-ocr page 1-

M »

V. ^

I

- -

; i . ■
>

:

cj;

.......k

■> \' ï \'

-ocr page 2-

Geograph! et Itineratorei
,Folio n^/S^^

:

*

Sr

-ocr page 3-

j\':!

r- ;

.i

-ocr page 4-

a

m

M

-ocr page 5-

f\'

1

- - ï

-ocr page 6-

M^lt

- !

i

. .XI

m

m

m

J ■

f

i ^^

M-

ï,^—

\'A

-t\'l

-ocr page 7-

- " ■

«

(y^ -.-A

L

-

J:

I

■wf

Ji

i\'vJ

11

■ Iva,:..-- J

-ocr page 8-

t h-
( V

.-Ai-iâïl

-C I (

. i

ji, m-r -iilittir iiiTirr

-ocr page 9-
-ocr page 10-

■ ^ »

-ocr page 11-

GEDENKWAERDIG BEDRYF
Der Nederlandfche

Ooft-Indifche Maetfchappye

op de Kufte en in het Keizerrijk

TAISING^of SINA:

Behelzende

het tweede

GEZANDSCHAP

Aen den Onder-koning Singlamong

m Veldheer Taifing Lipoui 5

Door Jan van Kampen en Konstant yn Nobei.

Vervolgtmet een verhaelvanhetvoorgevallendesjaerszeflienhondettdrieen vieren

zeflig, opde Kufte van Sbm, en ontrent dunden Formfa,

Jy onder\'tgezag van Balthasar Bort:

En HET DERDE

GEZANDSCHAP

Aen Konchy, Tartarfche Keiißr van Sina en Ooß^Tamrye:

onderhekityan^ijmElViETEK van Hoorn.

BenefFens een Befchryving van geheel

"^«r^iert doorgaens met verfcheide kopere platen.
^efchreven door D"". O. D AP PER,

t"*^ MSTERD^Mt

B

\' -y \' — ■ .....- ■ ■ — — — ■ \'

y J a c o B VAN M e ü R s, op de Keifcrs-gracht, in de Stadt Meurs. 16j(

Met ^Privilegien.

-ocr page 12-

Met Privilegie van Sijn Keizerlijke Majefteit.

ExtraSi uit de TriVdegie ^fan
De STATEN van HOLLAND en WEST-VRIESLAND.

Hemn Staten van Hollanden Wefi-Vriejland, hebhenbj brieven van Oüroy, geda-
Steenden
14. Maert M^.aen\'iacob U^vv.s.Boekc\'verkooperenPlaet-fnydertot
uimfierdam,verleem,om alleen te mogen doen Dm\\ken en Ferkoopen voor den tijd van ij achter

eenvokendeJaren,eenB0ekgeintitHleertTvrcQdcGcz^nd{chz^d^

Indifche Maetfchappye, naer het Keizerrijk van Sma, onder het beleid van den Opper-eit
Onder.bevelhebberBAJuTUAZAi^
Bort ende Jan van Kauve^ , af-gevaerdigt
vanB^mi^desJaersi66%. beneffens een
Befchryvmg de^ganf^en Keizernjks van

Sina, &c. en ^dateert denzé^. t^aert i6jo. geintituleertI>&rd^Gt%mdkh^^

Keizer van Sina of Taifing, acc. onder beleid van den E. He^ ^A^^r v an
Hoorn, engetrokhn uit de gehouden dagh-aenteekeninge door U\'. U. Uapper,
metverbodvan het zjilveby iemand ander sin geenderhande Talentemogen na-drukhenofver-
kpopenyin\'tgeheeloftendeele, in groot cf kleinformaet, opaUulkepmenenAmendenalstn

^tzjflveO&rojbïdtr is begrepen,

VJ^as onderteekent
JOHAN DE WïTT.
Ter Ordonnantie van de Staten,

Herb. van Beaumont,

D

-ocr page 13-

A E N

Den Wel-edelen, Geftrengen en
Hoog-geleerden
Heer,

T> E HE

JOHAN de WIT,

RAED ^PENSIONARIS,

Stadthouder van de Leenen,

E N

Bewaerder van V Groot 7^egel van den
Lande van HollandenWeB-

K koom Sijn Ed. met plichtige
eerbiedenis ootmoedclijk hier op-
offeren 5 het geen zich, onder be-
wind der Nederlandfche Ooft-
Indifche Maetfchappije , op de
Kufte
cn in het wijd - ftrekkend
geweftvan
Tai fing of Sim , federt eenige jaren
herwaerts , tulfchen
Holländers , Tartars en af-
gevalle
Sinefen heeft toegedragen 5 eenfdeels met
Oorlogs-vlooten, derwaerts van "Batavia afge-
zonden , tot herftelling van d Ontweldigde Ei-
landen
Tayomn en Formofa ^ en verdelg van Koxing
cn fijn aenhang , algemeine vyand van Tartar
en Hollander : eenfdeels met het gedenkwaerdig
Gezandfchap aen
Kpnchy, tegenwoordige Tartar-
fche Keizer van
Sina en Oofl-Tartarye^ af te vaer-
digen , op toeleg van den vryen en onbekom-

^ 3 mefden

-ocr page 14-

O T T> % A C H T.

merden Koop - handel door geheel Sina te ver-
krijgen.

Onder andere redenen , die bewogen hebben
tot het ftout beftaen van de
JFits doorluchtigen
naem in \'t voorhooft van deze geringe papieren
te doen prenten , en onder het loof van dien
dit werk het licht te betrouwen, is de loffelijke
gewoonte der aelouden, die, zoo de Griekfche
Hiftorifchry ver
Dionys de HaUh^rnaßer getuigt, een
doorluchtigen per^^on in het begin van eene rede of hoe\\ fieU
den:
om de flechtigheid en wanftel des werks, met
den glans en volmaektheid des gene, dien het
opgedragen wierd , luifter by te zetten en op-

toifel te geven.

Dan beigen miffchien zal haer dezes beftaens
zijn Ed., als die door het aenbieden eens verhaels
van geringe zaken, in dus verre af-gelegen bui-
ten-landfche geweften voorgevallen , alhier on-
der het geftadiglijk uitkijken met Wakenden yver,
op de zorgerlijke wake van \'s lands gewichtige
zaken, oütijdigh word geftoort.

Des onaengezien fchuilt hier onder een hei-
melijk duchten , of wel niet zijn Ed. herflenen,
gefterkt met heufche konften , fchrandere von-
den van achtbaerfte wetenfchappen , en diepe
geheimenilTen van Staet , zich in het bezich-
tigen, by ledige uuren, en befpiegelen des be-
drijfsvan onzen landaert aen dien oord, zouden
mogen verluftigen, en, gelijk de bye , ui^ bit-
tere en zelfs vergiftige bloemen de geurige honig
trekt, uit plukken, welk in tijd en wijk zou kun-
nen te fta komen. \'

Behalve het geen zoo te lande, in het verrich-
ten der Bezendingen en Gezandfchappen , als

op Zee met Oorlog;s - vlooten, m het verllaen

^ ^ der

. r

I

-ocr page 15-

O T T>%A C UT.

der Koxingfc rovers, onder d eilanden en Qm-
muy: desgclijx met den vyand, over het herftel-
Icn van
Taymm en Formofa ^ zich. heeft toege-
dragen, ziet zijne Ed. ook doorgaends , omde
ftofte des t\'aengenamer te maken 3 ingevoeght^
welk eigentlijk het geweft van
Sina betreft: te we-
ten 3 een korte belchryvinge van eenige Land-
fchappen, die d\'onzen doorgetrokken zijn : daer-
beneffens de regering, dragt ^ Hjkftaetfie , trou-
wen en wat des meer zy, dacr te lande gebruike-
lijk, in t brede ontfouwen.

Daer en boven is op het einde aengehecht een
Befchryving des gehelen Keizerrijks van
Sina,
vertoont in zijne Landfchappen, (uitgezeit die te
voore in de Gezandfchappet^ befchreven ftaen)
gods-dienft of zekten, fteden, ftroomen, meiren,
gewaüen , dieren, tale en letteren.

Zoo het werk die eeremagh gebeuren, om met
de Itralen van zijne Ed. gunfte te mogen befche»
nen, en met vermaek by haer in het lezen opge-
nomen worden , het zal hitte
en fcheut geven,
om des t eerder de reeds aengevange Befchry-
ving van geheel
Jße en America (op een zeiven
trant, gelijk voor een wijle van geheel
Afrika is
ontworpen) in \'t licht te doen komen.

Hier op dan wenfch ik zijne Ed. in alle eerbie-
dems, en met toegenijgden herte. uit den Throon
des Allerhoogften, een voorfpoedigen uitflag, in
het Kloek beleid van s Lands zorgvuldelijke aen-
flagen : beneffens een langen reex van heilzame
jaren , ten einde deeze ftaet gelijke trouwe
dienften , nutte raetplegingen en ftaetkundigc
leflen heeft te verwachten, die
Thraßhulm, Arißides
en Terikles oulinx, tot welftant der Landzaten, he-
fteden aen d\'Atheners: "Dtokles aen de Syrakufers :

"Bulis

-ocr page 16-

O TP T) "B^A C HT.

\'Bulis en Spmies aen de Lacedemoniers : Fabrir
tiuSy AppusKlaudm 3 Cn, Tompejus ^ L, JE lm Tuhero^
(tÄ. éM* Torcius Qato , L/fun, Brutus
en meer
andere ^ aen de Romeinen. Midlerwijle tracht ik
te blijven

E, Oötmoedigße en toegenegen
Diender^
\'

O. DAPPER.

TWEE-

-ocr page 17-

lol.

tweede

GEZANDSCHAP

O F

B E Z E N D I N G E

N J H E T

KEIZERRYK van sina

0/ T A I S I N G.

Edert een lan-
ge wijle her-
waerts , heb-
ben verfchei-
de volken van
Europe , in-
zonderheydt
Spanjaerden,
Portugeefen ,
, , ^ï^gellche,en

boven al eindelijk de Hollanders,
na den vrijen en onbekommerden
koop-handel, door het ganfch kei-
verrijk van
Sina hert gedongen, dan
t elkenshun loffelijk beftaen, vruch-
teloos zien uitvallen: want by de Si-
Jfiefen , eenfdeels op fteun van uit
zich zelfs te kunnen beftaen, door
den overvloet aller dingen t\'hunnen
lande: eenfdeels uit kracht van een
aeloude gewoonte , welke allen
vreemdelingen den rijke ontzeit,
(.behalve die of vrywilliglijk fchat-
tingeii uit de gebuur -koningrijken
den Kerzer toebrengen , of hm als
hooft van alle Vorften , uit name van
hunne Vorften, onder fchijn van ee-
pnten behoorlijke eerbiedigheid
komen betoonen , daer het by hen
Hechts op toeleg van den koop-han-
del gefchiet,) fchenen van aller ee-
heugenisher voor zulke onderlinge
gemeenfchap eenen af keer en gru-
wel te hebben.

Daer en boven zeitmen onder hen
een adoude voorfpeüingh lag : na-
melijk, hoe luiden, wit van han-
den en voeten , e;i gekleet, hun
rijk t\'eener tijde zich ftonden t\'on-
der werpen.

Want de Sinefcn(zo Trigaüt getuigt)
gedogen genen %Teemdehng binnen
de palen des rijks te leven, die na zijn
vaderknd denkt weder te keeren, of
bevonden word met uitheemfche
rijken eenigen handel te hebben.
Ja dat meer is , zy vergunnen genen
vreemdeling altoos toegang tot in
\'t binnenfte des Rijks. En hoewel \'
hier af geene wet by de
Sinefm is,
waer by het verboden word , zoo
bevintmen nochtans deze g;ewoon"
te, federt veele eeuwen Vr, uit
een zekere vreze of fchrik tegen
Uitheemfche volken, by hen ingekro-
pen te zijn. ^

Voorts is dit niet alleen te verftaen xn^Mt.
van vreemdelingen, die den Sinefen
door de verre afgelegentheid onbe-
kent zij n : nochte van hunne vyiin-
den, maer ook van vrienden en
onderdanen in het ftuk van fchat-
tingen, als daer zijn de gebuur-vol-
ken van
Aorea , die fchier een en de
zelve wetten met de Sinefen onder-
houden , en niet een hunner, zoo
rr/gau^ getuigt, byhem ooitin
Sim
gezien was: uitgezeit eenige flaven,
door den eenen of andere krijghs-
overfte van daer gebragt , na ee-
nige jaren in dat rijk zijn verblijf ge-
hadtehebben»

^ \' En

-ocr page 18-

magh komen. De Turk en, Samarkan-
der s , Mogors
en die van Tibet, en an-
dere treden,onderfchijn van gezant-
fchap, in
Sina, om aldaer hunnen by-
zonderen koop handel te drijveii.
Ook verfpillen deze opgemaekte re-
denaers der vorften , die een ieder
zich verdicht,de gefchenken, op hun
eigen onkoften befchaert, niet ver-
geefs. Want in het weg-trekken ont-
fangenzy veelmeer, als zygegeven
hadden: gemerkt de Kèizer het voor
een fchande zou houden, iemant in
rijkheid van gefchenken toe te geven
Ja dat meer is, al de gezanten, ge-
duurende hun verblijf aldaer^ wor-
den met al hun gevolgh iiit h^t ge-
meen onderhouden, en hun waren,
op \'s Keizers onkofte , ten hoove ge-
fleept, met verlof van allerwegen die
te verkoopen , en weer nieuwe in
tekoopen.
Wanneer fy weder ten rijke uittrek-

Sina gebracht, zonder een duit voor
vrachtloon te betalen. Dit flag van ge-
zantfchap brenght den uitheemfchen
groot gewin äen, die op eens anders
onkoften hun eigen dingen verrigten
De Keizer midlerwijle , aertigdoor
het verdicht gezandfchap bedrogen,
wort uit den naem van Koningen be-
groet, die nooit koningrijken noch
leven gehad hebben.

Wijders, zeidTngaut, zoo eenbui-
ten-landér heimelijk ten rijke van
Sina ingetrokken is, dien ftrafTen zy
niet met flavernije noch met de dood;
maer Verbieden hem het weder-Jtee-
ren in zijn vaderland : miflchien om
gêne nieuwigheden, ten verderf des

I-lißori Si\'
nie. 6f.

tuight, Sina zoodahigh voor uit-
heemfchen geflooten, dat nietlich-

uitheemfchen, zonder\'sKeizers ver
lof, eenigen handel hebben.

Zoo ook iemant, by vereifch van j
noot, buiten \'s rijks palen met be- \'
veelen verzonden word , niémant
isfchier daer toe tekrijgen.

der ampt van Majeftraet begifright.
Geen wonder; gemerkt de Sinefen
een zonderlinge af-keer hebben van
alwatuitheemfchis -.jazichfchamen
uit boeken van uitheemfchen iet te
leeren : naerdien zy zich toefchrij-
ven by hen alleen alle vvetenfchap-
pen te vinden zijn , en alle uitheem-
fchen voor ongeletterde Barbaren
houden en noemen. En zoo wanneer
in hunne gefchriften uitheemfchen
gedacht worden,dezelve handelenze
zoodanig , als of zekerlijk die van
heeften nietfeer veel verfchillen.

Zelfs al de fchrift-tekenen of let- .
teren, waer mede zy den naem der
üitheemfchebeduiden,worden fchier
alle uit de letteren van heeften teza-
men gefteit,en geven zy dien zo lelij-
ken naem, als ofze van duivelen fpra-
ken. Voorts zo eenige gezanten uit de
gebuufige koningrijken, ter plicht-"
pleging,oir om manfchap aen den
Kei-

ken, worden zy met gelijke milda- | zer te doen, of fchattmge te brengen,
digheid kofteloos op de grenfen van ofiet anders te verhandelen, naulix

gêne nieuwigheden, ten vemen aes wv^^m
Sinefchen rijks, by zijnekndgenoo- ren : die

ren te brouwen. Hierom doen zy zeer zwarehjk geftratt. /.oooorcic
de genen ftrenselijk ftrafTen, die met Jefuit
Martinus voornoemt verhael^
litKeemfchen.londer\'sKeizersver-
gevoelen de Sine^n zoo prachti| en

hoog van zich zelfs, dat zy al andere
volkeii by hen verachten, en din-
gen van uitheemfche volken en lan-
den, niet waerdig houden met hunne
letteren tebefchrijven.

In

kan uitgéfprooken worden, met hoe
groot een afchwaen zy bewaert wor-
den. Want fchoon zy hen van aller,
eeuwen her,voor vrienden gehouden
hebben, zy geleiden of brengen hen
nochtans den ganfchen weg langs, en
laten hen niets zien: ja worden met
veel flooten in de vertrekken der
vreemdehngen binnen het Paleis op-
gefloten. Voor des
Keizers aenfchijn
worden zy nooit toegelaten te ver-
fchijnen, maer verhandelen hunne la-
ken met wemigen uitde Majeftraet.

Met uitheemfchen buiten de palen
des rijks ,tenzy op zekere tijden en
plaetfen , of met \'s rijks bewilliging,
word niemant toeg-elaten te verke-

1. 1 ■ ^ -vlïrrisn wm-rtpn

Tweede Gezandfchap, of Beien ilng
En is, zoo de Jefiiit Mmtip ge- i Op zijn vertrek fchreit hem het

geheel geflacht na, niet anders als of
hy ter dood ging: maer word op izij-

teiijkiemant dan gezanten, daer in ne weder komfte met het een of an-

-ocr page 19-

In dezer wijze droegen de Sinefen
zich tegen de uidieemfchen;zoo lang
de heerfchappije over dat geweft aen
h unnen eigen landaert ftont.Maer de
Oofter Tarters, dife het den Sinefen
in onze eeuwe hebben af-handig ge-
maekt, en zich onderworpen, fche-
nen zich rekkelijkelijker in het ver-
gunnen van toegangh t\'hunnen rijke
voor vreemdelingen te zullen tonen:
en de deure van den vrijen handel
voor eenen iegelijk open te zetten.

De hooge Raden van In^iiën op Ba-
tavia
, die nooit oog in dufdanige za-
ken loken, van de zege der Tartars,en
deüelfs rekkelijkheid ten handel,ver-
wittigt door den
^oimtMartinus, des
jaers zeftien hondert drie en vijftigh,
mt Sina OM^i Makuß\'er, met een Por-
tugeefch Jacht tot
Batavia aengeko-
men en van daer naer K olland over

d £. Heeren Bewint-hebhe?s,
wierden te rade een aenvang dezes
Werks te nemen, en een proeve van
net Eiland
Tayowan te doen, met het
af-zenden van eengeladen Jacht,met
koop-waren.Ten dien einde dan\'ver-
trok Koopman
fredrik Schedel, met
\'t Jacht de
Bruinvifch van Tayovoan, en
liep na negen dagen zeilens voor den
mont der
Kantonfe Reviere ter ree,
onder het Eiland
Haytamon.

In den aenvang werd door d\'On-
der-koningen van
Kanton, by fchrifte-
lijke ^i-kMnêiig&,Schedel de vrije han-
del,

en hetverkoopen der mede ge~
bragte waren, t\'effens het oprechten
van een vaft kantoor in
Kanton toe ge-
ftaen, in weerwil van de Portugefen
in
Makao, die de Hollanders by brie-
veenbezendingeaen de Onder-ko-
ningen,om den opgang des aeneevan-
gen Averks, als tot hunnen grooten
nadeele, m ^ijnegeboorte te fmoo-
ren, voor land-verraders uitkreten,
voor luiden van buiten en binnen
quaet, zonder eigen land, zonder on-
derhoud, dan flechts van den roof ter

^venhatelijk trachtende Sine-
le Filolofen, door opriaying der Por-
tugefe Jefuiten,by den Onder-konin-
gen d\'onzen te maken, met by bren-
gen:de Hollanders van aller geheuge-
nis her in
Sina een quaden en hatefij-
ken naem gehad hadden, en hen noir
den handelten Rijke toegeftaen was.

De Portugefen evenwel , fchoon
door hun bedrog niet uitgewerkt, za-
gen den onzen de voet in
Sina dwers
gezet: want zeker ^ Geniagtigde \'As^Gecommit
daer in
\'Kanton onlangs uit de Hooft-\'" \'
ilad
Peking aengekomen,had zulx de
Onder-koningen afgeraden,zeggen-
de: het een heel andere zake te zijn,
iemant toegang te vergunnen, en een
heel ander zake^ iemant buiten ken-
niffe der hoogfte overheid, een vafte
wooning in \'t land te geven: dat de
Keizer zelf,om genen ondank te be-
halen, alvoorens daer in behoorde er-
kent te worden. Dies
Schedel, door
den ouden Onder-koning, (die uic
vreeze voor \'s Keizers ongena gewel-
dig daer over verzet ftont,) aengera-
den, en daer na rondelijk aengezeit
wierd, hy voor d\'eerfle reize zou die-
nen te vertrekken,en al zijn volk me-
de nemen; nadien anders zijn Koning
(daer hy den Ed. H eer
Maetzuiker op
Batavia door verftont) milTchien
mögt denken , dat zijn volk in
Kan-
ton
in hechtenis ware gebleven. Al het
welk,bragt hy tTijner verfchoonigby,
gefchiede om byzondere redenen,
t\'hunnen befte.
Schedel dan, na veele
redenen vergeefs gefpüt te hebben,
vertrok weer twee dage daer aen, den
negentienden van Lente-maend, met
het Jacht de
Bruin-vi/chnzer Batavia,

Twee brieven wierden hem op zijn
vertrek van wegen de twee Onderko-
ningen voornoemt mede gegeven, te
behan digen aen
Niklaes Verbürg, Op-
perhooftin
Tayoivan,beneßens eenige
gefchenken. D\'inhout beftont voor-
namelijk in aenbiedinge van hunne
vrientfchap en aenrading, om in
Sina
ingeladen te mogen worden, van in
toekomend eenen gezant aen den
Keizer in
Peking met rijke gefchen-
kentezenden.

De Hoge Regering op Batavia het
goet begin dezer bezending bemer-
kende , vondraedzaem des by brie ve
hare Heren enMeeftersin Neerland
te verwittigen,en daer op hunnen laft
tothetzenden van eenen gezant aen
den Keizer van
Sina en Oofi-Tartarye
af te wachten: daer beneffens, omhet
A z werk

-ocr page 20-

drik Schedeh\'oomoQxnt, verkooren,
-die met twee Jachten, de
Schelvis en
Bruinvis, geladen met koopman-
fchappen, na een maend zeilens van
Batavia, in den mont der Kantonfe
Reviere aenquamen, en van daer
tot voor het dorp
IVangsoe,dn^rai^len
beneden de {k^-dKaMtoM, aenquamen.

Wagenaer eindelijk, in Kanton te
lande gekomen , leverde den brief
van wege de hooge regering tot
Bata-
via,
door den Sekretaris, aen den ou-

den Onder-koning over, (want zelf j buiten blij ven.
mögt hy methem niet te woorde ko- j Daer na namen zy de gefchenken
men) en kreeg daer op tot antwoord : | op, bezichtigden en telden de zelve
Dewijl de Hollanders briefen noch ge- na, en vroegen wel fcherpelijk, en
fcßyenken aen den Keizer inVekinghad- naeukeurig waer ieder van daen
den mee gebragt, daer nochtans zulx hy quam: op wat wijze het gemaekt
hem voel uit drukkeltjknaerYi^x.^s\\2iWas \\ wierd: waertoehetbequaeni: en in
gefchreven en ten hoogße bevoolen ,zoo\\ wat geweft der wereld de landen, die
"mogtehy derhalve hen, hoewel tot zim | deze dingen uit leverden , als ook
groot leetwezen , geenzins zien nochte
hooren fpreeken,

T^ÏQSlVagenaertn Schedel, met dit
befcheid en beide Jachten onverrich-
ter zake eindelijk weer van
Kanton
naer Batavia vertrokken.

Na deze bezendingh, hoewel
vruchteloos uitgevallen , wierden,
volgens befluit en orde der E. Heeren
ßewinthebbers, ter vergadering van

jaers zeftien hondert vijf en vijfti
den veertienden van zoomer-maend,
twee gezanten,
Pieter de Goyer en )a-
kob de Keizer
, na Peking aen den Kei-
zer van afgevaerdigt , met brie-
ven van geloofenis en gefchenken
aen den zeiven, ten einde om in het
rijk van
Sina den vrijen en onbekom-
merden handelte verkrijgen.

De gezanten quamen den zeven-
tienden vanHooi-maent, des jaers
zeftien hondert zes en vijftig » in de
hooft-ftad
Peking.

Des anderen daegs quamen eenige
Rijx-raden, met den eerften Sekre
taris
Thouglauja: benefiens twee an-
dere Tartarifche Mandarijns
Quan-
ken, en eindelijk na de perzoonen
en plaetfen, van wien en van waer
dezelve eigenrüjk waren gezonden.
Hier op hebbende Mandarijns, als
hen door de gezanten , na behoo-
ren, berichtgedaen was, de perzoo-
nen onder het gezandfchap, (fterk
volgens de lijfte uit
Kanton bekomen,
vier en twintig perzoonen) gemon-
ftert, en een voor eenen by naem en
toenaem opgeroepen ; doch moften
de dienaers,in de lijfte niet begrepen.

I

waren: hoe hunne Koning genaemt
w^as:e.n wat ouderdom hyhad. Daer
op de gezanten hen met behoorlijk
antwoord dienden. Dan vonden zich
evenwel op de vrage.of d\'Hollanders
vaft land hadden, en flechts op zee
zworven, ten minfte op eenige Eilan-
den woonden,
niet t\'eenemael vol-
daen.Dies zy tot meerder bewijs een
nette aftekening van onze landen be-
geerden. De gezanten bragten een
wereld-kaert te voorfchijn, en toon-
den hen daer in de gelegentheid van
HoUand, en d\'aenpalende geweften.
De afgezondene Mandarijns, om al-
les den Keizer volkomentii jk te kun-
nen toonen, fchreven de namen der

landen

^ Tweede Gezandfchap, of Bezending

werk oiidierwijie wakker te houden, en Boolauja \\ de gezanten uit

noch eene bezendingeaen d\'Onder- den name des Keizers begroeten:
koningenofbeitiecders vante ook te vernemen na hunne gezont-
doen.
 i heid, na het getal der perzoonen des

Hiertoe wierd Koopman i gevolgs : na de meenigte en hoeda-

J\'Vägenaer, ennefïèns hem weer Fre- | nigheid der mede gebrachte gefchen-

hoe veel maenden reizens, de zelve
zoo van
Holland, als van Peking ge-
legenwaren. Desna behoorendoor
de gezanten onderrecht, vroegen
zy wijders: of de Hollanders op zee
voortgeteelt en woonachtig waren:
(want dit hadden de Portugefe Jefui-
tenhen wijs gemaekt.) Ingevalle zy
land hadden, hoe het zelve genaemt,
en waer het gelegen was. Van wien

de zeventienen, tot Arnflerdam, des en ten welken emde zy nu gezonden

-ocr page 21-

na \'t Kehernik

TJan Sina, üfTaißng. ^

De rijx-bezorger of rijx-kanceliet,
zad in deze vergadering aen het
hoog eind, op een breeden en ver-
heven zit-bank, met de benen kruis-
linx onder het lijfgeflagen : neffens
hem aen de rechte zy de twee Tarta-
rifcheHeeren, en aen de linker zij-
de zeker Jefait
Adam Schal. geboor-
tighvan Keulen, een ftokoudman,
op de Tartarifche wijze gekleet en
gefch ooren, die zich over de zes en
veertigh jaren, en al onder de reaee-
ringh der Sinefe Keizeren, aen^hct
Pekingfe hof opgehouden had.

De rijx raden zaten zonder eenige
cierlijkheid, orde en ftatelijkheid
by malkandre : de banken waren
ileclitsmeteen oud witlinnenkleed
overdekt.

De rijx-bezorger bewellekonide
de gezanten met weinigh woorden,
en beval hen neer te zitten. Voorts
langde hy zelf de gefchenken uit de
koffer over: vraeghdc t\'elkens waer
het een en\'t ander van daen quam: op
wat wijze het gemaekt: waer toe hec
bequaem en waer het gekocht: als
ook hoe veel dagh-reifens, die plaets
van Hollanden gelegen was.

Daer op de gezanten door den Jefuit
^hal, die hen voor tolk diende, na
behoorcn antwoord gaven.
_ Midlerwijle quam ter vergade-
ring orde van den Keizer: waer by
SchalheUii wierd in gefchrift te ftel^
len en hec zelve aen zijne Majefteit
noch dien zeiven avont te behandi-
gen : te weten, of de Hollanders land
of geen land hadden: als ook waer
en hoe verre het zelve van het zijn
gelegen ware: daer en boven hoe de
H ollandfche Prins was genaemt, en
wat wijze van land-beftier de Hol-
landers hadden. Waer op
Schal den
rijx-bezorger dit in gefchrift over
gaf:
Dat het land voor henen den Span-
jaerdhad toegekomen of noch met recht
t&equam
: en zoo voorts.

Dan de rijx-bezorger deed Schal
het zelve rot twee mael toe verfchrij-
ven en uit doen, \'t geen hy daer in
niet begeerde te hebben, of dat hem
docht onnoodigh of aenftootelijk te
zijn; met te zeggen: \'t isgenoech dat
ghy weet dat deze luiden eigenland
3 lieb-

landen eik op een briefje, en plakten
alle de briefjes, ieder aen zijne he.-
lioorllike plaetfe , op de Wereld-
kaert, diezy, om aen den Keizer te
vertoonen, met zich namen.

Verfcheide vragen wierden ook
door de Mandarijns , noopende de
regeering in Holland gedaen : ook
of de gezanten met hunnen Prins
(want dien hadden zyals opperhooft
van allen genoemt) bemaegfchapt
waren :
^^ant gene vreemde gezame^t,
Zeidenze , rnogen hun hooft voor\'s Kei-
zers throon buigen Jie met den geen,
die hengezonden heeft, van een zeiven
bloedeniet zijn.

waren, dienden de gezanten
daer op , met hunnen Prins ingener-
hande wijze in maegfchap: wantbe-
halve dat de beftierders van hun land
die gewoonten niet geweeten had-
den , zoo mogten zoodanige per-
2oonen zoo verre van de handniet
gezonden worden : maer men ge-
bruikte tot zoodanige zaken d\'aen-
zienehjklte amptenaers. De Man-
darijns oordeelden,dat \'s Keizers agt-
baerheid en majefteitdaer door ver-
klemt zou worden. Vraegden voor-
ders: wat amptende gezanten aen
thoi van hunnen Prins bekleden
Hoe hunne tijtel inde Hollandfche
tale luide. Hoe veel menfchen onder
hun gebied ftonden. Waeropdege-
zanten hen met antwoord ter zake
dienden.

Toen wierden vveercenige vragen
over de gefchenken gedaen: of die
regelrecht uit Holland quameii. Wat
voor een plaets
Batavia wzs : en
wat voor een perzoon de Generael
was. Hier op gingen de Mandarijns
weer wegh ; doch quamen voor de
zeiteen zevende reize t\'elkens we-
derom, en vraegden na de gefdien-

ken : wat wapenen de Hollanders
voerden: defgelijx na de hoedanig-
heid der gezanten. ^
Des anderen daegs verfchenen de
gezanten , door orde van den riix-
bezorger, ter vergadering der rijx-
raden t effens met de gefchenken
by zich : want zonder Je gefchen-
ken mochten zy aldaer by hen niet
verichijncn.

-ocr page 22-

hebben : \'t welk niet verre van uw
land gelegen is : en hoe het zelve be-
ftiert word: als ook dat ghy hunne
ipraken kent. Eindelijk, wanneer
Schal\\\\Q.t voor de derde mak zou ver-
fchrijven, ontfchuldigde hy zich op
zijnen hoogen ouderdom, en zwak-
heid van gezicht: dies hy het door ee-
nenvan zijne dienaers liet verfchrij-
ven : en wierdditaenftonts, ben ef-
fens eenige kleine gefchenken, aen
den Keizer gezonden.

De Keizer, na bekomen bericht
van de zaken der Hollanders, zond
den een en derrigllen denRijx-raden
eenen bevel-brief toe: met verklaring
daer by: dat hy de gezanten, in hoe-
danigheid van gezanten, aennam, en
toeliet, de zelve voor zijn aenfchijn

zouden mogen gebragt worden, zoo

dra hy in zijn nieuw hof op den
Throon zou gezeten zijn. De bevel-
brief, aen de Rijx-raden, quam op
deze zin uit:

Groot achtbare Lipous. De Holland-
fche gezanten zijn om den Keizer te be-
groeten , en hunne gehoorzaemheid aen
hem te toonen , met hunne gefchenken
alhier gekomen : \'t welk men niet kan
bevinden dat zy by menfchen gedenken,
ja over duizent en duizent jaren ^aen de-
ze kroone gedaen hebben. Dewijl het
dan nu d\'eerfie reize is, zoo heb ik de
zelve voor gezanten aengenoomen , en
geve hen verlof, dat zy luiden, wanneer
ikinrnijnnieuw hof, op mijnen Throon
zal gezeten zijn , daer in voor mijn aen-
fchijn, om eerbiedigheid te toonen, zul-
len gebragt worden: ten einde zy daer na
welonthaelt, en op hun verzoek tot ge-
noegen gehandelt , en fpoediglijk weder
afgevaerdigt moogen word en, om te ver-
trekken . T? meer, dewijlze ten inzicht e
van mijne vermaertheid van een onbe-
denkelijken verren weg over zee, en dan
weer over land gekomen zijn : ja gelijk
als van de hooge bergen uit eenfchaduwe
hunne voetentot VtKmg, om te rufien
en de klaerte der zonne in den hemel
met openende oogen faenfchouwen,gezet
hebben. Hoe zou men zoodanige per-
zoonen ydie van zoo eenen verren wegh
komen, kunnen tegenfpreeken, en hun
verzoek weigeren.

Wanneer de Keizer de geloofenis-
brieven der gezanten aen hem, an-
dermael door
Schal had doen ver-
zetten, en na den rechten zin van
woord tot woord vertalen , fchep-
te hy daer uit een zonderlingh
groot genoegen , en zond aen den
Rijx opper-fchrijver eenen tweeden
bevel-brief af: D\'inlioud luide als
volght:

Hebbende den zeihenden dagh van de
zeflemane (fby ons den zefien {uan Oogji-
maend) den Hollandfchen brief ander-
mael doen lezen , en de zin daer af be-
komen , bevind ik dat het gezandfchap
der Hollanders, welk zy vrywilligh en
uit hunne eigen bewegenis aengenomen
hebben , met een goede grond en uit een
zuivergemoet begonnen is , en dat van
landen over de gr oote zee gelegen: even
alleens, gelijk een vogel, die los in de
lucht zweeft, en tot het af komen niet te
dwingen is. En dewijl ik deze be%.ending
hooger als iet anders achte, en als my
zeiven beminne, jaaengenamer als aen-
genamer houde, zo belafi ik u,ghy Kance-
lier en andere Rijx-raden, op hun ver-
zoek , welk zy by dit gezandfchap doen^
om in dit mijn rijk te mogen gaen en ko-
men , een dienßig beßuit te maken, en
ray des te verwittigen.

Hier op deed de Rijx-kancelier dö
gezanten door gemagtighden voor
houden: of zy niet alle jaers, often
langftenalle driejaren zouden kun-
nen weder komen, om den Keizer
plichtelijk te begroeten. Zy zouden,
gaven de gezanten daer op tot ant-
woord, om zeker te gaen, beter alle
vijfjaren eens in
Pekingk\\mn<in ver-
fchijnen : met dien beding: dat de
Hollanders ondertufTchen jaerlix in
Kanton,met vierfchepen,mogtenko-
men handelen. Daer na deed de Rijx-
kancelier ter Rijx-vergadering van
Tarters en Sinefen, de zake der Hol-
landers gunftelijk voor dragen, oor-
deelende men
hun verzoek, van al-
le vijfjaren eens den Keizer te ko-
men begroeten , behoorden toe te

Hiertoe neigden al de andere Tar-
terfche Raeds
-heeren : maer de Si-
neefche
geheten zich als of zy den
Hollanders noch grooter
gunrte wil-
den

-ocr page 23-

na V Keizerrijk van

den toedragen en dreven , dat mei%k
dezelve niet als om de negen jaren
behoorde wederom te laten komen :
dewijl men hen anders, door de ver-
heid der reize , te veel in de wäegh-
fchael zou Itellen Dan zy hadden
hier een achter-deur open,die deXar-
terfche Raeds-heeren niet gemerkt
hadden : want zy verftonden dat
de Hollanders midlerwijle in
Kanton
niet zouden mogen komen handelen.
Wij ders,gaven zy den raed in beden-
ken , of onder fchijn van Hollanders
niet wel Engelfchen moghten fchui-
len: by brengende, de Engelfchen
o ver dertigjaren met vier fchepen in
de haven van
Heytamon Zout-jonken
hadden aengehaelt, den Mandarij n
gevangen genomen, de fterkte om
verre gefchoten, en andere vuile din-
gen meer bedreven : vvaeroverzy fe-
dert voor vyanden van den ftaet ver-
klaert en gehouden ware: ja, volgens

belluittoenmaels genomen, nooit na

dien tijd in^i;^^foüden ingelaten wor-
den : dies men nader proeve en be-
fcheidvan d\'oprechtigheid der Hol-
landers behoorden te, hebben : voor
al ^r zy ten rijke ingelaten wierden.

Ook konmen, (behalve het met
de gewoonte ftreet, hen. den vrijen
handel in \'t rijk toe te ftaen,) dit ver-
zoek uit de geloofenis brieven der
pzanten niet vernemen: derhalve,
huns vermoedens, de gezanten bui-
ten hunnen laft gingen.

Wonder vreemt quam dit denge-
zanten te voore, als die tot noch toe
gene andere gedachten hadden ge-
had : of de K eizer had, volgens den
inhoud van den tweeden beVel-brief,
het verzoek der Hollanders, o ver het
Ituk van den vrijen handel in
Kanton,
volkomeiitlijk toegeftaen, en zy al-
leenlijk hem 4aer over in
Peking zou-
den komen bedanken.

De Jefuiten ^ehalen noch twee an-
dere , in
Peking woonachtig, die het
verarmen van
MakaoAooi defen han-
del te gemoetzagen, om den voort-
ganpan dit werk in zijne geboorte
te finooren, hadden ontrent drie
hondert teyl zilver onder derijx-ra-
den verfpilt, met.belofte van noch \'
J^eer. Ook hadden zv de Tarters i

Sina, of Taißng. f

wijs gemaekt, dat de Hollanders, On-
der dekmantel van te handelen, niet
anders zochten dan eene voetin het
land te krijgen , en daer na te roven
wat zy konden mee ftepen.

Daer en boven häd het aenbren-
gen van den Kommifaris , die over
driejaren in KantonW2.s gt^yQ^^k, als
ook hetfchrijven vanden
Tutang, die
zich als toen noch in
Kanton bevond,
en ten dien einde,door de Portugefen
van
Makao , met zilver omgekocht
was, aldaer zulk een gevoelen in de
herten van veelen gebracht, datmen
de Hollanders niet anders, dan voor
een deel tzamen gerot volk hield,
dat geen land had, en zich alleenlijk
metrooven en andere ongeoorlofde
middelen, inzonderheid ter zee, ont-
hield.

Eindelijk bevonden de gezanten ^
dat de Rijx-kancelier en andere Ra-
den , om den zin van deze woorden
in de geloolenis-brieven,
te moogen
gaen en keer en
, daer mede niet anders
betekent wierd, als te moogen han-
delen , aen den Keizer te doen uit-
leggen en verklaren, met zilver mo-
ften omgekocht worden.

Wonder vreemt quam hen dit te
voore: aengezien zy niet beter wi-
ften of de vijf en dertigh
hondert teyl
zilvers, die zy by fchuld-brief aen de
Kanton je onderkoning op hun aenwe-
zen aldaer te dien einde belooft had-
den te betalen, waren onder de Rijx-
mden verdeelt enuitgefchoten. Hier
in dan door de Onder-koning bedro-
gen , wierden zy gedwongen na an-
dere middelen uit te zién, om hun
oogh-merk te bereiken.

Dies ftelden zy voor eer ft ter ver-
gadering van den eerften Rijx kance-
lier, ten dien einde beleid, het purit
van den jaerlijxen handel in Kantm^
in perzoone duidelijk voor, en hiel-
den daer op aen , om dien te ver-
krijgen .

Daer nazonden zy den Mandarijn
van den ouden
Kantanfchen OnA^ï-
koning by den eerften Rijx-^kance-
lier, met aenbiedinge van in
Peking
zoo lang te blijven, ter tijd toe zijne
Majefteit ten vollen verzekert was,
dat zyHollandcrs en geneEngelfche

waren.

-ocr page 24-

waren. Ook verzochten zy aen den
Keizer en Rijx-raden, om een wapen
of merk, in metael gefneden, ten ein-
de daer mede alle de zee-brieven
van hunne fchepen, die de kufte van
Sina verby voeren of aen deden, te
verzegelen, tot onderfcheid van de
fchepen van andere volken : als ook
om een wimpel of eenig ander teken,
te laten afwaeien op hunne fchepen,
nefïèns de vlaggen.

Ten lefte verzochten zy uitdruk-
kelijk by een vertoog , door een^n
van de klerken der Rijx-raden inge-
ftelt, om als eigen onderdanen in ^i-
na te mogen verkeeren, woonenge-
woonelijke gerechtigheden van het
land te betalen, even als aen die van
lieukieu, Ainan en Siawi, volgens d\'où-
de Sinefe wetten, vergunt was.

deze drie volken, ter erkentenis, zij-
ne Majefteit alle drie jaer eens met
gefchenken te komen begroeten:
hoewel met dien beding, dat alsdan
hetfchip of de fchepen, waer mee de
gezanten over quamen, op hunne
tijd weder mogten vertrekken , zon-
der na de weder-komfte der gezan-
ten te wachten: naerdien de fchepen,
in \'t zoutwater gewoon, in \'t verfcji
niet konden duuren, zonder te be-
derven en verrotten. Maer alles te
vergeefs: en wierd niet uitgerecht
met al wat zy voorftelden,

Tien of veertien duizent teylen,
was de rechte fteutel, om deze deu-
te t\'openen: dan toen niet te vinden;
dewijl zy dezelve alreeds verfchon-
ken hadden: en tot het lenen der pen-
ningen was niemantte vinden, \'ten
ware met intereft tegen acht of tien
ten hondert ter maend.Dit docht den
gezanten ongeraden; en als dan noch
met hachelijkheid van hun oogmerk
te treffen vermengt.

De Keizer eindelijk door de Rijx-

raden van hunne verrichting in deze
zak en veiwittigt, en hoe de Hollan-
ders wel genegen waren alle vijf ja-
ren eens in
gezantfchap aen zijne
Majefteit te komen : daer en boven
noo zy flechts des daegs reifden;Zon-
der de nachten te rekenen , haelde
het getal van vijfjaren dóór, en ftel-
de in plaets van vijf, uit een zonder-
linge genegentheid tot de Hollan-
ders , om Ifen niet te veel te belaften,
acht jaren. Want
hoe ,zeidehy, zou-
den zy dat gaende kunnen houden ?
en hoe zou men dengenen zoodani-
ge laften derven op leggen, die wy
nietvan doen hebben, nochte vree-
zen , en uit eigen genegenthcid en
een zuiver gemoet, met zoo meeni-
gerlei goederen my komen begroe-
ten en befchenken. Ge\\viifelijk,men
moet deze luiden nootzakelijk an-
ders handelen, op dat zy , na het
volbrengen der reize, twee of drie
jaren t\'huis mogen blijven , ter rufte.
Derhalve hier uit bleek, dat daer te-

duit te nemen, en dezaektot nader
gelegentheid uit teftellen. Ook was
zelfde Rijx
opper-fchrijver van ge-
voelen , dat alte groote woeling en
haefting het werk meer verbrodden,
als vorderen zou.

Onder andere kregen ook de Man-
darijns van de
Kantonze Onder ko-
ningen, die hen daer over aenfpra-
ken, het volgend io antwoord,

Ho£ is bet niet genoech, dat die hier
ter begroeting van zijne Majefteit de
eerfte reize van hun leven in gezant-
fchap
zijn gekomen, en tenaenzisn van
de quade geruchten ly velen van de
grootftenin Sin\'Ain\'toogivaren,
reeds , om in die
hoedanigheid dit rijk
te mogen bewandelen, als vrienden aen-
genomen zijn ^
Zqo men te hert op den
vrijen handel ifil dringen, men zou licht

het een met het ander verbrodden.

Zy moeten niet denken, nochte zich in
heelden, dat men hier na hen heeftß^J^
wachten en verbonden is, om hen aucs
met den eerßen toe teßaen, en tn te wil-

ligen.Datzyte<i^enhetaenßäendejaer,üj

zoo haeß als zy kunnen , den Keizer voor
deze aunftige aenneming, met etn ge-
fchenk komen bedanken : dan zal daer
toe zich bequarner gelegentheid op doen.

iJlXlClC WCLLCll, * ¥¥ -----------------. . I

Zvbodendaerinookaen, neffens genniet anders te doen viel, aisge

lle gezanten eindelijk,na eerbie-

iviajeiieiL Lc jvuiiien : uaci cu uv/v^xx . uj: fo . \'cKpiver^ 7e2el ge-
zy ƒ volgens rekening by ge- > et" derl.ofn,

maekt, met gaen en keren vijf gehe- i claencencu - T,„w„,li;keoaft-
le
jaren van doen hadden: te weten, jverfchenen op dne keizeiü.ke gau

tweede Gezandfchap, of Bezending

-ocr page 25-

malen : daer zy met zonderlingen-
pracht otithaek wierden.

Ten leften vaerdighde de Keizer
hp met den volgenden brief aen zijn
Ed.
Johan Maetzuiker weer te ruch
nacr
Batavia.

De Keizer zend dezen Brief na Hol-
landfch
Batavia , aen den Koning
lohan Maetzuiker.

Onze landen zijn zoo verre als\'tOo~
Je van
V Welle gejcheiden: zulx voy el-
kanderen zeer zwarelijk kunnen gena-
ken. Zedert vele voorgaende eeuwen,
tot dezen tegemmordigen tijd, zijnde
Hollanders hy ons niet gezien geweefi.
Doch.ghy zijt zeer wijs, en van eengoet
gemoed, ds die tot my gezonden hebt,
Pieter de Goyer en Jakob de Keizer:
de welke uit uwen naem gefihenken <re-

^ra.jhehhen. Vw land zs tien duizent
mie vene gelegen. Dan ghy toont uw
oprecht gemoed, met mijner te .eden-
izen. Hierom is mijn hert ook zeer tot
genegen. Derhalve zend ik aen u
tmee rollen zatijn, met draken : twee
andere rollen zatijn : vier rollen qe-
bloemt zatijn: vier rollen hlaeuwe za-
tijn zonder bloemen : vier rollen kin •
vier rollen ge kamelot: tien flukkenpè-
Imgs: tienfiukkenpanfu: tienfiukken
doorluchtige fhfjes , en drie hondert
teylen zilver. Ghy hebt verzocht om in
mijn land te komen handelen : waren
daer in te brengen, en andere waren
daer weder uit te voeren: waer van de
gemeine man voordeel zou kunnen trek-
ken. Doih aengezien uw land zeer verre
afgelegen is, en hier. zeer harde winden
^vaeien, waer door defchepen met groot
gevaer overkomen, ^« het hier aen land
zeer kout is, ja hagelt en Jneeuwt, zoo
zou het my deer en , in \'t herte zeer
doen , indien hier van uw volk quam,
indien het u derhalve behaegt , dat zy
hier komen, zoo laetze alleen om de acht
men eens komen, en niet meer dan hon-
denman: waer van twintig ter plaetfe
mogen optrekken, daer ik mijn hofhou-
de. Dan kunt ghy uwe koopmanfchappen
aen land in uw logement hrengenj zon-
der die op zee voor
Kanton te verhan-
delen. Dit heb ik uit goede genegen-
heid fuwen bede alzoo goet gevonden,
en ver trouwe dat u zulx ook zal aen ge-
naem wezen.

Dit, is het \\ dat ik u wilde bekent
maken.

In het dertiende jaer, d\' achtße
maend, den negen en twintigßen dagh
der regeering
Xunchi.

Wat lager Hond,

Hongtee Thoepe.

D\'onzen dus in hun voornemen te
leur geftelt, als die, naerluid des Kei-
zers brief , niet anders hadden ver-
worven, dan om de acht jaer eens met
koopmanfchappen in zijn lande te
mogen komen handelen , heten fe-
dert een wijle het werk beruften, met
eenige huivering in de hitte van dien
toeleg.

Dan by voorval van het verlies der
Eilanden van
Tayowan en geheel For-
mofa
, der Kompanjie desjaers zeftien
hondert een en zeftig, door den rover
Koxinga oi Iquon en zijnen aenhang,
afhandig gemaekt, begon men weer
by den Tartar om den vryen handel
verzoek te doen , op toezegging en
belofte, by vergunning van dien,
Ko-
xinga,
den algemeenen vyand van
Tattar en Hollander , 200 te water

als te lande te helpen verdelgen.

Dewijl dan Tayowan en Formofa:
desgelijx Koxinga dik wils in hetfpel
zullen komen en gedacht worden:
daer en boven het verlies dierplaet-
fen nieuwe aenleidinge tot het oud
verzoek , onder voorwending van
den vyand te helpen verdelgen, gege-
ven hebben, fchijnt de zake te verei-
fchen , de zelve met een korte be-
befchry ving voor af ten toone te ftel-
len, daer benefïèns, op wat wijze die
by den vyant verovert en der Kom-
panjie afhandig gemaekt zijn, t\'ont-
fouwen.

Eiland

-ocr page 26-

iEt groot Eiland formofa (welk
llaeite
fchoon bediet) wort alzoo
\'gemeenelijk by d\'onzen ge-
naemt, na den voorgang dej Span-
jers; dewijl die, volgens getuigenis
van den Jefuit
Marlijn , in het opbou-
wen der vefting
Kilung aen deffelfs
Noorder aen zee gelegen uithoek ,
het den naem van
Hermofa gege-
ven hebben, dat \'s
Schoon Eiland; \'t zy
om zijn fchoon opzicht, uit zee aen
te zien, of om zijne fchone ingelege
vruchtbare landouwen.

H et is by de Sinefen met den naem
van
lalikieu bekent, -dat \'s groot li-
kieu : want is in \'tSineefch groot
gezeit , tot onderfcheit van een an-
der klein , welk de Portugefen met
een verbafterden en bedorven naem
Zf^^io noemen.

De Formofanen of inwoonders
zelfs noemen het
Pekan , of, gelijk
andere fpellen,
Pakkang en Pakkande.

Het is gelegen onder de kreefts-
zonne-keer-kring, metzijn midden
op drie en twintig graden ; want het
begint ten zuiden op de Noorder bre-
te van een en twintig graden , en ein-
digt ontrent op vijf en twintig gra-
den en een halve, een ftreke van acht
en zeftig mijlen min een halve.
D\'omtrek wort by eenigen begroot
op hondert en dertig mijlen.

Formofa leit fchier alleens tegen het
noord-oofte geftrekt,als de vafte kuft
van
Sina: en ontrent met zijne Zui-
der hoek veertig Duitfche mijlen, en
met zijne Noorder hoek ontrent ze-
ventien mijlen van het Landfchap
van
fükien. Aen de Noordzijde van
/^mc/ä leit een fraeie Bay,
Sant Lau-
rens
genoemt.

Om het Eiland van Formofa fchiet
een ftijve ft room , met een Noor de
wint , na\'tZuide: en met eenZuide
wint ,na\'tNoorde..

Het Formofa wiert voorhe-

neby de Sinefen gerekent onder het
Landfchap van
Fokien; doch is heden
den Sinefen of Tarter op het vaft
land niet onderworpen; maer heeft
zijne eigen inwoonders, die in vry-
lieid op zich zelfs leven ; hoewel fe-
ien voorliene den Hollanders, eens-\'
deels door de wapenen, eensdeels uit
vryewil, onderworpen waeren, ge-
lijk heden
Sepoan, de zoOn van Koxin,
met zijn aenhang al het plat Land en
d\'inwoonders meeft heeft onder zij-
ne gehoorzaemheid gebragt; maer
nietdieop\'cgebergt woonen.

N^em.

Hetisoulinx, zoo de Jefuit Mar-
getuigt, van de Sinefen bewoont
geworden ; maer deffelfs inwoon-
ders hebben heden \'s daegs de Sinefe
zeden geheellijk afgeleit.

Het geen van het Eiland Formofa
voorders zal bygebragt worden, is in-
zonderheid getrokken uit de fchrif-
ten van zekeren Schotsman ,
Da-
vid tVricht
, die eenige jaren, kort
voor het overgaen , zijrt verblijf
daer op heeft gehad , en met grote
naukeurigheit den aert desLands,ze-
den, dracht der inwoonders, Gods-
dienft. en wat des meer zy , aen-
gemerkt: en nevens verfcheide an-
dere ft ukken van
Sina ons ter hand
geftelt. Dan zal voor af laten vol-
gen , \'t geen ook door
Georgitis Kan-
didiiis
, die zich aldaer, tot voortplan-
ting van den hervormdenGodsdienft,
des jaers zeftien hondert acht en
twintig bevond nopende dezeden en
Gods dien ft van dit Eiland in \'t licht
gekomen is-

Het Eiland Formofa is dorp- en
volk rijk. D\'inwoonders leven in ge-
duuri^en oorlog ,met elkandre, dorp
tegen dorp.

Het heeft veel vifch-rijke ftromen,
j voed boven mate veel herten, wilde
i verkens, reetjes , fteenbokken , ha-
zen, velthoenders, patryzen, duiven:
desgelijx koeien en
paerden op\'t ge-
bergte : die ook zeer dikke horens
met takken
dragen:hebben fmakelijk
vkefch , en worden
Olmmnghjêim-
woonders genoemt. Da^r zijn ook ti-
gers en feker ander gedierte,ge-
leten.Het is van geihlte als een beer;
hoewel wat grooter, met vellen, die
in grote waerde gehouden worden.
Het land is in zich zelf vet en vrucht-

baer;

Tweeds Gezandfchap , of Bezendig

Eiland Formüfa.

-ocr page 27-

na\'t Keizerrijk van Sina, ofj\'aifug. i j

baer;doclileitmeeft,doorliii-eniia-, defciiiiuren, zonder uit tedorfclien
latigheitderin\\voonders,onbebou\\vt. r^f. —.t.
Al het geboomte is meelt wilt. Eeni-
ge bomen geven zekere vrucht, die
bj d\'inwoonders met grote fniaek ge-
geten worden ; maer walgen onzen
land-aert. Daer groeit ook genber en
kaneel. Men zeit daer ook zilver en
gout-mijnen zijn.

D\'inwoonders zijn tweederlei, Si-
nefen en Formofanen. De Formofa-
iieniseen wilt, woeft en rou-volk.
De mannen vallen meerendeels lang
van ftal,fterk van lijf en leden,als hal-
ve reuzen: zijn van verruwe tulTchen
zwart en bruin, en gaen des zomers
ganfch naekt zonder fchaemte. Zy
fcheren het hair fraei; doch fnijden
hetmetgeen fcheermefch af;maer op
een hout met een parring:het klein of
korthair wort uitgeplukt met zeker
koper of yzer Werktuig : of met een
dubbelde draet van eenlamboe dae
^y het hair in\'tmidden door doeT

draicn het dan om en trekken in de-
zer wijze het zelve zoo aende baert

als i op andere plaetfen des hchaems
mt. De vrouwen daer en tegen ziin
klein en kort van ftal: hoewd vet en
Iterk ; van verruwe uit den bruinen
geehenookgekleet. DezewafTchen
des daegs twee mael met warm water
iiet naekte lijf af, zonder fchaemte
voorden voorbygaenden man.Hetis
een vriendelijk getrou en goethertlg
volk, niet geneigt totftelen en roven,
uitgezeit die van het dorp
Soulang.

Hun hooftnering enhanteringbe-
ftaet in hst velt te bouwen enriiste

nemen, wanneer zy in \'t veltgaen, een
pot of bamboes van dit dik , en een
bamboes met water: \'twelk
hen voor
koft en drank den gehelen dag ver-
ftrekt : maer van het bovenfte en
klaerileflechtseen weinig, en dient
hen dit alleen tot verfterking en lef-
fching des dorfts. De meefte rijs wort
in dezen drank te maken verbezigt.

De vrouwen, zoo niet op het velt
ten arbeit zijn, varen ook met hae-
re Champans , of kleine vaertui-
hen , om vifch en krabben te van-
gen en
oefters aen ftratjt te halen,
B 2 die

of ftampen ; maer gefchiet dit eeril
ten tijde, als zy die gebruiken willen-
te weten, des avonts hangen de vrou-
wen twee of drie bundeltjes over
\'t vuur te drogen, die zy des anderen
daegs twee uure voor dag flampen en
voor den zei ven dag toemaken. Dus
wort dit dagehx onderhouden, jaer in
jaer uit, en met meer als voor eenen
dag bereit.

Wijn of eenige andere fterke drank
die in andere geweften van
indiën
uit bomen getrokken wort, is by hen
met; maer wel zekere andere fterke
en hefeiijke vocht, die zoo wel de
herlfenen beftuift, als Spaenfche of
Rijnfche
Wijn. Dees wort by de
vrouwen aldus toegemaekt.

Zy (lampen gewalmde rijs tot deeg,
en kauwen m eel van rijs in den monf\'
die zy dan weder uit in een potje
Ipuuwen, tot ontrent een pinte nats.
Ditkauwfel, welk een zuurdeefem
verflrekt, wort onder de deeg ge-
daen te zamen wel gekneet en door-
werkt , en dan in een grote pot ge-
zet, met water daer boven op tegie-

Na aldus twee maenden geftaen te
hebben, is het een fterke,
iie£elijke
en Imakehjke drank. Dan hoe lan-
ger hy ftaet, hoe beter
en fterkerhy
wort, en kan tot tien, twintig en der-
tig jaren goetblijven. Hetbovenfte

desdranksiszooklaerenhelder, als
Wwater : maer het onderfte zoo

dikalsbry : welk gewonelijk metle-
pelen gegeten of met water daer by re

aiPtf^n rro^,.^^!____________________/

hebben : ja komen by wijle noch te
kort: niettegenftaende zy overfchot

van ruime velden hebben
Zyhebb^ tot den veldbouw geen

peerden oflen, noch ploegen; maer
haKken het land met houwelen om,
welke arbeid op de vrouwen aen-
komt.

De rijpe rijs wort met gene zikkel
algefneden, noch met een zeys afse-
maeit: maer halm voor halm een fpan
on trent onder d\'air met zeker werk-
tuig als een mefch afgefneden,en d\'af-
gelneden bymalkandre vergadertin

-ocr page 28-

die zy naeft de rijs voor haere befte
cn voornaemfte fpijze houden. De
vifch wort met fchobben en ingewant
in potten ingezouten, en aldus , na
eenen tijt lang geftaen te hebben, met
vui^igheit met al genuttigt : daerzy
geen afkeer van hebben : fchoon in
net uitlialen de wurmen en maden by
duizenden daer uitkruipen.

Midlervvijle zitten de mannen mee-
ftendeel leedig: inzonderheit jonge
fterke luiden van zeventien tot drie
en vier en twintig jaer : ouden van
veertig tot zeftigzijnmeeft met hun
wijven in \'t velt, by nacht en dag. Al-
daer hebben zy hunne ruft enilaep-
plaetsonder een klein hutje, en ko-
men by wijle in den tijd van twee
maenden niet in het dorp, \'ten zy
wanneer een Feeft gehouden word.
• De voornaemfte arbeit der man-
nen is jagen op herten, welk gefchiet
met ftiikken, Afagayen, pijlen bö-
ge. De herten eeten zy zelfs ^iet;
maer verkopen die voor kleeèjes,
hout en andere waren aen de S/ne-
len.

De hoofden , armen^J>e€nen of
ftukken van eenig ^eente hunner
verflagen vyanden worden by hen in
grooter waerde gehouden, als by ons,
zilver , gout, peerlen of eenige edele
gefteenten. By ontftaen van brant in
een huis, bergen zy dit voor alkan-
dere dingen.

Die met het hooft of fleehts met het
hair of een Afagay vanzijnèn Vyand
t\'huis komt, wort met juichen en het
aenrechten van grote Feeften ontfan-
gen; Ja zulk een zoodanig geëert en
ontzien , dat bykans in veertien da-
gen niemant hem opentlijk derft aen-
ipreken.

Niemant wort om dieverye, doot-
flag of overfpel opentlijk geftraft: elk
Wreekt zich zeiven, na mate van het
geleden ongelijk. Zoo de diefftal
in \'t hcht komt, de geen , dien het
goetontnomen is, treet met den ee-
nen of anderen vriend in het huis van
den dief, enhaelt\'er zoo veel uit als
hem goed dunkt, of als hy met hem
verdraegt

In gevalle by weigering, hy haelt
het met denzwaerdeofmetgew^elt:
vergadert al zijn volk en doet hem in
\'tby zon der oorlog aen, tot vergoe-
ding der fchade.

H

Zoo wanneer iemant eenen ande-
re by zijne vrouw in onkuifcheid
vind, hy gaet in deifelfs huis en haelt
twee of drie verkens uit zijne ftal, tot
ftraife des overfpels.

Zoo iemant wort dootgeftagen, de
vrienden ter beider zijde verzoenen
den manftacht met een zeker getal
van verkens of herte-vellen.

Zy doen elkandren op hunne ma-
nieregroote eere en heufcheid aen:
niet ten opzichte van meerder aen-
zien , waerdigheid , ftaet of rijk-
dom van den eenen boven den ander;
maer ten aenzien van hunnen ouder-
dom. In het ontmoeten op ftraet,
gaet de jonger een weinig uit den
weg , en keert den ouder de rugge
toe , tot dat hy verby is. Nooit derft
een jonger het bevel van zijnen ou-
der weigeren : noch in zijne gezel-
fchap zich yerftouten te fpreken.
Op maeltijden wort eerft eeten en
drinken aen den oudtften gegeven ,
zonder eenig aenfchou van andere
hoedanigheid

Mans-perfonen beneden de twin-
tig of een en twintig jaren mogen niet
trouwen: ook mogen zy van jongs af
tot hun vijf of zeventiende jaer het
hair niet langer laten waffen, dan tot
effen over d\'ooren : maer na dien tijt
wel. Wanneer zy weder lang hair
hebben , beginnen zy aenvang van
vryaedje te maken.

De vrouwen trouwen zoo vroeg,
als zy tot het houwelijk bequaem
zijn. Het vryen en trouwen gefchiet
in dezer wijze. Wanneer een jong-
man zin in eene jonge dochter krijgt»
ftuurt hy zijne zufter, nichte of een
andere vrouw uit het
maegfchap, ten
huize van de dochter : gewoonehjk
benefTens het goet, aen de dochter
tot eenbruitfchatte geven , met ver-
zoek van de dochter ten houwelijk
op de vader , moeder ot vrienden.
Zoo die in het verzoek bewilligen,
het gegeven goet blijft daer , en het
houwelijk is klaer , zonder andere
plcchtelijkheden te gebruiken , of
bruilofts-feeft te houden: en njtagh de

brui-

-ocr page 29-

bruidegom den toekomenden nacht i geflacht liaer eigen velden
by de bruit flapen. \' --------^-^i- r. i i

Het goed of bruidfchat is verfchei-
den,
na eens ieders ftaet en vermoo-
gen. De rijkfte geven zeven of acht
rokjes : ook zoo veel kleetjes om
\'tlijf: drie of vier hondert arm-rin-
gen , gevlochten van bamboezen:
tien oftwalef vinger-ringen,gemaekt
van metael of hertshoorn : vier of
vijf gordels om \'t lijf van grof lijn-
waet : tien of twalef kleetjes , ge-
maekt van honds-hair,
QnEtharao\'m
hunne tale genaemt: twintig of dertig
Kangans ot Sineefche kleetjes: een
groot bofch honds-hair ,
Ayam Ma-
miang
genoemt, daer een man ge-
noech aen heeft te dragen: een
hooft-cieraed , bykans als een
Bif-
fchops hoet, van ftroo en honts hair
gewrocht :
vier of vijf paer koufen

van onbereide herte vellen.

Slechte luiden geven drie of vier
arm-ringen van bamboefen: twee of
drie rokjes, en ook zoo veel kleetjes
om\'tlijf.

Die van middel-matigenftaetge-
ven wauneer.

De vrouw komt nier by den man in
huis woonen: maerzyblijftinhaer
huis, werkt, drinkt, eet, enflaept
daer: defgelijx de man in zijn huis.
Alleen komt des nachts de man in\'t
huis van zijne vrouw, moet heime-
lijk kruipen als een dief, zonder by
het vuur of keerlTè te mogen komen
of een wo ord te fpreken; maer moet
ftrax ftii-zwijgend op dekooygaen
leggen: zoo hy iet begeert, mag het
niet eifchen, maer hoeft een weinig.
Waer op de vrouw hem brengt, des
ny van noode heeft: en gaet zy dan
weder by het ander volk : naditge-
kheiden is, komt zy by hem op de

ilaep-plaetfe leggen.

Des anderen daegs, voor zonnen

opgang, moet deman opftaen, en

lieimelijkzonder fpreken weggaan,

enmaghdes daegs niet weder in huis
komen.

Het ongetrout man-volk , of ge-
trouwt, maer welk by de vrouwen
met flaept, heeft een afgezonderde

llaep-plaetfe in het dorp.

De vrouw heeft methaervoMc en

bebouwt tot lijfs-onderhout: opeen
zelve wijze de man: en blijft ieder
in zijn huis-werk en.

De vrouw vergadert voor den ma»
niet, nochte de man voor de vrouw
niet: maer elk huis-zorgt voor zich
zelf. De man werkt des daegs in zij-
ne velden: en de vroW in de hare:
en komen des daegs niet lichtelijk
by malkandre. In \'t by zijn van het
volk fpreken zy niet lichtelijk met
malkandre. Ingevalle de man des
daegs by zijne vrouw zal kom,en,dan
moet niemant t\'huis wezen , als zy
alleen: hoewel ook dit niet gefchiet,
zonder alvoarens volkomen verlof
van de vrouw te hebben.

De kinderen blijven by de moe-
der meeft in huis; doch komen ook
na den ouderdom van drie en twin-
tigh jaren, tot den vader.

Dan de vrouwen mogen voorhaer
vijf, zes en zeven en dertigfte jaer,
gene kinderen voor den dagh laten
komen : dies zy , by zwangernis,
de vrucht van \'t lichaem dooden: te
weten , haere leerareffen of duivel-
jaeghfters, die zy
InUs noemen,
drijven met dutiwen en perzen , op
den zwangeren buik de vrucht dood
en af; hoewel niet zonder
groote
pijne. Dit gefchiet uit geen af-keer
van de kinderen ; maer door leere
en bevel der
Inihs. }a het zou voor
een gruwel en fchande by dienland-
aertgerekent worden, ingevalle zy
de kinderen voor dien tijd te voor-
fchijn heten komen.

Daer zijn \'er , die tot vijftien en
zeftien male haer de vruchtin dezer
wijze laten vernielen en afdrijven.
Gekomen nu tot den ouderdom van
ontrent zeven of achten dertig jaren,
laten zy eerft de kinderen , zonder
iin \'s moeders lichaem te dooden, het
[licht der werelt aenfchouwen. De
mannen mogen eerft ontrent den ou-
derdom van vijftig jaren by hunne
wijven wonen, en vertrekken dan uit
hun huis en van ham geftacht en af-
goden : doch zijn weinigh t\' huis;
maer meeften tijd nacht en dag
in\'t
veld , daer zy een klein huisje tot
hunne
nacht-rufte hebben.

B 3 Zoo

-ocr page 30-

Zoo de mannen genen zin of be-
hagen in de vrouwen hebben, zy
moogen die verlaten en een andere
trouwen : doch het gegeven goet of
bruidfchat niet wederom nemen, het
en ware om gewichtiger reden : \'t zy
de zelve o verfpel gedaen of den man
geflagen of iet anders bedreven had.
De zelve vryheid , die de mannen
hebben, genieten ook de vrouwen.
Ja veranderen de mannen dikwils
tien en twalef mael van vrouwen: en
de vrouwen van mannen.

Ieder heeft flechts eene vrouwe,en
zeer zelden twee : welk laetfte by
hen niet voor wel gedaen gehouden
word. Niet tegenftaende zy vrouwen
hebben , zijn evenwel groote^hoer-
reerders: beide mannen en vrouwen.

Onder magen, tot in het vierde
lit, word geen huwelijk aengegaen.

De huizen zijn fraei gebouwt,met
zolderinge van Bambóefen, en vier
deuren; aen d\'ooft, weft, zuiden
noord-zijde : zomwijle ook met
acht: tweein\'toofte: twee in\'t we-
ite : twefe ten Szuide , en twee ten
noorde. Ieder huis ftaetgebouwt op
een hooge plaetfe van kley, tot on-
trent een mans lengte opgeworpen.

Tot cieraed hangen buiten \'s huis
aen de gevels herten en verkens
hoofden: binnen\'s huis pronken ee-
nige kleetjes , die zyvan deSinefen
voor rijs, en herten-vleefch ruilen:
defgelijx herte vellen, die zy in plaets
van zilver en gout gebruiken.

Het huis-raet beftaet in houwe-
len , tot den velt-bouw, in Afagayen,
fchilden , zwaerden en bogen , om
ter jacht en tegen den vyant te gebrui-
ken. De vaten, daer zy uit eeten en

I /

l\'i

aerde potten en kannen. ,

Wat belangt de klederen, de mee-
fte koftelijkite cieraedje isvanhon-
de - hair gemaekt : want gelijk hier
te lande de wol van de fchapen ge-
fchoren word, om klederen daer van
te maken,zoo plukken zy aldaer jaer-,

Huizeen,

eieren dan de klederen daer mede:
in plaets van goude of zilvere kan-
ten , ofkoitelijkc boorden.

Zoo iemant o verled,en is,word den Lijkßtkt.
tweeden dag het lijk op een ftfellaed-
je , gemaekt van kleine gefpouwe
Bambóefen, tot de hoogte van twee
ellen van de vloer,methanden en voe-
ten vaftgebonden geleit,en alzoo aen
een vuur, nevens den dooden aenge-
fteken, te drogen gelaten. Dan hou-
den zy, met het flachten van verkens
en lullig t\'eeten en te drinken, een
dood-feeft. Derwaerdsis eengroote
toeloop van volks uit het dorp: w^ant
aenftonds, na het overlijden van ie-
mand , word, voor het huis op een
trommel geflagen , gemaekt van een
uitgeholden boomtop welk geluit bei-
de mannen en vrouwen zich daer
naer toe begeven. Eik der vrouwen
brengt, een pot met drank mede, en,
na wel gedronken te hebben, danzen
voor het lijk-huis op een wonderlij-
ke maniere: te w^eten,op omgekeerde
troggen van groote uitgeholde boo-
men ; by na gelijk een oofterfche kift,
doch een weinigh längeren breder:
waeruitdoorde holte een domme-
lend gebit ontftaet: hoewel zyniet
danfen, fpringen, huppelen noch lo-
pen; maer verroeren flechts beide
armen en voeten een weinig.De vrou-
wen zijn aen twee rijen geichaert, ie -
der van vijf,met de ruch na elkandere
toe. De vermoeide worden by andere

vervangen. Dit gedans duurt ontrent

twee uuren. De doode leid midler-
wijle te drogen tot aen den negenden
dagh , niet zonder verwekken van
bykans een onlijdelijken ftank in\'t

_____^^ ___________ ^lïiiis; hoewel het.,alle daegs eensge-

opfch2^:nI zijn van hout, in vorm ! waflen en gereinight worA Denne-
vaneen verkens troch uitgehouwen:
i genden dagwordde doode weer van
de drink-vaten, aerde potten of Bam-! de ftellaedje genoom en ,
en , in«en

boezen : kooken ook de fpijze in \' matje gewonden, op een andere noo-

1 ____rontom met

lix de honden het hair uit. Zy verven laedje leggen, en word als dan we-
dit,tezamen gebonden, root en ver-1 aer afgenomen en bmnen s nuis

geritellinge, behangen rontom met
kleedjes als een paveljoen , geleit:

endanweergelijktevoorehetdüod"
feeft hernieuwt. ,,.>1

Tot in het derde jaer blijft het
lijk (reeds tot been en geraemte
opgedroogt) op deze tweede fteh

-ocr page 31-

na V Keizerrijk van

begraven, met hetaenrechten w^eer
van een feeft; hoewel fonder danzen. \'

In eenige dorpen halen zy den ge-
ne , die heel ziek en groote pijne
heeft, byeen ftrik om den hals op-
waerds , en laten hem dan, in ma-
niere van wippen, weder vallen ,om
denkranke daer door van zijne pijne
te verloffen, en aen een korte dood
te helpen.

^"ds-dienfi. Schoon niet een onder de Formo-
fanen een letter kan fchrijven ofle-
zen, zoo hebben
zy nochtans een
gedaente of fchijn van gods-dienft,
by hen van ouders tot ouders, door
mondelijkeoverlevering,ontfangen.

Zy geiooven aen geen begin noch
einde der Wereld : maer willen dat
■ dezelve van eeuwigheid geweeft zy,
en eeuwigh duuren zal.

D\' onfterfelijkheid der zielen is
by hen bekent, als blijkt uit dit vol-
gend gebruik.

By overlijden van iemant, word

voor deffelfs huis een hutje, inma-
niere van een ftellaedje, opgerecht,
met groente rontom befteken en
andere cieraedje opgetooit. Op ie-
der der vierhoeken waeid een vlag-
ge ai . Binnenin \'t hutje ftaet een Ka-
labas met verfch water, en daer by
leideen kleine Bamboes: want zoo
d\'oudften menen , komen de zielen
der geftorvenen dagelix in dit hutje
zich waffchen en baden : hoewel de
meefte het jQechts voor een manie-
re en gewoonte houden , zonder aen
de zielen der geftorvenen te ge-
denken.

Zy fpreken ook vanbelooninge en
ftraffe der zielen, na ditleven. Zoo
een menfch zich by zijn leven niet
w eldraegt, heeft h ƒ, huns gevoelens,
in een groote gracht van vuihgheid
queliaedjete lijden: ten tegen deel e,

die zich weldragen, i^omen over de
grachte aen eenen oort, daer een
vermakelijk en heerlijk leven is
Over deze diepe en vuile gracht is
een heel fmalle brug van Bamboe-
len geflagen, tot overgang voor de
zielen der geftorvenem Die zich
met wel gedragen hebben, vallen in
het overgaen , door het omdraien
van de brug, in deze vuile gracht of

Sina, öf\'Taijmg. • j ^

helle. Weinigen evenwel onderhen
zijn desbewuft, en nauhx eenen on-
der hondert.

De zonden, waerom zy defe pijne
in de helle hebben uit re ftaen, zijn
niet gelijk die in onze tien geboden
verboden ftaen; maer zekere ande-
re vercierfelen t\'onderhouden of te
laten, en by hen zelfs verdicht en van
gene waerde : als , op zekere tij-
den heel naekt te moeten gaen: op
zekere tijden kleedjes te moeten dra-
gen; maer niet van zij de: genekin-
deren voor het zesofzeven en der-
tigftejaer ter wereld te mogen bren-
gen : op zekere tijden gene oefters
te mogen halen : zonder op zeker
vogel gezang gelet te hebben , niet
te mogen uitgaen, rechten of iet zon-
derhngs beginnen : beneffens dier-
gelijke veel andere ongerijmde din-
gen.

Dies niettegenftaende, achten zy
het hegen, ftelen, endoodftaen on-
geoorloft.

Hoererije en overfpel , word by
hen voor gene zonde geacht; inge-
valle het flechts heimelijk maghge-
fchieden: want zy willen, dat hun-
ne goden daer behagen in fcheppen.
Zelfs d\'ouders ftaen den kinderen
het hoereren in \'t heimelijk toe, zon-
der het te verbieden: gemerkt mans-
perzoonen niet derven trouwen
voor hun een en twintigftejaer,

Zy erkennen niet een eenigen
god; maer hebben veel enverfchei-
de goden, die zy aenroepen en offer-
nande doen. Onder deze zijn noch-
tans twee de voornaemfte
Tamagifan-
hach
en Taxankpada, een god en god-
din, en gemael en gemahn : hy word
gezeid de menfchen frkel en fchoon
te maken, en in \'t Zuiden te woonen:
en zy in\'tOofte. Wanneer het in\'t
Oofte dondert, zeitmen
Taxankpa-
da
haren gemael bekijft, over het op-
houden van regen: die zulke ftem-
me dan hoorende, niet lang daer na
regen zend. Zy beide worden meeft
gedient, en met offêrhande vereert,
inzonderheid by de vrouwen.

Zy hebben een anderen god, die
in \'t Noorde woond en niet veel
deught,en by hen aengeroepen word,

om

-ocr page 32-

Twee Je Gezandfchap ^ of Be
om geen qiiaet van hem t\'ontfangen : plaetfe,daer defe Goden ieder in \'tbj

(Uili ---------------------111

want als God Timagifanhach de luiden
fchoon maela ; zoo maekt deezhen
weer lelijk. Waer over zy
Tamagifan-
hach
tegen Sariafing bidden, dat hy
hem bekijven en ftraffen wil

Behaiven deze zijn \'er twee andere
Goden : d
\'een Ta/^/^^/^ , en d\'ander
Tapahape géaetQn, die zyaenroepen
en dienen,(hoewel meeft de mannen O
wanneer zy ten oorlog trekken. Daer
cn boven (lellen zy veel duivelen.

Een eed wordt geftaeft door het
brcken.van een ftrootje met eikande-
ren, in plaets van zwecren.

De wijven, en niet de mannen, be-
dienen het ampt van priefters of lee-
raars, in ftuk van Gods-dienft, die zy
Inihs noemen. De opcntlijkedienft,
dien deze leerareftcn aen de goden
in de kerken doen , beftaet in hen
aen te roepen en ofTerhande te doen .
Ten offer hefteden zy aen de goden

fnijden alleen het hair van den hoof-
de. Vinden zy niemand op \'t veld,zy
rukken ten dorp in, en flaen al dood
wat hen voor komt. Zoo d\' overval-

gedachte verkens, ge walmde rijs, Pi-, plaetfe toe, en vallen by nacht , om
nang en meenigte van drank , herten | nietgezien of verraden te worden, m
en verkens hoofden. Na het offeren I des vyands velden, op toeleg van le-
ftaet een of twee van de leerareffen j mand in de veldhuizen te vinden.
op,enroepthareGodenmereenlan-i Dien zy vinden , \'t zy oi^ of jong,
ge reden aen: op het einde verdraeit) man of vrouw, flaen zy dood, met
zyd\'oogen in \'thooft, valt neder op i af-houwen van hooft, en afkappen
daerde,enkijktenfchreeuwtyzelijk: j van handen en voeten, en nemen al
ais dan vecfchijnen haer de Goden. ! den hufpot met zich : by wijle ook
Zy blijft eindelijk op d\'aerde neerleg- \'t geheel hchaem aen ftukken gekapt,
gen,alsdood,kan zich niet verroeren, om\'t huis daer mede te pronken:
noch door vijf of
zes man opgerecht i maer vervolgtdoor een grote menig-
worden. Ten lefte komt zy weder tot te, nemen zy flechts het hooft mee,
haer zelve, en beeft als met grote be- of, tot minder beletfel in \'t
vluchten

nautheid bevangen. Midlerwijlezijn
haer quanfuis de Goden verfchenen,
en doet \'t omftaende volk,welk meeft

wijven zijn,niet anders alsfchreien en , —

weenen: en drinken de meeften haer j Iers overmant worden,of eenige doo-
fmoor dronken. Na dit ontrent een i den of gequetftert krijgen, zy nemen
uure geduurt heeft, khmt delcerares
j aenftonts de vlucht: want Zo een van

op het dak der kerke, gaet op beide, hun volk dood geflagen is,\'t word by

■i

hoeken ftaen, en hout weder een lan-
ge reden tegens de Goden. Eindelijk
doet zy haer kleetje van\'c lijf af,toont

aen de Goden (gelijk zy voorgeeft)

r.\'

hén ZO hoog gehouden, als of by ons
een geheel leger geflagen» of in de
vluchtgedreven
was.Ook trekt zom-
wijlen een geheel dorp op:of fpannen

haere fchameiheid, klopt met de han- twee of drie dorpen famen,en trekken

den daer op, enlaet haer water bren- by daege tegens een andere plaetie,

gen, om het lichaem te waffchen: en om het zelve opentlijk te bevechten,

ftaet dus moeder naekt. Deze dienft Dus verre Kandidms Het volgend

gefchiet in \'t openbaer op de kerken, van Formofa behelfen de fchrif te van

Elk huis heeft ook zijne eigen tVricht. ^^^

zonder aengeroepen en met oflerhan-
de vereert worden. Zoo eenige zwa-
righeid voor handen is, de
Imhs wor-
den in huis geroepen,om defen dienft
te doen: welk met veeleplechtelijk-
heden en fpokerijen gefchiet.

dInihs vermeten zich ook geluk en
ongeluk te. kunnen voorfpellen: den
duivel uit onreine plaetfen re bannen:
welk zy doen met groot getier en ge-
raes: hebben een bloote Japanfe hou-
wer in de hand, en jagen den duivel
zoo langh na, tot dat hy eindelijk in
\'t water fpringt, en zich verdrenkt.

De meefte oorlog, dien de Formo-
fanen voeren, gefchied met lagen te
leggen en verraet,in volgender wijze:
Na een dorp nieuwen oorlog aen-
gedaen te hebben, by opzeggingh
van vrede, tot onderlinge waerfchou-
wing, vervoegen zich eenigen, ten
getale van twintig of dertig, naer de

-ocr page 33-

onder een eenig opperliooft ; maer
is verdeelt in elf iieetfchappyen of
machten , gelegen ten platten lande:
ieder met verfcheide lieden en dor-
den onder haer , behalve ontallijke
■ leerfchappyen, die op \'t gebergte leg-
gen, *

Onder de heerfchappye der Hol-

De derde heerfchappye is die van

den Keizer van Midag, gelegen tegen
A van
Teyowan, bezui-

den de Pafient/e-reviere.Dees Keizer
heeft zeventien fteden onder zijn
gebied : de grootfte is genaemt
Middag, zijn hof-ftad en verblijf-
plaets,
Sada , Boe dor, Deredonejel,
Goema, zijn vier andere voorname
nooit fteden der voorzeide zeven-

^i.V.\'lx\'«

Goema een brave ftad, gelegen
anderMve mijle van de
Paüentie
Ol Gedult reviere
, op de vlakte ;
daer al d andere op \'t gebergte leg-

Voorhene ftonden onder het ge-
bied van dezen Keizer zeven en
twintig fteden ,; maer d\'andere tien

vielen hem af. De Keizer hout seen
prachtigen llaet, en is inhetuitgaen
ilechts met eenen of twee verzel-
Ichapt. Hy heeft noit kriftenen in
dogen; noch genen tolk, om de fpra
ke te leeren; maer mochten wel (b

\'f EiUnd
formofa is
acht heer-
, fchitfpjg^

verdeelt.

door reizen.

Ontrent zeven uuren benoorden
Middag, en vier mijlen van zee, leid
de
Patieniie of Geddt - berg , alzoo
genoemt,om zijne moeielijkhei^ van
te beklimmen. Hy is vierkant gelijk

1 j __-""j—rrj-ie ucMuiinien. tiy is vierkant geil t

ïnnZ. T \' ^^beginnen) ) een tafel,en als mei handen gemlekt.
ftondeii voorheene m het Noor- j leid in een vlakken landou; zonder
der gedeelte
Smkkan , Tauakan, \' eenigebeigenontrent,en is metkreii-

r;; I l-^-^ofchWen. AenTeSl

Faberlang, Takkais, Tornap, Teremp, yjjde des bergs vloeit een reviere,met

Affoek.

De tweede heerfchappye of magt
is die van
Kahelang^ , een landfchap,
en eigentiijk de bocht van
Kabelang
by d\'onzen geheeten. Indezeheer-
khappye heeftnien twee en zeventig
fteden en dorpen , ieder onder ziin

kaSf \'\'\'\'\'\'\'\'\'\' ^^^

^ Noit hebben de Hollanders d\'in-

mkken 7v ded -^n To^ i ^ - en verfcheide dorpen. De voomaem-

^^^ ^ k^^-knechte^an geheel

daelders. voor tien rijx- lormofa. Defgelijx is d\' Overfte een

dapper helt, houteenftei ken wacht

zulk een fnellen ftroom, dat de fterk-
^Qformofaen daer nietkandoor-wa-
den : maer twintig of dertig te (fens
elkandere, gevat, gaen gelijk daer
over.Waerom de Spanjaerts haer niet
t\'onrecht de
Patientie-reviere ge-
noemt hebben ; wijl die dezelve wil
overwaden patientie of geduk moet
hebben.

De vierde heerfchappye is die van
Pimaba en gebied over acht fteden.

by zich, en voert geftadig oorlog te-
gen zijne gebuureii. Hyftontvoor-
heene in \'t verbont met de Hollan-
ders, en gedoogde aldaer eenen Ser-
jant met vijf en twintigh krijgs-
knechten. ^

De vijfde Heerfchappye is die
van
Sapat, gelegen heel op d\'an-
dere zijde van
Formofa , en heeft
haer gebied over tien fteden. De
Overfte ftaet in verbont met
Pi-
maba.

De zefte heerfchappye is genoemt
Tokabolder : heeft onder haer ge-
bied acht fteden met dorpen. De
voornaemfte fteden zijn groot en
klein
Tokabolder.

ïn Tokabolder leid een zeer hooge
bergh, die van
Tayowan kan gezien
worden.

Groot Tokabolder leidhoogh, en
wel een dagh-reizens in het ge-
bergte.

C De

na \'t Keizerrijk van sina cfTai/ing.
Het
eiland van Formofa ftaet niet zijn gebied met.der v/oon willen ge-

-ocr page 34-

Tweede Gezandjchap of Be-zend mg

De zevende Heerfchappye is die\'
van
Kardeman, een vrouwe, die by de
Hollanders, om liaere goedaerdig-
lieid tegen de kriftenen ,
de goede
Vrouwe
genoemt wierd . Zy gebied
over vijt dorpen. Wanner d\'onzen te
velde trokken, Huurde zy hen lijf-
toch! toe : zy had groot gezach over
haer onderdanen : was voorheene
weduwe ; maer quam namaels re
trouwen aen eenen Prins van den
lande : is ook in
Ttiwan geweeft.

D\' achtfte heerfchappye gebied
over twalef dorpen. De voornaemfte
zijn:
Deredou,Orraro,Porraven,Barra-
ha, ïVarra warra, Tanna tanna, Kuheca.

De negende heerfchappye is ge-
h^ttQYi Tokodekal, heeft ondër
haer zeven fteden en zeven dorpen.
De hooft-ftad is
Tokodekal , daer
d\'overfte zijn verblijf heeft.

De tiende heerfchappye is ge-
naemt
Pukkal: beftaet flechts in een
eenige ftad; maer is in beftek wel
zoo groot als de ftad
Haerlera \'m.Hol-
. land.
Zy voert geftadig oorlog tegen
de zeven dorpen van
Tokodekal. Des-
gelijx tegen
Percuzi en Pergunu, twee
lieden, Welke d\'elfde heerfchappye
maken.

Boven al deze voorzeide plaetfen,
zijn\'er noch eenige duizend heer-
fchappyen meer in \'t gebergte ; dan
onmogelijk, om de veelheid, metna-
me te noemen. Ieder magt of heer-
fchappye is op zich zelf, en geduurig
tegen elkandre in \'t oorlog. Maer de
plaetfen, die voorhene onder d\'on-
zen ftonden, wierden door hun ge-
zag en wijs beleit in vrede gehouden.

Het eiland van Formofa en Taiwan,
inzonderheit de kuft,is veel ftorm en
onweer onderworpen : ja worden
meenigmael, door kracht der wint,
hele bomen en huizen met het fcheu-
ren van muuren en daken ter neer
gevelt. Waer door aldaer jaerhx, in-
zonderheit in het ftorm-Saifoen veel
fchepen komen te blijven.

Harde en vervaerlijke aerdbevin-
gen ftaen ook beide deze eilanden
uit. Desjaers zeftien hondert vieren
vijftig, ontftont den veertiende van
Winter-maent, een gruwelijke aerd-
beving, die zeven weken vervolgens

lil\'
rj;

aenhield. Het regent daer zeer fterk:
waer over men aldaer niet langer dan
twee maenden kan te velde trekken,
in Winter en Loumaend : want dan
zijn de ftromen op het laegft . De
voomaemile regen-maenden zijn "

van gras tot oogft-maend. Daer zijn
twee
Moujbns of ftorm - zaifoenen :
d\'een de noorder en d\'ander de zui-
der begint metWijn-

maend, en duurt tot Lente-maend:
de tweede begint met Bloei-maend,
en duurt tot Herfft-maent,die de wij-
fel-maent by d\'onzen genoemt wort,
om zijn ongeftadige wint en weer.

Zeer vifch-rijk is de zee onder het
eilant /ömö/iï,inzonderheid van har-
ders en konings viflchen. De Sine-
fen van het vaft land van
Sina , ko-
men jaerhx tegen Sprokkel-maend
meer als met duizent Jonken ter har-
der-vangft : waer onder eenige twee
en drie honderd laften voeren mo-
gen. Ook loopt onder deze Jonken
een foort van fchepen, die zy
Koiaes
of Wankans noemen,een flag kleinder
Jonken, als hier de kabeljau-vangers.

De Harder is een vifch van groote
als fchel-vifch. De gevangen vifch
word in de ruch opgelpouwen als ab-
berdaen: als dan gepakt en ingezou-
ten, en alzoo door ganfch
Sina lot
fpijze verzonden, gelijk hier te lande
de haring doorgeheel£^^rö/f. Ook
word de kuit dezer vifch in potten
gezouten, die in haer vel geheel aen-
genaem en root blijft leggen, en voor
een lekker difch-gerecht by de Sine-
fen gehouden worden.

Voor de vryheid van het viflchen
onder dit eiland, plachten de Sinefen
de tiende vifch tot pacht aen de
Kompanjie te betalen.

Het eiland van Formofa bezit

Vrstchtbaer-

over al vruchtbare landouwen; maer tó des

leggen meerendeels, door nalatigheit

en luiheid der inwoonders , onbe-
bout: de vruchtbaerfte bezit de Kei-
zer N2i\\\\Mtdag. Hetgeettovervloe-
delijk rijs, tarruwe, gerft,geerft, Kay-
jang, genber , zuiker, mafquinades:
velerlei bomen ^ beneven hmoenen,
oranje-appelen, guyjavas, pizang, ci-
troenen, pompel-moefen, water-me-
loenen, pompoenen, ananaffen, ra-
dix

-ocr page 35-

dix-cliina,Kadjaiig,Fokkafokas,Patat-
tes, Ubes, warmoes, kool, wortelen,
en velerlei genees kruiden,en arends-
liout.
Katjang is een zeker klein zaet,
groen, zoo groot als koriander-zaet:
word gekookt op zoute en verfclie
vifch, en heeft een goedefmaek./fyf-
kafokas is een vrucht van fatfoen als
een peer;macr wel driemael zo groot,
onder wit en purper van kleur; en bo-
ven zo glatals een fpiegehwaft gelijk
pompoenen boven d\'aerde. Zy wort,
eerft aen vier ftukken gefneden, ge-
kookt by vleefch of fpêk,
gelijk rapen
ofwortelen,in \'tzop zuiker gemengt.

Men heeft\'er fchapen,hoewel wei-
nigh, veel wik gedierte, bokken, gei-
ten! , reen, fteen-bokken, konijnen,
nazen, tamme en zeer wilde zwij-
nen, tigers, beeren, apen , meer-
katten en herten in een ongeloofehi-
kemeenigte, die dikwils aen troepen
van drie duizend te zamen fcholen:
een brave wilt-vangft voor de Formo-
lanen. Daer lout zeker ander gedierte
by de Hollanders
Tayowans duivelv^-
noemt: lang een elle, enbreetvijf
duim. Het is volfchobben onderen
boven op zijnlijf, heeft vier voeten,
een lang fcherp hooft,met zeer fcher-
pe klaeuwen, en een fleert, die op
het eind fpitsachtig toe llrekt. Zijn
voedfel is geen ander dan mieren:
want, als het honger krijgt, lleekthet
de tong uit, daer de mieren, als zyidat
vernemen, gaen op-zitten.
Wanneer
het verneemt dat de tong, die uit de
natuur llij mig is, vol is, dan flokt het
de mieren tot deffelfs voedfel in.
\'tKan geen gedierte op d\'aerdbodem
quaet doen, dan demieren : is zeer
voor menfchen, en maekt,
zoo dra het menfchen verneemt,een
gat in cl aerde, en kruipt\'er in; of
rolt zich ront in malkander; maer
komt, gevat by de fteert, en heen en
weer gefchut, weer
tot zijne voOrige
geltalte: zulx hett\'onrecht den naem
van
Tay Omans-duiveh^,^ d\'onzen ge-
kregen heeft: want ten
aenzien van
een wilt beeft, heeft het
zijns gelijk
niet: gemerkt het
tegen niemand zal
«aen, noch fich verweeren. Men zeit
het nergens in ganfch Afien houd,
dan op dit eiland
Formofa, Men heeft

Hierm.

19

\'er allerlei gevogelte, behalven pape-
gaien. Daer zijn ook flangen, dui-
zend-been en, fcorpioenenhagedif-
fen, en meer ander ongedierte. Ook
vertonen fich by wijlen groote zwer-
men van fpringhanen.

Des jaers zeftienhonderd vijf en
vijftig, verfpreiden zich over het ge-
heel eiland
Formofa en Tayovoan, mee-
nigte van fpringhanen. Öp haereer-
fte verfchijning op
Tayovoan quam en
dezelve uit de lucht zoo dik neder-
dalen, als fnee-vlokken hier te lande;
zulx hemel noch aerde van elkan-
dre te kennen was : en het aerdrijk
over al met fpringhanen bedekt lag.
jSFa twee dagen verblijven, ftelden zy
haren koers na
Sakkam, met der mate
zich aldaer te vermenigvuldigen, d^t
geen plaets op
Formoja daer vry van
was. De Sinefen trachten de jonge
fpinghanen op te vangen, gelijk zy,
in den tijd van vier of vijf dagen, op
den bodem van
Sakkam ter zwaerte
van dertigh duizend pikol kregen.
Dan te vergeefs: en waren de Sinefen
ten langen lefte, ziende zy verloren
werk deden, daer uit gefcheiden. De
zuiker en rijs-velden wierden al om
bedorven, en door dit gediertekael
gemaekt. Grooten overvloet van
goutbeftuit dit eilant in zijne
bergen,
hoeweldie ongeopentblijven.

Tegen \'t Noord-pofte van Formofa
leid een groot goud-rijk geberghte
Het is omringt door zeker ander
marmer gebergte , en loopt aen den
voet dezes geberghte een zeker
ftrooni, met zeer vele kromten en
bogtenalseen doolhof; zulx iemant
die dit gebergte zou willen aendoen,
zeven en twinrigmael dien zou heb-
ben over te trekken ; niet zonder
groot gevaer,ter oorzake van de ftee-
nen, die van den eenen en anderen
kant afvallen. Inoogft-maentword
door de zware regen een ongeloofe-
lijke meenigt^e gouds uit dit gebergte
afgefpoelt,welk komt vallen in zeke-
re putten, aen den voet des gebergte
gemaekt. D\'inwoonders ,\\lie alle
goud-fmitten zijn, en rontom deze
plaetfe in huizen wonen , trekken
daer na het water uit defe putten, en
vinden op den gronthetklaer gout.

C 2 Dit

na H Keizerrijk -van Sina ^ of Taifïng.

f,

-ocr page 36-

Dit gebergte word bewoont by ze-
ker volk, \'twelk niemand onderda-
nigh. is , nochte van niémand kan
overweldigt worden.Dikwils hebben
de Hollanders getracht eenen aen-
flag op dit gebergte te doen; dan zijn
f ellekens door d\'onaenkomelijkheid
der plaetfe te ruch gedreven.
Wezen chr Wat belangt de geftaltenis en we-
mrvoonders. ^^^ der Formofanen: de mannen val-
len kloek van leden, inzonderheid
die op de vlakten woonen : maer de
berg-luidenwatkleinder : hetvroii-
volk helt na den kleine kant. Zyzijn
vol van aenzicht, groot van oogen,
plat van neus; maer gemenelijk groot
van borften, baerdeloos, niet uit de
natuur, maer door het geftadiguit-
trekken der hairen ; zoo dra een
nieu komt uit -te fchieten : dan ten
tegendeele wonder larigh van ooren,
by hen voor een groote cieraet ge-
houden : die in de lel door-boort
zijn,en met het opfchroeven van een.
hoorntje, fchroefs-gewijze ge vormt,

ront eri breet uitftaen. Eenigen fle-
ken tôt cieraet in de gaten een klein
tafel-bort, boven mate kunlligh ge-
verft en gefneden ; anderen gefchil-
derde fchelpen , inzonderheid op
feeft-dagen, wanneer zy voor hun-
ne afgoden verfchijnen ; want op
andere dagen latenze d\'ooren bloot
zonder cieraet en ongefchroeft neer-
hangen ! die dan, zeer lelijk om te
zien is, by na tot half wegen de borft
komen. Het hair is git zwart en lang,
en word op tweederlei byzondere

manieren gedragen : te weten by de
meeften gelijk hier te
lande.Maer an-
dere hebben het na d\'oudeSineefche
wijze,boven \'t hooft toegebonden of
gevlochten in een tui^- De kleure des
aenzichts en Üjfs is zwartachtig geel,
of tuffchen geel en zwart. Maer het
man-volk van
Kabelang tuflchen geel
en wit. Het vrou-volk van
Mtdag
is geel van kleur ; defgelijk dat van
Soeten Nouwe en het eiland Lamey.

Zy zijn fterk van geheugenis,

goet

-ocr page 37-

goet van verflant, en fclierp van oor-
deel , willig en bereid, boven andere
Indiaenen , tot het kriften geloof
tontfangen.

De dragt des zomers is flechts een
katoen kleed : boven ruim als een
ilaep-laken, over be borft aen twee
hoeken toegebohden, en onder den
eene arm door-geflagen : zulx d\'ee-
ne zijde des hchaems gewonelijk be-
dekt en d\'andere bloot blijft. Om de
"liddel is het toegegort, en hangt tot

Iragen noit fchoe-
nen nocii kouzen; maer wel te mets
zekere vdt-fchoenen, gemaekt van
fteen-bokke-velien, en metbantjes
boven toegebonden.

Des winters bedekken zyhunli-
chaenimettigers, luipaerts, beeren
andere vellen, tegen de koude.
D ouderlingen, die onder het gebied
van ^^^ W ftaen, waeren voorheene

op zijn Holiandfch gekleed; maer al
dereftdesvolk opzijn Sineefch.
voor de komfte der Spanjaerts en

T>rncht.

Hollanders gingen al d\'inwoonders-
naekt. De berg-luiden gaen naekt,
flechts bedekt met een klein kleetje
voor hunne fchamelheid.

De dragt der vrouwen komt meeft
over een met dien van de mannen;
^eenlijk met die verandering,dat zy
doeken om de been en hebben geflin-
gert en gebonden : zy dragen boven-
rokken , doch niet verder dan tot aen
haer middel-lijf,en onder een katoen
kleetje, tot aen de knien. Het hooft
is bemopt met een zijde of felpe
doek , van twee Hollandfche ellen
lang, welk met twee einden op haer
voorhooft,gelijk twee hoorn en, voor
uitfteekt. Schoenen worden noirby
haer gedragen. Ieder vrou heeft ge-
wonelijk een verken achter zich loo-
pen, gelijk een kind.

Cieraets halve hebben de mannen
de huitvanhunborften, ruchen ar-
men, met zekere verf befchildert,
welk in het vleefchblijftzitten, en
noit lutgaet: draegen ketenen van
C 5 glas-

21

-ocr page 38-

glas-kralen om hals en armen , en
yzere ringen , die zeer vaft fluiten,
van de voorhand af tot aen de elle-
boog toe, met zulk een naeuwe ope^
ning , dat zy onmogelijk fchijnen
over de hand te kunnen gedaen wor-
den : defgelijx omdebeenenfraeie
■ witte fchulpen gevoegt neven elkan-
dre, gelijk een kant.

Het man - volk van Tokkadekol
dräegttot cieraet een lang riet, welks
eene punt achter op zijn middel
ruft, en d\'ander is verre wegh boven
zijn hooft gebogen, en aldaer ver-
ciert met een wit of root vaentje:
niet breeder dan twee handen; hoe-
wel tot negentien uitgeftrekt word.

Het hooft is hen op heilige dagen
verciert met hanen-veren en hanen-
ft:eerten,en d\'armen en benen met be-
ren-ftaerten.Het vrou-Volk,draegt tot
cieraet, om haeren hals ketenen van
glas en fteenen ; eenigen ook van
rijxdaelderl Herte-vellen, flechts op
d\'aerde neer - gefpreid, verftrekken
bedden en dekens. Zy hebben ge-
ne ambachten noch ampten; maer
een iegelijk maekt het geen hem van
noden is. Weten zeer vaerdig met pijl
en boge om te gaen. Zijn gaeuwe

zwemmers,engrotewater-treders,eii

kunnen met eenen HoUander gemak-
kelijk over eenfnelle ftroom treden.

Zy oefenen zich inzonderheid in
\'tlopen, en zijn wonder vluch te
voet: ja is geen volk ter wereld, welk
hen hier in te boven gaet, nochte kan
geen peert, in \'t lopen, tegen hen uit-
herden. Onder het lopen
hebbenze
in ieder hant zekeren klinker van
yzer of ftael, lang
ontrent zes duim,
en breet vijf duim,
rond gebogen,
daer zy mede op d\'yzere arm-rmgen
t\'ellekens
klinken, tot aenmoedi-
sing in\'t lopen : ras of langzaem, na
zy ?as of langzaem lopen.

Zy vaeren niet ter zee met fche-
pen , maer wel op de ftromen, met
klein vaertuig,uit
een gehelen boom
gehouwen.

-ocr page 39-

gegoten. Oepot, dus opgevuit, en
wc!dichttoegemaekt met cement,
wort Zeven voeten onder d\'aerde ge-
ißelt, den tijd van een jaer lang.
E\'m-
dehjkwordde pot uit d\'aerde geno-
men
en uit de rijs al devocht(want
meelt al het water is in d\'opgefvvollen
rijs getrokken)
mee handen uitge-
drukt. Na verloop van acht dägen ver-
andert
deze uitgedrukte vocht in een

bequameii en zeer gezonden drank,

------- , , vudiiw^i. iv^iisaiiL

een kint geboren word, maekt de va-
der twee of drie potten van dezen
drank vaerdig, om ten troudage des
kints, en eer niet uit te fchenken. AJ
de wilden, mannen en vrouwen, zijn
zeer genegen tot dezen drank : en is
dêes ook \'tgrootfte onthael, waer
mede zy iemant befchenken, die hen
^omtbefoeken.

Noch is by hen een ander drank ge-
fbruikdijk
Äuthajgen3.tmt, gemaekt
mt de voorzeide uitgeperL rijs:
(want dezelve word bewaert en niet
weg-gefmeten) te weten een hant vol
van die rijs word in cenkalabas van
vier mingelen gedaen, en voorts vol
waters gegoten. Deze is een koele
drank, niet fterk, en heeft alleenlijk
een na-fmaek van
d^Mafakhaum.

In het Noorder deel van
glichen
Ktlangcn lamfuy,tn tufTchen

TamJuy^ndmPatientie-bergv^ontm

ander drank van haut-afTche gemaekt,

. ^ vjij^s,!! uiij Lc uijiiKcxi : want

hy veroorzaekt den roden loop; hoe-
wel gezont voor de Formofanen. De
dageiixe drank is water.

De gemeine en dageiixe fpijze is spijze
gedroogt herten- en Wilt-zwijnen-
vleefch cn vifch, al raeu, zonder te ko-
ken of te braden , zelfs de darmen
worden by hen raeu genuttigt. Ge-

«roirMrlo «.«ie li___1 , I-

/I , ö^^wuucn aranK, i

ven oiwortÄrrÄr\'i;

enaengcnamervanfma k. ,Hy w«d ^

bewaeït in dezelflennrr^n i». , ® \'^art als

de over bedeirS^Ter"^ ^
die tweeen drie hondert St\' d.^vT"

dezendrankhebben. Wanneeriemant!

een kint geboren word, maekt de

va- I _______ 1 _ . ^ . \'

Gewalmde rijs is, die in een pot\'
met gaten over een andere pot, met
kokend water, gehangen heeft, en,
door het ontfangen der warmte, week
en zoet geworden is. InhetZüider-
deel van
Akkou en Zoe ten au worden
koeken van rijs gemaekt. Her herten-
vleefch word by hen op een zonder-
linge wijze aldus bereit: te weten, al
het vleefch, gefneden van de benen
op ftrooken van twee vingeren dik.

D\'inwoonderszuigenook toebak,
doch groeit daer niet; maer wort hen
die uit
Sina toegebragt. De pijpen
zijn van dun Bamboes-riet, met ftene
hooiden. Die d\'onzen daer veeltijds

dronken, wiert gebrast: dees

IS fterk en flecht, gelijk affchraepfel

van tabak.

De huizen zijn algebout van hout Huken.
en Bamboes-riet, uit onkundigheit
van kalk of fteen te maken, die, ter
oorzake van de vergangkelijkheit der
Bambóefen, niet langer dan vier of
vijf jaeren ftaen kunnen blijven. Dan
worden d\'oudegefloopt en nieuwe in
de plaéts herbout; hoewel niet zon-
der grote onkoften ; doorhetgulzig
drinken der timmerluiden , geduu-
rende en na den bou-tijd : zulx een
arm man naulix een huis kan opzet-
ten. In \'t gemeen ftaet een huis zes
voeten hoog van d\'aerde , op opge-
worpen klei, als het fondament welk

eerft

na V Keizerrijk van Sina cfTa\'éng. 23

mawoonaers hebben gene ken- die zeer krachtig is ; maer ongezont

voor d\'onzen om te drinken : want

nis van bier te brouwen , gehjk hier
te lande , noch maken geen wijn,
by mangel vao druif. Maer wel is by
hen zeker drank in gebruik, zoo fterk
als wijn,
gtn^QmtMafakhauvo oiMa-
chiko, dïQ
jan rijs en water in dezer
wijze gemaekt word. Een pot, van
grote byna als een Bordeux oxhooft
of hele bi«T-ton, wort met een wei- wuiuca uy us
niggekauwdeen voorts met gekook- walmde rijs verftrckt hen ko^ot die

^^ de vuift in den Lt

reaoterSel

gegoten, l^epot, dus ODPCVU t. en G^mol^^« . .

-ocr page 40-

eerft geleid word, en rijft van de ftraet
een brugge na de zelve om over te
gaen : het voorfte deel van\'tfonda-
dament loopt voor halve maens ge-
wijze ront; desgeiijx voor het dak van
den huize. Het dak, gemaekt van
ftroo en ander dektuig, tot de hoog-
te van twintig dertig en meer voeten,
Ipringt of is getrokken wei vier voe-
ten buiten het huis of gevel, omb^^
regen droog daer onder te ftaen. Ie-
der huis is bynazeftig voet breet, en
twee hondert voeten lang, al met een
eenig vertrek en eene verdieping.
Met allerlei fnuizeryen van zwijns-
tanden, glazen, fchelpen aen draden
gebonden , ishetoverdak behangen:
waer uit door het waien tegen elkan-
dre, een zeker klank ontftaet, zeer
aengenaem voor hen te horen. Het
dak, te voore op den gront gereet ge-
maekt , wort door de bouwers, ge-
fchaert aen twee parthyen , d\'eene
aen d\'eene, en d\'ander aen d\'andere
zijde, op het huis gezet. Na het op-
zetten des daks zetten de bouwers
zich geweldig aen den drank en zui-
pen den Bouheerbyna arm. Herbou-
wen word by hen op een gezetten
tijdt van \'t jaer aangevangen : tew^e-
ten, in Lou- en Sprokkel-maent: aen-
gezien deze droge maenden zijn.
Dan voor het bouwen flaen zy zorg-
vuldelijk hunne dromen ga, met die
des morgens tegen elkandre op te ha-
len. Is de droom van een paei of Pi-
fang-boom of korten Bamboes, het
wort by hen voor een goet beduitfel
opgenomen en met het
bouwen aen-
gevangen. Maer wort voor
een quaet
beduitfel genomen, zoo
de droom op
een langen Bamboes ,
Foerih in de
landtale
genoemt,uitkomt; zulxhet
bouwen
daerom geftaektwort.Ophet
aenvangen van hetbouvven, fpreken
zy aldus tot eenen van hunne
Go-
den : Vader , hlijve ons hy , ah wy uit
Bamhoes fnijden gaen.
Wy fullen ueen
huis houwen en het
md Jlopen : dan zul-
len
wy u meer dienen ^ dan oit te voore.

Ge-

-ocr page 41-

ganich \'Maling, \'twelk zoo veelzeg-
gen wil.
U , O Goden , ter €ere , u
deze Bamhoes nu gefneden, van wegen
ghy onze dromen goedt gemaekt hek.
Deze fmalle Bamboes wordniet van
zijne bladen befnoeit, ten einde de

w A CD L^WiA Ikiii> ^ \\ J ï IJ. —

Zijdedes tempels: want aen de Zuid-
zijde is^de begraef- en ofFer-plaets
hunner doden ; maer aen de Noord-
zijde des tempels word alles geofTert,

wat levendig is.

Na het afkappen der Bamboefen,
20 veel van node is, word het oud huis
om verre gehaek ; doch alvorens een
kiem hutje opgeflagen, als flegts groot
genoechis om hun goet te kunnen

daermverbergen.Eerdeboueenaen-

vang neemt, wordden Goden opgeof-
iert, een bos
Pinang, gewalmderijs.en
een droge harder : of
zekere andere
Vilch, metverzoekaenhen, van niet
toornig daer over te zijn;
Want,voegen
zy daer
o^,ivy willen u een nieu huis hou-
wen: wy hidden u,lewaert ons. O ghy,die
ons in al ons verdriet en tegen onze
vy-
anden hefchermt heht, en in allen noot
bezorgt, wy hidden u, zijt niet toornig
over ons: ontfangt onze offerhanden, f«
trede met ons in onze nieuwe huizen.
Dit
naulix geeindlgt, word onder hen om-
vraeg na eens ieders dromen van dien
voorigen nacht gedaen. Die den be-
ften droom heeft gehad, moet eerft
aenvangen te werken, Dees offert dan
aen de Goden drank en
Pinang, en bid
nen te willen vergunnen twee gaeu-
Wchandcn
,om te werken.Wanneer de
muuren gemaekt zijn,
moet demee-
fter des werks d\'eerfte intredeinhet
meuhuisdoen : die dan eerft een gif-
te aen de Goden voor alle menfchen
opoffert.

^^^ tijde van het opzetten des
R k of vier wijven met

Bamboefen vol waters in haere han-
den, dat zy geftadig daer uit drinken
en t elkens weer uit de mont fpuwen.
Zoo het water uit haere mont recht

vnnr uu l: moiit rccht fpck gewaerdight : maer al de reu-

voort uu komt te vliegen, zulx word Ifd en ingevvant of afval ten offer aen

\' D de

H - ^ -------- ^ -mr mn jÊ. a.^ ^ ^ ^^ ^

zwinder zy lopen, hoe eerder het dak
zal opraken. Na het dak volkomen
opgezet, en \'t ganfch huis voltoit is,
word\'ervveerluftiggezopen,tot dron-
kenheit toe. Een weinig van den hui-
ze zitten twee of drie mannen, ieder

_ \' -—„V, \'-\'-\'^^•■«■vi. wiic iiiiinncn , icucr

Goden kunnen zien , dezelve voor is I met een zvvaert in de hant welkzy
afgekapt; maer geplant aen de Noord-
gen^GmiTatak aenbieden; zeggende

tot hunne Goden. Hierdrank. Koom
laet ons te zamen drinkem. Zi]t niet toor-
nig over ons volk. Zijt ons hehulpzaem in
den opbou.Eïnddïjk wort weer na eens
ieders dromen omvraeg gedaen. Die
den beften heeft gehad, moet eerft de
vloer leggen, en eerft vuur ontfteken.

Dan voor het offeren aen de Go-
den, biedenze aen hunne Profeterffen
of duivel-jaegfters een bos
Pafie, dat\'s
een gerf ongedorfchte rijs,mQX verzoek
van des middags aen hunne huizen te
willen komen,ten ofler van een zwijn
aen de Goden. Het zwijn, welk op
t\'ofièren is,word met zijn hooft tegen
\'t oofte (want de Godt van \'t oofte is,
huns gevoelens,beter dan de God van
\'t wefte) gelelt en op de ruch in vollen
flag met een rijs-ftamper geflagen,
zonder het hooft magh geraekt wor-
den , uit vreze voor querfing der kae-
kebenen: want die moeren heel en on-
gefchonden blijven. Komt de rijsftam-
per onder het ftaen te breken,het wort
by hen voor een teken opgenomen
van binnen \'s jaers te zuilen ft erven.
Te gelijk met het zwijn word
Pinang,
Sire
en gewalmde rijs opgeoffert, en
op\'t hooft een weinig
Mafakhaw ge-
plengt. Eindelijk fnijdt men de buik
des zwijns uit op kleineftukken, en
leid een ftuk in huis op de kift, tot cie^
raet, met bidden aen de Goden te wil-
len de kiften vullen met koftelijke
goederen.

Van gelijke word een ftuk op hun-
ne zwaerden en fchilden geleit, en
bede den Goden geft\'ort,,om ver-
fterking tegen hunne vyanden. Ja
geen
Halabas is in huis , of word
mether opleggen
Van een ftuk buik-

Gekoffleti in de Bamboes-boflchen,
word eerft een der alicrdunfte om ver-
re
gehouwen , en deze reden daer

by hen voor een teken van langduu-
rlgheit des huis gehouden. Dan ge-
I zwintmoeten defev/ijven komen ge-

g^N-^^v^v»V, , —«tl»,!, i -.L^vviuiuLic\\vjjvenKUjiicnge-

o\'^&igé^2.éki-.lpatahoang;,Tuataki,Ma- lopen;wanthoejiunsbedunkens,ge-

-ocr page 42-

de Goden in verkeft-fchotten gebragt,
met deze woorden daer over t\'uiten :
Dit geven wyu, onze Goden, om onze
zvoijnen te hevoaren en vet te maken.
Voor haer moeite krijgt de duivel-
jaegfter tien bos pagie , een vadem
gefchildert kleet: de rechter fchou-
der van ieder verken, een ftuk des
zwijnsbuik, een (luk van\'thert, le-
ver , nieren , een weinig reufels en
Mafakhaw : eindelijk word zy ver-
zocht van alle daegs tot hunne hui-
zen te komen, om te bidden, datzy
lang mogen flaen. Een zulke kracht
fchryven de Formofanen deze offer-
hande roe,datfy geloven dat geen dui
vel of geeft hen nochte hunne huizin-
gen kan befchadigen of quaet doen.

Zoo by ongeval brand in deze hui-
zen komt t\'cntftaen, (waer door dik-
wils heele buurten ja dorpen, door de
lichte onvonkbaerheit der ftofTe, aen
kolen raken)de fchult wort op den eer-
ftenmangeleit, dien zy op ftraet vin-
den , fchoon zulx niet waer is. Dees
moet daer voor vergoeding van fcha-
de tot heropbouvving geven: is hy on-
willig, zijn huis wort hem verbrant :
wort\'er niemant gevonden, ieder biet
den gene,wiens huis verbrant is,de be-
hulpelijke hant in het heropbouwen.

In dezer wijze worden de huizen
op de vlakte gebout
, maer die op de
bergen zijn geiijk zwijne kotten.

Wat belangt de magt en fterkte de-
zes eilants -.het is zeer manrijk: want
haeft onmogelijk is te brengen de gro-
te meenigte des volks inrekening.De
Steden, door het geduurig
oorlogen
tegen elkandre, zijn met allerlei von-
den van vaftigheden
gefterkt; en om-
ringt,inplaets van muur^n, met dikke

en vafte bolTchaedjen, veel vafteren
fterker,dan
eenige wallen ^muuren:
want de
bomen in de bollchaedjen,
zijn zeer dicht en tot over de drie
hondert treden in de brete geplant.

D\'uit en ingang is flechts een kruis-
padt, met vele bochten en omwegen,
daer niet meer als man voor man

door

Sterkte dei
Eilnnds,

-ocr page 43-

door kan gaen. Ter weder zijde van
dit naii pat, zijn onderwegen noch
verborgen pla-etfen , daer zy ter lage
kunnen leggen, zoo dat geen men Ich
fcheut vry voorby kan komen. Des
nachts zijn deze wegen beze| met
voer-angeis, fcheen -angels en buik-
angels van zeer hert hout: ook beleit
met ftrikken, die twee groote angels
in ieder zijde des optreders fmijten.
Na hun welgevallen kunnen fy dit pat
veranderen en weer een ander maken.

In Middagh en Pimeha]^. in ieder
Stadt byna zijn drie of vier zeer hoge
torens van bambóefen, daer op nacht
en dagwacht leit, in vollen geweer,
mejpijlenboge.

Zy voeren geüadig tegen eikande-
ren oorlog, Heertegen Heer, ja dorp
tegen dorp,welk duurt zoo lang d\'een
of ander overwonnen, of onder een
Opperhooft gebragt is.Eer zy te velde
trekken,geven zy alle nachten te voo-\'
re acht op hunne dromen, en opliet
gezang en vhegen van zeker klein vo-
geltje, genaemt Zoodeesvo- ..zonaa
gel hen meree^n wurm m de bek tegen | iemanc by haer tehken, tenolFer-

näH Keizerrijk van Sina ofTaifing,

12.7

pronk, tot zege-tekenon hunner na-
komehngen, gelijk hier te lande de
fchilderyen of gehouwe beelteniffen.

In her weer te velde trekken wor-
I .den by hen de bekkenelen, in denlae-
ften ilag verovert, met hen genomen,
en de monden vol rijs geflopt,met de-
ze bede daerover

u, laet onze geefl met ons te velde trek-
keu, en ons hehulpzaem in het bevechten
der zege zijn. Is dit uwe wille,wy heioven
u van nu of aen me t een gedadig offerte
hefchenken.
Wanneer zy den neerlaeg
hebben gekregen, met fneuvelen van
eenigen hunner, keren zy na hunne
Steden met droevig geklag,en maken
mannenvan doeken, nagelijkenis der
gefneuvelden. Deze doen zy begra-
ven in gelijken fchijn ofze d\'eigenfte
perfonen waeren, en den duivel-jaeg-
\' iter vöor de zielen der verftorvenen
offeren, met verzoek aen de zielen
van nietby den vyant re willen gaen;
maerby hen geftadig blijven, nochte
den vyant te zeggen, waer zy zijn.
i>an gaet de duivel-jaegfter, zonder

Maniere
\'vanoorlo\'
gm.

te zullen bevechten.Maer vliegt deze
vogel van of voorby hen heen, \'t ont-
ftelt hen zeer, en doet hen weer te
ruch keren. Tot Veltheer, dien zy
Ta-
mat awa
noemen, word een der ftrijd-
baerfte en kloekmoedigfte onder hen
allen gekoren. Noit word by hen een
veld-tocht aenge vangen, \'een zy by
voorgang van olTer aen de Goden,
om een goet geluk.

Over den overwonnen vyant word
geen meedogengetoonr,nochlijfgena
gegeven; macrailes tot vrou en kinde-
ren toe vermoort; ja \'t is hen niet ge-
noech dc menfchen vermoort te heb-
reufel van een geflacht zwijn; desge-
lijx eenige voeten,met gewalmde rijs.
Pinang en Mafakhaw. Na haer weder-
komft e verhack zy quanfuis,welk een
droevighgeklagh de zielen gemaekt
hebben,tn hocfy uitgehongert waren. /
De wapenen zijn pijl en boge,fchik

hoofden op oj gerechte ftaken ten to-

c^n zweert oi bredehouwers,werp

fagayen Zo lang als een halve piek,met
dne weerhaken aen wederzijde, diefy
op het een eind, by een lang tou, aeri
het hooft hebben vaft gemaekt. Wan-
neer zy nu iemant met zulk een
Hafa-
gaye
hebben getroffen , palmen zy
het tou na zich toe , en t\'effèns den

Kpn . «niAr Kr« —(.uu ua zien toe , enrenensaen

df.;. nt^ln.?.®\'^ ookdehoofden getroff^en tot dicht by hen, dien zy

acr ver iagUK ten prael t\'huiswaert, met de rechte handhethooft, gevat

onder het toejuichen van vrouwen, \' ...........\' \' &

kinderen en ouderhngen of geleer-
den. Dan eer zy binnen de plaatfeii
hunner Steden komen, ftelienze de

, 10 —----^^ I ^ijii} ntv-L Mit uccne party,

ze^ nf aen de zelve offèrhande j gewapenrmet eenfehilt, twee kleine

vervolgens, i houwertjes van anderhalve voet lang,
^Ih W^ff dezelve, ontbloot; een grote werp-pij] en vijf of zes kld-
^analheLVieefch,mhunnehuizente| ne pijlen ; desgelijx een ander, uit

D 2 dan-

by de linke, afhouwen. Niet altijts
leveren ook de ganfche heirfcharen
elkandren te gelijk fïagh ; maer by
wijle, wanneerfe by elkandre geko-
men zijn, treet een uit d\'een e party,

-ocr page 44-

verwinnaer flaet den verwonnen het
hooft af,zetten hetzelve op een pael,
znijden het vleefch af, en maken zich
vrolijk met daer rontom te danfTen,
onder \'t drinken van
Mafakaw;kQ&ïtn
alzoo zeeg pralend t\'huiswaerd , en
fetten de bekkenelen aldaer te pronk.

d\'andere parthy,met gelijke wapenen. | op het Wat: komt hetblatnadedui-
Beide deze vechten
zoo lang, tot dat vel jaegfter te hellen, \'t is een teken
d\'een of ander d
\'o verhand heeft. D\'o- van behoudenis des levens : gaet het

Zoo iemant onder de Formofanen
of wilden, komt een ziekte te krij-
gen , dan wort een genees-meefleres
(want het vrou,en niet het man-volk
bemoeit zich met het genezen der
ziekten) ontboden, welke de plaet
fe des weedoms ontdekt door vragen,
flerkt, beweegt en vrijft: zulxdezie-

Genezing
der ziekte.

kranker wort: vv^ant kennis van krui-
den of andere geneesmiddelén, dien-
ftig ter genezing , is by hen niette
vinden.
Zy flaen den kranken toe al
t\'eeten, wat hen luft. Dan eer de
Ta-
mat atah
(zoo worden degenees-mee-
flereffen daer te lande genoemt) by
den kranke komt , offert zy aen de
Goden, is de ziekte klein, met den
drank
Mafakhaw ; maer met Pinang
cnSiry ,
zoo de ziekte zwaer is. By
aenhoudinge der ziekte wort een dui-
vel-jaegfter ontboden, welke »geko-
men by de kranke, aen de Goden
Ta-
gitelag
en Tagefikel offert, hoewel de
duivel jaegfter met den beflen buit
gaet ftrijken. Wil dan noch de ziekte
niet verminderen , zoo komt de ge-
nees-meefteres, met de duivel jaeg-
fter wederom en ftelt bezwering te
werk,
O ver den uitflag der ziekte, ten\'
leven offterven, in dezer wijze : de
duivel jaegfter, met voorgevi\'ifg van
met den geeft des kranke te willen
fpreken , vat de vingeren des kranke
en rektze uit: knakken de vingeren.

zoo niet : \'t is een voorbediedenis,
gelijk zy zeggen , des doods. Ten
tweede wort een blat van zekeren
boom,diennoemen, den
kranke gegeven : welk hy voor den
monc zet : dan komt de duivel-jaeg-
fter met een mont vol waters,
enfpat
na den kranke, dedooc flaet te vol
gen. Zoo de kranke van zijne ziekte
opkomt, vermagh hy niet t\'haerer
vergadering verfchijnen, geduurende
hun
Karichang ; maer moet wachten
ter tijdt\'toe het verby is. Tenteken
van dankbaerheit voor de behoude-
nis des levens, brengt de genezene op
d\'offerplaets der duivel-jaegfter een
^otyolMafakhaw, door haer aen de
Goden
Takafoeloe Telumalum mTapa-
liAppe
op t\' offeren, met te zeggen:
Neem dit tot een dankbaerheit van mij-
ne handen. Zeer
wel u\'tvanugedaen
my het leven te vergunnen.
In het gaen

ke door dit middel van genezen, zoo na d\'offerhande, moet wel acht geno-
het genezen mag heten, gemeenelijk men worden, op het ontmoeten van

en reKtze uit: K.naK.R.cii uc vnigtitu, rv»-»» -

het wort by haer voor een teken van Wanneer zyaien gevonden neett,ge-
behoudenis des kranke gehouden: } lijk zy zeit, jaegtze hemj^en nuize

blinden , kreupelen of verleemden :
want zoo zulk een hem ontmoete,
hy zou weer te ruch moeten keeren :
of,by nalating, met een ziekte op nieu
geftraft worden. Iemant onder hec
gaen te horen
niefen,wort ook by hen
voor een wonder quaet teken gehou-
den. Dan zoo de kranke het bed noch
hout, en de ziekte dagelix ergert, met
inwendige ftekingen, defchultwort
op een inwendige verfoeking des dui-
vels , dien zy
Schytinglitto noemen,
geleit. Tot uitdrijving van dien word
de duivel-jaegfter ontboden , die
haer kunft in defer wijze te werk ftelt:
eerft ofïèrtze aen haere Goden, met
verzoek van verfterking tegen den
duivel én aftrekking van alle vrees-
achtigheid, die haer over mogten ko-
men : eifchtdan eenzwaertmet een
pot vol
Mafakhaw: en zoekt, met een
ftroo wispen in haere handen, inge-
zelfchap van zeker getal der kloekfte
jongmans ., die \'thert
hebben haer
met blote degens te volgen, al de hoe-
ken van \'t huis door na den duivel.

uit met een vrezelijk gefchrei van
haer en de
jongmans. Steekt dan de
ftroo Vwispen in brand, trekt haer
zwaert uit, met voorgeven de dui-
vel bang voor vuur en zwaert is.
Na
hem een ftuk weegs gejaegt te
hebben, tot aen het
een ot ander lo-
pend

-ocr page 45-

na ^tKeizerrijk van Sina, ofTaißng, 49

pend water, ofna\'tbofcli, zoo geen : klokken zijn\'er niet. Dan word den
water daer is, neemt zy de pot met j doode, eerft in warm water afgewaf-
Majakhaiv, dient liaer zelve met een j fen, zijn befte gev/aed aengetogen,
goeden teugii eerft daer uit, en fmijt met brazeletten en andere fraeiglie-

den verciert, het geweer nevens hem
geleid; en rijs en
Mafakhaw aengebo-
den. Al deze dingen blijven twee da-

liet overig met pot en al, na den dui-.
vel, met deze woorden tot den dui-
vel t\'uiten :
neme dejepot en drinke en ___________^ ^^ lw^^v;

kere niet weder in het huis, daer ik u uit- gen by liet lijk leggen : want, geven

gejaegt heb. Dan plant zy een Bam- zy tot reden, indienze zulx\'niet de

boes riet in den gront, met voorwen-
ding,de duivel zeer bang daer voor is.

Wanneer de duivel haer nadert,
gelijk zy zeid, flaetze zeer fel na den

welk zy wijs maekt (en \'tword ook
gelooft) dat zy den duivel de kop
aen ftukken gebroken, en \'t hair hem
van \'t hooft gerukt had. Voor hare
moeite word de duivel-jaegfter een
root geftreept kleet gegeven. Hout
de ziekte noch al aen, en betert de
kranke niet, de duivel-jaegfter word
weer geroepen-, die, aldaer gekomen,
zeid dat het huis den duivel lief , en
zijn neft daer in gemaekt heeft. Waer
op zy gebeden word hem te willen
uitdrijven, te gelijk met het loon aen
haer te toonen , zoo zy hem voor
\'t lefte uitdrijft. Dan neemt zy een
f^ade, graeft in verfcheide plaetfen
des huis, en brengt weer eenig hair,
dat zy verburgen had, te vo orfchijn,

X i-y ^

zy den duivel by de kop gehad heeft,
en dat dit zijn hair is. Zoojaegtzy
hem ten huize uit; en begint dapper
op hem te fchelden. Na alles ver-
geefs is aengewent, wat tot genezing
der kranke kan dienen, en de ftekin-
gen en pijne niet ophouden, bevelen

den,de ziele zou over hen quaet zijn.
Defgelijx word totreis-koft voor de
ziele een zwijngeilagt, en de doode
aldus den goden opgeoffèrt. Voor

zeiyen, en toont eenig hair, te voore 1 het lijk-huis word een bamboes op-
by haer verfteken, aen ^den volke : | gerecht, met wimpels daer aen, en

daer by een groote tobbe met water
voor de ziele rot laevenis gezet. Te-
gen den avondkomen al de vrienden,
in rou gewaed, verzelt met degan-
fche burgery in \'t lijk-huis vergade-
ren, ieder met een
^01 Mafakhawhy
zich, daer uit zy in het inkomen op
den drempel plengen, met te zeggen,
dit is voor de ziele. De naefte vrien-
den leggen zich op het bloot dood
lichaem, met een droevig geklag en
deerlijk gefchrei van deze woorden :
Waer om geflorven ^ Waer om van ons
^^gg^gaent wat quaed hebben wyu ge-
daen} Wat leetmifdreven? O mijn zoon,
mijn ließe kint, kome hier by ons, blijve
met ons. Zoo niet, neme ons tot u ; naer-
dien wy bereid zijn met u te flèrven. Wat

met toeroeping aen al de toefienders, | zullen wy fonder u uitrechten > wat doen

wy hier, na u ?

Tot vermeerdering der droefenis
maken de vrouwen, met het gefta-
dig trappen op een trogge, voor de
I deure, een zeer naer en jammerlijk
I geluit. Waeropdomftaenderstotel-

j ------------------ kandre: hoor hoe de bomen het verlies

zy den kranken aen hunne goden, van zoodanigen man beklagen. Ditge-
Wanneer dan de kranke nu aen het , trap op de trogge wort by hen
Smagh-
zieitogenis,v^\'ordhemzoo veelfter- \\ dakdaken genoemt. Daer worden
ken arank ter kele ingegoten , dat ook verfcheide huil-wijvengehuurt,
hem die ter neus en mont weer uit- ^ die geftadig by den doode zitten te

wenen, nu klacb-reden ftortep , dan
droevige lietj es zijigen, die zy
Temu-
lidid
noemen. De zelve huilwijven
verzoeken aen de Goden eejqi goede
plaetfe voor de ziele in den hemel, en

Rou
evey
den.

klacht
doo-

iuftigli aller wegen op een hollen
boom met een houtgeflagen ; want

braekt,en hy verfmoort.Wanneer de
geeft gegeven is,roepen al de omftan-
ders luids keels, dat hy dood is : ma-
ken t\'effens groot misbaer met han-
den en voeten te ftampen en te klop-

pen. Daerenboven word tot waer- [ een goede vrouwe met goedé vrien-
fchouwing,dat in de ftad een dood is, | den voor den zelveij. De jonge man-
hifl-;,.!, _ 1 „ nen midlerwijle zijn geduurigh met

klinkers inde handen,en lopen bezig-
D 3 Na

-ocr page 46-

voorgeven zy den duivel aQagen. De
vroüdes overleden (zoo hy een vrou-
we komt na te faten) ftortvoorden
zelven, zoo lang hy binnen \'s huis is,
gebeden aen de goden uit, om hunne
genade t\'hemwaerds te verwerven.
Zoo lang het lijk boven d\'aerde ftaet,
mag de vrou geen befem roeren ^ om
het huis uit te vegen. Wanneer zy het
huis, na het uitdragen des lijks, komt
uit te vegen , moet zy den befem aen
de zuid-zijde weg fm ij ten; zeggende:
wie komt het huis toe; waer op zy
haer zelf antwoord, het hoort my,
noch ons niet roe:war hebben wy dan
met dezen huize te doen. Zoodanige
na rechtmen een groot feeft aen ,
Ga- j phchtplegingen en manieren gcbrui-
halhal genoemt, met ftachiing van ken deze wilden over hunne dooden.

Zeven feeften of hoogtijden wor- zevenTee.
den byhen met groote plechtigheden
geviert. Het eerfte, genoemt
Toep au- Eerße.
poe lakkang, begint by hen op het uit-
gaen van Gras-maend , en word ge-
viert aen den zeekant: derwaerds jon-
gen en ouden, hoogen en lagen, zich
gelijker hand begeven: alwaer de dui-
vel jaegfters zich gelaten met hunne

fakhaw by.Zomwijl word\'er geweent; j goden tefpreken, en weer antwoord
zomwijlgedronken, ter tijd de drank van hen t\'ontfangcn. Eerftelijk word
de herffenen beftoven heeft. Dan tre- den gode zwijnen vleefch, rijs,
Ma-
den de naefte vrienden weer tot den fakhaw en Pizang opgeoffert, met be-
doden, herhalen tn vangen de boven-
j de aen hen van regen te willen ver-
geleide kiachredcn weer aen; waerom ; gunnen , tot welig opgroeing des
hy geftorven is. Is \'t een lijk van een zaets: of, is \'t zaet reeds opgefchoten.

rijke, \'t wort eenige jaren boven d\'aer-
degc]atcn,enalle daegs, met\'tvoor-
zetten vaneeten en drinken bedient.

By aldien d\'o verleden jongman ge-
ftorven is, worden de kloeke daden
zijns ganfchen levens,en de meenigte
zijner verftagene vyanden opgehaelc.
Boven zijn hooft wort een rotting op-
gehangen,met zo veie kerven daer in,
als hy mannen gedoot heeft. Einde-
lijk word de dooden na de ruft-plaets

gedragen, welk dicht by den tempel of de meefte vyants hoofden verfla-
is , daer een hunner negen of tien : ge
en mede gebragt te hebben. Defge-
dagen by hem moet waken,zonder in \' lijx verhaelt een iegelijk t\'zijnen roem
al dien tijd eenige van zijne vrienden by zoo vele
wijven geftapen, ofzoo
hem komen bezoeken: want zy va- vele
ongchuuwde dochters vcrkragr,
ftelijk geiooven dat de duivel by hem | of zoo meenigmaei met mannen en
ruft. Na verloop van tien dagen,gaen
j vrouwen de ftomme zonde geplecgt
de vrienden met klinkers en ontfteke | te hebben. Wie in dien oogft het
Pifang-homQti met vuur in de handen, | fterkfte gearbeid heeft, word voor
en maken een gruwelijk gefchrei, men I den braeiften gehouden.

Het

Na twee dagen leggens op de rotting
word het hjk gebragt op een plaets
Takay genaemt, en aldaer verfcheide
reize met warm water, of met
Mafak-
haw, indien \'t een rijke is, afgewaflen,
en daer na zo lang met
parings of kap-
meflèn gefchraept, dat ftukken veis
van dehuitgaen. Eindelijk word een
zacht vuur acht of tien dagen geduu-
righjk onder hetlijk geleid^waer door
onder het braden een groote ftank
door alhetlandofftad trekt: en des
te grooter, hoe het lichaem vet\'er is.

Het gebraden lijk word in een mat
gewonden of gerolt, en weer op de
rotringe, gelijk te voore,geleid. Daer

tien of twalef zwijnen : zommige
ten ofTer voor de goden; andere tot
Taghirnihe of reis koft voor de zielen
op die lange reis, gelijk zy voorgeven.

Zommigen dezerzwijnen worden
opkleineflukjes gebroken, en onder
de lijk beweenders verdeilt. Te dien
tijde raekt \'thuis vol mannen en vrou-
wen , en brengt een ieder een pot
Ma-

tot befcherming tegen grote winden.
Na het ofiêr geeindlgt is, gaen zy ter
zelffter
plaede mcê zitten, en begin-
nen luftig aen den dronk te flaen. Te
gelijk vervoegen zich al d\'oude man-
nen op een ry,ieder met een wit riet in
d\'eene, en met een
Hafagaye in d\'an-
der© hand, die zy beide wel nar met
den drank
Mafakham beftrijken. In de
hutten roemt ieder de grootfte cn
fnoodfte fchelm ftukken bedreven;

-ocr page 47-

na V Keizerrijk van

Het tweede Feeft, Waralo Lang Va-
rolho
genaemt, d^n\'svafthindendegQ-
zeit, komt gemeenelijk in zoomer-
maent.Tcgens dit feeft geven zy acht
op hunne dromen en gezang der vo-
gelen. Ten dage der oflerhande ftaen
zy vroeg op , en maken zich offer-
veerdigh, mannen en vrouwen met
groote aendacht ieder tot zijn vverck:
de vrouwen bewijden eerft d\'yzers,
daerzy de wilde of onkruiden mede
rukken:de manr,daer fy hoeden in uit
dragen; desgeiijx de
Kallahajen, rin-
gen, brazeletten, kiften, voorge-
vel des huis en brug : bidden te ge-
lijk de goden
Tamagifangak en Teka-
roepada^
om geluk , en befcherming
tegen het afbranden hunner huizen:
en bevrijding voor alle vergiftige en
fchaedelijke dieren. Dit gefchiet,
eerze eens uitgaen.

Defgeiijx ftorten de mannen hunne
gebeden uit voor hunne goden
Topo-
hap
en Tatauoelie, en offeren hen Mor
fakha^p ; gewalmde rijs , Pinangs
i\'/r/enzwijnenvleefch; met verzoek
van hen ten tij de van Oorloge tegens
hunne vyanden te willen befchermen:
hunne degens , pijlen,
Hafaghayen
fcherp te maeken, en eindelijk tegen
des vyants geworpen pijlen en
Hafag-
hayen
hun lichaem te verherden en
fcheut-vry te maeken.

Dan begeve zich t\'feffens mannen
en vrouwen, doch meeft vrouwen na
deLeeraresofDuivel-jaegfter Ihis ge-
naemt, welke , zoo dra zy hen in \'t
oog krijght, groote bewegingh van
groetenis en eerbiedenis voor hen
aenrecht. Voor eensgejaren bevond
liaer aldaer zekere overgeven ihu of
Duivei-jaegfter,genaemt ri/aiiïM^^-
ka, die gewoon was yzelijke gruwel-
ftukken ia dit feeft te bedrijven. Te
weten, zy klam boven op het dak van
haeren tempel, en bleef daer ftaen in
het gezicht van al haer volk : hief dan
in volle vergadering eene wijdlopige
reden voor hen aen, met ophaling hoe
de goden haer haeft ten hemel zou-
den opgenomen hebben : daer na
begon zy om den drank-offer te roe-
, pen, en zeide, houdende een groote
pot met drank in beide haere handen,
dat anders de goden niet drinken

leeß.

Sina, of Taifing. 5 r

wouden. Dronk toen haer fmoor
dronken , klcede haer moeder naekt
uit, zonder iecs, tot -bedekking van
haere fchameiheid , aen te houden;
ter oorzake de kinderen Godes, met
geen aerdfch gewaed, gelijk zy voor-
gaf, in den hemel konden komen.
Staende dus in het gezicht van al de
menfchen, begon zy, als een zwijn,
al uit te wateren, wat zy verzwolgen
had, en zeide, dat de Goden, na mate
van haer geftorten water, regen zou-
den geven : quamzy weinig te wate-
ren , weinig regens zouden de Goden
geven: waer op het volk des te meer-
der drank gaf, om overvloedelijk re-
gen te hebben. Zoo de pis der dui-
vel jaegfter komt door het dak te lo-
pen; d\'omftaenders beloven zich een
vruchtbaer jaer ; zoo niet een on-
vruchtbaer. Dies zy te meer drinken,
om het volk te vrede te ftel\'ien. Dan
ftaet zy, voor d\' oogen der ganfche
vergaderingh, op haere
fchameiheid
een lange wijle, en begint te preken,
\'t geen de goden haer belaft hadden
te zeggen : welk geduurig kloppen
op deze plaetfe met zulke een groote
aendacht by d\'omftaenders aenge-
zien word, als hier te lande naher le-
zen van een text des bybels van den
predik ftoel geluiftert word. Einde-
lijk daelt zy van boven, en valt plat
neder op den gront zoo lang als zy is:
begint als een beeft te brullen en te
fchuimbekken: tommelt heen en we-
der, flaet met handen en voeten van
elkandre , en blijft dan eenweinigh
lijds ftil leggen, ter tijd toe hare met-
gezellen haer komen optillen, welke
haer gelaten een groote zwaer te te
moeten tillen; met voorgeven van dat
de goden in haer zijn. Na dat zy een
kleine rede voor den volke heeft ge-
daen , word fy door hare metgezellen
ten tempel geleid, daer zy haer fmoor
dronken drinkt. Het
zelffte doen ha-
re metgezellen uit haere potten met
elkandre. Al het welk gefchiet den
Goden ter eere, om een goederegen
en vruchtbaerjaer Verlangen.

Al de vrouwen moeten in dit Feeft
moeder-naekt verfchijnen ; behalve
met haere fchamelheit, welke zy met
een
Kagpay,d^l\'s,een klein ftukje doeksy

be-

-ocr page 48-

bedekt houden : desgeUjx komen de
mannen naekt te voorfchijn. Wan-
neer de drank op d\'opper-plaets is uit-
geveegt, treet de fchare t\'iiuiswaerds,
en bhjft aen den drank tot in den
morgenftont : gaende van huis tot
huis te drinken en hoereren/t zy met
zufters, dochters of andere, niemand
uitgezondert: want \'tfcheen is by
hen weinig..

Derde. Het derde Feeft, genaemt Sickaria-
riang
, Word by hen in Hoimaend ge-
houden. Na dat een iegehjk in zijn
huis geoflerr, en met de goden, gehjk
zy voorgeven , gelprooken heeft,
vervaerdigen zy zich ter offèr-plaet-
fe, aen den zee-kant. De mannen ver-
fchijnen moedernaekt : de vrouwen
ft echts met een klein kleetje
voor ha-
refchaemte. Ter by ecnkomfte
van
allen , offert de duivel-jaegfter voor
hen een gefchenkaen
de goden. De
begeerte der mannen op hunne go-
den is, verft erkt te mogen worden te-
gen hunne vyanden. Het verzoek
der vrouwen oogt op bewaringh des
korens tegen winden , ftormen, en
wilde dieren.

Onder al andere feeften word dit
feeft het meefte geviert, naerdien het
een
Bacchus en Venus feeft is, zulx def-
felfs verfchil by d\'anderen, in het ple-
gen van gruwelijke en onnatuurlijke
zonden, als dag en nacht is. Dejong-
mans wordendoor de geleerden of en
d\'ouderlingen der fteden belaft naekt
in dit feeft te gaen, en zich met lopen
en wapen-handel t\'oeffenen , daer in
zy hen zonder eenig tegenfpreken te
wiilszijn.

Vierde. Het vicrdc feeft genaemt Lingout,
begint in Herfft-maend , en word
op den oever der zee, by den mond
van den ftroom, metgrooten y ver ge-
viert. Dervvaert vervoegen zich man
ncn en vrouwen, beide met naekten
lijve; ten einde den goden regen af te
bidden, bewaring des korens in d\' ai-
ten , en bevrijding voor ftorm en on-
weer , die geweldigh in deze maent
d\'overhand\'hebben. Groote onkuif-
heid word op ditfeeft bedreven. De
jongers zijn met groente befteken en
bekranft, en ftaen loopvaerdig met
klinkets in de handen, ten vermack

w

if

hunner goden. Wie eerft.aen den
ftroom komt, wint den anderen den
prijs a£ De jongmans worden door
de jonge dochters over den ftroom
geholpen , en meeft daer over gedra-
gen. D\'cerfte,die over komt, word
van al dejonge dochters boven d\'an-
deren bemint, en krijght de goelik-
fte t\'zijner wille. Zommigen oefe-
nen dit fpel eenige dagen te voe-
ren , om de befte der dochters te ge
winnen.

Het vijfde feeft, genaemt Piniangh, vijfde.
word in Wijn- maend geviert. Te we-
ten ; d\'ouderlingen of geleerden heb-
ben een fchil-pads fchelp, gemaekt
met een ront hout,aen hun lijf gebon-
den : daer op zydes nachts, met de
gemeente achter aen , gaen re trom-
melen en gieren. Op dit feeft ver-
fchijnenze alie ter oftèr-plaets ge-
kleet, om met de fchille-pads fchelp
om te loopen : eerft die hunne ou-
ders noch in \'t leven hebben : daer na
die ouderloos zijn. Ook word op dit
feeft geen minder zonde bedreven,
met het plegen van allerlei ongebon-
dentheden,als op het vierde.

Het zefte is genaemt Itaoungang, Zeße.
Op dit feeft verfchijnen d\' oude en
jonge mannen, in een byzonder ftagh
van kleding en gebruiken een kluch-
tige maniere van handen en voeten te
bewegen : fpringen met de voeten
aen elkandre geflagen, zeer vaerdigh
van een kant na den ander : bedrij-
ven defgelijx met de handen zondcr-
lingehantgrepen; ja zijn naulix aide
plechtigheden , diezy hunnen goden
ter eeren doen, te bcfchrijven. Dit
duurt twee dagen vervolgens, \'s Mor-
gens en \'s avonds neemt die vergaede-
ringeenaenvang, op her ftaen van de
fchille pads-fchelp.Na het offeren aen
hunne goden, op verfcheide manie-
ren, vervoegen zy zich ten drank , en
brengen dien nacht
over met dron-
kenfchap en hoereren.

Het zevende feeft, geheten Karou- Zevende,
loutaen,y^ord in Slachc-maend gehou-
den, met overgroote plechtigheid, en
het bedrijven van allerlei vuile geil-
heden. Ten tijde dezes fee ft s heb-
benze hooft en armen met witte ve-
ren verliere.

De

-ocr page 49-

^iYtno- De Formofanen (uirgezeit die door
^^\'\'deftkn tot her Kriften-geloof bekeert

^fioden. zyn,) gelooven niet aen den eenigen-
God, Schepper des Hemels en der
Aerde; maer hebben Hechts dertien
valfcheAf-goden. D\'eerfte en voor-
naemfte is geheeten
Tamagifangang,
en woont in\'twefte des hemels: de
andere zyn gemahn,is genaemt
Taka-
raenpada,
en heeft haer wooning daer
tegen over in \'toofte. Beide deze
worden by hen voor hunne maghtig-
fte Goden gehouden, en met een
wonder groot gezach èn gehoor-
zaemheit bejegent;uitvreeze anders
voor vernieling hunner fteden. Ziek-
te en duure tyd willen de
Formafanen
oat door traegheid van hen aen te
bidden, ontftaet.

De derde God, genaemt Tamagi-
Jangak,
woont in\'t zuide, en zoekt
fchoone menfchen : gelijk de vier-
de, deiTeifs gemalin 7 in
^tooite Kooren en veldvruchten, en
s menfchenleven, ftaet, naer hun ge-
voelen, in hetgewout van hun bei-
de: waer over aen hen beide
00I5. offer
van zaden en veldgewaffèn gedaen
wort, inzonderheid by de Vrouwen:
gemerkt deze de landbouw flaen:
zy willen dat de Donder de ftem van
de Goddin
Teckarupada is ; wan-
neer zy op haren gemalin is kyven-
de, over het ophouden van regen
op d\'aerde te zenden: waer op
Ta-
magifangak haere ftemme horende

aenftonts regen zend.

De vijfde God , Tagittellaegk, en
deffelfs gemalin
Tagifikef de zefte,
nebben de maght en overhand over
ZieJ^ten, en worden door de zieken
aengebeden en geviert.

De zev^de God Tiwarakahoeloe en
cl andere
Tamakakamak, hebben over
der Jacht te gebieden.

De negende God, met name Ta-
pahatm ói\'mÓLQtQTatavDoeli, voeren
heerfchappye en gezagh over den
oorlogh. Deeze worden by meeft
alle het manvolk geviert, naer dien
defe alle ten oorlog trekken.De elfde,
genaemtr^y^^,^, en d\'andererW^-
• ämg zijn de voornaemfte Goden
ov^hunnejaerlixezevenFeeften.

De dertiende Godtis genaemt Fa-^

rihhe, Fikarigo Gougofey. Deesword
gezeidtegen \'tnoorden te woonen,
en niet goet te zijn, maer de men-
fchen zwart, pokdaelig en lelijk te
maeken , die de God
Tamagifanghach
fchoon gemaekt heeft. Waer over hy
flechts by de
Formofanen tot afwen-
ding van fchaeden gebeden wort: en
Tamag^ang tegen Teckaroepada, dat
hy hem bekijven en ftraffen wille.

Volghens zeggen der Formofanen,
was voor heene deze Gode en mans-
perzoon, woonachtigh binnen
Sin-
kam ,
geweldigh wreet en nors van
gelaet, en ongemeen lang van neus,
en daer over ten Ipot by eene iege-
lijk. In \'t fchaemte dan en ongedult
van langer het fpotten te hooren, ver-
zocht hyhertelijke de Goden van in
den hemel te moogen opgenoomen
worden, gelijk ook aenftonts ge-
fchiede. Want toen het volk hem
weer begon te befpotten, wiert hy
door de Goden ten hemel opgenoo-
men. Dan na een verblijf van eene
wijle, daelde hy weer neder , en
bragt zynenLandgenooten zeven en
twintig artikelen toe, met bevel van
de zelve kloekmoedelijk t\'onder-
houden , of, bynaelaetingh, of over-
tredinge der zei ver, henflimmer te
plagen,dan hy door hen geplaegt was.
Deeze punten worden by hen alle
maenden eens, wanneer de maen on-
trent zekre fter in de lucht komt tien
dagenlang vervolgens onderhouden:
en is deze tijd genaemt
Karichang, ge-
lijk die hier na te verklaren zijn.

De Formofanen toonen zich zeer
nalatigh in den landbouwery ; niet
tegenftaende zy vruchtbare lands-
douwen bezitten. Twee Goden, de
opperften, hebben by hen hetgebiet
over de zaigewafTen : d\'een genaemt

Zmdhouw]

over de zai-gewafl"en; maer ook over
de velden en menfchen. Zy wille«
dat deze Goden het meefte vermaek
in twee zekre huizen nemen : met
name
Tamacuwalo, en Tamahaf ten
aenziene de zelve alleenlijk tot ofFer-
plaerfen voor hen gefticht zijn: om
daer in aen hen overvloedelijk veld-
gewailen t\'ofTeren.

-ocr page 50-

ven beginnen te zaien , zonder te
vooreaen deze huizen twee zwijnen
geofTert te hebben : die hen, op aen-
diening van te willen zaien, by zeke-
ren inwoonder van die huizen afge-
vordert worden: waer tegen zy geen
misnoegen derven tonen , uit vreze
van de Goden te vertoornen. Des-
gelijx komen d\'oudften des dorps,
wanneer het regent, met een zwijn
en groten overvloet
Mafakhaw het
volk van
deze twee huizen befchen-
ken , ten dlenfte van hunne Go-
den.

Komenze in het gaen na de zai-
velden eenigh wilt beeft t\'ontmoe-
ten, en dat te doden, de lever en her
herte worden, ten offer aen de Go-
den , in die huizen gebraght. Wan-
neer nu al de zaiers by een en zai-
vaerdig zijn, is dit volk van de twee
huizen benootzaekt een zekere klei-
ne vlakte te bezaien , met navol-
ging daer in van de ganfche gemeen-
te. Na dit ftuk lant bezait is , wor-
den tuflchen twee ftroo-fchoven,
by hen
Tengura genaemt , een Pi-
fang-blat, een weinig
Siry en kalk ge-
leit, ten offer aen de Goden: t\'ef-
fens met roepen om byftant in het
zaiefi.

Het zaet in d\'aerde gefmeten,
word een rijs-pot,
Sangi in de tale
des Lands geheten, op de Noort-
zijde der twee huizen geftelt, en
Zoo lang daer gelaten , ter tijdt toe
de rijs haeren volftagea wasdom
heeft.

Komt het koren by de potten
(want nevens de zelve wort een wei-
nigh gezait) wel te flagen : zy wor-
den met grote blijdfchap ingenomen,
met vaft betrouwen van dat al hun
koren zoo wel flagen zal.

In den zaitijdt magh geen tabak
gedronken worden , of zou anders
al hun gezai, zoo deduivel-jaegfter
hen wijs-maekt, in tabak verande-
ren. Ter zelffter tijdt mogenze gee-
ne winden van achteren loflTen : of
anders zouden de Goden quaet zijn,
die met geen ftank willen bedient
worden.

De graten van gegete zoute vifch of

\'\'1

ii>i\'

ii\'

i r \'

tijdt op \'tlant niet fmijten; maer bren-
genze in een TalangakofKalabasin
\'tBofch,uit inbeelding van anders het
vergiftig gedierte hun koren zou op
eeten.Geen
Pifang noch te mogen ge-
geten worden, uit vreze dat de wil-
de beeften daer door de fmaek van
hun koren zouden krijgen.

Zy moogen geen vuur by zich
hebben : anders zou het koren ver-
brant worden. Niemant magh in den
zai-tijdt zuiker-riet nochte granaet-
appels \'s morgens eeten ; maer wel
\'s avonts. Ook is hen verboden ge-
braden vleefch t\'eeten : of zou an-
ders het koren door de wilde zwij-
nen aen brant geftoken worden; van
gelijke
Machalé^its gefoute vleefch,2Ln-
ders zouden de Kurzes of wurmen
in\'t koren komen ; moeten desge-
lijks zich onthouden van
Kanging,
(een zekere vifch;) en van een hay
t\'eeten, ter
oorzake zy deze laefte
niet hebben: waerom zy geloven,
dat het koren geen airen zou krij-
gen. .

Zoo zy op den velde fliepen, hun
koren zou nier opgroeien; maer leg-
gende voortkomen. Geen water,
\'t en zy met den drank
Mafakhaw ge-
mengt, magh gedronken worden,
of het koren zou tot water wor-
den.

Zoo eenigh ftof onder den velt-
bou in iemants oogen quam te val-
len , hy magh zich daer niet van
fchoon maken; maer moet uit dezai-
plaets gaen.

Noit wordby hen koren gefneden,
zonder ofler aen de Goden te doen.

Komt iemant een doorn in de voet
te treden, hy moet den zeiven buiten
het velt uittrekken. Geen
vrou derft
haer achterfte deel aen
eenen man
vertonen , nochte het hooft tuf-
fchen haere
beenen buigen, nochte
nakend gaen. Meer andere waen-
geloven
worden , geduurende den
zai-tijdt, by hen onderhouden.
Wanneer nu het koren af te maien
is , wort het eerfte bos uitgedorft,
en daer boven op een klomp aer-
de geleid, met bede aen de
Go-
den, om d\'airenteverzwaeren.

Na

^^ Tweede Gezandfchap of FezenJing

Zooftoutis niemant, die zou der- fchellen van uyens mogenze indien^

-ocr page 51-

van Sina of Taißng, 3 ƒ

bybrengen: de Goden het herte meeft
beminnen.

Van ter Jacht weer te ruch geko-
men , doenze in het huis , welk ge-
bouwt is, om hun gereetfchap daer in
op te hangen, aen de Goden ofterhan-
de,met verfoek, dat die na hen komen
tejagen, geen voorfpoet mogen heb-
ben , nochte iets vangen. Eindelijk
word dit huis geftoopt, en aen kolen
geleid. Nahet verrechten van al de-
ze dienftplegingen, komen de vrou-
wen , des by een bode door de man-
nen verwittigt, om de heeften tehel-
)en t\'huis brengen. Deze vervoegen
laer derwaert, metgrooten overvloet
van den beften drank, om met elkan-
dre vrolijk te zijn ; zulx aldaer een
yzelijk nat verzwolgen, en het brein
door den drank beftoven word.

Dikwils worden t\'eenerjachteze-
ven en acht honderd, duizent, ja twee
duizend harten gevangen; zoo dat
d\'onzen aldaer de befte harten-bout,
voor twalef ftuiverskonden bekomen.

Onder al def Formofanen of wilden t»u:
is een groote verfcheidenheid van talc
offpraek, en dikwils in twee dorpen,
naulix drie of vier mijlen van elkan-
dre gelegen, een ganfch byzondere:
zulx d\'inwoonders van\'t een dorp,
die van het ander nietverftaen kun-
i nen: maer zich van tolken onderling
\' moeten dienen.

Zy hebben geen gebruik van lette-
ren , en by gevolg gene fchriften, of
boeken: nochte niemand onderhen
kan een letter lezen en fchrij ven. Al-
leen hebben d\'onzen eenige leeren
lezen en fchrij ven.

Zeer bequaem was het eiland For- ^oofhmdei,
moza
en Tayowan voor d\'onzen tot den
Sinefen handel: wijl die tot allen tijde
desjaers bezocht, en uit den ftroom
Chinch of Cinchieu, op de kuft van Sina,
konden bevaren worden.

De voornaemfte koopwaren, die
d\'onzen op
Formofa bequamen, be-
ftonden in zuiker, fteen-box en har-
te vellen, die zy van daer na
Japan ver-
voerden.

Der Kompanjies koopmanfchap-
pen wierden met Sinefe Jonken na
den ftroom
Chineheo en de Stadt Ey-
muy
aen haeren Faktoor of koopman
E z ver-

na H Keizerrijk

Nahet inbrengen des korens in be-
sondere huizen, offêrenze een zwyn
aen de Goden , en bedryven veeie
pieghtigheden in defleifs opleggen:
leggen onder andere boven een groo-
te zwarte pot, by hen
Walanga Kitou-
voau
genaemt, een groot ftuk klei,
biddende de Goden om verblijf van
zwaerceinhetkoren. Gelijkzeook
nier twijfelen of\'t koren, zoolangh
de pot blijft ftaen , komt te ver-
zwaeren.

Jacht of De jacht of wilt-vangft , die tien
of twalef daghen duurt, gefchietby
wyle met veel en by wyle met weinig
volks , en wort meerendeels vol-
braght, met het zetten van ftrikken
en rottingen, hoewel ook met Hafa-
gayen, pijl en booge. Wanneer ter
jacht gaen , maken zy een huis in het
veld,
Kadelan^ genaemt; waer in haer
jacht-gereetfchap hangen.

Gelijk twee Goden over den veld-
bou, 200 hebben ook twee Goden,
Tüwarakakoeloe.Qn Tamakakamak, over
den jacht byhen het gebiet, dienzy,
eerze zich op weg ter jacht begeven,
oftèr doen, om een goeden vanghft
te hebben. Defgelijx ftaen zy hun-
ne droomen des voorigen nachts ga,
met ophaeling van de zelve tegen el-
kander : geven ook achtingh op den
vogel
Agdak : want zoo dees hen
komt tegen vhegen, het wort voor
een goet teken gehouden; maer voor
een quaet, zoo hy ter rechte of linke
zyde vhegt, en de jacht dienvolgens
geftaekt: anders vervolght.

Ook begeeft zieh een ander hen
na den ftroom, ter opbouwing van
Zeker klein huisje van ftroo, in de
geftaltc van een harten hoorn. Dit

wort aen de Goden geoffert, met de-
ze woorden : ^^^
de Duivel of eenige
andere Geefien ons quamen te"volgen,
wy bidden u, verhinder en drijfhen van
ons wegh.

Van het eerfte beeft en van ieder,
dat zy jagen, wort een ftuk van de
muil, fteert, nieren en hert, op een
Pifang-blat, met
Siri, gewalmde rijs
en
Mafakhaw opgeoffert, met ver-
zoek van geluk ter jacht en goeden
vangft Meerendeels wort het hinnen-
Ite deel den Goden toegedient; met

-ocr page 52-

laeght te Worden , als zy hem
geplaeght hadden.

By verlof van dezen Fariche , mo-
gen de Formofanen in den tijt van den
Karichang gene huifen houwen noch
muur en noch rußplaetfen , hy hen
Tac-
k.o\'^sgenaemt, nochpagers of heini?igen
op Hvelt maken, uit vrefe,foo zy an-
ders deden, dees
Fariche alles aen hrant
zou fieken en vernielen.

n.

Zy mogen niet kopen nochte verkopen,
vellen, zout
, Gangans , gefchilderde
kleetjesnoch iet anders t of zouden alles
verliezen,

III.

Mannen van volwaffen ouderdom mo-
gen in den tijt van den
Karichang hy
hunne vrouwen niet ßapen : desgeiijx
een jongman niet trouwen , nochte fijn
huisraet of goet tot fijne Bruit hrengen:
mag ook niet hy haerßapen. Zoo een man
zijne vrou in dien tijt hekent, hy heelt

.......Jich vaflelijk inkortte fulkn ßerven.

De Formofanen onderhouden zeer | Zoo een bruidegom fijne hruit hekent, hy
ftips zekeren tijdt , dien zy Kari- j vreeß voor een geßadige fiekte en met
chang
noemen ,\'met zich, geduurende | haer altijt in twifl en haet te leven.
dezelve, van verfcheide dingen t\'ont- j IV

houden en mijden. ?

De Karichang verfchijnt alle maen- Zy mogen gene nieuwe velden maken,
den eens, als de maentontrentzeke- nochteflrooof gras daer opleggen : ook

geen zaet duer op zaeien ; ofanders fin-
den hunne velden verhrant en
vernielt
worden.

V.

Zy mogen geene hogen noch pijlen ma-
ken, nochte fchilden, fwaerden , Hafa-
gayen offtrikken : zouden anders hun
geweer verliefen en ftrikken
gebreken

fouden de vrouwen groufame pijne in
d\'armen hebben.

VI.

Zy mogen geen nieu

re fter in de lucht komt, en geduurt
tien dagen. Dees
Karichangysiotó.gQ-
zeit hier uit zijnen oorfpronggeno-
men te hebben: Zeker man, woon-
achtig in Sinkan, genaemt Fariche Fik-
ri go Gon go Sey,
wasmagtig wreeten
bars van gelaet, met een lange neus,
daèr over hy by ieder van zyn volk
befpot wiert, Dees derhalve, uit ver-
driet in dit fpotten , bad de Goden,
l^orden. Mogen ook gene heeften van-
om in den hemel opgenomen tewor- gen nochte hrafeletten maken: of anders

den, gelijk aenftonds gefchiede , na
hun zeggen , zoo dra het volk hem
weder begon te befpotten. Na een
wijle daelde hy weer uit den hemel

op d\'aerde, en belafte toen zijne ^ „ „

Land - genooten, in weerwrake van of dragen: wat het ook zoude mogen zijn ,

het fpotcen , de volgende zeven en al fchoon het een Bamhoes waer,daer zy

twintigh artikelen t\'onderhouden, hunnen drank ïn dragen : of fouden het

op ftraffe,by nalatigheid,van flimmer mliezen en grote ziekten op \'t lijflmlen.

verzonden : ook aen andere byzon-
dere Sinefe koopluiden , die eenig-
zins bekent en te vertrouwen vvaeren,
mede gegeven en vervoert, om daer
voor in te kopen zoodanige goederen
en koopmanfchappen , als voor
Ja-
pan , Indien
en \'t vaderland vereifcht
wierden. Dit wiert alzoo met oog-
luiking van den
Konhon over het land-
fcliap van
ïokien ingewillight. Ook
quamen zommige byzondere koop-
luiden uit
Sina met eigen vaertui-
gen herwaerts hun eigen waeren te
koop veilen; hoewel dit van klein be-
lang was. Waer over, wanneer de tijt
naekte van het afvaerdigen der fche-
pen jaerlix na
Japan of Batavia, cn de
goederen uit
Sina weinig fcheuts had-
den, was menbenoodzaekt met twee
of drie Jachten naer
Sina of Eymuy
zelfs te gaen : alwaer de goederen,
doch al by verfcheide parthyen aen
boort gebragt, gewogen en ontfangen
wierden. En fcheelde d\'inkoopaldaer
acht of tien en meer taylen op een pi-
kol zijde. Een tayl gerekent op ze-
ven en vijftig duivers ; een pikol op
hondert vijf en twintig pont.

ii

I

k--

-ocr page 53-

na Keizerrijk van Sina cf Taifing,

17

VIL

Gene hruggen tot de huizen of over
eenige
ftromen nochte tot vef-kens-kot-

ten mogen gemaekt worden : of de hrug-
gen fouden gebroken worden en dever-
kensft erven.

Vlli

Gene kleetjes,Q2.n%2Xi%rijs,rijs-ftam-
per s , en zwarte potten met twee oor en,
noch andere drank potten mogen in huis
gehragt worden ; noch groene Bamhoefen
gekapt ; maer droog : doch mogen die
niet in hun eigen hms fetten ; maer wel |
tot een van hunnegehuuren: tertijt toe \'
de
Karichang over is.

IX.

Mogen geen Pinang- noch klapper-
hoornen of Bamhoefen , noch
Patatis,
noch eenige andere gewajfen in dien tijt
planten.

\' X,

Zy mogen geen vuur op hunne nieuwe
vergader-plaetfen ftoken, die zy
Kauo
noemen , nochte daer in niet ßapen, of
fouden grote ßekten krijgen.

XI.

Jonggefellen, die in langen tijt niet
gelopen hehhen,
Tragaduwel genaemt,
mogen niet lopen m dien tijt, uit vrefe
voor ßekte.

XII.

Geen kint in dien tijt gehören, mag
van zime moeder genomen worden, of
anders fou hetßerven.

XïII.

mannen mogen gene arm-ringen,
S genoemt, dragen, of hunne ar-

i3a.ia.in.iii genoemt, aragen
men zouden feer worden.

XIV.

Zy mogen gene zwijnen doden ,fchoon
een van hunne voornaemße vrienden hy
hen gekomen was; maer wachten, tot de
Karichang over \'is: \'t en zy iemant doot

ivaers,

XV. "

Mogen voor zich felfs welviffchen
\'vangen en drogen; maer niet voor an-
dere, fchoon zy ter Jacht gingen.

s
i

XVI.

Mogen gene zwijnen in hunne nieuwe
huifen fetten, gemaekt voor den
Kari-
chang :
ZOO te voore daer geen in ge-
weeft zijn : maer moeten wachten tot
over denY^dinchmg : of fouden anders
defelve verliefen.

XVII.

Zoo een vrou we in den Karichang een
kint komt te haren, fy magh dien genen
naem geven: ofhetfouflerven.

xvin.

De moeder of kraem-vrou magin dien
tijt niet uitgaen : noch het kint verder,
dan tot aen de gehuur-huifen gehragt
worden.

XIX.

Een nieu gekoren Tamatawa of Hop-
man , magh in dien tijdt niet te velde
trekken : maer moet wachten tot over
den
Karichang.

XX.

Een bruidegom mag met de hruit niet
wandelen : V en zy alree te voore met
haer gewandelt heeft : effou een fwaere
ziekte krijgefi.

XXI.

Geen vader of moeder mag uit haer
dochters mondt de twee voorfte tanden

trekken, {gelijk hy hen gebruikelijk is)
ook gene gaten in d\'oor en hooren, ten tij-
de des
Karichangs.

XXII.

Geen jongman magh in dezen tijt uit-
reizen , foo hetfijn eerfte reize is.

XXIII.

Gene jonge dochter mag op de troch
danfen , foo zy het noit te vore gedaen
heeft ; maer moet wachten tot dat de
Karichang ij.

XXIV.

Geen kleine kinderen , Taligüg ge-
naemt , mogen
arm-ringen in dien tijt
dragen, of hen zou quaet gefchieden.

XXV.

Zy mogen voor d eerfte reife in dien
I tijt den groten omgang ^ Zapuliangg^-

E z naemt,

-ocr page 54-

naemt, niet dragen tot de

noch in dezelve gaen , hy aldien zy te

-vooren daer niet in geweefi zijn.

XXVI.

Zoo een Sinees ofeenigandere vreem-
deling een verhont met iemant hunner
gemaekt heeft , dien mogen zy in dien
tijt in hunne huizen niet brengen : maer
wel tot een van hunne gehuuren , totdat
de
Karichang over is , en hem dan lufiig
onthalen. Het oprechten van een ver-
hont gefchiet by hen in defer wijfe : zy
houden in hunne handen een ftroo over
de kiften, voor hunne goden; met defe
woorden daer over f uiten. Zalik \'in dit
verdrag met mijn makker veel winnen ^
wanneer ik tegens hemtoornighfpreek,
fal hy verduldig zijn ? Hier op offeren
zy den goden gewalemde rijs, Mafak-
haw, Pinang en Siri,

XXVII.

Sy mogen geen Mariche thad Kad-
\' maken in hunne Steden, Bui-

zen , Velden noch op de jacht : en ook
geen
Vagakang, in den tijd van den
Karichang.

Qoriegen. Dcs jacrs zeftieti honderd twee en
vijftigh , den zevenden van Herfft-
maend , floegen de Sinefen van
Tayo-
wan
en ïormofa, onderdanen van de
Ooft-Indifche Kompanjie, op fteun
van hun grote magt van volk, tegen
de Hollanders aen \'t muiten , onder
het Onder-hooft
Faiet, een overfte
van
Smeer dorp, gelegen twee mijlen
van
Sakam, op toeleg van \'tkafteel op
Tayowan t\'overrompelen.

D\' aenftagh wierd by hen in dezer
wijze befteken : Te weten, byhen
was in den
raed befloten het Opper-
hooft des kafteels van
Tayowan , met
name
Niklaes Verburg , al de Bevel-
hebbers en beften bloem der kooplui-
den , uit de Stadt
Zeelandia, op hun
gewonelijk Feeft van de volle Maen
(welk by hen met het ontftekenvan
keerfen en aenrechten van maeltij-
den plechtelijk geviert word) te no-
digen, met voornemen van hen alle,
onder het drokfte van goe cier ma-
ken, ter neer te matfen.

Ir

Nadien gruwel-daet ,zoudenze op
het kafteel aengetrokken hebben,
quanfuis onder fchijn van het Opper-
hooft
t\'huis te brengen , om na het
openen der poorte of deuren ten ka-
ftele in te dringen, cn dat t\'ovcrwel-
digen.

Dan Pau, mede een Opper-hooft
der Sineefen in de ftadt
Zeelandia, en
broeder van den Veldheer
Faiet, be-
gon nacdenken in dien aenftag van
fijnen broeder te krijgen , en met
den zeiven daer over teherrewerren.
\'tis, zeidehy, een prijzelijke zake,
die ghy met uwen Luitenant tracht
aen te vangen. Maer denke, zoo de
aenftagh mislukt, en de Hollanders
d\' overhand komen te bevechten,
het niet alleen u; maer het leven van
zoo veele duizenden onnoozele zie-
len wil koften, die door u opgerooic
worden.

Na veel gefpreks van deze en an-
dere redenen wederzydelings gehou-
den , kreegh eindelijk het Opper-
hooft
Pau, tot antwoord van den
Veldheer
Faiet : is uwe vreeze zoo
groot, het ftaet u vry na uwewoo-
ninge te vertrekken. Zoo dan, \'t zy
de Hollanders of wy d\'overhand krij-
gen , ghy zijt bevrijdt altoos : \'t is
beter in vryheid te leven, als een ftaef
tefterven.

Pau op dit antwoord , vertrok;
maer vond raedzaem, na veel over-
legs op wegh , de verraderye t\'ont-
dekken.

Gekomen dan op Tayowan, onder
het kafteel, verzocht op den Ser-
jan t , om met het Opper hooft in
mont-gemeenfchap te treden. De Ser-
jant, die zich des weinigh kreunde,
liet
Pau byna onbeantwoort ftaen
wachten , uit oorzake het Opper-
hooft
Verburgh by den Prediker in\'t
gebedt was.
Pau riep daer op ten an-
dere male, om ingelaten te worden,
t\'effèns met byvoegen van de noot-

wendigheid der zake.

Pau eindelijk ingelaten enby het
Opper-hooft gekomen, deedverftag
des toelegs , dien de Sinefen brouw-
den.

Verburgh, daer over ontftelt, be-
val
Pau op het kafteel in bewaernis

te

-ocr page 55-

waeren, alleen weer te rüch quam:
want d\'acht waeren door de Sinefen
op de vlucht gedreven.

De Duitfchen, die in het dorp Sa-
kam
woonden ten getal van dertigh,
naemen de wyk in de ft al, tot behou-
denis van hun leven , hoewel niet
zonder vreze en vervaertheid.

faiet, die het marren voor fcha-
delijk aenzagh en lucht van denon-
dekten aenflag had, trok met zyn
ganfche maght op, nae
Sakamtoe,
hieu aldaer alles ter neer, enleidede
huifen in kolen.

De Tuinier van de onzen, die des
zondags \'s morgens gingh om een
mant met vruchten nae het opper-
hooft op
Tayowan in het kafteel te
brengen, wiert op weg achterhaelt
en zijn hooft, gehouwen van den lij-
ve, in de mant, in plaets van d\'uit-
genoomenvrucliten, geleid, en on-
der de fteene brugge met den romp
gefmeeten. Middelerwyle waeren
de dartigh Duitfchen in de ftal met
groote vreze en vervaertheit bevan-
gen.

De ftal-meefter, genaemt Mari-
nes,
befloot met drie ftal-knechten,
op een paert, met een zwaert in de
hant, uit de ftal na
Tayowanxo-xtek-
ken. Dan eer zy daer konden ko-
men, moftenze recht door
Sakam
trekken , daer \'s vyandts grootfte
magt lach, fterk ontrent feftien dui-
zent.

In het doorryden, niet zonder
groot lijfs-gevaer en tegenftreven,
lioegh de ftal-meefter eenen Sinees

j \' ^^^ lyve, en quam
emdelijk, beneven zyne drie ftal-
knechten, door de engte of naeuw
op
Tayowan , op zondagh den acht-
ften van herfft-maent, des voormid-
dagh onder depreke.

Het opperhooft Verhurgh^ verwit-
tight door hem van de gelegenisder
zaeken , en de benauwtheit, daer
de vier en twintigh achter gebleven
m waeren, door\'svyants naederen
aen den ftal, veerdighde aenftonts
den, voer met een iToep en boot van
Tayowan na het dorp Sakam, en
fprong, gekomen recht by en over
de ftal, op bevel van
Danker , met
den hopman
Hans Pieter/z. Schefledf
voor aen uit de vaer-tuigen, die weer
na
Tayowan voeren, tot de borft toe
in \'t water. Dit gemerkt by den vyant,
fterk zeftien duizent man, trok de
luitenant des veltheers
Faietmttetxi
troep van duizent man den onzen in
zee tegen , in nieenigh van hen al-
daer aen te taften en ter neer te mat-
fen; gelyk zy met groot gemak zou-
den konnen gedaen hebben.

LC ilUUU.t-il , Vil vv

met acht man na. Smeer Jorp opkunt-
fchap uit, die met tydingh van dat
de Sinefen reeds aen \'t vergaederen

Dan naulix hadde d\'onzen de voe-
ten uit de floep en boot gezet, of de
vyant begon den hertret te nemen.
Wel loften zy voor d\' eerfte reize
hunne roers op den vyant ; maer
konden die voor de tweede male,
belemmert door de diepte der zee,
niet herladen.

Middelerwyle\'ontftont, niet zon-
t^er een zonderlingh befchikkingh
Gods , krakeel onder den vyant :
want
Faiet, die met het gros des
heirs op den oever bleef wachten,
beval den luitenant
loukeqwa uit het
water te komen, en naer lant te ver-
trekken, teroorzaeke, zoo hy zei-
de, hem grooter vermaek zou zijn
de Kriftenen te lande dan te water te
2ien neermatfen.

Loukeqwa was van een heel ander
gevoelenden wdlde d\'onzen in \'t water
aengetaft te hebben, fchoon \'t vijf of
zes hondert man zou koften; ja,
liet zich voorftaen noch koop daer
aen te hebben: gemerkt,
zyns bedun-
kens , deze troep de befte van onze
^aghtwas. Na veel ftribbelens wiert
lietgevoelen des veltheers ingevolgt,
die aenftonts den luitenant het op-
trekken met zyn volk uit het water
beval. Dit ftak den onzen een herte
onder de riem, en gaf middelerwyle
gelegent van te lande te ftappen, om
met den vyand fchermutfelingh te
houden.

na HKeizerrijk -van Sina, ofTaifing. 39

te houden, cn zond den geweldiger hondert twintigh man af, onder

als opperliooft/geboortigh
van Zeeland.

Dit hant vol volks, ten aenziene
van zulk een maghtig heir van vyan-

-ocr page 56-

vyandt op de rechte. Midderwij-
lequam zekere zwartin , getrouwt
aen eenen duits man, en op \'tuitfter-
fte zwanger uit het bofch, (derw^aert
zy uit vreeze voor de Sinefen ge-
vlucht was) totd\'onzen gelopen: dan
wiert, naerdien zy te na aen \'s vyants
zijde quam uitlopen, door twee hop-
mannen onderfchept, die haer in \'t
aenfchijn vati ons volk het kint uit
denlijvefneden, en dat, op ftukken
gehouwen, naer d\'onzen toefmeten,
met dreigen zy hen het zelffte zou-
den doen.

De Hollanders, evenwel, aenge-
moedight door
Banker , trokken
kloekmoedelijk op \'s vyants heir aen,
en deden eenen hunner bevel-heb-
bers fneuvelen. Groote verflaegenis
baerde dit onder de Sinefen, die den
geliieuvelden opnaemen, en met
eenyzelijk gefchrei op de vlucht na
deftadt 5<?.^dwftaken, weg-werpen-
de geweer en al wat zyby zich had-
den.

D\'onzen gaven van achteren luftig
ophenvimr, en joegenze tot door
de ftadt
Sakam na.

Eindelijk vertrokken d\'onzen zich
weder na
Sakam, en naemen hunne
nachtruften in de ftal. Des nachts
kregen zy twee duizent kriften
For-
mofanen
tot byftant, door het opperT
hooft
Verhurgh hen toegezonden : die
des maen daglis, den negenden, den
vyand gingen op zoeken; doch von-
den niemant, maer zagen des ande-
ren daeghs voor zonnen opgang den
vyand van een klein geberghte op
trekken.

Dan tuflchen beide was een fpruit,
die door zijne diepte het bykomen
tot elkandre belette. D\'onzen, om
over te komen, zakten een weinigh
af Dit deed onze
Formofanen, die
het voor deizen aenzagen, met een
groote doldriftigheit weg, en naer het
Dorp van
Sinkan toe lopen: Dan een
Serjanc
jooß van Bergen, ftak eenen
hunner met een Hafagaye, en bracht-
ze hier door alle weer te ruch.

Midderwijle quam een Serjant met
twintigh man over den fpruit, en be-

Dan eer de helft van de Hollan-
ders over was , waren de méefte kri-
ften
Formofanen over , en trokken
toen gelijkelijk tegen den vyant aen,
die, na het uit ftaen van drie maellos
branden met musketten op hem , op
de vlucht ftak.

Dien dag ontftont een bloedig ge-
vecht, met verlies aen \'s vyants zij-
de van achtien hondert man: behal-
ve vrouwen en kinderen : beneven
het opperhooft
F a iet.

D\'onzen joegen de vluchtelingen
na, tot zonnen ondergang; en von-
der, gekomen by hunne leger en ruft-
plaetfe, ketels, pannen, en diergelij-
ke koken gereetfchap, met lekkere
difgerechten, om daer mee, nae het
bevechten der zege, goe cier te mae-
ken .

De Luitenant Generael Louequa,
bleefacht dagen in het klein geberg-
te fchuil, en quam toen weder zij-
ne wooningh tot
Tankoya, zeven
mijlen van
Tayowan, nemen. Doch ^
wiert by ons volk gevangen, en tot\'
Tayowan gebragt, en aldaer levendig
voor het vuur gebraeden : daer nae
achter een peert door de geheele ftad
gefleept, en zijn hooft by des opper-
hoofts hof op een ftaek gezet.

De twee hopmannen, die de zwan-
gre zwartin voornoemt, fchendig om
\'t leven hadden gebraght, wierden
geraebraekt en gevierendeelt.

Dit oorlogen duurde vijftien da-
gen : en Avicrden in al dien tijd on-
trent vier duizent mannen en vijf
duizent vrouwen , behaiven kinde-
ren , ter neer gemaekt en vernielt:
zonder d\'onzen, een wonder, eenen
dooden of gequefte hadden.

Twee jaren nae dit oorlogen, des
jaers zeftien hondert vier en vijftig,
in bloeimaent, onftont weer op het
Eiland
Tayowan en Formofa uit den
noordwefte een groote meenighte
Springhaenen, die al de veldgewaf-
fen af-knaegden : waer door hon-
gers noot over de acht duifent men-
fchen te fneuvelen quamen. Zy wa-
ren wonder van geftalte ; hadden een
ring-kraeg om den hals, gelijk een

pieke-

D^^^erfcliaerdezijn volk in llacli- zette den doorgang, tót dat de reft;
orde aen de linker zij de, en hadden zoiiovergekomenzijn.

-ocr page 57-
-ocr page 58-

naKeizerrijk -van
piekenier,eneenyzere hoed of h?I-
met op het hooft, als de zoldaten
dragen.

Zy maekten in het vliegen met
liimne vleugels zulk een fterk geraes^ \'
cn groot gefnor, als of\'er een groote
wind O ver quam waeien.

Zy ft.aken van het Eiland Tayovoan
na Formoja over , bleven daer drie
maenden , en namen eindelijk van
daer na\'t Noord-wefte de wijkrop den

Sina, ofTaifing. ^x

negenden van Ooghft-maend des
Zondaeghs avonds: van waer zy ge-
komen waren. Dan hier door was de
ellende niet gedempt: want zy lieten
jongen na, die flimmer waeren als
d\'ouden, en voorts al af maeiden,
wat noch overgebleven was. Deze
jongen, dewijl zyniet vluchwaren,
wierden meerendeels by de Sinefen,
door bevel van ons Opper-hooft, ge-
vangen.

Eiland Tayovpan,

i Et Eiland Taiwan, of too an-
dere fpelden,
Tayouan en
Tayowan , is gelegen aen de
zuid-zijde van/öm^yä, drie
vierendeel mijls met zijne noord en
ontrent een boog-fcheut met zijn
zuid-eind daer vanaf. Bylaegwater
isdewijte, tuffchen het zuid-eind en
Formoja,ovQi waedbaer;raaer tuffchcn
het noord-eind en
Formofa wel der-
tienvoetwaters.

Het leid geftrekt meeft zuide ten
oofte en noorde ten wefte : is groot
derdehalve mijle iii de lengte en een
vierendeel mijls in de brete.
Eigent-
iijk is Tayowan van nature een zant-
plaet; hoewel ook een eiland.

Op het noord-eind ftaet een fterke
vefting,
het kafieel van Zeelandia hy
d onzen genaemr , en gefticht door
hen des jaers zeftien hondert twee en
dertig, boven op een gebergte of ho-
gen zant-duin. Het wiert omringt
^et tweern uuren van grauwen fteen,
a\'een boven d\'ander, en de tweede
muur met vier halve manen.

Onder het kafteel, ten welle,Ieid
een vierkante vefting, weerbaer
door
tweepunten.

Een boog-fcheut van \'t kafteel leid
een fterke ronduit, defleuteldeska-
iteels, genaemt
Uitrecht, zeftien voet
hoog van fteen opgehaelt, en gefterkt
metzeven ftrijk-weringen.
Ooft waercs van het kafteel leid een

Stadt, by d\' onzen gefticht en Tayo-
wan
genaemt: is niet boven een vie-
rendeel uurgaens in derontegroot:
maer was, voor de verovering, zoo
net en fchoon bebouwt, als eenige
Stadtin hoewel niet ten de-

<

le zoo koftelijk in huizen. De ftraten
waeren met vierkanten brik-fteen ge-
plaveit, die by d\'onzen zeer fchoon
\' en zuiver gehouden wierden.

Daer bevonden zich toenmaels
ontrent tien duizent Sinefen op dit
Eiland, die zich meeft met den koop-
handel erneerden : behalve onze Kri-
nen en Heidenen of Formofanen,
\'s lands ingeboornen.

Op het Eiland vm Tayowan zijn
meeft zantduinen : en is by gevolg
niet vruchtbaer: want het geeft fchier
niet dan pijn-appels en andere wilde
bomen. Een halve
kartou-fcheut vati
\\ kafteel is d\'ingang van een kanaelof
haven, by de Sinefen
Loakhau en by de
onzen,om zijn engte,\'t Nau van
Tayo-
wan
genaemt. Met hoog water isde
diepte niet boven dertien of veertien
voet. Recht tegen over \'t kafteel
Zee-
landia
leid een zant-plaet boven wa-
ter ,
Baxemhoy geheten , bezet met
vele vilTchers dorpen.

Sedert de Sinefen Tayowan onder
den zee-rover
Koxinga en zijnen zoon
Sepoan bezeten hebben, is aen het ka-
fteel, tuflchen de punt
Amjlerdam en
Gelderland, noch een poorc gemaekt,
en by de nieuwe punt een goot van
anderhalve vadem wijt, wederzijds
met fteen opgehaelt, en aen de muur
metyzere traliën voorzien,daer water
en vifch door komt;en zich verzamelt
binnen het kafteel voor des Opper-
hooftshuis, in een tank of ftene wa-
ter bak. Aldaer ftaet eenfpeel-huisje,
/ welk

-ocr page 59-

diende.

Des jaers zeftien hondert vier en
zeftig was, volgens bericht der onzen,
die
uit de vlote voorTd>o»^^w , onder
den Admirael Balthafar Bort, aen den
vyant tot verloffing
der gevangene
Neerianders, t\'efTens om een verdrag
van
vrede te treffen,der \\Vaerts gezon-
den waren,het kafteel allerwegen met
gefchut voorzien, en de borftwerin-
gen rontom met nieuwe bambóefen:
daer beneffens de barmte langs het
het kanael met een en twintig
ftuk-\'
ken gdchut, ftaende
tufTchen fchans

korven,bezet.In het kafteel woonden

alleenlijk des overleden ouden Koxins
v/ijven en wierden aldaer bewaert: de
krijgsknechten hielden daer buiten
huis in opgerechtefchuuren.

De vervalle en omverre gehaelde
huizen in \'t quartier lagen noch onop-
gemaekt.Om het Fort
Sakkam,o^ For-
mofa,
lag ook gefchut, en voor\'c zelve
beneden op de aerde ftonden twee
ftukken.Het dorp aldaer was met hui-
zen vei meerdert: vijf hondert fton-
den al: doch niet alle van fteen op-
gehaelt. De landweg om de Zuid was
ook
meer dan voorhene met wonin-
gen betimmert. Daer wierden niet
meer dan vier en twintig vaertuigen
getelt, meeft Koyaes , die in \'t bin-
nen-water by
het quartier lagen: daer
beneffens het Fluitje
Kortenhoef, welk
den vyand in den oorlogh in handen
gevallen was

van Tayowan zijn heden ongefchore
Sinefen : die zich
onder den Tarter-
fchen Keizer van
Sina niet willen bui-
gen,
en het zelve nevens dat van For-
mofa
onder hunnen Overfte Koxinga
des jaers zeftien hondert een en ze-
ftig der Ooft-Indifche Maetfchap-

pye
beic

eide deze Eilanden lange jaren beze-
ten heeft.

De Sinefen op beide deze Eilan-
den
Tayowan en Formofa onderhouden
een en dezelve zeden, maniere, kle-
ding , talé en Godsdienft : desgelijx
fpreken een en dezelve tale met die
ophet vaft land van
Sïna ; verfchillen
alleen in het dragen des hairs : welk
ze lang dragen, hoewel net gevloch-
ten;
maer die op \'t vaft land, door
dwang der Tartars, ten teken van on-
derdanigheid,
na de Tartarifche wij-
■^e koit\'of afgefchoren : flechts met
een
tuit achter aen \'t hooft.

Gelijk de Formofanen verfcheide
Goden hebben en aenbidden , zo ook
de Sinefen , die heden deze Eilanden
bewonen. De voornoemde Schots-
man
David JVrkht ftelt een getal van
twee en zeventig in volgende woor-
den.

Zy erkennen een almagtigen God,
Schepper en Beftierder van hemel,
aerde,
zee, zon, maen en fterren, dien
zy
Ty noemen, en voor denOpper-
ften en eerften God houden. Zy doen
offerhande aen dezen groten God;
hoew el maer eenmael\'s jaers : als een
levendig zwijn, verbrant met zandel-
hout: want een fchaep of ander vee
t\'offcren, wort by hen voor een grou-
wel geacht.

De tweede God wort by hen ge-
naemt, 7/^«
ShoJoch Koung Shanch Tee.
Dees is de tweede perzoon of Op-
perfte voorzitter des hemels en Be-
ftierder : waeromhy
Tien Sho, dat\'s
tweede perfoon des Bernds: en Joch
Koung
en Shang tee, dat \'s Beftierder
des Aer-trijks
genoemt wort. Hy
heeft alles onder zijne
magt en noch
drie Geeften onder zijn gebier: d\'eer-
fte is genaemt
Heuoung , dat \'sBe-
ftierder der regen ;
hoewel de ge-

;vaucu wdJ. 0 - j—

De meefte inwoonders des Eilands i mene man hem Hououng noemt: dees

wort voor den zeften Godt gere-
kent en gezeit wasdom in
het ko-
ren
te brengen en regen op heraert-
rijkte geven, tot ververfchingh van
alles.

De tweede Geeft is genoemt Te~
oung
, die magt heeft over herleven

VlwiL V^üi-t ** XilMiiwI.I V» X\'AdV.» WAVJLJWk^ J ------O - .. ^ , _ -

hebben afhandig gemaekt. welke - van »rl^

der aerde leeft of groeit. Hy word

voor den zevenden God gehouden.

De derde Geeft en achtfte God
word genaemt Tfuy Zyen Tei Oung,
dat \'s Beftierder van de Zee en van alles

voat\'erinof opis.

Den derden perfoon indenhemel
noemen
de Sinefen /öj^ Tee : die
voorhene
mede een Vorft op d\'aer-

de;

^^ Twtecïe CezanJjchap of Sezendmg

welk den,ouden Koxin tot vermaek deze Eilanders na d\'oude Sinefe wij

-ocr page 60-

over/hy in den hemei opgenomen
wiert.

De vierde Godt wordt genaemt
Quanoung : die mede voorhene een
fter f?èh}k menfch op
d\'aerde was: ins-
gehjx de vijfde , dien zy Jamoungh
noemen : maer beide daer na , om
hunne brave daden, ten hemel verhe-
ven hebben.

Aen deze vijf Goden, als Opper-

hemels : dedrie voornoemde, alsze-
fte, zevende
en achtfte zijn minder
Goden
of Geeften , dienaers van
den tweeden GodTiehShoJochJoung
SchangTee.

Behalve deze acht Goden, zijn \'er
noch acht en twintig Raetsheeren

regeren en ga flaen.

oni aldaer verflag van de zonden
der menfchen
te doen , die zy in
het geheel
jaer bedreven hebben:
waer van zy vergiffenis verwer-
ven.

D\'eerfte aerdfche God of liever
Goddin , de zeven en dertighfte
in getale , is genaemt
Pot Sou, en
wort uitgebeelt in de gedaen te van
een vrouw , met een kint op d\'ar-
men.

Zy was, volgens de Sinefen, een
Koninghs dochter , en groote Pro-
feeterlie , en had-, zonder oit man
bekent te hebben , een kint ter we-
^itgebragt, welkzy
Kachii noemen.
Uit, wanneer het tot zijne jaren ge-
komen
was , had mede zeer groot
verftant en fchranderheid : hoewel
minder
, dan de moeder : ook wort

-----------,------j..^ geheten ,

ois op haer pafte , en een üok-oud
man was.

Daer zijn\'er, die haer voor gene

1 \' ^oor een buiten-

andkhe vrouwe willen gehouden
hebbea : en eenige voor een afbeel-
dinge van de maegc
Marys , gelijk
! Jofef, haer man.
; _ D\'acht cn dertigfte aerdfche God
\'is genaemt Quaniem, maer by Mar-
kus Paulus, Quamina: hy Joannes Gon-
fales
, Quianina: die zeidt dat zy de
dochter van den
Sineefcheo Keizer
Tzonton was, die de muuren tuffchen
Sina en Tartarye doen maken had.
Maer dit gevoelen wraekt David
Wricht:
en wil dat zy de dochter

lange jaren voor den eerften Keizer
Quantekong of kort na den aigemei-

nen watervloet heerfchte.

Dees Biou V Songong had drie doch-
ters , twee der welke reeds getrout
waeren : maer de derde , deze
qua-
niem
, nam voor nimmermeer te trou-

----- ----------O j ----— ,—--■.-••»••ii^ijinv.wi Lc liUli"

des Hemels, die voorhene groote en j wen , in weerwil van haeren vader,
wijze Filofofen op d\'aerde geweeft | die haer reeds eeneii man verkoren
zijn, en nu in den hemel de fterren i had.

Dan ziende echter haer daer toe

Daer en boven ftellen de Sinefen | ongenegen en bevreeft voor haere
verfcheide minder aerdfche Goden, i eerbaerheid, befloot hy de dochter
die alle jaers hemelwaerts trekken, 1 in een klooüer te hefteden met be-

vel aen den opziender, om haer des
te meer te veroederigen , haer
niet
anders te laten doen , ais water en
hout in het klooftet te brengen , en
het zelve fchoon te maken. Maer
de zwanen , zoo de Kronijken van
Sina verhalen , quamen van het ge-
bergte , en
d\'Engelen uit den henael
hoJpen
haer water dragen : despe-
lijx dc vogelen van den hemel het
kloofter fchoon maken , en de hee-
ften uit het wout haer hout toe bren-
gen.

De vader des v.erwitticht, en den-
kende
zy zoodanige dingen , door
toverye deed, wierd daer over
zeer
vertoornt, en beval het kloofteraen

na^t Kekcer rijk van Sina, &f Taifing.
de; maerzeerrechtvaerdigvvas: waer j den ouden man, liaer dienaer, voor

hoofden , beftaet de beftiering des van Keizer Biou V Songong was : die

brantte fteken.

De dochter bemerkende, hoezy
, , • , , • alleen de oorzaek daer van was, nam

het metaenaebeden. 2y voegen haer een priem om haer zelve het hertc te
euien knecht toe ,
Paufat geheten, doorgrieven.

rgneven.
Dan de hemelen, uirmeedogent-
heid over haer,
gemeikt de vader vart
zijn voornemen niet aftiet, belaftc
den God van de regen , genaemt
Heuong , een fterke ftort-regen en
water-vloet op d\'aerde
te laten vallen,
tot uitblufTching van den brand des
/ 2 kloo-

-ocr page 61-

kloofter raekte en haere toevlucht na
het gebergte nam, daer zy een lange
wijle verbleef. De vader midlerwijle
wiert, door bcfchikking des hemels,
met laferye befmet en meeft door de
wurmen opgegeten , zonder eenige
artzen of heelmeefters hem wiften te
genezen. Maer de dochtet verwittigt
van des vaders quael, door zekeren
geeft, quam by
hem en genas hem aen^
ftonts : dies de vader haer wilde aen-
bidden ; maer zy weigerde die eere
en beval hem den hemel en Goden
daer voor te danken : welk hy met
grooten aendachtdeed, en kreeg ver-
giffenis
van zijnen misdaet: wanthy
een heilig man in al zijn leven was
geweeft, en nooitde Goden verftoort
had, als in dien tijdt.

Niet lange daer na quam Biou Tfon-
gong
te ftcrven. Na zijne dood begaf
Quaniem haer na eene plaetfe, onder
hetgebiet van
Sina gelegen , Lamboy
genoemt, daer zy haer leven tot acn
haere dood met grooten aendacht
overbragt. Na haere dood wiert haer
ter eere een fchone en groote tempel
gebouwt, en het lijk daer in geleit.
En is , zoo de Sinefe Hiftorien en
Kronijken getuigen, haer lichaem op
heden noch zoo verfch,als of het eerft
geftorven was. Alle jaers gaen dePrie-
fters derwaerts ter bevaert. In grote
achting is deze
Quaniem by de Sine-
fen, en wort by jhen om hulpe enby-
ftantaengebeden. Haer ter eere wor-
den alle jaers drie Feeften gehouden:
maer de grootfte in de zefte mane, op
den achtienden dag. Dit Feeft duurt
drie dagen door geheel
Sina, geduu-
rendede welke de Sinefen niet anders
doen, als door alle ftraten
IVayangs
of toneel-fpelen haer ter eere verto-
nen.

De negen cn dertigfte God of God-
din is genaemt A\'im^ , of volgens an-
dere
Mat zou. Zy was geboortig uit
de Stadt
Kotzo, in het Landfchap van
Houkong: dacr haer vader Onder-Ko-
ning was. DezeÄmö befloot mede
haer leven maegt te blijven, en ging
woonen op het Eiland
Piskadores of
vißchersEiland: anders by d\'inwoon-
twalef mijlen van het Eiland
Formoja :
alwaer zy haer leven in grote heilig-
heid en jammerlijken ftaet geeindigt
heeft. Haer beeltenis ftaet aldaer in
een tempel levens groote afgebeelt,
met twee dienarefl^en, een aen de rech-
ter en een aen de hnke zijde : ieder
met een waier in
de hand , die het
hooft van
Nioma bedekken en mede
heilig geleeft hebben. Ook heeft zy
twee geeften onder haer gebiet.

ders Pehoe geheten, gelegen drie en grote toverye doen fchijnen, met olie in

€iC

Zy word onder de Sinefen voor
een magtige Goddin geviert, en trcet
geen Keizer ter heerfchappye , of
moet voor
déze Nioma eerbiedenis
en
een voetval komendoen.

De grootfte vierdagh, ter eere van
deze
Nioma aengerecht, is op den drie
en twintighften dagh van de derde
mane.DePriefters
komen uitallc oor-
den des Keizerrijks, ter plaetfe, daer
zy is,ter beevaert: gemerkt zy kennis
en wetenfchap heeft: wanneer eenige
vreemde volken daer, en op wat Ei-
land zy komen zullen: cn of zy goet
of quaet in \'tzin hebben. Ja zal nie-
mant lichtelijk iet aenvangen of
komt
eerft by Nioma om ract vragen. Hae-
re opkomfte van eere en aenbidden
wort aldus in de Sinefe Kronijken ver-
haelt:
Zeker Admirael, met name Kom-
po , was met een uitgerujle krijgs-vloot
tegens een ander vreemd volk ten ß rij de
getogen ; maer gekomen door te gen-
wint onder het Eiland Vohoc, wiert ge-
nootzaekt aldaer het anker te lat en val-
len. D\'\'Admirael, wanneer de wint weer
was verandert, leval weer zeil te gaen
en het anker op te winden : doch kon on-
mogelijk het geheel fcheeps-volk dit niet
uit den gront lichten. By hier over ver-
toornt , quam zelf achter , om het volk
aen teprefien. Midlerwijle zag
/;)/Nio-
ma
op het anker zitten, daer hy z.oo dicht
hy
gong,als mogelijk was,met verzoek, hy
aldien zy een heilige
Santin was, te zeg-
gen,wat hy doen of lat en zoude.Waer opjy
hem antwoorde: ingevalle hy de zege wil-
de bevechten , haer met zich in de vloot
diende te nemen: want de volken voegde
zy daer hy, daer d\'Admirael tegen aen-
gingywaeren groote bezweerders,duivel-
jagers en toveraers,en konden door hunne

^^ Tweede Getmdfchap of Belending

kloofters. Waer door Quaniem uit het twintig mijl benoorden de Linie, en

-ocr page 62-
-ocr page 63- -ocr page 64-

de zee te fmijten, alsof de gehele vloot
voor degene, die aenquamen, in de hrant
jiont. Dies d\'\'Admirael haer met zich in
de vloot nam. Gekomen ter plaetfe, daer
het gemunt was > deed het vreemd volk,
\'^^b^jk^ïom^voorzeidhad: dochfmeet
ook olie in de zee • en met meer-
der kracht en uitwerking, dan d\'andere,
die te niet gehragt wierd. Derhalve de
vreemde Koning zich henootzaekt vond
te flrijden tegen de Sinefen , die hem
m£t hulpe van de Goddin
Nioma onder
gehoorzaemheid hragten, D\'Admirael
gedachtig aen de dienjien van
Nioma,
die hy reeds genoten en noch van haer te
verwachten had, verzocht van haer, op
het fcheiden, een wonder teken, om van
" wegen aen den Keizer temogen

ver t onen. By geval had hy een dorre rot-
ting in de hand, die
Nioma op zijn ver-
zoek aenjionts deed groeien en hloeien,
en zonderling welriekendmaekte. D\'Ad-
mirael zette deze op de Kampanje en
ging daer mede zeil. Gekomen hy den
Keizer, deedhy verfagvanzijn weder-
varen. Waer op de Kei7.er, tot erkente-
nis van haere dienflen,
Nioma voor een
Goddin door het geheel Rijk Beval te
vieren.

Ieder fchip heeft het beeltenis van
Nioma achter op, en word alle daeghs
ofTerhande van het zee-volk aen de
zelve gedaen.

De veertighfte God is Sikjaa ge-
naemr , gebooren in het Koningrijk
van
Tantaiko, tegen\'c weften van Sina.-

Dees word gehouden voor den eer-
ften vinder van den Gods-dienlt, dien
de Sinefen noch heden onderhouden.
Hy droegh nooit iet op zijn hooft,
«och at oitiet, welk leven had ont-
- bragt zijn leven ongetrouwt

in vroomheid over; ja zonder immer
youvybekenttehebben. Dees^/W

fiaer levens groote in de tempels op
de altaren,zittende afgebeelt,ter rech
te zijde van de deur in \'t inkomen .Te-
gen hem over, en in eenige tempels
rontom,üaen lange tafels: daer aen de
priefters geftadig zitten lezen en pre-
vckn, hmende Sikjaa, om in den he-
mel te mogen komen.Ook zijn\'er ge-
duurigh twee priefters, die geftadigh
dagh en nacht voor\'talraer leggen te
bidden, en t\'elkens zich weder op en

weder neer buigen. Zy hebben mee-
nightevan trommelen ,fchalmaien en
merale gommen, daer zyalle gelijk
geftadigh op flaen: waer uit geen on-
aengename toon ontftaet.

In leven volgen de priefters deze
Sikjaa na , die anders niet ceten als
rijs , granen en kruiden : leven in
groote armoede cn elende : eenige
in de wildernifl^en als kluizenaers :
andere gaen de tempels bezoeken
door het land , en laten zich bezi-
gen tot het doen van offcrhandc
in de huizen van byzondereluiden:
voor een gering geit: zonder zy ee-
nigen byftant altoos van den Keizer
of van het land hebben. Zy dragen
afgrijzelijke lange nagels, tot de leng-
te van zes, acht, tien en twalef duim:
want lange nagels word by de Sinefen
voor een groote cieraec gehouden.

De leere van , zie in \'t

brede ontfouwen inde volgendeBs-
fchrij ving van
Sina, oppag. 11 o,

d\'Een en veertigfte God is gfenaemt
Ang-jaa. Dees word gebraght van
huis tot huis, op den elfden dagh van
de ecrfte mane,op een altacr,door drie
priefters, met drie andere achter aen.
Voor hem ftaet op het altacr een
brandend wierooks-vat. De priefters,
gekomen voor een huis, zetten hem
neder en flaen, al zingende en bid-
dende, twee kleine bekkens tegen
malkandre, tot dat de huis-heer komt
hen ecnigh geltin een papiertjebren-
gen, ten ofFerhande voor dezen God.

, Pees Ang-jaa is niet gekleet, gelijk
d\'andere Goden: maer naekt,flechts
meteen kleetje om zijn middd tot
aen de knien : en over de fchouders
een fluier geflagen. Deflelfs hair,
baert, knevels en gezicht is meeft on-
bekent, tenaenzien van d\'andereSi-
nefe Goden : wantdeesisalseenkri-
ften mcnfch in zijn wezen cn gelaet.
De Sinefen zelfs weten van deze ver-
anderinge gene reden
re geven.

De twee en veertigfte God is Tou-
genaemr. Dees is afgebeeld in
de gedaente van een oud grijs man
met een witte baert: en word ige-
zeit een groote hater van dieverye,
fpeelders en dobbelaers geweeft te
zijn: diehyinallemanierezochtuit
¥ 3 te

-ocr page 65-

teroien: waer over de Sinefehemin
den hemel
geplaeft hebben en gefta-
digh aenbidden, oni voor dieverye
bevrydtebiijveri.

De drie en veertigfte God is Teitou-
kong
geheten: dees was by zij n leven
een manhaftige en ftrydbaere held,en
flaet afgebeelt met een bloot zwaert
op zijne linke arm. Zijne brave en
koene daden, den rijke in het uitdrij-
ven van den vyand bewezen , hebben
hem hemelvvaerrs verheven, en by de
gemeente voor eenen God doen
eeren.

De vier en veertigfte Godt wort
Scheecong geheten, en voor een vinder
van de tooneel-fpellen gehouden.

De vijf en veertigfte God is Am-
kong
genaemt, die om zijn groote
deugden en vroomheid dien tytel by
Sinefen heeft bekomen.

De zes en veertigfte God is tsiva-
jong
geheten. Dees was by zijn leven
een fterk man en van| geftalte als
een reus. Zijn deegen woogh over
de twee en \'tnegentigh pont, diehy
met eene hand beftierde. Over zijne
fterkte en ftrijdbaerheid was hy in
Sina zeer vermaert: waer om de Sine-
fen hem voor eenen God hebben aen-
genomen.

De zeven en veertigfte God is ge-
naemt
Hangoe. Ook dees was een op-
rechte reus en maghtigh ftrijdbaer
iielt:en
woogh zijn helm hondert vijf
en twintigh pont. Om zijne brave
daden in den ftrijt wiert hy tot onder-
koning gemaekt. Na zijne dood heb-
ben de Sinefen hem voor eenen God
geviert en ge-eert.

Den acht en veertigfte God is Han-
2.in
geheten, die in kloekheid van ver-
ft an t zijns gelijken in
gehed Sina niet
had : (uitgezeit
Quantekong en Sode-
jong)
en meer door zijn goetbeleit en
ftaetkunde heeft uitgerecht: als an-
dere met groote maght van vol-
ken : voor welken weldaet de Sinefen
hem eeren en voor eenen God hou-
den.

De negen en veertigfte God wort
atm^mt Sodejong, die ni zijn leven

___... -- , __ 1 • „ • ____ ^ X-» 4»

Zie I
171.

zer als Eanzing gehouden ; hoewel
in gene vergelijking by
Quantecong
komt.

DevijftigfteGod is genaemt Sjen-
goefoeng.
Deze was in zijn leven en
een zeer fterke reus en ftrijdbare
kampvechter : die den lande te-
gen den vyand groote dienften had
gedaen.

D\' Een en vijftigh ft e God is ge-
naemt
Göimatzïnizing , die by zijn
leven een wachter en toezien der
van het volk en die naer van God

een zeer wijs Koning, groot ftaet- iiooger by de Sinefen geviert\'en
kunde en wonder goet aSrdigh voor ge-eert, als een van alle de andere
^ ^ en voor den eerften Keizer

iiï

de gemeente was. Hy wort voor wij-i üoden,

was.

Hy had, zoo de Sinefen verderen,
vijf oogen: twee op de behoorlijke
plaetfe,en twee andere recht daer bo-
ven , en de vijfde recht midden in
zijn voor hooft boven d\' andere vier
oogen. Wann eer dees waker op aerde
leefde, hadhy infzijnen flaep altijd
twee oogen wakker of open; mid-
lerwijle d\'andere drie fliepen : voor
welken weldaet de Sinefen hem noch
heden vieren met aenbidding, om
voor heji in den hemel te v/ilkn wa-
ken.

De twee en vijftigfte God is ge-
naemt
soumanoaom : dees had Vier
oogen, twee in zijn nek en twee in
zijn
voorhooft. Als de twee in zijn
voorhooft fliepen , zoo waekten
d\' andere : derhalve hy in den ftrijdt
(want hy was een ftrijd-bare krijgs-
overfte) noit was t\' overwinnen. De
Sinefen , ter gedenkens van zijne
Wakenden yver, op de wake van
\'slands zake, hebben hem heniel-
waerts gevoert en den tijtel van Godt

gewaerdight.

De drie en vijftigfte God is Zjen-
zucung
geheten. Dees was by zijn
leven een groot heer, wdjs en fchran-
der van
herflenen : maer zeer klein
van ftal. Op zijn hooft kon hy geen
hair verdraegen ;
maer fneed het
zeer kort af:!
was een groote vyand
en hater van
dobbelen en met kaer-

ten te fpelen en drinken.

De vier en vijftig^e God was Qitan-

/a-ö»^\'geheeten , hoewei hy Johanes
Gonzales
en andere ri/if. Dees word

-ocr page 66-
-ocr page 67-

aelijken in geheel Sina niet: was zeer
fterk van lijf en leden , als een reus:
zijn deegen woog twee en tnegentigh
f oüt: die hy met zijne eenehand be-
ftierde : waslangh tien Sinefe maten,
ieder maet gerekent op veertien
duim: wcikbedraeght twalef voet en
acht duim : breet van d\'eenen tot den
ander fchouder zes fpan .hoewel Gon-
Jales
zijne lengte op negen Sinefe ma-
ten , enbreteder fchoudersopzeven
fpan brengt. In den aenvangh van zij-
ne beftieringh bezat hy flechts een
eenig Landfchap : maer won allengs
20 veel lands van zijnegebuuren door
de wapenen, dat hy geheel
Sina on-
der vijftien Landfchappen bragt. Hy
heeft verfcheide wetten en willekeu-
rcn onder zijne onderdanen inge-
yoert: uit kracht van een der welke
moghtgeen vrouw of man ledig gaen;
maer zoo wei de een als de ander
werken.

Hy wort gehouden voor den eer-
ften vinder der klederen in
sina, die de
Sinefen heden dragen : wantbyouds
gingen zy, inzonderheid dezuider Si-
nefen , gelijk d\'Indianen met naekten
lijve: hy is ook d\'eerfte vinder geweeft
van allerhande klederen te verruwen:
heeft allereerft fchepen en zaeg-mo-
Icns-, zymakery, buflèkruit, gefciiur,
en ook de bouwkunft uitgevonden:
en ftaen noch hedea\'s daegs in
Sina
grote gebouwen, t\'zijner gedachtenis,

in Sina gehouden. In ftrijdbaerheid | (hoewel Markus Paulus de Venetiaen
cn kloekheid van vernuft,had hy zijns hem Lincheou , en Joannes Gonzales

dieiiy deed bouwen. Doorhem is ai-

pen, fteden cn vlekken verdeelt: des-
gel ij x het volk bevolen die te bewo-
nen. Zoo de Kronijkcn verhalen, ver-
floeg dees
Quantekong alleen in eenen

Linchicon noemt) deed ten dienfte van
zijnen Heer grote veltflagen en ver-
won veel landen en volken. Behalve
dezen had
Quantekong een anderen
dienaer, een blank menfch, genaemt
Quanpieng : doch was geen krijgs-
knecht. Zoo hoog is
Quantekong by
de Sinefen geacht en ge-eert,dat ieder
zijn beeltenis in huis heeft, uitgezeit
de viflchers en zeeluiden. Ook doen
zy den zclven alle weken grote offer-
handen: en brant alle nachts voor zijn
beek een lamp met zoete olie : bene-
ven zes ftokjes zeer dun, ontrent als
een grof yzer-draet : die des avonds
worden aeogeftoken , en zoo lang
branden, tot dat zy uit zijn: de vlam
geeft een wonder zoete en aengena-
\' me reuk; ja boven alle muskes. D\'of-
ferhande beftaet in twee pont en een
halve zwijnen vleefch , drie vieren-
deel pont herten vleefch, een gekook-
te hen, negen koeken van bloem van
meel gemaekt: een half pintje van ze-
keren drank
Aoytziu : een kop van ,
den drank
Lotchin, een kop van den
dï2inkSonchin, en een kop van den
drank
Samfoe : en eindelijk in twee
koppen rijs. Ai dit wort geftelt voor
het beek van
Quantekong, de tijt van
drie uuren , en daer na weer wegge-
nomen : welk beide met grote eer-
biedigheir gefchicr cn her buigen van
hooft en lichacm. D\'offer-fpijzc wort
daer na by d\'offèraers genuttigt.
Ter eere van
Quantekong is in ieder

lercerft een keure ingevoert: waer by ftad een tempel opgerecht; daer hy na

afgebeelt
twee voeten

d\'afkomehngen de voorouders tot in \'t leven in volle geftaltenis
l^et tiende geht in het ambacht moe- ftaet. Aen d\'eene zijde, tw

vojgen : ja voor eeuwig. Ook van Quant e kon het beeltenis van
heeft
ieder ftraetin Sina iXjn byzon- zijnen wapen-drager Tzieutzong, met
ambacht: en mag niemant anders I een zwaert op zijde en een zeep-
in die ftraet Wonen, of moet van het
j mefch (welk is gelijk een maiers gras-
zeUfte ambacht zijn. Hy heeft dor-\' mefch of zeis) in zijnehand:
viertre-

flag drie ofvierduizent man. Hy had ^ ders, gebuuren det Sinefen , die te-
eenen zwart tot eenen
wapen-drager: j gen hen oorlogen : want zoo dra de
die niet min ftrijdbaer was , als hy
j vyand komt invallen , zetten zy
zelf, en over al zijnen Heer verzei- i fchilt
-wacht by zijnen tempel, ten

fchapt. Dees was geheten Tzieutzong-, I einde niemant den zeiven zou be-

^ fcha-

den van hem, aen d\'andere zijde, zijn
dienaer
Quanpieng, Ja is hy niet al-
leenlijk by zijnen eigen landaerd in
achting : maer ook by de Tungkin-

-ocr page 68-

hengepleeght.

De vijf en vijftigfte God wort Chio-
encui
geheten , en is een geeft ; aen
wien zy oflèrhande doen, om voor
onheil be vrijt te blijven.

De zes en vijftigfte God is Kon fou
genaemt, en wort voor deneerften
vinder van de drukkerye gehouden,
die de Sinefen al voor acht hondert
cn vijfjaren gehad hebben. De Sine-
fen willen dat de kriftenen de druk-
kunft van hen gekregen hebben: al-
zoo zy te dier tijde met de kriften
koopluiden handel dreven. Deez
Kongsou ftaet op eenen throon te
prijk,bezijde verfcheiden landaert: ie-
der met een boek in de hant: maer de
Duidfche het naefte by hem : want
deez landaert, volgens getuigenis van
de Sinefen zelfs, meer fchrander en
aertigheidin het drukken heeft, als
alle andere volken.

De zeven en vijftigfte God is Te-
goe
geheeten, dat is, aerdfche hul ge-
zeit.

D\'Acht en vijftigfte heet Kjenke,
dat is , raven of kieken - dief. Een
kluchtigh en wonderlijk wangeloof
hebben de Sinefen ontrent deze twee
goden: want als
legoe è\' aerde op zij-
ne fchouderen heeft, dan komt
Kjen-
ke
uit den hemel en begint Tegoe Op
zijn lijf te pikken: waer door hy zich
benootzaekt vind
Kjenke van zijn lijf
af te fchudden: waer op ook d\'aerde
fchudt en beef t: dies de Sinefen daer
by d\'oorzake van d\' aertbeving willen
te kennen geven : want zoo dra aert-
bevinge ontftaet, flaen zy tot lacchen
uit, met te zeggen: nu word
Tegoe
van Kjenke gcT^ïki.

fcliadigen naerdien, volgens hun zeg-1 Deze twee worden voor geeüen
gen , ingevalle een hunner mceiteof j gehouden en daeromby hen voor Go-
af breuk in zijnen tempel quam te ; den aengebeden.

doen, zou deez Quantekong als dan ! Volgens den Jefuit Martinus Mar- zib. ix.
zijne boze woede over hen fmijten en | /^M in zijne Sinefche hiftorien, is het
hun ganfch Krijghs-heir verflinden. aertrijk van
Sina zelden en niet, dan
Ja fou gebeurt zijn , dat
Quantekong weinigh acrtbevinge onderworpen,
in
een gezicht op zijn root paert, j Zoo nochtans de Sinefe hiftorien ge-

lea genaemt, (en hy alleen gebruikte
by zijn leven een root paert: want in
geheel
Sina zijn gene rode paerden)
gekomen en alle des yyands maght

vernielt hebben, in weerwrake van | tot groter fchnk, dan omkomen van
de fchaede aen zijnen tempel door menfchen.

De Sinefen, een volk zeer tot wan-
geloof geneight, fpellen uit zoodani-
ge wonderdaden , den rijke den on-
dergang te voren met vaft betrouwen,
dezelve tekenen fijn van een vergram-
den cn dreigenden hemel.

De negen en vijftighfte is Luikong
of God van den donder: want lui is
donderen Kong eenbefticrder te zeg-
gen. Hy wort uicgebcelt met
een
hooft, als een arcnt: met voeten cn
handenals arentsklaeuwen en dufda-
nige vleugelen:
en komt alzoo vlie-
gende door de wolken fnijden.

Wanneer deez Luikong wil donde-
ren , zoo ftaet hy tuffchcn vier wol-
ken , met een trommel op ieder
wolk : waer op hy met twee groote
yzere mokers geftadigh flaet: waer
uit dan donder ontftaet. Wanneer ie-
mant door den donder getroffen
wort, zeggen zy d^ilLuikongo^ dien
zeer vertoornt was, en met den mo-
ker geflagen heeft. Des zy zeer be-
vreeft voor den zeiven zijn, en krui-
pen by donder met handen en voeten
onder tafel en banken-

Derhalve w^ort dees Luikong mede
voor eenen God by hen ge-eert, om
in tijde van donder niet
geflagen te

worden. ^ i

De zeftigfte God of liever Gpddin
is die van den blixem. Zy ftaet by de
Sinefen afgebeelt met een ftrooy
bofch in de handen, ten teken zy ten
tijde van blixem daer mede den zei-
ven uitfpreir.

d\' Een en zeftigfte is de God van
den reegen-boog, en wort
Kieugkong
geheten. Zoo de Sinefen zeggen, is
I
deeze Omko, dat is, niet goet: waér om

zy

tuigen, ontftontdssjaersvoordege-
boorte des Heiiands drie en zeven-
tigh, zulk een zware aertbeving, dat

verfcheide bergen inftorren: hoewel

-ocr page 69-

ding in de wereit was gekomen, welk
de geur en fmaek aen alles gaf, om
\'s menfchen leven t\'onderhoudcn. De
Keizer over \'t tegenfpreken en berif-
pen van
Kkuotqnan verftoort, beval
hem uit zijne oogen te gaen: die zich
zei ven hier door, uit wanhoop, over
hals over hooft in een reviereftorte
en verdronk. d\'Ander, ten tcgendele,
die zuiker gemaekt had, wierd door
den Keizer tot zeer hogen ftaet ver-
heven. Volgens den Jefuit
Martijn,
word deze reviere Mielo genoemt,
die verby de ftad
Siangin des land-
fchaps van
Huquang vloeit: maer ftor-
tedess
Khoutquan, die by zijn leven
een zeer getrouwe en vrome land-
voocht, cn den volken zeer aenge-
naem was, zich in de zelve,uit oorza-
ke hy van verraders befprongen wiert.
De dagh , vervolgt
Wricht, op den
welken
Khuot quan verdronk , was de
vijfde dagh van de vijfde mane. Des
morgens, op dien zclven dag, volgens
derKronijken verhael, ontftont een
geweldige fterke regen, die fonder op-
louden twalef maenden aenhield ;
waer dootby gebrek van droogte in al
dien tijt geen zout kon gemaekt wor-
den, en hier door een derde deel van
\'t volk te fterven quam: alleen die op
zijn verfcheiden lag , en een koorn
zout in den mont kreeg, wiert aen-
ftonts verquikr.

De Keizer eindelijk door de Land-
voogden van dit jammer en ellende
verwittigt, deed den gene, die de zui-
ker gemaekt had, dooden, met ftreng
bevel van niet meer van hem tefpre-
ken , ten einde zijn naem daer door
Zou verniettigt worden. Hier op hield
acnftonds de regen op, en liet de Kei-
zer door zijn geheel Rijk een gebod
uitgaen, dezen
Khuotquan voor eenen
God te houden en eeren. Op dezen
dag van
Khoutquans overlijden, welk
een feeft-dagh en
Tuonu genoemt is,
worden de huizen met kränzen van
roozen en palm behangen : defgelijx
de fchepen: en
heeft ieder Sinees een
bofch van groente op zijn hooft.Gccn
hand wort dan in vijf gehele dagen
aen werk geflagen, ter eere van dezen
Khuotquan. Den tweeden dagh verto-
nen de Sinefen Wayangs of toneel-
Q fpellen:

2y haer niet beminnen : want op hae-
re verfch ij ninge , bederft zy ai wat
op het vele is of wad : maer eeren en

dienen liaer, om niet dikwils te ko-
men.

De tv/ee en zeftigfte God is Pan-
kun , die, volgens de Kronijkcn van
Sina, de wereit volmaekt heeft; want
zy zeggen dat de wereit, toen God
die fchiep , zonder vorm was , en
door
Pankun tot haere volflagent-
h eit gebragt wiert.

Hy wort in de boeken iiitgebcelt
met velerlei yzer-gereetfchap, als de
{leenhouwers gebruiken, en gezcit |n
vier jaren tij ts de wereit tot volmaekt-
heid gebragt te hebben. Hy was ook
d\'eerfte, die de fteen houwerye heeft
opgebragt: waerom hy by ai de fteen-
houwers, metfelaers en ft een-bakkers
voor een God geëert en geviert word.

De drie en zeftigfte God is Houng-
kong
, en een God van de wint en
geeft. Hy ftaet in deKronijken afge-
beelt , als een grote vogel, met afgrij
Zelijke lange beenen, en recht opge-
ftoke veeren , als zwijns-borftelen.
Zoo de Sinefen zeggen , veroor-
zaekt dees , met het ftaen van zijne
vleugelen, de grote winden ,ftormen
en onweer. Waerom hy by de vif-
fchers, zeeluiden , hoveniers en an-
dere volken, die de wint vrezen, aen-
gebeden wort.

De vier en zeftigfte God is Khuot
quan :
die by zijn leven een Onder-
koning in sina was, en d\'eerfte het
Zout uitvond en maekte , en dat
Voor het koftelijkfte goet in de we-
relthield. Een ander Onder-koning
«ad
ter zelffter tijt de zuiker uitge-
vonden, die hyboyen het zout ftel-
de. Oies deze twee dacr over inkra-
keelracisten, en het gefchil, tot be-
flechting der tvvift, aen hec goet-
ounken van den Keizer ftelden.
Zeer
verwondert ftont de Keizerover de-
ze twee
nieuwe vonden , eh beval
van
ieder een proef te brengen : en
na
beide gefmaekt te hebben , prees
hy de zuiker, als de fmakelijkfte
üofte boven het zout, die leelijk cn
brak
in zijnen mont was. Khuotman
wraekte dit gevoelen, met te zeggen
dat nooit waerdiger noch kaftelijker

-ocr page 70-

fpellen: trekken ten derden dage met ftaen van gramfchap, de Wereld niet
honderden van allerlei prachtige en
vergulde draeks-gewijzevaertuigen,
verciert met groente, en volgepropt
met menfchen op de ftromen, op toe-
legh quanfuis van dezen
Khoutquan te
vinden. Ieder vaertuig heeft een trom-
mel en gom, op den ftagh der welke
zy fcheppen.

Gekomen ter plaetfe , daer zy
zeggen dat
Khoutquan gevonden is ,
lichten zy de riemen om hoogh,
en vatten de wimpels , vaendels of
vlaggen. Als dan llaet al deze maght
van vaertuigen en volk zeer fterk
op trommelen en gommen , met
een keel op te ft eken, en te roepen :
wyhehhen hem gevonden. Deze plech- raeu vleefch en vifch : hy leerde hen
telijkheid, die in alle plaetfen en ftro-
1 ook hutten van hout maken, tot be-
\' \' \' \' fcherming voor de wilde heeften:

desgelijx de naektheid of fchaemte
te bedekken.

De negen en zeftigfte God wort
Huntzuihoykong geheten , en voor
den eerften vinder van het vuur ge-
houden. Ook leerde dees het volk
fpijze daer by te kooken en bereiden:
insgelijx koopen en verkoopen.

De zeventigfte God is Otzoe , die
door zijne moeder
Hautzihon opeen
vreemde wijze , gelijk
Atzion van
Lint ion , ontfangen wiert: te we-
ten, in het gaen na het velt, om
eenluchje, zag zy voor haer zeke-
re voetftappen van een man , in
een der welke zy haere voet zet-
te , om te zien wat groote die meer
had , als de haere. Naulix had zy
dit gedaen , of rontom haer fcheen
een groot licht : waer door zy
van dezen
Otzoe zwanger wierdt.
Hy was d\'eerfte , die het houwe-
lijk onder de Sinefen ingevoert, en
d\'eerfte die fpeeltuigen uitgevonden
heeft.

van zijne voet zou laten vallen.

De zeven en zeftighfte God is At-
zion,
geteeltopeen wonderlijke wij-
ze uit zijne moeder
Lintion : want
flaende, in het wandelen op het velt,
haere oogen na den hemel , zag zy
een leeuwen hooft in den hemel
üaen : door welk gezicht zy aen-
ftonts van dezen
Atzion bevrucht
wierd,zonder man te bekennen.Over
welken wonderdaed hy by de Sinefen
vooreenen God geviert wiert.

D\'acht en zeftiglle is Uja. Dees
leerde by zijn leven op d\'aerde het
volk de fpijze koken en braden:
want voor dien tijt aten de Sinefen

men door geheel Sina onderhouden
word, duurt drie dagen vervolgens:
maer op den vijfden dagh fpoeiden zy
zich zeewaerts, om
Khoutquan te
gaen zoeken.

d\'Onzen, wanneer zyde Sinefen
dus by malkandre met vaertuigen op
de ftroomen zien woelen, willen dat
zy den duivel zoeken: het ftaen op
trommelen en gommen , duiden zy
op het ftaen van den duivel: en het
gaen naer zee, op den duivel uit te
bannen.

Dees Khoutquan is omtrent voor
. drie duizent jaeren overleden. Hy
wierd op den tweeden dagh na zijn
overlijden gevonden , en bleef op de
aerde tien jaren gebalzemt, zonder
begraven te worden.

De vijf en zeftigfte God is Schante
geheten. Dees was by zijn leven een
ftrijdbare helt en zeer goed voor de
armen.

De zes en zeftighfte God is Naon.
Dees , een hulpgenoot van God 1e-
goe
, die gezeit word de Wereld te
dragen, vvord afgebeelt met een bal
in zijne voet, die uitden
navel komt
fchieten. Wanneer God door

het dragen van den zwaren laft, de
Wereld, moede is, dan grijpt God
Naon de Wereld met de voet voor-
noemt. Waer om zy deezen
Naon in
den hemel plaetfen : hoewel zon-
der bevel; maer vieren en eeren hem

D\'een en zeventigfte God is Ezo-
Ion,
d\'eerfte vinder der artzenye, en
kenner der kruiden , fterrekijker,
waerzegger en grote toveracr. Hy
word gezeit dc menfchen allereerft
geleert te hebben het aerdrijk te be-
bouwen , en was d\' eerfte, die ploeg
en fpa maekte. Hy at zevenderlei
vergiftige kruiden, zonder fchade of

nochtans : ter oorzake hy, by t\'ont- j ktfel.

De

-ocr page 71-

De twee en tzeventighile God is.
Skadingkong geheten, en was d\'eerfte ,
die de Krijgskunde ervond. i3ehaiye
deze vijf Opperhoofden des hemels,
drie gecilen\',acht en twintigh Raeds-
hecren, en zes en dertigh aertiche
Gooden. te zamen twee en zeven-
tigh, Hellen de Sinefen, volgens den
gemelden JVricht, noch drie andere
Goden of hcifche geeften.

d\'Eerfte wort Jy Tfoequi geheten :
welk
Prins -van den Duizel gezeit is:
want
Tjtfoe betekent Prins : en Qui
Duivel. Zoo de Sinefe Kronijken
verhalen , was dees
eerft een engel in
den hemel. Wanneer dopperfte God
t\'eener tijde de boosheid der men-
fchen op d\'aerde zagh, riep hy dezen
Tytfoe Qui tot zich, eti fprak: ik heb
de boosheid der menfchen op aerde
rezien, en ziet hunne harten zijn tot
voosheid geneigt: waerom niemant
lunner tot my in den hemel zalko-
men. Derhalve vaert ghy ncerwaerts.
Ik heb eene plaetfe voor u bereid, en
een eeuwige pijnelijke gevangkenis
voor hen. Ik ft el u als opper-hooft
van de helle: neemze tot u en pijnig-
de. Zy zullen eeuwighby u blijven,
cn by my nimmer komen.

Zoo de Sinefen gelooven , heeft
dees Prins der Duivels kennis van toe-
komende dingen, en weet wie zon-
daers zijn cn wat zondaers ftervcn
zullen: als dan zend hy geeften uit
endoetze ter helle halen, om aldaer
eeuwiggepijnigt te worden. Dies bid-
den zy hem aen, cn doen offcrhande,
om nier door deze geeften, opzijn
bevel, verfchrikt ofgeplaeght te wor-
Datook de zielen van de godlo-
zen vvcderom komen op de aerde,
om de menfchen te plagen en ver-
fclKikken , word by hen voor vaft ge-
looft : wek zy zeggen in vele gezich-
ten gezien te hebben.

Op den vijftienden dagh van deze-
vende maen word aen den zeiven of-
ferhande gedaen , met een gedood
en fchoon gemaekt zwijn , hoewel
met toeoereid en aen ftukken ge-
kapt; maer volkomen heel: defaeliix
met hoenders entvogels,
pinang ,
koeken vai^oem van meel, Keec-
kieim,
dariè , Arak of Brandewijn,
en zuiker-riet. Het zwijn word op de
twee voorfte knien rer neer geleid,
met het hooft op de voorfte voeten
tegen het beek van dezen
Tytfo Qui.
Met wonder groote plechteiijkheid
gefchiet by hen deze oflerhande: en
neemt de zelve haren aeavang inden
morgenftont, en duurt tot een uure
in den nacht.

Velerlei verguit papier, fchuits ge-
wijze gemaekt, word ook t\'zijner
eere in brand geftoken. Zonderling
nyver cn aendachtig zijn de Sinefen
in dezen aen te bidden.

In de helle word hy gedient , als
een K oning op de aerde, door twalef
geeften, die zeep-melTen dragen en
geftadigh op hem paften , als helle-
bardiers, om zijnen dicnft te verrich-
ten : beneffensdoor verfcheide andere
geeften, die als edelluiden hem tea
dienfte ftaen.

Daer en boven heeft h\\ t\\^ec Raeds-
heeren onder zich: 2ulx d? hellen
door drie hoofden beftiert word.

Het tweede hooft ofRaeds-hooft-
man in de helle is
Jamkoen geheten,
die met groote maght aldaer gebiet:
waerom de Sinefen hem vrezen en
aenbidden.

De derde hcifche Raets-heer is/c7w-
touwi geheten : die mee ge-eerr en
aengebeden word.

De Sinefen doen ook op zekeren
dagh des jaers groote ofFerhande aen
alle de zalighgcftorvene zielen. Dees
dagh word
Chinkhimh genoemt, en
komt altijd op den derden dagh van
de derde mane, in het jaer na het
Schrikkcl-jaer: maer in het jaer voor
hctSchrikkel-jaer, en in het Schrik-
kel-jaer zelf,op den rwintigften dagh
der zelve mane: hoewel
Joannes Gon-
zales;aoc\\\\
qualijk,dicn dagh in Oogft-
maend ftelt. Dus verre uit
Wricht.

Inftrijdbaerheidenkloeckheidten
oorloge overtreffen deze Sinefen,
die \'d\'EïXdinéQnTayowan en
formoja be-
woonen,verre die van\'t vaft land:heb-
bcn meeft alle, naer men zeit, altijt
eenzeep-mefch op zijde, \'tzy wan-
neer zy uit gaen, of binnen \'t huis zijn
en eeten.

\' Zv gebruiken onder het eeren gene
meffchen, vorken of lepels; maer vat-
G 2 ten

-ocr page 72-

een defpijfe met twee kleine doekjes,
gemaekt van ivoirof ebbenhout, en
op het einde met zilver of gout heila-
gen,zonderling vaerdig aen, en bren-
gen de zelveaizoo in den mont. Zoo
eenige willen, erneren aldaer de vrou-
wen ,verfta van geringe ftaet,haer met
rouwe zijde te fpinnen, en twijnen,
die derwaerts uit het lantfehap van
Chekiang gebragt wort.

De vrouwen eeténopgewoonelij-
ke mael tij den niet met de mannen.
Wanneer de mannen voorhene gene
vrouwen na hun welgevallen op het
Eiland vonden, deden zy die uit
komen , met daer over aen hunne
vrienden te fchrijven, die hen dan ee-
nige toe zonden , en daer mede han-
deldreven, gelijk met een gewoone-
lijke koopmanfchap.

Vervolgens ftaet nu in \'t kort aen te
roeren, op
wat wijze en zijn

aenhang, des jaers zeftien hondert
eenen zeftigh, beide deze Eilanden
der Kompanjie hebben af handigh ge-
maekt; docheerftzijn af-komft, en
wonderlijke op-komft en ondergang
van zijnen vader ten. toone fteilen.
De vader van dezen Koxinga was
Chunchilung genaemt, en by de uit-
heemfchen Iquon of ikcan en Equam:
een man van geringe af komfte cn ge-
boortig uiteen klein aen zee gelegen
dorp, in het landfchap van
Fokien, by
de
ftadt Jnnay^ym arme ouders,en,zo
eenige willen, een
kleermaker zijns
hant werks. Hy diende denPortugefen
eerft in de
ftad Makao : daer na den
Hollanders op\'t Eiland Formofa voor
knecht: maer wierd niet lang daer
na een magtigh koopman , door den
handel op Z^/»^«, en eindelijk een zee-
roover. Hebbende dan van een klein

begin een groote vloot fchepen by eeti
vergadert, quam ten
lefte door kloek
beleid
en ftoute aenftagen tot zulke
rijkdommen en
macht, dat zelf de
Sinefche Keizer niet tegen hem op
mocht: want hy alleen onder de Sine-
fen bezat de koop waren van geheel
Indiën: dreef fterken handel met de
Portugefen
in Makao: met de Span-
jaerden op de FiUppjner Eilanden, en
met de
Hollanders op Formofa en Ba-
tavia

-ocr page 73-

tavia; defgelijks met de Japanders, en
op andere\' Koningtiikenen Eilanden,
in de
Oojl-lndijche ze^ gelegen. Hy
alleen üeepte de Sinefe waeren door
dezijnen ten lande uit, en braght de
hulijche en Europïjche weer te ruch :
zulx zijn
maght der wijze toenam,dat
hyeeii vloot van drie duizent fchepen
kon in zee brengén.

Dan hier mede hield dees Chïnchi-
Img of Iquon zich niet vergenoecht:
maer leide heimelijk op het Rijk van
Sinatoz: doch wel was hem bewuft,
hy niet konde uitrechten, zoo lang
hec Keizerlijk gefiacht van
Taiming
(welk toen het Keizerrijk bezat) in
wezen en overigh was; want nooit
zou de gemeente of landvooghden
hem aengenomen; maer veel meer,
als een Rijx-verrader, tegengeftaen
hebben.

Derhalve nam hyzijnenflag waej,
ten tijde des oorlogsmet de Tartars,
Wanneer die des jacrs zeftien hon-
dert vier en veertig het geheel Kei-
zerrijk ^\'AnSina, behalve drieLand-
fchappen
\\Fokkn , anders Chineheo
genaemt, Quantung en Quangd t\'on-
dergebragt hadden, om by die gele-
gentheid het geftagt van
Taiming te
verdelgen. Ten dien tij de dan beftoot
hy tegen de Tarters , als vyanden
der Sinefen , dc wapenen tot voor-
flantyan
Sina t\'aenvaerden. En zou
ook ongetwijfclt onder dien fchijn,als
verlolTcr van allen geholpen en ont-
fangen zijngcweeft:dies hiel d hy met
den Tartar heimelijk verftant en be-
gunftigden dien ,tot zijn eigen voor-
deel. Te dier tijde, wanneer de Tarta- ^^ ________^__________^

ren m\'tLandfchap van Fokienmdtn, vangkenis en naeuwe bewaernis gQ-
Y\'^^ ^jion,doorKcizerLunguu,totYek- houden , en de deure van zijn huis
heer des gehelen oorlogs aldaer ver- | of gevangkenis toegemetfelt: daer
1 j krijgs-overften waren | en boven met ketenen aen hals en

deffelfs broeders off

zijnen zoon Koxinga te hoof in Peking
quamen , des jaers zeftien hondert
zeven en vijftigh
, wanneer de onzen
zich in gezantfchap aldaer bevonden,
wierden de
ketenen ten getale van
vijftien
bezwaert. Zijn zoon Koxinga
en broöders op kuntfchap van zijne
gevangkenis begaven zich weder na
de vloot t cn maekten de zee
onder
G X Sina

magen. Derhalve voeten gekluiftert. By voorval van

wierden deTartars van hem ingelaten: eenige nieuwe zwarigheden, die van
waer voor zy hem met den tytel van " " "

Koning begiftigden, (maekendehem
Koning
Pingnan, wclkzuider vrede he-
dkd)
en met veel andere waerdighe-
den befchonken, om denzelven des
te lichter te bedriegen : want mif-
Ichien was zijn voornemen den Tar-
tar niet onbekent : of vermoeden zij-
nen toeleg, uit de grote magr. die hy

had : re wecen, dat hy na d\'opperfte
heerfchappye van
Sina dong: hoewel
zy metgewek tegen hem niet dorfteH
aengaen: ja, dat meer is, de krijgs-
overfte der Tartars, geduurende zijn
verblijf in het Landfchap van
Fokien,
handelde Iquon eerlijk: zond hem dik-
wils gefchenken toe , en onthaelde
hem op prachtige gaftmaelen; met be-
lofte daer en boven van debefticring
over het Landfchap van
Fokien en
Quantung. Dies dacht hy nu een vafte
en beftandige heerfchappye over de
Zuider Landfchappen te zullen krij-
gen. Maer wat ge beurt ? Wanneer het
Tartarifch Koningje na de Keizerlij-
ke HooftftadtPeXv??^^ wilde keeren,en
alle dc Landvoogden na gewoonte
by hem quamen, om vaer wel te zeg-
gen, en een ftuk weegs tevergezel-
fchappen en geleiden , bewees ook
Iquon, zonder fchroom voor eenig ge-
vaer, dezen laeften plichtvanheufch-
heid. Hy treet dan met eenige wei-
nigen , hebbende de vloot in de haven
van dc Hooftftadt
Focheugdzitn, tot
het Koningje der Tartars en doet hem
geleide: maer wanneer hy hem adieu
zeide, en affcheit verzocht van weer
te ruch tekeeren, wierd hy doorhet
Koningje genoodight, om met hem
na
Peking by den Keizer te gaen, daer
hy hem met glimpige woorden grote
Waerdigheden beloofde. Met veel
woorden ftoegh
Iquon deze reize af;
maer wiert eindelijk gedwongen te
gaen. Door deze konftenarye wiert
hy gevangen, die door andere wape-
nen naulix te vangen was. Geko-
men te
Peking, wiert hy in zware ge-

-ocr page 74-

S \'mamtt kapen en roven op dc Tarta-
ren onveiligh.

Midierwijie hield dees Koxinga niet
zijnen aenhangh en opgeworpen
hoop Sinefen den Tartar op de kufte
van
Sina in geduurigen alarm : en

andere, onder de kufte van Sina gele-
gen, zijn voornaemfte verblijf-piaet-
fen. De Sinefen van de vafte kufte ,
zelfs die zich met het af fcheren des
hairs onder de Tartar begeven had-
den, bragten hen alle levens-midde-
len toe, cn dreven met hen onder den
duim koophandel De Tartar einde-
lijk , om den toevoer van levens-mid-
delen aen den vyand te beletten , en
hier door den zeiven ten einde van
adem te brengen, beval aen de vafte
kufte van
sina langs den oever alle fte-
den, dorpen en plekken te vernielen,
en in kolen te leggen.

Op drie mijlen van den oever, te
landewaertsin , moght geen volk wo-
nen, op ftraffe van den halze. Hier
door wierd
Koxinga, defgelijx door de
groote neerlagen, die de Tartars met
byftant van d\'onzen t\'elkens hem op
zee en d\'Eilanden aen deden,derwijze
benauwt, dathyzich deSjaetszeftien
hondert en zeftigh met zijn geheele
maght van fchepen en volk na
Tayo-
ivan
en Formofa begaf, en beide die
Eilanden, als ook het kafteel
Zeelan-
dia ,
naeenbelegh van tien maenden,
in Lente maend des Jaers zeftien hon-
dert een en zeftigh veroverde.

Wreedelijk wierden verfcheide
Neerlanders en zelfs de Predikanten,
als
Antony Hantbroek, Arent Fincenius,
Leendert Kampen, Pieter Muts,
en
andere mishandelt, en ter dood ge-
braght : andere, tegens hetgemaekt
verdragh, in de gevangkenis gehou-
den , zonder die namaels, hoe groo-\'
te moeite by de onzen daer toe aen-
gcvvcnt wierd , te willen laten ont-
flaken. In weerwrake dan van
Koxin-
gas bloetdorftige woede, t\'effens op
loelegh van de veroverde plaetfen
te herwinnen, wierd een vlootfche-
pen, onder den
Oppcr-bevelhebber
Balthazar Bort, en Onder-bfvelheb-
ber
]an van Kampen , des volgenden
jaers afgevaerdight: daer bencfïens
een Gezant,
Konjlantyn Nohel met
brieven van zijne Ed.
Johan Maetzui-
ker
aen Singlamong, Onder-koningh
des Landfchaps van
Fokien , en den
Veldheer r^/y/;^^
Lipoui, ten zelfften
einde, defgelijx met verzoek om den

Aengezlen de brief , aen den On-
der-koning
Singlamong , d\'oorzake en
oogh-merk van het afvaerdigen der
Oorlogs-viooten naer de kufte van
Sina, en het af zenden van eenen Ge-
zant derwaerts in \'t kort duidelijk be-
helft, en dien volgens tot verklaring
van het volgend kan dienen, acht ik
noodigh den zeiven hier voor afin
te voegen. Hy komt dan op deze
zin uit:

Dees brief komt van Johan Maetzui-
ker,
algemeine Stede-houder, en
de Raden, wegens den Neerland-
fchen ftaetin de landen van
Indien,
ztn Singlamong,
Onder koning of
Stad houder des machtigen Keizer
van
tartarye mSina, over het land-
fchap
Fokien: dien de God des he-
mels een lang leven en veel voor-
fpoet op de aerde geven wil.

Groot vermoogende Heer,
Den hriefdoor uw>e Hoogheid onlanghs
aen onzen Stede-houder van
Tayowan
gefchreven, heeft hy rechter tijd mei ont-
fanqen.Ook is dees niet in gebreken gelie-
ven,daer op na eifch f antwoorden en ter
ylvijfOorlogs-fchepen , met eenig krijgs-
volk , na de Bay van
Engeling af te zen-
den , om, volgens uwe Hoogheids loffe-
lijk voorftelen hegeeren, den Roover
Y^oy::mg2igemeender hand te beoorlogen,
en op\'tlijf te vallen. Maer wy hebben
het ongeluk aengetr offen, dat zoo haeß
deze jchepen vanT^.yo\'^mvertrokken

waeren, de zelve een zwarenßorm heb-
ben ontmoet: waer door zy in zee van el-
kandre zijn komen te verßroien , en ee-
nige van die na
Batavia : ook zommige
weerna
Tayowan hebben moeten kee-
ren : hetwelk de eenighße oorzake zy,
ivaerom
wy ons goet voornemen tot uwe
Hoogheids welgevallen niet hebben kun-
nenvolbrengen. Zedert dier tijd heeft
de Rodver
Koxinga alle zijne krachten
in gefpannen, om van ons kaßeelop
Ta-
yowan
meeßer te werden, met het zel-

ve

had opde Eilanden AytnQuemuy, en | vryen koophandel afgezonden-

-ocr page 75-

\'ve van alk kanten met grof gefchut te
hefchieten, en, ge duur ende een heleg van
tien maenden, met zijn leger daer voor
xoodanig te benauwen , dat de Stedehou-
der en zijn by hebbende raedbeßoten die
ßerkte hem in handen over te leveren:
het welk wy van d\'onzen zeer qualijk
houden gedaen te wezen, ter oorzake, zoo
wy bemerken, zyzich tegens denvyand
niet mannelijk en als krijgs-luiden toebe-
hoort hebben gedrag en: welk anderen ten
fpiegelook nkt ongeßrafi zullen laten.

Naerdien wy dan , door het gewelt
van dien jchelm achtigen rover,dus danig
groot verlies en fchade hebben geleden,
en voornamelijk dat hytegens\'zijnege-
dane beloften op het Eiland ^otmoïdi
veel ongewapende Chrißen menfchen
zeer wredehjk heeft doen vermoorden,
zoo gebiet ons d\'\'almachtige God, die een
vyand van zulke goddeloze werken en
een rechtvaerdig Rechter is , hier van
wrake te nemen. Dies wy met alle kracht
hebben voorgenomen dien geweldenaer
te vervolgen en niet rußen voor wy hem
met de wapenen tot onvermogen zullen
hebben gebragt. En dewijl wy verne-
men , hoe uwe Hoogheid mede niet an-
ders zoekt, dan dien rover feenemaelte
verdelgen en \'t Rijk van
Sina alzoo fee-
male te bevrijden van den over laß, dien
het zelve nu zoo vele jaren van hem heeft
geleden;derhalve,zo meinen wy als nu de
rechte tijtgeboren te wezen, om zoo wel
UW Hoogheids als ons oogmerk te erlan-
gen. Ten welken einde wy, volgens uwe
Hoogheids eigen voorßel,ganfch genegen
zijn onze oorlogs-magt te water en te lan-
de te voegen , met het krijgsheir van
««•\'e Hoogheid: waer tegen wyvertrou-
S\' Koxinga nietlangzalkunnen
J f^^n. En om te tonen wy dit van herte
meinen , ^oo zenden wy van hier, onder
het gezag van o^^en Bevelhebber
liafarßort, ^^^e i^y vanHoUxtu een
getal van twalef wel uitgeruße oorlogs-
Jchepen : die ten opzichte van haere
ßerkte en weerbaerheit wel drijvende
kaltelen mogen werden genoemt, en be-
fiant zullen zijn, om¥.öX\\ng2idezee te
doen ruimen : ^aer door hy niet weinig
bekommert en benauwt teerden zal: daer
myhoopen uwe Hoogheden haeß d\'uit-
werking van zullen zien. Wy maken ons
by dezen dan (lerk {mits dat uwe Hoog-
heidinsgelijx van zijne zijde zaldoen^
in een vafi verlont met
V Rijk van Sina
te treden, onder belofte van malkande-
ren tegen
Koxinga getrouwelijk hy te
flaen,en hem voor onzen gemeinen vyand
te houden en zonder nalatinge, zoo het
immers mogelijk is, den zeiven neffens
zijne aenhangelingen tot niet te maken ,
en alzoo te doen gevoelen de weerwrake
van alk zijne bedrevene hoosheden.

Maer naerdien wy, door het verlies
van
Tayowan , tegenwoordig gene be-
quame havens hebben, om onze fchepen
in ßorm en onweer te konnen behouden,
zoo verzoeken wy eerbiedig dat uwe
Hoogheid die voorzieninge gelieve te
doen,en zoo verre zijn gebiet firekt langs
de zeekußen te hevelen een plaetfe,
daer onze fchepen door noodt mogten ko-
men in te lopen, dezelve aldaer minne-
lijken onthaelt, en donzen als vrienden
gehandelt; daer beneffens van verver-
Jchinge als anders voor geit mogen we-
der gerieft werden.

Sina en Batavia, gelijk zijne Hoog-
heid weet, zijn verre van malkandre ge-
legen : dier wegen is hoognoodig dat wy
ontrent
Koxingaes vaerwater werden
voorzien van een welgelegen by-een-
komß-plaetfe, om onze fchepen by een te
houden en uit de zelve
Koxingaes Jon-
ken te hefpringen. Dies verzoeken wy
uwe Hoogheid ons een zoodanige plaetfe
be lieve aen te wijzen, en in bezit te ge-
ven, mettoelatingede zelve tegen
Ko-
xingaes
aenvallen wat te verzekeren :
want wy verklaren, zoo ivy het zelve niet
mogen genieten , het ons hyna onmoge-
lijk wezen zoude, den vyand de vereifch-
te af breuke te kunnen do en. Derhalve,zo
wy dezen oorlog met kloekheit zullen uit-
voeren ,moeten wy ginder altoos engedu-
rig by de werken zijn: wanneer wy aenne-
men willen de Sinefe zee
Koxingaes
roof-jonkenfeenemaeltehevryden.

Alfoo het drijven van een rechtmati*
gen handel alle landen en volken doet
■welvaren en bloeien,
en wy van ouds ge-
woon zijn niet anders dan de bevorde-
ringe des zeiven, ten gemeinen beße, te
zoeken , zoo geven ivy uwer Hoogheid
mits dezen onze toeneiging te kennen: te
IV et en, hoe wy van herten gezint zijn,
het Rijk van
Sina met onze koopmm-
fchappen te verzorgen.
Dit heeft voor

dezen

-ocr page 76-

dezen de roo ver Koxioga doorzijn quaed
he drijf in velen lekt: dies, om als nu
tot dit goet voornemen te geraken
, ver- .
zoeken wy daer toeinHKijkvanSinzte \'
mogen werden ingelaten ,en voorzien met
Opern hrieven van hewilliging des groo-
ten
Chams. Uwe Hoogheid believe ons
\' die te heft ellen, niet twijfelende of de
zelve zullen wel verkregen kunnen wer-
den , aengezien wy over zeven jaren,
wanneer de Keizer door twee afzonder-
lijke gezanten met gefchenken van on-
zent vjegen is hegroet, daer van al toe-
zegginge en beloften hebben gehad; ge-
lijk uwe Hoogheid, die toen ter tijd het
gebied in had, en met de on-

zen veelor/igegaen heeft, miffchien noch
wel indachtig}} wezen zal.

Wy zenden aen uwe Hoogheid, met de-
zen brief, afzonderlijk af onzen kapitein
Konftafityn Nobel, om uwe Hoogheid
eerhiedelijk te groeten, en wijders onze
rechte meinmge inbrede te verklären
en bekent te maken: met verzoek, dat
uv^e Hoogheid hem gunjielijk heUeve te
hooren, en weder een fpoedig affcheid te
geven: belooven al \'tgeen uwe Hoogheid
met den zeiven zal komen te beßuiten ,
voor goet, vaft en van waerde te zullen
houden. Tot eengefchenkzendenwy hier
nevens aen uwe Hoogheid de onderftaen-
de kleinigheden, met verzoek de zelve
in teken van vriendfchap helieven aen te
nemen:

f 1 Scharlaken.

T- i A 1 l Groen laken.
Een ^ftuk^Zwartlaken.

I J Blaeu laken.

Een half ftuk Krabroot-laken.
fRoot 1
I Gras-groen |

I

Een ftuk Blaeuw
Muskus

^ Zwart , j

Een fijn Lont-roer verguit en geci-
cileert.

Een fijn Snaphaens-roer: als boven.

Een paet Piftolen: als boven, met
haere holfters.

Een paer fijne zak-piftolen.

Een fijne geëtfte vergulde zware
houwer lemmer.

Twintigh oneen Bloed-korael, aen
een fnoer van honderd en een
ftuks.

Zeftien oneen en een halve tak
Bloed-korael, aen een gepolij-
ftetak.

Drie pond en dertien oneen Barn-
fteen, in vier groote ftuken.

Een pont en vier oneen Barnfteen-
korael in vijf en vijftig ftukken.

Een groot Bengaels Alkatijf.

Tien ftuks fijne Moereifen.

Een pikol Nagekn.

Een pikol Rompen.

Een halve kas Roozen-water.

Twee honderd zeftigh katty Zan-
delhoud, in drie ftukken.

Batavia, in V kafteel, den een en
twintighften van Zoomer-maend , des
jaers 1662.

JOAN MAETZUIKER."

J

De brief, aen den Veld-heer Tdfing
Lipoui ,
quam by na op een zeiven
Zin uit: met inhoud van een zelfftc
belofte en verzoek
: te weten, Een-
dragtelijken raet het Rijk van
Sina, Ko-
xingaes
verdelging te helpen bewerken,
met beding het den onzen dan vry zou
ftaen alle havenen aen te doen, en on be-
kommer den handel te drijven ^ en een he-
quameplaetfe op de kufte van
Sina in be-
zit te nemen:
naer luid van den zei-
ven brief, als op pag^^i. van woord
tot woord ftaet ingevoegt. Hier op
dan ging het by de Hooge Regering,
tot
Batavia , de Heer Generael ff-
han Maetzuiker^n
Raden van »
op het toeruften en gereet maken
van weerbare en kloeke oorloghs-
fchepen : t\'effens
de zelve met ge-
noechzame
voorraet van allerlei oor-

^Kroonras. logs-behoefte en lijftocht te verzor-

gen: desgelijx met krijgsknechten en

boots-volk te bemannen. De gehele
oorlogsvloot, dus ftagvaerdig ter rede
voor
Batavia toegeruft > ^^^ herove-
ring der eilanden ^^
fa, der Ooft-IndifcheMaetfchappye,
door den
gemelden rover Koxinga,tot
merkelijk groot nadeel in haeren
handel op
Japan, afhandig gemaekt,
beftont in twalef kielen , acht Jach-
ten , als
Naer den , Zierikzee , Dom-
burg , Hogelande , Melukerke , Over-
veen , Zeehont, Ankeveen
; en vier

ftui-

-ocr page 77-

zere ftukken: acht en vijftig man: vijf
en twintig krijgsknechten en drie en
dertig bootsgezellen.
Ter Boede, ge-
voert by
Anke Pieters Jonk, met twee
metale en acht yzere ftukken: een en
vijftig man: vijftien krijgsknechten en
zes en dertig bootsgezellen. In alles
drie en twintig metale en honderd en
zeftien yzere ftukken gefchuts : vijf
honderd achten twintig krijgsknech-
ten , en zeven honderd en zes en vijf-
tig bootsgezellen : te zamen twalef
hondert vier en tachtig man.Te gelijk
met deze twalef fchepen ftaken drie
leer dam , Vogelezang, tn
Loofduinen,
met een rijke inlading na
Japan vervaerdigt, onder Hendrik van
/«^i/i-jals Opperhooft,in zee; metbe- \' •
vel van zoo lang by
de Vlote te hou-
den , als zonder belet der reize doene-
lijk was.

Ten dage des vertreks , wierd de •»oyA
Vloot, by den Opper-bevelhebber
Bort en SGheeps-raed,uit zekere reden deeiten-ver-
en inzichten in drie hooft-gedeelten,
Efquadres of ftachordens verdeilt, en
ieder ftagorde onder befcherm van
een Opperhooft geftelt: te weten,Z/^-
rikzee, Meliskerken, Hogelande, Ter
Boede.
met dQ ^uït Leerdam na]apan,
onder den Onderbevelhebber Jan van
Kampen ,
in den voortocht : Naerden,
Overveen, Zeehont, Vmk,
mét de fluit
Vogelezang naJapanlo\'ndex: den Opper-
bevelhebber
Balthazar Bort, in den
midden-tocht :
Domburg, Ankeveen,
Breukeien , Loenen,
met de fluit Loos-
duinen
na Japan , onder den Schout-
bynaeht
Konßantijn Nobel, in den hin-
dertocht.

Wanneer de E. Generael , Johan
Maetzuyker ,
nevens de Raeds-bee-
ren,
Karei Hertzing , en Rijk lof van
Geüns
, gevoert met een Sloep aen
[hQtJzchï Naer den, den Opper-bevel-
I hebber cjler Vloote,
Balthazar Bort;
\' den Onder-bevelhebber Jan van Kam-
pen, mätviSc\\\\om.hy "H^chtKonfian-
tijn Nobel,
ieder in hun ampt, met
afleggingvaneede , gemachtigt, en
hunne bevel-brieven en bericht-pun-
ten ter hand geftelt hadden , lichte
de Vloot op de ree van
Batavia het Licht hei
anker, en ftak op Zaterda^hs mor-
gens, den vier en twintigliilen van
H Zomer-

fluiten, de Vink, Loenen, Breukelen en
T-r Boede-X^d^t na behoren gewapent
met gefchut en krijgs-behoefte,en be-
Ge^«/ vun mant metkrijgs en bootsvolk. A\'^tr^/^,
tfgTen g^^oert by d\'Opper-bevelhebber
Balt-
^ooss-volk. hazar Bort,W2LS
gewapent met vier me-
talen en acht en twintig yzere ftuk-
ken ; en bemant met honderd en ze-
ventig man: honderd dertien krijgs-
knechten en vier en tachtig bootsge-
zellen.
Zierikzee, gevoert by den On-
der-bevelhebber/<3;? uan Kampen , met
vier metalen en acht en twintig yzere
Hukken : honderd een en tnegentig
man:een en tachtig krijgsknechten en
hondert tien
hooisgQ-LQWen.Domburg,
gevoert by den Schout-bynacht
jlantijn Nobel, Schipper Ysbrant Bou-
meejier,
met vier metalen en een en
twintig yzere ftukkendiondert zeven
en veertig man : twee en zeftig krijgs-
knechten en vijf en tachtig bootsge-
gevoert by Schipper
HarmenSymonfe:mQtvitt en twintigy-
zere ftukkemhondertzes manmegen
en twintig krijgsknechten en zeven
en zeventig bootsgezellen.
Melisker-
ke,
gevoert by Dirk Gerritfen, met vijf
metale en zeftien jrzere ftukken: hon-
derd en twee man:zes en dertig krijgs-
knechten,en zes en zeftig bootsgezel-
len.
Overveen,gQy{oQn by Schipper Ba-
rent Jochemfz.
met een metale en twin-
tig yzere ftukken: honderd zes man:
vijf en dertig krijgs knechten en een
en zeftig bootsgezelkn.
Zeehont, ge-
voert by Schipper
Jan HendriKfen,mQt
vier en twintig yzere ftukken: hon-
^^^^ negen en twintig man ; drie en
^yfcig krijgsknechten en zes enfeven-
g ^oocsgezellen.
Jnkeveen, gevoert
van Bank, met een
metale en zeventien yzere ftukken:

drie en tnegentig achtentwin-
tig krijgsknechtei, cn vijf en veertigh
bootsgezellen.
De Vink, gevoert by
Schipper
Dirk Valk, met twee metalen
en elf yzere ftukken : acht en zeftigh
man,viji en twintig krijgsknechten en
drie en veertig bootsgezellen.
Loenen,
gevoert by Schipper Jacoh Hors , met
elf yzere ftukken: zes en zeftie man:
es en twintig krijgsknechten en veer-
tig bootsgezellen.
Breukelen,gQYo^tt
öy Schipper Abraham Pen,met acht y-

-ocr page 78-

m

5-8

Zomer-maent, des Jaers zeftien hon-
dert twee en zeftigh, onder het los-
branden van gefchut, noord-ooft- -----------------n« , r

waerds in zee , om de reize na de | brand-hout,anker-ftokken,hand-lpa-
kufte des
Keizerriiks van Sina te ver- ken, en ander hout-werkte verzien.

vorderen.

Tegens den middag Het de Vloot,
door het ontftaen derftilte, hetank^r
benoorden het Eiland r^j» Höo/-^;« val-
len : alzoo genaemt na de Stadt Ho-
ren ,in Noord-holland.Het leit in\'t ge-
zicht van de Stad
Batavia,by zeke-
re andere Eilanden, welke ook haere
namen van de Steden in Holland, als
Amfterdam, Enkhuizen, en Meden-
blik ontleent hebben ; \'t zyldat het
Schip, welk een van deze Eilanden
aldereerft aendeed, in een van die Ste-
den t\'huis hoorde, of het Wapen van
die Stadt voerde ; of flechts de een
of ander te
Batavia , zijne geboor-
te-ftadt, ter gedenkenis, vernoemt
heeft.

Al deze Eilanden , hoewel volk-
loos , en by geen menfch bewoont,
leggen langs den oever , en land-
waerds in , beplant met veelderlei
flaghvan lommer-rijke boom-gewaf
fen, in een aengenaem geficht van
verre uit zee ; en in fulke ordre, als
of de kunft en arbeid van menfchen
handen, en niet de natuur , dezelve
aldaer met voordacht geplant had.

Defgelijks geven de dalen , vlak-
ten en heuvelen , meenigerlei bloe-
men, kruiden en heefters.

Onder deze Eilanden plegen de
Javanen en Sinefen op
Batavia woon-
achtig hun viffcherye, met aldaer veel
fteen-braefl^em,herder, en ander flagh
van vifch, (hier te lande onbekent,) in
overvloed te vangen.

Het geboomte krielt van meni-
gerlei zangerig gevogelte : derwaerds
d\'inwoonders van
Batavia, om dien
acngenamen toon te hooren , met
fachten onder en aen dit Eiland
i
zich doen zetten : op gelijke wijfe
als die van Amfterdam na Haerlem
of Naerden,
om hetfchel quincklee-
ren en gefluit des Nachtegaels te
hooren, ter fpeel-reis trecken.

Ten zeiven dage wiert in den Raed
befluit genomen ,
eerft na d\'Eilanden

Laver en Timon te zeilen, gelegen in \'t

^ilmd vm
norm.

Des nachts, in de eerfte wacht,
keerde de wind met een labber koel-
te uit den zuiden: waer op het an-
ker gelicht, en de koers noorde
ten ooften, hoewel met tragen voort-
gank, genomen wiert.

Den vijf en twintigften, zeilde de
Vloot op de diepte van een en
twee én dertigh vadem, met flappe
koelte , en veranderinge van wind
uit den noord-ooften , en den zei-
ven koers.

Des maendags morgens, den zes TiuhenA
en twintighften, had de Vloot, ge-
komen ontrent de duizend Eilan-
den, een ooftelijke wind , met ta-
melijke koelte en fraei weeder , op
de diepte van twee en drie en twin-
tigh vadem fteek-grond : des mid-
daghs de Zuider-breete van vijf gra-
den en achtien minuten, en den zei-
ven grond, op de diepte van veertien
en vijftien vadem.

Ten zelfften dage, wierd by den
Opper-bevelhebber Balthazar Bort,
en den gantfchen Scheeps - raet een
zein of teken - brief beraemt: waer
na de Opper-hoofden der Vloot,
onder \'t zeilen, fich te fchikken
hadden : beftaende in volgende
punden:

Gedurende de reize, of zoo langaLs Zein of tt^
anders gefihikt word , zal
TerBoede
(hefcheiden onder het ^ Hooft-gedeelte a e/^»;»-
van
Jan Idze de Vink) het vuur ^\'o»-
achter van de kampanje voeren, en
ook hy daghe voor uit zeilen; ge-
merkt de Schipper van ter Boede
daer op in dit vaer- water zeer bedre-
ven is. .

Dies worden al de Opper-hoofden
-van de Schepen uitdrukkelijk belaß
geduungUjk oogh op \'t zelve te hou-
den , ten einde ^y y ^Is hy ankert,,
zeil gaet
, of wend, van gelijken doen:
om alzoo de Vloot hy een te houden,
en het af - raken van elkandre voor te
komen.

Niemand fal zich vervorderen des
nachs de Vuurmanvoor hy te zeilen: veel

min

I:

i\' li\'

Befchryving des Keherrtjks

vaerwater dicht by elkandre, om zich
aldaer op nieu van goet drink-water,
allerhande ververftnge, te gelijk van

-ocr page 79-

mmg, zoo veeldoenelijk u, van alk on
gelukken, en blyving by elkandre.

Zoo de Vuur-man des nachts geraden
vind te ankeren, zal twee vuuren boven
elkandre achter op de Kampanjeßelkn.
Dit teken by de andere Schepen oezien,
zullen daer op ten anker komen%neen
gelijk vuur op de Kampanje ßelkn.

Wanneer men geraden vind, weer on-
der zeil te gaen, zal een fchootfchieten,
en met een vuur van de Kampanje het
zein doen. D\'andere Schepen, ten te-
ken van gezien te hebben, zullen met
een vuur daer van hlijk doen, en dan
mede haer anker lichten.

Of gebeurde eenige Schepen noodt
over quam, V zy van lekte, droogte, klip-
pen , land of an der zint s: zoodanig een
zal hy dagh een rolle doek uit de Mars
laten waeien , en een fchoot fchieten.
Waer op elkeen gehouden fal zijn , met
fchuit en boot, allen mogelijken hyßant te
doen: oppenenagoetdunken.

Zoo de nood beflont uit brand, zullen
^jjj\'^^ide fchoten kort op malkandre
g aen worden, om met pudfen en em-
"^^[\'/"ffghfchip te komen helpen.

Men fal, ten,inde de fchepenhy dui-
fier en mißtgh weder niet van elkan-
dre raken , temets een fhootloffen , en
daer op den anderen antwoorden. Zoo
de Vuurman geraden vint, als dan te
wenden , fat met grof gefchut fchieten.
I^f derefulxhorende, zullen meteen
gelijke fchoot antwoorden , en dangelif
ker hand wenden.

Zoo men het hy donkere nachten,door

Horm en onweer ofhy hol water, zalmoe-
ten Laten drijven, of geen zeilvoeren
zijn twee vuuren hezijde elkandre op te
Jleken, en twee Jchoten te doen.

min koers teveranderen, op verbeurte
van vier rijx daelders, tenlafte van den
Schipper, Opper of Onder Stuer-man, in
wiens wacht de misßag gepleegt zal zijn.

Zoo de Stuurman des nachts geraden
vind te wenden, \'tzy door fcherpheidt
des
winds, of anderfnts, zal twee vuu-
ren neffens elkandre van de Kampanje:
en d\'andere Schepen ieder een vuur op-
zetten, ten einde te kunnen weten, of het
teken ook gezien is.

Des nachts zal het veranderen van
den koers, ter hejchikkingvan den Vuur-
man blijven.

\' . M^MttC,« j t« IlUCf riv ut./» H.« J\'^r.\'UUi-

In ruime zee zalmen op een of twee te fchieten. Zoo men by nacht eenigh
Jtrenen winds niet wenden, tot voorko- land ge waer word of arond werpt, dan

Zoo eenige fchepen van elkandre ko-
men te raken, en daer na weer m ^tge-
zicht komen, zoodanige fulkn haer voor-
mars-zeils tot driemael op-hijfen, en
weer om laten lopen : daer na een fchoot
uit een grofge/chut Jlaken, en het Mars-]
zeil op den rant laten legqen , tot daf
d\'andere, des gewaer geworden , zijk
Blindt en Bezaen opgijt: op welk zein
weer na den anderen fulkn mogen toe-
loopen.

Zoo dit quam. te gebeuren in der
nacht, men zal elkandre met het woordt
Holla Schip, toe-roepen: is het een mt
onze Vloot, zal antwoorden,
Viéloria :
gefchiet dit niet, het is een zeker teken
van een vreemt Schip, SineefeJonk, (f
vaertuigh. Des, zoo mogelijk
ware, de
Opper- of Onder-bevelhebber, ofSchout-
hynacht, die naeji by is, zal verwittight_
werden; houdende nochtans zulk Schip,
fonk , of vaertuigh in gewelt. ^ Is het
vyand, het zal
aen het fchieten kunnen
gemerkt worden.

Die by dage eenige vreemde Schepen
of fonken gewaer werdt, heeft zijn
vlagh
van achteren te laten waeien , en zijn
Voor-mars-zeilte laten lopen, en weinig
tijds daer na weer laten ophyzen. Zoo
by nacht, zal twee vuuren
even hoogh by
malkandre uitzetten,
zonder zich even-
wel te vervorderen \'van daer na toe te
loopen : voor aleer de zelve den Opper-
bevelhebber gejproken en lajl bekomen
heeft ; ten ware het een Portugeejch
Schip of Sineefe Jonk was, die het, met
fulx te doen, foude kunnen ontkomen.

H ï In

kan, de Vuur-man zal twee vuur en -van
gelijke hooghte op-zetten\', d\'andere fche-
pen ieder een, om des-te heet er by elkan-
dre te blijven.

By fiilte, en een achter holleen gro-
ve zee, zalmen zorghvuldighjk letten,
dat de fchepen elkandre met te na ko-
mem; maer in goeden afjland van elk-
andre blijven, tot voorkomingh van on-
geluk.

Zoo men,gekomen uitter zee, by dage
eenig land ßet of opdoet, of grond werpt,
heeftmen een Prinfe-vlagh achter af te
laten waeien, en daer neven een fchoot

-ocr page 80-

In dien gevalle, en zoo machtig den
vyand js, heeft hyßechts toe te taften,
enfich daer van meefter te maken. Daer
mede dan zoodanigh te handelen, naer
luid van hy zondere ordre, op die en an-
dere oorlogs-zaken gegeven.

Zoo eenige Jachten van de Vloot qua-
men af te dwalen, \'tzy door ft orm of an-
dere ontmoete toevallen, die zullen in

i f

rael, en Heeren Raden van Indiën, tot
een Vergader- en ly-een-komftplaets ge-
koofen hehhen
ïfla deLemas , een der
oofteltjkfte Eilanden
Makao, welk
in onze reis-wegh gelegen u , en fonder
verlet kan aengedaen worden . Ook is
aldaer, volgens fekerlijk herecht aen hen
wel-gemelte Edelh., een goede Rede te

de Lemas voornoemt, niet voorhy te
loopen; maer\'tfelve aen te doen, en al-
daer de andere Schepen te wachten , om
alfoo gezamentlijk de reife voorts van
daer te bevorderen , en den Vyand hy
ontmoeting met te meerder ontzaghlijk-
heidhet hooft te kunnen hieden.

Na vertrek van het Eiland de Le-
mas ,
en gekomen op de kufte van Sina,
zalmen eerftelijk de Bay van
ïngeling,
ofwel de BayvanH6k(\\QU {als voorde
hequaemfte in het Zuider
Moufon ge-
oordeelt) aenfoeken , en metdegeheele
Vloot (^uitgenomen deJapanfvaerders,die
alvorens haer affcheit verhopë te geven)
daer hinnen loopen, om te vernemen, hoe
de hakens van oorlog tufjchen de Tarters
en
Koxinga geftelt ftaen, en of Koxinga
zich in Sina of op \'t EilandY oitmoï^ ont-
houd. Dies zoo op den wegh van
Lemas,
nadekuftevan^\'xxa, eenige Jachten ko-
men vandevloot te geraken,inde genoem-
de Bay en
t;^?« ïngeling <?/Hokfteu defel-
ve weder te foeken en te vinden hehhen.

Wanneer de witte Vlagge van achte-
ren van den Opper - hevelhehhers Jacht
waeit, en tegelijk daer uit een fchootge-
daen werdt,
zal de Breede Raadverga-
deren , die heftaen zal h de volgende
perfoonen, om aen denOpper-hevelheh-
her zitting te geven; namélijk:

Hendrik lïid\\]k,Onder-voorzitter op
Loofduinen.

Jan Idze de Vink o/Van.Kampen,
Onder-hevelhehher der Vloote. Dan zoo
lang
Indijk h de Vloot is , zal de Vink
de Vlagge als Schout-hynacht op Zierik-
zee
voeren.

Koopman KonftantijnNobel, geftelt
tot Schout-hynacht van de Vloot, na af-
fcheit van
Indijk, foo lang hy die Vlagge
op
Domburgli in houden zal.

aere onimucic lucuciucn -------, c /

dachtig zijn , wy, volgens uitdrukke- Pieter Janfz. Veldmuis , Schipper
lijken laft van den Edelen Heer Gene- - —

vinden , engenoechfaemdrink-waterte Eduwmiz. Fiskael. „ ,, ,

hekomen. Zulx de af-gedwaelde Sche- By aldien de Opper-hevelhehber de

pen ernftigh heiaft worden het Eiland roodeVlagge van de Kampanje laet wae-

jf, _ " . • . ____a-m OOM IfUnn^- \'•rijJjcM hp\'MPnifiVl

0^ Naerden. Ysbrand Bou-mee-
fter ,
Schipper op Domburgh. Barent
Jochemfz. ,
Schipper op Overveen.
Harman Symonfz.,
Schipper op Hoge-
lande. Jan Hendrikfz.,
Schipper op
denZtQ-\\iOïïd.
DirkGerritfz., Schip-
per op
Melis-kerken. Jan Xsbranfz.
van Bank ,
Schipper\' op Ankeveen.
Valk,
Schipper op de Vink. Kriftoffel

ien,en eenjchootfchiet, zullen,heneven
de perfoonen voornoemt, al de overige
Schippers van de Vloot,
^/j" Breukelen,
Loenen^;? Ter Bode,
ook aen hoort ko-
men ,
enhun ophebbende hoogfte Krijgs-
hevelhebbers: namelijk de Vendrig, of
hy mangel van dien , de Serjant. Dan
zoo de
Opper-hevelhehber den heimelij-
ken Raad aen boort wilde hebben, zalhy
de witte Vlagge, heneven eenen Top ft an-
der , van de Kampanje doen waeien.

De heimelijke Raed fal heft aen in de
volgende perfoonen :
Hendrik Indijk,
voornoemt. JanIdfedeVink. Kon-
ftancijn Nobel. Pieter Janfz- Velt-
muis,
Schipper op Naerden. Ysbrand
Boumeefter, Schipper op Domburgh.

Zo de Opper-hevelhebher, de Overheit
van de ïluit
Loofduine begeert tefpre-
ken,fal een wimpel achter vande Bef aens
Reede laten waeien : \'tJacht Xi^nkz-Q^
een Wimpel van de Vöorfteng :
Domburg een Geusje van deKruisftenp

Wie nalatig in defe Punten bevonden
word, fal door den Fükaeldaer over aen-
gefproken worden, en na bevinding en
eifch van faken doen boeten enftraffen.

Aldus gedaen en heftoten in V jacht
\'H2iQtdQ,zeilende ontrent de
Duizend
Eilanden,- den fes-en-twintighften van
Zomermaend, des Jaers feftien-hondert
twee-en-feftig.
Balthazar Bort. Jan Idfe de Vink.

Des

-ocr page 81-

Des Dingsdaghs morgens, den fe-
ven en twintigften, bevond de Vloot
haer, met een zelve wind en weer ,
op de Zuider breete van vier graden
en achtien minuten : des na-mid-
daghs , verby de hoek van
Boomt je s
Rif,
op elf, tien, en negen vadem
. fteek-grond. Des nachcs, op de diep-
te van veertien en vijftien vadem
fteek-grond, werden de banken des

gemelden rifs van verre gefien.

Des Woensdaghs morgens , den
acht-en-twintighften, had de Vloot
op de diepte van dertien en veertien
vadem (de wint ooftelijk) het eiland
^\'W
lh- Lucipar oilukapar, zuideten weften
ander half mijl van haer.
Lukaparïs
gelegen tulfchenhet eiland Sumatra,
recht in den mond van de ftraet Ban-
ka
: groot in den omtrek veertien
mijlen. Het is een onbewoont, doch
bofch-rijk Eiland; en doet zich het
geboomte, door zijne hoge kruinen,
wonder vermakelijk van verre uit
zee op. Het word door-fneden met
verfcheide water rijke ftromen, waer-
om aldaer goede ververfchingh van
vifch, defgelijx van heeften, voor den
Zee-man te bekomen is. In de bof-
fchen houden box-voeten.

Des namiddags, opde hoogte van
drie graden, en zeven minuten, lagh
Lukapar drie mijlen zuid -zuid - ooft-
waerds van de Vloot, en de eerfte
hoek van
Sumatra, aen bak-boort op
zy. De koers was noord-ooft ten oo-
ften, op de diepte van dertien en tien
vadem, langs de kuft van
Sumatra,

Den negen en twintigften,des mid-
^aghs, zeilde de Vloot verby
Poele
^^ncha,
geleegen in de ftraet Banka,
dertigh bijlen landwaerd in, op de
zuider brete, van twee graden vijf en
twintigh minuten, en had de derde
hoek van
Sumatra , een kleine mijle
van haer.

Poele Nancha, dat \'s eiland Nancha-,
(want Poele iszoo veelals Eiland, en
Nancha &tïgtn naem des Eilands,) is
rond eiland gezeid , alzoo genoemt
na zijne ronde vorm. Het is acht
uuren gaens in den omtrek groot, en
onvruchtbaer: heeft niet dan zandige
duinen, en aen ftrand flechtseeniee
fchilpadden.

Had des avonds , metSonnen on-
dergang, den hogen en uitftekenden
berg
Monapien , op\'t Qilmd Banka,m
\'moorden, en den vierden de hoek
van
Sumatra, weft zuid-weft een mij-
le van haer.

Banka is een eiland , omtrent een
mijle van
Sumatra, bewoont en vrugt-
baer, en vol boftclren.

Den dertigften, des Vrydaghs, was
de Vloot des middags gevordert tot
de zuider breete van een graet, en
twee en twintigh minuten : had de
PoeleToutjou, dat \'szeven eilanden, roeieTou-
ooft ten noorden , vier mijlen van
haer , op de diepte vanfeftien en ze-
ventien vadem fteek grond. Deze ei-
landen leggen dicht by elkandre,
doch onbewoont.

Dicht aen Poele Tout jou, ten oofte, EHmdLin-
leid het eiland
Linge, bewoont by vif
fchers en boeren aen de zee-ftran-
den; maer landwaerts in by volken,
die derwaerds van den berg
PaJJarvan
op \'t Qil^nd Java, met der woon ge-
trokken zijn. Want deze luiden, ge-
teeft en gefoolt door den Koning van
P^/^riyö;»?, met zware fchattingen en
ongemakken , verfpreiden zich aen
verfcheide oorden.

De meefte hebben met bewilliging
des Konings van
Bantam, achter de
Stad, op de kuft van Sunda,sLen den
voet van den berg
Gomdn Bezar, de
Stad
Sura, en verfcheide dorpen ge-
bout , met opwerpen van eenen eigen
Koningh; hoewel fchatbaer aen den
Koning van
Bantam. Andere hebben
zich op dit eiland neer-gezet, enfte-
dekens en dorpen gebout, daer zy
lange jaren in vryheid waeren; maer
onderworpen zich tenleften,\'tzy uit
liefde of dwang,den Koning van
Sura.

Deze luiden leven vreedzaem en
vriendelijk. Erneren zich meeft met
den landbou: volgen de lere van den
ouden Py thagoras; die de verhuizin-
ge der zielen uit het een lichaem in
het ander ftaende hout: want zy do-
den nochte eeten,\'t geen leven ontfan-
gen heeft.Zy gaen gekleet met wit pa-
pier,
gemaekt van bomen, te weten,
flechts met een ftuk om \'t hooft ge-
bonden , en een grote doek om
\'t lijf,
voor defchamelheidgeflagen.

H 2 Dit

\'Eiland,
Bmka

-ocr page 82-

Dit Eiland heeft allerlei goeden
lijf-tocht; hoewel in geen groten o-
vervloed; maer meenighte van zeke-
re vogel-nesjes, die van daer na
Si-
voor eenlekkernye, over gevoert
worden.

Den eerften van de Hooi-maend,
des middaghs, bevond de vloot haer
op de Zuider-breedte van vijf en
twintig minuten: peilde d\'ooft-hoek
van het eiland
Linge noord-weft, en
Poele zay of eiland Zay, zuid-weft ten
weften van haer,op de diepte van ach-
tien en negentien vadem , graeuwe
fand-grond, gemengtmet feWpjes:
de koers was noordeten ooften: de
wind zuid-ooft ten zuide.

Toek zeiy. Poek Zay zijn verfcheide kiene en
onbewoonde eilandjes, afgelegen van
elkandre, op gelijke fatfoen, als de
eilanden van
Tejfelen de Flieter; doch
vallen wat klipachtigh.

Den tweeden,des Sondaegs, zeilde
de Vloot des middags, op de noorder
breedte van drie en vijftig minuten.

Des na-middags, verviel de Fluit
Loosduynen wel zeven mijlen be-oo-
ften het Eiland op fee-

kere onbekende, enindeKaert nief^\'\'"\'^"
getekende klippen. Derwaerts begaf
zich de Onder-bevelhebber
Jan van.
Kampen,m&L
bood , fchuit en werp-
tuigh; fulx de Fluit, door fpoedige
hulpe, onbefchadigtvan de klippen
raekte.

Poele Panjang is lang Eilandt ge-
zeid; alzoo genoemt na defleifs fmal-
te en lenghte. Het is
onbewoónt,
doch rijk van bomen, daer in zich
zeker vogel onthoud,
Bme oi Emeu vo^el me.
by d\'Indianen geheten. Hy is lang
van hals, en
hoogh, inzonderheid
met opgerechten hälfe , ruim vier
voeten en eenige duimen. Heeft
voor aen den hals twee quabben, als
twee berdekens van perkement, die
twee duim lang, en vermiljoen root
van verruwe zijn.

Klujm befchrijftdezenVogelwijt-

lopig in de volgende woorden: ^

-ocr page 83-

Dees, zeit hy, wanneer hy met opge-
rechtenhoofde ging, was over viervoet
en eenige duimen hoog: wantdélhals van
V opper-hooft tot het begin van den rugh
\'wasomtrent dertien duimen lang, het
^Wfibf tweevoeten breed, de dybenen
met de fchenkkels tot het buigen van de
voeten feventhien duim lang-, maer de
lengte des Hchaems van de borji tot de
Jiiet was omtrent dry voet. De pennen
oftliever vederen, die hetgeheele lijf
met het onderdeel van den hals, dat aen
de borjl en rug naeJi is, die de dybe-
nen bedekten, waren over al dobbel, uit
een zelve klem en kort knobbeltje voort-
komende , en op malkander leggende
opwaerts een weinig dikker, neerwaerts
dunder en teerder, envanverfcheiden
lengte, gelijk ik in de huid van dierge-
lijke vogel, welke
Krifliaen Porree, een
neerjlig onderfoeker en kruidmenger,
tot Leiden bewaerde,gefen hebbe. Want
die aen den onder-hals waren korter,
op

t midden-lijf en de zijden langer na-
mentlijkfes oft feven duim , maar aen
tuitterjie omtrent de Jiiet {wanthy had
geenjieert) waren negen duim lang, en
harder als de andere. En hoewel alle
hard en bars , zoo waren zy nochtans
niet breed, maerfmal, metyle zijdige
hair en daer tegen overjiaende ver Ben,
zwart van verruw, die nochtans om-
trent de dybenen helden naer het af
grauw : de feenuw als in de andereJwart
blijvende. Deze vederen hadden die
vorm enjland, dat van de ver affiaende
de huid van dien vogel konde geOordeelt
werden niet m,et veder en, maer alleen-
lijk met vlokken, als een\' Beren hmdhe-
^ekt te zijn, en geen vleugels te hebben;

^^^ ^^^^ ontbreken, maer

met vier groote fwarte
pennen ^^r^^^,, gelijk ik in die vo-
gel aenmerkte ,hoe..e7fy\'daer afgerukt

war en,en van haer lengte nietJe kers kan
Jeggen: maer
de gebrokenJchachten wa-
ren dik , hard, en vajl, en drongen in V
uitterfle deel van de vleugel diep in. Het
opperdeel van de vleugel, dat aen H lijf
vaji was , hadde bedekkende vederen
met die gelijk, rvelk noch aen de borJi
Jionden : ^ftnt het u te duchten dat deze
vleugels daer tóe gegeven zijn, omhem
m t Lopen te helpen ; want ik gelove dat
de vogel niet vliegen , nocht zich van
d\'aerde kan opheffen. De Jchenkels wa-
ren in deronte vijf duimen dik, en met
veeljchorjenenbreedefchobben bedekt,
infonderheid boven \'tbuigen van de.
voet. Hy had dikke harde voeten, met
dry dikke klauwen verfien, voor als met
f hob ben bedekt, achter geheel vereelt:
van welke de middelfle, langer als d\' an.
dere, uit dry leden befiond: de binnenfle
uit een , en de buitenfle uit twee. Alle
de nagelen waren groot omtrent twee
duim lang, dik, hard, en hoornachtig:
Het hooft naer de gï ootte van V lijf klein,
enby nakael: van verruw uitten zwar-
ten blaeuw, met het hoven deel van den
hals : in welke haer eenigeJwarte hair en
vertoonden : de ogen een weinig boven
de Jpleet van den bek waren groot, bran-
dende, en bars, de Leeuws-ogen by na
gelijk, die eenige zwarte hairen omcin-
gelden , gelijk mede de klein ontblote
doorgangen der oir en, die hy achter de
ogen had. Hetvoorfie deel van den bek
was gebogen , en een weinig boven de
punt met twee gaten, die het gebruik der
neujgaten gaven, verfien : van welkers
middelfle tot hen hooft-top toe, een opge-
rechte kroon flond van een hoornige zelf
flandigheid, omtrent drie duim hoog,
uit den geelen bruinachtig, welke ik ver-
ft on de dat in \'t wijjelen der vederen af-
viel, en weder met het hergroeienvan
de felve wieffèn. Het opperdeelvan den
hek was van zijn fpleet tot het uitterfle
punt vijf duim lang : het voorße deel
van denhals, omtrent vier duim onder
den bek, had twee hangende vliejachtige
lellen, oft baarden twee duim lang, van
een hoog-rode verw. Het achterdeelvan.
den hals was van gelijken kael, en van.
\'/ hooft

na de lengte roodverwigh, en
daer na zijn onderfle deel met eenige
rode vederen bedekt, daer eenige zwar-
te onder gemengt waren.
Maer hoewel
deze Vogel eenige tekenen met de Struis-
V ogel Jchijnt gemeen te hebben, gelijk
een klein hooft, uit den aert by na heel
kael, en al eet wat hem \'veor geworpen
word; nochtans heeft hygeen twee-klo-
vige voeten, maer u Met dry klauwen
verzien, gelijk wy voor gezeit hebben,
zonder fpoor op de wijs v jn den Otis oft
Tarda, en daer om zoo ßerk en zwaer,
(lat ik in den Thuin van den doorluchti-

-ocr page 84-

Mans dyheen, geheel gekneufi, en fjn
Jchors afgeknaegt, V welk de Graef heve-
ftigdefnet de Voeten en klaeuwen van die
Vogel afgereten te zijn; want hy doet fijn
gewelt niet met den hek voorwaerts,
maer zichfchuins keer ende, valt hy met
omgekeerde klauwen die gene aen, met
welke hy vecht. ■

Maer hoewel hy alles, wat hem voor-
geworpen wierd, inßokte , als geheele
Orangie-appelen en diergelijk, nochtans
was fijn gewoone koft Tarwen ofte Witte-
hrood, 7 welk hy, in groote ftukken gebro-
ken, inßokte. Ik ver ft on de dat hy zeer
graeg verfcheHoender-eyren^at, die hy
met de jchaelinßokte,maer indien hy niet
heel ge fond was ,fchoothy die achter we-
der uit\', daer na die weder inßokkende
hield hy die hinnen en verteer defe. ^y
verzekerden my dat deze Vogel een
Mannetje, en geßen was dat hy zomtijds
een teel-liduitfchoot, gelhk als die van
een Kameel. Voorts hoor ik dat de fche-
pen , welke in \'\'tjaer van de geboorte van
Chrißus M. D C. III. uit de Mollukze
\'Eilanden in Holland weder quamen, twee
zoodanige Vogels wel mede gebracht,
maer op de reis gefiorven zijnde over-
hoord geworpen hadden; hoewel haer
huid, om de zeldenheid had de können
hewaert werden. Niet te min heb ik op
dat felvejaer binnen Amßerdam dry oft
%)ier eyren van die Vogel gefien, die van
de Koopluiden gekocht waren, en een
weinig te voor een binnen Leiden hy
Porret, dat heel fchoon en\'\'tgrootßvan
allen was-, want de omloop was in de leng-
te vijfthien duim : in de breedte, twaelf,
oft een weinig hreeder, zoo dat het om
(ijngrootenietminder voor een vat, als
die van deStruifvogel,welke na\'tfeggen
| pelen,Patatafeh,Oebyfen,Klapmu£ren

van Piinius de oudeplegen te gebruiken,
qehoud&n konde werden. En onze tijdt
gebruikte fe noch om die oorzaek: Want
ik heb niet eenmael de eyren van de
Struifvogel in Silver heftagen tot kop-
pen-fien gebruiken. Maer d.efchaelvan
het
ey van dezen Vogel was niet heel
dicht: nocht ook zoowit als dat van de
Struis, maer aen het einde van verw\' uit
dengeelegroenachtig ,metveelftippelen
van een volkomen groenheid verfien:

en Nankuffen, wierden aen boort ge-
braght, die d\'onzen voor geld koch-
ten, ofte tegen kleeden verruilden.

Des morgens, den vijfden, lichten

dt\'^ïmtVogelezank, Zee-hond tnVink,
haer ankers, en Hepen,onder Poele Pi-
fang,ter xee
, om ververfinge en brand-
hout.
Poele Pifang is een tamelijk volk tocU Ti-
en
dorp-rijk eiland. Al d\'inwoonders ß*»^-
ftaen de viffchery of landbou ga: want
zy alle van
jongs af tot groten arbeid

gen Graaf {met welke Graaf ik in de ( maer een van die, welke ik linnen Am-
T\'dn gegaen was, om dien Vogel te fien) \' " \'
gefien hehhe een hoorn, zoo dik als eens

" fierdam zag,was by na van de zelve gro-
te, vorm en verw" met dat voor gaende-.
eenige waren meer rond, andere klein-
der,en de verw van fommige was lichter,
en minfray. Voorts is my ver haelt dat de-
ze Vogels de Molukze Eilanden niet ei-
gen zijn, maer ook in
Sumatra, Tiapo-
bane,
enipde nabuurige v aß e landen
gevonden werden.
Dus verre Klufius.

Des Maen daegs, den derden, ver-
volgde de vloot haeren koers Noord
Noord-ooft waerds , met een iraeie
koelte uit den Zuid Zuid-we;l: had
des middaghs de Noorder breete van
twee graden en drie minuten, en in
\'t verre geficht het QxhiVidPoeloTinp,
Noord-weft ter zuid® van haer, gelijk
des na namiddags
Poele Aura, Noord
Noord-weft waerds. In de eerfte
wacht quam het Jacht
Zierikzee, be-
neevens
Ter Boede, aen de weft-zij-
de van
Aura, op dertien vadem ten
anker : en vuurde ieder dien nacht,
met hetontfteken derlanteerne, van
achteren, tot kundfchap voor de ove-
rige achter-gebleve Schepen.

Den vierden,desdingsdags,het de
opper-bevelhebber.
Bort, met het
Jacht
Naerden , in gezelfchap van de
Jachten
Overveen, Zee-hond, Vogel-
zank, Hoogelande ,
en Vink, ter felf-
fter plaetze het anker vallen ; want
de Scheepen
Loof duinen , Domburg,
Ankeveen , Breukelen , Loenen, Me-
lis - kerke , Leerdam ,
naemen haren
koers naer het eiland T\'iwc;«, volgens
befluit, ten dage des vertreks geno-
men. De boots voeren aen land, om
verfch water in te nemen, en hout te
kappen. Veele praeuwen met vifch,
hoenders , bokken , verfcheidene
vruchten, alsPieffang, ofAdams-ap-

-ocr page 85-

,,, \' op letter-kimit en

•vogel-ne, t-TiA j

Aihier, gelijk ook op de
fien. Qes Koningrijks van Sanpan, en

net eiland Lingen , worden zekre
vogeineften gevonden, geüjk hier te
lande de zwaluweneden, die op gro-
te maeltijden en banketten lekkere
difch-gerechten verftrekken. Ta d\'in-
ZZinl- Nieu-Jaers Feeft,

vim word, vereeren elkandregewo-

ken en «kentenis van vriendfchap.

6f

1 J \'\'n \' ^.....\' ^iCStrre onle-

kendejloffe maken, met de zelve door
een zonderlinge kunfi daer aentehedj-
ten Heahende in de zelve deyrenge-
leid en jongen uitgehroeit, vliegenze
weer wegna andere plaetfen, en aeven
-den Zeeluiden de neflen tenheflT, die
met Schepen volnaSin^i en
Japan
Jleken om te verkopen , tot lekkernyen
voor den mont.

De neften zijn gelijk doorfihijnend,
geelachtig van verruwe , en beflaen uit
een hezondere en tot noch toe onbeken-
de kruidige fioffe. Zy hehhen een zon-
derltnge eigenjchaphy haer, wijlze, hy

, rfgcrecht op t ZjfTj"" r-^- -

kooDhatirlAl ML:^., t.i .

fchappen va^d „^a sT^vVrerri haer,

i:lafjers,
ontrent twee Spaenfche dukaten, ver-

aengename fmaek hyzetten,

Zy brengen, zoo eenigen willen, de
De voort-brenging dez^r fiojfe derneflen niet van andere plaet-

gefchiet aldus: brakeneenflijmigeoftaiefioffe

Zekere vogelen creliit-r... t . ^^ ingewanden,die zy aen de

werpen op

Wanneerze ruien of paren ukln hft •

ZekerfpeekfelenlijLgeTo^ yjfyj^^fj^tzekereMmige ^ocht,

van zy\'^op de rotfen wonderkunftia khppen fchuimt, de hek en

dooriifUan de natuurf rf.?\' ^^^^vliegen, en hefpren-

natuure , deze daer mede f elkens, door !e he~

eklel wegenis der flaghveeren, de nesjes, tot

-^ajierflevigheidder aengehechte fioffe

By wijle gebeurt, dat door hijfle.

, (.ikii uuuf CiJJlCk

onweer een grote meenighte dezer ne.
lien f effens met d\'eyren , geborflen
door \'tgeweld des waters, in zee valt
iotjpijze der vifchen.
Dus verre Kir-

. Ook gedenkt Philips Martijn, in
pil verhael des Koningrijks van Tun-

Ring m volgende woorden , deze
vogelen :
het Koningrijk van Tun-
king
vmdmen zoo meenigerlei flagh
van gevogelt, als in eenig ander gewefl

\'vanOoü-lndi\'én. Aldaerheepmenze-
kere kleins vogeltjes , gelijk Zwalu-

mpw Jia J\'-i . 1 h l

7 I j ^ ^(^--^•■i\'cn Tiiat. zekere
"\'ghte, d,e gehjk Zi^luwen aenßmds

\'er

Üiinmk,dzekerezlTk "„ T"\'\' ^\'T\' - ff^ Zr»\'-\'"

re van de firant va« Si„T\' T \' h ^ ^"de vliegen,

en kleine klippen 2lé tl TJ \'P

■welt van water ^^oor ge zeer kojlelijk , en worden zoo dier ver-

Van hinnen in het middp. ^ ii \' f^fi^gerechten:

pen komen {vanZZZZ ^^r oorzakevan hare zeltzarne deucht eu

^^ Lente,opëengZtZT^^^^^^ ^^ de werkingen, die zy dengezonden

onhekendeLelfjes, % oTteU\' f hehoeding^oor ziekten, en

. ^ J^ .tn ontelbar, denkranken, totopmekking van de luli

tot eet en.

I Tot

oor drift van de , ueze

neiten maken, met het een fpeekfel
op het ander te hopen. Wanneer het
fpeekfel droog is, word daer van een
neft , in vorm van een grote lepel
met een wcinigh verheven kanten!
Lenige honderd pond neften, (zulk
een grote meenigte is\'er,) worden
jaerlix aldaer verzamelt.

Wanneer de ruitijdt uit is, en de
neftenvoltoitzijn, welkbynaineen

leggen deze vo-
ë. jn aun eyren daerin en broedenze

-ocr page 86-

Tot noch toe heeftmen niet kunnen
weeten, van
wat ftoffedezeneftenzijn:
dezelve is tai, en doorschijnend, en he-

(laet uit vele kleine holletjes , in vorm , —------------\' n. i, i

,rote zeehoornen. Geen gaftmael | bofcli, riemen, ankerftokken , boo-

worLengerecht zonder het opdifchen men en handfpaken: voeren met de
. O „ . .. ______j. /l^ßrt nif . en vonfren her-

ftoep uit viftchen , en vongen her-
ders en fteen-braefteni in groote mee-
nigte.

Des namiddags ontftond een har-
de reegen en donder.

Den negenden, des Sondags, lich-
te de Jachten
Zierikzee , Hogelande,
en Ter Boede d\' ankers, en liepen on-
der den noord-ooft hoek van
Timon
by het Jacht Naer den , en andere
fchepen.

D\' Opper - bevelhebber Bort,
deed op Naerden van achteren , de
witte vlagge waeien , om den Bree-
den Raed te vergaederen. Men
vond dienftigh weder Zee te kie-
zen : en wierd de Zein - brief ne-
ven het genomen beftuit onderte-

kent.

Op klachte van den Opper-bevel-
hebber
Bort, namelijk veel jongh,
flecht en onervaeren volk op te heb-
ben , wierden van ieder Jacht twee
der kloekfte bootsgezellen gelicht,en
op
Nae den overgezet: uitgezeidhet
Jacht Vinkeveen , welk dertien man
van
Zierikzee over nam.

Des namiddaghs raakte de vloot
weer onder zeil: nam haeren
koers
noord
noord-ooftwaerds , en peilde
met Sonnen ondergank het Eiland
Timon, zuiden ten weften en zuid-
zuidweft, ontrent vijf of zes mijlen

van haer.

Den tienden , des namiddaghs,
was de Vloot op de noorder-bree-
te van drie graden en acht
minuten,
ter diepte van zeven en achten der-
tig vadem zand-grond.

Den elfden , des middags, had de
Vloot de
noorder-breete van vijf
graden en vier minuten, op veertig
en een en veertig vadem
fteek-grond^
den volgenden dag , des middaghs,
de hoogte van vijf graden , en zes
cn vijftig minuten, op negen en der-
tigvadem fteek-grond.

Was den dertienden op de noorder

breete van zeven graden, en zes mi-
nuten,

van deze fpijze : en zoo dezelve ont-
breekt, de maeltijdis niet volmaekt, aen-\'
gezien deze de befte lekkernye ü. De toe-
making, om feeten , gefchiet in dezer
wijze : zy worden eenen nacht in warm
water geleid, ter tijdt toe zy week en
murruw worden : daer na , dm week
gemaekt, een wijle in de fchaduwe te
drogen geleid: en zijn dan lichtelijk op
ftukken te fnijden.

Zy hebben in zich zelfs of alleen ge-
ne Jmaek ; maer gelijk met de Kamper-
noellen gefchiet, toebereid met bequa-
\' me kruideryen, verwekken zy wonder-
lijk de luft van eeten. Ten tegendele
van andere fpijze , die de luft in het
eeten doen vergaen ; daer deze dezelve
oneindelijk vermeerderen.

Daer valt ook veel Ager-hout en
Katoen.

Des Donderdaghg , den zeften,
deed d\'Opper-bevelhebber
Bort uit
het Jacht
Naer den een kanon-fcheut,
tot teeken van onder
\'t zeil te gaen:
dan naulix was deftelfs anker gelicht,
of \'t Jacht dreef fterk na de wal,
fulx \'tanker weer in de grondmoft.
Verfcheiden kanon - fcheuten deed
Naer den : waer op d\' Onder - bevel-
hebber
Jan van Rampen , voorzien
met boodt, fchuit , en werptuig,
derwaerds fpoeide ; en vond
Naer-
den
wel drie kabel lengte van de klip-
pen afleggen op goeden fteek-grond,
machtig om een harden ftorm af te
rijden. Door het uitbrengen van een
■ werp-anker raekte
Naer den weer on-
der zeil, en wierd van de andere ge-
volgt.

Den zevenden , des Vrydaeghs,
liepen de Jachten,
Zierikzee , tioge-
lande
en Ter Boede, aen den ooft-kant
van het Eiland T/wo^^-Cwant het Jacht
Naer den en d\' andere fchepen laegen
aen de noord-ooft hoek gezet,) op
dertien vadem ten anker ; daer zy
water, brandhout, en ververftng van
Hoenders , Bokken, Vifch, Pif^g»
Klapmutfen, Patatafen, Nankuffen

Befchryving des Kekemjks

en Oebyfen, in grooten overvloed
bequamen.

Den achtften, des Zaterdags, hak-
ten die vanhetfchip
Zierikzee uit het

-ocr page 87-

nuteji , op de diepte van negen en
twintig,dertig en eenendertig vadem.
Doch Was
Naerden mét zijn onder-
hoorige Schepen, om de ooft, hyna
\'tgeficht van
Zierikzee gefteeken.
t)en veertienden, des middags,had
de Vloot de hoogte van acht graden^en
feftien minuten,op de diepte van twee
cn drie en twintigh vadem fijn zand-
grond, gemengt met witte fteentjes.
Des nachts, in\'tlaetftevandeeerfte
wacht,vertoonden zich de twecEilan-
den, gelegen ontrent of beweften het
EiUndPoele of Kandor, een mijle van
deVloot, op de diepte van achtien va-
dem.
Poele of eilant Kandor leit om de
bocht van by de kuft
Vancinaer
Kamhodia.
Het is onbewoont, groot
drie of vier mijlen in den omtrek; leid
beftuuwt met hoge klippen en berge,
daergroteboomen od groeien. Even-
weWalthier grote ververfching voor
de diepen, die dit Eiland aendoen.

Den vijftienden,\'s morgens,had de
Vloot de noort-ooft hoek van\'t eilant
te^/(?r,zuid-ooftten ooften, drie of
Vier mijlen van haer, op de diepte van
zeventien en achtien vadem witte
zand-grond, gemengt met fteentjes.
Des middags wierd de hoogte van ne-
gen graden, drie-en-twintig minuten
gepeilt,opfeventien en achtien vadem

zand-grond,gemengt metfteentjes.

Den zeftienden, des morgens, zeil-
de de vloot op de diepte van vijftien",
en zeftien vadem , en peilde de tafel-
berg Noord-ooftwaerds van haer, on-
trent drie mijlen buiten de wal, met
een fraeienzand-oever voor den fel-
ven Was des middaghsopdeNoor-

dprHo^^^.^ g^^^^n en een-en-

^"^"^en, cn op de diepte van
vijftien^ vade^^ ontrent drie mijlen

buiten de kuft vaacW^;,, ^

Portugeefche fpelhnge, champa , by
Martijn
Changpa, en by andere Cwm/^
genaemt, is een Koningrijk: het heeft
ten Weften het Koningrijk van
Kam-
boye
en, volgens den Jefuit Maria Le-

\' = waer van het door de

Woefte wildernis en bergen af-

gefcheiden word: paelt ten ooftin aen

dat van Cochmchine en Tunkin^ : en
«rekt met zijn kuften tot aen liet vaft

land van Sina , eermen komt by de
kuft der eilanden van
Makou,

De hooftftad is relandewaerds in
gelegen,gelijknamigmethetKoning-
rijk . D\' andere Steden zijn
Vare IIa,
Penaria
en Tluchonarella. Dit geweft
heeft de volheid van allerlei lijftocht;
j en\'tgebergte meenighte vanOlifan-
{ten:die van daer na verfcheide oorden
j vervoert worden. Aldaer valt ook
i veel en het trelFelijkfte Kalamhak-
[ hout , welke by eenigen KaUmpart,
( by Linfchotcn Kalarnha en Kalamhes
\' oi Aloës
-\\\\o\\xt, by d\'Arabiereny^g^?/«-
\' gern cn Haut, by d\'inwoonders van Zu-
ratte
en Dekan , vd genoemt word.
Het is een zeer welriek en t hout: welk
men zeid zijn welriekendheid door
het verrotten onder d\'aerde,verkrijgt:
Want het verfch hout is niet welrie-
kend. De boom,,volgens fekren fchry-
ver
Garzias, heeft de gedaente van e-
nen olijf-boom : is zomtijds groter.
Het verfch doorgefneden
Kalamhak-
hout word gezeid gene aengename
^ welriekendheidtehebben: ja,dewel-
I riekendheid zich niet door het ganfch
/ hout te verfpreien ; maer zelf in het
hert van den boom zich te zamen te
hopen: wijl de fchors dik en de ftofie
des houts Zonder reuk is. Evenwel,
vetvolgt
Garzias, zou ik niet willen
logenen, dat, met het verrotten van
den fchors en het hout, deoliachtige
en vette vocht in de ftofTe trekt,en dat
welriekent maekt. Het is een feer dier
koftelijk hout, en word fchier tegen
goiit opgewogen: is by d\'inwoonders
en de Sinefen veel in gebruik in hun
brandoffers aen d\'afgoden. Herland
is arm van goud en zilver, maer rijk
van droogcryen en trefTelijk hout.
Daer valt ook
Sanpan en ebben-hout,
rijs ,hnnen en katoen. Men
heeft\'er
ook in groote meenigte
zekere aerd-
vruchten, ö^ij/genaemt, zeergroot,
en eenige tien of twalef
pond zwaer.
Zy worden by deSinefen in plaets van
brood gebruikt, en ook by vleefchge-
ftooft, gelijk hier reiandedeftoelen
van de
aertjezjokken. Men vind \'er
ook zekere zeergrote Vruchten,
Nan-
kuß\'en
by d\'inwoondcrsgeheeten, en
by d\'andere Indianen,volgens Garcias

enAkofta,/.7yf^.

I 2 Het

-ocr page 88-

Het land word beftierd door eenen
Koning met onbepaeldemagt, zon-
der den Keizer van ^/^^ïof Tartarifen
Cham onderworpen te zijn. D\'Onder-
bevelhebber
Van Rampen heeft den
Koning zelfs gefproken, op een zeer
7root Hof, in een zeer ruime zale, be-
langen rohtom met koftelijke tapij-
ten; doch moft eerft, volgens\'s land^
wet en gebruik, zijn koufen en fchoe-
nen uitdoen : wijl niemand voorden
Koning magverfchjnen, \'t en zy bar-
revoets , tot teken van eerbiedenis.

De Groten \'sLands rijden alle te
peert, met bellen aen, even als hier
te Lande \'s winters de narrefleden o-
verys of fneeuw rijden.

Den zeventienden , des nachts,
had de Vloot de Zuid-weft hoek van
de Bay van
Pangerang, weft ten zui-
de , ontrent drie mijlen van haer.
Deze is een heerlijke Bay, en verciert
m,et een machtige Stad, die met zijn
gebied verre landwaerds in ftrekt. Al-
daer woont eenen Koning, die met
onbepaelde maght gebied. d\'Onder-
bevelhebber
Van Kampen fprak hem
zelfs in perzoon aen, hoewel met zij- ,

Èay
imgerani\'

11-

I\' \'

l:i \'Ï

doOr den Koning vereert met eenige
weyers en ftoften. Aldaer valt veel
Kalambak-hout.

De Vloot fteldehare koers noorde
ten oofte: bevond haer des middags,
op de noor der-breete van elf graden,
en vijf en dertig minuten,ontrent drie
mijlen buiten de wal van
Champan-.
des avonds, tegen over de vijf eilan-
den, dicht onder den voorfeiden wal
gelegen, der welker zuidelijkfte zich
in de gedaente van een hoy - opper
vertoont.

Den achtienden , des middaghs,
wierd de hooghte gepeik van twaelf
graden dertig minuten, twee mijlen
buiten de wal, op zeventigh vadem
diepte.

Des Woensdaghs, den negentien-
den , had de Vloot met Zonnen-op-
gang
Sint Jan de Fijks , op de kuft
van
Champan, noord - ooft ten noor-
den van haer, ontrent drie mijlen bui-
ten de wal: Was des middags op de
noorder breete van dertien graden en
vijf minuten; en peilde met Zonnen

ondergangh, Caho Avarelles, noord-
waerds drie mijlen van haar: de koers
noorde ten ooften,

Caho Avarelles is een zeer hooge
berg , die zich van verre opdoet in
de gedaente van een man te paerd,
en verftrekt een baek in zee.

Den twintigften, wierd gepeild de
noorder breete van dertien graden
negen en veertig minuten, en dlioek
Van
PóeleKandor, noordeten ooften
in\'t verre geficht.

Den een-en-twintigften ,in de dag-
wacht , was de Onder - bevelhebber
Van Kampen (want d\'Opper-bevelheb-
ber
Bort was dien nacht met zeeven
fchepen hoog om deooftgegiert, en
by na in den dageraetuit het gezicht,)
met zijn onderhoorige Scheepen te-
gen over de noordelijkfte
Box-eilan- ^o^-^ian-
der
eilanden : zagen yièr zeilen, in
\'t noord-ooft ten oöften , onder de
kuft van
Champan, of Quinam : der-
waerds hy, en die van
Ter Boede, met
floepen, bemant en wel-gewapent,
na toe fcheepten : dan drie ontqua-
ment met vluchten, en de vierde
wierd flechts aen boord van den On-

ne fchoenen en kouftèn aen, en wiert \\ per-bevelhebber gebracht. Deze, ge-

Stadt
loeyan.

laden met rijs, honigh en fterke arak,
had zeeven mannen, en vijf luftige
vrouwen op: quam van
Poeyan, in ^o^m*
meeningh om n2ittTaiwan te zeilen,
niet verre van daer geleegen. Men
vond geraden hen met hun vaer-tuig
onbefchadigt te laeten
vertrekken:
dan de luftige vrouwen wilden liever
by d\'onzen blijven, dan vertrekken,
zoo gehouden wilden worden. Op
haer vertrek wierden zy befchonken
met drie grove witte moerijfen , of
wit hnnen, die zy met groote dank-
baerheid aenvaerden.

De Stadt Poeyan is gelegen op de
kuft van
Quinan, aen den voet van
eenen berg, daer
twee beken, aen ie-
der zijde van de Stadt uitfchieten: zy
is omringt met hoge en dikke muuren
van rode gebakken fteen , bequaem
om daer op eenig gefchut te planten,
pe veftingen zijn niet met torens ge-
fterkt; maer hier en
daer met eenige
ftellaedjen, als fchavotten, hoog drie
ftadien: daer zy by ladders op klim-
men , en daer van den vyand, die hen

zoekt

-ocr page 89-

zoekt te beftormen, groten afbreuk
können doen ; hoewel de Stadt om
haeren moerafchachtigen grond qua-
lijk te genaken is.

Daer zijn drie rechte en lange {tra-
ten , die alle drie voor \'s Koninghs
Hof uitkomen: d\'eene loopt van daer
na de zee : de tweede na een van de
land-poorten (want de Stadt heeft
eenige poorten): de derde na de berg-
poort. De Stadt heeft genegekafïy-
de ftraten, als de drie voornoemt:
d\' achter en dwers-ftraten zijn zandig.
En niettegenftaende de gehele Stadt
bynabevaerbaeris, door middel van
grachten, die haer water uit de voor-
noemde beken ontfangen, zooiszy
evenwel vuil enftinkend; wijl de af-
wateringen zoo groot niet zijn, om
al de vuiligheid af te drijven.

By des Konings Hof, aen de weft-
zijde der Stadt, ftaet een tamelijke
grote kerk: aen d\' ooft-zijde het wa-
pen-huis: aen de zuid-zijde het Hof
of Paleis des Konings , künftig en
prachtig opgebout met heerlijke plei-
nen van binnen. Recht over de rech-
te ftraet, die na de land-poort ftrekt,
ftaet des Stedehouders huis , daer al
des Konings dienaers of ftaven wo-
nen , en peerde-ftal, kokens en ander
nafteep tot zijnen dienft zy n.

De Stadt is verdeilt in vier delen of
wijken, en over ieder deel een Edel-
man tot bewaernis geftelt, by ont-
ftaen van oorlog, brand, of andere on-
gevallen. Ook is in elk gedeelte een
trommel, van de grote, als eenwijn-
ftuk van drie pijpen : waer op zy
^^en, by ontftaen van eenig onraet,

een Wevers-boot-hamer, daer aen
hangende.

die aldaer vallen,
zijn allerlei Aagvanongeweveen ge-

wevezijde,gebloemtenongebloemt,

van allerhande kleuren : als Pelings,
Hokyens
, en diergelijke. Ook beftaet
de handel
ïnMoeryfenA^^\'^ witlinnen.

Des middags bevond d\'Onder-be-
velhebber
Van Kampen, zich op de
noorder breete van veertien graden,
veertigh minuten, en raekte weer des
avonds by hem den Opper-bevelheb-
ber
Bort, met zeven Schepen, en een
Jonk.

Den twee en twintigften wierd in

\'t reizen der Zonne , Poele Kanton, roek Kan-
noord-V7QÜ.
ten noorden , ontrent
vijf mijlen van de Vloot gepeilt, op
de hooghte van vijftien graden , en
een en dertigh minuten : de koers
noord-ooft.

Den drie en twintigften, had de
Vloot de noorder
breete van feftien
graden en een en veertigh minuten.

Den vier en twintigften, des Maen-
daghs , het Eiland
Hainan, noord- ^HmdAi-
waerds in \'t verre gezicht : was des
middags op de noorder breete van
achtien graden en vijftien minuten ,
ontrent vier of vijf mijlen zuid-ooft-
waerds van
Hainan : den vijf en twin-
tigften, des middags , op de noorder
breete van negentien graden, en een
en vijftig minuten.

Den zes en twintigften op de Noor-
der breete van een-en-twintig graden,
zeven minuten , vier of vijf mijlen
zuid - zuid - weftwaerds van de Zui-
delijkfte Eilanden van
Makao of Ma-
kau
, op de diepte van zes en zeven en
twintig vadem.

Den zeven en twintigften, lieten
desavondsZ/my^2;^^ en
Ter Boede het
anker onder d\'Eilanden^van
Makau,
by de boxhoofden vallen, afgedwaelt,
door donkere mift, van elkandre: om
terbeftemde
verzamel-plaets, de an-
dere fchepen in
te wachten, Volgens
\'t bevel
van den Heer Generael en Ra-
den van Indien, zo by ftorm de Sche-
pen van elkandren riekten.

Des anderen daeghs, voor de mid-
dagh, quam
Indijk, verfeit met de flui-
tjes
Loofduinen en Vogelefang, beneven
drie Jachten ,
Domhurgh , Hoogelan-
de,
en Melukerke, ter zelffter plaet-
ze onder d\'Eilanden van
Makau ten -
anker, op dertien vadem fteek-grond:
fterk aldaer nu ter plaetze, ten
getale
van acht.

D\'eilanden van Makao hebben
hunnen naem van de Srad
Makaö,
welke op zeker klein hangend eiland-
je , vereenigt aen eengrooter , gele-
gen is.
Zy kunnen , by ftorm en on-
weer, vry en onbefchroomt binnen
geloopen worden , en hebben veele
goede
fchuil - plaetzen , tegen alle
raes-winden en holle zeen. Daer is
/ 3 ook

nan.

-ocr page 90-

ook overvioedvan drinkwater in alle
zaizoenen te bekomen.

Des Zaterdags, den negen en twin-
twintighften ,
d^QÓi Indijk , met het
opfteeken der witte vlaggc achter
van de kampanje , de Schippers der
Jachten , als
Zierikzee , . Overveen,
Domburg , Hogelande ^ Meliskerke
en
der vijf fluiten , als
Loofduinen , Vo-

boord komen : want de vijf andere
Scheepen,
Naerden, gevoert by den
Opper-bevelhebber Bort , Ankeveen,
Zee-hond , Loenen
en Leerdam waren
vermift.

Tot des anderen daegs lagen al-
daer de tien Schepen, na de vijf an-
dere te wachten : en wierd eenftem-
melijk goed gevonden , ten infichte
het toeven voor
indijk met de Ja-
pans-vaerderskoflelijk viel , des mor-
gens vroeg met de tien Schepen voor-
noemt weer zee te kiezen, en door
d\'eilanden van
Makao te zeilen, met
ordre van te mets een kanon-fcheut
te doen, op hoope van de afgedwael-
de vijf Scheepen t\' achterhalen. De
koerswas noord-ooft ten ooften, en
ooft-noord-ooft , langs en beweften
de vijf eilanden, op zeftien, zeven-
tien en achtien vadem fteek-grond :
quamen ontrent ten negen uuren by
een van de grootfte Makaufe Ei-\'
landen, genaemt in \'t Portugees
llhas
de Lemas :
zagen aldaer Chan-
pans,
of jonken, met zes of zeven
huizen in een fraejen inham leggen.
Daer neeven fmeeten acht zeilen het
anker ; want
Indijk, met twee Ja-
panfche laft-fluiten, zetten den koers
na
Japan over.

De booten en floepen, bemant
en gewapent, aen land gekomen,
vonden aldaer vijf groote
Chanpans,
met hun vifch - want, en aen land
over de vijf duizend gedroogde zou-
te viffchen , genoemt herders : be-
neven twee honderd en dertig pot-
ten met gezoute kuiten , der zelve
vifch.

De Sinezen waeren in \'t bofch,
en op \'t gebergte gevlucht, en had-
den hun goed den onzen ten beften
gegeven; uitgezeid drie, die de
bootsgezellen in \'tBofch beknelden.

en aen boord van den Onder-be-
velhebber brachten. Gevraeght by
hem , van waer zy waeren, gaven
tot antwoord , van dicht by
Xan-
tung
: verwittigden mede de dood
"SznKo^iinga.

D\' Onder - bevelhebber Van Kam-
pen
gaf hen dertigh> en Nobel tien
Spaenfche Realen voor de vifch, die

gelezank, Breukelen Qn Ter Boede onder het Scheeps-volk verdeeld

wierd.

Na de middagh, ontrent ten twee
uuren , quamen deeze acht Scheé-
pen by den Opper bevelhebber
Bort,
en by de vier andere afgedwaelde
Schepen, leggende ruim drie mijlen
beneeden de wind van d\'oofteüjk-
fte Makaufe eilanden ten anker, zon-
der met hun boots door de fnelte
des ftrooms,aen land te ;kunnen
roeien

D\' Opper - bevelhebber deed de
Schippers van de voorzeide acht
Schepen, met het gewoonlijk teeken
aen boord korrien, en zeide op de
rechte verzamel - plaets te leggen,
volgens bevel van den Heer Gene-
rael, en Raden van
Indien: dies doem-
de hy ieder Schipper, die fchryven
konde, in een pene van acht vaten
drink-water aen zijn boord te bren-
ger-

Den een en dertighften , des mor-
gens, maekte de Vloot zeil : bevond
haer des middaghs op de
noorder
breete van twee en twintigh graden,
twalef minuten , anderhalve mijle
Noord-ooft ten oofte van
Pedro
Branke.

Des middaghs wie^rden vijf vaer-
tuigen in \'t noord-ooften gezien:
daer d\'Onder-bevelhebber
Van Kam-
pen
jacht op maekte : beknelde een
tegen den avond , kreeg het aen
boord , met drie Sinezen van
Tam-
fua,
en eenige verfche vifch en wei-
nigh zouts.

Des Dinghsdaghs , den eerften
van
Oogft-maend, voer d\'Onder-
bevelhebber
Van Kampen aen \'t Jacht
Naerden , om befcheid , wat hen
met de drie Sinezen en hun vaer-
tuig ftond te doen.
Bort gaf tot ant-
woord , hy gifteten mede twee vaer-
tuigen aengehaek, maer weder laten

va-

-ocr page 91-

varen had ! van gelijken ftond hem
mede te doen.

Des middaghs had de Vloot de
Noorder breete van twee-en-twintigh

graden, fes en dertig minuten , op de

diepte van twintig en een-en-twintig
vadem fijne graeuwefand-grond , ge-
mengt met fchulpj es. Was des ande-
ren daegs, \'s middags, op de Noorder
breete van drie-en-twintig graden, en
achtendertig minuten, ontrent drie
mijlen, weft-zuid-weftwaerds van\'t
Eiland
rang Goia , op de diepte van
twee en drie en twintig vadem graeu-
we fand-grond, gemengt met kleine
fchulpjes : de koers Noord-ooft ten
ooften.

Des middags wierden verfcheide-
ne VilTchers vaertuigen in \'tNoord-
ooften gefren, daer de Opper-en On-
der-bevelhebber jacht op maekten.
De
Yimi Loenen achterhaelde een van
dezelve , meteen man daer in : d\'an-
dere raekten , met fpringen buiten
boort, vry: uitgezeid een, die by den
Schipper van
Ter Boede op-gevifcht,
en aen boo^d gebracht wierd.

Den derden ,had de Vloot de hoek
van
Puthay, gelegen äen de vafte kuft
y2i.viSina, noordwaerts op zijde, on-
trent twee mijlen van haer : de koers
noord-ooft ten noordeij,langs de wal.
Deze hoek vertoont zich in zee met
bergen verheven ; heeft nochtans
binnen vele dalen èn vlakten. Men
heeft\'erveel geboomte van een won-
derlijke hoogte, met hout, zoo zwert
als pek, en zoo hert en glat, als gepo-
lijft marmer of ivoor. Ook zijn\'er bo-
"^en, met hout als zwart ebben-hout:
van een zei ven flag, met root hout:
andere met geel, gelijk wafch.
D opper-bevelhebber deed de Schip-
pers door hetgewoonlijkteekenaen
boort komen, enden gevangenen Si-
neefen in hun by wezen afvragen: van
waer zy quamen ? of zy geen kund-
fchap van des Tarters heir hadden, en
waer
Koxingas zee-macht haer ont-
hield j
Koxinga, gaven zy tot ant-
woord,
is dood: de Tarters hehhen me-
de een groot krijgs-leir
^y Chinkzieu
^«.Zwaiifefoe
leggen , en doen in alle
zee-havenen menigte van groote en klee-
neJonkengereet maken, om
Koxinga te
beoorlogen.

Boek \'van
^»thfiy,^

Des nachts Was de vloot voorby
het eiland
Quemuy gevaren, met groot
onbenoegen van den opper-bevelheb-
ber
Bort, en voorgeven van, uit ordre
des Gencraels en Raed van
Indien, dat
Eiland aen te moeten doen ; daer
nochtans genen onder al de fchippers
des verwittigt was, wel had d\'onder-
bevelhebber
Van Kampen, by afdwalin-
ge der fchepen van eikandren,in \'t zui-
der
Mauzon, de noord-kant van \'t ei-
land
Quemuy, tot een verzamel-plaets
te kiezen, in \'t noorder
Mauzon, d\'uit-
hoek
\\mPuthay gelegen ontrent twee
mijlen noord-ooftwaerds van
Que-
muy :
of anders in en voor den ftroom
van
Hokzieu ten anker te lopen. Twee
toorcns vertoonen fich op dat ei-
* land : d\'ecnisfpits en d\'ander, van

de ftad Engely, dik cn ftomp.

De ftad Engely, op het Eiland Que-
muy ,
is t\'eenemael afgebroken, tot
verhinderingh van toevoer aen den
roovcr
Koxinga. Niet verre van den
zee - kant zijn alleen twee toorcns
blijven ftaen.

Des namiddags was de vloot op de
noorder breete van vier-en-twintig
graden, en fcs-en-veertig munuten,
ontren d twee mijlen en een halve van
de kufte van
Sina. In\'t zuid zuid-00-
ften werden drie Jonken gefien, der-
waerds d\'opper-bevelhebber, met al
de fchepen, jacht op mackte, doch
ontquamen door fnel zeilen met de
vlucht, \'s Avonds met Sonnen onder-
gang lag het eiland, gelegen aen de
zuid hoek vandeftormbay, daer een
Piramidifche gewijze toorn opftact,
drie mijlen van de vloot.

De Storm-bay is een fchuilplaets smm-hay,
voor de fchepen, die dezelve by ver-
legen weer of om ververfching, die
genoech daer te bekomen is, veeltijds
aen doen. Op \'t land zijn
verfcheide
torens, met zeventien of achtien om-
gangen , geftoffcert met meenigten
van afgoden-beelden.
Voor depoor-
te of deure der zelve heeft een Paep
altijds de wacht.

Des Vrydags , den vierden, des Hoeh van
middags, zag d\'Onder-bevelhebber
\' Van Kampen de hoek van de Kavalles,
op de noorder-breete van vijf en twin-
tig graden en zeven en dertig minu-
ten.

-ocr page 92-

ten, ontrent twee of drie mijlen, ooft
ten noorden van het Ruig eiland, op
de diepte van vier, en vijf-en-dertigh
vadem : de koers was noord noord-
ooft.

De hoeck van Cavalles is een uitfte-
kende
hoek, bebout met vele dorpen
en fteden , in grote Holland niet on-
gelijk , cn ook in vruchtbaerheid:
want behalve de goede gelegendheid
van de revieren, is \'er allerlei lijftocht
ih overvloed , en goede koop te be-
komen : als fchapen, oftcn, verkens,
hennen, patryzen, cn ander gevogelt.
Men vind\'er ook
oranje-appelen, li-
moenen, citroenen en andere dierge-
lijke vruchten. Noch groeit\'er zekere
vrucht, een peer zeer gelijk, met een
dunne fchel, als de buitenfte van een
kaftanie,hoewel zoo fcherp niet: bin-
nen wit, en hefclijk vanfmaek. Deze
word in zuiker en olie bewaert: want
zy door het koken haere fmaek ver-
lieft. De peerden vallen hier zeer
klein, gelijk d\'Yftandfche peerden:
zulx zy qualik een gewapende man
kunnen dragen. Onder deze hoek,
leggen eenige eilanden in zee, maer
onbewoont en niet zeer vruchtbaer:
by d\' onzen gemcnelijk d\'eilanden
van
Cavalles genoemt.

Den vijfden was d\'onder-bevelheb-
ber , by ftorm en holle zee, van d\'an-
dere fchepen afgedwaelt, uit gezeid
twee, in\'t verre gezicht van hem: zag
drie eilanden, in dekaerte niet gete-
kent, ontrent drie mijlen zuid-weft
\' ten zuiden vanhem, op de diepte van
een-en-twee-en-dertig, zeven, vijf, en
vier-en-twintig vadem , waterachtige
ft;eck-grond. Ten middage wierden
op de noorder breete van zeven en-
twintig graden , dertien verfcheide ei-
landen gevonden, gehouden by den
Onder-bevelhebber voor d\'eilanderi
van den ouden Sayer.

Derwaerds, om een goede fchuil-
plaets te vinden, en aldaer den opper-
bevelhebber met d\'acht andere afge-
dvvaelde fchepen in te wachten, d\'on-
derbevelhebber na toeftak, en quam,
na veel gevaers van de grote maft te
verliefen, en fchade aen zeil en tou-
werk, nevens de vier onderhoorige
fchepen.
Zierikzee, Hoogelande, Melis-
kerke
en Vink, aen de gemelde eilan-
den ten anker, op de Noorder breete
van zeven-en-twintig graden, negen
minuten. Des nachts ontftond een
ftorm, en dreef
Me lis-kerke van fijn
anker.

I i

I

Den zeften deed d\' Onder-bevel-
hebber
Van Kampen de drie fchippers
aen boord komen , om uit hen te
vernemen, ofze genegen waren, (om
genen tijd vruchteloos te verfpillen)
zuid of noordwaerds den Opper-be-
velhebber met de acht afgedwaelde
fchepen op te zoeken, gemerkt zijn
laft, van den derden der zei ver maend,
gedroeg de hoogte van zeven-en-
r win tig graden, dertig minuten , tot
een verzamel-plaets , voor de Stadt
Hokfieu, te kiezen, zoo by ftorm de
fchepen van elkandren quamen te
raken , en na den ftaet der Tarters te
vernemen.

Dies vond Van Kampen raedzaem,
herwaerds veertien of vijfden mijlen
langs dekuft van
Sina, om de Zuid te
loopen, en van daer, by vermifTmge
van fchepen,
Noordwaerds weer naer
hen toe te komen zakken, ofte blij-
ven leggen , tot dat hy zeil-vaerdigh
was, en dan teftèns met hen den\'Op-
per bevelhebber in dier wijze op te
zoeken : welk laetfte voorftel een-
ftemmelijk ingevolgt wierd.

Den achten lichte Van Kampen, met
zijn onderhoorige fchepen,het anker,
en ftak een ftuk ftukweegs in zee :
wende doen weer
naer de kuft van
na, om eenige havenen of revieren
aen de vafte kuft op te doen : zagen
een weinig benoorden een hoek van
de kuft van
Sina, zes ofzeven eilan-
den, en hepen, na verfcheiden rei-
ze van en na de wal gelaveert te heb-
ben, weder achter het eiland ren an-
ker, daer zy gelegen hadden.

Den negenden voer de fchipper
van den
Onder-bevelhebber aen het
eiland, om na
drink-water uit te zien,
cn vond het aldaer uit de klippen
van \'t gebcrgteaftoopen. Lichten des
middags het anker, en liepen na een
hoog eiland onbekent, en in dekaert
niet getekent. Sagen des avonds tien
of elt viftchers vaertuigen, met wand
te viftchen. Derwaerds de fchipper

door

-ocr page 93-

door Van Kampen , met een lloepe
wel bevolkt, en eenen man, die wat
gebroken Sineefch kon , afgefcheept
wierd, om hen te beknellen. Slechts
wierd \'er een
achterhaelt, en aen
boord gebraght: gevraeght van waer
zy waeren, en waer
Hok feu lagh ? zei-
den van
Kita-: en Hokfieu ontrent zes
of zeven mijlen zuidwaerds vanhen
lag. Verkochten den onzen de ge-
vangen vifch voor drie Spaenfche
realen, met belofte van des morgens
vroegh, hoenders, verkens en Sinee-
fche appelen aen boort te willen bren-
gen.

Met Zonnen ondergang quamen
zy tulTchen de vafte kufte
\\mSina, en
vier onbekende Eilanden , en in de
Kaert niet geteekent, ten anker, op
dertien vadem fteek-gront, naulijx
een kanon fcheut van de wal. Op het
grootfte Eiland ftond een
Joosjes Kaa-

Je of Pagode, met brandende lichten
daerin.

Den tienden , des Donderdaghs
s morgens, gingh d\'Onder-bevelheb-
ber onder zeil, zuid-zuidweftwaerds
aen , tuftèhen de vafte kuft van
Sina
en d\'Eilanden deur , een kanon-
fcheut van dewal. Aen de
vafte kuft
Vertoonde haer in waer ds aen een Bay
een huis of Paapen-kaafe , en water,
dat van \'t gebergte quam afftorten:
waeren des middaghs op de noorder
breete van zes en twintigh graden
zeven en twintig minuten , en qua-
men tegens den avond , door ftilte
en tegen ftroom,in de bocht van
Kitta,
een have mijle bezuiden een onbe-
^ent Eiland, en in de Kaert niet gete-
^^^. ten anker.

elfden , des morgens, raekte
ondier zeil. Onder
de
Manden Naerden , Zierikzee, en
Overveen , (alzoo genoemt na ie-
der Scliip,) gelegen voor in
eenen bocht, wierden twee
jonken
gefien , derwaerds hy den Schipper,
Jacoh Zwart , met eenboot enfchuit,
bevolkt met gewapende bootsgezel-
len en krijgsknechten , afvaerdigde,
om te vermeefteren : dan door fnel-
te van zeilen , ontquamen de /ö;^-

met de vlucht. Sagen in\'tnoord-
^efte , onder de kuft van
Sina , by

drie of vier onbekende Eilanden, ze-
ven Schepen onder de wal ten anker
leggen.

Des middaghs wierd d\'Onder-be-
velhebber , door Schipper
Auke Pie-
t erf en
van het Jacht Ter Boe de , aen
boord van den Opper - bevelhebber
Bort ontbooden, en verwittight door
den zeiven, het veroveren van ne-
gentien
jonken, kleen en groot, on-
der
Tenhay. Zes of zeven der welke
waren van de wal géfteept, d\' overi-
ge dertien of veertien door den brandi
vernielt, een uitgezondert, gefpron-
gen met een zwarten jongen, door
zijn eigen kruit, ontftaen by verfui-
menis der Opper hoofden, en reuk-
loosheid enbaldaet des volkx.

De buit der veroverde jonken be-
ftond in een en yeertigh vierkante
pakjes : negentien knaffers en vijf
zakken met witte fchoone zijde :
honderd dertien ftukken fpiljauter :
zeven en zeftigh rollen loot, groot
en kleen : twee honderd acht en ze-
ftig zakken met peper , beneven ne-
gen enzeftig ftukken Ucht gefchut en
baflen.

Den twalefden , des Zaterdaghs,
ging de Vloot onder zeil, en zette
haeren koers naer de reviere van
Hok-
fieu,
om het bevel van den Gene-
rael , en Raed van
Indiën te verrech-
ten : dan quam , belet door ftilte
en tegen ftroom, weer ten anker, op
zeven vadem fteek-grond , een wei-
nig beweften een Bay, niet verre van
de wal,beftuuwt met eenfraeiezand-
ftrant.

In \'t hangen van \'t geberghte \\er-stadt som^
toonde haer een grote en fraeie be-
muurde plaetfe of Stadt,
Sotia ge-
noemt ; daer aen d\' eéne kant de
zee tegen de muuren ftoegh, voor-
zien met twee poorten, dicht aen den
oever.

A en-den wal, by de poorten, lagen
eenige kleine;
Jonken, en veel ander
vaertuig op ftrand:
derwaerds , na de
middagh, d\'Opper bevelhebber
Bort

den Onder-bevelhebber Van Kampen,

met zeven en tnegentigh bootsge-
zellen en
honderd en Vijftigh krijgs-
knechten , in vijf booten zeven floe-
pen afzond,met bevel van de zelve
in
K ko-

-ocr page 94-

kolen te leggen, (want zy hoorden
onder
Koxinga) maer huizen en wo-
ningen te verfchonen. D\' onzen, aen
de wal gekomen, wierden vaij^deSi-
nefen, met het fchieten uit grof ge-
fchut, baffen
enroers, raeuwelijk be-
groet, maer vonden, te lande getre-
den ,
weinig tegenweers: want de Si-
nefen namen met vhegende vendels,
- langs de veflen der Stadt, na \'t ge-
bergte de vlucht, gevende de plaetfe
den onzen ten befte : uitgezeid drie.
Waer op
Fan Kampen met zij n volk ter
Stadt inrukte, nam deHooft-wacht
in een groot huis, by de pootte, en
zond het volk, verdeilt in drie troe-
pen , door de Stadt.

Voor elf maenden was deze Stadt
Sotiha , by den Tarter , door den
brand ten
gronde gefloopt; doch toen
weer met vele fraeie huizen herbout;
geftofieert metfloelen, banken, kaf
fen , boeken en papieren , beneven
rijs, zoute en gedroogde vifch. Drie
gebore Sinefen wierden gekregen met
vier vrouwen, dan weder los gelaten.
Ook wiert een jongvrouwe gevon-
den, moordadig om\'t leven gebragt,
doch onbekent door wien. Deze
plaets word byongefchoren Sinefen,
meefl viffchers en landbouwers, be-
Vt\'oont, met toelating van den Stede-
houdervan
Hokßeu.

Nahet vernielen, door den brand,
van zevenen twintig kiene en grote
vaertuigen, geladen met pepet,zijde
enfpiljauter, om na /^
ï/^ï» over te fie-
ken , ftak des avonds
Van Kampen met
zijn volk weer van land , na boord
toe, en deed verflag zijns wederva-
ren aen den Opper-bevelhebber
Bort.

De Vloot lichte haer ankers en hep
een weinig\' om de Zuid , voor de
Stadt
Tenhay, ten anker, op negen va-
dem fteek-grond.

hay.

Ten-

woont meeft by viffchers en ook han-
delaers.

Den dertienden , des Zondaghs,
quam de Vloot, ten getale van twalef
Schepen, tuflfchen
Tenhay en de tewie-
tev^nHokfieu,
tenanker, opachtva-,
dem
fteek-grorid. In de bocht van Lin-
kan
wierdsn eenige viffchers vaerwi"

Sotiha ver
overt.

I

^ „li-

gen gezien, met hun want te viffchen.
De bocht van
Linkan is mede gelegen
tuffchen dereviere van Hoi-y/i?^ en
Ten-
hay.
Aldaer quamen eenige Papen by
d\' onzen met verzoek, op alle vriend-
fchap,van een pas of vry-brief en vlag-
ge, of eenige Hollandfche Schepen
len op zee mogten ontmoeten : be-
loofden van gelijken te willen doen,
\'tzy d\' onzen te water of te lande wil-
den reizen.

D\'Onder-bevelhebber Van Kampen
Taf den Opper - bevelhebber Bort in
gedenken,of niet dienftig ware,de zes
byhebbende veroverde
Jonken onder
Tenhay ten anker te laten blijven ,ofin
de reviere van
Hokfieu lopen, om niet
door ftorm van haere ankers,daer niet
wel van verzien waeren , en flechts
zes of zeven dagen lijftocht hadden,
gefpilt te worden, \'s Nachts wier-
den vele vuuren gezien, op \'t geberg-
te te lichten.

Den veertienden , des Maendags
\'s morgens, quam de vloot op de hae-
ren of banken van
Hokfieu , ontrent
een mijle van de wal ten anker.Om de
komfte aen de n Tarter bekent te ma-
ken,
wier den door bevel van Bort, uit
het Jacht
Naerden, zeven: uit Zierik-
vijf uit Domhurg, drie: en uit ieder
van al d\'andere twee fchoten gedaen.

Wijders, wierd befloten Schipper
Abraham Pen, van Breukelen, beneven
zes man , een quartier-meefter, en
den Tolk
Lakka, met drie Tartaren,
(des verleden jaers, uit Taiwan, hj
d\'onzen overgelopen) in de fchuit
van i/ö^^/W^ met brieven
m&n Hok-
fieu
aen de Landvoogden en Onder-
Koning af te vaerdigen.

Des dingsdags,den vijftienden,zeil-
de d\'
Onder-bevelhebber Van Kampen,
volgens befluit des voorigen dags ge-
nomen, met twee Jachten, de
Zeehont

Tenhlyfcl onbemuurde plaats, ; cn Ankeveen;
op het fatfoenals Delfshaven, en be- Loenen en Ter Boede, beneven de zes

veroverde Jonken, naer de reviere van
Hokfieu, oichancheu, anders de ftroom
Chang genaemt : nam zijnen koers
weft ten
zuide, tuffchen twee zant-
platen deur, recht op de witte klippen
aen ,die zich als Piramiden vertonen,
dicht langs den hogen noord - oofte-
lijken hoek van \'t eiland langs.

Dan

-ocr page 95-

Dan de Piramiden aen ftuur-boord
gekregen , boeglide zijnen koers na
\'tzuid-weften , langs het ooftelijk-
fte en weftelijkfte Eiland , deur een
engen Kanael, op de diepte van vijf,
zes , zeven en acht vadem fteek-
grond.

Gekomen voorby den ooft-kant
van het weftelijkfte Eiland, boeg-
de den koers ooft noord- ooftwaerds
langhshet Eiland , en het aldaer on-
trent ten midden het anker vallen,

gen , niet boven een kanon-fcheu-
te van de wal; daer een befchut-
plaets, tegen alle winden, voor de
fchepen is.

Tegens den avond voer Van Kam-
pen
, met een voorebbe, uit de Re-
viere

\'t Jacht Naerden : daer hy den Opper-
bevelhebber
Bort verflag zijns ver-
rechtens deed, tot deifelfs groot be-
noegen.

Den zeftienden , desWoenfdags,
lichte de Vloot het anker, om met
al de Schepen in de Rievere vaaiïo^-
/fÊ"» te loopen : quam kort na den
middagh , met een achtervloed, by
den hoogen noord-ooftelijken hoek
van het ooftelijkfte Eiland , langs
met de witte klippen aen ftuurboord,
en lie^zuidwaerdsin gekomen,voor-
^y de twee eilandj es,ieder bebout met
^en Pagode of
Kaafe : raekte
een harde tegen-ebbe in een
efipn Kanael, en op vijf vadem ten
anker. Aenftonds quamen in drie
fraeie Sineefche vaertuigen
YÏjf gto-
UMandanjns
aen het Jacht Naerden,

by den Opper bevelhebber Bort, en
leiden met grote plichtplegingen en
Sineefche beleeftheden , de |roete-
nis voor hem en den Onder-bevel-
hebber af Met het laegfte water
raekte het Jacht
Naerden vaft. Bort,
daer over verbaeft , dieeiVan Kam^
pen toe , de Schepen op een quade
anker-plaets gebraght te hebben.
Van
Kampen
, die zich des gevaers weinig

kreunde , gaf tot antwoord : mor-
gens , is \'t des Opper-bevelhebbers
beheven,zal ik deSchepen weer uit
de reviere brengen.

I Den zeventienden, des morgens,
lichten de fchepen met een ach-
ter vloedt d\' ankers , hepen dicht
langs de weft-hoek van \'t ooftelijk-
fte eiland, op vijf, zes , zeven en
acht vadem. Gekomen verby het Ei-
landt , ftaken toen noord - weft-
waerds de reviere op,langs her noord-

op acht vadem fteek-grond, tuifchen ^ weftelijkfte Eiland. Ten midden
deze twee fraeie Eilanden in ; bly- I des eilands, daer een befchut en
leger-
vende noordwaerds dicht aen ftuur- j plaets, tegen alle raezende winden,
boordt twee andere Eilanden leg- i voor de fchepen is, wierd het anker

in de grond gefmeten. Aldaer leggen

vier Eilanden , ieder voorliene met
een bewoonde plaets bevolkt; maer
namaels door den Tarter verwoeft,
en ten gronde geüoopt. Het kleinfte,
in\'t midden gelegen, pronkt met een
naer debaervanif(?yf>«, en | braef wel gemaekt ftenen hooft. Uit
quam ontrent vier glaezen, na zon- j.de puinhopen en andere merk-teike-
nen ondergang , by de fchepen aen nen was genoech te befpeuren, dat

deze plaets wel eer in koop-handel
gebloeid hadde.

Ruim een maend hebben d\'on-
zen op deze vier Eilanden ftil gele-
gen , daer zy de volheit van alles
konden krijgen; hoewel de gemene
maets niet aen land mochten ko-
men , dan met verlof, en flechts
ten getale van zes teftêns, ten ein-
de d\'inwoonders genen overlaft qua-
men te lij den.

DesVrydaghs, den achtienden,
voer
Van Kampen met de floep tepenvaertt»
lande , en quam by de zuid -wefter
hoek van\'tkleinfte Eiland, aen een
fteenen hooft aen : ging langs het
hooft, op een weg, met ftenen ge-
plaveit , na de verwoefte plaetze:
zagh veele groote onbewoonde hui-
zen , en in \'t hangen van \'t geberg-
te veele heerlijke begraef-
plaetzen:
beneven twee fterk bemuurde door-
luchtige Tempels , en
daar in op
een ry veele kiften
met dooden,
boven d\'aerde : daer by waeren
twee
loosjes Kaafen of Pagoden, ge-
ftoffèert met veele beelden , terzeet
op ftoelen
aen een tafel; daer voor
gebrandt wierdt , tenzoeüe van de
zielen,

K 2 Den

-ocr page 96-

doen. Des namiddags, wierd Schip-
per
Tihrant van Banke , Schipper op
Ankeveen y des voorigen avond dezer
wereld overleden , aen \'t eiland be-
graven , en in deflelfs plaetfe geftelt
Jakoh Zwart, Schipper op het Jacht
Zierikzee van den Onder-bevelheb-
ber.

Den vijf, zes en zeven en twintig-
ften viel niet gedenkwaerdigs voor.

Den acht en twintigften quamen nrh Mm.
drie Sinefe inlanfe vaertuigen , met
drie grote
Mandarijns van Hokfteu NaerUe,
aen \'t Jacht Naerden : brachten eenen
brief met zich van den Stedehouder
van
Hokfieu en Siotvoogt van Minja-
zeen,den
Opper-bevelhebber^örA
D\' inhoud beftond in vele Sineefche
plichtplegingen, met belofte van gun-
ftige genegentheid des Steedhouders
van
Hokfeu en Siotvoogt van Min-
jazeen
, aen de Hollanders : defgelijx
met verlof voor hen, van vry en on-
verhindcrt de reviere op na
Hokjteu te
varen, om behoefte met geld voor dc
Vloot te kopen: eindelijk met byvoe-
gen,de Hollanders wellekoom in
Sina
waeren. In allen fchijn alsof de Tar-
ters met onze magt wilden zamen
fpannen. Hier over wierden verfchei-
dekanon-fcheuten uit het Jacht Naer-
den
geflaekt.

Des namiddags vertrokken weer vertrekken
de drie grote
Mandarijns met hun ge-
volg, in de zelfftc vaertuigen, onder
het losbranden van vijf
kanon-fcheu-
ten , en het driemael gelijk affchieten
van musketten : bragten met zich
eenen brief van den Opper-bevelheb-
ber
Bort, gefchreven aen haer edelen
van
Hokfteu, by den Sinefen fchrijver
en tolk
Lakko, met vele hooffcheaen-
biedingen van dankbaerheid.

Den negen-en-twintigften, dertig-
ften,en cen-cn-dertigften, droegzich
niet merkwaerdig toe.

Den eerften van Herfft-maend,
wierden al de Opper hoofden door
den
Opper-bevelhebber belaft hun
krijgsknechten aen het middelfte ei-
land te doen landen, en huisvcfting in
de befte huizen der verwoefte plaet-
fen te nemen ; met bevel daer-en-bo-
ven , dat ieder zijne krijgsknechten
met koks-gereetfchap had te bezor-
gen.

Den negentienden , zond de Op-
per-bevelhebber
Bort den Onder-
koopman
ïilip Men, die wat gebro-
ken Sineefch kon, naer de fterkte van
Minjazeen , gelegen drie mijlen van
Hokfteu, aen den Stadhouder , met
verzoek, om verlof van met boots
en twee der veroverde
Jonken, de re-
vier opwaerds drinkwater voor de
Schepen te halen, en ververfchingh
voor geld te kopen. Des avonds quam
befcheid te ruch, van te mogen met
twee
Jonken en al dc boten, na hun
welgevallen water halen.

Den twintig en een entwintigften
viel niet merkwaerdig voor ; maer
was ieder Schip vaft bezig , om wa-
ter in te nemen.

Den twee en rwintigften,des dings-
dags , quamen vijf grote
Mandarijns
in vijf grote Tarteifche vaertuigen,
Tcvolgt met een tamelijke ftaetfi, aen
ict Jacht
Naerden, by den Opper-be-
velhebber
Bort : wierden bevvelie-
komt met kanon fchcuten en het los-
branden van driemael uit musketten
te gelijk. Op bevel des Opper-be vel-
hebbers donderde
Naeraen met ze-
ven,
Zierikzee met vijf, Domhurg met
drie, en al d\'andere ieder met twee
kanon-fcheuten: en met driemaellos-
branden t\'effens uit musketten. De
Stuurman van \'t Jacht
Naerden bragt
aen boord van den Onder-bevelheb-
ber
Van Kampen, (die toenmaels, door
belet van koortfe , de groetpleging
aen de
Mandarijns op Naerden niet
kon bywonen) in een Tarterfch vaer-
tuig eenkoebeeft, vijf hoenders , vijf
endvogels, drie water-limoenen : be-
ne ven een grote pot Sineefch bier,
vereert aen
Van Kampen, door de Ste-
dehouders van
Hokdeu en de fterkte
Minjazeen.

Den vier en twintigften, wierdeen
korporaelen vier krijgsknechten, rhet
een
Guesjen of vane te lande aen het
eiland, gelegen op de noordzijde der
reviere, gezonden, met bevel van op
den top des gebergte uit te kijken, na
Schepen
jonken. Zo eenige Schepen
gezien wierden : dan hadden zy met
de vane zoo meenig werf tezwaien,
alfle Schepen zagen :
\\^ztitXïl)onken;
by ieder werf zwaien, een fcheutte j

Vijf Man-
darijm ko-
me» aen
Naerde.

weer.

-ocr page 97-

ontftont,die zich verluiden heten,het
meefte werk te moeten doen, en hun
leven, met de krijgsknechten,in een
zelve waegfchael te ftellen hadden;
en dienvolgens meerder uitdeiling
behoorden te hebben.

Den tweeden, des Zaterdags, qua-
men
Auke,Pieters , fchipper van Ter
Boede
, en d\'onderkoopman Konfian-

Ondsr. ko-
ning en
Vtldhm
«e» Bert.

den een en dertigften leftleden ver-
trokken Waeren) weer te ruch , en
brachten aen den Opper - bevelheb-
ber, op
Naerden, vijf koe-beeften, zes
en dertig end-vogels, vijf grote peren,
met eenige moeskruiden.

d\'Onder-bevelhebber Van Kampen,
zich met de floepe aen \'teilandzet-
ten : zag aldaer vele begraefplaet-
fen, door d\'onzen uit een ydele in-
beelding van goud , zilver, of eenige
juweelen daer in te vinden, lelijk ge-
fchpnden : de kiften gebroken : de
lijken daer uitgeworpen; die in vol-
len gewaed lagen, met mutfen op
\'thooft, rokken, broeken en fchoe-

nen aen

doch zoo droog als ftokvifch!

Op den vierden, vijfden, zeften, en
zevenden, gedroeg zich niet gedenk-
waerdig toe.

^^^ achtften, des Vrydags, quam
-van den Jan Meiman, met twee krijgsknech-
ten , en drie Tarters, (met de vloot
jp^ vertrokken) beneven

J>mefen tolk en fchrijver Lak-
; . ^\'\'\'kJieuoYeiHokfieu ,n2iten
mtreize van vier-en-twintig da,en,
weer te ruch, m gezelfchap van zeke-
ren afgezonden aen den
Upper-bevelhebber Bon, met brie-
ven van den Ondefe-konins
Singla-
mong tn
van zijnen naeften per-
zoon, de veldheer
Lipoui, be-
neven eenen brief van zekeren groot-

gen, en dubbelde uitdeiling van rijs,
vleeich, fpek, oli, azijn en arak aen
land te befchikken : waer over dage-

en-boven d\'overkomfte des ópper-be-
velhebbers uit de vloot t\'henwaerds:
(want zy fchenen zonderhng te ftaen,
om een aenzien dijk hooft uit de
vloot by hen te hebben) desgehjs
het overzenden der brieven van den
Heer Generael, en Raden van
Indien,
door eenen gezant over land na Sink-
fieu,
in\'t leger, aeu de gemelde hoo-

A --\'

waerom hunner komfte te fpreken:
met byvoegen eindelijk, van dege-
fchenken aen den onder-koning in de
fchepen , tot nader befcheid te la-
ten blijven. Dan was de Opper-
I bevelhebber niet genegen de reize

Denderden, des Zondags, deed i derwaerds t\'aenvaerden, hy konzij-
, Onder-beVP ht\'hSpr __________ i. „j____

-— j j ,

nen naeften perzoon uit de vloot
fchikken : beneven den gene, daer
toe uitdrukkelijk op
Batavia, by den
Heer Generael en hooge Raden ge-
koren. Dees was koopman en Schout
by nacht,
Konflantijn Nohel Niet zoo
zeer evenwel fchenen zulx hun brie-
ven te melden, ais wel het mondehng
en fchriftelijk verhael dien aengaen-
de, by den tolk
Meiman den.

en in volkomen geftalte, onder-bevelhebber Van Kampen ge-

««i^ A rv 1 y^ 1___! 1 tl rr-» • /*_!_ ^ O! _

Ä 3

zoon,

daen, en by de twee Tartarifche Sine-
fen , t\'effens met hen afgekomen,be-
krachtigt. Deftadhouder van
Hokfieu
wilde fich het aenvaerden der brieven
en gefchenken , om aen den On-
der-koning
Singlamong en den veld-
heer T^/^g
Lipoui t\'overhandigen,
niet onderwinden , fchoon by d\'on-
zen verzocht. Tot het reizen over
land naer
Sinkjieu, aen den Onder-ko-
ning en veldheer,toonde d\'Opper-be-
velhebber ^orjf^zich ongenegen, met
by brengen,hy uit de vloot niet
konde
gemift worden; maer beval dien laft vanKam-
(tegen het gevoelen,
en in weerwil
van al d\'Opper-hoofden der Vlote) èeUft nu
den Onder-bevelhebber
van Kam-

pen, en den Schout by nacht Konjian- ZrjJ-k*-
ttjn Nohel,
met bevel van de brieven «^^g te
van den Heer Generael, en de Raden
van
Indien, aen den Onder-koningh
Singlamong^,, en deffèlfs naeften per-

met betuiging vand\'aengenaemlieid
der komüe van d\' onzen derwaerds.
DetweeOpper-gebieders, d\'Onder-

------------------- --------(J - --------------------

lix onder de bootsgezellen morren | koning en veldheer, verzochten daer-

nntftnnr Aïprrir-h vprliiiden lieten.her pn-hnvpn f^\'r^vpric nmfl/-» rlöc k»

tijn Nohel Nm Hokfieu, (derwaerdzy, | ge beftierders, ten einde om hunne
uit laft van den
Opper bevelhebber, bericht-punten te weten , en over de

-ocr page 98-

zoon, de Taißng üpoui over j

te leveren : t\' effens met hen te ver-
handelen en beüuiten, wegens de za-
ken der Kompanjie, betreffende den
oorlog en koophandel, naer luidt van
hun bereeht-fchrift, hen door de zel-
ve Kompanjie zoo ernftelijk aenbe-
volen, dezes beOuits, den Stedehou-
der van
Hokfieu by brieve verwittigt,
fchreef dees daer op te ruch:
sriefvan Het afuaerdigen van den Onder-he-
flvt. Jan van Kampen den

Hokfieu mn Schout-lj Nacht, met brieven van den
Heer Generaelen Raden van
Indien aen
den Onder-Koning
Singlamong enden
naeßen Perzoon aen hem ,
Taiftng Li-
poui ,
kan , mijns bedunkens, niet als
goet uitwerken. Maer met u {verßa den
^Opper-bevelhebber Yion) aen te fpannen
en eene lijn te trekken, om tegenY^^oxing^
en zijn aenhang iets vyandlijken f on-
derßaen , w buiten orde en hevel. Wel
maek ik my ßerk, zoo de Gezanten en
brievengereet zijn ,
hen gunfle te bewij-
zen , en volk en alles op\'tfpoedigde te
hefchikken, tot d\' opreize naer
Sinkfieu,
ly den Onder-Koning en Velt-Heer. In \'
zaken van oorlog en koophandels\'tmy
ongeoorloft met u te bemoeien : maer
dient daer over befcheid van den Onder-
Koning, of uit het Pekmgfche Hof afge-
wacht te worden.

Den achcienden, des Maendags
\'s morgens, quamen twee
Jonken, met
den Tolk
Meiman en den Sineefchen
Tolk en Schryver
Lakko, afgezonden
door den Stadthouder van
Hokfieu,
met bewilliging van het Opper-hooft
der Iterke veftinge
Minja\'zeen, aen de
Vloot, om den
Onder - bevelhebber
Jan van Kampen, en Schout by Nacht
Konßantijn Nobel , beneven hun reis-
tuig en gevolg, af te halen, en daer me-
de naer
Hokfieu op te varen, en van
daer over land naer
Sinkfieu, by den
Onder-Koning
Singlamong en Velt-
Heer
Lipoui, te reizen.

Van Kampen, dan, maekte zich reis-
vaerdig met zes man van het Jacht
Zierikzee; defgelijx Nobel; hoewel een
weinig onpaflèlijk, met zijn volk, te
weten, den
onder-koopman Bodel, be-
lieven een hulpgenöt)C of affiftent,
vijjf krijgsknechten, een trompetter,
den Sineefchen Tolk
LakJ:a, en twee

Bort.

Uil

I

lijf-eigenen : in alles ten getale van
achtien Perzonen.

De bevel en laft-brieven, hen door
den Opper-bevelhebber
Bort ter hand
geilek , waer na zy zich te rechten
hadden,quamen van woorttot woort
op dezen zin uit:

Bekent zijn u lieden de redenen en be- Berkht-
weegfelen , welke ons en den Raed be- fi^^\'fi^"
wogen en genootzaekt hebben, uw lieden Kampen e>
beide te laten af gaen nadopperfle Be-
ßierders des Landfchaps van
Fokien,
daer Hokfieu de Hoopfladtvan u : ook
hun gewonelijke ver blijfplaets en Hof-
houding; hoeweltegenwoordig daer niet
zijn; maer leggen met hun krijgsheir hy
de
ó\'/^rf\'/Zwanfefoe, weinegen of tien
dag reizens te poft van
Hokfieu./i zeg^
ge u lieden heide : wijl anders
Kon-
llantijn Nobel
alleen van hun edele, dc
Heer Generael, en Raden van
Indien,
bevelheeft, zulx met gedachte Beßier-
ders te verhandelen en bejluiten, naer
luid des berichts van haer gemelte Ed.
en de brieven aen de zelve Beßierders,
te weten , dOnder-Koning
Singlamong
, en de Velt-Heer Taifing Lipoui. D\' af.
fchriften hier van berußen onder urn lie- .
den en moeten tot uwe volkome narich-
ting dienen , zonder daer van eenige
herhaling hier van nodezy : zulxwyu
lieden, tot hekoming van haer Ed. goet
oogmerk, alleenlijk het volgend in hevel
en betrachting te geven hehhen.

Eerßelijk, na hekomen affcheid van
ons , zult ghy u na
Hokfieu begeven,
en op uwe verfchijningaldaerteneerße
maken toegang te hebben tot den Stad-
houder
Haitingkong : dien aen te bie-
den een machtig gef^enk, en te kennen
geven, gereet te zijn, na den Onder-Ko-
Singlamong en Velt-HeerT\'Xi^mg
Lipoui te reifen, met de brieven, door
den Heer Generael en Raden van
In-
dien,
aenhengefchreven ; f effens met
verzoek hy u lieden haeßig derwaerds
gelieve af te vaerdige^- ^rief-

ken, jongß aen ons gefthreven, heeft hy
belooft alles ter reife nodig te hefchikken.
Wy hebben hem daer op znlx in antwoort
gedient , naer luid van het hygevoegt
affchrift, inhoudende voornamelijk ons
genomen beßuit van het verblijven des
Jachts
Domburg alhier met de fchen-
kaedje goederen , voor gemelde hoge

Be-

-ocr page 99-

Beßierders : ons vertrek met d\'an-
dere elf Schepen om de Noord, tot af
hreuk van den vyant, en voornemen, om
tegens uwe wederkomße daer mede
weer hier te zijn : onder andere ook
vermaningh van uwe opreize ; dies ik
verhope alles ten dele aldaer vaerdig
zult vinden.

Van Hokfieu verreiß , en gekomen
aen de Stadt Swenfefoe, daer eenver-
mogende Heer het geliet heeft, genoemt
Santing Hou Bediekok, die onfe za-
ken fchijnt te hegunfiigen, fult ghy lie-
den aen den zeiven maken te lehandigen
ons hriefken en hy gevoegde vereering:
aengefien hy ons , met het wederkeren
van den Tük
Johann^ Meiman, {die
reeds na gedachte hoge Beßierders een
reife gedaen heeft) gefchreven, en daer
hy fj ne goede genegentheid fonswaerd
dOen hltjken heeft.

De voornaemße ,ja eenigfle oorfake
van uw afzenden en opreifen , is het
overleveren der hrieve» van hun Ede-
len voornoemt, aengefeide hoge Beftier-
ders , den Onder-Koning
Singlamong,
en Lipoui, en om met

hen, foo des genegen zijn, al af te han-
delen en te heßuiten, \'tgeen hun Edelen
hy hun hrieven aen hen verfoeken,, en in
hun na-richtrng, aen ons verleent, heve-
len : heßaende voornamelijk in deze
twee Hooft-punten:

Ten eerfie, met hen een onverbreke-
lijk verhond en verdrag te maken, ten
meeßen voordeele der Kompanjie , en
verdelging van onzen en hunnen vyand,
den rover
Koxinga en zijne aenhange-
lingen.

Ten tweede , te verkrijgen den on-
^kommerden en vry en handel door het
geheel Keizerrijk van
Sina. Aen welke
mee Hoofi.^^^^^^ aenhangig zijn\'tgeen
hun Edelen verders belaß en aenfevo-
len hebben : namelijk, ons te vergunnen,
een bequameplaetfe te mogen in bezit ne-
men, welke van een goede haven, tot her-
ging van onfe Schepen, verzien, en ook
zoodanig gelegen is, dat wy daer tegen
d\'aenvallen van
Koxinga \'mogen verfe-
uert zijn, en ten dien einde een kleine he-

Jetting van krijgsknechten aldaer hou-
den.

Te beloven te legete brengen de he-
krachtigmgh des grooten Konings van

, Sina, wegen het geen zy met u lieden ko-
] men te heßuiten. ■

Zy lieden met ons tegen Koxinga aen-
fpannende, zullen om dan moqen voegen
na hun voornemens : ja, J elfs, zoo gene-
gen zijn om\'
Koxinga van Formofa te
drijven, zullen met hen eene lijntrek-.
ken, en een gedeelte van hun maght met
onfe Schep en gins brengen mogen.

Voorbehoudende nochtans, wy tegen-
woordig onfe Schepen gebruiken zullèn
tot aentaßing en vermeefleringvan
Ko-
xingas
Jonken, na en van^z\\>d.n komen-
de: desgelijx om zijn Vifchvangfl, achter
den berg van Ts^nkoja.,aen den zuidkant
van
Formofa, te verßooren, die jaerlix
met tachtig of hondert Vifch - Jonken in
\'t uitgaen van Slacht.mäend begint, en
ontrent halfLou-maendeindigt. Beide
deze twee Jaken heveelen hun Edelen
hyfonderlijk tot afbreuk van den Vyand
inwerk teßellen, en dienen daer om in
de Beding-punten begrepen te worden.

Na overlevering van hun Edele brie-
ven , hebt ghy lieden af te wachten, wat
zy u daer op te gemoet voeren zullen.

Zoo zy u moghten afvragen, of buiten
• dejelve ook iet voor te ßellen hebt: die-
ne hen tot antwoort, dat by toeßaen van
het verzoek, daer in gedaen, dan gene
zaken meer van belang af te handelen
vallen.

Maer komt ghy te bemerken, zy niet
gereet zijn tot het inwilligen der voor-
naemße Punten , aenßonds dient ver-
focht,zy zich gelieven te ver klaren, wat
zygezint zijn ons in te willigen.

Dan ßaet alles aen te nemen, welk tot
onzen voordeele dient , en hen toezeg^
gen en beloven, wat wy uit krachte van.
hun Edele orde vermogen te doen, en ghy
lieden dan oordeelen fult de ware dienß
van de Kompanjie in deze tegenwoor-
dige tijden te vereijchen , met hen zoo
veel toe te geven, en alle zaken zooda-
nigh te fchikken, waer door zy onze op-
rechtigheid, om hen met onze Jchepen
en volk tegen den rover
Koxinga en al-
le andere Vyanden van \'t Rijk hy te
ßaen , klaerlijk gewaer worden , en tot
vergeldingh van dien niet anders zoe-
ken te genieten , als den vry en handel.

Zoo zy van tollen en gerechtigheden
mogten fpreken, zult verfoeken tever-
ßaen , hoe veel die bedragen zouden,

en

-ocr page 100-

en in de zehe, foo" ver draghelijk of ge-
legt , bewilligen. Dan die dienen hy ons
niet hoger noch meerder, als hy hun in-
gezetenen hetaelt te worden. Daer op
u lieden te letten flaet.

ginne afbreken en alleenlijk met u lieden
fpreken en overleggen zullen, de zaken
van den oorlog. In fuiken gevalle,en daer
ly bemerkende, dat met langer daer om
hert aen te houden al andere zaken [ou-
den achter wegen blijven , oordelen wy
raedfamer te zijn, voor defe reife daer
van af te flaen ; mits evenwel aen te
ftaen, by ooghluiking de weinig koop-
waren , geladen in de Schepen, ons mog-
ten afg^ocht worden. Waer inde Jelve
heft aen, gelieve u heden te vernemen
uit de ter handgeftelde algemeine mon-
fler-lijfle.

Wel konde het zijn ,fy ons, tot verkrij-
van den handel, na den Keifer aen het
Pekingjche Hof wefen, en ons quamen te
raden andermael van
Batavia gefan-
ten derwaerds te fchikken: wanneer ghy

wel te gevallen laten, en moogt hen daer
toe overvaert op onfe Schepen toe-feg-
gen. \'t En waere zy felfs een of meer van
hun
Jonken geliefden af te fchikken.
Eenjake, beter voor ons.

Van het hefuten en verflerken van
een afgefonderde plaetfe ,foud ghy lie-
den mede mogen afflaen , Joo hen zulx
bedenkelijk en onjmakelijk moght zijn,
met ons voor ditmael te laten vernoe-
gen onje Schepen in de haven van
Hok-
Seu komen, en daer den handel drijven
mogen ; gemerkt de Jelve daer in ge-
noeihfame
ve fekering en buiten ge-

vaer leggen kunnen.

Met hen dan komende te ver dragen
over het beoorlogen van
Koxinga en fij-
nen aenhang, met onJe zamen-gevoeg-
de maghten, foo heht verdaght te zijn,
fy zich in \'t fhriftelïjkverdragh, daer
van te ftellen , verklaren te zijn ne-
vens ons vyanden van den felven
Ko-
xinga
en lijnen aenhang, ennietvermo-

verplichten.

Midlerwijle dient vlij tigh verno-
men , ofze ook reeds met den Vyand
in onderhandeling getreden en wel tot
verfoening moghten genegen zijn , in
gevalle Jy fich onder het Rijk begeven
wilden. Dit heejt al eeniqffins Jijn be-
denken , wijl men
/^//Koxinga dood, en
fijn zoon, op
Aymuy, daer van niet
vreemt is.

Zulx gewaer wordende, laet u zeen-
fins door hen ophouden, maer fpoedight
u van daer tot ons te komen. In allen
gevalle dient dOnder-bevelhebber weer
haefligh in de vloot te zijn ; mijl fijn
dienji daer vereijcht word. Waer om
hy Jou kunnen vooraj komen, en No-
hei gints zoo lang vertoeven, ter tijdt
toe hy oordeelde ßjnverblijf alduerook

hen wel verJekeringJoumogen doen, dat! niet meer ver eifchte
fulx \'taenflaende jaer g^chieden zal. , Indien Jy quamen voor te houden.
Hier evenwel niet toe te komen , als nevens hen met den Vyand te verfoe-
kans fiet buiten dien ons ooghmerk te he- j nen en verdragen , ghy mooght uit hen
reiken, om de grote vereijchte onkoflen j wel verflaen , op wat bejprek en met
te mijden. Maer in gevalle Jy genegen j wat vernoeging en voldoening , daer
moghten zijn , eenigen hunner, neven \' over aen ons te doen , Julx zou kunnen
hun brieven , aen hun Edde na gejchieden ; hoewel daer op
niets be-

aj tevaerdigen, ghy lieden heht u Julx Jfuiten.

Met hen eenigh middel tot verlojfing

onjer gevangenen ö/ Quymuy wetende
uit te vinden,
mooght die daer toe wel
in V werk flellen , en Jlen vlijdt tot
hunner ontßaging aenwenden : aenge-
fien haer Ed. op
Batavia ons de bevor-
dering hunner gevangenen op \'t hoog-
fle aen bevolen hebben ; maer Jonder
hunvoorweten en bewilliging ^^^^^ t\'on-
I dernemen.

De Gyjelaer met g^\'^olgh zal foo
lang op
Domburg beweert blijven :
miflchien hy door fijne Vrienden daer
in wel iets ten goede fal weten te la-
ten uitwerken; alfoo ook na fijne verlof
fing verlangt.

D\' Onder-Koning Singlamong en
Krijgs-heer
Taifing Lipoui hebben

ons

Wy zijn he ducht ,zy tegenwoordigons I gen fullen , f onder onfe kennis en voor-
den handel met volkomen toeft aen, noch weten , veelmin tot ons nadeel, met
dien aengaende iet vaft hef uiten ; maer denvyand te verdragen. Van gelijke
d\'onderhandeltnge van dien in den he- | hehhen wy ons van onfe zijde daer toe te

-ocr page 101-

na H Keizerrijk Dän

ms teder eenen Irief, met het weder-\'
fchikken van den TolkM.dm2.n, laten
toekomen. Heden zende daer op in ant-
tDOordemede aen elk eenen hrief van een
zeiven inhoud, gelijk ook de hunne ge-
weeflis. Neven eenige kleinigheden, tot
vereering, als uUede hy het affchrift \'
blijken zal: waer aen my gedragè, met
aenheveling de zelve aen hen ter gele-
gener tijd te overhandigen, \'tzy nevens
de brieven van haer Ed. of daer na.
De gefchenken aen hen hor ende, hy de
brieven van haerEd., heb uit
Näerde in
Domburg laten overjchepen.

Uit der zeiver affchrift kuntghy zien,
hoe de zelve afgepakt en waer zyinbe-
flaen De felve kunnen altijdts op uw
te geven ordeuitDomhmggelicht wor- \'
^en. Tot het aenvaerden der welke heb-
ben jy tot noch toe niet willen ver (iaën,
dan dienen nu door u lieden ■ daer toe be-
wogen te worden.

Van de koopmanfchappen , alleenlijk
in
Domburg , flelle u mede een mon-
fier-lijße ter hand, of miffchien daer
iets uit henodigen mögt. Infgelijx van
de goederen, aen u lieden mede gegeven,
om daer uit te maken de nodige Jchen-
kaedjen, door u lieden aen den eenen en
änderte doen.

Ten hèfuit hevele u het bevorderen
van haer Ed oogmerk, daer aen de Kom-
panjie heden zoo grotelixgelegen is, op
het allerernftelijkfle aen ; met te geden-
ken, zoo u alles wel komt te gelukken,
ghy daer hy geene kiene eere en bevorde-
ringh behalen zult: dat God geve, in
wiens bewaring wy u hevelen.

^Jn \'t Jacht Naerden, leggende met
"z^öör de reviere van
Hok-

Balthasar Bort.

Des anderen daeghs , fcheidenze

des middags, na het infchepen van

reis-tuig en fchenkaedje-goederenin

éo: Jonken met hun berecht-punten

en bevel-brieven enganfchen gevolg

van de vloot, en zeilden de reviere

van Hok feu meeft zuid - weft waerds
pp.

Zy voeren kort naer de middagh

Sina, of Taißng. ü i

voorby een Stedeken^ genaemt

gelegen aen den noord-weftelij-
ken wal, ontrenteen musket-fcheut
te lande waerds in.

Quanto is een bemuurde Stadt,
groot flechts in den omtrek een halve
uure gaens ; doch gellerkt met bol-
werken en wacht torens, en voorzien
met een fterke krijgs-bezetting. Daer
zijn verfcheide p einen , gelijk in
meeft al de Steden vani\'i^^j, totoe-
fen-plaetfen voor de krijgsknechten,
beide van voet enros-volk : het een
in de wapenen : het ander in den ren^
ftrijdt Ja rechten de ruiters dikma-
len fteek-fpellen, om prijs, aen, met
na de ring te fteken, en vreemde lijfs-
gebaren te vertonen : te weten , zy
nemen in de hand zware gewichten,
om des te fteviger te zitten, wringen
en draien het lijf in verfcheide boch-
ten , en hellen, nu aen d\'eene en datv
aen d\'andere zijde, by na ter aerde
toe over. s

Men heeft\'er ook merkten van al-
lerlei koopwaren, behalve de genen,
daer de landluiden de vruchten en
eetwaren re koop brengen.

Een weinig daer na quamen d\' afge- T>orp sm^
zondene verby een volkrijk
Aox^San-
wan, gthout
aen den zeiven oever der
voorzeide reviere.

D\'inwoonders van Sanwan erneren
zich meeft met allerhande ambachten
en handwerken, en wonen aldaer alle
in een zonderUnge gefchikte orde :te
weten, wevers, fmits, kuipers en an^
dere handwerken , ieder op een by-
zondere hoek of wijk van het dorp,
afzonderlijk van elkandre. En ftaet
ieder wijk onder een byzonderen
Rechter of Opziender, waer van over
ontftane gefchillen beroep aen den
Rech ter der n abygelege S tadt gedaen
word.

Al de dorpen, daer d\'afgezondenen
in het Landfchap van
Fokien door reif-
den,zijn bemuurt:en word in de zelve
alle daegs merkt van groente, vifch
en oefters gehouden, als in de Ste-
den.

D\'afgezondenen Van Kampen en
Nobel, met hun gevolgh, liepen
noch al zuid - weftwaerds op , tot
aen een reviere, welke ooft ten
L zui-

-ocr page 102-

zuide in zee florte, en in haeren mont
een klein eiland heeft leggen , met
een zand plaetin\'tvaer-water. Von-
den aen den noord - weftelijken wal
een dorp
Sayan , en quamen na een
weinig zeilens aen zekere fterkeye-
fting
Benantften\\oi MinjaZeen.
- Minjazeen
is een weerbare ve-
iling ,gefterkt met wacht-torens, wal-
len , hoorn - werken , en een wijde
gracht. Zy is een befcherm-plaets van
Zwanfefoe, en gelegen drie mijlen van
Hok few. is fchier zoo groot als [een
klein Stedeken, heeft verfcheide ftra-
ten met huizen , geftofleert met al-
lerhande winkels. In het midden is
een zeer groot plein, daer aen d\' ee-
ne zijde het huis des Opper-hoofts
ftaet, en aen d\'andere zijde een Pa-
gode.

Aldaer traden Van Kampen én Nohel
met hun ganfch gevolg aen land, om
het Opper-hooft der fterkte te be-
groeten. Drie
Mandarijns haelden hen
met behoorlijke ftatelijkheid in : de-
den hen in een groote Pagode gelei-
den : maer konden met het Opper-
hooft , door defl^elfs onpaflelijkheid,
niet te woorde komen. Na het fchen-
ken van Bonen-zop, met melk ge-
mengt, (by hen voorde grootfte eere
geacht, die zy iemand kunnejti aen-
aoen,)traden
Van Kampen tnNohelmtx.
hun gevolg weer in de Jonken, en na-
men van hen met grote eerbiedigheid
hun"^ affcheid. Gekomen ontrent een
halve mijle opwaerds , vertoonde
haer aen de zuid-ooftzijde een ver-
makelijke en pleizierigeplaets,
Plet-
hoeu
of Pethou genoemt ; gelijk daer
tegen over,aen den noord-weftelijken
oever, een grote Pagode of Papen
Ka-
fen , PoJJang
geheten , by hen voor
een groot wonder gehouden.

Ter weder-zijde der reviere leid
een fchoon en fraei groot dal, betim-
mert met huizen en fchone gebou-
wen , en beplant met luftige tuinen en
fpeel-hoven. Zy quamen ontrent ten
vier uuren, tegen den avond , aen de
Zuid-ooft-zijde, by een ftene brugge,
Opgebout uit het water met pijlaren
of jokken van graeuwe ftenen, nooid-
weft en zuid-ooft over de revier, en
dicht bedekt boven op den overgang
met grote lange en dikke blaeuwe
zerken, van het eenjok tot hetander.
Ter weder-zijde loopt langshene een
blaeuwe fteneleuning, gemaekt met
zitplaetfen , en geftofleert met vele
Draken en Leeuwen, van fteen ge-
houwen. Zoo breed is deze brug, dat
vier paerden neven elkandre over de
zelve kunnen rijden.

i

i tv

II-
\'i

t^ll!»
fSn-

(I;

-I

[Sr

m.

Hertelijken wierden d\'afgezonde-
ne,
Van Kampen en Nohel, by Haulauja,
Opper -hooft van Minjazeen, en by
veel van zijne dienaers bewelle-
koomt, en met grote eere tot in
zijn huis geleid, en met het omfchen-
ken van bonen - zop onthaelt. Met
luider ftemme riep daer op zeker die-
naer :
Wellekoom zijn de Hollanders in
Sina.
Wierden toen by hem ten eeten
genodigt, en, na de maeltijd ge-ein-
digt was, fcheiden met groteeerbe-
^wijzingvan hen, en begaven zich in
de
Jonken ter rufte.

In \'t gezicht der brugge lagen on-
trent de tachtig/ö;/^f»,groot en kleen;
zommigebevolkt, andereniet.

Den twintigften, des Woensdags,
bevonden d\'afgezondene zich weer
by het Opperhooft,
Haulauja, en re-
den , na genomen affcheid , in twee
Palakijns , of draeg-Zetels met vier
paerden
over de brugge, naer de Stadt
Hokfieu, om de Vrou-moeder van den
Onder-koning Singlamong te begroe-
ten , en met een barren-ftene keting
te befchenken, en den
Stedehouder
van de Stadt te fpreken. Gekomen
over de brugge, vonden het over al
vol huizen, met lange ftene ftraten,
wel een uure gaens ; beftuuwt met
duizenden van menfchen, tot aen de
Stadt Hokfieu, en in de Stadt tot aen
het
Paleis: zuk de ftraten nauhx voor
hen te gebruiken waeren. Het Paleis
des Onder-konings, daer toen defleifs
Vrou-moeder haer op bevond, is een
groot geweldig gebou , opgehaek
met dikke
graeuwe ftene muuren:
heeft grote poorten, verciert met
fchone deuren : en word met veel
ros en voetvolk bewaekt D\'afgezon-
dene wierden by des
Onder-konings
Vrou-moeder, met grote eere en
achtbaerheid ontfangen, en gebragt
door haer in een zael, geftofleert met

fchoo-

-ocr page 103-

\'I r

-ocr page 104-

fclione fchilderyen en fraeie ftoelen,
en geboden neer te zjtten.

Gefteltterzeet, kregen zy bon en-
zop uit goude koppen te drinken:
wierden daer na ieder aen een tafeitje
gezet, om t\'eeten, en gebraden en
gezoden uit goude fcliotelen opge-
difclit.

Des Onder-konings broeder (want
dees bevond zich daer mede)
quam
met hen over verfcheide zaken in ge-
fprek, en vroeg, onder ander, of in
Holland ook wel Zulke grote Steden,
en zoo wel bebout waeren, als in
Si-
na :
en mede peerden, koeien en
fchapen hadden ? \'twelk zy meteen
ja beantwoorden. Hoe lange zy van
Holland tot in Sina onderwegen wae-
ïen ? zeiden zes of zeven maenden.

Toen quam des Onder-konings
moeder, welke vele gelubden t\'hae-
ren dienfte heeft, te voorfchijn : zei-
de tot hen, zy van fmwaere geweeft,
metiient\'eeten en te drinken; maer

O\' onpaftelijkheid had haer zulx doen
verhinderen : beloofdeingunfte van
hen aen haeren zoon, den Onder-ko-
ning, te fchry ven, en, op hun weder-
komfte , met hen ter tafel te zitten,
^n t\'zamen t\'eeten en drinken.
Zy
\'waeren ,
voegde zy daer op , m een
•vreemt Land, rijk van menfchen : had-
den wel voor zich te fien en omfichtelijk
te reifen, om geen ongemak te krijgen,
ja, verwonderde haer , dat d\' onzen
zich in een vreemt Land dorften be-
trouwen.
Van Kampen, gevraegt door
haer, wat ampt hy bediende, gaf tot
antwoord, dat van Onder-bevelheb-
ber. Waer op zy:
Zoo moeten uwe Prin-

kojielijk gekleet zijn :
want Van Kampen was in \'t felp.

oen icheiden Van Kampen en A^o-

, met een heufche groefenis, van
haer, en fpoexden zieh nahet Hof des
Stedehouders, bezet niet veel
ruiters
en voet-knechten; daer zy in quamen:
dan reden weer, op het zeggen van

Zijnen voordrager, van dat zijn Heer
met een felle koorssequeltwas , en
terrufte in zijne ftaep kamer lag, en

vroeg ten dien einde weder mofte ko-
men , uit de Stadt naer beneden in
Pa
lakijns.
Zy vonden de ftraten en we-
gen zoo dik bedromt van mannen,
vrouwen en kinderen , tot aen de
brugh, de legplaets van hunne
lonken,
dat voor hen het doorkomen be-
zwaerlijk viel.

Den een en twintigften, des Don-
derdags, wierden d\'afgezondenenin
hun vaertuig, door het Ópper-hooft
der fterkte van
Engely en verfcheide
grote
Mandarijns, bezochtfen beweh
lekomt, en met bonen-zop befchon-
ken. D\' opper - gebieder der fterkte,
gelegen op een Eiland, aen de zuid-
ooft-zijdevan de brugge,nodigde hen
ten eeten, \'t welk zy hem niet derfden
afflaen,maer reden met hem naer zijn
verblijf plaets. Hy, na een treffelijk
onthael met opdiffchen van gezoden
en gebraden , begiftigde
Vdn Kampen
met een fraeie tente, ter gebruik voor
hem op den reis-weg.Dees toegevou-
wen , kon door eenen man hchtelijk
gedragen worden,en doormiddel van
verfcheideleden uitgezet,en metyze-
re pennen vaft gemaekt worden.

Na wel gegeten en gedronken te
hebben, leide d\'Oppergebieder hen
over eene brugge, geflagen over de re-
viere , aen de weft-zijde van \'t eiland,
daer \'t fort op ftont. Daer lagh een
groot dorp, beboüt met vele huizen,
en bewoont by meenigte van men-
fchen. D\'Afgezondene, onder gelei
des Opper-gebieders , bezagen ver-
fcheide groote Pagoden , geftoffeert
met brandende lampen , autaren en
beelden : kreegen daerin vandePa^
pen water te drinken, en velerlei
zuiker-werken te eeten, metaendoe-
ning daer en boven van veele eere.

Na een weinigh vertoevens, wer-
denze in een luftigeplaetsgeleit, daer
metpijl en hoogten doelegefchoteii
wierd ; en van daer weder aen hunne
vaertuigen gebragt, na het huis van
het Opper-hooft
Hanlauja der fterkte
"Minjazeen, daer zy weder ten eeten
bleven. Tegens den avond quamenze
weer in de kleine
Jonken, om te ruften,
en hun flaep plaets in de zelve te ne-
men , gelijk des voorigen nachts.

Den twee en twintigften vervoeg-
den zich d\'Afgezondenen des mor-
gens ten huize van het Opper-hooft
I 2

-ocr page 105-

Hanlaujay\'om hem te begroeten, en
met een kleine gifte van roöt laken te
befchenken , uit inzichte van zijne
gunrte te genieten, in het fpoedig af-
vaerdigen naden Onder-koning
lamong. Reden van daer na het Hof
van den Stedehouder van
Hokfieu, ten
zelfden einde, met verzoek aen hem
van volk ter reize te befchikken:
daer zy ter negenfter uure in quamen:
vonden hem wat onpafTelijk ; maer
kregen evenwel by hem ter plaetfe ge-
hoor , daer hy met de Groten \'s Lands
gewonelijk over \'s Lands zaken in ge-
brek komt. Op de vrage der afge-
zondenen, ofhy hen in de reize na
den Onder-koning
Singlamong,en den
Velt-heer
Tayfing Lipoui de behulpza-
me hand wilde bieden, gaf tot ant-
woord, al wat in zijn magt ftond, tot
hunne hulpe genegen was: had, voeg-
de hy daer by, reeds naer het Peking
fe Hof aen den groten Keizer, en aen
den Onder-koning
Singlamong in
Sinkfieu, gunftelijk voor d\'onzen ge-
fchreven , entwee
Mandarijns met
tnegentigh man , om met hen der-
waerds te reizen , doen vervaerdigen.
Gevraegt, wat hem geraden dochte,
of hunne Opper-bevelhebber met elf
Schepen mogte zee kiezen, om wat
noordvvaerds te kruizen, tot afbreuk
van den rover
Koxinga en zijn aen-
hang; en een Jacht, daer in defclien-
kaedjen waeren , in de Reviere van
Hokfieu te laten blijven ; gaf tot ant-
woord , zulx niet te derven raden ;
maer hunne Opper bevelhebber had
zijn eigen goetdunken en believen te
volgen. Zijns oordeels , dienden de
Schepen tot des Onder - konings
komfte aldaer te blijven, omgenever-
werdery in
Sina onder het volk te ver-
wekken.
Dan vervoegt u (zeidehy) hy
het Opper-hooft van
Minjazeen, Han-
lauja,
een man, oudt van jaren en erva-
ren in den krijgshandel: dees zalu daer
in ten hefie raden, wat uwe Opper-hevel-
hehher te doen of te laten heeft.
Hier
op fcheiden d\'Afgezondene uit
ßeu, en quamen tegens den middag
weder by den Opper - gebieder
Han-
lauja ,
in de fterkte Minjazeen , by
Wien zy ter tafel genoodight wier-
den. Op de vrage, den Stedehouder

van Hokfieu, by d\'Afgezondene voor-
gehouden; gaf
Hünlauja,gé\\ootlétB
Stedehouders antwoord daer op het
zelffte oordeel, als de Stedehouder;
te weten, d\'Opper bevelhebber
Bort
doen mogte, \'tgeen hem beft geviel.
Al het welk, door
Van Kampen en No-
hel,
by brieve den Opper-bevelhebber
Bort, t\'efièns hunner beider goed-
duni^.en daer over verwittigt wierd.

Weinig naer de iniddag traden d\'af-
gezonden en met hun gevolgh in de
Jonken, om de reize naer Sinfieu te ver-
vorderen ; en quamen des middags
ontrent ten ^ie uure by de vefting
Aulauja oïLauyt, aen een overvaert, al-
daer zy op den oever door den opper-
ften Gebieder hertelijken bewelle-
komt, en met grote eerbiedenis ont-
fangen, en met hetfchenkenvanbo-
nen-zop onthaelt wierden.

De vefting Aulauja is gefterkt met VeflingAw
hogemuuren : bezet met veel krijgs-
knechten en Ruiters , en vooFzien
met allerlei krijgs behoefte en eetwa-
ren. Aldaer vaert men over, om den
weg korter te maken , en word de tol
betaelt van al de waren, die door het
Land gevoert worden. Dagelix rij-
den uit deze fterkte troepen van rui-
tery, tot beveiling des
wegs , tegen
ftruik-rovers en moorders , die zich
in het naby gelege gebergte onthou-
den.

Na een weinig verwijlens begaven
zich weder onderzeil, brachtent te-
gens den avond aen zeker
dorp, ge-
noemt
Lanpon , de ruft en verblijf-
plaets voor dien nacht.
Lanpon is een Dorp u»-
dorp van groot aenzien , bewoont^""-
by veel rijke Sinefen , die door het
Land gaen koopmanfchap drijven-
Groten toeloop heeft
dit dorp door
zekere Pagode , d\' eerplaets van ze-
keren afgod, die
gezeid word in alle
zware voorvallen
goeden raed te ge-
ven : waer over zy dagelix by hoogen
en lagen bezocht word , ominhun-
nen nood aldaer eenigen trooft t\'ont-
fangen.

Den drie en twintigften, des Zater-
dags ten negen uure, verlieten d\' af-
gezondene
Lanpon , begaven zich te
lande in
Palakijns op reis, over eenen
weg, beleid met blaeuwe en graeuwe

grote

-ocr page 106-

Q O ^ -------- \'--J----—- -----O

ne rijs-velden, vrucht-bomen en aller-
lei eetgewaflen : defgelijx bebout met
vele volkrijke dorpen, en bevochtigt
door veel fchone lopende ftromen, en
water , dat van \'cgébergte quam af-
ftorten , zeer vermakelijk en luftig
om te zien.

Men zach\'er meenigtevan aelou-
de begraef-plaetfen, zeer heerlijk ge-
fliofïèert met beelden van menfchen
paerden, leeuwen en draken, in blaeu-
wen fteen uitgehouwen : verciert
daer en boven met vele prachtige
triumf bogen , daer oude gedenk-
waerdigefpreuken, metguldeSinee-
icheletteren,op gegraveert ftonden.
Des middags quamenze aen twee

de voornaemfte des iands,op de rei-
ze, gewonelijk hun verblijf hebben.

Tot een vereeringe wierden den
afgezondenen toe gebracht, drie ver-
kens, twintig hoenders, vierganfen,
tegeneen weer gifte van eenige klei-
nigheden. Des nachts wiert,
door be-
vel der Majeftraet van de Stad,krijgs-
volk by hunne ruftplaetfe geftelt, om
geen hinder van \'tgeboefte
of quaet
volk te lijden.

Den vier en twintigften,des Zon-
dags, hoewel tot reizen vaerdig, kon-
den evenwel d\'Afgezondenen , by
mangel van dragers, niet voort raken,
«aerdien een fterk gelei van drie hon-
n^ne \' door des Onder - Ko-

goclr^nlf\'^T r

6 ^ S^nkßeu in\'t Leger aen
haren zoon betaling

der kri)gs-knechten, ^ierd afgezon

A dagh in Hokzwa

moften verblijven. Gedurende hun
verbhjl aldaer, wierdenze door
veele
groote Mandarijns van de Stadt be-
zocht , en met allerhande boom-
vruchten van Oranje-appelen , Pee-
ren Kaftanien , Kokes\'-Loten, be-
neven veel an der e vruch ten ,tw e e Ver-
lens , vijf Ganfen , en tien
Hoen-
deren befchonken , in vergeldingh

Her volk fcheen zeer dienftig te
zijn, op \'t geruchte van dat d\'onzen
met een vloot aen de kuft van
Sina ge-
komen waren, om gezamender magt
d\'Eilanders van
^ueymuy cn Eymuy, en
Koxinga met zijn aenhang te verdel-
gen. Bezagen des namiddaghs de
Stadt.

De ^udiHokzwa leid aen een ver- stadt mk^
makelijken oort, omringt met veel
fraeie en fchoone lufthoven ; heeft
van binnen grootè merkten en plei-
nen : en is verciert met veele Triumf-
bogen, en oude en heerlijke gebou-
wen , en dicht betimmert met fraeie
huizen. Van buiten is dezelve rontom
met een hoge , en dikke fterke vefting

zeer grote veihngen, en ontrent te | bemuurt , hoewel zonder grachten;
zes uuren , \'s avondsin de Srad
Hok- \\ en wordt bewaekt door veel ros en

öe Stadt is zeer volk-en
en KhrHr \' bewellekoomt, koop-rijk. Fenuurtje van deStadtaf,
en gebracht in een groothuis, daer zijn veel boftïhaedjen, met verfchei-

de herbergen daer in, tot pleifter en
ruft-plaetfenvoor de wandelaers. Al-
daer wordt eetenen drinken, en aller-
hande fruit op-gedifcht.

Den vijf en twintigften, des Maen-
daegs, begaven d\'Afgezondene, met
het aen breken van den dag , zich op
wegh, onder een gelei ontrent van
vijltigh Tarterfche krijgs - knechten :
trokken voorby verfcheide veftingen,
en door veele dorpen, en in \'t gezich-
te voorby. Voorby
Hokziva leggen
twee hoge klippen, daer de weg zoo
naeu is, dat effen flechts twee wagens
konnen door rijden. Voor den ingang
leggen twee fraeie veftingen, fchuins
tegen elkandre o ver, geft erkt met too*
rens , wacht-huisjens en hoorn-wer-
ken, zulx geen menfch daer voorby
kan, zonder te pletteren gefchoten
te worden. Zelfs, een wonder! boven
op de klippen groeien veel cypres-en
fparre-boomen, zonder daer ontrent
eenige aerde gezien word.

Zy quamen des namiddags voorby
oen fterke groote veftinge getogen;
daer \'t Opper-hoofc hen sen Weinigh
deede vertoeven , en ten eeten wil-
den houden, \'t welk
Zy hen met be-
leefde woorden door den tolk deden
afzeggen: doch kreeg het gevolg zoo
I ^ veel

grote zerk-ftenen. Dien dag togenze van geldt en goet, eens zooveel
langs een groot dal, beplant met groe- waerdig

-ocr page 107-

bewaekt by vele ruiters en voetknech-
ten: namen een weinig bezuiden de
Stad, in zekere Pagode, hun rufte,
derwaerds de grooten der Stad zich
vervoegden,en d\'afgezondene bewel-
lekomden,en met
een koe-beeft, vier
hoenders,een verken, zes ganzen,en
allerhande boom-vruchten vereer-
den; het welk d\'onzen hen met ee-
nige Spaenfe realen, en vier ftukken
Moerijfen vergolden. Daer en-boven
wierd het gevolg vereert met twee
grote potten fterk Sineefch bier, voor
hen een aengename dronk.

Den zes en twintigften , ftonden
d\'afgezondenen,met zonnen opgang,
weer
reis-vaerdig, en hadden zoo veel
bekijks van mannen , vrouwen , en
kinderen, die van overal,uit nieusgie-
righeid van vreemdelingen te zien,
waren derwaerds gekomen, dat d\'on-
zen de ftraten naulix gebruiken kon-

cho.

verfcheide reize by het nieusgierig
volk vaft gehouden , om hem te zien,
en fpreken : dan naerdien hy niet
taelkundig was, en de tolk door den
drang des volks niet by hem konde

komen, lieten zy hem trekken. Dien

dag reifdenzevele veftingen, redui-
ten, dorpendoor, en in\'t gezichte
verby, en quamen des avonds inde
Stadt
Hokxcho. Des nachts hieldenze
aldaer hunne
nacht-rufte : wierden
door de grooiften der Stad onthaelt,
en door vele oude treffelijke kooplui-
den bezocht, met een zulke nieusgie-
righeid , dat hen dien nacht weinig
tufte gegeven wierd.

De Stad Hokxcho is een gemene
getalle nevens hen: reifden dien dag

veel fterk Sineefch bier te drinken, als J Den zeven en twintigften begaven
haer luften ^y ^^^^\' reizen der zonne, op

D\'Argezondenen vervorderden weg ter reize, in gezelfchap van ver-
hunne rlize , en trokken tegen den
fcheide troepen te paerde en te voet;
avond door een fterk bemuurde Siad, eenige voor uit; en andere in groten

grote veftingen, vele fchanfen, redui-

ten en dorpen door en verby: togen
des namiddags ontrentten drie uure
door een groote Stad, cn quamen des
avonds in een grote knjgs veftmg
daer zy van het opper hooft beleef-
delijk ontfangtn en met het om-
fchenken van bonen-zop wel ont-
haelt wierden. Daer na wierd\'er wak-
ker eten en drinken opgefchaft; wel-
ke gunftige mildadigheid deafgezon-
denehem
met Spaenfche realen en e-
nigcMoeryfen voldeden, niet zonder
bedanken met grote eerbiedigheid.

Den acht en twinrighfte begaven
zich weder voorzonnen opgang, ter
reife, trokken dien dag in gelijken ve-
le fterke veftingen, reduiten en dor-
pen door en in \'t gezichte voorby:
quamen des middags ontrent ten drie
uuren in een Stad daerzy van de gro-

den. Depallakijn,daerd\'onder-be- ten bewellekomt en met twee ver-
velhebberV^«
K^pen in zat, wierd kens, twintig hoenders,en vier ganfen
r 1 uf. u^r «i^ncmf-riïT bcfchonken wierden. Deze genoten

UQ «Jtaa ttoKXcnu la tcu \'-"ö----__- ^

grote Stad, gelegen een dag-reizens heerlijke begtael-plaetfen, en treje-
y^Hokzwa : d\'Fnwoonders erneren ! lijke vreemdeaeloudegebouwen,be-
zieh meeft met den landbou, (want ! neven veele triumi boogen , ter we-

weinig koophandel is\'er) zijn van een der-zijde geftoffeert met ruiters te

oprechte inborft , en goeden aerr; paerde, leeuwen, tigers , beeren en

Hok^ is goed, en zii^^ quaed gezeid. draken, m graeuwe fteenen uitgehou-

Tuffbhen Hokzwa en Hokxcho leid wen, en al de boogen met guide Iet-

een dorp, daervedPorceleingebak- teren verciert. Trokken over een

ken word. lange Brugge, geflagen over een grote

befchonken wierden. Deze genoten
daer voor tot een vereeringe eenige
Spaenfche Realen,een ftuk kroon-ras,
en eenige
Moeryfen : dronken met
d\'Afgezofidene Brande en Spaenfche
wijn, daer na zy wonder nieus gierig
en genegen waeren, om te drinken;
wijl zy nooit zulken drank gedron-
ken , nochte
gene Hollanders gezien
hadden. Eer zy fcheiden, was het on-
trent middernacht.

Den negen en twintigften, des Vry-
daghs, begon weer de reize met het
opgaen der zonne. Des voormid-
dags reifdenze door, en in \'tgezichte
van veele fterke veftingen, reduiten,
en groote dorpen: zagen zeer groote

-ocr page 108-

brede verfche reviere Loyang, opge
meflek van onderen uit de grond,
daer de reviere wel zes
of zeven va-
dem diep is, met meenigte van ftene
lokken. De brug was boven over-
vloertmet
ongeloofelijke grote zwa-
^^ graeuwe ftenen : eenige lang on-
^\'^entacht enzeftig, enzommigeze-
ventig voeten: breed drie en een hal-
ve, en dik
een halve voet. Ter weder-
zijde was een leuning met zkbanken
Van blaeuwen-fteen,verciert met Dra-
ken , Leeuwen, Tigers en Beren, in
fteen zeer kunftig uitgehouwen.

De Sinezen roemen deze brugh,
door d\'Engelen in eene nacht gebout
te zijn, en houden de zelve voor een
grootwonder.

Aenhet einde der brugge ftont een
oud huis, zeer vreemt gebout, daer
in het beekenis des mans ftont, die
de brug ontworpen had; beneven ve-
le andere beelden van mannen , met
gout verciert. Daer was in \'tzelffte
huis ook een grote brede blaeuwe
fteen , uitgehouwen met een druk-
plaet van des ftichters naem, en hoe
lang de brug gebout was geweeft; ten
gerief van de nieusgierigen , om ter
gedenkenis op papier over te druk-
ken.

Dan in het midden van deze brug
was een hoge afgebroken, tot ftutting
van denvyand, daer zy mede bezig
waeren , om met houte balken te
beleggen , door mangel van zulke
grote ftenen.

Kort over den middag quamenze
Voor de Stadt
Zwanfefoe, wierden bui-
gen de pootte door drie grote
Manda-
^ms, (henwaerds afgezonden door
Santin^ B.ty.yj, ^ Admirael ter

f." van Zwanfefoe,)

ftatehjk bewellekoomt, en gebragt in
een grote Pagode,
daer zy behoorlij-
ke onthaehng en bonen
-zop te drin-
ken kregen. Zonder eenig lang ver-
toeven tradenze ter Stadt in, onder
gelei van de zelffte
Mandarijns, en
wierden gebraght in een geweldigh
groot huis, derwaerds velen der gro-
ten van de Stadt hen quamen
begroe-
ten zeer nieusgierig om hen te zien.

De brief van den Opper-bevelheb-
ber
Bort aen Santing Hou Bethekok,

met de gefchenken, te weten,een paer
fnaphaens piftoJen metholfters, vijf
ellen rootfchariaken, vierftuksfijne
Moerijfen, wierden door d\'afgezon-
denen by twee hunner tolken,
Pedel
onder-koopman , en lakka na den
zeiven afgefchikt, met aenzegging
van de groetersis van hunne zijde.
Dan gaf den Tolken tot antwoort:
hy gene brieven nochte gefchenken
dorfte aenvaerden , voor al eer d\'af-
gezondenen weer van
Sinkfieu geko-
men waeren , en met den Onder-ko-
ning en Veldheer
Lipoui gefproken
hadden: het mede aendienen, in wil-
le was geweeft hen te komen bezoe-
ken ; dan, door belet zijner onpaffe-
lijkheid, had zulks niet kunnen vol-
brengen.

Bethekok deed door zijne dienaers,
met veel boom-vruchten , appelen
van oranje, noten, kaftanien, bene-
ven drie verkens, tien hoenders, en
vijf ganfen, d\' afgezondene befchen-
ken : het welk zy de dienaers weder
verfchuldigden.en met goed enSpaen-
fe realen van achten betaelden.

Des anderen daegs, den dertigften,
gingen d\'afgezondene met hun volk,
midlerwijle de dragers zich ter reize
vervaerdigden, de Stadt van binnen
bezichtigen.

Zwanf efoe is een over fterke koop- stadi
ftadt, geftofTeert met allerhande win-
kels en koopmanfchappen : verciert
met ontelbare veel grote triumfbo-
gen, opgehaek van blaeuwe fteen,
daer zeer kunftig vele mannen, vrou-
wen , paerden, draken, tigers, leeu-
wen, beren en apen,afgemaek met al-
lerhande kleur van verruwe, in uitge-
houwen waeren. Boven aen ftond
metgoude letteren de naem des ftich-
ters gefpek. Zy heeft ook drie hoge
torens, met omgangen: beneven ve-
le Pagoden.

De muur rontom de Stadt is van

zeven en twintig voeten hoogh , en

ruim zoo dik of breedt, gefterkt met
vele bolwerken,diepegrachten,en een
hoge borftwering = boven op zijn de
muuren, langs hene, met grote bak-
ftenenen balken belegt, tot afwering
voor ftormen. Vele morgen-fterrcti
met yzere pennen ftaen rontom de

Stadt

-ocr page 109-

De Stadt heeft drie poorten , met
kromme ingangen, rontom opgemef-
felt van grote blaeuwe ftenen,

Noit is de Stadt door hetzwaert,
by de Tarters overwonnen , maer
wierd, door den Krijgs-overfte
Hou-
lethetok
, met verdrag overgegeven,
metbeding, van zijn vorig ampt van
Opper-hooft of Stede houder, over
de zelve, te behouden. Defgelijx
bleef d\'oude Majeftraet, door deze
vry willige over-gift,in bediening, en
de burgery by hare oude vryheid.
Ten teken evenwel der overwinning,
liet de Tarter al de torens, behalve
de voorzeide drie, afbreken en ten
gronde ft^en.

Eens ifte door den rover Koxinga
belegert geworden, doch onverwon-
nen weer verlaten , met verlies van
veel volks; zoo dat de zelve altijts in
vollen ftant geblven is.

Des voor-middags, ten negen uure,
begaven d\'afgezondene zich weer op
wegh : reifden tegens den middagh
d\'oude verwoefte Si^idtEngeUngy in
\'t gezicht, verby; en voorts dien gan-
fchen dag vele fterke
hoge veftingen,
en reduiten, opgebout van graeuwen
fteen, en meenigten van dorpen, door
en van verre verby. Quamen tegens
den avond bytwee grote ftene fterk-
ten, genaemt
Tmia, gelegen een vier-
en-deel uurgaens van elkander; weft
zuid-weft-waerds, ontrent twee of
drie mijlen van de verwoefte Stadt
Anchey,d\\Q eertijds zeer maghtfg en
rijk was. De muuren van
Twaia waren
van graeuwen fteen opgemeftelt, tot
de dikte van acht en twintig voeten,
en hoogte van vijf en twintig.

Den eerften van Wijn-maent, des
morgens, verheten d\'afgezondene de
fterkten
Twaia, begaven zich ter rei-
ze, en trokken dien dag verfcheide
dorpendoor, en in\'t gezichte verby.
^ Quamen ontrent ten drie uure met
hun gevolg, fterk ten getale van over
de honderd, zoo Hollanders, Sinefen
als Tarters, inde Stadt
Tanwa, om-
ringt meteen
graeuwefteene muur,
en gefterkt met
hoge bolwerken, en
diepegrachten rontom.

Tanwa word voor een der verma-
al , en bezit den overvloet aller din-
gen , te bekomen voor een geringen
prijze. Veel Koopluiden, rijk van ha-
ve,begeven zich derwaerd,om de ver-
makelijkheid der omgelege landou-
wen, met der woon en ter rufte.

Staät Tn-
geling.

Sterkte»
Twaia.

Stadt

Buiten de Stad heeftmen vele prach-
tige en heerlijke graf-fteden, daer de
ftedehngen alle daegs oflêrhande by
doen, voorde ziele hunner ouderen.

Drie grote Mandarijns, te paerde,
gevolgt door een groten ftoet van die-
naers bewellekoomden d\'afgezonde-
ne, enbragtenhen in een oud, maer
fnaeks en wel gebout ftenen huis,
welk met zeven grote blaeuwe ftene
trappen opging. Het had vele kamers,
gevloertmetblaeuwen fteen,,en ge-
ftofleert metftoelen, banken enko-
ftelijke bedfteden,ten gerijf der Land-
beftierders op de reize. Daer in wae-
ren ook vele ftallen , wel voor acht
hondert paerden,en goet verblijf voor
twalef hondert man. Des nachts na-
men d\'Afgezondene in een van de
befte kamers hunne ftaep-plaets.

Den tweden, des Maendags, ten
negen uure, vertrokken d\'Afgezon-
dene met den ganfchen omzwier, uit
de Stadt
Tanwa, en reifden over een
grote ftene brugge, een weinig bezui-
den de Stad over de reviere geflagen.
Dien
dag kregenze eenige verwoefte
Steden , verfcheiden Dorpen , en
fterke Krijgs-veftingen, en reduiten^^
noch in vollen ftant, en
bevolkt met
ruiters en voet-knechten, onder het
reizen, in \'tgezicht.

Quamen een weinig voor Zonnen-
ondergang, by
een grote fterkte, ge-
fticht op den top van een hogen berg,
derwaerds zy zich fpoeiden: wierden
by het Opperhooft hertelijken bewel-
lekoomt,en luftig met het opdiflchen
van fpijze en
drank onthaelt. Uit den
mond des gezag-hebbers der fterkte
verftonden d\'afgezondenen, d\' eilan-
ders van
Eymuy en Quemuy in gefprek
van vrede handelmet de Tarters fton-
den , dan met twijfel aen den voort-

nDe ruftplaets des nachts was in
erkte, metgo^d onthael voor
hun geld.\'

Den

Stadt op de Wallen, by\'t gefchur. j kelijkfte en vruchtbaerfte Steden van
~ ~ ~ ^ ■ geheel
Sina gehouden; leit in een vet

-ocr page 110-

, — —— —^ ^
ven de Afgezondenen, ten drie uuren
\'s morgens, zich op den reis-weg, en
trokken des voormiddags veie fterk-
ten, reduiten en dorpen door en in
gezichte verby. Reifden weder over
een ftene brugge, over de reviere ge-
bout van graeu wen fteen , ter weder-
zijde bezet met een fterke vefting:
daer by noch een ander van een\'zelve

ftoffe onder hou ftont.Des namiddags
reifdenze dicht verby verfcheide gro-
tePagoden, in een der welke d\'Afge-
zondenen zich verkleden. DeSinee-
fchePapen fchenen hunwaert zeer ge-
wilt en gunftig te zijn,gemerkt zy hen
grote eere bewezen, enzuiker-gebak.
met
Thee- water te drinken gaven. Na
^ een weinig verwijlens, vervorderden-
2e hun reize, en quamen in\'t gezicht
^f\'^dt SM- Van de Stade
Sinkjieu. Niet verre bui-
ten de Stadt ontmoeten hen drie gro-
te
Mandarijns, met hun gevolg, uitge-
zonden door den
Onder koningSing-
lamong
ea deVeltheer Lipoui,om d\'on-
zen te begroeten en beweliekomen.

Na afiegginge der groerenifle we-
der-zijdelinx, wierden d\'Afgezonde

zeer heerlijk metbedfleden, ftoeien
en banken. De kombuis enkoks-ge-
reetfchap ftaet aldaer altijds voorde

Groten s Lands gereet. D\'Afgezon-
denen namen
aldaer hun verblijf, en
kregen krijgsknechten, tot bewaking
des huis , om geen leedt van d\' in-
woonders te gefchien, die by duizen-
den , uit nieusgierigheid, derwaerds
\'ï^^^^^^g^^pen.om d\'onzen te zien.

deden d\'Afgezonde-
jke.^ nen aenftonds by. twee tolken
Pedel
.eC\'^\'^ en Lakka den Onder-koning Singla^^
^ong
en den Veltheer TaifSg Lipoui
verwittigen, met verzoek van gehoor

om

met hen in montgemeenfchap te tre-
den, en de brieven aen hen van wegen
den Generael op
Batavia te overhan-
digen, ten einde de fchone tijdt met
een
zulke koftelijke Vloot van der-
tien Schepen niet vruchteloos verlie-
ten
Wierde. D \'Onder-koning en Velt-
heergaven tot antwoord :
Zy voaeren

een verre weg over Zee en Land geko-
men,en moede van reife: fouden wachten
tot morgen vroeg: danfouden zy hen ge-
hoor verlenen , om met hen te fpreken.
Midierwijie quamen vele grote Man-
darijns
hen beweliekomen, bragten
met zich velerlei vruchten van oranje
appelen, noten,kaftanien,peren,bene-
ven hoenders , ganfen, en twee ver-
kens :het welk d\'onzen aen hunne die-
naers metgeltna hun welgevallen de-
den betalen : en wierden aldaer heer-
lijk onthaelt.

Den vierden,des morgens,maekten Rijden m
d\'Afgezondenen zichvaerdig om de
kiene gefchenken en brieven van hae-
re Edele op
Batavia aen den Onder-
koning en Veltheer in \'t leger te be-
fchikken. Ontrent ten acht uure wier-

nedoord,eMW^r/>W gebragtineen [ den twalefpeerden voor hun verblijf-
grote Pagode. Zy bewellekoomden / plaets gebragt,daerzy met twee
mri.. ■ ^^^ eerbiedelijk, en ga-
danjns en hun gevolg opftegen, en re-

zeh.eu!\'"\' ven hen bonen-zop te drinken : ge. den door een groot gedeelte der Stade
leiden hen van daer ter Stadt in, na i Sinkfieu, verby meenigte van fchone
een groot geweldig Hof, een gewone-
j grote triumf bogen. Een weinig bezui-
lijk verblijf- plaets der Landbeflier- j den de Stadt Itroomde een reviere,
ders,

wanneer zy reizen. DitHofhad / daer over zy langs een bru\'^\'ge in\'t le-

ftalling voor meer als de duizent paer- [ ger quamen, gelegen fchier een halve

den, en kon voor duizend man ver- ( uure buiten de Stadt, en fterk ontrent

blijf en llaep-plaets verfchaffen : had zeftig duizend ruiters, en voetknech-

veel grote cierlijke kamers,geftoffeert ten, ieder in zijn hut. Vijfgrote Man-
zeer heerliiL- Koriflo^QM A^/,,!/^« 1 ____________

darijns met een gelei van een rot
krijgsknechten haelden d\'Afgezon-
dene met grote eerbewijzing in , en
deden hen geleiden by de voorwach-
te,ten huize ofhutte van den Sekreta-
ris. De komfte aldaer aen den gemel-
den Heeren bekent gemaekt, vertoef-
den d\'Afgezondene niet lang ; maer
wierden gebragt in een groote hut of
tent, alwaer d\'Onder-koning
Singla-
mong
met den Veltheer Taifing Lipoui,
beneven twee mogende Heeren, San-
ting Hou Bethekok,
en de Stedehouder
van
Sinkfieu, Haitankon, in onderling
gefprek zaten,

M Ter

na \'t Keizerrijk van Sina cf Taißng.
Denderden, des Dingsdags, bega- | aen hen geUevem te vergunnen

j _ A C — — ______ J—I ^ --___ .. .. ... /* 1

-ocr page 111-

voor d\'Afgezondene met grote eer-
bewijzinge op zijn Hollantfcli de
groetenis afleiden.

De tenten van het leger waeren alle
met matten
over de vloer gefpreit.De
tent desOnderkoningshad drie poor-
ten of openingen, naeftmalkandref:
Door de middenfte gaet d\'Onder-
koning zelf: door die van terzijde al
d\'andere. Gekomen dicht by den On-
der-koning en Veltheer,wierden d\'Af-
gezondenen
Van Kampen en Nohel ge-
boden neer te zitten, en den brief van
haer Edele op
Batavia t\' overhandi-
digen : den welken zy hen met grote
eerbiedigheid ter hand ftelden.Defge-
lijx wierdèn de gefchenken van haere
Edele op
Batavia aen de gezeide He-
ren
aengeboden en overhandigt. De
brieven wierdcn by hen zeer beleef-
delijk aengenomen; maer mogten,ga-
ven zy
tot antwoord, gene gefchen-
ken van hunne gebiedende Heren
aenvaerden,zonder antwoord op hun
afgezondene brieven aendenKeizer
te
Peking. Dan zeer beleefdelijk en
met betuiging van dankbaerheit wier-
den de kleine gefchenken van den
Opper-bevelhebber
Bort aengeno-
men. Dezebeftonden in een pont en
twee
oneen barnfteen korael,geregen
aen eene\'fnoer, ten getale van vijf en
vijftig: in eenbarn-ftenezant-lopert-
je, en een barnftene kelk.

De gefchenken,aen den Onder-Ko-
ning , van wegen den Heer Generael
en Raden van W/é\'V^, waeren de vol-
gende.

Een ftuk fcharlaken.

Een ftuk groen laken.

Een ftuk blaeu laken.

Een half ftuk krab-root laken.
fRoot
Gras-groen

Een ftukBlaeu

Muskus
Swart J

Een fijn Lont-roer, verguit en ge-
cicileert.

Een fijn Snaphaens-roer verguit en

gecicileert.
Een paer Piftolen, als boven, met
Holfters.

Ter weder-zijde ftonden meenigte J Een p^aer fijne Sak-piftolen.
van grote
Mandarijns gefchaert, daer

Gefchenken
aen. den
Onder-

Kroönraf-
fe.

Een fijne geëtfte en vergulde zwa-
re Houwer-lemmer.

Twintig oneen bloet-korael, aen
een fnoer van hondert tien
ftuks.

Seftien oneen takbloet-korael ,a€n
eengepolijftetak.

Drie pont en dertien oneen Bern-
fteen , in vier groote ftuk-
ken.

Een pont en vier oneen Barnfteen-
korael, in vijf en vijftigh ftuk-
ken.

Een groot Bengéels Alkatijf.

Tien fijne Moerijfen.

Eenpikol rompen nagelen.

Een kas Roofen-water.

Twee hondert zeftigh kattyZan-
del-hout, in drie ftukken.

D\'Onder-koning en Veltheer tra-
den toen met d\' Afgezondenen in on-
derling gefprek : vraegden; hoelang
zy van
Batavia waeren geweeft ? Ant-
woorden , ontrent zeventig dagen.
Vraegden, in hoe korten tijdzy uit
Holland in Sina kónden komen Ant-
woorden, ontrent in acht maenden:
daer overzy tenhoogfte\'verwondert
ftonden: defgelijx, op het antwoord
van hunne vrage, of in
Holland ook
wel peerden, koeien, verkens,fcha-
pen,boom-vruchten en
moes-kruiden
waeren: wanneer d\'onzen zeiden, by

duizenden, en meer als hier in Sina.
Vraegden: waerom d\' onzen metzi^
een vloot fchepen op hunne kufte
quamen: waer op d\'Afgezondenetot
antwoord gaven :
Ten dienfte des Mo-
genden Keizers van
Sina, om den gro-
ten Sineefchen
Zee-rover Koxinga al-
ler wegen te vervolgen, met den felven
te water en te lande alle mogelijke af-
breuk te doen. Naerdien dees rover,
voegden zy daer op, zonder oit den
waerom- hekent te maken , met een
magtig heir van krijgsknechten en oor-
logs-jonken
des verleden jaer s, in Qras-
maent, d\'onfen,op \'t eiland^oimoh en
Taiwan , foo vyantlijk pam overval-
len , en in den tijdt "Van ontrent tien
maenden niet alken zich Meefter van
\'t vaft land gemaekt ; maer ook het ko-
ftelijk kafteelTLtdmêLii hen ontweldigt
en in deffelfs handen gehraght heeft.

Hier-

-ocr page 112-

Hierom zoeken my ons met des Keifers
^laoht van
Sina te~vereenigen , en met
hem eene lijn te trekken, om
Koxinga te
water en te lande te bevechten, tot wy
den Jelven fidlen overwonnen entotge-
hoorfaemheid van fijne Majefteit ge-
fragt hehhen. Daer toe is heden d\' uure
^^ flonde gefchapen, om met geweld en
te zivaerde hem dien hoon hetaelt
te fet-
ten , en i onfer hevele te brengen.
Waer
op d\' Onder-koning en Veltiieer tot
antwoord gaven:
De vrede hebben die
van d Eilanden
Quemuy en Eymuy
met de Tartaren getroffen, en reeds hun
gefanten^ vaerdig ter reize naer het Hof
van
Peking, om des Keifers bewilliging
daer op te halen.
Op de vrage, na de
voorwaerden,begoßen zy te iacchen,
en zeiden zulx nier tekunnen feggen.

Wijders , vraegden d\'onzen ofze
niet wiftcn waer iiunne gevangenen

waeren ? antwoorden, op .. of

geen kans was van hen teloffen ? kre-
gen tot antwoord-zy b un beft zouden
doen om iien in\'t kort aen hunne fche-
pen re befchikken. Gevraegt ofd\' on-
zen wei een plaets acn de vafte kuUe
van Sina, of een eiland in bezitting,tot
havening hunner fchepen,mogten ne-
men : gaven tot antwoord:
het ftaet u
vry een goede plaetfe aen de vafte kufte
van
Sina ofeen eiland,waer u des beft ge-
valle, uit te kiefen, entebefitten: def-
gelijx alle havenen
(want hierom wa-
renfe ook gevraegt)
bayen en ftromen
aen de kufte van%\\n2i vry en vrank na uw
xvelgevalle in en uit te zeilen , om water,
hranthout, en ververfching voor geit te
kopen, en hy verlegen weer of ßorm een
f\'^huiUplaets te kiefen. Wy füllen onfen
^^ Janen in alle havenen, bayen en re-

ren gebieden , u de hehulpelijke hant
a ver enen, het zelve e achtervolgen en
na te komen. ^

Gevraegt, om vergunning van de
weimg koopmanfchappen, gdaden in
de Icaepen , te mogen verhandelen,
voor geld , tot betalingen verver-
Ichmge van bootsgezellen en krijgs-
knechten : dienden d\'Onder-koning
en Veltheer daer op: zy gene magt
hadden, om verlof daer toe te verll-
f en; maer t mofte van den Keizer uit
jBofvrn Peking komen. Dan had-
den maght zulx hen te vergunnen-
Na her eindigen des gefpreks oveir
zaken van ftaet en koophandel,wier-
den ieder na \'s lands wijze, aen een
bpondere tafel gezet ; té weten
d\' Onder-koning
Singlamong: de Velt-
heer
Taifing Admirael Santing
Hou Bethetok,
Stedehouder van Zwam-
fefoe :
d\'Onder-bevelhebber>» van
Kampen: Konftantijn j^obel: Bodel
d\'Af-
fiftent: beneven meenigte van grote

Mandarijns.\'DtMóx-gQtechz^n.üon-

den alle in goude fchotelen,met volle
tafelen opgefchaft, en wierd de drank
uit goude koppen, door een cierlljke
kunft gegraveert, gefchonken; zulx
d\'onthahnge over heerlijk was. Na
den maeltijd bragt d\'Onder-koning
d\'Afgezondene door zijn ganfch le-
ger, liet zijn magt bekijken, en eenige
wapen - oefeningen door de krijgs-
knechten aenrechten- Naden middag
en maeltijd namen d\'Afgezondenen
hun affcheid van de gedachte Heren,
met bedanking voor de genote eere,
en begiftiging hunner dienaren. Ver-
voegden zich toen, gezeten weer te
paerr,na hun verblijf-plaets, en kre-
gen het overfchot der gerechten en
zuiker-werk ten huize gebragt, daer
zy in de Stadt
Sinkfieu gehuifveft wae-
ren. Volgens\'sLands wijze,quamen
vele grote Heren met grote eerbiede-
nis hen bezoeken.

Den vijfden, des Donderdags, ver- "^\'^fs^x-on-

vaerdigdenzichd\'Afgezondenen,totl^:jS

het overhandigen des briefs van hare hyAenvdd-
Edele
Batavia, aendenVek-heer
Taifing Iz/ö^^i.-benevenden brief en ge-
ringe gefchenken,den gemelden Heer
door den Opper-bevelhebber
Bert
toegevoegt; te weten, een pondten
vier loot barn-fteen: eenfnoervan vijf
en vijftig koralen,een barn-ftene zanc-
lopertje; met aenbieding der
andere
fchenkaedjen van haere Edele op Ba-
tavia^en
den Veltheer,leggendenoch
in \'t
Jacht Domburg. Ontrent ten acht
uure bragten de
Tartaren acht paer-
den voor de
verblijf-plaets der Afge-
zondenen,daer op zy met hun gevolg
in \'tvelt,
wel een kanon-fcheut van
des
Onder-konings hutten , by den
Veltheer Lipoui quamen gereden tuf-

A^»^ j —"\'cn. uan naa- veitneer quamen gereden tui-

öenze daer meer geweeft , zy had- j fchenvelegewapendeTartarendoor.

M 2 Ge

-ocr page 113-

Gékometi by den Veldheer
deden d\'Afgezondenen de groetenis
aen hem op zijn Hollandfch,leverden
den Brief over, en wierden bevolen
by hen neer re zitten. Neven den
Brief wierden ook de gefchenken aen
de voornoemde Heeren en van den
Opper-bevelhebber Bort ,2ien den ge-
zeiden Veldheer
Lipoui aengeboden
en O verhandigt: doch by hem ter felf-
fter oorzake , gelijk by den Onder-
koning
Singlamong afgeflagen.

De inhoudt des Briefs luidde al-
dus :

Joan Maetzuiker , Gpperho\'oft , en
de Raden, van wegen den Nederlandfen
Staet in deLandenvanlndlién, zenden
dezen brief, nevens hunne vriendelijke
groete, aen
TaifmgLipoui, Veld-over-
fte en tweede Gebieder over het Land-
fchap van
Fokien, wegen den groten Ko-
ningvanTaifSLiytenSm^L.

Zoo haefl als ons OpperhoqftvanT^.-
youan uwer Hoogheids brief ontfangen
en daer uit verft aen had, uwe Hoogheid
in korten met
eenmachtiglegeroptrek-
ken zou, om , tot nadeel en ondergang
van den rover
Koxinga, allen mogelij-
ken vlijt aen te wenden , heeft zijn E.
vijf oorlogs-fchepen doen gereed maken,
en na de Bay van
ïngeling afgezonden,
om van onze zijde tér zee
Koxing voor-
noemt te bevechten ; doch zijn dezel-
ve Schepen, door een onverwacht juaed
weder , geftut die reize te gewinnen.
Waer na ons ook het ongeluk heeft getrof-
fen , dat
Koxinga, na tien maenden be-
leger ens , ons kafteel op
Tayouan inge-
kregen heeft.Was het Opper hooft een dap-
per krijgsman geweeft, het zou mogelijk
in zijne handen niet gevallen zijn : die
over zijne klein-moedigheid ook waer-
dig 15 geftraft te worden.

Al welke tufchen-vallen en ongele-1
gentheden veroorzaekt hehhen, datwy\\
tot noch toe gehrekiggehleven zijn, om
de goede wille en begeerte van
Singla-
mong ^^^
I
Hoogheid gelieft om reden verhaelt dit
niet (lualijk op te nemen, noch te ge den-
ken , dat het in \'t minfte aen onzenyver
gefchort heeft; verklarende hertelijken
genegen te zijn , om eendrachtelijken
met het Rijk van
Siiia,Koxingas verdel-
ging te helpen bewerken : met dien he-
dinge, het ons vry zal ftaen alle have-
nen aen te doen en onhekommerden
handel te drijven , en een bequame
plaets op de Kufte van
Sina in bezit te
mogen nemen : zonder het welk wy
Ko-
xinga
den vereifchten afbreuk niet wel
zouden kunnen doen. Vive Hoogheid,
verzoeken wy , gelieve ons hier toe de
behulpfame hand te verlenen, wanneer
wy beloven de Sineefe Zee van dién ro-
ver te fullen zuiver houden.

En om te tonen het van onfen kant op-
rechtelijk gemeent word, foo zenden wy
tegenwoordig na de Bay van
Hokfieu
twalef weerbare oorlog-fchepen, en een
goed getalfoldaten, verfien met gefchut
enkrijgs-behoefte : in welker geacht wy
vertrouwen, dat
Koxinga te water niet
zal derven komen. Opper-bevelheb-
ber ,
Balthazar Bort, dien wy daer over
geftelt hebben , ü gelaft zich met uwe
Hoogheids magt tzamen te voegen, en
alfulke uitwerkingen te helpen uitvoe-

ren , als fullen mogen voorvallen : die
God geve, een goeden en gewenften uit-
gang erlangen.

Om den Here Singlamong en uwe
Hoogheid van onzent wege vriendelijk
te begroeten , en wegen verfcheide za-
ken te
fpreken, zoo fendenwy, nevens de-
zen, daer toe uitdrukkelijk onfen Kapi-
tein
Konftantijn Nobel. Uwe Hoog-
heid gelieve hem gunftelijk f ontfangen
en zijne woorden geloof te geven ons
alles wel zullende laten gevallen, \'\'tgeen
hy aldaer met uwe Hoogheid zal komen,
te verhandelen. Jn teken
van onze goe-
de genegentheid f uwaerds , zenden wy
aen uwe Hoogheid i onderftaendeklei-
nigheden , met verzoek dezelve in gelij-
ke genegentheid gelieft e ontfangen.

f Groen 1
Éenftuk\'i Blaeu f^Laken-
ISwart .

Een half ftuk Scharlaken.

Een half ftuk krab-root Laken: in
een kas.

\'Root I

xr ^ w RlTeif ""\'HKroon-ralTen:
Eenftuk<^ Blaeuw ), .

Muskes meen pakje.
Svvart

Een fijn Lont-roer. verguit enge-
amilieert.

Een

-ocr page 114-

het lolTen zijn beft te zullen doen,
en de gelofte aen hun boord te be-
fchikken.

De Veltheer mede gevraegt, of den
onzen niet zou geoorloft zijn alle
Havenen, Bayen, en ftromen aen dc
kuft van
Sina in^n uit te zeilen, om
water,branthout en ververfching voor
hun geit te kopen ; ofhy verlegen
weer en ftorm een fchuil-plaets te kie-
zen , gaf daer op ten antwoorde:
Alle
I havenen, Bayen, en revieren ftaen vry
\' voor u open , om water, hranthout, en
ververfching voor geit te kopen: ja, dat\'
meer is
, voegde hy daer by, wy zullen
van nu af aen in alle havenen, bayen
en
ftromen, daer \'s Rijks ingezetenenen on-
derdanen wonen, gelieden u te helpen.
Is"er mangel van geit , wy zullen dat
doen hefchikken.

Endelijk gevraegt, of Zijn Edelheid
d\'onzen niet kon helpen aen het toe-
ftaen en vergunnen van den vryen
handel in her ganfch Koningrijk van
Sina, gaf tot antwoord: dat zulx te be-
„ , . . loven in zijn vermogen nochte magt

zin uit : namelijk met verzoek van ftond; maer moefte by den Keizer uit
den vryen handel door het geheel ! het Hof van vergunt en toege-
Rijk van
Sina. ftaen worden: hoewel met by voegen

Na de Brieven overhandigt, en de
groetenis van wegen den Heer
Gene-
rael en de Raden van Indien gepleegt
te hebben, (met gelukwenfching van
lang leve fijn Hoo^eidUi^om: hy zege-
praele over fijn Vyanden , en
Koxinga
met fijne aenhangelingenwierd een
onderhng gelprek gehouden, in za-
ken betreffende de Kompanjie, d\'oor-
?aek hunner komfte derwaert: gelijk
j^\'taenhooren van gifteren de Veld-
^cer t\'overige verftaen had; met ver-
zoek van de behulpelijke hand aen
den Onder-koning te willen bieden,
in het loffemvan Kunne Hollanders,
ten getale van negen en dertig, (der-
tien mans-perfoonen, zes vrouwen,
zeven kinderen , met dertien Haven
€n flaevinnen,) die gezeit wierden ^

van belofte, ter gunfte van d\' onzen
aen den Keizer zoude fchryven, om
het toeftaen des vryen koophandels.
Een zake, daer de
koopluiden in de
Stadt
Hokdeu zeer na trachten en ver-
langen. Dan niet genoech kon de
Veltheer
Lipoui zich verwonderen o-
ver het vertrek des Opper-bevelheb-
bers
Bort, met twalef fchepen uit de
tcVitttym Hokfieu ; met achterlating
flechts van een fchip in de zelve re-
viere , geladen met de gefchenken en
koopmanfchappen ; daer nochtans,
zeide hy, den Opper - bevelhebber
Bort d\'uitkomfte huns verrichten hy
den Onder-koningh en hem Lipoui
niet bekent was. Welk den afgezon-
denen zelfs vreemd voor quam-
j Toen wierd,op bevel des Veltheers,
op een van d\'Eilanden
Eymuy of | uitzilverefchotelen, tafel-borden en
Quemuy gevangen te zitten , tegen | drink-kroezen van fijngout, en zeer
een grooten Mandarijn en hun die- aertiguitgefneden, op een Zelve wij-
naers van
Koxingas volk , met d\'Af- ^ ze opgefchaft, als by den Onder-ko-
gezondene van
Batavia over-ge- | ning. Des namiddags , de maelrydt
Icheept. Hier op antwoorde de ! geeindigt, verzochten d\'afgezonden
Velt-heer
Lipoui met belofte van tot ! nen affcheid aen den Veltheer Lipoui,

M z om

Eenlang Snaphaens-roer.
Een paer Snaphaen-piftolen

haer holfters.
Een fijne geëtfte vergulde Hou-
wer-lemmer : in een kasje.
Achtien en een halve onee bloed-
korael: m hondert acht ftukken.
Drie pond drie oneen barn-fteen,in

vier groote ftukken.
Een pond een once bloed-korael,

in vier en vijftig ftukken : ineen

doos.

Een groot Bengaels Alkatijf.
Zes fijne Moerijfen: in een pakje.
Een half pikol Nagelen: in een zak.
Een half pikol Rompen:in een zak.
Een halve kas Rooze-water.
Honderd vijf en tachtig pond Zan-
del-hout,in drie ftukken.

Batavia: in ""tKafieel, den een en tvoin-
tigjien van Zbmermaend,de$Jaers 1662..

JOAN MAETZUIKER.

De Brief, aen den Onder-koning

Singlamong,Q^2im by na op een zei ven

met

-ocr page 115-

94

om te vertrekken , doch wierd hen
dat met eenSineefcheheufchheidaf-
geflagen , en bevolen noch een wei-
nig vrolijk tezijn. Wijders, vraegde
de Veltheer, ofze noch iets meer aen
hem te verzoeken hadden. Waer op
d\'a%ezondenen antwoorden , niet
anders , dan \'tgeen reeds zijn Edele
bekent was, als voren : namelijk her
afloiïen hunner gevangenen. Waer op
lipoui door den Tolk deed zeggen:
hy geenzins tracg zou zij n, maer zijn
beft doen , om in korten tijdt hen aen
boord te krijgen.

Gevraegt weder na het vry in en
uitzeilen van havenen , Baycn, en
ftromen, om water, branthoud en ver-
verfching voor de fchepen om geit te

kopen; defgelijx na het toeftaen cn . ---------------- , -

vergunnen van den vryen koophan- j nen. Wie zy binnen deze grens-pa-
dcl, door het ganfch-Koningrijk van ! len bevonden, moften het met dc
. Sina, gaf daer op het zelffte antwoort, I doodbekoopen, cn wierden ter neer
als te vooren. Op de vrage na dc I gekapt, ten einde te beletten het
dood van A^xW, zeide deVeltheer: toefchikken van koopmanfchappen
d^tKoxinm al federt een lange wijle en eetwaren, door die van devafte
overleden was: dat dievand\'Eilan- kuft van
Sina, aen hunne aenhange-
den
Quemuy en Eymuy vrede met de lingen. .

Tartten aengetroffen hadden , en Des avonds quamen drie gmte Ne-

reeds hunne gezanten reisvaerdigh
ftonden na
Peking te vertrekken, om
by den Keizer ingewilligt te worden.
Ten lefte fprak de Veldheer
Lipoui :
Hoe zoo haeftig in alle uwe zaken ? het
moet zynen tijdt hellen., Over achtien
of twintig dagen heh ik met den Onder-
koning
Singlamong in Hokfieu te ver-
fchynen : dan zullen wy met eikanderen,

vef\'
voeden z^ich

jCDynen : aan .LUUcn wy mci. ct-t^unuct ^n, vtvx» -------- j 1? -voegen z^it-"

enden Stedehouder van Hokfieu over- met hun gevolg na den onder-Konm^ Jy dmon-

, . I. 7 j______XA^r^e^ie 1 ihniir . in der^komng-

leggen, of ghy de kooprnanfchappen, die
in uwe Schepen zijn, fult mogen verko-
pen: welk, mijns bedunkens, met ooghlui-
king aen u zal kunnen toegeftaen wor-
den.

D\'Afgezondenen,, na bekomen af-
fcheid op hun verzoek, begiftigden
de dienaers en reden na hun vcrblijf-
plaets: den welken al de gerechten,
aen hunne tafels overgefchoten , in
Sincefche
Suehaes nagebraght wier-
den.

Tegens den avond quamen aldaer
van d\'Eilanden
Queymuy cn Eymuy,
negentien jonken aen , geladen met
peper, laken en andere koopvvaeren:

Singlamongcn den veltheer , in ^^^

\'tlcger,met verfoek aen hun beide:zy in\'t Leget.
wilden
,\'t geen mondeling by hen toe-
geftaen en
belooft was, fchriftelijk by
lun beide ondertekent, ter hand ftel-
len,om aen hunne gebiedende Heren,
dc Heer Generael en
de Heeren Ka-
den
van Indien, en aen den opper-be-
velhebber
Bort te vertonen : name-
lijk , dat hen
toegezegt was, hun beft
te zullen doen, zoo des doenlijk wa-
re, de
gevangenen acn de fchenen
der Hollanders te befchikken- Ten
tweede, te mogen met al hunne fche-
pen alle havenen, bayen cn ftromen,
gelegen aen de vafte kuft van
Sina, en

, dHaerc —cj---------------------

waer over niemant van d\'onzen dien aen alle eilanden, uit cn in te zeilen,

om

dag, nochte den volgenden, uit hun
verblijfplacts moghte gaen.

Door d\'Afgezondenen wierden
eenige verfpieders uitgezonden, om
kuntfchap te krijgen , waer acn die
van d\' eilanden hunne koopwaren
verhandelden- Deze, te ruch geko-
men, brachten acn, tegen rijs en ande-
re eetwaren. Want d\'eilanders van
Eymuy en Queymuy waren zeer om le-
vens-middelen verlegen, ter oorzake
dc Tarter acn de vafte kuft van
Sina,
langs den oever, allcfteden,dorpen
en plecken had doen vernielen, cn in
kooien leggen, en gantfch ter neder
werpen, tot eenen deerlijken puin-
hoop.

Op drie mijlen van den oever, te
landewaerds in, mocht geen volk wo-

gers, kundig in de Portugefche tale,
naer weg gelopen uit
Makou van de
Portugefen , en nu in dienft van de
Tartaren, voor ruiters, by d\'afgezon-
denen in hun verblijf-plaetfen , hen
gruwelijk met vele lelijke en lafterlij-
ke fcheltwoorden vloeken en honen.

Den zevenden, des zaterdags, re- D\'Afgezo»
den d\'afgezondenen des
morgens

-ocr page 116-

om water,brandhout, en ververfching
voor het fcheeps-volk voor geld te
koopen; daer-en-boven by verlegen
weer en ftorm een goede fchuil-plaets
voor hunnne fchepen te kiezen.

Ten derde, dat veihch al de koop-
"lanfchappen, welke in hunné fche-
pen
Waeren, met oogluiking in Hok-
fieu
zouden mogen verkocht wor-
den. D\'Onder-koning voegde daer
op : Over achtien of twintigdagen heh
ik in
Hokfieu te verfchijnen : dan zal
ik met den Stedehouder van
Hokfieu
overleggen , of de Hollanders de koop-
manfchappen , welke in hunne fchepen
zijn, in
Hokfieu zullen mogenverhan-
delen : waer aen ik geenfins twijfele.

Maer wat belangt het huwen van uwe
maght met de onze , ten verdelgh van
Koxinga en zijn aenhangh, zulx is ge-
daen. Die van d\'Eilanden flaen heden
met donzen in Vredehandel: daer van
dient ßil ge f we ge n , door uwen Bevel-
hehher. Doch quam hy eenige van hunne
Jonken of Vaertuigen in Zee, of in ha-
vens , hayen en ßroomen aen te treffen,
die magh hy veroveren en weghjlepen.

V Was heter evenwel gelaten, om geene
verwerring aen de kufl van SmA onder

V volk te verwekken.

Voorts vielen d\'Afgezondene klach-
tig aen den Onder-koning en Velt-
heer, over de quade bejegening der
drie Negers van gifteren : waer op zy
die aenftonds deden voor hun bren-
gen, en in hun gezichte met ftok-fta-
gen ftrengelijk ftraffen.

Eindelijk verzocht d\'onderkoning
op d\' afgezondenen , dat hun volk
noch wat vrolijk wilde zijn, en mee
ten danfe komen; na den voorgang
van hun^gevojg,de Tarters. Na beko-
men aifcheid vervoegden d\'afgezon-

denen zich weer na ^f^M.^.

Den achtften, des zondags \'s mor-
gens, wierd de Sinefche tolk
Lakko,
beneven twee Hokfteufche Manda-
rijns,{dm
afgezondenen,door des on-
derkonings moeder, op hun vertrek
uit
Hokfieu, ten gerief op de reize toe-
gevoegt) na den onder-koning en
veldheer in \'t leger gezonden, met
verzoek van affcheid aen hen, voor
« Atgezondenen, omwederna
Hok-
ßeu
te mogen vertrekken.

Na weinigvertoevens, quamen de
dienaers des Onder-konings , afge-
fchikt uit \'tleger, met vijftien geza-
delde paerden, zeer prachtig, tot ver-
wonderingVan d\'onzen,uitgeftreken,
voor de verblijf-plaets der Afgezon-
denen, om daer op door de Stadt na
\'t leger te rijden.

In aller yl vervaerdigden zich d\' Af-
gezondenen , met eenige kleinighe-
den van gefchenken , ter vereeringe
aen de vier grote Land - beftierders.
Zy dan opgezeten , reden recht na
\'t leger , en vervoeghden zich met
een Ho|landfche nederigheidt by
hen, mei bedanking voor d\' eere, die
haere Édelen hen hadden geheven
aen te doen. Hier op verfcheen, vol-
gens bevel, de Tolk
Lakko: bood den
Onder-koning aen, uit name van den
Onder-bevelhebber
]an van Kampen,
ter vereering, een grote flefch-voeder,
met vijftien fleftohen brandewijn, ze-
ftien fijne roemers, zeftien fijne bier-
glafen , zes aertige Hollandfchemef-
fen, met een fraeien bever-hairen ka-
ftoor-hoet.

Den Veltheer Taifing Lipoui wier-
den door den zeiven Tolk, uit name
vanden Opper- bevelhebber, vereert
een fraeie kaftoor-hoet; twee aertige
fnaphaens-piftolen metholfters; acht
fleftchen met brandewijn; en acht flef-
fchen met Spaenfchen wijn; drie Hol-
landfchefraeie mefTen; drie fijne roe-
mers , en drie fijne bier-glazen.

De vereeringen, den Heer Stad-
houder van
Hokfieu, Haitangkong, toe-
gevoegt , beftonden in een fchonéii
kaftoor hoet,zes aertige Hollandfche
mefTen, drie fijne roemers, drie fijne
bier-glafen, zes fleftchen metSpaen-
fche en zes flefTchen met brande-wijn.

De Heer Santing Hou Bethekok,
Admirael ter Zee en Opperhooft der
Stadt
Zwanfefoe, kreeg loi vereering
een fchonen kaftoor-hoet, vijf Aef
fdhen met Spaenfchen eri vijf fleflHien
met brandewijiir, drie fijne roemers,
drie fijne bier-glazen , vijf Holland-
fche aertige
meflrhen. Al welke ge-
fchenken ,
hoe wel van kleine waerde,
byhen met tekenen van grote aenge-
naemheid en beleefdelijken aenvaert
wierden.

Wij-

-ocr page 117-

Wijders , een lang gefprek hielden
d\'Afgezondenen met de vier Land-
beftierders , en kregen beloften van
in al hun verzoek, zoo flechts in hun
magt was , de behulpelijke hand te
zullen bieden ; met byvoegen , zy
reeds naer het Hof van
Peking aen
den Keizer den brief des Generaels af-
gezonden en gunfl:elijk voor de Hol-
landers gefchreven hadden ; zulx zy
niet twijfelden aen het toellaen en
vergunnen desvryen handels, in het
ganfch Koningrijk van
Sina.Dan,^oeg-
de d\' Onder-koning daer op, niet te
haefiig moet ghy Hollanders zijn : want
wy zijn niet gedwongen , fulx aen uwe
Hollanders te vergunnen: veel min ver-
mogen wy onfe magt met de Hollandfche
magt te vereenigen, en eene lijn te trek-
ken , om den groten
rox\'er Koxinga door
een oorloq^ te water en te lande te verdel-
gen : V en zy door hevel des Keizers, af-
gevaerdigt uit het Hof van Peking.

fVy hehhen,d\\xs vervolgde d\'Onder-
koning zijne reden
, magt na te komen,
\' \'t geen wy u Hollanders helooft en
toegezeqt hehhen , te weten, vry en
onhefchroomt alle havenen , hayen en
firomen , gelegen aen de vajie kujie
van
Sina , en de nahygelege Eilanden,
vry en onhefchroomt in en uit na uwe he-
lieven te mogen zeilen, om ververfching
voor uw volk om geit te kopen, hranthout
en water te halen , en van andere be-
hoefte te verfien; ja, zullen het aen uwe
Schepen doen hefchikken , fchoon ghy
geen geit had. Het flaet den Hollanders
vry, een goede welgelege plaetfe, ver-
fien met
een goede fcheepS\'haven, Hzy
aen de vafle kufievan
Sina, of aen een
Dan d\' Eilanden in de reviere van
Hok-
fieu ,
ofaen een van deze plaetfen,Ten-
hay,
Sotia Kitat, of aen Onkia,
in befitting te nemen, ieder der welke
veilige en ruime havenen voor grote
Schepen hehhen.

Wat belangt uwe gevangenen; wy ful-
len op heden noch hrieven afvaerdigen
aen de Beflierders van d\' eilanden
Que-
muy
en Eymuy, om te vernemen of de
Hollandfche gevangenen zich daer op
onthoud.^ en zoo ja > ivy maken ons fterk,
de verloffing te weeg te zullen brengen,
en de zelve dm aen uw hoort te he-
fchikken.

"keden des
Onder-ko-
nings aen
d\'afgezon-
denen.

I
i

Voorts deed d\' Onder - koning en
Veltheer door zijnen voordrager aen
den tolk
Lakko den Afgezondenen
aenzeggen ; zoo de Hollanders in
Sinkfieu vier of vijf dagen wilden ver-
toeVen , zy zouden befcheid en ant-
woord op hun fchryven van .de Be- \'
flierders der eilanden krijgen , en ho-
ren of de Hollandfche gevangenen
op de voorzeide Eilanden waeren.
Maer wilden zy vertrekken, dan had-
denze zeftien of zeventien dagen in
Hokfieu na den Onderkoning en Velt-
heer te wachten. Zelfs verzochten
d\' Onder-koning en Veldieer, d\'Af-
gezondenen wilden hen in
Hokfieu
wachten; naer dien zy zeer nieusgie-
rig waeren om de maght en Vloot
Schepen der Hollanders te zien.Mid-
lerwijle zouden d\' Onder-koning en
Veltheer met de grootfte Landbe-
ftierders des Landfchaps ofLandftre-
ke van
Hokfieu te rade gaen, en dan
in
Hokfieu met het Opperhoofc en Ste- \'
dehouder beneven d\' Afgezondenen
overleggen, ofdekoopmanfchappen,
welke in de fchepen waeren, met oog-
luiking
der Opper-gezaghebbers, by
hen zouden mogen verhandelt en
verkocht worden : aen het toeftaen
van het welke by d\' Onder-koning en
Veltheer niet getwijfelt wierd.
Het Rede des
was,
voegde de voordrager daer op, "»oordm-
heter dat uwe Opper-hevelhebher in de
reviere van HokiMLU gebleven, en
niet
in zee gelopen was\'-, aengeßen h^ daer
mede niet zal uitrechten :
want aen de
vafte kufte van
Sina, langs den oever
der zee hebben wy niet dan verniel-
de Steden en dorpen, daer zich eeni-
ge arme vifchers met hun vaertuig en
vifch-wand, tot\'slijfs onderhoud, met

oogluiking der Landheftierders onthou-
den : naerdien al de
grootfte Steden en
Dorpen, gelegen aen den
oever der zee,
door bevel dei Keizers, Koxingas hal-
ve , verwoeft en
rompftomp om verre ge-
worpen zijn , een
werk den Keizer aen-
geraden^ é^or
zekere^ ingeboorneTarta-
rin , des
Onder-konings Vrou - moeder,
om den rover
Koxinga den toevoer van
lijf-tocht en koopmanfchappen , uit het
Land door zijne gunftelingen, aen d\' ei-
landen
Eymuy e» Quemuy te beletten:
waer door
Koxinga der wijze met zijn

grote

-ocr page 118-

wierd, dat hy zich met al zijn krijgs-
volk en Jonken na het eiland
Formo-
fa
 en dat , Icneven het Ei-
land > veroverde, latende op
d eilanden
Eymuy én (^emuy een
kleine bezetting, van krijgsknechten.
T>anhy dit ver drag,zoo de vrede (letrof
fenis, ziüllen de Hollanders dat genoech
mder van. d onzen in bezitting krijgen.
Hier op deed d\'Onder-bevelhebber
Van Kampen,éoot den Tolk Lakko, ètn

Onder-koning vertolken: dat de Hol-
landers gehoopt hadden, nu de rech-
te tijdt gefchapen te zijnmet den

ders der eilanden in wapen-ftant : dan

men worden, is ons onhewufl. De jonge
Koxinga en al deff elfs onderdanen wil-
len den Keizer , met het affcheren des
hairs tuits-gewijze en het betalen van
fchattingen , gehoorzamen ; maer ei-
fchen een eigen beftiering en bezetting
van eigen krijgsknechten : welk of de
Keizer zaltoeßaen, flaetgrotelix te be-
duchten. De Hollanders hebben zeftigh
of zeventig dagen na befcheid des Kei-
zen uit het Pekmgfche Hefte wachten:
nameli jk of hen de vrye handel door het
ganfch Koningrijk van
Sina zal vergunt
^^orden. Ons bedunkens , van ja. Van
Karnpen
gaf daer Op door den tolk Lak-
Ko den Onder-koning en Veltheer tot
antwoord: dat in
Peking aen \'s Keizers
Hof veele loze en deurtrapte Rooms-
gezindejefuiten en Papen fich bevon-
den , die met grote wangunft tegen
de Hollanders waren ingenomen, en
hen by den Keizer vuil en veracht
zochten te maken, ter oorzake des
verfchils van Godsdienft : waer over
zy d\'onzen voor ketters uitkrijten.
Desgelijks over den oorlog, gevoert
byde Hollanders tegen twee magti-
ge Rooms-gezinde Koningen , die
Van
Spanje en Portugael , daer deze
waeren : tegen den eerften ,~die hen
van vry heden berooft en \'sLandis
voorrechten met voeten getrapt,
had, den tijd van tachtig jaren
met het afhandig maken van veclc
Sedenen Kaftelen in
Rolland: ente-
gen den laeden, met vele Srcdencn
Kaftelen den zelven in
Indien t\'ont-
weldigen , tot groot leetwezen der
Jefuiten.

D\'Onder-koning en Veltheer ga-
ven daer op door hunnen voorfpreker
tot antwoord:
T?r zelffler oorzake mo-
flen de Tarters, die
onder hunnen Kei-

Groten TartarifchenC/^tfw,Keizer van jz^r, den Groten Tartarifhen Cham,
Sina, eene lijn te trekken , en beide | het ganfch Keizerrijk van Snia met de
hunnemagten tezamen voegen, om \' iViïpe^Ê\'?? den Sineefchen Keizer had-
den groten rover Koxinga ter gehoor- den afgewonnen en f onder gebragt, ly
zaemheid des Keizers te htQngQn. X de jefuiten een veracht volk zijn , die
Waer op d\'Onder-koning door zijnen yde Hollanders daer in gelijk waeren.
voorfpreker tot antwoord gaf : Zulx ] Zy voegden\'er by, dat de Hollan-
u nu gedaen, daer valt niet meer van te } ders des te hever by hen , en welle-
fpreken : wyjlaenheden met de Bejlier- koom in Sina waeren : zouden op

de Jefuiten en Papen in Sina voor-

ofde vrede by den Keizer z,alaengeno- taen wat beter letten , als tot noch

toe gedaen was. Hoe,iLtïAQm.Qy is dat
zulk een volk.

Aldus eindigde het onderling ge-
fprek tuflchen de vier grote Landbe-
ftierders, en de twee Afgezondenen,
]an van Kampen, Onder bevelhebber
der Vlote,en
KonftantijnNobel,Schont
by Nacht, afgevaerdigt door orde
van den Opper-bevelhebber
Bort uit
de Hollandtfche Vloot van twalef
Schepen, ten dienfte der Ooft-Indi-
fche Kompanjie , uit de reviere van
Hokfeu, tot d\'opvaert na de Stadt Hok-
fieu
, en van daer over land na de Stadt
Sinkfeu, in het leger aen den Onder-
koning
Singlamong en den Veltheer
TaifingLipoui,

Toen difchten d\'Onder-koning
en Veltheer, in het by-zijn van
vele
grote Mandarijns , voor d\'Afgezon-
denen en hun gevolg, gezeten ieder
aen een byzondere tafel, in een gou-
de en zilvcrefchootelen heerlijk op:
dronken met grote vrolijkheid ter ge-
zontheid des
Keizers en des Hol-
landfchen
GQnet3idJohan Maetzuiker,
met het. omkeren der goude kop-
pen , wanneerze uitgenepen wae-
ren.

.V D\'On-

-ocr page 119-

D\'Onder-koning;vereerde eenen ie-
gelijk der Afgezondenen twee zijde
Hoffen, en een zilvere plaet: daer met
grote gulde letteren deflelfs namen
opgegraveert üonden, ten teiken de
Hollanders vry en onbefchroomt in
\'tRijk van
Sina mogten reizen, en als
Lauyaes, dat \'sHeeren, erkent worden.
Door den Veldheer wierd defgelijx
ieder befchonken met twee Sineefche
zijdeftoffèn en een zilvre plaet.D\'Af-
gezondenen bedankten hen beide
zeer hertelijken, voor de giften; des-
geiijx voor d\'eere en gunfte, die zy
hen hadden gelieven aen te doen.

Hetfchild, vereert door den Velt-
heer
Lipoui aen Van Kampen, was het
grootfte endikfte : zwaer ruim twin-
tig loot, en achtofnegenduiminde
rniddel-ftreep groot. Het onderfte
of grootfte gedeelte was volkomen
ront ,befchreven in \'t midden met zes
vergulde Sineefche letteren , niet
daer in gefneden; maer met ftempels
daer opgeflagen. De rand rontom
was met loof-werk of ftrikken ver-
ciert, ftips-gewijze uitgeflagen en ver-
gult. Het had boven tot cieraet als
een handvatfel, welk rontom met hal-
ve ronden uitgefneden was , en aen
den rant infgelijx als het onderfte
deel verciert en verguit: en daer en
boven in\'t midden met loofwerk op
een zelve wijze ftips-gewijze uit-ge-
ftagen.

Het ander fchilt van den Onder-
koning was ongelijkhchter, niet bo-
ven zes loot zwaer : zeer dun , en
nergens na zoo net gemaekt, nochte
aen den rand verguld en ftips-gewijze
met loof-werk uitgeflagen: maer
flechts boven met eenig uitgeflagen
verguld loof- en cierwerkgeftoffeert:
en had in \'t midden zeftien of zeven-
tien Sinefe tekenen of letteren.

Tiveede Gezantfchap of Bezending

Daer en boven kreegh een iege-
lijk van het gevolgh der Afgezon-
denen een diergelijke zilvere pla-
te , hoewel veel kleinder en lich-

ter.

Aen-

-ocr page 120-

Aenftonds, na de komfte deron^
zen , had d\'Onder-konmg Singla-
mong
eenen brief aen den Keizer afge-
vaerdigc, met bekentmaking van het
voornemen der Neerlandfche
Ooft-
Indifche
Maetfchappy, defgeHjx ee-
J^en ander aen den Opper-bevelheb-
ber nietveyzoek van zijn kom-
fte in
te wachten, naerdien hy zeer
nieusgierig was, om de Hollandfche
Vloottezien: ja bood aen die tot zij-
nen
eigen onkoftete Zullen van lijfs-
behoefte voorzien.

Dan Bort wasmet de Vloot om de
Noord gezeild , zulx d\' Onder-ko-
ning aldaer namaels vergeefs quam,
maer niet zonder groot onbenoegen:
het zich evenwel gezeggen , wan-
neer hem gezeid wierd, het by miftag
van het beftellen der brieven byge-
komen was.

Na verzoek van affcheid met een
Hollandfche nederigheid , en dat be-
komen , deden d\' Onder-koning en
Veltheer, met vele Tartarifche heus-
heden , den onzen geluk ter reize
vvenfchen, en door zeven
gtott Man-
darijns
door het leger buiten de wacht
geleiden.

Stadt
^ink^eu.

vloeid en bevochtigt met een reviere,
welke een uure voorby de vefting
Lanthijn uit het gebergte haeren oor-
fprong neemt: is omringt met zulk
een brede muur van gebakken fteen,
daer gemakkelijk een wagen met
paerden kan over rijden. De wallen
ftaen vol houte ftaken , boven mét
een fcherpe yzere pen , als een feis,
pwapent, daer zy een menfch mede
können doormaien.

De Stadt heeft doorgaens fraeie
ftraten , beleid met grote en kleine
Zerken, uitftekende timmeraedjen.

heerlijke fchone gebouwen en Pago-
den van blaeuwen fteen, meenighten
van huizen én winkels , geftofleert
met allerlei koopwaren van zijde
ftofïèn , porcelein , lijnwaet, hoe-
den , leerzen, kouffen , fchoenen
en diergelijke : want te
Sinkfieu i$ de
ftapel , derwaerds al de koopman-
fchappen dagelijx na toegevoert
worden. -

De huizen met venfters ftonden
open , gepropt onder en boven met
vrouwen en kinderen : de ftraten wa-
ren geboort ter weder-zijde met dui-
zenden van menfchen , nieusgierigh
om d\'onzen t\'aenlchouwen, en , tot
verwondering , met een grote ge-
fchiktheid uit het midden van de
ftraten na de huizen geweken , om
den Hollanders met hun gevolgh
vryen doorgang te vergunnen. Vele
Groten der Stadt deden, met Sinee-
fche plichtplegingen, den onzen vaer
wel wenfchen, en geluk en behouden
reize toeroepen.

Ter Stadt uitgereden, fterk ten ge-
tale van zeventien Neerianders, hon-
derd en drie dragers, vijftig Ruiters
en voetknechten , door den Onder-

Van daer redenze over een gr\'o-, koning den Afgezondenen tot gelei
te ftene brugge , geftrekt over den toegevoegt, den tijd van vier da-
ftroom van
Sinkfieu, deur de poorte ^ gen, tot aen Zwanfefoe, quamenze des
gefticht met een kromme elleboog, avonds in een groot
dorp Chinhoe,
inde Stadt, tot voor hun verblijf- rontom bemuurt.
plaats. Gezeten in de
Palakijns , die Drie grote Mandarijns bewelle-
op hunne komfte reisvaerdig fton- koomden d\'Afgezondene aldaer, en
den , redenze , na weinig vertoe-1 brachten hen in een grote bemuurde
vens, door de magtige grote Koop-; Pagode, daer de beelden opftoelen
ftadt
Sinkfieu. i aen tafels zaten. Defgelijx wierden

PeStadt Sinkfieu is gelegen elf dag ; d\'Afgezondene by de Papen bewel-
reizens landwaerds in : word door-; lekoomt, en met verfcheide difch-

gerechten treffelijk opgefchaft en wel
onthaelt.

Den negenden, des Maendags, be-
gaven d\' Afgezondenen zich vroeg
ter reize uit
Chinhoe , trokken dien
dag vele fterke veftingen en dorpen
door en in\'t gezichte verby: quamen
des avonds in een grote fterkte, daer-
ze des nachts hunneruft-plaets hiel-
den , en wierden door den grootften
Mandarijn der fterkte in zijn huis ge-
bracht, en luftig opgefchaft. Drie
fchone jongvrouwen bevonden zich
aldaer, welker een de voeten met de
N z fchoe-

-ocr page 121-

vele grote reduiten verby, ieder be-
woont (want hun dorpen waren in
dezen oorlog , door bevel des Kei-
zers afgebrand,) by over de twee hon-
derd Shiefen met vrou en kinderen.

met rottingen aen de bomen hangen ;
want al de Sinefen van
Koxingas aen-
hang, die het hair weigerden af te fnij-
den ^ wierden (aen den oever bevon-
den) door bevel des Keizers de hoof-
den afgehouwen , en die aldus op-

drie Mandarijns in Zeker groothuis,
als een krijgs-vefting, hun verblijf-
plaets des nachts,gebracht, en heerlijk
termaeltijdtonthaelt.

Den elfden , des morgens, verUe-
tenze
\'Tamwa , begaven zich op den
landweg, en reifden dien dag vier dor-
pen , en vele andere dorpen en krijgs-
veftingen in\'t gezichte verby rquamen
des namiddags aen een grote krijgs-
vefting
Tamhoe, daer zy in traden, om
wat uit te ruften, naerdien de Schout
hy\'HdLchiConflantijn Nohel,m^t een fel-
le koortze gequelt was. D\' Opper-ge-
zaghebber der fterkte onthaelde hen
luftig met het opfchaffèn van verfchei-
de difch-gerechten, doch wierd rijke-
lijk by hen voor zijne moeite betaelt.

Den twaelfden, des morgens, ver-
lieten d\'Afgezondene de fterkte T%m-
hoe, en reifden dien dag vijfgrote dot-
pen en vele fterke krijgs-veftingen, en
reduiten in \'tgezichte verby : tegen
den middagh qüamenze in de Stadt
zelve met een fijne kaftoor-hoet, vijf
fraeie Hollandfche meften, drie fijne
roemers, drie fijne bier-glazen , vijf
fteffchen vol brande- en vijf vol Spaen-
fche wijn: al welke gefchenken
San-

fchoeneti zes, d\'ander vijf en een half, i darijns in een oud gebou gebragt. Van
de derde vijf duim lang
waren,veroor-1 daer gingenfe aenftonds, met hun ge-
zackt door het prangen met zwach-
yolg,mLhethmsYmSantinghouBeethe-
telen van kints-beenaf, na de wijze Heer van groot vermogen, en

der Sinefen: want vrouwen met grote ; Oppcr-gebieder van deze grote magti-
voeten worden byhen voor lelijk ge-1 ge en noit verwonne Stad Zwanjefce,
houden: en hoe groter van ftaet, hoe ; dien zy de gefchenken, hen door den
zykleinder voeten hebben. Zyfton- I Opper bevelhebber
Bort toegevoegt,
den ophaer fchoenen, dievry hoog aenboden: te weten , eenpaerfnap-
waeren, als ofze op fielten gingen. haens piftolen , vijf ellen root khar-
Den tienden vervaerdigden d\' Af- ( laken, vier witte Moerijfen: dan naer^
gezondene zich
\'s morgens vroeg ter I dien deze giften Van Kamfen en No-
reize,|uit de fterkte, trokken dienfdag ^é\'/tegeringfchenen ,vergrotenzedc-

Tanma.

Krijgs-ve-
fiingtam-
hoe.

Stadt

tigde eenen iegelijk der Afgezonde-
nen met twee Sinefe rollen zijde,
én
een filvere plate, daer op met grote
gulde letteren deftèlfs naem gegra-
veert ftondt,
ter gunfte van dien
Heer , en ten teken zy in
Sina , als

zeggen als heeren of vaders. Daer
wierd een lang onderling gefprek van
Hollandfche en Sineefche oorlogen,
en van dien\' van
Koxinga gehouden.

Eindelijk verzochten d\'afgezon-
dene zijne gunfte, in het verkrijgen
des vrijen koophandels, door het
gantfch koningrijk van
Sina, voor de
Hollanders: daer hy, zijns gevoelens,
niet aen twijfelde : voegde \'er by:
maren uwe fchepen hier dicht hy, of in
de reviere, ik kochte den Hollanders al

hunne koopwaren af Na lang genoech

gepraet,en wel gegeten en gedronken
te hebben, namen d\'afgexondenen
meteenHollantfche beleeftheidhun
affchëit, bejegent defgelijkmet vele
Sineefche heufcheden, en reden naer
hun
verblijf-plaets. Veele grote Ai^»-
darijns quamen hen aldaer bezoeken,
uit een overgrote nieusgierigheid
van
met d\'onzen in mond-gemeenfchap
te treden,en hen te zien; brachten hen
vruchten en zuiker-werk, en hielden

VICLU Iiii-l. ïivyw. Vi* ---------- \' ! 1 7 / J •• 1

om van Koxingas volk nietwegh-ge- [ting Hou Beethekok door zijnen die-
fteept te worden. Zagen defgelijx ne- naer met grote aengenaemheid deed
genfterkekaftelen, en velelanghari- ontfangen en voor hem brengen;
ge hoofden der Sinefen , in mantjes deed toen luftig opfchafTen en begii-

aen aigeiiouwcu , cu «iv, aiww^ --—- , — . . \' .

gehangen.Des avonds brachtenze het ÏLauyaes mochten reizen. Lauyas ot
aen de Stadt r^wwa, wierden door
 een eer-tijtd,en wil zoo veel

Zwanfefoe, en wierden door de Man- hen den meeften nacht gefelfchap.
^ Den

-ocr page 122-

Den dertienden,des morgens, ver-
lieten d\'Afgezondenen met zonnen
op-gang de fterke
Si^idt Zwanfefoe;
fterk te zamen hondert negenrhien
Kopoen , zeventien Neerlanders,
twee
Mandarijns, m hondert dragers:
togen des voor middags vijfgrote be-
wiuurde dorpen door, en meenigh
«oï-p in \'t gezicht verby, beneven drie
gfoote krijgs-veftingen , gefticht op
bergen : quamen daer-
Jc.\' ! ZSZ ^^erfterke krijgs-vefting,

fe. f\'f, derwaerds zf
m
I - Zich vervoegde^ , ^^^^^^^

dne^grote Mandarijns binnen gehaelt,
öie hen heerlijken met het opfchaffen
van verfcheidene dis-gerechten ont-
haelden , tegen een verfchuldiging
van Spaenfche realen , door d\'Afge

zondene aen de dienaers.

, ^^^ veertienden, desZaterdaghs
smorgens, trokken d\'Afgezondenen
wit de fterkte
Zwanjehoolp den land-
^egh , doorreifden dien dagh
veele
oorpen door, en in \'t gezichte verby.

gelegen in heerlijke fchoone landou-
wen : quamen des avonds aen eèri
flerk bezette plaetfe ,
Enwaho ge-
inaemt,daer zy dien nacht in een grote
Pagode hun flaep-plaeisnaemen,met
goede onthaeling door de Papen.

Des Maendaghs morgens, den ze-
ftiehden, begaven d\'Afgezondenen
zich weer vroegh op den reis-wegh
trokken dien dagh verfcheide krijgs-
veftingen , reduiten, en dorpen door,
en zagen véle andere van verre leg-
gen : Quamen dien avondt noch aen
dé Stadt
Enwa, daer hen drie grote stadt
Mandarijns
bewellekoomden, en in
een geweldige groote en rontom be-
muurde Pagode bragten, en heerlijk
onthaelden. Over de vijftigh Sinee-
fche Papen hadden in deze Pagode
hun verblijf

Veele kamers waeren in deZe Pa-
gode, ieder geftofieert met vele dier-
lijke beelden, in de gedaente van
mannen,
in vollen gewaet gekleet dié
op ftoelen rontom aen de tafels za-

ten,

^ 3

-ocr page 123-

deze Pagode zich bevonden, deden
voor hunne Afgoden brand-offer,met
het ontfteken van ontelbare hebten,
en branden van wierook, t\'effèns daer
onder lieffelijk op maet te zingen,
en op een gom te flaen: welk duurde
tot aen den dagh.

Des anderen daegs vereerde d\'On-
der-bevelhebber
Van Kampen aen de
Sineefche Papen twintig rijxdaelders,
daer voor zy hem niet vele Sineefche
dienfl-biêdingen bedankten.

Des zeiven daegs begaven de Ge-
zanten zich noch op den reis-wegh:
door-reifden dien dag een heerlijken
enfchoonenlandou, welk door den

oorlogh niet gefchondenwas, maer
noch in vollen ftand lag : door-togen

vele beboude dorpen, en in \'t gezicht
verby , omtrokken alle met hooge
muuren: zagen defgelijx meenigten
van aeloude heerlijke gebouwenen
cierlijke begraef-plaetfen , bepoot
langs henen met een rei bomen, en
rontom bemuurt. Ter wederzijde
ftonden,recht in eene lijn,gewapende
mannen, te voet en te paerde, met
tigers, draken, en vele vreemde ge-
ftalten, in blaeuwen fteen uytgehou-
wen.
Ieder graf-ftede had een prach-
tigen ingang, en van binnen een graf,
gemaekt met een klein ovens-gewij-
ze deurtje, de plaets om brand-offer
voor d\'afgeftorvenen te doen. Men
zag\'er ook veele graf-fteden, op ieder
der welke uitgehouwen fchil-padden
van groote blaeuwe fteenen ftonden:
andere waren verciert met triumf-
b o ogen daer by gefticht.

Tegen den avond quamenze by de
groote fterkte
Lantongzwaa, gelegen
op een hogen bergh, genaemt,

daer zy door drie Mandarijns inge-
haelt,en in het huis van denOpper-ge-
biederder fterkte gebrocht wierden.

Een heerlijk onthael wierd hen
door den Opp er-gebieder aen gedaen,
en onder elkandre een lang igeforek
over den Hollandfchen,Tarmrifchen
en Sineefchen oorlogh gehouden.
Hunne Vrouwen quamen voor de ka-
mer, daer de deure met een klein ven-
ftertje was, uitkijken, om d\'Afgezon-
hoorden , dat hunne drank zeerfma-
kelijk was; en kregen een fteffche vol.

sterkte
Lantong-
zwaa.

Den achtienden trokken d\'Afge-
zondenen hiet voordes middagster
reize , by mangel van dragers, wijl
een groote magt van volk, met koop-
manfchappen , was verby gereift, en
de meefte dragers tot het overvoeren
der zelve met zich genomen had. Zy
namen voor den middag hun affcheit
van de drie
Mandarijns, en befchon-
ken ieder met
v^eeMourijzen,tn hun-
ne dienaers met dertien teil
Japans zil-
ver. Dien dagreisdenzenochal door
veele dorpen eh in\'t gezichte verby,
en togen, kort na den middag, door
een groot onbemuurt dorp, daer een
der grootfte
Mandarijns hen te gaft
noode, en inkoftelijk onthaelde, met
het voorzetten van verfcheide difch-
gerechten , geftapelt ter tafel op en
neven elkandre.

De Afgezondenen vonden \'er vijf
Sinezen, die voor vijf dagen met een
jonk uit Taiwan ontvlucht waeren :
waer onder een was, die zoo veel ge-
broken
Hollands kon fpreeken, dat Van
Kampen
hem verftaen kon. Dees
maekte hem bekent, hoe
Koxinga,
en de Veltheer Beethetok, van de Tar-
taren overgelopen, (twee der kloek-
fte en wakkerfte helden , en fon-
derweerga , afgerecht, zoo te voet als
te paerde op boog en roer,) beide op
Taiwan in wanhope overleden waren:
dat groot gebrek van levens middelen
en geweldige grote fterfte op
Taiwan
ontftaen waere, met fneuveling van
duizenden van zielen.

Tegens den avond quamenze in de
Md Hokzwa, en wierden door drie
Mandarijns in een groot huis ge-
bracht , daer de
landbeftierders, wan-
neerzeom \'slands zaken uitreizen,
hun verblijf nemen: want deze hui-
zen (gelijk
reeds te voren verhaelt
ftaet)hebben vele en verfcheide grote
kamers, geftoffeert
met fchone bed-
fteeden, ftoelen en banken; zijn des-
gelijx verzien met keuken-huizen en
koken
-gereetfchap, kokken en kok-
kinnen , grootepaerdeftallen en huis-
veftingen
voor ruiters en voetknech-
ten.

ten, als levendige menfchen. De Si- denen te zien, met eifchingvaneen
neefche Papen, die over de vijftig in dronk Spaenfchen wijn, naerdien zy

-ocr page 124-

ten. Het Opperhooft en Stedehou-
der befchikten den Afgezondenen
patrijfen, verkens ,negen ganzen, zes
endtvogels , zeven hoenders, bene-
ven vele boom - vruchten , appelen
van Oranje, noten, kaftanien en gro-
^^ peren. Na den eten vervoeghden
^ie 1 henwaerds vele Groten der Stad,
met twee Mandarijns, die uitlde Stadt
Peking quamen reizen , metjtyding:
de geruchten in de Stadt
Peking He-
pen, dat de vrede tuffchen den Kei-
zer en
Koxinga genen voortgang zou
nemen, ter oorzake d\' eilanders van
Eymuy en Quemuy hunne eigen Be-
ftierders cn krijgsvolk wilden hou-
den. Defe verwittigden mede het o-
verlijden van
Koxingas gezant op de
reize na
Peking, door een fchielijken
overval van ziekte, zonder te kun-
nen zeggen, of weer een ander in def-
fèlfs plaetfe van d\' Eilanden
Eymuy en
Quemuy XOU afgezonden worden.

Des Donderdags, den negentien-
den, trok een groot gelei door de
Stadt, welk van
Hokßeu quam , na
Sinkfieu aen den Onder-koning, met
reistuig en tyding van het overlijden
des Onder-konings Vrou-moeders
doot in
Hokßeu : waer over d\' Afge-
zondenen na dragers moften wach-
ten. Midierwijie ging d\'Onder-be-
velhebbery
^ïK van Kampen de Stadt be-
zichtigen , en ontmoete onder het
gaen zekeren Kaftèr,weg-gelopen van
Makau , en nu in des Keizers dienft
voor krijgsknecht. Dees bracht J^an
Kampen buiten de Stadt in zekereSi-
iieefche ChriftenPagode, daer, vol-
gens verhael des Kaffers,ontrent voor

MarttnusUarüni, vermaert door het
befchryven van den
Sineefchen At-
las
en andere gedenkwaerdige ael-
outheden der Smefen, dezerwereld
overleden was.

Des jaers zeftien hondert drie en
vijftig quam dees
Martinas met een
Portugeefch Jacht van
Makaffer op
Batavia , na een verblijf van tien of
twaelf jaeren in het Koningrijk van
S^na , tot voortzetting c

rmg van

f.r \' ^?^^tzetting des Room^
fchen Geloofs, met bekering van o-
ver de twee duizend zielen, zoo men
^eid, en trok ten zeiven jaere van
Ba-

tavia met het Schip de witte Olifant,
gevoert by den gemelden Jan van
A^r^w/é-», als Schipper, naer/ïW/W-
dan het Schip te
Bergen in Noorwegen
ingelopen, reifde Martinus van daer
door de
Zond over land na Holland,
en quam alhier f Arnflerdam , aldaer
hy de voorzeide werken in \'t licht
gaf.

Tegens den middag verlieten d\'Af trekken mi
gezondene de Stadt
Hokzwa , bega-
ven zich op den land-weg en reifden
\' vele dorpen in \'t gezichte verby. Met
\' het vallen van den avond raektenze
in een dorp, daerzy, naer gewoon-
te, in een grote Pagode trokken, en
des nachts hunne ruft-plactfenamen,
met goed onthael by dc Papen.

Des Vrydags \'s morgens, den twin-
tighften , begaven d\'Afgezondenen
zich weer vroeg op den land weg ter
reize: trokken des voormiddags door
een dorp, wel een half uur gaens lang,
doch des verleden nachts door de ro-
vers wel meer ais half afgebrandt^
met omkomen van ontrent honderdj
zoo ftok-oude mannen, als vrouwen
en kinderen, die eenfdeels door den
brant, eenfdeels door het zwaert ge-
fneuvelt waren. Zulx d\'Afgezonde-
nen zich zeer gelukkig achten , zy
dien nacht aldaer hun^verblijf nietge-
had hadden; belet t\'aller geluk, daegs
te voren, door hunne dragers. Het
vrou-volk fchreide jammerh k , eil
zocht ieder in de neergeftorte huizen
na haer kinderen.

Tegens den middag quamen d\'Af-
gezondenen even buiten het dorp,
\' by een groot huis, daer de Sinefen,
met eenen Mandarijn ter wacht fton-
den. Dees haelde d\'Afgezondenen
in zijn huis, deed heerlijk voor hen
op - fchafïen, en was zeer verblijdt >
dat zy des vorigen nachts geen on-
gemak geleden hadden.

Tegens den avond namenze hun
affcheit van den Mandarijn, befchon-
ken deffelfs dienaren met tien tijl
Chinas Japans fchuit - zilver , en tra-
den , geleid door den zeiven, aen den
oever van een inlandfche reviere, in
een berk, welke zeil-vaerdigh lag, om
hen, met hun gevolg, na de Stadt
Hokßeu te voeren.

Des

-ocr page 125-

Dès nachts qüamenze by een gro _
te krijgs-veüing , genaemt
Lauijt ox
Julauya , gelegen op den kruin eenes
bergs : gelijk,
volgenseengebruik by
de Sinefen, meeft aldeveftmgen op
bergen gefticht zijn. Daer by was een

overvaert voorde reifende man.^

Den een en twintigften, des Zon-
dags \'s morgens, qüamenze aen Lam-
thay,
de voorftadt van Hokßeu , on-
der
het bewellekomen door vele gro-
te Mandarijns, en het Opperhooft der

fterke Stadt die hen tretiehjk

onthaeldenen luftig opdifchten. Na
de maeltijdt wierdenze door vele gro-
te Mandarijns en het Opperhooft
voornoemt, door de Stadt geleid en
in vele heerlijke oude gebouwen en
vele fraeie Pagoden gebragt. Des a-
vonds-vervoegden d\'Afgezondenen
z ich weder by de berk, ter rufte, hoe
wel het Opperhooft van
Minjazeen,
zijn huis tot hun verblijf aenbood,dan
wierd beleefdelijk byhenafgeftagen.
^ Den twee en twintigften vaerdig-
den d\' Afgezondenen den Sineefchen
tolk
Lakko, met twee Mandarijns, hun
reis-genoten, na de
Stadt Hokjieu voor
af, en maekten zich felfs gereedt, met
eenige kleinigheden van root fcharla-
ken,kroon-ras en zaien, ter vereering
aen het Opperhooft
Hanlauya der
fterkte
Minjazeen, endenStede-hou-
dervan
Hokfieu: defebefchiktenhen,
verwittigt door den tolk
Lakko van de
komfte der Afgezondenen , vijftien
gezadelde paerden tot de derwaerds
reife. Dan
Van Kampen, een weinig on-
paft\'elijk, bleef in het vaertuig, en
reed
Konftantijn Nohel, met het gevolg^
en voorfeide gefchenken na
Hokßeu :
quam des avonds, v^dtQ Hokfieu ont-
haeld, weer te
Lamthay in de berk.

Des anderen daeghs, den drie en
twintigften, nodigde de grote Man-
darijn der fterkte
iQ Lamthay , d\'Af-
gezondenen ten middagmael: het
welk zy hem geirnehadden afgefeid, ^
maer uit vreefe van ondank by hem te
besäen, bewilligden in zijn verzoek."
Vele grote Mandarijns beneven het
Opperhooft van
Minjazeen en dat
van £»g/i«gverfchenen termaeltijd,
welke met vrolijkheid en luftig goe
der maken geeindigt wierd. DeHe-
ren
Sinefen rieden d\' Afgezondenen
van noch feven of lacht dagen te blij-
ven , ora
d\'inhaling des Onder - ko-
nings te
helpen vieren, tot verder ver-
rechting hunner zaken : beloofden
hen de
gunftige hand te bieden, in
het verfoek van de koopmanfchap-
pen, welke in de Schepen waren, te
mogen verkopen; daer zy alle zeer
na verlangden.

Kujgs- vs-
ßing Ati-
l^mya.

Den vieren twintigften,des Dings-
dags \'s morgens, reden
Van Kampen en
Nohel beide na Hokfieu, om de Stede-

houder , en de grote Mandarijns der
Stad te begroeten, t\'effens hen met
eenige kleinigheden, vijf ellen fchar-
laken, een ftuk kroonras, en een fij-
ne kaftoor-hoet te befchenken- De
gedachte Heeren aenvaerden de ge-
fchenken met beleefthdd, en Sinee-
fche plichtplegen: fchaften luftig in
zilvere fchotelen allerhande Ipijze
op, en fchonken den drank uit gou-
dekoppen, in vrolijkheid: feiden den
Afgezondenen gunftig te zullen zijn,
in het verkrijgen van den vryen
handel : dan moeften niet te zeer
haeften.

De Zon aen \'tondergaen, namen
d\'Afgezondenen hun affcheit van
den Stede-houder en vele grote Man-
darijns , met een Hollandfche groet,
daer in de Sinefen van hunne zijde
hen niet fchuldig bleven. De dienaers
wierden door d\'onzen befchonken
met tien tijl
Sina-Japans fchuit-zilver :
ieder tijl gerekent op zeven en vijf-
tig ftuivers.

Hier op reeden d\'Afgezondenen
weer ter Stad uit, door den drang van
duifenden van menf9hen, en quamen
tegens den avond weer te
Lamthay,
in hun vaertuig, de ruft-plaets des
nachts.

De Stad Hokfieu, anders Changcheu mfieu-
genaemt, heeft heerlijke grote ge-
bouwen van blaeuwen fteen , vele
grote Pagoden ; is omrmgt met een
hoge muur, en gefterkt met bolwer-
ken en een wijde graft. De ftraten
zijn beleid metzerkftenen.

Den vijf en twintigften quam het
Opperhooft der fterkte ver-

zelt met den grootften Mandarijn,
d\'Afgezondenen in de Jonk bezoe-
ken.

-ocr page 126-

kfeii, met het toewenfchen van een
goeden morgen. Hen wierd by d\'on-
zen een glas Spaenfche en Rijnfche
wijn gefchonken : daer na een lang
gefrrek onder elkandren van den oor-

gehouden.

Öe fterkte Engeling leid aen den oe-
ver der zee : alwaer een fchone ha-
Ven enBay voorSchepenis. Aen de-
Ze Bay lag voorhene een grote koop-
ftadt, mede
Engeling geheten ; maer
is door de Tarters t\' eenemael ver-
woeftenvernielti

Midlerwijle komt een Tarter, een
krijgsknecht van
Hanlauya , met een
brief van den Opper-"bevelhebber
Bort, aen d\'Afgezondenen Jan van
Kampen
en Nohel D\' inhout quam op
dezen zin uit:

Dezen morgen heh ik verflaen j U E.
her afkomjie tot
Hokfieu , op dg iveer-
komftevan denOnder-Fiskael^2Si
Mel-
man ,
afgevaerdigt door ons na de re-
viere van
Hokfieu,ö»? daer na te verne-
men,en het Opperhooft van
Minjazeen
eenen hrieftce te brengen. Des dan ver-
wittigt, desgelijx uit U E. voor afgezon-
den haeflig fchryven, hoe de Tartaren
met die van
Eymuy en Quemuy de
vrede aengetroffen hebben, u daer uit te
hef uiten , zy met ons f hunnen nadeele
niet aenvangen,maer eer afdringen zul-
len, {zoo zyflechts daer toe bequamege-
legentheid bekomen ,) en vergoeding
van fhade, (^dewijl het nu met deze
vrede hunne ondierdanen geworden zijn)
reeds aen gedaen , en die wy noch hen
aendoen kunnen , trachten te nemen.
^^ dit middel hen te benemen, wen-
hebbe ^^ ^^^
Domburg hier te

Geven evenwel heden daer toe geen
andere orde, cm, door al te fchielijke
verandering, hengeen nadenken van
misvertrouwen te geven. Dan zende U
E. het wei-bezeilde Jücht de
Zeehond
toe, om zich daer mede, op den ontfang
dezes, f onswaerd te begeven. Bevele
V E. dit aldus na te komen , om ons
verßag van uw wedervaren en verrich-
ting te doen. Ten einde dan met elkandre
t overwegen en bef uiten , ivat in dit ee-
wricht en voorval van zaken , ten dien-
Jle der Kompanjie j en afhreuk des vy-
ands, behoorde ondernomen te wordeni
Vit de vloot, in \'tJacht
Naerden, voor
Tinghay, den vijf en twintigflen van
Wijnmaend, des jaers zefiien honderd
twee en zefligi

Balthasar Bort.

Het Opperhooft van Engling, die
zich met den grooten Mandarijn der
fterkte noch by d\'Afgezondenen be-
vond, befchikte aenftonds , op hun
verzoek , dertien gezadelde paer-
den , ter reize naer
Hokfieu, om te
vragen, of d\'Afgezondenen nahun-
ne fchepen mochten vertrekken.

Tegens den middagh verfchenen-
ze weder in de Stadt
Hokfieu, en qua-
men by het Opperhooft, en by den
Stedehouder en vele grote Manda-
rijns , met verzoek van verlof tot
hun vertrek na de fchepen. Waer op
het Opperhooft hen met beleefde
woorden aenging.
Hoe zoo haeflig,
daer ghy noch vermoeit van het reizen
zijt ? Het jsbeter voor u, hier zoo lang
te vertoeven, ter tijdt d\' Onder-koning
Singlamong en Veltheer Lipoui hier
verfchenen zijn. Uwe zaken worden in
grote achting in het Rijk van
Sina geno-
men. Wy hebben na het Peking fche Hof
aen den Keizer, van u met grote lof, en
ten voordele der Hollanders
gefchre-
ven. Na allen fchijn zal in vijftig of
feflig dagen tijding weer te ruch komeni
Binnen tien of negen dagen ten aller-
langfie hebben d Onder-koning en Velt-
heer hier in
Eïokfteu te verfchijnen^
Het zal dienfli(i^ voor u zijn hier zoo lang
te blijven , en d\'inhaeling des Onder-
koning by te wonen, welk hem- wonder
wel zal gevallen. Midlerwijle kuntghe
dagelijx aen de grote Mandarijns in
Hokfieu de bezoeking doen , een zake
zonderlingh voordelig in uw
verzoeke
Wy vertrouwen vaflelijk , dat u de
vrye handel en het verkopen der koop-
manfchappen
, die in uwe Schepen zijn^
fal toegeflaen worden.
D\' Afgezon-
denen bedankten
haer Edelen voor
de gedaene
moeite en trouwe ver-
maning,
doch deden door den tolk
Lakko henjzeggen : hoe hun Opper-
bevelhebber aen hen gefchreven hads
zy zich ten fpoedigfte by de Vloot
O ors-

-ocr page 127-

het gezicht van duizenden van men-
fchen , die derwaerds uit alle hoe-
ken te zamen waren gelopen : qua-
men eindelijk te
Lamthay by hun
berk : gingen daer op by het Opper-
hooft en by den groten Mandarijn
der fterke krijgs-vefting, om hun af-
fcheid te nemen , met bedanking
voor d\' eere, die zy hen hadden ge-
lieven aen te doen. Zy wierden van
daer door hen beide aen de Jonk ge-
leidt , en befchonken de dienaers
met tien Hollandfche Rijks-dael-
ders , daer zy d\'onzen op zijn
Sineefch heufchelijk voor bedank-
ten.

Den zes en twintigften, des Don-
dags \'s morgens , quam de groote
\'M.2LXid2Ln}n Hanlauya,Opperhooft der
fterkte
Minjazeen-, aen den oever der ,
reviere , haelde d\' Afgezondenen
met grote eerbewijzinge uit de Jonk,
en noodigde hen ter maekijdt. Op
het ernftelijk verzoek van dien Heer
derfden d\'Afgezondenen het neen
woord niet geven, maer bewilligden
in zijn bede , en gingen , verzelt
met het Opperhooft
Hanlauya , en
vele grote Mandarijns na de krijgs-
vefting
Minjazeen, daer zy de Jach-
ten
Domburg en Zeehond zagen , en
fpoeiden zich voorts na zijn huis.
Aldaer gekomen, wierdenze heer-
ga tot gehoorzaemheid des Keizers
te dwingen. Ten einde van dien t\'on-
derbrengen, washy door \'s Keizers
bevel na den oever der zee gezon-
den , zonder hy hope zag , tot den
voortgangh der vrede tuffchen den
Cham tn Koxinga, in Peking aen den
Keizer door gezanten by den zei-
ven verzocht. Wel had hy verftaen,
dat de komfte der Hollanders, in de
Hokfteufche reviere, den groten
Cham
zeer aengenaem was geweeft, zulx
by hem aen het verkrijgen des vryen
handels , in
Sina , niet getwijfek
wierd.

tos

onder de hoek vmTinghay te bege-
ven hadden: waer op het Oppèchooft
door zijnen voordrager deed vertol-
ken :
Willen de Hollanders vertrekken,
zy kunnen na hun welgevallen. Dan
eerft wat gegeten.
Hier op wierd voort
opgefchaft,
en ieder na \'slands wij-
ze aen een tafel gezet. De gerechten
beftonden in verfcheide lekkernijen,
alle opgedifcht in goude en zilvere
fchootelen. Wanneer de maeltijd ge-
eindigt was, viel een lang gefprek o-
ver den Sineefchen en Hollandfchen
oorlog. Na d\'Afgezondenen wel

gegeten en gedronken hadden , na- ........d--.\' - ------------ v

men zy meteen Hollandfche beleeft- tijds den Groten Tartarifchen Chani\'
heid hun affcheid , en wierden by grote dienften gedaen , en het fpits
het Opperhooft en Stedehouder en voor afgebeten had, t\'efTens met den
veele grote Mandarijns , met veele zeiven het ganfch Koningrijk van
plichtplegingen vaer wel gewenfcht. na te helpen winnen.
D\'Afgezondenen, geftegen te paer- Hy maekte , zeide hy, zich nu
de ,
reden voorts door de Stadt, in ook fterk , den groten rover Koxin-

XPafg^x.on-
denen ko-
men \'^hy
HanlmyA
ter mael\'

Dan te haeftigyTLtidthj, zijt ghy Hol-
landers : ghy had zoo lange in de re-
viere van
Hokfteu moeten Uijven,
tot de komfie des Onder-konings m
Veltheer
Lipoui: gemerkt de vrede met
Koxinga genen voortgang zal heh-
hen.

Na het eindigen des gefpreks en
maekijdt, namen d\'Afgezondenen
van het Opperhooft
Hanlauya tvi^^si
veele groote Mandarijns eerbiedelijk
hun affcheid , met bedanking voor
de genote eere en vriendfchap : waer
op
Hanlauya en de Mandarijns met
vele Tartarifche plichtplegingen hen
geluk ter reize wenfchten , met be-
vel aen hunne dienaers van driemael
//^Ê\'É\'/luitruchtig te roepen.

Over

lijk bewellekomt, en door de die-
naers , met luids keels driemael/^^Ê-/,
dat \'s
lang leve, te roepen, begroet:
een zonderlinge wijze van hooge
eer - aendoening in het Koningrijk
van
Sina, en gebruikelijk by voorna-
me Heeren , die zulx gewoonlijk
door hunne dienaers laten doen.
Toen deed
Hanlauya voortreffelijk
den morgen-koft op fchafïèn: en
wierd onder elkandren een lang ge-
fprek gehouden, over den oorlog in
Holland en dien in Sina, geduurt (ver-
fta dees laefte) den tijd van over de
twintigh jaren : daer in
Hanlauya al-

-ocr page 128-

iof

dienile der Kompanjie, hare zaken
ga te flaen, en op alle voorvallen eeii
wakend oog te
hebben.

Den een en dertigften wierd d\' On-
der-bevelhebber
jan van Kampen, \\ïoe-
wel bevangen met een vergiftige
koortfe en felle land-ziekte , belaft
met zes kielen om d\'ooft te gaem
Den tweeden van Slacht-maend
vertrok het Fluitje de
VinkymTing-
hay mzt
de reviere van Hokfieu.

Den derden wierden twee hon-
derd krijgsknechten van de Vloot,
door laft des Opper • bevelhebbers
Bort, te lande gezonden, om de Si-
nefen uit
Tinghay van \'t gebergte te
jagen : dan vonden de
Sinefen in te-

^ ^ O --------------- genweergefteh; zulx d\'onzen weer

digheden. Voorts voer Van Kampen \\ na den oever weken , zonder iets

met de Jonk aen \'t Jacht de Zeehond, uitgerecht re hebben.

gevoert by Schipper Jan Hendnkzen-. ben vierden quam het Jacht dé

ïtZt\'.f ? denzeven | Zeehond, uit de/eviere van HokfiKu,

en twintigften ,het anker, en zakte j by de Vloot onéoTTm.hay weer ten
met een voor-ebbe na den mond der anker , gelijk des anderen daegs het
reviere, in wille van met d\'eerfte goe- Fluitje de F/;^/\'.
dewmdmideSchepen,onderTinghay, Ten zeiven dage wierd by al de
over te fteken : daer hy des anderen Schepen branthoutgehaeld.
daegs tegens den avond aen quam. Den zeften vertrok de Fluit
Breü-

d\' Onder - bevelhebber Jan van Kam-
pen ,
en de Schout by Nacht deden
zich aenftonds aen het Jacht
Naerden,
by den Opper-bevelhebber Bort, zet-
ten, ten einde verflag van hunne we-
dervaren cn verrechten te doen , en
de brieven van den Onder-koning
Singlamong , en den Veltheer Lipoui,
den zeiven t\' overhandigen.

D\'Inhoud dezer brieven beftond
^■»eeft in de beloften , reeds te voo-
re mondehng door de gezeide Hee-
ren
, aerj Kampen en Nohel be-
kent gemaekt. Te weten, aenbiedin^T
vanvrienafchap, te mogen met huS
Schepen alle havenen, bayen en ftro-
men , aen de vafte kuft van
Sïna aen te
doen, en by verlegen weer in en uit te
lopen: defgelijx water, branthout en
ververfching, ten behoef der vlotelin-
gen voor geid mag kopen.

Den dertigften , des maendaghs,
Wierd de Schout by Nacht
Konflan-
tijn Nohel
mee het Jacht de Zeehond

enFiuitje Ter Boe de uit deWooi, on-
der
Tenhay , na de reviere \\2Ln Hok-
fieu
afgevaerdight, om aldaer , ten

kelen met de buit-goederen, op zee
verovert, en met de brieven van
het verrechten der Afgezondenen
naer
Sinkfieu , uit de Vloot naer Ba-
tavia ,
onder gelei van het Jacht de
Zeehond, en de Fluit Ter Boede , tot
buiten d\' eilanden , die des anderen
daeghs weer by de Vloot onder ri;?^-
hay ten anker quamen.

Den achtften, des morgens , ftak
Fan Kampen met de Jachten Sie-
riKzee , Ankeveen
en Loenen zee-
waerds , om in \'t Noorde te krui-
fen ; maer quam des middaeghs,
belet door ftorm en tegen-ftroom
weer onder
Tmghay ten anker op tien
vadem,zonder te kunnen vorderen.

Den tienden, des Vrydaghs,lich-
te weer d\'Onder - bevelhebber
Kampen het anker, om noordwaerds
te wenden , doch
quam weer , zon-
der te kunnen
vorderen , op vijf-
tien vadem ten anker. Zagen in
\'tzuid-wefte, zoo wijd Zy\'^beoo-
gen können , vijftien of zeftien Si-
neefche Jonken : derwaerds het Jacht
de
Seehond en Kalf m^t de boot
^ 2 • van

Over maeitijd was ook dik wils hec
Woord/■^^é\'i\'fgehdort, waer op zom-
mige dèr dienaers zich bogen ; ande-
re plat ter aerde vielen.

De Tarters by d\'onzen geVraegt,
of het
woord Fueet de naem van
eenen Heilig was: antwoorden neen:
maer flechts een woord van pHcht-
pleging , daer zy eenfdeels mee te
kennen gaven hoe onderdanig de die-
naers hen, cn hoe wellekom de gallen
byhen waeren: want als de dienaers
zich weer op de been over eind ga-
ven , riepen zy driemael
Füeet.

D\'Onder-bevelhebber Van Kampen
befchonk de dienaers met vijftien
Hollandfche rijxdaelders; en zy hem
in vergelding met Sineefche eerbie-

-ocr page 129-

van Zierikzee, en die van Ankeveen,
gemant met volk en wapenen, afge-
fchikt wierd. Dan de Sineefche vaer- !
tuigen, door fnelte van zeilen , ont-
quamen met de vlucht : behalve een
Champan, met een weinig vis, die door
de boot des Onder-bevelhebbers, on-
der de wal, beknelt wierd : beneven
een ander groot vaertuig; hoewel niet
het volk of Sinefen ; want die vluch-
ten met hun klein vaertuig naer land.
Het groot verlaten vaertuig wierd by
d\'onzen in de grond gekapt; maer de
Champan, met de vilch ,iaen boord des
Onder-bevelhebbers gebragt.

Den elfden, des Zaterdags, lichte
Van Kampen weer met zijne Jachten
\'tanker, om na de Noord op te fte-

een fterken\'tegen-ftroom , om de
Zuid , des avonds , onder een der
noordelijkftc Eilanden van
Pakka, op
veertien vadém ten anker.

Des Zondags , \'s morgens\', den
twaelfden, wierden twee Jonken in
\'t zuid-weften gezien, die na
Tinghay
fche nen koers te zetten : daer Van
Kampen
na toe zette , deed vaft zijn
beft , om noordwaerds te winnen ;
hoewel vruchteloos, ter oorzake van
tegen-wind en ftroom, en quam ten
anker op achtien vadem, onder d\'Ei-
landen van
Pakka,znéois Naerden,Zie-

vmJakka. rickzee, cnOverveengQTioQmt. Deze

zijn woefte Eilanden , leggen dicht
onder de vafte kuft van
Sina : zijn
groot ; hoewel meerendeels onbe-
bouwt,woeft, en niet bewoont dan
by Viflchers en arme Boeren. Niet-
temin is\'er goede havening voor fche-
pen, en vcrverfchinge van water en le-
vensmiddelen te bekomen. d\'Opper-
bevelhebber
Bort lagh met de andere
fchepen, zuid-weftwaerds van daer.

Den dertienden , des Maendags
\'s morgens, ging
fan Kampen meteen
voor-ebbe onder\'t zeil, noordwaerds
op; tuflchen d\' eilanden van
Pakka
door, op achtien, negentien en twin-
tig vadem; maer quam, nahet verlo-
pen der ebbe , door tegen-wint en
ftroom , op dertien vadem onder
d\' ooftelijkfte eilandenten anker.

en quam des avonds ten anker op
acht vadem , ontrent een halve mijle
noord - ooft ten oofte van het oofte-
lijkfte eiland voor
Pakka.

Den veerticnden,des morgens,ging
Van Kampen met een noord-noord-
oofte wind weer zeil, op de diepte
van zes, zeven en acht vadem, tuf-
fchen d\' eilanden van
Pakka door:
quam tegen den middag door tegen-
ftroom ten anker, op zevem vadem:
raekte des avonds weer met een voor-
ebbe onder zeil, op de diepte van
zeven, acht en zes vadem : en liet
het anker in den voornacht vallen
op achtien vadem fteek- grond. De
kufte van
Sina heeft aldaer vele hoge
bergen, met gebroken land : hoewel

ken : maer quam, afgedreven door , achter deze bergen luftige iandou-

ooiLciijKiteeilanaentenaimvi. -----v: \' „

Des namiddags lichte de Vloot boomen. Men magh aldaer tuiichen
weer anker, om de Noord te winnen:
I d\'eilanden en vafte kuft vry en zon-

wen cn vette rijs-velden leggen.

Den vijftienden, des morgens,lich-
te
Van Kampen weer het anker, quam
des middags onder \'t eiland met de
borften ten anker , op dertien va-
dem
fteek-grond, geen kanon fcheut
van den oever.
Van Kampen zond de
floep aen het eiland, om na drink wa-
ter te vernemen, welk aldaer in een
grote put uit het gebergte quam neer-
ftorten. Dicht daer neven ftond een
groot huis, met een Pagode, geftof-
feert met verfcheide beelden. Van
daer begaf
Van Kampen zich onder
zeil, en verviel ineen brave Bay, ach-
ter
Jan van Kampens hoek, alzoo na jm van
hem zclven genoemt, op vijf vadem l^^nm-
ten anker, een veiUge ree en bcfchut-
plaets tegen een holle zee en alle ra-
zende winden. Aen de noord-zijde
van deze hoek , gelegen op zes en
twintig graden en een en vijftig minu-
ten , leid een puinhoop der Stadt,
door de Tarters verwoeft, genoemt
Tikjien of Tijkin, en was wel eer een
grote handel-plaets. De fchuit van
Z/mte met fchipper
Auke Pieters
en dertien man wierd aen land om
drink-water gezonden, welk op twee
plaetfen , ftortende van \'t gebergte
neder, gevonden wierd. Aen den oe-
ver , tufl^chen \'tgeberghte, lagh een
fchoon dal, beplant met rijs-gewas,
gele wortelen,
en allerlei vrucht-

-ocr page 130-

na V Keizerrijk van

der fchroom doorzeilen; hoewel met
toeverzicht, wijl onder d\'eilanden
eenige droogten leggen.

Den achtienden , des Zaterdags,
raekten de fchepen, onder
Van Kam-
pen ,
met een nooird-noord-oofte
wind weer te zeil, belet aldaer zoo
lang door verandering van wint en
Water halen : laveerden tufTchen de
hoek van
Jan van Kampen, en d\' eilan-
den met de borflen door, op zeven,
acht, negen, tien, twalef en dertien
vadem fteek-grond: hadden des mid-
dags de verwoefte Stadt
Tijkin weft-
noord-weft, en het eiland
d\' Oude Za-
jer
ooft-noord-ooft vier of vijf mijlen
van hen, op de noorder brete van ze-
ven en twintig graden en vijf minu-
ten : quamen des middags ten an-
ker op tien vadem fteekgrond; raek-
ten des nachts weer onder zeil, en
liepen des anderen daegs tegen den
middag met vijf zeilen weer achter
Jan van Kampens hoek in de bayten
anker: bleven daer, belet door ftorm,
tegen wind: en ftilte, tot \'s Vrydags,
den vier en twintigften , voor anker
leggen. Des nachts quam aldaer ook
de ft uit de
Vink ten anker.

Des Vrydags morgens, den vier en
twintigften, kozen de fchepengeza-
mentlijk weer, met eennoord-noord-
oofte wind, noordwaerds zee: qua-
men tegen den avond , door tegen-
ftroom, ten anker op acht vadem: en
hadden de Noordhoek van het eiland
met de borften, zuid-weft: \'teiland
doude Zaier ooft, een weinigh na
t noorde,ontrent drie mijlen van hen:
»chten weer des nachts, in de tweede ,
wacht, na verloop des vloeds , het
i
anKer: waren des anderen daegs\'s a-

vondsopach,vademtenanker: had-
den toen de Sineefche Stadt
Samzwa,
noord-ooft ten noorden van hen, en
net -eilandt
d Oude Zaier zuid-zuid-
ooft, en zuid-ooft ten zuiden: en het
eiland met de borften zuid-zuid-
Weft.

De Stadt Samzwa is gelegen in het
hangen van\'tgebergte, en beplant
^oncom met zulke hoge bomen, waer
door de Stadt van verre onzichtbaer
y \' ^^^l^^^^aer by gekomen,

is door de Tarters verwoeft:

Scim-

heeft aen den oever der zee een
fchuilhoek voor de fchepen, tegen
het zuider en noorder ftorm zaifoen.
D\'onzen aen land getreden, vonden
een Pagode, geftofleert rontom met
vele beelden. Het leid ontrent vijf-
tien mijlen van
Tinghay.

Den zeven en twintigften hadden-
ze de hoek van
Samzwa weftwaerds
twee mijlen van hen : zagen een wit-
te klippe in zee, ontrent drie mijlen
buiten de wal, met drie eilanden ooft-
noord-ooftwaerds: waeren des \'s mid-
dags op de Noorder brete van zeven
en twintig graden , zeven en dertig
minuten ; quamen des avonds op
twalef vadem ten anker : en gingen
des nachts weer zeil.

Den acht en twintighften wierd
de Berg
Samzwa zuid-weft ten zui-
I den vier mijlen, en de reviere Zwa-
\\iia.
Noord-weft ten weften!, on-
1 trent drie mijlen van hen gepeilt. Des
I anderen daegs \'s middags bevonden
\' zich op de Noorder brete van zeven
en twintigh graden negen en dertigh
minuten.

Des avonds quam Van Kampen,met
het Jacht Ankeveen, ten anker op elf
vadem fteek-grond: maer de Jachten
Hogelande, en Melukerke, met de Fluit
Loenen en de Vink , Zetten het ach»
ter \'t Eiland
de Goede Hoop , anders ge-
naemt
Jan van Kampen.T^es nachts met
een voor-ebbe ging
Van Kampen weer
zeil, gevolgt van \'t Jacht
Ankeveen z
want d\'andere vier kielen bleven ach-
ter het Eiland ten anker leggen, zon-
der
Van Kampen de waerom bewuft
was.

Des anderen daegs quam Van Kam-
pen
door ftorm op tien vadem ten an-
ker , dreef voor twee ankers neven
het Jacht
Ankeveen weg, na de zeven
klippen toe , een weinig bezuiden
Zwatia , niet zonder vreeze voor
fchip-breuk.

De Stadt Zwathia, gelegen aen een ^^^«V z»^
reviere, naby den
zeekant, en ver-
woeft door de Tarters , word be-
woond by zeer flecht en arm volk,
die nu en dan een nieu huis weer op-
zetten. Recht tegen over de noord-
weft-kanr van de reviere leid een
fchoon dorp,
genoemt Zwatho , der-
Ö 3 waerds

-ocr page 131-

ven bocht gehoort. Derwaerds wierd
op goedvinden van den Scheeps-raed
aenftonds Schipper
Harmen Symonfz.
met het Jacht Bogelande afgevaer-
dight, met orde van, gekomen daer
by , vijf kanon - fchcuten te doen;
zoo
Van de andere Sche-

pen , daer by te komen had : des
neen : niet een te doen : en zich
weer by de Vloot te vervoegen. Te-
gens den avond qiiam het Jacht
Hoge-
lande
, zuid-weft ten zuide ontrent
drie mijlen van de Vloot ten anker.

Des morgens, den negentienden,
wierden drie of vier en twintigh
Vifch-jonken van onder de wal van
Pakka gezien , die zeewaerds fta-
ken , ter vifch - vangft , achter d\'Ei-
landen met dc borden ; maer kon-
den geen zee krijgen, en wierden met
de vloer om de zuid gedreven.
Van
Kampen
maekte jacht op de zelve,
tuflchen d\' eilanden met de borften
door : dan dc Jonken, door fnelte
van zeilen en vrekken , ontquamen
met de vlucht : en liepen achter het
Eiland met de horfien, aldaer een bank
van in zee fchiet, om daer op met hun

vifchwandteviflchen.

Des namiddags ten twee uren qua-
men d\'onfen weer onder
Jan van Kam-
pens
hoek ten anker, op negenvadem
fteck-grond, een kleine kanon-fcheut
van de wal,

Den tienden wierden in de bocht
van
Pakka twee Jachten gezien, na-
melijk , het Jacht de
Zeehond, daer
d\'Opper-bevelhebber
Bort op was,
(gelijk des anderen daegs bevonden
wierd,) en
Hogelande, welk derwaerds
den achften , op kundtfchap, na de
bocht van
Pakka afgevaerdight was.
MC ! d\'Opper-bevelhebber^or^ quam des

ten en twee Fluiten, by Van Kampen j morgens, den elfden, met het Jacht
tenanker: hadden achter d\'eilanden, )
Hogelande ten anker, ontrent een iial-
benoorden de reviere van
Swatia ge- ve mijle van den Onder^bevelhebber.

legen, hun anker-plaets genomen.

Den achtften wierden deS mor-,
gens in \'tzuid-ooft ten ooften, zes
Jonken ten vifch- vangft
met hun
wand achter d\'eilanden met de bor-
ften gezien : en des namiddags twee
Schepen in\'tzuid-oofte, in de|bocht
van
Pakka , en \'t gedonder van ver-

\'Midlerwijle had d\' Opper-bevel-
hebber
Bort dc fterke krijgs-vefting

by d\'orA^^

waerds , tot deffelfs grote wel vaert,
de meefte burgers gevlucht waeren:
want de Tarter heeft dit dorp onge-
fchondcn gelaten.

Den eerften van Winter- maend be-
floot Van Kampen, met goed vinden
van de Scheeps-raed, uit dwang van
ftorm uit den noord-ooft ten ooften,
zich weer onder zeil te begeven, om
van de leger wal te wenden. Dies
zakte hy zuid-weft ten zuide langs de
wal, na\'t Eiland met de borden, en
quam
des namiddags in de baye , ach-
ter
Jan van Kampens hoek, of\'t eiland
voor
Samzwa,yti\\ïg ten anker, op ne-
gen vadem ,
gelegen weft ten zuide
van
her eiland / Oude Saier.

D\'andere Jachten en Fluit de Vink
bleven voor anker leggen, tegens or-,
dre des tekcn-briefs.

Den derden quam het Jacht Anke-
veen,
gevoert by JacohSwart, bezieh
midlerwijle geweeft , met zijne an-
kers aen boord re winnen
, by Van
Kampen
ten anker gelegen had.

Den vierden ,des namiddags, wier-
den
in \'t zuid-zuid - wefte tuflchen
de zeventig en tachtentig vifch-jon-
kcn cn vaertuigen gezien , die om
de Noord laveerden, zonder op de-
zelve jacht gemaekt wierd, doorliet
vallen van den avond : ja fchenen
zelfs na d\'onzen flagvaerdig toe te
komen: en hielden tegens den avond
af en aen ; maer waeren des anderen
daegs uit het gezicht. Schipper
Auke
Pieterjz.
voer met de floep van Sierik-
zee
en dertig man, nevens de floepe
ym Ankeveen , met twintig man naer
land, om groente en Patatafen te ha-
len , tot ververfching van het volk.

Den zeften, des avonds, quamen
de vier afgeweeke fchepen,twee Jach-

Kitat, in de bocht van Pakka, ftormen- verovert.
der hand ingenomen: en daer mede
d\'onderhorige plactzen , zoo ftede-
kens, dorpen , als vlekken, ten ge-
tale van twintiff, onder gehoorzaem-
heid der Nee\'rlandfclie Maetfchap-

fcheide kanon-fcheuten uit den zei-! pye gebracht.

Dcs

-ocr page 132-

door OKgefiuimig weder wel acht
dagen
aldaer opgehouden geworden
^as: zou anders by hen geweeft zijn,
om Zvoatia , \'bet om de noord gele-
gen, op te zoeken,op hope van aldaer
Veel handel-Jonken te vinden.

Te weten ten zelvtn dage quam
Barman Symonfz. aen boord
van den Onderbevelhebber,door den
Opper bevelhebber afgezonden, uit
de bocht van met brieven van

den tienden dezer, van de verovering

uitgedeelt wierden.
In
Kitta wierd niets bevonden, dan

een weinig rijs, zout, en Sineefche | het anker. Daer wierden verfcheide
plunderaedje: beneven twalef Sinee- ! Kanon-fcheuten des nachts gehoort:
fche jonge vrouwen en vijftien jon- waer op
Van Kampen, uit vreze eeni-
gens : die naer
Batavia , om daer te ge van de Jachten aen de grond wae

dienen, gevoert wierden.

Het verblijf van eenige aenhange-
lingenvan den
ILee-noisex. Koxinga, in
Kitat, was d\'oorfake , waer om de
Stadt by d\'onzen verwoeft wierd.

Den twaelefdcn wierden in \'t ooft-
noord-oofte drie Jonken , en een vif
fchers vaertuig gefien. Een der Jon-
ken was mafteloos.

Van Kampen , na bekomen bevel
van
Bort, zet derwaert met vijf kie-
len toe :
Zierikzee, Zee-hont, Melts-
^rjien, Hogelande,
en de Fluit Loenen.
De rnalleloze Jonk wierd gekregen,
maer d\'andere twee namen de vloed
tot hun Voordeel, en ontquament
door Inel zeilen. In de mafteloze
Jonk was geen Volk, maer flechts rijs,
zout, en hout. Des avonds quamen
de Jachten weer by de verlaten ma-
fteloze Jonk, gelegen voor twee an-
kers , die de
Zeehont, komende eerft
met boot en floep daer aen, afkapte.
Des avondsten acht uuren, quamen
de Jachten , met de mafteloze Jonk
achter de
Zeehont, ondet Van Kampens
hoek ten anker.
Des namiddags quamen het Jacht
komen, dietegens den avond zuid-
weft waerds, ontrent een mijle van dé
Vloot, ten anker quamen.

Des Woensdags, den dertiehden,
wierd de Fluit
Ter Boede, uit de Vloot,
na de reviere van
Hokfieu afgevaer-
digt, te blijven aldaer, ter rijd toe de
Vloot (onder
Van Kampen) weder van
om de No ord was gek c nr en.

Tegens den middagh quain het
"^achtOverveen , uit de bocht van Ki-
tat, oiPakka
, by de Vloot ten anker.

van Kitat: tnbragt mede een grote | welke des namiddags Noordwaerds
^euge , met jongen : tien hoenders, j op laveerde , en quam des avonds
en een parthye grote radijzen : die door tegen-wint en ftroom op zeven
onder
de^^chtenZierikzee en Melu- vadem ten anker, ontrent twee mij-
kerke , en de Fluiten Vink en Loenen, kn noord - ooftwaerds Van dEilan-

den met de lor ft en.

Des middeinachtshchte de Vloot

ren met de floep na toevoer, en vond
het A^7^dicht onder \'t land. Het Jacht
Hogelande had vaft geweeft, maer was
Weer los geraekt.
Van Kampen einde-
lijk voer weer aen zijn boord.

Tshrant Boumeefier , Schipper vaft
den Opper-bevelhebber, quam bene-
ven den Boekhouder aen boord van
den Onder-bevelhebber, met vragen:
hoe veel gezond volk, zoo bootsge-
zellen , als krijgsknechten, hy op had:
en hoeveel bootsgezellen ten oorlog
aen land zou kunnen fchikken : gaf
tot antwoord, ontrent dertig man.

Des Donderdags, \'s middags, was
de Vloot op de Noorder brete van ze-
ven en twintig graden en negentien
minuten , noordelijker twee mijlen
en een half, weft ten noorde van de

hoek van Zömsïy^ï.

Des namiddags ten twee uuren lich-
te de Vloot weer het anker, had des
morgens de hoek van
Zwatia, noorde
ten oofte , ontrent vier mijlen: den
hoek van den £Z^f^^^.ooft-noord-ooft
ontrent drie mijlen : en de hoek van
Zamzwa, weft ten zuide, ontrent der-
de-halve mijle van haer. Tegen den

mid-

Des hy by brieve, van den tien-1 de Zeehont en Hogelande by Van Kam-
den der zelve , uit dc bocht van \\_pen tenanker; enten zuidweften de
ka , den Onderbevelhebber Kam- j drie andere Jachten, en de Fluit Ter-
pen
verwittigde ; met byvoegen, hy Boede op laveren, om by de Vloot te

-ocr page 133-

tegen wind en ftroom , op elf en
twalef vadem vallen: had de reviere
van
Zwatia noord-weft en noord-weft
ten weften , ontrent drie mijlen ,
en den hoek van den
Elifant, zuid-
ooft ten ooften , ontrent twee mij-
len en eeni halve van haer : daerzy
des nachts ten anker bleef leggen:
ging des anderen daegs weer zeil
Noord waerts; wende daer na om de
weft, nadereviere
Zwatia, daer
d\' onderbevelhebber
Van Kampen,mtt
zes fchepen, den acht en negen-en-
twintigften der verleden maent ge-
kruift had. Tegen het gevoelen van
den opperbevelhebber^cri", die wil-
de dat
Van Kampen Zwatia, nochte de
reviere niet kende. Tot ken-teken de-
zer reviere,voot den zeeman,leid een

een grote witteplek, en aen den oe-
ver veel klippen. Een weinig benoor-
den de reviere, leggen dicht onder
de wal twee eilanden : daer achter
een veilige ree voor fchepen is, in het
Nporder-ftorm zaizoen.

Des middags bevont de vloot haer
op de brete van zeven-en-twintig gra-
den , vijf en dertig minuten, beooften
de Zuidhoek der reviere van
Zwatia.

De Vloot zeilde de reviere recht
weft-zuid weft in , vont het minfte
water op zes, zeven, acht, negen, tien,
twalef, vijftien, zeventien, achtien,
negentien, twintig en drie en twintig
vadem fteekgrond, en quam op den
zelfften koers , voor de verwoefte
Stadt
Zwatia , op zeven vadem ten
anker,geen musket-fcheut van de wal.
De gefchore Sinefen ftonden aen den
oever met rode vendelen, (een teken
van vrede by hen, gelijk de witte van
oorlog) in grote troepen d\'onzen te
wachten, zonder iemant hunner aen
de fchepen quam. Dit duurde over
een glas , wanneer de Bevelhebber
Bort beval hec gefchut op de Stadt te
ftaken. De Sinefen, dus onzacht be-
groet , zvvaiden op dien kundfchap
witte vendelen, ten teken van
oorlog:
fchoten met baflen en roers, en zwai-
den met houwers enzeepmeflen over
hunne hoofden: begaven zich voorts
met al hunne tilbare goederen, zoo
---- j —^------—----j —---— f

middag liet de Vloot het anker, door \\ veel zy dragen konden, ter Stadt uit,

6 . n _ir _____1_________1___

Komen voor
Zwatia.

op de vlucht, na \'tgebergte : andere
weken met hun vaertuigen na boven
op de reviere. d\' Onder-bevelhebber
Van Kampen, door laft van Bort, trok
met acht boten en zeven floepen, be-
mant met gewapende krijgsknechten
en bootsgezellen,.te lande, door
Bort
met een praeu te volgen. Van Kampen
lande zonder eenige tegenweer aen
den oever, vond de Stadt hermaekt
met nieuwe huizen , geftofleert niet
fraeie verlakte tafels, kaflen, ftoelen
enbanken:benevens eenige Sineefche
plunderaedje, veel gedorfchte en on-
gedorfchte rijs , P^^/j geheten , met
zout, meenigte van gezouten en ge-
droogde vifch , netten en vifch-want.
Daer ftonden zeven grote onge-
fchondePagoden,ieder byzonder in

Word vet\',
overt.

weinig bezuiden en benoorde defelve een fchoon wout van allerlei vrucht-

en blom-bomen. Ieder Pagode was
rontom bemuurt, van binnen met
vloeren van blaeuwe zerk-ftenen, en
verciert met grote mannen beelden,
in gewaed van allerhande ftoflen, mee
muflên op t hooft, rokken,broeken,
kouflen en fchoenen aen : alle ter
zeet geftelt, aen tafels, op verlakte
ftoelen, met goud zeer künftig ver-
ciert , als levendige menfchen- Op
ieder tafel ftonden twee grote vier-
kante kopere vaten of bakken, daer
in de papen voor de beelden brand-of-
fer doen, met welriekend
Kalamhak,
Ager
en Zandel hout: waer over in
hunne
Pagoden een zeer aengename
lucht is- Op de rafels lagen vier hou-
ten , ieder een grote halve voet lang,
boven ront en onder plat, daer het
lot, drie-werf achter elkandre, voor
de beelden mede geworpen word,
om den uitflag van aenftaende din-
gen te weten -

Tegens den avond ftak van Kampen
weer van land na de Vloot , met al
zijn volk , bootsgezellen en krijgs-
knechten,
beladen met de befte plun-
deraedje , defgelijx met vele beelden,
door de
Tarters niet gefchonden.
Her dient aengemerkt, dat onder den
naem van Tarters ook ingeboorne Si-
nefen verftaen worden: te weten, die
zich met affcheeren des hairs , in
vorm van een lange tuit, onder ge-

hoor-

-ocr page 134-

Des namiddags qüamenze by ze
ven Jonken, en drie Goyaes: (Goyaes
is zeker flag van fchepen , kleinder
als Jonken, gelijk hiet te lande de ka^^
beljau-vangers) klampten dezelve
aen boort : waerop vele Sinefen met
hun wapen - rokken, ftorm-hoeden

en geweer buiten boort fprongcn.
Verfcheide Sinefen met eenige vrou-
wen quamen te fneuvelen : andere
namen met hun Champans na\'tland
de vlucht : zommige mannen, vrou-
wen en jongens vielen in handen
van d\'onzen : die alle, uitgezeit vijf
vrouwen , weer los gelaten wier-
den.

zers begeven hebben.

Den zeventienden , des Zondags
s morgens , üaken het Jacht
Anke-
veen,
en twee Fluiten , Loenen en de
Vink,onder Tshrant Boumeefler, Schip-
P^\'^ Van het
Joicht Naerden , beneven
boten en een floepe , bemant
j^et gewapende krijgs-knechten en
bootsgezellen , de reviere opwaerts,
om de gevluchte vijf Josken met
«aer goederen te beüoken , die ge-
2,eit wierden boven in de reviere
haer verfchuilt te houden : en de

Des avonts quam de Schipper van
de Fluit de
vink aen\'t Jacht Naerden,
by den Opper-bevelhebber, m.et ty-
ding, hoe hunne vaertuigen drie gro-
te en vijf kleine middelbare Jonken
vermeeftert hadden : waer onder ee-
mge met zeven ftukken op eene zij-
de te boort lagen. Hy wiert met de
Doot en praemevanM^/M^r.^É\', wel
pmant en verzien met werp-tuigh,
(welk hy zeide tot de veroverde Jon-
ken van noode was) weer derwaerts
gefchikt, en vertrok dos nachts van
\'t Jacht na boven en.

U!t de boot van Meliskerke , onder
de wal omgezeilt.
Van Kampen met
2i]ne floep , en de Schipper van de
de Fluit
ó^ Jink aen \'t Jacht Naer-
den,
met eenen brief aen Borthoe zy
acht Jonken verovert hadden : waer
van vier in den brant geftoken wae-
ren , en de vier andere afgcbragt wier-
den.

Den negentienden, des Dingsdags,
deden de Sinefen , door hetopfteken
van een rode vlagge, een teken aen
land; met geroep aen d\'onzen , van
hy hen re komen. Waer op aenftonts
Van Kampen , en de Schipper van de
Zeehont, ieder in een floep, aen land
voeren, om befcheit van hun begee-
ren. Aen land gekomen, vonden
Zy een groten troep Sinefen , mee
vijf roodc vendelen
van de vijf dor-
sen of Parochiën, aldaer ontrentge-
egen, beneven een Opperhooft uit
ieder dorp. met vijf Sineefche Pa-
pen.

na H Keizerrijk van Sina, of Taißng.
höorzaemheit des Tartarifchen Kei- Zeebont derwaerts gevaren, vonden

boven op den bodem van de boot vijf
mannen zitten, half verkleumt, door
koude, zonder te weten, waer hun
ander volk gebleven was. Voeren
voerders de reviere hooger cp , dacr
de boot omgczeilt was, vonden on-
der wegen noch een anderen boots-
gezel, aen den oever van de reviere,
die des nachts wel drie mael door de
Sinefen in de reviere gejaegt was, en
zeide gene andere maets van de
boot vernoomen te hebben. Zulx

------- . __ tien man (want zy waeren zeftien

veroverde , zoo doenlijk was, na de fterk geweeft) aldaergefneuveltwae-
fchepen te flepen : zoo niet of on- ren. /

waerdig waeren , in den brand te fte- j Des nachts quam de |5raem van

Deze aen het Jacht Naerden , by
den Opper-bevelhebber, gebragt, ver-
zochten met voetvallen en jammer-
hjk bidden , verfchoning van hui-
zen en Pagoden, voor brantftichten,
om dezelve tot eenfchuil plaets voor
de koude winter te mogen houden;
desgelijx van hunne kleine Cham-
pans en vifch-wand , tegen
het ver-
nielen. Was zulx te
verwerven , zy

P» , . , , r»ao ^UIA IC VCrWtlvwi. ,

Den aehtienden , des Maendags, j wilden hen in alles ten dienfte ftaen,
omitont er met het aenbreken van i endaervoor uit
ieder dorp , binnen
oen da^ een geroep van den oever, | vier dagen , vijf en twintig verkens
on^er de verbraiide plaets aen boort fchikken , honderd vijf

en twintig hoenderen, vijftig enden,
en zoo
veel appelen van oranje , ra-
dijs , en andere moeskruiden, als hen
P doen

-ocr page 135-

doenelijk viel , by een te fchrapen. ; Des anderen daegs deed d\'Opper-
Opwoorthouding van belofte, deed (bevelhebber Bort, door het opüe-
d\' Opper - bevelhebber hen belofte j ken der rode vlagge van de Kompan-
van Pagoden, huizen, Champansen ! je, d\'Opperhoofden der vloote aen
vifch-want re verfchonen. Hier op ! zijn boort komen. Aldaer v^iert by
voeren drie weder naland : maer de | den Scheeps-raed uit byzondere in-
twee andere bleven aen boort van ! ziehte voor - geflagen, hoewel niet
den Opper:bevelhebber, tot verzeke-1 vafl: geftelt : dat d\'Onder-bevelheb-
ring van dewederkomfte derdrieaf- | ber
Jan van Kampen met zijn Jacht
gezondenen, binnen vier dagen, met |
Zierikzee , verzelt ^met Bogelande,
verkens , hoenderen , enden , ap- | Meliskerke, Ankeveen, en de Fluiten
pelen van oranje , radijs en andere !
Loenen cnvink, zou in zee voor Zäi?^
moeskruiden, en wat zy uit de vijf |
tia kruizen , op de Japanfe handel-
dorpen by een konden fchraepen. j Jonken , die uit
Japan quamen , tot
DeSinelen , die aen boord bleven, | half Lou maent: d
\'Opper-bevelheb-
gevraegt by den Opper bevelhebber i ber
Bort , met de Jachten Naerden,
Bort,
of in dat zaizoen gene Jonken \\ Kalf, Overveen tn Zeehont, beneven
uit
Japan in Zwatia te komen fton- j vijf Jonken, twee grote en drie klei-
den : zeiden niet een datjaer van daer | nen , den zes en twintigften zeekie-

naJapan vertrokken was, geiijk ook
waer was.

Den rwintigften , des woensdags,
quamen de twee Fluiten cn \'t Jacht
Ankeveen met de vier boots en eene
floep , den zeventienden leftleden
op de reviere bovenwaerts afge-
vaerdight , voor
Zwatta ten an-
ker , met zes veroverde Jonken;

zen , cn na Kitat en Tenghay over fte-
ken, en voorders zich na dc reviere
van
Hokfieu begeven, om na den ftaet
van de Kompanjies zaken in
Hokfieu
tevernemen.

Insgelijx wiert ook goet gevon-
den ; dat
hQt^dióïi Ankeveen, bene-
ven de twee Fluiten
Loenen en de
Vink , aenftonts haere ankers zou-

zaipeter, ongezuiverde indigo , ve
iepapen-roken, ftormhoeden , hou-
mers , zeepmeflen, tien ftukken baf-
fen , roers: beneven eenige Sineefche
mannen ^ vrouwen en kinderen : vijf
jon^e wijfies , met vier jongmans,
wierden acn boort gehouden , d\'an-
dere ontflagen. Zeven andere Jon-
ken waeren op de reviere zoo ver-
nielt, als in den brant gefteken, en
veele Sin-fen over de kiing gefpron-
gen en gefneuvelt : zonder d\'on-
zen eenen man gequeft of verloo-
ren hadden. Des anderen daeghs
wierden twee der kleinfte Jonken ,
omd\'onbequaemheit, tot branthout
gefloopt en in den gront gehakt:
maer de grootfte zeil-vaerdig ge-
maekt.

Den twee en twintigften vinerd op
de vloot een algemeine dankzegging
gehouden , over de bevochte zegen
op den vyand.

ren. Dan de voorflagh nam genen
voortgang.

Den vier en twintigften, des mor-
gens , wiert
Van Kampen, door bevel
van
Bort, gezonden met ontrent hon-
dert en tien krijgsknechten en vijf-
tig bootsgezellen,
te lande , ter ver-
woeftinge der ftadt door den

brant. Aen land gekomen , vond hy
vijf Papen , met een troep Sinefen
byhetwaien van een rode vane. De-
ze vielen hem te voet,
baden erbar-
melijk ,
om verfchoning van Pago-
den , huizen ,
Champans en vifch-
want : hadden
anders van koudeen
honger te
vergaen : beloofden des
morgens,
volgens belofte, de ver-
kens , hoenders , enden , appelen
van Oranje, radijs en moeskruiden
aen de fchepen te befchikken. Van
Kampen,
door meelijden en bermher-
tigheid bewogen , liet
zich gezeg-
gen.

Den

vier kleineen twee grote. In de zei- den lichten , en zeilen tot aen den
ve Jonken wierd bevonden flechts mont van de reviere voornoemt, om
een weinig rijs, pady of ongedorfch- | na Jonken uit te zien , die gezeit
terijs , loot , roedt, ongezuiverde ^ wierden dagelix te verwachten wae-

-ocr page 136-

tigh vadem fleek gront, ontrent een

kanon-fcheut van de wal.

De laft van den Opper-bevelheb-
ber
Bort, aen van Van Kampen, ge-
droegh, op dieftreke te houden, of
te kruiflenop de Sinefe-Japanfehan-
del-jonken , tot ontrent half Lou-
maend, en dan zuid waerts na
Tenhay
te zakken.

Den zeven en twintigften, wierd
by den Scheeps-raed onder
Van Kam-
pen ,
in beraed genomen, of men,
volgens laft van
Bort, zee zou hou-
den om te kruiffen , dan of aldaer
onder het eiland
de Goede hope te blij-
ven leggen, en dagelix op den top
van den hooghften berg ftellen zes
of zeven man , om na de voorzeide
Jonken uit te kijken : welk laetfte
eendrachtiger ftemme beftoten wiert.

^y-WJ-»^- ^ .. .______ J ,, ^ ^ ,-j ^«t^*^

------\' \'V uiuuiucien cenaracntiger itcmme oeiioten wiert.

na^ Zijn eigen overleg en welgeval- Van daer vertrok hy des anderen

Dan wan neer Van Kampen weer aen
land quam, ftonden de huizen ai och
armen I in lichten brand, veroorzaekt
door moetwil en ongehoorzaemheid
van driefchippers. Uit de huizen en
Pagoden, een deerlijk vertoon, qua-
men vele zieke vrouwen en mannen
op hunne knien kruipen , om den
brand t\'ontvluchten.

Den zeiven dag vertrok d\'Opper-
bevclhebber
Bort van Zwatia , vol-
gens genomen befluit by den fcheeps-
raed,
m^xh^i\'Jo.cht Naerden , Anke-
veen , Kalf f
en zeehont, beneven
twee groote entwee kleine verover-
Jonken naer de bocht van
Kitat
^n Tenghay , om zich van daer met
een of ander Jacht naer
Hokßeu
"^-geven , ten einde in Hokfieu

te vernemen , na de gelegenis der
zaken van de Kompanjie, met de Tar-
taren.

Des morgens, den zes-en-twintig-
Iten , fïak
Van Kampen met zes kie-
len , vier Jachten ,
Zierikzee, Hoge-
lande ^Melukerke, Ankeveen-:
en twee
Fluiten,
Loenen en de Vink in zee: la-

dacgs, in den morgcnftont, maer

quam, door ftorm en ftijve ftroom
na\'t zuiden, ter zelffter plaetfe weer
ten anker.

Den achten twintigften, des Don-
der dags , dan wierden zeven man aen
het eiland
de Goede Hope boven op
den top van een hog m berg gezon-
den , om na de Japanie handcl-jon-
ken uit te kijken.

Den vijf en twintigften,op Kersdag,
voet Fan kampen aen Nae reien,

by den Opper - bevelhebber , met
hem af te vragen , wat met
Zwatia
gedaen diende \'? Bort gaf daer op tot
antwoort : hy
Zwatia vernielen en in
den brand zou fieken. Hier optrok
Fan Kampen met drie boots en drie
floepen,\'wel gemant met gewapen-
de
krijgs-knechten en bootsgezel-
len te lande , ea vond aldaer aen
den oever
vijf verkens, vijftien knaf
fers vol appelen van oranje, gebragt
van \'tgebergte door vijf
Papen , en
vijftien Sinefen. Twee verkens met
vijf knaders appelen van oranje,
wierden door
Fan Kampen aen het
l^dMNaerdm , byden Ópper-bevel-
hebber ^ör/ gebragt: die
Van Kampen
belafte , hy met Zwatia zou handelen

Des namiddaghs tegen den avond
quamen in een Champan zes Sine-
fen aen des Onder-bevelhebbers
boort : bragten met zich twee ver-\'
kens, negen hoenders, vier en twin-
tigh endt-vogels, elf knaft\'ers met
oranje - appelen en veertien pom-
pei - moeien , zonder zy meer had-
den kunnen by een fchrapen. On-
der deze zes waeren twee Papen»
die den negentienden leftleden aen
boort van den Opper - bevelhebber
in verzekeringwaeren gehouden, tof
dat zy binnen drie dagen verkens en
ververfching aen boort zouden ge-
bragt hebben. Dan daer was federe
niet op gevolgt: zulx
Van Kampen hen
den zes en twintigften leftleden.

------------» u,». ----------,

land deed zetten- Zy vraegden na
zekeren
Sineefchen koopman , ge-
naemt
chilo , die zy vteefden , zoo
hy op de fchepen niet was, gefneu-
velt te zijn.
Van Kampen beloofde
P 2 hen.

en verviel tegens den avond onder
een Eiland, (welk byhen het £/W
Goede hope genaemt wierd ,) drie
mijlen
benoorden de Reviere van
Zwatia ten anker, op vier en twin-

ijiz.cc; ld- uen zes en twintigiren itmeaen.
Veerde onder de wal om de Noord, wanneer hy van
zwatia vertrok, aen
en verviel tegen«? ri^« i___\\ j.^j___a^r vri^^j___

-ocr page 137-

hen, wanneer hy by den Opper-Be-
veihebber quam , en dien koop-
man op de fchepen vond, denzelven
tzTenghay aen land zou zetten. De
Sinefen trokken daer op met vele eer-
biedingen van boort, befchonken by
Van Kampen met lien rijxdaelders.

Den negen en twintigften voer ee-
nig volk van den Onder-bevelhebber
aen land om branthout en water : en
fchoot de bottelier een hert op \'t ei-
land : waerom zy dat den naem van

Herten Eiland gaven.

Den een en dertigften , des zon-
dags \'s morgens , wierden in \'tooft-
üoord-oofte twee vifch-goyers ge-
gezien , daer
Van Kampen Jacht op
maekte, en in zijn ge welt kreeg, met
dertien Sinefen en eenige verfche en
gezoute vifch daer in , of wierden
door d\'uitkijkers van \'t Jacht
A?ike-
veen
aen \'t eiland verraft, en aen boort
van den Onder-bevelhebber gebragt.

De gevangenen 6inefcn, in het by-
zijn der Schippers van de Jachten,
Hogelande, Ankeveen , Meliskerke en
de Fluiten,
Loenen en de Vink, afge-
vraegt van waer zy quamen: zeiden
van
Zwatia. Ofze geen Hollandfche
fchepen vernomen hadden ? antwoor-
den neen. Gevraegt of in dit zaizoen
gene Jonken uit
Japan in Zwatia te
verwachten hadden ? zeiden neen: en
ook met een van dat jaer uit
Zwatia
•n\'djapan
vertrokken was. Of van Zwa-
tia,
twee dagen verleden, gene Jon-
ken in zee om de Noord waeren ge-
lopen.^ antwoorden neen, Zulx d\'on-
zen uit hen niets konden vernemen.
Zy wierden met hun vaertuigen en
vifch-vangft , tot nader orde, by den
Onder-bevelhebber aen boort gehou
den, ter vilch-vangft voor de fche-
pen.

Na het fcheiden, denvijfentwin-
twintigften van Winter maent, tot
Zwatia van den Onder - bevelhebber
Van Kampen , was d\'Opper-bevelheb-
ber
Bort, den zeven en twintighften
der zei ver maend. voor
llokfiemv ver-
fchenen : had onder wegen in \'t vaer-
water, byzonder in de
Bay de Goede
toevlucht
, anders Siang genaemt: ook
inde
Bocht van Pakka, en in de Bay de
hshoude Qf goede Iortmn,^m
den zuid-
kant veel
Jonken vernomen en beje-
gent ;
hoewel alle met de vlucht ont-
komen, uitgezeit vijf, die m zijne
handenvervielen.
In de ftad Sothia
kreegh Bort, dervvaerts hy o ra te ver-
overen naer
toegefteken was, een
viandlijke bejegening, met verlies van
eenen foldaet en
quetfmge van vijf.
Dan verjaeghde des anderen daeghs
den viand t\'eenemael.en beval aldaer,
desgelijx tot
Tinghay , al de ver en
hermaekte huizen, en wat meer bran-
den
wilde , acn kolen te leggen.

Op ernftigh verzoek van die van
Hokzieuw, zelfs by af -gezondene
brieven en gemagtigden , aen
Bort,
om uitfpraek over den verzochten
vrijen handel cn andere zaken te
doen, begaf hy zich den zevenden
van Louw-maend des jaers zeftien
hondert drie en zeftigh met
Overveen
en de Zeehond, nevens al de verover-
de Jonken , na die haven , teneinde
van daer na
Hokfieuw te reizen.

De Jachten Naerden en Kalf wier-
den belaft onder
Tinhay te verblijven,
zonder eenige landtochten te doen,
tot voorkoming van alle ongelukken.
Doch zouden by wijle met goet weer
eens na de byleggende eilanden lo-
pen, om aldaer na \'svyands Jonken,
inzonderheid die van
Japan, uit te
zien.

Al dit verwittighde Bort namaels
den Onder-bevelhebber by brieve
van den zevenden, van Lou-maend,
des jaers zeftien hondert drie en ze-
ftigh , met byvoegen de kleinfte ver-
overde Jonken aengelecht en gereet
gemaekt te hebben , om met
de be-
fcheiden aen haer edele , de Heer
Generael en Raden van
Indien, na Ba-
tavia
te zeilen: ten welken einde hy
fchipper
Barent Jochemfz. een bundel
brieven overhandight had, om op
zijnen nader te
ontfangen laft de zel-
ve Jonk datelijk af te zenden, met
nakomen zonder nalatigheid. Dan
zoo hy van
die Jonk, op begeren der
Tarters, had af te ftaen, zou Ter Boe-
de
daer toe gebruikt, en ten dien ein-
de uit de reviere van
Hokfuuw, (daer
het toen was) opzijne komfte aldaer,
buiten na de andere fchepen door
hem gezonden worden.

Den

-ocr page 138-

reviere van HokJieu, ^Q\\g&a% beOuic
van den Admirael van den zevenden.

Den elfden wierden vier zeilen in
de reviere van Hokfiteu gezien. Her
kruizen
der Jachten, op Japanfe han-
del-jonken, gelijk tot noch roe ge-
daen was, wiert door het quaet Weet
achter wegen gelaten, en uitgefteit,
tot nader bevel van den Opper-bevel-
hebber.
Al hec welk Van Kampen by
brieve van den zevenden van Lou-
maent,uit de vloot voor de verwoefte
Stadt Tenhay verwittigde.

Den veertienden , des morgens,
quam het Jacht
Ankeveen uit de revie-
re van
Hokfieu in den bocht van Lin^
kan
om de Noord na Tenhay op lave-
ren : dan kon door het verlopen der
ebbe niet vorderen. Dit gezien by
van
/C-^w/i?;? ,fchiktehy aenftonts den Op-
per-ftierman
)an Koertfz. met een wel-
bemande ftoepe derwaerts , om te
vernemen na den toeftantvan de za-
ken der Kompanjie. Na ontrent ver-
loop van zeven glazen ,quam deftier-
man weer aen
Van Kampens boort: be-
neven
lacoh Zwart, Schipper van
\'t Jacht
Ankeveen : bragt met zich ee-
nen brief van
Bort, van den zeven-
den der zelve maend, uit
Ankeveen
in het kanael van Hokfieu. D\'ïn-
boud was : hoe
Nolelmet het ver-
der verbleven volk in
Hokßeu op
gehouden wierd , zonder men hem
wilde toeftaen na de fchepen te ko-
men.
Hy was van boven met al de
fchepen buiten gaets vcrfcheenen : al-
waer
nu ai drie dagen door tegenwind
hem
verhindert was geworden hy Van
Kampen
te zeilen : doch zou toen ge-
fchied
zijn : ten waere des vorigen
avonds
geen drie vaertuigen van bo-
ven bekomen had , met Meiman: ne-
ven twee Mandarijns , en fchrijven,
zoo van
Nobel, als den Onder-koning
Singlamong en Veldheer Lipoui , die
noch op het verblijf
der fchepen, of
een gedeelte der zelve aenhielden,
om aldaer noch vijftien of twintig da-
gen na het befcheit van
te ver-
toeven.
Zoo hy daer toe niet kon-
de verftaen, zou iV^^id-Zevenwel daer

na moeten wachten, en in gevolg al-
en ^ ; ^ daer overblijven ,
met toelating van
en
Ankeveen hy Jacob Zwart , na de den handel, onder oogluiking in™

\' ftuk

na \'tKeizerrijk van Sina, cfTaifinq^.
Den zeftp, des Dingsdags \'s raor-

gens , deed Van Kampen de Schip-
pers van de Jachten Naer de. Kalf-,
Meliskerke , Hogelande , Ankeveen ,
en van de. twee Fluiten , Loenen en
Vink Atn boort roepen. Aldaer wierd
hy hea , na rijpen overleg ,befloten
cn eeiiftemmelijk goed gevonden,
Zoo zy ten dien dage ofdesanderen
daegs
vroeg, ten langfte, geen Jacht
uit de reviere van
Hokfieu zagen ko-
men, of vernamen, het Jacht
Hoqe-
lande
na den Opper-bevelhebber Bort
uit de vloot na de reviere voornoemt
af re fchikken , ten einde te verne-
men, hoe de zaken daer gefchapen
ftonden; daer zy zeer na verlangden:
gemerkt
zy zedert den vijf en twin-
tigften jongftieden , tot den zeven-
den dezer, geen tael of teken van daer
aen hen gekomen was.

Den zevenden wierd befloten, (al-
zoo de tijt van naer
Batavia te ver-
trekken na byquam) de Fluitjes
Loe-
nen
en de Vink te zenden, om water
te halen , zoo voor haer zelfs., als
voor d\'andere fchepen : haer ledige
vaten te vullen, en dan op de weder-
komfte aen ieder fchip de zijne met
water over te geven. Midlerwijle
zouden de boten der overige blijven-
vende fchepen branthout voor d\'an-
dere fchepen aen land zoeken te ha-
len, om, wanneer de gehele vloot of
een gedeelte quam te vertrekken ,
dan daer niet behoeftig van te zijn.

Ten zeiven dage quam de Fluit
Ter Boede uit de reviere van Hokfieu
laveren , en des avonds onder
by
Van Kampen ten anker, om,
volgens befluit van
Bort , tot een
oeicneit-jacht na
Batavia over Siam
te trekken ; hoewel het eerft by
Van Kampen ond^r Tenhay te verfchij-
n en had. ^

Den tienden, desZaterdags, ver-
troi^dmuHTer Boede, (die den zes-
ten leftleden byna in de reviere van
Hokfieu gefneuvelt was, en roer, anker
en touwen verloren had) over
Siam
nz Batavia,tot cm
befcheit-jacht: met
Nann^ng Claefz. als Schipper. Ten
^edften dage zeilde het Jacht
Hoae-
i^^\'de gQ^omt hy Harman Zymonjz.,

-ocr page 139-

om die te mogen verkoopen
dere weer inkoopen. Hier over zou
hy des anderen daegs met de afgeko-
men Mandarijns een befluit moeten
maken. Hy
verzocht derhalve Van

Kampen zich , op den ontfangh des kifte van den Secretaris van\'t Jacht

briefs, met het een of ander ondiep- Naerden: gemerkt dees aen land in

gaende Jacht herwaerds wilde fpoe //o/Cv^ó\'«zou leggen. Ten zeiven dage
digeo, om met hem dacr O ver te rade
j gingh Van Kampen weer meizijnreis-

tegaen, en her beft befluit te helpen
nemen. Ook beval
Bort, Van Kampen
orde aen de fchepen te laten , om
zich rijkelijk van water en brand-
hout aldaer voor
Tenhay te voorzien,
om d\'andere fchepen buitenkomen-
de , daer van te kunnen by zetten, en
alzoo de reize na zonder ver-

toeven, als dan te mogen onderne-

tuigh op \'t Jacht Ankeveen over.

Den achtienden , des morgens, be-
gaven de Jachten
Domhurg en Over-
veen
zich onder zeil, uitde Reviere
V2Ln Hokfieu na de fchepen onder
hay. Des na middaghs kreeg de Op-
per-bevelhebber
Bort eenen brief van
den Schout by nacht
Konfiantijn No-
hefd\'ïnhouè.
was:dat de Opper-be vel-

bevelhebber niet van zins t\'achter-
volgen.

Den twintigften , quam d\'Onder-
Fiskael
Johan Meiman, met een Si-
nees of Tarters
vaertuigh van bo-
ven uit de reviere van
Hokfieu by
de fchepen ;
doch was zoo miftig,
dat die van de vloot hem wel horen
konden
roeien ; maer niet zien. Van

terfejonken, met drie groote Man-
darijns daer in, ten anker, die, door
den Onder-koning
Singlamong en de
Veldheer
Taifing Lipoui , met twee \'
hondert pikol Rijs , twintigh Var-
kens en twintigh groote potten Si-
neefch Bier, tot een vereering voor dc
vlootelingen, aen den Opper-bevel-
hebber afgezonden waren.
Wijders
Kampen ging op Domhurg over.

men. Hier op begaf Kampen zich i hebber met de vloot noch tien dagen
in
zijne Sloep nahet Jacht Ankeveen, \\ na de brieven van den Keizer uit Pe-
gelegen ten anker ontrent ter halver | /êi^^zou wachten leiichte mede twee
zee, tulTchen de reviere van
Hokfeu Gijzejaers,nameli;k den Onderbevel-
en
Tenhay: quam , ontrent na vicrgla- hebber,/d-;? van Kampen,zn den Schip-
zen van zonnen onderg ingh , weft per met een oog: want hy kofte o£
ten noorden, recht op de
Piramiden wilde zijnen naem niet noemen : en
aen zeilen, dan ten anker, dooreen was geheeten
Tshrant Boumeefler,
harde tegen-ebbe op veertien voet: Dan dit waren de Opper- en Onder-

aldaet het Jacht, een weinigh be-
zuiden het Eiland met de
Papen-ka-
fen
, vaft raekte; hoewel in \'t kort
door den vloet weer los, en dien zel-
ven nacht dicht by de fchepen van
den Opper bevelhebber
Bort. Geko-
men des anderen daeghs \'s morgens
met de boot aen boort van den Op-
per-bevelhebber, verftont hy uit den

zelven , hoe d\'onder Fis ka cl of Kampen roeide met de Sloep nahem
tolk
]oan Meiman des voorigen nachts I toe;maer kon in drie glaezen de Jach-
na
Hokfieu opgevaren was: zou den ! ten nochte hetTarterfch vaertuig nier
achtienden der zeiver maend
weer! in \'t gezicht krijgen : daer nochtans
afkomen , met den Koopman
Kon-! dicht by was: en \'t en zy door het ge-
fiantijn Nohel, en dan alles klaer zijn, luit des trompetters, zoude Jachten
om met elkandre zee te kiezen. i dien nagt niet hebben kunnen vinden.
By
Van Kampen quamen vijf Tar- Den een en tvvintic^hftcn , lichte

Van Kampen op het Jacht Ankeveen
het anker, en ging met weinig koel-
te uit den noord noord-oofte, en een
voor
ebbe, na het Kanael van Hokfieu,
om in zee te loopen: quam des na-
middags aen het Jacht de
Zee-hond,hj
den Opper-bevelhebber Bort, inden
mont van de Reviere ten anker,op vijf
vadem fteekgront. Den twee en twin-
tigften fmorgens , ging het Jacht de

Zee-

fïuk van kleine koopmanfchappen, Den zeftienden , begaf het Jacht

Ankeveen zich weer onder zeil uit de
Reviere van
Hokfieu, naer de fchepen
onder
Tenhay : en quam des anderen
daeghs weer met eenigh goet voor
den
Opper-bevelhebber Bort, en de

en an-

-ocr page 140-

Zeehont onder, mer een ftijve noord- want en taii-reep af re hakken , en
ooftelijke wint en laveerde in zee. dan de maften over boort te kappen.
Dan
Fan Kampen, op hetaenraden van . tot behoudenis van hun leven
Schv^^^QT jacob Zwart en den opper^ Ontrent vier glazen , na zonnen
ftierman
Klaes Janfen , die zeiden in ondergang, viel Van Kampen, beneven
zulk een hert weer, ter oorzake van den Boekhouder en zeven rnan in de
öe weinig ervaerne bootsgezellen , de fchuit, om eenen
man of twee aen de
zeilen niet te regeeren waeren ; maer j weftzijde van de Piramiden aen den
liantzamer weer verwacht diende,
i oever te zetten , die een paerde-liin
bleef voor anker leggen en na beter .....- --- • > ^

aen de klippen teneinde voornoemt
vaft te maken hadden. Daernavoer
Van Kampen de reviere van Hokfieu op,
om zijne boot op te
zoeken, dan kon

van het Jacht daer mede overftuur
van den oever af te doen deizen; hoe-
wel te vergeefs : want door den fter-
ken ftroom , herden wint en holle zee
dreef het Jacht na de yzcre ftrant,
en wierd te midden aen dc Pira-
miden gevoert. Hier op wierd de
boot met werp - tuigh vaerdig ge-
maekt en van boort algeduuwt; dan .... -_____

kon niet verre genoech van de klip- hem wei eeten en drinken verfchaf-
pen afraken ; maer wierd van de zee 1 fen zou : want zy
meenden onze
en harde wint langs de khppen achter • fcheeps-vloot al na
Batavia vertrok-
het fchip gevoert zonder baet. Ein- j ken was. • Hy kreeg van hen wac
aehjk quam het Jacht op de Pirami-; verfch verkens-vleefch, eyren en wit-
^n, ^gen d\'yz^eftrant, fbhip breuk | te rijs t\'eeten: en waeren zy met hem
ijacn. De floep wiert uitgezet: zeer begaen.

^wom ^^ loot-lijn | D\'Opper-bevelhebber deed ten

f J^ beklippen, ten einde daer zelve dage by brieve den Onder be-
mea^ en paerde lijn na zich toe te velhebber
Van Kampen verwittigen ,
• halen en dan aen de klippen vaft te hoe al zijn verlangen en
wachtelna
maKen , op dat net volk door middel hem was, om onder zeil te gaen: dan

van dezelve aen de klippen zou mo- \' ... . ^

gen komen : dan dees, door de fcha
de, bekomen van de klippen , kon de
paerde lijn met aen den oever halen.
Ontrent tvvee glazen na zonnen on-

kon wel bedenken het quaet weder
hem verhindert had buiten te komen.
Was op het fchieten , dien morgen-
ftont by hem gehoort, met al de fche-
pen onder
Tenhay opgebroken: zond

j ~ , t-"\'-\'-" ua ^«./iiiiv-ii uu- pcxi uimcr i upgvL/ivyiwii; zona

cerpng Icheen de zee. door het fel hem de Z^^W en toe, en bleef
eti Hert ftoten, her Jacht van malkan-! den
Zeehont met d\'aenftaende eb al-
are te zuilen ilaen : zuix men te ra- i daer ten eerfte weer verwachten. Op
^e wiert de grotefokke enbezaens-1 eenige nader tyding of brieven van

\' - boven

Weer wachten. Na den middag koel-
de de wint fterk uit den noord-oofte.
Wanneer de vloer in \'t water was,

dreefde zee Ankeveen fterk nadePi- dezelve,fchoon hy den gehelen nacht
ramiden , zoo dat het anker door-I daer na zochte, niet vinden
ging : waer op noch een uitgelmeten I Dendrie en twintigften ^ desDon-
vvierd. en hield toen. Toen liet de Iderdags , voer
Kampen met een
Schipper het dagelix anker , alzoo ; floep aen het eiland, dicht onder of
men meinde het onklaer was , Weer i by de Piramiden gelegen , om tezien
opwinden : en ging toen het Jacht | of\'er zoet water te bekomen was :
voor het ander door. Ter oorzake welk zy aldaer in een brave put von-
van de weinig ruimte van de Pirami- den. Een tente wiert\'er opgeilagen en

len \' lier t \\T " ^ ^^^^^^\'\' ^^^ g^"

ien het ae Schipper defokke en | bragt, ten fpijze voor\'t volk, en wa-

VOO. mars-zeils losmaken , op hope ; ter aen de khppen voor die by het

vrin njif- » Ti-Kt- An.^^ ____J____„ƒ!______: I \' \' j

wrak waeren : waer onder twee des
nachts door koude en dronkenfchap
rampzahg het leven verloren hadden.

Den vieren twintigften , des mor-
gens , quamen eenige Sinefen mer een
vaertuig of Jonk by
Van Kampen aen
\'teiland, die hem aenbooden na de
veÜing
Minjazeen te voeren: met by-
voegen het Opper-hoofr
Hanlauja

-ocr page 141-

boven gekomen, beval Bort aen Van
Kampen
drie kanon-fciieuten te doen,
en de vlagge een kleine wijle in te
houden.

Ten zei ven dage quam het Jacht
de
Zeehont en de Fluit de Vink in het
Kanael van
Hokfieu by het wrak ten
anker: daer aenftonts
van Kampen met
zijne Hoep aen voer: en eindehjk met
beide deSchippers aen de weft-zijde
van de Pieramiden, aen den oever ,
over de klippen, na het verongelukte
Jdichi Ankeveen-.om te zien war goede-
ren konden geborgen worden. Dan
zagen weinig kans daer toe, naerdien,
door het hert barnen der zee te-
gen het wrak,geen boot of fchuitaen
boort dorfte komen. Midlerwijle was
deScheeps vloot
MootTenhay onder
zeil geraekt, en quam na het wrak
toe zakken : dan fmeet het weerom
deNoort.

Den vi)f en twintigften quam de
floep van den Opper-bevelhebber

gene vaertuigen konden, door de
harde ftortinge der zee , aen het
wrak houden. Des anderen daeghs
wierd eenig tou-werk , loot, tin en
zandel-hout geberght, en in de Jach-
ten overgefcheept.

Den zeven en twintigften wierden
de laefte gotehngen boven op den
overloop gehaelt, en des nachts in
dc Zeehont gebraght: zulx al het ge-
fchut , en een parthye fcherp ge-
bergt wiert.

Des anderen daegs, quamen zeven
Tarterfe Jonken by het wrak ten an-
ker.
Van Kampen voer aen het zel-
ve , en zette daer aen den Onder-
koopman
Mey , om toezicht op
de peper en goederen te nemen,
noch in het wrak overgebleven: daer
de Tarters zeer reukeloos mede te
werk gingen , dien de goederen in
handen eindelijk overgegeven wier-
den.

van \'t Jachr de Zeehont by den On-
der-bevelhebber ; en wierd in den na-
nacht weer na de Vloot gezonden,
met kuntfchap aen den Opper-bevel-
hebber
Bort, hoe het met het wrak

Des namiddags lichtehet Jacht de
Zeekent met de Fluit de Vink het an-
ker : maekte zeil by, om uit het ka-
nael
der leviere van Hokfieu te lave-
ren , en quam tegen het vallen van
den avond in de bocht
van linkan by
de vloot ten anker. Aenftonts voer
Van Kampen Jacht Naerden by

den Opper-bevelhebber Bort : deed
verflag van het fneuvelen des Jachts
Ankevten, enftaptetoen op het Jacht
Zierikzee over.

Den eerften van Lente maend, des
Donderdags , deed d\'Opper-bevel-
hebber
Bort metkrieken van den dag
uit het Jacht
Naerden een kanon-
fcheut, ten teken van gezamentlijk
met de "Vloot het anker te lichten
en zee te kiezen , om de reize naer
Batavia te vervorderen.

Des avonds , met zonnen-onder-
gang, peilde de Vloot de zuid-hoek
van het
Krokodils Eiland zuid weft-
waerts ontrent vijfmi)len,en de zuid-

met den Opper-ftierman aen boort hoek van Aöw/^é\'^, noord noord-ooft-

gefchapen ftont. Weinigh wiert\'er i gezien- Des middagswas de Vloot
dien dag met bergen uitgerecht: want i op de Nooröer brete van
vier en

twintigh graden drie en vijftig minu-
ten , en peilde het zuidelijk Eiland
Makau noord-weft ten wefte,ontrent
vijf mijlen van haer. De koers was
zuid-weft, en weft ten zuiden.

Op Zaterdag , den derden, was de
Vloot des avonds, met Zonnen on-
dergang, ontrent drie mijlen eneen
halve van een ander Eiland : was
.des anderen daegs, op den middagh,
ter Noorder-brete van twee en twin-
tig graden acht en dertig
minuten,
noord noord-ooftwaertsontrent vier
mijlen van de zant-
duinen. Peildete-
gen den avond het zwarte bergje op
de kufte van . ontrent vier of vijf
mijlen van
haer. De koers was zuid-
weft ten weften, en weft zuid weft.

Den vijfden had deVloot Ilehas dons
vieados
vijf of fes mijlen van haer :
was des middags op de noorder-brete
van een en twintigh graden, negen
en twintigh minuten : des anderen

daegs

waerts, entrent zes mijlen van haer.
De koers was zuid-weft.

Des anderen daegs, op Vrydagh,
den tweeden, wierden verfcheide vif-
fchers Jonken onder de kuft van
Si-

-ocr page 142-

daegs op de noorder breete van twin-
tigh graden , dertigh minuten. Des
Woenfdaghs middaghs op negentien
graden, negen en vijftig minuten.

Des Oónderdaegs was Van Kampen
uit hec gezicht van de vloot geraekt:
op de hooghte van negentien graden,
zes en dertig minuten :was des ande-
ren daegs op de noorder brete van ne-
gentien graden, twintigh minuten.

Kreegh den tienden, des moigens,
de
ooft hoek van het Eiland Airtan
in \'t verre gezicht: had des middags,
op de noorder brete van negentien
graden , vier en twintigh minuten, de

ooft-hoek voornoemt wed; ten\'zuide _________axi

delijker in de kaerte, als\'t behoort.

Den veertienden, des moigens^
wiert d\'Opper bevelhebber Bor^tm^t
al de fchepen in\'t ooft- ooord-oofte,
achter uit in het vaer-water gezien :
was \'s middags op achtien graden ze-
ventien minuten: en ftak zuidnoord-
waerts na de vloot toe. De vloot peil-
de des avonts "Ti;?/?!!)/^ op
Ainan , om-
trent drie mijlen van haer. Was des
middaghs, op de noörder brete van
zeventien graden, negen en vijftigh
minuten: des anderen daegs middags
op vijftien graden veertigh minuten.
De koerswas zuiden.

Den zeventienden wiert , in het

cn weft zuid-weft , omtrent vier of | aenbreken van den dagh, de kuft van
vijf mijlen, en Poele
Tayo nootAl Champan zuid-weft ten weftenin\'t

verre gezicht gezien, welk heel hoog
land is, met vele bergen. Na verloop
van zes glaezen wierd het Eiland de
Ronde Holm gezien, gelegen onder de
kuft van
Champan. De vloot was des
middaghs, op de noorder-brete van
twalef graden tien minuten: zeilde

noord weft-waerts, omtrent drie of
vier mijlen van hem. De ooft-hoek
Ainan vertoont zich in de gedaente
van twee Eilanden , als men om de
noord van daen komt.

Den twalefden,desmaendagsfmid-
daghs, was
Van Kampen op de noorder

breete van achtien graden , zeven en dicht laiigs de kuft voornoemt, en des
vijftigh minuten , omtrent drie mij- avonds voorby dchay met

ienvan de zuid-kuft van Ainan, die zonnen ondergang wiert Poele of Ei-
wel zes of ze ven en veertig minuten land
Ceder de Terra, weft-waerts een
zuidelijker bevonden wierd, als in de | groote rnijle van haer gepeilt.
zee - kaerte getekent ftaet: bevont | Den achtienden was
Van Kampen m
fich des namiddags dicht onder de I de na-nacht vande vloot afgedwaeh: ■
wal: en zach de vloot zuidzuid-ooft bevond hem des middags op de noor-
wenden, en des anderen daegs ftnor-1 der breete van
negen graden negen
gens, den Opper-bevelhebber
Bort,! minuten : peilde met zonnen onder-
met zeven zeilen , een weinigh ly-1 gang
Poele Kandor, Weft noord-weft
waertsaen bakboort van hem leggen. | in\'t verre gezicht omtrent vijf mijlen
Was des middaghs op de noorder- j van hem. De koers was zuid-weft
brete van achtien graden, twee en ten zuide. Den negentienden, was
den minuten,en had den berg aen i hy op de noorder-bi eete van zesgra-
met drie heuvelen,daer ve- den negen en twintigh minuten: den
..n inhoja van maken, weft ten noor- twintigften op vier graden vieren dar-
^ e, omtrent vier mijlen van hem. De- tig minutenJiad des morgens den een
ze vertoonen Zich dan ais drie Eilan- en twintigften Poele
lymon zuid weft
den: de middelfte is de grootfte : te ten zuide omtrent drie mijlen van
jandèwaerts in worden noch twee "
hoge bergen gezien,eii in \'t zuid weft

hem , en quam aen de Zuidhoek on-^
der dit Eiland op achtien vadem ten
anker: infgelijx de
Opper bevelheb-
ber met al de fchepen achter, en
de wimpel onder de vlag van de ften-
ge. Behalve de
Fluit Loenen, die na
weinigh
vertoevens zijne koers na
Batavia toe zette. Des na middaghs
ging de gehele vloot Weer onder zeil,
ter bevordering
van de reize na Bata-

ten wefte veelhoog land Het zuid
weftelijkfte land wiérd zuid weft ten
zuide,in\'t verre gezicht omtrent vier
ot vijf mijlen van hem gezien. Dit
iand IS niet wel op zijne ftrekkinge
gekaert: ook niet op zijne behoor-
lijke brete gelegt: want het leit zes
zeven en veertigh minuten zui-

-ocr page 143-

i^idr, zuid zuid ooft-waerts aen. Des
anderen daegs, lagh in het rijzen der
zonne
Poele Panyang ontrent vier
mijlen zuid ooft-waerts: des middags
was de vloot op de noorder-breete
van fes en veertig minuten,peilde
Pa-
nyang
weft ten noorden ontrent vier
mijle, en \'t klein Eilantj e, gelegen een
weinigh bezuiden
Panyang , zuid-
weft ten zuiden een mijle van hem:
had met zonnen
owè^Q^cgmg\'Dominees
£i^??</zuid-weft-waerts, op ontrent
vier mijlen, en de ooft-hoek van het
\'Eiland
Lingen zuid-weft-waerts , en
zuid-weft ten zuide, op ontrent zes
of zeven mijlen.

Des anderen daeghs middaghs was
Van Kampen met de vloot op fes minu-
ten zuider brete: peilde met zonnen
ondergangh
Poele oft Eiland Saya,
zuid-weft-waerts , en de hoek van
Lingen noord-weft ten wefte, drie of
vier mijlen van hem.

Den vijf en twintigften , wierden
de zeven Eilanden of
Poele Toutjous
in\'r zuid ooft ten zuide, en Poele Saya
in \'t noord-weft en noord-weft ten
noorde gepeilt: des middags de
Poele
Toutjous
ooftwaerts ontrent vier of
vijf mijlen van
Zierikzee.

Den zes en twintigften, wierd met
zonnen opgangh de bergh
Monapyn
zuid-ooftten oofte, op omtrent vijf
mijlen gepeilt: en des middaghs on-
trent op drie mijlen:op de zuider bre-
te van twee graden negen minuten.

Des avonds wierd met zonnen on-
dergangh de derde hoek van het Ei-
lant
Sumatra zuid-zuid-ooftwaerds
twee mijlen:
Poele Nanko oofte ten
noorde, omtrent drie mijlen van
Zie-
rikzee:
en Monapyn in\'t noord-weft en
noord weft ten noorde gepeilt, langs
Sumatra.

Den zeven en twintigften wierd
|n \'t rijfen van de zonne d\'eerfte hoek
van
Sumatra zuid-ooft en zuid-ooft
ten zuide gepeilt, omtrent twee mij-
len en een halve van
Zierikzee. Des
middaghs was
Zierikzee op de zui-
der brete van drie graden vijf minu-
ten: had het Eiland
Lucipar, zuid-
ooft-waerts omtrent drie mijlen van
zich , en zeilde dicht langs de kuft
hene.

Des anderen daegs \'s middaghs,
was
Zierikzee op de zuider brete van
vier graden twalef minuten: had des
morgens den negen en twintigften de
duizent Eilanden weft-waerts van
fich;zag den Opper-bevelhebber
Bort
in\'t noord-ooft ten oofte met zeven
fchepen, en een ander onder d\'Êilan-
den
Agnietes ten anker leggen. Des
namiddags, ten twee uure, quam de
vloot
soot Batavia ter rede, en vond
aldaer de volgende Jachten en Flui-
ten leggen,

Het VRaedhuis van Amfter-
dam.

De Hollandfche Remedie.

De Fluit de Nachtegael.

Het Fregat het Wapen van Batavia.

De Griffioen, als onderlegger op
de ree.

Den dertighften , des Vrydaghs,
quamen aldaer van hier te lande de

naer volgen de fchepen,

Kennemerland.

Oranje.

Rhijnland.

De Kogge.

Des anderen daeghs liep aldaer ter
rede het Jacht
Vlijjingen, van de kuft
y-M\\Maiahare-. bragt tij ding, hoe de
Heet
Rijklof van Gouns, de ftad Xö^/^
fien had ingenomen : defgelijks het
Jacht de
Ryzende Zon, uit Rekkan.

Des Dingfdaghs, den derden van
Gras-maend, wierd beedagh gehou-
den over de zege van de ftad
Koeffien,
en des avonds vreughde-vierenont-
ftoken: teftëns het gefchut los ge-
brand van het Fort, en
rontom van
de wallen der ftad infgelijx

op al de fchepen. \'

Den elfden quam de Fluit ter
de uit Siam ter rede voor Batavia.
Voorts deden de afgezondenen ver-
flagh van hun wedervaren aen den

Heer Generael.

VER^

j

-ocr page 144-

RVO

OP HET

WEE

V E

G

GEZANDSCHAP,

Ü F

Dagelix verhael van het voorgevallen in de twee

uitgcrufte Oorlogs-vlooten van \'BataVta na \'t Eyland Formo/a,
Tayowan
en de Kufte van Sina: onder het gezagli

van

BALTHASAR BORT,

als Admirael en Krijgs-overfte.

Sedert het jaer i^ßien hondert drie en \'^eftigh 3 den ieven

m twintigßen yan Zoomer-maend tot z^efliin honden Vier en
^eßig, den een en tmntigflen yan Lente-maend,

Et zwaer verlies der
Ed. Kompanjie, door
het overgaen van
Ta-
yowan ,
en het Eiland
Formoja, aen den Si-
nefen Rover
Koxinga,
zoo in hare achtbaerheid, middelen,
als voordeligen handel, des jaers ze-
ftien hondert een en zeftigh getrof-
fen , is in zoodanigen trooftelijken
ftaet, als wel verhoopt was, des ver-
leden jaers, door d\'uitgeriifte fcheeps
en krijgs-magt, niet herfteltgewor-
^e : ter oorzake de Tartaren niet al-
leernn gebreke bleven,defelve magt,
met oy voeging van de hunne, totaf-
breuk van den algemeinen vyand te
gebruiken:maer ook die den meeften
tijt vruchteloos voor
Hokfieuw ophiel-
den ; voedende den Admirael met
fchoone beloften, zonder uitwer-
king of gevolgh: niet tegenftaende
zich de kans voor donzen zeer gun-
ftigh vertoonde; dewijl de vyanden,
door den dood van hunnen overfte
Koxinga, met elkandre over hoop la-
gen. Evenwel wierden noch, als ons
verhael boven iiitwijft, door eige ver-
deilde magt der Kompanjie, drie en
dertigjonken en ook de fterke krijgs-
vefting gelegen op de vafte ku-
fte van
Sina, den vyand afhandig ge-
maekt en verovert: beneflens menig-
te van klein vaertuigh vernielt, veel
ftedekens en dorpen afgeloopen en
ontvoikt:fonder cle Tartaren zich des
belghden. Al hoew^el zy bekent fton-
den, de vyand h^n om vrede aenge-
zocht, en gezanten aen den Keizer
gezonden had : gelijk daer van op
het vertrek der vloote gezeit wierd:
hoe zijne Majefteit dezelve zou af-
gewezen,en gewilthebbenzyzich
eerft bewijfen zoude te zijn onderda-
nen van het
Rijk, met het korten van
hunhair, op de Tarterfe wijze. En
zou hier door (zoomen den
onzen
wilde doen gelooven) de voortgang
van vrede in groote

onzekerheid ge-
ftelt,en ook nagebleven zijn geweeft
de verloffmge
onzer gevangenen,
die noch op
Eymuy by \'t leven w\'aren,
welke deTartaren aengenomen had-
den te bevorderen.

Voorders hadden zy den onzen
uitterlijk betoont en aengedaen alle
Q^ 2 vrient*

-ocr page 145-

124 ■

vrientfdiap en goet onthael: behal
veniet te willen toeftaen den vryen
handel: voor
ai eer daer toe (zoo zy
voorgaven) volkomen verlof van den
Keizer zou gekomen zijn. Dan
bleef dit 200 lang verwijlen , dat de
dienft van de Kompanjie niet toeüet,
daer na langer met de gehele vloote,
(gelijk zy gaerne gezien hadden) te
vertoevénrOerhalve den eerften van
Lente-maend van daer opgebroken,
was dezelve den negen en twintig-
ften der zeiver behouden tot
Batavia
gekeert, met achter laten van alleen-
lijk her Jacht
Ankeveen, voor het Ka-
nael van
Hokfieuw verongelukt: ins-
gelijx den Koopman
Konftantijn No-
hef
met acht N eerlan ders aldaer ver-
bleven : of, om recht te zeggen , op-
gehouden en beflageii: hoewel, zoo
de hooge beftierders voorgaven, tot
genen quaden ; maer een goeden ein-
de :
namelijk, om hetbefchiet van het
Keizerlijk hof op de gedane verzoe-
ken der onzen af te wachten.
Al het
welk by de Heeren Generael en Ra-
den van
Indien overwogen, en daer
by in acht genomen, zymeti de Tar-
taren noch in een zeer groote on-
zekerheid waren gebleven, zonder
nochtans met reden te kunnen vaft
ftellen, of zy de zelve voor vrien-
den of vyanden te houden had-
den, zoo heeft evenwel dezetwijf-
felachtighe gefteltenis van zaken,
hare Ed.
op Batavia niet kunnen
te
ruch houden noch af - leiden
van het ernftelijk voornemen , by
haer altoos geweeft, om, in weer-
wrake , haren geweldigen vyand met
alle maght te vervolgen, en zonder
eenig aenfchouw zoo lang te beoor-
logen tot dat de fmertelijke breuke,
die de Kompanjie van de
Sinefen op
Tayowan en Formofa in haren ftaet be-
komen had , zou wezen geheelt.
Waertoeookte dier tijde
de Hooge
Regeeringh orde ontfing van de
Hee-
ren ßewint-hebbers hier te lande, by
brieve van den twee en twintigften
van Winter-maend, des jaers zeftien
hondert twee en zeftigh. En mits
de befloote vrede , tuffchen dezen
ftaet en de Portugefen, dezelve de
handen ook wat ruimer gekregen
had, wierd by haer goet gevonden in
datfaifoen , volgens befluit den twin-
tigften van Zomer-maend, des jaers
zeftien hondert drie en zeftig, we-
der een fterke fcheeps-magt en voor-
naem krijgs-heir, onder her gezag en
gebiet van
Balthazar Bort, na de kufte,
van Sinamtte zetten, ten einde door
dit middel, wanneer den onzen in der
minne gene genoechfame voldoening
gegeven wert, tot hun oog-wit te ge-
raken.

Hier toe dan waren zeltien Iclie-
penaengelegt, bevolkten gewapent
in volgender wijze.

Kamen der Schepen. Bootsge-
zellen.

Noote-hoom

Tertolen ^ ig*^

ylaer dingen 9$

Mars na
Naerden

Vliffingen 105-
Het Wapen van Zeeland 100

Kogge 90

Zeehond 62.

Zierikzee 107

Overveen 7S

lonker 77
Meliskerke
Buikjloot
Nieuwendam

Vink 34

Krijgs- ■ Onbezolg- Verfteke-
knechten. digde. lingen.

139

94
Ï06
102

117

10;

69
93
74
41

SS

I

M
22

Metalen,

10

4

Yzere
ftukken.

27
30

28
28

30

28
30

19

28
26
26
18

20
x6
10

17
2.

4

basjes 2

2
4

tezamen 1382 1^34

396

44

41

De

-ocr page 146-

rijke inladinge van koop waren.

ïn twalef krijgs-bendenvvierden de
krijgs-knechtcn op
Batavia verdeilt,
en daer roe drie
Hopmannen, by
voorraet, twalef Luitenants, twalef
Vendrigs , acht en dertig Seijanten
en Korporaeis tot Bevelhebbers me-
de gegeven, ieder krijgs bende was
voor eerft
by de Hoge Regering ge-
ftelt
op hondert koppen , om door
de Hoofden der Vloote namaels,
wanneer
zulx quam te vereifchen,
op vijftig of vijf en zeventig gebragt,
en daer toe dan meerder Bevelheb-
bers
gemaekt te werden.

De volmagtiging of gezag-geving
aen d\'Opperhoofden der Vlote wiert
eerft gedaen aen land , in het gezicht
van al de krijgsknechten in de wa-
penen, door den Heer Stedehouder
Generael : namaels ook door den
Heer algemeinen Bewinthebber
Ka-
rel Hertjmg
, vergezelfchapt met de
Heeren
Aar iaën van der Meyden en Ja-
kob Hutzaerd,
aen boort : en aldaer
hun bevel-brief opentlijk voor den
volke gelezen.

De voornaemfte punten , in debe-
richt - brief,
van de Hoge Regeringe
^^ -Batavia den Admirael en zijnen
aedtot narichtine voorffefchreven,
beftonden in de volgende :

Fan dEilanden Lauer Timon, ^^
zich daer van drink^^ater en branthout
verzorgt te hebben, de koers te ftellen
na het Eiland
Formofa.

D\'eerfte vergader plaets te nemen in
d\'Eilanden van
Pehoe, anders Piska-
dores
genaemt, ontrent twalef mijlen
bewefte fomxoïêLgelegen.

Komen eenige fchepen de Piskadores
\'verby te raken, die zullen na Uok(it\\x,
gelegen op de vafte kufte van
Sina, lopen,
en de vloot aldaer verwachten.

De vloot was gefpijft voor den tijt
van twalef maenden , en voorzien
met allerlei knjgs-behoefte cn ge-
reetfchap na behoren.

Te geiijk wierden ook naJapan ge-
fchikt en geordent met de vloot te
vertrekken en byde zelve tot in het
gezicht van
Formoja te blijven, vier
fchepen,
\'AÏsVenenhurg , Peper-hael,

\'s Gr ave-lande en Amjlelland, met een om Tayowan en Formofa nrywittig we-

der in handen ever te geven, niet ver-
zuimigh te zijn zich van zulke gele-
gentheid in der beft er manier e te dienen.

Met degeheele vloot uit de Piskado-
dores
ten eerfle voor Hokfieu te lo-
pen : en alle aenjlagen zoo lange terzij-
de te ftellen, ter tijt toe d\'onzen verne-
men, hoe zy eigentiijk met de Tar tar en
legzen gewent,

De opentlijke kenniffe van de goedé
of quade meininge der Tartaren, zal de
weg-wijzer moeten zijn, tvatden Admi-
rael en zijnen raet hen verder te doen of
te laten jlaet.

Alle Sineje Jonken, waer dieookvan
daen komen, en werwaert dezelve heen
willen , in het vaerwater ontmoetende,
trachten te veroveren : ook zonder on-
derfcheit of de zelve onder het gebiei
van den Tar tar , dan hy de Koxinders
t\'huis toehoren.

AJzonderlijk kruijfers af té vaérdi-
gen , op de koopvaerdye-jonken , die op
Japan handel drijven ; en dezelve^
niet bezuiden
Cabo de Sumber ; maer
daer benoor de, ja tot in de Japanfe Golf
te laten kruiffen.

Daer beneffens , by die gelegentheid
ook d Eilanden van
Meaxima , Gotto
raKoray,
beweflen Japan gelegen , te
laten aendoen : ingevalle zulx zonder
merkelijk verlet , gefchieden kan , om
t\'onder flaen wat bequaemheden van zee-
havens , als anderzints aldaer zijn.

Zoo twee of drie Jonken in han-
den komen, hj de zelve kruiffers tevoe-
gen.

Tegen de Portugefen, mits de befote
vrede, gene daden van
vyandjchap teple-
gen.

De koopmanjchappen, in de vloot ver-
deilt, «iïJapan zenden, zoo de Tarta-
ren denhandelniet wilden toeftaen: des-
gelijx de vier Jchepen
, na Japan he-
raemt, hy de Vloot houden tot in het ge-
Q^ 5 zicht

Gekomen in het gezicht der kuile van
Formofa, zullen vier ojvijfjehepen het
op de Tayouanje Zuider Rede laten lo-
pen , om te vernemen, hoe de gelegent-
heit aldaer gedelt is, en daer van hae-
litgh verfagh in de
Piskadores bren-
gen.

Zoo de tegenwoordige bezitters den
onzen van zelfs quamen aen te bieden^

-ocr page 147-

pTiVi te brengen.

De komjie voor Hokfieuw ten eerjie
aen den Stedehouder van de vefting
Minjazeen hekent te maken, en daer
toe eenen Sinees aen landzenden, en den
koopman
Konftantijn Nobel aen hoort

vorderen.

By welftant van alles i» Hokfieuw,
de hrieven van haer Ed. op Batavia met
eenen perfoon van aenzien aen de Be-
flierders te zenden: en daer op ront ant-
woort verzoeken.

Zoo de Tartaren met de Koxinders
vereenigt waren, en d\'onzen zochten te
heiezen van af te laten den Koxinders

lijke hevel-brieven te verbieden\'de Sine-
fen nergens gene koophandel zullen drij-
ven , dan met d\'onzen in
Tayowan.
Ook moften gene Sinefen bezuiden het Ei-
land Kinzin , nochte na
Japan met hunne
Jonken varen: die daer gevonden wier-
den , te vermogen aen te taften en na zich
te nemen : daer heneffens vry te fteilen
de gevangene Neerlanders.

Den Sinefen verwilligen te varen na
Batavia en Malakka, mits voorzien van
onze zee-vrygelei-brieven. Zoo het punt
van op
Japan niet te mogen varen, hen te
zeer aenftotelijk was,het te laten glippen.

Al dandere voorwaerden zullen moe-
ten voorden vaerdig volvoert: of des
neen , met hen niet te verdragen. Mo-
fien ook van deze verdraging bezegelde
hrieven van het Pekin^e Hof verzor-
gen.

By verging van een ftatelijke Bezen-
ding^ aen den Groten
Cliam te doen, om
de verzoeken daer voor te Bellen, daer
in niet te bewilligen : maer toezegginge
geven: zoo in \'er daet billijke voldoenin-
ge gefchiede, dan tot dankbaerheit aen
, zijne Majefteit een hezendinge te zullen
doen.

%kht van Formofa: en dan hunne reize . Zoo de Tartaren met de Koxinders in
laten bevorderen : uitgezeit
Amftei- verhont waren getreden, en zoo meideen
lant : welk mede na Hokfieuw zalzei- ^l^ dander donzen fo veel niet achten.als
len, om de koopwaren tot den Sinefen
handel{zoö die daer den onzen niet toe-

V».\'«-.\'"\'"- ----- - ^----- 3 \' ■■ - - - -

als d ander donzen fo veel niet achten,als
voorhene, en gene genoechzame voldoe-
mnaeiKzooaieaaeru.n
 «... uinge wilden doen, den een zoo wel, als

mlaten wierf) over te nemen en z?? Ja- I den ander voor vyanden te houden,en hen

heiden den oorlog aen te doen, met aenta-
ft en,branden en verniele van aide plaet-
fen,op de vafte kufte van
Sina: dan ook de
magt na de Chincheeuwje Eilanden te
wenden , en zien aldaer de ftedekens
Qm-en
Aymuy afte lopen. Gelegent-
heit aldaer van ft er kén ft ant, en die wei-
nig bezetting behoeft, hy voorraet in he\'
zit te nemen: waer toe H Eiland\'^oXoxv^-
zouw wel gelegen zou zijn : desgelijx
dEilanden
Piskadores : m^aer dor en
mager. Daer toe ook £ onzer verzeke-
ring een vaftigheit zou kunnen werden
opgeworpen.

Het begrijpen en in bezit nemen van

ve Lezen van u) ^^ - V , ^ ^ , / ^ ■ ^ .

vyantfchaptedoen, daer na niet te lui- eenheknopte vergader-flaets niet t on-

fleren : \'ten waere zy genegen mogten] dernemen , hy herkrijging van layo-

zijn, de gelede fchade der Kompanjie in ^ r /

Tayowan vergoeden, en in te ruimen TayowaiiFormofa met de tvape-
VormoüenTzYO\\v^n,metaldekaftelen \\ nm trachten te veroveren , zoo hetby

en vallizheden: daer en boven hy Keizer- ] onderhandelinge van vrede met geluk-

____ O , , , . hnomp] ^ücrzoo praten omua(T

ken wil; hoe wel daer zoo groten omflag

niet weder beflaen.

Het heneden kafteel van Zeelandia,
welk wel te bezetten is met drie hondert
koppen , zou heftandiggenoech zijn, om
eenen aenval
van \'Sinefen te kunnen we-
derftaen.

Bet bovenfte kafteel moft voor eerft
van zijn gefchut ontbloot, en onbezet
worden gelaten, om nader hant daer toe,
op hekomen orde, afgeworpen te worden:
en op die hoogte een weerbare re duit ge-
leit. .

Het Fort Provintie m te houden en
met hondert koppen te bezetten: als ook

Quelang.

Om met de meefte verzekering iet op
Tayowan f ondernemen , diende de
krijgs-magt door het gat van
Lakje-
moey
\'tvaft land gebragt: en eerft te
vermeefteren het Fort
Provintie aldaer.
Insvelijx ook te trachten d\'inwoonders
van \'t land den onzen aenhangigh te ma-
ken. Hier toe zouden platboomde vaer-
tuigen, {den
Sinefen afhandig te maken)
dienftig zijn : alzoo onze boots in dat on-
diep waterniet veelte ftade zouden ko-
men ; ook zou het vereifiht krijgs-volk

niet

-ocr page 148-

geraden zijn, aen dien kant iet te hegin-
nen. In zulken geval mojl het achter
Tankoya, ontrent zes mijlen bezuiden
Tayowan, daer in \'tnoorder Moufon
zeer ßecht water en een opperwalis, on-
dêrnomen worden.

In twee of drie dagen zcu men van
daer met de magt o ver land aen het Fort
Provintie op Sakkam kunnen komen.
Behalve het makkelijk landen aldaer,
zouden m/ffchien d\'inwoonders van de
zuid den onzen toevallen : hy welken ge-
val gene Sinefen op Yoimoï^^jegenshen
zoudenßant houden.

Zoo de Tartaren den handel komen
f ontzegden , en die van d Eilanden
Ay-
f» Quemuy zicyf?
afgezonden van For-

fen noch in vricntfchap met de Tartaren,
en genegen zijn met donzen te verdra-
gen , zoo zullen
zy zich daer toe ook laten
vinden. Ja zelfs met hen alsdan zoeken
te ver eenigen: mits zy ons mojlen te we-
ge brengen de voorwaerden , hier voo-
rens van de Tartaren vereifcht, en hun-
ne hulpe gebruiken , tot herkrijging van
Formofa en Tayowan : zelfs ook tot af
breuk van den Tartar.

Tijd wort niet voor ge fielt, om met de
vloot van de Noord op te breken en na
Batavia te komen : maer zulx in goet-
dunken van den Admirael en Raed (7e-
fielt. ^

Na dan d\'Admirael Balthafar Bort
den dertigften van Zomer maent,des
jaers zeftien hondert drie en zeftig,
geleide van verfcheide vrienden,
de papieren van den Heer Gen e-
^ en Raden van
Indien , van land
aen boort verfchenen was, om met
a eerlte goede wint de voorgeltelde
reize na
Formofa , Tayowan en de
kufte van te ondernemen, zoo

^ j , ----O \'

trent drie uuren voor dag , met de
vloot van zeftien oorlogs-fchepen
en vier Japans-vaerdersuitBataviaes
rede met een zuid-oofte wint onder
zeil, en liep tuftchen d\'Eilanden
I^oorn en Edam door, noord-ooft-
waerts aen:des middags had de Vloot
net Eiland
de Zuider Wachter zuid-
^veft ten wefte drie mijlen van haer,
nen ondergang het tiland
de Noorder
Wachter,
ontrent weft noord weft op
vier mijlen.

Den tweeden , op \'t gewonelijk te-
ken van \'tlaten waien der witte vlag-
ge , en\'t doen van een kanon-fcheut,
verfchenen voor d\' eerfte mael aen
boort des Adrairaels alle d\' Opper-
hoofden der voornoemde fchepen:
beneven de Hooft-krijgs- bevelheb-
bers : uit de welken d\'Admirael, vol-
gens fchriftelijke orde van den Heer
Generael en Raden van
Indien, in den
dagehxen Rade heeft doen verfchij-
nen de perzonen onder-genoemt,
die den anderen in rang volgden: als,
naeft den Admirael
Balthafar Bort,

j

mola en Tayowan houden: daer henef die geduurig de voorzitting had,

iennorh tti lyrifvifCrUnt» in^et JoT"^^*______ .. i , i .

Huyhrecht de i^ï/r^j/?,Onder-Admi-
rael.

JVillem Volkerfz. beraemt Opper-
hooft na
Japan , en Schout by
Nacht, zoo lang hy by de vloot
zou zijn.

Schipper Bartholomeus Ver wei, die
by vertrek van
Volkerfz. voor-
noemt de Schout by Nachts
vlagge zou voeren,en in die hoe-
danigheid als dan ook in rade
zitting hebben.

Pieter Koker, Schipper op den Ad-
mirael,

Koopman Ernjlvan Hogenhoek , op
de Kogge.

Beneffens den eerften Hopman
Chrifliam Pooieman, op de Noote-
hoom.

Na genomen zitting wiert byhen de
verdelinge der Vlote in drie Efqua-
ders of
H ooft-gedeelten, by den A d-
mirael, met goetdunken van den On-
der-Admirael, reeds verordent, ne-
ven de noodige zein-brief voor de

, . ---v-.iiciiicu,vcu uc uuuQige zein-Drier voor de

gmghy den volgenden morgen, on- Vloot na gedane voorlezingh beve-

trent dnp mirpn vnnr ______i " . i... , .. Q ^ i

ftigt: alsook gelijkheid op het ftuk
van fchaffen beraemt.

Des middaghs was d\'Admiraelop
de zuider brete van vier graden vijf-
tien minuten, en had het hoogh Ei-
land met de bomen, weftnoord-weft
omtrent
zeven mijlen van zich.

Den derden met den dagh, wierd
her land van
Banka gezien: voeren

des

ntet f effens aen land kunnen gehragt ; op de Zuider brete vaft vijf graden
worden. By mangel der zelve zoude niet dertig minuten: des avontsmetzon-

-ocr page 149-

rael een fchriftelijk voorftel voorgele-
zen: behelfende ten voornaemfte het
aendoen van de Tayowanfe zuider
rede, met vier of vijf fchepen; cn de
maniere, op welke men beft van den
ftaer der vyanden aldaer, volgens orde
van haere Ed. op
Batavia, kuntfchap
zoude können erlangen : ook mede
in wat tij t het kruizen op de rijk gela-
dene na
Japan gaende, en van daer ko-
mende Sinefe Jonken diende onder-
nomen: insgelijxhoezy zich tegen de
Jonken van de kufte van
Sina, Manil-
hm, Makküu, Tunking, Quinam, Siam,
Ligoor, Patany,
en andere plaetfen, die
zy op de Tayowanfe rede en in de
Piskadores vinden mogten , zouden
hebben te dragen.

Eindelijk wiert goet gevonden,
tot de naefte vergadering daer mede
te vertoeven , en midierwijie aen
ieder een affchrift ter hant te ftellen:
gelijk den vierden dezer door den
Sekritarisgefchiede, om als dan hun
voorbedacht goetdunken in te bren-
gen en daer op befluit te nemen :
ten einde
Willem\' Volkers , voor zijn
vertrek na
Japanhun befluit dien aen-

krureen op de Jonken, den onzen al-
öac t,oni zich by gelegentheit daer van
te dienen, zoude kunnen bekent ma-
ken.

Den vijfden en zeften wierden d\'ei-
landen
T/nhofaen Ainan gezien: hoe-
wel
Tmhofa, ontrent vijf mijlen buiten
het land, van den Admiraei.

ftelijk voorgeilagen : Wat voor Jchepen
en perfonenuit de vloot daer toe, alshe-
quaemdzy , gebruiken; als mede op wat
wijze, zoo de Sinefen uit eigen beweging
niet aen boort quamen , de vereijchte
kuntfchap bekomen zouden. Ofmen ,om
hen aen boort te krijgen, de witte vlagge
zou laten waien,dan eenige kanon-fcheu-
ten zo nu en dan over langzaem doen .• als-
mede,gerakende door èeze twee midde-
len niet tot hun oogwit, ofmen dan een of
twee gijzelaers,met d\'onzen van
Batavia
gebragt, dewijl die hen doch gten voor-
deel of fchade konden doen,naer landiou
zenden, en door de zelve Beftierders al-
daer te laten afvragen : voor wien zy de
flerktenenvaftigheden op
Tayowan en
Yotmoï\'S^inhielden en bewaerden: te we-
ten, voor zich zelfs of met die van
Ey- en
Quemuy gemeen : of ook wel voor de
Tartaren , als onderdanen van hen;
en of zulx zoude dienen te gefchiede by
monde of gefchrift.

op de noorder brete van twalef gra-
den zeven minuten: de koers noorde
ten oofte.

Den eerften van Oogft maent was
Poele Kamhir,oo%. ten noorde van den
Admiraei: des namiddags het Eiland
Kanton noord-noord-ooftwaerts, on-
trent zes mijlen-

Den tweden wiert de dagelixe raet te laten aenlopen, ten einde de gele-
by een vergadert, en door den Admi-1 gentheit aldaer te vernemen,heeft eer-

ftaen , dient alhier eerft in \'t kort
van den inhoud des fchrifteiijken
voorftels voornoemt ,€en verhael ge-
daen.

De Admiraei dan,op orde van de ho-
ge Regering op
\'Batavia, om in\'t ge-
zicht der kufte van
Formofa,ViQT of vijf
fchepen op de Tayowanfe zuider rede

Zoo zy op het voor verhaelt antwoort
quamen te geven , en met een het voor-
nemen der onzen begeerden te weten:
of men als dan hen niet Z6u verzoeken,
eenigen uit de hunnen zich met de on-

gaende voornamelijk, wegens het zen ten dien einde na dePisk^doTQS by

Midlerwijle wiert op den zeften, zen , geduurende dien tijdt, vyand-
volgens hetjongfle voornemen, een fchap met het aenftaen en vermeefts-
belluit in den raed gemaekt op de ren hunner Jonken zouden gebruiken :
fchriicelijke voorftel en by gevoegde vermits de Raden van Indien bevolen
aenmerkinge,by den Admiraei in rade hadden alle dadelijkheden zoo lange
toenmaelsgedaen:waervaniedereen Iteftellen, tot dat men recht
affchrift was gegeven. Dan om het ge- t wifte , hoe zy met de Tartaren eigent-
"^elde befluit des te grondiger te ver- beid gewent lagen; maer daer en tegen

het meerendeel onzer vloot te begeven;
met toezegging hen aldaer ons voorne-
menzouworden bekent gemaekt. Zoozy
zulx genegen waren-, mits menhengijze-
laers in handen liet, ofmen daer toe ver-
ftaen zou. Ook hoe veel dagen de fchepen
op de
Tayowanfe zuider rede zich
j zouden onthouden : als mede of de on-

-ocr page 150-

Sumatra , zuide ten oofte ontrent
twee en een halve mijle van zich.

Des Donderdags, den vijfden , op
den middag wiert gezien de berg
Mo-
napijn, Qn w2iS de vloot ontrent twee
mijlen buiten de wal van
Sumatra :
Voer des avonds voorby de ftroom
Palimboang, en tufl^chen Poele Tousjou
en Poele Sayo.

Den zeften wier den d\'Eilanden
van
Tousjou gezien. Des middaghs
was de Vloot op de Zuider brete van
een graet zeftien minuten.

Den zevenden wiert Poelo Sayo
noord-weft ten wefte ontrent drie
mijl en een halve van de vloot gezien,

op de Zuider brete van negentien , ^ - „ - - ..

graden : kregen des avonds d\'Eilan- { rael met zonnen opgang weer zeil
Sen die by het groot
U\\2.nALingen | van Poelo Tmon, enquam desnamid-
ieggèn , ten noorde in \'t verre ge- \' dags byde voor deze van het Eiland

yjjgj. ! voor uit gezondene Ichepen

\' DesSondaes, het Dominees Eiland 1 met de gehele vloot ten anker De
in\'tweftzuid wefte, ontrent op vier i vloot nu van alles t eenemae voor-
mijlen : quamen door de linie, zagen | zien, lichte den twmtigften met den
\'t hoog land van de
Boxhoorns ontrent dach, het anker; en had des avonts
zeven mijlen van zich. 1 het Eiland
Poelo Timon ontrent vier

Den negenden, op de middag, was mijlen recht zuide van haer.

d\'Admiraaopden^rder bre^evan j ^ Deneenentwintigftenwiertopde
vieren vijftigh minuten , en
peilde ; Vloot een beedagh gehouden,
het Eiland weft een wemiglf | Den twee, drie, vier en vijt en

noordelijk , ontrent drie mijlen en , twintigften viel met voor.
eenhalve van zich.
 j Den zes en twintigften wierden

Had den tienden d\'Eilanden Ting- \\ d\'Eilanden weft-waerts, wel

hy noord-weft ten weften: tnlauer j zoo ooftelijk, omtrent zeven mijlen
noorde ten weften van zich: des mor- van de vloot gezien. . ^^^

genswasdevlootdichtbyhetEiland Den zeven enachtentwi^

enquamopdeweft-zydeteniviel met voor: alleen ^reegli de
anker. Op het Eiland
Timon isgeen i vloot een ongemene Herde itorm,

timmer noch brant-hout te krijgen;;, die uit den ftroom van Kamhodia
maer wel op het Eiland Het Ei- meeft zuid-ooft aen viei.

land l.^^r is tamelijk hoogh , met Den negen en tvvintigften w.ejl
twee uitftekende bergen : een aen ; uit het voorzeilend F uitje de r^nK
hetzuid,
en een aen het noord-eind: j volgens het zein,

^twelk in \'t midden een groote zael \' bevonden wierden de twee zanc-Der-
mTekt
 1 genopdekuft van champant^T^n,on

j2,8 Vervolg 0J> het twee Je Gezandfchap

des middags beoofteii het EilandX?^- volgens genomen befluit van den elf-
cipara • des avonts d\'eerfte hoek van den. na het Eiland Poele tmon iio.-

r .1 n _______..i, J y-..-1-1 fTAr! Hf»»" T^ilz-irM-fS,»! O AAtl

der hooft gedeelte der ^looreNpa een
byzondere ho^k d^s Eilands. i

De Bay aen ^e zui^-ooft-ho^k van
het Eiland Ti^on is zéer-Jözêl\'tot het
halen
van drink-water, brant en an-
dere ^out - werken gelegen: ook is
het ^elve aen lant makkelijk en in
ovefvloet te bekomen : maer ver-
verfchingh valt\'er zoo veeliüet, ter
oor^^-ake de inwoonders dezes lands
aldafer hunne woonplaetfen en ont-
houi|inge wat minder, als wel aen de
zuid-w\'eft kant hebben.\' Ook wort
hetgeen daer noch te krijgen is, dier-
der als wel aen
Poele Lauer gehou-
den.

Den negentienden gingdeAdmi-

Dentwalefden,tegensdenmiddag, trentzesmijlennoor^^^^^^^^
vertrokken, op orde van den Admi- Admirael: diedesavon
me de naèrvolgende vijftien fche- \'
de Mare drie mijlen m \'t zmd zuid-

pen Wn het Eilaiid Lauer (na aldaer
verrichr te hebben, \'t geen haer aen-
bevolen was) tot het halen van drmk-
water,.brant en

andere hout-werken:

oo^c ,^nCaho Ceder, in \'tnoord-ooft
ten noorden drie vierendeel mijls,van
zich had: dendertigften de Bay
Pa-
daran
weft noord-weft : quam des

iüigelijxom ververfbhinge te ruilen , | middaghs voor by de Jvarellafaip^

-ocr page 151-

alle Sinefe Jonken (waer die ook van
daen quamen, en wer waerts de zelve
henewilden;) inhmvaerwater ontmoe-
na/^ï/^?^ begaye , om daer van ook
tende , zouden trachten te vermeefie- kuntfchap te brengen enby voor-
ren en dat -zonder onderfcheid, \'t zy val van zaken Zich aldaer te konnen
onder het gehiet der Tartars, of by fchikken, zoo wierd by denAdmi-
Koxinders fhuis behoorden, j rael voor geftelt, of zulx m hetzui-

Aengezien ook het voornemen van j der of noor der Mouf on diende by der
hun Ed. op Batavia was, Sinefe Jonken hand genomen. Zoo zulx in het zui-

der Moufon moght goet gevonden
worden, dat als dan \'t zelve den lae -
ften van Oogft-maend, of uitterlijk
half Herft-maend, ombenoorde de
k^ep Sumber,en voorts in de Japanfen

Jonken van de kufte van Sina; maer ook
^die uit de
Manilhas, Makkau, Ton-

Daer tegens quam wieder eens-
deels in opmerking :
de Vyand door
zulke Vy andlij ke aenflagen van hun goet
voornemen, zoohet mijfchien te voor e
ly hem geweeft was , wel veranderen
zou, en den onzen dan in gevolge niet
te fpraek daen willen , veel min van
zelf aenbiedïngh doen, om
Tayowan
en Formofa vrywilligh weder in onze
handen over te geven: gelijk hun ede-
len gaerne gezien en ook belaft hadden,
de onzen van zulke gundige gelegent-
heidte dienen : anderdeels dat de Vyand
den onzen wel fchoone beloften en toe-

\'uit andere gemeden te mogen aentaften,
en vermee(leren, om de ingelade goede-
ren van vellen als anderzints tot een
proeve na
Japan te zenden, ten einde te
onderftaen , of de japanders zulx wel of

qualijk zouden nemen, of dan daer on-1 zee-boefem(alwaer de Jonken voor-
der ook niet verftaen werden niet alleen \\ noemt beft aen te treffen waeren) te

komen, behoorde te gefchieden.
Doch alsdan ftont weer te betrach-

qumg, Quinam, Kambodia, Siam, ten, onze kruiflèrs aldaer drie of vier
Ligoor , Patany ,
en Johoot op de]^ maenden , zonder fchijnbaerheid van
Formofaenfe kuft vinden moghten: die, eenige Jonken t\' ontmoeten, zouden
zoo wanneer met de eerfte aenkomde on- moeren zoek brengen: defgelijx te be-
zer fchepen aldaer niet overvallen wier- duchten zijn, de fchepen voornoemt
den , den onzen welontjnappen mogten. hét aldaer , door overval van harde

noordelijke winden, gebrek van water
en brandhout, als het bekomen van
veel dooden en zieken, niet lang zou-
den kunnen gaende houden, maerge-
nootzaekt te zijn elders haven te kie-
zen.
Daer by het ook geheel onzeker
is, ofmet het kruizen
al iet zou wee-
zen op te doen, om dat onze fchepen
juift niet altoos den wegh dien men
neemt, de Sinefen bevaren, ter oorza-
ke voornoemt zouden
kunnen be-
kruifen: ja zoo wanneer zy het daer
al gaende hielden , licht ookbydon-

.......... ker en miftig weder den anderen voor

zegging %.oude doen , om hen zoo de\\ by geraken konden: ook,fchoonon-
voordeelen , met het aenranden van j ze fchepen al eenige Jonken in\'tge-
J enken, als ander fint s te beletten : daer- \\ zicht kregen, datze dezelve, wegens
byeengevoelijke afbreuk en haeftigh onbezeiitheid, niet zouden kunnen
overval wellicht f eerder beftuiten mog- belopen , en in gevolge geen meelter
ten, met zich te voegen na onze begeerte, j daer van worden. Komende hier noch

Derhalve wierd voorgeftagen, of! by,dat hun Edele dien aengaende hun
• _ 1 1 T r " _ . •____ \' mecie peaevpn K^..

men niet al de Jonken en vaertuigen,
gevonden op des Admiraels komfte
in dePii\'iéiï<fl^<?>"^^\'>behoorde aen teftaen.

Ten andere, vermits hun Edel. be-
volen hebben eigentiijken kruÜTers
af te fchikken, op de Koopvaerdy-
fchepen, die op
Japan den handel
drijven, zonder uit te drukken in

gevoelen in hun mede gegeven be-

richt aldus uitdrukken:

Zoo wy bericht zijn, ner meer (laet te
maken op de Sineeje handel-jonken, die
na
Japan varen, dan wanneer dezelve
in het Noorder Saifoen weder na huis
keer en, alzo het dan zeer otii.eker óp haer
te wachten zy : naerdien de zelvegewo-

. — 7 —--liviv,!. UIL Ut. Ui LixVA-«-^*\' -—I--------y - ------- ---- O

wat tijd zulx beft diende onderno-1 nelijk al wat laet wederkeren, en onze

fche-

Vervolg op het tweede Gezandjchap
ivederom geläßen , dat men nochtans
men, ja vvelvereifchte datdienasii-

gaend e by hen beflooten wierd, voor
al eer
Willem Volkerts uit de vloot zich

-ocr page 152-

den zijn van dien rijken buit, die uit
de Japanfe Jonken te behalen is: daer
van
hun Edel. by ons bericht zich
aldus verklaren :

En alzoo de rijkfie luit ivelte halen

zy v<an de Koopvaerdy-jonken , die op\\ fchepen, zoolang uitte fteilen. Ie
Japan
den handel drijven , zoo dienen | meer in Wijn - 5iacht - en Winter-
UE. het meefi op de zelve aen te leggen, \\ maend onder de wal, gelijk het ons
en daer op Juifte Kruizers uit te zenden | verleden jaer gebleken is, noch wel
die \'t vaerwater henoor de, en niet bezui- | noordwaerts Op te komen is: behalve
de C^bo de Sumber, tot in den lapanfen \\ hun Ed. ook zelf^ weinig moets heb-
zee-boejemzelfs, mogten hekruizen. j ben , om de Jonken, dezen jaren uit
Ingevallenu dit verordineert krui- | Japan komende,in handen te krijgen:
zen met eenig zeker vertrouwen van gelijk uit het naervolgend noch na-
iet op te doen , konden uitgevoert ^er bhjkt, daer zy onder anderen op

worden , zoo warender gene reden
van ons hier over te beraden. Dan de
onzekerheid, zoo wanneer \'t zelve
alleenlijk zoude moeten gefchieden
met onze fchepen, betuigen hun Ed.
in het bericht met deze woorden:

Gevende UE. in bedenken , of niet
doenlijk ivezen zoude tivee of drie Sinefe
Jonken, die fnedigh in^t zeilen zijn, en
miffchien U E. hier of daer op de Sinefe
Kuft en wel in handen vallen z uilen, me-
de derwaerts wier den uitgezonden, om
door zulx den Sinefen te verfchalken,

hunne handel-jonken te heter fach-
ier-halen: daer onze jachten, met ha-
re onhezeiltheid, weinig kans toe heb-
ben :■ wetende de Sinefen het hen altijds
font leggen, nes u £. hier van een proe-
ve zult doen nemen.

Over zulx ftaet voornamelijk, den
Rade te overwegen , of wy ^oo een
onzekere zake ditjaei- behoorden
t\'ondernemen , alzoo de vloot daer
door zeer zoude verzwakken en zijn
ontzag en kracht verliezen,om tegen
s vyants hooft-plaetfen aen te gaen.

builen ook ons als dan zoo veel niet
achten, als of wy de geheele magt te-
gen hen quamen aen te voeren,en ons
"^ede daer door van de gereetfte en
vlootkunnen gefchieden, behoorde
na te laten, om te zien, wat men met
onverdeilde magt op den vyand zou-
de uitvi^erken kunnen, en ingevolge
het uit kruizen zenden van eenige

fihepek het daer qualijk zoo lang kunnen iVdLQïéïgike fchepen moeten ontMo-
houden. 1 ten, die ons beter, als de grootfte,

Maer daer tegen is ook aen te mer- - in \'t uitvoeren der verdere aenzagen,
ken , dat
200 wanneer onze fchepen te ftadekomen.
niet ontrent den tijd voornoemt;maer ; Als dan kan ook gebeuren,dar door
later af-gaen,boven de
Kaep de Sumher \\ te veel t\'effens by der hant te nemen,
niet wei kunnen komen, en bezui- i noch het een noch het ander wei ko-
den de zelve gene fchijnbaerheidis,! meteflagen. Derhalve in betrachting
om eenige Jonken aen te treffen : is, of men niet alle onzekere aenfla-
Waer door wy als dan verfteken zou-i gen, dienietaismetverdéilingvande

dit ftuk,by hun bericht zeggen.

En om by ons zoo vroegh in de weer
te zijn, dat nfien haer in het derwaerts
gaen kan onderjl:heppen , is van hier
qualijk hy te brengen.
Zoo verftaen
mögt worden, voor al andere aenfla-
gen\'t kruiffen behoorde voor te gaen:
dan dient geler
op\'t getal der fchepen,
en hoedanig die mer boots-gezellen
en krijgs knechten te bemannen zijn:
als m ede of de zelve de Eilanden van
Meaxima, OottoQn Koray behoorden
aen te locpen, om te vernemen of
daer gene goede gelegentheden van
bayen, havens en anderebequaemhe-
den zijn, ten eindezichby noot daer
van te kunnen dienen, volgens orde
van hun Ed. zoo \'t zelve zonder ver-
let gefchieden kan.

Dan hier op is weder aen te mer-
ken,
dat dit onderzoek en kruiffen
beide te gelijk in ditzaizoen niet wel
zal können gefchieden : dat ook te
beduchten zy, onze
kruiffende fche-
pen wel licht in de havens voornoemt
ten gevalle der
Sinefen mogten aen-
gehouden
worden. Dit zou echter by
ftorm en onweer te ontfchuldigen
zijn; mits ook onze fchepen evenwél
in hun geweld niet te vertrouwen:
f a ook

-ocr page 153-

zoude kminen ondernomen en van
daer onder dewal tot boven
Kaep de
Sumher,
ja tot N an king ïo-^^xi , om
onderwege na bequame havens en
bay en,tot bekoming van drink-water
en brant-hout, uit te zien: waer van
men zich ook by verlegen weer zou
kunnen dienen, en meteen alle Jon-
• ken aenflaen,die te bekomen zijn.Op
al welke voofftellen het navolgend
goet gevonden en beflooten wierd.

Eerftelijk zal d\'Admirael met de
fchepen
Nootehoorn. Viaerdinge, Kog-
ge , Zee-hond
en Jonker Tich. in per-
zoon op zijn aenhoudend verzoek
na de
Tayowanfe rede begeven , ten
einde na de gelegentheid aldaer te
vernemen, en op alle voorkomende
toevallen datelijkordete kunnen ge-
ven. Zo wanneer de Sinefen uit eigen
beweging niet aen boort komen, zal

vens naer land zenden. Waer byhen
met weinigh woorden zou worden
afgevraegt: voor wien zy de fterkten
en vaftigheden op
Formofa enTayowan
in hielden,\'t zy voor hen zelfs, of met
die van
Ay en Quemuy gemeen: of ook
wel voor de Tartaren, als onderda-
nen van hen: met bekent-making,
Zoo zy daer op antwoort gaven,d\'on-
zen als dan ook hun voornemen hen
verklaren zouden: quamen d\'onzen
het zelve t\'erlangen, zal d\' Admirael
hen bewegen eenigen van de hunnen
met hem by het merendeel van de
vloot na de
Piskadores zich bege-
ven , met toezegging aldaer van zijn
voornemen zal opening worden ge-
daen, zonder nochtans eenigen van
de onzen als Gijzelaers in hunne
handen re wagen. Zijn zy daer toe
niet genegen , zal d\'Admirael hen
te gemoet vaeren, zulx als 4« tijd en
gelegentheid hem beft zal raden. Tot
tuigen, die te vermeefteren zijn, niet
alleen daer; maer ookin deP/i/f^c/ö-
res aengeftagen worden.

Belangende het tweede voorftel,
wegen het kruiiTen op de j onken in
het Japans vaerwater, wiert verftaen
het zelve behoorde ondernomen te
worden , na het verrichten hunner
zaken in
Hokfieu, zoo hen als dan
door het doen van voldoening, gene
reden ten tegendeele voorkomen.
Dan komende gene rechtmatige vol-
doening Verlangen , dat men , zoo
lang het
Zuider Moufon verhindert,
na \'s vyands voornaemfte Hooft-
plaetfen weder te rugge te keren, met
de gehele Vloot om de noord zal loo-
pen , en den vyant te water en t6 lan-
de alle mogelijke af-breuk doen : en
dan, tegen dat het tijt wort,den koop-
man
Ernft van Hogenhoek, als Hooft,

d\'Admirael eenige kanon-fcheuten, j met drie van de lichtfte fchepen, zoo-
overlangzaem doen, en zo nu en dan danig als toen gemant waren, neifens
een laten waeien: word daer drie handige Jonken , zoo zy dier

door zulx niet te wege gebracht, als midlerwijle Meefter wierden, tot
dan twee Sinefe Gijzelaers, door de het
kruiftên afzenden, om boven ój-
onzenvan^j/dZ\'i^7gehragt,(zozy ge-
\\ho de Sumher, )2i is het doenelijktot
ne gevangens bequamen,) met fchrij -
Nanking te lopen, teu einde aldaer in

befchikking van al dit, zal niet meer goet gevonden, met de vijf gemelde
dan twee of
drie dagen befteet, en in fchepen van Pedro Blanko na Formofa
dien tijd gene vyandfchap te lande op de hoek van Tankoya over te fte-

ken.

den w^eg na bequame havens en
bayen uitte zien ;
daer by nood fche-
pen zouden kunnen gebergt en de-
zelve van drinkwater en branthout
voorzien worden. Voorts op twee
of
drie en dertig graden te kruizen en
alles aen te ftaen, wat zy
belopen en
vermeefteren konden. Zouden ook
vermogen d\'Eilanden
Meaxima, Got-
en ten einde voornoemt aen
te lopen, zoo zulx zonder verlet ge-
fchiedenkan, volgens orde van hun
EAdtoip Batavia. Dies zouden ook
de kruiflers in Sprokkel-maent zich
weder by de Vloot voor Jy of
Que-
muy oï Formofa ,
daer de zelve haer
dan mögt onthouden , vervoegen,
om als dan met gelijker magt zulx
t\'ondernemen , als zy dan te rade
zouden werden.

De twee voornaemfte punten voor-
noemt aldus dan afgehandelt, wiert
na voorgaende beraetftaging ook

Vervolg op het tweede Gezandfchap
ook dat met liet kruilTeii van Hokfieu | gepleeglit; maer evenwel allevaer-

-ocr page 154-

nä\'tKsherrijk van
ken,en alzo ie Tayowanfe zuider re-
de te naderen en aldaer ankeren rmits
ook (onaengefien
Volkerts,Op-

perhooftna/^ï/\'j», voorgeflagen had
met zijne fchepen
venenburg, \'sGra-
Denlande
en Peperbael van Pedro Blan^-
ko
langs de kufte van sina de reize na
Japan iQ vervorderen) de gehele vloot
van twintig fchepen, volgens dorde
van
Iwin^dé.QO\'^ Batavia, tot in het
gezichte van
Formofa verfchijnen
zou. Als dan zouden de drie Japans-
vaerders van daer zonder
Ankeveen
hunne reize, tuffchen Formofa en de
Piskadores
door, ondernemen en d\'on
der-Admirael met d\'overige twalef
fchepen ten eerfte na de
Piskadores
zeilen, en aldaer den Admirael met
zijne vijf fchepen inwachten ; maer
by quaet weder, al d\'oorlogs-fchepen
zich na de Piskadores vervoegen en
de drie Japans-vaerders, zonder lan-
ger verblij ven by de Vloot,hunne rei-
ze ver vorderen.Ten zelven dage dan
zette d\'Admirael, volgens genomen
befluit, met de vijf fchepen
Noteboom,
Viaerdingen, Kogge, Zeehont
en Jonker,
zijnenkoers na Formofa over, op de
hoek van
Tankoya, om na de zuider
Tayowan te lopen, en aldaer
het anker te laten vallen.

Den achtften keerden de Zeehont
en Jonker vruchteloos weder van het
najagen op een Jonk, zedert den ze-
ften , door ftilte ontfnapt, met be-
komen fieciits van een Sinees Cham-
pantje, hoewel met vijfgequeften
op de
Jonker, en een op de Zeehond.

^^e fnoode Sinefen hadden eerft
een pot ^^^^ ^^^ j^^jiy ^ ^^

cleinand ook een Sinefe water-baly
(daer op een Bamboes ftont, met een
^ley e daer ^n gehecht,) en ten lae-
üeook het Champantje voornoemt
laten drijven: \'tChampantje hadden
d\'onfen opgevifcht,maer de pot Arak
begeerden de fchippers door het volk
niet over genomen te hebben.

Midlerwijle de Zeehond m Jonker
niet deze Jonk noch doende waren,
Wiert weder een ander Jonkzeilge-
zien : daer zy, verzelt met d\'Onder-
Admirael, en zijn geheel Efquader
Jjatoe zetten. Naderhand volgde ook
de floep van den Admirael,gewapent

met zes basjes en voorder oorlogs ge-
reetfchap,en bemant met hetgew^oo-
nelijk volk , en daer en boven met
twalefkrijgs-knechten, een vendrig
en een korporael, onder gez;ag van
zijnen fchipper.

In de veroverde Jonk, den tien-
den aen boort van den Admirael ge-
bragt , wierd bevonden zevenkleine
ftukjes gefchut, drie haeks, eenige
enkeldekamers, zeep-meflen, pie-
ken , een parthye vuur^potten en pij-
len , defgelijks meenigte van buffe-
kruit en ander krijgs-tuig Voorts be-
ftont de lading in weinigSappanhout,
oude pinang, rottang en oude klap-
bomen.

d\'Admirael liet eenigen der Sine-
fen eerft met woorden; daer na met
dreigementen aenzeggen : indien zy
hem de waerheid niet openbaerden,
hen de kop te zullen doen af-flaen.
Ten dien einde wiert een krijghs-
knecht met een bloote houwer ach-
ter hen gezet. Zy dan onderzocht,
en hen de gelegentheden , tot wat
einde zy aldaer kruiften, afgevraegt,
zoo kon men echter (eensdeels uit
vertrouwen zy den onzen dien niet
wilden openbaren : anderdeels ver-
mits de tolken, door onkunde met
hen ook ;veeltijds niet te recht kon-
den komen) uit hen
niets verftaen.
Maer hun meeft over een komend
zeggen
was, dat zy onder den Tar-
ter t\'huis behoorden, en met twin-
tig Jonken Tartarifche krijgs-knech-
ten van
Kanton naer het Eïl-md Ainan,
tot verfterking der krijgs-bezetting,
gebragt hadden, en nu weder met
vijf fchepen van de zelve Jonken, in
gezelfchap, op den wegli waren ge-
weeft , om naer
Kanton weder te ke-
ren. Voorts beriepen zy zich op hun-
ne pas, die ter orde van den Onder-
koning in
Kanton op hen ten dien ein-
de verleent zoude zijn.
Wel gaven zy
die aen d\'onzen over;; maer konden
zyden inhoud van dien, n^t te ver-
ftaen komen. Toen was d\'Admirael
ontrent
h^i Kraeke diep van d^Mak-
kaufe Eilanden
, en had dat met de ho-
rens , een van de noordelijkfte
Mak-
kaufe Eilanden
, noorde ten ppfte on-
trent vier mijlen van ziek.

I 3 Dc

-ocr page 155-

xzé

De Raed, op den elfden door den
Admirael by een geroepen, deed de
twee voornaemfte Hoofden van de
veroverde Jonk, Onghmg en Ong-
keeyn
genaemt, voor zich verfchij-
nen, en dezelve ook onderzoeken
én afvraegen ; doch kon van hen
geen andere verklaring bekomen:
dan die meeft over een komend was
met de gene, welke eergifteren door
hun gemein volk gedaen was : na-
melijk dat zy van
Kanton na Ainan
krijgs-knechten gebraght hadden, en
nu
weder op den wegh in het weder-
komen waren. Zeiden op h^ af-vra-
gen , d^iKoxin al
een jaer overleden
was, en zijn zoon
Kïmfia\\\\&i opper-
gebiet in
Tayowan en op Formofa had:
maer hoe\'t met den oorlog tuftchen
den Tartar en Sinefen ftond,wiften fy
niet.
Gevraegt, of zy de Chiampan, op
den tweeden dezer by d\'onzen opge-
bragt, en achter des Admiraels fchip

gelegen,ookkenden, antwoorden,na

de zelve gezien te hebben Ja, en het
een Kantons vaertuig te zijn: maer of
de Jonk,daer defelve afgekomen was,
juift met hen van
Ainan ware gezcilt,
konden zy d\'onzen niet verzekeren.

Hen wierd ook het briefje , van
de zelve Jonk bekomen, te lezen ge-
geven^: doch maekten daer eenen

gehelen anderen inhout van, als op

den achtften dezer verleden uitge-
leit was; zoekende het kruiften, daer
in verm^ek, te verbloemen, en een an-
deren fchijn te geven. Ook konden
d\'onzen den rechten inhout niet wijs
worden, vermits hun tolken \'tzelf-
fte niet wel verftaen noch uitleggen
konden: zoo dat zy, tot hun groot
verdriet, daer in bleven fteken.

Op dit verhael, zoo ten dezen,
als ten voorigen dage gedaen, gaf de
Admirael den Raed in bedenken, of
men deze gefchoore Sinefen met hun
Jonken en ingeladen goederen, ten
aenzien van hun pas, mitsdien zy
de minfte vyandfchap aen de onzen
nietbetoont hadden, behoorde vry
te verklaren : dan of het niet beter
ware, dezelve,
om zeker te gaen,
met zich na
Hokßeuvo iQnemtn, en
het oordeel van haer vry, of onvry-
heid aen Singlamong en Lipoui, bpper-
fte beftierders aldaer, te ftellen: dan
of men, met hen pijnelijk te onder-
vragen , trachten zoude iets naders te
verftaen.

Hl-

I

Hier op geraetflaeght, zy door
de pijninghe hchtelijk wel van de
Waerheid zouden kunnen afwijken,
en verklaren, \'tgeen d\'onzen van hen
vermoeden: te weten, dat zy het met
Koxing aenhangh hielden , en met
bedriegelijke paften voeren:en echter
wei mógten ten dienfte der Tartaren
uitgezonden zijn, en onder hunne ge-
hoorzaemheit gehören, die zy met
het aenftäen dezer Jonken, van gene
waerde, niet dienden te misnoegen:
te meer , alzoo d\'ordc van hunne
Edele op
Bata-via, op het aenflaen van
de Jonken gegeven , niet fcheen te
zien op de genen , die voeren op
plaetfen , den Tarter onderhorig;
maer die daer buiten in Japan haren
handel dreeven. Dan naerdien deze
Jonk, door zijne toeruftingten roof,
den onzen zeer verdacht, en ook van
een ander het klein voornoemt vaer-
tuigh in het aendoenzeer vyantlijk,
met bekoming van zes gequefte, be-
jegent was, zoo wiert na rijpe beraet-
ftagingh eenpareüjk befloten , de
Jonk voornoemt met zijn ingelade
goederen en daer op gevare perzo-
nen by voorraet voor onvry te ver-
klaren, en met zich naer
Hokfieuw te
nemen,om aldaer nader aen de waer-
heit te komen. Dit hen nu zijnde
aengezeit,hebben zy zich daer mede,
zoo het fcheen,
vergenoeght gehou-
den ; met voorwenden alleenlijk, in
het wederkeren voor
Koxins Jonken
bevreefttezijn.

Des morgens, met den dag, had de
vloot de Noort-hoek van
llhados dos
viados
, of het Eilant de Lewas noorde
ten oofte twee mijle en
een halve van
haer ; maer
wiert door een feilen
ftorm
verftrooit. Des voormid-
dag
quamen de fchepen, Notehoom,
Kogge
, Zierikzee, Overveen, Naerden,
en Mars,
ophetdoen van eenige Ka-
non-fcheuten uit de
Admirael,aen de
noortzijde van ifjw^i.^,
qualijk een go-
telings fcheut van
de wal, ten anker.
Verre achter den Admirael zaghmen
twee fchepen
Buikfioet en Nieuwen-

dam

-ocr page 156-

ei am leggeil. Den negen en twin-
tigften eindelijk quam d\' Admiraei,
met tien fchepen, als
Nootehccm, Ter-
thole, Kogge^ Mars, het Wapen van
Zeeland, Zierikzee , Buik-ßoot
, en
de
Fink buiten op de rede van Hok-
ßeu
behouden ten anker. De ande-
re fchepen , als
Flaerdinge , Over-
veen, Nie uwen dam
, Imker,Melisker-
ke ,
en de Zeehont waeren belaft na de
Bay van
Tinhaj cn de Behoude Fortuin
te lopen. Voorts deed hy by brieve
zijne komfte den Stedehouder van
het kafteel van
Minjazeen, voor aen
op de reviere van
Hokßeu gelegen,
desgeiijx den Onder-koning
Singla-
mong
en Veltheer Taißng Lipoui ver-
wittigen.

Den twintigften van Wijn maent,
na langh vertoeven en veel over en
weder fchrijven, en onderhandehnw
met hare Hoogheden, over
de voor^
\\yaerden in het beoorloogen der
Koxinfe
Roovers , quam de onder-
Admirael
Huihert de Lairefe beneven
Hogenhoek weer aen boort van den
Admiraei by Soanchefoe , met eenen
brief van den Onder - koning
Singla-
mong
aen hem : die op dezen zin uit
quani:

Singlamong fchrijft dezen brief aen
den Admiraei.

Uwe E. is van verre landen hier aen-
gekomen met machtige Jchepen, ten dien-
fte van onzen Keizer, \'twelk een zeker
teken is van d\'oprechtigheidder Hollan-
ders. Hoe zullen my zulke getrouheid
können nahehoren vergelden > Onnodig
f^et dat U E. daMaerheit hewijil
gezondene kleinigheit. U E.
JcbnjJt om het bezegelt van\'tgeentuf-
Jchen ons heide voorgevallen is. Maer
hoe zou tk zulx hellen kunnen doen:
naerdien U E.zelve, i« „nze tale alleen
gefchreven, niet verfiaen kan : hierom
heh ik\'t zelve noch uitgeflelt. Derhalve
verzoek ik, dat U E. de zaken des oor-
logs gelieve te laten fchryven in de Hol
landfe en Sinefe tale, o}eenpapier , e^i
t zelve my te laten toekomen, ten emde
zulx mede duidelijk hegrijpen mag.
JVanneer wy zamen de roofneften,
Ay-
^^ Quemuy,
zullen vermeefhrt hehhen,
"^^llen wy met uwe fchepen ook onze Jon-
ken en krijgsknechten voegen, om
Tayo-
wan
aen te doen ^ en alzoo den gehelen
aenhangvan die rovers te verdelgen.

Het 13 zeker en vaft, dat onze Keizer
den grooten dienft der Hollanders, aen
zijn Rijk bewijzende , zal vergelden ^
met het toeftaen van den koop-handel
over en weder: want ik en de Feld-over-
fte
Lipoui zullen aen zijne Majefteit
over zoo groote getrouheid grondelijk
fchrijven, en hy overwinning den Hol-
landers daer van de eere geven.

De verzochte Jonk , om tijdinge na
Batavia te zenden, zal UE. gewerden.
IJ E. gelieve te verwittigen of de zelve
met Hollanders, dan met Tartar fe Si-
nefen moft bemant worden. UE. gelie-
ve daer toe toch geen fchip te gebruiken,
op dat de maght niet zwak werde : al-
zoo het zelve inden oorlogh noodgh is.
UE.gelieve noch maer een zeer kleinen
tijd te vertoeven met het vertrek: want
ik verwacht eerft befcheit van
Lipoui.
JVanneer dit gekomen is, zullen wy den
rechten dagh her amen. Dit is dan ten
antwoorde aen U E. gefchreven: alles is
niet wel op papier uit te drukken. Ge-
fchreven in het tweede jaer des Keizers
Konghi, de negende maent, den ne-
gentienden dagh.

Den een en twintigften, dan, op
verzoek van den Onder-koning,wier-
den de voorwaerden en verdingen in
hetSineesenDuidsop eengebloemt
papier gefchreven, en beide door den
Admiraei, en den Sekritaris onder
der Kompanjies zegel in roden lakke,
ondertekent, met den Koopman
Ernft Hoogen-hoek, tegens den middag
na land gezonden. Ook wiert
Hoogen-
belaft te verzoeken, dat de On-
der-koning den onzen \'t zelve, alzoo
met zijn zegel beveftight, weder ge-
Hefde te laten gewerden , met toe-
zegging hem als dan ook een
ander
van gelijken inhoude te zullen laten
toekomen. De voorwaerden luiden
aldus:

Eerft elijk,een onverbrekelijke vrient-
fchap, tuffchen ons en de onderdanen van

zijne Keizerlijke Majefteit van Sina^»

Tartaryen

II. Malkander en tr ouwelijk by te
ftaen tegen de Sinefen , onze vyanden,
tot de zelve zullen f onder-gehraght zijn.

ÏII. We-

-ocr page 157-

Iii Wederzijds fchrïftelijke over-^
leveringe te doen van de tekenen der
vlaggen en vaendelen, om die van des
vyants te kunnen onderkennen.

IV. ^ Met den tocht na den vyant we-
derzijds te fpoedtgen.

y. Rijks Jonken en vaertuigen zul-
len onder onze vlagqen gevoegt, in drie
Efquaders verdeelt en tot de komfte
voor
Ay en Quemuy daer hy gehouden
worden : wanneer onze óndiepft gaende
fchepen hy een getrokken zullen werden,
om met dezelve Jonken van \'tRijk hin-
nen de haven te lopen: waer toe wy dan
■met drie Sineje Piloten verzien zullen
werden.

VI. Den vyant gelijkelijk aen te ta-
ften entelanden.

VIL D\'O oft-Indifche Kompanjie zal
een vryen en onhekommerden handel in
het geheel Rijk vanS\'m^i en Tarcaryen :
henevens in zijne Keizerlijke Majefteits
landen,van nu voortaen hehhen voor eeu-
wig en altoos : doch dat het verhande-
len van onze als nu aengehragte goede-
ren zo lange uitgeftelt zalhlijven,iot dat
Ay^;« Quemuy metwederzijts tfamen
gevoegde maghten zal wezen verovert.

VIII. By verovering van Ky en
Quemuy , zullen wy , des hegeerig,
een van de zelve Eilanden, of een ander
daer ontrent, welk ons hed gelegen
moght komen, in hezit mogen nemen,
en daer op krijgs-hezetting houden, om
ons voor overlaß der roovers te kunnen
hefchermen.

IX. Byveroveringvanky enQnt- . -----------^-------^ --

may zullen zijner Hoogheids Jonkengedient: zijn woord dien
vaertuigen en krijgs-volk, met ons na | aengaende hen niet voldoen kende;
Tayowan en Formofa overfchepen , en, maer het een en hec ander verzegelt
hy overwinninge, dieplaetfe aen ons met mofte worden, had hy al by zijn voo-
alle de kaßelen en vaftigheden, en het righ verhael gebleven.

geen daer in bevonden word, overleve- Den drie en twintigften, zond de
ren en inruimen, ten einde dat land als Admirael, nevens Laireffe, den Schout
voorhene te bezitten. by Nacht Bartholomeus Verwei, nae|

X. dOnder-koning zal ons met een land , met orde, nevens iVö^^/en Ho-
he^uame Jonk gerieven, om eerß daegs genhoek,
by den Onder koningh zich

met tijdinge na Batavia gezonden te
toorden.

XI. Ook bezorgen , dat dit alles by
zijne Keizerlijke Majefteit in
Peking
voor goet gekeurt en heveftight wort:
heneven het verlenen
daer van door
zijne Majefteit bezegelde
brieven van
hekrachting aen de Hollanders.

te vervoegen , ot" van al de voor-
ftaende
punten, en ook dat van den
koophandel (waer in zijne Hoog-
heid zou bewillight hebben,) een
opentlijke fchriftelijke betuiging, be-
hoorlijk van zijne Hoogheid gete-
kent en verzegelt,te verzoeken: met
verklaring de
onzen zich dan voor

eerft

In deze punten, gelijk den Admi-
rael den drie en twintigften by brieve
van
Noheltn Hoogenhoek verwittight
wierd, maekt de Onder-koningh
zwarigheid, te weten: dat hy-de zel-
ve niet konde bekrachtigen, vooral
eer hy den
veld-overfte Lipoui en de
twee Keizerlijke gemagtighden in
Ch inch ie uw het zevenfte en achtfte
punt had mede gedeelt, en hun goet-
vindinge daer op bekomen : \'t welk
uitterlijk, na verloop van drie of vier
dagen opzijn Koningiijk woord, als
dan doorhem zoude worden bekrag-
tigt: had ook ten dien einde dege-
melde voorwaerden , in vorm van
een verdragh door d\'onzen gefchre-
ven , ter poft na
Chinchieuw reeds af-
gevaerdight.

Defgelijks waren d\'andere punten,
inzonderheid van
Tayowan en Formo-
ja,
by overwinninge met gezamen-
der maghten, den onzen t\'eenemael
in bezittingh te laten , door zijnen
Hoogheid reeds al ten volk, zonder
tegenfpreken, toegeftaen.

Ja had de zelve daer by haervol-
mondelijk verklaert : dat by over-
nemingevan
Jy en Qjiemuy de vrye en
onbekommerde handel in het ganfch
Rijk van
Sina niet voor weinig; maer
voor eeuwige jaren den onzen vafte-
lijkzoude vergunt worden, en daer
voor vaft ftaen wilde. Alleen ver-
zocht hy de voorzeide drie of vier
dagen af te wachten.Wanneer zy den
Onder-koningdaerop ten antwoord

Iii;\'

-ocr page 158-

eerll daer mede vergenoegen, en na (
het bewilligen
van het nader mangeld
punt,
hec achtfte in orde , rakende
Ay en Quemuy, de beraemde drie of
vier dagen wachten , doch midler-
wijle met het afvaerdigen van de Jonk
na Batavia voortvaren zouden.

Den zes en rwintigften, gingen de j
fchepen Vlaerdinge, Noote-hocm, "Ier-
tolen, Naerden, Mars, Zierikzee, Vlijjin-
gen
en de Kogge, onder den Schout by
Nacht
Bartholomeus Vermei, van voor
de reviere Soanchieum t\'zeil, om onder
denhoek van Tjomhcu te wachten.

Den zeven en twintigften quam de
tolk
Meiman en een dienaer van zijne
Hoogheid
Singlamong, die zelf na den
Veldheer Lipoui was geweeft, het lang
verwacht gezegcit gefchrift brengen:
als ook twee brieven,een van den On-
der-koning en een van den Veldheer.
Her gefchrift voornoemt luide aldus:
^ing\\^mong,Opper~gehiederen Koning
over dit Landfchap van
Fokien, heeft
hefooten in zijne vergaderingh het
navolgend:
Singlamongs
Jonken zullen voeren
een zwarte vlagge : daer in een
roode ronde mane ftaen zal. ^
Matthithelauja, Stedehouder in Soan-
chiemv,tcn gele vlagge met een wit-
te wimpel : zijne onderhoorige
Jonken een witte vlagge en een ro-
de mane daer in,met een rode wim-
pel:
deffelfs Mandarijns een groe-
ne vlagge met een roode mane
daer in, en een witte wimpel.
Tenganpek, een zwarte vlagge en een
witte wimpel: zijne krijgs-bevel-
hebbers een zwarte vlagge met een

mane daer in.
oenpnpek, een zwarte vlagge en een

roodewimpel.

Jantoetök, een zwarte vlagge met een

geele wimpel.
Loylauja, een groene vlagge, meteen
witte mane dacr in : deffelfs krijgs-
bevel hebbers een groen vendel,
met een rode mane daer in, en een
wittewimpel.
rhelauja, een groene vlagge met een
rode mane, en een zwarte wimpel:
zijn krijgs-bevelhebbers een groe-
ne vlagge met een rode mane daer
in, en een roodewimpel.

Toejoeng, een groene vlagge meteen

rode mane, en een witte wimpel.
De Hollandfche fchepen zullen nef- «
fens onze Jonken hier van daen gelijk
en gezamendijk t\'zeil gaen : de klein-««
fte ea ondiepftgaende, neflens onze tc
ondicpgaende
Jonken voor \'s vyands «
land gekomen , eerft en gehjk binnen
loopen : en de grooter fchepen,defge-
lijks onze groote Jonken . achter
aen <<.
volgen. Zod de Hollandfche of onze
fchepen moghten eenig gewelt lij den, <f
zullen malkandere niet verlaten;maer
zoo veel doenlijk is, byftaen en hulpe «
bieden.Beloven daer op,elkandretrou «c
te zijn, als lieden van een herte toe «
komt: en zal voortaen gene vyand- «
fchap onder ons acn dc Hollanders «
getoofit worden. Ook zal Tonganpek
twee bequame vaertuigen aen de Hol- „
landers geven , verzien met ervaren
vo}k,dic voor dc Hollandfche fchepen «
zullen hene zeilen , en tot hunnen te
dienft zijn: delgelijxzal
Tonganpeka
Hollanders verzorgen met drie be- «
quame Piloten, in dit vaerwater wel «
kundig, ten dienft van de Hollanders te
De Hollanders,
neflens onze Jonken««
hier van daen t\'zeil gaende , zullen tc
haer by malkandre houden, tot dat zy «c
fie n mogen,
of d e vyand met zijne zee
magt tot ons uitkomen zal: zoo niet,
7-ullen onze Jonken, neffens de Hol- «
landfche fchepen,by de hoek van Laet- ^
jen
vervolgens ten anker komen : al-
waer de vergader-plaets voor onzere
Rijx-Jonkcn zijn zal, en van daer des «
vyands plaetfen ter zee befetten: wan- cc
neer Singlamong orde geven zal, wat
zijn volk in
\'t landen nakomen moet. cc
De Hollanders zullen daegs te
voren
eenen brief
ontfangen van Singlamong, ^^
wanneer zy hier van daen zuilenon-
der zeil gaen. Na\'t veroveren van des .c
zee rovers plaetfen,y en
Quemuy,T.vX-
len dc Hollanders van onzen Keizer ,,
tot bontgcnooten aengenomen wor-
den : en zal onze machtige Keizer «c
de trouwe hulpe der Hollanders er-
kennen , en hen op hunne gedane ver-,,
zoeken voorthelpen. Waer toe ik cn
Ltpoui goeden middel uitvinden zul-,,
len:
wanneer wy de dapperheid der ..
Hollanders zullen bcfpeurt hebben.,,
Voorts vermoogen de Hollanders
r hun

-ocr page 159-

hier in uwe fchepen zijn, uit geflelr
tot dat Ay en fal verovert zijn.

Dan die by tijts noch iets verkoopen
vvil,mag het zelve
doen: want u lieden
zulx volkomentlijk toegeftaen word.

Onfe Tartarifche Jonken zullen al-
le een zwarte cirkel aen haer zeil heb-
ben.
Biorien in de cirkel zal een zwar-
te
ietter ftaen. Dit bovenftaende ge-
fchrift hebben
wy met onze Koning-
lij ke zegel
onder-drukt. In het twee-
de jaer
onzcs Keizers Konchi, de ne-
gende maend.

De brief van den Onder koning Sin-
glamong,
aen den Admirael, quam
üp dezen zin uit:

li

ly

fy

)y

JJ
3>
5\'

55
J>
J3

J)

ï,

??

onzen Keizer ontfangen hebben,om met u
lieden te bejluiten; zulx is u lieden in de-

ucwiji t , ______ zen nevens-gaenden brieftcegeftaen, en

vyand, kort op handen is, zalbeter zal hy ons ook va(i onderhouden worden.
zijn, dat de goederen in/iö/^/^^^iP ver- De brief van den Veldheer luide al-
kocht worden, en het verkoopen der | dus:

koopmanfchappen, die by u lieden j Lipoui, Veld-overüe van het Tarta-

, - •.......-i\' !________ïi .-i!-_____tt^M

gebraght hebben, verkoopen. Doch ^
dewijl\'t vertrek der
fchepen , na den

it
ril-

l!i f
t\'li

i-» ,1

ï\'

ii

I

Verleden jaer zijt ghy van den Koning,
öp^2X\'Ani,herwaertsgezonden, en met
uwe fchepen
uöcr Hokfieu gekomen, en
hebt ons door brieven, als mede monde-
ling hekent gemaekt,dat gy ten dien einde
gekomen zijt,namelijk ten dienfte van on-
zen Rijke, om den Zee-rover te verftaen:
welk wy aireets voorhene onzen Kei-
zerin
Peking hehhen bekent gemaekt.
Dan aengezien ghy niet kunt ruflen
over de geledene Jchade, door den zee-
rover u lieden aengedaen, voor de rovers
geheeUijk uitgeroit zijn mogten, zoo heb-
ben wy zulx by ons meerder behertigt:
naerdien ghy dit jaer wederom hier geko-
men zijt ten \'zelffien einde , om nevens
ons den rover aen te taflen en te verja-
gen. Uwen brief voor weinig dagen ont-
-fangen , aengaende doorlog,hefiiering en
orde, die wy onderhouden zullen, onder

i.:

jaer gedaen is.Dan ik en Lipoui {hoewel
Opper-gebieders over dit Landfchap)
vermogen niet te beftuiten met eenige
vreemdelingen, voor al
eer wy zulx aen
rifch Rijk in dit Landfchap van Fo-
kten
, zend dezen brief aen den

Hollandfchen Zee-Admirael.

Daegs voor eergißeren heb ik beko-
men
Singlamongs en uwen brief: waer
" in ghy wijtlopig hebt gefthreven van het
geen tußchen uen ons zoude heftoten wer-
den. Ik heb zulx alles gelezen: doch be-
vindende daer in eenige wichtige punten.,
heh ik niet goet vinden kunnen,zulx,vol-
gens uwe injiellingen, te beantwoorden:
Wel is waer ik van onzen Keizer geftelt
hen, als hooft: nochtans vermag ik niet in
•zulke voorvallende %aken te handelen, na
mijn hegeren ; maer moet zulx eerd aen
onzen Keizer vertoonen en deffelfs he-
krachtiging afwachten: aleer wy zoo een
vaft b^iuit maken mogen. Dan ik heb
uw voornemen wel verftaen, zult alzoo
hetbefcheit over zulke zaken van het Pe-
kingfe Hof moeten afwachten: werivaerts
ik aireets eenen brief gezonden heb. Het
vertrek uwer fchepen naer
Ay en Qiie-
muyzal u van Singlamong bekent ge-
maekt worden , die u van alles volkomen
orde zal geven. Ghy hebt in de verdrag-
brief geftelt, als dat wy, na het verove-
ren van KyenC^msxj, met uwe fche-
pen , onze Jonken en volk na
Tayowan
overfchepen zouden: desgelijx dat u hier
in
Hokfieu of elders een vafleplaetfe
mogte gegeven worden, om uwen koop-
handel te drijven.Zulx is alreeds na het
Pekingfe Hof gefthreven. Wy
verwachten
van daer haeßig hefcheit: wanneer wy u
lieden op zulke punten hefcheit zullen
toekomen laten.
Uw verzoek is om drie

hun koopmanfchappen,die zy hier op j komen hellen. Wat aengaet het geen,
deze fchepen, en op het fchip. in de waer toe wy bevorens orde en lalt van
Hokfieuwfe Pvcviere leggende mede

VI , ....... Y....... jy j------- toekomen Laten, uw ver^y^ ^^ ^^ vm arie

het beoorlogenvan den vyand hebben wy . ^ullenuvan Singlamong

gelezen; doch daer in bevonden : dat ghy j Hier neffens zende ik

ïiedenmeervoorftelmaekt,alsverleden uit druk kin ge van de vlaggen der

fchepen,die alhier uit de revier na Ay en
Q^zmwjgaen zullen: waer aendezel-

ve zullen konnen onderfcheiden worden.

onzen Keizer , en \'t Hof bekent gemaekt, \\ Suntókquon, Admirael van Lipoui,T.2X
en daer
over der zeivergoetkeuringhe- j voeren een blaeuwe vlagge, met

" ï een

■, r

-ocr page 160-

l,lii

^lii

SM

!;[■• c

iili!
I;

i.;

iÇv; ^
\'ïii

W-

ii!

-ocr page 161-

een zwarte mane daer in,en een wit-
te wimpel.
Qheytinquon, een zwarte vlagge, en

een witte mane daer in.
Sulauja, een groene vlagge, met een

roode mane.
Schunluwan, Krijgs overfte, een roo-
de
vlagge met een zwarte mane.
Toeloewan, Hopman, eenwitteviag-

ge, met een zwarte mane.
Quolauja, Hopman, een groene vlag-
ge, met een wi\'rte mane.
Jan Sumpin, een groene vlagge.
Goo Sumpin, een zwarte vlagge, en

een bla euwe wimpel.
Dit bezegelt gefchrift voornoemt,
met dat van de onzen, aen zijne
Hoogheid gezonden , om te
verze-
gelen , vergeleken, bevont men in de
onderftaende voornaemfte deelen
te
te verfchillen : namelijk,

Het in bezit nemen der Eilanden
Ay en Quemuy, wierd daer in niet aen-
gehaelt ; maer voorby gegaen.

Geen \'gewagh, Zoo de zelve ver-
overt waren, wierd daer in gemaekt,
om als dan met de onzen na
Tayowan
en Formoja over te fchepen, als alleen-
lijk in den brief van
Lipoui.

Wegens den vryen handel, door
her ganfch Rijk: als ook het verdrag
by den Keizer te doen bekrachtigen,
Wierd aldus ge wagh gemaekt: te we-
ten, dat by verovering van de Eilan-
den
Ay en Quemuy d\'onzen by den
Keizer tot bontgenooten zouden
aengenomenworden: ook dat zijne
^ajefteir onze huipe zou erkennen,
en op
de gedane verzoeken, waertoe
J^glamong en Lipoui goeden middel

^^^d^^nuftvindei. ^

üetialve het welk, het gefchrift of

befluit voornoemt van den Koning en
zijnen Raed in den zin meefl met dat
van de onzen overeen quam. Wijtloo-
F\'iger was
orik op het voeren der vlag-

ve

r %

^nng Singlamong was ook met zijn ze-
gel
beveÜigt: maer niet die van Lipoui.

De Admirael Bort fchreé, op het
Uirij ven van hare Hoogheden
Singla-
^^ong^Lipoui, indezinzinteruih,
met by voegen van een gefchrift ,wat
Plaggen en vaendelen de onzen ge-
woon waren te voeren , eo voeren
zouden. BeaefTens den brief van uwe "
Hoogheid, en den Veldheer
Lipoui ,is "
my opgifteren ooktoegebraght
, het "
befluit in uweHoogheids vergadering "
over onze zaken genomen : waerhy "
ons alleenlijk toegeftaen word, on- "
ze als nu acngebrachte Koopman- "
fchappen te mogen verkoopen ,
die "
weinigh zijn , en waer van de Kapi- \'\'
tein
Nol\'el uwe Hoogheid t\'allen tijde ""
een lijfte zal kunnen geven. Wy ne- "
men dit toegeftaen aen , onder be-"
ding
het zelve openbaerlijk zoo hier \'\'
in
Soanchieuw, als Hokfieuw tegen- "
woordigh zal afgekundight, en den "
Volke met aenplakken van brieven "
bekent gemaekt worden. Daer be- "
neflêns dat de Kapitein
Noheló&qto^ "
zich zal mogen begeven na Hokfieuw,
en op zijne aenkomfte aldaer aen- "
ftonts een aenvang, met het verkoo- "
pen der goederen maken. En hoewel"
dit een kleine weldaet is voor de dien- "
ften, die wy aen het Rijk zijn genegen "
t\'allen tijde te bewijzen, zoo willen "
wy nochtans vaftelijk hoopen en ver-
trouwen, dat zijne Keizerlijke Maje- "
fteit ons hier na den koophandel voor
eeuwigh en altoos in zijn
Rijk niet
weigeren zal, als komende met zijne "
goederentheid en mildadigheid over "
een, alle vreemde volken, metgroo- "
te koften t\'zijnen dicnft gekomen , "
mildelijk te vergolden. Wy verklaren "
dat deze tegenwoordige vloot fche-\'\'
pen onze Heeren en Mecfters over \'\'
de hondert duizentnaylen van uit- "^Jf^
rufting
te ftaen, cn noch maendelijk \'\'sTßui-
I niet minder dan veertig duizent tay-
len van onderhouding te koften
komt: dat
aen de vloot, verleden jaer
vruchteloos weer na
Batavia gekeert,\' \'
nagelangh een groote zom geks ge-\'\'
hangen is, kan uwe Hoogheid wel bc- "
grypen : gelijk ook wat fchade wy "
daer en boven
met\'t verongelukken "
van twee koftelijke fchepen, tot zijne "
Keizerlijke Majefteits dienft geko» "
men, gehad hebben. Ofnu het voor- "
deel, uit het
verkoopen van Weinigh "
goederen
voor deze reize te trekken, "
in\'t minfte ophalen kan ons reets ge- "
dane zware koften , geven wy uwe "
Hoogheid
zelve te bedenken.Derhal- "

(C

(t

-ocr page 162-

„ ve wy niet na laten mogen,nocbmaels
„ aenhoudelijkte verzoeken, ons den
„ koopbaodelvoor eeuwigh en altoos,
„ het geheel Rijk door, magtpegedaen
„ wpr\'äen, en ons daer van een ge-
„ fchrift t onzer verzekering verleent
werden.

j, _ Van de punten, in onze voorwaer-
„ degefteit, fprekendevan ^yen
„ muy , of een ander Eiland , daeron-
„ trent, by verovering, ons in het bezit
„ te geven: als mede om dan ook met
„ een neffens ons na Formofa en Tayowan
„ over te fchepen, en dat land by her-
„ winning weder in te ruimen, maekt
„ uwe Hoogheids befluit geen gewagh:
„ gelijk ook niet van het punt,
welk
„ mek, om ons van alles brieven van
„ bekrachtiging van zijne
Keizerlijke

„ MajeÜeic te verzorgen.

,, Evenwei verhoopen wy dit alles
„ namaels, door uwe Hoogheids gun-
„ fle, voor ons wel verkregen zal wor-
„ den : op welk vertrouwen wy
dan,
„ goet en bloei ten dienflie des rijks wa-
„ gen , en niet ruiten zullen: voor dat
„ wy de roovers gedempt en t\' onder-
„ gebraght hebben. Waer toe wy dan
„ ook als nu gereet zijn, onze oorloghs
„ maght nevens die van uwe Hoogheid
,, tezamen voegen, om den vyand ge-
„ zamentlijk op \'t lijf te vallen en te
„ vernielen. Alleen verzoeken wy,
„ dacr mede watgehaefl cn ons den dag
„ van het vertrek na
Ay en Quemuy te-
„ genwoordigh magh bekent gemaekt
„ worden: alzoo de tijd, by hun Ed.
„ de Heeren Generael en Raden van
„ Indien geftelt,om daer te verfchijnen,
„ reets al verftreken is. Gins zijn noch
,, eenige gevangenen van ons : uwe
„ Hoogheid gelieve aen hen te ge-
„ denken , om dezelve in vrydom te
„ ftellen, en aen ons over te leveren,
„ zoo zy in handen van uwe Hoogheids
„ volk mogten komen te vervallen. In
„ Kanton, zoo wy verftaen , onthou-
„ den zich twee van onze Tayowanfe
„ overloopers, die wy verzoeken daer
„ niet mogen gedooght; maer ons ge-
,, boeit toegezonden te worden : nacr-
„ dien het eervergeten fch cl men zijn ,
„ die de ftrafiè des doots niet ontgaen
„ kunnen. In
Makau worden van ons
„ noch gehouden een Hollandfe ftuur-
man , nevens een jongen, met een "
J onk van
Bata-via daer gekomen. Wel- "
ker verlofling uwe Hoogheid ook ge-
lieve te wege te brengen: aengezien "
dePortugelen aldaer tegen woordigh «
gene reden hebben de zelve te hou- "
den: alzoo de oorlogh tuflchen ons "
cn hen onlangs, met het maken van "
vrede in
Europe, is komen op te hou- "
den.
De vlaggen envaendelen, die "
uwe Hoogheids volk en andere op «
den aenftaenden tocht, na denvyand,«
voeren zullen , hebben wy by uwe "
Hoogheids befluit gezien. De onzen "
zal uwer Hoogheid blijken by dit"
nevens-komende fchriftelijk brief-
je : waer mede dan de befprooke "
voorvvaerden van onze zyde ook vol- «
daen is. "

Hf\'t

In het fchip de Nootehoorn, den 27. ^^
van Wijn-maend 1663. Voor Soan-

chieuw. jj

Balthazar Bort.

Het briefje van de vlaggen envaen-
dels , die de Hollanders in den aen-
ftaenden tochr , gevoeght met de
Tartarfche
oorloghs-maght, na den
vyand zouden gebruiken, luide al-
dus : ,,

De Hollandfe vlaggen , die dage- ^^
lix van\'t fchip waeien, zijn root, wit ^^
en blaeu.

Wanneer een witte vlagge van de "
Kompanjie waeit, cndaerbyeenka.
non-fcheut gedaen word, wil d\'Ad- "
mirael den Raed
vergadert hebben.\'\'
Ook betekent het waeien van deze "
vlagge vreden: gelijk
het waeien van "
de roode,
oorlogh , en acnvangh te "
ftrijden.

Op het waeien van een roode, wit- ^^
te en blaeuwe wimpel van den Ad- |
mirael, volgen
al de fchepen hem- "

Des Admiraels Kapitein zal voe- ^^
ren een groen
vaendel, daer aen het "
boven eind
ontrent de ftange een ver-\'\'
guide
leeuw met zijne pijlen in de

^^Det zelfs onderbevcl-hcbbers zul- "
len voeren vaendels van verfcheide "
gront-koleuren: als van root, blaeu,"
geel en groen , die aen de hoeken
vlammen en punten van verfcheide "
kleuren hebben.

De

-ocr page 163-

De Schout by Nacht zal voeren t
een blaeuvv vaendel, meteenJeeuw
boven aen de fteng van \'t vaendel:
deffelfs onderhoorige bevel-hebbers
graeuwe , blaeuwe , wit en geele ,
met verfcheide vlammen. Al andere
krijgs-bevel-hebbers zullen uit ge-
mengelde kleuren voornoemt vaen-
dels voeren : en können zulke van de
Tartaren , zoo van vendels, klee-
dinge en wapenen wel onderfchei-
den worden.

Den tweeden van Slacht-maend
quam
Konfiantijn Nohel van Soati-
chieuw,
benevens den onder-koop-
man
F Hips May , aen boort des Ad-
miraels , en braght een befcheit-brief-
je van den Onder-koning
Singlamong,
daer in de tijd van het vertrekken der
vloot, en andere dingen wierden be-
kent gemaekt, als blijkt uit den vol-
genden inhoud :

Inde tiende mane, deneerfiendag,
heh ik aen den gezant Hohtlgelafl, om
aen den Hollandfchen Admirael te ver-
wittigen , hoe uit deze Reviere
Soan-
alonzeTartarifcheJonken, den
negenden dagh van deze onze tiende ma-
ne uitlopen zullen, en huiten hy de Hol-
landfchefchepen in de haven van
Schoe-
ni
anderen; maer hy hèquaem iveer en
wint ten zeiven dage, neffens uwe fche-
pen , in zee loopen, en voorts zeilen tot
voor de hay van
Wattau w. Vijf van uwe
wel hezeilfle en ondiepgaende fchepen
zullen neffens onze wel hezeilfle Jonken
voor uit zeilen, en in de haven van
Wec-
tauw
in loopen : de overige tien fchepen,
^^ffens onze groote Jonken, huiten de ha-
"^sn voornoemt ankeren. Zoo wy eemge

\' rfex vyands Jonken in de hay van

lakian, vmden mogten , gelijk te ver-
moeden IS
zullen gezamentliiken de
zelveJlagh leveren.

Aengaende het landen op des vyands
Eilanden, daer over heh ik en
Bethetok
een heßuit genomen: en is zulx niemant
ah ons heiden hekent; wy zullen u zulx
mede hekent maken , wanneer dicht hy
de plaets komen \'tullen, op wat dagh en
iijdp de zelve zullen aentafien.

Ik heh den Gezant hekent gemaektM
hy brenge de lijße van uwe medegehrag-
te koopmanfchappen, op
Minjazeen in
u w fchi^ geladen. Ik zal de zelve, neffens
den Gezant, aen den Hokßeufen Stad-
houder over zenden: daer neffens aen
de zelve laß geven, tot het verkoopen
uwerkoopraanfchappen in het openhaer.
Waer toe de Koxihon u lieden dienfiigh
zal zijn.

Nohelhn^t ook eenen brief van den

Veldheer lipoui , hi antwoorde

van des Admiraels gefchrevcn.

Dees luide aldus:

Den negen en twintigßen van deze
negende mane heh ik uwen hrie fontfan-
gen , endeffelven inhoud welverftaen.
Ook is my in den z.elven hekent gemaekt,
de verfcheide af-heeldinge der Hollan-
fche vlagden en wimpels, die hy ons voor
goetgeoordeelt zijn : gelijk ik mede aen-
(ionts onzen onderhoorige hevel-heh-
hers, om zich daer na te fchikken, heh
hekent gemaekt.

Ghy zijt hier gezonden van uwen ou-
den Koning op
Batavia, om met uwe fche-
pen en volk ons Rtjk ten dienße teflaen ,
en met ons gezamentlijk na
Ay en Que-
muy
te gaen, ten einde den zee-roover
te verßaen: op dat dees geheelijk magh
uitgeroeit worden. Derhalve vertrou-
wen wy, dat ghy lieden u in het aentafien
Van des vyands landen en vaertuigen
dapper quijten zult , op dat, wanneer
\'svyandsplaetfen
zullen verovert zijn,
ghy metgrooter eere na
Batavia weder-
keerenmooght, en aldaer aen uwen ou-
den Koningh verßagh van uw wederva-
ren doen : hoe ghy hier , uw lang ge-
wenfcht oogwit getroffen heht ; waer
om ghy nu twee verfcheide jaren hier
gekomen zijt.

Ghy fchrijft, wy hrieven van verze-
kering u zouden laten toe komen , dat
ghy hier, door het geheel Rijk eeuwig en
altoos zo\'ud mogen handelen , heneven
het vergunnen van hequame plaetfen en
huizen. Deze hrieven kunnen wyuniet
mede deelen, alzoo\'t zelve te doen, in
ons vermogen nietflaet : maer wachten
tot dat u de zelve van onzen Keizer van
Peking toekomen,aen den welken ik daer
over alreeds gefthreven heh: waer aen
ghyniethehoeftte twijfelen: want voor
dezen een Mandarijn van aenzien uit
het Pekingfe hof in
Hokfieuw aenge ko-
men is, met hrieven van onzen Keizer,
r 5 die

-ocr page 164-

u vergunt en toegeftaen wort. Maer na
het veroveren van
Ay en Quemuy,
wanneer ghy na Hokfieu met ons keeren
zult, zullen wy het hejcheitvan uwe ver-
dere gedane verzoeken van onzen Keizer
in haeften te gemoet zien. Uw verder
verzoek is, dat onze krijgsknechten uwe
gevangenen , zoo mannen als vrouwen,
de welke op \'s vyands landen voornoemt
zijn, niet hefchadigen of in de woede des
oorlogs dooden m,ogten. Zulx zal van
donzen niet gefchieden. Maer zoo de
zelve den onzen in handen vallen , zul-
len die u lieden alle toegezonden wor-
den : want ik zeer ernftigaen mijne on-
derhorige Bevelhehhers zulx, en die we-
der aen hunne krijgsknechten in ^t ge-
mein bevolen heb. De dag des vertreks,
wanneer uwejonken zullen zeil gaen, zal
u van S\'m^2.mong heimelijken aenge-
fchreven worden.

Den elfden zeilde d\'Admirael uit
het gat der reviere van Soanchieuw ,Qn
quam met drie fchepen, als Noteboom,
Kaneelboom
en Jonker, onder den hoek
van \'t
Somhou, dicht by den Schout by
nacht ten anker hoewei niet vande
Tartarfe Jonken gevolgt wierden. De
Schout by nacht Verwßi had van den
zevenden van Wijn- maent tot den zes
en twintigften in de reviere van Soan-
chefoe
gelegen : en was toen met drie
fchepen,
Vlaerdingen, Naerden en Zee-
hont
buiten gezeik.

Den dertienden wiert d\'Admirael
by brieve door
Tmganpek verwittigt,
dat zijne Jonken daegs te voore, den
dertienden dag van de tiende maen,
buiten de reviere van
Soanchefoe in dc
Bay van
Schoeni, ten anker waeren ge-
komen : dat dien morgen hem toege-
bracht was een brief van den Admirael
Matitoe : (die voor drie dagen aireets
na de hoek van
iVetauw vertrokken
was;) waer by hem wiert bekent ge-
maekt : dat hy met de Rijx Jonken
den veertienden dag dier mane op
IVetauw zoude verfchijnen , en den
Hollandfchen Admirael zulx mede
bekent maken, om nefTenszijne Jon-

die den Gezant\'HohdenVQèQl ter hant \\kQn derwaerts te zeilen. Dies ver-
gefielt zijn: in de ivelke het toellaen van zocht hy d\'Admirael heden met zijne
den koophandel aen de Hollanders he- fchepenneffens deRijx-jonken gelief-
kentgemaekt wiert: weshalve uw mede- de onder zeil te gaen, om aldaer ty dig
qehragte koopmanfchappen te verkopen binnen te komen.

Sil

•ff\'

It\'

\'i:
«-1

iF-.r
\'.t

is

Op d\'ontbieding dan van Tongan-
pek ,
die d\'onzen met zijne Jonken
vooruit zagen zeilen, ging d\'Admi-
rael ook
met veertien fchepen van de
hoek van \'t
Somhou, na de hoek van
Puthay zeil, daer achter hy des avonts
op negen vadem behouden ten an-
ker quam.

Jakob Gommers Schipper van\'t Jacht
Zierikzee,{\\v^\\k doorftorm van de re-
viere
Soanchieuw aldaer voor eenige
dagen was aengekomcn) quam aen-
ftonts aen boort des Admiraels, en
bragt met zich, eenen onzer Duitfche
gevangenen,
Mauris Janzen Vis gehe-
ten , geboortig van het Eiland
Mauri-
tiusAïQ onlangs by den Sinefen vyand
gevangen
was geweeft, en van hen tot
d\'onzen gezonden.Hy fteldc den Ad-
mirael ook eenen brief ter hand, door
de vyanden met
dtx^nMauris op den
tienden dezer aen hem gezonden. De
brief was gefchreven
éooiSummimpe-
fioH
, anders siouhontok genoemt, de
tweede of naefte perzoon van den
Jongen
Roxin Kimfia , die over d\'ei-
landen ^jen
Quemuy en andere daer
ontrent het opper-gebiet had. Dees
luide vertaelt aldus:

Summimpeftou o/Sioubontok , Ge-
zaghebber op (^emuy, zent dezen
brief aen dOpperhoofden vanhetHol-
landjch fchip.

Ghy hebt verftaen en weet , dat "
Koxinga\\ooi twee jaren Toyowan ver-
overt heeft: \'twelk voor dezen zijns
vadiers land geweeft is.

Dit gefchiede, ter oorzakehy voor
zijne krijgsknechten , die hy in den "
oorlog tegen
Tartaryen gebruikte, al- "
daer een
onderhout-plaets befchik- "
ken mofte.
Voor twee jaren is "
ga op Formofa tot Sakkam gekomen : "
wanneer Jakohm Valencijn hem het ka- "
fte el gefchonken en gegeven heeft,
en met malkandre befloten hebben,
dat de Hollanders op
Sakkam of el- "
ders een loosje zouden bezitten, om "
den koophandel met d\'ingezetenen

van

C(

-ocr page 165-

nat de Tartaren acngact, die zijn
" ^^^^/«^er verzwakt en iiun magt is al-
M reeds gebroken
: naerdien zyde twee
" ^^"öfciiappen , Ihquan en Nanquin,
" verloren hebben. Dewijl nu de Tar-
" vrezen, als zy
Koxinga hoeren
" l^oemen, van wegen zijnen ontzache-
" ^^Jken name,
zoo hebben zy u lie-
" verzocht om tegen ons te ürij-
" fen, met uwe fchepen. Wy hebben

" hier tegenwoordig volks genoeg, om

lien te verflaen. Uwe fchepen zijn
groot en diepgaende, die mogen niet
" binnen in de reviere komen ; maer
» moeten haer in zee onthouden, door
" droogte in de reviere. Ook is u
"
^^el bewuft, als wy in Tayowan wae-
» ren, dat wy van oorlogs volken
wa-
penen wel voorzien waeren. Derhal-
„ ve ziet voor u, datud\'Oofter-Tarters

" ^er Tartaren

" i^^p^chelmachiig en bedrieghelijk is,
" f\'f ghy bevinden zult, dat zy in
» net itrijden neflens uw volk de vlucht
" 2ulkn nemen cn verlaten u met uwe
" fchepen. En fchoon zy by u blijven,
"
zullen grote on lullen tuflchen u en
" ^en rijzen: wan tzy zeggen zullen,de
Hollanders hebben ons niet geholpen
" hl den ftrijd:wy hebben
Koxingas magt
» alleen moeten tegenftant bieden. Ja,
" al hebt ghy ons overwonnen, de Tar-
" taren zullen u evenwel geen plaets
\' of huis verlenen , om uw goet temo-

^-Ulx duidelijk voorhene tegens ons

Holl gefproken hebben : de

" ^I.nl. hiereenloosjere

;: lm

dr.!.. D «iciünsnan- penoe mannen iierK Was en daer wppn

" \'l\'^l», 200 hebt ghy te weten dat hier ! Ldere vaftigheden waten als

ronde

------- ^^jjj IliCL

" tegen ons t oorlogen. Ook

" beyinden , dat ghy zulke

" voorwaerden by hen niet verwerven
" ^^^ ^ ^^f ghy beoogt te verkrijgen.
" bet bedrog te voore.

" fm handekchepen, en niet ten oor-
- log uitgerufl. Wilt ghy met ons ban-
ten
zijn, daer uwe fchepenlichtelijk "
fchade zouden
mogen lijden. Maer "
in hebben wyzuiker, herte- "

vellen cn andere koopmanfchappen "
meer in overvloet. Zoo ghy dan met "
ons
wilt een befluit maken, om met "
elkandre te handelen, zoo laet u Kim- "
fa
weten : dat hy u een plaets en wo- "
ning als mede een haven voor de fche- "
pen te bergen, uwen kooplieden ge- "
ven
zal. Ik heb een van uw volk, nef- "
fens d\'onzen, by uw gezonden , om "
uw hert, zin en meining op deffelfs "
wederkomftc te verflaen. Zoo ghy\'"
^ts begeert met ons te handelen, zoo "
ituure drie mannen van d\'uwenby"
my. Wy
zullen malkandere cerflchj- "
ken daer van fpreken. Wy zullen u de
huisvrou van
Falencijn, de Prediker
Leonards met zijn huisvrouw cn al
d\'andere huisgezinnen en volk weder \'\'
ter hant ftelleo. Wy fchryven zulx uit "
ernfl; en liegen niet. De Hollander
Aßam is voor twee jaren by jakoh Fa- "
lencijn
op Sakkam tolk geweefl:. Daer- "
omheb ik den zelven neffens dezen "
brief aen boort gezonden, om u alles "
t\'openbaren en de rechte gefchapen- "
heid van onfe gelegentheid te zeggen. "
In
hetjaer van TunUefm het zeventien- "
de jaer, de tiende mane, den negen-\'\'

\' — "" iJ^iuijc , uacr Oicoe mauris den brief

" gen verkopen : waer mede zy u be-1 gebragc had , weder fclirifteliik wt

" ^n Lipoui ten: dathy noch zijneBevelhebbers

iiiet vcrmogtcn behoorlijk antwoort

daeroptegeven : maer des mofieerfl:
den
Admirael verwit tigh t en orde
van den zelven verwacht woorden.

hunnen kooph^j\', \' ^^-^..^elven verwacht worden.

, drijven: znllV^f ^^ P^es nodig zou zijn, dat zijne Hoog-

.ovemeeft een Koya met roeiers tol-

vlnaCezakenn^ ^^l^^de^i/.-, alzoobyde

aenradcn " ^^^^" \' e» by de onzen Maurilge-

aenraden tegen ons toorloaen. Onk nnpmt «o a

De Schipper Jakoh Gommers-hach
het den Jongen Koxin methetCham-
pantje , daer
mede Mauris den brief

naemt, na den Admirael te brengen,
om antwoort op zijn voorflagen te
halen.

DctsMauris fanfz. Z-\'/J verwittigde,
fo uit eigen zelf, als op afvraginge,den
Admirael en
zijnen Ract,dat de vyant
op
Aymuy vier of vijf duizent gewa-
pende mannen flerk Was,en daer eeen

™ "\'f \' veel klippen, zanden cn droog-
"\'^■\'""\'^\'n vrede en eendragt televen.
 j--*^\'-- . ... -8

-ocr page 166-

^^^ fervolgop het tweede Gezandjchap ,

ronde ftene muur, zonder punten en ! komen te worden : gemerkt d\'onzen

gefchut: dat op hondert of | andep Formofa zoo veel te fterker

hondert en vijftig ^wap^de mannen j zouden maken. Derhalve wiert goet

waren; ook ieiïlnderi fterkten, dan gevonden en befloten, ten zelven da-
Wdicii, 5 , , .. ge sjen onder-Admirael en Hopman

Poleman, als Gemagtigden, na Tongan-
pek
, krijgs-overfte der Tartarifche
fcheeps-vloot, leggende onder de
hoek van
Put hay, te zenden, om den
zelven met
ronde woorden af te vra-
gen, of hy niet voornemens was, ne-

nieuopgemacKie auiz^cii. , .y , . i ^„^„t^imc

, een overloper vandeTat- vensalz,,„eoorlogs_jonkenenkn,gs-

«4, op c„ gebo«. \' "ISu: a^.

li

ll\'i

te zamen gevoegt, onder zeil te gaen,
en alzoo gelijkelijk den vyant t\'over-
vallen, en hun Jonken te verftaen: ten
einde d\'onzen des te beter, zoo hy
zulx nochte met de gcheele vloot,
nochte met een gedeelte der zeiver
wilden ondernemen, een befluk kon-
den nemen, wat hen in dk geval te
doen of te laten ftont: met dien bedin-
ge , dat de gemelde Gemagtigden als-
dan verzoeken zouden,dac
Tonganpek
den onzen toeftont,zy zich met hun-
ne fcheeps-vloot enkrijgsmagt alleen
ten einde voornoemt, na den vyant
begaven , alzoo zy niet genegen
waeren, langer aldaer vruchteloos te
vertoeven. En op dat bleek, d\'onzen
met open
deure wandelden, enden
Tartar alles openbacrden, zou zich
ook met dé GeniagtigdeM^«m
]anfz.
Vis
na Tonganpek vervoegen, en hem
defleifs verichyning met den brief van
Summimpefiou bekent maken : doch
(ten aenziene hy in de Sinefe tde wel
ervaren was)
niet verder, als de Ge-
magtighden hem belaften en in den
mond
gevenzouden, met bevel, zoo
zy hem wat naders quamen af te vra-
gen , eerft den onder-Admkael zulx
aen te dienen , en met eenen af te
wachten,wat hy als dan daer weder op
antwoorden zou:
alzoo d\'onzen niet
konden goet
vinden, voor aiS toen,

den gehelen inhout des briefs, en in-
zonderheid \'t geen in fmaet van de
Tartaren ais anderzints gefchreven
ftont,hem mede te delen;maer alleen-
lijk hen bekent te maken, dat de Sine-
fen de onzen aenzochten, om met
hem te verdragen : hoewel zy dataf-
geftagenhadden, en beftotenhenop
lüfte vallen en verdelgen.

De

m I

M:

tfl^

t

\'tïir
;ïiif

u

rif ^ ï

is A

nï\'

-, W

iv

! ^
lil

< I

i -

\' 1

fich op Sakkam onthield, welk niet
* verfterkt was. In het kafteel woonden
de vrouwen en kinderen van Koxïn:
wclk met gefchut voorzien was: maer
niet met krijgsknechten , die meeft
landwaerds in verdeilt waeren , ten
getale van ontrent
vijf duizent: hoe-
wel zeer
vermindert doorhet weglo-
pen : ook had
de Formofaenfe Kei-
zer van
Middag velen door verraiTing
gedoot, die ook eenige Hollanders
by zich had. Dees Keizer en deberg-
luiden wouden zich der Sinefe Rege-
ring
niet onderwerpen ; maer al de
dorpen ten platte landen wierden on-
der het gewek van de Sinefen gehou-
den: en genoten de Formofanen maer
een
fober levens onderhout. De Sine-
fen hadden zich des Jongen
Koxins
bevelen onderworpen.

Voor Ay en Quemuy lagen ontrent
tachtig grote en twintig gemeine Jon
ken,
met krijgsknechten : daer en bo-
ven noch twee hondert cn zeftig Jon-
ken ongewapent, daer hun vrouwen,
huisgezinnen cn goederen in waeren.

De Steden op Ay en Quemuy wae-
ren meerendeels verlaten, en hadden
de Sinefen zich gereet gemaekt,om na
Formofa te vluchten : beneffens ver-
fcheide andere antwoorden : inzon-
derheit op de vragen van den brief,
door Sjouhontok aen d\'onzen gezon-
den .
Op de ty dinge dan, door Mouns
weoens de gelegenthek der vyanden
belu)men, wiert byden Admirael en
zijnen raetin aenmerking genomen:
hoe zy met lang vertoeven , om de
vyanüijke eilanden aen te doen , de-
zelve wel mogten
ontvolkten de Si-
nefen na en /omö/i gevlucht
vinden : welk voor al diende voorge-

een ronde ftene muur,fonder gefchut.
Dat op het Eiland Ufoe maer boeren
woonden ; en den vyant daer
op gene
fterkten had : dat
op \\ Eiland Gontfoe
een kafteekje was, en hun vrouwen
haer onthielden in twalef of dertien
nieuopgcmaekte huizen. Dat zeker

-ocr page 167-

.129

d\' Admiraei langer met het vertrek-
ken als tot des volgenden daeghs
zoude wachten. Waer op zy van hem
fcheiden.

Den vijftienden, verfchenen met
een groetenis briefje uit den naem
van
Tonganpek, overfte der Tartarfche
fcheeps-heir, leggende onder de hoek
van
Puthay , aen boort des Admi-
raels eenige Mandarijns : insgelijx
om den Admiraei, gelijk deGemag-
tigden
Laireße en Pooieman verwittig-
den, noch tor drie ofvier dagen ver-
blijven te bewegen : of zoo hy im-
mers wilde vertrekken , de kleenfte
fchepen, om met hunne Jonken bin-
nen
Quemuy door d\'onzen te vol-
gen , by hen wilde laten. D\'Admirael
zeide hen een weinigh te zullen ver-
toeven , en deed midierwijie in den
Raed het verflagh van de Gemagh-
tighdcn , als mede het verzoek de-
zer Mandarijns aen den zeiven be-
I kent gemaekt.

. -------.-^....j-... j ïn acht dan genomen , hoe de

veritelt en verbaeft, in het zien van ; Tartaren hen hier mede flechts
öen Hollander
Mouns, by hen Ajfam \\ zochten op te houden , en miffchieii
genaemt." Vroegh derhalve de ma-} na verloop van deze drie ofvier da>
niere en wijze, op welke en tot wat) gen
geen laft tot vertrek zouden zeg-
einde hy by. donzen verfchenen was:; gen te hebben bekomen , zoo wiert
daerhemdan,mgevolgh van het te ; by den Admiraei en zijnen Raed
voore genomen befluit, op geant- j ten einde de Tartaren zich dest\'eer-
woort wiert : zuix hier door d\'ont-1 der tot vertrek moghten
ipoedigen,
fteltenis een weinigh weer was over- I eenparelijk goed gevonden en beflo-
gegaen ; hoewel noch niet in \'tge- ten , door deze Mandarijns,
Tongan-
heel, uit vreze miffchien d\'onzen pek te laten aenzeggen : hoe d^on-
met den vyand wel moghten za- zen genegen waeren des volgenden

daeghs met aeht fchepen van daer na
Quemuy te vertrekken, en zeven klei-
£." , I ne Jachten by hen te laten : mirshy

onzen , tot landingh hunner
1 . J^^pgdcn: niet te kunnen be-
j krijgs-kncchten Quemuy, met den
aenß.en , hoe d\'onzen nu zoo haeftig ) eerfte aen de fchepen zou zenden
metvertreKken waeren, daerzy zoo
j vijf en twintigh Koyaes tot hunnen
lang gewacht hadden: cn ofzy nu i dienft: met bekentmaking, hyd\'on-
noch met drie ot vierdagen konden | zen hier op fpoedish antwoort mo-

ftelaten toekomen : gemerkt zy als-
dan in maniere voornoemt
een vaft
en nader befluit konden nemen.
Waer op de Mandarijns affcheit na-
men en weer na
Tonganpek Waeren

l^e Gemagtigden , weder te ruch
gekomen , verhaelden, dat
Tongan-
pek
zeer ernftelijk verzocht had, d\'on-
zen mer het vertrek der vloore noch
drie
of vier dagen het langfte wilden
toeven : wijl hy niet >ermogt te .dien
dap te vertrekken , ja met
voor
bekomen
laft van Singlamong en
Lipoui ,

Ook wende hy voor zulx niet te
zijn d\'inhout van het gemaekt ver-
drag,tuflchen Singlamong en d\'onzen:
alzoo
daer in uitgedrukt fiont, dat
men den vyant gelijkelijk zoude aen-
taften:
met byvoegen (want de Ge-
niagh tigh den drongen hert
op het
vertrek aen)
zoo d\'onzen dan ini-
mers
wilden vertrekken, dat\'ereeni-
ge fchepen , alwaert Hechts twee of
drie, om nevens hunne krijgs-raaght,
binnen
Quemuy en het vaft land door
te zeilen , naer luit van het opge-
recht verdrag, by hem moghten wor-
den gelaten.
Midierwijie ftont tonganpek zeer I

men fpannen; maer had echter mer

Woorden daer van niet laten blij-
ken.

vertoeven, op dat hy midierwijie het
Zelve aen
Singlamong en Lipouixou-
de können fcliryven.
Daer op hem voor het laeft toe-

gedient wiert: Het langh wachten

den ----------------- ^

onzen nu eens begon te ver- vertrokken.

1 ------ «JV-^V/ll VCl-

ör^ten, en dat zyzijn verzoek den
Admiraei zouden bekent maeken ;
®aer echter niet geloven konden

Tegens den avont wierden ontrent
vijf-
of zefligh Tartarifche kleine
Jonken en Koyaes gezien, recht op
R r Que-

-ocr page 168-

ken. Vreemdt quam dit den Admi-
rael vooir , die derhalve aenüonds
den Luitenant
Hendrik van Dalen,
benefTens den tolk Johannes Mei-
man
, na Tonganpek zond, om d\'oor-
zake , waerom en ten welken ein-
de af te vragen ? Deze aenftonds
weder te ruch gekeert, bragten tot
antwoort of befcheit: dat de Tartaren
dien nacht een koya van den vyand
met drie man, die neven meerder ge-
tal zich ontrent
Quemuy onthouden
hadden , in hunne maght bekomen
hadden. Dien volgens , en om van
den vyand niet overraft te mogen
worden, haddenze deze Koyaes op
den brand-wacht by
Quemuy uitge-
zonden , met
byvoegingh dat op
morgen
vroegh weer by hem in de
vloote zouden verfchijnen : als wan-
neer hy den onzen des middags daer
aen de verzochte vijf en twintigh
Koyaes ook zoude laten toekomen,
en in de vloote brengen , om nef-
fens acht onzer grootfte fchepen (ge-
lijk hem door zijne Mandarijns ver-
wittight was) als dan na
Quemuy te
können vertrekken , met bedingh
van zeven kleine Jachten by hem
te laten.

Den zeftienden, des morgens met
den dag, wierden eenige Koyaesge-
zien van
Quemuy weer te ruch keren,
en groter getal, ja wei over de hon-
dert weer derwaerts vertrekken, die
t\'elkens uit de Tartarifche vloot, op
het Sein van eenige fcheuten, met vijf
of zeftien zich onder zeil begaven:
dies men merkelijk kon zien, dat de
vloot grootelix gemindert was. En
aengezien deze vaertuigen vol volk
gepropt daer na toe, en, zoo het den
onzen toefcheen , ledig wederom
daer van daen quamen , kregen zy
quaet vermoeden op de Tartaren:
alzoo zy vermoeden , of de Tar-
taren wel onder de hand buiten we-
ten van hen met den vyand mog-
ten komen te verdragen , ja wel al
een verdragh gemaekt hadden , of
anderfmts , by vluchten van
den zeiven , gelijk het gerucht hep,
Quemuy en andere Eilanden ZOnder
hunne kennis uit te plunderen, en

m

i

Weshalven wiert dan op voorftagh
van den Admirael, in rade gedaen,
namelijk of d\'onzen zich ten dien
daghe met hunne fchepen niet mede
na d\'eilanden voornoemt behoorden
onder zeil te begeven , dan noch
wel tot des anderen daeghs toe (aen-
gezien zy het vertrek der onzen met
acht fchepen na
Quemuy toegeftaen,
en belooft hadden, aenftaendenmid-
dag, de verzochte vijf en twintigh
Koyaes aen onze fchepen te beftel-
len) daer mede te vertoeven , een-
ftemmelijk goet gevonden en vaft
geftelt, om den Tartaren de
mate
eenemael vol te meten, noch tot des
anderen daeghs met het vertrekken
te zullen wachten , en ook langer
niet : daer beneffens midlerwijle
door den
Schout by Nacht Verwey
cn Hopman Poleman hen te laten
weten ; dat d\'onzen zich geenfms
met het daeghs te voore bekomen
befcheit, wegens het heen cn weder
zwerven hunner Jonken , konden
vergenoegen : maer dat zy hen,
als vrienden toebehoort, alles dien-
den mede te deelen, gelijk d\'onzen
hen mede zouden doen. Ook dat
d\'onzen niet gedogen wilden het
zelve meer te gefchieden : of dat
zy anders van uns waeren, met al
hunne fchepen van daer te vertrek-
ken. Gemerkt zy, zoo wanneer
d\'eilanden £y en
Quemuy , als ande-
re daer ontrent, overgegaen of de Si-
nefen daer van gevlucht waeren,
daer op niets te doen hadden ; en
veel min
gencgentheit aldaer alzoo
langer te verblijven : maer dat zy
genootzaekt zouden zijn , zich van
hen te fcheiden, en met hunne magt
alleen den vyand alle
mogelijke af-
breuk te doen. Dit deden d\'on-
zen, om te hooren , wat de Tar-
taren dacr op
zouden antwoorden :
cn of zy door die bedreigingh
de
rechte oorzake van hun over en
weder zeilen met de Jonken niet
zouden komen te verftaen , en al-
zoo met goeden grondt een be-
fluit nemen , wat fchepen dat ver-
trekken ,
en welke zyi by hen laten
zouden.

Dit

Ouemuv ^tn overfteken en vertrek- d\'onzen dan niet veel t\'achten.

1. ________ J:„ A J.^:

JU!

-ocr page 169-

Dit dan zoo vaft geftelt, voerèra de
de Gemagtigden voornoemt na
Ton-
ganpek ,
en bragten in \'tkorthet,vol-
gend
in antwoort weer te ruch : te
wecen , dat de Jonken enKoyaes,dien
verby onze fchepcn gevaren,
naer het Eiland
Quemuy gezeik wae-
^^^ . oin,
op der Krijgsknechten ver-
Zoek
, vrou wen en kinderen, daer ge-
laten,
ook voorders eenen roof van
daer te halen : wek zy hen , als zijn-
de hun vaderland, n^et had kunnen
Weigeren.
Ook dat\'er meer vertrok-
ken waer< n , ais hy wei coegeftaen
had : daer beneffèns niet geweten
had, zulx eerft acn d\'onzen behoor-
de mede te deelen. Dies d\'onzcn
hem, naerdien hy noit met de Hol-
landers gevaren had,en in gevolgehem
onze maiieren onbevvuft waeren,
Zulx voor diem tijt ten goede gehef-
de te duiden : want her tot geen an-
der einde gefchiede, en ook de vyand
aldaer te lande
noch gehuisveft was.
Waer aen d\'onzen niet geliefden te
t wijfelen : desgelijx niet aen het zen-
den van de vijf en twintig beloofde
Koyaes,gehjk ook niet aen deSinefen,
die
hy daer mede zoude zenden;
met verzoek , zoo zy den onzen
nier in alles quamen te gehoorza-
men , hem dat bekent te maken : als
Wanneer hy hea\'thooftvoor de voe
ten zoude doen leg!^en.

Een weinig na den middag quam
een Mandarijn , als tot overfte over
de vijf en twintigh Koyaes door
Tonganpek geftelt, ncvens de zel-
ve in
de vloot, en braght met zich

groetenis-briefje van TonganAAtt andere
fek. Het meerendeel der Koyaes wiert , zy
wiert aen defchepen verdeelt: tewe-
tea , aen zommigetwee , enandere
een.

De zake nu anders uitgevallen,
als d\'onzen gevreeft hadden , mits
Tonganpek , rakende het zenden van
de Koyaes,
zijn woort gehouden, en
belüfren nagekomen had , wiert op
Voorüagh van den Admirael,
in Rade
geuaen , goet gevonden en vaft ge-
ft It: dat des morgens vroeg d\'Ad-
i
^^irael niet acht fchepen , als de No-
tehnani , Tertokn , Mars , Zierikzee,
^li[lingen, Naerden, Kogge en Jonker,

van daer buiten om, naer het zuid-
eineivan het eilant
Quemuy zou ver-
trekken : en midlerwijle de Schout by
Nacht
Bartholomeus Verwei, met zijn
fchip
vlaerdinge en d\'overige kleine
Jachten, ren getale van zeven , als
Overveen, Buikjloot, Kaneel-hoom, Zee-
hont
en Nieuwendam by de Tartari-
fche vloot blijven, mee laft, om met
de Tartarifche Jonkenbmnenhetei-
lant ^j^f^^y door te zeilen. Danzoo
de overfte Her zeiver,
Tonganpek, bin-
nen den tijt van vijf dagen , nevens
de zeven Jachten voornoemt den
Admirael binnen
Quemuy en \'tvaft
land door niet quamen te volgen, hy
den Admirael dan op den vijfden
dagh , langs den zelven wegh , dien
d\'acht fcliepen onder den Admirael
vertrekken zouden, by te komen had,
om alzoo den vyand met hunne ge-
heele maght alle mogeli]ke afbreuk
te doen. Hopman
Harman de Bitter
wiert het bevei over de krijgsknech-
ten der zeven fchepen , die aldaer
verbleven, opgedragen en aenbevo-
len,ten emde,foo zy lieden nevens de
Tartaren binnen door zeilden , en
de Tartaren aldaer begeerden te lan-
den , hy insgelijx met zijne krijgs-
knechten over land by den Admirael
zou trachten te komen, om hunne
krijgs-maght niet van den anderen te
verlpreiden.

Midlerwijle wiert(nevens een groe-
tenis-briefje van
Tonganpek, aen den
Admirael) zeker brief overhandight,
door zijne Hoogheid
Singlamong aen
ionganpek gefchreven : waer by on-
aen d\'onzen verzocht
met het vertrekken na
den vyand noch een kleinen tijd
geliefden te vertoeven en zich het
wachten aldaer niet
te laten ver-
drieten : alzoo hy Singlamong den
onzen in korte wijle den dagh van
het vertrek, met eenen zijner Man-
darijns zoude bekent maken. Dit
ftoegh d\'Admirael en Raed in de
wint, en bleef
t\'eenemael by hun ge-
nomen befluit.

Des namiddags dan den Zeventien-
den , ging
d\'Admirael met zijne acht
fchepen z^il
na d\'Erasmus Bay, daer
hy
ontrei^^t drie uuren voor quam, en
Rr % de

-ocr page 170-

de vijf en twintig Koyaes inliepen en
achter of binnen de Noordhoek van
de zelve Bay bleven leggen. Dies niet-
tegenftaende ging d\'Admirael , als
niet twijfelende, of zy zouden heoi
kort volgeii,weer zijnen gang»om on
der de ftad Quemuy te komen. On-
der
tuftchen maekte hy jacht op ze-
kere groote Sinefe Jonk , die haer
daer ofiCrßnt onthield , doch door
fnei zeilen m.etde vlucht ontquam.\'
• Ontrent tien uure dan voor den
middag quam
hy onder de grote Stadt
. van Quemuy ten anker. Doch alzoo
de zeven "andere \' fchepen zeer on-
ordentelijk rontom den Admirael
ankerden , ja d\'een den ander, om
zijn gefchut op den vyant te kunnen
gebruiken, in den weg lag, wierden de
zelve door zijne orde gelaü haer an-
kers weder te lichten , en
zoo dicht
onder
Quemny te gaen leggen , als
zonder gevaer
gefchieden kon : te
weten, in volgender wijze. Het Jacht
Naerden aen de zuidkant van Quemuy:
achter het welk volgden dtNootehoorn,
Jonker
cn Zierikzee : daer na vervol-
gens achter malkandre de Jachten
Tertolen , Mars , Kogge en Vlißngen.
Midlerwijle de Jachten, met in dezer
wijze te vcrzeilen,bezig waeren,deed
d\'Admirael
met eenige fchuits en
boots het ftrant bezichtigen, met laft
aen Schipper
Pieter Koker , zoo hy
kans zag, een parthye volk te doen
landen. Dit gefchiede, maer quamen
de
Sinefe krijgsknechten vandeStadt
daer op uit, en boden den onzen gro-
ten tegenftant. In het landen waeren
d\'onzen om de vijf en twintig Koyaes
zeer verlegen : want zy anders gelij-
kelijk het zelve zouden konnen ge-
daen hebben ; daerze nu veelmoeite
mede hadden. Zy bragten evenwel,
niettegenftaende de Koyaes hem
quamen te mangelen, zoo veel te we-
ge , dat zy met hun reeds gelande
krijgsknechten,ontrent ten getale van
tachtig man, den vyant, over de hon-
dert en vijftig fterk, op de vlucht dre-
ven : alzoo in die woede wel twee
of drie dooden aen \'s vyands kant, en
niet meer als een aen onze zijde,
nevens weinig gequefte, vernomen
wierden.

Geduurende dezen ftrijt, pijnden
d\'onzen zich ten uitterfte om meer
volks te landen, gelijk zy, eer d\'avont •
noch op handen
quam, de meefte par-
thye krijgsknechten gelant
kregen.
Evenwel liet Hopman Pole man niet
na, met deze en dc nochgeduurigh
acn land komende krijgs-kncchten,
den vyandt (die voor zijne komfte
d\'onzen
al op den wijk, om weder in
te fchepen, gebracht had) te achter-
volgen. Doch alzoo\'er midlerwijle
noch een parthye Sinefe krijgsknech-
ten (na dat d\'eerfte weer Hnnen
de
Stads
muuren gedreven waeren) van
d\'andre
zijde van land uit eenige vaer-
tuigen tot befcherming quamen, wiert
Poleman genootzaekt den zelven ins-
gelijx ftagte leveren. Deze
dan ook,
gelijk de voorige, te zamen twee of
drie hondert fterk , namen hunnen
hertret binnen de Stadts muuren. Ja
had m et die niet veel gefchilt, of zou-
den buiten de Stadt hebben moeten
verblijven: en ftonden de zaken zoo-
danig gefchapen, dat ingevallen d\'on-
ze al hun magt by elkandren hadden
gehad, hen het binnen komen belet
zoude zijn
geweeft. Of men zoude
immers nevens hen de Stadts poor-
ten hebben ingelopen. Tc meer , al-
zoo de vyanden niet wiften , hoe
zy de poorten dra genoech zouden
inkomen : want zy niet anders als
twee of
drie bas j es op de muuren had-
den leggen. Dan aengezien d\'onzen
met zoo weinig magr dit niet derfden
ondernemen , waeren zy daer voor
gebleven, en hebben zich dicht on-
der de Stadt achter klippen, totborft-
weringh van
hunne basjes en pij len,
die in grote getale gefchoten wier-
den , onthouden , ten einde
alzoo
al hun gedoe\'i en bedrijf te kon-
nen befchouwen , voor
zoo veel zy
uitterlijk zouden
kunnen onder-
nemen.

\' Door den Admirael cn onder-Ad-
mirael dan deze fchermutzeling uit
de
fchepen , die met dicht onder het
land te verzeilen bezig waren, alzoo
aengezien, vonden zy goet, om alle
wanne orde en
verwerring, by gebrek
vaneen gebiedent hooft, voor te ko-
men , den Sekritaris aenftonts naer

land

-ocr page 171-

na V Keizerrijk vm Sina, of Taifïng,
land te zeilden , om Hopman Kri-
fiiaen Poleman
den volke , in hun af-
wezen, voor te fteilen,en, over het le-
ger te lande
het gebiet te voeren ■
Na wederkeeren van den Sekritaris,
die
van \'t geen zich te lande onder Po-
leman had
roegedragen, verftag aen
den Admirael deed, trok d\'Admirael
ontrent middernacht na land, en ver-
fcheen aldaer
by Hopman \'Pokman,
en andere bevelhebbers. Met de-
ze ging hy d\'ingezette poften , tot
dicht onder de ftad , (van welkers
muuren geduurig met licht gefchut
op d\'onzen gefchoten wierd) be-
zichtigen , cn bevond hen alle wel ge-

Eindelijk na overleg, wat hen nu ten

dienftevan de Kompanjie, en tot af-
breuk van den vyant, te doen ftont,
wierd befloten geen ftorm op deftad,
als toen noch t\'onzeker, te wagen-
gemerkt zy meer te doen hadden, als
alleenlijk die ftad te veroveren , en
derhalve niet geraden was, het volk,
dat zy noodig van doen hadden,in ge-
vaer te fteilen. Ook (alzoo hun tegen-
woordige magt te klein was,en de tijd
het niet lijden kon, om een volkome
belegering te doen,) wiert befloten op
nader middelen te denken en te zien
na een bequame plaetfe, ter planting,
van een ftuk of tweede gefchut daer
voor, ten einde de ftad alzoo tebref-
feren, engevolgelijk daer op teftor

c .i -----f----( ------------ y--------f »11

men , en alzoo dezelve in kriften den raed een befluit te nemen , wat
handen te krijgen.Dan naerdien d\'on- hen nu voorder, tot afbreuk van den

vyand,\'t zy met den zeiven een ftorm
te leveren, of anders hem een gevoe-
lijke afbreuk te doen, te ondernemen
ftont. Onder dit beraetflagen hier
over, wierden hen drie brieven toege-
bragt, zoo van
Singlamong Matithe-
lauja,
of Bethetok, Tonganpek, en d\'an-
dere hopmannen daer byzy bekent
maekten : dat ten dien dage de Tar-
tarifche krijgs- macht, nevens
onze
zeven fchepen, van onder de hoek
van Puthaj ftonden te vertrekken.
Dies verzochten zy d\'onzen van
het belegh dezer (lad afftant wilden
doen, en hunne Jonken met de acht
fchepen onder den Admirael in \'t ge-
moet komen zeilen , om alzoo ge-
lijkelijk eerft des vyands Jonken ter

\'^er-Admirael,dieook te dien einde,
zijfi goetdunkendaerovertege-
\'zijn fchip ontboden was,
iiietlpoedightotden Admirael kon-

fL \' liet vaft befluit

tot zijne vcrfchijningh wel uitge-

^t^ergeLdeelthetaf-
trekken noodig. Oies
d\'Admirael
jnet den dag na boort van \'t fregat de
Jonker (leggende \'t dichtfte onder de
wal) vertrok,om\'t zelve noch watna-
öer te doen komen, en daer door het
l minder gevaer van

henifr.

WierdV (zoo gevreeft

uit te^allen:
hun . J T g\'^^\'^^l^ot Jonken in

waer uit hy doorgaens verfterkt
wierd : \'twelk d\'onzen ook tot af-
trekken beweegden.

Midlerwijle verwittigde d\'Admi-
rael den Schout by nacht
Verwei by
een briei^e, van \'t geen zich onder de
ftad
Aymuy had toegedragen. Het
briefen wierd hem toegezonde door
een Tarterfche
Koya, die d\'onzen ge-
volgt was, en, gezien hebbende waer
zy belant waeren, des verflag aen
Ton-
ganpek
zougaen brengen.

Tegens den avond zagen zyook
een groot getal vyands Jonken
cn-
tïenr.d\'Q]\\.andQn Aymuy
en Goutfoehg-
gen: doch gene van dezelve quam op
hen af: wel hepen eenige tuflehen
Lijfoe en Quemuy door.

In den avond laet quamen zeven
of acht Tartarifche
Koyaes van de vijf
en twintig, die belaft waeren d\'onzen
te volgen, onder de ftad
Qj^emuy, een
weinig van hun klein vaertuig, ten an-
ker : als wanneer zy haer in geene
deele van doen hadden : te meer al-
zoo ons volk meeft geland, en de reft
met de voordere loots en floepen aen
land ftonden te komen : zoo datzy
geen de minOe dienft tot noch toe
van dezelve konden trekken, gelijk
dan aen den fchout by nacht,
om Ton-
ganpek
hetzelve bekent te maken, ge-
fchreven wierd.

Den achtienden met den dag voer
i Admirael weer na land, om en met

t^un gezicht onder Z/J.e had leggen:

zee.

Är 3

-ocr page 172-

•zee te verflaen, en als dan Jymuy, des
vyands hooft-plaets, en te taften, met
by voeging, de ftad Quemuy en al d\'an-
dere eilaiTden en
fteden daer ontrent,
den onzen als dan van zelfs wel zou-
den toevallen.

By den Admiraei dan ingezien,hoe
deze tijding meeft met zijne gegeven
ordre aen den
Schout by nacht: des-
geiijx met de
gedane toezegging aen
de Tartaren over een quam , zoo
floeg hy in rade voor, ofzy van daer
op die ontbiedinge fouden opbreken,
dan liever noch eerft (aengezien
de gelegentheid en tijt niet toeliet,
een volkomen belegeringh te doen,)
een proeve van een ftorm op de ftad
te wagen : naerdien het dan, fchoon
afgeflagen,noch tijts en vroeg genoeg
was,
om af te trekken. Zoototftor-
men mögt verftaen worden: hoe en

op wat maniere zulx beft zoude die-
nen te werden ondernomen, om geen
groot gevaer
van veel volks te verhe-
zen,
te ioopen.

Hier op dan wierd eenftemmelijk
goet gevonden en vaft geftelt, aen-
ftonts een proeve van een ftorm op
de ftad
Quemuy te wagen , met twee
benden
krijgs knechten, en eenige
bootfgezellen, daer onder met hand-
granaten. Midierwijie zouden d\'an-
dere benden haer tot een hertret
dicht
onder de ftad welklaer en flag-
vaerdigh houden, ten einde , zoo
wanneer zy
moften afwijken , en
de vyand
op hen quam aen te vallen,.

ftant te houden, en mannelijk tegen-
weer te bieden : daer beneftèns als
dan met orde in de
fchepen weer te
treden ,
en na d\'andere fchepen en na

des Tartars krijgs-heir te vertrekken,
zoo dra
zy tydinge van den Schout
bynachtquamentevernemen. Maer
kans ziende de ftad in te konnen ne-
men , dan noch grooter getal over de
muuren te laten klimmen. Hier op smdtMlf^\'
nam dan
het ftormen aenftonts met muyj^t-
zeven Bamboes-leeren een aenvang,^"\'\'\'" \'
en kregen d\'onzen met een yver en

ge-

-ocr page 173-

gezwiïitheid,alfoo de krijgsknechten \' ganpeks verzoek , te zeilen. Ook
en bootsgezellen daer toe zeer gene-; het d\'Admirael aenftonts door de
gen waeren, de ladders aen demuu-1 boden , met de drie brieven voor-
ren : waer op ook een parthye krijgs- [ noemt aen hem afgezonden , in ant-
knechten opklommen, om alzoo in woorde aen d\'Opperhoofden der
de ftad te kunnen geraken. Midler- | Tartarifche oorlogs vlote weten : na-
wijle deden, die
om laeg ftonden, met melijk dat zy daegs te vooren, na dat
niusketten, hand-granaten, en vuur-
i zy van hun vertrokken waeren, te-

potten hun beft, om denvyand van
de borftweering te krijgen, en alzoo
met des te minder gevaer te khm-
men. De vyanden ondertulfchen
ftonden ook niet ftil;
maer fchoten
geweldig en vreeffelijk met vuur en
andere pijlen, inzonderheid uit een
klein huisje , ftaende op de gordijn.
Ook wierd uitter mate met fteenen
en vuur potten gegooit, waer door
d\'onzen een doode en etlijke gequet-
ften kregen. Des niettegenftaende
was\'er moet en hert genoeg onder
ons volk. Ook begoft de vyand zich

al onder de borftweeren te verfchui- Na d\'Admirael op alles goede orde

len, en dorften qualijk hunne hoof- .....- - ^^ . --

gens den middag onder de ftad Que-
muy
ten anker waeren gekomen: daer
benefTens aldaer eenige krijgs knech-
ten gelant hadden, om die ftad het
Tartarifch rijk onderdanig te maken
ï
maer zy nu uitdrukkelijk , op hunne
ontbiedinge, van het beleg der zelve
ftad hadden opgehouden, enafftant
gedaen : als ook tot infcheping ge-
reet ftonden , om hen des daegs daer
aen met hunne acht fchepcn in\'r ge-
moet te komen, enalzcogelijkelijk
den vyand alle mogelijke afbreuk te
doen.

tot infcheping had geftelt, en de Hop-
man
Poleman de voorzienigheid daer
over aen bevolen, voer hy neven den

den boven fteken, tot het fchieten
meer van eene pijl. Dit by d\'onzen

zich dan al meerder getal op ladders
quamen te begeven.Dan alzoo dezel-
ve niet fterk genoeg en ook te zwak
waren , viel eerftelijk een ladder en

by met een Chiampantje en een wit
vlaggetje daer op, nevens vijf Sinefe
bootsgezellen, verfchenen was. De

gefchreven, die op den dertien den
dacr aen den Admirael overhandigt
wierd. Nevens dezen was ook ge-
voegt een ander, door den gevangen
Neerlander
Jan JanJz. van Bremen ge-
fchreven. Ook Iprak dees al van on-
onderhandeling en verdrag, tuflchen
d\' onzen en Sinefen aen te gaen. Zei-
de ook daer in, zy den onzen lie-
ten weten, zoo zy met hen gene-
gen waeren
te handelen, een plaets
uitkiezen
zouden , die d\'onzen be-
geerden : want zy hen Zou toege-
flaen worden. Ook dat de Koning

Kim"

vernomen, wierden zy des te moedi-1 onder-Admirael aen het fregat de/<?»-
ger, en begoften elkandren geweldig
I ker . Aldaer wierd een Sineefe bo-
tot overkhmmen aen te porren, gelijk j de, by den vyand afgezonden met

eenen brief van Somminpetsjou, uit
den naem van
Kimsja, Koxings zoon^
die \'topper-gebied overaldevyand-
lijke eilanden had, by hem van het

naderhant ook al d\'anderen, behalve fchip de Notehoom gebragt: alwaer

een, van boven neer : want zy t\'ee-
nemael aen ftukken braken : waer
door d\'onzen van hun goeden voor-

gnomen aenflag verfteken wierden. | brief dan vertolkt wierd bevonden
^erhalve, vermits geen bequame lad-1 van een zelven inhout, als op den
aldaer dichte by de werken meer | tienden dezer leftleden aen d\'opper-
waren,gaf d\'Admirael,die nevens den hoofden van
htt^^chx. Zierikzee was
onder-Admirael dit alles duidelijk
aengezienhad,laft,omweerordente-
ijkafte trekken, gelijk dan ook be-
hoorlijk aenftonts gefchiede. Deze
aenflag dan aldus miflukt , ftelde
d\'Admirael datelijk orde, om,volgens
genomen befluit, met alk man in de
kleine vaertuigen te gaen, en het volk
met orde weer in de fchepen te doen
imbarqueren, en alzoo des volgenden
daegs, na des Tartars krijgs-heir en
zijn zeven andere fchepen , onder
een Schout by nacht
Ferwei , op
Singlamongs, Mattithelaujas en Ton-

-ocr page 174-

of M^ï^^m^r zou hy by nader gelegent-
heid weder zenden.

Tegens den avond quam Hopman
Poleman aen boort, met verftag, hy
met de laetfte fchuit van land geva-

van Tonganpek, die aldus luide:

wetens verbleven was. Men bevond
toen, d\'onzen in dezen aenflag van de
ftad
Quemuy bekomen hadden twee
dooden, en vijf en zeventig gequet-
ften: zookrijgs-knechten, als boots-
gezellen : hoewel de quetfure van de
meefte niet veel te beduiden had.

Wanneer dan ons volk van land
ieder weder aen zijn befcheiden fchip
verfchenen was, lichten aide fchepen,
volgens laft van den Admirael, haer
anker en quamen by des Admiraels
fchip,leggende een weinig zeewaerts,
weer ten anker. Toen wierden ach-
ter de hoek van ^m^^ gezien twee
onzer fchepen leggen : waer door
d\'onzen vaftelijk vertrouden de ge-
heele Tartarifche fcheeps-vloot by
hen te zijn : te meer, alzoo zy een
parthye van dezelve en ook een
groot getal Sinefen vyands Jonken
achter het eiland
Liffoe zagen zeilen,
die het ook korts daer na, vermits het
vallen in den avond, ten anker fme-
ten:als wanneer deTartarifche Jonken
weder
binnen waerts na onze fchepen
haer begaven. Ter zei ver ftonde ont-
■tende aen wien ik den zelven heftellen
zoude; doch dien opbrekende zaghvan
hinnen Hollandfch fchrift : en heh den
zelven toen voorts aen de Schepen ge-
zonden. Zoo uw fchrijven melt, zijn de

Kimfia den Nederlander Mouritswt- j Den achtienden van onze tiende mane
der met den eerfte zouden verwach- j zijn acht fchepen luitenQnQ.m\\xy omge-
ten, op hope zy met hen zouden over \\ loopen. Zeer wel is dit gedaen. Heden

eenkomen, als wanneer zy aenftonts
onze gevangenen van
Tayowan zou
den doen komen, en aen d\'onzen
overleveren. Dan zoo d\' onzen niet
met hen wilden verdragen, zy gezeid
hadden Jonken genoeg tot branders
zouden gebruiken.

D\'Admirael liet Tfwuhontok weer
by brieve op zijn fchrij ven weten :
dat zijne brieven hem te laet toegeko-
men waeren : alzoo d\'onzen alvoo-
rens met de Tartaren in verbont ge-
treden waeren: met devvelken zy ais
tegens hunne vyanden den oorlogh
moften uitvoeren, ren waere hen hier
na redenen weder gegeven

wier-

niet hy ugebleven: zulx is my cnbewuß.
Ik zal het volk, zoo dra dat hekomen heh-
be, over hun begane mifdadenßraffen,en
d Opperhoofden daer van doen onthal-
zen. Op het ßuiten dezes briefs zijnwy
met onze Jonken,nevens twee Schepen,op
de hoek van
Ofatauw (rekomen, en heh-
hen eenige vyantsJonken, binnen de hoek
gevonden, genomen: en eenig volk daer
van dood geßagen. Dereß daer van is
huitenwaerts gevlucht; alzoo deze Ro-
vers-jonken voor onfe grote magt geenen
ßand houden derven. Wy zullen nu nef-
fens uwe Schepen en volk, als met een
hert, den Rover dapper aentaßen en ver-
ßaen. Derhalve verzoek ik, dat ghy met
uwe acht Schepen morgen vroegh gelieft
onderzeil te gaen, tot onder het eiland
Liftbe. De rovers, ziende uwe Schepen
daer ontrent, zullen met hunne Jonken
niet derven in zee komen. Aldaer zullen
wy met onze Vloot hy u komen, om alfdan
den een en twintighßen des morgens na
Tathaen te lopen, en den rcver aldaer te
verßaen.

D\'Admirael fchreef Tonganpek d^et
op weer te ruch: hy op zijne begeer-

heh ik laß hy hrie ve van Singlamong
hekomen, om met onze en uwe Schepen,
den een en twintighßen van de tiende
mane, van hier onder
Wetau onder zeil
te gaen en onder
Tathaen te lopen. Wes-
halve ik en
Martiteiauja met elkandre
goet gevonden hehhen, den negentienden
des morgens nevens uwe Schepen onder
zeil te gaen, tot onder de wefihoekvan
Quemuy en, om den twintigßen des
uchtens vroeg onder
Tathaen te komen.
Dies heh ik tegenwoordigh eenen Man-
darijn afgevaerdigt, ora dezen met des
Honings en
Mattiteiaujas hrief te he-
handigen. Den zeventienden is mymet
een klein vaertuigh een hrief, in \'t Hol-
den, zich van hen te fcheiden: Aßam] landfch gefchreven, toegehragt,niet we-

ren, en niemant van de hunnen zijns i KoydLCs,töt uwen dienfl mede gezonden.

fing d\'Admirael eenen tweden brief j te niet nalaeten zou des volgenden

daegs vroeg, zich by hen onder het

eiland

-ocr page 175-
-ocr page 176-

dage bekomen had)wiert d\'Admirael
verwittight: hoe, kortsna.zijn ver-
trek met dacht fchepen buiten Que-
muy
oin, van SingLmong tijding was
gekomen,om van onder de hoek van
puthay de Tartarifchejonktn
te
vertrekken-gelijk zy zich ook den
achtienden dezer onder zeil begeven
hadden, en her naeu tuflchen
Quemuy
en het vaft land gelukkelijk ^or ge-
raekt waren, en nu tegenwoordigh
onder
den weft kant van Quemuy ge-
ankert lagen : van waer
zy den Ad-
miraei met zijne fchepen konden
zien leggen. Voorders was zijn
fchrijven , dat
Tonganpek hem had
laten weten, hy onder de
Koxinders
met zijne Jonken was geweeft-, en
drie van den vyand verovert en in -
den brand gefteken hadde : daer
hy, noch gene van de zijnen den
vlam noch brand , ja ook niet dat
Tonganpek flaeghs geweeft was, ver-
nomen
nochte gezien hadden. Dies
hy geloofde dat zy. bang waren, en
het flechts een verciert w^erk was._^ Te
meer, naer dien zy op hem verzocht
hadden, dat hy fich met zeven fche-
pen wat verder uit, en d\' Admiraei
met de zijne wat nader na hen toe
zoude zeilen.

Op deze twee brieven, d\'een van
Tonganpek , en d\' ander van den
Schout hy nacht Verwei, liet d\'Ad-
mirael hen niet anders weten : als
dat hV zich des daeghs daer aen nae
hen roe en onder het Eiland
Lijfoe
zou begeven, en des vyands Jonkm
trachten te verflaen: en w anneer hy
anker lichte, de Schout by nacht
zich ook na het Eiland
Liffoe zou be-
geven.

Met den dagh ontfing d\'Admirael
door een
Koxins vaertuigh eenen
brief,
doot\'tSiouhontok oi Summepe-
/e//,twede of naefte perzoon van Ktm-
Jta, uit name van deii zeiven Kimßa
Koxins
zoon , aen hem gefchreven.
Deze luide aldus:

Summimpefiou zent dezen brief aen
den Hollanrfch Opperhoofden , op
de fchepen.

Den inhoud van uwen hrief, op gifte-
ren ontfangen , heh ik ten deele ver-
S f flaen.

na ^t Kéizerrijk -van
Eiland Üßoe te vervoegen, om alzoo [
des vyands J-oiiken met gezamender
macht te verflaen , en zich neven hen
als dan
na deflelfs hooft-plaetfe Ay-
niuy te voegen. Van gelijken verwit-
tigde die hy ook by brieve den
Schout by nacht
Bartholomaus Verwei
het voorgevallen voor de ftad Que-
muy
, metlafthy, op het vernemen
van het zeil gaen des Admiraels, inf-
gelijx zou
doen, en by hem onder
het Eiland Lißoe verfchijnen, om den
twintighften des vyands krijgsmacht
aen te taften.

Den negentienden vroegh be-
quam d\'Admirael nochmaels eenen
brief van
Tonganpek-, waer by den
Admiraei wiert bekent gemaekt:
dat hy den negentienden van de
tiende mane eenen brief van hem be-
komen\' had : waer in d\'Admirael
fchreef: dat hy aen hem met eenige
van zijne krijgs-macht op
Quemuyen
aen land gegaen was, om aldaer de
ftad van de rovers in te nemen: dat
hem zulx zeer aengenaem w^as te
vernemen. Dat hy den negentien-
den met de vloot op
Ufatauw geko-
men was , en aldaer eenige rovers
Jonken genomen en verbrant had,
en eenighe hondert van des rovers
krijgs-knechten gedoot: dat deze
rovers nu, onze en zijne vlood zien-
de, zeer vreefden. Dat het
Sin-
glamongs
laft was , onder Tathan te
loopen, om aldaer den rover dap-
per en ftoutmoedelijk ftagh te leve-
ï^én. Dat hy eerft met zijne en al
des Admiraels fchepen onder
Liffoe
zou vergaderen : \'twelk hem, op des
Adnnraels fchrij ven, mede beft dacht
te zijn: want zoo ghy, voeghdehy
daer by, n^et ac£ fchepen onder
geankert zijr, 7.al de vyand ons
met kunnen beletten by u onder
Lijjoe ten anker te kom en: wanneer
wy als dan, te zamen gevoeght, den
wand zullen bevechten en ver-
llaen Dies verzodithy dat d\'Ad-
mirael neffenshem den rover met
herte gdiefde aen te

By den brief van den Schout by
«acht Verwet ( dien hy , benevens
aen brief van
Tonganpek, ten zeiven

-ocr page 177-

flaen, namelijk, datgy met de Tartaren
aires een verbintenis heht gemaekt, om
met elkandre als vrienden en hontgeno-
ten te leven, en tegens den vyand zamen
teJlrijden. Goet is dit: want wy weten
\'van ouds
JfHoilanders woorthoudenda
zijn, en hun beloften, eenmaelgedaen ,
zoeken na te komen. Daer en tegen zijn
de
Tartaren leugenachtigh en bedriege- .
lijk: alzoo eenige van d onzen, die zich
voorhene onder der
Tartaren gehoor-
zaemheid hegeven hadden , na het be-
kommen van plechtelijke vergiffenis, door
hen zonder eer en eet te betrachten, van
V leven berooft zijn: gelijk wy van deze
bedriegelijkeparten der
Tartaren, ge-
noechzamen blijken hebben, aen
Eqiion
Lincioe, Koki,
die de Tartaren tot
grooten flaet verheven ; maer nader-
hand zonder reden fchelmachtig gedoot
hebben. Zedert tw>intigh jaren her-
waerts hebben de
Tartaren fallen tij-
den getracht onzen flaet aen de hunne te
hechten , en met fchoone beloften ge-
zocht, dat wy tot hen zouden overkomen.
Wy weten, en zijn des verfeekert, dat
de
Tartaren hunne beloften niet houden,
en geheel ondeugend zijn. Daerom mo-
qen noch willen wy tot hen overkomen,
nochte ons hunner geheorfaemheid on-
derwerpen : onaengefien
Jy ons alle jaers
tevuur ente zwaert dreigen met hunne
Jonken naer
Aymuy te willen over-
komen en
Koxinga en fijne onderda-
nen fich onderworpen te maken,en te ver-
volgen : maer
Jy zijn tot noch toe niet
gekomen. Doch nu hebben zyde
Hol-
landers
tot byftant geroepen , om de
Tartaren te helpen tegen ons. Waer
voor zy u lieden beloven, dat ghy jaer-
lix in hun land
Joud kémen handelen.
Maer de
Tartaren, en zijt desverje-
kert, houden de
Jpot met u lieden, en
meinent niet eens met ernfl,
of trachten
na te komen, \'tgeenJy ubeloven. Ook
weten wy, dat foo wanneer ghy met de
T^LitiTtntegen ons in zee komt, Jy fon-
der alle tP^ijfel fullen vluchten, en moe-
ten laten defe landen aen
Sepoan, gelijk
hy dejelve tot noch toe bejtt, en daer van
de rechte erfgenaem is , en niet de
Tar-
taren.
Zoo ghy al nevens de

ons verßaet, Singlamong en Lipoui
Julien Jeggen : deeze overwinntnghe
IS door d\'onjen en onJe krijghs-knechten
verkreeghen : daer toe hebben ons de
Hollanders niet geholpen. Noit Jul-
ien zy uw de loj en prijs daer van ge-
ven. ïfy hehhen meer van der
Tar-
taren
aert en meiningh in devoorighe
brieven gefchreven. Ghy Jult bevin-
den en mooght recht oordeelen of wy
de waerheid gejprooken hebben : daer-
om fullen wy u voor ditmael niet meer
daer vanfchrijven. Ghy
Hollanders
hebt een oprecht herte en gemoet. Der-
halve tracht ik , en
Sepoan ons met
u lieden te vereenighen. Hier in de-
fe Reviere, desgelijks in de havens
van deefe Eilanden , zijn veel Zan-
den , Klippen en Re eden. Dies zijt
ghy gewaerfchouwt, in het over en
weeder laveren , voor vafl raeken met
uwe Schepen, en aljoo Jchip-hreuk te lij-
den.

Op het EilandYotmoïè. zijn noch te-
genwoordig^ twintigh duijent Kooplui-
den , die alle Jaers aldaer groote mee-
nightevan Suiker toemaken. Daerom
kunnen uwe Jchepen alle jaers in
Tayo-
wan
komen, en aldaer met malkandre
handelen: waer toe wy u lieden willen
geven
Tamfuy en Kelang, voor henen
by de
Hollanders bewoont , en voor-
fien met goede Havenen voor uwe Sche-
pen . Staet defe plaets u niet aen, ghy
mooght
Lamoa daer voor kiefen ; of
felfs,
Lamoa niet begerende, een plaet-
fe nemen. Wyverjoekendan, dat ghy
haefligh wilt zenden een aenzienelijken
perzoon , neffens den
Hollander Af-
fam,
met den welke ik eek befuit ma-
ken zal van uwen flaet. Op
Zakkam
zijn, nevens de Weduwe van Jakob
Valencyn,
en den Leeraer, zoo Vrouwen,
Mannen , als Kinderen, noch by de
hondert perzoonen.

Ik zal datelijk een Jonk geven , en
zenden
AlTam daer mede naer Tayo-
wan,
om de gevangen te halen, en aen
uwe Schepen te
brengen, ^00 dat ghy de-
zelve voorts naer
Batavien moogt over-
voeren.

De Hemel, Zon en Mane weten,
dat ik niet liege\'. Wy uerzoeken datgy
met uwe Schepen de Tartaren niet ge-
liejt by te ftaen\', maer zent na een an-
dere plaetje. Dan Joo gy yV)olgens befluit,
Singlamong gemaekt, ons ver-
zoek niet vermögt te doen , Jo Jchrijve

ons

-ocr page 178-

ik en Sepoan heb noch vijf hondert zoo
groote als kleine Jonken : beneven twee
hondert branders : waer mede wy uwe
fchepen tot den gront toe füllen ver-
branden. Wy füllen dan fien engewaer
worden: of de Hollanders wel vechten of
niet. ^

In het feventiende jaer van onfen
keizer de tiende Mane , den

negentienden dag.

Nevens dezen brief was noch een
ander gevoegt, van den gevangen
Neerlander
Jan Janfzvan Bremen , uit
de Sinefe vloot, onder het Eiland
foe geankert leggende, aen den Ad-
mirael gefchreven. De inhoud voor-
namelijk was , dat Koningh
Kimfia
en zijn tweede perfoon Sioubontok
des Admiraels fchry ven wei had ver-
ftaen, en daer uit, tot hun leerwezen
befpeurt, het te laet komen van hun-
ne brieven. Doch waeren echter, we-
gens het fchry ven, alfte het wel inza-
de^l\' verblijt, en verzochten

tc ftaen! eli"""^

. hen aen te fpannen:

of ten minfte zich oneenzijdig te
houden, en tegen hen nietteflien;
maer hen met de
Tartaren in den
bocht wilden laten fpringen : als
wanneer zy kans genoech op de zel-
ve zagen. Dan by aldien d\'onzen
rnet de Tartaren
te grotehx inge-
vvikkelt mogten zijn, en niet van
Hunne Jonken konden blijven , ver-
zocht hy derhalve, d\'onzen maero-
ver of ter zijde hen heen of wel met
los kruit op hen wilden fchieten. Zy
houden niet nalaten den onzen het
nen brief, een verbont gemaekt had-
den , en hunne gewoonte niet was
hunne oprechte getrouheit zonder re-
den te breken. Dieshy voor dien tijt
niet anders konde doen , dan hen
voor d\'aengebodene zaken te bedan-
ken , met verzoek hy onze gevan-
genen niet qualijk geliefde te han-
delen : want d\'onzen zijn volk zoo-
danig bejegenden , dat zy hen be-
dankten. Het dubbelt van dezen
brief wiert ook aen onze gevangenen
gezonden, ten einde zy daer uit de
meiningen van d\'onzen zouden ver-
ftaen.

Des voormiddags ontrent negen
uuren ging d\'A dmirael met zijne acht
fchepen onder zeil, om de Sinefe
vyants oorlogs magt, fterk over de
hondert zoo kleine als grote Jon>
ken, die daegs te vooreonder het Ei-
land
Lifoe ten anker gekomen wae-
ren, en aldaer noch lagen, ftagreleve-
ren.

D\'Admirael hep bezuide het rif,
welk van de wefthoek van
Quemuy
leid, hene, en zag toen den Schout
by Nacht
Verwei met zijne byheb-
bende zeven fchepen , beneffens de
Tartarifche krijgsmagt, die tuftchen
Quemuy en het vaft fand door qua-
men, naer hem toezetten. Midler-
wijle gaven des Admiraels fche-
pen op des vyants Jonken » die haer
aldaer ontmoeteden V met hun ge-
fchut luftigh damp, en kregen, al-
zoo de wint ontrent den middagh
met
ftilte na het oofte liep, beter
gelegentheid , om \'s vyants Jonken,
»S*/2 tuf-

ens zulx aenftonts, ofzeile met uwe vijf
tien fchepen onder
Lauloo , en zie ons
gevecht aen : welk wy met de Tartaren
zullen houden. Ghy zult ften, hoe deer-
lijk fy vluchte n zullen : wantwyvermo-
niet met onfe jonken tegen uwe Jche-
Pj^ ie ftaen Maer laet ons met malkan-
d^e vereenigen en den koophandel dry-
"^en , en neme uwe vrouwen en kinde-
^en ,foo in \'t geheel noch in
Tayowan
zijn, en brenge defelve naer Batavia.
Ik geve u te bedenken, welk goet ofquaet
voor uwen fiaet we/en fal Bedenke u

hier haeftig op en late onsuwemeenin- _ .........

ge fchriftelijk weten. En foo ghy met poan of Kimfia : dat d\'onzen met de
ons nm begeert vreede te maeken Tartaren, voor het ontfangen van zij-

zelve te vergelden , met byvoegen?
d\'onzen, zoo wanneer de Tartaren
onder Aymuy mogten komen , met
hunne fchepen van daer wilden blij-
ven : wijs makende daer geen water
genoech voor hunne fchepen te zijn.
Eindelijk verzocht de Neerlander
voornoemt by den zelven brief,
d\'Admirael om de verloffinge van
hem en d\'andere gevangenen toch
om Gods wille geliefden te denken,
om uit handen der Sinefen eens te
mogen geraken.

D\'Admirael antwoorde aen Se-

-ocr page 179-

324

tuflchen Liffoe en Quemuy te bezetten,
en haer den pas voor het vluchten af
te fnijden. Alhoewel hen noch eeni-
ge
vyands vaertuigen dicht onder de
wal onifnapten, en haeren koers
na
Aymuy ftelden: zoo dat d\'onzen maer
ontrent vijftig
grote oorlogs Jonken
van den vyant, tuffchen hunne acht
van bulten en zeven van binnen ko-
mende fchepen en der Tartars krijgs-
magt, beknelt kregen. D\'onzen dan
bcfchotcn die van alle kanten heftig:
waer over de vyant, na dat een der
groote Jonken te gronde gegaen
was , groten vlijt aenwenden, om
hen t\'ontwijken , en in des Tartars
vloot, die zich buiten fcheuts hield,
en niet eens na des vyants Jonken
tacldc, te geraken : gelijkzeook, na
dat zy deftig van d
\'onzen met mus-
ketten en gefchut begroet, cn heel
van den anderen ge fcheiden waeren,
met ontrent zeven of acht Jonken,
onder die van den Tartar quamen ge-
roeit, en klamten de Tartaren (daer
d\'onzen vermits de grote ililte zoo
haeft met hunne fchepen tot onzet
niet by konden komen) aen boort, en
weerden zich met hun klein getal
Jonken , in des Tartars gehele vloot,
fterk ontrent vier of vijf hondert, als
deftige zoldaten toebehoort.

Derhalve die van den Tartar,na bie-
dinge van weinig tegenweer, zich on-
der onfefchepen quamen vertrekken,
latende twéé van hunnejonken in den
loop: d\'een gevoert by den Admiraei
Mattitelauja of Betetok, Stedehouder
van de Stadt
Soanchieuw , en d\'ander
byd\'overfte
Jantoetok. Deze wierden
van den vyand (alzoo de Tartaren
met vijftigen daer uit, ja, eer het eens
ter degen daer noch op aen quam,
buiten boort fprongen) vermeeftert
en geplondert, doch lieten die we-
der drijven, ftekende een der zelve
in den brand: daer na toe den Admi-
raei zijne Koya tot uitbluffing zond.
Doch eer dezelve daer by quam,
wiert door de Tartaren, die zich daer
inverfcholen hadden gehouden, als
ook
door de genen , die uit het water

daer weer aen eezwommen waeren, . ,

\' gebluft : dfes dezelve , gelijk ook de Jonken dootgeflagen wierden, m

d\'andere veroverde Jonk weder in de ly. Zeer bloohertig droegen zich

de

het gewelt van den Tarter geraekte,
en ook eenige van de overboort-ge-
fprongene Tartaren weder door des
Admiraels Koya opgevifcht wier-
den. Dit poogde den vyant hen niet
te beletten, naerdien zy, op de kom
fte van d\'onzen daer ontrent, ge-
noech,om hunne eigen Jonken te red-
den, te doen hadden : want het met
hen krap omquam , of zouden het
alle tegens den ftrant hebben moeten

aenzctten:alzoozy,dooronfekleene

ondiepft gaende Jachts , op het be-
raemt teken van het laten waien ee-
ner
witte vlagge , zeer achtervolgt
wierden. Maer het krachtig wrikken
(naerdien de Jachten door ftilte en
tegen zuidelijke koelte niet konden
vorderen) was haer behoudenis. Be-
halve eene, die het hoog en droog op
de ftrant van
Quemuy zette, en waer
van het volk na land zwom. Tegens
den avont begaf zich de vyant zeer
verftroit met d ebbe om dezuid: doch
een troepon der de wal van^m^v.by
den Schout bynachtf^rJi?*?/ tot laet in
den avont nagcjaegt, ontleide het met
wrikken. Hiermede dan was het den
vyant ontvlucht, en nam het gevecht,
door het vallen van den avont , een
einde. De Tartarifche Jonken liepen
weder den weg, van waerze gekomen
waeren, achtervvaerts om de Noord
van d\'onzen af : en quamen d\'onzen
onder het eiland
Liffou ten anker,
d\' Admiraei had flechts door zijne
zeilen als anderzints al eenige kogels
gekregen; maer gene gequeften en
al-
leenlijk
eenen dode, de flaef van den
tolk
Meiman : d\'andere fchepen had-
den gene
dooden : maer vijftien of
zeftien
gequeften.

Als toen heeftmen gezien , wat
voor bloode menfchen de Tartaren
waren; want zy met hunne geheele
vloot, wel vierniaelzoo fterk in getal,
als de vyand, nier tegen zeven of acht
Jonken, (gelijk gezegt is) dorften flag,
leveren; maer quamen hunne behou-
denis onder ons gefchut zoeken, la-
tende hunnen eigen landaert, ja zelfs
h.\\Jinnenh.dm\'n^e\\Mattithelauja oïBe-
tetok,
en den overfteJantoetok, die op

■ ft

-ocr page 180-

de Tartars, en dorften niet aenvallen,
noch zich zelfs verdedigen : want
by aldien zy mannen van moet waren
geweeft, weinig Sinefen zouden het
na vertelt hebben; alzoo d\'onzen den
vyand, hen genoeg m handen hadden
gedreven,en zo afgemat door hun ge-
fchut , dat zy weinig tegenftants zou-
den hebben
kunnen doen; daer zy nu
flechts met het verUes van vijf of zes
Jonken, die door ons gefchut in den
gront gefchoten,
of tegen ftrantaen-
gejaegc wierdcn, den dans ontfpron-
gen. De vyand behielp zich, wanneer
wat dicht by d\'onzen was, zeer met
pijl en boog, die zy met meenigte in
de fchepen en in de zeilen fchoten:
defgelijx met fchroot en vuur-pijlen:
doch deden weinig werking *

In den avond wierd de tolk Mei-
man
door den Admirael na Tonganpek
gezonden, ten einde te vernemen, en
af
te vragen, hoe het bygckomen was,
dat
zijn volk hen niet beter geweert,
en zoo verre van des vyands Jonken
zich onthouden had. Volgens
ver-
ilag van den tolk, \\i2,è,longanpekge-
antwoord dat\'er een verftagentheid
onder zijn volk
geweeft was. Ver-
zocht voorts op den Admirael, hy,
met het opkomen van de mane, zich
met zijne fchepen tuflchen het eiland
Goutfoe, en d\'andere kleine eilandjes,
daer
ontfent,na geliefde te ver-
voegen : ais wanneer hy binnen d\'ei-
landen
en dc vafte kuftcn door , met begaf de vyand, den onzen door zijn
de Jonken mede derwaerds zouden
j fnedig zeilen ontfnapt , zich t\'zee-

Vertrekken : alwaer zy elkandre dan
houden kunnen ontmoeten.

Den twintigften, twee uuren voor
, S \' ging d\'Admirael met de geheele
vloot onder\'tzeil, na Aymuy, enliep
langs
oi bezuiden d\'eilanden van Toa-
ta,
en quam alzoo voorby hetvyand-
lijk eiland Goutfoe. Binnen het welk
of onder Aymuys wal, zy een Koxinfe
Vioot van ontrent honderd vijftigh
Jonken zagen leggen. De vyant deed
van
het land te mets een ftuk loflen,
na d\' onzen toe; hoewel het niet half
kon toedragen, miflHiien uitvreeze
d\'onzen met hunne fchepen aldaer
mochten komen. Des niettegcn-
ftaende gingen d\',onzen hunnen
gang, naer het grooter getal van \'s vy-

waerts: eenigen naer ande-

re na Goutfoe : ook zommigen dicht
onder den wal van het vaft land, daer
zy wel wiften d\'onzen hen niet kon-
den volgen.
Lipoui dan , die uit de re-
viere Chinchieu na het eiland Aymuy
was komen afzakken, de zegen der
Hollanders,op den vyand bevochten,
vernemende, ftierde aenftonds een
Batsjang aen boort des Admiraels, en
liet hem weten : dat hy daer boven
by
Aymuy met zijne Jonken quam
aenzcilen, met
verzoek d\'Admirael
aldaer by hem met zijne fchepen wil-
de komen.
Dit Het hy weten, opdat
d\'onzen op die Jonken, als
de zijnen
infgelijx niet zouden fchieten. Als
toen verftonden ook d\'onzen dat de
Sf I , Tar-

ands Jonken diezy onder Aymuy na
des Tartars krijgs macht, die haer een
weinig daer na ook vertoonde, zagen
ftevenen , cn quamen voorts twee
uuren voor den middag het kanael,
welk gemaekt word van het vijfde of
wefter eiland van
Toata, cn het Noor-
der of derde van Go^z/öf,inzeilen.Dan
alzoo hen in die engte de ftroom te-
gen was, konden zy nier voor den
middagh by of onder des vyands
fcheeps magt, fterk over de honderd
groote oorlogs Jonken, en groot ge-
tal van kleine vaertuigen , geraken.
Zy dan daer dicht bygekomen, be-
vonden dezelve tegen de Tartars
Bat sjang, daer mede de Tartaren be-
zig waeren, hun paerden en volk op
het eiland
Aymuy te landen, flaegs te
zijn. Hier mede hield de vyand op
onze komfte nietlanghftant ; maer
zocht zich ftrax tot vluchten te bege-
ven. Wanneer d\'onzen dit bemerk-
ten, fneden zy hen den weg der wijze
af, dat het meeft getal genootzaekt
was zich dicht onder ons gefchut
te vertrekken : want zy anders te-
gen ftrant zouden hebben moeten
acnloopen. Derhalve wierden zy ook
niet weinig van d\'onzen begroet, en
twee hunner in den gront geboort,
en de derde, zoo het toe fcheen, mag-
tcloos raekte :
want dezelve noch na-
derhand door
Lipous Jonken opge-
bragt wierd. Met deze groetenis dan

-ocr page 181-

32.«

Tartaren op Aymuy zedert des mor-
gens vroeg tot noch toe met landen
van hun volk en paerden bezieh wae-
ren geweeft : overzulx zich genoeg-
zaem meefter daer van gemaekt had-
den : maer echter het landen acn
dien kant niet hadden derven on-
dernemen , voor al eer d\'onzen met
hun fchepen dicht by de werken ge-
Singlamong, weinig voor zijn vertrek
komen waeren. Ook wierden d\'on-1 uitiS\'c^?;/g/^/i?«dienaengaendeacn hem
zen verwittigt , dat
Tonganpek met [ gedaen, (te weten, niemant, wie het
zijne byhebbende Jonken noch niet j ook zoude mogen wezen , van de
by die van
Lipoui , noch ook on-/ vyanden teverfchonen; maer henen
trent het eiland
Aymuy was verfche-1 hunne goederen aen te taften: onaen-
en by gevolgvan den gezien zy mogten voorgeven van tot
...... den Tartar te willen overkomen: al-
zo de tijd van genade meer als te lang
verlopen was,) heeft d\'Admirael den
Mandarijns aengezeid : by verzoek
van
Singlamong en Lipoui, hy twee van
dezelve vaertuigen aen hen zoude
overgeven,en d\'andere twee tot fijnen
dienft behouden. Op hun lang aen-

fchip: niettegenftaende eenige Tarta-
rifche Mandarijns den Admirael ver-
zoeken
quamen, om vry gelaten te
mogen word en, met bybrengen, zy
heden eenen brief van
Gekonkon,&.e-
dehouder van Chinchieii, om over te
komen, hadden. Danby den Admi-
rael in
achtgenomen het fchrijven van

nen

zelve ook gene kundfchap had be-
komen. Weshalve d\'Admirael in der
yl met dezelve
Batjang den onder-
koningh
Singlamong en Veltheer Li-
poui ,
ieder by een byzonderen brief,
hoewel meeft van een zelven inhout,
verwittigde al \'tgeen zich op den ze-
venden
onder Quemuy,müc^cr\\ d\'on-

vier Sinefe vyands Jonken en Koyaes
van
Quemuy op hen afkomen, die
voornemens waeren verby hunne
fchepen,en alzoo tot den Tartar over
te komen ; maer dezelve wierden

zen en den vyand, toegedragen had. | houden bewilligde hy alleen in \'t aen
Des namiddags zagen d\'onzen land te mogen nemen van de vrou-

wen en kinderen, maer anders niet:
gelijkze dan met dit befcheid en ee-
nige vrouwen en kinderen na land
vertrokken.

Korts daer na bcquam d\'Admirael

voeren d\'opperhoofden van de dichft
aenleggende Jachten daer aen boort,
cn bragten de Jonken, volgens laft
van den Admirael, ontrent zijn fchip
en in \'t midden van de vloot. Deze,
door d\'opperhoofden voornoemt be-
zocht , deden zy aen den Admirael
verftag: zy niets ingeladen hadden,als
zes huisgezinnen ,beftacnde in mans,
vrouwen en kinderen, ook een par-
thye huifraet en eet-waren, tot hun
levens onderhout. Des d\'Admirael
verwittigt, verklaerde de Jonken on-
vry , en \'tgeen daer in was tot buit
voor het volk van de fchepen. Hier
toe kregen de opperhoofden, die de-
zelve aengehouden en ontrent des
Admiraels fchip gebragt hadden, den
laft van door hen, als niet van waerde
daer in bevonden, geplondert te wor-
den: gelijk ook alzoo gefchiede, met
het brengen, door een ieder van zijn
bekomen Jonk achter of ontrent zijn

door \'t gefchut geftut, en gedwongen f eenen brief van li/o«i,\\vaer by hy-den
by de fchepen te ankeren. Derhalve
j onzen d\' eere van de zegen over de

vyanden toefchreef: als hebbende op

eenen hogen berg geftaen, en den ftag
tegen den vyand
yoov Aymuy met ei-
gen oogen aengezien en bespeurt de
vyand voor d\'onzen de
vlucht geno-
men had.Dc brief
vertaelt,luide aldus:
Lipoui, oppergefaghehher en Velt-over-
fleover de Tartarifche krijgs-magt in dit
landfchap van
Fokien , en gebieder des
legers voor
Aymuy, doet hy defenßjne
eerbiedige groetenis aen den
Holland-
fchen Zee-Admirael

Den een en twintighften, des morgens
vroeg , heb ik op den top des bergs uwe
komfte met de fchepen te gemoet gefien,
en met blijdjchap beoogt het doen vluch-
ten des roversjonken,met uw donderend
gefchut, tot mijn grote hlijdfchap.Nu be-
fpeure ik eerft dat de Hollanders oprecht
van harten zijn. Ik zal niet nalaten defe
uwe dienften, voor onfen rijke gedaen,
met een by fonder en poft haeftig aen onfen
Keifer bekent te maken : en hoe de Hol-

-ocr page 182-
-ocr page 183-

ivoor dig hier noch niet gekomen : maer
Julien luiten twijfel morgen alhier ver-
fchijnen,

Wy heihen noch iets meer metmal-
kandren te Jpreken; doch jaPt Jelve uit
Jlellen tot morgen: waer over wy monde-
ling met malkander van meerderJaeken
fpreken fullen,

Aenftonts fchreef d\'Admirael daer
op
Lipoui in antwoort : dat zy zich
zeer verheught en verblijd hadden,
over fijne hoogheits fchiijven:alfo hy
hen daer by beloofden, hunne dien-
fte,reeds gedaen, düor fijn voorfchrij-
ven by den K eizer te doen vergeiden.

Ook zouden d\'onzen nietnalae-
ten , geiijk zy aireets gedaen hadden,
goet en bloet voor het Tartarifch rijk

zelve niet konden vertrouwen.

Nevens den brief van Lipoui , be-
quam d\'Admirael ook een groetenis-
briefje van deffelfs Zee-Admirael
Si-

liet toekomen.

Ten zelfften dage wiert door den
Schout by nacht
Verwei aen boort des
Admiraels een van de twee .gevange-
ne Neerlanders gebragt:
metnamejan
Jf^Jz- van Bremen
, die de twee duit-
^ ^^J^^^vcn, hier vooren genoemt,
aen den Admirael gefchreven had,en
door een onbeleeftheit met een Si-
nees i^hiampantje en drie of vier Sine-
len aen des Schouts by Nachts boort
dien dagh, wanneer d\'onzen teghen
den vyand flaegs geraekten , geko-
men was: te weten, hy had den brief,
ctoor den Admirael aen den vyand,
gefchreven, zoodanig uitgeleit, dat
p onzen voor eerft noch met ge-

inT fwouden doen,
enliy den.Schout by Nacht, deson-
Kundig, jiootzakelijken zelf monde-
Jing moite gaen waerfchouwen, zulk
^eiclieitvanden Admirael bekomen

Jonken begoft te genaken, zijn Boeg-
poorten open gerukt had , om zoo
damp daer op te geven. Dies
Siou-
hontok,
uit vreezevoor ons gefchut
den gevangen van Bremen een grote
Jonk aengeboden had,die hy afftoeg;
maer met het klein vaertuigh voor-
noemt, en weinigh volk, nevens een
wit vaentje daer op, aen des Schouts
by Nachts boort gekomen was: mits
belofte dat hy met den eerften,neven
den tolk
Meur is, by de Sinefen, Aj-
genaemt, zich fpoedig wederom
by hem zou vervoegen : maer hier
toe had de duitfman gene ooren; en
was nevens de Sinefen aen hetjacht
vlaerdinge gebleven.

Midlerwijle waren de Tartars met

te wagen: met bekentmakingzy vier | hunne vaertuigen gelant, enhadden
Jonken liadden aengehoiiden, en de- de ftad
Aymuy ftormender hand inge-
zelveweder2oiidenvrylaten,zozij- nomen , met dootflaen en ter neer
neiioogheitzulx op hen mogte ko-! houwen van al wat hen tegen quam,
men
te begeren; maer zy echter het Ten zelven daghe verfcheen een

Man dar yn , meteen groetenis-briefje
van den Veldheer aen boort, den Ad-
mirael ernftclijk uit den naem van
Lipoui verzoeken, om op morgen by

tetok genaemt; waer by hy den Ad- hem aen lant in de ftad Aymuy te ko-
mirael vier Koe-beeften van de ge- men, en met elkandren mondelingh
nen , die hy op Aymuy bekomen had, te fpreken. Doch d\'Admirael ftoegh

het af, als te verre van de hant.

Den een en twintighften ontfingh
d\'A dmirael een brief van
Lipoui, waer
in hy bekent maekte zijne blijdfchap
over het bevechten der zege op den
vyaiit
:met verfoek d\'Admirael zeven
Jonken, by d\'onzen aengehouden,
die alleen tot den
Tartar quamen
overloopen, wilde los laten: alzoo zy \'
niet quamen om onze fchepen te be-
driegen of eenig nadeel te doen;maer
zich zijnen rijke vrywillig en onder-
daniglijke t\'onderw^erpen. Een
ander
V2i\\Tonganpek luide vertaelt aldus:
Daegs voor eer gift er en heh ik met ver-
won de ring aengefienfoe dapper enftout-
moediglijke fch uwe jchepen tegens den
vyand in hetJlaen gedragen hehhen. De
zee-rover nu tegenwoordig uweJcheeps-
macht hende, zal Jon der twijfel uit vre-
Je vluchten, ik hedanke u voor mij-
nen perjoon voor julke weldaden, die gy

cnjer

landers dapper en fioutmoedelijk zijn in \\ te hebben. \'Ook dat Siouhontok hem
het verjlaen van onfe en hunne Vyanden, ; met de eerfte diende af te zenden,al-
De Jonken van Soanghieii zijn tegen- j zoo de Schout bj Nacht, toen hyde

IVOnrd/fT hie",\' lAnfh i/iiei-iriohri-mei/j • ■m./iPr Totl if Ptt n^^(Tr>■^l-t-ö rrci-s-i L

-ocr page 184-

toegefonden den laß van Singlamong
om met degeheele vloot naer Aymuy te
gaen ; maer vermits ik heßg ivas om der-
waerts te zeilen, hen ik opgehouden ge-
worden op
Liutien, hy den Onder-koning
Singlamong.

Aengeßen nu dees van voornemen is,
met onze Vloot na
Aymuy over te va-
ren, zoo verfoek ik ufchriftelijk, vol-
gens zijn verfoek, dat ghy vijf van uwe
\'Schepen tot
Liutien gelieft te zenden.
D\' Overige tien Schepen mogen op
Ay-
muy
geankert hlijven, om het vluchten
van den vyand mM zijne Jonken te belet-
ten. Dit doende zal my vriendfchap ge-
fchieden. Tegenwoordig heh ik niet tot
ververfching aen u te zenden,alfo ik van

ten met drank : vijftig katti krahhen,
tien pikolradijs.

Den brenger dezer brieven diende
d\'Admirael mondeUng op hetfchry-
Ven van
Lipoui toe : dat hy de Jon-
ken aen zijn volk al te plunderen

van genade al langh verftrekenwas. ; den Rijke bewezen, vermits zy door
Evenwel zou hy Admirael zich eens
hem nietkonden woorden beloont, te
daer nader op bedenken. I wege zoude
brengen , zulx by den

Op den. brief van Tonganpek gaf j Keizerin P^/^/Jst^wierdegedaen.Wan-
d\'Admiraelten antwoort: Hoehy, op neer dan
Lipoui zijne redenen geein-
\' \'t verzoek van
Singlamong, om zijnen digt had, deed d\'Admirael hém be-
perfoon en\'sRijks Jonken tebevrij- i danken voor zijne goede genegent-
dén voor den vyant, tegenwoordig heid,enwenfchtehemookmetdebe-
vijfvan zijne fchepen tot onder
It/Jö^ j kome zegen veelgeluks, op hope
had belaft te zeilen: mitszy, zoo de d\'onzen den vyant noch verder uit

Singlamongs fchryven , voor het ver-
trek van
Soanchieu aen hem gezon-
den, vermelde geenen overlooper
meerte verfchonen : naerdien de tijt

vyanden op hunnejonken afquamen,
izulx de wete by hefcheit geÜefden te
laten doen: als wanneer d\'onzen met
al hunne fchepen, om hen by te ftaen,
nier na laten zouden hen by te ko-
men. Derhalve had d\' Admirael
ook daer toe genoemt de Jachten
Vlaerdingen , Melukerke, Nieuwendam,
Bmkdoot, en Zeehont.
Danzoo haeft
krijgsmagt al ontrent
zijne Jonken
vernomen wiert.Ook
deedhy ander-,
mael aen den Admirael verzoeken,
om aen lant by hem te komen : want
hy zich met
zijne Mandarijns in het
grootfte huis,dat aen lant ftont, zou-
de laten vinden , en hem verwachten.

Op dit verzoek dan voer d\'Admi-
rael , na dat hy eerft de bekomen e
vyants Jonken en twee gemene, voor
d\'onzen te gebruiken, daer uit geko-
zen had, nevens den onder-A dmirael
Huyhert de Lairejfe en Hopman Pooie-
man
by den Veltheer na lant.

De Veltheer, in het groot huis van
den jongen
Koxing met zijne aenzie-
nelijkfte Mandarijns vergadert, ont-

hetmeê gehragte niet veel overigheh: | fing en onthaelde den Admirael min-
nochtans heh ik van het weinig iets moe-: nelijk en met grote blyfchap , tebe-
ten aenhieden : namelijk^vijfverkens, fpeurenmerkelijk\'uithunneaenzich-
vijftighoenders,vijftigenden, vijf pot- \\ ten. Lipoui gaf den onzen grote eere

hadde gegeven, als niet verdacht, de hogen berg ftaende , gezien , en die
Veltheer die zoude begeren : te meer voor
Quemuy van Tonganpek genoech

van de bevochte zege, over onze en
hunne vyanden. De Sinefenzeiden
ront uit : niet zy ; maer d\'onzen den
vyant op de vlucht gedreven hadden:
en zy deftig begroet waeren: want hy
zelf den ftag voor
Aymuy, op eenen

verftaen : daer beneffens zich daer in
zeer verheugt had. Voorts beloofde
en verzekerde hy den Admirael daer
op : Deze dienften der
HoUanders,

hunne roofneften zouden komen te

verdrijven.Ookftöegd\'Admirael den

Veltheer Lipoui daer op drie zaken
voor : te weten, eerft een briefje aen
den
Konhon in Hokfieu geheven te
fchrij ven, en den zelven daer
by te ge-
laften: dat de Kapitein
Nohel en koop-
man
Hogenhoek in \'tverkopen van der
Kompanjies weinige aldaer nu aen-

ge-

onfer vloote in \'t hyfonder en onfen rijke, | was het briefje niet aen lant, of Lipoui
in het verjagen der rovers Jonken, hewe-
liet den Admirael weten : dat het oft-
fen heht. Ik heh, voor drie dagen, u ■no^i%\\^\'2iSl■Ä^ooTonganpekYae.t\'tl]n.Q

-ocr page 185-

van daer zoude komen te vertrek-
ken. Ten tweede aldaer voor
Aymuy
niet lang te blij ven leggen; maer den
vyand al voord op
Quemuy en andere
Eilanden te vervolgen. Ten derden
met d\'onzen als dan na
Formofa over
te fchepen , en inlgelijxde vyanden
aldaer te verflaen. Het eerft en twee-
de verzoek ftont
Lipoui den Admirael
Volkomentlijk toe , met te zeggen,
d\'onzen aen \'t bieden van de behulp-
fame hand aen hunne kapiteins in
fieu nietgehefden te tw ijfelen : alzo
hy den onder-koning reeds orde daer
toe gegeven was, en zy by den kei-
zer zouden zoeken te weege te bren-
gen, voor zijn manhafte daden, reets
aen zijn rijk beweezen, en die d\'on-
zen noch zouden komen te doen,hen
de koophandel voor eeuwigh en al-
toos wiert toegeftaen , en ook be-
Zonderlijk d\'opperhoofden der vloo -
te befchonken wierden. Voorts zei-
de hy op de tweede voorftel van
den Admirael; dat d onzen den twee-
den dagh daer aen , iiefièns zijne
Jonken, naer het Eiland
Goutfoe zou-
den vertrekken (alwaer
Kimjtas wij-
ven in een nieuwe opgemaekte ve-
fting bewaert wierden,) en van daer
na
Quemuy, en zoo voorts na de plaet-
fen, daer bevonden wiert dezelve
tiuamente vluchten. Dan wegens den
erden voorflag, ^2,wx\\2iTayowan met

d onzen over te fchepen, gaf hy gene
vo komen toezegginge; maer zeide
echter zulx wel te zullen gefchieden,

jfr^ i^^ y^^^rijven der vyanden van
d Eilanden voornoemt,door d\'onfen.

Wijders, verhaelde Ltpoui aen den
Admirael, hoede zijnen op het Ei-
land
Aymuy niet gevonden hadden,
als een weinig Koe-beeften, en eenig
klein vee: waer van hy in tegenwoor-
ciigheid des Admiraels veertigh Koe-
heeften en een party van het kleen
vee het komen, met laft, die aen on-
^e khepen te zullen brengen. Be-
lootde voor ders den Admirael d\'Ei-
-anden
Goutfoe en Quemuy , daer zy
buiten twijfel wat meerder vinden
gens den vyand niet meer konden
betonen.

Eindelijk quam d\' Admirael ook
met
Lipoui in gefprek wegen de vier
Jonken voornoemt , door d\'onzen
aengehaelt; doch fprak de veldheer
zelfs toen in\'t minfte niet van herftel-
ling; maer verzocht alleenlijk, zoo
wy de Jonken niet konden gebrui-
ken, dat d\'Admirael hem die gehefde
toe te laten komen: want het jammer
zoude zijn, zoo zy bedurven wier-
den. Waer op d\'Admirael hem aenzei-
de: hy twee van de Jonken, alzoo
d\'onzen maer twee van doen hadden,
hem zoude laten toekomen. Gelijk
d\'Admirael, op zijn verfchijnen aen
boort, ook twee van dezelve na
Li-
pouis
krijgsmagtdedezeilen : nadat
bevorens uit dezelve gelicht en on-
der de fchepen-xVöj^^/ööw ,
Jonker en
Tertolen verdeilt waeren, driemetale
ftukjes: twee en dertig metale basjes:
twee en vijftig wapen-rokken : twin-
tig ftorm-hoéden: hondert en vijf
zeep-melfen : dertien houwers : tien
yzere harnalTen : zeventien Mor-
lioens : vier bogen.

Tegens den avontquamen de veer-
tig koebeeften en eenig klein vee ,
door den Veltheer
Lipom aen den Ad-
mirael gefchonken, aen boort. Ook
wiert neffens een groetenis-brieije
van
Sitetok, Admirael over Lipous vlo-
te ter zee, aen den Admirael
Bort ge-
fchreven, van \'t geen hy op
Aymuy ver-
overt had, tot mededeling, het vol-
gend in fchenkaedje gezonden,te we-
ten, een pot Sinees bier : acht hoen-
ders : achtenden: vier bokken: twee
verkens: twee koe-beeften.

Terwijl ed\'Admirael aen lïffid was,
verfchenen in de vlote drie
champans
met Sinefe boeren , woonachtig op
het vaft lant,dicht aen het eilant
Gout-
foe,
in verfcheide dorpen : met Ver-
zoek , d\'onzen hen een briefje van
W geleide , om tot den Tartar o-
Vertekomen, en zich zijner gehoor-
zaemheit t onderwerpen , met het
T t korte

gebragte koopmanfchappen in alles zoiidéii , door onze krijgs-knecliteii
de
behulpfame hant Wierde geboden, zouden werden uitgepiundert: aen-
ten eindeliet fcheepje met defelve, in gezien, voegde liy daer op, hem wei
düHokjieuJe reviere leggende,fpoedig bewull was, de luiden, zoo zy niets

kregen, zulken yver in hetllaente-

-ocr page 186-

fonken te vermeejieren, en te verjlaen.
Dies verzoeken wy, dat ghy gelieft de
vijftien Jchepen te gelajlen , neffens on-^
ze Jonken, naer
Goutfoe te zeilen , en
voorders met een dapper en flout gemoet
den vyant te vernielen.Ten einde wy uwe
dijden, vervolgens den rijke bewezen,
in
Pekihg mogenvertoonen, dat gy zoo
veel als broeders van onze zijde gedaen
hebt.

Op dezen brief wiert geen ant-
woort gegeven noch gefchreven: al-
zoo dé brengers van den zelven,
groote
Mandaryns , voorgaven, om
d
\'Admimel eenen ioï^lSief van zijne ! veertig koe-beeften voor d\'onzen te
Hoogheit den Onder-koning verfchafTen, ter ordre van hunnen

monq-, over de bevochte zegen , op Heeren Meefter, eerft na land zou-

■1 . 1 . 1 J _ _______^^ J^^^Ittt^N \'-»Ir» Aniit

• I

de Sinefen, met verzoek van met de
vloot nahet eilant
Goutfoe te trekken.
D\'inhout luide aldus:

Ghy zijt hier van verre landen geko-
men , niet zonder groote zorge en ge-
vaer, om onzen "ÏAifknïchta rijketen
dienfte teftaen, en ons te helpen tegens
den rover onzen vyant, gelijk ghy zulx ^
in der duet betoont hebt in de Reviere
| brief van hare Edele , de Heeren

en

Maetzuyker en Raden van Indien, tot
Batavia gefchreven,met ftaetfie en ee-
re te overhandigen: als ook defchen-

(.

deze zich daer over verblijd, zeggende:
de
Hollanders vechten dapper tegens
den vyand.

De gezanten hebben aenftonts getracht
zulken weldaet,aen het rijk bewezen, met
zonderlinge dankbaerheit voor hunnen
perzoon te vergelden ; maer door de
verte des wegh hebben zulx uit geftelt:
doch dat ik dezen brief door eenen Man-
darijn u
toe-zenden zou-, waer in ik en
de gezanten u voor eerft vriendelijk be-
danken.

Tegatwoordigh zijn de Jonken, van
Chiticefoe gekomen , nevens die van

van Quemuy. Wanneer des rovers
Jonken met maght op uwe Jchepen en on-
zeJonken ajgekomen zijn, zoo hebt ghy

de zelve met uwe q^roote Jchepen en het kaedje, daer nevens door hunne ede-
vreezehjkgejchut doen vluchten. Dit \\ len gevoeght: defgelijx op Lipoui te
hoörendevan
Tonganpek, heeft geen | verzoeken, hy met den eerfte eenen
kleine blifdjchap in mjn gemoet ver- \\ brief aen deiiKonbon geliefde overte
wekt: te meer alzoo znlk een gevecht \\ zenden, volgenstoezegginge, daegs
van de gezanten van Peking, die hier i te voore aen den Admirael gedaen,
hy my in het leger geweeft zijn, op den | en als dan daer neffens den brief des
top des herghs aengezien is. Zeer hehhen Admiraels,ten zelven dage gefchre-

ven en aen Pokman en den Secretaris
ter hand geftelt, aen
Conftantyn No-
helm Hokjieu
te laten afgaen.

D\'Af~fondenen dan met twee ftoe-
pen,nevens
dmtolkMeiman en eeni-
ge krijgs-knechten, na des Veltheers
fcheeps-vloote vertrokken,en tegens
den avont eerft weder gekeert; ver-
haelden, hoezy, naerdien de Veld-
heer in zijn fcheeps-vlote, nogte ook
niet op het Eiland
Aymuy te vinden
was,naer het vaft land, tegen over het
Eilandje
Kokngsee genoemt, dicht by
Aymuy gelegen, gevaren en aldaer by

hem

Vervolg op het tweede Gezandfchap

330

kortert van limi liair , op de Tarta-
rifche wijze , en het betalen van

Chincliieuw gezamentl/jken hy Ko-
longfoe
geankert, de welke gezament-

lullen

fchattingen,geliefden te verlenen:ge-1 lijk neffens uwe Jchepen xullen zeilen
lijk d\'Admirael, zoo dra hy aen boort | naer Goutfoe , om aldaer des rovers
quam,om aen deTartaren te vertonen \'

ter hand ftelde; in gelijker wijze, als
hy aen de boeren van
Haytan had ver-
leent: naerdien zijn teken van onder-
danigheid, vier Verkens en vijf potten
met cirank aen hem Overhandigden.

Deze boeren, by den Admirael na
de gelegentheit der Sinefe vyanden
aldaer gevraeght,verklaerden geen
vyant zich daer meer onthield, alzoo
zy in der nacht van daer vertrokken
en gevlucht waren ; niet wetende
waer na toe.

Den twee en twintigften ontfing

li:

den varen, en met dezelve als dan
weder aldaer aen boort re verfchij-
nen. Wel gingen deze henen; maer
quamen niet met of zonder de koe-
beeften wederom.

Ten zeiven dage wiert Hopman
Pooleman neffens den Secretaris nae
den Veld heer gezonden , om

-ocr page 187-

hem verfchenen Waren : en na het af-
ieggen der groetenis aen den zelven,
van wegen hun edele tot
Batavia, als
ook van den Admirael, hem den brief
voornoemt, met eerbiedigheid over-
handigt hadden. Ophetdoorieezen
van den brief, had de Veldheer ver-
klaert, het fchrijven van hun edele
hem aengenaem te zijn, doch hem
vreemt deed : zy fchenkaedje aen
hem
quamen te zenden : daer zy wel
Wiften het zijne maniere en gewoonte
niet was, dezelve teaenvaerden, met
byvoegen hy echter,die,alzo zy in ge-
Weer beftont, welk hem by deze gele-
gentheid des tijts wel re ftade zou ko-
men,en ookten aenzien d\'onzen zul-
ke goede vrienden waeren, uitgezeid
het alkatijf, zoude aenvaerden. Dan
by d\'afgezondene hem aengezeit,het
alkatijf, in het velt of onder een tent
op te zitten, ook ten oorlog dienftig
Wierde gerekent, met verzoek hy
\'t zelve infgelijx, (te meer het van hun
gebiedende heeren tot
Batavia aen
hem gezonden was)gehefde aen te ne-
men , had de Veltheer eindelijk de
fchenkaedje geheelijk , zoo als die
midlerwijle voor hem gebragt ftont,
aenvaert, en ongeopent naer ftjne ten-
te geiaft te brengen.

Ook had Lipoui belooft, aenftonds
eenen brief aen den
Kon bon in Hokfieu
te zullen fchrijven : defgelijx dien aen
Nobel en Hoogenhoek,\\\\em door d\'afge-
fondene ter hant geftelt,daer neven te
laten gaen. Na
Lipoui d\'afgezondenen
met eeten en drinken wel onthaelt
^ad, namen zy hun affcheid van hem,
die hen als toen voor hun byhebben-
^^ j ygs-knechten een drink-pe^ning
\' Wilde ter hant ftellen; namelijk ach-
tien taylen zilvers : welk zy in \'t eerft
beleefdelijk afftoegen; maer op \'t aen-
zeggen van de fchenkaedje dan ook
Weer re rug moeten nemen , waren zy
genootzaekt met dankzegginge uit
namen der krijgsknechten, die t\'aen-
vaerden : als wanneer zy hun affcheit
erlangden,met bekentmaking: zo dra
hy
Lipoui \'s daegs daer aen een teken
van drie fcheuten uit onze fchepen
hoorde doen, om mee nahet eiland
Goutjoetc zeilen,fijne Jonken d\'onfen
Zouden volgen, om alzoo den vyand
te mogen verftaen. Midlerwijle d af-
gezondene na
Lipou^i vertrokken wae-
ren , voer d\' Admirael, om zich een
weinig te vertreden (nevens de
Lairef-
je, Nathanaelcle Prediker
en noch an-
dere bevelhebbers) naer land. Geko-
men door een grote voorftad, voorby
de wallen van de ftad, wierd dezelve
aen eenen berg, in klippen, rodfen en
oneffen wegen, heel plomp cn onge-
fchikt bevonden gebouwt ; hoewel
met ongemeene hoge ftene muuren,
vaft in kalk gelegt,
met vier poorten,
buiten demuuruitftekende, zonder
eenige andere bolwerken of punten
voorzien. Daer ben effens waeren de
wallen van de ftad, niet meer dan een
groot half uurs ront te gaen. Zoo wel
de voor als de bemuurde ftad , was
zeer dicht met ontelbare redelijke
fchoone fteene huizen betimmert,
welke alle door de Tartaren ver-
woeft , en door den brant in d\'affche
gelegt wierden. Men zag aldaer op
zeker plein eenige ftaken, en daer by
verfcheide menfchen hoofden leggen,
die by den vyand van de Tartaren
over zes jaren (wanneerze een groo-
ten neerlaegh ter zee gekregen had-
den) daer in een emmer ten toon wa-
ren opgehangen : doch als toen af-
geworpen en verbrant wierden, na de
wijze der Tartars.

Den drie en twintigften gingh de
vloot, op her doen van drie kanon-
fcheuten, naer het eiland
Goutfoe on-
derzeil : waer natoezy ook van de
krijgs-vloot van de Tartars gevolght
wierd , en quam ontrent den mid-
dag , alzoo zy, door ftilte en harde
ebbe, onder den Noord-hoek van
Goutfoe niet kon geraken, anderhalve
mijle Zuid weftwaerds van hetzelve
eiland ten anker. Als toen wierd een
dank preke wegens de bevochte ze-
gen gedaen : in de welke zich meeft:
al d\'opperhoofden van de
vloote He-
ten vinden. \'

Midlerwijle quamen deTartarifche
Jonken binnen het
QÏhnd Lißoe ten
anker: en wierd
aenftonds, na her
eindigen van
de dank preke, d\'Admi-
rael
verzocht uit naem van Sitetok en
Tonganpek aen land te komen. Waer
op d\'Admirael, gelijk hy alvoorens
Tt X daöE

-ocr page 188-

\'daer toe genegen was, beneven Lai-
reffe m
Hopman Poleman met drie
bendenkrijgs kneciiten naer \'t eiiand
Goutfoe isAis toen bevon-
. den zy, de vyant al t\'eenemael van
daer gevlucht was, en drie nieuwe op-
gemaekte fterkten, (het een groot ka-
fteel , van binnen met vijftig of zeftig
nieuwe huizen, gelegen in een zant-
bay, en d\'andere twee water kaftee^
len,) had veriaten. Wel was\'t kafteel
een
onkonftelijk; maer echter een
vaft en Maflijf werk : wantde muu-
ren met dcborftweering,totde hoog-
te van drie en twintig voet, waeren
van zeer harden klip fteen,in kalk ge-
legr, opgehaelt, en de gordijn of wal-
gang zes voet breet : in\'t ronde ruim
zoo groot als
het k^S^Qel Batavia.
Daer in wiert niets (want de Tartars
hadden he^ voor de komfte der on-
zen al uitgeplondert)gevonden, als
ftoelen of banken : beneven negen
en dertig yzere ftukken; daer onder
eenige halve kartouwen, Spaenfch of
Engelfch maekfel, zoo in d\'afFuiten
cn ram-paerden als daer buiten op
d\' aerde lagen. d\' Onzen maekten
zich daer meefter van , en ftelden
wacht daer by, op dat de Tartaren die
niet zouden afhalen : gelijk zy al-
reeds ondernamen, en, voor de kom-
fte van d\'onzen aen land,gezochthad-

de Veltheer Lipoui den Admirael, zoo
by monde als gefchrift, toezegging
had gedaen : dat al het geen op dit
eiland zou gevonden worden,voor de
Hollanders en niemant anders zoude
zijn: dewijl op niet dan eenig

vee voor hen te befte gevallen was.

d\'Admirael gekomen uit het groot-
fte kafteel, gefterkt met drie weer-
bare poorten , op de weft-kant van
\\ eiland, in \'t midden, gelegen, traden
hem in\'t gemoet de overftën der Tar-
tarifche krijgs macht, die hertelijken
verzochten en aenhielden, d\'Admi-
rael met hen in hunne Jonken wilde
gaen, omeenste ververfchen. Maer
dit ftoeg d\'Admirael beleefdelijk af,
met verzoek op hen zy d\'andere ve-
ftingen,gelegen aldaer op
twee uitfte-
kende hoeken,tegen \'t zuide
en noor-
meefte gefchut lag,tot bevrijding van
de
haven, wilden gaen bekijken. Hier
op gingen zy een ftuk weegs mede:
bleven daer na achter, en quamen we-
der by den Admirael, als hy uit het
Noorder Kafteel na het zuider zij-
ne keer nam, en fchonken hemmet
zijn gezelfchap een kopje Thee. Al-
daer fcheiden zy van hem af, en ging
d\'Admirael het zuider Kafteel be-
fchouwen,
welk hy\'tmeerendeel uit
een klip bevond gehouwen, en kün-
ftig gemaekt; gelegen aen een Revier,
daer by veele en zeer hooge klippen.
Aldaer komen veeltijds groote mee-
nigte van Spring-hanen overvüegen,
even als een donkere wolk over den
aerdbodem, die\'tland overal kael af
eeten ; waer uit dikwils groote hon-
gersnood komt te ontftaen: dies de
Boeren met elkander, ieder meteen
lang Bamboes-ried , en een vaentje
boven aen , met een zeer groot ge-
fchreeuw, flingeren, om deze groo-
te fwermenongediert, enplaeg, van
haer land af te keeren. d\'Admi-
rael vertoefde aldaer, tot dat de aen
land gekomen koft en drank by hem
gebragt was, en liet toen d\'Overften
voornoemt noodigen , die by hem
verfchenen. Na het nuttigen vande
maeltijt met deze en al de bevelheb-

• u-

vervoeghde d\'Admirael zich des a-
vonds weer aen boort, met aldaer
twee benden krijgsknechten, onder
Hopman
Schimmelpenning te laten.

Des anderen daegs wierden zeven-
tien yzere ftukken van land aen
boort des Admiraels gebragt. Ten
zeiven dage verfcheen aen boort
des
Admiraels een Mandarijn van Sitetok,
met eenen brief van Lipoui, aen den
zeiven
Sitetok gefchreven : ten einde
den Admirael te
verftendigen, hoe Li-
poui
daer by aen laft gegeven
had, al de
fterkten op het eiland Gout-
foe
aenftonts te flopen, met by voegin-
ge, hy niet wifte wat de Hollanders
met zoo een kleen, dor en mager land
wilden doen. Ook
dat zoo wanneer
de vyand daer met magt weder voor-
■ quam, en zy heden met hunne Jon-
ken als dan niet in der yl den onzen

kon-

Vervolg op het tweede Gezandfchap

de, tegen malkandre over , daer het

den ons volk buiten de plaetfen, daer bers van dc krijgs-magt en fchippers,
het gefchut lag, te houden; naerdien

-ocr page 189-

konden te hulpe komen, de vyand
het zelve weder zoude trachten in te
nemen, en alzoo andermael een voet
^Idaer op het land zien te krijgen:
^^er benefïèns dat
Formofa voor d\'on-
^^f? ^\'^y was : wantzy niet te
twijfelen hadden, of de Tartars zou-
den hen dat weder helpen innemen,
om het zelve als voorheene te bezit-
ten,en diergelijke redenen meer.Dies
Verzocht de Mandarijn uit den naem
Van
Sitetok; d\'Admirael her afbre-
ken der vaftigheden gehefde toe te
ftaen. Dati d\'Admirael het
Sitetok
^oor den zelven Mandarijn monde-
weten, dathy niet begeerde de
aptaren een hand daer aen zouden

ftaen

J, • . " jr MtH-l avil L/y

Lmuz aen land zoude komen, en al-
daer met elkandre fpreken. Een wei-
nig tijds daer na bequam d\'Admirael
eenen brief van Lipoui aen hem ge-
schreven : deze luide aldus:

Tegenwoordig heht ghy veelmoeite,
met den vyant te verjagen. Doch nu is
^tet meer overigh als het EilandQut-
^uy. Dies verfoek ik , dat ghy nef-
P^itttoken Tonganpek
mit vertrekken , om aldaer den vyant
\'Volkomentlijk te verßaen. De Hollant-
zullen aldaer eerfl
« iant gaen, en nemen het geen hunne
gading is. Onfe krijgsknechten zullen
daer na aen lant komen en mede fien iets
te hekomen , en voorts de Steden af te
hreken en de hui fen te verbranden : al-
zoo wy die niet hegeren te houden. Wan-
neer op Q^mny alles volhragtis, zul-
len wy voor der met elkandre heßuiten,
ivat ons falte doenfiaen.

alzoo hy daegs daer aen by

Den vijf en twintigften des mor-
gens ging d\'Admirael, beneven de
Jachten Miïrj en Z/^r/ize^,gelijkelijk
mee deTartarifche Jonken na het Ei-
lant
Quemuy onder zeil, en quamen
naden middag ondereen Eilantie,tuf-
fchen
Liffoe en Toata, ten anker. Mid-
lerwijle voer d\'Admirael na het Jacht
Buikßoot, welk dicht onder het Ei-
lant
Goutjoe, nevens het merendeel
van de vloot, ten anker bleef leggen.
Aldaer dan deed hy den raed by een
vergaderen, om een beftuit te nemen,
of men het Eiland
Goutfoe, ter oorza-
ke van defïèlfs veftingen reets daer
op, in bezit zou nemen,
en dezelve
veftingen met krijgsvolk bezetten: of
niet ? Hier op in achtinge geko-
men , niettegenftaende de Tartaren,
volgens hun fchryven , het zelve
niet gaerne zouden gezien ; hoe-
wel, zoo d\'onzen hart daer ophad-
den komen aen te dringen , hen

\'czelveook niet volkomentlijk zou-

Tt ^ deB

-ocr page 190-

Tartaren wier den afgebroken : daer
benefTens zy op het Eiland
Quemuy
met roven en plunderen luftig in den
bocht fprongen. Dan die waeren de
beloften niet
door Lipoui, zoo fchrif-
telijk, als by monde aenden Admirael
(namelijk den onzen alles daer tot
buit zoude worden gegeven) gedaen.
\'Hoewel daer niet veel fchats te halen
wa€. Maer zagh men evenwel hier
aen , hoe zy mee hunne woordenen
gefchriften fpeelden, en men daer op
niet vaft betrouwen mogt. Des niet-
tegenftaende gaf d\'Admirael aen ee-
nig volk van zommige fchepen ver-
lof, tegens des morgensr aen land te
gaen ,
ten einde ook te zien of zy
noch wat opdoen konden.

OndertufTchen ging d\'Admirael
met den onder-Admirael en Hopman
Poleman de Stad eens bezichtigen.
Haere muur e was van eenonbezuif-
de groote , doch nergens na zoo
hecht en fterk, als die van
Aymuy. Zy
was een uuregaens in \'t ronde, en had
daer in vier grote poorten, beneffens
vijftien of zeftien ftukken licht yzer
gefchut , die de Tartaren vaft weg-
fleepten. Voorts was de ftad ook
dicht met fteene huizen betimmert;
maer buiten dezelve waeren op verre
na zoo veele huizen niet, als tot^y-
muy. Op beide deze eilanden hebben
evenwel milioenen van
wooningen
geftaen en menfchen geweeft, die
toen zoo verloopen, als
verjaegt wae-
ren. De Tartaren gingen met deland-
zaten, die zy uit fchuilhoeken had-
den fchandelijk om, zonder vrouwen
of kinderen te verfchoonen. Voer-
den die niet alleemgevankehjk weg,
met
ftroppen om den hals; maer heb-
ben
ook veele weerlooze arme men-
fchen gehakt en gekorven, en alzoo
met marteliferen
gedood, en in het
gezicht van d\'
onzen op den weg la-
ten leggen. Wanneer d\'Admirael dit
alles zoo
aenfchouwt had, vertrok hy
des avonds weer na boort.

Den zeven en twintigften bequam
d\'Admirael een brief van Tonganpek,
die op deze zin uitquam:
«w.vuau ae vyanu va,, wa.. , ^ ^^^^^ tegenwoordig op Ay-

mede al was gevlucht : ook dat de mu^ en C^tmuy, ah andere omleggen-
borftwetingen van de Stadt door de de eilanden de vyanden verjaegt: en tts
° nn

den kunnen geweigert ; maer hen
verbhjf en bezitting aldaer gedoogt
hebben , zoo wiert echter eenftem-
melijk goet gevonden en verftaen het
Eilant
Goutfoe niet in bezit te nemen,
nochte krijgsbezetting in de vaftig-
heden t€ leggen; maer te gedogen,die
door de Tartaren wierden vernielt, en
om verre geworpen : namelijk uit
oorzake het een klein eiland was,
daer niet op waft,en in ftch felf ook tot
voortplantinge van eenige vruchten
onbequaem , ja niet een ftuk brant-
hout op tekrijgen is. Daer by quam,
(en was wel het voornaemfte,) zoo
d\'onzen het wel bezetten wilden, als
noodzakelijk zoude vereifchen , zy
daer door hunne magt grotelijx zou-
den hebben komen te krenken cn ver-
zwakken , die zy nochtans wel van
doen hadden, en hen oo-k tsgens den
vyand op het Eiland/öme (niette-
genftaende de Tartaren al met hen
quamen te vertrekken , welk noch
ganfch twijfelachtig ftont) wel de fta-
dezoukomen, zoo zy iets, ten dien-
fte vande Kompanjie, aldaer zouden
uitwerken.

Des morgens, den zes en twintig-
ften,ging d\'Admirael weer onder zeil,
gevolgt van negen fchepen , tot on-
der de weft-zijde van het eiland
Que-
muy.
Alwaer hy by een groot getal
Tartarifche Jonken, daegs te voore
uitgezeilt, tenanker quam.

De Schout by Nacht Verwei bleef
met vijf fchepen, als
Vlaerdinge , Vlif
fw%e, Kogge, Buikßdot
en Nieuwendam,
onder Goutfoe of Pagoden Eiland leg-
gen, om het overig gefchut voort.af
te halen, en te bederven, dat niet kon-
de afgebragt worden , met voorder
laft: wanneer het volbragten dePali-
faden ( die mede zouden genomen
worden, om by gelegentheid te kon-
nen gebruiken) mede afgefcheept
waeren, hy als dan na
Quemuy zoude
volgen. Of ingevalle d\'Admirael on-
der
Quemuy eerder gedaen had , hy
hem aldaer weder zoude bykomen.

D\'Adinirael met zijn gevolg voer
aldaer aen land : als wanneer hy on-
dervond de vyand van daer insgelijx

\' e

■ i

■ 1;\' l

-ocr page 191-

volhraght \'\'t gene mygelajl was: ik
hedanke ti, voor uwe aen ons bewezen
heu\'cheit en weldaden. Wy -zullen de
fiüd Qiitmnjgeheelaf-hreeken, en de
huizen f eenemael verbranden.
Site-
tok sdr/r^^e?/
de Jonken naer Chinchieii
g/hoorende weder vertrekken, ik zal
met mijne medegehraghte Jonken zeilen
Kilifakian: van daer, naverloop van

vertrekken.

Wy hehhen nu onzen oorloghgeeindigt
op deze kufl: waer toe ghy ons geholpen
heht. Maer den oorlogh in
Tayowan
is noch niet gedaen. Waer toe wyu lie-
den helpen moeten, Derhalven is noo-
digh , dat ghy met onze fchepen ver-
trekt na
Soanchefoe , om aldaer met
Singlam ong en Lipoui óver te leggen,
wat wynii verder doen zullen. En of uwe
fchepen alle na
Soanchefoe niet zeilen
mogten, konnen eenige hier blijven, en
eenighe met urnen perfoon derwaerts
zeilen.

Dit floeg d\'Admirael af: met voor-
Wending van zijne fchepen te moeten

fclioon-maken.

Middelerwijle was Té-md metliet
gefchut van land aen boort te bren-
gen bezich : maer tw^ee, die zy niet
j^onden af-krijgen , deden zy met
bus-kruid fpringeii : doch quam de
StLieriiian van Vliffingen met een
Boots-gezel en tvyee of drie ande-
door onvoorzichtigheid, in het
aen fteken teffens te fneuvelen.

Den acht cn twintighften bragten
Schipper
Pieter Koker en Hopman
^ooleman, die met een troep van hon-
^ft en vijfrigh man , zoo kriiss-
^nechten als boots-volk, het Eiktd
doorwandelt hadden, ontrent veer-
tign kinderen van den vyand , die
Zich hier en daer verfcholen hadden,
aen boort. Deze werden door bevel
aes Admiraels onder de bevel-heb-
hers verdeilt,hoewel met beding, van
aen Heer Generael
q-^ Batavia, om
öe zelve tot hunnen dienft te mo-
^ gehouden, te moeten verzoeken.

i^mr/^«,/^;^ herwaerts
^ ^ om met ons de rovers te ver-
ßaen. Voorwaer geen kleine moeite, ik
wenjchte nu tegenwoordigh u met oo-
gen te zien en metuttfpreeken van ge-
wichtige zaken: alzoo nu \'alle plaetjen
en landen van den vyand verovert zijn.
Der halven verzoeken wy, dat ghy per-
zoonehjken gelieft hy ons te komen op
het Vaß lakd, hy ons CïmMQ genaemt,
I om met malkanderen te fpreken entehe-

doenflaet, Weshalven wy hier op Ginwe
uwe komße verwachten en tegemoet zul-
len zien.

Dees by den Admirael gelezen,
liet hy hare Hoogheden fchriftelijk
weten, dat hy genegen was, aldaer
zijne fchepen te zetten en wat ^e
herftellen, en als dan zich met de
zelve onder de hoek van (om

met de fchepen boven wint te blij-
ven , tot het bezeilen van
T%yowan)
begeven zou, ais wanneer zy aldaer
gelegentheid hebben zouden , om
met malkandre te fpreken; doch zoo
wanneer zijne Hoogheid vijf dagen
geliefde op
Cinwe (een plaets op de
vafte kufte gelegen ,) te vertoeven,
dar hy hem aldaer by zoude ko-
men. Midlerwijle bleef hy aldaer
hare Hoogheits meininge afwach-
ten.

Den eerften van Winter-maend,
verfcheen een Tartarifch vaertuigh,
nevens eenighe Mandaryns, aen
boort des Admiraels , met een brief
van den Veld-heer
Lipoui, die al voor
den brief, daegs te vooren van hem
en
Singlamong bekomen, afgezon-
den geweeft wasjmaer door het quaet
weder aen onze fchepen niet had
kunnen gebraght worden> Hy luide
vertaelt aldus:

Aymuy, Quemuy, Goutfoe, de-
ze drie plaetzen, zijnnuverovert, en
de vyand is zee-waerts verjaeght, niet
wetende na wat plaetfe zich den zeiven-
hegeven heeft. Deze uwe daden, die
ghy met uwe fchepen aen
het rijk bewe-
fen hebt, zullen
wy haefligh onzen Kei-
zer vertoonen. Ik hen nu gelegertmet
een gedeelte van mijn krijgs-macht op
Cinwe: alwaer ik en Singlamong
malkandre heßoten hehhen , alle uwe
daden, aen den rijke bewezen , door
eenen hoode aen het
Pekingfe-hof

. hekent

\' --- 1 y j - - - ........w,, n, ciic/1- cn i,c /yt-

twee of drie dagen , naer Soanchefoe fluiten,wat ons nu in toekomenden tijd te

•^Iz-i^jiJ. ^^^t^L-t^.^ /__ fJ _ » -B-nr ril 1 ■. ^—v .

-ocr page 192-

fchap: van ïokien. Dies zoo hy n^^ ^^
niet voorts vervolgt wiert , zoude ^^
haeftig weder keren tot zijne veria- ^^
tene eilanden en fchuil-plaets, die de
vyant nu uit vreze verlaten heeit. ^^
Ghy fchrijft, dat ghy naer gedane ^^
vermaking
der fchepen naer de hoek ^^
van
Wetaw, of wel naer Sanchefoe, om ^^
met ons te fpreken , zeilen woud. ^^
Zoo zulx de vyant quam te vevne- ^^
men, hy zou haeftig herwaerts ko-
men , en vinden het Eiiant
GoutJoe, ^^
\'twelk van duwen hewaert wort, in ^^
vollen ftaet, gelijk hy zulx gelaten ^^
heeft : alzoo uw begeeren was , dat ^^
de veftingen op
Goutfoe niet zouden ^^
afgebroken ofte de huizen binnen ^^
de Stadt met vuur vernielt woeden. ^^
Quam dan de vyant uw volk te via-
den, als ook zijne verlate plaetfe on-
verwoeft /hchtelijk zou mogen ge- ^^
beuren , dat hy meefter daer van ^^
wierde. Weshalve v/y onze krijgs-
oougneia a ^ knechten otitrent deze vyants lan-^

monl beneven den Secretaris van den | den, te velde houden , mt vreze de ^^

Veld-heer li/\'o^i, by den Admiraei zelve na u vertrek we der keren mog-^^

aanboort, met een brief door hare te. Den twintigften dag van onze ^^

Hoog-heden aen hem gefchreven. De tiende Mane is ons van eenen onzer ^^

briefVam op dezen uit: . Bevelhebbers aengefchreven dat ly ^^

LX^J. VJ^H^i.... ---------

„ Ghy lieden hebt veel en grOte zor-
„ gen,moeite en bekommernilfe gehad,
„ om den Zee-rover, onze vyanden, te
„ verfiaen, gelijk ons zulx zeer wel be-
„ wuft is. , Voorwaer wy mogen zeg-
„ gen.,- dat ghy Hollanders de fchrik
„ van de rovers geweeft zijt, en den
„ zelven door uw dapper gevecht hebt
„ doen vluchten. Ik en Iz/o«^bedan-
„ ken u voor de dienften,door u aen on-
„ zen Rijk bewezen. Over drie ofvier
„ dagen hebben wyby een en brief aen
„ u verzocht,om perfonelijk by ons ge-
„ lieven te komen
o^ Cinme, ten einde
„ met.malkandre te fpreken van zaken
„ onzen ftaet ter wederzijde rakende.
„ Waer op wy uw antwoort en befluit
„ ontfangen hebben
en verftaen,hoe gy
„ voornemens zijr eenige van uwe
„ fchepen onder Quemuy leggende te
„ vermaken en te verzien. Welbevalt

,, ons dit. Maer de rover, uit vreze van
nwe en onze magt,is gevlugt,en heeft

der verleden maent by Tongfan inde ^^
. haven van
Tuntzaw aengehaek heeft ^^
hondert en zeftig zeil-jonken en ^^
vaertuigen : als ook aldaer ontrent ^^
de vyf duizent mannen , zoo ge- ^^
vangen als gedoot heeft,
onder de-
welke als noch by
de twee hondert ^^
mannen gevangen
gehouden wor- ^^
den , met een
grooten Mandaryn ^^
van den vyand, die by ons in \'t Ie- ^^
ven hewaert wierden. Dewijl dan ^^
de rover
zoo na by is , en niet an- ^^
ders te bemerken ftaet, als
dat de ^^
zelve zich op het Eilandt voor- ^^

noemt noch vaft maken zal, zooge- ^^

heft toch dezen dienft en moeite ^^
voor ons rijk te doen , om neffens
onze rijxjonken naer
TongsanteXQi-
len, op dat de vyand aldaer geheelij- ^^
ken mede uitgeroeit mag worden. I en ^^
dien einde bén ik en
Lipoui tegen-
woordig op
Cinwe by malkandre, om ■ ^
orde tc ftellen, dat al onze Jonken, "
zoo grote als kleine,
mogten gereet

il! ,

„ zich weder nedergeflagen op het Ei- ^^^ ai» is^icxMc, Tf-f

„ ImdTongfan, welke plaets mede ge- gemaekt, en zoo van volk ais lijt-

„ hoort onder het eebiet van dit Land-: tocht voorzien woorden, om neden^
\' - .. . ^ ^ uwe

33^

hekent te waken, envan hier den zeiven
hrief af te vaerdigen : waer inwyonjen
üeifer aenfchryven zullen , dut ^f^y met
uwe kloeke fchepen en gefchut den vyant
verjaegtheht. Wy zullen u het affchrift
des keiferhjken hriefs toefenden.
Cunk-
fee ,
de Noorthoek van de reviere van
Chinchieu, alwaer ik, een >ge dagen ge-
leden, te velde gelegen heh tegens den
vyant, wort nu van
Geytiiikoii en Wan-
fumpin
hewaert. Koefanwan , een
Hopman van fijne krijgsmagt, heeft fijn
verhlijfop
Aymuy, alfoo daer noch ve-
le woningen zijn, die noch niet verhrant
of vernielt zijn. Voorders foo verfoek
ik,foo ghy iets te feggen had, dat my
toegefonden worden e enige van uwe Be-
velhehhers , die hier op
Cimve by my\'
komen mogen, enfulx bekent maken; al-
waer
ik en Singlamong hy malkandre
zijn.

Des morgens, den tweeoen , yer-
fcheen de voordraeger van zijne
Hoogheid d\'Onder koningh
Singla-

l\'-i

til!

Ui i

PIS-,.

-ocr page 193-

uwe fchepen naer het Eilant Tongsan
te zeilen. Wel bewufl is ons, dat gy lie-
den meerder en beter kenniffe hebt
om ter zee te vechten, als wy. Daerom
wenfchte ik en
Lipoui, dat zoo wan-
neer ghy tot dezen tocht zoudte be-
wegen zijn, wy zulx uit uwen mon-
de perfonelijken mogten verflaen.
Waer op wy ons dan geruft flellen
zullen , met verzoek , dat ons uwe
wille en meininge door deze onze
beide Mandarijns , aen u gezonden,
mogte bekent gemaekt worden. Dan
geheve , gelijk wy ernflelijken ver-
zoeken , de moeite op u te nemen en
komen hier op
Cinwe perfonelijken
by ons, om klaerder en breder te fpre-
ken van deze en andere gewichtige
Zaken.

Ook bragt dees voordrager een
affchrift des briefs , door
Singlamong
en Lipoui over hunne en onze Zaken
aen zijne Keizerlijke Majefleit in
Pe-
king
gezonden. Dees luit vertaelt,zoo
veel den onzen aenging aldus :

De Hollantfche Jchepen zijn neffens
onfe Rijks -jonken van
Soanchefoe te

^eil gegaen, en de tiende Mane, den . ^......y, —^^--------------------------

^ivalejden dag,onder Wetdïüw weder ten | maken : als wanneer , en zoo drae
anker gekomen. Den achtienden dan van hy zijne fchepen een weinigh her-

\' \' ..........maekthad, zich by hare Hoogheden

perzonelijk zou vervoegen, om met
den anderen van alles in \'t brede te
fpreken.

Wyders, deed d\'A dmirael het mis-
noegen, welk hy hadoyer dathaer
volk alleen met den buid, op
Quemuy
bekomen,zonder den fijnen in \'t min-
fte, ja niet een Koe-beefl daer van
mede te delen, tegens de belofte van
Lipoui^-zoo mondeling, als fchriftelijk
aen den Admirael gedaen, waren
doorgegaen, aen de brengers voor-
noemt blijken, metbyvoegingezulx
met onze goetaerdigheid gantfch
niet over een quam:ten einde zy zulx
Singlamong en Lipoui nader zouden
bekent maeken. Hare Hoogheden,
zeiden de brengers daer op, hadden
uit des Admiraels fchrijven, tot haer
leet wezen, dat al teverflaeabeko-
men , en ook niet na zouden laten
daer in
te voorzien.

Ten zelven dage quamen onder
hexKA-axidQuemuy, yoox Goutfoe ten
Vv anker

Goutfoe. Den vierentvóintigftenzij%
de Eollantfche fchepen met onze Jonken
naer
Goutfoe gezeik : van waer de
vyand gevlucht is , zuidwaerts na
La-
moa
en Tangfoa. Den fes en twintig-
ften zijn de Hollantfche fchepen nefens
onfe Jonken naer Quemuy gezeik , cn
hehhen daer door d\'onjen de Steden, \'hui-
fen en veften alle laten afbreken en ver-
branden. De Hollantfche Zee-Admi-
rael heeft fich zeer dapper tegen den
vyand gehouden. Hetis tzamen eenvclk
zeer moedig,om ter Zee met hun fchepen
en te lande met hun Jchiet -geweer te
ßaen. Zy hehhen veel moeite en arbeit
gehad: aljoo de felve op hunne fchepen
vele ftukken voeren : waer toe veel ar-
beit s , om de felve te lojfen en te laden,
vereijcht word.

d\'Admirael diende op den brief van
hare Hoogheden fchriftelijken:dat hy
voornemens was een Jonk na
Batavia
af te zenden, om d\'edele Heer Ge-
nerael en Raden van
Indien het voor-
gevallen, wegens het verflaen, van de
vyanden, en deffelfs vluchten en ver-
laten van hunne hooft-plaetfen
Ay,
Quemuy, üoutfoe
 bekent te

ie Jelve Mane zijn acht fchepen naer
Quemuy ^ézd//, enjeven der Hollan-
ders, neff\'ens onJe Rijks-jonken, daegs
daer aen binnen door, en hyonfe Jonken
aen de wefthoek van
Quemuy ten anker
gekomen.

Den negentienden hebben d\'onfen ee-
^ige Jonken binnen
Quemuy verjaegt:
dog dén twintigften hebben wy gefien des
Jonken over de hondert vijftigh
Jterk van
Goutfoe op onfe en de Hollant-
Jche vloot afkomen. De Hollantfche fche-
pen befloten den vyant tuffchen hun bei-
^e,enjloegenfoo dapper onder dei)yants
Jonken , dat deje de vlucht moften ne-
^en, met verlies van veelvolks van de

i\'overs : gelijk wy zulks uit eenige uit
Aymuy , tot ons overgekomen, ver-
Jtaen hebben. Den een en twintigften dag
^^n onfe Mane ging de Hollantfche Zee^
^^iraelmet een moedig herte metfijne

yP\'\'» fchepen onder den vyand

dapper te keer, tot onder l,et Eilant Ky-

t^Jh ^^^^^^ ^^ roovers met groo-
- Schande weer moften vluchten naer

-ocr page 194-

hy federt des Admiraels vertrek van
daer , volgens gegeven orde , noch
twintig ftukken yzer gefchut uit de
vaftigheden , op \'t eilant
Goutfoe ge-
vonden , ingenomen had : beneven
hondert acht en tnegentig ftukken
ront fcharp of kogels , die onder de

dag,quamen om de zuid-weft hoek
een grote ennieuwejonk, eenWan-
kan , en twee Koyaes zeilen : der-
waerts meeft al de fchepen haere
bootsen
fchuiten na toezonden, om

de zelve in hun gewelt te bekomen.
De floep van deSchout by nacht kreeg
de Jonk : gelijk ook de drie andere
vaertuigen, zonder eenig tegenweer
te bieden, zich overgaven. Zy wae-
ren geladen met ballaft en voorts
met rijs en padije of ongedorfchte
rijs.

D\'Admirael en Schout by Nacht
voeren ten eerfte aen de Jonk, toe-
geruft met acht yzere ftukken. De
Sinefen van deze vaertuigen, volgens

T H aw^v^A^ ^ W f» A ii^ iA

Zich acn de Tartarifche zijde te be-
geven. Dit zeiden de Sinefen op de
groote Jonk, mlfTchien dooraenrae-

Koxing van het Eiland Quemuy na
Pakka, Uitat en andere omgelege
plaetfen, benoorden
Hokfieu, gezon-
den , om aldaer zoo veel rijs te laden,
alfte bekomen konden, en van daer
dan weder met dezelve fpoedig her-
waerts aen te kecren : alzoo op deze
eilanden groot gebrek van rijs was.
Ook verhaeldenzy, datze d\'achtfte
mane daer aen, ginder om de Noord
op verfcheide plaetfen brieven van
Singlamong en Lipoui aengeplakt ge-
vonden hadden: waer by al de Sine-
naaaen noen i» ii.aut ,

anker de Jachten Vlaer dinge tn Buik- \\ ding van de Tartaren, die hen reeds
(loot: de drie andere, Kogge , Vlif \\ verpreit hadden : want die van de
ftng,eQn Nieuwendam kondtnnmviii- drie andere vaertuigen verkiaerden
komen. De Schout by Nacht
Verwei ront uit: dat 2y aldaer alles gedacht
deed verflag aen den Admirael, hoe hadden noch in voorigen ftant , en

overzulx ook hun huisgezinnen noch
op
Ay en Quemuy te vinden : ook niet
beter geweten hadden, of hunne oor-
logs-vlote was noch in wezen , om
in korten den Tartar ftagte leveren:
maer gekomen om dc
zuid-weft-hoek
van
Quemuy, en aldaer onze Holland-

ront Icharp ot Kogeis , aic onucr uc van , a^^ia^^ ^^^^^ ^^^------

Jachten vMng^en , Buikjloot en Nteu- fche fchepen gewaer wordende, zou-
verdeilt waeren.
 i den het wel gaerne ontvlucht heb-
Denderden, desmorgensmetden | ben; maer hadden zich benoodzaekt
_____________fTf^i/nnrlpi-i . nnor flilre . . en ziende

öineien van aeze vaertuigen, voigcus i iiumit- vam^ii^w^,. , „v^^^- o

verhael acn hen, waeren de zevende volk hadden. Gevraegt, ot zy gene.
mane dezes jaers door den jongen Japanfe Jonken van /f^« k^^^endc

gevonden , door ftilte , en ziende
geen ontkomen aen
de buiten leggen-
de fchepen, zich alzoo zonder tegen-
weer te bieden over te geven. Dies
verzochten zy by het leven mogten
werden gefpaert: welk zy verworven.
Ook ftonden hen , zoo zy verbael-
den , noch twintig zeilen te volgen,
diezy den tweeden dezer, benoorde
d\'eilanden van
Ongkoe gelaten had-
den : van waer zy met zes vaertuigen
her waerts aengekomen, waer van nu
vier in onze handen vervallen en
d\'andere twee om de zuid
gefteketi
waeren: zoo zy meenden , na d\'Ei-
landen Tangsoa en Lamoa alwaer zy
hunne vaftigheden , wooningen en

en den vyand toebehorende in zee
of elders vernomen hadden : ant-
woorden zy daer op van neen:
maer in deze maent en nu dagheüx
eenige van de zelve te verwachten
ftonden.

Korts daer aen verfcheen d\'Admi-
rael van
Tonganpek aen boort des Ad-
miraels, hem vragende Wat dezelve
voor
vaertuigen en waer van daen zy
gekomen waeren. Ook of zy haer
tegen d\'onzen te weer gefMt had-
den : daer hem na de waerheid op

vonaen naaaen: waer vy aiuGoiuc- • —^^ , »

fen , zich van het Riik afgezondert geantwoort wif t- Voorders vroeg

houdende , tot het overkomen aen hy , wanneer d Admirael by haere

de Tartarifche zijde genodigt wier- Hoogheden SinglamongcnLipouiweï.

den. Over zulx waeren zy voorne- fchijnen, en of hy met zi^ne fchepen
mens geweeft met deze vaertuigen \'

« : ____ J- T\'___Ttïrif»

nevens hunne jonken na. Tangsoa ver-
trekken
zoude. Op welke eerfte
vrage d\'Admiraelhem Uet aendienen,
den eigentiijken dag niet te weten :

tn

-ocr page 195-

en op de tweede, hyniet wille, wat
onze fchepen daer doen zouden;
naerdien hem van liaere Hoogheden
acngefchreven was : hoe een der Tar-
terfche krijgs-bevelhebbers over eeni-
ge dagen aldaer van den vyant reets
hondert enzeftig vaertuigen en by de
vijf duizent man zoo doot geflagen
als gevangen gekregen had. Dit was,
antwoorde hy daer op, niet van den
jongen
Koxins magt; maer van een an-
deren rover, die zich ontrent d\'eilan-
den
Tangfoa en Lamoa onthield ,\' en
voorhene noch den Tarter noch
Ko-
xing
onderdanig geweefl: was ; maer
zich t\'allen tijden met zeerovery er-
neert had.

Wijders, voegde de Sekritaris daer
by : hoe de jonge
Koxing als nu ge-
zanten aen den zeiven afgezonden
had, om den gezeiden rover tot by-
ffant tegens de Tartaren te verzoe-
ken: ook dat
Koxing met al zijne
magt na
Tangfoa en Lamoa, om zich
met den rover tzamen te voegen,
vertrokken was, naerdien hy niet wi-
fte (alzoo hy nu van d\' eilanden
Ay,
Quemuy , Goutfoe
en andere daer on-
trent verdreven was ) wat hy verder
by de hand zoude nemen.

Ten zelve dage vertrok het vero-
verde Jonkje , by d\' onzen
de blij-
de hoodfchap
genaemt, met acht ge-
vangene Sinefen na
Batavia : be-
neven dc brieven, bcfcheiden en pa-
pieren aen de Hooge Regeringh al-
daer.

Na het vertrek van dit Jonkje, be-
hielden d\'onzen noch vijf zoo Jon-
^^n, als Koyaes, die noch den zei-
ven nacht behoorlijk met krijgs-
knechten , en een klein getal Sine-
fen, ter orde van den Admirael en zij-
nen Raed , gemant en voor den tijt
Van veerden dagen gefpijfl; wierden,
om daegs daer aen onder
Quemuy in
d\'Erafmus Bay en daer ontrent op de
Japanfe Jonken te gaen kruiffen, en
dezelve herwaerts aenkomende te
vcrfchalken, en alzoo in hun gewdt
^ien te krijgen.

Ook verfchenen dezen dag de drie
overige fchepen, aen het eiland
Gout-
Joe
verbleven, om aldaer het gefchut
^^ helpen innemen , onder
Quemuy
in de vlote ; zulx toen de gehcele
vloot, flerkvijftien oorlogs-fchepen,
weer by elkandre was.

Den vierden quam een Tartars
vaertuig met twee Mandarijns , die
eenen brief van Haere Hoogheden
Singlamong en Lipoui bragten, waer
by d\'Admirael nochmaels ernftelijk
wiert verzocht by haer tot
Cinwe op
de vafte kuft , benoorde de reviere
^ Soanchieu, te komen , om met elkan-
dre van zaken hunner beider ftaet ra-
kende te fpreken.

D\'Admirael gaf den Mandarijns
tot antwoort: zoo dra zijn fchip van
de klippen gekort (want daegs te
voore was het op een halve musket-
fcheut aen de klippige Noord-weft-
hock aen
Quemuy geraekt) en nevens
d\'andere fchepen buiten gevaer ge-
ankert lag, zich by haere Hoogheden
zoude vervoegen.

Midlerwijle quam Mouris Janfz.
Vifch
, die by d\'onzen als tolk in de
Sinefe tale gebruikt wiert, den Ad-
mirael aendienen en verwittigen:
hem van ter zijde uit eenige Tarter-
fe Sinefen, met de Mandarijns voor-
noemt acn boort gekomen, ter oo-
re gekomen was: dat de jonge
Koxing
gezanten aen haere Hoogheden,«^/»^-
lamongen Lipoui had gezonden, met
acnbiedingh , zich met het korten
van hun hair degehoorzaemheidvan
het
Tartarifch Rijk te willen onder-
werpen : alzoo hy zijne wapenen
niet langer mogte of konde tegen
dat Rijk voeten , inzonderheid ter
oorzake van de verfcheide neerlagen,
toen onlangs gefmaekt.

d\'Admirael, om daer van meerder
zekerheid te hebben, heeft door den
tolk
Meiman aenftonds twee Manda-
rijns, en ook eenen
derden,aldaer me-
de met hen gekomen cn genaemt
Kon lau ja, de waerhcid daer van laten
afvragen : die zulx
bekragtigden,
met byvoegen : de vyand nu jongft
door ons gefchut zoo veel dooden en
geejuctftcn gekregen had , dat gene
van zijne
krijgs-knechten langer be-
geerden re vechten : ja ook dat des
vyants
krijgs-knechten in Tayowan inf^
gelijx alle tot den
Tartar overkomen,
cn den onzen het land
van Tayowan en
Vv 2 Lor-

-ocr page 196-

poui derhalve met den Admiraei wil-
den fpreken : ook
ddXTonganpek met
eenige Jonken naer
Tayowan z\'oude
gaen, om twee honderd duizend zie-
len , die zieh den rijke wilden onder-
werpen , van daer tot den Tartar over
te brengen.

Des morgens, den vijfden , ver-
fcheenen drie Jonken in de vloot:
cn quam een Mandarijn daer Van
andermael by den Admiraei , met
verzoek uit den naem van haere
Hoogheden: dat d\'Admirael met die
Jonken, aengezien het nu goet en re-
delijk weer was, zich by haer geliefde
te vervoegen, of ten minften den dag
teftellen ; wannee r d\'Admirael zich
na haere Hoogheden genegen was te
begeven : op dat hare Hoogheden
op Cimve, van waer zy voornemens
waren met den eerfte te vertrekken,
niet te vergeefs na hen quamen te
wachten.

d\'Admirael, na overleg met den
raed, nam aen des morgens zich der-
waerts te begeven. Waer op de Man-
darijnmet die tydinge in d\'eene Jonk
na hare Hoogheden vertrok; verblij-
vende de twee andere by de fchepen.

Den zeften dan vertrok d\'Admi-
rael, beneven Hopman
Poleman en
den Sekritaris
Yfhrantfz. , met zijn
voorder gevolg, en tvvee Tartarifche
Jonken, (ten dien einde alleen, door
den onder-koning
Singlamong,7itn de
fchepen gezonden,) na haere Hoog-
heden , die op het vaft land van
Sina,
Cinwe
genaemt, gelegert waeren.

Tegens den avond quam de voor-
drager van den onder-koning, ge-
naemt
Onhikouw den Admiraei, die
reets dicht by de plaetfe voornoemt
gekomen
was, uit zijns hecren naem,
in de Jonken met een kop bonen-zop
begroeten en verwellekomen : met
by voeginge, hy tegens den aenftaen-
den
morgen verzorgen zoude het
veerdicf en gereet ftaen aen ftrant van
paerden : waer mede d\'Admirael na
zijne Hoogheid zoude kunnen rij-
den. Waer op de voordrager weer na
land vertrok.

De Veldheer Lipoui, volgens be-
aldaer eenen anderen ftedchouder
en hooft van de krijgs-magt, in plaets
van den gefneuvelden
Mattithelauja
ofBethetok, teftellen.

Den zevenden, ontrent negen uu-
ren , quam d\'Admirael met zijn reis-
tuig , tuffchen het naeuvan
Jjmuy cn
de vafte kuft van
S/na, aen land : ah
waer hem door een ßatavifche
Si-
nees, Seko genaemt,een affchrift-brief
van
Nobel en Ho ogen hoek, mt Hokßeu
den acht cn twintigften van Slacht-
maent gefchreven, (waer van d\'eigen
brief met de briefdrager, door den
Konhon afgezonden , medegegeven
was ) wiert overhandigt. W-aer by zy
den Admiraei verwittigden: hoe zy
hun vertrek niet voor den twintigften
der zeiver maent van
Soanchieuw had-
den kunnen ondernemen, en den ze-
venden dag daer aen in
Hokßeu waren
verfchenen : mogten aldaer de koop-
manfchappen, volgens verklaring van
den
Konhon of Stadhouder, niet ven-
ten : voor al eer hy nader orde van
Singlamong en Lipoui had bekomen.
Hun verklaring, dat \'t zelve by haere

\'Hoo^\\Qden,SinglamongtnLipoui,vei-

zunt en toegeftaen was , mögt niet
klpen,met voorgeven: zulx hemniet
aengefchreven was. Den brief en
fchenkaedje des Admiraels had hy
aenvaert,en aen hare Hoogheden
een
bode afgezonden
, om hare meening
over den koophandel der onzen te
verftaen.
Ook had hy dien hunnen
oorfprongkelijken brief mede gege-
ven, ten einde door den Admiraei en
fijnen raet daer in
zoude kunnen wor-
den voorzien, met verzoek hen ook
de
oorfprongkelijke brieven,van Sing-
lamong
cn Lipo ui ïnSoanchieu bekomen,
en van den handel
fprekendc, mog-
ten werden
toegezonden. Deze af-
fchrift-brief dan den Admiraei op den
weg, zoo als hy
na den koning zoude
rijden, ter hant geftelt, heeft den zel-
ven
niet,voor hyin zijner Hoogheids
tente verfchenen en aldaer wel ont-
fangen was, na voorgaende gewoo-
nelijke
plechtplegingen , in tegen-
woordigheid van den onder-koning,
en drie zijner Raden, doorleezen en

hen

Formofa wecrintuimenwilden. Daer richt des voordragers, was daegs te
benefTens dat d\'onder koning en
Li- ^ voore na Soanchieu vertrokken , om

-ocr page 197-

lien den mlioiit te verftaen gegeven:
ook afgevraegt waerom , tegen hun-
ne fchrifteiijke beloften, de koop.-
manfchappeti onverkocht bleven.
Doch d\'onder koning ontfchuldigde
zich, ea verklaerde, hy daer toe ver-
lof brieven aen den
Konhon afgezon-
den , maer
Lipoui het door zijn fchrij-
ven tegen-geboden , en begeert had,
hem eerft een volmaekte lijfte, om
aen het hof in
Peking te fchikken, van
d\' aengebraghte koopmanfchappen
zoude worden overgezonden. Dan
hy
Singlamong , nu d\'onzen zoo een
heerlijke zege bevochten hadden,had
met toeftaen van i/^o«/nader fchrif-
telijken laft aen
den Konhon afgevaer-
digt: by den welken de verkoop on-
zer koopmanfchappen, en weder in-
koop van andere goederen opentlijk
te mogen doen , den onzen volko-
mendijk toegelaten zoü zijn.d\'Admi-
rael verzocht hier op, dat hem zoo
een bevel-brief door zijne Hoogheid
mogte worden overhandigt, om ne-
vens een zijner brieven zelf na//öi-
fieu, aen Nohel tn Hoogenhoek, te kun-
nen zenden. Dit ftont d\'onder-ko-
ning den Admirael roe.

Hier mede dan deze redenen ge-
eindigt , hield zijne Hoogheid den
Admirael voor en verzocht: donzen
ïnet hunne fchepen en zijne Jonken
den vyand , die zich op d\'eilanden
Tangfoa en Lamoa onthielden , en zeer
Verfterkten, vo order wilden gaen ver-
ftaen , en t\'eenemael uitroeien. Waer
op d\'Admirael hem aenzeide , ge-
hoort en verftaen te hebben : dat de
vyand gezanten aen zijne Hoogheid
pzonden, en aenbiedinge gedaen
had, Zich het Tartarifche rijk te wil-
len onderwerpen, met byvoeginge;
^e zy dan dit voorftel van zijne
Hoogheid zouden verftaen.Dit wiert
Van zijne Hoogheid niet ontkent;
maer zeide : op die fchelmen geen
ftaet te maken vvas , en hy hen ook
niet geloofde : te meer, naerdien de
ïoiige
Koxin zich daer mede noch
jjiet had vergeleken. Dies dacht
nem raedzaemft, dewijl de vyand op
«e vlucht, en uit zijne hooft plaetfe
«aer ontrent verdreven was, dezelve
verder wierde achtervolgt.

D\'A dmirael liet hier op den Onder-
koning aendienen, dathy genegen en
voornemens
was, met zijne fchepen
na
Formofa en Tayowan te vertrekken,
raet verzoek, hy zijne Jonken en
krijgs-magt mede derwaerts geliefde
te zenden, om aldaer de vyanden
eerft te verflaen, en dan na d\'eilanden
Tangfoa en Lamoa over te fteken,
naerdien dit gevoegelijk van
Tayowan
konde gefchieden : maer niet van de
eilanden
Tongjoa en Lamoa, alzoo die
beneden wints lagen, in het Noorder
Mouffon na Tlyowan. Ook dat hy van
zijne Heeren en Meefters tot
Batavia
geenen byzonderen laft had beko-
men , om de vyanden , van
Ay en
Quemuy verdreven , op Tangjoa of
Lamoa te gaen beftoken : maer wel
op
Formoja en Tayowan^mtt by voegen
Zijne Hoogheid van de twee plaetfen
voornoemt voorheene geen gewach
gemaekt had : ja, d\'onzen ook niet
beter gewxten hadden , of
Lamoa
ftont al onder der \'Tartars regcringe.

Wijders,floeg d\'Admirael voor,(om
eens den gront van den onder-ko-
ning te peilen,) verftaen te hebben,dat
de vyand op
Tangfoa zich niet langer
onthield; maer van daer, na de boeren
geplündert en van alles berooft te
iQhhtn
^niTayoivan en Formofa o verge-
fteken was. En onaengezien d\'onder-
koningh den Admiraelaenzeide, van
het tegendeel verzekert te zijn, zoo
bleef echter d\'Admirael by zijn voor-
ftel , om van daer iia!F<2j/eji>d»overte
fteken. Wanneer dan d\'onderkoning
uit alle de omftandigheden bemerkte,
het den Admirael ernft te zijn, ant-
woorde als toen; dathy dan de reeds
bevochte zegen voor geen verflaen
der vyanden wilde of konde rekenen;
alzoo d\'onzen dezelve niet verfla-
gen ; maer alleenlijk verjaegt hadden:
want zy hunne magt noch verknocht
met elkandren hadden, en
overzulx
niet nalaten zouden, na \'t vertrek on-
zer fchepen van daer, weder in hunne
voorige roofneften te kruipen. Wel
was waer, voegde d\'Onder-koning
daer op, zy hunne veftingen en hui-
rzen dacr niet zouden vinden ; maet
daer
door echterdie kufte onzuiver
en onvry, gelijk voorhene,komen te
Vv hou-

-ocr page 198-

ontvluchten wilden : want zy met
hunne Jonken fnelder in het voor,
als d\'onzen met hunne fchepen in
het
na-zeilen waeren. En niettegen-
ftaende d\'onzen zich al met des on-
der-konings Jonken na Tangfoa en
Lam^oa quamen over te begeven, en
den vyand ook van daer dreven, de
kufte echter van de roversnoitzou-
de bevrijt zijn; maer zich altoos noch
eenigen hier en daer onthouden. Waer
op d\'onder - koning : zoo wanneer
de vyand van daer verjaegt was, het
hem genoeg zou zijn :
alzoohydan
uit het landfchap van(daer hy
onder-koning het gebiet overhad,
cn
waer onder de twee plaetfen voor-
noemt mede gehoorden) zoude ver-
dreven zijn. Als dan, voegde hy met
beloften daer by,
zouden zijne Jon-
ken nevens onze fchepen van daer na
Tayowan overtrekken : \'twelk voor
dientijd noch niet wezenkon : naer-
dien zy dan van alle kanten tuftchen
den vyand in zouden zijn : wantzoo
ftjne Jonken naer
tormofa overfcheep-
ten, konden de vyanden dezelve van
achteren na volgen. Bezingelt als
dan van achteren en van voore, zou-
den d\'onzen zich door quaet weder
of anderftnts met de fchepen daer uit
weten te redden; maer zy met hun-
ne Jonken niet. Dies verzocht d\'on-
der-koningh, d\'Admirael zich daer
over eens nader geliefde te beraden,
en het goetdunken van den ondcr-
Admirael en Schout by nacht afwach-
ten. Dit
nam d\'Admirael aen te zul
len doen, cn hier op deze voorftel
een einde.

Wijders,Ontfchuldigdezich Singla-
mong,
wegens de veertig beloofde
koebeeften: alzoo hy ontrent
Aymuy,
op vertrek des Admiraels van daer na
Goutfoe gene vaertuigen gehad had,
om dezelve aen onze fchepen te zen-
den. Dies verzocht hy, d\'Admirael
die als toen, beneven vijf hondert pi-
kol rijs,
daer voorheene, om aen de
fchepen te brengen, al laft toegege-
ven was , geliefde asn te nemen.

houden. Op dezen voorftel diende j d\'Admirael bedankte hem en zeide,
hem
d\'Admirael: het den onzen on- om de rijs zoo zeer niet benoodight
mogelijk was, dezelve te verftaen, te zijn, maer debecftcn, alzoo die rot
zoo wanneerze doch immers het j ververfching van zijn volk ftrekte.

wel van doen had, met byvoegen
d\'onzen wel den naem hadden , dat
hen zoo veel heeften gezonden wier-
den; maer wanneer dezelve aen de
fchepen quamen , de helft wel doot
v/aeren : die als dan by d\'onzen niet
könnende genuttigt, over boort ge-
worpen moften werden. Waer op
Singlamong weder ten antwoord gaf:
voor ieder doode den onzen zou
worden gezonden.

Hier mede dan nam d\'Admirael,
na dat d\'onzen wel onthaelt waeren,
zijn affcheit van de onder koning, en
vertrokken alzoo weder na hunne
tenten, die
Singlamong (toen zijn ver-
zoek door den Admirael van dat hy
daer noch eenige dagen geliefde te
vertoeven en zich wat te vertreden
en vermaken , toegeftaen was) aen
den zeekant op eenen hoogen heuvel
had laten opftaen. Zoo dra was de
Admirael aldaer nietverfcheenen, of
ontfing den beloofden bevel-brief:
waer by het mogen verkoopen der
koopmanfchappen in
Hokfteu, doot
den Konhon toegeftaen , vernieuwt
wiert, om nevens
eenen onzer brie-
ven zelfs aen
Nohel te kunnen zen-
den ; die den zelven ftechts aen den
Konhon zou hebben te vertonen , en
alzoo eenen voortgang van handel
komen maken.

De bevel > brief voornoemt luide
aldus:

Singlamong zent dezen open bevel-
brief aen den Hollantfchen
Zee-
Admirael , om door den zelven
voorts gezonden te worden , aen
den Gezant in
Hokfieu..

Naerdien de Hollanders met hunne

fchepen en krijgsmagt onfen Rijke zoo-
danigen
dienft gedaen hehhen, dat onze
en hunne
vyanden nu verftagen en ver-
jaegt zijn ; ^^ gewenfhte zege aen

onze en hunne zijde gebleven is, zoo heh
ik en
Lipoui met malkandre vaft geftelt,
hen lieden toe te ftaen hunne medege-
hragte koopmanfchappen in
Hokfteu te
moaen verkopen
, tot onderhout van hun
^ volk:

-ocr page 199-

volk : gelijk wy het zelve hy hrieven
aen onjen Keizer in
Peking vertoont
hehhen. Derhalve gelaßen wy aen den
Konbon in Hokfieu , dat hy den Hol-
landers in het verkopen hunner goede-
ren hehulpzaem zy, en hen eenen perfoon
toevoegen, die hy het verkopen hunner
goederen tegenwoordigh zy, tot voorko-
ming van alle hedrog,die door onfe koop-
luiden zoude mogen gebruikt worden.
Dit ons hevel-hrief wort gezonden aen
den Hollandfchen Gezant, ten einde hy,
op het ontfangen van defen onfe ordre,
aenßonts magh doen voortgang nemen
het verkopen vande koopmanfchappen;
zoo die in
Hokfieuw aen land in hunne
won in ge, als die noch in het Schip, voor
Minjazeen leggende, geladen zijn. De
Mandarijn, die door den Y^^ov^on. hy
het verkoopen der goederen wort ge-
fchikt , zal naeuwe toeßcht nemen op het
geit en waren, die de Hollanders voor
hunne koopmanfchappen zullen ontfan-
gen , en daer van nette aenteikeninge
houden , om van niemant bedrogen of
verkort te worden ■. en zal ons dees van
alles,wat voorgevallen is , verßag doen.

Op het zegel vaïi Singlamong ftont
gefchreven :
In het tweede jaer der re-
geringe des Keizers
Konchi, de elfde
mane, den elfften dagh.

Des avonds zond d\'Admirael de
veertig koe-beeften , door den On-
^er-koning
Singlamong gefchonken,
ïïa boort, om onder de fchepen ver-
deeit te worden.

Des morgens den achtften, w^erd
door den Batavifchen Sinees
Seeko
een brief aen Nohel en Hoogenhoek,
beneven den bekomen bevel-brief
naer Hokßeu gezonden : waer by
d onzen door zijne Hoogheid
Singla-
mong,
als te voore verhaelt ftaet, zon-
der eenige dubbelzinnigheid van re-
denen daer- in te gebruiken , van
«leuws toegeftaen wierd onzekoop-
J^anfchappen in
Hokßeu te mogen ver-
hopen. -

D\'Onder-koning Singlamong Xitt
«en Admirael weten , zoo hy gene-
pt was het land eens te bezichtigen,
nem paerden aen zijns tenten zoude
zenden: voor welke aenbiedinge hy
IT ^««gh^^^ bedanken .met
"^i^entmaking dezelve te zullen ver-
wachten. Midlerwijlebegoft het vry
wat te motten ; maer na de regen een
weinig over was , ging d Admirael
met zijn gezelfchap te voet na de be-
fchanfinge, daer de Tartarifche krijgs-
magt gelegert was. Redelijk was de-
ze na \'slands wijze gefterkt, voor-
zien met veel fchier gaten, doch met
geen gefchut daer in. Voorts te paer-
de gezeten, wierdt hyby des Onder-
konings tente gebragt, die den Ad-
mirael verzocht by hem te komen:
als wanneer zijne Hoogheid den Ad-
mirael , na een weinig zittens , liet
vragen: ofhy ai brieven naden onder-
Admirael had gezonden: als ook zij-
nen bevel-brief, nevens een onzer
brieven aen
Nobel en Hogenhoek in
Hokßeu. Daer op hem vanjageanr-
woortwiert.

Voorts voegde d\'Onder-koningh
daer by, dat hy verhoopte d\'Onder-
Admirael zich, om naer
Tmgsoa te
vertrekken, met zijn Hoogheids ver-
zoek zoude vergelijken. Hier op
vroeg d\'Admirael hem : of zoo wan-
neer hunne koopmanfchappen ver-
kocht, en het fluitje de
Vink naer Ba-
tavia
vertrok, wel zeven of acht per-
zonen aldaer mogten verblijven. Op
toeftaen dezes,by den Onder-koning,
maekte d\'Admirael hem bekent; dat
Nobel en Pedel op hem verzocht had-
den een keer na
Batavia te mogen
doen, en hy dienvolgens
Hoogenhoek,
die lange jaren \'mjapan gelegen had,en
den onder koopman
Bartelihci^Q. lui-
den , waer van d\'onzen cn
ook zijne
Hoogheid wel zouden gedient wor-
den ,) geordonneert had m
Hokßeu te
verblijven, en
NobelmPedel op hun
verzoek te vertrekken. Waer cp
Sing-
lamong
zeide; het hem even veel was,
wie aldaer verbleef,als het maer iieden
van goeden omgang waren : hoewel
ook,zijns vertrouwens, de heer Gene^
rael gene onhebbelijke perzonen in
zijn rijk zoude ftieren.Na
weikerede-
nen, quamen zy te fpreken van \'c her-
ftellen en fchoon-maken onzer fche-
pen, en ook van het
eiland Kolongsoe:
dat d\'Admirael \'t felve wel eens wilde
bezichtigen, om, zoo het den onzen
wel
gelegen was,in bezit te nemen,en
met krijgsvolk te bezetten, als dicht

-ocr page 200-

digen mogten , beft van daer beko-
nien
: daer beneffens hunnen koop-
handel des te gereeder drijven kon-
den. Wy hadden, antwoorde d\'On-
derkoning daer op , immers het Ei-
iant
Goutfoe ingenomen : wat wy dan

d\'Admirad , om hem t\'ondertaften,
zeide : zoo wanneer hy d\'onzen wil-
de toeftaen , dat zy daer hunnen
koophandel drijven, en van alles, dat
zy benodigen , ook van eetwaren

ftroom van Chinchieu , zy dan aldaer
zes fchepen laten verblijven, en \'t zel-
ve Eiland in bezit nemen,
ook de ve-
ftingen met krijgsvolk bezetten zou-
den. Doch d\'Onderkoning van be-
zetting met krijgs-volk horen de fpre-
ken, antwoorde, dat zijne meeninge
niet te zijn: alzoo hy d\'onzen flechts
gedoogt had , aldaer hunne fchepen
te herftellen en te zetten: naerdien hy
niet vermögt eenig land, den Keizer
toebehorende,weg te fchenken: maer
datmen daer over , als ook wegens
het drijven van onzen koophandel in
Chinchieu , het befcheit van zijne Kei-
zerlijke Majefteit uit
Peking verwag-
ten mofte. Waer op
Singlamong, na
vele
redenen over en weder gevolgt,
eindelijk noch den onzen
Goutfoe in

daer toe geen verlof wilde verleenen,
het dan weder te moeten verlaten.

Aengaende den koophandel, die
mofte in
Hokßeu gedreven, cn zou
daer van het befcheit over vijf weken,
om den zelven voor eeuwig en altoos
te genieten, afkomen.

Hier by dan bleefhet: en vertrok-
ken d\'onfen,na zy wel by zijneHoog-
heit met eeten en drinken
onthaelt
waeren, tegens den avond weer na
hunne tenten.

Des avonds bequam d\'Admirael

Vervolg op hei tweede Gezantfchap
aen de vafte küft en voor den mont i den Admiraei aen fchreven: dat him

van den ftroom Chtncheu gelegen. ? gevoelen met hetzijn, en nietmet de
Derhaiven
d\'onzen, \'tgeen zy beno- Vloot en Krijgs-magt na Tongfoa en

antwoord van zijnen brief, daegs te
vore aen hen gezonden: waer by zy

Lamoa tG vertrekken , Avel over een
c.|uam
; en gedroegen zich voorts vol-
komentiijk aen het geen d\'Admirael
daer in quam te doen-

Den negsnden ging de Voordra-
ger
van den Onder-koning, met een

met Kolongfoe wilden doen. Daer op 1 Portugefen 1 olk, tot vier vericheide

voorzien mogten worden uit den en Lamoa te vertrekken, en aldaer den

het bezit te nemen, en aldaer krijgs- te vertrekken : maer na verloop van
volk tc leggen, op goetkeuring van ontrent zesdagen met zijne Slepen,
den Keizer, toeftont. Mits zoo dees leggende onder
Quemuy, na Tayowan

fchrijven van den Onder - admiraei | zijne Jonken neffens onze Schepen
Huibert deLairejje, en zijnen Raet,in naTayowan te vertrekken , ontfchul-

digde : voorgevende dezelve redde-
loos waeren, en
eerft nootzakelijken

weder

reizen met bootfchappcn over en
weer, enden Admiraei afvragen: of
hy al befcheit van den Onder-admi-
rael, om met zijne Schepen , nevens
hunne J onken, na d\'eilanden
7\'angJca

vyant te verflaen, bekomen had. Daer
d\'Admirael hem na waerheid op ant-
woorde en aenzeide : d\' onzen daer
toe niet konden verftaen : alzoo het
hen met hunne Schepen onmogelijk
was
vanTangfoa, formofa en Tayowan
(daer na toe zy van hunne Ed. tot Ba-
tavia,
na verovering van d\'eilanden
Ay en Quemuy, GoutJoe en andere daer
ontrent,gefchikt waeren) te bezeilen-
Vootts gebruikte hy meeft dezelve
redenen , die hy den Onder-koning
dier wege toegedient had, op zijne
eerfte verfchijningh by hem. Ook
floegh de Admiraei wijders des
On-
der-konings gedaen verzoek volko-
mentiijk at, en zeide tegen den voor-
drager ront uit: dat hy niet van mé-
ninge was na d\'eilanden
voornoemt

en formoja over te fteken: met ver-
zoek zijne Hoogheit de Rijx-jonken
nevens zijne Schepen mede der-
waerts , gelijk hem na het
veroveren
van de eilanden Ay en Quemuy be-
looft had, geliefde te zenden ,
om al-
daer den vyant infgelijx te verjagen
en verflaen. Met
dit befcheit vertrok
de Voor-drager
weder na zijne Hoog-
heid, om hem des te verwittigen.

Dees wederom gekomen, diende
den
Admiraei in antwoort, dat de On-
der-koning zich t\'eenemael, om met

-ocr page 201-

aldaer noch eenen tijd geliefden te
blijven leggen: als wanneer zy mid-
lerwijle gezanten na
Tayowan, om
het zelve land voor hen op f eyf-
fchen, af-zenden, de Sinefe krijgs-
knechten onder des Tarters gehoor-
zaemheid doen brengen , en her-
waerts over doen komen zouden.
Mits, zoo zy daer toe ongenegen wa-
ren , als dan met hunne Jonken, nef-
fens onze fchepen derwaerts zouden
overfleken, om de vyanden als dan
aldaer zonder eenige genade te ver-
flaen : met by voegen, de bode van
Peking ook ondertuffchen af flontte
komen, en den onzen, zoo zy ver-
trokken, de goede tijdinge en groo-
te gunlle,diehen van daer ftont toe te
komen , als dan niet zouden kunnen
bekent maeken , nochte hen de ge-
ghenken,die zijne Keizerlijke Maje-
fteitbuitent wijfel aen d\'Opperhoof
den dezer vloote zoude af-zenden ,
doen genieten :waer door zy dan ook,
gelijkdes verleden jaers, grooten on-
dank by hunnen Keizer zoude ko-
men te behalen. Voorders ftont hy de
onzen volkomentlijk toe het Eiland
Goutfoe, (welk, volgens hun zeggen,
»och zoo was, als d\'onzen hetgela-
ten hadden)in bezitte mogen nemen,
^n mer krijgs volk na hun welgeval-
len te bezetten: benefïens andre
fchoone beloften meer , ten einde
d\'onzen alzoo tot verblijf aldaer te
moedigen, enden koftelijken tijd
j^ch verder verlooren te laten gaen.
Hl er O ver dan toonde d\'Admirael zijn

mnnoesTAt, _______i n i

-jijdtottijd liet blijken, dat
ny niet woordhoudende was; maer
met zijne beloften en gefchriften
ipeelde: en d\'onzen tot noch toe
geen de minfte gunfte van haer geno-
en hadden: want het Fluitje de/-/«i
, \' \\ foopmanfchappen in
Hokfieu
^joch lagh, gelijk het over vier maen-

iiiT^I gekomen was, zonder de
o"^iaede goederen te mogen ver-
onzen zich langer op zijn woord en
fchoone beloften konden vertrou-
wen : met by voegingh, zijne Hoog-
heid, zoo wanneer hy doch met zij-
ne gehele macht niet na
Tayowan met
d\'onzen o verfteken wilde, hen maer
een gedeelte zoude mede geven wil-
len : alwaer \'t flechts : vijftigh Jon-
ken en duizent krijghs-knechten, of
meer of minder na zijn Hoogheids
welgevallen : want het meelle ge-
tal hen hec gedienftighfte was. Als
wanneer zy gezanten met de zel-
ve konde zenden , om dat lande
voor d\'onzen op t\'eifchen , en de
krijgs-knechten met hunne Jonken
en onze Schepen herwaerts over te
brengen, en onder hunne gehoor-
zaem te trekken.

Wat belanghde het Eiland Gout-
foe,
het zelve tegenwoordigh in be-
zit te nemen , quam hen niet gele-
gen: want d\'onzen met al hunne
magt, gelijk gezeit was,
n2.Tayowan
wilden vertrekken : maer by aldien
zy de Veftingen en Kafteelen,als ook
de huizen daer op in hun geheel
laten wilden , tot dat d\'onzen wedet
van
layowan quamen , datze het
zelve als dan met krij ghs-volk be-
zetten zouden, ten
einde d\'onzen
daer uit zien moghten, dat de
Tar-
tars
het noch eenighzins met hen
recht meenden : want zy anders
wel zouden konden genootzaekt
werden met hunne vyanden te ver-
dragen , te meer, alzoo die hen al-
reeds weder eenige plaetfen in bezit
te geven aengeboden, en zeer ernfte-
om met hen te willen verdra-
verzocht hadden : gemerkt

mimoegen grooteUx, en gelafte des
Uiider-konings voordrager hem aen j lijk
te dienen, dat den Admirael zulke i gen

redenen van uitftel en verwylingzeer I het de Kompanjie ook altekoftelijk

mishaeghden : ook dat zijne Hoog- | viel, jaerlijx daer op de kuften van
neid van tijd tot tiid lietbliilcpn d \'
.^ina 7on pen amotp (^nrloCTh«;-m;i2ht

Sina zoo een groote Óorloghs-maght
en Scheeps vloot , ten dienfte des
Keizers, uit te ruften, zonder eenige
erkentenis daer voor te erlangen.

Verfcheide meer andere redenen^
vermengt met
eenigh onbenoegen
over des
Onder-konings wifpelturig-
heid en
weifelen in zijne beloften,
wierden door den Admirael ^cr/den
voordrager te gemoet gevoert.

Xx Diï

Weder van treil en zeil diende te wer- koopen. Ook gaf liy den Onder
den herfielt; met verzoek de onzen koning zelf te betrachten : hoe de

-ocr page 202-

door zijne voordrager aengedient
zeer vreemt in d\'ooren, en deed zich
overzulx groteiix door den zelven by
d\'onzen ontfchuldigen, met verzoek,
zy doch zulk een gevoelen van hem
niet wilden hebben : alzoo hy niet
gewoon was met leugenen om te
gaen : ook tot d\'onzen zeer genegen
w^as, gelijk hy ook nader zoude
doen blijken : ja het zijn fchuit niet
was, de goederen noch onverkocht
waeren : alzoo het tegen-beevelen
van zijne orde, door
Lipoui, hem niet
konde geweten worden. Dan de
fterkten en huizen op
Goutfoe in zijn
geheel te laten , zonder bezettinge
daer in , zulx was voor hen niet ge-
raden , ter oorzake de
rover die, na
vertrek der Hollanders, weder in
zoude nemen. Dies hy van ons gaer-
ne
wilde verftaen, hoe hy daer me-
de zoude handelen , welk hyin des
Admiraels geliefte ft:elde. Eindelijk,
na veel over en weder gedanerede-
nen en verllaelen, wierd het zoo
verre gebragt : dat hy d\'onzen niet
alleenlijk van het vertrek naer
Tang-
foa
en Lamoa door zijnen voordra-
ger ontfchulcUgde ; maer ook hun
overfteken met de gehele vloot na
inwilligde : als wanneer ook
d\'Admirael de belofte van des On-
derkonings voordrager aennam : te
weten , dat twee hunner Jonken,
bemant met twee hondert krijgs-
knechten , onder beleit van twee
Mandarijns , met hem nae
Formo-
fa
zouden vertrekken, met brieven
van haere Hoogheden : w^aer by zy
dat lant voor d\'onzen zouden doen
opeiftchen en den opperhoofden en
krijgsknechten aenbiéden in gena-
de , als onderdanen van het Tarta-
rifch Rijk, t\'ontfangen: mits, zoo
zy zich daer toe lieten bewegen,
d\'onzen met hun fchepen die vol-
ken , behalve boeren of lantluiden,
herwaerts aen zouden overbrengen,
of wel anders met Tartarifche Jon-
ken (alzoo
daer gezeit wiert zy daer
geen of w^einig vaertuigen hadden)
van daer gehaelt worden, om d\'on-
zen alzoo dat land van
Formofa weder
als voorheen te doen bezitten. Doch
niet zouden willen tot den Tartar
over-komen , en d\'andere volken
zich hunner gehoorzaemheid onder-
werpen , nochte het land inruimen,
dat als dan een onzer fchepen met
de twee gemelte Jonken en Manda-
rijns weder herwaerts aen keren zou,
om des te verwittigen: als wanneer
zy hunne Jonken en krijgs - maght
den onzen tot by ftant zouden laten
toekomen; waer van ons ook , op
des Admiraels verzoek, brieven van
verzeekering zouden gegeven wer-
den.

Des avonts verwittigde d\'Admi-
rael, by brieve, den Onder-Admirael
Laireffè , \'t geen hem aen land was
voorgevallen.

Den tienden, verfcheen weder de
voordrager van den Onder-Koning
by den Admirael in zijne tente, met
bekentmaking, zijne Hoogheid het
op \'s daegs te voore befprooken voor
goet gekeurthadde, met verzoek an-
dermael aen den A dmirael: hy doch
zulk een gevoelen van hem niet ge-
hefde te hebben, van dat hy een man
van twee woorden zoude zijn. Ook
zou hy den Admirael het verfocht
bezegelt gefchrift, wegens het ver-
dragh , laten toekomen , zoo dra
als hy met
Lipoui en zijne voordere
Raeds-perzoonen daer over had ge-
arbeid : alzoo d\' Admirael zijner
Hoogheids woorden doch
geen; ge-
loof wilde geven.

Hy vertroude , gaf de Admirael
daer op te antwoorde, zijner Hoog-
heids voortaen alles goecs toe,
en
eifchte alleenlijk het gefchrift van
zijne
Hoogheidt, om zich zelven
daer mede tot Batavia by hun edele
te kunnen verantwoorden : alzoo
die zich met woorden niet wilden
la-
ten paeyen ^ maer alles begeerden in
gefchrift geftelt.

De voordrager, die met dit ant-
woort
eenighftns vernoegt fcheen,
vraegde wyders den Admirael: hoe
lang hy daer aen
land noch gehefde
te verblijven. Niet dat hy dit vraegde,
even
als of d\'Admirael\'den Onder-
Koning in den wegh of
te veel was;
maer ter oorzake d\'Admirael zoo

korten

Vervolgcphet tweede Gezandfchap
Ditklonk den Onderkoning, hem zoo de vyantUjke krijgs-knechten

-ocr page 203-

T

korten tijd van zesdagen om te ver-
trekken geftelt, en d\'Onder-koning
die wei van doen had,cm in
Soanchieu
te reizen, cn van daer, na \'t raetplegcn
met zijne Raden, detwee Jonken en
Mandarijns af te zenden: als ook het
bezegelt gefchrift voornoemt : hoe-
wel d\'Onder-koning gaerne vertrek-
ken en den Admiraei alleen daer la-
ten zoude. Derhalve dan zijne Hoog-
heid den dagh van vertrek zocht te
verftaen. Daer op d\'Admirael hem
diende : hy op morgen vroegh van
daer zoude vertrekken, met verzoek
zijn reis-tuigh op heden in
een Jonk om haer te bedaS^en voor het goet

moghte gefchcept, en daer toe met
Koelijs werden verzorgt. Welk den
Admiraei wierd toegezeid te zullen
gefchieden.
Koekjs, by andere Poelijs
genoemt, zijn gemeene en geringe
luiden, en in \'s Rijks of\'s lants dienft;
hoewel eenigen ook in vryheid op
zich zelfs leven,en voor een geringen
dag-loon eenen iegelijk ten dienüe
ftaen , in het dragen van laften en
koopmanfchappen van d\'eene plaetfe
na d\'andere, over berg en dal : of dc
vaertuigen by eentou, wanneer het
ftil weder is , langs d\'oevcrs der ftro-
men voort te trekken : want in ge-

heel ^/«d- worden gene fchuiten of \'teilTchen,) ook een bezegelt briefje
fchepen door arbeidt van paerden acn den Opper gebieder en Bevel-
hebbers der krijgs-knechtcn aldaer

Voort getrokken, gehjk hier te lande.
Zy hefeen hoeden van ftroo of leer,
rnet een windfel vöor aen de tonen,
daer zy die om de enkelen ra ede vaft
binden.Zijn wonder vluch te voet,en
kunnen loopen zoo fnel als paerden.
Korts daer aen verfcheen d\'op-

ziender over het vaertuig, daer me- eeringh te overhandigen , twee Pi-

de d\'onzen vertrokken, Konlauja ge-
naemt , by den Admiraei , om op
het infchepen orde te ftellen.

Onder het fpreken met elkandre
over tafel (want d\' Admiraei was op
^ijne komfte met een ontbijt doen-
de , daer hy
Konlauja mede op noo-

]. , J J ------V -----------^ . viav X^I^JIJIS, iJVVrg-------

Oighde) van eenige ftaets-zaken, ver- haer ontfchuldighde over het klein
«aelde Konlauja onder andere : hoe I onthael, aen den Admiraei gedaen:
verleden maent een Koya met
der- i naerdienzulxzoo wel in\'t leger niet,
^igh man
d\'Opper-gebieders in j als in Hokfieu kon gefchieden : ook
jf^« aen zijne Hoogheid Singlamong dat zy de twee Jonken en Manda-
^adden gezonden en aenbieding ge- rijns, mer de krijgs-knechten, als me-
aaen.om zich onderhetrijk te willen
de den brief aen d\'Opper-gebieders
^geven : naerdien
zy verftaen had- in Tayowan ten beftemden daghe

Xx z zou-

den, dat de Tartaren, met de fcheeps-
vloot en krijgs-magt der Hollanders
t\'famen ge voegt,d\'eilanden
Jy Qn Que-
muy
ftonden t\'overvallen , en buiten
t wijfel daer af meefter te werden. Dies
hadden zy verzocht hunne Jonken
tot overvoer moghten werden toege-
zonden; want zyin
Tayowan gene of
weinige hadden. Ook waeren, zoo
Kon lau ja verhaelde , de luiden daer
noch,en noch niet weder vertrokken.

Des namiddaghs wierd Hopman
Pooleman door den Admiraei na zij-
ne Hoogheid
Singlamong gezonden,

onthael geduurende zijn aenwe-
zen aldaer hem aengedaen : ook
om aen te zeggen : d\' onzen de twee
Jonken en twee Mandarijns , bene-
ven twee hondert krijgs-knechten,
daer vijf of zes dagen zouden blij-
ven verwachten , met den brief aen
d\'Opper-gebieders van
Tayowan, als
ook het bezegelt gefchrift t\'hunner
verantwoordinge: infgelijx om van
dc zelve te verzoeken , dat zijne
Hoogheid aen den Admiraei (behal-
ve den brief , dien zy met de twee
Mandarijns na
Tayowan zoude zen-
den , om dat land voor d\'onzen op

byzonderlijk geliefde te overliandi-
gen , en daer in te ftellen : dat zy hen
in genade aennamen en het land voor
d\' onzen in-ruimen zouden : einde-
lijk ook aen zijne Hoogheid, uitdea
naem van den Admiraei, tot een ver-

ftolen met hare Holfters , en een fij-
ne vergulde Houwer-kling.

Op zijne wederkomfte verhaelde
Pooleman: hy al \'t zelve zijner Hoog-
heid voorgehouden en overhandigt
daer beneven daer op rot
antwoord
bekomen had; dat zijne Hoogheid

-ocr page 204-

van dat hy een man van tweewoor-
den , en niet .oprecht van herten zou-
de zijn, -niet by zich\'geliefden te be-
houden : alzo hy het tegendeel verne-
men en zy elkandre noch beter leren
kennen zouden. De vereering,wijl die
in geen geweer beftont, hadhy aen-
genomeii, met by voegen van be~
fchaemt.te zijn: alzoo
d\'Ong of Ko-
ning van
Indien tot Batavia des ver-
leden eo dit jaer wederom , als ook
d\'Admirael nu andermael fchenkaed-
je hem had laten toekomen,en hy niet
minfte het wederom gefchonken.

Derhalve wilde hy niet het vertrek
van\'t Fluitje de Vink niet nalaten ee-
nige gelj:henken van zijne lands-
waren.met daer en boven brieven,aen
den Koning tot
Batavia te zenden:
daer benetlens hem voor zijne goede
genegentheid hertelijken te bedan-
ken.

Daer en boven had d\' Onder-ko-
ning, zoo hy aen
Pooieman verhaelde,
de maent te voore, brieven met ge-
zanten van d Ópper-hoorden van
Ta-
yowan
ontmngen: waerbyzy aenbie-
dinge gedaen hadden ,\'zich , met het
korten van hun hair op de Tartarifche
wijze , onder het liijk te willen be-
geven, met verzoek, zoo wanneer-
ze in gen aede als boiitgenoatén aen-
genomen wierden, hen Jonken en
vaertuigeii,om over te komen, mog-
ten werden toegezonden: alzoo zy
maer weinig vaertuigen hadden.

Den elfden,met den dag, wiert d\'Ad-
mirael en^zijn volk ieder met een kop
bone-zop befchonken:geiijk alle
Uch-
te ns gefchiet was: als wanneer d\'Ad-
mirael door den Mandaryn, daer toe

ïiael zijn Hoogheid deed bedanken.

Korts daer na vertrok d\'Admirael
met zijn volk na de fchepen: en zij-
ne Hoogheit,dieten zeiven dage ook
met zijn leger opgebroken was, naer
Soanchieuw.

Den twalcfden,des naermiddaghs,
quam d\'Admirael wederom onder de
vertrokken was.

Midlerwijle had Tonganpek eenen
brief uit
Soanchieu. aen den Admirael
gezonden, die vertaelt aldus luide:

Ik bedank u voor d\'eere en vrient-
fchap , die ik federt onze zaemenvoe-
ging van Oorlogs-machten van u geno-
ten heb : alzoo wy nu van
de vyanden
Ay,Quemuy, en Goutfoe verovert- de
huizen verbrant en den vyand verjaegt
hebben^waer in ghy u dapper enfioutmoe-
■ de hjk gehouden hêbt. Nu is de vyand ge-
vlucht : waer door het een goet aenzien
heep genomen, dat ghy uwe Landen van
Tayowan lichtelijk zult mogen in bezit
nemen. De vyand is gevlucht naer
Tangfoa. Weshalve Singlamong en
Lipoui al d\'andere Krijgs-bevelheh-
Iers goet gevonden hebben, dat wy met
beide fjamen-gevoegde machten naer
Tangfoa, om den vyand te vervolgen
en te verßaen , zouden zeilen. Waer toe
ik tachtig zoo groot als kleine Jonken uit-
maken zal, en daer over fteilen twee
Mandarijns
, Choentfay en Goemtfin
genoemt: om over de tuchtigjonken het
gebiet te hebben, welke Jonken naer kj-
muen, by de vloot van Sitetok ver-
trekken zullen, ik zou zeif in perzone
mede vertrokken zijn naer
Tangfoa:
maer dewijl een aenzienehjk perzoon van
het Vekingït-\\\\o{ afge komen is, om my
in hooger hoedanigheid en ftaet te be-
veftïgen, mofte ik we der na
Soanchefoe
vertrekken, ik kan alzoo neffens uwe
maght den oorlogh op
Tangfoa niet by
woonen.

Dit is my van Singlamong aen ge-
fchreven , dat ik derwaerts na
Soanche-
foe
 Het is myleet ge-
weeft , dat ik niet langer by u blijven

geftelt, andermael voor het goet ont- i moghte. Daer om heb ik u zulx fchrif

te lijk bekent gemaekt.

Tegens den avont wert den A dmi-
rael, met twee Mandarijns een brief,
door den Veld-heer
Lipoui uit Soan-

hieuw aen hem gefchreven;gebragt,en

daer nevens vijf hondert pikol Rys
voor het volk, reets te voore belooft,
toe-gezonden.

Den

zoude zendeti, en den Adhiiraei ook : vlakke hoek van j^j^^^-iay, eiiaenh^t
den verzochten byzotideren brief la- ; Jaclitvan Zierikzee: den deitiendcH
te toekomen : waer aen d\'Admirael \' vertrokken verfcheide Jonken van
niet geliefde te twijfelen: met ver- 1 daer nae
Aymuy en Soanchieu : wer
zoek
d\'Admirael toch die gedachten, | waerts Tonganpek aiover vier dagen

-ocr page 205-

Den veertienden, des morgens
voer d\'Admirael op
Quemuy aen land,
ea bezichtigde aldaer eenige verwoe-
fte Dorpen , eninzoiiderlieic het be-
mimrt fiedeken
Sauja Houpou ge-
noemt. Zeerwel was dit ftedeken
gelegen, van
Sau ja, en met zeer fchoo-
ne huifen betimmert: maer door de
Tartars, dat jammer was, voor onze
vetfcliijningh aldaer, vernielt en in
d\'aifche geleit: want de Jonken met
hoog water dicht aen de wallen kun-
nen zeilen : alwaer fchoone reden
zijn.

Dit ftedeken , volgens verliael van
den gevangen Neerlander
Mouris
Janfz. Vis
, was door. Sauja voornoemt
eerft gemaekt en opgebouwt, ten
tijde
d\'oude Koxtn van daer Tayowan
ging belegeren : alzoo hy te voore op
Ay muy zijn verblijf gehad had, en als
toen eerft na
Quemuy vertrokken was.
Ontrent zes maenden verleden , was
dees Sauja,mY&iis zijne broeders, van
dae opgebroken , en in Jonken ge-
fcheept,
om tot den Tartar over telo-
, ter oorzake de jonge Koxin hem
geduurigh om penningen, tot betalin-
ge van zijne k\'ijgs-knechten, moéie-
hjk viel: niet tegenftaende hy hem
al
veiicheide reize, zonder een duit
daer van
weder te zien, gerieft had.

Dityliichten van Sauja, door den
joiiaen Koxir; vernomen , te meer hy
hem \'t zelve niet konde beletten, had
%gernagiigdenaen hem gezonden,
met fchoone beloften van hem onge-
moeic te
zuilen laten, en als opper-
gebieder over
Ay en Quemuy (want
i^oxm geliet zich na Tayowan te ver-
trekken) te ftellen. Dies het
Sau-
door lang aenhouden vanAöx/;?,
Zich tot wederom komen bewegen ;
maer quam hem dit zijn leven te ko-
llen,buiten twijfel dooTKoxin gedoot.
Aldlis trok
Kóxin al Saujaes goet na
Jich , en betaeldé daer mede zijne
krijgsnechten, metuitftrojinge:
Sau-
zich zelven om \'t leven had ge-
fragt. Zulx dan by ziine broeders, die
«och niet opgekomen waeren, (daer
t onganpek een af was,) vernomen, be-
gaven deze zich na den Tartar : want
toen geen geloof meer
wuüen geven: alzoo het buiten twij-
fel hem ook maer om hun
goet te
doen geweeft zou hebben. Sauja had,
om zijn.gout en zilver van Aymuy (al-
waer byte voore zijn verblijf en zij-
ne pakhuizen ook noch had) over te
krijgen, zeer groote behendigheit ge-
bruikt, te weten : het zilver in Zui-
ker-kanaffers gepakt,- en de fchuit-
jes gout in fchuiten loot gegoten;
zoo
dat de gemeene manna Saujas doot
(alzoo het zilver in de Zuiker-ka-
naffers ontdekt; maer het gout, in
fchuiten loot gegoten, niet te weten
gekomen waren) met dat loot en den
beften buit doorgegaen was. Dies
Koxin Schoon hy naderhant daer ach-
ter quam, evenwel weinigh of niet
daer van wederom gekregen had.

Des namiddags keerde d\'Admirael
weer van land na het Jacht
Zierikzee,
en vond langs de weg in het gaen me-
nighte van doode menfchen, zoo
mans, als vrouwen , ja totkleine kin-
deren toe , die wredelijk door de
Tartaren,met het af-houwen van han-
den en voeten als anderfmts , om
\'t leven gebragt waren

Den vijftienden trok d\'Admirael
voor de tweede mael aen lant , en
keerde, na hetbefichtigen van eenige
plaetfen of dorpen , weer aen het
Jzcht Zierikzee.

Den zeventienden bequam d\'Ad-
mirael met twee Jonken en twee
Mandarijns, alleen ten dien einde uit
Soanchieuw, door den Onder koning
Singlamong en den Veldheer Lipoui a.&
gevaerdigt, de toegezegelde brieven,
door
Singlamong aen den Admirael,
als hy laeft by hem was, te zenden
belooft : waer by. zy de zeventien
Sinefegezag-hebbers,
o^Formofa en
Tayowan, tot het overkomen met hun
krijgs-volk en lant-luiden aenmaen-
den . D e brief vertaelt l^uit aldus:

Brief van Lipoui;

Tfiakoenfm, Wetingwan, Toerlinpe-
tinftn, Petfinfojau, Yogaukiloo,
Yoewetsjin-kay, Gautinong, So-
anchyong, NioetingÜ, Chuenki-
cin,
Lioerfmgoen, KiWintfinwan,
Suangi Gautinghtoe, Yuenfau-
gautingwan, Sinkintingjang, Ym-
Xx 3 pin-

-ocr page 206-

nieuws gezanten aen Singlamong en
Lipoui gezonden, om met hare Hoog-
heden in
Soanchieuw te verdragen:
maer hadden op hun vertrek van daer
noch geen befcheit bekomen.

Ook wiert een brief van den A dmi-
rael aenhareHoogheden
gefchreven,
die meeft beftont in klachten, als dat
men den onzen noch geen handel in
Hokfieu, ■ volgens \'t fchrijven van daer
den tweeden dezer , tegens de ge-
maekte voorwaerden,toegelaten had.

Den vijf en twintigften wiert een-
ft:emmingin den Raed beflooten, nu
de vloot weer klaer en van alles ver-
zien was, om met het eerft goet weer
en wind na
Tayowan Formofa over
te fteken, en die plaetfen , volgéns
den laft van de Hooge Regeeringh,
tot
Batavia, onder gehoorzaemheid
van den ftaet onzer landen te bren-
gen.

Ten dien einde wierden ook de
twee Jonken, d\'een
Aymuy, en d\'an-
dere
Quemuy , die noch by de vloot
waren, vervaerdigt: te weten,
Que-
muy,
de grootfte, bemant met dertigh
Hollanders, en vijftien gevangen
Sinefen: en de kleinfte met vijf en
twintigh Hollanders en twalef Si-
nefen.

Voor eerft zou de vloot overfte-
kertnade
Piskadores, en aldaer on-
der de zuid-kant van het
Vijfchers Ei-
land,
of de zuid ooft-kant van Pehoe
trachten ter rede te loopen: alwaer
de vergader- of by eenkomft-plaets
zou zijn, om dan voorts van daer
zich na
Tayowan en formofa te bege-
ven. Ingevalle eenige fchepen door
of voorby de
Piskadores quamen te
geraeken, die, om niet te verdrijven,
zouden de kufte van
Formofa aen
boort loopen , en aldaer de vloot
verwachten. De vloot, uit de
Piskado-
3laets te zoeken, zoo wierd wijders
jeraemt ten dien einde zich achter
de hoek van
Tankoya te vervoegen:
alwaer goede rede in het noorder
Moufon, gelijk toen was, voor de
fchepen is, om dan van daer met be-
quaem weer de reize na
Tayowan te
bevorderen. Ten einde \'s Hemels-
zegen het voorgenomen werk wilde
bevorderen , wiert een Beden-dagh
den acht en twintighften in de gehee-
le vloot gehouden.

res vertrokken, zou onder \'t noorder
rif voor of ontrent
Tayo wan zoeken
te komen. Zoo ook eenige fchepen
ofwel de geheele vloot van de
Pv>ka-
dores
overftekende , ten eerfte on-
der het noorder rif of voor
Tayowan
niet konden komen, ja ook daer of
elders reets op de Formofaenfe kufte
had
Sommimpefeou oiPontiok genaemt, | gekqmen, en genootzaekt, om niet
ofhy,uitdesjongenA«»xz;^:rname,van te verdrijven, een veiliger anker-

die hem open, om te doorlezen, toe
gezonden waren, in handen, en bela-
He de brengers der zelve, op mor-

ten weder te komen: als wanneer
en een brief in antwoorde aen hare
Hoogheden zoude werde mede ge-
geven en ter hand geftelt.

Zoo de brief-dragers verhaelden,

Den negen en twintighften, dan,
gingh de geheele vloot, fterk vijf-
tien fchepen, beneven de twee toege-
rufte veroverde Jonken en twee an-
dere van de Tartaren, die zy met
hun eigen brieven en volk na
Tayo-
wan
zonden, onder zeil, zuid-weft-
waerts aen, tuftchen d\'Eilanden
Lif
fou Qn Quemuy
door, en quam ontrent
zonnen ondergangh een groot mijl
van de zuid-ooft hoek van
Quemuy
ten anker, daer zy de volgenden dag,
belet door ftorm> bleven leggen

Midlerwijle quam een vyants vaer-
tuig aen boort des Admiraels metee-
nen dienaer van
den jongen Koxin,
Somminpefiou
of anders Pontiok ge-
naemt, hem toebrengen een open
zend - brief van onze gevangene
Neerianders op
Formofa , door hen
vijftiene ondertekent, en den zeften
dezer uit het dorp
Loakhau, ontrent
het n au
NmTayowan gelegen,gefchre-
ven: dees brief hield in, dat zy den
zelven niet alleen met hunner aller
goet vinden; maer ook door uitdruk-
kelijken laft van
Pontiok yootnoQmx.
hadden ingeftelt, die hen had doen
aenfeggen: indien d\'onfe luft hadden,
om met hem te verfpreken, en den
voorigen koophandel aen te binden,
hy ons, des begerende, tot drijving
deft!èlfs,de plaetfen
Tjmfuy, Kelang,]^,

dat

-ocr page 207-

dat meer is, Lamoa niet weigeren zou-
de : met byvoeging , zoo d\'onzen
dezen wegli niet quamen in te flaen,
zy gevangenen noit hunne verlof-
finge van hun te verwachten zou-
den hebben. Dies verzochten zy,
om d\'allcrvohnaekfte verdienften des
Heilands , zy alles tot hunner fla-
kinge wilden aenwenden.

aenfl;onts den raed vergaderen, en
den zelven den brief voornoemt
Voorlezen, en ook den brenger van
dien in rade verfchijnen : die, ge-
lijk hy ook byzonderlijk aen den Ad-
miraei gedaen had, den rade de ge-
melde plaetfen insgelijx aenbood, en
afvraegde : of d\'onzen genegen wae-
ren die aen tc nemen, en inzonder-
heid
Lamoa.

Dan dees kon den onzen geen
fchrifteiijken laft , om zulke aenbie-
dinge te doen , vertonen , en was
ook niet gevolmaghtight , om met
hen in nader gefprek te treden : want
hy verklaerde alleenlijk gezonden
te zijn , om den onzen den aengc-
togen brief te overhandigen , en eens
tezien, hoedanig hy hen zou gene-
gen vinden : en dienvolgens konde
of wilde hen ook geen nader ope-
ttinge , de gefteltenis der vyanden
takende , van \'t geen zy met fpits-
vinnige ondervragingen van hem
Vorderden en gaerne geweten had-
den , doen ; maer betuigde flechts,
dat hy met bewilliging van den jon-
gen
Koxin door d\'Opperhoofden van
Tayowan en
Formofa aen Singlamong
en Lipoui gezonden was , om met

If -f te verdragen, als (nu zy

d eilanden Ay cn Quemuy, Goutfoe en
Liffoe quijt waeren) uit hongers noot
daer toe nu gedwongen.
fDerhalveby denAdmirael cn Raed,
J}a rijpen overleg en dc vijf Tartari-
Iche gezanten daer op gehoort wae-
ten , eenftemmig goet gevonden en
Verftaen wiert, den brenger van den
^^lef op zijn vertrek mondehng aen
„ heggen , d\'onzen het aen hun-
ne 2yde niet zouden laten ontbre-
^en , 200 zy genegen waeren met
en te verdragen. Des moftenzc zuix
doen blijken, en hen ten

dien einde in de Piskadores of voor
Tayowan bykomen , wcrwaerts zy
nu ftonden tc vertrekken. Insgelijx
wiert vaft geftelt, zy den zelven hun
fchryven in antwoorde aen de ge-
vangenen op
Formoja zouden mede
geven : hoewel van zoodanigen in-
houd, dat de vyant \'t zelve voor hen
door d\'overlopers doende vertalen,

ken , en nochtans den gevangenen
eenige verzekering van de nabyheid
hunner verloffinge gedaen wiert.

Dies zond d\'Admirael door den
zelven brenger eenen brief aen dc
gevangene Neerlanders op
Formoja,
met bekentmaking van zijn weder-
varen federt verleden jaer ; t\'effens
met aenmoediging tot de hope van
hunne verloffinge.

Des middags vervorderde de vloot
haere reize na dc
Piskadores : dan
quam, door het aen houden van een
harde oofte wint, twee mijlen zuid-
waerts van
Quemuy ten anker.

Des morgens, den eerften van Lou-
maent, desjaers zeftien hondert vier
en zeftig, ging de geheele vloot weer
onder zeil , en wiert den tweeden
met zonnen opgang de zuidhoek van
het
viffchers Eiland gezien, zuid ooft
ten ooften vijf mijl van haer. In het
omftevenen van de zuid-hoek, wier-
den uit de
Kerk-baey drie kanon-
fcheuten gedaen ; miffchien , zoo
d\'onzen vermoeden, tot
een teeken
voor d\'inwoonders van \'t land , en
de vaer-tuigen , die daer moghten
leggen , wegens de komfte onzer
vloote.

Des avonds quam dc vloot tuf-
fchen de grote tafel en de Zuid-hoek
van het
Viffchers Eiland: en des ande-
ren daegs ontrent de zuid ooft Bay
van
Pehoe ten anker: behalve het Fre-
gat de Jonker, welk onder de groore
tafel ten anker was blijven leggen-

Des nachts wierd het weer zeer
onftuimig , en begon hart uit den
noord-ooftete waien.

Den zeften (want den vier en vijf-
den was het onweer) zeilden de drie
kleine Jachten
Zeehont , Buikfloot en
Kaneel-hoom , de zuid-ooft Bay van
Pehoe in, tot dicht acn ftrant.

Ty Te-

Öp deze tyding deed d\'Admirael daer uit geen voordeel konde trek-

-ocr page 208-

Tegens den avond wierden d\'Op-
perhoofden
van de fchepen belaft
\'s daegs daer aen vroegh hun boots,
met zoo veel krijgs-knechten, als be-
quamelijk voeren konden , aen de
drie dichtft onder de wal leggende
fchepen te brengen, zonder nochtans
na lant te varen, voor bekomen orde weg geweeft waeren, quam een Ser-
van den Admirael. jant, door
Pooieman afgezonden, den

Den zevenden, voor dagh, voer | Admirael verwittigen : hoe dc vyant,
d\'Admirael, nevens Hopman
Pole- \\ ontrent twee hondert gewapende

..........\' mannen fterk, al op de vlucht gedre-
ven was, en dertien of veertien van
dc hunne op een kort beftek terneer
gevelt lagen: hoewelze in \'t eerft zeer
woedig cn met een
groot gefchreeu,
als dolle menfchen, van achter een
heuveltje,daerzc zich verfcholen had-
den gehouden , op onzen voor troep,
aengevoert door den gefneuvelden
Vendrig, waren komen invallen. Dees
troep, ziende den vyand aenkomen,
was al fchietende op de voorhoede,
dacr H opman
de Bitter het bevel over
had,ge weken: daer de vyand, in woe-
de,al mede op aengevallen, ja door dc
gelederen heen gebroken was. Oies
een grote ontfteltenis en verwerring
aen onze zijde gekomen was, en eeni-
ge krijgsknechten al den wijk geno-
men hadden.

Dan zoo haeft was door orde van
Hopman
Pooleman , die het gevecht
aen voerde, de bende van den Luite-
nant
Düvid Steyger ter zijde, daer de
vyand den meeften inbreuk had ge-
daen, niet, met brede gelederen los

s

was aen het delfen geraekt, en had
korts daer acn zoo gezvvint de vlucht
genomen, ais hy razend op d\'onzen
aengevallen was.

De Admirael gelafte aen den Ser-
jant voornoemt,
{dooit Pooleman
hem gezonden , om orde te beko-
men, wat hem te
doen ^owi^Pooleman
te verwittigen, den vyand, zoo veel
doenehjk was, na te gaen, en de reeds
bevochte zegen te vervolgen : mits
zich niet verder landwaerts in te be-
geven : als hy tegens den avont zoude
iflen weder te kunnen keeren : want

geweeft, of, gelijk bericht quam, had | fchietende, opgetreden, of de vyand

al weerftant van den vyand gevon-
den, en vijf of zes gequcften, beneven
eenen doode , de vendrig
Kriftoffel
van Leeuwen
, bekomen. Onder de
gequefte was Hopman
de Bitter, die
met een pijl door zijne voet gefcho-
ten, en ook twee kappen van een hou-
wer of zeepmefch doorzijnehoet cn
kleederen , zonder quetftnge van
lichaem, als alleen van de pijl, toe-
gebragt waeren. D\'Admirael hier en
tuflchen aen land gekomen, liet aen-
ftonts aen al de fchepen weten, zoo
veel bootsgezellen, als eenieder be-

UlJULOy ? - i Q 1 ------------------J

qnamehjkmiflTchcnkon, elk met een d\'Admirael hem in den avont daer
houwer en piek voorzien , aen land I acn ftrant zoude verwachten. Waer
ts zenden. En gemerkt geduuriglijk j op de Serjant met noch een bende

1 krijgs-

noch meer en meer krijgsknechten
van dc fchepen aen land verfchenen
waeren, zond d\'Admirael noch tvvcc
benden na Hopman
Pooieman toe:
gelijk ook korts daer aen een bende
, bootsgezellen, t\'zijner hulpe. Wan-
I neer die ontrent een groot halve uur

man, aen het Jacht Bmkßoot: van waer
Poleman, uit laft des Admiraels, met
een parthye krijgs - knechten naer
land vertrok , om het veld eerft t\'ont-
dekken, en naderhand van koebee-
ften zich te verzorgen. Midlerwijle
gaf d\'Admirael laft aen den Schipper
van
Buikjloot een fpringtou achter uit
te brengen en zijn gclchut te boort
wel klacr en ftagvaerdig te houden,
om het ftrant naer wil en wenfch te
konnen be vry den , gelijk ook aen-
ftonts gefchiede. Wanneer onder-
tuflchen d\'onzen verftondcn, dat de
Tartaren acn land geweeft waeren, cn
van den vyant nagcjaegt ,vier man ver-
loren hadden, deed d\'Admirael Hop-
Pooleman dacr van door den

\\.

man

Schout by Nacht Verwei waerfchou-
wen, met bevel van wel
op zijne hoe-
de te moeten wezen,
pooleman dan
des verwittigt, vertrok met zes ben-
den krijgsknechten , ieder veertig
koppen fterk, landwaerts in : blij ven-
de een bende op ftrant. Naulix was
Poleman ontrent\'anderhalve uure weg

-ocr page 209-

krijgsknecliwii en etlijkebootsgezel-
len weder was veitrokken.

Eindelijk verfcheen in den avond
Pooleman met zijn volk aen ftrant by
den Admirael, met bericht : hoehy
den vyand achtervolght, zoo dra
zijn volk in orde weer was geftelt,
en veel bloets langs den weg gezien,
en ook noch vier dooden gevonden:
doch genen tegenftant, ja niet eenen
Sinees meer vernomen; maer wel ze-
ven of acht Jonken van ftrant zien äf-
ft eken had, daer de vyand zijns be-
dunkens ingefcheept was.

Een paert met eenen ezel bragt
Pooleman mede; doch gene koe-bee-
ften : alzoo hy daer van zijn werk
niet had gemaekt: hoewel by hon-
derden vernomen.

Den achtften met den dag wier-
den zes benden krijgsknechten met
zeftig bootsgezellen, onder Hopman
Pooleman, na deKerk-bay : entwee
benden krijgsknechten en twintig

bootsgezellen,onder Hopman____— __ _____________— b~

meipenning , na het Hollantfch Fort keert was, had Hopman des

gezonden, om, zoo zy genen vyand voorigen daegs een der gevangenen
vernamen , een parthye koebeeften los gelaten,op deflelfs voorgeven van
aen de fchepen te brengen : gelijk zy | den onzen beeften genoech te willen

tegens den avont, zonder vyant ver-
nomen te hebben , ontrent zeventig
koe-beeften en eenig kleen vee bequa-
nien,die aen de vloot,tot ververfching
Van het volk verdeilt, en ook aen land
gekookt, en voor de krijgsknechten
opgedifcht wierden. Tweegevange-
ïieSinefen en twee kinderen, het een
den eenen gevangen toebehooren-
^^ > wierden door Hopman
Poole-
opgebragt. D\'onzen meenden
nen
iets tf> uprftapn • mapr 7V

man
uit

- Lc vti.ii.awn i maer zy
fpeelden den onwetenden, en gaven
voor landbouwers te zijn : dies zy
niet anders van hen te weten quamen,
als dat de Sinefe krijgs-knechten in

Jonken gefcheept zoudenzijn.

Den negenden, des morgens, trok
Hopman
Pooleman met zeven benden
krijgsknechten en de gevangenen, op
gifteren bekomen, na de Kerk-bay en
aaec ontrent, om noch meerder koe-
oeeften en vee te bekomen, met laft
aldaer dien aenftaenden nacht te ver-
^"jven, en\'s anderen daegs weder by
® vloot te verfchijnen , aengezien

befchikken en de boeren van dat land
by hen te brengen : zoo wanneer de
Hopman hen voor overlaft wilde be-
vryden , en met zijne
kinderen in
vryheid ftellen. Hierop na bekomen,
toezegging, had degevangen affcheit
genomen, en was tegens den avond
in de Sineefe tempel weer by den
Hopman gekomen , met twee boeren
en vier kapoenen : met verzoek van
tot des anderen daegs uitftel om koe-
beeften te brengen , ter oorzake die
zeer wilt geworden en niet te krijgen
waeren. Dan naerdien dees gevangen
ten dien dage ter beftemder uure
niet by
Pooleman verfcheen, had dees,
volgens zijn dreigen, de tempel
met al
de huizen daer ontrent in den brand
laten fteken.

Slechts twee koebeeften met een
kalfje had
Pooleman , alzoo zy al te
fchouw
waren ,bekomen,en ook maer
weinig hoenders : niettegenftaende
den geheelen voorigen dagh en ook
een gedeelte des Verleden nachts vlijt
genoech daer toe was aengewent ge-
rv 2 wor-

het volk, door zulk fterk voort-trek-
ken, te moede wiert. Ook gingen ten
zelven dagen d\'Admirael, onder-Ad-
mirael en verder gevolg met twee
benden krijgs-knechten wat land-
waerts in wandelen , en vonden ter
plaetfe, daer het gevecht gefchiet was,
veertien doode Sinefe lichamen kort
by elkandre leggen, ontbloot en ge-
plundert van hun wapenen, door de
Tartaren. Korts daer na trok d\'Ad-
mirael weder na de leger-plaetfe. Ten
einde de beeften , aldaer bekomen,
niet tot aen de leger-plaetfe der vlote
behoefden gedreven te worden, zeil-
de de Jonk
Aymuy, metdriebootsna
de Kefk-bay: beneven Schipper
Pieter
Koker
, om de beeften daer mede over
te voeren en herwaerts te brengen.

Des namiddags, den tienden, quam
de Jonk
Quemuy en de drie boots uit
de Kerkbay weer in de
vloot. Volgens
verhael van den Sekritaris
Hendrik Ts-
hrantfen, die
daegs te voore over land
gegaen en nu met de Jonk weder ge-

-ocr page 210-

worden : vyanden waeren ook by
hem in het lant niet vernomen, nocht
ook niet by of ontrent den afgebran-
den tempel : alhoewel door Schipper
Pieter Koker, ^itMoot Poleman aldaer
met een van de drie boots aen land
was geweeft, vijftien ftukken yzer ge-
fchuts , zoo in d\'aftuyten ftaende, als
daer byleggende, waeren gevonden:
te weten, voor den tempel, om aldaer
het ftrant te bevrijden, vier ftukken
in d\'affuiten, en vier op d\'aerde leg-
gende, en op een andere zantftrant,
die men voorby moet , als men de
kerkbay met fchepen wil inlopeji, ze-

d\'aerde. Twalef van deze vijftien
ftukken , die van drie tot acht pont
yzer fchoten, en alle van land inde
Nootehoom gefcheept wierden, hadden
wei eer de Kompanjie toebehoort, de
drie andere waeren Sinees maekfel

Eerlang verfcheen by den Admirael
Schipper P/^^fr
Koker met den gevan-
gen cn eenighe Sinefe boeren dezes
lants,en bragt met zig twintig koebee-
ften, die zy Hopman
Pooleman in het
herwaerts trekken te gemoet gebragt
hadden.Midlerwijle bleef
Pooleman in
het Spaenfche Fort, (wel eer op dit Ei-
land by de Spanjerts gemaekt) op or-
de van den Admirael verwachten.

Eindelijk Het d\'Admirael de boe-
ren voornoemt en den gevangen we-
der na hunne verblijf plaetfe trekken,
met bevel van noch meerheeften te
brengen, zoo zy geen leet wUden ge-
daen wezen. D\'Admirael vereerde
hen een zak rijs, en deed hen eens
A-
rak
fchenken : waer voor zy, met ter
aerde gebogen hoofden, uit-riepen
Kamßa Kompagnia, dat is , wy bedan-
ken de Kompanjie,
Des avonts trok
d\'Admirael weer aen zijn boort, en
des morgens weer aen lan d.

Des namiddags verfcheen Pooleman
met zijne krijgsmagt aen de leger-
plaets met eenige Sinefe boeren en
twintig koebeeft;en, die zy aen hem
gelevert hadden. Zeer gedienftig ver-
zochten zy aen den Admirael,om een
befcherm-briefje van de Kompanjie te
mogen erlangen, ten einde hen door
d\'onzen geen leet gefchieden mögt:
met voorgeven zy noit eenigh leet

hen hadden aengedaen ï ook zy
hen altijts van ververfchinge wilden
verzorgen. Tot \'s anderen daegs ftel-
de hen d\'Admirael uit, met aen zeg-
ging zy noch meer heeften of klein
vee moften brengen : \'twelk zy be-
loofden te doen, en gingen weder
huns weegs.

Den twalefden tegens den avont
verfchenen voor de derde male on-
trentvijf en twintig boeren, indele-
ger-plaetfe, en bragten met zich eeni-
ge bokken en hoenders. D\'Admirael
deed hen twee zakken rijs vereeren,
en ftelde hun bekomene gevangenen,

ven ftukken op d\'aftuiten, en een op i benevens de twee kindren, en op hun

verzoek een boer van Quemuy in vry-
heit. Voorts verleende hy hen,op huti
vertrek naer land, een belcherm en
vrygeleide - briefje, welk aldus luide:

Alzo de boeren van deze eilanden, de
Vïsk.2idoTts genaemt, zich onzer gehoor-
zaemheit onderworpen, en ons in teken
van onderdanigheit eenige koebeeflen en-
ander klein vee toegebragt: daer benef-
fens wy hen in befcherminge aengenomen
hebben, zoo werden allen en een iegelijk,
en wel inzonderheid de Nederlanders,
onder deze onze vlagge hoor ende, ver-
maent engewaerfchouwt hen geen
V min-
de leet aen te doen : zoo wanneer zy vry-
willig met ververfchinge of anderfints
zich aen fcheeps-boort komen te vervoe-
gen : naerdien wy zulx ten dienfte der
Kompanjie noodigachten te behoren. Op
het groot EilantVthot.

Balthasar Bort.

Den dertienden, drie uuren voor
dag, lichte de
vloot weer anker, en al
ontrent vier uure des namiddags, drie
vierendeel mijls Noord - ooftwaerts
van het kafteel
Zeelandia ten anker,
met al de vijftien
fchepen:beneven de
Jonk
Aymuy en de twee Tartarifche
Jonken: want de Jonk
Quemuy,onder
weegs lek
geworden,was verbrant.De
Jonker enMi?r.y,van de vloot afgeraekt,
waeren den zevenden aldaer al ter re-
den
gelopen. Volgens verhael van de
Schippers dezer twee Jachten , was
den negenden dezer \'s avonts een
Jonk van de
Noord binnen Tayowan
gekomen : als wanneer tot tweemael
achter malkandre dyie kanon-fcheu-

ten

-ocr page 211-

na \'t Keizerrijk van Sina, ofTaißng,

tea^ uit het kaftèei wierden gedaen. te zijn, ten elde dan alzoo ook hun-

ne algemeine brieven re beftellen.
Derhaiven wierd, na overleg in rade
goetgevonden en beftoten , den af-
gezanten voornoemt hun verzoek in
te willigen, en hen tot geleide mede

te geven de Jachten Flaerdinze en
Buikfloot. ^

Op het eerft wiert befcheiden den
Schout by nacht
Bartholomeus Verwei,
met laft op hun en des vyands doen

Geen gewag van volk hadden zy in
net kafteel, zoo lang aldaer gelegen
nadden , vernomen : maer ontrent
hondert vijftig man met zes vendels
waeren aen de bokken-ftal in de wa-
penen gezien.

Alzoo nu den onzen geen de min-
fte tijding van land toequam, veel min
aenbieding,(gelijk wel her vermoeden
Was,) van hen weder het land over te

V.«,/ CJ ----—-^»Jfc J AA WW&A.

tans gaerne, volgens den laft van de
Hooge regeering tot
Batavia, dezen
jare bezitters van waeren geweeft,
zoo ftoeg d\'Admirael den vijftienden
in Rade voor, op wat wijze men beft
daer toe zoude kunnen geraken : of
liet geraden zoude zijn, de vyanden,
om met hen in befprek te komen,
Zelfs aen te zoeken : dan of men hen,
met de wapenen by der hand te ne-
men, zoo verre zoude trachten te
brenghen , dat zy nu weder van
zejfs eenige aenbiedinge aen hen zou-
den komen te doen, gelijkze te voore
door het fchrijven onzer gevangenen
gedaen hadden.

Hieropquam ook in achting, hoe
Zy het behulp middel der Tartaren,
Wegens het zenden hunner gezanten
met brieven van
Singlamong en Lipoui
aen de beftierders vm Tayowan, wo\\-
gens befluit van den achtienden van
Winter-maent, aengenomen hadden;
ïiaerdien by de zelve brieven de
Si-
Jiefegezaghebbers, op Formofa en Ta-
yowan,
met hun krijgs-volk tot het
e>verkomen aen de Tartarifche zijde,
onder goede belofte, van den onzen
net eiland
Formofa weer in handen
te doen vervallen, aengemaent wier-
den. Uok waeren de gezanten als

toenmradeverfchenen, omtendien

emde op heeden met hunne twee
Jonken, ingeleide van twee onzer
Ichepcn, na
Tankoya te mogen over
vertrekken, en aldaer hunnebyzon-
dere brieven , • wel ten getale van ze-
ven of acht, eerft aen eenige aldaer
^\'\'^\'«""fudende hopmannen en
"veriten der krijgs-knechten te over-
nandigen, en dezelve afvallig zoeken
r\' voorgeven hen goede
ö ^gentheid daer toe voorgekomen

— .^.„v.^i,« wvj. i-w inv-L jdiL up nun cn aes vya

geven, gedaen wierd; daerzynoch- een wakendoos te houden.

ranc o-aernf vnlfT<=>«o Aan ___° .

Den gezanten wiert ook een brief
je, in \'t Sinees vertaelt en met het ze-
gel der Kompanjie onderdrukt, mede
pgeven : waer by zy alle bevelheb-
bers en krijgs knechten,
op Tayowan
en Formofa, tot hen over te komen
zouden noodigen,om na de kufte van
Sina met hunne fchepen te werden
over gevoert, met belofte een ieder,
na zijne hoedanigheid, boven dien,
door d\'onzen zou werden befchon-
ken, zoodanig, datzy hen bedanken
zouden : zonder aen de beftierders
van
Formofa en Tayowan voor als noch
hunne genegentheid, van met hen te
verdragen, t\'openbaren : aengezien
zulx met het voornemen van hunne
edele tot
Batavia niet over een quam:
maer alleenlijk het affchrift des briefs,
den laetften van Winter-maent aen
onze gevangene Neerlanders, in ant-
woorde van de hunnegefchreve, met
eenbyvoegfel: (hoe zy nu aldaer ge-
komen waeren, om hunner aller ver-
lofling, zoo het eenigzints mogelijk
was, te wege te brengen,) met-een
Chiampantje en twee Sinefe boeren van
Quemuy,onhey^iuïk van alles,open naer
lant te zenden: beneven eenen klein
briete aen de beftierders voornoemt,
en daer by alleenlijk aen hen te ver-
zoeken : dat zy onze gevangenen ge-
lief den in vryheid te ftellen, en dezel-
ve hen toe re zenden , volgens
be-
ding
op het overgeven van Tayowan,
dat zy na Batavia zouden werden ge-
voert;met voorder verfoek van dezen
open brief aen de gevangene Neerlan-
ders geheven te laten overhandigen.

De Tartarifche gezanten des ver-
wittigr,oordeelden het zelve een goe-
de zake te zijn: en Wierden ook door
hen rvveeSinefche boeren tot beftel-
3 linge

-ocr page 212-

De Tartarifche gezanten, volgens
bericht van de Schout by nacht
Ver-
wei,
gekomen aen boort des Admi-
raels , waren met hunne brieven
landwaerts in vertrokken, en hadden
zich aenftonts byeen groote gedeel-
te van menfchen vervoeght, met be-
lofte aen hem, zoo dra zy eenige tij-
dinge bequamen hem \'t zelve laten
weten zouden. Het volk, aen ftrant
woonachtigh , was op hun komfte
aldaer landwaerts in gevlucht: zoo
dat federt gene menfchen vernomen
waeren.

Tegens den avont verfcheen de
Schout by nacht
Verwei andermael
aen boort des Admiraels, mer vcf-
flagh, hoeeen vande Tartarifche af-
gezanten van land by hem was ge-
weeft: dien hy gaerne mede der-
waerts aen zoude hebben gebracht,
ten ware hy zich niet had ontfchul-
digt, met zijn vereifch van nootzake-
lijk weer aen land te vertrekken. Hy
n evens de twee andere gezanten had-
den alle de brieven overgelevert, en
ftonden met den eerften daer ant-
woort op te verwachten, twijfelende
niet of zouden tot hun voornemen
wel geraken. Vier hondert krijgs-
knechten waeren reets albereit om
over te komen : waer van hondert aen
dén berg van
Tankoya, en drie hondert
aen den ftroom van 71?wyifj)/lagen. De
vyant was bevreeft voor het landen
der onzen aldaêr.

Des morgens, den negentienden,
verfcheen de Jonk
Quemuy van Tayo^
wan
by den Admirael, onder de hoek
van
Tankoja , met fchryven van den
onder-Admirael
Huihert de Lairejfe,
en ook met eenen brief van de Be-
ftierders op
Tayowan en Formofa aen
d\'onzen. Hy was na vertrek desAd-
«X» , , j miraels, volgens zijn bericht-fchrift,

linge der brieven uitgekoren. Einde-
lijk deed d\'Admirael ook den ge-
zanten beloften, zoo zy in hun laft
hun beft quamen aen te wenden, en
iet merkwaerdigs te verrichten , hy
hen ook ieder met een goede veree-
ringe zouden bedenken.

Voorders, wiert in bedenken ge-
nomen, om den vyant met de wape-
nen tot redelijkheid te brengen:
waer men ten dien einde (alzoo daer
met op de reede te leggen niet uitge-
recht konde worden) beft zoude lan-
den , om alzoo den vyand afbreuk
te doen. Hier op dan ingezien het
voorftel, gedaen by de hooge Re-
gcering
tot Batavia , in haer gegeven
bericht-fchrift, te weten , dat zulx
zoude konnen gefchieden, door het
kanael van
Lakjemuy, na den voorgang
van
Koxin , ofwel anders, om vei-
liger te gaen , achter de hoek van
Tankoya, zoo wiertnarijpen overleg
befloten, na verloop van twee dagen,
zich van daer achter de hoek van
Tan-
koya
te begeven : en het landen der
kiijgs-magt door her kanael van
Lak-
jemuy
of ook op Tayowan, als niet wel
doenelijk en met te groot gevaer ver-
mengt, niet t\'ondernemen.

Hier op ondernamen de twee
Jonkjcs van den Tarter, in geleide
van de twee Jachten
Vlaerdinge en
^ikßoot, de reize naer Tankoya.

d\'Onzen bragten de twee Sinefe
boeren voornoemt, korts daer aen,
op voorgeven van zich op wrik-
ken niet te verftaen , met een
Chiam-
pantje
, door een floep , tot dicht aen
ft:rant s2LTiTayowan,mQ.t de brieven en
lieten hen doen met
hei Chiampantje
alleen door de brandingh heen naer
land vaeren.

Des morgens,twee uuren voor dag,
den achttienden , vertrokken , op

goetvinden van den raed , met den | met al de kiene Jachten tot anderhal-
Admirael de fchepen
Nootehoorn, Ter- ve fcheut van het kafteel Zeelandia ge-
tholen, Mars, vUjjingen, Zierikzee en zeilt, en van daer weder na zijne oude

Naerde, nae de hoek van Tankoya, en
quamen twee uure na de middagh by
de twee voor afgetrokken Jachten,
Vlaerdinge en Buikjloot, en de twee
Tartarifche Jonkjcs, vveft-waerts on-
trent een mijle van de hoek voor-
noemt.

plaets gekeert. Zoo veel had deze ver-
toning uitgewerkt, dat die van land
den brief voornoemt met de twee ge-
vangene Sinefen en \'t zelffte
Chiampan-
tje
(met de befcheiden derwaerts ge-
zonden,)korts daer na hem aldaer toe-
gebragt hadden. Dies by hem en zij-

nen

-ocr page 213-

landers toegelaten daer te woonen , om
met hem den koophandel te drijven.
F>aer na hehhen de Hollanders zich zelfs
Meeßer van het land gemaekt, en den
inwoonders, met het afvorderen van tol-
len, hartgevallen: die daer over aen
Ko-
xin
klachtig vielen. Hierom u Koxin
overgekomen en heeft Tayowan vero-
vert, en na het vertrek der Hollanders
het zelve in hezit genomen , en ons als
Beßierders daer over gefielt. Maer het
is ons nu even veel of wy het hlijven he-

nen Raed niet raedzaeni wierd ge-
vonden , met fciiuits en boots ieds

Anqkoia en Oenia, hebben den Brief
van de Hollanders ontfangen.

"^itten, dan of het de Hollanders bezit-
ten : want wy hehhen het ver dragna ge-
komen : te weten,uwe gevangene van on-
derhout, en het vertrokken volk na
Ba-
tavia
met lijftocht en ververfchingver-
\'"Orght.
Koxin heeft ook eenen Manda

yf^w/wfr Quemuy, om derl Lantdrofl
^alentijn en andere geljangenen van
daer te halen. Doch dc Hollanders heh-
^^nhunhefl niet gedaen, om daer teko-
"r^^en , en den Mandarijn met zijn volk
naer
Batavia ^ft\'ö^r?; zoo dat de gevan-
genen m onze handen verhieven zijn, die
^vel onthaelt worden : ja zoodanig dat
ghy ons daer over namaels he danken zult.
Maer ghy lieden heht den Mandarijn ge-
houden , en zijt methem hy de Tartaren,
bontgenoten , gekomen. De Tarta-
ren zijn zeer bedrieglijk en niet woort-
houdende :
V welk de Hollanders in Kan-
ton
welzijn gewaer geworden: wantzy
^erfl hen den handel toegeftaen en daer
na bedrogen hehhen. Nu heht ghy lieden
^^^ ^en beloften hekomen,
Haychon en Kolongfoe te mogen
\'ver^hjf nemen , om daer te handelen,
oude
Koxin heeft wel gemeten : wat
een hedriegelijk volk de Tartaren
" Waerom heeft hy noit met hen wil-
hehhen nu zoo langmet hunne fchepen op
de kufl gezworven , en tot noch toë\'geen
plaets van de Tartaren in hezit kunnen
krijgen. IVaer uit zy hunne ontrouheit
zelfs hefpeuren kunnen. Uwen hriefheh-
hen wy ontfangen en daer uit verßaen uw
verzoek, wegens de verloffing uwer ge-

Maer gelieft te weten, dat ons die van-
den ouden
Koxin ter hant geftelt zijn,^
en nu zijn zoon
Sepoan over dezelve te
zeggen heeft. De gevangenen onderons
zijn noch by gezontheit en genieten eer-
lijk onthout. Wy weten wel de Hollan-
ders anders niet dan den handel zoeken :
\'maer daer nevens is ons ook niet onbe-
wuft , dat zy ons niet vertrouwen : daer
heneffens ons zeggen en fchryven geen
geloof geven. Evenwel geloven wy dat
Sepoan met u lieden wel zoude willen
verdragen. Zijt ghy daer toe genegen en
begeert een plaets in bezit te nemen, zen-
de ons gezanten, die luiden
van fatfoen
zijn : want wat hebben
wy met de twee
flechte hoeren., die ons uwen brief ge-
bragt hebben , kunnen uitrechten. Wy
zullen uwe gezanten niet aenhouden: als
ghy d\'onzen maer niet aenhout, zoo wy
die mogten zenden. Zijt ghy zulx van
zins zoo doet hethaeftig , opdatwySt-
poan zulx mogen over fchryven, en een

goet

len vereenigen. Zy hehhen dikwils Am-
hajfadeurs gezonden , ter vrede-hande-
n^cerder te ondernemen, zonder na- | Img-, maer onder dien fchijn zochten zy
derbefciieid van den Admirael daer j eens, nu eenige jaren geleden, Aymuy
over te hebben. Debrief voornoemt
afte lopen: danten gelukte hen niet. Zy
luide aldus; kregen denneerlaeg ; zoo dat de hinnen-

i zee root van hun hloet was. Die wy le-
^\'O^ptihooidcw^Mi Formofa, Kouja,
j vendig in handen kregen, wier den han-

den en voeten afgekapt, en hen zoo toe-
gezonden : V welk den Hollanders niet
onhekent is.
Koxin wijl welde Hollan-
Formoja komt ons van ouds toe. Des ! ders woorthoudende waeren , daer om
jongen
Koxins hefie vader heeft de Hol- | heeft hy ook de gevangenen wel gehan-
delt . Maer nu zijn de Hollanders met
de Tartaren zamen gefpannen , en heh-
hen ons het lant uan Aymuy,
Quemuy
en Goutfoe afgenomen. Evenwel heh-
hen het de Tartaren niet in hezit derven
nemen , en alleenlijk de huizen afge-
hrant , ja ook hunne gezanten aen den
jongen
Koxin gezonden , en aenzoeking
gedaen, hy met zijn volk zich onder hun-
ne gehoorzaemheit zoude hegeven.Maer
die heeft niet ge wilt. De Hollanders

^ijn gezonden gehad, met een flollantfch \\ vangenen. Flet zelve gevalt ons wel.

-ocr page 214-

goet verdragrnaggetroffen werden: ten
einde d\'een voor den ander niet meer be-
hoeft hevreefi te zijn, en met elkandre
mogen handelen : want de Tarter zal u
den eenen o fände ren tijt noch bedriegen.
Dit ons fchryven meugt ghy wel geloven,
als hebbende daer op by den Hemel ge-
zworen. Gefchreven den twalefde mane,
den een en twintigßen dag.

Ten zeiven morgen verfcheen de
Schone by Nacht
Verwei aen boort
des Admiraels,met vier Tartarifche af-
gezanten en twee perfonen van den
vyand- Deze dan in rade gehoort,ver-
kiaerden mondehng van
Siautongßong,
krijgs-overfte van het Sineefch krijgs-
volk in de zuider deelen van
Formo-
yä, afgezonden te zijn, om van d\'on-
zen te horen en
verftaen: wat zy hem,
zijnen
Hopmannen en minder Bevel-
hebbers, tor krijgsknechten toe,"ieder
na zijne hoedanigheid, genegen wae-
ren toe te leggen , zoo wanneer zy
tot d\'onzen overquamen en hen he-
hulpzaem waeren , in het wederkrij-
gen "van dit Eiland en de veftingen
daer op : daer beneffens zoo zy zich
naer de kufte van
Sina, op d\'ontbie-
dinge van
Singlamong , Lipoui, Sibja,
Tonganpek
en andere meer met on-
ze fchepen, na veroveringe van de
veftingen op
Sakkam en Tayowan, lie-
ten overvoeren, of wel anders de wa-
penen ter neder quamen leggen: zoo
als d\'onzen dat mogten raetzaem vin-
den.

Wijders, gaven zy voor wel te we-
ten , der Kompanjie dit lant gerechte-
lijk toequam : hoewel d\' oude
Koxin
dat als zijn eigen gevordert had te we-
zen, en in gevolge den onzen als
maer geleent, weder met de wapenen
afhandig gemaekt had. Hier op het
d\'Admirael hen afvragen : Hoe fterk
van volk de krij gs o ver ft e ^/^«/ö» ^//f?»^
wel was : wanneer hem geantwoord
wiert van zeven duizent: wift d\'Ad-
mirael niet wat hy daer uit beftuiten
zoude : als (zoo den onzen wel eer-
tij
ts door den tolk Mourits en andere
berecht was,)al te grof gelogen,en bui-
ten twijfel zoo groot uitgebreit, om
den onzen een groote zomme gelts
van \'t hert af te binden : naerdien zy
voorgaven dees krijgs-overfte en zijn

s ;

;

Hopmannen van paerden en koe-
beeften als andere goederen
rijkelijk
waeren voorzien : en hy die als dan
zoude moeten verlaten : ook de
krijgsknechten eerft daer toe door
hem omgekocht worden. D\'Admirael
en Raed vroegen hem af, wat zy van
d\'onzen zouden begeren, en hoe veel
of wat de krijgs - overfte hen belaft
had t\'eifTchen. Daer zy op dienden
genen laft toe te hebben ontfangen:
maer alleenlijk, gelijk te voore ver-
haelt ftaet, om te horen, wat d\'on-
zen hen zouden komen aen te bie-
den , aldaer verfchenen waeren.

Eindelijk dan, na de zake wel in-
gezien te hebben, wiert goet gevon-
den en beft O O ten, die twee perfonen
aenbiedingete doen van vijf duizent
taylen Japans zilver den krijgs over-
fte te tellen , zoo dra hy tot hen
zou overgekomen zijn : met beding,
zoo d\'onzen zijn volk benodigt wae-
ren, zy gehouden zouden zijn, met
hen tegen den vyand aen te trekken.
Wel deden zy hier toezegginge van,-
maer zeiden de zomme al te klein te
zijn. Dies verzochten zy, zoo d\'on-
zen met hen genegen waeren te ver-
dragen , dat zy iemant van hunnent
wegen aen den krijgs-o verfte gelief-
den te zenden, om met hem zelfs te
fpreken , aenbiedende een van hun
beide aldaer aen de fchepen in gyfe-
ling te willen blijven.

Des namiddags vertrok hier op de
Sekritaris,beneven den tolkMouru,^^
Tartarifche afgezanten cn een van de
Sinefen, met de brieven voornoemt
aen d\'onzen afgezonden, na den Si-
nefen krijgs - overfte
Siautongfiong;
blijvende d\'andere Sinees, tot hunne
wederkomfte aen boort ingyzeling.
Ook gaf d\'Admirael hem eenen brief
aen den krijgs - overfte
Siautongfiong
mede, daer by hem de zomme voor-
noemt wiert belooft, ingevalle hy
met zijne krijgsknechten tot d\'onzen

wilde overkomen.

Hy fchreef ook aen de gevangenen
Neerianders op
Formofa eenen brief,
welk in - hield : dat zy wel ant-
woort op hun fchryven van de Sinefe
beftierders bekomen ; maer geen let-
ter van hen : daer zy nochtans de by-

gaendc

-ocr page 215-

eifchten, om met hen te verdragen,
diezy hen ook zouden toezenden:
Zoo zy infgelijx eenigen van de hun-
ne aen hen wilden fchikken: waer o-
ver noch evenwel brieven weerzijds
Zouden verwiffelt worden; en alzoo
lioopten zy hunner aller verloftinge
haeftig te wege te brengen.

Nahet vertrek van den Secretaris,
wiert de Jonk
Quemuy weder n2.Tayo-
wan
gezonden , met toezenden aen
Laireße van eenen brief, aen de Sinefe
beftierders gefchreven , om dien met
de zelve Sinefen weder aen land te
betten. D\'inhout was, dat d\'onzen
Verwondert waren ,zy van hunne ge-
vangenen geen fchrijvens bekomen
hadden: dies zy ook onkundigh ble-
ven,of zy hunnen brief hen al hadden
overhandigt. Was zulx niet gefchiet,
^y verzochten het op ontfangen van
Jen gefchieden mogt,en op het fpoe-
digfte fchrijven van hun ontfangen
^logten, met twee verftandige perzo-
^len. Op het verfchijnen van deze by
d\'onzen, zouden zy ook twee van de
hunne tot hen zenden om te fpreken,
Hoedanig met elkandre beft zouden
kunnen over een komen: metby voe-.
gen, om een goet begin en einde daer
van te maken, veel helpen zou, dat zy
eenige der Neerlantfche gevangenen
tot hen zonden : met welk te doen
^y bevinden zouden,dat d\'onzen een
«inde van dien bloedigen oorlog, en
Vrede zochten temaken.

fen zelven dage wierden dekrijgs-
^iiechten van d\'acht fchepen onder
Admiraei, fterk acht hondert
«ppen en verdeilt in zeftien ven-
aen ^ ^^^^ = ^^ claegs daer
op Ja \' ^pen berg

nagen, volkomenvervaerdigt.

houden hadden. Ten einde kunt-
fchap daer van te bekomen, zouden
zy den brenger van defen haeftig met

Tankoyjen Berg een af - lopent water
gevonden,genoegzaem tot drink-wa-
ter voor de geheele vloot, zoo men
met kleine vaertuigen daer by kon-
de komen , en niet door het vlakke
ftrant belet wert.

Tegens den middag quam de Se-
kritaris
rshranfz. met den tolk Mouris,
op den negentienden aen denkrijgs-
overfte
Siautongßong gezonden,weder
te ruch,met verilag aen den Admiraeh
dat hy des daegs te voore byden zel-
ven ontboden ; maergewaerfchouwt
was in tegenwoordigheid van zijne
Bevelhebbers nergens van te fpreken :
was ook door den krijghs - overfte
zelfs na zijn leger: (waer mee hy wel
vier of vijf mijlen,om met hem te fpre-
ken, herwaertsaengekomenwas, en
toen ontrent anderhalve mijle van
daer gelegen) gebragt.
Aldaer had hy
hem alleen den brief van den Admi-
raei overhandigt, en wijders mer
hem gefproken, volgens zijn bericht-
fchrift: zoo dathydeftêlfs meeninge
wel had begrepen : te weten , hoe
dees krijgs-overfte met vier duizent
gewapende mannen wel genegen was,
tot d\'onzen over te komen, om op
d\'ontbiedinge en aenrading van
Sing-
lamong
en Lipoui:éesge\\ï)x van Sihja en
Tonganpek, naer de kufte van Sina
(zonder den onzen byftant tot het
veroveren van de veftinge
Provintie
op Sakkam,en Zeelandia op Tayowan te
willen bieden) gevoert te werden:
mits d\'onzen aen hem
quamen te tel-
len een zom, van tien duizent tey-,
len Japans zilver :
waer van vijf dui-
zent voor af, om aen zijne krijgs-
knechten uit te deilen, zoo dra hy gy-
zelaers geftelt had,cifchte;met beding
d\'andrchelfthem,op de fchepen zijn-
Zs de

gaende af-fchrift brieven iien ook j Den een en twintigften was Hop-
open gezonden iiadden, om aen iien | man
Schimmel-penning met een bende
t overhandigen : dies zy grootehx \' krijgs-knechten aen d\'overzyde van
twijielden, ^ofzy c^nietteru^ ge- | het binnen-water geweeft , om het

I land aldaer t\'ontdekken. Twee bui-
ten - wachten van de Sinefe vyanden,
- , c c warenvan hunne poften landewaerts

een brief geheven te voorzien; hoe- j in geweken : ook verfcheen hy te-
Wel te verzwijgen dathy hen eenigh
j gens den avond , zonder eenighe
fchrijven van d\' onzen toegebracht | vyandfchap te plegen , of
ook den
liad: met bekentmaking, debeftier- | wand te vervolgen , weder aen de
ders voornoemt van hen gezanten i
temen : en had aen den voet van den

-ocr page 216-

rervol<{ op het tweede Gezandfchap

de,voor hem en ^ijne bevdhebbers als moften aUae—

ven , om in deze hunne onderhan-
delingh niet verhindert te worden.

Den brief, aen de gevangene Keer»
landers gefchreven, had dees krijgs-
overfte ook belooft te poft te zullen
laten beftellen. Volgens zijn voor-
2;even, derfde hy aen den Admirael
niet fchrijven, nochte ook gene an-
dere aenfienelijke perzonen met den
Secretaris zenden, ( uit vreze van
door zijn eigen volk verklikt te wor-
den ,) dan alleenlijk den voorigen Si-
nees , tot d\'onzen afgezonden,
om
daer op befchek van den Admkael
te bekomen.

Midlerwijle quam de Jonk Aymuy
byden Admirael onder de hoek van
7
ankoya, gezonden door den Onder-
Admirael
laireffe, van de rede voor
Tayowan, metbekentmaking : hoe de
vyand, zoo het hem met verrekijkers
toegefcheenen was , aen drie voor-
fchanfen zeer fterk gearbeid had, en
daer mede volkomen klaer geraekt
was,
met de zelve van den zee-kant,
tor
aen\'t water van den binnen-kant,
dwers overgebragt te hebben. Ook
waren des avonts te voore ontrent
acht of negen grote Jonken lütr^^a-
zeil gegaen. , .

Den twee en twintigften,des Dingl-
dags, vertrok de Tolk Mö/^raweder
met eenen van de Sinefen,tot d\'onfen
gezonden,na den krijgs-o verfte
Siau-
tongfiong, (blijvende in het leger op
Tankoya by den Admirael twee gyze-
laers in zijne plaetfe,) met een hand-
fchrift
in \'tSinees gefchreven: waer
by den zelven vijf duizend teylen Ja-
pans zilver belooft wert, zoohy de

dan ook zouden ter hand geftelt wor-
den.
Dit had hygeoordeek zeer wei-
nig te zijn :
wanthy dus doende zijn
welvaertmofte verlaten: met by voe-
ging , d\'inwoonders, die hy in des Se-
cretaris tegenwoordigheid doen ver-
fchijnen, en met tabak en
Kan^angs
befchonkenhad, ook aen onze kant
over te willen leveren. Wyders, gaf
hy voor, die van
Sakkam, en Tayowan,
ontrent negen duizent gewapende
mannen fterk, zoo dra hy overgeko-
men was, ook zouden trachten met
d\'onfen een goet verdrag aen te gaen:
waer toe hy als dan ook zijnen vlijt
zoude aenwenden,
ten einde zy, om-
gekocht by hem met geit, de kaftelen
en fterktentbeneftens het geheelland
weder in ruimden, en
zy naer dèku-
ften van
Sina vertrokken.Zo d\'Admi
rael tot\'t geven van vijf duizent teyl
op de hand konde verftaen , om
zijne krijgs-knechten daer mede om
te koopen,zoo was hy tot overkomen
gereet,en anders niet. Ter oorzake hy
. dat mer gek te wege mofte
brengen.

Voorders verzocht hy vijf hon-
dert morgen lands, nevens tv/ee hon-
. dert paerden, hem toebehorende, te
mogen behouden : mits hy den onzen,
de paerden zoo lange, tot dat zy vol-
komen meefter van het land waren,
zoude tot hun gebruik aldaer laten

WyderSihad hy op verzoek des Se-
kretaris aengenomen, de gevangene
jNeerlanders aen d\'onzen over te wil-
len leveren, met voorgeven, hyby
nachte de vrouwen en kinderen op
de karre, en de mans te paerde van
Sakkam zoude zoeken te krijgen:

SaKKam zuuae zoeken lc . ^— j

doch zouden hun reistuigh moeten gevangene Neerlanders van Sakkam
I____ x^« U^f^ Ap^te 7011 afvoert en aen d\'onzen over-

zou gevoert en aen d\' onzen over-
gelevert hebben : mits hy dan ook ge-
houden was,
met al zijnkrijgs-volk
tot d\'onzen over te komen, om na de
kufte van
Sina gevoert te wOi den.

Ook wiert door den T olk Mouns
overhandight eenklein open briefje,
om aen
onze gevangenen te tonen,en
daer door allen wantrou te benemen:
als
waer by hen het verdragh niet
\' siautongfiong wiert verwittigt, met laft
van de middelen, die hy daer toe zou
aen wenden,
wel waer te nemen.

Ten

achter laten. Ten einde hen des te
verwittigen, dacht hem raedzaem te
zijn, dat de Tolk
Mourits zich mede
derwaerts begave.

Eindelijk had hy aen den Sekretaris
verzocht, dat van onder de hoek van
Tankoya noch een oftwee fchepen na
Tayowan moften vertrekken, opdat
die van het kafteel en daer ontrent
gene redenen moghten hebben, om
herwaerts meer
maght te ftieren, en
voor te komen, hy met zijne krijgs-
mast niet wierde daer ontboden .Ook

-O

-ocr page 217-

Ten zeken dage wierden uit de
vloot voor
Tankoya, op verzoek van
den krijgs-overfte
Siautongsjong, twee
fchepen,
Terthok en Zierikz-ee , na
Tayowan gtT-ondtn, by d\'andere fche-
pen, onder den
Onder-admirael Lai-
rejfe,
met aenfchrijven op drie Jon-
ken, (die gezeid wierden van
Tayo-
ivan, met harte vleefch en rijs geladen,
ftonden uit te loopen, om den jongen
Koxin op Tanghoa daermede te voor-
Zien) te ietten, en zoo veel doenelijk
te verhinderen.

Des namiddags, den drie en twin-
tigften , quam de tolk
Mourits met
tweefchurfde afgezondenen van den
Sinefen krijgs-overfte
Siautongsjong
wederom, en was de bezending, tot
verloflingh onzer gevangenen onder-
nomen, vruchteloos uitgevallen : al-
zoo
Siautongsiong, voor al eer hy zulx
wilde ondernemen,eerft van d\'onzen
begeerde t\'ontfangen vijf duizent
teylen zilver : waer voor hy de twee
afgezanten in gyzeling zoude laten,
en naderhand zien, of hy de verloffin-
ge der gevangenen konde te wege
brengen, met voorgeven, verftaen te
hebben, dezelve, nu d\' onzen aldaer
gekomen waeren, met wacht bewaert
wierden.
Dies moften hunne wacht-
houders omgekocht werden. Dan
hier toe konde d\'Admirael en zijne
laed in genen deele verftaen , en
Wierden deze en de voorige gy zekers
Weer door d\'onzen na hunne mee
fters gezonden; hoewel de Tartaren
den Admirael tot uitkeeren van de
vijf duizent teylen zochten te bewe-
gen. Zy boden, gaven d\'onzen daer
op ten antwoort, hen genoeg aen,zoo
wanneer zy hen toezegginge deden,
om na de kufte van
Sina gevoert te
Worden: en ook niet anders aen
lamong en Lipoui hadden belooft:maer
niet dat de vyand, zoo hy hen genen
dienft quam te doen, daerenboven
geit van hen zoude bedingen. Hen
Was by het briefje, door den Admi-
rael in den beginne hen behandigt,om
aen het krijgs-volk te vertoonen, ver-
zekering van wel onthael en ook be-
fchonken te worden gedaen ; wan-
neerze de wapenen afleiden en over-
quamen. Daer tegens de Tartaren
weder by braghten : zy met hun-
ne overkomfte hunne landeryen, vee
en andere goederen zouden moeten
achterlaten : derhalve zy, met gek te
geven , tot het overkomen dienden
bewogen te worden,te meer de vyand
aldaer des t\'onfterker dan op dat ei-
land zou zijn. Maer d\'Admirael be-
tuigde : fchoon zy nu al gelt uirge-
fchoten hadden, dan evenwel door de
twee toegezonden gyzelaers ftch niet
konden verzekert houden van zijne
overkomfte. Daer om d\'Admirael

tontvLÏtVQtkh.QidQ:Siautongsjong,TLOO
hy geit begeerde, eerft overleveringh

der gevangene Neerianders, en daer
op zijne overkomfte moft voorgaan.
De Tartaren ziende fy daer mede niet
konden opdoen , vertrokken weder
na hunne verblijf plaetfen.

Den vier en twintigften, des mor-
gens, quam het Jacht
Zierikzee, voor
twee dagen neven
TertholenmTayo-
wan
afgevaerdigt, weder by de fche-
pen onder de hoek van
Tankoya, met
brieven van den Onder-admirael
Lai-
rejfe
, en de Sinefe beftierders op For-
mofa
en Tayowan, in antwoorde van
des Admiraels brief, den negentien-
den dezer aen hen gefchreven.

Z^ir^j/^, volgens zijn fchrij ven,was
Zierikzee en Terthole met het Fregat
de
Jonker in\'tgemoetkomen zeilen,
om des Admiraels meininge des t\'eer-
der te verftaen, en ook den Sinefen
brief des te fpoediger t\'overhandigen.
Hy nam met de
]önker en \'t Jacht T
thole
zijnen koers weer na Tayowan by
de gelate zes fchepen. Het geen zy
voor voorfchanzen, tot affnijdinge
van het kafteel
Zeelandia, hadden aen-
gezien, naer luid van zijn vorig fchrij-
ven, waren, zoo naderhant hen bleek,
flechts netten geweeft, die aldaer op
ftaken te droogen hadden gehangen-

De Sinefe brief voornoemt luid
vertaelt aldus:

Gy Hollanders fchrijft ons om het toe-
zenden van twee mannen , ter gefprek
met u. Maer dat zijn wy niet van zins
te doen, voor al eer ghy ons twee per-
zonen toezent,tergeJprekmet ons. Ook
verft aetgy onfefprake niet: daerom heht
ghy ons uwen hrief met twee Sinefe hoe-
ren toegezonden.

rFat

-ocr page 218-

deren perfoon aen land gebragt, geble-
ken , namelijk , dat de Hollanders met
de Ttrtaren noch vereenigt zijn, gelijk
dat de brieven, door
Singlamong, Li-
poui
en de zee-rovers en fchelmen Ton-
ganpek
en Sibja aen öns gefchreven ,
mede brengen. Dies wy niet weten, wat

denken zullen : en is hier uit niet an-
ders te gelooven , als dat zulx \'ge-
fchiet om ons te bedriegen , en ons volk
alzoo hier van land te krijgen : daer
wy met voorzichtigheid wel in zullen
voorzien.

Wij ders, hebt ghy lieden, volgens be-
richt uwer gevangene Hollanders aen
ons, aen hen gefchreven van de Tartaren
bedrogen te zijn: alzoo ghy heden , niet
eene plaetfe tot uw bezit, om uwen koop-
handel te drijven , hebt kunnen beko-
men , en dierhalve noch op zee met
uwe fchepen moet zwerven. Ingevalle

Affam, en noch twee aenzienelijkeper-
fonen, wy beloven dezelve wel te han-
delen,
en na gedane zamenfprake weder
los te laten en niet op te houden. By ver-
dragingh dan met de Hollanders , zul-
len wy ook hunne gevangenen in vry-
dom ftellen, en hen dezelve laten toe-
komen\'. daer beneffens den jongen
Ko-
xin , Sepoan
genaemt , laten weten,
dat wy met de Hollanders vereenigt
zijn...

De fcheeps - raed fchreef daer op
aen de Beftierders van
Formofa en
Tayowan, den vier en twintighften
van Lou-maend, uit
Tankoya op de-
zen zin weder te ruch:
om met den anderen van verdrag te fpre-
ken , zonder ghy door onze gevangenen
^ een lettertje hebt laten fchryven. Ghy
lieden , zeggen my daer op als noih,
moet eerft iemant tot ons za nden, en ho-
ren ons antwoort op uwe gedane aenbie-
dinge van ons of
Queiang , Tamfuy,

Wathelangt den brief aen uwe gevan-
genen ge fihr even, dien hebben wy door
hen in onze tegenwoordigheid doen ver-
talen , en daer uit verjlaen , het doen
van uwe groetenis aen hen by den zel-
ven : ook
uwegenegentheit van met ons
te willen verdragen , en de vriendfcyap
der Tartaren af te fnij den : met verzoek
daer en boven , dat de gevangenen zou-

uilen wy met malkanderen nader in ge-
fprek komen , en lichtelijk een goet ver-
drag maken. Des neen, en zoo ghy lie-
den ons hier op geen antwoort laet toe-
komen , zullen wy in den tijt van twee
dagen onze oorlogs-vane opjleken en on-
ze wapenen allerwegen tegens u gebrui-
ken : want wy zijn zoo kleinmoedigniet,
orn u te voet te vallen. Onze bevochte
zege voor
Quemuy en Aymuy , met
vernieling van die beide Steden, als ook
van de fterkte op
Koiongfoe e« Gout-
foe
geven ons daer toe gene reden. Wy
dan u door de zachtfle middelen tot ge-

hebben. Ook ftaen wy zoo q^ualijk by de
Tartaren niet, als ghy wel meent.

Den koophandel genieten wy reeds in
Hokfieu. Hun geheel land ftaet voor
ons open. Wy mogen met onze fchepen
daer in alle havens komen. HunneIml-
pe van Jonken en
krijgsvolk hebben zy
ons toegezeit, zoo ghy lieden hertnek-
kig blijft. Derhalve weeft welbedacht,
en misbruikt onze goede genegentheid
niet, terwijl die ugebeuren mag. Hier
nevens gaet een briefje aen onze ge-
van genen, gelieft dat aen hen te laten
overhandigen. Wy bemerken die on-
ze meenrnge niet wel verftaen heb-
ben : waer vmi wy hen tegenwoordig

nader

Wy hadden gedacht op ons jongde
fchryven beter antwoort van u lieden te
bekomen, dan uwe brief, heden ontfan-
gen , inhoudt : want daer by is ons ge-
bleken , dat ghy ongenegen zijt iemant \'
van duwen, nochte ook genen onzer ge-
vangenen tot
ons te zenden daer noch-
tans in ons aenwezen voor
Quemuy,
zoo als wy op ons vertrek na herwaerts
den mo<ren werden in vrydom "gefielt. Is \\ ftonden door
Sepoan een brief van hen
du zoo, het zou ons zeer aengenaem \\ toegezonden is,met meldingvan uwe ge-
zijn. Dan het tegendeel is ons uit ze- \\ negentheitmet ons te verdragen. Maer
keren brief, door KiSzmennoch een an- nu eifcht ghy lieden van ons gezanten

van deze tegenflrijdigheid vermoeden of Peiioe , ö/Lamoa m te ruimen. Dan

dit de waerheid is, wy zullen zien met u | ne redelijkheid kunnende brengen, zoo
te verdragen. Zijn de Hollanders des \\ verhopen wy zulx door de wapenen te
genegen,
en met hunne gevangenen wil- doen : want wy onzen Godt, denSchep-
den \'fpreken, zoo laten zy tot ons zenden per van hemel en aerde, aen onze zijde

-ocr page 219-

fchap met hen geraekt zijn : en daer-
om als nu gekomen waeren , om met
hen te verdragen : met byvoegen zy <
ten naefte by wel bevroeden kon-
den , ten welken einde zuix door
hen gedaen was. Dat daer uit ook
voort fcheen te komen het vermeten
fchryven van de Sinefe Beftierders:
\'t welk hen in genen deele wel geviel:
want zy geenfins oorzake hadden,
om kleinmoedig te zijn. Wilden de
Sinefen (nu d\'onzen daer gekomen
waeren) door hen gevangenen aen
d\'onzen niet laten fchryven, nochte
ook niemant van de hunnen aen hen
Zenden , om hun antwoort te ver-

het fchryven der gevangenen hadden
gedaen , zoo dedcnze blijken, dat
d\'onzen hen behoorden te voet te
Vallen : \'twelk zy niet van meenin-
ge waeren. Dat zoo den vyand het
tot de wapenen het komen, zy lie-
den echter den moet niet verloren
Wilden geven.

Deze antwoort brieven wierden
Lairejfe met het Jacht Zierikzee toe-
gebraght : met fchryvens daer en
boven aen hem : dat de bezending,
tot verlofTingh der gevangenen on-
dernomen , vruchteloos uitgevallen
was : ook dar de krijgs-overfte
siau-
tonghong
hunne onderhandeling met
hem aen die van
Tayowan, naer luit
Van hun fchryven , fcheen overge-
brieft te hebben.

Op het zenden dezer brieven aen
land, met de voorigeSinefen,wiert
Lai-
^effe belaft twee dagen na befcheit te
vertoeven : doch zoo daer op niet
volgde als dan een kanon-fcheut
met Icherp na land te doen, en met
van ai de fchepen een bloet-vlag-
te iaten waeien , en alzoo gexa^

^ader onderrechten. Wel is waer de menîlijk herwaerts aeo te komen.
Tartaren ons des verleden jaershedro- \\ om met eikandre t\'overleggen, wat
gen hehhsn ; maer als nu is zulx niet ge- hen voorders zq-u te doen ftaen.

jchiet.

Ook verwittigden de fcheeps-raden zoek der onzen, eenigen mannen
by brieve de gevangene Neerlanders: | om met hen te fpreken quamen af le

hoe zy uit den tweeden brief, hen van \'

deSmefe Beftierders toegcbragt, be-
merkten, zylieden den vyand wijs ge-
maekt hadden, dat d\'onfen den Tarta-

ren zouden afgevallen,cn als in vyant- \\ koopman Filips Mey.

Den vijf en twintigften , desnacr-

middags, quam de\\tndngChrißoffel
Juflvan landden Admiraei aen boort
verwittigen ; hoe de vyand dien mor-
gen met den dag , over het binnen-
water van r^^%^opdeftrekelands,
daer hun leger lag, met een krijgs-
magt was gekomen, zoo te voer als
te paerde, fterk over de zeventig ven-
dels, zoo hy getelt en ontdekt had:
by gelegentheit hy met noch vijf man
dien nacht verleden, om wat wilt op
te doen , een ftuk wegs om de zuid
na dc reviere van
Tamjuy uitfchieten
1 was geweeft.

Dan ingevalle zy , volgens ver-

zenden, en begeerden iemant van
d\'onzen daer en tegen weer na
land ginge , dat
Laireße als dan daer
toe gebruiken konde den onder-

D\'Admirael voer daer op na land.

ftaen , op d\'aenbiedinge , die zy by liet de bequaenifte plaets , ontrent

een kanon-fcheut van de voet van den
Apen berg, (daer ons volk onder ten-
ten reets gelegert lag) affuijden, van
den zeekant af lo t aen het bin n en-wa-
ter toe , en gefchut aen
land bren-
gen , namelijk tvvee metaleacht pon-
ders : twee wijd monders , en twee
Prinfe ftukken , om den vyand te-
genweer te bieden. Dees had zich
ontrent een uure gaens van d\'onzen
neergeftagen en veel trotfering met
de ruitery gemaekt; maer niet der-
yen aenvallen op ons volk; welk zich
ftil aen den berg voornoemt in flag-
orde (om hun voordeel niet te verla-
ten) had gehouden. Evenwel wiert
de geheele naght aen d\'affnijdingh
gearbeid en het gefchut by de wer-
ken gebragt.

Des morgens, den zes en twintig-
ften ,zond de vyand met drie man ee-
nen brief aen den
Admiraei, die hen
buiten d\'affnijding , hoewel noch
niet volmaekr, in een daer op geflage
tente gehoor verleende. Hy luide
vertaelt aldus:

Zz

Tathon-

-ocr page 220-

brief aen den Hollandfchen Admi-
rael, uit een oprecht herte en goede
genegentheid : daer toe ik den He-
mel tot getuigen nemen.

Den brief,door den Admirael gefchreven,
heb ik ontfangen en uwe meening uit den
inhout verflaen : als ook uit de woorden,
tegens mijne afgezondenegefproken. Na
ik bemerke,fo ztjtgy Hollanders een volk,
edelvangemoet en begaeft met wijsheid
enverjiant.
Wy zoeken daer om met de
Hollanders weer in vrientfchap te ko-
men. Mijne meeninge heb ik voorhene
tegens den Sekritaris en dentolkyiou-
rits geopenhasrt. Vermaeks halve ben ik
nu met mijn krijgsheir overgekomen.
Volgensfchryven mt
Tayowan aen my
is een brief van
Sepoan gekomen, in-,
houdende lafl om met de Hollanders vre-
de te maken . Ten dien einde zijn ook
twee Mandarijns in
Tayowan gezon-
den , om met de Hollanders te verdra-
gen , en hen in te ruimen zoo danige plaet-
fen, als zy zullen begeren. Dies ik ho-
pe , dat wy met malkandre weder vrien-
den zullen worden. Om daer toe te ko-
men , zende ik dezen brief aen V, met
verzoek van gezanten te willen zenden,
ter reize met my over land na
Tayowan,
cm aldaer een eeuwige vrede tuffchen
ons en de Hollanders te maken, en noit
weer tot den oorlog tevervullen.Gefchre-
ven de twalefde maent, den negentienden
dag.
Was onderdrukt met zijn zegel.

Waer op de Tolk Mourits met twee
der
Tartarifche afgezanten wert ge-
zonden na des vyands leger, om hun
voornemen nader te verftaen, en de
meening der onzen ook bekent te ma-
ken. DeTartaren quamen vooraf, en
de tolk des avonts te ruch. Dees
wierd aenftonds wederafgeyaerdigt,
metmondeUng befcheit : d\'onzen in
hun verfoek bewilligden,
te weten,om
twee perfonen van nunnent wege tot
hen te zenden, als d\'aengebodene\'zes
gyzelaers in hun leger zouden ge-
komen zijn : die daer op noch des
nachts met den tolk
MouritsstM\\Q-
nen.

Daer ging te dier tijd een gerucht
en de Sinefe Overfte had hst ook te-
dat de jonge
Koxin met zijn volk op
de kuft van
Sina al tot den Tartar
overgekomen was, en mitsdien ook
zijn krijgsvolk van
Formofa daer ont-
boeien had , om dat land weer aen
d\'onzen over te geven. Maer dit
quam namaels in rook te verdwij-
nen.

Den zeven en twintigften des mor-
gens, volgens befluit daer op byden
Admirael en zijnen Raed genomen,
wierden onze Gemaghtighden na
\'s vyands leger gezonden : namelijk
de Luitenant
Hendrik Noorden en on-
der-koopman
Joannes Renaldus , met
by voeging van den Boekhouder
Joan-
nes Meiman ,
als taelman. Zy wier-
den met paerden, hen te gemoet ge-
zonden, en dacr op zy gingen zitten,
ingehaelt, en by den Sinden krijgs-
overfte wel ontfangen cn onthaelt.
Hy ftont , volgens zijn gedane toe-
zegginge, met zijn ganfch leger, be-
ftaende in ontrent twee duizent ge-
wapende mannen, noch dien dag op
te breken, en nevens onze Gemag-
tigden over land na
Tayowan te rei-
zen.

Den Gemagtigden was door den
Admirael en Raed dit volgend, om
de Shiefe Beftierders van
Formofa en
Tayowan voor te houden, in gefchrift
medegegeven.

I.

Dat 2.y het geheel land van Voïmoï^L
ons zullen overgeven en inruimen , om
by de Kompanjie, als voorhene^ bezeten
engeregeertte worden,

n.

Inzonderheid het kaßeel Zeelandia
op Tayowan, en de vèfling Provintie
op Sakkam, met al het gefchut en verder
krijgs-gereetfchapals
öö^ Quelang-

III.

Herftelling van Kompanjiesgoederen,
koopmanfchappen, geit en andere midde-
len , nftet het overgaen van
Tayowan
hen in handen vervallen, en vergoeding
van d\'onkoHen, nu twee jaren met een

vloot

_ , ; eens deti tolk zelf verhaelt,

Tathonling Totokiiau zend dezen ^ - - » --

-ocr page 221-

\'üloöt fchepen herwaerts gedaen , be-
groet op zefiig tonnen gouts.

IV.

Alle fchuldenaren aen de Romp an fte,
haere dienaren , en vrye luiden zullen
hun fhult voldoen.

V.

Onze gevangene zullen datelijk in
vry dom geftelt, en met hunne goederen
ons aen de fchepen toegezonden worden.

VI.

By inwilliging van deze voorwaerden,
zaltuffchenons en hen een eeuwige vre-
de , en alle gefchiede dingen vergeten en
vergeven hlijven.

De Gemagtigden wierden daer en
boven belaft deze punten hen van
ftulc tot ftuk voor te houden , met
aenzegging dit d\'eifch van d\'onzen
was: beneffens te verzoeken daer op
een kort befcheit: wat zy genegen
Waeren in te willigen of niet in te wil-
ligen, en voorts wat zy van d\'onzen
Verzochten.

Drie bootsgezellen , den Gemag-
tigden
mede gegeven, om eenig goet
te dragen , quamen weder te ruch:
heneven eenige Sinefen , door den
Vyand gezonden met twee levendi-
ge verkens en vier zakken met
^atatafen , tot een vereeringh aen
d\'onzen. De brengers wierden van
den Admirael met twee
Kangans be-
fchonken en de buik vol eeten gege-
, daerfe zeer gretig na waeren.
Hy verzag hen ook met een verlof-
briefje , om van ons leger of aen de
buiten-wacht eet-waren te mogen
brengen.

Na de vyand met zijn leger opge-
broken was , heeft d\'Admirael, vol-
gens bet befproken, zich ook gereet
gemaekt, om met de bekomen gyze-
laers van
Tankoya Ook na Tayowan te
Vertrekken. Ten dien einde begaf
l^y zich met dezelve des avonts van
jand op het Jacht
vlaer dinge, en beval
i^et gezach aen de Hopmannen,
Poo-
Hooft: beneff~ens Schimmel-
als tweede, de Bitter ,2i\\s
Q^rde: mits van de zeftien krijgs ben-
den , toen aen land, d\'eerfte zes?
d\'andere elk vijf onder zich hebben
zouden. Het leger was daer reeds in
behoorlijke tegenweer gebragt: d\'af-
fnij ding volmaekt, en daer op het ge-
fchut geplant : daer beneffens met
eene borftwering van planken , om
fallen tij de, des noot zijnde, haeftig
met aerde aengevult te kunnen wor-
den, voorzien.

De fchepen Nootehoom, Mars,Naer-
den, Vlißngen, Buikfloot
met de Jonk
Quemuy, bleven daer op de rede leg-
gen- .

In den avond dan ging d\'Admirael
met het Jacht
vlaer dingen , gevolgt
van een der Tartarifche Jonkjes, on-
der zeil : en quam
des morgens, zon-
der gevordert te hebben , door de
fterkgaende ebbe om de zuid , een
groot half mijle bezuiden
Tankoya,
Weer ten anker.

De fes Sinefe gyzelaers,die in plaets
van onze drie Gemagtigden (over
land na
Tayowan vertrokken) in gy-
zeling gebleven waeren, verhaelden
en verkiaerden. onder het drinken
van een teetje met den Admirael:
hoe de meefte parthye van de Sine-
fen, die toen op Jornö^ä zich bevon-
den , niet genegen waeren aldaer te
volharden ; maer veel hever na de
kufte van
Sina, hun eigen vaderland,
daer Zy\'gewent waeren , en hunne
vrienden noch hadden , wilden ver-
trekken , en zich aldaer onder des
Tartars gehoorzaemheidt begeven.
Dat d\'oude
Koxin op Form^a met
zijn krijgs-volk overgekomen was,
daer van zeiden zy niemant meer de
fchuit te hebben, alszekerP/^«^.*
want hy het hem zeer aengeraden
had.
En dewijle het by hen op For-
mofa
zoo niet gevonden was, alshy
hen wijs gcmaekthad : maer een gro-
te meenigte van de hunne in den oor-
log omgekomen , en door d\'ongc-
zonde lucht van
ziekte geftorven:
daer beneffens nu hun Hooft fteden
Ay en Quemuy quy t en in armoede ver-
vallen waeren, Too^^^sètQsPinkqua
by de Sinefen in geen achting. Ook
zouden de krijgsknechten en andere
verzocht hebben, om Zijn vleefch van
het gebeente
levendigh af te mogen

fnij-

-ocr page 222-

fnijden , en ieder een ftuk daer van
op t\'eeten. Maer hen was zulx niet
toegelaten.

Des avonds bequam d\'Admirael
met het Fregat de
Jonker , door den
Onder-AdmiraeU^Jw/^ van voor de
rede van y^/fjy^ï« afgezonden, eenen
brief van de Sinefe Beftierders , die
op dezen zin uitquam:

De lefiïerders van Formofa, Gamja,
Siautongfiong , Koulauja , An-
glauja, Ouvvilauja, Taniauja,
en
noch een tweede
Taulauja, Jchrijven
uit hunnen naem dezen hrief aen den
Heer Admiraei.

JVy zoeken niet anders y. als vrede. Wel
hehhen wy hrievenvan den
Tartar ont-
fangen ; maer willen daer na niet luifie-
ren, noch
met hen te doen hehhen. Ghy
fchrijft in u wen hrief, hyons ontfangen,
om het zenden van twee Gezanten, of dat
ivy anders gene vrienden zullen worden.
Het is maer, wy zijn nu d\'Eilanden
Ay
en Quemuy, als mede Goutfoe quijt-,
maer vragen daer niet na: want wy heh-
len die al willends ledigh gemaekt, en
denTatXMdaerin laten komen. Tegen
dezelveTanaten hehhen wy gevochten,
Bethetok en andere hunner Bevelheh-
hers om den hals gebracht. \'Ly hehhen
wel de huizen en wooningen op de Eilan-
den
Ay , en Quemuy en Goutfoe ver-
meit en verbrand, daer beneffens de
fteden en fter kt en aldaer eenigh fins af ge
hrooken ; maer de ftoutheid niet gehad,
om de zelve in te houden: zoo dat wy
wel weten, wat voor volk de
Tartaren
zijn. Voor deze hebt ghy Hollanders
ons ookßaegsgeweeft in de Piskadores,
a By l\'on- Baxcmbay
en ^Loakhau. Dies wy de
z,en het nau ^^f^^gf-Q der
Hollanders wel kennen, en
van Tayo ^^ Hß^en ook weldonze. Het is waer,
voor O^mvLJ hebben wy denßagh ver-
horen , en de fteden aldaer zijn door de
Tartaren ingenomen: maer dit is ge-
fchiet met hulpe der
Hollanders. Aen
onzen kant hebben wy veel volks verho-
ren; doch weten ook wel, dat ghy ook
verlies geh ad hebt. Wijders ^ een brief
is met twee Mandarijns van Sepoan^^-
komen, met inhoud dat wy met de
H ol-
zintszijt, om met ons te ver dragen 1 of
des niet genegen zift, laet ons dat met
den eerften weten.

Wat ons belangt, wy hebben van
Sepoan laft, met den Admiraei ie ver-
dragen , op dat wy met malkandre als
vrienden en broeders mogen leven. Waer
om met den anderen oorlogh gezocht, als
wy heter konnen > Wy behoorden met mal-
kandre vrede te maken, en als broeders
te leven. Wy hebben ook uit uwen brief
verftaen , zoo wanneer wy binnen twee
dagen genen Ambaffadeur aen u quamen
te zenden, dat ghy tegens ons de wape-
nen woud by der hand nemen. Aengezien
dän uw fchrijven wat hart was, zoo heb-
ben wy het voorftaende ook
wat hart in-
geftelt. Doch zijt ghy lieden van zints
teverdragen, wy zullen uw fchrijven na-
komen , en een begin maken, terwijl de
twee Af- gezanten van
Sepoan hier nu
zijn. Het geen dan deen tegen den an-
deren te zeggen heeft, dient men mal-
kanderen als nu te verftaen te geven.

De brieven, door den Heer Admiraei
aen de gevangene HoWmditis gefchre-
ven , hehhen wy aen hen wel overhan-
dight. Wilt gy lieden dat geen geloof ge-
ven , zende
Alfam na land, om de waer-
heid van dien te vernemen.

Dees brief was onderdrukt met het
■LQgdvanOuwiden: bo ven in de tijtel
Ouwilauja genaemt. •

Den negen en twintigften ging
d\'Admirael met het Fregat
de Jonker
weer zeil: maer het Tartarifche Jonk-
; je begaf zich weer na den
Apen-berg.

Des morgens den dertigüen was
d\'Admirael ontrent twee mijlen
Noordwaerds van de hoek van
Tan-
koya
gevordert, daer hy weder door
den herden ftroom ten anker
quam.
Aldaer wierdt hem door twee geringe
perfonen, in twee Sinefe Chiampans,
onder geleide van den
Zeehond, van
Tayowan een brief van den jongen Ko-
^in
, of anders by de Sinefen Sepoan en
Kimfia genaemt, die zich toen noch
oponthield, toegebragt.

Ook boden zy den Admiraei tot
een fchenkaedje twintig zijde ftoffen,
vierkanafters Japanfe Tabak, en tien

lyurnvfi , /^/cc-t "/ ^\'.•k- ijvj.- TIV»-----------j--

lanfietszullenzoekenvreedetemaken,\' l2ip^\'^^^ Appeltjes aen: maer wier-
en hen een plaetfe in ruimen, om met den by hem , uitgezeit d\'Appeltjes,
ons te handelen. Zoo ghy lieden dan van geweigert t\'aenvaerden. By dezen

1 brief

-ocr page 223-

fadd wierd den onzen niet meer aeli- j geftaen. Ookliebik dezelvelief ge"\'\'

geboden , als bet bezitten vanher ei- had, gelijk ik ook hef hebbe den Hol-

land Lamoa, als breeder blijkt uit het landfchen landaert. Derhalve zend ik "

volgend vertaelt: tegenwoordig twee Mandarijns, "

\'LJiouan,cQnditnztTV2LnTfiouhontok, püu-Thoujm-Japien , en Lungcugia\'\'

IS weerom gekome,en heeft my goede Tsiouki, en heb dien beiaft, met den
tydingegebragtvanden Heer Admi-

ï\'ael, met\'verhad: hoe de Hollanders
genegentheithaddeojom met ons vre-
de te maken. Wy hebben den brief.

landfe gevangenen gefchreve, ontfan-
gèn,cn den inhout van dien begrepen,
ïk verblijde my zeer over de groo-
te liefde der Hollanders tot hunne

Hollanders de vriendfchap der Tarta- "
ren verlaten, ten einde wy de Tarta-
ren vertrouwen mogen. Bygetroftèn «
verdrag met elkandren, zullen wyu "
het eiland Zd-i^wö^j in bezit geven, enu "
uwe gevangene toe laten komen. Als "
dan konnen wy den koophandel te "
zamen drijven, en ghy met uwe Sehe- "
pen by ons,en
wy weder met onze tot "
ukomen. Immerszou diteengoede\'\'
zake wezen. Dat ik zulx van herten «
nieene, daer toe neme ik den Hemel"
tot getuigen. En gelieft eens te be*
denken, of dit niet een goede aenbie-\'\'
dinge is. Gefchreven in de twalefde "
mane, den eerften dagh. Was onder- «
drukt met .S^ö^wx zegel.

Zoo d\'Afgezondenen den onzen,
op des Admiraels afvraging, bekent
maekten, waeren zy eerft in de
Piska-
dores,tn
van daer,volgens hunnen laft,
voorsvijf dagen in
Tayowan, om met
d\'onzen te verdragen, gekomen: doch
zouden aldaer al eer verfchenen zijn j
ten waere het quaed weder hen eenige
dagen op
Tangsoa had opgehouden.
Daer benefTens hadden
zy daegs te
voore verftaen: dat onze drie Gemag-
tigden, tot hen afgezonden, op den

Heer Admirael te zullen zoeken tê "
verdragen, en daer toegoedewoor-"
den te gebruiken. De Heer Admirael,"
hoopen wy , zal zich aen zijnen kant "

door den Heer Admirael aen de Hol- ; ook laten vinden, om in verdragh te

komen : en zal het zelve zeer goet "
voor de Kompanjie en ons zijn; alzoo "
wy dan goeden winft met elkande-\'\'
ren in het ftuk van handel können
vangenen. ïn het verleden zuider 1 doen. Zoo wy nu met den anderen "
Mouffon, zijn de Hollandfche fchepen | komen te verdragen, zoo moet ghy

in de Piskadores gekomen, en hebben
aldaer eenen brief aen den Mandarijn
gegeven : die alleen niet heeft der-
Ven op zich nemen, \'t geen zy daer by
begeeren. Daerom heeft hy den brief
aen my gezonden : waer op ik eenen
^^nej: aen dea Heer Admirad heb la-
ten afgaenrdaer by ik verzochte vrede
nK\'t de Hollanders temaken. Maer
mijn fchrijven in de
Piskadores
gekomen zijnde ; waeren de Hol-
landfche fchepen al vertrokken na
tiokfieu. Op de komfte des Heeren
Admiraels, met zijne fchepen voor
Quemuy, is\'er een dienaer gezonden
Van
Siouhontok of Tonheenfek, en heeft
eenen brief aen den Hollandfchen
Admirael gebragt. Waer op de Admi-
rael had gezeid, reeds met de Tarta-
ren verdragen te zijn, en dienvolgens
yet de Sinefen gene vriendfchap kon-
maken : ook gene reden had, om
g^«^aekte vrientfchap met de Tar-
taren te breken.

Dan uit oorzake wy met de Hol-
landers toenmaels niet konden ver-
dragen , zijn wyflaegs geraekt. Het
is waer, daer zijn een hoop boeren op

^^^w^y doot geflagen; doch zijn van : uguwi, ocu ,

c Hollandfche zijde, zoo wy ver- j wegwaren,omin verfchij-

fouwen, ookgebleven. Onze mee-s nen. Ook waren al onze gevangenen
"^nge was niet geweeft, met de Hol-1 noch by levenden lij ve,en wd te pafte,
^nders ftaegs te raken; maer wy dach-! D\'Adm irad voerde hen te gemoet,
ep?^ "^f ^ dkanderen vreede zouden als d\' onzen het dland
lamoa begeer-
bunae^t hebben. Al de boeren,
den, zy dat t\'allen tijden wd konden
oonachtig op d\'eilanden, en langs |
krijgen, en derhalven hunnen aenbie-
van de kuft van
Sina, 1 ding niet van doen hadden: ook dat
"en onder mijne gehoorzaemheit
j zy den oorlog om Lamoa niet tegens

^ aaa hen;

-ocr page 224-

kriftcn zielen,zonder hen iet mifdaen
te hebben, tegen belofte hadden om
\'t leven gebragt.

Onze gevangenen, gaven zy daer
op ten antwoord, hadden hunnen
brief, door den Admirael aen de ge-
vangenen gefchreven, zoodanig uit-
Tclcit: dat d\'Admirael daer by het ei

dan d\'eilanden Ay en Quemuy, Goutfoe
en andere daer ontrent niet moftcn
hebben afhandig gemaekt. Voorts
ontkenden zy eerftelijk volmondig,
dat zy onfe gevangenen prediker, en
andere om \'c leven hadden gebraght;
en
niemand zoude kunnen zeggen,
dat gefien te hebben : maer die van
ziekte hunne eigen dood geftorven
waeren. Doch zy daer mede niet wel
door kunnende, verhaelden met ftij-
vekaken, datzy om \'ticven waeren
gebraght: ter oorfake zy de inwoon-
ders van
Formofa getracht hadden, tot
het voeren van de waepenen tegens
hen, cn het ombrengen der Sinefen
nevens hen , opgehiift hadden. Om
dit voor te komen, had Koxing den
Land-droft
Jakoh Valentijn af-ge-
vraegt : of hy voor de Hollanders, in
de dorpen verdeelt, foo zy zich daer
in quaemen te verloopen, wilde in-
ftaen. Dit had dees geweigert: waer
over
Koxing genootzaekt was ge-
weeft, dat te doen. Dit dan voor
dien tijd daer zoo by blijvende, liet
d\'Admirael hen af-vragen : of zy
genen meerderen laft , buiten den
brief, om aen de onze eenige ande-
re aenbiedingen te doen, hadden.
Wanneer door hem neen dacr op
wiert geantwoord, diend d\'Admirael
hen daer op : dat d\'onzen dan nu,
noch in der eeuwigheid gene vreden
met hen zouden komen te maken.

Als wanneer zy daer weder op ant-
woorden : de Kompanje dan haer
beft konde doen : want zoo zyzich
met de Kompanjie niet konden ver-
dragen , zouden zy zich ondcr den

tegens; maer om Formofa en tayowan \\ Tartar gaen begeven,cn maken dat de

voerden : alwaer zy zooveel kriften I zelve daer genen handel vermogt te
bloed geplengt, ja onze predikers, drijven Dan dit dreigen floeg de Ad-
fchoolmeefters, en andere onnofele mirael in dc wind cn diende
dacrwe-

der op: by aldien zy den oorlog noch
niet moede waren, het de Kompan-
jie haer ook niet zouden laten verve-
len , de wapenen, tot den uitterften
ondergang der
Sinefen , tegen hen te
voeren. Zy bemerkende met hun
trots fpreken niet opdoen , noch op
verhaelde wijze met d\'onzen in ver-

de wederzijds gefproken e redenen
geliefde aen eene zijde te zetten:
want zy liever met d\'onfen in vriend-
fchap , als in vyandfchap wilden le-
ven , en waeren derhalve ook, om
met hen te verdragen, acn den Admi-
rael door
Sepoan gezonden : ook dat
d\'Admirael geliefde met zijn Schip op
de
Tayowanfe rede te komen : alwaer
zy weder (na beraetflagingh met de
Beftierders van
Tayowan , wat hen
om d\' onfen te vergenoegen te doen
ftont) by den Admirael aen boord
zouden verfchijnen : acn gefien zy
als nu weder geneghen waeren te
vertrekken , en het toegedragen te
verhalen. Waer op d\'Admirael hen
diende, hy om met zijn Schip voor
Tayowan te komen, zijn beft zoude
doen, en zy konden vertrekken, alife
wilden: ook dat zy hun
befluit kort
en goet, cn den onzen fpoedig hunne
goede of quaede meeninge bekent
moften maken: met byvoegen, foo
zy hun goet voornemen wilden doen
blijken, eenige van onze gevangenen
met zich moften brengen, ten
einde
d\'onzen daer uit verftaen konden de
oorzake, waerom zy niet een briefje,
federt des Admiraels aenwezen al-
daer ,gezonden
hadden: want dat in
d\'onfen
grote bedenkingen, van, ofze
mede niet wel om denhals
gebraght
en
mogten zijn , veroorfaekte. Ook
vroegh met een d\'Admirael hen af:
waerom zy het verleden jaer, en ook
nu den onfen hunne gevangenen niet
hadden laten toekomen, volgens be-
ding, op het overgeven van
Tayowan.
Op dit laetftc zeiden zy: het onze

gevan-

land Lamoa eifchte : met byvoegen , drag konden komen, verzochten der-
zoo het den onfen te doen was ge- | halven , na zich daer op een weinigh
weeft om
Formofa en Tayowan, fy hen | bedacht te hebben, dat d\'Admirael al

-ocr page 225-

gevangenen waren
verleden jaer daerom gezonden te
hebben: dan wijl dit niet gefchiet was,
waren zy noch in hun geweld ge-
bleven.

Nagedane toezegging aen den Ad-

van kacs en bróód en een dronk wijn,
Vv^aren zy van boort-we dér in hunne
vaertuigen geftapt en naer landt ge--
varen, om, volgens hun voorgeven,
van daer naer
Tayowan over land te
trekken.

De zes Sinefe Gyzelaers, die aen
boort des Admiraels waren, én
daeghs te voorehem verklaert en ver-
haelt hadden, hoe de meefte Sine-
fen op
Formofa niet genegen waren te
blijven; maer liever zich onderden
Tartar wilden begeven, verhaelden
tegen den Tolk
Mouris, datter ook
wel eenige genegen waren aldaer te
blijven woonen : Ja, ook
wel zom-
mige groote en aenzienelijke perzo-
nen,en inzonderheid
éQmgeTartaren,
die voorhene tot de Sinefen overge-
lopen waren : waer van
Mouris wel
twee aenzienelijke kende , met na-
me
Ampontok , en Ampontia : bene-
ven veel andere overloopers van
de
Tartaren, die hy niet konde noe-
men.

Den een en dertighften quam de
Admirael met het fchip
Vlaer dinge tot
öntrent een halve mijle bezuiden
Sa-
kan
, en des anderen daegs op de Tajo-
wanfe
rede voor het kafteel Zelandia,
by de fchepen Tertholen , Zierikzee,
Overveen, Kaned-hoom, Me-
denbhck
en Nieuwendam : gelijk de
Jonker des avonds.

Den tweeden,tegens den middagh,
quam de tolk
Meiman, met een Sinees
Cbiampantje van land, en aen boort
des Admiraels: beneven eenen brief,
door de gemagtigden, de luitenant
Hendrik Noorden en Joannes lienoldm,
^it Tayowan des verleden nachts aen
den Admirael gefchreven : waér by
d\'onzen verwittigden: hoe zy
«en acht en twintighften van Louw-
IJiaend, (ua het opbreken van den
^ \'^ygs Siautongsjong, met zijn

niet te mogen fpreken.

Des anderen daeghs, na hunne
aenkomfte in
Tayowan^ was hen ge-
hoor by den ftede-houckrö/^H?//^?f;<?
vergunt, ook hen in
het by hem ko-
men, gevergt, de groete op de Si-
nefe wijze al knielende tedoen: het
welk door d\'onzen geweigert enaf-
geftagenwas.

Wanneer Oumilauja door den Si-
nees
Pinqua had af-gevraeght, ten
welken einde zy aldaer by hem ver-
fchenen waren, en hem het zelve
door hen te kennen gegeven was,
met verzoek zy de maniere , op
dewelke
Ouwilaujamezhen genegen
was te verdragen , wel eens wilden
verftaen , had hy zich gedragen
aen den brief, door onze gevan-
genen , den zeften van Winter-
maend, des veideden jaers aen den
A dmirael gefchreven. Hier op vroeg
hy de gemagtigden af: of zy ook iet
anders te zeggen wiften:
zooja: zy
hem dat bekent zouden maeken.
Waer op dan de gemagtigden vervol^
gens de punten , door den Admirael
en zijnen raed hen ten dien einde
medegegeven, behalven het vierde
punt, fpiekende van de voldoenmge
der fchulden , zoo aen de Kompan-
jie , hare dienaren , als vrye luiden,
hem te vooren hielden. Dan daer na
wilde hyin genen deele luifteren;
maer zeide : die voorftellen te
vreemt en kinderlijk ook niet be-
antwoordens waerdigh te zijn : ja
dat de Admirael zelf aen de ge-
vangene Neerianders
gefchreeven
had , met Lamoa wel te vrede te
zijn : ook dat, op d\' overgifte van
het kafteel, door
A oyet en zijne raed,
zulke
voorwaerden niet beftoten
waren.
Derhalve dacht hem vreemt,
dar
d\' onzen het kafteel Zeelandia,
de veftinghe Provintie op Sakkam
aaa
2 en

en d\'onzen bet leger van de ftreeke lands, daer de
onzen met hunne kriigs-macht op
Tankoya geiegert waren,) te paerde na
Sakkan vertrokken : aldaer den ne-
gen en twintighften, en o\'^Tayoivan
den dertighften wel verfchenen en

mirael van op hunne w^ederkomfte onthaelt waren: zijnde hen onder
eenen
onzer gevangene te zullen me^ wege tot twee mael verboden gewor-
de brengen, bertelféns een onthael | den niet de gevangene Neerianders

-ocr page 226-

by d\'onzen aengehouden was, had
\' -den zy echter zulx niet kunnen ver-
krijgen ; maer tot antwoorde beko-
men,zyde zelvebeter handelden, als
d\'onzen hunnen Mandarijn (die met
onze gevangenen van
Quemuy te ha-
len , met een onzer fchepen vertrok-
ken, en door quaet weder op
Bata-
via
aengekomén; was) gedaen had-

hen dezelve met hun goetje zoude
laten toekomen. \'

Den eerften van Sprokkel-maend
hadden
onze gemagtighden by twee
gezanten van
Sepoan , die van boort

men waren , op het ftadhuis , toen
weder opgemaekt, geweeft. Aldaer
was hen de brief, den een en twintig-
ften van Wintermaend door den Ad-
mirael en zijnen raed aen onfe gevan-
genen gefchreven, waer by zy meen-
den te bewijzen , d\' onzen met
La-
moa 7Ad\\
vergenoegt zotiden hebben
gehouden , vertoont. Doch de ge-
maghtigden hadden dien anders uit-
geleid : te weten ,
Lamoa, ten opzich-
te van d\'andere plaetfen , den onzen
aengeboden , in betrachting te ko-
men , niet te zeggen was : d\'onzen
zich daer mede vernoeght hielden.

Midlerwijle zy dan aldaer met
elkandre vergadert waren , en de
af gezondene van
Sepean den gemag-
tighden verhaelden : hoe zy uit ho-
ren zeggen aen onze fchepen ver-
ftaen hadden , de gevangene Neer-
landers tot zwaren arbeid
gebruikt
werden,ja, datmeer was, getwajfelt
v,derd, of zy noch wel by den ly ve
w^aren, zoo hadden zy om te betoo-
nen het zoo met de gevangenen niet
was, de zelve uit het kafteel op het
fteene pat , alwaer de gemagtigden
iien van verte zagen , d,oen vertonen,
zonder nochtans de gemaghtighden
v ermocht\'en met hen te fpreken. Ein-
tieiijk was den gemagtigden aenbe-
dere plaetfe met malkandre te hande-
len, en niet meer te fpreken van Ta
yowan en f ormofa: gemerkt zy daer
van niet wilden hoor en.

. Ookhadd\'Onder-koopman pan-
nes Renoldm^l
eenige gifte gedaen,
om daer door de Weduwe van den
La.nd-dvQ(k:Falentijn,^ en den Predi-
ker
Leonard, met fijn huis-vrouw te

den : met by-voegen,\' ioo wanneer verfpreken : of ook hen-lieden tot
donzen quamen te verdragen , hy d
\'onzen tekrijgen: doch te vergeefs:

des Admiraels op Tayowan aengeko-/ mael bereid en opgedifcht.

nier tegenftaende de gevangene op
Sakkarû in een en dezelve wooninge
met onze gemagtighden gehuis-veft
waeren. Ook was de koft door hen
op de Hollandfche
manieret\'eene-

Wijders, volgens mondeling ver-
hael van den Tolk
Meiman, had de
krijgs-overfte
Siautonghfiong maer
drie hondert krijgs-knechten, en on-
trent tw^ee en dertigh paerden op de
ftreke lands by, zich gehad, daer de
onzen met hun leger op
Tankoya be-
fchanft lagen : een groot verfchil van
twee duizent, gelijk reeds te voore
breet uitgemeten was. Voorts had
Meiman in alles niet meer dan dertien
hondert krijgs-knechten
om de Zuid
vernomen, en in de vefting
Provintie
op Sakkam en het kafteelZ^^^.»^^^ op
Tayowan ook geen krijgs-volk gezien:
maer zouden de
wijven van den ou-
den
Koxin haer in het kafteel ont-
houden hebben : waer over aldaer
gene krijghs-knechten mochten in-
leggen.

Deze veftingen waeren evenwel
van gefchut, als by onze tijden, wel
bezorgt, en geen fchiet - gat ledig:
ook rontom op de borftweeringen
en anderfmds met nieuwe bam-
boefen bezet. ïn het Quartier, en
in
ganfch Txyowan, was by hem maer
ontrent vier of vijf duizent man ver-
nomen, die , vermits hethunnieu-
jaer was , meeft alle zich op de
ftraet by de
Wayangen of toneel-
fpelen, en het bedrijven van andere

vreug-

Vervolg Op het tvoeede Gezandfchap
cnQuelanq^, met al liet krijglis-tuigh i volen, den Admirael te verwittigen,
en voorders , derfden komen
vor- | het gereet wezen der Mandarijns van
deren: want toenmaels niet aiiders
\\ Sepoan, om weder nae de kuite van
ae-eifcht was, als d\'ontflaging hun- te vertrekken : en d\'Admirael

ner gevangenen. | nu wel fchriivens aen zoude

Om het welk te verwerven,fchoon i kunnen mede geven , om van een aiv

-ocr page 227-

-vreugde-tekenen zich hadden ver-; mede uit het mondeling verkael, ons
toont. : daer nevens dcor den tolk gedaenheh

De toik Pinkqua had Meiman] hen ivyverjlaen, dat ghy lieden niet ivilt
mondehng te verflaen gegeven : zy hooren fpreken vanons weder in\'t lezit

van het kajieel op T ajowmi te ftellen,
nochte de vejling op
Sakkam, veel min
van het geheel Formojaenje land. En
aengezien wy ons niet gemagtigt vinden.

nige vree de teftuiten, zoo zien wy te ge-
moet, tot ons goet voornemen niet te zul-
len geraken. Om dan genen tijd vruch-
teloos verhoren te laten gaen, zoo heh-
hen wy goet gevonden onze gemagtigden

nen ze génen, en u daer door tot redelijk-
heid brengen zal.

Met deeze brieven trok de tolk

der gemagtigden, de Sinefe beftier-
ders op
Tayowan de voorgeftelde
munten verworpe^n, en hen gebooden
ladden niet meèr van het inruimen

Welk nochtans zy zich niet gevol-
lïiagt vonden met hen eenigh vrede-
verdrag te mogen aengaen, zoo wierd
eenftemmig, op den voorflag des Ad-
miraels , goet gevonden en verftaen,
de gemagtigden wéder tot zich t\'ont-
bieden,zonder van eenige vreede-on-
derhandeling
meer te fpreken. Al-

het kafteel en het land van Formoja
niet vermogten aen d\'onzen over te
geven: of ten
ware hen de noot daef
toe meerder, als tot noch toe dwong.

Hy had Meiman noch aengeboden : [zonder mruiminge van" t zelve met uee-

zoö d\'onzen op Sakkam of by de pijn-
appels tegens hen begeerden ftagteie-
veren, zy ons, zoo wanneer wy niet
vaertuigen genoeg hadden, om hun
volk iem-idQn,Chiampaits daer toe wil-

den leen en. Ingevalle zy lieden den I weder tot ons f ontbieden. Weshalve ghy
flag quamen te verliezen, zouden zy | ons dezelve op morgen gelieft toe te la-
van daer vertrekken, en den onzen ten komen. Wy zullen injgelijx d\'uwen
de veftingen en het land als dan in- weder zendenden ms vertrouwen op den
ruimen : maer zoo d\'onzen liet ge- \\almachtigen God ftellen, die onze wape-

vecht quamen te verhefen,zouden zy
echter des niettegenftaendemethen
verdragen en vrede maken.

Naerdien dan, volgens fchrijven ! naer land : dien mondelingl

belaft -wierd den tolk Pinkqua aen te
zeggen : zo zy met d\'onzen genegen
waren een kans te wagen : -dat zyop
Tankoya met twee duizent krijghs-

van Formofa en Tayowan , beneffens 1 knechten vry mogten komen,als wan-
te veftingen, te fpreken, zonder het

neer d\'onzen duizent daer zouden
tegen zetten. Zco hen twee duizent
niet genoech waren, zy zouden met
vier duizent komen: en d\'onfen altijts
daer toe gereet en vaerdigh vinden.
Daer beneffèns zoo de beftierders
hunne gemagtigden niet eerft tot hen
wilden zenden, zy als dan ter halver
Wege tegens malkandre, volgens

leen zouden de gemagtigden, op hun | ^ry gs gebruik, zouden moghen ver-
affcheid, den Sinefen te verftaen ge-1 wiftek worden,
veil, zoo zonder inruiming van het! De Tartarifche gezanten, aenge-
kafteel geen aenblik tot vreedewas, 1 zien die met den eerften genegen
en zy meefter van het land wilden j waren te vertrekken , zonden ren
blyven , Zonder oit weder door de ! zelven dage eenen hunner dienaren
onzen daer van daen gedreven te | naer land op
Baxemhoy , met bevel
Worden , zy te dien einde Ambafla- ] van eenige brieven aldaer te ftroien,
deurs met hen, neffens al degevan- e« ook anderein antwoortle van de
genen, na
Batavia dienden te zen- hmme vau Singlamong tn Lipoui, al-
^en.^ . daer gebracht, t\'eifchen.
Dan dees

Hier over fchreef ook d\'Admirael quam kott daer aen met een pijl in
en zijn Raed aen de^ beftierders van zijne zijde weer te ruch, die hem de
^^mo/a en r^jem^«, den tweeden van
1 Sinefen aen land, wanneer zy verna-

^prokkel-maend, \\\'m\\\\oox Tayowan \\ menheteenTarrarwas, hadden toe

dezen brief:

gebracht. Ja, zouden, volgens zeg-

^ ^^it het fchrijven van onze gemagti<i^- \\ gen van den zelven dienaer , hem
dezen dag aen ons Voortgekomen, als ■ het leven hebben benomen, ten ware

aaa ^ hy

-ocr page 228-

Vèroolg op hettweéde Qezandfchap
iw zich niet met zwemmen naer zijn ^ ten aen den Heer Admirael gejchreven,
diampantje, g^er^ht _ ^

Des voOrmiddagiis den vierden,

nemen genegen waeren : waer van
den tolk
Mouris, zoo zy Gemagtig-
den konden befpeuren , de wijte te
geven was : alzoo hy d\'onzen in het
vertalen zeer misleit, en hen daer
doormiftchien in een groot ongeval
gebragt had.

De Gezanten hadden gemeent:
zy Gemagtigden noch iet nopende
Lamoa van hen zouden eiftchen , dat
zy nu
verborgen hielden. Te meer,
alzoo de gezanten voorgaven , dc
Tolk Mouris den krijgs-overfte Siau-
tongsjong
zulx had wijs gemaekt, om

alzoo een vredigh verbond met hen
te maken. Uit deze oorzake Zou
ook
Siautongsjong Gyzelaers tot d\'on-
zen gezonden, enweer, volk omna
Tayowan te vertrekken , ontboden
hebben , volgens den brief, door
hem aen de beftierders van
Tayowan
gefchreven : buiten wiens kennifte,
zoo hy den gemagtighden toege-
fchreven had, het ook zou gefchiet
zijn.

De-

verfcheen de tolk Metman voor de
tweede mael met een Chiampantje eii
eenen brief van onze gemagtigden
aen boort des A dmiraels: ook ftelde
hy eenen brief ter hand, door de Si-
nefe beftierders aldaer in antwoor-
de van zijnen brief, den tweeden
dezer aen
hem gefchreven. Dees luid
vertaelt aldus:

D\'opperhoofden van Tayowan en For-
mofa, Koulauja, Siaulauja, Gom-
lauja, Anglauja, Ouwilauja, Tan-
lauja, en noch een tweede "Tml-m)^,
zenden uit hunnen naem de\'z.en hnef
aen den
Hollandfchen Admirael.

JVy hehhen drie hrieven van de Hol-
landers ontfangen
, en daer uit den in-
houd en meininge wel verftaen. Ook ii
ons daer uit ge hïe ken de begerigheid der
Hollanders: want zy voorhene
Que-
lang
en l^mïwjvande Sinefe tot een
handel-plaetfe hehhen begeert, en nu
hen, door
Sepoan, Lamoa aengehoden
word, om met ons aldaer te handden,
willen
zy die plaetfen niet hehhen maer
fpreken anders niet, als van
Tayowan,
Sakkam,
en het geheellandvan Formo-
ia. Doch dat komt ons van euds toe,. Ghy
lieden behoeft ook niet te denken, dat
ghy dat zult verkrijgen: maer willen de
Hollanders met ons verdragen, dat ftaet
nu aen hen lieden. De Hollandfche gevan-
genen zijn hy ons noch kloek en gezont.
Wy hebben ook gene gedachten, om uwe
gemagtigden in ons gewelt te houden:
want of wy met malkanderen komen te
verdragen of niet , wy zullen echter u
uwe gemagtigden weder toe laten komen:
want vjy anders doende niet weizoude
doen, en is zulks ook geen krijgs-gehruik.
Onze Gyzelaers zijn eerft tot de Hollan-
ders gekomen: daer na zijn de Hoüand-
(chegemagtigden tot
donzen gezonden.
Nu zouden d Hollanders gaerne zien, dat
ivy hunne gemagtigden eer(l weder tot
hen lieten komen. Maer laet de Hollan-
ders eerft onze Gyzelaers tot ons zenden,
naerdien zy eerft hy de Hollanders ge-
weeft zijn: dan zullen wy ook hen hun-
ne gemagtigden toe laten komen:
Se-
poan
heeft eenen brief met twee gezan-

eenen brief aen Sepoan wilde fchrijven
alzoo zy daer na wachten. Zoo dra zy
fchrijven van den Admirael hekomen,
zullen zy zich weder na
Sepoan hege-
ven. Dies is het verzoek, dat de Heer
Admirael zich daer mede wat wilde
fpoedigen. Gefchreven de eerfte maene
den zevenden dagh. Was onderteekent
Ouwiaen.

De gemagtigden,volgens hun fchry-
ven voornoemt , hadden vergeefs ge-
tracht, op ontbodt des Admiraels
en

zijnen raed, weer aen boort te ver-
fchijnen . W el was hen eerft door
Pin-
qua
té verftaen gegeven, weder over
land den w^eg, dien zy gekomen wae-
ren , te moeten vertrekken, om door
den krijgs-overfte
Siautongsjong , die
hen naer
tayowan gevoert had , we-
der tegens zijne gyzelaers verwiftelt
te wor den : maer naderhand was hen
door d afgezanten van
Sepoan hun
vertrek niet ingewilligt geworden:
onaengezien zy
hun misnoegen gïo-
telix daer
over getoont hadden. H en
was,biagten de gezanten geduijrig jn,
door
Siautongsjong aen-gefchreven:
d\'onzen het Eiland i^wf^ïinbezitte

-ocr page 229-

komfte, die niet verouderde, maer
van dagh tot dagh meerder toe nam :
want zy dagelix noch met fcherper
wacht als van den beginne bewaert
wierden : ook had het aen land\'bren-
gen, of het aldaer langs den wegh
ftroien der Tartarifche brieven, zoo-
hen ter oore gekomen was, niet veel
goetstothun vertrek voortgebracht.
Derhalve zy lieden met al het voor-
fchreven geen goeden uitftagh voor
hun konden in \'t gemoet zien: w^aer
overzy, uit vreeze van daer gehou-
den te worden, rot twee male toe in
hunnen brief zeer ernftelijk verzoch-
ten : d\'onzen een zachtmoedig mid-
del voor eerft tot hunner ontflagingh
gehefdenaen te wenden : ten einde
zy aldaer onder die heidenen niet in
ballingfchap , en hunne vrouwen en
kinderen op
Batavia,tMihmmt mans
berooft, ais weduwen in droefenis
hieven zitten.

De tolk Meiman , volgens zijn
^londeling verhael aen den Admirael,
^^^dPinqua op Tankoya met twee dui-
zent man te komen, Wel gedagvaert:
^aer daer op niet anders als,
\'t u goet,
tot antwoord van hem bekomen: had
^ok,in het weder keeren na de vloot,
buiten het kafteel een groote be-
fchanfinge van nieuwe fchans-kor-
"^en . de geheele ftrant langhs, tot
niet naer
 oiTayowan had wil-

Dewijl dan zulx met den laft of | jongwd^Tankoya te mogen werden ge-
fchriftelijke punten, hen gemagtig- | zonden, van waer zy gekomen wa-
den mede gegeven en ter hand ge- ren: uit vreze, 200 zy daer aen land
fteit, in genen deele overeen quam, ! gezet wierden, het hun leven zou ko-
zoohaddendeheftierdersaldaer een | ften.
^^Qmt^tSiautongsjong,o^hun-
zonderlinge wantrouwen op hunne j ne uitdrukkelijke ontbiedinge, zich

lef yzere ftukken zien leggen: behal
ven^ eenighe kleine ftukjes tufti:hen

Uit dit fchrij ven vermoeden de zes
Gyzelaers van
Siautongsjong , het aen
land niet wel gefchapen ftont, en
Si-
^^tQngsjong^^i^\\ licht zich van die van
^yowan mocht af-gefcheiden hebben,
^les zy oordeelden d\'onzen hen ook
"^et na land behoorden te zenden,

iZT /r g^i^agtigden eerft by
len verfchenen waren. Ook als dan
^^Uden zy noch daer niet aen land;
r verzochten weder by
Siautongs-

len begeven, naer dien hy zijnen on-
dergangh daer uit by hen te voore
zag. Derhalve zoo hy zich van die
van
Tayowan had af-^gezondert, zou
hy ,zoo de Gyzelaers gevoelden, tot
d\'onzen zijn toevlucht te nemen ge-
negen zijn : want het fchrijven door
die van
Tayowan aen Siautongsjong
luide : dat Sepoan al tot den Tarter
overgegaen was, zijn hair had laten
korten, en derhalve al zijne krijgs-
knechten en bevel-hebbers van /<7r-
mofa op ontboden: met byvoegen zy
daer over van daer vertrekken, en het
land aen de Hollanders overgeven
wilden.

Bit dan namaels onwaerachtigh
bevonden , zoo had het den Gyze-
laers , volgens hun voorgeven , te
meer bedenken gegeven: zulx alleen-
lijk te zijn gefchiet, om
Siautongsjong
in hunne klaeuwen te krijgen : waer
van hem milTchien ook eenige blijk-
tekenen onder weegs te vore waeren
gekomen, en oorzake zoude kun-
nen zijn : waerom hy ook
niet met
onze gemagtigden voorts na
Tayowan
of Sakkam was gereift. Al dit dan gaf
in d\'onzen een zeer vreemt beden-
ken , en was daer beneiféns zeker-
lijk te geloven, de bakens aen land
niet wel geftelt ftonden. Dies wierd

^et quartier toe gefien : en binnen op voorifagh van den Admirael, in ra-
de zelve neghen metale en twa-, de gedaen,om de gemagtigden flechts

weder uit hunne handen te krijgen,
eeiiftemmigh goet gevonden en ver-
ftaen , ( hoewel d\'onzen zulx in ge-
nen deele meenden, flechts onder
fchijn,) den beftierders van
Formofa
aen te fchrijven : aengezien zy niet
vermogens waren , om d\'
onzen iu
het bezit van het kafteel op Tayo-
wan ,
en het Fort op Sakkam te ftei-
len, zyzich êaeTomn2.etTangioahy
Sepoan Zouden vervoegen , ten ein-
de te zien of zymet hem beter zoii-
den over een komen. De brief luide
aldus:

fVy

-ocr page 230-

Wy hehhen uit den inhoud van uw ant-
woort-fchnjven,op onzen jongfien ontfan-
gen brief, onder andere verf aen: dat ghy
lieden niet vermogens zijt, ons in bezit
van het Fort op
Sakkam te jlellen. Daer-

vervoegen,om te zien, of wy met hem niet
heter zullen kunnen over een komen. Be-
geren zijne afgezondenen eenen brief,
van ons aen hem te hebben, laetze by ons
komen , wy zullen hen eenen geven om
vooraf de tïjd\'mge te brengen,dat wy met
u lieden niet hebben kunnen verdragen,
ongenegen zijn zelfs met hern te fprekeni
ivant metjchrijven over en weder te zen-
den te veeltijds zoude door gebragt wer-
den.
En of het moghte gebeuren, wym

zullen wy het mijfchien wel daer toe-
brengen, dathyAmbafadeursna
Bata-
via ze/^^,
en onze gevangenen daer ne-
ven laet gaen, om^ de zaken, waer over
wy alhier niet met eikanderen verdragen
kunnen, aldaer afgehandelt en by ge legt
te worden.

Dewijl dan voor ons hier niet meer
te verrichten valt, zoo zijner ook gene re-

li

trouwen gezonden zijn, volgens het ver-
zoek,hy uwe ontfangene brieven gedaen.
Ghy heden begeert eerjl de fes Gijzelaers
van ons te hebben. Dit heeft al vreemd
bedenken in ons verwekt : en zouden wy
daer uit bejlmten , ghy lieden het niet
wel met ons voor hebt. Wy zullen, ja zy
verre van daer, onzen goeden naem, met
het aenhouden van u volk,niet hefmetten.
Het zal noodigh zijn, zoo ghy ons mif-
frout, wy malkanderen in \'tgemoet ko-
men , ten einde de verwiffèhng alzoo
volgens krijgs-gebruik gedaen werde.
Zoo ghy zulx niet doet; maer onze ge-
magtigden langer op hout, zoo tuigen
ivy tegen u aen, over het groot onrecht,
welk ghy ons aendoet, en verklaren
niet f^uldigh te zullen zijn aen het groot
^uaet, dat daer uit ontftaen zal.

Nevens deze w^as ook een brief ge-
fchreven, aen den luitenant
Hendrik
Noorden ,
en den onder - koopman
Joannes Renoldus, gemagtigden by
denvyand op
Tayowan: W^Qthy de
Admirael en raed hen , op hun klach-
ten, over het lang verblijven byden
vyand, berifpten, (want zy alda«t
zeer kort gehouden wierden, en
vreefden te zullen moeten blijven,)
met bekentmakinge, zy met den
eerften ftonden ontflagen en aen de

zy daer over aen de beftierders van
Tayowan zoodanigen brief gefchre-
ven hadden: waer van het at-fchrift
daer nevens ging.

Den vijfden, voer dttolk Helman
met deze brieven aen land : en be-
neffens hem een Sinees, die met de
zes Gijzelaers van
Siautongsjong aen
boort gekomen was, om , volgens
zijn verzoek op den Admirael,
Siau-
tongsjong
de wete te mogen doen

acn. jLL,nvirjci wct/c-w/t.«, •\'-j -......&0 1 1 i ^ 1

alles niet konden over een komen , van de gefchapenheid der zaken aen

land, ontrent onze gevangenen : met
belofte den onzen zoofpoedigh, als
doenelijk, bekent te maken w at zij-
ne meefters daer af gevoelden,en hoe
het met hem en die van
Tayowan gele-
gen was: te weten, ofhy zich van hen

afgezonderthad, ofniet.

Den zeften, des namiddags, qua-
men de Gemagtigden eindelijk
Hen-

denen , waerom onze gemagtigden op-Urik Noorden en d\'Onder-koopman
gehouden worden, alzoo die op goet ver- \\ joannes Renoldus , benevens den Tolk

weer tot d\'onzen , ftellende
hen ter hand eenen brief, door de Be-
ftierders in
Tayowan aen den Admi-
rael gefchreven. Dees luide, door
Meiman vertaelt, aldus:

D\'Opperhoofden van Tayowan en For-
mofa, Gamlauja, Siaulauja, Kou-
lauja, Anglauja, Ouwilavija,Tan-
lauja, en noch een tweede 1 anlauja,
zenden uit hunnen naem dezen brief
aen
den Hollandfchen Admirael.

Wy hebben uit de brieven der Hollan-
ders bejpeurt, dat zy oprecht van herten-
zijn ; hoewel zy altijts gedacht hebben,
wy hunne gevangenen zouden aenhou-
den , gehjk blijkt uit den jongßeii brief
door den Admirael aen ons
gefchreven:
waer hy hy voorfaet van zijne Gemag-
tigden tegens onze gijzelaers , halver
wege, volgens krijgs-geh ruik, verwijfelt

te werden. Een teken-is dit zelve van

dat de Hollanders zeerangßig zijn, welk
met onze manier e niet over een komt:
want wy hebben noit de gedachten gehad,

de

omzullenwyonsna-i:mgïo2.iySe^o2Ln vloote gezonden te worden , gehjK
^ . . ./........A^^^ o^n Hf helrierders van

-ocr page 231-

de Holiandfche gemagtigden op te hou-
den, veelmin om de Hollanders te be-
driegen. Om u dan die vreeze te hene- zelve vaertuig te laten laten ko-men.
men , zoo laten wy als nu den Hoïïanders j

hunne gemagtighden weder toekomen: | Was onderdrukt met het zegel van
ivaer uit zy dan onze oprechtigheid, en | Ouwian, zonder dag-tekening.

ivy geen quaet met dezelve voor gehad \\

hehhen, zullen kunnen hefpeuren. Wy \\ Hier op wierden ook aenftonds
vertrou wen den Hollanders alles goeds | en met het zeiye a^»-^^«//^ de zes
toe, en weten wel dat zy ms ook niet he- Gijzelaers van Siautong fiong aen land
driegenzulkn. gezet, niet in maer, op hun

De Hollanders , gelijk wy uit hun verzoek, bezuide de verfche Revie-
fchrijven verfiaen hehhen , willen Se- j re op Formofa, om van daer weder

na hunnen meefter te kunnen ver-
trekken.

D\'Admirael het door den tolk Mei-
man,den Champans
luiden aen zeggen,
den beftierders bekent te maken,zoo
d\'afgezanten van
Sepoan een brief van
d\'onzen begeren j
zy dieop morgen
by hen moften komen halen.

De gemagtigden^ Hendrik van Noor-
den
en Johannes Renoldus , weer aen
boort des Admiraels gekomen, ver-
haelden, dat het quartier in
Tayowan
t\'eenemael, behaiven tvvee ot drie

onderwege fchier gene Harten
weinig Koe-beeften gezien of verno-
men.

Den zevenden , twee uure voor

en

poan verzoeken , om eenen grooten
Mandarijn met hen naer
Batavia te zen-
den ; en aldaer met hunnen Koning tot
Batavia te verdragen. Des zullen wy
Sepoan met den eerften verwittigen,
dis dan zalhy wel weten wat hem te doen,
ftaet. Daer is ook een hrief van
Sepoan
aen de Hollanders gefchreven. Dies dien-
de welweder een in antwoorde door de
Hollanders aen hern te werden gezon-
den: want zoo de Hollandersvanzints
zijn met hem te verdragen, zulx moet
met eenen hrief aen hem hekent gemaekt

voorden ; hoewel zijne afgezanten hem \\ huizen, verwoeft was, en als een
^at wel mondelingzouden kunnen zeg- | pum hoop lag: daer benefiens Sak-
gen : maer hy zoude hen, zonderfchrift kam
ten tegendeele van huizen zeer
*uaH de Hollanders mede tehrengen,niet vergroot was : hadden op het veld

ïfi//^» gelooven.

Zoo de Hollanders dan met een op-

met de fchepen Vlasrdinge, 7ertholen^
Jonker, Kaneel-hoom, Over-veen , Me-
liskerke,
en Nieuwendam, naer de hoek
van
Tankoya onder zeil, en quam al-
daer des middaegs by de andere ten
anker.

Op weg ontmoeten denAdmirael
twee Tartarifche JonJ^ien , die, nae
zich aen
Tankoya van drink-water te
hebben voorzien,haer beft deden om
weder by de onzen voor
Tankoya te
komen, en van daer af-fcheid van hen
te verzoeken: met eenen
brieven aen
Singlamong en Lipoui t\'eiflchen : be-
neven een Jacht, om hen derwaerts
te geleiden : doch keerden
met den

Admiraei wederna r^^/^oj^.

Korts na d\'aenkomfte des Admi-
raels , quam Hopman
Poleman aldaej:

hhh hy

*\'echt herte genegen zijn, om met ons
\'^rede te maken,laetz\\den Mandarijns ^ _ _ .
eenen hrief met den eerften mede geven,
I dag, volgens befluit des daeghs te
dat zy fpoedigh van hier nae Sepoan vooren genoomen, ging\' d\'Admirael
^^r trek ken mogen.

O JU

Ook verzoeken wy op de Hollan-
ders , zoo wanneer zy met hunne fche-
pen zelfs naer
Tangfoa vertrekken
willen , hevoorens den tijd en

dagh willen hekent maken , ten einde
ivy eerft
Sëpoan voor af daer van
konnen de wete doen : en hy ook op de
komfte der Hollanders aldaer Jonken
de fchepen kan zenden , om hen
^^n te wijzen , door wat wegh zy met
l^mne fchepen hinnen de haven moeten
^^ilen , tot voorkoming van het verlie-
zen -Oan fchepen.

\'t geen wy dan den Hollanders
-eggen hadden, is met dit voorftaend
^^ jfchied. Het wachten is alleenlijk
den Hollandfchen hriefvanSepoaw.
^ ^\'^ollanders hehhen hunne gemag-

tigden nu wederom.\' Sy gelieven on%e
zes Gyzelaers ook weder tot ons met dit

-ocr page 232-

by hem , met verflag-h hoe alles
aen land noch wel was : behal-
ve dat \'er veele krijghs - knechten
met buik-loop , perfmg , en heete
koortfen gequelr waren : ook da-
gelix al eenige wegh ftorven , met
aen nemen der ziekte noch meer en
meer.

Wijders, volgens verhael van den
zelven Hopman, waren ten zelven
dage zeker Hopman, met name
Lita,
en zes en twintigh krijgs-knechten
meeft in geweer, van den Sinefen
vyand met twee vendels en een
wimpel tot d\' onzen overgekomen ,
om met hunne fchepen nae den
Tartar ovcrsevocrt te werden : wa-
ren ook anders wel genegen, om
met
d\'onzen tegen den vyand te ftrij-
den, met
voorgeven dagelix noch
meer en
meer krijgs-knechten tot
d\'
onzen over ftonden te komen:
des te eer, zoo wanneer zy bemerk-
ten , hy en zijn volkby d\'onzen wel
gehandelt wierden, en van over ge-
voert te worden, beloken gedaen
waren.

Op verzoek van dezen Lita, die
met
Poleman aen boort des Admiraels
was gekomen, voer des nachts een
Champantje, met een van zijn volk,
weder na d\'o ver zijde, om van daer
noch meer van de zijnen , die hem
met hadden konnen volgen, over te
halen: ook wierd voor hem en zijn
volk een tent opgeftagen , om daer
onder te huis-veften , en hen een
pan om in te koken, en alleenlijk
een weingh Rijs , om t\'eeten gege-
ven.

Ook had dees krijgs - overfte Lita
aen Poleman verhaelt , dat Siautong-
fiong
geen overkomen in den zin
liadde; maer den eenen of anderen
tijd den onzen, noch eens zou trach-
ten ftagh te leveren, als wanneer hy
hen van twee zijden zou komen be-
ftoken. Des vyands krijgs-macht al-
daer op/ömö/^a, had hy ookgezegt
te beftaen in ontrent tien duizent ge-
wapende mannen : waer van vier
duizent onder den krijgs-overfte
Siautongfiong ftonden: daer hy met ^
zijne
knjgs-knechten al mede onder
gerekent was, en onder den Bergh |

Jill

Tankoya ter wacht gelegen had. On-
trent noch zeven hondert krijgs-
knechten onthielden zich aldaer,
en had
Siautongfiong ongevaer vijf-
tien hondert man by zich. De reö:
was verdeelt aen den ftroom van
Tamfuy, en het meerendeellagh on-
trent

Des avonds quamen noch zes
krijgs-knechten van den zelven Hop-
man
Lita over , gelijk des anderen
daeghs vijf en twintigh , voorzien
met wapen-rokken, florm - hoeden
en zeep-meften: des middaghs noch
negen , ieder met een
zeep-mefch
alleen. Deze hadden zich aen de uit-
terfte hoek van
Tankoya vertoont ,om
van over het binnen-water in ons le-
ger gehaelt te worden, met voorge-
ven van genootzaekt te zijn, hunne
wapen -rokken en ftorm - hoeden
wegh te fmijten , of anders doorhet
bofch niet zouden hebben kunnen
komen.

Den Hopman Lita voornoemt ^
wierd op zijn verzoek door Hopman
Poleman vier ftukken Kangans ver-
eert, om onder zijne behoeftige
krijgs-knechten te verftrekken.

Den tienden quamen weder tien
Sinefe krijgs-knechten van Hopman
Lita overloopen: met verhael, hoe
de vyand aen de o ver-zij de zich zeer
ver fterkte en vaft maekte. Had ten
dien einde al een
groot getal fchans-
korven aldaer geplant, om
met den
eerften ook gefchut daer tuftchen ge^
braght te worden, en als dan d\' on-
ze komen beftoken.

Ook quamen vier Sinefen van
Siautongfiong in ons leger, en tot een
vereeringe brengen aen den Admi-
rael
uit huns meefters name , twee
verfche Konings-viftchen, en een
Kanaffar met Pataiafen. Van gelijken
verfchenen noch
twee Sinefe ontrent
het leger, die eenige gedroogde vif-
fchen en wat har der-kuit te koop
braghten , gelijk
Poleman de zelve
in
verruilingh teghen een Kangang
over nam. Dan alzoo vermoed
wierd, die gaften wel mogten ko-
men , om de onzen te
verfpieden,
zoo wierd geen van allen binnen de
werken gelaten ; maer hen buiten

de

-ocr page 233-

de zelve gehoor gegeven , en door
de buiten-waghc zoo langh opge-
houden

Den elfden quamen noch vier Si-
nefen overioopen , die beveiligden
het geen de tien des daegs te voore
overgekomen krijgs-knechten, we-
gens het verfterken des vyands, ver-
haeld hadden.

D\'overioopers, om geen quaden
trek te fpelen, wierden onder de Jach-
ten
Overveen ,Buikßoottn Kogge ver-
deelt, en hen het geweer afgenoo-
men: te weeten, dertig in
Kogge, ne-
gentien in
Buik-ßoot, en zes en twin-
tig in
Overveen.

Des namiddaghs quam de per-
soon , die op den vijfden dézer left-
leder, m^t Meiman ^lOQt Tayowan aen
land gevaren was , ter waerfchou-
Wingli van Siautongsjong , over het
ophouden onzer gemagtigden al-
daer,
den Admirael eenen briefover-
handigden, door zijnen meefter
tongfiong , anders Tathonling-Totok-
ß-u, aen hem gefchreven. Dees luide
aldus :

Tathonling - Totokfiau zend dezen
brief aen den Hollandfche Ad-
mirael.

Voor dezen heeft de Admirael zijnen
^ekretaris , heneffens den tolk A flam,
tot my in mijn leger gezonden, die met
\'^y gefproken hehhen. Mijne genegent-
keidis alitjds tot de Hollandersgeweeß,
federt de zelve tot my gezonden zijn. ffy
hehhen als toen maer met den anderen
\'^^^ \'oijf duizent Theyl gefprooken, om
onder mime krijgs-knechten te verdei-
^en. Dan heh tot noch toe niet een Theyl
daer van genooten dies ik my in die
rneeninge van geit f ontfangen bedrogen
^tnde : Ja , vreeze overjulx ook door
"^^t langverwijlen mijn goed voornemen, j
f^^lk ik in deze zake gehad, en noch
^^hhe , onder de Noordfche krijgs-
^^^chten zal worden geopenhaert. Ik
"^.^J^oek dan hy dezgn, met den eerften

op des Admiraels meeninge nader te |
ygen verjiaen. Want zoo wanneer ik , |
Kdit hehhen de Hollanders te weten) met
^m krijgs-^olktot hen zal overgekomen
^^-en, dat hen
als dan de kaftelen, en
; vaftigheden: daer heneffens het geheel
I land van Formofa niet zal ontgaen. De
Admirael, volgens zijnfchrijven aen my
voor henen , heeft my de vijf duizend
Teylen willen tellen , zoo wanneer ik
de Hollandfche gevangenen, die op
Sak-
kam
zijn, in zijne handen quam te le-
\' veren. ■ Maer dat heh ik aen hem niet
helooft. Ook zal dat niet eens noodig
zijn: want zoo wanneer, alsgezegtis,
ik tot u zal overgekomen wezen ,zoo zul-
len den Hollanders het geheel land, en
ook hunne gevangenen van zelfs wel in de
handen vallen, iktwijfele niet of d^Ad-
mirael zal in het geen , welk ik met
den Sekret ar is en
Mouris over dit ßuk
gefprooken heh , zijn woord komen te
houden.

En op dat de Hollanders my ook des te
meerder geloofs zullen konnen geven, en
niet hehoe ven te vreezen, van door my
hedroogen te worden, zoo doe ik hy dezen
toezegginge mijnen groot-vader in hun-
ne handen te willen leveren , om met
i de Hollandfche fchepen na Soanche-
I foe te konnen vertrekken, en aldaer
I met Singlamong en Lipoui ook van
i mijne overkomjle fpreeken, en tot dien
einde aen hen verzoek doen, dat zy ge-
lieven eenige groote Jonken te gelijk
met de Hollandfche fchepen herwaerds
aen te zenden. Zy dit doende, zal alles
wel gaen.

Gelieft doch dit mijn fchrijven geloof
te geven: want ik zal dit voornoemt met
een oprecht herte menen. Weshalven
verzoek.ook \'t zelve hy u heimelijk mag
werden gehouden: wild
Affam hier op
tot my zenden, ten einde van hem te
verliaen, wat uwe rechte meeninge zy :
kan zulx niet weezen , gelieft des het my
dan fchriftelijk te verjiendigen: op dat
ik, in het zenden van mijnen groot-va-
der , my daer na kan fchikken. Ge-
fchreven de eerfte mane, den veertien-
den dagh.

Was onderdrukt met het zegel van

TathonlingTotokfiau.

Noch bragt dees brenger twee kie-
ne briefes van den zeiven
Siautong-
fiong
aen de Tartarifche gezanten,
zoo hy
voorgaf: doch by den Admi-
rael opgebrooken , wierd deen be-
hhh z vonden

-ocr page 234-

vonden aen Tonganpek en d\'ander
aen
SihjatQgehooren; hoewel beide
van een zelven en volgenden in-
houd:

Uit den hrief door uwen dienaer Gom
aen my gezonden, heh ik den inhoud en
meeninge verfiaen. Mijne genegent-
heid, gelijk ghy lieden weet, is altijds
geweefi dezen fiaet te verlaten, en tot
den Txrtar over te komen : maer om, vol-
gens uw fchrijven, met de Hollandfche
fchepen zulx te doen ,, daer in heh ik my
hezwaert gevonden , uit vreeze zy my
wel moghten na Holland of elders an-
ders komen te vervoeren: waer door
ik van hy u te komen moghte verfleken
hlijven.

Anderzints heh ik daer toe ook niet
kunnen hejluiten, ter oorzake zoowei-
nige gelegentheid, voor my , mijne
vrouwen en kinderen, als mede tother-
gingh van mijn geweer, in die fchepen
zou weezen te vinden: te meer, ahoo
ik met mijn onderhoorige krij^s-hevel-
hehhers en krijgs-knechten hy de vijf dui-
zent man flerk hen , die alle infgelijx
genegen zijn, met my tot u over telko-
men. Weshalve verzoek ik hy dezen aen
M hy
Singlamong aen te houden, dat der-
tigh groote Jonken ten dien einde, nevens
de Hollandfche fchepen , ten uitterjie
den vijftienden dagh van de tweede ma-
ne mogen werden herwaerds gezonden,
naer de plaetfen
Tamfuy ö/Tankoya :
als wanneer ik met de zelve nevens al
mijn volk hy uverfchijnen zal: ditge-
fchiedende zal my zelve zeer aenge-
naem zijn. Dan zulx mofle in der haefl
zijnen voortgangh nemen , en diende
in de tweede mane deJonken hier te zijn:
want ik de zelve in de derde mane niet
hegeeregezonden te hehhen. Op het ver-
fchijnen der zelve Jonken tijdigh hier,
zalik aenfionts al mijne hevel-hehhers,
mijne en hunne vrouwen en kinderen
daer in fchepen: aengezien aen de krijgs-
knechten weinigh gelegen is : wijl die
wel met d& Hollandfche fchepenvertrek-
ken kunnen, ik gedenk m.ijnen fchoon-
vader na dezen ook noch tot u te -eenden,
om verder met u over ditfiuk te fpreken.
Voorders verzoek ik niet aen u, dan dat
ghy dit mijn fchrijven toch heimelijk ge-
lieft te houden.

plü
iiv

D\'Admirael, met goed dunken van
den Onder-Admirael, en Schout by
móxtVerivei, fchreef den elfden van
voor
Tankoya, Siautongfiang daer op al- .
dus weer te ruch :

Uit uw fchrijven heh ik op nieuws zeer
wel verftaen, uwe begeerte van vijf dui-
zent teylen. Waert ghy met uwe krijgs-
knechten op de gedane aenhiedingh tot
ons over gekomen, die zouden al ter
handgefteltzijngeweeft. Doch wete, dat
al uw doen hy ons verdacht is
, en wy
niet twijfelen, of dl het geen ghy hy der
hand neemt , met enderlingh verftant
van die van gefchiet: hoewel

ghy voor ons veinft , en verzoekt uw
fchrijvenheimelijkgehouden magh wor-
den.

FVy hadden ook gedacht meer redelijk-
heids hy de beftierders van
Tayowan
zullen gevonden hehhen: echter twijfe-
len wy niet
<?ƒ Sepoan 2.*:?/ zich zoe
vreemt, om met ons te verdragen, niet
houden. Zoo ghy lie den opr echtelijk ge-
negen waert, naer de kufte van
Sina/e
vertrekken, ghy zoud zoo langh nietge-
draelt\', maer weleer aenzienelijkeper-
zoonen aen boort gezonden hebben,om ne-
vens een onzerfchepen naer Sïnghmong
en
Lipoui overgefcheept te worden.
Doch wy zullen als nu zien, of wy die van
Tayowan, en u niet tot beter redelijk-
heid konnen brengen.

Met welk fchrijven de dienaer van
Siautongiong, tegens den avont, door
den tolk
Meiman weder naer land ge-
bracht wierd.

Den twalefden des avonts , trok
Hopman Pooleman met elf benden
I krijgs-knechten op de buiten-wacht:
en wiert des nachts het gefchut en
voorder oorlogs gereetfchap van lant,
op de hoek van Tankoya, 2ien boort ge-
bracht , ook de
baterijen en eenige
tenten ; en des volgenden daegs al
de zeildoekfe en Kadjangfe tenten
af-gebrooken , en aen boordt ge-
fcheept. Korts daer na quamen ook
al de krijgs knechten
en bootsgezel-
len, die aen land befcheide waren,
aen boort: na
het leger, bevoorens
op alle plaetfen in biand geftoken
was.

Des

-ocr page 235-

Des iiamiddaghs , den dertienden,\'
deed d\'Admirael den raedby een ver-;
gaderen , om een befluit te nemen,:
wat hennu voorders, ten meeflen 1
dienfte van de Kompanjie , te doen |
ftont. Hy gaf dan eerft den zelven |
in bedenken, of men, ten aenziene !
zy gene vergader - plaetfe aldaer,!
nochte op de kufte van
Sma hadden,\'
vandaermetde geheele vloote naer
de kufte van
Stna ook zou dienen
Over te fteken, om te zien hoe het
met de vaftigheden op het Eiland
Goutfoe geftelt was: daerzy voorhe-
ne het oogh op gehad hadden, en
Welke namaels, toen d\'onzen gene-
gen w^aren met de geheele maght na
formoja te trekken, door de Tartaren
om verre geworpen waren: te weten,
of zy dezelve noch eenigzints be-
quaem mogten vinden , om met een
kleine moeite fo verreweder te bren-
gen, datzy aldaer een by-een-komft -
plaetfe , zoo het noodig geoordeek
mochte werden , zouden kunnen |
houden, en een krijgs-bezetting j
daer in leggen : daer benefièns ook I
eenige jachten daer laten, om, tegens
het aenftaende zuider
Moujfon, drie
daer van in\'t Japanfe vaer-water tij-
dig te laten kruifien.

fen tweeden, of, zoozy Geutjoe
al niet konden bezeilen , dan noch
®erft, zoo het geraden was, en de
^ijd
het lijden wilde, een aenflag op
des vyands plaetfen
Lamoa of Tmgsea
Zouden doen, en van daer de krui-
^ende Jachten belaften te komen.

Ten derde : of men van daer met
het meerendeel der vlote naer
Bata-
vta Jende te vertrekken, en alleen-
lijK drie of vier Jachten de hondert Si-
nefen voornoemt, benefl^ens defl\'eifs
Hopman , laten over voeren, en de
twee Tartarfche Jonkjcs naer deku-
ke van geleiden, volgens belof-
te aen
Singlamong gedaen : daer na
^ok die na
Batavia te laten volgen,
^^^ geenfcheepenof volk aldaer over
^^luiten blijven.

Eindelijk na veel overlegs wierd
^eLoten, eerft te doen opnemen, hoe-
^^nig de vlote van lijftocht, fcheeps-
^ aioeften:desgelijx van krijgsknech-
^n bootsgezellen voorzien was,

om als dan, na bekomen kundfchap,
met meerder gront
êen goet befluitte
kunnen nemen, wat hen te doen
ftont. Op de gehele
vloot dan wier-
den bevonden twee duizent
acht en
zeventig gezonde mannen, negeit
hondert en zeftig krijgsknechten, en
elf hondert en. achtien bootsgezel
len: beneven honderten twee zieke
krijgsknechten, en hondert en dertig
bootsgezellen. Het getal der genen,
die geftorven waeren, was twee hon-
dert en elf: hon dert en twee krijgs-
knechten , en honderdt en negen
bootsgezellen.

Den veertienden wierden door de
Tartaren noch drie en twintig overlo-
pers met hun geweer van land ge-
laelt, en met Champantjes aen het
J acht
vlaerdinge gebragt.

Ten zelven dage vertoonde zich
op ftrant aen den Apen-berg een par-
tye ruiters en voetknechten , fterk
ontrent drie of vier hondert, die eeni-
ge bravade maekten ; maer dorften
onder het gefchut van de dichtft aen
land leggende Jachten niet komen.
Tegen den avond wierden zy niet
meer vernomen.

Den vijftienden wierd eenftem-
mig befloten vier Jachten, als
Vlaer-
dinge, Overveen, de Kogge
, en Buik-
floot,ondet
het gezach van denSchout
by Nacht
Bartholomeus Verwei, naer
de kufte van
Sina te laten affteken :
d\'Admirael met de reft der fchepen
zou zich naer begeven. D\'in-

houd van zijne orde, waer na Verwet
zich te fchikken had, was aldus:

De twee Tartarifche Jonken , met
d\'onzen van de kufte van
Sina na for-
moja
vertrokken, weder t\'huis te ge-
leiden: als mede de O vergelope Sinefe
krijgsknechten, ten getale van hon-
dert entwee , beneven hunnen Hop-
man
Sita, op de kufte van Sina aen
land te zetten. Derhalve alle moge-
lijke middelen aen te wenden, om de
kufte van
Sina te bezeilen, en te ma-
ken , zoo doenlijk was, voor
Puthay
te vervallen, of die plaetfe te bezei-
len, om aldaer de Sinefen voornoemt
aen land te
zenden. Of zoo Puthay
door fchrale wint niet Wel te bezeilen
was voor
Chinchieuw te loopen.

hhh z Tot

-ocr page 236-

den hellen , wy hem voor afvijf duizent
teylzilver zouden doen genieten. Maer
hyons in acht genomen, hy die vjegheh-
hende dan evénwel niet overkomen , ja
ons noch
welhefpotten mögt, zoo konden
wy tot het uitkeren van eenig zilver niet

verftaen, voor al eer hy tot ons in er daet
zoude wezen overgekomen. Als dan le-
loofden wy hem de vijf duizent teylen
vo&r zijne krijgsknechten en hoven dien
noch andere vijf duizent, voor hemen
%ijneBevelhebber, uitte reiken. Maer
hy niet minder, dan over te komen, in
denzinhebbende, heeft niet anders ge-
zocht als ons te bedriegen. Niet alleen
in deze zake ; maer ook in de onderhan-

i^c utiti uto delinge van vrede, naderhand doorzijn

Tot den laetften van Sprokkel-
maend, cn langer niet, aldaer opde
kufte t\'ontliouden, om te wachten na
antwoord op des Admiraels
brief :
want hy gaf den Schout by nacht
eenen
aen den Ondet-Y^oningSingla-
mong
en Veldheermede, dien
Verwei den overgelopen Sinefen naer
land zoude
mede geven. Zoo mid-
ierwijie geen antwoord bekomen
wierd , zijn vertrek van daer t\'onder-
nemen, en zich met alle vier de Jach-
ten , zonder vertoeven, na
Batavia te
begeven: werwaerts d\'Admirael met
de
refte der vloote de reize zoude
aenvangen.

De brief des Admiraels -voor-

[Geleit ondernomen , met ons wijstema^
de Vloote voor Tankoya gefchreven, | ken, dat Sepom,hun Overfte, met uwe

quam op dezen zin uit:

De Hollandfche Admiraei Balthazar
Bort
doet by dezen zijne eerbie-
dige groetenis, aen
Singlamong

öok begaf ik my van Tankoya te water
daer na toe : alwaer wy het tegendeel
vernamen. My wiert een brief van
Se-
poan
overhandigt: daer hy hy ons zocht
tepaeyen, met ons het eiland
Lamoa in
bezit te geven: voorts met ons vrede te
maken: met verding wy het verhond met

Hoogheden al verdragen was , en zich
den Rijke ^onderworpen had : dat over
zulx al het krijgsvolk van hiernaSïn^.
te vertreken ftont, en
Tayowan ons wed-
der gelevert zoude worden. Derhalve

Onderkoning , en Taißng Lipout wy opzijn verzoek Gemagtigden (^na zes
Krijgs-overfte van het landfchap perjonen in gi^tehngvan hem alvorens
JFokien,
en wenfchthare Hooghe- bekomen te hebben) derwaerts zonden.

den lichamelijke gezondheid , ne-
vens een gelukkige voorfpoedige
regeering.

fVy hadden gehoopt dat het Sineefch
krijgs-volk, voe\\k zich noch op
Tayowan
e» Formofa
o-nthout, iaenmaninge u-

alle getrouheid, die wyaen hen, in het
overvoeren en \'t verzorgen van nodig
onderhout, hewijzenzouden: welke, zoo , -j -

wy niet heter weten, aen Tfiautong- | de wapenen te nemen. Dan onder o-ns
fiong , krijgs-overfte over het krijgs- \\ krijgsvolk , welk nu al eenigen tijt op

wer Hoogheden zouden in achtgemimen uwe Hoogheden, tot demping van dezen
hehhen ^n achtervolgens dien tot ons onzen gemenen vyand opgerecht moften
overgekomen zijn , om na de kufte van
verlaten en ons alleenlijk aen hunne zij-
^imzevoert te worden. By de brieven
de houden : waer over wy ons zeer ont-
van uwe Hoogheden , ten dien einde aen
I (lelden, als een zake, daer ons gemoedt
hen gefchreven , is by ons gevoegt ge- \\ zeer vreemt van is, en die noitgejchie-
weeft een fchriftelijke verzekering van ^ den zal Derhalve ontboden wy onze Ge-
- - - \' • \' magtigden ftrax weer tot ons vanTzyo-

wan : fneden alle onderhandeling van
vrede af, en zochten ons
toevlucht tot

volk in de zuider deelen vanYotmoh,
door uwe Hooghedens afgezanten ook
overhandigt is. Dees veinfde zich in
V eerfte daer na te luifteren , en begon
met ons in onderhandeling te komen :
daer en
boven f arbeiden, om van ons te
verkrijgen een groote fomme gelts:
waer in uwe Hooghedens afgezanten hem
ook geholpen en hy ons fterk aengehou-

Tankoya gelegert was geweeft , begon
de ziekte en (i er fte te komen: dies wy ge- .
nootzaekt
wier den op te breken : gelijk
gefchiet is. Midierwijie quam aldaer
tot ons overeen Hopmanl^iia., met hon-
dert en een krijgsknechten, die als nu op
vier Jachten verdeelt tot uwe Hooghe-
den gezonden worden. Hadden uwe
Hoogheden ons een deel Jonken mede ge-
geven,

-ocr page 237-

geven , daer zouden al meer overgeko-
men zijn : mant zy voorgeven zich op
onze fchepen niet durven vertrouwen.
Derhalve in het toekomenden uwe Hoog-
heden hier in gelteven te voorzien; ftaet
makende, wy van
Batavia ( werwaerds
ivy nu na toe vertrekken ) al tij digh in
het zuider
Mouiïbn weder met een
weerbare fcheeps en krijgs-magt zullen
zijn : wanneer wy verhoopen die van uwe
Hoogheden ook gereet zullen vinden, om
den vyand op
Tangfoa en Lamoa , of
daer hy zich dan onthouden mögt, ook
{goelijk op
Ay en Quemuy reets gefchiet
is) teverdelgen, en alzoo feenemael uit

te roeien.

Wanneer den hooft-man Kitat, ge-
komen aen boort des Admiraels, aen-
gezeit wierd, van met vier Jachten,
nevens zijn volk, ten getale van hon-
dert en twee, na de kufte van
Sma te
zullen gevoert Worden , toonde hy
daer over dankbaerheid aen den Ad-
mirael.

Ook hield hy in des Admiraels te-
genwoordigheid noch ftaende,dat dê
knjgs-o\\-Qi]X&Siautongßong geen over-
i^omen in den zin had gehad: maer
alleenlijk met een geveinft herte
Zulx gedaen had, om den onzen den
rijd t\'ontwinnen. Voorts, zoo hy ver-
J^^laerde , beftont des vyands geheele
magt op
Formofa, in ontrent tien dui-
zent gewapende krijgs-knechten; die
Wel door het geheel land veripreit la-
gen ; maer konden ook, des nood
Zijnde, in korren by den anderen ge-
trokken worden. Vier duizent hier
Siautongfwng onder zijn ge-
bied, om de zuid, verdeelt aen

hl den bergh van Tankoya,

Sakkam en andere plaetfen: maer op
zijne O verkomft tot den Tartar aüee-
ïielijk vijftien hondert man.

Den onzen , was dees Hopman
van gevoelen, en wilde hetby na vaft
fteilen , kon het land van
Formofa en
Qe vaftigheden daer op niet ontftaen,
^oo by aldien zy maer des jongen
Aö.vz«, krijgs-heir machteloos oua-
te maken : \'t welk te doen was,
^oo wanneer zy hem met een wel uit-
peruite vloote op
Lamoa en Tangsoa,
gefterkte plaetfe, dit hy
»och op de kufte van
Sina had) on ver-
ziens wilden overvallen : anders ^
: hem daer in zijn geheel latende, had-
I den die van
Tayowan op zijnen by-
1 ftantnoch te grooten rnoet: alzoo zy
i onder zijne regeringe ftonden , en
wel wiften hy hen in den noot niet
zoude verlaten : wanthy hem te veel
aen het Eiland
Formofa laet gelegen
leggen. Doch men zou dan ook om
Tayowan weder te winnen, niet alleen
een groot leger te lande, maer ook
een eerbare vloot, aldaer wel ftag-
vaerdigh dienen te houden, om den
zeiven
Koxin, zoo hy met zijne ge-
weldige vloot Jonken over komen
mogte , te konnen tegen - w eer bie-
den.

Den zeftienden , ging de Schout
by nacht
Bartholomeus Verwei , met
j zijne vier Jachten onder zeil: laveer-
I de n-öordwaerts by de Formofaenfe
I kuft op,en raekte ontrent den middag
een mijle van den Apert-berg ten an-
ker : defgelijx ook d\'Admirael met elf
I fchepen en de Jonk
Quemuy: en ge-
lijkelijk den een en twintigften in de
Piskadores.

Den vier en twintigften, zeilde de
Admirael de zuid-ooft-bay van Pey^o^
in. Vijf Sinefen quamen met een
Chiampantje van land aen boort , en
bragten eenige eyeren mede: zyont-
fchuldigden zich van gene
Koe-bee-
ften of andere ververfchinge (ver-
mits het
Chiampantje te klein was, en
\'t water ook te hol aenfchoot) gebragt
te hebben; maer beloofden die,zo
dra
\'t weer wat bedaerde, toe te brengen:
te meer, alzoo 1-iet befcherm-brie^e,
hen op den twalefden van Louw-
maend ter hand geftelt, \'twelk zynu
ook mede bragten, melde :zy onze
fchepen alsze daer aenquamen, van
ververfching zouden moeten voor-
zien. Op hun voorgeven, waren ee-
nige der Sinefe krijgs-knechten, te-
gens den vyand op den
zevenden
ftaegs geweeft, op het Eiland geko-
men ; d^och hadden, uit een weerzin
van de wapenen langer regens d\'on-
zen te voeren, de zelve weg gefme-
ten : daer benefTens zich tot den land-
bouw begeven. Eindelijk voerende-
ze vijf
Sinefen met hun Chiampantje
weer naer land.

Te-

-ocr page 238-

Tèaetis deli avond vertrok \\ dat het heter ware, dat gin u met den

Schout by nacht Verwei, met de vier | Tartar vereenighde, en ö??j-layowan
ïd\\epenFlaerdimen,Over-veen, Kog- \\ wedergegeven ivierd, om alzoo vreds
ne en^/^M-^ö/naerdekuftevan si- \\ onder malkanderen te hehhen: wanneer
n:a\\
om de Sinefe overloopers ontrent j de koop handel weder levendigh worden
of in de Reviere on- | zou\\ dienghyons niet kunt doen genie-

der des Tartars gebied, aen länd te ten, zoo langh ghy u van het njk afge-

___L^^jJ. . a^ La ic nPftlk trbv weet.

zetten.

Den vijf en twhitigHen , wierd van
onder
Pehoe gqïi brief, (aen den jon-
gen
Koxin oiSepoan op Tangfoa, door
den
Admirael gefchreven^.) met een
gevangen Sinees aen land gezet, om
met het eerfte vaertuig derwaerds te
zenden Dees luide aldus :

De Hollandfche ^^wir^^-/ Balthazar

zondert hout: en het is j gelijk ghy weet,
ons meeft om den koop-handel te doen.
Om
Lamoa tegens Tayowan te verwif
felen , daer toe hen ik
niet gevolraagtigt:
daerom heh ik gaerne tegens uwe ajge-,
zondenen eenige andere voorftagen wil-
lén doen: waer hy wy wat van ons recht
zouden afgeweken hehhen : waer uit, zoo
ghy dan ook wat toegegeven had , wel
licht een middel ivas uitgevonden ge-

\' Hollandjcfje /iamiraci uciLi-uc^^^c.. ...... ........... ^

Bort wenfcht Sepoan lichamelijke \\ weeft, om tot een goede vrede te komen.

gezontheid.

gezonden hehhen, nochte uwe gczaiten
nooit weder gekomen zijn, om met my te
fpreken. Sijn zy hevreefi van aengehou-
den te worden, zoo is dat hunne klein-
hertigheid te wijten. In het midden van

Ik kan niet genoech verwonderen, x^aer-^

om die van\'ï-SLjO\'^m,.dewijl onzhye-

Uwe hrief is my door uwe afgezanten magtigden daer waren, niemant toimy.

■t/titP /r/^ty/Jik fffZ

voor T^yowm overgelevert. Dezelve
zijn daer op naer land gevaren; maer
noit wedergekomen-., hehhende zich zeer
af-keerighvan ons getoont. Hadden zy
weder hy ons verfchenen, gelijk hy ons

weaer t?y ons verjtrjcncn, ......... j

verzocht was, wy zouden hen eenen de feljle oorlogen werden onder ons ver-
brief aen U E. medegegeven , en on- zoenen wederzijds afgezonden, om met
ze meeninze, om tot
Vrede te geraken, malkanderen van eenige zaken tejprer
nader te verftaen gegeven hehhen. Van ken. Maer die worden met aenge hou-
ons zijn gemaghtigden in
Tayowan ge- den, noch geen leet gedaen : ja, zoo ver-

re is het daer van daen, hy ons voor hei-
liggehouden, en tegens eenen ieder voor
allen over laft hefchermt.Dewijl dan,zoo
ik bemerke, die van
Tayowan zich zelfs
zeer hoogh, en ons zeer kleen achten ,ja
zoo onbeleeft waren-, dat zy onze gemag-
tigden niet eens met onze gevangenen
hehhen willen laten fpreken, ook met toe-
geftaen de gevangenen een briefje aen ons

\' I ^ ^ AM /-I

weejl, om te zien of men konde verdra-
gen : maer als zy ff raken van
Tayowan
weder te hehhen , zoo wierdenze hefpot,
en in nauwe

hewaringegeftelt. Het (lont
ons vry feiffchen , en hen om te weigeren,
zonder malkanderen daerom fmaetheid
aen te <r/ef;?.Tftautongftong/;^^/ons wijs
gemaekt, dat UE. zich onder den Tartar
e geven, zijn krijghs-volk van
Formofa ;

geven, met meening om hy u op Tangfoa
te komen, op hoope by u meerder bejchei-

denheiden beleeftheidtezullenvinden :

ontboden , en näaft had dat land we- te fchrijven, zoo heh ik my van daer be-

der aen ons zoude overgelevert worden.
Daerom wy, op zijn verzoek , {na dat wy
Gijzelaers van hem ontfangen hadden)

{Jljzeiaers van rjcm vni\\ur,gen . ...

onze gemagtigden Tayowan 1 daer beneffens het daer toete brengen ,

zonden. Maer wanneer wy ons over zee \\ dat ghy gezanten naer B^t^Vi^Jchikte,
daer na toe begaven,en onderwegen uwen \\ om daer by te leggen zoodanige zaken,
brief ontfangen hadden , zoo verflonden \\ die tuffchen u en my mogten open en on-
wy daer uit het tegendeel: naerdien ghy j\' afgehandelt zijngebltvtn. Maer het op-^

komen vanftorm-winden, heeft den tijd
air ee zooverre doen verlopen, dat ik niet
hy u t9t mijn leet-wezen op
Tangfoa ^^^
konnen komen : of ik zoude hier op de
kufte moeten verblijven, en niet na
VAVla.hebben kunnen vertrekken: welk

voor

ons by den zelven aenmaend , wy de
vriendfchap met deTartaren moften ver-
laten , zoo wy met u heden vrede wilden
maken: ook ons alleenlijk maer aen-
Lamoa in t bezit, en onze gevan-
genen vry te geven. Wy.zeggen daer op

-ocr page 239-

rufting der Pormgefche vlöte, door
\'t gebalder van grof gefchut, en groo-
te der fchepen , by de Sinefen te vore
nooit gezien.Aen al dit ftaken de Ma-
hometanen of Moren, die zich in gro-
te meenigten in de Hoofcftadt
Kanton •
bevonden,hiinzegel,metbcveftiging •
, dat defe volken(verfta dePortugefen)
Franken genoemt wierdeo: (wantby
de Saracenen worden al d\'Europers,
behalve de Grieken , Franken ge-
noemt)ftrijdbaer en fterk van natuur,
en overwinnaers van volken waereiii
daer en boven de grenfen van hun rijk
met die van den gehelen aerdbodem
bepaelden. De zucht evenwel tot ge-
win nam d\'overhand, en t\'effensde
Portugefen binnen
Sina-. want de win -
fte,niet alleen ten voordeelevanden
Keizer, maer ook van de gemeente,
die uit dezen handel ontilond, w^as
zoo groot, dat de Majeftraren,de vre-.
ze terzijde geftelt, den handel nooit
volkomentlijk uitgefloten ; maer al-
lengs toegelaten hebben;met befprek
evenwel van aenftonts alle,na het ein-
digen van den merkt tijd, naer
Indien
met hunne koopwaren op te kramen.

Te weten, de Portugefche hande-
laers hadden alle jaers
twee jaermerk-
ten, om te bekomen het geen d\'Indi-
fche
fchipvacitontrent inl.oumaent,
of de Japanfche in het uitgaen van
Zomermaent plag uit te flepen.

Dezejaermerkten wierden niet in
de haven van
Makao, of op het woeft
eiland
San dan gehouden ; geiijk ou-
linx ; maer in de Hooftftadt
Kanton
zelve,met toeloop van een grote mee-
nigte van menfchen. Want de Portu-
gefen ftaken van de Stadt
Makao af,
met bewilliging der Majeftraet van
Sina, na de Hooftftad Kanton, een weg
ontrent van twee dagh-reizeiis te
\' fcheep,tegen ftroom op,en
o vernach-
ten in die haven^in hun vaertuig; hoe-
wel alles by hen
met eenzonderlitig
groote omzichtigheid, en een oog in
\'tzeil te houden , gedreven wierd:
waer uit blijkt de oude vreze noch in

______________ _______deSinefen was. Ieder jaermexkt duur-

edert hen het Rijk doordeel Tarter de twee maenden en dikwlls langer.

ccc Der-

des jaers twalef honderd en acht ont-
weldigt v/iert.dlngeböorne vrefe des
volks wiert vermeerdert,door de toe-

voor ons ongeraden was. Daerom heh ik
dezen hrief hier in de
Piskadores in
handen van d inwoonders, gelaten, om
aen u hy gelegentheit gezonden te wer-
den.Tegens defelve inwoonders,en voorts
tegen alle landluiden, alffegeen wapenen
tegens ons voeren , gebruiken wy gene
vyant fchap: \'t welk de hoeren, vrouwen
en kinderen op hymwjgetuigen kunnen:
als dier velen wy uit der Tartaren han-
den verloft, hy\'t leven gehouden en ge-
fpijzigt hehhen. Zoo ghy kont heßuif ne-
men ,gezanten meteenigen onzer gevan-
genen na
Batavia te zenden , het zoude
een goede zake , en een middel zijn, om
totvrede te komen.
BaithazarBort.

Den zes en twintigften ging d\'Ad-
mirael met de tien
 Notehoom,
Ter tholen, Mars, vUjfmgen, Zierikzee,
Naerden, Jonker, Melis kerke , Kaneel-
hoom
en Nieuwendam weer onder
zeil, en liep tuftchen het hoog en w^e-
fter Eiland door : zagen den zeven
en twintigften de zantduinen : den
acht en twintigften de Makkaufe Ei-
landen. Op een van de Makaufe of
Makoafe Eilanden is de
Sf^óiMakoa
gelegen, die gezeit wort aldus hae-
ren oorfprpng genomen te hebben.

De Sinefen ftonden den Portuge-
fen in den beginne toe , met hunne
koopwaren te merkten op een woeft
en onbewoont eiland
Sanchan of San-
eian ,
gelegen dertig mijlen van het
Vaft land, en tien van
Makao, daer zy
hun verblijf hadden in hutten, opge-
worpen van ftroo , takken van bo-
men en andere ruichte, zonder vry-
heit van een eenig huis te mogen
ftichteii. Op dit Eiland plachten Si-
nefen en Portugefen, om den koop-
handel, ten dien tijde by een te ko-
men : zonder de Portugefen op de
grenfen ten rijke van
sina verder
mogten inboren niet tegenftaende
ïy reeds, verwittigt van de rijkdom-
men des rijks, grote moeite aenwen-
den, om met die van Sind, ouderlingen
koophandel te drijven. Dan kleinen
langzamen voortgang nam deze
toeleg: want den Sinefen, boven alle
molken, jaegt ook zelf defchaduwe
^an achterdocht fchrik aen : alier-
^^^eeftis dit onder de Sinefe ontftaen.

-ocr page 240-

woont te worden, niet alleen byde
Portugefen ;maer ook by al het hef der
omgeiege volken: met bewilliging en
oogluiking der Sinefén zelfs. Waero-
ver dezelve, endoor den groten toe-
voer van alle koopwaren derwaert uit
• Europe,geheel Indien en uit
Sina zelf,
in korte jaren een volk - rijke cn be-
roemde Stadt geworden is.Ja heeft de
zucht tot zilvere munte de Sinefen
zelfs derwaerd met der woon gelokt:
cn hebben de Portugefen niet alleen
koophandel; maer ook huwelijken
met de Sinefen gedreven , en aldus
dit gehe el hangend eiland met burger
huizen bebout, en uit een dorre rots
een brave koop-ftad
opgerecht.

Berucht is ook deze plaets by de
Rooms-gezinden , door den groten
toeloop derwaerds vangeeftelijkecn
Priefters,die den Godsdienft der Por-
tugefcnga flaen, of ingeboornen tot
hetRoomfch geloof bekeeren.

Van hier zijn al de tochten, totbe-
keringe der heidenen, na
Japan, Sina,
Tunking, Cochincina, Kamhoya, Laos,
en
andere geweften by de Portugefen
ondernomen. Waer over dc Konin-
gen van Portugael deze plaets met
den tytel en voorrecht van Stadt be-
fchonken, en met een Prelaet, met
bewilliging van den Paus , verheer-
lijkt hebben, om den kerken-dienft
meerder Majefteit by d\'uitheemfche
te geven. .

Dan grotelix heeft/^^o in koop-
handel afgenomen , federt het ver-
dry ven der Portugefen uit
Japan.

Den negen en twintigften , des
nachts in d\'eerfte wacht had, de vloot
d\'oofthoek van \'t Eiland
Ainan. Het
zelve Eiland leit , volgens d\'onder-
vinding van
Bartholomeus Verwei, veel
noordelijker , als het in de gemene
kaerten geftelt wort. Op het Eiland
Ainan leid een Stadt Inglj, anders
Kiuncheu genaemt.

De Stadt Ingly is gefterkt met weer-
bare muuren , en bebout met fraeie
huizen, na d\'orde der Sineefche bou
kunft, en bequaem ten koophandel.
Byna het ganlch eiland leit bezet met
bergen en oude bolfchaedjen

IS

fchen onderhoud.

Op het gebergte groeit welriekend
aerends hout; defgelijx ebben ro-
zen en vcrf-hout, gemeenelijk Brefi-
liacnfch-hout genaemt, in groot ge-
bruik by de verwers door ganfch
Sina.
Men heeft\'er vele grote en kleine In-
diaenfchc noten, en zekere vrucht,
laka by d\'Indianen genoemt, die niet
aen de takken, maer acn den Stam des
booms groeit, cn voor de grootfte
van alle vruchten des ganfchen aerd-
bodems gehouden word.
Onder an-
der gewaftèn groeit hier ook zeker
wonderlijk kruid,
Chitung by d\'eilan-
ders in\'t Sineefch genoemt: want de
zee-luiden beloven zich uit degclect-
jes of knoopjes uit te kunnen vinden,
in welke maent, cn hoe vele ftormen
des ganfchen jaers ontftaen zullen:
want hoe weiniger geleedjes,hoe wei-
niger ftormen zy willen dat ten dien
jaer komen zullen; defgelijx uit d\'on-
derlinge afftant of verafhcid der gc-
leetjes, van den wortel af te rekenen,
in welke maend het onweer ontftaen
zal. Het eiland voed ook meenigte.
van harten en andere wilde en tamme
beeften: en velerlei flag van gevogclt.

De bergen, zoo dc Sinefen fchry-
ven, befluiten in hunnen boefemgout
en zilver hoewel de bergluiden dat
niet willen, of liever vervvaerlozen uit
te delven. Maer rapen flechts overal
op d\'oevcrs der ftromen uit het zant
eenig gout,afgefpoelt miffchien door
dc regen van \'t gebcrgt.

Onder dit eiland worden ook per-
len ge vifch t
,gepleegt federt vele eeu-
wen aldaer; maer nergens is de vangft
rijker, dan aen de noorderftranden,
in
d\'engte ruflthen dit eiland en\'t vaft
land.
Zeker vreemt flag van vifch
word ook onder dit eiland gevangen,
met vier oogen en zes voeten, eeni-
gcr mate van geftalte gelijk een lever.
Dc Sinefen willen dat deze vifch ook
de peerlen uitbraekt, behalve de ge-
nen die zy uit d\'oefter-fcheipen be-
komen. Mifl\'chien braken zy dege-
nen uit, die zy te voore met d\'oefters
ingeflokt hebben.

Nochis\'er, zoo de Sinefen fchry-
ven , een ander dier onder dit eiland

Derhalve is deze plaets, te voore | vruchtbaervan alle dingen tot\'s men
onbewoont en woéft, begonnen be-

in

-ocr page 241-

lijke (teentjes in zich befloten houd.

Tuflthen de Stadt Kaocheu en het
eiland
Hainan vforden zekere zee-
kreeften gevangen: die gaen, en in ge-
fl:alte van d\'andere niet zeer verfchil-
len: uitgezeit deze, zoo dra zy uit het
Water in de lucht komen, fteen wor-
den, en een zeer herden fteen verto-
nen , behoudens nochtans d\'oude ge-
ftalte en wezen. De Portugefen en
Zelfs de Sinefen gebruiken dezelve
tegens hete koortfen,en zijn by hen in
grote waerde. Diergeljjke kreeften
worden in zeker meir
op her eiland
Hainan gQYàtigQn.

Aen de zuid-zijde vangen de Sine-
fen in zee wal viflchen, op een zelf fte
wijze, gelijk d\'onzen onder Groen-
land en Spits bergen : van gelijken
word van het fpek traen gekookt, tot
verfcheiden gebruik,

Verfcheide bergen bezit dit eiland.
Na de zuid-zijde der Hooft-ftadt is
een berg
Kinim, met roden Marmer,
Waer van de Opper-ftadt haeren naem
hekomen heeft.

Ontrent de derdekleine Stadt Lin-
kao
leid een berg Piße , daer van de
Sinefen wonderlijke beuzelingen uit
den kruin ftoten : want zy willen dat
op dien berg zeker loos dier gevon-
den word ; ja, byna met vernuft be-
gaeft , in de geftalte van een hont: dat
^e.n van deze gedrochten hetheir der
bilanders door onbekende wegen ge-
beid hadde, om den vyand, die uit
Ko-
chznchina
op hun eiland gevallen was,
oen Weg te fluiten : waer door d\'ei-
^aders een grote zege verkregen.
Ter zelffter plaetfe fta?t ter eere van
dît dier een kapel opgerecht.

Bcoofte de Hooft ftadt Kiunchcu
leid een meir, ter plaetfe daer eertijds
^en vStad flond : maer quam door een
aerdgaping te verzinken.

By de kleine Stadt Jai is een berg,
«ïet een zeer hogen kruin ; ja, word
gezeid zoo hoog te zijn, dat boven
op regen noch wind te gebieden
«eett. Hy word gezeid het onweer
wl \' f bedwingen en breidelen :

aerom hem de naem van Hoeifung
ë^geven is : dat \'s winthreker. ^ ^
met name Tocheu, cn daer op een berg
zoo hoog, die met zijnen kruin bo-
ven de wolken zelfs fteekt.

in zee, welk met de kop een vogel, en ^ Een ander eiiand leit by de kleine
fiacrt een vis gelijkt,en eenigekofte-1 ftadt^a/?, van hondert ftadieiigroot.

Merk waerdig is, \'tgeen de Sinee-
fche landbefchryvers van de zee on-
der de kleine üdidtKiun verhalen: na-
melijk dat dezelve aldaer geen eb
noch vloed gevoeld ; daer nochtans
zulx op de naby gelege plaets ge-
fchiet : maer d\'eene halve maend na
\'t oofte : en d\'andere halve na\'twefte
vloeit.

De ftadt Ingly is een kooprijke
plaets, en wort aldaer de ganfchedag
ten handel befteet. Men heeft\'er drie
koop-merkten ofmerkt-veldenrd\'eer-
fteiseen grote plaets, aen d\'ooft-zij-
de der ftadt, daet zich met zonnen
opgang koopluiden van alle landaerd
bevinden; als Arabieren, Turken,Zu-
ratcen,Malabaren, Abexins, die van
Pegu en Maleye , beneven een grote
meenigte van eigen inwoonders, ver-
fcheide flag van Indianen, desgelijx
Portugefen.

Na deze merkt gedaen is, vi^elke
tot negen uuren duurt, begint de
tweede. Deze wort gehouden by het
Paleis van het Opperhooft des ei-
lands , en duurt tot op den middag.
Als dan begeeft een ieder zich naer
huis, en na het nuttigen vanfpijsca
drank , tot flapen. Des namiddags
ten drie uuren neemt de derde merkt
een aenvang , op een plaets aen de
zuid-zijde der ftadt, daer ieder met
zijne waeren verfchijnt : doch ftaen
de vrouwen , (want de vrouwen en
niet dc mannen drijven in deze ftadt
den handel) die eenderlei waeren ver-
koopen , ieder op een byzonde-
re plaetfe , nevens malkandre , en
d\'een, van d\'andere afgezondert, met
haer waeren voor : te weten
eerft dc
peper verkoopfiers, daer na, op een
ry , die betel-bladen ,
Oriekka , wa-
ter-meloenen , en
Ananas verkopen:
naeft deze de boek
verkopers. Op de
zelve merkt is een
andere plaets, daer
acn de rechterhand allerlei yzgrwerk,
wapenen,
ponjerts, of kriften, onder
ander, wit en geel Zandel-houtver-
kocht word j gelijk aen de linke hand

CCC 2

zul-

-ocr page 242-

aü na\'t Keizerrijk
potte-merkt, lakken, matten enfout-
merkt : en daer tegen over, aen de
linkc-zijdc, d\'oly-merkt.

Den eerften van Lente maent voer
de vloot voorby
Tïnghofa, den twee-
den voorby de kaep
de Avarelles: was
op den derden over het
Hof van Hol-
lands , Bredaes
, en Akerßoots droogte,
aen het zuid-einde van
de Paracelles
gelegen, gelukkelijk geraekt qua-
men den vierden voorby het ^iland
Kandoor: en den zevenden onder het
Eiland riw^?;? ten anker. n ■ \'

Den achtften wiert volgens befluit,
i ter vergadering
van den Raedt geno-
men , een verbodt afgelezen : waer
by niemant ^ch zou mogen vervor-
deren , aldaer of op
Batavia eenige
Sinefe kinderen , zoo die onder de
krijgsknechten en bootsgezellen , ais
bevelhebbers op de fchepen der vlote
beruftende waeren, aen Mooren of
Heidenente vervreemden. Om het
zelve te verrichten en ook met een
het getal der kinderen ,benefrens dat
van de gevangene Sinefen, op de
fchepen befcheiden, te laten opne-
men, wierden daer toegemachtight
Schipper
Pieter Saskens , Hopman
Adriaen Schimmelpenning, de Sekreta-
ris
Hendrick Yshrants en de Boeckhou-

dtt loannes Reinoldus.

Het verbot luide van woorde tot
woorde aldus:

Alzoo hier in de vloote, zoo wel onder
de zeevarende , als
krijgs-heampten en
alkandereperfonen, veel Sineje kinde-
ren , zoomeiskens , als
jongens , levon-
den wer den Jk zy op
Quemuy en elders,
hekomen hehhen: en wy he ducht zijn, zy
de zelve ,zy hier tegenwoordig voor
Poele Timon , of wanneer op Batavia

zullen gekomen zijn, wel vervreemden

mogten aen heidenen en Moren,ons^ Chri-

ftenennktgeoorloft noch hetamelij.^, en

ZLiiker, honing, allerlei zuiker-werk;
en daer neven aen witte, zwarte, ro-
de,gele,groene en graeuwe boontjes,
vervolgens komt de ajuin en look-
merkt.

Aldaer hebben de koopluiden, die
met allerlei lijnwaed en andere wah-
ren in \'t gros te koop ftaen, hun wan-
del-plaets: op de rechte hand der zel-
ve plaetfe , is de vogel - merkt van
hoenderen, eenden, duiven, pape-
gaien en andere gevogelte, desgelijx
vanKabriten of geiten. Alhier fchei-
den haer drie wegen : een heeft de
kramen: de tweede de groen-merkt:
de derde de vleefch-merkt.

In de voorfte kramen,aen de rechte
hand, ftaen eenige juweUers, met ee-
nige ftechte robijnen, hyacinten fpi-
neilen, granaten en balazen, en dier-
gelijke te koop. Aen de linke hand
veiitmen verfcheide Sineefchefchil-
derwerk,allerlei kleurde ftag van ftik -
zijde, zijde en damafte lakenen, flu-
weel , fitijn , gout-draet, goude la-
kens, porcelein, fraeie mantjes met
lakovergomt , kopere bekkens, ge-
flage en gegote kannen , klein en
groot, quikzilver, fraeie kiftjes, al-
lerlei kleur vanfchrijfpampier,alme-
nakken,geflagen goutin boekjes,fpie-
gelfjes , kammen , brillen , zwavel,
Sineefche fabels met verlakte fchee-
den, wortel.-waejers enandere
fnuifferye. De tweede weg is aen de
rechte zijde
bezet met maelderijn-
kramen, aen de
hnke hand is dehn-
nen merkt van de mannen ; daer ne-
ven die van de gehuwde vrouwen :
binnen dé laetfte geen mans perfoon
den voet mag zetten , op een grote
peene. Verder in te gaen, ister we-
derzijde de fruyt en w^armoes-merkt:
van daer weder te keeren,komptmen
op de
vifch-merkt: vervolgens aen de
linke-zijde op de vleefch-merkt:
daer na op de drogery , of fpecery-
merkt, daer de vrouwen verfcheide
rpecerijen in \'tklein verkopen : als
ronde en lange peper, witte en fwarte
nagelen, noten, foh, kubeben,kaneel,
kumijn, genber, zedoar, fandel-hout,
rhabarber, galanga, venkel, anijs-faet
en diergelijke drogeryen. Ter rech-
rer-!zijde is de rijs-merkt: daernade

daerom hy uitdrukkelijk vaßgeftelde
wetten door onze
Hoge Overigheid ver-
boden , zoo hehhen wy eenen kgelijk hy
dezen daer van kunijchapen voorweting
willen doen, ten einde zich te wachten
I van eenige dezer meiskens , jongens oJ
j anderen Sinejen landaert hier aen Poele
I Timon Batavia
aen eenige Moren
of Heidenen
te verkopen , vermangelen
ofwegte fchenken, omniet te vervallen

m

-ocr page 243-

in de ftraffe, hy onze Hoge Overheid daer
op geftelt. En op dat d"overtreders zou-
den kunnen uitgevonden worden , zal
een ieder gehouden wezen de ziinen aen
.onze Gemagtigden hekent te maken, om
opgetekent en aengefchreven te worden.
Aldus af^ekündigt op alle de fchepen de-
zer vloote ; leggende voor
Poele Ti-
mon
ten anker; den achtften van Lente-
maent: 1664.

Midierwijie de Gemaghtigdenmet
liet verbod, aengaende de Sinefe

af te lezen bezieh waren, zoo ver-
ftont de Admiraei
Bort uit eenen Ma-
leyer, by hem aen zijn boort geko-
men , dat \'er een Sinees meisje onder
hen van de fchepen gebracht was ge-
worden. Dies hy verzocht, de Ad-
miraei hem ook een wilde over doen:
naerdien hy meende het zelve wel
moghte gefchieden, en het een geoor-
lofde zake was. Dan d\'Admirael
deed hem anders daer van onder-
recht, met af te vragen, van wat
fchip het gekomen was.

D\'Admirael uit zijne aenwijzinge
Verftaende, hoe
ïn.h.tt]2iC\\\\tNaerde,
die mis-flag begaen was , zond aen-
ftonds den Schout by Nacht
Bartho-
lomaus Verwei
derwaerds , om , na
Zuix uitgevonden te hebben, naer-
ftigiieid aen te wenden, ten einde
Zy het meisje weder in hunne handen
S[tiamen te krijgen. Doch keerde
Ver-
ii^ei, tegens den avond weder, zon-
der ietopgedaen, of het deiikt uitge-
vonden te hebben.

Alzo den negenden d\'Admirael uit
^ en Ige andere Male\'yers noch nader
zekerheid van het verkoopen van
het .ïineefch meisje verftaen had,
zond iiy aerhalve Hopman
Pooleman
en den Sekritaris Tshrantfz. aen het
Jacht
Naerden, om aldaer , als ook
^en d\'ande re fchepen daer natever-
jjemen. Alstoenbevontmendemis-
ilaghniet aen
Naer de-, maer aen de
paneel-hoorn was begaen, door zeven
Soldaten : die het voor de zomme
van veertigh Realen verkocht had-
den , met by-brengen alleenlijk tot
nunne verfchooning de verkoop on-
^it twee uure voor het aflezen des
^^^^ods aen hun boord, gefd

niet te

zijn, en overzulx niet geweten had-
den , zy het zelve niet vermoghten
te doen. Zy beloofden allen vlij daen
te wenden , om \'t zelve meisje we-
der in hunne handen te leveren; naer
dien zy zagen , dat d\'Admirael en
zijn raed zich daer aen gelegen heten
leggen.

Derhalve gingen vier der gemelde
krijgs-knechten aenftonds naer hui-\'
ten, die voorgaeven van ten naeften-
by wel te weten , waer
d\'Orangkay

kinderen op de fchepen der vloote, aen wien zy het meisje verkocht had-

den , woonde ; ook twijfelden zy
niet, vermits een of twee onderhen
kundigh in dc Maleytfche tale was, of
zouden het zelve wel weder komen
te krijgen.

Den tienden wierd inradcbefloo-
ten, alzoo aldaer geen ververfching
genoech voor de vlootelingen te he-
komen, en\'tgeen noch aengcbragbt
wierd, zeer dier koop was, van daer
naer het Eiland
Lauer te vertrekken,
op hoope van aldaer beter rot hunne
vergenoeging tc kunnen voorzien
worden. Zy gingen dan, na het lich-
ten der ankers tegens den avont, der-
waerds onder zeil en quamen om-
trent middernacht voor het Eilandt
Lauer ten anker. Op zijn vertrek liet
d\'Admirael een briefje , om acn den
Schout by Nacht
Verwei tc werden be-
ftelt,by d\'inwoonders van
PoeleTimon,
met inhoud en bekentmaking van zijn
wedervaren, zedcrthet fcheiden van
elkandre.

Den twalefden, wierd in rade be-
floten noch dien avond de reize naer
Bataviaie bevorderen : dies zy de an-
kers opwonden, en met den avond
onderzeil gingen.

Dc vier Soldaten , om het Sineefch
meisje wederom tc krijgen, op
Poele
Timon
den negenden aen land geva-
ren , waren niet weder aen boord ver-
fchenen ; maer daer blijven ftaen-

Ten dezen dage wierd des d\'Ad-
mirael eerft door den luitenant
Kleer-
m.ont
van de Kaneel-hoom verwittight:
over welke fpade bekent-making, de
Admiraei zich niet wel te vrcede
toonde.

Den dertienden, voer ie vloot
voorby
Poele Panjang: zagh den veer-
ccc 3 tien-

-ocr page 244-

avond den fteen Fredrik Hendrik ver-
by, en quam in den avont in de ftraet

Banka : den negentienden verby de
noorder w^achter.

Den twintighften , kreegh de
vloot de duizent Eilanden op zijde :
quam des avonds op acht en twintigh
vadem ten anker, en had het Eiland
Edam naer gifftnge ontrent drie mij-
len van haer.

Des anderen daeghs, den eenen
twintighften, verviel de vloot voor
Batavia op de ree, met tien fchepen,
Noote-hoom , Tertholen, Mars , Zie-
rikzee , VUjJingen , Naerden , Jonker,
Kaneel-i>oom ,Melis-kerke en Nieuwen-
dam.
Ook waren het Jacht de Zee-
hond ei\\
de Jonk Quemuy , met brie-
ven uit de
Piskadores voor af der-
waerds aengezonden, benevens de
twee voorige Jonkjes, aldaer ter ree
gekomen.

Tegens den avond begaf d\'Admi-
rael,
Balthazar Bort: d\'Onder-Admi-
rael.
Huihert de Lairejfe: beneftens de
Raets-perzoonen der Oorloghs-vlo-
te , en meeft aUe de Schippers van
boort naer land, by zijne Ed. den
Heet Maet zuiker. Zy wierdenby hem
wel onthaelt, en quamen des ande-
ren daeghs alle ter middagh - mael:
daer d\'Admirael van \'t een en\'t ander,
den verrichten tocht rakende , met
zijne Ed, mondeling fprak: leverde
daer beneffens alle de papieren over:
als ook een lij fte van de gevangenen :
defgelijx van de bekomene Sinefe
kinderen : welker getal beftont in
twee honderd drie en veertigh : te
weten, negen en vijftigh gevange-
nen , zes en dertigh meisjes, en hon-
dert acht en veertigh knechtjes.

Midlerwijle was de Schout by
Nacht
BartholomóBus Verwei, die den
vier en twintighften van Sprokkel-
maend, met vier
i(^e^eti,Vlaerdingen,
Overveen , l^o^g^
en Buik-Jloot, uit de
Piskadores, naer de kufte yan Sina zeft
ging,om de overgeloopen Sinefen on-
trent
Puthay of aen de Reviere Chin-
eheo
onder des Tartars gebiet aen land
te zetten, denzes en twintigften on-
te zijn, befcheiden onder het gezagh
y2indenhdmK2ie\\Sytotok , die aldaer
voor
Aymuy zoude de wacht hebben
opdes vyands voornemen. Volgens
bericht der Tarters van de Jonk, had-
den zy daer ontrent gene Koxinders,
na vertrek der onzen, vernomen.

Verwei liet door de Tartarfche af-
gezanten verzoeken, zy hem de me-
de gebraghte overgeloopen Sinefen
door een van hunne vaertuigen wil-
den doen afhalen : ten welken ein-
de hy de gezanten voor de ^zdAymuy
deed aen land zetten. Des anderen
daeghs quam een Jonk met de twee
Mandarijns voornoemt aen fijn boort:
waer in d\' overloopers met hun ge-
weer wierden in gefcheept: te gelijk
wierd ook dc brief aen de gezanten
overgelevert, om aen den Onder-ko-
ning
Singlamong, en Veldheer Lipou te
beftellen: waer op de gefanten met de
zelve na de ftad
Chineheo vertrokken.

Den acht en twintigften, quam een
Tartarifch vaertuigh aen boort des
Schout by Nachts, onder andere met
eenen gefchooren Sinees, genaemt
Hionko , die voorhenen op Batavia
had gewoont, en Maleyfch en ook
Portugeefch fprak, en ook meerma-
len aen boort was geweeft. Hy was,
volgens zijn ztggen, van den overfte
Sitotok aen d\'onzen gefchonken, met
verzoek op
Verwei, om eens in per-
zoon by hem op
Hay tin (een plaetfe
ontrent een mijle of anderhalf van
daer) te kom en, ter onthaling. Doch
dit floeg
Verwei,belet doorziekte, af.
Wijders verhaelde dees
Hionko: dat
de vyand noch met zijne macht in
Jangsoalagh, en niet derfde iwTayo-
wan,
uit vreze voor onze fchepen,
die daer voorlagen, komen: dat by
aldien onze fchepen aldaer waren
overgebleven, zonder na Tayowan te
gaen , de zake haer wel zoude ge-
fchikt hebben , en de Sinefen , uit
ontzag van de Hollandfche fchepen,

zou-

Derde Gezandfchap na V Keizerrijk
üenden\'thndvmLingen, PoeleSaya, \\ óeftEilmdKolongfouéieenmetVlaer^
entesensden avond Poele toe sjouw: j ^//»gi\';^ ten anker gekooien, en zagee-
raekte den vijftienden tegens den nigejonke voor de ftad ten an-

" " ker leggen. Eenige andere quamen Uit

\'t Noord langs de wal zeilen: een der
welken met de ftoep onderfchept, en
bevonden wierd een Tarterfche Jonk

-ocr page 245-

» .

zouden hebben komen overioopen gen tijd van rijs , daer zy niet van
aengezien al de Mandarijns vaniTi»?-voorzien waren, moften verzorgen^
ja daer toe genegen waren : gelijk | Dit vaertuigh quam met d\'afgezon-
toen, zedert veertien
dagen her- den , en wierden daer in d\'o verlopers
Waerts , vijf duizent man
van hem gefcheept en te lande gezet.

Den derden., des Maendags, dan
ging
Ver wei met zijn vier fchepen
weer onder zeil in zee, om , volgens
orde, de reize naer
Batavia te bevor-
deren , en bevond zich des namid-
daghs een halve mijle buiten het Ei-
land met het gat. De koers was zuid
zuid weft.

Den vierden des dingfdaghs wierd
het Eiland
Lammo, in \'t noord-weft
ten wefte, vier mijlen van de vloot ge-
peilt, op de diepte van twee, en drie
en twintigh vadem fteek-grond : en
des avonds de zant - duinen noord-
weft ten weften, op vijf mijlen.

Den vijfden , des Woenfdaghs,
fmorgens, bevond
Verwei zich onder
een deel Sinefe Viffchers : meende
daer een van te bezeilen , of door
kanon fcheuten te doen ftrijken
dan te vergeefs : en wiften het met
znel zeilen, tot verwondering, t\'ont-
leggen.

Des voor-middaghs wierd Pedro
Branco
gezien : en was Verwei des
middaghs op de noorder-breete van
twee en twintigh graden, elf minu-
ten : des avonts
wierden de Eilan-
den
Lemas noord-weft-waerds , op
drie mijlen gepeilt.

Den achtften, des Zaterdaghs
fmorgens, had
Verwei het Eiland Tïn-
hoja
in\'twefte vijf mijlen van zich:,
op den middagh in \'t noord-wefte, op
vijf mijl en een halve. De koers was
zuid zuid-weft.

Den tienden, des Maendags met
zonnen opgang, wierd
Poele Kanton
weft zuid weft , op vier mijlen ge-
zien : des middags de noorder brete
van vijftien graden en drie minuten
genomen : en met zonnen onder-
. gang. de Boxhoorns,in\'t
zuid-weft ten
zuide, op vijf mij len gepeilt.

Den elfden , des middags ver-
toonde haer de kaep
Averello in\'t zui-
den ten weften, op zes mijlen : en
Poele Kamhier de Terre in \'t noord-
weft
ten weften, op drie mijlen.

Den twalefden , des fmorgens,

wierd

met acht en zeftig Jonken waren ko-
men overioopen , die te dier tijde
noch in
Hay tin lagen : dat de hoof-
den , die met de zelve Jonken waren
gekomen , verzocht hadden de Ei-
landen van
Ay en Quemuy te bewo-
nen : by aldien hen zulx wierd toe-
geftaen , de voornaemfte hoofden
Van
Koxin zouden overkomen : doch
de Onder-koningh
Singlamong zulx
had af-geftagen, en daer na niet wil-
len luifteren: met byvoegen, zoo
Wanneer aldaer weer een Holland-
fche vloot op de kuft quam, zy alle
Zonder moeite wel zouden overko-
men : en diergelijke oude deuntjes
meer.

Den eerften van Lente - maend,
quamen de fchepen
Over veen, K.og<ie,
en Buikjloot, by den Schout by Nacht
^^erivei ten anker.

De Tartarifche Opper-hoofden
lieten
Fenvei des morgens door een
^hampantje weten, zoo dra de fche
^en geankert waren, Jonken te zul-
en af-zenden , om d\' overgeloopen
Y^nefen daer uit te lichten, en aen
te brengen. Dan alzoo des an-
deren daegs geene Jonken quamen,
^^\'ierd beftooten, eenige aen de Tar-
tarifche Hoofden der Jonken voor
^ymuy te zenden , met verzoek van
J^aertuigen te verfchaffen , volgens
belofte, om d\'o verlopers uit de fche-
pen te lichten. Zoo zy daer niet
toe verftaen wilden , dezelve aldaer

^tn Aymuy onder hun gezag aen land
te zetten. Dan de afgezonden brag-
ten tot verflag te ruch, dat de Tar-
taren niet zeer genegen waeren, om
^aertuigen te zenden, tot het Uchten
der Sinefe overlopers ; met \\oorge-
van hun kleine Jonken te hebben
tiitgezonden, en tegenwoordig van

ndere niet voorzien waeren -.behalve
j., ook hoger laft uit
Chincheooi

aer van elders dienden te verwach-
hoewel zy eindelijk tothet zen-
den m vaertuigh verftaen had-
* ^etbeding, d\'onzen hen eeni-

-ocr page 246-

ftroom ftraet-waerds in , en peilde
des avonds het Eiland
Ludparïn t
ooftzuid-ooftevan zich, op de diep-
tevan vijf vadem eh een hahe : en
ftelde toen den koers recht zuid-

wiQ-CLiPoeiececieraeuyiufc^i^ ■^•«„i.f^nfTlis den viif en

iniddaglide hoek van Sinques Jages
in\'r noord-W cfte op gelijke verheid-
Den vijftienden, op Zaterdagh,
was noch \'t hoogland
v^n Kamhodia
in \'t gezicht: des Maendaghs wierd
Poele Kandoor in \'t noord-wefte op
drie mijlen gezien: den twintigften
des voormiddaghs het Eiland
timon

in\'t zuiden.

Derwaerts ftelde Ferwei den feoers,
beneffens d\'andere fchepen, naer toe,
en quam des namiddaglis aen de weit-
züde voor de groote Zant-bay ten
anker , op achtien vadem : alwaer
iiy tweeFluitjes vondleggen, het een
genaemt
Elzenhurgh , en het ander

Hoogh-karfpeL

Uit de inwoonders verftond Ver-
ivei\',
hoe de Admirael Bort met tien
fchepen, tien dagen verleden aldaer
was aengeweeft : als ook dat vier
man van dezelve waren blijven ftaen,
die zy aen de Fluitjes voernoemt had-
den gebraght.

Ten zelven dage gingh op

den middagh, van Poele timonjedet
zeil, en was des volgenden daeghs
in\'t zuid-weft ten zuide vier mijlen
van
Poele Panjang : had des avonds
het Eilandje bezuiden
Poele Panjang
in\'t noord noord-wefte twee liaijlen
en een halve van zich: des anderen

weft zuid-wefte : des avonds Poele
Sayo
in\'t noord-wefte, en\'t noorde-
lijkfte van de zeven Eilanden in \'t
zuid-wefte ten zuide.

Den drie en twintigften, des Zon-
daghs, wierd de bergh
Monapijn in \'t
zuid zuid-oofte vijf mijlen van de

tVV llitlKtliL^^l», T. ----------

hooge boomen in \'t weft ten noorden
eezien, op vier mijlen van de vloot:
des Woenfdaghs de
Noorder-wach-
ter in \'t zuid zuid-oofte,op de verheid
van drie of vier mijlen : en des avonds \'
in \'t zuid zuid-oofte op een mijle.

Den zeven en twintighften. Don-
derdaeghs , zeilde
Venvei beweften
de duizent Eilanden langs, en ver-
volghde voorts dén rechten wegh tot
voorby d\'Eilanden
Amfterdam enMid-
delhurgh
des volgenden daeghs,
tuftchen
Rotterdam en Haerlem , en
quam des namiddags behouden voor
Batavia ter rede, op vijf vadem water.
Gekomen te lande, vervoeghde zich
de Schout by Nacht
Bartholomaus
Venvei,
neffens de Schippers der an-
dere fchepen, by zijneEd. den Heer
Generael
Johan Maetzuiker, en H oo-
ee Raden van
Indien : en deed ver-
\' ilagh van\'t geen zich, geduurende
zijne uitreize, had toegedragen. Zij-
ne trouwe dienften, doorgaends der
Kompanjie,in het verflaen der Koxin-
fe Rovers, bewezen met over alm
de gevaerlijkfte aenftagen het fpits
voor
af te bijten, teffens met kloek
beleid en
voorzichtigeii raed het

Eilandje bezuiden P../. Panjang werk te helpen

noord\'noord-wefte twee mijlen % ^ Hain-

en een halvevan zich: des anderen van Indien \' JJ?^\' ^^

daeghs de ooft:hoek van ^-g ~ ;rte7beloon^^^^

befchonken. .

Dusverre is verhaelt, \'tgeen zicli
in d\'eerfte uitgerufte oorlogs-yloote,
onder het gezagh van den^Admirael
BaithazarBort, en den Olider-Admi-

rael op.de kufle^^^

wierd de ronde holm in\'t wefte ten
noorden op drie mijlen: en de bay
ym^ Pangerang in\'t noord-weft ten
wefte op gelijke verte gepeilt.

Den dertienden, des fmorgens,
wierd Poele Ceder de Mare, in \'t zmd-

^Iduszeilde ^n...denrechtenweg v^-^Äfe^t geen daer

de ftraet van Banka in : en was des
Maendaghs fmorgens nevens
Poèle
Nanko
dreef met een voordeeligcn

na in^, onder-Koopmau

.-allen.

van Hoo

Tot

isyoprgev

-ocr page 247-

Tot aen den eerften van Lente-
maend , des jaers zeftien honderd
vier en zeftig,
had Koopman Konftan-
tijn Nohel
zich in de ftad Hokfieu op-
gehouden : wanneer dees ten zelven
dage, opZaterdagh, tegen den mid-
dag, in het Fluitje de r/«/^,geladen met
koopmanfchappen, naer
Batavia ver-
trok. Koopman
Ernft van Hogenhoek,
Opperhooft des Kantoors van Hok-
fieu:
beneven een groot gevolg van Si-
neefe koopluiden met hun berken, en
gejuig van fchalmeien, trommelen
en rode vanen, geleiden
Nohel geza-
mentlijk
tot beneden het kafteel Min-
jazeen :
want konden, door het ver-
lopen
der ebbe, niet verder komen.

Na het v ertrekvan Konftantijn No-
hel,
bleef de gedagte Hogenhoek te Hok-
fieu de
zaken der Kompanjie ga ilaen,
iiiecde volgende dagelixe aentekenin-
gen te houden, in het ftuk zoo Hoof.
fche,als zaken van koophandehbene-
ven het verrichten van alles, ten dien-
fte der Kompanjie,naer luid van zijne
berichtfchriftjdoor denAdmirael
Bort
en zijnen Raed hem m.edegegeven.

Ten zelven dage , des morgens,
Vertrok d\' Onder-koning
Singlamong
beneden naer Chinzieu, om de vyan-
den van d\' eilanden
Tamfwa en La-
^^oa in genade t\' ontfangen : behai-
ven
Kimtzia, die gezeid wierd naer
^ayouan te Zullen o verft eken.

Des Zondags, den tweeden, gin-
gen
Hogenhoek cn de Sinefen weder
Zeil: quamen tegens den middag aen
bet Fluitje de
Vink, en namen, na ver-
achting hunner dingen, tegen dena-
vond affcheid : dan konden niet veel
vorderen, door het fterk tegenftro-
men der ebbe: dieszy genoodzaekt
waeren dien nacht tégen d\' overwal
t\'anker te werpen. Gingen des ande-
ren daegs \'s morgens weder zeil, en
bevorderden hunnen weg op \'tfpoe-
^"igfte naer bo venen, en bragtent dien
middernacht noch te
Hokfteu acn.

Des Dingsdags, tegen den avond,
quam een berkje , met aendieoing,
«et Fluitje de al\'t zeil gegaen
was ,^en naderhand wel tot "twalef
hilP^^\'^^\' kanon-fcheuten langzaem
«oren fchieten : zonder te weten
^^aer het quam. Quaed vermoe-
den gaf dit
Hogenhoek; of wél eenig
ongeluk, \'tzy met ftoten, of ander-
fmts, mogt overgekomen zijn. Waer
op hy aenftonds den Schry ver
Lak-
ko
, met een berk, fpoedig naer bene-
den aen het Opperhooft van
Minja-
zeen
afvaerdigde , met verzoek van
een Jonk naer buitenen te willen ft ie-
ren, ten einde het recht befcheid te
vernemen.

Des Woensdags, den vijfden, ver-
trok de Veldheer
Lipoui mede naer
Chinzieu ., om neven d\'Onder-ko-
ning d\' overkomende vyanden in ge-
nade t\'ontfangen. Zeker Mandarijn
van den voornoemden
Weexe Lipoui,
quam d\' onzen uit zijnen naem be-
groeten en aenfeggen:hoe eenige brie-
ven van de Rijx-raden,aen hare Hoog-
hedengefchreven,afgekomen waren :
en de hunne in korten ftond te vol-
gen. Een wijle daer na verfcheen mede
d\'opperftcFaktoor van den Heer
Li-
poui,
met een affchrift uit de brieven
der Rijx-raden voornoemd getrok-
ken: van volgenden inhoud.

Wy Lepous hehhen uvoen^Vonvan *
wegen de Hollanders, om hier te mogen
handelen , aen zijne Keizerlijke Maje- ^elbriefs
fteit vertoont. de

Wy Vonpomhehhen mede uwe voor-
leden -jarige Schriften over de Hollan-
ders aen zijne Majefteit
hekent gemaekt.

De Vïeppous hehhendeVon,door U
E. aen hen gefchreven, mede aen zijne
Majefteit vertoont.

Ook heeft de Konbon eenen hrief aen
zijne Majefteit gefchreven : dat de he-
loofde fchepen nu alreeds verfchenen
waeren: defgelijx het verzoek der Hol-
landers, belangende den handel.

Poui, ghyheht mede eenen hrief aen de
Xoefàjiinsgefchreven, hoe de Holland-
fche Admiraei voor Hoküen met zijne
oorlogs-fchepen gekomen was,en zijn ver-
zoek heftond, om hier alle jaren te mogen-
komen handelen, ook om een
vafte ver-
blijf plaets aengewezen te worden, tot
bouwing van een Logie. De
Pon van den
Konbon,^ïÊ-» de XoeXTryïms gefchreven,
vermeit, hoe de
Hollandfche Admiraei
eenige goederen met zijne fchepen aenge-
hragt heeft: met verzoek van die haeft
te mogen
verkopen , tot mtdeilingvan
foldye aen de foldaten.

Aa. Op

-ocr page 248-

mogelijk was, hun wijze van flijl na-

gevolgt.

De voornoemde Lepom en PonpouS}
die de brieven aen haere Hoogheden
gefchreven hadden , zijn Raden, met
gezag over de burgerlijke zaken : ge-
hjk de
Piejapom over oorlogs-zaken.
De
Zoetayftns zijn vier Mombers of
Voogden, by tijden van zijnen Vader
over den jongen
Keizer en\'t Keizer-
rijk geftelt, geduurende zijne minder-
jarigheid, als Keizer te regeren. Men
zeid, deze den jongen Vorft, nu on-
trent in zijnen ouderdom van twalef
jaren,by het befluit van Staets-zaken,
op hun armen namen : na dat zy al-
vorens wel ingeprent hadden , wat
uitfpraek zy begeren het jong kind
geven zou.

- Tegen den avond quam de Schry-
ver
Lakka weer van beneden, met aen-
brenging,het fchieten van gifteren an-
ders niet waere, dan dat de Mandarijn
Theelauja met zijne twalef oorlogs-
jonkcn weder van
Zinchieu te ruch ge-
komen was aengezien niet meer te-
gen de vyanden te verrichten viel; of
liever den vyand, om het vertrek van
onze fchepen,niet had derven vervol-
gen. In het ontmoeten had
Theelauja
het Fluitje de Vink met eenige eerfcho-
ten begroet.

Den zevenden des Vrydags bequain
Hogenhoek, meteenen afgezondenen
van den overloper
Tonanpek uit Zin-
zieu, twee brieven: den eenen van den
Admirael
Bort uit d\' eilanden Pa Wk?-
res, gedagtekent den vijftienden van
Sprokkel-maend den anderen van
den zes en twintigften der zelve, van
den Schout by Nacht,leggende voor
het eiland
Eymuy of Aymuy, gefchre-
ven. D\'inhoud beftont voornamelijk
in het voorgevallen in dc
Piskadores:
de bejegening op en voor Tayoan : be-
neven het vertrek naer
Batavia.

Den tienden, des Maendags, zond
Hogenhoek den Schryver Cheko met
eenen brief, aen den Stadthouder van
Hokfieu , om , gelijk hy belooft had,
door zijnen poft op \'t fpoedigfte, aen
onze fchepen voor
Eymuy te laten be-
handigen.

Des Woensdags , den twalefden,
waeren d\'onzen gezamentlijk naer

de

Op alle vertoonde fchriften voor-
noemt, heeft zijne Majefteit geantwoort:
Ghy mijn Heeren : gaet ghy lieden met
elkandre deze zake eerft overleggen, en
komt danmet uwe goetdunken wederom,
foofal ik u hefcheit geven.

De Zoetayrins , Pucjapous , Le-
pous, Ponpous
hlijven den Keizer ge-
hoorfaem. Ons goetdunken , aen zijne
Majefteit overgegeven, u:

Wy hehhen d oude hoeken opgeftagen,
en daer in bevonden het noitgehruik ge-
weeft te zijn , eenige vreemdelingen
toegelaten word inpons Land eeuwig te
mogen wonen: een Logie te houwen: veel
min alt ij t te mügen handelen. Dit kan
niet toegeftaen worden. Deze dingen
hehhen wy met elkandre over leid. Het
kan niet\'toegeftaen worden.

Wy hehhen ook gezien , hoe in oude
tijden de maniere geweeft is, als \'er eeni-
ge vreemdelingen quamen, ter hegroe-
\'ting aen fijne Majefteit , hun medege-
hraghte Koopmanfchappen, in een daer
toe geftelt Keizers hmsgebracht , door
onze Mandarijns op-gefchreven en ver-
kocht werden. Maer zonder den Keizer
te begroeten, werd nooit toegeftaen : is
ook geene maniere geweeft de vreemde-
lingen te mogen komen handelen.

"Dan wijl de Hollandfche Admirael
hier gekomen is , om de vyanden des
Rijks te helpen verftaen, zoo word hen
toegeftaen deze eene mael de mede ge-
brachte koopmanfchappen te verkoopen,
met gemachtigden van den Veldheer
Li-
poui
en den Konboti. van Hokfieu.
Maer naer dezen tijdt wordt den Hol-
landers toegeftaen den Keizer te begroe-
ten,eer .zy hunne goederen mogen ver-
kopen. Wy derven deze voorftagen noch
niet hevefl igen, voor bekomen antwoord
van den Keizer.

De Keizer heeft daer na hier op
geantwoord.

IkY>.on^y Jn het tweede iaer, in de
twalefde maend, den zeven en twintig-
Hen dag van mijne
re ge ring.ft a den Hol-
landers toe in twee jaer eenS te mogen
komen handelen. D\'andere punten zijn
mede
van gevoelen, met u, mijn Heeren.
Dit zijn de woorden van den Keizer. Na
dezen brief hebt ghy Heden u te regelen.

In het vertalen van dit affchrift, uit
de brieven der Rijxradeii,is ,zoo veel

-ocr page 249-

de Pagode Kouzan , een der grootfte
van al de neder Landfchappen : gele-
gen aen een zeer vermakelijken en be-
ziens-waerdigen oorc , ontrent drie
m ij len van
Ho kßeu.

Den zeventienden, des Maendags
naer den middag, quam
lapora, een
van des
Onder-konings Faktoors, Ho^
genhoek bezoeken. Onder andere re-
denen verhaelde dees hem , hoe de
Vyanden van
Tanzwa en Lamoa hun
gat omgefmeten hadden : behalve
Ziekautiau, opperfte Veld-overfte van
Kimfta, die al vobr de vafte kuft met
zyne\'vrouwen , kinders , krijghs-
knechten en jonken gereed lag, met
wachten alleenlijk , op wat beding
liy zijn hair na de Tarterfche wijze
Zoude fchereo cn overkomen.

Ook zeide Lapora in korten aldaer
een gezegelde brief van zijne Maje-
fteit met een groot gefchenk voor de
Kompaßiie te verwachten ftont.

Den achtienden ^ des Dingsdags,
he^h Hogenhoek den lïcnhn oi\'Stadt-
houder gaen begroeten : met een te \'
Vernemen : hoe het by den zeiven
Verftaen wierd, van om de twee jaren
eens met onze Schepen te mogen ko-
elen handden :of d\'onfen dan een jaer
tuftchea beide foude moeten hun rei-
ze op
Hok feu ftaken.

Waer op hy raet een vriendelijk ge-
^aet antwoorde : D® Rijx-raden den
Onzen dèn eeuwigen handél,noch een
vafte verblijf tothet bouwen van een
3-^ogie wel voor als noch niet toe-
llaen wilden, naer luid van hun ge-
voelen , aen zijne Majefteit overge-
geven ; maer hy was des genoech
verzekert, nu zijne Keizerlijke Maje-
fteit op het vertoog derRijxraden uit-
fpraek gegeven had, van om de twee
jaer eens te mogen komen handelen.
Dit was zoo veel te zeggen :
De
bilanders kommen van verre gelege
plaetfen ; kunnen maer eens in twee jaer
^et hun handel- fchepen komen. Dan
iford hen toegefiaen te handelen. Het
alleenlijk hier op, dat een begroe-
tiag acn her Pekingfe Hof mofte ge-
«aen worden , om den Rijx-raden
een weinig de handen te vullen.
xya^ ^^ïajefteit was een Jongeling:
Weinig van de regering: alles
moft door de Rijx-raden te wcege ge»
bragt worden. D\' eeuwige handel
ftond vaft. D\'onzen mogten wel alle
jaers, ja, al waer\'t tweemaelin\'rjaer
met hunne handel - fchepen heen en
weder komen handelen. Hy nam dat
op zich zdven , om aen\'t Pekingfe
Hof te verantwoorden, en diergelijke
redenen meer/ Na d\'onzen heerlijk
met koft en drank onthaelt te hebben,
herhaelde hy op hun affcheid noch
eens het zelve,met te zeggen,d\'onzen
zich daer in geruft mogten ftdlen.

Van den negentienden, des Woens-
dags , tot den twee en twintighften
viel niet merkwaerdig voor, en wae-
ren d\' onzen dagelix bezig met het
hermaken van twee groote en eeni-
ge kleine kamers, om de koopman-
fchappen, tegen het toekomend, al-
daer in de Logie te bergen.

Zondags, den drie en twintigften,
quam d\' C^iper-faktoor van den Veld-
heer
Lipoui d\' onzen bezoeken ; daer
mede zy over de tyding, aen haere
Hoogheden uit het Pekingfe Hof ge-
zonden , in gefprek quamen. Dees
leide het even, als de Stadthouder uit:
zeggende met zijnen Heer daer over
te woorde^was geweeft, die hem ge-
antwoord had : De Hollanders zijn
nu vaft genoedi hier te lande. Het
bouwen van een Logie is weinig aen-
gelegen: hebben reeds een goed huis,
daer zy hunnen handel kunnen drij-
ven. Als zijn Majefteit van twee ja-
ren eens zegt, mogen wel alle jaers,
al was het tweemael \'s jaers, met hun
koopvaerdy-fchepen komen hande-
len. Zoo ftecht de
Hohou (verfta den
Koopman
Konßantijn Nohel,) weer te
ruch van
Batavia , om naer het
Pekingfe Hof te reizen.

Tegens den avond zond de Stadt-
houder van
Hokßeu den brief voor-
noemt, aen
Konßantijn Nohel, weerrc
ruch, met aenzeggen, de vier fchepen
al vertrokken waeren.

bes Maendags, denvierentvvm-
tigften, quamen twee Keizerlijke ge-
magtigden van
Peking, omd\'overlo-
lopers
Tonanpek &n Zihja, Zonen van
Zouja, met grote eertij tden te begun-
ftigen : want zijne Majefteit had hen
in genade aengenomen.

Aa ^ Des

-ocr page 250-

kingvan d\'aengedaiie eere

Na een kóp of twee r/?^ genuttigt
te hebben , het hy hen zijn geheel
huis bezichtigen,
en midlerwijle een
heedijke maeitijd aenrechten,daer hy
hen korts daer aen op nodigde.

Wanneer eenige kopjes van hun-
nen drank omgegaen waeren, begon
\'Hegenhoek. Ongfamja te zeggen. Den Hollan-
dêrs was nu zoo goed ais verzekert
d\'eeuwige handel toegeftaen : zy

waeren grote voorname koopluiden :

behoorderi daerom met de kiene ge-
mene ni et te handelen, gelijk in deze
twee jaren gedaen hadden , die met
üukjes en b?ókjes de goederen te ver-
kopen , en dan noch de helft der zel-
ve , gehjk bleek , ter nauwer nood
kondeïiquijd worden : maer moften

met den Onder-koning, Veid-overfte

faktoorvanden Ondec-koning Sing-
lamong
d\'onzen, die hem quamen be-

Geßrek
van Ong
fam\'jct met

^ouden moeten handelen, gelijk in Kan-
ton
gedaen hadden, dat de Kompanjie

en uit gene andere oorfake Kanton
verlaten hadden. Het fou dan lichtelijk
hier ook zoo gaen: want daer de Kom-
panjie verlies op haere aengehragtegoe-
deren had, die eenige duijende mijlen ,
met groot gevaer haer er fchepen, over
zee moeften fwerven,eer zy daer aen kun-
nen komen , zocht zy niet
te vervolgen;
maer veel liever hy tijds te vertrekken,
en ter plaetfe tehan delen, daer zy hae-
re koopmanfchappen met voordeel kon
vertieren , V welk haer niet onthrak.
Dan ly aldien haere Hoogheden met hen
wilden handelen, fouden zich redelijk
laten vinden. Zy wiften nu ten naaften
ly de gerrpene prijfen. En foo het maer
een weinig verf heelde , en behouden
konden blijven , het fou een gewenfchte
fake voor de Kompanjie zijn.

Hier op geraektenzein een andere

Des Dinffsdaas , den vijf en twin- ( van fijne Heren en Meefters. Maer
tighlL oifing , Opper- Hollanders rnet haere Hoogheden

zoo

tamOHZQ OlVV-^n, aicu^in uuan.^i. wv, - , , 7 ^

zoekfn, 2eermin„el>jk, mctbedan- dan niet hehouden kon hl^en : waer m

(\'C welk dööt zijneMajeftéit op lijf-
ftrafTe verboden was) als zy zelfs zou-
den begeren : daer zy anders , zoo
flechts
haere Hoogheden wilden, niet
een Katty Zouden kunnen bemagti-
gën. Zy behoorden \'t zelve eens be-
ter te bedenken, daer zy om een wei-
nig minder aên haere Hoogheden al
hunne goederen in een plok konden
quijd wórden : hun fchipvaert naer
]apan vervorderen : daer weder ko-
men : rtaef
Batavia vertrekken, en
voorders : \'twelk nóodwendig dub-
belde winftcn zou inbrengen. Daer
tentegendele, Zoozymet kleine ge-
ringe koopluiden, (die wel wat meer-
der by kleine partijtjes endegereed-
fte en welgetrokkenfte goederen kon-
den kopen,) wilden handelen, al het
voorgeflagen by haeré Hoogheden

geweigert zoude worden.

Hogenhoek diende hier den gedach-

Zek^S\' ten Ongsamja op : welwas waer, zulk
of. een voorflag een gpedeÉ handel fou ge-
Den, als overeenkomend met de mening

fte krijgsknechten van Koxinga. Hoe
Ziekautja \'^fzeid had niet by den
Stadthouder van
Zinkfieu , Heytakon,
noch den navolger van Matetok, ge-
wezen Stadhouder van Soanzieu, To-
nanpek,Zibja, c:n dÏQ
van Haytan te vyil-
len geleken zij n: veel min onder enige
van die te ftaen ; maer wel onder den
Onder-koning
Singlamong^ en Velt-
heer
Lipoui : werwaerds die hem ge-
hefden te ftieren, zou als een eerlijk
krijgsman zijn leven voor hen laten.
Dit hebben d\' Onder-koning en Vck-
heer hem moeten beloven , zou an-
ders niet over gekomen zijn: wanthy
had wel drie weken
voor de vafte kuil
van
Sina met zijne Jonken enkrijgs-
knechten gelegen , eer naer eenige
aenbieding wilde luiftercn.

Een zijner Opper-krijgs-helden,
de
broeder van dien van Haytan,kieeg,
acn land gekomen , berou , in mee-
ning van weder in zijne daer dicht

bygelegen Jonken t\'ontfnappen:maer

wierd door eenige krijgsknechten van

den

roei aen hun verzoeken ontbrake, vermaerdkrijgsmanen opperfteVel -

\'TzXe te hove konden bewerken, heer Sepoan , met veel moeite noch

Ook waeren zy dan verzekerd zoo over was komen lopen, verzeldmet

veel witte tou4 zijde uitte voeren, over de zes duizend der voornaem-

-ocr page 251-

deii Onder-koning na gejaegt en ge-
kregen. D\' Onder-koning wilde hem
aenftonds doen onthalfen, tenwae-
re zijn broeder, gewezen Stadthou-
der van
Haytan , geen voetval voor
hem gedaen had ; wierd evenwel in
een zware gevangkenis geftneten.
Na deze
en meer redenen wierdeens
omgedronken : en moft
Hogenhoek
hem wel twee of drie uuren gezel-
fchap houden; keerende tegens den
avond, na wei onthaeld te zijn, weer
na de Logie.

Des Woensdags, den acht en twin-
tigften , quam de Faktoor van den
Stadhouder
yzn Hokßeu d\'onzen be-
zoeken, met verzoek, onder andere
redenen, voor zijnen Heer, van het
Katoen Alkatijf, den zelven al by
tijden van
Konflantijn Nohel belooft.
Hogenhoek Zond het door zijnen
Schryver
Cheko zijner Hoogheid aen-
ftonds toe: waer voor hy hem deed

d\'andere goederen zien verkopen
bedanken , met te zeggen het hem Zy waeren daer al te dier méde,
zeer aengenaem was.
 i \'t welk veroorzaekte zy geen vragen

Des Donderdaegs, den zeven en | daer na hadden, veel min verkoch^

ten : zoudenze wat hchter van de
hand laten gaen. Het ontbrak aen
Koopluiden noch geld : maer kon-
denze zoo dier in de boven-gewe-
ften niet quijt worden.
D\'overlopers
gaven de goederen, die zy bragten,
ongelijk minder , als d\'onzen hun

twintigften , verftond Hogenhoek uit
den mond van
Singlamongs Faktoor,
hoe
Ziekautja aengeboden had, Ta-
youan
in handen van haere Hooghe-
den te leveren : zoo flechts verlof
V erlenen wilden,om alleen derwaerts
te gaen: want had doen inden zin.

eren.

Verbond met Anpikja en Houting,
(toen noch d\'eenighfte vermaerfte
krijgs helden, die
Kimptia had) aen-
gegaen: Te weten, wanneerfe
Sepoan
^^tvootTayouan zou vergezelfchapt
hebben, welk eersdaegs ftond te ge-
fchieden , dan het zien t\'ont vluchten,
endoor dit middel zich mede onder
den Tarter te begeven. Wanneer de-
Ze overgekomen waeren , kon
Ta-
youang
, ZOO Siekautja voorgaf, niet
Veel regen-weer bieden, of wift het
met zijne krijghs - knechten wel te
dwingen : met byvoegen van dierge-
, ^y^evermetene redenen.

1 ^en acht en twintigften, des Vry-
dags, ver voegde
Hogenhoek zich by
Konhon oi Stadhouder, met ver-
doek aen hem , naerdien de goede-
ren aldaer verbleven, noch onver-
ocht iagen,en weinig of geen vragen

Ho

Van Tanzwa over te komen: had een goederen deden: te weten, de Peper

tegen negen of tien rail: het Zandel-
hout tegen twee en twintig: de Nage-
len tegen hondert twintig: quikzilver
tegen hondert tien en twintig tayl.
De gekleurde Lak enen tegen drie, en
drie en een halve tayl de el, door een:
het Scharlaken voor vijf en zes tayl.
Het welk, zeide hy, evenwel noch
al grote winften waeren, naer den in-
koop van
Kalappa. Hogenhoek dien-
de den Stadhouder daer op : hemniet
vreemt voor quame, d\'overlopers het
goet zo goet koop gaven: want me«
geftolen goet altijds beter koop gaf»
als het geene men in
gereden gelde
betalen moet. Daer de Stadhouder
niet op antwoorde ; rnaer knikte
met zijn hooft al lacchende. Ont-
fchuldigde zich van d\'onzen niet te
gaft te houden, ter oorzake zijn jong
wijf op fterven lagh. Dies zy, na
Aa 3 een

hadden, veel miil verkocht konden
worden , of den onzen een pas of
plakkaet, tot vrygeleidé derzelve, ge-
liefde te verlenen: want hy van mee-
ningh was, eenige goederen lia het
Landfchap vanof liever na
Chekiang té ftieren, om aldaer tegen
zijde ftuk-goederen te laten verhan-
delen. Waer op zijne Hoogheid hem
tot antwoord gaf: zulx aen hem al-
leen niet ftond; maer wilde daer o-
ver, tot fijn genoegen, aen den Veld-
heer
Lipoui , dien het mee aenging,
fchrijven, en hem
Hogenhoek binnen
veertien dagen befcheid laten weterii
Wijders zeide de Stadhouder, het
hun eigen fchuit was, dat d\'onzen
hun koopmanfchappen niet zoo dra
verkochten. Hy was nu een man van
zeftig jaren: maer hadby zijn leven
geen nagelen
voor honderd zeftig of
1 zeventigh taylen : ook, naer gelang,

-ocr page 252-

over hy in geen veertien dagen ge-
hoor verleende.

een kop melk, met Verkens-fmeer ^ Waer.door hen het pikol zijde, eer
enBone-meel gemengt, genüttigt te ( het naer beneden kon gebragt wor-
hebben, weer vertrokken, | den, wel viji en tmntig tayl aen on-

Des Dingsdaegs, den eerften van j koften quam te belopen.
Gras-maend,
overleed dezer wereld j Dit alles gefchiede, -loo Hogenhoek
des Stadhouders eerfte Vrou : waer

Des Woensdaghs, den zevenden,
zond de Sekretaris van den Onder-
koning
Singlamong, den onzen, door
den Faktoor i^ï/^or^ï, een klein briefje
toe , getrokken uit zijn Hoogheids
brief; luidende :
hoe twee groote Ge-
maghtigden of Afgezondene, neven twee

veel als Landvoogden) den acht en twin-
tighften van deerfte Maend, uitVcWmg
vertrokken ivaeren ; en hy ftch hadden
den Keizerlijken
hrief engefchenken, om
acn de
Hollanders te vereeren , voor
hunne getrouwe dienften , die zy den
Rijke heweezen hadden.

Des Difigsdags, den achtften, ver-

deden vervaerdigen, om eersdaeghs
naer over te fteken. Gelijk ook
alreeds veel zij de, en zijde ftuk-goe-
deren, uit de boven ge weften , naer
beneden gevoert waeren, tot hooge
opfteigering der voornoemde goede-
ren :en,ten tegendele,tot weinig trek
in de koopmanfchappen der onzen :
aengeften de Tarters liever gereede
penningen wftden hebben,wijl fy daer
beter meê over weg konden komen,
als goederen tegen goederen te ver-
mangelen : ter oorzake de wegen
voor den reizenden man zeer on-
veiligh waeren: vol van dieven, ro-
vers, enmoorders. Wanneer zy ze-
ker wilden gaen , moeften voor ie-
der pikol zijde, beneden te brengen,
zeven tayl (zo ook na gelang van alle
zijde ftukgoederë) aen deMandarijns
bericht wierd , met oogluikingh en
kennis van het
Pekingze Hof, tot def-
felfs groote voordeden.

Wanneer ontrent dezen tijdin zes
of zeventien dagen geen regen geval-
len was,
\\itx.dt Konhon of Stadhou-
der door plakkaten>op lijf-ftraffe, ver-
bieden , verkens-vleefch te flachten,
veelmin t\'eeten, vooral eerzy van
den hemel drie of
vier dagen lang re-

Mandarim ^etijtelt Tzouzou , (s^ö j gen zouden ontfangen hebben: naer-

^ f \' IS/ r . . • . i-ücC-U anyÏQf Aiit tr^f-

trokken twee Jonken van Haytankon, einde toch regen van den Hemel
Stadhouder van
Sinkzieu, naer de Ma- mögt vallen. De Afgoden-Priefters
nilha. Haer lading beftont voorna- deden dagelix mede omgangen en
melijkin zijde, en zijde ftukgoede- | belijdenis, om regen : naerdien zy
ren. De fpraek ging niet alleen/i^y- j van den A>;?^ö??gedreigt waeren, zo
tankon ; maer Tonanpek, Mate tok, ja in acht of tien dagen geen regen viel,
zelfs
Singlamong en Lipoui Jonken hy hen met ftok-flagen zou ftraften.

Z,1JUC liuis.yucw\'-i\'-y --------------------------------^

van SinglamongMpoui,exideïi^i2.di- Hobou hekent, op dat hy hier over

houder vanHöM^^betalen:waer voor zich verheugen magh. De Afgezondene

die hen dan op wegh, met gelei van ftaen mede in vijf of zeftien dagen m

eenige krijgsknechten, befchermden. HokiXm te zijn. ^^^

dien de jonge rijsfcheutjes, die ver-
plant dienden, geheel verdroogden.
Ja heeft des Donderdags, den zeven-
tienden , de
Konhon of Stadhouder
met al zijne Mandarijns en Edele te
voet (\'twelk anders noit gefchiet) in
verfcheide Tempelen geweift, reuk-
werken gebragt,en laten offeren, ten

Denzeftienden, des Woensdags,,
\'s middags,
quam Faktoor Lapora,mtt
een briefje, getrokken uit den brief,
gefchreven door den Onder-koning
Singlamong , aen zijnen Opper-fak-
toor
Ongsamja. De inhoud beftond
in volgenden zin:

De: Hollandfche Bevelhehher heeft,
met ons te helpen den Rover te verftaen,
grote eere
inge leit. Dit heh ik den Kei-
zer hekent gemaekt: daerom komennu
twee Afgezondenen van
Peking , met
een Keizerlijken hrief en gefchenken,
aen de"\' Hollanders te vereeren. Zijne
Majefteit heeft ook aen ons gefchreven
\'lay OU an te gaen beoorlogen , nevens
uwe fchepen en magt, en, hy overwin-
ninge,
aen de Hollanders te herftellen:
als ook om de twee jaer eens te mogen
handelen. Make dit den Hollandfhen

-ocr page 253-

DesVrytiags, den achtienden, be-
quamen d\' onzen ty dinge, hoe haere
Hoogheden , beneven eenige over-
gelope Mandarijns , om de komfte
van
Tziekauzia, eenen tocht met hun-
ne Jonken op d\'eilanden
Tanfwa en
Larma gewaegt hadden. Dan daer ge-
komen was\'erniemantt\' huis.
Xuntia
inet zijn gevolg had de vlucht geno-
nienrdorften dc Tarters niet verwach-
ten : namen de boeren met vrou en
kinderen wcg:verwoeften en verbran-
den voorts alles, wat hen voor quam.

Des Zaterdags, den negentienden,
quamen eenige koopluiden met ty-
clinge, hoe
Tziekauzia veel koopman-
fchappen van
Tayouan en d\' eilanden
mede gebragt hadde : als peper. San-
delhout , Quikzilver, Sappan hout.
Nagelen, Barnfteen,Lakenen en dier-
gelijke , tot afftag van de goederen
der onzen.

Wanneer ontrent dezen tijd de rijs,

door de meenigte der dagelixe gevan-
gene en overkomende Koxinfe Sine-
zen ; defgelijx door de aldaer leggen-
de legers , boven mate duur gewor-
den was : te weten, een zak ten prij-
Ze van vijf of zes en dertig maesfijn,
wierden hare Hoogheden daer over
Voor eenigen tijd genoodzaekt, de
Sinefen,die gene krijgsluiden waeren,
toe te ftaen in zee met hun vaertui-
gen en aen ftrand de koft te mogen

bebouwen.

Des Maendags, den een en twin-
tigften , quam tyding , hoe Routing,
op ^en na de laefte der krijgs-helden
van
Sepoan, gelijk met Tziekauzia ver-
fprokenhad, overkomen lopen was,
yerzelt met ontrent acht duizend
krijgsknechten, die hy alle aen den
larter overgegeven heeft. Beneven
hoe
Kirntia naer Tayouan overgefteken
Was, en
Anpikja na de Piskadores. Kim-
t^a had zijn woord niet gehouden,
\' ïnaer was in meening , zoo gezeid
^ierd ,, de Hollanders cn Tartaren
daer te verwachten, om het uitterfte
te Wagen; was dagelix doende met het
^aiteel
Zeelandia te verfterkenren acn
^likan noch een vaftigheid op te wer-
F
Formofa onwinbaer te maken.

Des Donderdags, den vier en twin-
tigften , quam tyding, hoe de Velt-
heer
Lipoui van Sinchieuiv naer Soan-
ßeuw
vertrokken was: en binnen tien
of twalef dagen aldaer ftont te zijn;
defgelijx hoe een voorloper uit het
Pekingfe Hofaengekomen was, met
melding,
Lipoui, tot Poui of algemeen
Landvoogt over drie Landfchappen,
Fokien, Kiangß en ChekiangYexkoiQn
was. Zelden of oir word dit gedaen,
het Opper gezag der burgerlijke rege-
ring , veel minder des oorlogs, over
drie Landfchappen aen eenen Heer te
vertrouwen.

Des Maendags, den acht en twin-
tigften , quam een Mandarijn, uit des
Stadthouders name,
Hogenhoek in de
Logie begroeten, en na zijne welva-
rentheid vragen , met aenzegging
\'s Keizers Afgezondeoen over vijf
of zes dagen in
Hokßeu verwacht
wierden.

Des Dingsdags, den negen en twin-
tigften, heeft de Stadthouder een af-
goden Priefter, ter oorzake hy niet
genoech om regen gebeden (want de
droogte hield noch aen) en geoffèrt
had, met ftok-ftagen doen ftraftèn :
met dreigementen daer en boven, zo
binnen vijf of zes dagen geen regen
viel, hem zou laten dood flaen.

Den eerften van Bloei-maend, des
Donderdags, viel regen, ten grooten

gaen zoeken : ais ook eenige Landen, geluk voor d\'afgoden Priefter. Ten
aen den zeekant gelegen, weder te zeiven dage het de Stadhouder door

den Mandarijn Jan Lauja den onzen
weten:de Afgezondene lichtelijk van
daeg,of morgen aldaer ftonden te ver-
fchijnen : of zy deze Heeren niet wil-
den gaen inhalen: aengezien zy om
hunne zaken zo verren weg quamen
reizen.
Ook was het dc wijze der Tar-
ters :
Nohl had verleden jaer het zelf-
ftc gedaen. Aenftonts hier op bega-
ven d\'onzen fich na het Kafteel, om
d\'Afgezondene tegemoet te rijden,
en te bewellekomen. Dan
verfton-
den aldaer : men nier vaft wifle , of
morgen , of overmorgen te komen
ftonden : zulx zy weder Loogie-
waerts keerden.

Des Zaterdaegs, den derden, qua-
men,
laet in den avond, de langver-
wachte Afgezondene in
Hokßeu aen,

met

-ocr page 254-

met een groot gevolg van Tartarifche
krijgsknechten en dienaers : zoo dat
d\' onzen hen niet konden inhalen.

Des morgens, den vierden, begaf
Hogenhoek zich met zijn geheel ge-
volg naer het kafteel, ter bewellcko-
ming van de Keizerlijke Afgezonde-
ne. Deze quamen
Hogenhoek aen-
ftonds beleefdelijk in dc Voorzael te
gemoet, en geleiden hem tot in de
tweede of derde geh oor-plaets, (daer
eenige ftoclen regens over malkandre
ftonden) met aenbieding van dehnke
hand, (byhen voor de hoger geacht)
om te gaen zitten. Dit wierd beleef-
delijk by
Hogenhoek afgeflagcn ; moft
evenwel, na veele dienftbiedingcn,
recht tegen den groten Afgezonden
overzitten : alzoo dees niet hoger
Zijne plaetfe wilde nemen , dan
Ho-
genhoek.
Zeide voorders: de Hollan-
ders zijn magtige Heeren.
Zijne Ma-
jefteit was zeer verheugt, zy hem met
zoo grote cn acnzicnelijke fcheeps
cn krijgs-magt hadden komen by-
ftaen , om zijne vyanden tc helpen
verflaen : \'t welk in grote achtingc by
het Hofacngenomen wierd: want nie-
mant als de riollandfc Heeren by zij-
ne Majefteit d\' eere van d\' overwin-
ninge toegefchrcvcn word. Daerom
hy ook tot dankbaerheid door zijne
Majefteit met gezegelde brieven en
gefchenken afgezonden was. Den
eeuwigen handel, van om de twee ja-
ren eens in\'tRijk te mogen genieten,
had zijne Majefteit mede toegeftaen:
daer en boven aen haere Hoogheden,
den Onder - koning
Singlamong, den
Veldheer
Lipoui, en Stadthouder van
Hokfieu gefchreven , zich met onze
Vloot en magt te vereenigenrnaer
Ta-
youan
over te fchepen, om, by over-
winning , den Hollanders \'t zelve in
\'t bezit te laten, en dan als dichte by
gelegene vrienden over en weder te
komen handelen.

Wijders , vraegden d\' Afgezonde-
nen naer den Heere Admiraei
Bort,
en de Vloot. Waer op Hogenhoek hen
antwoorde:
d\'Admirael omredenen,
die hy aen haere Hoogheden gefchre-
ven had , naer
Batavia vertrokken
was, ftaet makende vroeg daer weder
te zijn, om dan gezamentlijk Tayouan
te gaen beoorlogen : \'twelk hen Wel
liet gevallen.

Maer zijne Majefteit , voegden
d\'Afgezondene daer op, cn Rijx-ra-
den wiftcn niet beter of de Heer Ad-
miraei , met de gehele Vloot, was al-
daer noch op de kuft : had hierom op
het fpoedigfte aen haere Hoogheden
gefchreven naer
Tayouan met haere
krijgsknechten cn Jonken over te fte-
ken , ten einde de Hollanders daer
weder Meefter af wierden : welk zijn
Majefteirs begeren was. Zouden nu
wel den Keizerlijken brief openen en
acn hem overleveren : maer, by af-
wezen van haere Hoogheden , d\'On-
der-koning
Singlamong, en den Veld-
heer
Lipoui , dien het mee aenging,
mogt het zelve niet gefchieden. Hy
geliefde dan zoo lang gedult tc ne-
\' men, tot haere vcrfchijning, welk in
korten flond te gefchieden.

Na een kop Thee of twee genuttigt
te hebben , nam
Hogenhoek zijn af-
fcheid , en wierd in her wcggaen door
d\'Afgezondene tot buiten dc Voor-
zael geleid : met betuiging en zeer
vele redenen van waere vrienden van
dezen ftaet te zijn. In het wederke-
ren ontmoete
Hogenhoek den Konhon
of Stadthouder van Hokßeu , verzelt
metal zijne edele en Mandarijns, die
mede ging d\'Afgezondenen te be-
groeten en beweliekomen.

Den vijfden, des Maendags,\'s mor-
gens , quam een Mandarijn uit den
naem der Afgezondenen
Hogenhoek
begroeten , die , na een weinig ont-
haels, met wijn en fruiten hem aen-
gedaen , weder vertrok.

Korts daer na begaf Hogenhoek zich
na den Stadthouder , om tc verne-
rnen
: of het wachten met het openen
van den Keizerlijken brief tot de kom-
fte van haere
Hoogheden zou moe-
ten gefchieden. Dees gaf hem tot ant-
woord ; zulx nodig te zijn. \'Had
daerom,
aengezien de brief in het by-
zijn
hunner drie perzonen geopent
moft worden, den poft al naer bene-
den acn haere hoogheden afgezon-
den. De Veldheer
Lipoui was ai eeni-
ge dagen opreis geweeft : ftond bin-
nen weinig tijdsaldaertezijn. Maer
met den Onder-koning Singlamong

zou

-ocr page 255-

zou het ïioch wel achtien of twintig
dagen aen lopen , eer aldaer konde
zijn : hy had zoo lang gedult te ne-
men.

Hogenhoek vraegde den Stadthou-
der, ofhetaengenaem zou zijn, d\'Af-
gezondenen in de Logie te noodigen,
om hen ter maeitijd t\'onthalen, en
wat vermaek aen te doen. Waer op
hy hem tot antwoord gaf. Zoolang
2y hunnen lafl niet uitgevoert had-
den , niet zouden derven komen:
taaer wanneer zulx gefchied was: had
dan zijn heUeven te doen, Zeide vor-
ders,
oi^Hogenhoek noch twijfelde ,hy
een w^are vriend van de Hollanders
was : zy waeren al te haeflig geweefl
met het vertrek van hunne Scheepen:
hadden noch flechts vier of vijf dagen
Wijven leggenjZoudengewifTelijk de-
ze tydinge aen den Koning van
Jaka-
tra
(verfta den Generael) door de
voorlopers van het Pekingfe Hof ge-
bragt hebben. Insgelijx de H eer Ad-
mirael, die nu twee jaren zoo haeflig
zonder affcheid te nemen, veelmin
^yding van het Hof
o^ Batavia te
brengen,door gegaen was,\'t welk niet
al te wel by hen was opgenomen.

Waerom zy ook hun misnoegen
aen den Heer Stadthouder Generael
Van
Indtën gefchreven hadden.Ditbe-
^ntwoorde
Hogenhoek,ïoo veel doen-
lik was, te weten, van benootzaakt
^ezijn.

Naer een weinigh onthaels, namen

onzen beleefdelijk hun affcheid, en
beerden na de Logie.

Den zeO:en,des Dingsdags,verfche-
eenige Sinefe koopluiden in de
^ogie, om al de koopwaren te befich-
tigen,
gelijkze hen ook aenftonds ge-
toont wierden. Vraegden,na dezelve
Wel bezichtigt te hebben, of d\'onzen
Jiie al te geiijk, ofhy parthyen wilden
^ erkopen. Daer op
Hogenhoek hen tot
Sfttwoord gaf: indien de gehele par-
ïnye hen aenftond, hy hen
dezelve
^^elgeheellijk wilde verhandelen:met
, ^dmg van daer voor te betalen,gelijk
/tijden van
Konfiantijn Nohel: daer
te ^"^""P^yicfen eens om lachten : met
die. " \' welgetrokkenfte wel
^ verkocht waeren , wijl het d\'eer-
was,dat deHollandersaldaer
den handel dreven. Ook vv^as den Si-
nefen voorhene op lijf-ftrafTê verbo^
den zulke .goederen van eenige bui-
ten-landers te kopen: veel min aldaer
in \'tland mede te handelen. Dan had-
den hierom geene giffing te maken,
het een vafte regel was: dat zy altijds
even den zelven prijs zouden krijgen.
Zy moften een exempel nemen aen
hun zijde en zijde ftuk-goederen, die
\'sjaers te voore fchier een derde dier-
der waeren geweeft,als nt? tegen
woor-
dig. Als ook dat d\'overlopers grote
meenigte der zelve aengebragt had-
den.
Zoo dan hunne goederen affloe-
gen: d\'onzerezenjioezot?menhan-
del kunnen drijven.

Dan in gevalle d\' onzen \\vat min-
der wilden geven en zien op degehe-
leparihye, wouden alsdan m^t d\'on-
zen in gefprek komen. Zoo nkt, zy
verzekerden
Hogenhoek : hy wel een
jaer, ja, langer met de zelve zou blij-
ven zitten.

Däer op Hogenhoek hen een bodt
lietdoen : welk was : honderd veer-
tig tayl, voor de nagelen : honderd
twintig tayl,voor het quikzilver: voor
debarn-fteen yan twalef gulden, acht
tayl: voor dien van elf gulden, zeven
en een halve tayl: voor dien van zes
guide, vier tayl : van vijf, drie tayh
voor dien van vier en twintig ftuivers,
negen maes: voor d\'eerfte zoört Bor-
neoze kanfer van drie en twintig rea-
len , achtien tayl: voor dfi tweede
van twintig realen,zeftien en een hal-
ve tayl: voor het fcharlaken, zes tayl
d\' el: voor het karmozijn, vier tayl:
voor d\'andere gekleurde, drie tayl:
insgelijx het krab. Indien zoo koop
wilden maken , zouden dan daer
voor in de tweede zefte maend witte
rouwe Sidlijze en Koulijce zijde le-
veren , volgens de merkt, als dan
zijnde. Daer
Hogenhoek hen niet
eens antwoord op wilde geven. Dies
zy onverrichter zake weêr
vertrok-
ken.

Des Donderdags , den achtften,
quam de Veldheer
Lipoui met; zijn
ganfch gevolgh van beneden weer
in
Hokfieu , die van den Konhon
of Stadthouder ftatelijk ingehaeld
wierd.

Bh Des

-ocr page 256-

Des Vrydags, den negenden,zond
Horrenhoek den Onder-koopman Pe-
detmer-deaYédhcer Lipoui, om uit
zijnen naem hem te begroeten enbe-
weiiekomen, alzo het kolijk of darm-
pijn hem belette het zelve in perzone
tedoen.

Weder t\'huis gekomen, deed ver-
flag;de Veldheer zijne ontfchuldiging
aengenomen , en gevraegt had ot
hun koopmanfchappen al verkocht
waeren. Daer
Pedel hem op gedient
had van neen; maer noch zonder vra-
gen na dc zelve bleven zitten. Het
welk dc Veldheer zeide , hem n^t
vreemd voorquam; aengezien zy de-
zelve al te dier hielden: cn zoo zy aie
wilden quijtzijn, eer\'er meer quamen.
moftenle wat
minder geven als wel
voorhene gedaen hadden, ot zouden
in het toekomend zekerlijk daer me-
de zitten blijven, en op verre na zoo
veel niet krijgen, als\'er nu voor ge-
boden wierd.

Den tienden, des Zaterdags,\'s mor-
gens,zond de Veldheer
Lipoui om een
ftuk kroon-ras aen
Hogenhoek. Hem
dit ter hand gcfteld, liet vragen, wat
daer voor te betalen had^
Hogenhoek
zeide veertig tayl: waer op de Faktoor
hem te gemoet voerde: Als de koop-
luiden veertig betalen: behoorde mijn

Heer maer acht en dertig te geven; al-
zoo hy het tot zijn eigen gebruik van
nodenheeft, om een tent daer van te

maken.Het welk Hogenhoek zoo door

liet gaen.

Des Zondags, tegen den avond,liet
de Stadhouder
Hogenhoek door zijnen
Mandarijn nodigen, om tegen mor-
gen vroeg te gaft te komen. Waer
voor hy hem deedhedanken,met aen-
2.egging van te zullen verfchijnen;
fchoon hy noch niet wel te pas was.

Oes Maendags \'s morgens , den
twalefden, vervoegde
Hogenhoek zich
ten huize van den Veldheer
Lipom,
om hem te begroeten en welkoom
heten, naerdien hy opzijnaenkom-
- fte, door belet van ziekte, in perzoon
het niet gedaen had. En nu uitgaende,
om by den Stadhouder vrolijk te zijn,
\' eer hy den zelven bezocht had, zou
het lichtelijk qualijk genomen heb-
ben.

Daer komende , kreeg aenftonds
gehoor by den Veldheer, die, eerhy
noch ging zitten , na zijne:gezont-
heid vroeg; en waerom hy zich zoo
vroeg op ftraet begaf : kon aen zijn
wezen wel zien , het noch geen deeg

^^Waer op hy den Veldheer diende:
om reden voorhaeld; uit vreze, zoo
het geweigert had , de Stadthouder
het hchtelijk qualijk zou genomen

hebben. Naeenkopmelk, nKtboo-
ne meel en Pekingfe boter gemengt,
genuttigt te hebben, begon de Veld-
heer op te halen :

Hoe aengenaem de Hollanders hy zij-
ne Maje (lelt waeren : gemerkt hy\'helaft
had huiten zijn land met dezelve te
gaen oorlegen , diergelijk noit geheurt
was \',foowelhy de Sineefe, als Tarta-
rife Regering :
te weten , vreemdelin-
gen met Scheeps- en krijgs-magt hy te
flaen. Ja dat meer u ■; hegeerde, de Hol-
landers
Tayouan weer Jouden bezitten,
om als dan over en weder , gelijk ge-
trouwe hy gelege vrienden, te handelen,
en elkandren te helpen : zoo iets moch-
te
voorvallen. De handel daer te lande
ftondvafl: om de twee jaer eens, moften
dat niet achten. Vermögt en op zijn woort,
gelijk voorhene meermalen gefegt had,
alle jaers wel
komen handelen. Indien
het foo niet, en beduchten van zwarig-
heid was, zou hem wel
waerftchouwen.

Een Gezand ftond onheweeghelijk:
moften naer den Keizer gaen om hem te
bedanken , gedagtig zijn met een
ftatelijke vereering. Hy had naer zijne
Majefteit gefchreven
het vertrek van
den OudenHohoyx {verfta
Konftantijn
Nobel)
naer Batavia, om weder als een
expreffen van den Heer Generael en Ra-
den van
Indien aen haer gefonden te
worden.

Zoo nu een ander quamy zou met
goed zijn. Hierom
vraegde de Veldheer

■ f^^r^rÄHogenhoek, «\'/^j/\'m»/^

kon verfekeren, datl^ohel weerfou ko-
men en geen ander :
naerdien hy an-
ders
leugenachtig by ftjne Majefteit Jou
bevonden worden, iiy Singlamong
hadden in hunne brieven aen den Ko-
ning van
Jakatra daer van g^fi^\'
ven. met
op Hogenhoek den Veld-
heer
^i^ndt. Indien haere Hoogheden

-ocr page 257-

hem des niet verfekeren. Niei wel was
de Veltheer hier in te vrede, en zeide:
of de Heer Admiraelhott ook weder zou
komen, en wanneer; aljoo nu alleen het
Trachten na de Vloot was, om
Tayouan
met alle magt te gaen beoorlogen. Ho-
genhoek antwoorde :
hyhet felve ook
niet recht wifi ; maer vertroude de oor-
logs-vloöt aldaer al in Zomer- of in aen-
vang van Oo^-maendßond te wefen,ge-
lijk d\'Admirael
Bort op fijn affcheid aen
haere Hoogheden ge fchreven had. Defel-
\'^e Heer Admirael ßond in het helieven
\'^an haer Édele op
Batavia. Was even-
te geloven; van ja. Zijne Majeßeit,
Vervoegde deVeldheer daer o^,hadnu

gefchenken aen den Admirael gefonden,
zoo nu weder q^uam, het fou goed zijn:
gelijk mede d\' onfen voor fijn vertrek al
klaer lagen-, maer is weder, zonder af-
fcheid te nemen, deur gegaen : het welk
^y ons niet wel opgenomen is : heeft ook
alles na fijn eigen hooft willen hefchik-
ken ; daer haer Edele op
Batavia noch-
\'tanshettenmeeßendeelin ons helieven
geßelthehhen. Evenwelhehhenwy noit
^ets willen hy der hand nemen, of heb-
ten het den Admirael eerß hekend ge-
^aekt, enfijn oordeelafgevraeqt. Maer
^et was al te vergeejs. Ten waere onfe
ede meeninge gevolgt had, zou deere
overwinninge van
Tamzwa en La-
^^oa mede gehad hebben. By dien ge-
^^fkkigen voortgang, zou fijne Majeßeit
Hollanders hun- verfoek niet heh-
T ^^^^en weigeren : ja twijfele niet
2 al van Tajomn Meeßer ge-

^ 7 \' t^^ij^ ^y ^^^ Admi-
rael
Bort belooft hadden, by overwin-
"^^nge van die Eilanden, met de géhe-
^ magt over te ßeken. Dan gaf tot
\'^i^oord: hywiß van geen
Tamzwa en
^moa. Hem was door fijne Heeren en
È \'/ J^ nahet overwinnen der

f tan den van Ey Quemuy, naer Ta-

Bata" • ^ou anders , op

ZooA^^ zijn hooft verliefen.

ZoedflV\' ^^^ wat

%oed ^ «^r Admirael tege^
■karnen , mets kondenverwerven.
^eeft de Heer Admirael nu in

fchryven aen om. En ingevalle hy fijne
zege met onfe goede meeninge achter-
volgt had\\ de vyanden van
Tamzwa en
Lamoa geßagen, verjaegt, en Kimtia,
die naer Tayouan dan foude moeten
gevlucht hebben , met de gehele vloot
vervolgt, en hem zoo genen tijd gegeven
om zich te verfierken, {gelijk nu doen-
de is, op
Tayouan,Sakkam) bet zou,
ons gevoelens, heter uitgevallen zijn.

Kimtia en Anpikja zouden ook zoo
gemakkelijk met twee honderd lonken
naerTdcyoum overgeßeken konnen heb-
ben, gelijk nu gefchied u. Beb van eenen
overloper vafle tydinge ,
Sepoan met
zijne gehele Vloot behouden voer
Ta-
youan
overgekomen en met blijdfchap
voor Hooft aldaer ontfangen is. Heeft aen
Sakkam twee of drié fierktefi opgewor-
pen : de wegen bezet : krijgsknechten >
naerT^miw^itnY^dznggezonden : de
Piskadores met een getal Jonken en
krijgsknechten mede verfien : fulx hy
zich op alle wegen en middelen verfiet en
flerk maekt, om zijne vyanden te ver-
wachten. Hier van zijn wy gefamentlijk
d\'oorfaken, die den zeiven foo veeltijds
gegeven hehhen, Toonder de begönne ze-
ge te vervolgen : daer wy hemgeneech
in onfe handen hadden : want al drie-
mael heßoten geweefl is, ingevalle wy
hem vervolgt hadden, zijn hooft te ko-
men huigen,gelijk
Tziekautja zijn Velt-,
overfle my zelf verhaeldheeft.
Dit fprak
de Veldheer met een verftoort ge-
moed.

Na Hogenhoek dit met eenige tegen-
reden beantwoord had, verzocht hy
zijn affcheid : welk de Veldheer hem
toeftond ; naerdien hy by den
Kon-
^ö» of Stadhouder genodigt was: had
anders al koft laten vaerdig maken,
om d\' onzen t\' onthalen. Van daer
vervoegde
Hogenhoek zich naer den
Konhon ; en ontmoete in het der-
waerds gaen eenen
Mandarijn , na
de Logie door den
Konbon gezon-
den , met
aenzegging het tijd was,
om daer te
komen : naerdien reeds
d
\'Afgezondenen verfchenen wae-
ren.

Bh % Ge-

daer -over aen den Heer Generael ge-. Tayouan uitgerecht, niet als tijdver-
fchreven hadden.
Nobel, zoo een ge- quifl, en volk door ziekte verloren: door
^ant van haere Edele gefonden wierd, de Rijx-raden om den tuin geleid en he-
^ou het wel kunnen wejen. Echter kon drogen geworden , volgens fijn eigen

-ocr page 258-

Gekomen ten Hove, wierd Hogen-
hoek
by den Stadthouder zeer vrien-
delijk ontfangen ; infgelijx by d\'Af-
gezondene, en na zijne gez9ndheid
gevraegt. De Stadthouder verzocht
d\'Afgezondenen, zy geliefden we-
der hunne plaets te nemen en gaen

zitten. d\'Afgezondenen boden Hö-
genhoek de linke of hoogfte aen: welk

by hem afgeftagen wierd; zulxhy ten
laeften noch , na vele beleeftheden
over ea weder, even hoog, als haer
Edele , zijne zit-plaets mofte ne-
men.

De Stadthouder nam zijne plaets
nevens de gedachte Heeren ,
onder
aen. De ftoelen , daer op zy zaten,
waeren behangen met
gout-gebor-

duurde damafte kleden. Na een wer
nia gezeten te hebben, ontfchuldig-
den d\'Afgezondenen zich,
Hogen-
hoek
niet waren komen bezoeken,
gelijk hen van hem gefchied was: met
bybrengcn d\'oorzake geweeft te zijn,
zy hunnen laft noch niet uitgevoert
hadden. Zoo dra
zulx gefchied was,
zouden zy hem te huis komen be^
groeten ; daer hy hen met eenige

dienftplegingen voor bedankte.

Na een kop melk of twee genuttigt
te hebben , verzocht de Stadthou-
der of d\'onzen geliefden op te ftaen,
om aen de tafel te gaen, even als de
ftoelen gezet wierden, behangen me-
de met damafte kleden: daer zyzich
aen voegden. Over maeitijd liet de
Stadthouder eenige bly-fpelen aen-
regten,tot meerder verheerlijking des
gaftmaels ; daer het heerlijk genoech
van zich zelf was : naerdien wel der-
tig of zes en dertig mael veranderin-
ge van fpij^ie opgefchaft wierd. De
maeitijd metgoe cier maken overge-
bragt, namen eerft d\'Afgezondenen:
daer na d\'onzen hun affcheid,en keer-
den na de Logie.

/^ïwow van beneden weder in Hokfieu,
onder het inhalen met grote Zege-
ftaetftc , over de zege van
Tamzwa,
Lamoa
en andere kleine eilanden ,daer
ontrent gelegen : waer door degehe-
lekuft van rovers gezuivert was.

il WllJl»!» Wi»\'".-..\'-»\'» , — — " ----y--

wiert \'t felve door de vingeren gezien.
Hierom hadden ook hun Meefters
onderwege defe zijde opgekocht, om
aen hen te leveren . Wilden zy die
nu niet mede nemen, ftond lichtelijk
door d\'Afgezondenen aen den On-.
der-koning. Veldheer li/\'cjw en Stad-
houder , verboden te worden, hen
geen inkoop van de zelve meer toe
te ftaen : voor aleer verlof van den
Keizer komen zoude: met diergelij-
ke redenen meer van misnoegen.
Ho-
genhoek
gaf hen \'t voorige ten ant-
woord. Waer op zy niet wel te vrede
vertrokken.

Ten tien uuren vervoegde Hog^en-
hoek
zich met het geheel gezelfchap
ten Hove van den Onder-koning
Singlamong, om hem te gaen begroe-
ten , en geluk te wenfchen, over de
zegen, bevochten op zijne vyanden.

Gekomen aldaer , was d\' Onder-
koning , eenihalve uure te voore, den
opperften Hopman over zijne krijgs-
knechten gaen bezoeken , die heel
krank lag. Zijn voordrager verzocht,
d\'onzen een weinig in het Voorhof
gehefden te vertoeven : wilde zijne
Hoogheid laten waerfchouwen : ge-
lijk gefchiede. Hier op quam d\'On-
der-koning na een weinig wachtens
weer t\' huis, en gaf aenftonds gehoor
aen
Hogenhoek, die hem geluk wenfch-
te over zijne gezonde wederkomfte:
desgelijx over de zege, op zijne vyan-
den. Waer voor zijne Hoogheid hem
bedankte : ook met gelukwenfching

Tegens Z\'avond , den negen- over den brief engefchenken vanzy-
tienden,quamd\'Onder-koning ne Majefteit, den onzen toegezon-

den.

d\' Onder-koning viel weer klach-
tigh, over het fchielijck vertrek van
den Admirael
Bort, zonder hy alvo-
rens had laten waerfchouwen. Wel

had hy van den Admirael eenen brief

ont-

Den twintigften quamen weder de

Mandarijns van d\'Afgezondenen den

onzen de voornoemde zijde opdrin-
gen , met te zeggen tegen hunnen
Huisheer: zy onderwege verftaen
hadden, hoe de Hollanders grote me-
nigte van zijde opgekocht en
rj2i Bata-
via
gevoert hadden , \'twelk tegen
..^..^delinkeotnoogueaea: w... \'sKeizers gebod ftreed Ma^^^^^^^^^
beleefdelijk tot verfcheide male toe | hunne dienften,
den Rijke bewezen.

-ocr page 259-

ontfangen :maer op \'t ieft,teed op zijn
vertrek ftaende, wanneer geen ant-
woort op den zelven kon fchrijven.

Vroeg wijders, of d\'Admirael ook
weder zou komen , of een ander.
Waer op
Hogenhoek zijne Hoogheid
diende : Het aen het beheven van
den Koningh van
fakatra ftond: kon
zijne Edelheid daer op geen recht be-
fcheit, of verzekering doen.

Voorts zeide d\'Onder-koning: hy
konde met den Heere Admiraei niet
over een komen: wenfchte een ^n-
der A4miraei\'quam: had d\'Admirael
zijne goede voordagen cn mcining
in acht genomen, om, na d\'overwin-
ning van
Tamzma en Lamao , gelijke-
lijk
nd.er Tayouan over te fteken, ver-
froude al meefter daer van geweeft
te zijn. Maer d\'Admirael geloofde
hem nier. Nu was \'er laft van zijne
Majefteit gekomen , om te moeten
gaen. Zoo nu de Vloot daer noch
was, het een gewenfchte zake zou ge-
weeft zijn. Zijne Majefteit wift ook
niet beter,of de Vloot was daer noch:
Want aen hem in zijnen brief belaft
had, aenftonts naer
Tayouan met hun-
ne Vloot te vertrekken, om het zelve
hy overwinning denHollanders weer
in \'t bezit te geven, voor de getrou-
we dienften , den rijke beweezen
had desgeiijx den handel vergunt,
Van om de twee jaer eens met hunne
fchepen te mogen komen handelen:
Welk zy immers voor een groote
gunfte behoorden aen te nemen;
en tc geloven zijne Majefteit den on-
zen toegenegen was.

Wanneer\'er een Gezant quam, om
Keizerlijke Majefteit daer over
te bedanken, hy twijfelde niet, al
wat meerder dan aen \'t Hof verzocht
Wierd, of zouden\'t felve verkrijgen.
Het wachten was alleenlijk naer dc
"Vloote : als die verfcheen , :5ouden
aenftonds, volgens laft van zijne Ma-
jefteit, gelijkelijk naer
Tayouan o ver-
fteken , en \'t zelve zoeken te bemag-
tigen: daer en boven naden Gezant
j
onfiantijn Nohel, om den vaften han-
aei te bevorderen.

d\'Onder-koningh ontfchuldighde

^^eh , van Hogenhoek met zijn bywe-
"iet t\'onthalen, alfoo noch van

de reize vermoeit was: maer beval aen
twee van zijne
K-ddcii Hogenhoek ge-
zelfchap tc houden, om hem onthael
aen te doen: wanneer het tijd was,
van den Keizerlijken brief t\'openen,
zou hem laten wacrfchouwen : ver-
trok toen naer binnen. Na bedanJdng
voorde goede onthaling, vertrokken
ook d\'onzen weer na de Loogie.

Tegens den avond , denkeen en
twintigften, heten haer Hoogheden
Hogenhoek door eenige Mandarijns
aenzeggen: Hy fich morgen u cht ent
met Zonnen opgang nahet huis van
den Keizerlijken Rerit-meeftcr
Poet-
zienzie
te vervoegen had. Waer op
zy, na bekomen befcheit van te zul-
len komen , weer vertrokken.

Des Woensdaghs morgens vroeg,
den zes en twintigften, begaf
Hogen-
hoek fich dan te paert.metzijn geheel
gevolg, ten fpoedigfte naer het huis
van
Poetzien zie. Daer gekomen, vond
hy het geheel Hof bezet,en bleefzoo
lang op een aengewxzeplaets vertoe-
ven , tot dat d\'Onder-koning en Af-
gezondenen met den Keizerlijken
brief gekomen fouden zijn: dc Veld-
heer
Lipoui, nevens den Konhon of
Stadhouder, en al dc Mandarijns wa-
ren mede vaft wachtende na haere
Hoogheden voornoemt.

""Na een weinig aldaer vertoéfr te
hebben, liet de Veldheer
Lipoui den
Onder-koopman
Pedel roepen , om
Hogenhoek aen te zeggen: aengefien
hyden Keizerlijke briefin \'t eerft niet
had kunnen, helpen inhalen, dien nu,
als dezelve in \'t Hof aenquam.te mid-
den van den weg, op zijne eene knie
neergebogen, in het verby gaen zou
eer bewijfen, alfoo het \'s Lands ge-
bruik was. Ook had het
Nohel, in het
inhalen van den voorleeden jarigen
brief, op den gemeinen weg gedaen :
\'t welk de Veldheer verzocht,hy toch
wilde nakomen.

Hebbende Hogenhoek ontrent een
uur met gedult gewacht, verfchijnt
d\'Onder-koning
Singlamong, met een
groot gevolg, te paerd, van Manda-
rijns, Edellieden enHovehngcn:een
weinig daer na d\'Afgezondenen ; be-
neven den Keizerlijken brief en ge-
fchenken.

Bh z ■ De

-ocr page 260-

De brief wiert gedragen door acht
perzonen, alle in\'t leverei van root
en geel gekleet, op twee verlakte
ftokken: daer een huisje , koftelijk
verguit met beeltwerk, Tempels-ge-
wijze opftond. In dit huisje lagh de
Keizerlijke brief, opgerolt in een ge-
le zijde fluider. Daer na volgden vijf
of zes rode verlakte tafels, voor be-
hangen met damafte kleden, en ge-
torft door vier perzoonen; daer de
fchenkaedjen, zoo van geit, als goude
en zijde ftof?èn, bloot oplagen.

Hierachter quamen d\'Afgezonde-
nen ftaetehjk te paerd, verfeit met
een groot gevolg van Edelen.

Voor den Keizerlijken brief wiert
gelpeelt, door by te twintig perfonen,
op trommelen, fchalmeien, bazuinen,
fluiten en diergelijk fpeeltuig meer:
zulx het eer een Zee-ftaetfie fcheen te
zijn, als wel een brief te horen lezen.

Ten halven wege dan, gelijk Ho-
genhoek
van den Veldheer belaft was,
deed hy in het voorby gaen de be-
hoorlijke eerbiedenis, met buigen
van zijn hooft en lichaem.

Volghden toen gezamentlijk ach-
ter aen, tot in de grote zale, daer hae-
re Hoogheden reeds zaten en toen
oprezen. Na deze een weinig in on-
derhngh gefprek waren
geweeft,wiert
Hogenhoek belaft noch eens , eer de
brief geopent
wierd, op zijne knien
te vallen, om voor den zelven voor
de tweede male eerbiedigheid te be-
wijzen :\'twelk hy op zijne eene knie

naquam. Dan Hogenhoek had juift, in
het gaen uit den huize, ^en
root flu-
weel kuffen daer toe meê genomen,
daer hy
met zijne eene knie eerbie-
digheid op bewees: alzo het hem an-
ders op de blaeuwe ftenen te zwaer
zou gevallen zijn: want naderhand,
onder het lezen, hy al geduurig daer
op blijven leggen moft, en noch wel
twalef of vijftien mael, eer zy hem
door den eerften Afgezonden over-
gegeven wierd, op ftaen en weder ne-
der knielen.

De

-ocr page 261-

Hoogheden,d\'Onder-koning en Velt-
heer, aen
Hogenhoek d\'Afgezondenen
\'s anderen daegs te gaen bedanken: al-
zoo het by hen zelden gebeurt was,
zo groot een gefchenk van zijne Ma-
jefteit aen iemand gegeven wierd. Hy
mofte het ook voor een grote zake
achten, dat in zijne Majefteits oogen
zoo wel gezien was. Het welk i/ö-
genhoek mtt htlohm en doen na-
quam.

Na een weinigh t\' huis geweeft te
zijn, liet
Hogenhoek den Keizerlijken
Brief openen en vertalen. D\'ïnhoud
quam op dezen zin uit:

Jk Keizer zende dezen mijnen Brief
aen den Hollandfchen Admirael
Baltha-
far.
ik heh den vreemdeling van verre
en nahy gelege plaetfen lief, gelijk eenen
Keizer toekomt te doen. Des ie meer met
reden, die ons weldoen, moeten weêr
wel gedaen worden, en die eer inleggen,
moeten wel heloont wor dep. Ik heh ze-
kerlijk verftaen , ghy lieden eer ingeleid
heht: daerom heh ik volk afgeftiert, om
u lieden te hefchenken. Ik heh gehoort,
de Hollandfche
Balthafar oprecht met
mijne krijgs-amptenaers ten oorlog ge-
gaen heeft: waer uit ik hefpeure hy het
wel met mijn volk en Rij£m,eent: gelijk
als blijkt, dathy de rovers geheel £ on-
dergehragt en verjaegt heeft; gelijk een
vogel, die een neft gemaekt heeft, om
daer in te neftelen, welk nu aen ftukken
gebroken u. D\' eere, die ik altijds van
de Hollanders verwacht had, om d\'Ei-
landers te overwinnen en te verdrijven,
is nu uitgevoert. Daerom zoo hen ik
fchuldig u lieden met eenige gifte te be-
denken : en ftiere dezen mijnen Brief,
dien ik verzoek u lieden met de hyge-
voegde fchenkaedjen in genoegen gelieft
aen te nemen, en mijnen Brief eere aen te
doen.
 Kon ghy.

De gefchenken van zijne Maje-
fteit, die nevens den Brief quamen,
beftonden in duizend Taylen Sinees
zilver , en zeftig ftukken van aller-
hande zijde en goutlakene ftofïên.

Des Vrydags, den drie en twintig-
ften , des morgens vroeg begaf
Ho-
genhoek
neven het gehed gezelfchap
zich tenhuize van haere Hoogheden:
defgelijx tot d\' Afgezondenen , om
hen bekent te maken het misnoegen,

welk

Na de brief dan in het openbaer
gelezen \\ras, wierd hy door den eer-
ften Afgezondenen op d\'armen van
Hogenhoek geleid: waer voor hy we-
der eenige reizen al leggende met
zijnhooftmoft neder buigen en eere
bewijzen : daer en boven ook zoo
vervolgens voor de duizend taylen
endezijdeftoftèn.

Dit gedaen, wierd Hogenhoek weêr
belaft op zijn knien te vallen , om
\'V^oor \'t laeft driemael, met opftaen en
iiederbuigen , eerbiedenis te doen.
Öaer na gingen haere Hoogheden on-
der een verhemelt neder zitten , en
lieten een grote kan melk, met fter-
ke Pekingfe boter en bonen-meel ge-
mengt , te voorfchijii komen en dron-
ken eens om. Waer op
Hogenhoek
ook genodight wierd , om dicht by
haere Hoogheden neder te zitten.
Endelijk d\'Onder-koning opftaen^
de, begaf zich, na een heufelijk geno-
men affcheid, te zijnen Hove: daer na
volgden de Veldheer
Lipoui: de twee
Heeren Afgezondenen: d\'onzen, en
de Stadthouder. Dees beval
Hogen-
hoek
, hy op morgen d\'Afgezon-
denen diende te gaen bedanken:
\'twelk hy den Stadthouder toezeide,
ïe zullen gefchieden.

Den Keizerlijken Brief deed Ho-
genhoek
door Lowijs de Keizer, gebon-
^onden achter kruis-wijs op zijn ruch,
paert na de Logie dragen : de ge-
schenken wierden in Pallakijns ge-
Onder weeg wierd op de ftraten
Voorden Brief op fchalmeien, fluiten
en trommelen gefpeelt, met zes of
acht vendelen voor aen. Het welk
"^«usgierig volk by honderden
deed toelopen , met toewenfching
van veel geluk op ftraet den onzen.

Hogenhoek dan te huis gekomen,
Wierd door twee dienaers van den
^^eizerlijkenRentmeefter/ïo^/2:i^«2i^,
^it eenbasje drie eerfchoten gedaen,
en ontrent een uur lang op fchal-
, fluiten en trommelster eere
den Brief gefpeelt. Dit was hen
"ergens om te doen, dan omwatte
nebben ; gelijk
Hogenhoek van haere
^oogheden belaft wierd wat meerder
geveni, als
Nohel verleden jaer ge-
ha d. Insgelijx belaften haere

-ocr page 262-

welk Hogenhoek had, over den Kei-
zerlijken Brief , daer het vertalen
bevonden had , niet eens gewach ge-
maekt wierd van den vaften en eeu-
wigen hoophandel: of yan her verblijf
der Kompanjie aldaer : veelmin van
gezamentlijk met hunne fcheeps- en
krijgs-magt naer Tayouan te gaen, om
het zelve te beoorlogen; gelijk hae-
re Hoogheden al overlang en ver-
fcheide male den Admirael ,
No-
hel
en Hogenhoek belooft hadden :
namelijk , dat daer van bezegelde
brieven van zijne Majefteit fton-
den af te komen. Insgeiijx dat d\'Ad-
mirael en zy niet zonder reden van
misnoegen over d\' onftant
vaftigheid
van haere Hoogheden geklaegt had-
den , bleek nu ,
naerdien niet een
van de
mondelinge belofte en vafte
toezegginge tot noch toe bevonden
was ,
waer te zijn : en zou by den
Heer Generael, niet zonder reden,
zeer qualijk op -
genomen worden,
dat zy by haere Hoogheden nu twee
jaren aen malkandre niet als met
praetjes gepait geworden waeren.
Waer op d\'Onder-koning met een
grimlag
Hogenhoek antwoorde : zijne
Majefteit aen haere Hoogheden ge-
fchreven had: zy den Hollanders den
handel,\'wanneer\'er een Gezant om de
twee jaer eens quam, toeftond : als
ook; zy met hen naer
Tayouan zouden
gaen, om \'t zelve te helpen bemagti-
gen. Hy had zelf nietbetergeweten,
of daer van zouden bezegelde brie-
ven aen hen afgekomen zijn. Maer
nu
bemerkte hy eerft, dat het om een
Gezant te doen was , die dank aen
het Pekingfe Hof moft zeggen :
ook
gefchenken brengen , of zy zouden
den handel niet verkrijgen. Dan zoo
een Gezant quam, dicnzy aenftonds
met hun voorfchryven naer
Peking
fouden afvaerdigden:als ook den han-
del zijnen voortgang doen nemen,
hy verzekerde hem, de Kompanjie
den eeuwigen handel van te komen
en te
vertrekken na begeren, zou ver-
krijgen : daer nevens een eiland
of
een ftuk lands aengewezen worden,
om haeren
koophandel aldaer onbe-
kommert te mogen drijven. Dierge-
lijke redenen kreeg
Hogenhoek mee
van den Stadthouder. Maer de Veld-
heer fcheen verftoort te zijn, met te
zeggen : zulke grote eere van ge-
fchenken , nevens eenen
Keizerlijken
gezegelden Brief, waer in den Hol-
landers d\'cer van d\'overwinning der
vyanden gegeven wierd, was noit ge-
fchied : daer zy fich mede behoorden
vcrgenoecht en verheucht te houden.
Hogenhoek daer op: zy fijne Majefteit
hadden te bedanken , voor fijne ge-
fchenken. Maer waer den Hollanders
dc handel toegeftaen wierd, kregen
van de Vorften felfs daer van beze-
gelde brieven; die hun gebieders over
de plaetfen befchermen moften : ge-
lijk fijne Hoogheidt aen hen belooft
had. Ook handelden de Hollanders
de gehele wereld door , fonder hen
een bepaclde tijd voorgcftelt wierd:
maer wanneer zy quamen , waeren
aengenaem , en deden hunnen han-
del na begeren. Waerop fijne Hoog-
heid met een gram
gcmo^iHogenhoek
antwoorde : Elk Landfchap zijne ge-
woonte had: en het zijn, de fijne. Wa-
ren zy met het verding, van om de
twee jaer eens te komen handelen,
niet te
Vreden , mogten dan achter
blijven. Wanneer zy ook binnen
den gefetten tijd quamen , zouden
moeten weer vertrekken, zonder iet
uit te rechten.
Hogenhoek antwoorde
fijne Hoogheid: deze fijneredenen
hem vreemt voorquamen; daer hy
hem nochtans felf belooft had, geze-
gelde brieven van fijne Majefteit daer
over fouden afkomen. Het verfoek
der Kompanjie ,
vervolghde Hogen-
hoek,
was immers zeer redelijk : na-
melijk , by overwinninge van d\'Eilan-
den, den open handel ftechts te mo-
gen genieten voor de groote onko-
ften, welke haer had komen te ftaen
öp drie of vier honderd duizend tay-
len, die zy nu
twee jaer achter een ten
dienfte van\'t Rijk gedaen hadde.

D\' Onder koning , na een wcinigh
fwijgens, vroeg
Hogenhoek, of Nobel
ook weder zou komen, en met laft,
om ftjne Majefteit in
Peking te ko\'
men begroeten. Waer op
Hogenhoek,
gelijk voorhene, tot antwoord gaf:
het zelve niet vaft hem te kunnen ver-
zekeren : dat zulx
in\'t believen van

den

-ocr page 263-

den Heer Generael flond , wien hy
daer toe verkiezen wilde.

Voorts zong het oud. deuntje : te
weten ,hy aen den Keizer gefchreven
had , en , by wederkomfte van
Nohel,
de Kompanjie , meer als zy begeer-
de , zou toegeftaen worden : want de
Keizer de Hollanders zeer beminde:
gelijk by zijnen brief en gefchenken
bleek : \'t welk by zijnen tijdt aen ge-
ne vreemdelingen oit gefchied was.
D\' Afgezondenen moften ook meer-
der bedacht worden, als A^e^d\'/gedaen
had: ja op morgen , alzoo in korten
Weêr ftonden te vertrekken.

Hier op verzocht Hogenhoek den
Onder-koning , hy hem geliefde be-
kent te maken; hoe veel hy den Afge-
zondenen meer zou toeleggen , als
A\'ö^é\'/gedaen had: dees zeide het zei-
1
VC in zijn believen ftond. Daer op nam j
Hogenhoek beleefdelijk fijn affcheid, j
en vertrok van daer na d\'Afgezonde-
nen,die hem feer minnelijk ontfingen.
Met defe ï^^kitHogenhoel^ mede in ge-
fprek over den eeuwigen handel: had,
Zeide hy, verhoopt d\'Afgezondenen
daer van bezegelde brieven van fijne
Majefteit afgebragt zoudtn hebben.

Waer op zy hem te gemoet voer-
den : zy lieden daer van befegelde
brieven aen haere Hoogheden
Singla-
y^^ong , Lipoui,
en den KonhonoiSi^d-
bouder van Hokfieu overgelevert had-
den : luidende.
Zoo een Gezant quam,
^^^ zijne Majefteit te bedanken, zoude
aenftonds zijne hoven-reis doen , en de
handel zijnen aenvang nemen,van om de
twee jaer eens te mogen komen handelen.

D\' Afgefondenen waeren van ge-
voelen, foq een bezendinge aen het
PekmgfeHof gedaen wierd, den Kol-
ders , zoo wat meer te verfoeken had-
den.by fijne Majefteit zou toegeftaen
Worden: naerdien fijne Majefteit veel
Werks van hen maekte, (wijl zy haer
foo troulijk ten oorlog bygcftacnhad-
den,) en hen alleen d\'eere van d\'o-
verwinninge van
Ey en Quemuy gaf
^ok beloofden zy aen
Hogenhoek ffoo
weder ten Hove quamen,fjn verzoek
wegens den eeuwigen handel by fijne
^^ajefteit zouden zoeken re bewer-

en. Waer voor Hogenhoek hen be-

•ittiuc.en vertrok met fijn gezelfchap

naer de Logie. Naveeloverlegs met
elkandre, wat in die gelegentheid oor-
baerft voorde Kompanjie aen d\'Afge-
zondenen diende vcrfchonken te
worden , zijn te rade geworden, den,
eerften Afgezonden te begiftigen met
twee en twintig el root - fcharlaken:
een half ketentje bloed-koralen, ter
fwaertc van fes oneen : twee ftukken
gekleurde perpetuanen : fes ftukken
moerifen:nevens vier houwérkhngcn.

Den tweeden Afgezonden wierden
vereert zeftien elle en drie vierendeel
root-fcharlaken : een half ketingje
bloed-korael van ruim vier oneen:
tweegekleurde perpetuanen-. vier ftuk-
ken moerifen : nevens twee houwer-
klingen.Desgelijx wierden hun byfijn-
de Mandarijns cn dienaers ieder na
behoren met een gefchenk begiftigt.

Des Zaterdags \'s morgens, den vier
én twintighften , vervoegde
Hogen-
hoek
en zijn gefelfchap zich mee de
fchenkaedjen naer d\' Afgezondenen,
ter overlevering aen hen. Dan toon-
den zich quanfuis tot het ontfangen
befchroomt , cn, na alles eerft wel
doorkeken te hebben, met verfchei-
de weigerins van dezelve niet tc der-
ven aenvaerden, voor al eer zy haere
H oogheden daer over gefproken had-
den ; hoewel zy die endelijk, na eeni-
ge redenen daer tegen weder by
Ho-
genhoek
ingebragc, met vele tegen-
iprekingcn aennamen.

In hctaffcheid nemen verzocht Hö-
genhoek noch eenmael: d\'Afgezonde-
nen , gekomen te
Peking, bydenKei-
fer en Rijxraden t\'onzen voordele ge-
liefden te bewerken, het verkijgen
van den eeuwigen handel, en zoo-
danig verftag van hen te doen, als by
hun aenwcfen gehoort en acn hen on-
dervonden hadden. Dit wierd door
hen met grote betuiging belooft te
zullen gefchieden. Wijders, hadden
d\'onzen eenige redenen met hen ovcc
den koophandel der Kompanjie , in
I verfcheide geweften van
Indien: als
j ook hoedanig dezelve daer te lande
I zou kunnen
gedreven vvorden , tot
welvaren van beide Rijken : bcnef-
fens wat goederen daer door d\' on-
zen
aengebraght en Weder vertiert
werden,die in onze en andere landen,
C c dae£

-ocr page 264-

daer de Kompapjie handelt, getrok-
ken zijn. Groot genoegen betoon-
den d\'Afgezondenen in deze rede-
nen te fcheppen. Ja zeiden, zoo een
Gezant aen den Keizer quam , ter
dankzegging, en de vyanden van r^i-
youan verdreven waereri (daerzy zeer
vervaert voor waeren, datzy wel we-
der over mogten komen) men niet te
twijfelen had , of alles zou den on-
zen toegeftaen worden. Voor welke
redenen en beloften
Hogenhoek hen
eenige dienftplegingen van dankbaer-
heid toevoegde, en vertrok.

Des Maendags, den zes en twin-

een koebceft, twee verkens, zes gan-
fen , acht hoenderen , acht enten,
twee potten met drank, en een pikol
tarwen-mecl : waer voor Hogenhoek
hem door den onder-koopman Pedel
liet bedanken.
leeß veelou Des Dondcrdags , den negen en

^et\'evun twintigften, wierd^by de Sinefen het
z.e»gevzert. Fceft.gcnacmt PeelpuÄn Hok-

fieu geviert,gelijk ook ten zelven dage
door geheel : te weten , met lan-
ge
roei-vacrtuigenxierlijk gefchildert,
cn opgepronkt met zijde gekleurde
vanen. Hier mee roeien zy om ftrijd
tegen elkandre gins en weder op de
revieren, met boven mate groot ge-
raes en getier te maken.

Volgens verhael der Sinefen aen
Hogenhoek , was Peelou O^^etwoogl
van de Parecelles geweeft, welk een
fchoon vruchtbaer en gout- en zilver-
rijk eiland is. Door dezen
Peelou was
voorzeid, dit eiland te gronde zullen
gaen:waerom hy ook enige dagenvan
re voore, met zijne Jonken, (daer ook
van zijne vrienden en eenige, dien
hem geloof gaven, in waren,) naer de
vafte kuft van
Sina gevlucht was: daer
hy als een God van de zee geviert
wierd: want naer het zeggen, zou het
eiland kort na zijn vertrek gezonken
zijn. D\'onzen,tot hun vermack en be-
kijken
dés Feeft,waeren mede met een
gebuurt vaertuig uit fpelen geweeft.

Naulx was Hogenhoek t\' huis geko-
men , of de Veldheer
Lipoui zond zij-
nen Mandarijn , om hem te waer-
fchouwen : hoe d\'Afgezondenen op

ven. Daer gekomen, vonden hen be-
zieh met pakken van reistuig ; desge-
lijx met koppelen van ftaven en fla-
vinnen, alle, ten getale van zes of ze-
ven honderd, op d\'eilanden van
Ey en
Quemuy gerooft, en hen gefchonken
van hare Hoogheden,de Stadhouders
van
Zing en Sanzieuw , en andere Be-
vèlhebberen meer. Waerom d\'onzen
verzochten voor uit te gaen, om d\'Af-
gezondenen niet op te houden, ge-
lijk gefchiede. Naai vry wat lang, op
den weg, onder des Onder konings
open fpeel-huis, gewacht te hebben,
quamen d\'Afgefondcnen tepaert aen,
met ontfchuldiging , zy d\'onzen zoo
lang hadden laten vertoeven : \'twelk
zy hen met een beleefde dienft-ple-
ging beantwoorden, het hen niet ver
veelt had-

D\'Afgezondenen bedankten Ho-
genhoek
voor de gefchenken, met te
zeggen daer en boven: zyhaddenzc
wel aengenomen ; maer wiften niet
of
zijne Majefteit hen zulke grote gif-
te al zou latén behouden, zonder de
zelve weder aen hen te moeten over-
geven :\'t welk
Hogenhoek voor ccnTar-
terfche plichtpleging aennam. Wij^
ders, beloofden zy, gelijkze meerma-
len gedaen hadden, d\' onzen by zijne
Majefteit en Rijx-raden gunftig voor
te fpreken, en alles aen te dienen, wat
zy van hen gehoort en gefien hadden.
Een Gezant komende,ftont alles naer
vvenfch uit te vallen:waer fy hun befte
mede in zouden doen, en den Gezant
beliulpzaem zijn, wanneer binnen
Pe-
king

morgen ftonden weer m Peking te
vertrekken : die Hogenhoek met zijn
gevolg uitgelei mofte doen. Daerom
hy zoo veel peerden zou eifchen , als
van node had , die de Veldheer dan
morgen voor de Logie zou ftieren.
Waer voor
Hogenhoek hem liet bedan-
ken, met toezegging van \'tzelve te
zullen nakomen.

Des Vrydags, den dertigften, quam
met krieken van den dag weereen
Mandarijn van den Veldheer
Lipoui
Hogenhoek
aenzeggen : hy zich toch
wat
vroeg ten huize van d\' Afgezon-
X... x^aa.nua.o, .... ......... ^cnc wlldc begcvcu. Dics zy zich

tigften, zond de Konbon of Stadthou- zoo tepaert, alsm Palakijns, naer her
der een vereering van vee : namelijk, Logement der Afgezondenen bega-

-ocr page 265-

king aen hem: hy tegenwoordigh in
twee maenden van de Mandarijns ge-
ne betaling van koftgelt had bekomen
kunnen: of de Stadhouder daer in ge-
helde te verflen. De Stadhouder,dien
dit vreemt voorquam, zeide het van
fljneMajefteit tot noch toe niet gcbo- .
den was.op te houden; maer \'t felve te
zullen vervorderen , to t dat nader be-
fcheit daer over afkomen zou. Even-
wel wees hy
Pedel aen den Veldcheer
Lipoui;ondQt voorgeven ,hy weder,ge-
lijk verleden Jaer,van de waerdigheid
der krijgsknechten, en hun hoofden,
de Mandarijns, ontbloot was, en niet
meer o ver hen te zeggen had. Kon-
de hen ook, by gevolgh, niet gebie-
den,om het geldt op . e brengen. Des
Pedel2Ltn Hogenhoek verflag deed.

Des Donderdags\'s morgens vroeg,
den vijfden begafzich, ne-
ven zijn geheel gezelfchap , na den
pom zijne grote poorte gefloten had, Onder koningh en Veldtheer Lipoui,
ten einde van geen meer gehoor te met bekentmaking van het antwoort
geven:ookzich niet meer met eenige aen hen, bekomen van den Stadhou-

der , aengaende de betaling van \'s Kei-
zers koft-gek.

Niet wei waeren deze daer over te
vrede; maer belaften aenftonts hun-
nen voordragers de twee Mandarijns
aen te zeggen, de betaUng op morgen
zouden voldoen, en voorts alle maen-
den : of wifte wat met hen te doen
\' had. Weer wierd het oud deuntje by
hen gezongen: namelijk van den Ge-
zant : wie die zijn zou ? infgelijk van
de Schepen: wanneer die komen fou-
den > met den Admirael
Bort of een
ander? Na wel onthaelt te zijn, ver-
trokken d onzen.

Des Vrydags, den zeften,komt van rdekm-

Sinchieu owQTÏ^ndtt Hokßeu de grote

! Hokße^-

Mandarijn Tüekautzia , met een getal
ontrent van vier of vijf honderdt
krijgsknechten: de reft ftont des mor-
gens of overmorgen met zijne Jon-
ken aldaer ook te Komen.

De fpraekging, dezelve nad\'Op-
per-ftad
Jenping (een gemeen ftede-
ken ,
en negen dagh-reizens van Hok-
fieu
gelegen) zou gaen, om aldaer als
hooft te regeren. Deftedehngen had-
den verfcheide voetvallen voor haere
Hoogheden gedaen, oni
van den zel-
ven ontflagen te mogen zijn.

Cc z Dg

faken te willen bemoeien, zijn ampt
takende: want hy met geweldt naer
Peking wilde, daer zijn Opper - wijf
(de Moei van dezen legenwoordigen
keizer) haer on\'^hield. Deze had ver-
scheide malen, en voornamelijk toen
^enhem gefchreven: dathy boven te
tornen had, of zou hem van bene-
den komen halen.

De Rijx-raden, als op den vieren
twifjtigdej^ van Gras-maend verhack
^aet, hadden den Veldheer zoeken
te moedigen, met het verhogen
van Hooft der drie Landfchappen,
welk beleefdelijk byhem afgeflagen
was: want hy wilde geheel en al uit
deregermgzijn; ter oorzake, foo hy
aen
Hogenhoek zeide, al te oud was,
en de regeering veel moeielijkheidt
eê bragt, dat zijn hooft niet verdra-
gen kon. Waerom hy vijf of ^es ren-
boden op elkandre aen fijne Majefteit
e^ de Rijx-raden afgevaerdigt had,
^^ te willen verloft zijn , die alle
«aegs ueder van boven befchek fton-
den te brengen.

kïng verfcheen. Waer voor zy by Ho-
genhoek
bedankt wierden, en dron-
ken op den wegh, ftaende voet, eens
om, uit een flesje, welkhy ten dien
ehide juift meê genomen had.

Zy verwonderden fleh overzulken
fchonen drank, en vraegden of die in
hun Vaderland viel; zeggende, het
een fchoonLandmoft zijn; daer niet
^Heen zulke koftehjke wijnen maer
Zoovelerlei raere goederen van daen
St^amen. Al hun voorname dienaren
Ploften den zelven mede proeven,
om (gekomen te
Peking ) te kunnen
Zeggen , Hollandfen drank gedron-
ken te hebben. Na eenige plichtple-
gingen over en weer te hebben ge-
daen , namen d\'onzen beleefdelijk
hun affcheit, en quamen tegens den
^ avond weer in de Logie.
"nl"\' -»ii Den laetften, des Zaterdaghs, ver-
ftond
HogenPjoek de Veldheer

Des Dingsdaghs, denderden van
, zond Hogenhoek den
Onder-koopman
Pedel naerden Kon-
hon
of Stadhouder , met bekent-

«Ofl ^-ers

ma-

-ocr page 266-

Tziekautzia te zullen laten roepen en
te vernemen of
zulx waer was : ook
te belaften : zy
hem ter hand geftdd
wierden:
met beding van hun geweer
aen den Veldheer
Lipoui moften over-
geven ; naerdien dees Heer over d\' o-
verlopers te zeggen had.

D\' onzen verftonden van haere
Hoogheden , hoe
Tonanpek , Zaujaes
broeder, en de grote Afgezonden,

waeren. D\' eerfte baerde niet veel
goeds voor den Onder-koning
Sing-
lamong,
die eerft, over eenige weinig
dagen, een verdrag met
Tonanpek ge-
maekt had , gelijk op den zeven en
twintigften van Gras-maend aenge-
roert ftaet.

Des Dingsdags, den vier en twin-
tigften , quam
Sanzia , d\' Opper-fak-
toor van den Veldheer
Lipoui, uit zij-
nen Heeren naem
Hogenhoek aenzeg-
gen : De Veldheer
Tziekautzia had
laten roepen, wegens de gevangenen.
Waer op de voornoemde overloper
hem geantwoord had: de Hollander,
die uit het Kafteel
Zeelandia op For-
mofa,
tot hem overgelopen was, hem
verzochthad , liever te willen gekapt
zijn,dan weer by de Hollanders te ko-
men : want hy doch een man des
doods was:gehjk mede de zwarte jon-
gens liever by hem wilden blijven:
ook waeren al eenige verfchonken:
Waer op
Hogenhoek den Faktoor tot
antwoord gaf Het hem zeer
vreemd
voorquam; nademael over eenige da-
gen de zwarte jongens, ten getale van
zes, alle daegs hem quamen om hun
brieve aen den Veldheer Zz/ö^^i, door
den Schryver
Lakko: op het antwoord
gifteren, van zijnen Faktoor beko-
men. Dan tegens den avond quam
Lakko met den briefwederom,die den
Veldheer, wijl hy eenig genees-mid-
dcl ingenomen had, niet te fpreken
kon krijgen.

De Veldheer Lipoui was zeer goed
overlopers: verdrukte zij ne eigen on-
derdanen, ten believe van hen.

Des Woensdags, den elfden, waren
de Jonken van
Tziekautzia voor de
fterkte
Minjazeen aen geland, en fton-
den binnen drie ofvier dagen voor de
grote brugge te komen.

Des Vrydags, den twintigften, ver-
voegde
Hogenhoek zich ten huize van
den Onderkoningenveldheer
Lipoui,
met verzoek, uit den naem van den
Heer Generael, van ontftaging voor
eenige gevangenen,die den twalefden
mtiTziekautzias Jonken aengekomen

Des Donderdags, den zes en twin-
tigften , zond
Hogenhoek den onder-

Droeoer, cn uc miuic -q.....7-------1 ■ r

beide in vier dagen tijds overleden koopman Pedel metden zeiven briet

aen zijne Hoogheid Lipoui, die, even
als gifteren, onverrichter zake weer
t\'huis quam.De reden,waerom
Hogen-
hoek
den brief voornoemt of eenen an-
deren niet aen den Onder-koning ge-
ftuurt had, was, omdat zijne Hoog-
heid gezeid had : het ontftaen der ge-
vangenen
Lipoui aengong: want hy
meeft over d\'overlopers te zeggen
had : zulx
Hogenhoek van d\' os op den
ezel gewezen wierd.

Des Vrydags, den acht en twintig-
ften , zond
Hogenhoek weder den on-
der-koopman pedel, ter oorzake Ttie-
kautzia
binnen weinig dagen ftond te
vertrekken ,
naer den Veldheer Li-
poui ,
met den meergenoemden brief.
I>ees
weder t\' huis gekomen, deed
verflag,
hoe hy drie uuren had moe-
ten
wachten, eer \'de brief kon over-
gdevert worden: verftont door den
tolk,deVeldheer het qualijk genomen
had: èsLt Hogenhoek tegens zijnen Fak-
toor gezeid had:hetlogens waren
,die

Tziekautziaïiynen Heer wijs gemaekt
had: waerom de Veldheer niet wilde,
dat
Pedelïdï den brief hem mogte ter
hand fteilen, maer Hetze door zijnen

voor-

verloffing bidden. Maer toen Tziekau-
tzia
verftaen had; ddXHogenhoek den
Veldheer Lipoui om deverlofTmgder
zelve aengefproken hadde, heeft hy
hen in zijne Jonken, geboeit aen han-
den en benen, doen fmijten, ten ein-
de niet weder in de Logie zouden
komen, ook van hen niet meer ge-
hoort worden : zoo dat
Tziekautzia
den Veldheer logenen had wijs ge-
maekt. HogenhoekvetTLOchl^^"^ Zan-
zia
dit den Veldheer geliefde bekent
te maken: en vertrok dees.

Des Woensdags, den vijf en twin-

____________ tigften, zond Hogenhoek, belet door

waeren." Dez^bdoofden Hogenhoek \\ buik-pijn van zdf te komen , een

1___• r* . . _ J T r _ 1 n____ - r ! ____J J ^ y-v

-ocr page 267-
-ocr page 268-

voordrager lialen. Naer een wijle tijts,
quam de voordrager weder, zeggen-
de , hoe zijn Heer den brief gelezen
had: waer in ftont van eenige moeie-
lijkheden mogten komen t\' ontftaen.
Welke woorden de Veldheer als drei-
gementen aennam.
Hogenhoek mo^Q
weten, hy Lipoui was: konde, als hy
wilde, den Hollanders goet en quaet
doen , en begeerde zulke woorden
van dreigementen niet meer te ho-
ren, of mogten wel van zijn huis blij-
ven.

Des Zondags , den acht en twin-
tighften , heeft
Tziekautzia twee of drie dagen geleden,aenZz/öïi
hoeks Huis heer laten verzoeken , of gezonden had ^ met aenzegging van

Hogenhoek de gevangenen te laten
toekomen. Ten einde dan gene on-
heilen mogten komen t\' ontftaen, be-
willigde
Hogenhoek in zijne aenbie-
ding. Dees weder gekomen , deed
verl1ag:hoe d\'Onder-koning zeer ver-
wondert was , over het geen van den
Veldheer
Lipoui aen Hogenhoek over
den brief ontmoet was ; met te zeg-
gen ,
Lipoui , zijns gevoelens , noch

tin en loot: dertig pikol vogel nesjes:
vijftig pikol peper : drie honderd pi-
kolSappan hout: twin tig pikol quik-
zilver : vijfentwintig pikol nagelen:
honderd pikol Sandel hout en andere
Waren meer.

Dan dit wierd by den Huisheer van
Hogenhoek afgeftagen , met te zeggen:
d onzen al hun waren noch niet verkocht
hadden : waerom hy eens anders koop-
manfchappen niet derfde aenvaerden :
hy was %>an haere Hoogheden over de
goederen der Hollanders gefielt: zoo het
die quamen te horen, hy zou daer over
in ongenade raken.
D\'overloper Hou-
ting
had meer diergelijke goederen
Van
Tangzwa en Lamoa gebragt, tot
groot afftag en verlies der koopman-
fchappen, die onlangsdoord\'onzen
ïildaer gebr^t waeren. Ja konden,

eens by hem wilde komen. Na on-
trent twee of drie uuren aldaer ge-
weeft te zijn , quam wederom, met
verhael , hoe
Ziekautia voornoemt
hem verzocht had zijne meegebrag-
te koopmanfchappen t\'zijnen huize
te nemen, om die te verkopen, met
belofte van een rijkelijke beloning.
De koopmanfchappen beftonden in
vier en twintig ftukken allerlei ge- _
kleurde lakenen: acht of tien pikol
j geftoort was wegens \'s Keizers brief
barn-fteen, van drie tot zes ftuksin j engefchenken : daer d\'onzen niet ge-
een katty: twee of drie honderd pikol jnoech dankbaerheid, maer in tegen-

deel groot misnoegen overgenómen
hadden. \'tWelk
Lipoui niethadkun-
nen vergeten : daer enbovendat
Ho-
genhoek
gezeid had, men op haere
Hoogheids woorden geenen ftaet
konde maken.
Hogenhoek
woorden in die gelegentheid niet ach-
ten. Dat
Lipoui gezeid had , of Ho-
genhoek
wel wifte hy Lipoui was , en
den Hollanders goet en quaet kon
doen: zijne moeielijke ziekte en quel-
lingen hadden hem zulx doen zeg-
gen ; en diergelijke beleefde redenen
meer. Het fcheen of d\' Onder - ko-
ning daer voor den goeden man wilde
gehouden zijn, of vreefde , zoo dit
ter oore van den Heer Generael en
Raden van
Indien op Batavia
zy niet wel vernoecht zouden zijn-
Midlerwijle fpeelde hy zijne per-

gehjk de Tarters zelfs aen Hogenhoek zonaedje daer onder : want hy van

verkiaerden , toen geen drie en een den brief, en al wat\'er gefchiet was,

halve tayl voord\'el van de gekleurde grondige kennis had : naerdien de

lakenen krijgen. Met de nagelen, Veldheer aenftonds den brief

^rnlteen, quikzilver, ging het even voornoemt aen den Onder-koning

^oo. daer zy mede bleven zitten, en gezonden had,

^^ , ^ Cc I

die voor geen twintig ten honderd
konden quijtworden.

Des Zondags , den negen en twin-
tigften , quam
Lepora , Faktoor van
den Onder-koning
Singlamong , d\'on-
zen bezoeken, gelijk meeft alle dagen
deed; want zijne woning ftont naeft
die van d\' onzen. Dees voerde met
Hogenhoek eenige redenen , wegens
de gevangenen en het trots befcheid
van den Veldheer
Lipoui: en bood
zijnen dienft aen, om die zakezijnen
Heer aenftonds bekent te maken:
wanthywifte, dat d\'Onder-koning,

-ocr page 269-

De Faktoor Lapora was, in het weg
gaen,
van den Onderkoning belaft,
Hogenhoek aen te zeggen: zo de H ol-
ianders of eenige Zwarten in de Lo-
gie quamen, hyhen niet vaft zoude
houden , om by den Veldheer
Lipoui
gene reden van misnoegen te geven:
waer door zy des t\'eerder hun ver-
lofling zouden krijgen; daer hy zijn
beft in wilde doen.

Des Maendags, den laeften, zond
de Veldheer
Lipoui fljnen Opper-Fak-
nTgmhïeh toor Zangia, ten huize van Hogenhoek,
met laft van hem aen te zeggen : hoe
ontrent \'tEiland
Heyton vijt tiolland-
fche Schepen gezien waeren , door
fijne Jonken , die rijs in
Zinkfieu ge-
bragt hadden, en nu weêr
derwaerd
gekomen waeren: waer over hy zeer
verheugtiwas.

Wï]Atts,Hogmhoek mèfte niet meer
gedenken aen de woorden, die voor-
gevallen waeren : hy had die zelf al
vergeten : daer quamen nu Schepen:
d\'oude vriendfchap mofte nu weêr
nieuwen acnvang nemen • \'t waeren
maer beufelingen die hy doorhaeftig-
heidgezeid hadde. Wanneer de Hol-
landfche Admirael quam, wilde daer
mede raetplegen en^^ovcrleggen, op
wat wijze en voorwaerde d\'onzen
Ta-
youan
zouden trachten te vermeefte-
ren,ten einde aen gene van beidemis-
noegen genomen wierde.
Hogenhoek
antwoorde den Faktoor opzijn eerfte
punt : hy den Veldheer te bedanken
had,wegens de tydinge van dekomfte
der Schepen: maer wat aenging de fel-
le bejegening van zijnen Heer, fonder
oorzake, hy konde die niet vergeten ;
alfoo zy niet hem, maer zijne Heeren
en Meefters troffen, die hem aldaer
alshooft.om uit hunnen naem te fpre-
ken , gefteld hadden. Dezen had hy
rekenfchap van al zijn doen en onthar
linge daer te lande te geven. Had het
zelve ook al op \'t papier gezet: mer
diergelijke redenen meer. In het ver-
vertrekken zeide de Faktoor , den
Veldheer dat antwoord niet wel zou-
de aenftaen : namelijk, dat
Hogenhoek
zulke dingen aen den Heer Gene>
rad op
Batavia bekent maekte. De
Veldheer
Lipoui fcheen nisc goet Hol-
iandfch.

laktsor
Zangia,
komt by

Zijne rrdett
am hem.

II i

Den eerften van Hoimaend, zond
d\'Onder-koning
Singlamong zijnen
Faktoor in de Logie , om twee ket-
tings bloedkorael, die hem behandigt
wierden : liet ook zij nen lijf-doktoor
Hogenhoek toekomen, die drie maen-
den lang onvcrdragelijke buikwee ge-
had had. •

Den zeften vertrok de Konhon of
Stadhouder na het klein kafteelrje
Tiolo, gelegen ontrent drie mijlen van
Hokfieu, om den overloper Ouitung al-
daer te magtigen. Men zeid deze ver-
maerde krijgs-held al by tijde van
I(iuan, Koxingas vader, geroofthad:
was een Heer van in de zeventig ja-
ren , verzelt met ontrent drie duizend
oude krijgsknechten.

Des Dingsdags, den achtften, ver-
trok d\' overloper
Tüekautzia naerJen\'
ping
, om mede aldaer door den Stad-
houder gemagtigt te worden. Hy had
by zich ontrent ae vier of vijf duizent
wel geoefende krijgsknechten. Zijne
Jonken, ten getale van tachtig, en de
refte van zijne krijgsknechten bleven
aldaer voor de grote brug van
Lamthay
leggen wachten, tot de komfte van
onze Vlote: zouden dan mede na Ta*
youan o verfteken, volgens zeggen van
haere Hoogheden aen
Hogenhoek. Inf-
gelijx bleven de reft der krijgsknech-
ten van
Ouitung voor Sinchieu leggen.

Des Woensdags , den negenden,
zond de Veldheer
Lipoui, door zijnen
Faktoor, eenen jongen.
Boet genaemt,
een
Tongkin der, en gewezen dienaer
van den Onder-koopman
Pedel: met
aenfegging,d\'andre fwarte jongens en
de Hollander by d
\'onfen niet wezen
wilden: ook had hy eenige der jongens
aen twee Keizerlijke Afgezondentn,
die in
Hokfieu ftonden te komen, ver-
fchonken.
Hogenhoek gaf den Faktoor
tot antwoord. De Heer Generael en
Raden van
Jndiën op Batavia het zon-
der twijfel zeer
qualijk nemen zou-
den,daer hen van zeven en twintig ge-
vangenen niet meer, als een toegefon-
den^ier\'d. Had , voegde
Hogenhoek
daer op, van zijnen Heer meer vriend-
fchap verwacht. Hoe, zeide de Fak-
toor, zijt ghy dan niet dankbaer voor
dezen eenen? d\'andere kan mijn Heer
niet bekomen,

Waer

-ocr page 270-

Waer op Hogenhoek hem te gemoet
moerde. Het bekomen ftont in zijner
Hoogheids wil. Dan \'t fcheen hy den
overlopers meer gunfte toedroegh,
dan den Hollanders : daer dezelve
ttochtans door hunne magt gedwon-
gen waeren geworden, zich onder de
gehoorzaeniheid van zijne Majefteit
te
begeven. Waer op hy niet wel te
Vrede, opftont, en vraegde noch eens:
of hy dan zij oen Heer van
Hogenhoeks
Wegen genen dank zou feggen. Hogen-
hoek
daer op: hy oordeelde zulx wei-
nig danks waerdig was : maer indien
de Veldheer
hem al de gevangenen
toegezonden had, hy hem in perzoon
zou hebben komen dankzeggen.
Hier op vertrok de Faktoor.

Van den tienden tot den vijftien-
den viel niet gcdenkvvacrdighs voor.

De koopluiden van boven ontrent, „cl^-l-».«^. , -

Nanking uit \'t Landfchap van Chekiang ken niet geweeft was : met verdren-
komende , voerden al hunne zijde ken van over de vier duizent men-
luer
Zmkßeu, zonder Hokßeu aen te j fchen, weg-fpoelen van hele dorpen,
doen: daer hen voor het pikol zijde neerftorten van vele huizen in het ka

Zimfchy en Zintham, van d\'overlopers
Tonanpek, Haytankon, Zitetok cn Zou-
j^es zonen, twee honderd taylen gre-
tig gegeven wierd, tot groten afbreuk
ter Kotnpanjie, zoo in hunne aenge-
hragte , als kopende koopmanfchap-
pen.

Haytankon,Stadhouder van Zinkfieu,
^^sook d\'andre vermogten opentlijk
geiie Jonken naer Japan,de Manilha en
^^youan ftuuren; maer gebruikten, zo
Ffogenhoek in zijne aentekeningen ge-
denkt, dezen vond: zy laten hun Jon-
J^en, die zy weg willen ftieren, open-

fteel Zinkfieu, en van een gedeelte des ,

kafteels zelf: alwaer het water dertien
of veertien voet hoog fiond. Nevens
andere had d\' Onder-koning drie of
vierhonderd pikol witte rouwe zijde
daer by verloren, die hy aen
Tinanpek
meen de te verkopen. Waer op de zij-
de over de twee hondert taylen quam
terijzen. Zohetgeruchthep,was\'er
over de twee duizend pikol zijde ver-
dronken en weg-gefpoelt.

Des Dingsdags,*den negen en twin- m^nhoek
tigften, ging
Hogenhoek den Veldheer J^/Jlt^\'"
Lipoui bezoeken ,die, fchoon nóch

I . , J " -----------I t^ijjvnt , WlCj H-IJUUI1HUL.11

l \' jide \' nemen Schipper en Stier- ziekelijk, evenwelzeer verheugt was,
, aen. Wanneer nu de Jonk klaer
 Hogenhoek hem in dien ftaet quam be-
is, Komt een andere Jonk uit zee, die \' groeten. Na een wyle gezeten te
f van de weet heeft, met hebben , vraegde de Veldheer : hoe
leugenachtige tydinge , van eenige het byquam, onze Schepen zoo lang
\\vands Jonken voor de kuft zijn: dies vertoefden. Daer opden
y Heden uit laft van haere Hooghe- Veldheer in antwoord diende : het
^^n hun Jonken , wel gemant met noch Vel een maend by de
komfte
Lik daerna toe te ftieren der-Schepen van verleden jaer aldaer
nebben. .. verfchee&.
Waer over de Veldheer

ï^ebben. Waer op dan de koopvaer-

"fraenftondsgeloftword, degoede-

aen land gebragt, en met krijgs-
VO.K verzien , om \'s anderen daegs
ledZ^ "^^^ya^den te gaen opzoeken:
- ^ met beter werende, of deze

^^^t ren oorlog gaen. Maer zy

met verwondering tegen Hogenhoek
zeide: een maend ? hetisgewiftelijk
al in de zefte
maend , in welke de
Schepen
van verleden jaer aldaer op
de rede verfchenen. Zulx, zeide Ho-
genhoek ,
quam hier by , wiil zy dat

jaei

word des nachts weer geladen : het
krijgsvolk afgelicht : de Sdiipper en
Stierman weer opgezet : en gaet dan
tegens den dageraet zeil. Hier aen re-
den de Groten en haere Hoogheden
mede, anders zou zulx niet kunnen
gefchieden.

Van den zeventienden, des Don-
derdags , tot den zes en twintigften
was geduurig zware ftorm en regen
uit den zuid-weften : waer door vele
huifingen, alzoo de muuren ftechts
van leem, met ftroo gemengt, opge-
maekt zijn, quamen neer teftorten:
i met fneuveling van wel twintig men-
fchen. Op de ftraten en inde huizen
van de voorftadt
Lamhtay, infgelijx in
een gedeelte des Kafteels van
Minja-
zeen
, ftond het water wel een knie
hoog. In
Zinkfieu was zulk een hoge
water-vloer, aisby
menfchen geden-

-ocr page 271-

wanneer de Veldheer de dagen telde,
hy zou bevinden,iieï zelve veel te
verfchillen quam. De Veldheer be-
gon half te twijfelen: vroeg, of\'er van
dat jaer ook wel Schepen zouden ko-
men ? naerdien zy zo lang achter ble-
ven : cn of
Hogenhoek het hem wel ver-
zekeren wilde. Waer op
Hogenhoek
tot antwoord gaf: zulx ontwijïelbaer
ftond te gefchiede;deVeldheer wilde
maer geduid hebben. Hunne fchepen
hadden veel vermakens van doen,
daer eenige maenden aen gearbeid
mofte worden, eerzy weer bequaem
waren , om in zee te loopen: met by-
voegen,d\'Admiraeleerft in Gras-
maend op
Batavia gekomen was, on-
trent drie maenden
verleden: dieshy
zoo dra aldaer niet weêr kon zijn.

Wy, zeide de Veldheer, zijn alge-
reed, z-oo dra wy tyding hekomen : \'t zy
de Heer Admirael in
(^é-Piskadores, of
voor
1 ayouan aenkomt,zullen aenftonts
den grooten Mandarijn
Tziekautzia,
en Stadhouder van Zinchieu en Zie te-
tok,
twee groote Heeren, afvaerdigen,
om den Heer Admirael te gaenhewelle-
rnen : ook zijn oogmerk vernemen , op
wat wijze, en aen wat oort wy den vyand
eerft aen willen taften : defgelijx de
voorwaerde zamen raedflaen.

Des Woenfdags , den dertienden
van Oogftmaend, bequam
Hogenhoek
tydinge, hoe de Veldheer Lipoui van
fijne Keizerlijke Majefteit verlof van
ontftaging fijns ampts , en boven te
mogen komen verkregen had : daer
en-boven begiftight was , met een
Raedsheers ampt. Hy had voor dat
ampt acht tonnen gouds aen gefchen-
ken moeten geven, eer daer toe ko-
men kon. Zo veel had het ookftjnen
voorzaed gekoft. Ja feker is , dat
d\'Onder-koning
Zinglamong, te dien
tijde ook twalef tonnen gouds ver-
fchonken had, ten einde fijn zoon in
\'s Vaders plaetfe mogte volgen.

Des Zaterdags, den feftien den, be-
quam
Hogenhoek tydingh , hoe een
der Jonken van
Hajtankon, Stadhou-
weêr
Haytankon verovert negen Jon
ken, geladen met rijs, oya m-tiZan
chieu te brengen : daer de rijs zeer
fchaers en dier was : te vi^etende zak
zeven of acht en twintig Maes: en op
Tayouan overvloedigh en zeer goed
koop, zeven of acht Maes de zak.
Niet wel
was deze lorrendrajers han-
del te begrijpen : zy namen malkfin-
dren de Jonken, en handelden even-
wel met den anderen. Deze in Zijde
en katoenekleden: en andere in rijs.

^^^^ fervolg op het tweede Gezatïtfchafi

jaer twee zeüe maenen hadden: maer i Spaenfe Realen. Daer en tegen had

Tot aen den twee en twintigften
was niet merkwaerdig voorgevallen.
Haere Hoogheden verlangden zeer
na onze Vloot : en lagen al met een
gedeelte van de hunne zeil-reed.

Den drie en twintigften , tegens
den avond, komt de Faktoor van den
Onder-koning en nodigt
Hogenhoek,
uit zijns Heeren naem, tegens des an-
deren daegs uchtcnt te gaft : welk
Ho-
genhoek met dankfegging beloofde te
doen.

Den vier en twintigften, des Zon-
dags \'s morgens vroeg ,
hepiïHogen-
hoek
zich met zijn geheelgezelfchap
naer het Hof. Aldaer verfchenen,
wierden aenftonds door den Onder-
koning in de Gehoor - zael, vervult
met Heeren en Mandarijns , geroe-
pen. Dees, gezeten zeer heerlijk in
eenen ftoel,metzijn Pater-nofter om
den hals , bewellekoomde, met op-
ftaen ,
Hogenhoek buiten gemeen zeer
vriendelijk: vraegde
na zijne gefont-
heid, gelijk
Hogenhoek na des Onder-
konings.

Na een weinig gezeten te hebben,
verhaelde d\'Onder koning: hoe on-
trent over drie maenden
eenen brief
t\'onzen gunfte aen de Rijx-raden, om
acn zijne Majefteit
overhandight te
worden , gezonden had. Dan had
\'r zelve met voordacht hem niet wil-
len bekent
maken ; naerdien hy niet
wift of
zijne Majefteit cn Rijx-raden
zijn
verzoek zouden inwilligen , ge-
lijk hy nu vernomen had, gefchied tc
Zijn Hierom had hy hem laten nodi-

On^ef

til

ninl

mac\'if

Zijn

Jonken onderwege genomen was, in- tier-Koning ------- .. ..

hebbende honderd vijftigh duizend Daer was , (vervolgde d\'Under-ko-

ning,)

-ocr page 272-

twee of een Ong (Ong is zoo veeials
opperfte of overfte) op
Batavia of in
Indien was : Hoe genaemt, en by de
onzen getituleert. Na hun begrijp
konden zy niet beter uit deze brieven
en uit die van
Kanton zien, of daer
moften tweezijn:alzo in die van
Kan-
ton
ftont de Gouverneur, Generael
Maetzuiker van Batavia : en in die
van
Hokfieu, acn hare Hoogheden ge-
fchreven : Kapitein
Moor Joan Maet-
zuiker van Jakatra :
dies wel twee
Ongs fcheenen te zijn. H y had mede
eenen brief van de
Lepous gebracht :
waer in ftont : zijne Majefteit en de
Lepous of Raeds heeren zijn verzoek
hadden toegeftaen : waer over de

ning) giileren een afgezonden , ne- i Hoogheid hem noit oploogenenbe-
vens twee Mandarijns, van zijne Ma- vinden zou: en noemde hen meeft ai-
jefteiten eenige Raedsheeren,X<?/^?^i\' Ie. Toen zag de Onder-koning zijne
genaemr, in
Hokfieu aengekoraen, | Raden en grooteMandarijnsftijf aen,
alieeneUjk om te vernemen, oi\'er zonder een woord tefpreeken, die

toezenden. Hier voor bedankte Ho-
genhoek
den Onder koning : met ant-
Woordingh, het den Heer Generael
Zeer aengenaem zou zijn te verftaen;
zijne Hoogheid den Heer Generael
Zoo toegenegen was : met diergelij-
ke dienfl-plegingen meer.

Wat de namen en tijtels belangde,
die , zeide
Hogenhoek , waren een en
dezelve : zy hadden ook maer eenen
Gouverneur Generael, by hen alzoo
geheeten , en met name
Johan Maet-
^\'-■/ker. Maer wierd by dlndiaenfe
volken getitileert Kapitein
Moor,
Welk mede zoo veel zeggen wil, als
Hooft en Gouverneur boven alle
gouverneurs in
Indien : zoodatbci-
de de tijtels een en de zelve waren.

Hier O
de«

) vroeg de Onder-koning vor-
hoe veel Raden en Gouver-
neurs de Heer Generael onder zich
"^d, als de Gouvern eur van
Tayowan
^vas geweeft ? Hoogenhoek antwoorde:
Zeventien of achtien. Met verwon-
dering hoorde dit de Onder koning
eu zeggende, noit gehoort te heb-
- en de Ong van
Batavia zoo veel Ra-

h] hee-fcbappijen onder zich
"ad: of K^r «ot A^r^l ______ 1--.1

hy ook wel de waerheid
Waer op
Hoogenhoek zoete-

J Swmlachte en zeide, dat zijne

alle hem met neergebukten hoofde
eere bewezen. Daer na wierden, op
wenken van zij ne Hoogheid, de tafel-
tjes opgedragen, alle geftoffcert met
zilver vaet-werk en drink-fchaeltjes
van gout. De opfchafFing was ko-
ninglijk.

D\'Onder-koning, tot verwonde-
ring van
Hoogenhoek,was zeer vrolijk:
want hy het een fchaelrje niet uitliad,
of bragt hem weder een ander.

Onder deze heerlijke maeitijd
wierd gedanft , op fpeeltuigen, en
Wayangs ofblyfpelen vertoont.

Na dan niet weinigh gedronken
was, verzocht
Hoogenhoek zijn af-
fcheid : waer op de
Onder koning

Onder-koning zeer verheugt was, en | drie groote fchalen, gefneden vanRi-
zeide morgen het af-fchrift te zullen noftershooren, beval te halen :• een

voor Hoogenhoek , en een voor den
Onder-koopman
Pedel: die zy met
hem eerft driemael moften uit drin-
ken , èer hy verlof van te vertrekken
wilde geven : gelijk gefchiede.

Eindelijk dan opgeftaen, om dank
te zeggen en af-fcheid te nemen, zei-
de zijn Hoogheid, ftaende over eind:
de redenen en vragen, die hy met
Ho-
genhoek
had gehad aen zijne Maje-
fteit, over twee of drie dagen, mofte
over brieven: alzo zijne Majefteit en
de Rijx-raden daer na waren wacb-
ende. Dies hy aen
Hoogenhoek vroeg,
of dezelve ook
oprecht waren; wijl
zijn Majefteit, zo namaels het tegen-
deel bevonden wierd , het zeer qua-
lijk nemen zou : \'twelk
Hoogenhoek
hem noch mael verzekerde : en, na
een dankbaer af-fcheid genomen te
hebben, vertrok. Gekomen ontrent
een uure na de middag t\'huis, ver-
ftond
Hoogenhoek, hoe de Veld-heec
Lipoui hem tegen morgen had laten
noodigen, om zijn gaft tc zijn: me-
de over de brieven, van boven geko-
men : want wanneer over eenige za-
ken van belang naer \'t hof gefchreven
wierd, gefchiede zulx van beide hare
Hoogheden te gelijk en van een zel-
ven inhoud, Zoo ook die weder van

bo-

cc

-ocr page 273-

vertaelt op dezen zin uit quam :
Aen zijne Hoogheid Singlamong.

Uwen Hoogheids hrief hehhen Le-
pous
op den vier en twintigften dag van
de zefte maen, in het derde jaer van de
regeering onzes Keizers, wel ontfangen.
Denzelvenden Keizer willende overle-
veren , heeft ons helaß, den hrief te ope-
en daer over te zitten , om dan

li 9

nen

ons oordeel daer over aen zijne Majefteit
te geven.

Wy Lepous hehhen dan uwe Hoog-
heids brief en verzoek gezien, en daer
uit verft aen, hoe de Hollandfche Admi-
rael met zijne fchepen vertrokken is, en
hier inYck]tVi eenen Yïouhou of Opper-
hooft , nevens tenen
Tonpin gelaten
heeft.

Uwe Hoogheidfchrijft mede: dat zy
de fchenkaedje van den Admirael aen den
Hollandfen
Houbou en Tonpin over-
handigt hebt ,, om dat de Hollandfche
Admiraelalvertrokken was. Uwe Hoog-
heidfchrijft de Hollandfe Admirael me-
de zich wakker gequeten heeft, en de
Eilanden hjen
Quemuy ingenoomen.
Daer over hy van zijne Majefteit be-
fchonken is. Dan is ftechts een Admirael
van de zee, van wegen den Edelen Heer
Generael uitgezonden, om ons te komen
helpen de vyanden overwinnen. Daerom
moeten wy den Stadhouder Generael ook
- hefchenken. Dit is uw Hoogheids ver-
zoek, op ons , den Keizer te willen voor-
dragen ; gemerkt het nootzaekelijken ge

boven aen hare Hoogheden gezon-
den wierden.

DesMaendaghs, den vijf en twin-
tigften , vervoegde zich
Hoogenhoek,
nevens het geheel gezelfchap, naer
het hof van den Veld-heer
Lipoui:
daer hy even onthaeld wierd, als by
den Onder-koning
Singlamong-, ins-
geiijx met voor fteilen van de zelffte
vragen, als op gifteren by den On-

af-fchrift des briefs, op den vier en

daer na zult regelen.

Was ge dagtekent den vierden dagvan
deregeringe onzes Keizers.

Des Dingfdaghs, den zes en twin-
tigften , quam de Faktoor van den
Veld-heer , nevens den Koni-
miftaris en eenigeMandarijns,
Hogen-
in de loosje begroeten. Na ont-
hael met een kopje Thee, zeide de
Kommiftaris: hy aldaer gekomen te
zijn , om uit zijn eigen mont te ver-
ftaen ,hoe des Edelen Heer Stadhou-
der Generaels naem was : en hoe hy
getitileert wierd. Zijne Majefteit had
hem in aller ijl uitdrukkelijk ten dien
einde naer beneden geftiert; ( was
ook maer twintig dagen op weg ge-
weeft ) naer dien \'er eenig verfchit
in den naem en tijtel van de brieven
van
Kanton, en in die van daer waren.
Hare
 Singlamong en Poui,

hadden hem al genoeging gedaen.
Dan op dat vaft zou gaen, en d\'afge-
zonden uit
Hoogenhoeks eigen mont,
zijne Majefteit zou verftag doen, was
hy aldaer gekomen : want de Keizer
wilde den Heer Generael befchen-
ken , en aen hem fchrijven over zulk
een groote vloot fchepen, ten zijnen
dienfte aldaer af-gezonden.

Hierop haelde d\'afgezonden een
briefje uit zijn zak, hem van hare
Hoogheden ter hand geftelt, en las
den naem en tijtel van den Heer Ge-
nerael , zoo als
Hoogenhoek die aen
hare Hoogheden
SinglamongenPoui

\'voorßagengoetgeoordeelt. Dies zuilen
wy aen den
Ong van ^:^x.im2ißuuren een
gefihenk van twee duizent taylen zilver:
nevens hondert ftukken allerhande gou-
de en zijde gewerkteftoffen. Wy hehhen
al laft gegeven aen de
Houpous, dathet
klaer gemaekt werde , en een van ons
Lepous volk,nevens het volk van \'s H ei-
zer s Sekretaris, daer mede na
Fokien

c..^ v.^, ____j -______ ^moetgaen.Wanneerzy daer komenden de

der-koniii(^. Daer Hoogenhoek nabe-j Hollanders vinden, zullenhet medege-
hoorenop1intvvoorde,en vertrok we-1 hragt zilver en de ftoffen aen deHollan-
dert\'huifwaert. Midlerwijle was het ders overleveren: zoo niet, aen uwHoog-

heittot dewederkomfte der Hollanders.

twintigften gedacht^door den Onder- Wy \'Lt^om fchrijven dit aen uwe
koning in de loosje gezonden : die Hoogheid : op dat uwe Hoogheid zich

. il - . J .. ^...... ^ .. Ij. ^^ ^ ^ 1

fchiedenmoet. Wy alle hehhen dit in ach-[ opgegeven had, en luide aldus: Ka-
tings
genomen, ons goed- dunken aen zij- ^ pitein Moor van Indiën, Joan Maetzui-

ne Majefteit vertoont, en uwe Hoogheids ker, verblijvende op Batavia.

\' / Maer

-ocr page 274-

Maer naer hun wijze hadden zy
gefchreven Kapitein
Moor van Indien,
Maetzuyker joan :
de geflacht-naem
voor, en de doop-naemachter.

Onder \'t drinken van een kopje The
zeide d\'afgezonden: ons land mofte
we! een fchoon land wezen, daer zoo
veel liefelijkheden van daen quamen:
met byvoegen van vrage , of\'er pok
paerden,ezels,hoenders,verkens,gan-
zen,buffels en diergelijke gedierte vie-
ienrdaer d\'onfen eens om lachten.Ein-
delijk vertrokken d\'afgezonden cn
Mandarijns wei gemoet weer na huis.

Des Woensdags,den zeven en twin-
tigften, quam de moeder nevens hae-
ren zoon
Sihja , Koxingas broeder,
(des vorigen jaers al voor de komfte
onzer fchepen overgekomen) in
Hok
fieu
aen , om van haere Hoogheden
mer gelei voorzien en naer
Peking ge-
zonden te worden : want de Keizer
had hem geroepen , om daer te ko-
men woonen, tot voorkoming van
meer quaet uit te broeien.

Den acht en twintigften zond de
Veltheer
Lipoui eenen Mandarijn in
de Loosje,met aenzegging aen
Hogen-
hoek ,
het goet zou zijn, den afgezon-
den uitgelei te doen , aengezien hy
hunner zaken halve zo verren reis ge-
daen had, en met eenige kleinigheden
te befchenken:het zou derKompanjie
tot eere en aenzien gedyen.
Hogen-
hoek
antwoorde hier op: of zijn Heer
hem niet gezeit had, met of waer me-
de hy haer befchenken zou. Zeide
Van ja:met een vijftig of zeftig tayl zil-
ver,en dat met ontfchuldiging al hun-
aderen reeds verkocht waeren:
I \'r\'^P^^htsdiende,om onderweeg
tabak daer voor te kopen. Hier op
dan maekte
Hogenhoek zich vaerdig
(want deze beleefde waerfchouwin-
gen zoo veel als geboden waeren) om
^an den afgezonden en zijn gevolg
atlcheit te gaen nemen, met zich ne-
^ende zeftig tayl zilver: te weten vijf
twintig taylen voor den eerften af-
gezonden ; vijftien voor den tweeden
j;.^\'\'"^\'^Mandarijn:achtvoordenge-
fcK-t j zeven voor de twee

^ailtdragers:en vijf voor eenigen hun-
ner dienaers. Gekomen aldaer, heeft
y «ezeive, nevens eenige plichtple-
gingen,hen O verhandigt:daer iy dank-
baer voor bleven:met beloften van ge-
komen in
Peking, niet nalaten zouden
den onzen te dienen,waer zy konden.
Hier op keerde
Hogenhoek, na hen be-
dankt te hebben, weder Logiewaert,
daer hy den Mandarijn van den Velt-
heer noch vond zitten wachten,om te
weten of dezelve het aengenomen
hadden. Wanneer hy uit
Hogenhoek
verftontvanja, ging hy des aenftonts
zijnen Heer verwittigen.

Dewijl het Landfchap van Fokien en
deftelfs Steden dikwils hier te vooren
gedacht zijn, en in\'t vervolg zulkn
gedacht worden, fchijnt de zake te
vereifchen, dezelve hier in\'t kort ten
tone te ftellen.

Het Landfchap van Fokien is het elf-
de Landfchap der vijftien, waer in ge-
heeiSina verdeilt is.Het wortby
kUS Paulus de Vefietiaen onderden
naem van
Fugui, geftneetuit die van
Hooftftadr,befchreven.Het
paelt ren oofte, zuid-oofte en zuide
aen de zee, (die in eenige kaerten met
den naem van de Sineefche oceaen
gefpelt ftaet) leid in \'t zuidwefte aen
het Landfchap van
Quantung: raekt in
\'twefte en noord wefte aen de landpa-
len van
Kiangfu het overig ten noorde
en noord-oofte, aen het Landfchap
van
Chekiang.

Het Landfchap van Fokien is een
der kleinfte des Sineefchen keizer-
rijks: want het begint ten zuide op de
noorder br ete van vier en twintig gra-
den cn vijf en veertig minuten,en em-
digt ten noorde op acht en twintig
graden en dertig minuten, eenftreke
van ruim een en feftig duitfche mijlen.
Het Koningrijk van
Min, of liever
verfcheide heerhjkyen , daerdeVry-
heerenM/;/ over heerfchten, waeren
oulinx onder het Landfchap van
Fo-
kien
gerekent.

Het isverdeiltin acht landftreken ;
deHooft-landftreke,
Civen-

cheufu,Changcheufu,KienningfuJenping-

fu, Tingcheufu, Hinghoafu, Xaouufu: be-
neven een kleine
landft:reke /oning-.ÏQ-
der met verfcheide Steden onder haer,
ten getale van zes en vijftig: beneven
twee
krijgs fteden, en meenigten van
krijg-veftingen, aen den zeekant.

Cf 2 De

-ocr page 275-

vejien geleid, en veertig honderd dui-
zend dukaten aen den ophoti vertim-
mert.

De derde Landftreke Changcheufu, Grens- tA-
d\'allerzuidelijkfte dezes Landfchaps,
paelt ten noord-oofte en oofte aen
Civencheufu ; ten oofte , zuid-oofte
en zuide aen de zee ; ten zuid-wefte

iiencu , Ui uaiiNwi, yjit.1 I.W ----------\' J - ,

fpreken , ten getale van duizend en | aenhet Landichap van (luantung-, ten

vier honder t belopen.

Gewiflelijk is dit een overwonder-
lijk werk ftuk, niet alleenlijk door de
grote meenigten van ftenen van zulke
Zware gevaerten, ruftende op de ko-
lommen ; maer ook allermeeft hier
door, dat zoo veel en zulke even gro-
te ftenen ergens hebben konnen ge-
vonden en uit de rotfen gehouwen
worden. Ter wederzijde, totbevry-
dinge, in het overgaen, van afvallen,
zij n leuningen van dien zelven fteen
gemaekt, verciert met leeuwen , op
voetftalien, en ander ciecwerk.

Het dient aengemerkt , dat hier
flechts befchreven is het gedeelte der
brugge, welk tuffchen het dorp
Logan
en zeker kafteel, gefticht op de brug
gelegen is: want verby het dorp
komt noch een ander deel te leggen,
lïiet veel kleinder,dan het voorige; en
Van een zelve maekfel. Van deze brug
Schrijft zeker Sinefche fchry vet aldus:
De hrug Loyang , ook Vangan ge-
noemt, leid aen de noord-wefl-zijde der
^tadt, over den firoom
Loyang. De
^tadtvoogt
, Cayang geheten, liet de-
hrug fliehten. Zyflrekt tot delengte
Van over de drie hondert en zefligroe-
den, en hrete van een halve. Eer deze
hrug alhier geflieht was , voer men te
fcheep over de ftroom. Dan dewijl\'er jaer
op jaer, door
ftorm en onweer, zeer vele
fchepen met volk met al hieven, heßoot
Cayang, tot hehoudenu van vele men-
Jchen, inzonderheid der zijnen, een hrug
(lichten. Maer ziende zulk een groot
^erk voor menfchen handen onuitvoer-
^aer en den gront te diep, onder water,
om daer op den grondved te kunnen leg-
, riep hy den geefl der zee aen, met
"Verzoek van den vloet der zee te willen
intomen, en verkreeg
(zo men \'t gelo ve
dat aide zeen geftilt waren,
^^ vloet een en twintig dagen opge-
f^ouden had, merden eindelijk de grond-

wefte , noord-wefte en noorde aen
Tingcheufu.

Zy begrijpt tien Steden steden.

d\'Opperftadt, Changpu, Lugnien, Nan-
cing, Changtai, Changping,Pingho, Chao-
gang. Ha icing, Ningyang.

De naem van changcheu is aller- rnmm.
eerft aen deze Opper-ftadt en haer
Landftreke, onder den Stam
Tang, ge-
geven;na den ftroom
chang aen wiens
wefterlijken oever zy gelegen is : en
wierd dezelve toen flechts met de
vryheid van kleine Stadt befchon-
ken : de Stam
Juen befchonk haer na-
maels met de waerdigheid van Opper-
ftadt,en boude t\'effens de kleine Stadt
Nancing: waer uit de Jefuit M^m)» be-
fluit,dat toen al deze plaets door zeer
vele fchepen bezocht zy gew^orden,
en het
Zerte van Paulus, ^en Vene-
tiaender,daer elders ontrent moet ge-
legen hebben. De Stadt
changcheu
zelve is gelegen aen den wefterlijken
oever des ftrooms
chang.

Aen de zuidzijde , daer de revier
ook de Stadt befpoelt , is een zeer
prachtige brug.ganfch van gehouwen
fteen, met zes en dertig zeer hoge en
grote bogen. Zoo breed is deze brug,
dat ter wederzijde, langs hene, kra-
mers,winkels of huisjes ftaen,daer alle
daegs merkt van allerlei dierbare in
en uitlandfche koopwaren gehouden
word ; want uit de vermäerde koop-
ftadt
Hiamuen worden dezelve ge-
duuriglijk derwaerds opgevoert.

De vierde Landftreke Klenningfu, Grens-
een zeergroot enwijd-ftrekkendge-
weft , en noordelykfte dezes Land-
fchaps , paelt ten noorde en noord-
oofle aen het Landfchap van
Che-
kiäng ;
ten oofte aen fonmgfu ; ten
zuide aen
Focheufu m j^npingfu ; ten
wefte aen
Xaouffu; ten noord-wefte
en noOrde acn het Landtfchap vati

Kiangfi. ^ ,

cc 3 Ook

dringenden waters te kunnen weder-
ftaen.

Op de bovenfte zamenvoeging der
fteneoicggen, van kolom tot kolom,
vijf even grote ftenen, in de brete: ie-
der lang achtien, breed en dik twee
ichreden : zulx deze gelijke en even-
grote ftenen, of balken, om zoo te

-ocr page 276-

2.04

De eerfte Landftreke Focheufu paelt
ten oofte aen de zee ; ten noorde aen
de landftreke
Fomngfu en Kienningfu;
ten wefte aen Jenpingfu ten zuide aen
Hinghoafu.

Men zeid dit geweft allereerft on-
der den Stam
Cheu by de Sinefen be-
kent is geworden: want het van dien
tijdt af eerft in de Sineefche boeken
met den naem van
Min gedacht word;
fchoon het toen niet onder den Si-
neefchen Keizer; maer onder de Vor-
ften of Vryheeren Mi« ftont. D\'eerfte,
die het den rijke van
Sina onderwierp,
was de grondlegger des Stams
Chin ;
hoewel d\'inwoonders aenftonts het
jok van den hälfe wierpen ; ter tijdt
toe de gelukkige en ftrijdbare Keizer
Hiaou , uit den Stam Han, dat den rij-
ke van nevens al de zuiderlijke
Landfchappen, voor altijdcsinlijfde,
ftellende tot koningje daer over zeke-
ren die in de hooft-ftadt den

zetel plante.

Koning Cyn noemde de Opperftadt
en Landftreke
Cyngan: Sui, Mincheu :
de Stam Tang, Kiencheu.-SLenüonts daer
na
Focheu : welken naem de Stam
Taiming naderhand altijts behouden
heeft.

De landftreke Focheufu begrijpt acht
Steden :
Focheu, de Hooft-ftadt des
Landfchaps en Opperftadt der Land-
ftreke , anders
Hokfieu of Hokzieuw ge-
naemt ,
Cutien, Mincing, Changlo, Lien-
kiang, Loyuen Jungfo, Focing.

DeHooftftadt Focheu, (by Paulus
den Venetiaender /«^g/^igenoemt,) is
gelegen ontrent vijftien mijlen weft-
waetts van den zeekant, aen den zui-
derlijken oever desStrooms
Min, die
meteen wijden mond, ten oofte, in
zee ftort, en klein en groot vaertuig
tot voor de Stadts wallen uit zee op-
waerdszend. De gelegenis aen dezen
ftroom maekt de Stadt zeer volk- en
kooprijk. Zy is zonderhng verciert
met heerlijke gebouwen, en heeft een
groote voor-ftadt,
Nantai genaemt:
anders, na de fpelling der inwoonders
dezes Landfchaps,•• want die
van
Fokien gebruiken in plaets van N
de letter Z zeggen ook Lamking, in
plaets van
Nanking. Daer zijn zeer
veel helden en afgoden tempels.

Gr ens-pa-
lm.

Steden..

Over den zee-boefem, by Nantai,
leit een zeer prachtige ftene brugjang
hondert en vijftig roeden,en breet an-
derhalve : zy is ganfch van witten ge-
houwen fteen opgehaelt, en ruft op
hondert zeer hooge boogen. Ter we-
derzijde ftaen boven,tot cieraet en ge-
mak , leuningen en zitbanken: en op
een behoorlijke, wijte van elkander
leeuwen,kunftig van fteen gehouwen.
Nevens deze brugge, ten zuide, ftaet
een treffelijke cn heerlijke Pagode.
Een diergelijke brug is by de kleine
Stadt
Focing, lang hondert en tachtig
roeden. Veel meer andere leggen bui-
ten en binne de wallen der hooftftadt.
Drie mijlen van
Focheu is een der
grootfte tempelen van allen in de
Neer-Pro vintien,
Kouzan geheten.

De tweede Landftreke Civencheufu Gff^^\'^
paelt ten oofte, zuid-oofte en zuide
aan de zee ; ten zuid-wefte en wefte
aen de landftreke
Changcheufu ; ten
noorde aen
Jenpingfu.

Eertijds ftont dit geweft onder de
VorftenM/z?.

De landftreke Civencheufu heeft on- std^^\'
der haer zeven Steden :
Civencheu,
d\'opperftadt, Nangan, Hoeigan,Tehoa,
Ganki, Tunggan, Jungchung.

De Stadt Civencheu leid dicht aen
den zeekant, op een luftige plaetfe,en
laet tot aen hare wallen, door eenen
zeeboefem, de grootfte fchepen ko-
men; niet alleen aen d\'eene, maer aen
beide zijde van de Stadt: want zy leid
op een uithoek,rontom in \'t water,be~
halve ten noorde en zuid-oofte. Over
het water leggen op ftrant vele volk-
en kooprijke plaetfen ; inzonderheid
op een plaetfe, na\'t noord-wefte
yang genoemt ,die met recht by grote
Steden kan geleken worden. Aldaer
begint fekere brug,van een zei ven na-
me,met defeplaets:of haers gelijke,of
een twede in de ganfche wijde wereit
te vinden is, word niet zonder rede
getwijfelt.De geheele brug beftaet uit
een zeiven zwartachtigen gehouwen
fteen: ruft op gene bogen, maer heeft
over de drie hondert kolommen of
voetftallen,gemaekt van fware ftenen
fchips-gewijze , en voor, op beide
einden fcherp toe, om met zo veel te
minder ongemaks de kragt des aen-

drin-

-ocr page 277-

Ook flond dit geweft oulinx onder
de Vorften
Min. De Stam Tang gaf
den naem van
Kiencheu : Sung den
huldigen. In deze landftreke leggen
zeven Steden :
Kienning, d\' Opper-
ftad,
Kienyang, Cunggan, PuchingyChin
gho, Sungki
en Xeumng.

De Stad Kienning, gelegen aen den
oofterlijken oever des flrooms
Min,
wijkt flechts in edelheid en waerdig-
heid,en niet in groote voorde Hooft-
flad. De Jefuit Martijn wil deze fl:ad
voor het
Quelingfu van Markus den
Venetiaender gehouden hebben.

In dezen laeflen Tartarifche oor-
log heeft dezefl:ad veel onheils uit-
gefl:aen: want na dat zy den Tarters
af-gevallen was, wierdfe weer na een
lang beleg verovert, en ganfch aen
kooien geleid, t\'feffens met verdel-
gen van al die in de ftad gevonden
wierden. De brand verflond ook een
zeerfraeiebrugh, geftagen over den
fnellen ftroom
Min. De Jukken,
of pilaren waren zeer hoog, en alle
van gehouwen fteen : de reft van
hout. Boven wasze overdekt, en ter
wieder-zijde bezet met huizen en win-
kels. Dan zy heeft haren ouden lui-
fter weer bekomen, door het her-
bouwen. Over deze brug ftaet aen
den over oever een zeer heerlijke
Pagode.

De meefte gebouwen , hoewel
weer begonnen herbout te worden ,
wijken verre van hunnen ouden glans
en eieraet af; niet tegenftaende de
Sineefche fteden , door den brand
verflonden, lichter herbout worden,
dan de fteden in Europe ; naerdien
zy meerendeels uit houte huizen
beftaen. By de ftad
Kienyang is een
andere prachtige brugh, genoemt
Choking , gantfch overdekt, en zoo
lang , dat aen beide zijde over de
drie en zeventigh winkels of kramen
ftaen.

De ftad Kienning\'m een neering-rij-
kekoop-ftad: wantal de waren, die
den ftroom op of afkomen , moeten
hier door. Wanneerze aen de ftad
pHäng gekomen zijn, wordenze uit
de vaertuigen geloft, en door dra-
gers , aen bomen op de fchouders, na
feker dorp van de
üidldangxan, ge-
naemt
Pinghu, over zeer hooge ber-
gen en diepe dalen van drie dag-rei-
zens gedragen. Op een zeiffte wijze
wordenze van
Pinghu na de ftad Pw
chingiemch.
gevoert.

i^amen.

Steden,

De ganfche weg , zoo veel door
menfchen arbeid heeft konnen ge-
fchieden , is ge-eftent, en al de wegen
met vierkante ftenen beleid. Over al
zijn bevolkingen en dorpen gemaekt,
om de gaften t\'ontfangen.

De waren, te vooregewogen, wor-
den den waerden bevolen, die de zel-
ve door dragers,voor zekeren ontfan-
gen loon, naandere plaetfen verftuu-
ren, daer de koopman die zender ee-
nige bezwaernis en op de grootfte
trou ontfangt.

Is\'er iets verloren, de waerd is ge-
houden alles goed te doen. Men vind
hier, eenongeloofelijkding, altijds
ontrent de tien duizend dragers ge-
reed ftaen, die wachten na de waren
t\'ontfangen, en met dit over en weer-
dragen, door deze hooge bergen,zich
erneren. Van wegen dit overvoeren
der waren heeft de ftad
Puching een
tolhuis , daer nochtans zeer weinig
hetaelt word. Al d\'ontfang komt tot
herftelling van de wegen en onder-
houd der fchip- brugh, gelegen aen de
ooft-zijde van
Puching. .

DevijideLmóürekeJenpingfu
legen in \'t midden des Landfchaps ,
paelt ten oofte aen de Hooft-landftrc-
kefocheufu; ten zuide en zuid wefte
aen
Civencheufu en Kancheufu; ten w e-
fte en noorde aen
Tingcheufu\\ Xaouufu
en Kienningfu. ^^

Koning Cijn noemde d\'Opper-ftad
en hare landftreke allereerft ye«/?/;?^,
deï!t\'A.mTang,Kiencheu: Sung, Nankien;
maer Taiming herftelde den ouden
naem van
Jenping.

De landftrekebegrijpt ze- \'
ven fteden :
Jenping , d\'Opper-ftad,
Cianglo, Xa, Teuki, Xunchang, Jungan,
Tatien.

De Opper-ftad Jenping is gelegen
aen den wefterlijken oever des
ftrooms Mi»: van waer zy allengs met
hare gebouwen by de heuvelen en
bergen opklimt, in een zonderling
luftig en cierlijk verfehlet voor de ge-
nen , die dezelve voorby varen. 15 J

Stad

-ocr page 278-

Stadt is wei de groofte niet, maer
evenwel verrijkt met fraeie gebou-
wen. DefieMs wallen overtreffen in
hoogte de naby geleege hoogf!:e ber-
gen, die by na ontoegankelijk zijn
van de buiten zijde : waer over de
Stadt zeer fterk is, en, zoo te zeg-
gen, de fleutel des ganfchen Land-
fchaps.

Aen d\' ooft poorteleidzeker meir,
gemaekt door twee ftromen, de
Min
en Si.

Byna ieder huis ontfangt het water,
doo^pijpen,uit\'tgebergte,derwaerds
geleid: welk naulix op eenige andere
plaetfen in
Sina te vinden is.

Neven de Stadt leid ,. in ieder
ftroom, de
Min en Si, een fchip-brug.
■Daer zijn drie fraeie tempels.

De Stadt Xa is gelegen aen den
noordelijken oever des ftrooms
Tai-
Ju-,
hoewei voorhene aen den zui-
derlijken oever des zelven ftrooms;
maer wierd uitbevel des Keizers ge-
floopt , en ganfch onbewoont gela-
ten, ter oorzake in d\' oude Sj:adt ze-
ker zoon zijnen vader om \'t leven
gebragt had : want volgens de Sinee-
fche wetten , wierd geoordeelt dat
Zulk een mifdaet, zulk een groote
ftraffe verdiende. Voor de Stadt leid
een overdekte ftene-brug, over den
ftroom, zonderling kunftig gebout:
en ter wederzijde gerangt met vele
Winkels,

De zefte Landftreke Tingcheufu,
«Je weftelijkfte dezes Landfchaps ,
paelt ooftw^aerts aen
Jenpingfu : ten
zuid-oofte aen
Changcheufu-, ten zui-
de aen het Landfchap van
Quan-
tung-,
ten wefte aen dat van Ki-
angsi-,
ten noorde aen de landftreke
Xaouufu.

Oulinx ftont ook dit geweft onder
de vorften Mi». Koning
Cyn gaf den
j^aem van
Sinlo : de Stam Tang den
huldigen : onder wien
Tincheufu
noch een kleine, en geen Opper-ftadt
J-vas: maer de Stam
Taimmg befchonk
ftad" ^^^ ^^ waerdigheid van Opper-

Deze Landftreke bevangt acht Ste-

: Tingcheu, d\' Opper-ftadt, Ning-
■\'oa, Xanghang,Vuping ,Cinglieu , Lien-
\'^^^^^^Queihoa, Qnfungting.

H-

K

I De zevende Landftreke Rimi- crens-^a.
haofu, een klein , doch vrucht-rijk
geweft, paelt ten oofte en zuid-
oofte aen de zee; ten zuide aen
Ci-
vencheufu;
ten wefte a.Qn Jenpingfu ;
ten noorde aen de landftreke der
hooft-ftad
Focheu.

Koning gaf den naem van Pu- rnmm.
tien:
de Stam Sung dien van hlmghoa :
welk opluikende hloem bediet : na-
maels noemde de zelfde Stam haer
Hingan; maer door den Stam Tmning
wierd d\'oude naem van HingJjoa her-
fteld.

De landftreke Hinghoafu heeft steden.
flechts twee Steden : Hinghoa, d\'Op-
per-ftad , en
Sienlieu, een kleine.

Doch is de gantfche landftreke
zoo vol gehuchten en dorpen ; dat
zy voor eene Stad kan gerekent wor-
den.

Al de wegen zijn beleid met vier-
kante groote gehouwen ftenen, tot
de lengte van over de zeftig ftadien,
en brete van eene roede.

De Stad Hmghoa zelf is zeer fraei
en net bebout: pronkt met veele
triumf-bogen en fciiaren van geleer-
de luiden en fchrandre herfenen.

Aen den voet des bergs Hocung ,
zuid-ooftwaerts van de Stad Hmg-
hoa ,
leid een dorp, in luifter en groo-
te van gebouwen zoo goed als een
groote Stad: doch heeft gene w^allen,
nochte tijtel en vryheid van Stad.
Daer bevinden zich vele rijke en
fchrandere koopluiden, die door
ganfch ó\'/A^j koophandel drijven.

Aen den oever des meirs Chung,ge-
legen aen den voet des bergs Chiny-
ven
, benoorden de Stad Hinghoa,
ftaet een groot paleis opgerecht,
met tien hoven. Zoo dikwils re-
gen of onweer op handen is, word,
zoo de Sinefen zeggen , in het zel-
ve een geluid gelijk van een klok ge-
hoort.

De achtfte Landftreke Xaouufu Grms.f^.

paelt ren oofte aen 5 ^en

zuide aen Tenpingfu en Tincheufu ;
ten wefte, noord-wefte en noorde
aen het Landfchap van
Kiangfi.

Deze landftreke telt vier Steden : Steden,
Xaouu, diO^^et-ik\'Ad.quang^e, Tai-
ning, Kiennmg.

De

-ocr page 279-

fte dezes Landfchaps, was oiilinx een
onedele plaets, onder de Vorften van
Min, en wierd aller-eerft onderden
Stam
Tanq met wallen en Stads waer-
digheid befchonken; maer heeft al-
tijds den naem van
Xaouu behouden.
Xaouu is gelegen beweften de ftroom
Cu,^n word doorfneden met den vÜet
Ciao, die zijn water in den Cu ftort, en
in verfcheide grachten door de Stad.

Naerdien deze landftreke op een
vafte en voordehge plaetfe gelegen is,
en op de grenfen van landftreken,
derwaerds de doortocht bekommer-
lijk is, (waerom zy ook de fteutel des
Wefter - landfchaps genoemt word)
heeft zy eenige veilingen. Hoewel
deze veftingen van de Steden niet
verfchillen; behalve alleenlijk dat zy
krijgs-bezettingen in hebben.
Imltrte ^^ kleine Landftreke der Stad Fo-
detftldio- ning,
eenwijd-ftrekkenden bergrijk
nmg. geweft , en aller-ooftelijkfte dezes
Landfchaps, paelt ten oofte en zuid-
oofte aen de zee; ten zuid en zuid-
wefte aen
Focheufu-, ten wefte aen
Kiennunfu; ten noorde aen het Land-
fchap van

Zy bevangt drie Steden : Foning,
Fogan
en Ningte.

De wegen, door\'t gebergte, zijn
zeerrou, en naulix begankelijk, in-
zonderheid na \'t noorde en zuid-
oofte.

De Stad Foning zeifis een fchoone
en groote Stad, gelegen naby zee, tot
groot voordeel en gewin der zelve.
Daer is een helden tempel.

Aen de noordzijde der Stad Xaouu,
leid over den vlied Cuyun een prachti-
ge brug, lang drie en zeftig roeden,
byna van een zelve fatfoen met de
voorige. Ook zijn\'er twee zeer fraeie
kerken.

Verfcheide krijgs-veftlngen heeft
hetLandfchap
vmFokien, inzonder-
invallen ter zee.

Krijgs-
vefltngen.

De voornaemfte, eertijds by de Si-
nefen, voor den inval der Tarters ge-
fticht,\'zijn twee,
Ganhui en Bia-
nmen.

■ De krijgs vefting Ganhai heefteen
bequameliaven en veilige ree voor
fchepen. Zy leid aen zekere vhet,
Han, die dikwiis door den vloed der
zee te ruch dij ft. Aen d\'ooftzijde der
Stad is een zeer prachtige biugge,
lang twee honderd en vijftig fchre-
den: is ganfch van zwarten fteen ge-
bouwt, en ruft op vele boogen.

De krijgs-ftad Fliamuen is gelegen
of) een eilan d, no o d w e ft-w ae r ds van
het eiland
Quemuy. Beide deze krijgs-
fteden overtreffen in luifter van ge-
bouwen, volkrijkheid en koop-han-
del niet weinig groote Steden : want
van daer worden door ganfch Indiën
de koop waren vervoert , en der-
waerds andere uitheemfche inge-
fteept.

Eenige jaren geleden, bezat de ver-
maerde zee-roVer
Iquon anders a oxm\'
g^,zeer bekent by de Hollanders,Por-
tugefen en Spanjaerts, beide deze
krijgs fteden.Magtig was dees ter zee,
en had dikwils een vloot van diie dui-
zend groote Sineefe Jonken by een.

D\'andere krijgs-veftingen ,totbe-
veiling der zee, zijn
Pumuen, Foning,
Tinghai, Muihoa, Xe , Haikeu , Van-
gan , Chungxe, Tungxan, Hivenchung,
jungting.

Ontrent des jaers zeftien honderd
twee en zeftig heeft de Tarterfche
Keizer , de bezitter des Rijks van
Sina, aen den zeekant, tegen het
invallen der afgevalle Sinefen,
Koxin-
gas
aenhang, vefting by vefting doen
bouwen, en al de vafte Steden aen
dien oort ftoopen, om hen den toe-
voer, door hunne gunfteUngen , te
verhinderen.

Einde des ^eryolgs yan de tmede \'Be:^endmg.

D E R-

-ocr page 280-

DERDE

ZANDSCHAP

G

AEN DEN

EIZER van SINA,

(f TAISING

E N

OOST-TARTARYEN;

Onder beleit van den E. Heer

lETER VAN Hoorn:

Behelzende

^flelfs voornaemfte voorvallen , op de op

^^ afreize ^ door de Landfchappen Fokien, Chekiang, Xan-
tung, 3\\(anktng, Te\\mg^ cn acn het KcizerlijÊ
Tartarifch Hof.

van "Batavia:, door de Hooge ^geering^ des faèrs T^eflien-

^^ndert en ^ftïg > den derden yan Tjomermaend : daer weder op gekeept des
Jaers ^ejïien hondert acht en K^eftig, in Loumaend.

Getrokken\'uit de gehoude dagh-aentekeningen.

Door

Dr. O. D A P P E R.

O

By j ^ ^ ^ _ MSTERDAM,

^ an M&uks, opdeKeifers-gracht,indeStadtMeurs. JnnoiSj

-ocr page 281-

r j:.

Ï\' i.

4

A

\\ . V V - -,

. o

■1

fe^i\' -

\'r.

,£0

c:

t\'ïVi V / . ^ \' !

^ ;

"m-

, V

\'•il:

-ocr page 282-

ERDE

EZANDSCHAP

AEN DEN

EIZER VAN SINA,

0 f

T A I S I N G.

At moeite , kofte ent
, naerftigheit, federt ee-
\'nige
jaren, van tijt tot
tijt by verfcheide mid-
delen door d
\'E. Kom-
panjie en Hoge Rege-
ring in ifidiën, tot het bekomen van
den lang gewenfehten Sinefen handel,
is aengewent, zou onnodig zijn alhier
in \'t brede t\' ontfouwen ; aengezien
men zulx, onder ander,overvloedelijk
kan beoogen uit de voorige Gezant-
fchappen, onder beleit van
Pieter de
Goyer
en Jakoh de Keizer, gedaen des
Jaers feftien hondert vijf en zes en vijf-
tig:desgelijx uit die van
BalthazerBort,
JanvanKampen
en Konfiantijn Nohel,o^
\'t jaer zeftien hondert twee en zeftig.

Dan na lang uitftel,veel overlegs,en
ernftig overdenken , wiert eindelijk
Weder op den acht en twintigften van
ßlocimacnt ,des jaers zeftien hondert
Zes en zeftig, by raetftot van de Hee-
ren Generael en Raden van
Indien,
vaft geftelt een aenzienelijken Am-
bafladeur niet genoechzame gefchen-
ken na het Tartarifche Hof aen den
Groten Keizer van
Sina en Oojl-Tarta-
fye af te zenden, ten einde daer door
eenmael tot den lang verwachten
^\'ryen handel in het ganfch Rijk van
te mogen geraken.

Hier toe dan wiert genoemt en
Ook verkozen deE. Heer
Pieter van
^fo^n, buiten gewonelijke Ract cn
^igemein Omfangcr van
Indien, in
gevolg van zijn bevel-brief, op den
derden van Hoi-maent des zelven
tta^^ ^aer toe verleent cn gemagh-

De Heer Pieter van Hoorn.
\' Konßantijn Nohel, eerße Raet des
Gezantfichap en Hooft over den
handel.

Joannes Putmans, onderkoopman en

Schenkaedje-meefier.
Johan van der Does , Sekritaris.
Gijshert Rmvenoort, Hof en lijftocht^
meefter.

Zes Edelluiden.

Banning.
Ruyffer.
Berkman.
Van Alter en.
F rents.
Van Doorn.
Een Heelmeefter^
Zes lijfwachten.
Tvee trompetters.
Een kok.

Geduurende d\'opreize naer Peking,
zouden andere, als David Harthow
wer, Korne lis Bartelfz.
cn Maurits, be-
den in
Hokfieu alles bezorgen.

Dd z

Kohfiantijn Nohel wiert dacrby gc-
voegt voor eerften Raet van het Ge-
zantfchap cn Hooft van den handel
in
Hokfieu of Focheu, de Hooftftadt
des Landfchaps van
Fokien. Dees had
oók d\'opreize naer
Peking, buiten
merkelijke reden , in hocdanigheit
voornoemt by to wonen, en byaflij-
ven van denAmbaftadeur inden laft
te volgen en voorts volvoeren, ten
meeften dienfte der E. Kompanjie.

Wijders , wiert dit Gezantfchap
door d\'E. Heer Generael en Raden
van
Indien gefchikt en geregelt in vol-
gender voegen:

-ocr page 283-

Den Vijfden des morgens met deft
dagh
> wiert de Zuider WacJjie.r g^\'
zien \'t weften, ontrent drie mijlen

van haer.

Den zeften wiert de brede Raed
van de Schepen
l\'laer dingen, Alfen,
K-onJiance, Vergulde tiger
cn Blysixijk
voor de eerfte mael by den ander ge-
I roepen, en, na genomen zitting, vol-

............. gens orde van hun E. op Batavia,

\' den van Indien, [in Raden, der vergadering door den

^E. Heer Ambaftadeur voorgedragen

het voornemen en ooghmerk van
hunne E. op
Batavia te wezen, de rei-
ze met deze bezending, fchepen en
ladingh rechtelijk naer
Hokfieu op
\'t fpoedigfte tc bevorderen : desge-
lijx, zoo veel mogelijk waere, daer
gelijkelijk met de Vloot aen tc lan-
den.

Ten dien einde had ook d\'Ambaf-
fadeur een zein of teken-brief ont-
worpen , die by de vergadering, na
voorgelezen te zijn, eenparelijk voor
goet gekeurt , en, na eenig overleg,
daerby-gevoeght wiert: dat by fchei-
ding van Vloot, door onweer, haer
vergader-plaets in de Baey van
Sothia
of Goede Fortuin zou wezen, om al-
daer den ander naer tijds gelegent-
heit te verwachten : desgelijx het
ftellen van noodige orde op het
fchaffen.

DesDonderdaegs\'s morgens, den
zevenden,zagenzy het land van
Ban-
ka in \'t noorde ; quamen des avonds
met zonnen ondergang in de Straet

van Banka.

Den achtften , \'s morgens , met
aenbreken van den dagh, hadden de
tweede hoek van het Eiland
Sumatra
van hen. Het Jacht de Konftance raek-
te aldaer in de modder vaft ; doch
quam , wanneer de vloed begon te
gaen, weer los ; hoew^el met geene
kleine moeite.

Den tienden des morgens met den
dagh , hadden den
Brngh Monapi^
\'tooft zuid-oofte, en des avonds dc
Zeven Eilanden op Zy.

Op den derden van Zomer-maent
voornoemt gefchiede de volmach-
tim op het Jacht Vlaer dingen, door de
navolgende Heeren:

DeE. GeneraeljoanMaetzuiker.

Karei Hertzink , algemein Bewint-
hehher.

Niklaes Verbürg.

LaurensPit. ^Gewoonelijke Ra-
Matthemvander

Broek. )

JoanThyfz. 7Buiten gewêonêijke
Joan van Dam. S Raden van Indien.

Na het afnemen van een vviende-
lijk befcheid, voeren deHeeten voor
noemt weder aen land.

Een vloot van vijf kiekn, geladen
met Gefchenken en koopwaren, en
bemant en gewapent met krijgs - be-
hoeften en volk, was vervaerdigt om
den Ambalfadeur en zijn gevolg van
Batavia over zee,na de kufte van Sina
over te voeren; al^,

\'jan vander Werf
Jan Naelhout.

voert 1 -j r

>»\'oy . <{Jan Hendnkjz.
pet\'^" I HendrikBommer.
Jacht Blyswijk,) \\Pieter Janfz.

Verfcheide Sinezen begaven zich
ook op de Vloot, om
n^Sina, hun
Vaderland, over te fteken ; die voor
eenige jaren van
daer vertrokken wa
ren, en federt op
Bataviazïch op-ge-
houden hadden.

Den vierden , des Zondaghs uch-
tens, raekte de Vloot onderzeil, en,
ontrent dc Eilanden afgezakt, wach-
te na de gerede penningen en Fak-
turen , welke ontrent ten zeven
uuren door den uitruft-meefter
Simon
de Danfer
wierden aen boort gebragt.
Derhalven Hebte de Vloot weder an-
ker ; liep wat om de ooft, tuftchen
de Eilanden
Edam en Alkmaer door,
om des te beter van d\'ooftelijke
Mou-
fon ,
of ftorm-zaifoen te kunnen ge-
dient, worden (doch ten tegendeele
keerde de wind des namiddags nae
\'t weften) laveerde over en weer , en
kreegh ten zeven uuren de wind
zuid-weftelijk. Dekoers wiert noord-
waerts aengeftelt.

Vlaerdingen,
Alfen,
Konftance.
VerguldeTiger,

Den elfden,des Zondags \'smor-
gens , peilden
Pulo of Eiland
\'t weften van zich : des avonts met
zonnen ondergang
Pulo Lingen, de
ooft-hoek
van Pulo linzen in\'t zuid-

weft^?

-ocr page 284-

Wefte , en de Dominees \'Eilanden in
\'t weft-noord-wefte.

Peiiden \'s morgens den twaelfden
Ptilo Panjang, leggende op dezuider
hoek van de Straet
Sunkapura , in \'t
^eft noort-wefte, drie mijlen en een
^alve van zich : hadden, des avonts,
den Bergh
Bintang op zijde , elf of
twaelf mijlen\' van zich.

Den dertienden, in \'tlaeft van de
honde wacht , zagen
Pulo Aura in
\'t weft ten noorde vijf mijle van zich :
quamen ontrent negen uuren voor
het zelve op vijf en twintig vadem
I
fantgront ten anker, een halve mijle
ongeveer buiten de wal. D\' Ambafta-
deur deed den breden Raet, door het
laten waien van de witte vlagh, aen
boortroepen , en den fchippers beve-
len en beiaften , zoo dra moghehjk,
Zich van water, branthout en nodige
ververfchinge te voorzien , om de
reize, zoo dra klaer
waeren, te fpoe-
digen.

Den veertienden, naden middag,
Wiert tot het weer zeil gaen gereet-
fchap gemaekt. De wint zuidelijk.

D\' Ambaftadeur fchreef over Ma-
lakka
een briefje aen hun Edele op Ba-
tavia,
van inhoud : hoe zy, na zy een
"Vriendelijk affcheit van elkandregeno-
^en hadden, des anderen daegs de der-
tien kiflen geit welhadden ontfangen, en
^et goede Voorfpoet op den dertienden
^ezer voor
Puio Auro aüe behouden
aengekomen waren : verhoopten {na dat
^y zich van verfch water als anderzints
^oude voorzien hehhen) des anderen
daegs de reize naer
Hokfteu te fpoedi-
gen. Dat de vergader-plaets, op dat de
fchepen ZGoveeïmoghelijk,
Hokfieu
tegelijk hadden aen te landen, in de Bay

\'^anSoihi^heJlemtwas. 6cc.

Ook verwittighded\'Ambafladeur
oy brieve den Opper-bevelhebber en
^aetop
Malakka het voornemen de-
Zes
Gezantfchaps, toeftant en we-^
dervarentot dus verre.

Tegens vrydag, den twalefden de-
SfT^^®" een bede-dag door den Ani-
"^"adeur cn zijnen Raet uitgefchre-
^en : waer in een ieder belaft wiert
gicn dien dag van alle nodelozen ar-

bruik van alle mis-

t\' onthouden , op pene van

ftraftè na goétdunken. Aen ieder
Schipper wiert een ter hant geftelt,
om des volgenden daeghs in ieder
fchip hun volk voor te laten lezen,
met bevel het zelve, zoo veel moge-
lijk waere , t\' onderhouden en goe-
de voorgangers te zijn, ten einde
eenmael de E. Kompanjie door Gods
genade tot haer oogwit moghte gera-
ken.

Tegens den avont raektcn zy we-
der voor
Pulo Aura onder zeil, met
een zuidelijke wint en moiekoelte:
hadden des morgens met den dagh
Pulo Tumao in \'t zuit-wefte zes mijl
van zich.

Den zeftienden wiert de bede-dag
gehouden.

Den zeventienden viel niet merk-
waerdig voor.

Den twintigften, met den dag za-
gen de kuft van
Siampa , en hadden
den berg
Songuu /^f^ff in\'t noor t-weft
ten wefte negen of tien mijlen van
zich. Ontrent acht uuren zagen een
zeil recht voor uit, zonder te weten,
of het een fchip of Jonk was. Des
middags hadden dc zant duinen in
\'t noort- noort - wefte drie mijlen en
een halve van zich : waeren het zeil
vry genadert, en zagen toen dat het
een fchip was,en voor de Fluit
Katten-
burg
aen. Doch alzoo de Fluit ^^^ê-«
zeer af deinfde, liet d\'Ambaftädeur
de Mars-zeils lopen, en de fchover-
zeils op gijden, om hem in te wach-
ten ; zulx \'t zeil weder uit het gezicht
raekte. Hadden des avonts den flag
van Akerfloots droogte , hielden der
halve een weinig ooftelijk af: kre-
gen toen weder dieper water van vijf-
tien, en zeftien vadem.

Den een en twintigften met den
dagh, hadden de Kaep
Avarelles Val-
zo
in \'t noorde ten weften van zich,
liepen zoo langs dc wal met goeden
voorfpoet : zagen weder ontrent
acht uuren een zeil, met vermoeden
> vanhetzelfftetezijn, dat zydesvo-
! rigen daegs gezien hadden : quamen
j des avonts daer by , en bevonden
1 \'t zelve de Fluit A\'^W^^Ä te wezen,
gefchikt uit
Siam n^japan. Hadden
des avonts de Kaep
Avarelles in \'t
noorde, tien of twaelf mijlen van
D d I zich,

-ocr page 285-

zich, en peilden ook den ronden
holm in\'t Wefte.

Den twee en twintigften hadden
de Kaep
Avarelles in \'t noorde ten
wefte, zeven of acht mijlen van zich,
met ftilte.

D\'opper-ftierman en Boekhouder
van de Fluit
Kattenburg (vermids de
Schipper ziek was) quamen aen boort
des Ambafladeurs , en zeggen: hoe
zy den vierden dezer uit
Siam waren
gezeik, en alles op hun vertrek aldaer
noch wei ftond : ook hunne lading
tot vernoegen ten vollen hadden be-
komen.

D\'A mbafladeur fchreef by deze ge-
legentheid een briefj e aen
Willem Vol-
kertfz.
, Opperhooft in Japan, metbe-
kentmaking van
d\'aengenomen reize
naer
Peking. Na dien bekomen te heb-
ben ,
vertrokken de Boekhouder en
Opper-ftierman weer van boort, en
vervorderden hunne reize.

\' Den drie en twintighften hadden
met zonnen opgang de Kaep
Averel
las
in \'t weft ten noorde, met ftilte;
doch dcFluit
Kattenburg, een kanon-
fcheut nader aen de wal, aldaer een
friftè koelte, met de welke hy uit het
gezicht raekte. De vloot des Ambafla-
deurs bleef noch in de kalmte leggen,
tot \'s namiddags : kreegh toen de
wint zuidelijk, braemzeils koelte :
des avonds een ftijve koelte uit den
wefte : had
Pulo Kam oir de Terra in
\'t zuid wefte, vijf mijl van haer ; de
wind zuid weft met moie koelte: des
naemiddaghs de Bay
Chinzieu op
zijde. ,

Den vijf en twintigften \'s morgens
met zonnen opgangh , hadden
Pulo
Kantaon
in \'tNoord-wefte vijf mijl,
met ftilte : des avonts in \'t Weft ten
Noorde vier mijlen van zich.

Des morgens, den zeven en twin-
tigften , wiert
Pulo Kantaon noch m
\'t Zuid-wefte zes mijlen van de vloot
gezien, cn
Pulo Chiapelle Valzo , in
\'t Weft ten Noorde.

Des anderen daeghs, na den mid-
dagh, wierdcn twee Jonken in\'t wefte
gezien; doch raekten weder uit het
gezicht : den acht en twintigften
iet eiland
Ainan in \'t Weft Noord-
wefte, zeven mijlen van de Vloot, op
negen tigh vadem fijn zwarte
zant-
grond. Toen wiert de koers Noord
ten oofte aengelcid : des anderen
daees was een doorgaende zuidelijke

O

wint.

Den dertigftcn \'s morgens wier-
pen gront op zes en zeftigh vadem,
waesachtig : zagen des avonds een
zeil achter uit , zooverre als van de
Kampanje zien konden; doch onbe-
kent-

Dcs morgens den een cn dertig-
ftcn wiert hetzeil noch van dc
ftengh
gezien.

Den eerften van Oogft-maent, des
avonts met zonnen ondergangh za-
gen de kuft van
Sina; maerkonden,
door de veerte en duizigheid des
luchts, geen kenniffe van \'eland krij-
gen : peilden een berghjein\'tNoord
Noord wefte, op de diepte van vier
en twintig vadem.

Den tweeden , des morgens, was
\'t heel miftigh : zagen, vermits een
bhnkjeopquam , een Jonk op zijde:
ook het lant; doch zonder kennis van
\'t zelve te hebben ; op de diepte van
vier|en twintig vadem : hadden des
namiddaghs d\'eilanden van
Lamoa op
zijde, vier mijlen van zich.

Den derden was \'t noch al miftig :
hadden des avonds het eilant
Quemuy
op zijde, op vijf mijlen: den vierden
des!morgens, d\'eilanden van
Auko
in \'tNoord Noord-oofte , op twee
mijl, en diepte van vijf en twintigh
vadem : ontrent tien uuren d\'ei-
landen van
Namzit : quamen des
avonds (alzoo by nacht niet voort
dorften zeilen) ten anker, in \'t gezicht
van de
Krokodils eilanden en Zand-
duinen. *

Den vijfden des \'morgens m et den
dagh , lichten het anker, en gingen
onder zeil. De Raed wiert, mits het
lacten waeien der witte vlagge , aen
boort geroepen.
Door den Heer Am-
baftadeur wiert voor-gehouden , en
den Raed in bedenken gegeven , hoe
dat (Gode wacre gedankt) nu geluk-
kelijk dus verre ontrent
de Zantdui-
nen
gelijkelijk aengekomcn waeren,
of niet, onaengezien het befluit van
den zeften van Zomermaent , van
met de Vloot, by fcheiding , in dc

Bay

-ocr page 286-

Bay van Sothia bun vergader-plaets te
nemen,of het ten dienfte vande Kom-
panjie vereifchte (in gevalle hetzon-
•^erzwarigheit kon gefchieden,) den
^oers gelijkelijk na de Nederlandfche
haven fteilen, alzoo de fchepen daer
veiliger als in
Sothia zouden leggen,
öan dewijl de Schippers van
Alphen
en de riger, desgelijx d\'Opperftier-
man van de
Konjianze , hy7.ïQkit des
Schippers, zwarigheit maekten , uit
oorzake van d\'onmaniertheit dezer
drie fchepen, zoo wiert, om alle ge-
vaer en zwarigheit voor te komen,
goet gevonden dezelve haeren koers
na de Bay van
Sothia zouden fteilen ;
en de fchepen
Vlaerdingen en Blys wijk.
Vermits haere goede mahiertheit en
bequaemheit, naer de Nederlantfche
haven.

Insgeiijx wiert door den Ambaft\'a-
deur de Sekretaris
Van der Does belaft
aen al de fchepen te varen, en aldaer
uit zijnen laft een plakaet den Bevel-
hebbers en bootgezellen voor te le-
zen : waer by hy deed verbieden: nie-
mant , wie het ook zoude mogen
Wezen, tot Sinefen toe , zichzonder
Verlof van den Ambaftadeur aen lant
Zoude begeven , of goederen over-
brengen , op verbeurte van twee hon-
dert rijxdaelders.

Tegen den middag wierden ver-
fcheide Jonken en Koyangs gezien
^it de Nederlantfche haven komen,
^ie d\'onzen eens quamen bezichti-
gen.

Door de dwarrelwinden kon Vlaer-
dingen
niet boven de Piramiden (twee
klippen, alzoo om haere geftalte ge-
noemt)zeilen ; maer verviel dicht by
de zelve ten anker. Aldaer quam een
Tarter in een klein vaertuig aen boort
des Ambaftadeurs, diezeide van den
Stedehouder van
Minjazeen, Mingla-
gezonden te zijn , om te verne-
men : wat volk en fchepen zy wae-
; ook waer van daen zy quamen,
Wat perfonen van aenzien op de
jchcpen waeren. Daer op hem na be-
noren geantwoort wiert : en vertrok

larter weer van boortomver-
ov^ te doen, die ook verhaelde het

«tiijden van den Velt-overfte Li-
poui.

Den zeften,des morgens,lagen zy
noch voor anker , na den vloet te
wachten, om in de Neerlantfcheha-
ven te drijven. Ook quam aldaer een
Tarters vaertuig aen boort met den
derden perzoon van
Minglanzen, en
vragen uit des Stedehouders naem:.
wat fchepen het waeren ? waer van
daen ? en of daer een Ambaftadeur,
om den Keizer te begroeten, mede
gekomen was ? infgelijx of gefchen-
ken mede braghten? Waer op hem na
vereifch der zakedoorden Ambafla-
deurin antwoortwiertgedient: ook
gezeit dat van zins waeren den Hof-
meefter
Ruwenoort, neftèns den tolk
de Hafe, naer Hokßeu te zenden, met
brieven aen den onder-koning
mong\', nieuwen Velt-overfte, die uit
Peking, in plaets van den overleden
Lipou,>N2LS gekomen; en aen den Ao«-

of Stadhouder. Hier toe bood de
Mandarijn zijnen dienft aen, om ons
volk in
Hokßeu te brengen , met te
zeggen, daer toe van den Stedehou-
der gezonden te zijn.

Na bedankingh voor ftjne moeite
door den Ambaftadeur voer hy we-
der neffens den Hofmeefter
Ruwen-
oort
en den tolk de Hafe , naer het
boort van
Blyswijk, daer dees hrief in
\'t Sineefch vertaelt wiert. De zin was:
hoe dees brief hen lieden door den
Heer Ambaftadeur wiert toegezon-
den, die hen daer mede de komfte van
vijf fchepen bekent maekte , en een
inlading van verfcheide koopman-
fchappen en fchenkaedje goederen
voor den Keizer en hare Hoogheden,
den onder-koning, Veltoverfte, en
Konion, of Stadhouder, in dezelve:
defgelijx zijn vertrek, in \'t begin der
verleeden maent van
Batavia , nef-
fens den Koopman
Konftantijn No-
hel ,
en behoude aenkomfte van
hen alle in \'t begin van deze nieu-
we Maen , voor de Reviere van
Hokßeu.

Hare Hoogheden wierden ver-
zocht toe te laten hunnen koopman
Nohel met den eerften boven in
ßeu te mogen komen, om hare Hoog-
heden van wegen den Ambaftadeur tc
groeten, en hen zijn vorder voorne-
men bekent te maken.

Des

-ocr page 287-

dan zoo waeit, dat de fchepen dik-
wils, al over ftaegzijnde, weder over

vallen, gelijk den Ambafladeur met
\'t Jacht
Vlaerdinge was wedervaren,
en door de dwarrelwinden byna ré-
gen de klippen aengeraekt,) zoo be-
lafle hy, om den zekerften weg te we-
ten, de Ichippers en ftuurluiden in dit
fl:uk daer over hun goetdunken in ge-
fchrifte, by eerfte gelegentheid , te
geven , ten einde d\' andere" fchepen
zich daer na in tijd
en wijlemogten
fchikken.

Den zevenden , tegens den mid-
dagh , quamen drie Mandarijns aen
boort, met aenzeggen, van den nieu-
wen Velt-overfte
Siangpoui gezon-

, ------------------------------den te zijn, om te vernemen , hoe

ken na het beftuit, op den vijfden de- veel fchepen en volk gekomen wae-
zer beraemt,(en het affchrift ging daer i ren. Insgelijx wat fchenkaedje goe-

derenzymedebragten : de meenigte
der zeiver : uit wiens laft de Heer
Ambafladeur quam : en hoe veel
volks mede naer boven ging.

Niet geraden vond d\'Ambafla-
deur hen van alles grondigh t\'onder-
richten, om dat de hofmeefter en tolk
nogh niet uit
Hokfieu waeren aenge-
komen : ook niet wifte, wat tijdin-
ge zy zouden brengen. Dies hy
den Mandarijn voornoemt ten ant-
woord gaf: met vijf fchepen aldaer
aengekomen te zijn : daer van drie
in de Bay van
Sothia, cn twee in de
Nederlandfche haven lagen : dat vier
hondert Hollanders opdezefchepen
waeren; maer de hoedanigheid en
meenigte der fchenkaedje goederen
zoo aenftonts niet kon opgeven; al-
zoo \'t zelve eerft by den anderen
moeft zoeken, en dan in \'tSineefch
laten vertalen.

Als ook dat hen als noch het getal
van de mede opgaende perzoonen
niet konde opgeven. Maer gehef-

---------j y------^^ ^ — —

neven)en voor eerft zijnen koers naer
de Bay van
Sothia te ftellen, en aldaer,
tot dat tyding van boven zou geko-
men zijn, naerder ordre verwachten:
ais nodig, zijns oordeels, ten dienfte
van de Kompanjie.

Ook fchreef d\'Ambafladeur een
briefje aen den Schipper op de Fluit
Alfen: hoehy met hun twee fchepen,
na eenige ftribbehng in deNederlant-
fche haven was aengekomen, en hem
het gezag over de fchepen
Konftance
en Tiger, tot nader ordre,opdroeg,om
alles in de Bay
Sothia tedoen, \'tgeen
ten dienfte van de Kompanjie ver-
eifchte. Mede verfcheen aen boort
des Ambafladeurs , de Gezaghebber
derkrijgs-oorlogs-jonken, die aldaer
in de Neerlantfche haven geankert la-
gen , verwellekoomende den zelven.
Waer voor d\'Ambafladeur hem be-
dankte. Na het aenhoren van eenig
gefpel\' op fpeeltuigen (want verfchei-
de fpeeltuigen waren by d\'onze mede
genomen) en onthael,voer de Gezag-

zou opgeven . Ook vraeghden de
Mandarijns, of\'er meerder fchepen
in eenige andere havens op de Sinee-

lebber weer van boort na zijne Jonk. den zytotmorgen te wachten, (bin-
By den Ambafladeur in acht geno- | nen welken tijd hy verhoopte de hof-
men, hoe her inkomen van het gat meefter en tolk weder afgekomen
der
Hokfieufe Reviere niet zonder zouden wezen) hen als dan \'tzelve

eenig gevaer te volbrengen was, ter
oorzake van de vervaerlijke klippen,

de Piramides genoemt : (alwaer on-_________^.-«w^viiav»."^-!——--

trent gekomen, de wint in \'t Zuider i fche kuft waeren aengekomen : daer
Moufon, door het tegen over gelegen . op hen van neen geantwoord wiert.
gebergte,zeer veranderlijk, dan nu, Vraegden voorts, uit wiens laft de

f Heer

Des middags quam d\'Ambafladeur
in de Nederlantlche haven behouden
ten anker, met beide de fchepen,

vlaerdingen en Blyswijk: en kreeg den
Opperftierman van
den Tiger met
de boot aen boort , die een brieve
bragt van
Hendrik Bommer, Schipper
OT^ den Tiger, aen den Ambafladeur.
Ditluide :
dat dOpperftierman, bren-
ger des briefs ^ weinigh zivarigheit (al-
zoo tot verfcheide malen in de Neer-
lantfche haven was geweeft) maekte, om
met het fchip
de Tiger daer binnen te
lopen : dies hy daer toe orde verzocht,
alzoo het fchip daer veiliger als in de
BayvanSoihi^ilag.

Hy had, gaf d\' Ambafladeur hem
daer op ten antwoort, zich tefcliik-

-ocr page 288-

Heer Ambafllideur aldaer gekomen
was. Daer op hem na behoren geant-
Wiert. Daer wiert ook den
Ambafladeur een briefje van den Min-
jazeenfcn Stedehouder ter hant ge-
helt , in \'tSineefch ; met inhout van
alleenlijk een groet aen den zelven,

D\' Ambafladeur liet hem met een
^ie^e van plichtpleging weder ant-
woort weten en groeten. Hier op
Waeren de Mandarijns, (die door den
f olk, zoo beleeft warenze 1 een fchen-
kaedje lieten eifchen ; doch niet be-
quamen, ) weder weg gevaren, zeg-
gende op morgen iemant uit hunnen
ftaeni, om de meenigte en hoedanig-
heit der fchenkaedjen te weten, zen-
oen zouden.

Door Noéel wiert d\' Ambafladeur
Verwittigt, hoe een Mandarijn, die
het oppergezag over d\' aldaer leggen-
de Jonken voerde, ter loop des voo-
rigen daegs had verfl:aen, dat de Kei-
zer genegen was aen de Kompanjie
u eilanden
Ey en Quemuy te geven,
^ot een handel-plaets voor de Tarta-
ren en Hollanders : welk dees Man-
darijn, zonder in \'tminfle daer van
gefproken of na gevraeght wiert, uit
2ich zelfhad verhaelt.

Den achtften, kort na den middag,
Verfchenen weder aen boort de Hof-
^leefter
Ruwenoort en de tolk De Ha-
de : overleverden een fchriftelijk ver-
*\'ag,van inhout: hoe dat zy in de Stad
^okjieu geweeft en des Heeren Am-
bafladeurs brieven aen de Beftierders
aldaer overhandigt hadden. De Velt-
Voor wien zy eerft ter gehoor
gebragt wierden , had, na het lezen
es briefs , he^ verfcheide vragen
voor gehouden : namelijk, waerom
Zy aldaer gekomen waeren ? of iets

Zv mlJ i^ ^^-^tgeen ander voornemen

^y mede bragten ? ïnsgelyx wat lui- hidden , als^om den Keizer te gaen

van ^etn-Tton mar Aa. -T^l- ^ i - , P .

begroeten , naer uitwijfen der brie-
ven. Zy hadden verlof verzocht, om
den
Konhon mede eens te gaen be-
groeten , dat zijne Hoogheitlien toe-
ftont. Aldaer gekomen, vraegden na
behoorlijke groetenis aen hem : ofhy
de brieven al had on tfangen : daer hy

f

rifi.- O • VV\'ttL lUi-

van aenzien met de fchepen ee-
Komen waeren ï Waer op zy geant-

de H Dat hunne gebLcn-

ken „ff" ""faenzienelij-

m! ? begroeten

"met om aldaer of OD Fnr^nf.

• j —ö^-^^Jimcn ; j aeüneveHUiiiduuiiiidu^cn : ciaerhv
vvantii Formo/a iet | hen van ja op geantwoort en
den in

\'^y^^thjx t\'ondernemen. Ook vroeg | hout wel verflaen had, Hy tfoX\'

^^ zich

de Veltheer: ofzy brieven aen den Ko-
ning en
Äonlon hadden : daerzyvaii

ja op geantwoort hadden. Hier op
had dan zijne Hoogheit zich datelijk
ten huize van den Koning vervoegt,
latende hen zoo lang in zijn
Hof
wachten , ter tijt zeker Mandarijn
hen quam roepen , om op het
Hof
by den Koning te komen. Aldaer

zy aenltonts ter gehoor wierden ge-
\' bragt, daer zyden Veltheer en
Kon-
hon
mede vonden zitten. Zyhadden^
na eenige eerbewijzing, des Konings\'
brief aen zijne Majefteit overgele-

^^u\'a ^^ deed aen hen de

zelffte vragen , die de Veltheer ge-
vraegthad: daer op zy hem ook \'t zeb
ve antwoort, als aen den Veltheer,
hadden gegeven. Eindelijk had zij-
ne Majefteit gevraegt na\'s Keizers
fchenkaedje : daer zy op haddenge-
antwoort niet van te weten. Zijne
Majefteit vroeg mede na
Hogenhoek,
Meier, Symons
en Pedel, of die mede
gekomen waeren : desgelijx mede na
Balthafar Bort en Nolel, en diergelij-
ke vragen meer. Daer op by hen na
de waerheit geantwoort wiert.
Al-
zoo bequamen zy affcheit, en lever-
den alleenlijk des
Konhons brief aen
eetien van zijne hovelingen over, om
door den zelven aen hem behandigt
te worden. Dies vervoegden
zy zicli
weer ten Hove van den Veltheer, die
hen des middags ter maeltijt had ge-

nodigt. De Veltheef,onder andere ta-
fel-reden , zeide verftaen te hebben,
d\' onzen met df fchepen voor het
lant waeren. Waer op zy ten ant>
woort dienden: zulx niet waer te zijn;
alzoo de Heer Ambafl:\'adeur niet
meer, ais met vijf fchepen aldaer was
gekomen: waer van twee in de Neer-
lantfche haven, en drie onder
Tinhay

fiii f,

ii

-ocr page 289-

2ich zeer verblijt over de komfte des | derftaende fchenkaedje ontworpen:
Ambaftadeurs,doch verfocht,d\'onzen ! als,

Isem by den Ambaft^eur zouden
ontfchuldigen : dat doorzijn« beiet-
felen voor dien tijt niet konde fcliry-
ven, met bevel van den Ambafladeur
en A^o^^/hartelijk te groeten.

Gaende van daer weder na denVelt-
heer, hadden fy verfocht aen hem om

verlof van tevertreken. Dees het hen j ontwerp alleenlijk overgelevert, om
Wat wachten , onder voorgeven van ! hem de zelve, zoo dra men daer by
aen
den Ambafladeur te willen Ichry- kon komen, ter hant te ftellen.
ven; doch kregen daer na orde, om
I Zoo als de Mandarijns voor-
zonder brieven te vertrekken, en dar noemt met
Nohel en Harthouwer^tn
Mandarijns met hen zouden gaen. boort des Ambafladeurs waeren ge-
Derhalven namen zy affcheidc , en komen, om affcheit van den Ambaf-
wierdenineengrootejonkgebraght, j fadeur te nemen , verhaelde A^ö^^/,
tot dat d\'eb begon te gaen, en flap- j hoe de Mandarijns niet wilden toe-
ten toen over in een ander vaertuigh: ftaen , dat de boot weer na boven

waer mede zy des avonds ten ze- zoude gaen, om eenige voorraet en
ven uuren waeren vertrokken. On- benodigheden voor defchepenieko-
derwegen waeren hen door de Man- pen en te brengen. ^ Hier op liet d\'Ani-

3afladeur door den tolk De Hafe hen
wat ernftelijk afvragen , of zy zul-
ken laft van hunne Meefters hadden:
het dan zeer wel zoude wezen.

dariin~twee brieven vertoont , die
fy zeiden aen den Ambafl"adeur hoor-
den.

Des middernachts waeren zy voor
de
^e^xngMinjazeen ten ankergeko-
mcn : alwaer zy tot des morgens ten

en

Maerzy Mandarijns hadden zich te
wachten, van den onzen iet voor te

zeven uuren bleven leggen , om de ; leggen, daer van zy niet gelaft wae-

J^ \'h./fr.« «-ß« • nf ri\'A mKaflarlfiif 7nn daer O-

brieven , die de Mandarijns gezeit
hadden aen den Ambaffadeur te hoo-
ien , aldaer te beftellen. Zy verzoch-
ten, datde Mandarijns aen den Stede-

ren : of d\'Ambafladeur zou daero-
ver aen den Koning en Veltheer moe-
ten klagen.

Daer op zy na eenig onderling ge-

daegs afgekomen , met een Speel-
jonk , ten dien einde daer toe afge-
komen, naer Zy waren ver-
zien met zeker bericht fchrift , om
zich in tijt en wijlen daer van te die-
nen.

Voor den Minjazeenfen Stede-
houder wiert ten zelven dage d\' on-

Itli, uaL vjw ----- ------------- 1 J . O O

houder om een vaertuigh tot hun- j fprek weer wat beter koop gaven, en
ne verdere afreize wilden verzoeken; j toeftonden de boot voor eerft mede
\'twelk zy beloofden te doen. Tuf- (
lox. Minjazeen-Low konnea^en; met
fchen
Minjazeen en de fchepen , zy j beloften van den onzen niet buiten
de Mandarijns andermael na des Hee- j laft van hunne Meefters te zuilen ver-
ren Ambaffadeurs brieven vroegen : [ gen. Hier op dan, na onthael met
waer op zy antwoorden die aen
Min- \\ eenige glazen Spaenfchen wijn, ver^
jazeen te hebben gelaren, en zy als | trokken zy te zamen. Nohel nam
exprefTegezanten, om den Ambafla-1 mede de brieven van hun Ed. op
deur te beweliekomen, waeren afge-1 aen de drie Beftierders

zonden, &c. ! van Hokfteu : beneven een lijfte van

Den negenden vertrok iVö^^/, nef-{ de koopmanfchappen en gefchen-
ÏQnsHarthouwer,èQSeWit2Li\\sVan der ken, in de vijf fchepen geladen,
en de Mandarijns, des voorigen om zieh daer van in tijt en wijle te

dienen.

Ook was ten zelven dage door

den AmhsLffsidem a.en Nohel, Hart-
houwer
en den Sekritaris, op hun ver-
trek na
Hokfieu, andermael het fchrij-
ven van den Schipper
Bommer voor-
gehouden : hoe dat dees door
naeder onderrechtinge van deftelfs

ftier-

Een paer piftolen.
Vier fijne Mourifen.
Een klein Alkatijf
T<A>ee houwer-klingen.
TweepaergroQt Zandelhout.
Dan alzoo deze goederen niet
voor de hant waeren, wiert hem het

-ocr page 290-

ftierman moet hadde van met het
fchip
de Tiger binnen de Neerlantfche
haven te komen. Dies d\' Ambaiïa
deur hun goetdunken in dit ftuk af-
vraegde : en of niet raetzaem was,
het goetdunken van al de Schippers,
200 dra men maer eenige goede ty-
dinge van boven bekomen hadde,
daer over te horen. Het welk hen lie-
den mede zeer raetzaem docht.

Den tienden droeg fich niet byzon-
derstoe. Alleen quamen eenige Jon-
ken in het krabbe-gat, dicht by het
fchip van den Ambaftadeur op de
Wacht blijven leggen ,om op het doen
der onzen, te letten: gelijk van eer-
ften aen, zoo dra zy voor het lant in
de Nederlantfche haven quamen,
doorgaends gefchiet was. Ook ver-
anderden zom wijl dc Jonken.

Ondertuflchen kreegh ons volk
zomtijts een parthye oefters, die zeer
fmakelijk en zoo goet als d\'Engelfe
bevonden wierden.

Den elfden des morgens zond
de Ambaftadeur de boot van
Blys-
wijk
na de Bay van Sothia , ben ef-
fens een briefken aen Schipper
Jan
^aelhout
, op Alfen: waer by hy bela-
ve de Schippers cn Stierluiden van
de drie Schepen
Alfen , Tiger en Kon-
fiance
met goet weer en wint eens aen
^ijne boort te komen, om nochmael
het inkomen da-fchepen in het
^okfieufe gat te zamen beraden.

Den twalefden quamen de fchip-
pGrs, namelijk
,Jan Nadhout, en Hen-
drik Rommer
, beneftèns hunftuurlui-
öen, i^thun floepen uit de Bay van
^otha op het fchrijvenvan denAm-
baiiadeur.aen fijn boort. Nahetlaeg
water afgewacht te hebben, voeren

zy al te zamen met de Kapitein F^«
der Werf, en Schipper Pieter Janfz.
^l^eg
naer het Hokfieufe gat, om de
«^epte en vordere gelegentheid der
-weiver wat nader t\'onderzoeken.

Des namiddags quam de tolk van
fygpofi met eenige Tartaren aen
boort des Ambaffadcurs , en verflag

in //^\'^«^^^den nachts
tTjf\'\' w^fi^e^gdant, en des mor-
ter gereet waren, om hem

^^^ gc^ioor by de Beftierders te bren-
ö koorts zeide hy van den Velt-
heer gezonden te zijn, om

na zijne gezontheit te vernemen, en
of hem ook iets ontbrak. Zo dit was,
hy had Zulx flechts aen debyleggen-
de wacht-jonken bekent te maken.
Berichte voorders , dat hy ook was
gezonden, om te vernemen of d\' on-
zen ook van iemant eenigen overlaft
ontfingen : daer in, zoohetquamte
gefchieden, zou verzien worden.

Stilletjes liet d\'Ambafladeurdoor
den tolk
De Hafe by dezen Tartari-
fchen tolk vernemen, onder belofte
van gefchenken; hoe onze zaken by
de Beftierders van
Hokfieu ftonden,
en of d\'Ambaftadeur ai aengenaem
en wellekoom was. Dees had daer
op geantwoort hebben van ja : dat
Ziangpoui in \'t eerft zoo wat ftatigh
zich hield, was flechts quanfuis om
niet zoo gretigh te fchijnen. ïn\'er
daet was d\'Ambafladeur hen zeer
aengenaem.

Wijders twijfelde hy niet, of de
h&del, met hunne Faktoors, zou me-
de wel voor d\'opreize van den Am^
bafladeur gedaen zijn.

De Taitarifche tolk voornoemt
het aen den Ambafladcur bekent ma-
ken : hoe dat geraden w^as den Kapi-
tein en Mandarijn op de wacht-jon-
ken eens ter gaft te noden. Dit wiert
ook eenige uuren daer na door
Put-
mans,
benefTens den tolk D^e Hafe, in
\'twerk geftelt. Gekomen by den Ka-
pitein en Mandarijn, wierden zy min-
nelijk onthaelt, met antwoort van
des morgens, benèftens noch eenige
andere.Mandarijns, te zullen komen.
Ook zonden zy aen den Ambafta-
deur tot een gefchenk , vier hoen-
ders, vier enden, en een pot drank^
verzelt met beleefde phchtplegingen t

Tegens den avond quamen de
fchippers en ftuurluiden weer aen
boort des Ambafladeurs, cn verhael-
den een anker van het gebleven fchip
Ankeveen , tc hebben gevonden ,dat
zy noch meinden wederom te krij-
gen. Over de gelegentheid van\'t gat
zouden een fchriftelijk goetdunken
te zamen inftellen , hoe de fchepen
beft en zekerfte in het
Houfieufe gat
en buiten te komen hadden : gelijk
ook des anderen daegs gefchieden.

Hier

1

r
15
ll

-ocr page 291-

deNedcriandfche Bay mede ten an
ker quamen. En aengezien de Schip-
pers en Stierluiden het
Hokfieufe gat
te zamen niider hadden onderzocht:
ook daer over een fchriftelijk goet-

laten komen. Waer op eenpangliji^
beftooten wiert : voor eerft by voor-
raet de fchepen,
Konftance en Tiger,
ten tijde van handel te laren binnen

komen. Waer op de Schippers weder
na boort waeren gevaren, zich rich-
tende na het befluit, genomen by den
Ambafladeur cn zijnen Raed.

Kort na den middagh , den veer-
tienden,quam de boot van
Vlaerdinge
wederom van Hokfiewienhooxi, met
twee koebeeften, drie verkens, pot
te beter daer van aen den Keizer kon-
den fchrijven. ,

Hier op deed d\'AmbafTadeur den len na vereifch 2ou aengenomen
Seheepsracd vergaderen,en hen voor- worden, met by voeging van verlaiei-
ftellen : hoe wel nodig en dienftig de betuiging en redenen,
zou zijn, in ftuk van den verhoopten Dan d\'Ambafladeur moeft aen
handel, dat de drie fchepen, inde Bay land komen , op datzy, nadenzel-
^..^i.byelkanderleggende,aidaerin ven gezien en gefproken te hebben.

Verfcheide redenen wierden daer
tegen van d\' onzen ingebraght , die
voor eerft wat fchenen te geiden:

dunkel i

bafl^ideuVLn voorder gevoelen en f f«^™

befluit , of voor den dienft van de d\'Ambafladeurmoeft,hoeeerhoelie
Kompanjie geraden zou wezen , de | ver, aen and komen \' ^m «ver
drie Schepen voornoemt binnon dc reize , als anders, zelfs met hen te
zelve Bay met goet weer en
wint te

fpreken , met andere redenen meer.
Wanneer zulx gefchied was , kon
d\'Ambaftadeur weder aen boort gaen,
tot befcheit uit
Peking zoude geko-
men wezen. Evenwel wierd dit by
d\'onzen in twijfel getrokken.

Eindelijk was het beftuit, zulx aen
den AmbaflTadeur zoude verwittighc
woorden.
Tot het loflTen van de paer-
den en osjes
was orde geftelt, om die
met een
Jonk uit de Bay van Sothia te
halen.

Des anderen daeghs zouden over

rot fchenkaedje als anderzints, door
Nolel gezonden : beneven fchrij-
ven van hem , Harthouwer en Van

der Does, van den dertienden dezer;
behelzende hun wedervaren aldaer:
te weten, hoe dat zy den elfden de-
zer voor dc brugh van
Lamthay wae-
ren aengekomen ; en in \'t voorby
Vaeren van den Stedehouder van
Minjazeen verwellekomt met eenige
toebereide fpijze : tot
Hok[Ku wae-
ren terftont by den Velt-overfte

^ ^^ hadden moete^ver^^^^

InhC^n des middt^s by den droegh zich by den Ambaffadeur
Vek\'overüe ter maeltijd ^onthaelt. | niets toe ; maer verwachte noch na-

Hebbende des anderen daegs zich | der tydinge vanen de vrienden
vi-eder ten hove als vooren vervoegt,
ïn Hokfieu.
\' , l.l nverleveringh der brie- Den zeftien den quamen vier Man-

kregen ® benef- darijnsvanden Veldoverft«^-^

fte^-S^henken,me^ en aen den Amb^^^^

een gewenfcht antwoord : teweten, zonden, en tot ververfching vere.ren

dat d\' Ambafladeur was aengenaem, i met ^^^^

meinden al wat aen vaft te zijn : te
meer, alzoo alree by plakaet de han-
del aen ieder met de Hollanders op
lijfftraftè was verboden, zonder ver-
lof daer toe te hebben.

De Beftierders zouden eenige ver-
verfchinge aen den
AmbaflTadeur tot
vereeringe zenden.

Daer was gerucht in Hokfieu, hoe
de fterkte
Quelang: op het eilant Tor-
mofa,
door drie duizent Taiwanfe Si-
nefen twee maenden lang
belegert
was geweeft ; doch vruchteloos na
Tamjui hadden moeten vertrekken.

-ocr page 292-

uan Sma, of Taißng.

211

Hondert twintigh Kanajiers of twee
laft rijs.

Vijf en vijftig hoenders.

Vijf en zeftig enden.

Veertig grote potten met Sineefch
hier.

Zes koe-heeften.

Twintig verkens.

Negen en twintigganfen.

Hondert water-limoenen:

Naerdien meermalen de naem van
Sineefch bier en drank zal te voore
komen, dient een weinig daer van in
\'tkort aengeroert.

De drank der Sinefen is velerlei.
D\'eerfte wort genoemt
Samfoe of
Sampe, en getrokken of geperft uit
rijs. Dees is wit van kleur, als onze

word.

De tweede wordt Loofzioe ge-
noemt : is bruin van kleur, als de
Duitfche Mom, liefelijk van fmaek;
maer ge w^ldig fterk.

De derde wort Jzonzui genoemt,
en by eenige voorde beften enfterk-
ften drank van geheel ^S/z^^ï gehouden.
Hy is hoog root gekleurt, klaer, hel-
der en blinkend,als de klaerfte Brons-
vvijkfche Mom : fmaekt als Spaen-

bier genoemt

De vierde drank , een foort van
hrandewijn, word geheten
Hotzioe:
dees is klaer en helder, en veelfterker

^otid maken.

öe vijfde drank is genoemt Kietzjoe,
en by d\'onÏQnKniep: is mede een foort
Van brandewijn; hoewel niet zo fterk
als de voorige, rootachtig van kolcur:
aees is veel gebruikelijk op onze en

Qe 5iaefe fchepen, onder de kuft van

^ma.

Meeft al deze dranken worden uit
getrokken, eenacloude vont der
■J^nefen.

Men zeit onder de regering van Mm-t^H
Keizer
Tu , die des jaers voor de ge-
boorre des Heilancs , twee duizent Tsl\'\'"
twee hondert en zeven , na Keizer
Xun, op den Rijxftoel tradt, dees ver-
maerde drank der Smefen van rijs al-
lereerft begonnen is gemaekt te wor-
den. De vinder was
Ilie genoemt.
Wanneer de Keizer dien vocht ge-
proeft had:
welk een grote fchade ,riep
hj ,
Jleept deze drank ten Rijke in. Ik
fpel ook mijnen ftam den ondergang ts
vore, en den weg tot den vaides Rijks,
door dezen drank.
Dat Tu in beide een
wichelaer geweeft zy , heeft d\'uit-
komft namaels geleert.

De vinder wiert tor pene van dien
nieuwen vont ter balHngfchap ee-
docmt, en den genen een zware ftraf-

Franfe wijn : waer om zy ook Sampe i fe opgeleit, die by zijn leven zich on-

dat\'s , driederlei genoemt | derwondnaderhant zulk een flag van

wijn te maken. Dan fchoon r» den
kunftenaer van diep vocht ballincr
\'s Lants beval te zwerven; zoo heeft
hy evenwel dc kunfte van den zeiven
te maken, na dat zy eenmael verbreit
was, niet kunnen beletten.

Behalve deze dranken , is in Sina
zeer gemein de drank, gekookt van
het kruit
Thee of Cha : desgelijx een
ander, dien d\'onzen bonenzopnoe-
men : welk, zoo eenige willen, melk

-------------- -------- ------ . ,, j ^v/t^ ^-ti^lllg^ VViiltLJ,

fche Wijn , en is ook niet minder in j is, met Pekingfe boter gemengt
krachten en werking. | Verfcheide dranken of wijnen per-

Deze drank wort by d\'onzen ge- j fen de Sinefen ook uit vruchten : als
nieenelijk Mandarijns en Sineefch j onder andere uit de vruchten
Lichi.

Nergens by na wort wijn uit drui-
ven geperft , als alleen in het La.nd-
fchap van
Xenfi : hoewel die op ver-
fcheide plaetfen in groeien: want

dan onze brandewijn; word by d\'on- de Sinefen leggen de dmiven in, of
zen gemeenelijk fterke
Arak. gehe- konfijtenze voor winterkoft : te we-
ten : dieode Sinezen, met het bydoen ten, zy koken die eerft op, ingrote
Van zeeqiiaDoen,zeer hitzig en onge- potten, en gieten \'er dan lyroop van

\'ru
:i.;L ME\'

zuiker boven op. ^

ïn de gefchenken voornoemt,
wierd de Koningh
Singlamong niet
vermaent of des eenig gewagh ge-
maekt, daer op eenige bedenkingen
fchenen te vallen. De Mandarijns
wierden op aen maning van
Nohel ie-
der met zilver befchonken De zel-^
ve Mandarijns behandigden den Am-
baftadeur twee brieven : d\' een van
Konftantijn Nohel, Harthouwer en Van

der

iili

-ocr page 293-

I een verzochten te weten of d\'Aiii-
bafladeur gezint was , op het bege-
ren van de Beftierders, te landen, ant-
woorde hy : dies wegen al aen den
Houpou Konßantijn Nohel te hebben
gefchreven : daer op hy antwoort
was verwachtende , en haere Hoog-
heden vernoeging zou gegeven wor-
den : benefl^ens andere phchtplegin-
gen. Na onthael met wat eeten en
Spaenfchen wijn, vertrokken zy we-
der., om hunne Meefters verflag te
doen.

Des namiddags quam fchipper
ter Janfz. Vlieg uit de Bay van
weer te ruch , medebrengende het
affchrift van hetteftament, alsook
d\'Inventaris der nagelaten goede-
ren van Schipper
Jan Hendrick., op
de
Konftance.

Bcneflèns verfcheide briefjes van
geringen gewichte : want den veer-
tienden dezer was de
Vlieg door
den Ambafladeur derwaerds gezon-
den , op het verwittigen van des
Schippers doodt by brieve , door
d\' opperhoofden der andere
Sche-
pen , om van alles nader bericht te
nemen, en daer van den Ambafladeur
verflag
te doen.

Dan aengezien het zich liet aen-
zien , dat d\' Ambafladeur wel haeft
mogt komen te landen, zoo ftelde hy
een ordc,by voorraet, op zijn gevolg,
en bericht voor den Hof-meefter,
als mede een ordening öphet landen,
in gefchrift , om
alle vcrwerringh
te mijden ; waer na een ieder zich
zou te fchikken hebben . En lui-
den de zelve van woort tot woort
aldus:

Orde op het gevolgh des

Ge^antßhaps,

Hoe gewichtigh deze bezending
van
d\'E. Kompanjie is, zal een ieder
kunnen begrijpen. Hoe achtbaerlijk
dezelve dient te werden verricht, in
opzicht van onzen wijdberoemden
ftaet, en lieve Vaderlant. als ook
hoe veel d\'eer en voordeel onzer
lantsluiden, en d\'E.
Kompanjie aen
dit Gezantfchap is gelegen , kan men

met

der Does, dén vijftienden dezer ge-
dagtekent : en d\'ander van BarthoU-
werfm
\'tbyzonder. D\'eerfte behelf-
de : hoe dat zy op den dertienden de-
zer hy de Begier ders, tve gens den han-
del hadden, gefproken ; \'t welk haere
Hoogheden wat vreemt fcheen voor te
komen, verklarende daer niet te willen
van fpreken voor al eer dAmhaJfadeur
met den hrief aen den Keizer aen land
waere gekomen, en hy hen gezien en ge-
fproken,en over het Gezantfchap te za-
men zouden hehhen heraetfaegt: ja kon-
den anderfmts geen volkomen geloof in
het Gezantfchap ftellen: met meer ande-
re reden. Het heßuit was , zoo wanneer
zy de maniere van het Amhaffaetfchap
met den Amhaffadeur hadden vaft ge-
ftelt , dat dan de
koophandel van zelf
voel zóu vólgen , achtende den handel
voor een geringe zake: zy zouden voorts
onderftaen met de Faktoors over zijde
tegens\'peper en Sandelhout zien te fpre-
ken.

De Harthouwer in\'tby-

zonderbekrachtighde het voorgaend
befluit :
dat nootzakelijk zou -wezen,
d\'Amhaffadeur met den eerften in flaef-
fie en goede orde naer
Hokfleu (^uam :
dat van ter zijde vernomen had, de han-
del dan zonder twijfel wel zoude voort-
gaen.

D\'Ambafladeur had des morgens
met den vloet, voor het bekomen
van de brieven voornoemt, aen
No-
hel
en d\'andere in Hokfeu met de
boot eenen brief gefchreven, en daer
mecèt op hun fchryven van den der-
tienden
dezer geantwoort.Dees hield
in :
dat in gevalle de Beftierders in
Hokfieu op het landen van den Amhaf-
fadeur hieven ftaen, en hy langer ver-
toeving de handel daer hy verachterin-
ge zoude komen te lijden, zy hun fchrif-
telijk goetdunken den Amhajfadeur zou-
den laten toekomen, als wanneer d\'Am-
haffadeur hoe eer , hoe grootmoediger
vermeinde naer hoven te komen , om
haere Hoogheden vernoeging te doen en
de zake te bevorderen. Midlerwijle
hen aenhevelende flechts wel op den han-
delte letten, en dat zy daer in niet ver-
Jchalkt wier den.

Aen de Mandarijns , die de fchen-
kaedje hadden gebragt, en ook met

-ocr page 294-

met wöordeïTniet genoegzaem oit- \\ Edelluiden en Sddaten : doch nie-
drukken. \\ mant vermogen uit\' te fenden , of la-

Dewijl dan de poede orde, deucht Π\' l\'l/""

tl t . b ^ \' j. taris alvoorens zal hehhen aenae-
enwelevenjeitderperfonen die,^^^^^^ \'/X

deze bezeodmg ^"Hèn by-wonen | ^^^ ; | J

voor een voorüaem hooftpuntmoet ju^ rjci^u^f, ucn te aie

aengemerkt en onderhouden wor-
den , zoo is lichtehjk t\'oordelen,
Wat vlijt en naerftigheit daer toe zal
dienen aengewent , ten einde altoos
onze c]uade omgang en vuil aenftel-
len geen hinderpaei van een goeden
uitflag komt te veroorzaken.

Dit dan by ons io ernftig bedenken
genomen, hebben wy nodig en dien-
ft igh geacht, etnige korte orde aen
het gevolgh van dii te doen Gezand-
fchap voor te ftellen, met uitdruk-
keiijken laft,dat een ieder wel zal heb-
ben te ietten dezelve ftips na te ko-
men , op pene van buitengewoone-
iijk, in deze gelegentheid van zaken,
met afzetting van ampt, verbeurt:
making van goederen en huur , als
anders ,ftrengelijkgeftraft te zullen
Werden , na gelegentheid en vereifch
van zaken.

VI.

Ieder fal zich met hyfondere eer-
biedigheid ontrent en in tegenwoordig-
heid van den Amhaffadeur met onge-
dekt en hoofde hehhen te dragen : ge-
lijk ook de Edelluiden en Soldaten, als
andere hun Opper-hoofden met alle
eerhiedigheidt fullen hehhen te ont-
moeten en gehoorfamen : van gelijken
ook onder den anderen , en hyfonder^
lijk de Sinefen in alle heleeftheid en
vriendelijkheid te bejegenen en han-
delen.

VIL

Putmans, als meefter van de Ge-
fchenken en Schenkaedjen, zal hy fonder-
lij k acht nemen op hetpakken, en ver de e-
len van de Schenkaedjen , ten einde
defelve met en onder fijne kenniffe wel
verzien , en voor bederven en nattig-
heid mogen werden bewaert, en van
alles naeukeurige aentekeninghouden:
om ook in een fchenkaedje-hoekje te
werden gebraght : daer toe hy ^ me^ a jßßen:
de-hulpers zal konnen gebruiken. Ook

zal

Î |i|
tili

I.

Gekomen aen land , zal ieder rech-
telijk zich vervoegen na de verorden-
de plaetfe of loos te, zonder van hetge-
\'^olgh zich te mogen afzonderen , dan
h uitdrukkelijken lafl van den Amhaf-
fadeur.

IL

Ieder zal fijn opgeleiden lafl en he-
dmgh getroulijk èn naerftigh hy der
hand nemen , in^voerkflellen.

III.

iemant zal vermogen uit de Loos je
Gegaen, zonder weten vandenSekrita-
ris of Amhaßadeur.

ÏV.

^e Hofmeefler Ruwenoort zal het

en onderfevel hehhen over de

V.

Een ieder , van wat hoedanigheidt
hy zy , fal fich te wachten hehhen,
\'voor al van dronkenfchap ^ kyven of
moeite , die daer uit veeliijdts komt
te fpr uit en ; op pene voor de eerfle
mael te verbeuren drie maenden fol-
dye : Door de tweede mael verheurt-
making van foldye en van ampt afge-
fet, en na
Batavia gefonden te wer-^
der. Infgelijx die eenige twifi , moei-
te , gekijf of onrufi oQer elkandre, of
tegen iemant anders fal komen tever-
oorfaken , zal op gelijke wijze geflraft
worden.

-ocr page 295-

daelder, die zonder wettige reden daer
uit zal h lijven ,

"ïBerick voor den Hof-

tmefler.
I.

In den Hofmeefter wordt vereifcht
een geregelt en deuchtfaem leven , foo
in woorden, als werken : aengeften hy
als onder-hooft het hevel over d e del-
luiden , fchr ijver s , affiftent en , en
Jbldaten is hehhen de. Werd nootfake-
lijk vereifcht met een goeden exempel
van vroomheid en deught, d\'andere
te moeten voorgaen : voorders tegen
eenen ieder heleeft en minnelijk te zijn,
infonderheid tegens de Sinefen en Tar-
taren , daer wy tegen te doen füllen
hehhen-

II.

Des Hofmeefters gefagh en heft ie-
ringb fal heft aen op de huishouding,
in \'talgemein : dat alles geregelt ,fe-
digh, ook rein en fuiver magh gehou-
den en onderhouden worden , H zy aen
lant
, ftilf de reize waer toe
tot hulpgenooten hem zijn toegevoegt,
Frents, als gemagtigden over den nat-
ten lijftocht: en
Banning , over de
drooge eetwar-en. Hun ampt fal zijn
onder
Putmans heftieringh en hevel
op den drank hehoorlijk te achten, en
Èeforgen , ten einde alles met de mee-
fte fuinigheidwerde gebruikt, hewaert
en heh^uden. Van gelijken zijn
Put-
mans
hygevoeght twee gemagtigden

ii

Drie tafels füllen dagelijx, des mid-
daghs ten twaelef uuren , en ^s avonts
ten acht uuren, matigh, doch net en
findelijk moeten gehouden worden ; te
weten:

D\'eerfte tafel van den Ambaffadeur
fal een ovael ronde zijn , van acht of
tien perfoonen. Daer aen Julien eeten
d\' Ambaffadeur : aen fijne rechte hand
Nobel, Putmans , Van der Does,
de Sekritaris : aen ßjne linke hand,
Johan van Hoorn , des Ambaffadeurs
fo&n : en voorts vier of vijf teljooren
met leedige plaetfen open. Defe tafel
fal gedient worden van den Hofmeejier
Ruwenoort achter de Ambaffadeurs
ftaende ; beneffens twee e de Huiden y
Frents en Doornik .• Geduurende de-
fe maeltijd füllen de trompetters voor
eerft , als alles gereet is , en daer na
de fpeel-luiden hun bediening met goe-
de orde oefenen.

De tweede tafel fal beftaen in Ru-
y^\'enooïien fes Edelluiden, met mee-
fter
Hans Schrijvers en Aßftenten,
Stierman en den Kamerling
Jan Du-
bon,
die van de Jwarte jongens füllen
gedient morden. Doch een foldaet fal
den Hofmeefter mogen oppajfen.

124

zal hy , als meefter der plichtplegin-
gen , hehhen te letten , dat d orde ,
dien-aengaende y mei voerde gewent en
onderhouden.

VUL

op het luiden van de klok, aen land
of onderwegen , zal een iegelijk op zij:
ne verordende plaetfe moeten verfchij-
nen tn hetgehed : te doen \'s avonds ten
zeven uuren , door den Sekritaris of
j heßooten hehhen te landen, of weivan
iemand anders op pene van een rijxr \\ d eene plaets na d\'andere te vertrek-
ken , of aenkomen , fal hem door den
Sekritaris hekent gemaekt werden, om
als dan noodige ordre daer toe te
ftellen.

over het reistuigh en pakkaedje : na-
melijk,
Kuiper en Van Alteren : die
daer op , als mede op het huis - raed,
hyfonderlijk füllen hehhen te letten,
nette aenteekeningh daer van houden,
en in V gehruik als overfchepen forge
dragen , het felve wederom in getal,
en onhefchadigt werden hewaert, over-
gehra^t en gelevert , ter heftem der
plaetfen , tot hunner verantwoordin-
ge . Zoo wanneer d Amha fadeur fal

De derde tafel fal beftaen in folda-
ten , kok en tolk : daer na füllen de
ßave» te famen kunnen eeten.

Op

-ocr page 296-

Op hetfchajfen der fpijze en geede uit-
deiling der zelve , zal de meefte zui-
nigheid gezockten onderhouden moeten
IVO f den. Daer over dan
Putmans, de
Sekritaris
Vaii der Does en de Hofmee-
fter
Ruwenoort de hefchikking zullen
heihen en met elkandre raetftagen.

Alle weken zal de Hofmeefter zijn uit-
gegeven onkofte tngefchrifte aen den Se-
kretaris overgeven , die , naergezien
zijnde, zal aengeteikent worden , daer
^t heh oort.

Berkman wort mede als hevelheh-
her over de paerden en zorge van dien
geftelt. Die te letten heeft, dat de peer-
den wel worden gevoert, gehavent en
op gepaft naer hehoren; desgelijx op hun-
ne toebehoren goede achting te nemen,
ten einde alles wel fchoon gehouden en
hewaert werde.

Op het landen en ten Hove te gaen
wiert deze orde beraemt.

Eerftelijk twee trompetters voor uit. \\

Daer na zes joldaten , met roer en j
ztjdgeweer.

Kapitein Van der Werf, Schipper
Pierer Janfz. de Vlieg.

De Heer Amhaffadeur, Pieter van
Hoorn.

Berkmans, rnellehardiers.

JanDubon,i

Joan van Hoorn, des Amhaffadeurs
zoon.

Nobel en Putmans.

Van der Does en Ruwenoort.
F>aer aen zes Edelluiden:

Banning.
RuyfTer.
Berkman.

Van Alteren.

Frents.

Van Doorn.

Eindelijk Hans Sluiter.

Teu zeiven daghe droegh zich niets
toe. Alleen quam de tolk van den
Veit-overfte
Pouï den Amhaffadeur
aen boort van wegen de Mandarijns
begroeten, en mede aendienen: hoe
de vaertuigen , tot het lolfen der
paerden , op morgen of noch dien
avond flondente komen.

^es morgens , den achtienden,
quam de tolk voornoemt, met twee

Kapiteins van de Jonken, aen boord
des Ambairadeurs
;rriet bekentmaking
van de komft der twee vaertuigen,
om de paerden en osjes te halen;
doch dat dezelve wat te klein wae-
ren , om naer buiten te varen.

Na eenigh gefprek wierd befloten,
dc Kapiteins voornoemt zelfs met
hunne grote Jonken der aenvolgende
ebbedc paerden zouden gaen halen.
Daer toe dan wierd de Hof-meefter
Ruwenoort gelaft, om mede te gaen,
met nodige orde, opdat alles orden-
telijk mogte toegaen.

Des naermiddaghs quam de boot
des Ambafladeurs weder vanboven,
met den Sekritaris
Van der Does, bren-
gende, beneffens mondeling cn fchrif-
telijk verflagh , twee brieven , een
van
Nohel by zonderlij k: en d\' ander
van hun drie getekent : behelfende
de laefte: hoe d\'aenftaendeaen land-
komfte des Ambaffadcurs zijner
Hoogheid was bekent gemaekt: waer
op zy verlof tot het vertrek van de
boot met den Sekritaris
Van der Does
hadden bekomen.

De boot had tot ververfching in-
geladen twalef verkens : vier kana-
ft ers fokje fokjes : twee kanafters
komkommers cn vijftig potjes drank
Chamchoe : daer van zy de vcrdciling
aen de fchepen gaerne wiften , om
ieder fchip voor het zijn tc belaften.
Zy lieden ftelden midlerwijle vaft,
(om allen ergwaen cn wantrou van
dien landaert voor te komen) dat
de Heer Ambaftadeur, hoe eer, hoe
liever aen land quame, gemerkt zon-
der zijn aen land-komfte, volgens hec
zeggen van de Beftierders, aldaer niet
uit te richten was: waer op fy dan des
Heers Ambaffadcurs aen land komfte
te gemoet zagen. Zy zouden zijner
Hoogheid ookindachtig maken (zoa
zy het uit eigen beweging niet dede)
een bequame Jonk of twee met haer
Gemagtigden over twee dagen aen
den Amhaffadeur te zenden : daer
van de Sekritaris naeder opening
zou kunnen doen. Gifteren waeren
fyby den opperften Faktoor van
Sing-
lamongtQi
maeltijt ge weeft,en hadden
geheime zamcnfpraek met den zei-
ven over den koophandel gehouilen.

/ Ff Maer

I

|! f

•i \'Mi

li:

TO

-ocr page 297-

Maer de Faktoor had tot antwoord
gegeven : daer niet in gedaen kon
worden , voor d\'Ambaffadeur aen
land was gekomen, en de zake, ra-
kende het Ambaffadeurfchap , met
haere Hoogheid had overlegt: dat hy
henlieden verzekerde, zoo drad\'Am-\'
baifadeur boven was gekomen, den
onzen de handel als dan niet gewei-
gert; maerby haer Hoogheid toege-
ftaen worden : ook noch zoo fpoe-
dig dat een fchip met zijde van dat
Moufon. "" ftorm-faifoen nacr Japan zoude kon-
nen vertrekken. Daer toe gemelde
Faktoor hen beloofde te helpen , al-
zoo het daer, zoo hy zeide, aen ge-
ne zijde ontbrak. Zy fchenen over
her haadelcn der zijde wel vernoecht
te zijn, en waeren des an deren daegs
in de Loosje verfchenen , om hen te
begroeten : nefièns de Faktoors van
den
Veldheer , met tonen van een bly
gelaet en \'t houden ook van bedekte
redenen over \'tverdeelen der koop-
manfchappen , en \'tgeen den handel
raekte; maekten ook de goede gene-
gentheid van hunne Meefters, t\'hen
waerts bekent : zoo datzy zich felfs
niet als alles goeds uit dit Ambaffaet-
fchap konden inbeelden. Het quam
met hun gevoelen t\'eenemael over
een, dar twalef man of daer ontrent
voor eerft met den Heer Ambafta-
deur aen land quamen. De brief aen
den Keizer diende voor almede bo-
ven gebragt te worden.

De Veld-overfte had aen hen lieden
verzocht, voor hem te willen opko-
pen , glaswerk , alkatijven , bloed-
en lak-korael en andere dingen meer.
Het was te wenfchen geweeft, de goe-
deren voornoemt op
Batavia voor de
hand waeren gefcheept: alzoo aen zij-
ne gunfte veel gelegen was. Met
fchenkaedje was ontrent hem wel wat
uit te rechten; zijnde van een tegen-
ftrijdig gemoed daer in met zijnen
voorzaet. Den koophandel hadden
zy lieden, op het ernftig vragen van
zijne Hoogheid, verklaert, den Heer
Ambafladeur in\'t minfte niet raekte:
maer hun tween: te weten,
Nohel en
Harthouwer was tocbetrout : zoo dat
onggtwijfelt dies wegen de Heer Am-
baffadeur niet gemoeit zoude wor-
den. Zy zouden op dien eerften
grondflag hun werk zoodanig vervol-
gen , als de meefte eere
van het Am-
baflaetfchap en den perfoon zoude
vereifchen, welk zijn edele hen gelief-
de toe te betrouwen. Zy achten zich
gelukkig van door des Heer Ambafla-
deurs wijfen raed onderfteunt te wor -
den,tegen het verfchalken der Sinefen.
In den handel
was niet anders te doen,
als voorzichtigheid te gebruiken, ge-
lijk in verleden tijden was gefchied.
Men moefte vertrouwen, wilde men
wat uitwerken; doch moeft niet al te
groot wezen. De Jonken, om de paer-
den te halen, waeren aen
Minjazeen
daer toe onbequaem geoordeeld, om
naer
Sothia te gaen. Weshalve deTar-
taren verzochten, dezelve , nefièns
d\'osjes, met een der fchepen mogten
in de Nederlandfche haven werden
gebraght. Zy lieden zouden dezelve
dan boven brengen: waren om het ge-
zwel aen het een paerts been vry wat
bekommert: fouden,omhetteverhel-
pen, eenige Sinefen mede brengen.

De Beftierders aldaer hadden dezer
dage een plaetfe aen d^anderfe zijde
van de reviere laten afkeuren, om den
Keizer voor te dragen, van aldaer een
Loosje voojf de Hollanders te maken:
waer voor het grond-recht zoude
moeten betaeld worden. Dan
konden
niet weten, of dat gefchied was, uit ei-
gen bewegenis,of uit laft des Keizers;\'
(dat zy miflchien wel
op voorraet had-
den verkregen) \'twelk men beft zou
kunnen belpeuren, indienzeden on-
zen den handel,als op eigen gezag, nu
voor af toe
ftonden: welk dan een vaft
teken zou zijn, zulke orde al ontfan-
gen te hebben. Hen was voor de waer-
heid verhaelt, hoe ontrent acht of
tien dagen voor hunne komfte eeii
Hollandfch mafteloos fchip ontrent
de ftormbaywas binnen gekomen, en
weder vertrokken. D\'Opperhoofden
Verhaelden,dat van Batavia metjapan
waeren verzonden. Insgelijx dat \'er
een
Ambaffadeur met negen fchepen
in ftont tekomen:
waer uit zy heden
meinden het de Nieupoort te hebben
geweeft
, alzoo geen andere fchepen
de komfte van den Heer Ambaffadeuc
geweten hadden. Mede Hep aldaer

het

-ocr page 298-

hét gerugt vati \'t aenkomen van ethjke
Portugeje fchepen voor Makau, en het
verreifen eenes Ambafradeurs,van de-
fel ve,naer De Gefanten van de
Liqueje eilanden waeren ,zo men daer
Zeide, noch nietna
\'er verrèift.

Het hyzonder briefje van NohelXvii-
de : dat goede moedtj het halve werk
Was ; zich verheugende , \'tgeen de
Heer Ambafladeur geliefde te fchry-
ven. Maer was niets , \'t geen hem
nieerder ter herte gong, dan de bevor-
dering enachtbaerheid des aenziene-
lijken Gezantfchaps,dat het zelve met
luifter en des Heer Ambafladeurs eere
niogte uitkomen te vallen : waer van
hem de beginfekn vry voordcHg toe-
fchenen. Dan alzoo van het gelaet der
Sinefen naulix iet zekers konde ge-
ftelt woorden , zoo moeft de tijd zulx
openbaren. Zy verklaerden, dat al de
Beftierders ongemeen waeren ver-
heught over het Amhaffaetfchap, en
noit te voore
zoo helderen aenblik
t\'hunnen voordele hadden vertoont.
Het was hem leet, hy hen lieden tot
afftant van des Heers Ambafladeurs
Genland komfte niet hadkimnen be-
jegen ; doch zoo men de rede plaets
Vvildé geven,hadden fy geen ongelijk.

Den negentienden, des naermid-
dags, quam het grootfte Jonk, gegaen
ten zeifften dage, om de paerden
ïe halen, wederom. Derwaerds wierd
^^nftonds de tolk gezonden, om te
Vragen : hoe hetmetdepaexden was
afgelopen. Zy gaven tot antwoord,
^at de paerden en osjes door het krab^
pe-gat quamen, met drie kleine Jonk-
n^ \'u% ^^^ halfuur daer na quamen.
Ue Hofnieefter Ruwenoort quam aen
boord, met verflag, depaerden en os-
jes gemakkelijk gekomen waeren: als
eok, hy dïen morgen van boord was
gegaen. De Sinefen hadden eenige
zwarigheid gemaekt, datzy d\'tïsjes
öiet mede wilde nemen: doch had
Ru-
^^enoort daer tegen gefproken, en de
paerden niet willen laten gaen, voor
ö^^yd\'osjesmedenamen.

ye ^diipper AWW had mede een
fdS^\' tot geleide der paerden, ge-
khreven.D\'inhoud was:
dat dien mor-

He^r Tj ^"Wenoort, dorde van den
\' ^"^haftadeur, om de paerden te lof-
fen en op te hr engen, had ontfangen: dat
aenftonts dezelve in de Jonken hadde
overgefcheept,neffens drie kasjes met za-
dels,alles wel geftelt. Hadde in het afva^
ren der zelve zeven fcheuten , ter eere
van de Kompanjie en den Keizer,gefcho-
ten :\'/ welk hy hoopte de Heer Amhaffa"-
deur voor wel gedaen zoude aennemen.

Zijn Ed. gelafte aen Ruwenoort,zoo
dra de vloet ging, als dan met de paer-
den naer
Hokfieu,noofyocéig des mo-
gelijkjZoude opvaren iOok quam een
tolk van de gekomen Jonken aen
boord van den Ambafladeur, de kom-
fte van de paerden en osjes bekent
maken : als mede een briefje verzoe-
ken, om aen
Nohel in Hokfieu te be-
ftellen, en of naer boven met den eer-
ften vloet mogten opvaren. D\'Am-
haffadeur fei de datelijk een briefje te
fullen klaer maken,en in \'t vervordren
van hunne opreize niet verzuimen.

Des avonds,met den vloet, vertrok
Ruwenoort, met twee vaertuigen, daer
de paerden andermael in waeren over-
gefcheept , naer
Hokfieu. Tot geleide
der zelve, fchreef d\'Ambaffadeur een
j hneï)Q,2iQnNohelmHarthouwerz\\d2iQn
inhoudende,
hoe hy hunnen hrief door
den Sekretaris wel had ontfangen , en
zichvaerdigmaekte, cm met de komen-
de vaertuigen en Gemagtigden d\'oprei-
ze naer
Hokfieu {ingevalle hem met hun
toekomende goeddunken, geen ander he^
fiuit, ah de hoven gezondene hrief in-
hield, voorquam) f ondernemen. Had
goet gevonden met de gehele ftoet te lan-
den , negens Kapitein
Van der Werf,

Pieter Janfz. deVheg.

Dat de Sinefen eenige zwarigheid o-
verH overnemen des osjes gemaekt had-
den ; doch zich ten laeft e gezeggen lieten,

Insgelijx dat nietindeBaeyvan So-
thia
aorflen met hunne Jonken körnen^
vermits hunne Jonken al te plat hoomt
waeren. D\' Amhaßadeur had hier op ge-
zeid : Indien eenig ongeval den heefien
over quam ,zyhet te verantwoorden zou-
den hehhen, en het
des Keizers dienße
was. Waer op d Admirael met zijne gro-
te Jonken zelfs was
hene gevaren. D\'Am-
haffadeur
heval henlieden toch goede Jor-
ge
voor de paerden geliefden te dragen.
De kasjes met de zadels,als ook f kar osje
voor d osjes hequamen zy daer nevens.

ff z Dez@

11

ïü

1

-ocr page 299-

Deze bdef quam hem toe met Ru-
wenoort,
neffens de paerden en osjes.

Den twintigften viel niet zonder-
ling voor. Alleen verfcheen de boot
Konflance aert boord des Ambaf-
fkdeurs , en gingen d\' onder-ftuurlui-
den van
vlaer dinge, Konflance en Bleis-
wijk,
neffens defTelfs floep, het gat
ontrent de zantduinen peilen, om te
zien, of\'er geen kanael tot het inko-
men der fchepen te vinden was. Ook
quamen eenige kleine Jonkjes van
boven aldaer in de Baey.

Den een en twintigften, des mor-
gens , quamen aldaer twee fpeel jach-
ten aen, met drie Gemagtigden: twee
Van haere Hoogheid, en
een van het
Opperhoofc van
Minjazeen, om den
Ambaftadeur uit name van haere
Hoogheid boven te halen. Opdevra-
ge des
Ambafladeurs , of zy gene
brieven van
Nobel en Harthouwer betag-
ten , gaven zy van neen tot antwoord:
\'tgeen den Ambaflldeur wat vreemt
voorquam, en vond goed hen heden
te verzoeken , om eenen Hollander
met eenen brief na
Hokfieu aen Nohel
te Zenden, onder voorgeven om van
hem té vernemen, methoe veel volks
en reistuig d\' AmbaflTadeUr beft, zon-
der haere Hoogheid te beledigen,
zoude mogen boven komen. Dit
ftonden zy in \'t eerft , na eenig ge-
fprek, roe ; maergekomen tot nader
bedenken , zeiden zulx wel konde
gefchieden; maer ais dan een van hun-
ne Jonken, neffens twee Mandarijns,
mede moeften gaen, om haer Hoog-
heid verflag van hun wedervaren te
doen. Dan ingevalle d\'Ambafl\'adeur
den brief wilde inhouden , wouden
zy gaerne, ten gevalle van d\'Ambaf
fadeur, tot over morgen wachten, en
hem als dan, zonder bezoeken, als an-
ders , met al zijn reistuig in de Loosje
leveren : ook zoo veel Jonken, tot
overvoering van het reistuig, als hy
begeerde. D\'Ambafladeur vond goet
dit den rade,daer tegenwoordig in be-
denken te geven : namelijk , dat by
het wederkeren van deze Manda-
rijns, \'t zelve wd eenige haspeling
ontrent haerHoogheitkon veroorza-
ken: ten anderen,dat met het wachten
van twee dagen,als\'er dan gene tyding
van boven quam, ook wel eenig ach-
terdocht moghte geven. Dies niet-
tegenftaende wierd het wachten van
twee dagen , en alsdan het opgaen
van den Ambafladcur, vaft gefteld.

Dit beftuit wierd den Mandarijns
bekent gemaekt, en met een be-
fchonken met vijf chits en twalef das-
jes, tot vergelding voor d\'aengenome
moeite. Op hunne klacht®, van tot zo
lang wijlen, met lijftocht niet waeren
verzien , wierden hen vereert vier
ganfen , zes hoenders , zes enden,
een verken en vier zakken rijs, tot
lijftocht. Des middags wierden zy by
den Mandarijns naer beft vermogen
onthaelt: en wachte d\' \'\\mbafladeur
alleenlijk naer tyding van boven.

Den twee en twintigften quamen
de ftuurluiden voornoemt, die het
gat ontrent de zantduinen gepeilt
hadden, wederom , met verftag van
hun wedervaren. Ten zeiven dage
maekte d\' Ambaftadeur by
brieve Ka-
pitem
Jan Naelhouthe^^eni: hoe hy be-
floten had op morgen de reis geza-
mentlijk naer
Hokfieu t\' ondernemen:
met byvoegen van goede zorge over
alles te dragen.

Den drie en twintighften, des mor-
gens , quamen de twee op gift eren ge-
komen vaertuigen of Speel-jachten
met de Gema^itighden weder aen
boort. Dan de Zelve waeren veel te
klein, omhet reis-tuig des Ambafla-
deurs en gevolg naer boven te bren-
gen. En alzoo zy op den een en twin-
tighften, tot opvoeren van hetreis-
tuigh des gevolghs, zoo veel
Jonken
aenboden, als de Ambaftadeur be-
geerde, wierden zy als nu om een der
zelve verzocht. In \'t eerft fchenen zy
daer toe te verftaen, doch zeiden na-
derhant het zelve niet te kunnen ge-
fchieden. Dies de Ambaftadeur hen
liet aenzeggen; dat dit een Rijk van
goede regering was, en zeer verwon-
dert te zijn, men op hun woort geen
ftaet mögt maken: alzoo op eergifte-
ren hem zoo veel
Jonken tot opvoer
vanher reistuig aengeboden hadden,
als hy begeerde. Her welkzy noch
niet ontkenden, maer zeiden zich
daer op nader bedocht te hebben, en
zulx niet op zich dorften nemen, leg -

gende

-ocr page 300-

nm Sina.

gende de fchuit op deti Tolk, die
\'t zelve qualijk over - gedragen zou
hebben. Dierhalve verzocht d\'Am-
balTadeur, om iemant van de zijne,
nefièns een van hun Gemaghtigden,
naer boven te zenden, om fchrifte-
lijke orde van den Velt-overften te
halen, waer na hy zich te fchikken
had: desgelijx een vaertuig, om met
een van de zijne naer boven te gaen.
Dit ftonden zy toe: doch zonden een
weinigh tijts daer na den Tolk, en
lieten zeggen : zy zouden een
Jonk,
tot overvoer van het reis tuig, als an-
derzints geven: dies d\'Amballadeur
den perzoon en brief te ruch te hou-
den had. Weshalven aenfionts het
teistuig en goederen, tot den nafleep
gehorende, wierden gefcheept.

Ook fchreef d\'Ambafladeur een
brieiQe aen Kapitein
Naelhout: luiden-
de , dat met de
boot van Konjiance een
brief aen hem was gefchreven: daer by
d\'Ambafladeur het nodige had iaten
weten.
In het fchrij ven dezes was hy
bezigh met hun reistuig en perzonen
in de
Sinefe Jonken over te fchepen.om
naer boven tegaen: daer in zoodanige
nioeielijkheden ontmoet hadden;dat,
op het verzoek van de aldaer bywe-
ZendeMandarijns, hem en d
\'Opper-
hoofden van de Schepen op \'t hoog-
fte wiert aenbevolen en geiaft van al-
len byzonderen en ongeoorlofden
handel zich te wachten ; alzoo de-
zelve dezen Gezan rfchap niet alleen
iiadeligh, maer
der Kompanjie oog-
«lerk en handel daer door zoude
yotdm verachtert.
Zoo bleef hy dan
m
\'t byzonder aenbevolen daer op
goede zorge te dragen, dat de dienft
der
Kompanjie na behoren wiert ge-
Vordert en betracht.

Des middaghs vertrok d\'Ambafta-
deur van boort, om d\' opreis naer
hokfieu t\'ondernemen: quam ontrent
ïen drie uure aen
Minjazeen. Het Op-
perhooft dier plaetfe zond hem een
groet.briefje toe, en liet zeggen niet
wel te pas te zijn, zoude anders den
^ïïibafladeur komen bewellekomen:
koorts liet hy den Ambafl
\'adeur en
Zijn gevolgh, door zijnen Hoveling
eerit met bonen-zap befchenken, en
na met vier bakken eeten. De
of Taißng, tïif

brengers wierden door den Ambafla-
deur met zilver befchonkeni

Het Opper-hoofd liet den Ambaf-
fadeur zeggen, wat te moeten wach-
ten- zou hem een briefje mede geven;
Ten lefte quamen eenige Mandarijns
aen boort van het
Jonk, met te zeg-
den, dat zy uit laft van het Opper-
looft dier plaetfe quamen, om alk
kiften en kaflen te bezoeken. Zeer
qualijk nam dit d\'Ambaffadeur op,
zeggende, meteenig gelaet van ver-
ftoornis, dat door deMandarijns hem
was belooft, dat al hun goet doof
hen onbezocht en onbefchadigtin dë
Loosje zouden worden gelevert, en
hy ook hever weder na boort wilde,
als zulke onredelijkheid te lyden.
Door welke woorden zy van hun
voornemen afftant deden. Evenwel
vertrok hy tegen en avond zonder
brief. d\'Amballadeur quam ,ter oorza-
ke d\'eb begon te gaen,ontrent een hal-
ve uure van
Lamthay ren anker: lichte
met den vloet weder het anker,en ver-
viel met den dag voor de brugh van
Lamthay. De mede gekomen Manda-
rijns gingen aen den Velt-overfte d@
komft van den Ambafladeur bekent
maken, en met een te vragen: of het
zijne Hoogheit geliefde , hy in de
Loosje zoude gaen: ofwel eerft by
zijne Hoogheid komen : ook liet
d\'Ambaffadeur zijne komfte datelij-
ken aen
Nohel en Harthouwer we-
ten , die aenftonds aen het
Jonk qua-
men den Ambafladeur verwelleko-
men. Dees vroeg hen ook datelijk na
den toeftant der zaken , en of\'er ze-
dert zijn jongfte fchrij vens niet merk-
waerdighs voorgevallen was, cn of
zy noch even goeden moet hadden ?
Waer op zy antwoorden van ja, eit
noch beter als te voore: alzoo des vo-
rigen avonds de Faktoor van
Singla-
mong,
noch in de Loosje waere ge-
weeft engezegt hadde, dat\'er zeven
honderd pakken zijde in voorraet wa^
ren, die tegens de koopmanfchappen
der onzen zouden kunnen omgezet
worden:
ookdzxSinglamong voorde
helft in den handel zoude deelheb-
ben : de
Velt-overfte voor twee derde
delen in d\'andere helft: ende
Konhon
of Stadthouder voor een derde deeh
ffi

-ocr page 301-

dat\'er noch geen ander huis voor den
Ambalfadeut was klaer gemaekt: dat
zy alle mogelijke naerftigheid had-
den aengewent; maer altijts door de
Sinefen waren misleit: dat henlieden
drie verfcheide huizen waeren aen-
gewezen, die door hen, \'teen voor,
en \'t ander na, voor goed gekeurt
waeren: maet \'t zelve was t\'elkmale
door de huisheeren weder af-gelo-
pen. Ja, hadden des voorigen avonts
noch een huis aengewezen ; maer
\'t zelve was des volgenden morgens,
vermits het van
Singlamons volk was,
weder afgezeit.

d\'Amhaffadeur was hierover vry
t\'onvreden , ais die
zoodanige on
befcheidénheid van deze Beflierders,
of de daer toe lalt - hebbende Man-
darijns , niet verwacht had : zoude
anderfmts liever zoo lang aen boort
gebleven hebben.

Den vier en twintigften quam ver-
volgens
mede een Mandarijn vrae-
gen: of de Heer Amhaffadeur eeni-
ge van zijn volk wilde zenden, om
het huis, dat zynu voor hem uitge-
kozen hadden, te bezien. Hy zond
Nohel, m^em, Putmans en Ruwenoort,
naer den Veld-overfte, met verzoek
of hy ordre tot een huis voor den
Ambaftadeur wilde gevemen ook dat
een Hollandfchen Ambaffadeur toch
door zulke beuzelingen zijn aen-
zien niet moght benomen worden;
of anders dat hy by voorraet ver-
zocht,om weder naer boort te mogen
vertrekken, en
aldaer zoo lang blij-
ven , tot dat een huis voor hem klaer
zoude wezen.

De Mandarijns, die den Ambaf-
fadeur gehaelt hadden, en dien mor-
gen naer den Veltheer gegaen wae-
ren , om zijne komfte bekent te
maeken , quaemen wederom , me-
de brengende eenige paerden , om
den Ambaffadeur voor den On-
der - koningh
Singlamong te bren-
gen.

Dan alzoo het regenachtigh we-
der was , verzocht d\'Ambaffadeur
uitftel, tot dat de regen over , en
Nohel weder van den Veldheer ge-
komen was ; infgelijx pallakijns of
zeiden niet te hebben : dies d\' Am-
baftadeur een uit zijn Loosje liet
halen.

^^Q Derde Gezantfchap na H Keizerrijk

Mede verhaelden zy lieden, hoe i draegh-zetels : die de Mandarijns

it:

Na dat de Mandarijns voornoemt
noch eenige tijt gewacht hadden , en
Nohel niet gekomen was, verzoch-
ten zy verlof, om te mogen vertrek-
ken : zouden op morgen weder] ko-
men : welk hen wiert toegeftaen.
D\'Ambaffadeur verzocht zy hem by
zijne hoogheid wilden verontfchuL
digen, dat, wijl het zoo hert regende,
en hy noch geene wooning had, niet
ten hoof quame-

Onderwijle quamen Nohel, Put-
mans tn Ruwenoort,
neflens de gemel-
de Mandarijns , met verflagh dat\'er
een huis voor den Ambaffadeur wiert
vaerdigh gemaeckt : als mede dat
zijne hoogheid den Ambaffadeur ten
hove verwachte : en eer d\' Ambafta-
deur zijne zaken by zijn hoogheid
verricht had, zoude \'t huis al klaer
wezen.

De Veldheer had mede gezeid ;
ingevalle hy de komfte des Am-
bafradeurs,van herwaerts aen,

vooraf geweten had; dat\'er van den
Keizer orde was , om een nieu huis
voor hem te bouwen.

Niettegenftaende de harde regen,
vervaerdigde d\'Ambafiadeur zich,
om zijne hoogheid te gaen begroe-
ten.

Eerft wierd hy voor den Onder-
koning
Singlamong , onder het ge-
juigh van verfcheide fpeel - tuigen,
gebraght , (die hem wellekom hee-
ren ) en gewezen aen zijne linke
handt (de hooghfteby de Tarters eti
Sinefen) op een laegh bankje te zit-
ten, en vervolgens
Nohel, Harthouwer^
Putmans én de Sekritaris Van der Does,
op een gefpreide lap laken, ter zijde
van hem.

Toenwenfehte d\'Onder-koningh
den
Ambaffadeur veel geluks toe :
daer voor
d\'Ambaffadeur metplich-
plégingen hem niet te goede gaf:
zoo dat deze eerfte bezoekingh met
plichtplegingen eindigde.

Hy vraeghde eindelijk na des Kei-
zers brief, of d\'Ambafladeur dien by
hem had: alsook datzy met d\'eerfte

gele-

-ocr page 302-

gelegentheid aen den Veldheer zou-
de opgeven^ hoe veel kiften en kaften,
tot de fchenkaedje na boven te voe-
ren, van node had: die als dan tegen
beftemde reize naer boven zouden
klaer gemaekt worden.

Insgelijx dat hen Jonken en vaertui-
gen, tot äen land halen van des Kei-
zers fchenkaedje-goederen,door den
Veldheer zouden bcftelt worden,
d\'Ambaftadeur antwoorde daer op,
dat des Keizers brief niet hadde me-
de gehragt, ter oorzake van het fterk
regenen, en hy niet wifte of hy zijne
Hoogheid zien of fpreken konde:
maer dat zijne Hoogheid den zelve,
als het hem geliefde , ja al was het op
niorgen, konde bekomen. Het getal
van kiften en kaften zoude mede by
gelegentheid opgeven, en zoo dra by
\'s Keizers gefchenken konden ko-
men , \'t zelve zijne Hoogheid aendie-
nen. d\' Ambafladeur verzocht mede
des Konings hulpe en goeden raet in
deze bezendinge : welke raed by hem
ftips zoude gevolgt worden, en dier-
gelijke meer. De Koningh zeide:
d\'Ambalfadeur by gelegentheid ten j
Hoof zoude ontbieden, om wegens
het Gezantfchap te fpreken.

Van daer gingen zy by den Veld^ I
heer , die
de Amhaffadeur mede na 1
Zijne gezontheid vraeghde , om dat
Van zoo eene verre reize quam: hoe
ook de vrienden op Batavia ai voe-
lden. Waer
op d\'Ambaftadeur hem
^et gelijke p ichtpleginge antwoor-
de, en meteen bedankte voor de
^andarijns, aen hem gezonden, om
in te halen , als ook voor de gezon-
dene ververfching. Hy vraeghde me-
de,
of de Ambaftädeur de fchenkaedje
goederen
aen land hadde gebraght:
dat
\'er kaften, om op te voeren, zou-,
den gemaekt worden, tegens d\'Am-
ba^adeurs op-rijze. d\'Ambaffadeur
zeide de goederen van de koopman-
schappen boven op de fchenkaedjc-
goederen lagen. Hy zoude or-
^re gevende zelve te laten ophalen,
om nagezien te werden: en zoo deze
goederen niet befchadigt waren, zou-
^^n^e zsjn Hoogheid aenftonts ver-
toont worden. Dat zijn Hoogheid
zeide Wel was, en woude dan daer o-
ver naer
Peking fchrijven. De Amhaf-
fadeur verzocht mede zijn Hoog-
heits wijfen raed in dit tegenwoordig
Amhaffaetfchap; alzoo hy \'s Lands
gewoonte niet wift , in welke on-
wetentheid de Heer Amhaffadeur
verzocht, door zijn Hoogheid wat
mochte onrfchuldight werden : zou-
de ftjn hulp en wijzen Raet ftips ach-
tervolgen.

De Ambafladeur zeide vorder, hy
woude op morgen zijn Hoogheid
met eenige Rariteiten van glazen,
en andere fnuifering befchenken , die
verzocht in dank geliefdere nemen.
Zijn Hoogheid vraegde aen den Heer
Amhaffadeur, of hy al goede ordre
op de Schepen had geftelt, dat zijn
volk geen overlaft aen de zijnen fou-
de plegen: oft geen koopmanfchap-
pen ter ftuik aen land brengen. De
Ambafladeur diende hem daer op van
ja : en in gevalle iemant fodanige or-
dre quamen te breken, fouden aiful-
ken naer behoorengeftraft worden.

De Veltheer wees den Ambafladeur
mede twee Mandarijns toe, die zei-
de zijn Gemagtigden zouden wefen,
als yetwes aen den Ambafladeur zou-
ne laten w^eten : en verzocht die zel-
ven gehoor mogten gegeven worden:
waer op d\' Ambafladeur affcheid ver-
zocht ; doch zijn Hoogheid nodigde
hem, om eerft wat met hem te eeten,
\'twelk gefchiede. Zijn Hoogheid
zeide onder\'t eeten , hy
woude den
Heer Amhaffadeur met eerfte gele-
gentheid te Hoof ontbieden,om van
de Ambaffade te fpreken. Van daer
gingen zy tot den
konhon; alwaer met
den avond quamen. De
Konhon hiete
den Ambafladeur wellekoom , daer
voor hy bedankt wiert. Voorts zeide
de
Konhon : Het een heerlijke zaek
was, dat de Amhaffadeur aldaervi^as
^gekomen. De Amhaffadeur verfocht
den
Konhon hem in allen delen behef--
de de behulpfame hant te bieden: dat
de Konhon beloofde te doen, zeggen-
de zulx gehouden was. Waer op
d\'Ambaffadeur affcheit verkreeg, en
quam ontrent half achtinde.Loosje.
Ontrent te tien uuren ontftont\'ercen
fware ftorm uit den noorde, die tot
middernacht duurde.

Annn

I

f-1

Ui

-ocr page 303-

200 veel mogelijk de natte goede-
ren te bergen , wiert
Putmans en de
Secretaris gezonden. Tegen den mid-
dagh wiert d\' Ambaftadeur door den
Koning
Singlamong befchonken met
een koe-beeft , vier
verkens, zeven
hoenderen, zeveneenden, viergan-
fen. De brengers wierden met zilver
vereert. Defgelijx na#r de middagh
met vier potten
Chamchoe , door den
Veldheer, die na des Ambaftadeurs
gezontheid liet vragen.

d\'Ambaftadeur zeide zulks niet kon-
de
gefchieden , voor datrer handel
gingh. De Mandarijn zeide zulks te

zijn op reis te beraden: daer hy aen-
ftonts na toeging. Aldaer gekomen,
en naer elkanders gezontheid ge-
vraeght wezende , leverde hem de
ivmbalTadeur het affchrift des Keizers
brief over, als mede de lijfte van de
perzonen, die mede naer
Packing fou-
de gaen : ook een gefchrift en aen-
fpraek van d\'AmbalTade, luidende

^^^D^\'t de Fleer Generael, en de Raden
van
Indien, neffens den Ambaffadeur
zeggen, in het Hollandfche rijk voor een
van de voornaemfte zaeken ter wereld
geacht werd, de oprechtigheit en vriend-
den begonnen , en vor ders ah een hoorn
komen aen ie groeien. Daer uit dan onze
hulpe en hy ftant in oorlogs tijden, ds an-
dere nuttigheden konnen voortkomen.
Om deze vriendfchap hy alle volkeren
te verkrijgen , werd by het Holland-
fche Rijk geen gveaer ter land en zee of-
te keften ontzien , gelijk hykans geen
land oft Rijk in de werelt is hekent, daer
wy in vriendfchap niet mede zijn ver-
hoeden.

\' \'s Morgens, den vijf en twintigften, fchap , die de menf hen kinderen onder
kregenzy tijding van het ongelukkig malkandre oefenen , gelijk alle volken
fneuvelen des reistuighs Jonkx, door onze oprechtigheit en vriendfchap kun-
de
harde wind , tegen de brugh van nen verklaren. Deze vriendfchap kan al-
Lamthay
aen ftukken geftooten. Om derheft door koopen en verkoopen mer-
»-1 iilf rl(=> nortf» ß\'npflf^- i hprrfi\'nnp\'ii . en verders ah een heem

op morgen den Veldheer, als ten ho-
ve quam, daer van fpreken. Dieshy
weder vertrok.

Het Hollands Rijk heeft al over lange

XUÏUIICIU ligu I .............................^

DeVeldheer liet den Ambafi"adeur \\ jaeren getracht met dit SmeJe Rijk in
mede een pas toekomen, om des^\'^handelingenvrientfchap te komen. Tot
Keizer fchenkaedje aen land te halen, dien einde hebbenden Generael en.Ra-

jjjll^n. li i.wv Mi"-.- ----- ----- ----— -------cï^ ---------j

moeten sefchieden , oft de Veldheer die hy den Keizer ook welzijn ontfangen:
konde niei naer Packm ft:hryven. De | ^^^ ^heeft de Keizer het Hollandfche Rijk
Ambaftadeur het zeggen: hy zoude voor vrienden van zijn Rijk aengeno-

men en de verklaert.

Het Hollandfche Rijk zend nu weder-
om , door den Heer Generael en Raden

Des morgens, den zes en twintig-: van Indien , hunnen Ambaffadeur, met
ften , ging den Schen^2ie^)e-mee^et fchenkaedje, om den Keizer te begroeten.
Futmans
zijne Hoogheid Singlamong \\ en te verzotken, dat de vrientfchap

begroeteQ,en met eene uit des AmbaF I wig mag

fadeurs name met eenige Rariteiten ! Het Rijk van Holland, de Heere Ge-
befchenken. De Ambafladeur ftond ^ nerael, ah mede de Ambaffadeur wenft
mede vaerdig, om, volgens de op eer- den Keizer duizend jaer leven.
eifteren gedaene belofte, te hove te De Ambaftadeur verzoekt aen den
gaen : als zeker Mandarijn hem quam Konink , Vfld-overfte en den Konbon,
aenzeggen, tot den Veld-overÜe te !
datze hem daer in willen hehulpzaem
moeten komen, om over\'t punt van zijn, alzoo hun voorfpraek daer veel m

den van Indien, alovertien jaren hun-
nen Ambaffadeur y neffens gefchenken ,
naer den Keizer in
Packin gezonden,

\'----------------I

doen kan : waer voor de Ambaffadeur
dankhaer zal wezen.

Dit wiert alles in Sinees vertaelt:
welke papieren, namentlijk des Kei-
zers brief,
die de Veldoverfte zei-
de zeer wel geftelt te zijn, zeerby
hem
wierden geprezen. Aldaer ver-
fcheen
de Schenkaedje-me«fter Put-
mans
wederom by den Ambafla-
deur ; verhalende : zijne Hoogheid
de fchenkaedje niet hadde willen aen-
nemen.

De Veldoverfle vraegde, of d\'Am-
baftadeur de
paerden en d\' osjes, die
na den Keizer
zouden gaen, met zich

-ocr page 304-

gebragt hadden > alzoo hy de zelve
gaerne wilde zien. Waer op d\'Ambaf-
iadeur antwoorde , dat ai des volks
goed (mits
\'t blijven der reistuig-jonk)
nat geworden was , en om zich te
fpoeien , om op zijn hoogheids ge-
bieden ftrakx te hoof te verfchijnen,
had zulx niet konnen doen. Zijn
hoogheid vraegde voorts naer de ge- I
fchenken van den Keizer, en waerom |
die niet aen land quamen ; alzoo hy i
die goederen mofte zien,en daer over
na
Packtn fchrijven aen den Keizer.
Hier op zijn verfcheide redenen ge-
Valien, meeft daer op ftaende: dat niet
doenelijk waer,de gefchenken te kon-
Tienkrijgen, of moefte de goederen
al vooren zijn geloft en verhandelt;
alzoo op het verftagh
vin Nohel , op
Batavia , volgens haer Hooghedens
belofte aen hem gedaen , de handel
op de aenkomfte van den Ambafta-
deur ftrax zoude voort-gaen. Dat
de gefchenken onder, en de koop-
manfchappen hoven waeren gepakt:
fulx was tot \'s Keizers voordeel ge-
daen,om dat dezelve niet zouden nat
Worden, gelijk in
Kanton wasvoor de-
zen gefchiet; fulx niet mogelijk was,
de
Zelve te kunnen krijgen, bevooren
goederen waeren geloft en verhan-
delt. Daer op d\'Ambaftadeur verfocht
Faktoors moghten werden belaft
^et ftjne kooplieden te handelen, als
^\'anneer de gefchenken haer zouden
^^ erden voortgebragt : zoo fulx niet
gefchiede , en de Ambaftäde daer
door
Verhinderinge quame te lijden,
het
NoÏÏel op Batavia qualijk zoude
können verantwoorden, ja zijn hooft
koften Wordende deze reden alleen
gebruikt quanfuis, omfijnHoogheit
daer door de nootzakehjkheit des
handels te verftaen te
geven , en te
^rder tot hun oog-wit te brengen,
"^er op wierd vry wat geknibbelt,
zeggende de Veldheer dat het hem
^en vreemt ding fcheen te wezen,niet
^y de fchenkaedje-gocderen tc kun-

ho \' op Batavia in

naude horen verzien te wezen. Hy

bood aen Jonken om die te loft^en : ja,

m de Koopmanfchappen en de fchen-

|^-g«ederen elkbyzondertelof

i^e gefdiêiiken moeften aen land

wezen, eer letwes ui?
worden. D\'Ambaftadeur bemoeide
zich wat te veel fn et den handel. Hy
zoude van
d\'Ambaftäde fpreken : en
dat het overal de manier was d\'Ambaf-
fadeurs met hun fchenkaedje gelijk
aen land quamen:hy verftont ook niet
in de koophandel
Wierde gedaen vooÈ
dat de koopmanfchappen aen land
waeren. Hy had ons den handel be-
looft:
wy zouden dien ook hebben:
\'t geen hy ons ioezeide,daer mochten
wy vaft opgaen. Hy was geen wijf,die
zijn woort niet hield. Hy wift wél dat
d\' Ambaftadeur van een verre plaets
was gekomen : hy zoude zoo onbe-
fcheiden niet zijn, hem onverrichter
zake te laten vertrekken. D\'Ambaf-
fadeur verzocht zijn kleine fchip de
revier op en af mögt vaeren,om koop-
manfchappen te halen en brengen: dat
hy mede niet wilde toeftaen ; maer
hem als boven zoo veel Jonken aen-
bood, als hy begeerden, al was \'ttot
vijftig ftuks toe. Wanneer d\'Ambafta^
deur zeide de goederen in die Jonken
niet dorfte betrouwen , hem aenwij-
fende \'t exempel van gifteren: ook de
diefftaljdie dacr voor dezen in was ge-
pleegt, zeide hy: wy mogten Hollan-
ders om die te regeren,daer op fteilen*
Eindelijk,na veel hafpelens en onthaei
meteenig fruit,waren d\'onzen fonder
beftuit,gefcheiden. D\'op vanmorgen
gezondene fchenkaedje nam de Veld-
heer noch aen. Van daer waerenze ge-
gaen naer het Hof van den Koning
Singlamong : alwaer voor eerft door
een andere pootte, als voor eergifte-
ren aen de linker hant van de grote
poort,doch eens geftut: daer naer we-
derom voortgeleid wierden tot in
\'tbinnen-hof of geheime gehoor-
plaets. D\'Ambaftadeur wiert ftrax, na
gedane eerbiedigheid, door den Ko-
ninggewezen aen zijn linker zij de op
een geftelt laeg voetbankje te zitten:
vervolgens
Nohel, Harthouwer en Put-
mans :
daer aen de Sekretaris opeen
kleetjter aerde gefpreit. Het ander ge-
volg lat daer
achter. De K oning fcheen
zich watbefcheidelijker, als de Veld-
overfte, in te fteilen. Zijn eerfte redeit
Waren: dat het d\'eerfte mael niet was^,

dat de Hollanders in dac Rijk waren
^ g \' g®^

jsP

II

iiÜi:

f\'

i f\'

I\'ll

i\'il.\'
W:

n

\'-SI\'

-ocr page 305-

gekomen: dat ziin Hoogheid, in Kan-
ton
zijnde , den Ambaffadeurs in al-
les behulpzaem en een vriend van
de zelve was geweeft : en het als nu
ook zoude bethoonen : te meer al-
zoo een aenzienlijk perfoon geko-
men : ook zeer aengenaem was. Daer
op d\'Ambaftadeur met beleeftheid
antwoorde : hy wel hadde gehoort,
\'t geen in
Kanton was gefchied : en dat
ook inzonderheid de goede gunft van
zijn Hoogheid ontrent hunnen
Hopou
Nohel
hadde vernomen: daer voor hy
op \'t hoogfte dankbaer was; verzoe-
kende zijn Hoogheit ook in de goede
gunfte over deze Ambaflade der Hol-
landers geliefde te volharden : en vor-
ders met zijn
goeden wijzen raéd en
hulpe
d\'Ambafl\'ade in defe befcndinge
re helpen. Dit nam hy aen, en beloof-
de over des Ambafladeurs perfoon
loflèlijk aen \'t Hof te zullen fchryven.
Zijn Hoogheid vraegde mede oft de
paerden en osjes,tot fchenkaedje voor
den Keizer ontworpen, om te zien,
mede gebragt hadde ? daer op hy hem
als tegen den Veltheer geantwoort
had. Hy vraegde voorts na de ge-
fchenken en oft die geloft zouden
werden. D\'Ambafladeur ziende het
hier wederom op een ftribbelen zou-
de gaen, zeide : dat in dat Rijk was
gekomen, om vrientfchaptezoeken
en fte bekomen , en met zijn hóóg-
heid niet gaernewilde twift-redenen;
maer dat dies wegen de koopluiden
wiften , wat hen re doen ftont: hy
Ambafladeur wenfte dat de gefchen-
ken al aen land waeren, om zijne
hoogheid in alles genoeging te geven.
De Koning had aen A^ö^É"/belooft de
handel, methet komen van den Am-
bafladeur , Iftrakx zoude voortgaen:
daer op zijn hoogheid antwoorde: de
Vclt-overfte daer Jonken toe zoude
zenden , om de goederen en koop-
manfchappen te lofl^en , en zulx zou-
de ook gefchieden. Maer men kon
niet handelen , eer de goederen en
gefchenken geloft waeren. D\'Ambaf
fadeur zeide : hy de koopluiden zou-
de belaften te doen al wat moghelijk
waer, om de gefchenken hoe eer, hoe
liever aen land te krijgen. Daer op de
Konink zeide
-.wy zullen daer dan niet
meer Danfpreken.T)e
Koning verzocht
des Ambafladeurs heelmeefter voof
een dag of twee tc mogen gebruiken,
en dien te zijlier tijd te füllen laten ha-
len,dat hem wiert tocgeftaen.Vorders
vielen eenige vriendelijke redenen
voor.O ok vraegde de Koning naer
Ho-
genhoek, Pedel Symonfz.
en andere, die
aldaer geweeft waeren. Liet ook drie
fchoone kinderen op zijne bank en
fchoot brengen, die den onzen wier-
den vertoont, zeggende dezelve zijn
zoons dochters waeren. De Koning
liet des Ambafladeurs zoon opftaen
en zijn degen aen de kinderen ver-
toonen:vraegde oft des Ambafladeurs
zoon al getrout was , met andere
vriendelijke bejegeningen.Daer op de
tafelen met fpijze wierden voortge-
bragt. D\'Ambaffadeur kreeg een gelij-
ke fpijze en drank, ja een gelijke
kbp
als de Koning. Nadat zy wel gege-
ten en gedronken hadden, zijn met
vriendelijk affcheit vertrokken naer
hun Loosje. In \'t uitgaen volgden hen
twee Mandarijns, zeggende de Ko-
ning liet den Amhaffadeur bedanken
van wegende op van morgen gezon-
dene fchenkaedje; maer mocht dezel-
ve niet aenvaerden: verzocht die zoo
lang wilde houden, tot dat de Am-
bafladeur naer boven was vertrokken.
D\'Ambaffadeur zeide : het waeren
maer eenige kleinigheden
voor de
kinderen: zy zouden dezelve ander-
maelzijnMajefteitaenbieden: datzy
beloofden.Hy fond mede een brief na
den
Konhon, door dien het t^heet en
te laet was, om hem mede tegaen ver-
zoeken . \'s Avonds wierden de op van
de morgen aen zijne hoogheid ge-
zondene fchenkaedje - goederen we
der in de Loosje
gebracht, met ver-
fchoning , die zelve niet
dorfte, als
boven, aennemen.

Des morgens,den zeven en twintig-
ften, heeft de Ambafladeur het toege-
dragene op gifteren met den raet over-
legt, en gevraegt wat nu vorder op dat
punt,ror dienfte van
de Kompanjie,en
de bevordering van dezehoogwigti-
ge befending,te doen ftont.Heeft me-
dehet bericht-fchrift van haer
Edel.
op Batavia in vergaderingh herhaelt:
fljnde dan op alles naeukeurig gelet, is

-ocr page 306-

eenpaerig goet gevonden, dat Nohel
en Harthomver dien morgen zich zou-
den vervoegen naer den Velt-overfte,
om zijn hoogheid aen te dietien: hoe
dat d\'Amhadeurin alle maniere trach-
te zijn hoogheid te genoegen, en dat
daer over verzocht h«t Jacht
Bleiswijk
en twee Jonken met koopmanfchap-
pen en gdchenken mochten naer bo-
ven komen : als wanneer de gefchen-
ken haeft zoude bekomen. Terwijl
noch bezieh met dit re beftuiten wae-
ren , quamen drie Mandarijns
Nohel
te hove roepen , om tot den Koning
te komtin : alwaer de Veldheer me- j
de was: daerhy,
nt^tns Harthouwer,
datelijk was naer toe gegaen. De Ste-
dehouder van
Soanfieufoe zond den
Ambaftadeur, tot fchenkaedje en ver-
verfching-, twee koebeeften, varkens,
enden,hoenders,ganfen. De brengers
wierden met zilver vereert.

Ondertu.ftchen quamen Nohel en
Harthouwer van hun hof-reis weder-
om : verhaelden tegens dank tot den
Velt overfte en niet by den Koning
Waeren gebragt: en zoo door hen be
drogen- E>e Velt-overfte had gezeit,
de koopmanfchappen nu weet nef-
fens defchenkagie aen land begeerde
ïe hebben. . Ook dat geen fchip aen
^e brug of toorn begeerde te gedo-
gen, Hy woude den onzen zoo veel

Jonken, als van noden haddebyzet-
^en. Het zoude te langzaem voort-
gaen de fchepen met een fchip en
ïwee Jonken te loften. Hy woude de
fchenkaedje-goederen met den eerfte
acn land hebben. Zy hadden hem in
antwoort gedient: \'£ Icfl\'en met
Bleis-
wijk tn
twee Jonken haeftig genoCch
Zoude Vöortgaen, en anüere redenen \'
ter zake dienende meer:ma®r\'t mocht
niet heipen. Dies hadden zy ge-
j^egt, tot zo o veel Jonken geen laft te
hebben : zouden den Ambaftadeur
Van verflag dienen , en hem antwoort
laten w eten. Waer op zy vertrokken
J^\'aeren. Dit antwoort by den Am-
oaliadeur en zijnen raetin bedenken
genomen, vonden zy goed dien dag
geen antwoort aen hem te laten we-
maer daer mede tot \'s morgens te
^chten, om te zien wat onderwijle
i^ochte voorvallen. Ondertuflbhen
wiert goetgevonden het naervolgend
briefje by den Velt heer te brengen,
inhoudende :
dat de Amhaffadeur uit
de kobplieden zijner Hoogheids meininge
hadde verftaen : wenfchte degejchenken
hoe eer, hoe liever wier den gelant, om
d opreis hoe fpoediger, hoe heter te on-
dernemen. De zwarigheden, die de koop-
luiden den Amhajfadeurs hadden te ge-
moet gevoert, om de koopmanfchappen
met veel Jonken {volgens zijn Hoogheids
ordé)te loJfen,hevalt dAmbaftadeur zoo-
danig dat het den Ambaftadeur Ie ei was,
die niet kon helpen uitvoeren . In hun lant
wiert ieder een in zijn kunft en amhacht
gelooft. D\'Amhaftfadeurverzocht eerbie-
dig , datde kooplmdep van zijne Hoog-
heit zoodanige ordemochten verwerven,
als de dienft van den Keizer en de nature
van de zake zoude komen te vereifchen^
daer van de koopluiden, op morgen, zijn
Hoogheid naeder zouden komen fpreken.

Tot \'t brengen dezes briefs wierd
de Sekretaris gemagtight: doch we-
derom gekomen zijnde , verhael-
de dat te laet gekomen was, om
zijn hoogheid tefpreken; maer door
de voordrager uitgeftelt tot des mor-
gens vroeg Daer verfcheen mede een
Mandarijn in de Loosje,van den Velt-
heer afgezonden, om het opzicht o-
ver delofling der koopmanfchappen
en fchenkaedje-goederen te hebben.

Den acht en twintigften, des mor-
gens met den dag, ging de Sekretaris
weder met de op gifteren gefchreven
briefnaer den Veldheer. Dees deed,
na zijne wederkomfte, verflag>dat, na
ontrent een uur wachtens, voor den
zelven was ter gehoor gebragt, heb-
bende zijne hoogheid uit des Heers
Ambafladeurs naem gegroet: de brief
overgelevert, en daer antwoord op
verzocht : \'twelk hem door zijne
hoogheid in dezer voegen was gege-
ven : Dat over twee dagen met den
Ambafladeur hadde gefproken, eO
hem\'tlofl\'en der fchepen toegeftaen,
daer toe hy zoo veel Jonken hadde
aengeboden, als d\'onzen begeer-
den, en nu quamen al wedermeet ei-
fchen. Hy ftont noch toe, al wouden
zy veertig of vijftig Jonken hebben,
die hen te geven ; maer kon niet
verftaen van hunne fchepen boven

% ^ua-

-ocr page 307-

noegen mogttoegaen. Zijnde Nohe"
en
Harthouwer wederom gekomen,
zeiden dat in\'t hof van
Poui hadden
geweeft ; maer geen gehoor (alzoo
met andere zaken bezich was) had-
den kunnen krijgen; doch dat het bo-
venftaende verzoek (alzoo hem de
brief hadde gezonden) in allen delen
hadde toegeftaen, zullende met een
Mandarijn de paften voor \'tfchip en
de boot zenden, gelijk \'snamiddags
ook gefchiede. Die bekomen heb-
bende, is
Harthouwer gemagtigt, om
zoo fpoedig moghelijk naer de Ne-
derlandfe haven te vertrekken, cn al-
daer ordrc op \'t loffen der fchepen en
anderfmts tc fteilen.

Mede fchreef d\' Ambaftadeur aen
Kapitein
Van der Werf, op Vlaerdinge,
en aen Naelhout,o^ Aljen, de navolgen-

- \'_________________ , de briefjes, luiden de\'r eerfte : datzy

ge,dat ais het ging en\'quam,de Jonken ; op den vier en twintigften dezer aen
daer nevens zoude gaen en komen : i de brug van
Lamthay met de boot en
voor welke
beleeftheid van Blemvijk twee Jonken waeren aengekomen:
hy, uit den naem des AmbaiHideurs, dat zy ten zelvcn dage a
voor de drie
door den Sekretaris wiert bedankt: en | Hoge Beftierders ter gehoor waeren
zoude dees van \'t een en \'t ander den | geweeft, en op den zes en twintigtten
Ambaftadeur verftag doen : ja hela- andermael. De zaken der Kompanjie
fte hem de Veldheer van
Woord te waeren aldaer tamelijk : \'twaseinde-
woorde, zoodanig als hy die gefpro- lijk daer op aengekomen , dat de
ken had , te willen doen: welk hem
! fchenkaedje goederen aen land moe-
door den Sekretaris wierd belooft:! ften en door hare Hoogheden b\'ezich-
die daer op affcheid bequam. 1 tigt, eer dcHofreize bevordert en de

D\'Ambaftadeur beval Nohel en | handel aenvang nemen koft. En dat
Harthouwer om , zoo dra moghelijk, j wijl de fchenkaedje-goederen in ver-
voor den Veldheer te gaen cn hem
fcheide fchepen ware geladen, hadden

dezen volgenden brief uit des Am-
bafladeurs naem over te leveren : na-
mentlijk dat het goed antwoord van
zijn Hoogheid , aen den Sekretaris
gegeven, had verftaen.

De Ambaffadeur prees d\' oprech-
tigheid en goetaerdigheid van zijne
Hoogheid, en was daer over verblijd
en dankbaer : verzocht aen onze
koopluiden paffen mochten worden
vergunt en gegeven, om \'t kleine Hol-
landfche fchip naer boven te laten ko-
men,neffens de Jonken :ook lijftocht,
om dc boot mede naer de fchepen te
zenden , om op alles goede orde te
fteilen: als mede dat zijn Hoogheid
op de Hollandfche fchepen twee Ge-
magtigde Mandarijns woude fteilen,
op dat alles naer zijn Hoogheids ge-

l\'!

goet gevonden,\'t ^zchiBlejswijk aldaer
t\'ontbieden, doch daer uit moefte al-
voore vier of vijf hondert pakken pe-
per in de Tartarifche
Jonken werden
geloft, en die plaets met fchenkaedje-
goederen vervult.
Het eerfte werk
moefte wezen , 200 veel peper en
Sandel hout uit
Vlaer dinge in de Jon-
ken over te fchepen, tot dat de ge-
fchenken gevoeghelijk te genaken
waeren.
Harthouwer wasdaer toe ge-
magtigt
,om dat werk op de befte ma-

niere, des mogelijk ware te befchik-

ken : waer toe hy Van der Werf hem
alle hulp moeft bewijzen-

D\'aen boord gemagtigde Tarta-
ren van den
Velt-overfte moften wel
onthaelt worden.

De fchepen , Konflance en Tiger,
^ was.

quamen. Hy had hem zoo veel inge-
willigt, als mogelijk was; maer d\'on-
zen waeren wat onbefcheidelijk in
\'t eifchen.
Hy was een man, die zijn
woort hield: \'tgeenhem beloofde en
zeide, daer op mogten zy vaft gaen.
Hy wift wel dat de Heer Ambafta-
deur aldaer uit verre landen met fche-
pen en koopwaren was aengekomen.
Hy zoude zoo beeftelijk niet wezen,
den zei ven
weder onverrichter zake
re doen vertrekken ; maer de fchen-
kaedje - goederen moeften eerft aen
land komen. Hy wilde die zien, en
dan, in gunfte van d\' onzen, daer over
naer
Packm fchryven. Doch om te be-
tonen den Ambaftadeur
genegen en
d\' onzen in allen delen behulpfaem
was, ftont liy toe \'t Jacht
Bletswijkho-
ven aen de brug zoude komen én de
fchepen
heipen lolTen,met dien bedin-

-ocr page 308-

Was mede gelaft (als Uarthouwer d\'or-
de daer toe zond) met liet eerfte be-
quame weer van
Sothia zouden op-
breken , en in de Neerlantfche haven
(volgens d\' ordre, op \'t Irinnen komen

reis van Uarthouwer en de boot tor
des anderen daegs uitgeftelt;

Des morgens, den negen en twin-
tigften, gingde Hof-meefter
Ruwen-
oort
, neffens den Heel-meèfter tians

; î

derichepsn beraemt) komen : daer ; Voorrechter, te hoof, om haer Hoog-
toe hy alle moghelijke hulpe van hederi\'t naèrvolgendebrieQe te over-
fchuits en boots wierd gelaft te doen : | handigen, cn aldaer antwoort op te
zich op zijn goede ervarentheid in \' verfoek en; inhoudende het eerfte aen
dat geval geheel verlatende. | den Koning
Singlamong, als dac d\'Am-

De nevens gaende ververfchingh I bafladeur den Heel-meefter tot zijil
kon men op de fchepen verdelen, en ^ Hoogheids gebruik zond. Voorts w^a-
daer van aenrcikeningh zenden. De | renze alle drie van een felven inhout:
reft van voorraet wiert ook verwacht, j als dat d\'A mbafiadeur verfocht (wan-
De groote Jonk, daer \'s volks reis- , neer\'r zijner Hoogheid behefde) ten
tuigh was ingefcheept, was tuffchen hoof te komen , om haer Hoogheid
den vier en vijf twinLighften dezer te begroeten, bedanken, en wegens
s nachts met dat hard weer tegens de ; het Ambaftaetlchap te fpreken.
brug van
Lamthay gefneuvelt. Goede f Den dertigften viel niet merkwaer-
tijding van onze fchepen verhoopte digsvoor.

Des morgens verfcheenen twee
Faktoors van den Veld - heer in de

Zy te verftaen.

Het briefje van Naelhout hield in:

dat\'s Kompanjies faeken aldaer tame- i loo^e, die den Ambafladeur uit hun
lijk wel ftonden : hadden tweemael \'s Heeren naem in \'t heimeiiikdrie-

hondert tijl zilver, (die nevens zich

De begeerte van hare Hoogheden mede bragten) voor de op eergifteren
vvas:datdefchenkaedje-goederenaen | gezondene bioét koraelde ketting en
land moften werden gebragt; dat haer I alkatijf, quamen aenbieden. D\'Am-
f>ok hadden ingewilhght. Dies was | bafladeur gaf hen ten antwoorde,dat
goet gevonden, de Jachten
Konflanti- hy\'niet kocht nochte verkocht; maer
tvi Tiger in de Neerlandfe haven { den Veltheer verzoght, hy de ket-
te ontbieden. d\'Orden daer van wae-
j ting en alkatijfmet zoo goeden hart
^monócT Harthouwer bemiktnäe: die | en genegentheid geliefde te ontfan-
Gpk beftfbude weten, wanneer zulx
j gen , als hem die door den heercAm-
^oudemoecengefchieden, enalsdan ; bafladeur wiert opgeoflèrt : en in-
^^ zdve orde hun befchikken. Hy | dien zijne hoogheid naderhand er-
^oeftmiddeierwijle noch ginder ver- i gens anders gading in mocht krijgen,
ven, aizoo noch niet willen, hoe \'t i om te koopen, dat de koopman
Nobel
Mfen
ce fchikken hadde, en, al- daer toe geftelt was , fijn voldoening
zoo hy daer zeer ervaren was^ zon- dien aengaende, zoude geven. Met
derlmge voorflchtigheid in\'tbinnen welken antwoort genoemde Fak-
brengen der Schepen laten gefchie- i toors wederom waeren vertrokken ^
den, inzond^h^t goed weer en wind • om den Veltheer zulx aen te dienen.
Waer nemen. lufl:chen den vier en vijf
i Zy gaven mede den beere Ambafla-
en twintigften hadden zy aldaer een i deur door eene
Batsjang een briefje
goot onweer gehad : waer door de ;
van deäkoopmm DavidHarthouwer,

reiscmgjonk van\'t volk was tegen de! gedaghtekent den dertighften van
mgvanl./w/%komentefneuvelen. ^ oogftmaent in
Minjazeen : waer by
wierden mede twee or-; d\'Ambafladeur
verftont, dat zyden
^"rantien ter hand geftelt , voor negen en twintigften defer , ontrent
Schenen r..| ^^^ ^^^^^ ^^^ naermiddaghs op

Minjazeen waeren gekomen , en ai~
daer by het opper - hooft van die
fterkte gebragt en
wel onthaelt: ook
door des opperhoofts ordre in een

ten Hove geweeft.

iepen Confiançe en Tiger , om

öe felve (als\'tdendienft van de Com-
pagnie vereifchende was) in de Neer-
-^"ds haven te ontbieden.

° or \'t ongeft uimig weer wierd de

-ocr page 309-

fpecljaclit (aldaer m de de baey leg-
gende) ten nachtrufte gebragt; alzoo
zy luiden door \'t veranderlijk weêr
ongeraden hadden geoordeelt by
nacht naer beneden te varen. In \'t af-
drijven van de Hokfieufe revier, had-
denfe onder wegen verfcheide grote
en kleine Jonken gezien , die door
\'t jongfte onweer in en tegen de wal
waeren aengefpoelt: ook een groo-
te Jonk , die tegen het Fort
Minja-
zeen
hoog endroogh was gezet. De
benedenfte trap van dit Kafteel was
mede t\'eenemael geftoopt en wegh.
gefpoelt. Van onze Schepen had-
den noch niet konnen vernemen.
Zy luiden lagen zeil-reed, om ne-
ven vier ofvijf Jonken naer beneden
tc zeilen. De boot
was al voor uit ge-
zonden: verhoopten \'s avonds in de
Nederlandfche haven te wezen , &c.

Des naermiddaghs verfchenen de
Faktoors van de Veldheer wederom
in de Loosje, den Ambafladeur van
wegen hunnen Heer over \'t gedane
gefchenk (dat fijn Hoogheit ten dank
had aengenomen) zeer bedankende,
en zijn Èd. van wegen den Veltheer
wederom vereeren de acht ftiak Si-
neefe
Brocades , die zy verzochten
den Heere Ambafladeur geliefde aen
te nemen: gelijk hy die ook (om des
VeltheerS gefchenk niet te verfmae-
den) in danke aennam. Deze ftof- i
fen wierden by d\' onze gewaerdeert
op ontrent tachentig teil zilver. De
Ambafladeur liet de zelve ten be-
fchikking van den Heer Generael en
de Raden van
Indien bewaren.

Des avonts, na \'t gebet, heeft de
Hof-meefter
Ruwenoort zijn eerfte
reckening van verteerde mont, huis,
en buiten gewonelijke onkoften o-
vergelevert. Dc Heer Ambafladeur
magtighde
Putmans, en den Sekre-
taris
Fan der Does, om de zelve ree-
kening na te zien, en ook tc verne-
men , ofmen dc goederen, tot mont-
koft vereifcht, \'t zy men die in wat

hooger meenighte in-kochte, als an-
ders, niet beter koop konde beko-
men , om alzoo de zuinigheit, zoo
veel doenelijk, te zoeken.

De eerften cn tweeden van Hcrfft-
maent viel niet zonderlings voor.

■jth
.ri.i.

Den derden \'s morgens liet de
voordrager van den Onder-koning
Singlamong , door den Sineejchen tolk
Gienfo , den Ambafladeur afvragen,
wanneer het zijn Ed. geliefte zou
wezen (flaende op het voorige brief-
ken, op den negen cn twintigften des
verleeden maends, aen de drie hooge
beftierders gezonden) zijn Hoogheit
te komen befoeken , en de paerden
te vertoonen , ten einde hy zijnen
voornoemden Heer daer van befcheit
mögt geven ? Waer op hem ten ant-
woort wierd gepaft : zulx aen de
goede geliefte van gemelte zijn
Hoogheit wiert geftelt, en dc Am-
bafladeur zich altijds vaerdig zoude
houden, om op des Konings ont-
bieding zich alfdan te laten vinden.

Ook verfchenen des voormiddags
in de Loosje de twee Opperfte Fak-
toors van opgemelten Koningh, om
den Ambaftadeur te begroeten ; voe-
rende met eenen eenige redenen van
beleeftheit over en weder, van geen
zonderling belang. Eindeling was
hun vragen: of zylieden, in de tegen-
woordigheidt van den Ambafladeur,
wegens zaeken van handel moghten
fpreken: waer op hen van neen geant-
woort wiert; maer dat de Koopman
Nolel hun luiden dien aengaende ten
antwoort zoude ftaen.

Hier op waerenze met den zelven
in een byzondere Kamer vertrokken,
alwaerze hem openbacrden van hare
Hoogheit laft te hebben, te vragen :
of de Kompanjie genegen was mee-"\'
nigte rouwe witte zijde te handelen :
in welken gevalle zijn Hoogheit den
Veldheer daer toe zoude trachten te
bewegen, als zijnde het uit - voeren
van die door den Keizer op\'t ftreng-
fte verboden ; en om daer op duide-
lijk onder andere te letten, in eiken
Zee-lantfchap vijf aenzienelijke Ge-
zach hebbers uit
Packin afgekomen;
zulx het hun zwaer zoude vallen,
de zelve mede daer toe te bewe-
gen . Dienvolgens eifchten zy (on-
gehoort) twee hondert vijftigh teil,
voor \'tpikol, met
verzoek daer op
nu antwoordt moghten erlangen,
om verflagh te doen- \'t Welk hun
door
Nohel met korte woorden in

dezet

-ocr page 310-

dezer voegen gegevéü wiert : dat,
nier-tegenftaende de tijdt nu niet
toe liet bezendingh naer
Japan te
doen , echter voor \'t Vaderland wel
een parthye zijde tegen hunne aen-
gehraghte koopmanfchappen (daer
op gelijkelijk de prijzen moften ge-
troffen worden) wilden handelen ;
maer datze geUefden te weten, zul-
ken prijs hen niet behaegde. En zoo
Zy derhalven zich niet openhartiger
dacr in wilden openbaren, als dan
ookonvermogens en ongenegen wa-
ren j daer yan voorders te fpreken,
nochte eenigh bot te kunnen doen,
fonder hun miftchien te ergeren; hun
verfoekende daer op nader beraet te
willen nemen. Zy luiden daer en te-
gens zeiden geen anderen laft re heb-
ben, en dat d\' onzen hun bedenken
daer over konden nemen. Dies het
daer by verbleven was. Midlerwijle
vertoonden zich ook de Faktoors
van den Veldheer en den
Konhon, die
echter van die zake niets melden,
^y heden werden dan gezamentlijk,
om de gunft hunner meefters meer
en meer te verzoeken, \'s middaghs
hy den Heer Ambaftadeur ter mael-
ïijd genodigt, en naer behooren ont-
haelt ; vertrekkende gevolgelijk met
goed genoegen en dankbaerheid we-
der te ruch.

De Veld-overfte zond ook twee
^^nzienehjke Mandarijns , om den
Heere Ambaftadeur te verwittigen,
dat hem aengezeit was, d\'onzen in
de Nederlandfche haven zich,met het
ontloft\'en der gefchenken voor den
Keizer, niet naer behooren wilden
ipoeien; alzoo maer drie Jonken met
Koopmanfchappen uit de Schepen ge-
laden waeren, en de andere Jonken

«iet begeerden.te gebruiken: weshal-
ven haer Hoogheden gezamentlijk al
wederom twijfelmoedig waren, fzoo-
Zeiden) of de Ambaftadeur in der
^etnaer boven wildereifen,ofte niet.

hadden zy aen hunnen Keifer^e-
^«i^even, dat de Ambaftädeur geko-
; macrnumoftenzemetvol-
jezeekerheid bekent maken , de ge-
zelfs gezien te hebben: ver-
ohT"" derhaivezijnEd. andermael
naer de Schepen geliefde te zen-
den: met eeft
voor hun vaertuigen,
om dat werk ftrax te laten voort gaen.
Waer op hun naer waerheid geant-
woort wierd: te weten, dat die voor-
zienigheid en ordre airede was be-
ftelt, en haer Hoogheden aen den
goeden yver en feekerheid van d\'Am-
baflade niet geliefden te twijfelen:
echter dat wel genegen waeren t\'hun-
ner genoegen noch een briefken der-
waerts af te zenden: \'t welk zyluiden
aen namen den Veldheer te zullen
gaen daer van verflag doen.

Kort daer na quam aldaer voor
de brugh van
Lamthay , de boot van
vlaer dingen aen,mede brengen de brie-
ven ; twee van
Harthouwer: een van
Kapitein
Van der Werf: en twee van
den
Kzipïiemjohan Naelhout. D\'eerfte
van
Harthouwer hielt in : Dat den der-
tigften \'s middags van
Minjazeen met
zes Jonken was vertrokken, en \'s a-
vonds in de Nederlandfche haeven
aengekomen: en aldaer de Schepen
en vrienden alcfamen noch in een
goede ftant gevonden had, als mede
tijding, dat het met de Schepen
ïnSo-
tias
Bay mede naer wenfch ftont.

Om de Goeny fakken van Sothia te
halen,en nader ordre over het inbren-
gen van de
Confiantia tefchikken, was
de boot van
Vlaerdingen noch dien
zeiven nacht derwaei\'tsgezonden.

De gemagtigde Mandarijns waren
aen \'t Jacht
Vlaerdingen verfchenen;
vragende of de Jonken aenftonts fou-
den geladen worden. Daer op hen ten
antwoord was gegeven: dat zoo dra
de zakken uit
Sothia waeren geko-
men ,\'t zelve dan datelijk gefchieden
zoude. De Mandarijns voornoemt,
waerennaer eenigh onthael, wel ver-
noecht, vertrokken.

Den felven avont waren van Sothia
drie boots met negentien hondert
vijftig pakken
Goeny fakken,beneffêns
d\'ontbodene vrienden, aldaer aen ge-
komen. Doch tot verwondering niet

een letterken ten antwoord op \'t gee-
ne , w^egens \'t binnen
brengen van de
Confiantia hadden voor-geftelt. Hy
konde niet bevroeden, wat de vrien-
den voor hadden , te meer, dewijl
d\'Onder-koopman gene de minfte re-
den van \'t een noch \'t ander wift te ge-
ven.

-ocr page 311-

ven. Dies weder goet gedacht had-
den , de boot met hun nader fchrijven
noch dien nacht weder derwaerts te
zenden. Zoo dra de
Conflantia^ was
binnen gebragt, zoudeT/g^r s\' ande-
ren daegsvolgen.

Alfen oordeelden-de aldaer zijnde
fcheeps-verftandigen,dat eerft van een
gedeelte zijner inladinge diende ont-
loft,eer zy, tot \'t zelve binnen te bren

gen, kans zagen : daerzenoch geen den z waeren ftorm, te verwittigen

middelen toe by der hand hadden, hadden: defgelijx datzy om zeilga-

Overveen v^^n Queiang onder- ren, tot naeien der zakken, verlegen

tuflchen daer aen komende, zoude- waeren.

men Alfen met \'t felve voor een goet W^elke redenen eindelijk zoo veel
gedeelte konnen doen lichten. | te wege hadden gebraght, dat de Ge-

Tot hulpe van \'t Jacht de Confiantia, magtigden van den Veldheer die van

hadden zyluiden de boots van r/iz^r- Minjazeen van voornemen hadden

dingen enBleyswijk na buiten gezon- doen veranderen; zoo dat zy roe-

\'iy\'""

den ; doch\'t zelve niet vernemende,
w^aeren onverrichter zake weder ge-
komen.- ^ "

Met \'t loflen van peper uit vlaerdin- ^

g^en , inde Jonken, hadden dien dagh j daegs daer aen by zich re hebben,
meeft door gebragt,
en waeren daer \' was dien dag van vijf hon-

iiit in twee Jonken geloft zes hon- dert negen en vijftigh pikol peper in
dert pikol, in zes hondert vijftig zak- 1 twee Jonken ontloft: daegs daer aen
ken ; zoo datze alsnu by alle kaflèn waeren zy voornemens de kaften en
en fchenkaedje - goederen, uitgezeit j
Ï2Lndd\\\\o\\xt ,\\x)XVlaerdmgen, daerwe-

fandel-hout, konden komen.

Bleyswijk hooptenze op den der-

»n-r
■iiif\'

W\' i

l\'Ä.

fandelhout van vlaerdinge zoude ver-
eifchen, daer in niet zoude verzuimt
worden. Tot het toe naeien der zak-
ken , wiftenze dertig pont Sinees zeil-
garen , alzoo \'t zelve daer zeer be-
quaem toe was.

Dezen op den eerften met de boot
willende af-zenden, was hen zulx
door de gemagtighde Mandarijns af-
geflagen, entoen ter nauwer noot te
vertrekken ingewiUigt.

Het tweede briefje behelfde : dat
de in - geleiden gefloten voorraet,
daer in van ft^k tot ftuk gemelt al
in de boot gefcheept wezende, be-
geerden de Gemagtighden
van Min-
jazeen
, om daer mede te vertrek-
ken, geen verlof te geven. Uitwelke

oorzake al het goet, behalve een vat
mom, daer weder uit hadden geno-
men , en de boot alzoo met den brief
laten vertrekken; maer de zelve was
door hunne roei-vaermigen onder-
fchept, en hadden de boot onverrich-
ter zake weder na de Schepen doe»
keeren. Waer over
Uarthouwer hem
zeer t\'onvred en had getoont, en daer
tegen ingeleit, dat door zulke din-
gen de zaeken veraehtert, en den
Ambafladeur groote klein-achtingh
wiert acngedaen; mitsdien zyluiden
den toeftantvan de Schepen, zedert

ftonden debootledigh moghte ver-
trekken.

^ liet]2.c\\\\tConfiantia\\Y2LS\'s morgens
voor gaetsgekomen: verhoopten het

der in te fchepen.

De gelade Jonken bleven aldaer

den dezer van zoo veel peper t\'ont- zoo lange leggen, tot datze alle ont-
ioffen, als tot het bergen der kaften en 1 laden zouden wezen, niettegenftaen-

de zyluiden verzocht hadden, die
voor af te mogen zenden.

Uit den brief van Kapitein Van der
Werf,
verftonden evenwel, dat toen
aldaer de reistuigh-Jonk was gefneu-
velt, zyluiden aldaer mede een feer
zwaeren ftorm hadden gehad ; doch
dat\'er (Gode waere gedankt) geen
fchade was gefchiet. Voorders quam
het brief ken voornoenit in allen de-
len met \'t fchrijven van
Uarthouwer
over een.

Uit fchrij ven van Kapitein Naelhout
wierdcn verftendigt, dat hy desHee.
ren Ambafladeurs brief van den tvveq
en twintigften van Oogft-maent wel
hadde
ontfangen. Des Ambafladeurs
ordre daer in vermeit zoude ftips
achtervolgen. Hadde de zelve ordre
aen de Opper hoofden van de andere
Schepen mede bekent gemaekt- De

ToîigkinderBoot,nefîèns\'tgeeifGhte

lût

-ocr page 312-

uit Konfiance, hadden aenftonts met
de boot naer boven gezonden; maer
waren in hunne reize door de Sinefen
verhindert; zoo dat de zelve in
«\'/»^f« moften laten: en waeren dien
Zei ven dag wederom aén boord ge-
komen , met dezelve boot. Hadden
zijnEd. brief van den drie en twintig-
ften van Oogft-maent wel ontfangen,
Welke ordre als voren mede zouden
Werden volbragt.

Des maendaghs verleden hadden
aldaer een zvi^aren ftorm gehad; doch
Was geen fchade aen de fchepen ge- ,
fchiet; alleenlijk dat de ftoep van de
Konjiance tegen de wal was gedreven,
en \'s anderen daegs heel op\'t land\'
gevonden. De noorde wint , zoo j
\'t fcheen , wilde dagelix aldaer deur-
Waien. Dierhalve met d\' Opperhoof-
den van d\'andere fchepen geraden ge-
vonden had, zijn Ed. bekent te ma-
ken, om dat het dan beft was, onder
Tinhay met de fchepen te lopen : het
Welk half Wijn-maent zoude dienen
te gefchieden. Verzochten zijnedel-
ï^eid daer \'t goetdunken van d\' andere
Schippers eens op geliefde te horen,
tfec tweede briefje, den achten twin-
tigften van OogftmaentgedagrekerjL-,
^as van weinig belang : aUetnhjkin
^ich vervattende: dat desHeer Am-
baftadeurs fchryven van den acht en
twintigften van Oogft-maent met
^l^erdinges boot wel had ontfangen,
^^ daer neffens een ordonnantieom
\'t Jacht de
Konftance binnen te laten
feilen : dat met eerfte gelegentheid
(weer en wint zulx toelatende) zou-
de gefchieden. Hier opzond d\'Am-
balladeur den Tolk
atenko naer bin-
nen , om dea Velt-overfte te verzoe-
ken , dat hy de gemelde boot met ee-
nige ververftng. weder naer beneden
«iogten zenden ; \'t welk toegeftaen,
en daer nevens een fmal Bevel heb-
^"^er gezonden wiert, om zich met
f^n roei-vaertuig mede derwaerts te
begeven.

^iet de boot dan wiert aen Hart-
^^oumer en de voordere vrienden be-

kent

;eniaekt. Dat zijn E d. over den

lieden ftant der fchepen (naer dat
\' onweer) zeerverblijt was. De
^aKcn,hjnen laft rakende,zag zijn Ed.

dat met goeden yver bevordert wier-
den : dat hun de Tartarife bei^ierderS
mede wel zouden laten gevallen.
Haer Hoogheden hadden op heden
daer toe noch aenmaning laten doen:
ook begeert van henlieden noch an-
dermael zulx aen te bevelen : dat^
om haer genoegen te geven, by de-
zen gefchieden : zy zonden tot dien
einde een fmal Bevelhebber, met een
Katsjang, nevens de boot.

Het waere een gewenfte zaek, Blys^
wijk
de voordere fchenkaedje-goede-
ren , uit
Konftancia en Tyger, nu me-
de gelijkelijk boven brengen kon-
de, al moft om die oorzake daer uit
noch goede parthye peper geloft wor-
den.

Vlaerdingen konde mede een dee!
peper of andere goederen uit een der
gemelde twee fchepen overnemen,
om aldaer te eerder de gefchenken te
konnen genaken.ïn welker gevalle,zo
veel minder koopmanfchappen (die
naulix zouden weten te bergen) met
haer Jonken behoefden opgevoertte
worden.
Blyswijk, voor \'t bekomen
dezer ordre uit de Nederlandfche ha-
ven wezende vertrokken, wiert ver-
ftaen gene gefchenken in haere Jon-
ken mogten vertrout; maer als dan
de komft van
Blyswijk aldaer afge-
wacht wierden : waer van de reden
hem bekent waeren. Alzoo
Alphen
geen gefchenken ingeladen hadde,
kon \'tzelve in
Sothia, of (aldaerge-
vaerlijk zijnde) onder
Tinhay tot na-
der ordre overblijven. De voorftag
van
O verveen beviel zijn Ed. zeer wel.

Hetontbodenezeilgaren en \'t geen
dies meer waere, ging daer neffens,
gelijk by de getekende lijfte konde
beoogt worden. Hadden in deze
haeftigheid niet meerder konnen be-
komen. De verdeiling geliefde zy-
luiden naer elxnootdruftigheidtela-
ten gefchieden , en aentekening daer

van houden, \'t Was een grote onbe-
fcheidenheid van die van
Minjazeen
geweeft , datze de boot ten eerften
niet hadden willen laten boven ko-
; men : waer tegens niet te doen Was,
^ dan heftigh tegen tefjpreken, gelijk
I alderby gelegentheid geklaeght zou-
1 dc worden.

\' Bh Den

(in

-ocr page 313-

Jachten Bleis wijk enVlaerdingenhsid-
den geladen. De mede komende
vrienden verhaelden dat\'t Jacht
Bleis-
ivijk
tulTclien de toorn en brug van
Lamthay geankert lag. Vermeenden
\'tzelve op morgen mede al voorde
brug zoude v/ezen. Desgelijx de
Konflance behouden in de Nederland-
fe haven was gekomen , en alles on-
trent de fchepen noch in goede ftant:
\\ welk de Heere Ambaftadeur lief om
horen was.

Ten Zeiven dage verfchenen twee
Mandarijns in de Loosje , den Am-
baftadeur uit des Vekheers name af-
vragende : hoe veel volks op \'tko-
mende Jacht
Bleiswijkvi2iS: oierfol-
daten mede quamen ; ook wat daer
zoo veel volks op dede. Hy het den
Mandarijns antwoorden : daer op
geen foldaten te zijn , en niet meer
als zeven en veertig man in allesdie
tot fcheeps-werk en andere noodza-
kelijk vereifcht wierden : met welk
befcheid zy heden weder waeren ver-
trokken.

Onderwijle verfchenen mede twee
groote Mandarijps in de Loosje, ge-
zonden door den Veltheer, om\'r op-
zicht over \'t loftèn te hebben. Dies
van onze kant daer mede toeberei-
ding voor vaertuig en anders toege-
maekt wierd. De voornoemde Man-
darijns zeiden mede : dat in gevalle
\'tfchip van dacg niet aen dé brug
quam, men op morgen met de bar-
ken dc fchenkaedje - goederen daer
uit zoude halen, en laten \'t zelve als
dan, om andere te halen, weder naer
beneden varen.

Al de Faktoors van zijne Hoog-
heid , uitgenomen d\' eerfte van den
Koning
Singlamong, quamen mede in
de Loosje ,
Nohel bekent makende,
hoe dat hun Meefters te zamen over
een waeren gekomen,om hunne zijde
gelijkelijk aen d\'E. Companjie rele-
veren , en dat her noch tijd was om
te handelen: alzoo over eenige da-
gen Gemagtigden van
Packing fton-
den af re komen, na welkers komft
geen kans altoos, om een katty zijde
de maken, maer hy moft de zijde eerft
zien: insgeiijx verdragh, over hunne
koopmanfchappen.getroffèn werden:
doch zy luiden de zijde andermael
eens op prijs zouden fteilen: maer al-
zoo zy iieden wederom, als op den
derde dezer , twee hondert vijftig teil
eifchten , hadde
Nohel gezeit het niet
te pijne waert was,om van te fpreken.
Dies alzoo zy lieden
geen andere laft
hadden, (zooze zeiden), waeren zy
voerder vertrokken.

Is

i ;

■I;

\'s Naermiddags lande aldaer uit de
Nederlandfche haven de boot van
\'t Jacht de
Konflance, tydingh bren-
gende van de komft van \'t Galjoot
de
Poel fnip, uic Quelang , met den
aldaer gewezen Bevel - hebber
De
Bitter.

De mede gekomen Stierman le-
verde aen den Ambaftadeur over een
doos met Quelangfe papieren , en
daer nevens een brief, door den koop-
man
Harthouwer aen zijn E. gefchre-
ven: waer by zijn Ed. verftont, dat
\'t Jacht de
Konflance op den derden,en
de
Tiger op den vierden dezer geluk-
kelijk in de Neerlandfe haven waren
gekomen, gelijk mede aldaer was ge-
komen de Hoeker boor, met den Ka-
pitein
De Bitter, uit Quelang, mede
brengende een kaskeh met brieven
aen den Ambaftadeur,
onder opzicht
van den Boekhouder Karolus,yK\'^ex. on-
der die van den Bevelhebber
Meyer,
op Quelang. Dees verzocht aen den
Ambaftadeur , het roe-zenden van
twee of drie fcheeps ladingen fpar-
ren, als gezaegde planken: ook twee
of drie Jonken met dakpannen en een
goede parthy metzel-fteen.

Op den negen en twintigften van
Zomcr-maent was aldaer de
Hoecker,
déPoelJnip:dtxi
dertigfte,de Fluit Nieu^
poort,en den vijfden van Oogft-maent
\'t Jacht Overveen mafteloosaengeko-
men , door een ftorm ontrent
deMac-
caufe
eilanden belopen Het zelffte
Jacht,om fich te vermaken,was achter
\'t eilant
Quemuy gelogen. DeTarterfe
Sinezen hadden \'t zelve aldaer goede
dienftgeelaen:ook aen d\'Opperhoofde

van

Den vierden,tegen den avond,qua- uit te voeren zoude zijn. iVö^f/liad
men voor de brug van
Lamthay aen hen ten antwoord gedient , dat-
vier Jonken met peper, diezeuitde men over de zijde wel handel kon-

\\ïh ■

-ocr page 314-

men, liet door eeii van zijiie Faktoors
den brief van den Sekritaris afeifchen,
die hem ook wiert gegeven, met ver-
zoek om daer fpoedig antwoort op
t\' erlangen.

Na een uur vertoeveiis, quam dé
Faktoor voornoemt den Sekritaris en
zijn byhebbende gezelfchap uit des
Veldheers naem met een kop boon-
zap befchenken , en ten antwoord
dienen op den brief: dar zoo dra de
Mandarijns (die by zijn Hoogheid
waeren) zouden wezen vertrokken,
zijn Hoogheid zich over hun ver-
zoek zoude beraden, en den uitflag
met zijne Mandarijns den Ambafla-
deur laten weten.

Van daerwas de Sekretaris ten ho^
ve van den Koning
Singlamong ge-^
gaen en zijne komft den Koning be-
kent laten maken. Alwaer hem de
brief, als tot den Veldheer gefchiet>
mede was afgenomen , met voorge-
ven de Koning niet wehe pas was en
hem derhalve geen gehoor kon ge^
ven.

Naer ontrent een uur vertoevenS
quam de voordragers (als tot den
Vehheer was gefchiet) den Sekritaris
en gezelfchap met boon-zap befchen-
i kenen ten antwoort zeggen: dat de

li«^ I

men toeftont : ja al hadde het ver-
zoek noch eens zoo groot geweeft;
maer d\' onzen moften des Veldheers

h iT j nm-

fyacteur geliefden te fpreken, zoude

Ed. - verhlijd zijn, om voor haer
^\'^^yfsden te verfchijnen.

^ynds eerft tot de Veldheer geko-
had aen zijn Hoogheid zijne
^«mfte laten weren. Dan alzoo de
^ adheer door eenige by zich heb-
Ode Mandarijns belet was, om hem
PetZone voor zich re laten ko-

"ik
(I;

l|l

gende, hoe dat, vier maenden gelede, de Koning des Heren Ambalfadeurs ver-
^^oxmdsrs de flerkte hadden belegert; j zoek uit zijn Ed. fchry ven hadde ver-
inaer met qroot verlies voeder af ge dre- \\ ftaen , en het verzochte ook volko-

Ven Waeren. Zijn Ed. verzocht op \'tfpoe-
^^Kftedeze fchepen wederom naer
Que-
mo^en zenden, met eenige noot-
tarruw

^endikheden , als tarruw , Kadjang, \\ verlof alvorens daer,mede toe heb-
houtwerken en andere kleinigheden. ben : doch de Koning twijfelde niet.

A/je naerfligheid wierd aengewent, om dathy hem zulx toegeftaen had,
om de gefchenken voor den Keizer am I of de Veldheer zoude daer mede wel
land te krijgen, gelijk al rede de groot- \' verlof toe geven. De Sekritaris had
fte parthye met \'t kleine Hollants fchip daer op aen zijn Hoogheid zijn we-
^ntrent de hrug waeren gekomen. Soo dervaren tot den Veltheer bekent ge-
Wanneer haer Hoogheden deze als ande-1 maekt, die hier op antwoorde zulx
^^^^kend Amha (fade rakende, den Am- ( wel te zijn en den Veltheer daer over

te zullen fpreken.

Zijn Hoogheid had hen mede la-
ten vragen : waerom
de paerden en
osjes niet te hoof
waeren gebragt, al-
zoo hy die gaernewilde zien. D on-
zen hadden hem laten weten , de
zelve aen hem te willen vertoonen.
Maer \'t zelve was tot heden noch
niet gefchied : dies verzocht het
H h % zelvf

väfi dit Jacht bekent gemaekt, hoe
de
Koxinfe Sinezen Queiang hadden
belegert gehad. Beneven meer ande-
re dingen
Queiang rakende.

Den zeften, \'s morgens , quamen
twee Mandarijns inde Loosje, den
Ambafladeur feggen: de
Minjazeen-
fe
Stede-houder aen den Veldheer
hadde gefchreven , dat\'er noch een
Hollants Schip in de Nederlandfche
haven was aen gekomen : dat zijn
Hoogheid verzocht te weten, wat
Voor een Schip \'t zelve was: en of \'t
Van
Queiang quam. Zoo dit zoo was,
Zoude het datelijk wederom moeten
vertrekken, en diergehjke meer.

Hen wiert ten antvvoot gedient:
dat zijn Hoogheid de komfte van
dit Schip met een brief (daer mede
om te fchrijven bezig waeren) aen-
ftonts zoude bekent gemaekt wer-
den.

Volgens het op gifteren avond ge-
nomen befluit , gingh de Sekreta-
ris ten Hove, om aen haer Hoog-
heden t\'ovcrhandigen \'t naervolgen-
de briefken:

Dat ê Amhaffadeur niet hadde kon-
den nalaten haer Hoogheden hekent te
^aken, , dat alhier een klein fchip uan
Q^dant? iva^iaengekomen, tydmghren-

-ocr page 315-

zeive overmorgen moghte gefchie-
den.

Waer op door den Sekritaris was
geantwoort: het waer te zijn, zy aen
zijn Hoogiieit \'tzeive hadden iaten
weten ; doch dat hen tot antwoort
wasgegeven: als alle de fchenkaedje-
goederen aen \'t lant waeren, die dan
gelijkelijk zouden vertonen. Waer op
Zijn hoogheid hem had laten aendie-
nen : dat zulx door den Veltheer,maer
niet door hem gezeit was, en dat dier-
\'halve,als boven, verzocht de paerden
en osjes (\'rzy de fchenkaedje-goede-
ren aen lant waeren , of niet) over-
morgen aen hem mogten vertoont
Worden. De Sekritaris had aengeno-
men\'tzeive den Heere Ambafladeur
bekent te maken, en opftaende om te
vertrekken, waeren daer twee Manda-
rijns van den Veltheer gekomen, den
Koningh wegens des Ambafladeurs

i

! \'f

\'. r

■iM

wederom zoo veel peper als andere
koopmanfchappen uitloflên, als be-
quamelijk konde voeren, en \'tzeive

1

Des namiddags quamen twee Man-
darijns in de Loosje , door den Velt-
heer , om op \'tvan morgen gedaen
verzoek den Ambafladeur ten ant-
woort te dienen, gezonden; \'tgeen
zy lieden naer eenige plichtplegin-
gen in dezer voegen deden : dat den
onzen geoorloft was allen lijftocht,
die door hen verzocht waeren , uit te
Voeren; maer tot het hout-w^erk en

verzoek te%eken. Dies hen gelaft kenmetpeperuitr/^e/-^/;?^^»en Blys-
was wat te wachten- Nahet vertrek | wijk aldaer gifteren wel waeren aen-
der Mandarijns , liet hem de Koning ! gekomen en geloft ; maer noch niet
aendienen: dat deVeltheer wel kon- alle gewogen. Her Jacht
Blyswijk
de verftaen , dat die van Quelang door j was federt ook in\'t gezicht geweeft;
d\'onzen van eet en drinkwaeren wier-; doch mögt niet aen de brug verfchij-
den verzien; maer\'c uitvoeren van nen. Devoorftagh,omyf///7f»metde
hout-werken, fteen, pannen enfpij-; Hoeker-boot te hebten , was zeer
kers konde nietinwilligen. Doch dat | wel , en als dan met goet overlegh
hy Koning zoo veel hadde te weegh | en voorzichtigheid binnen gebraght
gebraght, (met te zeggen dat\'et maer | te werden. Ten welken einde zy de
kleinigheden waren, die, alzoo
Que- Poelfmp naer Sothia zouden zenden,
lang belegert waere geweeft , tot her- en zijn goederen, in \'t te kennen ge-
ftellingh van huizinge benodigt wae- ven vermeit, aen
Alphen (om de min-
ien ) dat door dezelve Mandarijns j fte achterdenken aen de Tarters te
uit den naem van den Veltheer des vertonen) laten overgeven, en daer

Ambaftadeurs verzoek mede in zijn
geheel was toe-gelaten. Voor wel-
ke béleeftheid de Koningh uit des

Ambafladeurs naeme door den Se- daer mede bovenlaten komen, om
kretaris hartelijken was bedanckt, dat het bootjen voornoemt eers
en zoo wederom van daer vertrok- daegs met verfcheide nootdruftighe-
ken. den w§der naer ftont te ver-

trekken.

D\'Ambaftadeur ftelde vaft, wel ver-
eifchen zoude dat over de meefte ver-
zekering van
Quelang in dezen toe-
ftant des tijds het oog wat naukeu-
rig lieten gaen, en dier halve nodig
achte daer over naer \'t gewijze te
raetflagen en te helpen fchikken, als
tot den mee len dienft van de Kom-
panjie zou behoren. Ten dien einde

werdt

pi;
\'■Ii

II

fpijkers konde zijn Hoogheid geêti
verlof geven: \'twelk wederom flreer
tegens \'tgene den Sekretaris door
den voordrager van den Koning
Sing-
lamong
was aengedient : namenthjk,
dat de Veltheer neffens den Ko-
ningh hadden toegefl:aen, al \'t ver-
zochte te mogen kopen en uitvoe-
ren. Doch daer fl:onden alle dagen
Kommiflarifen van
Peking aldaer te
verfchijnen, om de zee-havens te
bezoeken. Zijn Hoogheid twijfel-
de niet, of \'t zelve zoude den on-
zen als dan door hen toegefl:aen
werden.

\'s Avonts quam voor de brug van
Lamthay \'t Jacht Blyswijk aen, met
de fchenkaedje goederen uit
vlaerdin-
gen.
Mede fchreef d\'Ambafladeur
met de
Konfianciaes boot een brief-
ken aen den koopman
David Hart-
houwer
van inhout : dat devier Jon-

-ocr page 316-

Wèrdt Udrthóumr, Kapitein Van dèf
fVerfbeneßhnsdooT Scnipper De Vlieg \\
met Blyswijk ontboden en verwacht:!
insgelijx den Kapitein
De Bitter op |
2ijn verzoek toegeftaen mede eens
op te komen, om nader gehoort te j
Werden. D\'onderkoopluiden ,
Bra-\\
Jm
en Limhorgh; gingen nü weder j
derwaert, om aldaer te verrichten; i
\'tgene zy ten dienfte van de Kom-
panjie zoude goetvinden : waerom
hen ook voor zijn vertrek gehefde
herecht te geven.

Bleyswijk was dien avond aen de
hrugh gekomen : op morgen meen-
de hy het van zijne fchenkaedje-goe-
deren te ontloflen , en overmorgen,
Zoo doenlijk waere, hen weder toe-
Zenden , om de reft der gefchenken
te halen. Naerdien \'tgrootfte zandel-
hout in
vlaerdingen zeermoeielijk te
genaken was, voor dat\'er veel pepers
uitgeloft vpas, (die aldaer niet konde
geberght werden) zoo zond hy daer
niet vreemt van wezen, dat ontrent
vijftig pakken van \'t befte daer na uit
^enig ander Schip, als \'t voor de hant
lagh, in plaets wiert genomen , daer
over hy nader fchrijven zoude. Maer
vermits de boot bevallen was, heeft
dezelve tot des anderen daegs fmor-
gens moeten wachten.

Des morgens, den zevenden, ver-
trok de boot: mede wiert ordre ge-
ftelt , om \'t Tacht
Blyswijk te lof-
fen.

Des middags quam een Mandarijn
mtdes Veldheer naem denAmbaila-
aeur verzoeken of hy m.et
Blyswijk
net verzochte voorraet aen \'t Que-
langjem^ woude laten brengen, al-
zoozijne Hoogheit niet verftont dit
Schip boven quam. Hem wiert ten
an twoord gedient, zulx te zullen ge-
schieden : wanneer
Blyswijk noch
^en tocht, om de reft der fchen-
goederen te halen, gedaen

Des avonts quamen al de fchen-

Kaedje goederen uit Blyswijk aen

zek; de

^oeftenze dien nacfit, ondir goede
b%en wacht, in de barken vcr-

Des mofgefls, denachtftéil, wier-
den al de fchenkaedje-goèdereii uit
Bleyswijk in de Loosje gebraght.

De Schenkaedje meefter Putmans,
neffens den Hof meefter, gingenten
Hoof met de paerden en osjes, oM
die aen haere Hoogheden (volgens
het op eergifteren gedaene verzoek)
te vertonen.

Wederom gekomen, verhaeldèni
haer Hoogheden dezelve zeer wel
hadden aen geftaen. De Koning
Sing-
lamong
, daer zy eerft gegaen waeren j
i hadde gevraeght, of\'t wilde of tam-
me paerden waeren. Daer op zy hem

hadden geantwoort, tammepaerden
te zijn. De osjes w^aeren mede zeer
by den zelvers Koning geprezen: had-
I de de zelve achter, om aen zijne
vrouwe le vertonen, laten bréngen;
i daer de zelve mer groote verwonde-
ringh van zijn Koningin en andere
vrouwen w^aeren bezien. Ook Was
des Koninghs foontje op een van de
paerden gezeten. De Koning vraeg-
de mede na des Ambafladeurs ge^
zontheit: met byvoegen, dathy tot
zijn leetwezen verftaen had , zijn
Ed. niet Wel te pas Was; zoude zijn
\'Ed. naer demiddach, door twee van
zijne Mandarijns, laten verzoeken.
Zijn Majefteit verzocht ook, dat des
Ambaffadeurs heel meefter daer\'s an-
deren daegs eene mogt komen. Van
daer waeren op des Konings verzoek
by zijnen zoon gegaen. Door den
I welke de paerden en osjes met geen
minder verwonderingh , als van den
Koningh was gefchiet, waeren be-
zien.

De Vekoverfte hadde dezelve me-
de beften, en ftonden hem als boven
wel aen. Hy vraegde mede naer des
Ambafladeurs gezontheit: of hy ook
wel van goede Heelmeefters verzien
was: woude anders zijn eigen Dok-
toor zenden: als ook, waerom d\'on-
zen de boot, zonder verlof, na bene-
I den hadden laten vertrekken, alzoo
hen noit tot \'t een of \'t ander verlof
re geven, geweigert hadde. Infge-
lijx wanneer \'t Jacht
Blyswijk we-
der na beneden, om de andere fchen-
kaedje-goederen te halen, zoude
gaen-

lih t De

\'f Ijl

iif ipl

fii;

-ocr page 317-

de. Uit war reden de boor zonder
verlof naer beneden was gevaren, was
hem niet bekent,
\'i^zcht Bleiswijk,
alfle de peper loften, zou ten langften

overmorgen kunnen vertrekken.

J:

ihi

II

H

«J\'li

J:

r.

Maer de Tartaren zuix vernemende,
hadden dezelve barkiers, niettegen-
ftaende zijn voorfpreken en zeggen
zy doorhem waeren geroepen, met
yzere ketenen door de beulsnaer de
gevangenis laten ftepen. Diesgemel-
teA-ö^é-Zden Tolk
Sjenko naer binnen
zond, om daer over aen de Manda-
rijns , die \'t opzicht op \'tloflen had-
den , te klagen.

Onderwijl verfcheen een Faktoor
van den Veldheer in de Loosje, na
d\'Ambafladeurs gezontheid vragen-
de : en of hy ook wel van ervaerne
heelmeefters was verzien , anders
woude zijn hoogheid zijn eigen dok-
ters zenden. Des naermiddags was
de tolk Sjenko met eenige Mandarijns
en Faktoors by \'t Jacht
Bleuwijk ge-
komen : de gevangene perfonen we-
der los latende, en ordre op\'tloffen
fteftende : dat ook aenftonds weder
voortgang nam.

Des morgens , den negenden, het
de Heer Ambafladcur zich byden
Koning dat

hy, vermits zijn en des heelmeefters
ziekte , zijn hoogheid met den zei-
ven heden
niet konde gerieven ; maer
zoo dra de heelmeefter wat beter te
pas was, dien te zullen toezenden.

Midlerwijle quam aldaer de floep
van den Tiger met fchrijvenvan
den koopman
David Harthouwer:
Waer by d\'Ambafiadeur verftond: dat
met den anderen goed gevonden had-
den , \'t fchip
Alphen niec in de Neder-
plaetfen. Die daer op geantwoord
had, zulx te zullen naer komen, en
alsdan het goeddunken daer van over
zenden.

De vijftien kaften , door de Poel-

De Schipper van \'t Jacht Bleiswijk ( y5?//aengèbragt, waeren by voorraet
klaegde aen
Nohel: hoe de Tartaren | \'m de Konflance overgezet, en hadden
beletteden , dat het loften van peper | \'t zelve uit de
Konflance en Tiger vol
geen voortgang nam. Hyhad twee | peper gefmeten: welke peper beftond
barkiers met hun barken aen boord | in negen en veertig duizend zes hon-
geroepen, die
ook waeren gekomen, dert zes en taghentig kattijs

waer

door deze fchepen zoo veel plaets
hadden gemaekt,datfe gevoegelijk by
al de fchenkaedje - goederen konden
komen ; dies \'t wachten maer alleen-
lijk naer
Bleiswijk was, om de zelve
daer in over te fchepen.

\'tGaljoot de Poelfnipkondenuho-
ven komen ; ingevalle verlof en een
pas daer toe hadde. De Gemagtigden
van
Pout wouden daer toe geen ver-
lofjZonder befcheid van boven,geven.

\'t Schip vlaerdingen had op den
zeften dezer noch van twee en der-
tig duizent een hondert vijf en veer-
tig katty peper fuiver in een Chinees
Jonk, die daer noch lag,ontlaft: zoo
datzy, naer groote moeite, nu by
\'tfcheokaedje- fandel - hout konden
komen.

Den zevende dezer was een van de
Sinefe Paflagiers op
Konflance geftor-
ven : wenften dierhalven van d\'arme
reizigers ontflagen te worden. Alles
ftont met d\'onzen aldaer noch wel.
Verzochten mét eenige ververfchin-
ge voor de fchepen verzien te wor-
den. .

D\'orde van den Heer Ambaftadeur
in \'t boven komen der vrienden zou-
de,als
Bleiswijk weder beneden quam,
en \'t vereifchte daer in
gefcheept was,

achtervolgt worden. ■

Des middags quamen twee Faktoors
van den Veldlieer in de Loosje den
Ambaffadeur na
zijn gezontheid vra-
gen. Door zijnen Huisheer wierden
zy met zes hoenders, vijf hammen,

waE

De fclienlcaedje-meefter bad deii | latidfche haveü te laten komen, om
Veldheer ten antwoord gedient: dat! dat het inkomen der zelve tegens
het met den Ambaftadeur nu weder j wint en ftroom te gevaerlijk was; had-
redelijk was, en niet beter wift of hy i den\'t zelve befluit aen dea aldaer op
was met een goeden Meefter verften, zijnde Schipper gefcheeps-raed laten
zijn hoogheid uit des Ambafladeurs weten , om , wanneer het hen beft
naem over de aenbieding bedanken- dagte, van
Sothia onder Tinhay te ver-

-ocr page 318-

wat granaet-appelen, kaftanien en pe-
ren befchonken.

De Am bafladeur het den Veldheer
ten zelven dage verzoeken, om fijn
Hooghei CS Doktoor voor een wei-
nigh tijts te mogen gebruiken; alzoo
hy, vermits groote pijn in de buik,
niet wel was : op welk verzoek hy
noch met den donkeren avond quam,
en hem wat ordineerde in te ne-
men : waer door ook ftrax verhchtin-
ge bequam.

Des morgens, den tienden, ver-
fcheen de Doktoor andermael in de
Loosje, den Ambafladeur als gifteren
Wat ingevende. Ook quam een Fak-
toor in de Loosje, om na des Ambaf
fadeurs gezontheid te vragen: en of
de artzenyen , door den Doktoor aen
zijn Edele gegeven, eenige werkingh
hadden gedaen. Hem wierd geant-
woort van ja, en dat de Heer Ambaf
fadeur grote baet daer by bevonden
had : verzoekende den Faktoor zijn |
Hoogheid voor \'t zenden van zijn ei-
gen Doktoor , uit zijnen naem, ge-
liefde te bedanken: \'t welk den Fak-
toor aennam te zullen doen.

Het vertrek van Bleyswijk , en de
floep
yandtntiger wiert tot des vol-
genden
daegs uicgeftelt: alzoo «eni-
ge Mandarijns zwarigheit over \'t me-
de nemen van de menighte der ver-
Verflnge maekten : daerzy den Velt-
heer eerft nader wilden over fpreken.

Des naermiddaghs quamen in de
Loosje twee Mandarijns, met een-pas
Voor het Jacht
Bleyswijk en de floep
van den
Tiger: zeiden ook gezonden
te zijn, om met het Jacht na beneden
te varen.

Den elfden vertrok het Jacht ^/ejJ-
n>ijk, met de floep van den Tiger, we-
derom na de Nederlandfche haven,
^en den Stierman van den floep (al-
zoo eerder als\'t Jacht ftont beneden
te Wefen) wierteen brief gegeven,om,
jjeneden komende , den zelven aen
"en Koopman
David Uarthouwer te
overhandigen, van inhoud : dat hun
oelluit, over de Fluit
Alfen genomen,
y den Heer Ambafladeur wiert voor
goetgekeurt. De Opperhoofden daer
konden uit
Swatia ondcr Tin-
vertrekken, als \'thun goet dacht.

De Poel-fnip mofte ook in de Nëer-
landfche haven verblijven, om dat de
Veldheer fulx geboden had : \\vifteti
ook geen raet zijn ingeladen peper
aldaer acn land te brengen: \'t was ook
gevaerlijk in die lichte wooning veel
goets te vertrouwen. Met
Bleyswijk
wierdt de reft der gefchenken ver-
wacht : het voor de Bant leggen van
de zelve, quam zeerwel. De Sineefe
Jonk met drie hondert veertigh fak-
ken peper uit
vlaerdingen kon dan
mede komen.

D\'Ambafladeur wenfchte van de
Sineefe reizers wel ontflagen .te we-
zen : zy verft rekten op de Schepen
niet als tot ballaft. Maer tot het aen
land wezen der fchenkaedje goede-
ren, moft daer mede gewacht werden.

DesZondaghs middags, dentwa-
lefden, verfchenen twee Faktoors in
de Loosje,dc n Amhaffadeur uit naem
van den Veltheer met een wenig Ja-
panfe
Konnemomy verecren : en met
eenen zeggen, dat d\'Ambaffadeur nu
al een geruim en tijt aen land ware ge-
weeft ; doch dat tot heden de fchen-
kaedje-goederen voor den Keizer
noch niet aen land waeren gekomen.
Dies zijn Hoogheid verzocht d\'Am-
bafladeur ordre gehefde te ftellen, die
doch in haeft acn land moghten wer-
den gebraght, alzoo zijn Hoogheid
daer zeer na verlangde; ook dat men
mee handelen niet eerder konde
voortgaen , voor dat dc goederen aert
land waeren. Infgelijx dat dan mede
aenftonts toebereiding tot de opreis
zoude werden gemaekt.

De Heer Ambaftadeur gaf hem ten
antwoort: dat dc reft der fchenkaedje-
goederen in korten ftonden aen land
te w ezen , zijnHoogheit voor
de ge-
zondene
Konnemomy zeer bedankte,
en weder in vergelding zond weini-
ge konfituren van noten, nagelen,
cnzoo voort. Na dat de Faktoors by
hem na vermogen waeren
onthaelt,
waeren dezelve wel vcrnoecht ver-
trokken.

Desavonts in\'t gebed wiert inbe-
trachting
genomen, hoe dat uit ver-
fcheide redenen, die dc Beftierders
door hunne Faktoors deden bybrcn-
gen,het wel mogte gebeuren, dat zoo

dra.

: li

lm

f;

-ocr page 319-

dra tyding uit Peking quam, wegens
d\'opreis van den Ambafladeur, iiaer
Hoogheden iien, om op te reizeïi,
wei d^apper moghten komen aen te
preften, en dat
zy (terwijl noch wei-
nig toerufting gemaekt was , en als
dan alles over hoop zoude komen)
wel eenigzints zouden mogen verle-
gen ftaen. Dies d\'Ambafladeur, om
in tijds ce beginnen, voorfloeg: of het

verwachten waeren, ofze derhalven
mogten beginnen tc pakken, en daer
toe
kafl^en laten vaerdig maken: van
wat grote deze kaffen zouden moe-
ten wezen en van hoe veel man gedra-
gen werden ;
alsook de zadels en gar-
nituren der paerden: insgelijx of haer
Hoogheden , om de gefchenken te
bezichtigen , Gemagtigden in de
Loosje gehefden te zenden : of het
fandel-hout, zoo groot als het was,
over lant zoude konnen gevoert wer-
den : dan op war grote\'t zelve diende
gezaegt. Datze noch verfcheide goe-
deren moftcn mede voeren, om in
Peking na gelegentheid aen de Rijx-
raden en anderere verfchenken, die
buiten benaeming moeüen blijven.
Indien het in de reden te pas quam,
te verzoeken: dat haer Hoogheden
de laefte gefondenekleinigheden van
den Heet Ambaffadeur geliefden aen
te nemen ; alzoo het zelve in de
Loosje (voornamendijk het gevogel-
te) niet heel wel konden gade flaen.

Haer Hoogheden in dit geval van
handel fprekende; \'£ zelve van hun-
ne zijde mede te roeren, inzonder-
heit , om dat twee fchepen over een
maent na
Batavia, en zoo voorts na
Hollant moften gezonden werden,om
van des Ambafladeurs wedervaren
verftag te doen, en diergelijk meer.

Dit wiert vergaderens wijze zoo-
danigh vaft geftelt, en
Nohel en Put-
mans
gemaghtigt, om haer Hooghe-
den des morgens zulx aen te die-
nen.

Des morgens, den derrienden, dan
gingen Nohel en Putmans (volgens
\'t vaft geftelde des vorigen avonts) te
hove, om haer Hoogheden \'t zelve
voorte houden.

n:|i
i!t

ijiii!-;
m

\'isi
1:

heden op morgen wierden

aenge-

i\' \'

I\'S
iié

: fiiffl,\'

I ;

ia\':;

Pi,:;.:

i ■
te

\' i I

Tegens den middag wederom ge-
komen , verhaelden zy, dat by
haer
Hoogheden zelfs geen gehoor had-
den gehad , vermits hec hun voile
maen , en
Singlamong niet wel te pas
\\\\^as:echter hadden zy hun
bootfchap
door den voor-dragers laten aendie-
nen, en daer op ten antwoort
beko-

niet dienftig zoude wezen haer hoog- men: dat wanneeral de gefchenken

aen land gebragt waren, \'tzeiveaen

dient : dat de meefte gefchenken aen ( haer Hoogheden mofte verwittighc
land , en de reft binnen acht dagen te worden; als wanneer elk zijn Gemag-

tighden in de Loosje zoude zenden,
om de gefchenken te bezichtigen, en
te zien pakken.

Dc kiften mogten wel vervaerdigt
en daer op gemaekt worden , om on-
trent hondert katty zwaertete kon-
nen inhouden.

Hetfandelhout mogtniet gekort,
maer zoo gelaten worden, als het van
den Ed. Heer Generael gezonden
was. D\'andere goederen, die d\'onzen
wilden mede voeren, om in voorval-
lende gelegentheit te verfchenken,
zouden by de kaffen of pakken opge-
fchreven worden, alleen om te kon-
nen weten, hoé veel dragers in alles
zouden nodig wezen.

De gemelte kleinigheden konden
zy niet aennemen, voor en al eer de
gefchenken van den Keizer aen land
waeren. Dan alzoo zy haer Hoog-
heden niet hadden konnen fpreken,
was\'t laetfte
punt niet gerept.

Desmiddaghs, den veertienden,
quam uit de
Nederlandfe haven aldaer
aen te
landen de floep van Vlaerdin-
gen,
met Harthouwer en Kapitein Van
der Werf
Deze zeiden: dat alles (foo
wel in Sothia als Nederlands haven)
noch in goeden ftant was, op hun
vertrek van daer , gebleven. Al de
reft der fchcnkaedjc-goederen
uit de
Kónjiance en Tiger waren in het Jacht
Blyswijk overgefcheept. Hadden dit
Jacht (alwaer de Kapitein
De Bitter
mede quam) ontrent een halve mijl
acn
dees zijde de toorn ten anker la-
ten leggen, datzy
vermeenden (ai-
zoo
\'t lichte maen was) morgen
vroegh al voor de brugh zoude
wezen.

-ocr page 320-

Den vijftienden lande aldaer aen
\'t Jacht
Blyswijk met de reft der fchen-
kaedje-goederen uit de
Konjlance en
Tiger : ook dc Jonken met drie hon-
dert vier en veertig zakken peper uit
Vlaerdingen. Met Blyswijk quam de
geweze Bevelhebber
o^ Quelang, de
Bitter,
over.

Daer liepen fterke geruchten van
dat\'er negen Engelfe fchepen op de
kufte van
Sina ontrent d\' eilanden £i-
niuy en Quemuy waeren aengekomen:
dat de zelve al in
Kanton w^aeren ge-
Weeft , en aldaer handel verzocht:
doch , door de Tartarife Sinefen
(alzoo tot een groote gelt-fom van
vier hondert tayl, om den handel
te hebben , te geven niet kon-
den verftaen) weder waeren uitge-
wezen , en nu , om \'t zelve te her-
Vatten , herwaerts op nieu aen ge-
komen.

Alzoo de Beftierders door Nolel
en Putmans den Ambafladeur op
den dertienden dezer hadden laten
aenzeggen, dat zoo dra de gefchen-
j^en aen land gekomen waeren, men
t Zelve hen aenftonts kont zouden
doen , wiert goet gevonden haer
ï^ooghcden de komfte van de reft
der gefchenken op morgen door den
Sekretaris fchriftelijk te laten weten,
om of haer Hoogheden die overmor-
gen , wanneer alles klaer en gefor-
J^eert zoude wezen, door haer Hoog-
heden zelfs (alzoo uit verfcheide
^inefen hadden verftaen , de Velt-
"£er die in perfone zoude komen
2ien) of wel door haer Gemagtigden
geliefden te laten bezichtigen , ten
emde daer een weinis toebereiding

op te maken.

Des morgens, den zeftienden,ging

de Sekretaris ten Hove: eerft tot den

Vekheer, om hem uit den naem
van den AmbalTadeur\'t naervolgend
^^lefje te overhandigen als dat nu
«e reft derfchenkaedje-goederen aen
^ant waeren gekomen ^ dat de zelve
op morgen in ordre en geforteert
zoude leggen : dies zoo zijn hoog-
uit (volgens de lopende geruchten)
z L\'^P?^\'\'"® geliefden te komen
^^en,dathetden Ambaft\'adeurhef en
-\'^^genaem zoude wezen : dan of!

wel zijne Gemagtighden geliefde te
zenden , om de zelve te bezichti-
gen.

Insgelijx wiert verzocht een pas
voor de boot, om op en af in dien
ftant van zaken (rakende de geruch-
ten van d\'Engclfen) te mogen va-
ren.

Zijnde de komfte van den Sekre-
taris bekent gemaekt, heeft deVelt-
heer hem den brief aflaten halen, en,
naer ruim een uur wachtens, ten ant-
woort dienen : dat het geen manier
was de Veltheer in perfoondefchen-
kaedje-goederen quam bezichtigen;
maer zoude den tolk zenden om te
zien of het zoodanig met de fchen-
kaedje-goederen w^as, als d\'onze
voorgaven , en zich als dan bera-
den : wien hy te zenden had^ Aen-
gaende de boot, zoude met zijne
Mandarijns een pas voor de zelve
zenden.

De geruchten liepen aldaer te hoof,
dat de Veltheer des naermiddaghs
\'rHollantfch fchip zoude gaen be-
zichtigen : ten welken einde op de
ftraten verfcheide vendels, hellebaer-
den en diergelijke geweer ftont ge-
plant . Van daer was de Sekrita-
ris, tot den Onder koningh
Singla-
mong
gegaen : voor den welken
naer een weinigh wachtens , hy
in d\'achter - zael ter gehoor wiert
gebraght.

Zijn Hoogheit had na des Am-
bafladeurs gezontheit gevraegt, daer
op hem behoorelijk door den Se-
kretaris was geantwoort : en met
eenen had zijn Hoogheit des Am-
bafladeurs brief ter hant geftelt, van
inhout: dat nu al de fchenkaedje-
goederen aen landt waeren geko-
men , en of zijne Hoogheid , om te
zien, Gemagtighden geliefde te zen-
den.

Zijn Hoogheit hadde aen hem ten
antwoort gegeven : het hem aenge-
naem was, alle de fchenkaedje-goe-
deren aen lant waeren , en dat niet
falen zoude, de zelve op morgen
door zijne Gemagtighden te laten
bezichtigen. Naer dar hem met een
kop boon-fop hadde laten befchen-
ken , en eenige niet metkwaerdige
i i rede-

-ocr page 321-

redeneft met hen hadde gevoert,wiert Des middags quam eeü groot Man-
hen oorlof om te vertrekkeiigegeven. I darijn den Aiiibafladeur van wegen
Onderwijle was de tolk van den i den Veltheer aenzeggen : dat zijn
Veldheer met eenige Faktoors in de j Hoogheit verftont al de fchenkaed-
Loosje gekomen , antwoord op \'t je-goederen voor den Keizer tenzij-
fchriftelijk verzoek, des morgens ge- nen Hove wierden gebragt, hem vra-
daen, brengende, \'t welk zy in dezer | gende: hoe veelKoeiijs, (dat zijn dra-
voegen deden : datdesntDrgens een ! gers,) tot dragen der zeiver van no-
pas voor de boot zoude werden ge-1 den hadden. D\' Ambaftadeur ant-
bragt;doch dar, wanneer de boot een woorde van. zuix niet te weten. Teti
tocht op en af gedaen had , men de andere dat herbrengen van\'s Keizers
pas altijt weder by zijn Hoogheid fchenkaedje-goederen tot de Veld-
Zoud moeten brengen : en , als de j heer qualijk konde gefchieden , ten
boot vertrekken zoude, wederom, ei-
i aenzien van de grootheit der pakken,
fchen. Voorders zeide de tolk : dat | Sandelhout en andere. Doch in ge-
de Veltheer over \'t gedaen verzoek l valie zijn Hoogheid \'t zelve met ge-
Van den Ambaftadeur, omin perfoon | welt wilde hebben, hy konde met zij-
de fchenkaedje-goederen te komen | ne Maodarijns fchriftelijke orde aen
bezien, niet wel te vreden was ; doch hem zenden, alzoo niet zijne, maer
was door hem tolk, met alles in de bs- \'s Keizers gefchenken waeren ; Me-
fte vou te ftaen, weder goet gemaekt. de dat hy ook vry van fchade wilde

^ T V« i.»- — O D---------

D\'Ambaftadeur gaf den tolk ten
antwoort: dat uit de lopende geruch-
ten verftaen had, de Veltheer in per-
fone de fchenkaedje - goederen zou-
de komen bezien , en derhalve ge-
fchreven dat hy zich gelukkig zoude
achten, indien zulx gefchiede; maer
dat in gevalle hy geweten had zijn
hoogheid \'t zelve qualijk zoude geno-
men hebben, zulx niet zoude gedaen
hebben : met welk antwoort de tolk
weder vertrokken was. De reft der

blijven , of de goederen in \'t dragen
eenige ramp oveiquam. Welke rede-
nen zoo veel te weeg bragten, dat de
Mandarijn zijn Hoogheid van ieder
fortering maer een ftuk zoude laten
halen, om te zien. De Heer Ambafta-
deur weer daer op : datal\'t gene zijn
hoogheit fchriftelijk ordineerde , hy
\'t zelve zoude naerkomcn. De Man-
darijn op ftaende , zeide zijn hoog-
heid fchriftchjkt>rdre zoude zenden.
Ten zeiven dage wiert de Jonk met

"4

W WUVl. » «.i VI»».-------- ~ ..^..Z.. I ^ ......... ...... -----

fchenkaedjc-goedercri uit Blyswijk \\ de drie hondert en veertig zakken pc-
quamen op heden aen land in\'t loosje. i per uit Vlaerdingen van zijne ladinge

Des morgens, den zeventienden, i ontloft.
quam de aldaer op gifteren gewezen j Des morgens, den achtienden, ver-
tolk wederom in de Loosje, met vra-1 fcheen in de Loosje de tweede Fak-
gen : of de gefchenken al aen lant i toot van den
Onder-koning Singla-
waeren gekomen. Waer op hem ge- | raong, vragende na des Ambafladeurs
antwoort wiert van ja, en dat de zei-: gezontheit en voorders. Onder andc-
ve gifteren al aen land waeren ge-1 re redenen wierd hem door
Nohel ge-
weeft. Alleenlijk was nu het wach- i vraegt, hoedanig d\'onzen het nu met
ten maer naer dc Mandarijns, om die | den handel zouden hebben. Al de
te komen zien. Dies hy zeide de | fchenkaedje-goederen waeren nu aen
Veltheer neflcns den Koning hunne ; lant, daer haer Hoogheden tot op hc-
Mandarijns,
om die te zien, zouden j den opgefchoven cn uitgeftelt had-
zenden ;
maer den tijt, wanneer zulx | den. Dc Faktoor antwoorde: het hem
gefchieden zoude, wift hyniet. Aen- ; beft dochte , dat\'er een briefje acn
caende de boot, als de zelve om te
1 Singlamong wiert gefchreven ; waer in
vertrekken vaerdigh was , zouden vermeit mofte
werden, dat zijn hoog-
hen de pas daer toe zenden. Al- heid hen nu drie jaren achter den an-
zoo de paflen in dc Hollanders han- deren aen handel had geholpen,en dat
den niet
vertrouwden. Dit ftreet al zy verzochten hy het zelve tegcn-
weder tegen het zeggen van gifteren. woordig mede geliefde te doen y en

\' hen

li

-ocr page 322-

lien daer In de behulpzame hand bie-
den. Dat
Nohel,om Verder daer over te
fpreken , dan in perfoon nefJèns dit
briefje konde gaen. Hy twijfelde niet
of alles zoude naer wenfch uitvallen.
Hy vroeg:of d\'onfen de twee hondert
balen peper, in den Handel - Loosje
leggende, wilden aen hen verkopen;
doch \'t felve mofte zonder weten van
den
Konhon gefchieden : Nohel had
geantwoort van ja, als maer over den
3rijs eens konden worden. Het was
lem even veel, aen wie die verkocht
^vierr. Onderwijlen waeren in der ^
kooplieden Loosje twee Mandarijns i
Van den Veltheer verfchenen,die over
de gefchenken aen den Keizer ge-
magtigt waeren , zeggende dat alle de
lakenen , perpetuanen , kroon raften,
en voorts al de kleinigheden van
des Keizers fchenkaedje op morgen
(zoo \'t weer zulx toe liet) met een
ordonnantie van de Beftierders zou-
den werden ontboden en tot den Ko-
ning
Singlamong gebragt: alwaer de
vordere Beftierders de zelve goede-
ren zouden komen zien. De kaffen,
om de genoemde fchenkaedjt-goede-
ren te halen, wlerdenklaer gemaekt:
aengaende de goederen van grooten
omllag , als Sandelhout en andere,
Zoude aldaer blijven.

De genoemde Mandarijns waeren
"^ede gemagtight, zoo zy zeiden,
door den Veltheer, om \'t Hollantfch
fchip te bezoeken, of\'er geen meer-
der peper of andere koopmanfchap
pen in waeren. Twee van d\' onze
Wierden gelaft daer neffens te gaen,de
welke, op hun wederkomfte,zeiden

alles wel bevonden te hebben.

^ nu op begeerte der Hooge

Beftierders aldaer de gefchenken aen
den Keizer en andere waeren te lande
pbragt, en volgens der zeiver belof-
^en, als dan de koop - handel voort-
zoude nemen; daer d\'onzen
«ochtans tot noch toe geen blijken
van vernamen,zoo wiert des Zondags
aen negentienden koopman
Nohel
^et dit volgend vertoog aen Singla-
In^ den Velt-overfte afgcztn-

ze 1«, van eenen

^iven inhout: namentlijk.

de Koning Singlamong het Hol-
lantfe volk vele jaren hadde gekent en
altijt groote gunfi en hulpe hewezen ook
[poe digvoort geholpen; daer over is de
Hollandje Generael ook alle jaren ver-
hlijt geweefi.

De ^ Houpou heeft verleden jaer a mhd,
van den Koning en
Lipoui verflaen dat-
\'er dit jaer nootfakelijk een Amhaffadeur
aen den Keizer mofle komen: waer op de
koophandel dan voorts zoude mogen ge-
dreven worden. Het welk delrioxxpou
aen den Heer GeneraelopBziavï^heeft
verhaelt. De Generaelheeft nu een Am-
haffadeur gezonden, uit zijnen raet: en
de gefchenken aen den Kei:zer zijn op U
Hoogheits legeren aen lant gehragt. De
Koning heeft helooft, dat zoo heiefl zulx
volhragt waere , de koophandel voort\'
gang zoude nemen.

Daerom verzoekt nu de Houpou eer-
biedig , dat de Koning \'t zelve gelieft
toe te flaen, en aen de Faktoors en koop-
luiden daer toe ordre te geven, op dat de
Houpou te fpoediger gereet magh zijn,
om met den Amhaffadeur naVaz^xn^ te
réizen : te meer alzoo van nu af over
een maend tweefchepen na
Batavia moe-
ten vertrekken ; daer mede d\'Ambaffa-
deur aen den Generael
Batavia, ah
ook aem het Holiandfch Rijk lijn weder-
varen alhier moet hekent maken.

De Houpou zoude met die tw^efche-
pen gaerne eenige goederen verzenden,
die hy van de Faktoors zoude koopen :
daerom verzoekt hy dat de handel fpoe-
dig^ mag voortgang nemen.

Öp \'t welk Nohel eerft van Singla-
mong
ten antwoort had bekomen, dat
hy verwondert was over onze hae-
ftigheit t naerdien de Heer Ambafla-
deur toch niet voor\'tnieu jaer ftont
op te reizen. En alzoo\'tbefcheit uit
Packinghïnmn twintig dagen verwagt
wiert, behoordemen dien tijt noch te
vertoeven : temeer, alzoo de aenge-
hragte koopmanfchappen (die, ten
aenzien van \'t geene door d\' onzen in
Japan wiert aengebragt, zeer weinig
waeren) in den tijt van vijf dagen kon-
den verkocht worden; als wanneer de
tweegemelte fchepen noch evenwel
ten geftclden tijd vertrekken konden.
Eindelijk had zijn Hoogheid, door
overreding van voorzeide
Nohel, in-
gewillight, darmen dc prijzen onzer
li z koop-

-ocr page 323-

koopmanfchappen endergener, die
Zy daer begeerden in te kopen,
van nu af met de Faktoors zoude mo-
gen fluiten , en met den handel fl:il
voortvaren, zonder evenwel daero-
ver plakkaten te willen aenflaen tot
dat her befcheit uit
Peking zoude ge-
komen zijn ; alzoo niet weten kon-
de : of de K-eizer aen onze koopman-
fchappen niet mede deelachtig wilde
wezen.

De Velt-overfl:e Tsjangpoui tXóx
watrufl:iger engunftbiedend tooncn-
de,had aen
Nohel belooft,zoo haefl: de
gefchenken door hem fouden bezich-
tigt wezen, zijne Faktoors in de Loos-
je te zullen zenden, om over de koop-
manfchappen te verdragen, mits van
onzer zijde befcheidelijken en niet
meer dan de rechte waerde daer voor
geeifcht moft worden: zonder elkan-
der lang op te houden ; niet-tegen-
ftaende andere lieden d\'onzen al
mogten tragten wijs te maken , hoe
de goederfen tot hoger prijzen kon-
den verkocht worden: dienzy geen
geloof moften geven, alzoo \'teen jaer
met het ander geen gemeenfchap had.

Hy had ook zeer geroemt,overzij-
ne goethertigheit, tot onzen landaert:
alzoo een deel hunner koopman-
fchappen met deflfelfs Jonken aen lant
hebbende laten brengen , daer op
niets te kort gekomen was: in welke
hulpe zijn Hoogheid voortaen noch
genegen was te volharden, trachten-
de alzoo ons voordeel te bewerken;
daer nochtans (volgens zijn zeggen)
in de vorige jaren onze goederen met
hunne Jonken ontloft geworden zijn-
de, zoo merkelijk veel daer op te kort
gekomen was. Over het verzenden
der twee fchepen naer Batavia,]\\2id hy
zich
wat koel gehouden, alzoo, zijns
oordeels, niet veel van gewichte daer
mede te fchryven was. Doch wat na-
der dien aengaende onderricht, had
eindehng daer op geantwoort: dat
het eerfte befcheit van den Keizer
binnen vijftien dagen aldaer af te
komen ftont: dierhalve zoo langh
wel diende getoeft te werden. Haer
Hoogheden hadden ook ernftelijk na
de gezontheid van den Heere Ambaf-
fadeur gevraegt, en dezelve wel te
zijn vernemende, zich daer ovetvet-
heught getoont.

\' \'l.!!!

De Mandarijn Han LaujaNQikhetn
in de Loosje, den Ambafladeur aen-
zeggende: dat van den Veltheer waä
^eordineert, om met den Heere Am-
baftadeur (als wegwijzer) medenaet
P^i/»^ te reizen : ook dat\'er vier ftan-
daerden moften gemaekt, om voor
den Ambafladeur in \'r reizen gedra-
gen te^ worden : waer van de twee op
Hollänts: en de twee andere met Chi-
nefe Cara\'Jters moften getekent wer-
den : zeide voorders gehoort te heb-
ben, dar binnen weinig dagen de han-
del , hen door de Beftierders zoude
toegeftaen werden.

Den een en twee en twintigften
viel niet merkwaerdig voor.

Des morgens, den vier en twintig-
ften , verfcheen een Mandarijn in de
Loosje , vragende of den Ambafla-
deur niet kennelijk was, in wat tijden
de met hem
yinn Batavia gekomen Si-
nefen waeren vertrokken : van wat
plaets zulx was gefchiet: ofmet onze
fchepen waeren overgevaren. Hun ge-
boorte-plaets en namen : Alzoo den
Veltheer daer over wilde difponeren.

Den Mandarijn wiert ten antwoort
gedient dat\'er eenige verleden jaer
met
Nohel en Pedel, als dienaers, naer
Batavia waeren gegaen. Wat de reft
aengaet, dezelve in voorige tijden
zoo van
Kanton , Tayouan,Chinkfieuvo,
Hokfieuw
, als elders, met fchepen en
Jonken aldaer waeren aengelandt;
maer hun geboorte plaets en namen
waeren hem onbekent, alzoo hy daer
noit naer hadde vernomen. Zy had-
den op
Batavia verzogt om weder
naer haer land te mogen gaen : dat
hen aldaer was toegeftaen. Aen de-
zelve Mandarijn wierd een brieJQe ter
hand geftelt; waerby aen den Veld-
heer verzoght wierd een pas voor
\'t Jaght
Blyswijk, om af te varen met
een parthye goederen voor
Quelang
geeifcht, en met koopmanfchap we-
der op tekomen. Infgelijx mede voor
de floep van
Vlaerdingen.

\'s Middags,den vijf en twintigften,
quam eenMandarijn,met €en pas voor
Blyswijk, ende floep van Vlaer dingen ^
om af en weder op te mogen varen.

Gifte-

-ocr page 324-

difteren avond eft van den morgen
den zes en twintigften, wierden den
Ambafladeur verfcbeidcn klaghten
door denHofmeefter gedaenthoedat
de Sinezen over \'t kopen der
Quelang-

benodigheden (door den Veldheer
geftelt) beletteden dat den opkooper,
die hem dagelixe behoeftigheden van
vleefch, vifch, groente, en diergelijke
meer, in de Loosje bragt, na gewoon-
te niet voort voer; maer daer in door
dezelve Gemagtigde belet wiert; die
hen aen de Mandarijns zoodanig aen-
geklaeght en zwart gemaekt hadden,
dat fy hem, neffens den
Coelijs meefter
die (d\'onzen tot van ververftnge voor
de Schepen hadde behulpzaem ge-
weeft) in dc yzers hadden geflagen :
door welke vyantfchapgepleeght,de
Coelijs en andere aldaer in de Loosje
arbeidende luiden , daer niet meer
dorften inkomen: \'t welk d\'onzen al
vry wat verlegen maekie. Zijn Ed.
Zond den Sekretaris te hoof, om aen
fijn Hoogheit \'t naervolgend fchrifte»
lijk vertoogh te overhandigen , van
inhoud: dat de Heere Ambafladeur
zich over \'tgoet onthael en bejege-
ning van
Tilauja vergenoegt bevond,
t>e Ambafladeur had zoodanigh ver-
trouwen op de goetaerdigheid en
trouwigheidvanT\'^/iï^^/\'^idat de Am-
bafladeur fich verzeekerende in toe-
l^^omende
Talaujas hulpe en goede ge-
legentheit in d\'opreize als anders zal
bevinden De Ambaftadeur vvenfch-
ï^e ook alle dienft en eerbiedigheid
aentemogen betoonen. De
Ambafl\'adeur wenfchte wel te weten,
^\'er iets mogt zijn gefchiet, dat fijn
Ho<^heid niet aengenaem waere ge-
weeft. Wanneer de Ambafladeur van
Talaujas meninge zoude onderricht
Wezen, zoude fich volkomen daer na
ichikken.

De Ambafladeur wenfchte de ge-
ïontheid van
Talauja te vernemen,
^ hem te mogen komen bezoeken.
Mondehng was den Sekretaris belaft
p vragen den tijd, wanneerde Veld-
iieer gelegen zoude komen , de Am-
Daiiadeur hem quam begroeten.

. T^ot antwoord braght de Sekreta-
^ > dat in perzoon niet voor zijn
"oogheid had mogen verfchijnen; \'
maer hem was door deil Tolk , lèrt
voor-drager ten antwoord gegeven j
dat zijn Hoogheid den inhoudt van
den brief hadde verftaen; doch daef
op geen antwoord gegeven, maer fim-
pelijk gezeght: in gevalle de Heere
Ambafladeur ietwes van belangh te
verzoeken hadde aen den Veldheer,
dat zijn Ed. op morgen ten hoof kon-
de komen. Doch zoo de zaeken, die
fijnEd. woude voorftelkn, van wei-
nigh belang waeren, hoefde zijn Ed^
zelf niet te komen; maer\'t zelve hem
flecht fchriftelijk aen le dienen.

Mede verfcheen een groot Man-
darijn in de Loosje, met bevel, om
Jonken
SLen Minjazeen te preften ^
tot het halen van koopmanfchappen
uit de Schepen. Hem wierr een briefje
aen den Veldheer gegeven, waer in
éeHopou zijn Hoogheid voorde be-\'
leeftheid van de Jonken dcde bedan-
ken , en dat de zelve voor tegenwoor-
digh noch niet van nooden hadden ,
om dat zoo veel koopmanfchap (uit
Vrees voor brant) niet aen land dor^
ften betrouwen. Doch zoo in de prijs
der zeiver met fijn Hoogheits Fak-
toors overeen gekomen wiert, zou-
den als dan de verdere genegentheid
van fijn Hoogheid t\'henwaerts te ge-
moet zien. Infgelijks wiert oorlof
verzocht,om met
Blyswijk eenige ver-
verfinge , voor de Schepen, na bene*
den te zenden.

\'s Middaghs met fchoon weer ver-
trok het Jacht
Blyswijk na beneden
met de
^elangje hcnodighden : als
mede de nodige ververfinge voor de
Schepen, aldaer leggende. Met het
zelve Jacht gingen mede na beneden
de Kapitein
Van der Werf en de Sekrita-
ris
Van der Z)<)(?j,eenfdeels om de inge^
lade goederen van
Blyswijk in de Hoe-
ker-boot dePoelfnip
over te fchepen,-
en den zelven af te zenden; ten an-
deren mede, op dat de Sekretaris de
goederen van de mede van
Batavia
met onfe Schepen overgekomen Si-
nezen , volgens befluit op den drie en
twintighften dezer ^s avonts in\'t ge-
bed, ten O verftaen van twee getuigen
genomen, zoude bezoeken, en al-
le de contanten, als koopmanfchap
pen van waerde aen.zich te houden,
Jiz ert

I^iil-\'l

li:

il tsir

S"\'
Hli

mS

-ocr page 325-

bevonden.En wijl wel fcherpelijk was
verboden van
Batavia eenige kontan-
ten uit te voeren; ten andre dat defel-
ve Sinezen op des Ambafladeurs ver-
trek van daer , verklaert hadden, by
zich niet anders mede wiert gevoert,
als klederen, tot hun Ochaem, en fpij-
zc, tot onderhout, daer nu het te-
gendeel bleek: ook dat, volgens feg-
gen van eenige heden, noch groo-
te fommen kontanten onder d\'aen-
boort wezende Sinezen waren fchui-
lende, of men derhalve niet trachten
zoude dezelve in handen te krijgen:,
zoo wiert dan goet gevonden, de Se-
kritaris
Van der Does opzijn verzoek
ten volgenden dage na beneden fou-
de gaen, en alle hun kiften en reistui-
gen,in tegenwoordigh eit van twee ge
tuigen, te bezoeken cn opfchrijven,
en d\'aldaer in bevindende kontan-
ten en koopmanfchappen in verze-
kerder handen van de Opper-hoof-
den der Schepen te fteilen , tot tijd
en . wijle door den Ambafladcur en
zijnen Raed daer in, ten dienfte van
de Kompanjie, zou befluitgenomen

werden.

De Koopluiden,.enHarthou-

it\'f;-, vervoegden zich na den middag,
op \'r verzoek van de Faktoors van den
Onderkoning, Veltoverfte, en Kon-
bon, ten huize van hunnen buirman
Lapora genaemt, om tot een beginfel
wegens den koophandel te fpreken:
werdende te dien einde door
Nohel
en Harthouwer aen de Faktoors voor-
geftelt : datzy geliefden verdacht te
wezen, inzondcrheit de peper en \'t
fandelhout, zelfs te gaen ontbieden
uit onze fchepen in de Nederlantfche
iets vaft geftelt wiert. Zy verzoch-
ten daer op vervolgens de eigentlijke
menigten onzer aengebraghte koop-
manfchappen , en hoeveel en welke
goederen d\' onzen daer tegens van
meininge waren aldaer intckoopen,
cc mogen verftaen : die hun dan ook
opgegeven, en door hun lieden aen-
getekent wierden : als wortel
China,
grove The, Galija, Aluin, Speaul-
ter, Cubebi,gekonfijte Genber,Har-
ten, Gout, &c.

en dezelve in verzeekerder Iiant on-
der opzicht van de Gezag-hebbers

daer Schepen aen boort laten blij-
ven.

Want den twee-en-twintigften had
d\'Ambaffadeur in \'tgebet voorgeftelt,
hoe dat ten zeiven dage in een kift,
door de mede
wanBatavm aldaer over-
gekomen Sinezen, met onfe Schepen,
van boort aen land gezonden , in\'t
bezoeken der zeiver een fom van

l \'il

m

J\'i"

■ .. j

Over de grote menigte van d\'aluin
en\'tgout-draet, beneflêns het gout,
betoondenzefich feer verwondert,en
over de twee eerfte foor ten bedugt te
zijn, dat dien prijs op verre na niet,en
van \'t gout in genen dele zoude kon-
nen voldaen worden: niet tegenftaen-
dehun aengeboden wiert, eenledigh
fchip
mcïChinchieu (daer die en dier-
gelijke grove waren meeft vallen) te
zullen fenden, om de felve aldaer in te
nemen, indien\'t haer hoogheden be-
vallen mogr.\'t welk zylieden gelijk als
in de wintfloegen: vragende waerom
d\'onze geen zijde op den eifch geftelt
hadden. W\'aer op hen ten antwoort
wierd gedient; Zulx niet gefchieden
konde, voor en al eer de prijfcn onzer
koopmanfchappen vaft geftelt waren,
om als dan ftaet op \'t kapitael ge-
maekt te worden; \'twelk zy lieden
mede zoo voor goet kenden. Echter
latende blijken (inzonderhcit die van
Singlamong van een parthye zij dc wel
zouden ontlaft willen worden. Ein-
deling haddenze affcheit genomen,
en belooft met elkandre over \'teen
en \'t ander te zullen beraden, cn bin-
nen drie of vier daegen (wanneerze

oor-

haven : ofte (zulx toch niet konnen-
de verkrijgen) aen de grote toren in de
reviere: \'hvelk by hun-lieden mede
geweigert,en dacr tegens voorgewent
wiert: dat hun die waren in des Am-
bafladeurs Loosje mofte gelevert wer-
den. Eindelijk quam het dacr op aen,
dat de gemelde koopmanfchappen,
door \'t bevel des Vcld-overften, met
zijne Jonken uit onze Schepen boven
gebragt, en aen deze zijde der groote
ontrent duizent rijxdaelders aen kon-
i brug op \'t ftrant gelevert moften wer-
tanten ,beftaende in Spaenfe rijxdael-
j den , na de wijze der voorige jaren ,
ders, als Japans fchuit-filver , waere zonder dat dezen aengaende echter

-ocr page 326-

oordeelden des Keizers gefchenken
midlerwijle fouden befichtigt wer-
den) wederom te komen om alfdan/
de prijlen van ieder koopmanfchap
over en weder op te nemen , en
bod
voor
eiken foorte te doen.

Den morgens den acht en twintig-
ften quamen twee Faktoors van den
Veltheer
Pom in de loosje, waer van
d\'eenen de vertroude van
Pout,hy den
Ambailadeur met den
Tolk Jpari was
gekomen, en verfogt d\'Ambaffadeur
Wilde eenige opening doen van\'t gene
op gilferen aen
Pouï had gefchreven,
om hem te komen fpreken : deAm-
ballïidcur mögt aen hem, als vertrou-
de van
Poui, wel ront gaen. D\'Ambaf-
fadeur zeide onder andere: dat van
Van d\' oprcize naer
Packin, als ook
Van den handel gaerne wel met Po^^i
foudefpreken : daer op hy te kennen
gaf; dathy, namentlijk desvertrou-
desFaktoor,daer veel in konde doen,
en dat
Poui ook wel met eenige
bloet-korael diende nochmael be-
fchonken te wezen, om tot d\'onzen
^Izoo te beter genegen te maken, en
den handel te helpen bevorderen.
Voorder, dat overmorgen den Am-
baffadeur mochte komen, om
Poid te
%eken , alzoo van daeg en morgen
feeft dagen van d\'eerfte mane vier-
den. D\'Ambaftadeur beftoot deze be-
^oekingh
met een plichtpleging: dat
^y Ambaftadeur zich vertroude op de
^^elmoedigheit en oprechtigheit van
^en Veltheer , en verzocht daer nef-
fens , de Veldheer gehefde den Am-
baftadeur mede te vertrouwen,als een
eerlijk en oprecht Heer, die ook zou-
de maken, dat de Veltheer genoegen
zoude hebben. De Faktoor wiert be-
Ichonken met tien el root laken : als
Wanneer op zijn borft ftoegh en be-
loofde den Ambaftadeur in alles zou-
dehehulpzaem engetrouwezen: en
alzoo met groot vernoegen ge-
iles morgens heel vroeg, den ne-
gen en twintigften, ging
Putmans met
i na den Veldheer
Poui,

^ te vernemen ; of hy ook belet
^^ght wezen met eenige zaken: al-

LhrX^^ beftemde dagh was,

«at d AmbaflTadeur hem zoude ko-
ig.

men bezoeken. Zy deden verflag dat
de Veltheer ahijds we! bezigheden
had;
maer dat d\'Ambafiadeur moght
komen, als\'them gehefde: daer op
befloten wierd, datelijk
ten hove te
gaen. D
\'Ambaffadeur vond met ken-
nis van Nobel geraden, eenig bloet-
korael nochmael aen den Veldheer te
fchenken Temeer alzoo hen wierd
aengezeght:
den Veltheer eenjoiigè
zoon was gebooren. Ten hove geko-
men , naer vriendelijk onthael, heeft
d\'Ambafladeur wederom aen fijn zij-
de moeten zitten, en toen dezevol-
gende plichtplegingenen verzoeken
hem door den tolk laten voordragen.
Voor eerft bedankte
d\'Ambaftadeur
den Veldheer voor d
\'eere van hem te
begroeten, en zijn aenzicht te mo-
gen aenfchouwen , en dat over zijn
gezontheit was verblijt. Dat hy vrien-
delijk op, en,
aennam.

Ten tweede wenfchte de Ambaf-
fadeur aen den Veldheer veel heil en
zegen met zijn jong geboren zoon,
en verzocht, tot teiken van des Am-
bafladeurs genegentheidt, een ge-
fchenk voor den zeiven te willen aen-
nemen : en hier neffens lelde d\'Am-
bafladeur een kettingh bloet-korael
aen des Veldheers zijde.

Daer op de Veldheer antwoorde:
dat het goet
harte van den AmbaflTa-
deur
hem genoeg bekent was. Daef
op d\'Ambaffadeur weer: dat d\'ont-
fangene gunft en goede bejegeninge
van den Veldheer zoodanigh achtte,
dat niet wift, hoe die genoeghzaem
konde roemen en vergelden.

De Veldheer antwoorde daer op:
dat d\'Ambafladeur van verre landen
was gekomen, en dat zijn ampt en
genegentheit was,
die zelve in alles
te helpen: daerom ook zijn Doktoor
aen den Ambafladeur in zijn ziekte
had gezonden : te meer, alzoo dé
Hollanders nu als huis-gcnooten
van een huis wierden
aengenoincn.
Ten derde, wenfchte d\'Anibafladeur
te weten den tijd, wanneer, en wat
wegh dat
nsLcr Peking zoude können
reizen : verzocht voortszijn hulpe eti
gunftig voorfchrijven daer in,

Daer op wiert geantwoort: dat het
nu de negende maen
was, en van

deze

Van Si\'M of Taifïi\',

li

-ocr page 327-

2f6

deze maent d\'opreize zoude kunnen
ondernomen worden.

D\'AmbalTadeur verzocht: dat de
handel moght aen gevangen en vol-
trokken worden, op dat de
Hopou, dat
is,
Nobel, zich nefcns den Ambafla-
deur mogt gereet maken.

Daer op wiert geantwoort: darde
fchenkaedje-goederen eerft moften
befichtighc werden , en de Manda-
rijns , die daer toe waeren geordi-
\\ fpreken.
neert, vier dagen met de geletterden j Tegens de middag quam Putmans
hadden bezieh geweeft. I wederom in de Loosje verhalen: dat

Dit was nu gedaen, en zouden de j hy de Koningh niet hadde konnen
fchenkaedje-goederenin twee of drie | fpreken; maer, na het overleveren^ des
dagen beflchtigt werden : als wan- briefs,tot antwoort had bekomen:dat
neer de handel foude aenvangh ne- de Koningh nu eenige dagen was he-
men : daer op
wierd zijn Hoogheid ! let; zoo dathy den AmbafTadeur eerft
bedankt
en affcheid verzocht. Doch voor vier of vijf dagen zoude kon-
de tafel en wierden gehaelt, en moe-
ften
eerft zamen eeten. Naer wel ge-
geten en gedronken te hebben, was
d\'Ambafladeur weer zeer goet ver-
noeght vertrokken na de Loosje.

De zoon van den Ambafladeur
wiert van zijn Hoogheit met vier rol-
len ftof befchonken.

Gekomen in de Loosje, quam kort
daer aen mede aldaer, .de vertroude
Faktoor van den Veldheer, en zeg-
gen : de Veltheer over de kettingh
hadde gepetjaert, en die niet ver-
mogt aen te nemen ,■ maer alzoo door
voorfpraek
van hem Faktoor ten op-
zien van des Ambafladeurs eigen
hant was gekomen, en dat voor zijn
jong geboren zoon, zoo had die in
dank aengenomen. De Faktoor ver-
zogt om een groote bloet-korael, die
hem naer overlegh wiert ter hant ge-
ftelt , op hope van fljnen goeden
dienft in de toekomende handel.

Des morgens den dertigften zond
d\'Ambafladeur, met
Putmans en den
Tolk
Jenko, een briefken aen den Ko-
Singlamong, van inhout:

nm?

V Amhaffadeur had over lange wel
gehoort en nu
ondervonden, dat Sing-
lamong
wijs en verftandig is, en een
oprecht genegen harte tot het Hollandfe
volk heeft:
daerom verhoopt de Ambaf
fadeur
dat Singhmong hem voorders

in alles hehulpzaemzal wezen: daer over \\ lant in de Loosje mogten werden ge-
het Hollandfe Rijk, de GeneraelopY^a- braght. D\'Ambafladeur heeft twee
i2iyï2L,en ook de Amhaffadeur zullen zijn briefkens aen den Mandarijn ter

t hant

verhlijt en verplicht. D\' Amhaßadeur
bedankt zijn Hoogheid voor het goet ont-
hael en bejegening, die zoo in de Neder-
landfche haven , als alhier, in
Hok-
fieuw,
heeft ontfangen. D\'Ambaffadeur
wen ft ßjnendienß en genegentheit daer
over aen
Singlamong te mogen betonen.
D\'Amhaffadeur verzoekt fijnHoogheid
te mogen komen bezoeken , om over de
Ambaffade en opreize naer
Peking te

i\'\'\' !
■ j ■ V

ïli\'

r .

1;:]!
h !

iKl
§

nen geboot verlenen. Als mede, dat
van d\' opreize na
Peking niet konde
gefproken werden, voor dat de fchen-
kaedje goederen bezichtight waren:
dat nu in weinigh dagen ftont te ge-
fchieden . Hier mede had
Nobel zijn
affcheit bekomen.

Tegens den avond quam de Tolk
van den Veldheer
Poui in de Loosje
den Ambafladeur aenzeggen, wegens
zijnen Meefter,dat wanneer de fchen-
kaedje-goederen zouden gezien we-
zen (welk in een dagh twee of drie
ftont te gefchieden) zoude
Talauja,
dat is, de Veltheer, ook aen den Am-,
bafladeur verzoeken, gelijk de Veld-
heer ook aen den Amhaffadeur ver-
zoght, zoo iets op hem begeerde dat
vryelijk mogt fpreken, alzoo tor den
Ambafladeur genegèn was. D\'Am-
bafladeur vond goet den Tolk, met
vijf el root laken, te befchenken.

Den eerften van Wijn-maent, des
naermiddags quam de Mandarijn
Liu
Lauja
met ordre van den Veldheer,
om al de Sinezen van de Schepen te
halen mer hun goederen: en ten dien
einde verzocht een briefken acn de
Opperhoofden van de Schepen: hem
wiert eenigzints aengedient: hoe dat
onze Fiskacl derwaerts was gegaen;
om hunne goederen te bezoeken: de
welke
Liulauja nochtans verzocht aen

i: \'- i
\' It

i

I

:

ï».

i\'v; ■■

«ïJ

i

fi

i"

-ocr page 328-

hant geftelt , een aen den Kapitein
Van der FVerf, en een aen den Sekri-
taris
Johan \'ruan der Does, van inhout:
dat de Sinefen moghten geflaekt
werden,
mits al voren de bezoeking
dooi Van der Does waere gefchiet, en
volgens fijnen laft iets van belang vin-:
dende het zelve aen boort in goede
verzeckering te behouden, tot nader
ordre. Daer mede was de Mandarijn
vertrokken.

Den tv/eeden en derden , Sondag
en Maendag, droeg zich niet byzon-
ders toe.

Den vierden had d\' Ambaffadeur
gehoor by den Koning
Singlamong.
Na wederzijts gezontheit gevraegt te
zijn, klaeghde zijn Hoogheit, niet
wei te wezen, en grote ontfteltenis
in zijn hooft en rugge te hebben.

D\'Ambaffadeur bedankte hem voor
eerft voor d\'eere van hem te bezoe-
ken : daer tiaer verhoopte de Am-
baffadeur van zijn Hoogheit te ver-
nemen den tijd, wanneer, en wat weg
d\' opreize naer
Peking zoude konnen
Werden ondernomen. Daer op zijn
Hoogheit antwoorde ; dat zoo op
beden hét befcheit van
Peking quam,
op morgen dc reize zoude konnen
Voortgaen. Waer op d\' Ambaffadeur
dan verzocht de handel zijnen voort-
gang moghte nemen: op dat
Nohel
^\'nhy Ambaffadeur zich mogten ge-
heet houden. Daer op antwoorde de
^oningk : dat d\'Ambaffadeur zich
ï^iet behoefde te bekommeren over
den handel; alzoo die doch weinig
en van geen groot belang was, en die
Wel in een dag vier of vijf konde ge-
daen en voltrokken wezen; fchoon
genomen het befcheit van
Peking was
gekomen Zeide voorder men zou-
de al de fchenkaedje-goederen van
öen Keizer laten pakken , en in her
koninklijk huis gezamentlijk bren-
g^fi : en zoo wanneer de zelve ten
^^^^^j^agegebragt zouden zijn, zou-
de handel op morgen konnen
Voortgaen.

anJÜ;"^\' Ambaflïideur ge-

antvvoordt hem op het koninglijk
voort van zijn Hoogheit zoude ver-
ve ziT\'u\'^\'\' ^ datdierhal-
Hoogheit nu niet meer moeic-
lijk wildevallen ; maer dat ordre zou
de ftellen , de fcheiikaedje-goederen
met den aldereerfteo in zijn paleis
gebragt wier den.

Toen wiert dt Konink door den
zoon van den Ambaffadeur befchon-
ken en overhandigt voor zijn doch-
ters een grote en kleine ketting bloet-
korael, die hy ook aenvaerde, met
te zeggen dat geen fchenkaedje ver-
mögt acn te nemen ; maer terwijl de-
ze van des Ambaffadeurs zoon voor
zijne kinderen was, de zelve in dank
aennam Voorts ontfchuldigde hy ftch
dat door zyne onpaffelijkheit d\'on-
zen zelfs niet konde onthalen; maer
verzocht den Ambaffadeur wilde zich
wat verfriffen , gelijk gefchiede : en
wiert in een zijde kamer wel ont-
haelt: \'t welk gedaen zijnde,Het d\'Ani-
bafladeur den Koning daer over be- \\
danken , die daer op den Ambafla-
deur liet antwoorden, dat hem Icet
was , hem zelfs niet hadde konnen
bywezen : maer dat op een ander-
mael? een feeft en ®
Wajang voor den^^"\'\'"\'*\'
Ambaffadeur wilde geven. De zoon
van den Ambafladeur wiert befchon-
ken met zes rollen zijde-ftoffcn. En
waeren alzoo zeer minnelijk gefchei-
den. Gekomen in de Loosje, ftclde
d\' Ambaffadeur voorts ordre tor ze-
ftien kaffen tegen des anderen daegs
te maken , om de fchenkaedje goe-
deren in te pakken , om alzoo tot
Singlamong gebragt tc werden. Daer
naer quam
LiuLauja , den Ambaffa-
deur bezoeken , zeggende hy mede
naer
Peking zoude reizen , doch de
tijt wanneer, was hem noch onbe-
wuft.

Des morgens , den vijfden , heel
vroeg heeft d Ambaffadeur een bricf-
ken met den tolk
Genko aen den Kon-
hon
gezonden vaninhout:

Dat hem Ambaffadeur zeer wel
was bekent het goet hart van den
Kon-
hon
tot de Hollanders : ook dar hy
die altijts behulpzaem was geweeft:
daer voor den
Ambaffadeur altijts
dankbacr zoude wezen. De
Kon-
hon
had nu eenigen rijt veel bezig-
heden gehad , zoo dat d\'Ambafla-
deur den
Konhon niet heeft können
fpreken.

K k Nu

-ocr page 329-

en 2i|nen dienft aen te bieden.

De tolk wederom komende, deed
verflag:dat de
Konhon onpaflêlijk was;
maer in een dag drie of vier den Am-
bafladcur zoude laten weten, om hem
te mogen komen befchenken.

Tegens den avont , den zeften,
quam
Jenko de tolk den Ambafladcur

l^si.ii
[l\'f]
liNÜri

»Ii

mj

J^iv\'tS-
iiei \'f

lire\',

II

Kfii!\'

Il

\'i/ii-ib;

m

i: I\'

UM ■

Liu Lauja met al de Sinefen van de
fchepen aen de brug was gekomen,
en de Mandarijn voornoemt den Am-
baffadeur liet vragen: waerom hy ee-
nige van hun goederen hadden doen
aenhouden.Daer op den Ambaffadeur
antwoorde noch geen tydinge daer
van te hebben; maer dac hem door de
Geaeraei en Raden van
Indiën uit-
drukkelijk gelaft was, zulx te moeien
doen,alzoo deze Sinefen hadden ver-
zocht alleen, met nodige reistuig te
mogen overgaen. En zoo wanneer
HU byhen gek of koopmanfchappen
wierden bevonden, dat de zelve ver-
beurt waeren, gelijk ook met zijn ei-
gen volk zoude gefchieden. Daer op
hy zeide : de Veltheer dat qualijk
nam, en ;de Mandarijn den

Ambaffadeur op morgen zoude ko-
men fpreken.

Nohel berichte den Ambaffadeur :
hoe de Sinees
Lapra hem ten dien
dage hadde gezegt, dat hy ter zijden
gehoort had, dathet befcheit uit
Pe-
king
al dicht by en voor de hant was:
ook mede verftaen had datd\'Ambaf-
ftideur zeifs niet zou opreizen ; maer
de gefchenken naer
Peking zouden
gezonden worden: en men in
Hokfieu
met de Beftierders over den handel
ais anderfmts zoude handelen: \'twelk
by d\' onzen voor een praetje zon-
der fchijn van waerheit wiert aenge-
nomen.

Des morgens vroegh, den zeven-
den , quamen drie Mandarijns van
den Veltheer over d\'aengehouden
Sineefe goederen den Ambaffadeur
fpreken , zeggende dat de Veltheer
verftont, dat de bezoeking op
Bata-
via
mofte zijn gefchiet, en men al-
hier de goederen mofte laten volgen,
of anders van dc Hollanders ook wel
lijkerwijs als zy luiden de. laft* van
hunne Meefters moften volgen , hy
alzoo ook moft volgen d\' ordere
van den Generael: en dat ook de be-
zoeking op
Batavia niet konde ge-
fchieden , alzoo de goederen onder
dexel van nodige behoeften op\'t laeft
wierden acn boort gebragt. Dan zoo

^ lifii

zoude hebben bekomen, zoude dan
nader aen den Veltheer bericht ko-
men doen. Daer op zy waeren ge-
fcheiden,en wilden des anderen daegs
wederkomen.

Des morgens vroeg, den achtften,
ontbood d\' Ambaftadeur den Faktoor
van
Singlamong, Lapra, by zich alleen :
vroeg hem voor eerft, of hy verftaen
hadde, dat d\'Ambaffadeur niet naer
Peking zoude opreizen : daer op hy
antwoorde van eenig volk van
Hey-
tankon
, Stedehouder van Chincheu,
verflaen had; doch niet zeker, dat de
Keizer den Ambaffadeur zoude be-
danken, en acn de drie hooge Be-
ftierders in
Hokfieu werden geor-
donneert met den Ambaffadeur te
handelen. Vorders vraeghde d\' Am-
baffadeur of
Singlamong over de fchen-
kaedje, aen hem gedaen, al welver-
noegt was: daer op hy antwoorde van
ja, eninzonderheit van de grote ket-
ting ; maer dat acn de kleine ketting
zeven en dertig koralen quamen te
ontbreken , die hy zocht te kopen;
maer konde die niet vinden. D\'Am-
baffadeur zeide hem , dat de fchen-
kaedje-goederen voor den Keizer nu
gepakt waeren , om in het Hof van
Singlamong gebragt te werden : enby
zoo verre de Koning, dan volgens
zijn gegeven woort , geliefde te or-
donneren , dat de handel met dert
Houpou of Nohel mogt voortgaen , hy
de zeven en dertigh koralen noch
vol maken zoude. Daer op de Fak-
toor
Lapra antwoorde : dat hy by
den Koning wilde
verzoeken we-
gen den Ambafladcur, dat d\'op-
reize naer
Peking doek mogte voort-
gaen.
D\'Ambafladeur had daer op

gezeght : dat van d\'op-reize naer
Peking niet behoefde te fpreken:

alzoo

Nu verzoekt d\'AmbaiTadeur den tol zoude konnen eifchen. D\'Am-
Konhon te mogen komen begroeten, bafladeur heeft geantwoort: dat ge-

verwittigen , hoe dat de Mandarijn wanneer van zijnen Sekritarisbelcheit

-ocr page 330-

alzoo d\' Ambaffadeur daer in d\' ordre
van den Keizer zoude moeten vol-
gen^ en in gevalle niet konde oprei-
zen, datgedult zou moeten hebben;
maer dat endelijk
verzocht, gelijk als
boven gezegt, dat nu , op het zien
van de Ichenkaedje-goederen,volgens
het koninglijk woordt , de handel
mogt voortgaen, alzoo uitdrukkelijk
laft van den Generael had twee fche-
pen ten langften van deze maent na
Batavia te zenden : al zouden zonder
koopmanfchappen , ja met peper
moeten wederkeren : zoo dat, by
zoo verre de handel konde voort-
gaen , den Ambaffadeur daer by
dienft zoude gefchieden , als wan-
neer met de gezeide zeven en der-
tig koraelen hem noch zoude be-
fchenken.

De Faktoor ging datelijk naer bin-
nen , om
Singlamong zulx te verwit-
tigen , en zoude den Ambaffadeur ge-
trouwelijk antwoort brengen.
Lapra
voornoemt wiert van den Ambafta-
deur befchonken met vier ftuk bloet-
koralen.

Lapra ging terftondt daer na by
l^ohel , hem ten deele verhalende;
\'tgeen met den Ambaffadeur hadde
gefproken : als mede dat d\'Ambaffa-
deur hem
hadde gezeit twee fchepen
naer
Batavia moften vertrekken.Daer
-t^/r^ï op zeide: darmen in zulken ge-
valle dezelve ren minfte met zijde en
fpiljauter zoude konnen laden. Hier

op hadde Nohel geantwoort : als de
prijzen daer naer waeren;maer dat an-
derftnts daer niet veel op zouden
Zien. Daer op was
Lapra nditx. Singla-
gegaen.

Des namiddags* quam de Faktoor
lapra van Singlamong weder by den
Ambaftadeur, met verftag dat de Ko-
ning hadde gefproken : die belooft
had, dat zoo haeft het mooi weer was,
oe fchenkaedje-goederen zoude laten
halen , en men dan voorts over de
koopmanfchappen zoude verdragen:
aat dan de handel in vier of vijf da-
gen konde gedaen wezen : wanneer
ae Icliepen noch naer
Batavia dezer

konden vertrekken:-zeide me-
öe darde Koning d\'aengebode kora-
len noch Zoude aennemen, overmits
hy die by niemant te koop konde be-
komen. Voorts dat d\'Ambaftadeur
niet op naer
Peking zoude reizen;
maer een uitftroifel en leugen was:
Daer op d\'Ambaffadeur hem voor
zijnmoeiteheeftbedankt.

Tegen den middag , den negen-
den , quamen aldaer met de ftoep van
vlaerdingen Kapitein Jan van der Werf,
en de Sekritaris Jan van der Does , met
verftag, hoe dat zy luiden door te-
gen en harde wint niet voor den twee-
den dezer favonds raet \'c Jacht
Bljs-
ivijkïn de Nederlandfe haven waeren
aengeiarsd. Defcbenkaedjevoor
Min-
jazeens
Stedehouder, op den negen-
den van Oogitmaent ontworpen, en
hen, om te overhandigen, nu mede
gegeven, hadden zy hem op den eer-
ften defer\'s avonts aengeboden :doch
hadde hy (niettegenftaende alle naer-
ftigheden by hen Waeren aengewent,
om hem die aennemelijk te maken)
niet willen aennemen , om reden,
zoo hy voorgaf, het hunne maniere
niet was van vreemdelingen eerft
fchenkaedje te nemen ; maer dat die
alvoren eerft door hen moften be-
fchonken worden, en als dan hunne
goede genegencheid te gemoet zien.
Ten anderen dat de fchenkaedje-goe-
deren ook al te gemer^edingen wae-
ren. Maer dat in gevalle eenige ra-
riteyten in de fchepen voor hem wae-
ren, zoude zich noch laten vinden,
om die te aenvaerden : waer op de
Stedehouder door den Sekritaris was
gevraeght : wat rariteyten het wae-
ren, die hy begeerde : zoude\'tzeive
den Ambaffadeur bekent maken , en
zien of die te bekomen waeren, om
hem daer mede te gerieven : waer op
hy had geantwoord zulx in de goe-
de geliefte van den Heere Ambafta-
deur te ftaen. Hier op waeren zy
vertrokken , doch in\'tuitgaen , liet
de Stedehouder aen den tolk ftille
zeggen : dat wel begeerig na laken
was.

In de Nederlandfe haven, als onder
Tinhay, was alles noch naer wenfch
en in goeden ftant. Het gefcheepte
in
Blyswijk, voor Quelang, was weder-
om in de
Hoeker hoot overgefcheept,
en de peper daer weder uit
ïüBlyswijk
Kk z
 en

I iÜ

-ocr page 331-

en hadden alzoo dc Hoeker-hoot afge-
zonden , die ook op den zevenden
dezer fmorgens was vertrokken. De
Sekritaris
Van der Does zoude vol-
gens ordre de Sinezen hun kiften en
reistuig, ten overftaen van twee Ge-
magtigden , hebben bezocht. Doch
was hem door de Tartarfe Manda-
rijns , die, om hen met hun goederen
van boort te halen.door denVeldheer
waeren gezonden,de weg afgefneden
(alzoo door de aldaer zijnde tolken
\'t voornemen van
Van der Does aen de
Mandarijns en de aen boort zijnde Si-
nefen was bekent gemaekt; \'t welk
ook d\'oorzaek was, waerom op
vlaer-
dingen
(daer \'t al aen een kant was ge-
ileéken) niet wiert
gevonden : en de
Mandarijns al voor hem, vermits de
tegen harde wint, als boven gezegt,
aen de
fchepen waeren gekomen:
doch de goederen van de Sinefen
waeren noch alle binnen de fchepen
haer boort, door dien d\'Opperhoof-
den die zonder verlof niet hadden
willen laten volgen. Dies
Van der Does
die wel zag, met gewelt, zonder grote
fporreling , niet uit te rechten was,
goet dacht met zachte middelen eerft
daer in te gaen : en bragt daer door
zoo veel te weegh , dat de Sinefen
van
Jlphen, Konftancia en Tiger {d\\.xoo
zy wel wiften , dat in gevalle de Tar-
taren
hunne goederen in handen kre-
gen , die al te zamen verbeurt waeren,
(dat ook door hen was beveftigt,) alle
hun goederen en geit hem in handen
gaven: waeruithy ookde voornaeme
koopmanfchappen en alhetgelt aen-
floeg, gevende hen die van weinig be-
lang wederom. Hier mee ging hy
zoo ftille te werk, dat op den
Tiger
de Sineefche Tartaren zelfs boven
hun hooft ftonden en daer \'t minfte
gerucht niet van hoorden. D\'aenge-
houde goederen, wierden aenftonds,
ten overftaen vantweeGemagtigden,
opgefchreven, en in de nacrvolgende
bevonden te beftaen: namentlijk :

Konftance

Eenige ponden, zoojapans fchuit-zil-
ver , als ftukken van achten.

Verfcheide ftejjchen Kamphur-

f\'if\'T

fH!

B-Si
li

liärTi

J;:; ji;!

;;; , "4

I-

■ 1 - ■
li;-

Zes pakken witte peper.
Twee pakken wierook.

Op den Tyger *

Eenige ponden, zoo Japans fchuit-fd-

ver, als ftukken van achten.
Kettingen van verf heideJorteringen

hloetkorael.
Vier grotePaternofters van harnfteen,
Vierfleften Kamphur.
Zes pakjes ftamppeerlen.

Op de Fluit Alphen
Eenige ponden, zoo Japans fchuit-
filver , als kop-ftukken en realen
van achten. .
Twee pakken root laken.
Een pak zwart laken,
ließen Kamphur.
Kettingjes hloetkorael.
Vijfhofen valfche peer len.
Een zakje ftamppeerlen.
Op vlaerdingen wiert niet met al ge-
vonden.

De Sineefe Tartaren , ziende dat
zy niet vonden, \'tgeen zy gehoopt
hadden, en hen aengedient was,had-
den eenige van de Sinefen , die met
den
Tiger overgekomen waeren, ge-
pijnigt , en alzoo doen bekennen, dat
de Sekritaris \'t hen afgenomen had-
de: waer op de Tartaren neffens deSi-
neefen by den Sekritaris aen \'t Jacht
Vlaerdingen waemn gekomen,hem af-
vragende , uit wiens laft dat hy den Si-
nefen hun goederen hadde afgeno-
men : waer op was geantwoort, dat
\'t geen hy gedaen had, fulx de laft van
zijn gebiedende Heer te zijn. Waer
op zy Mandarijns waeren vertrok-
ken, en hy
Van der Does zich met de
boot van de
Conjlance herwaert aen-
gefpoeit had, latende al de aengehou-
de goederen van de Sinezen
in de
fchepen
Vlaerdinge en Conftance toe-
gezegelt,onder opzicht van dcrzelvcr
Opper hoofden,
in goede bewaring.
Maer
tot Minjazeen gekomen, mofte
weder te ruch (alzoo hem niet had-
den laten doorgaen)
totdat ßle^^lß
naer boven ging ; met welk Jacht hy
tot voorby de groote Toorn, en zoo
voorts met de floep van
vlaerdinge
als gezegt, in Hokfieu was aengeland;
latende
\'t Jacht voornoemt aldaer ten
anker leggen. ^^^

-ocr page 332-

Den tiende quam voor de brug van
Lamthay \'t Jacht Blyswijk aen , met ^
de peper uit de Hoeker boot dei\'<7^/-1
jmp. Ook de reft van den voorraet |
voor d\'Ambaflade en het kantoor: |
als mede eenige pakken en behoef-
j
tigheden voor den flecp. De Manda-1
rijns, die als Gemagtighden met liet |
Jacht beneden geweeft, en weder bo-
vengekomen waeren, quamen in de
Loosje , en wierden door den Heer
Ambaftadeur om hen acn tc moedi-
gen, elk met zoo veel root laken, als
tot een rok befchonken.

Den elfden wiertin den raet beflo-
ten de Schepen,
Konjlance en Tiger,
met eerfte gelegentheit te loften, en
naer te laten vertrekken, om

zich tegen \'t laeft dezer maend gereet
tegen \'t vertrek
n^L Batavia te houden.

De Faktoor Z^/\'ördf haddeden Am-
bafladeur op gifteren en van daeg aen-
gedient: hoe dat op morgen de ge-
fchenken van den Keizer zonder fout
tot den Koningh
Singlamong zouden
werden gehaelt, om aldaer bezien te
Werden: dies ook alles door hem klaer
en vaerdig gemaekt wierd.

Des morgens den twalefden, met
den dagh, maekten d\'onzen voorts
alles klaer en vaerdig, \'tgeendat tot
de fchenkaedje-goederen hoorde op
de verfchijninge van de Mandarijns
te Hoof gebragt zoude kunnen wer-
den. Maer in plaets van de Manda-
rijns en
Coelïjs, om de goederen te ha-
^en, quam de Faktoor
Lapora den Am-
bafladeur aenzeggen: het ftjne Hoog-
beir, om de fchenkaedje-goederen te
\' op heden niet gelegen quam,
zonder den tijt te noemen; wanneer
t zelve foude gefchieden. Waer uit
d\'onzen vermoeden het al weder uit-
Itcl en leutery w5s, om hen alzoo van
aag tot dag met den handel uit teftel-
Aen. Dies de Heer Ambafl\'adeur in
rade heeft voor-geftelt: of het niet
Qienftigh was, over al dit uitftel, en
^oo voort, met een beleeft briefjen
^emg misnoegen ontrent de Beftier-
öers te betoonen , en met eenen te
verzoeken (alzoo men nietkondete
J^ten komen, wanneer de handel

oude voortgaen, of d\'opreize ge-
ïcbieden) dcAmbaflkdeur zoo langh
aen boort mogte gaen, totdat ordre
op den handel wasgeftelt: of ordre,
om zich naer te regeleren uit
Peking
quam ; \'tgeen ook zoodanig byden
raet wiert goet gevonden;haer Hoog-
heden op morgen met een.briefje be-
kent te maken.

Zoo als de Ambafladeur bezieh
was met het voornoemde briefje te
ontwerpen, quam de
^dktoot Lapora
in de Loosje by hem, die Lapora dit
hun voornemen zoo eens van verre
bekent maekte. Waer op hy
Lapora
nefïèns de Tolk verzocht: hy zou-
de dit hun voorgenomen befluiten
verzoek, noch een dagh tw^ee of drie
uit-ftellen : zy twijfelden niet , of
de handel zoude, eer drie dagen, zij-
nen voortgangh nemen. Dies d\'Am-
bafladeur goet vont de tijd van drie
dagen met het fchrijven aen haere
Hoogheden, en telkenen dezes be-
fluit te wachten,om noch eens te fien,
hoe \'t zich fchikken zoude. Ook
fcheen \'tdat dit hun voornemen ee-
jniglTZints , door
Lapora , te Hoof
moft bekent gemaekt zijn : want
al heel vroeg den dertienden, quam
de Tolk van
Singlamong in de Loos-
je , d\'onzen vragen, of al de fchen-
kaedje-goederen vaerdigh waeren,
om re Hoof te kunnen gebraght
werden. Hem wierd geantwoort, dat
die ai lang klaer geftaen hadden: wag-
tendezy maer naer de haelders, die-
ze op d\'ordre van haer Hoogheden te
Hoof zouden brengen. Waer op hy
Tolk te gemoet voerde, dat die zelve
op morgen in \'t Hof van den Konink
Singlamong moften gebraght werden.

Wanneer hy gevraeght wiert, of
\'t zelve al vaffgingli, antwoorde van
ja: dat zy zich daet vry op moghten
verlaten, en \'
e zelve by de Beftierders
zoo vaft geftelt was. Onder eenige
redenen wiert hem tolk gevraegt: of
de Koning
Singlamong ook eenige ty^
dinge, hunne zaken
aengaende, uit
Peking hadde gekregen : waer op de
tolk antwoorde, noch van geen ty-
dinge te weten; maer wel dat van den
Koning hadde gehoort, die al onder-
wegen was. D\'onze des vorigen daegs
uit pleizier geweeft hebbende, had-
den by de brugh van
lamthay omtmi
Kk ^
 ze-

-ocr page 333-

ni-i\'

zeventig vaertuigen Zien leggen, die \' lijk vertrek,(flaende ter zij de de twee-

■ ■ \' de inkomende poort ,) cm wat te
wachten, geleid : terwijl dc Veld-
heer
Tsjangpoui noch niet gekomen
was. Na een wijl wachtens, quamen
de vijf Gemagtigde uit
Packing, om
het toeruften der Jonken in de Zee-
landfchappen te beletten, by hen in \'t
vertrek. Deze wierden voorts daer
naer ter gehoor gehaelt, en vertrok-
ken ook weder : blyvended\'onzen
noch al een geruimen tijd wachten,
eer de Veldheer quam , Zijnde hy
eindelijk gekomen , wierden d\'onzen
mede binnen geroepen in de eerfte
gehoor zael ; alwaer zy den Koning
met den Veldheer by den anderen op
ftoelen vonden zitten: en een weinig
daer bezijden aen hunne flini<erhand
mede, op ftoelen, drieKommiftarifen
van
Puckin gezonden, om bericht te
nemen : wat-Sinezen zich inde ver-
overing van
Ey en Quemuy wel had-
den gequeten. Die ook korts naer
de komfte der onzen vertrokken.
Hen wiert door den Koning in per-
foon tot aen de trappen van hec plein
uitgeleide gedaen : waer uit re ver-
moeden waer,de zelve al groote Hee-
ren moeften geweeft zijn. De Am-
baftadeur wiert als voorheene, op een
laegh voetbankje gewezen te zitten,
aen des Konings rechter hand , en
d\'anderezoo vervolgens. Tegen hen
over zaten de
PoetzjenJy, de\'regeer-
ders van de Stad, en andere groote
Mandarijns : ftaende de kaften en
packen met fchcnkadie - goederen
even buiten de galderije. D\'eerfte
inleidinge van de Koning was een
plichtpleging , met na des Ambafta-
deurs gezontheid te vragen. Voor-
ders wierden de kaffen en pakken
met fchenkaedje-goederen, los ge-
maekt, en de goederen daer uit voor
haer Hoogheden , d\' een fortering
voor en d\'ander na,gelegt, en zodanig
door haer bezien. Na hec fcheen fton-
den dezelve haer wel aen, byzonder-
lijk de Lantaren en Hemel- en Aert-
kloot. Na zy dezelve wel bezien had-
den , wierdenze wederom wegh ge-
pakt, en d\'onzen (zonder dat haer
^^oogheden van den handel of opreis
repten ) met fpijze en drank wel ont-
haelt.

i\'iYi

i Jii:

kiaer maekten, omover eenigen tijd
naer Pd\'c/^i» tegaen.

D\'Ambafladeur wierd achterdocli-
tig, dï\' dezelve vaertuigen wel voor
hem 200 ftil mogten klaer gemaekt
werden, en dat, als de tydinge van zij-
ne op-reis van boven quam, men hem
dan wel op een fiel, op een fprong
naer boven zoude willen hebben.
Dies hy aen den Tolkvraeghde wat

vaertuigen de zelve waeren , en wie
daer mede naer boven ging : waer op
de tolk antwoorde : het vaertuigen
te zijn, die in korte dagen, met eeni-
geTarterfeHeeren, enmifTchien ook
met den Ambaffadeur ftonden naer
Packin te gaen. Om den tolk meer en
meer tot hemwaerds te moedigen,
wierdt hy met vijf ellen rood laken
door den Ambaffadeur befchonken.

Des voorigen daegs was de Tolk
Ma.urits by Sihontok ontboden , die
hem ietwes woude zeggen : alwaer
heden (met verlof van den Ambaffa-
deur ) neffens de Kapitein ^iwr was

gegaen.Onderandereredenen,diezy

voerden ,zeidei\'i/^ö»/ö/^,dat hy,in gun-
fte van de Hollanders , naer
Packin
hadde gefchreven; zoo dathy aen een
goet uiiflagh van den handel niet
twijfelde. Voorts hadde hy naer ee-
nige zaken van
Tayouan gevraeght :
daer op hem nacr behooren geant-
woortwierd.

Des naermiddags quamen de Man-
darijns
Liulauja en Haionghtja, door
den Veldheer, over de fchenkaedje-
goederen van den Keizer geftelt ,in
de Loosje, om ordre op\'t binden der
goederen te flellen, om op morgen te
Hoof te kunnen gebragt werden-

Des morgens vroeg, den veertien-
den, wierden des Keizers gefchenken
te Hove gebracht , verzelt van den
Ambaffadeur,
Nohel,Harthouivery Put-
mans ,
den Sekritaris en voorts den
geheelen ftoet , werdende de fchen-
kaedjen voor uit gedragen: volgende
kort daer
aen den Ambaffadeur: en
zoo vervolgens de gantfche ftoet in
ordre.

Gekomen te Hoof, wierden de
fchenkaedje • goederen binnen ge-
bracht, en d\'onzen in hetgewoone-

f

k.jl
ïli!

m

ii

•Ir

II lil
ii\'

i

l-il.!

m

-ocr page 334-

yan^^coren metj^\'n Sc^

-ocr page 335-

haek : liaer Hoogheden betoonden zoude , aldaer komende, daer over
zich zeer vrolijk met eeten en driri- bericht nemen en hem fchrijven ; al-
ken : d\' onzen tot drinken mede zeer 1 zoo daer ordre in wilde fteilen en ver-
aenmanende: rieden ook tegen elkan- i zien; zoo dat hy niet twijfelde aen
dre, om den drank in \'t lijfte parften. | een goeden uitgang van zaken, cn ge-
Eer dat d\' onzen eens om dachten, of j loofde den Ambaftadeur in korte
eenigh gelaet van vertrek konden be- ; dagen ftont op tereizen.
merken , vertrok de Veltheer zelf Volgens \'t verzoek van den opper-
fchieiijk, werdende tot aen de mid- Faóloor des Konings aen
Nohel, op
deltrap van de plaets door den Ko- giftcren gedaen, ging hy n^lfcns
Hart-
ning geleid : daer tuftchen en beide ! houwer des morgens vroegh den vijf-
veel phchtplegingen gefchieden ; met i tienden ten fijnen huize, om te ver-
bet op en afgaen van de trappen. Dit I nemen wat hun begeeren was , en
fchielijk vertrek van den Veltheer, j van den handel te fpreken. Kort naer

quam d\'onzen zeer vreemt voor;
doch alzoo de Tarters geen gelaet
daer van maekten, vermoeden zy het
hunne manier zoodanig was, dat,
alfle voelden datze begonden ver-
heugt te werden, dan deurgingen. Dc
Koning wederom in dezacl komen-
de, gaf d\'onzen mede oorlof van te
vertrekken. Dies zy ook vertrokken:
in \'t uitgaen wierd
Nohel door Singla-
mongs
opperften Faktoor verzogt,van
\'s morgens eens neffens
Harthouwer
t\'fijnen huize te komen, om van daer
tot den Koning
Singlamong tegaen,en
Van den handel te fpreken,- welkzy
^♦ennamen te zullen doen. De Am- naer
Japan konde vervoert werden:

hafladeur hadde van dien morgen tot
^en Konink laten brengen een vaetje
spaenfe wijn, dat hy verzocht de
honing geliefde aen te nemen. De
foning liet den
AmbaflTadeur weten
\'t felve aengenomen hadde, en den
Ambaftadeur zeer dede bedanken.

De tolk Maurits hadde andermael
^y den onder-admirael
Sihontok ge-
weeft ,
ej^ wederom van

t een en \'c ander gefproken; zeggen-
dt Sihontok: dat de Keizer hem (in fijn
aenwezen rot
Packing) hadde ge-
vraegt, wat reden de Hollanders had-
pen gehad, om van //o/^^« verleden
ï^er op te breken : waer op hy zeide
toen ter tijt in
Hoekfieu niet hadde ge-
J^eeft, en zulx niet te weten; maer dat

^rftaen hadde, dat het was om dat de bloetkoralen, in plaets van een ket
Hollanders door de beftierders al- j ting van vijf P=. die d\'Ambaftadeur
Qaer zoo geringeloort wierden , en
I hadde belooft, noch acn Singlamong
de als anders verhin - i te zullen vereeren, zoo dra de handel

WeefT gedwongen waeren ge- ] aenvang hadde genomen; wmtSing-

Zer l ^^ J^acr op de Kei- i lamong hadde gezegt, die nier te koop

^em Zoude gezegt hebben : hy j konde krijgen, en dac op de kleine

I ket-

hun komft was de Faktoor naer \'tflot
van
Singlamong gereden, en weinig
tijts daer naer wederom gekomen;
maer hadden tot noch toe totgeen
beftuit konnen komen. Alleen zeide
hy de Faktoor, een parthye van on-
trent vier hondert pikol zijde tc heb-
ben, die hy den onzen wel wilde ver-
koopen . Waer op hem was geant-
woort,dat fulx wel konde gefchieden;
4och hy ftaet geliefde te maken, dat
door hen dit jaer geen zijde
xvxtiJapan
konde gezonden worden, maer dat
deze zij de van
Hokßeu naer Batavia,
en van dacr eerft toekomende jaer

dat dezelve in dit heen en weer varen
groot gevaer liep. Doch niettemin
dat d\' onzen, indien zy redelijk wil-
den gaen , en \'t zelve toebraghtcn,
noch wel een goede parthye wilden
hebben. Vragende voorts naer de
prijs der zeiver, die de Faftoor hen
niet had derven bekent maken , uit
oorzake deFaktoorsvan
Poui enKom-
hon
daer niet tegenwoordig waeren;
maer zouden daer over fpreken, en
hen den uitflag op morgen laten we-
ten,als wanneer in de Loosje wouden
fchijnen, cn elkandren de prijzett der
koopmanfchappen opgeven, om een
begin van handel temaken.

Aen Nohel en Harthouwer waeren
mede ter hant geftelt zeven en dertig

-ocr page 336-

laten. Hy ried onze Koopluiden me-
de, dat zy eens by den Veltheer zou-
den gaen , enhem,\'tgeenzy befloten
hadden, bekent te maken, of ten min-
üe by zijne Faktoors. Dan d\' onzen
vonden ongeraden, wijl zy niet by

iiï

overmorgen gehefden te laren, op
dat, ingevalle morgen ietwes in den

den Koning hadden geweeft, byden j houder, op den eerflen dezer,de voor
Veltheertcgaen;maergingenbyzijn ; hem ontworpen fchenkaedje niet
Faktoors , die mede aennamen op ; hadde willen aenvaerden; maer door
morgen te zullen,als boven, komen ; i den tolk laten bekent maken, wel een
verzoekende \'t zelve die van den
j ftuk laken zoude willen begeeren;
Konhon mede wilden bekent maken : wiert by den Ambaffadeur (alzoo in

i

. i

liii;. >1
Ti\'!

llr\'^ïf

dat ook gefchiede, die mede als bo-
ven zouden verfchijnen.

Door den Ambaffadeur wiert met
den tolk
de Hafe, aen den Veltheer
een kelder Spaenfe wijn gezonden.

i.
, \'\'it-i

i i

ri!.\'

•iii i:\' •
.\'M \'si

li\'

noch eenige kleinigheden voor de
kinderen zoude zenden : die hy
zeide hem aengenaem zoude wezen.
Zijnde in acht genomen , hoe de
Kon-
ion
by het zien van de fchenkaedje-
goederen op gifteren niet tegenwoor-
dig ware geweeft : ook ter zijde ver-
vernomen hebbende dat hy niet wel
te vreden was, zoo heeft d\'Ambaffa-
deur zijn Faktoors laten roepen, en
verzogt van hen de oorzake te we-
ten : waer op zy antwoorden d\'oor-
zake daer van te wezen , dat fijn
fchenkaedje op den zes en twintig-
ften van Oogft-maent, voor de be-
ftierders ontworpen,zoo veel minder
waeren geweeft, als die van den Ko-
ning en Veltheer : ook dat aen den
Koning cn Veltheer ieder een ketting
bloct-korael was vereert, maer acn
hem niet: niettegenftaendc hyzoo
groote Heer was als Püui : dat ook,
balladeur, om zijn Meefter overmor-
gen te willen gaen bezoeken ; alzoo
ly van dien dag en \'smorgens met ee-
nige zaken zoude belet wezen,\'t welk

d\'Ambaffadeur aennam te zullen
doen. Alzoo de Minjazeenfe Stede-

diehy met groote dankzegginge had- j Sekretaris is gefchiet, hem brengende
de aengenomen. Hy liet hem mede en vereerende uit des Ambaffadeurs
aenzeggen, dat hyaen fijn Hoogheid naem een ftuk Karmoftjn
root laken;

\'t op en af varen derreviere hem in ve-
len deelen van noode hadde) goetge-
vonden aen hem (alzoo nien verflonc
hy nu in
Lamthay gekomen was) een
ftuk te zenden, \'t welk ook door den

dat hy ook ten danke aennam, met
belofte d\' onze in \'t op en af varen
der revier in allen deelen de behulp-
zame hant te bieden.

De tolk Maurks had wederom by
den
ondcr-admirael Sihontok geweeft,
hem uit des Ambaffadeurs name met
drie houvverklinken befchenken, die
ook ten danke hadde a^engenomen,
met toezeggingh van alle hulpe en
dienft, waer hy konde ofte
mogte,aen
hem ofte d\'onze te zullen doen.
D\'Onder-admiraei hadde ook aen
Maurits verhaelt: hoe dat hy gift eren
by den Veltheer hadde te gaft g^"
Vveeft, en aldaer van eenige Manda-
rijns verftaen, datdc Hollanders bin-
nen rien of twalef dagen
metPackmg
moftcn vertrekken : dat hy zijn be-

befchcit tot vertrek al had , om voor

uit te gaen, en hem in zijn hcerfchap\'
pye van
Jemping, daer zy door moeite

ketting, liemdoorden AmbaiTadeiir\' aengaendede vervetfmge aen d-oo-
verceri: , die te kort quamen : waer: zen in Ooghil-maent ler fchenk ge-
van de Faktoor
Lapra ook kennis j zonden, hem de helft hadde aenge-
had,en\'tgeen voornoemde Z^/^rtf aen | gaen.d\'Ambaffadeur dit vernemende,
den Faktoor van Smglamong\\\\2iMQ \\, verzogt aen zijne Faktoors, liy hem
verhaelt :
waer op de Faktoor hadde j moghte komen bezoeken, om hem
verzocht datzy de ketting aldaer tot | vernoeging tedoen; \'t welk de Fak-

toors aennamen te zuilen voorhou-
den en den Ambaffadeur des morgens

handel wiert gedaen, zy dan dezeko- ^ befcheit brengen , gelijk gefchiede:
ralen overmorgen zelf aen den Ko- wantdes morgens den zeÜiendenvër-
ningkonden overhandigen. Waer op fcheen de Faktoor van den Af???^^;? in
zy de bloet-koralen aldaer hadden ge» de Loosje, met verzoek aen den Am-

-ocr page 337-

teizen, te verwachten. Hy verzocht
mede , d\' Ambafladeur .wilde voer
hem eenige kieinigheden,als hy zijn
Stadt door quam, voor zijn geitniede
brengen;zoude daer ten hoogfte voor
dankbaerzijn :
2i\\s yhloetkoralen, ham-
Meen,
houmer-klmgen,ptfiolen, roers, la-
kenen,perpetuanen.mourfen, ff ïegds ,ee-
mge goude ringen, en gefleenten\'.

Ai de Faktoors vandeBeüierders,
behalve den eerfte van
Singlamong^,
Verfchenen ten zelven dage in der
koopluiden Loosje , om de prijzen
Van de koopmanfchappen elkandre
op te geven , en aldaer een verdragh
Zien op te beramen. Door
Nohel en
Harthouwer wierden hen opgegeven !
d\'onderftaende koopmanfchappen : L , ^

peper. Sandelhout,Arreek,Nagelen,Rom- \\ fen Stedehouder \'tlaken, op den zef-

tienden dezer aen hem vereert, we-
derom, latende den Ambaffadeur nef-
fens een groetenis briefje zeggen, dat
hy van d\'onfen niet eerder fchenkaed-
je mochte of woude aenvaerden,voor
dat des Keizers brief was gekomen,en

pen,Loot, Tin, Kaliathour-hout, ^c

De waeren , die^deFaktoorsd\'on-
zen daer tegen aen boden, beftonden
in d\'onderftaende: als,
Geutdraet, Ra-
dix of wortelOiim, grove The, Galiga,
aluin,f pil] aut er , Cuhehi, geconfijte gen

W:

ber,Hatten,goudt. Rouwe zijde had | zy een goeden handel hadden getrof
een
van Faktoors gèzégt, zou-1 fen. Des avonts laet quam een ma-
^edatjaer door d\'onzen nietmogen | troos over lant van zonder

^ic-gevoert worden. Naer lang ge-1 weten van deTartaren,aldaer meteen
noech wachten , verfchenen de lijf- brief door Kapitein
Naelhout gezon-
ïocht-kopers met een pas voor dei deniwaer uit d\'onzen verftonden:

Konflance en ftoep van hy gifleren, met de MoepvanW^Qidm-
^laerdimien
. Dies deze \\2.trXmgQn\\ gen, de reu naer hoven had ondernomen;
^ok m^ het hoog water vertrokken, j doch dat op Minjazeen was aengehou-
^ïct de ververfinae voor de fchepen. den,zónder datjy hem^ wilden laten naer
Öen achtienden ging d\'Ambafta- j hoven gaen : waer door hy genootzaekt
^eur den Konhon bezoeken , alwaer | wasgeweeflivedernaer de fchepen te ke-
ren. Had des nachts de reis wederom-
vervat,op hope van door den donker ver-

Zeer wet wiert onthaelt met fpijs en
drank. Dc fpijze was op de Hollantfe
maniere bereit, ten welken einde hern
uesAmbafiadeurs Sineefe kok opzijn
verfoek was geleent. D\'oude man was
Zeer vrolijk, door d\'onzen zeer hart
en haeftig toe te drinken: waer door

\'^en Veltheer zeer aengenaem
en dat daer dagelijx van dronk.

hy Minj az e e n te ge rak en; maer t zelve
was mede tegen hunne meninge uitgeval-
len-, vermits de Sinezen van \'tJonk, op dé
water-plaets de wacht hehhende, hen ge-
waer wier den, en aldaer vaft hielden.

^ok gebeurde al eenige van d\'onze j Dies zy op Minjazeen i« heftaglagen,
®oor den drank bevangen wierden. I verwachtende van den Amhaffadeur een
Den negentienden, des middaghs, I pas, om hoven te mogen komen,zonder .zy
piamen twee Faktoors van den Velt- daer anders kans toe zagen. Mondeling
neer in de Loosje den Ambaftadeur verhaelde de matroos , dat alles on-
den naem van hunnen Meefter, trent de fchepen
noch tiaer wenfch
«■iet Zes potten drank befchenken, in j ftont; maer wanneer het volk van
^ergeldingvandenopvoordezenge- den Fluit
de Tyger, in \'tkrabbe-gat
^«nden Spaenfchen wijn, die zy zei- branthout had wezen kappen , een

uen nprt ^^^______1 __^-»oni^ Anntr pari l ïfTf»»- tif^io

timmerman door een Tiger was be-
fprongen en verflonden.

Li D\'Aiil-

D\'Ambaftadeur vraegde aen de Fak-
toors, of zylieden niet wiften of\'et
eenige tydinge, hunne zaek aengaen-
de , uit
Peking waere gekomen. Waer
op de Faktoors verkiaerden noch van
geen ontfangen tydinge te weten;
maer dat die onderweeg en binnen
vijf dagen aldaer ftont te wezen.

Den twintigften,\'s morgens waeren
de Faktoors van de Beftierders ander-
mael by
Nohel en Harthouwer, in der
koopheden Loosje geweeft, om over
den prijs der koopmanfchappen een
verdrag te beramen ; maer fcheiden
wederom onverrichter zake, hoewel
inminenvrientfchap , alzoo in\'t bie-
den niet hoog genoeg quamen.
Des middags zond deMinjazeen-

-ocr page 338-

Ji

f1l

quam de tolk Gienko tot antwoord
zeggen, dat de Minjazeenfe Stede-
houder verleden nacht naer de plaets
voornoemt was
vertrokken. By den
Ambafladcur overwogen zijnde, hoe
de tijt tot het vertrek des Bataviafch
fchip,op den elfden defer beraemt,vaft
begon te naderen, wierd goet gedacht
des anderen daeghs een briefje aen
den Veltheer daer
over te fchryven;
als mede een pas te verzoeken voor
een van de vaertuigen, om op en afte
varen, en alzoo dagelijxe tydinge van
de fchepen te verftaen, daer aen d\'on-
zen voor als toen veel gelegen was.

Den twee en twintigften, \'s mor-
gens,ging d\'Ambafladeur des konings
Singlamongs zoon bezoeken , en be-
fchenkenmet

Twee\'s ( Swarte Kroonraffen.
Vier
j \\ Fijne Kitfen.
Vier )\'ftuks\'{ Moerifen.
Een [ Barn-fteen van een

J X pont en twee loot.
Drie paer houwerklingen.
Een paer piftolen en een fnaphaen met
zilver in geleid.
Ten dank nam hy deze gefchenken
aen, en onthaelde den Ambafladcur
treflelijk op de Tartarife wijze. On-
derwijlen was de Sekretaris
Van der
Does
, tot den Veltheer Tzjangpoui
(volgens \'t op gifteren genomen be-
ftuit) gegaen, om aen hem \'t volgende
brietet\'overhandigen: inhoudende,
Het ware den Amhaffadeur zeer aen-
genaem geweeft van
Talauja te ver-
ftaen: dat de Flollanders na als kinderen
en vrienden vaneen huis zouden gehou-
den en aengezien werden, daer aen den
Amhaffadeur niet wilde twijfelen ; want

Berde Gezantfchap na H Keizerrijk

D\'Ambafladeur liet den tolk Gien- Talaujas woort wm als een vaße herg,
/f^? roepen, hem belaftende op mor- die onveranderlijk was. D\' Amhaffadeur
gen
vroeg ren huize van den Minja- j verzoekt het kleine Hollantfch (chip al-
zeenfen Stedehouder (die aldaer hier mach geloft en naer heneden gezon-

noch ter plaets was) te gaen, en vra-
gen , door wat redenen zijn volk op
Minjazeen wierden opgehouden: t\'ef-
fens hem te verzoeken ,hy doch ordre

1.1 i;

! I

M« \'li !

>

.j

ns : dat, na hy den Veldheer zijne
komft hadde laten aendienen, aldaer
zeer lang door de tolken en voordra-
ger was opgehouden, mettezeggeii
dat\'er Mandarijns cn andere by den
Veldheer waeren: en zoo dra die zou-
den wezen vertrokken, hem dan zou-
de horen. Doch ten laeften, na wel
drie uuren of meer wachtens , was
voornoemde voordrager en tolken
hem komen zeggen:
ddx Talauja 7.00
veel bezigheden nadde,dat hy denSe-
kretaris niet kondehoren,alzoo mor-
gen op dedril-plaets, om de foldaten
te monfteren, moeftegaen: en indien
hy den Veltheer zelf moefte fpreken
(zonder dat zy Heden de bootfchap
aen hem konden doen) op
een ander
tijd weder konde komen.
Dies hadde
de Sekretaris, om geen verloren tocht
te doen, den voordrager den brief ge-
geven, om aen
den Veldheer t\'over-
handigen. Anders was hem gelaft, in-
dien h.y Talauja in perfoon konde te
fprekèn komen, geen anderen als aen
hem zelfs den brief te overhandigen-
Mondeling had deSekretaris
aen den
voordrager gezeght : hy geliefde
lauja te zeggen, dat d\'onzen zeer veel
aen een pas tot een vaertuig,om op en
ofte varen,in dezen tijd gelegen was;
alfoo dagelijx tydinge van de fchepen
moeften hebben , om ordre in alle
vo orvallen te fchikken:
hebbende zy
ter zijden verftaen een
van hun volk
op
de fchepen, in de Nederlandfe ha-
ven,van cenTiger was
verftonden &c.
om welke en andere
redenen meer,
zy geduriglijk
dentoeftandxlerlche-
pen moeften weten. De voordrager
lad den Sekritaris rot antwoord van

Talauja

den wor den, alzoo in acht dagen een fchip
naer
Batavia zoude vertrekken. D\'Am-
haffadeur verzoekt dat de kleine hoot we-
derom mach hoven komen, om dentoe-

wilde fteilen , ie boven mochten ko- j ßant der fchepen temogen weten, daer
men : en indien hydaer toe geen or- | aen denAmhaffadeur opHhoo^fle gelegen
dre wilde geven , d\'Ambafladeur dacr j u. D\'Amhaffadeur verzoekt hem daer
overgehouden zoude wezen aen den \\ toe een pas mach werden ter hant geftelt,
Veltheer te klagen. / gelijk in vorige jaren was gefchiet.

Den een en twinrigften,\'smorgens, | Tot antwoord braght de Sekreta-

-ocr page 339-

ulx wel waer te zijn; ma.er dat deze
5as niet anders moefte ingehouden
lebben, als om van daer beneden te
varen,zonder daer in vermeld te flaen
dat de vaertuigen wederom mochten
bovenkomen; blijkendelulx , alzoo
een der zeiver weder willende boven
komen, met den Kapitein van\'ton-
der
Tinghay leggende fchip, tot Min-
jazeen
waere aengehouden. Zeide
vorders dat als d\'Ambafladeur een
pas in handen voor een vaertuig , om
op en af te varen, hadde, dezelve niet
uit zijn handen zoude geven, of het
Zoude nootzakelijk moeten wezen.
Na dat de voordrager dit den Velt-
heer wederom had aengedient, heeft
zijn Hoogheit den Sekretaris daer op
laten weten: hy zoude om den Man
darijn
LiuXaujaztixéitn, en met den
Xelven den onzen zodanige pas als
Voorleden jaer gehad hadden , van
een vaertuig op en af te mogen varen,
^is \'t ons beliefde, laten toekomen.

Den drie en twintigfl:en viel niet
Voor.

Des Sondags, den vier en twintig-
^en , alzoo op eergifteren de toege-
^eide pas noch niet te voorfchijn
quam , wiert de Hofmeefter
Ruwen-
en tolk De Uaze na den Manda-
rijn
LiuLauja gtzonAtn, om te zien,
\'pf hy de pas ook in handen hadde, en
^gevalle van neen , als dan tot den
Veltheer te gaen , en het op eergifte-
ren gedaen verzoek andermael te
doen. Zy heden ten huize van gemel-
den Mandarijn gekomen, hadden den
Zeiven met i\' huis gevonden: waeren
dierhalven by den Veltheer gegaen,
\'latende hem de waerom van hunne
Komft bekent maken. De Veltheer
bet hen in antwoort weten , dat
^y tot den Mandarijn
Liu Lauja moe-
iten gaen ; alzoo de zelve ordre om
Paiien te geven had; alwaer weder ge-
komen zijnde , had hen de Manda-
^^ zullen komen,
af f f ^ ^^^ P^s voor een vaertuig, om
- ^^ren en weder boven te komen,

Talauja gebragt, dathy den brief hadde brengen ; maer als zy eenige vervesr-

gelezen en den inhoud verftaen; maer finge benedên wilde zenden, zoude

dat\'er, eenige dagen geleden een pas hem \'t zelve maer door de Kompra-

voor de floep en boot was gegeven, doors of fpijs-kopers laten aenzeg-

WaeropdeSekritarishadgeantw^oort; gen , zoude dan daer toe pas verie-

nen. De Vekheer had zijnen tolk,nef
fens d\'onzeby den Ambafladeur ge-
zonden , om hem te zeggen , dat\'er
geen fchip naer
Batavia mochte ver-
trekken, voor dat\'er tydinge uit
Pe-
king
was gekomen. D\'Ambaitadeur
antwoorde daer nier met allen op (al-
zoo \'t vertrek der fchepen niet indes
Vekheers macht ftont te beletten;)
maer zeide andermael tegen den toik:
hoe nootzakelijk het w^as datzy een
pas, voor een kleine floep,om op en af
te mogen varen, moeften hebben; al-
zoo \'t
zeer nootzakelijk was, datzy
nu dagelijx de ftant der fchepen wi-
ften. Dat hy tolk aen
Talauja doch
zuix woude vertonen, \'t welk, hy naer
eenige redenen over en weder ge-
voert te hebben , beloofde te zullen
doen, en d\' onzen op morgen aen zo-
danigcn pas te helpen.

Den vijf en twintigften,\'smorgens,
quamen de Mandarijns
Lm Lauja en
Hayhong in de Loosje, mede brengen-
de een pas, voor een van de vaertui-
gen , om ledig op en af te mogen va-
ren , die zy lieden den Heer Ambaf-
fadeur ter hant ftelden, met daer by
te zeggen , dat als \'er een vaertuig
naer beneden was geweeft, en wedet
boven gekomen, men de pas aen hem
LiuLauja wederom zoo lange zoude
moeten ter hant ftellen , tot dat\'er
weder een vaertuig ging ofte wilden
zenden , als wanneermen deze pas
maer weder zoude laten halen. Dit
wiert aen de Mandarijns door den
Ambafladeur belooft te zullen naer-
gekomen werden. D\'Ambafladeur
vereerde den Mandarijns voor de
moeiten in \'t verkrijgen der pas, (zoo
zy lieden zeiden gehad te hebben) ie-
der met twee chitzen en
vier dasjes.
Voornoemde Mandarijns zeiden me-
de dat\'er geen fchip naer
Batavia
mochte vertrekken, voor en al eet
tydinge uit was gekomen, die

in zes of acht dagen aldaer ftont te
wezen; dat de Veldheer
zulx uitdruk-
kelijk had belaft.

ll 2 Des

-ocr page 340-

2ÖS

Des naermiddags quam de Faktoor
Lapra neffens eenen 1 artar in de Loos-
je, den Heer Ambaffadeur bekent ma-
ken : dat\'er een klein briefje vooruit

van Peking was gekomen: zijn Edele
mogt wel gereetfchap tegen d\'oprei-
ze maken, alzoo op komfie van des
Keizers brief ftrakx zoude moeten
opreizen : de koophandel zou met
den koopman
David Harthouwer ge--
dreven werden. Ten zelven dage
raekte het Jacht
Blyswijk van zijn in-
geladen goederen los.

Dés morgens, den zesentwintig

fien, ging de Sekretaris ten Hove tot
den Koning
Singlamong , om hem te
verzoeken , of
Nobel xï^n Hoogheit
over eenige nootzakeUjkheden eens
mogtekomen fpreken. Hem was me-
dé gelaft, in het voorby gaen, tot den
Konbon te gaen,alzoo op gifteren ftjne
Faktoors in de Loosje waren geweeft,
om voor hunnen Meefters de olifants
tanden te kopen (die den Sekret^is
waeren ter hant geftelt,) om aen den
Konbon, uit naem van den Ambafla-
deur, te vereeren, doch hadde de
Kon-
bon
de zelve niet willen aennemen,
zich houdende nergens van teweten;
zeggende dat den Ambaffadeur zeer
bedankte; maer dat niet vermocht of
woude de fchenkaedje aennenen. Op
de komft van
den Sekretaris, tot den
Koning, was de Koning tot den Velt-
heer gegaen , dies hy onverrichter
zake was weder gekeert.

Den zeven en twintigften, \'S mor-
gens,ging de Sekretaris andermael tot
den Koning
Singlamong , om, ais op
gifteren , zijn Hoogheit te verzoe-
ken , of
Nobel\\\\em zoude mogenko-
men fpreken : zulx door den voor-
drager den Koning aengedient,liet hy
den Sekretaris in antwoort weten: dat

zijnHoogheitpijnin \'t lijf hadde, cn
hem daerom niet konde horen : ook
dat nu vier of vijf dagen met eenige
gewichtige zaken zoude bezig we-
zen, in welken tijthet mede geen pas
zoude geven, dat de Houpou aldaer
quam
; maer zoo dra tyding van P^-
king zoude gekomen wezen, die alle
daeg
verwacht wiert, zoude de Ko-
ning
zijn zaken zoodanig fchikken,
dat de Houpou hem mochte komen

m

:

!

\'li

I. ir
[l\' i

fpreken, als\'t hem beliefde. Ook was
de Sekretaris tot den Mandarijn Zw-
lauja gelaft in het voorby te gaen, ten
einde een pas voor
BlyswijkXe verkrij-
gen, om met ververftnge voor defche-
5en naer beneden tegaen.
Liu Lauja
lad den Sekretaris tot antwoort ge-
geven, dat hy wel paffen voor vaertui-
gen, om met ververftnge naer de fche-
pen te gaen, konde geven; maer niet
voor dit fchip; doch dat hy by den
Veltheer zoude gaen , om een pas
voor \'t fchip te verzoeken ; zoo hy die
verkreeg, zou die den onzen met den
Mandarijn, die neftens\'t Jacht bene-
den zoude gaen, morgen toezenden,
of wel d\' antwoort van den Veltheer
laten weten.

Den negen en twintigften, \'s mor-
gens, verfcheen in de Loosje de naefte
Raetsman van den Koning
Singla-
mong
, nefTens drie andere grote Hee-
ren , of krijgs overften, beziende de
paerden en osjes , die hen wel aen-
ftonden. Zy wierden door d\'onzen
op de befte maniere,als mogelijk, ont-
haelt , gevende de muficale fpeeltui-
gen niet weinigh geluit. Des naer-
middags quamen aldaer uit de Neder-
lantfe haven aen te landen, de floe-
pen van
Vlaerdingen en Blyswijk, met
den Kapitein
Joan Naelhout ,vtxhd\\tn-
de dat alles in de Nederlantfche haven
als onder
Tinghay noch in goeden
ftant ftont.

Den dertigften, vermits de toege-
zeide pas
vooi Blyswijk noch niet te
voorfchijn quam, ging
Nobel tot den
Veltheer , om de pas andermael te
verzoeken, op dat het fchip af mocht
varen, en weder lading in nemen, en
alzoo een fchip na
Batavia (dat al
voor een halve maent had moeten
vertrekken) gereet te maken, om op
\'t befcheit van
Peking ter reize te kön-
nen vaerdig zijn , onder voorgevel
daer aen noch wel een halve
maent
werk was, met belofte yan hun woort
daer in te zullen houden: desgelijx
mede byden Mandarijn
Liu Lauja, en
aldaer de pas, met deftoep wederom
gekomen, volgens
beloften, te verto-
nen , en de zelve weder te verzoeken,
alzoo \'er des
morgen weder een vaer-
tuig naer beneden zoude gaen. ^^^^

-ocr page 341-

Doch Nolel had den Veltheer
niet te fprekenkunnen komen; ver-
mids hy zoo veel te doen had; maer
was hem gezegt, dat de Mandarijn
Liu Lauja ordre , om depaflen kiaer tc
maken, had . Weshalven
Nohel dan
tot dezen Mandarijn gegaen was, die
hem gezeght had, dat de pas voor
\'t fchip al over eenige dagen gefchre-
ven was, en tot den Veltheer ge-
bragt, om te teikenen: dat zijn Hoog-
heid die van daeg zoude teikenen, en
hy de zelve zonder fout ten langden
morgen uchtent buiten brengen; de
pas voort \'t vaertuig , om op en af te
varen had hy ingehouden , alzoo
dezelve (volgens lijn zeggen,) den on-
zen niet meer konde dienen ; maer
Zoude een ander laten fchrijven, en
hen dezelve neffens die van \'t fchip
brengen of zenden.

Den een en dertighften, desSon-
daegs , zond d\'Ambafladeur
Genko
naer binnen, om wederom de pas
voor \'t fchip van den Veltheer te ver-
zoeken ; doch hadde de tolk den velt-
heer niet te fprake konnen komen:
dies tot den Mandarijn Ii« X^ï^i/^z was
gegaen, welke hem hadde belooft op
morgen de pas buiten te zuilen bren-
gen . De Faktoor van den Koningh
Singlamong, quamA\'ö^/Zzeggen, dat
ïijn Hoogheid eenige dagenzeer be-
zieh was geweeft; waer door hy hem
ïïiet te fprake hadde konnen ftaen;
"laer dat indien hy nu, terwijl \'t druk-
wat over was, zijn hoogheid iet-
wes hadde tc verzoeken, als\'them
behefde, konde komen.

Des \'s morgens, den eerften van
Slacht-maent, liet d\'opper Faktoor
vm, Singlamong door een bode weten,
dat de Koopman
Nohel, volgens belof-
te van gifteren,ten hove mocht ko-
men , en aenftonts daer verwacht
Wiert. Dies hy zich neff^ens Schipper
derwaerts begaf, om metor-
are van den Ambaffadeur \'t volgend
^en fijn Hoogheid voor te ftellen en
je pas te brengen. Dat van ter zijde
Wiert gerucht, de zijde dat jaer niet
mogt uitgevoert werden; ook dat an-
e daer en tegens verhaelden,dat de
j \'Stootsmet d\'onzen niet zouden
ten zy dat men van hun ru-
wezijde,tothoogen prijs tegens onze
koopmanfchappen wilde aennemen.
Wij ders dat verftaen had, d\' Ambafla-
deur op ontfang van het verwachte
befcheit van den Keizer, ten eerften
zoude opreizen , en fich daer toe
vaerdigh moeten houden ; \'t welk
nochtans op die wijze niet gefchic-
den konde; nadien de gemelde
Nohel,
die nootzakelijk mede naer Peking
reizen moeft, alvorens den handel
aldaer moft bywoonen : behaiven
dat in de vier volgende maenden de
revieren, met ys bezet, niet konden
bevaren worden, om d\'opreize te
konnen doen. Eindeling te verzoe-
ken , dat fijn Hoogheid d^\'onzen ge-
hefde gunftigh te wezen, dat de han-
del fpoedig voortgaen mocht, op dat
de fchepen na hare verordineerde
plaetfen konden verzonden worden:
te meer om dat twee der zei ver naer
Hollant moeften vertrekken:w^aervail
de tijd reeds een halve maent ver-
ftreken waere. Hier op had zijn
Hoogheid na de gefontheid van den
Ambaffadeur gevraeght , en geant-
woord , dat de Keizer op \'t hoogfte
verheugt was: d\'Hollandcrs in fijn
Hijkquamen handelen. Watdezijde
betrof, dat was een verboden waer?
maer indien de Faktoors met hunne
koopheden, tot genoegen, daer over
prijs bedingen konden, dezelve wel
mogten vervoeren; alhoewel hy daer
toe fijne uitdrukkelijke ordre niet
wilde geven. Hy wenfte maer dat
de prijzen op elkanders koopman-
fchappen fpoedig getroffen wierden t
maer het was een gebruik dat met het
bieden en looven gemeenlijk wat
tracg toeging, na dien elk aen weder-
zijden fijn meefte voordeel wilde be-
trachten ; daer nochtans de koop-
manfchappen niet altijt dier konden
verkocht worden. Het zoude ook
wel goet zijn dat \'er ten minfte eenige
goede tijdinge, met \'et eerfte Schip
na
Batavia gezonden wiert, alzoo het
befcheit uit
Peking alle uuren wiert
verwacht, bevelende fijne Faktoors,
die daer
tegenwoordig waren , op
morgen wederom by onze kooplie-
den te
verfchijnen, om te zien ofze
met\'er haeft eens konden worden.

Ll I Hief

-ocr page 342-

ftedehouderzond,om te vragen of in
de pas ook vermeit ftont, dat\'er een
vaertuigh, om tijding van de fchepen
te hebben, wederbovenzoudemo-
gen komen. De tolk
de Hafe weder-
om komende,bragt ten antwoort,dat
hy den ftedehoiider zeifs niet hadde
mogen fpreken , maer hem door des-
felfs Sekritaris was bericht : de ge-
komen pas niet anders inhielt, ais dat
het fchip en floep naer beneden
mochte gaen, zonder weder boven te
mogen komen.

Dan d\' Ambaffadeur met dit ant-
woort niet vernoegt,zond \'s morgens
den tweeden , den Sekritaris Van
der Does andermael by den ftedehou-
der, om te vragen hoedanig bet met
de pas gelegen was. De Sekritaris
had hem mede niet te fpreken kon-
nen komen; maer had de ftedehou-
der hem laten zeggen , dat de geko-
men pas niet anders in hiek , ais dat
het fchip en floep beneden mochten
gaen , zonder weder boven te mogen
komen : en indien d\'onzen een an-
der pas begeerden, dat daerom aen
den Veltheer mofte verzocht wor-
den. Weshalven de Sekretaris aen-
ftonts tot den Mandarijn
Liulauja
wiert gezonden , om de pas voor
\'t vaertuig , om op en af te varen (die
belooft had nefiéns die van \'tfchip te
zenden) wederom te verzoeken, en
gelaft aen den Mandarijn te zeggen:
hoe nodig zy den ftant hunner fche-
nen en volk moeften weten. Doch

..............^________________ hadde de Sekretaris hem niet t\'huis

2en naem en laft van den AmbaflTa- [ gevonden;maer was hem t\'zijnen hui-
deur,aen zijn Hoogheit overhandigt, ( ze bericht, dat hy naer hunne Loosje

was gegaen: dies de Sekretaris onver
richter zake was weder gekeert.

Des middags quam de Mandarijn
Liu Laujabrengende een
pasvoor een Vaertuig, om op en af te
mogen varen; gelijk d\'onzen verleden
hadden gehad. Doch weinig tijts daer
naer quam de tolk
Genko dezelve pas,
uit laft van gemelden Mandarijn
Liu
Lauja
, wederom eifchen, onder voo^
geven dat daer noch een naem moeft
ingeftek worden, en de zelve dan da-
telijk wederom zoude brengen. De
Faktoors verfchenen ten zclven dage
in de Loosje van onfe koopluiden,om

1 \'L\':;:\'

a SptjsM-
z.3rger.

iiif\' ■ ■
t\'Ä\'\'

\'H

een

die hy dankelijk aennam. Na geno-
men affcheid van fljn Hoogheid was
hy ineen ander vertrek met fpijs en
drank onthaelt.

Des naermiddags quam de ^kom-
pradoor
Onquemoy in de Loosje aen
den Ambafliideur bekent maken: dat
de pas voor \'t fchip was gekomen, om
met de ververfinge naer beneden te
mogen gaen; doch dat dezelve in han-
den van den Minjazeenfen ftedehou-
der was , alzoo hem die doch , als
\'tfchip
Minjazeen voorby quam,moeft
over-handight werden. Weshalven
d\'Ambafladeur de tolk
de Hafe^y den

, pis
!;;\'! j!\'

Derde Gezandfchap na H Keizerrijk

270

Hier op had de Koopman Nohel te
paffe gebraght , dat nadien de Fak-
toors in hun bod zoo zober waren,
of dan aldaer door hen te veel peper
en zandeihout moght aengebraght
zijn; waer van zijne Hoogheid al-
leen zijne behoefte konde nemen,
en dat zy de reft dan wel weder wil-
den wegvoeren: alzoo noit beter dan
tegenwoordig voegen zoude dat der
Kompanjies aengebraghte goede-
ren, een goede markt, boven andere
jaren, aentroffen , nadien aen het te-
genwoordig Ambaffaetfchap zulken
merkelijke zomme geks te kofte ge-
leit wiert:waer van zy tot de onkoften
langer geen gek meer konde verfchaf-
fen. Dit vatte zijn Hoogheid datelijk

op;zeggende (onge-eifcht) datfijn be-
komft noch had van de verfchoten
penningen in Kanton aen de voorige
Ambafladeurs; maer nu wel haeft gek
uit de verkoop hunner goederen krij -
gen zoude. Aengaende d\'opreize des
Ambaifadeurs naer
Peking, in deaen-
ftaende winter
tijt, zeide zijn Hoog-
heid datmen zich daer tegens wel ter
degen met bonte klederen moft ver-
zien : en daermen, mids het ys, te wa-
ter niet konde varen, zoudemenmet
palakijns, en paerden te lande reizen;
zulx daer in geen fwarigheid moft ge-
ftelt worden : zeide vorders,
dat on-
ze koopmanfchappen, in plaetze van
eenige weg te voeren, wel diende in
meerder meenigte aengebragt te wer-
den.
Nohel had ook den voor dezen
geeifchte kettingh bloet-korael, uit

; "liii

m

■ I! r,

\'liiill
illli

\'■IV-4

yi ;

ii^H."!»\'!!

SsP\'

i lij!
SI
!li

-ocr page 343-

van Sina ^

een verdrag over de prijzen der koop-

manfciiappen te treFèn, doch waeren
weder metgoei genoegen onverrich-
ter zake van elkandre gefch eiden.

Des avonds liet d\'Ambaffadeur
den
lolkGenko roepen,hemzeert\'on-
vrcde tooncnde , waerom de pas voor
\'t vaertuig , om op en af te varen, niet
Weder tc voorfchijn quam; alzoo hy
tolk hadde belooft, dat zoo dra daer
een naem in, geftelt was,dezelve dan j
datelijk wederom zoude brengen,
j
Waer op de tolk antwoorde , datXi^^ i
lauja, deMandarijn,hem hadde belaft j
dezelve weder te eifchen; alzoo dc )
naem van den Mandarijn, die mede
na beneden ging.mocft daer in geftelt
werden : waerom die niet weder
quam, ui ft hy niet : als de Manda-
rijns hem iets belaften,moeft hy hun-
nen laft volgen.

Ook vertrok met dit Jacht Kapi-
tein
joan van der Werf, om \'t opperfte
gezagh in de Nederlandfche haven te
lebben , cn op alle voorvallen goede
ordre re ftellen. Waer toe door den
Ambaffadeur hem laft verleent wiert.

Dc fchacmeefter quam den Am-
baftadeur bekent maken : hoe dat
de geordineerde vijftig pikol
K ad jang,
en\'twintig hammen voor de fchepen
niet te voorfchijn quamen , alzoo
^Q lijftocht - bezorgers hem hadden
gezegc dat \'er ordre was geen
Kadjang
^och hammen mochten uitgevoert
^^\'erden. Wes dc Ambaffadeur ziende
^at \'er noit ververfinge voor de fche-
pen naer beneden ging, of\'tzeive ge-
Ichicde met de grootfte moeiten van
e v^erelt, geraden vond \'tnaervol-

gende briefje aen den Veltheer te
fchrijven.

D\'Ambaft-adeur had altijd de be-
ieeftheid
v^nTalauja ondervonden,
«aervoor hy aankbaer bleef. D\'Am-
baftadeur wifte dat Tal^uja veel te
aoenhad, en daerom dorftd\'Ambaf-
adeur
Talauja niet veel moeilijk val-
l^n^Het Hollands fcheeps-volk moeft
m dezen
Mouzon met fpijs en drank
^^ erden voorzien , of konden niet le-
eii De Ambafladeur hadde altijd
moeiten met de ververzinge,

óïlT Ambafladeur dat

^yitocht-bezorgersde varkens ds

andere ververzinge alle acht dagen
met hun eigen vaertuigen aen de
fchepen mochten brengen, en aldaer
verkopen : daer mede zal en

d\'Ambaffadeur beter geruft wezen.
Met dit briefje gingen
Nohel en de
Sekretaris
Van der Does tehove , om
\'tzeive den Veltheer te overhandi-
gen. Gekomen aen de Stads poort,
wilden dc wachters hen niet laten
door gaen, zeggende daer laft van
den Veltheer te zijn, dat \'er geen Hol-
landers in de Stad mochten komen.
Derhalven
Nohel en Van der Does
befloten wederom te keeren ; doch
de wachters zulx ziende heten hen
gaen tot den Veltheer. Daer geko-
men , lieten zy hunne komft aen
hem bekent maken : waer op hy
d\' oorzaek van de zelve liet vragen;
dies zy aen den tolk en voordrager,
\'t briefje , door den Ambaffadeur aen
den Veltheer gefchreven, overgaven.
Deze braghten hen daer op ten ant-
woort : dat Jö/ö^/df veel bezigheden
hadde, zoo dat hen niet konde hoo-
ren; maer dat hy den onzen toeftont,
zoo veel eet en drink waren uit te
voeren, als zy begeerden. Doch dat
zy eerft de opfchrijving der zeiver äen
den Mandarijn
Lieu Lauja moeften ge-
ven , om door hem Veltheer alfdan
geteikent te werden. Maer dat ook
niet verftont, dar een ieder naer zijn
begeerte aiderhande goederen mocht
koopen en aen boort brengen, zon-
der dat de Tartaren het fchip alfdan
mochten bezoeken: zy zouden \'t zel-
ve, als boven gezegt, eerft bekent ma-
ken, op dat hy mochte weten, wat \'er
door hen uitgevoert wiert. Hetzel-
ve moeft ook met hun eigen vaertui-
gen aen boort gebracht werden , al-
zoo hy mede niet verftont, dat daer
Sineefche vaertuigen roe gébruikt
zouden worden,en diergelijke meer.
Wanneer A\'f^Ê\'/ en de Sekretaris hem
da\'^r op weder te gemoet voerden,
dat op het briefje, welk aen den Man-
darijn
Lieu Lauja ter hand was gcfteld,
vijftig pikol
Kadjang, en twintig ham-
men uitgedrukt ftonden ; waerom
dezelve dan niet uitvoeren mochten,
had
Tdauja, (\'t zelve hem weder aen-
gedient zijnde) hen gezecht, zulx

-ocr page 344-

de fchuit van den Mandarijn Liulauja
was, die door den tolk daer over ook
in hunne tegenwoordigheid zoude
berifpt warden., indien zy mede der-
waerts wilde gaen,dat zy niet geraden
vonden.Mede had deVeltheer hen la-
ten zeggen, dat het fchip naer
Batavia
niet moefte vertrekken, voor en al eer
dar\'er tij dinge, hunne zaek aengaen-
de , uit
Peking waere gekomen, waer
voor
Nohel Qn Van der Does zich, quan-
fuis hadden tor borge geftelt. Door
hen aen den tolk van den Veltheer ge
vraegt, waerom zy in de poort wae-
ren opgehouden , en zoo weinietin
de Stad als voor dezen mochten ko-
men,had de tolk daer op
geantwoort:
d\' oorzaek van zulx tc zijn, dat\'er da-
gelijx zoo veel
Hollanders in de Stad
quamen, \'t een en \'c ander te koopen, ^
het welk den Veltheer niet wilde ge-
j

dogen. ^ -j

Ondertulfchen had de toik Genko |
de pas voor deOoep, om op en af te i
vaten, wederom gebragt. Het Jacht
Biß wijk was , vermits het water al
wat was gevallen , eer \'t zelve aen
\'t drijven raekte, ontrent een kanon-
fchoot van de brugh, aen de gront ge-
raekte ; alwaer \'t zelve, tot het aen-
ftaendc hoógh water, moeft blijven
zitten.

Des avonds qüam de tolk Genko
met een van des Stedehouders van
Minjazeens volk in de loosje den Am-
baffadeur zeggen , dat hetfchip niet
mochte vertrekken , alzoo geen pas
voor\'t zelve was. Waer op hem door
den Ambaffadeur wierd gezecht, dat
immers de
pas voor\'t fchip in handen
van den Minjazeens Stedehouder
was, dat liem zulx door den lijftocht-
bezorger was gezegt, en de üedehou-
der h^t zelve aen den Sekritaris,F^?«
der Does, en tolk eergift-eren

door fijnen Sekritaris hadde laten
zeggen : dat nu \'t fchip ook al ver-
trofkea was, en het zelve niet konde
oDfrehouden worden. Waer op
Genko
zci\'de , de Mandarijn Liu Lauja op
morgen in de Loosje zoude komen.

Den vierden des morgens qua-
men
Louis Keizer en d\' opperftierman
van Blyswijk in de Loosje zeggen;
hoe dat de Tartaren het Jacht
Blys-
wijk,
toen zy met \'t zelve onder \'t zeil
meenden te gaen, niet hadden willen
laten vertrekken, ais komende raet
drie of vier groote Jonken daer by en
op zijde leggen : waer door zy ge-
nootzackt waeren geweeft, te blijven
leggen; zijnde de Kapitein
Van der
Werf
voor dag met Vlaerdings floep
voor uit gevaren.

i \'
l*- \' • \' ■

I

■i \'S

M

Des naermiddags, quamdeftuur-
man van
Blyswijk weder aen lant,den
Ambaffadeur aenzeggen, hoe datter
verfcheide Mandarijns aen boort van
\'t Jacht waeren gekomen, die begeer-
den dat het Jacht weder aen de brugh
zoude korten r dies zylieden ordre
verzochten, wat dat voor hen tc doen
ftont : waer op d\'Ambaffadeur hem
zeide, dat hy maer weder aen de brug
zoude loopen , terwijl het even veel
was, waer het fchip lag, alfze doch
wachten moeften.

Al de Faktoors der beftierders wa-
ren ten zelven dage weder in deLoos-
je geweeft^, doch zonder byna van
handel te fpreken weder vertrokken,
\'s Avonts quam aldaer wederom de
floep van
vlaerdingen uit de Neder-
landfe haven acn, met een briefje van
Kapitein
Joan van der Werf: waer by
d\'onzen verftonden,dat hy dien mor-
gen met aenbreken van den dag met
vlaerdings floep van Blyswijk was ge-
I roeit,en \'s middags in de Nederlandfe
haven gekomen : alwaer hy de hoe-
ker-boot
de Poelfnip (van Quekng ge-
komen) hadde vinden leggen : wes
; goet gevonden hadde de Boekhou-
der van dezelve, met brieven met de
floep aenftonts derwaerts te zenden-
I Alles was ontrent de fchepen noch in
j goeden ftant: ook was aldaer noch
, geen Japans fchip vernomen.

1 Den vijfden, des morgens, zond

I d\'Ambaffadeur den tolk Genko, met
den Vekheer, om acn hemde konift

van de hoeker boot bekent te ma-

1 ken : ook te verzoeken, ofNoheldcn
1 Vekheer mocht komen te fpreken.
De tolk wederom gekomen, quamen
neflens hem tweeMandarijs, van den
Veltheer gezonden, om de A mbalia-
deur te zeggen : dat de Veltheer te
veel te doen had, cn dierhalven Nohe/

hem niet konde fpreken : mede dat

Derde Gezandfchap na H Keizerrijk

-ocr page 345-

de AmbaÏÏadeiir aldaer met vijf fche- vijf kanaiTers groente : wat redenen
pen aengekomen was , \'t welk den den Minjazeenfen Stedehouder had-
Veldheer ook zoodanig naer
Peking \\ de^om\'t zelve niet te willen gedogen

hadde gefchreven dar deze fchepen
niet mochten van daer vertrekken
voor dat orde uit
Peking was geko-
men. Ondertulfchen was aldaer na-
derhand een fchip van
Quelang aenge-

komen : dat hadde den Veltheer met | tauw geliefde te vervoegen, om getui

! gems re geven, vande mede van Bata-
via
gekomen Sinefen. Alwaer zich
Nobel ook naer toe begaf. Wederom
gekomen , verhaelde hy: dat hem
door den
Pingtauw en Liulauja was ge-
vraegt; of de Sinefen, die buiten fton-
den , met onze fchepen van
Batavia
waren gekomen, cn ofzulx mee ken-
nifle van den Heer Generael ware ge-
fchiet,en hoe en wanneer defelveSine-
fen op
Batavia waren gekomen? Waer
op door
Nobel was geantwoord: dat
dezelve Sinefen met hen van
Batavia
waren gekomen, cn dat zulx van den
Heer Generael ware gefchied: datzy
aen zijn Ed. verlof hadden verzocht
om weder naer hun land en vrienden
te gaen, met dc fchepen van den Am-
baftadeur , dat hen vergunt en toe-
geftaen was. Aengaende de komft
van gemelde Sinefen op
Batavia ; de
zommige waren over dertig, andere
twintig, tien en vijfjaren, op
Batavia
gekomen, zoo van Kanton,Sin cheu, als
andere plaetfen : \'twelk door voor-
noemde Mandarijns zoodanig wierd
aengctekent,en door gemelden A\'o^e/
cnderteikent. Dc Mandarijns toon-
den zich over het goed antwoord van

^et d\'ebbe,vertrok de Sloep van vlaer- Nobel zeer vernoegt, \'t welk zy den
met dc generale papieren,onder Veldheer zouden bekent maken:
IL den Boekhouder
Carolï twijfelden nier of defe Sinefen fouden
^^^^^itsn^cr beneden. Des binnen drie of vier dagen op borg-
middags quamen zy wederom, met tocht geflaekt werden, tot dat in
Pe-
^eggen: dat de Stedehouder van Min- \' \' \'

jazem met wilde gedogen,dat de floep
eenige vervcrflnge van verkens of

p^nte mede nam : waer op d Am- ^ noch geen tydinge, hunne zake aen-
hafladeiir nf^ua^ a..,. ______ ____............ ___7on

bafladeur gelafte , dat zy maeraen-
jonds met de papieren zonder ver-
veriinge zouden naer beneden varen,
latende den Tolk
Genko met eenen
«epen , hem vragende of de floep
on ? ^S^verflng mocht innemen: waer

gaende, van Peking was gekomen,zoo
was hem daer op
geantwoord van
neen ; maer dat dezelve in korten
ftond te komen. Een van de aldaer te-
genwoordigzijndeMandarijns zeide:-

Od h T ■ ......&---------""^Uicii: waer j \'t mofte hen niet vreemt dunken , dat

in ^^^ antw^oorde van ja, en dat de tydinge van boven lang weg bleef,
^ pas geftelt was van verkens, en ! alfo in
Pekingio wel over \'t ontfangen

. ^ kk va»

deze ververzinge naer beneden ging,
was hem onkundig.

Des morgens, quam de tolk Genko
Nobel
zeggen : hoe dat de Veldheer
verzocht, hy fich ten huize van Ping^

oogluikingetoegeftaen, \'t zelve met
Ververfinge fe\'c. wederom derwaerts
W\'as vertrokken. Nu quam dit fchip
Weder:dat hy Veldheer foodanig niet
Verftond, en moefte dierhalven den
AmbaiTadeur datelijk orde geven dit
fchip weder derwaerds vertrok. De
Ambaftadeur het aen gcnoemdeMan-
darijns antwoorden : zulx te zullen
gefchieden: dat zy ftechs een pas voor
de floep,om op en af te varen, zouden
Zenden, om deze orde aen de Hoeker
boot
te brengen, \'t welk door hen be-
looft wierd te zullen doen. De Man -
darijns zeiden mede , dat het Jacht
Blyswijk niet naer beneden mochte
gaen,voor dat\'er tydinge, onze zack
aengaende, uit
Peking was gekomen;
maer dat de Mandarijn
Liulaujavooi
kleine vaertuigen, ommet de verver-
zinge open af tc varen, zoo dikwils
als zy begeerden, pas zoüde geven.

Den zeften quam een dienaer van
den Mandarijn
Liulauja, met een pas
Voor een vaertuig, om open afteva-
Jf n, zeggende dat defe floep ten lang-
den morgen uchtent zoude moeten
Vertrekken.
Den zevenden, tegens demiddag,

king over hen befluit zoude genomen
zijn. Door
Nohel acn den Pingtauw
en andere Mandarijns gevraegt: of\'er

-ocr page 346-

Der Je Qezandfchap

van den Ambaffadeur moeft gefproken
werden,als d\'onzen om diente fenden
gedaen hadden: dat de Raden aldaer,
die over onze zake zaten , in veel
Coilegien of Amptgenootfchappen
beftonden, en hetzelve daerom zoo
dra niet waere te doen : ook dat het
zulke geringe dingen niet waeren,
dattcï een zoodanigen Ambaffadeur
was gekomen, vermeinende zy lieden,
datter een groot Mandari}n,om de za-
ke der onzen ter degen te onderzoe-
ken,zoude afkomen &c. Ook was
No-
/^^/verhaekdatter een Sineefche Jonk
van
Batavia in de Makaufe eilanden
ware gefneuvelt: waer van wel veertig
Sinefen waren verdronken,en ontrent
andere veertig die
noch in \'t leven
waeren verbleven , gevangen : over
de welke naer
Peking was gefchreven,
en zulx
mede d\'oorzake te zijn, dat
over de Sinefen, met hunne fchepen
van
Batavia gekomen , naer Peking
moefte gefchreven werden.

Dentienden,\'s morgens, verhaelde
de tolk Genko^^oe dat zeker Sineefche
Jonk, van
Batavia naer Hokfieu ge-
fchikt, vol peper en zandelhout, (ver-
mits de reize door hart weer niet had-
den konnen krijgen) tot
Huiting was
ingelopen : zijnde op deze Jonk on-
trent veertig Sinefen.De Schipper van
de Jonk was over
Chinkzeeu te lande
in
Hokjieu voor den Veltheer geweeft,
doch hadde met zijn brieven we-
der onverrichter zake moeten ver-
trekken. Des middaghs komt zeker
klerk van des
Konhoks Sekretarye,den
onzen een affchrift brengen, van \'tge
ne hunne zaek aengaende in
Peking
waere verhandelt: zeide ook, datter
een voorloper met brieven was afge-
komen, en dat in korte dagen \'t rechte
befcheit aldaer mede ftont te wezen:
dat hy,wijrt zeer goede tydinge voor
d\' onzen was, hadde vlij taengewent,
om de eerfte brenger der zeiver te we
zen. Hetkonde byden Ambaffadeur
qualijk aengenomen werden, dat het
zoodanig was, als de klerk voorgaf,
vermits hy de brenger voor al te ge-
ring aenzag, en ook nergens van had-
de gehoort:weshalven d\'Ambaffadeur

den brengerhet zéggen: ingevalle het
waerheit was, dat\'er een voorloper af-
gekomen waere, en de goede tydinge
vervolgde,hem als dan met een fchen-
kaedje, daer \'t hem maer om tedoen
was, te zullen bedenken. Kort na den
middag quam de Faktoor van den A
on-
hon
den onzen het doot den klerk ge-
brachte nieuws uit den naem van zij-
nen Meefter mede bekent maken, en
den Ambaffadeur met de goede tydin-
ge veel geluk wenfchen. Waer op
d\' Ambaffadeur aenftonts tot den
Mandarijn
Liu Lauja zond,om een pas
voor
Blyswijks ftoep te mogen beko-
men , en te zien of de
Hoekerboot, die
gelaft was tot den twalefden dezer on-
der
Tinhay te vvachten,noch konde be-
lopen , ten einde haer Ed. op
Batavia
deze goede tydinge, was \'t mogelijk,
noch bekent te maken . Ten dien
einde fchreef hy aenftonts een briefje,
daer in fluitende \'r affchrift van \'t Pe-
kingfe Hof gekomen, om op
Batavia
vertaelt te werden, alzoo, om \'t zelve
aldaer te vertalen, geen tijt hadde.
Maer de verzochte pas quam niet
voor den dag.

tl >

iri

hi!

I\' .T

J\'i: ; -

II

lih
jijr-

lil

Den twalefden , \'s morgens, zond
d\'A mbafladcur aenftonts de ftoep van
Blijswijk met het briete voornoemt
naer beneden : waer hy d\' oorzaek,
waerom \'t zelve niet eerder hadde
konnen gaen, noch by voegde. On-
derwijlen quamen al dcFnktooisvan
de Beftierders den An:baftadeurveel
geluk vvenfchen, roet tf atgékomens
goede tydinge, daer by verzoekende,
dat den handel doch met den eerften
mochte voortgaen.

Daer wiert ook gerucht , hoe \'er
Kommiflariften waeren afgekomen,
om deLiquefe Gezanten van we^c
dcnKcizer te bedanken en te
befchen-
ken , alzoo in Peking nier goet gevon-
den was, dezelve aldaer quamen.

Des naermiddags quam aldaer aen
te landen de boot van
vlaer dingen,met
de welke mede weerom was gekeert
de floep van
Blyswijk-, alzoo dezelve
te laet, om de
Hoeker Poeljnip noch te
belopen , zoude gekomen hebben :
naerdien dezelve
Hoeker, volgens gif-
ftnge van den ft
uurman , dien morgen
al na
Batavia vertrokken was.

Des avonts maekte de tolk Genko

Nobelhekexvi: hoehy tegens morgen

by

-ocr page 347-

by déKommiiHiriffenCom deLiqueze ^
Gezanten te bedanken en belciienke) |
van
Peking gekomen, was ontboden, !
tot welken einde was hem onbekent. :
Den dertienden,des morgens,zond j

d\'Ambafladeurden tolk Genkohy den !
Mandaryn
Liu Lauja , om te verne- |
men wat\'er aen mocht haperen, dat |
geen ververfmge met de boot naer be-
neden mochtegaen : doch bragt niet
anders tot antwoort, als dat Z/«
Lau-
ja
haddé gezegt, op morgen by den
Veltheer te zullen gaen.

Sondags avonts , den veertienden,
verhaelde de toik
Genko aen Nohel, dat
de Veltheer hem hadde laten roepen,
om by de Kommiffaris (over de zaek
van de Liqueersafgezonden) te gaen,
om dat aldaer op gift eren , volgens
zijn gedaen verzoek , niet was ver-
fchenen. By dezelve dan gekomen,
hadde hem gemelde Kommiffaris ge-
vraegt of de Hollanders geene
bloet-korael, kleine bontjes en ande-
re fpeekuig te koop hadden: waer op
(ienko zoude geantwoorr hebben, van
^ulx niet te weten ; maer wel datzy
peper, Sandelhout,lakenen, kroonraf
fen en andere waren te koop hadden-
Den vijftienden , tegen den mid-
dag , quam de tolk van den Konink
Singlamonq m de Loosje, om een roer,
dat aen \'t flot een weinig ontftelt was,
Wat te laten vermaken. D\' Ambaffa-
deur vraegde hem naer de tyding, den
elfden dezer van
Peking gekomen:
Wat den Konink daer
van dacht, en of
\'tgeen goede tyding was. Maer de
tolk hielt zich onwetend, of hy ner-
gens van wifl:e. Dies d\' Ambaffadeur
hem het gekomen briefje liet zien, en
andermael vraegde, of het zelve dan
geen ware tyding was. Waer op de
tolk antwoorde van ja; maer dat daer
Van niet wifl:e, of ook van den Konink
daer niet van gehoort had: dies d\'Am-
baffadeur vraegde , of hy \'t affchrift
der zeiver aen den Koning wilde ver-
tonen ; dat hy aennam te zullen doen:
^aer op hem dan het affchrift wiert
ter hant geftelt.

Terwijl de pas voor de boot, om
«e ververfmge beneden te brengen,
^öcb niet te voorfcheen, en de Kom-
ptadoor of lijftocht-bezorger den on-
zen nu zoo dikwils eh riienigmael te
loor geilek had , met te zeggen mor-
gen of van daeg de zeive\\zou komen,
zoo wiert des avonts in \'c gebed goet
gedacht des uchtens een briefje op
dat ftuk te fchryven aen den Vek-
heer , om hem daer in te vertonen i
wat moeite dat d\'onzen geduuriglijk
hadden , eer zy ververfinge voor de
fchepen konden krijgen . Doch de
Kompradoor zeide de pas morgen
vroegh aldaer zoude wezen ; alzoo
der eenige van zijn volk binnen ge-
weeft waeren, en gehoort die al getei-
kent was: dies met het fchryven van
\'t brieve tot overmorgen goet gevon-
den wiert te wachten.

Den zeventienden , \'smorgens,
quam de Mandarijn
Han Lauja den
Ambaffadeur bezoeken. Inhetprae-
ten vraegde zijn E.hem : als hyden
Veltheer moefte fpreken, of dan eerft
verlof, om in de Stadt te komen, aen
h&m Han Lauja moft werden gevraegt:
waer op hy van ja antwoorde , en
zulx de ordre van
TalaujaiQTAjn, en
dat , als zy binnen wilden wezen,
daegs te voren hem \'t zelve moefte la-
ten wacrfchouwen , op dat hy \'t
Ta-
lauja
mocht bekent maken, wiens ant-
woort hem als dan foudelaten weten.

D\'. Ambafladeur verzocht hem, dat
hy den Vekheer eens gehefde te vra-
gen , of hy hem eens mocht komen
f|)reken, om hem te bedanken, van
dat zoodanig, in gunfte der onzen,
naer
Peking hadde gefchreven: dat hy
aennam
Talauja te zullen voorhou-
den , en den Ambaffadeur deffelfs
antwoort laten w^eten. Dan het ant-
woort, welk d\'Ambafladeur daer op
bequam, was: als dat de Vekheer op
morgen tot den Koningh
Singlamong
te gaft zoude gaen , cn dat , als hy
weder t\'huis waere gekomen , den
Ambaffadeur op zijn verzoek, wan-
: neerhy te komen hadde,befcheitzou-
I de laten weten. De Mandarijn wierr,
om hem meerder te
aennioedigen,
met een el fcharlaken befchonken.

Tegen de middag quam ten laeften
de pas voor de boot noch te voor-
fchijn : dies aenftonts de ververfinge
daer in wiert gefcheept, om met het
hoge water te vertrekken,
kk

z

-ocr page 348-

il IC

II

260

ê
II

•\'ï-\'t

roer , twee houwer-klingen, een ketting
Barnfieen .
Het ontwerp der zelver
wiert den tolk ter hant geftekj

D\'Ambaffadeur fchreef een briefje

tot geleide der ververfching aen den
Kapitein
Van der Werf, t\'effens met

vervatting van den ganfchen toeftant om hem \'t felve in \'tgaen na den Velt-
der zaken aldaer. . | heer, te vertonen, om te weten of hy

Men wift niet beter, of alles, mits 1 de fchenkaedje aenvaerden zoude
\'tkomen der pas,was nu Wel,en dat dc i willen of niet. Des naermiddags zond
boot ook al waer vertrokken : maer | de Veltheer den Amhaffadeur door
tegens
den avont quamen en | denMandarijn Ongja Lauja twee brie-

Srnitfent zeggen : dat de Sinefen nu de j ven toe,die uit over zyne zaek

Kag/jangwedcT niet wilden laten door- ; gekomen waren: d\'een was\'taffchrifc
gaen, zeggende dezelve eerft gemalen i van den brief, op den elfden dezer
moft zyn, eer d\'onzen die uitvoeren j
door de klerk van den hem ge-

mochten, wantzy meenden dat als ; bragt: end\'andereenopnieu.
d\'onzen die in zoo groote meenigte ! Zijn Ed. liet door gemelden Man-
uitvoerden, \'t zelve was, om hier of \' ■■ \' --til - \'
daer te
planten enzaien : dies d\'Am
baffadeur zelfs
tot den Kompradoor

\'\' ^ 9
i: \'

i;

I J

, !! I

te behandigen. De Mandarijn zeide
daer op : dat dc Heer Amhaffadeur
op morgen mochte komen , cn de
fchenkacdje-gocdercn mede brengen:
dat hy zeide te zuilen doen : waer op
de Mandarijn was vertrokken.

Des avonts quam de tolk Genko den
onzen mede verflag brengen,dat als \'t
den Heer Amhaffadeur geliefde , hy
op morgen den Veltheer mochte ko-
men fpreken, en als dandc gefchen-
ken mede brengen .
Genko had me-
de byde bovcngenoemdenKommif
faris geweeft, en hem
\'t ontwerp van
de fchenkaedje ter hant geftelt;
hadde de Kommiftaris geen fchen-
kaedje,voor dat de Keifer de fijne had-
de aengenomen,derven
aenvaerden;
den Heer Amhaffadeur over zijn goet
hart zeer
bedankende : met belofte,
als d\'onzen in
Peking quamen , aen
hen alle hulpe en byftant te doen.

iS

i ^

1

ii

ïji

darijn den Veldheer voor \'t zenden
van deze brieven hartelijk bedanken,
cn den Mandarijn voor zijne moeite
Onquernoygmg, alwaetde Kadjangge- \\ en gebrachte goede nieuwe rydinge,
wogen wierr , en zoo veel te weegh ! mer een kroonras befchenken ,, die
bradit,datter noch tien pikol met een } hy na veel tegenipreking ten laeften
Batsjang naer boort raekte. Dees dan noch aennam. D\'Ambaffadeur vraeg-
wierc door
Uarthouwer, hoewel niet de aen den Mandarijn , of de tolk Gen-
zondermoeite,in de boot gefcheept, i ko van dien morgen niet by Talauja
neffens nocheenigeververfingevoor ; van zijnent wegen hadde geweeft:
defchepen : met welke ververfmge de ! waer op hy van ja antwoorde. Dies
boot noch des nachts weg raekte. zijn E. zeide: hy woude den Veltheer
Den zevennenden , \'s morgens, gaerne eens fpreken, om hem te be-
quam\'de Kommilïaris, uit
Peking af- danken ,, voor dat zoo gunftig over
gekomen,om de Liquefe Gezanten te hunne zake-naer
Pekinghadde ge-
bedanken , in deLoosje, ten einde de | fchreven : als mede aen zijn Hoog-
paerdcn en osjeste bezien , die by j heit de fchenkaedje-goederen vande
d\'onzen na vermogen wiert onthaelt. Heeren Generael en Raden van
Indien

Den achtienden,\'s morgens,liet den
Amhaffadeur dcMandarijn
Han Lauja,
op fijn eergifteren gedaen verfoek,wc-
ten,datals
het deiiAmbaffadeur belief
de , hy den Veltheer op heden moch-
te komen fpreken. Zijn E. zont daer
op den tolk
Genko tot den Vehheer,
om zijne Hoogheit te verzoeken of
\'them
geliefde,dat zy de fchenkaedje
van den Heeren Generael en Raden
van
Indien, voor zijn Hoogheit ont-
worpen, mede bragten, en, wijl dat
tot hei pakken der zelver goederen
&c. tijt vercifchte , ofzijn Edele dier-
halven in plaets van heden , op mor-
gen zijn Hoogheit zoude mogen ko-
men fpreken. Ook wiert om verfchei-
de redenen dienftig geoordeelt, den
Kommilïaris, des vorigen daegs in de
Loosje geweeft,met \'t naervolgend te
befchenken :
Een /luk Jwarte kroonras,
tien el groene laken , tweepijl0len, een

-ocr page 349-

De tolk Genko zeide, dat zy met
den anderen hadden gefproken, en
beft geoordeelt dat de fchenkaedje-
goederen van den Heer Generael cn
Kaden van
Indiën, voor den Koningh
Singlamong ontworpen, eerft aldaer
wierden gebragt; alzoo hy, als de
hoogfte in ftaet, de zijne ook voor
d\' andere behoorde te hebben , en
d\' onzen dierhalven ried iemant daer
naer toe te zenden. Wes d\'Ambafla
deur hier mede niet vreemt van
W^ezende, den Faktoor
Lappra aen-
ftonds derwaerts zond om te verzoe-
ken: of de Ambaftadeur op morgen
by zijn Hoogheid mochte komen,
om hem te fpreken, te bedanken, en
met eenen de fchenkaedje van haer
Ed. mede brengen;
Lappra bragt hem
\'s avonds noch ten,antwoord , dat hy
tot deo Konink ware geweeft ; maer
alzoo zijn Hoogheid bezig ware met
den Liquefen kommißäris te ontha-
len, hadde hem niet konnen fpreken;
maer zijn verzoek den voordrager
bekent gemaekt hebbende, hadde de
Voordrager belooft, fo dra de gelegen-
heid aenbood,den Konink\'t felve fou-
de voorhouden, en den Ambaftadeur
op morgen befcheid Jaten weten.

Den negentienden , \'s morgens
Vroeg , quam de Faktoor
Lappra we-
der in de Loosje zeggen: dat de voor-
drager hem hadde laren weten, dat
de Koningh op heden andermael de
kommiftaris , om de Liqueers afge-
konien, zoude vergaften ; maer de
Heer Ambaftadeur op morgen te
hoof konde komen, en als dan de ge-
ichenkenmede brengen. Dieshalven
d onzen zich dan aenftonds vaerdig
maekten, om tot den Veltheer, vol-

genst voornemen van gifteren, met

deftèlfs fchenkaedje te gaen Aldaer
gekomen, en als voor dezen gezeten,
^vaeren de eerfte reden groeteniften!
van naer elkanders gezontheid te vra-
gen. Daer na bedankte de Ambaf-
ladeur hsm voor dat in gunfte van

^ onzen , zoodanig naer

^ - geschreven, met betuiginge dat zy

leswegen aen hem verplicht waren.

be-

dn^rA ^^^ ^y de fchenkaedje,
den Heer Generael en Raden

van hidiën, voor zijn Hoogheid ont-
worpen, met zich hadden gebracht,
hem verzoekende dezelve geliefde
aen te nemen. Dit weigerde dc Velt-
heer, zeggende dat zoo lange de Kei-
zer zijn fchenkaedje nier aengeno-
men had, en zy weder van
Peking wa-
ren gekomen, hy die mede niet kon-
de aennemen. Öok dat het goede
hart van denH.eerGeneracl en Raden
hem genoeg ware geweeft , al had-
den zy fchoon geen fchenkaedje ge-
zonden. Wat vlijt door den Ambafta-
deur daer roe aengewent wierden,om
hem die te doen aennemen, konden
hem vangeen befluit doen verandreo.
De tafelen wierden ondertuflchen ge-
dekt, en d\'onzen met fpijs en drank
wel onthaelt. Zijn Hoogheid zeide
onder \'t eeten, datd\'Ambafladeural-
les wei vaerdig moefte maken , alzoo
fijn vertrek naer
Peking in tien of twa-
lef dagen ftont re gefchieden. D\'Am-
bafladeur antwoorde daer op: of met
d\'opreis tot in Sprokkel-maent niet
zoude mogen gewacht worden, al-
zoo de koude tijd nu begon aen te
komen, en \'t als\'dan quaet reizen
zoude wezen ? ook dac zy niet naer
boven konden reizenvoor dat de
handel ware gedaen , om dat dc
Hou-
pou Nohel mede
naer boven moefte
gaen , en ook aldaer den handel by-
woonen : dat de Ambaffadeur dier-
halven verzocht den handel voort-
gangh mochte nemen. WaexopT^i-
lauja antwoorde : dat in\'topreizen
des Keizers orde in alle deelen
moeft gevolgt werden, en d\' Ambaf-
fadeur in zes dagen wel alles tot de
opreis vaerdigh dienden te hebben.
Wat den handel acnging, zoude hem
hehulpzaem zijn , dar die in\'tkorte
gefchiede: niettegenftaende het de
maniere wel was,dat deAmbafladeurs
de fchenkaedje, die zy\'mede bragten,
eer zy handelden, over mollen leve-
ren. Maer aengezien d\'
onzen van
zoo verre landen gekomen waeren,
en ook geit tot d\'onkoften van noden
hadden, ftont hy hen toe, dat zy voor
hun vertrek handelen zouden. Na
dat dan d\'onzen een weinig gegeten,
en zijn Hoogheid voor zijn goet ont-
hael bedankt hadden , waeren zy we-
kk I der

-ocr page 350-

zoo lange gehouden, tot dat de Velt-
heer die zelfs hadde geeifcht: als wan-
neer hem die ook overhandigt wier-
den. De tolk
Genko maekte zijn E. be-

Mii.r
■fll».

der naer de Loosje gekeert. In \'t gaen
van de Loosje naer den Veltheer ,was

den Ambafladeur onderwegen def- | bafl^deur zijn Hoogheid geheide
felfs tolk ontmoet , hem uit zijns de medegebrachte Ichenkaedje te
Meefters naem verzoekende de brie- aenvaerden. Daer op hy antwoorde :
ven wederom te hebben, die hem op dat wijl\'er nu goede tydinge uit
Pe-
gifteren door den Mandarijn Onghja \\ wegens hunne2aek , ware geko-
Iw^ïgebragtwaren.Deze hadd\'Am- : men,hy die ook dankehjk aennatn,
bafl\'adeur ook laten halen, en dezelve belaftende met eenen, men dezelve

iÜÏÉ

: i ■

2.61

op morgen nader befcheit zoude la-
ren weten , wanneer d\' Ambafladeur
te hoof zoude verfchijnen.

Den twintigften , \'s morgens met

\'\'i: i!
Si\'f

Iii

ii^ii
■\'-\'Cf\'

Jj

\'M • :

Schippers Hendrik Bommer en Pieter
janfz. de Vlieg.
D\' onderftierman be-
handigde aen den Ambafladeur een
brief, door Kapitein
Van der Werf^en
hem gefchreven ; inhoudende dat
alle de gezondene ververftnge,met de
boot, wel hadde ontfangen. Zy had-
den daer al in bekommering om hun-
nent wil geweeft; alzo daer dagelijks
verfcheide oorlogs-jonken quamen,
den adel braveeren : ook verfcheide
wachten tuflohen het naeu en
Minja-
zeen
waren gezet, als mede over al
meerder
gefchut geplant, enookon-
der
Tinghay achtien of twintig tenten
aen lant opgefmeeten.

D\' onderftierman klaegde zeer, dat

\'\'iC;;\'
ïS^fu i

om die te ftampen, waer toezy he-
den geen ooren hadden gehad.

ii ■

Hr

■-\'t

I !
! !

begaf. By zijn Hoogheid dan ge-
komen , en gezeten , wierden me-
de eenige plichtpleginge van dank-
voor hem zoude brengen, gelijk ge-
fchiede.De koning vraegde aen Noheh
daer tegenwoordig, ofhy nu dc waer-
heid, ftaende op de goede tydinge.

Ambafladeur quam, als dan alles naer
wenfch zoude gaen, en zy immers op
zijn woort nu wei vaft mochten gaen.
De Ambafladeur vraegde fijn Hoog-

gefchieden: waer op de Koning ant-
woorde, dat de brief van de
Hopous
en Pingtouivs y over vijf of zes dagen
ftont aldaer te wezen,om
koelijs , dat
zijn
dragers, vaertuigen en anderebe-
hoeftigheden , tot d\'opreis re ver-
fchaffen : dat men als dan recht zou-
de weten, wanneer de opreis aenvang
zoude nemen . De Ambafladeur
vraegde voorts, alzoo \'t nu tegen de
winter ging,
en vermits de koude als
anderzints , quaet reizen was, ofmen
dierhalven niet tot inde Sprokkel-
maent, met opreizen zoude mogen
wachten.
Waer op hy antwoorde, dat
men des Keizers orde in alle deelen
moefte volgen. Dies de AmbaflTa-

baerfen , vraegde den Ambafladeur,

of \'t in hunlanrookkoutwas?heni
daer op van ja geantwoort zijnde;

zegginge , als tot den Veltheer, ge-
bruikt. Daer naer verzocht de Am^

MCII* Jl-\'C LUirV \\J V ff u iJS Ci^l.V Iw ^ xj » a • ------ ^ ------------i O ^

kent, dat de Konink Singlamong hem niet gezeght hadde : dat als \'er een

uen twoiu^iitii , a .»w^B— --- - - O , ^

den dagh , quam aldaer de boot van heid hoedanig het met hunne opreize
Vlaerdingen wederom aen , met de zoude gaen, en wanneer die ftont te

xj onucriuciaidu jsiticguw/-vvi., «ai. , ■ — ij

zy in \'t afvaren na boort, twee dagen deur voortvoer, hem verzoekende,
waren opgehouden aen al- dat wijl de Hopou Nolel, nefienshem,

zoo zy daer met kragt en gewek de ; mede naer moefte reizen, en

Cadjang uit de boot wouden nemen, in Hokfteu ook de handel bywoonen,

of zijn Hoogheid hen dierhalven ge-
hefde den handel te helpen
bevorde-

aengce» --------------j--- —-

De Koningh Singlamong liet den : ren. Waer op de Koning antwoorde,
Ambaftadeur weten, dat als \'tzijnE. i dat hy hem met geen handelen be-
geliefde, op heden te hoof, omzijn ! moeide, en men hem daer niet van

Hoogheid te fpreken, konde komen, fpreken moefte: daer ten tegendeele,

en de fchenkaedje van de Heer Ge- zonder zijn voorweten , niets m de

nerael en Raden van Indien mede handel wiert gedaen.Na dan de fchen-

bren<7en. Wes hy zich, niettegen-j kaedje-goederen voor hem gelegt

ftaende \'t regenachtig weer was, ter- [ waren,fchenen hem defelve wel aen te
ftont met de fchenkaedje derwaerts ftaen; en fien
de by defelve eni^ kom-

-ocr page 351-

2eide hy : waerom zy dan bang, om
des koude wille,voor\'t opreizen wae-
ren. Men moefte zich, wijzende op
de kombaerfen, met dezelve ter deeg
tegen de koude kleden, d\'Ambafla-
deur voer hem daer op te gemoet, dat
hy voor de koude niet bang was;
maer dat het zelve ware ten aenzien
van de paerden en osjes, &c. waer
over de Koning begon te lachen. Hy
verzocht voorders de Heer Ambafla-
deur gehefde zich in een kamer, wat
ter zijden afgelegen , met eeten en
drinken een weinig te goede te doen.
D\'Ambafladeur hadde gaern van dit
onthael ontflagen geweeft , verzoe-
kende aen deMandarijns,die orde om
hem te onthalen hadden, zy wilden
hem ontfchuldigen , en laten naer de
Loosje keeren, maer \'t zelve mocht
niet wezen: dies zy d\'onzen aen \'t ee-
ten zetten. Onder \'t eeten liet de
Koningh den Ambafladeur door ee-
nen Mandarijn zeggen, dat het ftuk
Purper moor maer een half ftuk was;
\'tgeen hy ook naer
Batavia wilde
fchrijven. Waer op d\' Ambafladeur
antwoorde : dat zijn Hoogheid als
\'t hem geliefde zulx konde doen; dat
het ftuk zoodanig was, als \'c door
haer Ed. op
Batavia was geordineert:
ook liet de Koning vragen naer de
fchenkaedje, op den zes en twintig-
ften van Oogft-macnt, door den Am-
bafladeur voor hem ontworpen, of
die daer mede by de gebragte van den
Heer Generael was; alzoo de lijfte
der zelven had verleit of verlooren.
D\'Ambaffadeur antwoorde daer op
^n neen; maer dat ingevalle zijn
Hoogheit beliefde, men die op mor-
gen, voorzoo veel\'er noch van was,
(als zijnde al eenige Zö^^y^ en hontjes
geftorven) zoude brengen: waer op .
een Mandarijn antwoorde , dat als 1
tmoi weer was, de Koning dezelve
1
2^oude verwachten. Als d\'onzen wel
gegeten en gedronken hadden,lieten
^y den Konink verlof, om te gaen,
^erzoDken. Dit ftont hy hen toe
^ich ontfchuldigende , om dat pijn
de buik hadde, den Heer Ambaflk-
len^"^ niet hadde konnen ontha-
^mJkZn^naer de Loosje

Dc tolk Genko gink onderwijlen tot
den Veltheer, om te vernemen, of hy
nu de fchenkaedje niet zoude willen
aenvaerden ; wijl de Koning
Singla-
mong
hem daer in was voor gegaen,
Genko w^ederom gekomen, zeide; dat
alzoo hec naer de middag was,nie-
mant aldaer haddekonnen tefpreken
komen : dies onverrichter zake was
vertrokken, om, op morgen uchtent
w eder derwaertsfte gaen. Ook zond
d\'Ambafladeur tot den
Konhons Fak^
toor, om uit den zelven tc vernemen,
of de
Konhon zijne fchenkaedje mede
niet zoude willen aennemen. De Fak-
toor liet den Ambafladeur in ant-
woort weten : dat op morgen hem
zoude befcheit laten weten.

Den een en twintigften,\'s morgens,
quam de Faktoor van den
Konhon zeg-
gen, dat, als\'t den Heer Ambafladeur
gehefde , op heden mochte komen,
om den
Konhon tefpreken ; alzoo hy
anders in eenige dagen geenen tijt
zoude hebben. Wat aenging de fchen
kaedje goederen ;haddc zijn Meefter
belaft, men die maer in zijn handen
zoude gevenom de minfte achter-
denken te maken. D\' Ambaffadeur
nam dan deze gelegentheit waer, en
ging tcrftont derwaerts ; mede ne-
mende de ketting bloet-korael , die
voorhene goet gevonden had , om
hem te vereeren. By hem dan geko-
mon , wierden al wederom , gelijk tot
den Konink cn Veltheer, verfcheide
plichtplegingen gebruikt. D\'Ambaf-
fadeur verzocht hem mede , dat hy
dc fchenkaedje van den Heere Gene-
rael en Raden van
Indien gehefde aen
te nemen. Waer op hy antwoorde :
zulx niet te konnen doen, voor en al
eer zijn E. weder van iV/v«^ waere ge-
komen. D\'Ambaffadeur daer weder
op : dat alles nu uit de pakken al was
gekregen , en weder by den anderen
gepakt : dat deze goederen \'t beder-
ven zeer onderworpen waeren : dat
hy dierhalven andermael verzocht,
hy geliefde dc zelve
doch aen te vaer-
den, en hem daer van t\'ontlaftcn,
te meer , dewijl dezelve al aen zijn
Faktoor waeren overhandigt. Door
welke cn diergelijke andere redenen,
hyzich noch ten laeften lier gefcggen,

en

-ocr page 352-

en de gefchenken met grote dankzeg-
ginge aenvaerde, als mede de ketting
bioetkorael. D\'Ambaffadeur zeide
mede dat hy de gefchenken voor
hem, op den zes én twintigften van
Oogft-maend ontworpen , ook aen
den Faktoor zoude ter hand fteilen,
dat mede wel was.

■ D\'Ambaftadeur vraegde étn\'Kon-
hon
mede , wanneer zy wel zouden
opreizen: waer ophy antwoorde, dat
als de brief van de
Houpous en Ping-
taums
ware gekomen , men dan \'t zel-
ve eerft recht zoude weten.Hy vraeg-
de dan verder: of men, terwijl de w in-
ter begon tc genaken, en het dan met
de paerden, osjes, als.dc groote om-
ftagh der fchenkaedje-goederen, ver-
mits de koude, quaet reizen zoude
wezen, dierhalven niet tot in Sprok-
kel maend met de reis zoude mogen
wachten. Het antwoord van hem was
dacr op: dat\'er wel zoodanige orde
op\'t een,en\'t ander tegen de koude als
anderzins zoude geftelt worden, dat
zijn Ed: daer niet eens voor bezorgt
behoefde te wezen. Voorts wierden
d\'onzen met eenige fruiten onthaelt.

D\'Ambaftadeur verzocht hem, de-
wijl hy de Hollanders in alle deelen
tot heden toe hadde hehulpzaem ge-
weeft , dat hen nu ook met voor-
fchrijvensnaer
Peking beliefde de be-
hulpzame hand te bic den, op darde
E. Kompanjie eenmael tot haer oog-
wit moght komen te geraeken. Dit
beloofde hy te zullen doen , zeggen-
de dat de Hollanders door hun voor-
fchrijvcn meerder als andere volken
by den Keizer wierden geacht; blij-
kende zulx, dat dezelve Am baftadeur
naer
Peking mochten reizen, en die
van andere volken niet. Na welke
plichtplegingh d\' onzen affcheit be-
quamen , en weder na de Loosje ver-
trokken.

Aen denChinkzeeufenFaktoor, die
alle d\' andere onder zich hadde , en
fcheen te gebieden, over de welke on-
ze koopluiden ook zeer klaeghden,
wierd door den Ambaftadeur een ge-
fchenk gedaen van vijf cl groen la-
ken, ophoop hem daer mede t\'hen-
wacrts te trekken.

Den een en twee en twintighften

iiiii

quamen de Faktoors der Beftierders
met
Nohel cn Bartelz, by onpalfclijk-
heid van Harthouwer, weer in gefprek
wegens de koopmanfchappen; doch
waeren weer onverrichter zaken ge-
fcheiden.

De Faktoor van den Veltheer eifch-
te mede uit zijn Meefters naem de
kleinigheden, door den Ambaftadeur
aen hem op den zes en twintigften
van Oogft-maendverleden vereert;
die aen hem ook datelijk wierden ter
hant geftelt; doch wierd van de ge-
fchenken , door den Heer Generael
gezonden, nier gerept.

Des avonds quamen de Faktoors
van den
Konhon mede de fchenkaedje,
door haer E. tot
Batavia aen hunne
Meefter gezonden,halen. De kleinig-
heden,
doorden Ambaftadeur op den
zes en twintigften van Oogft-maend
aen den
Konhon vereert,wilden zy niet
aennemen,alzo, gelijk zy voorgaven,
het niet der pijne waert was , om hem
die te aenbieden, terwijl\'er, gelijk by
die van den Konink en Veltheer, geen
roers en houwers by waeren.

De tolk Genko op heden in de Stad
gaende, was by gevalle ^nManda-
rijn
Liulauja ontmoet, met den wel-
ke hy eenige redenen, de fchenkaed-
je-goederen van den Veldheer aen-
gaende , hadde gevoert.
Liu Lauja
verhaelde hem, dat al eenige dagen
laft hadde gehad zijn
Hoogheid daer
eens van te fpreken. Dies zy geza-
mcntlijken by den Veldheer waeren
gegaen. De Veldheer hadde
Genko ge-
vracgt : waerom de Hollanders niets
op hem verzochten ? waer op hy zou-
de
geantwoord hebben: dat zulx by
quam, om dat zy Hollanders meen-
den de Veldheer t\'onvreden op hun
was;wijl hy de fchenkaedje van haerE.
op
Batavia mei\\\\idde gelieven aen te
nemen : om welke reden de Veldheer
hadde gelagt, en gezegt, die op mor-
gen te zullen laten halen. De voor-
dragervan
denY^omügSinglamongXïet
verzoeken, om.een paer piftolen ^n
hem re willen verkopen : d\' Ambafta-
deur vereerde hem een paer, om dat
hyzich altijts zeer gewillig toonde,
als
d\' Ambaftadeur aen de Konink let-

wes tc verzoeken hadde. ^^^^

-ocr page 353-

Dan Sina ,

Den drie en twintigften viel niet
merkwaerdig voor.

Den vier en twintigften quamen
de Faktoors van den Veltheer hunne
Meefters fchenkaedje-goederen ha-
len.

1 n \'t wegen van \'t zandelhout kon-
den deïFaktoors met die van
Sing-
lamong
en Konhon , (^alzoo dezel-
ve bun zandelhout mede noch niet
gehaelt hadden) niet over een ko-
men, over een ftuk zandelhout: welk
Was wel het grootfte , onder het
fchenkaedje zandelhout en ook een
ieder voor zijn Meefter wilde heb-
ben. Dit ft.uk zandelhout was door
onze koopluiden aèti de Faktoors
van den Konmk
Singlamong (alzoo
Singlamong in voortijden altoos de
Voorkeur van de fchenkaedje goede-
ren hadde gehad)belooft; \'tgeende
to\\k Genko wetende , en ziende dat
de Faktoors van den Veltheer daer
hun merk al op hadden geftelt, aen
Bartelfz. en Putmans , (die \'t zelve
Wel v\\,\'iften ) in \'c wegen andermael
Wilden helpen onthouden : \'t welk
door den Chinkzeeuzen Faktoor van
^^n Veltheer gehoort en gezien zijn-
de; (alhoewel \'t zelve niet konde ver-
ftaen) heeft , toen d\'onzen dit ftuk
des Koninks Faktoors wilden geven,
^eer op
Gemko geraeft en gefcholden :
pok zeer |edreigt , hem zeggende
\'^zijn fchult te zijn, dat hy het ftuk
Zandel hout voornoemt voor zijn
^eefter niet konde krijgen; maer dat
"y\'t woude en zoude hebben. Door
Welk luit roepen en fchreeuwen, hy

en Faktoor Lappra (die daer van we-
gen dQnKoningSznglamong was)mede
verblufte.Waer doSr d\'onfen tot eeni-
ge reize uit het wegen moeften fchei-
den ; doch zy daer naer weder \'t zel-
ve beginnende, op toezegginge van
Qe Faktoors dat men hen al\'t fchen-
kaedje zandelhout voor de Beftier-
^^J^s in een pak zoude toewegen, en
^y t onder malkanderen dan zouden
aciien , heeft de Chinkfeeuzen Fak-
^der meerder geraeft als te vo-

vï!; A \' ^ meermalen

^^or dezen hadde gedaen, zeer fchan-

/r\'« , neffens dnn tolk Gemko , by
of Taifïnq, ■

den Ambafladeur quamen, hemmet
fchreiénde oogen verzoeken , dat
zijn E. hen dit ftuk zandelhout wilde
i in handen geven, op dat zy het den
Chinkzeeufen Faktoor (daer zy zeer
bang voorfcheenen te wezen)\'tzel-
ve mochten ter hant ftellen ; ja wou-
den zy lieden een voetval voor den
Konink
Singlamong doen , om zijn
I Hoogheid te vreden te ftellen , en
hem als dan de groote onbefcheiden-
heit van des Veltheers Faktoors be-
kent maeken. D\'Ambafiradeur vont
goet hen daer op te zeggen, dat in-
dien zy het ftuk houts wilden nemen,
\'t zelve wel was ; maer hy wilde zich
daer mede niet bemoeien , op dat
Singlamong daer over fchier of mor-
gen niet tegens hem zoude komen
klagen. Mede wiert goer gedacht
No-
hel
op morgen een briefje aen den
Opper-faktoor van
Singlamong, over
het voorgevallen van heden, te fchry-
ven , en den Faktoor daer voortsin
voor te houden , dat zy lieden noit
met den Chinkzeeufen Faktoor van
den Veltheer konden over een ko-
men , en dicrhalven aen hem verzoch-
ten , dat ingevalle hy (mits zijne on-
paffelijkhcir) niet in de Loosje, om
over de koopmanfchappen te hande-
len , konde komen, hy dan liever, om
zulx te doen , te zijnen huize wilde
komen , als het tieren\'cn razen van
den Chinkzeeufen Faktoor onder-
worpen te wezen.

Den vijfentwintigften,\'s morgens,

ging Lappra , buurman der onzen,
in de plaats van \'t bovenftaende, als
op gifteren gezeght, met een briefje
aen den Opper - faktoer van
Singla-
mong
te laten weten , by den zelven
om hem zulx (alzqo hy verzocht,
d\' onzen hem vryelijk mochten toe-
vertrouwen , als zijnde mede door
des Veltheers Faktoors, volgens zijn
zeggen, niet weinig gehoont) te ver-
halen.Decs wederom gekomen,bragt
tot antwoort dat de
Opper-faktoor,
na dat hy hem \'t voorgevallen van gi-
fteren hadde voorgehouden , daer op
zoude gezegt hebben: dat de Hollan-
ders nu konden zien, wat volk de Fak-
toors van
Poui waren , die zich aen
zoo een geringh dink liet kennen.

/ ^ Het

.i\'i^if

-ocr page 354-

dagen noch te verbelden ; maer in
gevalle in dien tijd met de Faktoors
niets verricht wierd,
zich als dan ge-
voelijk diens aengaende ontrent de
Beftierders te betoonen. Doch het
bovenftaende briefje door zijn E. in
den Rade getoont , gelezen , en de
reden , waerom \'t zelve niet befteld
konde werden, gelijk als boven, daer
by verhaeld , wierdt eenpariglij-
ken vaft geftelt, dat de Heer Ambaf-
fadeur aenftonds in perzoon naer
den Veldheer zoude gaen , en hem
het bovenftaende met meer redenen
te dier ftoffè dienende voorhouden,
en naer denuitflagh befluiten, \'tgeen
den onzen wijders ten dienfte van
de E. Companjie te doen ftondr.
Dan ingevalle zijn E. aen de Stadts
)oort wierde opgehouden , zonder
iet minfte gerucht te maken , we-
der om te keeren , en als dan
Blijs-
wijk
zonder pas te laten vertrek-
ken.

D\'Ambafladeur maekte zich dan
aenftonds gereet, om ten Hoof te
gaen : maer wanneer in de palakijn
wilde treden , waerender geen Koe-
lijs , die de zelve wilden dragen ; al-
zoo hen zulx door denMandarijn van
de Loosje was verboden. Niet te min
bleef hy by zijn voorneemen, gaende
\'dat IVijl des Keizers hrief l-van Peking i te voet derwaerts, niettegenitaende
nu was gekomen, zijn E. niet wilde twij- het wel een uur gaens was. Acn de

felen, of de handel zoude mogen gedre-
ven en de plakkaten van des Keizers
hrief aengeflagen worden, gelijk in vo-
rige jaren was gefchiet.
Z)\' Ambaffa-
deur verzocht het kleine fchip naer he-
neden te mogen zenden , om koopman-
fchappen te halen ; alzoo \'/ zijn E. niet
langer konde uitfiellen als veertien da-
gen , of daer moefi een fchip naer
Bata-
via Deze brief zodanigh
in \'t Sinees vertaelt wezende , wil-
den de tolken den zelven niet bin-
nen brengen: en de Hollanders moch-
ten , door des Veldheers orde, niet
in de Stadt komen. Derhaiven d\'Am-
baffadeur den Raed heeft doen ver-
gaderen : en is op de voorftelhnge
van zijn E. goed gevonden , terwijl
de Faktoors gezecht hadden , op
morgen (om te handelen) wederom
wilden uitkomen, den tijd van twee

Stadts poort dan gekomen , wierd
hy eenigzints opgehouden, alzoo de
daer wachthoudende zoldaten , eer
zy hem dorften binnen laten, \'t zel-
ve eerft den Veldheer wilden verwit-
tigen. Weshalven d Ambaffadeur we-
der een weinigh te rugh trad ; maer
wederkeerende , vraeghde aen de
poortiers , of zy laft hadden hem
niet binnen te laten. Daer op zy
niet anders als te voren antwoor-
dende , was hy naer binnen gegaen,
tot in\'t Hof van latende zij-

ne komft, door de tolken Maurits
en De JHaze , aen den tolk van den
Veldheer zeggen , op dat hy \'t
zel-
ve zijn Meefter mochte aandienen.
Na hy een wijle tijds in het gcwo-
nclijk vertrek
gewacht had, quam
de tolk
Genko hem zeggen : dat de

Kommifl\'arifl\'en van Peking by den

Veld-

Het quam den Koning Singlamong op
200 een kleintje niet aan; dierhalven
daer ook geen moeite om wilde doen,
zullende hen
\'t llukzandelhout maer
laten houden. Wat den handel aen-
ging, hy konde , mits zijn onpalTe-
iijkheid , zelfs niet uitkomen , om
met d\'onzen te handelen ; ten ande-
ren konde hermaken der prijzen over
de koopmanfchappen t\'zijnen hui-
ze niet gefchieden , zonder de Fak-
toors van
Poui te beledigen , met de
welke hy geen doen wilde hebben;
maer zouden de Faktoors overmor-
gen weder uit komen om te hande-
len.

Terwijl de tijd tot het vertrek van
de kuft-vaerder zeer begon te nade-
ren : en
des Keizers brief op den ach-
tienden dezer al afgekomen was;
maer d\'Ambalfadeur noch in \'t minde
geen meerder vruchten als voor de-
zen daer van genoten hadde ; alzoo
de Sineefche kooplieden , zoo lange
als\'er geen andere plakkaten voor de
Loosje aengeflagen wierden , als de
welke daer zedert zijne komfte altijd
voor geweeft waren, niet uit dorften
komen, om onze koopmanfchappen
af te handelen, fchreef hydes wegen
den zes en twintighften een brief-
jen aen den Veldheer , van inhoud;

-ocr page 355-

Veltiieer warén : of zijn E. dierhal-
ven, \'tgeen hy den Veltheer voor te
ftellen had , aen hem wilde bekent
maken , om zulx aen
Talauja te mo-
gen overdragen, alzoo
Talauja zulx
verzocht. D\'Ambaffadeurantwoor^
de daer op : dat \'tgeen hy den Velt-
heer voor te dragen hadde , zulx
Zelfs wilde doen: waer op
GenkowQ-
der was vertrokken, als of den Velt-
heer weder befcheit wilde zeggen.
Maer weinig tijts daer naer quam de
tolk van den Veltheer den Ambaffa-
deur vragen : wat zijn E. begeer-
te Was ? waer op hem door den Am-
baffadeur wierd geantwoord ? den
Veldheer gaern over eenige zaken
te willen fpreken : \'twelk de tolk
Zeide hem te zullen gaen aendie-
nen. De tolk wederkomende, zei-
de , dat d\'Ambaffadeur vryeiijk moch-
te binnen komen : waer op hy
ook datelijk voor den Veldtheer
ging. Zijnde gezeten , was d\'eerfte
vraegh na elkanders gezontheit. De-
ze van wederzijden wel bevonden,
t>am d\'Ambaffadeur het woort, zeg
gende dat de Hollanders zijn Hoog-
heit moeielijk vielen ; maer hetzel-
ve als nu moeften doen : uit oorza-
ke, om dat zy verhoopt hadden dat
met de komft van des Keizers brief
de handel zoude voortgegaen héb-
hen, en in \'teen en \'t ander meerder
Vtyheit als voor dezen genieten;
"^aer dat het ten tegendele ftimmer
J^" flimmer wiert, alzoo hun brieven
banger, die zy aen
Tdauja over \'t een
® t ander te verzoeken fchreven,
jiiet konden door defchryvers of tol-

VeL f ^"^gen. En alzoo de
had gelieven te verbieden,
öat er niemant van de hunnen in de
^adt gelaten zoude worden, maek-
aen i ^^^^^ vry wat verle-

hk l t"" ^y geenKoe-

P tot iiet dragen hunnerpalankijns

^et konden krijgen, alzoo deMan-
bonf ïï" Loosje hen zulx ver-
and^;. \' ^«^woorde de Veltheer
IWlf"^\'^ «Py als vraegde, of de
doo^^ der%alankijns

Jannet""?

voer hf ^^ gezeght wiert:

y voort, zeggende noit zulx

aen de Koelijs hadde laten verbie-
den, noch ook niet aen de poort ge-
laft , dat zy den Ambaffadeur zouden
buiten houden; maer zulx alleenlijk
van de matroozen gezegt te zijn, die
om \'teert en\'tander in de Stadt qua-
men te kopen, dat hy niet verftont.

Daer op leverde d\'Ambaftadeur
hem den brief, dien morgen gefchre-
ven , zelfs over. Dien gelezen heb-
bende , antwoorde daer op : dat het
kleine fchip vry na beneden moghte
gaen: hy zoude daer een pas of Man-
darijn toezenden.

De handel , hen door den Keizer
vergunt, ftont hy hen mede in de^
zelve maniere toe. Hy zoude andere
)lakkaten fchryven, en aen de Loosje
aten aenftaen, D\'onzen mochten
met eenen ieder, die wilde, hande-
len. Hy belette hen zulx niet; maer
zy moeften ook verdacht wezen geen
goederen tékopen, diein\'tplakkaet
verboden en niet uitgevoert moch-
ten worden , als de Zijde , Pelangs,
Pansjes en andere.

Aengaende hunne koopmanfchap-
pen : zy waeren mer de zelve te
duur &c. waer op
Nohel, alzoo den
Veldtheer van handel fprak , (dat
hem aengingh) tegen den Veldheer
zeide : dat zy hunne koopman-
fchappen niet duur hielden, maer dat
de Faktoors daer nergens nazoo veel
voor wilden geven, als op andere ja-
ren was gefchiet : en als zyde koop-
manfchappen voor dien prijs gaven,
daer op verhezen zouden. DeVelt-
heer zeide : hy wift wel dat zy niet
verliezen mogten. Dies
Nohehooix.
voer, zeggende : hy hadde nu vier
jaren achter den anderen aldaer ge-
weeft en gehandelt, ook al tijt mer de
Faktoors in de prijzen der koopman-
fchappen konnen over een komen;
maer nu konde hy met zijne Faktoors
niet overeenkomen: verzocht dier-
halven, dathy andere luiden,om met
hem te handelen , wilde
zenden, al-
zoo met zijne Faktoors geen doen
wilde hebben. Hier op antwoorde
de Veltheer, zich wat t\'onvrcden too-
nende; waerom men nu zoo wel niet
over een konde komen , als in de
voorleden vier jaren was gefehiedt >
II a Hy

-ocr page 356-

Hy had met den handel niet re doen ;
die gink. hem nier aen, en diergelijke
redenen meer ; vragende voorts, of
Nohel of de Heer Ambafiadeur die
vs^oordln fprak. Maer verftaende die
van
Nohel zeide hy zoo o-

woorde : maer fcheen zeer nieuw op
te horen, toen\'er van de Rijxraden ge-
fproken wiert. D\'
Ambaffadeur het
aen den Veltheer zeggen, dat d\'Am-
baiTadeur den Veltheer in alles wilde
gehoorzamen, en hem naer\'sLands
wijze voegen ; maer dat de Veltheer
geliefde orde te fteilen , dat d\'Am-
bafladeur in zijn gezagh niet mocht
verkort worden ; alzoo zijn Hoog-
heit geliefde te weten, dat hy het Hol-
lantfe Rijk in deze gelegentheit ver-
toonde , en liever te fterven had, als
\'r Hollantfe Rijk hoon zoude lijden.
Hier op antwoorde de Veltheer het
zel ve ook niet ware gefchiet of ge-
fchieden zoude : voorts dat hy den
Heer Ambafladeur zeer bedankte.

lijk verzocht^de Ambafladeur den
Veltheer geliefde aen zijn Faktoor de
bevordering van den handel te bela-
ften, gelijk d\'Ambafladeur aen
Nohel
mede zoude doen. Daer mede d\' on-
zen dan affcheit namen, en waeren
weer vertrokken.

Des naermiddags verfcheen in de
Loosje de Mandarijn
Liu Lauja, den
Ambafladeur ■ van wegen den Velr-

zer met den Mandarijn Onghja Lauja
hadde gezonden , en \'s anderdaeghs
wederom laten halen. Dees Manda-
rijn vraeghde mede uit des Vek-
heers naem , of d\'Ambafladeur de
koopmanfchappen aldaer wilde ver-
kopen , of wel in
Peking om te ver-
kopenbrengen. Waerophemd\'Am-
bamdeur heeft geantwoort, dezelve
aldaer te willen verkopen. Mede ver-
zocht de Mandarijn , hy wilde hem
regen morgen de namen van de mede
naer
Peking gaende perfonen opge-

befchonken.

Den negen en twintigften ender-
tigften droeg zich niets toe.

Des avonts den eerften van Win-
ter-maend , vertrok het Jacht
Blyswijk
naer beneden, met een inladinge van
verfcheide ververfchinge voor de
fchepen, in de Neerlantfche haven, en
onder
Tinghay.

Des morgens vroeg, den tweeden,
vertrokken
Harthouwer en Van der
Does,
met de boot na de Nederlant-
fche haven, ten einde al d\'aengehou-
de Sineefche gerede penningen en
koopmanfchappen te degen na tc
zien, op te nemen, en aen te teke-
nen , om zoojbenefïèns de tien kiften
zilver;van de Kompanjie, met
Blys-

X 2 xlil L/ttAi-i-öt^*» w ^ m».\'«F 7 ------M \' y

voor de gezondene kleinigheden, die wijk m Lamthay, de voorftadt van Hok-

hem zeer aensrenaem waren. Einde- feu, daer d\'Ambafladeur met zijn ge-

- - ^ » ^ 1 « t rc I _1______1 ^ ! {-«. ^w-r^ r^«-« Irt Ir r\\ tvi »

volgzich bevont, aen te laten komen:
desgelijx om de reft der goederen uit
vlaer dmgente loften.

Des middags quam de Mandarijn
, Liu Lauja in de Loosje, met een fchrif-
I telijken brief en orde van den Velt-
heer , (zoo hy zeide:) datmen den Si-
nefen, van
Batavia gekomen, hun af-
genomen goederen wederom zoude
geven. Daer op d\'Ambafladeur
Liu

heer brengende twee autentijke af- Lauja liet aenzeggen : dat het zelve
fchriften der brieven van
Peking ge- niet kon gefchieden, dan met orde
komen, die hy hem op den elfden de- van den Heer Generael en Raden van

Indiën

Na eenige ftribbelingen quamen al
de Batavifche Sinefen van het Schip
Alfen te voorfchijn. Door den Am-
bafladeur gevraegt, watzy begeerden:
antwoorden als boven , herftelling
van hun goederen en zilver. Da^op

ver zijde: dat hy vry ftil zoude zwij- j ven, als wanneer die zoude konnen
gen, alzoo niet te zeggen had, &c. halen,omoverflagwegensdeKoelijs
Keerde zich toen tot den Ambafta- te maken. Ook zoude morgen een
deur, vraegde wanneer hy wilde op- | pas voor \'tSchip , als mede andere
reizen ? waer op zijnEd. antwoorde | plakkaten, ora aen de Loosje aen te
als de handel ware gedaen : ook dar- ftaen, gebracht werden,
ter noch verfcheide goederen voor de De Mandarijn wiert voor zijne ge-
Rijxraden van beneden moeften ge- gebrachte goede tydinge , door den
haek werden. Daer op hy niet ant- Ambaftadeur, met vijf el groen laken

-ocr page 357-

d\'Ambafladeur in tegenwoordigheit
van den Mandarijn
Liu Lauja ten ant-
woort gaf.Hy kon daer in niet treden;
maer by zoo verre de Vekheer aen
den Heer Generael wilde fchrijven,
ten einde hy den, Ambafladeur zuk
des volgenden jaers geliefde te bela-
ften , zoo zoude het konnen gefchie-
den , en anders niet. Dan by aldien
men het met gewelt wilde doen we-
derom geven, de Kompanjie zou haer
verhael op de Sinefen tot
Batavia kun-
nen vinden. Dies d\'Ambafladeur zei-
de geen ander of beter middel waer,
als den Heer Generael daer over te
fchrijven , en defl^elfs uitfpraek dacr
over te verwachten. Hier op gingen
deSinefen weg , en zou
Liulauja den
Veltheer dies verflag doen.

Den vierden begonnen de Fak-
toors , na her treffen der prijzen van
de koopmanfchappen in voorige da-
ge, onder opzicht van de twee Man
darijn s,
Liu en Lu lauja, de peper in de
Loosje te wegen, cn ontfangen.

Ook fchreef ten zelven dage d\'A m -
bafladeur het volgend brief)e aen den
Veltheer.

De prijzen der koopmanfchappen zijn
Zugetroffen. De twee fchepen kunnen in
de reviere aen den toorn komen; maer
het groot fchip onder
Tinghay moet al-
daer ontlofl werden.

D\' Amhaffadeur vertrout altijds op
\'^alaujas goedheid : daerom verftont
h zich nu wederom te verzoeken; dat
de twee fchepen, een voor een, mogen aen
den toorn , en daer toe paffen hekomen,
^ des tefpoediger de koopmanfchappen

tuitte mogen loffen.
j Zoo geliefde te heiaften, dat

de peper en zandelhout heneden in de
Jchepen door de Faktoors mochten gewo-
gen worden : d Amhaffadeur zou daer
\'^oor gaerne aen
Talauja dankhaer zijn.

Dit door den tolk De Hafe gehtagi,
peeg hy tot antwoord, datdeVclt-
^eer met de Faktoors daer over zou-
opreken, en den Ambafladeur \'s an-
öeren daegs befcheid laten weten.

^en vijfden wiert noch al met het
va^rln" ^^^^^^ voortge-

f zeflen quamen detweeSine-
^\'y ^en Ambafladeur, die met hem

van Batavia waeren gekomen , ver-
zoekende voor tolken mede naer
Pe-
king
tc mogen gaen. Dezelve waren,
bencfïèns al d\'andere Sinefen, twee
maenden in de Stad
Hokfeu op een
Jonk als gevangen geweefl , en nu
op borgtocht ontflagen; tot dat daer
over befcheid uit
Peking zoude geko-
men zijn. Dit was gefchiet ter
oor-
zM^e een Jonk van door den

Kapitein CÏ;/^^«^ uitgezonden,ontrent
Kanton was gebleven : daer van de Si-
nefen behouden, en aldaer bewaert
wierden. Hier over dan
naPekingge-
fchrevcn, moefte toen over dc Sine-
fen , met d\'onzen overgekomen, me-
de gefchreven wer den.

Den zevenden, quam het wegen
van de peper, in de Loosje, ten einde.

Des morgens, den achtften, zond
d\'Ambafladeur den tolk
De Hafe weer
tot den Veltheer,om antwoort op het
fchrijven van den vierden dezer te
erlangen.

Ten zelven dage, quamen weder
uit de Neerlantfche haven , met de
floep van
vlaerdinge , Uarthouwer
en de Sekritaris Van der Does, den
tweeden dezer derwaerts gevaren.

Deze deden verflag: datzy alles al-
daer , volgens des Ambafladeurs be-
vel , verric it hadden,
vlaerdinge was
van al zijn peper ontladen, cn
Blys-
wijk
neflens zoo veel kaliatours en
zandelhout , als hadden kunnen la-
den, overgefcheept: zoo dat in
Vlaer-
dinge
niet anders was gebleven, als
eenig zandel, en kaliatours hout, tin,
loot &c. : waer mede zy het zelve
Jacht onder den grooten toorn had-
den gelaten.

D\'Aengchoude Sinefen goederen
en gcrecdepcnningen, hadden zy los
gemaekt, en de laefte op de wijze, als
die van de Kompanjie, herpakt, en in
Blyswijk overgefcheept.

In het afvaren na de Nederlantfche
haven,hadden zy tot
Minjazeen groo-
te toebereiding, ten oorlog,zien ma-
ken . Na d\'oorzaek van zulx ge-
vraegt , was hen rot antwoort gege-
ven : dat op de komOe van ongevaet
dertigh
Koxinje Jonken ontrent de
hoekvanUoitang den ftedehoudcr van
Minjazeen orde was gegeven, ^ich ren
II oor-

li, \'i

fii

|j

lil
i

-ocr page 358-

der van Minjazeen zoude fchrijven :
vraegde voorders of de Heer Ambaf-
fadeur wei gereet zoude kunnen zijn,
om tegen den vijf en twintigften de-
zer maent na
Peking te vertrekken.
Waer op d\'Ambaffadeur het naervol-
gend briefje tot antwoord aen den
Veldheer fchreef.

D\\ Amhqfjadeur is dankhaer uoör Ta-
laujas
goede genegentheid, dat hetfchip
aen den toorn mochte komen. Het klein
Hollandfch fchip is weder met koopman-
fchappen alhier aengekomen.

De peper in de Loosje, ontrent twee
duizend en drie honderdpikol, is aen de
i Faktoors gelevert. Nu verjoekt dAm-
hadden gezien. Dierhalve de boot { haffadeur dat Talauja de Faktoors ge-
van vlaerdinqe met den SGknVd.ns \\ liefttehelaJlen,datdealuin,goutdraety
dien nacht met d\'eb naer Tinghay was en andere koopmanfchappen aen den Ho-

pou mede mogen gelevert worden, ten
einde in \'t kort een fchip na
Batavia zou-
de kunnen vertrekken , en d\'Ambaffa-
deur zich tot de reizenaVe)é\\x\\^vaer-
dig te maken.

Ook verhaelde de Tolk des Velt-
heers,\' dar d\'Ambaffadeur over drie

gegaen, om d\' onzen van het aldaer
leggend fchip
Alfen te waerfchouw^en,
ten einde, om wel op hunne hoede te
zijn, en ook tegens alle voorvallen
orde teftellen. DeSekritaris des an-
deren daej^sin gekomen, was
door die van het fchip yf^^» berecht:

UUUl UIC vtiij. iscu t" . j — ----- ----

hoe des voorigen nachts vijftien- i dagen tot den Koning en

xmfe Koyaes (welke zijn kleine vaer-1 over vijf tot den Veldheer, opeen
tuigen, van tien, twintig en dertiglaft.
Wajang of feeft zoude genoodigt wer-
met eene maft) ontrent het Ichip den.
Gelijk ook weinig tijds daer na
waeren geweeft , daer op zy vijf! de Faktoor van den Koning
Singla-
fcheuien met kanon geffaeckt had- den Ambaffadeur en zijn gevolg

den : als waneer dezelve weder wae- tegens den elfden dezer op een^^ï-
ren vertrokken, neffens vieren twia-
yang of feeft quam noodigen, met
tig groote
Koxinfe Jonken , die maer verzoek dathy de muzikalefpeeltui-
alleeniijk een vertoning buiten d\'ei- gen, die in de Loosje waeren, geheWe
landen hadden gedaen , zonderiet
mede te brengen,naerdien de Koning
verder op her fchip t\'onderftaen. nieufgierigh was
dezelve te hooren.

Den vieiden , \'s morgens , waeren d\' Ambafladeur het den Koning zeer
vijf en twintig Tartarifche Jonken j bedanken en zeggen te zuilen ver-
\'tgat uitgekomen , na de
Krokodtls j fchijnen , en de muzikale fpeeltuigen
eilanden gezeik, en des avonts weder-1 mede brengen. ^ ■

gekeert, met voornemen onéetTing-1 Des morgens, den elfden, quam de

^^yteloopen;dochdievanyf//t\'»twee j Faktoor van deKoninghSinglamong,

fcheuten met grof kanon voor hen in de Loosje den Ambaff\'adeur, vol-
over doende, waeren weder ver- ■
gens verzoek, op den achtften dezer

trokken. gedaen, ter feeft halen , om by den

Ten zelven dage quam de tolk De Koning vrolijk te zijn. Werwaerts hy

Hafe, den vierden dezer aen den Velt- zich dan metzijn gevolg begaf: t\'et-

heer\'crezondcn, wederom, en neffens fens werden ook de muzikale fpeel-

heni de Tolk van den Vekheer, den tuigen daerheene gebracht.

Ambaffadeur uitzijns meefters naem In het hof dan gekomen

zeggen : dat het fchip vryelijk aen
den toorn mocht komen : dat de ^ . ^

Vekheer het zelveaen den Stedehou- j binnen eenige Sinefen

__________________ , en een

weinig in het gewoonehjk vertrek te

oorlog toe te ruften, en de Jonken

van de kuft te drijven.

Zy dan van daer tegen den avont
in deNederlantfche haven gekomen,
hadden den Mandaij n van de Jonken,
die aldaer ter wacht lagen, al laet in
den avont noch aen boort van \'t Jacht
vlaerdinge gekregen, met waerfchou-
wingh aen hen : hoe verfcheide
Koxinfe Jonken onder Tinghay
gekomen, die, om niet bekent te wil-
ea zijn , Tartarifche vlagge lieten
waeien : dat twee van hunnenjonken
zoo aenftonts van Tw^i\'^jjKin deNe-
derlantfche haven w aeren gekomen,
dezelve in het vertrekken van daer

achten geleid, quamen aldaer mede

die over twee
ren

-ocr page 359-

jaren van Koxinga by de Tartaren wa-,
ren komen overlopen, die ook nef-1
fens d\'onzen na den Koning wierden I
geleid, en tegen hen over,aen des Ko-
nings rechte hand, op hunne mede !
gebrachte lappen-pije laken gewezen
te zitten.

Na de Koning na des Anfbafïadeurs
gezondheid had gevraeght, zeide hy
tot heden genen tijd te hebben ge
had, om zijn edele t\'onthalen; maer
aengezien de gelegendheid haar als
nu aenbood, vermids het komen van
des Keizers brief, zoo verzocht hy
de Heer Ambafladeur zich een wei-
nig vrolijk geliefde te maken. Waer
op de tafelen met fpijze wierden
voorgebracht, en d\'onzen met eeten
en drinken wel onthaelt. Ondertuf-
fchen wierden verfcheide
Wayangen
vertoont: tuffchen welke de Kóniny^
verzocht de muzikale fpeeltuigen der
onzen, mede eens geluid mochten
geven ; gelijk ook gefchiede : welk
fpel hem zeer wel fcheen aen re flaen.

Na dat meeft de geheele dagh, met,
vrolijk te zijn , was overgebracht, |
nam d\'Ambafladeur, na den Koningh \'
Voor zijn onthael bedankt te hebben,
tegens den avond zijn affcheid , en
Vertrok weder na de Loosje.

Tegens den middagh quamen de
Mandarijns
Liu en Liulauja in de
doosje, eifchende uit des Veldheers
^aem de Sinefe aengehoude goede-
met byvoegen van veleredenen:
JJ^melijk dat de Veldheer had gezeid:
aat het arme luiden waren, die dezel-
ve roequamen, en tot onderhoud niet
^ ^rs hadden, en diergelijke rede-
n meer. d\'Ambafladeur antwoor-
QCiiendaerop : dathy dezelve goe-
öeren met konde of vermocht weder-
^i^ tegeven: alzoo daer over na^^-
eSi^^f gefchreven, en van daer
den moefte verwacht wor-

E)an naerdien de Sinefen voor-

niet re hebben om

den n, \' goet gevon-

en op e j^^^ht duiz?nt rijxdael-

^len inT -f ^ddelen uit te dee-
de m
T"?^^ ^^^ begeerden. Wanneer

redenen ^^^ ^^^^^^ andere

\'^acr tegen wilden inbren-
gen; zeide de Ambaffadeur: hy wilde
Talauja zelfs daer over komen fpre-
ken, en hem zijne orde laten zien,
of dezelve mocht tegengeftreeft wor-
den. Voor hem viel daer niet anders
in te doen. Dan
2.00 Talauja dezelve
met gewelt wilde nemen, hy kon der
Kompanjies koopmanfchappen en
hen altezamen krijgen ; dewijl zy
doch in zijne macht waeren. Waer op
de Mandarijns zeiden: het zelve wat
te hoog opgeheven was, ook dat zy
zulx
Talauja niet dorften bekent ma-
ken : en waren zoo vertrokken.

Tegens den middag, den veertien-
den , qmamen de Mandarijns van des
voorigen daegs weder in de Loosje,
en eifchten, gelijk op gifteren, de aen-
gehoude goederen der Sinefen. Waer
op hen ook, invoegen als gifteren,
wiert geantwoord : te weten , dat
hen dezelve goederen niet konden
weder gegeven werden , voor ai eer
orde van
Batavia waere gekomen:
dewelke achtervolght moft werden.
Niettemin drongen de Mandarijns
daer fterk op aen, dat
Talauja die wil-
de hebben, en het niet wel waere ge-
daen,men dezelve goederen aenhielt:
met diergelijke redenen meer.

Vele redenen wierden hier over
van wederzijden gevoert, die ten
laefte den Ambalfadeur verdrooten r
dies hy tegen de Mandarijns zeide,
hy wilde zich daer over met zijnen
raed bedenken; en
Talauja den uitflag
in gefchrift laten weten. Waer op de
Mandarijns vertrokken.

Den Raed het dikwils komen van
den Veltheer voorgehouden, wiert
goedt gevonden het naervolgend
brie^eaen J^3f/<7^if;^tefchrijven :

D\' Amhaßadeur heeft altijds veel
gunft en beleeftheid van
Talauja ontfan-
gen, en is daer voor dankbaer. Het hëeft
Talauja gelieft, ten anderen mael, aen
den Ambaffadeur te belaften de goede-
ren , met de Sinefen van
Batavia
men, wederom te geven. Nu gelieft Ta-
lauja
te weten, dat voorhene de Sinefen
met der Kompanjies fchepen en kiften,on-
der den naem van klederen en behoeften^
veel byzonderen handel terftuik hebben
gedreven. Daerom heeft de Heer Gene-
rael aen den Ambaffadeur gelaft daer

fcher--

-ocr page 360-

fcherpelijk op te letten, en zulx te ver-
"hinderen. De Fiskael heeft nu eenige
goederen van de Sinefen gevonden en
\'aengehouden.

Talauja gelieft nu t\'onderzoeken of
d Amhaffadeur defelve fonder orde van
den Beer Generael kan wederom geven
ofniet.

Daerom.verzoekt d\'Amhaffadeur aen
Tû-m^i, dat daer mede mach gewacht - - --- „ „

worden, totdat dAmha fadeur daer zou men Talauja by gelegentheid
den Beer Generael fal heh-1 opgeven. Aengaende her weder ge-
hen gefchreven en antwoordt heko- ven : datmen die met konce her-

men.

D\'Amhaffadeur fal op het helieven

maer hem te verzekeren dezelv© niet
een Konderijn door d\'onzen zou-
den vcrmindèrt worden.

Hier op dan ging d\'Ambafladeur
met zijn gevolgh te hoof. Aldaer
gekomen , en weinigh tijds in het
gewoonelijk vertrek gewacht, wier-
den zy binnen geleid , in een ka-
mer, ter zijde van de gemeene ge-
hoor-plaets gelegen : alwaer de Vdt-
heer op een ftoel aen een tafel zat,
en de voorder tafelen aen weder-zij-
dc al met eenige fpijze bereid fton-
den.

D\'Ambafladeur wiert mede ter
zijde
Talauja op eenen ftoel aen een
tafel gezet, en voorts d\'aenziene-
iijkfte aen weder-zijde op banken

de goederen wederom mogen werden
ontffagen. Dan fali:2.\\\'m)zvernoeging
gefchieden , en d Amhaffadeur huitm
fchuldt kunnen hlijven : daer ander-
zints d Amhaffadeur daer door in\'/ ver-
derf zou komen.

De Faktoor van den Veldheer
quam den Ambaffadeur tegens mor-
gens tot zijnen meefter op een feeft,
en noodigen, en zeggen ^t

r^/^^/Vï verzocht, de Heer Ambafta-
deur de muzikale fpeeltuigen , ge-
lijk tot den Koning was gefchiet, met
hem geliefde te ° brengen : aenge-
zien
Talauja, om die te hooren en

zien, nieufgierig was.

D\' Ambaftadeur gaf ten antwoord,
aldaer ten gezerten tijd te zullen ver-

De Veltheer dronk den onzen vry
fterk toe, en vermaende hen om vro-
lijk te zijn.

Na eenigen tijt gewayanght te
ziin , moeften de muzikale fpeel-

fchijnen, en de muzikale fpeeltuigen 1-daer tafelfs opftonden g^

medebrengen ^eten , waeren d eerfte vragen na

Tcn ldve dage raekte ook het i elkanders gezontheid. Voorts wiert-
Jacht
Blyswijk van zijne ingelade j\'er fpijs en drank opgebracht , en
soederen los.,
 JVayangen of toneel-fpeelen vertoont

^ Des morgens heel vroegh

„ , den

vijftienden T gingh de Tol Genko
met het briefje , op gifteren gefchre-
ven, ten hove , om het zelve aen
den Veltheer te vertoonen. Weder

wat beft waere t\'antwoorden , in-
dien de Veltheer daer van begon
op te halen , en te vragen waer de-

den Veitlieer te vertoonen. w^^v,. , ^ d\'orde

eekomen, bracht ten antwoord: dat tuigen mede geluid geven, dat de
de Veltheer den Ambafladeur ten i Veltheer wel
aenftont. Wanneer de
hove verwachte, omtefeeften, en j tijt van het vertrek begon te gena-
ak dan met zijn Ed. over de zake
1 ken , zeide de Tolk tegen den Am-
van de Smefen zoude fpreken. Dan bafladeur , dat de Vekheer van de
eer d\'Ambafladeur derwaerts gingh, Sineefche goederen wilde fpreken.

-o^hy aes , O.s«^^

Hoogheid gezonden , had ontfan-
gen. Waer op hy antwoorde vanja.

zelve goederen waeren ? hoe vee!
dezelve wel bedroegen ? waer die
zouden laten , geduurende hunne
opreize naer boven ? en ofme die
wederom wilden geven of niet: zoo
wiert goed gedacht , dac op des
Veltheers vragen waer dezelve goe-
deren waeren , d\'Ambafladeur zou
antwoorden , aen \'t boort van dc
fchepen : de bedraegingh der zelve

I
t

fteilen zonder Batavia. Be-

X. .......... langende waer men die laten zou,

T^km^i ontrent den Heer Gene-\\htm zeggen, degereedepenningen
rael allen vlijt aenwenden, ten einde tot onkofte te zuilen gebruiken;

-ocr page 361-

en den inhoud wel verftaen. Zei-
den voorders: hoe dat door den oor-
logh eenige Sinefe inwoonders wa-
ren gevlucht geweeft, die nu in tijd
van vreede weder in hun land qua-
men , medebrengende , \'t geen zy
lieden door langen tijd en groote
moeite hadden vergadert. Hy had
daer over met den Koning gefproken:
en het hen docht een onredelijke
za-
ke
te wezen, de Kompanjie , of de
Heer Ambaftadeur dezelve goederen
aenhield. Hen moefte dezelve goe-
deren wederom gegeven worden: hy
had al de goederen op fchrift: met by-
voegen van diergelijke redenen meer.

D\'Ambaftadeur hethem daer op ten
antwoort feggen: dat hy met den Velt-
heer niet wilde twiften: maer dezelve
goederen niet konde noch möchte
weder geven. Dan
xoo Talauja dezel-
ve met geweldt Wildenemen ,hy kon
diekrijgen. Waer op de Veltheer niets
antwoorde ; maer van reden veran-
derde , en zeide: dat voor
Kanton een
Sineefe Jonk, komende van
Batavia,
Was gebleven : waer op een Sinees,
Genko genoemt, als gezaghebber of
Kapitein was, die den Ambalfadeurj
^^S mede den
Houpou Konflantijn Nohel
Wel kende: welker namen hy ook had
genoemt. Derhalve vraegde hy of de-
^e Jonk met d\'onzen in gezelfchap
^an
Batavia was gekomen: dan of de
^eer Ambaifadeur daer ook kennis
jja^i had?Ten antwoort gaf hem d\'Am-
«alfadeur, daer in\'t minfte gene ken-
van te hebben , veel min dat
ƒ Zelve met hen in gezelfchap van
Was gezeild. Ook dat hy
op
Batavia noit Sinees gekent had,
öie
Genko ^as genoemt. Na welke
Redenen d\'Ambaflldeur affcheid tot
vertrekken verzocht , dat hen door
«en Veldheer wierd toegeftaen.

^ en zelven dage quamen de Fak-
toors van den
Konhon den Ambaflä-
^ ür tegen den zeftienden tot hun-
ton ^.^J^er op een feeft en Wayang of
oneel-fpei nodigen: alwaer d\'Ambaf
■^«eur aennam te zullen verfchijnen.

hvzlV^^\'^^^^H ^ieh niet

Hktn^ = ^oot de

«ors een parthye aluin gelevert.

Sens de noodinge op denvijf-
tienden, door de Faktoors van den
Konhon gedaen , gingh d\'Ambaf-
fadeur met zijn gevolgh derwaerts.
In het hof gekomen , wierdt hy
in een vertrek een weinigh te wach-
ten gebracht, vermits eenige Man-
darijns by den zelven waeren. Na
ontrent een halve uure wachtens,
wiert d\'Ambaftadeur binnen geroe-
pen , in de gewooneiijke verblijf-
plaets : alwaer de tafelen al klaer
met Ipijs toebereid ftonden.

D\'Ambaftadeur wierd van den
Konhon vriendelijk ontfangen , en
aen een tafel,ftaende aen de Sinee-
fche hoogerhand van de fijne , op
een ftoel geweezen te zitten , en
vervolgens d\'aenfienelijkfte ieder aen
een tafel, ftaende aen weder zijde.

Weinige redenen vielen\'er voor i
als alleenlijk dat de
Konhon vraegh-
de, of al het volk, daer tegenwoor-
digh , mede
naet Peking ging > daer
op hem geantwoort wiert: het groot-
fte deel. D\'Ambaftadeur vraeghde,
wanneer hy na boven zou reizen.^
Waer op de antwoorde. Inde
maent van de twalefde mane. Voorts
wierd de dagh met vrolijk te zijn, te
Wajangen en fpringen doorgebracht.

Tegens den avond vertrok d\'Am-
bafladeur weer met zijn gevolg.

Zoo Trigaut getuight , toonen
zich de Sinefen tot het zien van
Wayangen of toneel-fpeelen zeer ge-
negen , en overtreffen daer in d\'on-
zen : derhalve ook ontelbare mee-
nigte van jonge luiden zich met de-
ze oeflening erneren.

De vinder der toneel-fpelen word
by eenigen
Scheekong geheeten , en
voor eenen God gehouden. Deesi^
zeer geacht onder defpeelders: want
zy noit fpel beginnen , zonder aen
hem eerft te offeren. Ieder fpeelder
heeft zijn beek aen de zy, ftatigbid-
dende,om geheugenis,ten einde zy in
de woorden niet mogen ftruikelen.

Wonder zijn de Sinefen verflingert
op toneel-fpelen. Zoo iemand een
groot gevaer heeft uitgeftaen, in
plaets een kriften daer voor in de
kerk een dankzeggingpleegt,
maken

zy een toneel fpel rot dankbaerheid,

aen hunne goden.

Zom-

-ocr page 362-

Zommigeti hunner reizen over
al wijd en zij d, door het ganfch rijk:
andere houden zich in de
vermaer-
fie koopfteden op , en worden ge-
bruikt op algemeine en byzondere
feeften en maeltijden : ja heeft op
zommige plaetfen ieder kroeghzijn
fpeelders ; gelijk hier te lande op
boere kermiften , ieder kroegh zij-
ne vedelaers. Maer in \'er daet zijn
defe luiden het fchuim eh uitfchot
der gemeente , en het fnoodfte ge-
boefte. , ^ ^ .. ^

Al defe tooneel-fpeelen zijn meelt

al oude ftukken, (want Zelden wor-
den nieuwe gemaekt) en of waer-
achcige hiftorien of flechts bloote

verzieringen.

De fpeelders felfs , wanneer zy
ontbooden worden , hebben altijd
een
van de gemeene fpeelen gereet,
en op voor-raet,
om aenftonts te

vertoonen. n, u

Dies vertoonen zy den gaft-hou-
der een groot boek , daer in fpee-
len ingefchreven ftaen, om daer uit
een , dat hy gaerne wil zien , na
fijn welgevallen te kiezen. Degaft-
genooten zelfs zien en luifteren on-
der het eeten en drinken met een
zonderlingh groot vermaek toe:
ja befteden dikwils na den eeten
geheele tien uuren (zoo langh by-
wijle
ook de maeitijd duurt) aen het
kijken, wijl het een fpel zoo dra
niet gedaen is, ofterftontweer een
ander op nieu begonnen word.

Alles wordt fchier al zingende
uitgefproken , en naulix iet door
een gemeene wijze van fpreken ge-

Prachtigh zijn ook de fpeelders
en, na vereifch des fpels, uitgeftreken
en gcftoflcert.

Den achtienden viel weinig voor,
en wiert meeft
doorgebracht, met tiet
ontfangen van
wortel Sina en IpU-
jauter. ^^^

-ocr page 363-

Den negentienden , ontmoeten
den Sekritaris in het uitgaen onver-
ziens twee Hollanders die vreem-
de luiden fcheenen te zijn; altoos
waeren by hem niet bekent. Zy \'
wierden gedragen op reis-ftoelen van
Bambóefen , groetende den Sekri-
taris , met het afnemen van hunne
hoeden. Dan vermits zy zeer fterk
Voortgedragen wierden, had hy den
tijt niet gehad, om hen aen te fpre-
ken.

De tolk De Haze maekte den Am-
baftadeur bekent, uit eenige Sinefen
verftaen te hebben , dat in
Sincheu
een Hollandfch fchip ware gekomen.
D\'Ambaffadeur liet daer na verne-
men , en bequam ten antwoord:
dat in
Sange foe twee Hollandfche
fchepen lagen : hec een, een Fluit : het
ander, een Jacht. Ook dat dien mor-
gen twee Hollanders van defelve
fchepen na den Veltheer waren ge-
bracht.

Des namiddags quam de Manda-
rijn
Liulauja, neffens noch twee an-
dere, in de Loosje en feggen , van
den Veltheer gefonden te zijn , en
den Ambaffadeur te feggen : dat niet
meer ais twintigh man met den Am-
baffadeur na boven zouden mogen
gaen. De Ambaffadeur vraeghde of
de paerden en osjes dan niet mede
na boven zouden gaen : want zoo
defelve mede moften gaen, wiert\'er
meerder volk
tot d\'opreife ver-
eifcht. Doch hy foude het aen den
Veltheer laten , hoe veel volks noot-
zakelijk tot d\'opreize moefte we-
zen. ^

Ook fpraken defe Mandarijns al we-
der van d\' aengehoude goederen der
âme en, „iette feggen: deVeltheer
defelve wilde hebben , en hen laft
gegeven had, die uit het fchip, leg-
gende onder te halen : dies
verzochten zy d\'Ambaftadeur wil-

e iemand van de zijnen met hen
«erwaerds zenden. D\'Ambafladeur
jntwoorde hen gelijk voorheene
«^gedaen: dat hy dezelve goede-

wn^i die met gewelt

nemen , hy kon het doen.

Wann«

de Mandarijns het al weer
op een ftribbelen wilden ftellen,
zeide d\'Ambafladeur: zy zouden een
fchriftelijk orde van
Talauja halen:
waer in hy dezelve goederen met
gewelt wilde nemen. Hy zoude zich
ondertufichen beraden , wat hem
te doen ftont : welk de Mandarijns
aennamentedoen.

DeMandarijns gevraeght, of dien
dage gene Hollanders by den Velt-
heer waeren gekomen : antwoor-
den : wanneer zy uit het hof van

waren gegaen ^ aldaer twee HoL
landers aen de deur hadden vinden
ftaan, die van
Sin chieu, over land ge-
komen waeren: maerdatzy niet wi-
ften, met welk fchip. of Jonk zy al-
daer gekomen waeren.

Des morgens , den vier en twin-
tigften , verfcheen in de Loosje de
voordrager van den Veltheer , met
name
Onghia Lauja , den Ambafla-
deur van wegen zijnen heer voor-
houdende : dat de vaertuigen, paer-
den, koelijs of dragers , en voorts al-
les wat tot d\'opreis des Ambaffa-
1 deurs behoorde , nu vaerdigh wae-
I ren : vraeghde wanneer hy klaer
I zoude kunnen wezen, om op terei-
j zen. ■ ; \'

i Wijders, zeide hy, dat een Man-
I darijn van den Koningh Smglamong
f by den Vehheer was gekomen, om
\'tzeive te vernemen , en de Ko-
ningh zeer verwondert was , d\'on-
zen in \'t opreizen nu zoo traegh
waeren, daer in \\ eerft zulken haeft
fcheenen te hebben. Ook vraeghde
de Mandarijn na befcheid , om den
Koningh den befiemden dach aen te
dienen. Tot antwoord gaf hem
d\'Ambafladeur : hoe in de fchepen
noch eenige fchenkaedje-goederen
voor de
Lipous waeren , welke , eer
hy konde opreizen, moeften we-
zen geloft en gepakt. Ook dat dé
handel eerft moefte gedaen en de
goederen aen de Faktoors gele-
vert wezen : alzoo de
Houpou No-
hel
mede na boven moefte rei-
zen . fïier op
vraeghde de voor-
drager, hoeveel tijds vereifcht wierd,
eer \'t zelve konde befchikt wezen?
In \'t kort, antwoorde d\'Anibafladeur,
kon zulx gefchieden : indien flechts
m m 2. dé

-ocr page 364-

276\'

de Faktoors deden, gelijkze behoor-
den te doen; maer dar den onzen ten
tegendeeie , met de waren t\'ontfan-
gen, tegen hunne koopmanfchappen,
200 veelmoeiehjkheden met de Fak-
toors ontmoeteden, dat zy den tijt
niet vaft konden fteilen: alzoo zy aen
d\'eenen kant Zij de wilde leveren , die
veel ftechter , als het monfter , daer
zy de Zijde op hadden gekocht, was:
ten andere, dar zy de peper metval-
fche daetfen,die drie ten hondert ver-
fchiiden, wilden ontfangen : endier-
gelijke redenen meer. De voordra-
ger antwoorde daer op : dat dezelve
tot de hondert katty toe gecijfer-te-
kent en wel bevonden waeren ; maer
hetverfchil, als men over de hondert
vijftig katty quam , ontftont. Waer
op de voordrager vraegde : of in ver-
leden
jaren met die daets de peper
niet gewogen was : en waerom d\' on
zen als toen daer niet tegen hadden
gezeid : ook dat zy, als de daets rot
de hondert katty goed was, maerby
een pikol zouden uitwegen. Hier op
antwoorde d\'Ambafladeur. Dat in
verleden jaren het verfchil niet gewe-
ten was, maer nu uitgevonden : en
zy gaerne by een pikol t\' eflèns wil-
den wegen : ook \'t zelve al in \'t werk
hadden geftelt; maer dcFaktoorshet
zoo niet verftonden, en de daets met
voeten hadden gefchopt. Derhalve
verzocht d\'Ambafladeur : hy wilde
de Faktoors belaften de peper zooda-
nig te moeten ontfangen, opdat, na
levering van dezelve, d\' Ambafladeur
datelijk konde opreizen , en
Talauja
uit zijnen naem mede verzoeken, hy
\'t zelve dc Faktoors geliefde te beve-
len , en de Mandarijns, over den han-
del
geftelt: welk hy aennam te zul-

len doen. _ „ — ^ — _ ^

Onderwijle waeren dc Mandarijns i Veldheer quamen. MiflTchien iemant

Liu en Liu Lauja in de Loosje geko- j van zijn volk de zelve wel kennen
men, met d\'orda van den Veldheer, j zoude : \'t
welk de Mandarijn belool-
daer zy des voorigen daegs aldaer me- de te zullen laten gefchieden.
dQ geweeft waeren : waer in hy hela- Na het middaghmael,dan, gingen
fte d\' onzen d\' aengehoude goede-
Nohel, Harthouwer en de Sekritaris
ren der Sinefen wederom zouden ge-1
Van der Does, met het gefchrift voor-
ven De brief vertaelt luide aldus: noemt tot den Veltheer : voor den
De veldheer van Fokien helpt zijne welken , na vry een geruimen tij a
ingezetenen. U\\x en Uvil^^Manda- wachtens, zy ter gehoor waren gc
rijns hehhen den Veldheer fchriftelijk he- bracht, en hadden zich zelts verltour

kent gemaekt wegens de goederen der
Batavifche Sinefen , op de
Hollantfche
fchepen aengehouden. Nu zend de Velt-
heer deze Mandarijns
, om die goede-
ren van heneden uit de fchepen te halen.

D\' Amhaffadeur word van den Veld-
heer gelajl iemant van zijn volk mede
naer heneden te zenden, om de goede-
ren aen te wijzen, ten einde de zelve uit
de fchepen , die aen den toorn in de
Neerlandjche haven in
Lamthay leg-
gen , te halen. Wanneer die alhier in
Lamthay zullen gekomen zijn , zullen
de Sinefen alles van fluk totjluk opfchrj-
ven , en den Veldheer vertonen. Tot na ^
der hefcheid van den Keizer zullen de
goederen aen d\' eigenaers werden we-
derom gegeven. De Sinefen wordennoch-
maelshelajl, net op te hrengen, \'tgeen
met de herk alhier tot
Lamthay zal zijn
gehragt.

D\'Ambafladeur zeide tegen de
Mandarijns voornoemt , gelijk op
den negentienden dezergoed gevon-
den was, namelijk , dat
Nohel, Hart-
houwer
en Van der Does met een ge-
fchrift en orde , zoo dra een weinig
gegeten hadden , by den Veldheer
zouden gaen, om re vragen : of dat
zijn wil en orde was. Waer op de
Mandarijns zeiden, zoo lang te zul-
len wachten , en neffens d\'onzen der-
waerts gaen, om d\' orde van
Talauja
te horen, en zich daer na te fchikken.
Ook verhaelde de Mandarijn
Liu Lau-
ja:
dat nu twee Europianen, die ep
Taiwan waeren geweeft, tot den Velt-
heer waren: vraegde den Ambaffadeur
of hy de zelve ook kende. Waerop
d\'Ambafladeur antwoorde , hoe hy
de zelve kennen konde;
daer hy die
noit gezien had. Maer verzocht of
die aen d\'onzen eens zouden mogen

werden vertoont , als zy tot den

m>

-ocr page 365-

het zelve zijn Hoogheids fchrift en
orde was. Waer op door hem was ge-
antwoord , )a, en gewezen op het
merk : zeggende het zelve zijn te
wezen, en dat niemant anders dan hy
zoodanig merk öf teken gaf: dat \'er
tijding voor af van
Peking was geko-
men, en de groote brief van den Kei-
zer aldaer mede in \'t kort flont te we-
zen : dat men aen de Sinefen, met
onze fchepen van
Batavia gekomen,
hun goederen weder moft herftellen,
en waerom men dezelve hen niet we-
der gaf Daer waren twee Hollanders
aldaer gekomen, die hy den onzen
dagt wederom te geven. Waer op
door d\'onzen was geantwoort: dat
aengaende de Hollanders , ingeval-
le zijn Hoogheid den onzen dievi/e^
der gaf, zy daer voor dankbaer zou-
den blijven : dat zy den Sinefen hun
goederen niet weder konden geven.

Zelve door dc Sinefen , tegens zijne
orde cn laft, waeren in dc plaets van
lioodige behoeftigheden uitgevoert.
Waerom de Heer Generael zoodani-
ge orde aen den Ambafladeur had ge-
geven: en of hy dan de goederen zon-
der des Generacis kenniskonde wc-
der geven, lieten zy hem Veltheer
oordeelen. Waer op de Veltheer zei-
de, hy

was een groot Heer en mede
een van dc
Lipom uit Peking: hy be-
geerde de goederen van de Sinefen
met; maer hy was gehouden voorde
Zelve,alzoo zijne onderzaten waren,
fpreken. Hier op wiert hem ge-
^^ent. De Heer Ambaftadeur mede
een groot Heer en zelf een Raet van
indien was. Hy begeerde de goede-
ten mede niet : ja,had wel gewilt de-
^eive aldaer niet hadden geweeft:
maer wijl zulx nu zoo was, zoo kon-
«e liy dezelve zonder orde niet laten

zoir" Veltheer: zy

hZ , ^^ ^\'^^e van de goederen zoo
^\'^nge laten beruften,totdat daer over

men. Als de Keizer gebood dat d\'on-
zen de goederen wederom moften
geven, zoude \'tzelve ook,\'tzy met
wil of onwil, moeten gefchieden.
Voorts veranderde hy van reden , en
vraegde : wanneer d\'Ambaftadeur
reizen zoude. Al de koclijs, paerden
en vaertuigen waren nu klaer, Hy
kon niet bevroeden, waer het aen
mocht haperen. Tot driemaal was
door hem aen den Keizer gefchre-
ven , dat d\' Ambafladeur boven zou-
de komen , maer hyzach daer noch
gene blijken af Wift derhalve nier,
wat hy daer van denken zou : ja zou
de Keizer meinen, dat hy hem leu-
gens had wijs gemaekt. Al \'tgeen
door d\'onzen verzocht was, had hy
toegeftaen. Maer wy waeren t\'eene-
mael al weder met andere verzoeken
voor den dag gekomen : zoo dat hy
niet wift,hoe \'t met ons te ftellen had:

WO ort geen ftaet te maken was: al-
zoo zy nu dus, dan zoo praten. Hier
op was hen geantwoort:dat het wach-
ten maer alleenlijk na den handel was:
alzoo de
Houpou Nohelmede naer bo-
ven mofte reizen , en eer hy konde
gaen , de handel ten deele mofte ge-
daen wezen. Waer op de Veltheer
het woort had gevat en gezegt. Dat
den onzen den handel was toege-
ftaen. Hy had Jonken cn barken tot
het loften der koopmanfchappen ge-
geven : vervolgens ook toegeftaen
dat het fchip aen den toorn mogt ko-
men, om ons des te meerder te fpoe-
jcn. Wel was waer : hy had belaft,
dat het fpiljauter niet uitgevoert mog-
te werden: naerdien \'t zelve door den
Keizer verboden was: hy zou\'t zelve
noch door dc vingeren gezien heb-
ben. Maer alzoo door d\' onzen aen
eenige Mandarijns gezegt was , zy
\'t zelve van den Koning hadden , wil
hy \'t zelve weder uit het fchip heb-
ben, en niet verftaen dal een Konde.

tnm 3 rijn

van Sina ofTai/ing, ±f7

ên met beleefde termen gevraegt : of\' tijdinge van den Keizer was geko^

zonder orde van Batavia, en dezelve, ja, konde niet bedenken, waerom
ter orde van den Heer Generael, door d\'onzen aldaer gekomen waeren. Of
den Ambafladeur waren aengehou- 1 het was met de weinigefchcnkaedje-
den. Waer op de Veltheer had ge- goederen, die zy mede gebracht had-
vraegt, of ook des Gencraels goede- de, den Keizer te gaen begro eten : of
ten daer in waeren. Daer op hem van wel om hunnen handel tc drijven .
neen was geantwoort: maer dat de- j D\' onzen waeren luiden, op welker

^ ii

-ocr page 366-

den toorn leggende, fou tegenwoor-
digh miftchien al ontladen zijn ge-
weeft, indien fy met wegen nabeho-
ren hadden voortgevaren ; maer fy
hadden met een vaifche Daets willen
wegen : \'tgeen door d\'onzen uitge-
vonden , was herwegen door hen ge-
ftaekt , en weer na lant gegaen. Waer
op de Veltheer antwoorde: dat de pe-
per in \'t fchip metfant vermengt was,
en om die redenen de Faktoors met
foodanige Daets hadden gewogen\'.
D\' onfen zeide hy wilden den naem
van oprechte luiden hebben; maer
zy waeren het in\'erdaet niet : want
zy de peper met zant en water meng-
den,dat voor hen genen goeden naem
zoude geven. Hier op wiert den Velt«
heer geantwoort: d onzen in\'t min
fte daer van niet te weten, dat in de
peper zant of water was : datzyaen-
namen , neftêns zijne Faktoors , in-
gevalle hy de zelve daer toe geliefde

den lijden. ^

Voorts verzochten d\'onzen het
uitvoeren van het fpiljauter, voor
die reize, dewijl het alree in het fchip
was. Daer op deVeltheer geen ant-
woort gaf; maer zeide dat des vol-
genden daegs zijne Faktoors nefièns
d\' onzen na het fchip zouden gaen,
om met hen over een te komen , ten
einde d\' Ambafladeur in korte dagen
moght komen op te reizen : \'twelk
d\' onzen zeiden zoodanig te zullen
gefchieden.

rijn zwaerte zoude uitgevoert wor- , De twéé Europianen wierden, vol-
den. Wat belangde d\'andere waren,die I gens belofte van den Mandarijn Lm
niet verboden waeren, mogten d\' on-1 Lauja, aen d\' onzen vertoont, en be-
zen zoo veel uitvoeren »allTe begeer-1 vonden defelve twee overlopers te

den. Hier op wiert hem door d\'on- ! zijn : d\'een was d\' eerfte overloper,
fen ten antwoort gedient :zy nietwi-1 die uit het kafteel
Zeelandia ophet
ften, dat door hen aen eenige Manda-| Eilant
Formofa by de Smefen was
rijns was gezeid, d\'onfen hetfpiljau- i over geloopen. Zy bekenden op
ter van den Koning
hadden gekocht; ! d\'eérfte vragen , dat zy overlopers
maer van al deze hafpeling de Fak- | waren.
Volgens hun zeggeii, waren
toors de fchuit hadden : alzoo zy ; zy op
den achtften dag van de tiende
door hen in
\'teen en\'tan der wierden I maent noch op Formofa geweeft , en
opgehouden en belet. Hetfchip,aen meteenSineesvaertuigiom te hande-

li i

:iilt

------- — 7 —■ -— jr JT —

zichtigen. Zoo dan bevonden wiert
in dezelve zant of water te zijn, dat

IS

len, van formofa na de kuft van Sina
aengekomen; Alwaer fy gelaet ge-
maekt hadden , of zy aen land hun
goed hadden willen waflen, en wae-
ren zoo weder , den tijd waerne-
mende, wegh gelopen. Zeiden ook
dat\'er maer
een overloper op Tywan
in \'t leven waere. Dan alzoo d\'onzen
juift op dien tijd by den Veldheer
waeren geroepen , hadden zy hen
niet verder kunnen ondervragen.
Maer weder van den Veldheer geko-
men, hadden d\'onzen hen noch op
de plaetfe, daerfe die gelaten hadden,
gevonden. Doch te laet , om hem
vorders t\'ondervragen, bevolen d\'on-
zen den overlopers dat fy trachten
zouden weder by hen te komen:
welk d\'overlopers belooft hadden te
zullen doen. In het affcheid nemen
van den Veltheer verfochten d\'onzen
of zy d\' Overlopers mede na hunne
Loosje mogten nemen: maer dat wei-

Blyswijk te halen. D\'Ambafladeur ver-
zocht hem daer mede een weinig te
wachten : alzoo hy daer over een
briefje aen den Veldheer wilde fchry-
ven : welk hy deed, en luide dit in
dezer voegen:

Den Amhaffadeur is wel hekent, dat
T-jiX-ax^Q. oprecht en verfiandigis : daer-
om vertrout d\'
Amhaffadeur zoo wan-
neer
Talauja maer van alles wel zalzijn
onderrecht, dat T\'A^vó^genoegingzal
hehhen. Daer over d Amhaffadeur zal
wezen verhlijt. ^^

te magtigen, des anderen daeghs na j gerde de Veldheer, met te feggen hy
het fchip te gaen , om de peper te be- die eerft noch mofte horen-

Des morgens, den vier en twintig-
ften, quam de Mandarijn
LiuLaujain

als dan de genen , die zulx beftaen de Loosje, met orde van den Veld-
hadden tedoen, daer over ftraffe zou- ^ heer, om het
fpiljauter uit het Jacht

-ocr page 367-

De Fïoupou heeft den Amhaffadeur gens het fchrift, door Nohel ten dien
Voor eerfl wegens het Spil- einde ontworpen; opdat de Veldheer

op da

zoude fien d\'Ambafladeur het meen-
de. Infgelijx eenige nootzakelijkhé-
den van kleeding,tcn kofte der Kom-
panjie,aen hetgevolg,welk mede naer
Peking ging, uit te delen : ook dat No-
hel
en Harthouwer by de Faktoors fou-
den gaen, en hen afvragen: ofzy we-
der na beneden wilden gaen, en peper ,
ontfangen of niet: dar nu aenftonts
door d\'onzen na den
Tiger barken
zouden gezonden worden , om het
loften zelfs weder te beginnen, en al-
zoo aen de Faktoors te doen blijken,
ofzy fchoon hun verding,wcgcnsher
loften der pepcr,niet hieldcn,d\'cnzen
dacr om niet verlegen waeren. Ook
dat
Nohel en Harthouwer voornoemt
by den Opperfaktoor van den Koning
Singlamong zouden gaen , en hem
nochmaels wegens de zijde te fpre-
ken en voor te houden: hoe d\'Ambaf-
fadeur nu in weinig dagen mofte op-
rcifcn : dat zy lieden derhalve hunne
meining recht uit zouden verklaren,
om zich dacr na;tc fchikken, en dan
voorts\'te zien of zy hen tor afflag van
prijs over dc flechte zijdekonden krij-
gen. In welken geval zygemaghtigt
zouden zijn met hen foodanig verder
verding aen te gaén, als dc dienft van
de Kompanjie zou vereifchcn,om het
werk fchot re do«n nemen.

Wijders, v^ icrt ook befloten , men
Talauja de lijfle der mede na Peking
gaende perfoncn foude toefenden.die
nootzakelijk tot d\'opreize vereifcht
wierden: beftaende in zeven en twin-
tig Hollanders en zes fwarte jongens.

Na dit befluit gingen Nohel en Hart-
houwer
by de Faktoors, ten huife van
zekeren Sinees
Sifay, hen het zelve
voorhouden. Dan de Faktoors ver-
klaerden ront uit, zy niet weder na
den toorn, ompeper t\'ontfangen,wil-
den gaen ; maer begeerden dat hen de
peper aen land foude gclevcrt wor-
den. Derhalve
Bartelfz. met vier bar-
ken na
den Tiger, om peper te halen,
vt^as vertrokken.

Des middags quamen twee tolken
van den Veldheer in de Loosje , den
Ambafladeur van wegen hunnenMee-
fter zeggen, dat het fpiljauter voor die

reiz©

verwittigt,
jauter is den Amhaffadeur en
Houpou
onhekent het niet magh uitgevoert wor-
den : alzoo door de Faktoors is verkocht,
gelevert en vervolgens in \'t fchip gela-
den. Zoo het zelve nu wederom zal
moeten geloft worden, zal moeite en tijt
daer hy worden verloren, om d\' andere
fchepen te konnen loften. Daerom ver-
zoekt d\' Amhaffadeur H zelve voor dit-
mael magh doorgaen. Over het wegen
der peper , als andere goederen, ver-
zoekt d Amhaffadeur dat oprecht magh
gehandelt wórden. Insgelijx zoo wanneer
eenig zant ofvuiligheit mede in de peper

hp\'Dnnflp.n miprt /innr den HoUÜOU da

bevonden wiert.door ^/(f;?Houpou
in ook oprecht zal gehandelt worden.

D\'Ambaftadeur wenjcht hoe eer hoe
liever in korte dagen na
Peking temo-
(len reizen. Daerom verzoekt d\'Amhaf-
Jiideur , dat de Faktoors met het loß\'en
der fchepen mogen fpoeien, ten einde de
fchenkaedje-goederen voor delÄpomals
mede voor «/^Laujas mogen wer den ge-
pakt, en zoo zich in allesvaerdig maken.

Met dit briefje ging de tolk De Ha-
ze
by den Veltheer. Dees wederge-
komen , bragt ten antwoort: dat de
Veltheer daer op geen antwoort ge-
■ geven had; maer gezeit den Ambafla-
deur \'t felve te zullen laten weten.

De Faktoots van de Beftierders wa-
ren by
Nobel, en hadden hem gezeit,
dat fy gene zijde aen de Kompanjie
Wilden leveren ; maer hunne koop-
nianfchappen met gereet geldt be^
talen: defgehjxdat zyniet weder na
de
Tï^er om peper wilden gaen.

Ook quam een Mandarijn in de
Loosje, den Ambaffadeur van wegen
den
Veldheer zeggen: Hy mofte foo-
daoighzijne zaken fchikken, dathy
klaer was, om in tien dagen
na Peking
tevertrekken.Ook eifchte dees de na-
ni^ derperzoonen, die met den Am-
»affadeur derwaert zouden gaen. Die
d
\'Ambaffadeur dan in\'tSineefch liet
ichrijven , maer de Mandarijn daer
niet na willende , zoo het fcheen,
Waditen, was hy weder vertrokken.
^ Des morgens, den
vijf en twintigh-
jen, ^vjert in rade vaft geftelt, tot het
P^Kken der fchenkaedje-goederen,

oebereiding beginnen te maken, vol-

aer

/

-ocr page 368-

2S0

reize weder uit het fdiip mofte gdoft
worden , ter oorzake het felve zoo
ruchtbaer geworden en het uitvoeren
door den Keizer verboden was. Dan
in\'t toekomend moghten d\'onzen,
als \'t felve ftil gehouden wiert, zoo
veel uitvoeren,alfle begeerden. Daer
waeren, gaf d\'Ambafl^adeur ten ant-
woord, Mandarijns na het fchip ge-
varen, om \'t felve daer uit te lichten.
Doch in gevalle hetfchip al beneden
was , zoude hy orde fteilen dat de
fpiljauter in \'t felve bleef en daer me-
de weder boven quam : daer hy zelfs
borge voor bleef, zulx zoude gefchie-
den. Voorders feide d\'Ambafladeur,

zy TaZ-ï^^/d zouden feggen, hoe d\'on-
zen nu met het pakken hunner goe-
deren befigh waeren, om tegens den
geftelden tijt van tien dagen klaer te
wefen. Hy geliefde derhalve ftjne Fak-
toors aen - bevelen de handel toch
mogte ten einde komen. Aen de zelve
tolken wiert mede ter hant geftelt de
lijfte der perfonen,die mede na
Peking
zouden reizen, in \'t Sinees gefchre-
Ven,om den Veltheer over releveren.

Nohehn Harthouwer willende dan,
volgens genomen befluit, des namid-
dags tot den Opper - faktoor gaen,
maekten \'t zelve aen hunnen buur-
man
Lappra bekent. Dees verzocht
de waerom van dien te weten: welk
zy aen hem, om dat de Faktoors niet
mede wilden , hadden bekent ge-
maekt. Waerop/:^/>^r^ ernftelijk ver-
zocht voor hen tot den zeiven Op-
per-faktoor te mogen gaen, en hem
het zelve uit hunnen naem voor te
houden. Dit ftonden de koopluiden
hem ook toe. Tegens den avond dan
wederom gekomen, braght ten ant-
woort : datd\'Opper-faktoorvanden
Koning
Singlamong hem belaft had
aen d\'onzen, op hunne voorftellinge,
te zeggen :
dat hyhet verdrag vande
Zijde niet wilde houden : dewijl de
peper met zant en water was ge-
mengt : dat d\' onzen maer trachten
de Zijde of
geit in handen te krijgen,
cn dan hen met ondeugend goet te
betalen.
Wilden de Faktoors van den
Veltheer en
Konhon hunne Zijde aen
d\'onzen leveren, zykonden : maer
^y wilden \'t felve niet
doen. Dit ant-
woort des avonts in \'t gebet by d\'Am-
bafladeur en Raedin bedenken geno-
men,wierd goet gedacht des morgens
deFaktoors van deBeftierders ,zo zy
buiten quamen,eens in de vergadering
t\'ontbieden, en hunne meeninge, hoe
zy geflnt waren,met ernft af te vragen.
Ingevalle zy als dan zeiden de koop-
manfchappen der onze met gereet
geit wilden betalen, hen als dan t\'ant-
woorden, \'t zelve wel was: cn of zy
derhalve by voorraet eenig gek aen
hen geliefden te tellen, om met het
fchip dat klaer iag,en anders metZijde
foude vertrokken hebben, te verzen-
den.Maer des morgens nader ovcrleit,
wiert voor beft geoordeelt, noch ee-
nen dag of twee met de Faktoors voor
hen laten te verfchijnen, optefchor-
ten; maer dat
Nohelei\\ Harthouwer cn-
-dertuffchen zouden trachten het zan-
deihout en andere koopmanfchap-
pen,die noch in de Loosje waeren,aen
hen te leveren, zonder van gek of zij-
de eenig gewach te maken: ten waere
zy iieden daer felfs van begoßen op
te halen, om als dan met meerder fat-
foen hen gek te konnen afeifchen.

,1

\'ih

: ::

Des middags quam een bootsgefel
met een
Batziang uit deNederlantfe
haven, metfchryven van Kapitein/^
ï» «
van der fVerf, gedagtekent den vijf en
twintigften dezer, in \'t^dLchtVlaerdin^
gen. Waer by d\'Ambafladeur verfl;ont:
hoe drie Mandarijns uit laft van den
Veltheer aen boortvan ^\'t Jacht
dingep gekomen waren, en hem gelaft
het Ipiljauter uit het Jacht
Blyswijk
niet over te nemen, tot nader orde:
dies hy ook daer over orde verzocht
wat daer in zoude doen. Zy waeren
vaft bezig met overfchepen van ande-
regoederen uit
Blyswijk in Vlaerdinge.

D\'Ambafladeur fchreef daer op
aenftonts antwoort: datby weigering
van het uitvoeren der fpiljauter, door
den Vdtheer, hy \'t zelve in \'t Jacht
Blijswijkkon\\2iitn ,en met de reft der
goederen uit
vlaerdinge, en \'r geen tot
volmaking van zijne lading noch vcr-
eifchte,uit de
Konflance, wederom zoo
haeft mogdik herwaerts laten komen.
Wanneer hy dan mede in perfoonkon-
de komen,om de
Fakturen en brieven

klaer te maken en hem af te z end^i.

Pe

Derde Gezandfchap na\'t Keizerrijk

:i: y \\

-ocr page 369-

Dea acht en twintigften fchreef van
Hoorn,
gemerkt het vertrek van vlaer-
dingen
niet langer kon uitgeftelt wor-
den , ten dien einde een briete aen
den Veldheer: welk op dezen zin uit-
quam :

. ^^^^ D\' Ambaffadeur zalnoit falen Talau-
)a te gehoorzamen, in al het geen moge-
lijk zal wezen.

De Ambaffadeur vervaerdigt zich om
ten fpoedigße te kunnen naer
Peking
reizen, gelijk «/^ Houpou, methetloj-
fen en leveren van de koopmanfchappen,
mede u doende.

De Ambaffadeur verzoekt den Schry-
ver enTolken. Nu maekt d\'Ambaffadeur
aen
Talauja bekent, hoe in vierdagen
een Schip naer
Batavia zalvertrekken:
gelijk ook noch twee andere Schepen in
korte dagen mede naer
Batavia zullen
gaen.

De Ambaffadeur zal den ontfangen
gunft en be leeftheid van
Talauja, by
het Hollandfch volk , den Heer Gene-
rael en Raden van
Indiën op \'t hoog-
ße roemen en prijzen. Zoo nu
-Talau-
ja
gelieft aen den Heer Generael op Ba-
tavia
te fchryven , het zal wel zijn :
doch zulx,ftaet aen
Talaujas goede be-
liefte.

Met dit brieQe ging koopman Da-
vid Harthouwer
tot den Veldheer Ta-
lauja :
dan kon hem zelven , terwijl
V met andere zaken bezig was, niet
te fpreken komen: dies hy het briefje
door den tolk aen hem het brengen,
"^et mondehng daer by te zeggen:
dat d\'oorzaak was, waerom zy over
eenige dagen verzocht hadden , het
ander Schip mede aen den torenmog-
te komen, wijl de Faktoors de peper
^it het daer tegenwoordig zijnde
^cliipniet wilden ontfangen : dat als
aan het leveren der koopmanfchap-
pen des té beter zou voortgaen. Ten
einde d\'Ambafladeur , wegens\'den
"ant des handels, met meerder ze-
Kerheidt konde fchryven. Infgelijx
«at d\'Ambafl-adeur zich klaer maek-

reizeT ^^

weaf ^ ^^m^^ViHarthouwer, van
\' Daf^ ^enVeldheer, totantwoord:

brief? ) Ambaffadeurs

J ^^^ ontfangen i en den inhoud ver-
ft aen, Op morgen door ßjne Mandarijns
op het een en ander verfoek antwovrd
aen den Heer Ambaffadeur fou laten we-
ten. Maer had hem voor af te zeggen,
hoe in alles niet meer als twintigh per-
fonen naer
Peking met den Arnbaffa^
deur fouden mogen opreizen ; gemerkt
foodanig d\'orde des Keizers lag. Hy liet
ook door de twee Mandarijns , die ^
met d\' on fen naer boven fouden gaen,
aen
Harthouwer aenwijzen en zeg- ,,

gen : als fy iet te verfoeken hadden,
hen^tfelve zouden bekent maken : alfoo 1

deze Mandarijns orde hadden , om hen
vernoeging te doen.

Onderwijle was Nobelhj de Fak-
toors van de Hoge Beftierders ge-
gaen , om eenigh geld in plaetfe van \'
zijde uit hunne handen te krijgen :
die hem tot antwoord gaven : zy
hunnen fchuit over twee of drie da-
gen , en langer niet, zouden beta- ^
len.

Ten zelven tijde quamen de voor-
dragers van den Veldheer en Onder-
koning mede by den Ambafladeur,
met aenzeggen, hy zich klaer mofte
maken , om over vijftien dagen te
vertrekken.

Waer op Van Hoorn tot antwoord
gaf : hy^d\' orde van den Veld-heer,
zoo veel des mogehjk waere , zou
trachten naer te komen, en met al-
les , tot d\' opreize vaerdig te maken,
bezig was.

Ook quamen den AmbaflTadeutde
twee Mandarijns bezoeken, die met
hem naer
Peking zouden opreizen,
eifchende de namen der perfoonen,
die met den zelven derwaerds fton-
den te gaen.

Zeiden voorders , na hen de na-
men op-gegeven waeren : zy over
vijf dagen wilden fkomen , om het
getal der kiften en pakken , tot
den fleep behoorcnde , op te ne-
men.

Des morgens, den negen en twin- ^obsi w-
tigften , ging
Nobel, volgens befluit
op gifteren genomen, met een brief- brkfvoor
je aen den Veldheer, om een vryge-
lei-brief voor het Jacht
Bleiswijk, by \'
voorraet, om weder af te gaen. D\'in-
houd luide aldus:

\'\'ill i;

Mm

Niet

-ocr page 370-

Niet qualijk , verhoopt dj Amhaffa-
deur,
 Talauja nemen, die weder
aen
Talauja iet komt te verzoeken, al-
zoo nu haefi zal vertrekken.

D\' Amhaffadeur moet al zijn verrich-
ting vanfiuk tot Jlukaenden Generael
Van
Batavia fchryven. Dies verzoekt
d Amhaffadeur,dat het klein Hollandfch
Schip , alhier weder gekomen , naer
T\'mgh^iy mag gaen, om- de goederen uit
het groot Schip te lof en, en daer toe een
vry gelei hrie fte verlenen : als mede een
voor de (hoot en ververfching. Ook ver-
zoekt d Amhaffadeur, dat
Talauja^^-
Iteft zes Jonken daer heneffens te zenden,
om mede koopmanfchappen van
Ting-
hay
te halen en ^fwLamthay te hrengen:
als wanneer de
handel haefl zal kunnen
gedaen wezen,en de Schepen vertrekken.
Zoo zal d Amhaffadeur Talauja enden
Keizer ophoogte kunnen bedanken.

De Amhaffadeur verzoekt Talaujas
hulpe en voorfchryven aen den Keizer
en Rijx-raden in
Peking , tot hevorde-
ring van de Qhm^on.

D\' Amhaffadeur verzoekt Talauja
dier voegen noch eens te mogen komen
fpreken, en met hem te heraden : wan-
neer het
Talauja zal gelegen komen.

D" Amhaffadeur heeft van den Hou-
pou
verfiaen, hoe twee Neerianders hy
Talauja gehragt en gevangen zijn:
D\'Amhaffadeur verzoekt : of dezelve
eens in de Logie mogen komen, om met
hen te fpreken.

Nohel wederkomende , deed ver-
flag , dat hy met den Veldheer niet
had kunnen te woorde komen, maer
den brief door
den voordrager aen
hem doen behandigen , en daer ten
antwoord op bekomen: de Veldheer
20U den Heere Ambafladeur op zijn
verzoeken van gifteren en van daeg
naer den middag antwoord laten toe-
komen, gelijk ook gefchiede: want de
Mandarijns Xi«en quamen in

de Logie de gedane verzoeken des
Am balBdeur brengen.

Verzoek
fan Nobel
aen den <
Veldheer.

\'■M

II

I

I\'i r-ï
■Ui;:^
\'
J^h!

\'ii

I:

ili

Onze Schepen moffen in vijf dagen ge-

Antword

des Veld\' igjj : het Jacht de Konftance mvgt
tl\'" vryeiijk aen den toren komen, op dat het
loffen des te heter voortgang zoude ne-
men. Daer mogten gene Schepen elders
naer toe vertrekken, voor de Sinefè aen-
gehoude goederen waeren aen land ge-
hragt.ln vijftien dagen mojl alles tot hun
vertrek naer
Peking vaerdig zijn: doch
het zou op eenen dag of twee niet aenko-
men. Drie en twintig Hollanders mog-
ten mede naer
Peking gaen , zonder
meer. De zwarte jongens, die mede zou-
den gaen , kon men van de lijjle laten:
alzoo defelve wel ftilzwijgens konden
doorgaen.

De Schryver , gemerkt hy een gelet-
terde was , mogte niet met den Amhaffa-
deur na\'Pekmggaen , maer tot twee tol-
ken zoude de Veldheer orde flellen.

Tit het loffen van Alphen , onder
Tinghay , zou de Veldheer orde tot zes
Jonken geven, om neffens
Bleiswijk der-
waerds te gaen : insgelijx een vry gelei-
brief voor het Jacht voor noemt,om weder
heneden tegaen, toezenden.

Op d\' andere verzoeken had Talau-
ja
niet gelaft antwoord te geven.

De vertroude Faktoor des Veld- %
heers, Ii« genaemt, quam ten zelven rakto\'"\'^
dage op twee verfcheide male by
No-
bel,
en zeide denzelven : zoozyiet
wilden hebben of kopen , \'tzy wat
het ook zou mogen wezen, het hem
maer bekent te maken hadden : hy
zou hen daer aen helpen. Vroeg ook:
ofzy gene zij de wilden hebben :jazy
heden trachten niet, als hen genoeg
te geven; op dat de Heer Generael
doch goed genoegen mogte hebben,
en zy metgoed genoegen opreizen.

Op deze dienftbiedingen (daer toe
hy door d\'andere Faktoors fcheen uit-
gemaekt te zijn) gaf iVo^Ê-/tot ant-
woord : dat zy wel zijde wilden ont-
fangen , ingevalle zy hen goed goet >
wilden leveren;gelijk zy lieden zagen,
d\'onzen aen hen trachten te doen, en
hen niet te bedriegen. De Faktoor
antwoorde daer op : datzy ditin on-
derling beraet zouden nemen.

D\'onder-koopman Bartelfz. is met
de barken naer het Jacht
Biets wijk ge-
varen,leggende ontrenteen halve mij-
le van de brug van
Lamthay, om het
zelve te loflièn , ten einde het klaer
mogt raken,om
Alphen onder Tinghay
neffens de beloofde zes Jonken

gaen ontladen.

Des avonds, in het gebed , is op
voorftel van den
Heer Ambafladeur,
noodzakelijk geoordeelt , het Jachc

te

-ocr page 371-

Vlaerdtngen met een inladinge, zijne Mandarijns op gideren gedaen had«

den , namelijk i dat de tijd van vijftien
dagen, tot vertrek des Amhaßadeursge-
ßelt, de Veldheer zeide te lang te zijn:
ten andere datgene Schepen, voor de we-
der komjie des Amhaßadeurs van
Pe-
king ,
van daer zouden mogen vertrek-
Dit zeggen,gaf d\'Ambafladeur tot
antwoord , quam hem vreemt voor;
naerdien deMandarijns
Liu en Lulauja
gifteren aldaer waeren geweeft, en het
tegendeel gezeid hadden : zulx hy
niet wifte, waer na zy zich zouden
fchikken: en welk des Veidheers orde
en voornemen was. Waer op de Man-
darijns
Liulauja heten roepen:dees liet
weten nu niet te kunnen ; maer op
morgen te zullen komen. Ondertuf-
fchen quam d\'onder-koopman
Bartel-
fen
weder met vijf berken :waer in ver-
fcheide koopmanfchappen uit
Bleis-
wijk, totn
t\'eenemael los geraekt was.
Aengezien op den negen en twin-

neefe goederen het nemen , of hun Schip tigften en derrigflen , uit laft van den
dan zou mogen vertrekken. Zoohj dit | Veldheer, door zyne Mandarijns, den
quam toe te ßaen, als dan hem hekent onzennu deze, dan weder andere ty-
te maken: waer die waeren: en, inge- ding gebragt vi?as, waer door zydef-
valle hy de zelve met geweld hegeerde, felfs eigentlijke meininge niet hadden

kun nen verftaen,vondmen den een en
dertigften goed
Nohel en Van der Does
eens na den Veldheer te zenden, om
hem voor te houden:of hy iet met het
Schip, des volgenden daegs naer
Ba-
tavia
te vertrekken, aen den Heer Ge-
nerael te fchryven had- en hem te ver^
zekeren, (wijl hy had geheven te gela-
ften , geen Schip naer
Batavia mogte
vertrekken,voor al eet de Sineefe aen-
gehoude goederen in de Logie aen
land gebragt waeren) de goederen
voornoemt niet in dat Schip waeren;
maer dezelve , in gevalle hy iemant
van zijne Mandarijns wilde zenden,
aengewezen zouden worden,waer zy
waeren, ten einde hy dezelve konde
aenvaerden, en alzoo
Tilauja in allen
delen vernoegen te geven. Als mede,
het gereet zijn des Ambafladeurs in
acht dagen , om naer
Peking te gaen.
Van gelijken ook te verzoeken orde
tot de beloofde zes jonken te willen
fteilen , en een vrygelei - brief voor
Bleiswijk te verlenen, om neflensde
Jonken naer
Tinghay te gaen , en
1 \'t groot Schip te loffen.

Mm % AT ff.

reize naer de kuft van Koromandelhoe.
eer,hoe liever te doen vertrekken:dan
het zelve tegen des Veidheers orde
te laten gefchieden, wierd niet raed-
zaem gedagt: alzoo het te veel zwa-
righeden na zich zou ftepen.

Dan d\' oorzake, waerom de Veld-
heer het Jacht
vlaerdingen hadbefta-
gen (namelijk dat d\'aengehoude Si-
nefe goederen , eer het zelve mogt
vertrekken, moften aen land gebragt
zijn,) by den Raed overdagt, wierd
eenpaerciijk goed gevonden hem de-
zelve, (niettegenftaende de monde-
hnge tegenfpreking van den Fiskael
Van der Does in rade gedaen) op naer-
Yolgende wijze te laten nemen:

Dat de Beer Amhaffadeur hem op
morgen zoude laten verzoeken van we-
gen de Sineefe goederen vernoegen
te
doen, en te komen fpreken, en Talauja
als dan voor te houden : als mm de Si-

"^an daer konde laten halen.

Des morgens, dan, den dertigften,
ging de Tolk de Bafe , volgens be-
fluit , op
gifteren genomen, ten Ho-
ve,om
den Veldheer her naer-
Volgend briefje t\'overhandigen en
daer antwoord op te verzoeken. Het
ïmde aldus;

D\'Amhaßadeufis Talaujas edel-
f\'^oedigheid verblijd. De Schepen zul-
len in \'t kort kunnen worden gelofi.

Amhaffadeur zal noch in vijftien
dagen kunnen gereet zijn, om naer
Pe-
king
te reizen.

/)\' Amhaffadeur zal ook Talauja over
de Sineefe goederen vernoegen doen en
gehoorzamen,ten einde het Schip naer
Ba-
ravia
mag vertrekken. Daerom verzoekt
^\'Amhaffadeur met
Talauja if«?fpreken.

De tolk voornoemt weer te ruch ge-
komen,deed verftag:hoe de Veldheer
hem had laten aenzeggen, den Heere
Ambafladeur door zijnen voordrager
befcheid te zullen laten weten. Gelijk
dan ook vervolgens \'s naermiddags
tweeMandarijns in deLogie quamen,
metzingei^ van een ander lietje, als de

-ocr page 372-

Nohel eti Van der Does dan ten Ho-
ve gekomen, zond Talauja f des ver-
witrigt, aen lien iijiien vertrouden
Faktoor\'
Liu genaemt\': aen wien,
\'tgeen
zyTaimjaYooi te ftellen liad-
deo , moften bekent maken. Doch
wierden zelfsnoch, na dat
Talauja be-
recht van hun aenbrengen door den
Opper-fal&toor bekomen had , voor
Gepekvun den Veidkcer geroepen.. Gekomen
vfJerZes ^^^^^ \' hebbcii zj hiinncn laft aen
met dm den- Veldheer , na her afleggen van
Veldheer, ^-eder ziJdigc plichtplegingen, ontle-
digt. Waer op hy hen ten antwoord
had gegeven : belangende het fchip,
\'t felve niet mogt vertrekken,voor het
verreizen\' des Ambafladeurs naer
Pe-
king :
want het was daer te lande geen
gebruik , dateenig Schip of vaertuig
(met Ambafladeurs aengekomen) ver-
trok , voor dezelve naer boven wae-
ren gegaen.
Het Schip , gaven Nohel
en Van der Does daer op tot antwoord,
zoußechtsgaen naer Batavia,«?tydinge
te hrengen van hunnen goeden toeflant
aldaer : hoe de handel ten dele getroffen
was, en d\' Amhaffadeur in zes of zeven
dagen d" opreis ftont f ondernemen. Het
x^elk al over twee maenden had hehoren
te gefhieden , volgens den lafl: aen den
Heere Amhaffadeur, van den Heere Ge-
nerael op
Batavia Dan dit was omT 2.-
laujas wille nagelaten: doch mofle of
kon nu geen langer uitftel lijden; wijl
de Heer Generael, die gene tyding, ge-
duurende hun zoo lang verblijf aldaer,
noch van des Amhaffadeurs wedervaren
hekomen had , niet zou weten, wat hy
denken zoude: en zy daer over, op
Ba-
tavia
komende, niet welvaren zouden.
Antwoort Dg Veldheer had hier op geant-
heerl\'^"^\' woord cn gezeid : dat hy d\' onzen
verzocht
en riet, zy het Schip tegen
zijne orde niet zouden laten vertrek-
ken : aengezien in de Neerlandfche
Haven Jonken waeren, met orde om
\'t zelve te beletten. Zoo dan het fchip
echter deur wilde, zouden zy lichte-
lijk handgeineen werden : een werk,
• dat niet veel deugen wilde. Dies had-
den zy het vertrek van het fchip noch
twee dagen uit te ftellen.

Midlerwijle zou d\' Onder-koning
Singlamongweêrt\'huiskomen: zou-
den dan zich daer over onderling be-
raden, en
Nohel ten Hove laten roe-
pen , om hem den uitflag bekent te
maken.

/Iii l,

^.iir:\'\'

i\'i \'\'

Aengaende het Sineefch goed; hy
begeerde het zelve niet : d\'onzen
mogten hetaen boortlaten, ofte lan-
de brengen, na hun eigen welgevallen,
rot dat daer over orde van den Keizer
gekomen was.

, Tot het vertrek van Meiswijk was
een vrygelei-brief verleent, en totde
Jonken orde geftelt. VandesHeerea
Ambafladeurs vertrek hadden zy niet
gefproken, maer wilden hem wel ern-
ftclijk bevelen,dat hy,gekomen te
Pe-
king
, wel te letten had , op \'t geen hy
zeide of fprak.Op de vrage,na de twee
overloopers, had de Veldheer geant-
woord , dezelve al naer
Kanton ver-
I trokken waeren: alfoo zy gezeid had-
I den, daer ouders en vrienden te heb-
ben : ook gene Hollanders te zijn.

ïn het aenwezen van iVö/^^/en
der Does, by dén Veldheer, was de
1 Mandarijn Liulauja inde Logie geko
men , en wederom van het Sineefch
goed beginnen te praten : dies hem
Van.Hoorn had uitgeftelt,tot de weder-
komfte van iVo^é-/en r^« ^/fr

Zy dan wedergekeert, wierd hen
de orde van
Talauja bekent gemaekt
en ook gezegt: hoe goed gevonden
was,de goederen voornoemt uit
Bleis-
wijk
(daer dezelve in waeren) aen land
te halen. Waer op
Liulauja verzocht
mede derwaerds te mogen gaen, op
dat hy,\'t zelve gezien hebbende,
Ta-
lauja
des te beter daer van kon verflag
doen. Dit wierd hem ook toegeftaen:
en is hy met noch twee andere Man-
darijns ,
neffens Nohel en Van der Does,
naer Bleiswijk (leggende ontrent een
halve uure van de brug) gevaren : en
quamen daer mede noch des avonds
aen land. ^^^^

Den eerften van Loumaend , des 7f.f ^«r
jaers zeftien
honderd zeven enzeftig,
vertrok het Jacht
Bleiswijknaex. bene-
den , geladen met goederen voor de
kuft van
Choromandel; beftaende in
grove
The, kiften gout-draet, aluin;
desgelijx fpiljauter, des
voorigen
daegs door de Faktoors naer boord
gezonden.
D\'Opper - hoofden des

Jachts hadden orde, na het overgeven

der

ä i; -i

-ocr page 373-

de zes Jonken, om het Schip telof
fen : desgeiijx met aenbevehng van
dat werk, zoo dra des mogelijk wae-
re, te laten voortgaen. Het tweede

wierd belaft, ten fpoedigfte, aen den
groten toren te komen , ter lolfmg,
ten einde de Schepen tot het vertrek
mogten vervaerdigt worden.

Het derde was aen het Opper-
hooft cn den Raet van
Malakka: waer
by hen
wierd bekent gemaekt, d\'aen-
komfte
des Ambafladeurs,op den der-
den van
Oogft maend, aldaer : het
landen tot
Hokfteu , op den vier en
twintigften der zelve : het.gehoor by
dc drie
hoge Beftierders, des zelven
daegs : hoe het
befcheid van Peking
eindelijk gekomen: de handel getrof-
fen, en Zoo verre gebragt was, dat het
Jacht
vlaer dinge op den eerften van
Loumaend met zijne
inladinge voor
de kufl
klaer geraekt was , om over
MöM^ö derwaerds te vertrekken.

Des middags quam de Mandarijn
Liulaujamdtl^ogiQ^ gezonden, zoo
hy Zeide, door den Veldheer, om de
Sineefe goederen en penningen na te
^ien en te tellen. Dit wierd hem door
den Heer Ambafl^adeur geweigert, en
gezeit: als
Talauja de goederen voor-
noemt het nemen, zy lieden dan daer
mede mogten leven na hun w^clgeval-
Voorders bragt deze Manda-
^jn Voor nieuws: dat d\'onzen in acht
dagen klaer moften zijn, tothetver-
mong t\'huiswaerd : zonder noch ie-
mant van
Talaujas wegen Nohel
komen roepen. Dies wierd des a-
vonts, in her gebed, (gemerkt de tijd

der goederen voor de kufte, aen het
Jacht
vlaerdingen , datehjken naer
T\'nghay te lopen, om het Schip Alphen
nefens de zes Jonken ( door den
Stadthouder van
Minjazeen te beftel-
len) te loften.

Den tweeden, des morgens, ver-
trok met een
Batfiang, naer de Neer-
landfche haven, Kapitein
Joan van der
Werf,
ten einde zich klaer te maken
en houden, tot het vfertrek met het
Jacht
vlaerdingen, na de kuft van Cho-
romandel\',
zoo dra des Ambafladeurs
orde daer toe lag. Hem waeren drie

briefjes ter hand geftelt: een aen den ^-------------------, x, ^^^

Schipper van \'t Schip Alphen , leggen- zullen roepen. Tot noch toe w^as dit
de onder met bekentmaking | niet gefchiet, en reeds drie dagen ge-

flechts van de komfte van .S/miP/)"^ en leden, federt de komfte van Singla-

B\' »V

Lou - maend was,) goet gevonden :
iVö^f/, nevens den Sekritaris
Van der
Does,
des morgens weêr na de Veld-
heer te zenden, en hem zijne gedane
beloften t\'indachtigen: ook te zeg-
gen , dat het fchip ftont tegen \'s ande-
ren daegs te vertrekken, eer het daer
toe al orde had : \'tgeen zijne Hoog-
heid niet qualijk zou gelieven te ne-
men.

Oen vijfden, dan, des morgens ver-
voegden zich
Nohel en de Sekritaris ST
na den Veldheer: doch was op hunne
komfte niet t\' huis; maer tot den On-
der-koning gegaen. Dan gekomen na
een weinig wachtens weder t\'huis,
hebben zy hem d\'oorzake hunner
komfte door de tolken laten aen die-
nen. Hy had,gaf de Veldheer daer op
ten antwoorde,wegen het vertrekken
van het fchip met den Onder-koning
gefproken ; doch wilde dees het ver-
trek van het zelve in genen dele toe-
ftaen. Hy ried hen zelfs eens der-
waerts tc gaen,om den Onder-koning
daer toe tezien bewegen: gelijk d\'on-
zen ook deden. Dankenden - geko-
men aldaer, hem niet te fpreken krij-
gen : want
Singlamong, verwittigt van
lunne komfte , diende hen ter ant-
woord: zy op morgen uchtent (wijl
I fijn

trek naer Peking, en niet meer als vier
en twintig perfonen mee naer boven
gaen : met byvoegen , hy over drie
dagen zou komen, om alle pakken en
kaffen op te fchryven.

Den derden droeg zich niets toe;
als dat een parthye peper en Zandel-
houtaen de Faktoors gelevert wierd:
gelijk ook des volgenden daegs. Wij-
derSjde Veldheer had belooft,zoo dra
d\' Onder - koning
Singlamong weêr
zou t\'huis gekomen zijn, met den zel-
ven over het vertrek - kuft-fchip te
fpreken,en als dan
Nohel, om hem den
uitflag bekent te maken, ten Hoof te

hield acn den Schipper van Konjlance, tot het vertrek - fchip op het uitte r-
Picter Janfz. de Vlieg : waer in hem | fte gekomen, en reeds dc vierde van

heer.

-ocr page 374-

-^zijn lijf zeer deed en nocii vermoeii
van \'r reizen was) weêr zouden ko-
men, a!s wanneetliyhen zou horen.
Waer op ook goed gevonden wierd,
om haere Hoogheden in allen delen
de [maet vol te meten, noch met het
vertrek van
Vlaerdingen zoo lange te
wachten.

Midlerwijle komt de Faktoor van
\' den Veldheer, genaemt, den

Ambaffadeur zeggen : hy van den
Veldheer verftaen had: het Schip wel
mogte vertrekken , maer dat
Hogen-
hoek
daer over eerft met het Opper-
hooft van
Minjazeen zou fpreken.

Des middags quamen twee Man-
darijns
Liu en Lulauja in de Logie,met
een fchriftelijke orde van den Veld-
heer, om al de Sineefche aengehou-
- de goederen daer uit te halen: luiden-
de dezelve aldus:
ordevm [k geve lafi aen Thoufi en Hay-
zydeßatorvijche Sinefin hy
Batavifche den Amhaffadeur hrengen , om hunne
aengehoude gof^É-fé\';^ te gaen nazien : als wanneer
deze Mandarijns dezelve goederen van
fiuk tot ftuk zullen overleveren in han-
den van
Tsjong Sinshong,«^/^ daer goe-
de opzicht zal over houden tot nader or-
de, ten einde diegoederenniet vermin-
dert wor den.In gevalle de Hollanders de
kiften open gedaen en eenig goet daer uit
genomen of verruilt hehhen, zoo u zulx
zeer qualijk gedaen. Doch indien eenige
goederen daer van vermift worden,
Thoufi^^ Hayhong/\'Ê\'i^^^» daer over
den Ambaftadeur aen te fpreken , met
verzoek van het vermift e wederom ge-
gevente worden. .

Voorders zal dan het hefcheid van den
Keizer verwacht , en de goederen aen
de Batavifche Sinefen weerom gegeven
worden.

Op welke orde zy, zonder verder
vragen, de goederen van weinig be-
lang en voor de hand ftaende alleen-
lijk weg namen : de kiften openden,
en dezelve daer uit namen en weg
dragen lieten. Zy meinden het zelf-
fl:e met de gerede penningen en voor-
naemfte koopmanfchappen, ftaende
in des Sekritaris kamer, te doen, dan
die wierd hen door den Ambaftadeur
belec : alzoo d\' onzen hen dezelve
niet begeerden zelfs ter hand te ftel-
len ; maer wierden hen ftechts inde
kamer aengewezen. Waer zy toen
dezelve door hun eigen dienaers he-
ten afdragen, om zoo voorts ter Lo-
gie uit te ftepen : \'twelk door d\'on-
zen geftut wierd : want d\'Ambafta-
deur wilde dezelve, gebragt voor aen
de deure , om uitgedragen te wor-
den , niet laten volgen, voor dat de
goederen en gerede penningen hen
toegewogen en getelt waeren, bene-
ven verlening van een quijdfchelding, ■
van dat zy zoveelenzulkegoederen
voor de Batavifche Sinefen ontfangen
te hebben.Dit hebben de Mandarijns,
na dezelve wel naergezien te hebben,
gedaen , en zijn aldus met dezelve
luns weegs gegaen. Deze goederen
dan zoodanig genoegzaem met ge-
wek,do or laft van den Veldheer, weg-
genomen , is goed gevondeti de quijd-
fchelding, door deze Mandarijns ge-
tekent, te laten uitfchry ven , om het
alfchrifc van de zelve des morgens
door
Nohel en den Sekritaris Van der
Does,
in het gaen naer den Onder-ko-
ning aen den Veldheer overhandigt
te worden, en dan voorts bekent te
maken : hoe de Mandarijns
Liu en
Lulauja de goederen voornoemt door
zijnen laft uit de Logie waeren ko-
men nemen , van welker aental en
hoedanigheid , volgens de geteken-
de quijdfcheldinge door gemelde
Mandarijns, zy hem nu het affchrift
bragten ; ten einde, als dezelve na-
maels door iemant
vermindert wae-
ren , d\' onzen daer van vry mogten
zijn: want
gewiffelijk deMandarijns
zelfs niet
veel te betrouwen wac-

M,

gosderm.

JD/e worden
wegh geno-
men.

ren. ■ ^iiti

Des morgens, den Zeften, gingen . -

Dat\'

len

Si\'

Nohel en de Sekritaris weêr rot ^
Ondei-konmgSinglamong , om wc- byj\'^^^
gens het Schip te fpreken : voorden"
welken zy, na een weinig wachtens,
ter gehoor gebragt wierden.

Na d\'Onder-koning, volgens
de wijze der Tarters, na des Am-
baftadeurs gezontheid gevraegt Had,
wierd hem, door
Nohel en
Does , d\' oorzake hunner koniue
bekent gemaekt,
namelijk , dat ae
anderen daegs een Schip naer ^^^
tavia zou vertrekken. ^

zeide

-ocr page 375-

2eide d\'Omderkoning daer niet tegen,
als dat zy daer over met
Talauja mo-
llen fpreken , en \'t zelve zoo lang
opfchorten. Het Schip , gaven d\'on-
zen daer op tot antwoord , mofte
nootzakelijk naer
Batavia vertrek- j
ken , eti de reize kon geen langer |
uitftel lijden; v^djl het Schip, volgens j
bevel van den Heer Generael, aen |
den Heer Ambaftadeur gegeven , al
over tVv\'ce maenden naer
Batavia had
moeten vertrekken , om den zeiven
tyding te brengen , dat zy aldaer wel
aengekomen waeren : de handel ten
dele getroffen was: en d\'Ambafladeur
in vier of vijf dagen ftont op te reifen.
Waer over de Heer Generaelzeer ver-
blijd zou wezen : met diergelijke re-
denen meer,ter zake dienende. Zijne
Hoogheid het daer opfeggen : zy het
Schip maer üillekens(zonder des ie-
mant te verwittigen) zouden laten
deurgaen , en zich tot het vertrek
naer boven gereet maken. Dit ge-
daen , zou d\'
Onder-koning hen iet
zeggen.

Voorts was zijn ernftelijk verzoek,
dat\'er niet anders naer
Batavia mogt
gefchreven worden , als \'t geen rot
noch toe gefchied was.

Van daer traden Nohel en Harthou-
^ver naer den Veldheer, om, volgens
genomen befluit van gifteren, het af-
schrift van de quijdfchelding der Sine-
fe goederen over tc leveren; doch had-
den midlerwijle eenen krijgsknecht
aen den Ambafladeur gezonden die
den felven verflag fou doen van\'t geen
Zich by den Onder-koning had toe-
gedragen. Lang moften zy ten huize
des Veidheers wachten . eer een tolk

l\'nhou.

-"-^" --"gcRomen , en aoor

den zei ven d\'oorzake hunner kom-
ite den Veld-heer aengedient was ,

rl j ^^ antwoord la-

ten dienen: Het halen der goederen

en , door de Mandarijns liu

^ luiauja, hem wel bekent en ook

^eerwelgedaenwas: met by
Voorts ^ ^

t\'^Sehoor

voegen

ferK / ^^ ^f^ig was , met zijn oi-
f?ie T ^^ dierhalve

-IkX r ^y ook her

aen h \' de quijdfchelding niet
nem hebben overgclevert, maer

zijn onverrichter zake Weêrvertrok-
ken.\'

Fan Hoorn, verftendigt van het ant-
woord des Onder-konings , wegens
het Schip, keerde (want iiy was op
weg , om naer den Faktoor van den
Onderkoning te gaen, daer hy op een
Feeft en
fVayang,oifyel genoot Vv^as) in.
perfone wederom, ten einde de boot
van
Vlaerdingen op or-

de wachte,voor het Jachtvoornoemtj
om te mogen vertrekken) af te zen- -
den. Derhalve fchreef hy een briefje
aen den Kapitein
Van der F/erf, met
dezelve : hoe hy eindelijk verlof van
den Onder-koning had bekomen, tot
vertrek van zijn Schip. Diesliy zoo
ftil, des mogelijk waere:, zou zee
kiezen, zonder ergens na om te zien.

De Hoge Raden van Indien tot Ba-
. tavia
hadden fich hier aen veel gele-
gen laten leggen,
omden Ed.Heefen
Bewinrhebbers berigt van des Ambaf-
fadcurs wedervaren
ïnSinattkunnQti
\\ doen, ais belaftende in de a narichting « mftmclm
des Ambafladeurs : hy toch trachte
zou van
Peking (waer het mogelijk)
over der
Moskou de Heeren voor-
noemt in het Vaderland zijn weder-
varen aldaer te verftendigen.

Dies wierd op den vierden dezer Brkvmna
goed gevonden noch met
Vlaerdin- i^^Jafle-
gen
( want door het hafpclen met de -vaerdtgt.
Faktoors der Beftierders , in het ont-
fangen van hunne koopmanfchappen
en leveren van de zijde, was de hope
nu t\'eenemael verdwenen , van het \'
Schip de
Tiger zoo tydig op Batavia
te zullen kunnen reizen , om de laefte
Schepen, na \'t Vaderland beraemt, te
kunnen belopen) over
Malakka naer
de kuft afichrift van hunnen zend-
i brief, den elfden van Slacht-macnd,
door dc hoekerboot de
Poeljnip na
\'Batavia gefchreven , tc zenden, om
van dacr over
Perfien tc lande naer het
Vaderland gezonden tc worden. Ins-
gehjx wierd het affchrift der brieven,
(zoo verre op voorraet gefchreven
was) gezonden , om met den
Tiger
derwaerds te gaen, ten einde alzo den
toeftant van de zaken der Kompanjie
aldaer bekent te maken. Daer bene-
ven fchreef
Van Hoorn een briefje aen
dc Heren Be winthebbers voornoemt^

alleen-

-ocr page 376-

O Derde Gezantfchap

alleenlijk ten geleide der gedachte af-
fchriften.

Ook wierden de gemelde brieven,
hoewel open , aen den Opper-bevel-
hebber
Balthazar Bort, en aen het
Opper-hooft
Paviljoen afgevaerdigt,
met aenbeveehngh van fpoedige af-
vaerding.\'
Bort wierd verzocht, inge-
valle eenige gelegentheid aldaer in
\'t kort ftont voor te vallen, om aen de
Raden van
Indien , op Batavia , af-
fchrifcen van de Brieven, na \'t Vader-
land gaende , toe te konnen zenden,
hy dezelve alfdan eens zou laten uit-
fchrijven, en derwaerds over zenden,
p« Hcsrn Na hct afvacrdigcn der voornoem- j
opplr%. de Brieven, met de Boodt, vervoegde
toortigafi. Van HoormÏQ\\\\ weer by de Opper-
Faktoor voornoemt, daer hy wonder
wel op deTartarife: daer na op de Si-
fe
manier onthaelt wierdt. Ten tijde
des vertrekkens, waren
Noheltn Hart-
houwer
met den Opper-Faktoor van
den Onderkoning in een byzondere
kamer gegaen, en hebben hem voor-
gehouden : of zylieden de zij de zou-
den leveren, ofniet. Groote zwarig-
heid wiert daer in door den Opper-
faktoor gemaekt, uit vreze het zelve
aen den dagh mogte komen: maer in
gevalle, zeiden zy, d\'onzen met eede
wilden verklaren , daer van niet te
fpreken,alszyin Pekingc^iamen, als
dan de zijde te zullen leveren.

Dit by d\'onzen afgeflagen, waren
zy weder gefcheiden. Evenwel is des
avonds, in het gebedt, goet gevon-
den , de koopluiden,
Nohel en Hart-
houwer
, des anderen daegs uchtents,
noch eens derwaerds tot den Opper-
Faktoorzouden gaen,en te zien, d\'an-
dere Faktoors mede daer te krijgen,
om hen dan met ernft af te vragen, en
voor te houden:
hoe zy het met de Zijde
meenden ^
en te zeggen: dat voor hun
vertrek, naer
Peking, de Houpou oi No-
lel
alles moeft vereffenen , en daer
over aen den Heer Generael fchrij-
ven : als ook dat de
Tiger geloft was,
f en naer de Neerlandfche haven moft

gaen : en Alphen ook haeft zou geloft
zijn, en kunnen vertrekken. Derhal-
ven zy nu geit of zijde moften ont-
fangen, om in de Schepen te laden, en
te verdeden. Met byvoegen; zy lui-
na ^t Keker rijk

lil

h

sii

I i i!\'

den, in het voorby-gaen, tot den On-
der-koning
Singlamong zouden gaen,
en-door zijnen voordrager eens laten
vernemen : wanneer het zijner Ho^-
heit te pas zou komen: d\'Ambaffa-
deur hem over de opreize van hec
Gezantfchap quam fpreken.

Des morgens dan, den zevenden,
gingen
Notelen Harthouwer weder by
den Opper-faktoor van den Onder-
koning
Singlamong, (daer ook d\'ande-
re Faktoors mede quamen,) en heb-
ben hen het bovenftaende voor ge-
houden. In\'t eerfte toonde d\'Opper-
faktoor zich een weinigh t\'onvrede,
met te vragen: of zy oit in gebreke
van betalinge gebleven waeren ? en
waerom d\' onzen hen nu niet ver-
trouden ?
Nohelen Harthouwer gaven
daer op tot antwoort: dewijl de
Hou-
pou
of Nohel medenaei boven ging,
en voor zijn vertrek
aen Harthouwer
overdraghr van alles mofte doen;
zy ook dan wel een effen ftaet met
hen Faktoors voor hun vertrek mo-
ften hebben ; \'tzy dan zy met geit of
zijde hunne achterftal aen de Kom-
panjie betaelden ; met diergelijke
andere redenen meer, ter zake die-
nende.

Hier op toonde d\'Opper-faktóor
zich weder wei te vrede, en zeide:
hetzelve heel weite zijn , en zylie-
den wel zij de aen d\'onzen wilden le-
veren, ingevalle zy met eede wilden
verklaren, daer van
in Peking niette
zullen zeggen: want anders vreefden
zy, dat ons volk
\'t zelve (gelijkvan
het Spiaulter gefchiet was) ruchtbaer
zoucfe maken : waer overzy qualijk
zouden varen. Dan dit by d\'onzen
weer afgeflagen, zeiden de Faktoors,
op morgen geld te zullen
brengen,
welk gereet lag tot betaling van hun-
nen fchult.

Met\'dit antwoort waeren d\'onzen
gefcheiden, tredende,
in het voorby
gaen, totden Onder-koning
Singla-
mong
aen. Dees het hen weten : de
Heer Ambaftadeur
overmorgen ten
Hove, om met hem
overhet Ambal-
faetfchap te fpreken,
konkomèn-

Hier en tufl\'chen komen in de Lo-
gie
twee Mandarijns, den onzen uit
den name van den Veldheer zeggen:

zy

iiil!:

-ocr page 377-

■i

M \'

j

iiiï
ll!.^

Ir

A., Dea. aT Xv/v« . S .J>es ß^^aUkyn- .

B . S^n-Scoa. . G . Syn, vordere.■

W . A\'ûîhn^e Trûnipettcrs . H .De Rvee OJßn en ^MrJeru.

MJ, Otch^ti vji^ens I .Kru^ met jS .

T.,. Avi Omkt: Vcnind Siaj\'Iam.^n^.

l\'fie \'^eia.Ttùh-re ûf trlie
dn^û-oiir H<ic|ç,f!>-u:vr to

i . Scn^ , Gr. Sû} oae^fv&^e^s .v-

C . Tie^ MiitnJs ir-cn^etter-s . \'S. . TH Oxew and Si&rßs .

r> . T»e Ißpf^e ^\'^^^ons . ; I . ru JSri^e cfji^fchs .

E . "The. y^icel^itu\' Sùurlamat^ ,

-ocr page 378-

de vier Mandarijns weêr vertrokken.
Ieder wierd met een ftuk rode kroon-
ras befchonken, dan wilden welftaens
halve dat niet aenvaerden: dies d\'Am-
baffadeur het hen t\'huis nalierfenden.

Koopman Harthouwer wierd een
gefchrift ter hand gefteld: waer nahy
zich, na het vertrek van den Ambafta-
deur, in tijd en wijze te fchikken had:
Insgelijx ook het getal en namen der
perfonen opgegeven , die, na zijn ver-
trek , in
Hokfieu zouden overblijven.

Des avonds dan hebben d\'onzen
met elkandre een fcheidmael gehou-
den , en voorts tot het vertrek tegen
morgen vroeg zig vaerdig gehouden.

Des morgens, den twinrigften,zijn vemekt^n
zy, nahet mfchepen van ai de troede-
ren en reistuig, in acht
ten dercïg ber-
ken, met de vloet vertrokken, en qua-
men des middags aen de brugh van
I Hokfiantjouw .gelegen twee mijlen van
[Lamthay , de voorftadt van Hokfieu:
• "^er zy de barken van hunne Wacht-
mandarijns en tolken vonden leggen,
I ten getale in alles van tien. Alhier mo-

; ften d\'onzen ftil blijven leggen, ter tijt
! toe al hunne barken zouden aenge- t

komen zijn\'. Harthouwer en andere
vrienden van
Hokfiteu, die hen tot zoo
verre uitgelei hadden gedaen , zijn
tegens den avondt weêr vertrokken.
In het affcheid nemen beval hem
Van
I Hoorn
den dienft van de Kompanjie,
zoo veel doenelijk was,te betrachten.

I Naulix waeren deze w^eg gegaen of
daer quamen verfcheide MandarijnsLS\'i
d onzen vragen : hoe fterk van Hol-
landers zy waeren- Het getal wierd
hen opgegeven : namelijk zeven en
twintig Hollanders en vijf zwarte jon-
gens. Zy hier op: d\'Onder-koning en
Veldheer wilden om geen waerom ge-
dogen, dat meerder als vier en twintig
perfonen, met jongens met al,zouden^
meê gaen ; gemerkt het zelve zooda-
nig aen den Keizer gefchreven was.
Waer oververfcheideredcnen cn haf-
pelingen vielen.

Des morgens, den een en twintig-
ften, quamen eenige der zelve Man-
darijns wederom met andermael te
zeggen : dat niet meer dan vier en
twintig perfonen naer boven moften
gaen. H et was zoodanig gefchreven,
N n en

zy teil iarsgften in zeven dagen zou-
den moeten klaer zijn, om op te rei-
zen : eifchte ook de namen der perfo-
als mede de meenigte derzak-
kpti, kiften, pakken en ander omflag,
die mede naer boven zouden gaen.
Al dit wierd hcn,in \'tSineefch gefehre-
ven, behandigt.
hi^\'^f- Den achtienden van Lou-maend
C quamen twee Mandarijns in de Lo-
\'\'^men. gie , den Amba/fadeur vragende:
waerom hy den twintigften van hun-
ne maend niet vertrokken was. Dees
gaf hen tot antwoord : dat zy klaer
Vfaeren geweeft, en het aen hen niet
gemangelt had ; maer alleenlijk na
antwoord op het verzoek , wegens
het vertrek der Schepen,gewacht had-
den. D\' Onder-koning en Veldheer,
was daer op het antwoord der Man-
darijns , ftonden nu het vertrek der
drie Schepen toe , als ook dat van
Blmwijk, naer beneden. Dierhalven
d^onzen zich tôt vertrek moften vaer-
dig maken , alzoo
Talauja niet weite
vrede was : zy zoo lange vertoefden.
Ook wachteden d\'onzen niet lang
op deze goede tydinge ; maer lieten
de goederen datelijken affchepen, en
maekten zich in allen delen reisvaer-
dig.

Des morgens, den negentienden,
quamen vier Mandarijns in de Logie:
twee van den Onder koning, en twee
\'^an den Veldheer, den Ambaftadeur,
J^^t den naem van hunne Meefters met
t>onenzop , volgens \'s Lands wijze,
tot behouden reize befchenken. Zy
bevolen den onzen verfcheide din-
gen aen:hoe zy fich, in
Peking komen-

^T (^^^iJ^-^en en te dragen had-
den : desgelijx de twee tolken,
Genko
enlmlako
, twee doortrapte fchalken,
die ook met de U,nd,%ne verzelt

quamen: alleen ten dien einde door

ftaere Hoogheden mede gezonden,
om het werk te doorfnuffèlen. Ja dat
onzen niet moften doen zonder
iiunne beraet „aerdien zy \'sLands
gewoonte wiften , en ook wat hen
^^e. en quaet was. Donzen, oni hen

^ rci&m.

Zier zy

If^^^^fn dden, zoo ved mogelijk

Zoüd. r f ^\'--i^liacreHoogheden
^«^^en fchikken. Met welk bkheid

-ocr page 379-

en moft ook 200 blijven. Wilden
d\'onzen de zv/arte jongens mede ne-
men , zoo moften Hollanders in de
plaetfe blijven. Dies d\'Ambaftadeur,
ziende het niet anders wezen kon,
drie perfonen , namelijk
Gerrit Sloot,
Jakch Sipkes
en Philip Mogha, neftèns
al de zwarte jongens, weder na
Hok-
fieu
gezonden heeft

Des naermiddags, dan, ontrent ten
vier ure, vertrokken d\'onfen,fterk vier
en twintig Hollanders,die by de paer-
den , als fchenkaedje goederen be-
hoorlijk verdeilt waren , met een
Vloot van ontrent vijftig barken, den
ft.roomM/;/ wcftwaerrs op,en quamen
des avonds ten zeven uuren aen een
eiland, gelegen een kanon fcheut ver-
by het dor^-»
Ihivono : daer zy des
nachts bleven leggen ; zijnde gevor-
derteen mijle om de weÜ.Zy vertrok
ken weêr den twee en twintigften met
den dag, en ontrentten negen uuren
voorby het dorp
Hoivtong , gelegen
aen de rechter hand van den ftroom :
des naermiddags voorby de dorpen
Petjong,Hcngia, en Tikfoya, gdcgen
aen den zeiven oever , en quamen
des avonds met den donker voor het
dorp
Congimon ter nachprüfte : heb,- ^
beride dien dag met roeien en zeilen |
ontrent vijf mijlen om de weft ge-
fpoeit.

Al deze dorpen waeren tamelijk
dicht bebout ; hoewel met flechte
huizingen of hever hutten : maer la-1
gen omringt met luftige landouwen,
I
bezait met rijs en andere granen. j

Zy zeilden des morgens, dendrie
en twintigften , voor dag weêr voort,
(wijl de wind noch goed was) en qua-
men ontrent negen uuren voorby het 1
Stedeken
Binkin , anders Mincin ge-.[
noemt, gelegen drie mijlen van
Kon- \\
gimon ,
achter eenen berg, een weinig |
landewa^rdsin, aen eene
{chem Miu
geheten , op delink er zy^dcs ftrooms
Min. Het Stedeken Mincing is ver-
ciert
met fraeie gebouwen en een ho-
gen toren, die in het voorby varen
met zijnen top boven den berg word
gezien ui tfteken.

Des naermiddaghs wierden inhet
voorby varen gezien de dorpen
Jni-
ke , Siaivang
, en Tivauigh : leggen-

de \'t eerfte aen de rechte, en de twee
laefte aen de linke hand: het laeft on-
trent drie mijlen van
Binkin : quamen
des naermiddags ten vier uuren voor
het Dorp
Chukauw ; alwaer zy des
aenftaenden nachts ter rufte moften
, blijven, om
Koelijs, tot het voort-
.trekken der vaertuigen, (alzoo de
\' ftroom zoo droogh begon te wor-
den) te krijgen. Dien dag was op een
weftelijken koers, zes mijlen en een
halve gevordert. Het land,ter weder-
zijde van den ftroom , leid beftuuwt
met zeer dorre , rouwe en hoge ber-
gen. ■

Des morgens, den vier en twintig-
ften , (de wind noord-ooft) bequa-
men zy, tor ieder vaertuig, twee
Koe-
lijs,
om te helpen trekken : vertrok-
ken ontrent ten acht uuren : en qua-
men op den middagh voorby het
dorp
Kaukawa, gelegen aen de linke
hand des ftrooms, een mijle van
Chu-
kauw
, en tegen den avond te landen
aen een plaets ,
Poutcham genaemt,
daer eenige vervalle huizen fton-
den.

Dezen dagh was gevordert, niet
z onder groot gevaer van khppen, als
anderfmts, doordeherde afwatering
des ftrooms, drie mijlen met trekken
en roeien.

Des morgens, den vijf en twintig-
ften , ftaken zy weêr van
Poutcham af,
en voeren des naermidddags ten twee
uuren de dorpen
Tjongopan en Juchi-
ham
voorby , gelegen beide aen de
linke hand van den ftroom : \'tlaeft
twee mijlen van
Poutcham : quamen
\'s avonts tegen o ver het dorp
Ukekaun
aen een wachthuis ter rufte. Door de
droogte des ftrooms en herdc afwa-
teringe was den ganfchen dag niet
meer gevordert, als drie mijlen ,op
verfcheide koerfen, volgens den loop
des ftrooms.

Des morgens, den zes en twintig-
ften , weder ter reize gekomen, wier-
den zy over klippenen
droogten he-
ne getrokken : welk door de herde
ftorting des ftrooms vry
yzelijk om
te zien, en niet zonder gevaer was:
als bleek aen het vaertuigh van den
Hofmeefter
Ruwenoort : want dit een
weinig buiten den weg
wiftendeom

fl\'

11\'
f:

I

Ii

If

II\'

Chukpam

Vertrek des
^mhdffk-
deun uit
Hokßeu.

Dorp Un-
I\'ono.

I Iii«!

Howtong.

Fcutcl^

il;::! ■

Tetiong,
liongia.m
Ttkjoya.

Conglmon,

ei

lijit

Anike,Siai-
en

«ii\'
fi\'i
Ii:;
i\'

-ocr page 380-

varen, raekte datelijken op een klip,
en ging te gronde. Ternauwernood
wierden noch de goederen gebergt,
(hoewel de meefte ai wat nat waeren),
en in \'t nazien bevonden toe te beho-
ren den Tolk
Genko. Dees had dezel-
ve op den naem der Kompanjie in het
vaertuig gefcheept; beftaende in twee
kifl:en raet zes pakken fwarte lakenen.
zulx d\'onzen daer weinig fchade by
leden • als alleen aen het nat w orden
Van eenig voorraed 5 hoewel van wei-
nig belang.

Des namiddags voerenze voorby
de dorpen
Kantang en Poinpang, leg-
gende beide aen de rechterhand des
ftrooms: en quamen des avonds voor
een wachthuis,
Bokkay genoemt, aen
te landen : daer zy ter nacht-ruft ble-
ven. Slechts twee mijlen en etn hal-
ve was in dit ermael met grote moeite
gevordert.

Den zeven en twintigften , des
morgens, zijn weder met den dagver-
trokken, en zagen des voormiddags,
onder het varen , verfcheide papen
hui zen en gehuchten,aen w ederzijde
^an den ftroom, gebout in het han-
gen van \'t gebergte. Waeren des na-
l^^ken "middags, ten vier uren, tegen over de
• dorpen
Seghia tnSiong, fchuins tegen
elkandre overgelegen, ontrent twee
"ïijl van het wachthuis
Bokkay. Ten
vijf uuren braghten zy het aen een
Wachthuis
Soujong ter rufte, daer zy
^^k den volgenden nacht verbleven.
Dezen dagh was met. groot gevaer
twee mijlen en een halve om de weft
geyordert.

sMorgens vroeg, den acht en twin-
tiglten, ftaken zy van voor het wacht-
hms Soujong ter reize, en vervielen on-
trent negen uuren tuftchen twee gro-
te torens >ftaende aen wederzijde van
den ftroom, op bergen. Achter welke
ae Stadt
oïjenpingfos gezien
gelegen ontrent een halve mij-

Ontrent den middag, quamen zy
re landen aen de Stadt
Jenpin^foe. Van
f orn doot
de brug, voor de Stadt in
^en Itroom op vaertuigen gemaekt,
omende, wierd door twee perfonen,
Krijgs-overfte dier
i ^\'ieue, met name
Siouhntok, (die aen

h

den doortocht van de brug zat) zeer
vriendlijk ten zijnen huize ter maei-
tijd genood. Wanneer dan met de
vaertuigenaen een poorte van de Stad
gaen ftil leggen was, begaf zich
Van
Hoorn
neflens Nohelen zeer weinig ge-
volg derwaerts. Hy w iert van
Sjouhon-
tok zeet
vriendelijk beweliekooraten
ontfangen : ook zeer treffelijk na de
Sineefe wijze, met het opfchaffen van
verfcheide difch-gerechten, onthacld.
Over maeitijd was ook geen gebrek
van
Wayangs of gefpel.

Wei mg aenmerkens waerdige rede-
nen vielen daer voor. Alleenlijk vroeg
Sjouhontok: of d\' onzen Queiang noch
hadden ? hoeveel volks van d\'onzen
daer noch op lag^ook hoe veel dorpen
al onder hen gebragt waeren ? Na daer
op geantwoord te hebben,vertrokken
w eer tegen den avond, aen denoever*
by hunne vaertuigen. Aldaer von-
den zy al eenige vcrverfchinge ftaen,
door orde van den Krijgs-overfte ge-
bragt, beftaende in een koebeefte,var-
kens, een parthye hoen ders,enden en
groente. De brengers wierden met
vijf rijxdaclders zilver befchonken.
Van gelijken wierd ook vereert, vol-
gens \'s Lands gebruik , de
Wayang
îlders : als mede de dienaers, die
de fpijze cn drank hadden aen - ge-
bragt , en de paerde - knechts , ieder
vijf rijxdaclders

Des. avonds verfcheen Sjouhontok
in perfone aen den oever : en een
weinig tijds dacr na het Opper-hooft
der Stadt. Dees was een fraei en op-
recht, man , met een lange baert, op
de Sineefe wijze in de rou gekleed,
over het affterven van eenen zijner
vrienden. Zy bewellekoomden den
Ambaffadeur andermael zeer vrien-
delijk : desgelijx hunnen Wacht-man-
darij n
Hiulauja , die op dc maeitijd
van
Sjouhontok niet had willen ver-
fchijnen , fchoon verfcheide malen
al verzocht was. Na onthael, door
d\'onzen met een kopje Spaenfchen
wijn , zijn zy weder vertrokken, en
bezagen in het weg gaen de paerden,
osjes en Zandel-hout ; doch konden
naerdien de duifternis al begon te val-
len , daer weinig befcheids van krij-
gen,

Nnz sjou-

-ocr page 381-

koft van Ganfen en zes pikoi rijs.

Des avonds zoïid d\'Ambaftadeur
den tolk
Mmris Janfen Vis by den
krijgs-overfte
Sjmhontok , ten €inde
te vernemen; hoe onze zaken in
Pe-
king
gefchapen ftonden ; alzoo dees
Mourisieei vry by hem vvaSi,naerdien
hy, toen hy by de Sinefen een gevan-
gen was,
Sjouhmtok tot een Meefter
gehad had.
Mouris dan weder te ruch
gekeert, bragt tot antwoord, uit den
mond van
Sjouhntok: onfe faken zeer
wel ren hove ftonden, en by hem aen
eenen goeden uitgang niet getwijfelt
wierd. Maer daer waeren , voegde
hy dacr by, grote
Zoetayfns in Peking,
die d\'onzen moften zience behèven,
en op hunne zijde krijgen: waer door

zijnen perfoon geliefde gunftelijk
voor re dragen, om neflens d\' onzen
Tymn re gaen winnen: alzoo hydaer
noch vrou, kinderen en veel goede-
ren had.

Des morgens, den negen en twin-
tigften , zond
Sjouhontok weder ver-
fcheiden ververfching, ter fchenkaed-
je, als hoenderen , verkens, groente
en goede pady voor dc paerden: want
de pady ^ daer ontrent vallende , niet
al te goed is, door de hairigheid. Voor
al welke gefchenken den zeiven in
vergelding.door den Sekritaris
Vander
Does
, het naervolgend vereert wierd:
als een roer : een paer piflolen : twee
vergulde feepmejfen: ketting harnfteen-
koralen: een fluk harnfleen van een pont
en tien el krah-root laken :
ben even
een ontwerp van de fchenkaedjen:
om, in gevalle hy die nu niet zou wil-
len of derven aennemen, daêr mede
tot hunne wederkomfte te wachten.
Ook was den Sekritaris
Van der Does
belaft, te verzoeken den onzen een
weinig, wegens de vier
Zoetayßngs,
) liefde t\'onderrechten insgeiijx van
d\'andere Heeren, die hen in hunne
verzoeken konden hehulpzaem zijfj/
i )e Sekritaris, na zijne wcderkonl-
fte,deed veïiï^^:S}ouiontok \'t ontwierp
der fchenkacdjen vertoont te hebben.
Waer ophy gezeid had : dezelve ten
dank aen te nemen , met aenbieding
t\'eftèns van zijnen dienft en goede
genegéiitheid t\'onswaerds, in alle de-
len. Na eenige redenen was hy door
den Sekritaris na de vier
Zoutayfins
gevraegt; \'van gelijken met wat Hee-
ren d\' onzen in
Peking, tot het bek o-
men van hun verzoek, te doen had-
den. Hebbende ai zun volk latiii ver-
trekken, wierd doorhem da ,r op hei-
melijk geantwoord : als d\'onzen in

hiel-den.Hy zelf,om den onfen daerin
hehulpzaem te zijn, zou een briefje
naer
Peking fchryven , aen zekerd
Mandarijn, die aldaer in aenzien was,
en voorhene zijn tweede perfoon
geweeft. Deze zou hen ais dan wei
te rccht helpen. Ook was doorhem
aen voornam e Raetsheeren ieder een
zwarte jonge vereert, die mee zij-
ne vrienden waeien, en den onzsn
hunne Meefters wel zouden aenwij-
zen.

Zy moften niemant aldaer veel be-
trouwen : aengezien veele loze fchal-
ken by hen komen en zeggen zou-
den : zy deze en gene grote Heeren,
daer zy het nochtans in\'er
daet nier
waeren : gelijk hem zclven in
Peking
was vi?cdervacren. Dies hadden zy
wel op hunne hoede te wezen, en ook
hec volkje, met hen van
Hokßeu uit-
gegacn, nietmeereler
te zeggen , als
zy wilden hebben,
datzy wiften: ge-
mérkt deze toch niet veel t\'hunnen
voordele zouden uitwerken. Maer
zoo d\'onzen de vier Raetsheeren

voor-

Sjouhontök zond , na zijn vertrek, i (daer hy met den tolk Mouris op gi-
den onzen ter vereering,eenige mont- j ft ere :ï avond van gefproken had) ge-

zy al zouden kunnen krijgen, wat zy > Peking quamen, de vier eerlie Fvadeti
begeerden. ; of van den Keizer, (die ge-

Vordershadhy \\Q.r{ogz,d2.iMouris durende deflelfs onmondigheid Èet
den Ambaftadeur zijnentwege wilde Keizerrijk beftierden) moften zien
verzoeken-.ingevalieti de Keizer met op humse zijde te krijgen. Zeer licht
den Ambaftadeur over het bemagti- was dit om te doen, indien zy daer
gen van
Tayouan of Tjnvan qmm te ; vertroude luiden toe gebruikien, die
Ipreken,(gelijkbuitentwijfeiftond te , dezelve van hunnent wege aenfpra-
gefchieden) d\'Ambaftadeur als dan , ken : want zy veel van geld en goed

-ocr page 382-
-ocr page 383-

voornoemt, op hunne zijde quamen
te krijgen, en daer by de
Lïpouus of
Voorfpraken der vreemdelingen, (die
ook ai wat verzocht word , by ge-
fchrift aen den Keizer,
of, om zijne
tegenwoordigejonkheid, aendevier
gedachte eerfte Raetsheeren verto-
llen,) hen zou geen van \'t verzocht
geweigert worden Daer waeren.
Voegde Sjouhoniok daer by , noch ver-
fcheide Ampt-geaootfchappen van
Raetsheeren , die hy mede wel tot
d\'onzen zou genegen maken. Wel
Zou diïi gcnc fchade zijn ; maer ge-
merkt dfeze met hunne zaken niet te
doen haJdtn , waidaer weinig aen
gelc^tCn. Voorts
Sjouhontok,y^^t-
gtns Jyivan , net zelffte verzoek;
\'t geen \'s daegs te voore de tolk
Mou-
ris
van zijnenc wegen aen den Am-
bafladeur had gedaen.

In hetaffcheidncnienbedanktede
Sekritaris hem voor zijnen raet, en
vertrok aldus weder,

De ontworpe fchenkaedje wiërd
dan, niet zender grote moeite, voor
den dag gehaelt, en, door de fchen-
kaedje- meefter
Putmand:, Sjouhontok- \'
toegebragt. Deesbragt in vergelding \'
Wederom vier en t winlig pakken fiof-1
fen, tot kleding voor het gevolg , be-
neveneen;gefruiten. Oeftoficn wier-
ook aenilonds onder het volk

rfJ^H«- l^es middags wierd door den tolk
Lun lakko, van wegen zijnen Manda-
, den Ambaffadeur toegebraght
twalef ftuk Sinees fchuit-zÜver , tot
vertering of koftgeld: met te zeggen,
net zelve alzoo door den Keizer be-
iim tc Zijn : ook dat de Heer Am-
bafladeur tuftchen het beftek van ze-
f^/^/"^"^-palentoeg€leid was , twa-
let Kondaryns of vijftien ftuivers:
maer
No^el veertien kondarijns , of
^^Müuivers : Putmans twüäkon-
^arijnof tien ftuivers: eenen iegelijk
vaii her gevolg vijf kondarijnoT vier
Uuijers Mem vond goed dit koft-

Oan te weigeren.

akoo de Mandarijns en tolken
^t^ met over zich dorften nemen,

belaft ] ^^^^ ^^ K^i^er

in ^ooclamg moft blij ven, en

g^^-iue zy het koftgeld niet be-
geerden,
\'t zelve konden bewaeren
en in
Peking weder geven, zoo is het
den Hof-meefter
Ruwenoort te be-
waren gegeven : om te zien , hoe-
men in
Peking daer meê zou hande-
len. Tegens den avond vervoegden
d\'onzen zich weder by hunne bar-
ken.

De Stadt Jenping of lenpingfoe ,de staitje.
tweede Opper-ftadt des Landfchaps^\'\'^"
van
Fokien , leid in het opvaren aen
de hnke hant, of aen den weftehjken
oever des ftrooms
Min : van waer zy
allengs met haere gebouwen tegen de
heuvelen en \'tgebergte opkHmt, in
een zonderling luftig en aengenaem
verfchiet, voor de genen, die dezelve
langs den ftroom
Min verby varen:
want acn de noord-zijde beflaet zy -
de helft van eenen hogen berg, daer
de muur over heen loopt : en loopf,
vervolgens aen de zuid-zijde weêr
laeg af. . ■ ,. . -

Vandebuiten-zyde is dittjeberg-
tefchjcrontoegangkelijk : waer over
ook de^tadt ï^cr fterk-, en, zoo te
zeggen, defteutcl des ganfchen Land-
fchaps is.

D,e Stadt is.tamelifk groot, en wel
een mijle lang ; maer niet boven een
halve br«et : hoewel zeer fraei en lu-
ftig gebou wt.

Byna ieder huis ontfangt het water
doorpijpen of buizen van Bamboes-
ried,uit het Gebergte : welk naulix op
eenige andere plaetfen in geheel
Sina
gezien wordt.

Alle eetwaren zijn \'er in grooten
overvloed, en voor een geringen prijs
te bekomen. De ftraten en huizen
krielen ook van menfchen.

Aen d\'ooft zijde der Stadt komen
twee groote ftroomen te zamen, de
Miïi en Zi, die aldaer een Meir ma-
ken : waer door zy fchier uit \'t ge-
heel Landfchap Schepen ontfanght.
Over ieder ftroom is een Schip-brugh
geftagen. Daer, zijn drie fraeie Tem-
pels.

Het meeft Sineefch grof Papier
wordt in, en ontrent dezelve Stadt
gemaekt; maer het wit fijn, in het
Dorp,
Siege genaemt, drie mijlen ver-
der om de weft gelegen. Voorts .
valt daer niets te doen.

Di%

-ocr page 384-

Dit Iieeft deze Stadty^»/\'/»^ ook
boven d\'andere Steden des Land-
fchaps van
Fokien, byzonder, dat d\'in-
woonders de algemeine tale der Ge-
letterden , anders de Mandarijns of
Hof tale genoemt, doorgaends fpre-
ken.

D\'onzen bleven dien nacht wat
buiten de Stadt, aen d\' overzijde des
ftrooms leggen.

Zijn des morgens , den dertigh-
ften, weder van dacr vertrokken, tot
aen een dorpje , ontrent een

mijle van Jenping gelegen, daer al de
vaertuigen weder by elkandre verza-
melt wierden : want zy een nauwen
en zeer gevacrlijken weg hadden
moeten doorvaren.Nahet aenkomen
dan van al de vaertuigen, begaven zy
zich weder op reize, ontrent negen
uuren; Voeren des naermiddags voor-
jDorpen by de dorpen
Louquon , Floeyong, Lin-
Lou^mn, kentome
en tafa : waer van de twee
eerfte aen de rechte, endelaefteaen
w de linke hand van den ftroom, ei^on-
trent een halve mijle van !elkandre ge-
legen zijn.

Berpje
tlonjong.

Des avonds quamen zy voor het
dorp
Ongfqutouw ter rufte; hebbende
dien ckg met grote moeite drie mijlen
op een noordelijken koers gevordert.,

Zy vertrokken w^eer des morgens
vroeg, den een en dertigften, en on-
trent acht uuren voorby een lang
Dorp,
Bonsjouko genaemt: ten tien Bop\'j
uuren voorby drie Dorpen
Liucuir,
Posjen
, en Uhaka : het eerfte en
laetfte! lagh aen de rechte handt
van den ftroom : het tweede aen de
linke, in een driefprong over elkan-
dre. In het laeft wierd veel Papier ge-
maekt, blijkende aen verfcheide vaer-
tuigen, met Papier geladen, daer voor
leggende, omni beneden tegaen. ,

Op den middag\', ^\'ierden de Dor- ^^^^^^
>en
Konchian , Sjoenkkeentayping in ^^^litïW^
iet voorby varen gezien : de twee ^^iffivi-
eerfte aen de rechte, en het
laefte aen
de linke hand van den ftroom ^ dicht
by elkandre gelegen.

-ocr page 385-
-ocr page 386-

Des namiddags, ten drie uren, qua-
men zy aen het Dorp
Chiakiang

waer zy bleven leggen, tot des ande- ging. Wonder vet en glat waeren de

ren daegs. Dezen dagh waerenze ,
door de droogte des ftrooms , niet
meer gevordert, dan twee mijl en een

halve.

Des morgens , den eerften van

zijn dezelve wederom ingefcheept?
\'twelk met verdraghen wenfch toe"

paerden gebleven , door de goede
voorzorge, en wierden zeer hoog by
de Tartaren geacht.

Des avonds wierden d\' onzen door
hunne geleids Mandarijns met een
deel gekookte en gebraden fpijze be-

Sprokkel-maend, gingen zy weer van

\'""ia.

der boven te varen. Dan dezen dagh
gene bequame barken voor dezelve
kunnende bekomen , wierden zy in
een loots ter ftal gebragt, om aldaer

daer , cn trokken des voormiddags | fchonken.
door vijfDorpen; als,
Siejokaun, itan- \\ Na dat alles weêr vertrek-vaerdig
tauw^ Payapoe, Siema. en Filietauw: dc ! was , verlieten zy den derden dc
twee eerfte lagen aen de rechte, en de ( Stadt
Kienninqfoe. Zoo beleeft wae-
dtie laefte aen dc linke hand van den \\ ren de Beftierders der Stadt niet ge-
ftroom : bragten het des middags aen weeft, dar zy den Ambaftadeur eens
de
Kienning oï Kienningfoe : al- bewellekoomt of gduk terreize , in
Waer de paerden datelijken uit de bar- ! het weg-trekken , gewenfcht hadden;
ken gezet wierden : wijl de barken, | noch met het een of ander tot verver-
daer de zelve mede gekomen waeren, | fching vereert: waer over d\'onfen ook
te groot bevonden wierden, om ver | niet droevigh waeren : alzoo hunne

kiften cn kaften ook gefloten bleven.

Dc Stadt Kkmingfoe , de vierde stadt xieti-
Opper-ftadt des Landfchaps , gele-
gen aen den oofteriijken oever des

ïcet remaken.

rot des anderen daegs te blijven, en | ftrooms M/;?,wijkt flechts in edelheit
r»^idlerwijle barken voor dezelve ge- en waerdigheid ; maer nierin groote

voor de Hooft-ftadt Focheu. Is ook

konden. Ja vermoght niemant aen
<^\'onzen iet verkopen, dan met verlof
J^an de Heren tolken, die over al den
baes fpeelden : inzondcrheit de tolk
G^nko : als bleek aen zekeren krijghs-
j^echt, uit het volk van
Sjouhontok,
Overfte der Stadt Jenping : want als
dees voor den Ambafladeur een wci-
nigh groente gekocht, cn hem toege-
hraght had, wierd hy aenftonts, zoo
ara de tolken des verwittight waren,
^it laft der Mandarijns gevat en wel
itrengehjk gebonden. En zonder des
■Ambafladeurs voorfpraek, die daer
®ver herde woorden met de Manda-
^^Jf^s had, fouden zy den zeiven gc-
^^ngen naer
Hokfteu gezonden heb-
en. en \'t zou hem dan wel een zuur
^»iclvkopen geweeft zijn; maer wierd

«^des Ambafl\'adeurs wille noch los
gelaten.

^^ï^en tweden, na de vaertuigen voor
paerden klaer gemaekt waeren,

Den onzen wierd d\'ingang vande ) vry grooter alsdoch zoo wel
ftadt verboden, door het fluitcnder i niet bebouwt : naerdien veel lands>
poorten , als zy wilden binnen gaen; ■ welk bezaeit en beplant word , bin-
^oo datzy aldaer qualijk eemgever-
j nen defl^fsmueraedje gelegen is. Zy
^erfchingh tot onderhoud bekomen | iszeereften, overal beftraer met kei-

fteenen , en ook zeer volk-rijk. Dan
daer binnen wordt niets gedaen, als
een weinig grof papier gemaekt. Zy
wordt beftiert door twee O verften,
die by beurten het gezagh hebben,
zonder d\'een over den ander te zeg-
gen heeft.

In Sina is velerlei papier en word
op verfcheiderlei wijze gemaekt : te
weten van ftammen, en bladen van
Bamboes-riet, van lompen van ka-
toen , zijde enhcnnippcklcdcn. Het
papier, van katoen gemaekt , wijkr
in witheid voor het Franfch papier.

In de landftreke Fuchanfu des Land-?
fchaps van
Huquang word zeer grote
overvloed van papier gemaekt, uit
het riet en deflelfs bladen, welk al-
daer groeit.

Des voormiddags, dan,na het afva-
ren uit
Kinningfoe ,YoerenzQ voorby
de Dorpen
Gaetchan , Majchetan , en Gaenhatt,
Petchin :
dicht by den anderen acn de

hnke

-ocr page 387-

het laeft ontrent een mijle van Kien-
ningfu :
\'s namiddags voorby de dor-
pen
Kekau , Vazieo èn Gautauiv ; de
twee eeriteaen de rechte , en\'tlaefte
aen de linke hand van den ftroom ge-
legen.

Zy quamen tegens den avond voor
een vervallen en verwoeft dórp Ci?^-
phong te landen, daer zy dien nacht
bleven leggen : en waeren den verle-
den dag op verfcheide koerfen, hoe-
wel meeft om de Noord, drie mijlen
en een halve gevordert.

Des morgens, den vierden, wierd
het dorp
Chiaphong verlaten : en des
voormiddags het dorp
Chincheuw^zcn
de rechte hand van den ftroom ge-
legen, een mijle van
Chiaphong: des na-
middags eenige gehuchten, huizen
en Pagoden, acn wederzijde van den
ftroom. Des avonds quamenze aen
een verwoeft dorp
Sjououa, gelegen
aen de rechte hand van den ftroom:
en hadden dien gehelen dag flechts
twee mijlen op verfcheide koerfen
met grote moeite gevordert.

Des morgens, den vijfden, ftaken
de vaertuigen weder op reize, en he-
ten des voormiddags , de dorpen 7a-
choe en Pagpu , op de linke hand van
den ftroom leggen : quamen des na-
middags voorby het dorp.
Sivinckin,
gelegen aen de rechte hand van den
ftroom, en ten drie uuren te lande, te-
gen over het dorp
Suchiap, de ruft-
plaetfe des nachts: hebbende den ver-
leden dagh maer twee mijlen eneen
halve op verfcheide koerfen vertiert.

Den zeften, des morgens, vertrok-
ken zy weder van het dorp
Suchiap,
(alwaer zy van Koe lijs tot het trekken
der vaertuigen verwiflèlt hadden) en
des voormiddags voorby de dorpen
Tint en na , Cholunga en Leantong, alle
drie aen de rechte hand van den
ftroom gelegen : des namiddags ins-
gelijx voorby de dorpen
Losjomva en
Sichern , gelegen aen de zelve zijde,
en quamen tegens den avond tegen
over het dorp
Hochechien ter ftilte.
Dezen dag was ontrent drie mijlen
op verfcheide koerfen gevordert.

Den zevenden gongen zy weder
op reize ; voeren des voormiddags

Chifiphong

Sjououa.

Smnck\'in.

Suchiap.

Tintenn^i
Choiu7igA
en Lean-
tong.

Losjouina
en aichem.

ilochech\'len.

dorp Quiqnan : alwaer zy de vaertui-
gen met de paerden (die door haere
grote en droogte des ftrooms niet wel
konden volgen,) inwachten. Dc zel-
ve dan gekomen, klaegden dc belci-
ders daer van:dat gemelde vaertuigen»
met het trekken over de droogte,zecr
lek geworden waeren , en niet wel
moghelijk waere met
de zelve, zon-
der vermaken, vorder te varen. Dies
wiert goet gevonden de paerden
uit
de barken te brengen, en voorts over
land naer het Stedeken
Poutchin , of
zoo ander fpellen ,
Puchin te laten
gaen : alzoo het niet boven vijf mij-
len van het dorp
Quiquan gelegen is.

Dc paerden,gclukkelijk uit dc vaer-
tuigen geloft , wierden in het dorp
voornoemt in een huis gebragt, om
aldaer t\' overnachten, en \'s anderen
daegs weg te fpocien.

De Hofmeefter Ruwenoort, nefïcns
den tolk
Mouris, en de vier perfonen,
die de zelve opwachten, gingen daer
neflens. Ook wierden door de
Wacht-
mandarijns twalef Sineefe foldaten
totgeleidcmedegegeven. Des nachts
blevenze met de vaertuigen voor het
dorp (^iquan leggen.

Des morgens, den achtften, zijn zy
weder met den dag van het dorp
quan vertrokken ; insgelijx gingen de
paerden mede over land.
Quamen
des middags voorby het dorp Sous- s<\'
wenna
, acn de linke hand van den
ftroom gelegen, en
\'s namiddags voor- .,,
by een groot dorp ofvlek
Swipia: daer
by en ontrent ftonden veel verwoefte
huizen en woningen : ook een gr^«
ftene of
vervalle brug, die over den
ftroom had gelegen. Waeren ten vicc
uuren voorliet dorp
Chontewa, gele-
gen aen de linke hant van den ftroom,
een vierendeel mijls van
Sivipia^ , en

quamen des avonds voor een wacht-
plaets , daer eenige woningen fton-
den, ter nacht-rufte. Dien dag was op

verfcheide koerfen met groot gevaer

gevordert drie mijlen. , t

Des morgens, den negenden, neo-
ben zy weder
weg gefpoeit : t^gen ^^
\'s middags twee dorpen , Gotanga
Quotinha
voorby : het eerfte acn^c.-

linke hand van den ftroom gelegen: voorby de dorpjes Hoefuna en Naga\'/\'h -^^\'f^^.

en quamen des namiddags voor iie!^

af

„W\'

-ocr page 388-
-ocr page 389-

va^ Sha of Tmßng,

réchte, en het tweede aen de linke
hand van den ftroom gelegen. Ten
middage wierd een Tempel in het
Voorby varen gezien , die
over een
gracht of floot als een brug gemaekt
Was: daerhy hoog water ook vaertui-
gen onder door konden vaeren. De-
ze Pagode was tamehjk na de Sinefe
Wijze verciert: ging met een trap aen
d eene zijde op, éti was rontom ge-
ftoffeerc met verfcheiden beeld werk.
, Zy voeren des namiddags voorby
het dorp
Saloekia ; ook voorby vele
plaetfen , door den laeften oorlog

fchendig verwoeft engefchonden:met
overblijven flechs van eenige ftukken
en brokken van muuren. Door het na-
deren van den avond, bleven zy met
al de vaertuigen aen een vlakken
zand-oe ver leggen, ontrent een mijle
^^n Pöutchinfoe. Dezen dagh was drie

mijlen op verfcheiden koerzen ver-
tiert.

E^es morgens, den tienden, voeren-
zeontrent ten acht uuren, door een

afgebroken brugh , eertijds tot een
overgang over den ftroom geflagen,
en quamen alzoo tegen den middagh
voor de Stad
Poutchin, de vierde on- TomcUwi
derhoorige Stad der Opper-ftad kien-
ningioe,
gelukkelijk te landen. Aldaer
quam de Hof ^ meefter
Ruwenoort by-
den AmbaflTadeur, met zeggen ; de
Paerden aldaer gifteren mede wel
aengekomen waeren, en in \'t huis ge-
j plaetft,welk voor hem bereid was,om
in te woonen, ter tijdt toe de Koelijs,
tot het dragen van \'s Keizers fchen-
kaedje vereifcht,gekomen waren.

De Ambafladeur liet, door den Se-
kritaris , aen de mede-gekomen Man-
darijns vragen: (alzocy de huizing, tot
zijn endesgevolgs verblijf bereid,
zeer flecht, oud, en byna onbequaem
om te huisveften was) ofhy zoo lange
zou mogen in de barken blijven,tot
tijt en wijle de Koelijs gekomen wae-
ren, en zy voort zouden reizen. Dan
aengezien de Mandarijns zeiden,
het
zelve niet mogt wezen , wijl al
O O dis

-ocr page 390-

eenige Mandarijns van des Konlons
volk in Hokfieu , met eenige verver-
fchinge befchonken ; insgelijx door
\' hunne Wacht-mandarijns. TiïesVan
Hoorn aen ieder hunner, alzoo zy nu
den onzen al verfcheide fchenkaedjen
gedaen hadden, een zilver tafel-bort
vereerde.

cefcherAen Dcs morgens, dcu elfden wierden

teimdege. ^e fchenkaedjc-goederengcloft en

gebragt in de woninge , voor d\'on-
zen bereid. Dezewasvryoudt,enm
dezelve zeer weinig gemak: ja fcheen
eer een verkens kot, als een woninge
voor menfchen te zijn. Doch wijl
d\' onzen niet beter konden, moeften
zy het zoo voor lief opnemen.

Des avonds is orde op het waken
des nachts by de goederen geftelt,(al-
zoo dezelve in open plaetfen moe-
ften ftaen, daer een iegelijk na zijn
welgevallen kon inkomen) tot bevry-
ding van diefftal. Ook is aen elk op
\'t ernftigf^e belaft, niet uit het Loge-
ment te gaen, als
met verlof van den
Ambaffadeur: om den Smefen alzoo
te betonen, wijl den onzen d\' ingang

Ltl

aen niet gelegen heten leggen, aenge-
zien aldaer voor hen toch niet te doen

was.

i\\ as.

Den dertienden quam d\'opper-koe-
lijs Meefter, gelijk de gelei-Manda-
rijns des voorigen daegs den Ambafla-
deur bekent gemaekt hadden, in hun
Logement verfchijnen, om het getal
en gewigt der kaften,kiften en pakken
op te nemen, en overflag nevens de
Koelijs tot het dragen te maken. Na

iiji
\' i?!

dert Koelijs vereifcht wierden.

Moeite over

Den veertienden,\'smorgens, qua-
tXlf
men beide de Wacht-Mandarijns,nef

dragers fens dc tolkcn Gemko en Lun Lako we-
der by d\'onzen in hun Logement,met
aenzeggen, hoe het getal der Koelijs,

de gezien en o verflag wegens de Koe-
lijs
moften gemaekt worden , zoo
wierd goedgevonden, des morgens

twee man, om haere zwaerte, konden
gedragen worden : en derhalve wel
twee honderd dragers te kort zouden
komen: zeiden eindelijk, dat de Man-
darijns van de Stadt des Veldheers or-
de niet dorften overtteden,met meer-
der Koelijs te geven,als de
Pay inhielt.

In gevalle,gaf Van Hoorn hen tot ant-
woord , de
Houpous en Pimpous in Pe-
king
die orde gegeven hadden,het dan
zeer wel te zijn: zy zouden het over-
lchot,w^elkzy boven het verordeneert
getal benodigt waeren, zelfs beta-
len . Dan dit quam, zeide d\' Ambaffa-
deur, hem vreemt voor, alzoo in
Hok-
fteu
het getal der kaffen, enkanaffers
van het Gezantfchap en nafleep aen
de Gemagtigden van den Veldheer
opgegeven was : die de voornoemde
goederen
ook hadden bezichtigt, en
wel konden zien, dat vele kaften daer
onder waeren, die van geen twee man
konden gedragen worden. Maer niet
was\'er aen gelegen : want kregen zy
geneKoelijs, behoefden het ook nie-
mant dank te weten. Het had den vo-
rigen Ambafladeurs noit aen Koelijs

\'K •

)

f
I

I;

teoeconen, wiji I-- t • jj i ««

ter Stadt verboden was, zy zich daer ontbroken. Ja wierd den zelven ook

. .. \\ ______ __________— j^« ^«»-^^rr ipnapnapfi.

vry meerder eer en ontfag aengedaen,
als hem nu gefchiede : alzoo die gene
plaetfen doortrokken , of wierden
zeer feeftelijk ingehaelt en bewelle-
koomt: daer hem nu ten tegendele de
Stad ontzeid en verboden wierd.Daef
de Mandarijns niet op antwoorden.

Hier en tuffchen komt de Stadts
Mandarijn , die over de Koelijs
het gezag had, perfonelijk in het Lo-
gement der onzen. Dies ging het

bet getal en gewigte van\'teen en\'tan- twiften over de Roelijs , tullcnei*
der genomen was, bevontmendat | hemenide Geleids mandarijns he^g
tothetdragen der goederen zes hon- aen. Niet wel geviel dit den Am^fl^\'
, .^^..owVKr wi^^ri^pn Ao^n pn liet
ook aen denStadsM^^\'

den, en Uet ook aen den Stads \'
darijn voornoemt zeggen: Hy ^
over\'s Keizers goederen en zijn reis-
tuig niet gekrakeelt hebben. Zy gou-
den de Koelijs , die
meerder van
node hadden, als des Veldheers W

Xii\'

tot het dragen vereifcht, verre over-
trof het getal, welk hun
Pay of pas,
door den Veldheer hen mede gege-

Wiera goeaKevouucii, h^v/^ö---------a a

vroeg, met de goederen en reistuig te [ ven,inhield: aengezien daer op tot le-
landen.
Waer op des namiddags voor der kas of pakflechts twee perzonen
eerft d\'osjes aen land quamen. geftelt waeren , daer nochtans ver-

Des avond wierden d\'onzen, door fcheide onder waeren, die door geen

I

-ocr page 391-

vaft Sma, ofTaißng, 291

in hielt, zelfs te betalen. De Stadts \' Des morgens^denzeftienden,quam

"M J uv-iaicu. I^COIHUIS

■^^ianclarijn Zich daer nader op bezin-
nende, vondraedzaemzooveleAöé--
tijs te geven , als d\'onzen benodigt
waeren : en neffens d\'onzen aenr^-
lauja ^ fchryven : hoe zy meerder
Mijs van noden gehad hadden, als
zyn pas inhield-: met befprek, inge-
valle het den Veldheer bdiefde , zy

de Wacht-mandarijn der onzen Hiu-
lauja
met de draeg-ftoelen voor d\' os-
jes in hun Logement.
D\'Ambaffadeur
beftont hem weêr te vragen: wanneer
hy zou vertrekken : waer op hy ant-
woorde over twee dagen. D\'
Ambaf-
fadeur verzocht d\'oorzake van de ver-
toeving te weten; alzoo de Manda-

het nvZ.rT juenerae , zy toeving te weten; alzoo deManda-
nen " CQT Koelijs, door hun- ^ rijn op den veertienden dezer ook ge-

en^,;, oi Nolel, mHokJïeuzou- rzegthad, dathy over twee dagen zou
ll^J^ = vertrekken. Hy zeide, die te zijn

Wijl de die zy meerder moüen
hebben,tot het dragen der fchenkaed-
j^-goederen
, als de Pay van Talauja in-
hield, door de Stads mandarijns noch

itonds de Ambaffadeur van zijnent
wegen een briefje aen den^Veldheer
^^^Uok/ieufchred, indezenzin:

De Amhafjadeur zal noit vergeten de

L\'

lelfPffu/r / ; ae luciu, Goor ae «5taüs mandarijns noch

lauia t HnTr^^^ = hadden

/SL.? j ? ff tfangen. En ; bdooft alles tegen overmorgen zon-

ïh ^ ^niet derfeilzou klaerzi;ai:metbwoegen,

Hokfl fi\'^? Hollanders in : hy zelf wd wilde, d\' onzen al xfegh

t^XJ^ iL^f ! waeren.Hem was immers,l^ide d\'A^

tuFxS^^^^^^^^ f I baffadeur,kenndijk, deeenig

datdjlTlf^^^^^^ misnoegen, over hun lang blijven tot

ef/eVfi/Y-W. ■—-^-\'^--\'^^ticaaen . mngn^iaam Detoont. Dieszouhet
^alSJn^I^ZT^ : zoek maken van zoo ved tijds nu we-

ülhli fv f T^^^ ^^^ hen mede niet zeeraenge-
^«/eL !/ \'^\'\'\'l\'komennaem zijn. En zoo het quam te |e-

beurcnzy in Peking daer over aenie-

Wam, \' ^\'^^gde d\'Ambaffadeur,
op vertrekken?Waer

^agen n ^\'^^den van over twee da-

Voorts vraead Ambaffadeur
^P morgen Â®sjes

j^itdoorhentoeg.
^J^ tot derzdver

^en ah j\'jy """"\'^^"\'^en zy in peKing daer over aenge-

^ toegek^en tezijn/die
^«//^X ^Tf\'^^T^ 200 lange,met toeven,

^ent \'^^^^""Jckt Talauja honderd dui- \\ Wachteden.Zo ved werkte defe reden

hhT ^^^ dragen van het Zandel-

^^Wd^ aen hunne Mandarijns : hout aUöf//)^ quamen. Deze gingen
J ^g^\' vraegde d\' Ambaffadeur. ook met het felve voor uit, ter oorfa-
ke het door zijne grote en langheid,
qualijk over \'t gebergte te krijgen was.

Den achtienden, \'smorgens, qua-
men honderd
Koelijs in hun Loge-
ment,om een aenvang met het binden
der fchenkaedje goederen tc maken,

^meefciie Svi ^^ avonds quam de
^aer in d\'os ^c v "^^ï^^n :

alzoo"

het ffLtt " gedragen wor-

PitdoorhentoetrefV^^ " waeren. en alsdan met hunnen laft, neffens de
^yk tor \' wierd date- paerden enosjes,vqoruittegaen. De

Sekritaris Fan der Does zou met dezel-
ve den voortroep hebben,en \'s namid-
dags door den Amballadeur en
Nohl
en d\'andere reisgenoten gevolgt wor-
» aizoo het ea ^ —^-^rw^jL den. Dan alzoo een der paerden, bui-
y^or dezelve o^f" bergen,! ten verwachten, een quaet leer aeti

^el liet d\'AnZ^ ^^ 2ijn. | \'thooft boven het linkeroog kreeg,

Ifn. Waer ovcThervf ^\'^^^^itgeval- { vond d\'Ambaffadeur goed noch et

van df ^\'^^\'^^^ver, nen dag oftwee tot Poutchin te ver-

Wierd. ^ paerden geftaekt | toeven , en aldaer mede noch een

Oo z paert.

-ocr page 392-

paerr, tot gezelfchap van het gequeft,
te houden, om te zien hoe het zich
in dien tijt met het zelve zou toedra-
gen , en alsdan orde geven, \'t zy tot
verblijf van \'tzeive paert noch voor
eenen wijle, ofwel dat het als dan me-
de zou volgen. Dies de Sekritaris
met twee paerden, d\'osjes en gezeide
hondert
Koelijs, mei hunnen laft, voor
uit ging , te volgen des middaghs,
door
Nohelen Putmans, met al d\'ove-
rige fchenkaedje - goederen. Dan al-
zoo het binden der zeiver te lang
aenlicp, is de reize van
Nohel an Put-
mans
tot \'s anderen daegs \'smorgens
uitgeftelt : die toen ook vertrokken.

Wanneer het paert nu weder bui-
ten gevaer was, vertrok des morgens
den een cn twintigften d\'Ambafta-
deur , neftêns \'t zelve , van
Poutchin,
quam , na een halve mijle reizens, en
voorby het dorp
Olian , vijf Ly van
Poutchin gelegen : \'s namiddags noch
voorby de dorpen
Sijanly en Souquan-
ly :
ook voorby vier afgoden tempels
of Pagoden,en met den avond aen het
dorp
Quliaen, denachtruft-plaets.

Den volgenden dag wierd, door
belet van fneeu en regen, in het dorp
Guliaen, het moi weêr afge wacht.

Den drie en twintigften\', her weêr
tamelijk tot bedaren gekomen, hoe-
wel de bergen noch overal met fneeu
beckkt lagen , ftoeg d\'Ambaftadeur
uit het dorp
Guliaen op weg: trok des
voormiddags over een hogen bergh,
daer een pagode op ftont : ook door
zeven dorpjes, met namen
Huysjouw-
touiv,Hangfiou,Outanga,Ontongne,KieU\'
moe
, en Oufahnga. Ook aldaer wier-
den verfcheide Pagoden gezien, die
inhet hangen van \'t gebergte ftonden.
Trok insgelijk des namiddags voorby
de dorpjes
Meuana , Loutiatona , Go-
linga, Longkia, Kiekova,
en verfchei-
de gehuchten van Pagoden, daer hier
de weg vol van ftaet ; ook de bergh
Liougtouiv , verciert op zijnen kruin
met een grote Pagode van dien zel-
ven naem. Alhier fcheid zich het
Landfchap
Fokien van dat van Che-
kiang
of Chetchiam: en ftaet deze tem-
pel voornoemt op de fcheid-palen.
Dies zy uit het Landfchap van
Fokien
in dat van Chekiang over ftapten en in

in; H

Vertrek van
Votitehin.

Olian.

Sïfanly.

Sii

hif
»ill

hetzelve hunnen weg vervorderden;
] komende tegens den avond in het
i dorp Limathöva , om te vernachten, tim
\\ Dezen dag was ontrent vijfmijlen ge-
i fpoeit : vier in het Landfchap van
Fo-
I kien , en een in dat van Chekiang.
I In vruchtbaerheid , luftigheid en
rijkdom; maer niet in grote overtreft
het Landfchap van
Chekiang al d\' ande-
re Landfchappen. Het begint ten zui-
de op dc Noorder brete van zeven en
twintig graden cn vijf minuten , en
eindigt ten noorde op een en dertig
graden en vijf en twintig minuten,een
ftreke van vijf en zeftig mijlen. Oc
grootfte brete, van \'t oofte na \'t wefte,
komt byna op een zelve maet uit.

Het Landfchap van Chekiang leid \'
ten oofte aen de zce;(van waer d\'over-
vaert na het eiland
Japan,op zijn fmal-
fte is , en niet boven een dag zeilens,
zoo eenigen willen , met een voor-
wint) ten zuide cn zuid-wefte aen
\'t Landfchap van
Fokien; ten wefte cn
noorde aen dat van
Nanking ; raekt
^ defgelijx in \'t wefte met eenkleinge-
deelte aen
Kiangß. ^

Het is verdeilt in elf grote landftre- ^^
ken , byna zoo goet , als zoo vele
Landfchappen : ja, een alleen onder
die,
als Hangcheufu, de Hooft land-
ftreke, ismagtig , om een volkomen
Koningrijk toe te
ftellen. Als daer

zijn,Hangcheufu, Kiahingfu,Hucheufu,
Niencheufu, Kinhoafu
, Kiucheufu,Chu-
cheufu, Xaohiuqfu, Ningpofr, Tatcuheu-
fu. lencheufu
\'ieder met verfcheide
grote en kleine Steden onder haer,
ten getale van drie entachtig. Voeg
hier byd\'onbemuurdeplaetfen, on-
telbare kaftelen , cn volkrijke dor-
I pen.

De Hooft - landftreke Hangcheufu
paelt noord-waerts aen Hucheufu en

Kiahingfu : ten oofte aen den ftroom

Chee , gelegen tuffchen Kiahingfu cn
Xaohingfu:
ten zuide aen Niencheufu :
ten wefte aen het Landfchap van Nan-

^\'Jn aeloude tijden behoorde deze
landftreke onder de koningen van u.
wierd namaels
in bezitting genomen
door de koningen C«. DoordenStam
.Chin wierd zy Cientanggenoemt: door
Keizer ^«i allereerft••

-ocr page 393-

den ftam Tang ,fuhang : door Sung,
Lingan :
maer de Stam Taiming her-
fteldeden naem vanHangcheu.

Deze landftreke bevangt acht Ste-
den :
Hangcheu , d\'Opperftadt, Hai-
ning, Fuyang,]ulang , Liugan, Tucien,
S inch ing, Changhoa.

De tweede Landftreke Kiahingfu,
bevochtigt aller wegen met ftromen
enmeiren, paelt ten oofte aen de zee:
ten zuide aen zekeren zeèboefemen | De landftreke
Hucheufu was voor-
aen de landftreke
Hangcheufu : ten I hpene et^n Koningrijk op zich zelf,
wefte aen Hucheufu : en ten noorde | Tung genaemt : Welk door de Konin-
aen de landftreke
Sucheufu cn Sung- gen van V in bezetting genomen

wier: daer na door Mé-; toen door C?^;

De Stam Cin gaf deze landftreke en
haer opper-ftad den naem van
iJchtng:
Tang
dien van Hucheu, datMeir-hadt
gezeid is, om de nabygelegenis der
Stadt aen hetMeir
Tai; want hu be-
dieteenMeir, en
cheu een Stadt:
Sung deed haer Chaoking noemen;
maer de Stam
Taiming herftelde den
ouden naem van
Hucheu.

Men heeft\'er vijf Helden tempels:
de voornaemfte is binnen de wallen
der Stadt
Hucheu, den vijf eerften Kei-

Stadt sins en weêr deurfneden met
grachten, daer vele ft ene bruggen o-
ver leggen , met fchoeingen van ge-
houwen vierkanten ftten.

Ai de ftraten, een zeltzaem werk,
^On met künftig geboude galderijen
geboort, waer onder men in denre-
g^n , droog en veilig kan wandelen.
Irinnen en buiten de Stadt zijn vele
triumf bogen opgerecht: aen de weft-
^ijde, zelf op den oe er der vaert, al-
leenlijk op een eenige plaetfe, daer
^en te fchepe verby vaert, ten getale
Zeftien , uit herden marmer in
^ Vierkant gefticht.

Daer vertoont zich ook een ftene
^tuage, met veele bogen. lang zeven
J|g Ichreden ; defgelijx een heerlijke
^oorn met negen tranfen. Ald\'oevers
wallen der grachten,buiten de Stad,
oil vierkanten gehouwen fteen
ftfe^ P = en leggen over de zelve
^eene bruggen geflagen ; van deze

De Stadt Hucheu word onder de
grootfte Steden gerekent, bloeit in
koophandel en rijkdom, en munt uit
in deftige gebouwen.

De vierde Landftreke Niencheufu,
een berg en heuvel rijk geweft, paelt
ten oofte aen den ftroom
Chee : ten
zuide aen
Kiucheufu : ten wefte aen
het Landfchap van
Nanking: ten noor-
de aen de Hooft-landftreke H^/ï^c^^/f-
fu. Zy wierd eertijds genaemt;
door den Stam
Han, Lecheu : en ein-
delijk door
Sung, Niencheufu.

Deze landftreke begrijpt zes Ste-
den :
Niencheu, Xungan, Tungliu,Sui\'\'
gan, Xeuchang, Fuenxui.

De Opper-ftadt Niencheu leid op de
by een komfte van twee bevaerbare
ftromen
,deSingan en Che, die onder
de wallen in eikandre vloeien.

De vijfde landftreke Kinhoafu^aeh
ten noorde en oofte aen Xaohingfui
defgelijx ten oofte aen ten

Oo ^ zui\'

totaendeHooft-ftadc, worden veer-
tig der grootften getelt , om niet te
fpreken van d\'andere van minder be-
lang , in een oneindelijk getal met
zeer veele boogen.

De derde Landtftreke Hucheufu
paelt ten oofte aen Kiahingfu: ren zui-
de

aen Hangcheufu : ten wefte aen het
Landfchap van
Nanking : ten noorde
\' aenhetMeirr^i.

kiangfu des Landfchaps van Nanking
en met een gedeelte aen het meir T%i.

De landtftreke Kiahingfu bevangt
zes Steden,
Kiahing, Kiaxen, Haiyen,
Pinghu, Cungte, Tunghiang.

Wel eer was d\'Opper ftadt Kiahing,
een kleine Stadt en d\' Opper ftadt Su-
cheu
onderworpen : maer verkreeg,
door aenwas van rijkdom en grote,
onder den Stam
Taiming, de waerdig-
beid en tytel van Opper-ftadt , en
Vvierd
Kiahing, daerze te voore Siu-

cheu genoemt was. ^__________

De Stadt Kiahing, de noordelijkfte ) zeren ter eere geflieht,
dezes Landfchaps, leid rontom in De landilreke
Hucheufu begrijpt
Verfch-water: heeft pracht van gebou- zes Steden:
Hucheu, Changhing, Gan-
^en , bloeit in weelde en rijkdom tot | kie, Tecing, Hiaofung , Uukang. Gan-
derrelheid toe. Van binnen is de | iieis een groóteStadt.

-ocr page 394-

Derde Gezandcbaf

zuide aen Chuchcufu : ten wefte met
een gedeelte aen
Kiucheufu : en met
het overig aen den ftroom
Che.

Namen.. Koning Leang noemde deze land-
ftreke en haer Opper-ftadt aüereerft
Kinhoa, dat \'s Venus-bloem : want de
Sinefen zeggen dat de fterre Venus,
met een andere, die zy
Funiu noemen
{Vuniu bediet een ftrijdbare vrou: Pal-
las zouden onze Poëten zeggen) over
eenen bloem geftreden hadden : en
naerdien Venus d\' overwinfter bleef,
die zy
Kmgfmg , dat \'s goude fterre,
noemen , was hierom de Stadt den
naem van Kinhoagegfsen, als ofmen
Venus-bloem zeide.

De Stadt Kinhoa was eertijds zeer
groot en met prachtige gebouwen
verciert : maer wierd in den laeften
Tartarifchen oorlog , dien zy lang
weerftand bood, byna ganfch aen ko-
len geleid : is heden evenwel eenig-
zins herbout: inzonderheid heeft een
ftene brug, aen de weftzijde der Stadt,
haeren voorigen
luifter bekomen.

steden. Deze Landftreke heeft acht Ste-
den:
Kinhoa, Lanki, Tungyang, Tu, )ung-
kang, Vuy, Pukiang,
en Tanki.

Byd\'eerfte kleine Stadt Lankiltid
ook een fchip brug over den ftroom
Che, voor weinig jaren van nieus en
beter herbouwt, dand\'oude, die de
Tarters verbrant hadden.

DezeOeLandftreke Kiucheufu, de
zuiderlijkfte dezes Landfchaps, paelt
ten oofte aen
Kinhoafu: ten zuid-oofte
aen
Chucheufu : ten zuid wefte aen
het Landfchap van
fokien: ten wefte
aen dat van
Nanking : ten noorde aen
Niencheufu. Onder de regering der
koningen was dit geweft , nevens de
twee voorige, grote verandering on-
derworpen. De Stam C/» noemde de
Landftreke en haer Opper-ftadt, na
ganfch
Sina ingenomen te hebben,
Taimo : Han , Singan : den huldigen

mem gdi{dehiamTang.

steden. Zy begrijpt vijf Steden : Kiucheu,
Lungyeu, Changxan, Kiangxan,Kaihoa.
, De Stadt Kiucheu is gelegen aen
den oofterlijken oever des ftrooms
Changyo : drie dag reizens van het
Landfchap van ƒ fi-if» , door hoog en
bekommerlijk gebergte.

By Markus Paulus de Venetiaen

; ï \' \' i!
; i:, I\'

Grens, pa-
len.

Ui

na V Keizerrijk

word deze Stadt Kugui genoemt:
want de Tarters, in wier gezelfchap
hy reifde, zeggen in plaets van
Cheu,
Gui :
bediedende beide groote Stadt.
Waerom Paulus van
Kugui lichtelijk
heeft konnenfmeeden.

De zevende Landftreke Chucheufu, Greni-t^\'
gelegen tuffchen dichte en grote ber-
gen, paelt ten oofte aen
Vencheufu:
ten zuide en wefte aen het Landfchap
vmFokien: tennoord-wefteaen Kui-
cheufu :
ten noorde aen de landftreke
Kinhoafu.

Ten tij de der Koningen was dit ge--
weft mede veranderingen onderwa-
ring. De Stam
Twg gaf den naem van
Hocheu: Taiming dien van Chucheu.

De landftreke Chucheufu bezit tien
Steden
Chucheu, d\' Opper ftadt, Cing
tien,Cinijun, Sungyang, Suichang, Lung-
civen , Kingyven , Junho , Sivenfing,
Kingning.
Daer zijn drie uitftekende
tempels.

De%xaèxChucheHis volkrijk, en ge-
legen aen den ftroom
Tung: langs den
welken men te fcheep tot aen zee kan
komen.

De achtfte Landftreke Xaohingfu fff
paelt ooftwaerts aen Ningpofu : ten
noorde aen den ftroom
Cientang: ten
wefte aen dien van
Che, tegen over de
Hooftlandftreke
Hangcheufu-.m \'t zui-
de aen
Kinhoafu en Tücheufu.

De Stam Sung heeft allereerft dit
geweft met den huidigen naem van
Xaohing befchonken, maer was voor-
hene , door den Stam
Tang, JucheugQ-
noemt.

De landftreke Xaohingfu begrijpt
zeven Steden:
Xaohing, Siaoxan ,Chu-
ki, Tuyao, Xangiju, Xtng, Sinchang.

De Stadt zelf wijkt in gro-

te ; maer niet in nettigheid voor de
Hooft-ftad: z\' is gelegen aen een zeer
bequamen oort, rontom in \'t
verfch
water: beeld wonder wel de Stadt Ve-
netien uit, uitgezeid dat
zy in verfch
watet en fraeite van al andere dingeïï
Venetien verre overtreft. Zy
pronkt
met heerlijke Stads en burger g^^^^r
w en. Geen ftraet is zonder
gracht o
waterleiding; of, om beter te zegge"»
men heeft\'er geneftraten, ennietctan
burgwallen ; ter wederzijde beüraet
met zeker flag van vierkante ß^ene^

-ocr page 395-

Van dien zelven fteen zijn ook de
muuren der huizen opgehaek; \'tgeen
m
Sma heel wat ongemeen is , en zel-
den gezien word. Vele bruggen, van
den zelven fteen gemaekt, leggen bin-
nen de wallen over de grachten; maer
met Weinigeren veel groter, over ze-
kere vaert, welke O oft waerts, van de
Stadt af ftrekt, en over andere water-
leidingen. Drie dag varens ftrekt de-
2e vaert verre, en heeft d\'oevers ter
Wederzijde met dien zelven fteen, in
cvierkantgehouwen,opgehaek. Om
het uitvloeien des waters te beletten
en ftuiten , leid op het einde dezer
Vaert een ftene dijk of beer: daer ze-
kere luiden, tot het overhalen der
vaertuigen, en in den naeftvolgenden
vaert te brengen , geftekzijn : zyis
Voor kleine fchepen, die na de Stadt
^ingpo varen ; maer de groten gaen
derwaerds door de zee.

By en ontrent deze Stadt ftaen ook
Vele prachtige triumf-bogen opge-
recht : waer toe aldaer grote gelegen-
heid is : wantontrentdekleineStadt
^^aoxan is een Steen-mijn,daer uit het
&tootfte deel van
Sina fleenen krijgt.

Ïïe negende Landftreke Ningpofr
paek, ten noorde en oofte, aen de
^ee; fen wefte aen
Xaóchingfu ; ten
^uide aen fekeren ftroom, tuffchen
defe en de Landftreke
Tancheufr ge-
Jgen. OnderdeKoningen>^ wiert
pfe landftreke en haerOpper-ftadt
cT^^^"^ : dooxdcnïk2imrang,Nung-
^ door SungJCingchyven-, maer ein-
eiijk door den Stam
Taiming, Ningpo
Ig^j^mt, dat baren verzoenende ge-
Weft ^^ ^^ ^^am
Han bragt dit ge-

^ onder het Landfchap van Hueiki.
landftreke Ningpofr heeft vijf
hai Ting-

Sian

B

^gxan.

hoe^ f Ningpo leid een uit-
om " ^^ Portugefen voorhene
bez if ^oop^^andel veel plagten te
doj-^ eenigzinsmeteenbe-

Pe l^n ^iampo noemden: eeni-
mthT. ^^\' ^eder van deze

kun^f heteilandM/.«

uns -i? ^aer noch-

?e tutr\'^\' ^ Landkaerten

De Opper-ftadt , gelegen op
de by- eenkomfte van den Stroom
en een gegraven vaert, bezit veele
heerlijke gebouwen ; defgelijks ook
de voor^ftadt,na de noord zijde,wel-
ke tot vier ftadien uit-geftrekt leid.
Aen den oofterlijken oeVer der ge-
melde vaert,ftaen verfcheiden triumf-
bogen opgerecht, en twee toorens,
met zeven tranfen. De oevers zelfs
der gemelde vaert , zijn met wallen
I van gehouwen fteen opgehaek. Op
het einde word het water door een
j fteenen dyk of beer geftut: waer over
het vaertuig in de revier gehaelt word.

In de kleine Stadt Cuki, is zekere
brug gemaekt, metfteene jukken en
houte balken: lang drie honderd roe-
den. Een andere is aldaer zeer hoog,
met drie boogen, ganfch van fteen.

De tiende Landftreke Taicbeufu^G^^^ pa-
een grote landftreke,paek ooftwaerds
aen de zee : zuidwaerds aen
Vencheu-
fu:
weftwaerds aen Kinhoafu: noord-
waerds aen
Xaohingfu en Ningpofr.
Ten tijde der Koningen ft ond ditge-
weft nu onder
U, en dan onder Jue:
maer wierd door den Stam Cin onder
hetLandfehapyan Al/^c/?/»^ gebragt.

De Stam Han gaf den naem van mmn,
Changgan: Tang,Haicheu,
en aenftonds
daer na dien van Tüch^u, die tot noch
toe gebleven is.

De landftreke Taicheufu begrijpt stedm.
zes Steden • Taicheu, Hoangnien ,Tien-
tai, Cienkiu, Ninghai, Taiping.

De Stadt Td-ic/j^« is op eenen berg
geleg
en, aen den oofterlijken oever
des ftrooms
San.

De elfde Landtftreke
paek ten oofte aende zee : tenzuiäe
aen het Landfchap Van
Fokien : ten
wefte aen
Cucheufr: ten noorde aen
Taicheufu.

Deze landftreke is meerendeels be-
ftuwt met bergen; maer heeft in \'t zui-
de, eermen komt aen de rouwe ber-
gen des Landfchaps van
Fokien, een
wijd en breed uitgeftrekte vlakte.

Eertijds ftond dit vruchtbaer ge- Htmen.
weft onder de Koningen van /»e-. daer-
na onder die van C^ .- Koning Z
é-^z^^ gaf
den naem van
Jungkia : wierd door
den Stam
Tang genoemt allereerft
Tunkia : aenftonds daer na Vencheu:

door

Vencheufu

■lü^

-ocr page 396-

296

door Sung, Xuigan: door taiming ein-
delijk weer
Vencheu.

De Landftreke VencheufuhtïïtVï]i
Steden: Vencheu, Xuigan, Locing, Ping-
yang,
en Taixun.

De Stadt Vencheu leid aen den
Stroom
Jungkia : en dewijl zy mee,
gelijk de Hooft ftadt
Hangcheu, op
een moerafchagtige plaets gelegen is,
en in groote en heerlijke gebouwen
uitmunt, word zy klein
Hancheu ge-
noemt.

De Stadt is zeer rijk van inwoon-

ii:

V^;: ii:

wallen der Stadt en verder op..

en der Japanders, en beveiliging der
te weten, in de landftreke
Ven-

zee

: :

ff-

Mi
lil

Krijgs-ve-
flingen.

tung, Sining, Haigan,Tungchi, Cumen
Puotun, Xetie: inTaicheufu,Sinho,Cioki,
Ninghai:
in Ningpoju, flechts een eeni-
ge,
Tinghai: in Kiahingfu, Hiacing, Kin-
xan, Chinxan.

MiUndeitt Onder dit Landfchap leggen in zee
vele eilanden, bevolkt met land-bou-
wers enviflchers •• als,
Cheuxan , het
grootfte,
Changque , Chaopao, en meer
andere kleine, byna in een ontelbare
meenigte.

Het eiland Cheuxan is gelegen recht
beooften de Hooft-ftadt ,
Hancheu,
tegen over den ftroom Cientang, op
de noorder brete van dertig en een cn
dertig graden; ontrent dertien mijlen
van \'t vaft land. Het heeft in de leng-
te , van \'t noorde tot\'t zuide,zeftien,
en in de brete acht mijlen. Wanneer
oulinx het Sineefch Koningje
Lu voor
\'deTarters vluchte , nam hy zijnen
hertret, met veele andere , op dit
eiland : beneven zeer vele Sinefen,
die hem quamen toevluchten : zulx
gezeid word dat heden dit eiland vol
menfchen en inwoonders is, en be-
bout met een getal van twee en ze-
ventig Steden : alle byna gelegen aen
den oever der zee, daer de ftromen of
inhammen der zee een veilige ree
voor fchepen geven. De Koning houd

Steden.

de fpa gegraven , eensdeels door de
natuur gemaekt, byna op een zelve
wijze, als hier in
Holland en aen den \'
zeekant: of noch veel meer.

De meefte killen der ftromen, die
uit den noorde komen, zijn ïderwij-
ze door kunftvan menfchen handen
bequaem gemaekt, als ofze van na-
tuur zelve daer toe gemaekt waeren.
Het is fchier niet begrijpelijk , hoe
\'s menfchen krachten zulx hebben
kunnen uitvoeren. Men ziet\'er door-
gaends zeer brede en diepe grachten,
tot een zeer lange veerte gegraven,
en aen beide oevers met vierkanten
gehouwen ftenen van den gront op-
gehaelt. Over dezelve zijn hoge fte-
ne bruggen geflagen, die -op
vele bo-
gen te ruften komen.

En aldus kanmendoorliet geheel
Landfchap volkomen te voet en te
fcheep reizen ; fchoon het byna ge-
heel op ontelbare kleine eilanden
doorfneden is.

Dc ftroom Che, daer dit Landfchap stf^^^
den naem van voert, vloeit van \'t zui-
de , na \'t noorde, en
doorklooft het
fchier in \'t midden, in een
wefter en
oofter gedeelte. Maer hy verandert
by de Stadt
Hangcheu van name, en
word Cientanz eenoemt, en, daCrhy
_ ^ zijnen

verfcheide fcheeps-vloten,eh is aldaet
veilig voor de Tarterfche ruitery. Al-
dus is dit eiland, eertijds onbewoond,
tot geen verfmadeiijk koningrijk op-
geklommen. De Tarters , uit vreze
voor d\' eilanders, houden in de naby-
gelege krijgs-vefting
Tinghai op\'t vaft,
land , een fterke bezetting , en een
vloot Sineefche fchepen op zee, be-
mant met bootsgezellen en krijgs-
knechten, hunne onderdanen.

Onder de landftreke Taicheufu, by
de krijgs-vefting
Cioki leid een eiland
ders, koopluiden en fchepen ter zee, j in zee,
Ychoan geheten , welk dierba-
die in den grooten ftroom
jungkia een f re kring bediet, alzoo genoemt na de
veilige en zeer bequame ree hebben, j veilige reden der fchepen : want hec
D\' eb en vloet der zee gaet tot aen de geheel gelijk een kring, met de bergen

omringt leid , zonder fchier eenige

Aen den zee-kant leggen in dit i ftormw^inden onderwarig te zijn; en
Landfchap vijftien krijgs - veftingen; j heeft Hechts eene opening gelijk een
efticht
inzon-derheid tegen d\' inval- deur, tot ingang voor de fchepen.

Het geheel Landfchap van Chekiang
is overal met ftromen , beken en

cheufu ,dekn}gs-\\e^mgen Nan, Niug- \\ grachten doorfneden, eensdeels met

#1

ÜiU

-ocr page 397-

fijnen oorfprong uit de bergen der
i\'injftrcke
Hocicheufu neemt, Singan,
Den achtienden dag der achtfte ma-
lieichijn (welk in onze Wijn-maend
^^omtjjaegt eén yfelijke en fterke gety
of vloet der zee dezen ftroom tor aen
deStad zelve op.Wel word het gelieel
Jï\'er door een groot gety vernomen;
niaer deze overtreft in felheit en ge-
pelt van water ai d\'andren. Want feer
groote baren en ais bergen komen in-
ftortë, met een groot geraes en geluit:
keren al de fchepen, die zy over dwers
aentreffèn, t\'onderfte boven en jagen-
de te gronde. Ja is deze vloet zoo be-
rucht , dat ten dien dage, ontrent vier
iiren na den middag, al d\'inwoonders
en Maje ftraten , en allcrmceft uit-
becmfchen of vremdelingen ,zo daer
eenigen zijn, derwaerd zich begeven,
Om oogfchijnehjk de wonderlijke fel-
% jïo. ^^^ des vloets van dien dag te zien.

Öe vliet Ho neemt zijnen oor-
sprong by
Cinijun,éQ derde onderhori-
ge Stadt der zevende landftreke
Chu-
^^eufu: vloeit van daer voorby de Op-
P^r-ftadt
Kinhoa na de Stadt Lanki, en
irj clen ftroom
Che. De beek Lung
begint bewefte de vijfde onderhorige
^^dtSuichajig : vloeit van daer na de
^Pper-ftadtC/;^c/j(f«,daer hy den beek
^^^g ontfangt: en wort de vliet Fonxa.
, In de Hooft landftreke
J de Stadt Changhoa, leid op den berg
^^\'\'^Jng een Meir flechts van twee
"®^derd bunderen groot , doch be-
om fijne goutgele visjes, die de
mn ^"^^eii na defe kleure Kinyu noemen,
nabv landftreke leid beoofte

ftadt het beroemt
i leir
Sih^ , ^^ ^^^ ^^^^

ftraet van zeven ftadien, tuflchen dit

Meir en dewallen der Stadt, tot een

r^^^^H^laets. Het ge-
bed Meir, een luftig water voor vrem-
ngen en ingeboornen , begrijpt in
^ynen omtrek veertig ftadieS, enis
4 of bergen om-

to.?:/\'\' ^en luftig fchou-

ivlT^\'o^ onderfcheiden, zictmen

iiim^^e ; g^^^-fteden en zeer

tuinen. D\'oeverfteeft feer bre-
de wegen gepiaveit met vierkante fte-
nen, en binnen het Meir zelveleggeii
fchipbruggen, van oever tot oever,tot
overgang; zulx het geheel Meir ook
te voet kan bezichtigt worden. Deze
wegen ftaen ter wederzijde in de fcha-
duwe van perfik en willige boomen,
lijn-recht gepoot ,en overal vooarzien
met ruftbanken , prielen en diergelij-
ke,tot gerijf der wandelaers:dier wijfe
men in twijfel ftaet, welkmen \'t eerft
zal prijzen , de wonderlijke cieraedje
der nature, of kunft , die \'t werk der
nature verrijkt, of liever overtroffen
heeft. Al \'twatcr iskriftal klaer en hel-
der; fulx op det/gront zelven ook de
minfte fteentjes\' zich vertonen. On-
trent d\'oevers, daer het water lager is,
leid het overdekt met de bloemeZ/^«.

Het Meir heeft geen uitvaert voor
fchepen: want het water word flechts
door zeer kleine beekjes, of met het
openen eener fchutfluize, ben o orde
deStad
Hangcheu, by hoog water door

veel regen uitgelaten. Evenwel heeft-
men in het zelve vele fchepen,gebout
aen den oever, die te recht goude Pa-
leizen zouden mogen genoemt wor-
den , om hun pracljtig fchilder-werk
van velerlei kleuren en helderen glans
van het fchitterend verguit-werk. In
dezelve worden gafteryen, fchou-lpe-
len, en allerlei andere vermakelijkhe-
den aengerecht, zulx de flempige Si-
\' nefenhiervanalles vol op hebben, en
niet derven, al dat hen tot vermaek
kan dienen. Het vaertuig, met allerlei

toeftel dus gewapent, vaert vrolijk en

veilig door het Meir,zonder fchroom,
voor fchipbreuk of on weer.Dies geen
wonder , de Sinefen deze plaets en
Stadt een Lufthof of aertfch Paradijs
noemen. In de landftreke
Kincheufu.
leid by d\'onderhorige Stad een
klein
M.tït,Pehiai, alzoo genoemt na p^-
de witte kreeften,die het voortbrengt:
VfmtPehiai bediet witte kreeften. In
de landftreke
Ningpofu leid byd\'on-
derhorige
SyadiTunghoa een kleine
poel; maer zeer diep ,
Yapou géiQZQn, Toelra^ou:,
wiens water, zoo de Sinefen fchryven,
indien de Stadt een vroom Opper-
hooft krijgt,ganfch klaer en deurluch-
tiger dan glas word ; maer zoo een "
quaet, drabbig en duifter.

^P lm

-ocr page 398-

In de iandüreke Kiahingfu vangen
de Sinefen in den Herfft vogeltjes,
Hoangciogthtttn, dat \'s gele vogel, om
zijne gele kleure, die zy in wijn, van
rijs gemaekt, leggen, en het geheel
jaer door te koop houden.

De landftreke heeft, door

haere nahyheid aen zee, de volheid
van zeevifch, verfch en in de Zon ge-
droogt : allerlei oefters, krabben en
kreeften: daerzy geheel
Sinaïngrote
meenigte van verzorgt. Het geheel
jaer door word\'er herder gevangen,en
in den aenvang des Zomers zekre
vifch
Hoang geheten, édLi\'sgeel, om
haer geelheid van kleur. Geen uur kan
deze vifch buiten het water onbederf-
felijk blijven, zoo week en tenger iife.
Maer wijlzy , om haere aengenaem-
heid cn lekkerheid van fmaek.zeer by
deSinefen begeerdis,wordfe infakken
met ys gefteken, en alzoo gewonelijk
te koop gebragt. Hierom word ook
des Winters ys bewaert en tegen den
Zomer opgedaen.

Door het ganfch Landfchap van
Ck/ w/?^ houden Tigers; maer op den
berg, ontrent
Kutien ,T\\gtts , die de
menfchen geen quaet ,doen ; daer
nochtans die in de gebuur-geweften
vallen , zeer wild en wreed van aert
zijn; maer de wilde, gebragt op dezen
berg,woorden zoo tam,datzy niemant
geheel en al leet noch fchade doen.

In zeker Meir van twee honderd
bunderen groot, gelegen, op den berg
Sienking, in de landftreke Hangcheufu,
worden viftchen gevangen gout geel
van kleur, (waerom zy
Kinyu genaemt
zijn, want
Kin ïsgout,yu vifch gezeid)
met een glinfterende en Hinkende
huid: ja, glinftert de gehele ruch niet
anders, als ofze met goutgeel poeder
befprengkelt waeren. Nauhx zijn de-
ze viftchen veel groter, als een vinger;
hoewel gewapent met een fteert in
tween of drien gefpletcn ; by wijle
oak ongefpleten en breet , zulx de-
zelve haer zeer fchoon in\'toog ver-
tonen. Zy zijn by de Sinefen in grote
waerde, en worden by hen gehouden
met grote naerftigheid binnen \'s huis,
,of in de Luft-gaerdeh , in zeer fraeie
vaten , ten dien einde gemaekt. De
Groten aefen by wijlen-deze viffchen
met eigen handen, die dan in hun by-
zijn (als ofze wiften, wie hun Heer
was, cn welk een vermaek zy haeren
eigcnaer met zich te laten zien , aen-
doen) dikwils t\'zamen fpelen en op en
neer in \'t water dobberen. Een eenige,
zoo heel en gaef en in allen delen vol-
maektis, geld dikwils drie en vier kro-
nen. Ind\'didehndSitQkQVencheufu
komen, een wonderlijke zake, zeer
kleine oefters voort, die aldaer op wa-
terige velden gezait worden: want zy
ftroien eenige oefters,hoewel eerft ge-
ftampt, even ais zaet dropsgewijze o-
ver de velden : w^aer uit dan oefters
zeer zoet van fmaek groeien.

Vogel Ho-
mgcio.

\'■j \'HI

Vifch He-
aag.

Iii.

Tigers.

ii

r- \' ,

Vifch Kin-

{!
If\'
ili\'

Hlfe

Door het geheel Landfchap zijn
vele verkens,hoenders,fchapen,enten.

Door de gehele landftreke Kiahing-
fu
des Landfchaps van Chekiang, groeit
in ftilftaende wateren zeker ronde
vrucht,
Peci genoemt. Zy is niet veel
groter
als een kaftanie,heeft een kern
mer een graeuwen vlies bedekt : van
binnen
Zeer wit.volfap en aengenaem
van fmack : herder dan een gemeine
appel, en een weinig zuurachtig. Men
kan kopere munte, te geiijk met deze
vrucht in den mond genomen , zoo
heht met de tanden klein kauwen, als
de vrucht zelve,en tot een eetbare pap
maken , door een wonderlijke kracht
der nature. In de landftreke
Kinhoafu
groeid zeker kleine boom, met eenen
bloem , dien de Portugefen in
Indien
Mogorin notmen.
Hy is zeer wit van
kleur , den
Jasmijn-bloem niet zeer
! ongelijk; hoewel blatrijker en veel he-
! felijker van reuk ; zulx na een weinig
bloemen een geheel huis riekt, daer fy
in zijn: waerom hy niet t\'onrecht by
; de Sinefen in grote waerde
gehouden,
en delfelfsboom des Winters in aerde
I vaten met grote naerftigheid ga gefla-
gen wort.In dezelve landftreke
groeit
, een boom geheten, die zeket

I vet uitlevert: waer van,gelijk van talg»
I zeer fchone en fpier-witte
keerfen ge-
1 maekt worden : zender deze de han-
den bezoetelen, fchoon
aengeraekt.

De boom is vry groot, in bladen en
fatfoen onzen peren-boom gelijk^inet
witten bloefl^em, gelijk die van een
kerfl:en-boom.
Na den bloefl^em volgt
een volkomen ronde bezien , 2:00

groQt

p\'

-ocr page 399-

gtoot als een kers , bedekt met een
•Zwartachtige dunne vlies, en met wit
vlees van binnen, welk door degebor-
fte vlies , wanneer de bezie rijp is, te
voorfchijn komt. De bezien worden
afgeplukt en in water gekookt: waer
«oor het vleefch fme:lt, maer, weêr
kout geworden,flolt volkomen gelijk
talg. Dan word d\'overgebleven kern,
die vol olie is,gelijk olyven,geweikc,
en olie daer uit geperft, niet om over
fpijze, maer om in de lampe te gebrui-
ken , cn keerfen daer van te maken.
Des Winters zijn de bladen geheel;
toot,welk zeer luftig om te zien is,als ;
ofmen gehele rode bolTchen zag.Ein-!
delijk vallen de bladen af, tot een aen-1
genaem voed{el,doorhunnevetheid,:
Voor Ichapen en koelen, wylzydaer ;
by zeer vet worden. |

In de landftreke Chucheufr , by de 1
Stad
King}nng,gtoe\\ei\\ inde \\YiQlLuyeu \\
grote boftchen met riet,
Cho meteen |
algemeinen naem by de Sinefen gehe- \'
ten, (want daeris zeer velerlei ftag) en \'
hy d\'Indianen Afiïw^^, daer de Portu-
gefen Bambu en d\'onzen Bamboes
Van gefm,eet hebben. Daer groeit
^eeft allerlei ooft en groente en gra-
; maer in de landftreke
Kinhoafu
Veel groofe pruimen : die na andere
landfchappen verftuurt worden.

ïn de zevende landftreke chucheufu
l\'^oeien wouden en boftchen met
^et oudePijn bomen, inzonderheid
en fteile bergen, waer van de Sinefen
^öe halen.tot den huis enfchip-bou.
J^en zeid dat by de vierde onderhori-
ge 5 tadc
Sunghianq-, dat \'s aerde der
P^Jonren , zulke Zware bomen ge-

j daer zun, die

^i fendemgmanbinnen de holtedes

itams verbergen kunnen

In de landftreke mencheufu word
koper uit het gebergte gegraven. In
^^ landftreke
Kinhoafu word uit rijs
»ci, f water de befte drank van geheel
gekookt. In de zelfde landftreke

heiri \'^"^"^\'""^"^^«\'^^edoorge-
W or^T waerde gehouden

l^fcnJndeM^ndüric valtze-

nelf f \' ^^^ i« \'t Si-

heren n^" Portugefen Ci^.^ ge-
«etca. Deze druipt mt de bomen,en is

feer gelijk de gom of traen van de ter^
pentijn-boom. Zy word des Zomers
vergadert en gewönne, en by de Sine-
fen gefuivert en geverft met een kleu-
re,die zy willen. De befte is goutgeel:
naeft deze, de zwarte. Wanneer zy
nochniergedroogt is,geeftze een ver-
giftigen damp uit, v/aer door den ge-
nen , die dezelve ongewoon zijn, het
aenzicht zwelt en bleek word : doch
gaet licht weêr over. Zy droogt lang-
zaem, wanneer kisjes of kasjes daer
mede beftreken worden, \'t en zy op
een vochtige plaetfe : maer eenmael
gedroogt, fmelt naderhand noit weer.
Welk een fraeie, zuivere en bhnken-
deftoffedezegommeis, heeft Euro-
pe al over lang gezien aen de kasjes>
kiften en koffers,
d^icmi Sina tn Japan
hervii\'aers over gevoert worden. De Si-
nefenbeftrijkê daer mede ai hun hout
pronkwerk, ook de fchepen,huifen,ta-
fels, bedfteden, ledekanren, en ander
huisraet, tot groten glans en luifter.

De fchattingen, die dit Landfchap
aen den Keizer jaerlix opbrengt, be- /^apTam
draegt fchier een onberekenlijke fom: denKemh
te weten, twee honderdt duizendt,
een en vijftig duizend twee honderdt
Inegen en tnegentig Zakken rijs,\'drie
honderd zeventig duizend vierhon-
derd zes en zeftig pond ongewrochte
rouwezijde ; twee duizend vijfhon-
derd vieren zeventig rollen zijde ftof-
fen:zeven en tachtig honderd duizent
vier duizent vier honderd een en tne-
gentig bundelen ftroo. Behalve d\'al-
gemeine tollen van de twee tolhui-
zen, die in de Hooftftad
Hangcheu van
dit Landfchap zijn:
\'t eerfte van koop-
waeren, in het Noorder gedeelte der
Stadt:het tweede van hout,in het Zui-
der gedeelte : want wijf het gebruik
van \'t hout by de Sinefen zeer gemein
is, tot het bouwen van huizen , fche-
pen,dootkiften,en diergelijke dingen,
en eenige hout-verkopers fchat-rijke
I luiden zijn, zoo trekt daer van de Kei-
zer jaerlix niet weinig fcbatting. Daer
en boven worden jaerlix uit dit Land-
fchap na \'s Keizers Hof vier grote Kei-
zerlijke geheten,
gezonden, geladenmetzijdeftoffen-
kleden, door een zonderlinge kunS
gewrocht.

-ocr page 400-

^oo Der Je Gezandfchap

Deze zijde ftoffen zijn met gout en ;
zilver doorwrocht: ook met d\'afbeel-
dingen van menigerlei kleurige vede-
ren van zekeren vogel
fungciang, en
met draken door eenen zeldzame
kunft doorweven, en met een won-
derlijke verfcheidenheid van kleuren
gefchakeert. Niemant vermagh defe
kleden te dragen, als alleen de Keizer !
en die van Keizerlijken huize, of dien
de Keizer het uit een zonderhnge
gunft en voorrecht toeftaet:gelijk hier
te lande de kruizen en merken van
verfcheide ordene gedragen worden.

Menvint\'er, die de jaerlixefchat-
ting dezes Landfchaps op vijftien mil-
joen kronen , of vijftien honderd dui-
zend dukaten, begroten.

De morgens , den vier en twintig-
ften,ging de reis weêr aen over het ge-
bergte
Jakoling genaemt : welk vry
hoog , yzelijk fteil, en ongemakke-
lijk om te bereizen was. Op deffelfs
top en in het hangen ftonden ver-
fcheide Pagoden, op vreemde wijze
gebout, en omringt rontoinmet ge-
boomte. Zy reisden des voormid-
dags door de dorpen
Samhathova, Sa-
gehatamv
, Longhia , LongzangOy Poang-
tiou
, en Hacbova , daer zy over een
ftroom, op Bamboeze vlotten, trok-
ken . De ftroom fcheide het dorp
Hachova , in een Noorder en Zui-
der gedeeke. D\'onzen bleven des
nachts in het Noordelijkfte deel ter
rufte; hebbende dezen dag drie mij-
len en een halve om de Noord gevor-
dert.

Des morgens, den vier en twintig-
ften,verheten zy weêr het dorp
Hacho-
va
, en doortogen dien dag de dorpen
Kolontja, Quanimgen Souzinhova, en
quamen \'s naermiddags ten vier uuren
by het vlek
Pinhoea. Aldaer epamen
Putmans en Van der Does, neffens d\'an-
dere vooruitgetoge reisgenoten, den
Ambaffadeur te gemoet, en maekten
met een hunne gelukkige overkom-
fte op gifteren bekent: als ook, hoe de
fchenkaedje-goederen al in zeven en
twintig vaertuigen afgefcheept wae-
ren , en d\' overige vaertuigen voor
hem en deffelfs reistuig gereet en
klaer lagen.
Dies Van Hoorn ookïoo
dra in het dorp voornoemt niet quam,

lijl
ill I

uiirï

Gebergte
Jakolim-

Dorpen
Kelontja,

i Lii \'

ïS !

ii\'Vi

en SoHzin-
hova.

■i^üi\'i
■\'Üii

Vlek Fin-
hoea.

na H Keizerrtik

of liet het reistuig en zijn verdere goe-
deren aifchepen ; van gelijken ook •
d\'osjes , om des anderen daegs de
reize te vorderen. De paerden moe-
ften van daer noch vijf mijl over land
gaen, by mangel van bequame vaer-
tuigen aldaer , om hen te voeren.
Doch wierd voor het gequeft paert,
op des Ambaffadeurs voorftag , een
vaertuig toebereid ; naerdienhy be-
kommert was, dat door het gaen van
\'t zelve eenigh ongemak mogt toe-
ftaen ; daer het nu genoechzaem bui-
ten gevaer was.

Des middags, den zes en twintig-
ften , na dat alles klaer en\'t paert ge-
fcheept was, vertrokken fy weder van
Puchoea, met een vloot van ontrent
veertig vaertuigen , den vliet
Chang
noord - ooftwaerds op : waer onder
tien voor de Geleids-mandarijns wae-
ren. De drie paerden gingen over
land , met den Hofmeefter
Ruwen-
oort.
Ontrent ten drie uuren hadden
zy het Stedeken
Tjanchia , anders
Changxan, en het dorp Sunthta op de
j linker zyde, en bleven\'s avonds met
de vaertuigen van
Tjanchia, ontrent
drie vierendeel mijls aen den vlakken
zant oever leggen , ter nacht tufte.
Twee mijl was ontrent in dezen ach-
termiddag gevordert.

Zy trokken des morgens, den ze-
ven en twintigften , weder ter vaert,
en des voormiddags tuftchen twee to-
rens door, verciert met zeven tran-
fen of omgangen, na de Sinefe wijze
gefticht, ter befcherming van dien
oort: desgelijx voorby de dorpen
I Poetza , Sangsa , Singhia , Moethauw,
Ponvanfa, Vankfivoe
en Vanfoe: de vier
eerfte aen de rechte, en de vier laefte
aen de linke hand gelegen : des na-
middags wel acht dorpen voorby»
aen wederzijde van den ftroom gele-
gen,(waer van ,de Schippers de namen
niet kenden) en quamen met den a-
vond voor het dorp
Sinkkia: daer zy sié^\'*
bleven overnachten : hebbende de-
fen dag ontrent vijf mijle voor ftroom
afgedreven, op verfcheide koerfen-

Des morgens, den zes en twintig-
ften , gingen zy met
krieken van den
dag weder voort, en landen ontrent
negen uuren voor de Stadt
Kit sjouw ot

^^ KHtchieuw,

i

-ocr page 401-
-ocr page 402-

Kutchieuw , anders Kiucheu geheten.
Aldaer fcheeptcn zy hunne perzonen
en goederen over , voor zoo .veel
als \'er andere vaertuigen waeren ; blij-
vende dc reft in de voorige. De paer-
den waeren \'s daegs te vore mede wel
aengeliomen , die\'s morgens ftonden
gefci iieept te worden , in twee vaer-
tuigen, ten dien einde gereet tema-
ken.

Des morgens, den eerften van Len-
te-maend , wierden depaerden weder
gefcheept, als ook eenige vaertuigen
noch overgefcheept. Des middaghs
befchonken twee perzonen van de
Stade
Tousjui d\' onzen met eenige ver-
verfchinge, in vergelding van vijf el |
krab-root laken: welk defchenkaed-1
je-meefter
Putmans hen toebragt. \'
Waer voor zy laec in den avond twa-
lef tayl in gereet geit, en drie zilvere
pimpeltjes zonden : doch wierden by
den Ambaftadeur in beleefde termen
geweigert t\'aenvaerden , en te ruch
gezonden.

tec/^É-i^, de zefte Opper ftadt des
lantfchaps van Chekiang,isgQ\\egQn aen
den oofterlijken oever des ftrooms
^hang , drie dagh reizens van het
Landfchap van
fokien, te lande, over
hoog en bekommerlijk gebergte. Zy
ïs redelijk groot , ontrent als
Haer-
lem:
zeer geiijk en eftcn, zon Jet eenig
gebergte in dezelve. Al de O raten
2ijn met kei-ftenen beleid ; hoewel
de Stadt niet zeer volkrijk is : alzoo
Vele plaetfen ledig ftaen en vervallen,
ter oorzake daer geen hand aenge-
houden word.Alle eetwaren en drank
s erze^goed. Voorts word aldaer

m^ophandel niet gedaen.

des morgens, verlie-

).? V ^^ftentnegen uuren voorby het dorp
Smjun, aen de rechte hand van den
«room gelegen, op een luftigen oort,
en rontom in bebout land ? voeren
voorts dien dag verby ontallijke dor-
pen , alle , in het afvaren langs den
Jftoorn , een weinig landwaerds in

^"^"^\'^en met den donker
voor t dorp
Loujujenne , alwaer zy des
«achts bleven. Vijf mijlen was dezen
^ag gevordert, op verfcheide koer-

Van Loujujenne zijn zy des mor-
gens, den derden, (na aldaer voor ie-
der bark, twee trek-koelijs bekomen
te hebben,) weer vertrokken. Geko-
men even buiten het dorp, vertoonde
zich aen de linke hand des ftrooms
een toorn,prachtig na de Sinefe wijze
niet negen omgangen verciert.
Het land was overal feer wel bebout,
en lag vol dorpen, rijk van inwoon-
ders. Des naermiddaghs quamen zy
aen het
vhkLancqui, alwaer de goe- Unequi
deren enhunperzonen weder moften
overgefcheept worden. Weinig tijds,
na hunne komfte aldaer, quam de ge-
zaghebber dier plaetfe den Ambafla-
deur bewellekomen, en met eenige
ververfching befchenken. Deze was
d\'eerfte plaetfe, daer den onzen zoo
veel eere was gefchiet. De vordering
der veerheld van dezen dag was drie
mijlen.

Tot den vierden wiert met het over-
fchepen der goederen, door de zeer
grote regen, om niet nat te worden,
gewacht. Des namiddaghs onrhael-
de
Van Hoorn de Gezaghebber dezer
plaetfe op zijn Hollands. Onder
wijle wierd weder van zijnent wegen
gebragt, tot een gefchenk , een kalf
en fchaep , en andere ververfching:
beneven vier potten Sineefch bier. In
allen delen toonde dees Mandarijn
zich zeer beleeft en behulpzaem en
tot den onzen genegen ; waer over
hy met vijf el krab-root-laken be-
fchonken wierd.

Des morgens, den vijfden, lag het
gebergte rontom met fneeu bedekt;
maer het weer redehjk geworden,
hebben zy de fchenkaedje-goederen
en hunne perzonen overgefcheept,en
zich tot het vertrek tegen des ande-
ren daegs vaerdig gemaekt.

Des morgens , den zeften , voor
dag, wiert
httyUkLancqui weêr verla-
ten. Het vlek
Lancqui is niet zeer
Troot; maer zeer zindelijk en wel be-
Dout : ook volkrijk door de grote
vaert, die aldaer is. Herleid zeer lu-
ftigh, ftrekt aen de weft-zijde langs
den ftroom, en is voorts rontom met
bebouwde landouwen omringt. Daer
is veel aluin te bekomen ; doch word
van///^w/fé" gebragt.

3 De

tl

I :«■;

i\'

.■I

i-

-ocr page 403-

JQ2 Derde Qezandfchap na V Keizerrijk

De belle drank, die in geheel Sina zai4and. Daer tegen over lagh het

vak , word in Pelkoe gemaekt, een
Stadt maer drie mijlen van daer om
d\'ooft gelegen. Ook vallen aldaer de
befte hammen.

Des voormiddags trokken zy voor-
by de Stadt
Jans je uw, anderhalve mij-
le van
Lancqui gelegen, aen de linke
hand des ftrooms. Het land wierd al-
daer aen den ftroom-kant zeer bergh-
achtig. In weinig dalen, die daer wae-
ren, ftonden hier en daer eenige hui-
zen of hutten en dorpjes.

Des avonds quamen zy aen het
dorp
Ponckonfong , de ruftplaets des
nachts ; latende de Stadt
Niencheufu,
aen de linke hand , een vierendeel
mijls van hen leggen.

Dien dag was vijf mijl gevordert,

op verfcheide koerfen.

Des morgens, twee uuren voor
dagh , liet de geleids-Mandarijn de
gom tot het vertrek ftaen : gelijk zy
ook dan voortgingen ; maer het vaer-
tuig van den AmbalTadeur raekte, na

Stddtjms-
\'jeiiw.

Derp fonc-
konfong.

\\

vlek Safihoe , ontrent twee mijl van
het dorp
Tungly.

Des avonds quamen zy aen de stadt ^^
Stadt Fojang of Fuyang , gelegen aen
de weft zijde des ftrooms
Che, en be-
noorden den vliet
Fuchun , die in
\'twefte voorby de Stadt
Liengan hae-
ren oorfprong neemt, en bezuiden
de Stadt
Fuyang in den ftroom Che
vak. Zy bleven in de Stadt Fuyang te
vernachten : en waeren dezen dagh
ontrent vijf mijl op verfcheide koer-
fen gevordert.

Vertrokken weder, des morgens
met den dag, den negenden, van voor
de Stadt
Fojang^

De ftroom Che is aldaer ontrent
een halve mijle wijt : doch heeft
weinigh Dorpen aen zijnen oever,
maer vele landwaerds in. Het land
is \'er overal bebout, cn met vrucht-
boomcn beplant , zeer luftigh om
acn te zien. Des avonds landen zy Kha»^
aen de zuider voor-ftadt van n^^nr. voorj

______________________ . ^ , ,

een halve mijle varens, door dcdui- \' cheu of Hancßeuw, Khankeeuw ge-ckif-
fterheid vaft , even buiten het vaer-1 noemt : van waer de Stadt Hangcheu
water : dies d\'achter zijnde vaertui-! noch een halve mijle gaens gelegen
gen , door de felheid des ftrooms, | is. Aldaer moften al de goederen ge-
niet zonder groot gevaer hem voor- loft en aen de Noord voorftadt van
by fchoten. Zijn
met den dag weder Hancheu te lande gebraght, en aldaer

weder gefcheept worden. Dies zy
daer bleven leggen.

Des morgens , den tienden , ging

Dorp tmg.

Stadi Stn-
chsng.

voortgegaen, varende verby verfchei
de dorpen,Pagoden en gehuchten:on-
der andere ook voorby een vermaer-

de Pagode : daer het beeld van eenen een van dc gelei Mandarijns Hanlauja
zekeren F\\\\o{oo^Nienculin in ftaet. 1 den Veldheer, of Overfte der Stadt
De fchemer-avond bragt hen voor
j Hancheu de komfte der onzen bekent
het dorp
Tungh, daer zy dien nacht | maken, en om barken, tot hun ver-
bleven overleggen ; hebbende zeven j der vertrek, te verzoeken. Dees, des
mijlen dezen dagh afgeleid , op ver- avonds dan weder gekomen, diende
fcheide koerfen. den Ambafladeur aen : hoedeVeld-

Des morgens, den achtften, voe-1 heer voornoemt den Heere Ambafla-
renzy weder voort, endcs voormid-) deur op morgen wilde binnen laten
daehs , aen de wefte zijde of linke ] noodigen ter maekijd. Van gelijken
hand, voorby een reviere of fpruit Tu \\ zou de Pinghtouw, of derde perfoon
genoemt , die na de Stadt Cinfmg of der Stadt \'t zelve des anderen daegS
Sinching loopt, en, gekomen voor- doen : en ook maken dat de barken
by
de zelve, haer in twee takken ver- tot hun vertrek met den eerften vaer-
deik d\'ooftcr tak word Ko geheten, digh waeren.

De Tu heeft haer uitwatering in den Des zelven daegs wierden de ^e-
ftroom
Che, Dc Stadt Sinching , de i lei mandarijns voor de moeücc , die
zevende onderhorige der Hooft of | zy alree gehad hadden , en om nen
Opper-ftadt
Hancheu , leid aen d.e [ meer en meer aen d\'onzen te ver-
Noordzijde van den fpruit Tu : ista- j plichten, elk met
vijfelkrab-rootu
melijk dicht behuift, cn omringt met} ken vereert. ^

-ocr page 404- -ocr page 405-

Des morgens, den elfden, byden
Ambafladeur cn fijnen Raed overleid
l^t verflag, hen door hunnen Gelei-
Mandarijn
Hanlauja gedaen : name-
hjk, hoe de Veldheer hem ten zelven
"age zou laten nodigen, en vergaften:
pok, by voortgang van den handel,
hoe veel de Kompanjie aen defen ver
jnogenden man gelegen was : en an-
dere inzichten meer, zoo wierd daer
op faeds gewijze goet gevonden het
ftaervolgend ,zoo de nodiging voort-
gang quam te hebben, met fich te ne-
llen, om aen den felven te vereeren :

Tien elle rood laken.

Twee ftuk Perpetuanen.

Vier Mourifen.

Een Roer.

Een paer Piftolen.

Twee Houwer-klingen.

Twee Verrekijkers.

Een ketting Bloed korael.
I^an de noodiging nam ten dien dage
geenen voortgang ; ter oorzake (vol-
gens zepen van den eerften Gelei-
■Mandarijn
Hiulauja , die derwaerds
^as gegaen , om den Veldheer we-
gens het vertrek tefpreken, en geen
gehoor kon bekomen ) een groote
I^artar was afgekomen, met den wel-
ken de Veldheer te fpreken had.

Eenige Mandarijns quamen den
■^nibafladeur bewellekomen en be-
doeken , die by hem nae vermogen
kierden onthaelt engeliefkooft. Ook
kierden ten zelven dage aldaer wel
^es hondert paerden afgefcheept, en
aen d\'andere zijde van den ftroom
C"^^gebragt.

j es morgens,den tw^alelfden, komt
e Pinghtouw of derde perzoon van
die het gezag over de vaer-
tuigen had, den Ambafl^adeur aen het
Doort van zijn vaertuig wellekoom
j
neten en begroeten : ook met een i
^eüaep, een varken, hoenders, rijs ei> |
andere ververflnge befchenken.
Ping- ^
iomv verzocht ; de Heer Ambafl^a-
öeur geliefde hem t\'ontfchuldigen o-
I ^^ Zijn lang vertoeven, van hem niet
eerder bewellekoomt te hebben.

\'daer van was zijne mee-
jvuldigebezigneden. Voorts wae-

nr. tf \' ^C\'^ige grote Tar-

^^^^--i>Xandarijns naer boven vertrok-
ketywaer door aldaer nu niet veel gro-
te ^ertuigen waeren. Hy zou even-
wel zorge dragen, ten einde d\'Am-
bafladeur wel gerieft wierd. Wel zou
hy den Ambafladeur t\'zijnen huize
nodigen, om t\' onthalen; maer derf-
de zulx niet wel beftaen , voor al eer
hy byden Veldheer was vergafl. Zou
ais dan verzoeken den Heer Ambafla- \'
deur te zijnen huize te komen. Voor
deze gunflige beleeltheid wierd hy
door den Ambafladeur met eenige
dienftplegingen bedankt , en is , na
het bezichtigen der paerden en osjes,
en eenig onthael, wedervertrokken.

\'\'er het
Uhenken
den

^meer.

H

Zi-it

Des namiddags komt de tolk Gem-
ko
den onzen zeggen , dat de Veld- _ ^
heer van
Hancheu acn hen had laten

vernemen, hoedanig de Heer Ambaf-

deur op zijn onthael, by den Veld-
heer van
Hokfieu, gezeten was.

Des morgens, den derrienden, qua- n\'Amhäf-
men verfcheide paerden voor des
Ambafladeurs vaertuig, om d\' onzen "
te halen, en te Hoof tot by den Veld-
heer te brengen. Werwaerds zyzich
dan ook in befter voegen, zooveel
doenelijk was, begaven; mee nemen-
de de fchenkaedjen, die zy eergifte-
ren goed gevonden hadden aen hem \'
te vereeren. Te Hoof dan gekomen,
zijn,naer eenig wachten,by den felven
gebragc. De Veldheer be wellekoom-
de den Heer Ambafladeur vriendelij-
ken, met daer op te zeggen, dit Ge-
zantfchap den Keizer feer aengenaem
zou zijn. Voorts deed hy eenige vra-
gen : namelijk, waer depeper en San-
delhout groeide? hoe groot
Holland
welwas? hoe verre van gelegen?
of \'er ook zijde in
Holland viel ? en
diergelijke vragen meer. Waer op
Van
Hoorn
hem na behoren diende. Toen
wierden zy ter tafelen gezet, en wel
op de Sinefe wijze onthaelt. Na een
wijle met eeten bezig geweeft te zijn,
heeft d\'Ambafladeur hem het ont-
werp vande megebragte fchenkaedje,
neflens een plichtpleging briefje, aen-
geboden. Zijiide dit by hem doorle-
I>e Veldheer
zen,deed hy zijne ontfchuJdiging van
de fchenkaedje niet te kunnen aer ne-
men , aengezien hy den Hollanders
noit eenige dienften gedaen had ; ge-
lijk d\'onder-koning en Veldheer tot

Hokfisu,

-ocr page 406-

Hokßeii. 7.J zouden, voegde hy ^aer
by, ia
Peking genoech met verfchen-
ken te doen liebbeh. Hier en tuflchen
gaf liy het briefje, daer de fchenkaed-
jen op getekent ftonden, weder aen
den tolk
Gemko over. Dan wierd weêr
door eenen van des Veldheers ge-
letterden , die by hem ftonden , uit
handen van den tolk genomen , en
behouden. Daer op gaf d\'Ambafla-
deur vveder tot antwoord : de Veld-
heer deze fchenkaedje alleenlijk ge-
liefde t\'aenvaerden , ten teiken van
óprechte genegentheit en vrientfchap
t\'henwaerts : dat noch gelegentheid
kon voorvallen, daer zijne Hoogheid
fchier of morgen den onzen dienftig
kon zijn. Vordersbelafte d\'Ambafla-
deur zeer ernftelijk aen den
xoXkGem-
ko :.
den Veldheer Oprecht aen te die-
nen, in gevalle eenige van onze fche-
pen door ftorm of onweer op dezen
ftroom of tot
Ntngüo mogt komen te
vervallen, defelve ais van vrienden ge-
liefde t\'ontfangen en gunftig te zijn.
Den tolk hier over verbaeft , heeft
d\'Ambafladeur het nochmael belaft
*t felve wel te vertalen, of zou een an-
deren tolk zoeken. Dit dan aen zijne
Hoogheid voorgedragen; heeft daer
op geantwoord.
Dit was mede des Kei-
zers Haven en Land: en \'s Keizers orde
zou daer in gevolgt worden.
Zeide ^
voorts.
Hy konde voor datmael de ge-
fchenken niet aenvaerden ; maer zou,
als hy weder uit
Peking quam , zien
wat hem te doen ftont.

Na een weinigh verwijlens nam
d\'Ambafladeur affcheid, met bedan-
king aen zijne Hoogheid voor zijn
onthael. Op aenrading van den Veld-
heer , ging d\'Ambafladeur den
Kon-
Ion
of Stadthouder der Stadt mede
begroeten, die hem hertelijken wel-
lekoom hete , en met byzondere
plichtplegingen ontfing, en met een
kop bonenzop onthaelde. Gene aen-
tekens waerdige vragen wierden door
hem gedaen : alleen verhaelde hy,
dat in hunne achtfte maen (by ons de
Wijn-maent) des verleden jaers een
fchip aen het
Papen Eiland waere ge-
weeft: of het zelve een van onze fche-
pen was geweeft ? Waer op d\' A mbaf-
fadeur hem tot antwoord diende :

zulx niet te weten ; maer het wel een
Japans-vaerder zou kunnen geweeft
zijn. Daer op fcheide d\'Ambaffadeur:
die in het uitgaen,door dexïKonlon ge-
raden wierd,dat hy deTdittTitManchu,
die het gezagh over dekrijgvmagtin
Hancheu had, mede eens zou gaen be-
zoeken. Werwaerdshy zich dan ook
begaf; doch heeft den felven,door zij-
ne onpaflelijkheid, niet kunnen fpre-
ken : dies hy weder na de vaertuigen
gekeert ware, daer hy met den avond
aen quam.

Des morgens, denveertienden, is
goedgevonden aen den Veldheer
Ta-
lauja, Konhon
en Manchu elk een groet-
briefje te fchryven : en de twee laefte
met eenige kleinigheden , om hen
t\' ons waerd genegen te maken, tc be-
fchenken. Het briefje aen den Veld-
heer luide aldus:

D\'Amhaffadeur is over Talaujas edel-
moedigheid en beleeftheid op \'t hoogde
verhlijd.

D\' Ambaffadeur wenfcht zijne dank-
baerheid meer met werken^Is met woor-
den te tewijzen : daer toehy verhoopt
de Hemel noch gelegentheid zal geven.

D\' Ambaffadeur verzoekt aen Talau-
ja ,
om vervordering van reize naer Pe-
king
met den Chinkon, op dathy des
te eerder in \'/ wederkeren
Talauja in
gezontheid mag komen begroeten.

•Het Briefje aen den Konhon hield
in:
dat d Amhaffadeur niet had gewe-
ten , op gift er en v9or
Talaujas aen fchijn
zou hébben verfchenen.

D\' Ambaftadeur verzoekt aen Talau-
ja,
hy dit klein gefchenk, ten teken vaii
oprechte genegentheid, gelieft aen te ne-
men. Dan zal d Amhaffadeur ook over
Talaujasgf gunfte verblijd zijn.

Neffens dit briefje was het ontwerp
yan de Schenkaedje,
voor hem, ge-
voegt : welke beftont in vijf el laken;
een Perpetuaen; twee ftuks Mouris;
een keten Barnfteen-korael; een ftuk
Barnfteen en twee Rein öfters horens.

Het briefje aen den Manchu luide:
D\'Amhaffadeur vsbedroeft, op gifteren
verftaen te hebben, dat
Talauja onfaf

felijk was. D\'Amhaffadeur verzoektTn-

lauja dit klein gefchenk, tot teken van
een oprechte
genegentheidt en vriendt-
\\ fchap, gelieft f ontfangen. ^^ ^^

Crocff
aen ^^^
VeiM\'

Jdff

JiOlt\'

-ocr page 407-

Amhaßadeur verzoekt te weten,
of het
Talauja zal gelieven, d\' Amhaffa-
deur voor zijn aenfchijn mag verfchij-
nen : daer over d\' Amhaffadeur zal ver-
bind zijn.

Het ontwerp van de fchenkaedje
Was infgelijx nefïènshetgroet-briefje
gevoegt, beftaende in twee vergulde
feepmeflen, een fnaphaens-roer, een
^arabijn, een ketting barniteen, een
küft-deken en vijf el laken.

Met deze brieven en ontwegen
Van gefchenken zou
Nohel, neffens
den Sekritaris
Van der Does, naer bin-
den hebben gegaen ; maer wierd de
reize , door de harde regen en on-
weer, tot droog weer uitgeftelt. Mid-
lerwijle komt een Mandarijn , nef-
fens eenen Faktoor van den
Konhon,
^it hun naem den Ambafladeur be-
groeten, en met het naervolgend be-
schenken : als

Twee varkens.

Tweefchapen.

Vier ganfen.

Acht hoenders.

Twee potten drank.

Rijs en eenige andere ververfching.
Ten dank namen d\' onzen dit aen, en
bonden raedzaem aen hen het briefje
en ontwerp van de fchenkaedje voor
hunne Meeflers over te geven , ten
einde het zelve aen hen te vertonen.
Dan bedeeft waeren de Mandarijn en
faktoor om\'t zelve te beftaen, of ie-
mant van d\'onzen moft mede gaen.
^ies wierd goed gedacht, alzpohet
noch even hard bleef regenen , en het
^el een uure gaens was, het zelve, tot
^^ droog weer zou zijn, in tehou-
aen , om alsdan , als boven gezeid
was, gebragt te worden.

Des avondokomtdeGe^eids-man-

^^\'\'Jl^^\'^^««i^^henaendienen : hyby
ae barken aen d\'andere zijde van de
^tadt was geweeft , en dezelve nu
, eenemael klaer en vaerdigh lagen :
aerhalye de goederen op morgen
vryeli,k derwaerds zouden mogen ge-
bragt worden. ^ ^

Men zou, wijl\'erzooveelKoeiijs
« et waeren om al de goederen te ge-

a s e?^\' zoo viel

geven \' l^en laft

geven, en de reft over morgen laten

volgen. Dies d^onzen, töt d\'ontlof-
ftng tegens den volgenden dag , ge-
reetfchap maekten, en orde ftelden.

\'sAnderen daeghs evenwel, door
het zeer regenachtig weder , wierd
het loffen der fchenkaedje-goederen
geftaekt, om de zelve van nat wor-
den te bevryden ; desgelijx het gaen
van d\'onzen tot de Stadts-beftier-
ders ; naerdien de wegen , door het
flordig weder , fchier onbruikbaer
waeren.

OndertufTchen by den Ambafla-
deur overdaght het antwoord des
Veldheers, op den tienden der zelve,
op zijnen voorflagh van het komen
van een fchip aldaer, door ftorm óf
onweer, aen hem gegeven, heeft in
rade voorgeftelt : of niet ten dienft
der Kompanjie zou zijn , daer eens
een proefvan te nemen ; en derhalve
een der Jachten, die van
Batavia tor
Hokfeu ftonden te komen, tot de
Stad
Ningpo t\'ontbieden ^ met een la-
ding vanzooda«nigegoederen, alszy
dan Zouden goed vinden, om tegen
zijde omgezet te worden.

Noit, zijns oordeels , kon deze
proef beter gedaen worden, als ter-
wijl zy aldaer zelfs in aenwezen wae-
ren.

Dit dan in rade over leid , wierd
goed gevonden , eermen tot volko-
men befluit quam : dat
Nohel en de
Sekritaris, gekomen met de brieven
van des voorigen daegs by deti Veld-
heer en
Konhon, hen andermael zou-
den voorhouden, het komen van een
fchip aldaer : en als dan te vragen, in-
dien het zoo geviel, of het vólk van
het zelve aldaer zoo aengenaem zou
zijn, als zy nu daer waeren, om zich
na het antwoord van haere Hooghe-
den een weinig te richten.

Des morgens, den zeftienden,wïer- yeteering
den d\' onzen van wegen den Veld-
heer, met twee fchapen , twee ver-
kens , hoenders ,enden en andere vcr-
verfchinge befchonken , die zy ten
danke aennamen , en den brengers
eenig zilver vereerden. Zoo dra het
weer redelijk was , wierden\'er zoo
veel goederen geloft , als \'er Koelifs
om te dragen quamen : met de wel-
ke de fchenkaedje - meefter
Futmans ^
Q^
^ naer

-ocr page 408-

naer d\'andere zijde van de Stadt
gong, ter orde fteliingop d\'inbarke-

Ondei-vvijlen vervoegden Nolelen
naes ,aen ^cn Sektitaris Van der Does zich by de
by den Véld- Beftierders der Stadt, om hen de brie-
ven voornoemt t\' overlxandigen, en
den Veldheer en
Konhon , het geen zy
dens^origen dag goed gevonden had-
den,voor te houden. De paerden gin-
gen neffens hen,om aen den Veldheer
ook vertoont te worden : want hen
door eenen der geleids-mannen ver-
wittigt was, zijne Hoogheid dezelve
gaerne wilde zien. Gekomen dan ten
. huize van
den Veldheer, vonden zy
dien niet t\'huis.
Maer quam na een |
kleine wijle wachtens, en bezach de |
paerden met groot vermaek. Voorts
liet hy
Nohel cn den Sekritatts Van der
Does
by zich komen , die hem des
Ambaffadeurs brief overleverden , en
uit zijnen naem hertelijken bedank-
ten voor de gefchenken, des vorigen
daegs gezonden.

Zy vroegen dan ook, terwijl het zo
in de reden te pas quam: zo of het ge-
beurde,
dat aldaer een Hollands fchip

quam, of het zelve zijner Hoogheid
aengenaem zou zijn, en het volk, ge-
lijk als zy ,
wel gehandelt worden.
Waer op door den Veldheer lien ten
antwoord was gegeven: zy die vreem-
de luiden waeren, en van zoo verren
land quamen, om den Keizer te be-
fchenken en vriendfchap zoeken, wat
reden hy dan hebben zoude,om d\'on-
zen, alfte aldaer quamen, qualijk te
handelen. Zy zouden vry geruft
zijn. Hy verzekerde hen , als dezel-1
ve onder zijn gebied quame , daer i
voor wel zorge zou dragen en wel

handelen.

Na welk antwoord, d\' onzen ver-
trokken waeren, en van daer tot den
Konhon dien zy des Ambaffa-

deurs brief, nevens het ontwerp der
gefchenken, mede hebben overgele-
vert, en daer by gezeid: dat op het
briefjen van de gefchenken geen
bloed-koralen geftelt waeren ; alzoo
zy daer tegenwoordig met van ver-
zien waeren;
maer gelijk zy verhoop-
ten , zou aldaer een fchip komen, als
wanneer zy zijne Hoogheid daer van

Kohel en
t\'an der

Ook hy den
Konboi):

verzien zouden; want deze gÜmp
van
fpreken wierd by hen gebruikt,
om des te beter op het gefprek van
het fchip tekomen.
Voorders wierd
by hen verzocht, zoo het gebeurde
aldaer een fchip quam aen te landen,
zijne Hoogheid den onzen gunftig
wilde zijn. Waer op hy, even gelijk de
Veldheer, geantwoord had: met by-
voegen, d\'onzen hun volk te belaften
hadden , gene vyandfchap , daer zy
met het fchip aenquamen, te gebrui-
ken.

De gefchenken, voor hem ontwor-
pen , wilde hy niet aenvaerden; maer
ftelde die uit tot hunne wederkomfte
uit
Peking. Van daer waeren zy na
den
Manchu of overfte der .Tartaren
gegaen; doch hadden den zelven (ver-
mits hy
noch ziekelijk was) niet te
fpreken kunnen krijgen. Maer heeft
hen , op het toezenden van den brief
en ontwerp der gefchenken, ten ant-
woord laten weten : hy den Heer Am-
bafladeur hertelijken bedankte en de
gefchenken niet konde aenvaerden.
Dies d\' onzen weder waeren vertrok-
ken.

Dit antwoord van den Veldheer en
Konhon en dat van den dertienden de-
zer by d\'onzen, op hun voorftel ge-^-l^
daen, en andere inzichten meering/ji^j
rade
overwogen en daer op beraed-
flaggt, wierd eenpaerelijk goed ge-
vonden(want zoo ook de lopende ge-
ruchten liepen, trachten haere Hoog-
heden niet anders,als dat d\'onzen met
hun fchepen
aldaer zouden handelen
komen) het kleinfte Jacht,
yzn Bata-
via
in Hokfieu te komen, tot Ningpo
(onder fchijn van naer Japan te
gaen) t\'ontbieden, met eeninladin-
ge van dienftige koopmanfchappen,
als Sandel - hout, peper, poutsjouk,
wierook, nagelen , loot, kaliatours-
hout, zwart karmofijn , en fchar-
root-laken,
eenigbloed-korael in ket-
tingen &c. J,
Ten dien einde fchreef dan
Van Hoorn jf^ijf/
eenen brief na Hokfieu aen Koopman o^^^f ^
Harthouwer : hoe hy ten meeften f
dienfte van de Kompanjie goedge- !
vonden had,dat een der kleinfte Jach-
ten, zoo van
Batavia aldaer ftonden
aenteianden, uit de Bay ymSothia.

maer

bi

P\'

-ocr page 409-

ïtsaer onder fchijn van naer/^a/^?«, naer
N/ngpo zou verzeilen , mee een inla-
ding der vernoemde koopmanfchap-
pen : met dien verftande nochtans,
het Jacht niet langer als totdeneer-
fttn van Herfcs-maend tot
Ningpo had
te vertoeven, en als dan, het zy de
koopmanfchappen omgezet of niet
Waeren, waeciijk na
]apan vertrekken,
op dat echter de koopmanfchappen
Voornoemt in tijds mogten komen,
om in
Japan te kunnen verhandelt
Worden, en alzoo de Kompanjie voor
fchade, hoe de zake quam mt te val-
len, te bevrijden.

Voorts wierden d\' overige ge-
fchenk-goederen, wanneer ondertuf-
lchen het weer zich redchjk vertoon-
de, neifcnsal het reis-tuig geloft, en
acn d\' andere of Noordzijde van de
Stadt gebraght , gehjk des vorigen
daegs was gefchied.

D\' Ambaffadeur, neftèns Nohel en

de timmerluiden bezig vvaeren

dezelve aen te bieden. -

Dees, na zijne wederkomfte, bragt
tor antwoord:
De Pinghtouw de twee

de verrekijker en neus-hrillen den onzen
laten behouden; wijlhy daer mede, vol-
gens zijn zeggen, niet wift uit te rech-

gevonden dm Pingtouw, die d\'onzen
barken verzien had; desgelijx tot
vergelding van zijne fchenkaed-
jen, p;ezondenop den twalefden der
Zelve,methet naervolgend te begifti-
gen : als

Vijf el root laken.
Een ftuk Perpetuaen.
f en fnoer barnfteen korael.
Zes flesjes met rozen water,
ïen verrekijker.
Neus-briUcn.

ten. Hy zond in vergelding, Heßens den
Sekritaris, twee van zijne dienaers, met
-twee kleinefleskens
Thee, ten einde aen
dezelve de fchenkaedje mogt overgele- i

vert worden : alzoo hy hang was die
f aenvaerden, als die door iemant van
d\' onzen hem toegehragt, en in tegen-
woordigheid van andere overgelevert
wierd; gemerkt de Veldheer
e\';^ Konbon
zeljs het niet hadden derven doen.

Des avonds wierden de paerden in
de vervaerdigde vaertuigen gefcheept,
en is voorts alles tot het vertrek tegen
\'s anderen daegs vaerdig gemaekt.

Des morgens, den negendenden,
trok het Gezantfchap weêr uit
Hän-
chen,
quam des avonds ac n her dorp Dfffpr^ïwj-
Tangfeeuw te landen, de verblijf plaet-
fe des nachts. Dezen dag was op ver-
fcheide koerfen gevordert ontrent
drie mijlen.

Al laet in den avond komt de tolk

Gemko den Ambafladeur bekent ma-
d\'andere reisgenoten, volgde daerna \' ken-.hoehem van goeder hand was be-
door de Stadt
Hänchen en deffelfs richt: dat de Keizer,boven het verbot
voorfteden , en quam \'s namiddaghs van gene zijde uit
Sma te voeren, nu
ter plaets, daer de barken lagen, ruim , ook \'tzelflte verbod in het verlof vm

een grote mijle in veerheld van d\'aen- j fchap van Chekiang , van aldaer gene
gekomen. )
zijde naer eenige andere Landfchap-

2y vonden de Barken alle gereet en ^ pen te mogen uitvoeren, had laten
klacr
ieggen:behaiven die van de paer- j doen.

den : met het toemaken der welken Des morgens, den twintigften, ver-

z.tjde mt te
werm.

trokken zy weder van het dorp Tang-

Den achtienden wierd ook goed ifeeuw, en togen dien dag voorby vele

X.11

Mee het ontwerp der gefchenken \\ Japan, aen de Spanjcrts op de Philip-
trad de Sekritaris derwaerd, om hem \\pijner eilanden , ja ook acn Indien

en aen de verre gelegenfte geweiien
van
Europe : want veelzijdc-koopen
de onzen te
HokJieu op, in her Land-

• ^erjte Jorte ringen zou aennemen ; maer fchap van Fokien, die al uit het Land-

fchap van Chekiang afgcbragt word.
De zijde ftoflèn van dit Landfchap
worden boven andere van geheel
Sina
QS
^ VOQ£

boere woningen, die langs zekere ge-
grave vaert ftaen. Het land is daer ö-
veralvlak, zonder gebergte : wel be-
bout, en op vele plaetfen met Mo er-
bezien bomen beplant, tot voedfei
der zijd wurm en.

Geen óordt in geheel Sina voedp ^rf^\'^ff
\\ meer zy-wurmen, als het Landfchap ^^ ^
1 y^mChekiang: want het verfchaft niet
alleen aen zijn eigen land en aen ge-
heel
Sina zijde ftoffen van allerlei
ftag ; maer ook aen het nabygelegen

-ocr page 410-

Y V/VJ. -------ZD .

zulk een geringe prijze te bekomen,
datmen aldaer
met minder onkoften
tien man kan in \'tzijde, als in Europe

eenen in\'t laken fteken. Menfnoeit
aldaer de moerbezien - bomen alle
jaers, gelijk in Europe de wijn-ftok-
ken , en laet die niet tot hooge bo-
de teeldt en hantering der zy - wur-
men voor dien tijd den Sinefen niet
onbewuft waeren, zoo was nochtans
de kunft van kleden daer van te we-
ten , gelijk gewonelijk in den aenvang
van alle
dingen gefchiet, noch onbe-
fchaeft en zonder kunft. Den Sine-

g Derde Gezantfchap na V Keizerrijk

hneeereaLisranveelejarengeleert hen, gelijk van den Hooftbron, dat
tóen dat de bladen ^ndeklein-\' handwerk na d\'andere gevveftenvan
fte boomen en jonge fcheuten ^e , Europe overgebragt zy
befteziide voortbrengen. Hierdoor | Zy voeren door vele «ene brug
we L z v J eerfte fpinning der dra- i gen, met eene bog^e over deze vaert
den van de tweede gen^chzaem geflagen, die door haere hoogste e«
?onderfcheidcn. Te witen, d\'eerfte grote veel gelds van maken gekoft

---------- hebben.

Des namiddags voerenze voorby
be muuren van de Stadt
Kungti of

1 ..r\\ 1 _ 1 _ . - __ C..^ J..

van voerfel geeft zoo grote verande-
ring van werk.

Dit is miftchien d\' oorzaek; waer-
om de zyde, die in Europe gewonnen
word, doorgaens dikker en grover is,
als de Sineefche.

zes Landfchaps, gelegen op de hnke
zijde der vaert; en quamen des avonts
aen het dorp
Summingfmg , daer zy
dien nacht verbleven. Dezen dagh\'" \'
was ontrent vier mijlen gevordert.
Verlatende des morgens het dorp

ofprfs van de eerfte en tweede Summinéng , voeren zy weder, ge
fmnnina is by de Sineefen zeer vet- > Ujk op gifteren , vootby verfche.de
Een Vdaef nochtans van heton- boeren hmzenendoorfluizen : qua-
derfcS tufl-chm beide de meefte , men tegen den avond aen Me,

in een zelven jaer. De queking dezer om van andere Koehjs tot trekken

is, die van de murruwe en tengere
iente-bladen komt, daer de zy-wur-

f«I Tf ^ onderhorigeSt^t

debladenXen de verfcheide der tweede Opper-ftadt Kiahmgde-^

Des morgens, den twee en twin-
tigften, togen zy weder ter reize, en
voeren gekomen een
kanon-fcheut

\'^\'rooM^SI-te^^tisdereelt™

d-aenqueking van z^wurmen , en wan. Aen deflelfs zmdzi)de Ie d een
ln"ere van\\atoen en zijde te ma- > klein Meir. lue» geheten :
welk het
^en een aeloude vont der Sinefen. Landfchap cWi «g "\'""/l et

De «r^Llin van Keizer r^, die om- tó? fcheid. Dies zy aldaer in h«

™nf des jaers voor \'sHeilandsge- LanVchapvanovertraden. ,
rtetei\'toentdriehonderdL- Na dand\'onzend^m^dag^oo

ven en vijftig heerfchte, zeitmen zulx het dorp Â«â€ž^^^^\'„Xoorby

aUereerft uitgevonden, en d\'onderda- voeren zy tegen den avona vo^j^^

ftigheid, als op zommige plaetfen in
Europe daer aen befteet word.

Dies is het duidelijk valfch en ver-
ciert , dat al de zijde in Sina van de

Hißor. Sim

-ocr page 411-

^kkn ; latende dezelve een kanon-
ïciieut aen de linke hand van hen leg-
gen , tot aen defTelfs voorftadt. Al-
daer bleven zy leggen, om nachtruft
te houden , en van andere trekkers
verzien te worden. Dezen dag was
^P verfcheide koerfen zeven mijlge-
Vordert:en daer van tweeinhetLand-

Icnap N^n Nanking,

Het groot Landfchap van Nanking,
heden by de Tarters Kiangnan ge- ,
naemt, het voornaemfte der negen
zumerlijkfte Landfchappen , paek \'
ten oofte en zuid-oofte aen de zee: \'

^en^ zuide aen het Landfchap van
CheKzang : ten zuid-wefte aen dat
Van
Kiangsi : ten wefte aen Hu-
<iuang
-. ten noord-wefte aen Honan,

en met de reft aen het Landfchah van

X^antung,

Hoewel na het eerfte Landtfchap
v^nPekmg , daer in hetHofen zetel
der Keizeren is , het Landfchap van i
KiamnangAe twcedeplaets van waer-1
öiglieid en orde in
Stna bekleed, zoo
Kan nochtans uitgezeit d\'ee-

nige tegenwoordigheid der Keizers,
t>y
dit alleredelfte Landfchap in grote
vruchtbaerheid geenzins geleken
Worden : en ontbreekt hem ditalleen,
tot bezitting der waerdighfte piaets
Van ganfch
Sina. Wel is waer d\'ael-
oude Sineefche Keizeren, als V, Cyn,
. ^^, Cl , Leang\', Chin,
en de Stam Tang,
^jï net Landfchap Kiangnan voorhene
ftoel des Rijx geplant hadden ;
IS naemaels van daer na P^i/w

overgebraght.

Alhier heeft ook de Stam

door cSi\' \' ter tijdt tol,

deRijx-ftodnaP.-

hchter de^^ ^m des te

ihfn \' "^^y ^^ weder-

«veertien groote Landftreken • als

cheufu ^^^^

dir T; Siuch^u ie-

m^r verfcheide grote en kleine

Gr
len.

ef Taifing. jgj,

Steden onder haerten getale in alles
van hondert en tien.

De eerfte Landftreke KiatimiHQ \'fu Grens.p^i
paelt ten noord ooften aen Tancheufu:
ten oofte aen Changcheufu en Suchew
fu
, heeft ten zuide de landftreke Nin-
qutfu:
ten wefte Taipingfu en Hocheu\'
fu:
ten noorde en noordwefte cheu-
cheufu.

Defe Landftreke begrijpt zeven
Steden :
Nanking of Kiangning, de
Hooft-ftadt des Landfchaps en Op-
per-ftadt der landftreke,
Kiuyung, Lie-
\'yang, Liexui,Caoxun, Kianzju,
enLoho.

De eerfte ftichter der Stad Nanking mme».
was C^ff/, Koning des Koningrijks Cu i
dees noemde haei
icinlmg^t welk gul-
de landftreke hediet: d\'oprech ter des
Srams
cin namaels Mö/za?^^. de Konin-
gen f7, die hunnen zetel in dezelve ge-
lad hebben
Kienije : de Si^m Tang,
Ki< ngmng:
maer de Stam Taiming ver-
anderde deo naem van
Kiangning, ift
dien van
Ingtien, Eindelijk hebben
de Tarters, na het aflopen des gan-
fche Koningrijks van
Sina , onlaags
den ouden naem van
Kiangning her-
ftelt.

De Stad Kiangning is gelegen op de ,
Noorder brete van 32 graden i5\'mi-
nuten,ontrent fes mijl van den oofter-
lijken oever des ftrooms
Kiang, aen
een zeerluftigen en bequamen oort:
want de ftroom
Kiang vloeit door ze-
kere brede en diepe gegraven vaert,
niet alleen verby de Stadt, maerfchiet
ook met verfcheide bevaerbare grach-
ten in de zelve.

Defgelijk wort d\'ooft-zijde der
Stadr, gelegen op een vlak heuvel-
achtig dal, diep landewaerts in, by
na over al met brede grachten door-
fneden; waer door men ook dit deel
der Stadt, gelijk dat na de zijde van
den Stroom met allerlei vaer-
tuigen kan aen doen, en aldaer met
vry grote fchepen laden en loflen.

Af deze,grachten zijn overftagen
met verfcheide ftenen bruggen, die
op velegewelffelen en bogen ruften.

In de voorzeide gracht, die uit
den ftroom
Kiang na de Stadt fchiet,
leit een fchip - brugge van veertien
groote ponten , waer over men ge-
voegelijk in de Stadt kan komen.

3 Vol\'

-ocr page 412-

De gemeneburger huizen zijn niet
koftclijk noch prachtig gebout, maer
zeer flecht cii zonder eenig gemak:
zy ftaen alle met de dwers-gevels
langs de ftraten : hebben maer een
eenige deure, Voor het in cn uitgaen,
en een eenig vertrek en verdieping,
tot een flaep en eet-plaets.

De dwers-gevel,aen de flrate, beefc
Duitfche mijlen, of volgens Trigaut > een lankwerpig vierkant gat,tot door-
e:i Martijn op achtien Italiaenfche; j fchepping van het licht, met een nccr-

zes

van

hoewel de Stadt niet boven vijf uu
ren gaens in \'t ronde betimmert leid.

Deze muur begrijpt het palcis en
grootfte deel der Sradt.

De tweede of buitcnftc muur is
veel groter in beftek , evenwel niet
doorgacnds acn elkandre gehecht;
maerleid flechts op die plaetfen , daer
dc Stadt het meefte gevaer fchijnt
te hebben, en op haer zwakfte is

flaend venfter , daer op die necring
doen , hun koop-waren ten toon leg-
gen. Tot belet voor het inzien van
ftraet af, is dit gat gemeenlijk met een
riette matje bezet, in plaets van een
glazeraem.

Het ganfch huis is van buiten, van
onderen tot boven, met zeer fijne en
Ineeuw itte kalk beftreken : en het
I dak,welktcr wederzijde fchuins neer-

manten en andere : eenige ook met
flechte waren en geringe vodden.
Voor ieder winkel ftaet een piank
ofbort: voor zommige twee, daer
op met vergulde letteren de naem
des huis-heer , en wat waren hy te
koop heeft, gefchreven ftaet. Ne-
vens deze borden ftaat gemenelijk
ook een ftaek of pael opgerecht,
hoog boven\'thuis met zijn toppunt:
daer een vlagh of wimpel of iet an-
der aen vaft is, tot ondcrfcheit van
eens ieders woonplaetfe, gelijk hier te
lande met uithang borden gefchiet.

Nanking pronkt met vele heerlij-
ke gebouwen van Pagoden , kun-
^^ig geboude zegebogen , paleizen

Wanneer twee ruiters , (zoo be- j fchiet,met witte pannen bedekt,
fchryven de Sinefen de groote van de- De meefte huizen zijn winkel kra-
ze muur) des morgens van eikandre men, opgeftapelt met allerlei flagh
afgezonden waeren, om de Stadt om van Sineefche waren , als katoen,
te rijden , quamenze niet Voor des zijde ftoffen, porcclein, peerlen, dia-

avonds by elkandre : waer uithchte-
lijk dc ruimté en grote der Stadt is af
te meten.

Niet tegenftaende, binnen den om-
trek van deze muure, grote ruimten
van tuinen , bergen, waranden, cn
meireh leggen , zoo word evenwel
het grootfte gedeelte der Stadt volk-
rijk bewoont.

D\' eerfte muur, hoog over de dei;-
tigvoetcai, cn onder met gehouwen,
maer boven met gebakken fteen heel
eilen en vlak opgehaelt, heeft ront-
om borft weeringen , verciert met
künftig kanceefwerk , cn is gefterkt
doorgacnds met wacht huizen.

dezelve zijn dertien poorten,

loortm.

i

zeer /Jof py

&trAten.

In

die zommige op vier , zommige op en andere getimmerteli.
vijf fterke bogen ruften , en deuren Voor hene was aldaer een
hébben , met yzere platen beflagen. | heerlijk paleis, in \'t
vierkant gebout
leder pootte word nacht cndach met | het hof en dc
verblijf-plaets der oude
een groot getal van krijgs knechten ; Sineefche Keizeren.
bewaekt. Het leit in zijn puinhoop aen de

De voornaemfte ftraten hebben | zuid zijde der Stad, metd\'eenezij-
ontrent acht en twintig treden in de | de , lang een Italiaenfche mijle en

g t ó Derde Gezandfchap na V Keizerrijk

Volgens ^evöelen der Sineefche | brete : lopen lijn-recht, en -zijn in

\'t midden raet brede blacuvve zerken
beleid: maer acn de kanten ter weder-

Landbefchrijvers, overtreft niet al-
leen deze Stadt in grote al de Steden

des ganlchen aertbodems, maer ook zij den met keien gepiaveit.

in fchoonheit. En in\'er daet, zy be-
zwijkt voor weinig Steden : want
wat her binnenfte belangt: zy is meé-
rendeels vlak , behalve zy hier en
daer met eenige luftige heuvelen
rijft.

De Stadt isomringt met een dub-
belde of twee muuren : d\'omtrek
d\'eerfte word begroot op

hlmren.

-ocr page 413-

If

-ocr page 414-

t. Pa^ci/a. ti:/c/ortim myriu^â injtruct^i .
^ . Jurrù Jhrce//.iria w^v/n ccnrù\'n,i{icntttn
^ . Ca/hhtfi\'s

^. iJo/a ô^^nneraticnii
^ . IJcla £ùcticnts
. JJo/a £îi/ùtt.iets

S , l\'ti\'anut/t
c . CttftcJù teJt\'cuÂt
/i.-\' . Scntcrù fiicri/îcuU titj\'efttcttittm ,

u . luttions JlicrtYlct tdamiis .

tJi . Jitfj ,tu/h\\t/t.S\' .

tj . fcrtartuftt .

.Jltr-s /c/va/tj ,
ij .-r>t}vrjcrt \'a rtu^tiatum .

-ocr page 415-

byna twee honderdt fchredeti : is
ganfch binnen d\'eerfte muur beflo-
ten, die het grootfte en voornaemfte
deel der Stad bevangt.

Het was omringt met een drie dub-
belde muure, en diepe water-grach-
\' ten. Naer uitwijzing van de verval-

len muuren en puinhopen is dit hof
met zifn toebehoren, ontrent zoo
groot geweeft, als de Stad Haerlem
in Holland. Trigaut ftelt den om-
trek op vier of vijf Itahaenfche mij-
len.

Op de binnenfte plaets vertoont
2ich noch een brede wandel-wegh,
gevloert metgraeuwen arduin-fteen,
die \'tgantfch vierkant kruis-gewijze
doorfnijr.

Ter weder-zijde zietmen flecht
ricchel-werk van gehouwen fteen,
tot ontrent drie voet hoog opge-
haelt : daer neven een kleen beekje
ftroomt.

De pannen des dacks waeren
van zekeren herden fteen , bezet
met draken , \'sKeizers wapen, en
overftreken met gout-gele verruwe;
^ulx dc zelve in de zon eenen glans,
gout van zich gaven. In denleften
I artarifchen oorlog wiert ditprach-
tigh gebou, en hof zonder weerga,
^et branden, breken, fchennen en
^m verre rukken, by na ten gronde
gefloopt en tot een deerlijken puin-
boop gebragt, zonder de ftad wei-
^jghofniet van haeren ouden luifter
te beroven : buiten twijfel uit een
Zonderlingen ouden haet, diende
arter tien huize van
Taiming toe-

rechtcrdesStamsr«^, den Tar-
ter na een bezit van honderden
acht Jaren, ten rijke uitdreef, ende
tanken des ftams
Taiming in dit pa-

ll-A geplant hebben, Ier

tldtoehetHofuitiV^;;/^/;.^ naPekins
hervoert wierd.

^^^^ volkrijk, en word
gezeid over de tien honderd duizend
te begrijpen : boven een be-

Wln"§ T Tarters.

Sr K ^^ zuiderhjke

heeft in deze ftadt uit
iu^l^L s Keizers name zijn verblijf

^oor al dient niet verzwegen ze-
ker toorn, gefticht op een hogen heu-
vel , die met recht een wis-kunftige
toren mag genoemt worden, gemerkt
op den zelven drie wiskunftige werk-
tuigen bewaert worden : diergelijke
ofbeter op den gantfchen aerdbodcm
niet te vinden zijn. Het eerfte is een
hemels-kloot, onderfcheiden door
zijnen middag en evenwijdige lijnen t
het tweede is een haepef evenaer of
armiila ^equatoria , beftaende uit, een
gezicht-einder, middag en top-boog-
kring , beweegbaer door haere pin-
nen. Het derde werktuig is een hoe-
pel-kloot of
Sphiera armtllaris, zeer
gelijk onze hierlandfche. Ieder werk-
tuigh heeft twaelf voeten in de mid- ^
dellijnen,en is gemaekt van koper,
overguld cn künftig doorwrocht. De
fchragen, daer zy op ruften, zijnge-
gooten draken van koper : alles zoo
net en op de maet gemaekt, dat de
gaufte fterrekijker nauhx daer op iet
te zeggen zou hebben. Voor drie
honderd en zeventig jaren zijn dezel-
ve aldaer door de Tarters des Srams
]uen geftelt: maer hebben tot noch
hunnen ouden luifter behouden, ge-
lijk ofze eerft gemaekt waeren.,

Aen de buiten Cingel\'der ftadt ftaet.
een vermaerde Pagode
Paolinxi, of zo
andere fpellen ,
Paulinjing genaemt.
Dan het dient aengemerkt, dat onder
den naem
Paolinxi dc Sinefen niet al-
leen de Pagode zelf ; maer ook zeker
groot plein verftaen, gelegen aen het
hangen van \'t gebergte , en verciert
met verfcheide gebouwen, Pagoden,
Porceleinen toren, en anderegevaer-
ten, wonder prachtig en künftig ter
weder-zijde gebout. Onder ander
munt een Pagode boven al uit, daer in
tien dufeent beelden ten toone ftaen,
gemaekt van pleiftcr, en gefchakeert
met velerlei kleuren. De grootfte
beelden zijn levens grote: de kleinfte
niet boven een hand groot. Zoo wel
de grootfte, als kleinfte ftaenin ver-
fcheide gangen of gal dery en, rontom
de muuren, vier of vijf ryen hoog bo-
ven elkandre : te weten, de kleinfte
onder, en grootfte boven.^

In het midden des pleins, welk met i-onelekeH
twalef trappen oprij ft, ftaet een hoge\'
toren van Porcclein, die in koftelijk-

heid.

m

toorn.

-ocr page 416-

heid , eh alledei prachtig kunftwerk
der wijze uitmunt, dat zijns gehjken
niét alleen
ïn Sinai, maer ook op den
ganfchen aerdbodem iiiet te vinden is.

Hy beftaet uit negen (hoewel vol-
gens
Semedo flechts uit zes) gewelfde
verdiepingen: is honderd en viëf trap-
pen hoog , en gaet niet van buiten,
maer van binnen op.

leder verdieping heeft rontom eeti

galdery of omgang , dié met allerlei
beeldwerk en venfter-poorten won-
der künftig doorwrocht is. Ter we-
der-zijde der venfter-.poorten zijn
rdntom vierkante licht-gaten, door-
gaends bezet met witte y vore traliën-
Van buiten is ook het werk glat of
verglaeft, en met veelerlei verruwen,
van root, groen, en geel gefchakeert.
Het ganfch gevaerte beftaet uit ver-
fcheide ftukken , zoo künftig aen elk
andere gelafcht, dat het uit een eenig

doorgaends ftuk fchijnt te beftaen.

Tuflohen de galderijen heeftmen
uitfteekzelen, daks-gewijze gemaekt,
en groen van kleur, behangen op de
hoeken met kleine kopere klokjes,
die door het infpelen der wint zich be-
wegen en geluit geven.

D\'opperfte top des toorens, daer
men niet, dan met van buiten om te
klimmen, kan by komen, is gekroont
met een groten pij n-appel van maflijf
en louter gout, zoo de Sinefen zeg-
gen. Van de laefte of hoogfte galde-
rije zietmen niet alleen over de gan-
fche Stadt
Nanking, maer ook over
d\'omgelcgen landouwen, tot aen den
anderen oever des ftrooms
Kiang.

Men zeid de Tarters, wanneer zy,
desjaerstwalefhonderd, ganfch
Sina
voor d\' eerfte reize zich hadden on-
derworpen, de Sinefen dwongen dit
gevaerte te bouwen, ter eeuwiger ge
denkenis van hunnen zegeprael. Hier
over, zoo het fchijnt, is ditgeboufel,
door de Tarters, wanneer zy in onze
dagen, dat rijk voor de tweede reize
afliepen , niet vernielt, maer onge-
fchonden blijven ftaen ; daer de mee-
fte andere getimmerten en graf-fte-
den der SineefcheKeizeren ten gron-
de geftoopt wierden.

Buiten de muuren der Stadt heelt-
fiien de graf fteden der aeloude Ko-
ningen. Aldaer is een zeer groot pijÜ-
bomen-bofch, dicht onder de Stade
omringt met een muur van drie duit-
fche mijlen in \'t ronde. Binnen dit be-
ftek leid een berg, die de
graf-fteden
bevangt. In dit bofch vertoont zich
een overtrefTelijke kerk , in\'er daec
een koninglijk
werk, zoo wel teft aen-
zien van deflfelfs gevaerte, als heer-
lijkheid.

Het beftaet byna ganfch uit hout,
uitgezeid de muuren van gebakken
tichel-fteen : is gebout opeen verhe-
ven plaetfe,die Van voren rontom met
vierkante ftenenleid opgehaek.

By vier marmere trappen , ieder
van vele tredenhoog, en tegenover
een der vier geweften der wereld gele-
gen , gaetmen in dit gebou.

jHet heeft vijf galderijen, ieder be-
zet ter wederzijde met twee ry houte
pilaren van over de zes en
dertig voet
hoog, en meer dan twee vadem dik:
rontom zeer glat gepolijft. Op deze
pilaren ruften grote dwers-balken, die
andere kleine pilaren onderfchragen.
Daer op komt de ftuitbalk en dak,van
künftig gefneden en vergulde delen,
te ruften. De deuren zijn met beeld-
werk , van laurier-loof en vergulde
)laten doorwrocht en beleid. Het
beeldwerk der buiten galderijen en
venfters, is met gevlochten yzerdraet
overtogen, om van de vogelen, door
he,t neftelen , of opzitten , niet vuil
gemaekt te worden: doch is het draet
zoo dun en wijd gevlochten, dat het
licht genoegzame doorfpeling heeft.
Welk in grote gebouwen, en inzon-
derheid in koninglijke paleizen over
al in gebruik is. In\'t midden of inde

holte der kerke, heeftmen tv^^ee thro-
nen , zeer künftig gemaekt en met al-
lerlei edele gefteenten enpeerlenge-

ftoftèert. Boven op de Thronen ftae^*
twee ftoelen : op den eenen zit de
Keizer, wanneer hy oflethande za^

, vvaiii»^»-«- \'■•■j ---- .

I doen : welk hem alleen in deze ker».

) geoorloft is: d\'anderftaet ledig, voor

\' de Godheid quanfuis, om de ofter-

hande t\'ontfangen. ,

Buiten de kerk , in d\' open iucnt
zelf, ftaen vele altaren van rootacn
tig
marmer opgerecht, die femaa .
zon, bergen cri vloeden uitbeeldej);

-ocr page 417-

Volgens der Sinezen zeggen, zijn al
deze dingen ten dien einde buiten de
kerk zelf geüeit, om van niemand
aengebeden te worden, en een ieder
mogte weten, dezelve van dien ge-
fticht zijn, den welkende Keizerin
de kerke zelf eert en aenbidt.

Rontom de kerk zijn verfcheide
kamers of veelmeer cellen, die eer-
tijds, zoo de Sinefen willen, het ge-
bruik van badftoven gehad hebben ;
daer de Keizer wanneer hy zou offe-
ren , en zijn andere hulpgenoten zich
eerft afwoflchen.

Na deze kerk en zelfs na de keizer-
lijke graf fteden lopen zeer brede we-
gen,ter wederzijde met vijf rijen pijn-
bomen beplant,op behoorlijke en ge-
hjke wijte van elkandre. Op pene van
denlijve, mocht niemant eertijds ee-
nen tack van deze bomen fchenden,
veel min eenen daer afbreken.

Op den berg zietmen nauhx eenig
ftag van bomen, die met de hand daer
op niet gepoot zijn.

Dan al deze gebouwen zijn door
de Tarters, in den laeften oorlog,ver-
"ielt: de bomen uitgeroit,en graf-fte-
den verdelght ; defgelijx de kerken
^«paleizen verwoeft, maer de Stad
^clf heeft weinigh of niet van ha-
fen glans verloren; uitgezeid het pa-
leis.

Öe tweede Landftreke van lung-
y^^gfit, een groot geweft, packten
noorde en noord-oofte
2LenBoaigan-
f^ \' ten oofte aenhetMeir Pifx^ en
aen deUndd^tokeChucheufn : ten zui-
de en zuidwefte aen :
Hocheufu en Lu-
cheufu
: ten wefte aen het Landfchap
van
Honan.

Deze landftreke , een luftige en
Vruchtbare oorc, door het bevochti-
gen met grote ftromen, is hier door
j^Uermeeftvermaert, wijl zytweein-
•^oorhngen van zeer geringen huize
^ot de hoogfte waerdigheid derheer-
jchappye voortgebracht heeft. D\'eer-
lie hunner was
Lieupang genaemt,die.
Voortgekomen van het fchuim der ge-
ï^eente, ja van fttaetfchenders en ro<
Vers, den Keizerlijken Stam C/» t\'on-
Qer gebracht, en dien N^nHan op-ge-
rechtheeft.

D\' ander was Humvu of Qhu , die

of Taißng.

I van een geringen prieftér tot rover ge-
I worden,aenftonts, naheruitdry^n
der Tarters , op den Keizerlijken
troon klom, en den Stam
Taiming op-
rechte. Niet weinig heeft Keizer r^f
dit geweft ook verheerlijkt, naerdien
hy door Keizer
Ta, in de ftad Mao ,tot
Koningje verheven wiert. Men zeit
1 ook
Laofu,d\'uitmndeï derEpicurifche
I Sineefche wijs begeerte,die voor den
j groten Filofbof Konfut geleeft heeft,
in de Stad
Ädao geboren te zijn.

De landftreke Fungyangfu begrijpt
achtien Steden;
Fungyang, d\' Opper-
Stad der LmdütQkQ^LinhoatJFoaiyuen,
Tingyuen, IJho, HungMokieu^Munching,
Su, Hiutai,Ttenchang, So, Lingpi, Ing,
Tacho, Hao, Ingxan. Su, So, Ing, Hao,
zijn groote Steden.

De Opper-ftadtgelegen
op eenen bergh , beflurt binnen haere
wallen zeer veele heuvelen , bebout
met heerlijke burger en Stadsgebou-
wen.

Deze Landftreke, in de welke he-
den de Stadt
Fungyang leid , wierd
door Keizer
Tu onder het Landfchap
van
Tang gebragt, ter beftiering des ge-
fternteZf^f.

ïn aeloude tijden der Koningen
was in dezen oOrt het Koningrijk, T\'i-
xan genaemt: welk de Koningen Cu
namaels begrepen hebben : de Stam
Han rechte aldaer weer een fchatbaer
Koningrijk op, gtmemtChungli.

Evenwel is deze plaeis niet met
den tijtel van
Fu of Opper-ftadt be-
fchonken ; maer wasftechts een klei-
ne Stadt, geheten
Flaocheu. Maer de-
wijl de voorzeide ofïèraer, met name
Chu, d\'oprechter desftams
Teboortig uit deze ftadt was ,
zoo
leeft dees zijn Vaderland zeer ver-
edelt : want hy leide de ftadt wijd
en breed uit : boude nieuwe en zeer
fterke wallen van vijftigh ftadien in
den omttek : verheerlijkte wonder-
lijk de onvermaerde graf -fteden zij-
ner voor-ouderen, met dezelveko-
ninglijk op te hemelen : vermeerder-
de de ftadt met grote en prachtige
gebouwen :
befchonk haer met den
tijtel van
Fu of Opper-ftad: ftelde daer
over eenen Onder-köning en onder
haer gebiet achtien fteden. Hynoem-

Rr de

ii

-ocr page 418-

de haer aller eerO: Fungyang, dat\'se-
deiheid desFenix;cn maekte haer ein-
delijk tot een zeer edele Rijx en Hof-
Stad.

De derde Landftreke Sucheufu paelt
ten noorde en noord-oofte aen den
mont van den ftroom
Kiang: ten oofte
aen de zee :
ten 7.uide aen Sungkiang-
fu,
en Kiahingfu; ten wefte aen Kiang-
ningfu
: ten noord-wefte aen Chang-
cheufu.

D\' eerfte, die onder de Sinefen dit
geweft bewoont heeft , was zeker
Taipe , onder deu Stam Cheu : want
dees, voerende uit de noordelijke
Landfchappen
bou troepen, plante in
dezelandftreke dert zetel, en heeft de
menfchen, die te voren wilt en woeft
waren , aliereeft begonnen te rege-
len.

Ten tijde van Keizer Vu , vekreeg
dezelandilreke dekoninglijke waer-
digheid , en wierd hec Koningrijk van
iygenoemt. Na dedoot vandienKo-
ning wiert dezelve door de Koningen
Jue gewapender hand ingenomen ^
hoewel voor een kleine wijle befeten.
want ook de Koningen/«^, wierden
door
Cu verdelgt, en de landftreke
weer t\'ondergebragt.

Eindelijk overwon d\'oprechter des
Stams
Cin al de Koningen, en bragt
deze landen onder het Landfchap
van
Hoeiki.

D\'eerfte, die deze Landftreke en
haer Opperftadt
Sucheu noemde, was
Koning
Sui : de Stam Tanggai den
naem van
Changcheu : Sung dien van
Pingkiang: maer de Stam Taiming her-
ftelde den ouden naem
Sucheu.

De landftreke is over al doorfne-
den met armen van ftromen en grach-
ten, waerlangs men, ook met groot
vaertuig, van de Stad na zee kan af-
varen.

Sucheufu begrijpt zeven Steden:
c/j^^f ,d\'Opperftad,
Quengxan, Chanxo,
Ukiang , Kiating , Taicang, Cungmung.
Cungning
is gelegen op een Eiland, in
zee.

De vierde Landftreke Sungkiangfu,
een klein geweft , hoewel vrucht-
baer en ver, paelt ten noorde aen
Su-
cheufu :
ten oofte aen de zee en Hang-
cheufu ;
defgelijx ten zuide en wefte

Gi-ms-
len.

■Steden.

€rens-f
le».

aen Hangcheufu ; en met de reft acn.
Sucheufu.

Dezelandftreke, gelijk de voorige»
leid mee rontom in \\ water ,ten oofte
aen de zee, cn de reft word omringt
met ftromen, die met verfcheide ar-
men haer doorkruizen en ganfch bc-
vaerbaer maken.

Zy begrijpt flechts drie Steden, die
alle in grote, volkrijkheid en velerlei
koopwaren voor grote Steden niet
behoeven te wijken : als
Sungkiang,
d\' Opperftadt, Xanghai, Cingpu.

De Stadt Sungkiang zelf leid na by
zee, op den noordelijken oever van
zekeren vloet, gefterkt aen zijnen
mond met een vefting. Van daer is
ook fchip-vaert op
Japan. ^

In aeloude tijden viel deze Land-
ftreke en Opper-ftadt een zelffte lot,
met de vorige te beurt. DcStamTlw^
noemde haer
Hoating : dcTarterfche
Stam
Juen gaf den huidigen naem, en
befchonk haer met den tijtel van
Fu
of grote Stadt : want te voore was zy
flechts metdevryheden en naem van
kleine Stadt verzien, en gehoorde on-
der de derde landftreke
Sucheufu.

De vijfde Landftreke Changeheufr
paelt ten noorde en noord-oofte aen
den ftroom
Kiang: ten zuid-oofte aen
Sucheufu: ten zuide en zuid-wefte aen
het m eit T
ai: ten wefte aen Yancheufu.

Deze landftreke begrijpt Vijf Ste- ^^^
den :
Changeheu , d\'Opper ftadt , Vu-
ße, Kiangyn, Gnihin(i^, Ginkiang.

Men heeft in deze landftreke vijf
helden-tempels, maer die niet verre
van de Stad
Vufie gefticht is, ter eere
van , d\'oprechter des volks, o-

vertreft al d\'anderen.

De Stadt Changcheu is gelegen na by

de bovengezeide gegraven vaert, diQ
uit de Stadt
Sucheu na den ftroom
Kiang loo^t. DeStenefchoeing,
wederzijde, is by deze Stadt van vier-
kanten gehouwen fteen
vecLfraeiet
cn künftiger opgehaelt, dan elders.

Men heeft \'er ook etlijkezegebo-
gen , tot geen kleinen luifter en heer-
lijkheid der Stadt. . , _

De Stadt Gnihung heeft haren

naem gekregen van de voortretteiijK

heid der aerde, da^rdelhee-Kopj^
in deze Stadt van gemaekt word^-

-ocr page 419-

Want Gnihing beteekent glorye der
aerde.

De zede Landftreke Chingkiangfu
paelc ten noorde aen den Stroom Ki-
ang
; ten oofte acn Changcheufu ; ten
Zuide aen\'t Meir
Tai; ten wefte aen
Kiangnangfu.

Deze Landftreke telt drie Steden:
Chinkiang , Ttnyang, Kintan.

De Sradt Chinkiang zelf , gehou-
den by voor de Stadt
Cingiam
Van Mark Paul do. Venetiaender j leid
benoorden den Stroom
Kiang , op
d\'ooft-zijdc van de gegraven vaert,
die in den
Kiang ftort: op d\'andere
zijde der vaert, na \'t wefte , leid op
den oever een voorftadt, niet klein-
der noch minder van volk als de Stadt
Zelf, O ver de vaert, tuflchen de Stadt
en voor - ftad^t leggen ftene bruggen,
daer men uit c|e Stadt na de voorftadt
over gaet. Verby de bruggen en fchut-
fluis, breit de gracht haer tot een gro-
te brcere uit, en ontfangt uit den
Stroom
Kiang water en t\' effens de
vloet der zee.

Welk een groote fchipvaert het
ganfch jaer door voorby deze Stadt
kan nauUx uitgefprokenworden.
^Vant al de fchepen, diQ uit het Land-
fchap van
Chekiang , en al d\'ande-
re oofterfche Steden afkomen cn na
t\'eking of andere plaetfen wällen,
"boeten hier ftil houden , om de
^aftop te rech ten, en zeil bytczet-
dewijl die tot dus verre, door
de gtQote meenigte der tuffchen ge-
^eegen bruggen , niet hebben kön-
nen gebruikt worden. Maer van deze
o^^f ^^ tot aen de Rijx-hooft-
mach geen brug altoos
zyn ; ook m de gegraven vaert zelf

bmgh ^^

By eenigen word de Stadt ter zake
ichranderlijk
Kinkeu genoemt, welk
even zoo veel gezeid is , als mond
^esHofs, ter oorzake uit deze Stad,
[Ot aen het Hof, altijds bevrachte
^^nepen varen.

^ De zevende Landftreke Tangcheu-
^ - paelt ten Noorden aen den

ftroom Hoai; ten ooften aen de zee;

zuiden aen den Stroom Kiang;
fc^n weften aen Nankingfu en aen de

kleine landftreke van Chucheufu : ten
nooïd-wtï^QaenFungyangfu.

Deze landftreke bevangt tien Ste- steden.
den ;
Tangcheu,Tchin,Taihmg,Kaoyeu,
Hinghoa, Paoyng, Tai, ]ucao, Tung,
en
Hatmuen. caoyeu en Tai zijn groote
Steden.

Noordwaerds , over den Stroom
Kiang, komtmen aen een grotefchut-
fluis, by de Krijgs - vefting
Quacheu^
daer dc gegraven vaett haeren aen-
vangneemt; langs de welke men na
de Stad
Tangcheu opvaert : want zy
is aen hare ooft zijde gelegen ; ge-
lijk aen de weft zijde haer voor-ftadi
die voorhene tot een duitfche mijle
verre uitgeflrektlag : maer wierd in
den leftcn Tartarifchen oorlogh ten
gronde afgebrand.

De ganfche Stad rW:?^« heeft zeer
groote en prachtige gebouwen , cn
i Word doorfneden op veele plaetfen
I met grachten van verfch-water, over-
i flagen met fteene Bruggen van
vieren twintig en meer boogen , om
\' niet te reekenen de kleine, in groten
getale. Daer is ook een tol-huis van
\'s Keizers wege.

De hooft neering der Inwoonders
is de zout-handel : want ten oofte,
aen de zee, heeftmen in deze land-
ftreke zout-panncn.

D\'achtftc Landtftreke Hoeiganfu, crem-pa.
paelt ten oofte aen de zee ; ten zuide
aen den Stro om
Hoai; ten zuid-wefte
en wefte acn
Fungyangfu en Siucheufu;
ten noorden aen het Landfchap van
Xantung.

De ganfche landftreke vi^ord door-
fneden met Stroomen, en bevochtigt
metMeiren.

Zy begrijpt tien Steden ; Hoaigan steden.
d\'Opper-Stad, Cingho, Gantung, Taoy-
ven , Moyang , Hai, Canyu , Pi, Soci-
ven, Ciuning. Hai
en Pi zijn groote
Steden.

(Onder Keizer Tu behoorde deze
landftreke aen die van
Jangeheu,ondct
hetgefternte Teu: ftond allereerft on-
der Koning
U: daer na onder fue: ae»
ftonds onder
Cu.

Onder den Stam Han was deze
Opper-Stad
Hoaigan flechts een klei-
ne 6tadt,genaemt i/^ö^»;
Han noem-
de haer
Linhoai : den huidigen naem
Rr % en

NMmeü\'.

-ocr page 420-

eh waerdigheidt gaf haer de Stam
Sung.

De Stadt Hoaigan, gelegen op den
ooaerlijken oever van de gegraven
vaert, is verdeilt in tween, in een zui-
der en noorder gedeelt;hoewel beide
binnen een eenigen doorgaende wal
beflooten. De zuid-zijde vvord ge-
naemt
Hoaigan : denoord-zijde Yen-
ching.

D\'eene zijde is vergroot met een

voor-ftad, welke ter wederzijde in de

vaert tot een Duitfche mijle uitge-
ürekt leid. Uit deze vaert komtmen
in de geie reviere.

In de voor-ftad zijn twee tolhui-
zen :op d\' eene word de tol van koop-
waren,en op d\' andere die van de fche-
pen, na eens ieders maet en grote,
betaelt. De penningen worden be-
fteet aen het hermaken der fchut-
fluizen,inde vaert gelegen, tegen het
geweld der watervallen; (want be
noorden deze Stad leggen in deze
vaert drie watervallen,) hoewel ook
vooreen
groote gedeelte in \'s Keizers
fchat-kift gebragt.

In dezeStadheeft d\'onderkoning,
de voorzorger van \'sKeizers lijftocht.

Grens-pa-
len-

Steden.

pen gebied.

De negende Landftreke Lucheufu,
paelt ten noorde aen Fungyangfu : ten
oofte aen
Hocheufu en den ftroom Ki-
ang
: ten zuide aen Gankingfu .- ten we-
fte aen het Landfchap van
Huquang
en Honan.

Zy bevangt acht Steden : Lucheu,
d\'Opper-ftad, , Lukiang, Vu-

gueiyCao, Logan,Jügxan,Hoxan : byna
alle gelegen aen den oever des zeer
beroemden meirsCi?<j.
Vuguei en Lo-
gan
zijn groote Steden.

In aeloude tijden ftond deze ge-
hele landftreke geplaetft, gelijk de
voorige : wierd onder den Stam
Cheu
een koningrijk op zich zelfs , Lucu
genoemt ; maer een weinigh daer
na, door de
KoningetiCu, in bezit-
tinggenomen.

Onder den Stam Han was dezel-
ve, beneven hare Opper-ftadt,
Lu-
kianggcnoemt :
den huidigennaem
gaf Keizer
Sui,

en een heerlijke brugh, by de kleine

Stad Logan. ^

De tiende Landftreke Gankingfi^ Gnnsi^
paelt ten noorde aen Lucheufu ; ten
oofte en zuid-oofte aen den Stroom
Kiang : ten wefte en Noordwefte aen
het Landfchap van

Deze landftreke begrijpt zes Ste- \'
den:
Ganking,

Cienxan, Taihu, Sofung, Vangkiang.

Eertijds was deze landftreke Von
genoemt, en wierd door Koning C«
t\'ondergebragt : dtStiSixnTang noem-
de haer
Sucheu, Sung, Ganking.

De Stad G^iÄ^ zelf is gelegen aen
den oofterlijken oever des ftrooms
Ganking, en bloeid in rijkdom en
koophandel nevens de vermaerfte
Steden dezes Lari dfchaps:want al
wat
uit d\'andere landftreke na Nanking
vervoert word, komt in deze Stad
eerft aen.

Naerdien deze landftreke de za-
mengrenzingen van drie Landfchap-
pen
Kiangsi ,Huquung,en iV^ï;/^/«^be-
fluit , en welgelegen tot krijgs-toch-
tenis, heeft zy eenen onderkoning,
een ander van het opperhooft des

zijn verblijf, die met breedemagto- Landfchaps. Dees houd een fterke

ver de zeven zuiderlijke Landfchap- krijgs bezettmg in dcveiimg Hamu-
1-1 Â«.^i-Kp\'frhermina van hermeir Pö-

r

\'tot befcherming van hetmeirPf-
yang en den ftroom Kiang.

De Stam Tmg heeft aldaer een yze-
re pilaer doen oprechten, drie roe-
den hoogh,met behoorlijke dikte: zy
beftaet uit een eenig ftuk, en niet uit
verfcheide. ^^

De elfde Landftreke tüpingfu leid g
rontom befloten met den ftroom A/-
ang, of tuffchen twee deflfelfs arm^»
en bevangt daer en boven ten oofte
een gedeelt van het meir
Tanijang»
daer het aen de landftreke van
«/»ggrenft.

Eertijds ftonts deze landftreke on-
der het koningrijk
daer na onder

]ue, aenftonds onker Cu: maer wierd
door den Stam
Cin onder de landftre- ^^^^
ke van
Chang gerekent. De Stam Han^
noemde haer
Tanijang : ^Ist
ju : Sung eerft Pinlnan , einaCiA)^
Taifing, welken naem zytotop
den behouden heeft. nA-stdef\'-

Drie Steden leggen in deze I^n ^

Derde Qezandfchap na \'V Keizerrijk

Men heeft\'er twee fraeie kerken,

-ocr page 421-

ftreke : Tatping, Vuhu, Fachang. On-
der deze is väu edel en rijk ; want
zy heeft een tol-huis. Zy leid op een
eiland , tuiichen twee armen van
den Stroom
Kiang , die daer na by
de Stadr
Nanking aen malkandre ko-

W De twalefde Landftreke

paelt ten noorde aen den ftroom Ki-
^ng; ten ooüc aen :^angtefii; tenzui-
de

aen Hoeicheufu; ten weite aen Chi-
cheufu.
Het is een rou en bergrijk ge-
V weft.

Men heeft \'er zes Steden: Ningque,
^\'Opper-ftadt , Ningque , King , fai-
ping, Cingte, Nanling.

DiOpper-ftadt Ningque- zelf is ge-
legen op den oofteriijken oever des
ftrooms
Von.

Binnen de wallen heeftmen luftige
heuvelen, waranden, en treffelijke ge-
bouwen : meenigte van kaftanien,
note en pere-bomen.

By de kleine Stadt King ftaet een
prachtige kapel,
Hiangfm in \'t Si-
neefch genoemt, dat \'s van welrie-
kenden herte. Zy is aen vijf maegden
gewijdt, die, wanneer zy van de ro-
Vers gefchaekt waeren, liever wilden
derven, dan haere eerbaerheid verlie-

De dertiende Landftreke Chtcheufu
paelt ten oofte aen Ningquefu y ten
\'^^lé-oo^ea.en Hoeicheufu ; tenzuid-
Wefte aen het Landfchap
Kiangß ; ten
ï»oord-wefte aen den ftroom
Kiang:
defgelijx ten noorde met een uithoek
aen den zei ven ftroom.

Ouhnx ftond deze landftreke on-
der het Koningrijke/ : aenftonds on-
der
]ue : daer na onder Cu. Koning
leang noemde haer en d\' opper-ftadt
NanlingSui, Cienpu; maer den huidi-
gen naem gaf haer de Stam
Tang.

Zy begrijpt zes Steden Chicheu,
d Opper-ftadt , Cingyang , Tungling,
^etai, Kient e, Tmglieu.

Men heeft in deze landftreke vier
^eer fraeie helden kapellen.

De Stadt Chicheu is gelegen aen
^ zuideriijken oever des Strooms

De veertiende Landftreke Hoei-
^■heufu, d\'allerzuideiijkfte landftreke
dezes Landfchaps , paelt ten oofte

aen het Landfchap van Chekiang; teü
zuide met een hoek , en ten zuid-
wefte aen dat van
Kiangß : ten noord-
wefte aën
Chicheufu , ten noorde aen
Ningquefu.

Deze landftreke viel ten tijde der
Koningen een zelffte plaetfe en lot tè
beurt, met de voorige. Den naem mmn.
Hoeicheu heeftze van den Stam Sung
bekomen. ïn de zelve zijn zes Ste- steden,
den :
Hoeicheu, d\'Opper-fiadt, Hieu-
ning, Vnyven, Kimuen, In, Cieki.

De Stadt Hoeicheu is een kooprijke
Stadt, cn zonderling vermaerd door
bet maeken van de befte Sineefche
inkt, en verlakte kisjes.

De ^ ier kleine Laridüreken dezes
Vmdich2.)ps7Ä}n0iie^f2Ln Quangte, Ho-
cheu, Chucheu
en Siucheu: ieder alzoo
na zijne opper of grote Stad genoemt.

De eerfte kleine landftreke van
Quangte paelt ooftwaerts aen de
Hooft-landftreke
Kiangningfu , en
Hangcfeufu: ten zuide aen Hoeicheufu,
ten wefte aen Ningquefu , en fpringt
ten noorde met een hoek aen den
ftroom
Kiang.

Deze Landftreke heeft twee Ste-
den ,
Quangte, d\'Opper ftadt, en een
onderhorige ,
Kienping. Beide deze
Steden leggen aen grote, maer luftige
bergen: de voornaemfte zijn
Heng en
Fing. Quangte is een zeer fraeie Stadt
en heeft groten overvloed van zijde.

De tweede kleine landftreke van
Hocheu paelt ten noorde aen de derde
kleine, en twalefde grote landftreke
van
Chucheu ; ten oofte en zuide aen
Kiangningfu : ten wefte aen Lucheufu.

Deze landftreke begrijpt twee Ste^
den:
Hocheu, d\' Opper-fiadt, en Han-
xan
, een onderhorige. De Stadt Ho-
cheu
is hier door vermaert; wijl zeket
ofTer-priefter
Chu, die de Tarters des
jaers dertien honderd acht en zeftig
uit
Sina verdreef , aldaer den rover
fpeel de.

De derde kleine landftreke der gro-
te Stadt
Chucheu paelt ren noordeen
wefte aen de tweede landftreke
Pung-
yangfu
: ten oofte aen \'t Meir Piexe en
aen de zevende grote landftreke Tang-
cheufu :
tenzuid^e aen Kiangningfu en
aen de tweede kleine landftreke der
Stsid Ilochea.

Deze

Rr

-ocr page 422-

Deze landftreke begrijpt drie Ste-
den Chticheu, d\' Opperftadt, of een
groreScadt,
Civenciao en Laigan, twee
kleine Steden.

De vierde kleine landftreke der
grote Stadt
Sïucheu, de noordelijkfte
dezes Landfchaps, paelt ten oofte aen
de grote landftreke
Hoaiganfu : ten
zuide aen
Fungyangfu : ten wefte aen
het Landfchap van
Honan : ten noor-
de aen dat van
Xantung. Dezeland-
ftreke, die in \'t midden met den gelen
ftroom doorklooft word, is van zeer
groot belang, wijl zy de grens palen
van vier Landfchappen bevangt.

Zy begrijpt vijf Steden: Siucheu,een
grote Stadt, Siao .tangxan , Fung, en
Poi. Aen de noordweft-zijde der Stad
Sïucheu leid een fchip brug van vijf en
dertig
fchepen, met een yzere keten
aen eikandre gehecht. Een andre brug
leid over den vliet
Pien. Doorluchtig
is ook hier door de Stadt
Siucheu, wijl
Keizer
Lieupang , d\' oprechter des
Stams
Han, na het innemen der Stadt
Poi, van daer een trap,tothet innemen
des Keizerrijks, opgerecht heeft. Dus
verre van het Landfchap
Nanking.

Na dan des morgens d onze andre
trekkers bekomen hadden , zijn zy
den vijf en twintigften weder voort-
gevaren over den Stroom
Sung, en lan-
den ten tien uuren aen de Stadt
Su-
cheu
: daer zy van barken verande-
ren en overfchepen moften. Zoo dra
waeren zy voor de weft-poorte der
Stadt , alwaer d\' overfcheping moft
gefchieden , niet gekomen , of de
Mandarijns , die het gezag over de
vaertuigen aldaer hadden , quamen
hen in hun vaertuigen bewelieko-
men , en tegen des volgenden daegs
te gaft nodigen : ook met twee var-
kens, twee fchapen , vier hoenders,
twee potten drank, groente en twalef
ftuk zijde ftoftên befchenken. Het
ontwerp der gefchenken wierd
Van
Hoorn
zelf ter hand geftelt : metver-
•zoek van de zelve tc gelieven aen-
vaerden. . , , 1 f
Van Hoorn bedankte hen hartehj-
ken voor hun aengenomen moeite,
goede genegentheid en gefchenken,
met daer op te zeggen, hy de verver-
fching (om niet te fchijnen de ge-

fchenken te verfmaden) te zullen aen-
nemen ; maer belangende de ftoffen,
die niet te kunnen aenvaerden ; al-
zoo\'tgeen wijze van doen was. Zy-
lieden gehefden hem daer in t\'ont-
fchuldigen : desgeiijx van op morgen
op hunne maeltijden niet te kunnen
komen: eensdeelsom zijne vermoeit-

heid door het reizen en onpaftelijk-
heid: ook ten anderen, uit vreze van
den
Konhon der Stadt te zullen ver-
toornen , zoo hy ergens ging om ver-
gaft tc worden, dan by zijne Hoog-
heid. Eenigzins heten zy hen deze
ontfchuldiging gevallen, cn zijn zoo
weder vertrokken.

Des morgens, den zes en twintig-
ften , zijn de paerden ( belet door het
ongeftuimig weder van eerder te kun-
nen doen) geloft, en in een huisge-
ftalt : alzoo zy, volgens zeggen van
de gclèids- mandarij ns, des volgenden
daegs zouden overfchepen cn den
acht en twintigften vertrekken.

Den zeven en twintigften droegh
zich niets toe. Alleen quamen eeni-
ge Mandarijns van den Onder ko-
ning
Singlamong (dier hy wel tot vijf
cn twintig in deze Stadt heeft leggen)
den Ambaffadeur begroeten en welle-
koom heten. Midierwijie wachten
d\'onzen met fmerte naer vaertuigen,
om over te fchepen en wegtefpoeien:
dan zagen noch gene verfchijnen;
niettegenftaendc de geleids-manda-
rijns des voorigen dags gezeid had-
den , die ten dien dage zouden ko-
men : ook zagen zy tor hun vertrek
weinig kans, wijl gene bequame vaer-
tuigen voor de paerden te krijgen
waeren.

Alzoo de lionhon des vorigen daegS»
tegens den avond d\'onzen had laten
vragen : of niet een paer piftolen

en eenige houwer-khngen voor hem

te koop hadden, wierd den acht en
twintigften goed gevonden , aenge-
merkt hoe veel den onzen aen dezen
Heer
in het komen en keren van dcz©
plaetfe (daer
altijd vaertuigen leg\'
gen) gelegen was, hem
met een pa^
piftolen, twee
houwer-klingen, vyt

elle root fcharlaken, een ketting barn-
fteen , twee Mouryfen en een ku -
deken te befchenken.

Steden-

Komen te
Sucheu.

-ocr page 423-

Konhon van deze gefchenken , hem
door,den Sekritaris toegebragt, niet
anders heeft willen aennemen als de
piftolen cn houwer-klingen: cn wierd
de reft door den Sekritaris weêr te
ruch gebragt. Midlerwijle begoftmen
eenige fchenkaedje-goederen over te
Ichepen, voor 200 veel als\'er berken
quamen.

Des avonds quam een Mandarijn
van
wegen den Konhon den Ambafta-
deur, in vergelding van de piftolen en
houwer klingen, m«r twalef ftuks zij-
de
ftoifen, vier verkens, vier bokken,
ganfen, hoenderen en andere verver-
fching
befchenken. De mont-koft
Wierd by hem aengenomen; maer de
Zijde ftofïèn met beleefde termen
Weêr te ruch gezonden. De brengers
Wierden met viwr rijxdaelders ziiver
befchonken.

^ Den negen en twintigften maekte
de tolk
Genko den Ambaftadeur be-
kent; hoe op zijne komfte aldaer een
gezant geweeft was, juift door den
Keizer naer
Peking afgezonden , om
de Sinefen op
Taywan tot gehoor-
zaemheid te brengen.

Ten zelven dage wierden weder
^enige fchenkaedje-goederen , nef-
fens d\'osjes overgefcheept; defgelijx
^ok
de paerden; maer in dezelve ber-
ken, daer zy aldaer mede gekomen
Waeren
; naerdien men gene hequame
erken voor dezelve krijgen konde.
-^y hebben dan begonnen, tor het ver-
trek
tegen des volgenden daegs, toe-
yuUmg te maken: en was nu alleenlijk
pagie,tot voeder

Ir : alzoo zyzich van

dac voer tot Peking toe moften ver- .
^ en ; vermits onderwegen (alzoo
aldaer met als tarruw wierd gezaeit) ^
voor geld mets te bekomenias. Ja
^on menm
Sueheu niet een pikol pa-
pte koop vinden. Dies d\'onzen
«enodigt waeren,hier en daer dezelve
^^ dorpen op te kopen.

Hh.

\'^nken

>2

^onb

\'On

i^y-f-

Den dertigften desvoormiddaghs
^Ond de
Konhon den Ambaft^adlir
öoor eenen Mandarijn tien pikol pa-
peter fchenk toe, die by hem, wijl

S P^g\'^ bekomen konde, ten
oank Wierden aengenomen ; hoewel
iet zonder vergelding van eene ver-
eering aen den brenger , de Manda-
rijn.

Des middags komt een grote Man- n\'Amhaf-
darijn, die het gezag over de knjgs-^\'^\'\'^\'"\'\'^®\'\'^
zaken en \'sKeizers kleding in dezerjlr\'
Stadt had, den Ambaffadeur begroe-^s\'\'\'\'^\'^-
ten en bewellekomen. Hy wierd
by hem met een glaesje wijn ont-
haelt , en bezag in het weg gaen de
paerden en osjes , die by hem zeer
wierdengeprezen.

Den dertigften,des morgens,alzoo opocU
nu wederom van pagie voor de paer-
den en andere behoeften verzien wa-
ren, zijn d\'onzen van de Stadt
Sueheu
vertrokken ,langs een gegraven vaert,
die van de Stadt
Sucheu , beoofte het
MeXr Tai, tot aen de Stadt Chmkiang
ftrekt, en in den groten ftroom Kiang
uitkomt. Zy hadden aldaer acht da-
gen naer vaertuigen , tot overfchepen
der goederen en paerden, gewacht^
hoewel noch niet alie bekomen: naer-
dien \'er noch vier Hankfteufe vaertui-
gen , te weten , twee van de paerden
en twee met fchenkaedje-goederen
geladen, mede m oft en.

De tweeHaven-meefters, den on- ^^-vm-
zen tot geleide door den Veldheer
van
Hankfieu medegegeven, namen,M
gekomen buiten de l^oorder voor-
ftadt van
Sucheu, hxm affcheid van den
Ambafladeur, om weder na
Hankfieu
te keren, r^z^r iïööw vereerde hen, zoo
ten aenziene van hunne Meeflers, als
mede om de goede toezicht, diezy
op de vaertuigen hadden gehouden,
een ftuk perpetuaen. Ook fchreef hy,
deze gelegentheid waernemende,met
hen het naervolgend groet-briefje.

aen den Veldheer van Hankfieu en
dtn Konhon.

De dankhaerheid word hy de Hollan- croet-hrk!
ders voor de grootfie deuchtgehouden.

D\'Amhaffadeur kan hy dezen nietZlfm
naerlaten : hoe aengenaem hem is ge-
weeft, de beleeftheid en edelmoedigheid ^IZbZ
van
Talauja te ontfangen.

D^ Amhaffadeur kan gene woorden hé\'
denken , om zijne dankhaerheid uit te
drukken ; maer verhoopt in het weder-
komen van
Peking, als ook in het toe-
komend met der daed te doen hlijken,
hoe zeer het Hollandfch Rijk en dAm-
haffadeur aen T^hu^zis verplicht.

D© i

-ocr page 424-

het varen, over het nabygelegen Meir
Tai, geen gevaer zouden hebben uit
te ftaen, is een gracht of vaert, met het
meir , aen de noordzijde , af te dij-
ken , van deze
Sucheu af, tot
aen die van
Chinkianggtm^tkt : dies
zy haere uitwatering in den ftroom
Kian<!^ zelf heeft: doch word aldaer
het water door een grote fluize ge-
fchut, die na tijds gelegentheid geo-
pent of gefloten word. Een groot ge-
deelte van deze gracht is ter weder-
zijde mee een fchoeing van gehou-
wen fteen opgehaelt.

Maer tereizen van de ftadt Sucheu
af na Ukiang, of van Ukiang na Sucheu,
leid eene ftene brug van drie honderd
en meer bogen : waer door het vaer-
water van het Meir Tn afgefcheiden
word. Op deze brugh trektmen by
eenen lijn de fchepen zeer gevoeghe-
lijk voort: want de brug is te dien
einde gefticht, om by ftilte met de
fchepen niet te behoeven blij ven leg-

^ Buiten de muuren der ftadt ftaet
een tolliuis, daer op niet de koopwa-
waeren ; maer alleenlijk de fchepen,

ieder na zijne zwaerte en grote, zeke-
re tol betalen.\' Men zeid jaerhx deze
tol tien honderd duizend dukaten op-
brengt : waer uit lichtelijk af te ne-
men is, hoe veel fchepen dezen
ftroom op en afvaren: daer nochtans
\'s Keizers fchepen, en die iet ten Ho-
ve voeren, tof vry zijn.

Veel grote Keizers barken, Lung-
chyven
geheten, met fchatting-goede-
ren geladen zijn, terwijl d\'onzen al-
daer gelegen hadden , verby getrok-
ken. De Stadt word beftiert door een

Konhon of Stadthouder, die toenmaels
een Leaötungfe Sinees was, en z^er
van eenen iegelijk geprezen wierd. ^^^

Na een uur reizens, trokken d\' on-
zen een fraei groot dorp Xuciqu^^
voorby , en des naermiddags wel
voorby de twee honderd grote Kei-
zers barken,
metfchatting-goederen

geladen, die in deze vaert ftiilage^-
Des avonds quamen zy aen ^^^^ \'
ooft-zijde der voorftadt
Vfie terrufte^
Dien dag was met zeilen en

zes mijlen op verfcheide koerleng \'

vordert. yß^

de crehele Stadt Suchen j zoo groot als
zyïs, leid op een (lillen ftroom; hoe-
wei die door zijne grote veel meer
een Meir dan ftroom mag genoemt
worden : ook kruift de ftroom de
Stadt door en weêr : want dezelve
word met verfcheide grachten, geleid
uit dezen ftroom, en bevaerbaer voor
klein en groot vaertuig, doorfneden.
De wallen der Stadt beflaen, volgens
de Sineefe Landbefchryvers, veertig
Sineefche ftadien in den omtrek, en

met de voorfteden over de honderd:

of de Stadt, volgens bericht aen d\'on-
zen aldaer, beftaet een plek van drie
mijl in \'t ronde. Buiten en binnen de
Stadt leagen vele prachtig geboude
bru/een van fteen , over de grachten:
een?|e ,
over brede ftromen geOagen,
rijzen met vele bogen : andere, over

kleine bruggen, binnen de Scadt, be-
ftaen veeltijds uit een eenigen hoge.
Al de ftraten en zelfs de gebouwen
ruften op ingehaidepijn-bomen ma-
ften. Dan zy is niet al te wel bebout,
en heeft vele flechte huizingen van

binnen. i i j

Sticheu, van wegen haere nabyheid

aen zee, en aen den ftroom Äw»^, is
een wonder fcheep en. kooprijke Stad:
Ja zagen d\' onzen aldaer aen alle kan-
ten
zoo veel vaertuigen leggen, dat-
\'er qualijk weg was, om door teko-

men. i c j

Veel barnfteen fchijnt in deze Stad

verbruikt te worden: want d\'onzen
gehele ftraten door gegaen zijn, daer
huis aen huis niet als werkluiden van
barnfteen, als anders gezien wierden.
Men heeft\'er van alles vol op, zoo
wel van \'t geen tot \'s menfchen onder-
houd , als welluft van noden is. Want
deze plaets is een der voornaemfte
van geheel
Sina: alwaer de koopman-
fchappen van
Portugaely Indien Japan
en al andere , die van uitheemfche
geweften door vreemdehngen of
door de Sinefen zelfs derwaerds ge-
voert zijn, verhandeld wórden. Ook
komen aldaer vele koopluiden van
Nanking en andere Sreden handelen.
Waer door van hier, jaer in, jaer uit,

op d\'andere Landfchappen en Steden

een grote vaert en drokke koophan-
del is. Wijders, op dat de fchepen in

pet"

-ocr page 425-

^ße- de tweede onderhorige Stadt
der vijfde Opper-ftadt
Changcheu , is
Zoo veel gezeid als zonder Tin:
Want eertijds wierd op den berg
Sie,
hy Vuße gelegen, het befte tin gegra-
ven ; maer onder den aenvang des
Keizerlijken Stams
Han , raekten ai
de mijnen meeft ledig, waerdoorde
Stadt die naem gegeven wierd. Inde
Voorzeide voorftadt van vonden
d\' onzen zeer veel fteen-ovens ftaen,
in de welke allerhande fteen gebak-
ken werd.

Des morgens,den eerften van Gras-
maend,trokken zy Vk\'eêr ter reize, dan
Voeren ontrent een musket-fchoot
buiten de muuren derScadt la-
tende de zelve aen de hnke hand leg-
gen : ^n quamen eindelijk aen de
Noorder voorftadt. Hebbende al-
daer eenigen tijd na Koehjs of trek-
kers moeten wachten , zijn , na die
bekomen te hebben , weder voort ge-
gaen. Zy voeren op den middag door
het dorp
ünjouiv, ter weder zijde van
de vaert gelegen : voor het welk zy
Verfcheide vaertuigen met blaeuwen
Indigo vonden leggen, (die de Schip-
pers der zelve zeiden te
Sinckian en
Meuchen te vallen) en quamen tegen
^en avond aen het dorp
GongUng, de
•^uftplaetfe des nachts. Drie mijlen en
een halve was dien dag op een noord-
^oord-weftelijken koers gevordert.

Des morgens, den tweeden, ver-
trokken zy weder vaii het dorp
Gong-
^fßg, en , na een halve mijle varens,
door het dorp
Sijtßouijenna, en qua-
\'^en al laet in den achtermiddag aen
cie noordzijde van de Stadr
Siucheeuvo,
andersC/^ö^gc;je«,ftilleggen, omvan
Koehjs tot trekken verzien te wor-
den Dan Weven aldaer, alzoo het,
na de komfte derKoelijs, te laet was
om voort te gaen, vernachten. De-
^en dag was niet meer als twee mijl
gevordert op een noord-weftelijken
koers. D\'oorzaekvan dezentragen
poortgang was, naerdien de vaert al-
daer vol Keizers fchepen lag, die door
«aere zwaerte en grote weinig wegh
fpoeien : en alzoo de vaert daer zeer
is, kan men de zelve niet voor-
by varen. De ftteene fchoeing van
«e gegraven vaert is by de Stadr

Changcheu , veel fraeier en künftiger
van gehouwen fteen opgehaelt, dan
elders.

Den derden, des morgens, zijn zy
weder voortgegaen, en des middags
gekomen door het dorp
Luytfcheen, Dorpiuyu
tegens den avond aen het dorp Lue-
ßnga ,
daer zy \'s nachts bleven leg-
gen , om verfche Koelijs , tot het
trekken der vaertuigen, te bekomen.
De vordering van dezen dagh was
ftechts drie mijl, ter oorzake van den
tragen voortgang der \'s Keizers bar-
ken.

Den vierden vertrokken zy weder
uit het dorp
Lueßnga, en quamen, na
door het dorpje
Sucouw verby geto- sucouw.:
gen te zijn , des namiddags aen de
Stadt
Tanijang, varende langs hene stadt Tmi-
haere muuren, op de rechte hand de-
zelve voorby, tot aen d\' oofter voor-
ftadt. Aldaer verbleven zy , om te
vernachten en verfche Koelijs te heb-
I ben. Drie mijlen was dezen dag op
I eenen noorder koers gevordert.

Den vijfden , des morgens , ver-
trokken zy weder met verfche Koe-
lijs , van de
Sta.dt Tanijang, en togen
des middags voorby een Meir, welk
door drie fluizen zijn water in deze
vaert loosde : daer zy door voe-
ren.

Des middags quamen zy aen een
klein dorpje ,
Honguipok genoemt, nonguipok.
daer de Koelijs eenigen tijd ruften
van hunnen arbeid en vermoeitheid,
veroorzaekt door de glibberigheid
des wegs, en de wint, die de vaertui-
gen , mits zy hoogh opgebout zijn,
zeer tegen hield ; desgelijx om wat
te fchaften. Zoo dra zy wat gegeten
hadden , voeren weder voort , en
quamen tegen den avond aen het
dorp
Singhfin. Door her ongeftui- singhfin:
migh weder van niet verder te kun-
nen komen , moften zy aldaer blij-
ven : hadden dien dagh , op ver-
fcheide koerfen , ontrent twee mijlen
en een halve gevordert.

Des morgens , den zeften , ver-
trokken zy weder van het dorp
Singhfin , en voeren des middaghs
voorby verfcheide fteen-bakkeryen:
daer na voorby de Stadt
Sinckiang stadchm-
of Chinkiang , langs haere muuren
^ "f hene

iifJ;
iil

-ocr page 426-

hene tot aen de noorder voorftadt.
Aldaer bleven zy leggen, om toeru-
fting te maken , tot het varen over
den Nankingfen of ftroom
Kiang;
insgelijx om dat zy aldaer , volgens
het voorgeven van degeleids-manda-
rijns, van eenige barken moften ver-
wiftelen. Ontrent twee mijlen was
dien dag op verfcheide koerfen ge-
vordert.

Des morgens, den zevenden ,qua-
men verfcheide Tartars Mandarijns
den Ambafladeur begroeten en ver-
wellekomen , onder het onthael by
hem, meteen glaesje Spaenfe wijn.

Een hunner zond na zijn vertrek
aen den Ambaftadeur ter fchenk een
verken , bok , en eenige andere ver-
verfchingh , welk hy ten dank aen-
vaerde : en zond daer en tegen aen
den zelven eenige valfche peerlen,
daer hy om te koopen nae liet vra-
gen.

, i\'Ambaga. Ook vvietdt d\'Ambaffadeur door

^ deurby den ecHen Mandarijn tot denStadthoudcr

Stadt hou- t. , r- 1 -JJ

dertegftfi. dicr plaetfe tegens oen middag ter
maeltijd gen o dight: waer waerds hy
zich des namiddaghs (na dat ander-
mael een Mandarijn van wegen ge-
dachten Stadthouder, om hem te ha-
len , met eenige paerden was geko-
men) neflens
Putmans, den Sekritaris,
met meeft al het gevolg (uitgezeid
Nohel, door zijne onpaffelijkheid)
zich begaf, werdende van den Stadt-
houder vriendelijken onthaelt en be-
wellekoomt.

Zeer verwonderd en nieusgierigh
was deze Heer om d\' onzen te zien;
ja , vergat daer door zijn eeten en
drinken, gemerkt hy geduuriglijk het
oog op den Ambafladeur en zijn ge-
volg had. Gene merkwaerdige rede-
nen zijn\'er voorgevallen : dies d\'on-
zen , na wel gegeten en gedronken
te hebben , weder waeren gefchei-
den.

Des avonds komen de tolken Gen-
ko
en Liulako den Ambafladeur zeg-
gen ; hoe zy andermael byden Stad-
houder voornoemt geroepen waeren
geweeft, die hen na \'taental en hoe-
danigheid van \'s Keizers fchenkaedje
hadde gevraehgt. Zy heden hadden
hem dezelve , voor zoo veel hen be-
j kent was, opgegeven : overdemee-
j nighte en hoedanigheid der zeiver
goederen hy zich zeer verwondert
j had , met daer by te zeggen , die
I den Keizer zeer aengenaem zouden
zijn.

Voorts had hy hen gevraeght:
of d\' Ambafl^adeur niet eenige bloed-
koralen , lakenen, piftolen, houwer-
klingen , valfche peerlen en diergelij-
ke te koop had : alzoo hy gaerne van
! elks wat wilde kopen. En niette-
j genftaende door hen geantwoordt
! was , d\' Ambafladeur niet kocht
nochte verkocht, hy had echter
1 op hen begeert , zy den Ambafla-
deur het zelve
Voor te houden had-
den.

Derhalve d\' onzen, in acht geno-
men dit een Tartar en man van groot
aenzien was, die om en by de Stadt
over een groot getal krijgsvolk hec
bevel had , ook vry veel t\' hunnen
voordeele aen\'t Hof van
Peking kon
uitwerken , hebben des morgens,
den achtften, goed gevonden , hem
het naervolgend tot een gefchenk toe
te zenden.

Vijf en een halve el root fiamet.

Vijf el hlaeu laken.

Een verrekijker.

Tvoeemourits.

Een keten harnfleen - korael en wat
valfche paerlen.

Daer neffens gingh een dienft-
plegend Briefje van volgenden in-
houd :

Op het hooglle is d\' Ambaffadeur ver-
noecht en over
Talaujas heleeftheidver-
hlijd.

Z)\' Ambaffadeur verzoekt aen Talau-
ja ,
deze kleine gifte in teken van op-
rechte dankbaerheid en
, vriendfchap
f ontfangen : het welk den Ambaffadeur
van
Talaujas^oé\'*/^ genegentheid tot de
Hollanders noch verder zal
verblijdt
maken.

Deze gefchenken , neflens
briefje , zou den Stadhouder , door
den fchenkaedje - meefter
Putmans,
des voormiddags zijn toegebracht;

doch zach hem al vroeg ter Stadt mr»

voorby de barken komen rijden =

men

sta

-ocr page 427-

^en raedzaem vond tot zijne weder-
komfte te wachten.

Ondertuftchen is de zoon van den
Ambaffadeur , beneftens den Stuur-
Jpan , cn den tolk
Mourits , op den
Itroom
Kiang uit fchieten geva-

De Stadthouder des namiddaghs
Wedergekeert, quam, neflens vier zij-
ner voornaemfte Heeren , depaer-
den en osjes, en onder dien fchijn
den Ambaffadeur mede in zijne bark
oezocken ; fchijncndc zijne nicus-
gierigheidt den voorigen dagh noch
^iet voldaen was.

De muzijk-fpeeltuigen gaven op
dijn verzoek mede eens geluit : het
^elk hen w onder wel fcheen aen te
ftaen . Hy oogde daer zeer op , en
Voornamelijk op het orgel : als kön-
nende niet begrijpen, waer die klank
van daen quam. Zy wierden by den
Ambafladeur met een kopje Spaen-
Jche wijn en eenige konfituren ont-
haelt.

De fchenkaedjen, voor den Stadt-
houder ontworpen, wiert hem als nu
aengeboden : dan zeide die niet te
Htinnen aenvaerden : dierhalven den
Heer Ambaffadeur voor zijne aenbie-
dinge hertelijken bedankte. Met ee-
^en vroegh hy aen de Tolken
Genko
en daer tegenwoordigh , of

"Oor den Veldheer van Hmkfieu en
konhon van Sucheu fchenkaedje van
\'^en Ambaffadeur aengenomen was.

C)e Vekheer van Hankfieu , (wiert
hem daer op geantwoort,) had niets
aengenomen ; maer by den
Konhon
van Sucheu waeren twee houwer-khn-
g^n aenvaert. Dies hy andermae
af-floegh de fchenkaedje-goederen
met te kunnen aennemen. Maer in
pwahe op üe Pay of Pas eenige
\'^ou-werkiingen geftaen hadden, zou
ae Zehe , gelijk by den
Konhon van

hebber"" aengenomen

Derhalve d\'Ambaffadeur, na zijn
vertrek een houwer , die zy van
öyzondere overnamen, (alzoo men
«iet al re wel van deze zorteringe
verzien was) en in plaets van Pifto-
j \' aie d\'onzen mede niet te veel
wadden, (want al hetj vragen was na

deze twee zoorten van geweer) een
karrabijn-roer by de fchenkaedjen
voegde.

Als toen ging Putmans hem dezel-
ve andermael aenbieden.

De houwer, karabijn , blaeu la-
ken, en valfche ^peerlen nam hyten
dank aen, maer zond de reft weder-
om. Aen eenige kinderen , zoo van
de Stadt - houder dezer plaetfe , als
van andere groote Heeren , die om
den Ambaffadeur te zien, in de bark
quamen , wierden , ten aenzien en
uit eerbiedenis tegen hun orders,
door den Ambafladeur eenige barn-
fteene kettingjes, als andere kleinig-
heden vereert.

Na dat d\' onzen vergeefs tot aen
den middagh , na vaertuigen , om
over den ftroom
Kiang te fchepen,
gewacht hadden, (want daer waeren
geen, als een groot, welk de Geleids-
mandarijn
Huilauia voor zich zelf
behield, met voorgeven van het zijn,
daer hy mede gekomen was , lek te
wezen) zijn zy met aide vaertuigen
naer den mond van de haven , tot
vooreen Pagode gefchoten. Aldaer
bleven zy leggen, alzoo de Geleids-
mandarijns en Barkiers des avonds
aldaer duivel dienft wilden doen, met
het offeren van een varken en bok :
gemerkt zy anders den ftroom niet
derven overtrekken.

De voornaemfte onder hen tradt oferhandé
in de Pagode , beladen met de se-
flachte offer-gerechten , om ten toon
voor het Autaer te ftellen. Aldaer
gekomen , viel de Offer-paep , die
na dezen buit hackte , op zijne
knijen , begon te prevelen, en eeni-
ge gebeden binnen monds te lollen.
In de Pagode , van binnen roodt
geverft, hingen eenige lampen, die
nacht en dagh , ten zoene der zie-
len, branden. Op het Autaer ftond
aen d\'eene zijde een bak met ofïèr-
hande : aen d\'andere een bamboes-
koker met kleine riedjes , daer de
Papen het lot mede werpen , om
den uitflagh van aenftaende dingen
te weten.

Korts naer den middagh verfcheen
de Stadthouder
va.nSinkian , nefïèns
een gevolgh van veele groote Heeren

S s 2 in 1

-ocr page 428-

in den Tempel voornoemt. Zoo dra
was hy daer niet gekomen , of liet
den Ambalfadeur daer mede nodigen,
met verzoeken: d\'Ambaffadeur zijn
Muzijk-fpeeltuigen mede aldaer ge-
liefde ce laten brengen; alzoo het ge-
luit van gifteren den Stadthouder zoo
zoet in d\' ooren had geklonken, dat
hy het zelve gaerne noch eens wilde
horen.

D\'A mbafladeur begaf zich dan der-
waerd , en het de fpeeltuigen mede
aldaer brengen. De Stadhouder het
tot verfcheiden malen bonenzop acn
d\'onzen fchenken ; daer en tegen
d\'Ambafladeur eenige konfijten no-
ten-muskateti opfchafte, die by den
Stadhouder en de verdere Manda-
rijns met grote fmaek wierden genut-
tigt. Midlerwijle gaven de ipeeltui-
gen niet weinig geluit; daer zy heden
zich
niet zad konden aen horen.

Na een wijle fpelens, wilde de Stad-
houder de paerden gaerne eens zien :
dies d\'Ambafladeur de zelve, om
zich wat te vertreden, uit de barken
te lande het brengen. Met grote ver-
wondering wierden zy by hen allen
bezien en zeer geprezen : ja zeiden
velen hunner noit diergelijke gezien
of daer van gehoort te hebben. Der-
halve het een zeer aengename fchen-
kaedje voor den Keizer zou zijn. Na
het bezichtigen der paerden, keerde
de Stadhouder weêr na de Stadt, en
na hun barken.
Vertrekken DcS Zondags , den tienden, op
van Sin- p^es dag, zijn zy met een zuid-oofte
wint van de Stadt
Sinkian vertrokken,
en wierd de bark des Ambafladeurs
en d\' andere barken na gerade door
twalef zeil - barken over den ftroom
Kiani geboeghzeert, recht noord-
waer\'Ss"aen. Wa een uur boeperens,
quamen zy aen de noord-zijde van
den ftroom, ontrent een vierendeel
mijls van de Stadt of krijgs-vefting
Qiiafieu of Quacheu, door een grote en
fterke ftene ftuis, in een gegraven
Komm in vacct of waterleidinge,die haer noord-
de koning, wacrds ftrckt voorby de zevende Op-
i^keVaen. p^j^fl-a^jt Xangcheu, lot aen hetMeir
Piexe. Zy is met de recht door
het land gegraven, om tefcheepuit
den ftroom
Kiang , (die aldaer gene

takken na \'t noorde van zich fnijt
maer recht uit ooftwaerds in zee rolt)
langs deze gegraven vaert tot in den
gelen ftroom te kunnen overfchepen,
en niet benootzaekt te zijn, een ver-
ren weg, om van den eenen tot den
anderen ftroom tekomen, doorzee
om te varen.

Zy word in het eerfte Gezantfchap,
gedaen door P/^/^r
de Goyer enjakoh
de Keizer,hyJohan Nienhof,
de koning-
lijke vaert genoemt; eensdeels om
hare brete en zonderling heerlijkheid;

eensdeels om dat zy op \'s Konings of
\'s Lands onkoften gegraven is.

Zy voeren door deze op verfchei-
de koerzen : alzoo zy aldaer zeer
krom loopt, ontrent tot de veerheld
van een halve mijle. Quamen toen
aen het dorp
Tongnaphon , daer zy
een weinig bleven ftilleggen, wijlzy
door twee fluizen of waterverlaten
moften varen , door welke de grote
vaertuigen, ter oorzake van de har-
de afwatering , met een fpil doorge-
wonden wierden. Wanneer midler-
wijle d\'Ambafladeur een weinig aen
land getreden was, om de voorzeide
fluizen offchotdeuren te zien , qua-
men hem in een Pagode,daer by ftaen-
de, twee Mandarijns vinden, (d\'een
een Sinkfteuwer,en,volgens zijn zeg-
gen, tweede perfoon van en
d\'ander een Tarter, en Bevelhebber
van dit dorp) en hertelijken bewelle-
komen : waer voor hy hen bedankte.
De Sinkfteuwer, door den Ambafla-
deur na het een en het ander, flaende
op het Gezantfchap , als mede na
Taiwan gevraegt, verhaelde onder an-
dere redenen : Dit Gezantfchap , en
voornamelijk de gefchenken , die
d\' onzen bragten , den Keizer zeer
aengenaem zouden wezen: en hy der-
halve aen eenen goeden uitflagh van
zaken niet twijfelde. Al het verlangen
was, dat d\'onzen maer met den 1 ar-
tar in het Land van
Sina een verbont
of verdrag hadden , en in het Land
van ^//ï^ quamen handelen : als wan-
neer zyhope hadden, datd\'uiilaud-
fchehandel, gelijk voorhene, weder
zou toegeftaen worden ; daer nu,
door de naeuwe orde, op de zeeha-
vens geftelt, niet te doen

Gê4

-ocr page 429-

d\'amie boeren daer te Lande niet
konden bandelen. In zouden
d\' onzen alles kunnen verkrijgen, wat
2y begeerden, zoo zy flechts zilver,
om weg te geven hadden : alzoo de
-Tartars zeer veel van dar minerael
hielden.

Wat aenging TdWi?« het was daer
flecht mede geftelt; vermits de han-
del op
Sina van alle zeehavens hen
Was afgefneden : als ook om dat al
hun befte volk weg was. Dies inge-
vallen, voegden zy daer by, de Kei-
zer flechts twintig jonken by onze
fchepen wilden voegen , het weder
met weinig moeite zou kunnen ge-
Wonnen worden.

Ontrent vijf maenden geleden,
Was \'er een Gezant van wegen den
Keizer geweeft , ten einde d\' aldaer
in aenwezen zijnde Sinefen weder tot
gehoorzacmlieid te brengen. Ook
was dezen Gezant belaft, indien die
van
Tanvan naer zijn voorftellinge
niet luifterden, in het wederkeren al
de zee-plaetfen,die noch langs dezee-
kuft waeren, voorts te doen flopcn,en
Zoodanige orde op alle zeehavens te
ftellen, dat \'er niet een Jonk in ofuit
Zoude kunnen komen. Dan in gevalle
Zy zich den Keizer wilden onderwer-
pen,deze plaetfen als dan zoodanig te
laten,alsze waeren. Aengezien nu de-
ze Gezant onverrichter zake weder
gekeert
was, hadmen zoodanige or-
®^ op deze havens geftelt, dat \'er niet
f^a vaertuig in of uit konde komen :
tgeen voor heene noch zoo nu en
dan ter fluik was gefchiet.

was er andermael een Gezant van
den Keizer na
Taiwan gezonden (te

weten, dezelve, daer%an de Tolk

Oemkü den Ambafladeur tot Sucheu
bad verhaelt) na wiens verrichten
Zeer verlangt wierd.

D\'Ambaitadeur noodigde de Man-
«anjns met noch eenige, die onder-
t^iflchen daer gekomen waeren, in dé
^ark te komen : daer zy door hem
jï^et een kopje Spaenfen wijn ont-
haelt wierden : en vertrokken zoo
Weder.

Öe Sinkfeeufe Mandarijn zond
aen Ambaffadeur ten gefchenk een

varken, een fchaep, vier hoenders,
twee ganfen, een pot drank en eenige
groente : de Gezaghebber van dit
dorpje een partye toebereide fpijze. ^

Kort na den middag geraekte de vaer-
tuigen door gemelde fluizen. De ge^
leids-mandarijn
Hiulauja ging ten ein-
de dit dorp aen een Pagode ftil leg-
gen, en reed in perzone na de Stadt
Quazieu om vrolijk te zijn. Derhal-
ve d\'Ambaffadeur, ziende dezen dag
weêr vruchteloos zou deurgebraght
worden, is nefïèns de barken met de
gefchenk-goederen voortgevaren,tot
aen her dorp
Palipoe, daer hy om te
vernachten bleef leggen. Dan de ge-
leids-mandarijn , verwittigt van het
vertrek der onzen, is hen korts daer
na gevolgt, en by hen acn het dorp
voornoemtgekomen.

Dezen dag was ontrent drie mijlen
gevordert.

Des morgens, den elfden, voeren
zy weder voort , voorby verfcheide
buurten en gehuchten van boere hui-
zen , onder andere ook voorby een
I groten toorn, met zeven omgangen, .
i (^wiens gelijken in zeldzaemheden by
hen in
Sina noch niet gezien was)
ftaende aen de zuid-zijde van het
dorp
Tongnaphan: tuffchen welk dorp
en den toorn voornoemt mede een
vaert om de weft landwaerds in loopt.

Tegens den middag quamen zy Komen aen
aen de zuider voorftadt van Jamcefu,
andersook/^;?ci?f^/genoemt, de der- jawheu.
de Opper-ftadt des Landfchaps : al-
daer ook een toorn ftont, met vijf
omgangen. Zy wierden zoo voort
ter Stadt ingetrokken, tot zy aen de
Stadts muuren quamen. Aldaer moe-
ften zyvan trekkers veranderen, al-
zoo den genen, daerzy tot hiertoe
mede gekomen waeren, verlof om te
gaen gegeven wierd. Het was al laet in
den namiddag, eer nieuwe trekkers
quamen : niettemin zy voeren voort,
en togen door een fchip-brug
van zes
ponten,die tegen over het tolhuis lag,
en zoo voorts beooften de Stad,langs
de muuren heen : tot dat zy met den
donker aen het
noord eind der zeiver
quamen. Aldaer bleven zy leggen,om
te vernachten. Ontrent twee mijlen
en een halve was dien dag gevordert.

«Ji 3 \' Des

h
\'t \'

-ocr page 430-

Des morgens, den twalefden, ver-
trokken zy metkrieken van den dag,
van de Stadt
Tancheu , tegen ftroom
/ de vaert of reviere op , voorby en
Dorp
mn- door de dorpen Wantoe , door het
ioe- een fpruitlandwaerdsin loopt:

Wayopoe. Wayopoe, of fteen-bakkers-dorp, ftaen-
de het daer tegen over vol fteen-o-
vens- Het was daer om de weft al
verdronkenland, volMeiren en poe-
len.

Des \'namiddags voeren zy voorby
sppoHzmk. het vlek
Sjopouzink , welk van verre
een Stadt gelijkt : ook voorby drie
fluizen, door de welkè het water uit
deze vaert in het behoude land
loopt.

Tegens den avond braghten zy het
aen een dorpje van zeven of acht
Lming. huizen , Louting genoemt : daer te-
gen over een vrouwen-kloofterlagh,
en bleven aldaer des nachts ter rufte.
Vijf mijlen was ontrent ten dien
dage op verfcheide koerzen gevor-
dert.

Den dertienden, des morgens, ver-
trokken zy weêr van het dorpje
Lout-
jing:
voeren voorby vele boere hui-
zen en buurten, beooften deze vaert
gelegen : bewefte de zelve was het al
verdronken land.

Des namiddaghs quamen zy aen
stadt Ka. Kayouen , of Kaoyeu, de vierde onder-
horige Stadt der Opper-ftadt
Hang-
cheu
, te landen : alwaer zy moften
blijven leggen : ter oorzake de trek-
kers, door het vuile weêr, de wegen
niet konden gebruiken. Twee mij-
len was dezen dagh op verfcheide
koerfen gevordert.

De Stadt Kaeyeu is gelegen aen de
ooft> zijde van deze vaert , op den
kant van het Meir
Piexe, daer uit de-
ze vaert veel waters ontfangt.

Eertijdts moften al de fchepen,
die van
Nanking en uit de Zuider
Landfchappen , langhs den Stroom
Kidng en deze vaert nae Peking en
de Noorder Landtfchappen hooger
op wilden vaeren , over dit Meir
fchepen , rot groot ongemak en ver-
zuim der fchip-vaert ; dewijle by
ftorm en onweer de fchepen ge-
dwongen wierden , eenen tijdt lang,
voor de Stadt
Kaayeu ftil te leggen.

|!

youen,

ter tijd toe , het weêr tot bedaren
quam.

Maer naderhand, om dit ongemak
voorre komen, en op dat de fchepen
t\'allen tijden haere reize zouden
kunnen vervorderen, en niet benood-
zaekt te zijn over het Meir re fteken,
wierd aen defl:elfs oofter oever een
vaert van zeventig ftadien. lang ge-
graven , en doorgaends aen de wal-
len met grooten vierkanten gehou-
wen fteen opgehaelt. Een wonder
van waer zoo veel en zulke groote
fteenen gekomen zijn , naerdien in
d\' omleggende geweften gene fteen-
klippen noch mijnen zijn.

Al het land om de Stadt gelegen,
beftaet uit leemachtige aerde , zeer
dienftigh tot den rijs-bou , die aldaer
overvloedelijk groeit en weelderigh
tiert.

Het land, beweften deze vaert, leid
meeft onderwater ; doch heeft zijne
boorden met riet bewoflên , welk
branthout op de haert verftrekt: want
geen ander hout groeit in dezegehe-
le landftreke.

Den veertienden , des morgens,
vertrokken zy weder, meteenftijve
noord-noord-ooftewint, vande xm-
der voorftadt Ä^jj/o/^f« , en voeren on-
trent de veerte van een vierendeel
mijls : hebbende ter rechter hand de
Stadt en ter hnker het Meir
Piexe, tot
dat zy buiten de Noorder voorftadt
quamen. Als toen voeren zy op een
noorder koers, de koninglijke vaert
weder op, leggende het zelve Meir
noch ter hnker hand.

Tuflêhen dit Meir en de vaert leid
flechts een klein dijkje van ontrent
drie voet hoogh , tot een
fcheiding
tuffchen beide. Ter rechter hand lagh
het land daer, en over al verdronken:
op eenige verheven plaetfen ftonden
hier en daer eenige kleine boere
hutjes.

Des namiddaghs trokken zy voor- ^^^^

by het dorp Loantfia , op de rech- ^„tß»-
te handt gelegen. Alhier begon het
landt zich aen d\' ooft - zijde weder
wat beter te vertoonen :
en was hier
en daer bebout. , ^

Des avondts quamen zy aen het

dorp Kuisjo t\'overnachten. ^^^

-ocr page 431-

Den vijftienden, des morgens, ver-
troki^en zy weder van iiet dorp
Kmsjo:
s voormiddaghs voorby de dorpen
Laenjui en Loujapou, en landen \'s na-
middags aen
Paoing , de zefte onder-
horige Stadt der zevende opper-ftadt
l\'ancheu. Zy leid aen d\'ooft-zijde van
deze vaert, omringt met tamelijk fter-
ke muuren, van ontrent anderhalve
uurgaens in \'t ronde. Aen de noord-
zijde der Stadt ftond een Pagode, na
de Sinefche wijze zonderling fraei ge-
bouwt.

Aldaer bleven zy eenigen tijd na
Verfche trekkers wachten , en voeren,
na die bekomen te hebben , weder
voort, en quamen des avonds aen het
dorp
Kinho, daer zy ter nacht ruft ble-
ven. Dezen dagh was ontrent vijf mijl
op verfcheide koerfen gevordert.

Tuftchen de Stadt Paoing en het
dorp
Kinho was de dijk, beweften de
vaert, die dezelve
enhctMekPiexe
van elkandre fcheid , op verfcheide
slaetfen door gebroken : waer door
iet water met zulken gewelt daer uit
In het Meir ftorte, dat zy genoech te
hadden, om met de vaertuigen
aen d\'ooft-wal te houden.

Oen zeftienden, met krieken van
den dagh, vervorderden zy weder de
ï^eize , voeren verby en door verfchei-
de buurten en dorpen, gelegen aen de
Wederzijde van de vaert, en quamen
\'^p den middagh voor de wefter poort
J^« de Stadt
Hoaigan aen te landen.
Örie mijlen was dezen hal ven dagh in
veerheit, op een Noordelijke koers
gevordert. Aldaer moften, volgens
neggen der geleits Manderijns, al de
vaertuigen, daerzy mede gekomen
Waeren, verwinkelt worden. Derhal-
ve gingen deze aenftonds by den
Kommilfaris, die het gezagh aldaer
had , ten einde de verwiftèling in \'t
kort moghte gefchieden: en d\'onzen
Weder wegh raken. Zoo dra lagen
d onzen met de barken niet ftil, of al-
daer quamen mede aen te landen de
twee Haven-meefters van
Hankfieu,
bieden laeften van Lente-maent van
^\'icheu, met des Ambaft\'adeurs fchrij-
ven aen denVeldheer, derwaerts ge-
gaen waeren: welken brief zy zeiden
Wel beftelt te hebben.

St

Zy quamen aldaer, om de vier
Hankfieufe barken , die noch onder
denfleep waeren , wederom te halen.

Eenige Mandarijns quamen den
Ambafladeur uit den naem en van
wegen den Bevelhebber dier plaetfe,
over \'s Keizers inkomften geftelt, be-
groeten en verweilekomen , die by
hem met een glaesje Spaenfche wijn
wierden onthaelt. Des nachts ont-
ftond aldaer een harde ftorm, uit den
noorde met regen, donderen blixem
vermengt; die des\' volgenden daegs
nochaenhield.

Den achtienden liet de bevelheb- Ambajfd-
ber voornoemt den Ambafladeur en
zijn gevolg op zeker fpeel huis, ftaen- liZbel\'
de op de weft poort der Stadt, daer
zy met de vaertuigen voor lagen, ter^\'"\'\'^^\'^^\'\'^\'
vergafting nodigen : waerwaerds zy
zich tegens den middag begaven : en
zoo dra waeren zynietgekomen, of
wierden by den zelven gebragt.D\'Op-
ziender heten den Ambafladeur her-
telijken vt^ellekoom , en vraegde na
zijne gezontheid. Na eenige plicht-
plegingen wierd elk aen een tafel op
ftoelen gezet en wel onthaelt. Onder
het eeten vraegde d\'Opziender, wat
den Ambafladeur van docht, en
of her niet een groot Land was: waer
op hem van ja geantwoord wierd.
Toen begon hy metdeGeleids man-^
darijns (want deze bevonden zich
daer mede) van wegen de vaertuigen
tefpreken. Derhalve d\'Ambafladeur
den Opziender verzocht (want hy verzoekt
van te vore al onderricht was, aldaer
qualijk barken, om in over te fche-
pen , te bekomen waeren) dat, dewijl
hy nu met\'s Keizers fchenkaedje dus
verre was gekomen, zonder het hem
aen vaertuigen of andere behoeftighe-
den ontbroken had, hy zorge gelief-
de te dragen tot het verfchafïèn ten
Ipoedigften (aengezien hy nu noch
den gevaerlijkften weg mofte afleg-
gen) van goede vaertuigen voor \'s Kei-
zers fchenkaedje-goederen, depaer-
den en osjes, om in \'t kort weder te
mogen vertrekken; als hebbende ,te^
gens meining, zoo langen tijd op de-
ze opreize t\'zoek gebragt. Wat aen-
ging hunne perzonen , weinig vroe-
gen zydaerna, hoedanig die vaertui-
gen

-ocr page 432-

gen waeren. Zeer beleefdelijk nam
dees Heer dit aen te doen : en was
zeer bezig in het onthalen, met d\'on-
zen ieder oogenbhk tot eeten te no-
digen , en ook te vragen : of hen de
drank wel fniaekte. Wanneer hem
daer op van ja gedient wierd, zeide
hy. Ais d\'onzen uit
Peking quamen,
wilde hy hen met artzeny-drank ont-
halen. Waer op
Van Hoorn hem aen-
bood Spaenfchen wijn te laten halen
en proeven. Maer hy weigerde dit,
met te zeggen , zoo lang zy by den
Keizer nier geweeft waeren, het zelve
niet derfde beftaen dan wanneer zy
weder te ruch van
Peking gekomen
waeren, zou het zelve gaerne doen.
Na wel gegeten
en gedronken, en den
opziender voor zijn onthael bedankt
te hebben , waeren d\'onzen gefchei-
den, en begaven zich na hunne vaer-
tuigen . Zoo dra waren zy niet ge-
komen , of daer verfchenen mede
twee Mandarijns , (die midlerwijl
de onzen by dezen Heer onthaelt
waeren, tegen hen over aen een tafel
hadden gezeeten) en quamen ?den
onzen afvragen, (ten
dien einde zoo
het fcheen , van den Opziender afge-
zonden ) of hen het onthael aenge-
naem was geweeft. Dies d\'Ambaifa-
deurgoet vond, eik, ten aenzien van
. hunne meefter, met vijf el en een hal-
ve roodeftamet te befchenken: welk
by hen, na eenige dienftplegingen en
tegenfpreking,aenvaert wiert.

Des morgens, den negentienden,
ging, volgens gewoonte, de Sekritaris
Vander Does , met èen dienftplicht-
brie^e van dankbaerheit voor het ge-
nooten onthael van den voorigen
dagh, tot den Kommifaris. D\'inhoud
luide:

■i^hin D\'Amhaffadeur acht de heleeftheidt
Vm\'de-l van \'T2Xm]2L ontfangen zeer groot ; zoo
AmbaffA- J^f ^y zijne dankhaerheid met dit klein
\'dMKoZ hriejje niet kan verklaren. Na weder-
mif^is. keeren van ^t^\\ng,verhoopt d\'Ambaffa-
deur
, Talauja in gezondheidt te vin-
den : als wanneer hy met der daed zal
hetoonen, hoedanig dAmhaffadeur door
Talaujas heleeftheidt en genegentheidt
is verplicht.

Moeite om Den Ambafladeur was door den
•vaertuig te Gclcids - maodatijns verwittigt, niet

krijgen.

tegenftaende de Kommifaris op gifte-*
ren belooft had zorge voor de vaer»
tuigen, tot zijneSvordere opreize, te
zullen dragen , echter den
Touwatja,
of die het opzicht over dezelve had,
ront uit zeide, dat\'er geene waeren.
Dies wiert den Sekritaris belaft den
Kommifaris , wanneer hy by hem
quam, andermael te indachtigen en
verzoeken \'t zelve ten fpoedighften
mogte gefchieden: defgelijx van daer
na
Touwatja te gaen, en hem in ernft
afvragen : of\'er vaertuigen voorden
onzen waeren , of niet. Ingevalle hy
van neen antwoorde: zou alfdan zeg-
gen : zy zelfs vaertuigen zouden hu-
ren, alzoo niet van zins waeren lan-
ger te wachten : zoo van ja : te ver-
zoeken, die ten zelven dage quamen,
ten einde d\'overfcheping ten dien da-
ge moght gefchieden. De Sekritaris
na zijne wederkomfte, berechte ten
antwoorde : hy in het hof van den
Kommifaris was geweeft; maer den
zei ven, naerdien hy belet was, niette
fpreken had kunnen komen. Dan
den zelven den brief, en \'t geen hy
te zeggen had, door zijnen voordra-
ger vertoont zijnde , was hem daer
op , door den zelven voordrager >
ten antwoort gebragt: zijne Hoog-
heidt deedt den Heer Ambaftadeur
voor zijne heleeftheidt zeer bedan-
ken. Wat aenging de vaertuigen : hy
wift niet beter : of d\'onzen waeren
daer al van verzien. Maerby tegen-
deel , zou aenftonts na den
Touwatja
zenden, met bevel van dezelve date-
lijke te befchaffen: zulx niet doende,
daer over aen den Keizer fchrijven en
klagen. Ook had de Sekritaris byden
Touwatja geweeft, en hemnabarken
gevraegt : waer op hy ten ant-woort
kreegh : Daer waeren wel barken;
maer dezelve lagen aen het dorp
Sink-
kianfoe
, ruim drie mijlen van daer.
Hyzou volk neffens hunne Geleids-
mandarijns derwaerts zenden, om tc
laten bezichtigen: met orde, zoo die
wel bevonden wierden, te huuren-

Dan alzoo d\'Ambaffadeur het oor-
deel
van de Geleids-mandarijns, over
deTaertuigen, niet voor goet keurde,
zond hy den Sekritaris nefièns hen
mede. Deze des avonds wederom

-ocr page 433-

gekomen, bragt yóor befcheid: twee
bequame barken voorde fchenkaed-
je-goederen uitgekozen te hebben^
aie door den
Touwatja had beiooftte
Zuilen huuren ; maer had gene vaer-
tuigen voor de paerden , osjes en hun
perzonen konnen vinden. Dierhalve
was by den
Touwatja goed gevonden:
d\' Ambafladeur en A\'oi^é\'/in de barken,
daer mede zy aldaer gekomen wae-
ren , zouden blijven, en daer mede
Voort opvaren :
Touwatja zou de lui-
den van de zelve daer voor vernoegen
geven, en van\'tgeen, tot de verdere
opreis benodigt waeren, verzien.

Wat de paerde-barken aenging: hy
Zoubèquame barken van d\'overzijde
des Geien ftrooms laten komen : die
neffens de twee barken, uitgekozen
door den Sekritaris , des volgenden
daghs by hun andere barken zouden
zijn. Ten dien einde bleef de tolk
Lakko des nachts aldaer, om des mor-
gens vroegh mee al de barken geza-
mentlijk af tekomen.

Den twintigften , des morgens,
wierd door de Mandarijns (denwel-
ken elk, des vorigen daegs, vijf en een
balve el ftametwas vereert,) d\'Am-
bafladeur in\'vergelding methet naer-
volgend befchonken : te weten, met
Twee koeheefien.
Twee fchapen^
Zes enden.
Zes hoenders,
f^ter potten drank.
Zeven Jiuks zijde ftoffen.
Twee zilvere pimpeltjes.
De mond koft wierd by hem ten dank
aeiyaerd; maer de zilvere pimpelt)es,
neffens de zijde ftoften, weêr te ruch
gezonden.

Des namiddags quam de tolk Lakko
Zonder barken van het dorp Zinkkian-
foewêèr
te ruch, met tyding: het volk
Van den
Touwatja met de barkiers van
de barken, door den Sekritaris uitge-
kozen, (alzoo zy geen gelds genoech
Wilden geven) niet over een konden
komen. Dies iVo^^/aenftondsnaden
^^ouwatja gong, om andermael te vra-
pn; hoedanig men her met de barken
hebben zou, en hem te zeggen : In-
dien\'er geen barken quamen , zy
^elfs barken te zuilen huuren, of wel

met die,daer het goed in was,te zullen
vertrekken.
Nolel hmgt op zijne we-
derkomfte den
Touwatja in perzone
mede: die zich ontfchuldigde van tot
noch toe gene barken te kunnen heb-
ben befcharen; met verzoek, d\'Am-
baffadeur flechts tot morgen geduld ,
gehefde te hebben: hy zoude aen alle
kanten naer barken uit laten zien.
Zo hy geen zou kunnen vinden:d\'on-
zen en de goederen mogten in de bar-
ken, daer zy in waeren, blijven, om
overmorgen te kunnen vertrekken.

Wanneer des anderen dags,den een
en twintigften, het al weder leuteren
met de barken , en het oud deuntje
was,vond
Van Hoorn geraden het naer-
volgend briefje aen den Gezagheb-
ber defer plaetfe te fehry ven.

D\' Onder - koning Singlamoiig heeft Brief aek
den Amhaffadeur hevolen zijne reize na
Peking te.fpoeden; alzoo de hi^oViS barken,
over het langzaem vertrekken aleeniw
ongenoegen hadden hetoont. D\'Amhc^-
jadeur heeft nu al over drie maenden
van\'^okïen onder wegen geweeft.

De paerden, osjes en andere goederen
van äen ^
Chinkon zijn veeltoevalen ^ sched-
bederven onderworpen.

En dewijl den dienftvan den Keizer
aen deze
Cliinkon ugelegen, zoover-
zoekt d\' Amhaffadeur
, Talauja g^/i^jï te
fchikken , dat wy, hoe eer , hoe liever^
hequame vaertuigen voor de
Chinkon
mogen hekomen,om de reize naerVeking
te vorderen: of dat ten minfte d\' Amhaf-
fadeur zal vermogen harken te huuren :
naerdien hy anderzints \'t zelve aen den
Keizer en ook aen den Heer Generael op
Batavia «ié\'/ zal kunnen verantwoorden.

Op dezen brief, gebraght door de
fchenkaedje-meefter
Futmans , heeft
de Gezaghebber geantwoord: dat dé
Heer Ambafladeur groot gelijk om te
klagen had: ook dat by hem zeiven al
eenige barken waeren gefchikt: en hy
verder zorge zou dragen , om den
Heer Ambafladeur, zoo haeft moge-
lijk waere, van alles te verzien.

Des avonds kom t de Touwatja we-
der by den Ambafladeur, hem belo-
ven en verzeker§n,van op morgen be-
quame barken voor de paerden en os-
jes, en voor de goederen, om uit de
vaertuigen (die onbequaem en nocI>
T.t

-ocr page 434-

on verzien waeren , om naer Peking te
varen) daer in over te fchepen, zou-
den komen: verfocht voorts den Am-
baffadeur; hy tot morgen toe flechts
gedult geliefde te hebben , en het
lang wachten daer na hem niet qua-
lijk af te nemen : gemerkt hy dezel-
ve niet eerder had kunnen bekomen.
Men had hem ook dewijteniet tege
ven : naerdien door hem, om diere
bekomen, naerfligheid genoech aen-
gewent was.
Van Hoorn gaf hem ten
antwoordt : indien zijn zeggen op
morgen waer bevonden wierdt, het
dan wel zou zijn.

Den twee en twintighfi:en komen
deGeleids-mandarijns den AmbaflTa-
deur aendienen, de aenkomfte van
barken voor de paerden en osjes, daer
de timmerluiden mede bezig waeren,
om een nieuwe zoldering in te ma-
ken. Oe Kommiffaris zelf had die ge-
zonden, als hem eigen toebehooren-
de : defgelijx ook een groote berk,
om de goederen uit de vaertuigen,
onbequaem tot het nae boven varen,

in over te fchepen.

D\'onzen gingen deze barken aen-
ftonds bezichtigen, en bevonden de-
zelve redelijk wel: dies zy de over-
fcheping ook datelijk lieten gefchie-
den.

Na het vervaerdigen der paerde-
barken,zijn den drie en twintigften
de paerden uit de aldaer gekomen
barken geloft,en in dezelve weder ge-
fcheept.

D\'onzen vertrokken noch kort na
den middagh van de Stadt
Haoigan ,
met zeven vaertuigen, zoo voor hun-
ne perfonen, als \'s Keizers gefchen-
ken . beneven acht andere, voor de
Geleids-mandarijns en Tolken: zulx
de gehele vloot acht barken fterk was.

Gekomen e ven buiten de noorder
voorftadt van
Hoaigan ,het de Gezag-
hebber der Stadt, die aldaer met een
bark, om\'sKeizers fchatting-goede-
ren naer te meten, bezig was, met een
kop
bonen-zop,tot behouden reis, de
onzen in hun bark, door eenige van
zijn volk, befchenken : waer voor zy
hem in hetvoorby varen bedankten,
en de brengers met twee rijxdaelders
aen zilver vereerden.

m

Hoaigan, d\'achtfte Opper-ftadt des
Landfchaps van
Nanking, is gelegen
aen d\'ooft-zijde van de vaert, opeen
vlakken en moerafchachtigen oort:
naby in \'t oofte aen de zee, en in \'t
noorde aen den Geelen ftroom.

Hoaigan is geen eene Stadt; maet ^\'"\'^
beftaet eigentlijk uit twee fteden;hoe-
wel beide binnen een eenige door-
gaende muur befloten.Die na \'t zuide
leit, word eigentlijk
Hoaigan : die nae
\'t noord-oofte,
Tenching geheten. Zy
is met een voor-ftad verrijkt, die haer,
ter wederzijden van de vaert, wel een
mijle verre uitftrekt.

In de Stadt Hoaigan heeft d\'Onder-
koning zijn verblijf, die zorge draegt
over\'sKeizersjaerlijkxen onderhout
of lijftocht, en metbreedftrekkende
magt over zeven zuider Landfchap-
pen gebied. Aen hem ftaet lijftocht
en andere lijfs-behoeften,tenbehoor-
lijken tijde, uit de Landfchappen te
vorderen, die met\'s Keizers barken,
byna in oneindelijk getal,
na Peking
gevoert worden. Wanneer zy aen de-
ze Stadt gekomen zijn,bezoekt dees
Onder-koning, en meetze alle na, en
zendzedanna\'t Hof

In de voor-ftadt zijn ook twee tol-
huizen: op het een word de tol van de
koopwaren : op het ander die van de
fchepen, hoewel niet van \'sKeizers
fchepen, betaelt. Het geit
word he-
fteed aen het hermaken
van vaert en
fluizen,en om al het geen fich ontrent
de water-vallen bevint, heel en gaef te
behouden: hoewel ook geen klein ge-
deelte daer van in \'s Keizers fchat-kift
komt. Want in deze vaert, aen de
noortzijde der Stadt, zijn drie
water-
vallen : maer d\'eerfte, het naefte aen
den vloet
Hoai, is boven al de moeie-
lijkfte, alzoo het water met
een groot
gewelt en kracht van om hooguit den
vloed
Hoai komt neerftorten: die,met
het opwerpen van zware dijken, om
in tij d en wijl het geheel land niet on-
der te zetten, bedwongen word.

Na een weinig varens van Hoatgan, ^^^^pts-
quamen d\'onzen voorby \'t dorp Pan-
verfcheide
buurten:ook voorby
ontallijkéKeizersbarken, metIcliat-
ting-goederen
geladen, die in deze
vaert lagen : des
avonds in het dorp

-ocr page 435-

Zinkkianzoevoor:eenfchütfluis, daer
Zy door moften, ter rufte. In dezen
naiven dag was twee mijl en een halve
gevordert.

Des morgens, den vier entwintig-
ften , raekte zy gekikkelijk door ge-
knelde fluis, en voeren voort door het
• dorp
Stnkjanzoe , geftrekt langs deze
Vaert wel tot anderhalve mij Ie verre :
quamen \'s middags aen het dorp A^df-
menno oiNamemio oÏNeymemiaoyoot
aen het welk een gerecht plaets ftont:
als bleek aen verfcheide hoofden van
menfchen , die op ftaken in kleine
huisjes aldaer ftonden. Aldaer moe-
ften zy mede door een fchutfluis;hoe-
Wel al vry gevaerlijk om door te varen.
Gekomen ontrent dezelve, moften
Zy een weinig wachten , tot dat eeni-
geKeizers barken, geladen metfchat-
ting-goederen, daer door gevaren wa-
ren. Hier en tufTchen wierden de paer-
den en osjes uit haere barken geloft,
uit vreze, zoo de barkiers voorgaven,
wanneer de barken met dezelve tot in
de fluis gekomen waeren , (daer het
Water door de nauheid en harden loop
groot geraes maekt) zy dan niet ftil
Zouden blijven ftaen , en de barken
<3aer door van om te flaen groot ge-
vaer lopen. Kort na den middag raek-
ten al de vaertuigen gelukkelijk daer
door ; hoewel ieder vaertuig van wel
twee honderd menfchen met geweld
aaer door gewonden en getrokken
Wierd : wanthetwater aen de noord-
zijde wel vier voet hoger ftont.als aen
de zuid-Zijde.Zy voeren zo voort tot
aen het eind van het dorp voornoemt,
aaer zy voor een Pagode bleven leg-
gen : naerdien de barkiers aldaer , vol-
gens gebruik. Wilden offeren en
Wa-
yangen, om gelukkelijk door den Ge-
len ftroom (daer zy nuinftondert te
Komen,) te geraken. Drie mijlen on-
VoTdeT^ \'^e^en dag in veerheldge-

" ^^^^ twintigften, tegens den
^iddag, vertrokken zy weder van het
^^^Namemio, en voeren dwers over
Qen Gelen ftroom , die voorby het
^orp voornoemt zuid ooft en noord-
welt loopt, tot aen defl^elfswefteiijken
ever. Aldaer wierden de trekkers te
lande gezet, fchuins tegen over het

\'ßn.

\'Zoe.

kSi,

vlek Singho, en voeren zoo voort
noord-noord-weftwaerds den Gelen
ftroom op , tot recht voor het vlek
voornoemt: daer zy bleven leggen na
nieuwetrekkers wachten.

Onderwijle quam een Sjamaan of Weermk-
vaertuigh aen boord met een Paep en
twee wintmakers of duiveljagers. Een
hunner had een priem door zijnen
wang fteken, en fchudden beide ge-
duuriglijk hun lichamen, als ofze van
den duivel bezeten waeren: \'tgeenzy
d\'arme menfchen ook wijs maken.Zy
zeiden den Schipper en het volk van
het vaertuig des Ambafladeurs,dat zy
des anderen daegs een goede wint, en
een gelukkige reize zouden hebben.
Dies de Schipper, die hen neflens zijn
volk met gevouwen handen en al be-
vende aenfprak,met eenig zilver (daer
j het hen flechts om te doen is,) be-
j fchonk, als ook met eenig gout en zil-
ver papier, van zijnent wegen aen
I den duivel ten offer. Desgelijx liet
Van Hoorn aen hen, om hen quijd te
worden, vijf maes zilver geven. Men
vind in
Sina veel diergelijk flaghvan
luiden , die met het vertonen van
vreem de gebaren en kaftydingen hun-
ner hchamen, op een zonderlinge wij-
ze , d\' aenfchouwers tot geven trach-
ten te bewegen.

Eenige hebben zekere drogeryen ^otzemd-
op \'t hooft leggen, die zy boven aen
brand fteken, en tot op de blote huid
zoo lang laten afbranden, tot dat de
ftank den omftanders in de neuze
trekt.^ Zy midlerwijle weten met krij-
ten , kermen en handen waringen der
wijze zich aen te ftellen, als ofze de
grootfte pijne leden : zonder zy op-
houden , voor al eer hen wat gegeven
word.

Ook zietmen doorgaends in de
vermaerdfte Steden en neering^rijke
dorpen, inzonderheid op Jaer mark-
ten hele troepen en fcharen van bhn-
de bedelaers te zamen gaen ; die zich
op de maet van eenige woorden, door
hen zelfs binnen \'s monds gemom-
pelt en geprevelt , zeer fel flagh op
flagh met ftenen op de borft bonzen :
ja by wijle zoodanigh, dat hen het
zwarte bloed tappelings by den lijve
neerloopt.

Tt z Atï-

-ocr page 436-

Aüdefe hardebolleft voorhooft te-
geii voorhooft zoo fel, dat de bekke-
nelen fchijnen te zullen fcheuten en
aen ftukken fpringen. Ja zouden lie-
ver uit magteloosheid neerzijgen of
doot ter aerde vallen , voor zy op-
houden, zonder men hen iet geeft of
weg gaet.

Andere kloppen en bonzen met
hun bloote voorhooft zoo geweldig
fel op eenen ronden fteen, eggende
op d\' aerde, dat d\' aerde daer van da-
vert en dreunt : waer door zommi-
ge onder hen groote en verheve bul-
ten en by wijlen eelt van een halve
vuift dik aen hec voorhooft hebben
zitten.

Men heeftin Sina velerleiflagvan
andere ledig gangers ,die met den lui-
den het geld , door verfcheide von-
den af te trochhelen , zich erneren.
De bedelaers onder ander fcholenby
grote rotten te zamen byna op een
zelve wijze, als de landlopers hier te
lande, die door hun woeft en onge-
bonden leven, den naem van Heide-
nen gekregen hebben. De grootfte
hoop beftaet uit menfchen , die vati

Derde Qezandfchap ha V Keherrijk
^
_t.

natuur zelfs wartfchapen ter wereld
zijn gebragt, of door d
\'ouclersmet
een onbedenkelijke wreetheid aen
her een of ander deel des lichaems,
la
hunne tedere jongheid ten dien einde
verminkt worden : want men ziet\'ec
of met verdraeide halzen, offcheve
monden, of buiten gemein grote bul-
ten op de ruch, of hinkende, of
ge kromme neufen, of leepe oogen»
of afgezette armen en benen.

Men vind\'er ook veel Quakzalvers
en
andere, die verfcheide wilde hee-
ften gebruiken, inzonderheid Tigers,
door langer hand tam gemaekt t daer
zy , tot een wonder der aenfchou-
wers , opzitten, en door Steden en
dorpen
mede om her rijden. Het tam
gemaekt dier gaet met een langza-
men tret langs de ftraten, heeft een af-
gehouwen ftruik in den bek, en
gtimt
vervaerlijk met dezelve op te lp«

-ocr page 437-

ren, en de ftaert heeü en weder te flin
geren, zonder evenwei iemant quaet
te doen. De berijder ^esdiers, welk
hy zonder toom of teugel, fleehts
door de beweging des lichaems en
voeten, na zijn welgevallen, weet te
bellieren ; heeft een ruime rok over
zijne onderkleden aen, met mouwen,
^o ruim en wijd , die meer als ter
halver wegen over de kuiten flinge-
ren. Over de rechter fchouder onder
de linke oxelis een gordel geftrikt, in
maniere van een draegbant. De linke
hand houd gemenelijk een degen^
daer hy vervaerlijk mede in de lucht
fchermt; nu boven over\'t hooft, dan
Weêr averrechtsenzyehnx ; tegelijk
met aenheffen van een yzelijk getier,
en \'tprijzen van hunnen balfem en
Zalf, dienftig tegen alle wonden en
gebreken.

Gemenelijk verzeilen ook dën
Qi^akzalver op den Tiger andere mis-
maekte en verminkte menfchen:zom-
mige hompelen op krukken voort: |
andere hebben klappen, niet ongelijk i
die in
Holland imgs de deuren by de 1
^elaetfchert of Lazarifen geklept 1
Worden De m eefte gaen ten groten
^ele naekt; andere hebben wij de rok-
ken aen ; hoewel vol lappen en van
flechte ftoflè : andere , een vreemt
Vertoon, hebben opftaende vleugels
ter weder-zijde van den flaep des
hoofts.

Het was al laet in den namiddagh,
^er de trekkers van het vlek
Singo qua-
^i\'^hsi Niettemin d\'onzen voeren

\'"\'-Hn!\'\' voort, voorby het dorpje Sinkia-
zuanhQeti, en bragten het met den

Sou JT"" ^^^^^^

ot twalef huizen , yöaiftö» genoemt,

daer zy om te vernachten bleven : en
waeren ontrent anderhalve mijlede-
Zen dag gevordert.

ï^en zes en twintigften zijn zy we-
der met den dag, en een goede wint
Van
joupou vertrokken : en quamen
gevaren voorby de dorpen
Konglei-
\'^eao, Tfantzan
en Gouetchia: de twee
eerfte aen de rechte, en het laefte aen
«e hnke hand of weft-zijde van den
% i P"^ gelegen : des namiddaghs te
een kanon fcheut bezuiden de
^cadc
Taujenjeen ; aldaer moften zy

blijven leggen, om van verfche trek-
kers verzien re worden. Dien dagh
was drie mijlen en een vierendeel op
verfcheide koerfen, volgens den loop
des Gelen ftrooms gevordert.

Taujenjeen, anders Taoyuen, is ge-
legen aen den wefterlijkeii oever van
den Gelen ftroom, leid omringt met
een brede en vafte aerde wal, gefterkt
boven met een vry dikke ftene borft-
wering.

Den zeven en twintigften vertrok-
ken zy weêr met verfche trekkers van
de Stadr
Taujenjeen, beoofte de zelve
hene, voeren tegens den middaghet
èLOf^Suijtfien-^Qoxksj, gelegen op de
rechte hand van de Gele ftroom: ook
voorby vele boere woningen, die aen
weder zijde van den zeiven ftonden.
Des namiddags quamen zy vooreen
buurt van zeven of acht huizen, zon-
der naem, aen te landen, op de lin-
ke hand of weft-zijde
Van den Gelen
ftrooül gelegen ; daer zy ter nacht-
ruft bleven leggen:. alzoo de Geleids-
Mandarijns ,
Wijl het wat begon te
koelen, niet voort dorften laten ftaen.
Dezen dagh was ontrent drie
mijl op
verfcheide koerfen gevordert.

Desmorgens, den acht en twintig- nor^eä
ften, floegen zy weder terreize, en
trokken dien dag voorby de dorpen enGoufun-
Goesjan , Pojancho en Goufuntu : het ^h.
eerfte aen de rechte, cn de twee laefte
aen de linke hand van den Gelen
ftroom gelegen. Des namiddags qua-
men zy aen het dorp
Tßnfing, daer zy,
om van andere Koelijs tot trekken
verzien te worden, bleven leggen:
en waeren dien dag drie mijlen en een
halve op verfcheide koerfen gevor-
dert. Even beooften het dorp
Tfin-
fing
leid een fraei kafteel, rontom met
een muur beftoten, en fpringt in
\'t noorde over een klein heuveltje.
Na dat d\'onzen van verre konden
zien , was dit kafteel, na de Sineefe
veft-bou-kunft, al redelijk, fterk en
wel gebout.

Den negen en twintigften,des mor-
gens , weder van het dorp
Tftnfmg ver-
trekkende, quamen zy, na een mijle
weftwaerds zeilens , aen het dorp j^^yp
Koufiango, daer de vaert, ]un genoemt, ffj^^o
haeren aenvang neemt; die zijn wa-
Tt s

-ocr page 438-

ter door een fchutfluis , in liet dorp
Koufango ftaende,looft. Te weten, de-
ze vaert ]un begint op de Noorder
grenzen des Landfchaps van
Peking,
in de landftreke Hoaiganfu, benoorde
de Stadt
Socien, aen den noordelijken
oever des Gelen ftrooms zelf : waer
uit de fchepen na alle oorden des
Rijks in de vaert
Jun gebragt worden.
Zy ftrekt van daer noord-w eft waerds,
door de tweede landftreke
JeMcheufu,
des Landfchaps van Xantung, tot aen
de Stadt
Cining, bezuide het Meir Na-
nuang;
daer na door die van Tungchan-
fu
, en door het Meir Nanijang , en
ftort eindelijk , op het einde der land-
ftreke , byde
StadtLincing, haerwa
ter inden ftroorn
Guei, die het Land-
fchap van
Xantung en Pekingïchtïd.

Dan dewijl op veie plaetfen in deze
vaert het water voor groote fchepen
t\'ondiep is, leggen in de zelve over
de twintigh fchutftuizen ,
Tungpa in
\'tSineefch geheten, zeer heerlijk en
hecht van gehouwen fteen gebouwt.
Ieder ftuis heeft een pootte of ope-
ning, tot doorgang voor de fchepen,
die met grote en zware fchotdeuren
of planken gefloten word, om het wa-
ter op te houden. De fchotdeuren
worden, door middel van een rat en
zeker gereetfchap, met kleine moeite
opgewonden, om doorgang aen het
water en aen de fchepen te geven;
wanneer men komt aen een tweede
fluis, word fchier op een zelve wijze
te werk gegaeA; desgehjx aen al d\'an-
dere.

Maer ten halven wege , eer men
komt aen de Stadt
Cining,wotd uit het
yitiiTjianghoe o{Cang,doot een zeer
grote fchutfluis,zo veel waters getapt
als van noode is: daer na weer in tijds
het Meir gefloten, op dat niet te veel
water zou uit, en de grond droog lo-
pen : want de vlakte des waters, in het
Meir, ishooger, dan het omgelegen
land : waer over ineen kleine ftreke
lands, ten minfte acht fchut fluizen
in deze vaert getelt worden, die het
gewelt en kracht des waters, uit het
Meir ftortende , wederftaen en op-
houden.

Wanneer de fchepen gekomen zijn
aen het Meir
Chang zelf, varen zy
het niet over, maer met grooter gé-
mak en veiligheid langs
een vaert, ge-
maekt aen den oever van het Meir, en
opgehaelt ter weder-zijde met een
braven dijk. Aen ieder fluize zijn lui-
den , die de vaertuigen voor gek, by
een lijn, door de fluizen trekken. In
dezer wijze varen de fchepen uit den
Geelen ftroom naer
Peking op. Ge-
wiflelijk quamen d\'Europer Bouw-
meefters en water-leiders de lengte
van deze vaert
Jun, of dikte en hoogte
der dijken, ter wederzij de, of de cie-
raet der fchut-fluizen, die van loute-
ren gehouwen fteen zijn , of vaftig-
heid des werks teaenfchouwen , zy
zouden mer recht zich mogen ver-
wonderen over de kloekheid der Si-
nefen , en over hunnen arbeid, dien
nauhx andere volken zouden weten
uit te voeren.

Zy zeilden, na dat al de vaertuigen
door de fluis voornoemt, ftaende in
het dorp
Koufango, geraekt waeren,
met een goeden wind op een noordef
koers de vaert
Jun op, voorby de dor-
pen
Machoetan en Uwtaotchou : het
eerft aen de linke, en het laeft aen de
rechte hand van de vaert gelegen:
quamen tegen den avond aen het
dorpje
Maulovao , aen de linke zij de
van de vaert gelegen, ter rufte. Dezen
dagh was ontrent zes mijl en een hal-

vegevordert. Aldaer moften zyvan

trekkers verwifl^elen, wijl de genen,
die van \'t
Sinfing mede gegaen waren,
hun andeel af gedaen hadden : en
nieuwe van
Pinjmg, een plaetfe twee
mijlen en een halve van daer gelegen,
gehaelt werden.

Niet wel vernoegt toonde Van Hoorn
zich over dit wachten, met te zegg^*^
tegen de Geleids-mandarijns: zy ii^"
mersvolk vooruit
haddenbehooren
te zenden, op dat de trekkers op zijne
verfchijning aldaer gereet waeren ge-
weeft. Voorts ftelde hy hen weer
voot
oogen den langen tijd , die zy met
zemmelen zoo hier en
daeropdeze
reize zoek bragten , op eenen wegh,
die in anderhalve maend
met gemak
kon afgeleidt worden. Dies het al,
voegde
Van Hoorn daer op, bezwaer-
lijk voor hen in
Peking zou te verant-
woorden zijn:indien \'sl^^^izersfch^e^^^^

en

choti-

ran^jii

over

-ocr page 439-

kaedje-goederen , die het bederven
onderworpen waren , eenige ramp
over quam.

öen dertigften, des middags, ver-
namen 2y noch al gene trekkers, der-
haive de barkiers , nefïèns eenige
krijgsknechten , in \'tland de boeren
gingen preften. Dan zoo traeg ging
dit voort, dat zy tegens den avond
eerft van het dorpje
Maulouao weg
raekten, varende den gehelen nacht:
hoewel met lomen voortgang, door
net veeltijds vaft raken der barken.
_ Des morgens , den eerften van
ßloei maend, quamen zy voorby de
Vervalle dorpen
Kiakio en Sankomïio,
beide aen de rechte hand van deze
Vaert, een weinig landewaerds inge-
regen : op den middag aen het dorp
^hoetfu mg : door het wclk zyheen
Voeren, desgelijx door eenfchutftuis,
in het zelve gelegen. Gekomen bui-
ten dit dorp, bleven zy een weinigh
yec de barken leggen wachten , tor
dat de trekkers wat gegeten hadden.

Toen voeren zy weder voort, en
S[tiamen met den avond aen een klein
dorpje
Sjoufincha genaemt, vooreen
ïehutfluis in het zelve gelegen , ter
\'iifte. Sedert gifteren avond was on-
trent zes mijlen op verfcheide koer-
fen gevordert.

Den tweeden , des morgens ten
J?egen uuren , voeren zy door de
^chutfluis, daer zy\'snachts voorge-
hadden, belet van eer door te
geraken , door den harden noord-
Weften wint.

Des namiddaghs quamen zy aen
een dorpje
Twanßnqtao voor een
fchutftuis te landen : voor de welke
zy bleven leggen, ter tijd toe de wint

wat zou bedaert zijn.

Midlerwijle zy aldaer lagen , ge-
tackte een van\'sKeizers barken, ge-
^aden met fchatgoedcren, en gelegen
even benoorden het dorp , in den
"tand : doch wierd tijdelijk gelefcht,
afbranden flechts van meeft
t achterfte der bark; en w einig Ichade
de lading. ^

Tegens den avond fchoten zy doof
fchutfluis voornoemt, en voeren
jn de manefchijn voort , door het
dorpje
Singhjamiao en deflfelfs fchut- \'

C\'%

fluis , en quamen ter middernacht
voor een fchut - fluis , in het dorpje
Wanfenfua ter mfïe. Zedert des voori-
gen daegs \'s morgens was maer ander-^
halve mijle gevordert.

Desmorgens geraektén zy döor de
voorzeide fchut-fluis, en quamen ten
middage aen een dorpje
Milanchia ^
daer zy weder een fchut-fluis moften
door varen. Door het hart uitfteken
der wind , bleven zy voor de zelve
ftil leggen. Het dorpje
Milanchia
fcheid het Landfchap Nanking van
dat van
Xantung, en is gelegen op
de fcheid-palen. Tegen den avond,
het weer redelijk geworden, fchoo-
ten zy met de vaertijigen door de
fchutfluis, tot even buiten het dorp
voornoemt, daerzy, om te vernach-
ten , bleven leggen. Dezen dagh was
niet meer gevordert, als drie vieren-
deel mijls , en alzoo uit het Land-
fchap van
Nankingindditym Xantung
overgetreden.

Het Landfchap van Xantung, het
vierde onder de Noorder Landfchap-
pen, word ten zuide, oofte en noor-
de met de zee bekabbelt, en leid aen
de weftzijde omringt met ftromen.
Het paelt ten noorde aen het Land-
fchap van
Peking, en na \'tZuide aen
het Landfchap van
Nanking, daer het
door den Gelen ftroom van gefchei-
den word. Het overig leid met de
vaert
Jun en den ftroom Guei befto-
ten.

Den vierden , \'s morgens , voeren
zy weder voort, en quamen door de
dorpen
Tfingchia en Hanghfuanfa, ook
door twee fchutfluizen, in de zelve
gelegen. Be weften of achter dit laeft
dorp neemt een groot Meir, by de Si-
nefen
Tzianghoe genoemt, zijnen aen-
vang en looft door twee fchut-ftuizen
zijn water in de vaert
Jun. Zy voe-
ren by dit Meir langs: enistuflyien
het zelve en de vaert flechts een klein
dijkje, tot affcheiding, gelegen. Zy
bragten het noch, hoewel laet in den
avond,
2ien\'tdoï^ Tzizang, daer zy,
om te vernachten, bleven. Drie mij-
len en een halven was dezen dag op
verfcheide koerzen gevordert.

Den vijfden, met krieken van den
dag, voeren zy weder voort en qua-
men

-ocr page 440-

men op den middag aen hec dorp ]ac-
xinho
of jaxhinno , verciert met zes
en dertigh fteene gebouwen , in fat-
foen van reduiten, of liever weer-
bare torens. Aldaer bleven zy eeni-
gen tijd
na verfche trekkers w^achten.
Ook eindigde aldaer het Meir
Tzïang-
hoe.
Zoo dra verfche trekkers geko-
men waeren, gingen zy weder voort:
eerft door een fchutfluis, in
Jacxinho
voornoemt gelegen : daer na door
het dorpje
Tfonoiacha en noch twee
fchutiluizen. Des avonds quamen zy
Maaüatao. aen het dorpje
Maaliaeao , de ruft-
plaetfe des nachts. Dezen dagh was
vier mijl gevordert.

Aldaer begoft zich weder ^ in ma-
niere als vo"re , een Meir beoofte
deze vaert te vertonen. Het land al-
daer fcheen tot aen het gebergte plas

i

i

rijJ-^

i\'

Stftüt Cm-
ning.

a Amoifjja-
deur mort
kcnfoet.

te leggen.

Tr:kken

Den zeften/s morgens voor dag,to-

pn. tien fchut-fluizen: als ooi^ voorby en
door de dorpen
Tsoutoucha en Nae-
yang
(waer in mee mee twintig fteene
rediiiten, gelijk
\'mjacxinho telt) L out-
chiajeen, Tongnan-Fong, Tsiongiaceen,
Chinkio, Sinchia, Twufee,
en Sohoufum.

Des avonds quamen zy aen de zui-
der vo orftad
Tzinningfoe of Cinning te
landen, en aldaer voor een fchutfluis,
die zy door moften. Dezen dagh
was ontrent acht mijlen gevordert.
Aldaer moften , volgens zeggen der
Geleids-mandarijns,de Hoaiganfe bar-
ken, die onder des Ambafladeurs na-
fleep waeren, verwiflTelt worden : en
de zijne derhalven zoo lang vertoe-
ven , tot dat door die van de Stadt
andere barken verfchaft waeren. Aen
den Geleids-mandarijn om

hem des te meer aen te moedigen,
wierd door den A mbafladeur een ket-
ting Barn-fteen-korael vereert.

Den zevenden droegh zich niets
toe : naerdien de Gezag hebber der
Stadt buiten was : en de Geleids-
mandarijns hem dierhalve wegens de
barken niet hadden konnen te fpre-
ken komen

Des morgens, den achtften, qtiam
het Opper-hooft van de krijgsmaght
dier plaetfe, een Tarter,den Ambafla-
deur begroeten en verweilekomen.

Hy wierd by hem met beleefde ter-
men en een glaesje Spaenfche wijn
onthaelt : bezag ook in het w^ggaen
de paerden en osjes, die hem zeer wel
aen fchenen te ftaen.

Des namiddaghs quam de geleids-
mandarijn
Hiulauja , met twee bar-
ken , om de paerden in over te fche-
pen. Dan deze by d\'onzen bezich-
tigt , wierden zeer out en onbequaem
bevonden en derhalve weêr te rueh
gezonden.

Des morgens, den negen den,quatn
weder een grote Mandarijn, een Si-
nees van geboorte, neflens de geleids-
Mandarijn
Hiulauja,ém Ambafladeur
bezoeken, die by hem ook vriende-
lijk wierden ontfangen en onthacld.
Ónder ander vraegde
Van Hoorn aen
Hiulauja,w2inneQï zy zouden vertrek-
ken. Daer waeren, gaf hy daer op tot
antwoord,door die van de Stadt nocli
geen trekkers, rijs, geld en aadere be-
hoefte voor de barken verfchaft. Zoo
dra zulx gereed was, zy dan wedes
wegh zouden fpoeien. Maer alzoo
d\'Ambafladeur vermoede , dat het al
weder leutery en uitftel w^as, vond hy
goed het naervolgend briefje aen den
Konhon of Stadhouder dier plaetfe te
fchryven.
D\'inhoud was aldus:

D\' Amhaßadeur is tot hier toe van een
verre reize met de
Chinkon wel aenge-
komen. />\' Amhaß\'adeur verhoopt, dat
Talauja de Chinkon-z/^r^/fr zal helpen.
De
Chinkon is. lang onder weeg ge-
weefi , en veel gevaers onderworpen.
Hierom verzoekt d Amhajfadeur
\\2i\\X]2i gelieft orde te ge\'ven, dat
wy goe-
de harken voor de paerden
mogen beko-
men, en d\' Amhaß\'adeur ten fpoedigß^
»^er Peking mag vertrekken.

Zijnde dit briefje den Konhon doot
den Sekritaris Van der Does toegebragc
en by hem doorlezen, gaf hy daer op
ten antwoord: het noit een
gebruik
was, ofoit gebruikelijk geweeft, men
op die plaetfe, \'tzy in\'tgaen of ko-
men , van of naer
Peking, barken ver-
wiflelde. Waer op de Sekritaris den
Konhon diende: hy daer in den Heef
Ambafl\'adeur gehefde t\'ontfchuldi-
gen,die maniere (vermits zy vreemde-

Ungcnwaren)nietgewetentehebbeit.

D\'Ambafl\'adeur had dit verzoek op

-ocr page 441-

het zeggen van hunnen Geleids-Man-
darijns gedaen, die den zelven had-
den komen wijs maken; hoe de
Hoay-
ganfe
barken aldaer moeften verwif-
iehworden. De
Konhn , nadeZQre-
denen,
zeide, dat al \'sKeizers goe-
deren in de zelve barken, met de wel-
ke zy aldaer gekomen waeren, zou-
den blijven, en hy orde zou ftellen,
de barken van alle noodwendige be-
hoeften wel verzien wierden; ten ein-
de d\' onzen na hun w^elgevallen mog-
ten vercrekcn.Ook zond hy,m tegen-
woordigheid van den Sekritaris,eenen
Mandarijn naer den
Touivatjaofhark-
ßieefter, met laft van aenftonds al de
harken van alle noodzakelijkheden
te verzien, en d\' onzen in genen dele
op te houden.

Des morgens, den tienden, quam
een Mandarijn van wegen den
Konhon
dier plaetfe , den Ambaftadeur met
het volgend befchenken, als
Twee varkens^
Twee fchapen.
Zes enden.
Zes hoenders.

Twee potten Chiamzoe,(?/Zamzou,
dafs drank van rijs , en eenige an-
dere fniuzeringvanververßnge.
\'Ten dank wiert dit\'aengenomen en de
brengers met drie tayl zilvers vereert.
Tegens den middag fchoten zy met
aide barken even door de fchutfluis,
Waer voor zy gelegen hadden: en ble-
ven Voor een andere fluis leggen, tot
den elfden,tegens den avond: als wan-
lïeer zy weer voort voeren door de
Voorzeide fluis,en noch door twee an-
dere,beweften de Stadt
Cinningyan de
Voorfteden heen
.Cinning oiTzinning^oi
Cuningfiu,
de veertiende onderhorige
Stadt der Opper-ftadt
Tengcheu, is een
lüfiig en OU wets Stedeken, gelegen in
«et opvaren aen de rechte hand van
de vaert Jun , in een vlakke en moe-
tafchachdge Landou. Het is van bin-
JJ^n dicht betimmert en heeft twee
hoge Pagoden. Haervoorftad is aen
^eder-zijde van de vaert zeer groot
Volkrijk,cn heeft ook aen wederzij-
de van de vaert twee fterke fchutflui-
Zen, alwaer \'t water zes voet hoogge-
Jchut word. Zy voeren in donker ver-
by de dorpen
Oeleing,Siliphoe enGhan-
fu:
quamen des namiddags in het dorp
Poe tuen ter rufte , een mijle en drie
vierendeel van de Stadt
Tzinningi

Hl

Des morgens, den twalefden, voc^
ren zy weder voort, en dien dag door
drie fchutftuizen : als ook voorby en
door de dorpen
Longhwanghmuao en
Nangwangao : dicht by eikandre gele-
j gen: daer de^^VietOngkooin deze vaert
komt lopen. Dies zy den ftroom,
die dus verre in deze vaert tegen had-
den gehad , een weinig medebegon-
I nen te krijgen, en derhalve het dorp
j noch voorby geraekten. Te-

I gens den avond quamen zy aen het
I dorp
Kaygoeva voor een fchutfluis te
vernachten. Dien dagh was ontrent
vier mijl gevordert.

Den dertienden voeren zy door de
fchutfluis, en fcheiden alzoo weder
TAnhetdor^ Kaygoeva ; quamen dien
dag weder door driefchuifluizcn, cn
voorby de dorpen
Julako, Tjinti, King-
kiacouw
cn Oeßenno. Gekomen bui-
ten het laeft, begon het vry hert uit
den noorde te koelen, zoo dat zy het
acn den dijk moften vaft zetten, om
het mooi weer af te wachten. Vier
mijlen was dezen dag gevordert.

Den veertienden, nahet weer een
weinig bedaert was, gingen zy weder
voort, ontrent de verte van een vie-
rendeel mij Is : als wanneer zy voor
een fchutfluis in het dorp
Oechenno
quamen. Aldaer bleven zy tot acn
den avond leggen , eer zy konden
voortkomen , ter oorzake , volgens
het zeggen van de Geleids-Manda-
rijns , geen w^ater genoech voor de
vaertuigen om te vlotten was.

Des avonds dan voeren zy weder
voort, quamen in den donker voor-
by de dorpen
Siliphoe, Ulchelipoe en
Oeliphoe: des namiddags, aen het dorp
Taukjamtuao, weder voor een fchut-
fluis ter ruft : twee mijlen cn een vie-
rendeel van het dorp
Oechenno.

Den vijftienden , des morgens
ten negen uuren , voeren zy door
dc fluis voornoemt en van het dorp
Taukjamtuao : quamen op den mid-
dagh aen de Stadt
Xantfuy : daer
zy een weinigh tijds na verfche trek-
kers bleven leggen wachten. Na de-
ze bekomen te hebben, fpocidcn zy
V^ date-

-ocr page 442-

dateiijkea weer weg, varende midden
door de Stadt lieeó.

D.e Stadt Xantfuy leid ter weder zy-
de van de vaert
]un , die in het opva-
ren , op dc rechte cn linke zijde wei
met kalleien bewaert word. Zy is
recht vierkant ; ontrent een uur
gaerids in\'t ronde, en gefterkt op zij-
ne muuren met een ftene borftweer,
Daer zijn veel prachtige gebouwen,
die door gebrek van inwoonders ledig
ftaen, en meerendeels vervallen zijn.
Zy heeft een vermaerde en hooge
Pagode
Teyvoan Miao genotmu deze
lèid in een muur befloten, opgehaelt
onder met graeuweenl>oven met ro-
de cn groene tichchel fteen : gelijk
ook de Pagode zelf uit graeuwen ge-
houwen fteen beftaet , en een dak
heeft van binnen vermiljoen-root, en
boven met gele verglaesde pannen ge-
dekt. Buiten de muren leid een ftaend
water, daer , volgens^zeggen der Si-
ncn , voor eenige jaren, een vermaer- ^
de Pagode met Priefters en Papen ver-
zonken was. Tegens den avond qua-
men zy aen het dorp
Kmenfß voor
een fchutftuis aen te landen,en bleven
aldaer ter nacht-rufte. Drie mijlen en
een halve was dezen dag gevordert.

Den zeftienden,des morgens,fcho-
ten zy met de vaertuigen door de
fluis, daer zy des nachts voor gelegen
hadden, tot voor een andre, een gore-
ling-fcheut verder gelegen. Dan kon-
den deze, door mangel van water, op
hun komfte niet voor des namiddags
door varenten quamen vervolgens tot
aen het dorpje
OaßingYOOT Qenfchut-
fluis, door de welke zy niet voordes
avonts geraekten : en bragt de don-
ker hen aen het dorp
Tfaotfing voor
een fchutfluis ter nachtruftc. Dezen
dagh was maer drie vierendeel mijls
gevordert. Zeer bezwaerlijk konden
de grote barken door deze ftuize
fchieten, vermits het aen de noordzij-
de heel droog was, en acn de zuidzij-
de niet boven drie en een halve voet
water: dit dan afgetapt, zou daer niet
meer als twee voet min een vieren-
deel water blijven : daer de grote bar-
ken ten minfte twee voet en een hal-
ve diep gongen; zoo dat het water ten
minfte noch een voet moeft rijzen,

eer kans was voor de zelve, om i
pegerben. Derhalveblevenzytwee
gehele dagen, den zeven en achtien- •
den, voor deze fluis leggen ; zonder
door dezelve, by mangel van water,te
kunnen fchieten. Den negentienden
raekten zy door dezelve , cn na een
wijle varefis door een andere dierge-
lijke, en quamen tegens den avond ni
het dorp
Gihaatßjßj voor een fchut-
fluisaentelandcn,
ter nachtruftc. In
dezen hal ven dag was een groot mijl
gevordert.

Den twintigften, des morgens,voe-
ren zy deze ftuisdoor: op den middag
noch een andere : als ook voorby het
dörp
Zoatiaj^en: deden \'s namiddags
het dorp
Lieghayway aen, en bleven al-
daer voor een fchut-fluis ter rufte:
twee mijl was op defen dag gevorderr.

Den een en twintighften, des mor-
gens , na het fchieten door de laefte
fchut-ftuize, quamen zy ontrentten^
negen uuren aen de zuider voor-ftadt
van
Tungjanfoe, andersTungehang ge-
heten,de derde Opperftadt des Land-
fchaps van , te landen. - .

DQ$t2idt Tungeln ang leid in een Ja-
gen Iandou: is vierkant van geftalte en
ontrent een uur gaens in \'t ronde, met
wallen, die zonderhng weerbaerzijn-
Daer zijn twee voorname ftraten, die
de Stad kruisgewijze doorfnijden, en
in \'t midden of kruis een
triumf-boog
of hoog gebou van vier gewelfde bo-
gen , en zo veel daken boven malkan-
dre vertonen.De poortenzijn fterk en
hebben aen elke zijde,behalve de pon-
ten offchipbruggen, vier bolwerken,
die langs de muur elkandre kunnen
beftrijken, Aen de noord zijde leid
een boute brug van honderd zeven cn
dertig treden, overeen water, welk
om en om de Stadt vloeit : aen de
zuid-zijde een groote, volk cn nering-
rijke voorftadt. Na \'r oofte ftaet een
yzere grafnaclt , anderhalve vadem
dik, en ontrent twintig voet hoog, be-
fchreven onder aen
den voet met ee-
nige vreemde Sineefche
letteren.Vol-
gens zeggen der Sinefen,
is zy aldaer
voor zeven honderd jaér opgerecht,
aen \'t graf van zekeren Heer, die den
lande grote dienften gedaen had, cn
in den oorlog gefneuvelt was. ^^^

-ocr page 443-

t>es morgens, den twee en twin-
\'^jgften, zijn zy weder uit de zuider
Voorüadt van
Tunghang met verfche
Stekkers (waer na zyliadden moeten
jachten) gevaren, ontrent een mus-
ket-fcheut beooüe de Stadt heen, en
quamen ten middage aen het dorpje
, voor een fchutfluis te landen,

achtften deel in dezen halven dagh.
Door fchaersheid van water moften
^y voor dezelbhutfluis dien middag, 1
alsmededcnganfchen volgenden dag!

komen eerzy konden voort \'

Den vier en twintigften, des mor-
gens, Ichoten zy door de gemelde
Jüis en op den middag door een dier-
geii^e : als ook voorby de dorpen
f yeu Uancotfue en Liancotza. Des
namiddags quamen zyaenhet dorp-
^^J^oetfao: daer zy bleven leggen, om
e vernachten , voor een fchutfluis.

Den vijf en twintigften ging de reis
weder aen door de fchutfluis en noch
door een andere. Des middaghs qua-
menze aen het dorp
Wosrsjavaan t
daer zy verfche trekkers gereet von-
den : dies zy datelijken weder wegh
vorderden,op hope van ten zelven da.
ge tot de Stadt
Linßng het aen te bren-
gen. Maer gekomen voorby de dor-
den
Oetsjaven , Tigkiafa en Tlykiauen,
ag de vaert aldaer ontrent vol Kei-
zers barken, metfchat-goederenge-
laden. Eenige der welke noch dooi
quamen : maer wijl in de vaert, op
zommige plaetfen, door de nauheid
en droogte, gene twee barken voorby
malkand^eren kunnen, raekte de bark
van den Geleids-Mandarijn aen de
grond. Dies zy ben oodzaekt waeren
aldaer (hoewel maer een halve mijle iii
veerheid van de Stadt
Linßng) tot hec
Waffen des waters te blijven overnach-

De vordering van dezen dag was
drie mijl

Vv z Deiï

ten.

-ocr page 444-

Den zes en twintigften/s morgens,
raekten zy weder voort, en quamen
ontrent negen uuren aen de Stadt
Lin-
fingie
landen; varende met de barken
ter Stadt in (alzoo deze vaert dwers
door de zelve hene loopt) tot voor
een fchutfluis, die zy doormoefl:en.
Ontrent een halve mijle was dien mor-
gen op een noordelijken koers gevor-
dert. Het lagh aldaer overal vol Kei-
zers barken, met fchatting-goederen
geladen. De Stadhouder dier plaetfe,
volgens bericht der Geiéids-Manda-
rijns, was afgezet, en wierd een nieu- |
we van
Tungchianfoe in twee of drie |
dagen verwacht : derhalve zy niet |
door de fluis,daerzy voor lagen, zou- 1
den kunnen fchieten ; wijl zy met
yzere kétenen was toegefloten.

Den zeven en acht en twintigfl:en

droeg zich niets toe.

Den negen en twintigften,des Zon-
daghs op Pinxteren,wiert den Ambaf
fadeur aengedient, de nieuwe Stadt-
houder van
Tungchianfoe aldaer was
aengekomen, en aenvang in zijne re-
gering genomen had.

Dies hy den dertigften, \'s morgens,
goet vond , tot vervorderingh van
zijne reize, het naervolgend briefje
aen zijn Hoogheit te fchrij ven :

De Hollandfche Amhaffadeur komt
van verre landen gereifi; y en is over vier ^
dagen alhier tot
Linflng aengekomen. |
De ^ Chinkon is langh onderwegen ge- j
weeßy en daer door veelhedervén on-
derworpen. Daeromverzoekt d\'Amhaf-
fadeur aenT-Am]2t. , dat de Chinkon hoe
eer, hoe liever, naer
Peking magh ver-
reizen: en derhalven de fuizen mogen
geo^ent worden : daer hy den Keizer
dienfi zal gefchie den, en d Amhaffadeur
daer voor dankhaer zijn.

Met dit briefje gingh Nohel der-
waerts. Dees van daer wedergekeert,
bragt ten antwoort: hy by den nieu-
wen Stadthouder was geweeft, en op
des Ambafladeurs briefje , hem ter
hant geftelt, tot antwoort bekomen
had. Hy wel wift,dat d\'onzen van een
verre reize gekomen waeren : ook
hem kennelijk te zijn (alzoo hy over
twee jaren mede voor
Ay en Quey-
muy
was geweeft), wat dienft zy dén
Kei:2er gedaen hadden. Derhalve hy

Komen aen
Linßng.

a! \'s Keizers

ons niet zou ophouden ; maer aen-
ftonds een Mandarijn zenden, om de
barken, (alzooaldaereentol was, en
niet als Keizers goederen, zonder de
zelve te betalen, door mogten)daer
\'s Keizers goederen in waeren, te be-
zoeken, of\'er eenige byzondere goe-
deren in waeren. Zoo dra zulx ge-
fchiet was , zou hen dan datelijken,
wanneer het
hen beUefde , laten ver-
trekken, Gelijk ook aenfliönds, na No-

^f/j-komfte, een Mandarijn van den
Stadthouder, neflens de
geleits-Man-
darijns,
Hiu en Hanlauja by den Am-
bafladeur verfcheen. In \'t eerft hefte
dees het bezoeken der goederen
hoogh op : maer wanneer hem door
den Ambafliideur daer op geant-
w^oort wierd; dat hy zulx kon doen
en van zijne bark beginnen ; doch
dat geenzints Wilde gedogen eenige
kiften of kaften voor hen geopent
wierden, was hy, zonder iet uit te
rechten, weder vertrokken. Hy wiert
door den Ambafladeur met twee
ftukkenMoerijzen (want het hem
flechts om fchenkaedje te doen was)
beichonken. ^ ,

Zy vertrokken dan des morgens vefif^
heel vroeg, fchooten met devaertui-
gen door de fluis, daerzy voorge-
legen hadden, en voeren zoo door
de Stadt
Linfng, tot voor een twee-
de fchutfluis , daer zyniet voor on-
trent den middagh door geraekten.
Zoo dra waeren zy door deze fchut-
fluis niet, of c|uamen in den ftroom
Guei of Geu , die aldaer , om de
Zuid van daen , door een anderen
oort van de Stadt komt gevallen. Al-
dus geraekten zy ten laefte uit deze
\\2LQnfun, in welke zy door zevenen
veertigfchutfluizen, niet zonder gro-
te moeite,waeren gevaeren,met zoek
brengen van over de twee en dertigh
dagen. Hoewel zy, volgens zeggen
der Sinefen, noch al zeer
gelukkelijk
waeren doorgekomen; wijl, eenige ja-
ren verleden, in de zelve vaert zoo
weinig waters was geweeft, dat de ge-
meine vaertuigen, tuflchen
angfoe en ljnfmg,\\i]{en veertig of vijt-
tig dagen hadden toegebragc:daer het
niet boven zes mijlen in veerheld van
den anderen leid: en de reft na geg^c^

-ocr page 445-

Kort na deti middagh quamen zy
even buiten de Stadt
Linfing. Onder
al de Steden dezer Landftreke munt
de Stad t
Linfing in grote,meenigte van
inwoonders, heerlijkheid van gebou-
wen , (hoewel haere weftzijde d\' on-
zen zeer vervallen bevonden : zulx
Zy beter een puinhoop, als Stadt ge-
leek ) en kooprijkheid uit: ook tot
Zooverre, dat zy voor weinigh Ste-
den in hetgeheel Rijk behoeft te wij-
ken ; want s\'is gelegen op het eind
der vaert
Jun, ter plaetfe, daer deze
vaert en de vhet
Guei in malkandre
ftorten; waer door aldaer gewenfchte
en bequame gelegentheid ter fchip-
vaert is. De Ichepen komen geladen
met allerlei koopwaren,uit het ganfch
Sineefch Rijk , voorby cn aen deze
Stadt; hoewel niet zonder tol te be-
talen : daer over drie tol meefters het;
opzicht hebben.
 I

Zy leid ter wederzijde van de vaert ■
Jun,{wmi dezelve fchier midden door ,
haer)die aldaer met twee kaftelen over i
malkandre bewaert is , en met twee \'
fterke fchutfluizen opgefchut word::
een byna gelegen in hec midden der
Stadt: d\' andere op het einde, aen den (
vliet
Guei. Na de noord-zijde leid een i
fchipbrug van negen ponten,tot over-
gang van d\' eene zijde der Sradt na
d\'andere. Een dezer pontenis in dier
wijze geftelt, dat dezelve bequame-
liji^uit haeren plaets kan wijken, en
aen de vaertuigen, nahet betalen van
den tol, doortocht geven.

De Stadt leit in een heel vlakken
en zandigen Landou: is omringt met
een aerde wal, opgezet boven met
een ftenen borft wering : en heeft na
i
den noordkant vijftien bolwerken en
twee rondelen. Haere geftalte is een
ongefchikte driehoek, en beflaet on-
trcnt twee uuren gaens in\'t ronde.

^Nas\' Een halve uure buiten de muuren,
fta de noord zijde van de Stadt, ftaet
een overfchone hogen tooren. Hyis
achtkantig van geÜalte, rijft van d\'aer-
de met negen tranfenof omgangen:
»eder hoog negen ellebogen : zulx,de \'
gehele toren dehoogte van negentig
ellebogen heeft. De gehele buiten-1
tnuur is van fijne porceleine kleiaerde
gemaekt, en met verheven beeld en

fchildër - werk zoiiderling fraei gë-
ftofïêerc.
De binnen muur beftaet
uit meenigerlei kleurige marmer:
zoo glat geftepen ehgepolijft, alsdë
glatfte fpiegel , inzonderheid de
zwarte. By een wendel - trap klitnt-
men naer boven, niet gemaekt zelf
in het midden des torens ; maertiïf
fchen
twee muuren tn , die in iéder
verdieping zijnen ingang heeft, en
van daer na de m arm ere galdery en en
vergulde yzere traliën, welketotcie-
raet rontom de galderyen gemaekt
zijn. Overal aen de galderyen, inzon-
derheid aen de hoeken en kantelen^
hangen fchelletjes en klokjes, in dier
wijze, dat zy, bewogen door de wint,
een aengenamen toon geven. Opde
hoogfte verdieping ftaet een groot af-
godinne beeld van gegoten koper, of
van gegoten pleifter, zoo andere wil-
len, maer verguld, te prijk : daer de
tooren aen gewijd is , hoogh der-
tigh voet. Van den bovenften om-
gangh dezes toorens kanmen het
land daer ontrent en zelfs in de Stadt
overal zien : \'twelk een zeerluftigh
uitzicht geeft.

Bezijde den tooren ftaet eeftfcho-
né Pagode , ook beziens - waerdigh
door de grote vergulde beelden in de
zelve.

Des namiddaghs trokken zy langs
den ftroom
Guei,doot het dorpje Wan- Wmtomd.
touwo,
en quamen\'s avonds met den
donker aen het dorp
Jfong, ter nacht- Tfong.
ruft : drie mijl varens voor ftroom af
van
Linfing,

De ftroom Guei neemt haeren smorn
oorlprong aen de weft-zij de van Cr^^f i- Guei.
hoei, de vierde Opper-ftadt desLand-
fchaps van
Honan, en loopt van daer
met vele kromten en bochten , tuf-
fcheii de Landfchappen
Xantung en
Peking door , en ftort zijn water by
het kafteel
Tiencin indenzee-boefem
Cang , dien de grote Indiiche zee
boord.

Zy vertrokken \'smorgens heel
vroeg, den eerften van Zomer-maent,
des voormiddags voorby de dorpen
OepoeijeenWankelo: op den middagh
voorby de Stadt
Vehincheen, datizy
beoofte langs voeren, zonder aen te
leggen : des namiddags voorby het
Fv 3 dorp

-ocr page 446-

dorp Sangne ; en quamen metdena- j en braghten het des avonds aen het mJJ^^
vond voor het dorpje
Chiamaing, al- dorpje Soukuntangh: daer zy bleven
waer zy vaa trekkers moften verande- om te vernachten,en van verfche trei^-

ren, ter rufte. Dezen dagh was vijf I kers verzien te worden. Dezen dagh
■ \' . was zes mijlen twee derden dele ge-

vordert.

Des morgens, deri.vierden,zoo dra
zy van andere preftehngen verzien
waeren, gingen zy weder voort, en

Vkching.

beftotentaen de rechte zijde van den
ftroom. Na de zijde over het water is
een wel-beboude voor-ftadt.

Dezen dagh was ontrent vijf mij-
len en een halve gevordert, volgens
loop des ftrooms, die aldaer ontrent
vol boghten en ondiepten is.

Des morgens vroegh , den der-
den, fpoeiden zy weder wegh : qua
men des voor en namiddaghs door
en voofby de dorpen
Thunloo,, Soe-
nufoe
en Teckchiouw: op den middagh
aen de Stadt
Taatchiouw ^rxAetiTachu
genoemt.

Tachu leit in een vierkante vorm
(gelijk meeft al de fteden van Sina)
gebouwt, aen de rechte hant van den
ftroom
Guei, in\'t opvaren: en is ver
groot met een fchone en volkrijke
voorftadt. Zy is yan binnen redelyk
wel betimmert; hoewel veel van hae-
ren ouden luifter inden laeften Tar-
tarifchen oorlogh verloren heeft.

De muur is ontrent dertigh voet
hoogh en zeer zindelijk opgebouwt,
en gefterkt met bolwerken en borft-
weringen.

De hooft nering der inwoonders
beftaet voornamelijk in Sineefch bier
te brouwen, welk de Tarters gemeen-
lijk van daer vervoeren, en op andere
plaetfen verhandelen. Te
Tachu ble-
ven zy eenigen tijt na verfche trek-
kers leggen wachten, en gingen, na
die bekomen te hebben, weder voort.

Tächtt.

tl , Â¥ CtlX, tl\'Wk. «VJi-lJj —--------------fy â€¢â€¢ y O O J

quamen des voor en na-middaghs quamen voorby eenige vaertuigen
voorby de dorpen
Tsafuang en Sing- van Peking komende. In welker een
kiakouw: des avonds aen de Stadt deKrijgs-overfte van het Landfchap
ftngjeen oïUciening, anders Vuching } ymQuantung was, derwaertsgezon-
genaemt, de veertiende onderhorige
i den, om den geene, die aidaer tegen-
Stadt derOpper-ftadt
Tungchang des | woordig en een ftok out man was, op
Landfchaps van
Xantung. Zy bleven | zijn verzoek te vervangen,
aen haere zuid zijde leggen, om te | Ontrentten negen uurelanden
zy
vernachten , en van verfche trekkers aen het dorp Sangjueen : alwaer zy m
verzien te worden. eenigen tijd, om verfche preftelingen

Fuchin-i leit in een vierkante muur te bekomen, bleven leggen. Naulix

waeren die verfchenen , of gingen
noch voor den middag weder hunne
vaert voort, en quamen des namid-
dags door de dorpen
Ghanning en Seu-
feukhouw
, cn tegens den avond aen
het dorp
Lienuehoe, de ruft-plaets des
nachts. Dezen dag was zes mijl ge-
vordert.

Volgens berecht van veel dorpe-
Ungen, aen d\'onzen gedaen, zou al-
daer aen dit dorp zich hetLandfchap
Xantung eerft van dat van Pekingfchti-
den ; hoewel andere willen dit Land-
fchap met deStad
Tlatchiouw gefchei-
denvvord.

Des morgens, den vijfden, gingen
zy weder voort,
met het krieken van
den dagh uit het dorp
Lienuhoe den
ftroom af meteen voorwint, en qua-
men ontrent acht uuren voorby het
dorp
Taloeueen : ten negen uuren ten
wefte voorby de Stadt
Tonquangchien^
of Tungquang, op de zuid-zijde ot
rechte hand Van den ftroom
Guei, on-
trent een gotelings-fcheut te lande-
waerds in gelegen.

De Stadt leid byna in een vier-
kante vorm, is ontrent een
uur gaens
groot in \'t ronde , verzien met fter-
ke muuren cn diepe grachten. Men
zeid een bij lier grote Lceu
van gego-
ten yzer op het
merkt-veld van de

Stadt ftaet. Het land is rontom met
bomen van allerlei gewas redelijk öe-

plant. Op

mijl in veerheld op verfcheide koer-
fen gevordert.

Den tweden vertrokken zy weder
in den morgen-ftont, met verfche
trekkers, van het dorpje
Chiamaing :

-ocr page 447-

Op den middag landen 2y aèn het
Ottfang: \'s iiamiddags in het vlek
PoethüHw : alwaef zy, om van andere
preüeiingen verzien te worden, ble-
ven leggen. Dezen dag was vier miji
èn een vierendeel in het Landfchap
van
Peking gevordert.

Des morgens, zoo dra de dag aen-
^rak, gingen zy met nieuwe trekkers
en een goede wint weder voort van
het dorp
Poethouw: trokken des voor-
middags door en voorby de dorpen
Suckiajeen, Sjenzoetan, Swijckvaó^Suk-
kiavoy,Si€nfiteen, Fonkiakoul, Sangue
tnSuangcho:
deden cp den middag de
Stadt Siangchiouw : alwaer zy an-
dere trekkers gereet vonden: vorder-
den ook datelijken weder weg, en de-
den met zeilen en trekken zo veel,dat
Zy des naemiddags de dorpen
Palis-
^ang , Zayfifung, Ulcbilitung^, Soucoul-
^hon
,Suckiasivun,SangJfMang,Vl en Uly,
ook veel Pagoden en gehuchten van
vervalle huizen noch voorby raekten,
en des avonds her aen de Stad
Chinche
aenbragten. Aldaer bleven zy leggen,
Om te vernachten en van andere pre-
ftehngen verzien te worden.

Voor dag, den tweeden, quamen
al verfche preÜehngen , dieszy aen-
ftonts met dezelve reis vervorderden;
Voeren al heel vroeg door en voorby
de dorpen
SanqueßeanJaquacouw,ToM-
<^hekouw, Palifuangßi\\Qnx.ttm.
ten acht
mire beoofte de Stadt
Chingcheen he-
^e : Zonder aldaer aen te leggen. By
deze Stadt loopt een vliet landwaerds
m, en neemt zijnen loop om de Zuid.
Zy quamen voorts voorby de dorpen,
Sayetwang , Majang , Hayfoemat en
Suang; leggende het land daer ontrent
ook al vol huizen cn buurten.

Op den middag voerenze door het
dorp
Uoucho : alwaer zy van verfche
trekkers moften verwiffelt hebben:
maer gemerkt de wint hen zeer voor-
delig was, voeren zy zonder zeil te
ftrijken voort : zulx die hen des na-
middags voorby negen dorpen bragt:
als
Soucoulthung , Kout che , Tankoult-
hung, Soutouwa, G\'h&ekia ,Chingfuan,
i-ijkiathue, Sincoatheen,Cha7tthen,Su-
^theen: des avonds noch aen de Stadt
^fnnchay, gelegen als den ooftelijken
®ever dezes ftrooms s alwaer zy, om

tè vernachten , éri van verfche trek-
kers verzien te worden, des iiachts
bleven leggen. Dezen dag was weef
acht mijl en een halve gevordert;

Den achtften vertrokken zy weder
met verfche trekkers en een zuide
voorwint van de Stadt : voe-

ren des voormiddags, gehjk ook gi-
fteren en eergiftereii, meenighte van
dorpen voorby, gelegen aen weder-
zijde van den ftxoom
Guei : als, Oeli-
foang, Loulyfuang,Thoulioum,Taywan\'
fuang , Oekiamiao , Boatfaae
, V Zong-
kiafuaan, Sangjue
, \'t vlek Jangleotzing,
Liekiatwang, Tzautfocauiv
cn Piechie,
en quamen des middags aen de Stadt
Tjenfinghway , anders Tiencin, te lan- Kcinmtl
j den : alwaer zy bleven leggen. De- i^^w/».
zen dag was zes mijl gevordert.

De Krijgs-overfte of Opper-hooft woHen by
van de krijgs maght dier plaetfe, een
Tartar en een man van groot aenzien, fcheiijk uer-
wiens zufter een van des voorgaen- -^^i^^kooint:
den Keizers,of vader van defen tegen-
woordigcn , by-wijvcn was geweeft,
quam den Ambaftadeur begroeten en
bewellekomen , ook tegens morgen
t\' zijnen huize ter maeitijd nodigen^
Voor welke heufcheid d\'Ambafta-
deur hem bedankte : met te zeggen,
hy noch zeer zwak was en derhalve
het uitgaen noch niet derfde onder-
nemen;verzoekendezijne Hoogheid
hem geliefde t\'ontfchuldigen. Wacf
op dees Heer zeide : hy wilde de \\
maeitijd in een zijner barken berei-
den , en komen met de zelve by die
van den Ambaffadeur, op dat hy zich
niet zoude vermoeien.Dies
Fan Hoorn,
ziende het niet anders wezen kon,
aennam te verfchijnen.

Den negenden, des morgens, lier
het Opper-hooft voornoemt den Am-
bafladeur halen, om hem te vergaften.
Derhalve hy zich, neffens
Nohel,Put-
mans ,
den Sekritaris, en eenige van
het gevolg, naer zijne barken , leg-
gende een weinig achter de zijne,
begaf. Zy wierden vriendelijk hy en termd-
hem ontfangen, en aenftonds aen ta- om.
fels, die al gereet ftonden, op ftoelen
tot zitten genodigt. Kort daer aen
quam\'er mede de
Toya , of Opper-
hooft der burgerlijke Regering dief
plaetfe, die daer mede fcheen geno^

dig,t

-ocr page 448-

eenfdeels in groote en rijkdomménj
eenfdeels in pracht en meenigte van
gebouwen. Aldaer al de fchepen, die
uit zee of de middellandfche gewe-
ften naer
Peking op willen, moeten
derwaerds nae toe fchieten en voor-
by varen. Waer over aldaer altijds een
ongelofelijke meenigte van vaertui-
gen is. Men heeft\'er gewoonehjk de
befte ftapel van al de koopwaeren ?
aengezien de handel in deze Stadt
voor eenen iegelijk open ftaet, en de
koomenfchappen genen tol te beta-
len hebben. De Stadt is gefterkt met
hooge en weerbare wallen,
en bezet
met veel krijgsvolk.

Tegens den middag vertrokken zy
weder van de Stade
Tienfingway , en
floegen, na een weinigh varens, hoe-
wel noch in de voorftad , uit den
ftroom
Guei, die hen zeer voordeelig
met zijne afwatering was geweeft, in
een anderen , komende uit den noor*
de in den
Guei geloopen ■ zulx zy al-
daer tegen ftroom kregen : en ook in
de wind. Dies zy tragen voortgang
maekten; doch vorderden evenwel,
door kracht van trekken, zoo veel
weghs; dat zy verby de dorpen
Qua-
fa, Sijkoelea, Sangfan
en Peytfangqm^
men , gelegen aen weder zijde van
dezen ftroom , en des avonds aen het
dorp
P\'hoe koe het rufte raekten; heb-
bende , federt hun vertrek van
Tien-
fingway
, ontrent een mijl en zeven
achtfte deelen gevordert.

Den elfden des morgens vroegh,
vertrokken zy weder van het dorp
P\'hoekael, en quamen dien dagh, met
trekken en zeilen, voorby de
dorpen
Thanquafue, Poecue, Ghanchol, P\'hoek-
houw, Hangchue
en Maet/iachoa. Heï
land is aldaer over vlak, wel
bebouwt?
en vol huizen en wooningen.

Des namiddags landen zy aen een
groot dorp,
Jangtzin genoemt : al-
waer zy, om van verfche trekkers ver-
zien te worden , moften blijven- De-
zen dagh was drie mijl op
verfcheiden
koerfen, \'t kompas twee of driemael

rontom, gevordert. ,

Den twalefden, \'s morgens, het de
Geleids-mandarijn
Hiu Lauja den on-
zen weten; hoe aldaer geen Koeiijs
tot trekken voor hen waeren-

digt te zijn, efl nèfFens de Krijgs-over-
fte aen zijn eigen tafel wiert gezet.
Datelijk dan wiert de fpijze en drank
opde Sinefe maniere in groten over-
vloet opgefchaft, zonder dees Krijgs-
overfte eenige redenen maekte, of
den onzen iets vraegde: deed alleen-
lijk zijn beft om hen wel t\'onthaeleii,
en het een kopje op het ander toe te
drinken: daer hy hen dapper in voor-
ging en de
Toya mede in geen gebre-
ke en bleef.

Na d\'onzen wel gegeten en ge-
dronken, én den Krijgs-overfte voor
zijn vriendelijk en beleeft onthael be-
dankt hadden, vertrokken zy kort na
den middag. Gekeert weder in hunne
vaertuigen,vond d\'Ambaffadeur goet, j
in vergelding van het beleeft onthael, j
den Krijgs-overfte met het naarvol-1
Gefchenken gendtc befchenken: als twee Moeri- ^
aen de?i . ketting Barn-fteen - korael:
vijf el Stamet: een ftuk Perpetuaen:

een Verre-kijker en twee flesjes Ro-
zen-water: welke gefchenken,neffens
een groet-briefje, den Krijgs-overfte)
des morgens door
Putmans aenge-
boden wierden.

Het groet-briefje luide alsvolgr:

D\' Ambaffadeur is f eenemael dank-
Jchuldig, eerft voor
Talaujas goet ont-
hael : daer na, ivijlhy daer door weder
gezonden verheugt is geworden.

D\'Ambaffadeur zal altijdt aen Ta-
laujaes
goet onthael gedenken. Tot teken
van oprechte genegentheidt\'\\, gelieft
Ta- j
lauja
dit kleing^chenk t\'aenvaerden :}
daer over d\' Ambaffadeur noch meer \'
verblijd zal zijn.

Putmans braght tot antwoord : de
Krijgs-overfte dejSchenkaedje niet
had derven aenvaerden : maer dezel-
ve tot hunne wederkomfte van
Pe-
king
had uitgeftelt; den Ambaffadeur
met een dienft-biedend briefje bedan-
kende.

De Stadt of krijgs-vefting Tiencin ^
is gelegen op eenen driefprong, aen j
de uiterfte hoek van denzee boefem !
Xang, daer al de ftroomen van het ge-
heel Landfchap
Peking te zamen ko-
men, en na een zeer lange loop voor-
by haere hooge wallen in dezen zee-
boefemftorten. Zyiseen zee-koop-:
ftadt, die nauhx haers gelijke heeft, j

liencin.

Wil die niet
aenvaer-
den.

-ocr page 449-

halve vróegh hy den Ambaffadeur,
Oi hy zelfs Koelijs wilde laten huu-
ten. Dan hier toe had
Fan Hoorn ge-
\' zeggen : zulx de

gehele reis niet gefchiet te zijn: waer-
om hy het nu zou doen ? Zy vertrok-
Ken echter alleen met vier trekkers;
hoewel met een goede wint. Zeer
Wel ging dit in \'teerft ; maer dewijl
dommige rakken , door den krom-
"^■^en\'loop des Orooms, in de wint wa-
ten , konden zy daer niet, dan met
gtote moeite door geraken: naerdien
d eene bark voor, en d\'andere na,door
al de Koelijs en Barkiers te zamen,
^"|often opgetrokken worden. Dies
Niettegenftaende quamen zy dien dag

koulutin,Zatzuen noch drie ande-
Je voorby. Des avonds braghten zy
het aen het dorp
Ghofathun : alwaer
om van trekkers verzien te wor-
den, en
e\'overnachten , bleven leg-
gen. Twee mijlen en een halve was
dezen dag gevordert.

Des morgens, den dertienden, de
^^nit goet zijnde, moeften zy weer
tï^ec de vier trekkers , daer zy mede
aldaer gekomen waeren , voort va-
t^n : alzoo aldaer ook gene ande-
re te bekomen waeren : dochgeraek-
, door d\'ondiepte des ftrooms ,\'dc
"arken veeltijts vaft : dies zy wei-
ftigh weghs vorderden. Na voorby
de dorpjes
Wankufan en Sitiafoe ge- i
Komen te zijn , vervielen fy al laet
i
in aen avont aen de Stadt Gïoechioe:
alwaer zy, om te vernachten en van

trekkers verzien tc worden , bleven

leggen.

Dezen dagh was maer twee mijl en

drie Vierendeel gevordert.

Des avonts vry laet, ontrent negen
^ren quamen de Geleids-Mandarijn
Hanku^a, neffens den Sineefen Schry-
ver
Soukjen, en de twee tolken Gem-

en Liulako met een klein vaertuiph
Voorby de bark des Ambaftadeurs va-
^en, en in het voorby varen den zel-
ven toeroepen:hoefyheden naerden
nieuwen Veldheer , die van
Pekin,
Jlüamenaidichcbywas (gelijk d\'on-

JeV? ^P barken

,n ! zien) om naer Hokfieu

« plaets van den aldaer zijnde Tziang-
pori,
die zy zeiden afgezet te zijn,
ter begroeting gingen. Dit quam den
onzen zoo heel vreemt niet vootj
gemerkt hen onderweeghs tot ver-
fcheide malen, zoo door hunne Ge-
leids mandarijns , als tolken gezeid
was : datde Veldheer voornoemt in
Hokfieu was afgezet : cn d\'Onder-
koning
Singlamong in een boete vaü
twee duizent tayl zilver gedoemt
^ was: uit oorfake zy onfe fchepen, fon-
der verlof van den Keizer, hadden la-
ten vertrekken : \'t welk by d\' ooien
niet (als mer geen fchijn vao waerheid
vermengt) dan voor een praetje en
uitfhoifei wierd aengenomen. Maer
mogt wel zijn, dathy (dewijl fy nu
oogfchijnelijk fagen, een ander hem
quam vervangen) door d\' een of an-
dere misdaer op ozntboden was.

Des middernachts quamen gedach-
te
Hanlauja , Schryver en Tolken
noch aen boort van den Ambaffadeur,
met zeggen : zy
Talauja, wijl hy al
ftiep, dien avont niethadden te fpra-
ke kunnen komen; maer des uchtens
vroeg weer.dervk^aerrs zouden gaen:
gelijk zy ftch des morgens vroeg, nef-
fens den Gelcids-Mandarijn/-/i^ï/iï/^;>,
weder derwaerts begaven , met ver-
"zoek : of d\'Ambafladeur fich gereet
gehefde te houden ,
oiTalauja hem
wilde fien of fpreken , om als dan
voor zijne Hoogheid te verfchijnen.
Maer na hun wederkomfte braghten
zy ten antwoort : zijn Hoogheid
den Heer AmbaflTadeur niet voor hem
had derven laten komen, teroorza.
ke hy noch voor den Keizer ter ge-
hoor niet was geweeft. Midlerwijle
voerlzyn Hoogheidt voorby buiten
om onfe barken, verfeit met een fteep
van over de twintig grote barken.

De Stadt Gioechioe is een vervallen
3laets, en leid fchier overftolpt in
laere puin hopen , ontftaen inzon-
derheid door den laeften oorlog.

■Na trekkers hekomen te hebben, venrehvan
vertrokken zy van de Stadt
Gioe- aoechks.
chioe
, hoewel met tragen voortgang,
ter oorzake de ftroom (fchoon de
wint goet was) aldaer, gelijk op gi-
fteren , vol drooghten lagh - qua-
men eindelijk voorby het dorp
Sangh-
kiatwangh
, en konden, door het
Xx yal-

-ocr page 450-

vallen vaft den avond, niet verder, als jvier mijlen in veerheld te lande van
aen het dorp Wanghiapan komen ; al- daer gelegen.

waer zy dan om t\'overnachten ble- Den zeventienden droegh zica
ven. Slechts twee mijlen en een acht- niets toe, nochte wierd niemant ver-

nomen.

Den achtienden quamen verfchei-
de Mandarijns den Ambaffadeur in
de bark verzoeken en bewellekomen:
desgelijx de Mandarijn, die den vijf-
tienden dezer by hem was geweeft,
en die men zeide
des Keizers eigen
Neef te zijn.

Dees vereerde hem twee fchapen,
in vergelding van eenfnaphaeifis-roer,
daer hy zeer begerigh na was : ver-

ften deel, niet tegenftaende een goe-
de wint, was dezen dagh gevor-
dert.

Des morgens , den vijftienden,
fpoeiden
zy weder weg, en quamen
met zeileh en trekken voorby de dor-
pen
Ponfinghou en Googothien : des na-
middags te landen aen liet dorpje
Goe-
chien,
alwaer zy bleven vernachten.
Ontrent drie mijlen was dezen dagh
gevordert.

ken.

Voorts droegh zich niets toe. Al-
leen quamen de Geleids-Mahdarijns
den Ambaffadeur bekent maken: des
volgenden uchtens karren en Koe-
lijs zouden komen om de
fchenkaed-
je-goederen naer Peking te voeren:
en een van de
Lipom aen het Stede-
ken
Tonghfieuw , vier mijl van daer
gelegen , zou zijn , om den Heer
AmMffadeur aldaer uit naem van
den Keizer te ontfangen , bewelle-
komen en voorts tot
Peking te gelei-
den.

Des morgens vroegh , den negen-
tienden, quamen veel karren , Koe-
lijs en paerden, ten einde de
gefchen-
ken , neflens de perzonen des Ge-
zantfchaps , cn reistuigh naer
Peking
over land te voeren. Weshalve d\'Am-
bafladeur d\'uitfcheping
aenftondrs
het gefchieden. Waer mee zy tot aen
den middagh bezigh waeren , eer al-
les te lande gebraght en op karren ge-
zet was.

D\'Ambaffadeur vereerde aeti de

EIsi I

Van het dorp Goechin leid de Stadt | zocht ook, d\'Ambafladeur noch een
Gö^/fd-« ontrent een halve mijle, om aen hem wilde verkopen. Onder an-
de Noord-weft landewaerds in , die dere vroegh d\'Ambaffadeur aen de^
den onzen niet zeer groot fcheen
i zén Heer, of\'er gene Ambafladeurs
(want zy quamen daer niet in) maer meer\' van eenige andere plaetfen in
geleek meer na een kafteel , als
Peking zich bevonden. Waer op hy
Stadt. I antwoorde , geen andere , dan van

Weinigh tijds te voore , eer zy aen i de Koerefe eilanden ; doch ftonden
het dorp
Goechien landen, quam een die in korte dagen weder te.vertrek-
groot Mandarijn , een Tartar , en,
zoo gezeid wierd, eigen Neef of Va-
ders Broeders Zoon van den tegen-
woordigen Keizer, den Ambaffadeur
in zijne bark vinden en bezoeken.
Hy wierd by den Ambaffadeur met
een glaesje Spaenfe wijn onthaelt,
en vertrok wel vernoeght, bezien-
de in het wegh gaen de paerden en
osjes.

Den zeftienden verlieten zy het
dorp
Goechien vjedex:, en trokken ter
reize : quamen dezen dagh weder
voorby veel huizen en woningen, aen
weder zijde van dezen ftroom gele-
gen • als ook voorby de dorpen
Kon-
gidieen , \'t Sautun , Nainaimeao , Jau-
meao:
voeren door Kantint o, de voor-
ftadt van
Sanghfinghwey, en quamen
des avonds aen d\'ooft-zijde van de
Stadt
Sanghfinghwey, vooreen groot
plein,tuffchen der Stadts muur en den
ftroom gelegen. Dezen dagh was on-
trent drie mijl gevordert.

Aldaer moften zy met de barken
blijven leggen, op orde des Keizers, j ^ —^„x.c.«^^. rvx^^^-- ,
(gemerkt\'zy merde barken, door de | barkiers gezamentlijk (hoewel ieder
drooghte des ftrooms,niet hoger kon- j bark na gerade), die hem met zijn
den komen) om defchenkaedje-goe- j gevolg,
xo\\2inSucheu^\\sHoatgantoi

deren te loffen, en zich met de zei-1 hier toe gebraght hadden ,
ve over land naer
Peking te begeven, ^ rachtigh tayl zilver, daer zy

-ocr page 451- -ocr page 452-

niet
ren.

D\' onzen namen kort naer den

middagh hunnen wegh naer het Ste-
deken
Tongfteuw , met de gefchenk-
goederen en reistuigh vooruit : daer
«effens eenige krijgs - knechten te
paert reden, om de zelve ga te flaen:
niet toeloop van duizenden van kij-
kers , zoo burgers, als boeren , zoo
Vrouwen, als kinderen.

Gekomen des namiddags, ontrent
drie uuren, aen
Tongßeuw, wierden
al de gefchenk-goederen in een oud
Vervallen huis gebragt: insgeljjx ook
d\' onzen daer gehuisvefl:. Zeer wei-
nigh geriefs was in het zelve ; zoo
dac zy na den aenftaenden morgen
al Verlangden , om weder voort te
geraken. Ook vonden zy tot hun
groote verwonderingh , aldaer niet
den
Lipon , daer de Geleids - Man-
darijns hen gifteren van gezeid had-
den.

Den twintigften, \'s morgens, met
•^en dagh, gingen zy weder voort, en
quamen, na de dorpen
Palikua\\ Swan-
go , en Kapucbeen doortogen te heb-
ben , tot op een halve mijle by de
^tadt
Peking. Aldaer wierden zy door
eenen der
Lipom , Lilauja genoemt,
een Tarter, bewellekoomt, wel ont-
fangen, en na eenigeweder-zijdige
plichtplegingen naer de Stadt geleid,
^^ie fy in behoorlijke orde regt op den
niiddag inreden.

Gekomen binnen de pootte van
Peking, dankten zy Gode voorzijne
genade, die hen tot dus verre in re-
delijke gezontheid , door eenen weg
Van 200 veel mijlen , met toebren-
ging daer over van zes maenden, zoo
te water, ais te lande, en door en ver-
by trekken van zeven en dertigh Ste-
den, driehonderd vijf en dertig dor-
pen, en vier en dertig Pagoden, se-
rpen had. ^

Zy wierden door de Geleids-Man-
darijns voorby des Keizers Paleis
heen gebraght, tot in des
Tatans of
eerfte Kanzelers Hof, ftaende ach-
ter des Keizers Paleis. Aldaer mo-
lten al de gefchenk-goederen van den
^eizer, volgens het zeggen van den
^^ven, gelaten werden : en d\' onzen

to.

Ko,

j) /\'

niereerder, voor het zelve gefchied
!was , naer hun Logement (reeds
; voor hen vaerdigh gemaekt) vertrek-
I ken.

De ftraten overal daer zy door
trokken , grimmelden van volk,
en ftonden ter weder zijde geboord
met duizenden van menfchen : waer
door het zoodanigh ftoof, (gelijk de
j ftraten van Peking dit ongemak zeer
I onderworpen zijn) dat zy qualijk uit
1 hunne oogen konden zien , ja nau-
hx de kleur hunner kleren beken-
nen. Weshalve zy , onder de poor-
te of ingang des Hofs , om uit den
drang der menfchen te zijn , die by
duizenden voor de zelve ftonden,
te zitten gewezen wierden , om de
goederen in tc wachten, die een wei-
nig ach ter waerds waeren geraekt, in
het rijden door dc Stadt.

Na een vierendeel uur wachtens
onder deze poorte , en het drinken
ondertuffchen van een kop Thee,
quamen de goederen : en wierden
d\' onzen als toen in een byzondere
kamervan dit huis geleid ; blijvende
Putmans,nQ&ns eenige van \'t gevolg,
by de goederen, om de gefchenken
des Keizers van d\'andere uit te zon-
deren.

D\'Ambaffadeur en N oh el met ó^m-
dere in deze kamer komende , von-
den zy aldaer eenige Sekritarifen op
een tafel zitten, die
Fan Hoorn-we-
zen op de vloer neer te gaen zit-
ten : doch hield hy zich daer in wat
koeltjes^, fegende wel te kunnen
ftaen. Zy dit ziende , wezen hem
mede op de felve tafel, dacr zy fa-
ten , te Arten , gelijk hy eindelijk
deed.

De Sekritarifen voornoemt be- J\'ragen
gönnen toen den Ambaffadeur, uit

M r V â€¢ aen den

der Lipotis, eenige vragen voor Ambajß^
te fteilen : als naer zijne hoedanig-
held : waer de paerden en osjes van
daen quamen : hoe out dezelve wae-
ren : en hoe veel lijs ieder paert op
eenen dagh wel kon afleggen. Waer
op hy met antwoort vernoegingli
deed.

Inlgelijx vraeghden zy ook : wie
meerder in hoedaenighcydt was, \'
des Ambafladeurs zoon of
Nohel:
2.
 alzoo

-ocr page 453-

alzoo de Veldheer van Hokfieu des | gekomen , ftond zeer verbaeft j wj^
Ambafladeurs zoon voorhad geftelt. | daer zoo veel plaets niet was, dat de
Waer op geantwoord wierd: de ge-1 paerden , osjes en fchenkaedje-goe-

r® . 1 1 1____________1. ^«Hon rirnoff

melde zoon zoodanigen rang had,
als de Heer Generael op
Batavia aen
aen den Ambaffadeur géiaft had : be-
neftens ook veel beuzehngen , niet
verhael-waerdig.

Midierwijie quam de Lifou, die hen
mgehaeld had , weder by d\'onzen,

mSïïcrbrergéndê eenige fpijze, op | deur was, die zoo verren wegh quam

de Sineefche wijze toebereid, die hen r gereift , e:

lieden den Keizer zoo vele dienften
gefchiet waeren. Ook dat het hem in

WUrt VILitUJ» i y.i-n-y^\'-.\' --------------- fc) .11, â€ž

aendienen,dat,na zyluiden negentien deze woning, door d engte , onmo-

_ r 1. 1 _____l\'il^ ____.r,^ .H /-IO t-i-i e\'rApn

^^^ ________________________......, en zulke koftelijke fchen-

zeer wdquamralfoofy den ganfchen kaedje mede bragt, door wiens lands-

dagh noch niéts genuttight hadden.
Ook quam Pü^/w^fwj-den Ambaffadeur

kaffen mer fchenkaedje - goederen gelijk was, de zadels van de paerden
voor den Keizer van de karren had- en het karosje voor den dagh tekrij-
den gezet, het voorder afzetten den gen. Wel woud hy zijn beft doen,
Tatan of Rijx-kanzeler , die aldaer j gelijk Zy varihunvolk, diezyaldaer
noch neffens eenen anderen gekomen j geliefden te laten , zouden kunnen
was,geftaekthad:maerdatzylieden I vernemen ; maer zagh daer geneil
des Keizers brief als nu wilden heb- J kalis toe. De Mandarijns , die zelts
Ben brief £)ees dan met veel moeite voor \' ook wel zien konden, hoe \'t gelegen
den dagh gehaeld, en by allen geluk | en de huizinge voor d\'onz^ onbe-
R^denvan ecn dag of twec tc vote in cen lap gccl quaemwas, zeiden hun Meelterslulx

gewonden , wierd door den zouden aendienen en maken , datzy

Batavia
ifiord ovef-
gelevert.

voor al had d\'Ambaffadeur te maken,
dat de paerden gezadelt en d\'osjes
met het wagentje te Hoof quamen.
Dees ftelde hen weer d\'onmogelijk-

Ambaft\'adeur met ongedekten hoof-1 morgen beter huizing^enkregen-.maer
1 I •_______1 I___\\7r»r>fol liarl rl\'A mhnfiadeur re makcn.

den, en driemael het lichaem te bui-
gen , zonder te knielen, op een tafel,
met een rode lap laken gedekt, (daer
d\'eérfte en tweede
Tatan achter fton-

den,) met beide handen gelegt, zon- heid van dien voor oogen, gelijk het

.. X f t > . 1 _ _ 1_ :•>__Jn».- / Hfin tre-

der hem tijd of gelegentheid gegeven
wierd, om den zelven iii een zilvere
fchotel of iet anders van waerde over
te leveren. Toen wierden d\' onzen
weder in\'t zelffte vertrek, daerzy te
vore geweeft waeren, geleid, zonder
van weder-zijde een woord gefpro-
ken Vi^ierd.

Kort daer na wierden de reft der
fchenkaedje-goederen , nefïêns reis-
tuig , paerden en osjes naer hun Lo-
gement gebragt (blijvende denegen-
tien kaffen voornoefnt aldaer) die
ook aenftonds door hen wierden! ge-
volght.

Onder weeg wierd hem gezeid: de

ook in \'er daet ( of moften den ge-
beden riacht daer aen gearbeid heb^
ben) byna onmoghelijk was- Met
welk antwoord de Mandarijns wae-
ren vertrokken.

Des middernachts quamen weer

twee Mandarijns in des Ambaffadeurs

Logement, door de Lifous gezondeA
om hem aen te zeggen, de paerden
en osjes voor dag moften te Hoof g^\'
bragt worden ; \'t zy de paerden g^J^\'
delt, of niet, en d\'osjes miet of zonder
wagen: alzoo de Keizer die des mor-
gens vroegh in perzone wilde zien •
\'tjWelk geen kleine zake was. Vroe-
gen derhalve kort befcheid ; of de

t>e paerden
en osjes
■worden ten
hoof ge-
eifcht.

Uncler weeg Wiera nemgezt;iu:uc g^u \' _

paerden gezadek en d\'osjes met het paarden gezadek, en d osjes

wagentje den volgenden morgen met wagen zouden komen oi niet. ^

den dagh te Hoof moften werden ge- halve d\' Ambaffadeur zich dae^ J^

bragt ^ naerdien de Keizer die als dan beradende, gaf den Mandanjn.

wilde bezichtigen. d\'Ambafl-adeur nu antwoord: hy J ^et

in\'tvoorhem vervaerdigt Logement de paerden gezadek en d osjes ^^^^

deren, onder het dak konden droog

ftaen : ook niet om eenig gemak voor

zijnen perzoon, of voor iemant van
zijn gevolg te hebben. Weshalve hy
hevig tegen de Mandarijns , die hem
daer in bragten, uitvoer en vraeg^:

of dat een huis vooreenen Ambafla-

-ocr page 454-

hetwagentje zouden komen: en No-
bel
en de Sekritaris daer nefïèns. Dies
de Mandarijns weder waeren vertrok-
ken. En deden d\'onzen, met alles
jonderfte boven tc halen, niet zon-
der groote moeite, noch zoo veel,
dat zyde zadels en het karosje voor
den dagh kregen, en alles klaer ge-
taekte.

Den eenen twintigflen, des mor-
gens vroegh, ten drie uuren , quam
eenderX/^6?fój zelf al, omdepaerden
en osjes te Hoof te halen. Derhalve
dezelve aenftondts voort wierden
vaerdig gemaekt: maer wanneer het
karosje opgezet was, kon het niet
door de deur van hun huizinge; dies
net zelve blijven moft.
Nobel even-
Wel en de Sekritaris, met den Lipou
Voornoemt, nefïèns de paèrden en
^sjes gingen voort. Weder gekeert
ontrent negen uuren , braghten den
Ambaftadeur van hun wedervaren,
t naervolgend tot verflag.Hoe fy met
den dagh in het Hof van den Keizer
Waeren gekomen; doch hadden al-
Vorens drie fterke poorten moeten
doorgaen : en waeren als toen door
^en vierde poorte daer weder irtgeleit.
pingen toen langhs de muuren van
"et Paleis voornoemt, ontrent de
Veerte van een vier en deel mijls : ais
^\'anneer zy door een vijfde poorte
Weder waeren binnen gebraght, tot in
«et Binnenhof

Aldaer waeren de Paerden en osjes
eerft dooj- den eerften
Zoutaizin of
i^aedsheer bezichtigt. Een bruine
^ artar was dees, met een oog en wit-
knevel, ruim zeftig jaren oudt, die
^^^ Zeide, door^zijn aenzien , ont-
en vernuft byna het ganfch Rijk
oeftierde. Dees had ook
Nobel en
«en Sekritaris laten zeggen: wat ver-
der achter waerds te gaen ftaen: alzoo
öe. Keizer in perfoon de paerden en
peszoukomenbezichtigen, en,als
e Keizer buiten quam, te knielen,
an de paerden bleven ter zeiver
Plaetfe ftaen, daer zy door den eerften
outazzin voornoemt bezichtigt wae-
ren metvierHollanders, die hen vaft
fielden : en twee by d\'osjes; zijnde in
cr ieu ontrent twintigh treden van
plaets, daer de Keizer naderhant

ï

quam. Ook deze waeren infgehjx be-
laft te knielen, zoo dra de K eizer bui-
ten zou komen. Na een weinigh ver-
wijlens , waeren vier paerden, geza-
delt met gele zadels , de poorte van
het binnen Hof ingeleit: op een der
welker de Keizer even buiten de mid-
delfte poorte van \'t Binnen-hofquam
komen gereden.

Hy was, volgens zeggen van Nobel Geflaitf
en den Sekritaris, een perzoon van
middelbare lengte, redelijk blank, en
ontrent zeftien jaren out: niet uitfte-
ken d gekleet : had een blaeuwe d4-
mafte rok aen voor, achter en op de
fchouderen een weinigh gèborduurt,
metgele laerzen. Hy bezagh wel ter
deeg de paerden, zonder het oogby
na daer van te hebben: had geduurig-
lijk gelacchen, en ook met den eer-
fteii gemelden Raetsheer daer van ge-
fprooken: waer uit d\'onzen vermoe-
den : zijn Majefteit daer goet beha-
gen in moft hebben. Voorts had zij-
ne Majefteit twee der zelve , door
den Kommiflaris
Berkman, (want dees
bevont zich daer mede) laten berei-
den, en daer na een paert en osje dicht
by hem brengen : alwaer de zelve
noch naeder door hem waeren be-
keken.

Dit gedaen, waeren de paerden en
osjes wat achter waerts geleit : en
was zijne Keizerlijke Majefteit van
\'t paert ook op een laegh voetbankje
gaen zitten; daer hy te voren met het
paert had geftaen. Van gelijken wae-
ren mede aen zijne Majefteits linker-
hant vier of zes treden van haer gaen
zitten op hunne pije-lappen, de twee
eerftè
Zautaizins, óf Raets-heeren.
D\'eerfte hunner twee was de geen,
die alleen de paerden en osjes had
bezien: en d\'ander mede een Tarter.
Als wanneer door zijne Majefteits or-
dre bonen-zop gefchonken wiert, en
ook aen d\'onzen een kóp gebraght,
die by hen op eene knie ter aerde leg-
gende, genuttight was. Voorts was
Vragmies
ook door den Keizer belaft aen hen
te vragen: hoéverre
Holland v^n Ba-
tavia :
en Batavia van Hokfieu was ge-
legen: ook door wieri de Heer Am-
bafladeur gezonden quam. Waer op
zy geantwoort hadden:
Holland van
Xx i Bata-

-ocr page 455-

Batavia acht maenden,en Batavia van
Hokjieu ontrent anderhalve maendt
zeiieos was : als mede dat de Heer
AmbaiTadeur, op orde van hunnen
Prins , in
Hollandt, door den Heer \'
Generael tot
Batavia quam gezon-
den. Wijders was hen niets gevraegt; i
maer de paerden enoyes, door orde i
van den Keizer, den geleiders afge-1
nomen , en in de ftal, ftaende tegen
over de poorte van het binnen-hof,
gebraght: en den onzen verlof van te
vertrekken (na dat zy wel een halve
uure den Keizer tot genoegen be-
zichtight hadden) gegeven : gelijk
zy ook datelijken door den zeiven
wegh , dien zy gekomen waeren,
weder wegh geleid wierden. Doch
was zijne Keizerlijke Majefteit noch
al blijven zitten.

Korts na de wederkomfte van
Nohel, Sekritaris en andere , quam
een
Mandarijn , van wegen den Kei-
zer, twee Hollanders verzoeken: een
omdepaerden, en een om de osjes
te voeren, en den ftal-meefter de ma-
niere van zuix aen te wijzen. Het
geen d\'Ambafladeur datelijk het ge-
fchieden. â€ž

Ook verfcheen in des Ambalia-
deurs Logement de Lipou Lilauja, die
hem des vorigen daegs ingehaelt had •
met aenzeggen , dat de vordere ge-
fchenk-goederen des Keizers moften
werden ten hove gebraght, en aen-
ftonds karren, om dezelve te halen,
zouden komen : dat ook de Heer
Ambafladeur en zijn zoon, en voorts
zoo veel perfoonen , als hen gelief-
de, dacr neffens konde komen: alzoo

hyby bet naerzien der goederen, of
die niet vermindert waeren, (het welk
aen de paerden cn osjes niet hadde
kunnen gefchieden, en daerom maer
zoo aengenomen waeren) diende te-
genwoordig te zijn. Weshalve d\'Am-
bafladeur zich datelijk vaerdig maek-
te , de vordere gefchenken op de
karren liet zetten , en zich neffens
Nohel, Putmans , den Sekritaris en elf
perfoonen van het voorder gevolgh,
(daer onder eenige die neflens de kar-
ren "met goederen gingen) op wegh
begaf. Hy wierd voor eerft geleid ten
huize van
den Kijx-kanzeler, daer
hy op gifteren de negentien-kafl^en
met gefchenk-goederen bad gela-
ten : alwaer de goederen by elkan-
dre wierden gevoeght, cn alzoo ge-
zamentlijk (behalven vijf kaffen met
witte Peper, die op zeggen van den
gemelden
Tatan nier behoefden) na
\'s Keizers Paleis gebraght, en korts
daer na, door den
Tatan, (die voor uit
door een andere poorte met de goe-
deren, als d\'Ambafladeur ging,\'thof
inreed) en door d\'onzen gezament-
lijk gevolght.

Ds reß der
gefchenk-
goederen
moeten ten
Hoof ge-
brazht.

Gekomen in het Binnen-hof, daer
de Keizer des morgens de paerden
en osjes bezichtight had , vonden zy
de karren met de fchenkaedje-goe-
deren daer al ftaen : ook den
Tatan
onder den blaeuwen hemel zitten.
Den Ambaffadeur cn zijn gevolgh
wiert mede gewcezen eenige tre-
den achter den zeiven op de aerde
neder tc gaen zitten : \'t welk zy op
hunne mede genomen regen-rokken
deden.

Na ontrent een halve uure wach-
tens, verfchenen de twee eerfte Raets-
heeren
oïZoutaizins van den Keizer
(men zeit dier vier zijn, die, geduu-
rende \'s Keizers minderjarigheit, het
ganfch Rijk beftieren) aldaer mede,
die ook op hunne mede gebrachte
pije-lappen onder den blaeuwen he-
mel op de aerde gingen nederzitten.
Nadezen een weinigh gezeten had-
\' den, riepen zy den
Tatan by zich,
die hun bevelen knielende ontfingh,
en lieten hem aen den Ambafladeur
zeggen : dat de Keifer vraeghde, of
de^Heer Generael tot
Batavia noch
gezontwas: waerop door hem , op
fijne eene knie ter aerde leggende,
van ja geantwoort wierd.

Voorts hetende Raet-herenvoor-
noemt vragen : of het alle vier Per-
flaenfe paerden , en d\'osjes alle vier
van Bengale waeren: ook of d\'onzen
met de Koningen van Perfien enBen-
gale in vrede als broeders leefden -
Waer op d\'Ambafladeur in \'t algemein
vanja antwoorde : en lange
jaren ais
broeders cn oprechte vrienden had-
I den gekeft. Ook vraeghden zy,
I wat voor graenen in Hollandt groei-

i den : daer op hen mede na behoo-
; ^ ren,

-ocr page 456-

bragt werden.Üan hy nam dit ten voi-
le met aen; doch het échter alles ver-
vaerdigen, om tegens dien dag klaet
te zijn. Ook verfcheen een gelubde
met vier Mandarijns in zijn Loge-
ment, door den eerften Raetsheer of
Zoutaizin des Keizers , zoo zy zei-
den, gezonden, om den Ambafladeur
te vragen : of hy geene bloed kora-
len, perpetuanen , of ander goet te
koop had : alzoo de Keizer daer mif-
\' fchien zelf noch wel wat van zou-
de willen koopen. d\'Ambafladeur
gaf ten antwoort: hem uitdrukke-
hjkdoordenö^^of Generael van
Ba-
tavia
was verboden, iets te verko-
pen : maer ai \'t geen hy had, rot des
Keizer dienft te zijn. Waer op zy we-
der vertrokken waeren.

Insgelijx quamen twee Mandarijns
ter wachtin zijn Logement; zulx zy
toen van vier Mandarijns en twintig
krijgsknechten, om hen te bewaren,
verzien waeren. Dies eenen ieder het
komen in de huizing, (als diezy daer
wilden in hebben) en hen het uitgaen
verboden bleef Ook wierden de Ge-
leids-Mandarijn , die federt hun aen-
wezen aldaer by hen waeren geweeft,
op een andere plaetfe gehuisveft;
doch hievende Sinefe tolken neffens
den Schryver
Soukjen by hem.

Des middags quam Putmans weder-
om , deed verflag: hoe hy weder ten
huize van den Tö/tf;? ge weeft was, en
van ieder fortering der goederen van
des Keizers gefchenken een ftuk voor
den dag had moeten langen. Al welk
te zamen in een kas verzegelt was,
om den Keizer vertoont te worden,
en de reft noch in kaffen gelaten , om\'
na gezien re worden.

Des namiddags quam een Sekrita-
ris van de
Lipous te paert, even bin-
nen de poort van des Ambafladeurs
huizing , zeggende alleenlijk tegen
de tolken : d\'Heer Ambaftadeur zich
tegens middernachtgereet mofte ma-
ken, om voor den Keizer te verfchij-
nen , en de fchenkaedje-goederen
zelfs aen zijn Keizerlijke Majefteit
over releveren : en was weder, zon-
der antwoort te verwachten, vertrok-
ken. Weshalven //oor;/zich tegen
dien tijd gereet maekte.

Al

ten en in waerheid was geantwoord,
vorders moeften d\'osjes in het ka-
ro^egefpannenwerden, en des Am-
bal adeurs zoon byhem komen, om
eerbiedigheid te doen.

Hier na wierden de fchenkaedje-
goederen , behalve de lantaeren, wer
der wegh gebracht, zonder die den
^eizer quam bezichtigen , en den
Ambafladeur aengezeit vryeiijk we-
der te mogen vertrekken V\'tgeenhy
ook datelijk deed, en reed weder na
Zijn flechte huizinge.

Midlerwijle bleven Putmans en Ru-
wenoort
noch in het hof, om de lanta-
ren los te maken: de welke de Keizer,
na des Ambafladeurs vertrek, weder
Was komen bezichtigen , als mede de
osjes en het wagentje : alwaer hy
twee van zijn gevolgh had in laten
zitten , en zoo door d\'osjes voort
trekken : zoo dat
Putmans en Nolel
mede tot hun welgevallen den Keizer
hadden kunnen bezien. Na dit alles
befchikt was, wierd hen t\'eeten en
te drinken gegeven.

Verfcheide grote Mandarijns qua-
^ïien den Ambafladeur in zijnLoge-
jnent vervvellekomen en bezien, die
oy hem met alle vriendelijkheid wier-
den bejegent, ennaer tijds gelegent-
heid onthaelt.

E>en twee en twintigften, \'smor-
gens al vroeg, quam \'er een Sekrita-
van het amptgenootfchap der
Li-
pous indes Ambafladeurs Logement,
^et aenzeggen, dat defchenkaedje-
meefter
Putmans ten huize van den
-Tatan mofte komen, om de gefchenk-
pederen van den Keizer loste ma-
Ken , t ontpakken en naer te zien :
WerwaerdsPu.^ans dan ftch datelij-
ken begaf. Dees Sekritaris bood den
Ambafladeur in allen delen zijnen
öienft aen : of hem in eenige delen,
t zy met raet en daet te geven, konde
oehulpzaem zijn: daer voor hy door
«en Ambafl-adeur wierd bedankt, en
gezeid die aenbiedingein tijd en wijle
"iet te zullen verwerpen.

en zelve dage maekte de tolk

^enho den Ambaffadeur bekent: hoe

an goeder hand verftaen had: hy he-

liiken Vl^en Keizer-
\' " i hroon ter gehoor zoude ge-

d\'^mhaßa^
deur wort
naeu he-
ivaert.

d\'Amhajf^
deur -wort
gezeit ten
Hoof te
komen.

-ocr page 457-

Al -- - . , , . ,

Putmans andermael tot den ïdj\'^» ge-j voor hen.

haelt, ten einde, zoo men zeide, de | Midierwijie d\' onzen rtaim twcs;
voordere ithsnkaedje-goederen des | uuren daer zaten , wierden eenigere- ^^
Keizers voor den dagh te halen : om denen tuffchen den
Lipou Lilauja en
des volgenden uchtens denKeizer ge- den Ambaffadeur gevoert, over eenen
zamentlijkte konnen vertoonen, en brief, dien, zo de tolk
G^nkodQ7.en Lt-
door den Ambaffadeur felf aen fijne pou had gezeght, d\'Ambafladeur ^n
Keizerlijke Majefteit overgelevert te | den Keizer wilde overleveren. L)it

vvorden. v ried de den Ambaffadeur at, en

Putrmns tegenS middernacht we- j zeide, fulxaldaergeenegewoon^te
der gekeert, zeide : weder ten huize j zijn : want als men iet aen den Kei-
van den
Tatan geweeft te zijn, cn al de zer\'wilde verfoeken, moeftmen het

\' \' eerft den Lipous bekent maken en ver-
toonen , om naderhand alfdan door
hen den Keizer overgelevert te wer-
den. Hy zou, gaf d\'Ambafladeur hem
^ daer op tot antwoord , anders niet
I doen, als \'t geen hy hem ried, alzoo
! zy vreemdelingen waeren, cn de ge-
woonten niet wiftcn.

Derde Gezantfchap na Keizerrijk
laet in den namiddagh , wierd i piertjes met zilver , ten geichenk

twee

goederen dien morgen voor den dagh
gehaelt; maer enkelijk weder in defel-
ve kiften geleit te hebben. Ook was

hem gelaft den Ambaffadeur aen tc
dienen : hy zich toch wac vroegh
zoude klaer maken, om tc nacht ten
hovc te komen.

Den acht en twintighften,, twee
uuren voor dagh , wierd d\'Ambaffa-

De gefchen-
ken moéten

, UUiV-il Â¥ VJ\'t-\'A , ----...----------------------------^----------------tj .

KeT&erZr- dem , neffcHS fijn gcvoig door eenige ( daer de tolk hem van gezeid had, iulx
toont wor- Mandarijns, om ten hove tekomen, | was niet anders als een vertoogh van
gehaelt:
dieazy zich ook datelijken dankbaerheidt aen fijne Keizerlijke

Wat aenging den brief of gefchrift,

Majefteit: en had hy voorgenoomeii
met hem te fpreken : of het beftaen
zou mogen zoodanigh een vertoogh
aen fijne Keizerlijke Majefteit,
eer

te

vervacrdigden en derwaerds gingen.
Zy wierden nu door drie poorten, en
niet daer zy eergifteren door geko-
men waeren, naer een ander binnen-^------,

hof geleid. Gekomen door de derde I tot de zake zou gekomen zijn
poorte, zagen fy opeen groot plein, doen

Infgelijx was noch een ander Lipou
by den Ambaffadeur gekomen, en ge-
zeid van eenen der
Zoutaifins verftaen
tc hebben, het wel licht moghte ge-
beuren, dat de Keizer den Ambaffa-
deur eenige vragen voor deed ftellen.
Zoo dit quam te gefchieden, hy ried
hem daer op niet anders als korten

bondig antwoort te geven.

Eindelijk wiert den Ambaffadeur
gezeid : hy wel weder haer zijn hui-
zinge mogte gaen: aengcflen de Kei-
zer heden niet te voorfchijn fou ko-
men , om de fchenkaedje-goederen

tezien; hoewel de fchenkaedje-inee-

fter daer mofte blijven, omdekaifcn
en kiften t\' openen, ingevalle daer iet
voor den dag mofte gekregen wor-
den , en wierd dit zoo
nagekomen.

Dan wanneer d\'Ambaffadeurin de
poorte, om\'t Hof uit te gaen, geko-
men was , wierd
hem weder geiait
wac te wachten: en quam aldaer
Put-
mans
weder by den Ambafladeur,

zanten.

voor de poorten van een treffelijk
. huis, de fchenkaedje-goederen ftaen,
cn daer by den tweeden
Tatan, onder
den blacuwen hemel gezeten. Hen
wird mede gewezen bezijde de fchen-
kaedje - goederen neder te gaen zit-
ten welk zy ook deden. Na aldaer
omtrent een lialve uure gezeten te
hebben, quamen d\'Ambaffadeurs van
xoreefe Ge- dc Koreefc Eilanden, ten getale van
drie, en niet een gevolgh van wel vijf
tigperfoonen, opdevSineefchewijze
gekleet,mer lang hair;hoewel zeer be-
Iniot en armelijk van aenzien, mede
aldaer. Deze wierden een groot ftuk
achter d\'onzen ter linkerhand van de
deure defesbinnen hofs , \'twelkdrie
ingangen had , ter zeet gewezen , en
zoudSi , zoo men zeide , op he-
den hun affcheid krijgen, om weder
te vertrekken. Ten dien einde fton-
den op een tafel, achter onze fchen-
kaed goederen , met een roode lap
zijde gedekt, eenige ftoflen en pa-

-ocr page 458-

^aer Se^ydt wat iderji/c^ va.

^hrcTL^fi^prejintf are orJerler Jijlriiufyd U ln- ^Xat manner eati receiv^a ^{s^-fi er ^^re/ervt-.

, , A-TAe Â«â– ^e^u-^re recetued. li . Oae of de Snydercxu^s CcmnuinJerJ,/ut^. c.

-ocr page 459-

Des namiddaghs quam dé tolk
Genko den Ambafladeur bekent ma-
ken : hoe al de fchenkaedje-goede-
ren uit de kiften en kaften genomeui
binnen in \'t Hof voor den Keizer ge-
braght, en aldaer door zijne Keizer-
lijke Majefteit bezien en aengeno-
men waeren. Weshalve d\' onzen wel
blijde waeren, dat al de gefchenken
zoo heel en gaef overgelevert wae-
ren , zonder iet daer aen befchadight
te zijn : als alleenlijk eenige ruiten
indelantaern.

Ook verfchenen twee grote Man-
darijns , uit het Amptgenoodlchap
der
Lipom , in zijn huizinge , met
vragen : of d\'Ambafladeur over-
morgen , om voor den
Keizer te
Zombaien ofplichtplegen , en mor-
gen voor \'s Keizers zegel zoude kon-
nen gaen. Waer op d\'Ambafladeur
van ja antwoorde : en t\'allen tijde,
wanneer het zijner Keizerlijke Ma-
jefteit gehefde , zou vaerdig ftaen,
in het nakomen van haere gebo-
den.

Aen dezen Mandarijn vroeg d\'Am-
bafladeur : of by den Keizer nut\'ee-
nemael de fchenkaedje aengenomen,
en het daer mede gedaen was ? Dees
gaf daer op van ja tot antwoord. Het
vi\'as , zeide voorts d\'Ambafladeur,
hem leet, hy hen Mandarijns , voor
als nu, ter oorzake van de kleinheid
zijner huizinge, niet naer genegent-
heid konde onthaelen. Waer op zy
antwoorden
het goed hert van den
Heer Ambaffadeur hen genoech te zijn:
en hy over drie dagen in een groot huis^
\'\'t geen voor hem wierd klaer gemaekt,
zoude over gaen.
Na welke reden de
Mandarijns weder waeren vertrok-
ken.

Des anderen daegs,den vier en twin- r>\'Ami>4-
tigften, ontrent negen uuren , ver-^^X^f
fcheen een Mandarijn in des Ambafla- pUchtpU-
I deurs huizinge, met aenzeggen : het
j tijd te wezen, om voor het zegel van Lgti.
\\ zijne Majefteit te gaen
zombaien. Dies
hy zich, neflens fljnen zoon
Nohel,
Putmans
den Sekritaris, en vijf vanfljn
gevolg op weg begaf : en wierd door
gemelden Mandarijn in een oudt
groot Mandarijns huis (ftaende ach-
\' ter des
Tatans huis) geleidt. Geko-
Ty men

Zeggeiide hem de fleuteleii van de
kaflen en kiften met de fchenkaedje-
goederen , door den tolk
Genko wae-
ren afgeeifcht, die ook aldaer was
verbleven, om dezelve t\' openen en
hem gelaft den Ambaftadeur te vol-
gen.

Weinigh tijds daer na wierd den
A^mbafladeur gezeid : hy vryelijk met
Zijn gevolgh naer huis moghte gaen:
\'twelk hy ook deed. Nauhx was al-
daer weder gekeert, of hem wierdt
ter hand gefteld een lijfte in \'t Si-
neefch gefchreven : daer op van ftuk
tot ftuk uitgedrukt ftond , \'t geen
hem en zijn gevolgh daghelix tot
mondkoft door den Keizer was toe-
geleld ; te weten:

Voor den Heer Ambadeur, No-
bel
en Johan van Hoorn, zijnen
zoon:

Twee ganfen.
Vier hoenders.
Drie vißchen.
Zes katty meeL
Drie tayl zwarte Thee.
Anderhalve zwarte Waetsjoe.

\'Mifoe.
Een katty{ Soya.

{^oliCi

Negen katty aen groente en ajuin.
Zes kannen drank.
Voor de zelve perfonen alle vijf da-
gen hondert peren:
^Ijf katty druiven of rozijnen,
^^^jf katty gedroogde pruimen.
Honderd vijftig Abrikozen,
^^neffens om den anderen dag, voor
\'^ezelue per jonen, een fchaep.

Voor zes perfonen alle daegs:

Twalef katty fpek.
Zes katty meel,
Zes katty Tauwhoe.
T>rie tayl zwarte FVoetsjoe.

(Mifoe.
Anderhalve katty Soya.

\\,olie.

Zes kannen drank.

Voor vijftien perfonen alle daegs:
^ven en een halve katty fpek.
■l^e katty groente.

katty zout.
^\'Óf pullen drank.

P-

-ocr page 460-

Fiuhpie- je gebragt. Als wanneer zy hoorden
ftiST éene ftemme , die zeide :
treet op:
^egei. ftaende toen onder den blaeuwen he-
mel , ontrent vijftien fchreden van
het torentje : entoen de zelve ftem-
me weder :
knielt neder: \'tgeen ook
gefchiede ; daer na.
Buigt uwe hoof-
den tot driemaelna den anderen : rifft
weder op :
knielt weder neder. Buight
voeder uwe hoofden tot driemael:
zulx
zy achtien mael het hooft buigen, en
zes mael knielen moeften. Wanneer
dit door hen volbragt was, wierd\'er
geroepen :
Staet op, en gaet naer uwe

huizinge: g<d\\)kookgQichiQdQ.

De Mandarijns , die deze phcht-
pleging bywoonden , onderrichten
den Ambafladeur en zijn gevolgh in
het uitgaen: dat even gelijk zy aldaer
gedaen hadden, op morgen voor den
Keizer mede doen moften.

Na d\'Ambaftadeur ontrent een
halve uure in zijn huizinge geweeft
was, kreeg hy tyding van datde Rijx-
kanzeler of
Tatan aldaer aenftonds
zou verfchijnen. Dies hy zich vaer-
digh maekte , om zijne Hoogheid
t\' ontfangen, die korts daer na, né-
fcns twee Lipom , aenquam. Zoo dra
deze ter zeet gefteld was, deed door
den tolk verfcheide vragen mamelijk,
hoe langHolland wel geweefi waere } hy
en ontrent wat Landen en Koningrijken
gelegen ; wat goederen en koopman-
fchappen in \'t zelve te krijgen waeren ?

Waer op zijne Hoogheid door den
Ambafladeur na behoren geantwoord
wierd. Wanneerfchier een uur by zij-
ne Hoogheid met vragen doorge-
bragt was , en het zeer heet in des
Ambafladeurs bekrompe woninge be-
gon te worden, alzoo de middag aen-
quam , zeide hy van naer huis te wil-
len gaen > en de twee
Lipom voor-
zoek van de zelve met zich te ne-
men , ter gedenkenis van
Holland.
Maer hy ontfchuldigde zich, en zeide
het goet hert van
den Heer Amballa-
deur hem genoech te zijn: en was zoo
weder vertrokken.
De twee Lipous
vraegden den Ambafladeur vele din-
gen en beuzelingen , zonder eenige
de minfte kleinigheden te vergeten:
ja zoo, tot wat ftaerten de fchapen en
hazen in ons
Land hadden : daer me-
de zy ook tot aen den avond bezign

De RijX-
kanzeler
ßelt den
Amèajfa-
deur \'ver-
fcheide vrif
gen voor.

waeren, en antwoord na behoren van
den Ambafladeur op hunne vragen
kregen. Na datzy alles door hunnen
Sekritaris hadden laten opfchryven,
waeren zy vertrokken. Inhet affcheit
nemen bood d\' Ambaffadeur hen mC\'
de eenige gefchenken aen , om heti
hier door des te beter hemwaerds ge-
negen te maken, doch weigerden die,
in maniere,als de
Rijx-kanzeler, t\'aen-
vaerden.

Onderwijle waeren in des Ambaf-
fadeurs huifing van wegen den Keizer

achtien ftuks nieuwe Tartarifche za-
dels, met hun toebehoren,
gebragt,
om in fijn aenwezen aldaer te

ken: ook wierd de vier Wacht-Man-

rijns ten zelven dage, door den Am-
baft\'adeur, om hen tot d\' onzen gene-
gen te maken, een ftuk Perpetuaen

beneffens vijftayl zilver vereert.

Den vijf en twintigften,bevond ncii ^^^
al even over middernacht d\'eerfte Sc-
kritaris van de
Lipous , neffens twee

Mandarijns, (alle drieStaetsgeWij:^^,

of met gewaet, ter plichtpleging voor
den Keizer, gekleet) in de woning
des Ambafladeurs: die zeiden het tij t
te zijn,om naer het Paleis van denKei-

zer te gaen. Dies d\'Ambaflradeur,neï-
fenszijn voornaemfte gevolg,
zelve zich derwaerds begaf. Zy

den weder door drie poorten op r
ve plein, daer zy eergifteren morgen
gezeten hadden , tot dat de dag gc^
komen,of de Keizer in
zijnenThroon
zou gezeten zijn, te wachten gez^^^

noemt aldaer te laten, om verder te
vragen.

D\'Ambalfadeur liet een fnapnaens-
roer, twee piftolen en twee houwer-

men aldaer binnen , zagen zy door
een poort de plaets , daer des Kei-
zers zegel in bewaert wierd : welk

was een achtkantig huisje, toornsge- ------------r-- , V - ^t^ tü

wijze gebout. Zy wierden onder de klingen voor den dagkrijgen, om zi]
poorte , daer zy door ingekomen
ne Hoogheid te laten zien , met v^r

waeren , uit de zon , die zeer heet
fcheen, te zitten aengewezen ; en,
na een groot halve uur aldaer geze-
ten te hebben, weder met hun vijven
voor depoorte voornoemt en torent

-ocr page 461-

blik aldaer gezeten hadden,eens over-
eind ftaen, naerdien eenige grote He-
ren over het plein quamen en naer
den Throon gingen. Ontrentnaeen
halve uure zittcns, wierd een klokje
gehoort, en vier perfonen met wint-
fwepen eenigh geluit maken : welk
fchier was, als of\'er eenige klakka-
boftchen aen brant geftoken wierden.
Korts daer na hoorden zyeene ftem,
die iers in de Tarcerfche tale riep:
waer op vele van de voornaemfte al-
daer zittende Heeren en Geletterden
zich recht voor dCn Throon , tuf-
fchen eenige blaeuwe ftenen in, (die
aldaer ontrent een halve voet hoogh,
ten getale van achtien of twintigge-
recht ftonden) begaven, en op het
roepen van eenen Heraut, met drie-
mael te knielen en negen mael\'t hooft
te buigen, hunne eerbiedigheid voor
den Throon deden • wcrdende mid-
ierwijie op eenige fpeeltuigen feer
zoetelijkgef|.eelt.Wanneer deze gro-
te Keeren d\' eerbiedigheid gedaen en
; weder op hunne plaetfen zich ter
zeer gezet hadden, wierd d\'Ambaf-
fadeur met zijn vijven, op het roepen
van den Heraut voornoemt, door
twee der
Lip ons, tuftchen dc voorzei-
de blaeuwe ftenen, en even voor den
zeftienden fteen geleid : van waer zy
geen befcheid ter wereld noch van
Keizer of Throon konden zien.
Al-
daer deden zy hunne eerbiedigheid,
op het geroep van den zelven Heraut,

onder het gefpel voornoemt, welk be-
gint , als \'er geknielt is: in maniere als
giftcrcn, met driemael tc knielen cn
negenmael \'t hooft te buigen.

Na meer als twee uuren met zitten
en Wachten doorgcbraght te hebben,
begon
het te dagen : als wanneer zy
plein van Mandarijns, alleStaets-
gewijze en op \'tbeüe gekieet, om
^oorden Keizer te
Zomhaien of plicht-,
Plegen, zagen krioelen: dies d\' onzen J
ook niet weinig bekijks hadden. Heb-
bende noch ontrent een halve uur op
den dagh aldus gezeten, wierden zy
Verder in, naer de vierde poorte ge-
leid. Ontrent vijftien treden van de
Zelve, zagen zy ilaen vijf Elifanten,
rnet vergulde torens op hun lijven,
(drie ter rechte en twee ter hnke
bant :) ook vier keizerlijke wagens
Zonder paerden , mede atn weder-
zijdevan demiddei-poorte: want de-
Ze poort heeft drie ingangen. Zy
Wierden door de linke poorte tuf-
j
fchen d\'Elifanten door geleid: en za-1
gt\'n, getreden even daer door, een |
vijfde poorte, in maniere als de vier-\'
de , doch ftont wat verhevender ; al-
Zoo zy tegens de hoogte moften op-
gaen. Ook
deze poorte had drie
doorgangen , komende de middelfte
. der zeiver (aen de rechte zijde der
Welker des Keizers palakijn alleenlijk
flechts ftont) recht op den Keizerlij-
ken Throon acn. Zy wierdenmedc
door die acn de hnke hant (want door
de middelfte gaet alleen de Keizer)
geleid , gelijk aen dc vierde gefchiet
: en quamen eindelijk
door deze

op een groot plein, aen wiens einde
huis des Throons ftont, welk

nset rnarmere trappen van dit plein
Het plein was vol Manda-
^yns , die alle Staets-gewijze gekleet
jaeren en op ryen zaten. Ter we-
der-zijde van den Throon ftonden
»neenighteii van Zonne-fchermcn,
vaendels en ftaenders, zoo gele,blaeu-
^ve, als witte : beneden de marmere
"^ppen aen wederzijde van denop-
gjing des Throons, op ryen, ontrent
^Jt eti twintigh of dertigh perzonen,
^et \'s Keizers liverye in \'tgeel ge-
kieet: ook tien witte paerden mer ec-
\' aen ieder zijde vijf
P\'Ambaifadeur met zijn gevolgh
^^rd ter hnke zyde van den throcJli, |

Pez^i"" ryeMandarijns,

danmoften,nazy cenoogen-

Na dit alzoo befchiktwas, leiden
de
Lipous hen weder na hunne plaetfe,
daer zy gezeten hadden. Dan d\'Am-
baffadeur, neffens zijnen zoon, en
No-
hel,
wierd door eenen omweg de mar-
mere trapen , ftaende voor het huis
des Throons, opgeleid, en in het zel-
ve,nefïèns den tweeden
Tatan of Rijx-
kanzcler, tc zitten gezet. Van waer
zy den van goutbhnkendcn Throon
en Keizer, t\' eenemael in het gout la-
ken gekleet daer op had zien zitten;
aengezien de Throon niet bovtn on-
trent veertien fchrcdcn in
veerheld
was
van de plaets,daer d\'Ambaffadeur

2> a

-ocr page 462-

was gezeten. Voorts wiert d\'AmbafTa-
deur , infgelijx
Nobel en des Ambaffa-
deurs zoon,ieder met èen kop keizer-
lijk bönenfop befchonken. Zo drazy
die genütÉigt hadden, ftont de Keizer
j
vän ZijnenThroon op, als ofhy naet
hen toe wilde komen, maer ging ach-
ter denThróon om. Hy was een bruin
tenger Jongman, out ontrent feftien
jaren, en had tot zijne lijf-wacht, zoo
men den onzen zeide, twalef Konin-
ginnen. Na het vertrek des Keizers
was ook d\'Ambafladeur met zijn ge-
volg korts daer na mede na zijne wo-
ninge gegaen , niet zonder grote
blijdfchap (wijl hy zich niet al te wel
bevoelde) van dit werkje zoo verre
befchikt te hebben. Een vierendeel
uurs had dees ontrent in zijne wonin-
ge ge
weeft, wanneer aldaer mede ver-
fcheen d\' eerfte Sekritaris van de
Li-
pous
, met hem al weder te vragen.
Hoe vérre deze en gene plaetfen van
Holland gelegen, en of\'er ook Tigers
of andere fchadelijke gedierten in
Holland waeren? Waer op hy weder
na waerheid antwoort kreeg en ver-
trok.

Aen den Mandarijn, die den on-
zen geduuriglijk ten Hove geleide,
en van paerden verzagh, wierd ver-
eert vijf el en een halve ftamet: \'t welk
hy aen nam ; maer grote voorfich-
tigheid gebruikte, om \'t zelve uit des
Ambafladeurs woninge te krijgen.

Naerdien nu, wanneer de Keizer
zou begroet, ende fchenkaedje aen
den zelven overgelevert zijn , de
Hooge Raden tot
Batavia uitdruk-
kelijk in ^ \'t berecht-fchrift belaften de
Taifins Raetsheren, of Rijx-raden te
befchenken ;
Zoo droeg d\'Ambaffa-
deur Raetsgewijze voor, in wat voe-
gen \'t
Zelve gedaen , en aen wien,
en wat perfonen
Zulx beft diende
te gefchieden. Zoo wierd dan goet
gevonden de naer volgende p erfonen,
gemerkt den ojizen alle hulpe van de
zelve (mits de minderjarigheid des
Keizers) mofte gefchieden, met het
naervolgend te begiftigen. Te we-
ten aen de vier
Zoutaizins of \'s Kei-
zers geheime Raden, die,geduuren-
de zijne minderjarigheid,het ganfch
Rijk beftierden, wiert vereert:

De Keizer
Vertrekt:

jgslijn
d\'Ambaffa-
deur.

ä InßruBie.

Gefchenken
/tende Zou-
taizins.

ffcharlaken.
Een half ftuk\\ zwart laken.

[.hlaeuw laken.
Twee ftukken heere zaien.
Twee ftukken kroon-rajfen.
Tien elHollands Felp.
Een alkatijf.

Tien ftukkenfijns Mourifen.
Twee ftukken fijn Guineefchlijwaet.
Twee fijne kuft de kén s.
Twee fijne chitfen.
Een ftuk Zandel-hout.
Twalef ftuk hloedkorael.
Vier ftukken grote harnfteen.
Een fijne fnaphaens roer.
Een paer Jnaph aen s piftolen.
Twee feepmeffen.

T<i>ee vergulde fijne houwer-klingen-

Een paer poffers.

Twee ftukken walrufch tanden.

Twee Rinofters horens.

Twee Eenhorens.

Zes hrillen.

Een verrekijker.

Aen ieder van de drie Tatans of
Kanzelers, de voorftttersin de verga-
dering der
Lipousy om het Verzoek dcf
onzen aen den Keizer te vertoneflj
wierd vereert:

[karmozijn root^
Een halffmk^ zwart ^laken.

{.blaeuw J
f zwarte Here zay.
Eenftuk\\ kroonras.

[.zandel-hout.
Tten elgroenefelp.
ZesftukkenJdathijs-
Twee ftukken fijn Guinees lijwaet.
Twee fijne kuftdekens. \'
Een ketting groot h
arnfteen-korael-
Drie ftukken groot, en drieftukk^^

kleine hloedkorael.
Twee grote ftukken rouwen harnjteen-
Een houwer-kling.
Een zeepmefch.
Een paer piftolen.
Twee Eenhorens
Twee Rinofters horens.
Een verrekijker.
Zes neus-hrillen.
Eenige glaeje fraeigheden.

Aen

-ocr page 463-

den Ambafl\'adeur begaven, en bragh-
ten op .hunne wederkomfte ten ant-
woort : zy voor de drie
Lipom, die
over hunne zaken bezigden, geweeft
waeren: en was hen door de zelve ge=
vraeght : of de Heer Ambaffadeur,
door laft van de Heer Generael,
noch iet aen den Keizer te verzoeken
had; en of hy genegen was noch iet
aenden Keizer te verfchenken. Was
dit zo, hy zou, \'t geen hy te verfchen-
ken of verzoeken wilde, in gefchrift
ftellen, eh op morgen in hunne ver-
gaderingh neffens
Nohel komen, cn
hetzelve overleveren , zonder hen
naemaels met meerder verzoeken
moeielijk te vallen. Voorts vvas door
hen gevraeght: of de Heer Generael
eenen brief aenden P^rzvan
Hokfieu
hadde gefchreven: waer op zy van ja
antwoorden; doch dat d\'inhoudvan
dien hen niet bewuft was; maermif-
fchien d\'Ambaffadeur hen daer nader
opening van zoude kunnen doen.

Infgelijx was by hen gevraeght na
het verfchil der hoedanigheden, van
Nohel en des Ambafladeurs zoon.
Waer op na w-aerheit geantwoort
wiert. Ook hadden dc
Lipous gezegt,
dat des anderen daegs karren enKoe-
lijs zouden kom^n, om hunne goe-
deren uit de bekrompe woninge, daer
zy nu in waeren, in een beter en gro-
ter te brengen.

Na dan op het verflagh van Nohel Beraet/ia^
en Putmans , over het te doen ver-
zoek in rade
aendachtelijk gelet, en
het bericht-fchrift van de hoge Rege-
ring
o^ Batavia andermael overzien
was, wiert voor eerft ondienftelijk en
gantfch ongeraeden geoordeelt, de
kiachten,over denOnderkoning
Sing-
lamong,hy
het bericht-fchrifcgedachr,
in het verzoek te laten invloeien, uit
inzichte van hetgroot vermogen des
Konings van
Singlamong aldaer; waer
door wel licht een grote verWerringh
en een afkeer dier koftelijke bezen-
ding zoude kunnen ontftaen; en niet
tot voordeel der Kompanjie : maer
wel tot groot nadeel, by vervolg van
den handel in
Hokfieuw, komen te

ftrekken. Daer cn boven, gemerkt
de Veldheer in
Hokfieuw reeds afge-
zet , of verandert, en d\'Onderkoning

3 Sing^

y^he^ken
ydeii.

Aen ieder der drie Lipous of Voor-
spraken der vreemdelingen, die ook
over de zake der Ambafladeurs arbei-
den, wierd vereert:

\' Karmozijn roof]
^en halfftuk\\ Zwart . Laken.

ßlaeu J

^en fluk laken ras.
\' t^enfluk zwart heerezaey.
Tien Hallandje zijdefloffen.
Vierfiukken Adathys.
Een fluk Guinee s lywaet.
Een fijne Kufl-deken.
Een gemene ketting Barnfleen-ko-
rael.

Zesflukken Bloet-koralen.
Een groot fluk Barnfleen.
Een paer Piftolen.
Een Karrahijn.
Een Zeep-mejch.
Eenfijne Houwer-kling.
Twee Rinoflers hoorns.

Ieder der Sekritarifen, behorende
onder het Ampt genootfchap der
Li-
pous
, kreegh ten gefchenk:

Tien el root Starnet.

Een fluk laken-ras.

Een fluk Perpétuaen.

Een Kufl-deken.

Twee flukken Adathys.

Eenfituk Guinees lywaet.

Een kettinggemeen harnfiteen korael.

Een Zeep-mefih of Houwer-kling.

^ivee Rinofiter-hoorns.

^en Karrahijn.

^en ftuk Herezay.

f ^^"de de ontwerpen der ge-
schenken wel zouden ter hand ko-
^en en ^^ Ambaflkdeur daer in
met bedrogen werde,
7.ou Nohel met
«eerfte gelegentheit derwaerts gaen,
om hen dezelve perzonelijk over te
f ^^^^ een Hol-

dl ? fdm]vcn, op dat zy

d\'A degenen, dien zy geliefden dat
Ambafl-adeur de gefchenken zou o-
erhandigen het briefje voornoïmt

hem zou laten vertonen,
ften ^ morgens, den zes en twintiff-

devem^j^\'\'^^" in

^cxwB a^ ontboden:

^erüs zyzich metkennifle van

^eSby

-ocr page 464-

Singlarnong in een boete van twee dui-
zend tayl, over het vertrek van onze
SchcDen gedoemt was, zou hem on-
zcnthalve geenzins meerder moeite
of onruft dienen hebbert verwekt te
worden. Ja , fchoon genomen d\'Am-
bafladeur had al willen zijn bericht-
fchrift voldoen , hy zou doch niet ge-
konnenhebben : want niemant, uit
vreze voor ongemak, het zelve in\'t Si-
neefch zou hebben willen vertolken.

Van gelijken wierden ook de ver-
derebeweeg-redenen,byhet vertoog
des bcrichtYchrifts geftelt, uitgehou-
den;
tot daer toe bequame gelegent-
heid zou aengeboden worden. Zulx
alleen ftechts\'geeifcht wiert, al \'t geen
zy aen den Keizer tc verzoeken had-
den. Wanneer derhalven alles mer rij-
pen overleg en behoorlijk overwogen
was , wiert het
in volgende punten
kortclijk te zamen gebragt, en dui-
delijk in de Sineefche tale overgezet,
om des morgens, door den AmbaflTa-
deur
m Nohel, ter vergaderingh van
de
Lipous zelfs overgehandigt te wor-
den : namentlijk.

Verzoek- Bet HoUandjch Rijk , en de Gene-

punten des yaehvan Batavia heeft den Amhaffadeur

durften ^^^ ^^^ ^^ verzoeken de

den Keizer, qjolgende Zaken:

T. Datde Hollanders altijts en alie
jare:^ met zoo veel Schepen, als tot de
Koopmanfchappen nodighivezen zafin
het
Tayzingfe Rijk zullen mogen ko-
men handelen.

II. Dat de Hollandfche Schepen tot
Quantung, Singcheu, Hokfieuw,
Ningpo, Hankfteuw
zullen mogen ko-
men handelen.

Hl. Dat de Hollanders met ieder
zullen mogen handelen, kopen en verko-
pen , zonder gedwongen te zullen zijn,
aen iemand tegens wil en dank hunne
koopmanfchappen te laten volgen.

ÏV. Dat de zijde en zijde ft offen
door de Hollanders zal mogen gekocht
en uitgevoert worden: gelijk ook al an-
dere hopmanfchappen : hehalve die de
Keizer
gelieft te verhieden. Daer van
d Amhaffadeur verzoekt hem kennis
magh gedaen worden:

op dat de Hollan-
ders des Keizers wille volkomenmogen
gehoorzamen.

V. Dat de Hollandfche Schepen ,zoo
haeft die aenkomen , zulkn mogen han-
delen, en weder vryeiijk,
alfte gereed
zijn, vertrekken.

VI. Dat allerhande voorraet en eet-
haere waren voor de
Hollandfche Sche-
pen zullen
mogen gekocht,en aen de Sche-
pen gehraght wor den.

VII. Dat de Hollanders ter plaetfe,
daer zy zulkn aen komen handelen,
quaeme woningen (mits betalende\')
aengewezen worden, om hunne koopman-
fchappen te kunnen hergen en
verkopen:
als ook om voor hrand hevrijd te zijn:
alzoo de
Chinkon zelf /;^Hokfteuw
groot gevaer is geweeft.

VIII. Dat de punkten voornoemt 1
met bezegelde hrieven van den Keizer
mogen hekrachtight worden; op dat de
beftierders het zelve mogen achtervol-
gen en nakomen.

De Keizer zulx toeftaende , \'heeft
d\'Ambaftadeur laft , om over de
Chin-
kon
nader te her aden, ten behagen des
Keizers.

Wijders,by den Ambafladeur voor-
gedragen : of\'er van zijnent wegen
gene byzondere gefchenken aen den
Keizer behoorde gedaen te worden,
zoo was (alzoo het aldaer een gebruik
fchijnt te zijn) eenpaerelijk verftaen
van ja. Derhalve wierden daer op de
volgende gefchenken gemaekt:

Vier kettingen Barnfteen-korael-

Een Barnfteen doosje.

Een zilvere jchotel.

Een zilvere housjet met ftamp-peer-
len.

Vier ftuks Kafuaris eyren.

Tien ftukken gek Lakenen.

Twee dubbelde piftolen.

Twee fak\'piftokn.

Twee klingen.

Een gemaliede rok.

Twintig flesjes rozen-waters.

Vier verrekijkers.

Zes ftukken Kalambak-hout.

Twee Eenhorens.

Een ftuk harnfteen.

Een koper paert metpedeftaeltje-

Een koper leeuwtje.

Tivee kopere hontjes.

Een kopere bergh.

Een Perßaenfche deken.

Twee mortiertjes. p^g

-ocr page 465-

Des morgens, den zeven en twin-
tighften, wierd d\'Ambaffadeur, nef-
lens
Nobel, om ter vergaderingh der
Lipous te verfchijnen en de verzoeken
over te leveren, door eenen Manda-
rijn gehaelt, en weder gebraghtiten
huize van den
Tatan. Komende al-
daer , wierd hyin een byzonder ver-
trek : van daer, na een halve uure
Wachtens, in de vergadering der
Li-
pom
geleit, en, na het fchriftelijk ver-
zoek neffens het ontwerp der byzon-
dere gefchenken overgelevert te heb-
ben, weer naer het vertrek gebraght;
Zonder eenig woort van wederzijde
Wiert gefproken.

Weinig tijds, na hunne wederkom-
fte in dit vertrek, verfchenen daer
ook twee
Lipous, den Ambaffadeur
uit laft van den
Tatan eenige vragen
voorftellende: namelijk, dat de Hol-
landfche Ambaffadeurs in het dertien-
de jaer van den Keizer
Zungte, over
Qantung waeren gekomen : en dees
nu in het vijfde jaer van den Keizer
Konchi over Hokfieuw aldaer was aen-
gekomen. Waerom niet over
Quan-
tung
? ook welke weg nader was,^^»-
tung oi Hokfieuw ? d\'Ambaffadeur gaf
daer op eenigh antwoord; maer ver-
zocht , dat hem die vragen, en wat zy
hem meerder gehefde te vragen, in
gefchrifte moght over gegeven wor-
den, om daer op fchriftelijk t\'ant-
woorden , ten einde daer door alle
^isilagen, die in het vertolken mog-
^nbegaen worden, voor te komen.
Dit ftonden de
Lipous hem gaerne
toe,en gaven een briefje,in \'t Sineefch
gefchreven, over: waer op de vragen

van ftuk tot ftuk ftonden

Van Hoorn en iVö^f/dan van daer
gaende, wierden in hunne nieuwe
Woning gebragt: welk was het zelf-
i^e, daer over dertien jaren d\'Ambaf

i\'ideurs dc Goyer, cn Keizer in gehuis-
veft waeren geweeft: ook nu de vier
Ambaffadeurs, die daeghs te
voren weder vertrokken waeren, een
inaent in hadden gewoont.

bea?\'^!^^"®^\'\'^^ deze plaets van
bom \' op deze huizinge was ge-

trokl\' ^^^

Wel ve^ - kamers en kotten

verzien; maer in dezelve weinig

^f\'POHi

O-

gemaks; hoewel vry beter, als daer
zy geweeft waeren.

Weinig tijds, na hunne komfte in ^\'TajM,
deze nieuwe woninge , quamen al- XL^!
daer mede de Zz^ö^weds te vore daer
geweeft, neffens hunnen Sekritaris,
met aenzeggen de de goederen
Keizer be-
van de byzondere fchenkaedje, die
d\'Ambaffadeur aen den Keizer voor-
genomen bad te doen, in perzoone
\' zoude komen beften,om daer van ver- ;

flag aen den Keizer te doen. Waer op
d\' Ambafladeur hen zeide : zoo dra
de goederen quamen, die als dan voor
den dag zou laten halen : gelijk ook
korts daer na
Putmans cn de Sekrita-
ris
Fan der Does met al de voordere
gefchenk-goederen en reistuig aldaer
verfchenen. Derhalve d\'Ambaffadeur
de byzondere gefchenken voor den
dag liet krijgen. Zoo dra was dit niet
gedaen, ofhyhad denr^/d\';?, neffens
eenige groote Heeren, al in zijn wo-
ninge . Dees bezag al de goederen
voornoemt, vraegde waer dit en dat
van daen quam, en waer toe\'t zelve
diende? en vertrok weder, na beko-
men berecht. Dan komende buiten
de poorte, zond hy eenen zijner Se-
kritarifen weder te ruch, en liet den
Ambafl!adeur zeggen: hy toch maken
zou , dat de fchenkaedje - goederen
tegens morgen uchtent klaer en gé-
reet waeren, om of de Keizer dezel-
ve het halen.

Den acht en twintigften met krie-
ken van den dag quam een Mandarijn
by den Ambaffadeur, in zijne huifln-^
ge, om fchriftelijk antwoord op de
vragen , \'s daeghs te voore door den
Rijx-kanzeler en
Lipous den Ambafla-
deur en
Nohel in gefchrifte voorge-
ftelt. Weshalve d\'Ambaffadeur die
aenftonds liet vertalen en bevond van
naervolgend inhoud te zijn : waer op
by hem goed gevonden wierd t\'ant-
woorden, als by ieder vrage hier ne-
vens gaet.

De Keizer f»Lipous vragen aen den
Ambaffadeur enUoi^ou:

Eerfte vrage.

In het dertiende jaer van den Keizer Fmgen dei
Zungte, zijn de Hollandfche Amhafa- f

deurs

-ocr page 466-

deurs in Quantung gekomen : de Li-
pous
heihen in het zelffle jaer aen den
Keizer gefchreven : en de Keizer heeft
toegeßaen , dat dAmhajfadeurs altijds
over den zelfften weg van Kanton zul
len komen. In het vijfde jaer van den
Keizer
Konghi u dAmhaßadeur over
Hokfieu alhier in Peking gekomen ;
waerom niet over
Kanton ?

Antw. Dat de Hollanders in het
tweede jaer van den Keizer
Konghi,

voorßellen
aen den
Amhajfa-
deur.

winden waicn.

III. Vrag. Zoo wanneer ae wegn van
Quantung drie of vier dagen nader is,
als van
Hokfieuw : waerom dAmhaf-
fadeur nu niet over
Quantung is ge-
komen ?

Antw. Als in het antwoort wiert ge
zeght op d\'eerfte vrage.

IV. Vrag. In het dertiende jaer des
Keizers
Zungte, ztjn de Hollandfche
Schepen in
Quantung geweefl: en alzoo
daer veel klippen en rotfen zijn , hoe de-
zelve daer door zijn gekomen ^

Antw. Van dc klippen of haven
van
Quantung kunnen wy cige^itlijk
niet zeggen; aengezien d\'Ambafla-
deur noch
Hopou daer niet geweeft
zijn. Maer dit weten d\'Ambafladeur
en
Hopou, dat daer ontrent eenige
van de Hollandfche Schepen geble-
ven zijn.

Twee Man- Onder het antwoorden met elk-
darijnsdoen andcrc
Op dczc vragctt , quamen
Ztefel twee
Lipous in des Ambafl\'adeurs wo-
ning en cifchten van ieder zortering
der byzondere fchenkaedjen , door
den Ambafladeur aen den Keizer te
doen, een ftuk, om aen den Keizer
te vertonen. Dit hen ter hand geftelt,
deden zy al weder eenige vragen : te
weten , waer dit cn dat van daen
quam, cn waer toe het diende , ge-
lijk dc
Tatan gifteten had gedaen: des
hen ook in gehjker voege geantwoort
wierd Daer na ging het op een pak-
ken van al deze goederen , om ten
Hove g>^bragt te worden. D\'Ambaf

fadeur deze gelegentheid waerne-
mende vond raedzaem, om den (wijj
gifteren of eergifteren de tijd niet had
willen lijden)
Zoutaizins , Tat ans en
andere Groten hun ontwerpen van de
fchenkaedje over te leveren , Dit
wierd ook gedaen na dat d\' Ambaf-
fadeur hen met hun beide, van de an-
dere Mandarijns af, alleen aen eene
zijde had getrokken. Doch zy wei-
gerden onverzettelijk (wat redenen

zijnde, vraegden zy of de Heer Am-
bafladeur ook iet ter verkoping mede
gebragt had ; ten andere, of\'er ook
iemant onder het gevolg was, die iet
by zich had om te verkopen. Was
fulx, men zou hen het getal der goe-
deren opgeven, eer met de verkopin-
ge wierd voortgevaren : want dit,
feiden zy, was aldaer by alle vreem-
dehngen in \'t gebruik , en wierd ge-
daen. D\'Ambafladeur gaf hen ant-
woord , als op den twee en twintig-
ften gefchiet was : te weten, datzy
heden niet te verkopen hadden; maer
\'tgeen by hen mede gebragt, alleen
om te verfchenken was : aen perfo-
nen,die hcn,in het verkrijgen van hun
verzoek, behulpfaemwaeren. Waer

op zy elkandren aenflende, niet an-
ders antwoorden , als dat niemant
vermogt aldaer eenige fchenkaedje

aennemen.

Voorts w as des Ambafladeurs ver-
zoek , of zy eenen vaften fpij^\'^^r
per in zijn woning gehefden t^^yV
len , om voor hem en zijn g^^^JS^\'
\'tgeen zy tot mondkoft als
van noden hadden, te kopen : al^o
zy met de genen, die daer toen wa -
ren , wijl zy dagelix verandert wie
m^
den, niet te recht kon geraken- faj^^^,,
gelijx of\'er een timmerman
te komen , om \'t een en
voor hem te maken. Het eer^ ^^
den zy toe, met aenwijzing van t
perfonen, die hen daer in zouden^ _
buli^faem zijn; maer niet het

met den oorlog en verflaen van den 1 ook by hem , om hen dezelve aen-
rover
Koxing, in UokfKuw zijn geko- nemigtemaken, gebruikt wicrden,)

die voor als noch t\'aenvaerden ; met
bybrengcn van daer mede zoo lang
te zullen wachten , ter tijdzy zijne

men.

IL Vrag. Welke wegh nader is, van

^T/r^Dt w^hTa^ is I z\'ake\'afgedaen hadden, cn daer over

drie of vier dagen nader; doch na de uitfpraek was gefchied^

-ocr page 467-

aengezien niemant, volgens hun zeg-
gen , in des Ambafladeurs woninge
jnogt komen , 200 lang daer van
\'s Keizers goederen in waeren.

Voorts vraegden zy mede na liet
antwoord op hunne vragen , des vo-
egen daghs gedaen. Waer op d\' Am-
bafladeur zeide de zelve gereet te
zijnom hen over te leveren, zoo dra
maer vertaelt waeren. Weshalve zy
Zeiden , men de zelve, zoó dra zy
overgezet waeren., aen den Manda-
rijn, aldaer re komen, t\' overhandigen
had, gelijk ook kort daernagefchic
dc. Zy vertrokken dan,zonder \'t geen
d\'Ambafladeur van des Keizers fchen-
kaedje by een had laten pakken, me-
de te nemen.

Ook wierd dit niet voor op den
drie en twintigften door drie Sekrita-
tifen der
Lipous neffens d\' overige ge-
daen , om, volgens hun zeggen, dan
den Keizer gelijkelijk overgelevert te
Worden. Aen zekeren Mandarijn,die
d\' onzen dikwils hier en daer geleide,
Ook vele moeite met hen gehad had,
Wierd een vierendeel fluks Perpe-
tuaen , tot een rok, vereert.

Des avonds in het gebedt wierd
Vaft geftelt, acn ieder perzoon, onder
het gevolg dcsGczantfchaps befchei-
den, ten getale van negentien , voor
mviïiQ moeire met de paerden en os

gehad, als ook voorgoede dien !
ften in de reize voor de Kompanjie i
gedaen , en om hen des te meer en
"^eer, tot kloekheiden weldoen aen
te moedigen , van wegen de Kom-
tien tayl zilver te vereeren.

^en dertigften wierd d\'Ambafta-

■i:;- voor de Lipous oeroc-

V,. pen, ea tenhuizevandeneerftSn Ta-
tan,
daer hun gewonelijke vergader-
paets was, gebragt Gekomen aldaer,
een weinig wachtens, voor hun
^ank gebragt, wierd hen van den
7a-
m aïgevraegt: of zy ook eeni(Te aoe-
^etcfi te kopen of verkopen hadden ?

tlT antwoorden,

- by hen gene maniere was , dat een
moailadeur zich met koopman-
^ppen bemoeide. Daer op liet de
\' ^\'-t met des Am-

d Ambaftadeur neft\'ens Noh/

als toen weder door eenige Lipous in
een byzonder vertrek gebraght , al-
waer, zy hen , wanneer ter z\'eet geko-
men waeren, weder, na de hoedanig-
heid van, des Ambafladeurs zooa t^e-
vraegc hadden : en of hy met laft^en Dievét-
kennis van den Generael mede was ^\'enim^\'
gekomen. Zijn zoon, gaf
Van Hoorn
ten antwoorde, had gene hoedanig-
heid of ftaet; maer was met kennfs
van den Heer Generael in gezelfchap
van zijnen vader alleen mede geko-
men.

Voorts vroegen zy : waerom dk
Gezantfchap nu niet over
Quantung
en Kanton-yxid^ei over Hokßeuvo was ^^e-
koraen; m,et byvoegen, in des Ambaf-
fadeurs overgegeven fchrift niet wel
geantwoord was : naerdien zy niet
vraegden van den oorlog met de Ko-
xinders, en of zy daer door in
Hok-
fitmv
waeren geraekt : maer waerom
het Gezantfchap nu over
Quantung
was gekomen : enofzy of den Gene-
rael niet wiften, dac des vorigen Kei-
zers orde was geweeft, dat het Ge-
zantfchap over
Quantung mofte ko-
men.

Waer op Zy, na overlegh, hadden
geantwoord: zyvan des vorigen Kei-
zers orde niet wiften, en uiclaftvan
den Generael over
Hokfieuw geko-
men Vvaeren. Maer of den Heer Ge-
nerael des vorigen Keizers orde be-
kent was of niet, hen ook onbewuft
was. Welk antwoord zy zeiden wel
te zijn , en wierd Zoo op fchrift ge-
ftelt.

Ook vraegden zy eindelijk na dc
hoedanigheid van
Putmans , en den
Sekritaris: daer op behoorlijk was ge-
antwoord.

Waer na d\'Anibafladeur en Nohel
weder vertrokken waeren.

Des morgens vroegh ,dea eerften
van Zomer maent , quam zelf een
éei Lipous , Songlauja genoemt , be-
neffens vier grote Mandarijns in des
Ambafladeurs woniDge,niet verzoeks
of hy eens voor de zelve geliefde
op de muzikale fpeckuigeri te laten
fpelen , naerdien zy zeer nieusgie-
rig, om die te horen, waeren : en was
zoo vveder, zonder iet anders te ze^^-
gen, vertrokken. ^

Zz D\'Äm-

j F

■ (! ■
aii i

-ocr page 468-

- en gaven de fpeeltuigen niet
weinig geluids ; \'twxlk hen ook zoo
zoctiSd\' ooren klonk, datzy na gro-
te dankzegging wel vergenoécht ver-
trokken.

Des avonds, in \'t gebet, wierd by
ever het he- ^en Ambaffadêut raetsgewijze voor-
geftelt : hoe zy eenige ontwerpen
van fchenkaedje aen de vier
Soutai-
zins
, drie Tartarifche r^/vj;;^ , drie It-
pom en viéir Sekritarifen hadden ge-
fiiaekt: en
hun overgegeven verzoek-
fchrift, naer men zeide, al aen den
Keizer was in gebragt : ook daer op

te gaen, en hen verzoeken : of No-
hel
neffens Putmans eens in hunne
vergadering moghten verlchijnen,
om hen iét voor te dragen. Dit na-
men zy gaerne aen te zullen doen,
enden Amhaffadeur\', na geweelt te
zijn , daer van befcheid brengen.

Des morgens , den tweeden , ko-
men de
Wacht-Mandarijns den Am-
baffadeur bootfchappen : hoe
Nohel
en Putmans,zoo zy wilden , vry in de
Vergadering moghten komen, en een
Mandarijn , om hen derwaerds te ge-
ieiden/methen was gekomen. Dies

\' Dsriie Otzanllchap «a\'t Keizerrijk ^

\' r>\'A-Tihaffiiaeür ónthadde dexe a^landMijp geroepen , en door den

die gewiffeiijk \'zeer beleefde Aïrfbaflkd^ v«zoc«_t, van op^;
Sen waeren , na iijn beft v«mo-, gen vroegh by de
L.pous gcUrfde»

, ^y datkjkzlchopw^begaven en,
vvorden- dV ookïemehVingvanhun- na hunne wederkomße vernagh de-
ne tewSzen, her den: dat zy door deMandar.jns voo -
be^^encnbefchenkenvandeRiix- noemt ten huize van den r.«« "
ndcn bevotenshet rechte werk dien- een vertrek gebragt, en by den
deteècfchieden: geUik ook door den Songh Lauja waeren geleid , en door

het overhandigen van het fchenkaed-
je-briefje, ware gefchiet, zonder het
zelve te hebben kunnen uitwerken,

feiijk ook door eenen hunner geleids-
landarijns , ontrent de
Zoutaizins
was onderftaen, om eenigegéfchen-
ken temogen doen; hoewel vruchte-
zy,\'t geen te verzoeken hadden,aen
hem alleen, of aen den vollen bank
Wilden bekent maken. Waer op hem
door hen was geantwoord : zyzulx
in zijn welgevallen ftelden. Weshal-
ve hy wilde zy het hem ftechts bekent
te maken hadden : \'twelk ook door

uet CCll VVVJU1.U I.V, JH^tviv\'.i» , - 1 J

dering der Lipom getreden , en had
t\'zijner wederkomfte,
Nohel en Put-
mans
zeer heimelijk, hebbende al zijfi
volk en dienaers doen vertrekken.ten
antwoord gegeven: dat voor dien tiJ
het Amptgenootfchap der
Lipous wa ^
gefcheiden; maer de aengef^^^

men had, het desnamiddagsder ver-
gadering voor te dragen, enopmo
gen vroegh
antwoort te laten

het aenvaerden van al de icnenKaeaje-1 ofhet nodig was, ^.Mzelfinde V
poederen by den Keizer : maer ver-1 gadering quam ot ^

zo^it, aengezien noch eenige fchen- weet gefckede kon maer

Liele, om aen de en an- blijven. Ook i^^d ^ , of

dere\'groten tc doen, door den Heer I fcheide malen emftjhjk ge^^^^^^^^^^

Generael waeren mede gegeven, het; de Heer Generael defchenk^^

zelve hen bekent mogt gemaekt, en i zonden had ^n f ^ohd

doorhem zélven overgelevert wor-1 by waeren. T\'f

den. Derhalve wierden de Wacht- ten antwoord, geen brieven uj

aeh gnomen , dathen allen toecn! vondsvaftgeftekvvas.gefch.ede. Op

aengang bykans van eenen iegeUik ; \'^rn

was\'belet. enookniemantwastebe-: hy, f^f^e°a-

trouweti, zonder gevaer van bedro- der een woord te fpreken, terjerga^

gen te worden, zoo wierd onder-
zocht , hoe men beft met het be-
fchenken vande Rijx-raden zoude
fteilen. Na rijpen overlegh daer op,
en overwegen van alles ter zake die-
nende, wie^rd vaft geftelt : dat
Nohel,
neffens Putmans , \'s anderen daegs in
de vergadering der
Lipous zou gaen,
en aldaer bekent maken: hoe de Heer
Ambaffadeur zeer verblijd was, over
het aenvaerden van al de fchenkaedje

-ocr page 469-

ijan Sina

Wel was hem kennelijk enwiüeook,
öen Ambafladeur door den Heer Ge-
nerael gelafl: was, eenige gefchenken
aen de Groten voornoemt aldaer tc
doeo- Hier op waeren zy weder ver-
fJ^okken.\'

Den derden quamen twee Manda-
rjjns den Ambafladeur aenzeggen;
hoe de
Lipous op het voordel der
fchenkaedje, door
Nohel en Putmans
op gifleren gedaen , verzochten:
d\'Ambaffideur - geliefde op fchrift te
^-ellen : aen welke perfonen de fchen
kaetlje wilde doen : en of die van den
Generael of van den Ambafladeur
quamen. Waer op dan met een kort
fchriftelijk briefje wierd geantwoord
in dezen zin

De Generael van Batavia heeft den
\'"^mhaßadeur gelafl, na het overhandi-
gen van de
Chinkon aen den Keizer,ook
eenige f.henkaedje aen de
Taizins en an-
dere te doen.

Den Generael van Batavia is onhekent
geiveefl- : hoedanigh alhier de manieren
\'^ijn. Derhalve heeft hy den Amhaßadeur
\'Volkomen lajl gegeven, om, na hevinden
"^-Keifch van zaken , daer in te hande-
len. . .

hetwelk briefje Nohel qr Putmans
ter vergadering der Lipous traden, cn
na hunne wederkomfte ten antwoort
^^agten : hoe zy weer, als gifteren,
^en huize van den
Tatan, door twee

, in een byzonder vertrek wae-

f^" gebraght : aen de welke zy het
oriefje voornoemt overhandight had-
üen : en deze, na het gelezen te heb-
ben, weer aen
Nohel gegeven. Nohel
naddaerop aen den Lipou Songlauja,
(die een dezer twee was) verzocht:
of hy den Ambafl-adeur , aengezien
lern de manieren aldaer onbewuft
Waeren, wat te recht geliefde tehel-
Pen, cn ten befte teraden. Niet wel
icheen hem dit te gevallen : maer
^as na den bank gegaen : voor den
j. ^^^^n Nohel en Putmans mede ge-
^^epen waeren , alwaer zy drie
Ta-
, twee Tartars en eenen Si-
^^es hadden vinden zitten , aen
dight weder wasoverhan-

Waf^ï^l?\' nahetby hen gelezen
» üadden gevraeght: aen wat

cf Taifing. ^ ëj

I bank \' men de fchenkaedje wilde
I doen.
Daer op Nohel Qn Putmans Irdd-
\\ den verzocht den Ambafladeur daer
i over te mogen gaen fpreken : maer
I was hen daer op geen antwoord ge-
; geven. Dies zy vruchteloos waeren
I gefcheiden : en was het briefje, voor
I hun vertrek , door eenen der
Tatans
j van den tolk de Hafe (na dat het dien
i eerft gegeven was) weder afgevor-
I dert., . \'

Des namiddaghs quam een Man-
darijn van de
Lipous, vereert door Van
Hoorn,
voor eenige dagen, met vijf
el root ftamet, het zelve Wederom
brengen: zeide voorders , als des Am-
bafladeurs zaken afgedaen waeren,
hy het zelve wel zou krijgen ; maer
het als nu niet derfde behouden.
Ook berichtedeesMandarijn,hoehy
uit zich zelven was gekomen , ten "
einde den Ambafladeur te wacrfchou-
wen: dat her gefchrift of verzoek aen
de
Lipous , om de Zoutaizins te be-
fchenken , overgegeven , hen niet al
tc wel geviel : ja miffchien wei haeft
\' eenige
Laujas zouden komen vra-
gen : hoe en waer d Ambafladeur van
de
Zoutaizins quam te weten: enhem
riet t\' antwoorden , dat hy meinde,
de Zoutaizins,Tatans et\\ Lipous emen
dezelve waeren.

Voor een vreemt gezegh wierd
dit by den Ambafladeur opgenomen,
gemerkt by de
Zoutaizins zelfs ge-
zien , en zy den Ambafladeur na des
Generaels gezootheid gevraegt had-
den. Derhalve kon by hem daer uit
niet anders genomen worden , als
dat de
Lipous hem dien wegh van de
Zoutaizins zochten af te fnijden en
de fchenkaedje onder hen te krlj^
gen.

Des morgens, den vierden, wierd

Van Hoorn, neSemNohel, door eenen deur en No^
Mandarijn weer in de vergadering der ^\'^^\'dchij-

^. , , , O t> nen njoor ds

Lipous ontboden , en door den zef
ven voor hunnen bank gebraght. Al-
daer wderd hem afgevraegt: wat voor
Heeren d\'Ambafladeur met de na-
men van
Zoutaizins meende : en
hoe hy wifte dat \'er
Zoutaizins wae-
ren. Waer op
Van Hoorn hen ten ant-
woorde diende. Twee hunner in
\'sKeizers Paleis gezien te hebben: en
2 hem

-ocr page 470-

^ Derde Gezmifchsf ».» Keizerrhk

heL>s toen gezeid was: noch twee 1 Met dit befcheid was d\'Amtaffiaeut
Ïe^ge ijke (dl ziek waeren) te we- de Mandariin,

zenfooktegensdezclvegrfptokente , Des avonds

hebben ; door hen na des Gene- me over den

raels gezontheid was gevraegt. Waer: deur en z.,n ^^

opdeV\'«^«\'^\'^"- Meent ghy die >! toegeleid) tet "PPf^Xi

wjd\'crs ,verzochtenzyd\'Ambaf.! ampt.aldacrniet meetkondekon,^^
fadeur hen geliefde te verklaren : wat maer^een ander m zyne -

Taujas hymet d\'andere meende : en wierdvereert voorzynegoede zorge

dit hv daer mede de tóöw gehefde metvijfelrootftamet.

u t tl d ukk"n Dit /ierdlok by Den zeften even na den midd g,
hem ais die geen ander voornemen
quamen vicrMandarijns in de wonm

ge des Ambafladeurs, en zeiden ui£-
druid^elijk door den Keizer gezon-
den te zijn, om van den Heer Am-

had, volgens d\' omwerpen reeds ge-
maekt, als om de
Lipous neffens de-
zelve te befchenken, gedaen. Wes-

baffayr^opdevdgendevtagenant

het rozen-^-.

uuuretiiij^, I v^« r^iPnnnam en wacrtoehe^"^^"

Aonghi een Mandarijn Lauja als

Gemagtigde Taizin in Hokfieu wae-
re geweefl:, en tot verflag gebraght
had\': aldaer van de Hollanders ver-
ftaen tehebben : datzy alle jaren tot
Peking wel wilden komen. Ot daer
iet aen was? Waer op
Van Hoorn ant-
woorde : zulx noit de meining ge-
weeft te zijn, maerwel om jaerlix te
komen handelen. Voorts waren noch
eenige vragen van weinig belanpe-
daen: waer op d\'AmbaflTadeur neflens
Nohel weder van hen gefcheiden was.

_i____iTTiicsfri

dooi emiffC ast Lupous \\ ^rA\\en

oeTe d^ â„¢ daen quam en waer toe l^^t dien

K tweede jaer ^n den Keizer de Hnsgdyx d\'eenhoorn : de k^^
m net tw _ _ ^e berg : by de kopere fraeigheden^^«

Bengale geweefl: ? van gehjken de

fuarïfen wat vogels die waeren
wierd door den Ambafl~adeur daer op
na befte kennifl^e geantwoord : e»
waeren ook,
na het zelve aengeteken
te hebben, met volle vernoeging^
der vertrokken. ,

Den zevenften en achtften droeg»
zich niets toe, nochte wierd
nieman

vernomen. maek-

Dcs middags, den negenden^

te de tolk G^cnko den A^^fr^"\'

bekent; dien morgen neirensae^

leids-Mandarijn al-

fchieniTtien dagen al\' ve^rekke^
Den tienden en elfden viel n

\'Mi.
en

het wil meerder was gebeurt , dat Des morgens, a-n â–  .

door eenige AmbaffaSeurs fchen-, d<;Mandaryn ,

g^l was , aengeboden ; maer het |
Sennemen van de zelve ^^^^^^^^ j -Jnj^t

ter -verga-

bafladeur met zijn

der vertrek gebragt : van waer zy, na dagen ^P ƒ\' , en

wel twee uuren wachtens, in hunne tnd zoude onthacld woraen,^^

vergadering waeren geleid. V^r
eerft vroeg de
Tatan na des Ambafla-
deurs gezontheid, en zeide daer na
het wel meerder was gebeurt , dat

A __/TL J

Lipo^.

p\'j}

voor.

-ocr page 471-

■p It ri ^ \' ^^eßiendetL in. op^edréuiffen- .

: Nr

M^ort

C-.Tle.

cii^^äojivrs Ût-muite
. Ti/reßef a^ tnt/tu .

-ocr page 472-

het gewonelijk vertrek , om wat te
toeven : en dan korts daer na door
den
Lipon Songlauja gehaelt cn naer
de voorzael van het huis voornoemt
gebraght. Aldaer vonden zy den
Tatan , en wierden , na dat zy nef-
fens den zeiven eensgeknielt en drie
mael na \'s Keizers Paleis het hooft ge-
hogen hadden, in naervolgende wijze
te zitten gezet. De
Tatan zat boven
aen, en aen zijne rechte hand, even
beneden hem de Ambaffadeur : dacr
achter
Nohel, Putmans en de Sekrita-
ris : achter de zelve weer het voorder
gevolg, ten getale van zeventien, die
alle neffens elkandre zaten. Aen des
Tatans linke hand , hoewel\'wat vry
Verre beneden hem, zaten eenige
Li-
pous
eo andere grote Heeren. Wan-
neer zy gezeten waeren, wierd een
kop bonenzop in \'r ronde gefchon-
ken , cn op eene knie, ter aerde gebo-
gen , uitgenepen. Daer na wierd voor
den
Tatan , Ambaffadeur cn voor-
dere Gezant-genoten van Staet ieder
^cn tafel, gelloffccrt met drie en der-
tig zilvere tafel-borden , doch vry
^at befmot gefielt : en voort het
Voorder gevolg vijf en vijf acn eene
tafel, met allerhande fruit cn meel,
i« d\'olie of ander ver gebakken , gc-
^et. Toen kreegh elk een kop met
Keizerlijken drank , die mede , na
het hooft gebogen te hebben, op ee-
ne knie van degene, die daer fmaek
hadden, genuttigt wierd. Hierna
yelmen acn^\'t eeten. Dc
Tatan deil-
de
Lipous en andere grote Hee-
renvvat van zijn eigen tafelom.
Pees,na dat een wemigh vanher
anket genuttigt was, vraegde aen de
tolken: of d\'onzen gene zakken, om
r^^verfchot te bergen,mede gebragt
nadden. Wanneer den r^/«;? daer op
"Qor hen van neen geantwoord wiert,
naerdien zulx hunne gewoonte niet
mede bragt, het hy eenige zakkenen
oeken brengen : daer zulk een zoe
2 lucht uit quam, dat d\' onzen fchier
4Ualijk van dc reuk wierden. Niet lui
^^\'aeren toen dc tolken, om dc ovcr-
g^dioten brokken van d\' onzen, met
ten ^ een daer in te fmij-

ichllT Nauhx was ditbe-

of daer quam een ander ge-
recht voor den dagh namelijk, ot>
de tafelen van den
Tatan, Ambafia-
deur , en de voordere perzonen van
flaet, ieder twee fchotelen en twee
houte bakken: op die van het gevolg,
in de eene fchotel gekookt runt-
vleefch , en in de andere fchapen-
vleefch. Voor de
Lipous en andere
Heeren wierd flechts wat op een mat,
gefpreid op de vloer , zonder tafel
i of fchotel voorgezet. Het vleefch
I was zeer vet en fchoon : ongefchikt
1 en groot, maer ieder hachje ten min-
fte vijftien pont zvvaer.

GewifTelijk het was een kift voor
d\' onzen om te zien , hoe de
Lipous
zelfs,en andere grote Heeren hierin
graefden. Zy zagen als nu defraeje
manieren,die de Tarters in het eeten
hadden ; \'twelk beter na wilde , als
bezadigde menfchen geleek Nahet
doorbrengen van eenigen tijd m de-
zer wijze meteeten, (hoe wel d\'on-
zen daer weinigh quaed in gedaen
hadden) was her der krijgs-knechten
beurt, die zich nier traegbevonden in
d\' onzen de fpijfe af te halen.

Eindelijk, wanneer ook dit gedaen
was, ftonden d\'onzen op , en wae-
ren, na datzy weder neffens den
Ta-
tan
gcknielt, cn \'t hooft driemael na
\'s Keizers Paleis gebogen hadden, we-
der naer hunne woninge gekeert.

Zoo dra d\' Ambafiadeur t\' huis was -^enhrert-
gekomen , zeide de tolk
Genko den J j
zclven : hoe hem was gelaft acn den Genko!
Ambaffadeur te zegden: dat over vier
dagen (den twalefden van onze en
zes en twintigften van hunne mane)
het tweede gaftmael zoude gefchie-
den , en twee dagen daer aen het laefte
of derde: ook dat hy twee of drie da-
gen daer na zoude vertrekken. Dit Bermßa-
by den Ambaftadeur en zijnen Raet si»g daer
des avonds in het gebet, en \'smor-
gens den dertienden in acht geno-
men : ook dat het wel dacr op aenge-
leght moght zijn, dat op\'t laefte van
hun vertrek, d\'uitfpraek oft geen de
Keizer op hun verzoek hadde gelie-
ven tc
beOuiten, hen Wierde bekent
gemaekt ; na welken tijd gene gele-
gentheid zou zijn om op \'t
een en
ander, \'tgeen met hunne meininge
of verzoeken niet over
een quam,
3 te

P

f 51
il

4

-ocr page 473-

noch te verzoeken hadden, of de
koopmanfchappen, met de fchepen
(die,
om den Ambaffadeur te halen,
zoude komen) mede te brengen,
op
hunne komfte zoude mogen ver-
kocht worden, en diergelijke meer,
zoo wierd raedsgewijfe goet gevon-
den, het naervolgend verzoek brief-
ken , op dat fluk, aen de vergadering
der
Lipous te fchrijven, en \'t zelve on-
der
fchyn, van om des Keizers orde
des te beter te kunnen weten , en
\'c geen niet ter degen verftonden
door de Lipous nader onderricht te
worden , tc verbloemen. Het ver-
zoek-briefje voornoemt , was van
volgende inhoud.

£)\' Amha(jadeur verhoopt de Lipous
Sï/7?\' verzoek fchrift wel zulkn hehhen ver-
deurs aen Jlaen. D\'AmhajJadeur verhoopt ook een
den Lipous. ^ggt ^ntwoord \'daer op van den Keizer.

Nu verzoekt d\'/lmhajfadeur,hy V helieve
en antwoord van den Keizer acht of tien
dazen voor zijn
vertrekmaghekomen,
om des Keizers
wille en gelievén mede
ivel te mogen verftaen en begrijpen , ten
einde de Generael op \'Q2X2M\\agetrouw-
lijk daer van overftag te kunnen doen, op
dat de Generael op
Batavia en de Hol
landers in het toekomend des Keizers
helieven , zoo wegens de
Chinkon, ^ï/i"
anders, volkomen mogen nakomen en ge-
hoorzamen.

Men vond goed N oh el tn Putmans
met dit briefje in de vergadering der
Lipous zoude gaen, en daer by zooda-
nige be weeg-redenen voeren , alszy,

om des Ambffadeurs verzoek hen re
doen verflaen,zouden noodig oorde-
len. Dies de wacht-mandarijns by

Lipous te gaen verzoeken, of Nohel,
negens Putmans,
eens, om iets te ver-
foeken,aldaer mogte verfchijnen. Dit
namen zy aen en bragten, van daer
vi^eder
gekeert,daer op ten antwoord:
de
Lipous hen gezegt hadden : dat de
Ambaffadeur op
den zes p twintig-
ften

den van ---------------

wanneer hy op het tweede Keizerlijk
banket zou onthaelt werden, \'tgeen

Verzoek-

bekent maken.

Den veertienden viel niets voor. , ^^
Des
voormiddags, den vijftienden,
quam dc
Lipou Songlauja, neflens tvvee ti^ei^^^
Mandarijns,in des Ambafiadeurswo- iff^f^\'l^
ninge,tevragen: wathy te verzoeken If^\'

len. JL^ies ae waciit-intniudiijua uj

Fan Hoorn verzocht wierden, om van wat onthaelsaen te docnt\'t welk
zijntnt wegen in de vergadering der met op de mufikale j-gr

hadde : daer over hy verzocht binnen
te flaen. Weshalve
Fan Hoorn hem het
briefje , op eergifteren gefchreven,
overhandigde, doch was befchroomt
om het t\'aenvaerden , vooral eer d\'in-
houd hem door den Sinefen Schryver
Soukjen was uitgeleid. D\'AmbafTa-
deur liet het zelve hem tc vore lezen:
en antwoorde dees daer op : d\'Am-
bafladeur was daer gekomen en eenen
brief aen den Keizer gebragt; derhal-
ve de Keizer hem zonder brief niet
zou laten vertrekken : ook zoo dra
de Keizer over fijne zaken befloten
had, zy hem den uitflag , \'t zy zijn
Majefteit \'c zelve hem fchriftelijk of
mondeling bekent maekte, als mede
des Keizers brief aen den Generael
zouden ter hand ftellen. Zulx was,gaf
d\'Ambaffadeur daer op ten antwoort,
het geen hy zocht.; Derhalve
vraegde
hy aen dc Lipous: of hy op morgen het
verzoek-briefje voornoemt aen den

Tatan noch zoude vertoonen of niet-
Tiaet op Songlauja T-eidc : zulx even^
veelte zijn, aengezien d\'inhoud hen
als nu bekent was. Dan zou hem op
morgen , als
d\'Ambaffadeur op de
tweede Keizerlijke maeltijdt ver-
fcheen, wel nader fpreken. li

Midierwijie verfchenen noch in des ^ ...
Ambafladeurs wooninge zes
groote
Mandarijns : dies de Lipou Songl^^J^
weer vertrok, en in het uitgaen de"
Ambaffadeur ried de gekomen

te arbeiden , of naeder toepaffingh i noch te verzoeken had, als dan kon
verzoeken; ten andere wijl zy mede

■ « 1 1 -Kr nV^«

tenfpelen, en \'s namiddags bc« ^
maeltijdt te houden, naquani. Di
zy wel vernoegt waeren vertrokken^

Des morgens vroeg, den
deh, quam de Mandarijn van
pons, die d\'onzen gewoonehjk g
de, den Ambaffadeur waerfchouwe^^

jaiiaaeur op ucu ^.toviioinot

vanhunne maen, ofdenzeftien- hy zich klaer te maken ba^
van onze lopende Hoi-maend,als de tweede Keizerlijke ^^k

fchijnen. Dit quamen d onzcu

datelijk na, cn wierden weder ge»^^

J\'

•X-gt^

Kei\'

ok ^a^KÜf

-ocr page 474-

en in gelijker voege onthaelt, als op
«en twaelfden dezer was gefchied,
Zonder eenige verandering : alleen-
lijk behoefden toen voor den Tatan
lïiet te, knielen . De Tatan iiet den
Ambafladeur door den tolk
Gemko
zeggch : dat hy hetverzoek-brieQe
(
t geen hy met zich genomen had)
"iet behoefde
over te geven : wijlhy
den inhoud van den
Lipoui Songlauja
al verflaen had : dies hy \'t zelve ook
by tich behield : cn was, zonder ver-
der iet gefproken of gevraegt wierd,
met zijn gevolg weder
riazijn wonin-
ge gekeert. Dan zoo
dra Was hy daer
met gekomen, ofdeMandarijn , die
«em des morgens ten
hoof gehaelt
nad, verfcheen daer mede, cn quam
aen Ambafladeur aenzeggen: hy, nef-
lens zijn gevolg, zich gereet geliefde
te
houden,om \'s morgens voor dag,na
s Keizers
Paleis te gaen , en aldaeï de
Menkaedje van zijne Keizerlijke
Majefleitt\'ontfangen : \'twelk d\'Am-
bafladeur beloofde na te zullen ko-
men. Ook dees Mandarijn verhaelde,

Qat de Ambafl\'adeur den dertigfl:en
^^^ hunne maen, of den
t wintigflen
van onzeHoi-maend,op het derde,of
setfteKeizerlijk banket zouden
ötit-
aelt Worden , en drie dagen daer na
^ertrekken. Dies d\' Ambaffadeur
met
groot verlangen van uur tot uur het
^ hiit des Keizers over zijn verzoek
^^ gemoet
Zag.

r^o^e " txx?/^^ Zeventienden , \'s morgens
Zw voor dag, wierd hy dan,

om ten hove gehaelt,

fanpen ^^^^"^^ij^e fchenkaedje t\'ont-
in \'s Kei ^^^ Sebragt door driépoorten
de YiQ ^"iof op het plein,dicht by

^\'oo-h^ aiwaer men

go-dr^^^\' fchenkaedje

Voor f ^ plicht-plegen

c^-en dag verwacht,
de Ko ^^^ gefchenken voor
Van y -^P en twintigfle

zitten totden
eeS f ^<>men zijn : na ontrend

het licht aen
ft^f;/ zy eenige

4en ve^^^^ gekleet, in \'rhtf
^ ^^^ïchynen, en korts daer op

te^i ^ort

een tafel met een rode pye-lakeii-lap
gedekt. Zy wierd gezet ontrent de
plaets, daer die van de KoreefeAm^
baffadeurs, alsboven,geilaen had,met
dit onderfcheid alleen , dat dezelve
toen voor de poorte , aen de Tartari-
fche hoger hand, daer die van de Ko-
reers aen de lager hand had gefl:aeo.
Na een kleine wijle wierd dae\'r op ee-
nig geld en ftoffen geleid. Toen wierd
d\'Ambafladeur. neffens zijnen zooHj
Nohel en Putmans cn den Sekritaris
geroepen, en recht voor de middelfte
poorte (die recht tegen den Throon
over quam,doch van waer men echter
in \'t minfte gene telkenen van den
Throon kon zien,ter oorzake van de
vijfde grote poort, door dc welke,
fchoon open,om hare verheventheid,
niet konde zien) geleid. Na datzy,
met het gezicht na den Throon ge-
went , op het roepen van eenen He-
raut, driemael geknielt, en negenmael
het hooft gebogen hadden, wierd den
Ambaffadeur van de tafel eerft toe-
gebraght de fchenkaedje voor den
Heer Generael, dewelkehy noch ge-
knielt leggende ontflng : daer na dié
voor hem zelf in gelijker voegen.
Wanneer dit gedaen was, kreeg A^öM
op dezelve wijze mede de zijne, en
Zoo vervolgens , de Sekrita-

ris en voorder gevolg ; ieder \'tgeen
hem roegelegt was. Hebbende deze
hun deel weg, kregen de geleids-man-
darijns iïia en de Sineefche
tolken , en mede gekomen krijgs-
knechten ookhcthunnc.

De gefchenken, die zy aldaer van
wegen den Keizer kregen, beftonden
ifi volgende maniere:

Voor den Heer Generael i

GefchenheH
•voor de Ge^

Drie hondert G.fijn zilver : hejlaen-
de in zes fchuiten.

Twee flukken Sineefe goude lakenen.

Twee diergelijke met draken.

Vierflukken zij de gebloemde met dra-
ken.

Twee flukken fluwelen.

Twalef flukken verfcheide gekleurde
Satijnen.

Acht flukken damaflen.

Tien flukken gebloemde gekeperde
zijde floffen.

Tien

ii\'
i\'sl

-ocr page 475-

Tten ßukken Pelangs.
Tienflukken Panjjes.

Voor den Ambafladeur:

Hondert G.ßjn zilver^ ^ ,
Vier ftukken pelangs.
. Vier ftukken panjjes.

Vier rouwe ftukken hokjens. ., _

Drie hlaeuwe ftukken enkelde Satij-
. nen.

\'Zes ftukken enkelde damaften, • ,

[Twee ftukken goude lakenenmet dra-
ken.

Ben ftuk zwart fluweel voor zijnen
zoon.

Vijftien G.ßjn zilver.
Twee ftuks rouwe gaezen.
Twee ftuks enkeldeßechte damaft.

• . Voor Nohel:

VijftigG.ßjn zilver.
Een ftuk Sineefch goud laken>
Een ftuk fluweel.
Drie ftukken damaften.
Een ftuk Satijn.
Twee ftuks gazen.
Twee ftuks pelangs. j

Twee ftuk panfjes. \\

Voor Putmans en van der Does \\ die j
even veel kregen, te weten, elk:

Veertig G.ßjn zilver.
Twee ftukken damaft en.
\'fluweel,
fatijn.

Een ftuk A^p\'j^ßfl

enkele flechte damaft.
^ witte gaes.

Voor de Tolken, Maurits Janzen Vifch
en Dirk de Haeze, die ook even veel
kregen, te weten, elk:

f zwartfatijn.

hel met uitdrukkelijke woordeng ^

zeit: aldaer gene fchenkaedje mog^^^

aengenomen worden , eu die

{panjjes.

\\en keldeflechte damaft en.
Voor ieder van het voorder gevolg:

Vijftien G. fijn zilver.
TweeJtukken rouwe glaezen.
Twee ftukken enkelde damaften.

Voor den Geleids-Mandarijn Uiu

Lauja:

Een paert zonder zadel

Voor den Geleids-Mandarijn Hanluh
ja,
en de twee Sineefche tolken :

Een damaft e rok, om den hals, en aen
de kanten m.et goud gefchikt, die
zy dateliïk aen doen moeften.

Voor ieder der krijgs - knechten,die
raet
den Ambafladeur afgekomen
waeren:

EenJIechte damafterok.

. Na elk, hét geen hem toegele^c
was, bekomen had, wierd d\' Ambafla •
deur met zijn gevolg weer
ter plaetfe
geleid, daer zy geknielt hadden, en
knielde, ten reiken
van dankbaerheid,
andermael in gelijker voegen, als te
voore gefchied was : wierd daer na
door den Mandarijn
SongLauja, en
eenige andere Mandarijns ten hove
uitgeleid. Gekomen even buiten de
poorte des hofs,vroeg d\'AmbaflTadeur
in het affcheid nemen aen den
Lipou.
Song Lauja
: wanneer hem het uitilot
over hunne zaken, als ook des Kei-
zers brief aen den Heer Generael,
\' zoude overliandight worden? Waer
op geantwoord wierd, zulx noch
■ tijdts genoegh te zijn , en \'t zelve
drie ofvier dagen
voor zijn vertrek-
ken te zullen gefchieden. Derhalve

d\' onzen zich weder na hun woninge

begaven.

Des namiddags verfcheen hya^^
Ambafladeur zeker koning,
na-neve
van den tegenwoordige Keizer, out
omtrent twintig jaren, uit nieusgie-
righeid , om de muflkale fpeeltuigen
eens te hooren deunen. Hy wierd by

d\'onzen wel ontfangen en met een
kopfpaenfe wijn on^iaelt : dies hy
wel vernoegt wieder vertrok.

Infgelijx quam den negenticn\'^.en
regens den middag een groot Heer,
die het gezagh over den adel van
\'s Keizers paleis had, ten
zelffl:en ein-
de : welk
hem. gaerne toegeftaen,ƒ ^
hy voorts ter maeltijdt gehouden
wiert : waer na hy weder met go
genoegen vertrok. ^

Voorhene (op den vierden dez^ ƒ
had de
Tatan den Ambafliideur cn a ^

Ü!\'
Wii

-ocr page 476-

Zeiden of wijs-maekten, qualijk de-
^-n. Derhalve d\'Ambaffadeur, die dit
ook bevond waerheid en ernflte
^Mn »byeenbriefjedeli/wi- en
Zou-
\'"^\'f^ns ,deed verzoeken,om de goede-
die medegenomen waren te ver-
Jchenken,te mogen verkoopen: doch
kon geen befcheid of antwoord daer

bekomen.

f^en twintigften wierd d\'Ambaffa-
f^^^^ ophQi aerde Keizerlijke galV
niael te verfchijnen gehaelt,en weder-
om, als voorhene, gebragt ten hoove
jan den laeften der drie
en op
yiijker wijze aldaer onthaelt, als op
^en Zeftienden was gefchiet.
d\'Am-
aifadeur eindelijk, na langaenhou-
^^nen veelftribbeleris, ten einde zijn
I
^Qg-merk re bereiken, wierd met een
j5"oten brief van den Keizeraen den
Generael weer te ruch gezonde.
, ^avertrek dan, des morgens, op
^en vijfden van Oogftmaent, van de
J^eizerlijke hooft-ftad Peking, qua-
des
naermiddags in eené Pa-
dek ^^\'^iiet fte-

rvvPP 1■ ï^ufte, en
wee mijlen van
Pekino- gelecren

VorderS v»\'at belanght deze Rijx-
hooft-ftad Pd-A-i»^, dezelve, benef-
fens het geheel landfchap, ftaetin de
volgende Befchrijving des Keizer-
rijks van
Sina of Taißng befchreven.

Rijke en groote me-vrouwen van
Mandarijns komen felden aldaer,
gelijk ook door geheel gebruike-
lijk,is op ftraet, \'t en zy in dicht toe-
geftoote draeg-zetels of palakyns:
en zijn verzelt met een grooten na-
fleep van Staet-jufiers en gelub-
den. Hoewel ook zelfs d\' eerfte in
palakyns.

Binnen \'shuis hebben zy hare by-
zondere vertrekken van de mannen
afgezondert, defgelijx waranden,
tuinen en luft-hoven: daer zy tot tijt-
verdrijf zich in verluftigen , met
bloemen aen te queken, en allerlei
zanggerighgevogelt te houden.

Wonder prachtig zijn ook binnen
\'s huis groote Sinefe me- vrouwen,in-
zonderheïd de boelinnen en by-zit-
ten des Keizers, (zoodanig twee in
de nevensgaende prente vertoont
worden) uitgeftreken en altijts met
een grooten ftaet van dienareffenen
Aaa die-

li^jili
vjiii!

m

■y m

-ocr page 477-

dienaers of gelubden verzelfchap-
ten, te weten , na \'slants wijze, met
mokken van zij de, die haer tot op de
aerde na flepen, en brede en wijde
mouwen. Het hooft is verciert met
een kofl:elijk hulfel, voor rontom
met een opftaende kant of zoom,
kartels gewijze gemaekt.

Den zefl:en vertrokken zy weder
met den dag van
Tongs jouw, en qua-
men op den middagh by de vaartui-
gen, voor de
iii2idSjenfingway: alwaer
fy weder in de zelffl:e barken traden,
daer
zy daer mede gekomen waren.

Den negenden vertrokken zy
van
sjenfingway, en quamen, na ver-
fcheide dorpen en buurten door en
verby gevaren te zijn, des avonts aen
eenige huifen, ontrent een mijle van
êiQikzdGioecheoegdtgtn, te landen,
ter rufl:-plaetfe des nachts.

Den negenden , met den dagh,
vorderden
zy weder reize, en qua-
men des voormiddaghs aen de ftad
voornoemt: van waer zy , na ver-
fche trekkers bekomen te hebben,
ontrent den middagh weer vertrok-
ken , en de nacht-rufte aen het groot
dorp
janzin hielden.

Den elfden , des anderen daegs,
brachten zy het even naer den mid-
dag , aen de ftad
Tienfwgway • daer zy
na andere trekkers, gemerkt men nu
tegen ftroom begon te krijgen , en
\'t water door den regen aldaer zeer
hoogh was en hert afliep , blevet»
leggen wachten.

Des anderen daeghs, \'smorge^^
ging
Putmans tot den Sjonkiff
kaetfe, om de fchenkaedje,
lem den tienden van Somer-mae^
in het opreizen aldaer ontworp^^
maer welker aenneminge ^

wederkomfte der onzen had^

ftelt, als nu andermael aen te biea^\'

d\'Ambafl^adeur fchreef daer ben^^
fens het naervolgend dienft-pi^&

briefje: " Jprwel

De Amhaffadeur is alhier ^

aengekomen. De heleeftheid en J J ^
hael zoo de
Amhaffadeur van ƒ aia ^

heeft ontfangen zal noit ^ergete ^^^

-ocr page 478-

i^dafl op V fpoedtgjie zijne reize naer
Fokien en Batavia te vervorderen, om
des Keizers hrieven aen den Generael te
oiierhandigen: daerom verzoekt de Am-
^afjadeuraenTAzyxys,, dathydenoodi-
ge orde gelieft te fielltn, ten einde de ^
Amhaffadeur , zoo haeji mogelijk is,
^agh vertrekken.

Na 2ijne wederkomfte, deed
^ans verflagh: hoe zijne Ed. de vijf
ftamet, en twee flesjes roozen-
Vvater metgroote dankzegginge liad-
^egeaenvaert, en de reft wederom
gezonden.

Wat liun vertrek betrof, daer van
had hy niets gezeit: als hem niet aen-
gaende : alzoo hy het gezagh alleen-
lijk over de krijgs-maght had.

Kort na Putmans weder-komfte,
quam de voor-drager van den
Sjonkin
den Ambafladeur aenzeggen : zijn
meefter, in vergelding van het aenge-
nomen gefchenk, twee verkens, twee
fchapen , een pikol rijs en eenige
guiten zond : met verzoek zijne
^d. dezelfde geliefde aen te nemen.
*^\'A-mbafladeur diende hem ten ant-
^oort: hy al het gezonden zou aen-
l^^erden : met bedingh zijne Hoog-
heid de reft van de fchenkaedje mede
Jl^oft aenvaerden. Hetwelk de voor-
^l^ager hem zou aendienen , en op
^yne komfte met de goederen be-
icheidbrengen. Weinig tijts daerna
quam dees met de fchenkaedje-goe-
^^ren voornoemtaen,en zeggen: hoe
talauja zich wel dubbeld met d\'aen-
pnomen fchenkaedje voldaen ach-
p hoewelhy, om zijne Ed. tebe-
^^^ven, noch een ftuk groen perpe-
^uaen zoude aennemen: indien het
y haer te krijgen was. Datelijk
hem dit ter hant geftelt, het
ge^ ^ het zelve in \'t weg gaen leg-

Den voordrager wierden door den
^oafladeur twee mourifen en twee
^sjes roozen-water , alzoo hy na
zelve om te koopen vraeghde.

voeren met de vaertui-
^^igennaer de zuid-zijde van de ftad,
r^ ff achtens vroeg reiste vorde-
^^en. DQToja zond hen aldaer mede

D

appelen, peren, en diergelijke ver-
verfchinge. Waer voor hy het ftuk
perpetuaen, \'t welk de voordrager,
van den
Sjonkin had laten leggen, tot
een vereering kreeg, en door zijne
volk liet mede nemen. Maer zy brag-
ten het korts daer na weder, en zei-
den dat hun Heer \'t zelve dacht al te
veel te wezen : maer ingevalle de
Ambafladeur eenige kleinigheden
van piftolen, poffers,houwer-khngen
of iet anders had, daer van wel wat
begeerde. Dies d\'Ambafladeur hem
door den tolk
Maurits een karabyn,
roer, houwer-khng , en een zeep-
mefch toe zond: al het welk by hem
wierd aengenomen.

Des na middags, na zyby dtn Sjon-
kin
buiten in een van zijne barken ter
maeltijdwel onthaelt waren, fchoo-
ten zy buiten de voor-ftad, en ver-
trokken des anderen daegsfmorgenSj
den veertienden, van de ftad
Tien-
ßngway
, quamen des avonts aen het
dorp
Sangjue ter nacht-rufte: des an-
deren daegs \'s middaghs aen de ftad
Chinchay, en, na ontrent anderhalve
uur leggens, vorderden wegh en ble-
ven ter nacht-rufte aen het dorp
Sin-
coacheen,
twintig ly van de ftad Tten-
Jlngway.

Voeren den zeventienden weder
voort: en quamen des avonts aen de
ftad
Chinche ter nacht-rufte.

Raekten den achtienden, op den
middagh, voor by de ftad
Siangsjoum,
zonder aldaer aen te leggen: des
avonds aen het dorp
Talodueen, de
ruft-plaetfe des nachts.

Den negentienden was de nacht-
ruft plaetfe het vlek
Poethoum: voe-
ren den twintigften, even naer den
middagh, verby de ftad
Tunquancheen,
zonder aldaer aen te leggen: en over-
nachten aen \'t dorp
Lienulhoe : daer
zich het landfchap van
Peking en dat
van
Xantung fcheit.

Den een en twintigften vorderden
zy zes mijl weegs in her landfchap
van
Xantung , en namen de nacht-,
rufle in her dorp
Lonkuntang, bleven
des anderen daegs, na den middagh,
aen de ftad
Taatchiouw nä verfche
trekkers wachten, en quamen, na
A aa % die

mn Sma, of Taißng, 37i

hellen den Amlaffadeur j eenige fchenkaedje: aïs eenfchaep ,

!;
! J

< i|

I\'ll

-ocr page 479-

die bekomen te hebben, den drie en
twintigften des avonds aen de ftad
Chinjeen, ter nacht-rufte ; den vijf en
twintighften-voor by de ftad
Uchin-
cheen
, en ter nacht-rufte aen het dorp
Oepoefo.

Zy vertrokken den zes en twintig-
ften met den dag, en quamen tegens
den avont aen de ftad
Linfing te lande,
en alzoo uit de reviere
Geu in de Ko-
ningiijke vaert
Jan : fchooten dien
avond met de vaertuigen noch door
de
eerfte fchut-ftuis, gelijk des mor-
gens vroegh door de tweede , leg-
gende in , en voeren tot voor
het Tol-huis ter leg-plaetfe : alwaer
een ketting over de vaert gefpannen
was, ten einde de
vaer-tuigen, zon-
der tol te betalen, daer niet door zou-
den kunnen.

De gezagh - hebber dezer plaetie
quam d\'onzen des voormiddaghs in
de bark bezoeken en verwelleko-
men, die by hen na beft vermogen
wierd ontfangen en onthaelt.

Na zijn vertrek,zond hy ter fchenk
verfcheideeet-waren: daer entegen
hem door
Putmans m vergelding toe-
gebragt wierden, een paer piftolen,
een houwer-kling , een perpetuaen
een ftuk hattentay.

In het bywezen van Putmans,-wÏQt-
den dien Heer verfcheide brieven
toegebracht; mettijdingh, hoe de
Keizer zelf al drie dagen had gere-
geert, en zijn eigen
Chiap of zegel
reeds uitging.

DeGeleits-Mandarijns berechten
de onzen voor de waerheid, dat alle
de beftierders, als
Poms , Konhons,
Poutfenfus
ofRent meefters en ande-
re , die hier en daer in de landfchap-
peïi waren , op ontboden , en de
plaetfen met 1 arters zouden voor-
zien worden.

Des middaghs quamen de gezag-
hebbers dezer plaetfe de onzen te
gaft noodigen: \'t welk zy gaerne ver-
fchoonthadden: maer hielden daer
zoo fterk op aen, dat zy het einde-
lijk moften toeftaen. Dies d\'Am-
baftadeur hen zeide, wanneer zy de
ketting geopent hadden
, en zijne
vaertuigen daer door gefchoten wa-
ren, als dan te zullen komen. Waer
op zy antwoorden , orde te zullen
geven tot heropenen van de ketthig:
gelijk ook dezelve na hun vertrek
geopent wiert: en fchooten toen all^
de vaertuigen daer door. Tegens den
avont wiert d\' Ambafladeur, om by
de gemelde beftierders vergaft ts
worden, gehaelt; hoewel hy zich
ontfchuldigde,
met voorwenden van
op den avont uit zijne bark met te
mogen gaen. Derhalve de beftier-
ders de toebereide fpijfe hem liet
toebrengen , daer de barkiers niet
qualijk by voeren. Ondertuffchen
waren aen den Ambafladeur van we-
gen den gezag-hebber dezer plaetfe
een partye zijde ftoflen gebragt: dan
zond die weder te ruch.

iii
]ï

V ii

Mi: 3

Iii!

«Ii;;

I; ?

iHri :

Cv

m

>

Des morgens, den negen en twin-
tigften , vertrokken zy van de ftad
Linfng, en raekten dien dag door drie
fchut-fluifen. Des avonts hielden zy
rufte aen \'t dorp
Linancotfue: vertrok-
ken weder den dertigften, quamen
op den middagh de ftad
TungsjaufoC
voorby, en hielden nacht rufte in het
dorp
Gihacitchie. Dien dag waeren zy
door vijf fchut-fluifen geraekt.

Den eenen dertigften, fpoeiden
zy weder weg, voeren op den mid-
dag voor byde ftad
Xanfui, en hiel-
den des avonts de ruft in \'t dorp
Gans-
jan.
Zesfluifen waren zy dezen dagh

doorgeraekt, die zy alle open von-
den , tot groote vorderingb in de
reize. ,

Den eerften van Herfft-maend
voeren zy weder van\'t dorp
Gans jan,
en quamen dezen dagh door vief
fchut-ftuifen , en ter nacht-rufte ^^
het dorp
Kaygoeva.

Des morgens, den tweeden,
ken zy weder voort, des vooriïU -
dags voorby het dorp
Namwang ^
zijne Pagode Longwangmiao :
de revierein deze vaert komt g^!^

pen: dies zy aldaer voor ftroom

gen: waer door zy het met ^^^ ^^^^^
noch tot
Zinningh aenbrachten- D
dag warenze door drie ^or-.

geraekt, en bleven in de weften ^ \'
ftad van
Sinning voor de vierde en ^^
fte, die toe was, leggen om . ^^
neer die
geopentwiert, daer doo ^^
geraken. Des namiddaghs wie^^

-ocr page 480-

väft Sma,

zelve geopent: dies 2y met de vaer-
tuigen daer door fchoten, en bleven
voorts een fcheut weegs van gemei- l
■ ^e fluis nacht-ruft houden.

Des morgens quam de Toya der i
ftad den Ambaffadeur verwelleko-1
men, bezoeken en met eenige mont-)
koft befchenken , dien hy aenvaer- j
en na zijn vertrek , door
Put- \\
Brians, vijf eile ftamet in vergelding
aen hem zond.

Des voormiddags den vierden ver-
trokken fy weder van de ftad
Sinning,
en quamen met een goede wint des
ï^amiddaghs aen het dorp
Naoyang ,
daer zy bleven leggen, om van ver-
gehe trekkers voorzien te worden,
^ien dag waren zy door zeven fchut-
fluifen geraekt. Zy gingen den vijf-
den weder voort , en quamen des
avonts met den donker aen het dorp
Jaxinho. Zy waren door zeven fchut-
fluifen gevaren , en bleven den gan-
fchen volgenden dagh aen dit dorp
leggen, door mangel van trekkers.

Den zevenden, \'smorgens, ver-
trokken zy weder van
Jaxinhv , en
SH\'^mendes avonts aen \'t dorp
Milian-
ter nacht-iüfte. Aen dit dorp
Icheit zich het lantfchap
Xantung van
•^^tvan Nanking.

, t^en achften traden zy over in het
^autfchap van
Nanking , en hielden
^acht-rufte in het dorp
Kiakia. Ver-
^^kken den negenden, en quamen
een goede wind des voormid- j
aen het dorpje
Maulouao, drie |
\'^"e vierendeel van
Kiakia ge-1
w^^u ^^^^er zy van trekkers ver-1
des ^ \' quamen niet voor

3 j ^y^J^ts : dewijl zy van Pin fing,
^cierhaive mijle van daer eelegen, i

trolct^ voormiddags den tienden,
. J^ken zy weder van daer, en qua-

Van^\' ^vont in den mont

O « t meir Vfiantjouw: daer de gele

^^^oominftort. . ^

De dijk was aldaer gebrooken, en
^ t gat van de reviere
Geu toege-
\'^«üurt, die haren aenvang in ze-
anderhalve mijl van daer
in ^\'Ambaffadeurbleef

^och eenige van de trems - barké^i

of Taifmg. 373

achter uitvoeren, om de zelve in te
wachten. Des avonts quamen zy ter
nacht-rufte aen een klein dorpje, te-
gen over de ftad
Taujenjeen. Vertrok-
ken weder des morgens, en quamen
des middags aen het
diOr"^ Namemiao,
uit den gelen ftroom, die door zijne
harde afwatering niet zonder gevaer
te bevaren is.

Den derrienden voeren zy weder
voort, en quamen des middaghs aen
\'t groot dorp
Sinkkianpoe. De Konhon.
van Hokßeuw, volgens berecht der
Wacht - Mandarijns, quam ten zel-
ven dage aldaer mede aen, en was
opzijn eigen verzoek verloften op-
gekomen.

d\'Ambaffadeur fchreef aen hem
een dienft-plegend en groet-b. iefie:
waer op hy den Ambaffadeur liet
noodigen , om by hem te komen.
Dies hy zich datelijk derwaerts be-
gaf, en wert by zijne Hoogheid wel
ontfangen en onthaelt. Voorts zeide
dees: het een heerlijke faek te wezen,
d\'onzen den Keizer gezien en by den
zelven geweeft waren : en hy eenige
fchenkaedje, voor den Heer Gene-
rael en den Ambaffadeur, in handen
van zijnen Faktoor tot
Bokfiieu had ge-
laten : de welke d\' Ambaftadeur op
zijne komfte aldaer zoude vinden.
Ook roemde de
Konhon eenigzints op
het goet herte , dat hy in zijne re-
geeringe geduuriglijk den Hollan-
ders toegedragen had. Waer op de
Ambafladeur antwoorde. Hem des
wel bewuft was: en zy derhalve fal-
len tijde aen zijne Hoogheid zouden
verplicht blijven. Eindelijk zeide de
Konhon , hy noch een klein gefchenk,
beftaende in vier varkens , eenige
ganzen , enden en hoenderen aen
den Heer Ambafladeur voor \'t lae-
fte was genegen om te doen, met
verzoek zijn £d. \'tzelve geliefdere
aenvaerden : \'t welk d\'Ambaffadeur
antwoorde te zullen doen : indien
zijne Hoogheit dacr en tegens weder
eenklein gefchenk van zijnent we-
gen geliefde aen te nemen : welk
laeft de tolken den
Konhon , dewijl
\'er zoo veel volks rontom ftont, niet
dorften aendienen : dies daer ook
\'van gefwegen wiert.

Aaa Na

Ml,

i

-ocr page 481-

-374

Naeensjoet onthael, nam d\'Am-
baffadeiir iijn af-fcheit.

Des morgens , den veertienden,
zond d\'Ambaffadeur, in vergelding
voor het des daegs te voore genooten
onthael,een brieïje van dankbaerheid
aen den
Konhon, en vond goet, dewijl
aen zijne goede overbrieving in
Pe-
king
der Kompanjie veel gelegen
was, hem met het naervolgend te be-
fchenken : infgelijx aen zijnen voor-
drager, om hem des te indachtigen,
en zijne genegentheid mede t\'ons-
waert te trekken.

Schenkaedje voor den Konhon.

Tien el root Stamet.

Tien el zwart Laken.

Tien elhlaeu Laken.

EenfiukHeere-zay.

Een ftuk Kroon-ras.

Vier ftukken Mourifen.

Tweeftukken Guinees Lynwaet.

Eenftjne Kuft-deeken.

Een kettingBarn-fteen Korael.

Twee Neus-hrillen.

Aen den Voor-drager.

Vijf el rootftamet.

Een Houwer-kling.

Een Neus-hril.

Na dit befchiktwas,vertrokken zy
weder van daer, voeren voorby de
barken van den
lionhon heen, wiens
naileep in zes en vijftigh zoo groote
als kleine barken beftont.Des na mid-
dags qüamenze in de noorder voor-
ftad van//^rw^^ï^g: daer zy vooreen
fchip-brug bleven leggen , tot darde
vaertuigen door de ftedelingen van
lijf-tocht zouden voorzien wezen.

Tegens den middagh, den zeftien-
den , wierden den Ambaffadeur van
wegen den Ttya dier plaetfe, de broe-
der van den nieuwen Veldheer, tot
Hokfieuw, eenige ftoffen tot fchen-
kaedje toegebracht: welke d\' Am-
baffadeur niet goet vond aen te ne-
men : maer zond de zelve weer te
ruch: en daer tegen, in vergelding,
vijf el root ftamet: eenfdeels dewijl
den onzen aen het goet herte van
dien man vry veel gelegen was, en
met zijn voorfchrijven aen zijnen
broeder veel kon uitwerken, ten an-
dere,om vaerdig voort te
geraken.Dit

S

i ■ "\' *

\'. l

I I

i\'
rv I

bragt ook zoo veel te wege, dat d\'on-
zen kort na den middag van de ftad
Haoigan vertrokken,en desavontsae»
de ftad
Paoing ter nacht rufte aenqua-
men.Des morgens vertrokken fy we-
der van daer, cn ontmoeten op den
middag eenen Faktoor van den Velt-
heer
Tziang Poui Thefta genaemt, die,
volgens zijn voorgeven, naer
Peking
ging,en den vijfden van Oogft-maenr
uit
Hokfieuw vertrokken was. Zoo
dees aen den Ambaffadeur berechte,
waren drie fchepen van
Batavia in So-
thia
aengekomen, en vier andere na
Tamfui en vertrokken. Alles

ftont ontrent de onzen in Hokfieuw
noch wel: van daer mogt niemant na
d\'aengekomene fchepen gaen : of
niemant van dezelve aen land ko-
men, noch gene ververfchinge na de
zelve gezonden worden.

De Ys.omngSinglamongtVi Veltheer
quamen op , en waren, volgens zijn
zeggen, over het laten vertrekken
van onze fchepen, opontboden : en
was de nieuwe Veldheer, die zijnen
meefter vervangen zoude , hem
by
Lancquy ontmoet. D\'Ambaffadeur
vraegde hem : ofhy eenige brieven
van
Harthouwer hadde mede gebragt:
waer op hy antwoorde van neen:
maer veertien dagen voor zijn ver-
trek waren twee brieven, neffens den
gene, dien de Veltheer over de kom-
fte der fchepen na
Peking gefchreven
had,
dooi Harthouwer den Am-
baffadeur gezonden. Na zijn ver-
trek, fpoeiden d\'onzen weg, en qua-
men tegens den avont aen de ftad

/<^ö^/(f;?;alwaerfyblevenvernachten.

Des morgens, den achtienden, vee-
lieten zy weder de zelve ftad, en de-
den met zeilen en trekken zoo veei»
datzy des namiddags bytijts de ftad
Janchefoe aen deden: alwaer zy voor
het tolhuis bleven leggen. Des ande-
ren daegs vont d\'Amb affadeur goet,
omfpoedige afvaerding teerlangen,
denr^^^ dier plaetfen met vijf el ^
met, een perpetuaen, twee adatny
en een boek-fpiegel te befthenken:
welke fchenkaedje , neffens een
dienft - plegend briefje , heni doof
Putmans wierd toegebracht: hoewei
hy niets daer van aennam, als de twe^_

-ocr page 482-

Ambaffadeur aengenomen : maer de
reft wederom gezonden. Echrer deed
deze fchenkaedje zoo veel, dat d\'on-
zen korts daerna het tolhuis voorby,
en des namiddags al van de Stadt
lamcheufoe weg raekten , en des a-
vonts aen de Stadt i^uajui nacht ruft
bielden.

Den twintighften des morgens
fpoeiden zy weder weg , trokken
over den ftroom
Kiang, en quamen
des middags aen de SiaéxSinkiangiioe
te landen. Op d\'aenkomfte aldaer,
Zond d\'Ambaftadeur den Sekritaris
aen den
Syonkin, de broeder van een
der
Lepous in Peking , en liet zijne
Hoogheit verzoeken, hy doch fpoe-
dige afvaerding aldaer mogt beko-
men : ook bood onder eenige dienft-
plegingen ai wat hy had, te zijnen
dienfte aen. Waer op zijne Hoog-
heit Zf ude gezeid hebben, volgens
Vetllag van den Sekritaris, na zijne
Wederkomfte:

D\'Ambaftadeur, alzoo hy aldaer
Van gene barken hoefde te verwiffe-
len , kon vertrekken, als \'them gelief-
Korts na de wederkomfte van den

Sekritaris, quam in dc bark de voor-
drager van zijne Hoogheid , enden

^"ïbaffadeur uit zijns meefters naem

\'"et bonen-zap befchenken: en met
een Van wegen zijnen Heer eenige pi-
Itolen te koop verzoeken. Dies hem

d\'onzen na d\'oorzake, bequamen zy
daer op ten antwoort: aldaer in ge-
bruik te zijn, dat om de driejaren ver-
making aen de vaertuigen onder de
fteden hoorende, gefchiede.

Des avonts landen zy aen het fte-
déken Tayanchckeen, alwaer zy nacht-
ruft hielden , en vertrokken weder
den een en twintigften met den dag.
Onder weegs wiert den Ambaffadeur
door eenige barkiers , die van
Suchü
quamen , bericht, dat Koning Sin-
glamong aldaei
met zijn omflagzou-
de gekomen wezen, om voorts naer
Peking te gatn.

Des namiddags bragten Zyhetaert
de Stadt Sangkju: hielden nachtrufte
des anderen daegs ih de Stadt
Üchin-
jeen:
quamen des avonts den vieren
twintigften atn het dorp
Xuciquan^
twee mijlen van Sucheu gelegen, voor
een tolhuis: alwaer zy bleven leggen
en nacht-ruft hielden.

Des anderen daeghs \'s morgens
fchooten zy door den boom, en qua-
men des namiddags aen de Noorder
voor-ftadt van
Suchu : alwaer twee
zwarten van het volk der twee zonen
van Konir^h
Singlamong aen boort
des Ambafladeurs quamen^ en zeiden
dat hunne meefters, een maent gele-
den , te lande voor uit naer
Peking
waren gegaen, en zy lieden nu met
het reis tuig volgden. De Koning
Sin-

d\'Ambafl!adeur door den tolk Mou- glamong , voegden zy daer by, was

een paer neffens een dubbeld liet
toebrengen. Met grote dankzeggin-
ge wiert het zelve by hem aengeno-
nien : infgelijx kreeg de voordrager
^t een vereering een vierendeel fluks

2.eker Hopman, die het gebied in
^eze Stadt over duizent man, en den
Ambaffadeur in \'t opreizen met ee-
nige ververfching befchonken had,
^üam hem weder verwellekomen, die
in^vergelding met vijf el ftamet be-
gittigt wiert.

twintigften vertrokken
y Weder van
de Stad Sinkfianfoe en
^^ercn buiten dc Stadt om. Aldaar

noch in Hokjieuiv, en zou aldaer ook
verblijven :dies het zeggen van de bar-
kiers leugenachtig bevonden wiert.
Des namiddags ten drie uuren qua^
men zy aen deWefter poorte van .S«-
ter nacht-rufte.

Alhier ontmoeten den onzen twee
weermakers,ofduivel-jagers,ofwaer-
zeggers,of tooveraers,d\'een een mans
en d\'ander een vrouws perzoon, bei-
de in cierlijk gewaet: gelijk dier ve-
len in
Sina om her zwerven, en om
een klein gewin hunnen dienft in het
voorzeggen van voor of tegenfpoet,
en goeden wint te befcharen aenbie-
den. Deze vervoegden zich ook by

d\'onzen

adathys en böekfpiegel: en weder in zagen zy aen alle zijdeveel Jonkjes
vergelding zond een verken, een pi- | en Koyaes (gelijk zy tot
Jamcheufoé
kol meel en rijs, en een pardiye friii-1 medegezien hadden) die vertimmert
ten. Defruiienalleen wierden byden | cn vernieuwt wierden. Gevraegt by

-ocr page 483-

d\'onzen, om hun kunft, tot bevot-j
dermg der reize, in \'t werk te ftellen :
maer hadden die weinig luchts op
dufdanige voorfpelhngen en overna-
tuurlijke werken: dies zy hen met een
kleine vereeringe afwezen.

Breder wort van deze konftenarye
in\'t ver volg, in de befchrijvinge des
Keizerrijks van
Sina oppag. 131. ge-
fprooken.

Het Opper-hooft dier plaetfe
quam den Ambafladeur en zijn voor-
naemfte gevolg,
2i\\sKonßantynNohel
en Futmans met zekeren geurigen
drank befchenken: waer voor hem,in
vergelding eenige elle ftamet, ver-
eert wierdcn.

Velerlei drank, uit rijs getrokken,
is by de Sinefen in gebruik. In de vijf-
de landftreke
Fuencheufu des land-
fchaps van ƒ, heeft men een zeer
edelen drank , niet flechter, dan

Franfche of Rijnfche wijn. Hyisge-

maekt van rijs en jonge geiten vlees:
welk laefte,gekruit op een zonderlin-
ge wijze , flechts in d\'uitgetrokken
vocht van de rijs tc weiken heeft ge-
legen. Dees
drank wort zeer hoógh
by de Sinefen gewaerdeert; is van
goede fmake , fterk van
krachten,
en zoet en heflelijk van geur. Zijti
naem is
Yangcieu, dat \'s, geiten wijn.

In de vijfde landftreke Binhoa des
landfchaps van
Chekiang, wort de be-
fte drank van geheel
Sina uit rijs en
water gekookt.

Den zes entwintigften, des mor-
gens, verheten zyde grote Stadt
Su-
chen
weder met een goede wint, ^^
quamen des avonts noch tot buit^^
de zuider voorfiadt van
Vkiajeen-
Deze ftad Vkiajeen is een netbebouwt
ftedeken: wel gefterkte muuren ron-
tom : hoewel niet zeer groot, d\'in-
woonders erneren zich met den
koop-handel en land-bouvy. Zy
vertrokken des morgens
weder van
daer, en maekten, het na
ontrent dri^
mijlen en een halve varens,tegens
avond, diehenfchielijk qw^^
vallen, aen den
trek-weg vaft
nacht rufte.

ter

Den

-ocr page 484-

Den acht en twintigften, des mor- om tot den Konhon te gaen, hadhy
gens, vertrokken zy
weder van daer: 1 zich des volgenden uclitens der-
des voormiddaghs voorby de ftad waerts gefpoeit,en fijne Hoogheit des
Kiangfoe, en traden alzoo uit het land- Ambafladeurs briefje, zoo als hy ter
fchap
vznNanking in dat van Chekiang: poorte van zijn hof quam uitgereden,
<^es nachts quamen zy aen het dorp (om fekeren groten Heer,daegs te vo-

■ " re van

te verwellekomen,) overgelevert, en
daer op ten antwoord bekomen.zijne

_________..........., — Hoogheid den Fleer Ambafladeur

braghten het des avonts aen \'t dorp voor zijne heufche beleeftheit zeer
Tanghey , de ruft-plaetfe des nachts. [ bedankte,en zijne Edelheid,als\'t haer
Den dertigften quamen zy in de
j geliefde, te.ziillen verwachten

hoorder voorftad van Hankfieuw,\\ooT
^en Tol-huis, daer de vaert mét een

^outsjênfy,oi\'s Keizers Rent-meefter
mofte komen. Dies de Sekritaris
Van
der Does
noch \'s ayonts na Hankheuw,

des morgens van de zuider voorftadt
van
Hank/ieuiv, en quamen des namid-
dags aen de ftadt
Foejenjeen: den ne-
genden aen
Nienchefoe; en deden den

Ondértufl^chen voeren de vaertui-
tuigen zoo verre de voorftadt in, tot

fchip-brugh geftoten was. Derhalve j datze voor een dam quamen te ftui-
liet d\'Ambafladeur verzoeken, of de | ten , en bleven aldaer leggen. Den
felve
geopent,endebarken daer door I tweeden quam de r^jö dier plaetfe
ïïiogten geraken: maer de wachters | den Ambafladeur in debark verwei-
aiitw^oordeiidaer eerft orde van den i lekomen. Den derden droeg zich

niets toe. Den vierden wierden de
goederen en, reis-tuig uit de barken
geloft en over den dam in zes kleine

t»y den Veltheer en Konhon,gezonden andere barken geladen:met de welke
^vierd, met een fchriftelijk brieije : des morgens vroegP^ïw^«^ en
^^elk, naer eenige dienftpleginge.niet |
Does vertrokken, om na d\'andere zij-
^ndersiniiiel, alsfpoedigeafvaerdin-i de van de Stadt in grote barken ge-
te mogen erlangen, en ais of hare j bragt te worden. D\'Ambafladeur,nef-
^oogheden geliefde de Ambafladeur fens
Nohel en weinig ge volg,gingen te
Wr ook
quam begroeten. Daer enbo- lande voor uit, om orde op de barken
Ven wiert den Sekritaris mondehng i en infcheeping der goederen teilel-
Maft te vragen : zoo wanneer hare j len. Des morgens.den zeften,wierden
^ooghedentoeftonde,deHeer Am-! de goederen in de grote barken ge-
"^^fadeur haer quam fpreken, of hy bragt : en vertrokken den zevenden
f^ ^an de fchenkaedje, daer van acn

—uc lCilCIljS.HCUJC , Wii^t --------

Hoogheden d\' ontwerpen op
^^jne opreize was vertoont, neflens
^idi moghte brengen.

naerdien de re-
vier aldaer zeer droog begon te wor-
den. Dies zy zich des middags der-
waerds begaven, en wierden by den
zeiven onder het gejuig van verfchei-
de fpeeltuigen ontfangen en onder
\'t
Wajang - fpelen wel onthaelt.Tegen
den avont Icheiden fy weder wef ver-
genoegt , en vertrokken den twalei-
den \'s morgens, na\'t
overfchepen der
goederen in
twalef kleine barken,we-
der van het vlek
Langui, en quamen
den dertienden aen de ftadt
Longuen :
den veertienden aen de ftad Kietfieu.
Des avonds den zeftienden quam
Bhh d\'Am-

O----------------- ----------------

Des morgens,den eerften van Wijn- tienden het vlek Layqui-ien ; alwaer
^■jaend,\\vierd de boom geopent : dies de grote barken in kleine vaertuigen
d
\'Ambafladeur met den ganfchen na- verandert wierden : naerdien de re-
^^eep daer door fchoot. Korts daer na
quam de Sekritaris weder aen boort,
niet Verhael, hoe hy des voorigen
^voïits al heel laet noch tot den V^d-
"ieer Was geweeft ; doch geen gehoor
,^^dkunnen erlangen. Op het briefje,
door Zijnen voordrager ver-
jont , had hy ten antwoort laten we
des morgens vroegh eenen Man-
^^tijn, om den Ambafladeur door de
J^ooni te helpen en voorts te zijnen
nuize tegeleiden, te zullen zenden.
V^" "^.«^ien het tc laet was, wanneer
ae Sekritaris van den Veldheer ging.

Simming ter rufte.

Den negen en twintighften ver-
trokken zy weder, quamen des voor-
middags voorby de ftad
Ukiajeen, en

-ocr page 485-

d\'AmbaiTadeur met zijne bark aen
\'t Dorp
Sinhoe; doch bleven de mee-
lle barken, onder den nafleep horen-
de, achter, welke door de droogte der
Reviere en berde af-wateringh niet
konden volgen; hoewel alle den ze-
ventienden des morgens aldaer ge-
lukkelijkmede quamen te lande. De
Ambaffadeur en zijn gevolgh wier-
den in het zelve huis gebraglit, daer
zy in de opreize gehuisvefl waren.

Aenftonts wierd alles vervaerdigt,
om over het geberghte te reizen.
Wanneer de Ambaffadeur bevond,
dat tot het dragen der goederen en
perzoonen over\'t gebergte drie hon-
dert vijftigh
Koelys van noode wa-
ren , vroegh hy derhalve aen de Ge-
leids-Mahdarijns: hoe veel
Koelys,
om de goederen over \'t gebergte te
dragen, uit \'s Keizers orde door de
Pimpous waren befchikt. Waer op zy
hem dienden van hondert vier en
tachtigh, zonder meer. En dewijl een
van het volk des Veldheers van
Hank-
fieuAm Ambaffadeur tot Fojenjeen ge-
zeid had, hy aldaer zoo veel dragers,
om de goederen over het gebergte te
dragen,klaer zoude vinden: zo zond
hy den achtienden, fmorgens vroeg,
deSekritaris na het fledeken
Tjangtjen
anderhalve mijle van daer gelegen :
alwaer de Mandarijn, die het gezagh
over dit Dorp had, zijn verblijf hield,
ten einde te vernemen wat orde de
zelve van den Veldheer van
Hank-
ßeuiv
had. Rond uit verklaerde dees
tegen den Sekritaris, van gene ande
re orde , aengaende de
Koelys, als
die van de
Pimpous te weten. Dies de
Ambafladeur datelijk orde tot het hu-
ren van hondert vijftigh
Koelys gaf;
en vertrok des anderen daeghs mét
de zelve, en de helft der goederen
en volk voor uit, te volgen door
No-
hel, Putmans,
en den Sekritaris en
toor der gevolgh: en quam den twee
en twintighften tot
Poutchinfoe, in het
landfchap van
Fokien: gelijk den drie
en twintighften
Nohel, Putmans en
Van der Does-, dankende Gode,die hen
zoo gelukkelijk over die hooge,fteile
en gevaerlijke bergen geholpen had.

Den vijf en twintigften, voeren zy,
na het in fchepen der goederen itibar-
ken , van de ftad
Poutchinfoe, voor
ftroom af, en namen de nacht-rufte
aen een wacht-plaetfe,tegen over het
Dorp
Siphea gelegen.

1: \'Hl!

Den zes en\'twintigften vertrokken
zy weder van daer, en quamen,naon-
trent twee mijlen gevordert te heb-
ben , by een klippige plaetfe, alwaer
de reviere vry ondiep was. Door de
felle afwatering, wierd een van des
Ambaffadeurs barken, alsmede die
van den Mandarijn
Hinlauja tegens
de klippen aengefmeten; waer door
de zelve vry lek wier den , met nat
worden van eenige der Kompanjies
goederen.De nacht rufte was aen een
dorpje, daer by ook een
wacht-plaets
ftont.

Den acht en twintigften wierd de
nacht-rufte weder voor
een wacht-
plaetfe gehouden: en
het den negen
en twintigften, des middags, aen de
ftad
Kieningjoe gebragt: daer zy tot
des anderen daegs bleven leggen.
Den dertigften voorderden zy door
de berde afwatering zoodanig hunne
reize, dat zy den laetften aen de ftad
Jenpingfoe landen : die zy bevonden,
federt hun vertrek van daer in LouW-
maent verleden,wel voor een derden
deel door den brant vernielt was.

Den eerften van Slacht-maent ver-
trok d\'Ambaffadeur
met zijn gevolg
weder van daer:en quam hem des na-
middags onverwacht,
twintig Lys van
het
dorp Sukauiv , Koopman David
Harthouwer
en eenige andere rawHok-
(ieuwtegtmoQt, met berecht van den
toeftant der Kompanjies zaken al-
daer. Tegens den avond quamen zy
aen het dorp
Sukauw , gefamentlij
ter nacht-rufte: verlieten het zelve
den tweeden voor dag: en deden ein-
delijk \'s namiddags
Lamthay, de voor-
ftad van FFokfieu aen: na een uitreize
van negen maenden en twalef dagen-

Gekomen dan met eikanderen ^
hun oude herberg huis,vonden zy ^^
daer den
Toucy Liulauja: die hen
zeide en fchriftelijke
orde van
Veldheer vertoonde, dataldeniefle
gebragte goederen
moften bezoen
werden. D\'Ambaffadeur antwoor^
hem , die maniere van doen r^
vreemt voor te komen, en

-ocr page 486-

deurs goederen bezocht : ook dat
Zulx in
Peking, of elders op de reize
niet was gevergt. Dan begeerde dc
Veldheer het met gewelt, hy konde
zijne orde volgen, en van des Am-
baffadeurs kille begi nnen.

Dit antwoort deed hem een weinig
van zijn voornemen af-flaen: met
toeftaen daer en boven de kift van de
Ambaffadeur, alé ook die van de aen-
Xienelijkfle, onbezocht zouden bin-
den gebragt worden:maer die van het
Voorder gevolg, defgelijx de kaffen
tï?et de reft der fchenkaedje-goede-
ren, mogten niet verfchoont worden,
ï^e zelve derhalve binnen gebragt en
geopent,wiert al wat \'er in was, op ge-
fchreven : waer mede
Toucy Liulauja
tot op den middagh bezigh was. ■

Des morgens, den vierden, quam
buurman
Lapora , en de Mandarijn
van hun herbergs - huis , den Am-
baffadeur aendienen , datdeOnder-
koningh
Singlamong zijne Ed , om
te verwellekomen, te hoof het ver-
"^oeken. Dies zy zich gezamentlijk
derwaerts begaven,en werden by zij-
J^eHoogheid feer vriendelijk verwei
iekoomt en ontfangen. Na het af-leg-
gen der
dienft-plegingen wederzij de-
, vraeghde d\' On der-koning den
Ambaffadeur: ofhy hen voor het ver-
trek naer
Peking van al hun wederva-
ren de waerheid niet had gezeit. Zy
haddeti hem niet willen gelooven;
maer zy konden , die nu in
Peking
^elfs waren geweefi,daer van ooi dee
len en getuigen, dathy een man van

Waerheit was. Het goet herte van zij-

deur daer op, was hen gen oechzaem
•^^kent: en zou de Heer Generael tot
atavia voor zijne gunfte weldank-
oaer Wezen. Wel was hen ook bewuft,
dat tot d\'ere en beleeftheit, die hen in

Jyas aengedaen, des Konings voor-
schrijven feer veel geholpen had: ook
Verhoopte hy,dat uit ditGezantfchap
een nader vrientfchap, tot nuten
voordeel van beiden land aert,zoude
ura daer op:die zaken

^ aren Hechts uitterlijk; maer hadhy

dat het hem twee duizent teylen, en
den Veltheer zijn ampt gekoft had.
Waer op d\'Ambaffadeur weder ant-
woorde: wat hem aenging, al wat in
zijn magt was,
wilde hy gaerne hefte-
den , ten dienfte des Onder-konings.
Wat den Veltheer of twee duizent
Teylen belangde, daer van was hem
niets bewuft. Dan van herten was het
hem leet, dat geen beter tydinge van
boven was gekomen; hoewel hy daer
niet anders in konde doen. Hierop
was\'t zeggen van den Onder-koning,
dathy zulx flechts zeide, op dat het
d\'Ambaffadeur weten zoude. Zeide
voorts: het was daer van genoech :
men had daer van te zwijgen. Daer na
wierden de tafelen met fpijze voort-
gebragt; hoewel zoo niet geftoffeert,
als voorhene. Na een weinig daer van
genuttigt te hebben,fcheide d\'Ambaf-
fadeur met goet genoegen. In het af-
fcheit nemen, beval d\'Onder-Koning
den Ambaffadeur, van tot den Velt-
heer mede eens te gaen. Gekomen
dan in het voorhof van den Onder-
koning, zeide een der geleids-Man-
darijns,die hem tot d^n Vehheer zou-
de geleiden : by zoo verre het den
Veltheer niet gelegen quam, om den
Heer Ambaffadeur gehoor te geven,
hy dan maer weder naer de Loogie
zoude keeren. Dies d\'Ambafiadeur
in het voorhof van den Onderkoning
bleef, en zond den Sekritaris
Van der
neffens den tolk de Haze, tot den
Veltheer , ten emde te vernemen of
het hem gelegen zoude komen, om
den Ambaffadeur geboorte verlenen.

Dan Sina ysf Taifing. \' 379

hoort hebben, dat men des AmbalTa- zoo veel voor de Hollanders gedaen:

ne Majefteit, antwoorde d\'Ambaffa- Zy dan na eenig wachten weder ge-

^fi^i»^ door de Keizer, 7lï;/»j,Konin-\' hem ter begroeting quame.ZijneEd.

en andere groote Heeren ï mofte morgen vroeg komen ;als wan-

ü

keert, bragten voor antwoort: dat de
Veltheer hen ten antwoort hadde la-
ten weten : het gene maniere te zijn ^
wanneer men by den Onder-koning
was geweeft, opdien zelven dagby

neer hy gehoor zoude verlenen.Dies
d\'onzen zich weder gezamentlijk te
huiswaerts begaven Gekomen in\'t lo-
gement , vonden zy aldaer den Man-
darijn
Liulauja, met uitdrukkelijken
lalt van fijneH oogh^ de Veltheer, om
de reft der kiften, die op giftere niet
Bhh z be-

-ocr page 487-

bezocht waren, te bezoeken : het
welk zv zonder tegenfpreken heten
gefchieden. Na dit befchikt was, wa-
ren zy weder gefcheiden.

Des avonts in\'t gebed wierd , ^^
verfcheide redenen en inzichten,beft
geoordeelt, ter komfte des volgen-
den daeghs aen den Veltheer , de
eerfte bezoeking flechts metdienft-
plegingh t\'eindigen, zonder ergens
van te fpreken: maer hem bekent te
maken : dat d\'Ambafladeur zijner
hoogheid hadde voor te ftellen: het
welk haer ter gelegener tijd by ge-
* fchrift zoude bekent gemaekt worde.

Des morgens, den vijfden, bega-
ven zy zich dan naer den Veldheer,
en quamen,na eenigen tijd wachtens,

voor den zelven ter gehoor. D\'Am-
bafladeur wierd aen zijne hnke hand
(de hoge by de Tartars) op een ftoel,
een
weinigh beneden den zijnen ge-
ftelt , te zitten gewezen:
Nohel, Hart-
houwer cn
het ander gevolgh wat la-
ger, aen zijne rechte hant op ftoelen

en banken.

ai

!l

J fi, \'ii\'i

Ter zeet gekomen , nam d\'Am-
bafladeur, op het zwijgen van den
Veldheer, het woord: en zeide:
zeer verblij d tc wezen,
Talauja in ge-
zontheid te zien, en voor zijn aen-

ren

verleende. Dies cle Ambafladeur
voort voer, hoe \'t gezandfchap als nu
volbraght was : en hy des Keizers,
als ook de brieven van de
Lipous by
hem had , de welke geflooten aen

men, â€”------ 1 -

de d\'Ambaltideur zich tot de reize
naer
Batavia moght vervaerdigen-
Wel wift hy , diende de Veldheer
daer op, dat de fchulden moften be-
taelt worden : maer had ook eenen

brief van den Keizer bekomen : waer

by den onzen het verkoopen der goe-
deren wierd verboden. Waer op de
Ambafladeur hem te gemoet voerde:
dat hy vermeinde, zulx in
Peking
was te verftaen van de nieuwe aenge-
komen goederen: maer hy verzocht
de handel, die verleden jaer door
den Keizer was toegeftaen, moght
voltrokken : daer en boven het zil-
ver , \'t geen zy uit
Peking hadden ge-
braght , en aldaer by der hand was
gebleven, befteet worden: als wan-
neer het zilver aldaer in \'t land zou
blijven :\' t welk anders wegh gcvoeit
wierde.

De Veldheer daer weer op: hy mo-
fte volgen de orde van den Keizer :ge-
lijk de Ambafladeur d\'orde van den
Generael achtervolgen: en mogt men
geen verbooden ware koopen en ver-
voeren;
niet tegenftaendehy mede

wel verftont, dat het beft waer, het

gezicht te mogen verfchijnen. Waer w ex v^x xc-»., " - ;

op hy alleenlijk ant^voorde: het ge- zilver daer te lande ble^.

bLikelijktezyn.menvreemdehee- ^ tmdehjk^^verzocht d A^^^^^^^
als die aldaer quamen, gehoor

hem had, dewelke eeuooten aen u^ »a ------ ^

deur, dan afteenlijk eenigen voor-
raet aen de fchepen te mogen zen-
den: hetwelkdeVeldheer^toeftont:

en zoude d\'Ambafladeur flechts de
lijfte daer van op fchrift geven. W aer
op
d\' Ambafladeur zeide: hy Talauj^^

■ ^ 1_______r»l-»l-»r>nrlf^f» Pfl VCt\'

Derde Gezandfchap na\'t Keizerrijk

rekening fluiten : en ook de reft der
goederen van verleden jaer, als me-
de die van
Peking waren weder geko -
te mogen verkoopen , ten ein-

vert worden : zulx zy nu , dewijl
TalaujaswQOïX. aldaer zoo veel als des
Keizers was, hem in allen delen zou-
den trachten te gehoorzamen. Waer

op de Veldheer niets zeide ; maer
vraegde, na een weinig zwijge, na A^o-
hel, en des Ambafladeurs zoon. Hier
na zeide des Veldheers tolk: zoo de
Ambafladeur iets te verzoeken had,
hetzelvezijneHoogheid als nu mo-
fte bekent maken. Derhalve d\'Am-
bafladeur den Veldheer liet verzoe-
ken: dat de koopluiden hunne fchul-
den moghten invorderen en hunne
zocht a?-fcheid : waer op het ant-
woord van den Veldheer was: ^eer
verblijd te zijn zoodanige belect

woorden van den Heer Ambafladeu
te hebben verftaen. Hier opvertro ^
de Ambaftadeur, na genomen
fcheid.

D\'Ambaftadeur, gekomeninzy^

logement, vond goet,
toegeftaen was, eenige verver
ge voor de fchepen te zenden,

vandegelegentheidte^diencn,e^^^

Wm^QHilverfum met de papier^ ^^
befcheiden recht toe naer Batavta^_

-ocr page 488-

Zenden, om de hooge regeering ai-1 landers voor dezen veel gunfte van
daer den toeftant en uitflagh van za- de voorige
Komhons hadden genoo-
ken te verwittigen : als ook den Veld- ten: infgelijx verhoopte hy aen zijne
heeren tot bevordering van i Koogheids gunfte mede zoude deel-

Kompanjies zaken , met het naer-i achtigh wezen- l^atiopAewKomlon

Tiro,!«-!-^.. J - 1______1_ 1 - _ r* J» ^ ___t.^ J[ . J _ "O _

volgende befchenken: als.

Voor den Veldheer.

\'Een halffluk purper Laken.
Een ketting Bloet-korael.
Zes Mourifen.
•Twee Heerezaeien.
Twee fluks Barn-(leen.
Twee fluks Laken-r as.
Een Palm-houte Roer.
, Twee Zeep-meffen.
, Een paer Pifiolen.
Een Ho uw er-kling.
Tienflesjes Roezen-water.
Een flukzwart Laken.

Voor den Kombon.

E^enfluk Karmozijn-root Laken.
. Zes fluks Mourifen.
Twee Heerezaeien.
Ivoee (luks groote Barnfleen.
Twee (Itlks Laken-r affen.
Een kettingBloet-korael.
Eén R.oer.
Twee Zeep-meffen.
Een fluk Perpetuaen.
Tienficsjes Roozen-water.

\'ï en zelven dage gingh Nokfvol-
geiis genomen befluit, by den Fak-
toor
Lapora, om te vernemen, of\'er
eenige zijde tegens zilver of koop-
manlehappen zoude kunnen beko-
men worden : maer wierd die zake
oy
Lapora z©o vd diftelen en door-
nen bevon den, datmen de onderhan-

oeimgeaffneed.

A^ P^f \'smorgens, begafzich
ü Arobafladeur en zijn voornaemfte
gevolgh na het hof van den
Komhn,
om Zijne Hoogheid te begroeten.Ge-
"raght voor den zelven,na een gerui-

d.!f w^^^^ïens, ter gehoor, wier-
aen de d.^nft-plegingen in gelijker

WaT^ d\'Ambafl-adeur verblijd

en vo ^ in gezondheid te zien,
ylkl? ^^"g^zicht te

mogen

ynen: met byvoegen de Hol-

vraeghde: of aAmbaflfadeur dePe-
I kingfe reize met gezootheid hadde
volbragc ? Het antwoord was hier op
van ja. Enhy aldaer zeer groote eere
ontfangen had,en met vrientfchap ge-
, fcheiden was.Hy infgelijx niet anders
zogt afs van
Hokßeu ook in alle vrient-
fchap te mogen vertrekken- Waer
toe d Ambailadeur zijner ti oogheids
hulpe verzocht. De
Komhcn antwoor-
de : dat dAmbaffadeur den ^
Chinkon ^Gezam-
in Peking hadde gebraght: daer in de
Keizer goet behagen had genomen.
Waerom zou hy dan den Ambaffa-
deur niet gunftigh wezen ? Hy was
hem onderwegen niet ontmoet, en
zou hem nu eenige ververfching tot
fchenkaedje iaten toe komen. Een
weinigh tijds daer na liet de
Komhon
vragen: of d\'Ambaffadeur haeft zou-
de vertrekken. Daer op hy antwoor-
de : als het den Veldheer en

gehefde. Voorts dat hy nietgetwij-
felt had, of de reft der goederen van
verleden jaer zouden hebben mogen
verkocht: als ook het zilver tegens
koopmanfchappen omgezet worden:
maer dewijl d\'Ambaffadeur van den
Veldheer hadde vernomen: zulx niet
moghte wezen, zoo verzocht hy, om
alle moeite te fchuwcn, hoe eer hoe
liever te vertrekken : en liever fcha-
de wilde lijden, dan tegens orde van
den Keizer te doen. De
Komhon zei-
de hier op: hy daer van niet wel was
onderrecht: maer vraeghde of de
Ambaffadeur dan datelijk wilde ver-
trekken : of wel noch eenigen tijd
vertoeven , Daer op de Ambaffa-
deur hem diende : dat als de koop-
luiden hunne fchulden hadden ont-
fangen , en alles was vereffent, hy
hoe eer, hoe liever wel wilde fcheep
gaen. Waer na gene voordere rede-
nen vielen: maer fcheiden d\'onzen,
na eenige dienftpleginge, met goet
genoegen.

Onderwijle was Putmans met het
ontwerp van des Veldheers fchen-
kaedje, die de Ambafl^adeut des voori-
Bhh I gen

-ocr page 489-

j .rapvnnd^nhndacnden baffadeur te befchenken: verzochten

gen dacgsgoctgevonden hadaenden ^^^^

zeiven te vereeren ten hoove ge- ^^^^ \'

gaen, om aen zijne Hoogheid tzei- j

Ie te vertoonen: maer mofte, zon- diergeiykeH^^^ F^ ^^^

ve le VClLUUUCll . xna.\'-i â€”7 —

der gelioor te krijgen, weder keeren,

met laft om des volgenden daegs we-
der te komen.

Diesd\'Amdafl\'adeur,denzevenden,

door Nobel en Putmans hetdeedher-

vatten, en ook met eenen den Konhon

\'tzijnaenbieden. Maer deze voeren
niet beter, als des daeghs te

voore, en konden mede by geen

van beide gehoor bekomen.

Ophet ontwerp van des Veldheers
fchenkaedje, hen door den Tolk at-
genomen en aen den
Veldheer ver-
toont, braght de Tolk tot befcheit:
de Veldheer
gezeit had , hy geene

fchenkaedje wilde aennemen.

Tesens den avont quam de Tolk
in de loosje, met laft, om het
Jacht te bezoeken.

Den achtften, des morgens, qua-
men, van wegen den Onder-Koningh
Singlamong, in de loosje deft\'elfs voor-
draeer
Onkiko en Opper-faktoor,/ö;;g-
famja, met de naervolgende goederen
tot fchenkaedje brengen.

Voor den Heer Generael.
Zedien ftuks Zatijnen.
Twintigh Pelangs.
Vier Brokkades.

Zes hondert en tien ftuks verfcheide

Porceleinen.
EenpikolThée.

Voor den Heer Ambafladeur.

Acht (luks Zatijnen.
Twee ftukken Brokkades.
Tien Pelangs.
Hondert ftuks Porceleinen.
Een pikol thé e.

Voor Harthouwer.

Zes ftuks Pelangs.
Twee (lukken Brokkades.
Acht Pelangs.

Een halvepikolThée.
HondertThée Kopjes. ^

Voorts wierd\'er by gezeit, d On-
der-koning als nu tegenwoordig geen
fraei goet had, gelijk hy wel wenfch-
te, om den Heer Generael en Am-

1 1

i !

M lil

iJ\'ï!

mi\'

was ook, voegden zy daer by, hun-
nen meefter van herten leet, datde
zaken der Hollanders aen het Pe-
kingfe Hof ^een beter uuftag hadden

genomen : hoewel hy verklaerde het

zelve zijn fchuit niet te zij n: maer ren
teeendeele, zoo veel hem doenehjk
was geweeft , in \'t werk had geftelt,
om d\'onfen te helpen,tot het bereiken
van hun oogwit. Dan\'t fcheen of den
Keizerzulxniet had beheft: derhal-
ve moeften zy gedult hebben : ( de-
wijl tegen des Keizers orde niet was
te doen,) en hier na een beter hopen.
Waer op d\'Ambafladeur antwoorde:
hy den Onder-koning zeer bedankte,
en de ftoftèn,
dewijl hy dezelve niet
weigeren konde,zou aennemen.Maer
wat van hunne zaken was , wift hy
niet: gemerkt de brieven van den Kei-
zer en
Lipouus gefloten hem overge-
levert waeren, en belaft zoodanig aen
den Heer Generael tot
Batavia t\'over-
handigen. En zouden d\'onzen d\'orde
daer in vermeit (\'t zy hoe dezelve lag)
ftips achtervolgen ;met byvoegen van

diergelijke redenen meer.

Wijders zeide d\'Ambaftadeur, hy
nu niet anders verzocht als de
reft der
koopmanfchappen van
denverleden
iaere aen den man te mogen helpen,

endaernateverrrekken:zondereeni-

ge aenhoudinge op\'t verkopen der nu
aengcbragte goederen te doen , om

weder gene moeite te hebben van he£

befcheit van den Keizer af te wachten\'.

ofdat derwaerts wiert gefchreven. ^
De voordrager en
Opper faktoor
dienden hier op: dat zy zulx den On-
der-koning wel zouden bekent ma^
ken :
dan \'tzeive was een ^^^ke,
hem niet aengong:maer den Vdthe

exi Konhon. Dies had d\'Amba^adeur

\'tzeive aen hen te verzoeken; alsdan
neer zy lieden met hunnen me^^
daet over wel fpreken zouden,
bafl\'adeur zeide, dat\'er aenftonts
briefje op dat ftuk klaer
zoude vv ez^ ,
om by den Veltheer en
bragt te worden : \'twelk
zy .
zeer wel te zijn .Voorts wierden no^.

i I

i \'
u.\'i

iil:
\'i.i;:

r

-ocr page 490-

Amhaßadeur , was aengekomen. Ta-
lauja
heeft gelieven te gelaßen: d Am-
baffadeur op Vfpoedighfte naer heneden
Zoude zenden, met laß tot het vertrek
dezer drie fchepen van daer.

Z>\' Amhaffadeur heeft in Peking aen
del Ä^ouus hekent gemaekt: hoe drie
fchepen van BaX2iNi2.zouden komen, om
den Amhaffadeur te halen.

D"Amhaffadeur heeft niet heter ge-
iveten, ofde reß van den handel, door
^en Keizer verleden jare toegeftaen,zou-
hehhen mogen voltrokken worden,
^aerom verzoekt d\'Amhaffadeur de reft
^^ goederen {daer van de lij He neffens
mogen verkocht worden, op zooda-
nige wijze, als in
Peking is gef chiet: als
Wanneer de Amhaffadeur wel haeft met ■
de fchepen en omftaih zalkunnenver-

\'rekken.^ ^

^ ^e Amhaffadeur zoude noch meer
^rtaeer en droefheid hehhen, zoo wan -
^jer noch meer moeielijkheden quamen
ytflaen.
En om met \'er daet te het00-
, dat £ Amhaffadeur met alleen met

vTlko \'^ \' ^^^^ met \'er daet Talauja
^^ wil gehoorzamen, zoo
"^f\'^oekt de Amhaffadeur zeer ootmoe-
Talauja,- hy zoo verre de reft
Ygoederen niet kunnen verkocht wor-
IT} J^^^\'^^^ê\'^\'^ft den Amhaffadeur

polianders en omftagh oft fpoedighft

"^^en worden.

^^ gekeert,

^eed verflagh niet alleen glen ge^

Willen ^^ ^ de brieven niet had
wiuen aenvaerden.

^en negenden , des

morgens.

voortgekomen, wild" Amhaffadeur niet
twijfelen.

De Amhaffadeur verklaert, dat hy^Gezjmi.
in deze
» Chinkon niet anders , als^\'^\'\'^\'
de eere van het Hollandfche Rijk, en
den Generael van
Batavia , en ook van
den Amhaffadeur^ zoo veel mogelijk was,
heeft zoeken te hewaren. Nu ts de Am-
haffadeur op hooghlie verblijd, dat
des Koninghs
Singlamongs herte tot
den Amhaftadeur is volflandigh genegen
gebleven, en acht de fchen-kaedje Van
een zoo grooten Koning zeergroot.

Dat de Koningh den Heer Generael op
^2.t2iVÏ2iheefthelieven te hefchenken, is
des Koninghs beleeftheid.

Dat de Koningh den Amhaffadeur ook
heeft helieven te hefchenken, is des Ko-
ninghs genegentheid en goedheid.

D\' Amhaffadeur hevindzich daer door
op V hooghfte vergenoeght en dankhaer^
Maer d\'Amhaffadeur hevint ook dat dit
genoegen met een groote begeerte is ver-
gemengt, om te weten , hoedanigh en
op wat wijze de Amhaffadeur zijn dank-
haerheidzalkunnen hetoonen. Daerom
wenfcht de Amhaffadeur, door den Ko-
ningh of iemant anders te mogen bericht
wer denj of de Amhaffadeur, geduuren-
de zijn aenwezen alhier, ofwel
via, of waer dat het zoude mogen wezen
of komen te geraken, eenigen aengena-
men dienft aen den Koningh zoude mo-

eenige dienftpiegingen van wederzij- fchreef d\'Ambaffadeur, met den Fak-
de gebruikt: waer na zy,begiftigt door toor
Laf pora, een briefje aen den Ko-
den Ambafladeur met gefchenken, ning
Singlamong, tot dankbaerheid
vertrokken. Korts na hun vertrek,; van de fchenkaedje, des daegste vo-
Zondd\'AmbaffadeurP«^w?^»xtotden \' re gezonden: welk luide aldus:
Veldheer, met hetnaevolgend brief-
Dat het herte van den Koningh Sin-
: welk aldus luide: \' glamong
tot de Hollanders, en ook tot

Amhaffadeur heeft met een hrief, den Amhaffadeur is genegen , heeft de
\'^an
Talauja verflaen , hoe drie Hol- \\ Amhaffadeur op zijne aenkomjle alhier
landfche fchepen tot
Tinghay waren ge- \\ in Hokfieuw vernomen. Dat de eere en
komen, om den Amhaffadeur te halen: | vriendfchap , die den Amhaffadeur in
als ook een fcheepje, in \'t verhy varen,; Vokingheeft ontfangen, door de gunfle
aldaer, om hrieven van den en voorfchrijven van den Koning zijn

\' lil

^Ortf^\' ---- •\'•\'\'^ruK^t.i ut iJt/. M/C^A cy X.UU WCf/CfJClin

üentlrTpF^^^^^^^^^ ^^^^ des Amhaffadeurs maght zal wezen, zoo

zal de Amhaffadeur het voor een groot
geluk achten, te mogen hetoonen, dat
de Amhaffadeur meer achtingh maekt
van wel te doen, als wel te fpreken of
fchrijven.

Den dertienden , des morgens,
vertrok de Sekritaris
der Does:ht-

nef-

als wanneer in ^ gen doen. Het welk hy zoo verre het in

-ocr page 491-

\'S" \'
1

Derde Getancffihap, na\'t Keizerrijk

nefferts Nkolaes Berkman, en de Tolk
Maurits, met een Sineefch vaertuigh
na de Neerlandfche haven
mTinghay,
om,volgens befluit des avonts te voo-
ren genomen, \'t
nmt]&Hilverzum en

ren genomen, vnn viin frhnir niet

\'t H^kerboetie dc PimpeUf te vaer- verontfchuldigcn van zi n cl uit niet

di^Ji deS^sd te zijn. De laefte fchnftehjkeoi^e

penteneemen. Na hun vertrek quam
de
Toucy den AmbaflTadeur aenzeg-
gen : hoe de Veltheer en
Konhn al de
reft der goederen wilde koopen : en
men die opeen behoorlijke prijs op
fchrift zoude ftellen: als wanneer de
Veltheer en
Konhon hunne Faktoors
zouden buiten zenden, om dezelve
te koopen en in gereden gelde beta-
len. D\'AmbaflTadeur wees hen by de
Koopluiden , die daer van een aente-
kening en lijfte maekten, en aen hen

overgaven. r j

Den veertienden en vijftienden
droegh zich niets toe.

Den zeftienden quam een dienaer
van den
toucy met een fchriftelijkcr
orde van den Veltheer,zoo hy zeide:
welk inhield, dat de Pakhuizen zou-
den bezocht worden : ookeemgega%
zen methet gezantfchap waeren ge-
koomen, als anders.
D\'Ambafladeur
zond daer op den Koopman
Hart-
houwer
met den tolk de Haeze naer
den
Toucy , met laft om mondeling
aen den
Toucy het naervolgend te zeg-
gen:

Eerft, dat de Toucy beliefde te beta-
len , hetgeen hy aen de Kompanjiefchul-
digh was, een zomme van zeven hon-
dert teylen.

Den tweede : dat hem Toucy wel be-
imft was: hoe dat de fchult van noch vier
duizent teylen van den verleden
Ta-
lauha
of Veltheer en andere van den ver-
leden jaer e was: Ook dat hy de betalinge
der zelve zou maken te verfchaffen , en
het :tilverin de Logie mogt gehragt wor-
den.

11

ij-
If;

ill.

had hy niet aen den heer Ambafla-
deur; maer aen de Tölken gezonden,

om naer eenige bondelkcns gazen te
vernemen , die niet wel door zijn
volk waren aengeteikent. Ook ont-
fing hy niet als alle beleeftheit van
den Ambafladeur: maer het bezoe-
ken was door orde van den Veltheer
gefchiet. Hyzou morgen komen om

fijnefchulttebetalen:ookeenige goe-
deren
voor den Veltheer en Konhon
uitleggen, om te kopen. De reft zou

dan aen d\'andere mogen verkocht

worden : gelijk ook d\'uitflaendc
fchulden zouden betaelt en in de Lo-
gie gebraght worden.

Den zeventienden quam de Tö^/^/
Liulauja met een briefje van de reft der
goederen, die by hem waren op prijs
geftelt, gehjk de Veltheer cn
Konhon
dezelve wilden in koop aennemen.

D\'Ambafladeur liet door Harthou-
wer ^zndtnToucy zeggen-.
dathy hem

niet vertrouwde;en ook niet met hem
te doen wilde hebben : maer
Harthou-
werïdis
by den Veltheer of Konhon
mofte gaen , om tc vragen of deze
koop voor hare
Hoogheden was.
V/aer op als dan befcheit zoude gege-
ven worden. Hier op verzocht de
Toucy, dat den volgenden morge^^
Har.thouwerioi zijnen huize geliefde
te komen, als wanneer zy te zame«
naer den
Konhon zouden gaen , ^^
zulx te vragen. Des namiddaghs q^^\'
men weder te
Lanthay, uit Tinghay

de Nederlantfchc haven, de.Sekritar\'S

van der Does , Niklaes Barkman e

Maurits Janfen Vifch, met verflag va^^

alleen na ververfching was. -
. . Des avonts den
veertienden ^^
door den Ambafladeur aen _

Harthouwer beiaft zich
den morgens ten huize van ^

te vervoegen , ^^^^ volgens zy«^^^^
zoek gezamentlijk , alsdan

\' Vl-

f lia\'

ii ïi\'

i /I ■ - I

Ten derde: dat de Amhaffadeur voor- \' den goeden\'toeftant ontrent dc fch^^
taen gene hezoekinge meer wilde gedo- pen: en het verlangen onder h-^v

gen ^als door uytdrukkelijken lajl van

den Veltheer.

Ten vierden: dat hy zoo verre het be-
zoeken van des Am ha fa deurs kift uit
lafl van den Veltheer was gefchiet, het
dan welwas: des niet: dan d Amhaffa-
deur daer over gehoont was : alzoo in

Peking noch ergens tn Sina hem zuU
ivas voorgekomen.

Nazijnewederkomfi:e deed Bart-
houiver
\'verflag: hoe de Toucy voor-
noemt zich by den Ambafladeur liet

-ocr page 492-

van Smä, of Taifing. ^ 8 ƒ

^eldheer en Konhon te gaen: en vra- ^ ingekomen waren, hyin korte dagen
gen
ot de koop voor hare Hooghe-j wel fcheep konde gaen. Waeropzy-
den was: infgelijks aen wien zy hare lieden : men had hen de fchulden
ichenkaedjen wilden behandigtheh- Hechts op te geven:zy fouden wel or-
«en om daer niet in bedrogen te | de ftellen, de zelve in drie dagen vol-
gorden. Eindelijk ernftigh te ver- daen waren. d\'Ambaffadeur daer op,
2oeken, om ververfchinge aen de indien zulx ware, hyals daninacit
iciiepen te mogen zenden : of dat j dagen wei tot vertrek zoude kunnen
anders d\'Ambaffadeur verzocht hoe vaerdig zijn. Voorts vraegde d\'Am-
eedioelieverte vertrekken. i baffadeuraenhen; of de onzen geni-

Des morgens dan, den achtienden, j gegoederen zouden mogen koopen.
gingen
Nohd en Harthouwer na den | Waer op zy antwoorden : wel grove
Toucy, en , gekomen met den zelven waren van Porcelein en andre te mo-
t hof van den
Konhon , hadden al- gen kopen : hoewel zy eerft alles den
«aer tot des namiddaghs gewacht; Veldheer zouden bekent maken, en

11

den Ambaffadeur dan antwoort bren-
gen. Ondertuffchen konden d\'onzen
op fchrift ftellen de ververfching, die

if

li"

s

vertóLn^" dagen zouden moeten

d.i?^ "^y^\'g^bleve goederen wier-
den hem dan, neffensle fchenkaedje

voc^^rnoemt, ter hand gefteh: welk

^ynochvooreengedeeltedesavonts

^le^olgenden daegs.
ind.^? «^gentienden , verfcheenen
voor ^lenjy en de

K\'t^r\'i™ Veldheer, die

^Ueeni k fcheenen gekomen te zijn,
^^^^^^ d^talsd\'uitft^endefchulden

doch geen gehoor konnen bekomen:
niaerwashen van wegenden
Konhon
gezeght: dat zy heden de fchenkaed-

- ^ ----V/JJ ACilUlL ILCliCll uc V^t tue

je^oederen, als mede d\'opgegeve zy voor de reize benoodightwaren :

reft der koopmanfchappen flechts \'twelk aenftonts wierd gedaen , en

aen den Toucy Liulauja zouden over- aen den Mandarijn Liulauja, na zy

""\' Woet- het zelve na gezien hadden, ter hanli

koralen: welke zy heden op morgen geftelt.

zelfs , als wanneer hy hen gehoor Den twintighften, des morgens,

|oude verlenen, aen hem zelven mo- zond d\' Ambaffadeur Nohel en Hart-

Aten overhandigen. houwer mer het naervolg;en d verfoek-

1 egens den avond quam de Toucy briefje te hoof, welk Uude aldus:
\'^l^uja dan in de logie, om debo- d\'Jmhaffudeur zoekt in allemaniere

^^en-genoemdegoederen al te zamen Talauja te gehoorzamen en genoegen te
e .halen : zeggende als toen dat DeVom^xenUenheh-
^ohe/^n Harthouwer
hloet-\\&en aen den Amhaßadeur gevraegt, wat

oralen op morgen met behoefden te dag hy zoude kunnen vert%kken ^d\'Am-

«men ; maer d\'Ambafladeur over hajfadeur heeft geantwoort: hy op den

m^oft 2elf te hoof by den Konhon twalefden dezer mane zal kunnen gereet

blo t ^\'^^^^"^Üi^en , en als dan de | wezen, om te vertrekken. Daerom ver-

med mede brengen: als zoekt d\'Arnhaßadeur aen Ta\\m]2L, dat

fch U ^^^^eningh der uitftaen de de ververfching, tot de reis, vokens het

onzenin ^^^^^ i^J\' ^^^^ ^^ nevensgaende briefje, gekocht en aen het
^enm tie. ------^^^ nmxhaj mogen gehragt wor-

den infgelijks "t zilver en porceleinen.

d\' Amhafjadeur verzoekt ook,op Ta-
lauja,
dat d\'on derft aende goederen mo-
gen gekocht, en aen hoortgehraght wer^
den : als Radix Sina, Thée, Anys, grof
Porcelein, eenige Stoffen, Stoelen, Kas-,
jes , en andere kleinigheden.

Nohel en Harthouwer, des naermid-
daghs weder gekeert, deden verflag,
geen gehoor by den Veldheer te heb-
ben kunnen krijgen: maer had, na
dat hem de brief door den Tolk was
toegebragt, hen ten antwoordlaten
weten : dat hy den Ambafladeur toe-
ftont de ge-eifchte ververfchinae;
maer niet anders te mogen koopen. \'
Ccc Wei-

-ocr page 493-

met dezelve

en Hayo«glaup mede^ | debovenftaende als.ndereza-

■aeiizeggen , hoe de Veldheer zi^n uvei ^^^ d\'Ambal-

„ader op des Ambaffadeurs verzoek ken te | ek« • ^^^^

beraden\\ad,entoeftontachtoftiea fadeurae^^^^^^^^^^^^

pikol Radix Sina te mogen koopen,, ^^^^^ ft"^;;tgafzichd\'Ambal3ade«v

zondermeer. , Harthouwer

1 raden zichne.e«^^^^^^^^

rr________ Tinl/inin e.tl

Konbon geroepen wici^ , -- --j-
wederkomfte den Ambafladeur hei
melijk zeide:dat dewijl in fijn aenwe-
zen , geduuriglijk zoo veel volks on-
trent den zelven was, zijne Hoog-
heid voor beft oordeelde,men de ket-
tinffh bloet-korael aen hem
Liulauja
gave, om door hem aen zijne Hoog-
heid, (die ander in tegen woordigheit

vppI volks aneftian was cie

ften quamen de loucys Ltulauja en
Hayongloja in de logie , en zeggen,
dat het volk, welk met den Heer
AmbalTadeur van
Peking gekomen
was, al hunne ftoffen,onderweeg ge-
kocht,moften te berde brengen:want
fy hen die wftden af- kopen. De Veld-

h\'eer begeerde zul. ^Sten „e^voTwl\'^^^^

ur lieÄtvolk Ambaffi.deur hei-

)ekenbevonaeii, pupma^v...
d\'Ambaft\'adeur het dan al het volk
by den anderen roepen , en belalte
ieder, \'t zy wie het ook zoude mogen

wezen, niemant uitgezondert, (om in

sene moeite te geraken) al zijne Itoi-
fen voor den dagh te halen en aen de
Laujaes voornoemt t\'overhandigen.
Dit gefchiede ook datelijk, en wier-
1 . door hunnc

ï)7gëfchiede ook datelijk, en wier- w?s de

deni weinige ftoffen, door hunne ^an zoo ve^U

in een k ft geleit, en ter zelve t aenwerucivi &

van zoo Vcei vuir.^ _

zelve t\'aenvaerden)ter hantgeftelt te

werden. Hetgewichtenftukderlco-
ILtkondelwbydereflder^oe^

.enophethjft-brieljeftellen^
menhem niet vertrouwde-.welk door

den Ambaftadeur dan ook gedae^^

wiert. Ziine Hoogheid, zoo
na zijne wederkomfte verklaerde,
had deze kettingh met groote gene
gentheit aenvaert^ Weinigh tijs daa
Lwierd d\'Ambafladeur medeby ^^
Tie Hoogheid gebragt. Gekomen
zeet,zeide zijne
Hoogheid, na eei
se dienft plegingen ; wel zoude ^
3en Ambafllideur als nu gaerne

haelt hebben : maer aengezien zj^

Ed. noch by den Veltheer niet v

reonthaelt,zoudehyookzoo^^^^^^^^

wachten , tot dat zulx was gei
d\'Ambaftadeur bedankte hem ^ ^^
lijken voor zijne
genegentn
verzocht, dewijl hun
handen, en men nu met ne F\' ^

deii goedcrenbezig waren

Hoogheid hem van het

denaeweiiu^c ilwuv.»,

Mandarijns in een kift geleit, en ter
Logie uitgebragt.

Op den middag, gmg, volgensbe-

ftuit, des avontste vooren genom&n,

te hove tot den ^omng Singla-
mong
, om zijne Hoogheideen ket-
ting bloet-korael ter fchenk aen te
bielen : gelijk hy die ook , zonder
eenige de minfte angftigheitte beto-
nen, in tegenwoordigheit van alle zij
nehoovehngen, met grote dankzeg-
ging aen vaerde.Onderwijle was weer

I dl Logie verfcheenen de^^^^^^^^^

rijn Liulauja van wegen den Veltheer

te reft der goederen,geit. Dees Man-
darijn verhaelde mede, dat het Jacht
Overveen en Balfour , welke d\'over-
gelope Sinefe van aldaer had

Lgebragt, neft^ens den Heer Am

bafladeurnietmogtvertrekken-.maer

aldaer fo lange verblijven,tot dat daer
over antwoort van den Keizer geko-
men was. Insgelijx dat d Ambafla-
deur op morgen eerft tot den
Konbon,

na den nonuon.ni.^^ /-li^n —

briefje der verkochte goederen : ais
ook de ketting bloet-korael, diezy
op den vijfden dezer goet gevonclen

hadden, aen zijne Hoogheit onder
andere goederen re vereeren: gelijK
de
Toucy Liulauja op den achtienden
dezer den onzen had aengezeght.
Gekomen in het gewoonehjk ver-

! . ! ,
i .

-ocr page 494-

heteen gaftmael wasgeweeft, zoude
achten. Zijne Hoogheiddiendehier
op,haer te zullen bedenken,en,indien
zyhemniet lieten nodigen,de goede-
ren t\' zijnen huize te zuilen fchikken.
Vraegde voorts wanneer zijne Ed.
tot hst vertrek wel zoude konnen

d\'Ambaftadcurhem de lijfte en fchul-
den der verkochte overgeblcve goe-
deren : als mede het ontwerp zijner
fchenkaedje ter hand: met byvoeging,
^\'Ambaffadeur zijne Hoogheid voor
gunfte van het toeftaen des ver-

^f^^^P door d\'ovcrgelope Sinefen al-
öaer van
Quelang aengebragt, neffens
j^cn perfoon
David Balfour, die met
hetzelve was overgekomen, niet met
aen Ambaffadeur mogt vertrekken:
maer hetfchip in de Neerlandfche ha-
ven , en ^c/^öar zoo lange in
Lamthay
te verblijven had, tot dat dien aen-
gaende befcheit van den Keizer zou

vvas gefchreven. Derhalve verzocht
ƒ Ambaffadeur hetfchip neffens d\'an-
dere mogt vertrekken : naerdien het
^elve al zccroudt en tot het verblijf
onbequaem was. Doch indien zulx
met mogt weezen , d\'Ambafladeur
^ouue betonen tegen d\' orde van
aen Keizer cn zijne Hoogheit niet
r doen ; maer het fchip al-

öaer laten. Zy hadden , diende zij-
gezien over die fchip na den Keizer
was gefchreven, \'t zelve ook mofte af-
wachten , tot dat\'er befcheit op geko-
men was. Derhalve ried hy ook den

liefdet-ontfclmldigen,enby deze be- ne Hoogheid daer op , met elkan-
zoekingvoor
zoo veel en meer als dre daer over-gefproken en goetge-

vonden alle de fchepen te laten ver-
trekken: maer de
M.ansjuiver had Zuix
niet willen toeftaen, cn ge zeide :aen-

niet was ; maer d\'orde van den Kei-
zer zulx uitdrukkelijk verboodt.
Waerop d\'Ambaftadeur hem dien-

Óok vraegde d\'Ambaffadeur an-
dermale, of dan al zijn volk van
Lam-
thay
zoude mogen vertrekken en nie-
mant blijven; met verzoek, hy zich
ront uit wilde verklaren , om zich
daer na te fchikken. Hier op bequam

gen, zoude het zelve uit zijne eige
beurze doen. Vraegde als toen , of
de perfoon, met d\'overgekomen Si-
nefen van
Quelang gekomen, in Lam-
thay
was. Het antwoort was van ja.
Dies d\' Onder-Koning eenigzins van
toon veranderde, en zeide: hy zou-
de met den Veltheer fpreken of\'er ee-
nig volk zou verblijven of niet. Na

waren gevallen, was het befluit : het
fchip moft blijven: wilde d\'Ambaffa-
, deur zoo lange blijven , tot dat het
zelve mede ging, hy konde ondertuf-
fchen met dc fchepen n2iQuelango\\et~
fteken. Wat aenging het volk , zy
zouden daer over fpreken, of\'er ie-
mant blijven zoude of niet.

Wij ders, was ook dc vrage des Am-
baffadcurs , of door hem niet eenig
Ccc z por-

Vaerdig wezen. Het antwoort was \' Ambaftadeur het zelve aldaer te laten,
hier op : tegens den twalefden van>
j Dan wat aenging het volk : het zei-
Iiaere maen, of zes en twintigften van ve zou al t\'zamen fclieep gaen : ook
onze maent. Wel geviel dit den Ko- , hadhy aen den
Touzy daer van niets
ning, die zich daer na ontfchuldigde, gezeit: maer die, zijns vertrouwens,
dat hy den onzen niet kon toeftaen | het uit zijn eigen zelf,ten einde d\'Am-
bet uitvoeren van eenige zijde ftof- | bafladeur des te eerder tot des fchips
fen : met bybrengen het zijn fchuk | verblijf zoude verftaen. d\'Ambafta-

deur verzocht noch tot verfcheide
malen het fchip mogte vertrekken:
zeide ook zijn volk wel levens-mid-

de, hy orde zoude fteilen, hetzelve delen van node hadden : waer het
ook\' niet^ gefchiede. Hier na ftelde fchip ganfch niet van voorzien was.

koops der overgeblcve goederen, d\'Ambaffadeur van den Onder-ko-
Zeer bedankte. Onder het nazien van
i ning ten antwoort : d\'Ambaffadeur
de lijfte , liet d\'Ambaffadeur zijne over het fchip niet bckommertgelief-
^ooghcit ook zeggen (dewijl zy dacr { dc te wezen : hy zou zorge dragen,
^ietvanophaelde) hoede Mandarijn \'tzelve van nootzakelijkheidt wel
liulauja daegs te voore den Ambafla- | wierdc voorzien. Ja hy zelf, ingeval-
deur was komen aenzeggen, dat het ; Ie de Keizer de koften niet wilde dra-

gekomen zijn: werwaerts dacr over I noch eenige redenen over dezezaken

-ocr page 495-

porcelein oïThee zoude mogen ge- [iloffen uit moght voeren: dewijl het
kocht worden > waer op zijne Hoog- verboden waer was: maer eenige kiei-

nighcden van porcelein en andere,
aengezien hy van een zoo verre rei-
ze gekomen was, ftond hy den Am-
baffadeur toe: D\'AmbaflTadeur zeide,
\\\\y Talauja voor die van\'tporcelein en
andere, als mede dat hy d\' overgeble-
ven goederen had mogen verkopen,
zeer bedankte: met byvoegen, hy te-
gens
Talaujas orde niet zoude doen,
en ook niet anders trachten (naerdien
aen dit laefte affcheit veel gelegen
was) als in alle vriendfchap te fchei-
den. Waer in zijne Hoogheit genoe-
gen nam , en zeide voorts : hy had
van des Ambafladeurs komfte niet
geweten, zoude anders hen wat ont-
laelt hebben : maer als nu vcrver-
fchinge buiten zenden. DeAmbaffa-

Desavonts in\'t gebedt quam Nohel deur bedankte zijne Hoogheid voor

den Ambaffadeur bekent maken, hoe
by dien naermiddagh met buurman
X^^/ör^ï en eenen Faktoor van
Singla-
mong
weder over \'t bemachtigen van
eenige zij de in befprek was geweeft:
en had
Lappora gezeid : de Koning wel
zijde aen de onze wilde leveren en
onder
Tinghay laten brengen, zoo zy
in
Hokfieuw gek te pande wilde laten.

gens begaf de Ambafladeur zich na
den Veldheer: by den welken ,na een
geruimen tijt wachtens in \'t hof, hy
ter gehoor gebraght wiert.

Gekomen ter zeet , zeide zijne ------

Hooaheid : het gezantfchap was nu | zoude gekomen weezen. Dies ver-
oedaen : en kon zijne Ed.- als \'them !; zocht d\' AmbaflTadeur, indien het

geliefde vertrekken: ook had hy , moghelijk waere her fchip met hem
eenen brief van den Keizer bekomen, moghte vertrekken. Doch zoo zulx
waer in hem was belaft den AmbaflTa- j niet mogte wezen, zoude d\'Ambaj-
deur niet op te houden ; maer zoo | fadeur
Talaujas geboden achtervol-
fpoedig als het mogelijk was, voort i gen. De Veltheer, na zich een wei-
te helpen : zoo dat zijne Ed. nu al. nig bedacht te hebben , antwoorde,
over den geftelden tijt aldaer was ge- i dat het fchip mofte blijven ;
. bleven. Hy trachte, gaf d\'Ambafla- i zijne Ed. volk tot
Lamthay wiWei

deur tot antwoord, niet als in vriend- | ten blij ven, ftont in haere keure. ^Y
fchap te fcheiden : en zoude, tegens het voeren daer over van eenige r-

denen : zeide d\'AmbaflTadeur,

geliefde hem te geloven,als een eerlij

den twalefden, gelijk gezegt was, ge-
reet zijn, ja eerder vertrekken, zoo

zijne Hoogheit oordeelde zulx te | rnan : en t was oft volk ^ff ^^.^aer

langte wezen. Zoo d\'Ambafladeur, i bleef of niet , hy

was het antwoort van zijne Hoog-1 zoudelateri : \'twelk de Veltnee

heit, den twalefden dezer ging, het | dc zeer wel te

dan wel was: doch dat hy gene zijde wat aenging t verbhjl van t ^^^

heidt zoo wat dubbelzinnig ant-
woorde : eerft ofhy den Ambafladeur
zulx toeftont : maer zeide daer na
verre buiten reden: men zou op een
lijfte \'t getal van de perzonen op-ge-
ven, om overflag wegens de vcrver-
fchinge te maken. Hier op verzocht
d\'Ambafladeur affcheit , en vertrok

alzoo. 1 r \'

Gekomen in het buiten-hof, vond
hy
aldaer noch denMandarijn Liulau-
ja
, dien hy vraegde, ofhy als nu noch
tot den behoefde te gaen. Des

antwoorde hy , d\' Ambafladeur be-
hoefde als nu niet, gemerkt hy by den
Konhon niet vergaft was : maer had
des volgenden daegs ten hoof by den

Veitheerte verfchijnen.

zijne genegentheid, en zeide, datals
Halauja hen ververfchinge in plaets
van hen t\' onthalen, geliefde te zen-
den , \'t zelve hem op de reize beter te
pas zoude komen. En ziende, dat de
Veltheer van het verblijf van
Overveen
mede niet repte , fpraek hy den zel-
ven (gelijk hy daegs te vooren den
Konhon had gedaen) in dezer voege

Den vier en twintighften des mor aen: Hoe de Toucys hem hadden ge-

....... \' \' zcidt, dat het fchip, met d\'overgelo-

pe Sinefen van Queiang gekomen; als
mede de perzoon, die het zelve had
gebraght, aldaer moften blijven, tot
dat befcheit van den Keizer daer over

-ocr page 496-

der beraden, en door den Toucy ant-
woorc laren weten: van gelijken zei-
de d\' Ambafladeur mede te zuilen
doen.

Cndertuflchen quam aldaer mede
de
lionhon, die eerit binnen in een ka-
mer
ging; maer na een weinig weder
gekomen , ging op het afleggen van
eenige dieoftplegingen , ne&ns den
Veltheer zitten. Als toen begon d\'Am-
bafladeur weder van het fthips-ver-
blijf op te
halen. Waer op de Velt-
heer zeide : d\'Ambafladeur behoefde
Voor \'t zelve gene vreze tc hebben :
hy zoude daer wel zorge voor dra-
gen : zulx dat den onzen niets zou
ontbreken: daer dAmbafl^adeur zich
mede liet vergenoegen : cn leverde
als toen mede zoodanige lijfl:e der
Verkochte overgeblevegoederen, en
Van zijne fchenkaedje aen hem over,
gelijk daegs te voore aen den
Konhon
was gefchiet. Waer op d\'Ambafla-
deur , na
een vriendelijk affcheit ge-
nomen
ts hebben, fcheide.

Des namiddags quam de tolk van
den Veltheer den Ambaffadeur be-
kent maken : dat den Veltheer zelf,
Seffens den
Konhon en Manichumer in
de Logie zoude komen, om de goe-
deren te bezoeken.

Des avonds wiert in \'tgebedtvaft
gefielde , aengezien de Veldheergc-
noechzaem als in des Ambafladeurs

^eure hadgeftelt, ofmen aldaer eenig

^\'olk wilde iaten of niet, tot verblijf

Van eenig volk niet zoude verflaen:
maer ingevalle daer weder van ofge-
haelt wiert , zich te houden, of zy
aaer gaerne iemant wilden laten blij-
ven : want het kennelijk was, zy doch
altijts het tegendeel met d\'onzen wil-
den : desgehjx dat .Vö^^/dcs volgen-
den morgens tot den
Poutfienfy en
l^jfenjy zoude gaen , en eenen ieder
nunner zijne ontworpe fchenkaedje
verhandigcn:met een twee kettingen
bloet-korael, om aen hen teventen.
Nohel, na zijne wederkomflie , deed
verflag , de fchenkaedje by hen ten
dankc , desgehjx debloctkoralen te-
gen zekeren prijze aengenomen was.

^en na eenigebioetkoralen te kopen,
^ou
Nohel twee kettingen mede ne-

Ondertuflchen was dc Mandarijn
Liulauja in de Logie gekomen, zeg-
gende , de Veldheer te dien dage niet;
maer daegs daer aen, om de goede-
ren te bezoeken , zoude komen.
D\'Ambaffadeur kon op heden alle
grove waren doen affchepen.

Aengaende de Radix Sina , die
d\'Ambafladeur verzocht had uit te
voeren : dc Veltheer konde hem niet
meer als zes pikol toefl:aen. Op het
begeren vandezenMandarijn,fcheep-
te d\'Ambafladeur de grove dingen
dan af : maer zeide , aengaende de
Radix
Sina, indien de Veltheer geen
meer meenigte als dé zes pikol kon-
de toeftaen, hy dan liever niet met
al wilde nemen.

Den zes en twintigften liet d\'Am-
bafladeur dc gerede penningen en
goederen , die niet verkocht hadden
konnen werden, affchepen: als mede
het reistuig. De
Poutfienfy enJffenJj\',
nefïèns eenige grote Mandarijns, qua-
men in de Logie, den Ambaftadeur
voor de gezondene fchenkaedje be-
danken, en met een zeggen, dat al het
volk , die kiften of kanaffers in dc bar-
ken hadden, aen de brug moftcn gaen,
om de zelve te openen : alzoo de
Konhon daer zelf inperfoon was, om
de bezoeking te doen : \'twelk ook
gefchiede. Derwaerts ging
Nohelnei-
fens eenige andere, die op zijne we-
derkomfte verhaelde, hoe de
Konhon
eenige kiften in \'t huis van den Min-
jüzeenfen
Stedehouder hadde laten
brengen , doen openen , en zelf be-
zocht : ook de fchenkaedje-goede-
ren van den Keizer van \'t een en \'t an-

^enbieden.Endewijlzy gevraegt had- der te voorfchijn laten brengen -. cn.

dacr mede noch niet vergenoegt, was
zelfaen boort van het Jacht
Bleiswijk

r^ftj aen hen teventen , doch ! gegaen, en kift voor kift laten openen;

.mm den hoogften prijs niet afnemen. I iioewel niets daer in, \'tgeen verbo-

Den vijf en twintigften dan ging den was, bevonden,
^o^^/met de fchenkaedje,gelijk daegs Het fchip van
(gelang, volgens
r goet gevonden was, na
Pout- zijn zeggen aen Nohel, mofte blijven;
P^^Jy en ytfe??Jy, om hen dezelve t\'o- en zou het Opperhooft van Minja-

Ccc 3 zeen.

-ocr page 497-

390

Derde Geza

■^een, als d\'onzen daer quamen,zeg-\'
genof
Bid jour mede blijven mofte
ofce niet. Waer op hem door Nohel
vvasgeantwoort: hy zulx den Heer
Ambafladeur zou aendicnen.Waer na
hy
was vertrokken : en wicrden hem
uit het Jacht
Bleiswijk drie goc-rcis
fcheuten gedaen.

Dewijl d\'Ambaffadeur, inde twee
voorgaende dagen , niet tot den Ko-
ningh
Singlamong had konnen ko-
men , alzoo hem gezegt was, de Velt-
heer,
Komhon en Manchuwer in de lo-
gie zouden komen, om de goederen
te bezoeken ; maer zulx daeghs te
vooren, den zes en twintigften , door
den
Konhon alleen befchikt was , heeft
zich d\'Ambafladeur des morgens den
zes en
twintigften,neffens Nohel, Put-
mans,Harthouwer cn andere derwaerts
becreven, om affcheit te nemen : al-
w^er hy zoo dra niet quam, of hem
wiert gehoor vergunt, en ook korts
daer na afvaerdiging : zulx d\' onzen,
na eenige dienftpleginge van dank-
baerheit, met goet genoegen, zonder
ergens van tefpreken, waren gefchei-
den. Weder gekomen in de logie,
vonden zy aldaer den
Tmcy Liulauja,
die hen zeer tot het vertrekken voort
prefte ; dewijl de gezette tijt reeds
verloopen was. Dies al hetgeen noch
aen land was, aenftonts in de barken
wiert gebraght : cn hebben ook hun
perzonen ingefcheept, om met het
hoogh water te vertrekken. Al laet in
den avont quam de Faktoor van den
oViétnKonhon aen den
Heer Ambaf-
ladeur, zoo
voor den Heer Generael,
als voor hem , vier en twintigh ftuk-
ken zijdeftoffen (beftaende in acht

armozijntjcs en zeftien flechte rollen)

brengen : die hy zeide door zijnen
Meefter, om
aen den Heer Ambaffa-
deur over te leveren, gelaten wae«n.
Aen verfcheide wicrden dezeftofien
door den Ambaffadeur vereert. Infge-
lijx verfcheen mede de Sineefe fchrij-
ver
Soukjen , met een fchrifteiijke or-
de van den Veltheer,dat Balfourmo^iQ

blijven. , , ,

De Ambaftadeur antwoorderdat als
zy aen het Jacht
Bleiswijk waeren ,
alsdan met de
Mandarijns daer over
zouden fpreken.

Des namiddaegs dan quamen d\'on-
zen aen boort van hetjacht
Bleiswijk\'.
in het welk aenfionts alle de goederen
uitde barken, door laft van de Man-
darijns,
moften gefcheept worden:
ten einde de
Mansjuwer , (voor den
welken zy zeer

weezen) als die des volgenden mor-
gens quam, de goederen met zoude
zien, cn andermael willen bezoeken.
Dit gefchieden dan datelijk. Maer de
voorraadt van lijftocht ftonden zy
toe inde barken te mogen blijven: op
dat het vee dies tc beter (dewijl het
fchip zoo vol was) in\'tleven zoude
blijven.

Doch des morgens , den acht cn
twintigften, quamen eenige Manda-
rijns by de lijftocht-barken, en Hé-
ten alle het geen daer in was , o-
ver hol over bol in \'t fchip fmijten :
waer door niet weinigh vee quam te
fneuvelen : het welk d\'onzen al met
goeden ooge aen moften zien, cn he-
ten het goetjen bergen, daer zy beft
koften.

Hier op gingen d\' onzen onder
zeil, met een goede wint, tegens den
achtervloet aen: dieszy daerna d\'eb
te baet krijgende, het des namiddags
totop
een vierendeel mijls mhy Lo\'
fintat
of den groten toorn bragten : al-
waer zy het anker, omniet vaft te ra-
ken, lieten vallen. Zoo dra lagen zy
niet geankert, of hadden weder ver-
fcheide Mandarijns aen boort, met
te zeggen , als dat
Balfour moft blij-
ven, en niet vertrekken, voor dat\'er
befcheitvan den Keizer quam. d\'Am-

baft\'adeur liet hen zeggen : de Velt-
heer het verblijf van
Balfour in z^P
keure had geftelt : en hy zich aen
keure hield, en hen Mandarijns
geloofde. Voorts wat aenging
fchip : zy moften hem daer in g-

\' ven, dat het zelve blij ven zoude» ^
befprek zy het van verver
moften voorzien, zonder oo^^^^r-
breken te blijven : of het zoude
trekken. De Mandarijns ê
ten vele redenen, om cien^. ^f ie-
deur tot hec verblijf van
mant anders te bewegen: mae
bafl\'adeur bleef by
zijn zeggen .
zy weder vertrokken.

Ii!\'\'\';

PI

ii

ifiii

•i

a\'

if

■ir.
rt\'\'

i-i 1

-ocr page 498-

Öêii negen en twintigften, lichten
donzen\'tanker, en dreven met de
voorby den grOoten toorn , en
de veftingh
Minjazeen: daer zy alles
in de wapenen, en inorde vonden.

Eenige Satsjangs quamen en rie-
pen hen toe, met bevel
van hetan-
Ker te laten vallen: maer d\'onzen
hielden zich doof. Even te voore,
eer zy de vefting voorby waren,quam
derde perzoon van
Minjazeen
^\'^^^f-nUein champantje,
op zyde,
zonder over te willen komen: zeg-
gende: het Opper-hooft van
^een den Heer Ambaftadeur gaerne i
Wüdefpreken. Wanneer hy, gaf de !
Ambaftadeur ten antwoord, in de ^
^jeerlandfche haven gekomen was, \'
J^onde
het Min jazeens Opper hooft ^
«em na zijn beheven aldaer komen !
f reken. Met dit antwoord vertrok i
Qees weder : maer braght daer op
geen befcheid: of het Opper-hooft
tornen zoude of niet.

v^^i^ verfcheide ftagh

van andere fchepen, als breder in Ie

Aigemeine Befchrijvingh verhaelt

ftaet, worden dè meefte binnen läftt-
fche ftroomen met kleine vaèrtuigen
bevaren, dié
Champantjes én Satjangs
genoemt worden.

Zy rijzen voor hoogs gewijze,met:
een brede nebbe op: de achter-fte-
vefi is niet geftooten; maer wijkt bo-
ven van malkandere af, tuftchen de
welke een man achter het roer of
ftuur-boort heeft ft.eken , die door
een zonderlinge vaerdigheid hetzel-
ve weet voort te drijven. Het mid-
den is overdekt mét een mat van ge-
fpouwen riet of rotting. De man te
roer is in deze nevenfgaende af-beel-
ding gekleet met bladen van Kokos-
boomen : die aen de voOr-fteven
eenKovrezol, of zonne-fcherm op
\'thooft heeft,
tegen de regen.

Gemeenelijk rechten de Sinefen
ook groote gaft-malen in de vaer-tui^
gen, op de ftroomen aen, en niaken
aldaer met op-diftchen van verfchei-
de difch-gerechten, en het toe drin-
ken van fterken drank, goet cier,zelfs
de grootfte Mandarijns Vérluftigen
zich met dit vermaek op\'t water; hoe-

w^el

-ocr page 499-

wel in grooter vaertuigen, als de ge-
mene man gebruikt: ert boven, op
met een cierlijk verdek overtogen :
waer op gemenelijk aen ieder hoek
een man met een krom-hooren itaet
te blazen.

Tegen den avond, na het verloo-
pen der ebbe, lieten zy het anker val-
len , ontrent een halve mijle van het
Jacht
Onderveen, leggende in de Neer-
landfche haven : derwaerts d\'Ambaf-
fadeur aenftonts heciloepje naer toe
zond, met orde deftelfs boot aldaer
aenftonts te moeten verfchijnen,
om zich van een partije vee en goe-
deren t\'ontlaften , door de volheid
van \'t fchip: als ook dat de ftoep van
O verveen datelijk na de fchepen ge-
zonden wiert, en de boots te preften,
om hare ververfchinge te halen. Al
laet in den avond quam de boot van
Overveen, die aenftonts vol levendig
vee gezet wierd, om aen het fchip ge-
voert en verquikt te worden.

Den dertighften, tegens den mid-
dagh , dreven zy met d\'eb door de
tweede engte: en, gekomen ontrent
een kanon-fcheut van
Overveen, i^ch-
ten op de üaert van de wefter droog-
te , in de Nederlandfche haven leg-
gende , vaft:: van waer zy des mid-
dernachts, met het hoogh water we-
der af quamen, en heten het anker
by
Overveen vallen.

r-!

11

Den eerften van Winter-maend
droegh zich niets toe. Den tweeden
wierd raets-gewijze op het voorftel
van den Ambaftadeur, op hoope of
men door dit middel noch eenig goet
aen den man konde helpen, goetge-
vonden , het naervolgend brieve aen
den Veldheer tot
lloKfeuvo, te fchrij-
ven.

De Hollanders zijn hy alle volken he-
kent voor luiden van hun woort. D\'
hajfadeur acht ook niet grooter , ^^^ ^^
mogen hetoonen, dat het geen, aen 1
lauja is helooft, volkomen magh
komen worden.
Talauja heeft helis\'^^^^
tehelafien, dat het fchip van Quela^g
en de perzoon
Balfour alhier mofien hUj\'
ven, tot dat befcheit van Pekiiig ^as^

gekomen. Nu verzoekt d\' Jmhaßadeur^

van Talauja te weten : hoe lange^ du
fchip noch zal moeten wachten.
D\'jm-
\\ haßadeur heeft op zijne aenkomfiealhi^^J^^

-ocr page 500-

aen de fchepen bevonden , dat eenige
goederen, als hioet-kralen, harn-fieen,
laken en andere Koopmanfchappen van
gekomen. Nu zullen dezel-
ve goeder en wederom naer
Batavia moe-
ten keeren.

Daer om verzoekt d\' Amhajjadeur
Talauja, dat deze Koopmanjchappen
\'^oor dit mael mogen verkocht worden :
alzoo onder deze
Chinkon begrepen
"^ijn ge weed.

Nu verhoopt d\'Ambaffadeur, dat de
Keizerlijke hrieven, aen den Generael,
een goede tijding zullen inhouden,
daerom heeft dAmhaffadeur niet kun-
nen naerlaten, dit aen
Talauja bekent
te maken , en ziin antwoort daer op te
"Eerwachten.

Wijders , wiert by meeretideel van
ftenimen goet gevonden, daer byte
Voegen: (dcwijTzy nu uit hunne han-
den waren ,) dat d\'Ambafladeur al-
daer aen de fchepen by de brieven
bad bevonden: hoede Generael van
Batavia wel zoude te beweegen v^e-
^en , om de fterkte Qaelang2^mdiQVi
Keizer over te geven: zoo wanneer
Hollanders de handel in
Sina,
door den Keizer, zou wezen ver-
gunt.

Om dit briefje in \\ Sineefch te la-
vertalen en aen
Talauja te be-
^^Ulen,
wierden gezonden Nohel en
Sekretaris
Van der Does, om naer
f^ Suiefe Jonken, in \'t Krabbe-gat
^-ggende , te varen , en aldaer te
V-rnem.en of op de zelve geen Sinefe
fchrij ver was: zoo ja, dien aldaer over
te doen zetten. Deze hadden on-
der de Jonken , in
\'t Krahhe-gat leg-
gende, groote onfteltems over hun-
ne komfte onder de Sinefen bevon-
den : doch raekten aldaer niet te
recht: dieszy zich na de Jonken,
binnen de tweede engte leggende,
begaven : alwaer zy eenige Manda-
\'^ijns; als mede eenen Sekretaris der
^elver vonden , en verrichten hunnen
laft naer wenfch.

Du briefje , in \'t Sineefch vertaelt.
Zond
Nohel. voor zijn vertrek vande

"^-et belofte van overmorgen weder
P\'/r"-\'^ rezullen brengen.Dies d\'Am-
" ^ur goet vond met het Jacht

Bleiswijk zoo lange in d\'Nederland-
fche haven te blij ven leggen.

Den derden des morgens, quamen
deMandarijns van de Jonken aen
boort van
Bleiswijk en zeggen,hoe zy
den brief, door iVtJ-^f/daegs te voren
gebragt, niet aen
Talauja dorften be-
ftellen , of daer mofte een Hollander
mede naer
Hokfieuw gaen. Ten ant-
woordt gaf hen d\' Ambafladeur : in
gevallezy de brieven niet W\'ilien be-
ftelien, het wel vvas: zy mogten zien,
watze deden:quam het naderhant qua-
lijk af re lopen,hec was zijn fchuit niet.

Dit verzette hen eenigzins, endee-
den hen een anderen voorflag nemen:
met daer op te zeggen : als zy nu den
brief beftelt hadden, en de Veldieèr
daer op begeerde , dat\'er een Hollan-
der boven zoude komen : of d\'Am-
bafladeur als dan beloofde iemant der-
waerts te Zullen zenden : waer van zy
gaerne zekerheit hadden , ten einde
Talauja , wanneer hy zulx vraegde,
daer op tekunnen dienen.

D\'Ambafladeur , narijpen over-
leg met elkandre,vond goet hen t\'ant-
woorden:dat zy uit den naem van deji
Ambafladeur aen
Minjazeens Opper-
hooftzouden verzoeken , om hy ie-
mant met dien brief (waer in verfocht
wiert van
Talauja te weten, hoelang
Overveen en de perzoon David Bal-
four
aldaer noch zoude moeten blij-
ven) aen den
Sontok geliefde te zen-
den: zoozy daer op befcheit bequa-
men en
Tilauia belafte, dat\'er iemant
boven mofte komen;als dan zich daer
op te zullen beraden: met weikant-
woord zy weder vertrokken, en na-
men den gemelden brief met zich.

Den vierden wiert by den Ambaf-
fadeur en zijnen raedt goet gevon-
den, dewijl zy aldaer, \'tzy wat tij-
dinge van boven quame , nier meer
konden uitrichten ,zich na
Tinghay te
begeven,om aldaer alles klaer en vaer-
dig te maken.
NobelhXeeialdaer op her
Jacht
Overveen, om den Ambafladeur,
ingevalle eenige tijdinge van
Hokfieuw
quam, des te ver wttigen, en aldaer als

m

ii1

Jt>nken,meteen naer boven: i dandenoodige ordre op te fteilen

met- ____________, r-v________

Des naermiddags dreef d\'Ambafla-
deur met het Jacht
Bleiswijk en d\'eer-
fte eb,tot in d\'eerfte engte, achter de
Ddd pira-

\'li il

-ocr page 501-

394

piramides , alwaer het bleef leggen,
na d\' aenftaende ebbe , om als dan uit
re zeilen ; maer moft by opftaen
van een harde koelte uit de Noord-
oofte , gekomen voor by d\'eerfte
droogte, blij ven leggen na goet weer
en wint.

Den vijfden, \'s nachts, ging Bleis-
wijk
meteen Noorde wint en eb we-
der voort,
en zeilde tot buiten Kalfs
droogte:
quam eindelijk den zeven-
den , \'s morgens voor dag, met d\' eb
tot dwers
voorSotias Bay, binnen de
Toorntjes Eilandekens , om des na-
middags met de zee-wind de rede van
Tinghay te kunnen bezeilen.

Het anker aldaer gevallen, begaf
d\' Ambaftadeur zich met
Bleiswijks
floep naer het boort van \'t Fluit-fchip
Viäoria , om aldaer verblijf te hou-
den.

Aldaer wiert goetgevonden : Nohel
en Putrnansmtl het fchip Batavia: en
Harthouwer en Bartelz met d\' Oyevaer,
indien geen andere tijdinge, als tot
noch toe waer
gefchiet, van Hokfieuw
quame, de reize naer Batavia zouden

ondernemen.

Des namiddags quam het Jacht
Bleiswijk mede onder Tinghay. Dies
dcAmbafladeur het aenftonts iiet ont-
laden , en den lijftocht, alsmede het
geit, om het gevaer van geeneenen
bodem te lopen , onder de fchepen
Viäoria, Batavia,Qn Oyevaer verde ilen.

Den achften , tegens den middag,
quam aldaer onder
Tinghay uit de
Nederlantfche haven acn te landen,
de boot van
Overveen, met fchrijven
van
Nohel, gedagtekent des verleden
nachts, d\' Inhout was , hoe aldaer
twee bevelhebbers aen boort waeren
geweeft , met fchrijvens van den
Veltheer van
Hokfieuw aen het op-
perhooft van
Minjazeen , waer van
het vertaelde neffens ging.

Het opfchrift hadden zy aen No-
hel,hy
mangel van fchrij vers,niet kun-
nen geven. De Poui had zich , zoo
het hemtoefcheen, niet verwaerdigt
zelf,
gelijk verzocht was , aen den
Ambafladeur te fchrijven of ant-
woorden: maer de zake, flechts het
opperhooft van
Minjazeen aenge-
fchreven, zonder van den Ambaffa-

deur , naer uitwijzing van het laefte
punt, nader antwoord te verwach-
ten. j

Op den voorflag van ^^^f/ij^g, had
hv niet het minfte geantwoord. Doch
m^often , die of diergelijke zaken
het aenftaende jaer, volgens zeggen
der gemelde
Bevel hebbers , door
den Heer Generael zelf voorgeftelt
en aen den Keizer gefchreven wor-
den.

Infgelijx noopende het verkoopen
der koopmanfchappen : alsbleekby
het tweede punt : daer uit ook ge-
noechzaem af te meten was, de fche-
pen met hunne koopmanfchappen
weder moften vertrekken : welk ook
byhet derde punt van het
vertaelde
noch nader beveftigt wiert.

Niets ter Wereld was hem aldaer
voorgekomen: waer uit eenige hoo-
pc konde gefchept worden,
van iets
te kunnen verkoopen. Op het verblijf
van
Balfour en het fchip, om d\'orde
van den Keizer af te wachten, die al"
daer,zijns bedunkens
,\'dl behoor de ge-
weeft te zijn , en zy zoo lange uitftel-
len en verfchuiven konnen, alfTebe-
geren : gelijk de voorige beftierders,
nu al verfcheide malen , tot fchade
der Kompanjie in de verlede jaren
hadden weten in \'t werk te ftellen,
zou het als nu fchijnen aen te komen.

In het zelve vertaelde was niet eens
overflag gemaekt, in hoe veel dagen
\'tbefcheit van
Peking aldaer zoude
kunnen wezen, gelijk door den Am-
bafladeur verzocht was. Behalve ai
\'tzelve, quam niemant eens na het
Jacht
Overveen uitkijken , of met ei-
nige ververfchinge voorzien :
zy lieden in fchijn zoo ernftclijk be-
looft hadden. Zijns bedunkens was
daer op niet te verwachten. Hetg^"
ty en weer was dagelix gunftig- ^ .
met d\'aenftaende nieuwe mane,
Vo -
gens den gemenen loop te ^ezertij
de, \'sjaers ten quademogt veran"
ren, enonftuimigwerden. ^

Dies verwachte hy des j.

deurs orde: oi Overveen
in de Neerlandfche haven
blijven of wel
n^ittTinhay j

vertaelde voor noemt, door de ve

heer van Hokfieu aen het

t

-ocr page 502-

\'verkopen. Daer om derf ik het verzoek
Van den Ambaffadeur geenfins toeflaen :
Maer wanneerde Generael het aenftaen-
de jaer brieven zend : dan zoud ik
den Keizer daer over kunnen fchrijven.

ÏII. Volgenslafi van den Keizer is
h)et niet welgtdaen, dat d\'Ambaffadeur
dus langh li]ft vertoeven: alzoo het des
aenjiaenden jaers niet goet %oude wèzen
Vbor hunne zaken: als zy wederom willen
komen.

IV. Eindelijk gelafl ik uw dezen brief
den Ambaffadeur over te leveren , en
Zoo haefl d Ambaffadeur van onze ku-
Jie vertrokken is , des my fpoedig be-
^^nt te maken. Hier op verwacht ikhe-
fhezt.

Ket fchrijven van Nobel, wegens

ontfangen : daer by gezien, hoe Poui
ahcenhjk op den voorflagh van Over-
•Veens en Balfours verblijf met alge-
meine termen had geantwoort, zon-
der daer ftaet op
te maken waere.
Het
vettiger der teghenwoordige
Koopmanfthappen fcheen nu mede
t
eenemael te niet te weezen. De
gedachten , dan , had hy alleenlijk
jaien gaen op zijn voorftel van \'t Jacht
, en goet gevonden \'t zel-
ve neffens zijn Ed. met den eer-

^^ i^-^fen komen:

öewiil de beftierders hun woort van

verzorgen niet

vinhl.^\'\' redenen

Jen h ^^hips afvorder-

^en, hy zou hen ten antwoort die-
nen : het zelve zoo lang onder Ting-
hay
zoude verblijven, als her met zijn
leeftocht zoude konnen ftrekken.
Hier by zoude dan kunnen befpeurt
worden of\'t hen ernft was , \'t zelve
te
willen voorzien , en noch voor
eenigen tijt trachten te behouden :
waer over dan verder zoude werden
befchikking gedaen.

Van Minjazeen gefchreven , luide al
dus:

ï- De Poui heeft den hrief van den
Hollantfchen Ambaffadeur ontfangen :
ivaer hy d\'Am-ha ffadeurgefchreven heeft,
hoe veel dagen
Balfour met zijn fchip
zoude hlijven wachten. Mijn antwoort
is: hy zal wachten tot het hefcheit van
den Keizer afkomt.

ï L De huitenlandfche goederen zijn
door den Keizer verboden hier temogen | toCi

Den negenden droegh zich niets

»-»v.l. T vxj. Yaii j-.i/L/tt-, cciiic ucqwaiiiw

^erveen , by den Ambafladeur en zoude ondernemen , enhy methet
i^aedt overleidt, wiert daer op goet; Jacht
Overveen des anderen daegs
g^\'voüden het Jacht Overveen aidaer i was buiten zeilen:\'twelk hen wel had
ona-cri^^^^^y ^\'^jijtl^ieden. ^ ^ | gevallen: en waeren de Sinefen daer

Dies verwiuigde d\'Ambaffadeur | op vertrokken.
I^y brieve A^ölf/het volgend : hoehy \'
brici je, neff . ns het vcrtaelde,had

Den tienden quamen voorby den
Ambafladeur , die op
deMuitViBoria
was, drie Sinefe Jonken, uit den noor-
den het Hokfieuwfe Kanaclinzeilen.
Des namiddaghs quam onder
Ting-
hay
te landen het Jacht Overveen ,
met Nobel\',
die, aen boort des Am-
bafladeurs gekomen, verwittighde,
dat den achtften dezer, des avonts,
eenige fmalle bevelhebbers van de
Sinefe Jonken aen het boort van
\'t Jacht
Overveen waeren gekomen,
en gevraegt: wanneer d\'Ambaffadeur
zoude vertrekken, en hy
Nobel met
het Jacht naer buiten zeilen ? Waer op
hen, door hem ten antwoort was
gedient: dat d\'Ambafladeur met het
eerfte bequame weder zijne reize

Den twalefden wiert in rade, op
voorftel van den Ambaftadeur, beflo-
ten , den zeventienden dezer , de
kefte dagh van het fpring , by goet
weer de reize naer
Batavia te onder-
nemen, zonder eenig langer aenhou-
den op den handel, ontrent de Be-
ftierders , meerder te doen : dewijl
den onzen nu door alle omftandighe-
den genoechzaem bleek , dien jare
voor hen aldaer in den handel niet
zou té doen zijn.

Den veertienden vertrok het Jacht
Overveen over Siam na Batavia , vol-
gens befluit van den twalefden. Korts
na deffelfs vertrekken , ^quamen on-
der
Tinghay twee Sinefe Koyaes.Eeni-
ge fmalle bevelhebbers der zelve by
den Ambaffadeur gekomen, zeiden
door het opperhooft van
Minjazeen
gezonden te wezen,om te vernemen:
Ddd 2. wan-

-ocr page 503-

wanneer de Heer Ambafladeur zou-
de vertrekken. D\'Ambafladeur gaf
hen ten antwoorde : hy eenige dagen
ziekehjk was, geweelt; zou anders
miflchien al vertrokken zijn : maer
als nu in drie of vier dagen de reize

ondernemen.

Wijders , zeide d\'Ambafladeur het
liem
vreemt voor te komen, dat uit
Peking gene tydinge over de komfte
der fchepen quam : aengezien hyde
Lepous aldaer had bekentgemaekt, m
Hokjieu fchepen met koopmanfchap-
pen , als mede om hem te halen, fton-
den\'te komen : en had daer op door
deZ^^\'oi^itor antwoort bekomen : zy
lieden op het fchryven van den Veld-
heer daer over dan dien aerigaende
zouden befluit
nemen en befchikkmg
geven : maer dewijl hem het befluit
van
de Lepous noch niet ter oore wae-
re gekomen, was het een teken, dat
de Vekheer of Opperhooft van Mm-
jazeen, daer over noch niet na Peking
hadden gcfchrevcji. En aengezien hy
zelf de Lepous daer van kuntlchap had
g-: ia n, zou de, als hen ter
oore quam,
de fche,)en aldaer waeren geweeft, en
zy hen des niet verwittigt hadden,
\'tzelve qualijk byhen opgenomen
worden , en de Veltheer en Opper-
hooft van
Minjazeen miflTchien varen,
gelijk de voorige Veltheer ; want het
al een zwaere zake voor hen zoude
tc verantwoorden zijn, den Ambaf
fadeur met drie zulke volladene fche-
pen te laten vsrtrekken, zonder daer
over te fchryven. Hier opantwoor-
den de Bevelhebbers niet; maer zei-
den dndien
d\'AmbaflTadeur noch eeni-
ge dagen aldaer bleef leggen , eenige

Mandarijns van den Veltheer in Hok-
ßeu
zouden komen, met verfcheide
groote Jonken. Waer op 4\'Ambafla-
deur zeide: zylieden, en wie komen
mogten, hem zeer aengenaem wae-
ren , en als vrienden bejegent zouden
worden; met verzoek voorders, zy
getroulijk des AmbaflTadeurs zeggen
aen het Opf^erhooft van
Minjazeen
wilden bekent maken. Dit namen zy
aen te zullen doen: vraegden voorts
den eigcntlijken dagh van des Am-
bafladeurs vertrek : die hy zeide van
toen af in drie dagen te zullen we-
zen, en zoo ondertuflehen iemant by
hem mogte komen, \'t zelve zeerwel
zoude zijn : maer dc reize te zullen
vervorderen,ingevalle niemant quam.
Met welk befcheit zy weder vertrok-
ken.

Den vijftienden ,\'s morgens,zagen
d\'onzen vier Jonken en twee Koyaes
het Hokfteu wfe kanael uitkomen: die
des anderen daegs\'s morgens ontrent
de hout-bay waeren, daer zy het af en
aenhielden, zonder nader te komen.
De twee Koyaes quamen na hen toe:
uit een der welke met een Cham-
pantje aen des Ambafladeurs boort
verfcheen een dienaer van het Opper-
hooft van
Minjazeen, die zeide door
den zclven gezonden te zijn , om te
vragen na des Heeren AmbaflTadeurs
gezontheit , en wanneer zijne Ed.
vertrekken zoude:
zeide voorts daer
op : dat de
Poui aen denKeizerhad
gefchreven , dat d\'Ambaffadeur op
den twalefden der verledene mane
vertrokken was: en nu wiert befpeutr,
zijne
Ed. noch niet weg te zijn. Der-
hal ve quam hy nu vernemen,wanneer
zijne Ed. eigentlijk vertrekken zou-
de : of indien d\'Ambafladeur noch
langer zoude vertoeven , mofte dan
tuffchen d\'eilanden buiten het ge-
zicht van \'t
vaft land gaen leggen, en
nu vaft zeggen, of ^ vertrekken wil-
de of niet.D\'Ambaftadeur antwoorde

hem van te zullen vertrekken ; maer

de Veltheer en Opperhooft van Min-
jazeen
mogten het dan verantwoor-
den,
dat zy hem met zulke drie vol-
ladene fchepen van de rede hadden la-
ten
gaen : met welk antwoort de die-
naer weder vertrok. Wanneer als toen
d
\'onzen zagen dat de Jonken ,
haer buiten fcheuts gehouden ha \'
den
, haer weer naer binnen neffens

Koyaes begaven, maekten zy voor

toebereiding, om volgens g^"®*^

beftuit van den twalefden dezer,

reize naer ^ö/^sx\'i^t\'ondernemen. ^^^

Den zeventienden, vroegmorge ^
vertrok dan d\'Atnbaffadeur ^^^^^^^
fchepen ,
Viäoria, Batavia.
Qn Bleiswijk
van onder de
Stadt
7inghay : ftelde de koersooi
zuid-ooft, tuffchen de -doorentjes^
landen door, dicht voorby het EU^ ^^

-ocr page 504-

van sina, of Taißflg.
Natrde
heen , tot des middernachts:zip anker vallen in een bay,een halve
:n ftaet maekte het mijle verre van des Ambaftadeurs

fchip Viäoria.

D\'Ambafladeur ftelde voorts orde,
om het zilver met de fchepen Victoria
en Oy e vaer vveder in Bleiswijk over te
fchepen : infgelijx zond hy mede de
ftoepen naer het Jacht
Batavia.,om het
zilver uit het zelve te halen. Hier op
wiert dan voorts het Jacht
Bleiswijk,
volgens orde van hare Ed. tot

met al het zilver , gout en andere
waeren na
Malakka aen den Opper-
bevelhebber
Balthafar \'Bort afgevaer-
digt , om van daer na
Bengale gezon-
den te worden.

By brieve verwittigde d\'Ambafla-
deur den zelven : hoehy aen het Pe-
kingfe Hof met alle eere en vriend-
fchap was gekomen en gefcheiden.
Dan kon hetgeen, door deze bezen-
dinge verworven was, aen hem niet
fchryven, dewijl de brieven des Kei-
zers aen den Heer Generael gefloten
waeren gezonden : hoewel voor ze-
ker fcheen te wezen, dat men in het
toekomend, in plaets van te
Hokfieu,
in Kanton zou moeten handelen : in
welkers vcrplaetftnge hy weinig zwa-
righeid maekte , zoo de reft ftechts
tot benocgen bevonden wiert.

Den eerften van Lou maent ver-
trok de Vloot gezamentlijk van
Pulo
Timaon :
des namiddags verliet het
Jacht
Bleiswijk dc Vloot,en ftelde zij-
nen koers na de Straet
Sinkkapura.
Des avonts had d\'Ambafladeur Pulo
Aura
anderhalve mijle noord-ooft-
waerts van zich. Den tweeden, des
morgens,den
httgMonapijn op zijde
den derden
Pulo Lingen achter zich:
quam den vierden des naermiddags
in de
Straet Banka , en liep eindelijk
den zevenden voor
Batavia terreede:
alwaer d\'Ambafladeur den befloten
brief van den Keizer aén den Heer
Generael overleverde, en verflagh
van zijn wedervaren deed.

NahetGezandfchap weer vliiSina
op Batavia gebraght te hebben, zal ik
derwaerts te ruch fpringen, en ver-
volgens ten toone ftellen, \'tgeen den
Sinefen eigentlijk en hun land betreft,
en met hun gaftmalen en fpijfe, be-
ginnen.

Ddd 3 Gad-

ais wanneer men ftaet maekte het
Ruig Eilant
verby geraekt te wezen :
en iictea het
als toen zuid-weft ten
wefte
heen loopen. In \'t midden van
de honde-wacht begon de wint zeer
te
verheftèn en waeide des anderen
daeghs een ftorm: als wanneer
het
Eiland Quemuy naer gifling gezien
Wiert: gelijk des anderen daeghs, op
den middag, de Zantduinen, volgens
de tekenen der gronden.

Den twintigften wierden de Makau-
fe
Eilanden gezien, en de koers geftelt
naer hec Eiland
Ainan:\\vt\\k den twee-
en twintigften gezien wiert:en was op
den middagh
Tinhofa noordwaerts
twee mijle cn een halve van des Am-
bafladeurs boort.

Wanneer de Ambaftadeur zich ee-
nigen tijt niet wel bevonden had, en
dageUx zwakker wiert, ook door de
holle
zee en weinig koelte, waer door
het fchip zeer flingerde, geen gemak
kon hebben , zond hy den vier en
twincigften hcc Jacht Bleiswijk naer
de fchepen
Batavia en d Oyevaer , en
^ict haer aenzeggen : zy by elkandre
hadden te blijven , cn hy voor uit na
liet Eiland
Pulo Timaon ,- neffens het
Jacht
Bleiswijk, zou zeilen en hen al-
daer verwachten.

^ Des avonts, by eenen helderen He-
ndel,bevond
d\'Ambaffadeur den berg
fj»e/eeuw op zijde van zich leggen :
had des morgens de Kaep
Avarelles
Take
op zijde. De wint was Noord-
^ oft: de koers langs de wal, zuide ten
^efte , en zuid-zuid-wefte ; naer de
Itrekkiogevan de droogte en \'tlant:
quam des avonts voor \'t hof van Hol-
land en Akkerftüots droogte: cnzct-
te a1s toen den koers zuid weft ten
Zutde aen,om
Poek Kandoor in\'tge-
zicht te lopen: welk eiland den zes en
twintigften des
naermiddags in \'t we-
fte gezien wiert , en liet des anderen
daegs s\' avonts aldaer het anker ach-
ter de Boxhorens vallen : en quam
ook des namiddaegs aldaer de Fluit
d\'
Oyevaer aen.

Den leften van wintermaent quam
net Jacht
Batavia aen de zuid-ooft-
^^jde van
Puk Timaon aen ; maer door
de fchraelheit des wints liet het zelve

161S8.

II

-ocr page 505-

Derde Gezandfchap , na V Keizerrijk

of Feefl-mden,

; E Sinefen , volgens Alvarez
I Semedo
, zijn geduuriglijk op
I Gaft-malen , verflijten by
^gevolg veel tijts daer in, en
doen grote onkoften. Op alle ont-
moetingen , by een komften , en ge-
lukkige voorvallen van vrienden en
magen wort een Gaft mael van vreug-
de aiengerecht : bywijle ook ande-
re,tot troofting van quade tydinge en
rampzalige uitkomften. \'t Gaft mael
is de raet-plaets, daer de Sinefen van
gewichtige zaken handelen. Over de
tafel wort van alles
gefproken, wat de
Sinefen by der hant nemen.

Dit is het gewonelijk leven van
\'t gemeen
volk : en inzonderheit van
hantwerks-luiden, verdeilt in gilden,
die zy de
Mane noemen; om dat in ie-
der gilt dertig gildebroederszijn,(zoo
veel dagen als in een maen zijn,) die
ieder op zijn beurte alle daegs een
Gaft mael doen. Zoozy niet gemak
en gerijfs genoech in hunne huizen
vinden , zy hebben flechts openbare
of algemeine huizen tehuuren , die
van alle nooivvendighcdcn voorzien
cn alleen hier toe gemaekt zijn. Of
zoo zy het Gaft-mael in hun eigen
huis willen doen , zonder daer mee
eenigzins belaft te zijn , zy hebben
flechts het getal der dienaers, en wat
fpijze zy hebben willen op te geven:
en word hen danalles toebereit, toe-
gebragt.

De Noorder Sinefen verfchillen
zeer veel in hunne wijze van doen
van de Zuider Sinefen: want geen ta-
fel-plechtelij kheit zoo klein , of de
Zuider onderhoudenzc: gelijkze ook
in \'er daet doorgaens ongelijk heu-
fcher en zeediger zijn, als d\'andere.

De Zuider Sinefen houden op hun
Gaft-malen meer van verfcheidcnt-
heit en verandering, dan van vcelheit
van fpijze: en rechten gaft-malen acn
meer om het gezelfchap, dan om goe
cier temaken : hoewel zy ook goede
eeters en niet minder drinkers zijn.
Zy beginnen de maeltijt met wijn en
fpijze, en houden geftadig aen te drin-
ken , zonder rijs noch broott\'eeten,
ter tijt toe de gaftgenoren
zeggen,dat-
ter genoech gedronken is. Dan dient
men zich van rijs , en fpreekt niet
meer, dan van eeten,zonder drinken.

: -

Hf

H

De maniere der Noorder Sinefen
is geheel anders : want diefcheppen
vermaek in weinig plechtelijkheden,
in wel opgedifchte tafels, en zeer gro-
te en volle fchotelen.

Na de gewonelijke dienftplegingen,
die door geheel
Sina onderhouden
worden , wort het Gaft - mael met
fpijze begonnen : cn neemt ieder zoo
veel , als hy kan, van her geen daer
hy fmaek in heeft: waer op noch
van het een noch ander gedronkea
wort. Rijs is hen cenbanker. Na de
maeltijt fcheit men den tijt van eert
uure uit: daer na zet men zich weder
aen tafel , die niet geftofl^eert is dan
metgezoute hammen, gerookte ton-
gen en diergelijke, die zy niet on ge-
rijmt
leidsmannen noemen : ter oor-
zake zy leidsmannen van den wijn
zijn, en dan beginnen te drinken.

In hec algemein tefpreken,door het

geheel Keizerrijk wort geen wijn ge-
dronken,noch ten noenmael,welk des
uchtens gefchiet, vijf uuren voor mid-
dag : noch ten avontmael,
welk vier
uuren na den middag is :
maeralleeii-
lijk des nachts, eer zy gaen flapcn :als
wanneer zy gezoute fpijze eeten, ge-
lijk gezeit is. Te dezer oorzake doeti
zy gewonelijk
hunneFeeftmaeltijdert
des nachts, en befteden het licht des
daegs aen d\'oefeningen der letteren-

Des nachts, in den winter, gebrin-
, ben zy keerfen, gemaekt van zeker®
olye, met een weinig wafch
genicngt-
\' maer des zomers hebben zy keerle«
van wafch van driederlei foort
vanbyen :
een ander van zeker Uag
van flangen , welke zeer
fchoon en
wit is : de derde komt van .

boom, geheten. Welis^ae^

de wafch van dezen boom zOO
niet is, als ónze
Europifche • ^^^
weèr beter ,alsonzc talg: en
de keerfen beter. Luiden van Itaet
doen Gaft-maclen met grooten to
ftel: dewijl zy ten dien einde ^ ^^

-ocr page 506-

luftiiuizen hebben in de Stade en op
bet land, geftoffeert mer ftrhilderyen
en opgepronkt met fraeigheden. En
fchoon het gebruik van tapeetferyen
Zeer zeltzaem in
Sinaïs\\ des niette-
genftaendc, zoo de genodigden Be-
velhebbers of luiden van merken
zjjn, men behangt voor hen het huis
Van onderen tot bovenen, met tapij-
ten. De meenigte der tafelen geeft dc
grootheit des gaftmaels te kennen.
Gewonelijk wort niet meer dan een
ïafel voorvierperfonen geftelt: maer
pp grote plechtelijke maekijden heeft
ïeder dcrgaftgenoten een byzondere
tafel,en by wijle twee: een om t\'eeten,
en een om defchotelenoptezetten.

De tafelen zijn niet overfpreit met
tafellakens noch zervetten; maer glat
beftreken met de lak of gom
Cie, in
plaets van beide. Gens meffchen ko-
men op tafel, ter oorzake alle de fpij-
ze , ten zy weke, als eyren, vifch en
diergelijke, aen ftukken gefneden,op-
gedifcht wort: desgeiijx gene vorken
noch lepels ; maer dienen zich van
tvvee kleine ftokjes van anderhalve
P3.1m lang, door middel der welke zy
^et grote vaerdigheid en behendig de
Spijze, ja zelf een rijs koorn, \'c zy raeu
ofgekookt,weten te grijpen en na den
^ont te brengen, Zy gebruiken nooit
^out, peper noch verjuis over de ge-
rechten; maer wel moftaert, en an-
toebereidfelen , daer zy zeer
naukeurig op zijn : en hebben zeer
lekkere en van verfcheiden flag. De
prechten zijn vleefch en vifch , ge-
kookt, of gebraden op deroofter en
m de pan, en bereit met vele faufen

en veranderingen, die nier ongeurig
fmaken. De pottaedjes, daerzy zeer
lekker op zijin , zijn noit zonder
vicefch of vifch.

Keizer Che , die des jaers elf hon-
gert en vijftig voor de geboorte des
^aligmakcrs beg6n te heerfchen,
"eett allereerft zulke eet ftokjes van
woir : desgeiijx ivoire tafel-vaten, tot
meerder Imfter van zijncMajefteit in-

^^ gemenelijk

van ebbenhout, ivoir ofeenigeande-

dei 7 \' ^^l^en op d\'ein-

«en daer de Ipijzemedeaengeraekt
^orc, met zilver of gout blflagen.

D\'inwoonders evenwel der Landftre-
kedes Landfchaps van
lun-
nan
, een rou en woeft volk, gebrui-
ken zulke eet ftokjes niet; maer bren-
gen dcfpijze met de hand in de mont.

Dc Sinefen zitten op hoge en kün-
ftig doorwrochte ftoelen aen tafel; en
niet gelijk dc Tarters met de benen
kruislings onder het lijf geflagen.

Oulinx hadden zy gene tafelen
noch ftoelen ; maer zaten, onder het
eeten , plat op d\'aerde neer, met de
benen kruislings onder het lijf gefla-
gen , na de wijze van de meefte Afia-
tifch\'e en Afrikaenfche volken: ja ook
betekent een zelffte letter in hunne
fchriften en boeken een tafel en ta-
pijt. Eerft na de Regering van Keizer
Han, hebben de Sinefen het gebruik
van tafelen gehad , daer zy wonder
naukeurig op zijn : desgeiijx op de
ftoelen.Zy doen boven mate plcchte-
lijkheden en dicnftplegingen, zoo in
het begin, midden als op het einde der
Gaft malen. De huis-heer begint eerft
t\'eeten en te drinken, cn noodigtde
gaft genoten met woorden en voor-
gaen het zelffte te doen. In het mid-
den van de maeltijt worden de kleine
fchotelcn in groote verandert, en alle
de omftaenders tot drinken genodigt;
hoewel niet geperft.

De tijt, op den welken zy gewone-
lijken Gaft-malen aenrechten , zon-
der daer in te feilen , zijn hunne ge-
meine of byzondere Feeft-dagen: be-
halve in andere voorvallen , gelijk
reeds te voore gezeit is.

Rijke, en luiden van aenzien rech-
ten een Gaft-mael aen , wanneer zy
van een verre reize of van een ander
land komen : en het gebeurt vry dik-
wils , dat iemant zich op zeven en
acht maeltijden bevind op een zelven
dag , alleenlijk om den phcht van
heufcheit aen zijne vrienden te ge-
ven. Wanneer zy niet gehouden of
geperft zijn , maken zy eenige dagen
te voore een briefje, om de genen te
nodigen, die zy hebben willen , en
verzoeken om zich ophunne maeU
tijttelaten vinden. Zoo hethenniet
beuren mag , noch te paffe komt;
zy ontfchuldigen zich desgehjx door
een briefje, en doen hec
zelffte, wan-
neer

-ocr page 507-

Derde Getmdfchap na \'t Keherrijk

gekomen is, zoo onderhouden "oaftm verfcheide

d\'eerftaengekomen buiten m een za- ; ren op de O.l m

Ie, met aïdaer te wachten , tot dat ^P^"™^\'\'^i^en waer op al

zy allevergadertzijn : i f^nö^ -\'^h metg^ot
zyin een andere zale, bereit tothet,

Gatt-maeh alwaer de ">eeftervan den ^^^ ^e Si.,efen zeedig.

huize de plechteliikheden doet ftoe^, ^tmaeitijdcn doen zy zeet

len, gerechten, fchotek" en wat de D; ,, en den

meer zy te recht fchikt. INa ae^c | » S Kampernoelien of padde-

heïifchetlen neemt een iegelijk ZIJ ^ ^ & , t.., u«« pm

lek-

1 r __Af^ l-»ni«ineer

enrot eeten en drinken te noo.,gen - - ; ■ des

Zy bhjven een langen w ^ Lfndfchaps van Chekiang, by de v,jf-

rangenplaetfe:en ftek de hujsheer
zich in ftaet van de gaften t\'onthakn,
en rot eeten en drinken te noodigen

■ _____i\'.lc i-viTPr ratf»!

legen in ue itiuuiu» VIN................

Landfchaps van Chekiang, by de vijt-
de kleine Stadt li^^g^«. Zy worden
door geheel
Sina in grote meenigte
vervoert en gezoute gedroogt : als
wanneer zy een
geheel jaer goet buj-
ven. Zy weiken de zelve eerfte, wan-

Zvbniven eeniau^^n ^\'j----

zitten: want behalve hunne redenen

en onderhoudingen, hebbenzy mu-

ziik en toneelfpellen , daer de fpeel-
dersgehoudenzijn te vertonen , het

geen de gaftgenoten willen hebben.
^ De Gaftmalen eindigen in laftige

^ De f ^ r^^lV^itnk^^;;:, ;-weinig

dienftplegmgen die de ga^^ ^ ^^^ ^ ,, dan weder zoo

aen den huiswaert doen: aen wien zy
desuchtenseen briefje zenden, met
inhout: van de lof des Gaft-maels, en
van al het
geen aldaer zich toegedra-
gen heeft :
daer en boven met bedan-
king van de goede ciere , die hen is

aengedaen.

De Sinefen , zoo Trigaut getuigt,
eeten al wat hier
te lande voor dilch-
gerechten wort opgefchaft, en weten
die ook wel toe te bereiden en te krui-
den : dan van ieder
gerecht wort
flechts een weinig op tafel gebragt.
De heerhjkheit des Gafl-maels ach-
ten zy te beftaen in de
velerleiheir der
gerechten :
want zy hopen de ratels
met middelmatige en andere kleine
fchoteienop. Ook eeten zy met ge-
lijk
wy , vifch en vleefch byzonder;
maer doen het onder malkandre.

Wijders, geen gerecht, welk eens
opgezet is, wort
weg-genomen, zoo
lang de maeltijt duurt : derhalve zy
de tafelen niet alleen vol fchotelen

nCCi «-iiv- vyiii\'.i^ -------. ^

inwater, en worden dan weder zoo
verfch, als oize eerft afgeplukt waren.
Nergens in geheel
Sma word meer

boterenmelk-gerechtengebruikt,dan

in de Stadt Suchen des Landfchaps vatt

Nanking : en getuigt M^m;« nergens ^ •

boter gezien te hebben, dan aldaer.
D\'inwoonders der zelve Stadt over-
trefl\'en d\'andere Sinefen in hunne Ipy-
ze, met die met zuiker, zout, ediK en

wijn te kruiden. j..

D\' inwoonders van de twalefde
landftreke
Xunningfu des Landf chaps
van
Junnan,eento\\x volk,eeten alle o
gediertervolgens den zeiven Martij\'\'^
D\'inwoonders der vierde lanuitr«
ke
Chinyvenfu des Landfchaps ^
Queicheu hebben geen zout; niacf
bruiken in plaets van dat, de
gebran
aflche van zeket kruit Kiue.

Onder die van het Landfchap
Kiangfi vintmen luiden , die JJ- g
jaer uit het weg

vankoeien, en andere heeften v^^

^ hoven d\'ander. Geen Ichoteien op nunnc vjaitu.-^ ipdiaen

brootverftrekt:\'tenzyby wijle op

eenige kkine maekijdcn, en op net
iaeft der maeltijt. In gevalle njs op

I

; i i
1 i-

de tateien mc. .......

gerechten toorns-gewijze,n ^

liere des lands, zouden opgcltap

fchijnen te ftaen. jy^^w?^-

middag, ivampti»^^"-" r-
ftoelen worden by hen voor een leK-

kerdifch-gerechtgehouden, endoen

die van den berg Tknmo komen, ge-
1 lA......I. « ries

-ocr page 508-

t)an Sha, tf Taißng.

401

Humlil^ en TBruiloft-fiaetpe,

Edert drie duizend jaren
herwaerd, volgens getuige-
nis der Sinefe Hiftorien, is
het trouwen
\'mSina door èen
onverbrekelijk verbont gepleegt.

Ouhnx diende men zich in het te
Zamen huwen of verloven van vele
plechtelijkheden: onder andere van
elkandre de hand te geven : dan me-
rendeels zijn de zelve verandert: ee-
pige vernietight, en andere op nieu
in plaets gebragt.

Heden \'s daeghs is tweederlei hu-
welijk in gebruik: een vaft, en beflo-
ten door een verbont: welk niet kan
gebroken worden, dan door de dood
Van een van beide. De vrou word ge-
houden voor wettelijk en geleid ten
huize van haeren man m^et grote
plechtelijkheden.

Het ander is een boelering of by-
^itting, gedooght door \'s Lands wet-
, in gevalle daer geen kinderen
^\'jn : hoewel ditflechtseen dekman-
is. En w^ord in \'er daet deze ge-
Woonte by de meefteluiden van óp-
Voeding onderhouden : maer rijken
Jjemen byzitten en Meeftereflen zon-
der eenig omkijken , nietcegenftaen-
kinderen hebben. Veel ver-
chilt dit huwelijk in wijze van een
wetrigh huwelijk, naerdien ^
flechts in fchijn met den vader
^n^magen van de docluer handelt;
^aer^je la\'^j- door perfonen ver-
^^cat Word , die haer niet aengaen,
tot dit quaet gebruik
opgetrokken. ^
Sm \'teen zaek zeergemeinin

na te zien luiden , die jonge doch-

opvoeden, en haer
cn le^en zingen, fpelen op aller-
J^Y lpeeltuigh , en andere fraeie oefe-
t \' dochters van Staet be-

tenJ\' Tf ofande-

öagh haer tot boelinnen aen rij-

^^ens te hefteden en dkr te verko- ,

gecn\'K te fpreken , is dit

vorm u^^^^

^\'^^ii^uwelijk noch verplichting i

is: w^aht het ftaet de dochter vry,
volgens \'sLands wetten , haer aeii
een anderen man te hefteden, inge-
valle d^ eerfte haer wegh gejaeght
heeft. Daer en boven woorden de-
ze boelinnen verfcheidenlijk gehan-
delt ; want zy eeten afzonderlijk in
een afgefchoten vertrek : ftaen on-
der gehoorzaemheid der wettelij-
ke vrouwen , en haer in eenige
voorvallen , gelijk dienareflien, ten
dienfte.

De kinderen bewijzen haer 4e ge-
hoorzaemheid en plicht niet, die
d\'andere aen d\'andererecht-gehuw-
de vrouwen doen , nochte noemen
haer noit met den naem van moe-
ders.

Óver liaer dood zijn ook de kin-
deren , uit haer geboren, fchoon d\'ee-
nighfte, niet gehouden drie jaer rou
te dragen» noch uit d\'onderzoekin-
gen der geleertheid blijven, nochte
hun amptenbeftieringe te verlaten;
gelijkze gewoon zijn te doen over
de dood van hunnen vader : desge-
lijx over de dood van de wettige vrou-
we , niettegenftaende zy hunne moe-
der niet is.

By affterven des mans zijn de
wettige vrou en kinderen, zoo wel
zijn eigen, als die van het ander bet,
Meefters van den huize : desge-
lijx by affterven van de wettige
vrou , blijft de boehn daer altijds
met haere kinderen, zoo zy kinde-
ren heeft.

Men vind\'er, die gene boelinnen
nemen, dan om eenen zoon te heb-
ben , en , zoo dra dees geboren is,
dezelve, by aldien de wettige vrou
haer niet langer lijden wil, ten huize
uit zetten, of haer met eenen ander
uithyliken. Het kint, welk geboren
is, erkent geen andere moeder, dan
d\'eigen en wettige vrou van zijnen
vader.

Weduwen is geoorloft te hertrou-
wen,zoo zy genegen zijn: wel is waer
eerbare vrouwen ftilx gewonelijk niet
doen, fchoon jong van jaren, en kin-
Eee der-^

-ocr page 509-

Deyde Gezandfchap na \'t Kekenijk

ftaet. Vaii welke pênningen de va-
der zoo veel kiiijpt, als hy kan, tot
zijn eigen gewin.

Waer over die gefchreven heb-
ben, dat de Sinefen hunne vrouwen
kopen , niet ongegront voorftaen;
naerdien de mannen overeenkomen
en zich verdragen, om den prijs, met
denvader der dochter : die haer ook
niet geeft, voor het zilver by hem

ontfangen is.

Luiden van Staet zullen noit ver-
zuimen van het zilver en de bruit-
fchat te fpreken.

Maer de vader van de Bruit is ge-
houden al te doen wat hy kan , vol-
gens \'sLands gewoonte, en wetten,
en te geven huifraet van de deure (ge-
lijk men dacr zeit) tot acn het dak
van den huize, uitgezeid het bet. Al,
het een met het ander,niettegenftaen-
de alles in
Sina goe koop is, komt by
wijle op vijftigh kronen te ftaen.

Behalve dit geeft de vader twee of
vier jonge dochters, ten dienfte van
de dochter , en eenigh zilver wei-
nigh of veel, na zijn vermogen.
Maer noit word land of eenige vafte
goederen gegeven , \'ten zy devadet
van de dochter boven mate rijk is,
zeeriu»^ .......w, eenen tot fchoonzoon vanhogcn

kints been af, ja eer zy geboren zijn. Staetkrijgt, of zelf geen mannehjkeii
De belofte word troulijk nagekomen, oir heeft.

Na de verloving met bewilliging
der ouders gefchiet is, viriden plicht-
plegingen en heufcheden plaets.

Eerftelijk zend aenftonds de Brui-
degom aen de Bruit een gefchenk van
fpijze , wijn en fruit. Ten tweede
word de
trou-dagh , door raet van

dien einde afgefchikt, gaen tw^

twee. aeliik in eencn omga^

ten

en twee, gelijk in

eeni-

fchoon de vader voor den tijdt komt
aflijvigh te worden , of een der ver-
loofden door tegenfpoetin \'t voet-
zant en uit zijne middelen raekt ;
\'t en zy beide parthyen gezint zijn het
verbont niet te houden.

In gevalle de zoon niet wil, uit ------------- o - ^

eenig inzicht,\'s vaders wil nakomen, fterrekijkcrs,uitgekoren en beraet \'
hv kan door den gerechte daer toe ge- ; met grote plechtelijkheden. Ten^
dingen worden. i ^^ word de naem des dochters ^

VoSr\'s vaders doot word van de|vraecht. Ten vierde moet dc Brm

bruitfchat of huwelijx-goed niet ge- gom aen de Bruit, juwelen, oou
fproken, zoo wel van zonen , als gers en edele gefteenten toe

dochters. .. rl? Bruit

Onder perfonen van lagen ftaet, is Eenen dagh te vore , eer ae

de eewoonte niet de vrouwen juifte- ten huize van den Bru^f^S^^u^on

lijk\\e kopen , gelijk eenige hebben ; bragt is worden derwacrd oplc ^^

willen zeggen; maer alleenlijk een ; hebten dagh , cn voor

merkelijke fomme zilvers aen den ; gen , haer huisraet uit na

vader van de dochter uit te\'reiken, huis^overgebraght.^ „eentwee

in vergelding van een rok en eenige â€¢ ^ r .

andere hooft-cicraedjen, na zijnen

M

derloos : maer houdeil haer in het
huis van haereji fchoonvader ; waer
door zy meerder geachtzijn.

ïn wettelijke huwelijken word ge-
menelijk gelet op de gelijkheid van
aert of gelegentheid, ftaet en perfo-
nen ;
maer in andere flechts acht ge-
geven op de natuurlijke volmaekthe-
den der dochter.

Niemant mag,uitkragt der wetten,
aen bloetvrienden des vaders trou-
wen , in wat trap het ook zy, nocht
met een perfone vart een zelven
naem; maer wel met de bloetvrien-
den der moeder, fchoon ookde nae-
fte. Een jonge dochter trout zeer zel-
den met een wedunaer; welk zy noe-
men het bedde en huis-vermaken.

NcKt fluitmen een huwelik,Zonder
bcmiddelaet of koppelaer, hoe gro-
te vrienden het ook zijn. Ten dien
einde word een,onder een groot getal
van mannen en vrouwen, uitgeko-
ren, die geen andere hantering heb-
ben. ^ .

De Bruidegom ziet zijne Bruit
niet, dan aen de deure, onder het in-
gaen , om haer ten wijve f ontfan-
geü.

De vaders verloven de kinderen
:^eerjong ten huwelijk, veeltijds van

liip

-ocr page 510-

eenige dragen tafels , andere kof-1
fers : die gordijnen : deze ledekan- |
ten.
 j

Des volgenden daeghs , gelijk de >
gewoonte in zommige Landtfchap-
penis , gaet de nieu-getroude man
rnet vader cn naefte vrienden te
paert de nieu-getroude vrou zoe-
ken , die zy in een draegh - zetel
met prachtigen toe-ftel huiswaerd j
Voeren. j,

ïn andere Landfchappen, meer na i
\'t zuide gelegen, zend de man tegen (
den avond zijne vrou te zoeken in ;
een draegh-zetel, ten dien einde al- I
leenlijk gemaekt, en rijkelijk geftof- i
feert, die van buiten gefloten en ge-
j
opent v/ord. Achter aen volght, tot j
geleide, een grote nafleep van men- j
Ichen , met toortfen en lantacr-
j
nen. j

Na de moeder haere dochter de |
laefte dienften bewezen, en het lae- 1
fte fchei-woord gegeven heeft, word |
zy ten draegh-zetel in gefloten, cn i
de fleuLci voor af gezonden, aen de s
moeder van den man. In het voort- |
trekken hebben de bloed - vrienden :
den voortocht, en de kleine dienft-, i
maeghden, haer door den vader me- |
de gegeven , gaen ter zijde van de S

^eeftJres. I

Wanneermen gekomen is ten hui
van den man , opent haer moe-
der den draegh-zetel, doethaer doch-
ter uitgaen, en geeftze in handen
Van haeren man over.
. Dan vertrekken de nieu-gehoude
beide in een Afgoden kapel, daer de
oeekeniflTen hunner voorouderen in

ftaen.

^^a vier werf kniebuigingen , ge-
^^^^on in diergelijke phchtigheden te
gefchien , komen zy de zelffte eer-
3ewijzinge aen hun vaderen doen,
gezeten in een groote zale op ftoe-

Daer nae vertrekt de Bruidt met
naere fchoon - moeder , kamenier-
sters , en bemiddelaerftcrs des hu-
^vehx in het vrouwen timmer, daer
naer huis en dat van haeren Bruide-
gom is.

word de woon-
it-öevan de vrou gehouden: jamagh
geen menfch daer in
komen , al-
waert de fchoon-vader zelf, of een
der broeders. Zoo dat, wanneer
een vaeder zijnen zoon over ee-
nen misdaet wil ftraflèn, welk ook
gefchied , fchoon hy getroudt is,
hy veihgh cnvry is, zoo hyde ka-
mer van zijne vrou kan krijgen,
gemerkt de vader niet geoorloft is,
daer in tc gaen, nochte met zijn
zoons wijf te fpreken , \'t en zy o-
ver eenige byzondere voor-vallen.
Zulk een grote zorge word by hen
voor de eerbaerheid der vrouwen ge-
dragen.

Zelden is haer ook geoorloft uit
te gaen; \'t en zy uit hoogen noot-
doch zit dan in een draegh zetel ten
dien einde juift gemaekt, der wijze
opgefloten , daer de minfte fcheure
niet is, om haer te zien.

■ Wijders , tot tijd verdrijf cn ver-,
maek houden de vrouwen haer bezig
met jonge bontjes of vogeltjes en
diergelijke.

Een maend verleden , vertrekt de
Bruit eens weer naer huis : welk by
hen
QM.einim genoemt word , dat \'s
gezeid
wederkering ter rufte.

Al de broeders deilen gelijkelijk
de goederen des vaders , zoo wel
de jongflicn , als oudften en die
van de byzitten en wettige vrou-
wen ; want in dit ftuk komt alleen
de perfoon van hunnen vader in be-
trachting : maer wat de dochters be-
langt , die krijgen niet met allen, dan
\'t geen haer ten huwelijk is mee ge
geven.

Zoo de vader fterft, eer hy zij-
ne dochters uitgehylikt heeft, de
broeders zijn gehouden haer te
voorzorgen. Van gehjken zoo de va-
der van middelen ontbloot is , by
zijn leven, door het uithyhken zij-
ner kinderen , de broeders zijn ge-
houden haer te voeden en onder-
houden.

Men heeft evenwel eenige byzon-
dere huizen, gelijk die den tytel voe-
ren, daer van d\'oudfte erven , niet-
tegenftaendc zy andere broederen
hebben. Deze kinderen worden ge-
noemt
Quecun j Chu Hui, Heupe ,
Cheihei.

Eee z Met

Ir . ï

-ocr page 511-

Der de G étant fchap na\'t Keizerrijk

4-04

Met veelplechteüjkheén, 200 Tri- > tó allem met Je» «« aentafil:\'

werdende Huwelijken en

\' . , ö , . der ivetl\'-

noten noch in hunne kintsheiclzipt: doch

•f

Jlaen zeer nau ga , dat de Bruidegom
van de Bruit niet veel in jaren verfchilt.
Dit verloven
doen d ouders ter weder-
:ijde , zonder daer toe de bewilliging
ge vrou , die in tegenwoordigheid^ van
eenen van heide jlaen en niet Jitten mo-
gen. Haerer zonen noemen niet hunne
haermoeder; maer de voornaemjle vrou,
hunne moeder : en dragen alleen over

de zonen of dochters altijds toejlaen
Alle voorname perfonen trouwen met
voorname , en jiaen, in het verkiezen
van een wettelijke vrou , na gelijkheid
van gefacht. FVat belangt d andere hy-
zittenjie elk na zijn welgevallen bout je
fchoonfte gaen voor, en word in dit ftuk

op ade lijken gefacht noch of rijkdom ge-

zitn: want deze krijgtmen fchier voor

de waerde van hondert dukaten , endia-

wils noch veel minder. Gemene en arme
luiden kopen zich een vrou voor geit, en
verkopen die weer , alffe willen. Maer
de Keizer en \'s Keizers
krooft ,fien in
het huwelijken op de fchoonheiddes lig-
haems alleen, zonder aenfchou op ade-
lijken bloede. Maer ook vrouwen van
Staetfoektn deze huwelijken niet, eens-
deels om dat \'s Keizers vrouwen van
weinig vermogen zijn, en in het Paleis
opgefioten voor eeuwig uit d\' oogen van
haer vrienden gerukt worden-, eensdeels
ook om dat hy keure, door de Majeftraet
der Huwelixefaken, uit veelen weinige
tot \'s Keizere Huwelijk verheven wor-
den.

De Keizer heeft een eenige voorn^e
vrou , die alleen de wettige mag ge-
noemt worden : behalve defe trout de
Keizer en Erfwachter des Rijks negen
andere , een weinig geringer: en daer
en hoven noch fes en dertigandere, die
alk den tjtelvan Echtgenooten voeren,
By defe komen noch
andere hyzitten in

.!■ l

: Î,

f cht-genoten genoemt worden ; maer
flaen hem flechts in fijne lufl ten dienfle.
Die onder defe zonen haren , worden
voor d\' aengenaemfle gehouden : en al-
lermeeft de haermoeder van den eerflge-
hoornen, die in \'s vaders plaetfe treet.
Dit js niet alleen hy den Keizer en den

Keizerlijken geflachtegehrmkelijk;maer
ook hy al d andere door het ganfch Rijk.
De voornaemfle Echtgenoot voornoemt

I il\'

i:

j lil :

\'hoewel niet over hunne eigen haer-
m,oeder. By allen word feer zorgvul-
diglijkga geftagen , dat altoos niemant
een vrm trout , die met hem een fel-
ven toenaem heeft ; fchoon zy elkan-
dre in bloede niet heft aen: en word geen-
acht gegeven op de trappenvannamaeg\'
fchap of hloetverwantfchap , foo f echt s
de toenaem
ver fcheiden is. Ja gevende
vaders hunne zonen aen de hloetver-
wanten
van\'s moeders zijde , hoe na ook
Jy elkandre beftaen, ten wijve.

De Bruit brengt (^ene Bruitfchat met
haer : en fchoon Jy ten dage , als fy na
des Bruidegoms imis gevoert word, veel
huisraet met haer neemt, met zulk een
toeftel, dat gehele ftraten daer mede
hefagen worden, foo word nochtans al
dit huisraet op des Bruidegoms onkofte
befchaert, die eenige maenden te voore
haer een grote Jomme geltste fchenk toe-
zend.
Dus verre Trigaut.

Het huifraet beftaet gemenehjk m
ftoelen, banken, ledikanten en
zon-
ae-fchermen. Daerenboven moet de
bruid by den man brengen een paert
met een zadel entoom, vierdienft-
maegden en twee jongens.
De brui-
degom verzorgt ook
de keukenmat
allerlei fpijze, vereert de bruid ver-
fcheide zijde ftoftèn en
katoen-doek •
defgelijx een krans van
bloemen, met

By deJe komen nocf) andere Dyziuen m uti^w.j^ va» ^^

frooter getal, die Keizerrinnen noch een goude hair-naeld. Zy Ichei

^^ - ^ \'.......hem weder, ten teken van een onv^

brekelijke liefde, een koftelijk kleea

vangoudeofzijdeftoftb. Debruide-

gom geeft ook ^^^^^ 1 _
bruid hondert, en aen de moederj J

, CXI clt-u U^- , •

tig tail zilvers. Hieropgaetac d

loft aen: en vergaften elkandre eer^

in \'t huis van den bruidegom ëf^j\'l
acht dagen lang, en daer naten iiuiz

Anrhâr, altikls toejhen. \\ en ontjlaen fich , wanneer zy h^e^^

plicht fullen gaßaen,van hunne ampten.

van de bruid, dïie dagen. Debruilotc

fteepÊ

-ocr page 512-

^^eept groote onkoften mee,en word,
JJ^^t liet vertonen van fchoufpelen en
danfferyen, zonderling prachtigh en
[Qt verwondering van den vreemde-
b^gvolbragt,

^es anderen daegs, na de bruiloft,
\'ord de jonge vrou na haeren nieu-
wen man, met een groten ftoetvan
bloedverwanten en goede
pe^endea , zeer ftafelijk gebraght:

iZr T/\' opgerolde fpeel-

Icta, of,\'rgeenweii|£meeftinge-
bru,kis,meenfraeitoegedoftepala-
kyn ofdraeg-zetel. Vooraenenter
^ Jdenvan de fpeel-fchuit, gaet een
gote meenigte van zang enfnaren-

\' i^e^enfchingvandat
ren 1: "^^g verande-

baer^n ""^f g^^^^ige üefde

«aerenmanomhelfen. Eengroorge-
voelen hebben zyin dezekleinoodjé:
ja willen dat de vrou, zoo lang zy die
bevvaeren, noit van liefde tegens liae-
ren man zal veranderen.

Toen Sina door byzondere Konin- Trouwen
gen en Heeren by ftukken beheert
wierd, nam d\'een des anders dochter semed^.
ten wij ve, gelijk in S^irö/e gebruike-
lijk is. Maer zedert al deze ftaten een
eind namen, en quamen zakken in
den fchoot van een eenigen opper-
heerfcher , was dees benootzaekt
binnen \'s rijks (want noit heeft eenig
Keizer een vreemde vrouwe buiten
\'s rijks-wallen derven trouwen,) d\'een
of d\'ander dochter van zijnen onder-
daen te nemen.

Wel is waer , perzonen van ftaet
nier gaerne hare dochter aen den Kei-
zer uithuwen:want naerdien zy moet
bezocht,en verworpen worden, zoo
hem die niet behaegt, wil geen acht-
haer perzoon zijne dochter voor
d\'oogen der befchouwers ftelleii, en
in gevaer van verworpen teworden,
Eee ^ m

-ocr page 513-

Derde Gezandfchap na Keherrijk

na bezichtigt te zijn, inzonderheid |
op heimelijke plaetfen. |

De Keizer verbint zich noit, noch-1
te kan zich noit verbinden aen ee-
ne dochter van zijne blocd-vrien- \'

den. ,

Dies wegen zoektmen door het
gantfch Keizerijk eene dochter van
twalef
of veertien jaren , volmaekt
fchoon, goet van inborft, en genegen
tot allen deugden, vereifchelijk m ee-
ne Keizerin : op een felve wijze ge-
liikmen oulinx een
Sunamitin voor
David, Qn Efther sooiAffiveeres ging

opzoeken. , r t ,

Dit gefchied zonder aenlchou op
den üaet van perzonen: zulx dikwils
een. Kezerin een dochter van een

hancwerker is.

Wanneer dan een dochter nae
wenfch aevonden is, word zy in han-
den
vani wee ftaet-juffers, oude vrou-
wen, overgelevert, die alles tot haere

heinielijkeleden toe bezichtigen, en
naerftelijk opmerken, ofzy ook een
vlek aen\'c lichaem heeft :ja, zy doen
haer loopen tot zweten toe, om te
zien of defleifs reuk ook onaenge-
naem is. Wanneer deze vrouwen, na
al deze zorg en onderzoeking haer

onberifpeiijk vinden, word zy ten ho-
ve s-evoert, met een groot gevolg van
vrouwen cn mannen, enmettoebe-1
reidin" van een perzone , die van
nu ofaen den Keizer gehoort :aen ^
Wien zy in zijn paleis vertoont word. |
De Keizer , na de gewonelijke ;
plechtelijkheden , geeft haer den
Prins , zijnen zoon, ten wij ve, enis
dees de rechte Koningin.

Ia het Paleis geeftmen haer ee- j

ntge deiigtbare ftaet-juflers. , be-;

gaeft met wijsheit en kennis , ten
Lde haer in deucht t\'onderwij-j
zen, in alle heufcheid en ftijle van
den hove te ftichten , en zoo wel {
haer op te trekken , dat zy den |
naem van Koninginne magh ver-
dienen , welke gewoonelijk
Chemu
is dat \'s, moeder des Keherrïjks, |
Zoo men van haer, volgens ge-j
tuygenis haerer hiftorien wft Ipre->
ken >dc Keizerinnen , dus opge-
voede , zijn geweeft vrouwen van
groote verdieni\\e,by na alle berm-

hertigh,en den armen genegen en
vele
onder haer kloek van verftanten

deug-delijk. , , i «

Zoodanigh was in \'er daed een
dochter van eenen metfelaer, welke,
aekomen tot de
waerdi^ieidt van
Keizcrinne,
altijds de troftelbewaer-

dc. Wanneer de prins haer zoon, een
weinigh tc vermeten cn opgeblazen
zich aenftelde, toonde zy hem de
troffel, daer haer vader zich m het he-
ft.rijken der muren van gedient aad:
en in dezer wijze
braght zy hem tot
zijnen plicht.

De bloedverwanten der dochter
worden aenftonds verheven tot ee-
re en ampten. Haer huis of ge-
flacht wordt gehouden voor rijk,
en voor een der voornaemfte. En
hoe de Keizerin meer binnen toe-
neemt , hoe deze meer buiten op-
komen.

Het huwelijk der andere zooncn
des Keizers gefchied op een zelve
vs/fjze , uitgezondert dat zulx een
voorhoede aen het opzoeken der
vrouwen niet aengewend word, ge-
lijk aen het opzoeken en vinden
van de gewonelijke Keizcrinne ten
hove. Maer de wijze van dochters
uit te huuwen , is zeer verfchei-

Men vergadert twalef jonge bor-
ften van zeventien of achtien jaren,
de luftigfte en braeffte die men vm-
den kan. Deze worden ten paleis in-
gevoert, opeen
plaets, daer deprm-
ces haer zien kan , zonder gezicfl
te worden . Na zy defelve
wel be-
fchouwt heeft , merkt fy twee daer

van uit; om aen den Keizer te verto-
nen , die eenen van dezen twee tc
fchoon-zoonuit-kieft. ,

Wanneer Keizer r^7w/i^,grootvaü^^
van Keizer
Theumchim , die ontr
des jaers veertig hcerfchte,in

kehandehngofzake, eenen van de^
twee jongeUngen wel gekleet zag .
en den ander luftigh ; maer arm^
vroegh dien waerom ^
wel in m kleding uitgeftrcKe^
als zijn metgezel.
O Kehef •
de deze jongehngh
d armoede mijns vaders laet ^ \'
een anderen ßaet te

il

ii.

tn

r. ?

-ocr page 514-

Waer op^de Keizer : ik wil ii dan,
om dat gy arm zijt, tot mijnen fchoon-
zoon aengenomen hehhen,

d\'Andere jongelingen worden weer
te ruch gezonden, die worden alleen-
lijk hierom adel, wijl zy tot het lot
van deze verkiezing toegelaten zijn.

Men geeft aenftonts aen \'sKeizers
fchoon zonen,
ïummaïn dt land-tale
genoemt, twee der Heftigfte Manda-
rijns van\'t hof, in ftaet van leermee-
fters, om hen in letteren, goede ze-
den en hooffche ftreken t\'onderwij-
Zen. Ter t^dtoe de vrou kinderen
krijgt , isde\'man gehouden aen haer
alle daegs vier eerbiedeniften met ge-
bogen knien te doen. Maer zoo dra
2y verloft is , houd deze verbintenis
op: hoewel\'ér géduurignoch genoeg
andere verpliehtingeh zijn: waer over
luiden
van ftäet , \'sKeizers fchoon-
5:onen niet willen zijn. Te dezer oor-
sake is ook de gewonelijke maniere
van twalef te verkiezen afgéraekt.

Zoo de Keizer by namelijk zijn | Hy had te dien "einde een klein wa-
oog op zekeren perzoon van ftaet, of | gèntje, met bokken daer voor, diehy

op een leeraer van aenzien komt te
herpen, om dien tot zijnen fchoon-
^oon aen te nemen, dees ontfchul-
digt zich daer van grotelijx, gelijk by
^ijle gebeurt is , uit vreeze voor
hertzeer in zijn ganfch leven, zoo de
prinses in hem weerzin mogt krijgen.

Wat belangt de vrouwe des Kcï-
^ers, alleen eene is d\' echte vrou : die
^en tijtel van
Hoam heu voett, dat\'s
Keizerin, en word voor zoodanig er-
kent. Haer zetel ftaet achter dien van
den Keizer. d\'Andere zes, die na de-
zekomen, enden tijtel vanKoningin^

iet gaen en loopen, w^aer zy wilden.
In het vertrek , daer zy ingingen en
bleven ftaen , vervoegde zich ook
de Keizer.

Een ander, om de moeite niétte
nemen van in de palcifen der vrou-
wen te gaen,deed haer uitfchilderen:
op welker beelteniften dan zijn oogh
viel, die deed hy halen.
Dus verre
Semedo,

De Tarterfche Keizer, die hedeii
het Rijk van
Sina bezit, een Jonge-
ling van achtien Jaren, heeft twalef
Keizerinnen, tot ftjnen lief-dienft.

iian Sina efTatßüg.

407

nen hebben, zijii ook in grOtéadi^
ting. . ^

Behalvé deze heeft de Keizer noch
dertig mceftreften van eere en aen-
zien. d\'Andere vrouwen, die men
zeid te beloopen ten getale van drie
duizend , zijn jonge en fraeié doch-
ters, opgezocht ten dien einde uit al-
le hoeken des Keizerrijks. De Keizer
komt deze na zijn wel gevallen be-
zoeken, en voornamelijk dégoelijk-
fte in zijn oog.

Keizer Theum Chim was in dit ftuk
een kuifch man, zulx van hem een
zegen wierd
yu cum, dat \'s,hygaet
niet in dePaleifenofVrouwen-timmers.
Diergelijke meer andere heeftmeü
gehad : ten tegendele ook zeerbui-
tcn-fporige, als onderander, die,door
drift van zijn beft elijke begeerte, niet
konde zeggen, in welk paleis, of in
welk vertrek hy wilde gedragen zijn;
maer liet zich in zijn wankelbacrheid
geleiden, en regeeren door beeften.

L de Sinefe boeken, die van
de Seden handelen, zijn ner-
g gens op uit, dan in het op-
Wekken der zonen rot ge-
öietiftigheid tegen d\'ouders, en eer-
^edigheid tegen de voor-ouderen:
Maer m geen ding zijn de zonen
öienft-piichtigértegend\' ouders, dan
wanneet zy hen d\'uitvaerten of lijk-
piichtea doen , zoo wel in hét aen-
^reKken van rou-gewaet , als in de
dootbare en dootkifte van eén dier-
bare ftoffe toe teftellen.

In den toeftel der begravenis of
uitvaert, die veel meer een ftaetfié
magh genoemt woorden , munten de
Sinezen uit, ieder na zijn maght en
middelen , en dikwils boven hunne
magt.

Het rou gewaed der Sinefen is niet
zwart, maer wit. De zonen dragen
over de dood der ouders een zeèr

Lijl{-plicht of Lijk^ßdetße ^ en rou over dooden.

-ocr page 515-

grof hennipe rok , altoos d\'eerfte
maenden, die hen tot op de voeten
komt. Ook is de hoet of bonet en
fchoenen vry wanhebbelijk, en zeer
erbarmelijk om aen te zien.

Zy hebben ook een koorde ,of he-
ver een tou, om de lendenen gegort,
in maniere, als de Franciskaner Mon-
niken. De rou, uic kracht van een on-
verbrekelijke gewoonte, over vader
of moeder, duurt by de kinderen drie
jaren, tot vergelding (want deze re-
den wort daer van by hen in hunne
boeken gegeven,) en bewijs van dank-
" baerheid aen d\' ouders, die hen in
d\'eerfte driejaren opd\'armengedra-
gen, en met zulk een moeite opgc-
voet hebben

Derou-tijd van d\'andere bloet ver-
wanten is korter: hoewel ook ver-
fcheiden kort en lang, na dat d\'o ver.
leden hen na of verre in bloede be-
ftaet : want by eenigen eindigt de rou
binnen \'s jaers, by andere al binnen de
drie maenden rgelijk ook hier te lande.

De wet-phchtigetijt van rou ovec
de dood van eenen Keizer en wettige
Keizerin is ook
driejaren, by d\'on-

derdanen, zo verre\'s Rijks palen zicii
uitbreiden. Maer heden
\'s daegs, met
toelating des Keizers, welk by opent-
lijk gebod bekend gemaekt wort,
worden dagen voor maenden gere-
kent: en aldus doet het geheel Kijk i»
een eenige maent de droefenis, gevat
uit de dood des Keizers, metrou, g^\'

waetblijken. i-vhe-

De hjk-plichten en gebruikehj^i^
den der Sinefen ftaen in een g^^o
boek befchreven: weshalven,by o^ ^
lijden van eenen uit het gc^ /
d\'overgeblevenen, die het ftJ^ " „
ben ga te flaen , dit boek opflae»^
om delijk-ftaetfte, nahet voor-l^^^
der lijk-plichten, tedoen.
boek worden
niet alleen de rou ^^
ren , fchoenen, mutfen, ^^
al andere gebruikelijkheden voo^g
fchreven, maer
ftaen\'erook maig
! beek. -yYan-

-ocr page 516-

de zoon van den overleden , of de
naefte bloed-verwant al d\'andere
bloedver wanten en bekenden,by een
boekje, met een rou-ftiji van pleehte-
lijke woorden , welk binnen dender-
den of vierden dag na het overlijden
gefchied. Als dan w^ord dedoodkift
gemaekt en het lijk daer in geleid:
öok de zael of kamer met wit laken
óf matten overfprcid en behangen:
in het midden des kamers een aïtaer
opgerecht, en daer op de kift en het
beeltenis des overleden geftelt.

In deze kamer komen binnen of
op gezette dagen ( die by de Gro-
t\'fen gewonelijk vier of vijf zijn) de
Jïiagen en al de andere vrienden, ook
^eifs mctrou gewaer aen, tezamen.

komen ook afzonderlijk, enreis
op reis, d\'een na den ander, alle uure
Van dea dag, en brengen op het altaer
ter eere des overledens reuk-werken,
^ntwee wafch-keerfen. Wanneer de-
2ein brand gefteken zijn, bewijzen
^ydendoode, methêt liGhaemvier-
te buigen, enviermaelte knie-
len , eerbiedigheit: doch leggen eerft
een wierook-vat met vuur, tegen
<^ver de dootkift,, en het ten toon g^
fteit beeltenis, een weinig wierooks.
ï^^idierwijle deze plechteiijkheden
gefchieden, ftaet een of meer zonen
^\'an den overleden ter zijde van de

in witrou-gewaed, enkermten

Weend ; hoewel zedelijk. Achter de
kift fchreid
en huilt al het vrouvolk
van
den huize wanhebbelijk enzon-

der maet : gekleed ook in rou-ge-
waed; maer achter een gordijn.

Ook is plechteiijk , en door de
Uiefters\' tot een gebruik gebraght,
papier op een zekere wijze gefatfoe-
"^erc , ja ook witte zijde ftoffe te
J^erbranden , welk gefchied tot eer-
hewijs van weldadigheid en eerbie-
«enis ; uit een inbeeidmg van daer
woor den overleden kleren te ver-
fchaffen.

Veeltijds bewaren ook de kinde-
ken de lijken der ouders tot drie of
^^er jaer binnen \'s huis in de kift, zon-

fr , ^^^^^ ^oor de reten

ot ipleten trekt, ter oorzake vanher

Ten dien tijde biedenzé alle daegs
aen hen fpijze en drank , nietanderSj
als ofze leefden. Dan zitten ook de
zonen niet op de gewonelijke ftoe-
len , maer hurken op een laeg voet-
bankje neer, overdekt met een wit
kleed. Zy ftapen ook geenzins op
bedden; maer óp matraft\'en van ftroo,
op de blote vloerjneffens de doodkift,
neergefpreid. Vleefch of eenige andre
toebereide fpijze t\'eeten, word voor
een gruwel,gehouden, Zy nuttigen
ook genen wijn , nochte gebruikenj
bad-ftoven, ja onthouden zich ook
van vrouwen Zy mogen ook op ge-
ne gaftmalen verfchijnen, nochte bin-
nen zekere maenden opentlijk uit-
gaen ; maer zitten dan in eeadracgh-
zetel, ook met roudoekbedekt. Veel
meer andere dingen worden gedaen,
te lang om te verhalen. Zoo ftips
evenwel onderhouden de Sinefen de-
ze ftrenge plechteiijkheden niet, öf
wijken noch altijd iets daer af: en des
te
meer, hoe zy nader aen het einde
van den driejarigen routijd komen.

Ten dage, als het lijk uitgedragen
word, komen de magen en vrienden,
genodigt by een ander boekje , we-
der te zamen , alle gekleed in v/it
rou-gewaed , om de lijk-ftaetfie te
helpen vieren. Deze gefchied in ma-
niere van den omgang der Rooms-
gezinden. Verfcheide beelteniffen
van mannen, vrouwen, elefanten, ti-
gers en leeuwen, alle van papier ge-
maekt ; maer met menigerlei kleure
afgemaelt en verguld, worden voor
aen gedragen, en daer na alle by het
grafverbrand.

De Priefters en die de heidenfe
gebeden opzeggen, volgen ook het
lijk op een lange ry. Deze doen ver-
fcheide plechteiijkheden op weg, en
fpelen op trommels ,fluiten, Cymba-
len,kloyes en andere fpeeltuigen.
Voor aen dragen
ook verfcheide lui-
den grote kopere wierook-vaten op
defchouders.

Eindelijk volgt de baer met het lijk,
opgetoit mergroteftaetfie ; wantzy
word onder een verwuifden hemel,
van hout zeer kunftigh gefneden eii
Iff ■ bê-

\' van Sma üf Taifing. 40^

■ Wanneet ^een man Van aenzien ! beftrijken met zekere gomme of lijm j
komt te fterven, zoo verwittight des
j die zyCi^ noemen.

M

i

-ocr page 517-

berde Gezantfchap na \'t Keizerrijk

4tö

behangen met fluweel, door veertig
en b}^ wijle vijftig man gedragen-
Achter de baer volgen de zonen te

voet: maer leunende op een ftokje.i menfchen daer tegen over. Daer

quanfuis als reeds door droefenis af- j worden ook grote en zeer prachtige

gej^^at I marmere lijk-ftenen opgerecht, en

Daer na volgen de vrouwen, geze-! daer op, in een braven ftijl, zeer net

ten in een draegbaer, met witte gor-1 de daden der voorouderen, aldaer be-

dijnen behangen : zoo dat zy niet graven,gefchreven.

kunnen gezien worden. Ook zitten Alle jaers , op zekere gezetten

dagh, komen de magen by dezegrat-
fteden te zamen : bewijzen aldaer
hun lijk-plichten , branden
reukwer-
ken, brengen giften en rechten een
hjk-mael aen , volgens \'s Lands ge-

d\'andere^vrouwen , die den overle-
den zoo na in bloede niet beftaen, in
rou-draegh-zetels

Wijders, al degraf-ftedenof kerk-
hoven leggen onder de Stadt.

Zoo gebeurt , dat de zonen , by woon te, al federt alle eeu wen her ge-

overlijden der ouders, van huis zijn, bruikelijk. , rr- .T-

de geheele lijk - ftaetfle of uitvaert j In dezer wijze heeft de Jefuit Nt-

word tot aen hunne wederkomfte op- Trigaut deze ftofle dmdelijk

gefchorc. Voorts wanneer een zoon } ontfouwen; doch zal ooklateri voi-
I vaders overlijden verwittigt is, dees ! gen, \'tgeen JJvares Semedo, Adria-
recht, zoo hy een man van middelen mis de las Cortes, en Adam Seal daer
is, ter zelffter plaetfe, daer hy zich over gefchreven hebben
dan bevind, zijnen vader ter eere een I n vele ftukken , volgens
Semedo,
lijk-mael aen, en ontfangt de rou- die het leven betreflln , komen de
klachten der vrienden : keert daer Sinefen met d\'Euro^r Filofofen o-
na met d\'eerfte gelegentheidt huis- vereen ; maer verfchillen zeer veel m

llet geen de doodaengaet. D\'Euro-
jers handelen weinigh of niet van de

waerts, en vernieuwt weder dezelve
plechtelijkheden, in orde , gelijk bo-

\'ven verhaelt ftaet. Ja is de zoon uit 1 lijk ftaetflen : deSinefen achten geen

kracht der wetten gehouden t\'huis te ding hoger, en zijn boven mate zorg\'
komen, niettegenftaende hy het
vuldigh, by hun leven, van daer over
hoogfte ampt van \'tRijk bekleed, ja orde
aen hunne kinderen na te laten -
fchoon dat van Racts-hooftman der , gelijk die alle dienftphchtigl^id en
Kechtbanken in
Peking, of ook dat gehoorzaemheid betotien in de zci-
van
Kolaos, de naefte perfoonenaen ve na hunne dood te volbrengen,
den Keizer, en den rou-tijd van drie Het
is eenalgemeine gewocntein
jaren t\' huis uit te houden , zonder | .S/«^, de doden niet nakend, choo»
hy eer tot zijn voorig ampt gelaten , het een lijk van een tweejarig kmdis,
word. Dan dit is aUeen van de rou in d\'aerde te leggen ; maer in eei
over d\'ouders te verftaen , en niet kifte, koftelijk oi flechts, na eeni
van d\' andere bloetverwanten. ders ftaet en magt. Waerom de n)

Voorts zijn de krijgs-overften of ken , niettegeftaende de Sinefen gi^^

Majeftraten , ook by overlijden der
ouders, dezer wet ontflagen.

righ van aert zijn, hier in de mate te
boven gaen , naerdienze na het

iders, uczerwccuimi-igcij. ------------ ,veten

Zoo iemantbuitenzijnVade^land jftelökfte hout zoeken, datzy wc

komt te ftcrven, wend de geen, dien ; te vinden.

de zorge van het lijk ga tc flaen toe-! Gelubden , gemerkt zy ^ui-
komt, alle vlijt aen, zonder onkoften ^ deren hebben, ontzien zich niet ^^^^
tc verfchonen, om het lijk na defl^elfs . zend kronen voor het hout va^ ^^^^
Vaderland te ruch te voeren, ten ein- i doodkifte te befteden : icn
de het in het graf der voorouders mag ; ne^a .oo \' js , en

gezetworden. ^ i w.^neer ae Kutc ë^ t, j-icicie-

Ieder huisgezin of geflacht heeft geftofl^ert van buiten mc^
een byzonder graf op den een of an-. raet van goud, zilver, icnuu ^^

Jll
li.

deren heuvel, in de voorfladt, met
grote graven van marmer, en ver-
fcheide beelteniflcn van dieren eü

-ocr page 518-

en beelden, doen 2y de zelve in huis
brengen ; dikwils tot hun zonderling
vermaek van de zelve in hunne ka-
mer te zien.

Gelijk ten tegendele n, die zich in
bunnen ouderdom zien,zonder kifte
gemaekt te h ebben, altijds treurig of
geemehjk zijn. Ook is \'t den kin-
deren een groote fchande , wanneer
de vader , reeds ftok - oudt gewor-
den , noch zijne kifte niet gemaekt
beeft.

Deze wijze van doen wordgewo-
nelij k door het ganfch Keizerrijk on-
derhouden : maer aengezien den
Sinefen hunne kerkelijke wetten van
d\'Indianen zijn toegekomen , zoo
bebbenze van daer ook eenige andere
dingen ontleent, cn alzoo dricderlei
flag van begravenis: tc weten m d\'aer-
de : in\'t water, en in tvurr Gelijk
de Japanders dit ook noch b) hun le-
ven doen : want zommige werpen
zich over hals over hooft van hoge
rotfen; andere fmijten zich meteen i
fteen aen den hals in ftromen: andere 1
brengen zich op een andere maniere j
oni \'t leven. Zulk een hert hebben de
I
Sinefen niet,dat zy zich noch heel le- j
Vendig begraven : maer arme luiden,!
^ie gene middelen hebben, om eene \'
kifte tc kopen , verbranden het lijk
en\'begraven d\'afl^che. In het Land-
fchap van
Suchuen worden de lijken
Verbrand cn d\'afl^che in dicht geflote
Vaten bewaert, die men op den gront
"er ftromen werpt.

De kiften zijn gemaekt van zw^are
en fterke planken: de reten beftreken
^-et Joden lijm, of gom,
Charan,oi
Oiaro
by de Portugelen, en byde Si-
nelenC/^enG^ genomt, tot beletfel

vandenquadenftank. \'

De begraef- plaets of lijk - ftede !
^eext een iegelijk voor zich en voor
I
^yne nakomelingen buiten de muu-

jen der Stade, dewijl men die niet
^ nncn dc Stadt magh hebben. Deze
Plaetfen zijn zeer dier.

Eenigen doen aldaer bequame hui-
^en bouwen , rontom bcmuurt, cn
^n binnen vol Cypres cn andere bo-

oir.l; ^^^ gronts. Ten

pziene van de hoedanigheid deraer-

^^ zijn deze plaetfen niet
altijds van grote waerde. Maer zoo
de duivel-jager de zelve gelukkigh
cn voórfpoedig, om daer op te bou-
vven, geoordeelthceft, zy worden
zeer dier verkocht ; hoewel dit ko-
pen niet gefchied, zonder raed dier
luiden.

In het begraven word by hen een
orde onderhouden , van het hooft
des geflachts aen het opper - eind te
zetten , en d\'andere hand aen hand
of zy aen zy , volgens hunne trap-
pen.

De graven zijn van fteen, zeer net
gehouwen , en de grafftëden boven
op gefto fleert met beeitenifl:èn van
dieren , als Herten , Elefanten , en
Leeuwen , gemaekt desgeiijx van
fteen , met prachtige graf - fchriften,
tot lof des overleden. Luiden van
groten Staet, inzonderheid gelub-
den , doen noch groter onkoften:
want zy doen prachtige Paleifen bou-
wen , en vertrekken onder d\' aerde,
gelijk kerkhoven: alwaer gevoeghe-
ijke kuilen of kelders zijn , om daer
in de kiften na hunne dood tè zet-
ten . Deze Paleifen dienen hen tor
luft of vermaek - plaetfen , of, wan-
neer het ganfch geflacht op der doo-
den dagh vergadert, om hunne ofler-
hande en plcchtelijkheden daer in te
doen.

Voord\'armen, die geen middelen
hebben, om byzondere plaetfen te
kopen , tot graf- fteden, is in ieder
Stadt een algcmeine plaets of kerk-
hof daer zy alle te hoop begraven
worden.

Wijders , zy trachten ook in de

graflieden hunner voorouderen be-
graven te zijn, fchoon noch zoo ver-
re van de plaetfe, daer zy geftorven
zijn. Gelijk gewonelijk den bevel-
hebbers overkomt , die, bezigh ter
beftiering in verfcheide Landfchap-
pen des Keizerrijks, buiten hun land
te fterven komen: van waer de bloed-
vrienden die doen brengen , om
hen de laefte eere te bewijzen. Niet
buiten alle reden , gemerkt\'
Jakoh
en Jozef de zelve zorge gehad heb-
ben.

De eerfte plechtelijkheid, welke in
het overlijden onderhouden w^ord is
Hf ^ dat

-ocr page 519-

Derde Qezandfchap na \\t Keizerrijk

wen achter de gordijnen aen te
fchreien. De rou-beklager nadert de
tafel en leid daer boven op een pa-
piere
beurs met eenigh geit daer
in, tot betaling van een gedeelte der
onkoften, en een weinig reuk-werk.
Na hy drie of vier eerbiedingen op
het tapijt, eensdeels te voet, eens-
deels teknien, gedaen heeft»
kcht-
ten de kinderen hem op, en ftellen
hem aen hunne hnke zijde, met be-
wijs van de zeiffte eerbiedenis aen
hem. Midlerwijle wenenze of gelaten
zich te wenen. Na al deze plechtighe-
den , neemt ieder weer
zijne plaetfe,
zonder een woord te fpreken.
Al de
vrienden, die daer komen, om de be-
zoeking te doen, worden ontfangen
dooreenen der verfte bloedverwan-
ten des overleden, met een klein rou-
gewaet aen, die hen in een ander ver-
trek geleid, daer hy hen doet ter zeet
ftellen, en Thee-drank ,
gedroogde
fruit en lekkernyen aenbied. Dan
niet veel eeten zy daer van ;
maer ne-
men flechts een weinig, en fteken dat
in hun netje , en begeven zich van
daer. Deze heufcheden zijn van zulk
een plicht, dat tegenwoordige vrien-
den zich niet derven daer niet laten
vinden : en afwezigen, indienze in
d\'eene of andere nabuurige Stadt hun
verblijf hebben, komen daer in per-
fone :
of, zoo zy te verre zijn, zen-
den eenen hunner huisgenoten, om
hunne ontfchuldiging te doen. Eï^
gelijk deze plichtplegingen van rou-
beklagingen
gewonelijk acht, of ü^
dagen duuren, zoo
hebben de verfte
afgelegen tijds genoech , om te ko-
men of iemant van hunnent
wegen r^
zenden. ^

Na het volbrengen van deze pUcnt-
pleging, is d\' oudfte zoon gehouden
de bezoeking
aen eenen iegelijk
ganfche Stadt tedoen,
die gekomen
zijn hem te bezoeken:

hoewel hy hen ■

flechts, tot vermindering van zip^

arbeid, aen de deuren vertoont, cla ^

hy de groetenis afleid , en laet e
briefje ganfch duidelijk uitgeft^eK^\'

en gaet verder. r • e^p

Daer na word van de begralenis ge^,

fprooken, zoo de beurs het
len. Zoo niet:
men bewaert de

dac de kranke , eer hy geftorven is,
op een matras na buiten in eene zale
gebragt word, om aldaer den geeft te
geven. Luiden evenwel van Staet
blijven leggen, en fterven op hun bed.
Wanneer een vader overlijdt, trekt
d\' oudfte der zoonen zijn hooft-hul-
fel en muts van\'t hooft, en komt met
hangenden haire voor \'tbed , haelt
met fcheuren en trekken de gordijnen
en ledekant ter yl af, enfpreid de
ftukken over het lijk. Daer na word
het lijk, (is\'teen
mans-perfoon, van
manvolk ; maer een
vrous-perfoon
vanvrouvolk) na \'s Lands gebruik af-
gewoften,en het afgewoften lijk in fijn

katoendoek,of,bymangelvankatoen,

in een Zijde kleed gewonden, en zijn
fraeifte gewaet aengetrokken: Ne-
vens
den dooden leidmen de merken
van zijn ampt en trap van geleertheid,
die hy in zijn leven bezat. Het lijk,
in
dezer wijze uitgeftreken , leidmen
in de kifte, die in een zale, met zwart
behangen, gefteld word. Hetbeeke-
nis des overleden, na\'t Ie ven getrof-
fen, en zijn merken
en livreien wor-
den aen het hoofden-eind det kifte
geftelt: aenhetvoecen^eind een tafel
met een
tapijt daer voore , en gor-
dijnen , daer de vrouwen achter ver-
borgen zitten.\' Kinderen en neven
zitten ter
weder zijde op kaf zeer be-
drukt. Aen d\'eerfte galderydie den
ingang van de zale fluit, ftaen trom-
petters aen beide zijden : en twee
tamboeren aen de grote poorte des
Paleis, na de zijde des Hofs. Aen de
ftraet hangt een groote bundel van
flukken papiers aen een ftok, tot op
d\' aerde , ten teken van d\' aengeno-
men rou, en
aenvang van bezoekin-
gen te geven. Daer na doen de kin-
deren van den overleden hunnen
bloed-vrienden en andere door een
briefje, met woorden vol nederigheid
en medelijden , hun verhes bekent
maken. Dan begintmen de bezoe-
kingen in dezer wijze te doen. Die
de zelve doet, gaet in het eerfte Hof
en neemt
rou-gewaet aen. Daer op
geeft de tromflager een teken en de
trompetters blazen, wanneer hy door
het lager Hof gekomen is. Zoo dra
hy in de zale komt, vangen de vrou-

If ,

ii i

•il i

Air:

li

-ocr page 520-

rtiet het üjk in huis tot d\'eerfte gele-
gentheit , die by wijle in een ganfch
jaer niet voorkomt. Te dien einde
worden de vrienden door een
Thie of
hriefje verwittigt, die, na vergadert te
2^ijn, aenftonts op d\'eerfte plaetfe ko-
men. Voor uit worden gedragen grote
heelteniften van menfchen, paerden,
olifanten , leeuwen, tigers, en ande-
re gedierten , gemaekt van papier,
en verrijkt met gout. Daer na vol-
gen andere beelden , te weten, van
Wagens, triomf-bogen, pyramiden,
en diergelijke dingen , geftofileert met
Verfcheiden werken van zijde en ro-
zen van een zelffte ftoftè.

Al déze toerufting wort verbrant.
Wanneer men de kifte in d\'aerde zet,
indien het een perzoon van ftaet is.
Anders wacht men zich wel een zul-
ken verquifting rot vermaek te doen.
Deze beelden worden gevolght van
een grote meenighte van menfchen,
gekomen uit nieusgierigheid om de- ;
zen lijk-toeftel te zien. Daer na vol-
j
gen de vrienden in rou-gewaet: ver-1
Volgens de
Bonzen, al zingende hun-
gebeden, en ijselende op gom-
^i^en. Daerna komt een tweede flagh
Van
Bonzen,^it hun baert en hair laten
Waflen, en in vaften en gemeinfchap
^even, handelende veelerlei flagh van
^peel-tuigen. Noch komter een an-
der rang van Bonzen,die een leere vol-
g^"» ganfch verfcheiden van d\'ande-
en het hair fcheren. Na hen gaen
de bekenfte vrienden, en kort daer
op de Moet vrienden. De laetfte zijn
en neven des overleden,
gcK^eetin zeertreurigh rou-gewaet :
bloots voets, hangends hoofds, en
met zekere ftokken in dehanden van
twee voet lang.

A g^^^^^chap gaet voor de

Qoodkifte, die onover gedekt gedra-
gen wort, (indien van koftelijkhout
is, of verguit en vernift met hun
Gha-
op zeker groot gevaerte, door
Qertigh, veertigh of vijftig man; want
fles te heerlijker is deze flaetfle, hoe
^^et getal der dragers groter is.
Achter de kifte volgen de vrouwen
weenende in haere draeg-ftoelen

en overdekt met
i^ou-kleden, op de zelffte wijze, ge-
lijk zy haere bloetvrienden en magen
verzelfchappen. Wanneer zy ter be-
graef-plaets gekomen zijn, doeüze
verfcheiden plechtigheden ,cer de ki-
fte in d\'aerde gezet word. Een onder
ander, niet de ftechfte, is een koftelijk
maeltijd, voor het ganfch gezelfchap,
daer toe een groot cn prachtig huis
van noden is. Na dat een iegelijk
t\'huiswaert vertrokken is, houd hy
den rou-tijt, en de gewonelijke plech-
tigheden , welke haer in dezer wijze
hebben.

De eerfte en gemeenfte is, zieh te
kleden in grof en fwaer rou-gewaet,
welk wit is niet alleen in
Sina, maer
ook in
)apan, Korea en in vele andere
Gebuur-rijken : hoewel, mijns be-
dunkens , deze kleure niet van den
beginne af tot dit gebruik verkoren
is; maer doorgewoonte ingevoert en
aengenomen, zonder zy daer van re-
den kunnen geven :aengcfien de Sine-
fen anders wel weten, dat wit een der
vrolijkfte kleure is, gelijk ze dat op
fekere tijden genoech doen blijken.
Om dan mijn gevoelen , daer over
t\'uiten, zoo heeftmen te weten, dat
de Sinefen hunne ftoflèn van katoen,
zijde en hennip maken. Zijde en ka-
toen is veel te fijnen te licht tot gro-
ve ftoffen. Derhalve kunnen zy fich
niet beter, tot rou-gewaet, dan van
heïinip dienen: want gelijk de zelve
uit de natuur, zondergeverft tc zijn,
van een onaengename kleure is, zoo
hebbenze daer toe ook die verkoren.

En gelijk anders hennip-doek uit
de natuur wit is, zoo is geloofelijk
dat uit dien gevolg wit eigentlijk tot
rou-kleur aengenomen is. Drie volle
jaren duurt deze rou: geduurende de
welke, dc kinderen noit op andere
ftoelen zitten , dan op een kleinen
bank,overdekt met rou. Zy doen noit
maeltijd aen de tafel, ftapen op geen
bedftcden; maer met bet op de vloer.
Zy onthouden zich van wijn en
vlecfch, dienen zich niet van badfto-
ven,komen op gene maeltijden;noch-
te noit uit,dan in eene draeg-zetel,die
rontom beftoten en met rou over-
trokken is. Dat meer is, zy beken-
nen, zoo zy zeggen, noit in aldien
tijdt hunne vrouwen, nochte vvorden

j i ■ 1

1

fff 3

m

-ocr page 521-

in algemeine onderzoekingen noch
in \'s rijks bedieningen aengenomen.
En zoo zy eenig ampt hebben , zy
zijn met de dood van hun vader of
moeder, fchoon het van een Onder-
koning of
Kolao was , gehouden dat
te verlaten, om zich tót de plechte-
lijkheden derlijk-ftaetfien en rou te
beledigen t maer krijgen dat dacr na
weder , ja komen dikwils tot hoger
ampt.
Zoo heilig word deze tijd ge-
houden, datmcn\'gene uitdeiUnge ont-
fangt , zelfs voor krijgs-hopmannen

niet. , j

Voor eenige jaren is \'t gebeurt, dat
zeker Bevelhebber uit het Landfchap
van
Kanton, die begeriger was om een
bediening te hebben , dan den tijdt
van zijne rou uit te houden, zijne re-
kening zoodanig maekte, dat de tijd

van zijnereizeten Hoye,voor een ge-
deelte van dien van zijne rou zou zijn,
die hem ontbrak om de driejaren vol
te maken.Maer wanneer dees ten Ho-
ve quam, met voornemen om in zijn

I:

i: V

ampt weer te treden , wierd hy weer
te ruch na zijn huis gezonden, om
den overigen rou-tijdtuit te houden,
eer hy zich zou mogeii vertonen.
Het getal van drie jaren word ftips

onderhouden, in erkentenis van dat
zy de drie eerfte jaren van hunne
kintsheid meer waeren op d\'armen
hunner vaderen, dan op hunne voe-
ten. Waer uit komt, dat zy
niet m
hun huis, tot een teken van eerbiede^

nis, van d\'orde mogen veranderen,"

welke hunne vader onderhield.
De rou der vrouwen is niet rnee

dan een jaer: die van de bloedvrie -

den drie maenden : die van devrie -
den, drie dagen.
En gelijk deze VQO^
vallen dikwils voorkomen, zoo zij
\'er zeer weinig , of hebben de jo
rokken al gereet.
Dus \'verre Se^\'

Zoo de Jefuit Adrianus de las Corm^
in zijne Schriften gedenkt,is het ^^^
gewaet over vader of
moeder a
De gemene rou rok , die gj

mannen als vrouwen dragen, ^^

-ocr page 522-

wijd, van grove witte hennip, uitgera-
felt en met veel lappen bezet,

ïn de hand hebben de zonen een
\'riet, daer op zy leunen, wanneer de
vader dood is ; maer over de doodt
van de moeder een ftok of ftronk van
hout.

Op\'t hooft hebben de mannen een
honet van grove hénnip,daer een gro-
ve uitgerafelde doek voor het aen-
zicht by afhangt. De dochters dragen
op \'t hooft een kap of huif, ook ge-
maekt van grove hennip.

£en gordel van fpart of helm word
om den middel gedragen, die met het
een eind voor neer tot op d\'aerde
hangt.

De rou-tijd over vader of moeder
is drie jaren , in vergelding van drie
andere eerfte jaren, federt hunne ge-
boorte , in welke zy hen zogen en
op hunne armen droegen.

De rou-tijd over andere doden is
langer of korter, na de groter of min-
der maegfchap en verphchting , die
2yhebben. ■

Het rou gewaed over die geen va-
ger noch moeder
zijn , is ook van wit
hennip-doek ; hoewel zoo grof en yl
^net.
Ook zijn de mutfen of bonet-
ten, koufen cn fchoenen van een an-
^er fatfoen; doch mede uitgerafelt.

De vrienden des overleden gaen
ook niet met bedekten aenzichte, ge-
hjk de Zonen, noch met geen ftok-
ken in de handt : als breder de ne-
Vens gaende afbeeldingen uitwijzen,
by letteren en cijfer-getallen aenge-
wezen. ^

Kou-gev/aed over Vader of
Moeder.

A. Een gemeine zeer wijde rok, uitge-
rafelt en met veel lappen.
• ^^^rou-riet, tot eenleun-ßok, over
^ eenen vader.

^\'^^^ou-flokof knots van huf, over
eene moeder.

\' ^^^ ^^ts of honet van grove
^ennip, over vader of moeder.

- Een fiap of rou-hmf ^\'an éen zelve
noüp

F P

^^ rou-kaproen voor de vrouwen, o-
vader of moeder.

G. Een rou-gor del van helm of fpart i
over eenen vader.

H. Een rou-gordelvan helm, over eene
moeder.

Rou-gewaed over doden, geen va-
der noch moeder.

I.

Een rou-huifofkapvan wit tou.
Gemene rou-kouzen zeer uitgerafelt.
Een honet, in vorm van een mijten

van grove hennip.
Een gemeine rou-gor del.
Gemeine uitgerafelde
rou-fchoenen.

6. Een ruime rou rok, zeer uitgerafelti

7. Een gemeine voorfchoot zeer uitge-

rafelt.
j

Na het zieltogen en adem geven^
vliegt aenftonds de vader of zoon of
een der naefte magen, zonder kap of
rnuts, met hangenden haire, ten hui-
ze uit, langs de ftraten, met zich te
krabben tot bloedens toe, en te hui-
len en fchrceuwen.

Na de dood van een perfoon, \'t zy
vader of moeder, over welke de Sine-
fen rou dragen , onder andere gebruik
en plcchtelijkheden,die zy inzonder-
heid gebruiken in de begrafenis en
maniere van eere,die zy hen aendoen,
(een zeer brede en wijdlopige ftoffe)
hebben zy voor een gewoonte een
zekeren tijd nier op ftoelen te zitten,
nochte flapen op hoge bedden, noch
vleefch t\'eeten, noch wijn te drinken,
zich van hunne vrouwen t\'onthou-
den, noch luit te fpreken,noch uit den
huize te gaen, \'t en zy in draeg-zetels
met grof hnnen toegefloten, welk de
rou is, en diergelijke meer andere din-
gen , tot dat met der tijd de droefenis
overgaet. Uitgezeid de krijgs-bevel-
hebbers, zijn al d\'andere, fchoon de
hoogfte Ao/jw,verplicht over de dood
van hunne vader of moeder hun ampt
drie volle jaren te verlaten , en den
overleden te betreuren en neffens
d\'andere de
rou-plechtelijkhedente
vervullen: zonder hier eenige uitzon-
dcringe is.
Dusverre de Us Cortes.

In dezer wijze doen de Sinefen ge-
wonelijk de lijk-ftaetfie en begravenis
hunner doden : maer op een andere
de Tarters , die heden het Rijk van
Sina bezitten. De Jefuit Adam Schal
V \' ftelt

-ocr page 523-

De Sinefen zijn wonder zorgvuldig
by hunieven> in\'t verkiezen van een
plaets tot een graf, en aenwijzen ot
meren van een erf of grond, bequaem
en gevoeglijk ter begraef-plaets: heb-
ben zy dien op hun eigen bodem niet,
zy kopen die elders voor veel gelds.
zoo ftechts de voorouderen in kitten Defe plaets, zoo
veel des doen^

vanhetalleronverderflijkftehout,in moetdroogz^n: machvanac^

,onder-aerdfche graf-kelders, een on- geen put noch ~

bereekeiiike reex van jaeren kunnen van vooren eenen ftroom oi heeren
overb» baet des nazaets. j weg : defgelijks geen
tempel noch
Waer ovlr de rijkfte Sinefen dikwils (toren; maer
moet effen en viak zijn,
• r! . irrri- en voor niet lager dan achter.

De plaets, ter begrafenis uitgcko-
ren, word omringt met een opgewor-
pen halve mane van aerde, of halve
maens gewijze dijk, die in \'t midden
Hik onverderlielijk Hout, 01e zy van hogerrijft,en
allengs na voren fchuios
tweehonderd mijlen,en verder,doen I neerfchict , hoewelniet elien en ge-
ontbieden , tot kiften na hun dood, lijk , maer dacld gelijk met kieme
om dier in, Peiijkzy willen, eeuwig heuveltjes neerwaerds. ïn het voor-
tefchuiien Het zeiffte beveiligt ook | fte of opper fte gedeelte delesdijks,be-
de Tefuiet
Martijn. ] graven de Sinefen den oudften, en tef
Eet word z\'^nd dees hy hen voor \\ weder-zijden neerwaerd de zonen,
M van\\rote-Mzaltg]Kid ge-1 en neven vervolgens: met door mal-
heh, Lrzmedood,een kandre, maerieder onder een byzon-

Ztkilie van het hefie en zwaerfte hout deren opgeworpen heuvel doch het

doet maken. Een eenige kifie komt dik-
wils op twee duizent kronen en meerder
tefiden. Wantzy doen uit verre gelege
aewe/ien de fierkjle, zeer fraeie en onver-
gan\'rkeliike planken komen. Dies is ge-
te Stadt y of men vint \'er dootkifien te
koop. Ja de meefle luiden kopen die veel
jaren
voor hunne doot voor veel gelts en
hewarenze hy zich in htm.

De bovenfte (dus vervolght Schal)
planken van de dood-kiftcn der Tar-
ters , fchieten langhs henen boven
fchuins toe , in vorm van een dak.
De «rantfche kifte felfs is van buiten
. gefdiildert: fonder by hen op de dik

te der planken veel gelet word : de-
wijl de kiften nergens toe diencn,dan
om het lijk voor een tijd daer 1 n uit te
dragen; want gekomen by de graf-
ftede, worden de kiften t\'effèns met
de lijken verbrand.

De dood-kifte der Sinefen zijn aen
het voeten eind fmalder , en aenhet

Derde Cezanrlfihap na \'t Keizerriik

41 d

ftek die vm beide in de volgende
woorden tentoon.

Beide Tartaren, zeid hy, cn Sine-
fen dragen byzondere zorge over het
begraven hunner dooden: want zy
beeiden zich in dat al het geluk hun-
ner nakomelingen hier aen hanght,
zoo ilcchts de voorouderen in kiften

VVdtWt UVVL -------

drie en vijfhonderd, ja duifend kro-
nen in hun leyen aen kant leggen, om
te hefteden namaels aen hunne begra-
fenis. Ten dien einde vergaderen zy
■planken van Ceder en ander dierge-
lijk onverderffeiijk hout, diezy van

Htftn^ Sin.

m.f.

UCLWl» VT \' ,--------

hooft des geftachtsonder den hoog-
ften . In het midden worden opeen
fteenen tafel, eetwaren, reukwerk,en
andere Idingen geftelt, ter eere van
den overleden. .

W^ie onder het geftacht, tot hoogcr
trap van waerdigheid opgefteegen is,
ftelt zelf voor zich een eigen en by-
zondere graf ftede toe.
In deze wor-
den, fteene beelteniften van men-
fchen en dieren wederzijdelinks op-
gerecht, na eens ieders
waerdigheid,
rnagt en middelen. D\' overige ruin^^^
word met bomen, by na alle C yp^^
fen,bcplant,cn by wijle met een mu^r

omringt.

llllligL. ^

Een weinigh anders doen de 1 ar-
ters : want fchoon zy, wat de g^^f^^\'

nis en plaets belangt,een en de zein
^dingen vereifchen,als de SinefcnjZO^
houdenze evenwel defelve o^ren
het begraven niet : maer ot le

word afzonderlijk begraven, otjo &

,4« i^nden-

het voeten eind imaiaer, en atnuci _

hoofden eiad breeder en hooget: de lu.den acn de zijde det oud-"^

n n___mpr nf vi iden 1 ue sineien , aeliiK. ooiv""

luciJ a^-ii ut; Z-Ijus^ uci w.-

De Sinefen, gehjk ook ds i art

rechten eenen g^^af-fteen op ,
opfchrift, welk den ouderdom, amp ^

nooiaen cmwi^t^-—-------.. j

bovenfte plank plat,die met de zijden
overfteekt, om haer dikte te kunnen
fien; daer fonderling opgelet word.

-ocr page 524-

ofTaumg.

Na een weinigh gezeten te heb-
ben, worden de bezoekers tot aen de
deure of ftrate uitgeleid.

Nauhx is de tijdt der bezoekingen
geeindight, of de naefte vrienden ko-
men \'s anderen daeghs weder in het
treurbuis: van waer zy het lijk na de
graf-ftede, of ten minfte tot aen de
poorte der Stadtgeleiden.

Dan gaen de wezen van huis tot
huis , in rou-gewaet van grof hen-
nip-doek, en bewijzen op nieu, ge-
bun aenzicht tegen d\'aer-
de den bezoekers voor de deure,
zonder m huis te mogen komen, de
chuldigeeerbiedenis, voorden on-
langs bewezen dienft.

Op een ganfch andere wijze doen
de Tarters de lijk - ftaetfie : te we-
ten, ten zeifften dage, op den wcl-
I Ken iemant fterft , word de dode,
I oat hy gekift en binnen \'s huis
beweent is , uitgedragen , \'ren zy
dees een Koningje of Land-droft ge-
weeft is.

De vrienden geleiden hetlijk, die
zich daer na ter weder zijde op een
lange ry by den hout-ftapel voe-
gen, cn luitruchtigfchreien. Na het
fchreien, vertrekken de genen, die
net lijk gelei hebben gedaen, en leg-
den de huis-genoten vuur
onder den
>rant-ftapei, om alles, behoudends
ftechts de beenderen , tot affche te
verbranden. Het gebeente wort ten
derden dage verzamelt, en in een
porcelein-vatgeberght, om ter be-
grafenis te bewaren. Uit een zon-
derlingh waengeloof of zorge wbr-
den de lijken der genen, die aen de
kmder-pokjes geftorven zijn , hon-
dert gapfche dagen bewaert, eer zy
verbrar^\'t worden.

Een weinig groter eere word den
Koningkjes, \'t zy Tarters of Sinefen,
na hunne dood aengedaen. Wanc
zoo een Tarterfch Koningje door is,
worden de dienaers, na hetfchreien
van drie of vier mael ten huize, gelij-
ker kele, ter weder-zijde voor het hof

ten tone geftelt,met de merken zijner

waerdigheit en mogentheit in de han-
den: te weten^deze ftaen te pronk met
helmmetten; die metbonetten: deze
met gordelstd\'ander met draegbande:
^SS eeni\'

vmi Sina

en \'s Keizers weldaden behelfl. Dan
om voor re komen , dat de merkteke-
nen door den tijd niet uitgaen, ende
geheugeriis en t\'effens dc verdien-
"en des overledenen wegh-gelle-
word , zoo doen de Sinefen,
behalven den graf-fteen, een ander
Vierkante fteen , met het zelffte op-
^chrftc ^ tot berecht, wanneer d\'an-
der komt te vergaen, van het bedrijf
oes overleden aen de later nakome-
lingen, in d\'aerde of grond dergraf-
itede begraven. Wanneer dan iemant.
Wie hy ookzy, geftorven is, komen
aenftonds ai de vrienden en magen
rontom by het lijk te gader , en be-
weenen dat luids-keels, gefament-
njk. Dan word een hennippc zak
Volpapiere broden, verguld en ver-
zilvert, in fchijn van goude en zil-
vere broden , voor de deure uitge-
hangen. Edelluiden zenden aen de
yienden een ftuk wit, dun en zeer
doorfchijnenddoek, met een briefje,
tot bekentmaking des lijks. Deze
Verfchijnen op den gezerten en be-
zemden dag, en brengen reukwerk,
jvas-keerfen en geld met zich. Ten
"^ize ingetreden , gaen zy voor de
Jafel ftaen , welke tegen over de ki-
in het midden der zale geftdd
Wort,

Na het ontfteken van reukwer-
^^n op de tafel, treden zy een wei-
^^gh te ruch, en bewijzen acn het
^eeltenis des doden , afgemaeld aen
«et hoofden eind der kifte , met
te knielen, en \'t hooft tot

fe?.^

ens met groot gefchrei , eerbiede-

nis.

nis ko!^ ^^^ eerbiede-

d r/ tcZ r Â«f bloedvrien-

de k fteT,?/]^^"/ die aen de zijde

erhjkmidlerwijleknien\'buigingen
met Li? f g^^ijken

met den \'f? bedanken,

««feheXh. vrienden hen

-ocr page 525-

D\'.rdeGe-^mfchap na\'t Keherrijk ^

4\'5 , Nahetfchrcien,bereiden en Utliui

eeiiiTC met degens ; andere met bo- der plichtplegingen

°cn pijl kokers vL

jacht honden , cn andere met andere van ^ ^^^ offerhande , cn

■lli„gen, daer hy \'^^^Xt^ zeUn ^

om?ing cn vermaekt was : t eflens : ™ ^ jiflihen daer cn boven

de des overleden. n(

Hier en tuffchen word een btiJ ot
lof-rededesKeizerstevoorfcnj"^

ften des overleden ophaelt, en dien
met een zekeren fraeien tytel ver-
eert. DevoornaemfteRaetshecrvan

■T^^balemdendaVwordhetliik^e

5roevigentoon geven._Na henvolgj »e^^^og^^ ^^^^^^^^^^ ^^^^^^^^^^^

ÄT:=weer;ombyhec

graf te verbranden-

^ DesgelyK ftaen\'er kemels Pjach^ lot-rede des Nerz«...
tig uitgeftreken, en geladen met het, loi re de verdien-

,|en tot de jii^"J"^m ov rkden ophaelt. en dien

word. Onderde poorte ftaen trorn

mcl-flaaets en trompetters te fpel n

Ten beftemden dage word het hjk

* ____......Ja» rrmn.

uit

rn"tS Sf de\'rtigh «itgeleze

kemel dieren , met zijde tomen en
7adels aen den hals, beladen met ten-
ten en ander omflagh , ter begraef-

plaetfe te brengen. Daer na worden « ^ ^^^^^ j^huis-

Lidezomte-fchermen. nadeze^ tfj e„ èen papiere hoop, heuvels-
,efchilderde en vergulde waiers ■ na gen ^ ^ om-

Ie waiers , vendels , ftandf/fen^en aunpurper-verw.g

floers ,in den brand. Hier op worde"
koftelijke klederen, hoeden, iaerzen.
,
, _____j - vit^^n. draes

zadels.goudeenzilvere vaten,drae

zetel en bedde des overleden gewor

pen, om t\'eft^ens te verbranden,
iital tot aftche verbrand is,
word ai

het te zamen gelopen goud en züve

uitgenomen en in een papier bewon

den,eneindelijkweertenderden^

ge in\'t vuur gefmeten, nietbyvoeg|^^
t\' elkens van een nieuwe brand-ltoi .
totdatallesverflondenis.

De peerden, berooft van hunne

raedjeworden meteenzvyeep m r

gejaegt,dievoorhalfgeldbydeg^^«

aiiwaien, mogen gekocht worden ^

Na dit gedoen vertrekken de

noodigden, onder gelei van ^

Koningjes, tot bmten de P
welk hen bedankt: ten zy
leden zoodanig een ge^eej \' gu

men deze dienften van rechts w b

Dl\'^Tariers houden
noecht, met een eenige iiji^ ^^

met gebogen Knien dcuwa^w^-j-
luifteren. De voorgeleze bnef^^rd
in het vuur gefmeten en tot ailcne
verbrand. Na het buigen der hooi-
den van driemael na d\'aerde, ftaen-
ze alle zamen op, en vangen weef

QC VVtll^JLiJ , --------- -

andere veld-tekenen gedragen : be-
lieven goude en zilvere vaten. Em-
deiijk komen prachtigh toegedofte
peerden , en dienaers , beladen met
het dierbaerfte huisraet
: ten lefte de
draefT-zetels , die d\'Onder-konmg ge-
bruifce. De ganfche begrafenis-plaets

wordomringht met matten, in vorm
vaneenmuur.Binnen dit beftek ftaen
open tenten opgerecht, geftofteert
metrekbankenen dierbare klemood-
te
om te verbranden. Inhetmidden
ftaet een grote zael, gemaekt mede
van matten, om het lijk daer in te zet-
ten. Die in den omgang of ftaetfie de
laefte geweeft zijn, bevinden zich by
deze zael d\'eerfte. Achter hen blijven
ter weder-zijdeal d\'andere ftaen, ie-
df-r na zijne waerdigheid. Het over-
fchotdesbefteks, binnen deze muur

van matten, achter de zael, is voor de
vrouwen. Wanneerze alle,beide man-
nen en vrouwen, binnen deze paetie
eekomen
zijn,makenze,ftaende over-
eind , een tijd lang zamen een groot
gefchrei en deerlijk misbaer.

-ocr page 526-

te dóen , maer herhalen dezelve na !
Zeven, en weer na zeven andere da-
gen t\'elkens : tot dat alles door de
vlarhme verteert is, wat den overle-
den waert en dierbaer was.

Daer en boven zoo d\' overleden
een aengename byzit of gedienftige
hoveling heeft, die brengen zich zelfs
Om \'t leven : de byzit ,\'tzy met wil
of onwil ^ is gedwongen haer zelve
t^e verhangen, tot gezelfchap, trooft,
en vermaek, (gehjk deze woefte men-
fche voorgeven ) van den overleden,
in het ander leven. Schrandere herf-
fenen evenwel, hebben namaels, uit
een gruwel van deze wrede ofïèrhan-
de, den Keizer by verzoek-fchrift, dit
Wreed misbruik, uit kracht van een
ingevoerde wet, doen afbreken; def-
gelijx ook hec verquiften van on-
koften , en ydel verbranden van zoo
veel huifraed verbieden: hoewel niet
ganfchelijk degenegentheidby velen
Weg genomen is, die met hunne man-
nen en vrienden begeeren te ftervcn.

Des niettegenftaende heeft deze
gewoonte,door \'sKcizers verbod,t\'el-
kens vernietigt, grotelijx een krak ge-
^^tegen : en zijn, in plaets van koftelij-
^^e kleden,papiere ihgevoert,die door
toeftelling en befchildering van bui-
gen de ware verbeelden, ieder gewacr-
deert op een krone.

Na her volbrengen der ofierhande

gefchrei, ten twede en derde reize,
^^ het byzijn van alle, die
na de be-
graefplaets op nieu gezamentlijk zijn
^ocgefchotcn, word eindelijk tot een
grat ft cde een zeer fraeie zale of hof,
gelijk quanfuis vooreen ievendige,ge-
bout, en rontom met een muur om-
ringt. Aen de muren ftaen ter weder-
xijde verfcheide vertrekken ofgebou-
Wen, by na op de zelve wijze, als daer
de dooden by hun leven in de paleife
ȕ^ee vermaekt waren. In dezeftelt-
^nen de vertroutfte knechten.
. word degraf-ftedevan

licchef ftenen op een vierkanten heu-
vel opgerecht. Rondtom fteltmen
^ oorkuflens en draegzetels des over-
leden : aen de mure hangen ter we-
«^«^^ijde de gordel en zabel met den
«ï^aeg-band, en pijl-koker met pijl cn
^oog^. In deze zale worden een
ganfch jaer,alle daegs/pijZe ingebragt^
die men by den heuvel dert overleden
voorzet, als ofquanfuis dees daer zijn
middag of avondmael mee doen zou.
De brengers ftaen midlerwijze een
wijle aen de zijde, en fchreien zamen
deerlijk. Tarters vaii geringer ftand,
bouwen, door mangel van middelen,
geen zale by het graf: maer ftellen
Ilechts fpijze of
Thee naby den lijk-
heuvel, en gaen dan weer weg,zonder
langer te blijven: \'t en zy defen dienft
van eere den overleden buiten ge-
woonte bewijzen. De Sinefen, ten
tegendeele na de by-een-komftevaft
j vrienden en magen, gaen byna in
ï deze orde ten huize uit, na datzy te
j vooren degewoonelijke eerbiedenis
den overleden bewezen hebben.

Voor uit word aen eenlangeftan-
ge een rodezyde doek gedragen,daer
I op de tijtel van den naem, waerdig-
: heid en ouderdom des overleden met
j zilvere letteren afgemaeli ftaet. Daer
!na volgt een lange ry van kinderen,
I die allerlei bloemen van geklcurt pa-
pier op riet of bamboefen dragen:
j beneven beeltenilfen van menfchen^
I dieren, tuinen, gebouwen en andere
vermakelijkheden,gefchildert op pa-
pier, tot welluft der oogen-

Zoo d\'overleden in zijn leven be-
rucht over godsvrucht is geweeft,
worden afgoden beelden , koftelijk
uitgeftreken, voor uit gedragen.

Hier na volgt op een der baren het
beeltenis des overleden^: daer na de
Bonzen of heidenfche priefters, die op
bommen, 9ymbalen en andere fpeel-
tuigen luftig fpelen.

Dan komen guigelaers en toneel-
fpeelders te peert, in her zelffte ge-
waed, daer in fy defchoufpelen by heÉ
graf zullen vertoonen. Deze maken
midlerwijle den ganfchen wegh over
met kunft - vuuren groot geraes :
vhegen ook by ronde langwerpige
1»amboeirfi in de hoogte op, en ver-
tonen wonderlijke lijf gebaren inde
lucht. Andere ftaen op het peert met
de benen, naer om hoog , en \'t hooft
neerwaerds : andere loopen neffens
het peert, zoo fnel als het peert zelf
Al het welk gefchied, om de rou en
droefenis te matigen cn verzoeten.

Ggg 2 Dg

-ocr page 527-

Derde Gezandfchap

De wezen gaen nefïèns of recht
achter het lijk : leunen op ftokken,
en hebben d\' armen door dienaers on-
derfteunt , quanfuis of hen door de
grote der droefenis de kracluen be-
zweken.
De doot-bare , opgetoit
met koft elijke kleden van zij de, word
ten minfte door acht, veeltijds door
zeftien, zomtijds door tw\'ee en dertig
doot-dragers gedragen. Al hetvrou-
volk volgt in
draeg-zetels na de man-
nen , die in geleden te peert of te voet
voor aen trekken, en zich onder een
voegen.

Wanneer men tot de plaetfe der
begrafenis
1 gekomen is , fmijten de
genen, die de ftaetfte geleiden, alles
wat zy gedragen hebben , op een
hoop papier, en fteken \'er den brand
in :
vervoegen zich danby de tafels,

die geftelt zijn voor de lijkbare, en
opgedifcht met verfcheide vruchten
en^euk-werken, beneven een ont-
weidt en fchoongemaekt zwijn en
lam, geftelt aen weder zijde. Alhier
ontfteken twee of drie derwaerdig-
ften voor de ganfche fchare de reuk-
werken. Na deze te ruch geweken
zijn, bewijzen d\'omftaenders tege-
lijk met knielen en \'thooft na d\'aer-
de te buigen , eerbiedenis tot vier-
mael achter malkandre. Eindehjk wij-
kenzeter zijde , en neemt de geen
voor allen plaets, die gekomen is, om
het hertje of tafereel dés overleden te
tekenen: reeds te voore gemaekt tot
de brete ontrent van drie vingeren, en
lengte van een elle , en befchreven
met den naem en ftaet des overleden.
Eerft word dit teken gi,, welk Kei-
zer bediet, als onnodigh voor aen
geftelt ; waer over de geen , die de
zelve in deze lijk-plechtigheid teke-
nen zal, in deftig gewaed moet ge-
kleed zijn , en in het zeiffte, daer
mee iemant, na den ftaet der waer-
digheid , voor den Keizer zou moe-
ten verfchijnen.

Dees,geleid door tweeRaetsheeren
der plichtplegingen, bid eerft,met het

aenbieden om verlof der pencele, al

d\' omftaenders voor zich, met betui-
ging van zijne onwaerdigheid dezes
ampts. Eindelijk voeght hy boven op
het teken, gefchreven boven aen op
het bertje metzwert,
een root ftipje,
in dezer wijze : want dan ontftaet
uit het teken , welk Keizer bediet,
een
ander teken , welk Heere bete-
kent: zoo dat aldus,met den te voore
ondergefchreven naem des overle-
den,
een volkomen zin ontftaet: te
weten. De Heer iV N. Dit zeiffte bert-
je brengen de vrienden daer na met
het beeltenis des overleden naer huis,
omjaerlix daer in
de gedachtenis hun-
ner ouderen te vieren. Ja
verduurt
dit bertje, wanneer het beeltenis reeds
door ouderdom verfteten is , een lan-
ge reex van jaren. Zoo dra
d\'opfchry-
VIng volbragt is , gaet de voorzeide
loffchryver hen allen met vier knie
en hooftbuigingen, volgens gewoon-
te, voor. Wijders,cer de vrienden ver-
trekken, worden de gaften in een huis,
van matten opgerecht, of in den nae-
fte kapel , ter maeltijd ontfangen.
Aldaer word d\'
eerfte kroes den we-
zen , tot afwiilching der tranen, ge-
lijk zy zeggen, toegedronken. Zoo
hen gevalt, houden zy zich een wijle
tijds op met eeten, en het aenhoren
van fchou-fpelen. Na de wederkom-
fte t\'huis waerd , vergaderen eenige
TaufUS, of duivel-jagers, in het fterf-
huis,ten einde,dat,met het
befproeien
van zeker water, van dc boze geeften
te rein igen,en
die, gclijkzy willen, uit
te drijven, en den huize
rufte te be-
fcharen. De rou-kleeren zijn by de
Sinefen en Tarters niet een en de-
zelve ; hoewel beide in \'t
algemein
wit.

■ .H i

illiü

Jl^i

èi;

Ili;i ^ .

i

li i^i

i -\'V i"
1

. 1

!

t\'

Al de Tarters, zoo wel die van den
huize, als bloed-vrienden
trekken
in den rou tijd een lange rok van ^^^
laken aen, die hen tot op de voeten
hangt, en met een tou of
wrongc van
een felffte ftofle toegegort is:
dragen
de gewoonlijke leerfen , maer zoo
oud en verfleeten ,
alfte weten te
vinden : en de dagelijkfe hoet:
ont-
bloot
ftechts van de rode fijde pl"^\'
fen, tot eieraet daer op geftelt.

\'t Hair van de bacrt noch hooic
word hen in al dien tijd nietgefcxioo-
ren. Na verloop van een maent, imij^
ieder in een vuur,
aengeleid van pa-
pier en andere fnuilferycn, zijn gor^
del van tou, daer mede zy
achten

-ocr page 528-

U n

rou voldaen te zijn : en kleeden zich j
daer na weer volgens d\' oude ge-!
Woonte. Geburen en vrienden hou-!
den de rou flechts , met het aftrek- j
ken der zijdes pluifen uit demutzen,:
of behouden het fatfoen van den ge-
Wooniijken dracht, met veranderen
I
flechts van een beter floflè in een
flechter.

De Tarters bemoeien zich niet
met de duivel-jagers voornoemt, de
betemmers der geeflen, noch met
quade geefl:en.

De Tarterfche vrouwen of Tarta-
rinnen veranderen in den rout - tijd
het gewaet of cieraet des lichaems,
die gewoonlijkfwart, en zeer ftadig
is, in wit. Het hulfel des hoofts, dat
anders flechts met gevlochten hair be-
dekt leit, is een witte huive , gordels
gewijze zamen gevouwen, met by-
hangzelen , die liaer over de fchou-
deren zwieren. Ieder heeft een bam-
boes-riet in de hand, bewondcn met
wit papier, wanneer zy het lijk gaen
hefchrcien.

Het rou-gewaet der Sinefen veran-
dert by verloop van jaren. Het eerfte
jaer dragen zy , beide mannen cn
Vrouwen , over \'t ganfch lijf , daer
<^ok het hooft mede bewonden is,
een dik en grof kleer, vol gaten : met
J^uwe fchoenen van wit laken aen de
Voeten , en een tou of koorde om.
\'Üijf;

quanfuis, om de droeinis,over
Qe dood der ouders,door de verwaer-
^oflngh des lichaems te betuigen.
^P het tweede jaer is de kleedinge
van zeer dun doek, de hoer van ge-
woonlijk fatfoen, hoewel niet van
een zelve kleur; de fchoenen fraeier,
en de gordel van tou afgeleid.

Op het derde jaer mogenze klee-
Oinge van zijde dragen , en de hoed
Van geen ongelijker ftoflë,hocwel wit

Van kleur, of wel de gewoonlijke, die
gemeenlijk zwart plag te zijn.

Hier en tufl^chen,in defen gantfchen
onthouden zy zich Jchoon in de
pootfte wacrdigheidt gefteld , van
iiuo ampr, met bewilhgingh desKei-
^e-s zelfs, uit kracht van\'srijks wet-

dien tijde, in-
/-onuerheid m den beginne, bezocht
\\ orden, mogen niet regen over, of

\' li

neflên den befoeker, gelijk de andere,
aenzitten; maer zitten op een laegh
bankje. lo de eerfte maenden inzon-
derheid nuttigen zy niet alleenlijk
flechte fpijze, in de vaften gebruike-
lijk, met zich van vleefch, vifch, wijn,
melk en diergelijk t\'onthouden; maer
eeten ook gantfch onfmakelijke of
laflè fpijze, geenzins met zout of fpc-
cery en gekruid. Dan gelijk deroii-tijd
over vrou, broeders, zoonen, en an-
dere bloedverwanten korter is, hoe
ook het rou - gewaet en fpijze veel
beter is. Dc rou-tijd der zonen oyer
d\'oudcrs is driejaren: welken tijd ook
de vrou over dc dood van haren man
moet uithouden . De dood van den
I oudilen zoon,of deflelfs vrou,of oud-
fte fnacr, word by d\' ouders een jaer
betreurt: zoo lang is ook dc man
over de dood van zijn vrou in derou,
en d\'een broeder over den ander.
! Deze overgroote rouwe der kin-
Bißor. sin.
deren, over dc doodt van vader of
moeder, is, zoo de Jefuit Martijn ge-
\' tuigt, ai van Keizer
Xuns tijden af by
dc Sinefen onderhouden ; die zijnen
, voorzaed
Ta, gelijk een zoon zynen
vader, drie voile jaren by hei graf be-
treurde , zonder ooit daer van af te
I wijken: bevelende midlerwijle dc zor-
ge des Ryx aen zyne Landvoogden.
Want drie jaren tijds, vcrvolght de-
^ zelve Mar tij n , bctreurenze in dier
I wyzc \'s vaders dood, dat zy zich al-
i tijds binnen \'s huis houden, cn leggen
aenftonds alleRyx-ampien,zelfs dat
; van Majeftract af, welk zy toen be-
; dienden. Zy verandren ook dc plaets,
fpijze cn huisractin geringer , en zit-
I ten niet dan op een lagen bank. Zy
nuttigen geen en wijn noch toefpyzc,
en vernoegen zich alleen met moes-
kruiden. De kleding is zeer wanheb-
belijk , gemaekt van grof doek : def-
gelijk is ook hunne ftaep kamer onbe-
quamer. Zelf is ook de wijze en zwier
van fpreken anders, en op dc rou ge-
paft. Ook behouden zy dan hunnen
ouden naem niet, maer veranderen
dien in eenen ander,
en geven zich ge-
nen anderen, dan dien van een onge-
hoorzamcn en ondankbaren zoon ;
als die door gehoorzaemheid en be-
hoorlijke zorge het leven der ouders
Gg% 3 niet

-ocr page 529-

42a

„iet heefc können verlangen, maer ftapucht noeh kunftenatye mort
door vele beledingen hunne
dood , f brmken^antda^

heid is, word de zelve overvloedelijk
door de natuur uitgepcrft.
Dusverre
Martijn.

Met groten toeftel en gebaer ge-
fchiede de lijkphcht en ftaetfie van
Keizer
Zungte, vader destegenwoor-
digen.Des anderen daegs,d\'achfte van
d\'eerfte maen, na de dood des Kei-
zers, wierd deftelfs lijk ontrent ten
middage gekift. Naulix was een Tar-
ter te
Peking in\'s Rijks bediening te
vinden , die te gelijk met vrou en
dochteren niet derwaerd toefchoot.
Hier door hepen de voorhoven van
menfchen der wijze over , dat nau-
lix , hoe ruim zy waeren, doorko-
men aen was. D\' edelfte wierden in

\'t binnenfte voorhof>neven\'sKeizers
vertrek, ontfangen. Verfcheide ma-
len wierd de Keizer met een gefchrei
van allen te gelijk behuild, niet zon-
der houden van orde, een wonder 1 in
het geween te vervolgen en volher-
den. Na al de Tarters, onderfchei-
den ganfcheiijk in acht van€n,en inge-
laten twee en twee in de zale of ver-
trek des Keizers, geweenthadden,
Weeken zy weg, en wierden door an-
dcre , in plaets van hen , verpooft-
Zulx het gefchrei zonder vermoeing

aenhield; lopende en kerende defcha-

reuitde^aby gelegein de verregele-
ge zalen
over en weder. Midierwijie
ontbraken \'er geen,ja niet weinig, die
ganfche drie dagen groten honger mt-
geftaen hadden-; dewijl zy zelfs niet

derfden ter voorhoven uittreden,eti

de knechten niet toegelaten wierden
hen binnen lafenis toe te brengen-

De Jefuit ]ohan Adam Schal,ml f»^®\'
lijden met het volk, welk door hon^
ger en ongemak te vergaen
ftond, ba
de Beftierders, door een verzo^^^\'

fchrift, fpijze van\'srijks wege hen t

verfchaften, of gedogen , de f<^hare iw
huis te gaen. Men had\'er,
vrouwen , die uit zwakheid derlex ,
zulke ongemakken niet konden uit-
ftaen: men had\'er ftok oude mannen,

door ziekte afgemat, en ongewooi
zulk een langen laft te lijden.

Naulix was het verzoek fchnf^^van

Schal overgelevert. of de Beftierder^s,

i\'iti

verhaeftigE heeft. En word niet al-
leen het fpreken ; maer ook het pa-
pier en maniere van fchry ven veran-
dert : want dan fchrijftmen niet met
root, noch op papier met vermiljoen-
rood beftreken ; maer gebruikt m
plaets van deze, gele of blaeuwe kleu-
re. Witte kleding is geen teken van
vrolijkheid, gelijk in Europe ; maer
van droefenis. Ganfch wonderbaer is
deze Godsvrucht der kinderen tegen
d\'pverledenouderen;en vind men nau-
lix ergens volken, die hen daer in na
volgen: inzonderheid in dit ftuk: want
velpn , zelfs Majeftraets - perfonen,
wanneerze zien dat hunne ouders,
gekomen tot
eenen hogen ouder-
dom, hunne dienften zeer vannoden
hebben , verzoeken aen den Keizer
ontflagh van hun ampt , zonder by-
brengen van andere reden , dan om
hunnen ftok-ouden vaders , volgens
phcht, met alle hulpe byüanr te doen.
Daer in niet hchtelijk iemant byden
Keizer afgewezen word, dien,zoo be-
wuft is, dat onder deze Gods-vrucht
geen ftaetzucht fchuilt. Waerom nu
de rou drie jaeren duurt , daer van
word uit de Sineefche Filofy geen on-
gerijmde reden gegeven. Want bil-
lijkis, zeggenze, die in d\'eerfte drie
jaren huns levens, zich zelfs onmag-
tigh, de hefde der ouders henwaerd
genoten hebben, zoo veel tijds ook
na hunner dood, om de gelede moeje-
ii]kheden, aen klagen en treuren door
de zonen hefteed worde, als tot ver-
zoening der
moeiehjkheden,die d\'ou-
ders hebben uitgeftaen.

Geen wonder dan, dat by de Sine-
fen voor het grootfte ongeluk gehou-
den word, kinderloos te zijn: wijl hen

bewuft is, niemant te zullen hebben,

van wien zy in hunnen ouderdom
dienft, of na hunnen dood plechtelij
ke rou te verwachten hebben.

De reden van wit rou-gewaed, in
plaets wy zwart gebruiken, wordby
5e Sinefen deze gegeven : dewijl de
witte een natuurlijke verruwe is, daer

by naai d\'andere door kunft van ver-
ven ontftaen:waer door fy zeggen be-
tekent wort,datmen in droefenis geen

al

f

W ! \'

li:

r f-

1 \'

I

t^ifi
il lini

-ocr page 530-

!

-ocr page 531-

ftelt, en rijkelijk opgehoopt ïiiet zui-
ker - gerechten in zilvere fchotelen.
AI het welk te gelijk in \'t vuur gewor-
pen wierd, en verbrande, of quam aen
klompen te fm eken.

Den overigen tijd, gelijk in de vo-
rige dagen, op de welke men ter be-
wening eing, ftonden de ftads-die-
naers,land-droften, methet geen ten
Keizer behoord, in de handen: def-
gelijx de
peerden,tekenen, en vanen,
en andere dingen, ter zege-ftaetfte
dienende, opeen lange ry ter weder
zijde in den ingang despaieis,rontom
len toone, en trokken niet weg, dan
nahet uitgaen der Man darijns. Â»

Op den eerften van de tweede
maen, wierden de zeiffte geichrei en
plichtplegingen , in het by zi) n van de
Koninginne moeder zelve, des mor-
gen vroeg volbragt, en weder de ta-
fels, daer vier man aen ieder genoeg te
dragen had, beneven dek kleden en
gevvact in \'t vuur gefmetcn.

Den leflen dag quamenze by een.
om het lijk te geleiden : welk achter
het paleis in de zale van een na by ge-
legen heuvel,rijkvan herten, haezen
en reen, tot vermaek der Keizeren,
midlerwijle geftek wierd, ter tijd toe
de Keizerlijke graf-ftede op een ande-
re plaetfe toebereid wierd.

Eerftelijk was de weg, die na den
heuvel uit het paleis loopt, met gele
aerde gelijk en eftèn geplaveit, om het
opftuiven des ftofs te beletten,daer de
ftraten in Pf^wgzeer veel noot van
hebben. Derwaerd traden al de Gro-
ten, in wit rou-gewaed , en geleiden,
geplaetft ter wederzijde van den weg,
het lijk. Voor uit gingen negen OU
fanten, alle met torens op de ruggen:
veertig Kamelen, uitgeftreken met
rode dek kleden en teugels van gou-
de fchakels te zamen gevlochten,,
en Zabels, die by den hals neerhon-
gen. Deze droegen tenten en ander
luisraet. Daer na quamen geleid hon-
, derd paerden met tomen van geel flu-
! weel, zonder goud: de fperen even^
wel waeren verguld , gevolght van
tromftagers , trompetters en andere
1 metzang-fpeekuigen- ten getale van
honderd. Daer na wierden vijftigh
vergulde hamers gedragen: na deze

over

Ziende den raet voor goed in , lieten [
al het volk vertrekken, met befluit, \'
dat ai de Mandarijns, zelfs alleenlijk
de zeven volgende dagen, \'s morgens
Vroegh in het vertrek (terwijle aen
d\' eene zijde de
Bonzen en aen d\'ande-
re dermju, hunne afzweeringen op-
2^ongen) een halve uure zouden we-
nen. Daer
na zou een iegelijk na zij-
den raedkamer ter rufte keeren, en de
ingeftelde maendelyke vafting voor |
den Keizer onderhouden.

Den veertienden der eerfte nieuwe
maen, wierd den nieuwen Keizer, ge- j
naemt
Konchi, d\' eed van getrouheid j
gedaen. Ieder rek-bank wierd in
\'cbezonder, uit vreze van verhinde-
ring, door de menigte in\'tbinnenfte
Vertrek der zale geleid.

De hoofden van d\'eerfte en twee-
deorde klommen na de bovenfte za-
le. Aldaer, wanneerze voor het lijk
des overleden Keizers, te gelijk met
al d\'overigegeweenthadden, wierd
in hunner allen aenhooren de vorm
of ftijl van den eed voorgelezen. Na

het verbranden aldaer van den voor-
gelezen eed , bewezen zy alle, met
driemael gelijk te knielen, en drie i
^ael het hooftna d\'aerde te buigen,
den overleden eerbiedenis, roepende
hem tot getuigen des eedsaen.

Toen vertrokkenze van daer na
een afgoden
tempel, daer zy weder
den gedanen eedftaefden, en het aen-
gevangcn werk met gelijke phcht-
Piegingen volbragten.
^ Wanneer tenzevenften dage , na
s Keizers dood, de
heht-opgemaekte

daken van matten weg-genomen wa-
ren, ftelden d\'opper-lijk priefters zich
in d\'open voorhof ter zeet. Wanneer
de voornaemfte in de zale geroepen
waren , blijvende d\'overige voor de
deure ftaen, maekten zy een aenvang
des gefchrei.

Langer dan na gewoonte duur-
de dit gefchrei, door de bykomfte
der koninginne moeder , welke met
het vrouwen-timmer den voorgang
nam. Toen wierden uit de tente, op-
gerecht voor her lijk, metrecht-ban-
^en van binnen, ter zijde menigten
van gouden en zilvere vaten gebragt:
«eigeljjx tafelen , rontom \'t lijk ge-

-ocr page 532-

venpijienboge ; recht voor hengin
O gen twalef uitftekende jacht-honden.

Achter deze, voor\'s Keizers bare,
v/ierd door zeflien dragers de Kei-
zerlijke draeg-zetel getorfl:, daerhy
in zijn leven plag gevoert te worden,
. heerlijk verguit, en boven op den
kruin mer een goude kloot verciert.

De dragers waren in gewaet van ee-
nerhande kleure gekleed , namelijk
fafraen-geel, met goude rozen onder-
fcheiden. Na deze wierden zeer veel
goude en zilvere vaten gedragen.
Eindelijk volgde de Keizerlijke lijk-
bare, overdekt met goudlaken, welk
met hemels-blaeuwe wolken en ge-
flikte bloemen bezaeit was. Het lijk
wierd door twee en dertig dragers ge-
torfl , die alle in fafraen-geel gewaet,
verciert metgoude rozen,gekleet wa-
ren. Achter \'t lijk traden krijgsknech-
hten met pieken, en andere wapenen.
Na hen volgde de keizerinne moe-
der in een draeg-zetel, overtrokken
metpurpere zijde.Toen zeven draeg-
zetels, overtrokken met wit katoen-
doek : in ieder wierd een koningin, of
byzit des Keizers gedragen. Niet ver-
re na haer traden zeer vele grooten
te voet: daernaald\' opp(?rhoofden
by troepen, en de genen, die op den
weg mer gebogen knien^s Keizers lijk
ontfangen hadden, volgden te gelijk
zonder orde tot aen denlijk-heuvel,
te voore met een muur omringt; maer
wierd , door het flopen van de zelve
muur, in \'t kort ruim baen gemaekt.

D\'opperhoofden van den eerften
rang, traden in het voorhof der zale,
daer de dragers het lijk hadden neer-
gezet, en fchreiden aldaer ftaende,een

rontom her zelffle deden. Eindelijk
hief een der voornaemftekoningjes,

een goudekroes met wijn, driewerf
\' omhoog, waer op zy alle te gelijk de
hoofden na d\'aerdebogen. Hetko-
ningkje offerde, de kroes, fchuins ge-
houden , tot een offërhande. Voor
de lijk-bare ftonteentafel, beftrooit
met goude en zilvere bloemen, en
vol allerlei reuk-werken. Toen wierd

uitgefteld.

Het dient ook aengemerkt cn niet
vergeten, dat de dragers,in het dragen
des lijks na den heuvel, verwiffelt
wierd en : want de grooten droegen
het lijk van de zale, daer het opgeno-
men wierd, tot acn de groote poorte
des paleis : alwaer adel hofjonkers
dat ondervingen, en buiten de poorte
des voorhofs droegen. Daer bevolen
y hetlijk den genen, dieamptshalvc
den levendige ten dienfte ftonden,
en hem vergcfelfchapien, waer hy
gong.

Voor ieder poorte oflêrde t\'el-
kens het op} erftekoningkjcvoor dc
kifte, met gebogen knien, een goede
kop met wijn, die hy met zijne han-
den driewerf om hoog hief, cn de
raeds-hooftman van den bank
der ze-
den overnam, en aen kant zette, om
te gelijk daer na met de volgende
pleng-ofTcrs teftorten.

Des anderen daegs, \'s morgens, de
zeven en twintighfte, na
\'s Keizers
dood, vergaderden zy alle weer
by
het lijk, en vcrnicudcn, ftaende ieder

op zijne aengewezeneplaetfe,
gemeine rou en gefchrei.

Nahet op-offeren, gelijk des vori-
gen daeg^, wierd de
brief doorden
Keizer aen zijnen zoon gegeven,
de lof des overleden behelfde, opge-
lezen.

D\'opperhoofden verdubbelden het

gefchrei , cn keerden toen weer na

het voorhof . Midlerwijle bragten

vier der voornaemfte groten, ^^^ n

papier hoop, overdekt met een kleed

van gele zijde , in een uitgefpreid

kleet; een zabel-klcet des overleden

Kei-

4-H Derde Gezandfchap na H Keizerrijk

over de honderd vendels van ver- wijle gelijker kele, gelijk al d\'overige

fcheide verruwe , doorwrocht met
wilde dieren,vogelen en acht en t win-
tig gefternten van goud geflikt, gelijk
al d andere gefchildert waeren. Toen
weer vijftig hamers, waer na honderd
gezadelde paerden volgden : delaet-
ite dertig beladen met köfteli)kela-
fl:en,naraendijk,fluweel en Keizerlijk
gewaet, tenvuuregedoemen. Deze

\'wierden gevolgt doortwintigjonge- ...............

hngen, ieder met een Keizerlijke pijl- het gefchrei, hoewel langer, hernieur,
koker in de hand, verkiert metzeer tot aen het fcheiden : blij vended\'an-
veel edele gefteente en peerlen, bene-1 dere plechtigheden tot s morgens

-ocr page 533-

cf 7aißn<i. 42 f

gcroert werden. Ook m den hon-
dertften dagh word noch met het eer-
bewijzen aen den overleden voort^
gevaren : want nacht cn dach word
de kifte by beurte door de Tarters
bewaekt. Op verfcheide plaetfen
heeftmen van tijdt tot tijdt reien, die
op trompetten, luiten, krom-hooren,
en ander fpecl tuig, droevige cn treu-
rige toonen, door al dc boflchen, den
ganfchen nacht over deunen.

Na verloop van twee Jaren, wan-
neerde tijd van het lijknadebeftcm-
de graf ftede, vier en twintig mijlen
1 buiten de ftad Peking, te voeren, ae-
\' komen was, bragten al de Mandarifns
dat te voet buiten dc poorte der ftadt,
om den Keizer, mctkniebuigingehet
laefte vaer weite zeggen.

Met een zonderlingen grooten -^dam
pracht , deed voor eenighe jaren
Zungte , Keizer van Sina cn Tar-
tarije, dc Lijkftaetflen van een fijner
byzitten aenrechten.

Hy zelf verzelfchapte het lijk bui-
ten de muuren des Paleis : alwaer
de kifte hondert dagen lang, tot aen
den tijdt, geftelt tot het lijk-vuur, ge-
zet ; en t\'elkens op den vierden dagh,
door zijn bevel offerhande, gedaen
wierr. Defe ydelheid alleen, behal-
ve den toeftel, en ftofl^e der plech-
telijkhedcn , kofte den Keizer ruim
tien duizend dukaten : onderandere
ydele vertoningen ,deedhy de tafels
zelfs, met de zijde kleden in\'t vuur
werpen en verbranden.

De dootbare, gevolght van den
Keizer zelf, was met zeerkoftelijk
fluweel overfpreit.

Voor de bare wierden drie draeg-
zetels gedragen; infchijnvan gout,
hoewei flechts verguit, die door ede-
le gefteenten , daar fy over al me-
de bezait waeren, een groten glans
van fich gaven. Noch wierden voor
uit drie wagens door peerden voort-
getrokken , op een zelffte wijfe bo-
ven mate koftelijk opgetoit. Da-
gelix wierd een gefchrei van eeni-
ge duizend menfcheü aengeheven.
Al de reft quam met het vorigh o-

vereen. Men zeit, toen p ver de acht
hondert duizendt dukaten verfpik
wierden.

Rhh Mee

van Sina

Keizers , met zijnen hoet , verhe-
ven op den kruin door peerlen en ge-
iteencen, desgeiijx zijn zabeie ma-
tras , die onder de hooftpeuluwe plag
te leggen. ^

Andere fleepten in tien dek-kle-
den tien Keizerlijke verander- kleden;
andere al dc meefte zalen en paer-
den bchangfel : vendels metwaiers:
goude platen , op fperen gefteken,
en \'sKeizers draegh-zetel. Na dat al
deze cieraedje op den papier-hoop,
overdekt met een geel zijde kleed,
Was gebraght, ftak men den brant van
onderen in. Daer en boven wierden
^ den vlam geftneten, dc tafels met
duizent ftuwele kleden: mcenighten
van goude cn zilvere vaten ; zulx
het gout en zilver, onder een gefmöl-
ten, gelijk beekjes ten heuvel quam
alftromcn.

Toen ontbonden d\'Opper-hoof-
den hunnen gordel, dien zy van wit
doek, volgens de fleur der rou, om
de lendenen droegen , fmetenze te
gelijk op den brand hoop, en wae-
ien voorraen ontflagen van de rou.

Eindelijk leidenze het rou ge-
■^aet ter zelf fter plaetfe af, en ver-
trokken. Na drie dagen quamen zy
jveder ; hoewel flechts d\'Opper-
Jjpofden van d\'eerfte orde met de
Tarrers (v^\'ant de Sinefen bleven bui
ten geflooten) en ftelden een nieuwe
^yl^ftaetfletoe.

Een en de zelffte plcchtelijkhe-
kierden in alles gebruikt : de
elifte mannen prijkten met waiers
^ n andere tekenen : ook wierden
pegden en kamelen geleid.
I f Zelffte vier Groten voornoemt
jaghten onbedekt \'sKeizers kleet
den hoet, flechts met een eeni-
peerl op den kruin
PPf.f\' vvierddoorhcn metgroot
een gelijke papicrc brant-
fen/\' voorhene gefmeten ; t\'cf

nal! Sfftecnten en peerlen. Daer
t\'eW worden

^endenhondertftendag. j
geen muzyk noch eenighlpel 1

i i\'i\'

i

tl

-ocr page 534-

ontvout die van de Keizerin , moe-
der van Keizer
Vanlie , die des jaers
zeftien hondert veertien den laeften
van Bloei maent quam t\' overlijden,
in deze woorden.

Aenftonds , na de doot der Keize-
rin , nam het ganfche Hof en Stadr,
zoo wel adel , als burgery, de rou
acn. Inzonderheid \'s Keizers ampte-
naers , cn dienaers leiden een gedeel-
te van de merken hunner ampten af,
om het rou-gewaet aen te nemen;
gelijk, in plaets van een koftclijkcn
gordel, een koorde vanhennip: voor
een zwarte zijde hoet, een ander van
grof laken.

In dezer .wijze gingen zy vier vol-

Het gemein volk kon volftacn met
een rou-hoet, tc dragen ftechts vier
en twintigh dagen ; hoewel met zulk
een ftrenge orde , dat niemant de-
zelfde derfde afleggen, op pene van
kaftijdinge.

Den tweeden dagh tradt de Keizer
uic zijn Paleis, in dat van zijn over-
leden moeder over, gelegen een wei-
nigh van elkandre, hoewel befloten
in
een zelve muure. Eer het lijk, ge-
kleet in wit gewaet, gekift wierd,
quam de Keizer dat alle daeghs in
perfone , nevens zijne huisgenoten,
bezoeken, eerbiedenis bewijzen, en
alle plichten doen , die kinderen den
ouderen fchuldigh zijn te doen ; ja
welriekende drogcrycn haer aenbie-
den.

Het zeiffte wierd ook plechtelijk
by al \'sKeizers vrouwen of byzit-
ten , by zijne kinderen en neven, en
daer en boven by eenigen der voor-
naemfte gelubden desPaleis in\'t werk
geftelt.

Door bevel des Keizers wierden
de rokken , bedde en huisraet der
overleden verbrant : want het docht
hem een onwaerdelijke zake te zijn,
die ten dienfte van andere perfonen
van minder gezagh toe te laten ko-
men.

Ten derden dage wierd de Keize-
maekt van het koftclijkfte en dier-
baerfte hout, datmcn in het ganfch
Keizerrijk bekomen kon. Zy was
rontom toegemaekt met zilvere ftij-
len en houvaften, in vorm van dra-
ken. De planken waeren niet gefchil-
dert noch verguit; maer ftechts bloot,
om lucrkofteiijkhcid, boven gout en
fchildervverk.

De Keizer zelf ftrekte het lijk op
een matras uit , met een oorkuften
eigentlijk daer toe gemaekt, en fmeet
daer boven op een on waer deerlijke
fchat van peerien en edele gefteenten,
en ftelde aen dc zijden vijftig goude
en vijftig zilvere lakenen.

Na deze plechtigheid volbraght

ie maenden , tot acn de hjkftaetfie. cn de kifte geftoten was, deed weer

de Keizer met zijn volk aen het lijk
dc gcwoonelijke eerbiedenis. Ten
vierden dage trokkenze, zonder hun-
ne plechtelijkheden te ftaken , het
droevigh rou-gewaet aen.

De kifte ftont in een groot Hof,
verheven op feker ftagh eens throons,
met vijftien tafelen rontom. d\'Eer-
ifte aen het hoofden eind voor den
Keizer : d\'andere voor de vrou-
wen en kinderen, en voornaemfte
gelubden , die ieder in zijnen rang ,
na den Keizer , met reuk-werken
cn eerbewijzingen, offerhanden de-
den.

De vijfde dagh was beraemt voor
die van buiten.

Eerftelijk vergaderden al dtGe-
tytclden of edelen , genaemt
Cum Chu Cheu Heupè , bekleedt mcc
erfelijke waerdigheden , in het Pa-
leis : na hen al de
bontgenooten des
Keizers : te weten , die aen haere
dochters of nichten getrout
wacren
ten leften quamen de Mandarijns van
dc zes Recht-bankcn , en de
vrou-
wen der groote Bevelhebbers , g^"
lijk die van dc voorzeide banken,^
die hun gezagh door het gan
Keizerrijk doen blijken - i^dcr ^
\'t geen de bediening van zijn amp
raekt, in het ftuk
van vrede of oo
logh. Al

Met een zonderlingen pracht van Uin geleid in een kiüe, met de wel-
\'heerlijkheid wierd voorhenen de lijk- ke zy begraven zou worden.
ftaetfie eens overleden Sineefen Kei- Deze kifte was zeer ruim , en op-
zet cn Keizerinne geviert.
Semedo | geftagen van zeer dikke planken ,ge-

-ocr page 535-

Al deze betoondeü huhne plich-
ten aen d\'overlede, in maniere, ge-
hjk. vèrhaèlt is. In dezer wijze ein-
digde het eerfte deel der plechteiijk-
heden, die in het Paleis voor de begra-
Venis gefchieden. Ten welken einde
buiten het Paleis verfcheide keuren
afgekundigt , en verfcheide bevelen
aengeftagen wierden, van volgende^
inhoud:

Eerfielijk: dat al de Mandarijns, Ge-
letterden en Krijgs-luiden, zich tenvol-
genden dage in het Paleis zouden vinden
j
laten , ter bewening van der Keizerin-
ne dood. Wanneer zulx gedaen was,
hadden zy zich van daer na hun huis,
en regel recht na hunne recht-hanken te
keren: aldaer drie dagen in vaften over
te hrengen, zonder vleefch , vifch of ei-
ren f eeten , of wijn te drinken. Zy had-
den vervolgens , gedeurende drie an-
dere dagen , aen de poorten des Paleis te
komen, en d\' een na d\' ander het lijkte
bezoeken : met hewijzingvan eerhiede-
nis , en hetoning van grote droefenis :
daer na zou een iegelijk weer na zijn hum
\'Vertrekken.
 |

Ten tweede : dat al de vrouwen der :
^mdarijns van de vier eerfie ordens
^^er ook aldaer , gedurende drie dagen, ^
Overdekt met lang rou-gewaed, van den \\
l^oofde tot de voeten , zouden vinden
j
laten, mede ter bewening van der Kei-1
gerinne doêt ; met verbot van haer op
^^ toien, no hte eenigh juweel in haere
huizen te dragen, gmuurendezeven en
twintig dagen.

Ten derde : dat die van \'s Keizers
y genaemt¥i2in\\imjijk-veerfen en
en oratien zouden maken, tot lofder K ei-
zerin.

Ten vier de: dat die van Qn^nMu,
dat zijn dOpfienders over \'s Keizers
?^ltmuldelen, vaerdig en miltaldon-
^ojlen , noodig ten offerhande en lijk-
Jtaetfie, uit te reiken hadden.

Ten vijfde : dat de Bonnen en Afgo-
yn dienaers lang de klokken zouden lui-
den , ten teken van droefenis en hert-
Wee.ʉۢ\'

n zefie: dat geen vleefch in de hal-
gen ftechts een weinigh rijs uit het wa-
ter ; en al d\'andere niet danplukgra-
nen.

Te

1 â€¢ -—\'Ji\'ccjcrj m c.

i \'zeventien dagen, zou
rkocht worden, en een iegelijk, na den
voorgang des Keizers , ^oafien:
^i^ant de Keizer at in de drie eerfte da-

Ten zevende : het Hooft des Raets
van zeden had bevel van te geven aen
al de Gezanten , die zich ten Hove be-
vonden , rou-gewaet, en hen ten Palei-
fe te brengen, om eenmale deplechtelij-
ke eerbiedenis aen het lijk te deen, na
\'s Lants gewoonte.

Ten achtfte : dat al de Mandarijns,
die den tijdt van hunne amptenuitge-
dienthadden, of die ria andere dongen,
ook ten Paleis zouden komen, geduuren-
de drie dagen, om de zelffte eerbiedenis
te dotn , en zich in de zeljjïeplechteiijk-
heden te quijten.

Ten negende : dat de hurgery des
morgens en \'s avonts-,geduurende een we-
ke , in het Paleis van het Opper-hooft
der Stadt zou verfchijnen, om het zelf-
fte te doen.

Ook fchreefmèn aen al de Manda-
rijns , verdeilt door de Landfchap-
pen en Steden des Keizerriiks:datzy,\'
na bekomen kuntfchap van het over-
lijden der Keizerinne , zouden uit-
werken , zoo veel des moghelik wae-
re , dat al hunne bloetvrienden, van
mannelijken oir, met hun vrou en
kinderen , drie eerbewijzingen met
neergebogen knien ter aerde de^
den, beneven andere plechteiijkhe-
den, en zeven en twintig dagen rou
droegen.ʉۢ

Uitdrukkelijk wierd dezé orde
aen al de Mandarijns gegeven, zoo
wel aen de regerende, als dieuithun
ampt getreden waeren : zoo welaeri
getytelde Geletterden, als ongetytcl-
den.

Van gelijken wierd gewillekeurti
het dragen van een rou-hoer, den
tijdt van dertien dagen , by de bur-
gery.

Men verbood daer enbovéngeen
muiijk noch fpeeltuigen te roeren/
zoo wel in de Paleifen der Manda-
rijns, als in de huizen, gebout aen de
wegen , en op kleine plaetfen, daer
in op \'s rijks onkofte reizers en koop-
luiden gehuisveft worden. Dit bevel
wiert verkundight door byzondere

Mandarijns, die geen ander, dan dié

ampt bekleden

H hh d .

-ocr page 536-

Na öc\'ze plechtigheden , voor de
üik-ibeifie , wierd den groten Wis-
konficnacr des Hofs van
Peking aen-
gedient , de dagen uit te kiezen, eigen
tot de relle der uitvaert.

Na aenwenden van alle naerflig-
heid , tekende hy den negenden dag
der zefte maent uit, vier maenden na |
de dood der Keizerin , tot het uit-!
brengen der kifte uit het Paleis , en \'
den vijftienden dag der zelffte maent, j
tot de begrafenis. Wanneer de tijdt
gekomen was, gafmen de volgende\'
oide,tch aenzien
vandelijkftaeifte.

Eerflelijk: dat al de Mandarijns des
Hofs, met d\' Overheden der Hecht han-
ken, zes dagen te
vore uit hun buis zou-
den gaen, en zich vertrekken in kunne
kamers van dengerechte, en vaften ,ge^
duurende drie dagen, gelijk gezeid is.

Ten tweede : dat d\' ontfangers der \\
geit middelen des Keizers alle nootwen^ \\
dige hehoejten -zouden toeßellen , als
toortfen, reukwerken, vele heelteniffen
en vertoningen van menfchen , peer-
den , leeuwen, ol f anten, zijde zonne-
fchermen , alles rijkelijk verpert, om
hy het graf verhrant te worden. Men
zeid d\' onkofte dertig duizent efcushe-
liep.

Ten derde; dat de Raetsheeren van
den Raet
Hanl in op nieu hjkveerfen
zouden toef tellen.

Ten vierde : ter oorzake de Keizer
het lijk tot aen de graf ftede ontrent ze-
ven mijlen huiten het Paleis , had te
zelfchappen , zond hy zekeren groten
Hoveling af, in zijne plaetfe , om deze
nootwendige plechtigheden in deze ge-
legenis te doen.

Ten vijjde: de Hopmannen en krijgs-
knechten hadden orde de Stadt engraf-
ftede te heivaken , en het lijk op we gin
dezer wijze verzclfchappen.

Aen ieder poorte der Stadt (en daer
zijn negen) ftelde men duizend man:
van de plaetfe af, waer door de kifte
mofte gedragen worden , tot aen de
plactfcder graf- ftede, waeren geftelt
twee rangen krijgsknechten.

Dxie duizend droegen het hjk over
al, en veertigh duizend waeren geko-
ren, om het gräf den ganfchen tijdt
over dcrlijkftaetfietc bewaken.

Ten zefte: aide ftraten van het Paleis

af, tot aen de hegraefplaetfe toe, voter-
den opgetoit : ter
weder-zijde,om\'vrye
doorgang te hehhen, en den drangte be-
letten , ft ae kei fels gezet: daer en hoven
geftelt van twintig tot ttóintig treden,
lorven metgeelzant, om de wegen voor
het ftuiven des ftofs, te beletten, daer
het lijk zou doorgedragen worden : he-
neven tenten en paveljoenen , op zekere
wij te van elkandre, tot gemak der genen y
die de ftaetfte volgden.

Ten zevende : de Bevelhebbers der
geltmiddeien hadden orde van rijkelijk
te verfchaften d\' onkoften, die de Man-
darijns , Geluhden, Hopmannen, krijgs-
knechten , en al die ampts halve de lijk-\'
ftaetfte geleiden , te doen hadden.

Ten achtfie: dat men drie dagen voor
den uitvaert, het fchreien, eerhewijzin-
gen, en ofterhande vernieuwen zou, ge-
lijk in den aenvang gefchiet was.

Wanneer al de dingen dus toege-
ftelt waeren, begaven zich de Keizer
en de Prins zijn zoon, met al de be-
velhebbers op den zevenden dagh na
den tempel hunner voorouderen,
welk binnen het Keizerlijk paleis is:
aldaer deed de Keizer ,overdtktmet
zijn rou-gewaet, een ernftige eerbie-
denis , voor het beeltenis van den eer-
ften oprechter zijns huis, en offerde
veele zijde rokken , wijn en andere
dingen aen d\'overledene.

Daer na de-ed hy lezen een der
ftukken , die t\' haerer lof
gemaekt
waeren. Na het afleggen van vele eer-
biedenifl^en en plechrelijkheden,keer-
den zy weer Paleis waert. Midierwij-
ie wierden door\'s Keizers uitdrukke-
lijk bevel, de rokken, de gedichten en
andere cieraedje in
\'t vuur verbrant-

Gedurende d\'acht dagen, die flocu
overigh waeren ,
deedmen plechtelij\'
ken oflerhande aen den hemel, aerde»
planeten, bergen en aen deftrojn^"\'
Vervolgens, vertoonde men d\'ande-
re, door\'sKeizers bevel, aen de «e-
; gen poorten, of liever aen de

i fcherm-geeften der negen p^ort^

! des paleis, waer door her lij^-
\' gaen. Het zelffte wiert gedaen aen
; \'de zes bruggen des
ftrooms

; dwersdoorhetpaieisvloeit:meta^

\' al deze oorden, dieren, wijn en reui^
; werk t\'offeren. pg

-ocr page 537-

^e kifte met het lijk wiert geftelt
^P een triumf-wagen, rijkelijk door-
^vrocht, en geftoffeert met zijde be-
jangfels, doorweven metgout, en
doorgaens bedekt metgoude platen,
bezaeit met leeuwen,df aken en andre
beelreniflcn,zeer netgemaekt, bene-
"^\'en een groot getal van toortfen, en
reukwerken rontom.
. Op den vijftienden dagh, gcfteld
aoorden wiskunftenaer, tot het uit-
voeren des lijks, verfcheen de Keizer
"iet zijne vrouwen, kinderen, en ge-
lubden des paleis ter plaetfe, daer de
kifte op een wagen ftont.

Na het vernieuwen des gefchrei.
Voor d\'overleden, bood hy offerhan-
de aen de zeiffte wagen , of liever
aen dengoddesgeelfs , diehaerzou
befchcrmen, ten einde van een geluk-
kigen reize te hebben, cn het Tijk in
rufte en veiligheid zou komen. Toen
begroeide de Keizer het lijk met
reuk\'water, deed aen het zelve eer-
biedeais, en bewees zijne phchten
Voor de laefre reize.
^ Die laft hadden vanhetlijkt\'ont-
vangen en tegeleiden , uit den name
^^ in de plaerfë des Keizers, en aen
het zelve offerhande en plechtelijk-
leden te doen, ter bcftemderplaet-
, hielden zich vaerdigh binnen
d\'eerfte poorte. Zo dra en hadden zy
^^^ hjk niet ontfangen, ofzy begon-
"en te gaen, in zulke een fraeie orde,
J." Zulke een zedigheid, en
met Zulke
iiilte,dathctcenWonderfchcen. Zy
vorderden dien dag niet verder dan
J muuren, en hielden ter ge-
rn A ^til,daer fy de lijk-wagen

onder een^koftehjkpaveljoenftelde^

deden offerhande op tafels , te dien
eude aengerecht,brandenreukwer-

ook d\'andere plech- I

tehjkheden, en deden hun laetfte ge- I

ten k\'. wierd een gelubde I

^en.veizerafgevaerdigt, met bericht i

had- d!" \'^««^g^^endengeeindigt \'

V atll\'^T^.^r^^-^^r oorzake
" de plcchtelykheden en veq.ozin-
gen, die onder weegh te doen waeren,
tot aen den berg, daer degraf fteden
der Keizeren zijn. De toeloop des
volks, uit alle hoeken, was zoo groot,
dat het getal nier te berekenen was.

Wanneer het gelei aldaer aengeko*
men v;as, wierd het lijk vanden wa-
gen , daer het opftcnt, gezet, om op
een andre te ftellen: dees was,een vol-
komenzegewagen , die ten dien ein-
de vaerdig gehouden wierd, niet min
koftelijkeren prachtiger,dan d eerfte.
Daer na ofTerdemen een ftier op, die
met kruidigen wijn befpreid wierd:
rokken en reukwerken, ter eeren van
d\'aerde, met ftorten van gebeden,
aen den befcherrn-geeft, om het lijk
in genade t\'ontfangen, dat te bewa-
ren en befchcrmen.

I er zelffter tijd onderhielden ne-
gen Mandarijns, door den Keizer af-
gezonden , de zeiffte plechtelijkhe-
den , en vertoonden de zeiffte offer-
kdide aen al de Keizeren, zijne voor-
zaten, die ruften op deze plaetfe.

Op den dag der begrafenis , deii
vijftienden der zefte mane , deden zy
verfcheiden offerhand«, tot een be-
ftuit der lijk-ftaetfte, daer zy reken-
fchap van aen den Keizer gaven, ge-
lijk ly den ganfchen weg over gedaen
hadden. Gelijk de Keizerzijne niilda-
digheit deed blijken aen de genen,die

in dezejvoorvai gefioof£hadden,zoo
betuigde hy geen minder godsvrucht
aen wijle zme moeder, noehzorge
van aen haer,na hare doot,zijne plich-
ten te bewijzen : gemerkt hy, ten
inzichte van haer, vryheid aen dege-
vangeiingen.gaf, die, in het ftuk van
burgerlijke gefchillen , geene tegen-
partije hadden of gene fware mifda-
den begaen hadden.

Men beval daer en boven de lant-
fchappen , die hec meeÜe gefoolt
wierden, t\' ontlaften, en erbarm gif-
ten aen de behoeftigfte landen uit te
reiken. Hy bracht vele laften af, diö
geftelt waren van nieuws op koopwa-
ren, cn inkomen der poorten. Hy
reikte zelfs met eigen handen Veel
duifent ftukken zilver uit, bewenden
in papier ,volgens de gewoonte derSi-
nefen , die hy uitdeelde voor de ziele
der overledene. Met de zeiffte plech-
Hhh I telijk"

-ocr page 538-

Derde Qezmrifchap na \'t Keizerrijk
teliikheaen wiert voorhene,d\'uitvaert kiften. Zy leggen evenwel te gelgt
van een Smeelche Iveizer gehouden.

met de dooden niet eenige levendi-\'
gen op den hout-ftapel, gelijk d\'India-
ren gewoon zijn te doen : want de

Semsdo,

V/anneer een Keizer op zijn doot
bedde kir, en d\'artzen aen zijn öp-

Deciüe leit, en ü arixcn acii â€”j- , ,

komen tot gezonthek beginnen te | Sinefen houdenzuh voor Barbarifch

wanhopen, komen de Kokaes, de op
perfte der gelubden,cn
\'t eerfte opper-
hooft des paleis,genaemt Suikien, den
zeiven vinden, met voornemen van

en onwaerdig der menlchen zeden.

D\'inwoonders der tweede krijgs-
ftad
Sintïen , in het landfchap van
Queicheu, bedrijven grote rouwe over

zeiven vmdcn , met voornemen vaa i^cnrjci*, u^ui.j -

uit zijnen mont zijne uitterftc-wille de doot van hunnen overleden vader
te weten, en den inhout van zijne erf-1 of moeder, metaifnijden, kenteken
ftelling.
Daer na gaen zyheimelijken van droefenis , van al het hair ües

hoofts.

De Sinefen

zoo Marti jn getuigtj

bergen : wantzy achten dat al hunne

gelukzaligheid en voorfpoet in dezel-
ve beftaet : en dat om de woning des

den prins, d\'erfgenacm der krone, vin
den, en met dien alles
overleggen, om

niet teaen de wille van de geen te | zijn niet min naukeurig, als waenge-
doen, dfe ftaetaenftonts ter bezitting lovig, in het ga flaen en uitkiezen der

des Keizerrijks tekomen. Na\'teen
en ander gehoort te hebben, fteilen

zyd\'erfftclUngin gefchrift, en bren

raetsheer van het keizerlijk ampt-ge
nootfchap, genaemt
Hanliyuen , aen
wien gehoort \'s Keizers zaken in ei-
gen ftijle te fteilen Wanneer dar ge-
daen is, word d\'erfftelling met \'s Kei-
zers zegel bezegelt, en bewaert in
den ftaet kamer des Keizerlijks ampt-
genootfchaps, tot zoo lang de Keizer
ïn \'t leven blijft. Na dat hy overleden
word dezelve vertoont aen den

der bergen ga flaen : eveneens als de
fterrekijkers den loop der fterren.Een
wonderlijk waengeloof, daer in noch-
tans de Sinefen tot razens toe revelefl^
Martijn voornoemt wil het een von«
van zekeren Fiiofbof is, om alzoo de
Godsvrucht cn gedienftigheid der le-
venden tegen de dooden te vermeer-
deren.

gen de zelve voor den Keizer, om by Draeks, eiienzy d\'oorzaekvan hun-
Lmtc doen voor goet kennen : vanjne gelukzaligheid toefclyyven , m
daer gaeti zyde zelve toonen aen den dezelve. Waer o\\ei7-y de geitaken

der bergen, omgraffteden daer in te
maken , naerftelijk onderzoeken, al
d\' aederen en ingewanden opfpeuren,
zonder onkofte of arbeidt\'ontzien,
quanfuis om een gelukzalige aerde te
hebben , namelijk het hooft of hert
of fteert des Draeks : want zy willen
dat hier door den nakomehngen van
den begraven alles gelukkig en na
is word aezeive vertoont acu ucn wenfch zal gaen. Veel luiden, in deze
bank der zeden, om te doen afkundi- kunft ervaren, zwerven door ganfch
jren , aen alle oorden desKeizerrijks,;
Sina om her, die de geftaken en aeren

en na te komen van punt, totpunt

De meeften des landfchaps van
junnan, door de nabyheid aen d\'India-
nen , leggen de lijken der overleden
op hout\'ftapels, en verbrandenze tot
aflche : en niet in dood-kiften. De
edelfte nochtans, die zich op de Si-
neefche Filofofije leggen, volgen de
reft der Sinefen, en gebruiken door-

Mart. Atl
Sm.

"ïBefiiering.

"gEt word voor ont wij felbaer
êl I gehouden, dat in d\'eerfte tij-
5 den , voor den algemeenen
water-vloet, debeüiering in
Sina aen ftammen of geftachten ge-
ftaen , en ieder opper - hooft des ge-
flaehts.zijn eigen beftiert beeft, na de
wijze der
 enloth.

Zedert het jaer twee duizend ne-
gen
hondert, twee-en-vijftig,voor dt

Heilants geboorte , is het g«^^\'^ V
Sina, dooreen eenig öpp""®^.

Keizer , in vorm van een alleen i

fching beftiert geworden: want zen u^
naem van de tlee andere vormen van
beftieringen, d\'adel-en-volk h^^^^^

S-emdo.

-ocr page 539-

"van Sina

^^\'hing, zijn by de Sinefen ongeiiöort.
Ja liaddcfi d\'onzen, afgezonden in
ge^ntfchap, des jaers zeftien hondert
Vijf en-vijftig, aen den grooten
Cham,
Keiz er van Ooft- Tartanje en SirfA, gro-
té moeite, met den Sinefen er^nTarcers
de tvveeiaetfte vormen van beftierin
gen te verlvlaren : ter oorzake zy de
wijze van zodanige beftieringen niet
konden vatten.

De Keizer van Sina zelf is volko-
men heer van het leven en de goede-
ren van een iegehjk onderdaen : hy
alleen is volkomen opperhooft van
allen : waer over met recht en zon-
der opfpraek het Keizerrijk I2ss.sina
een volkomen Monarchie of aheen-
heerfch-rijk magh genaemt worden.

Wel is waer , men in oude tij den,
onder een eenigen alleen-heerfcher, ,
zoo wel hoog getij reide heeren had,
als hier te lande hertogen , marquifa-
ten,graven, en diergelijke. Maet ze-
dert achtien of negentien hondert ja-
ren herwaerts, zijn dezerijtelenvan
byzondere heerfchappijen, en deze
rnachten t\'eenemale Weg-genomen
en uitgeroeit.

In het landfchap van]unnan\\\\zé.x.
noch heden vryheeren of vor-
ken , met ganfch volkomen heer-
^ehappije/t w elk nergens anders door
geheel
Sina gebruikelijk is. Wel er
^ermen deze den Keizer vart
Sina,
«och Voeren evenwel over hunne on-
^erhoorige landen volkomen heer-
^ehappije, en beftieren dezelve door
eenerfelijke ftaetvolging.
. Keizeren, volgens een oude
K: oontc, en noch heden in gebruik,

/\'onderdanen niet met allen,
en handelen hen niet anders alsfla-
ven, tzy hoe hooge ampten van Ma-
jeftniten zy bedienen
f of bedient
lebben. Want naerdien de geheele
«eerlcüappije aen eenen ftaet, achten
^■y Zich te Zijn heeren van eens ieders
goederen, defgelijx van leven en doot
nunner onderdanen. Waer over geen
adeldom noch waerdigheitverkrïgen

^vord, of hangt aen den Keizer: nLh

\' r f^^ menfchen,
choon van het fchuim der gemeente, i

^s de,oega„gtotdèhoogfttwaerdig- j

^^eiduieeregefloten; maer üaet door

, ofTaißng. 431:

wil van den eenigen Keizer open°
Hierom wordt hy by een iegelijk , als
een Godt ge-eert, ais aen wien alles
hangt , en die , door zijne ftrenge
Majefteit, vervaerlijk en fchrikke-
lijk is.

Hier door dan gefchiet, dat dik-
wils om de geringfte oorzaken, ook
de welverdienden, byden Keizer van
hun hoogfte ampt berooft, en andere
aen den hälfe geftraft worden , in-
zonderheid de genen, welkerftrijd-
baerheid en krijgs-ervaernis, fchoon
door \'t minfte kentekenen , in tijd en
wijle kan gevreeft worden:\'t vermoe-
den alleen geeft onbenoegen. Niet
onbewuft is dit den krijgs-ovcrften:
die hierom, inzonderheid de groten
en die over vele krijgs-knechten ge-
bieden , geen minder ontrouheid den
Keizer betonen;als dees hen onbilhk-
heit: uit bejegening der welke fy veel-
tijts na ftoffw van muiterije graven.
Want zoo zy, na het bevechten der
zeege op den vyijnd, hun krijgs-volk
afgedankt hebben, zy weten van te
voote^datzy de dood qualijk kunnen
ontworftelen. Om die te verdienen,
willen zy zieh liever door brave en
kloeke daden ontzachelijk maken.
Hier door ontftaen in ten tijde
van oorlog , geduurige muiterijen :
enhocfelderdemuitery, hoe zyvan
een iegehjk des
te ftouter , zonder
aenfchou op getrouheidt, aengevan-
gen word.

De Sinefen, die, voor de komfte Ma^ijg.
der volken van
Europe in Sina, vaft ge-
loofden , dat hun Keizerrijk by na de
ganfche werelt begrepe,zonder de ge-
buur-koningrijken te rekenen, heb-
ben den zelven tot heerfcher vaq den
gehelen aerdbodem gemaekt,en heer
van\'t ganfch al genoemt.

Volgens Semedo, noemen deftaet-
juftêrs , gelubden en andere huifge-
nooten des paleis , den Keizer Üou,
ook wel
Tienzu, dat \'s zoon des he-
mels,niet door het geloof van deftelfs
geboorte uit den hemel; maer om dat
zy het Keizerrijk voor een gefchenk
des hemels houden : ten andere ook
om het gezach, aen de Keizerlijke
Majefteitfchuldig, des te grooter, en
alsheilig te maken.

Dé

-ocr page 540-

Derde Gezantfchap na\'t Reiiernjk
\'oe SmeefcheKeizer,zeltde Jefuit perzoon , doch herkomaigh
lAartijn , word bv zijne onderdanen ninghjkenbloêue.

■\'i , ,______________\'7M/irfrm fTP

Semtdo.

\'riencu genaemt, dat \'szoon des he-
mels : niet dat zy zijnen oorfprong
op den hemel brengen , of willen dat
hy uic den zelven zougeteelt zijn;
maer zy noemen hem zoon des he-
mels, o m dat hy, bemint boven al an-
dere menfchen , op d\' aerde met de
hoogde waerdigheid van den hemel,
gelijk zy willen, befchonken zy. En
aengezien dikwils by de Sineefen de
hemel,God, en de opperfte Godheid,
voor een en het zeiffte genomen
\'worr, zoo is ook zoon des hemels
even zoo veel gezeit,als zone Godes.

Dus verreM.iTii]n.

Maer de gemeene cn achtbaerfte
naem des
Keizers,is Hoangtï,oïHoam-
ti,
dac\'s gezeit, volgens Semedo, en
Trigaut, Keizer, of opperfte Keizer :
maer volgens
Martijn, geele Keizer,
of Keizer van d\' aerde ,die zy zeggen
geel van kleur te zijn, tot onderfcheid
van
Xangti, dat \'s o iperfte keizer, of
God, beftierder van lemel en aerde.

De eerfte Keizer, die ge-

naemt was, regeerde ophet twee dui-
zent zes hondert en \'t negentigfte
jaer voor geboorte, om wiens

voortreffelijke deugden, enfchrande-
re vonden, behalven de bevalligheid
der name , namaels al de Keizeren
H<?^ï;2^2^igenoems zijn geworden, ge-
lijk de duitfche Keizers, na den eer-
ften Keizer
Qejar, Qefars.

Noch zijn\'er twee andere namen,
die de bediedenis van koning of kei-
zer hebben: d\'een Äi2fw,daer men ftch
van dient, in het noemen van vreem-
de koningen ; en d\' ander
Vam , een
naem van \'s keizers kinderen : waer
van, met hec byvoegen van het woort
Kium , een kpppel-woort Kiumvam
gemaekt word, dat \'s Keizerlijk.

Het dient ook aengemerkt,dat een
nieu gekoren Keizer van geboorte
namcverwiftelc, even eens gelijk een
nieu gekooren Paus van
Romen den
naem van eenen zijner voorzaten
aenneemt, in plaets van zijnen eigen.
Dezen naem des Keizers , dien

Dezen naem des keizers , üien wclich uauu.^ w.
men in al de gemeene
befcheiden j fer verklaerc worc,\'t zy^
fchrijft, en op demunteftaet, word bequaemhcid of ."hon-

genoomcn van eenen byzonderen inzichten: gelijk desjaers iw ^^^^

EiglljtS-Cii un.f^u\'w.

Zoo Martijn getuigt,worden al oie

van Keizerlijken bloede of geuacnt
zijn, by de Sinefen
Fanfu genoemt,ge-
lijk by dc Tarters,met bet aenhcchten
van de letter r, die de Sinefen niet
hebben noch kunnen fpreken
,lanfur,
of Facfur : en betekent Fan fu oïFan-
fur,
koninglijk of keizerlijk huis.

Het keizerrijk van Sina is zedert
het jaer, voor de geboorte des Hei-
lants, tv/ee duizent twee hondert en
zeven, een gevolgzaeni en erfryk ge-
weeft : want hccvervalc, by erfenis,
van den vader op den oudften zoon,
en by mangel vanzoncn, op den nac-
ften bloetverwanc des Keizers.

Zoo dekcizerin,(beczijn de woor-
den van
Semedo) , d\' eigen vrou des
keifers eenen foon heefc, inwactijd
hy ook magh geboren zijn, die gaet
voor d\'andere, die gewonnen zijn by
byzitten of ftaet-jutfers. Heeft de
Keizerin geenen zóón , zoo word
d\'eerfte of oudfte zoon van een ande-
re byzit, wiezyookzy, altijts voor-
gedragen, fchoon de Keizer zelf an-
ders wilde.

Maer in oude tij den, federt het jaer

twee duizent negen honderd en twee
en tnegentigh, tor aen het jaer twee
duizend twee honderd en zeven,
voor Chriftus geboorte, wierden de
negen eerfte Keiferen by de meefte
ftemmen gekoren, en niet by erfe-
nis ten Throon gevoert.

Want na de dood van den negeti;
den Keizer
Tu, wierd fijn zoon Khf*
de gront-legger des ftams Hia ,
plaets van Tefdie by Tu reeds te voo-
re tot rijx-genoot en navolger
verko-
ren was, met bewilligingh cn gocc-
vinden van een iegelijk, door z\'i]^^
vroomheid en grote verdienften , t^

keizer gekoren. Aldus veranderde
hergebruik ofrecht van verkiefmgi«
een erfelijke rijx-volging, oflto^^\'
volffing. 1

By wijle gebeurt, hoewel feer
den, dat de jonger zone, tegen
wetten der nature en\'srijks,

-ocr page 541-

eind des flerf-jaers bewezen, dat al-
les op deffelfs name verrecht wor-
den; desgelijx zijn de bullen en brie-
ven van befcheide bezegelt met dès
overledens gezag, niet anders als of
hy noch leefde. Maer dc navolger be-
giftigt eindelijk het begin des volgen-
den jaers met fijnen name,\'t en zy het
rijk op een ander gellacht word over-
gedragen : wanr dan geeft dc Keizer
zijnen naem aen het jaer, op welken \'
dag hy dc hecrfchappyc aenvangt.

1 ca tweede: aenftonds word nieu- stme.ii
we munte geftagen, met de letteren

däer zy een Keizerlijken Staet hou- j van zijden naem , zonder d\'ouden
den en met groten pracht geviert en ! hierom hunne waerd} e verliefen.Ten
bedient worden, zonder evenwel I derden zijn wettige vrouweword ge-
ecnig rccht op de hurgery tc hebben, kroont voor Keizerin. Ten vierde,
Öan om niet t\'effens zoo veel op te j dcnacm van Koninginnewordaen fes
hopen , daer zy muitery mede zou- by wijven gegeven. Ten vijfde: plech-
den kunnen ftichten, worden hen rehjken oSerhande worden gedaen,
alle drie maenden de toegeleide in- | acn den hemel, aerde en geeften. Ten
komften door \'s Keizers Reken-mee-1 2eften:reiktmen grote aelmoeften aen
fters betaelt. Op verbeurte van den j d\'armen uit. Ten zevende:men opent

de gevankeniffen voor ai de gevange-
nen , die niet tot nadeel van partijen
zijn. Ten achfte : men onthaelt zeer

St.

een vrou , gemaUn van Keizer Lieu-
de dood van den Keizer Boei,
baten zoon, het Kciferrijk acht jaren.

% de intrede van eenen nieuwen
keizer ten Rijke , zijn dertien din-
gen t\'aenmerken. D\' eerfte is veran-
dering van jaer rekeninge; want men
begint te rekenen van den tijd af des
Keizerrijks van den nieuwen Keizer.

^^ word gepleegt niet alleenlijk in
pwoonlijke redenen; maer ook in al-
}e brieven en andere gefchriften en
bcfcheiden. Ook geeft de nieuwe

hj ve mag niemant uit de ftad trekken,
Ziehen door denKeiferis toegevoegt.

By wijle is ook het Rijk door eene
yrou beftiert gey/orden : want des
\' prachtig de Majeftraten
jaers voor de geboorte des Heilands | Tennegendeimen jaegtüithetPa-
bonderd vier en tnegentig beftierde leis al de vrouwen,die onder den rang

van Staet juffers zijn geweeft.

Ten tiende ; men voorziet van
nieuws de Paleizen, die vier in getalle
zijn, roer andere ftaet-juffers, opge-
zogt en uitge\'efen ui t alle oorden fe
Keizerrijks.Gedurende dit opfoeken,
gefchieden vele huwelijken, gemerkt
een iegehjk zijne dochter van een ful-
ke ondervindinge tracht te bevrijden.

Ten elfde: de Heeren van aenzien,
indien niet alle, ten minfte, die van
de fteden,,komen, door afgefondene,
gehoorfaemheid den nieuwen Keizer

Keizer

I ,, •>. ,------ «ica HCL jacr ,

bet welk hy begint te heerfchen.

Dan het ftaet aen te merken, dat
ai cle jaren der Keizeren , die men
nunner beftieringtcefchrijft, \'tzy in
^\'at maent zy fterven, voor volle ja-
^en gerekent worden. Want fchoon
irf ^\'^^^en aenftonds ten zelffte jare,
fLfi"^ ^^^^ iemant der Keizeren
ftel ^^^^ anderen in deftèlfs plaetfe
led^^^\'\'\'\' word evenwel den over-
leaen üeizer die eere tot aen het

Kt

zijnen naem aen het jaer, in aenbieden,en hem erkennen:hetWelk

ook alle deurluchtige perfonen doen.

Ten twaelfde : alle Beampten en
Amptcnaers, van d\'Onderkoningen
af, tot de minder rechters der fteden
toe, gaen in perfoone ten hove,om de
felffte gehoorfaemheid te tonen, en
hulde en manfchapre zweren,uit den
name hunner landfchappen , fteden

en vlekken. Hm dertiende is, dat de
Keizer van ^ame verandert, gelijk
reeds te voren gefeit is.

/ii Wij-

derd en negen, voor Chrifius geboor-
te aen Keizer
Ulxi gebeurde, die in
plaets van zijnen oudilen broeder
Fu-
, na zijnen vader Cin Keizer wierd.
Wanneer d\'oudlle zoon tenftoe-
der Rijks-beftiering gezeten is,
Voeren al d\'anderen Hechts den fchijn
Van keizerlijke waerdigheid met den
naem, tytel, en eerbewijzing; maer
niogen \'s Keizers maght en gezagh
geenfins gebruiken. Eenen iegelijk
hunner word door den Keizer een ze-
kere Stadt toegeleid, met eentreflè-
iijk Paleis , Hofgezin en inkomfte,

i M

I iihü

-ocr page 542-

434

\\fijders , d\' eerbiedenis, die de Si-
nefen oulinx aen hunne koningen de-
den, wasdufdanig : te weten, zy be-
wezen , met Yoor-over gebogen lijve,
en \'t aenzicht na \'t noorde gekeert,
gedienftigheid. Want zy zeggen dat
hunne Koningen altijds na \'t zuide
zien. Hierom hebben ook de voor-
naemfte poorten des paleis: defgelijx
de deuren der kamers, en al de val-
bruggen der hoven, haer uitzicht na
\'t zuide. Waer uit een fpreekwoordt
ontftaen is , dat de Sinefen , fchoon
verre van de hand, altijds hunne Ko-
ningen eeren, wanneer zy met gewo-
nelijke plichtplegingen hunne gaften
ontfangen.

: Men zeid de Tarterfche Vorft, die
heden het gcwcil van
Sina bezit, en
ftjn verblijf fn de Hooft-ftadt Peking
heeft, de groote Cham cn Heer van
geheel Tartarije niet is, gelijk tot dus
lang gelooft is ; maer een van de
kleinfte Vorften der Tarters t waer
van fijn groot-vader d\'eerfte Koning
van zijnen ftam was , verheven tot
die waerdigheid door d\'inwoonders
van zijn land, welk flechts een klein
landfchap van Ooft-Tartarye
\\%Mm-.
cheu
geheetem: daer men te vooren
nooit een oppcr-hoofdige, of alleen-
heerfchende Vorft gehad heeft.

De vader van dezen tegenwoordi-
genKeizer, genaemt, onder
wien geheel
Sina zijnen rijke ingelijft
wierd,
was de vijfde van fljnen ftam.
Zijn fortuin fcheen zoo wonderlijk
in d\' oogen der andere Vorften van
zijnen landaert, dat zy hem by den
blixem verleeken , wanneer zy van
hem fpraken : het was, zeiden zy ge-
woonehjk, een werk van God en den
hemel, die het kon beletten.

De tegenwoordigcn Keizer, zoon
van
Zunchi, is Konchi genaemt, een
jongeling van ontrent zeftien jaren,
gelijk reeds tc vooren verhaelt ftaet.

D\'eerfte menfch of heerfcher, dien
de Sinefen in hunne fchriften geden-
ken , was
PuoncH geheten Na hem
quam
Tienhoang , Ginhoang , Yenjm.
Doch wierden in deze eerfte tijden de
landen by dc hoofden der geflachten
bcfticrr.

De eerfte Keizeren, die het geweft

Ivlartijn
S.ïnic. Hiß.
üb.
4,

•äi

ii"\'

•1=1

hM!!\'

van Sina, voor de geboorte desHei^
lands,beflierthcbben,cn by keure van
meefte ftemmen ten Throon gevoert
wierden, zijn ten getale van acht: te
weten,federt \'tjaer voor Chriftus ge-
boorte twee duizend negen honderd
tweeënvijftig, tot aen het jaer twee
duizend twee - honderd en zeven.
Voor deze tij den bekennen de Sine-
fen fclfs niet Waerachtig in hunne hi-
ftorien te hebben : ook worden veel
belachelijke dingen van dien tijdt in
dezelve gevonden, zoo wel| ten aen-
zien van den ouderdom der men-
fchen, als jaren dci*regccrdcrs : want
zoo men hunne fchrij vers gelooven
wil, de werelt zou veel duizend jaren
voor den watervloed geftaen hebben.

D\'eerfte Keizer, dan, was

Jaren

flIJ-
140
100
84
78
70
90

33

Fohi

Xinnung

Hoangti

Xaohau

Chuenhio

Ko

ra

Xun

I.
II.
III.
IV
V.
VI.
VÏI.
ViO.

Re-
geer-
de

l

Voor Chriflu
gebaorte

apya
2837
2597

2^97

2yi3

243 r

22yS

Jam

10
9

15

ï7

geboorte
2207

2197

2188
215-9

2I4d
205\'8
205-7
2040
2014

I99d
1980
1821
ï8oo
17^9

1848
1838
1818

Re- 2
Kgeer- < ^

de

31

\\t
19

Na

J

Na Xun wierd het Rijk by erfenis
bezeten, en d^crfte Stamofgeflacht
Hia onder Keizer Tu opgcrcclit. Dit
gcflachc heeft vier honderd ten en
veertig jaer geduurt, onder zeventien
Keizeren: als,

Voor Chrißus
■e

I. Yu 1

II. Khi

III. Taikang

IV. Chumkang
V. Siang

Vfl. Xaokang
VII. Chu
VIII. Hoai
IX. Mang
X. Is
XI. Pukiang
XII. Kung

XIII. Kin

XIV. Cungkia
XV. Ka

XVI. F au

XVII. Kie

-ocr page 543-

I. Tang
U.Tazkia
III. Voting

.Taikeng
V. Siaokia
yi.Jungie
Vll.Taiu
VUL Chungting
IX. Vaigni
X. Hotankia
XI. Zuie
XII. Zufini
XIÏI. Vokia
XIV. Zuting
XV. Nankeng
XVI. Tangkia
XVII. Puonkeng
XVin. Siaeßni
XïX. Siaoye
XX. Vut mg
XXL Zukeng
XXIL Zukia

XXIII. Lmfin

XXIV. lienting
XXV. Vuye
XXW.Taiting

na

xxvïi.r/v^
^iH XXVilLC^f

^ Na het t\'onderbrengen en verme-
ngen des ftams
Xaug, ftont de ftam
des jaers voor de geboorte
«^s Heilands , elfhonderd twee en
twmtig : bloeide tot twee honderd
zeven en veertig jaer voor de geboor-
te des Heiland, onder zeven en der-
tigh ranken.

De eerfte grondlegger was zeker
^onmgje ofprins/^; maerverwifl-el-
«e^amaels, ten rijke gekomen, van

ü^v\' genoemt. Welk

^^njdbaerbetekent. Envanhem zoit
opgekomen zijn : dat de namen der
^eizerenook nunoch , op hun aen-
komen veranderen.

zeker Ã¯andfbhap Xenß

ftam alzoo genoemt Wierd.

Na den ftam Ria , volgde de ftam
Xang, opgerecht aUereerft door Kei-
ler
Tang , die acht en twintig Keize-

rcn heeft uitgelevert.

13

33
29

25\'

17

12
7S

13
ly

9

16
2f
32
2y

7
28
21

18
S9

7
23
6
21
4
3

37
l3 3

1720

1666
16S9

11(52

ÏJ34
15-25-

1490
1464.
Ï433
1408

1401
^373

^35*2
I324
1205-
I2j8
1225-

Ï2T9

ÏI98
H94

Re-
\'geer-
de

I. Faoiü

il. Ching

II!. Kang

IV. Cha

V. Mo

VI. Cung

VII- IS

Vï I. Bid

IX. Is

X. Li

Xï. Siveni
XII, ]e

XIlI. Ping

XiV. Von

XV. Chuang

XVI. Li

XVII. Hoei
XVin. Siang

XIX. Biang

XX. Quanq

XXI. lm,

XXII. Kien
XXII(. Ling
XXIV. King

XXV. King
Tuflchen beide was Keizer Men-
guen,
doch regeerde dees flechts een
maend.

475" XXVI. Tuen y Re- f7
4<ï8 XX VIL
chinting V geer- «^27
440 XXX. Ka ] dé Lij
Dees wordt de dettighfte geftelt.
Want na de dood van
chinting had-
den zich ook de tWee andere zonen
van
ChintingJKiucie en Xdcie
of tot Keizer opgew^orpen, maer
werden namaels door hem verflagen.

fi4
j
x6
Re- \\ 7

Ygeer- t 4^

1

6
S9
L 9

i.

m

XXXI. Gueilie
401 XXXII. Gan
37f XXXIII. Lie
3(^8 XXXIV. Bien
320 XXXV. Xicini
314 XXXVI. fo
25-4 XXXVII. cheukimi)

Na den Stam cheu quam dé Stam
Ci» op, onder den oprechter
ching,
die namaels Xi genoemt wierd , des

jaers twee honderd zes en veertig , en

duurde maer tot het twee honderd en
zcftéjaer voor C hriftus geboorte.
\'24 6 1. Ching of Xi, regeerde 3 7 Jaren,
209 II. f7/x/, iJaren-

dagen.

ia z Nar

oß*Taißngi

Voor Chrifttts

geboorte.
I ! 22
I l I f

1078
105\'d

lOOI

945

9 34
894

–
878
827
78t
770
719
696
631
676
öyi

612

606

5*71
^44
5-19

IE is

■ Jil

12
ZS

15-

16
38

4(S
II

fr

23
if

5

25-

33

6

6
2t
14
27
25-
144

Re-
^geer-
de

J

-ocr page 544-

Na den ftamei;^ volgde de ftariiH^?/, Oofter Tarters van Muncheusem^\'
di^ tor op het Jaer
na Chriftus ge- tigr,diehunnenftam,ennadenlelven
boorte twee honderd vier en zeftig | het geheel rijk van Sina, Taißng ge-
bloeide. D\'eerfte oprechter of grond-
| noemt hebben

« .1 . _ _____T^r"» r-V-J t:si

legger van dezen ftam, was

Jaren

17
7

Voor Chr\'ißm
geboorte

2.06

194

*i%7
179

Lieupangoï Kaozu
Hoei

Liuheua, een vrou
Ueni

I.

IL
IIL
IV.

V. Hia&king
VI. Hiaou
Hiaocha
Ho

Siueni
hien
Üjing

2.3
16

T4-
12

7
zf
16

ts6
140

74

7 3
48
32
6

Vil.

vm.

IX.
X.

XI.

XII. Ngay

- ----------------j >__\'

menen naem genoemt worden, dat\'s
raetofbank.

Deze raden ftaen niet alleenlijk
\'s rijks zaken ga , aen beide hoven,,
daer zy hun verblijf hebben, maer
zijn die genen, deze die gelijk d\' eer-
fte bewegers , waer aen d\' andere
hangen,de beweging aen de refte van
de beftiering geven, dat is,aen d\'amp-
tenaers of overheden.

Ieder raet heeft zijnen raets-hooft-
man , genaemt Chamxu : met twee
byzitters : \'d\' een, met name Koxilam*
die de voornaemfte is, en ter linker

De Majeftraten of Overheden in
SinaM \'t algemein genomen, zijn van
tweederlei ftagh of orde : d\'eene is
der genen, die niet alleenlijk m de
rijx-ftad het ampt van hof-raden be-
dienen ; maer van daer, gelijk van een
wachtooren,het geheel keizerrijk be-
ftieren. D\' andere is van overheden
der landfchappen, die of byzondere
landfchappen of fteden beftieren.
Regeerde7 algemeine beftieringh of die van
d\' eerfte ofde, word by den Jefuit
Al-
varez Semedo
iil de volgende woorden
2ö ten toone geftelt.
6 De hoofc-beftiering van gantfch
Si-
na,
beftaet in zes raden, of kamers, of
Deze
zijn de namen der Keizeren, rechtbanken, die Fu met een alge-

ieder onder zijnen ftam, voor de ge-
boorte des Heilands, vofgens de Si-
nefche hiftorien zelfs; vertaelt uit het
Sir^eefchin\'i Latijn,
doOr den Jefuit
Martim ; maer die na defleifs ge-
boorte gebloeit hebben , zijn my
niet ter handt gekomen , en fteken
noch onvercaeltin de Sinefche hifto-
rien.

Na den ftam Han ftond de ftam 9/»
op, tot aen her jaer , na des Heilands
geboorte, vier honderd en negentien.
Toen vvaeren te gelijk vijf koningen,
genaemt, die elkandren aen het

Deze zijn d\'eerfte,en voordeehgft^
ampten des keizerrijks, uitgezeit dat
van
Kolaos. Zoo dat een Tutang of on-
derkoning van wat landfchap het
ook
zy, ja zelfvan \'t aenzicnlijkfte, na ge-
tuigenis van zijne bequaemhcid ge-
geven te hebben,indien
hy wilhoogcr
zijn, zich wel voorzien houd,zoohy>
fchoon geen ractshooftman van deze
raden, maer ftechts een der byzitters,
ter linke, of rechterhand kan zijn.

Behalven deze , de voornacniden

oorlogen hielden: tot dat,nahet ver- | zijde zit : cn d\'ander Teuxilam, tef
delgen van al d\'andere, de ftam r^»^ I rechterzijde.

.-O , . ~ , ..t___1 J

alleen de heerfchappy over geheel
Sina aenvaerde , en tot aen het jaer
zes honderd en achtien behield.

Na Tang , fchoot, desjaers negen
honderd drie en twintig, de ftam
Sung
op, die over geheel Sma heerfchte,
tot acn het jaer 127 8. op welk deze
ftam geheel door de Tarters fon-
der gebraght en verdelght wierd , die
den ftam
Juen oprechten , en heerfch-
ten over geheel
Sina, tot aenhet jaer
diertien hondert acht en zeftigh. Op

M

diertien nonacrtaciu enzeuign. wp »eaaiveu u^^^ ^^

welk jaer de ftam Tnming op quam, van den raed, zijn\'er noch uen.« ^^

van aen raeu , /.iju ci " i-gW
re van den zelven
recht-bank, di .
na alle gelijk in
waerdigheid ziji^\' ^
verdeelt in verfcheiden ampten ,

bezig met verfcheide zaken, üy ^^^

Jl:i (
li! :

hl

JO-V,». ----------------O i 1 \'

onder zekeren Offer-paep Chu , die
de Tarters uit
Sina verdreef. Dan
deze ftam is weer des jacrs zefticn-
honderd vier en veertigh , by opftaen

* _ _____l* _ _ __... ^ m. ^ * ■l ^ V-» M y.-t

opiiaen uict - gó van

vȕ inwendige muiterijedoor de ze zijn te voegen dcmeemgt ^^^^^

-ocr page 545-

De vijfde Raed , genaemt Cumpu,
heeft het opzicht over d\'algemene
getimmerten , en inzonderheid over
\'s Keizers gebouwen , over zijn Pa-
leis, over de Paieifen van zijjié kin-
deren, en die van d\'amptenaers.- over
de

muuren en poorten der Steden,
over ftraten, wegen ea bruggen.

Den zelvén Raet is ook aenbevo-
len de ftromen te zuiveren , en de
fch

epen te voorflen , die uitgeruft
zijn ten dienfte des Keizers, als ook
dekrijgsheiren.

De lefte Raed of kamer, Himpiu ge-
naemt, dat \'s
Raed van den Gerechte,
is gefteld over misdaden en ftraflèn,
i cn geeft vonnis overde gewichrigfté
hjfitrafbare zaken.

Een zelffte getal van Raden , of
kamers, of hoven, die in het Hof te
Peking, gelijk Van een wacht-tooren,
\'tganfch keizerrijk beftieren, vintmen
by den^ Jefuit
Niklaes Trigaut, byna
op gelijke wijze, met deze woorden
belchreven.

De Opperfte Hof-raden of banken
zijn zes in getale.

D\' eerfte is genaemt Lipu , dat \'s
i zoo veel gefeid, als zetel of bank der
Majeftraten. Deze Raed overtreft ai
d\' anderen : want aen hem ftaet hec
noemen of kiezen van al de Majeftra-
ten der Filofofifche of Geleerde orde
des ganfchen Rijks, die voor de mag-
rigften gehouden woorden , en geduu-
rig van trap tot trap hoger en hoger
opklimmen, indienze flechts in lager
ampten proeven van gelecrtheidt,
deugt en vroomheid gegeven hebben.
Ten tegendele,zoo zy eenen misdaet
bedrijven, worden geheel en al van
hun ampt berooft, of verlaegt tot hec
bedienen van geringer ampten.
I
D\'eerfte noeming beftaet in de
voortreflelijkheid van met Sineefche
tekenen te fchry ven: waer van by de-
zen bank geoordeeld word.

De tweede Raed (by Semedo de
vierde) wordHopu genoemt,dat\'sde
Raet
vangeltmiddelen oïReken-kamer^
Dees heeft het bewind over \'s Rijks
inkomften en laften : vordert tollen
en fchattingen in : betaelt krijgs-
knechten en andere diergelijkeonko^
ften.

til I m

van Sma o

grote en kleine amptenaers, als nora-
rifen, fch rij vers , fekritarizcn , die-
naers, en hooft-mannen van den ge-
rechte of fchoLïten , beneven veele
andere, in
Europe niet in gebruik.

Ö\' eerfte recht-bank of raet, die het
meefte gezach heeft, endehoogfte
Wedde ontfangt, is de raetvanftaet,,
en Word genaemt
Lipu, dat eigentlijk
J^aet der Majeftraet, of overheid ge-
zeid is: want
Pu betekent een racd,en
Li Majeftraet, öf overheid.

Aen dezen behoort eigentlijk de
algemeene keuren des keizerrijks,
iakende d\' ampten, voor te fteilen, de
Zelve te veranderen, en verhogen.
Vi^an c die eens met een ampt verzien
is, klimt geduurig by trappen tot hoo-
ger ampten op.

Aen den zeiven Raed ftaet ook het
recht van den genen te herftellen,
die van hun ampt afgezet zijn: gelijk.
Zoo een Mandarijn, door eenig on-
geval, is van zijn ampt berooft, lich-
telijk komthy daer weder in, zoo hy
Wel met dezen Raed ftaet.

De tweede Raet is Pimpu genaemt,
dat
Krijgs - raed : deze heeft zoo
groot een gezagh , als de Raet van
\'^taet: te weten, over alle Majeftraten
der Geletterden en over al d\'andere
^ihgs-bevelhebbers, en flaen in \'tal-
gemein de krijgs-zaken ga.

De derde Raed is die van de ge-
woonten of zeden , genaemt
Ltm-
P^- dees, hoewel hy zulk een groot
gezach niet heeft, nochte zulke ge-
wichtige
Zaken ga flaet, is evenwel
geen minder aenzien ; want de
Mandarijns, daerhy uit beftaet, wor-
aen genomen uit het Keizerlijk
Amptgenoodfchap
Hanlin, dlie de

naeite aen de Kolaos zijn, d\'eerfte
waerdigheid in

Deze Raed draegt kennis van al de
\'^eicheiden der brieven: desgelijx van
tempels , kerkelijke plechtigheden,
Konzen , Vreemdelingen , Gezanten
endiergelijken.

. ^^ vierde Raed is die van \'s Kei-
lers mkomften of gdd - middelen,
l^^naemt
Hupu : want deze drae^r

zorge over sKeizersinkomften, to1-
pachten en laften, en, in\'t alge-
meen over al, wat d\'mkomften L

-ocr page 546-

—— — — - — —• ----^

kingen der geleerden, over Hoogtij-
den , gemene gelukwenfchingen en
plichtplegingen, aen den Keizer op
zekere tijden
cn voorvallen te doen.

De zielvcRacd bemoeid zich ook
met den welverdienden eertytelen:

den eenen brief aen iemant te fchry-
ven ; \'c zy buiten of binnen het Rijk.

De vierde Raed , Pimpu geheten,
dat
\'sKrijgs-raet , over zaken

van vrede en oorlog, die de verzeker-
nis en befcherming der landen betref
fen: hoe wei in den feiven niet zonder
bewilliging des Keizers mag beftoten
worden. By defen Raed worden ook
alle ktijgs-ampten begeven, den blo-
den afgenomen en manhaftigen weer
verleent ; desgeiijx den welverdien-
den met eertytelen en waerdigheden
befchonken.

De vijfde is Cumpu genoemt, dat
\'s
Raet van i algeme ine gehouwen. Defe
geeft achtingh op het ftichten van
\'s Lands gebouwen en Paleifen of
Hoven, te bewonen by den Keizer,
zijne vrienden
cn iMajeftraten ; van
gelijken op \'t bouwen van fchepen en
uitruften van fcheeps-vloten : doet
de muren en bruggen der Steden op-
halen en hermaken.

Defeftc Raer , Humpu geheten, is
gefteld over het onderfoeken en von-
nifen dermisdadigen.

Alle zaken des gehelen Keizerrijks
heid dezer drie word in de Hooft-ftad
Peking en in het ganfch Rijk onder de
hoogfte gerekent. Volgens defe word

De derde Raed word geheten, ! ter of Raeds-hooftman vandengan-
■^^.VsRaedtoïBank van plechtigheden, j fchen Bank, dienzyQ^mr/^/noemen.
Dees draegt zorge ove^de gemeene iDefe heeft
twee byzitters eenen ter
ofrerhanden,tempels, Priefters, \'sKei-^ rechte, en eenen
ter hnke zijde. Deze
zersvroüwen, fchoien , onderzoe- worden Ci/^/^ genoemt.^ D^waerdig^-

ieder Bank in verfcheide ampten ver-

deild: over ieder der welke veel ampt-
genoten zitten. Behalve deze heeft

mee aen weivcruicuui^u i u^i-am

achcineopartzen ,wiskunftigen, op j ieder Bank zijne fchryvers, klerken,
\'t wegzenden en ontfangen der Ge^ boden, en veel andere dienaers.
zantfchappen en op \'t fdiryven der Keizer r^, die desjaers voor de ge-
brieven te geven: want de Keizer acht boorte des Heilands , twee dmfend
zijnkronetenatezijn, meteigehan- driehonderd zeven cn vijhigb^g^on

hangen aen dezeRecht banken-Wes- | Dees geeft achting op \'sLands wef

halven zyin ieder Landfchap cn Stad ! ken, als\'sKeizers Paleifen, wallendet

onderhorige Majeftraten en Notari- j Steden, ftromen, fchepen,engem
fen hebben : door wien zy met grote | ne wegen, op dat nergens aen cier
getrouheid van al wat\'er onigaet, ver- 1 of veiligheid iet te
kortfchiete.
ftendigtworden : dies zy in zulk een j Defefteis Hingpu of
groot gewricht en belang van zaken draegt over lijH^^ ^^^^

geen kleinen laft op den hals hebben: zaken en misdaden zorge, ^^
maer de meenigte en orde dier Ampt- d\'overtreders ftraflèn. i;aen

genoodfchappen verlicht dit pak- banken zijn al\'van Keizer ^

Want infonderheid is\'er een Voorzit- af opgerecht: door de w en^-u;

te heerfchen, heeft allereerft defe zes
Opper-magtige Recht banken inge-
voert, volgens getuigenis van den Je-
fuit
Martijn,ïn zijn eerfte Boek der Si-
neefche Hiftorien, daer hy feid.

Daer na heeft Keizer Ya den Sinee-
fchen ftaet in een beter , ja tot een
nieuw^e vorm gebragt, met het op-
rechten van fes opper-magtige Recht-
banken. Een dezer word
Lypu ge-
noemt :
en is deftelfs ampt kennis te
nemen van de deugden en dwalingen
der Majeftraten,en,na eens ieders ver-
dienfte, of tot hoger waerdigheid te
verheftèn , of ganfcheiijk van zijne
qualijk gebruikte te beroven.

De tweede is Pingpu genoemt,dat\'s
Krijgs-raetoi Opperfte Bank der krijgs-
knechten
, die de felffte zorge over de
krygs-overften draegt, gelijk de voo-
rige over de Geletterden. De derde
is
Lipu, dat \'s Bank der zeden of plicht-
plegingen
, dien de zaken van kerken,
offerhanden, uitheemfche Gefanten
en diergelijke andere dingen betrei-
fen. De vierde word
Hupu gehete«»
die \'s Keizer fchatten
en inkomften ga
flaet. De vijfde is Cumpu genoemt\'

r t . . T - â– .f7PV-

-ocr page 547-

^or Hoofden het ganfch Keizerrijk
Van
Sina uit het Hof met orde beftiert
Word. Beliaive den Keiler en
Kolao,
erkennen defe niemant boven hen.

Volgens anderen, beftaet de Raed
van Staet of Rijx-raet uit zes perfo-
nen 1 welker bcraedftagingen niet
gaen, dan over degewigtigftezaken
des Keizerrijks. Deze Raet of Verga-
dering word genoemt
Locpol. Ieder
van deze zes Kaedshcren, wanneer
buiten dezen Raet is, heeft zijn by-
fonder vertrek of kamer , en is ook
Hooft en
Raeds-hoofrman van een
andere vergadering of Raet : alwaer
men de zaken van zijne kamer ver-
handelt. Defe Raeds hoofman maekt
zijnen Raet van zoo veel perfonen,
als hy oordeeld nodig te zijn.

D\'eerfte van deze Raedshercn
heeft de beftiering over den Raet van
Staet: zijne vergaderingh word ge-
noemt
LipoL De tweede flaet de za-
ken van oorlog, veftingen, en \'s Rijks
geldmiddelen ga: heeft ook magt om
bevelen uit te geven. De derde heeft
het opficht over gebouwen: houd de
rekening van al^hct geen in het ge-
heel Rijk gefticht \\^ford desgelijx
Van d\'onkoften, die hefteed worden
aen het maken cn onderhouden der
Steden , veftingen, wegen , ftraten
en dijken. Defe vergadering word ge-
lïoemt
CongpoL De vierde draegt for-
ge over tollen en laftcn des Keizer-
ryks. Zijne vergadering word ge-
noemt
Olpol.

De vijfde is Raeds - hooftman in
den Raet van lijf ftrafbare zaken : en
fpreèkt de vonniflen uit, die ter uit-
voering worden gefteld in hethpf, ter

plaetfe , daer hy zijnen Raet hout.
Deze vergadering word
Ungpol gt-
noemt.

De zefte en laefte heeft het gezagh
^er ampten en bedieningen van het
^ajeftraetfchap , en vergeeftze aen
de genen , die door hunne oefenin
gen in de letteren , maniere van le-
ven en zeden daer toe voor de waer-
digfte gekeurt worden.

. ïn dezer wijze heeft haer de rege-
ring Van federt vele eeuwen, on-
der de Sinefen toegedragen, die ook
m \'t eerft , na het vermeefteren van

Sina door den Tarter, onder Keizer
Zunchi niet verandert wierd : als al-
leen met het byvoegen van,aen ieder
van deze zes Sinefe Raedshceren, een
perfoon van zijnen landaert : zulx
deze Opperhoofdige Raed des Rijx
toen uit twalef perfonen beftond. De-
ze zes Tarterfche Raeds-hooftman-
nen hielden ook hunne byzondere
Raden, die uit perfonen van hunnen
landaerd beftonden.

Al de Rijx-raden voornoemtkun-
nen niet belluiten, danmetgemeine
bewilliging van al deftemmen : der-
halve geen zaek by meerheid van
ftemmen befloten word. Wanneer
de vergadering gefcheiden is, en ie-
der van deze Raeds-hoofrmannen
komt zijn Raet byzonder te houden,
gelijk te voore gezeid is, voegt men
hen een anderen Tarterfch Onder-
Raeds-hooftman toe.

Namaels , onder de regering van
den tegenwoordigen Keizer
Konchi,
zeidmen de Sinefen geheellijk uit de
regering geftoten zijn, en de Tarters
alleen die aen zich behouden hebben.

Buiten deze zes Raden of Banken,
de voornaemfte des Hofs, zijn\'er ne-
gen andere Kamers of Banken, gehe-
ten
Kieukim, ingefteid ter bedieninge
van verfcheide ampten , die inzon-
derheid zien op het huis des Keizers.

D\'eerfte, gQn:icmt Th>ai liju, dat\'s
de grote Reken-kamer, beftaet uit der-
tien Mandarijns, te weten, uit eenen
Raeds-hooftman, twee byzitters en
tien Raedsheeren. Deze Raet is ge-
lijk een grote Kancellerye des Rijks,
overziet ten lefte de vonnifen der
Hof raden, en zit over de gewichtig-
fte zaken.

De tweede Raed,geheten Quanlofu
bekleed de plaetfe van Hof-meefter:
draegt zorge voor \'sKcizers tafel:
flaet de zaken der Keizerinne, Staet-
juflers en gelubden ga: ftrekt al d\'
on]
koften desHofsuit: betaelt de wed-
den der Hof amptenaers cn andere,
die tot verrichting van \'s Lands za-
ken komen : onthacld vreemde Ge-
zanten en diergelijke andere perfo-
nen. Deze Raet beftaet uit eenen
Raeds-hooftman , twee byzitters en
fes Raedsheeren.

De

II

-ocr page 548-

liirit

Derde Gezandfchap na\'t Keizerrijk ^

andere in een zeiffte wijze ot iat-
foen ; hoewel verfcheiden in dien-
ften en ampten.

Behalven al deze raden zijn noen
twee andere: d\' een
Qholi en d\' ander

Tauligmotmi En hoewel beide de-
ze het oog over
verfcheide landfchap-
pen houden, en ieder
zich bemoeit
met zaken, die hem
byzonder aen-
gaen, zoo is nochtans hun byzonder

werk en voornaemfte ampt acht te ge-
ven op
de miftagen en wanorden des
Keizerrijks, en den Keizer te verften-
digen, zoo wel zijne by zondere mis-

ftagen, als die van de Mandarijns en

vvoonten , voor byzondere zaken.
En hoewel dees van den eerften ver-
fchilt: zoo neemt zy nochtans de
zeiffte dingen met hulpe van zijne by-
zitters waer. Hy zorgt voor d\' offer-
handen, te doen aen de graffteden der
Keizeren:
voor bergen, boftchen en
voor al \'tgeen daer aen hangt : ge-
lijk voor de zingers, fpeeltuigen en

beeften, ten offer beftemt.

Noch is \'er een byzondere recht-
bank of raed, die alleenlijk paft op de
gedenk-fchriften, aen den Keizer te
vertonen, en brengtze met elkandre
in zekere kancellerye der verzoek-

fchriften.

Alle zaken worden den Keizer in

lil

lifof\'tiï nT. I \' :rb;hr«in7e órze raden /gelijk

Tl Hv b^eft et uü fene? raeds- het licht is van miflagen der andere te
1 ooftma^n
wee byzitters , en zes ^ fpreken, doen zulx met groote vry^

i,ooUmaa, tw y heid, enveeltijdsnietzondergroote

"ot vySe\'raed is die van dc ge- onrechtvaerdigheid. Hun wijze van

_____u____„j«.^ -r^lf f tl. i doen is te maken een vertoog, en dat

te toonen aen den Keizer, zonder de
zelve komt in de kancellerye.

yi; enftonds word dezelve Fdcheo,
gelijk men zeid, dat\'s, worduitge-
fchreven, en daer na aen de fchrij vers,
daer
toe gefteld, overhandigt: en ma-
ken deze daer ^ecle gelijk-luidende
fchriften van, die door de voornaem-
fte of eerfteloopers, doorallegeWC-
ften des Keizerrijks verfpreid wor-
den; zulx men aenftonds weet, door

wien en tegen wien deze gefchriftcn
gegeven zijndefgelijx de ganfche in-
hout,hoedanig hy ook is.

Deze vertogen, die deSinefen/^^^^

noemen, aldusgeopenbaert,moet de

Maftijn
Hiflor. Si-
nk. lib.
9.

fchuldigen, (want zulx zou voor ee
teken van weinigh nederheidge»®

den worden,) riiaer om te bekenne^
dat de
Tauli groote reden heetc ,
«nfTPliik : dathv miftagen

Alle zaken worden den rvcizerm
.ei^hrifren niet mondelinx ver- befchuldigde of Majeftraet, daer he
LonSolgens een oude gewoonte i om
te doen is, aenftonts,\'tzy met uft
doorKeize?5/t;^;.i,die desjaersvoor | ofonwil, twee dingen doen. Hetee
\'s Heilands geboorte drie en zeventig i fte is, te vertoonen een ander v^
begon te heerfchen, allereerft inge- j zoek fchrift, niet om zich terec^ ;
vo?rt
,ten einde de Keizer zelf, na al- vaerdigen , nochte om zich t o»

VUCIL, H-u ---------^ .

les overwogen te hebben , ooR m
fchrift des te beter zou antwoorden:
want\'t gebeurt,zeide hy, menigmael,
dat luiden, wel ter tael,met bedrog en

t • __T70« ollfic wp- i

datiuiaen,wciieL Ltici,iiitLu^vii.vg ■wi.; - ^ /

pluimftrijkery van woorden alles we-1 hy ongelijk : dathy miftagen ^^

Lnafteperffen: over\'ttoeftaenvan berou verdient, en bereidt j

het welk, men daer na te laet berou ftraftè t\'ontfangen, te
heefrWaerdoorgefchied,fchoonde opleggen. Het tweede is v^^

Keizeren zich zelden opentlijk voor vertrekken, en ^^^^^^^ te

den volke vertonen,nochtans gcduu-! ten , zonder eenig rcch^DC e«

riglijk in der daed met hen verkeeren. i maken, zonder gehoor aen p ^^

I Viwi â€”— "-J\' - - \' ^ / ^

de grote Stal-meefterye des Keizers,
en draegt niet alleenlijk zorge over de
paerden, ten dienfte des Keizers;
maer ook over al de poften, en in \'t al-
pemein over al d\'andere, die dienen
?ot welftant van den ftaet. Hy be-
ftaet uit eenen
raeds-hooftman en
zesraeds-heeren.

De vierde raed is die van dienlt en
plichtplegingen deshofs. Dees is be-
zieh met al de dienftplegingen van
alsemeene handeUngen des keizers,
op hoogtijden en in al andere tijden
en voorvallen; defgelijx met degene,

die alle daegs, desmorgensin\'s i^ei-
, . nplrhie

[i t
lil
II

I ii\'

-ocr page 549-

ktn^^^^ van Sina

geiioor aen parthyen te geven , en
Zonder eenigh Dingtael t\' eindigen,
t^er tijd toe de Keizer op het verzoek-
ichrifc geantwoord, en zijne wille.ver-
klaert heeft: by wijle is deze t\'fijnen
Voordele,en raag dan de befchuldigde
de bedieninge fijns ampts weer aen-
vaerden : maer bywijle verklaert de
Keizer t\'iljnen nadeele en fchade,
groot of klein, na de groote des mis-
daeds.

Buiten twijfel zou\'deze wijze van
doen, indienze gefchiede volgens de
Wetten der rede en regelen van een
goed gewifre,niet weinig dienftig zijn
aen de hanthavingh der rechtvaer-
digheid en goede beftiering van den
ftaet. Gelijk ten dele dezelve een deu-
reis, geopent tot vele misnoegingen
en ongunften , wanneer de redene
daer niet in acht genomen word.

Het gebeurt zeer dikwils, dat een
Mandarijn, om fijn ampt waer ten e-
Jpen, en fich in ftjn dienft te quijten,
fich vyanden maekt. Zoo deze lui-
den
Zijn verbonden, door plicht of
bloedverwandfchap of vriendfchap,
^et eenige amptenaers van deze
tWee rechtbanken,
men fpeelc hem
Aenftonds een fpel ten hove, en doet
óveral de gedenk-fchriften van hand
^ot hant vliegen : zoo dat God den ar-
^en Mandarijn m.ag te hulpe komen,
inzonderheid zoo dees een van de
geringen is , gelijk rechters .makkers
Van Landvoogden , en Mandarijns
«er Wapenen of krijgs-bevelhebbers.

^ej moeite is met de grooten ,hoe-
vvei dc
TauU en Quoli de gelegentheid
n^et verzuimen van hen
len te taften,

en te vervolgen, zonder ophouden:

i \' Keizer zelf, hoe-

defl" r ^^^^^^ ^wee Ra-
«en,
Chcb en TauU, in volgende wijze.

^.n\'.v^^\'dhy, beftast uit meer

Fi^nf uirgeleze

d e dt^K ^\'^-\'^"êde en wijzefuiden,

1 ntkt "" ^yf^^ ^ivorens ge-

^^ Weine proeven van trou en vroom-
neid gegeven hebben.

en lamf ^^den worden den hof
zaken hoogwichtige

en beraedflagmgen buiten L

cf Taißnf^. 44t

dentelijk door den Keizer toege-
voegt , altijds n^t een groote en kei-
zerlijke maght: waer overzy byden
volke niet weinigh geëert en ontfien
worden.

. Dan boven al komt hun voornaem-
fte ampt met dat van onze Penfiona-
rifen over een , welk voornamelijk
beftaet, in den Keifer te verwittigen,
door fmeek-fchriften , zoo elders
tegen de wetten in het ganfch Rijk
gezondigt is. Waer in zy niet alleen
de Majeftraten, fchoon de hoogfte,
gernftns verfchoonen , wanneer zy
mifdaen hebben, maer zien ook zelf
den Keizer , noch keizerlijk huis,
deur de vingeren. Niet veel zou dit
ampt, mijns bedunkens, van deLa-
cedemoner wethouders verfchillen,
zoo deze vermaenders iet meer kon-
den doen, dan fpreken, of liever
fchrijven, en zoo zy niet aen de wcn-
ke des vermaenden Keifers gedwon-
gen waeren te hangen. Maer dit hun
ampt bedienen zy wonder ftips: want
zy ontfien noit gene Majeftraten , ja
zelf den Keifer niet: zoo groot is
hunne vryheid en vroomheid.

Fn niet tegen-ftaende de Keifer
dikwils hier over vertoornt, en ook
hevig regen hen woed (want by wijle,
zoo de gevoellijkheid der fmerte
groot is, taften zy de grootfte over-
heden , en zelfs den Keifer op hun
zeer, met hunne ondeugden zonder
onderfcheid over de hekel te halen
enberifptn) zy houden evenWelnoit
op van te vermanen en berifpen, zoo
lang tegen het algemein quaed geen-
fins een bequacm genees middel te
werk geleid word.

Dit zelffte is ook, uit kracht der
wetten , al den overigen overheden
geoorloft: en niet alken
den overhe-
den ; maer ook eenen iegelijk byzon-
deren onderdaen. Evenwel worden
de verzoek-fchriften der
Choli en Taw
li
het meefte geacht, wijl defe zulks
byzonderlijk amptshalve doen.

D\'affchriften der verfoek-fchriften,
aen den Keizer overgelevert, en \'s kei-
zers antwoord daer op , worden by
velen gedrukt. Hier door gefchiet dat
gefwint de hofzaken aen alle oorden
des Rijks bekent raken.

l^kk Men

liii

-ocr page 550-

Derde Gezan/ifchap na \'t Keizerrijk
Men vind\'er, die naderhand de Palelfe in, en dwongen hem tepn wil

ze verzoek-fchriften aen boeken te en dank, met het afleggen hv.nnet

zamen laten binden: ja word , zoo ampt-mcrken ,den wettigen navolg«

iet gedenkwaerdig voor de nakome- tot Keifer te verklaren. Het feühe

lingen daer in is, in\'sRijks Jaer-boe- heeftfich ook toegedragen des jaers

ken over gefchreven. zeftien honderd een en vijftig. Want
Manijn. \' jy^ landvoogden gebruikten voor-1 als na de doot van den voogt en oom

tijds onbefchrlmelifk grote vryheid /ngen Tarterfcl^n^

en volftandigheid in het berispen van ander Tarter het Rijk ^^^^e be^^^

hunne Koningen enKeizeren, wan- -et by^^^^^

neer zy hun Vorftien van den rechten
weg des deugts zagen afwijken , tot
groot verwondering der volken van
Europe, die van die vryheid yerfteken
blijven. Of men zich over de volftan-
digheid der Landvoogden . of over

llItL UJ^ULWlJgw. ÏCXX ------ 1 A-n- 1

dom,onbequaem tot fuik een ialt,itei-
den al de Landvoogden fich tegen de-
ze gevaerlijke Staetzucht, met het af-
leggen hunner amptmerken: en vond
dees fich benoodzaekt zeil te minde-

aigueia uci ,______ ren. En in dezer wijfe aenvaerde een

het gedult van vele Keizeren en Ko-1 jongeling van zeftienjaren,de wettige
ninèn het meefte heeft te verwon-i erfgenaem,gei^emt ,het ^^

deren is twijfehjk te zeggen. Wei is; der regeringe. Behalve dezeMajeltra-
wacr de Landvoogden onder de ge-1
ten of Rijx-raden,ten Hove,heeftmen
heimeniften
van getrouheid, in de Si- j aldaer noch verfcheide andere ampt-
neefche Filofofye verborgen : maer | genoodfchappen of Raed-kamers,op-
ten Hemel met lof te verheffen , dit, geregt tot verfcheide gebruiken, maer

voor een zake van het minfte belang is het voornaemfte en waerdigfte van
niet houden. Daer en boven is nier genoemt word:

alleen in ouden tijden, maer ook nu [daer in gene andere perfonen. dan mt-
noch by de Sinefen in gebruik, te |
geleze Doktor^mogenkotnen.

Die zich in dit Keizerlijk Amptge-
noodfchap bevinden, doen niet dan in
de boeken blöken,en mogen ftch gan-
fcheiijk niet met algcmeine. ampten
bemoeien, daerze nochtans in waer-
digheid de genen, die aen het roer van
Staet zitten, ovcrtreffen:wacrom gro-
te moeite aengewend word , om in
ditamptgenoodfchap te komen.

Hun ampt beftaet alleenlijk in hec

toeftellen van \'sKeizers fchriften,
\'s Rijks Jaerboeken te fchryven , en
wetten en willekeuren te maken. ^^^

defe worden de Leer-meefters der

Keizeren en princen gekoren. ïn dit
amptgenoodfchap zelf heeftmen ver-
fcheide trappen van eere, die een i®"
gelijk door
het wel fchryven verknjgt-
Daer na wordenze tot de hooglt^
waerdigheden verheven;
hoewel me^

weten, dac de Landvoogden ,wan-
neer hunne heilzame vermaningen
van den Keizer niet gehoort worden,
de merken en gewaet, het teken
huns ampts, voor den Keizer zelven
neer leggen , mer opèntlijke aentui-
ginge daer door, zy niet langer het
ampt willen bedienen, door wiens te-
ken , nu afgeleid , zy verkent wae-
ren. En des te ftouter leggen zyhun
amptmerken neer, zoo de Keizer iet
voor heeft,welk zy vrezen tot \'s Rijks
nadeel te zullen ftrekken, en hy na
hen niet hoort , die anders raden.
Zulx is
voor eenige jaren onder Kei-
zer T^^to gebeurt, die al zijne grote
lof met brand van geile welluft bezoe-
delt heeft. Want dees, niettegenftaen-
dc hy wettelijke zonen had, wilde
evenwel tot erfgenaem des Rijks

evenwei rot ertgenaem uet, jxijsvb wuciuiyucctwii â€” ,

verklaren, den zoon van eenbyzit, | buiten het Hof Niemant wort tot ^^
daer hy tot rafcns toe op verheft was. | zwaerwichtig ampt van
Maer al de Rijxvoogden ftelden zich ren, dan uit ditamptgenoodlc^^r
daer tegen, met fterk te lochenen dat Die zich in dit amptgeno

te zullen lijden. Wanneer de Keizer bevinden , doen g^ooi ^

hunner aller befluit in dewintfloeg, | graf fchriften, eergediciuu ^ ^^^

traden al d\'o verheden die in deStad i gelijke, hunnen vriender^ce ^^^^

waren,ten getale van twee duifend ten > fchryven. Ja acht zien ie b

>
p

Jl

SÉ

-ocr page 551-

^ig , Zoo hy die bekomen kan , en
Wend ten dien einde grote moeite
aen want zoo de zelve flechts den
naem hebben , datze van hen geko-
nien zijn , zy worden voor de fraeifte
gehouden. Eindelijk zijn deze lui-
den Raeds-hooftmannen cn oordeel-
in d\'ondervragingen of onder-
Zoekingen der Licentiaten , Lee-
ï^aers en Doktoren, van wien zy voor
Leer-meeflers gehouden, en met ge- |
Ichenken begiftigt worden.

Boven al deze Banken van den Ge
rechte , is\'er noch een Oppermagti- <
ge , die de hoogfte en eerfte waerdig-)
heid des keizerrijks is. Niemand, dan |
die van het keizerlijk amptgenood
fchap, genaemt
Hanlin of Hanlinyuen,
is , kan daer in ontfangen worden: te
Weten, na e4n lange wijle ter beftie-
ring gezeten, en zulke deurluchtige
getuigen iflen van hun vroomheid en
voldoening aen de gemeente , met
zulk een voordeel gegeven te heb-
ben, dat noit tegen hen berifp-fchrif- |
^n uitgekomen zijn. Deze Bank of i
^aedt beftaet gewoonehjk uit vier,
nooit hooger, dan uit zes perfoo-
nen , die
Kolaos en Coglogs genoemt
^^\'orden,

Varnlie Keizer, Grootvader van
Zunchin wilde noit meer, dan
^en eenigen
Kolao gemaekt hebben,
met bybïengen ai d\'anderen overtoi-
^^g Waeren.

^e Waerdigheid van Kolao, om ei-
gentiijk te fpreken , is geen byzon-
der ampt : naerdien de
Kolaos achting
^P d\'algemeine beftiering van
rïA^^^\'^\' ^^ ^ven eens zijn ge-
njRUppern^agtige Raeds-hooftman-
«en van al de R^ed-kamers enheer-
lehappyen Ges ganfchen rijks,hoewel-
ze al lich noit daer bevinden: alleen
-taenze den Keizer by inhctuitvoe-
ren of afvaerdigen der zaken. Dan
aengeflen de Keizer zich niet altijd
m perfone by het befluit der zaken
h ^ D ,\' .^\'^ecen defefiich houden in
«et Paleis , ter antwoord op de ver-
^oek-fchriften, die alle uur van den
^^gden Keizer vertoont worden.

Wa dit verricht te hebben , zijnze
benoodzaekt den keizer tegaen vin-
öen, cn hem hunne raedflotten te ver-
ftendigen: waer over hy recht doet
aen de parthyen en veld het laefte
vonnis ; \'tzy met het antwoord der
Kolaos te beveftigen of veranderen.

"Oj,

Deze Kolaos zijn in de hoogfte ach-
ting boven al de Raden of Majeftra-
ten, die op zekere tij den in een open-
bare zale aen hen, gelijk aen hunne
Overheiden, komen cerbiedenisbc-
tonen. De
Kolaos , geduurende defe
plichtgleging\\ ftaen over eind, en al
d\'amptenaers, volgends hunnen rang,
gaen over dczale: voor hen gekomen,
keeren zy fich om , en doen hen een
hcrt-grondelijke eerbiedenis tot op
d\'aerde.Defe phcht-pleging word
Quo
Tham
genoemt , de zale door-

gaen. Tuffchen de levereien der Ko-
laos,
en die van andere Majeftraten, is
ook onderfcheit: inzonderheit is hun
gordel verrijkt met edele gefteenten,
die zy
Tuxe noemen. In het ganfch
keizerrijk mogen alleen de
Kolaos de-
zelve dragen : ja ontfangenfe uit han-
den des Keizers, geiijk de Ridders
hier te lande hunne orde : of liever
wanneer zy flek zijn , zend de Kei-
zer de zelve uit zijn Paleis hen toe>
door eenen ontmanden of kamer-
ling, die rijkelijk voor fljne moeite
betaelt word, ten minfte ter fomme
van vijftig eskus.

De Jefuit Niklaes Trigaut voeght
defen
Kolaos een zelffte gezagh en
ampttoe,metdefewoorden :

Behalve deze zes Recht-hankenis een
ander, de grootfle in het ganfch Rijken
Hof. Die dezen Raet hekleden, wor-
den l^oldiosgenoemt, en zijn gewonelijk,
drie of vier in getale, zomtijts zes.

Defe hehhen niet hyzonders hen aen-
hevolen ; maer waken op den Staet in
\'t algemein, en gaen met den
Keizer iii
alle handelingen heimelijk te rade, en
komen dagehx in zijn Paleis. Maer aen-
ge fien de Keizer heden
hy het af hande-
len der algemeine Rijks - zaken {die hy
eertijts zelf met deze
Kolaos ver-
richte) fich niet in
perfone hevmdt,
hhjven zy den
ganfchen dag in het Paleis
waren , en
geven antwoord, na hun weU
gevallen, op de
verzoek-fchriften , die
in groten getale den Keizer toegezonderi
iporden. \'Met d\' antwoorden , op de
fmeek-fchriften gegeven, vervoegen zy
Jikk 1 zich

-ocr page 552-

zich ly den Keizer, door wien dezehe
met wenken toegeflemt , verworpen of\\
verandert worden. Welk laefi antwoort
de Keizer met zijne hant ondertekent,
om daer na zijn hevel ter uitvoeringte
hr engen.
Dus verre Trigaut.

Een gelijke waerdigheid van ampt
draegt hen de Jefuit
Martijn toe, in
volgende woorden :

Aen de zes Hof- hanken , te weten,
I^-pu , Hupu , Pingpu , Cungpu,
Hingpu ,
fiaen niet de hanrlelingen of
raet-ßotten des ganfchen Rijks ; maer
ßechts de raetplegingen : want hy de
Landvoogded word de Keizer door ver-
zoek fchriften vermaent en
verzocht.
Dees, na het overwegen der zaken, ver-
zent de zelve , ieder na zijnen Bank,
daer zy onder gehören. De hyzitters
van dien Bank leveren , na rijpen over-
leg , hun gevoelen den Keizer in ge-
fchrift over, die dat dan, na zijn wel-
gevallen,of verandert
of hevefligt. Dan

om zulx héter uit te voeren , kiefl dé
Keizer etlijke der voornaemfle Filofofen
des ganfchen Keizerrijks tot hulpgeno-
ten, die
Kolaos o/CaÜang dat hel-
pende Beftierders ,
genoemt worden.

Deze hekleden d eerfie plaets naefi
den Keizer, fiaen hem in het afhandelen
der zaken hy, en helpen hem met hun
raetfiagen in perfone: want van d\'ande-
re Rijx-hoofden word hy zelden gezien.
Dus verre Martijn. Dien de Sinefen
Kolao, zouden wy, zoo men op den
oorfprongdesnaemslet,hulpgenoot
of mede huiper des Keizers noemen:
zoo op de waerdigheid des ampts,
opperfte Gebieder of Stadhouder des
Keizerrijks.

Dus verre van d\'algemeine Beftie-
ring en Raden of Recht-banken des
keizerrijks,die in beide hoven,te
Nan-
hingen P e king,
 zoo lang het
Rijk by de Sinefen beftiert wierd, hun
verblijf hadden :
want, al de Raden
en Majeftraten , die zich in het kei-
zerlijk Hof van
Peking bevinden,
hadmen voorhene ook (uitgezeidde
Kolaos) in Nanking, de Hof en Hooft-
ftad eertijds der oude Sineefche kei-
zeren: maer veel lager waeren deze,
dan die van
Peking , door \'s keizers
afwezen, die zijn Hof en verblijf in
de Hooft-ftadt
Peking had , gelijk
noch heden de Tarter , keizer vail
Sina. Het Hof en Stoel des keizers
wierd
Nanking na Peking by de-
zen voorval verplaetft.
• Keizer
Humvu, na het uitdrijven
der Tarters , des jaers dertien hon-
derd acht en zeftig , had den Stoel
des Rijks te
Nanking geplant. Na zijn
overlijden beftoot een van zijne ne-
ven, genaemt
Tunlo, die in de Noor-
der Landtfchappen met een heir
\'sRijks grenfen,onder den tytel van
koningje, tegen d
e Tarters befcherm-
de ,
Humvus eerft geboornen zoon,
\'sRijks erfgenaem , die hem docht
van kleine fchranderheid en kloek-
moedigheid te zijn, het Rijk t\'ont-
weldigen , en zich Meefter daer van
te maken. Derhalve, hebbende lich-
telijk de Noorder Landfchappen op
zijne zijde gekregen, quam meteen
\\ieix.ie Nanking, kreeg ook de reft der

Tmf. Atl
Sinsnf,

l

Idet»
Bifior.
Sink.

Hißor.
Sinic.

Landfchappen , eensdeels door ge-
weld en lift, eensdeels door gefchen-
ken aen ftjnenlhoer, en dreef zijnen
zoon
Humvus ter Stadt uit.

Dan aengefien Tunlo zijne meefte
krachten en betrouwen in de Noor-
der Landfchappen had , en
geloofe-
lijk was dat de Tarters, omhetRijk
te herwinnen , aen dien oordt zou-
den invallen, zette hy zich
in die ge-
weften neer, en juift indieStadt, in
de welke
de Tarterfche Keizeren»
wanneer zy over
de Sinefen heerfch-
ten, hun verblijf hadden, om hunne
pogingen , tegen het Rijk van Sina,
van naby te wederftaen. Doch lie*^
die van
Nanking , om deze verande-
ring niet euvel op te nemen,\'s Keizers
Paleis, en al defelfde Majeftraten en
vryheden in wezen houden, die zy
voore genooten hadden,
en namaels
in de
Rijx-ftad Peking onderhouden

wierden.

Dan na het veroveren des keizer-
rijks van Sina, door den Tartar, des
jaers zeftien honderd vier en vee^jg»
is de ftad
Nanking van hare keizerlijke
tijtel,en van al de Majeftraten, geb^\'J^^]
kelijk ten keizerlijken
hove,beroott.
zelf het paleis der oude
Sineelcne

keizeren, bencven prachtige gedenk-
tekenen , ten gronde geftoopt en
ver-
delgt;, zonder de Stad weinig ol

-ocr page 553-

tebcfchadigen. Jahcbben de Tarters |
den naem der Stad, en des landfchaps j
verandert, en in plaets van
Nanking |
Kiangnan, en de Stad 7.t\\iKiangning \'
genoemt, die te ^ooie Ingtien géie-
ten wierd.

Ai het welk by de Tarters gepleegt
wierd, uit een lang ingewortelde haet
en zucht van wrake tegen den Stam
Taiming : gemerkt Humvu of Chu,^
d\'oprechter van dezen Stam, hen of
hunne voorzaten ouhnxfchandelijk
ten rijke uitgedreven had, na eene be-
zitting van ontrent honderdenacht
jaren.

Al de Majeftraten of landvoogden,
Zoo wel van den raed der letteren, als
krijgs-zaken, worden met een alge-
meinen naem in \'t Sineefch
Quonfu ge-
heten , zoo veel gezeid als voorzit-
ter ; maer eerbaerheits en niet ampts-
wegen
Lavije oi Laufte, of Laujas,wék
heer of ouders bedied. D\' onzen en
andere volken van
Europe , na den
voorgang der Portugefen, noèmen
hen Mandarijns , dat \'s gebieders of
bevelhebbers , herkomlfig van het
Portugeefch woord
Mandarim, een
bevelhebber gezeid.

Niettegenftaende al de Overhe-
den, Maj eftraten of Landvoogden op
\'skeizers wenken vhegen, en orde
onder elkandre houden , na eens
ieders waerdigheit,zoo bedient noch-
tans een iegelijk met volkomen magt
^ijn ampt\'t en zy hem van hooger
Overheden iet anders opgeleid word.
Zoo vele rijks bedieningen heeft men
in Sina, en zulk een meenigte van
Overheden, (volgens M^ïr/i> ten ge-
tale by wijie van elf duizent,) datmen
bezwaerlijk d\' orde weten kan.

Te dezer oorzake zijn\'er, zoo wel
van d\'algemeine rijx-beftierders, als
Van byzondere Overheden der land-
schappen , vijf of zes boeken van ta-
«^elijke groote, door het geheel rijk
te koop : waer in men niet anders
gefchrevcn vint,dan de naem,geboor-
te-plaets, ampt en waerdigheid der
genen, die te dien tijde het ampt van
^lajeftraet of Overheid bedienden.

maenden worden deze boeken
tweemael, of, volgens
Martijn, alle
«ne maenden herdrukt: welk her-
drukken nootwendigh zoo dikwils
moet gefchieden : want in zulk een
grote meenigte van Overheden, zon-
der al die van minder belang te boek
geftelt worden, heeft men dagelijx
groote veranderingen . Zommige
fterven : zommige worden van hun
ampt berooft; andere tot lager amp-
ten gefchikt, of verliezen hunner ou-
ders : door welk laetfte toeval zy
aenftonds hun Majeftraetfchap, hoe
hoog het ook zy, afleggen, en naer
huis moeten trekken, om driejaren
route dragen. Meenigten bevinden
zich aen het hof van
Peking,t2i\\\\tn tij-
de, op hoop van in de plaets der genen
te treden, die afgegaenzijn.

Wat belangt de beftiering dér land-
fchappen van ieder in \'t byzonder,
dezelve heeft haer aldus:

De hooft-beftiering van ieder land-
fchap,is gewoonelijk in de hooft-ftad,
en beftaet uit vijf Ampt-genootfchap-
pen of Rechtbanken, verzien met een
volkomen en algemeene magt over
het ganfch Landf chap, en onderfchei-
den in bedieningen en ampten. On-
der deze zijn twee Opper-maghtige
banken, daer al d\'andere,zoo wel van
de fteden, als dorpen , moeten voor
wijken en buigen, trouwen zonder
eenige onderhorigheid of aenhan-
genthentheit; naerdien zy alleenlijk
van de Prins en Keizerlijke zetels de
beleening van hun ampt verkrijgen.

Deze Ampt-genootfchappen be-
ftaen in een eenigen Hooftrechter,
zonder byzitters en meer andere
Amptenaers.

D\'eerfte van deze twee banken, is
d\'Onderkoning des Landfchaps, ge-
heeten in\'tSineefch
Tut ham, oiKiun
Muen
, wiens gezagh over al de Maje-
ftraten en het volk des Landfchaps
ftrekt.

Geduurende zijne bediening, wel-
ke driejaren duurt, houd hy verfchei-
de boden of lopers in dienft , die
gaen en komen uit het Hof op zekere
tijden, om rekening tc geven van al
het geen zich in zijn gebied heeft toe-
gedragen. Hy word in zijne heer-
fchappye met grote pracht ontfangen.
Na zijn vertrek, uit het Hof, gaen def-
felfs meefte Amptenaers of Raden
Kkk I voor

■

i: ;

-ocr page 554-

Stad door d\'inwoonders te voet en
te paerd gelei gedaen . Eenige hop-
luiden met drie duizend I^rijgs-knech-
ten , beneven de ganfche Majeftraet
en gemeente,komen hem op drie mij-
len van de hooftftad, daer hy fijn ver-
blijf zal nemen, ontfangen.

De tweede Tutang, die van geen
minder magt is, maer llechs een jaer
in bediening blijft, word
ChayuengQ-
nocmt, cn zou ten opzicht vanüjn
ampt in \'tNcerduitfch den naem van
onderzoeker verdienen. Dees word
zeer gevreefi; en ontfien, naerdien hy
van alle zaken, lijfftrafbareen onlijf-
ürafbare, zoo wel die den oorlog, als
\'s Keizers inkomften betreffen, mach
kennis nemen. Hy onderzoekt al de
Majeftraets perzonen , zelf den
Tu-
tang :
hy heeft magt de rechters, cn
lage of mindere Mandarijns te ftraf
fen , en vanhun ampt te zetten. Het
mifdrijfder groote Mandarijns doet
hy den Keizer by brieven verwitti-
gen, die dan in de bedieninge van hun
ampt opgefchort worden, ter tijd ant-
woord des Keizers overkomt.

De Chayuen doet uitvoeren de von-
niffen des doods, die aen alle oorden
des landfchaps gegeven zijn, en be-
raemt te dien einde dag en Stad: der-
waerds al degedoemden moeten ge-
bragt v;7orden, om daer van het getal
en namen te weten. Zes of zeven
hunner merkt hy met een penceel:
zoo hy meerder merkt , hy word
voor een wreden en bloed dorftigen
menfch uitgekreten. Deze worden
op het velt gerecht : d\'andere weer
in de gevankenis gefmeten, gelijk te
voren. Den zelven is ook het opficht
over Stads muuren, Kaftelen en an-
dere gemene gebouwen aenbevolen.
Hy gaet niet uit dan met een groot
gevolgh, uitgebreide tekenen, en an-
dere merken van ftrengheiden maje-
fteit. Dees is de gewo nelijke
Chayuen.

Noch is\'er van tijdt tot tijdt een
ander buiten - gewonelijke
Chayuen,
gemaekt op verzoek der Keizerin-
ne. Dees voert een volkomen magt,
doch niet dan tot vergiffenis en ge-
naede : want hy bezoekt de ker-
kers des ganfchen Landfchaps, ftelt
in vryheid de gevangenen, om ge-
ringe oorzaken in hechtenis gefme-
ten , zonder tegen-parthyen te heb-
ben ; defgelijx alle ellcndigen, die
in onmacht zijn van fich zelfs vry
te maken. Hy reddert alle verlö-
re zaken, en luiden van hulpe ont-
bloot : bemoeit zich met het her-
roepen der qualik uit-gefprokcne
vonniffcn , en is een befchermer der
armen. In\'t kort gezeid, zijn ganfch
ampt flaet op het oefenen van barm-
hertigheid. Waerom deze luiden of
Majeftraten , by d\'ingezetcncn, zoo
lang zy in hun gebied zijn, grootehx
geëert en gevicrt worden.

Derde Gezantfchap na V Keizerrijk
voor hem, en word van Stad tot

i

älJvi

ï;t

1

■ij ■■
r;

iiffi

Het derdeampt is dat van den Tre-
forier , die opzicht en bedieningh
heeft over \'s Keizers inkomften in
fijn landfchap, onder beleid van den
Raed der geldmiddelen, die ten hove
zich houd. Hem zijn bygevoegt twee
Raden: een ter rechter, en een ter lin-
ke zijde, zonder te rekenen zes en
twintig minder Mandarijns, die ver-
fcheide ampten en bedieningen heb-
ben , en meenigte van andere amte-
naers, t\'zijnen dienfte verplicht. Dees
let op tollen, pachten, en alle rechten
des Keizers, hoedanigen die zouden
mogen zijn : hy geeft achting op ge-
wichten en maten : beflecht alle ge-
fchillen , die ontftaen uit geldmidde-
len : ftraft cn kaftijd de fchuldigcn,
of verzend die na zijn welgevallen
aen hooger recht-bank : betaelt ge-
wonelijk dc Majeftraten, bloedvrien-
den des Keizers , hopmannen, cn
krijgs - knechten : reikt d\'onkoften
en penningen
uit, te hefteden aen
d\'ondcrvragingen der geleerde : ver-
fchaft de livreyen en merken, die aen
verhoogde
of getijtelde geleerden
gegeven worden • decld geld uittor
\'slands werken, gelijk tot
de größte
of\'s Heeren wegen, bruggen, hoven,
of paleizen der Mandarijns,
en oor-
logs-fchepen. Eindelijk heeft dees
treforier het algcmein
oppcrbewinc
over al wat in of uit des Keizers fcnat-
kamerkomt.

Ook ontfangt hyd\'eerbiedenillen

cn rechten des Keizers, uit handen
der rechters,
landvoogden en TaiüU
ieder in zijn gcbied,in munte van zu

-ocr page 555-

"van Sina ofTaifing. 447

ver en louter zilver. Al dit zilver Al deze voorzeide ampten hebben

gezagh Qver het ganfch Landfchap,
overalde fteden , vlekken en byzon-
dere plaetfen, begrepen in deftèlfs
beftek.

Daer en boven heeft ieder Srad een
byzondere beftiering, gelijk hier te
lande, beleid by vier voorname Man-
darijns , zoo veel als burgermeefters.
Een hunner is gelyk de ftadvoogt,
dien zy
chifunoemen, d^t\'svoorzit^
ter : {chi
is heer of beftierder gezeid,
cn/?< een landftreke) : d\'anderezijn
deftelfs hulpgenoten , en genoemt,
Tumchi, Turnphuon, Cheu(imn, ieder
met een afgezonderden zetel, en ei-
gen Amptenaers.

Behalve deze zijn \'er noch negen-
tien lager Majeftraten, ter bediening
van vedcheide ampten, door al de fte-

Word door hem aenlingotten offta-
ven gefmolten, ieder ter waerde van
vijftigh kronen, met den ftempel des
l^onings,en den naem des gieters daer
op: omte wetenAvie men zou mogen
aenvatten, ingevalle het zilver v^r-
valfcht W\'as. ïn dezer wijze word het
in \'s Keizers fchat.kamer gebragt.

De vierde bank is Gandchafcigé^Q-
ten, dat zoo veel zeggen wil, als lijf-
ftrafbare kamer. Daer zijn twee by-
zitters
oi tauli. Dezen is de zorge
aen bevolen van fteden en landfchap-
gen te bezoeken,om parthyen rechtte
doen, de fchuldigen te ftraftèn, en an-
dere bedieningen van hunne ampten
t\' oefenen,die zich ftrekken zelf over
de krijgs knechten en zee zaken, in
aen zee gelegen landfchappen.

d\' amptenaers en dienaers van dent
gerec

ite.

De vlekken hebben hebben ieder
ook eenen rechter, en drie hulpgeno-
_ _ ren. De rechter word genoemt Gei-

ging der geletterde luiden, en hen te [ hien d\' eerfte hulpgenoot Honchin:

de tweede, Chufu : de derde,Tunfu.
Al deze hebben ieder hunne hoven
en raedkamers afgefcheiden, en van
elkandre afgezondert ,• defgelijx fe-
kritarifen en fchrij vers, en andere on-
derhoorige amptenaers.

De Rechter kan wel vonnis des
doods vellen, maer dat niet teruit-
voeringe ftellen.

Behalve deze Mandarijns, diehun
verblijf plaets in de Steden en dorpen
hebben, zijn\'er eenige, die geen
magt van te doemen noch te ftraf-
fen hebben;
maer flechts verflag aen
hunne amptgenoten doen.

De grote kaftelen , afgelegen van
de Steden en dorpen , hebben ook
Mandarijns of Majeftraten , geno-
men uit geringe fchry vers: want het
minfte, daer de groten na ftaen, is tc
zijn Raedsheeren en byzitters van
eenen Rechter des dorps.

Tri\'

M.

De vijfde bank, is gelijk een hoge den. Twee der welken hebben eenen
fchoolvan geletterdeiuidcnangeftelt,! raeds-hooftman, en vier raedshee-
om de leerlingen t\' onderzoeken , hen
1 ren : de negen andere, flechts eenen
graden te verkenen, inzonderheid j voorzitter , met eenen byzitter:
om \'toog overdebakkalaurefen van 1 d\'acht andere hebben een eenig op-
hun gebied te hebben, ter tijd toezy I perhooft, die over hetganlchampt-
de bonet van dokterfchap bekomen i genootfchap gebied , en over al
hebben. Het opperhooft van deze
deurluchtige vergadering, is een Kan-
cellier, die van tijt tot tijt de fteden en
vlekken bezoekt, om kundfchap te
nemen van het bedrijf omgang of dra-

berifpen enkaftijdcn, na zy ftrafbaer
bevonden worden; defgelijx te be-
roven van hun ampt. Dan laet hen
evenwel de vryheid van zich weer
opeen nieu ter onderzoeking te nio-
ge 1 vertoonen.

Noch zijn\'er in ieder Stad twee
petzonen, genaemt
Hio^uon, dat \'s
Mandarijns of Majeftraten der voeten-
Jchappen,
die mede onder den voor-
zeiden vijfden raed gehooren. Hun
gezach ftrekt niet verder, dan over
de bakalaurefen van die Stad en def-
lelfs gebied. En hoewel deze de magt
niet hebben, van den verdienden de
graden te verlcenen,offtrafbarendie
t ontnemen, maer flechts hen te ftraf-
ten, zoo zijnze evenwel zeer laftig :
jer oorzake zy op een zelve plaetfe
nun gedurig verblijf hebben, en gelijk

^^^ daer komen
ae Ichohcren ondervragen.

1

-ocr page 556-

Trigaut ontfout de algemeine be-
ftiering der byzondere Landfchap-
pen , zoo als de zelve haer by zijnen
tijdt toedroeg , op dezen zin.

De Steden, die onder de Hof-land-
fchappen,
Peking tn Nanking, ftaen,
worden in een zelve orde beftierd, ge-
lijk al de Steden van d\'overige Land-
fchappen, De beftiering van ieder
der dertien Landfchappen ftaet aen

fte veld voMis over burgerlijke : de
laefte over
lijf-ftrafbare zaken. Hun-
nen zetel is in de
Hooft-ftadt dés
Landfchaps, met zeer grote ftaetfte.

Wijders , in beide Recht-banken
zijn verfcheide amptgenoten cn zelfs
ook d
\'opperfte Majeftraten, die Tauli
genoemt worden. Dan wijl deze over
eenige Steden te gebieden hebben,
bevinden zy zich dikwils buiten de
Hooftftadt.

ïeder Fu of Landftreke (want in
verfcheide landftreken is ieder Land-
fchap verdeild) heeft eenen byzon-
deren Beftierder, C//« genoemt, dat \'s
Heer der Landflreke: want Ci betekent
Heer en Fu Landflreke. Desgelijx is
over ieder grote Stadt,
oicheu , en
over ieder kleine
SiocdioiHien, een
Opperhooft gefteld : d\'eerfte
Cicheu,
en de laefte Cihien genoemt.

Deze Beftierders van al de Land-
ftreken , en Opperhoofden der Ste-
den hebben ieder hunne amptgeno-
ten , ten getale van vier, die hen, ge-
lijk toehoorders en Rechters,byftaen,
in kennis te nemen van zaken, in hun
gebied voorgevallen.

De Cifu of Opperhooft der Land-

Naganzaju, en aen hunne amptgeno-
ten, na gewichte
der zaken, te ruch
gezonden. Het ftaet aen te merken,
dat de Cifu of Beftierder der Landftre-
ke , en deftelfs Hof en de geheele
Landftreke hunnen naem ontfangen
van de Stadt, daer in zy hun verblijf
hebben: Als in de
St^di N^nciang, om
een voorbeeld te maken, wordt de
gehele Landftreke zelfs, deftelfs Be-

Maer aengezien de gehele bedie-
ning of beftiering der byzondere
Landfchappen ten Hove, te
Peking,
moet aengedient worden, heeftmen
deswegen in ieder I.andfchap, behal-
ve deze Majeftraten , twee andere,
hooger dan de voornoemde , der-
waerds overgezonden uit de Rijks-
ftadt. D\'een dezer heeft zijn vaft ver-
blijf in het Landfchap, en word
Ta--
tam
genoemt: d\'ander word jaerlix
uit de Rijx-ftadt gezonden,
enCiay-
ven geheten.
Het gezag van den eer-
ften, wijl dat groot is over al de Ma-
jeftraten en onderdanen , en hy ovex
krijgs-zaken te gebieden heeft, en
zich met de voornaemfte ampten des
Rijks bemoeit, kan byd\'Onder ko-
ningen van
Europe geleken worden.

De waerdigheid van den laeften is
gelijk die van cenGemagtigden cn on-
derzoeker. Dees nochtans, gemerkt
hy, door \'s Keizers bevel, over de za-
ken des gehelen Landfchaps het oog
laet gaen , Steden en kaftelen beftch-
tight, alle Majeftraten onderzoekt»
eenigen ook der geringen ftraft en re-
gelt, van al d\'anderen den
Keizer ver-
wittigt , op wat wijze ieder zijn ampt

toke heeft zijn verblijf in een der j bedient, en alleen, onder aheMaje-

Steden, neven den Cicheu en Cihien-.
hoewel dees in zijn verblijf- plaets
niet meer te zeggen heeft, dan in al
d\' anderen , onder zijn gebied gele-
gen. Dit beftaet in het recht van het
eerfte beroep aen hem ; wanneer de
zaken, by den
Cicheu en Cihien uitge
fproken, aen den zelven, gelijk aen
eenen hoger, in d\' eerfte beroeping
te ruch gezonden worden : want het
tweede beroep, altoos in zware za-
ken , worden aen d\' opperfte Maje- ten, bruggen en kaftelen
ftraten der Hooftftadt ,
Pucinfu en, Trigaut.

ftraten, in de Landfchappen halfge*
recht doet , word hy met recht by
eenen iegelijk geëert en gevreeft-

Behalve deze Majeftraten , zijn\'er
ook veel andere, die verfcheide amp-
ten in de fteden, dorpen
en vlekken

bedienen. En behalve deze , zocr
vele Veldheeren en
Krijgs-o verften m
het ganfch Rijk ; maer allermeeft op
d\' aen-zee gelege plaetfen , en gren-
fen, ter wake aen de grote
muur,poor-

eene Majeftraet, Pucinju,m aen een ^-ilicrderen Hof meteen zelven naem
andere
, Naganzafu geheten. D\'eer- \\SLn Nanciangfu genoemt

M

-V;

Dus verre

Ai

-ocr page 557-

Al de Majeftraten , volgens den
felven
Trigaut, des gehelen Rijks ftaen
Onder negen ordens : \'t zy die van
^en Filofofiiciien of Krijgs-raed. le-
^er na gelang van deze ordens wort
pe Wedde mt \'s Lands middelen of
geld of rijs betaelt. Hoewel die
2eer weinigh is, ten aenziene van
^oo groot een Majefteit van Maje-
t^ten : gemerkt niemants wedde,
choon Uit de opperfte orde, bo-

ïïaeght dukaten jaerlix be-

. Die onder een zelve orde ftaen,
H» alle m wedde volkomen ge-
^Jk, t zy Filofofen of Krijgsluiden:
want d\'opperfte orde der krijghslui-
«en krijgt gelijke wedde met d\'op-
Perfte orde der geletterden.
Al de Majeftraten hebben een ei-
zegel huns ampts , hen door
eizer i^^mx;^ gegeven. Al wat zy
de rechten fchrijven, bezegelen-

ktr^ ^f\'^^ = welke ze-

^ere aerde is, zoo rood, datzv ver-

miljoen verftrekt :zyNvorduft den I

in.

44P

berg Tape by de Stadt Lmgkien inhet
Landfchap van
Xanß gegraven.

Dit teken bewaren de Mandarijns
met groote naerftigheid : want, by
verlies deflelfs, raken zy niet alleen-
lijk van hun ampt; maer worden ook
ftrengelijk geftraft. Waerom zy in
het uitgaen het by zich dragen in
een lade, toegeftoten daer en boven
met een ander zegel, zonder het ooit
uit hun gezicht te laten gaen. Men
zeit zy het des nachts inhuis onder
hun hooft-kuffen bewaren.

Een wonderlijke over een koming, Onderlinge
zoo Trigaut getuisht , is tuftchen

do . O , >> \' r r fnmgea,

\'opper en lager Maj eftraten, ot tul-
fchen de Landvooghden en Rijx-ra-
den , en tuflchen deze en den Kei-
zer zelf, die zy niet alleen met y-
ver van te gehoorzamen; maer ook
met uitterlijken dienft doen blij-
ken. Want nooit laten zy de gebrui-
kelijke bezoekingen , door langer
hand ingevoert, op zekere tijden,
noch de plichten van gefchenken ach-
ter wege.

Lil Ook

-ocr page 558-

Derde Gezandfchap na V Keizerrijk

OokfprekenlagerMaieftratenmct. «-Igf-Ï-^^^

hoewel niet ter zeltfter plaetfe. Dit
gefchiet hierom, ten einde niemant
lichtelijk vrientfchap make, en van de
ftrengheid des rechts afwijke: of de
herten der menfchen in eenig Land-
fchap tc zeer wint • inzonderheid zoo
hy de hoogfte waerdigheden bckleet:
op fteun
der welke hy nieuwigheden
zou kunnen brouwen, gelijk voorhe-
ne meermalen gebeurt is.

De voornaemfte hoofden der Land-
fchappen, Landftreken en fteden, als
dePucinfa , Naganzafu , Cifu , Ciceu,0-
hien
en diergelijke Overheden moe-
ten om het derde
jaer alle t\'effens uit
aUe oorden des Keizerrijks in
Peking
ten hove verfchijnen, en den Keizer
plichten van gehoorzaemheid en on-
derdanigheid plechtelijk bewijzen-

Ter zelfüer tijd word ook ten ho-
ve over al de Majeüraten , die door
het ganfch Rijk in de Landfchappen
geftelt zijn, een algemeine overzie-

\'S

I

hoger voor den rechtbank of elders
fchier noit dan met gebogen knien;
en daer beneffens met zonderlinge
eerbiedingehen aen.

Het zelffle doen d\'onderdanen
aen d\'Opperhoofden der Steden: niet-
tegenflaende menweet, zy voor den
bekomen graed in de letteren , en
voor d\'intrede ter Majeflraetfchap,
uit het fchuim der gemeente zijn
voortgekomen.

Allè aenzienelijke Sinefen, of die
eenig ampt of waerdigheid bekleden,
fchoon zy Mandarijns zijn, wanneer
zy willen aenfpreken of eerbiedig-
heid bewijzen, of openbaer voor ee-
nen Mandarijn verfchijnen , die gro-
ter
waerdigheid bezit , zetten de
ampt-\'bonetop: want zonder dezel-
ve
te verfchijnen, zou voor eene on-
heufcheid gehouden worden.

De ftoelen der Mandarijns zijn
ront van maekfefals de heelmeeftcrs |

ftoelen hier te lande : de leuningen j mng ofmonftering gedaen:zo wel die
of beugels overfpreit met vellen van ; aldaer moeten komen, ^Is aldoven-
riS^^ Ook ftaet) gen:
dit word volbragt eensdeels door

T^^n deze nevengaende af- i berecht der onderzoekers, eensdeels
bLldinge hier
aen tc merken. On- door heimelijke onderzoekmgen:
der welke het gemeinfte is , dat het
welk met grote ftrengheidcoe gaet.
hair der baert dun is, fchoon in wel- j Uit dit onderzoek word daer na be-

oebaerden, en yl, en blijft dat groeien, j floten, wie uit het rijk af te zetten, wie
& , r r-\'i ___________aden . wieooK

te verhogen, wie te verlagen , wie ook
te ftraffen zijn, zonder aenfchou op
perfonen te nemen.

Ja zelfmag de Keizer niets van het
geen veranderen, welk by de genoem-
de Rechters in deze algemeine
ondec
zoekinge vaft geftelt is.

De ftrafbare zijn niet de gering\'

ften, noch weinig; maer by wijle ten

getale van vier duizent : wier namen

alle in een boek aengetekent worden,

welk dan gedrukt en door het gehee
Rijk verfpreid word.

Wijders, de gedoemden, volgen^
Trigaut, worden onder vijf rangen g "

bragt : of, volgens Semedo,dc^^o^^

naemfte miflagen, daerom de Ma^

darijns geftraft worden , ^^^^ en,

D\'eerfte rang bevangt de

die het recht door gc^\'^^^^Slof

kreukt, cn uit \'sLands

goederen van byzondere luidèn le^

geknepen hebben. Deze worden van

zonder af te fchrapen noch af te fche-
ren aen eenig deel. Het hair van dc
knevels boven de mond wort neer-
hangend gedragen : de baert begint
uit te fchieten zeer dicht by d\'oo-
ren , zonder vervolgens voort te
gaen toe aen de
baert onder de kin ;
maer blijft veel meer met drie baer-
den , aen ieder
Zijde, en een onder,
in plaets van een.

Gemenelijk laten ook al de Man-
darijns en Groten, jazelf de Keizer,
de nagelen zeet lang aen de \\^inge-
ren groeien : want lange nagels te
hebben word by de Sinefen voor geen
flecht teken van adeldom en cieraet
gehouden. Eenige jongvrouwen, om
die niet te breken, fteken dezelve in

Bamboes-doozen.

Niemant der Overheden beklect
langer dan drie jaren eenige waerdig-
heid of ampt ,\'t en zy hy op nieu door
den Keizer beveftigt word ; maer

I

-ocr page 559-

ampt afgezet, en van al de mer-
ken en vryheden der Majeftraten
Voor eeuwig berooft. Onder den
tweeden rang ftaen gerekent, die den
niisdagen te ftrenge ftrafTen afgevor-
" dert hebben- Ook worden deze van
hunne waerdigheden, merken en vry-
heden berooft

De derde rang begrijpt ftok - oude
luiden, en ook die te flap zijn in het
ftraflèn of in hun ampt te bedienen,
öeze
worden van hun ampt berooft,
hoewel niet van merken en vryhe-
den. Onder den vierden rang worden
gerekent,die voorbarig en onbedacht-
laem inhet vonnifenzijn, en zonder
raet en daet in de bediening van
\'s Rijks ampten te werk gaen. Deze
Worden tor lager ampten geftelt of na
die plaetfen verzonden, daer een lich-
ter beftiering des Rijks geoordeelt
wort te zijn. Onder den laeften rang
zijn, die zich
anderen, en hun geheel
huisgezin min voorzichtelijk beftie-
ren, en een leven leiden, onwaerdig
eenen Majeftraet. Deze worden van
ampten en waerdigheden voor eeu-
wig berooft..

Dezelve onderzoeking word ook
over de Hof-majeftraten, hoewel al-
leen om het vijfde jaer, gedaen : en
*^ezelve maniere ook met de krijgs-
overften op een zelven tijt en orde en
met getijkeftrengheid onderhouden.

Niemant in het ganfch Rijk be-
dient in het Landfchap, daer hy ge-
boren is , het ampt van Majeftraet:
E en Zy
dat van eenen krijgs-overfte.
Dit gefchiet hierom, ten einde d\'eer-
Ite, die het recht bedienen, magen en

vrienden niet door de vingeren zien:
\'maer de laefte, aengeprikkelt door
hefde tot het vaderland , het zelve
klokmoediger befchermen.

Wanneer eenigh Heer het Maje-
ftraetfchap bedient, mag niemant van
Zijne zonen en huis-dienaersuit den
uuize gaen, om bezoekingen te doen,
ot met iemant verkeeren, of over
menige zaken handelen , uit vreze
^y eenige gefchenken moghten ne-
men : maer allen uitterlijken dienft
«oen hem de dienaers, die aen de Ma-
jeicraet van \'s Lands
wege gegeven
worden. Wanneer hy zelf ten huize
ofTaifing. \' 4j\'i

uitgaet, bezegelt hyde deuren (\'tzy
byzondere of algemeine, waer recht
gehouden word,) met een zegel, op
dat niemant der huisgenoten, zonder
zijn weten, uitkan komen.

Het ganfch Rijk,een merkwaerdige
zake, plag ten tijde der Sinefe Rege-
ring, door Filófofen beftiert te wor-
den. Al de krijgs-knechten en krijgs-
overften betoonden hen, met grote
nederigheid des herten en zonderUn-
ge plechteiijkheid , eerbiedenis , en
onderworpen zich hunner gehoor-
zaemheid. Ook wierden die van hen
dikwils geflagen, als kinderen van den
fchoolmeefter. Door deze Filofofen
wierd ook alles, wat den krijgshandel
raekt, daerzy met opperbewint over
zaten, beftiert: en hadden hunne raet-
flagen en gevoelen meer gezags by
den Keizer, als die van de krijgsbevel-
hebbers, die niet dan weinig en zel-
den in beraetflagingen over krijgsza-
ken plagten genomen te worden.
Waer over niemant der genen, diee-
dei van gemoet en geëert waren, zich
op den krijgshandel leiden ; maer lie-
ver ftonden na de laegfte waerdighe-
den des Filofoflfchen raeds, dan na de
grootfte Majeftraetfchappen in de
krijgszaken: vi\'ant men zag de Filofo-
fen in meerder bezit van middelen,en
in groter achtingen
eerbiedigheid by
den volke. Dan federt het veroveren
van
Sina, door den Tartar, is de krijgs-
handel aldaer in meerder achting ge-
komen :en oefenen deSinefen t\'eflèns
met deTartars heden wakker de wape-
nen, met neerlaeg fchier der letteren.

Zeer nauwe achting word op de
Landvoogden en Belïierders geno-
men: want behalve de
Tauli en Quauli,
die , volgens hun ampt , kennis ne-
men van alle voorvallen, en daer be-
recht afgeven aen den Keizer, heeft
ieder Landfchap eenen byzonderen
bezoeker , die alle jaers afgaet, ten
einde hy zich des te beter in zij n ampt
zouquijten.
Dees ftraft of klaegtde
fchuldigen aen.

■■ I\' I\'

! \'!

i -li
jj!

\' ii.

ï

De Keifer befchaft fljne amptenaers
al d\'onkoften: waer door hy hen be-
neemt de gelegentheid,die zy fouden
kunnen nemen, ter oorzake van hun-
ne behoeften, van zich te wikkelen
Lil z

m

-ocr page 560-

zich met fchulden te belaften : ver-
phcht hen ook door dit zeiffte mid-
del , de wetten t\'ondcrhouden, en die
te doen onderhouden, en den rechten
weg,in de bedieninge van den gereclv
te, in te ftaen-

huisgenoten , beneven die van zijn
reis, zoo te water als te lande, (daer
onder begrepen vaertuigen, wagens,
paerden, menfchen en al de reft van
het gevolg,) uit \'sKeizers beurze be-
taelt.

Op den ganfchen weg komt hyin
gene herbergen ; maer daer zijn pa-
leizen , gefchikt tot zijn verblijf in
de dorpen en in de Steden , met be-
hoef van alles. Ten dien einde zend
hy eenen dienaeraltijts voor uit, om
op zijne komfte alles vaerdig te vin-
den. Zoo hy by wijle tot zijne ruft-
plaetfe niet komen kan, daer zijn op
zekere plaetfen , om te pleifteren.
Keizers huizen,r(?// genaemt,ten dien
einde alleen gefticht, en voorzien
met alle gemakken: op een zelve wij-
ze fchier,
ülsin Perßen de Karavanjè-
ras.
Maer alzoo dit op \'s Keizers beur-
ze gefchiet, word zeer verquiftach-
tig daer mede te werk gegaen : want
in plaets de dienaers van den Manda-
rijn tien paerden van doen hebben,
eiftchen zy vijftien of twintig , met
allen noodwendigen voorraet ter rei-
ze , die meeft al aen geit gegeven
word.

De Keizer draeght nier alleenlijk
\'zorge voor de waerdigheid hunner
perzonen ; maer verfchaft hen ook,
^t geen dient tot onderhouding van
eere en waerdigheid hunner ampten,
als ruitery en voetvolk, die hen ver-
zelfchappen van ftadt tot ftadt, door
alle^oorden, daer zy doorgaen. Ter
plaetfe van hunne heerfchappyen zijn
geftoftèerde paleizen, op onkofte des
Keizers, met al de dienaers, zoo
wel binnen als buiten \'shuis , tot
paedjes toe. De minfte Rechter van
een dorp heeft acht of tien paedjes,
die zich niet alle t\'eftèns in zijnen
rijn het uitdrukkelijk belaft.

Zy onderhouden of ftaen noit ie-
mant in\'t heimelijk te woorde ; maer
altijt in\'t openhaer: zulx een iegelijk
getuigenis van hunne reden kan ge-
ven. De hoven ofpaleizen zijn altijts

Zoo dra iemant ten hove met eenig geftoten. Na gehoor gegeven te heb-
ampt begiftigt is, en om dat te bekle- ben, (welk alle daegs , en dikwils des
den moet vertrekken , worden d\'on- morgens en des avonts gefchiet en

koften van zijnen perfoon, dienaers, { zoo dikwils het van noden is,) vertrek-

ken zyzich weder, en het paleis wort
van binnen gefloten voor den Manda-
rijn,en van buiten voor d
\'amptenaers.
Zoo dikwils het paleis open

Word op eenen trommel vanbinnen

geflagen : waer op een ander van bui-
ten tegenflaet. Aenftonts
vertonen
zich d\'amptenaers en al die den Ma^i\'
darijn moeten volgen op
het tekcf^-
Wanneer zy vergadert zijn,
worden
de poorten des paleis geopent en de
Mandarijn gaet
uit.

Naeft den Keizer bewijzen de Si-
nefen acn hunne Majeftraet de
naefte
phchten van eeringe. Dit doen zy al-

lermeeft blijken metplechtelijke ter-
men van fpreken en plechtehjke be-
zoekingen. Dan
komen tot dezelve
niet, noch trachten daer toe te ko-
men, \'tenzy
die eenig ampt van den

Staet bekleden of bekleet hebben:
want deze, weer te ruch in hun va-
derland gekeert, fchoon zy door hun
eigen fchuld hun ampt zijn
raekt, zoo komen zy nochtans dik-
wils, uitgeftreken met deplcd^chj-
ke of gewonelijke
ftaetfte der Maje-
ftraten, te voorfchijn. J

Zoo eenige Majeftraten, die hun
ampt treffelijk bedient en den Staet
dienfte gedaen hebben,
tot een ander
ampt verhoogt worden, of uit eenig®
andere oorzake uit de ftadt
trekken,
die worden opentlijk met gt^^^/Sf\'

fchenken begiftigt, en verzocht nun
laerzen, het merk
der Majeftraet, tot

een eeuwig gedenkenis van den wei
daet te laten blijven , die d^ opge-
ftoten worden
in \'s lands kafle , t e
fens met verfcheide
vaerfen en g
fchriften totzijner lof.
Anderen, d.c
meer uitmunten , worden op ee^
openbare plaetfe
marmer-fteenen op-
gerecht, met
hunne verdienften, den

Vervolg op het tweede Gezandfchap
in gunfte van verfcheide perfonen en dienft bevinden ; \'tenzy deManda-

-ocr page 561-

lande bewezen , in een treffeiijken
ftijl, tot geiieugenis der nakomelin-
gen, daer op gehouwen.

Daer zijn\'er den welken,op \'s lands
onkoften , kerken ter eere gefticht,
en op d\'altaren hunne heelteniften
gezec worden. Ook worden jaerlixe
inkomften gegeven en zekere luiden
geftek, die geduurig brantoffèr, reuk-
werken en toortfen ontfteken: waer
toe grote wierook-vaten van klok-
koper by hen in gebruik zijn, op een
zelve wijze , als zy hunne afgoden
dienen: hoewel zy defen van den af-
goden-dienft weten t\'onderfcheiden:
want van de Goden verzoeken of

bidden zy veel: maer den Landvoog-
den of Mandarijns bewijzen verftan-
digen flechts heufche dienflplichten,
ter gedenkenis der weldaden. Even-
wel is niet te twijfelen , of de mee-
ften van het flechte volk maken gene
onderfcheid tuflehen beide dienften.

Tot deze kerken (daeralle fte-
den vol van zijn, en die dikwils door
bedrijf der vrienden , ook den on-
waerdigen opgerecht worden) gaet
men op zekere tijden, en worden
voor de beelteniflen hooft en knie-
I buigingen gedaen , difch-gerechten
jop-geoflerc, en andere diergelijke
1 dingen geplecgt.

(S\\£erl{en der of Overheden ? en dracht

der Sinefen,

Lle Amptenaers, Landvoog-
I den of Mandarijns, die heb-
ben of oit gehad hebben ee-
nig bevel, bewaren zorgvul-
dighlijk de merken hunner waerdig-
heit: waer door zy niet alleen van
den
gemeinen man op ftraet; maer ook
Van geletterden en andere perzonen
Van ftaet onderfcheiden worden.Men
heeft\'er vijfderlei merken: borft-cie-
raet, rok, riem of gordel, leerzen, en
hoet of bonet; maer binnen \'s huis
^eggenze defelve af, en dragen de ge-
^voonelijke kledingh der geletterde
perzonen; defgelijx ter bezoekingen
van hunne vrienden,op banketten, op
luftplaetfen en boven al by heet weer.

Ieder Mandarijn heeft voor de borft
op de rok, en achter op de ruch een
Vierkante lap of ftuk gehecht,met ftik-
werk van goutdraet feer fraei en rijke-
lijk doorwrocht, in \'t midden met een
zinftael van hun ampt of waerdigheit,
^elk verfcheiden is, na de verfchei-
denheit der ampten. Deze^eraedje
Wort
Phizu genoemt. Dan een grote
verfcheidenhek is in deze vierkante
^kken, en na de verlcheidenheit de
Majefteit en achtbaerheit: naerdien
ervaerne luiden aenftonts hier aen
Kunnen weten, uit wat raed de Man-
^anjns zijn : uit de Filofofifche of
l^njgsraed: en wat waerdigheid ieder
m dezelve bekleet. Want op deze

S

lappen worden beeltenifTen van vier-
voetige dieren , of van vogelen , of
bloemen geftikt. Krijgs bevelhebbers
voeren beelteniffen van Panther-die-
ren , Tigers en Leeuwen , en ander
vervaerlijk gedierte, als overeenko-
mende met hun aerd.

Keizer Xaohau , zoo Martijn ge-
tuight, die des jaers twee duizend
vijf hondert negen en zeventig voor
\'s Heilands geboorte heerfchte, was
de eerfte, die de trappen en waerdig-
heden der Majeftraten of Overhe-
den door velerlei flagh van vogelen
en kleuren heeft onderfcheiden: want
dit is altijts by de Sinefen een ma-
niere geweeft, den trap en waerdig-
heit des ampts, welk iemant bekleer,
op het gewaet te tonen. Hierom
naeien zy voor en achter,op den borft
en ruch , een vogel of eenig ander
merk hen eigen, geftikt daer op met
zij de of gout: waer aen een ieder, die
hen tegen komt, verwittigt word, wat
Majeftraetfchap onder de negen trap-
pen van waerdigheden hy bekleet: ge-
merkt zy niet alle een en dezelve
ftofle hunner merken hebben : want
de genen , dien
burgerlijk Overhe-
den te beurt zijn gevallen, die zy Fi-
lofofen noemen , hebben altijts tot
merken vogelen gehad ; maer de
krijgs-O verheden en Kolonellen heb-
ben in plaets van vogelen draken,
Lil I leeu-

ey

-ocr page 562-

leeuwen, tigers, en diergelijke an-
dere beeßen , die de krijgs-woedete
kennen
geven, verkoren.

Dies nietregenftaende hebbenze
alie een zeifile ooghmerk: te weten,
dat uit
dit gewaet niet alleen de trap;
maer ook dè (laeten flagh van waer-
digheid gekent word.

\'SSXaohau heeft hierom vo-
gelen voor ai andere dieren verko-
ren , wijl in den aenvang van zijn rijk
de vogel der zonne was verfchenen;
door wiens komlle , zoo de Sinefen
willen, den rijke geluk te voore ge-
fpelt wort. Zoo dees vogel in langh
nietgezien is, menfpelt
den Keizer-
lijke geflachte den ondergangh en
oorlog te voore.

"Wat vogel het is, weetmen niet.
Van geft:aite, daer de Sinefen hem
mee afmalen , zou men hem een
Arent mogen noemen , \'t en zy de
wonderlijke bont-vetwige veelerlei-
heid van
verwen daer niet by was.
De Sinefen noemen
htm Funghoang.
Desfelfs zeldzaemheidt geeft den
Jefuit vermoeden , dat het den Fe-
nix zy.

Zelfs de Vrouwen derMandatijns,
hoewel geen andere, wanneer zy uit
den huize gaen, dragen een rond
ftuk, (in plaets de mans een vierkant)
geftikt met den eenen of anderen vo-
gel, voor de borft op de rok, en een
ander achter op de fchouder.

Verfcheide merken of tekenen
worden ook voor de Mandarijns op
ftraet gedragen. Die dezelve dragen:
eenige zijn huis-knechten , andere
foldaien, andere hopmannen, andere
lager Mandarijns, als dien zy verzcl-
fchappen. Zommige, die de zelve
dragen, gaen te voet, andere rijden
te paerd- Die te voet gaen, dragen
de zelve algemeenelijk op de fchou-
der : als vlaggen , wimpels of vanen.
Bamboes-rieten en ketenen, met die
fiepende achter aen te houden : gelijk
ten tegendeele, die te paerd rijden, in
de hoogte opgeheven.

Kleine Mandarijns hebben weinig
merken en gevolgh ; maer de groo-
ten veel gevolgs op een ry , in manie-
re van eenen omgang, met meer mer-
ken : ook de zelffte verdubbelt, in
grooter of kleinder getal, na de Man-
darijn groot of klein is.

Zis fag.
236. At-
gemein. Be-
fchrij
V.

Voor de vrouwen der Mandarijns,
(die op
ftraet uitkomen in zeer dicht
beflote draeg-zetels,en vergefclfchapt

zijn met andere voorname vrou-
wen, ook in andere beflote draegh-
zetels, met meer of minder dragers,
na hare waerdigheid, en eenige van
haere flavinnen , mede in draeg-ze-
tels: beneven een gevolg
van Sinefe
mannen,) worden ook eenige mer-
ken gedragen, inzonderheid een
Ko-
vrefol
of zonnefcherm, bamboes riet
achter aen flepende, berdekens met
letteren daer op: klokken, trompet-
tjes, en andere, die gewonelijk de
Mand^ijns, hare mannen, met een
diergelijk gevolgh, dragen, en, de
waerdigheid van hen betekenen, niet
meerder noch minder.

D""Aenzienelijkfie Mandarijns {vol-
gens
Semedo) doen verre voor uitgaeït\'
twee man, die den ganfchen weg langs
roepen,ieder met een Bamhoes-fiok in de
hand van een mans lengte. Hoewel meer
tot fchrik , dan tot eenig ander gehruik,
aengezien niemand dan de Koningh met
zulkeenßag vanflokken vermag teßaen-

Achter deze volgen twee andere met
zilvere her den aen een ftok, daer op met
grote letteren de tijtelen en waerdig-
heid des Manderijns gefchrevenßaen.

Daer na komen vervolgens vier man-
nen , die katoene koordenßepen: andere
dragen ketenen in de handen, en dier-
gelijke ßraf-werktuigen.

Recht voor den draeg zetel is het zs-
gel des Keizers in een vergulde koffer
opgeßoten , op zekergevaerte, met n^et-
nig onderfcheid van het geen, daer d^
Roomsgeßnden hunne heelden en over-
hlijffeien in de omgangen op dragen: he-
ne ven een drink-kroes, die op vier klei-
ne pijlers ruß. De paedjes, voetknech-
ten en ruiters volgen achter aen, teder
met eenlyzonder merkop fchouder.

Wanneer eenenMandarijn,onder het
draden in zijnen zetel, iets ongevoege-
lijks of weinig betamelijks,als kleren uit
de venflers der huizen te drogen geioan-
aen , voorkomt, het moet weggenomen
worden. Zoo in zijnen y^eg mgens, oj

Ujk-haren of andere gevaerten komen.

die worden ontladen- luiden

-ocr page 563-

Luiden, te paerde, moeten affiijgen :
die in eenen draegh-zetel getorft wor-
den, ftil ftaen , en het graeu wijkt ter
weder zijden van de ftraten met grote
fiilte en zonderlinge verhaeflheit. Bo-
ven al, wanneer het een der voornaemfte
Mandarijns is. Luiden van aenziene
jchuuwen zoodanige ontmoetingen, en
gaen liever ter zijde weegs om.
Dus
verre
Semedo.

Grooce Mandarijns worden ook
door andere kleine Mandarijns te
paerde gevolght, met bellen aen de
borft\' riemen des paerts , ieder zoo
groot als een bal, welk een groot ge-
luit maekt.

Een teken of merk van al de Man-
darijns of Overheden, is ook zekere
gordel of riem , om den middel vaft
gehecht,
met d\'eene zijde aen \'tlijf.
Wy wort genoemt
Quonthat: is wijder
dan d\'omvang des hchaems zelf, on-
trent vier vingeren breedt, en ver-
fiert aen het een eind met een by
neerhangende quaft: geftofTeert met
kunftigh doorwrochte ftukken, zoo
ronde als vierkante : hoewel het
Voornaemfte vierkant ftuk voor in
, \'t
midden. Volgensis hy ver-
deelt op kleine vierkante ftukken, die
Voor met grote haken daer op vaft
gehecht worden,en gemaekt zijn van
bufTels of rinoüer-hoorns , ivoor,
fchUpad,arents of kalembak-hout,zil-
ver, gout cn edele gefteenten: doch
magh een iegelijk na zijn welgevallen
gene ftotfè uitkiezen; maer heeft
Zich na zijn ampt te fchikken: want
de waerdigheid der ftofTe geeft een
majefteit en aclubaerheid te kennen.
Maerd\'aller-edelfte zijn gemaekt van
zeker helder marmer, of albaft, die
eenigen Jafpis noemen, en de Sine-
fen
Tuxe, dat \'sfteen Tu: want Tu is
d\' eigen naem , en Xe in \'t Sineefch
fteen gezeit. Ja is deze een gifte des
Kcixers, die hy aen de
Kolaos, op
d\'intrcde van hun ampt vereert, zon-
der eenen ander geoorloft is zoo-
danige te dragen.

Zoo Trigaut getuigt, is dees fteen
volkomen geen Jafpis , en veeligt
den Safier, dan Marmor gelijker. Hy
word door de Wefter-Sarracenen of
Moren uit het Koningrijk van
Kas kar

in Sina gebraght, en by dc Sinefen
inzonderheid in waerde gehouden.
TufTchen hetKoninghrijk
Kaskar en
Katay, of Noorder Sina, isgeen ko-
ftelijker nochfterker handel,dan met
de ftukken van zeker helder mar-
mer , dien menby mangel van name
Jafpis gewonelijk noemt.

De Koopluiden , aenge!okt door
de grote win ft , brengen den Keizer
dien toe : al wat den Keizer met aen-
ftaet, mogenze
vryelijk aen byzonde-
re luiden verkopen.

Van dezen fteen word verfchci-
den kleinoodjen, vaten , cieraedjen
van kleren en gordel, die, door kun-
ftigh opgefneden loofwerken bloe-
men, gene kleine heerlijK heid en lui-
fter geven. Dit marmer, waer van het
Rijkheden \'s daeghs vol is, noemen
de Sinefen
Tuxe.

Daer is tweederlei flagh, het een
dierbaer, weikuit den
iktoomKotan,
niet verre van het hof des Keizers van
Kaskar, in vorm van dikke kei-ftee-
nen opgehaelt word , fchier in ma-
niere , als de peerlduikers de peerlen
op-duiken : het ander is flechter, en
word uit het gcberghte gegraven aen
grote ftenen; die daer na op bladen
of ftukken van ontrent
twee el brtet
geklooft worden , om des te bequa-
mer over wegh te krijgen.

Dees berg leit twintigh dagh-rei-
zens van des Konings Hof van
Kas-
kar,
en wort KanfianguiCafcio genaemt,
dat\'s ftene bergh.

De ftukken worden met ongelo-
felijke moeite uit gedolven , eens-
deels door de woeftheid des oorts,
eenfdeels door de herdigheid des
marmers: om het welk een weinigh
week te maken , men zeit zy, met
een brandend vuur daer boven op
te ftooken , het zelve gedwee ma-
ken.

De Koning verkoopt ook de vry-
heid van deze marmer uit te delven
voor groot geld aen zekeren koop-
man , zonder wiens laft , den gan-
fchen tijd des verbonds, al d\'ande-
re koopluiden d\'uitdelving verboden
word. Wanneer men derwaerts trekt,
word voor een rond jaer lijf-tocht
daer na roe gebragt, om het arbeids-
volk

■. i\'

^\'lii

-ocr page 564-

Jaspis daer in, dien de Sinefen m
groote waerdye en achtingh houden
en
Tu noemen.

De koopluiden bekomen dien uit
het Koningrijk van
Tarken en verko-
penze in
Sina zeer dier en met grote
winft. Hy verheelt fchier eenEuro-
pifche Agaet of Jaspis , behalve dat
hy helderder is, en gefchakeert met
bleek-blaeuw.

Het fchijnt Martijn hem voor ee-
nen van die ftenen wil gehouden heb-
ben , die de Schrift gedenkt en on-
der de twalef dierbare ftenen rekent,
die op hec kleec van
Aron gehecht
waeren.

Van de gefneden en gewrochte
ftukken dezes fteens, vervolgt-M^rr-
tijn, doen d\' opperfte Overheden cn
Majeftraten van d\'eerfte orde hunne
gordels en riemen maken. Al d\'an-
dere zijn of van gout of zilver of el-
pen-been of diergelijke andere ftoffe,
na eens ieders ampt en waerdigheid,
welk hy bekleet.

Van dezen fteen wort ook des Kei-
zers zegel gemaekt.

Sedert vele eeuwen her, en lang
voor\'sHeilands geboorte hebbende
Sinefen den fteen
Tu in gebruik ge-
had. Maer inzonderheid is defleifs
groote altijts in waerde geweeft : en
zoo een de groote van een vierkant
heeft, wiens eene zijde niet min-
der dan vier duim en een halve is,
die word vaneen onbrekelijke waer-
de gehouden, en by den Keizer alleen
gekocht.

De vrouwen der Mandarijns dra-
gen ook gordels, fchier van een zeif-
fte ftoftè en maekfel, hoewel zonder
byneerhangende quispel.

De Mandarijns of Overheden ko-
men met zonderlinge grote ftaetfte
verbeelden. Ook gaen voorname lui-
den geenzins te voet langs ftraet,
maer worden in draeg-zetels ront-
om toegetorft, zonder de voor-
by gaende hen zien kan ; \'t cn zy
voor open gemaekt. Hier in ver-
fchillen deze van Overheden of
Mandarijns , die op ftoelen ront-
om of aen alle zijden open
gevoert
worden.

Martin

Hißor.

Sink.

StAetße der
Mandarijns

Groote Mevrouwen worden ook
in draeg-zetels gevoert; maer rontom
dicht toe; hoewel die ook in fatfoen
van die van de mannen verfcliillen.
Sleden en wagens is uit kracht der
wetten verboden.

Aen d\'eene hoek des draeg-zetels
houd een dienaer des Mandarijns
een grote en zware uitgefpanne zon-
ne-fcherm boven zijn hooft; eens-
deels tegen het fteken der
zonne,
eensdeels ftechts tot pracht en ftaet-
fte.

Zommige geringe Mandarijns voe-
ren een eenige : andere van grooter
ftaet, twee : de grootfte drie. Eeni-
ge zijn geftoffeert met wit damaft of
tafet: andere zijn blaeu of van ande-
re kleure. Aen ieder van deze kleure
kent en wcetmen van wat ftoftè de
Mandarijn zijne gordel draegt, cn
vervolgens zijne grooter of kleinder
waerdigheid.

Een zonne-fcherm w^ort boven h^
hooft des Mandarijns
gedragen ^ de
twee andere uitgefpannen
onder het
gevolg.

Diegene Mandarijns zijn, mogen

zulke groote zonne-fchermen nier

voeren : maer wel kleine. Dicht voor

of ter zijde van den Mandarijn ot

een weinigh voor uit, worden twee,

aen ieder zijde een, grootelinne-wai-

jers of wannen van zijde gedragen.
^ Deze

4,16

volk te voeden. Want binnen korter
tijt keertmen niet weder tot plaetfen,
by menfchen bewoont.

Volgens Martijn, komen de Tur-
ken en Samarkanders fchier alle jaers,
op den naem van verdichte gezant-
fchappen hunner Koningen, om des
te vryer onder dien fchijn met de ^
Sinefen te handelen , in
Sina , welk vergukfei : eenigen ook van ivoir of
zy Katay noemQïï, en liepen onder an- met ivoir ingeleit: derhalve dezelve
dere dierbare kleinoodjen den fteen inkoftelijkheit fchier eenen Throon

en pracht, ieder in Palakijns of draeg"

zetels, na zijne waerdigheid en ampt

op ftraet: inzonderheid wanneer zy
ten hove verfchijnen , om den volke
gehoor te geven : teweten, zy wor-
den getorft in open draeg-zetels,
zeer künftig gemaekt, cn prachtig op-
getooit, met\'velerleifchilderwerk en

-ocr page 565-
-ocr page 566-

zijn aen het einde omgebogen,
^^ met drak en, tigers of leeuwen af-
gemaelt; maer ftrekken meer tot
O^ tegen het fteken der zonne.
p P.eze Draeg-zetels, dus throons-
geftreken , verfchijnen
Mandarijns op ftraet, en zitten

Zo^ Tt^ ftatigheid te prijk,

Wen T ^^^^ wijn-braeu-

«oL \' veel min de

een^^l.\' handen of hooft:

«g be ertight word. Ook is het een

van ^ P^r^oon

^VedlrT.M^^\'^\'^^\' d\'oogenginsen
^«er of 11 ^^ ^y ^^iJle een

^plet .^ Gelijk ook

Ate/ir^T ^iJ«en throon.
volk ^^^ dienaers en ros-

verfchijnen groote
ft\'^aet r^? wulken pracht op ^
^«^er zitten ook by wijle in

een open ftoel, meteen gordijn daer
voor.

Zommige Mandarijns worden door
twee en vier: andere door zes en acht
gedragen : welk laetfte het hoogfte
getal is: want hoe een Mandarijn van
grooter aenzien is , hoe hy meerder
dragers gebruikt. De dragers hebben
roode mutfen op.

Zeer gemeine en gewoonelijke
Mandarijns rijden te paert op ftraet:
maer aenzienelijke en voorname zit-
ten in draeg-zetels.

De Majeftraten, die in de hof ftad
Peking hun verblijf hebben, verfchijne
metminder toeftel op ftraet: want,
uitgezeit de voornaemfte , rijden al
d\'andere te paerde, en mogen in ge-
nen draeg-zetel zitten. Dien het door
de wetten vergunt is, wort het getal
der dragers tot vier be paelt. Al de
Mandarijns, zo kleine als groote,heb-
ben gemeenelijk verre voor uit gaen
twee beuls of fcherp rechters,ieder op
de muts een pluimaedje vanpaeuve
Mmm ve-

-ocr page 567-

veren , en een roode gordel om den
middel. Ieder heeft een Bamboes-
riet , meerder tot gezagh en ftaetfie,
om het volk te doen wijken, als tot
fchrik in de hand, met die al fiepen-
de langs d\'aerde te houden, en t\'ef-
fens een groot en yzelijk geroep en
gefchreeu te maken, om ruim baen.

Scherp rechters evenwel van klei-
ne Mandarijns dragen de Bamboefen
een wein ig op geheven, en niet ach-
ter aen fiepende , ten teken alleen
van hun klein gezagh en maght. Het
zelffte doen ook andere groote Man-
darijns , wanneer zy buiten hun ge-
bied zijn, in het gaen na de gehoor-
plaetfe, of in het ontmoeten van an-
dere Mandarijns van gelijken ftaet,
of grooter dan zy-lieden

Zo gemeen is defe ftaetfte van Bam-
boes rieten, dat zelfs in huis de Man-
\' darijns Bamboes-rieten en Scherp-
rechters by zich hebben.

Andere groote Mandarijns laten
yzere ketenen voor zich flepen, in
maniere van Bamboefen.

De rok oftabbart, die by al de
Mandarijns boven het
gewoonehjk
gewaet gedragen word , is van een
zelffte fatfoen, breet, met zeer ruime
en wijde mouwen;
hoewel niet van
een zelffte ftofl^e. De kleure is jer-
fcheiden, na eens ieders zin en wel-
gevallen. Eenige dragen karmozijt^\'
roode , inzonderheid op hoogh-t^^J\'
den. .

Voor op de borft is op deze rOJ^
genaCit het vier-kant borft-ftuk voor-
noemt : desgelijx een ander
achter op
deruchoffchouder. . ^^

Al de Mandarijns, van detr^^j\'^^^
tot de meeften, ook zelf de ^^^^^^^
zoo eenige wiften,
dragen
leerzen Hme genoemt, van een
zonder fatfoen, en
met koop

. 1 nk zwarte

Licentiaten dragen ook
leerzen van
omgekeerr leer, geüj
die van de Mandarijns-

De zooien zijn voor omgekeert,

xen bedekken het voorft van de

voet.

Ver-

-ocr page 568- -ocr page 569-
-ocr page 570-

^ Verfcheide meer andere merken
pi tekenen, na eens ieders waerdig-
heid en ampt, worden voor groote
^^^andarijns gedragen, als vendels,
^Jimpels, vlaggen , die onderfchei-
J^en worden, na de verfcheidene af-
oeeldinge van dieren, die in dezelve
jjf-gemaeit ftaen: doch mogen gene
Mandarijns draken in de zelve voe-
den , \'t en zy die van Keizerlijkèn
bloede.

Zommige Mandarijns gaen met
een vaentje: zommige met twee of
yer, en meer: wantook de meenigte
der merken/choon de zelffte, geven
een
grooter achtbaerheid en waerdig-
heid
te kennen.

öesgelijx gaen verfcheide voor
hen die op kopere vaetjes , klok-
ken, hand-ketel-trommen , trompet-
ren, en anderefpeel-tuigen, een aen-
genaem geluit en fchellen toon ma-
ken.

Gemeenlijk dragen ook twee Si-
nefen , aen een ftok , een groote kas
ofkifte,den Mandarijnna, metzij-
^len ftoel daer in. Want de Manda-
j~ijns maken altijds, \'tzy binnen of
"Uiten \'shuis, hun bezoek-ftoel by
^-ich te hebben, om daer op, die hen
^^omen bezoeken t ontfangen of zelfs
bezitten.

Deze en andere merken der Man-
darijns, zijn in de nevens gaende af-
beeldingen te bezichtigen,met bre-
der verklaring van eenieder hier on
, ^r.op het aenwijzen der letteren van
het
A. B. C.

Eerfte Figuur.

Verfcheide vlaggen offVimpeIs.

. Verfcheide Vendels.

Een vaentje, en op het een eind
M f^^felfsftok een kooper vaetje, ke-

^ aftrommel, met een ftok.
fl^ - Andere vaetjes Jie in de hand ge-
ke»^^\'"^ en een ftok van oudla-

^ daer mede op te ftaen. De meefte
holl^^ in het midden , gelijk een

fch / ^aer door de ßagen een

luit geven.
Qp ^^angende klokken oj ketels , die
deßokk^^ gfvoor tien, met

^^^fcheideßagh van trompetten.

G. Een lerddken , daer opgefchre-
ven word, ten einde een ieder ter zijde
gaet, en plaets maekt voor den aenko-
meiden Mandarijn.

H. Kleine hand-ketel-trom, Daer zijn
ook andere, die zy te peert voeren, ge^
lijk hier te lande.

I. Een riet , welck in de hand ge-
dragen word met een tou , om men^
fchen en heeften te doen wijken , en de
menfchen vaft te hinden, hy al dien zy
niet dra genoech wijken, en hyde Man-
darijns teftepen.

K. Drie loopjes, met kruid geladen,
in een yzere hujfe, die afgefchoten wor-
den, ter eere van de Mandarijn, in het
komen ten hoove of wegh gaen.

Tweede Figuur.

A. Hangende her dekens, waer öp de
maght en waerdigheid des Mandarijns
gefchreven is. ■

B. Ketenen , die achter naßepende
gedragen worden, m maniere van Bam-
boefen.

C. Wierook of Reuk-werk-vat, aen
een ftok : doch worden niet gedragen
dan voor grcote Mandarijns.

D. Rondas van tenen.

E. Bamhoes-riet, die voor de Man-
darijns gedragen word.

F. Houwers of Zeep meften.

G. Sineefch Roer.

H. Bamhoes-riet met zijne takken.
\\ Op wiens einde eenyzere lande gefteken
I word.

I. Een opgeftoken vuift, met eenen
fang, om te toonen dat ook deßangen
de handen der Mandarijns niet ontjlip-
pen. Men zeit de Mandarijns daer me-
de aen die misdaen hehhen , eenen ßagh
doen geven. Is een merk der grootfte
Mandarijns.

K, Een uitgeft rekte en opgeftoke hand
van kooper : ten zelfften einde gebrui-
kelijk. Deeze doen de grootfte en onge-
meinfle Mandarijns onder d\'andere te-
kenen dragen.

L. Gemeene lande.

M. Verfcheiden ßagh van Hellehaer-^
den ofBevel-hebhersfokken.

N. Zeker geverte : waer mede de
ftraffe der krijgs-knechten uitgeheeld
word.

Wan^

Mmm %

-ocr page 571-

daer zy door trekken, en d\' ampte-
naers van den gerechte gantfche da-
gen voor uit: behaiven hun gewoo-
nehjk gevolg, dat hen den gantfchen
weg langs vergezelfchapt. De krijgs-
knechten van hunne leerfchappije
komen hen op eenige mijlen ontfan-
gen. Kleine Mandarijns treden buiten
de muren der ftad hen tegen, en de
achtbaerfte oudften met hunne grij-
ze baerden , houden zich ophunne
knien rontom de poorte , om zich
over zijne komfte blijdfchap te to-
nen, en hen uit den name van al het
volk te doen verzekeren, dat hunne
komfte hen aengenaem is.

De moeders en vrouwen der amp-
Cenaers, na gelang hunne kinderen
en mannen in\'s rijks.ampten opklim-
men , ontfangen ook van den Keizer
zekere byzondere merken op hunne
rokken en tijtelen van eere.

Wanneer een der genen , die de
grootfte waerdigheden bekleet,komt
te fterven , doet de Keizer den zel-
ven fijne lijkftaetrie,en zend ten dien
einde eeiven Mandarijn, tot aen de
uiterfte grenzen des rijks, ja buiten
het rijk, zoo de overledene daer zij-
ne graf-fteden gekoren heeft.

By den Keizer is ook die goet-
heid, dat hy de kinderen en neven
des overleden met het ampt van Man-
darijn verziet. Zoo d\'overleden een
Kolao geweeft is, al de kinderen en
neven worden door goede voorforge
van zijne Majefteit verhoogt; ja, tot
beftierders der befte fteden geftelt,
indien zy eenige proeve van be-
quaemheid gegeven hebben, dan to-
nen, dat zy dienftig ter beftieringh
zijn.

Zoo Trigaut getuight, dragen al
de Mandajijns of Majeftraten, zoo
Filofofen , als krijgs - overften, zoo
hooge als lage, een zelffte ftagh of
fatfoen van hoeden , of mutfen of
bonetten.

Deeze zijn gemaekt van zwart
doek, en hebben opbeide zijde,fchier
boven d\'ooren, gelijk twee ay-ronds-
gewijze vleugelen,ie recht uit ftaen:

Semedo. Wailncer de Mandarijns liunne i doch zitten Zoodanig da^er aen, dat
eerfte intrede in eene ftad doen,gaen ! zy hchtehji^ af-vaften. Men zeit de

de krijgs-knecliten van de fteden , Mandarijnsliier door zedig, en recht

op hun lijfte gaen gedwongen, en be-
let worden\'t hooft los heen
en weer
te laten gaen : welk zoo zy komen
tedoen, de Majefteit en
achtbaerheid

der Majeftraten quetfen.

Volgens Semedo, is der ampte-
naets Bonet ofHoet, die de Sinefen

Xamaonoemen, gemaekt van zwar-
te zijde, en gevoert met zekere her-
de en fterke ftoffe, alszwilk. Deze
wordby allen
van een zelffte fatfoen
gedragen, hoewel in die van
Kokos
eenig onderfcheid is.

De geletterden dragen vierkante m"
hoeden of mutfen,
af andere luiden
mogen gene dan ronde
dragen: die op
verfcheiderlei wijze zeer
cierlijk ge-
maekt worden; maer de befte vati
5aerden hair. Des winters
worden
roeden van wol, vilt, of ook van
fluweel gedragen.

C. Zijn twee Bonetten, die al
Mandarijns boogen en lagen zonde^^
onderfcheid dragen. De Bonet i^
een de zelve met C. en heeft flechts
eenige koorden voor en boven op.

Behalve deze twee algemene Man-
darijns Bonetten , is velerlei
ander
fiach van bonetten by de Sinefen, n^
eens ieders ftaet en hoedanigheid, m
gebruik : desgeiijx word
ook by het
vrouw-volk verfcheide flach van kap-
pen
of huiven en kaproenen gedra-
gen : naer uitwijzing van de
nevens-
gaende af-beeldingen.

A. Is een Bonet vanfïjngout, en ^^ cor
word gedragen by de genen, die den

tijtel of weerdigheid van Kongho^ë^
Quocumyoeten. .

B. Is een Bonet, dieby de Kalaos

gedragen word. Al d\'andere Man^a-

rijns mogen de Bonetten
eenmael \'s jaers op zekeren dagv
hooghtijd opzetten.

De Bonet E. hebben de Kolaos^n
al d\'andere Mandarijns op, ten ge-
boorte-dage des Keizers ./^anneer

zy voor fien plechtelijckheaen^en

kniebuigingen doen. Deze is ^
ver; hoewel boven over ve\'^g^i^;

De Bonetten /• f^^^ta-

d\'achtbaerfte Mandarijns, by awe^^

-ocr page 572- -ocr page 573- -ocr page 574-

png hunner merkefi, inzonderheid
binnen\'shuis.

De Bonet I. dragen de Licentia-
^n der letteren: desgelijx deneven-
itaende K. gordel, achter met een
neerhangende quaft.

De Bonet I. is voor oude en aen-
fienelijke geletterden, doch zonder
gtaed. Ook worden dezelve by de
meefte Mandarijns gedragen, wan-
neer zy hunne eigen merken niet aen
hebben.

. De Bonet M. gebruiken fchoo-
lieren en geletterden , fchoon zon-
der graet , en ook eenige Mandarijns
^^n middel-matigen ftaet, gekleet
^et hunne merken.

Öe Bonet N. is van gout, die de
grootfte Krijghs - bevelhebbers en
^eltheeren ophebben: wanneer zy
Wapen-oefeningen doen, of voor ee-
nige grote Mandarijns of Lant voog-
den verfchijnen , daer zy onder
Icaen.

Bonet is boven verguit, en by
^rijgs-bevelhebbers in gebruik , la-
ger dan Veldheren: zy hebben deze
^P»ten tijde van wapen-oefeningen,

Wanneer zy verfchijnen in \'t o-
Penbaer by groter Mandarijns, dan
j^y Zelfs zijn. De pluimaedje, die
"Oven afhangt, zijn zekere vlokken

pluifen van bonte zijde,
fl- ^^ Bonet P. is van een zelffte
^ofle en zijde pluis, als de voorige.
^yword in de zelffte voorvallen ge-
dragen , hoewel by lager Krijgs-be-
Velhebbers, dan de voorige.

Is een ander flagh van Bonet-
ten, der Krijgs-overften.

Donet dragen gewoonelijk de
Hopmannen buiten de wapen-oefe-
^ingen, ende meefte aenzieneHjke
^inelen en eenighe Mandarijns van
middelmatigen ftaet, niet gekleed
^^et hun eigen merken.

küeclit^^ ^^ ^^^ gemeine krijghs-

Bonet r. is yan gelubden, die in
iï^^^^^^rs Palais dienen. De deftig-
f\'? bebbengemenelijk eenig onder-

^ntarifen der Mandarijns dragen.

De Bonetten X en r. worden ge-
dragen by d outfte zonen van Man-
darijns of aenfienelijke vaders: is een
maniere van cieraedje.

De Bonetten Z. dragen gemene
Bonzien of Priefters: inzonderheid
de derde: welk is als een ftormhoetje
van zwart doek.

A a. Is een kap of muts voor het
gemein volk. Zommige zijn ach-
terplat.

Is een muts van rode vilt, die
degenen ophebben, die de ftoelen
van grote Mandarijns dragen.

Cc. Is een rode muts of bonet van
beuls of fcherprechters : waer op zy
altijts dragen, in plaets van een plui-
maedje, eenige pluimen van het Kei-
zerlijk laken of pauwe veercn*

D d. Is een muts of kap, die al de
Sinéfen dragen, van den minften tot
den meeften: j a zelf voortijts de Si-
nefe Keizer: hoewel die van grooten
ftaet, van zijde of andere dierbare
ftofien : die van flechten, van paer-
de hair. Zy komt half wegen het
voor-hooft, en fluit zeer dicht toe.

E e. Zijn Bonetten van voornae-
me als overheden

/ ƒ. Zijn koftelijke Kappen of Hui-
ven van Mandarijns vrouwen, van
gout of zilver.

Gg. Is een Kaproen van allerlei
oude Sinefe vrouwen.

Die van Mandarijns en aenziene-
lijke vrouwen zijn van fijn zilver-
draet: die van lager Sinefe vrouwen
van bort-papier.

H h. Is een Kaproen van Sinefe
vrouwen van middelmatigen ftaet.

60. Is een kap van flechte Sinefe
vrouwen: hoewel zy ook eenige an- ^
dere dragen, met weinigh onder-
fcheid.

Wat het overigh gewaet der Sine- cewaet ef
fen, Zoo van man als vrouw-volk, be-
langht; in \'t algemein worden inge-
bed
Sina gene hemden gedragen:
maer in deflelfs plaetfe op het bloot
lichaem een onder-rok van wit ka-
toen.

Al de Sinefen, van den minften tot Adrimm
zelf den Keizer toe, dragen onder-
broeken van een zelffte fatfoen,zon- "
der opening voor.

Mmm ^ . De

-ocr page 575-

D\'onder fte einden van deze broe-
ken , dragen zommigen los en onge-
bonden,ten kalven wege van de dijen:
andere fcliorten die op en bindenze
vaft met banden, die zy gebruiken
in plaets van koufe-banden.

Dieveel voor Mandarijns moeten
verfchijnen, dragen gewonelijk aen
de zelve vaft kleine kuftentjes van
een palm in \'t vierkant, tot\'befclierm
voor de knien: wijl zy onder het fpre-
ken , gedwongen zijn t\' elkens lang
op hunne knien te leggen.

Al het Sineefch man-volk draeght
ook over hunne broeken voorfcho-
ten, gewoonelijk van wit katoen, of
hennip doek (hoewel ook eenighe
ftukken daer op van zijde zijn,) die
tot haffwegen de dijen komen.

Gemene luiden dragen wijde en
lange rokken van katoen, inzonder-
heid des winters , met brede en wij-
de mouwen; doch die zeer naeu om
de handen ftuiten Op de rechter zij-
de of voor zijn deze rokken open,en
flaen deSinefen die voor de borft oV^f
malkandre toe : en hebben het bin-
nenftedeel met een band of lint on-
der den linker arm, en\'t bovenfte deel
onder den rechter arm vaft
geftrikt-

Trigaut.

Desgelijx dragen luiden van aen*
zien en ftaet fchier een zeiffte fat-
foen van rokken; hoewel voor mc^
eenige koorden en
boorden bezet»
en van root damaft, zijde of andere
dierbare ftofl"en. ..

Binnen \'shuis heeft liet man vol^

gemenelijk een flechter en korterro^

_ - \'de

aen, en

voor open. Op d\'eene zij^

rip mannpfi nnt frpmencnj

des

hebben de mannen ook gemen
eenneus-doek hangen.

Het voornaemfte gewaet
vrouw-volks, komt fchier geheeily^
over een, met dat van
hec nian-volJ^:
want zy dragen over hunne bloote
lichaem by na een zeiffte fatfoen van

rokken; desgelijkbroeken,

met een opening op de zijde, cia

dievan de mannen toe zijn, en niei-

banden. ^^^

-ocr page 576-

Ook dragen de vroiiWen voorfcho-
ten, te weten, Mandarijns en groote
meervrouwen , zeer breed en lang
^^^ op de aerde: door-wrocht op de
ehiden met velerlei cierwerk; maer
gemene en Hechte, zeer kort: en in
plaets van velerlei cierwerk op dè
einden , flechts met vouwen , of
ploien de een op de ander.

Over al het ander gewaet dragen
ook de vrouwen, buiten \'s huis wij de
en lange, Ichier een zelffte latiben !
vantabberts of rokken, als de man-1
nen : desgeiijx met zeer wij de en rui-
ïiie mouwen : hoewel met dit onder-
scheid alleen, dat de mouwen op de
handen wijt zijn, daer die van de
"lannen dicht toegefloten. Ook gor-
den de vrouwen die om den middel
niet een bant toe. Binnen \'s huis dra-
gen zy tabberts zonder mouwen,veel
enger en voor open.

fiet gewaet van voorname vrou-
wen op ftraet in de draeg-zetels, is
2eer lang en ruim; maer ftechte dra-

gen doorgaens korte rokken en voor-
fchoten.

De rokken en tabberts der grooten
zijn gemeenelijk van blaeuwe zijde,
of root damaft en zatijn: maer al de
gemeene luiden dragen \'s winters
kleren van katoen.

Het geheel hooft en kapfel heb-
ben zoo wel voorname vrouwen
van Mandarijns, wanneerze in
Pa-
lakijns
zitten, als vrouwen van mid-
delmatigen ftaet, die langs ftraet te
voet gaen, met een fijne zijde doek
bedekt. Met dezelve blijft ookbe-
dektzekrekaelte, die zy al willens,
door het uit trekken van veel hairs
met pluk-yzers, boven
het breed des
voor-hoofts maken, zonder oit an-
der ftagh van dek-kleed of huik té ge-
bruiken. Jonge dochters gaen met
ongedekten hoofde, en maeken ook
zoodanige kaelte.

Al de vrouwen dragen ook aen de
ooren een zelffte ftag van goude oor-
hangers, volgens d\'af-beeldingh op

Fi-

-ocr page 577-

aen de vingers.

Zeer koftelijke kappen of-huiven
4ragen ook de Vrouwen, inzonder-
heid die van
Man darijns: eenige zijn
gemaekt van fijn zilver en goud draet,
andere van zijde : geftoffèert boven

zie Viguur
ï. lelt ér S.

Trim,ut.

Zie Figuur
ï, aa.

Martyn.
Atl. Si».

bort-papier, die zy boven op de kap
tot cieraet dragen.

Beide mannen en vrouwen dragen
altijts in de handen een waier, \'tzy
zomer of winter : en \'t isby hen een
heusheid die voor den mont te hou-
\' den in het fpreken. Ook is het zeer
gemein onder de Sinefen, een w aier
elkandre tot een gefchenk te veree-
ren en toe te zenden. Zeer net zijn
deze waiers gemaekt, en met velerlei
cierwerk opgetoit.

De vrouwen zoo wel als de mans
dragen ook witte en zeer wijde kou-
fen ofkanonfen,zonder zolen of voe-
tehngen, die, los gemaekt, tot op de
enkelen en fchoenen met de einden
neerhangen.

Des zomers worden gemeenelijk
kouzen van linnen; maer des winters
van vilt of leer gedragen.

Zy bewinden ook bywijle de bloo-
te beenen van de knien , tot aen de
enkelen, wanneer zy te voet zullen
gaen of anderen arbeid doen, met ze-
kre windfelen: trekken bywijle daer
ook koufen over hene, des winters
wanneer het kout is: waerom de Si-
nefen altijds zeer wijde koufen dra-
gen.

D\' inwoonders der elfde land-
ftreke
Junnungfu des landfchaps van
Jmnan, gaen met ongevlochten en
lang neerhangenden haire , bloots
hoofts: willen geen klederen maken,
maer flaen om hun lichaem en zijde
flechts hele ftukken katoen-doeks.

De mannen in de krijgs-ftad Mo-
pang, in het zelffte landfchap , gaen
meerendeels in \'t wit geideet: ver-

Volgens r/vg^^^ verfchillen de Si-
nefén boven afin de fchoenen van ^^
qïizen. De mannen dragen fchpeiieJi
vanzeerfijnlijwaet of fluweel, zeef
het met verfcheide bloemen en löf\'
vyêrk van zijde geftikt: fchoenen vart
leer worden flechts by het graeu ge-
dragen : ook zelden zooien van leef
gemaekt: maer van laken op elkan-
dre genaeit.-;

De meefte fchoenen van flechte
vrouwen zijn niet van leer; (hoc-^^f.
wel zeer gemeene die van leer dra-
gen ;) maer van linnen of grof doek-
Groote mevrouwen dragen fchoe-
nenvanzijd«, met veel
koorden en
boorden zeer net verciert: waer in
zy meer cieraet toonen, als in eeni-
\' ge andere deelen van de kleede-
ren.

.De vrouwe fchoenen zijn van ver-
fcheiden maekfel; hoewel alle zeer
klein en kort, na de kleinheid ha-
ter voeten, veroorzaekt door het
prangen en bewinden mer windfele^^
of zwachtelen (zodanige twee wind\'
zelen op Figuur i.
by ^ afgebeelt
ftaen) van kints been af Zommige
rijzen als de nebben van fchuiten,

ofalsfchaetzen, fpits en krom voor

op: andere in maniere van een
; nen kam.

Ieder fchoen heeft onder twee
blokken, waer op zy gaen
even als
op ftelten: als in de
eerfte Figuur

ftaen afgebeeld, in volgender wij ze :

T. Zijn fchoenen van ker voor ge-
meene luiden.

V. Muilen oftoffelen van leer en

houd, Mezv over fchoenen dragen.

K.Jn-

Figuur i.bylioewel gene ringen | deren darmen en benen met goude
- en kopere ringen: desgelijx de oo-

ren,die zy lang en doorboort hebben:

J. ^J-A, »-»-i ^ f O------^ ^

nade wijze der Indiaenen, daer zy
dicht aen grenzen.

Gemeine vrouwen en van flechten
ftaet, gaen zoo wel binnen
ais buiten

: van zijuc : geiLuueert uuveii luici, gaen ZOO wei üiuiicii ai^ uun-v.*-

Op tot cieraet, met een vogel of iet | \'shuis in korter gewaet , en met de

anders. | rokken een weinigh opgelchort: vol-

Vrouwenvan middelmatigen ftaet | gens de nevens-gaende af-beeldingh
hebben het hair tuits gewijze byeen dezer twee vrouwen : welker een
verzamelt, en geknoopt boven op | twee water-emmers
draegt, ten dien-
denkruin des hoofts, met een hair- j fte van haer huis: d\'andere, nade
naelt door de knoop geftooken: of i Sinefe wijze, haer kmd achter op de
dooreen ronde ichijf, gemaekt van I fchouderentorft,

-ocr page 578-

muilen van een telffie
fi^ffe, die over de hlote voeten gedragen
"borden,

Y. Schoenen, die fchaetsgewijze voor
^Pgaen.

, Ik Zal ook laten volgen, \'t geen my
^it de fchriften van den Schotsman
David Wricht ter hand is geko-
menmopendeden dracht der Sinefen.

De dragt der Groten is Van gout of
zilver laken ,Turkfche felp, gehoor duurt
^et vogelen,draken en andere gedierten,
F>e kleding komt in genen dele over-
een met die van donzen ; maer dragen
^^nge rokken, gelijkmen lee^ dOutva-
^rs droegen , gemeneltjk vier , twee
^nder en twee hoven rokken. D\'onder-
J^e rok komt op het hloot lijf {want hem-
en dragen zy niet) tot aen de \\knien,
jejt zeer nauwe mouwen , die om den
dT ^^^^ eindelijk aendehan-

.. J y\'^^\'wrocht. De hoven-rokken zijn
- r tang en hangen tot op denkelen of
eten, met een opening van den mid-
del af tot onderen toe. Op de zijde noch
voor op de horfi zijn geen knopen , om
de rokken toe te doen, maer de rechte
zijde der rok wort onder den linken arm
omgeflagen en met hant je s van een ze L
ve kleure, als de rok, in de zijde vafl
gebonden : desgelijx word de linke zij-
de overgeflagen en op een zelve wijze
vafl gebonden; zoo dat de rok dicht
hoven aen den middel fuit ; maer is on-
der vry wijder. De mouwen der rok-
kenzijn geweldigwijt, en over de drie
vierendeel langer als darmen, en han-
gen hy de twee el in de ruimte onder den
arm af

De kleur der rokken is velerlei , ja
worden die van allerlei kleure zonder
onderfcheit gedragen : uitgezeit zwart,
die alleen eeni_ge
ordens van Prieders
mogen dragen.

De rokken van horgersen koopluiden
zijn van gebloemde zijde doffe: des win-
ters , inzonderheid in de Noorder Land-
fchappen , tegens de koude gevoert met
zahel en ander hont- werk.

Nnn Gr O-

-ocr page 579-

Groten en Edelen hehhen orn hunnen
middel eenen gordel, in vorm van een
hoepel, die ontrent een handhreet in
\'t ronde van \' t lijf af flaet, en aen twee
handen hangt, een op de linkeden een

op de rechte zijde.

Deze gordel is drie of vierde halve
vinger hreet , ingeleid, na den flaet
der edelen, metgoude of zilvere platen
en kofielijke gefteenten : andere zijn ge-
maekt van

zandeihout. Zoodanige gor-
dels zijn,gelijk ook hunne mutfen, teke-
nen van hunne bedieningen. Zy dragen
gene heffen noch dasjes ; maer gaen met
Moten hälfe : desgelijx gene gordels,
dan op hunne onderfte rokken, die zy ge-
weldig ftijf toehinden , en fteken daer
in hun geit.
Gemenelijk hangt ook een
heurs of tas daer hy n eer aen de rechte
zijde,
gemaekt van root of fcharlaken.
Het fatfoen der rokken van gemene lui-
den IS een en het zelfße met die van
edelen, koopluiden of hurgers.

De hroeken zijn ruim aftrekken van
de heupe af tot aen het midden des
heens doch worden met, gelijk don-
zen , metplofen in de hant vergadert;
maer zijn hoven wtjt, die zyin het aen-
trekken in malkanderen fronfelemn dan
meteen hantje toegorden
afzijn in ma-
niere als de fchorteldoeken hier te lan-
de, omgeleit hoven met een zoom , door
welk een hantje gaet, dat, met voor toe te
trekken, de hroekzijne vaftigheid geeft-

De kouffcn zijn gemaekt van fijn lin-
nen : hoewel ook
van zij de en fe lp ; niet
gehrait; maer alle genait met naden
voor en achter.
De zolen der kouzen
zijn ze
er r aen dicht gewerkt en een hal-
ve vinger hreet. Aen deze kouzen wor-
den hoven kouze-handen gedragen, hin-
nen \'s heens geftrikt, van hloemen of
rode zijde, met kanten daer aen.

De fchoenen hehhen ftechts eene zole-
Het leer van de hiel tot aen het
overleer
is naulix anderhalve vinger hreet.

Het overleer is halvemaens gewij\'^^
voor aen den toon uitgefneden,en huige>\'^
ook zoo op : zulx men
gemakkelijk twee
vingeren hreet de zo Ie zten kan. Ge-
mene luiden dragen fchoenen vangraeü
leer : hurgers en koopluiden van zijde
ftoffen: de Groten van gout en zilver la-
ken : doch dragen deze gemenelijk laer-
zen op de Poolfche maniere, hoewelzon-
derpolveyen.
Dus verre Wricht.

Jj^apenem

^f^f E gemene wapenen derSine-
fen, volgens zijnbo-

mji gen, pijlen, lancien enhou-
wersofzeepmeifen. Delan-
cien zijn van Bamboes-riet gemaekt |
en veel groter,dan d\'onzen hier te lan-
de.
De befcherm-wapenen zijnfchilt,
ftormhoeden , benelfens zekere pla-
ten van yzer, tot de brete van drie vin-
geren , op elkandre geleit ; waer me-
de zy hun borft en ruch bedekken;
hoewel zeer dun en flechts fcheutrvry
voor pijlen. Dan heden \'s daegs ge-
bruiken de Sinefen en Tartars ook
fchiet-geweer , vuurtuig , en allerlei
andere wapenen.

De zelffte trappen van eere, die de
Geletterden krijgen, worden ook in
de zelffte jaren en op de zelffte plaet-
fen cn met de zelffte tytelen den
krijgsluiden verleent. Alleen wort de
tijd\'gewoonelijk tot in de volgende
maent opgefchort. Maer aengezien
de
krijgs kunde en oefening, onder de
Sinefche Regering, gelijk als
vcrftor-
ven lag , wierden de zelve met veel
minder toeftcl verleent: en ftonden
derhalve zeer weinig luiden dacr na.

Deze krijgs-onderzoeking is ook
driederlei, gelijk die van de letteren-
In d\'eerfte fchieten zy in
vollen ren
negen pijlen. In de tweede mikken zy
met even zoo veel pijlen ,op een
fte doel-wit: doch ftaende voets-
Die ren minfte met vier pijlen te
de, en twee van d\'aerde het doei
trefl\'en, worden tot de
derde oncia^
zoeking toegelaten: waer inzy ^
krijgs zaken op voorgeftelde vrage
gefchrift moeten antwoorden-

De Rechters daer na verg^^jijkeii

deze drie onderzoekingen tege^^^

kandreen maken dan in - f,

tig Licentiaten. Maer »» . ..pren

men te/-rfi^g Doktoren der Ic««^^^

-ocr page 580-

nwekt, worden ook hondert krijgs-
luiden gekoren , uit al het geheel
getal der Licentiaten des geheelen
^ijks , na voorgangh van drie on-
derzoekingen , met het krijgs -dok-
toörfchap, om zoo te fpreken, be-
giftight.

De eerfte oorlog, welk de Sinefen
in hunHiftorien gedenken, word ge-
feit zich toegedragen te hebben op
den berg lan, ter plaetfe daer nu dc \'
ftadt
Te king in het Landfchap van Pf-
king gelegen is , te weten met den
neerlaeg van den tweeden Keizer
Xinnung, die des jaers, voor de ge-
boorte des Heilands , twee duizent
^eht hondert zeven en dertig quam
te heerfchen, en, na een regering van
hondert cn veercig jaren, ter plaetfe
Voornoemt, door zeker onder- ko-
ningje verflagen wiert.

ï^iiaeloude tijden, voor\'sHeilands
geboorte, wierd de krijg meeft met
^^\'^geaen gevoert.

Onder andere fchrikkelijke oor-
^ogs-vonden , daer de Sinefen zich
ten oorlogh van dienden , zeitmen
ook zy in aeloude tijden ofl!en, ge-
wapent met vervaeriijk vuur-tuigh
en moort-geweer, gebruikt heb-
ben , om den vyand met verbatft-
heid op de vlucht en in wanorde
te brengen. Want deze beeften,
door her geraes van het aengefto-
ken vuurtuig op de vlucht geraekt,
matften al ter neer , wat hen voor
quam, en baerden een fehrikkelij-
ken moort.

Dit gebruik van ofl^en ten oorlogh
fchijnt een aeloude vont der Sinefeni
te zijn : want als Koning ontrent
des jaers voor \'sHeilands geboorte
drie hondert en twintig de ftadt
in het Koningrijk
Ci belegert, en tot
d\'uitterfte benautheid gebragt had,
ftelde zeker krijgsknecht,
Tientan,
(hoewel tot Overfte met gemene
bewillingh van de ftcdelingen ge-
koren,) dezen vond in \'t werk ; te
weten, hy wapende de hoornen van
al de koeien of oflcn, die in de
ftadt waeren, ten getale van over de
A^«a dui-

-ocr page 581-

duizent met een fcherpc zeiflen, en o-
ver dekteze met laken, welk door de
vuurige kleuren eenen draek verbeel-
de, enbontaendefteertenftroo,met
pek en zwavel beftreken.

Dit krijgsheir van often, dus toe-
bereit, zond hy des nachts by onty,
ter poorte en andere openingen uit,
met vijf duizent ftrijdbare krijgs-
knechten achter aen , die het ftroo
aen de fteerten t\'ontfteken hadden.

Midierwijie wiert op de wallen een
yzelijk geraes, met het flaen op trom-
mels , hoorens en kopere bekkens,
gemaekt: en ontftont een vervaer-
lijk gefchrei van mannen en vrou-
wen.

De oflen, gelijk door razernye aen-
gedreven, liepen gins en weder, waer
hene de woede hen dreef , en baer-
den , met al die hen tegen quamen ter
neer te vellen , een zeer groten neer-
laeg; zulx de beleggers verbaeft tom-
melings overhoop vielen, en van \'t be-
leg opbraken.

Inh et Landfchap \'v^Lïi Suchuen hou-
den koeien, die zeer lange en dikke
fteerten hebben , met gekrult hair,
die by de Sinefen cieraets-halve tot
krijgs - tekenen , in plaets van plui-
maedje, zeer begeert worden.

D\'opperfte Veltheer by de Sinefen
w^ort
Zumpim genoemt : gelijk de
Zee-Admiraei
Haitao of Haitau , of
VolgansTrigaut Aytan : óiein Kanton f
de Hooft-ffadt des Landfchaps van
Quantung , zijn verblijf heeft. Onder
deflelfs gebiet ftaen ook alle vreem-
delingen , die in het Landfchap van
Quantung aenkomen. Dees let ook
de zee-roveryen: waerom hy ge wi^^^\'

lijk een grote magt heeft.

Het maken van bufl^èkruitisby d®
Sinefen een aeloude vont.
Doch plag-
ten dat voorhene meer tot luft «n
vreugde vuuren, op hunne
Feeften re
gebruiken , als in den oorlog- I^an
dienen zich heden neflens de
Tarters
niet min daer van te water en te lan-
de als de volken van
Europe-

Zoo de Jefuit Adrianus de las Kor-
tes
getuigt, is de kleding der krijgs-
knechten van
Sina over al hun voor-
fchooten, enruim gewaet, een roK,

-ocr page 582-

^P dé zijde cn voor open , met een

^onniks - kap achter op de fchoude-
^^n: is zeer breet, en komt tot op de
Voeten. Eenige benden dragen die
^^ot: andere blaeu of bleek : andere
^^Ifchen wit en zwart en ook van an-
dere kleuren.

öe Sinefen fchilderen den eerften
yijgs-overfte of heir-gcleider, die in
de driejarige onderzoeking den eer-
ft^en naem had, gewapend af, in een
^eer hooge en groote geftalte , en
benden het fchildery na de rontom
gelegen uitheemfche gebuur-volken,
Jet inbeelding door zoodanig fehil-
^^ry den uitheemfchen fchrik voor
^en aen te jagen zy. Een aeloude ge-
woonte is deze en onderhouden by

^mden, al federt Keizer Ching, die
«es jaers voor de geboorte des Hei-
J.ands vijf en dertig begon te heer-
ho^Want te dien tijde bediende
i^ampt van
Kolao, zeker Xang: uit
prh van Fang, een man,

groot, iterkenzeervet van lichaem.

h
Moy
h

\'\'\'\'"Iii.

^i-a.

\'IC,

en met zulk een groot aenzicht en
hooft, als een reus. Wanneer na
\'s Lands gebruik de Tarterfche Ko-
ning van
Tanyu Keizer Ching quam be-
zoeken , bezocht hy ook dezen
Ho-
lao :
over wiens geftalte de Koning
zich der mate ontzette , dat hy uit
verbaeftheic te ruch trat. Den Keizer
des verwittigt, was daer over verblijt,
en fprak:
zoodanige mannen moeten het
zijn, dien het opperhewint over het Kei-
zerrijk van ^vci^L aenbevolen is : dat al-
leen ook de gedaente de Barbaren kan
doen fchrikken.

Het was oulinx en is noch heden
\'s daegs ten dele onder de getroufte
Sineefche landvoogden een gewoon-
te, zich zelfs het leven te
benemen,
om ni«t in \'s vyants laanden te verval-
len en hem benootzaekt zijn te die-
nen. Want zulxiwort by deSinefen
voor een grotefchande gehouden, in-
dien zy niet liever met hunnen Ko-
ning of Keizer, van wien zy hun land-
voogdye en ampt ontfangen hebben,
Nnn 3 wil-

-ocr page 583-

willen fterven , dan den zeegbaren
vyand te dienen en dien zich t\' on-
derwerpen. Dies achten veele beter
glory-rijk te fterven,gelijk zy meinen,
dan met deze fchande gebrantmerkt
tc worden. Hierom doen de Sinefen
zoodanige trouhertighcid, met het
oprechten van beelden en kerken,
vereeren , om in de gehcugenis der
nakomehngen eeuwig televen. Men
heeft in deze eeuwe velen gezien,
die liever hadden zich zelfs van kant
te helpen, of met een wrede dood |
door dc Tartars omgebragt te wor- |
den, dan hen zich t\'onderwerpen, of
,na hun wijze en bevel het hair af tc
fcheren , met een tuit flechts achter

te behouden.

Een eenig krijgs of legioen, Kiun
in \'t Sineefch geheten , beftaet by de
Sinefen uit twalef duizent cn vijf hon-
dert man, onder een eenigen Krijghs-
overfteof Vekheer, en vierKoloncl-
len: beneven andere Bevel-hebbers
van minder belang.

Der Tartaren krijgsheir, die heden
Sina bezitten, beftaet meeft uit ruite-
ry, met weinig voetvolk. In het te
velde trekken word by hen deze
orde onderhouden. Voor aen trek-
ken twee ruiters , ieder met een
vaentje aen
een ftok óp den ruch : na
deze op een zelve wijze tvvee andere.
Daer na volgen twee voorname Tar-
ters zonder vanen. Na hen d\'O verft e
of Ritmecfter van de geheele ruiter-
bende. Hier op vijf andere in\'tgelit:
waer van de middenfte de grote vane
des Keizers, die geel is, op de ruch
heeft. Eindelijk volgt de ganfche rui-
tery , by vijven in \'tgelit. Daer na
weer tvvee kiene vaentjes; ten lefte,
die den geheelcn troep ftuit.

De Tarters zijn op pijl en bogebo-
ven al andere volken wonder vaerdig
afgerecht.

De Tartarfe krijgsknechten dragen
wapen-rokken van leer , daer yzere
fchelpen, d\'een boven d\'andere, op
vaftgenacit zijn, gelijk hier te lande
de malie-rokken Hebben ook geme-
nelijk yzere borftharnaflTen aen ; hoe-
wel niet uit eenige plaet gemaekt;
maer uit verfcheide ftukken , mety-
zere nagelen aen malkandre geklon-
ken: zulx daer uit een groot geram-
mel en geraes ontftaet, als de ruite-
ry wat fterk komt voortzetten.

Martijn Hi-
ßor. Sinic.

Zy rijden ook vaerdigh te paerd:
doch beflaen de paerden niet.

Op \'t hooft hebben zy ftorm-hoe-
den , hoewel
zonder kasket, tot be-

dekfeldesaenzichts: daer achter, m
plaets van pluimen ,
een hoogh root
geverfde paerde-fteert of mane by
neer hanght.

Gemenelijk ftaen groote knotfen,
als morgen fterren,met een yzere pen

boven aen, in de Steden op de muu-
ren, dicht by de borftwcringen, on-
trent tien voet van maikanderen.

De Sinefen voorhene, eer het Rijï^
onder den Tarter quam, behertigh-
dcn zeer weinigh den krijgshandel:
waeren ook ftecht gewapent, zonder
ftorrnhoet,flechts met boge en pijlen-

Zoo Seme do en Trigaut getuigen,
droegh niemand wapenen in de fte-
den, zelfs ook de krijgsknechten, of
Krijgs-Overften, noch ook gene Ge-
letterden , ten zy ten tijde van mon-
fteringjof wapen-oefening,of te velde
trekken, of ter verzelfchappingh van
Mandarijns: ook had niemant binnen
\'s huis wapenen , als flechts bywijle
eenyerroefte pook of degen: ter ge-
bruik zom wij len tegen de rovers op
de wegen. Zulke een affchrik en
fchuuw hadden de Sinefen
voorhene
van de wapenen. Waer over, voeght
Trigaut daer op, byhen gene zamen-
rottingen of krakelen ontftaen, of
vvorden met vuiften en het trekken
by \'thair beflccht. Zy trachten het
geleden ongelijk nierby manflagt ot
quetfure te wreken. Maer die voor
eenen ander vlucht, en van ongelijk
te doenafhout, draegt den naem v^
kloekmoedigh en
voorzichtighei •
Maer heden zijn de Sinefen, door n^
oorlog tegen de Tarters, vry ontaeri,
cn hebben geleert foldaten
orden.

Volgens een acloude Barbarilcne
gewoonte, cn noch heden in gebruik,
worden , na het veroveren van ne
Keizerrijk , al des Keizers bioea-
vervvanten van
mannelijken oir,
fens met het
Keizerrijk zeit ten

gronde verdelght.

lien gebeuren in de laefte ootlogh

ffi-

-ocr page 584-

^er Taiters tegen de Sinefen : want
nieenigteri van onfchiildige kinderen,
en fieciits fchuldigh door hoogheid
van afkomil,jongeling
enjakoningjes,
^ezich vrywillig onder het jok der
1 arters
begaven , wierden door hen
^eroni alleen gedood,
wijl zy uit
pa Keizerlijken flam van
Taimmg
hcrkomlligh, of de bloetverwanten
Van den oprechter des ftams Taiming
Waeren: die de Tarters zeer wrede-
lijk vervolgt hadden.

Al de krijgsknechten, beide Tar-
rars en Sinefen , zoo Vi\'el die in
Pe-
ais door geheel Sina verfpreit
,§gen, zijn onder acht vendels ver-
deilt.

Het eerft is wit, welk het Keizer-
hjk genoemt word : het tweede,
root: het derde zwart: het vierde faf-
ftaen-geel. Over de drie laetfte ge-
bpot voorhene de oom des Keizers
Xunchi: over het eerft de Keizer zelf.
^itdeze vier, methet vermengen van
kleure,maken fy vier andere: waer aen
ieder krijgsknecht weet onder welk
vendel hy hoort, en tot welk leger,
en tot wat gedeelte der Stadt hy ke-
ren
moet: alwaer zy altijts met paert
en wapenen gereet ftaen.

Wanneer eenigh heir of bende uit
te zenden is, kan alles binnen een
halve uure vervaerdight worden. In
plaets van een trompet, word op een
kink of zee - hoorn geblaezen. Uit
de plaetze en wijze van het geluit
verftaen zy, welke krijgsknechten en
O verften, en hoe fterk in getale moe-
ten uit trekken. Waer op zy zonder
vertoeven vaerdig daer by fijn, en vol-
gen het vendel, welk een ruiter ach-
ter op de ruch gebonden draegt: hoe-
wel dikwils, behalve de Veld-overfte
en Vendrigh, niemant weet waer he-
ne het gelden zal.

De Tarters, een zeltzaem ding in
hun krijgh , nemen geene beletfelen
met zich , nochte zijn om lijftocht
bekommert: maer eeten al wat hen
voor - komt : hoewel meerendeels
vleefch , half gekookt of gebraden.
By mangel van ander vleefch, dooden
zy hunne peerden en kcmelen om
t\' eeten.

JFetten, en gerecht of ßrafe.

En vint in Sina gene oude
wetten, gelijk, by dc volken
van
Europe, die van de twalef
taferelen en Keizerlijke wet-
, beide herkomftigh van de Ro-
deinen.

Maer de gront-Iegger van ieder
ilam, ter heerfchappye geraekt, voert
^^ fijn welgevallen nieuwe wetten
\' die dc ranken of nakomelingen
Van dien zelven ftam benootzaekt
^-Mnt\'ónderhouden; waerom de wet-
ten, die heden van de Sinezen onder-
houden Worden, niet ouder zijn, dan
keizer
iJumvu, d\'oprechter des ftams
^\'^\'ming.

öees heeft eenfdeels al de wetten
gemaeckt, eenfdeels de ouden,reeds
^y fijne voorzaten ingevoert, beve-
ftight. Want het voornaemfte doel-
^ic, daer dees Keizer op oogde, was
•et Rij}^ in rufte en vrede te houden,
het voort - planten van een lang-
öuurige heerfchappye voor zich zei-
ven, en voor zijne naekomelingen.

Keizer Siveni, die des jaers, voor
\'s Hcilants geboorte, drie en zeven-
tig begon te heerfchen, liet zonder-
hng zijne gedachten gaen , over her
regelen van \'s Rijks wetten en rech-
ten. Want
verfcheide wetten, inge-
voert doorverfchcide Kcizeren, wae-
ren der wijze in onberckenlijkcn ge-
tale aengegroeit, dat iemandzijn le-
ven genoech daer acn te deurlezen
had. Derhalve die eenige kennis der
zelve voor andere bekomen hadden,
konden hen lichtelijk, met het een
bedroch uit het ander tefmeden, ver-
fchalkken : waer
uit den Recht-ban-
ken veclc moeielijkheden overqua-
men , en veele onrechtvaerdige ge-
winnen ontftonden. Dies bragt dccs
Keizer de wetten (hoewel niet alle,
maer flechts de befte,)
onder weinig
hooft-ftukken, cn fchaftc de reft af:
op een zelve wijze, gelijk dcRoom-
fche Keizer
fufïmiaen.

Met

-ocr page 585-

Met hoe groot een matigheid de
luiden ter dood door de Reciiters te
verwijzen waeren, heeft hy met deze
wet getoont:

Wy willen dat de Rechters liever te-
gen de wetten zondigen , dan iemand,
zonder duidelijk berecht der zaken, aen
den halze tefiraffen. Want \'s menfchen
leven is het grootfie van alle dingen op
der aerde. Dies heeftmengroote toever-
zicht te gebruiken , dat ook niet een ee-
nig menjch reukeloofelijk gedood werde.
Manijn Hi- "Ooor den naem van Muzijk of

(hr.sinic. maet-zang, welke gezeit word byde fnijding woede tegen de winkbraeu

Martijn He-
em lib. I.

oude Koningen en Keizerlijke ge-
flachten geweeft te zijn , verftaen de
Sinefen de wetten en wijze van be-
♦ ftieren.
Dan heeft zich deze wel,
wanneer alles , gelijk in een goede
maet-zang, onderling over een komt.
Dan zy betekenen ook zelfs de to-
nen of deunen, die zy voor de Konin-
gen gewoon waren op te zingen, met
den naem van Muzijk: naerdien in
dezelve de wetten en willekeuren
begrepen waeren, zulx de Koningen
ook onder het zingen leerden,
\'t geen
hun ampt betrof Want dewijl deze
niet gaerne in de boeken blokken;
wierden zy van de Sinefen zoodanig
geleert, dat hen, fchoon met afkeer,
behaegde teleeren, op wat wijze zy
hunne onderdanen moften beftieren.

DoorKeizerldf, die desjaers voor
de geboorte des Heilands twee dui-
zend drie honderd zeven en vijftigh
op den ftoel raekte, zijn vijfderlei
ftrafl^n ingevoert: waer by de mifda-
digen of aen de neufe, of koot des
voets, of hand , of hooft, of einde-
lijk met eenige wreeder ftrafl^e des
doots geftraft wierden. Zoo de rech-
ters over de ftrafle twijfelden, zy
waeren belaft tot genade te neigen.

Dezelve Keizer voerde drie trap-
pen van ballinghfchappen in; na de
groote dermifdaden.Defwaerftewas,
balhngh buiten het ganfch Sineefch
Rijk, na de Barbaren, of uitheem-
fchen gezonden re worden. De naefte
daer aen , duizend Sinefche ftadien
buiten het vaderland te zijn. De derde
en zachtfte,flechts buiten de grenspa-
len des Keizerrijks gebannen te wor-
den, zonder bepahng van de verte.

Verfcheide Landvoogden worden
by den Keizer over het bedrijf van
mtsdadcn,nahet Landfchap van Quii-
cheu in ballinglifchap gezonden, ter
oorzake
Queicheu verre afgelegen en
een woede en ongehavende oort is. ß-

Volgens een gewoonte,federt vele
eeuwen her byde Sinefen onderhou-
den , wierd en d\'overtuigden van mif
daden aen zoo vele ftukken gehou-
wen of gefneden, als den
Rechter
goed dacht, die dikwils ten getale
van tien duifend behepen.
D\'eerfte

wen, met welker afgetrokken vei de
oogen overdekt wierden; want ook
hier door fochten de recht - banken
den naem van mededogentheid te
dragen; aengezien de Rechters wil-
den dat de mifdadigen de pijne vvel
voelen zouden; maer evenwel niec
flen.

Keizer Veni, die des jaers honderd
negenen zeventig voor de geboorte
des Heilants begon te heerfchen »
heeft evenwel deze ftrafle verzacht ?
indien men haer verzacht magh noe-
men , die niettemin zeer wreet is.

Wantin plaets van fnijden,wierden
den mifdadigen zoo vele flagen ge-
geven , als den Rechter wel geviel:
te weten, met een dun willige rijsje,
welk zoo grote pijne veroorzaekte,
dat velen door dit flaen dood ter neer
zegen. Waer door Keizer
Hiakiny
zoon van Keizer Veni, deze ftran^
noch meer verminderde , en flechtS
een derde deel flagen den misdadigen
beval te geven.

Al van aeloude tijden af hebben
Sineefche Keizeren en Köningen ^^
gebruik gehad , wanneer zy eenen
Landvoogt willen doen om \'bleven
brengen,hem eershalve te
gunnen,
hy met zijne eigen hand zich herle-
ven beneme, om niet door eens an-
ders hand te fneuyelen:welk voor een

grote oneere byhen gehouden word.

Dies zenden zy een zwaert of

de in een goude kifte, bezegelt met

\'s Keizers of\'s Konings zegekoet oe-
vel van zich te verhangen ot door te
fteken, t\'eflèns met aentuiging dat
zulx hem tot bewijs van zonderling
eere en genade verleent werde. ^^

-ocr page 586-

DelijftlrafbaregevangkenifTenzijn
c^p, et meerder gemak en ruimre ge-
kout , dan d\'onzen hier te lande; hoe-
pel byna alle van een zeiffte geftalte,
J^ec zeer weinig onderfcheids, zulx,
"^et een eenige ftechts te befchrij ven,
iiclitelijk al d\'anderen zullen gevat
Worden. ^

De gevangkenifTen ftaen naby de
paleizen of hoven en rechtbanken

^er Mandarijns of Landvoogden,daer
^y onder behoren,ofaltoos niet verre
^an
daer. Zy hebben geen uitzicht
^p de ftraten ; maer vervolgens uit
^\'eerfte poorte ofdeure,de naefte aen
ftrate, komtmen door een klei-
nen gang en treet van daer in een
^eer-hof,
groot of kleinnagelegenis
öer plaetfe. Getreden door dit hof,
komtmen aen een derde
poort, daer
de
huizing dcrSipiers is, diegewone-
lijk drie moeten zijn. Eindelijk komt-
men
door een andere poorte in een
vierkant
hof,aen alle vier zijd^ bezet
met gevangen-kamers,gefticht in d\'o-

Pen lucht,op zware houte kolommen,

^^ maniere vangalderyen ,zonder ee-
^^^ge deure; maer ftechts met eenfchuif
hout. Deze kamers zijn voor de
gewonelijke of gemene gevangenen:
in ieder hoek des hofs is een ge-
^^oten kamer, voor de hals-gevange-
nen, v^\'elke in \'t Sineefch
Chumkien ge-
^aemt vvord,
d2.Vszwaregevankenu :
dat, na voorby al de gemene ge-
^^ngkenift\'en gegaen te zijn , men
aen het eind der galderyen de gehei-
^ïie en ftrenge gevangkeniffen krijgt,\'
«aer de grootfte misdadigen in opge-
lloten worden, zonder vryheit te heb-
ben,van met d\'anderen uit te gaen,die
aen ganfchen dag met open deure of
ichuivezitten en kamer in, kamer uit
gunnen wandelen , en met elkandre

de lage hoven verkeren.
_ Öe gevangkeniflen zijn van buiten
gene traliën, zulx die de gevange-
wil fpreken of zien, binnen moet
gaen. Alle avonts wort overziening
gedaen, of\'er iemant ontbreekt. Te
emde komenze alle in een hof te
amen daer een der Sipiers met een

in de handen d\'een na d\'ander op-
«>ept engebiet hen binnen tegaen,
m ieder m zij n gevangkenis opgefto-
ten te vi^orden. Die in de heimelijke
gevangkeniffen zitten , hebben des
daegs ruimte genoech , en kunnen
meer vryheid, en over al te wandelen
waer zy willen,voor een ftuk gelts aen
de Sipiers te geven, verkrijgen; maer
worden des nachts in goede en veilige
bewaernis geftelt: wantzy flapen des
nachts op een plank, mer de voeren
dwers gefteken door een groot hout,
en de handen in boeiens, met yzere
gefpen of hoeken aen de zijde, daer
een keren aengeklonken is, die hen
I over de lendenen komt, en den buik
prangt:zoo dat de gekluifterden,wan-
neer dezelve een weinig nau gefto-
ten wort, zich nauhx kunnen verroe-
ren; naerdien hen de handen, voecen
en ganfch lijf geknevelt is. Zoodanige
voorzorge word des nachts gedra-
gen.

Sé

Inhet midden des hofs ftaet gehjk
een wachttoren of fchilder-huisje op-
gerecht, daer des nachts wachtin ge-
houden word. Zoo iemant der gevan-
genen het minfte gewek maekt, of
des nachts het lidit (want den gan-
fchen nacht brant\'er licht) uitgaet,
aenftonts wort by de Sipiers daer in
voorzien.

Een der Mandarijns, die het op-
zicht over de gevangkeniffen hebben,
bezoekt-dezeive alle maenden: en na
dees gekomen is in het eerfte hof,
doet hy al de genen voor hem komen,
die ter doot gedoemt zijn. Deze ver-
fchijnen voor hem met ongekemden
haire , bijfter gezicht, en hangenden
hoofde, de benen ftruikelende en tre-
de voor trede vallende. üanzoodra
zy weer binnen gekomen , en den
Mandarijn uit \'t gezicht zijn, houden
zy hun ouden ploi.D\'oorzaek van de-
ze gelatenis of veinzery is, dat zoo de
Mandarijn hen welig en in goeden
ftaet vond, hen zou doen ftaen: welk
byhen
TaFriti genoemt is, dat \'sge-
zeid,zic^
leggen om vet te worden: naer-
dien hy zeid,dat zy daer zijn,om boe-
te van hun misdaden te doen,zich uit
te hongeren, en te fterven, en niet om
goecier te maken. D\'anderegevange-
nen komen ook d\'een na den ander, \'

en doet de Mandarijn onderzoek na
huü bedrijf aen de Sipiers , en de
O 00 aer-

-ocr page 587-

474

derteiheden en ongebondenheid met
(lok-flagen boeten.

Vervolgens bezoekt de Mandarijn
al de kamers , en laet geen gerijf van
banken,
ftoel of bedde blijven: want
zy willen dat dit een ftrenge gods-
dienft zy, om in boete te leven , en
geen enkele gevangkenis, om in vei-
ligheid te zijn.

Niet alleenlijk zijn de gevangenen

ften onderworpen.

Eerftelijk komt niemant in de ge-
vangkenls zonder vrygelci-bricfwelk
aldus gefchiet. Op een wit bert fchry-
ven deMandarijns den
naemenmis-

ne reize betalen: welk genoemt word,
de penning des berts. De gevangen
gekomen aen de tweede poorte der
gevangkenis , vraegt de algemcinc
Sekritaris der gevangenen, die gelijk
de Meefter des huis is, gezeten op zij-
nen ftoel, hem na zijnen naem en
d\'oorzaekvan zijne hechtenis, en te-
kent hem in zijn bock aen, waer voor
hy ook betalen moer.

Daer na word hy vertoont aen d\'an-
dere gevangkehngen, en inzonder-
heid aen de voornaemften,om hunne
orde te ontfangen: die hem een plaets
ten noorden of zuiden aen wijzen,
doch willen met een ftuk geks tc vre-
de geftelt zijn.

Zoo dra hy in zijn verblijf-plaets
is, komt een ander Schrijver, dieniet
anders te doen heeft,dan zijnen naem
op te nemen, en dien te fchrijven op
een byzonder bert van de. gevangke-
nis. Dan ook dees wil voor zijn fchrij-
ven betaelt zijn.

Nadezen fchrijverkomt de veger,
die hem met aendienen, van dat zijn
ampt is,de gevangkenis fchoon tema-
ken , vuur t\'ontfteken en andere din-
gen te doen, te gelijk om geld aen-
ipreekt.

Naulix is dees weg gegaen, of een
van de gevangkelingen vertoont zich
met de naufte en dichtft geftote ftok
en hand-boeiens, die hy vinden kan,
en doetze aen deffelfs han den en voe-
ten. Na een halve uure keert hy we-
van meerder belang is. Deze
wachten
twee dagen, na het inbrengen ter Ker-
ker, en doen den gevangen . zoo hy
hen dan niet voldoet, alle nacht z wa-
ren arbeit opleggen. Het
is geen ge-

denheid van de Sipiers, diezoo
daer uit fchachgeren, als zy können»
dat \'s te zeggen, het meefte van de rij-
ken , het minfte van d\'armen, cn niec
met^allen van die niet met allen heb-
ben. Eindelijk is het laefte
recht,welK
betaelt word tot onderhoud der
oi\'
ferhande , te doen aen d\'afgoden ii^
dc Pagoden deskerkers. Te dien ein-
de is in ieder vertrek een of twee ka-
pellen , daer de Sipiers alle maenden

op den eerften cn vijftienden dag dec
mane offer doen met een haen, een
ftuk van een zwijn, twee viftchen,
broot, fruit en andere dingen- ^^
haen word een weinig in water ge-
kookt, en daer na op een tafel voor
den afgod een uure lang ten tone ge-
ftelt : eindelijk weer met d\'andere ge-
rechten opgekookt, cn wel toebe-
reit, ten fpijze voor d\'offcracrp.

Deze kapellen , gewijdtaeiide^^\'
goden, dienen niet alleenlijk totot-
ferhande voor de gevangenen ;
ook totgemeender gebruik: wanta -
daer doen zy hunne geloften en g^j
beden, en trekken hun lot ;
d\'uitgang daer van veeltij ts zeer ramp
zahgbeftaegr , naerdien zy in
van de vryheid, die zy daer uit zic^
belooven en na wachten,gewo<^eiU
ftok-ftagen ontfangen of andre ftrane,
door vonnis der rechters. .

Des winters, als de koude groot is,
hebben de gevangenen, ^^^ fV
zijn, het zeer quaet : eensdeels

door de koude ! dc

mangel van fpijze : hoewel b^

der, met andere veel ruimer en ge-
makkelijker boeiens, en zeit -.gunfiig^
en heufche hroeder, deze hoeienspran-
gen u te zeer: zie hier ü>:dere veel ge-
makkelijker.
Maer hy moctgeid vopt
hetyfer geven,of zijn muts en rok md-
fchen. Defe zijn de geringe onkoften.

Na al deze eifchers komen dc por-
tiers, ieder beurt by beurt, die langst

doende zijn,om hun recht af te vorde-

der gevangkenls ; inaer ook vele la- ren,dan d\'andere,gemerkt dezomme

daet des gevangen op ^ waer op de zet gclt;maer wort betaelt ter befchei-
diender hem aenftonts met dit bert ter denheid van deSioiers. diezoo ved
gevangkenis brengt, en doet hem zij-

-ocr page 588-

■uan Sma,
Mandarijns dikwils die goedieid is,
aatzy de lijf-ftrafTen van rijke gevan-
genen in geld-boeten veranderen,ten
Voordele der arme gevangenen.

Rovers, wanneerze in hechtenis
raken, Worden gantfchelijk van hun-
ne ouders en vrienden verlaten , zon-
der hen te willen kennen: waer door
gefchiet, dat dikwils zeven of acht
eenen dagh fterven.
Het word , een zeer merkwaer-
digh waen-geloof, by deSinefen niet
gedocht, dat een dood hchaem door
de zelffte deure gedragen wort, door
de Welke het, levendigh in gongh. ,
daerom, tot voorkomingh van deze
Zwarigheid, een gat of kleine deure
inde muur van \'t eerfte hof gemaekt
IS, tot een wegh of doorganghvoor ,
de dooden Perzoonen van vermo-
gen verzoeken verlof van temogen
ingaen door deze deure , voor hun
dood, om niet genootzaekt te zijn
na hun dood door de zelve gedragen
Geworden , welkeen van de fchande-
jijkfte oneere is, die iemant kan over-
komen : ook is een van de gruwe-
Jijkfte vloeken, die de Sinefen vloe-
•^en
, La laoti , dat is , miffchien zult
^hy door het qat van de gevangkenis ge-
^^okken worden.

t>ie eenen gevangen komt verzoe-
j^en , nioet, uit kracht van een onver-
brekelijke gewoonte, altijts iet met
fich brengen, \'t zy weinig of veel, ie-
der na zijn vermogen: zo by geval ie-
inant in gebreken blijft, men doet
Aenftonts daer over tegen hem klach-
ten,gelijk over een misdaet,bedreven
tegen een zulke algemeine gewoonte
f>e vonnilfen verfchillen niet veel
van de onzen, behalven dat d\'uitftel-
ien zoo langh niet zijn , nochte de
aenhoudhigen zoo overlaftigh. Al
nunne handelingen worden gehan-
delt door verzoekers en gefchriften,
f n vermagh ieder aldaer in ftellen wat
^^ywil, in ftijle van denhoove.

Daer zijn\'er, die by dit hand-werk
^even , en niet anders doen, dan dier-
piijke fchriften maken : doch behel-
pen iich met vele leugenen en bedrie-
en;dies een Mandarijn wel voor-
ziciitig en er vai en moet zijn,om eeni-
ge vouK van waerheid pit zoo veele
leugenen te trekken. Dan hebben
die ook geen gebrek van ftagen, in-
dienze op bedrogh betrapt worden.

Een verzoek-fchrift word ver-
toont door de parthij e zelfs, of door
eenen ander uit zijnen naem , in
dezer wijze. Het eerfte hof van den
gerechte is gewoonelijk vol volks,
met dingtalen: maer de gangh in\'t
midden, die recht na den ftoel van
den Mandarijn ftrekt,onbelemmert.

De vertoonders der verzoeck-
fchriften buigen zich, ten tijde der
overlevenngh, op hunne knien, ter
gemelde middel-plaetfe, met de pa-
pieren in de han d, tot aen hun hooft
opgehefc. De Mandarijn doet de zel-
ve verzamelen: zijnze hem aenge-
naem, hyvouwtze zamen, enleitfe
op zijne tafel : indien niet: hy
verwerptze : zoo hy dezelve oor-
deelt onbehoorlijk te zijn, denver-
toonders word aenftonts op zijn be-
vel een zeker getal van ftok-ftagen
gegeven; fchoon hem de zaek niet
aen gaet. Welk dikwils uit geen an-
dere oorzake gefchiet, dan uit wre-
veligheid des rechters. Be verzoe-
ken worden op lange en btede bladen
van papier gefchreven. Het is een
onheufcheid die op kleine papiere en
opgevouwen over te geven : gelijk
in de nevens gaende af-beeldinghe
vertoont ftaet.

De verdoemingen komen gewone-
lijk op geld-boeten uit, of by wijle op
een ballingfchap. Anderen worden
gedoemt op\'s Keizers fchepen te
roeien.en andere dienften tedoen,ge-
kluiftert twee en twee aen een keten.

De ftraffe des doods, welk is v/ur-
gen of onthalffen, w^ord alleenlijk
aen valfche munters en moorders te
w^etk geleid: daer en boven flechts
een eenige van al de mede-plegers ter
doodgefcaght. D\'anderen raken met
zachter ftrafle vry : uitgezeit vader-
moorders , die alle zonder
genade
gerecht worden : walmeer de daet

is uitgekomen.

Dieven worden voor de eerfte rei-
ze gedoemt in ftok-flagen en de ge-
vangkenis: voor de tweeden reize in
de zelffte
ftrafle ; hoewel een wei-
nig ftrenger. Ol hever, hen worden
Qoqz op

-ocr page 589-

op de biütetifte zijde des arms deze
twee letteren
Zatao (welke alle beide
eenen dief bedieden) in dezer wijze
gedrukt.

Deze letteren flaen gefneden op
een ftuk liouts, welk met ink beftre-
ken cn dan op het bloot vleefch des
arms gedrukt word. Daer na fleekt-
men het beïnkte deel met vier nael-
den, gezet op een ander hout, tot dat
\'er het bloed uitkomt: en trekt dan de
inktinde fteken zoo vaft, dat d\'in-
drukking altijts blij ft, zonder te kun-
nen uit doen.

Zoo Trigaut getuight, zijn de Sine-
fen in het ftraffen, inzonderheid van
dief ftallen, \'t en zy gewelt daer by
komt, zeer flap, en gefchiet noit met
de dood. Eenen dief,gekregen op zijn
tweede dief-ftal, worden met een
brand-yzer,te gelijk met ink, twee te-
kenen op den arm gebrand, ten teken
van hetftelen voor de tweede reize.
Gekregen ten derde reize, in het aen-
zicht met \'t zelffte teken gebrand: zo
Weer gekregen , word hy na gelang
van den mifäaet (\'en ook zoo dikwils
als liy gekregen word) ftrengofgena-
j dig met ftok-flagen geftraft, of op de
I galei gebannen voor een zekeren tijt\'
j Weshalven is het over al vol rooverS
I en dieven, inzonderheid onder he^
I graeu en fchuim der gemeente. ^^

j Evenwel word naeuwe wacht in al-
le fteden, dorpen en vlekken gehou-
den. In ieder ftraet is een, en zoozy

lang is, des nachts twee en meer man,
j die acht geven op dieven en
ftraet-
: fchenders, tot voorkominge van all®
j wanorde, moetwil, ftelen en rooven»
die zouden komen t\'ontftaen.

Terzelflter plaetfe is ook een ze-
I ker gevangkenis,
Lemphu genaemt,
I dat\'s koude winkel,daer in fy iemant,
by voorval van een lijf-ftrafbare zake, ,
. kunnen bewaren, ter tijdtoc de Ma-
I jeftraet des verwittigt is.

AÜe nachts worden ook de poor-
tender fteden gefloten, en
telstot het opper-hooft
der ftad ge-
bragt : ja de ftraten , zoo niet^a^üe
en altijds, altoos eenige»

re oorden, met yzere ketenen alge-

fchoren , of, zoo Trigaut wil, met bo^
men en hekken afgefloten. Volgens
den zelven hebben in de fteden des

-ocr page 590-

nachts duizeadeii van mannen de
)vacht, die langs de ftraten gaen, en
•in zekere oorden op bekkens klopr
pen, op een zelve wijze, als de ra-
tel-en klapper-wachten hier te lande.

Dikwils nochtans, voegt Trigaut
daev by, worden des nachts geheéle
nuizen ledigh geftolen : welk hier
door gefchiet, wijl de wakers zelfs
dieven of makkers der dieven zijn:
derhalve by de wakers zelfs wel
wacht diende geftelt te worden.

O verfpeelders, beide mannen en
y ouwen, worden geftraft niet met de
dood; maer met ftok-flagen , zon-
der verfchóoning.

Vrouwen van aenzien, of die tot
dus lang eerbaer geleeft hebben ,WOr-
den geflagen in\'t openhaer , met
j^ittrékkingh van by wijle de broek of
^ouften, tot een zeer groote fchan-
^e. Maer die door haer quaet leven
over langh d\'eerbaerheid verlooren
•nebben, worden op de broekgefla-
> zonder dezelve uit te trekken.

Wanneer de mifdaet over groot is,
Wort de fchuldige met ftok-flagen

door vonnis van den geregte dood ge -
flagen, ten getale van zeventigh of
tachtig, zoo de zaek voor een hooge
rechter-ftoel is. Zulx onmogelijk ie-
mant , na zulke een quade onthaling,
leven kan.

. Gewoonelijke mifdaden worden zemdh
geftraft met een zeek er ftagh van ka-
ftijdinge, wxlke inde Sinefche tale
Kianhao geheten , en niet gebruikelijk
in Europe is. Te weten: een dik vier-
kant hout, langh vier of vi>f voeten,
en in \'t midden met een half rond uit-
gehouwen , Wort ge voeght tegen een
ander hout aen, van een zelve dikte,
grote, en ook met een half ront uitge-
hpuwen,om den hals van den fchuldi-
ge : want in \'t midden, wanneer deze
twee uithouwingen tegen elkandre
aen gevoegt fijn,
blijft een gat,fo groot
ontrent, als de hals van een menfch
dik is. De twee
einden worden met
banden van vier vingeren breettoege-
ftoten: en ftaet daer op de mifdaet van
den fchuldige en de oorzaek zijner
ftrafTegefchreven, Alle morgens wor-
den de fchuldigen met zulk een bort
Ooo 3

om

-ocr page 591-

om den hals, voor eenen iegelijk o-
pentlijk téh toone geftelt, zonder oit
des daegs of nachts te ruften, geduu-
rende den tijd van vijftien, twintigh
of dertigh dagen, na luid des vonnis.

Dan deze ftraftè word noit tewerk
geleid, ten zy by voorgang van ftok-
ftagen : een ding zoo gemeen in
Sina,
dat\'er geen ftralfenoch verdoeming
is , uit gezeit eenige geit-boete, die
ter uitvoeringh geftelt word, dan na
deze plechtiijkheid : want deze
is gelijk een noorwendige toebe-
reiding aen delaetfte wijze van ftraf-
fe\', en gelijk een vereifchte toevoeg-
fel aen de natuur van het voornaem-
fte : zonder dat de ftok-ftagh inhet
vonnis behoeft aengeroert te wor-
den : aengezien de z«lve altijds daer
onder verftaen en in \'t werk
geftelt
word, zonder eenige uitzonderin-
ge. Men zeid van de Japanders, hoe
die niet wel zonder
Katana of zabel
kunnen beftiert worden, ter oorza-
ke van hun overwreeden en bloed-
dorftigenaerd: het zelffte kan met
reden vande Sinefen geZeit worden,
welker ftaet gf beftieringh niet kan
beftaen, zönder Bamboes of ftok,.
daer de mifdadigen mede geftrair
woorden.

Volgens een orde in hebben

de Mandarijns voor alle recht-ban-
ken , wanneer zy gehoor geven, ron-
tom hun tafel aen beide zijde, tien
of twalef, by wijle meer
amptenaers,
Upu genaemt: die gemeenelijk r echt
over eind ftaen, met groote Bamboes-
rieten , Hipotes volgens Texeira ge-
heten , in de handen, en het fcherp
na d\'aerde. Deze rieten zijn lang ze-
ven voet, onder een hand dik en
breet, boven glat en effen, om des
te beter te kunnen vatten. ,

Ook ftaet op de tafel des
rijns een zekere koker met kleine
houtjes daer in^gelijkeen kooker me
pijlen: waer van ieder
dient tot ee
rek en van vijf flagen: zulx een reen-
ter flechts behoeft
menige van ^ez^

houtjes , na gelangh van de n g
dies hy geven wil, uit te ^k^^ .

Al de voorzeide of

gers houden zich ook aenftonts v^

digh: zommigen nemen de

nenindehandL: -"deretaftend^

-ocr page 592-

^ifdadigêfi aen, en leggen hem op
d\'aerde,met dekouiïèn uitgetrokken.
I^aerna geeft een onder hen den zei-
Ven vijf flagen op het bloot vleefch,en
Wijkt af: dan komt een ander en geeft
een gelijk getal van flagen: en aizoo
vervolgens van hand tot hand , tot
dat hy zijne tax ontfangen heeft.

Dit is te verftaen,wanneer deMan-
darijn op zijnen recht ftoel is: want
buiten dien heeft hy geene houte
ftokjes , hoewe! deze ftok-dragers
hem aller wegen verzelfchappen, en
de Mandarijn in geringe mifdaeden
t\'elkens zich yan hen dient.Want zoo
iemant, die tepaerd eenen Mandarijn
tegen komt, niet afftijght, of hever
ter zijde afwijkt, wanneerhy verby
komt, die krijgt vijf of tienftok-fta-
pn. En deze maght heeft hy niet
al-
leenlijk inde plaetfen en fteden van
fijn gebied; maer overal, waer het zy.

De Meefters en Heeren hebben de
f elffte maght om hunne knechts te
«raffen: behalve dat zy niet mogen
nen de kouffen doen uit-trekken.

meefters doen het zelffte ont-
lael aen hunne fcholieren, van wat
ftaet fy zijn, hoewel flechs op 5eTou-
fen; zonder ook dat fy hen op de aer-
de doen leggen; maer alleenlijk over
: een bank. Op een zelffte wijze ftraf-
, fen d\'ouders hunne kinderen, en mo-
gen geene roeden zien : ja ftaen ver-
; wondert, wanneer men zeil dat de
I kinderen hier te lande op hun billen
\' gegeefelt Worden, welk by hen voor
een zeer wrede wijze van ftraffe ge-
houden word.

Men vint in Sina ook zekere lui-
den, die met ftok-ftagen t\'ontfangen
zich erneren, voor een zekere zom-
me geks, in plaets van eenen ander,
die de ftrafle door den Rechter opge-
leitwprd.

Evenwel is zulx niet gebruikelijk
in allen voorval, zonder onderfcheit,
\'tzy dat de zaek niet word gedoogt,
of liever dat niemand gedwongen is,
zich zelven vooreenen ander te ftel-
len , wanneer de ftrafïè overdadig is.
Maer wanneer de kaftijdinge verdra-
gelijk is, overkomt de flagen-koper
met den fchuldigen in den prijs, dien
hy voor ieder flagh, in het byzijn van
den Mandarijn, ontfangen moet.

Twe-

-ocr page 593-

r^ningt. Twederlei flagh van pijnigen is in
zekere voorvallen, by de Sinefen ge-
bruikelijk : het een aen de Voeten:
het ander aen de handen.

Tot de voeten is zeker gereed-
{chd.^Kiaquen genaemt, welkbefl;aet
uit drie houten, geleit kruislinghs o-
ver elkandre : waer van het middel-
fte vafl: en onbeweegelijkis: detwee
andere draeien om en bewegen zich:
deze worden in de voeten van den
mifdadigen gezet, en daer zoo dicht
aen gefloten , datze het gebeente
van de koot verbrizelen en diep in
gaen.

Tot de handen zijn drie andere
houtjes, genaemt
Teanzu, die zy tuf
fchen ieder vinger in fl:eken, en te-
gen elkandre aenfluiten, en met dun-
ne koortjes zeer ftijf aenhalen; la-
tende den mifdadigen een tijd langh

in die pijne.

Noch is by hen een derde flach
van pijnigen in gebruik, in volgen-
der wijze:

Den mifdadigen, met nakenden
lijve, worden de handen achter op
de ruch vaft gebonden, en de
voeten,
aen het hair van den hoofde vaft ge-
maekt , achter over gehaelt. Als dan
fteken twee beuls tuflchen benen en
armen,boven defchouderen.een gro-
te ftok , met de welk zy hem met
gewelt op hebten, en alzoo totbehj-
denis dwingen.

Wanneer de mifdadigen of gevan-
genen na den Recht-bank
gebragnt
worden, om aldaer verhoort te W
den,of hun vonnis t\'ontfangen,zij^^®
gewonelijk met verfcheide dienaars
en krijghsknechten der
Mandarijns
verzelfchapt, achter en voor hen, ge
wapent met hellebaerden,
5ieken en ander geweer. Een ona
len gaet voor met den
mifdadigen»
geknevelt met de handen op ^^
ruch, en een tou om den bals.

voor-fchoten , die zy f.\'^^^Han
de rokken draegen, bebben z} dan

boven de zelve gegort.

j^unt

-ocr page 594-

At hun geit belangt, noit
hebbende Keizeren of Ko-
ningen. goude of zilvere
munte willen doen flaen,om
voor te komen het bedrogh, daer de
gewinzuchtige Sinefen
gewoonelijk
zeer toe genegen zijn

By het gewicht alleen waerderen
zyde waerdije van zilver en goud,
en vv^eten zeer naeukeurig te onder-
fcheiden, hoeveel het een of ander
vermengt of louter is. Hoewel zy
nooit gout gebruiken om te koopen;
gemerkt zy dat veel meer voor een
koopmanfchap , en niet voor een
Waerdyevan koopmanfchap of voor
geit houden. Waer door het zilver ge-
durig, zoo te zeggen, onder den pijn-
bank is; en wort op zeer kleine ftuk-
jes met een yzere tang of fchaer ge-
knipt : (te weten, zy knippen zo veel
van het zilver, als \'t weerdig is,\'t geen
^y koopen willen:) daer na weer, na
eens ieders welgevallen,aen klompen
ïe
zamen gefmolten, tgt dat het weer
na deskoopers behoefte,aen ftukken
gefneden word. Te dien einde d a-
genzy altijts aen hunne knie by zich
een fchaer, en een vae digh gewichte
of fchaeltje, opgeOooten in een hou-
te busje of laetje

S^uni of ^eld.

Wel is het een moeyelijk en laftig
werk; maer evenwel zoo groot een
bedrogh niet onderworpen , als het
gemunt geit, indien hetby de Sinefen
in gebruik was.

Zedert vele eeuwen her, heeftmen
koopere mimte in
Sina gehad, Pikjens
geheten : wxlke Keizer Veni, die des
jaers, voor de geboorte des Heilands,
hondert negen en zeventigh begon
te heerfchen, in een beter en bequa-
mer vorm gebraght heeft, met toela-
ting daer en boven van overval, zoo
ftechts zonder bedrogh , door het
gantfch rijk te
flaen. Want voor dien
tijd, gefchiede dit alleen in \'s Keizers-
hof, hoewel tot groot gewin der K ei-
zeren; maer noch tot grooter onge-
rijf der gemeente,
van wegen het on-

ge-

-ocr page 595-

plaetfen. Dees Keizer deed de vorm
der munte rond maken, van de groo-
te ontrent alseen Vries-oortje of een
Uitreclitfe duit, in \'t midden met een
vierkant gat, gelijk noch heden in
gebruik, om destebequamer aen een

nelijk met vier letteren of tekenen
gemerkt, die den naem des Keizers
en d\'opgefteidewaerdije berekenen:

de veertien doen ontrent een Hol-
landfche ftuiver.

Derde Geiandjchap na H Keizerrijk
gemak der wegen en af ftant der draet te rijgen. De munte is gemee

Tol of Schattinge,

Roote fchattingen trekt de
Keizer jaerhx uit de vijftien
Land - fchappen. Niemant
bezit in het gantfch rijk
een voet breed lands, zonder fchattin-
ge aen hem te geven. Ja men zeit ,be-
lialve de gemeene
onkoften, die aen
de Mandarijns, Land vooghden en
Krijgs-knechten gedaen worden,
over de
zeftigh MiUioen dukaten
jaerlijxin \'s Keizers fchat kift gebragt
worden : en word de geheele zom by
eenigen op hondert en vijftigh Mil-
lioen kroonen begroot. Van al deze
penningen magh de Keizer niets na
zijn eigen wel gevallen hefteden of
aen leggen;maer alles komt in \'s lands
fchat-kift. Is hy iets behoeftigh, hy
verzoekt by gefchrift van d\'overften
of opftenders der fchat-kiften : en
word hem dan nooit zijn verzoek ge-
weigert.

Al de vijftien Landfchappen bren-
gen jaerlijx aen fchattinghen op
32207447. zakken Rys : ieder zak
zoo groot, daer hondert menfchen
een geheelen dagh genoech aen t\'ee-
ten hebben :
409949. rouwe Zijde:
71243^. rollen hennipe Lakenen:
6\'3077o. balenKatoen:
191730.rol-
len Zijde ftoftèn.

17942(^1 . Gewichten Zouts, ieder
gewichtgerekent op hondert vier en
twintig,ponden,te famen 1870 8 8 364.
324r8ó27. bun delen Hooi of Stroo,
tot voer voor \'s Keizers peèrden. By
eenige word de jaerlijxe inkomften
.begroot qp jocooooo Millioen du-
katen.

De ftad Bucheu koopt jaerlijx haer
aendeel af met vijf hondert duizent
-kroonente geven.

Xe weten het Landfchap van Pe-
king
, brenghtjin\'tbyzonder op aen
fchattingh zes hondert duizent elf
hondert drie en zeftigh zakken Rijs»
Geers of Tarruwe: twee hondert vier
en twintig pond (een pondgerekenc
op veertig loot) ongewrochte of rou-
we Zij de of fijn Lijwaet: vijf en veer-
tigh duizent, hondert vijf en dertig
pond gewrochte Zy : dertien dui-
zent , zeven hondert acht en veer-
tigh pond Katoen : zeven en tach\'
tigh hondert duizent, zeven en der-
tigh duizent, zeven hondert vier en
tachtigh bundelen StiooofHooi tot
voer voor \'s Keizerspeerdendiondert
tachtigh duizent, acht hondert en
zeventigh gewichten Zout, ieder
gewichte gerekent op hondert vier cn
twintigh pond.

Niet zeer groot is deze fchattingc»
ten aenzien van die van d\' andere
Landfchappen: want des zelfs gront
is onvruchtbaer en zandigh; hoevvel
zeer vlak.

Het Landfchap van X^«/, brengt
op twee en twintigh hondert, vier en
zeventigh duizent, twee en twin-
tigh zakken. Rijs of Geer ft : vijftig/^
ponden fijn Lijwaet : vier dui-
zent zeven hondert en
zeventigh
allerlei opgemaakte Zijde ftoftèn :
vier hondert en twintigh gewich-
ten Zouts: vijf en
dertigh hondert
vier en veertigh duizent
acht h^n-
[.dert en vijftigh bundelen Hooi ot
\' Stroo.

Het Landfcliap van Xenf, g^.^^^
negentien hondert negen en twintig!^
duizent en-ze ven en vijftigh
zakken
GeerftofTarfuw: drie hondert ze^
tigh^pondfijn Lijnwaet: negen dui-
zent twee hondert sen
achtten f^na
hereide Zijde
floffen van allerlei fiag:
zeventien duizent, Jiondert twee en
zeventigh .pond
Katoen : honderr

-ocr page 596-

vjji hondert veertien duizent zeven
hondert en negen en veertig bunde-
len hooi of flroo.

Het Landfchap van Xantung gteh
^eht en twintig hondert duizent twa-
lef duizent, een hondert en negentien
fakken rijs en tarruwe : vier envijf-

\'^jg duizent negen hondert entnegen- _________________________«w..

acht en twintig duizent zeven hon- i Het Landfchap van Huquang geeft
öert en zeventig pont katoen-doek: i een en twintig hondert duizent, ze-

1------Juj^ient, vijf hondert

ven en zefti|
negen en vijftig zakken rijs : zeven-
tien duizent negen hondert en ze-
ven en zeventig rollen zijdeftoffen.

Het Landfchap van Kiangfi geeft
zeftien hondcrtduizcnt, zeftien dui-
zent en zes hondert zakken rijs:
acht duizent twee hondert en der-

tJg rollen gewrochte zijde : twee en tig ponden rouwe zijde : elï dui-
^ijftig duizent vier honder t negen en | zent vijf hondett en zeftien rollen zij
^\'eertig ponden katoen : achtender- deftoftèn.

Het Landfchap van Nanking geeft
negenen vijftig hondert duizent vijf
en negentig duifent en vier en dertig
fakken rijs : alleen zes duifent acht
hondert en drie en zeftig ponden on-
gemaekte of rouwe zijde in draden :
acht en twintig duizent vier hondert
twee en vijftig ftukken zijdeftoffen
van allerlei foort : twee duizent en
zeven en zeventig rollen geweven

^ -------"^v^g^^ww«,,

lom jaerlix over de tien milioen du-
katen bedraegt.

Het Landfchap van Honan geeft
^ler en t wintig hondert duizent, veer-

fchatkift brengt, twee en dertigmil-
hoendukaten. Geen wonder, want
behalve de fchattingen voornoemt,
zijn\'er vijf tol-huizen in dit Land-
fchap , en moeten al de waren , dis
uit de Stadt
Nanking komen, of daer
in gebragt worden, zekeren tol beta-
len.

^^ghondert duizent, vier en twintig
duizent, twee hondert en tnegentig
bundelen ftroo en hooi. Zonder de
tollen tc rekenen, die op drie tolhui-
zen in de vaert
]un ontfangen wor-
den : waer langs al defchepen na Pe-
king opvaren : want fchoon de tol of
pacht van de voorby gaende waren
niet zeer groot is ; maer zeef gering,
200 is nochtans de meenighte van

allerlei i^oopwaren ZOO groot, dat de hennipe-doek: in plaets van katoen

filver: achtenvijftig hondert duizent
vier duizenttwee hondert en zeven-
tien bundelen ftroo of hooi , tot voer
voor\'sKeifers peerden. Ja menzeid

tien duizent, vier hondert zeven 1 dit Landtfchap jaerlix in \'sKeifers
en zeventig zakken tarruwe of rijs: • , . .

drie en twintig duizent, vijf hondert
en negen ponden fijn ongewrocht ly-
Waet : negen duizent
negen hondert
negen en vijftig ponden gemaekte
fiide van allerlei flag : drie hondert
een en veertig ftukken
katoen-doek;
twelk evenwel daer te lande heel

nondert en vier en veertig bunde-
d " ^oer voor \'s Keizers peer-

Het Landfchap van Suchuen geeft
een enzeftig hondert duizent, zes
duizent zes hondert en zeftig zak-
^enrijs : zes duizent drie hondert en
«egen en dertig ponden bereide en
onbereide zijde. Vier en zeventig
öüizent acht hondert een en vijf-
tig ponden katoen : hondert negen
^n veertig duizent een hondert ze-
^en en zeventigh gewichten zout.
^ehalve den tol. die op twee tol-
imizea in dit Landfchap ontfangen

fchaers is : twee en twintigh hon- Het Landfchap van Chekiang geeft
tachtig duizent, zeven vijf en twintig hondert duizent tien

duizent rwee hondert negen en ne
gentig zakken rijs : drie hondert en
zeventig duizent vier hondert en zes
en zeftig ponden rouwe zijde : twee
duizent vijf hondert vierenzeventig
roUenzijdeftoffen: zeven entachtig
hondert duizent vier duizent vier
hondert een en tnegentig bundelen
hooi of fttoo : vier hondert vier en
veertig duizent zeven hondert negen
en veertig gewichten gouts. Behalve
de tollen van twee tol-huizen, in
de Hooft-ftadr des Landfchaps: d\'een
van koopwaeren, in het Noorder ge-
deelte der ftadt: de andere van hout,
in het zuider gedeelte. Daer en bo-
Ppp z ven

-ocr page 597-

ven voeren viermael\'sjaers \'sKeizers
fchepen
Lungchuen geheten, geladen
met zijde O:ofïèn,door een zonderiin»
ge kunft gewrocht, ten hove.

Het Landfchap van Fokien geeft
acht hondert drie en tachtig duizent,
hondert en vijftien zakken rijs: hon-
dert vier en negentig pont rouwe zij-
de of fijn lywaet : zes hondertrollen
zijde ftofïèn. De grootfte fchatting
nochtans komt van de fchepen : en
word die betaelt na ieders wijte en
grote : want geen ander tolhuis is in
dit Landfchap.

H et Landfchap van Quantung geeft
tien hondert 2;eventien duizent, ze-
ven hondert en twee en zeventig zak-
ken rijs: zeven en dertig duizent drie
hondert en tachtig gewichten zouts:
behalve de fchattingen van tolhuis en
fchepen.

Het Landfchap van Quangft geeft
flechts vier hondert een en dertig dui-
zent drie hondert negen en vijftig
zakken rijs.

Het Landfchap van Queicheu geeft
zeven en veertig duizent zes
hondert
acht en vijftig zakken rijs: vijf dui-
zent negen hondert kleden
, geweven
van hennip en het kruit Tu of Co. Al
het welk hefteed word aen de krijgS\'
bezettingendioewel
noch veel te kort
fchiet. Het overig geeft de Keizer tot
beveiling des Landfchaps.

Het Landfchap van Junnan geS"
veertien hondert duizent
vijf hondert
acht en zeftig zakken rijs, en zes en
vijftig duizent negen hondert vijï ^n
zeftig gewichten zout: behalve on-
telbare andere fchattingen
van koop-
waren en landeryen.

Behalve al deze fchattingen, ont-
fanght
de Keizer ook grote gefchen-
ken van edele gefteenten
, peerlen en
welriekend hout. ,

Daer en boven zijn in ieder Lana-
fchap verfcheide
Tol huizen ^ jn^on-
derheid in d\'aenzee-g^lege • ^aer op
de tol, geftelt
op de koop-waren,
3r denKeizer ontfangen word^

voon

-ocr page 598-

Gemeenelijk zijn op ieder tol-huis
iwee Tol-meefters gezet : d\'een
icaijft voor den Stede-houder van
wegen den Tarter: d\'ander voor de
Sinefe koopluiden: en houden tegen
elkandrèboek.

Volgens Mr. David Wricht, beloopt
de jaeriixè fchatting ter fomme van
elf honderd en twintig miOioenen aen
fljngout.

E>é pacht van zout alleen inde ha-
ven van de Stadt
Kanton, h&dm&^t
twee honderd en tachtigh duizend
leyl zilvers, een teyl gerekent op ze-
ven en vijftigh ftuivers.

Ieder gemeen man moet jaerlix
twee maes tothooftgelt aen den Kei-
zer geven : tien maes gerekent op
een teyl: doch die hooger van ftaet
is, betaelt meerder. Dan hier on-
der zijn niet begrepen ongetrou-
, de luiden , de
Laujas of Lootjaes ,
of voornaemfte Edelen des lands.
Rechters, Mandarijns, krijgsiinech-
ten, en alie die in \'s Keizers dienft
Zyn.

" tfet Landfchap van Fokien brengt
jaedix" op\' acht millioenen teyl zil-
ver; hoewel niet genoech om drie
Weken des Keizers krijgs bezettingh
t\'onderhouden.

De laetfte Smefche Keizer, Soung-
chir>ggQniatm.i, heeft van het jaer ze-
ftien honderd drie en twintigh, tot
veertigh, jaerlix ontfangen de vol-
gende fchatting:

Zeven en veertigh honderd dui-
zend zes en vijftig duizent achthon-
dert teyl gout. Een teyl gout is tien
teyl Zilver. Zilver drie miliioenen zes
hondert duizent twee en vijftig dui-
zent een hondert twintig teyl fijn zil-
ver. Aen peerien de waerdye van ne-
gen en twintig hondert duizent en
zes en twintig duizent teyl. Aen edel
pfteente, de waerdye van een mil-
en tnegentig duizent teyl. Aen
Muskus en Ambregrijs de waerdye

van twalef hondert duizent en vijf-
tien duizent teylen.

Daer en boven ontfing hy noch uit
zijne eigen landen vier en zeftig mil-
hoenen , twee hondert duizent zes
en dertigh duizend zeven hondert
en twee en twintig kanting of zeke-
re maeien rijs , ieder maet ontrent
zoo groot als een vierendeel van on-
ze fchepels, of ontrent twintig pont
in gewichte : een en dertig miliioe-
nen twee hondert duizent zes en
tachtig duizent zeven hondert een en
zeventig maetengerft : twee en der-
tig miftioenen eeri hondert duizent
een en twintig duizent drie hondert
kantings rogge : uit zijne .eigen zout-
pannen dertig miliioenen twee hon-
dert duizent een en Veertig duizent
drie hondert kanting zout: twee rhil«
hoenen drie hondert duizent vijftig
duizent kantings terruwe : vier en
twintig milhoenen twee duizent drie
I hondert kanting haver : dertien mil-
; lioenen twee hondert duizent en der-
l tig duizent kanting geerft : een en
I veertig milhoenen een hondert dui-
I zent en tien duizent kanting bonen
en er weten: veertig milhoenen, twee
hondert duizent kanting allerlei fruit:
drie hondert miliioenen zes hondert
duizent tzeventig duizent en twin-
tig rollen zijde, ieder rol veertien el,
een el gerekent op veertien duimen:
getwernde en ongetwernde zijde ze-
ftig miliioenen een en vijftig duizent
kattijs: veertig milhoen en zeftig dui-
zent kattijs katoen en garen. Negen-
tig miliioenen een en vijftig duizent
ftuks gefchilderde of gedrukte kom-
baerfen of dekens : zeven hondert
duizent zes en tachtig duizent ze-
ven hondert en zes en vijftig ftuks ka-
toene dekens, ieder lang veertien Si-
nefe el; veertig miliioenen vier en ze-
ventig duizent negen en zeventigh
ftuks Simantons, die met eenige ftof-
fe overtrokken zijn.

Eer-

Ppp 3

-ocr page 599-

"Onder piichtplegend, eer-
biedigh , beleeft en heufch
zijn de Sinefen : ja ook
zoo verre , dat zy allen landaerd
in dit fluk te boven gaen : niet alleen
tegen ouders en vrienden ; maer
ook tegen leer meefters, en vreem-
delingen.

Het word by de Sinefen voor gene
heufcheit gehouden,\'t hooft t\'ontblo-
ten of de voeten achter uit teftrek-
ken : ten tegendeele, zou \'tby hen
een onheufcheid zijn , de hoet van
t hooft te nemen. Maer het hchaem
te krommen en \'t hooft ten min-
ften te buigen , is by hen een be-
leeft en heufcheid.

Volgens ook Trigaut, is \'t by de Si-
nefen gene heufcheit, \'thooft font-
bloten , noch met beweeging der be-
nen : veel min met omhelzing of
zoenen van de hand eerbiedigheit te
tonen.

Voor eerft word de Hnke handby
de Sinefen en Tarters voor de hooger
gehouden.

Semedo.

Adam
Sfhal

Eerbiedigkid of groetenis, \'Be\'^ektng , gefchenken

en benaming.

De gewoonelijke groetenilTen en
heufcheden of eerbiedeniften , om
in \'t algemein te fpreken , die de
Sinefen in ontmoetingen of befoe-
kingen doen , zijn
Te of Koye , dat
is gefeid,
lage of hooge eerbiedighe-
den
: welke zy doen met knielen,
en het
hooft in die geftahe tot aen
d\'aerde toe te buigen.

ïn fommige voorvallen doen
deze zelffte eerbiedenis drie en vier
werf, ja zeven en negen
werf voor
den perfone des Keizers ;
zich beu-
rende t\'elkens van d\'aerde en dan
weer neerbuigende. Bywijle, om
phchtpleging kort te
maken , doen
zy d\'eerfte buiginge des
hoofts ftaen-
de , en de drie andere
knielende, v
volgens op elkandre.

D\'eerbiedenift\'ender vrouwen zijn

die van d\'onze gelijke

dat zyin zommige voorvallen kme

-ocr page 600-

en het hooft drie en vier mael
u d\'aerde huis;en , na voorval van

« ontmoetingen.

Ten dien einde hebben zy by-
zondere rokken , die zy
Tai noe-
i^en, en gewooneÜjken door ee-
IJen dienaer doen dragen , zonder

Welke zy gene bezoekinge aen ie-
l^^nt van aenzien derven doen. Zoo
^et gebeurt dat zy elkandere ont-
nioeten, niet op de ftraten : (want
f ^dx mijdenze zorghvtildelijk) maer
een anderen oort, zonder hunne
poet of rokken van phchtplegingen
y fich tehebben, dan
zijnze van al
dezeheufcheden ontflagen.

Zoo evenwel d\'een de zelve heeft,
^oet d\'andere aenftonts de zijne
Aenvaerden.

Zoo by ge val iemant die vergeten
heeft, nooitmoethygedogen, hoe
Zeer zulx op hem verzocht word, dat
een ander hem zijne eerbiedenis of
ijeusheid met zijne groet rok bewijft.
fjlaer eindelijk zich ter zeet by hem
itelien.

^^ie eenen ander komt bezoeken,
zich ftellen in een zale , en
Wachten ter tijd toe, de perzoon,dien
ny bezoekt, zijn groet-rok genomen
leeft. Zoo evenwel dees een van zij-
^^e vrienden is, hy vint zich benoot-
zaekt hem in \'t gemoet te gaen en
t\' onthalen : daer na zich in een ka-
nier byzonder zeedelijk te vertrek-
J^-eii, om zijn groet-rok aen te trek-
ken en zich in ftaet te ftellen.

Het gewaet van phcht-pleging of

groet-rok , die getijtelde-geleerden

gebruiken,is een en dezelve, als daer

Zicn de Mandarijns of Land-voog-

«den van dienen, tot merk van hun
^mpt.

V dragen ter

zeitfter oorzake ook klederen en
perken der Doktoren, fchoon zy
^let ter fchoole gelegen hebben.

Gemeene Edellieden en geletterde
perzoonen , die genen tijtel hebben,
^^agen een lange en ruime rok, zeer
verkheiden van de gewoonelijke.

onder hooger Majeftraten

TOa raeds-hooft-

lan ot voor-zitt€r, in wat kamer van
\'^en gerechte het ook is, plegen een
zeer merkwaerdige eerbiedenis; te

weten : zy leggen het merk, dat zy
op de borft dragen af, en hebben nier
dan een ftatige gordel.

Deze phcht-pleging word by hen
op zekere dagen van hetjaer onder-
houden, wanneer zy hunne gehoor-
zaemheid komen doen.

Jonge geleerde luiden , en noch
zonder tijtel, hebben geen byzonde-
re rok.

De gewoonelijke heeusheeden en
eerbiedeniflèti van gemeene luiden ,
beftaen in het te zamenvoegen van
d\'eene hand by d\'andere, in de mou-
wen, en die tot aen het hooft op te
heflen.Dit is ook een gemeen gebruik
onder vriendenen bloed-verwanten,
wanneerze tegen elkandre vry zijn.
Onder gelijken word deze phcht-ple-
gingh maer eenmael gedaen. Die aen
de rechterhand is, heeft voordeelge-
hjk by ons, die het left de hoed af -
neemt.

De gewoonelijke eerbiedenis van
achtbare luiden, op maeltijden, be-
zoekingen , en ontmoetingen, is zich
recht over eind te houden, en daer
na een groote buiginge met hooft en
lijve totop de aerde te maken.

Kinderen doen voor hunne vade-
ren , die neer zitten,
op zekere by^
zondere dagen, gelijk
op nieuw jaers
dagh, en geboorte dagh der zelve,
en op zekere andere hoogh-tijden,
vier buigingen, ftaende recht op hun
lijf, en vier knielende. .

Scholieren doen de zelffte dienft-
plegingen aen hunne meefters , be-
lalven dat de meefters over eind
ftaen: gelijk ookde kleine Manda-
rijns aen de Majeftraten: de Heide-
nen aen de Af goden : de Mandarijns
aen den Keizer : de Keizer in de
Tempels , en wanneer hy by zijne
Moeder is. Afleen met dit onder-
fcheid , dat al deze voor hun aen-
zichteen a ivorebortjehebben, lang a Dit«>as
anderhalve voet, en breet vier vin- tienen

een eebrmk.

geren. ^

Op de eerfte of voorname bezoe-
kingen, doen zoo wel de bezoekers,
als de bezochten, indienze van gelij-
ken ftaet zijn, tot meerder teken van
genegentheid en gezach, na de gewo-

ne-

-ocr page 601-

nelijke plicht-plegingen , een tapijt
brengen, daer op zy vierwerf te ge-
hjk knielen.

Wat belangt de ontmoetingen bui-
ten den huize, die worden gefchuwt,
zoo veel des moogelijkis. Zoomen
die niet verby kan: Mandadjns van
gelijke waerdigheid groeten zich
weerzy-linx, d\'een den ander, zon-
der van de d:aeg-zetel op te rijzen,
flechts met d\'aimen boogs-gewijze
tc buigen, en tot aen het hooft te
brengen. Deze plicht-plegingen be-
ginnenze, op twintigh fchreden van
elkandre, zonder op te houden,
voor zy elkandre verby zij n.

Indien een van de twee geringer
van ftaet is, die doet den draeg-zetel
ftil houden en neerzetten : of, zoo
hy te paert zit, ftijgt af en bewijft hem
éen ftatelijke ecibiedinge. Andeie,
geen Mandarijns, doen flechts ge
woonelijke eerbiedingen.

De gemeene man licht alleenlijk
de handen op, en gaet voort.

Dienaers van grooten huife ftaen
niet verphcht aen een eenige van defe
eei biedingen, \'ten zyop zekere tij-
den , en in zekere voorvallen : ge-
lijk wanneer zy of hunne meefters
van verre komen, of op den aen-
vang van het nieuw-jaer. Dan be-
geven fy zich ter knien,en buigen het
hooft tot op d\'aerde, een of drie ver-
fcheiden malen.

De gewoonelijke beleeftheid, die
fy hunnen leer-meefter fchuldig zijn,
is in hunne tegenwoordigheid zich
recht op hun lijfte houden, met de
armen by \'t lijf neer hangende.

Dienaers van den gerechte en hel-
baerdlers der Mandarijns, fpreken
hen niet toe, dan met gebogen knien
in \'t openbaer: defgelijx partijen en
mifdadigen : hoewel daer en boven
met ongedekten hoofde.

Het word by hen voor een onheus
heid gehouden, onder luiden van een
zelven ftaet, iet te geven of t\'ontfan-
gen met d\'eene hand : maer vooreen
groote plompheid, tuffchen een lager
en hooger.

In\'t kort, de Sinefen leggen zich
boven mate op het pleegen van
heufcheden en eerbiedinge. Want
zy willen, dat het een van de gewig-
tigfte of hoogfte deugden is, heeufcii

te zijn: het uitterlijk w^elgefciiikt te

hebben, en dingen te verrechten, met
rijpheid en omzichtigheid : welk
zy uitdrukken in alle hunne omftan-
digheden van tijd en gewaet, alleen
door het woord
Li: en welk zy vol-
brengen met hun
Thie.

Thie, is een biiefken of klein boek-
je,
van buiten en binnen gevouwen,
breet een hand, en lang een voet.

Daer is dricderlei flag: het gfoot\'
fte beftaet uit zes bladen : het mid\'
delft e uit drie: het kleinfte uit een
eenig. Van deze dienen zich de Sine-
fen in \'t algemein , volgens de ge-
woonten der Landfchappen en ftaet
der bezoekers en bezochten.

De Kolaos dienen zich gewoone-
hjk flechts van het klein flach.

Het briefje , in gewoonelijke be-
zoekinge , is van wit papier , m^^
een rode bant buiten om , van c^^
zelffle lengte en tw ee vingeren breet-
Maer is van root papier, indien het
is om een groetzwier of eenig byzon-
dcrFeeft. Zoo men de roukiacht O\'
ver de doot of droefenis van ieman^
wil afleggen, men gebruikt een brief-
je van roukleur. Zoo het komt van
eenen perfoon, die reeds de rou aen-
\' genomen heeft, het gefchrift
en cie-
raet van buiten isblaeu, en het papiet
wit; maer niet meer
dan vaneenerle^
flag, en dient alleen tot ditgebruik-

Een Thie of briefje heeft niet meet
dan eene regel van gefchrift, gefteld
op den rant. Wanneer het een vrie«^
is, of een ander, die
voor zoodanig
wil gehouden zijn , die fchrijft dere-
gel ganfch voluit: laet anders plaet^
voor twee letteren, en begint niet dan
aen de derde. Indien iemant wil
ne achtbaerheid tonen,
behalve deze
twee letteren , word ook de
vierde
overgeflagen , na de derde gefebte-
ven te hebben.
De ftijl van
fchrift komt op dezen
groet-phcn

uit:

De hertgrondelijke vrient van uwe

heerfchaüpye, en eeuwige ff oher van

uwe leere, vertoont ^ich in deze hoeda-
nigheid, om u de
handen te kuffen en eer-
hiedenu te hetoonen,

-ocr page 602-

Een 2iük brieije word aen den |
deurwaerder gegeven, die liet zijnen ;
i^eefter overhandight, met bekent-1
■ makingh v^ie de geen is, die na hem j
Vraegt. Zonder deze
Th/e is men I
mee gehouden, de bezoeking te ge-1

Ven. i

(

I en tegendeele, wanneer de huis-1
heer uit, of liever wanneer hem niet
pas komt zich te laten zien: in-
J-iien de
Thie flechts is gelaten in
j\'iaiiden van den deurwaerder , de i
beleeftheid en heusheid verbinden |
hem , van gelijken aen den geen te |
^öen , die hem is komen bezoeken.

Minder perzoonen, gelijk krijgs-
^echten , ten aenzien van hunne ^
ffopman : minder Majeftraten te-
gen grooter en diergelijke perzoo-
iien van aenhang , mogen zich van
een zulke
Thie niet dienen ; maer
Wel van een ander boek van een zel-
ve fatfoen ;
hoevvel zeer verfchei-
den inpapieren ftijle van fchrijven.
Want het magh van buiten niet ge-
verft zijn ,
noch uitdrukken , aen
eenen hooger, dat men hem komt be-
doeken : maer alleenlijk, wie zy
Jjn , die aenbieden : wat ampt zy
«oen, en wat zy verzoeken. In
\'er
^aet, is dit een ftagh van verzoek-
schriften
Pimpthie genaemt, welk
heggen v/il briefken van raet-geving.

Perzoonen van grooten ftaet, ge
hjk
Kolaos, Tutangs of Onder konin-
gen doen niet altijds zelfs de bezoe-
kingen in perzoone; maer vernoe-,
gen zich met een
Thie te zenden, of
die te laten aen de deure, in het ver-
by gaen des huis.

De Sinefen maken alzoo weinigh
Zwarigheid van vreemdelingen te
bezoeken, als de luiden hier telan-
«e van hunne vrienden. En zoo
^icht
Zy de bezoekingen aen iemant
af ff^^\' ^oo licht kunnen zy die ook
j^ i-ilaen ; met te zeggen , dat zy niet
huis zijn ; indien het geene per-
^oonen van merken , of herhaelde
ezoekingenzijn; wijl het dan zeer
palijk zou opgenomen worden, den i
ingang ten hunnen huize te weige-1
ren. Want hoe iemant hoger van ftaet!
ol bezwaerlijkerhy debezoekin-1
gen geeft of ontfangt.
 I

O I

Men vint \'er, die, om zich van ai
deze moeielijkheden tontflaen, op
een papier mer witte letteren fchrij-
ven , en dar aen de deure doen
plakken : tc w^eten , dat zy zich
10 hun tuin-huis vertrokken heb-
ben. Want aldaer zijnze van al de-
ze moeielijke plicht-plegingen ont-
llagen.

De bezoekingen worden des mor-
gens gedaen, gelijk die van de artzen:
die des avonts gefchieden, verplich-
ten niet, noch die in het verby en by
geval gedaen worden. Of liever,
men moet zich daer over ontfchul-
digen , en die belooven te doen op
een gezetten tijd, om zich in zijn
ampt te quijten.

Weliswaer, tot gewoonclijkebe-
zoekingen geen bepaelde tijd geftelt
is; maer wel voOr vrienden en ma-
gen.

De voornaemfte tijd is de eerfte
dagh van\'t jaer of nieuw-jaers-dagh.
Dan ziet men niet dan draeg-zetels,
paerden, en eenen iegelijk op ftraet,
tervoorzake van de veelvoudige be-
zoekingen. Ten dien dage treet men
niet ten huize in ; maer laet ftechts
een
Thie aen de deure. Of zoo men
in treed, men is gehouden, te drin-
keii en te eeten, hoewel zoo weinig
als men wil.

D\'ander tijden , beraemt tot de
zelffte dienft-plegingen , is de vijf-
tiende dagh van Louw-maend. Hoe-
wel men op dien dagh minder bezoe-
kingen, dan dienft plegingen heeft,
gemerkt op dien dagh het feeft der
lanteernen is, die op alle hoeken der
ftraten, aen de deuren en venfters,
met groote kunft en onkoften ontfte-
ken worden.

De derde tijd is de derde dagh van
de derde maen, die in Lente-maend
komt, en
Cimnim genaemt word.
Op dien dagh bezoeken de Sinefen
de graven hunner voor-ouderen,
en
bieden hen offer aen. En hoewel zy-
de geheugenis der overledenen be-
wenen , zoo laten zy evenwel niet
de levendigen op maelrijden te ver-
vrolijken.

De vierde tijd, b\'eraemtter bezoe-
kingen , is de vijfde dag van de vijfde
q maen

-ocr page 603-

maen, genaemt tuonu. Op dien dag j
reclit liet volk , volgens gewoonte, |
groote vrolijkheid langs de ftraten en
op de ftroomen aen. Hoewelby wij-\'
ie verbod gedaen word , ter oorzake
van d\'onheilen, die dikwils op het
water gebeuren. |

De vijfde tijd is de zevende dagh j
van de zevende maen ; welke voor |
bequaem by hen gehouden word,
i
en de negende dagh van de negen-1
de maen.^ Op deze dagen bezoeken |
deSinefen elkandre, en zenden by- j
zondere gefchenken , na de eigen-
fchap van ieder feeft.

Behalven op deze beftemde da-1
gen , doenze ook bezoekingen op j
uitvaerten, verhuizinge, ophuwe-i
lijken , op de geboorte van zoonen
op het verkrijgen van eenig ampt of
trap van geleertheid, op hunne ge-1
boorte-dag , op hun vertrek buiten j
\'s lands ,
en wanneer iemant in het |
zevende jaer van zijnen ouderdom |
treet. In deze voorvallen moet nooit
de bezoekingh zonder eenige ge-
fchenken gefchieden.

Zoo iemant een lange reize aen-
neemt, al zijne vrienden bezoeken
hem, met hem op zijn vertrek ge
fchenken te geven:gelijk dees weder-
om t\' zijner wederkomfte, aen allen
de bezoeking en gefchenken geeft.

De zieken worden ook bezocht,
maer niet verder dan tot aen de deure.
Zelden treden de bezoekers, \'t enzy
zonderlinge vrienden,ter kamer in.

Met de grootfte naeukeurigheid
en netheid doen deze eerbiedeniften
en bezoeking de fcholieren aen hun-
ne meefters, de gemeente aen hare
overheid : de onderdanen aen den
Keizer: want op zijne geboorte-dag,
op devier zaizoenen desjaers , en
op de voornaemfte feeften , zend
de Onder-koning en al de Majeftra-
ten van ieder landfchap, eenen ge-
zantten hoove, om den Keizer te be-
zoeken , uit den naem van hunnen
perzoon. Die geduurig te hove zijn, j
zoo wel geleerden, als krijgs-bevel-1
hebbers, gaen op die dagen zelfs in |
perzoone in\'t paleis, om hunne plich-
ten te doen ,en zich in hunne verbin-
tenis te quijten.

Men heeft\'er geftoffeerde zalen,
ten geen ander eind, dan om de be-
zoekingen daer in te geven.
\' D\'eerfte is gemein aen allen zon-
der onderfcheid , daer men. kan in

gaen, en zitten, zonder iemant het

merkt, fchoon de deur-wachter daer
nietis, om in te brengen. Meer na
binnen is
een andere zale , de gehei-
me zale genaemt, voor bloet-ver-
wanten , vrienden en
goe bekenden-
Aldaer
blijft men, zonder verder in
te gaen , ter oorzake des
vertreks
Hm , dat \'s van vrouwen, w^elk dicW
daer neven is , daer zelfs de hin^\'
genooten niet derven ingaen,
zy zeer klein of jong.

De huis heer gaet de genen vii"!\'
den, die hem d\'eere doen van te b^-.

zoeken, in de buiten zale, en iieei^t

hen by de hand,om hen te doen
op ftoelen, die hy hen zelf voor zet-
Niet tegenftaende daer veel zijn,
deze vervolgens hem een ftoele acfi
bieden, en de zijne zetten.

Eenen iegelijk word de rang g^\'
geven , die hem toekomt , zonder
achtte nemen op de waerdigheid
ftaet van zonen of neven ; macf
ftechts op den ouderdom. Zoo nici^
die niet weet, hy möet
gevraeght
worden.

De huis-heer of meefter van dcï
huize, neemt altijds de laetfte pl^^^\'
fein.
Nadat zy alle in den rangt^\'^
zeet geftelt zijn , word hem Thcc\'
drank toegereikt, in de zeiffte orde,
gelijkze zitten.

In eenighe landfchappen, ho^
meerder drinken men de bezoekef^
aenbiet ; hoe grooter eere heti g^\'
fchiet: maer niet in
het landfchap
Y2in Hancheu: daer het voor een ove^
daet gehouden word; meer dan
mael te drinken.

Boven\'t drinken word de» ^rieiv
den fruit, met eenige
voor gezet. Na genomen at-lci ^

van het gezelfchap, doenze

gewoonelijke poetenis

heer, met bedanking voor^J ^^

onthael. Daer na verzelt liy ^^^ra
aendeftrate,
daer zy noch een andj^

re gemene groetenis ^"-Jeggen, -

zy°tevoet7jj.; maer drie, zoo

-ocr page 604-

te paert, in een draegh zetei, of in
een karoÜe gekomen zijn : waer van
de derde\' aen de poorte gedaen word.
éindelijk vertixkt de huis-lieer ge-
zwint ten huize in, om den genen
verlof te geven, die hem d\' eere ge-
daen hebben van te bezoekeji, te
paert te ftijgen of in den draeg zetel
te zitten : want zulx in zijn byzijn
te doen , zou onheufcheid zijn.

Na dat zy opgezeten zijn, komt
de huis-heer weer te ruch, om hen
hetlaetilevaerwel te zeggen.

De bezoekers, na een fluk weegs
vertrokken te zijn , zenden eenen
dienaer, met bewijzing van hunne
poet-pleging aen den huis-heer. Zoo
het d\'eerftebezoeking, of zoo \'t een
perzoon van aenzien is, hy is altij ds
Verzelt met eenige gefchenken. Het
is een feer gewoonelijke zake in
Sina,
te fchenken laken, kleden , hooft-
hulfel van vrouwen , en andere ge-
bruikelijke dingen, als waeiers, kou-
fen, porcelein , fpijze , en gemee-
nelyk het befte.

Zoo het een gefchenk is van eet-
bare dingen, en onder vrienden, het
nioet beftaen uit vier , zes of acht
Verfcheide gerechten.

Nooit magh een gefchenk gebragt
^Vörden, zonder
Thie ofbriefje, welk
het getal behelft van \'tgeen gezon-
den word. Het word voor gene on-
heufcheid gehouden , de gefchen-
ken niett\'aenvaerden, of ftechts een
gedeelte , en het ander weerom te
zenden. Wel is waer, dat zulx met
bedanking moet gefchieden, en met
°"^™ldigingdoor een
Thie: welk
behelft van gelijken,\'tgeen men hout

en weer te ruch zend.

t Wort gepleegt onder luiden van
Jtaet, die pogen hunne eere te doen
blijken, en t\'effensde beurze tefpa-
reii, te fchfij ven op een
Thie de ge-
schenken, die zy willen doen eer zy
^le zenden. Want gelijk men nooit

aen neemt wat gefchonken word,
Zoo fchrijft de geen,die wil dankbaer
^yn opeen anderr^f^i^,\'tgeenhem
^^nftaet: en word dan alleenlijk aen-

ÄrftkeF^\'^^

^en doet \'er ook in beeldelijke ge-
fchenken, daer de weg-fchenker ver-
zekert af is, dat die niet zullen aen-
genomen worden : al^ dertig of veer-
tig ftukken van dam aft, zijde ft of-
fen, een groote meenigte hoenders,
zuiker-riet, en diergelijk fpijze. De
fchrander fte luiden aenvaerden deze
koopwaren niet, dan met bedingh
van weer te nemen , dat men niet
hebben wil

Die een gefchenk ontfangen, zijn
volgens gewoonte gehouden , een
diergelijk gefchenk te doen , uitge-
zeid van eetbare waren , die onder
vrienden gegeten worden, of dat uit
een ander land gebragt word. Men
erkent mede de gefchenkenniet, die
zy de gefchenken van gehoorzaem-
heid noemen : zoodanigh de gene
zijn, die geringen aen hoogen ^oen:
en fchoheren aen hunne meefters.

Defgelijx is een gewoonte, een .
ftuk zilvers te geven aen den paedje
of dienaer, die de gefchenken brengt,
volgens hare waerde.

De kinderen in het byzijn van de
ouders: en fcholieren, by hunne mee-
fters , luiftercn meer toe dan zy fpre-
ken : en nooit zullen jonge luiden
veel woorde gebruiken.

De ftijle en term van iemant aen te
fpreken.is zoo vol eerbiedenis,tot ee-
nen ander , als nederigheid tot zich
zelfs : want gelijk het by hen tegen de
regelen van gevoegelijkheid ftrijd.te
zeggen, gh^: defgelijx is het te zeg-,
gen:
my. Waer over zy, om deze
woorden te mijden, zullen zeggen ,
by voorbeelt ,
het voeder-kint en de
fiholier.
Een zoon fpreken de tot zij-
nen vader zeit :
de jongfte zoon:
fchoon hy d\'oudfte der kinderen, ja
reeds getrout is.

Dienaers noemen zich onderda-
nen :parthijen voor den gerechte mif-
dadigen. Staet-juflers des hofs,uit ge-
zeid de Koningin en gelubden, die-
nen zich in den Keizer aen tefpre-
ken , van dezen ftijle :
Defiaej van
uwe Majefleit.
Andere noemen zich
Chin , dat\'sVafaelen. Zelf wanneet
alleenlijk de vrage is van iemands
zaken te fpreeken, zonder het
zijnen perzoon raekt, heeft men
zeedige woorden te gebruiken : ge-
^ïï 2 \' lijk

-ocr page 605-

lijk een vader, fpreken de van zijn
kint, en een meefter van zijnen leer-
ling , zeit gem\'eenelijk:
Mijn kleine
z.oon : Mijn kleine Jcholier.
Ten te-
gendele een zoon Iprekende van zij-
nen vader : of dienaer van zijnen
meefter , zeggen\'vader en meefter
van den huize.

Wat andere luiden belangt, die
worden met eerbare namen en tyte-
len aengefproken , gelijk d\'onzen
hier te lande elkandre met den tytel
van
mijn Heer, inzonderheit by lui-
den van opvoeding. Ja, dat meer is,
de Sinefen zullen noit iemant noe-
men , zelfs geen middelbare luiden
en van lager ftaet, zonder tytel van
eere.

Een waert of gaftnouder noemen
zy
Chiu Gin Kia, dats \'s, Man of Heer
van den huize:
een fchipper, opzien-
der van\'t fchip: een miiildry ver , de
groote roede; maer wanneer zy hem
willen honen , heten hem
Kankio,
dat \'s, vervolger der voeten.

De voornaemfte bevelhebber van
den huize , noemt men Groote
Meefter: Dienaers van den gerech-
te, en die de Mandarijns verzelfchap-
pen, ridders ofluiden te paert: hoe-
wel zy altijts voeteren.

Al de vrouwen worden Tafao ge-
noemd, dat\'s gezeit, nichten; waer
door die het woord
Tafao niet wel we-
ten uitte fpreken, zeggen in plaets
van
Tafao,Balais,\\vtikt een Zelffte be-
diedenis heeft.

Tot bezon dere vragen en eyfchin-
gen na dingen, diezy begeren te we-
ten , zijn\'er ook byzondere term en,
gelijk
Lenlam , dat \'s edele zoon :
wanneer men na eenen zoon vraegt
en
Lingai, dat\'s dier haere liefde, in
hetvraegenna eene dochter.

Om te weten den ftaet van eenen
kranke, zeitmen niet ftechts, hoe
vaert hy ; maer hoe vaert
Queiyam,
dat\'s, zijn edele ongefteltenis.

Perzoon van lagen ftaet, en met
elkander bekent, noemen zich
Hium
dzVs, broeders : maer goede bekenden,
ftechts ghy en my. Byna zoo naukeu-
rig , en dienft plegend, als in de wij-
ze van om gang en aenfpr eking, zij n
ook de Sinefen in hetaenn«menvan
verfcheide namen, na den ^^et en
gelijkvormigheit van hunnen ouder-
dom. Te weten,, zy
hebben vijfder-
lei namen. D\'eerfte is de toenaem,
dien zy, zonder feilen, van
hunnen
vader krijgen ; maer noit van hun-
ne moeder , nochte van hunnen
grootvader ,van moeders zijde. Ten
tegendele ontfangt de vrou den hae-
ren van haeren man.
De tweede is,
dien zy den kleinen naem
noemen,
en de vader hen geeft, wanneer zy
noch klein zijn, genomen van
zeker
dier of bloem of diergelijk ding. Nie-
mant dan de vader of moeder mag
hen met dien naem noemen. Deder-
naem is die van de fchole, dien de
leer-meefter hen geeft.
Deze,gevoegd
by den voornaem, maekt een koppel-
naem , daer de leer-meefter en zijne
leergenoten\'hen mede noemen.
vierde is dien zy aennemen met de
hoet of bonet vanhetzeftiende jaef
tor her achtiende: want gemejkt dan
iemant gemenelijk huwelijkt
en een
vrouwe trout, trout hy ook ,.
zoo te
zeggen, een nieuwen name, die de
letter genaemt wort: met dién noe-
men hem luiden van allerlei flagh»
uitgezeit knechten.

De vijfde is de groote naem » d^e
genomen wort op het uitgaen der
jeucht. Een iegelijk mag
dien naem
gebruikeo, uitgezeit die den zelven
voert, en de vader, die noit dien noe-
men.

Wijders, de by of toe-namen zijn
niet weinigh minder, dan by ons:
want men heeft\'er gene duizent-
Niemant is geoorloft een
nieuwen
toe naem te verzieren ; maer moet
eenen der genen hebben, die door
een aeloud gebruik aengenomen, en

daer en boven van de voorouders des

vaders en niet van des moeders zij"
herkom ftig zijn: \'ten zyby geval ie-
mant onder een vreemt
geflacht ge-
raekt is. - 1

Groot vermaek fcheppen ook de
Sinefen in danferyen, inzonderli^t

hetvrouvolk,die met haerelange Ka-
deren en kleine voeten, meericny-
nen over de vloer te zweven, aiS r

danzen, metnueenfp^^ongvoor, ei-

danachterwaerdste doen: zomtip

-ocr page 606-

terzijde; zomtijds in delioogte, op
künftig maet geklank van verfclieide
îi-tuigen. Zy weten ook met de
^rmeii, om iioogli geftoken, geeftige
oewegitigii, en mer \'t zamen klappen
van handen een verwonderens waer-
digh zangkundigh geluit te maken.

ßywijie brengen zy etlijke dagen
achter een in deze oefeninghdoor,
Zonder nochtans iet te nuttigen, dan
een kopje

^ Onder deze fpeei-tuigen, byhet
cianzen in gebruik , is wel het voor-
naemfte zeker ront berd vol klinken-
deftiften, welk op een ftijl in\'t mid-
den fteunt. Een fpeelder zitgemene-
m daer nevens, die met twee ftok-
ies, in ieder hant een, een zeer kün-
ftigen maet op het zelve fiaet: waer
na de dans gericht word.

Oulinx was de muzijk of maet-
Zang by de Sinefen uitftekend, vol-
gens getuigenis van hunne boeken,
de zelve doorgaends zeer hoog
toe f f ^\' ^^ ^^^^^ vont Tunchi

«erften Keizer ƒ e^M

De grooten zelfs achten de heden-
daeghze niet , en gebruiken die
naeulix buiten de tooneel - fpellen,
De Sinefen zelfs beklagen jammer-
lijk den ondergang van deze kunft:
en des te meer, naer dienzy boven
gemeen by den Filofoof Aungfut ge-
prezen wordt; dewijl die loogent,
dat zonder muzijk een ftaet kan wel
beftiert worden.

Alde muzijk-kunft, volgens Tri-
gaut, beftaet in het geluid van eener-
hande ftemme: en is den Sinefende
tweedraghtige over een koomingh
van verfcheide ftremmen geheel on-
bewuft". Zy fcheppen nochtans groot
vermaek in hunne muzijk, die ons
gehoor ten hoogfte verveelt,
en laten
zich voorftaen daej^in groote mee-
fters te zijn.

Ten tegendeele zijn by hen ver-
fcheide fpeel-tuigen, die uit verfchei-
de ftoffe beftaen, in gebruik: daer met
fnaren van rouwe zijde,
in plaets wy
die van darmen gebruiken, met yzer
ofkooper op gefpeelt word: ja weten
ook gene fnaren van darmen te make.

J Zy

-ocr page 607-

Zy hebben ook andere fpeei-tui-
gen van kooper, als klokken
van
verfcheide geftalte en geluit, na de
mate der groote,
welker maet-klank
niet onaengenaem is, en fchier zoo-
danigh . ais die
van de fpeel-klokken
hier telande op.de toorens.

fchelletjes cn cymbalen in gebruik,en
1 uitklinkende platen van fteen ; def-
gelijx trommels van vellen, niet on-
gelijk d\'onzen.

Van hout maken zy ook verfchei-
de berdekens of klap - houtjes , die
ruim oflos aen elkandre vaft zijn, en
met de vingeren op het getal gefta-
gen worden.

Onder de fpeel tuigen, die door
aedem, geeft ofwint maet-klank ge-
ven ,
gelijk daer zij n fluiten en trom-
petten , fpant zeker orgel de kroon:
welk in fatfoen; maer niet in groote
het ons eenighzins gelijk is ; want
het is klein, en beftaet uit verfchei-
de pijpen, m maniere van een ruifch-
pijp , met welke de Bofch-god Pan
word afgemaelt. Hier in met den
mont geblazen, ontftaet daer uit zulk
een aengenaem geluit, dat dit flagh
van fluiten, fchier alle andere von-
den van fnaren of pijpen overtreft.

De Sinefen, zoo Semedo getuight,
willen dat \'er zevenderlei fpeel-tui-
gen zijn, die de meefte over een ko-
miiige met des menfchen ftemme
hebben : volgens welke aenmerkin
ge zy ook zoo veel fpeel-tuigen uit
gevonden hebben..

D\' eerfte zijn van metael, gelijk
klokken en fchelletjes.

De tweede zijn gemaekt van fte-

die niet qualijk na onze trompetten
en klaroenen gelijkt : uitgezeit dat
het eind neerwaerds hangende bre-
der is: en men daer op flaen moet.

Het derde flagh is van vellen : ge-
lijk onze gemeene trommels : die op
verfcheide wijzen gemaekt, en eeni-
ge zoo groot en plomp zijn, datzy
op een ftuk hout moeten ftaen, om
daer op te fpelen.

Het vierde flagh is gefpannen met
fnaren van zijde, gelijk onze fpeel-
tuigen metfnaren van darmen. Daer

hout: deze zijn niet anders dan ze-
kere klap-houtjes of hertjes, die zy
tegen malkandre klappen. Zelfs de
Bonzien hebben niet dan een klein
bert, daer zy na maet op ftaen.

Hetzefte ftagw^ordmet den moflj

gefpeelt: en zijn fluiten van twee ot
driederlei zoort,
daer zy volmaekt
fraei op fpelen: beneven een ander
fpeel-tuigh met pijpen , in eeniger
maniere als onze orgels; maer is veel
kleinder. Het word in de hand ge-
dragen , en geeft in het fpelen met
den mont daer op een wonderlijken
aengenamen toon:
ja luid veel zoe-
ter,dan alle defpeel-tuigen te zamen-

De Poëfije ofdicht kunft, is by de iS
Sinefen een zeer acloude vont, en
bevangt verfcheide gedichten , ii^
verfcheide maten. Al deze beftaen
uit een wettelijk getal van letteren oi

tekenen, enorden van vijf flemmen
of woorden, onder vijf boeken van
gedichten: waer aen de
geleertheid
der genen, die na waerdigheden m
den ftaet dinghen ,
getoetft word-
Het een is in het verklaren van de
goede en qüade werken der aeloude
vorften zoodanigh bezigh, dat het
den quaden een fchrik, envroomen
een prikkel tot deugt geeft.

Men heeft \'er ook vaerfen van
bloemen , gewaflen en diergelijk^

nen,en een,onder andere,vanjafpis, ftoffb ; hoewel niet vermengt me^

beuzelingen of vercieringen, eehjk
onze Poëten gewoon zijn te doen;
want de Sineefche gedichten oogen
alleen hier op, om door
d\'onderlnige
gevoegelijkheid der
natuurlijk^ din-
gen, de
cieraet der zeden te leeren-

Daer loopt ook iets vandeminne-
rye onder : maer zwijmt, en ri^k^®^
aerd meer na de
kuisheid; dan n^^^^
dertelheid van onze
Poëten • ^^
over al word groote zorge vo
eerbaerheid
en tucht by hen gedra
gen. De

zijn \'er die drie hebben,eenige ftechts
een eenige: en worden met een
ftok
gefpeelt. Het grootfte cn meeft
geachtfte van allen , is zeker fpeel-
tuigh met zeven fnaren, welk geen
onaengenamen toon geeft, zoo het

____wel gefpeelt word.

Behalve deze , zijn by hen ook Het vijfde ftagh is gemaekt van

-ocr page 608-

Öc Poëfije, volgens Semedo , is r\'al-
ien tij de zeer hoogh in
Sina geroemt
pweeft. Toen
Sina veel Koningen
nad, des Keizers Vafalen, waren
die verplicht, wanneer zy om de drie
jaer hem gehoorzaemheid quamen
bewijzen, den zeiven vaerfen en ge-
dichten toe te brengen, die in waer-
de en in gebruik in hunne koningrij-
ken Waren, ten einde de Keizer daer
tüt van hunne zeden en voortgangh
kon oordeelen, dien zy in diergelij-
ke werken deden.

Het grootile voordeel en grootfle
iHit, welk de Sinefen daer uit getrok-
ken hebben, is die groote zedigheid i
en onvergelijkelijke matigheid, die \'
hiinne fchriften behelzen : want
Zelf niet een letter vintmen in alle
hunne boeken, nochte in alle hun-
ne fchriften, om daer de befchame-
^ijke deelen der nature mede uit te
drukken.

Zy hebben verfcheiden flagh van
Poëfije, met orde, rijm en tuffchen
itellinge van vaerfen.

Defgelijx (lellen zy te zamen, en
nietende vaerfen door het getal van _
fyllaben of lettergrepen, die zy
Woorden noemen : want ter oorza-
ke de franfche tale des lands niet be-
flaet dan uit enkele letter - grepen:
Zoo is, by gevolg, een letter-greep en
, Woord een en iiec zelffle, ie door
een eenige letter gefchreven,"en door ^
een eenige letter-greep uitgefproo- |
ken word : waer doorkomt, dewijl
i
de letteren van een zelffle fatfoen I
^yn , dat de meenighte der vaerfen 1
nooit beflaet , dan in het getal der
letteren: en men zoo veel letteren in
een vaers moet hebben, als\'er letter- i
grepeiizijn, dat is te zeggen ^vijf, ze- !
Ven of elf; in plaets by ons alle de let- 1
ter-grepen van een vaers bywijle be-1
grepen zijn in een oftwee woorden: i
Welk nietkan gefchieden in de Sinefe
^le, daer alle de woorden van een
^enige letter, en van een eenige let-

^ei--greepzijn.

Daer zijn veelerlei tijmen : waer
®nder acht de voornaemfle zijn. Tot
^^ ftaeltje van de andere , zal een
^^^j^nen dienen,
^e vaerfen van, deze zamen-ftel-
ling , moeten ten getale van achi:
Zijn : ieder van vijf letteren, en twee
en twee over een komen.

Het tweede vaers, om een voor-
beeld te maken , moet over een ko-
mingh hebben met het vierde : het
vijfde met de zefle : het zevende,
met her achtlle : het eerfle vaers
magh het hebben en niet hebben: het
is genoech, dat de letteren van het
derde , vijfde , en zevende onder
elkandre over een komiiig hebben.
Maer daer en boven moet ook de eer-
fle letter van het vaers der genen, die
overeen koming hebben, overeen
komen met het eerfle van de andere:
de tweede, met de tweede.

Deze over een koming beflaet niet
rijm-maet; maer in betekenis:

in

zoo dat indien d\'eerfte letter van het
tweede vaers betekent eenen bergh,
water, vuur, of eenigh ander dingh,
wat het zy, d\'eerfte van de vierde
moet een zelffte zake betekenen:
defgelijx al d\'andere volgende in her
geheel vaers. Deze zamen ftelling is
met nietmin zwarigheid, als kunft,

vermengt.

In het dragen van laften en zwaer-
ten, zijn de Sinefen, ook zelfs de
boeren, zeerfpits vondigh. Zy we-
ten groote ftukken gefchuts, flenen
en diergelijke zwaerten zoodanigh
ter weder zijde aen bomen te han-
gen , dat zy de zelve ook door dé
englle kaken der bergen zeer lichte-
lijk over voeren. En hoewel eenige
voorgaen, andere achter aen vol-
gen, en veele fchreden van d\'aenge-
hange zwaerte afgaen, zy weten
evenwel de zelve met boomen en lij-
nen der wijze gelijkelijk te deilen,
dat ieder by na een even zwaren laft
te dragen heeft, \'t zy hy een weinigh
verder af nader by is.

In dezer wijze zietmen de Sine-
fen heele marmer-fteenen , ja heele
zommers met kleine moeite op hun-
ne fchouderen voort-torfen.

Defgelijx zijnzy zonderhnghJ^-
hending in het dragen van kleine la-
ften op ftraet: \'t zy een alleen op
de
fchouder aen een ftok, met den laft
op ieder einde, geiijk in de naeft vol-
gende afbeelding te zién is: of twee

ert

-ocr page 609-

en twee met een Hok op de fchouder
en de laft m \'t midden.

In \'t Lanfchap van Peking zijn ze-
kere wagens in gebruik met een rat:in
dier wij ze gemaekt , dat een perfoon
deftelfs midden beflaet en gelijk op
een peert zit: twee anderen zitten ter
Wederzijde. De voerman of wage-
naer drijft met hand-boomen de wa-
gen wonder gezwint en veilig voort.

Pi,

Tijt-reh^nmg^

eindigt ter zelffter uure des volgen-
den middernachts : zulx een eenig
Sineefche uur twee van d\'onzen be-
grijpt. De Sinefen beelden d\'uuren
niet door zyfer-getalen maer door
byzondere tekenen uit: die by hen
aldus uitgefproken worden:

Cheu.
2. en 3
Su.

10.en II. uur.

CuoiEfy.
iTen 2.
Xin.
8. en 9.

Yin,
4. en f.

-By ons de
uuren des
midder-
mchts.

Mao,
<J. en 7.

voore verhaelt is.

Van gelijken verdeilen de KatayerSr
volgends
Nafnodin en Vleg Bei%, «eef
van
tamerlaen, den burgerlijken dag
in twalef uuren , en noemen
eenen

iegelijke dagh met een algemeinen

naem Gjag; maer geven daer en bo-
ven aen ieder een byzonderen naem,
met weinig verfchil van
de twalef na-
men der Sineefche uuren, rot groot
bewijs van dat de
Katayers en Sinefen

\' een en de zelve volken zijn. Tew e-

ten,

E burgerlijke dag of de gehe- V.

le tijdt van dag en nacht, hier 1. en 2.

te lande in vier en twintig Sio.

ofin twee mael twalef uuren, 8. en 9.
is by de Sinefen als ook by de Tung-

kinders ftechts in twalef uuren ver- Men heeft in Sina gene uurwer-

deilt: te weten, de dag begint by hen i ken, noch zandopers; maer in plaets

te twalef uuren d es middernachts, en van die water lopers, gelijk reeds te

Fi.
2. en 3.

Teu.

6. en 7

Xïn.
4-en r-

Hai.
. 10. en II. uur.

-ocr page 610-

^Tten, waerby zy den tijdt of Zonne
.Jaren rekenen. Na den omloop van
den reex dier jaren,komt de naem van
betzeltfte jaer weerom. Ieder dezit
jaren wort niet doorcyfer-ge-
talleii ; maer door twee tekenen of
letteren uitgebeelt. D\'eerfte worden
een algemeinen naem
Can ge-
\' bloemt, QSLt\'s wortelenofjammen ,tn
«let dit S teken afgemaelt:en aldus by
" ■ \'^e Sinefen genoemt,
\' ^^,Ki,Ken,Sin,Giu,auei. Deze lette-
nen of nam en dienen nergens toe dan
■ ^ot de volgende zamen - koppeling,
inet de tweede letteren.

D^ahdere letteren of tekenen zijn
die van de twalef uuren voornoemt,
Uit deze tweederlei letteren of na-
^en, met elkandre te zamen voegen,
Wort deze zeftig jarige Cirkel ge-
ïïiaekt; te weten, d\'eerfte met d\'eer-
fte , de tweede met de tweede te za-
^^en te huwen, tot dat men weer aen
^lec einde komt, welk eindelijk na ver-
loop van zeftig jaren weer gefchiet.

Behalve de Sinefen door een zeer
aeloud en gemein gebruik voorname-
de Zonne jaren, by deze Cirkel
Rekenen, tellen zy daer by ook hun
dagen en weken: want ieder dag des
gehelen jaers is begiftigt, door een ge-
durig vervolg,met de zelffte zeftig na-
J^en: t\' elkens met herhaling van den
"eginne af,na\'t eindigen van de laefte.

Ja willen de Sinefen dat zy kunnen
Weten, uit dc koppelingen dezer let-
teren, niet alleen den naem en hoeda-
Jiigheid des jaers; maer ook de ver-
^^^gene bewegingen van\'t geheel jaer

, Mau, Gjiu, Siz, Von , Fi , Shin,
\'^\'ii. Su, Chai.

Wat de lijt of jaerrekening belangt:

Keizer Hoangti, die desjacrs voor
de geboorte des Heilands twee dui-
zent zes
honderrzeven en tnegentig,
begon tc heerfchen, was de invoerder
van dezezeftig-jarige Zonne-kring,
gelijk zijn eerfte
landvoogt Tana , de
voltooiden De naem van ieder jaer,
begrepen in deze Cirkel, luid aldus:

1. Kia-CH.

2. Ti cieÜ.

3. Pïng-yzn.

4. Ting-mao.
f. Fu-xin.

6i Ki-Stt.

j. Ken-V.

8. Sin-vi.

9. Giti xin.

10. Queï-yeu.

11. Kia-sio

12. Ti-hai.

I 3. Tingyu.

14. Ting\'cheu.
if. Fu-ym.
x6. Ki ma0.

17. Ken-xin.

18. Sin-sü.

19. Gin-v\\

20. Quei-vi.
ar. Kia-xin.
2.%. Ti-yeu.

23. Pinsio.

24. Ting-hai.
Fu
CU. •

26. Ki-ch\'eu.

27. Kenyin.

28. Sm-mao.

29. Gin~xin.

^en, volgends de vertalingvan fohan \\ aea de ordcenlcliikking zelf hangen.
Graef, uit Ukg Beigh , zijn de uamen j Hunner kracht en werking verklaren
van duuren der Katayers,
Zeh , Gjin, | zy door\'t teken : welkeen der vijf Si-

neefche eleii-ienren,of/tgeen het zelf-
fte is, eenen der vijf planeten bediet.
De voorzeide tien letteren,
Kan gehe-

öe smefen hebben een Cirkel van ze- ten, zijn zoodanig verdeilt, dat twee
^^ig tot zeftig jaren , die zy Fen hoe- altijds op een eenig elementflaen.

31- Kia-v.

32. Tï-vi.

33. Pïng-xin.

34. Tïng-yeu^
35-. Fu-sio.

3 <5". Ki-hai.
37.
Ken-fu.
3§. Sin-cheu.

39. Ginytn.

40. ^eï-mao.

41. Kia-xin.

42. Ti-sü.

43. Ping-V.

44. Ting-vi.
45\'. Fu-xin.
4-6. Ki-yeu.
47- Ken-sio.

48. Sin-hai.

49. Gin-fu.
Quei-cheu.
Kia-yin.
Ti-mao.
Ping xin.
Ting- SU.
Fu-v.

fó. Ki-vi.
S7\' Ken-xin.
yS. Sinyeu.
f9. Gin-sio.
60. Quei-haï.

so
5-2

5-3

H
SS

30. Quei-sü.

Wijders,deze zelve Zonne-cirkei is

vou-

en Van ieder dagh, uit den hemelop

onderaerdfche geweften ; van met driederlei namen, na de drie-.
de eigenfehappen der natuur- j dige orde onderfcheiden: te weten,
yke dingen. Want deze tekenen, ge- zy fteilen een opper, midden en on-
4 ƒ ^^S^eO\'^ijn zoodanig gefchikt derCirkel. Deeerfte
XangFen ,dat\'s,
de \' ^^^\' tonder ooitfaling
hoven zamen-(ielling: de tweede Chung

h de loop der fterren en Fen, d<\\x\'s, midden zamenfleiling\'. de

oedanigheden der elementen ftechts derde Hia ren,oionder zamen-fleHing.

Rrr En

-ocr page 611-

tachtig jaren,keren zy weder tot \'teer-
fte begin of aenvang der tijt-iekening.

Wijders, zoo men boven de drie
en zeftig-jaerige kringen , te weten,
de middenfte, opperfte en onderfte,
of, bovén hun geheel van hondert

en tachtentig jaren, een groter maet

van tijt begeert, deSinefen, defgelijx
Katayers,
7.00 NafirodinenUleg-heigl Nieu Oeft

getuigen, gebruiken een tien duizent m Torra

getal, welkzyr^«noemen.

Want niet tegenftaende de Sinefen
hunne tijden van de heerfchappyen
hunner Keizeren , gelijk van by-
zondere tijdt-rekeningen aftellen, of
afbrengen , zoo gebruiken zy even-
wel ook een zeer aelouden aenvang,

namelijk van de eerfte fchepping der
dingen af: en i» dezer wijze, volgens
de
voorbeelden , door de zelffte
fchrijvers bygebragt,rekenen zy defes
lopenden jaers , boven duizent acht
honderd vier en zeftigh volkomen
of tien duifenden , \'tzesen tach-
tentigftejaer van de lopende vijf en
, zeftigfte
Van of tien duizenfte,die ook
het zes en veertighfte jaer is van de

eerfte zeftigh jarige cirkel.

Want fchoon de meefte Indifche
en Sineefch Filofofen de werelt voor
eeuwig houden ; niet weiniger even-
wel, die het begin der werelt, even
als d\'
eeuwigduurentheid niet weten
te bepalen , fchijnen dit zelffte on-
der een verbloemt cnwonderbacr ge-
getal, gelijk onbegrijpbaer, of het ein-
delijk enoneindelijk gelijk, bewim-
pelt , of met diergelijke grote jaren
d\'omlopen, ondergang enherftelhn-
gen,diefy wilden zeer veel geweeft te
zijn, bepaelt of afgemeten te hebben-

De Sinefe boeren , desgelijx de
Scythen of Oofter Turken, Japanders
en Tungkindersrekenen deuren des
dags, en zelfs de dagen en hun jaren,
in een cirkel van twalef, met de na-
men van twalef dieren: die wel, na
deverfcheidenheit der landtale, ver-
fcheide namen hebben ; maer even-
wel een en de zelve dieren zijn.
Voorts fchryven hun wichelaers en
waerzeggers of duivel-jagers aen ie-
der dezer tijden , inzonderheit van
de jaren, zijn hocdanigheit en kracht

^ g Derde Gezandfchap na V KeHerrijk

En aldusna verloop van hondert en toe , na den aerdt des heetfchento

diers. Evenwel isd\'aenvang van uu-
ren , dagen en jaren, by deze en by
d\'andere Sinefen een en de zelve.

De namen der uuren, dagen en ja-
ren dezer volken zijn deze:

Van Oojtef\'
TMrhsn.

Kefegu

Oth

Pars

Tauxkan

Loui

Tilan

Tund

Van Sine^
feu.

Xu Nee

Van la-

ï\'

3\'

6.

7\'
8.

9-

lO.
it-
lï\'

Rat of Muis.
Koebeeft.
Tiger.
Haes.
Draek.
Slang.
Peert.
Schaep.
Aep.
Hen.
Hont.

Cheu Jie Donguz Wilt Verken-

Van gelijken noemen ook de Af-
chinchiners ieder hunner twalef UU-
ren, met den naem van een der zelfd^
of diergelijke dieren: doch is het
eerft
by hen een mol , de vierde een kat
d\'achtfte een haes, in plaets vanee»
rat of muis, haes en fchaep: d\' andef^
komen over een»

By d\'inwoonders des lantfchaps vafl
Fokien, die een byzondereland-tale

fpreken,is verandering in defe naniei^:
hoewel zy by na een en dezelve die-
ren betekenen, en die aldus luiden:

Tu

Lum

Xe

Ma

Tam

Heu

Ki

Keu

Ouwe
Tats
My
Oema
litfoefi Koui
Sar Pichin
T ory Dakuk
It

peert.

Bok,

Kat.

Hoen.

Hont.

Verken-

Tfoe Rat. Bee

Goe Koe. Too

Hou Tiger. Kau

Thou Vos. Kee

Liong Leeuw. Kgau

Tfoa Slmg- \\ Tijl

DeSinefen gebruiken in

alle cirkels

Tropifche zonnejaren , die zy van^^/-
den ingang der tonne in de vijftiende
graet van den Waterman af-rekenen-
In dit aenvang van ieder jaer ftellen ly
tegelijk het begin van hunne
Lente •
gelijk in de vijftiende graet van de
Stier het begin der zomer: en na even
gelijken verloop van tijden de twee

overige getyen ofjaer-zaizoenen.

Maer zy verdeden daer en boven
ieder jaer-zaizoen in
zes Ã¼c-

len : zulx zy daer in, met den lo«>Pf
nature gelijkzaem te volgen , op^^.^

-ocr page 612-

begin, midden en einde fchijnen ge-
zien te hebben ; verdeilende ieder

Weer in tween.

En aldus wort het geheel jaer in
vier en twintig gelijke delen of by-
zondere jaer-fai2oenen verdeilt: als
ook de
dieren-riem aen den hemel,
niet de zeiffte namen en zoo vele te-
kenen, teweten, met namen, geno-
men van de hoedanigheit enverande-
ring der tijden. Dies deze dieren-
riem gelijk zeker weer-werktuig is.
En zijn, als blijkt, de ftukken of ver-
deilingen in dubbeld getal tegen d\'on-
zen , en komen debeginfelen der zel-
ve met de middelfte der onze over-
een.

Deze vier en twintig delen of Sai-
zoenen des jaers worden by deSine-
fen aldus genoemt:

\'Opheffing derHerfft.
Water der regen.
Beweging der kruipende dieren.
Gedeelte der Lente.
Heldere klaerheit.
Regen der velt-gewafien.
Opheffing van Zomer.
Kleine vervulling.
Zaden der kruiden.
Stant van Zomer.
Kleine warmte.
Grote warmte.
Opheffing desHerfts.
Rufte der warmte.
Witte dau.

Gedeelte des Herfts.
Koude dau.
Nederdaling der dau.
Opheffing van Winter,
Kleine fneeu.
Grote fneeu.
Stant van Winter.
Kleinekoude.
Grotekoude.

Lie-chun

Yu\'xui

King-che

Chun-juen

Cing-nung

Co-yu

Lie-hia

Siao muon

Mang-chung

Hia-chi

Siao-xu

Ta-xu

Lie-cieu

Chu-xu

Pelu

Cieu-fuen
Han lui
Xoang-Kiang
Lietung
Siao-ßue
Ta-ßue
Tung-chi
Siao-han
Ta-han

1.

2.

3-

4.

5-.

7.

8.

$>•

10.

11.

12.

13.

14.

ï6.

17.

18.

19.

20.

21.

22.

23-

24.

dat

Keizer Chuenhio , die des jaers,
Voor\'s Heilands geboorte, twee dui-
zent vijf hondert en dertien begon
te heerfchen , heeft allereerft den
aenvang des nieuwen jaers op ze-
keren dag ingevoert, die tot noch
toe by de Sinefen onderhouden wort:
\\vant als dees onder zijne Rege-
ring de gebuurfchap of zamenvoe-
png van vijf dwaei-fterren aen den
«emelten dien dage bevond, op den
^eiKen de zamenvoeging van Zon
^n Mane aengemerkt wiert , wilde
«y die dag voor den eerften van dat
jaer gehouden hebben : en namaels
le dag en maent voor den eerften
van het jaer , op den welken de za-
menvoeging van Zon en Maen ge-
^^^lede, die de naefte aen de vijf-
tiende graet van den Waterman quam;
of gehjk
Trigaut fpreekt: d\'aenvang
van ieder nieu jaer is die nieuwe Ma-
ne , welke het naefte voorgaet of
volgt aen den vijftienden van Sprok-
kel-maent: van waer ook deSinefen
den aenvang van de Lente nemen :
want het nieu jaer en Lente neemt op
een zelven dag zijnen aenvang : of
volgens
Semedo, het jaer begint met
de Mane, die de naefte aen Sprokkel-
maentis.

Wijders , de Sinefen vinden keu-
re , om veel
meer van dezen, dan
van eenen anderen tijdt het nieu
jaer te beginnen : dewijl, gelijk zy
zelfs zeggen, wanneer de Zon inhet
midden van den Waterman is, dan
eerft de bevroore wateren ontlaten,
Rrr ^ al

-ocr page 613-

al ongedierte en zijd wurmen herbo- j

ren worden: want dan begint ook de |
de Hemel of lucht zijn krachten te-
gen deze onder aertfche ge weften op I

1 nieu weder te tonen: dan luikt d\'aer- 1
■de met groente en bloemen op, en ;
menfchen en dieren krijgen een nieu ■
weezen. 1

En fthoon de zamenkomfte van I
zon en maen niet op een zelven tijdt ï
gefchiet;maer hetverfchil ontrent van ,
drie dagenis ; zoo hebben de Sine- ■
fen evenwel geene tuffchen-ftellinge |
nochte onze negentien-jarige Cirkel i
van node : gemerkt zy den loop der ^
planeten alle jaers van nieuws opreke-
nen , en met elkandre te zamen fchik-
ken : vvantzy hebben\'nochte willen
gehe geduurige ^ dagtafels van pla-
rides. neten hebben;maer drukken alle jaers
tot ieder dag nieuwe, en verftuur en
de gedrukte door ganfch
sina , niet
zonder grote onkoften.

Waer door de t voorkoming van
een eenig uur en etlijke minuten, die
de nieuwe maen in ons gulden getal
voegt, by hen in de jaerlixe rekening
herzet wort.

Met d\'allergrootfte plechtelijkheit
wort by eenen iegelijk het begin of
aenvang van het nieuw jaer geviert:
te weten, op d\'eerfte nieuwe, en weer
op d\' eerfte volle maen, door het ont-
fteken van toortfen en het aenrech-
ten van velerlei luft vuuren, met buf
fekruit.

Sedert veel eeuwen herwaert, heb-
ben de Sinefen een maen zon-jaer ge-
bad.

f Antid-

Het gewonelijk jaer is byde Sine-
fen verdeilt in twalef manen, in plaets
her ons in
maenden, en in drie hon-
dert vier en vijftig dagen
: aen ieder

van de zes manen wort dertig, en aen
d\'andere zes negen en twintig dagen

gegeven ; maer het fchrikkel-jaer,
welk alle drie jaren komt, wort mee
een maent van dertig dagen vermeer-
dert, en heeft derhalve
drie hondert
vieren tachtig dagen.

Zy hebben ook over, te kort en
gemeine maenden: zy houden ook
tuflchen ftellige maenden, in dier wij-
ze nochtans , dat zy geene zeke^
maent tuflchen voegen:gelijk by ouds
de Joden altijts de twede maent dae£
toe aen kant zetten ; maer vinden
door een gewonelijke
rekening uit»
die zy tot een tufl:chen ftellige maent
maken: want hun twalef tekenen deS
dieren riemszijn zoodanig gefchila»
dat de viffchen altijts op d\'eerfte
maent: de Ram op de twede: d\' an-
dere tekenen vervolgends op d\'ande-
re maenden komen ; zoo dat geen
maent van zijn eigen en toegevoegt
teken ledig kan weg gaen.

Maer dewijl om het twede of der-
de jaer gebeurt, dat d\'een
of ander
maent uit zijn toegevoegt teken
fchiet, hier om wort die maent op die
wijze tuflfchen gevoegt, dat zy den
naem van de voorgaende maent aen-
neemt : waer door daer nahet vol-
gendteken
op de behoorlijke maent
komt. ,

De namen dezer manen en\'t getal
der zei ver
dagen zijn de volgende:

{Tfia 1

[301

Dfy

30

Sa

29

Si ~

30

Gou

29

»Maen <

Lak
\' Sijt
Pee
Bauw
Sap
SapJt

* Kgoy

* heeft

30

29

29

30

29

30

_ Sap Dfy ^

. 29 J

» dagen.

Kgoy is maend gezeid.

Eerfte

Tweede

Derde

Vierde

Vijfde

Zefte

Zevende

Achtfte

Negende

Tiende

Elfde

Twalefde

i-iïi; ïi\'

Men

-ocr page 614-

i;

! \\

■ Men 7.mtjumchi,ttn Land voogt van
den eerden Sineefchen Keizer
f ohi,
twalef vatenyna het getal van de twalef
ni aenden des jaers, van Cyprifch ko-
per, dooreen wonderbare kun ft,heeft
doen gieten : want ieder vulde hy met
Zeker onhekent poeder in dier wijze,
dat het indezamen-komfte zelfvan
2^onen Maen, op hèt einde der maen,
aen haer vat toegevoegt, van zelf tot
niet verdween. Deze kunft ftellen zy
noch heden in\'t werk : inzonderheit
dan, wanneer zy ga flaen, in welk oo-
genbhk de Zon in de vijftiende graet
Van den Waterman treet. Dan dit poe-
der verdwijnt heden niet van zelf;
niaer ftuift op door het invallen van
eenen fteen , in wiens vallen zy tege-
lijk acht geven : na welk gedeelte der
Werelt het poeder gedreven w\'ort.
Hier uit meinen zy het aenftaende
zaifoen des gehelen jaers te kunnen
te voore fpellen. In \'er daet wort het
graeu door dit bedroch om den tuin
geleit. Want de fteen valt na welge-
vallen en believen dezer bedriegers,
Wanneer het tou, daer hy aenhangt,
% een klein vuur in die oogcnblik
des tijts, waer in zy het ftof door het
vallen des fteens willen doen opftui-
Ven,allengs is afgebrant. Zoo het ftof
na\'t oofte drijft, dan beloven zy zich
Voorfpoeten een heilzaem jaer : on-
bewuft midlerwijle , dat het ftof by
geval door de wint bewogen wort.
Welk zy willen door het een of ander
nootlot ofGodheit gedreven te wor-
den.

Met hoe groot een ftaetfle en on-
koften alle jaers in
Sina d\'Almanak,

■ ^\'nic

XyUeuLiegohttm, Uitgegeven worr,
, is naulix gelooflijk. Want nae dat zy
I door de genen, diein\'s Hemels loop
I
ervaren zijn,gemaekt is,wort dezelve
I aen den opperften gezaghebber der
wiskunft overgelevert , om onder-
zocht te
worden: zoo deez haer voor
goet keurt, hylevertfc aen den groten
Raets hooftman der zeden over : en
dees
dan aen den Keizer vele affchrif-
ten der zelve.
De Keizer zend op ze-
keren gezetten dag,met groten toeftel
en pracht, ia tegenwoordigheit der O-

verheden des gehelen hofs ,na gewoo-
nelijke plechtelijkheden, een affchrift
aen iedet
Landfchap des Keizerrijks,
door openbare lopende
boden : al-
waer d\'opperfte Majeftraet
of Raed
van \'sKcizers inkomften de zelve
met grote onkoften doet drukken en
onder de gemeente uitgeven. Nie-
mant vermag, op zware pene, ietsin
de zelve, \'t
zy met by of afdoen, ver-
beteren .Ja heeft ook de geen een zelf-
fte pene te verwachten , die een
af-
fchrift op zijn eigen hand doet druk-
ken en uitgeven. Een heilzame ge-
woonte en prijzelijke maniere: name-
! lijk,ten einde een ieder zou weten dat
I zulx een gunfte of weldaet van den
S eenigen Keizer zy:nochte, \'t geen ge-
j menelijkgefchiet, nergens eenig ver-
fchil in her ga flaen des gehelen jaers
influipt.

D\'eerfte , die deze wijze van de
Almanak door het geheel Rijk uit te
geven ingevoert heeft, was Keizer
Chuenhio , die des jaers voor \'s Hei-
lands geboorte twee duizent vijfhon-
dert en dertien begon te heerfchen,

Mr

IFHenjchapfen en I\\pnften,

lAn de wetenfchappcn der
^Sinefen kan men niet dan
Jduifterlijkfprekcn, gemerkt
zoodanige Schryvers onder
nen nietgevonden worden, als
Plato,
\'^ndoteles en andere Fflofofen en wij-
^en der aeloutheit, die ordeenver-
aeihng in hunne fchriften houden,
^enalve dat zy van vele wetenfchap-
pcn met een woort reppen, en van de
vrye enandere kunften (uitgezeit die

het welvaren vati den ftaet berreficn)
niet dan ter loop handelen. Zoo ook
de Jefuit
Martijn getuigt, leggen dc
Sinefe n in velerlei en volkomentheit
van wetenfchappcn by ons veel tc
laeg : hoewel zy die veel meerder
waerderen, dan d\'onzen.

Hun voornaemfte oogmerk heeft semedo.
t\'allen tijde geweeft middelen uit te
vinden, tot een heilzame cn gelukki-
ge beftiering, D\'eerfte, die zulk een

Rrr^. loflc- ,

So

-ocr page 615-

Xinung, en

waren de Keizeren Fohi
Hoangti.
Deze van den beginne af
genegen tot d\'oefening der weten-
fchappen , zoo zedeoftichtende als
betrachtende, en hebbende daer van

door d\'andere Keizeren, hun navol-
gers, onderhouden wierden, en dien-
den , om den ftaet te regelen, tot aen
het Keizerrijk van
Cheu, die in het elf

voor de geboorte des verloffers, be-
gon te heerfchen.

In welken tijt Vernam en Checuam,
zijn jonger zonen , deze getalen
uitleiden en deze tekenen ontzijfer-

men, en onderhetgetal van geheilig-
de zaken ftellen.

Onderzoo veel brave wetenfchap-
pen, volgens ook
Tngaut,iX]n de Sine-
fen fchier in de kennis alleen van
dezeden-ftichtende Filofofye geko-

veel meer met verfcheide dwalingen
Verduiftert, dan verlicht.

Wijders, de zedenftichtende leffen
zelfs, ui t oorzake zy van gene reden-
kaveling-kunde weten , zijn by hen
met gene orde van lere; maer fchier
met verwerde fpreuken en redenka-
velingen befchreven, zoo veel zy
door middel van het ingeboorne licht
bevatten en bereiken.

Niemant onder hen zal zich op
de wiskunft of artzenije leggen , die
hope heeft van in de zedenkunde te
kunnen uitmunten: die ook daer in
tot de hoogfte trappen geraekt , ge-
wiffelijk hem dunkt den top van de
Sineefche gelukzaligheit bekomen te

men

ien hebben de Sinefen van de geenen,
die in de zedenkunde uitmunten,dat
deze volkomentlijk van ieder zake
een gezont oordeel kunnen vellen,
fchoon die
verre buiten de palen van

het zeiffte is, de letteren te beminnen
en vroom te zijn.

De Reken of Zijfer-kunft is by de
Sinefen op den trap van volmaektheit;

hondert en drie en twintigfte jaer,] wat belangt de kennis der viere voor-

den in zeker boek, genaemt Techim gemene wetenfchappen dergetalen
door hen te zamen geftelt: welkbe- Hun wijze van zijferen of tellen
greep fraie onder wijzifäg en nutte lef- j door het geheel Keizerrijk, en zelfs in
fe,
voor alle ftaten des rijks. | de gebuur-lantfchappen,is een gereet-

Deze navolgende de voetftappen \' fchap, welk de Portugefen Gina,enSï\'
van andere Filofofen, die na de Stoi-} nefen Suon noemen. Dit is een zeker
fche wijze leefden , betuigden een j bert, fchier vierkant, en verdeilt in
zonderlingezorge voorde beftiering j tien delen met kiene koper-draetjes
cn\'tgeraeinebeft,totaendentijtvan die ieder zeven kralen of balletjes
Kcnfußo , die in orde bragt de vijf hebben, gelijk de kralen van een roo-
boeken , die de Sinefen F.?/?/»? noe- zen-krans Deze koper-draden zijn

men : want de natuurlijke hebbenze | te wenden enkeeren , doenenbeftui-

nanie regelen : waer van men de be-
wijzingen en afbeeldingen in hunne
boeken leeft. Wel is waer hen geheel-
lijk d\'Algebra onwewuft is : ook oe-
fenen zy niet dan zeer weinig deze

ieder verdeilt in tween : vijf kralen
of balletjes zijn om leeg , die ieder
ftechts voor eenen genomen worden:
en twee om hoog , die ieder tien tel-
len. Door middel van dit werktuig
en kraelen , met die verfcheidenlijk

ten zy hunne rekeningen: welk onge\'
loofelijke vaerdig toe gaet. ^,

Zoo Martijn getuigt, heeft zeker nr^j
I/x^jCen lantvoogt van Keizer
Hoang-

//,de Sineefche reken-kunft uitgevon-

den.Hetgetalkhmtook by deSinefen
op na de linke zijde, na onze wijze-

Deze wijze van rekenen, volgens
den zelven,beftaet in balletjes,aen ee-
ne yzer draet geregen : waer van vijf-
tien of twintig ryen uit het opperfte

des berts op gelijke tuftèhen - wijte
neerwaertsgaen ,en
door een planKje
in \'r midden in dier wijze gefcheiden
worden, dat in d\' opperfte orde ieder
draet twee kralen
heeft,ieder der wel-
ke een getal van vijf doet:

f02. Derde GezandjchafnaKeizer/ijk

loffeUik weïk ondernomen hebben,, hebben: want zoo groot een gevoe

gemaekt, gelijk geheimeniffen , door; hun beroep fpringt. Ja willen datnie-
getalen van even en oneven, door zy-; mant vroom nochte rechtvaerdig kan
fers en tekenen, ftelden wetten te Za-; zijn , die deze FMofofye niet geleert
die daer na van hant tot hantj heeft: waerom byde
Sinefen een en

-ocr page 616-

d\'onderfte orde, welker bellek ruimer
is , heeft ieder draet vijf balletjes: ie-
der der welker niet meer dan voor een
gerekent wort. Derhalve doen de Si-
nefen met grote vaerdigheid hun re-
^^eningen, met de kralen heen en weer
op cn neerwaerts , na vereifch van
noot, te verfchuiven.

Wat de artzenye belangt,die is,vol-
gens
Semedo, by de Sinefen in hoo-
ger top, als men zou mogen begeren,
ter oorzake van de groote meenigte
der boeken , die zyvan de aeloude
fchrij vers hebben: want wat dc onze
belangt, tot noch toe zijn die in
Sina
nier gekomen.

De Sinefen hebben geen gebruik
vanaederlatinge, koppen, zyropen,
dranken , pillen, noch veel min van
genees- middelen , door kracht des
vuurs : maer werken alleenlijk door
enkele genees middelen, en ordonne-
ren niet dan bladen, wortelen, vruch-
ten en zaeden: en ook al droog.

Ten dien einde zijn \'er merkten,
daer niet verkocht worden , dange-
nees-middelcn, en winkels,alleenge-
ftofièert met enkele genees-midde-
len , daer men zich na behoefte van
Voorzien kan. Derhalve een arts, die
fijnen kranken bezoekt, doen hem
ïer zelffter uure zijne artzenye inne-
men , zonder eenig recept voor tc
fchrijven , of glas ofkrocs te gebrui-
ken.By dien voorval neemt d\'arts met
zich een aptckcrs jongen , beladen
niet een gehele winkel: te weten, met
een kaffc van vijf laden : waer van ie-
der verdeilt is in veertig vierkante
vakjes, geftoflèert met toebereide ge
nees-middelen. Zy weten wonderlijk
depolst\'onderfcheidcn, en daer aen
alle toevallen der ziekte te kennen:
ook de verheffing en vermindering
derpijne. Hoewel zy het nietaltyt
treffen, nochte alleartzen niet even
gelukkig zijn : gemerkt een groot ge-
Zonder ftudie en ervarenthcit is.
jy geven artzenye in , zoo dra zy
de pols gevoelt hebben : zoo het
Voorden Keizer of Prins is, zy ma-
«en vier zamen-mengingen , alle in
noedanighcid en meenigte gelijk:
twee om den kranken in te geven, en
de twee andere, om die te bewaren,

An,

\'len^

5-0;

\'tot dat hy gezont is. Zoo het voor
andere perfonen zijn , zy niaken
flechts twee zamen mengingen : een
voor des uchtens , en een voor des
avonts. Zy vragen ook noit den kran-
ke : of hem het hooft of eenig ander
deel des lichaems zeer doet : maer na
eenen tijt lang de beweegenis der pol-
fe aengemerkt te hebben, ontdekken
zyaenftontshet beledigde deel.

D\'artzen verbieden noit water aen
den kranke ; hoewel het gekookt
moet zijn : maer wel eeten : zulxzy
eenen kranke, fchoon hongerig, geen
eeten geven; dan zeer weinig : gelijk
zy ook,wanneer\'er geen luft tot eeren

is, denkranken daer toe niet perffen:

ter oorzake , gelijk zy voorgeven,
wanneer het lichaem ontftelt is , de
macg zijn ampten niet kan doen : en
alzoo de verdouwing , die in dien
ftaet gcfchict , altijdts fchadelijk en
ftrijdig tegen de gezontheid is.

Noit komt een arts voor de twee-
de mael weerom , zonder weer ge-
roepen te zijn : door welk middel de
kranken de vryheit hebben vaneenen
anderen arts te nemen, wanneer d\'art-
zenyen na hun welgevallen niet ko-
men te werken.

Zoo ook dc Jefuit Martijn getuigt,
overtreffen de Sinefe artzen d\'onzen
volkomen in het ft uk van d\'oefening
of uitwerkingh. Wel twift-redenen
betrachten d\' onzen veel meer, dan
zy lieden : maer zy genezen weer
hchter en beter de ziekten.

Zy hebben zeer aeloude boeken
van de natuur der kruiden, ftenen, en
bomen, in een hchaem gebraght, en
met afbeeldingen, na de wijze van
Dioskortdes yVQicïQit : daer en boven
vervatten hunne oude en nieuwe boe-
ken de tekenen, uitwerkingen, oor-
zaken en andere eigenfchappen der
ziekten. Merendeels maeken zy de
gcnees-middelen van enkele en ge-
kookte. Branden en wryvingen zijn
by hen in gebruik; maer gene aederla-
tingen , die zy voor den grootftcn
miflag houden: maer brengen hevet

met vaft een andre verkoelende mid-
delen het bloed, tot een behoorlijke
temper: want niet, zeggen zy, om
dathetzopin de pot zied, moetmen

het

Tan Sina, of Taißdg,

1

Si

-ocr page 617-

fc.

het uitgieten : maer, zoo men het wil wonder trefiehjk te bewerken,
dwingen, het vuur onder weg nemen.
Zulke trefFelijke geboden van de pol-
len beruüeo by hen, dat zy door de
kennis der zelve bywijle ook verbor-
ge zweeren ontdekken. Zy bemerken
in -ieder hant zes bewegingen derpol-
fea aen : te weten, drie opper-polfen
cn zoo veel van geringer orde, die alle
tot verfcheide delen des lichaems ge-
horen. D\'eerfte brengen zy tot het
herte,de tweede tor de lever, de derde
rot de roaege : en alzoo vervolgens
d\'andere tot andere deelen des lig-
haems.

Wanneer zy den kranke bezoeken,
zijn zy een halve uure in \'t onderzoe-
ken der polfe bezich, welk met de
grootfte ftilte der omftaenders, maer
niet zonder moeielijkheid van den
kranketoegaet. Aenftonts, waer uir
d\'ongetcnipertheid ontftaet, en in
wat
deel des lichaems het zy, weten
zy
lichtelijk aen tc wijzen cn t\'oordc-

Al

over lang hebben zy uit rijs won-
der helder glas leeren maken : maer
is bros: en derhalve by het ons niet
te vergelijken : hoe wei het noch-
tans zeer na daer by komt. In de fchil-
derkunft, daer de Sinefen zeer gene-
gen toe zijn, en doorgaens in hunne
hant werken gebruiken, mogen zy in
verre tegen d\'onzen niet op: want zy
hebben de wijze noch regelen van te
fchaduwen, ook tot noch toe herge-
bruik van de verruwe met olie tc tem-
peren of mengen niet bekomen: waer
door de beelden van perzoonen noch
aengenaemheid noch volmaektheid
hebben : maer bloemen, boomen en
vogelen weten zy wonder levendigh
na dc natuur te vertonen. Wel is waer
fy heden van de Roomsgezinde Jefui-
ten geleert hebben de verruwen met
olietc temperen , en weten die ook
wonderlijk in\'t werk te fteilen. Defge-
lijx weten bloemen en vogelen won-

hh S:.
i

I ■

• ,1:
ji\'-

tl

1 _TV\'^\'T!_____I ^ ___ï

naelt met zijde en kleuren te ftikken-
In dc beekhouwerije leggen de Si-
nefen ook veel teiaeg:in die te maken
paften zy alle regelen van gelijkdelig-
heit alleen met het oog af: welk dik-
wils bedriegt, en in groote
lichamen
gene kleinen miftag begaet. Zy ma-
ken evenwel yzelijke gevaerten van
vvanfchepfelen van koper, marmer en
klei-aerde.

Verfcheide andere kunften, re lang
om te verhalen , zijn by de Sinefen
uitgevonden: en eenige lang voor de
onie: als de Druk-kunft desjaers voor
\'s Heilandts geboorte vijftig, als ook
de kunft van Buftë-kruid te maken.

len. Men heeft \'er ook veele arbeiders ) der künftig cn zeer natuurlijk door de

in de kunft van Chymie, die overal om
her zwerven: cn niet alleen gout be-
loven : maer ook d\'onfterftèlijkheid
in ditleven.

Hoe gaeuwe kunftenaersen arbei-
ders dc Sinefen in hanrwerks-kunften
zijn,geven de dingen, die van daer ge-
bragt worden,genoech te kennen: als
allerlei zijde ftofïên en klederen, por-
celcinc vaten , kisjes met zekere
gom of lak
Cie beftreken en gout
door-wrocht: waer van nochtans de
befte gemenelijk niet tot ons gebragt
worden. Ebbenhout, Ivoir, Korael,
Barn-fteen , Jafpis, harde Marmer
en andere dierbare ftenen weten zy

B L A D-

E r K T> E.

-ocr page 618-

L A D - W Y Z E R

OP HET

Tweede en Derde

GEZANDSCHAP

il

A.

Mbafladeur Pieser van Hoorn ver-
trekt van Batavia na Sina.
212
Verfchijnt by den Koning Sing-

______________lamong in Hokfieu. pag. 230

Bezoekt den zoon van Singlamong met ge-
^ fchenken. Zend Van der Does, met een
briefje aen den VeldlieerTzjanpoui.
266
Aen den K.oning Singlamong. 268

Befchenkt Singlamong door Putmans. 232
Maer die mag de gefchenken niet aenvaerden.

234

2ijn bedrijf aldaer, tot
\\ Vertrekt uit Hok fieu.
- KomtteUnvono,
\'. Te Houwtong,
Petjong,
Hongia,
Tikfoya,

•Binkin, of Mincin, &c.
Komt te Sucheu.

"Vertrekt van daer. ^. ^

Zend een groet-briefjè aen den Veldheer en
Konbon.
! Komt te Sincbiang.
-Word by den Stadhouder vergaft.
Zendaen den zelven gefchenken.
Vertrekt van Sincbiang.

Komt by den Veldheer. ______

Van Hoorn komt ift de Voor-flad van Hang-
cheu.
 302
Word door Pingtouw, de derde Perzoon der
ftad bezocht. .
303
Word byden Veldheer gebragt, ibid.
Schrijft een groet-briefje aen den Veldheer,
Konbon en Machu.
304
Krijgt gefchenken van den Konbon. 305
Van den Veldheer. .. ibid.
Zend Nobel en Van der Does by den Kon-
bon.
306
Byden Manchu. ibid.
Zend aen Pingtouw gefchenken.
302
Vertrekt uit Hancheu. 307
Komt aen het dorp Tangfeen. ibid
Komt te Peking.
- Aldaer worden hem van de Sekritarifen ver-
fcheide vragen voorgeftelt. ibid.
Levert den brief des Generaels aen den Tatan
of Rijx-kanceler over ibid.
Wort naeu in zijn logiment bewaert.
351
Wort aengezeit ten hoof te komen. ibid.
Bewijft eerbiedigheit voor\'sKeifers zegel
.353
Word door den Rij x-kanzeler verfcheide vra-
gen voorgeftelt. 354
Weigert gefchenken. 314
I^oet plichtpleging voor\'sKeizers Throon.

^«^•■fchijnt voor de Lipouis. 361

^ erfchijnt op de eerfte maeltijd des Kei-
zers.

pag. 281

281

282
ibidem

ibid.
ibid.
ibid.
ibid.

318

319

jr en
ibid.

321

322
ibid.
324
23^

231

Op de tweede.
Op de derde.
Vertrekt van Pekin,g.
Komt weer op Batavia.
Ainan eiland.
Ang-jaa, Sinefe Gód.
Atzion, Sinefe God.

B.

BAnka een Eiland. 6t

Biou\'t Songong , derde Smefe aerdfche
God. 43

Beftiering van Sina. 43°

Box eilanden.

Brief van den Tartarfchen Keizer Ziingte aea
den Generael Maetzuiker. 9

Brief van Maetzuiker aeuden Onder - koningh
. Singlamong.
 92

Brief des Ambafladeurs aen den Veldheer van
Hokfieu.
 291,327

Brief van den Veldheer Lipoui aen den Admi-
rael Bort. 326,335
Brief van den Onder-koningh Singlamong aen
Bort.
334\' 33<5
Brief van den Tartarifchen Keizer aen den Ad-
mirael Bojt.
199
Van Singlamong aen de Hollanders over hec
verkopen der goederen in Hokfieu.
343
Brief van SumminpeGou aen den Admirael
Bort. ^ 321
Brief van d\'
Opperhoofden van Formofa aen
Bort.
359\'374» 376
Brief van Bort aen de Beftierders van For-
mofa.
364, 373
Brief van Tathonling Totokfiau aen Bort. 366,

^ 779

Brief van Tonganpek aen Borï. 13

Brief van de Rijx-raden iti Peking aen den On-
der koningen Veldheer.
 186
Brief van den Admirael Bort aen den Onder-ko-
ning Singlamong en Veldheer Taifing Li-
poui. .
382
Aen Sepoan of jongen Koxing. 384

C.

CHampa een Koningrijk. 67

Chekiang, Landfchap van Sina. 292

Is verdeilt in elf landftreken. ibi».

Che, ftroom in het Landfehap van Cheluang

296

Cheuxan, eiland onder het Landfchap van Che-
kiang.

Chinkon of Gezandfchap. 3ol

366
ibid.
ibid.
ibid.

45

50

Chiiakbing, offer-dag acn de zielen.

48
221

Eemc

Cbioencui, Sinefe God.
Drank van Sina is veelerlei.

-ocr page 619-

B L A D - W Y Z E R.

162

48Ó

58

Ernft van Hogenhoek , blijft in Hokfieu in
plaetsvan Konftantijn Nobel
 185

Ezolora Sinefe God. 50

I

203
ibid.

204

39S

11

15

10

ibid.
17

F.

^ Okien, Landfchap.
^ Is verdeilt in acht Landftreken.
Deffelfs fteden.

Feeft-mael.

Formofanen, aert en geftaltc,

Godsdienft.
Formofa, eiland,
Vruchtbaerheid.

Is verdeilt in acht heerfchappyen.
Fredrik Schedel trekt van Batavia na de kufte
van Sina. Keert vruchteloos weer. 3

Fueet is een woord van plichtpleging 107

E.

Etne, vogel.
l Eerbiedigheid der Sinefen.
Eiland van Hoorn.

■---- ------- J â–  — -W

lands geregeert hebben
Kieugkong, Sinefe God
Konfou Sinefe God
Konftantijn Nobel vertrekt

Batavia
Kjenke Sinefe God
Koreefe gezanten te Peking
Koxinga, vader van Iquon
Kuotquan, SmefcGod

L.

Jan van Kampens bay 7

Iquon vader van Koxinga
Jonkje de blijde bootfchap vertrekt van dekufte
van Sina na Batavia 339

K.

KAlambak-hout 67

Karichang, by de Formofanen wat die is

36

Keizeren van Sina, die voor de geboorte des Hei

Hokfieuw na
354

49

uit

G.

G Aft-malen 398

Geld 481

Gerecht 471

Gefchenken aen Zoutaizins en de Tatans 356
Aen de Lipouis 357

Aen de Sekritarifen ibid.

Gefchenken aen den Keizer van Vliegen den A m -
bafladeur van Hoorn
 358

Gefchenken van den Ambafladeur aen den
Veldheer en Kombon van Hokfieu
381
Gefchenken van den Onder-koning Singlamong
aen den Generael Maetzuiker voor den Am-
baffadeur 382
Gefchenken der Sinefen \' ^86
Godsdienft der Sinefen of Tayowan en For-
mofa 42
Groetenis der Sinefen 486
Gouraatzintzing Sinefe God 46

H.

HAnzin, Sinefe God. 46

Hoang, of gele vifcli. 298

Hokzwa ftad. 105

Hogenhoek is by den Konbon van Hokfieu in
gefprek 189

203

208

59

282
397

50
403

Bezoekte den Veltheer

Hogenhoek is by den Onder-koning ter macl-

tijd

Hounkong, Sinefe God
Houwting dorp

Ho, vliet in het landfchap van Chekiang
Huntzui-Hoykong Sinefe God

Huwelijk der Sinefen

I.

Jaer by de Sinefen in vier en twintigh Saifoe-
nen verdeilt
 499

In twalef manen 500

Jamkoen , een helfche Sinefe God 51

Jamtouwi, derde helfche God 51

Jan van Kampen, en Nobel, als gezanten komen
by den Onder-koning\'Singlamong in \'t leger:
hun bedrijf aldaer \'

LAntongzwa, een fterkte io2

Lingen een Eiland 6l
Lipoui de Veldheer wil uit de regering

fcheiden . 20?

Loakhau of nau van Tayowan 360

Lijkplichtoflijkftaetfie 407

Lucipar of Lukapar een Eiland 6l

Luikong, Sinefe God 48

M.

MAkkaufe Eilanden 385

Manen zijn twalef in\'t jaer 500

Matzou, Sinefe God 44

Merken der Mandarijns 45?

Montkoft des Ambaffadeurs te Peking 353

Munt 481

N.

NAnkingof Kiangnan, het negende Land-
fchap van
Sina, Waerdigheid, Verdei-

ling,Grens-palen, Steden Namen 309

Nanking ftad 3^9

Nioma, Sinefe God 44

Nieuw-jaer 499

O.

OLian, een dorp 292

Ongfamja fpreekt aen Hogenhoek over
den handel in Hokfieu i^o

Orde op het gevolg des Gezantfchaps ^^^
Otzoe, Sinefe God ^^

P.

PAnkun, Sinefe God 49

Paolinx Pagode buiten Nanking 3
Peci vrucht

Pehiai, meir in \'t Landfchap van Chekiang 297

Pelou een Feeft ^^

Pettjongdorp ^g^

Pingtouw, derde perzoon der flad Hancheu . be-
zoekt den Ambaftadeur
Poele Nancha een Eiland p^^jg

-ocr page 620-

B L A

Poele Toutjou

i^odeZay
l^oeyan ftad
Poele Kanton
Ponpous

Potfou eerfte Sinefe aerdfche God

Puthay Kaep
Poutehin dorp

D

6i
62
68
69
186

43
71
292

w Y z E R.

Töüen van Sina
Toneel-fpellen
Toutekong, Sinefe God
Tuonu, een Sinees feeft ■
Tfvvajong, SiaefeGod
Tyopperfte Sinefe God
Ty Tfoequi, eerfte Sinefe helfche God
Tyd-rekening
Tziekaiitia, een Mandarijn, komt te Hokfieu

205

4§2

271

45
49

46
42

51

496

QUanicm, tweede Sinefe aerdfche God 45

Quanto een ftad gj

Quantekong voornanac Sinefe God

46

40^

67
50
483
46

45
302

99
292

46

ont-

283

284

^ou over dooden

S.

OAmpa, een koningrijk
vJSchante Sinefe God

Schatting
|cliedejong, Sinefe God
S\'kja, Sinefe God
Sinching, een ftad
Sinkfieu een ftad
Sifanly een dorp
Sjengoefoeng, Sinefe God
Sjouboncok , krijgs-overfte van lenping
tangt den Ambaffadeur van Hoorn :
Send ververfching
Siking, meir in het landfchap van Chekiang 397
Skadingkong, Sinefe God /i

Sodejong, Sinefe God 46

^oumanoaom, Sinefe God ibid

\'hucheu, een ftad , heeft vele winkels met barn-
fteen 320

^«ng, een ftroom in\'t landfchap van Nanking

318

T.

TAmhoe, een krijgs-vefting 100

Tamvva, een ftad jbid

Tayowan, een eiland 41

Tayowan, verovert door Koxinga «4

Jegoe, Sinefe God ^ 48

Teitoukong, Sinefe God 46

TienShojoch, Khoung Sanchtee, tweede Si-
nefe God

V.

VEhj Sinefe Taer-cirkel:
Ufie , een ftad

Vragen des Keizers en Lipous acn
^ bafladeur

VQgd_neften, dje gegeten worden

Uia, SmefeGod

UnvoDO

W.

, of toneel-fpellen 271

Scheekan, God der toneel-fpellen 271
Wapenen 466

Wetten 471

Wetenfchappen 501

y.

YChoan, een eiland onder het landfchap van
Chekiang 296

Yapoq, poel in het landfchap van Chekiang

397

Vel4heer Lipouis Faktoor komt by Hoogen-
hoek 206

109
449

58

46
307
186
109

Z.

Amzwa een ftad
^^^ Zegel der Mandarijns

Zein-brief
Zjenzwcung, Sinefe God
Zijde, jn Chekiang vak overvloedig
Zoetayfins
Zwathiaftad

497
300
den Am-
359

65

50
282

Sss 2

Aen

-ocr page 621-

Aen den

boeke-binder.

De Binder zy gewaerfchouwt ^ dat op eeni-
ge plaetfen het cyfer-getal der pagien en
fignaturen verloopen , mis-fet en
verdubbelt zijn:

derhalve alhier de fignaturen yer^^olgens geflelt nvorden:

Signaturen,

J !B C (D E F O H I L M
n O Q^q r Ss Tt Vu Xx
Yy Zaaa l hh t cc.

Aa !Bh Cc cc <D d Ee Ef Gg Hh
li I^k LI kk II mm Mm Nn Oo
^P Q.^ Ss 7 t Fu Xx Yy
Zk-

jiaa mhh Ccc Vdd Eet Fff Ggg
Bhh lil l^kk LU Mmm Knn Ooo

^pp Qqq ^rr S SS.

A E N-

-ocr page 622-

A E N W Y Z I N G

Voor den

lke-bin

Om de Figueren in orde te binden,

Figuerm in het tmede Gezandfchap.

\'t Kafteel Zeelandia F0I.41

Afgodin Matzou 44

Afgod Sikja

Afgod Qiiantekong 46

Kaerte van d\'Eilanden Ay, Quemuy en andere onder

de Kufte van Sina ---

Kafteel van Minjazeen

Stad Quemuy
Stad Aymuy

Hokfieuw met de Voor-ftad

Figueren in het derde Ge:s;jindfchap.

Vertoonir^ der Keizerlijke fchenkaedje Qn deerjle\') 262

Vertrek van Hokfieu naer Peking 281

Kinningfoe 285

Jenping 287

Fouching 289

Hitfd of Kutchieuw 301

Hanchieu, de hooft-ftadt van Chekiang 302

De ftadt Nanking 310

Pagode Paolinxi ^ i i
Verwellekoming door de Lipous .
Keizerlijk Paleis 5 daer de fchenkaedje in worden ont-
fangen ^
Keizerlijk Banket of Maeltijt

Lijkftaetfie des Tartarifchen Keizers 423

Staetfie van groote Mandarijns 457

Merken der JS^andarijnsFig. f. 459

Merken der Mandarijns Fig. 2. 45; 9

Verfcheide flag van Bonetren Fig. 1. 460

J^Ct

130

82
321
327-
204

Verfcheide (lag van Bonetten Fig. 2. 461

Mis-

Sss s

mt

-ocr page 623-

Fol. kol, regel.

9- 2. 27. lees; KoxingajZoon van Iquon

ï6. 2. 5. overzecten.
8. I. 16. Vv\'oonen en gewoonelijkc.

17. ï. 44. Goeniais.

ly. I. 25. hout.

23. 2. 17. walmte.

25. 2. 22. padye.
gi.
I. 12. uitrukken.

2. 20. niet, eeß

32. I. 3. OiFer-pkets,
3. I. 9. \'tfchecl.

3. I. 35. ofouderüngen.

33. I. 24. \'toofte. Kooren
2. 17. uitfchaemte.

40. 2. 51. waer door uit hongers-ncot.

67. I. 17. van Sina naer Kambodia.

70. I. 9. Loosduinen, Vink.

71. 2. 8. was. Wel

74. 2. 49. Hokfieuw of Focheu, anders

de ftroom Min genaemt.

7g. I. 8. Dezes.

78. I. 52. Pedel.

86. 2. 2. \'t rijzen.

2. 23. infgelijken.

92. ï. 5- By ^lem.

9Ö. I. 52. onthouden.

104. 2. 45. anders Focheu genaemt.

1C7. 1. 49. geit koopen.

110. I. 25. ten anker. \'

118. I. I. onderzeil.

120. 2. 51. dos.

326. verwittigde hy.

327. I. 42. eenabelheitmet.
330. I. 8. naerdien zy in teken.
339- 2.. 43. aenftonts dentwee.

342. \' 2. 14, doode,een levendige den onfen.

361. I. 54. Den Apen-berg.

374. 2. 48. en weer volk, om

383. 2. 8. liet.

12. "Weerbare.

187. I. 14. Kimfia.

208. 2. 27. Iquon, vader van Koxinga.

219. 2. 18. geantwoort van ja.

223. I. 35. Bediening.

ih
(f!

iH

Pol.

228.

229.

237.

•244.
249.

251.

252.

253.

253.

254.

255.
261.
263.
263.
263.
265.
267.
267.

269.

270.

319.
323.

349-
361.
366.
369.
384.
388.

388.
405.

407.

416.
419.

423.

424.
429.
444.
463.

hJ\'

lil
tïii.

i ■ (\'

489- 2.

regel.

16. wierden de Mandarijns by de
onzen naer beft.

21. tegen den.
go. Konflance.

52. Raetsgewijze.
40. had aen.

8. hem.

7. Dat \'er.

13. hem.

16. (die d\'onzen tot ververfching.

24. Galiga.
ïo. D\'een, de

38. dat de zelve,

11. tuffchen hen beide.
20. zeid dc Faktoor.

43- verfchijnen.

44- deed d\'onzen.
lOw moften.

22, \'cwelkhy, naer.

53. voorfchijn.
5. Mandarijn,

39. pady.

44. goederen te kunnen.

8. quam gereden.

23. nu niet over.

22. uitflagh.

14. Tatans.

8. vernemen.

15. Dees antwTDorde: d\'Ambafla-

deur.
51. man: \'twas.

17. fpeeltuigen en gommen.

5. Die alleenlijk hierom adel WOf
den, dewijl.

25. dees, by.
39. gommen.

5. vertrekt tervvijle.

10. te doemen.
2. geven, die.

25. Dreef Humvuus zoon ter ftad,

11. buiten\'shuis fchier een zelffte

fatfoen van wijde en lange
tabberts.
13. verby gaen.

Misftagen en Druk-fautee te verbeteren.

Het eerde getal wijfi aen het folio: het tweede de kolom:
en derde de regel.

kol,
2.

2.

1.

2.
z.

I.
I,
I.

1.

2.

1.

2.

1.

2.

I.

1.

2.

I.
I.

I.

1.

2.
2.
2.

I.
I.

1.

2.

I.

1.

1.

2.

I.

I.

1.

2,

I.

Ê

E I K (D E.

ïn \'t kort zal ook by my J A c O B M E u R s in \'t licht komen een volko-
men Belchryvinge van geheel
Afie en America (op een felve wijze gelijk reeds
te voor van geheel Afrika by my is uitgegeven,) verciert met een
groote
meenigte van land en zee-kaerten , afbeeldingen van Steden , drachten,
dieren, gewaflen &c. alle na\'t leven getekent en op koper gefneden-

-ocr page 624-

UI

B E S C H R Y V I N G

DES

Keizerryks

VAK

T A I S I

G

O F

I N

Vmoont in de

ü

^naming, Grens-palen, Steden,Stroomen,

bergen, GewaflTen , Dieren, Gods-dienft , Tale,

A,

s

Letteren ^ &c.

Verden mn Verfcheide J^oopere f heten,
Befchreven
Door D\'. O. D A p p E R.

c

^\'iAMSTtR\'D AM,

% Jacob van M e u r s , op de Keifers-gracht, i

Anno 1670.

in

eurs.

\\

-ocr page 625-

■"H i

k-

î

r

1

V I

NJ-i-* 4 H ■ ,, . ^ " ^

.. i : « r
• i

éi

»

■/nr,^

I

iïc

r

* ■

•V. I

" L Ci O .:<! \'r-

■\'■ «m::.

■-H

-ocr page 626-

BESCHRYVING

DES.

keizerryks van sina

O F

T A I S I N G

Nder twee ver-
fcheide namen.
S/na en Katay,
is dit geweft,
liet uitterfte,
ten ooften , in
Afie , ter ken-
nis by de vol-
ken van Euro^
peffekomen. Ptolomeus is d\'eerfte
onder de Griekfche en Latijnfche
Landoefchrijvers , die deffelfs in-
woonders met den naem van
Sinen
(in \'t Griex Smai) gedenkt : want nie-
ïiiant heeft te denken, of de volken
"^an dien oort, en die Ptolomeus .Si-
noemt, zijn een en dezelve: eens-
deels ten aenzien van de zeiffte gele-
genis des lands, met dat van de
Sinen
Van Ptolomeus; eenfdeels door de ge-
lijkenis des naems van
Sïnen enSma,
met welken laeften dit geweft noch
ten huidigen dage bekent is.

Volgens de Jefuiten Niklaes Vd-
gaut,en Martijn Martijnz, de befchrij-
ver des Sineefchen Atlas,wort
Sma by
de Japanders Than genoemt:by deKo-
cinciners enSiammers Ci», of, na de
neerduitfche fpelling,
Tzm oiSin: by
de larters to^y
enUangin ; hoewel
deze , volgens den zelven Martijn,
door den naem
Mangin niet eigent-
lijk het land, maer veel meer cfe
Si-
nefen
zelfs verftaen , dien zy hen
icliimps-gewijze toe drijven : want
Mangm luit in de Tarterfche tale wil-
ae en woefte menfchen.

Ook noemen de Turken, Moren,
en Arabiers, die om de drie jaer , on-
^er fchijn van gezantfchappen , op
eerdichte namen van Koningen,
l want het is hen flechts om den koop-
handel tedoen) door
Laoren Kaskar.^
te voet na Sma trekken, het geweft
Mm Sina, Katay.

Defgelijx wordt sina by zekeren
Markus Pauluz , een Venetiaender,
die des jaers twalef hondert vijf en
zeventigh, in gezelfchap der Tarters,
door de zuiderlijke landfchappen,(ge-
lijk de voorzeide Martijn wil,) der-
waert trok, onder den naem van
Ka-
tay
en Mangin befchreven ; hoewel
met onderfcheit, gelijk in \'t vervolgh
zal blijken: want door
Katay worden
by hem de zes noordelijke, en door
Mangin de negen zuiderlijke landt-
fchappen verftaen , in welke vijftien
ganfch
Sina verdeild is.

Dan de betuchfte en bekenfte
naem , daer dit geweft by de volken
van Europe mede genaemt wordt, is
Sina of China, welken naem de Por-
tugefen, na het veroveren van geheel
Indien, allei^eerft van d\'Indianen, als
Kocinciners en Siamers, volgens Tri-
gaut, ontleent hebben : want onder
a\'uitheemfche volken hebben d\'In-
dianen , gelijk aenftonds zal betoont
worden , den naem der
Sinen aller-
eerft op den baen gebraght.

Uit onkundigheidt der Spaenfche
of Portugefche fpelling of uitfpraek
van
Ch, in den naem China, hebben d\'I-
tahanen en andere volken van Euro-
pe aen deze letteren de kracht van uit-
fpraek toegevoeght, welke zy in eens
ieders tale hebben, te weten de
Ch, uit
te fpreken, gelijk de Grieken de X, of
Neerianders de
Ch, met een geluid by-
na van
G, in plaets van, na de kracht
der Spaenfche ipelMng,
Sina of Tzina
of Tcina te zeggen : want Ch wordt
by de Spanjerts uit-gefproken, gelijk

-ocr page 627-

Tci ,rzo£s by de Neerlanders: Tfih,
by de Hooghduidfchen,en Ci by d\'Ita-
lianen : en is weinigh onderfcheid te
horen, wanneert een S^^n^enChina,
een Neerlander
Sina en Tzina , en
een Hooghduidfch
Tfchina zeit. Dies
zal ik, om gene verbyftering te ma-
ken, de fpeÜing
Sina doorgaens ge-
bruiken , gefmeet na de Spaenfche
van
China.

Van waer het woord zijn her-
komen heeft, is een gefchil van over
ouds bepleit, hoewel noch heden on-
beflecht.

Men vind\'er , die deffelfs oor-
lprongkelijkheid,op zekerheufch of
groet-woort
Cincé brengen : hoewel
t\'onrecht: want al de Sinefen (waer
uitde valfcheidvan dezen oorfprong
blijkt) die over en weder met d\'India-
nen aldaer, of met de Portugefen
koophandel drijven, en de Indien met
hun vaertuigen aen doen, fpreken ge-
wonelijk andere, onder het groeten,
niet met den naem vanCm^, maer in
hun moeders tale met dien van
Cia
aen : geletterde luiden alleen, en van
gefchaefder of Mandarijns tale zeg-
gen
Cing : dan de meefte koopluiden
uit
Cincheu, en landftreke in het lant-
fchap van
Qnangzi, en uit het land-
fchap van
Quantung, die tot noch toe
onder deSinefen by na alleen de zee
bebout hebben , verftaen deze tale
niet. Dies is, volgens Martijn, geloof-
lijker, dat den ganfchen rijke de naem
Sina van d\' inwoonders der ftadt Sin-
cheu
aengekomen zy: want deze heb-
ben gemeinelijk de fterkfte vaert op
geheel Indien gehad : van welk
Sin-
cheu
by de Portugefen en Indianen
lichtelijk de naem
Sina heeft kunnen
gefmeet worden.

Den zelfften Martijn , in zijn zefte
boek der Sinefche hiftorien , dunkt
zeer waerfchijnelijk, den oorfprong
van den naem
Sina, op den ftam Cin
te brengen, die omtrent des jaers twee
hondert zes en veertigh voor Chriftus

geboorte, over .S/^^ïiz heerfchte.

Ik zal, zeit hy, hier niet verzwijgen,
^tgeen my zeer waerfchijnelijk dunkt te
zijn : te wetèn dat niet alleen hy d\' In-
dianen; maer ookhy andere huitenlant-
fche volken , den naem der
Siaen van
dit koninglijk gefacht ( verfta
Cin) af
gedaelt zy, zulx het veel meer het rijk
der
Sinen of Cinen genaemt wiert.
Want ten tijde der koningen , herkom-

Oorfprong
des mems
Sim.

flighuitdit gefacht, wiert aUereerft-de

naem der Sinen hy uitheemfche volken
ruchthaer, inzonderheit hy de Indianen^
dien deze namaels behouden, en van hen
de Portugefen, na het i onderbrengen
van geheel Indïén , ontfangen hehhen,
want
dit gefacht Cin heerfchte over
het grootfte gedeelte der Sinefen, die na
"t Weften woonden; ]a voerden met uit\'
heemfche volken gedtmrigh oorlogh. ^^
het planten van den ftoel des rijks al-
daer, wiert het
Cineefch rijk genaemi-
Maer de ftam
Cin, geklommen tot den
top van allen voorjpoet, deed den uit-
heemfchen veel meer oorlogen aen, zul^
geen roonder is, dat het gebruik van den
Cinefchen naem by hen de overhant
nam. En fchoon de Sinefen dit uitterft^
Afen t\'elkens een verfcheiden naem ge\'
ven, hy verandering van een keizerltj\'
ken ftam ; zoo hehhen evenwel d\' uit-
heemfchen den naem, dien zy eerft hoor-
den, behouden. Dan het dient aenge-
merkt,
vervolgt de zelve Martijn, dat
d"eerfte letter, niet na de wijze der Ita-
lianen ; maer na die van de Spanjaerts
en Hoogh duitfchen uit te fpreken is ; in
dier wijze , dat het gefchreven
woord
Cin door een Z met een hert of flijf
luit uit de keele gehoort word. Tot be-
wijs hier van dient zeker fteen, gevon-
den in het landfchap van
Xenü, des
jaers zeven honderd twee en tachentig,
hy de Jefuiten , de verkundigers der
Roomfche lereinSmd.\' befchreven eens-
deels met Sineefche, eensdeels met Sy-
rifche letteren : want deze fteen heeft f
onder ander,
Zinoften, welk uitterfle
Afie hedied, als of men zeggen veil-
de gevQsft of land
Zin. Dus verre Mar-
tijn.

Maer al deze verfcheide namen,
zijn den Sinefen, een groot wonder,
onbewuft, ja, dat meer is,
ongehoort;
gemerkt men by hen niet een ceni^i
ken-tekenen dier benamingen vind,
nochte veel min weet,
waerom de-
zelve zoo menighmael verandert
zijn; daer nochtans de
Sinefen zeits,
te gelijk de Tarters, veel andere na-
men voorhenen
gegevenhebben^«^

-ocr page 628-

niilTchien in \'t toekomend noch ge-
ven zuilen : want volgens een oude
gewoonte, onderhouden van aller ge-
heugenis by de Sinefen, verwiffelt het
rijk van name,
wanneer het van heer-
fcher by veranderen van Ham verwif
feit : te weten de oprechter van eenen
nieuwen ftam, die de heerfchappye
aen vaert, hernieut ook het rijk zelf, na
zijn welgevallen, meteen bevaUijken
en heerlijken naem. Aldus wiert Sina
voorhenen byde Sinefen zelfs
Than:
daer na Hia, Scian, Cheu en Han ge-
noemt. Tan betekent breet zonder
mate :
Hia, groot; Scian , cieraet:
Cheu, volmaekt: Han, den melk-wegh
aen den Hemel.

Onder den ftam Suen, oprecht door
de Wefter of Mogolfche Tarters, die
des jaers dertien hondert acht en ze-
ventigh, ganfch Sina, na
een oorlogh
van zeventigh jaren, t\' onderbragh-
ten , wiert
Sina Tai u genaemt: na-
maels, na het uitdrijven dezer Tar-
ters, by de Sinefen, met den naein
van
Min getijtelt, welk klaerheit be-
tekent. Waer van ten lefte, met het
by voegen der letter-greep
Ta, dat\'s
groot,
Taming gefmeet wiert, als of
men rijk van groote klaerheit wilde
heggen. Eindelijk hebben d\'oofter
Tarters , die heden het rijk bezitten,
Sina, Taijing g&n.2Lemt : want ook de-
Ze volgen de Sinefen hier in na.

Behalve den naem, met den wel-
ken
Sina, by opftaen van een nieuwen
ftam der beftierders, t\'elkens befchon-
ken word, hebben de Sinefen noch
twee andere, veel gemeender en on-
veranderlijke namen van aller geheu-
genis her in gebruik gehad, daer zy
lun rijk dagelix mede noemen : te
weten,
Cungque en Chunghoa; beide by
hen van deffelfs voortreffelijkheit ge-
nomen ^ gemerkt d\'eerfte een mid-
den-rijk , en d\'ander een midden-tuin
betekent. Dé bediedenis van het
Woort midden fchijnt te fpelen op een
byzonder gevoelen der Sinefen: naer-
dien zy willen dat het aertrijk, niet
tegenftaende zy den hemel rontma-
^en, vierkant en ih deffelfs midden
bun rijk gelegen zy. Weinigen even-
wel onder de gebuur-volken bemer-
i^en deze verfcheidenheit der namen:
w^aerom ieder dit geweft by na met
een byzonderen naem befchenkt, ge-
lijk reeds te voore ftaet vermeit.

Niet ongerijmt dunkt Niklaes Tri-
gaut te zijn,
Sina het geweft der Hip-
pofagen,
ofpaerden-eeterSj gelijk d\'ou-
den dat genaemt hebben, voor een en
het zelffte tc houden: want door dit
geheel rijk,rot op heden, wort zoo wel
paerden, als offen en ander vleefch ge-
geten : hoewel het eerfte een gemeen-
der, en gebruikelijker fpijfe onderde
Tarters is.

Ik zou ook niet twijfelen, vervolgt de
zelve Trigaut,
of het Serika ojZy-lanJ
der ouden is een en het zelfße met
Si-
na :
want in geen ander konmgrijk, na \'t
oofie,heeft men Zij de,en wordjn zulk een
overvloed gevonden, dat niet alleen al
d\' inwoonders, geringen en hoogen, daer
mede gekleet gaen; maer ook na de ge-
huurrijken uitgeßeept wort.
DuS Verre
Trigaut.
Evenwel wort dit gevoelen,
welk de Sinefen en Seres voor een \'en de
zelftfte wil gehouden hehhen , hy velen
ge wraekt: met hy brengen, Origenes ge-
tuight, daer hy tegen Celfus fchrijft, dat
de volken Seres gene tempelen, altaren,
noch beelden hehhen: ten tegendele de
Sinefen , die vele honderd jaren voor
Chrifius geboorte tempelen of pagoden en
beelden gehad hebben.

Sina ofuitterfte Afie, ten opmerke
( van deffelfs gelegenis (want het
be-
1 flaat d\'uitterfte plaets van ganfch A-
I
fie, ten oofte) heeft ten oofte en zui-
de totgrens-palen de grote zee, wel-
ke
by na dit geheel uitterfte Afie, van
\'t Noorde af na \'t Zuide, en van daar
na \'t Weften, omringt: wort ten Noor-
de door de grote muur, een ry ftenen
van drie hondert Duitfche mijlen, van
oud Tartarije, de Koningrijken van
Niuche en Niulhan, en van een gedeel-
te des Koningrijks van gelegen
over en tuffchen de woeftijne
Samo en
Sina, afgefcheiden: d\'overige ftreke,
ten Noord-wefte , door het zelffte
Tanyu en de zelffte woeftijne, van h^
Koningrijk
Samahan en Kaskar: grenft
ten Wefte ten dele aen den ruch der
zeer hoge
Damafifche bergen , ten
dele aen zandige woeftijnen : meer
Zuidwaerts aen het Koningrijk van
Tibet, Kiang, Vfugang, Geo, of Gan-
A 2 ^ing^i

-ocr page 629-

Sy de Sinefen met een algemeinen
naem geheten : eindelijk ten Zuide
aen het Koningrijk van
Mien , Pegu
(daer Sina aen Bengale grenft) Laos, en
vervolgens aen her Koningrijk van
Gannan , verdeilt in dat van Tunking
en Kochinchina.

Wat belangt de grote of wijdftrek-
hentheit van
Sina: het heeft niet t\'on-
recht by al de fchrij vers, federt veler
geheugenis her , den toenaem van
groot bekomen : want het overtreft
noch heden in grote, en heeft van
aller eeuwen her overtroffen al de Ko-
ningrijken des gehelen aertbodems:
te verftaen , die onder een eenigen
naem begrepen zijn.

Sina heeft in de brete, van het Zui-
de tot het Noorde, drie en twintigh
graden , een ftreke van drie hondert
vijf en veertig mijlen, ieder graet ge-
rekent op vijftien Duitfche mijlen;
want het begint ten Zuide van het ei-
land Jinan af, gelegen op achtien gra-
den, Noorder brete, eneindightten
Noorde met de grote muur, gelegen
ten uitterfte op een en veertig graden.

De Jefait Alvarez Samedo begroot
de brete van flechts op negentien
graden, te rekenen van het eilant y/i-
nan af, by h em geftelt op vjer en twin-
tig graden, Noorder brete, tot aen de
drie en veertigfte graet.

Hier uit blijkt een grote mifflag, be-
gaen in vele Europifclie kaerten, door
het fteilen van de grote muur, ende
Ryx hooftftadt
Peking op vijf, en in
zommige op drie en veertig graden;
daer de grote muur nauhx twee dagh
reizensvan
Peking, enP^/^/;?gfchaers
op de hooghte van veertigh graden
gelegenis.

Volgens Niklaes Trigaut heeft .5/-
na\'m delengte, van het Oofte tot het
Wefte , twintig graden : te weten,
het begint ten Wefte op de lengte van
de hondert en twalefde graet, (te re-
kenen van de Kanarifche
Eilanden )
methet Landfchap Nmjunnan, en ein-
digt ten oofte aen zee , op hondert
twee en dertig graden, een ftreke van
drie hondert mijlen. Martijn, inden
Sineefchen Atlas,brengt de lengte on-
trent op dertig graden ^ te beginnen

<Sroté.\'

"Brete.

Lengte.

il\'

Ningpo, by de Portugefen Liampo ge-
noemt , gelegen in het landfchap van
Chekiang; en t\'eindigen ten Wefte aen
de Damaftfche of Amafifche ber-
gen : daer nochtans
Sina in de lengte,
volgens de Sineefche kaerten zelfs,

geftelt door d\'Europifche Jefuiten op
de brete cn lengte, (want de Sinefen
zijn
onkundig in de brete en lengte
der
plaetfen) niet meer dan vijf en
twintig
graden heeft : want d\'nit-
hoek\\2in Ningpo,
ten oofte , leit op
hondert en vijftigh graden (te reke-
nen van de Kanarifclie Eilanden) en
d\'uitterfte wefter hoek van
Sina , te
weten in het
landfchap vanJunnan, op
hondert vijf en twintigh graden, een
ftreke van vijf en twintigh
graden.
Dan plaets kan de ftelling van Martijn
hebben, zoo men delengte ten
oofte
begint, aen d\'uitterfte oofte zijde van
het
hangend eiland Korea, gelegen op
hondert vijfenvijftig graden, lengte. ,

Door het klein verfchil, tuflchen
de brete en lengte,
komt Sina byna in ka»^-
\'t vierkant te leggen, gelijk ook de Si-
nefen in hunne land-kaerten het in
dier geftalte uitbeeelden , hoewel
d\'EuropifcheLand-befchryvers in de
geftalte van een bultige mane. Twee
uithoeken, evenwel," fchieten zeer
verre in zee,
Tung by de Sinefen ge-
naemt : d\' een gelegen by de ftadt
Ningpo, (van waer d\'ovcrvaert uit Sina
na Japan op zijn kortfte is, re weten
ontrent van veertig uuren): d\'ander in
het lantfehap van
Xantung, by de ftadt
Tengcheu, tegen over het hangend ei-
land
Korea.

De reis-wegh te fcheep over ftro-
men, van\'t Zuide na\'t Noorde door
Sina, (namelijk, van de ftadt Makao,
gelegen ten Zuide op twee en twin-
tighgraden, negentien
minuten,,roc
aen de rijx-ftadt
Peking, en van daer
tot aen de groote muur,te
lande,)wora
by Trigaut begroot op zeven
duixent
negen hondert vijf en twintigh ft^\'
dien , twintigh ftadien
gerekent op
een Duitfche mijle, een ftreke ontr^c
van drie hondert zes en rnegenti.n
Duitfche mijlen . Te
weten, v^ ae
{i^dt Makao, tot aen Kanton oj Quan-
cheu,
de hooft-ftadt des landtfdiaps

^ Befchryving des Keizerrijks

aingu, óf Priefter-Jans-lant, alle ten Oofte van den uithoek der ftadt

-ocr page 630-

^mniung, is twee dagh varens, of drie
hondert en Zeftigh Sineefche ftadien:
van
Kanton tot de ftadt Nanhiun, elf
iiondert zeventigh : van daer tot
cian, elf hondert twalef: van daer tot
banking veertien hondert veertig: van
l^ankmg tot Peking, drie en dertig hon-
dert en vijf en dertig ftadien: tezamen
Zeven duizent vijf en zeftigh ftadien.
Hier by gevoeght vijf hondert fta-
dien, (de wegh te lande van de ftadt
Peking tot aen de grote muur,) de ge-
hele brete van
Sina, van \'t Zuide na
\'t Noorde, zal uitmaken zeven dui-
zent negen hondert vijf en twintigh
ftadien, een ftreke van ontrent drie
jj^jjdert en zes en tnegentigh duitfche

Dan om de brete van Sina in de
rechte lijn te hebben, heeft men van
deze rekening zoo veel af te nemen,
als de bochten en krorfiten der ftro-
men van den rechten wech afwijken.

Wonderlijk is het Keizerrijk van
Sma eenfdeels door de natuur, eens-
deels door de kunft, rontom met ve-
ftingen omringt, dienftig tot deffelfs
befcherming.
Het word, zeit Trigaut,
ien oofie en zuide hekahhelt met de zee,
bezet met zoo vele eilanden, dat de toe-
gang tot het vafl lant met fcheeps-vlo-
ten over al zeer bezwaerlijk is. Ten
noorde leggen fleile bergen en de groote
muur , gebout tegen de aenvallen der
Tarters: ten Noor d-wejie heeftmen een
grote dorre zandige vlakte, {de woeftij-
ne van
Samo genaemt) een fchrik voor
^lle uitheemfche krijgs-heiren , die
Van hier in S\'m^LZOuden willen doorbo-
ren , wijl Z.J afgefchrikt worden, uit vree
ze vandoor gebrek van lijftocht te ver-
Jmachten. Ten Wefie en Züid-wefle leit
^ma befchermt met dikke bojfchen en
tergen, de Damafer bergen, en heeft zeer
kleine gebuur-rijken, die by de Sinefen
t>m haergeringheit niet geacht nochte (ie-
\'vreef worden.

De Jefuit Martijn prijft ook zon-
clerhng
Sina van de voordelige gele-
?enis, gefterkt door de natuur, ^aer
hyzeit: Wijders, zoo ghy de geleqenis
^n
fiant van Sina met de andere by qele-
^^^ delen des aertbodems, naukeurig o-

Z\'^\'^g\'^gh^^/^ datdefelfs

i/^jTingen, door de natuur e tegen dande-
re, als opgeworpen en gebout zijn: de-
wijl alle toegangen zoo eng en geßoten
zijn, datSin2.een aertbodem in den aert-
bodem, door zich zelf, van de reßafge-
fcheiden, fchijnt temaken: want aen de
zeekant is
Sina zeer ondiep, en heeft zeer
gevaerlijkefirandenßeen-rotfen,klippen
onder water en banken, vermaert door
fchip-breuk: waer over de kuß met grote
fchepen geenzins veiligh kan aengedaem
worden, nochte zy heeft gene veilige ree^
Ten Noorde leit de grote woeßijne
( Sa-
mo),
ende muur, daer mee de kunßde
natuur te baet komt; daerzy ergens te
kort fchiet. Tm Wefie leit ^ina door de
zeer hoge Damafer bergen, en kleine Ko-
ningrijken van de reflvan Aße afge fch ei-
den, welke her gen tuffchen
Sina en deze
Koningrijken meteen brede ruchgtßrekt
leggen.

De voorzeide woeftijne
neemt uit de binnenlandfche gewe-
ften van Indien haeren oorlprong, en.
ftrekt recht van \'t Zuide na \'t Noor-
de , tot aen d\'Ys-zee toe, zoo eenige
willen ; niet - tegenftaende noit ie-
mant tot noch toe gevonden is, die
deffelfs uitterfte einde opgefpeurt
heeft. Zy heeft verfcheide namen:
by Markus Paulus de Venetiaender
word dezelve
Lop genoemt : by de
Tarters, eertij ds
Belgian, h eden Samo :
by de Sinefen, Kalmuk: by anderen,
Karakathai, dat \'s zwarte aerde. Zy is
op zommige plaetfen bergachtig; op
zommige vlak, bedekt met gruisfteen
of zavélen zant-fteen: zeer fchrael cn
onvruchtbaer : hoewel hier en daer
met eenige beken bevochtigt, die
^ras-rijke oevers hebben, tot een we-
ige weide voor het vee der Tarters:
want die fwerven met hun vee en hut-
ten door deze woeftijne om her, en
ftaen zich
aen gras-rijke oevers neer.
Geen ander gedierte, dan zeer groote
wilde ftieren , houd in deze woe-
ftijne. j

Vermaert is deze woeftijne door
fpokeryen, en waren van geeften en
duivelen.
Die uit Tartaryen na Si-
na willen, of van daer derwaert, heb-
ben deze woeftijne over te reizen.

Boven al wat in Sina uitftekend crote.
heerlijk en verwonderens waerdig
is j verdient de
voornoemde muur
A 3 geel?

Samo ^o\'fiyrK

Sumo.

iS

-ocr page 631-

ftrekt een wonderwerk van alle won
dervverken, niet alleen ten aenziene
van haere overgroote lengte, dikte en
zwaerte ; maer ook van deffelfs on-
vergangkelijkheit; gemerkt zy reeds
een reex van zoo veele eeuwen ver-
duurt heeft, tot op dezen tijd toe;
zonder eenige bouvalligheit of mis-
ftal te hebben. Ten teken van haere
over grote lengte, word zy by de Sine-
fen
Van lich ing genaemt, dat \'s muur
van tien duizent ftadien: omringt ten
Noorden by na een derde gedeelte des
Keizerrijks , en vier landfchappen :
Le\'äotung, Peking, Xanfien Xenfi: is ge-
legen met haeren uitterften kant op
de Noorder brete van ruim een en
veertig graden, twee dagh-reizens
van de hooft-ftadt
Peking, of, volgens
Trigaut, vijf en twintig duidtfche mij-
len : ftrekt van
\'t Oofte na \'t Wefte
tot twintig graden, ieder graedgere-
kent op vijftien mijlen, een ftreke van
drie hondert duidtfche mijlen : want
zy begint op de lengte van hondert
twee en vijftig graden, byden mondt
van den ftroom
Yalo, (daer hy in de
zeeboefem, gelegen tufïchen de land-
ftreke
Le\'äotung en het hangend eiland
Korea , uit oofter Tartarye komtvaf
len) ftrekt van daer na\'t Wefte tot aen
het gebergte der ftadt li», in\'t land-
ichap van
Xenfi, en eindight na by
d\'oevers des ftrooms
Hoang, of geele
ftroom , op de lengte van hondert
twee en dertig graden, genomen het
begin der lengte van de Kanarifche
Eilanden. Zulx men over het geen de
Sinefen van de ftichting dezer muure
fchrijven geenzins te verwonderen
heeft: namelijk dat geheelefteenber-
gen tot deflelfs opbou uitgehouwen
en verbezigt zijn, en een geheele zan-
dige woeftijne toüzement uitgeputis.
Zy heeft de hoogte van dertig Sinee-
fche ellebogen : en op eenige plaetfen\'
de brete van twalef, maer doorgaens
vijftien: of, zoo andere willen, is zoo
breed, dat zes en acht ruiters te ge-
lijk neven elkandre kunnen rijden,
Zy loopt doorgaens niet recht uit,
maer zwiert op zommige plaetfen
met bochten en kromten : evenwel
een-paerhjk, zonder ergens gebroken

kleine ftreke, in het landfchap van Pe
king,
benoorden de ftadt Siuen, daer in
plaets van muur zeer fterke en ontoe-
gangkelijke bergen tuffchen beide leg-
gen ; defgelijx ter plaetfte, daer zy den
geelen ftroom doorgang geeft. Ver-
fcheide andere kleine ftroomen, vloe-
jen van buiten in
Sina, door de muur,
onder bogen ofgewelffelen, ftuis-ge-
wijze in de zelve gemaekt. Anders
is
dezelve over-al haer zelf gelijk, en by-
na doorgaens van een zelve geftalte,
niet alleen op effen vlakten, (die aen
dezen oort haer weinig vertoonen)
nochte alleenelijk langs den
voet der
bergen; maer ook ter plaetfe, dacrhy
door en over de bergen henefpringt-
Op zekere wijte van elkandre, ftaen
bovenop zeer hoge en fterke wacht-
torens , en ter bequam er plaetfe, daer
de noot vereifcht, in de zelve poor-
ten , eenfdeels gemaekt tot uitvallen
op de Tarters, eenfdeels\'
ten gerijf des
koophandels. Langs hene, binnen cn
buiten de muur, en na by de muur,
heeft men zeer fterke krijgs - veftin-
gen , eenfdeels tot befcherming der
zelve,eenfdeels tot woon-plaetfen der
krijgs-knechten. Want ter befcher-
ming van de muur, onderhielden eer-
tijds de Sineefche Keizcren,tegen het
invallen der Tarters,in deze krijgs-ve-
ftingen, hier en daer, aen den kant van
tienmael honderdt duizendt krijgs-
knechten, dien lijftocht uit het ganfch
rijk op zekere tijden
toegevo ert wiert.

Deze muur wiert geftichtdoor be-
vel van Keizer
Xi een, uitvoerder van
grote oorlogs-daden en werk-ftukken,
boven alle keizeren , en
oprechter
des ftams Sin, in het twee gR twin-
tigfte jaer zijner regering, twee hon-
dert en vijftien jaer voor
de geboorte
des Heilands: want dees keizer, te
voore
flechts een koningje, bracht
den ftam Chev en ganfch Sina t\' on-
der, enverfloeg, door den velt-heer
Mungtien, met een heir van drie hon;
derd duizend man , de Tarters, d\'ert-
vyanden des rijks van
Sina. Dan om
inhet toekomend voor d
\'invallen aer
Tarters ,ten
rijke van Sina , bevrijd te
blijven, deed hy
deze groote muur,
ten noorde des
Keizerrijks

. fticix-

een gemeene verwondering : ja ver- of gefcheiden te zijn : behaiveneen

óan iTunnnf^rWTfrlc vi« ollo , hlait^a-d-fi^h j n K «af-1-n-i 01-» ^zall P^?-

-ocr page 632-

ftichten. Onaengefien dezelve zijn
de Tarters verfcheide male daer over
geklommen, en hebben \'trijk in rep
en
roere geftelt. Dezelve wiert op
verfcheide plaetfen des rijks begon-
nen, en in vijfjaren tijds, door een on-
gelofelijke menigte van menfchen,
(want door het geheel rijk wierden
Van detien, drie man
op ontboden)
Voltoit, en zoo hecht en dicht van
keien cn andere ftenen aen elkandre
geklonken en gevoegt: dat geen
fpij-
ker in derepen of voegen der ftenen
kon geftagen worden: ja wierden d\'ar-
beiders, door \'s Keizers ftreng bevel,
aen den halze geftraft, die aen het rak
gewrocht hadden, daer zulks kon ge-
daen worden . By den voorzeiden
zee-boefem , daer deze muur eenige
ftadien met haer begin in zee fpringt,
komt zy, volgens der Sinefen fchrij-
ven zelfs, op vele fchepen te ruften,
gezonken aldaer, om een vafte grond-
veft te hebben, niet met ftenen, maer
vol klompen en ftaven van rou y-
zer. Zeker Sterrekijker Naftrodin,
een Perfiaen, gedenkt ook deeze
inuur met de volgende woorden, uit
het Arabifch vertaelt.

De ftadt Thangazi is vermaert ge-
worden. De landftreken
Tangazi zijn
een en de zelffte met die van de
Kat-
tayers.
Die derwaert gereift hehhen,
maken de muur, die hunne fteden, dor-
pen en grachten omringt , van
V Wefte
ten Oofte , drie on twintig dagh-reizens
lang.

Dan deze maetkomt met de voo-
rige niet over een. Maer aengefien
Naftrodin dituitden mont der koop-
luiden heeft, die de wijdftrekkenheid
dezer muure na\'t oofte niet hebben
können weten,is hem, zulx ten befte
te duide ; gemerkt in den tijdt van
zeftig dagen, drie hondert Duitfche
mijlen naulix kunnen afgelegt wor-
den : geftelt dat een loper dag voor
dag alleenlijk vijf Duitfche mijlen,
geduurig voort te reifen, afteit.

Dezec-kufte van^i^^^ftrekt vol-
gens
Jarrik, van het eiland Ainan of
Van de kaep van\'t hoog land, tot aen

el O?Ningpo, Weft

Nn 4 iiever Zuid-weft en

A>ioord-ooft: van daer kromt zy haer
na \'t Noord-wefte, tot voor het han-
gend eiland tuffchen welkende
kufte van
Sina de zeeboefem van Nan-
king
leit: van daer vervolghtzy hae-
ren loop na \'t Noorde, tot aen Tarta-
rije.

Sina khmt van de tweede tot de zef-
te khmact of luchtftreke op; dies fijn
grootfte lenghfte Zomerfche dagh
van vijftien uuren is : welke van der-
tien totvijftien uuren waft : deeerfte
op het eiland
Aina ; maer de laefte in
het landfchap van
Peking en in de
landftreke van
Leaotung. Het leit voor
een gedeelte, hoewel voor het klein-
fte , onder de gezengde luchtftreke |
maer voor het grootfte onder de ge-
temperde: waer over^/»^, leggende
tot een fulke wijtftrekkende brete uit-
gebrcit, na de verfcheidenheit van
lantftreken
enjacr-pifoen, verfchei-
de getijden en tempering van lucht en
aerde gevoelt: zulx ieder en al de
landftreken van
Sina niet en de zelve
veranderingen van hitte en koude on-
derworpen zijn.

De no order gewieften, na de zijde
van Tartarije , hebben des winters
veeltijds grote koude, geduurige en
dichte fneeu-jachten: en worden de
ftromen door den vorft fterk over-
brugt. ïn het landfchap van
Peking,
het noordelijkfte yan geheel Sina,
vriezen al de ftronien vier geheele
maanden dikwils zoo fterk toe, dat
paerden en wagen met zware laften
den weg over ys banen ; zulx al de
fchepen in\'t ys, door de vorft, bevro-
j ren raken, en vier maenden, van half
I flacht tot aen lente-maend, gelijk ge-
j floten leggen ; want de vorft begint
i aldaer onfeilbaer
ontrent half flacht-
; maend, en het ys ontdoitniet voor
aenvang van
lente-maend. Het water
vrieft veeltijds op eenen dag en nacht
toe; daer het vele dagen van noden
heeft om t\'ontdoijen, en niet, dan
van onderen. De koude en vorft is
evenwel groter in dit landfchap en
geheel , als de hoogte van deflelfs

Pool vereifcht: gemerkt de groote

muur, de uitterfte noort-zijde van
Sina, niet over de twee en veerrig gra-
den fpringt. Maer ten hoogfte heeft
men
zich te verwonderen dat deze

kow-

-ocr page 633-

koude in her landfchap van Peking,
zoo groot niet vernomen nochte ge-
voelt word, datzy d\'Europers fchijnt
by het vuur te kunnen doen gaen; of
genoech te zijn, om in Europe ys te
maken.

Dies eenigen, in d\'oorzake van het
toe vriezen der wateren op te fpeu-
ren, alleenlijk hun toevlucht tot d\'on-
deraerdfche uitwäfemingen en dam-
pen nemen,- waer toe ook helpt de
zalpeterachtige gefteltenis dezes ge-
helen aerdrijks, waer door des mor-
gens het geheel aerdrijk, fchoon het
zelden aldaer regent, vochtigh is;
maer droogt methet opgaen der zon-
ne weg , en vervheght tot fijn ftof:
welk, door de wint in de lucht op-
gejaegt, gelijk dikke mift en nevelen
maekt,en alles deurdringt en begruift:
een zeer bezwaerelijke en afgrijfelij-
kezake voor d\'inwoonders.

In de Zuiderlijke geweften van
Sina weetmen van zulken vorft niet,
maer is aldaer de hitte grooter : en
komen welig al de vruchten by na van
geheel Indien in groten overvloed
voort, als Kokes-noten, Ananaften,
Mangas , The of Cha, Venku of
Pompei - moefen , Jaka , Durions,
Mufen of Mauz en andere.
In het
Noorder gedeelte groeien Druiven,
Vijgen, Kaftanien, Noten van allerlei
ftag, Perfiken, Queperen, Appelen,
Peren, en andere Europifche vruch-
ten, gelijk in \'t vervolg zal blijken.

Over al heeft het geweft van Sina
een gezonde lucht,vruchtbaren gront,
welige weiden, en akkers, zelfs op
de hoogfte bergen , en zout-pan-
nen aen d\'aen-zee-gelege plaetfen.
Het rijft op zommige plaetfen met
bergen en heuvelen: en leid op zom-
mige met vlakke landouwen uitge-
fpreit, door-fneden met water-rijke
ftromen. De natuur en kunft fchij-
nen beide, om ftrijdt, met een milde
en weldadige hand, ^^enSina gearbeit
te hebben: zulx men twijfelt te zeg-
gen, wie van beide, de vruchtbaer-
heid of fchoonheid, aen d\'een of
d\'ander het meefte verplicht is. Ze-
kerlijk is altoos, al wat elders by ftuk-
ken of delen, hier alles te gelijk ge-
vonden wort: der wijze men naulix
iet heeft, welk
Sina van buiten be-
hoeft in te halen ; wijl aldaer zeer
veel dingen gevonden worden , die
men op andere plaetfen te vergeefs
zoekt en allermeeft ontbeert.

merlijkheit
vm Sina.

Met recht zou iemant Sina , een
kort begrijp des aertbodems , of een
edel gefteente des rings, dat \'s van de
werelt, mogen noemen: waer in meer
koftelijkheids en dingen te vinden
zijn, dan miffchien in de reft,
zoo te
zeggen, van den\'geheelen aerdbo-
dem. Al wat in
Sina zou mogen ont-
breken , zijn d\'Indiaenfchefpecerijen
of drogerijen; maer die bevinden haer
op zoo een naby gelese en
bequame
plaetfe, dat zy door den geduurigen
koophandel, over en weder, niet zoo
zeer voor uit als inheemfche wa-
ren kunnen gehouden worden:
voor banden en behulpmiddelen van
Maetfchappy en vriendfchap
met de
gebuur-volken op te rechten.

De gehele heerfchappye of \'t ge-
bied en Keizerrijk van
Sina was on-
der
Kó-TLet Xun, die des jaers voorde
geboorte des Heilands, twee duizent
twee honderd en zeven, begon te
heerfchen, in twalef landtfchappen
verdeilt. Keizer
Yu, navolger van
Xun, trok het in tot negen landfchap-
pen, endeed, na het getal der negen
andfchappen, zoo vele kopere vaten
gieten, die de landtfchappen
door de
landbefchrijving, welke
wonder kun-
ftigh daer op gegraveert
ftond, ver-
beelden . Wel degelijk waren deze
vaten grote wonder en kunft-wer-
ken , en plegen ook altijds, als mer-
ken der Keizerlijke Majefteidt en
waerdigheid, by de Keizeren
voor
zaken van het grootfte belang geacht
te worden : niet zoo zeer om de
voortrefïèlijkheidt des werks ; ^Is
wel om haer achtbaerheid,
en voor-
teken,
uit een ydele inbeelding > (g^-
voet van langer hand by de Sinefen)
van geluk en voorfpoet : want wie
deze vaten by zich had in bewa^-
nis , en meefter daer afwas ,
wierdt
eindelijk voor Keizer erkent ;
velen , die \'t oog op het rijK ge-
worpen hadden ,
aUeenÜjk moeite
aenwenden om deze vaten te oeko-
men : aengezien dc

-ocr page 634-

rijks, zoo de oude Sinefen geloofden,
aen de naerftige bewaernis defer vaten
honge. Ja, wiert by hen
voor een te-
ken van den val des rijx gehouden,
wanneer, in den aenvang der regering
van Keizer
GuUe, deze vaten quamen
te dreunen en beven: ^velk zich toe-
droeg ontrenddesjaers , voor de ge-
boorte Chriftus, vier hondert vijf en
twintig.

Men zeit deze vaten, op den uit-
gang des ftams
Cheu, ontrent drie hon-
dert en veertien jaren , voor de ge-
boorte des Zalighmakers , in den
ftroom gelegen byde kleine ftadt
Poi, in het Lantfchap van Nanking, ge-
zonken waeren ; en namaelsnoitby
Sing oixi, d\' oprechter des ftams Cin,
hoe grote naerftigheit ook aenge-
V7cnt wiert, hebben konnen gevon-
den worden : hoewel \'t velen een ver-
moeden gaf, dat de zeiffte vaten, die
doorKeizer
Tu gemaekt waren,byKei-
fer
Fo, de zes en dercighfte, en naeft-
leften des ftams
Cheu, nochberuften:
ja, geloofden de koningkjes verdichte
Vaten , en na de geftalte en vorm der
gemelde vaten gemaekt , in den
ftroom
Su gezonken waeren : ge-
\'ïierkt niet zeer waerfchijnelijk was,
dat de zelve vaten, daer zy merken
des Keizerrijks en by de Sinefen in de
grootfte achtbaerheit waeren, en nie-
mant , dan die dezelve bewaerde, Kei-
zer genoemt wiert, onwaerdelijkcn
als zaken vaii geen belang zouden
Wegh geworpen zijn.

Weshalve zekerkoningjeZ«, aen-
gelokt door begeerte tot deze vaten,
befloot deze enanderecieraedjen en
merken der keizerlijke Majefteit, met
gewelt, door oorlogh , Keizer
Fo
aen te doen, na zich te trekken. Want
na het bekomen van deze vaten zou
hem ook aenftonts de keizerlijke
^yaerdigheit en Majefteit van zelf
t huis gekomen zijn : dan door het
atraden van eenen zijner lantsvoog-
aen, liet het werk fteken.

Dan hier ftaet aen te merken, dat
^^et Sineelch Keizerrijk, te dien tijde,
«letgeheeUi;^^, gehjk het nu is, be-
ë\'^\'^ep; maer flechts de Noorder delen,
van ontrent de veertigfte graet af tot
de dcrtighfte. Noorder brele, of tot

ye

aen den ftroom Kiang, binnen welken
zeven lantfchappen noortwaerts be-
floten lagen; zulx
Sina toen alleenlijk
een klein gedeelte van het tegen-
woordigh was. Te weten d\' eerfte Si-
nefen , gekomen uit het wefte, heb-
ben alleréerft het weftelijkfte gedeelte
des Lantfchaps
Xenß bewoont ; na-
maels de hoofden van verfcheide ge-
flachten van tijdt tot tijdt nieuwe
woon-plaetfen opgezocht: want na
het Lantfchap van
Xenß is dat van Ro-
nan , Peking, Xantung
allereerft begon-
nen bewoont te worden : ai welke
Lantfchappen toen al by de Sinefen
door een eenig opperhooft beftiert
wierden , in vorm van een wettige
heerfchappye : namelijk al de Lant-
fchappen , gelegen benoorde den gro-
ten ftroom
Kiang, erkenden een eem
gen Keizer, en onderwierpen zich uit
vrye wille t\'zijner maght en heer-
fchappy. Maer onder de regering van
Keizer
Tu hadmen ook kennis van al
de Lantfchappen, na\'t zuide gelegen:
want dees maekte van ieder een Lant-
befchryving, en tekende aen, welke
I fterren de meefte onderworpen wae-
ren. Evenwel waeren toen noch de-
zelve niet zeer volkrijk, nochte ge-
hoorzaemden de Sineefche heer-
fchappye. Namaels wanneer de Kei-
\' zeren dikwils vele zonen
kregen,
wierden die,uit gezeit eenen,dien hec
rijk na \'s vaders doot overgedragen
wiert, of Koningkjes gemaekt, of
trokken by wijle met boutroepen uit,
om nieuwelanden op te zoeken ende
zuiderlijke geweften bewoonbaer te
maeken. Aldus wierden nieuwe Ko-
ningrijken opgerecht: aldus d\'in-
woonders door vroom en ruftigheit
der beftierders , door onderwijs in
vrye kunften, inzonderheit door den
lantbou tot gehoorzaemheit ge-
braght, en in hun woeft en ongebon-
den leven befnoeit. Hier door is
ganfch
Sina wijd en zijd, gelijk nu, be-
gonnen allengs bewoont te worden,
en endelijk tot een cénigh lichaem en
vorm van een Keizerrijk tezamen ge-
groeit.

Geheel Sina, na het inlij ven der zui-
derlijke geweften aen de zeven noor- f^^^
delijke Lantfchappen, wiert eindelijk
ß ia

-ocr page 635-

bergen.De namen dezer vijftien Lant-
fchappen worden by eenigen aldus ge-
Ipelt.
Peking, Xanfi, Xenfi, Xantung,Ho-
nan , Suchuen , Kiangnan
of Nanking,
Chekiang, Fokien, Quantung, Quangsi,
Queicheu,
enJunnan.

By andere vintmen in de fpelling
der namen grote verandering, in zon-
derheit by den Jefuit Mendoza, die
de namen der vijftien Lantfchappen
aldus fpelt:
Paguia, Foquiem, Olam, Sin-
fon,SiJuan,Folanchia, Kanfay, Oquiaw,
Jncheo, Honan, Xanton, Queicheu, Che-
q_ueau, Sufuan, Saxij.
Purchas in vol-
gender wijze:
pequin,Scianfi, Scienfi,
Sciantum,
Honan, Nanquin ,Chequiam,
Fuchiam
, Chianfi, Kanton, Huquam, Ko-
anfi, Queicheu, Sufcuen, en Junan.

De zelve Purchas, uit de fchriften
van
eenen Thomas Kandifch, ftelt de
namen met deze vreemde verande-
ring.

KanfasScianfi of Quanfi,
Paquin,Soyöohim,
miftchien Xenfi, San-
fo,
volgen Purchas Siantim of Kiangsi,
Oyman,(i3
.x. \'s Honan, Kutcheu, oi Quei-
cheu, Languin, o{Nanking,Uquam,
of
Huquang, San, Eßram, Lanfay, Kuanfa,
Vanam, Fuguven, Kanton, Enam:mï{-
fchien Ainan, een eilant. Al welke
verfcheidenheit van namen ontftaet
of uit onkundigheit, of uit de velerlei-
heit der byzondere land-talen en
zwaérheit van die uit tefpreken.

Zes der gemelde vijftien Lant-
fchappen leggen ten oofte en zuide
aen zee , als
Peking, Xantung, Kian-
gnan
of Nanking, Chekiang, Fokien en

Verdeeling
vm Sina,
door de»
firoom
Kiang.

Quantung 2£,Quangf, Kiangfi, Huquang,
Honan, Xanfi,
endelijk ten wefte Xenfi,
Suchuen, Queicheu , Junnan.

Geheel Sina wordt ook door den
ftroom
Kiang , dien de Sinefen Yan-
gfu
Kiang > en, voortreftèlij kheit hal-
ve , fleoits
Kiang , dat \'s zone der
zee, noemen , in Zuid en Noord
Sina verdeelt : want deze ftroom
doorfnijt
Sina van her Oofte tot
het Wefte:
Zuid-Sina noemen de Tar-

Martij».
Trsf. Atl.
Sirtenf.

Noord\'
aen°

ftonts zal getoont worden , is geen
byzonder geweft, ten Noorde o fWe-
fte \'buiten Sina ; maer flechts het
Noorder gedeelte, of dezes noorder
Lantfchappen van
Sina , gelijk Mar-
gin
d\'andere negen Lantfchap-
pen begrijpt.

Noord-Sina begrijpt zcs Lantfchap-
pen,
 Xanfi, Xenfi, Xantung, Hon-
ang: 7.mdSina
d\'overige negen, als
Huquang , Kiangfi, Kiangnang oïNan-
king , chekiang , Fokien , Quantung)
Quangd, Queicheu, Qwlunnan.

Gelijk het geheel Keizerrijk van^S"/-
na in vijftien Lantfchappen , zoo is
ieder Lantfchap weer in
verfcheide
lantftreken of Lantfchapjes verdeilt,

Fu in \'tSineefch met een algemeinen

naem geheten, ten getale in alles van
hondert acht en vijftigh, volgens de
lant-befchryving des Keizerrijks van
Sina, by de Sinefen zelfs des jaers vijf-
tien hondert negen en zeventig ont-
worpen,

De meefte dezer lantftreken be-
grijpen ieder vijf, acht, elf, twalef,
veertien , vijftien, ja twintig en dct-
tig vry grote fteden. Onder deze, is
een de nooft of opperftadtvan ieder
lantftreke, m^dtFu, gelijk de gehele
lantftreke geheten : daer in d\' oppei^\'
fte gebieder der lantftreke (want over
ieder lantftreke is een
opperhooft ge-
ftelt) zijn verblijf heeft, die
Cifu ge-
noemt w^ord, dat \'s Heer der grote
ftadt: want
Ci betekent Heer Qïi Fa
grote ftadt.

De naem Fu, gevoeght by dien van
een opperftadt, betekent de lantftre-
ke in \'t byzonder van die ftadt, en ook

Quantung\'. d\'andere negen te lande- i dopperftadfelve;gelijk,om een voor
waerts in; te weten, noord-waerts van beek te maken,
Peking-fu heteke^^

Stei^-

de lantftreke der opper-ftadt Peking.
en ook d\'oppcrftadt
Peking zelve.

Wyders, in al deze lantftreken
heeftmen twalef hondert negen en
tnegentig fteden : twee
hondert ze-
ven en veertigh grote fteden ,

genaemt, en elfhonderttweecn vyi-
dg kleine fteden, diedeSinefeni?/^

noemen: ieder evenwel zoo groot ais

een gemeine ftadt in Europe. Dan neu
ftaet
aen te merken , dat het onder

in vijftien Lantfchappen verdeilt: ie- ters en Moren Mangin , ^
der zoo goet als een Koningrijk, in Sina Katay ; want Kftay^, gelijk
grote en volkrijkheit, en afge&ieiden
van elkandere, door brede ftromen en

-ocr page 636-

icheit, tuffchen deze grote en kleine
iteden, veel meer in waerdigheit, dan
in beroemtheit of grote of volkrijk-
lieit en rijkdom beftaet: want wat de
grote alleen belangt, het onderfcheit
IS dikwils zeer klein, dewijl men klei-
ne fteden heeft, die zoo groot en gro-
ter, dan grote fteden zijn : maer dit
onderfcheit is alleen gelegen in den
Verfcheiden tytel,en \'t gezach,ofacht-
Daerheit der opperhoofden of over-
neden; defgelijx in verfcheide ftadts
vryheden en wetten.

-Martijn,in zijnen Sineefchen Atlas
^f befchryving van getrokken uit
*^eSineefchcLandbefchryvingenzelfs,
pbjk hy voorgeeft, fchijnt de vijftien
-Lantfchappen in hondert vier en tach-
j^^g diergelijke lantftreken te verdei-
Jen , voorgeftelt onder den naem van
reden , hoewel van driederlei flag,
niet zonder grote verwerring.
Het eerfte flag begrijpt hondert en
Vijl en veertigh groote fteden,
Fu ge-
naemt,of,om duidelijkerte fpreken,fo
eie lantftreken, ieder met een zeker
getal van fteden onder haer, in vorm
Van kleine Landfchappen, aen de wel-
ke zy wetten en willekeuren geven,
ïn al defe landftreken teltmen dertien

bondert acht en veertig fteden : hon-
dert en negen en vijftig grote ,
Cheu
genoemt, en d\'andere kleine, oiHien,
Het tvvede flagh bevangt twee en
twmtigh kleinder fteden of lantftre-
ken, mede
Cheu by den zelven Mar-
tijn genaemt. Deze hebben wel de
Waerdigheit cn naem van ftadt niet;
niaer evenwel ieder het gebiet over
een zeker getal van andere fteden, en
over eenige krijgs veftingen, ten geta-
le m alles ontrent van drie en tachtig:
want föioon deze door haere gro^
envolkrijkhcitdentytelen naem van
Fu, dat sgroteftadtoflantftrekcver-
öienen, zy mogen evenwel dien niet
voeren : ten einde eenige Lantfchap-
geen meerder opperhoofden
2:oudcnhebben,dande hofofrijx-
J^antfchappen en
Nankm<r:zliH
^^etonderfcheit, tuft-dien FuenCheu,
grote en kleine ftadt,voornamelijk

houd\' hebben of

Wien f• opperhooft, aen

^len Uit d onderhorige fteden het

eerfte beroep gedaen wort, gelijk het
tweede aen d\'opperfte Majeftraet
der hooftftadt des Landfchaps.

Het derde flagh bevangt zeventien
grote krijgs-fteden, ofkrijgs-kntftre-
kendeder met eenige kleine krijgs-fte-
den onder haer gebiet,te famen zeven
en dertig: daer in de burgers en krijgs-
kncchten onder malkandre vermengt
wonen : \'t onderfcheit alleen tuffchen
d\'andere kleine fteden en deze krijgs-
fteden. Noch zijn in \'t Lantfchap van
Pehng,Ane fteden buiten d\'ordcning.

Menhe eft door het eanfch rijk ver-
fcheide fterkten of krijgs - veftingen,
inzonderheit op de grenzen ,.voor
\'s vyants invallen, cn op de wegen, by
geberghten, tot beveiling tegen \'het
uitvallen der berghluiden ; defgelijx
buiten en binnen de grote muur, en
op of in de zelve, in alles ten getale
ontrent van hondert zes en zeventig.

Heden heeft de Tarter, de bezit-
ter des rijks, in het Landfchap van
Fo-
I kien, aen de zeekant, tegen het inval-
! len der afgevalle Sinefen ,
Koxingas
\\ aenhang, vefting by vefting doen bou-
I wen , en al de vafte fteden aen dien
I oort flopen, om hen toevoer, door

hunne gunftehngen, te beletten.
Behalve al deze fteden en veftingen, uemighu

is Sina aller wegen bebout met een on-
rekenbaer getal van dorpen, vlekken^,
gehuchten en buurten : dikwils niet
veel kleinder en minder volkrijker; dan
vele l3emuurde fteden, inzonderheid
die d;/;? genoemt worden : maer mo-
gen, door mangel van muuren en eige
Majeftraten, den naem van ftadt niet
voereilten worden door de Majeftraet
der naefte fteden beftiert. Waerover,
ten aenziene van deze grote meenigte
der fteden, veftingen,dorpen en ande-
re beboude plaetfen, zoo geheel
Sina
met de grote muur in\'t ronde omringt
was, iemantzichhet voor een eenige
zeer volkrijke en welbeboude ftad, zo
tezeggen,zou konnen inbeeldenfzoo
dicht is
Sina bebout: want nauhx trect-
mê uit d\'eene of komt aenftonts weer
aen andere wel beboude plaetfen. De
meefte fteden leggen acn bevaerbare
ftromen, cn hebben voorfteden, die
wijd en breet langs d\'oevers in gezon-v
de luchtftrcken uitgeftrekt leggen.

ß 2 Men

-ocr page 637-

Men rekent ook onder Sina zekre
lantftreke Le\'dotung, gelegen beoofte
het
lantfehap van Peking, daer de gro-
te muur begint: het hangend eilant
Korea, fehatbaeraen dezen rijke: daer
cn boven bezit SinayQtX nahygelege
eilanden, verplicht aen hem door be-
taling van fcliatting: het eilant Ainan,
onder ander, gedegen ten Zuide, na-
by het Lantfehap â€¢â€¢ van
daer , na \'toofte, leggen verfcheide
andere eilanden, eenige zoo na by el-
kandre, dat zy veel meer een eenigh,
dan vele eilanden fchijnen té zijn:
waer onder een het voornaemfte
is,
verciert met de ftadt Makao. Dicht
onder de kufte des Lantfchaps van
Fo-
kien
leggen d\' eilanden Quemuy en Au-
muy:
verder in zee daer tegen over het
iiïhnt Formofa en Taiwan : \'t eerfte by
de
Sinefen , daer het heden onder
ftaet, Talieukieu geheten: meer na \'t
oofte, onder het Lantfehap
Chekiang,
d\'eilanden Changque en Cheuxan.

Voorhene, volgens de befchryving
des Koninrijks van
Sina, zeifin\'tSi-
neefch , waren verfcheide gebuur-Ko-
ningrijken in\'t ftuk van fchatting den
Keizerrijke van
Sina onderworpen: tc
weten, ren oofte drie en vijftigh: ten
wefte over de vijf en vijftigh, en ten
noorde drie. Namaels wierden veel
weiniger getelt. Heden heeft deXar-
tcr,de beutter van geheel
Sina, de gan-
fche ftreke, ontrent
Sina, ten Noorde,
Noord-oofte, cn Oofte, daer de Lant-
ftreke leit, niet alleen onder
fchatting, maer ook onder zijn gebiet,
eenfdeels door erfenis, eenfdeels door
de zege der wapenen bekomen.

Naerdien reeds te vor en, en by vele
Landbefchryvers de naem van
Katay
en Kataycrs gedacht wordt, onder
voorwending byhen, als een geweft
en volk , verfcheiden en bylonder
van
Sina en dc Sinefen, dacr nochtans
geen ander geweft, nochte\'geen ande-
re volken, dan en Sinefen, door
Katay cn de Katayers te verftaen zijn,
dient de dooling in\'t kort ontvouwen
en wedcrleit; want lang cn hevig is
voorhene getwift over het geweft,
ÄÄi\'^ gemeenlijk genaemt : te weten,
ofhet een byzonder land is, ten noor-
devan.si»^ , buiten de groote muur
gelegen, of een en het zelffte met
sina.

Onievhoo-
r ige plaet-
fen vm
Sim.

\'j s i.

Trigmt.

Dwalingen
in \'t flellen
■vm Katay

Dat Sina hetj
Katay is, of, om i
het geweft, welk de Turken, Moren,
Arabicrs en Ruften
Katay noemen, be-
veftigen al de
Jefuiten, die lange jaren,
in
Sina, tot voortplanting desRoom-
fchen gcloofs, zich opgehouden heb-
ben , en grondigh in de kennis der
Landbefchryving ervaren zijn: als on-
der ander MattysRik, Niklaes Tri-
gaut, Godignë, Alvares
Semedo, Mic-
chael Boim, Johan Gruber en andere.

Ook beveftigt het zelfftc gevoelen,
door ondervinding bekomen, deje-
fuiet Benedikt Goes: want dees, door
bevel van fijne Overheidt, en den
Onder-koning van Indien,
Aria Sal-
dalgda,
ja van den groten Mogol
met name ^yf^ï^^r, uit
het Keizerrijk
van Mogol des jaers zeftienhondert
drie afgcvacrdight, eenfdeels om
tay op te fpeuren , ten andere, om
d\'inwoonders der tuftchen gelegen
Koningrijken , tot het Roomfch ge-
loof te bekeren, heeft geen ander
tay, dan Sina ku nnen vinden. De Ruf-
fen , te ruch uit
Sina gekomen, ge-
vraeght waer zy geweeft zijn, zeggen
in
Katay, en aldaer vele grote ftene fte-
den , künftige en beleefde luiden ge-
zien te hebben: al welk
Sina eigen is.

Defgelijx beweert het zelffte de Je-
fuit Kircher, met de
woorden van
Godign.
Al wat, zeidt hy,

gehoort onder Sïm, nochte geen fladt oJ
koningrijk is met dien naem genaemt,
dat heden \'s daegs huiten degrens-pale^
van Sin^i, gevonden wort.

Evenwel, voegt hier op Godig«^
en uit hem Peter Davitii en Kircher»
fchijnt niet verre huiten waerheit, äa
hehalve het gedeelte des lants,
welk met
den naem van
Katay, hinnen degr^^^\'
palen van
Sina , de ïefuiten gevonden

hehhen, een veel wijdftrekkender\'va^

aerthodems, ten Noorde en VFefte, uc
het Keiferrijk van Sim gelegen zy, da^^
ook eertijts den naem van
Katay

hehhe. Maerdewijlizoovctsolg^ .

eher) die gehele lantfireke , hufj\' ^l
grote muur, hy na tot twee maenden n

iens verre, Joefl,ongeha^en e^

loos gebleven is, zoo is maerfchtjneMj^^^^

-ocr page 638-

dat hetgewejl van Sina namaels, als de
gehavenfie en vruchthaerfle plek des
aerthodems , eigentlijk
Katay genoemt
geworden u,ende woefiijne, huiten de
grote muur, heden 1^2[m\\jkgeheten,eer-
tijts den naem van gevoert hehhe.

Tot bewijs dat Katay Sina, of door
Katay, de Turken, Moren , en Ara-
-^\'^exQVi sina verftaen, dienen ook de
vvoorden van Katayer Muskus cn Ka-
Jayer The, die dikwils by hen in\'t oo-
fte gehoort worden; daer nochtans
beide deze dingen , het eerfte een
reukwerk, en \'tander een kruit, by-
2onderiijkin5\'/;?^voortkomen,envan
Qaer allerwegen vervoert worden.

Dat de Sinefen en Katayers een en
dezelve volken zijn , geven ook de
gelijkheit en over een koming van
tale en zeden, diezy alle beide voor
vele eeuwen gebruikt hebben , te
bennen. Zulx blijkt uit de fchriften
Van Zekeren vermaerden Perfiaen-
lu ^^^^^yver Nafirodin , die , ge-
trokken des jaers twalef hondert, vijf
vijftigh, met de Tarters derwaerts,
de gehele wijze van tijtrckening, by
de Katayers gebruikelijk, duidelijk in
d\' eigen Permchc tale verklaert heeft:
daer alles, volgens zijn eigen getui
genis, met d\' oprechte woorden van
de Katayer tale uitgedrukt ftaet, en is
gelijkvormig met die van de Sinefen.

Eerftelijk is de burgerlijke dagh, of
nacht en dagh by de Katayers, vol-
gens Nafirodin, in twalef uuren ver-
deilt : defgelijx ook by de Sinefen, en
komen de namen van d\' uuren der Ka-
tayers , die Nafirodin ieder met ee-
^en Katayer tiaem in Arabifche of
Perfifche letteren vertoont, met de
namen der Sineefche uuren geheel en

HjkvSfcSalf eenigmerke-

Ten tweede, gebruiken beide Ka-
tayers en Sinefen, in alle Cirkels, tro-
pilche jaren, te weten , van den in-
gang der zonne in den tienden graet
van den waterman. Stellen ook in de-
zen aenvang van ieder jaer te gelijk
het begm van hunne lente; gelijk in
^cn tienden graet des ftiers, het begin
^an den zomer, en na even gelijke
van tijden, detwee overige

Daer en boven verdeilen, beide
Katayers en Sinefen, het tropifch jaer
in vier en twintigh delen : namelijk
iederjaerfaizoen in zes delen , die al-
leens by de Sinefen genoemt worden,
gelijk de zelve,volgens Nafirodin, by
de Katayers.

Van gelijken is by de Katayers en
Sinefen een zeftig jarige zonne Cir-
kel in gebruik, en by hen beide met
een zelven naem geheten; gelijk ook
ieder dezer zeftig jaren met een zel-
ven naem by de Katayers en Sinefen
gefpelt wort. Uit welke gelijkheit van
tale , en maniere van tijt-rekening,
niet duifterlijk te beftuiten is, datde
Katayers en Sinefen, een en dezelve
volken zijn:want waeren zy verfchei-
den , gewiflelijk, zy hadden ook
met verfcheide woorden, ieder in zij-
ne landtale, de voorzeide zaken ge-
noemt.

Dat Katai geen ander geweft is,
dan dat van
Sina, isookbewijzelijk,
uit het geen voorhene verfcheide
fchryvers van
Katay gefchreven heb-
ben , wijl dat geheel en al op
Sina ftaet.
Zeker Johan Karpijn, een geeftelijk
>crfoon, gezonden des jaers twalef
londertzes-en-veertig, door Pausln-
nocentius de Vierde,aen de Koningen
van Tartarije, fchrijft onder ander al-
dus :
De Katayers , grens-huuren in het
uitterfie van \'t oofie met de Tarters,
firekkentot aen d\'oofi-zee. Ontrent deze
grenzen, vriefi het water dikwils toe,
en haent eenen wegh, waer langs de Tar-
ters met hunne gantfche macht invallen.
De Katayers bezitten dierbare goede-
ren , en maken zeer künftige werken ;
hebben overvloet van rijs, daer zy wijn
van maken.

Al het welk op de Sinefen kan ge-
paft worden : teweten, deze leggen
in \'t ooften. Aen de grens-palen, tuf
fchen
Sinatn Tartarije het wa-

ter toe. Ook zijn de Sinefen groote
Kunftenaers : hebben overvloet van

Rijs, daerzy wijn van maken, Samp-

geheten. ^ ^ ^

Een ander, Willem Rubrikis, af-
gezonden na Tartarye, doorLouys,
de elfde. Koning van Vrankrijk, des
jaers twalef hondert drie en vijftigh,
geeft noch duidelijker berecht, daer
B 5 hy

-ocr page 639-

liy,in zijne reize,op het zeven en der-
tigfte hooft-ftuk zeit :
De Katayers
fchryven met pencelen, gelijk de fchil-
ders , in dier wijze, dat zy in een zelve
beeltenis vele ßrepen fchijnen te halen.
Welke maniere van fchrijven noch he-
den by de Sinezen gebruikelijk is.

Na deze twee fchryvers, heeftmen
zekeren Markus Paulus, een Veneed-
tiaender, cn langer na dien, eenen Ay-
ton, geboortig van Armenie, die bei-
de ook Tartarijen, en daer en boven
Katay door-reift , cn verfcheide din-
gen van
Katay gefchreven hebben, die
op geen ander geweft, dan op dat van
Sina kunnen geduidt worden.

Onder ander fchrijft de Veneed-
tiaender, die des jaers twalef hondert
vijf en zeventig, voor d\'eerfte reize,
door Tartarije in
Sina trok , in het
tweede boek, op het zes-en-twintig-
fte hooft-ftuk, aldus:
door het geheel
landfchap van
Katay worden fwarte
ß een en gegraven , die in h randt geflo-
ken, vlamme geven, en op veele plaetfen
hout op de haertfteden verfirekken.
Diergelijke ftenen worden heden in
Sina , in het Lantfchap van Sanfi ge-
graven.

Ontrent tien mijlen (oftwee en een hal-
ve Duitfche) vanl^2Lmh2Lh\\,(volgens den
zelven
fchryver uit het volgend hooft-
ßuk) flort een grote firoom in zee, waer
langs vele fchepen , geladen met koop-
manfchappen , op en afvaren. Over den
zelven u een fraeie marmere hrugh ge-
ßagen, van drie hondert fchreden lang,
acht hreet, en rufi op vier en twintigh
gewelffelen , of hogen : is verciert ter
wederzijde aen de kanten met leeuwen
van
gehouwen fleen. Veel zulke brug-
gen heeftmen in
sina. Van gelijken
flaet op
Sina, \'t geen hy in \'t volgend
hooftftuk verhaelt;
\'Eentweefprongis
ontrent dertigh mijlen van den geze\'iden
firoom, waer van d\' een wegh loopt na
het
Lantfchap van Katay , en d ander
na het
Lantfchap van Mangi.

Maer dit Lantfchap is Machin, een
gedeelte van Ä;«^7,eigentlijk genoemt:
welk na \'t Zuide , en Oofte geftrekt
leit: ïWant op het drie-cn-vijirigfte
hooftftuk verhaelt de zelve fchryver,
hoe dc Koning des Landfchaps van
Mangin , die voor de Tarters na den
zeekant vluchte,
Fakfur of Fanfurgo.-
naemt,enzeer machtig geweeft zy,bo-
ven wien, behalven dengroten Cham,
in die geweften geengroter gevon-
den wiert. Nu getuigen in hunne
fchriften d\'Arabieren , Perfianen en
Turken, dat
Fackur, of HeyeiFanfu,,
een algemeine naem der Sineefche
Kcizeren is:want dien Markus
Fanfur
noemt, na de wijze der Tarters, met
byvoegen van R,noemen
mdcrerFan-
fu :
welk volkomen een Sineefche
naem is ; en een zulke, met den wel-
ken een iegelijk, gefprooten uit Ko-
ninglijken geflachte of af komfte, by
de Sinefen genoemt wordt, gelijk ook
noch heden met den zelven. Maer de
Tarters noemden dezen Koning al-
dus,en niet met den naem van Keizer,
ter oorzake hy by de Suider Sinefen
gekoren was, na dat des felfs voorza-
ten reeds al de noorder Lantfchappen
verloren hadden.

Heden Te-
king of
Xmtien.

[ I

Dees Koning was de vijftiende uit
den ftam
Cung,en wiert by de Sinefen,
na de verkieftng
,Tuicung genoemt.
Maer de Tarters, gelijkgezeit[is, wil-
den hem den naem van Keizer niet
geven, naerdien zy zelfs het grootfte
pdeelte des Keifcrrijks bezaten en in
hadden, en uit hunnen ftam reeds een
gekroondcn Keizer over de Sinefen:
Dies noemden zy hem flechts
Fangfu,
dat \'s Koningje of uit Koninglijk bloe-
de: Het blijkt ook hier uit dat
of
Fanfu een eigen Sineefche naem is;
wijl noch heden in \'t oofte de befte
porccleine vaten
Fagfurin genoemC
worden.

Voeg hier by, \'t geen de Venetiacn-
der van zoo vele fteden verhaelt, rijk
van koophandel, kunft
en fchrandere
inwoonders : als daer zijn, Kamhalu,
Sinqui, Quingfai,l<ugui, Quelingfu, Vn-
chiang ^Unchiam,
die in befchry ving,
volgens den Jefuit Martijn , met de
fteden van
Sina over een komen, als
Kamhalu, dat \'sftadt des Heren, (al-
zoo by de Tarters genoemt,) met
Pe~
king,
derijx-ftadt; Singui,mQt Sucheu-
(want in plaets van Cheu , welk mid-
delbare ftadt byde Sinefen betekent,
zeggen de Tarters

Hancheu :Kugui,m^iKincheu: Quehng-
fu,
mtt Kienning: Vnchiang of IJnchtam

-ocr page 640-

en andere eigenfchappen van Sina ver-
fchilt.

Ook beveftigt op verfcheide plaet-
fen de Jefuit Martijn, dat door de ge-
weften , die by den zelven Venetiaen-
der
Katay en Mangin genoemt wor-
den, geen ander, dan te verftaen
zy: of hever, om duidelijker te (pre-
ken, door
Katay de zes noordelijke,
en door
Man gin, de negen zuiderlijke
Landfchappen van
sina.

Katay (zoo luiden zijn woorden
daer over in de befchryving van
Pe-
king is gewißelijk niet anders, als de
zes noorder Lantfchappen van dit uit-
terfle Aße, die door denflroom^irng,

van de negen zuider Untfchappen afge-
fcheiden worden. Markus
Paulus noemt
deze negen het koningrijk van
Mangin;
gelijk de eerfie zes Katay: geen wonder,
wijl die noch heden diis by de T%rters ge-
noemt worden; defgelijx by de Moren,
die, volgens een oude gewoonte, alle drie
Jaren fchatting aen den Keizer van
Sina
brengen.

En aengeßen de naem des flrooms
Kiang , (want die wort by Markus,
Quiangof Quian genoemt) en ook\'tge-
tal der Noorder\'en Zuider Lantfchap-
pen met de genen over een komen, die
men by den Venetiaender in de befchry-
ving van
Katay en Mangin heeft, zoo
twijfel ik voort aen niet, Katay is gan-
fcheiijk in dit uiterfte Aßegelegen, ik
■ voeghhierhy : dat wanneer d\'eerwaer»
dige Vader Mattijs Kik , Jefuiet, ep
^ijne eerfie komfie, in de fladt
Peking,
eenen Turk, gekomen met eenen leeu tot
een gefchenk aen den Keifer, naerflelijk
en met voordacht, na den naem des Kei-
rijks van
Sina vroegh , tot antwoort
kreeg, dat hetY^2X.\'2Ljgenoemt
wiert, en
ivas, en de Keizerlijke hooftftadt Kam-
balu.
Dus verre Martijn.

Tot meerder bevefting der waer-
beit dienen
de volgende woorden van
zekeren Arabifchen fchrijver
Abulfe-
da , daer hy zeit, in het befchrijven
der ftadt
Kambalek , heden Peking:
Vermaert is de ftadt
Tamgazi gewor-
den. De geweften van
Tamgazi zijn
een en de zelffte met die van de Katayers.
Die derwaert gereift zijn , maken de
muur, die hunne fteden, dorpen enan-
I dere verblijf-plaetfen omringt, van het

oofte

tïïQtJungchang: gelijk breder uit\'t ver-
Volg zal blijken. Ook eindigen de na-
men van eenige fteden, by den Ve-
netiaender y
inFu, als Tadinfu, Kacan-
p, Quelinfu, Ciagianfu, Sianfu ;
welke
lenter greep /«een ganfch eigen Si-
neefch woort, en geen ander geweft
dznsina eigen is , betekende eigent-
bjk groote ftadt,gelijk
Cheu middel-
matigeftadt, waer uit, gevoeghtby
anderen, de Sinefen verfcheide bena-
mingen van hunne fteden gefmeet

^et Sina komt ook ganfcheiijk o-
vereen, watHaytond\'Armenier van
I^atay heeft, die desjaers dertien hon-
gert en zeven al de rijken van het uit-
terfte oofte doorreift heeft:zeit onder
^^dtt\'.HetKoningrijkFL2.f3ij is hetgroot-
ftji welk op den Aerthodemmaghgevon-
den worden : vloeit over van volk, en
^yellare rijkdommen, en t& gelegen op
den oever der grote zee.

l^e menfchen van dien oort zijn won-
\'^^^J^rander en fch alk: waer om zy alle
\'tolken in het fluk van wetenfchappen en
kunflen gering achten, en zeggen datzy
alleen uit twee oogen zien, en al andere
volken uit een eenigh oogh. Onder deze
volken des Koningrijks, die alle Katayers
genoemt worden, vindmen zeer fchoon
man en vrou-volk , doch alk klein van
oogen , en ^an natuur zonder haert:
tlooherttg en zeervreefachtiah
voorde
doot, en zeeghaftiger te lande, dan te
Mer. De krijgs-wapenen zijn veeler-
lezx de gangbare munte van Papier, vier-
kant, en methet Koninglijk
merk ge te-
kent. Dit Koningrijk wort gezeit in het
begm der werelt te leggen , buiten het
welk gene woonplaets van andere volken
« , (want weinig was toen Japan be-
kent) :
Wefly^aerts paelt Katay het
Xomngrzjk van
Tarfen ; Noord-waerts
aen de wildernis en bergh van Belgjan:
Zuid-waerts aen d\'eilanden van degro-

\'^^e.En weder inhettweedehok-

itUK. Een zeer rijk Lantfchap, genoemt
(m^dnen of Veen ge-
deelte deffelfs) i.
gelegen tufchen het
\'^yngrijk van indien, en dat vanKa-

Z ^f Haython,

dZX ^^^^anigh befchrijft,

daedfr heden-

^aegiiiegelegenis, zeden der volken.

-ocr page 641-

oofte tot het wefte, dertig dag reizens
lam.
Weshalven is Katay binnen de
grote en vermaerde muur des Sinee-
fchenrijks beflooten.

De hooftftadt der Katayers , Chan
Balek,\'W2iQr van Markus Paulusi^^ïm^^ï-
lu gd-maekt heeft, wort by den zelvcn
Arabifchenfehryver^^^^^^^ , onder
het vierde klimaet, en op die hooghte
en lengte geftelt, datzy naby met die
van
Peking over een komt. Geen min-
der ovcreenkoming is in d\'overmati-
ge grote; als daer
Ahulfeda van fclirijft,
welk allen geloof te boven gaet. Def
gelijx beweert Martijn dat de ftadt,
die by de Tarters en Markus Paulus
Kamhaken dezel-
ve ftadt met
Peking oiXuntien is.

Zeker ander Perfiaenfche fchry ver,
Kafun Kaxan, noemt den Konin^^ der
Katayers Tencu : maer noch heden
wort de Keizer van
Sina by de Sine-
fen
Tienfu genoemt, dat \'s Zoon des
Hemels.

De naem Sedert vele outhcit her, cenmerk-
iier M- waerdigezake, en tot een befluit hier
ZZé. by te voegen, fchijnt dc naem der Ka-
hnt. theers of Katayers by de Griexlche
fchryvers, inzondcrheit die de daden
van Alexander befchreven hebben,
bekent cn ruchtbaer geweefttezijn:
want dees, volgens hunner fchryven,
wende zijne wapenen, tot tegen de
geweften der Katayers. Wei is waer
Quintus Kurtius ciezelve aldus niet

noemt; maer het Koningrijk van.S\'ö-

ßs, welk, gelijk uit Strabo duidelijk
blijkt, een en het zelffte met deze is:
alzoo genoemt met den naem des Ko-
Lib. IJ", nings, gelijk Strabo wil, die toen o-
ver
Â¥s.atay heerfchte.

Dit zelffte rijk,zoo Kurtius en Dio-
door de Siculer getuigen, is beftiert
geworden door goede wettenen ze-
den, en munten deflelfs inwoonders
inwijsheituit.

Wat belangt de gelegenis van Ka-
tay
; al de fchryvers brengen het zelve
op dcgrens-palcnvan
Indiën, cnacn
\'t uitterfte van \'t Oofte, welk ten dien
tijde bekent was.
tib.ó.Gco. Ptolomeusfchrijft dat de ^/ws of
cheten, dat zijn Katayers , Scythen
zijn , grens-buren der Seren : voor
zoo veel als deze naem der Scythen

tot die uitterfte geweften des aerd-
bodems plagh uitgeftrekt te wor-
den.

En gelijk by de Griexfche en La-

tijnfchcHiftori-fchryvers, die deze

verre gelege zaken op \'tpapier ge-
braght hebben,
zeer zelden de Sine-
fen gedacht worden ; alzoo hebben
d\'Arabifche en
Perftaenfche fchry-
vers der later tijden meermalen Si-
nefen , dan
de Katayers gedacht. Te
verftaen
die fchrij vers , die voor dc
geboorte des Heilants, twalef hon-
dert en drie bloeiden, eer de Mogol\'
fche Tarters ten rijke van
Sina wae-
ren ingevallen.

Wijders , dit zelffte Sineefche rijk
hebben deze gedachte fchryvers van
het begin der eerfte khmact totnau-
lix over de palen van de derde uitge-
ftrekt; de hoogh noorder geweften,

naerdien hen die nauUx ceniger wijze
bekent waeren , by na den volken
Gog en Magog , bekent flechts aen
name, anders onhekent, toegevoegt.

Maer die naderhant, na het leggen
van den grontflagh des Tartarifchen
of Mogolfchen rijk, quamen te fchry-
ven, wanneer de naem en \'t
gerucht
van den grooten Chan of Cham (Cha^
betekent in de Tarterfche of Mogol-
fche tale Keizer of Vorft) over den
aertbodem verfpreit was, hebben d\'in-
woonders der volgende geweften, be-
houdende evenwel de zelffte grens-
palen derSincfen, met
dennaernder
Katayers gedacht. En fchryven deze
Kata of Katay, welk zy van de Tarters
ontleent hebben:
waer van by andere
Chata en Chatay gefmeed iS.

Uit het geen voorzeit is, kan ie-
mant
uit geen loflê gifling befluiten,
dat gelijk allereerft de naem der Ka-
tayers , ten tijde van Alexander, on-
der d\'Oofterfche Scythifche
volken
gehoort is, alzoo ook de zelffte vol-
ken dien t\'effens met
den naemxelr
der Tarters, tot kennis der Arabieren,
Perfianen en andere tongen, op nie«
weer
gebraght hebben. Dit droegn

zich te dien tijde toe, na dat dei

eoilers, welker grootfte

met een byzonderin en eigen naem

Tatär en tatar (doorgaens t artars;

genoemt wierdt, te weten descy

-ocr page 642-

then, gelegen ten 2uide en oofte bui-
ten den bergh
Ima, aide andereScy-
tifche volken, inzonderheit d\' oofter-
hngen, onder den Veltheer
Amochtan
Chan t\' ondergebracht hadden. Dees,
na het vaft ftellen zijner heerfchap-
pye , nam eenen nieuwen naem van
Chingiz , en d\'eerfte den toenaem
yan Groten Cham aen , ontrent des
jaers twalef hondert veertien.

De Jefuit Niklaes Trigaut, meer
voornoemt, bekrachtigt ook dit zelf-
de gevoelen, te weten di^XKatay geen
ander geweft dan
Sina is, in de vol-
gendewoorden.

Door de komfie van d onzen in de ko-
ninglijke hooftfiadtVékmg, is ten lefie

zekerlijk lekent geworden , welk zy
reeds langgevoelt hadden , namelijk dat
dit het zelßie rijk is , welk ly eenige
fchryvers groot ¥^2it2ij genoemt wort, en
\'^ejefiadt
Peking, des geenen hoffiadt,
dienzy den grooten Can noemen, die he-
den \' Koning der Sine jen is. Op dat zulx
niemant ongeloofelijk j^chijne , vang ik
aen dit te he wijzen :

Wyders, het eerfieaenwijs, waer door
ivy voor lang tot vermoeden van deze
zaek gekomen zijn, is hier uitgenomen,
wijl deze zeiffte fchryvers, die van dit
wijtfirekkend rijk
Katay, en van ande-
re Lantfchappen der Sinefen gefchreven
hehhen , hevefiigen dat het na dezen
{>ort des aerthodems, neven de Koning-
rijken van Perfien, ten oofie, gelegen is,
{wel te verftaen , ik firekke Perfien
nu hreder uit, als het geen , welk nu
met den naem van Perfien hekent is:
rvant ik hegrijp daer onder al die wijd-
firekkende gewefien , welke in Afie tot
aen de grens-palen van
Sina de Perfi-
ßhe tale fpreken)
en ten Zuide van de
Tartaren gezien wort. En naerdien wy
tn het Koningrijk van
Sina door vlijtig
na vorfchen mets van een wijdfirekkend
Koningrijk hoorden, docht ons onmoghe-
hijk te zijn, dat een zaek van zoo groot
helang ganfchelijk hy de gehuurrijken
zouonhekent zijn, en uithet aller gr oot-
Jte rijk geen geheugems van oorlogh of
koophandel Jedert zoo vele eeuwen ge-
-monden wordt. Van dit zeljfte
Katay,
\'tonden wy gefchreven, dat het door den

^\'\'^Chiam, andersYsX-^ng,vanhet
"ojte na \'t wefie doorlopen wort. Wijders

u

■4m

Chiam betekent in de Sineefche tale den
allergrootfien firoom : want d andere
ftromen worden
Ho genoemt. Wy ver-
moeden , dat deze de firoom is, dien wy
den zone der zee noemen: want noch ten
huidigen dage wort hy
Janfiichian ge-
noemt. Wy lazen daer en hoven,
dat in
het zelve na\'/ zuide negen Koningrijken,
en na ^t noorde zes gevonden worden ;
welk volkomentlijkmet de vijftien Lant-
fchappen des Sineefchen Koningrijks niet
alleen in getale ; maer ook in \'er daet
zelve over een komen. Want ieder de-
zer Landfchappen is ook een wijdfirek-
kend Koningrijk : zeker is \'tdat eeni-
ge groter zijn, dan geheel Italien. Ten
zuide zijn ook negen van de vijftien ge-
legen , namelijk, beneden
den te voore
genaemden firoom. Na ^t Noorden leg-
gen hoven den
zelven firoom de zes ove-
rige.

Noch klaer der aenwijs hehhen wy uit
zekeren perfoon van aenzien hekomen.

Het is ontrent geleden veertigh jaren,
{teweten van het jaer duizent zes hon-
dert en acht , in het welk wy fchry-
ven) Jeder t uit Arabien twee Turken of
Mahometanen altoos na
Peking geko-
men waeren. Deze braghten over lant
na den Koning van
Sina eenen Leeu; van-
welk dier de Sinefen wel gehoort had-
den , maer dat zeer zelden gezien. Zeer
beleefdelijk wier den deze by den Koning
onthaelt, en met zeker Majefiraetfchap,
befchonken , boven \'s Konings wedde,
welk ook op de zonen en op het ganfch ge-
fiacht over erfde.

T>it gefchiede, om de Leeu, zoo lang
hy leefde, ga te fiaen, en niet weer na.
hun väderlant te keren, uit vreze van
nieuwigheden tegen het rijk van
Sina te
brouwen. Ter zelffier tijdt, wanneer
donzen
Peking waeren gekomen,
waerenze noch heide by den lijve. Na
hen zond Vader Rik eenen van onze
broederen, om iet dezer dingen uit hen
te vorfchen: ja, keerden donzen , dat
meer is, met den eenen in dit hof te ruch.
Vader Mattijs Rick quam dikwils met
hen in montgemeinfchap: uit de welke
menklaerlijk verfiont, dat het Koning-
rijk,waer in zy toen leefden,het groot
Ka-
tay
was, en defiadt zelve Kambalu ge-
noemt wort. Nochte zy twijfelden daer
over ook het minfie niet, ofverhaelden op
C wegh

-ocr page 643-

wegh een ander^-miy gevonden of ge-
hoort te hehhen. Het zelftfle is ook meer
als eens hy d\'onzen mt anderen gehoort,
die uit Perßen gekomen waeren, zonder
ooit daer in te veranderen.

Ja, dat meer is, hehhen ook aen de
Sinefen zelfs bevonden , wann.eer d on-
zen daer van te praet quamen, dat ook
de naem van hen ter ooren zy ge-

komen. En fchoon het Koningrijk van Si-
na
hy uitheemfche luiden ojdusgenoemt
wort, zoo is evenwel-geenzms te twijfe-
len, Ofd\'oorfprong desnaemsis eenfdeels
uit de Sineefche,eenfdeels uitTarterfche
tale te famen gefmeet. Want zo dikwils de
Sinefen in degejchreve hoeken deT%rters
noemen,zegden zy
Lu, en het Noor der ge-
weft
Pa, en niet alleen Pe. Maer Cam is
ly de Tarters
zoo veel gezeit als groot.
En wijl ten
zelven tijde,in den welken de
Tarters
zich ten rijke van Sina ingedron-
gen hehhen, de Tarterfche Koning ziinen
zetel inV oking geplant had, heeft dees
hierom dezelve ^Sim^\'Asxgenoemt-, hoe-
welze namaels, gelijk hy verfcheide vol-
ken de letter V in^ verandert wordt,
Cambalu u beginnen genoemt te wor-
den: niettegenjlaende de Sinefen, die
hyna de B ontberen , ook noch heden
Cambalu ze^en.

Hier uitbUjkt duidelijk, dat Markus
Paulus de Venetiaender ten dien tijde in
dat rijk door gehoort is, wanneer de TEr-
ters over de Sinefen heerfchten, en mif-
fchien met de Tarters zelf derwaert door
gedrongen zy. Door dejfelfs gefchriften is
het Koningrijk van
Sina onder dien naem
in Europe hekent geworden, dien de Tar-
ters gebruikten; te weten, die het
Katay,
en de rijxftadt Cambalu noemen.

En zoo miftchien iemant zou wil te-

fenwerpen: dat deg rens-palen van M.ar-
us Paulus hre der uitge breit wor den,als
heden die van de Sinefen uitgeftrekt
legden. Dit, fchoon waer zy, dewijl ik
noch noit onderzocht heb , zoo kan wel
zijn,dat zy degehuur-geweften der Tar-
ters , een weinigh meer na \'t Noor de,met
dien algemeinen naem genaemthehhen.

Nu ter tijdt, evenwel, is geen geweft
huiten de Sineefche muur te vinden,
welkY^difSiy genoemt wort.

D\' onzen, afgezonden des jaers
Dellien hondert vijf en vijftig, in ge-
zantfchap naer de Keizerlijke hooft-
ftadt van
Peking in Sina , aen den
Cham, Keizer van
enooft-Tar-
tarije, hebben van daer het zelffte be-
recht over
Sina en Katay, met de vol-
gende woorden gedaen.

Wy zijn heden gekomen aen de
hooftftadt van
Sina, daer de Keizer
der Tarters tegenwoordigh zijn ver-
blijf geveftigt heeft. . Alhier is het
ware
Kamhalu des Koningrijks van Ka-
tay ,
welk de Kompanjie vruchteloos
twee male gezocht heeft. De Mo-
ren en Moskoviters , die alhier ten
koophandelkomen, noemen dezelve
Cambalu. Dan \'tgeen allermeeft dit
zeggen bekrachtigt, is dat effen vijf
mijlen boven
Peking , op d\'andere
zijde van deze hoge bergen, die
\'sina
en Tartarije fcheiden , tuffchen de
welke de grote muur gefticht is, gene
andere volken wonen , dan Wefter
Tarters , gemenelijk genaemt
Sauw,
dat \'s gezeit, vuil en morffich : en ver-
der een ander ftam der Tarters , ge-
heeten
Jupitas of Zutatten , welker
lant ftrekt tot aen de binnen of
Noordzee. Zeer arm zijn deze Tar-
ters, gekleet met vellen van viftchen.
en hebben niet te verkopen dan peer-
den, fabels , bevers en andere pelte-
ryen. De befchryving des Lantfchaps

van komt niet over een met het

geen men uit het verhael van hunne
landen heeft. Hetis gelegen ten
oofte
en Noord-oofte van Sina: zijn ge-
buurvolkcn van het
hangend eilant
Coree en de lantftreke Leauwnt. Hun
lant ftrekt na \'t noorde tot aen de vijf-
tigh graden, alwaer het paelt
aen de
zee, en aen het lant van
Efo oïjefo^
waer van het grootfte gedeelte ook
onder den Keixer van Sina ftaet. P^^^

verre van Katay.

De voor-gedachte Keizer Tu heelt
ooknaerftehjk ga geftagen,
onder de
heerfchappye van welk hemclfchg^"
fternte of ftcr-koppel ieder lant, ja ie-
der lantftreke
en ftadt des Keizerrijks
gelegen ware.
Deffelfs oordeel in dit

ftuk is noch heden by de Sinefen m
wezen, en wort de verdeilmg

^^"wyXs, de Sinefen hebben a^^^^^

cn twintig fter-koppelen, die men \\vü
dat oulinx met
onze acht en twintig^

-ocr page 644-

huizen der mane over een koming
phad hebben : want ieder fterkoppei
beflaet aen den hemel zekere graden,
Hocwel ongelijkelijk,in dier wijze, dat
zy te gelijk den gehelen kring van
drie hondert zeftig graden vervul-
len; niet tegenftaende de gehele kring
% de Sinefen in drie hondert vijf en
zeftigh graden cn vijf en twintig min-
derhngen of minuten verdeilt wort,
te weten, na den jaerlixen loop der
Zonne.

Al deze ftcrkoppelcn worden ge-
zeit onder d\'invloeying der dwael-
teren te ftaen. j

Wijl in\'tvcrvolgh dikwils ftaet aen |
te roeren, onder welk ftcr-koppel ie- !
aer lantftreke of ftadt geftelt is, zal
\'tnodigh zijn hier denamen en leng-
ten der acht en twintig Sineefche ftcr-
koppelcn, t\'cftèns met de tekenen der
dwael-fterren te laten volgen.

Deze lengten, \'tgeen aen te mer-
ken ftaet, zijn hier geftelt na de ver-
beterde lengten van het jaer zeftien
hondert acht en twintig : in welk jaer
de tijdtrekcning der verbetering van
de Sineefche
Almanak vaft geftelt is:
vvijl dit het eerfte jaer van Keizer
Zungchin was , die den Roomfchen
Jefuieten het verbeteren des Sinee-
fchen Almanak aen-bcval : en is ook
in dit jaer volhraght.

Na \'t verhandelen ten deele van
\'t geen het Keizerrijk van
Sina in \'t al-
gemein betreft, zal ik vervolgens,
welk ieder der vijftien Landfchappen
in \'t byzonder raekt, ten toon ftei-
len , en met dat van
Peking beginnen.

[ Name». }

Lengte.

Graden.

Tekenë. 1

IKio

.39-I

18.

39.

1

|Kang

1,.

2

209.

14. 1

1

29.

14.

Ti

219..

i

54-i

9-

54-

\'»Hj

Fang

©

237.

48;

27.

48.

VH. j

Sin

242.

34-

2.

34-

Vi

—

250-

7

43.

20. 7.
25- 43-

Teu

275--

5-

3-

Nieu

298.

54-5

28.

54.

Nin

ts

306.

.35-

i 6.

35-

AW
A-W

Hiu

©

318.

14.

ii8.

14.

\\

Guei

d

328.

13.

|28.

13

AW
AW

Xe

&

346.

20.

|i8.

20.

Pi

4.

i.

i

i.

T

Quel

15-

32.

:i5-

32.

Y

Leu

28.

46. 26.

Y

Guei

41-

46.

III.

46,

Mao

©

53-

37.-23.

37-

Pie

d

.63.

16.

1

16.

n

Sang

cf

77.

14.

i

\\17.

14.

n

Cu

78.

35-

35-

n

Cing

90. 8.

i 0.

8.

2B

Qiiei

120.

33-

0.

33^

a

Lieu

1)

125.

9-

5-

9

SI

Sing

©

142.

9-

22.

9

a

Chang

c

150.

32.

1

32.

m

Ye

&

168.

36.

ii8.
I _

36.

nn

Chiu

\'"36.

i 5-

36.

Öêit eerfie Landfchap Peking o/Pecheli.

,N waerdigheit, door\'sKci-
g zers tegenwoordighcit, ver-
I blyf en hof, is het Lantlbhap
y^n Peking ditidttsPakingen
Pecheli,
het eerfte: cn verdient hierom
ookd\' eerfte plaets.

Het heeft zijnen naem vande Kei-
zerlijke hooft enhof-ftadt Pekinzhc-
konien, welk Noorder hof betekent;
tot ondcrfchcit van
Nanking ofzuider
\' Want King bediethof, cn ;v^;?zui-
gelijk
Pe of Pa Noorder.

Het begint, ten zuide, op de Noor- Geiese»^-
der brete van zes en dertigh graden,
vier minuten , en eindigt ten
Noor-
de , met degrotemuur, op eenen
veertig graden een minut, een ftreke
van ruim fchaers vijf enzeftig mijlen:
ieder graet gerekent op vijftien Duit-
fche mijlen. Deftèlfs grootfte lengte,
van \'toofte na \'twefte, wort
geftelt
op ontrent zes graden cn twee minu-
ten , een ftreke van
over de tnegentig
mijlen.

^ 2 Ten

-ocr page 645-

Ten oofte heeft dit Lantfchap tot
grens-palen den zee - boefem Cang,
of Canghai, tuftchen het hangend ei-
lant
Korea of Koree en Sina gelegen:
ten Noord - oofte de lantftreke van
Le\'äotung : ten Noorde de grote muur
cn een gedeelte van oud Tartarij e, ge-
legen tuftchen de woefte wildernis of
zandige velden van
Samo : grenftten
wefte aen het Landfchap van
Xanfi,
door middel van een geduurige ry
van bergen,
Heng geheten: ten zuid-
wefte aen den gelen ftroom , die tuf-
fchen dit Landfchap en dat van
Ho-
nan
uit het Landfchap van Xenfikomt
ftorten : ten Zuide en Zuid-oofte
aen het Landtfchap van
Xantung,
met den ftroom Guei tuftchen beide.

Het geheel Landfchap vertoont in
zijnen omtrek byna de gedaente van
eenen
rechtzijdigen driehoek.

Oulinx had dit Landfchap aen ver-
fcheide oorden verfcheide namen : is
by wijle
Jeu en Ki genoemt.

Het geheel Landfchap van Peking
is verdeilt in acht kleine Landfchap-
pen of landftreken,
Fu met een alge-
meinen naem In\'tSineefch geheten,
als daer zijn, met byzondere namen,
Pekingfu, of Xuntienfu, Paotingfu, Ho-
kienfu, Chintingfu, Xuntefu, Tamingfu,
Junpingfu:
ieder zoo groot als een ge-
mein Landfchap in Europe,en meteen
zeker getal van fteden onder haer.

Van deze letter greep Fu, (welk ei-
gentlijk een klein Landfchap of lant-
ftreke of grote ftadt by de Sinefen be-
tekent) gevoegt by andere namen,
hebben de Sinefen verfcheide namen
van ieder lantftreke in \'t byzonder ge-
fmeet; defgelijx van d\' opperftecfen
van iedei: lantftreke : want deze let-
ter-greep
Fu is aen beide, te weten,
aen ieder lantftreke en aen ieder op-
perftadt van ieder lantftreke eigen;
hoewel gemenelijk kortheits halve
uitgelaten. En voert d\'opperftadt der
gehele lantftreke met dezelve geme-
nelijk een zelven name, ter oorzake
d\' oppergebieder der lantftreke in de-
zelve zijn verblijf heeft. Van gelijken
wort de beftierder der lantftreke en
deftèjfs hof, alleens, gelijk de gehele
lantftreke, genoemt.

Dc lantftreke Peking of Xuntienfu,

Grens-
palen.

Getal der
Lmdftre-
kert.

Trigaut.
Iii. 4.

de noorderlijkfte des gehelen lant-
fchaps , paelt ten
Noord-oofte cn oo-
fte aen de lantftreke
Jungpingfu , en
meer na \'t zuide aen denzecboefem
Xanghai oïCang:tQn zuide aen Hokien-
fu,
ten wefte aen Paotingfu, ten noord-
wefte aen de lantftreke der fteden
Yenking , Jungning , en Paogan: ten
Noorde aen liet geweft, tuftchen de
grote muur en deze lantftreke. ^^f^U«

Deze lantftreke begrijpt zes cn
twintig fteden, als
Peking oiXuntien,
Xuny, Changping, Leanghiang, Mieyun,
Hoaijo, Kuganjungcing, Tmgan, Hian-
gho, Tung, Sanho, Vucing, Paoti, Cho,
Fangxan, Pa, Vengan, Taching, Paoting,

Ki,Jotien,Fungjung,Cunhoa,Pingko,Que\'-

Onder deze zijn Tung, Cho, Pa en
Ki grote fteden,C/^É-^^ geheten; maer al
d\'andrekleine worden
ifi^» genaemt.
Waer onder d\'eerfte,niet alleen
d\' opperftadt van de gehele
lantftreke
is ; maer ook de hooft , rijxenhof
ftadt des ganfchen Keizerrijks en
Landfchaps.

Onder verfcheide ftammen van Kei-
zeren heeft deze landftreke en ftadt
verfcheide namen gevoert,volgens
de
wijze, by de Sinefen gebruikelijk:
want by opftaen van een nieuwen
heerfchende ftam , verandert niet al-
leen het geheel Keizerrijk,
maer ook
de meefte landftreken en fteden van
name, na welgevallen van den
eerften
Keizer des nieuwen ftams.

De ftammen, die by erftèlijke ftoel- ^^ ^ ^^
voeging, vooren na de geboorte des
Heilands, over
Sina, door ranken van r\'»\'
verfcheide Keizeren, geheerfchtheb-
ben , worden ten getale van elf getelt:
als de ftam
Hia, Xang, Cheu, Cin, Han,
Cijn, Tang, Sung
, de Tarterfche ftam
Juen, Taiming, en eindelijk dc tegen-
woordige Tarterfche ftam
Taifing, die
heden de beftiering over
Sina heeft.

Onder Keizer Tu, d\' oprechter van
den allereerften ftam
Hia, na het ge-
heel
Keizerrijk in negen Landfchap-
pen verdeilt te hebben , ftont deze
antftreke onder het Landfchap van
Ki, en onder degefternten van ƒ/ en
Ki: onder den ftam Cheu wiert dezel-
ve
Jeu genoemt: onder Cijn, Fmjang:
onder Sung, Jeuxan. DeüamTaim/ngr
na het verjagen der Tarters uit den nj-

iHt\'»

SI0\'

-ocr page 646-

ke van gaf haer den naem van
I\'ehng en Xuntien : welke beide na-
«len zy noch heden onder de tegen-
woordige Tarters behouden heeft.
Nuntien is gezeit , den Hemelgehoor-
^^em: Peking,NoordcrHof;
gdijk
, Zuider Hof: alzoo ae-

^oemt nahetHofenzeteiderKeize-
^en, welk in de hooftftadt dezer lant-
Itreke gehouden wort : want P^be-
«letNoorder, eniCi^^^hof.

De hooftftadt Xuntien of Peking
(want met een en den zelven
«aeni wort de landftreke en hooft-
"adt van ieder lantftreke genoemt) is
gelegen op de Noorder brete van ne-
pn en dertigh graden negen en vijf-
^^gn minuten: wantzy leit, volgens
«epeihngvan Martifn, niet boven de
h^h \'^^^\'\'"gfte graet.
^ Cl ^^^^ ftadt,\'tgeen merkwaerdish is,
vviert voorhene by de
Tarters han-
genoemt : waer van Markus
-10. Paulus, de Venetiaender,
Kamlalu ge-
Imeet heeft,
chan Balak,oi zoo Paulus
^it,
Kamhalu, betekent ftadt des
teeren: te weten in dc tale der
Mo-
gollers of oude Tarters,,die ontrent
desjaers twalef hondert en tien , over
Sina heerfchten ; want Chan oicham
bediet by de Mogollers of oude Tar-
ters, Keizer en Vorft ;
m^ttBalu, of
zoo eigentlijk d\'oofterhngen recht
fpreken
Balak, welk afgeleit wort uit

betwoortderzelfftetale Balakfun, is
ftadtgezcit.

, Keizer Tai^ung , die ontrent des
jaers duizent vier hondert en
vier re-
geerde , heeft de ftadt Peking aller-
meeft doen verderen en op^heme-
len : wijl hy d\'eerfte uit den Keizer-
lijken gedachte van
Taiming was,
die den rijxftod uit de ftadt
kmg, het oude hof derKeizcren, na
die van
Pekmg heeft overgebraght,
om des te hchter dc pogLen%n
aenflagen der
1 arters, door zijnen
groot vader uit
Sina verdreven, van

De muuren of wallen der ftadt, vol-
gens Martijn , zijn
door den zelven
^eizer
m \'tvierkant gefticht: groot

Snl n h of Since-

nl w = gefterkt op verfcheide

F^acticn met weerbare wachttorens.

cn omringt rontom met een diepe
gracht. Depoorten zijn twalef

Zoo Trigaut getuigt, Idc deftadt
Peking aen de zuid-zijde omringt met
hooge en fterke muuren, uitgeftrekt
tot zulk een brete, dat gemakkelijk
twalef pcerden op dezelve neven el-
kander zonder raken können lopen.
Zy beftaen uit ticch el of gebakke fte-
nen, hoewel het ganfch gevaerte der
muuren onder op grote kei-fteenen
komt te ruften. Het midden der muu-
re , tuflchen beide in, is aengevult ,in
^lacts van gebakken
ftccn, met toe-
bereide aerde. In hooghte overtref
fenze niet weinig de muuren der fte-
den in Europe. Acn de Noortzijde is
de ftadt flechts met een enkele muur
omringt.

Volgens berecht der onzen , als
oogh-tuigcn, leit Pd-i-/«^ op de Noor-
der brete van veertigh graden, en is
becingelt met een dubbelde muur. De
binnenfte is zeer hoog, groot in den
omtrek twee mijlen en een halve, en
gefterkt met bolwerk op bolwerk,
naulix een fteen-werp van elkandre.

Dc buiten ftadt heeft flechts geme-
ne veften, en haere poorte ter weder
zijde met drie bolwerken gefterkt.
Langs de muuren van de voorftadt
fchiet noord-waert een lopend water,
welk overflagen is met een brugh, en
voor een gracht verftrekt. Gckomers
door de Zuider poorte der buiten
ftadt, heeftmen een halve uure gaens
van node, eermen aen dc binnen ftadt
komt. Aldaer leit een dwinger of ba-
tery van ongemene hooghte. Een
weinigh ter zijde omgetreden, krijght
men een rondeel, alwaer tweefteen-
ftukken ftacn.Daer na komtmen door
d\'oudc lefte poorrein de binncn-ftad.

Dc grote ftadt Peking, (zoo de brie-
ven van Adam Schal getuigen) waer
het hof is , leit recht tegen \'t Zuide,
en wort met een vierkante muur om-
ringt. Ieder zijde
der m uure heeft dc
lengte van vier en twintigh Sineefche
ftadien , zeventien ftadien gerekent
op een Duitfche mijle.

De drie zijden der muure, tegen
\'tnoorde, oofte en wefte, hebben ie-
der twee poorten : buiten de welke
zeer wijtftrekkende voorfteden leg-
^ l gen,

-ocr page 647-

gen, maer dc zijde, tegen \'t Zuide na
de
voorftadt, drie. De muuren zijn
gefterkt met vierkante torens , ten
getale in alles van drie hondert ze-
ftig : tuflchen welke , op ieder twee
ftadien , een breder te leggen komt,
die lichtelijk, met het aen-m aken van
een driehoekige punt, in vorm van
een bolwerk te veranderen waeren.

De muur is vijftigh ellebogen
hoogh : van buiten en binnen met
gebakken fteen opgehaelt ; maer tuf-
fchcn beide met dicht ingeftampte
aerde
aengcvult. Zy heeft de dikte
van vier en twintigh èllebógen ; zulx

Stratm.

Trigaut.

en weer konnen rennen , en krijgs-
knechten gevoeghelijk in flagli-orde
geftelt worden.
Binnen dit perk be-
vinden zich al de Tarters: na d\' ande-
re ftadt ,
welke voorhene op vele
plaetfen woeft lagh, is het graeu der
Sinefen gcjaeght, die dezelve nu o-
vcral bewoonbaer gemaekt hebben.
In lengte , van \'t Oofte ïna \'t Wefte,
overtreft deze de Zuitzijde van d\'eer-
fte ftadt vier Sineefche ftadien ; maer
in de brete, na\'t Zuide geftrekt, def
felfs helft nicf.is mede met muuren en
toren voorzien; hoewel een weinigh
lager. Dus verre Seal.

Zeer weinigh wegen,in Peking, zijn
met khnkers of keiftenen geplaveit:
w^aer door des zomers en \'s winters
het gaen overftraetzeer bekommer-
lijk is: want\'swinters, byregentijt,
wordende voetgangers doordeflijk,
cn \'s zomers door het opftuiven des
ftofs even flim gequelt en geplaeght.
Eertijts waeren de wegen met fte-
nen beftraet; maer aengezien dezel-
ve den Sinefen \'s winters onmakkelijk
vielen, ter oorzake van de glatte, ont-
ftaen door den vorft, wierden zy met
twee of drievoet aerde aengehooght:
zulx d\'ingangen der huizen heden
\'s daeghs zoo laegh beneden de we-
gen zijn, als voorhene daer boven.

De grote drooghte of het zelden
regenen in dit Landfchap maekt
d\' aerde tot ftof: waer toe niet wei-
nigh helpt haere zalpeterachtigege-
fteltenis cn Bchtigheit. Deze ftof
Wort door de minfte wint, inzonder-
heit de noorde, opgejaeght, vervult
de ganfche lucht, cn
vÜcghtdoorde
gehele Stadt, zelfs in aUe hoeken van
de huizen, en bemorft en begruift al-
les : tot groot nadeel der oogen.

Dit opftuiven des ftofs is inzonder-
heit een fchrikkelijke plage voord\' ar-
me luiden , die aldaer niet wemigu
langs de ftraten zwerven en hun da-
ghelix broot met paerdc-werk zoe-
ken.

Dan om een middel uit te vinden,
tot voorkoming van dit
ongemak,
hebben die van Peking een maniere
ingevoert, nergens door geheel Sinci-^
gebruikelijk, dan in dit
Landfchap:

op deze vlakte ruiters te paerde heen te weten, niemant, van wat ftaet hy

zy, gebruikt te voet of te paert dc
ftraet zonder fluier of dekkleet, welk
van den top des hoofts over \'taen-
zicht tot op de borft neerhangt-

dekkleetds dun geweven doek, g^p
lamfer, welk door zijne dunhcithet
doorzien niet belet ; maer Wcl het
doorftuiven des ftofs.

Noch een ander gerijf is by dit dek-
kleet in dezelve Stadt : tc weten, dat
niemant behoeft bekent te worden,
\'t en zy wanneer hy wil: waer door ie-
mant van ontallijke begroetingen,(ge-
lijk by de Sinefen gebruikelijk zijn,)
ontflagen blijft, en met een toeftel, na
eens ieders welgevallen , de mocie-
lijkheit te vore komt,
en d\'onkoften
ontgact: want wijl het weinigh aen-
zien heeft by
de Sinefen in de fteden

te paert te rij den, en vry koftelijk valt
op eenen draegh-zetel gevoert te
worden , zoo magh
iemant zonder
opfpraek met geringen toeftel ver-
fchijnen.

Nergens byna door geheel Sina is
meer gebruikelijk, dan in
Peking, uit
dwang van flijk cn ftof,te paert of ook
op andere vrachtbeeften te zitten.

Over al door de gehele Stadt
vindmen die op de
kruisrwegen,
aen de Stadts-poorten, op fluizen
en bruggen, daer veel gang over
is, gereet te huur ftaen , ten dien-
fte van d\' opzirters , voor een gene-
gen prijs den ganfchen dagh- D^or
d\' ongeloofelijke menighte van men-
fchen op de ftraten ,
leiden veeltij ts

dc drijvers het draegh-vec of peerden

by den toom , en maken ruimbacn.

\' Zeer

-ocr page 648-

, Zeer kundigh zijn deze dry vers in de
Wegen cn is byna geen onder de gro-
I ten, of kennen dcM£s huizen. Öok
I is er een boekje te koop, waer in al dc
namen van de ftegen en ftraten der
^tadt ftaen uitgcdrkt.

Het opftuiven des ftofs te Peking
"^ordt ook des zomers by drooghte,
ï^iet het opfmijten van andere aerde,
op de ftraten belet: ja ook, om des re
minder op tc vloiegen, methet gcfta-
digh opgieten van water, necrgehou-

mTekt^" ^^ ^^ ^^^

Men vint aldaer niet alleen Peer-
den ; maer ook dracgh-zctclscn dra-
gers, die de begroeters der Majeftra-
ten en andere voorname mannen ten
aienfte ftaen : dan eyfchen meerder
ioon , als in
Nanking of op andere
ilfK,^ Plaetfen in S/na.

. ^^ dQ hooft-ftadt van Peking fchier
uit alle hoeken des Keizerrijks het
grootfte gedeelte der Sinefen : al dc
^eltraten en Landvoogden , en die
^nder de Geletterden willen inge-
schreven worden , hebben aldaer uit
geheel te verfchijnen : want aen
deze Stadt, gelijk acn het hooft des
^ijks,hangt dc ganfche beftiering. Der-
jvaert ftorten al de rijkdomcn des
Keizerrijks, en worden van allerwe-
gen de koopwaeren daer na toe ge-
voert: waer door aldaer een ongeloo-
lehjke valheid aller dingen is: eSgeen
minder meenigte van menfchen. Al
Wat tot \'s menfchen nootdruft cn wel-
luft kan dienen, is aldaer te bekomen,
^eel duizent\'sKeizcrs fchepen, om
Voorby te gaen d\' ontallijke fchepen
van d\'ondcrdanen, ftovcn nergens an-
<iers in, dan met allerlei bedenkelijke
weiluften en vermaken na \'s Keizers
01
te vervoeren : want door kloeken
arbeid en fchranderheid der Sinefen,
^eehnien byna door geheel
SinahQ-
aerbare ftroomen of gegrave grach-
\' langs groot en klein vaer-

T^i\' ^vel uit dezuider als noor-
^er Landtfchappen tot in \'s Keizers
hofopvacrt. Gewiftèlijk een won-

mtv\' ^\'^»^\'iere wereit; ge-

Jaektjenfdcels door de natuur,eens-

den menfchen han-

• en bevaerbaer verordent tot

eenige hondert mijlen : in dier wijze,
dat al de fchepen eindelijk in de ver-
maerde zee-koop-ftadt te za-
men komen , en tan daer na
Peking
op-varen. Al wat dierbaer of künftig
gemaekt, in het geheel
Sina te vinden
is, word jaerlix met groote onkofte
in overvloed na
Peking aen den Kei-
zer overgezonden. Waerom deze
Stadt (hoewel anders op een barren
grond gelegen) dc hoorn van over-
vloed aller dingen magh genaemt
worden, en is : en voort word ook
waer dit gemeen fpreek-woord : dat
niets inVckinggroeit, en evenwelniets
aldaer ontbreekt.

Wijders , deze Stadt pronkt met
veele prachtige Paleizen of Hoven,
de verblijf-plaetfen der Majeftraten
en Raedsheeren aen \'s Keizers Hof.
Zijn alle ruim van binnen, gefticht
doorgaends met meerder gemakken,
en koftelijker, dan d\'onzen hier te
lande. Boven al munt \'s Keizers Pa-
leys of Hof uit, zoo wel in groote, als
in allerlei vonden van cieraet.

HetPaleys des Keizers , gelegen
aen de noord zijde der
Stadt, gaet al-
len toeftcl van onze hierlandfche gc-
bouwen te boven, zoo wel in groote,
als in uitftekende cieraedjen.

Het heeft twalef Sineefche ftadien
(gerekent zeventien Sineefche fta-
dien op
een mijle) in den omtrek: vier
poorten , die na de vier hoeken des
j werelts uitzicht hebben : onder deze
is de zuider het meefte in gebruik.
Is omringt met drie
zeer hoge en fter-
ke muuren. Tuftchen de twee eerfte
en buitenftc muuren bevinden zich
\'s Keizers lijfwachten en gelubdcn:
en hebben tot
de zelve de groote
Mandarijns, of Rijx-raden toegang,
om hunne dingen aldaer te verrech-
ten. Binnen de laefte muure, die veel
grooter ruimte, dan de twee andere
beftaet, en de kamers, tuinen, bof-
fchen en meiren bevangt, heeft de
Keizer zijn verblijf
Binnen deze mag
niemant komen, dan gelubdcn en
vrouwen,
die den Keizer in alles ten
dienfte ftaen: ieder in zijn ampt. Men
zeit de
vrouwen ten getale van vijf
duizent beloopen : waer over dit Pa-
leys, fchoon ftechts
een eenig Paleys

genoemt.

-ocr page 649-

Befchrving des Keizerrijks
nochtans vele Paleizen armen om vademt worden: daer eeni-

ren

vijftien en twintigh ellebogen
hoogh zijn. Zy ftaen alle lootrecht
met grote naerftigheit opgerecht. De
vloer is met dikke delen beleit: rijft
ontrent drie ellebogen boven d\' aer-
de : is zeer vaft en ftevigh.

In het zeiffte Paleis is een merkt-
velt, welk
genoechzameruimte voor
duizent menfchen heeft. De poorten
worden t\'effens door vijf duizent
man bewaekt, beneven vijf olifanten,
uit het lantfchap van
junnhn gebraght.

Het Paleis, volgens Adam Schal, is
omringt met drie muuren : binnen
den omtrek van d\'eerfte zijn bof-
fchaedjen, meiren , renbanen, ja ook
bergen, daer herten , hazen en reen
lopen. De tweede verfchilt in grote
en geftalte van de muuren der iW\'t
niet; maer oyertreft in kunft en eie-
raet. De derde omringt het Paleis of
vertrek des Keizers, en is geheel over
vermiljoen root geverft.

Na d\' eerfte poorte des hofs volght
een andere,welke drie ingangen heeft,
onder driei ftene bogen : der welker
middenfte zelden geopent wort, dan
In het binnenfte vertrek pralen vele! voor \'sKeizers komfte, of op den

marmere geweiffeien , voorge^

liften,

eerften dagh van \'t jaer, of op eenige»
anderen voornamen hooghtijdt.

Binnen d\' eerfte muur des hof heb-
ben de wiskunftenaers, hoewel alle
gelubden, eenen bank : uit geen an-
dere oorzake opgerecht, dan om
\'s hemels loop ga te flaen , en aen-
ftonts den Keizer te
verkundigen.

Volgens \'t geen d\' onzen in Peking
aengemerkt hebben , is\'sKeizers Pa-
leis recht vierkant, gelegen binnen
de twede muure der ftadt, groot i»
begrip twalef
Ly of drie vierendeel
uurs. Het heeft vier poorten, gelegen
na de vier hoeken der werelt, wert
kruiswijze doorfneden, en is op ver-
fcheide plaetfen ordentlijk
verdeelt.
De muur is van rode ticchelen, hoogh
over de vijftien voeten , en gedekt
metgele pannen.

Door de zuider-poorte, de voor-
naemfte ingang, komtmen
in\'t voor-
hof, op een geplaveiden
kruis-wegn
van vier hondert treden.
Aldaer is een

ondiepe gracht, bewofl^en over al he-
ne met groen, en over dezelve, na de

gevels,

galderyen,pilaren en beelteniflen,met
grote fchranderheit van kunft door-
wrocht. Al het panwerk blinkt met
\'sKeizers kleure, dat \'s gele; zulx het
van verre gout in\'t oog fchijnt te zijn.
Inzonderheit als de zonne recht daer
tegen aen fchijnt.

Al het houtwerk is of verguit of
met zekere gom of lak beftreken,
welke de Sinefen
Cie noemen, en zeer
by hen , in het beftrijken van aüerlei
houtwerk, in gebruik is. En zet deze
Cie het houtwerk een zulken helde-
ren glans en luifter by, dat geen gefte-
pen marmer fterker glimmen noch
blinken kan. Al de gebouwen, hoe-
wel zeer hoogh, hebben evenwel
geen meerder verdiepingen of zolde-
ringen , dan die van hier te lande: zijn
gefticht op dikke en ronde pilaren:
die in alle delen gelijk cneven groot
zijn: waer in, zoo dc Sinefen willen,
geluk beftaet. Een wonder, van waer
Zooveel en zulke grote pilaren ko-
men : want ieder kan naulix met twee

genoemt.
in
\'erdaet bevangt: alle in behoorlij-
ke en nette evengelijkmatigheit bou-
kunftigh verordent.

Het eerfte en voornaemfte gebou
is des Keizers, der eerfte Keizerin, en
jonger Prinfen : het tweede van d\'ou-
de Keizerin, \'s Keizers moeder. Ee-
nen iegelijk van \'s Keizers kinderen,
getreden uit d\'eerfte kincfche jaren,
wort een Paleis tot verblijf-plaets ge-
geven : de overige Keizerinnen of vier
voornaemfte byzitten hebben ieder
een byzonder hof, gelegen tegen o-
ver de vier hooftwinden.

Een ander gebou is\'er voor d\' oude
mannen, gelijk een oudmannenhuis:
beneven veel andere vertrekken, tot
andere gebruiken verordent.

Daer zijn ook brave huizen voor
de
gelubden en \'s Keizers bywijven,
en
haere dienftbodcn ; andere voor
werkluiden ofwis-kunftenaers, prie-
fters en diergelijk ftagh van luiden.
Want men zeit het getal der men-
fchen , die zich in dit hof bevinden,
cn onderhouden worden , over de
vijftien duizent belope.

% :

-ocr page 650-

fechte ham is een ftene brugh gefla-
gen , verciert met ricchei-werk, breet
veertien treden. Buiten deze gracht
is een effen plein, zeer wijd uitge-
^Irekt, beftuuwt meeften tijdts met
drommen van ruiters en voetknech-
ten, ter wacht aldaergeftelt. Ten ein-
de van dit plein is een hooge poorte
Van vijf bogen, en lang vijftig treden:
ter wederzijde van deze poorte ftaen
drie zwarte olifanten,gebraghtuithet\'
Landfchap
vmjunnan : zijn gemene-
lijk beladen met vergulde torens, en
^eer zindelijk uitgeftreken. Door
deze poorte treetmen op een ander
plein van vier hondert treden. Recht
Voor uit ftaen drie heerlijke huizen,
^eer gefterkt met hooge muuren en
borftweringen, die \'t geheel plein be-
dwingen. Na dit tweede volght een
derde plein , en eindelijk een vierde,
gepiaveit mer graeuwe zerken: is me-
de groot vier hondert treden in \'t vier-
kant, en heeft aldaer de Keizer zij-
den throon en verblijf-plaets. Dit
plein beftaet uit vier voorname wo-
ningen, die zeer fnaeks gebout, en na
de wijze der Sinefen met koftelijke
daken gedekt zijn. Zylopen met vier
trappen naer beneden, en beflaen een
derde deel van de vier zijden des
pleins. In het midden van dit plein
ftaen twintigh merk-ftenen , gete-
kent met letteren in kopere plactjes,
tot aenwijs- van de plaets der vreemde
gezanten , daer zy ieder-na zijnen
ftaet voor de Throon te knielen heb-
btn. Buiten het kruis van dit boven-
fte vertrek zijn verfcheide lufthoven,
beplant Vol allerlei geboomte, en ver-
ciert met fchone huizen, die de Kei-
zer ongemeen prachtigh heeft doen
bouwen. Al de gebouwen zijn zeer
koltelijk en prachtigh opgebouwt, en
"Van buiten met vereide galderyen en
traliewerk uitgeftreken. De daken
Rijnzeer zwaer en konftig ,gemaekt
van gele verglaefde pannen, die van
verre flikken en blinken als gout, in-
zonderheit door het fchijnen der zon-
ne op de zelve. Dus bevint zich he-
den het Paleis in Peking, by de Tar-
ters
ter zelffter plaetfe herbout, na het
branden van het oud Paleis der Si-
*ieekhe Kgizeren. Want desjaers zc-
ftien hon dert vijf en veertigh brande
het oud Paleis der Sineefche Keize-
ren , t\'effens met de meefte gebouwen
der ganfche ftadt,af dn brant geftoken
door moetwil der Sineefche rovers-
Het boven gevaerte nahet afbranden
der pilaren en voetftallen, gaf in het
vallen eenen flagh , die duidelijk
tien Sineefche ftadien, of fchaers
drie vierendeel mijls verre gehoort
wiert.

Het oud paleis (volgens het geen
Adam Schal, in dezer wijze daer af
gefchreven heeft)
was gefiicht op twee
en zeventig Kolommen ; ieder onder-
fihraeght met vierkante marmere voet-
ftallen van tien ellehogen ieder zijde
hre&t , en vijf hoogh.
V Geen .-van de
voetftallen loven daerde uitftak, {want
veel was onder d\' aerde verborgen , )
om de kolommen in de ronte f ontfan-
gen , was zoodanigh gevoeght en om-
vangen , dat zeer weinigh van de hoven
vlakte der voetftal huiten ftak , welk
d\' omtrekken of ronte van d" onder-
fchraegde kolom niet heftoegh : waer
uit de grote en gelijkmatigheit der ko-
lommen af te meten is , die ,
ter oor-
zake van haere ongemene grootheit of
lengte, nootwendigh van talken , aen
elkandregelafcht, gemaekt waeren. De
vloeren waeren van velerlei hont mar-
mer. De
halken , na gelijkmatigheit
der kolommen , zeer groot en verguit
op meenigerlei wijze. Op deze quam
het dak van een grote gevaerte te ru-
ften , gedekt met pannen van een blin-
kende goutgele verruwe.

Het : oud Paleis der Sineefche Keize-
ren ,
zoo Trigaut getuigt, is geleegen.
binnen de muur van de Zuid-zijde, hyna
voor de Poort der Stadt , en ftrekt van
daer tot aen de muur van de Noordt-zij-
de; zulx het byna de gehele Stadt fchijnt
te beftaen : want de reft der Stadt
is ter weder-zijde van het Paleis ge-
leegen.

Het is een weinigh kleinder , dan-
het Paleis van
Nanking ; maer daer
en tegen veel heerlijker en luftiger
z
want dat van Nanking , door afwezen
der Keizeren , is gelijk een doodt li-
chaem zonder ziele , en vervalt dage-
gelix; maer dat van
Peking,«/oor tegen-

woordigheidt des Keizers ^ neemt dave-
D Ujx

-ocr page 651-

lijx toe. En weer in het eerfte boek,
op het zevende hooft-ftuk , daer iiy
zeit:

De daken en pannen zijn geel van
kleur, envertoonen Draken: waer over
eenigen mijfchien hehhen uitgeftrooit,
dat de pannen van gout of kooper wa-
ren; maer zijn inder daedvan kley-aer-
de gebakken , gelijk ik zelf met mijne
handen gevoelt heh. leder pan
is aen
het dak door een groote fpyker vafl ge-
klonken : want de pannen zijn niet wei-
nigh grooter, dan d\'onzen. De, hoofden
dezer fpykers zijn verguit, ten einde
niet aen \'s Keizers Paleis zou mogen ge-
zien worden , welk V Keizers kleure,
die geel is , niet vertoone.

De Poorten van \'s Keizers Paleis zijn
vier, gelegen tegen over de vier hoeken
des we relt s. Al die in \'t gaen dezepoor-
ten voorhy komen,flijgen van den paerde
af zoozy te paerde zitten: of treden uit
den draegh-zetel, zoo zy in den zelven
gedragen voorden, en gaen te voet voor-

in of uitgaet. Dus verre Trigaut.
vliet r». Zeker vliet To, die zijnen oorfprong
in het geberghte
Jodven, bewefteP^-
king, uit het meir Si neemt, door-
fnijt byna het ganfch hof met ver-
fcheide bochten cn kromten; maekt
vele poelen, en bcvochtight dc luft-
hoven, boffchen en waranden. Hy
is, zelfbinncnhcthof, zoo breet cn
diep, dat grote geladen jonken in den

alleen vermaek, maer ook groot ge-
mak cn nut geeft; gemerkt dejonken,
geladen met allerlei waren, langs den
zelven tot binnen in \'t hof kunnen
opvaren.

De vliet To vloeit ook hier en daer
in \'thof, voorby verfcheide bergen,
door kunft gemaekt, die deSinefen,
met grote fchranderheit van kunft en
allerlei toeftel en geeftige vonden, van
puinhopen en verfcheiden flagh van

geflepen marmer doen oprechten ^
by na ten fpi) t van natuurhjke bergen:
zoo wonder kunftigh cn aertigh is al-
les uitgewerkt en doorwrocht. Men
heeft op dezelve geboomte en bloe-
men, met een zonderlinge, en grote
cieraet geplant. Luiden van ftaet en
grote Heren maken gemenelijk duf
danige kunft-bergen i^ de hoven en
tuinen , met verfpiUing dikwils van
hun meefte middelen.
"Men heeft\'er,
die niet alleen met holen zeer kunftig
uitgehouwen zijn: maer ook ilaepka-
mers , vertrekken , zalen , trappen,
vyvers en allerlei ilagh van bonien be-
floten houden.
Zy dienen den Sine-
fen tot fchuil-plaetfen, des zomers te-
gen de hitte der zonne, en tot luft-
^laetfen , om de geeften teverquik-
;.en; defgelijx tot
vergaft-plaetfeji-

Eenigen hebben van binnen dool-
hoven , die, hoewel niet groot van be-
ftek , evenwel door hunne onwegen
en dwael-paedcn twee of drie uuren

by. Dit doet een ie^lijk: maer degroo-\' den omdoolder, in alles om her te do-
ten gefchikter en van ver der. De poor- \\ len , kunnen ophouden. D\'uitgang
ten na V zuide , zoo wel de huiten als \\ komt daerna op een andrc poorte uit.
hinnen , zijn driederlei, of hehhen drie j Behalve verfcheide male voorhene,

ingangen. Door de middenfle gaet de\'\'^ wiert des jaers zeftien hondert en der-
Keizer in en uit : al d andere worden \\ tigh de ftadt Peking door de Tarters
door de poorteter rechte en linker zijde | beiegert:\'twelkziclialdustoedrocgh.
ingelaten : waerom nooit de midden-\\^ Keizer meer bevreeft tc

poorte open is,\'tenzy wanneer de Keizer I dien tijde voor d\' inlandfche rovers

vt

reeds in het Landfchap van Suchuen

opgeftaen, dan voorde Tarters, zond

Tven, een ftrijd-baer cn fchrander velt-
heer, met volkomen
maghten nieu-
we krijgs-heiren na het Landfchap van
Le\'äotung, beoofte Sina gelegen , en
beval hem vrede met hen te
niafeen,
zoo zy genegen waeren. Maer Tven >
by de Tarters omgekocht door groot
geit, trof de vrede,
op fchandelijke

zelven vlotten mogen. Zulxhy niet voorwaerden,na welgevallen des Tar

ters, en braght door een vergiftige«
drank , over maeltijt, zekeren trou-
wen en ftrijdbaren veltheer iVi.ï^\'T^^«-

lung, d\' eenige fchrik der Tarters, om
\'tleven.
Tven , die den Keizer daer
over vergrämt zagh, en^tot het aen-
vaerden van zulke
voorvvaerden on-
genegen, ried den Tarters deu l^ei-
Icr met dwang die tc
doen aenvaer-
den , door invallen ren rij^ van St^^
langs eenen anderen wegh, dan

-ocr page 652-

het geweft, welk hy met zijn volk be-
zet hield.

De Tarters,bewuft van zijne gierig-
hiet, nemen zonder fchroom zijnen
raet aen, en rukken,bevrijdt reeds van
achteren, het Landfchap van
Peking
in , pionderen zeer vele plaetfen en
verwoeften fteden en dorpen,en bele-
geren eindelijk de rijks ftadt Peking
Zelve. Reeds rieden de rijxraden den
Keizer de ftadt te verlaten en na de
zuiderlijke Landfchappen te trekken;
maer hier toe had de iCeizer gene oo-
ren : en koos veel liever re fterven,
dan de vlucht uit de No order gewe-
ft:en. Ja, gaf aen niemant verlof van
uit de ftadt te gaen.

Midler wijle vielen de Tarters op
de ftadt aen ; maer wierden dikwils
met groten neerlaeghafgekeert Ook
WÏQttTven , wiens mei nedigheir tot
noch niet gebleken was , op ontbo-
den , om den Tarter te wederftaen.
Hy aenftonts met zijn heir by der
hant: komt tot zelf onder de wallen
van de ftadt: en zagh men nu acn
d\'eene zijde het Sineefch, cn aen d\'an-
Zijde het Tarterfch heir, gefcheiden
Van elkandre door de ftadt. Maer
Yven
fpeelde den veinfert, fteldc niet van
belang in \'twerk, ja, zocht den Kei-
ler tot het aenvaerden der vrede, op
de gemaektc voorwaerden , te ver-
Ipreken.

Keizer Zungchin eindelijk bemerk-
te het bedroch cn geltzucht van den
veltheer
Tven Dies troont liy, bui-
ten kennis van fijne Rijxraden en o-
verften,
Tven in deftadt, onder fchijn
van over krijgszaken met hem tc raet-
flagen.

TvenMn, komt over de muur, zon-
der het openen van poorte, uit vre-
fe , foo de Keizer voorgaf, van de na-
byheit der Tarters, hoewel in\'cr daet
Was, om deftelfs heir buiten te hou-
den. Eenigen der voornaemfte over-
ften had
Tven tot vrienden en gunftge-
noten : veiligh genoech docht hem
d\'ingang ter ftadt, wijl die hem\' van

Keizers onbcnoegen en euvel voor-
ïiemen, daer fy ook felfs niet van wi-
^^en, niet verwittigden. Maergeko-
men Voor \'s Keizers oogen, wiert aen-
«onts gevangen en in \'tkort, na

t

weinigh ondervragen, ter neergchou-
wen.

De Tarters, verftendight vandef-
fcls doot, verheten de ftadt, eer by
den Keizer een nieuwe veltheer over
het heir gekoren wiert : verwoeften
het omgelegen lant, en trokken tot
in het Landfchap van
Xantung. Keer-
den eindelijk , beladen met buit, weer
na
Leaotung.

Na het 3empen cn ftillen ceniger
mate desTartarifchen oorloghs.quam
groter onheil de ftadt
PekingA^s jaers
feftien hondert vi er
en veertigh, door
de muitelingen en rovers over, zelfs
ingeboorne Sinefen en onderdanen
des rijks.

d\'Eerfte muitery of opftending oo^-
wiert in het Landfchap van Suchuen
acngevangen, door de berghluiden,
een ftrijtbaer volk, die aldaer in \'t ge- S, r^^.
bergte onder een byfonderen Koning
ftaen en aen den felven fchatting be-
talen. Deze wierden gevolght door
die van het Landfchap
Queicheu, die
in weerwrake van zeker vonnis, on-
rechtvacrdigh uitgelproken in gefchil
van twee vry heren, onder den ver-
ongelijkten waeren opgeftaen: hieu-
wen de rechters van het quahk uitge-
fproken vonnis in den eerften aenval
terneer, enverftoegen des onderko-
nings heir : maer wierden aenftonts
zelf door een nieu heir overwonnen,
hoewel niet uitgeroit.

Wanneer midlerwijle een grote Twth.
hongers-noot te dien tijde in het
noorder gedeelte van
Sina was ont-
ftaen,door een ongehoorde plage van
fpringhanen, ftaken zeer veel andere
belhamels en rovers het hooft op,
infonderhcid in het Landfchap van
Xenfi, en Xantung. Deze, eerft wei-
nigh in getale en krachten, trokken
ten roof in dorpen en fteden, en na-
men dacr na hun fchuifplaetfen in
\'t geberghte , acngegroeit in fterken
getale door verlekkcring op den
3uit.

Niet weinig wierd deze opftending
gevoetdoor äe groote gierigheit van
Keizer
Zungchin , die de gemeente
alle fchattingen afperfte, niet anders
als in een vruchtbaren enbloeienden
tijdt. Wanneer dan deze muitelinjrcn
D 2 door

-ocr page 653-

door de Landvoogden nietfchielijk te
dempen waeren, groeidenze allengs
in getale en moedt aen , en kregen
acht Legers op de been, veripreit door
verfcheide Landfchappen.

De ftoutfte en vaerdighde onder
hen,wierd tot overfte gekoren. Reeds
rijk en maghtigh door het roven ge-
worden , begonmen nu op het rijk lelf
toe te leggen.

Eerftelijk, om den anderen eenen
kans af te fien, daer ieder zelf na dong,
ontftont\'er
een gevecht onder elkan-
dre. Het quam eindelijk zoo verre,
dat ftechts twee der voornaemfte velt-
heeren over bleven , die
d\' overige
krijgsknechten, na de zeege, en het
fneuvelen hunner overften, tot hun
vendels
noodighden te volgen. Lich-
telijk heten
deze zich hier toe ver-
Ipreken, als die by de Sineefche over-
ften van \'s Keizers zijde niet anders
dan een wifte en onfeilbare ftrafïè te
verwachten hadden.

D\'eerfte onder deze keur-overften
der rovers, was
Lkungz genaemt; de
tweede,
Changhknching: beide van een
ftout beftaen en overwreden aert.
Lkungz trok met zijn aenhang na de
noordcr deelen des Landtfchaps van
Xenß en Honan : d\'ander plaegde Su-
ch uen
en Huquan. Dus verre week
d\'een van den ander, om elkandre, uit
naery ver, niet te verdelgen.

Hier en tuflchen was ten hove een
derde, en voornaemfte oorzaek van
den ondergang des rijks, rijp gewor-
den : waer af de beginfelen al onder
Keizer
Thienk uitgefchoten waeren :
te weten, de tweedraght, zamenrot-
ting en afgunft der Landvoogden, o-
ver d\'al te grote magt, aen zekeren
gelubden of kamerhng
Guei gege-
ven. Want Keizer
thienk had hem
niet alleen tot de hooghfte trappen
van waerdigheit opgevoert, met den
zelven de ganfche en volkomen be-
ftiering des Keizerrijks in handen
te geven ; maer ook met den tij-
tel van vader vereert.
Guei derhal-
ve , die zich in dien voorfpoet niet
Vidft te matigen , deed, om geringe
oorfaken, zelfs d\'opperfte Landvoog-
den van kant helpen, of beftrafiên:
inzonderheit de genen, die met ge-
fchriften of woorden, of met grote
eere hem niet genoech konden be-
heven , uit wederwarigheit van on-
der eenen man te buigen , die men
wift van zeer geringen herkomen te
zijn. En niet tegenftaende
Guei an-
ders het rijk vry wel bedient had, zoo
verbitterde hy evenwel veele men-
fchen , en onder deeze ook Pnns
Zingching, die na Thienk, kinderloos
geftorven , Keizer was geworden:

Berde Oör"
zake.

wijl toihem, inhet aenvaerden der

heerfchappye, tegen viel; hoewel met
vruchteloozen uitgang. De Land-
vooghden hier over in twee rotten,
of Akademien (gelijk zy zelfs die
noemen) verdeelt, begoften zi^h
zelfs allengs te verhcflên, en droegen
groter bekommering over hun eigen,
dan over \'s rijks zaken. Wijders, mid-
lerwijle ieder der parthyen elk andere
trachte t\'onderdrukken en uit te roe-
jen, beide onder voorwending van het
algemein welvaren des rijks te beher-
tigen, verwaerloofden zy hetzelffte:
zochten flechts hun partylingen te
verheftèn, of, uit een wangunftigen
naery ver, inhet bewindt der zaken tc
ftellen.

Wannecrr Keizer Zungehing zel±
begon te arbeiden, bm dit zeer magh-
tigh quaet te weeren, haelde hy den
haet van de meefte en voornaemfte
gelubden op zijnen hals.
Want geko-
men tot het bezit des Rijks, woede hy
boven maten tegen de gunftcÜngen
van den kamerling
Guei, en deed hem
beneven vele van zijne partygenoten
van kant helpen. Waer
door gefchiet

is , dat de meefte van beide parthyen

\'s Keizers verraders waren, er- heime-
lijk
verftant met de rovers hiekien.

Hier over wierden geene krijgs-hei-
ren te velde gebraght, of rechten
niet
zonderhng uit. wijl zy door wangnnlt
van hunne
tegen-parthyen belet en
verftoort wierden. Ja dikwils, wan-
neerze iet goeds konden uitrechten,
heten de gelee/entheidt voorby n^P\'
pen , om den Nfajeftraten , daer ae
veldoverften nydigh «p waeren. ^

het bevechten der zege in sKeizers

gunfte niet te brengen, als \'

hun beleid en raed! den vyandt over

wonnen hadden. ^.oo

-ocr page 654-

Zoo Adam Sclial getuigt, iiad de
liaetder gelubden tegen den Keizer,
d\'oorzaek van den val des rijks, aldus
zijnen oorfprong genomen:

De voorzaed, en t\'effens broeder
des Sineefchen Keizer
Zungchin, ge-
merkt hy van nature vreefachtig, en
hyna noch een kind iZijnde tot her
Keizerrijk gekomen w^s, had zich ge-
went der wijze na de gelubden te lui-
fteren, dathy nauhx eenen voet zon-
der hun beheven verzette, in weer-
wil van eenen iegelijk, en allermeeft
van den broeder. Dagelix ried dees
den Keizer het jok van den halze te
fmijten, enhem het roer der regering
over te geven.

De gelubden, die zulx in generlei
wijfe konden lijden, kregen
door lang
arbeiden,
den broeder het Paleis uit;
zulx dees toen na zijn welgevallen
den Keizer in zijn ampt niet kon ver-
manen. Evenwel verviel, na het o-
verlijden des Keifers, in het zevenfte
jaer zijner heerfchappye het rijk, zon-
der bewilliging der gelubden, op den
broeder, die den val des rijx beleeft
heeft. Dees deed fcherp onderzoek
tegen de gelubden, en beroofde hen
van hun qualijk verkregen middelen.
De eerfte, om velemifdaden, die hem
te lafte geleit wierden, verviel in een
pene van etlijke miljoenen gouts, ten
voordeele van \'s Keizers fchatkift: be-
nevens vijftien kofïèrs vol edele ge-
fteenten en peerlen , behaiven veel
koftelijk huisraet, veel meer den Kei-
zer, dan eenen gelubden waerdigh?
Waer door, desgeiijx door het uit-
mergelenvan veel anderen, de Keizer
zijne fchatkift grotelix verrijkte.

>ï

temperde het Hechts: lefchte het niet
uit; maer bedwong\'het. Had anders
zijnen Stadt voor eeuwig vaft geftelt,
indien hyden aeder cn bron van den
geduurigen quael ganfcheiijk had uit-
geroeit.

Van deze dan, begeeft zich tot dc
krijgs-raden enkrijgs-overften, en be-
gon die teftrcclen; maer door een al
te korte gunfte.

Hy vond onwaerdig \'sKeizers ge-
negentheit, die hy bevondt de doodt
meer te vreezen, dan den val des rijx.
Dies wende zich ook van deeze af,
en keert tot de gezanten der uitheem-
fche vorften. Dan zoo drahy deze
bemerkte gefchenk-zuchtig te zijn,
en meer het gewin, dan hun ampt te
behertigen, kreeg hy van hen boven
andere een gruwel. Wift eindelijk
niet,
waer hyzich keeren zou. Ten
lefte begeeft hy zich weder tot de
genen, die hy te voorenverfchoven
had; te weten tot de gelubden.

De gelubden weêr aen het roer der
regering geraekt, hebben hunne dol-
heit en toorn tegen den Keizer ont-
veinft; maer nooit de wrake vergeten,
noch trouheid hunnen verzoenden
Heer bewezen. Dies bebbenze ge-
tracht door duizenderlei konftenarye
den Keizer te bedriegen: \'s rijks fchat-
ten te verbergen : lijftochten der
krijgs-knechten , om oproer te ver-
wekken,te begraven: heimelijke raed-
ftagen met de verraders te houden: de
nadeelen,
door hen ontftaen", te ver-
zwijgen : niet met allen van het ge-
vaer, welk klaerlijk den rijke dreigde,

te wacrfchouwen: den Keizer zijn ei-
gen oordeel te laten volgen, daer mee
ly te voren tegen boofaerdige luiden

fcheen gezondigt tc hebben:tot datze
eindelijk zelfs dc poorten der Stadt
voor dcmuitehngen, die op dezelve
aenquamen,opende. Dus verre Schal.

Ter gelegener tijdt quamen deze
tweefpaken den rovers te fta.

Want Licungz, na het veroveren
van het ganfch Landfchap van
Xenß, Bonan en
en een groot gedeelte van Honan, ^^ȧ.
trekt van daer over den Gelen ftroom.

Dc Keizer, door een ingeboorne\' zonder tegenftand te vinden , nae \'t
goedcrticrcnheit, nam evenwel het ooften : verovert dezeer rijke Stadt
gedrocht niet volkomen wegh; maer
Kiancheu , gelegen na by den Gelen

__„J^I__. I /-i . . ƒ!________________1____ .-..lï^/a«- nrjt»rl(=><=\'lt-f> rlf^o

ftroom , in het zuider gedeelte des
Landfchaps : defgelijx al de anderen,
zelf de Hooft-ftadt Imuen, naeeni-
Te dagen tegenftand geboden te heb-
ben,
met ombrengen van al de groten

der ftadt. ,.

Op het gerucht van het optrcKKcn mht ever

der rovers over den Gelen ftroom, en

invallen in het Landfchap van Xenf,

zond Keizer Zungchin den grooten

Kalao, teweten, denopperftenRijX-

D I raed^

-ocr page 655-

30

raed, met eeti heir, om de rovers, 200
niet te
verflaen, ten minften teftui-
ten.

Niets rechte dit groot heir uit, ja
liep het grootfte gedeelte tot de ro-
vers over.
Xungchin, des verwittigt,
befloot het noorder Hof van
Peking
te verlaten, en na het zuider Hof van
Nanking te vluchten: dan wierd her-
der op het fterk aenraeden van ge-
trouwen en meinedigen: d\'eerfte rie-
den zulx met een goede meining :
Wijl het vluchten, zeidenzc, was het
rijk meer in roere ftellen :\'t Hof, be-
zet met een groot getal van krijgs-
knechten , kan befchermt worden.
Op \'s Keizers tegenwoordigheidt
zouden al d\'andere
Landfchappen tot
befcherming
toefchieten. Maer de
laetften rieden den Keizer het blyven
aen, om hem des te lichter, voor het
uitlekken hunner verraderye, den ro-
ver
Licungz over te leveren.

Tot dus lang , zoo Adam Schal ge-
tuigt, hadden de hovehngen qualijk
voor deii Keizer de beroerte des rijks
verborgen gehouden, eenfdeels met
uitftroing van verdichte oproeren te
zijn , die nochtans warelijk omber
fworven; eenfdeels met hetgroot ge-
wricht der zaken te verminderen;
welk evenwel dedoodneep des rijks
was.

De Keizer, opgewekt door het ge-
raes der wapenen, dagelix voor d\'00-
gen en ooren, begeeft zich eindelijk
geheelen al, hoewel te laet, tot het
afwenden desquaets, en vervaerdigt
verfcheide hciren tegen de muitelin-
gen. Ten lefte laet ook zijn gedach-
ten gaen over \'t verfterken der Hooft-
ftadt

Maer de gelubden, die tot dus
lang den Keizer met bedriegeryen de
hand gevult hadden , hebben ook
nu in den uitterften nood , het ge-
vaer by den Keizer in de windt ge-
flagen, en hem belaft onbekommert
te zijn.

Deze half-mannen, onmachtig, na
den aert der vrouwelijke fexe, hunner
herts-tochten, waeren niet op \'s Kei-
zers befcherming , maer op zijnen
ondergang uit, en, om wrake over
hunne lang geleden ongelijk te ne-
men, hebben met den vyand zelfs tot
eigen verderf aengefpannen.

I

Terwijl zich dit toedroeg , zend
Likungz meenigten van krijgsknech-
ten nu en dan met verandering van
gewaet ten hove, voorzien van geit,
om heimelijk koophandel, of herberg
in gehuurde huizen, of eenigen ande-
ren handel van klein belang te doen,
ter tijdt toe hy met zijn geheelkrijgs-
heir ondcr de wallen zou gekomen
zijn , met bevel van dan binnen de
ftadt oproer aen te rechten.

Een wonder, in zulk een ftilte als
deze fluik-handel gedreven wierdt,
inzonderheid by luiden van het
fchuim der gemeente.

By deze lage, ten Hove befteken,

had Licungz noch een andere gebrou-
wen , namelijk heimelijken handel
met het Opper-hooft van den Krijgs-
raedt : want men zeit, wanneer
deeze bemerkte met \'s Keizers za-
ken omgekomen te zijn , met den
rover, tot beveiUng van de zijne, over
het overgeveii der Stadt zich verdra-
gen had; \'tzyhoe\'twil, de roovers
trokken
ter yl op de Rijks-ftadc Pe-
king
aen.

Binnen de muuren der ftadt bevon-
den zich zeventig duizend krijgs-
knechten, onder drie
duizend over-
ften, gelubden. De ftadt was voorzien
met allerlei krijgs-tuig, en
de muuren
rontom met grof gefchut, meeft on-
langs gegoten: daer de
rovers, gelijk
zy zelfs daer na bekenthebben, zeer
voorvreefden.

Maer aen de zijde, daer de rovers,
verwittigt door hunne
fpits-brocders,
ten ftorm op trokken,
wierd flechts
met los kruidt op de beftormers los
gebrandt.

Dies trok Licungz , met zijn volk,
des jaers zeftien hondert vier en veer-
tig in gras-maend, des
anderen daegs
voor Zonnen opgang, ter poorte in,
door de gelubden zelfs van binnen
geopent.

Niet lang wierdt ook tegenweer

door de bezcttehngcnvan\'iK-eizers

zijde geboden: w^ant de krijgsknech-
ten van
Licungz, die zich tot «"S lang

heimelijk in ftadt verborgen hadden,
en deflelfs muitgenoten, maekten.

Befchrving des Keizerrijks

-ocr page 656-

Volgens verding in

deftadt. Hier uit ontftont een groote
j verwerring, wijl niemand wift , met
I Wien hy
\\ houden zou , en overal
geen minder verwerde neerlaeg.

Hier op trok Licungz, als verwin-
ner, door de ftadt, recht op \'s Keizers
Paleis aen, en neemt dat in, zonder
^ getrouwe geluhden het minfte
Weerftant boden. Reeds had de vyant,
een Wonder, d\'eerfte muure des Pa-
leis al in, zonder de Keizer noch van
eenigh gevaer wift. Want de muirge-
noten , de gelubden , die al het ge-
zagh aen zich getrokken hadden,
draelden al willens den Keizer te ver-
manen, om niett\' ontvluchten: maer
ziende alle hope van vluchten beno-
men, diendign zy den Keizer het in-
nemen van ftadt en paleis aen.

De Keizer , op deze waerfchou-
wing, vroegh eerftelijk, of \'s vyaiits
hant t\'ontvluchten waere ; maer ge-
hoort dat alle wegen gefloten waeren:
zeitmen eenen kief met zijn eigen
bloet gefchreven te hebben, waer in
hy de lantvooghden van verraet, maer
te laet bekent, befchuldigde: d\'onder-
danen onfchuldigh verklaerde : op
Licungz, wijl hy door\'s hemels hulpe
het rijk bekomen had, verzocht zij-
nen val te wreken. Neemt daer na
eenen zabsl .- houwt zijne huuwbare
Kei^ dochter ter neer, om niet tot fpot van
^k^it\'" den rover tezijn : treet aenftonts in
den bogert, en knoopt zich d\' aller-
ongelukkighfte Keizer cn laefte van
den ftam
Taiming met zijnen gordel
aen eenen pruimboom op. Aldus is de
ftam van
Taiming, die met eenen ro-
ver aenvang nam, door eenen rover
geeindight\': Na \'s Keizers voorgang
verhing zich ook aldaer de
Kolao, of
opperfte njxraed; defgelijx de Konin-
ginnen, beneven eenigen zijner ge-
troufte gelubden.

Maer niet minder in de ftadt zelve,
dan binnncn het paleis, Woeden velen
tegen zich zelfs : andere fprongenin
Meircn : andere verkoren door den
Itrop een gewillige doot, na \'s lants
Wijze: want met den Keizer te fter-
yn, om niet benootzaekt te zijn on-
een anderen vyant te buigen, of
door den zeiven gedoot te worden,

houden de Sinefen voor de grootfte
eere van getrouheit.

Zoo Adam Schal getuight, fteegh
de Keizer (verraden tweemael in een
zelffte oogenblik, eens van de verra-
ders , de gelubden : daer na van de
muitgenoten) tc peerde , verzelt
flechts met zes hondert ruiters, en
verviel onvcrhoets rccht acn den oort
der ftadt, waer langs de vyant quam
intrekken. Wanneer hy zocht door
de poorte, na by de kerke der rooms-
geünde Jefuiten , uit te raken , hiel-
den dc zelffte luiden hem tegen , die
dezen edelen roofinditnetgejaeght
hadden. Dies gong hy voorby dezel-
ve kerke, en ftoegh na d\' andere poor-
te om.

Dan d\'ongelukkige Vorft bevont
zich hier benootzaekt,door het fchie-
ten uit grof gefchut (geftelt tot be-
fcherming der poorte) op hem , en
door mangel van anderen byftant, ,
weer na het palcis te keren ; tot zij-
nen laeften ondergang.

Te ruch naer het paleis gedreven,
en gebraght tot d\' uitterfte wanhoop,
verzoekt op de Keizerin, zijnegema-
hn , haer zelve te verhangen, en raet
zijne drie zonen, door de vlucht, zoo
zy beft konden, zich wegh te pakken.
Neemt zelf den zabel, met voorne-
men
van zijne eenigfte dochter, reeds
huuwbaer
, te doden; om niet den ro-
vers ren
fchimp over te blijven : maer
zy ontweck den ftag met vluchten, cn
fchutte dien op haere rechte hand af,
met verlies van de zelve. Treet toen,
ganfch radeloos, weer ten paleis uit
tc voet, en loopt recht na den bergh,
die achter over het paleis hangt. Blijft
aldaer ftaen en fchrijft met een pen-
ceel (want pencelen gebruiken de Si-
nefen in plaets van pennen) op den
rant van zijne Keizerlijke lijfrok, met
zijn eigen bloet, zoo men zeit, uit
zijne linke hant, op dezen zin.
Veel
geluks aen den toekomende Keizer
Lis.

ik hidernfidijk, doe mijn volk ge en leet-,
noch gebruik mijne
raedsluiden niet.

Na het fchryven, fchudde hy zijne
laerfenuit, en wierp zijn keizerlijke
hoet af, en verhing zich zclven aen
een balk van de galderye , by zijne
gordel, op.

Dit

-ocr page 657-

zichtigheit, aen een zoolmadelijke
doot quam tc fneuvelen. Te gelijk
met hem is de naem des Keizerrijks
Taming, dat\'s van grote klaerheit, na
dat het twee hondert zes en zeftig
jaren geftaen had, en de ganfche kei-
zerlijke ftam,gerekent ontrent ten ge-
tale van tachtigh duizent, uitgeroit.
Den volgenden dagh, de Serde na

met een heir van drie hondert dui-
zent man ter ftadt in : en trat d\' over-
fte
Licungziccht na\'t paleis : begreep
den Keizerlijken throon en zette
zich op den zelven ter zeet.

Men zeit, volgens Martijn , hy
zich in d\'eerfte zitting zeer onruftig
bevond, en boven mate gewacchelt
had.

Wanneer dc Keizer nergens te
voorfchijn quam, ftelde
Licungz hon-
dert duizent dukaten opzijn lijf, tot
vereering voor den gene, die hem wift
te leveren. Eindelijk wiert het lijk des
Keizers gevonden, verhangen aen een
balk of boomtzonder dat ook toen de
rovers eerbiedigheit of meelij den daer
tegen betoonden;maer wiert, zo Mar-
tyn verhaelt, in kleine ftukken, door
bevel van
Licungz, gehouwen, met het
byvoegen van hoon, tc weten, dat hy
zeer qualijk en wredelijk zijne onder-
danen beftiert had.

Zoo Schal nochtans getuigt, wiert
de Keizer ontrent na verloop van een
maent, na het uitdrijven der muite-
lingen , door de Tarters een eerlijke
begrafenis aengedaen ; hoewel niet
geleit in het graf der Keizeren, maer
op een andere plaetfe,onder de zonen
der Keizeren : ook moften al dcMa-

onwil , aen deflfelfs graf komen we-
nen.

Zttsufel ^ijders,d\'overige fchaer der rovers
\'\'d^hcrgery. WOcde tegen de huizen der gemeente.

uidam
SehaL

doen belijden ; daer zy door hunne
kleding vermoeden van gegeven had-
den. Eindelijk verfcheen niet een
eenigh menfch op ftraet, behalve al-
leen de verwoede en uitgelaten ro-
vers.

Dertigh gehele dagen duurde het
tuflchen-rijk, in de welken de rovers
het paleis bezaten en het
zelve, bc-

\'s vyants komfte , trokken de rovers neven de fchatrijke ftadt, uitgeplon

------------------------- --------------------------A^tvo ttvifv JL.tl.\'\'""--^\' - \' \' - I

jeftraets-perfoncn , \'t zy met wil of | grenfen des Keizerrijks te^cn ae
oMMril oi
^rt rlpftèlf<; crraf kompn /i_:;Ji____n-^^ToIrrkVr^i-n-p« i-eVeide,ÜlC

..rijdbaerfte veltoverften te veide
ter befchermingh des rijks, om d aen-
vallen der Tarters
tc beletten, een wa-
kend oog hielden: want dat deze hem

dert hebben.

Reeds verzochten de Sinefen Li\'
cungz ten zekeren beraemden dage, huitfj •
tot Keizer te hulden ;
dan beval hen
den dag der hulding op te fchorten:
uit oorzake, zoo eenigen gewilt heb-
ben, hem \'sKeizers zetel fcheen ten
val te zullen brengen: want zoo mee-
nigmael hy op den zelven gezeten
had , was altijds met verkoutheit en
hooft -pijne bevangen geworden , en ^^
benootzaekt, een wonderlijk werk, #
van den throon,
onwettelijk byhem
ingenomen, af te ftijgeii
na d\'aerde,
alseen, die den val verdiende.

Gezeten op d\'aerde,zeitmen dathy
ookin d\'oogen der
omftaenders van
een oververachtelijk en
belacchelijk
gelaet, en, meer een aep, dan menfch
fcheen te zijn.
Geloofelijk is, dat hy
voor het aenvaerden van de
merken
des Keizerrijks , eerft het rijk heeft
willen bevredigen, en de gebuur-Vor-
ften des overleden Keizers, die anders
in \'t toekomend hem mogten hinder-
lijk zijn , door den
oorlogh t\' onder-
brengen , ten einde hy miflchien niet

te haeftig, fijn noch overal onbestor-
ven en eerft aengcvaiigen heerfchap-
pye, quam te
verliezen. f,

Dies rmïc rJcuniz na \'t oofte op de r

cn matftc ter neer, al die hen ont-
moeten ; tot dat, by vcrbodt der over-
ften , het ftaken van doodftaen, boven
van de muuren en poorten der ftadt
afgekundigt wierd.

Wie met een fraei kleet op ftraet
quam, wiert aenftonts door de rovers

---------------na de gevangenis gefteept, om aldaer

nen, en eerft door zijne eigen onver- door de wreetfte pijne het geit te

Deze was d\' uitgang van eenen Vorft,
miftchien de grootfte van de gehele
werelt : die in kloekheit van verftant
en
vroomheit van inborft niemant
boven hem had : die zonder gezel-
fchap , verlaten van eenen iegelijk, in
zijnen ouderdom van zes en dertigh
jaren, door onverzichtigheit der zij

-ocr page 658-

in zijne vcrradery en fchclmflukken

den hand niet fouden bieden, enftij-
ven, fpeideliy uit geen loiTe waente
voore. Hy floeg dan op weg met
\'s Keifers krijgsheiren , die hem toe-
gevallen waeren, ben even een getal
van twee hondert duizent zijner roof-
genoten ; beval den anderen de be-
Waere nig en plaging der fl:adt
Peking
Maer hier begon de verraderye te
jJJäs- leuteren , en üiet tegen eenen klip,
\\ daer zy fchip-breuk quam op te lijden,
^-eventig mijlen van de rijxftadt
Pe-
king
, verdedigde zeker oude en zeer
getrouwe krijgs-overfte des overle-
den Keizers, met name
Ufanguei, een
naby gelege ftad op de grenfen van
Leäotung, tegen de Tarters, meteen
fterke befctting.

Te gelijk was de rover Licungz , om
hem te verdelgen, cn \'tgerucht van
\\ verlies des rijks, na\'sKeizers doot,
en uitplondering des hofs gekomen.
Hy ftont evenwel hier over niet ver-
fchrikt, noch wilde zijn trou breken,
die hy voorhene zijnen Keizer ge-
zworen had : maer befloot den ver-
vallen ftaet dezen uitterften dienft te
doen,
cn gewapender hant\'den rover
le verwachten. Dees ving aen eerft
door hft en kuaftenarye te veroveren.
Zijnen vader, een ftok oud man, cn
met hem uit
Peking in het leger gevan-
gen gebragt, ftelde
Licungz voor de
muuren, met dreigementen van d\'al-
lerwreetfte ftraffen hem acn tedoen,
\'t en zy de zoon tot verloffmg van
zijnen vader de ftadt over gaf

Wanneer deesftrijdtbarekrijgover-
fte van de muure zag , \'tgeen zich
toedroeg , en de dreigementen van
den rover
Licungz nader te verftaen
viel hy op zij ne knien ter aer-
de , bad den vader om vergiffenis :
hy
hekende d\' oorzake van
deffelfs doot te
zijn , doch niet om zijnent, nner om
s rijks wille: meer ft onthy verplicht aen
den Keizer en Keizerrijk , dan aen d\'ou-
ders: wel weis het leven een weldaet, welk
eenig nu de rover te fchenken had; maer
e-euwighjk zou dat leven een oneerlijk le-
zijn,indien hy met een vyant Is Rijks
\'Verrader , zamen fpande.
Dc vader,

Zonder eenige onfteltenis, prees des

^oons ftantvaftigheit ten hoogfte, en

en fterf, door het folteren met d\'af-
lerwrectfte pijnigingen, op hope van
door den na gebleven zoon , zijnen
\'s Rijks onrecht te zullen wreken.

Zoo Martijn getuigt, zou de vader,
Us by hem genaemt, aen den zoon
Ufanguei ccncn brief op dezen zin ge-
fchreven hebben.
Z)\' aerde, hemel en
nootlot konnen deze verandering , die
wy zien, veroorzaken. U is hekent, hoe
Keizer
Zungchin , en het rijk des ge-
flachts van \'Tmï^mg ondergegaems. De
hemel heeft dat aen
Licungz gegeven.
Den tijdt moet men toe geven : en van
den noot een deucht maken, om zijne ty-
rannye en eene ^eer wrede doot f ont-
gaen. Maer laet ons zijn mildadigheit
verzoeken. U helooft hy een koningUjkc
waerdigheit, indien ^y nevens d\'
uwen
hem voor Keizer erkent. Aen uw ant-
woort hangt mijn leven : overdenk, wat
ghy aen den genen fchuldig zijt ^ die u
het leven gegeven heeft.

Daer opde zoon Ufanguei den va-
der in \'tkprt gedient had :
O vader,
die zijnen Keizer nietgetrouis, zalmy
ook niet getrou zijn. Zoo ghy zelfgetrou-
\' heit, aen uwen Keizer fchuldig, verge-
ten heht, niemant zalmy heftraffen, dat
ik de gehoor zaemheit, fchuldig aen zul-
ken vader , vergeet. Liever heh ik te
fterven, dan eenen rover te dienen.

De zoon , meer aengemoedight
door \'s vaders overlijden, leit valx o-
ver , van waer hy de wrake Zal aen-
vangen : op wat wijze hy den rover
cn vader moorder zal tegen gaen. Uit
misvertrouwen op inlantfc ic krach-
ten , als veel te zwak om een talrijk
heir tc verflaen, roept hy buiten lant-
fche hulpe in. Onlangs had de Keizer
der Tarters met de Sinefen een ver-
bont beginnen temaken.

Onder de voorwaerden van vrede
waeren dc rovers gemclt, en by bei-
de parthyen befloten : dat de Tarters
den Sinefen met krijgsvolk hadden
by te ftaen, om de rovers ten rijke uit
te drijven. Dies fouden de Sinefen aen
de Tarters den verzochten handel
door het rijk toeftaen: daer en boven
weer acn de Tarterfche kroon herftel-
len een ftreke lants van ontrent hon-
dert mijlen in delengte, eertijtsden
Tarter door de Sinefen afgenomen,
E en

-ocr page 659-

en reeds weer voor een groot gedeelte
met de wapenen herwonnen.

De Tarter, verwittigt door fchie-
lijke afgezonde boden, van den deer-
lijken ftaet zijner gebuuren, t\'eftêns
gedachtig aen het verbont cn belof-
ten, belooft den verzochten byftant,
en trekt gezwint op met een heir van
veel duizent man, (volgens Martijn,
tachentigh) totvoorftant van hetbou-
valligrijk. Het eerfte werk, dat hem
te doen ftont, was de ftadt van het
beleg t\'ontftaen : dan om \'s vyands
geheel heir te gelijk aen tetaften,
vond hy zich veel tefwak: maerraet-
zacm een gedeelte des vyantsaente
taften. Dies beipringt hy te paert het
grootfte gedeelte van \'svyantsruite-
ry, zonder het voetvolk, welk onder
de wallen ftil bleef leggen, aen te ta-
ften.

Het heir der rovers, meer gewoon
op jagen uit, dan opentlijk voor de
vuift te vechten, bood niet lang des
Tarters aenvallen weerftant.

D\' eerfte, die de vlucht nam, was
de rover
Licungz : daer de Tarter,
met het baren van een geweldigen
neerlaeg , achter her zat, en quam
langs den zelven weg, cn byna ter
zelffter tijdt met de vluchtcUngen ter
rijxftadt
Peking in. Al d\'overigen,
meeftros-volk, en achter gelaten om
d\'aenftagen van \'s vyandts voetvolk,
welk de ftadt belegert hield, te belet-
ten , ftorten te gelijk om het zelve in,
en velden\'er omtrent hondert dui-
zent ter neer.

De rover getreden ter ftadt

Peking in, hield niet lang aldaer ftant;
met tegenftaende defelve met weer-
bare muuren omringt,en met een fter-
ke krijgs-bezetting, allerlei lijftocht
en krijgsbehoefte, bequaem om een
langh belegh te verduuren, voorzien
was. Hy nam, dan, ten zelfften dage

van zijne intrede de vlucht weer uit
de ftadt, na het Landfchap van Xf;?/,
van waer hy eerft gekomen was, met
bevel aen zijne ftrijdt-genoten voor
zijn vertrek, het Paleis en ganfche
ftadt aen kolen te leggen.

Maer deze, \'t zy niet maghtigh ge-
noech, om zoo groot een ftadt aen
brandtte fteken, ofziende zich over
al van d\'inwoonders, die weer aedem
begoften tefcheppen, terneergehou-
wen,fonden
xaLikungz om byftant,tot
uitvoering van
lïjnelaft, en bleven,tot
de komfte van hunne hulp-genoten:
Dan al deze troepen, door de.n rover
Likungz tot byftant gezon den, wier-
den door eenige duizent Tarters, die
hen onder de wallen ontmoeten, tot
den laeften man ter neer gematft.

Midlerwijle daer na de Tarters een
rcchtfchapcn heir by een gekregen, en
zeeghaftigh buiten de ftadt den tijde
van eenige dagenden vyand aller we-
gen hene verftrooit hadden ,
namen
de rovers na het Landtfchap van Xenfu
hun hooft-leger-plaets,de vlucht;hoe-
welze van daer door de Tarters ver-
dreven wierden, die ook den Overfte
Likungz , gevlucht en ontbloot van
krijgs-volk, verder en tot aen fijn^^
ondergang vervolgden.

Het gerucht liep , uit zeggen va«
den
ToyQr Likungz : te weten, dat de
rover nooit voor gehad zou hebben
het gantfch Keizerrijk te ver woeften;
maer te
Peking alleenlijk gekome«
was , om de Majeftraets-perfoonefl»
200 wel die van de letteren, als krljgs-
2aken , die
t\'overdadig tot dus lang
hunne magt gebruikt hadden, na ver-
dienfte te ftrafTen: na dit eindelijk vol-
hragt te hebben, zou hy het
recht der
heerfchappye aen den wettigen Kei-

zer,goct en ongefchonden,(welk hem

deerde zoo ellendigh gefchonden tc
zijn) volkomentlijk
herftelc hebben.

Wel had men dit mogen hoopenvan

zoo eenen waegh-hals, maer niet ge-
looven.

Geduurende\'t verjagen der rovers
ten Rijke uit, door de Tarters, eer ty-
ding van deffelfs
volkome neerlaeg en

■t\'-\'--------------[

over te voeren. Een iegelijk k^^^ë
vel, vuur in de ftadt te werpen, waer
des doenelijk viele , en ifder viji-
hondert dukaten uit denfch^kamer
metzich te brengen, en ter
beftemder

-ocr page 660-

van Sina, of Taifing.
plaetfe denVeldtheer in te wachten.
Wanneer die van het najagen der Tar-
ters weer te ruch
zou gekomen zijn.
Evenwel is bevonden,dat in die dagen
naeulix het vijf en twintigfte gedeelte
van \'t geit, welk binnen het Paleis be-
waert wierd, wegh gefleept is; daerze
nochtans tweemalen op den fchatka-
nier ten roof trokken: zonder noch in
\'tminfte het gek aen teraken, welk
door de ftadt in \'s Rijks geit-kamers
opgeftotenlagii.

De geheele Landftreke, (zoo groot

was de overvloed van geroofde, dier-
bare en koftelijke goederen,) tot aen
de grenfpalen des Landfchaps van
king, een wegh van tien dag i reizens,
lagh bedekt met fluweel, fatijn en al-
lerlei flagh van geborduurde en veler-
lei gekleurde klederen. Ongelooftè-
lijk, \'t en zy iemant, die oogh en over-
tuigh daer van geweeft is, fulx aenge-
tekenthad.

Naemaels hebben deTarters, nae
het uitdrijven ded muitelingen uit het
Landtfchap van
Xenfi, hungeboorte-
plaets, en uithethof, onlangs den ro-
ver toegevoeght, dien heerlijken buit
der uitgeplonderde overrijke Stadt
Peking bekomen.

Zoo als de muitehngen uit de ftadt
Peking trokken,ontftpnt ook de brant
door brandtftichters in het hof Even
als op een gegeven teken van bran-
den, raekte eerft de poorten der Stadt,
opgehaelt met\' prachtig werken bo-
ven de muuren: daer na de gebouwen
der grooten, en ten leften de reft der
huizen en hof in brandt.

NahetverftroijendoorhetKeizer-
rijk en verflaen der muitehngen, zijn
de Tarters met al hun heirkrachten na
de Stadt getrokken , niet om
dezelve , uitgeplondert en verwoeft
door de verjaeghde rovers in weinigh
dagen tijds, op nieu te plagen en quel-
len; maer flechts om te hooren, wat
byftand de bondgenooten in\'t toeko-
mend tot befcherming der zelve mog-
ten eifchen.

Na het Leger vier dagen voor de
Stadt gelegen had,wierden deTarters
door de ganfche Stadt en al de Groo-
ten, die alle tot hen in \'t Leger waeren
uitgegaen,
met gelukwenfching ont-

fangen, en in de Stadt geleid. Naer-
ftelijk vroegh t\'elkens doom van den
Tarterfchen Keizer , die over het
Krijgsheir uit den naem van fijn neef
geboot; ofze in \'er daet hen als gaften
zouden in laten,en ofze wilden en ge-
boden voortaen door Tarters gere-
geert te worden ? Hier op riepenze
alle gelijker kele :
Duizent en duizent Keiler
mael duizent jaren leve, leve de Keizer.
Een geroep tot op heden gebruikelijk
aen de Sineefche Keizeren. Op ver-
zoek der Sinefen volgde de jonge
Tarterfche Keizer hen ter ftadt in en
in het paleis, reedsafgebranttotcen
puinhoop. Des anderen daegs, wan-
neer de Tarters niet genoech huizen
hadden, om in de ftadt hun verblijf
te nemen, moeften de Sinefen na de
buiten ftadt, afgefcheiden ftechs door
een gracht van de binnenftadt, ver-
huizen, en hadden drie dagen tot hun
verdoen, om midlerwijle hun tilbare
goederen over te voeren.

Welk uitterfte onheil den Keizer
Zungchin , het zelffte quam ook den
keizerlijken geflachte , cn kinderen
over. De koningin, de wettige gema-
lin , volgde den raet des Keizers, haer
op zijn affcheiden gegeven , en ver-
hing haer zelve. Het vrouwen-tim-
mer verfchoide allerwegen, dacr het
de handen der rovers zag t\'ontko-
men , en begaf haer na haer ouders
huizen; hoewel namaels van daer
weer met gcwelt en hft door deTar-
ters getrokken.

Een der koninginnen, namaels by
de Tarters gevangen, wiert, door het
veranderen van haer koninginnelijk
gewaet in dat van een flechter, tot
een flavinne van zekeren Tarter;macr
uit onmagt van langer herjok te dra-
gen , maekte haer bekent, en wiert
toen by d\' andere vrouwen der voori-
ge koningen bewaert, met byftellcn
van gelubden, die haer ten dienfte
ftonden.

\'s Keizers oudfte zoon , in zijnen
ouderdom van achtien jaren, had zijii
koningiijk gewaet , om onhekent tc
blijven, afgeleidt, en zich zeiven voor
knecht aen zekeren Tarter verhuurt.
Maer uit ongedult over defl^elfswre-
den aerdt, begaf zich heimelijk na
E
z weinig

ver-

Adam

-ocr page 661-

weinig maenden van daer,en ter fchuil
by
zekeren gelubden, dien hy voor
zijnen vertrouweling hield. Het
fchaep by den wolf. Lang derfde de
gelubde zijnen gaft niet verbergen:
maer ried hem na de zufter te gaen,
die haer toevlucht ten huize van den
grootvader genomen had. Daer was
\'tnoch erger ; want de grootvader,
wanneer hy de nicht met den neeve
zach fchreien , en elkandre om den
hals vatten, nam een ftok en dreef den
jongeling ten huize uit.

D\'ongelukkige jongeling , nu ten
einde van raet gekomen, was benoot-
zaekt zich zelven te openbaren, al-
leenlijk om te leven. Zijn
openhar-
tige bekentenis, wie hy was, fchonk
hem byde Tarters het leven; hoewel
over te
brengen in de gevangkenis.
Eenigen beloofden hem een prins-
dom op te dragen, met koninglijken
tij tel. Maer hy, die uit den hoogften
top gevallen cn edel van herte was,
gcwaerdigde zich niet tot geringe
dingen: ja, verfmade al wathem min-
der , dan het rijk wiert toegezeit.
Streelde daer en boven zijne zinnen
met cyter-fpel en gezang, tot verlich-
ting van zijne droefenis, en verftoute
zich zelfs de Tarters, dien hy hetlc-
ven te danken had, met fchelt-woor-
den te keer gaen, en aldus allengs de
geenen uit te terten, die op zijn ver-
derf toeleiden. ^

Reeds was hyby velen bekent ge-
worden , wie hy was. Malen, eertijts
aen het lichaem gemerkt, openbaer-
den \'sKeizers zoon; defgelijx de ver-
trekken ten hove, door hem ontdekt

prins met de vinger na. Weshalve te
zeer opentlijk bekent geworden, en
daer en boven gevreeft, om zaet van
eedfpan te zaien, behalve zijne haet
tegen de Tarters , de bezitters des
rijks , vontmen raetzacm hem van
kant te helpen. Neven hem wicrden
veertig , zoo krijgsoverften , als op-
per- Majeftraets perzonen, ter neer
gehouwen, om ten minfte niet zon-
der gezelfchap te fterven, die buiten
zijnen ftaet van geboorte een wijle

benootzaekt was zonder nafleep van
hofgefm televen.

D\' oudfte broeder geraekte na Nan-
king,
en kreeg by na een zelven uit-
gang ; gemerkt hy door eenen van
zijne bloetvrienden, die aldaer zich
tot Keizer had opgeworpen, met den
z abel ter neer gehouwen vviert. jj

Dan zoo men Martijn geloot wil
geven, is d\' oudfte der drie zonen van t^c^-
Keizer
Zungchin noit tc voorfchijn ge-
komen , hoewel na den zelven de ro-
ver
Licungz naerftelijk en lang liet
zoeken :
\'t zy dat hymet dc vlucht,
zoo eenigen fchryven, ontflipte, oi
zich zelven , zoo andere willen , irt
het een of ander meir verdronken
heeft. De twee jonger zonen quamen
levendig in des rovers handen, dien
hy ten derde dage buiten de wallen
der ftad deed fiepen en dc hoofden
van den lij ve houwen.

Tweede Landtflreke Paotingfu.

TIE tweede Landtftreeke p a O-
^tin g f u paelt ten oofte aen
de Landftreeke
p E K i N g f U ; ten
zuide aen
hokienfu en ChiN-
tinfu
; defgelijx ten wefte aen
Chintingfu, en aen het Landfchap
van X A N s I; en hfceft ten noorde de
bergen
Culeang leggen.

Deze lantftreke, een zeer luftig en
vruchtbaer geweft ,
bevangt twintig
fteden :
Paoting , d\'oppcrftadt ^cr

\\2.ïv€!it^kt,Muonching,Ganfo,Tinghing.

Sinching^,rhang, Poye ,
ching, \'nuon, Ly, Hiung ,
Tunglo , Gan f Caoyang , Singan , ^e.

en befchreven; die eenen iegelijk on- I Laixui.Onder deze zijn Gan en Te gro-

bekent waeren. \'s Vaders krijgs-over- teftedpn r aid\' andere kleine. Al wei-
ften en krijgsknechten weezen den

te fteden: al d\' andere kleine,
ke fteden, door Keizer r^/,
onder ver-
fcheide fterren geftelt zijn, na het ver-
fcheiden gedeäte des
Landfchaps,
welk zy bellaen. Het een gedeelte
wort gehouden te zijn onder dege-
fternten
Fi en Ki; het ander onder

Maö en Pi. ^, ,

Dit ganfch Lantfchap g^^^^\'f^
ten tijde van r^ onder
hierom alleenlijk genoech vermae .
Wijl de
groote krijgs-overfte Ten lo

juL aldaer zijne geboorte - plae.s

Ten

heeft.

-ocr page 662-

Ten tijde der Koningen is deze
lantftreke en der zeiver ftadt
Chao ge-
noemt. De ftam
Han gaf haer de naem
van
Sintu: Sung dien van Paocheu: den
huidigen de ftam
Taiming.

Aen de zuid-ooft zij de dezer ftadt
Worden d\'aeloude puinhopen der
muuren gezien, gefticht door Keizer
Chuenhio , twee duizent vijf hondert
laren voor de geboorte des Hei-
landts.

Ter plaetfe , daer heden de ftadt
Paoting gelegen is, had oulinx Keizer
Hoangt den ftoel des rijx geplant.

^erde Landtftreeke Hokienfu.

JJE derde Lantftreke vanHoKiEN-
FU word eilands gewijze met ver-
fcheide ftroomen omringt: waer van
ook de naem
Hokien gekomen is, dat\'s
tuflchen de ftromen gezeit.

Zy paelt ten Noorde aen de Land-
Itreke van
Xuntienfu , ten oofte
aen den zeeboefem
Xang , ten zuide
aen het Lantfchap van
X a n t u n g,
ten wefte aen de lantftreke Ch i n-
Tin g f u ; ten noord - wefte aen
Paotingfu.

Ten tijde van Yu gehoorde deze
Jantftreke onder het Lantfchap van
K
i c h e: heeft onder de regering der

\\ eindelijk weer onder Jeu.

---^-»J^» ,, wiitn,!JCU.

Deze lantftreke begrijpt achtien
fteden: als,
Hokien, Hien, Heuching,
Soning, Ginkieu, Riaoho, Cing,Hin^i,
Cinghai, Nincing, King, Ukiao, oïTa-
chu, Tung^uang, Kuching, Xang, Nanpi,

j€nxan,Kmgyun. Onder deze is
^^J g\'f ^ ft^dt; al d\' andere kleine.

In de ftadt Hokien zijn vier brave
tenipelen, den helden toegewijdt.

De ftadt Ukiao of Tachu is gelegen
aen de rechte zijde van de vhet
Guei :
heeft een zeer fchone en volkrijke
voorftadt. De muur der ftadt is on-
trent dertig voet hoog, zeer net opge-
bout en verzien met bolwerken en
öorftweringen.De ftadt is zeer fcheep
enneringrijk. door den ftapel vanSi-
Zffu o£Sanpem^tSi-

tZ a ^^^^^^^ \' ^^^^ uit rijs ge-
i ent en aller wegen door si»a ver-
voert, en in plaets van wijn gedronken
wort.

De ftadt Tungljang is mede gelegen
op de linke zijde van den vliet
Guei,
een musketfcheut te land waerts in:
is een uur gaens groot in den omtrek,
en omringt met fterke muuren en
diepe grachten. Binnen de ftadt op
het merk velt zeitmen een bijfter gro-
te leeu ftaet, van yzer gegoten.

kierde Landflreke Chintingfu.

J^E vierde Landftreke ChiNTING- crens.p.

fu, een groot geweft, paelt ten
oofte aen
HokienFU , ten noorde
aen
Paotingfu en aen het Landt-
fchap van
Xansi , ten Wefte aen het
Landfchap van
Honan,tenzuide aen
de Landtftreken
XunTEFü en
c^uangpingfu.

Deze landftreke begrijpt twee en
dertigh fteden : als ,
Chinting , Cing-
king , Hoëlo , Lingxeu , Koching, Lo-
ching, Vukie, Pingxan, Heuping,Ting,
Sinlo, Kioyang, Hintang, Ki, Nancung,
Sunho , Caokiang , Vuye , Cijn , Gan-
ping, Jaoyong, Vukiang, Chao, Pehiang,
Lungping, Caye, Linching, Can Hoang,
Ningcing, Xin,HengxutJuenxui.
On-
der deze zijn
Chao en Xin grote
fteden: de reft kleine.

Onder de verdeiling van Keizer Tu
was deze LantftrekeanderhetLant-
fchap van
Kicheu, Onder de heerfchap^
pye
der gefterntén Maotn Pi.

De ftam Cheu heeft dezelve Pin- mmtn.
cheu:
de ftam Han, Hengxan gtrïOttnti
den huidigen naem gaf haer dcftam
Taiming. De opperftadt Chinting zel-
ve , een grote en volkrijke ftadt, lieeft
ten Noorde de bergen
Heng, en ten
Zuide den ftroom

Aen d\'ooft zijde der ftadt Hokien,
heeftmen (welk aldaer watzeltzaems
is , )een grote cn prachtige afgoden-
tempel, geheten
Lunghing; achter mét
een groot hof, Verdeilt in negen eet-
zalen . Hy rgft m et vijf Verdiêpingen,
tot de hoogte van hondert en
dertig
ellebogen. In het koor des tempels
pronkt een heerlijk
en groot beelte-
nis , doorwrocht met grote kunft, in
de gedaente van een maégt, hoog drie
en zeventig cHebogen. Het beek is
Quonin geheten.

E 3 Men

-ocr page 663-

Men heeft\'er ook andere helden-
tempels : onder deze zijn vijf de voor-
naemfte. De ftichting van eenen
wort den ftam
Han toegefchreven.

Vijfde Landflrekéyiymtcïu,

T^E vijfde Lantftreke Xuntefu,
-^--^cen klein gebiet, paelt ten noor-
de aen
Chintingfu; ren wefte aen het
Lantfchap van
Honan , ten zuide en
oofte aen de Landftreke
Quangpingfu.

Deze Landftreke is van natuurzeer
fterk ; en blijft tegens\'s vyands inval-
len door de rontom gelege bergen be-
fchermt. Zy bezit luftige en vrolijke
landouwen : waterrijke
meiren en
ftromen , waer doorze zeer vrucht-
baer is, en devolheitvanviftchenen
kreeften heeft.

Zy begrijpt flechts negen fteden;
hoewel alle benaemt en volkrijk, als

Xicnte,dLO-^i^et-^2Ldit,XahoyNanho,Ping-
hiang , Quang^ung , Kiulo , Thangxan,
Nuikieu, Gin.

Keizer Tu braght deze Landftreke
onderhetLandtfchapvan Aic/\'^ï^, en
ftelde dezelve onder het gefternte
Mao. De Keizerlijke ftam Cheu noem-
de haer
Hingque: was ten tij de der Ko-
ningen nu
Cijn , dan C^^ïogenoemt:
onder den ftam
Han ,Siangque: onder
Sung, Sinte. De ftam Tnming gaf haer
den naem van
Xunte.

In deze Landftreke zijn vier fraeie
Kapellen, den helden toegewijdt :
d\'eerfte is Keizer
Tao ter eere gefticht,
op den bergh
Tao : de tweede byde
ü^^éiNuikeu.

Grens-fH-
le».

Steden.

jZefie Landjlreke Quangpingf u.

De zefte Landftreke Quang-
pingf u, een fmall, maer lang
geweft, paelt ten noorde aen
Xuntefu
en Chinting , ten zuid-oofte aen het
Landfchap van
Nanking, en de Landt-
ftreke van
Taming , door middel van
den ftroom
Guei, ten weften aen het
Landtfchap van
Honan.

Zy bevangt negen fteden : Quang-
ping, Kiocheu, Fihiang, Kixe, Hantan,
Q^anping, Chinggan, Guei, Cingho.

Keizer Yu heeft deze Landftreke,
met de voorige, onder de zelffte ge-
fternten en onder het zelffte Land-
fchap gebragt.
Ten tijde der Konin-
gen was dezelve onder het Koning-
rijk van
Cijn : aenftonts onder Chao.

Grens-
lm.

Steden.

Kamen.

De ftadt Cin noemde haer Hant^>n :
den huidigen naem heeftze al van
den ftam
Han af behouden.

Onder verfcheide kapellen is\'er een,
toegewijdt aen
zekere menfchen, die
de Sinefen
Xinfcn noemen, en beuf^

len noit te fterven, maer onfterffelijk
te zijn, Zy willen dat aldaer een zul-
ke verfchene zy , en zeker arm kint
(welk , weetmen niet) zoodanig on-
derwezen hebbe dat het daer
na een
braef Filofoof, en om zijne weten-
fchap een grote Landvoogt van
Sina
wiert.

2eymde Lajttßreke Tamingfo\'

r^E zevendeLandftrekeTaming-
de zuiderlijkfte defes Land-
fchaps , paelt ten noorde en
noord-
wefte aen die v^ Quangpingfu, met
den ftroom
Guei tuflchen beide, ten
oofte aen het Lantfchap van
Xantung,
ten zuide aen den gelen ftroom, ten
wefte aen het Landfchap van

Zy word doorgaens bevochtight
met ftromen en meiren: waer
overliet
een wonder vruchtbaer en luftig ge-
weft is.

Oulinx was deze Landftreke i«
twee Landfchappen verdeilt : het
noorder gedeelte gehoorde
onder Kt-
cheu, en het zuider onder ren: het eer-
fte onder het gefternte
en laefte
onder

De Stam Cheu gaf den naem van ^^^
Tangping : Tang dien van Tienhiung \'
deiuiuidigen de Stam Sung.

Zy begrijpt Q\\ïStcé.tn:TamingA\'o\'p-
per-ftadt,
Nanlo , Guei, Cing-
fung, Nuihojng, Sim, Hoa, Kai, Chan-^
gyven, Tunaminz-^
Onder deze \\sKat
een grote Stadt. D\'aeloude Stam Tang
heeft oulinx hier zijnen fetel gehad.

In deze Landftreke heeftmen vier
fraeie kapellen : zeer veel heerlijKe

graf-fteden : een zeer oud van Keizer

Kau , gefticht voor vier dmzent ja-
ren, en zeer vermaert door haere out-
heit. \'

Acht-

-ocr page 664-

Jch fte Ldiidflreke Jungpingfu.

achtfte Landftreke Junping-
FU paelt ten ooften aen het ge-
weft van
Leaotung , buiten gele-
gen, ten zuide aen den Zee-boefem
^ang ten weften aen de Landftreke
Van
Pekingfu , ten noorden aen de
groote muur. Het is een berg en heu-
vel-rijk geweft.

Ten tijde van Keizer Tu, gehoorde
«eze Landftreke onder het Land-
fchap van
löcheu. De Stam Cin noem-
de dezelve
Leaofi : wierd onder de
Koningen
Guei, Lulung genoemt. De
Stam
Tang , gaf den naem van Ping-
chieu.

Deze Landftreke, klein in beftek,
begrijpt zes Steden : als ,
Jungping,
Ciengan, Vuning, Changly, Lo, Loting. Lo
is een groote Stadt. is gele-

den op een voordeelige plaetfe , tot
befcherming des Sineefchen Rijks, en
oimmgt met bergen en ftroomen.
^ Ten noord-wefte van de Land-
ftreke
Peking leggen drie Steden bui-
ten d\'ordening :
3ls,]enki-ngjungning,
^aogan. Deze zijn gelegen op zeer
voordeehge plaetfen, gefterkt door
de natuur : en gefticht voorhene te-
gen d\'onverwachte invallen en aen-
ftagen der Tarters, zoo by wijlen die
de muur zouden trachten over te
klimmen.

De Stadt Pdègan heeft eenr^reete
brugh van gehouwen fteen, geftagen
over de vlied of
Sankan : de

Stadt Paogan zelf is gelegen op des-
felfs noordelijken oever.

Aen de zuid-ooft-zijde der Stadt
zietmen de puinhopen eener zeer ael-
oude Stadt ,
de Puinhopen van Hoangt
genoemt : want men zeit aldaer
door Keizer Hoangt een Stadt ge-
fticht zy.

KrijgsA>eflingen,

K ■ Veertien krijgs-veftingen worden
m dit Landfchap getelt, gefticht tot

befchermingh van\' de groote muur.
Onder deze is een, die den tijtel en
naem van Stadt voert,
Siven geheten,
vermaert door haere groote en volk-
rijkheid. Deze gebied byna over al
d\'andere.en is gefterkt met een krijgs-
bezetting van veel duizend man.

De namen dezer krijgs - veftingen
zijn :
Siven, rechter Vanciven, linker
Vcinciven, Hoaigan, Chaiping,Lungmuen,
Changgan,cheghingjunch€u\',
deze acht
ftaen onder de Stadt
Siven. d\'Andere
zijn Vunïng, Yu, Yungoing, Xanghai en
\'^encin: onder deze zijn de twee laet-
fte d\'allergrootfte.

m

O---O * \'^«JkV-i. ^LuWV"

hotïemXang,di\\QdtV):ik.r:oomLznhoang
uit Tartarye ontfanght, na\'t noorde
inboort. Aldaer verftrekken dehoge
bergen, en zelf de zee, een zeer veili-
ge befcherming voor de muur.

Tegen \'t invallenfder Tarters voor-
hene, door het geweft
Leaotung,
werdt deze vefting met een fterke be-
zettingh van fchepen en krijghs-volk
voorzien, tot een breidel voor de
Tarters.

De krijgs-vefting Tiencin , anders
Tiencinmy , is gelegen op d\'uiterfte rfS.
hoek, of op een driefprong van den
Zee-boefem
Xang, daer al de ftromen
van het geheel Landtfchap te zamen
kom en, cn, na een zeer langen loop,
voorby zeer hooge en fterke wallen
in zee ftorten. IseenZee-koopftadt,
die naulix haers gelijken heeft; eens-
deels in groote en rijkdommen, eens-
deels in pracht en meenigte van ge-
bouwen. Aldaer moeten uit zee,en uit
de middcllandfche geweften van ^/»^i
al de fchepen by een komen : waer
door aldaer altijds een ongeloofelijke
meenigte van vaertuigh is. Al wat na
Peking op-gevoert word, moet hier
voorby. Men heefter gewoonelijk
den ftapel van al de befte koop-waren:
aengezien de handel in deze Stadt
voor een iegelijk open ftaet ,
en de
koopmanfchappen genen tol te beta-
len nebben.

-ocr page 665-

Eftwaerd voorby hetLand-
: fchap van
Peking, leid het
Landfchap vanX
AN S l. Xanfi
is zoo veel gezeidt, als, na
\'tWefte der bergen,alzoo genaemt na
den oordt, op den welken het gelegen
is : want het wordt ten wefte door de
bergen
Heng van het Landfchap van
afge&eiden.

Ten oofte heeft dit Landtfchap
tot grens palen de bergen
Hen : ten
noorde de groote muur, die, zonder
ergens gefcheiden te zijn, van \'t oofte
na \'t wefte door het
ganfch Landfchap
ftrekt: achter of boven de welke het

TarterfchKoningrijk van Tanyuhiê,u

en de woeftijne, Samo by de Sinefen
geheten : leit ten weften en zuiden
met den fnellen en water-rijken Ge-
len ftroom beflooten, die van \'t noor-
den na \'tzuiden vloeit: want deze re-
vier vloeit midden tuflchen dit en het
Landfchap van
Xenfidoor, en, geko-
men tot de uitterfte grens palen des
Landfchaps, vloeit recht na\'t oofte,
en verftrekt grens-palen tuffchen dit
en hetLandlchap van
Honan. Het
gantfch Landfchap vertoont eenigh-
zinseen langwerpigh vierkant, waer
van de eene zijde de groote muur is:
de twee andere, de gele ftroom : en
de vierde de bergen
Hen.

In grote, nochte in edelheit, noch
in volkrijkheit kan dit Landfchap by
dat van
Peking geleken worden; maer
overtreft in vruchtbaerheit van alle
dingen , van gelijken in aeloutheit:
want het is, gely k reeds te voore ftaet
aengeroert, door d\'eerfte volken van
Sina begonnen bewoont te worden.

Het is een Landfchap, by d\'andere
te gelijken, welzoo groot niet; maer
luftig en heilzaem : op veele plaet-
fen bergh-rijk; hoewel niet onbe-
bouwt.

Het begint, ten zuiden, op vijf en
dertig graaen,en eindigt ten noorden,
op ontrent veertig graden, noorder
breete, een ftreke om en by van vijf
enfeventig duidfche mijlen: begint in
delengte op hondert zeven en dertig

Grem-pA\'
Itn.

Groote.

graden en een halve , en eindigt op
ruim twee en veertigh.

Het Landtfchap van Xenfi ïs ver-
deilt in vijf Landftreken,
Taiyvenfu,
Pingyangfu, Taitungfu, Luganfu, luen-
cheufu :
ieder met verfcheide Steden
onder haer,ten getale van zes en tach- -
tigh : behalve drie kleinder Landt-
ftreken, met elf Steden, en veertien
krijgs-veftingen.

ÉerfleLandtflreke Taiy venfü.

UÉM

Landftreke

van TaiyvenFü, ^^^ ^

een groot geweft, paelt ten oofte
aen het Landfchap van
Peking ; ten
zuiden aen die van
Leao en Sin, ten
weften aen het I.andfchap van
Xenfu
ten noorden aen de Landftreke Tai-
tungfu.

Keizer Yu heeft deze Landtftreke
gehecht aen het Landtfchap van
Ki-
cheu
, onder de gefternten van Seng en
Cing , na deflelfs verfcheiden gelege-

Zy bevangt vijf en twintig Steden:
met namen,
Tnyven , Taiyven, Juzuy
Taco, Ki, Siukeu, Cingyuen, Kiaoching^
Venxui, Xeuyang , Yu , Cinglo, HokiOf
Pingfing, Loping ; Che, Tingfiang,
Vtai, Kiechi, Cofan, Fan , Hing,
Paote,
Hiang. Onder deze zijn Pingfing, ^^^^
Tai, Cofan
en Paote groote fteden-

De Stadt Taiyven ,

de hooftftadt

des ganfchen Landfchaps en dezer
Landftreke, is altijdts door d
\'aeloud-
heid van ftichting , heerlijkheid en
waerdigheidt van gebouwen onder
d\'edelfte fteden gerekent. Zy heeft
zeer fterke wallen, en van drie mijlen
in den omtrek groot.
Is gelegen aen
een zeer luftigen en
heilzamen oord.

l

heuvelen en

omnngt met groene
bofch-rijke bergen.

ucrgen. . j

Aen de weft zijde vloeit de vhca
Fuenyoothj, en befproeitd\'omge^-
gen landouwen wijd en breed • De
Stad is volk-rijk.

Al van aeloude tijden des Stams
Cheu^f, is deze Sradt en Landftreke
de zetel der
Koningen geweeft: vvant

i

Met meede Landfchap van Xanfi.

-ocr page 666-

Zy is eenfdeels vlak , eenfdeels
berghachtigh. De Landouwen zijn
vrucht-rijk, en leit geen gedeelte
Onbebout, behalve eenigh rou ge-
bergte. Heeft een gezonde lucht: »
en is overal met Steden en dorpen be-
zet.

Verfcheide Stroomen bevochtigen
deze Landftreke : want zy word-aen
de Weft- en Zuid-zij de door den Gee-
len ftroom befpoelt, en in \'t midden
doorfneden met de vheten
Fuen en
Hoei.

Keizer Tu heeft deze Landftreke
gehecht aen het Landfchap van
Ki-
cheu,
en gebracht onder de gefterntea
vanC^^ enSeng.

Zy gehoorde ouÜnx onder de Ko-
ningen
Cijn : daerna onder aen- -
ftonts onder
Chao : is door de Keizer-
lijke Stammen
Cin en Ban onder de
landen van
HoUmg gerekent.

Deze Landftreke begrijpt vier en suAm,
dertigh Steden :
Pingyang, Sianglin,
Hungtuug, Fuxan, Chaoching, Taiping,
Toiang,]eching, Kioyao, luenfiy Pu, Pu,
Lincing, Tungho, Txi, Fanciven, Hocin,
Kiai, Ganije, Hia, Venhi, Pinglo, Jui-
ching, Kiang, Ciexan, Kiang,Tuenkio,
Ho, Kie, Hiangning, Cie, Taning, Xeleu,
Tungho.
Onaer deze zijn Pï/, Kiai, Co,
Ci^ groote Steden.

De Stam Tang noemde deze Land- namen,
ftreke en opper-ftadt Cincheu : Utai
Tm chang \':
de Tarterfche Stam%f»,
Cinning : de Stam Taiming herftel-
de den ouden naem van
Pingyang,
dien Keizer Jau haer aUereerft gege-
ven had.

De Opperftadt Pingyang\\%gelegen
acn den oofterlijken oever van den
vhet
Tuen , die uit de landftreke der
hooftftadt
Taiyven ncerdaelt en vacr-
tuigh, geladen met koopwaren , op-

waertzend.

In de Stadt Pingyang is geweeft het
hof van Keizer
Jau, die met grote lof
van zijne onderdanen, des
jaers voor
de geboorte des Heilands twee dui-
zent drie honderd zeven en vijftig, ge-
regeert heeft.

De Stadt Hia verdient hierom by-
zondere lof, wijl Keizer
Tu aldaer 2ijn
vaderland en geboorte-plaets vindt:
en heeft daer in ook den Keizerlijken
F ftoel

vän Sha, of Taifing.
aldaer liebben de broederen der Kei-
zeren geregeert : wierd toen het Ko-
ningrijk van
Tang genoemt: naemaels
Chao : daerna gaï de Stam Ci», nahet
verdelgen der Koningen, den naem
ymCinyang. De ftam Tangh^th aldaer
den ftoel des Keizerrijks geplant, en
Wierd toen
Peking genaemt. Wai
noemde haer Sïking, de Stam Sung Ho-
iung\', maer den huldigen naem heeft
de ftam
Taiming gegeven; waer in ook
de zoon van den gront-legger des
Stams
Taiming geheerfeht heeft.

Geenzins d^an wonder, naerdien in
dezelve zoo veele Koningen geleeft
hebben, dat aldaer zoo veele en zul-
ke prachtige gebouwen gezien wor-
den.

Onder deze is het voornaemfte en
cdelfte \'s Konings Paleis , inzonder-
heidt beziens - waerdigh
door zijne
groote en verfcheidenheit van gebou-
fel. Daer en boven leggen op de na-
by gelege bergen heerlijke graffte-
den.

In deze Landftreke zijn veel heer-
lijke Kerken, den helden toe-gewijt.
De voornaemfte zijn zeven: waer on-
der een
Cuhia geheten, op den bergh
Infwen , gefticht ter eere van A^n
Veld-heer
Hanfin.

Een an der ftaet binnen de Stadt ge-
fticht, ter eere van Koning
Siang, her-
komftig uit den geflachte van
Chao.

Deflïlfs beeltenis, zoo de Sinefen
fchrijven, welk gehouwen was van
dierbaren fteen, rechte zich van zelf
overeind, zoo dra het voltooit was,
en trad nade verordende plaetfe, daer
het ftaen moefte.

Tmede Lajidflreke Plngyangfü.

E tweede Landftreke P l N G Y-
A N G F U, hoewel
de tweede in

,etal en plaets dezes Landfchaps, be-
loeft evenwel in groote noch in voor-
treffelijkheidt
of getal van Steden,
voor die van de Hooft-ftadt te wij-
ken.

Zy paelt ten Noorde aen de Land-
ftreke van/^f^c^e«/^; ten Oofte aen
kleine Landftreken
van Cin en Xe;
ten Zuide en Wefte aen den Geelen
ftroom.

-ocr page 667-

ften Keizerlijken Stam, door hem by
de Sinefen opgerecht,den naem gege-
ven en
Hia doen noemen.

ïn deze Landftreke heeftmen twa-
lef brave
Kerken:onder deze ftaet een
op den berg
Zuikin , opgerecht met
vierkante gehouwe ftenen , en zeer
veel ft eene pilaren.

Noch is een andere^Kerk, naby de
Stadt
Taifing , recht Koninglijk ge-
bout , door den Keizerlijken Stam
Sung , ter eere van zekeren zeer ge-
trouwen krijgs-overfte.

VzYde Landtftreke Taitungfu.

E derde Landftreke Taitung-
fu
paelt ten oofte aen het Land-

Grens-
len.

haere groote befcherming.

Stede».

worpen,en wierd toenP^/ié\'genoemt.
De Keizerlijke Stam
Cin gaf den
m.^m]unchung : dien van
cheu. Maer is federt altijds Taitung
geheten.

Deze Landftreke begrijpt tien Ste-
den,
Taitung, Hoaigin, Hoenyuen, Ing,
Xanin , So, Maye , Guei, Quangling,
Quangchang :
onder deze zijn So en
C/^É\'i groote fteden.

Op het weft-einde, daer deze Land-
ftreke minderrou is, en hierom voor-

Sinefen gevonden wordt, is zoo hoog
gewaerdeert geworden , dat hierom
ook de Stadt de naem/Mïigi?^, vvelK

bediet, Godtvruchtigheidt omhelzende,

gegeven is , en dien man tot teken
van dankbaerheid een kerk opgeregt:
en word ook de kerk zelve
Changgm
genaemt, dat \'s geduurig Godvruchtig-

Vierde Landftreke Lnganfu.

PI E vierde Landftreke LugaNFÜ ff^\'
^ paelt ten noorden aen die van

Taiyven-, ten ooften aen het Land-
fchap en Ho»^?»: tenzuidéaen
de kleine Landtftreke van
Ce , ten
weften aen die van
Sin. Is klein in be-
ftek; hoewel zeer vruchtbaer in het

voortbrengen van alle dingen.

Zy begrijpt acht fteden : als,
gan, Changu , Tunlieu, Siangheng ,
ching,Huquan,Lichin, Pingxun.

K\'eizer Tu braght deze Landftreke

lende haer onder de gefternten van

Allereerft is deze LanHftreke door I Sang en Cing. De Stam Cheu ftelde al-
de Koningen
Choo , op den uitgang daer eenen Koning, en rechte het Ko-
des Stams
Cheu , den Sinefen onder- ningrijk van op : welk naemaels

heene meerder d\'invallen der Tarters i Paleis ten dien einde : waer door de
onderworpen , heeftmen zeer veele Stadt zelve zeer rijk en machtig ge
krijgs-veftingen, gefterkt, defgelijx de worden is, , ^^

Stadt zelve, met een groot getal van ..^i.^^n^ien

krijgs-knechten.

Vijf Kapellen of Kerken heeftmen
in deze Landtftreke : en een by de
ftadt
Hoaigin , aenzekeren gaftery-
houder toegewijt, die zeer veel gouts

vanzijnengaft,byhemgeftorven,aen . ... . . uyaewci-

deft\'elfs zoon , gekomen om zijnen word ook een put gezien ^
vader te zoeken, troulijk herftelde;! ke men
zeid deerlte \'jyj^jj-jjn
daer nochtans de zoon, noch iemant zer
Xun, of Xinnung , j
ter werelt het minfte van dit gout dien noemt, zaet van^ ; 5 ^^

worden is.

De Stadt Z«?^;? is gelegen acn
noordelijken oever
des ftroomsC^^^^S^

op een zeerluftigen oordt.

^Men heeft in deze Landtftreeke
ftechts
twee voorname Kapellen, een
aen Keizer Xun gewijdt, op
Peco, dat \'s van alle vruchten^

de Koningen en aenftonts Chao
begrepen hebben.

Na het verdelgen van aide Konin-

gen, heeft Hoei, de eerfte grontlegger
van den Stam C/»,deze Landftreke en \'
Stadtgenoemt:
naemaels de
Stam Tang,Chaoy: de Stam Sung,Chao-
te :
den huidigen naem van Lugan
heeft haer de Stam g^g^ven-

en rechte de Keizer in dezelve voor
zijnen bloed-vriendt eenen koning-
lijken zetel op: beneven een
prachtig

^^ Befchryving des Keizerrijks

ftoel geplant, en na dezelve den eer- wifte. Deze deucht, die zelden by de

fchap van Peking : ten zuide aen de
Landftreke van Taiyven, ten wefte
aen den Gelen ftroom ; ten noorde
aen de groote muure. De geheele
Landftreke en opper-ftadt
Taitung
zelve is tuftchen bergen gelegen, tot j onder het Landfchap van Kicheu, ftel-

-ocr page 668-

cn plukgranen ontfangen tc hebben;
(van
Wien, weet men niet) defgelijks
de wijze van dezelve te zaien. Daer
na heeft
Xun deze kupftzijne onder-
danen geleert: en is hem
ter eeuwiger
gedenkenis deze kapel met grote on-
koften opgerecht.

Vijfde Landßreke Fuencheiifu.

C

l^E vijfde Landftreke Fuencheu-
FU paelt ten noorde en oofte acn
«lievan J\'aiyvenfu : ten zuide aen de
Landftreke van
Pingyangfu : leid ten
Wefte met den Geclcn ftroom befloo-
ten.

Onder Keizer Yu behoorde deze
Landftreke tot het Landfchap van
Ki-
cheu ,
onder het gefternte van Seng:
Stont eertijts onder de koningen Cijn;
daer na onder Guei en Chao, I)e Stam
Cijn en Han hebben deze Landftreke
en deflelfs opperftadt met een zclven
naem van
Taiyven genoemt: de Stam
Tang gaf den naem van Haocheu, Tai-

% den huldigen.

Deze Landftreke begrijpt acht fte-
den :
Fuencheu, d\' opperftadt, Hiaoy,
Fmgjao, Kiaihieu, Ninqhiang,lingxe,
Jungning, Lin.
Onder deze isJungning
een grote Stadt.

De Stadt Fuencheu zelve is gelegen
aen den wefterlijken oever van den
vliet
Fuen , (van wien zy ook haren
naem bekomen heeft) ten halvcn we-
ge , tuflêhen de hooftftadt
Taiyven en
deStSLdtPingyang, op een zeer voor-
deelige plaetfe , bequacm ten koop-
handel.

Binnen de wallen der Stadt is een
prachtig en heerlijk paleis, voorhene
de verblijfplaets van zekeren Koning
uit den ftam Tlïiwi;?^. Buiten de poor-
te,aen d\'ooftzijde, zietmen een ander
koftelijk en aeloud palcis; daer op Ko-
^\'^ngjang, die des jaers na de geboorte
des heilants zes hondert entiengere-
geert heeft, zich des zomers tegen de
hitte der zonne plagh te vermeien.

ïn deze Landftreke zijn drie ker-
ken, aen de helden gewijdt.

Behalve de vijf voorzeide Landftre-
^^^, heeft het Landfchap van Xanft
noch drie andere, hoewel veel klcin-
der. Martijn noemt deze of hever

haer opperfteden met een algemeinen
naem van
Cheu, welke lettergreep Tri-
gaut , en zelf ook Martijn in zhne
voorrede van den Atlas aen de grVe
Steden der Landftreken
Fu voegén,
gelijk
Hien aen die van de kleine
Steden.

EerßekleimLandßreke yan Sin.

D\'eerfte Landftreke van Sin (want
Sin is in deze Landftreke d\'Opper-
Stadt) paelt ren oofte aen de twede
kleine Landftreke van
Leho, en Lugan-
fu
, ten zuide aen de derde kleine
Landftreke van z^, ten wefte aen
Pingyanfu ,ten Noorde aen Taiyvenfu.
Zy begrijpt drie Steden; Sin d\' opper-
Stadt,
Siniven en If\'uhiang.

Het is een klein en zeer hoog berg-
rijk geweft: heeft een zwaerder en
kouder lucht,dan doorgaends d\'ande-
re landftreken. Zoo hoog zijn eeni-
ge bergen aldaer, dat Jn het gaen over
dezelve duidelijk een merkelijke ver-
andering der lucht gevoelt wort: zoo
dat zy by wijle niet dik genoeg fchij nt
om adem te fcheppen , of bequame-
lijk te kunnen ingehaelt worden. Uit
deze bergen neemt de ftroom
Cho-
chang
haeren oorfprong.

ïn deze Landftreke zijn drie zeer
fraeie Kapellen : inzonderhcit een,
Fenchung geheten, gelegen aen de
zuitzijde der ftadt
Sin, die oiüinx veel
door de koningen zelfs plag bezocht
te worden. In dezelve wort een boe-
kery en koninglijke ftudeerzacl be-
waert , op de welke velen der oude
koningen terfchole gelegenen in de
boeken geblokt hebben.

I\'wede kleine Landflreke yan
Leao.

De twede kleine lantftreke van Leäs
leit ten oofte met dc hcrgenHen beflo-
tcn-.paelt ten zuide aen de Landftreke
Luganfu,mQt de vhet Chochang tuflchen
beide : ten wefte aen de voorzeide
kleine Landftreke van
Sin, ten noor-
dc aen de Landftreke
Taiyven. Is me-
de, gelijk de voorige, berg-rijk en by
na van een zclven aert.

2 Men

-ocr page 669-

Men heeft \'er twee prachtige Ka-
pellen : een, met name
Sienchin, ge-
fticht door den Keizerlijken Stam
cheu, ter eere van zekeren krijgs-over-
fte , over het bevechten van een brave
zege aldaer ; hoewel der wij ze inhet
gevecht gequeft, dat hy aenftonts
quam t\'overlijden. Aldaer is een
prachtige graf-ftede van den zelven.

\'Derde kleine Landflreke in Xe.

De derde kleine Landtftrcke van
Xe , leit, volgens fchryven der Si-
nefen zelfs , tegen\'s vyands invallen
zeer veiligh befchermt : want het is
. rontom befloten met bergen, en den
Geelen ftroom en vftedt
Sin. Het
paelt ten noorde aen deLandtftreke
Luganß; ten oofte en zuide aen het
Landfchap van; ten wefte aen
deLandürckePingyangfu ; ten noor-
de aen de kleine Landtftreke van
Sinʉۢ

Deze Landftreke begrijpt vijf fte-
den
Xe, Caoping, Jangching, Linchuen,
Sinxut
; alle gelegen op de vlakte van
dalen: behalve
Caoping, welke op den
berg
Hanuang gefticht is, met een zeer
luftige uitzicht over
d\' ondergelegen
dalen.

I^ijgsyeßingen.

Het Landfchap van jr^?// telt veer-
tien grote krijgsveftingen, omringt
met wallen, en
gefticht tot beveiling
van de grote muur cn wegen. Eeni-
gen onder deze overtreffen in grote
en volkrijkheit de fteden zelfs. ï^^
namen der krijgsveftingen zijn deze:
Gueiyven, Jeuguei, Xoguei, May e,Vang-
lin, Jangho, Caoxan, Tienching
, Chinlu,
Cingyven, Pinglu, Chmgtun, Gentung»
Tungxing.

Het derde Landfchap van Xenfi.

Nder de Noorder Landt-
fchappen is het Landtfchap
van
Xen s I hetallerwefte-
lijkfte : want het fpringt tot
aen de Koningrijken van Priefter Jan,
Kaskar en Tihet, die alle by de Sinefen
met een algemeinen naem,
Sifan ge-
heten worden: ftrekt ookvan \'t Noor-
de na \'t Wefte langs de grens-palen
\\da\\Tanyu , een Koningrijk der Tar-
ters, van welk het door de grote muur
en door eenige daer omtrent geftich-
te krijgs-veftingen afgefcheiden wort:
de muur fchiet evenwel door het
ganfch Landfchap niet : maerkomt
flechts tot aen d\'oevers van de Geele
reviere : het overige dezes Landt-
fchaps,
Noort-weftwaerts boven de
revi ere gelegen, is z on der muur, doch
leid zeer veilig tuflchen de dorftige
zandigeWoeftijnen van Samo,QndQ
diepe Gele reviere befloten. Dezelve
reviereverftrektook, ten oofte, tuf
fchen dit en het Landtfchap van
Xanf
tot een Grens-pael; zoo dat deze gro-
te reviere by-na de drie zijden dezes
Landfchaps uitmaekt: want de vier-
de, na\'tzuide, beftaetuiteen onop-
houdelijke ry van dikke bergen ; de

[ fcheidpalen tuflchen dit Xenfi en dc
Landfchappen van
Honan, Suchuen en
Huquang.

In groote behoeft dit Landtfchap
voor geen van al d\'andere van ganfch
SinatQ wijken : want het begint in
\'t noorde omtrent op een
en veertigh
graden en een halve, noorder breedte,
en eindigt in \'t zuide ruim op de vier
en dertigfte,een ftreke van hondert cn
twalef duitfche mijlen : is van\'toofte
na\'twefte aen de noortzijde, opzijn
langfte, hondert en vijftigh mijlen:
maer loopt na \'t zuidefmal toe, tot de
brete van ontrent twee en tnegentigh
mijlen. Mthf

Het is een aeloud geweft: naerdien
het van aller geheugenis her, de ze-
tel byna van alle Keizeren geweeft
is ; te weten van
den beginne des Si-
neefchen Rijks, totaen het einde des
ftams
Han, dat\'s na degeboortevan
Chriftus, twee honderd cn vier en
zeftigjaren. Het is ook,
volgens ge-
tuigenis der oudfte
Sineefche jaer-
boeken,van d\' eerfte
inwoonders van
Sina bewoont geworden, die mctiang
daer na , na den
algemeinen water-
vloet, van \'twefte na \'tooftewe^n^

-ocr page 670-

Het Landfchap van Xenfi is ver-
aeiic macht Landftreken,
sdsSiganfu,

Fungctangfu, Hangungfu, Pingleangfu,
^ungchm 7fu, ünyaofu, Kingyangfu, Sen-
ieder met verfcheide fteden on-
der haer , ten getale van hondert en
Zeftig, grooi-e en kleine ; behalve de
krijgs-fteden en veftingen.

Eerße Landflrek Siganfu.

J^E eerfte Landftreke paelt
ten noorde aen de Landftreke
^^^^■angfu; ten oofte aen den Gelen
ftroom;ten zuide en met een gedeelte
ten wefte, aen
Hanchungfu; met de reft
ten wefte aen
Fungciangfu.

Onder de verdeihngvan Keizerr^^
gehoorde deze Landftreke aen het
Landfchap van
Yung , onder de ge-
fternten van Cw^ en ^«ci. Isgew^seft
hec vaderland en de rijx-ftoel van den
keizerlijken ftamCi^é-^^.

De ftam Chin npcmdehaer Quang-
chung:xen
tijde der Koningen,heerfch-
te aidaer Koning
Cijn : daer naC^^^i:
aenftonts
Su. Na het verdelgen der
Koningen gaf de
St2imSung baerden
naem van
Tungbung : de Tarterfche
^^mjuen dien van Ganß, welken Tai-
fing
met het verzetten Hechts van
detweeletter-grepen, in dien van
Si-
ganvetzndQtdQ, welkrufte van\'t We-
fte betekent.

De Landftreke begrijpt zes
en dertig fteden: als
Sigan, de hooft-
ftadt des Landfchaps en opperftadt
der gehele Landftreke ,
Hienyang,
Hingping, Linchang, Kingyang, Caolmg,
Hu , Lantit n , Livo , Xang , Chingan,
Tung, Chaoye, Hoyang,Chingching, Pe-
fianching.HoaMoayn,Guein\'an,Puching,
Conan, Xanijang, XangnanXao,Sanijven,
Tungquon, Fuping, KÏen, Fungciven, Un-
cung, ]ungxeu, /uen, Xunhoa, Xanxui,
Changuu. Xang, Tung, Hoa, Tao, Uien,
F uen.
Zijn grote fteden.

De hooftftadt Sigan , (dat\'srufte
van\'t wefte gezeid,) zelve is gelegen
aen den zuidcrlijken oever van de re-
viere
Guei. Zy leid aen een luftigen
oordt, en wonderlijk vermakelijk:

jvant fchoon zy aen den zuiderlijken
^^ver des ftrooms
Guei gelegen is,zoo
Klimt Zy nochtans zoodanig allengs
fchuins by\'tgeberghte op, dat de ge-
bouwen met de wallen een ichou-
tooneel fchijnen te vertoonen, en alle
van verre in een wonder aengenaem
gezicht konnen gezien worden. Zy
behoeft in groote , oudheid, fterkte
van wallen , fraeiheidt van aenfien,
en koop-rijkheidt voor weinigh Ste-
den te wijken. De veften
of wallen,
rontom
de ftadt, hebben in haeren
omtrek drie duitfche mijlen : zijn
weerbaer gefterkt en zoo prachtig ge-
bout , dat zy van de ftedelingen ge-
zeit
Word goude wallen te hebben:
op een behoorhjke wijte van elkandre,
ftaen rontom op de wallen fraei ge-
ftichte torens, die boven andere uit-
kijken. Slechts vier poorten, tot gro-
ter befcherming en veiligheit, heeft
de Stadt in hare wallen. Deflelfs oud-
heit blijkt hier uitalleenlijk; dewijl in
de zelve drie Keizerlijke geflachten
geregeert hebben : waerom de gan-
fche ftadt, buiten en binnen de wal-
len, met heerlijke gebouwen vervult
is. Daer is een toorn met negen tran-
fen
oiomgzngcn,Ten genaemt, en met
zoo vele verdiepingen. Dees over-
treft in hoogte en heerlijkheital d\' o-
verige van dien oort. Is ganfch van
fteen, en van binnen met marmer op-
gehaelt.

s

Zy heeft drie bruggen, met zeer
hoge en vele bogen over den ftroom
Guei geflagen : een na \'t oofte , de
twede in \'t midden , en de derde na
\'t wefte alle opgemeflelt met vier-
kanten gehouwen ftenen. Hier byko-
men zitbanken, ter wederzijde, yze-
re balken of houvaften , beelteniflen
van leeuwen , draken en diergelijk,
eenfdeels tot cieraedje, eenfdeels tot
vaftigheit des werks.

Een diergelijke brugh heeft d\'on-
derhoorige Stadt
Lantten , om niette
fpreken van andere van minder be-
lang.

Men heeft\'er zeer prachtige graf-
fteden van aeloude Koningen,
onder
deze zeer heerlijke gedenk-tekenen
der aeloude Keizeren
Kau, FenenVu.

Vele Pagoden zijn \'er, elf van voor-
name grote en heerlijkheit.

Acn de weft-zijde der Stadt is een
Vy ver, viyang^Qnoemi, rontom met
F 3 een

-ocr page 671-

ftadt Sanyven , in het graven van den
grontflagh eens gebou, een zeer ael-
oude fteen
gevonden zijn ; befchre-
ven eenfdeels met aeloude Sineefche,
eenfdeels met Syrifche letteren, die
de Chriften leere ,
inzonderheid de

Roomfch e vervatten : tot groot be-
wijs van d\' oudheid hunner leere, ge-
lijk
zy ftoffen. De vertahng en d\'uit-
legging dezer letteren, vindmen in\'t
brede by Alvarez Semedo en Kircher.

Twede Landflreke Fungciaiigfu.

|E twede Landtftreke Fung-
ciangfu
, een klein gebier,
paelt ten oofte aen Siganf^, ten zui-
de en wefte aen
Fungican^u,tQn noor-
de aen
Pingleangfu.

De Scam Cheu braght deze land-
ftreke onder het Landfchap van
Ki,
welk de grondeggers des Stams Cheu,
toenze noch koningkjes waeren, bé-
zaten : aenftonts daer na kreeg het
koningje
Cin dit Landfchap te leen :
waer langS de koningkjes
Cm zich ee-
nen wegh baenden,tot verdelging des
ganfchen Keizerrijks en des Scams
CheuJ)^ Stam Han noemde haer Z//;?^-
king; maer heeft den huldigen naem
van den Stam
Tang bekomen. Deze
Landftreke is overal bebout, zeer
vruchtbaer , door de menigte van be-
ken en vlieten , en leit rontom met
teer hoge bergen gelijk met een fter-
ken wal omringt.

De landftreke Tungciangfuté^l^s^t
fteden :
Fungdangju , Kixan , Paoki,

een muure beflooten, van dertigh fl:a-
dien in den omtrek. Hy bevangt een
gedeelte des bergs Lungxeu, en komt
tot aen den vliet
Guei. Uit den zei ven
zijn derwaert grachten geleit,die mei-
ren , poelen en water tonelen toeftel-
len , en verfch aften, om luft-fchipftrij-
den te vertonen. Binnen de muure
teltmen zeven prachtige paleizen,
be-
neven zeventien overwehde hoven
of tonelen, gefticht den gehelen vy-
ver door, tot vernlaek en verlufting
der zinnen. Onder deze munten ze-
Ten in grote en cieraet uit.

Zoo men den Roomfchgezinden

Grens-

len.

Steden.

De ftadt Fungciangïs vry groot en
aenzienelijk, heeft vele brave gebou-
wen , vijf onder andere.

(Derde Landftreke Hanchungfu.

CreM-l"

"jP^E derde landftreke HanchuNG-
^ fu
leit byna ganfch tuffchen twe
ftromen, d\'oofter en wefterH^i» befto-
ten: waer van zy ook den naem voert.

In de verdeiling des rijks, door Kei-
zer
Tu , had deze landftreke met dc
voorige een en dezelve plaets ; maer
de fterkundige Keizer
bragt haer on-
der dc fterren
Te tnChin .-in oude tij-
den gehoorde dezelve onder de Ko-
mngjesCin, die van daer af overftap^
ten tot inneming des
Keizerrijks en
uitrojing des Stams
Cheu. Lienpangi
de grontlegger des Stams \' ^^^
zelffter plaetfe tegen
den Stam Cin
oorlogende, leide den tijtelvanher-
togh af, en nam dien van koning acn-
Dees gaf dc landftreke allereerft den
naem van
Hanchung , dien de Stam
Tang en Sung m Hingyven verander-
den ; maer de Stam 7rf/w/;?^herftelde

den ouden naem.

De landftreke Hanchungfu hceit^^S-

tïenStQdQn:Hanchung.Paoching,Ching-

cu, Yang,Sihian(x,Fung, Mien, Ninktang,
Lioijang , Hinggan
, Plngli , Xeciven,
Sinijang, Ramjn, Peho, Cuyang- ^

De Stadt Hangchung zeifis wonder
grooten volkrijk, gelegen op een
plaets,
zeer gefterkt door de natuur,
en
omringt i^et bergh en bolch, geiijit
met de fterkfte wallen- ^^^

Fufung , Mui, Linijeu , Lung, en
gijang. is een grote Stadt.

De opperftadt Fungciang zelve is
gelegen aen den oofteriijken oever
des ftrooms
Ping. Fungciang is een
koppel-vvoort, gefmeet van
Fung en
Ciang: en betekent het eerfte een yo\'
gel, die by hen voor een teken van
groot geluk gehouden en zeer zelden
en niet dan alleen gezien wort: en het
laefte,
Ciang, geluk of voorfpoet. By
eenigen wort deze vogel voor den Fe-
nix, by anderen voor een zeker flag
van Arenden gehouden. Hy is van
velerlei verruwe: en verderen de Si-
Jefuiten geloven mag, zou\'de jaers | nefen met deflelfs
beeltenisgemene-
zeftien hondert vijf
entwintigby de lijk de kleden en tapijtwerken.

-ocr page 672-

Men heeft\'er vijf vermaerde hel-
den kapellen, waer\'onder een , aen
zekeren vorft
Changleang is toege-
wijdt., ter eeuwiger gedenkenis en
dankbaerheit van zeker wonder werk:
diergelijk of een tweede in de ganfche
Wijde werelt niet te vinden is : tewe-
ten een brug, die haer aldus heeft.

Tuflchen deze Stadt en de Hooft-
ftadt was eertijts de weg zeer onbruik-
baer , en liep zeer verre om : want
nauhx had men ergens , van wegen
de hoge en rouwe bergen , en diep
ïieerzinkende dalen, een eenig voet-
pat> welk recht uit hep. Te dezer oor-
Zake waren d\'inwoonders altijts be-
nootzaekt verre na \'t wefte om te rei-
den, tot heel aen de grenfen des Land-
fchaps van
Honan, en dan weer noord-
waerds op te trekken ; zulx zy eenen
weg van twee duizent ftadien af te
leggen hadden ; daer de wegh over
\'tgebergte naulik acht hondert fta-
dien lang was.

Dies wierden op het einde des
Stams
Cin, wanneer licupang met
Hiang om \'trijk oorlooghde , door
Changkang, V.eltoverfte van Licupang,
deze fteile bergen en diepe dalen ge-
eftènt en geftecht, om den vluchten-
den vyant t\'onderfchèppen. Met een
ongeloofelijke gezwindigheit en gro-
ten arbeit wiert dit effenen en
flechten
Volbracht: en waeren daer aen eenige
hondert duizent man, en zijn ganfch
krijgs-heir t\'arbeiden. Ter Vt^eder zij-
de loopen de muuren, gemaekt van
deze bergen, regel recht op en neer,
tot zulk eene hoogte, dat zy met hun-
ne opperfte fpitfen tot boven in de
wolken reiken, en naulix het heht des
hemels de wegen kan befchijnen en
verhchten. Op zommige plaetfen
Zijn van dwers - balken, met planken
O verleid, van den eenen tot den ande-
ten bergh, bruggen gemaekt, en
ko-

J^en d\'einden der balken, om fteun te
hebben, in de uitgehouwe gaten der
bergen en fteenrotfen te ruften. Op
andere plaetfen, daer de dalen te breet
Vallen, ftaen zware kolommen of pa-
jen , daer de dwers-balken aen vaft ge-
^lamt zijn. En met dufdanige brug-
pn is byna een derde deel des wegs
^^ellageii: ook leggen hier en daer de-
ze bruggen zoo hoogh, dat iemand
de hairen van fchrik te bergen ftaen,
door het naer om laegh zien. Zoo
breed is de wegh, dat vier paerden op
den zelven nevens elkandre kunnen
rijden ; cn word noch tot heden
\'s daegs, ten gerijf van den reizer, (ten
welken einde onderweeg ook eenige
dorpen gefticht en herbergen ge-
maekt zijn,) heel en goet onderhou-
den, en dikwils vermaekt en verhan-
felt. De ganfche wegh is ook door-
gaends met aerde bedekt. Ter weder
, om niet af te vallen, zijn yzere
of houte leuningen gemaekt. Haere
lengte ftrekt van de Stadt
Hanchung
af, tot aen het wefter gedeelte der
Hooftftadt
Sigan , daer zy met haer
een eind dertigftadien van de ftadt af-
leit. Is in \'tSineefch
Cientaogtnoemt,
dat \'s weg der fchragen.

De Vierde Laridftreke?mglcmgh.

F^E vierde lantftreke Pingleang- grem-p^^.

paelt ten oofte aen Kingyang-
fu,
ten zuide aen Fungciangfu, ten we-
fte acn
Cungchangfu , ten noorde aen
de grote muur. Zy heeft luftige ber-
gen en vifchrijke ftromen, en bezit by
na de vollieit aller dingen.

De landftreke Pingkangfu is door namen.
Keizer Tu onder het Landfchap
gebragt, en geft elt onder de fterren
Cing en Quei. Onder den Stam Han
wiertze Ganti, maer onder Sung Kin-
gijven genormt,
dat\'shooftbron des
ftrooms
King : gelijk ook deffelfs
hooftbron by de ftadt
Pingkang7.Q]^
is. By anderen is dezelve altijds
leanggenoemt, van wegen de zachte
temper des luchts.

Zy bezit tien Steden, Pingleang, steden.
Cungfin , Hoating , Chinyven, Kuyven,
King, Lingtai, Choangleang, Lungte
en
Cinguing. King en Cingningxïjngtote
fteden.

In de ftadt Pingleang zijn drie ka-
pellen , den helden toegewijdt, die al
d\'andere in heerlijkheit en grote over-
trefl^en. Defgelijx is\'er een koninglijk
paleis des Stams
Taiming: want in de-
ze ftadt placht een dier koningkjes
zijn verblijf te hebben.

-ocr page 673-

\' w i.i ^ i-H u --------------

Pm?kangUyFtmgciangfu cn Hanchung-
fr noorde aen de grote muur, ten
wefte aen Lyniaofu, ten zuide aen het
het Landfchap van
Suchuen.

De landftreke Cungchiangfu gehoor-
de,ten einde des Stams
Cheu, o nder het
^oXkKiangtung. DeStamH^?K,nahet
verdelgen van fckeren vryheer
Lungsi,
door den ftam Cin aldaer geftelt,
noemde deze Landtftreke en Stadt
Thinxui: de Stam Tmg,Gueicheu: Sung^
Cungcheu:
maer taiming Cungchang. ^

De Landtftreke Cungchaugfu bezit
zeventien Steden
-.■Cungchang, Gan-
tini, Hoeining
, Thungguet,Chang, Nin-
gyven,
Fokiang, Siho, Chmg, Ctn, Cin-
%in, Chinxui, li
, Kiai, Ven, Hoet, Lean-
tan^. Cin, Kiai, Hoei
zijn grote fteden.

Pe Stadt Cungchang zelf is gele-
gen aen den wefterlijken oever des
ftrooms
Guei, recht beweften de Stadt
Pingleang. Zy wiert eertijts gefticht
door Keizer en mee, gelijk
Ping-
leang,
onder het Landfchap van Tung
gebraght.

De Stadt is volkrijk, en gelegen op
een veihge plaetfe , door de rouheit
der ongelege bergen en ongebaende
wegen: waer over zy altijts van de Si-
nefihe Keizeren voor een plaets van
groot belang gehouden is.

In deze Stadt, tot geen kleine lui-
fter der zelve, ftaet een aeloude Ka-
pel van
Fohi, d\'eerfte Sinefche Kei-
zer : want de Sinefen willen dathy in
deze Landtftreke by d\'onderhorige
Stadt Ä geboren zy.

Zefle LandflrekeUny^o.

tsrms-H- UTEti weinig beweften Cungchangfu
^ andfi-rpt^^t.tkty a ofu:

t li,n weinig DCWCiLCll

^ leit de Landftreke L l N Y A O F U:
alleenlijk hier om vermaert, dewijl dc
grote muur aen haeren noordelijken
kantkomtt\'eindigen; defgclijksdoor

het planten van den ryxftoel^sge-
flachts van
Taiming in defelve. Onder

deverdeiling van Keizer Tu geraekte

deze landftreke onder het Landfchap
van
Tung: en was aldaer de heerlijkye

Tijfde Ländßreke Cungchangfii.

f vijfde Landtftrcke Cun g-
C H A N G F U paelt ten oofte aen

Grens-fA\'
li».

SeyendeLandftreke Kingyang^iJ\'

flEzevendcLantftrekcKiNGYAN-

•^FU padt Noordwaerds aen oe
groote muur : Weft waerts aen
angfu: Zuidwacrts aen Siganfu: Ooit\'
waerts
^cti\'Jenganfu.

Oulinx gehoorde deze Landftreke
niet onder het Keizerrijk van
Sina ;
maer onder hetTarterfch Koningrijk
Taniju. Dan Xi, de grondlegger des
StamsCi;^, nam dezelve , nahetuit\'
drijven der Tarters, in bezitting: be-
flootze binnen de palen der groote
muur, en noemen haer
Peti. De Stam
Tang gaf haer den naem van Kinchei^f
maer
Sung den huidigen. ,

De Stadt Kingyang zelf, ge"^^.\'^^
met vafte wallen, cn omringt met die-
pe grachten ,
verftrekt een brave ve-
fting tegen d\'invallen der Tarters.
In deze Landftreke heeftmen dric

heerlijkcKapellen: een der welke, ^

braeffte en grootfte, ftaet in de Staui
kingyang zelf. In het een hofolzaci

van dezen,welk op zware pilaren rul,

zietmen zeven en dertigh gefchild^\'
de beckeniflTcn van Koningen, atge-
daelt uit den StamC/j^^-

Achtfte Landtftreheyng^^^\'^^-

HE achtfte Landftreke JB^^^^tf\'\'

^FU paelt ooftwaerts aen den tj

len ftroom: ten noorde en ^

wefte aen de groote muur \' t
enzuide
aen de Landftreke van

yangfu en Sigan^ qoK

Befchryving des Keizerrijks

^iW.DeftamCi.,nahetveroverenK.^ ■

van de?e landen, gaf haer den naem
van
Lungsi: Sung dien van rench^\'.
maer Koning noemde haer, om
dc goutrijkheid des lanas,
Kinti: want

Kinti is gout-lahd gezeit. ,

Den huldigen naem gaf haer de

Stam Taiming. ^ j««. sttl^-

Deze Landftreke telt vijf Steden •
als\',
Linyao, Gueiyven, Lan,KinQnHO\'
en/iö zijn groote Steden.

De Stadt Linyao felve is gelegen aen
den oofterlijken oever des ftrooms
Tao, op den bergh Paotung,
zy een gedeelte binnen haere wanen
befluit.

-ocr page 674-

Ook deze Landtftreke gehoor-\' en wefter gedeelte, zijn
Zaemde oulinx
den Sineefchen Kei- nio, Suking, Laiku : óp den weg van
Zerniet: maerKeizerX/nam dezelve
Manching na Sigan, Laofung, Coching,
allereerft in bezitting , en beflootze Chofai, Xuiquan , Miquan , Chincang,

D\'andere, meer na \'twefte, zijnPf-
chung, changyu, Vannan, Chintao, Ping-
lo, Xanfang, Sicu , Pinting , Kiocung^
Vnlu, Queite, Sinin.

De krijgsvefting Ninghia leit om-
ringt met den
htigHolan, groot der-
tig ftadien , gelijk met wallen.

De krijgs-ftadt Socheu is mede een
zeer fterke plaets, en ook de verblijf-
plaets des opperhoofts, die een zeer
groot gezag heeft. Zy wort in twee
verdeik;het een gedeelte bewonen de
Sinefen ; het ander de Arabers en uit-
heemfche, die uk het wefte derwaerts
ten koophandel te zamen komen.

Niet verre van daer leit een woeftij-
ne
K arak at ay gtn^emi, wclk land der
Katayers bediet:want ook de Sinefen,
die by de Turken en Aftrakaners Ka-
tayers genoemt worden, bewoonen
deze plaetfen overal volkrijk.

Dc krijgs-ftadt Kancheu is zeer fterk
tegen alle aenvallen der Tarters , en
bezet met uitgclezckrijgs-knechten,
\' verdeilt in rotten.

D\'onderkoning dezes Landfchaps,
een ander van dien in de Hooftftadt
Sigan, hecftin deze Stadt zijn verblijf.
Men heeft\'er ook al d\'overige voor-
naemfte majeftraten; den welken uit
het keizerlijk hof zelf bevelen wor-
den toegezonden.

Ontrent de ftadt is een zandig veld,
fafraen geel van kleur, met zeer wei-
nig geboomte en groente,ja bynazon-
der lover of gras : is een gedeelte der
woeftijne
Xamo-, miffchien die, welke
by vele Europifche Landbefchryvcrs
de woeftijne Io/genoemt word.

Irinnen de grote muur.

De Opper-ftadt Jengan zelf, is ge-
bout aen den noordelijken oever des
ï^eirs
Lieu, op een luftige en vrucht-
bare plaets. Gene kleine cieraet wort
Ook de Stadt by gezet door zekeren
berg, befloten binnen de wallen zelfs,
die met verfcheide Stadts cn inzon-
derheit met burger getimmerten ver-
heerlijkt is.

De landftreke lenganfuhev^ngim-
genticn ^tdtn-.2\\s,Iengan,Ganfai,Can-
civen , Ganting, Paogan, Ychuen, len-
chuen , lenchang , Cingkien , Feu , Co-
chuen, Chungpu, Tkiun, Suite , Miche,
Kia, IJpao, Xinmo , Fuko. Feu, Suite,
Aiazijn
grote Steden.

Behalve deze grote en kleine Ste-
den, leggen tot befcherming des rijks,
buiten en binnen de grote muur, ver-
fcheide krijgs-veftingen ; desgelijks
ook door het ganfch Landfchap ver-
fpreid , inzonderheit in het wefter ge-
deelte , tegen de Koningrijken van
Kaskar, Samahan, en Taniju.

De Voornaemfte buiten de grote
muur, tegen \'t wefte, zijn
Socheu, een
hrijgs-ftadt,
Xacheu , Xancheu , een
krijgs-ft adt ,
ïungchang , Leangcheu,
Choanglang, Sining, Chinij, Kulang.
De
kleinder zijn
Ninghia, Ninghiachung,
Taocheu , Mincheu, Hocheu , fiinglu,Tu-
lin , Chinfan , Xetu, Hantung, Pinglu,
Minxa , Guei, Sengquei.
In dc muur
zelf leggen gefticht dc veftingen
Se-
muen , Miko, TuUn, Fdnyang, Hoama,
Pecho, Taxum, Cinglu,
en andere van
minder belang.
De krijgsveftingen , in het zuider

\\

«

I Et Landfchap van Xantung,
ihet vierde in getale onder dc
Noorder Landfchappen, magh
met recht een overgroot eilant ge-
noemt worden ; want het word ten
Noorde, Oofte en Zuide met de zee
bekabbclt, en ten Wefte over al door
"romen bevochtigt: zulx het rontom

aller Wegen te fcheep kan aengedaen
^or<len.

het

Het paelt noordwaerd acn crens-pa-
Landtfchap van
Peking , en aen den i^».
zeeboefem Xang:iQn oofte aen dezcc:
wordt doorfneden in \'t midden met
den ftroom
Ci: heeft ten zuide de
zee en het Landtfchap van
Nanking,
met den Gelen ftroom tuffchen bei-
de : de refte, ten wefte; leit met
den vliet
Guei, en de gegravegracht
lun beflooten.

G Het

Het vierde Landfchap van Xantung.

-ocr page 675-

in zes Landftreken : als, Cinanfu, de
Hooft-landftreke ,
Jencheufu , Tung-
chanfu, Cingcheufutn Laicheufu:
ieder
met verfcheide groote en kleine Ste-
den onder haer, ten getale van hon-
dert en vier: beneven veertien Krijgs-
Veftingen.

Eerße Landßreke Cinanfu.

^\'Eerfte Landftreke C l n a n f u
paelt ten oofte aen Ctngcheufu;
ten zuide aen de Landftreke Tenchen-
fu :
ten wefte aen Tunchangfu : ten
noorde aen \'t Landfchap van
Peking;.

Door Keizer Yu wierd deze Land-
ftreke en de Hooft-ftadt den Land-
fchappen van
Chincheu ingelijft, en on-
der de fterren
Guei gc^dt.

Al van aeloude tijden af, heeft zy
den naem van den vliet
Ci gehad, d\'al-
lergroot fte dezes Landfchaps, en was
toen aldaer
het hof der Koningen Cy-

Na den ondergang dezer Konin-
gen , gaf de Stam
Han haer den naem
van , van wegen haere gelegenis: - .
bezuideden vhet C/; want Cw^» is be- i twee en zeventig Keizeren, die ruit.
zuide
Ci gezeit. De Stam Tang noem- vrede en ^odsdienft toegedaen
de haer
Linchi; maer Taiming herftelde
den ouden naem

In weeligh voortbrengen van veld-
gewaften, kooren engerft , defgelijx
in het aenteelen van groot en klein
vee , behoeft deze landftreke byna
voor geene andere van de Noorder
landfchappen te wijken.

De Landftreke Cinanfu begrijpt der-
tigh Steden :
Qnan, Changkieu , Ceu-
ping, Chaxan, Sinching, Ciho, Citung,
Ciyang, Chihuen, Tuching, Linye, Chan-
cing, Fiebing, Cingching, Ling,Taigan,
Sint ai , Laiuu , Te, Teping, Pingyven,
Vutimg, Yangßn, Haifung, Loling, Xang-
ho, Pin , Licin , Chenhoa, Putai. Tai-
gan
en Vuting zijn grote fteden.

yo Befchryving des Keizerrijks

Het gantfch Landfchap is verdeilt terleiding.Uit beide deze Meiren z^n

Verdeiling.

verfcheide fraeie grachten door de p-
hele Stadt geleit;
waer door dezelve
overal bevaerbaer is.
Ook fehlet een
gracht uit de Stadt na het Meir
Cioxan,
gelegen buiten de Stadt,aen de noort-

zijde. Des niettegenftaende kan de

gehele Stadt ook tc voet bewandelt
worden, door middel van ftene brug-
gen , over de zelve grachten
geftagen-
Onder deze ruft een, PehoagenocraU
op vele gewelfde bogen. Zy ftrekt rot
aen zeker eilant , mede
Pehoa ge-
naemt, gelegen in het Meir
Tnming •
fpringt van d^aer tot aen den ande-
ren oever over, en leit binnen de
wallen der Stadt
zelfs beftoten- Een
andere brug ,
Fuyung geheten , niet
flechter, dan de voorige, is
overhet
zelffte meir geflagen , en opgehaelt
met vierkante gehouwe ftenen.

Men heeft\'er zeer veel prachtige
afgoden en helden tempels, tien on-
der andere zeer heerlijk.

Dan verre overtreft de tempel Tu^\'
go , gefticht door Keizer Hoangt, al
d\'andere. Men zeit in den zei ven

Grens-pa-
len.

Alamen.

rcn,geleeft hebben: waer om dees met
prachtige gevaerten en
heedijk bou-
werk pronkt.

De Bonzen, d\' Ofe-priefters dezer
tempelen , genieten aldaer grote in-
komften.

Zeker Keizer, uit den geflachte van
Taiming, heeft in deze ftadt zijnen le-
tel gehad : maer na dat dees aldaer
door de Tarters verdelgt was, heett

niets nagelaten, dan paleizen enlult-

hoven.

Twede Landftreke Yencheufu-
JQE twede Landftreke YENCH^y; u^-

Steden.

paelt ten noorde en oofte aen

reke ; ten zuideaen

De Stadt Cinan-zdYQ , de Hooft- j hetLandfchap van Honan : f
ftadt des ganfchen Landfchaps , en j aen^ de landftreke

fu
de landf

rro te ftromen

ie Gele, in\'t zuide.

tuflchentwee
\'tnoorde; en

\'^oXKeizerftwasdefebndftreke

opperftadt der Landftreke, is groot cn
doorbout met prachtige getimmerte.
Zy is gelegen op een broekigen

be-

oordt, heeft binnen haere wallen twee v^nacr ivci^v,^ x« w «c, ^^ ^^^

Meiren; het een Taiming, aen de weft- l in twee verdeelt: en gehoor ^^^^
Zijde; en het ander geheten, gedeelte onder ]:f; ter
vereenigt met elkandre door een wa-
en tander onder j

•be-

-ocr page 676-

beftiering yan twee eefternten, Quei
en Leu, ^

Oulinx was alhier het Koningrijk
Lu : en wierd aenftonts door de Ko-
ïïingen
Cu in bezitting genomen.

I>e Stam Sungnotmdt deze Land-
ftreke en opper-ftadt
Taining ; maer
beeft ook altijds byna den huidigen
ïiaem van
Jencheu behouden.

De LandftrekeJencheufu heeft, tot
haeren grooten luifter, eenen Keizer
uit den Stam van
Taiming gehad; maer
\'t gèen dezelve, volgens zeggen der
Sinefen, allermeeft verheerlijkt,is, dat
de beroemfte Sineefche Filofoof
Kon-
fut,
in de kleine Stadt Ceu zijne ge-
boorte-plaets vind. Veel Kapellen
zijn aen den zelven aldaer by de na-
komehngen ter gedachtenifte toe-ge-
Wijdt: onder deze, vijftien de voor-
naemfte , zoo hem als den helden ter
eere gefticht. In dezelve heeftmen
veele graf-fteden : zelfs die y2.nKon.
fut, de beroemfte van allen.

Deze Landtftreke is vruchtbaer,
heeft luftige landouwen, bofch-rijke
bergen , en vifch rijke ftroomen en
meiren.

Zy begrijpt zeven en twintigh Ste-
den :
Tencheu, Kioheu, Niuyang, Ceu,
Teng, Te, Kiuhiang, Tutai, Tan, Chingun,
Cao, Cao, Tingtao, Cining, Kiaciang, Kiu-
ye,Kiunching, Tungping, Ven xang, Tun-
ge,Pingyn , Jangxo, Xeuchang, T,Tan-
d ing, Fi, Suxui.
Onder deze zijn.
Cao, Cining, Tungping, To, groote Ste-
den.

Onder al de Steden dezer Land-
ftreke is
Cining de voornaemfte , en
magh
tegen de Hooft-ftadt zelve in
groote, volk- en koop-rijkheidt op :
)a overtreft byna dezelve : want wijl
zy in het midden der Koninglijke
vaert geleegen is, zoo moeten al
de fchepen, die deze vaert op en af
willen, door deze Stadt varen, en al-
daer tol betalen. Is ter weder zijde
van de Koninglijke vaert, met een
groote volk- en neering - rijke voor-
ftadt vcr9iert. Ter weder - zijde van
de vaert , leggen ook twee zwa-
re fchut - fluizen , die het buyten-
Water fchutten , welk dikwils zes
voet hooeer, als het binnen-water
rijft. ^

of Taifing.
Verde Landtftreke Tunchanfu.

E derde Landftreke Tunchan- Grem-pn.
. f u paelt in\'t oofte aen de land-
ftreke
Cinanfu ; in \'t zuide aen Jen-
chenfu :
in \'t wefte aen het Landfchap
van
Peking , en leid ten noorde mee
den Stroom
Guei beflooten.

Onder Keizer Tu behoorde deZe
landftreke aen de hndiitekQTencheu.
fu, en ftond onder de fterren Guei en
Xe. Ten tijde der Koningen was haer
een gedeelte onder Koning
Ci, het an-
der onder
Guei, en \'t derde onder Chao
gebraght. De Stam Han noemde haer rnmm.
Cyn : Tang, Poping Sung, Pocheu ;
maer den hedigen naem gaf de Tar-
terfche Stam
Iven.

Het is een vlakke en vruchtbaere
oort, geeft veel zijd-wormen en aller-
lei nootdruft, tot \'s menfchen onder-
houd : word met de Koninglijke vaert
Jun in \'t midden doorfneden,die by de
Stadt lix^ci«^ in den vhed G«<?iftort.

Deze Landftreke begrijpt achtien steden..
Steden:
Tunchang, d\'opper-ftadt, Tan-
gije, Poping, Choanping, Kieu, Sin, Cin-
ping. Keu, Lincing, Quontao, Caotang,
Gen, Hiacin, Vuching, Po, Fan, Quon-
ching, Chaoging. \'Lincing, Caotang
en
Pö zijn groote Steden.

Onder al deze munt de grote Stadt
Lincing in meenigte van inwoonders,
heerlijkheid van gebouwen eri koop-
rijkheid uit: ja zoo verre, dat zy voor
weinigh fteden in het ganfch rijk be-
hoeft te wijken : want s\' is gelegen
op het eind der koninglijke vaert
Jun,
ter plaetfe daer deze vaert en de vliet
Guei in malkandre ftorten: waer door
aldaer gewenfchte en bequame gele-
gentheit ter fchipvaert is : Ja ko-
men de fchepen, geladen met allerlei
koop-waren, uit het ganfch Sineefch
rijk, voorby en aen deze ftadt, hoe-
wel nietzonder tol te betalen : daer
over drie tol-meefters het opzicht
hebben.

Op beide oevers der koninglijke
vaert, na by de Stadt, ftaen twee fter-
ke kafteelen of krijgs-veftingen, tot
groote verfterking der Stadt. Voorde
Stadt leggen twee zware fchutflui-
zen , die het boven-water van den
G 2 vliet

-ocr page 677-

ten.

Aen de noortzijde der Stadt leit
een fchipbrug van negenponten, tot
overgang van d\'eene zijde der Stadt
tot d\'andere. Een dezer ponten is in
dier wijze gefl:ek, dat dezelve bequa-
melijk uit haere plaets kan wijken, en
aen het vaertuigh, na het betalen van
den tol, doortocht geven.

De Stadt is omringt met een aerde
wal, opgezet boven met een borfl:-
wering : leit in vorm van een onge-
lijkzijdige driehoek,grootin den om-
trek ontrent twee uuren gaens , be-
halve de voorfteden.

Zy pronkt met vele aenzienelijke
gebouwen en
meenigte van Pagoden.
Maer
boven al overtreft zeker toren,
buiten de wallen der ftadt, ai d\' ande-
re gebouwen in heerlijkheit en grote
van werk.

Hy is achtkantig van geftalte, rijft
van d\' aerde met negen tranfen of ver-
diepingen : ieder verdieping hoogh
negen ellebogen : zulx de gehele to-

De gehele buiten muur is van fijne
porceleine kleiaerde gemaekt, en met
verheven beek en fchilderwerk zon-
derling fraei geftoftèert. De binnen
muur beftaet uit marmer, van meeni-
gerlei kleure: zoo glat geflepen en ge-
polijft, als de glatfte Ipiegel, inzon-
derheit de zwarte marmer.

By eenen wendel trap klimtmen
naer boven, niet gemaekt zeifin het
midden des toorns ; maer tuflthen
twee muuren in, die in ieder verdie-
ping zijnen ingang heeft, en van daer
na de marmere galderijen en vergulde
yzere traliën, welke tot cieraet ron-
tom degalderijen gemaekt zijn. Over
al aen de galderijen, inzonderheit aen
de hoeken en kantelen, hangen fchel-
letjes en klokjes, in dier wijze, dat zy,
bewogen door de wint, een aengena-
men
toon geven.

Opdekpogfte verdieping ftaet een
groot afgoddinne bedt te prijkt, daer
de toren aen gewijdt is, gemaekt van
gegoten koper, hoogh dertig voet en

Schip brug.

Forceleine
toorn.

men verfcheide kapellen, met grote
kunft doorwrocht en allerlei cieraet
geftoflèert.

Fierde Landftreke Cincheiifu.

T\\E vierde Landtftreke ClKCHEU- ff^\'
•^FU paek ooftwaerd aen de Land-
ftreke Laicheufu : zuidwaerd aen de
zee en
Jenchenfeu ; weftwaerds aen
Cinanfu ; noordwaerds aen den zee-
boefem
Xang.

Keizer X« heeft deze Landtftreke

aen een gelijknamige ingelijft, enge-
ftek onder de fterren
Hiu en Guei. De
Koningen
Ci hebben dezelve beze-
ten. De Stam
Han noemde haer Pf
hai: de Stam Sung, Chinhai : den hul-
digen naem heeft de Stam
taimmg
gegeven.

Het is geen bergloos geweft; maer
de zee en ftjroomen zetten
evenwel
dezelve vruclitbaerheidt by. Nau-
lix is ergens grooter overvloed of
goeder koop van levens behoeften
te
bekomen. Zoo groot is de mee-
nighte der viflèhen , daer de Segrei-

ren de hooghte van tnegentig ellebo- ne vellen van komen, datd\'inwoon-
gen beeft: met een behoorlijke dikte, ders een rijkdom aen
dezelve gewin-

nen.

Zy heeft, waer uit ook d\' edei-
heidt der Landftreke blijkt, eenen
Koning uit den geflachte van Taimtng

Deze Landftreke begrijpt veertien ^^

Steden : C/»^c>[;fï^,d\'opper-ftadt,^^^-

chi, Pahing, Caoy-ven, Logan, Xeuquang,
Changlo, Linkiu,Gankiu,Chuching, Mun-
gin, Kiu, rxui, Gechao. Kiu
is een groo-
te Stadt.

f

De kleine Steden Logan, Xeuqtian
Chuching,
 , leggen aen zee, oi

met haer gebiet altoos.
. Vijfde Landftreke Tenchcufu.

.fii\'p^\'

De vijfde Landftreke TencHEU-

FU bevangt d\'oofter hoek des
Landfchaps van
Xantung : IP^^K\'^
\'tnoordeen oofteaen denzeeboeiem

in\'t zuide aen de grote zee. lcx

weften aen de landftreke Utcheufu.

En hoewel deze landftreke meeren-

deelsvaft lant is , zoo l^it e^enw^^^

Befchryvrng des Keizerrijks
vliet Guei, welk dikwils eenige voeten vergult. Ro^totf ^ezen toorn heeft

hoger , dan het binnen water tegen de \' \' ........

fluizen aenftaet, ophouden en fchut-

-ocr page 678-

Opperftadt Tmcheu zelve, ten noor-
de, op een eilandt, in den zee-boe-
fem
Xang, een weinigh van \'t vaft
land af.

In dc verdeilingh van Keizer Tu
Was deze landflreke onder het Land-
fchap van
Cincheu gerekent, en, met
de voorige , onder de zelffte fterren
^uie en Guei geftelt. Ten tijde der
Koningen gehoorde dezelve onder
het Koningrijk van
Ci. Den naem
Tencheu heeft de Stam Taiming ge-
geven. ,

Oulinx woonde alhier zeker Volk
Gayo, zonder het toen noch den Sine-
fen onderworpen was ;
w^clk gefchied
is onder den Stam
Hia, Men heeft \'er
drie fraeie Kerken.

De Landftreke Tencheufu bevangt
acht Steden :
Tencheu , d\'opper-ftadt,
Hoang, Foxan , Leuhia, Chaoyuen, Lai-
yang, Ninghai, Venteng. Ninghai
is een
groote Stadt.

D\'Opperftadt Tmcheu heeft een zeer
bequame haven , en groot getal van
fchepen, bcneven een Krijgs-vcfting:
want zy leit op een voordeehge plaet-
fe, ten befcherming van den zeeboe-
fem jr^«^.

^ej}e Landflreke Laicheufu.

T^E zefte LandftrckeLAlCHEUFU
-^-^paclt ten oofte aen
Tencheufu; ten
zuide aen dc zee ; ten wefte aen
Cing-
cheufü ;
ten noorde acn den zeeboe-
fem
Xang.

Keizer Tu heeft deze landftreke,
met de voorige, ter zelffter plaetfe en
onder de zelffte fterren geftelt. \'

DenacmZdf/ck^^ heeft zijnen oor-
fprong van zekere aeloude volken
Lai
bekomen, door de Koningen Cit\'on-
dergebracht. Na het dempen der Ko-
ningen , noemde dc Stam
Han haer
Tunglai-, maer zy heeft te gelijk byna
altijd^ den huidigen naem halsfterrig
behouden. Daer zijn vijf heerlijke
Kerken.

V.

Deze Landftreke Laicheufühtgn^ipt steden.
zeven Steden, z^ïic;^?^«, d\'opper-ftadt,
Pingtu, Vi, Changije, Kiao, Kaomie, Cie-
me. Kiao
is een groote Stadt.

Aen den oever der zee, heeftmen
allerwegen veele Krijgs-veftingen.

Onder dit landfchap worden ook
eenige Eilanden getelt : de voor-
naemfte zijn
Feuyeu, Tienheng, en Xa-
muen.

Het Eiland Feuyeu, na \'t wefte gele- lenyeu.
^en, is wel niet groot; maer geheel be-
bouwt.
Tienheng leid in de zee, naby
dc kleine Stadt
Kaomie. Van dit eiland
wierpen zich ouhnx vijfhondert Si-
neefche Filofofen, over den haet vati
Keizer Xi, tegen de geleertheid, over
hals over hooftin zee, en verdronken
zichfelfs.

Xamuen, het grootfte der eilanden x»mmn.
in den zeeboefem
Xang, is ry k van in-
woonders, en heeft een veilige Ree
voorfcheepen; waer van men bequa-
melijk na het hangend Eiland
Korea,
Peking
cn lehotung kan overfteken.
Dit Eiland word gezeid gout-rijk te
zijn, en trefïèlijke mijnenbeftooteti
tc houden ; maer blijven ongcopcnt,
door belet van by-geftelde krijgs-
knechten.

Men heeft onder dit landfchap van
den zeeboefem
Xang, en in dezcc, ten
zuide ,
verfcheide andere Eilanden:
als, Caonio, Maxe, Pingyang, Cingui,
Tung:
in de zee, Snit&,TalaOj Tuxa,Siao-
lao
en Kin.

I^rij^s-yefiingen.

Om en byden oever der zee, daet
Scheeps-rêen zijn, inzonderheid aen
de monden der Stroomen, vindmen
in dit Landfchap dertien Krijgs-veftin-
gen op-gerecht; eenige volk-rijker
dan verfcheide groote Steden. Als
daer zijn :
Haiche,Kuh0,Hocang, Pun-
glai, Kixan, Gueihai, Siayoe, Chinxan^
Cinchai, Ningcin, Sanxan
,Mavan, Ci-
venxan.

HëÈ

G

-ocr page 679-

Het vijfde Landfchap van Honan.

Et vijfde Landfchap van Ho-
NAN heeft zijnen naem van
de gelegenis der plaetfe zelf
bekomen; want
Honan is zo o
veel gezeit, als, aen dezuitzijdeder
reviere, in welker wijze het aen den
oever der Gele reviere gelegen is: die
het, vloeiende recht van \'twefte na
\'toofte, van de Landfchappen
Xanfi
en Pekmg affcheidt: hoewel het ten
oofte, nadezijdevanP^yêi;?^,
eenige
Steden en Landen heeft.

Het paelt in \'t oofte en zuid-oofte
aen het Landfchap van
Nanking; ten
Noorde en
Noord-oofte aen Peking
en een gedeelte des Landfchaps van
Xantung, met de gele reviere flechts,
rot fcheitpael,tuflchen beide: in \'tzui-
de en zuid-wefte aen het Landfchap
van
Huquang : in\'twefte aen dat van
Suchuen : het overige grenft aen het
Landfchap YmXanf

De Sinefen willen dat dit Land-
fchap in het midden der werelt gele-
gen zy : want naerdien zy voorhene
geloofden , naulix andere landen te
zijn , dan hun
Sina , en bemerkten,
dat dit Landfchap in het midden van
Sina gelegen was, zoo namenzelich-
telijk aen dat dit Landfchap in het
midden der werelt was. Van wegen
het gerijf der Gele reviere, en onuit-
fprekelijke luftigheit, en vruchtbaer-
heit des Landfchaps, is het ouhnx, by
d\'aeloude Keizeren, tot de ftoel des
rijks verkoren.

Het ganfch geweft bevangt negen
Landftreken, bebout met veel groote
en kleine fteden, dorpen en kafteelen:
te weten, acht grote Landftreken, als
Kaifungfu,dt hooft Landtftreke, ^ei-
tefu, Changtefu, Guihoeifu, Hoaikingfu,
HonanfUyNanijangfu,Juningfu
: eneen
kleine lu: ieder met verfcheide kleine
en grote Steden onder haer, ten geta-
le van hondert en acht.

EerfteLandßreke Kaifungfu,

Grens.pa- T^E e.erfte Landtftreke K AI FUN G-
kn. grenft Noord-waerts, over de

Nmn.

Grens\'f»\'
len.

Gele reviere, aen de landftreke
hoeifu; ooftwaerts aen de landftreke
^eitefu ; zuidwaerts ^cnjuningfueti
Nanijangfu ; weft waerts ikcnHonanp.

Keizer Tu verdeilde oulinx dit ge-
weft in twee Landfchappen: en wiert
het een deel onder het Landfchap van

Jen, en \'tander onder dat van gere-
kent ; ter gehoorfaemheidt ook van
twee gefternten Aio en Ä^^i^.

Onder het eerfte Keizerlijk ge- ^
flacht
Hia, was de Stadt en Landltre-
ke
Hiao genoemt, derwaerts Keizer
Chungting , gefproten uit den zelven
geflachte, het hof heeft overgebragr-

En fchoon de Keizers namaels ae"

ftoel des rijks van daer verplaetft heD\'
ben, zoo heeft evenwel de Stadt al-
tijts eenen Koning gehadt , en is by
het grootfte Koningje uit den geflach-
te -^^.ïi Taiming, en by vele andere van
koninglijken bloede bewoontgewor-
den. Ten tijde der Koningen
Guei
was deze Stadt en defleifs Landftreke
dc hooft-placts des Koningrijks , en
wiert toen
Tdeang genaemt • maer na-
maels by den Stam
Tang Pienhu her-
noemt. Zy was onder die van
Utai het
i hof des Koningrijks en Leang-
cheu genoemt, dat \'s Stadt van Leang -
had onder den Stam Kin den naem
van
Nanking, dat \'tZuider-hof:
der den Tarterfchen Stam \'

van P ien leang ; maer heeft den huldi-
gen van den Stam
Taiming bekomen-

De Landftreke Caifungfr telt vief
en dertig fteden :
Cjifung , d\' opper-
ftadt der landftreke,
Chinlieu, Ki, tung\'
hiu, Taikang, Gueixi, Gueichuen

lin, Fukeu, chungneu, Janguu ,]uenuu,

Fungkieu ,lencin,Lanijng, chin, Xang;
xui, Sihoa, Hiangching
, Xinkieu, H/u,
Liniju
, Siangching , lenching , Gang-
co , lu, Sinching , Mie, Ching, lung-
yang, Jungle , Hoin , Suxut, Lfung-
Chin,
Hiu, Ju , en Ching zijn groote
Steden. " , •

De Hooftftadt zelve is ge-

legen ontrent twee mijlen van dc
Geele reviere, op een lage plaets, na-
by zekeren arm van dezelve, Pieuj^

-ocr page 680-

noemt, welke de Stadt in \'t oofte,
zuide en wefte befpoelt.

Voor de Stadt leit een muur , of
dijk van over
de drie hondert ftadien
lang ; opgehaelt metgrote vierkante
ftenen, om het water van de Gele re-
viere te ftuiten, dat hoger, dan de
Stadt oprijft.

De Stadtiszcer groot en volk-rijk,
en heeft vele heerhjke gebouwen.
Desjaers zeftien hondert een en veer-\'
tig» na het mannelijk uitftaen van een
lang beleg tegen de muitelingen des
Sineefchen rijx, wiertze byna geheel
en al door het water van de Gele re-
vier verzwolgen, veroorzaekt by de
beleggers door het ftopen van een vak
der gemelde muur , daer het water
quam door ftorten, en Städten om-
gelegen lant tot een bare zee maekte.
Namaels ifte evenwel weer eenigzins
tot haeren vorigen luifter gekomen.

De kleine Stadt Sinching, is door-
luchtig door de geboorte van den
tweeden Sineefchen Keizer
Hoangt.

Tweede Landßreke Queitefu.

J^Etweede Landftreke QUEITE-
Fu, paelt noord-waerts met haer
een gedeelte aen de Gele reviere , en
met \'t ander aen het Landtfchap van
Xatung : ooft enzuidwacrtsacn dat
van
Nanking ; weftwaerts acn het ge-
bied der Hooft-ftadt
Kaifung : of leit
ten noorde met de Gele reviere, en
ten zuide met de
Hoai beftoten.

Onder Keizer Tïif, w^as deze land-
ftreke mee, gelijk die vande Hooft-
ftadt Kaifung, in tween verdeelt. De
Koningen van
Sung hebben aldaer,
t^t naeren groten luifter, den koning-

- 1 en tijde der koningen , Was dit
geweft onder drie Koningen,
Ci, Cu en
^«fi, verdeilt : wierd
door den Stam
Han, na den ondergang van dezcKo-
genoemt: door
Han,
Ciuyang: dooTSung,Ingtien-
maerheeft
den huldigen naem van dc
Koningen
-^/bekomen.

Derde Landflreke Changtefu.

"ple derde Landftreke ChaNGTE-
•^fu, gelegen in het Noordelijkfte
deel dezes Landfchaps , is een enge
landftreke; want het wort beknelt tuf-
fchen het Landfchap
Peking, in \'t oo-
fte , en tuiTchen dat van
Xanfi in \'t we-
fte, ftrekkende in \'t zuide aen de land-
ftreke
Gueihoeifu. Keizer Yu bracht
deze landftreke onder het Landfchap
van
Ki, ter beftiering dergefternten
Xe en Pi.

Ten tijde der Koningen ftondt dit
geweft onder het Koningrijk
wierd door den Stam
dn, Rantan, en
namaels
Siancheu genoemt: maer den
naem, dien zy heden heeft, hebben
de Koningen
Vtai gegeven.

ïn deze landftreke heeftmen zeven

kerken ; maer

die bewefte de Opper-
ftadt
Changte ftaet, aen Keizer Yu toe-
gewijd , overtreft al d\'andere in luifter
cn groote.

De landftreke Changtefu begrijpt steden.
zeven Steden-.Changte, d\'opper-ftadt,
Tangin, Linchang, Lin, Cu , Vugam, Xe.
Onder deze is Cu een grote Stadt.

Vierde Landßreke Gueihoeifu.

E vierde Landftreke Gueihoei- c^rem-p^-
FU paelt ten noorde aen Changte-
fu
, ten oofte aen het Landfchap van
Peking, ten zuide aen Kaifungfu, ten
wefte aen het Landfchap van
Xanfi, cn
word in \'t midden doorfneden met
den vliet
Guei, en met deflelfs.ver-
fcheide takken.

Het is een zandige en fchracle land-
ftreke , en magh in vruchtbaerheid te-
gen d\'andere niet op;doch heeft even-
wel,
door\'tgerijf der vloeden, geen
gebrek van nootwendige behoeftig-
leden.

Deze Landftreke bevangt zes fte-
den,
Gueihoei, d\'opper-ftadt, Coching,
Sinhiang, Hoekia, Ki,
cn Hoei.

Men heeft in dezelve zes Kerken,
den helden rocgewijdr. .

Ten tijde der Koningen, gehoorde
deze
Landftreke onder de Koningen
Guei ; was onder den Stam Han den
landen van Hc!/«^;^^ ingelijft.

Keizer

-ocr page 681-

Keizer Vu, na het ombrengen van
den godlozen Keizer
Kie , die in deze
landftreke en ftadt zijnen zetel had,
veranderde den naem der Stadt in
dien van
ï>inan , en ftelde over deze
landftreke zekeren
cangxo tot Ko-
ning. De Stam
Han gaf den naem van
Honui: Sung, dien van Queicheu : den
huidigen de Stadt Töiwi»^. Aen de
zuidzijde der Stadt is een heerlijk en
treffelijk gebou , gefticht ter plaetfe,
daer Keizer
Vu den groten Filofoof
Liuvang ontmoete: door wiens raet
en kloek beleit hy het Keizerrijk van

Sina verkreeg.

De Opper-ftadt Gueihoei is gele-
gen op den zuider oever van de vliet
Guei.

Vijfde Ländßreke Hoaikingfu.

E vijfde Landftreke Ho AIKING-
FU is zeer klein, paelt ten oofte

Grent-^M\'
ie».

Namen.

Steden.

acn de landftreke Gueihoeifu en Kai-
fungfu:
ten zuide acn de Gele reviere,
ten wefte en noorde aen het Land-
fchap van
Xanß.

In de verdeiling van Keizer Yu
quam deze landftreke , onder het
Landfchap van
Ki, ter beftiering der
Sterren
Xe en Pi. Het keizerlijk ge-
ftacht
Xang gaf den naem van Kinui,
cheu
dien van Sanijven. Ten tijde
der Koningen was het nu genoemt
Guei, dati Quei, en Ching.

De Stam Han voerde den naem van
Honuiïn; Tang dien van Hoaicheu; Tai-
ming, Hoaiking.
Uit den geflachte van
Taiming plag alhier een Koning te wo-
nen. Men heeft \'er drie heerlijke ker-
ken.
Hoaikingfu begrijpt zes-Steden:
Hoaiking, Ciyuen, Sievuu, Vuche, Meng,
cn Ven.

Dc kleine Stadt Ciyuen heeft een
treftèlijk gebou ,
Tehiang genoemt,
gefticht ter gedachtenis van zekeren
man , die men zeit, wanneer hy in
den echten ftand wilde treden, aldus
den Hemel gebeden tc hebben :
ik
zoek gene rijkdommen, nochte
welluft en,
nochte wil hierom
een vrouwe trouwen :
maer wenfch ftechts om vroome zoonen.
By dezelve won hy drie ,,die alle zeer
geleerde Filofofen en landbeftierders
wierden.

Zefk Landftreke Honangfu.

-plE zefte Landftreke honangFü,
-^gelijknamigh met het ganfch
Landfchap, paelt ooftwaerts aenhet
gebiet der Hooft-ftadt
Kaifung , in
\'t Noorde aen de gele reviere, in^t We-
fte aen het Landichap
Xenß, In \'t Zui-
de aen het gebied der Stadt
Juning.

Keizer Tu voegde deze landftreke
aen het Landfchap van , onder het
gcftcrnte van
Mao.

De Stam Cm noemde dezelve
chuen, \'t welk drie wateren betekent;
want in\'cr daet is
de opper-ftadt zelf

tuflchen drie ftromen gelegen : als»^e
Cham, Kien en Co of Lo. Den huidigen
naem gaf de Stam
welke uit de
Noordelijke Lantfchappen
derwaerts
gevlucht quam ; dan befat nietla^ng
aldaer den Keizerlijken Stoel. Ko-
ning
Guei noemde de Stadt Cocheu •
d
^Si^LmTang, Tungtu : Sung,Siking\'
Kin,Kinchang :
maer de Stam Taiming
herftelde den ouden naem van Ho-

nan.

De Landftreke Honangfu begrijpt ^^^
dertien Steden :
Honan, Jenfu, Cungf
Mengcin , Tyang, Tengfung, ]ungning>
Singan \', Mienchi, Cao , Xen ,
Lingpao,
Xeuhiang,Luxi. Onder deze is Xen een
grote Stadt.

De S tadt zelf, is geleden aen

den oofterlijken oever des ftrooms
Co, vier en twintighmijlènbeweften
de Hooft-ftadt Kaifung. De Sinefen
willen, gelijk te voren van het ganfch
Landfchap gezeit is , dat deze Stadt
het middel-punt, of navel,
om met
hen te fpreken , der ganfche wc-
reltzy.

De Landftreke is groot en volK-
rijk : heeft dertien tempels, den hel-
den ter eere gefticht :
waer onder een
over den ftroom C«?, aen
d\'ooftzij^de
der Stadt
Honan ftaet, daer onder
dezelve , gelijk onder het geweltlel
van een brugh,
deur fpoelt. Men heelt
hierzeer vele prachtige
graf-fteden\'
en,rontom de wallen deropper-lt^ur,

boom en dicrgacrden. ,

In deze Landtftreke vmt d op-
rechter des Stams
te-plaets.

ïn

-ocr page 682-

In de kleine Stadt dewel-

ke de Sinefen ook in het middelpunt
der werelt ftellen , wort noch ten
huidigen dage een lijn gezien, opge-
recht by \'tloot, en verdeik in zekere
delen: gelijk ook de ftreep, op het ko-
per vlak
gehaelt, in zijn delen verdeik
is. Met dit gereetfchap plag de grote
fterrckunde en wiskonftenaer , en
grootfte gezaghebber des Keizer-
rijks ,
Cheuking, die twee duizent hon-
dert cn twingtig jaren voor Chriftus
geboorte bloeide, de raiddagfchadu-
wc te nemen, en daer uit de hoogh-
te der polus en andere dingen op tc
fpeuren.

Daeris ook een toorn , genaemt
Quonfingtai, dat \'s toorn der befehou-
de fterren , waer op hy gewoonlijk
den loop des hemels ga ftoeg.

Men zeit deze Cheuking ook het
gebruik van zcil-fteen en kompas ge-
vonden heeft.

Naby de grote Stadt Xen worden,
in zekere grote kapel , twalef beel-
den op hunne voetftallen gezien.
Wonder kunftigh en zmdelijk gego-
ten , al federt den tijde van Keizer
Xt.

1>e ^eye?ide Landftreke Nan-
yangfu.

zevende Landftreke Nan-
een groot geweft,
leit over al rontom met bergen en
ftromen beilotcn : pack ooftwaerds
aen \'t gebiet van
Juningfu: zuidwaerts
en weftwaerts aen het Landfchap van
Huquang; noordwaerts aen Kaïpung-
fu
en de kleine landftreke van Ju.

Keizer Yu braght deze landftreke
onder het Landfdiap van
Ju, ter be-
ftiering des gefternte
Chang. Al van
van oude tijden af was het een by-
zonder Koningrijk , des Stams
Hia,
eer dees het Keizerrijk van Sina be-
greep. Onder den Stam
Cheu was de
naem
xinpe : quam namaels onder
de bezitting der Koningen
Cu en Han:
en Tang\\\\té.x. den naem
"^an
Voncheu gegeven : de Stam Cin
den huidigen.

De landftreke bezit grote rijkdom-
ï^en cn maght. Men heeft\'er zeer

^ y a n g f u

vele fraeie gebouwen, cn negen hel-
den-tempels. Zeker Koning, uk den
gedachte van
Taiming , heeft aldaer
zijn verbhjf gehad, en de plaetsgro-
tehx verheerlijkt.

De landftreke l^anyangfu hcgn^^t stdm.
dertien Steden :
Nanyang , Chinping,
Tang, Pieyang, Tungpe, Nanchao, Ten-
go , Nuihiang, Sinye, Chechuen, Yu,
Vuyang, Ye.
Onder deze is Yu een gro-
te Stadt.

Dc Opperftadt Nanyang is gelegen
acn den wefter oever des ftrooms
Yo
of Pe.

Achtfle Landftreke Juningfu.

"r|E achtfte Landftreke Juningfu crms^ii^
-^paek ooft-waers aen het Land-
fchap van
Nanking : zuid waerts aen
het Landfchap van
Huquang : weft-
waerts aen de landftreke
Nanijangfu
noord-waerts aen óiiQ m2l)x Kaifung-
fu :
of, gelijk andere willen, is gele-
gen acn den oever van het Meir
Co,
word in\'t noorde met bergen , cn in
\'t zuide met den ftroom
Hoei beflo-
ten.

Door Keizer Yu wiert deze Land-
ftreke mee den Landfchappe van
Ju
ingelijft, inzonderheit onder drie ge-
fternten
Kio , Kang en Ti, na dc ver-
fcheide gedeelten der landftreke.
Ten
tijde
der Koningen was defl~elfs een
deel
onder Cai, cn het ander behoor-
de
onder de Koningen Cin.

Dc Stam Cin noemde haer San- N^tmeni
chueu; Han ,Junam,
datbezuiden den
ftroom gezeit is ; naerdien de opper-
ftadt
Juning op den zuiderlijken oe-
ver des ftroomsgelegen is.

De Stam Tang gaf den naem van
Kaicheu : Sung dien van Hoaikang^
den huidigen de Tarterfche Stam
luen, die door den Stam Taiminghz-
veftight wiert. In deze landftreke zijn
acht helden tempels.

De landftreke luningfu heeft in
haer gebiet dertien Steden :
Juning,
Xangcaz, Siping,
Sin^ai,Siuping,Chin-
yang, Sinyang, Loxan , Kioxan, Quan.
go , Quangan , Cuxi , Sie, Xangching,
Sinyang
is een grote Stadt.

H

Xlei^

-ocr page 683-

.. ■ r Ja i T TentiidevanKeizerr/^,behoorde

J^teme Landftreke Ju. aeze lankreke onder hetLandfchap

van Ju , ter beftiering der gefternte
Chang. Stond ten tijde der Koningen
onder Koning• quam aenftonds
onder Honan. De Stam Tangg2£ den
naem van
Linju ; taiming verleende
deze Landftreke en
Stadt haer eigen
vryheid, en noemde haer
lu.

T^E kleine Landftreke Ju paelt in
-L^\'t oofte, aen die van
Kaifungfu: in
\'t zuide aen
Naijangfu : in \'t wefte aen
\'t Landfchap van
Xenfi : in\'t noorde
aen de landftreke
Honan fu.

De kleine landftreke/^ heeft nooit
de waerdigheidt en tytel van
Fu of
grote landftreke byde Sinefen beko-
men ; maer begrijpt even wel vijf Ste-
den :
Ju, een groote Stadt, Luxan, Kia,

Paofung^enTyang.

Grens-pa-
le».

De opper of groote Stadt lu zelf,
is gelegen aen den oofterlijken oever
des Strooms
lu : waer van zy ook
den naem bekomen heeft.

Steden,

Het \'^fle Landfchap van Suchuen.

lEt Landfchap van Suchuen,
; (dat\'s vier wateren,vertaelt)een
■ groot geweft, word doorklooft
door
de reviere Kiang in twêen , in
een noorder en
zuider gedeelte. Het
paelt in \'t oofte aen het Landfchap
van
Huquang, in\'t zuid-oofte aen dat
van
Queicheu: heeft in \'t noord-oofte
en noorde
Xenfi: in \'t noord-wefte de
volken
Koninguangi en Kiang , of de
landen ,
in de welke Markus Paulus
den Venetiaender
Priefier-lans land
ftelt, by de Sinefen met een algemei-
nen naem van
Sifan genaemt : in \'t
wefte Tihet: in het alderzuiderlijkfte
gedeelte het Landfchap van
lunnan.

Het ganfch Landfchap js verdeelt
in acht landftreken: als,
Ghingtufu, de
Hooft - landftreke ,
Paoningfu, Xun-
kingfu , Siucheufu , Chunkingfu , Quei-
cheufu, Lungganfu,
en Mahufu; en in
zes minder landftreken, die van
tung-
chnen,Muicheu,Kiating,Kiung,Liucheu,
en Tacheu ; ieder met verfcheide gro-
te en kleine Steden onder haer: bene-
ven vier groote cn vijf en dertig klei-
ne Krijgs-fteden.

Ouhnx , tor aen het jaer voor de
geboorte des Heilands drie hondert
en twintigh, wierd het geweft, welk
nu het Landfchap van
Suchuen be-
grijpt , en naby het Koningrijk van
Cin
gelegen was , door twéé Vryheeren
beftiert, zonder het toe noch den
Rijke van
Sinaingdljh was. Herkom-
ftigh waeren deze Vryheeren uitden
bloede vao Keizer
Hoangt : floegen
onder den Stam
Hia aen \'t muiten, cn
hebben namaels noit onder het Kei-
zerrijk kunnen gebraght worden, dan

Verdeiling.

•van Sti-
chnen.

ten tijde vanKeizer Xi, degrondtleg-
gcr des Stams Cw, na dat het reeds tc

vooren door het oorlogen den rijke
van
Cin ingelijft was.

Te weten , ontrent des jacrs drie
hondert en twintig, voor de geboorte
des Heilands, waeren de tweeLands-
heeren dezes geweft, d\'een
Pa cn d\'an-
der genaemt, inonderhngentwift,
en eindelijk met elkandre in\'t oorlo-
gen geraekt. Door beide, hoewel ie-
der afzonderlijk, wierd de
Koningh
van Cin , om byftand verzocht- Won-
der quam den Koning deze tweefpalt

te fta : want dees, na het bevechten

der zege op vijf Koningen Zu ,Cha,
Han, Guei,
en Yeu, had het ooghop
dit geweft geworpen, en ten dien ein-
de vrede met d\'overwonnelingen ge-
maekt. Reeds bedde hy zich de zege,
op fteun van tweedcrlei hope, in: aen
d\'eene zijde met den eenen byftant te

doen : enden anderen dien t\'ontzeg

gen. \'s Konings wapenen vielen P^
tegen,
Xe toe: en wierden derwaert
Krijgs-heiren gezonden , onder den

; Veldheer die zijnenlaftgelukk^

1 lijk uitvoerde, en het, geheel geweii
innam. Maer
Pa begaf zich , Jp.
gens befprek met
Cin, vrywilhgniiJ^_
onder zijne hccrfcliappye en belc

,ʉۢ ^liteeweft

En in dezer wyze wierd f^B

den Rijke van ing^^^j^L\'Jvin

Koningnahet vcrflaenvan

Keizer^, wierp zich zelven tot Kei

-ocr page 684-

zcr op,cies jaers voor de geboorte des
Heilands twee hondert vier en vijf-
tigh. Na hem volgde zijn zoon
Hiao-
wn
: daer na Chaofiang ; na hem de
zoon
Ching , die zich , gekomen op
denRijx-ftoel, Xi deed noemen , en
den zeften Keizerlijken Stam
Cing
oprechte.

Eerße\'Ländftreke Chingtufu.

J^E Landftreke CHlNGTUFU,by-
"^na in \'t midden des Landfchaps
gelegen, paelt in \'t oofte aen de land-
ftreken
Paoningfu en Chunkingfu , in
\'t wefte en noorde aen de kleine
landftreke van
Tacheu, en aen \'t Ko-
ningrijk
Sifan.

Eer dit geweft onder den Sinee-
fchen Rijke ftont,
Vf2.sChingtufu het
hof der Koningen C^ö. DeStamZ/.w
gaf den naem van
Quanchan, en had
daer een wijle den Keizerlijken ftoel
geplant. Kreegh door dc Koningen
cy;^ den huidigcn naem , en van den
Stam
Tang die van Kiennan.

De Landftreke Chingtufu begrijpt
dertigh Steden:
Chingtu, de hooftftadt
des Landfchaps cn opperftadt der
Landftreke,
Xoanglieu, Venkiang, Sin-
fan, Sintu, Kintang, Ginxeu , Cin fing.
Pi, Cu, Nuikiang, Quon, Peng, Cung-
ning, Gan, Kien, Cuyang, Cungking,
Sin cin, Han, Xe fang, Miencho, Tyang,
Mien , Changming , lokiang , Mieu,
Venchuen , Guei , Pao. Kien , Han,
Mien, Mieu, Guei,
zijn grote Ste-
den.

Men heeft in deze Landtftreke
zeven helden Tempels , cn een aen
Koning
Qho toe-gewijd , ter geden-
kenis van fijnen vond van zijde te
winnen , en zijde wurmen aen te
queken.

De opper-ftadt Chingtu zelf is op
een Eiland gelegen , gemaekt door
twee vloeden, die hun herkomen uit
den ftrooni
Kiang hebben. Zy over-
treft al d\'andere dezes Landfchap, in
groote , heerlijkheid van gebouwen
en kooprijkheid.

Zeker Koning , uit den Stam van
Taiming, hield eertijds daer zijn hof:
dees week ftechts in rechts-gebicd cn
tytel den Keizer ; maer beheerfchte

al het ander met Koninglijken luifter

en fieraet.

Deflelfs Paleis, gelegen in \'tmid-
den der Stadt , was zeer heerlijk
en groot , vier Itahaenfche mijlen
in den omtrek , en verciert met vier
poorten. Voor dezuider poorte lagh
een ruime ftraet , geftoftèert met
veel kunftigh-gewrochte fteene boo-
gen.

De Stadt is met verfcheide grach-
ten en wallen van vierkante gehou-
we fteenen doorfneeden ; zulx zy
overal bevaerbaer is. Over de grach-
ten leggen zeer veele fteene brug-
gen.

H 2

Derde

Tmede Landflreke Paoniiigfu.

E tweede Landftreke

Pao- Grms-ffi^
ningfu word omringt met
bergen, kroons-gewijze : paeltooft-
waerts aen \'t Koningrijk
King of land-
fchap van
Huquang ; en aen de land-
ftreke
Xunkingfu : noordwaerds aen
het Landfchap van
Xenfi: weftwaerds
aen dc landftreke
Lungganfu, en aen
een gedeelte van
chintingfu : zuid-
waerds aen
Xunkingfu, en aen de klei-
ne landftreke
Tuncheu.

Keizer Tu bracht deze landftreke
onder het gebiet des landfchaps van
Leang , ter heerfchappye dergeftern-
ten van
cing en Quei. Ten tij den der
Koningen heerfchten daer over d\'e
Koningen
Pa. De Stam Han gaf den ^men.
naem van
Pafi ; TangdiiQnyznLang-
cheu; cung , Gante ;
maer den hul-
digen naem de Tarterfche Stam
Tven,
van wegen d\'enge kaken der bergen,
en zeer weinige toegangen, daerby
noch zeer fterke krijghs-veftingen ge-
fticht zijn.

De landftreke Paoningfu heeft in stedm.
haer gebied tien Steden : als ,
Pao-
ning, Cangki, Nanpu, Quangyven, Pa,
Chaohoa , Tungkiang , Kien , Cutung,
Nankiang.
Onder deze zijn Pa en Kie
groote Steden.

De Opper-ftadt Paoning is gele-
gen acn den oofteriijken oever des
ftrooms
Kialing.

-ocr page 685-

Verde Landftreke Xunkingfu.

E derde Landftreke Xunking-
fu
paelt ten oofte aen die van
Queicheufu: ten zuide acn chunkingfu:
ten wefte aen de kleine landftreke van
Tunghuen, ten noorde aen de Land-
ftreke
Paoningfu.

Keizer Tu hechte dit geweft, ne-
vens het voorige, aen het Landfchap
van
Leang, onder de gefterntcn
en Cing. Onder den Stam Cheu, was
deze Landftreke en Stadt
Jungcheu gc-
n2itmv.onderiHan,Ganhan:ondttTang,
Nanke:
macr heeft den huidigen naem
van de Stam
Sung, en van dc volgende
Stammen. Men hecft\'er drie tempels.

De Landtftreke Xunkingfuheéim

haer gebied negen Steden : als,X«»-
king, Sike, Fungjungxan, Tlung,Quang-
gan. Kin, Tacho, Gochi, Linxui.
Onder
deze zijn
Fung en Quanggan groote
Steden.

Vierde Landftreke SiiicHeufu.

De vierde Landftreke slucheu-
F u pack weftwaerds aen die Kia-
tingfu:
noordwaerds aen Chingtufu cn
Chintingfu : o oft waerds aen de eerfte
kleine Landtftreke van
Liucheu: zuid-
waerds aen de Landftreke
Mahufu. -

Ouhnx wierd dit geweft van de
Koningen van
Sui Jungcheu genoemt:
van den Stam
Tang, Nanki; maer den
n^em Siucheu heeft de Stam ge-
geven.

De Landftreke Siucheufu begrijpt
tien Steden :
Siucheu, Kingfu, Fuxun,
Nanki, Hinguen, Changning , Junlien,
Cung, Cao, Lungchang.

De Stadt Siucheu7.di, is een fraeie
en neering - rijke Koop-ftadt : want
twee bevaerbare ftroomen,
Kiang en
Mahu , vloeien aen d\'ooft-zijde der
Stadt in elkandre; d\'eerfte uit de land-
ftreke
Ghingtufu.-d\'dindQtmt hetgroot
meir daer van hy den naem, en
teflcns een groten aenwas van water
ontfangt. Hier door is deStadtrijk
van middelen en inwoonders ^ en
heeft veel brave ftadts en burger ge-
bouwen: onder andere drie zeer heer-
lijke Tempels, den helden toegewijd.

Grens-pa-
len.

Namen.

Stede».

Grens-fa-
len.

Namen.

Steden.

Vijfde Landftreke Chunkingfu.

e vijfde Landftreke CHUN-g;""^\'
KINGFU paelt ooftwaerts aen
Queicheufu: noordwaerds aen de klei-
ne Landftreke van
Tungchuen, cn aen
Chingtufu : zuidwaerds aen de vijfde
kleine Landftreke der Stadt
Lincheu. ,
De Landftreke Chunkingfu begrijpc sti\'
twintig Steden : als,
Chunking, Kiang;
cin, Changxeu,
Tago, Jungchuen, Jankiu,.
Jungchang, Kikiang, Nanchuen,Kiukiang,
Ho,
TungleangXingyven, P ie xan,Chung,
Fungtu, Tienkiang,
Feu ,Vulung,Peng-

xui. Onder deze zijn Ho, Chung cn
groote Steden; d\'andere kleine.
De Stadt
Chunking zelf, is een voor-
treffelijke Stadt, gelegen aen dc by-
een-komfte der twee ftroomen, en
op" eenen bergh ;
dacrby de-
zelve met haere gebouwen allengs
opklimt, d\'een boven d\'ander, in een
zonderling fchoon verfehlet, inzon-
derheid aen de genen , die te fchuit
verby de Stadt varen.
Chunking, een
Sineefch woordt, betekent tweefou-
digeof dubbelde blydfchap : ter oor-
zake zy degenen, die vermoeit zijn
door den arbeid van het varen verby
of door de water-vallen ,
door haer
cicraed en fchoonhcit verquikt.

Daer en boven is zy een vermaerde
Koop-ftadt, van wegen haere gelege-
nis aen de by-een-komfte der beide
ftroomen, de
Pa en Kiang.

Ondcr andere deurluchtige gebou-
wen zij n\'cr zes Tempels.

Zefte Landftreke Qndchcw^^\'

De zefte Landtftreke Q^^^\'ff^
C H E U F U

, gefcheiden byna in
Jen ftroom Kiant, oi

ftreke dezes Landfchaps , pack m t
noorde aen het Koningrijk van
ooftwaerds aen het Landtfchap van
Huquang , zuidwacrds aen de Land-
ftreke
Chunkingfu : wcftwaerds aen

Xunkinvfu. , . n.

Onder Koning was dit geweft

er ivuuiiig jw , j

mtweededenverdeik, engehoorde

het een onder Leang, en\'t ander onder

-ocr page 686-

King, onder beftiering van twee ge-
fternten,
Chin en Je.

Onder den Stam Cheu was het den
Koningrijke van
Jufo onderworpen :
en wierd ten tijde van den Stam iï^»,
Jungninggenoemt : de Stamgaf
eerft den naem van
Jungan, aenftonds
daer na dien van
Queucheu, dien het
tot noch toe beliouden heeft. Men
beeft iiier drie Tempelen.

De Landftreke ^eicheufu heeft in
haer gebied dertien Steden leggen:
Queicheu,Coxan, Ta chang, Taning, Ju-
^yang,Van,Cai,Tz, Sinning,T^angxan,
Kienxi, Tun hiang, Taiping. Tals
een
groote Stadt.

^eyende Landftreke Lungganfu.

T^E zevende landftrekeLUNGG AN-
-L^FU paelt in \'toofte
acn Paoning-
fu
: in \'t zuide en wefte aen C^ingtufu :
in \'t noorde aen het Landfchap van

Xenfi.

Niet t\'onrecht word deze landftre-
ke de fteutel des ganfchen landfchaps
genoemt, naerdien zy, tot afkeering
van \'svyands gewelt, zeer wel gele-
gen is : waerom deze landftreke,
fchoon flechts met drie Steden ver-
fien, veele krijgs-veftingen bezit: de
Steden zijn
Lunggan , d\' opper-ftadt,
Kiangijeu, Xeciven.

Keizer Yu braght deze landftreke
onder\'t Landfchap van Xd-^ï/zg, onder
de beftiering der gefternten van
cing
en (^ei: de Stam cin ftelde dezelve
onder het gebied van
Kiang. De Stam
Han noemde deze landftreke en op-
per-ftadt
Inping: Tmg, Lungmuen: Tai-
met den huidigen naem.
De Stadt
Lunggan zelf is aen den
hooft-bron des Strooms
Feu gelegen.

Achtïie LandflrekeMdhwïxx,

T^ E achtfte Landftreke MahUFU
paelt in \'t noord-oofte aen de
kleine landftreke van
Kiating : in \'t
zuid-oofte aen de landftreke van
Siu-
cheufu
.-in \'t zuide aen het Landfchap
Junnan, in \'t w^efte aen Sifan.

De Stadt Mahu zelf, leit aen den
oofterlijken oever van het meir
Ua-
gelijknamigh met de Stadt,

V M-

De landftreke Mahufuhtch flechts
een eenige Stadt
Mahu ; maer zeer
veele krijgs-veftingen: als, in \'tzuide, ^
Hoeichnen, Ungan, Lungyo, Cinci,Te- ueflingen.
chang, lungning , Kienchang , lenung,
Cienguei , Chun^o , Ningypo , Yuexui,
Kiungpu, Hieu,
en Ly.

De Stadt Mahu wierd allereerft ge-
fticht door Keizer
Hiaouu , wanneer
hy door deze geweften, tegen Indiën
optrok,en door hem
langco genoemt;
maer namaels door den Stam
Taiming
met den hedigen naem van Mahu be-
fchonken , welk meir des peerts bete-
kent : want de Sinefen fchrijven, dat
in het meir, bezuide de Stadt gelegen,
een paert in de gedaente van een
draek gezien was: waer van het meir,
de Stadt, en reviere de naem van
Mahu ontfangen heeft.

^Qeine Landftreken.

De kleine landftreken dezes Land-
fchaps hebben, gelijk de groote land-
ftreken , mede verfcheide Steden on-
der haer, en mogen in groote en me-
nigte van inwoonders tegen degroote
Landftreken op ; hoewelze dien ty-
tel en naem niet bezitten; ten einde
dit Landtfchap geen meerder groote
Landftreken, Steden en Stadts-voog-

den zou hebben, dan het Landfchap
van
Peking en Nanking, de hof en rijx-
landfchappen des Keizerrijks.

De kleine landftreken zijn ten ge-
tale van zes; te weten, die van T«^^-
chuen, Muicheu, Kiating, Kiung, Liu-
cheu, lacheu.

D\'eerfte kleine landftreke van
Tun geh eu paelt in \'t oofte aen de land-
ftreke
Xunkingfu en Chunkingfu: in \'t
zuide, wefte en noorde, aen die van
de hooft - ftadt
Chingtu ; defgelijx
met een gedeelte ten noorde aen de
landftreke
Paotingfu.

De kleine landftreke van T\'mgchuen
bevangt zeven fteden ; Tungchuén,
d\'opper-ftadt, Xehung, Ienting,Chun-
kianz Suining, lungki,
Ganyo, Locht.

De tweede kleine landftreke van
Muicheu , gelegen tuftbhen twee ar-
men des ftrooms
Kiang, ten
oofte en noorde aen de landftreke
vmChingtufu; ten zuide aen deklei-
H ? ne

-ocr page 687-

ne landftreke van Kiating: ten wefte
aen de kleine landftreke van
Kiung.

De Sradt Mueicheu zelf leid in het
meir
Hoan , welk haer in ftede van
een gracht is, en door eenige fteene
bruggen aen den oever vaft gehecht
leit.

- De landftreke Muicheu begrijpt vier
Steden ,
Muicheu, Pengxan, Taleng,
en Qngxin.

De derde kleine landftreke van
Kiating, doorfneeden met veele ftro-
men en meiren, paelt in \'t noorden
cn oofte aen
Chingtufu : ten oofte aen
Siucheufu : \'m\\z\\Xiat2iQnMahufu: in
\'t wefte aen de zefte kleine landftreke
van
Tacheu.

De landftreke Kiating begrijpt
zeven Steden:
Kiatingfiomui,Hungia,
Laikiang
, Kienguei , Jung, Gueyuen.
Daer zijn tvvee brave Tempels. Deze
landftreke is treffelijk en heerlijk, cn
behoeft naeulix voor eenigh andere,
aen den Stroom
Kiang gelegen , te
wijken.

De vierde kleine landftreke van
Kiung of Kiunchoa paelt noordwaerds

aen de kleine landftreke van Muicheu:
zuidwaerds aen die van Kiating: weft-
waerds aen de zefte kleine landftreke
van
Tacheu.

Deze landftreke begrijpt drie Ste-
den ,
Kiung, Taye en Puktang.

Dc vijfde kleine landftreke van Liu-
cheu
paelt noordwaerds aen de land-
ftieke van
Chunkingju : ten oofte en
zuide aen
Mahufu : ten wefte aen die
van
Suicheufu.

Zy begrijpt vier Steden , Liucheu,
Naki, Ho kiang, Kiangan.

De Opper-ftadt Liucheu is gele-.

§en aen den noorderlijkcn oever des
trooms
Kiang , op een zeer luftige
plaets , drok van Koophandel: zy
heeft eenige zeer heerlijke gebou-
wen , een onder ander, aen d\'ooft-
zijde der Stadt, dacr twee Stromen in
elkandre loopen, cn een meir maken.
Dit gebou is door den Stam
Sung ge-
fticht , tot een uitzicht over het meir:
heeft veele kamers cn eer-zalen.
De zefte kleine landftreke van
Ta-

tot zijnen

noottehebben

che^, paelt ten oofte aen die van de grenzen hier en daer in bezetting te
Hooft-ftadt
Chingtu, en aen de kleine leggen.

aendeiandftrekeC/;/;?f/^/^.\'00ftwaerds | om d\'oorlogs-rampen en otigcbofl\'

" â€¢ « -------■ / - \' denheid der krijgs-knechten t\'onc-

gaen, ten tijde der Koningen, op he^^
einde des Stams
Cheu , op deze zeer
hooge bergen begaven.

Landflreke der groote
fteden.

^ler groote Krijgs-fteden heeft het
^ Landfchap van
Suchuen: als,
chuen, IJmung, Ufa, Chinhiung, in zeke-
re kleine landftreke na \'t zuide ge-
legen.

Deze worden Krijgs-fteden g^"
noemt , ter oorzake der zeiver mee-
fte inwoonders oude
krijgs-knech-
ten
zijn , of hun zoonen en neven,
diende Keizer de wedde der ouders
toe laet komen, en aen man
voor man
de naby-gelegen landen uitdeilt-

Door dit middelfcheitdcKeizerhen

van elkandre af, in tijd van vrede: en
begiftigt hen in dezer wijze, om lien
vaerdiff
tot zijnen dienfte in tijdt van
te
gelijk om op de

der Stad t Kiung ; zu ld waerds aen Ma-
hufu:
wefhvaerds acn Sifan of Tihet.

Deze landftreke begrijpt vier Ste-
den ,
Tacheu , Mmxan ,Jungking, en
Luxan.

Koningrijk yan King.

IN de bergen des Landfchaps van
Suchuen, tegen \'t noord-oofte, is een
Koningrijk, met name Xwg, den Sine-
fen niet onderworpen; maer op zich
zelf r want het acnvaerd alleen oni
wel - ftaens - wille de Kroone en Ko-
ninglijken tijtel van

dc Sineefche Kei-
zeren. D\'overigc berghluiden gehoo-
zamen alleen hunnen Koning
en be-
talen fchatting : overtreffen in ftrijdt-
baerheid ten oorlog al d\'andre krijgs-
knechten des geheelcn rijks, en wil-
len de Sinefen in geenerlei wijze in
hunne bergen laten komen.

Het wordt by Martijn King g®\'
noemt , wijl het gefticht is door dc
volken van
King, cn van de gebuur-
gewcften, die uit het Landfchap vat^
Huquang gevlucht quamen, en zich»

-ocr page 688-

De landftreke dezer Krijgs-fteden
paelt ten noorde aen de landftreke
Mahufu : ten Zuide aen Queicheu en
lunnan.

De eerfte StzAtTungchuen, is gele-
gen aen den oofter oever van den
poud-rijken vliet
Hinxa , by den
bergh
ülang : de tweede tuftchen on-
<^phoudelijke en rouwe bergen ; des-
gelijx de derde-

lY^igs-^eßingen of kleine Kf ijgs-
fteden.

"^Yf en dertigh Krijgs-veftingen of

kleinder Krijgs-fteden zijn in het

S-

Landtfchap van Suchuen , gefticht
voornamelijk in het zuider gedeelte,
tegen de bergh-luiden en wilden de-
zes Landfchaps.

De namen zijn deze: Po, lungning, iimen.
Jenyang, Xequei, Jemui, Tienciven, Ly,
Pingchai, Sungfan, Tieki , Kienchang,
Cienguei, Ningpo, Yvefui Jencing, Hoei-
chuen, Boanchuen ,Jelung, Biugin, Le,
Vugan, Lungyo, Sunguei ,Cinci,Te chang,
Macu, iCiungpu , Chung^o, Hoangping,
Hia, Chin, Tantang, Chaohing, Hieu, Xe-,
fe. Po , Ly, Pinchai, Kienchang, Hia,
Chaohing
zijn groote Steden, Cheuhj
de Sinefen geheten ; de reft kleine,
genoemt
Hien.

Het Revende Landfchap van Huquang.

i Et zevende Landfchap van
IHuquang , gefcheiden
door den Stroom
Kiang, ten
midden, in een noorder en
zuider gedeelte, heeft in groote voor
d\'andere Landtfchappen niet te wij-
ï^en : want het begint inde breete,
ten zuide , op de noorder breete
Van zes en twintigh graden dertigh
minuten, en eindight op vier end er-
tigh graden , een ftreke van hon-
dert zeven en dertigh mijlen en een
halve : leit in de lengte uitgeftrekt,
op zijn breedfte, tot ftijf zeven gra-
den, een ftreke van hondert en vijf
mijlen.

Het paelt in \'t oofte aen \'t Land-
fchap
Kiangsi in \'t noorde aen Quan-
tung :
in \'t noord-oofte aen cenfi .- in
\'twefte aen
Suchuen : in \'t zuide aen

Quangsi.

Het Landfchap van Huquang heeft
zijnen naem bekomen, van een groot
T^/r ^^ genaemt ; gelegen in

deftelfs midden uitgeftrekt: wantif«

betekent een meir , en Quang uitge-

Wel eer ftond het Landfchap van
Huquang onder de Koningen van
cn wierd het Landfchap
wmicing ge-
naemt: in het welk deze grootmach-
tige Koningen, gevreeft
byde Keize-
l^en zelfs, en in macht en mogentheid
^^^^ gelijk of grooter, hunnen zetel
geplant hadden.

X

Het word ook gemeenlijk tot des-
felfs lof onder de
S\'mekn Jumichiti
genoemt, dat \'s land van vifch en rijs:
ja, dat meer is, de koorn-fchuer der Si-
nefen, om den overvloed van alle din-
gen, inzonderheid van vruchten; ge-
ijk oulinx Siciha , de koorn-fchuur
van Itahen genoemt wierdt.

Het Landfchap van Huquang, is ver-
deilt in vijftien Landftreken: als,r«-
de Ho oft-landftreke, i-iiï-
nyangfu, Siangyangfu,Teganfu, Ho ang-
ehe ufu , Kin gehe ufu, Yocheufu, Chang-

xafu,PaokingfH,Hengcheufu,Changtefu,
Xincheufu,Jungcheufu,Chingtienfu
,Chin-

gyangfu: daer en boven in twee kleine
landftreken, dievanCwci?^^^
enChin-
cheu :
ieder met verfcheide grote en
kleine Steden onderhaer, ten getale
van hondert, beneven elf krijgs-fte-
den.

Eerfte Landflreke Van Vuchangfu.

YUCHANGFU of Landftreke der
Hooftftadt mhangipzétten^-^\'"-
fte, noorde en oofte, aen den zuidelij-
ken oever des ftrooms
Kiang ; ten zui-
den aen het Landfchap van Kiang^: des-
gelijx ten zuide cn
wefte aen rocheuju.
^ Byouds, ten tijde der koningen
van C^,
was dit geweft een blonder
koningrijk : en fprak het volk met de
Sineefche, maer een byzondere tale.
De Stam
Han noemde deze Land-
ftreke

-ocr page 689-

ftreke en Hooftftadt Kianghia : Ko-
ning , die aldaer den koninglijken
Stoel had geplant, raf den hedigen
naem: de Stam
Sung dien van lngcheu\\
Tang
dien van Vucing ; maer de Stam
Taiming herftelde weer den ouden
naem van
Vuchang.

De Landftreke Vuchangfu\\ieth on-
der haer gebiet tien Steden :
Vuchang,
de Hooftftadt des Landfchaps , en
Opperftadt der Landftreke,
Vuchang,
Kiayu, Puki, Hienning, Cungyang,
Tung-
ching, Hingque ,Taye, Tungxan. Hing-
que
is een grote Stadt.

De Hooftftadt Vuchang zelf, een

§rote Stadt, is gelegen aen den zui-
erlijken oever des ftrooms
Kiang,

hoewel niet na byden zelven : dan is
evenwel door waterleidingen, uit den
ftroom derwaerts gevoert, ganfch te

fchuit bevaerbaer.

Vuchang is buitcri en binnen de
wallen met fraeie gebouwen verciert.
Daer is een voortreftèlijk paleisvan
zekeren Koning, des Stams
Taiming,
die aldaer zijnen zetel heeft gehad.
Vijf tempelen munten onder andere
in grote en pracht uit.

Tivede Landflreke¥i2ir\\ymgïw.

ê twede Landftreke hanyang-
fu
paelt noord-waerts aen die,
van
Teganfu : ooftwaerts aen den
Noordelijken oever desStrooms
Ki-
ang ;
zuid en weft waerts aen de land-
flïcke
Chingtienfu.

De Landtftreke Hanijangfu heeft
flechts twee Steden,
Hanyang, d\'Op-
perftadt,
QnHanchuen.

Buiten en binnen de wallen, heeft
de Opper-ftadt
Hanyang een meir, en
is over al bevaerbaer te fcheep, door
middel van grachten , uit het zelve
meir geleit. Men heeft\'er vele uitfte-
kende gevaerten van gebouwen : on-
derandere, aen de noord-weft-zijde
der Stadt,een feer hogen
toom,Xeleu-
genaemt, die in voortreffèÜjkheit
al andere gebouwen verre overtreft.
Deze toorn word gezeit by dezen
voorval gefticht tc zijn:

Zekere fnaer of fchoon-dochter
had op zekeren tijdt hare fchoon-
moeder, de welke zy xeqc gedienftig

Steden.

Grens-pü\'
len.

Stede».

I

en gehoorzaem was, op zeer lekker
toebereit hoen ter maeltijt genoot:
dan de moeder viel, zoo dra aifle daer
van proefde, dood ter aerde neer. De
fnaer wiert voor \'f gerecht gefleept,cn \'
befchuldight haere
fchoon - moeder
vergeven te hebben. Geleit na het
fchavot, om te fterven , gingkze by
geval voor by eenen granaet-booni,
dien zy by den tak vaft hield, en bad
aldaer, naer men zeit, aldus. Heb ik
mijne fchoon - moeder vergif gegC\'
ven, zoo verwelke de bloem van de-
zen tak. Dan zoo ik hier aen ont-
fchuldig ben , dat dc tak aenftonds
vruchten krijge. NauUxhadzy dit ge-
fproken, of menzag, 6 wonder! den
tak vol granaet-appelen. En ter ge-
denkenisvan dezen wonderdaet,had-
den de burgers, uit een gemene beurs,
dezen toren gefticht, die ook te de-
zer oorzake
Xeleuhoa genoemt wierf»
dat \'s granaet-bloem.

Tierde Ländßreke Siangyangfu.

iE derdeLandtftreke S i A N G Y-

A N G F U paelt ten oofte aen te-

ganfu; ten zuide acn Chintienfu en met
een gedeelte aen Ai^gcX\'É\'^j^ ; ten we-
fte aen
Cingijangfu, noord-waerts aeJi
^let Landfchap van

Voorhene ftont dit geweft onder
het Landfchap van King , ter beftie\' ^
ringvandegefternten
Je en Chin. P®
Stam Cheu gaf den naem van Koteng^
maer den huidigen naem heeft de
landftreke en opper-ftadt al van de
Koningen af gehad , die de wal-
len der Stadt doen ftichten hebben-

De landftreke Siangijangfu bevangt
zeven Steden: Siangijang, Iching,
chang , Caoyang, Coching , Quanghoa,
Kiun.
is een grote äadt.

De Stadt Siangyang zelf is gelegen
na by den wefterlijken oever des
ftrooms
Han. Wel eer was aldaer de
ftoelvanzekerenKoning, mtdenge-

flachte van .

By de kleine Stadt CaoyangX^it over
den ftroom//^« een ftene brug,
xoang genaemt : zy beftaet mt vcx
bogen , en is ganfch gebout van ge-
houwen
fteen, door de Konmgen van
Guei.

-ocr page 690-

Vierde LarJpekeTegmïu.

T^E vierde Landftreke Teganfu
■^paelt ten oofte aen Hoangcheufu;
zuidwaerts aen Hanijangfu : weft-
Waerts
2.exiChintienfu, enSangijangfu;
ten noorde aen iiet Landfcliap van
Honan.

Onder Keizer Yu was dit geweft
den Landfchappe van
King ingelijft,
ter beftiering der fterren
Je en C^i«.Na
den ondergang van al de Koningen,
deze landftrei^e en haer Opper-ftadt
door den Stam
Cin,Nankmn; door den
Stam
Han, Kianhia: door Sung., Ganlo:
doorTang, Ganhoanggeviotmt\'
maer
heeft den huidigen naem van den
Stam bekomen.

De landftreke Teganfu teltzesSte-
den-.TeganJunmung, Hiaocan, Ingching,
Sui.
»S^f/is een grote Stadt.

Vijfde Landflreke Hoangcheufu.

E vijfde Landftreke Hoang-
cheufu paelt ten oofte aen
het Landfchap van
Nanking-, ten zui-
de aen den noordelijken oever des
ftrooms
Kiang; ten wefte aen de land-
ftreke
Teganfu ; ten noorde aen het
Landfchap van
Honan.

Onder de verdeiling van Keizer Yu
raekte deze landftreke mee onder het
Lantfchap van A/;zg,gelijk de voorige,
ter beftiering van de fterren
Je en Chin.

Ten tijde derKoningen was dezel-
ve een
Yi.omngn]k,Hoang genoemt.De
Stam
Han heeft den naem van Silo ge-
geven;maer de StaniT\'
mg den huidige.

Deze landftreke is overal bebout,
behalve na\'tnoorde, daerrouweber-
gen leggen : en wort doorfneden mer

Meiren en revieren.

Zy bevangt negen Steden : Hoang\'
cheu, Lotien, Maching, Hoangpi, Hoang-
gan, Kixui, Ki, Hoangmui, Hoangci. Ki
is een grote Stadt.

De Stadt Hoangcheu leit op den
noorderlijken oever des ftrooms
Ki-
ang,
die voorby deftelfs waUen vloeit:
is zeer volk- enfcheep-rijk.

i^efte Landßreke Kincheufu.

T^E Zefte Landftreke Kincheufu
"^paelt ten oofte aen de landftreke

X

chingtienfu en aen den ftroom Kiang
ten zuide aen Jocheufu; ten wefte aen
het Lantfchap van
Suchuennoord-
wefte aen de landftreke van
Cingyang^
fu,en
ten noord-oofte aen Siangyangfu.

Zy bevangt dertien Steden : King- &tdm.
cheu, Cunggan, Xexeu, Kienli, Sungki,
Chikiang, Hing, Changyang, ïtu,Juengan,
Quei, Hingxan, Patung. llung
en Quei
zijn grote Steden.

De Stam Han noemde dcz© land- Niiw».
ftreke en haer Opper-ftadt
Kingcheu,
dien zy namaels altijds behouden
heeft.

De Stadtleit mee,gelijk Ho-
angcheu,
, aen den noordelijken oever
des ftrooms
Kiang, en word in \'t noor-
de en oofte met het meir
Tung om-
ringt : waer door de Stadt voor zeer
fterk, en veilig tegen \'s vyandts aen-
vallen gehouden word. Zy praelt met
tracht van gebouwen en rijken koop-
landel.

Al van aeloude tijden 2ii\\.s Kingcheu
het hof des Koningrijks van Cu ge-
weeft: namaels plante Koning/w;?,
uit den geflachte van
Leang, in dezel-
ve zijnen zetel.

ZeVende Landflreke Jocheufu.

zevende Landftreke Jocheu- grem-pa-^
-«-^FU , gelegen by na in \'t midden
des Landfchaps, word door het groOt
meir
Tungting in een oofter en wefter
deel gefcheiden : het paelt ten oofte
meerendeels aen de landftreke
Vu-
changfu;
defgelijx na \'t noorde aen Ha-
nyangfu
en Teganfu, en fpringt met een
ftroke,tu(fchen de landftreke
Vuchang-
fu,
en haer zuider-grens-pael, Changxa-
fu ,
aen het Landfchap van Kiang^:
grenft ten wefte aen enten

noorde aen Kin gehe ufu en Chintienfu.

De landftreke van Jocheufu ftont ou-
linx onder deheerlijkije van
Samnao;
maer wiert niet lang daer na tot een
Koningrijk opgerecht cn namaels
by de Koningen van
Cu in bezitting
genomen,hoewel de ftam
Cin dezelve
weer den Sincefchn rijke onderworp.

Van den Stam Sung krccghze den
naem van
Paling;, maer dien van Jocheu,
tot noch toe behouden, van de Stam
Taiming.

I De

-ocr page 691-

De \'Lmdt^iréie Jocheufa begrijpt
aclit Steden,
Tocheu, Linfiang, Hoayung,
Pingkiang, Fung, Xemuen, Culi, Gan-
hiang. Fung
is een grote Stadt.

De Stadt Tocheu zelf leit aen den
zuiderlijken oever des ftrooms
Kiang,
ter plaetfe , daer drie ftromen , de
Kiang, Sing, en Fung , hun water in
malkandre plengen. Zulx geen won-
der is, dat deze Stadt hierom by de
geleerden de mont der drie ftromen
genoemt word : waer over derwaerts
een grote vaert van fchepen is , en
grote toevoer van koopwaren.

In de Stadt is een paleis van ze-
keren Koning, uit den geftachte van
Taiming , die aldaer zijn verblijf

had. 1 c j

Men heeft \'er verfcheide Stadts en

burger gebouwen, prachtig gefticht:
ben even drie uitftekende helden tem-
pels.

Achtfle Landftreke Changxafa.

|E achtfteLantftreke Changx a-
FU paelt in \'t noorde aen de land-

Srens-pa-
len.

Steden.

ftreke Changtefu en Xocheufu, in \'t oo-
fte aen het Landfchap van
Kiangsi, in
\'t zuide aen de landftreke
Chincheufu,
Hengcheufu
en Paokingfu ; in \'t wefte
aen
Xincheufu.

Het is een zeer berg-rijk geweft, in-
zonderheidt na de zuid-zijde , daer
het tegen de bergen des Landfchaps
Y^LnQuangsi 2iQn{ioot : heeft evenwel
geen mangel van luftige beemden en
dalen.

Deze landftreke bevangt elf Ste-
den :
Changxa , Siangthan , Siangin,
Ninghisng , Leuyang , Liking , leyang,
Sianghiang, Xeu, Ganhoa, Chaling. Cha-
ling
is een grote Stadt.

De Stadt Changxa zelf is gele-
gen aen den oofteriijken oever des
ftrooms
Siang. De fterretjes Changxa,
gerekent onder het fterkoppei Ci;/«,
welker invloeing zy gezeit word on-
derworpen te zijn, hebben haer dien
naem gegeven , ten tijde des Stams
Cheu : wiert namaels door den Stam
Sung,Vugan genoemt; heeft evenwel
merendeels
den naem van Changxa
behouden.

Steden.

Kegende Landftreke Paokingfo.

E negende Landtftreke
kin g f u paelt ooftwaerts aen
Hengcheufu en jungcheu ; zuidwaerts
aen een gedeelte
des Landfchaps van
Quangsi; weftwaerts aen de kleine
landftreke der Stadt
Cingcheu, en aen
de landftreke Äc/;f^^y^;noord-waerts
aen
Changxafu.

Deze landftreke bevangt vijf Ste-
den :
Pao king , Sinhoa , Chingpu , Vu-
chang , Sining. Vuchang
is een grote
Stadt.

De Stadt Chanxa zelf, is gelegen
aen den ooftelijken oever des ftrooms
Cu : heeft den zetel van zekeren Ko-
ning uit den geftachte van
Tnming
gehad: en was ouhnx het hof des Ko-^.^^/;?-
ningrijksC^^. De Koningen V, nahet
veroveren van deze landen , hebben
dezelve
Xaoling genoemt : de Stam
Taiming Xaocheu : maer de Stam
met den huldigen naem van
Paokin%
Zy heeft onder haer gebiet vijf Ste-
den :
Paoking , Sinhoa , Chingpu , Vu-
chang,
een groote Stadt, Sining.

Zy heeft drie prachtige helden tem-
pels.

Tiende Hengcheufu-

T^E tiende Landftreke HENG\'

^c H E U F u paelt ten noorde aen
Changxafu; ten oofte aenChinche^^fr}^
zuidwaerts aen het landfchap^^^^^^^\'\'
ten wefte aen
Jungcheufu en Paoking]^-

Een gedeelte der landftreke
cheufu leit binnen twee ftromen , de
ChingQn Siang, befloten, in vorm van
een hangend eilandr. Zy behoorde
ouhnx onder het Koningrijk van Cu:
wiert door den Stam
Han, Queiyang-\' ^
door Koning f;, Siangtung; door den
Stam
Tang, Hunan genoemt = maer cte
Stam
Taimin<r herftelde den naem
Hengcheu, dien zy van de Koningen

bekomen had. â€žeacnsti^"^

Óeze Landftreke begrijpt njge"

Steden:

Changning , Gangin , Ung , fJ^^^^
Linuu,Lanxan. Qj^etyangf^\'^ Jy

Stadt. Voorby^de-\'sradt

fpoelt ten zuide de Stroom Ci;/«^- ^^

-ocr page 692-

^Ifde Landßreke Changtefu.

p elfde Landtftreke Changte-
FU,klein van beftek, paelt in \'t oo-
fte aen het meir
Tungting; in \'t noorde
aen dehnd^tekeYocheufu; in\'t zuide
aen
Changxafu en Xincheujufm \'t wefte
aen de landftreke der krijgsveftingen.

Zy bevangt vier Steden , Changte,

^aoyven, Lungyang,Juenkiang.

.Onder den Stam Xang en Cheu
^lert deze landftreke, eer het den nj-
^^van Sina onderworpen was, byde
Volken Manijen bewoont; maer na-
ï^Uels, door Koning
Cu, in bezitting

genomen.

Na het verdelgen der Koningen,
jjoemde dc Stam
Cin, deze landftre-
ke en haer Opper-ftadt
Kiuchung; de
^tam
Han allereerft Fuling. Maer wan-
neer detrouloze/Zw^^^^^ Koning
Cu
ter neer gehouwen had , hielden de
"^deUngen, hogen en lagen, uit deer-
nis over zijnen droevigen uitgang,
met een zulke grote rouwe zijnuit-
vaert, dat dezelve Stam
LLan , na de
doot van dezen
Hiangyu, den naem
van
Hing gaf, \'t welk aerde der gerech-
tigheit wil zeggen. Byde Koningen Ü
Wiertze
Vucheu gedoemt, maer door
den Stam
Tang met den huidigen
naem befchonken.

Men heeft\'er drie zeer uitfteken-
de Tempels. Het is een klein geweft;
maer zeer vruchtbaer.

De Stadt Changte zelve, is gelegen
hewefte het
giootmeiiTungting, op
den noorder oever des Strooms/«^«,
die aldaer zijn water in het meir ftort-
%na de geheele Stadt, en de Land-
ftreke zelve is overal bevaerbacr te
icheep.

, In deze Stadt heeft zeker Koning,
Uit den geflachte van
Taiming, zijn
V erblijf gehad, en is aldaer een prach-
"gh Paleis van den zelven.

Väfi Sina, of Taifing.
De Stadt Uengcheu 7.t\\i, is gele-
gen acn den noordelijl5.en oever des

Strooms C/;/;?^.

Deze Landtftreke telt negen Ste- |
aen : Hengcheu, Bengxan , Luiyang, |
Changning, Gangin, Ling, Queiyang,
een
grote Stadt,
Unuu, Lanxan.

H,

V

Twaelfde Laïidflreke Xincheiifu.

Landftreke X i n- ^nns-f^..
een bergh-rijk ge-

weft, paelt ten oofte aen de Landftre-
ken van
Kieganfu en Nanganfu , des
Landfchaps van A/(???^j/:noordwaerds
aen
Chanxafu : weftwaerds acn Heng-
cheufu:
ten zuide acn het Landfchap
van
Kiangsi.

Xincheufu telt zeven Steden : xin- ^^^^\'"-
cheufu, Luki, Xinki, Xopu,Juen,Kiuyang,
en Mayang.

(Dertiende Landflreke Jungcheuf u.

De dertiende Landtftreke van crtm-p/t-
jungcheufu paclt noord
cn ooü\\va.erds ^en Hengcheufu : zuid
cn weftwaerds aen het Landfchap van
Kiangsi, en aen de landftreke Paoking\'
dezes Landfchaps.
Ouhnx ftondt deze landftreke on-
der het Koningrijk
Cu: wiert door den
Stam
Han, Linglinggenotmt : quam
daer na onder de Koningen U, en
kreeg den naem van
Jungyang. De
Stam
Tang heeft haer dien van Jung-
cheu
gegeven.

Deze Landtftreke telt acht Steden, stdm.
Jungcheu, Kiyang, Tau,
een grote Stadt,
Tunggan, Ningyven ,jHnzning,Kianghoa.

De StadtJungcheu, d^allerzuidelijk-
fte van al de Steden dezes Lantfchaps,
is gelegen tuftchen luftige en grodne
bergen na by den ftroom
Siang.

Zeker Koning , uit den Stam Tai-
ming ,
heeft ook in dezelve zijnen ze-
tel gehad : en word noch eentreftèlijk
)aleis, van den zelven binnen de wal-
en gezien; alwaer ook een zeer lufti-
ge heuvel is, vol bomen en gebouwen.
Men heeft \'er vier tempels,den helden

toegewijdt.

\\

Veertiende Landflreke Chingtienfu.

De veertiende Lantftreke Ching- grens-p,t.

tienfu paelt ooftwaerts acnT^-
ganfu , en Hanyangfu : zuid en weft-
waerts aen de landftreke
Kincheufu ;
noord-waerts acn Siangyangfu. Keizer
Tu bragt defe landftreke onder \'t Lant-
fchap van
King, ter beftiering der fter-
I ren

E twaelfde
cheufu :

-ocr page 693-

ren Je cn Chin. Was oulinx onder dc
Koningen
Cu, en genaemt Ingchung.
De Stam Han g\'i.ïden naci» air f:\'.nxe:
den huidigen en waerdighc^S ~ m Tu
of grote Stadt heeftze van den Stam
Tjiming bekomen ; wantzy was voor
hene flechts een kleine landftreke.
Zy bevangt zeven fteden:
Chingtien,

KingxanjCienkiangMienyangMngling,

Kingmuen, een groote Stadt, en Tangi-
jang.
Men heeft\'er zes helden kerken.

Dc Opperftadt Chingtien zelf, leit
na by den oofterlijken oever des
Strooms omringt met bergen en
wateren, gelijk met een vafte wal.

Vijftiende Lmdjlreke Chingy^t^g^^.

Grens.pa. T^ E Vijftiende Landftreke C H l N-
hn. -^-^gyanfu , d\'aller noordelijk-
fte des Landfchaps, paelt, ten oofte,
met een gedeelte aen het Landfchap
van
Honan, het overig aen de landftre-
ke
Syangiangfu : in\'t zuide acn Kin-
cheufu
.-\'in \'t wefte aen hetLandfchap
van
Suchuen : in\'t noorde aen dat van
Honan en Xenfi, uit welk laeft zyal-
ler-eerft haer water van den oofter
ftroom Han ontfangt. Deze ftroom
omringt deze landftreke met bochten
en draeien , en bcvochtight daer na
d\'overige landtftreken dezesLandt-
fchaps. Keizer
Tu braght dit geweft
mee onder het Landfchap van
King,
ter beftiering van dezelve geftern-
ten. Wanneer het onder de Konin-
gen van
Cu ftont, wiert het Siekeve
genaemt, van wegen den overvloed
des tins, welk aldaer gevonden was,
en noch uit gedolven word : waerom
de Stam
Han , dat ook Sie noemde,
dat\'s tin : maer wiert van den Stam
Tang, om de vruchtbaerheit des aerd-
rijks ,
Nanfun\'g genoemt , als of men
zuidcrlijke vruchtbaerheid wilde zeg-
gen ; want
Nan is zuide , cn Fung
vruchtbaerheid gezeit. Den huidigen
naem gaf de Stam
Taiming. ^^^^^

Namen.

Stede».

Deze landftreke begrijptzeven Ste-
den :
Chingyang, Fang,Choxan , Xan-
cin, Choki, Chingsi, Paokang.

IQeine Landftrehn.

Grtiiif\'

De eerfte kleine Landtftreke det;^
Stadt
Cingcheu pack, ooftwaerts , aen
de grote landftreke Paokingfu: noord-
waerts en weftwaerts aen Cincheufi;
zuidwaerts aen het Landfchap van
Quangsi. Deze Landftreke bevangt
vier Steden,
Cingcheu, Hoeitung, Tung-
tao , Suining.
De Stadt Cincheu zelve
is gelegen op een zeer fterken en lu-
ftigen oordt.

De tweede kleine landftreke der
Stadt
Chincheu, een berg-rijk gcweu»
pack ooftwaerts aen het Landfchap
van
Kiangsi : zuidwaerts aen dat van
Quantung: weftwaerts aen de landftre-
ke
Hengcheufu: noordwaerts aen Chan-
xafu.
Zy begrijpt zes fteden: Chincheu,
funghing, Ychang, Hingning, Queyang^
Queitung.

De Stadt Chincheu is groot en volk-
rijk, leit tuflchen twee ftromen-

Delandftrekederkrijgsftedenpaeltp,

noordwaerts, aen de landftreke Km-
cheufu,
ooftwaerts aen die sdLtiJocheu-
fu en Chantefu ; zuidwaerts aen
cheufu; weftwaerts aen het Landfchap
van
Suchuen. .

De krijgs-ftcden , in de welke de
krijgs-knechten ondcr de burgers wo-
nen, zijn elf in
gQtÜQ: Xi,Iungxun,P to-
eing,Nanguei,Xiyung,Xangki,Langkiangf

Xanping, lungting,Tienkia, lungmui-

Het ächtfle Landfchap van Kiangfi.

^ E treden uit het Landfchap
ÏMïl Huquang , ooftwaerts,
volgt dat van
Kiangfi, in gro-
te niet veel kleinder dan
Hu-
quan^.wmt herbegint in de brete,ten
zuide, op de noorder brete van zes-
cn-twintig graden zes minuten , en
eindigt ten noorde op een-en-dertig

graden : een ftreke van ontrent drie
en tachtig
duitfchemijlen: degroot-
fte lengt?, van\'toofte na\'twelt^
word gerekent op ontrent zeven

^^^HlScooftebeflotenmeth«^^^^

Landfchap van Chekiang ■ m
oofte met dat van Fokien : raeku,^

Gmte.

-ocr page 694-

\'t zuide acn d\'uiterfte grenfen van
Quantung: heeft in \'t noorde het Land-
fchap van
Nanking of Kiangnan: het o-
^Hev omringt met dat van Huquang.

Het Landfchap van Kiangsi is ver-
deilt in dertien grote Landftreken,
die men, ten aenzien van hare grote,
Zoo vele kleine Landfchappen zoude
noemen :
dXsNanchangfu, de Hooft-
h.ndknékQjaocheufu, Quangfinfu, Nan-
^\'^^gfu, Kieukiang fu, Kienwangfu, Fu-
cheufu, Linktangfu, Kieganfü, Xuicheu-
f^yjuencheufu , Kanchenfu , Nanganfu:
ieder met verfcheide grote en kleine
Steden onder haer, ten getale van ze-
ven en zeftig.

E^erße of Oper landßreke Nan-
changfu.

T^\'Eerfte, ofHooft en Opper-land-
^ ftreke
Nanchangfu paelt in
\'t Noorde aen
Nankangfu,Qn \'t meir Po-
yang:
• j ooftc cn zuide aen Vucheu-
ß • in \'t wefte aen Linkiangfu,Yuicheu-
ß en aen \'t Landfchap van Huquang.

Dit geweft was in aeloude tijden
een fcheit-pael tuflchen de Koning-
rijken
CucnU y en behoorde ten tijde
des Stams
Cin onder het Landfchap
van
Ke ukiang.

Deze Landftreke telt zeven Steden:
Nanchang, Fungching,Cinhien, Fungßn,
Cinggan , Ning , Funing. Ning
is- een
grote Stadt.

Daer zijn vier fraeie tempels, maer
die van d\'yzere
kolom haeren naem
beeft,bu\' ten de Hooftftadt, overtreft
ai d\'andere.

De Hooft-ftadt Nanchang zelf is ge-
legen aen dén zuidcrlijken oorfprong
des grooten meirs
Poyan^, op een ei-
land, gemaekt door^den Stroom
Kan
tïiLienfan,
die beide mt dit meir hun-
nen oorfprong nemen, en na\'tzuide
fchieten.

Nanchang , hoewel geen van de
grootfte en vermaerfte Steden, (want
zy is in haeren omtrek niet boven
twee mylcn groot) is uitftekende
door de meenighte der Geletterden,
die zich aldaer bevinden, of hun ge-
boorte-plaetfc hebben. In deze Stadt,
bebben twee Koningen, uit den ge-
dachte van
tdming, te gelijk (welk

S.

nergens in eenig andere Stadt bevon-
den is,) hun verblijf gehad.

Xyvjïtr^ Joor den Stam Ban ,]un- Namen,
chang,
door Tang, met den huidigen
naem befchonken,dien
Zung namaels
in dien van
Lunghing veranderde,
maer
Taiming herftelde den ouden.

Voor ontrent drie hondert jaren
Was deze Stadt de Hooft-ftadt des
Keizerrijks; wantzekerOfferaerof
Pricfter, met name
Chu, die dc Tarters
uit ^Si^df verdreven had, nam hier den
naem van Koning aen, en noemde de
Stadt
Hungtu , dat groot hof bediet.
Na het aangroeien evenwel van zijn
zege , braght hy den rijx-ftoel na de
Hooft ftadt
Nankingowcr, en gaf toen
weer den ouden naem van
Nanchang
aen deze Stadt.

T%vede LWy^rMe Jaochenfu.

E twede Landftreke Jaocheu-
fu
paelt ten oofte acn het Land-
fchap van
Nanking : ten zuide aen
Quangsinfu en iiienghiangfu:ïn \'t wefte
aen het Meir
Poyang, en is beftuuwt
in\'t noorde cn ooftc met bergen. Ou-
linx gehoorde
deze landftreke onder
de Koningen van V: wierd door den
StamCi^ü
Poyang genoemt, miftchien
na het bygelcgen meir , maer heeft
den naem
Jaocheu van den Stam Sung
bekomen.

De Jaocheufu heeft zes

Steden, Jaocheu, Yukan, Lopin, Feu-
leang, Tehmg, Gangin
, Vannien.

De Stadt JaocheU TcM is gelegen acn
den noordelijken oever des ftrooms
Po of Logan.

In de Stadt]aocheu had certijtsze-
ker Koning, uit den geflachte van
Tai-
mini,
zijn verblijf Dan\'tgeen deze
Stadt en Landftreke boven al luifter
by
zet, is de porcelein-bakkery,naer- vo^dim^
dien nergens in \'t ganfch Keizerrijk

beter porcelein gebakken word, dan

in zeker dorp, ontrent de kleineStadt
Feulean<i: want fchoonze op andere
plaetfetf d\'aerde bebben
, waer van
het
porcelein miffchien kan gemaekt
worSen, zoo heeft het nochtans by
het geen niet, welk m dit dorp ge-
maekt word : ja d\'aerde, \'tgeen ver-
wondering verdient, daer van het por-
I 3 celein

-ocr page 695-

celein gebakken wort, krijgenze niet
uit den gront van dit Landfchap
Ki-
angß
; maer word hen dietoegevoert
uit de landftreke der Stadt
Hoeicheu,
des Landfchaps van Kiangnan: nochte
het kan aldaer, niet tegenftaende de
grote overvloet
van aerde, op gener-
lei wijze gemaekt worden. Men
vind \'er, die zulx de zonderlinge tem-
per des waters toe fchrijven.

By de kleine Stadt Gangin is een ge-
denkwaerdige brug, de brug der ge-
hoorzaemheit en gedienftigheit ge-
zeit.

(Derde Landßreke Qiiangfmfu.

T^E derde Landftreke Quangsin-
-L^FU, het aller ooftelijkfte gedeel-
te dezes
Landfchaps, paelt ten oofte
aen het
Landfchap van Nanking , en
Chekiaing; ten Zuide aen dat van lo-
kien :
ten wefte aen de landftreken
Kienchangfu en Veucheufu: ten noorde
aen
Jaocheufu. Het bevangt ten oofte
de zamengrenzing van drie Land-
fchappen,
Kiangsi, Chekiang, en Fokien:
waer door deze Landftreke dikwils
groote fchade van de ftruikrovers
komt te lijden, die in\'t gebergte be-
quame fchuil-plactfen vinden. Des
vyands aenftagen worden evenwel
lichtelijk afgekeert, van wegen d\'en-
ge kaken der bergen , waer flechts
een eenige toegangh of openinghis :
waer in ook eertijdts de Sineefche
Keizer krijghs- befettinghen hadleg-
gen.

By ouds ftont een gedeelte dezer
landftreke onder en het ander on-
der de Koningen
Cu; maer gehoorde
ten tijde des Stams Ci» onder het ge-
weft van
Hoeiki. De Stam Han gaf
den naem van
Juhan : Tang, en Sung
dien van Sincheu : Taiming eindelijk
óaeny2.n(luang[in.

De landftreke Quangfinfu heeft in
haer gebiet zes Steden leggen,
Quang-
fin , Joxan , Tejang , Queiki ,Jenxan,
Jungfung, Hinggan.

De Stadt Quangfin zelf,leit tufl!chen
zeer dichte en hooge bergen, bewe-
ften den ftroom
Xangiao, die uit deze
bergen zijnen oorfprong heeft.

Grenipa •

lm.

Steden.

Vierde Landßreke iNankatigfu.

"PIE vierde Landftreke Nank an g-
•^fu,
gefcheiden in \'t midden door
hetMeir
Poyang, in een oofter en we-
fter gedeelte, paelt in \'t noorde aen
het gebiet der landftreke
Kieukangfrj
in \'t wefte en zuide, bewefte het Meir
Poyang^, aen Nanchangfu; defgelijx be-
oofte het meir
Poyang , aenJaocheufr;

Oulinx was dit geweft onder de
Koningen van
Cu: wiert door den
Stam
Cin onder het geweft van Kien-
kiang
gebragt. De Stam Han noemde
haer Penge: Twga, Kiangcheu; den he-
digen naem heeft de Stam
Sung gege-
ven.

Zy bevangt vier Steden : Nankang,
Tuchang, Kienchang, Gany.

Men heeft

in deze landftreke veel prachtige tem-
pels; maer de voornaemfte op de ber-
gen
Quangliu en luenxin, daer cm zich
ontelbare kluizenaers en ofleraers
onthouden.

Vijfde Landßreke Kieukiangfü.

t^ E vijfde Landtftreke K1 e u k l-
^ an g f u, gefcheiden in \'tmid-
den door d\' engte der meirs
Poyang,
paelt in \'t zuide aen de landftreke
Nankang fu : in\'twefte aen het Land-
fchap van
Huquang : leit in \'t noorde
meerendeels aen den ftroom Kiang*
ter plaetze, daer hy zijn watet met dat
van het Meir P^ang vereenigt : en
raekt met de reft^tcn noorde, defge-
lijx ten oofte, aen het Landfchap van
Nanking.

Deze landftreke heeft,al van aelou-
de tij den af, eenfdeels onder de Ko-
ningenvan
Cu, eenfdeels onder Vg^\'
ftaen : had onder den Stam Cijn een
en den zelvcn naem, dien zy nu heeft;
deStam
Han noemde \\\\-3ietIuchang^^\'
ning Sui wederom Kieukiang: de Stam
Sung, Tingkiang ; maer Taiming\\^^^\'
ftelde den ouden naem van Kieuktang-

Deze landftreke begrijpt vijf
dtn,Kieukiang,Tegan, Xuichang> ttu-

^\'^IsiLoeukiang zelf, leit recht
benoorden dcHoofêftadc
Nanchang.
aen den zuiderhjken oever van den

Gr^i-f

Stdf»\'

;- Stt

-ocr page 696-

ftroom plaetfe,daer de Kiang

zijn water met dar van het Meir Po-
vermengt, en word in \'tzuiden
met de bergen van
Quanglin omringt.
Daer zijn veel fchoone en prachtige
tempels, en \'slants en burger gebou-
wen
Keukiang is een grote , en zeer
heerlijke koopftadt. Men ziet \'er alle
daeghs een ongeloofelijk getal van al-
lerlei kleen enrgroot vaertuig: want
van deze ftadt is d\'afvaert tot aen zee,
langs den ftroom
Kiang, 7.vXy^ inhet
verby varen aldaer veele fch epen aen
leggen en te zamen komen.

Zefte Landßreke Kienchangfu.

T^E zefte Landtftreke Kien-

\' CHAN GFU paelt in \'t wefte,noor-
de en oofte, aen de landftreken Fu-
cheufu , en Quangßnfu; in \'t oofte en
\'t zuide aen het Landfchap van
Fokien,
en aen Kancheufu.

Ouhnx ftont deze landftreke on-
der de Koningen van
Cu : ten tijde
des Stams
Cin, onder Kieukiang: ten
tijde van
Han onder Juchang. De Stam
Tang gafden naem van Kienvu ; Sung
dien van Kienchang.

Zy begrijpt vijßteden: Kienchang,
Sinching, Nanfüng, Qumchang , Luki.

De Stadt Kienchang zelf, gelegen
rontom in \'t gebergte,heeft voor hene
eenen Koning uit den Stamme van
Taiming gehad: pronkt noch met een
koninglijk paleis, zoo wel in grote,
als in heerlijkheit.

Men had in het zelve wonderlijke
lufthoven : beneven allerlei prachtige
toeftel van huisraet en hofgezin.

Twee meiren \\\\.eéx.Kienchang, het
een binnen de wallen der Stadt, en
\'tander een weinig buiten de zelve;
hoewel het water van het buiten
Meir, door water leidingen in Stadt
gebracht word, tot groot gemak ter
fchipvaert. Daer zijn twee zeer fraeie
tempelen, den helden toegewijdt.

M-

^eyende Landftreke Vucheufu.

^^E zevende Lantftreke vucheu-
FU paelt ten oofte aen de land-
ftreke
Jaocheufu en Quangfinfu, ten zui-
de aen
Kieganfu , ten wefte Lin-
kiangfu
, cn Nanchangfu , ten noorde
met een uithoek aen het meir
Poyang.

Zy bevangt zes Steden : Vucheu, steden.
Cunggin, Kinki, Thoang, Logan ,Tung-
kiang.

m de Opper-ftadt Vucheu, gelegen
bezuiden de Hooft-ftadt
Nanchang, is
uit het meir
Poyang een vaert voor de
fchepen , tot geen klein gewin der
Stadt;
\'tzyhngsdenüvoomLienfan,
die derwaert uit het Meir Poyang be-
ooften verby de Hooft-ftadt vloeit:
of langs een anderen ftroom , mede
oorfprongelijk uit het meir
Poyang.

Achtfte Landftreke Linkiangfii.

D

E achtfte Landftreke Linki-
ANGFU, paek ten noorde en oo-
fte aen die van de
Hooft-ftadt Nan-
chang
en Vucheu; zuidwaerts aen de
landftreke
Kieganfu , ten wefte aen
Juencheu en Xuicheufu.

Ten tijde der Koningen gehoor-
zaemde deze landftreke nu den Ko-
ningen
Cu,dm f/. Onder den Stam Cin
gehooide dezehesien Kieukiang :
on-
der
Han aenDe huidige naem
ishaer al van den Stam
Sung af by ge-
bleven.Daer zijn drie helden tempels.

Zy begrijpt vier Steden : Linkiang, steden.
Sinkin, Sinyu, Hiakiang.

De Stade Linkiang zelf, is gelegen
beweften de Stadt
Vucheu , aen den
noordelijken oever des ftrooms
Kan:
wiens water door waterleidingen in
de Stadt valt, tot groot gerief der fte-
delingcn.

ISLegende Landßreke Kiegantu.

^E negende Landftreke Kiegan-
fu
, oneffen door bergen en beu-
velen , is door fneden in \'t midden

met den ftroom te.-pack in\'t ooften
eenfdeels ten noorde aen de landftre-
ke
Vucheufu, eenfdeels aen Kancheufu:
ten zuide aen Nanganfu, ten wefte aen
\'t Landfchap van Hï^f^^^^g.

In aeloude tijden was dit gewelt
even alleens, gelijk dat van
geplaeft enverdeik- Koning en
de Stam
Tang noemde het aller eerft
Kiecheu : Taiming, Kiegan , dat s ge-
luk der bergen gezeit: want Äiebete-\'
kent geluk bergen.

Dc

-ocr page 697-

De Landftreke Kieganfu heeft ne-
gen Steden;
Kie gan, Taiho,Kiefvi,]ung-
fungyGanfo, Lungciven, Vangan Jugsin,
en Jungning.

De Stadt Kiegan zelf, is aen den
wefterlijken oever des Strooms
Kan
gelegen, ter plaetfe, daer de gevaerlij-
ke klippen ,
Xepatan, in den zelven
leggen.

Tiende Ländßreke Xuicheufu.

De dertiende Landftreke Xui-
c H E u F U, omringt met bergen
en boftchen, hoewel klein van beftek,
paelt ten noorde en oofte aen de land-
ftreke
Nanganfu : ten zuide aen
kiangfu ; defgelijx ten zuide en wefte
aen
juencheüfu.

Deze Landftreke begrijpt drie Ste-
den,
Xuicheti, Xangcao, en Sinceang.

De Stadt Xuicheu is gelegen in \'t
noord-wefte van de voorige Stadt
Kiegan, na by den vlied een

tak van den Stroom Kan.

Xuicheu, is vertaelt gelukkige ftadt:
want
Xui bediedt gelukkigh en Cheu
ftadt; miftchien van wegen den goet-
aerdigen en zeer heilzamen lucht, en
vruchtbare velden en landouwcn.On-
der de Stam
Tang, wierd zy om den
overvloed van rijs
Micheu genoemt,
dat \'s rijs-ftadc : den hedigen naem
heeftze van den Stam
Sung beko-

N/tmn.

Ifli

Grens-pa-
len.

llii;

men.

Elfde La?jdflreke]vitnc\\imï\\i,

E elfde Landftreke JUENCHEU-
Fu, deurfneden in \'t midden met
den vlied/«e» , paelt ten oofte aen de
Landftreke
Xuicheufu en Linkiangfu :
ten zuide aen Kieganfu: ten wefte aen
her Landfchap van
Huquang-.ttn noor-
de acn
Nanchangfu.

Ten tijde der Koningen ftond dit
geweft nu onder U, dan onder het
Ko-
ningrijk Cu: wierd door den Stam Han,
Ychuen,
maer door met dien van
Juencheu befchonken.

De Landftreke Juencheufu telt vier
Steden, Juencheu, Fueny, Kinghiang,
en Vanp.

De Stadt Juencheu is gelegen be-
zuiden den vlied
luen : waer van

steden.

In .r

l-jJ

Iii

Steden.

den naem fchijnt bekoomcn teheb-
ben.

Twaelfde Landflreke Kancheufü.

E twaelfde Landftreke van Kan-);ƒ

CHEUFU,een groote Landftreke,
cn zuiderlijkfte des gantfchen Land-
fchaps , paelt ten oofte, met een ge-
deelte, aen de landftreke
Kienchangfu,
en met de reft aen het Landfchap van

Fokien; gelijk ten zuide, en meteen
gedeelte, ten wefte, aen dat van
Quan-
d\'o verige weftz ij de,no ord-
waerts , grenft aen de landftreken
Nanganfu en Kieganju: raekt ten noor-
de met een uithoek aen
Vucheufu.

Ouhnx was dit geweft onder de
Koningen van
IJ : aenftonts daer na ^^^^
onder
lue. Onder den Stam Cin was de *
naem
Kieukiang: onder Han, Changkan;
de huidige naem , tot noch toe be-
houden , is door denStam
Sung ge-
geven.

De landtftreke Kancheufu heeft
twaelf Steden, meerendeels op berg- ,
achtige plaetfen gelegen :
Kancheu,

Utu,Sinfung,Hingque, Hoeichang, Ga-
nyuen, Ningtu, Xuikin, Lungnan, Xe-
ching, Changning, Tingnan.

De Stadt Kancheu zelf, leit op de
by een komfte der twee
ftromen,
Chang, en Kan, die zich, na de noort-
zijde der Stadt, eeniger mate in een
I meir verwijderen.
Naulix behoeft: de-
ze Stadt voor de Hooft-ftadt te wij-
ken : ja overtreft dezelve in koop ert
tolrijkheid; defgelijx in toeloop van
menfchen derwaerds uit alle oorden.

In de Stadt Kancheu heeft zeker on-
der koning fijn verblijf,die niets gerin-
ger is, dan den onderkoning
zelfdes
ganfchen Landtfchaps van Kiangst^
want hy heeft opzicht over vier
Land-
fchappen, Kiangsi, Huquang, Fokien en
Quantung, en voert daer van ook de
naem: niet dat dezelve geheel en al
t\' zijner gehoorzaemhcitftaen : maer
om dat hy twee
der naeft bygelege«
Steden beftiert; ten
einde om het m-

vallen der ftruik-rovers te beletten.

Over deby-een-komfte d^ twee.
ftromen, CWento, aen de^taau
Kancheu, leid een lange fchipbrug niet
yzere ketens aen
elkander gehecht

I\' ^
iï 1,

-ocr page 698-

73

Het tmelfde Landfchap van Quantung.

|Et Landfchap van QuAN-
T u n g leid ten weite met het
Landfchap van
Quangü beflo-
ten : ten noorde-weÜe en noorde,
door
een onophoudelijke ry van ber-
gen, met
dat van Kiangsi : heeft ten
noord-oofte zeer hooge en fteile ber-
gen ,
en den ftroom Ting, de fcheid-
palcn tuflfchen dit en het Landfchap
van
Fokien: de reft, ten zuide en zuid-
oofte , is aen zee gelegen: waer door
Quantung aen dien oort zeer vele vei-
lige havenen
en reen heeft.

Het Landfchap van Quantung be-
grijpt tien landftreken :
Quancheufu ,
anders Kanton genaemt: de Hooft-
landftreke,
Xaocheufu , Nanhiungfu,
Boeicheufu, Chaocheufu , Chaokingju,
Kaocheufu, Licncheuju, Hucheufu, Kiun-
cheu fu :
ieder met verfcheide grote en
kleine Steden onder haer, ten getale
van tachtig : beneven tien krijgs-ve-
ftingen of krijgs-fteden; zonder M^-
kau of Makao, eenkoopftadt der Por-
tugefen , daer onder te rekenen.

Eerße Landflreke Quancheufu.

T\\ \'Eerfte Landftreke Quancheu-
-^FUofdievan toi^ö;^ leid in\'too-
fte, noorde en wefte met bergen beflo-
ten; maer heeft ten zuide de zee; te
Weten,zy paelt in \'t oofte aen de land-
ftreke
Hoeicheufu ; in \'t noord-oofte
aen
Xaocheufu ; in \'t noorde aen het
Landfchap van
Huguang; ten noord-
wefte aen dat van ^angsi, en aen de
landftreke
Qmokingfu, en eindelijk ten
Zuide aen de zee.

De landftreke Quancheufu begrijpt
vijftien Steden:
^ancheu, {hy
Portugefen , mifteit door den naem
van
Quantung , Kanton genoemt)
de Hooft- en Opper-ftadt der Land-
ftreke ,
Xunte, Tunguon, Cengching,
Fliangxan, sinhoei, Cingyuen, Sinning,
Cunghoa, Lungmuen, Sanxui, Lienjang-
xan, Lienxan , singan. Cunghoa
is een
grote Stadt.

De Hooftftadt Kanton is achter
omringt met bergen , en gelegen op
de rechter zij de , of oofterlijken oe-
ver des ftrooms
Ta , daer hy begint

fmalder te worden : want een weinig
lager,
zee-waerds,fchijnt hy door zij-
ne groote breete, eer een Meir, dan
ftroom te zijn. Drie uuren gaens is
de»
Stadt, langsden oever, omringt met
twee ryen muuren , gefterkt door-
gaends met wacht-torens, bolwerken
en andere veftingen. Defgelijx leid de
Stadt,
aen de landzijde, omwalt met
een fterke muur, gefterkt met vijf ka-
ftelen : eenige binnen en andere bui-
ten de muur, op zeer fteile toppen der
omgelegen bergen gefticht: en is op
zommige plaetfen met zulke grote en
volk rijke voorfteden verciert,als vele
bemuurde Steden. Eenigen begroten
den omtrek, t
\'eftens met de voorfte-
den, op vier Duitfche mijlen.

In prachtige Pagoden, Heeren-ho-
ven , treftige gebouwen , en ftene
praelof triumfbogen munt deze Stadt
zonderling uit: want op den weg, te
gaen van de water poort, na \'s onder-
konings hof, ftaen \'er dertien opge-
recht,alle geftoflèert met allerlei kun- \'
ftig gehouwen beelt en loofwerk , en
befchreven met vele Sineefche finrij-
ke merk-letteren oftekenen.

Tot verfterking der Stadt, leggen
voor dezelve , in \'c midden des
ftrooms, twee fteene water-kaftelen,
zeer fterke gevaerten, en byna van
een zelve geftalte, te weten vierkant,
en rontom verzien met fchiet-gaten;
zulx
Kanton, aen de land en water-
zijde, voor \'s vyands aenvallen ge-
noech gefterkt is.

Twee mael is deze Stadt met ge-
weld der wapenen, na een lang beleg,
door de Tarters verovert, met fneu-
veling van ontrent de tachtig, of zoo
de Jefuit Martijn wil, honderd dui-
zend zielen. Want zoo volkrijk word
gezeid de ftadt, voor den laeften Tar-
tarifchen oorlog, geweeft te zijn, dat
alle daegs, in de poorten, door den
drang, vijf of zes menfchen dood ble-
ven :
geen wonder, ten aenzien van
de meenigte
des omgelegen volkrijke
dorpen en gehuchten.

Tweede

-ocr page 699-

Tweede Landflreke Xaocheufu.

De twede Landftreke Xaocheu-
fu
, een berg-rijk geweft,paelt ten
noord-oofte en oofte aen
Nanhiungfu;
ten zuide aen de Hooft-landftreke
Quancheufu; ten wefte, defgelijx ten
zuid wefte,en niet een hoek ten noor-

Grens-pa-
le».

Vierde LnndftrekeHoéc\\ïm^\\^.>
E vierde Landftreke

C H e u f u paelt ten oofte aen

Chaocheufu; ten zuide aen de zee; ten
wefte aen
Quancheufu, en Xaocheufr;
ten tto OT de SLcnNanhiungfu.

Deze landftreke begrijpt tien fte-
den:
Hoeicheu, d\'Opperftadt : Polo,

maekt, onder den naem van Pegao:
quam namaels ond^r deKoningen van
Cu, en wierd ten tijde des Stams Cin
onder de landen \\2n Nanhai gebragt.

Deze landftreke begrijpt zes fte-
den :
Xaocheu, d\' Opperftadt, Lochang,
Ginhoa, ïuyuen, Ungyuen, Ingte.

Dc ftadt Xaocheu zelf is geleg\'en op
de by-een-komfte
of tuftchen tvvee
ftroomen , die hun water aihier in el-
kandre ftorten : d\'een genaemt,
die ten oofte verby de
ïi^dtNanhiung
vloeit: en d\'ander die uit het Land
fchap van
Huquang zijnen oorfprong
neemt, en de weftzijde der ftadt
Xao-
cheu
befpoelt. De ftadts wailen en
burger-huizen leggen op de tuffchen-
wijte van beide de ftroomen ge-
bouwt : waer door zy. ter oorzake
van d\'enge tuftchen-wijte, niet zeer
wijd uitgeftrekt leggen :en d\'overige
huizen ter weder zijde op beide oe-
vers gezet worden. En naerdien de
weftelijkfte oever het tal-rijkfte van
huizen en in woon ders is, ftrekt van
daer na de Stadt een fchip-brug, tot
Overgang.

(Derde Landflreke Nanhiungfu.

De derde Landtftreke Nan-
hi ü n g f u
, het noordelijkfte
geweft dezes Landfchaps, paelt ten
noorde en
noord-oofte aen het Land-
fchap van
Kiangsi \\ ten oofte aen dat
van
Fokien, en aen de landftreke Chao-
cheufu; lenzuïdeaenHoeicheufu;
ten
we fle ae n Xaocheufu.

Deze Landftreke begrijpt flechts
twee ^cdQn.Nanhiung, d\'Opperftadt,
en
Xihing.

De Stadt Nanhiung zelf, is gelegen
bezuiden den berg
Muilin, aen den
weftelijken oever des ^loomsChin,
na by aen zijnen hooft-bron.

Steden.

Grens-pa-
im.

Steden.

Vijfde Landßreke Chaocheufu

E vijfde lanftrekeCHAOCHEÜ-

fu,d\'oofteIijkftelandftrekevaft

Quantung, leid gefcheiden, ten noor
de, noord-oofte en oofte van \'t Land-
fchap van Fokien, door een onophou-
delijke ry van hoge bergen: paelt ten
zuide aen de zee: ten wefte aen Hoet\'
cheufu; en ook aen Nanhingfu. ^^

Deze landftreke begrijpt tien
den: Chaoch eu ,d\' O^^et^2idt,chaoyanp
Kieyang , Chinghiang, laoping , Tapi^ f
Hoeilai,Cinghai,Püning, Pingyven.

Zefle Landflreke Chaokingfu.
E zefte landftreke
Chaoking-
fu
, doorfneden met den ftroom
Ta, paelt noord en ooftwaerds ae»

Hancheufu , of aen de landftreke van
zuid waerds aen de zee; weft-
waerds aen het Landfchap van Quang-
fn en bevangt in \'tmidden de \\2.nd^tQ\'
ke Lotingfu.

Zy begrijpt elf Steden : Caocheu,

d\'o^^ei^2idt,Suhoei,Sinhing,rangch^^^

\' Tan kiang, Caoming, Genping, Te king,
Quangning, Fuchuen, Qaikien. Teking
iS
een grote Stadt.

Zegende Landftreke Kaocheufd

De zevende landftreke KaO
CHEUFU paelt ten oofte aen
Chaokingfu: ten zuide aen de zee: ten
wefte aen
Liucheu fu : ten noord-wefte
aen het Landfchap van
Quangft. Het
leid omringt en beftoten,aen de zuid-
zijde met de zee ,
en dereft meteen
geduurige ry van bergen , gelijk met

wallen. n. j c«

Defe landftreke begrijpt zes fteden:
Kaocheu, d\'Opperftadt,\'
grote Stade,
De Stadt
Kaocheu zelf, is gelegen

beooften eenen ftroom- .

Achtjte

GiM

-ocr page 700-

Jchtjle Landftreke Lienclieiifu.

i\'Achtfte Landtftreke L i e n-
CHEüFU, d\'allerwefteiijkfte de-
zes Landfchaps, paelt ten noorde aen
het Landfchap van Quangd; ten oofte
acn
Liucheufu ; ten zuide aen de zee:
ten wefte aen het Koningrijk van
Tungking;\'Ami zy doorgeduurige ber-
gen en den vhet
King van af gefchei-
den word.

Deze landftreke begrypt vier Ste-
den ,
Liencheu, d\'Oppcr-ftadt , King,
^ingxan,Xe lien. King
is een grote ftad.

De Stadt Liencheu zelf, is gele-
gen aen den wefterlijken oever des
ftrooms lif/?.

"Negende Landflrekel^mchQ-UÏu.
,E negende Landtftreke LuT- peerl^"-wierd door den zel-
c HE UFU paelt met een ge-1 ven Lliacu een gelijknamige Itadt op
deehe
ten oofte acn Caocheuiu. cn ! dit eiland gefticht;te weten dezeliite,

welke heden den naem van Kiuncheu

4i

voerd , dat \'s marmer-ftadt; alzoo ge-
noemt
door den Stam Tang,m. het roo
Marmer,
Kiun in \'t Sineefch geheten,
daer dit eiland de volheid af heeft;
\' I want te voore
had Koning Leang de
Stadt den naem van l^rc^e« gegeven-

Tiende Landftreke Kiungdieufu, | ^^^ getuigt ook Martijn in zij-
ne Sineefche hiftorien, daerhy zeit:
Keizer Kiaou, na het bezichtigen der
overheerde Landtfchappen
Xenfi , Su-

of eiland van Hainan.
E tiende Landftreke
Kiukg-

C he ufu is op een eiland ge- | chuen, Laos, Tunkihg, Qi^ntung,
legen, gemeenelijk
Hainan geheten: \' fheepte uit dit laefte over zee op het ie-
of is het eiland zelf. Hainan is na \'t zui-; landH^iinm over, en, verwittigt van

de der zee gezeid; want Nan betekent
Zuide : en zee.

Zy heelt onder haer dertien Ste-
den:
Kiuncheu,Chingyu,Linkao, Tingan,
Venchang, Hoeitung,Lohoei,Chen, Chang-
hoa,Van,Linxui,Yai,Kang.

H et eiland van Ainan o£Hainan, by
andere, als Trigaut,
Mendoza en Lin-
fchoten,
Jynao, Cheinan, oiKainarn en
Aniarn genoemr,begint op de noorder
brete
van achtien graden en tien mi-
nuten, noorder brete, en eindight
op
twintig graden en vijf en vijftig minu-
ten , een ftreke van ruim twee en der-
tig mijlen: ftrekt van\'c oofte na\'twe-
fte negen en dertig mijlen verre. By
Sinefen
word dit eiland begroot
op duizend ftadien.

Het is gelegen in de bocht des Ko-

m

ï

lil!

defelfs vruchthaerheid,namhetin, en
verdeilde het in negen landftreken. Hy
kreeg van de viß\'chery, in de tuffchen ge-
lege zee,vele peerlen^ivaerom hyd\' eerfte
landftreke, heden
Kingcheu, Chuyai
noemde,dat \'s peer el ftrant.En niet\'t on-
rechtnvantook nu noch is de &ee,tujfchen f. 36Ö-
Hainan enSïnd.\'zeerpeerel-rijk.

De grootfte en Hooft-ftadt des Ei-
lands is
Kiuncheu, anders Ingly ge-
gen oemt.
Zy leid op een uithoek aen
d\'ooftzij de,nevens den ftroom
Nantu,
omringt rontom met meiren en ftro-
men, daer opmen tot aen de wallen
van de Stadt kan varen.

Weinig valt op dit eiland voor de
Hollanders tehandelen, ter oorzake
d\' ingezetenen wat ftuurs zijn;en hen
niet wel zetten mogen.

K- 2 Krijgt-

ningrijks van Tunking oiTongkien^vol-
geus de fpelling der onfen,luid waerts
tegen over
de landftreke der negende
grote Stadt
Liucheu, des Landfchaps
van OuantungA\'^Q.t het door een engte
of doorvaert van ontrent vijf mijlen
breet afgefcheiden word. Van dit ei-
land is geftadige over vaert na het vaft
land : en van daer herwaerd
, met al-
lerlei flag
en fatfoen van fchepen , ie-
der na zijn
geld.

Oulinx, eer dit eiland den Sinefen
was onderworpen, wierd het
Gao ge-
noemt. D\' eerfte onder de Sinefen,die
dit eiland in bezitting nam,was Keifer
Uiaou, de grondlegger des Stams Uan,
en noemde het van wegen de meenig-
te der peerien, die hy daer vond,
Chu-
yai :
want Qhiqai bediet ft rand der

II

V,

Caocheuju , en
methet ander , defgelijx , tenzuide

en zuid\'wefte aen de zee; ten wefte
aen
Lteucheufu; ten noord wefte aen

het Landtfchap van Quangsi.

Zy begrijpt drie iteden: Luicheu
d\'opperftadt, , Siuuen.

-ocr page 701-

Tung, Hanxan ,Chinghai, Kiacu, Kiexe,
Hiungjungching, Ciunling,

Stack Makao,

Zuid-waerds leggen onder de lan d-
flreke Quancheufu meenigtcn van klei-
ne eilanden in zee.

Op een zeer klein hangend eiland
of veel meer een kUp, gehecht aen
ccn grooter eiland, leidde
Svdd Ma-
kao ,
anders Amacaa, Machao, en Ma-
kau
genoemt,onder bezitting der Por-
tugefen :
te weten op een uithoek
zelfgeveftigtdoordenatuur meteen
byna
onoverwinbare flerkte, door
deifelfs
voordelige gelegenheid.

De Stad is gelegen op de hooghte
van twee en twintig graden, negen-
tien minuten :
word omringt rontom
voorby hene zeilen, fchier tot rakens
toe; wanneerze de haven in komen-

7C

\' s i\'

Krijgs \'Vejiingen.

Kr\'^gs-vs-
ßmgen.

Acn de landzijde is ganfch geen ge-
boomte, noch beletfel; maer de Stad
heeft aldaer een vrye en ruime ui^^\'
zicht. Op dc naby gelege heuvelen
leggen flechts twee brave
veilingen,
die dc Stad zelf gene kleine fterkte en
veiligheid tegen den vyand
byzetten-
Ter plaetfe, daer nu de Stad ge-
fticht is, ftond eertijds een afgod,^^^
genoemt : van welk
Ama, cn zekere
naby gelege veilge haven of kom, ^^^
by de Sinefen geheten, de Portugefen
Amakao gefmeet hebben, alsof men
haven
of kom van Ama zeide: hocwei
by verkorting gemeenelijk Makao^\'^
Makou gefpelt word.

Befchryving des Keizerrijks\'

met de zee; uitgezeit een fmal ftro^e

lands, acn dc noord-zijde.

n. , De zee rontom is zeer ondiep,waer

De krijgs-veilingen, tot befcher- door zy naulix te fcheep kan aenge-

mingdes Landfchap van en , ^aen worden, dan door de haven zelf,

derzee, zijn tien in getale, Taching, _ ^^^ ^^^ weerbare veftingh be-

................f-aicrmt leid : daer de fchepen dicht

Het dertiende Landfchap van Quangfi.

1 Et Landfchap van Qu A N G S I
I paelt ten oofte en zuid-oofte
\' aen dat van
Quantung; defgelijx
met een gedeelte ten zuide: tcnzuid-
wefte aen Tunking of Ganan; ten wefte
aen het Landfchap van Junnan ; ten
noord-wefte aen het
Landfchap van
Queicheu ; met her overig ten noord-
oofte aen het Landfchap van
Hu-
quang.

Het Landfchap Quangß , in grote,
nochte vcelheitvan koopwaren,noch
luftigheid van landouwen , ccniger
mate tegen d\'andere te gehjken , is
verdeilt in elf grote landilreken : als
Queilinfu^Lieucheufu, Kingyuenfu, \'Ping-
lofu, Gucheufu, Cinchemfu, Nanningfu,
Taipingfu , Sumingfu , Chingangfu
cn
Tiencheufu ; beneven een kleine en
een krijgs-landftrekc : ieder metver-
fchcidc
grote cn kleine Steden onder
haer, ten getale van acht en tnegentig,
bencven negen Steden , onder gene
landftreke begrepen, cn twee krijgs-
veftingen. Niet al de zuiderlijke de-
len dezes Landfchaps ftaen onder het

Koningrijk van Sina-, maer eenige zijn

dat wznTungkingoïidci\'^or^tn.

Eerfie Londjlreke Qiieilinfu-

I^EHooft-landftrekcQUElLiNF^^

paelt ten noorde cn ooftc aen het
Landfchap van
Huquang ; ten zui"^
aen
Pinglofu ; ten wefte aen
fu ; en acn het Landfchap van

cheu.

Eer.de landftreke van Quediyf^ on-
der den Sineefchen Keizer
raekte,
ftond zy onder de hccrlijkye van P^\'
gao, en was het uitterfte gedeelte, na
\'t noorde, flechts deffelfs
Heerfchap-
pye
onderworpen : waerom zy oo
een fcheid-pael des
KoningrijKs van

Cu was. ste^^^

Deze landtftreke begrijpt negen

Steden: ^ueiün, de Hooftftadt d^s

Landfchaps, en Opperftadt der Lai
ftreke, Hinggan , Lingchuen , ^^
Jungning , Jungfo , Ymng , On^J
Quonijana. C/>Éf/ziseengrote3w -

^DeHWtftadt, gelegen aen den

oofterlijken oever des ftrooms

-ocr page 702-

of ly, is tamelijk groot , en bebout

met heerlijke getimmerten.

Tweede Landftreke Lieucheofü.

E tweede Landtftreke LiE U-
CHEUFU paelt noordwaerts
acn het Landfchap
Quekhai , ooft-
waerts acn de landftreke
Queilinfu cn
Pinglofii, zuidwaerts acn Cbicheiifu,
weftwaerts aen Äi^gy^if^wf«.

Zy begrijpt twaclef Steden, Lieu-
cheu,
d\'Opper-ftadt, Coyung, Loc hing,
Lieuching , Hoaïyven , Tung , Laipin,
Siang, Vu^iven, Pin,Cienkiang, Xanglin.
Siang
en Pin zijn grote Steden.

De Stadt Lieucheu heeft haeren
naem
van de willige boomen beko-
elen; want Lieucheu is zoo veel gezeit,
als ftadt der willige bomen waer van
ook den ftroom
Lieu , anders Co cn
geheten, naerdien deflelfs oever
met vele willigen bewaflcn ftaet, dien
naem voert.

\'Derde Landftreke Kingyuenfsi.

J^E derde Landftreke Kingyuen-
f u
paelt ten wefte en noorde
aen het Landfchap van
Queicheu ; ten
oofteaen
Lieucheufu ; ten zuide aen
Sugenfu.

Deze landftreke begrijpt negen Ste-
den :
Aingyuen, d\'Opper-ftadt, Tienho,
Sugen, Hochi, Hinching, Nancheu, Lypo,
TunglanPangti. Hochi, Nanchuen,
en Tmglan zijn grote Steden.

Vierde Landftreke Pinglofu.

T^EvierdeLandftrekePlNGLOFU
paelt ooftwaerds aen het Land-
fchap van ; noordwaerts aen
de landftreke
Queilinfu ; zuidwaerds
aen
Gucheufu en weftwaerts
aen
Lieucheufu,

De landftreke Pinglofu begrijpt acht
Steden, alle omringt wijd en zijd met
bergen ; als,
Pinglo, d\'Opperftad, Cun-
chmg, Fuchuen ,Ho, Lipu, Siengin, Jung-
gan, Chapingfunggan
is een grote Stad.

Vijfde Landftreke Gucheufu.

J^E vijfde Landftreke Gucheufu
paelt ten oofte, zuide en met een
gedeelte ten wefte aen het Landfchap
van
Quantung-, ten noord-wefte aen
Cincheufu; ten noorde aen Pinglofu.

"■««j. i

\'fö.

M-

St

K

Zy bevangt tien Steden ; Gucheu, ^^^den.
d\'Opper-ftad, Teng, Tgung, Cengki,
Hoaicie , Tolin, Pope ,Pelieu, Lochuen,
ttïHingye.
rÄ is een groote Stad.

De ^efte Landftreke Cincheufu.

zefte Landftreke Cincheu-
-^.FU paelt ten noorde en oofte aen
Nanningfu; ten noordwefte aen Lieu-
cheufu.

Deze Landftreke begrijpt vier Ste-
den:
Cincheu,Pingnan,
^uei
en Vucing. D\'opperftad Cmcheu
is gelegen op de by eCn komfte van
twee groote vhcren, de
Ta en Cocing.

ZeMende Landflreke Nanningfu.
E zevende Landftreke\'Na n-

len.

N IN G F U paelt ten oofte aen

het Koningrijk van Tunking; ten zuid-
wefte aen
Sumingfu; ten noord- woefte
aen
Taipingfu, Tiencheufu en Sugenfu.

\'Lj bevangt zes Steden: Nann mg,
d\'Opper-ftad, Lunggan, Heng, Tung-
hiang, Xangfu
en Sinning.

ächtfle Ländßreke Taipirigfo.

T^E achtfte Landftreke Taiping- Grens-p
-^-^fu paelt ten noorde aen Chin gan-
fu
en Tiencheufn ; defgelijx ten oofte
aen
Tiencheufu-,itrx zuidoofte aen Nan-
ningfu;
ten zuide aen Sumingfu ; ten
wefte acn het Landfchap van
Junnan.

Zy begrijpt twee en twintig Steden: steden.
Taiping, d\'Opperftadt, Tnping, Gan-
ping, Tangli, Vanching, Zo, Civenming,
Suching, Chinyven,Sutung,Kielun, Min-
gyng , Xanhia , Kiegan, Lunging, Tukie,
Xungxen,]unkang, Loyang, Tding^Lung,
Kiang, Lope.
Waer onder zeven grote
Steden zijn.

Megende Landftreke Sumingfu.

T^E negende Landftreke Suming-

FU paelt ten noorde aen
fu; ten oofte, zuide en wefte aen het
Koningrijk van Tunking.

ïn deze landftreke worden by de sttden.
Sinefen zes Steden geftelt: Suming,
d\'Opperftadt, Suming, Xangxe, Hiaxe,
Pingciang
en Chung.

Tiende Landflreke Chinganfu.

De tiende Landftreke Chingan-
fu
behoort ook onder het Ko-

K. ^ ^ ning-

-ocr page 703-

ninmAvmTunking. Zy is klein Van gers onder de krijgsknechten woon-
bearip, gelegen tuffchen delandftre- den. Heden ftaen al deze
Steden en
ke Taißingfu^n Chinganfu-, en heeft dc gehele landftreke onder het Ko-
ftcchts eene Opperftadt Taifing. \\ ningrijk van Tunking.

\' De kleine landftreke der Stadt Sn-

Elfde Landftreke Tienchcufu.

|e elfde Landftreke Tiencheu-
fu
paelt ten oofte acn Sugenfu;

ching

ien.

Kf ^ de weftelijkfte des geheelen
Landfchaps , paelt ten oofte aen de

_ ^_____________ ^ _ landftreke Tiencheufu en Chinganfu;

ten noorde aen het Landfchap van j ten zuide aen Tliz/\'i^/^f/f; ten wefte en

Junnan; ten wefte aen de kleine land- Noorde aen \'tLantfehap van lunnan-
ftreke der Stadt Suching^iQn zuide acn Zy heeft tweeSteden: Suching,^^^
Cbinganfu. \' groote ftadt,cn c/^i«^,beide den RijJ^^

Ook deze landftreke ftaet onder | van T/^»/\'»^ onderworpen.

Verfcheide andere grote cn kleine
Steden leggen aen verfcheide
oorden,
zonder onder d\'eene of andere 4and-
ftreke betrokken tezijn : aXsSucheU f

het rijk van Tmkmg, met de wapenen
den Sineefchen rijke afgefchcurt.

Zy begrijpt vijf Steden ; Tiencheu,
d\'Opperftadt, Xanglin, Lung,Quete en

Steden-

Vi -- .........-V" *----------•

Cohoa. De drie laefte zijn groteStedcn. j Sipiug, Suling, Fulao, Fukang, Funy,

De krijgs-landftrcke5^<^Ê";?//i paelt ! Queixun,Hiungun.Sucheu,Funy,Li\'l(}^
ren noorde en oofte aen dc landftreke | grote fteden. Op de wefter grenzen»
Lieucheufu ten zuide aen Nanningfu; 1 dicht aen die van Junnan,hgQn ouhnX

twee krijgs-veftingen , Xang, en Gan-
lung:
doch ftaen heden onder het Ko-

ten wefte aen Tiencheufu.

Zy bevangt drie Steden : Sugen ,

riiyutn,Funghoa:\\\\:xzi in oulinx de bur- ningrijk van Tinking.

Het veertiende Landfchap van Queicheu.

Et Landfchap van Queicheu
paelt noordwaerds , noord-
weftwaerds en weft waerds
aen dat van
Suchuen ; raeckt noord-
ooftwaerts aen d\'uitterfte palen des
Landfchaps van
Huquang: ftoot ten
oofte en zuid-oofte aen dat van
Quan-
gsi;
hetoverigh leid met hetLand-
fchap van
lunnan befloten.

Het Landfchap van Queicheu isvcr-
deiltin acht landftreken :
Queiyangfu,
de Hooft-landftrekc, Sucheufu, Sunan-
fu, Chiniuenfu, Xecienfu, Tunggingfu,
Lipingfu;
beneven vier kleine, en vier
krijgs-landftrekcn,ieder met verfchei.
de grote en kleine fteden onder haer,
ten getale van een en tachtig, bene-
ven verfcheide krijgs-veftingen.

Eerfie Landftreke Quciyangfu.

D\'Eerfte Landftreke QueiYANG-
fu
paelt met een gedeelte ten
noorde en oofte aen de vierde krijgs-
landftreke
Lunglifu; ten zuid oofte cn
zuide acn het Landfchap Quangsi; ten
wefte aen de kleine landftreken van
Chinning , Canxun, en aen de eerfte
knjg^s-hndïïtekQPutingfu.

rl,

I ;

len.

Zy begrijpt negentien veftingen,
in plaets van Steden;
hoewel veele
zoo groot zijn als Steden ,
en groo-
ter : als daer zijn
Queiyang, d\'Op-
perftadt ,
Kinkium , Moqua , Tahoa,
Chingfan, Gueifan, Fangfan, Hungfi^\'
Golung, IQnxe , Siaolung, Lojan, F\'a-
lung, Siaoching, Xangua, Lufan, Pingß >
Mohiang.

Twede Landßreke Sucheufu-

De twede Landftreke SuchEüFü

paelt ten noorde aen Tunggi^fr\'^
ten oofte aen het Landfchap van
quang; tmiLmdQ2LQnLipingfu en Cht-
nyvenfu;
ten Xecienfu.

Deze landftreke begrijpt vier fte-\'
den :
Sucheu,Tufo,Xiki, Hoangtao-

Derde LandftrekeSm^rSi^.
E derde Landftreke SUNANFüg^
paelt ten
oofte aen Xecienfu; ten

noorde aen het landfchap ^an
chuen, met den vliet Kiu tuftchen \'
de; defgelijx ten wefte: ten zuide aen
de derde krijgs-landftreke
Pingyuefu. ^^^^^^

Deze landftreke begrijpt twee 5re- ^
den cn vijf krijgs-veftingen : Sun^n^

..f

-ocr page 704-

d\' Opper-È^dt,Fuchuenjnkiang, Xuite,

^any,Langki,leuki.
Vierde Lafidftreke
Chinyvenfu.

QE vierdeLandftreke Chin yven-
FU paelt ten noorde en oofte aen
Sucheufu; tenzuide aen Lipingfu, en
Tuchofu; ten wefte aen Xecienfu.

Zy begrijpt een Opper-ftadt Chin-
yven ,
en vijf krijgs-veftingen: Xikien,
^nyung, Pienkyao, Inxui
en Taiping.
De ftadt Chinyven is allereerft gefticht
«oor den Tarterfchen Stam
luen.

Vijfde Landftreke Xecienfu.

|E vijfde Landftreke XECIENFU
paelt ten oofte aen de landftre-
ken
 QnSucheufu-, ten zuide
aen de landftreke
Chynivenfu cn aen
den ftroom
luen ; ten wefte aen Su-
nanfu
; ten noorde aen het Landfchap
Suchuen.

Zy begrijpt eene Stadt, en drie
krijgs-veftingen : d\'Opper-

ftadt , Miaomin, Lungciuen, Coihang.

De ^efte Landftreke Tungginfu.

E zefte Landftreke Tunggin-
^^ fu
,de noordelijkfte en ooftelijk-
fte dezes Landfchaps, is gelegen ten
oofte aen de grenfen des Landfchaps
Van
Huquang; paelt ten zuide aen Su-
cheufu;
ten wefte aen Xecienfu. j
ofTaißng.

"nut

Deze landftreke begrijpt eene Op-
pQx9i^di,Tunggm, en zevenkrijgs-ve-
llitigen . als,
Sengki, Tiki, Fanxan,
Vlo, Pingten, Pingnan
, en Pingchai.

^eVende Landßreke Lipingfu.

T^ E zevende Landftreke Liping- orens-^a-

fu paelt ten oofte en zuide aen
hetLandfchap van
Quangsi-,teti wefte
aen
Tuchofu; ten noorde aen Chinyven-
futnSucheufu.

De landftreke Lipingfu heeft onder
haer veertien krijgs-fteden ,
Liping,
d\'opperftadt, Juncung,Pacheu ,Hung
Caotie , Cu , Sixan , Huul, Leangfai,
Geuyang, Sinhoa, Chunglin, Cheki, Lung-

li. H«/«^ en zijn groote Steden.

Achtfte Landßreke Tuchofii.

T^E achtfte landftreke Tuchofu
^ paelt ten oofte aen Lipingfu; ten
zuide aen het Landfchap van
Quang-
si
; ten wefte aen Sintienfuten noor-
de aen
Pingyvefu en Secienfu,

De Landftreke Tuchofu telt vier fte- stdm.
den : Sucho, Soxan,Maho, en Cinping:
en negen krijgs-veftingen, Pangxui,
Pinglang, Pingcheu, Lotung, Hokiang,
Lopmg, Pinting
en Funging.

De krijgs-veftingen worden ten ge-
tale van tien geftelc:
Picie , Gueicing,
Gangchoang , Cinping , Pingpa , Gan-
nan , Ufa, Hinglung, Chexui , Kaili.

ifl
iiii

I

Het vijftiende Landfchap van Junnaii.

Et Landfchap van j u n n a n ,
word gehouden byde Sinefen
voor het laefte, in plaets en or-
de, hoewel niet het laefte in edelheid,
grote, en overvloet van dierbare din-
gen. Het is onder de zuiderlijke land-
fchappen het allerweftelijkfte, en het
dichtfteaen Indien, doch
komt ner-
gens aen de zee uit; hoewel
niet zeer
verre van den zeeboefem van
Pegu en
Bengale gelegen.

^ ot zuider grens palen heeft het
Landfchap van
lunnan het Koningrijk
van
Laos en Tunking ; na \'t oofte en
Zuid-oofte het Landfchap van
Quang-
ftrekt ten zuid-wefte tot aen den
zeeboefem van
Bengale tegen over
^rakan,tn andere Koningrijken,ftoot
m twefte aen de Koningrijken van

En.

Mien en Pey, in \'t noord wefte aen de
Koningrijken , welke by de Sinefen
met een algemeinen naem
Sifan ge-
noemt worden ; in \'t nooi^de aen
\'t Landfchap van
Suchuen , en raekt
in \'t noord-oofteaen d\'uitterfte palen
des Landfchaps van
Queicheu.

Het ganfch Landfchap van lunnan verdeiUng.
is verdeilt in twalef landftreken: lun-
nanfu,Talifu , Linganfu, Cuhiungfu,
Chinkiangfu, Munghoafu, Kingtungfu,
Quangnanfu , Quansifu , Chinyvenfu ,
Jungmngfu Xunningfu
: en acht krijgS-
landftreken,
Kiocingfu, Taoganfu, do-
kingfu,Futingfu, Cintienfu, Likiangfu,
luenkiangfu, lungchanfu :
ieder met
verfcheide grote en kleine fteden on-
der haer,ten getale van zeven en tach-
tig : beneven twee krijgs-fteden, on-
der

-ocr page 705-

delijk door den Stam taiming d\' oude
naemherftelr.

De Hooftftadt Imnan tart eender
grootfte en edelfte Steden van ganfch
Sina : bloeit in koophandel en rijk-
dom ; en pronkt met heerlijke huizen
enkerken.

iiooicüci^^iciuic,..«.., --------Het meir Tien befpoelt de Stadt

nen en t\'ondergebragt. Zelf ook de aen de weftzijde: waer uit na deftadt

Tarters des Stams luen hebben dit ge- het water in grachten geleid is, zeer
weft, met volk-plantingen daer in te dienftia en bevaerbaer voor allerlei

klein vaertuig. Uit het zelffte meir
fchiet ook een grote waterleidingn
na de Steden
Ganning, Quenijang en
Fuming.

Binnen dewallen is ook een berg»
beziens waerdig,door d\'afgoden tem-
pels, burger en Stads-huizen, tuinen
en waranden.

In dezelve Stadt is,behalve vele an-
dere hoven der Landbeftierders, ze-
ker hof, het welk by den
Moquecung \'
anders Quocum (zoo veel als Hertog
of opperfte Vry heer gezeid) bewoont
word. j^eze tijtel of waerdigheid van
Moquecung verkreeg zeker Veldheer
uit den geflachte van
Mo, voor hem
en zijne nakomelingen erfTelijk te be-
zitten,door de getrouwe dienften,be-
wezen aen Keizer
Bunvu, de oprech-
ter des Stams
Taiming , in het beoor-
logen en uitdrijven des Tarterfchen

zetten, niet weinig verciert
Eerfie Landftreke Jonnanfu.

D\'Eerfte Landtftreke Junnanfu
paelt ten oofte aen Kiocingfu: ten
zuide aen
Linganfu

Grms pa-
lmt.

Steden.

ten wefte en
noorde aen
Zuhiungfu en Vutingfu.

Zybefrrjjpt twalef Steden : lunnan,
d\'Opperftadt , Fuming^Tleang, Kao-
ming,
Cinning, Queéoa , Chingcung,
Ganning, Locu, Lojung, Quenyang, San-
pao ,rmuen. Caoming en Ganning zijn
groote Steden.

Deze landftreke en haer Hooft of
Opperftadt
lunnan, dat \'s vertaelt zui-
den der wolken, voert een en den zel-
ven naem
met het ganfch Landfchap.
Onderde Koningen van C^ , die het
Noorder gedeelte van
Sina bezeten
hebben, vindmen allereerft gewach
van deze landftreke gemaekt, en
wierd toen
Tien genoemt, na zeker Sï2imèjuen
groot binnen ingelegen meir. De \'

der gene landftreken begrepen, en elf
krijgs-veftingen.

O\' eerfte, die deze landen aenviel,
was Keizer
Xi , de grontleggec des
Stams Ci;«, maer vallende een weinig
daer na af,wierdenze door den geluk-
kigen en ftrijtbaren Keizer
Hiaou, het
hooft des Stams
Ban, weer overwon-

gemene

recheu genoemt;maer wierd aenftonts
daer na deffelfs naem in dien van
Jun-
nan
verandert, wanneer Keizer Hiaou,
onder het omherzwerven door dit
geweft-, zekere wonderlijke wolken,
gefchakeert met wonderlijke deur-
luchtige verruwen, in dezelve verno-
men had. Keizer
Cin noemde haer
Nincheu: deStam&g, Nanning, en
deilde aenftonts de ganfche landftre-
ke , naerdien hy dezelve door de ver-
re afgelegenis naulix konde befcher-
men , in zes heerlijkyen, met zoo ve-
le Heren daer over te ftellen, die jaer-
lix hem fchatting te betaelen hadden. |

Namen.

ten zuide aen Munghoafu ; ten wefte
aen het noorder gedeelte van
chanfu ; ten noorde aen Ciöi\'/;»^^

D\'Opperftadt r^ï/i leid aen den we-
fterlijken oever, en op den
uitterften
hoek van zeker ander groot mdT,Siui
genoemt.

De Landftreke der Opperftadt Ta-
li, gelegen aen d\'uitterfte wefter gren-
zen des Koningrijks
Sina , wierd by
ouds, wanneer
zy noch onder de Si-
nefen niet ftond , by de volken des
Koningrijks van
Quenni bevvoont.
Ten tijde der Koningen wierdze oy

jnuuiLlldiu».ji^nniin ^v-iv» __,

eerft gedacht onder den Stam en | T^E twede Landftreke TALlFtJ^^e

was toen flechts een gemene Stadt, weftelijkfte des geheelen Land-
fchaps , paelt ten oofte aen raoganß 5

Maer de Tarterfche Stam,/^if», na al-1 Koning C« in bezitting genomen, d

les t\'ondergebragt te hebben , noem-1 een groot en magtig ) ^

de de Stadt doch wierd ein-j zat. KeiZQv Hiaou, na ganlch

-ocr page 706-

Techeu. Oe Stam Tang noemde haer
Taochen. Namaels, door het afvallen
van de Sinefen, wierd deze landftre-
ke tot een. Koningrijk opgerecht,
Mmg genoemt; en de Stadt toen
Nanchao geheten.

ö\'eerfte, die dezelve met de tijtel
en waerdigheid van Opper-ftadt be-
fchonk , was de grondlegger van den
Tarterfchen ftam Juen , en noemde
haer met
den huidigen naem van T
fteUende onder haer vijf Steden: C/^^ïi?,
Juen, Tenchuen , Langkiung , en Pin-
chuen.

ße Stadt zelf is zeer wijd-ftrek-
kend en beflaet een overgroot vak:
Want binnen de wallen is een luft-pa-
leisofhof van vijf ftadien in den om-
trek. Het ganfch gevaerte is tien roe-
den hoogh : waer uit lichtelijk de gro-
te der Stadt is af te nemen. Zy
pronkt met veeie Stads en burger-ge-
bouwen ; heeft twee tempels , den
helden toegewijdt, om niet te Ipre-
ken van veele andere Afgoden-tem-
pels.

Denk Landftreke Linganfu.
T>E derdeLandftrekeLiNgan-

FU paelt ten oofte aen Quangffu;
ten zuide acn het Koningrijk van
^aos; ten weften aen de landftreke
der krijgs-ftadt
Sinhoa ; ten noorde
Junnan fa.

Deze landftreke begrijpt tien Ste-
den
: Lingan , d\' Opper-ftadt, Kien-
xui, Xeping , Omi , Ning, Sinping,
Tunghai, Hof, Siego , Mungcu :
en
daer en boven negen krijgs-veftin-
gen :
Naleu , KiacJjoa , Vanglung, Ui-
yung, Ktchu, sulo, Zoneng, Locung
en
Gannan.

De landftreke der Stadt l/»^^«, na
by hec Koningrijkjan
Tunking gele-
gen , ftond in oude tijden onder het
Koningrijk van
Kiuting: de ftam Han,
wanneerhy zich dezelve had onder-
Worpen , ftichte aldaer de heerlijkye
^^angJoo: quam namaels onder het Ko
ymMung , en wierd Tung-
genoemt, gelijk daer na van den

buiten den Ganges verovert te heb-
ben , leide aUereerft den grondtflag
er Stadt , onder den naem van

de

De Opper-ftadt Lingan is omringt

met weerbare veften en van tamelijke
groote.

De Tarterfche ftam juen befchonk
haer met den waerdigheid van Opper-
ftadt.

Daer is een helden-kapel , en aen
de noordzijde der Stadt een btugge ,
door de Tarters van den ftam
Juen ge-
flieht.

De krijgs-veftingen heeft deze
landftreke negen buiten den gewone-
lijken loop,om hare nabyheid aen den
Koningrijke van
Tunking : waer over
aldaer fterke krijgs-bezettingen moe-
ten gehouden worden, tot afkeering
van d\' aenvallen der
Tungkingers.

Want al wat beoofte deze Stadt
in dit Landfchap gelegen is, bezit de
Koning van
Tunking.

Vierde Landftreke Ziihiungfu.

De vierde LandftrekeZUHIUNG-
FU paelt ten oofteaen de krijgs-
landftreke
Vutingfu en aen Junnanfu ;
ten noorde aen laoganfu ; ten wefte
aen
Talifu, Munghoaju en Kingtungfu ;
ten zuide en zuid-wefte aen Chiny-
venfut

Vit\\md^té.tZühiungfu is gelegen
inhet midden des Landfchaps, word
rontom omringt met luftige bergen,
en met fraeie ftroomen doorklooft -
en bevochtigt , tot geen kleine ver-
fterking, in plaetsvan wallen, tegen
den vyand.

Deze landftreke ftont eertijds
der het Koningrijk van
Cu: wierd aen-
ftonds onder den ftam
Han, Techeu: ^
door Koning Cyn, Gancheu, en door
den ftam
Tang, Gueicu genoemr.
Maer de ftam
Taiming befchonk haer
metden naemvan
Zuhiuwg.

Zy begrijpt zeven fteden : Zu-
hiung,
d\'Opperftadt, Quangtung, Ting-
yuen, Tingpien, Okia , Nangan , Chin-
nan.
D\' Opperftadt ZuJoiung is gele-
gen in het midden des Landfchaps.

Volgens getuigenis van zekeren Si-
neefchen fchryver, lag oulinx be-
noorde deze landftreke , voor de
komfte der Tarters van den ftam
luen, een Koningrijk, en zeker volk
Kinchi g^xxQQmt , \'twelk goudetan-
k den

van Sina, of Tailing.

-ocr page 707-

den wil zeggen; alzoo geheten om
dat by hen een gebruik was , de ry
tanden met goude platen te bedek-
ken-

MifTchien is deze landftreke het
Landfchap
Arklada, van Markus Pau-
lus
den Venetiaender.

Vijfde Landftreke Chinkiangfu.

De vijfde Landftreke Chinki-
angfu paek ten oofte aen de
landftreke
Kiocingfu en Quangsifu; ten
zuide aen
linganfu ; ten wefte, en
met een gedeelte ten noorde,aen
lun-
nanfu;
en met het ander aen de krijgs-
landftreke
Kiocingfu. Zy is niet zeer
groot ; maer heeft veeie meiren en

ftromen. . ...

Deze landftreke behoorde eertijds
onder het
Koningrijk van Sinany :
wierd ten tijde der Koningen rif;^ ge-
noemt. Keizer Sui noemde haer en
haerOpper-Stadt Qüencheu: Koning
Mung, Hoyang : maer den huidigen
naem heeft haer de Tarterfche Stam

luen gegeven.

De landftreke Chinkiangfu heeft on-
der haer vijf Steden:
Chin kiang, d\'Op-
perftadt,
Kiangchuen, Sinhing , Tang-
^ung
en Lunan. Sinhing en Lunan zijn
aroote Steden.

De Opperftadt is vry groot en aen-

zienelijk. ,

De ftam Han heeft d\'eerften grond-
flag van deze Stadt doen leggen, met
het bouwen van een kleine Stadt
Ynt-

ven. ^

Aen de noordzijde der Opper-
ftadt word
noch ten huidigen dage
een grote fteen gezien,op den welken
Koning van
Mung, wanneer
d\'ontfangene gezanten van eenen an-
deren Koning hem niet voldeeden,
met zijn uitgetogen zwaert zoo ge-
weldig in hieuw,dat de flagh, zo men
zeit,drie ellebogen diep door drong:
met byvoegen van dreigementen tot
de gezanten:
Ga hene, enverkundigh
uwen Koning , hoedanige zwaerden ik
heh.
Dit droegh zich toe onder de
regering van Keizer de gront-

legger des ftams i^ö», die het magh-
tigh Koningrijk
Uung , anders Nan-
chao
genoemt, den rijke van Sinaïn-
lijfde.

r. t

\'Grefts-pa-
len.

Namen,

Steden.

.1 -ir

Zefte Landftreke Mmgh^o^ii.

E zefteLandftrekeMuNGHOA-

FU paek ten noorde aen Talifu;

ten zuide acn Kingtungfu en aen de
krijgs
-landftreke ^lungchanfu; waer
aenzy ookten wefte grenft.

D\'Opperftadt Munghoa isgeiticht
door
Smuk, Koning van Mung, met
met den naem van
Mungre.

De Stam Han bragt haer onder het
geweft van Techeu:de Tarterfche Stam
gaf haer den huidigen naem.

De zefte landftreke heeft onder
haer twee Steden, Munghoa, d\'Op-
perftadt, en
Linglung, een kleine.

(De Zeikende Landftreke King-
tungfu.

^E zevende Landtftreke K I N-^^^
T u N G F u , een klein geweft»
paek ten oofte aen de landftreke
Zu-
hiungfu\\
ten zuide aen Chinyvenfu; ten
wefte aen
Xinningfu; ten noorde aen
Munghoafu.

De Opperftadt Kintung is gelegen
tuflchen zeer hoge en dichte bergen,
benoordede grote ftadt
Chinyven, en
bezuiden de grote ftadt
Munchoa, op
de Noorder brete van vieren twintig
graden en twee en vijftig minuten.

D\'Opperftadt Kintung heeft geen
andere Steden onder haer, enis een
Stadt op haer zelf.

Aen de weftzijde der Stadt leid o- ^
ver een zeer diep dal een brug, ge\'
fticht
dootMing, Keizer uit den ge\'
flachte
Han,onuem des jaer na \'s Hei-
lands geboorte vijf en zeftig. Zy be-
ftaet alleenlijk uit yzere ketenen, ten
getale van twintig, ieder lang twalet
roeden. Wanneer velen te gelijk over-
gaen, waggeken
beweegt de brugh,

niet zonder fchrik der overlopers,van

wegen d\'ondergelegefteiken.

Jchtfte Landftreke Quangnanfu-

pE achtfte Landftreke
^ NANFU pack ten ooite ,
Landfchap van

wefte en noorde aen de landtftreKe

Quangsifu. pg

D

-ocr page 708-

De landftreke Quangnanfu en haer
Opperftad ftont voorhene onder het
Koningrijk van maer heden on-
der dat van
Tungking , beneven een

groote Stadt

Negende Landßreke Qiiangfifu.

T^E negende Landftreke Quang-
SIFU paelt ten oofte aen Quang-
nanfu ; ten zuide acn het Koningrijk
van
Tungking; ten Wefte aen Linganfu;
^^^inooïde aen Cingkiangfu.
^ De Opperftadt Quangsi ftond eer-
tijds met haere Landftreke onder het
Koningrijk van Was onder den
StamH^jK een gedeelte der landftreke
Techeu, en Ciangho genoemt. De Scam
Tung gaf haer den naem van Kimi:
Juen
, dien zy heden voerr.

Zy begrijpt vier Steden : Quangsi,
d\'Opperftadt, en drie groote Steden;
Sucung, MileenVimao.

Tiende Landftreke Chioyvenfu.

E tiende Landftreke Chin y-
venfu paelt ten noorde met het
een gedeelte aen
Kintungfu ; met het
ander ten oofte aen
Cuhiungfu ; ten
zuide aen de krijgs- landftreke
Juenki-
angfu
; ten wefte aen de krijgs-land-
ftreke
jungchangfu.

Zy bevangt flechts een Opper-
ftadt,
Chinyven, en eene onderhori-
ge krijgs-vefting,
Loco.

De opperftadt Chinyven is gelegen
hyna in hec hertje
van\'t Landfchap,
tiezuidende Opperftad
Kiutung, op
Noorder brete
van vier en twintig
graden en veertien minuten.

^^fde Landftreke JungningfiL

T^E elfde Landftreke JüNGNlNG-
^FU is d\'allernoordehjkftc des

Lantichaps van/««^ï^^.paelt ten oofte

aen het Landfchap van Suchuen-, ten
Hoorde en noord-wefte aen het Ko-
mngrijk van Sifan ; ten wefte aen de
krijgs-landftreke
Likiangfu; ten zuide
aen de krijgs-landftreke
Ciokingfu en
aen de kleine landftreke der\'^Stadr
^^^ïng.. Tot befcherming desLand-
ichaps heeft deze landftreke vier
^^ygsyeftingen; Lafu,Ketien, Hianglo,
vaLu
, beneven d\'Opper-ftadt lung-
mng.

b.

c-

By ouds was deze Landftreke Ta-
lang
genoemt; maer heefr den huidi-
gen naem van den Tarterfchen Stam
/^i?» bekomen.

Twalefde Landftreke Xooningfu^ ■

T^ E twalefde Landftreke X u n- erms-fa-

NI N G F U, een klein gebiet, leid
ten oofte , noorde en wefte in de
krijgs landftreke
lungchanfu befloten,
en paelt ten zuide aen delandftreke
der Opper-krijgs-ftadt
Mien.

Deze Landftreke word by de Sine-
fen , voor de regering des Stams
Sung,
niet gedacht. De Tarters des Stams
luen hebben dezelve allereerft in .be-
zitting genomen, en dien naem gege-
ven. De Stadt zelf heeft flechts in
haeren omtrek twee ftadien.

Aen de weftzijde der Stadt vloeit
de ftroom
Zanglang verby.

Eerfte Kf-ygsdandßreke Kiodngfu.

D\'Eerfte krijgs-landtftreke Kl o-
CINGFU paelt ten oofte aen het
Landfchap van
Queicheu ; ten zuide
aen de landftreken
Quangsifu cn Chin-
kiangfu;
ten wefte aen ïunnanfu ; ten
noordwefte en noorde aen de vierde
krijgs landftreke
Vutingfu.

Deknjgs-hndüreke Kiodngfu, om
haere nabyheid aen het Koningrijk
van Tunking, is wel gederkt regen
\'s vyants
aen vallen : want behalve zy
vi^\'eerbaere krijgs-fteden en eenige ka-
ftelen of krijgs-veftingen onder haer
heeft , leidze omringt met de ftro-
men en
l^aupuum, die uit de-
ze landftreke haeren oorfprong ne-
men.

De namen der Steden zijn deze: steden.
Kiocing,d\'Of^et-^^di, Yeco ,Chenye,
Loleang, Malungo,
en Lohiung. Chenye,
Loleangm Lohiung zï)n gtooiQ
Ste-
den.

Tweede I\\rijgs4andßreke Jao-
ganfu.

|e tweede krijgs-landftreke Ja o- crens-p^.
G A N F u paelt ten oofte aen de
vierde krijgs-landftreke
Vutingfu ; ten
noord-oofte aen het Landfchap van
Suchuen; ten noord-wefte aen de land-
k 2 Ãœre-

iii\'

1

rif
{ill
\'f\'ï

üïliii\'

-ocr page 709-

ftceke der krijgs-ftadt en aen

de derde landftreke Ciokingfu ; ten
zuidwefte aen
Talifu ; ten zuide aen

Zuhiungfu.

steden. Zy begrijpt drie fteden : Yagoan,
, d\'Opper-krijgs-ftadt,rrfö en Tayao,

Eertijds was deze landftreke een
gedeelte des Koningrijks van
Tien;
maer behoorde ten tijde des Stams
Han onder Techeu, die aldaer de klei-
ne ftadt
Luntung deed ftichten. De
ftam Tang noemde haer Taocheu; maer
den huidigen naem heeftze van
den
ftam luen bekomen,

De Opper krijgs-ftadt Tagoan is ge-
legen in \'t noprd-wefte van
de Hooft-
ftadt
lunnan , op de Noorder brete
van zes en twintig
graden en drie mi-
nuten.

Derde Kj\'tjgs-landftrekeCiO"
kingfii.

De derde krijgs-landftrekc C i o-
K IN G F U paelt ten oofte aen
de kleine landftreke der ftadt P^xi«^;
ten zuide aen
laoganfu en Talifu; ten
wefte aen de achtfte krijgs-landftre-
kc
lungchanfu ; ten noord-wefte aen
de zelte landftreke
Likiangfu ; ten
noord-oofte aen
Jungningfu.

Namen. De krijgs - landftreke Ciokingfu en
^ haer Opperftadt wierd,door den ftam
Tang,Ciocheu,Qn,dooï}uen, Ciohing ge-
noemt.
Ten tijde des ftams Han ftond
dezelve onder
ïungchang.

steden. , Zy hccft ondcr haer drie krijgs-fte-
dén :
Cioking , d\'Opper-krijgs-ftadt,
Kienchuen en Xun.

De ganfche landftreke leid met
ftromen en bergen befloten.

Vierde Kjijgs-landJire Vu-
tingfu.

De vierde krijgs-landftrekc Vu-
TIN G F u paelt ten oofte aen
d\'eerfte krijgs-landftreke
Kiocingfu-,
ten zuide aen de Hooft landftreke
Junnanfu; ten wefte aen Zuhiungfu,
en aen de twede krijgs-landftreke Tao-
ganfu.

Nnmtn. Dezc landftreke was voorhene een
gedeeke des Koningrijks
Tien. De
ftam
Han braghtze onder Techeu.

Grens-fa-
it».

Crens-pA-
Un.

j-,

il! ■
■1\', ■■

ri;!
1:1 \'i

Wierd door Keizer Sui Quencheu: on-
der den ftam
Han Tacheu genoemt;
maer den naem
Vuting heeftze van
den Tarterfchen ftam
luen beko-
men. , .
Zy bevangt vier Steden : Vuttng,

d\'Opper-krijgs-ftadt, Hokio, Tuen-
meu
en Lokiven. Hokio en Lokiven zijn
grote Steden.

Vijfde Kyijgs-landflreke Cin-
ticnfu.

De vijfde krijgs landftreke c iƒ - jf \'
TIENFU grenft ten noorde,
ooüe en zuide dicht aen het Land-
fchap
Queicheu ; ten wefte aen d\'eer-
fte krijgs-landftreke
Kiocingfu; en aeti
dQVÏQröQ Vutingfu.

Deze landftreke ftond eertijds on-
der het Koningrijk van
Tien , en
wierd , gehjk als noch ,
Cintien ge-
noemt.

Zy heeft gene andere Steden onder
haer,dan d\'Opperftadt, : maec

bezit zeer veie dorpen.

Zejle K^ijgS\'lanflreke Liki-

angfu. ^^

y%E zefte krijgs-landftreke L i K i-

ANGFU pack ten noord-oolte

en oofte aen de landftreke lunmng-
fu
; ten zuid-oofte en zuide aen de
derde krijgs-landftreke
ciokingfu; ^en
zuid-wefte aen d\'achtfte landftrj
ke
Jungchangfu ; ten wefte , noord-
wefte en noorde aen het Koningfy«^
Tihet.

Zy word in \'t midden deurlne-
denmet den gout-rijken ftroom
xa , en befloten met dien van
fang in \'t wefte. Onder den Stam
Han was zy luehi ; onder Tang , Hi-
cheu
genoemt; maer van den Stam
Juen heeftze den huidigen naem be-
komen. - .

Deze landftreke heeft zes kr^gs-^

fteden, Likiang, d\'Opper-krijgs-fta^\'

Paoxan,Lan,Kiußn.linfu P^oxan

en groote Steden.

D\'Öpper-krijgs-ftadt X/i/^^S^

inhetÄrlykftegedceltedcsLand-
fchaps, benoorden de ftadt r^//.

Ze-

-ocr page 710-

1

iilM
i.ll

De Jefuit Martijn wü deze ftadt
en d\'omgelege Landftreke voor het
Vnchiang van Markus Pauius de Ve-
netiaender gehouden hebben ; be-
E zevende Krijgs-landtftreke «rogen door de gehjkenis van name,

JUENKIANGFU , een klein ge-1 zeden der volken , en gelegenis der

Weft, paelt ten oofte aen de landftre-
ke der kleine Stadt
Sinhoa ; ten zuide

aen Linganfu.

aenhet geweft van Stna : maer onder
den Stam Tang^itn Infeng : wiert on-
der den Stam Sung door Nunghica in
bezitting genomen , en van den Si-
neefchen rijke afgefcheurt : doorden
Tarterfch en Stam
Juen herftelt, en
ï^snkiang genoemt.

Zy heeft , tot haere befcherming,
tegen de nabygelege Koningrijcken
"^an
Tunking en Laos , een krijgs-ve-
fting,
Lopie genoemt: beneven de Op-
P^r-krijgs-ftadt
luenkiang.

Achtfte Krijgs4andftreke Jung-
changfu.

Pl\'AchtfteKrijgs-landftrekeJUNG-

-^cHANGFUpaelttennoord oofte
aen de zefte krijgs-landftrekelif/^i(3«g-
fu en derde Qokingfu; ten oofte aen
Talifu, Munghoaju QtiKintungfu; ten
Zuide aen de Landftreke der Opper-
krijgs-vefting
Mien ; ten wefte aen
Tihet.

Deze lanftreke heeft vier krijgs-
fteden :
Jungchang , d\' Opper krijgs-
ftadt ,
Laye, een groote Stadt, Lukiang
en Jungfing% en drie ve^\\.ngQn,Fungki,
Xitien en Lukiang.

Opper-krijgs-ftadt lungchang
was eertijdts de Hooftftadt des Ko-
ningrijks
Gailao, en Puguei genoemt:
ol,volgenszekerenSineefchenfchry-
ver , de Hooftftadt des Koningrijks
Kinchi. De Stadt zelf wierd gefticht
door den ftrijdbaien Keizer
Hiaou, de
grondlegger des Stams
Han. Om hae-
re heerfchappy over de landftreke,
om enby den ftroom
Lan^ang gele-
gen , kreegze den naem van
Lan^ang;
maer wierd aenftonts daer na , om
. datze den Sinefen afgevallen , en den^
^oningrijke
lungchang ingeüjft was,
^^ngchanggtm^mt.

M-

1

K

•ve-

landftreke : wijl het, gelijck Paulus
zeit, na by het Koningrijk van
Mien
leid ,en niet verre van Bengale is. Zy
Deze landftreke behoorde oulinx heeft ook , tot geen kleine beve-

fting zijns gevoelens, meenigten van
olifanten , daer d\' inwoonders me-
de tegen de Tarters geoorlogt en
hen gelukkelijk overwonnen heb-
ben : want in de noordelijke Land-
fchappen zijn geen ohfanten , en
worden door ganfch
Sina nergens ten
ft rij de gebruykt , dan alleen in het
Landfchap van
lunnan, cn in Kiaochi
of Koningrijk van Twking. Dat nu
Paulus
Vu in plaetsvan lun fchrijft,
is geenzins wonder : want niet een
eenig Sineefchen tekenletter is\'er, die
Vn luid; waerom deSinefen Vu voor
Vn gebruikt hebben.

De twee kleine krijgs-ftcden , ge-
ne groote krijgs-ftadt onderworpen ,
zijn
Pexing, gelegen in het Noorder
gedeelte des Landfchaps, en
Sinhoa,
in het zuider: ieder in een byzondere
landftreke. In deze, gelijk in de gro-
te krijgs-ftcden, woonen t\'eftènsbur-
gers en krijgs-knechten , onder en
door malkandre.

Verfcheide krijgs-veftingen bezit Krijgs-
het Landfchap van
lunnan; zommige
groot; andere klein : eenige op haer
zelf, en gene andere ftadt onderwor-
pen, dan haeren krijgs-overfte: ande-
re gebieden over andere. De eerfte
TÄ]n Chelo, Tmgheng, Cheli, Laochua,
Lungchuen , Gueiyuen , Vantien , Chin-
cang, Taheu,Nieuki,Mangxi.\'

De krijgsveftingen, welke over an-
dere gebieden, zijn
Lan^ang, Mopang
en Mien.

De krijgs veftingLanfanggebiQto-
ver zekere grote krijgs-ftadt Langkiu,
onder eenen krijgs- overfte.

Onderden Tartarifchen Stam/«^«
behoorde haere landftreke, gelegen

naby het Landfchap van , be-

ooften den ftroom Inkiang, of Nu,2.Qn
Pexing;
maer wierd door den Stam
Taiming daer van afgefcheurt.

^ 3 Mopang

Zeyende I\\rijgs4andftreke Juen-
kianpfu.

-ocr page 711-

De Landftreke der krijgs-vefting
Mopang beflaet het allerweftelijkfte
e?i
zuiderlijkfte gedeelte dezes Land-
fchaps , ten zuid-wefte des Koning-

rijks vmMien , na by Pegu en Ben-
gale.

Zy behoort, volgens zekeren Si-
neefchen fchry ver, onder het Koning-
rijk van M/^/?, en was wel eer defleifs
Hooft-ftadt; maer wierd door den
Tarterfchen Stam
Juen verwoeft, en
de krijgsvefting met grote krijgs-be-

zettingen gefterkt.

Men heeft in deze landftreke, vol-
gens den zei venfchry ver, vele veftin-
gen en fteden.

In de Sineefcheland-kaert worden
omen by , deze plaetfen ge-

ftelt : Mengyang, Mengking, Menglien,
M
.engli,Mengting, Mentien, Mengco,

Mengehang.

De krijgs-vefting Mien is gelegen
een weinig noord-waerts , verby
de
verdeiling
des ftrooms Jdnxa : werd
eertijds gefticht door deSinefen, te-
gen d\'invallen der vyanden.

Zy heeft onder haer vijf andereom
enby gelege krijgs-veftingen: als
Pa
pe, Santihiung , Sochung , Mungyang,
Mitien :
beneven verfcheide andere
kleine.

Dus verre van de Landfchappen
des Sineefchen Keizerrijks , in \'tal-
gemein en in \'t bezonder.

Weghmaet der Sineefche Hooft-
ßeden.

in^Onder naukeurig zijn de Sine-
^\' fen, in\'t aenteikenen van c

ivandenaf-
ilant, of verbeidt der lieden van el-
kandre.

\'t Wil niet ondienftig zijn,een weg-
maet, befchreven by de Sinefen zelfs,
met hunne ftadien te laten volgen;
hoewel juift geen volmaekte, van
plaets tot plaets, gelijk deze volken
hebben, maer flechts van Hooftftadt
van ieder Landfchap, tot Hooftftadt:
in dezer wijze:

Kiangning

Hangcheu

Huquang

Xantung

Xanji

Honan

Suchuen

Fokien

Quantung

Quangd

Xenfi

Kiangft

funnan

Queicheu

2425*1
334c \'
2f27
92;

1230

i^iS

4730
f220
rsAS

SOIS
2390
2980
SS70

l47 3oj

Sinee-
fche

ma-

dien.

Pekin

%

van

Sinee-
fche
fta:
dien.

Sinee-
fche
fta-
dien.

ning
van

Hang-
cheu
van

{Peking

\'243;\'

Hangcheu

920

Huq^uang

1^30

Xantung

1783

Xanfi

2270

Honan

my

Suchuen

Fokien

279r r

Quantung

Quangß

4117

Xenß

^iss

Kianglt

15-94

Tunnan

SOIS

^Queicheu

^4000^

\' Peking \'

Kiangning

Huquang

1325\'

Xantung

2700

Xanfi

3190

Honan

1025\'

j Suchuen

3950^

Fokien

»0 1

1870

Quantung

Quangsi

37SO

Xettfi

3270

Kiangsi

1170

Tunnan

4ï\'90

^Queicheu ,

m-

-ocr page 712-

f Peking
Kiangning
Hanchen
j Xantung
I Xanfi
liu- .

Fokien I
Quantung I
: Quangsi |

Xenfi
I Kiangsi j
j Yunnan \\
[ Queicheu
J

Peking

Kiangning

Hancheu

Huquang

Xanfi

van

Honan

Xan-

van

tung i Suchuen
^ Fokien
Quantung
Quangß
Xenfi
Kiangfi
Yunnan
^ Queicheu

J

2^27 1
IÓ30
1325-
175-0
21 00
1212 Sinee-
^3860 ^fche
2025"
1980

2487

20If

, I

2000 J

r

17831

2700

IS

fta-
dien.

17SO

Sinee-
fclie

dien.

1730
980

is

415-0
4980
4270
g 3 20
3077
5-240 _
i42ooj

l Peking 1
Kiangning
Hangcheu
Huquang
Xantung
Xanfi
Suchuen
Fokien
Quantung
Quangsi
Xenfi
Kiangsi
Yunnan
Queicheu

Peking
Kiangning
Hangcheu
FFuquang
Xantung
Xanfi
, j Honan

Quantung
Quangsi
Xenfi
Kiangsi
Yunnan
_ Queicheu

fiairl

inj-
1025"
1212

980

xirr
332y

Sinee-
fche

Flonan
van

4420 ^fta-

4210
3700
1240
2 ƒ 20
4310
3270J

4730)

45-80
3960
38Ó0
4210
267\'f

3320
4883.
40 3 r
3100
2350

3415\',

2170
L1130

dien.

Sinee-
fclie
fta-
dien.

Su-

\'V

isi

-täs

Peking
Kiangning
Hangcheu
Huquang
Xantung
^ Honan
Xanfi j Suchuen
van Fokien
Quantung
Quangß
Xenfi
Kiangsi
Yunnan
^ Queicheu

1230
2270
3190
2100

1730

Ilff

Sinee-

Fokien
van

dien.

5-230
4380
1890
^660
5-140
4100

\' Peking 1

Kiangning
Hangcheu
Huquang
Xantung
.Xanfi

Honan .

L ig

Suchuen
Quantung
Rangst
Xenfi
Kiangsi
Yunnan
Queicheu
j

^5-2201^
2791\'
1870
2025-
415-0
52(Jl
J 4420
4883
1420

34do

5-100
1790

[4(540^

Sinee-
.fche
fta-
dien.

I

Quan-

ÏI

-ocr page 713-

Peking
Kiangning
Hangcheu
Huquang
Xantung
Xanfi
, Honan
^ Suchuen
, Fokien
i Quangsi
J Xenfi
I Kiangsi
1 Tunnan
Queicheu

367s

1980
4980

f230

!

yis^

Sinee-

Quan-
tung
vati

4210 j^fche

fta-
dien.

4035-

1420
1230

4810
25-(50
3f70

I idO\'

ff 01 5-1

1 4117

1 37JO

24871

i Sinse-
! 4380 I
3700

dien.

34Ó0
1230

37ro

25-15-

3380
K^iso}

Tun-
nan
van

IS\'

\'2390"

3270

2015-

3320

1890

■ is-

1240.

235-0

yioo

4810

375-0

1760

3810

2810^

Sinee-
fclie
fta-
dien.

Quei-
cheu
van

f Peking 1
Kiangning [
Hancheu
j
Huquang
Xantung
Xanfi
Quang^ Honan
fj
van Suchuen
Fokien
Quantung
Xenfi
Kiangfi
Tunnan
_ Queicheu
j

^ Peking
Kiangning
Hangcheu
Huquang
Xantung
^ Xanfi
Xenfi j Honan
van Suchuen
Fokien
Quantung
Quangß
Kiangsi
Tunnan

Peking

Kiangning

Hangcheu

Fluquang

Xantung

Xanfi

Honan

Suchuen

Fokien

Quantung

Quangsi

Xenfi

Kiangsi

[Peking ■
" Kiangning
Hangcheu
Huquang
Xantung
Xanfi

Kiang- Honan i . j
fi
van Suchuen ^ ^^
Fokien
Quantung
Quangsi
Xenfi
Tunnan
Queicheu

Queicheu

Peking
Kiangning
Hangcheu
Huquang
Xantung
Xanfi
Honan
Suchuen
Fokien
Quantung
Quangsi
Xenfi
Kiangsi
[ Tunnan

25)801
iy94

1170

<^35-
3077
1660
2^20
34iy
1790

Sinee-
fche
fta-
dien.

Sinee-
Ifche
fta-
dien-

37do.

3980
295-0]

5-035-

45-90

3040

5-240

5-140,

I Sinee-

2170

fta-

5-130

dien,

35-70

3380

3810

3990

4r3ol

4000

2000
4200
4100

• ,32^

3270
30
4-660
iz6o
235-0
2810
^95-0

L1340J

Een Sineefche ftadie (want op
Sineefche ftadien is hier d\'onderlinge
afftant of verheid der Hooftfteden,
van elkandre geftelt) is ontrent twee
van d\'onzen : en zeventien Sinee-
fche ftadien , maken een Duidfche
mijl

Dus verre van de Landfchappe«»
daer in geheel
Sina verdeilt is ik
ftap vervolgens over tot het
befchrij-
ven der Sinefche Sekten , Filofoüje,
Gods-dienft, defgelij)^ van Stroomen,
Meiren , Gewaftèn , Dieren , Lette-
ren en Tale.

Sekten^

-ocr page 714-

E boeken der Sinefen, vol-
gens
Trigaut, gedenken drie
Sekten, of Leeren op den
aertbodem (wanr aizoo noe-
men zy hun Rijk), die zy met een al-
gemeinen naem
Sankiao heeten: zon-
der van atidere eeniger mate te wetem
D\'eerfte is de Sekte der geletterden,
geheten: de tweede der beelden-
dienaers ofafgodiften volgens

Trigaut, of, zoo Martij» getuigt, foe-
kiao
genaemt: de derde der onfterffè-
lijken of Epikurifche,
Taokiao, en, na
den eerften oprechter, Uuzu geheten.

De derde drijven al de Sinefen en
de reft der gebuur-volken, die Sinee-
fche teken-letteren gebruiken: als
daer zijn , de Japanders , Koreers
Tongkinders, Kozinftners en andere\'
De Sekte der geletterden is den Si-
nefen eigen en d\'alleroudfte in dit
KiJ.^. Deze beftiert den Staet: heeft
de volheid van boeken, en wort bo-
ven d\'andere geroemt.

DeSinefen verkiefen de leere dezer
Sekteniet; maer zuigen die te gelijk
met d\'oelfeningen der letteren in.
pok is niet een der genen, die in de
letteren blokken, of trappen der ge-
jeertheit bekomen, die dezelve niet
belijden en aenhangen.

Wijders, deze Sekte dient, noch
heeft gene beelden. Zy eert eenee-
^^ge Godheit, wijl zy gelooft dat al
wat hieromlaegis, door dezelve be-
houden en beftiert wort. Zy dient
ook de geeften, maer met minder eer-
^^^^y^ing, en toedraging vanklein-

^ eigens Martinm , is het van den
^ppetften en eerften maker of fchep-
Per aller dingen onder al de Sinefen
winder ftil; gemerkt in hunne tale,
aie nochtans zoo rijk is , niet eens
naem heeft.

evenwel hebben zy het

woort Xangti in den mont, waerme-
hl^l den opperften Beftierder van
nemei en aerde of hoogften Keizer,

fe nn";\'\' ^^\'\'-«Sf.den Kei-

zer op d\'aerde uitdrukken.

Dikwils

In deze eeuwe, zo dezelve Martijn
getuight, word by hen zeker godheid
ge-eert; hoewel met volkomen on-
bewuftheid, hoedanig diezy. Maer
twijfelt dees niet, of de Sinefen heb-
ben oulinx den waren God gekent,
uit de leere van Noach overgelevert.
Ja is geloofelijk, zeid hy, dat zeer
velen by ouds in de eerfte wet der na-
ture de zaligheid na de doot beko-
men hebben : want zoodanigh en
zoo groot is het geen by d\'aeloude
fchrijvers noopende hunne deuglv
den en godvruchtigheid na gelaten •
is , dat dit de zake zeer geloofelijk,
maekt.

Hetdunkthem waer fchijn elijk dat
de Sinefen byouds, door den hoog-
ften Keizer, tog/i geheten, den wa-
ren en almachtigen God verftaen
hebben.

Want aen dien , gelijk aen d\' op-
perfte godheid, deden zy oftèrhan-
de en ftorten gebeden , zonder ge-
bruik van eenige fchilderijen of beel-
den : aengezien zy, die een godheid
over al tegeiiwoordigh eerden , ge-
loofden , dat de zelve, als onbegrijpe-
lijk voor al de zinnen , door geen
heelt aen d\'oogen der fterffelijken
kon vertoont worden.

Op de bergen evenwel hebben zy
eeniger wijze aen de felve kerken ge-
fticht , daer zy haer aenbaden. En
gewiftelijk de voorzeide twee letter-
grepen fchijnen den opperften
Keizer te bedieden ; gelijk de Sine-
fen ten tegendeele hunnen Keizer, die
op der aerde heerfcht,
Hoangttno^-
men: dat\'s gele Keiler.

Ook ontbreken gene oftèrhanden,
tot verzoening der godheid, \'t Zy
hoe die zijn mogen; hoewel d\' oftèr-
handen oulinx meer in gebruik wa-
ren, dan heden\'s daegs.

Daer en boven beveftigen deSine-
fen dikwils in hun boeken,dat de god-
loozen ftraftè, en den vroomen belo-
ningen bereid zijn. Veefhet geen hier
wel over een komt , fchrijven zy
van den hemel: en aengezien zulx
L op

\'•l\'i:;

ii:

I

\'S\' 1
lil

i\'ji,:.
Sï
li

ii

riii!

■fil»

Sekten y Filofofije en ^odsJienß,

-ocr page 715-

nochte den tijt, wanneerhet20Uge-
fchiet zijn. Ik zeg rechtmatige, de-
wijl eenige onvermaerde,
droomen,
beuzeÜngen en onvvacrfchijneUjkn^\'
den voorftelien, die hierom ook ge^"
geloof verdienen. ,

Zoo de Jefuit Martijn
ben de meefte Sinefen een zeker be-
ginfel of oorfprong ailer dingen ge-
ftelt ; maer in het zelve te verklaren,
zijn hun gevoelens niet min verfchei-
den en verfchillende , dan die van
Griekfche en Latijnfche Filofofenii^^
dit ftuk : ja, tot zoo verre, dat by-
na ieder verfcheiden gevoelen ^\'J®
ook
onder de Sineie^^

Zommige van de voornaemfte
te der Filofofen gevoelen met DS\'
mokritm en d\'Epikuriften dat aü^^
door een los geval ontftaen zy.
deren, die veel van deze
verfchillen 5

maer even verrevan de waerheid ai-

wijken , willen dac de werelt vai^
over de Steden cn Landfchappen be- eeuwigheid geftaen hebbe : welk^
kende Beftierders geftelt worden, die | dwaling , te geiijk met den beelden-
wyzien: alzoo zijn\'er andere heime- [dienft, m het vijf en zeftigfte jaer na
lijke , die wy niet zien. Deze flaen i Chriftus geboorte,
ml Indiën in Sinn
de befcherming van den ftaet ga: ftraf ; overgekomen is.
fen
de misdaden van Overheden en 1 Min ongerijmt Filofoferen de ge-
onderdanen, die den menfchen ver- j nen, die, volgende
de rechtzinnige
borgen zijn. { Filofbfie der Sinefen , een Chaos ot

Aen deze befcherm - geeften is in / verwerden klomp tot een beginfel eti

aenvang ailer dingen ftellen : waer
uit het ftoifeloos ofgeeftelijkOppeC\'
fte voortgebragt heeft, het geen uii
ftoffe beftaet. Een gevoelen ,
ongelijk met dat van \'de Stoifche fi-
lofofen , die geloofden dat
God,
even als een eeuwig vuur , uit eefl
rouwe ftofte den kloot
desaertrijks
en waters , de lucht en \'t gefternte^
en vervolgens de geheele werelt ge^
maekt hadde.

Maer deze Chaos of verwerde
klomp willen zy , dat in tws^e hoe-
danigheden verdeilt zy , die zy Yn
en Yang noemen. Yn bediet verhor-
gen
of onvolmaekt: Yang, openlaer oi

volmaekt:^^i\\j\\\\zn de beginfclenzeg-

gen. De Sinefen noemen het open-
baer , het een volmackt , en\'tan-
der onvolmaekt; desgelijx hec ver-
borgen; het een
volmaekt cn het an-
der onvolmaekt. ^.j.

Schepping
der Uireld.

ieder Stadt een prachtige kerk ge-
fticht: waer in de Majeftraten, op het
aenvaerden van hun ampt, zien by
plechtelijke .vervloeking verbinden,
zy niet tegen recht en billik zullen
doen, met aenroeping van den Be-
fcherm-geeft der Stadt, tot getuigen
cn wreker van hun quade gangen.

By ouds waeren in deze kerken ge-
ne beelden ; maer flechts een bloot
paneel of bort, befchreven met Si-
neefche letteren , in dezen zin :
de
Zetel uan den Befcherm-geefi der
Stadt.

Maer namaels hebbenze, in plaets
van berden, beelden geftelt, die de
perfoon van den Befcherm-gecft ver-
toonen, om den zwecrders te meer-
der fchrik aen te jagen.

De rechtmatige geletterden leeren
niet op wat wijze de werelt zouge-
\'gemaekt zijn : wie de maker zy:

12

op den zichtbaren en ftoflèlijken
kreits der fterren nietkan gepaft wor-
den, zooiszeerwaerfchijntlijk, dat
zy met dien naem den Opperften Be-
ftierder en Heere des Hemels ver-
ftaen.

Over al gedenken zy in hun fchrif-
ten goede en quade Engelen : die
worden by hen
Xin , deze Quei ge-
naemt.

Zy ftellen ook zekere onftcrffèlij-
ke menfchen, diezy
Xin fen noemen,
cn willen dat deze op de hoogfte
kruinen der bergen in welluft leven.
Ook vintmen by hen niet weinig van
de befcherm-geeften. Tot bewijs de- ; navolgers
zes , om van de reft niet te fpreken, ! vind.
ftrekt dit inzonderheid, wijl zy ge-
loven dat ieder ftadt in het gewout
van eenen der genen ftaet, die zy
Chinghoang noemen ; met welken
naem by hen beftiering of heerfchap-
pye of befcherming der Steden bete-
kent
wort. Want gelijk , zeggen zy,

-ocr page 716-

elkandre te vermenigvuldigen , wil-
len zy dac vier bedden of tekenen
voortgekomen zijn: en weder deze
Vier, door de twee te vermenigvuldi-
gen, acht vormen: en eindelijk uit de
2e acht vormen door elkandre ver-
meenigvuldight, vier en zeftigh te-
kenen of beelden. Welk een getal
van zekere
al is.

Zoo Martijn getuight, verftaen
de Sinefen door de voorzeide vier
vormen , de vier elementen of vier
hooft hoedanigheden, als hitte, kou-
de, vochten droogte. Evenwel valt
hier groot bedenken op ; naer dien
hy zelf bekent, dat de Sinefen niet
alleen vijf elementen fteilen ; maer
ook , zonder de liooft-hoedanig-
heden eens te kennen, de tweede
hoedanigheden, als dikte, dunte,
zwaerte, lichtheid, &:c. Ende ver-
fch eidenth eden der lm aken , uit de
zamen voeging der elementen halen.

Ook vintmen d\'aerde, \'tvuur en
water in den rang dezer formen.

Maer miflchien verftaen de Sine-
fen door het vier getal dezer beelden
het openbaer volmaekt en onvol-
maekt : en verborgen volmaekt en
onvol maekt.

Grooter zekerheid is van d\'acht
vormen of tekenen : te weten , dat
door de zelve zekere algcmeine din-
gen , waer aen de voortteeling en be-
dervingh aller byzondere dingen
hangt, beiekent worden: als daer
, de Hemel, Aerde, Blixem, Ber-
gen, Vuur, Wolken, Water en Win-
den &c. uelke hierom den naem van
vormen niet gekregen hebben, wijl
zy zonder ftoffe zijn; maer hierom
buiten twijfel, wijl zy door het gee-
fteiijk opperfte , geüjk de Sinefen

fpreken, gemaekt zijn.
Eindelijk fchijnen de Sinefen door

vier en zeilish beelden niet an-
zamenvoeging der dingen, en voort-
brenging van her een uit het ander.

ïeder dezer acht vormen heefteen
byzondere wijze of teken , waer
door zy afgemaelt en uitgebeeld
worden:
in dezer wijze.

De eerfte — betekent den He-
mel. â€”

De tweede — d\'aerde.

De vierde -

De vijfde
De zefte ■

De zevende

de wint.

worden oneffen getalen toegevoegt,
die, te zamen gevoegt, vijf en twintig
O ____... ____ uit maktn, het volmaekt getal des he-

ders,dan de reft der bezielde en onbe- mels : ais i. 3. S-7-9\' n^aer d\'aerde
zieldc dingen, en aengenamen ver-i worden
vijf even getalen toegefchre-
fcheidenheid aller dingen te verftaen.! ven, die te zamen gevoeght dertig
lot meerder verklaring dezer dui- uitmaken, het onvolmaekt getal der
ftere wijze van fpreken
, ftaet aen te : aerde, als 2. 4- Meer an-

^^crken , dat de Sinefen door deze dere dingen van deze ftoffen begrijpt

fekenkunftige vermenighvuldigingh
ßiet anders verftaen, dan een won-

het boek Teking; danfla die over om
niettewijtlopigtezijn,

L 2 Ein-

De derde

den blixem.
■ bergen,
het vuur.
de wolken.

het water.

De achtfte

Van gelijken word het verborgen
volmae&met twee dubbelde ftrepen
uitgebeelt als IT Il^jhet verborgen on-
volmaektmet een eenige doorgcfne-
de ftreep, aldus —■— : her open-
baer volmaekt, door een eenige door-
gaende ftreep—: het openbaer on-
volmaekt door twee evenwijt van
malkandre ftaende ftrepen

En verklaren de Sinefen niet alleen
door ftrepen; maer ook door getalen
de geheimeniffen dezer beelteniflen :
in dier maniere dat een het eerfte
Tang
is: twee, het eerfte T\'n , en alzo ver-
volgens. Maer negen word gezeit het
opperfte en volmaekfte Ia«^;tien het
aller onvolmaekfte
Tn te bevangen.

Derhalve zeggen zy dat het getal
des hemels, een, drie, vijf «zevenen
negen is : dat van de aerde, twee, vier,
2es,achr, tien. Te weten den hemel

vänSina, cf Taifïng. Â§3

Uit deze tvvee, door de zelve met deriijke vermenging en ftreog^ling of

-ocr page 717-

Eindelijk worden ook ieder der
vieren zeftig vormen of tekenen by
na door de zelfde verfcheide ftrepen
uit-gebeeld; hoewel in dier wijze,
dat ieder teken zes ftrepen heeft, ten
deele doorgaens heel, ten deele ge-
deelt.

Ook heeft ieder teken een byzon-
deren naem en byzondere kracht:
en fchijnen de Sinefen door deze
ftrepen niet anders willen te kennen

cieraet van deze Wereld.

Voeg hier hy, dut uit den drek van dS\'
t Keus al d\'andere menfchen gemaei^^
waren, die zich daer na door de Wereld
verfpreid hehhen.

Behalve deze hebben de Sinefen
verfcheide andere ongerijmde gevoe-
lens, omtrent de voortbreng, bewa-
ring en beftiering der natuurlijke din-
gen.

Voor eerft drijven zommigen > dat
de Wereld in den beginne uit water
gemaekt zy, en, na een groote
be-
weging, uitliet fchuim en bellende

Hemel, en uit de dikfte en onderfte

fchiede in het midden der nacht, T)y deelen de Aerde zou voort gekomen

zen

geven, dan hoe veel een iegelijk vorm Zonne en Mane : het vleefch in d\'aerde:
of teken van de twee voorzeide begin- de henen inde Bergen : het hair ir^ ^^
zelen Tn en Tang ontfangt. En aenge- Kruiden en Bomen : de huik in de Zee te

2ien,by voorbeelt, de Hemel zonder ; uitfirekken: en in dezer maniere naukeu-

alle onVolmaektheid is , word dees | riglijktevoegenalde ledematen met de
te dezer oorzake met drie door- | werking en de zamenftelling des
gaendsheele ftrepen uitgebeeld, dÏQ \\fchelijken lichaems aen het maekjeU^^
de volmaektheid te kennen geven. "
Het zelffte is van al de reft te verftaen,
te weten, dat de Sinefen een iegelijk
teken, na de verfcheiden vermen-^
ging of koppeling der beginzelen,
door hele of gedeilde ftrepen uit beel-
den.

Noch hebben de Sinefen, beneven
die van
Kochinchina, en andere volken
een ander vreemt gevoelen van den
oorfprong der dingen. Te weten, zy
willen dat de Wereld zeker ai geweeft
zy: en uit de fchale, dc Hemel: uit
het wit, de Lucht, uit het geel of doir
\'t Aerdrijk onftaen zy , en zulx ge-

Winter, op het kortfte der dagen.
Ook drijven zy dat eerft de Hemelen
voltooit waeren: daer nahet Aerdrijk
vaft raekte: en hierna de geeften, en
eindelijk de menfchen voort quamen.

Andere, met èL^Kochinchiners,\\\\o\\x-
den ftaende dat dc Wereld zeker
groot dier of menfch of reus zy, wiens
hooft, den Hemeh oogen, de fterren:
hair, de bomen en kruiden; benen, de
metalen verbeeld , cn diergelijke,
\'tgeen van dit groot en Werelds dier
de voorzeide
Filofofen by brengen.

Beide deze laecfle gevoelens, ftelt
Chriflofoor Bur , in zijn verhael van
Kochinchina; met de volgende woor-
denten toone:

zijn. Gevraegt, wie in den beginne
dc beweging in dit water
gebraght
heeft, geven zy tot antwoord: dat
in het water een kracht van zichzelf
te bewegen geftort
zy. Weer gevraegt,
van wien het water die kracht ontfan-
gen heeft, beantwoorden dat met
lacchen, even ais of men hier behoor-
de ftil te blijven ftaen , en de zake
niet verder ^onderzoeken.
Zeker Sineefch boek, gety telt
van

de Natuur, heeft wonderlijke dingen
van de uuren. In het zelve wort de

nacht en dag, gemenelijk de natuur-
lijke dag geheten, na de Sineefche wij-
ze in twalef uuren verdeilt, haer be-
gin genomen van de
middernacht at:

nJt^ Aa ^„Urö iinron --l\'/^n Ctt OnOet-

Twee gevoelens zijn hy hen van het ^ en uit de zelve uuren d\'open
maekfelder Wereldzeen is dat de Wereld] gang der werelt gemaekt, met aen le-

gemaekt zy van een ai, welk zich daer I der uure tien duizent en acht honder^

na geheellijk zoodanig mthreide, dat j jaren te voegen. Indien zy voor ja-

van de fchale de Hemel op gefpannen
wierd: van het wit, de Lucht,
en Vuur: van het geel ofdoir, d\'aerde, en
al het ander op het aertrijk
gemaekt
wierd. Het ander gevoelen fielt: aat
de Wereld zeker groot menfch zy,
Banio
hy hen geheten, dien wy de kleine We-
reld zouden noemen : dat van dezen
menfch of groote Reus, dit gevaerte der
Wereld voortgekomen ware , met het
hooft in den Hemel: detwee
oo%eninde

-ocr page 718-

ren, 200 veel maenden ftelden, min-
der zouden zy mifTchien van de
waerheit afwijken. Voorts beweert
het zelffte boek , dat de hemel , ter
twalelfter uure, (by ons de midder-
nacht,) d\'aerde ten een uure na mid-
dernacht: daer na de mcnfch ten twee
uuren gemaekt zy , en eindelijk
Ta,
de beruchtfte Keizer by de Sinefen,
ter zefte uure, by ons ten twalef uure
\'s middags, geboren wiert. Zbo deze
tijtrekening met waerheit gefterkt
w^as, de Sinefen zouden hunnen oor-
fprong boven de trotfe aeloutheit der
Egyptenaers en Chaldecn reiken.

Men vint\'er , die zeggen dat van
herbouwen der werelt aftot aen den
Â¥i\\oioo{ Konfut driemael hondert ze-
ven enzeftig duizent jaren verlopen
zijn. Het zelffte boek, getytelt
van
de Natuur
, voegt\'cr by, dat ter negen-
de uure, by ons de zefte na de mid-
dag , op den gehelen aertbodem grote
ojuftekenis ailer dingen en ordens ^
zou zijn : grote oorlogen, Rijks op-
j
roeren, en hier door\'s Lands plagen, 1
totdat alles weer tot zijnen Chaos of
verwerden klomp keerde , waer uit
het voorts^ekomen was.

Deze eeu we, die wy beleven, wil-
len zy dat een uur na den middag is,
of een weinig later.

Van den algemeinen Water-of Sunt-
vloet wort by de Sineefche Schryvers
Veel ge wachs gemaekt: maer geen van
deftelfs oorfprong en oorzake. W^aer-
om tot noch duifter is, of het
Noachs
Water-vioet, dan of een andere by-
zondere onder de Sinefen geweeft zy,
gehjk by ouds die

van Ogyges, in Athe-
ner LarJ ,
van Deukalion, in Theffalk.
Dit IS zekerlijk bevonden dat de Si-
neelche Hiftorie van den water-vloet
niet verre van
Noachs water-vloet af
wijKt ; wijl die ontrent drie duizent
jaren voor de gemene tijdrekening
aes Heilands begint.

Onder de Regering van Keizer Ta,
diedes jaers voor\'s Heilandsgeboor-
te twee duizent drie hondert zeven
cn vijftig begon te heerfchen, lag een
groot deel van onderwater, in-
gelopen , zoo zeker Sineefche Schry-
getuigt, door eenen water-vloet.

Martijn liever gelooft, waeren

n.

deze wateren van Noachs water-vloet
af op de vlakte van
Sina blijven ftaen,
en na de hoge plaetfen toegezakt,\'t en
zy miftchien van
Noachs water-vloet
af, de killen der ftromen, door het ge-
welt des w^aters doorgcfpoelt, of door
het op werpen des zants toegeftopt,
het water in hun loop doen ftilhebben
ftaen: waer door het ten bedde quam
uitrijzen , en aller wegen de vlak-
ke geweften van
Sina onder water
Zette. Het zy hoe \'t wil,Keizer
Ta gaf
zekeren
Quen volkomen magt, om
de wateren na zee toe af te leiden, of
binnen oevers en dijken te bedwin-
gen. Dan na een vruchtelozen arbeit
van negen volle jaren, \'t zy uit oner-
vaernis in dit ftuk, of uitonmagten
verzuimenis , wiert dees daer over
door bevel des Keizers aen den halzc
geftraft.

Daer na ftelde Keizer Ta eenen an-
der over dit werk om uit te voeren,
die groter ervaernis had, en eindelijk,
geleert door eens anders ongeval
naerftelijker te gehoorzamen , het
water uitgang gaf,
of binnen killen be-
floot.

Namaels beval Ta dit werk aen r?^,
zoon van ^uen. Dees door\'s vaders
exempel wijzer geworden, floeg het
den tijd van dertien jaren met zoo
groote
naerftigheid ga, dat het ein-
delijk , tot het grootfte welvaren der
ingezetenen, door hem tot volko-
menheid gebragt wierd. Menzeithy
indien tijd dikwils zijn huis voorby ,
en nooit daer aen gong, om genen
tijd te verliezen, tot uitvoeren van
\'sKeizers bevel.

Gewiflfelijk is dit een wonder werk:
enwcetmen niet of zijns gelijk in de
ganfche wijde Wereld te vinden is.

Men vind noch heden daer af ken-
tekenen by de Sinefen: want grote
bevaerbare ftromen zijn door gelijke
grote killen afgeleid
: geheele bergen
doorgegraven: elders poelen
en Mei-
ren droog gemaekt: op andere plaet-
fen,met het opwerpen van dijken, wa-
ters tot Meiren gebragt: groote ftro-
men in
twee of drie vlieten verdeelt,
of na zee toe afgeleid: waer door een
groote vlakte lands , wijt en breed
uitgeftrekt, te voorfchijn quam.

L 3 Wat

m

iii\' T
lil

-ocr page 719-

van vijf

aerde en vuur. Menzeitzeker ó\'wijde
derde Vorft , voor den algemeinen
water-vloet in
Sina , deze leere uit het
befchouwen der fterren en van onze

werelt allereerft uit de Sineefche Fi-
lofofie geleert heeft. Dees bevond
het vuur in de lucht te zijn. Zeker
Sineefch boek,
Xuking, ftelt in \'t kort
de Filofofie van d\'elementen in vol-
gende woorden ten tone.

Daer zijn mjjelementen : het water,
uuur, hout, metael en aerde : het wa-
ter bevochtigt en klimt neerwaerts : het
vuur droogt en klimt opwaerts : het
hout wort, recht en
krom genoemt. Het
metael u uit rekke lijk
englathaer: d\'aer-
de ontfangt
zaet en geeft vruchten: het
bevochtigend en neerdalend geeft het
zoute : het droog en opwaerd-klim-
mend het hitter : het recht en krom
maekt
het zuure : het uitrekkelijk en

het zoete.

Deze zijn de hoedanigheden der
vijf elementen.

Het woort van elementen of hooft-
ft:oftèn is op tweederlei wijze te ver-
ftaen : want zy worden genomen of
als beginfelen der vermengde licha-
men , of als deelen der werelt.

In den eerften zin worden d\'ele-
menten by de Sinefen niet genoo-
men : waerom zy ook van de ver-

d\'eerfte hchamen ; maer niet de be-
ginfelen der eerfte licham en.

Dan waerfchijnelijk fchijnt te zijn,
dat de Sinefen geenfins door dit vijf
getal der elementen verftaen, die wy
door ons vier getal. Te meer dewijl
het vuur, d\'aerde, en \'t water by dc
Sinefen onder dc voorzeide achtvor-
men geftelt worden ; die niet voor
d\'eerfte beginfelen ; maer , gelijk
men in d\'aerdfche, deze zeiffte eie-
mentehaen de planeten
ofdwael-ue \'
ren toe : te weten, d\'aerde aen
ïurnus : het hout aen Jwpi^^\'^
vuur aen
Mars: het water aen iVl er-
kuur: het metael
aen Venus- Po^c
de kleure verftaen de
Sinefen Venus.

Vvat dehooftftoffen of ekin^nten reeds le voore gezeit is , voor we-
belangt
de Sinefen ftellen een getal zens of zekre algememe dingen, ^

van 4 f: alsmetael, hout, water , haelt uit de beelden, gehouden wor

^ â–  den. Daer en boven voegen de Sine

fen , aengemerkt by hen de meeni-

\'Elementen.

Evenwel zijn de namen dezer
dwael-fterren onder de Sinefen
in gebruik ; dewijl zy deze fterren ^^
noch op dezen dag met cezeUftett^\'
men , daer mee zy d
\'elementen be-
dieden : want zy noemen
Saturnus
defterre der aerde : Jupiter de fterre

deshouts : Mars de fterredes vuurs:
Venus de fterre des metaeis : Mer-
kuur de fterre des waters. Al he^
welk fterk bekrachtigt,dat de Sinefetii

glathaer , het hijtend of fcherpe : het door den naem vanElement, geheel
zaet-ontfaniende en vrucht - gevende, iet anders verftaen , dan onze Filolo-

^ fen. Niettegenftaende het gevoelen

van vijf elementen, van over lang by
de Sinefen ingewortelt, zoo hebben
zy nochtans ook berecht van de leere

onzer vier elementen bekomen, door

het uitgeven van zeker boek, by den
Jefuit
Matthys Riccius in \'tSineelcli,

welk by hen niet alleen met grote be-
geerte aengenomen ; maer ook dik-
wils herdrukt
is.
men : wa«um ^^^ vax, , Ja namen eenigen

menging der elementen, nochte van j behagen daer in , dat zy _

de hoofthoedanigheden iet gefchre-1 verzochten , om in de
ven hebben : maer hebben een getal
I wezen te worden ; ftaende tot iton
van vijf elementen, na de verdeiling
I mens toe in het leeren over dEurop
der werelt door hen in vijf delen, in-
i IcheFilofbfte verwondert,
gevoert. Of, om in\'t kort het gevoe-1
Deze leere fpreekt van de beio-
len der Sinefen klaerlijk t\'uiten , zy j ninge der goeden en quaden; ma
verftaen door het woortelementwell die, zoo d\'aenhanger
dezer

te fchier willen , wort in dit leven

gegeven, en draeit op den bedrijver
of op zijne nakomelingen , na ver-
dienfte,uit. Aen
d\'onfterfTelijkheit der
zielen fchijnen d\'ouden nauhx fc
twijfelt te hebben: want van die ë
ftorven zijn en in den
hemel leven,
maken zy dikwils , ook l^ng ^ ^

door, gewag. Wijders, de hedendaeg

fegcletterdenleeren, dat de zielen

-ocr page 720-

te gelijk met de lichamen of een wei-
nigh daer na uitgeblufcht worden.
Waerom een iegelijk hier door met
Gode gelijk kan worden, wijl hyeen
en het zelve met hem is.

Hoewel degeletterden, gelijk ge-
2:eit is ,
een opper en eenige God-
heid
erkennen, zoo hoiuven zy
nochtans
voor haer gene kerk, noch-
te verordenen eenige andere plaet-
fe , om haer " daer in te dienen:
ook hebbenze , by gevolgh , gene
Priefters , of Kerken-dienaers: ge-
ne plechtelijke gebruikelijkheden,by
allen t\' onderhouden , nochte gene
geboden, zonder zonde niet fo ver-
treden.

Zy hebben ook genen kerken-
voogt , wiens ampt beftaet in het
verklaren en uitleggen der leere,en in
de genen te ftrafïèn,die tegen dezelve
gezondigt hebben. Weshalve d\'aen-
hange-^s, noch in \'t openbaer of hei-
melijk getyeo opzeggen, of zingen.

Maer zy willen dat het ampt van
aen dezen Keizer der hemelen te of-
feren, en hem te dienen, alleen den
Keizer toebehoort.
En zoo iemant
deze oflêrhan de in \'t werk ftelde, hy
zou als een rijx-verrader, en herover
van \'s Keizers ampt geftraft worden.

Zuenchio , de vijfde Sineefche Kei-
zer , die desjaers twee duizent vijf
hondert en dertien voor Kriftus ge-
boorte ter heerfchappije had, beval
allen onderdanen den eenigen en op-
perften Keizer des hemels, met ge-
xette kerkelijke gebruikelijkheden
en gebaren , te eeren: daer en boven
dat niemant zou geoorloft zijn dan
aen den Keizer offerhande te doen.

Om de hooge achting en achtbaer-
neid der priefterlijke waerdigheid,
als boven de welke by hen niet hoo-
ger geacht was, wilden zy die alleen
aen den fcepter gehuuwt, en door
genen ander dan door den Keizer be-
dient hebben. En is dit tor noch toe
in gebruik gebleven : want ook he-
den\'s daegs is alleen den Keizer ge-
oorloft aen Xangti, dat s opperften
Keizer , f offeren , met verbeurte
^\'an den hals voor de genen, die zulx

^^^^ reukelüosheid zouden beftaen
tc doen.

Wat d\'oflerhanden belangt,zoo wel Ojferhmdtit
groote alskleine, die doen de Sinefen semedo.
zeer veel: en b efchikt ieder, \'t geen
hy wil, of om beter te zeggen, \'t geen
hykan, na macht en vermogen. Zy
doen offerhanden aende vierfiiizoe-
nen desjaers: aen den hemel, zonne,
mane, aen de meefte planeten of
dwael-fterren, en vafte flerren, aen
de aerde, bergen , vier gedeelten der
wereld, aen de zee, ftromen , mei-
ren , poelen, &c.

Hoewel in \'er daet deze offerhan-
den meer ter eere van de geeften zijn,
die over den hemel, aerde en andere
dingen gebieden, dan aen deze za-
ken zelfs, daer men zeit zy aenge-
daen worden. Dit zietmen klaerlijk
in andere offerhanden, die gedaen
worden: gelijk in d\'ofïerhanden van
een huis, keuken, fchip, ftandaerts,
voor die ten oorlogh gaen, endier-
gelijke dingen: gedurende de w^elke ^
gene woorden noch gebeden geftaekt
worden , dan aen de befcherm-gee-
ften dier dingen.

Veelmeer zijn\'er, dïe oflerhan-
de doeii aen beelden , en deur-
luchtige mannen, wien ter eere men
tempels doet bouwen, en beeltenif-
fen oprechten, ter gedenkenis van de
groote en merkelijke dienften , die

zy den lande bewezen hebben.

In den beginne , en noch heden
\'s daegs, waren deze plichten, die hen
bewezen worden, niet dan een fchijn
en erkentenifie, en deze offerhanden
niet dan aenbiedingen of opdragin-
gen en enkele plechteiijkheden.

Namaels is het graeu, uit dom en
onwetenheid, de zelve komen aen te
bidden, gelijk heiligen, en aen te roe-
pen, en hen diergelijke eere aen te
doen.

Zy doen deze gefchenken of of-
ferhanden aen hunne voorouderen:
waer van zy gewoonelijken de beel-
teniffen bewaren, of ten
minfte heb-
ben hunne namen gefchreven in deze
plechteiijkheden.
Zy maken gewoo-
nelijk van zes met eerbiedigheid ge-
wag : te weten van dien die d eerfte
\'is en gelijk het hooft des geftachts ,
van den vierden en derden grootva-
der, van den over-grootvader, van

den

-ocr page 721-

En \'t is zoo verre van daer, dat de
willekeuren enbeveelen van de Aka-
demie (eenige zeer weinige uitge-
zondert) van den Chriften Gods-
dienft verfdiilien , maer ontfanght
veel meer van dezelve zeer grooten
bjftand, en komt tot volkomenheid.

d\'Oprechter en uitlegger dezer
Sekte, is geweeft zeker
Konfut, ^nd&xs
Konfußo ,
by de Sinefen Cumzu, en by
de Tungkinders
Khou Tu geheten,
de Prins en grootfte der Sinefche Fi-
lofofen.

Dees wierd gebooren in het vijf
hondert en een en vijftigfte, of vol-
gens
tilips Marin, in het vijfhondert
en twee en twmtighfte jaer , voor
\'s Heilands geboorte , onder Keizer
Ling , in het aeloud Koningrijk van
Lu, heden de tweede Landflreke Ten-
cheufu
des Landfchaps van Xantung,
in de vierde kleine flad Ceu. Aldaer
zijn aen den zelven veel Kerken ge-
wijd , uit dankbaerheid, by de nako-
mehngen , tot gedenk-teikenen.
Men heeft\'er ook zijne graf-ftede,
zeer prachtigh gebout.

In zijnen ouderdom van negen-
tien jaren , nam hy in het Koningrijk
van Sum,d2iQt zijn vader de landvoog-
dyfchap over had, een vrouw ten wij-
ve: kreegh by dezelve in het eerfte
jaer eenen zoon : vergenoegde zich
raet een eenige vrouw, en hield voor
onbetamelijk , na \'s lands gebruik,
byzitten nevens haer te nemen. Ja,
verliet ook deze namaels, om zeke-
re reden, en leefde ongetrout, bui-
ten gezelfchap van een andere vrouw-
Dit deed hy, zoo de Sinefen zeggen,
te dezer oorzake, om des te vrijer en
verder zijne Filofofie te kunnen uit-
breiden , met by de Sinefen om her te
trekken, zonder t\'huis behoeven te
blij ven, om vrouw en kinderen.

Wanneer hy op zijn drie en veertig-
fte jaer reeds volkomen de Sinefche
Filofofie gevat had, begaf hy zich, op-
gewekt door het gerucht, tot zeke-
ren Filofoof
Lantan , die zich by den
Keizer
King bevond, en hoorde de Si-
nefche gebruikelijkheden en wetten.

Des jaers vijf hondert en negen,
voor \'s Heilands geboorte,wierd
Kon-
fut
m het KoningrijkZ^, zijn vadcr-
land, leer-meefter gemaekt, en be-
diende dat openbaer ampt met zoo
grooten vlijt en naerftigheid, dathy

in\'tkort dezeden des landsin een be-
ter veranderde: nam zeer veel mis-
bruiken wegh, en kunftenarijen van
luiden , die elkandre bedroogen, in-
zonderheid van koopluiden : maek-
te gelijke maten en gewichten: leer-
de dienftighcidt van de ouders te
voeden cn begraven. Beval den man"
nen oprechtigheid, getrouheid in al-
les, cn andere uitftekende deughden
te volgen: maer de vrouwen , een-
voudigheid , zedige zeden en kuif
heid. Niemant nam op,\'tgeen
den weg vond, dan die het
verlooren
had. Waer door en door meerandere

dingen hy te weegh braght, dat\'tge-
heel rijk niet dan een eenigh huifge-
zin fcheen tc zijn, eendrachtigh en
wakend op onderlinge gedicnftig\'
heden. De zelve zeden heeft Konfuty
na zijn voorbeeld, in eenige gebuur*
rijken ingevoert.

Des volgenden jaers wierd hy tot
de waerdigheid van
Kolao verheeven.

Te dien tijde waren de Filofofen
weinigh geacht. Wel toonde
Konfut
aen verfcheide Koningen zich zel-
ven en zijne Filofofie , om t\' onder-
ftaen, of iemant hunner zijn ge-
voelens wilden omhelfen;
maer daer
dees ellendige man heul zocht te vin-
den , kreegh hy niet dan
fchimp en
fpot: hy wierd van de luiden dief
ecuwe fchimps-gewijze
dwael-hona
genaemt, die zijn huis niet en weet.

Konfut was vervallen in droevig®
tijden, in dewelke alles in dehgloe<i
van oorlog ftond, zoekende de ko-
ningen ,
die den Keizer afgevallen
waeren, hun recht met de wapenen te

halen. Hier door was geene hefde tot

de Filofofie : hier door kreeg ^.onff
verdriet, wanneer hy zagh
aldaerzy«
arbeid vruchteloos uit - vallen. Dies
wende hy dien tot zijne leerhngen,
fchreef dc boeken, daer in bydege-
voelens zijner leere begreep, die hem
edel cn beroemt by de nakomehngen
gemaekt hebben. Hy verhet met al-
leen de koningen en
hoven:maer zijn
exempel volgden
veel andere hlolo
fen van dien tijd na.

-ocr page 722-

voort herzaet in.de aèrbe te fmijten.
j Konfut, hierover hy Zulu vermaent,
I fprak: ik hen een menfh: ik kan het ge-
zelfchap der menf hen niet ontberen, en
my met de heeften verzeilen. Midlér^
wijle zal ik vlijtelijk te wee ge hrengen,
zoo veel in my is, om hen tot dtugt te lok-
\' ken.
Hier mhefiaet alles. Zoo de wereld
die omhelfde:zoo zy goede wetten en ver-
betering toeftont, zy zou d\'onderwijzing
van andere Filofofen, nochte van mijne
Filofofie niet van noode hehhen.

ter zelffter dagen volghde Zulu
Konfut
; maer langzamer, dan hy hem
kon involgen. In het voortgaen ont-
moete hem een oude man, met een
broot-mantje , en kruk in de hand.
Dees gevraeght of hy
Konfut gezien

had? gaf tot antwoord:

Maer ghy lieden, dieKontut hoort,
zijt van een zeer logge loomheid en van
genen arheid. ja kent ook den naem der
vruchten niet, die ghy nuttigt. De leer-
lingen zijn den leer-meeft er gelijk.

Tot ^\'l^w Zulu zeide: O oude man,
dit wat jpaerzamer en matiger gefpro-
ken. Zoo daer gene Filofofen engeleerde
luiden zijn, het ts gedaen met de recht-
vaerdigheit, enmet alle deughden. De
rechte heftiering van Koninghrijken en
ftaeten is te niet gegaen.

Waer op de grijzert antwoorde:
Zijt ghyliëden dan zoo noodig aen den
ftaet? Wat is dan, zegh toch, waerom
ghy d algemeine vrede door een loome
vlucht verlaet, en niet liever de twee-
drachtige herten der Koningen enLand-
vooghden vereenight. Koom hier, hier
Filofofen, zonder de welken, quanfuis
de rechtvaerdigheid, deucht, en zelf
eindelijk de ftaet niet ftaen kan. Maer
iet anders is het, welk u op de vlucht
gedreven heeft. Ghy haet deer-roving
en fchantvlekking. Fraei Filojofifch ge-
fproken.
Maer ghy hemint meer uw ei-
gen voordeel. Die vluchten, aljfe moe-
ten en kunnen den vervallen ftaet her-
flellen, zijn fchantvlekken, en houden
op qoet te zijn , zoo zy g&et geweefl zijn.
Zoo quade luiden alleen hyde Koningen
lehleven zijn, hoe zullen wy ons in de K o-
ningrijken goede zeden kunnen heioven.

Diergelijke meer zou men kun-
nen bybrengen, maer dit zy genoech,
om d\'ellende dier tijden aente mer-
M z kenï

Niet weinigen hunner namen hun
verblijf ten platten lande en op de
bergen, om den land hou ga te flaen:
andere geheten zich uitzinnigh te
zijn, omnietbenootzaekttezijn den
godloozen Koningen te dienen , en
daer door in opfpraek te komen. De
zaek fchijnt te vereifchen een of
twee exempelen dies aengaende, ten
toone te ftellen.

Wanneer Konjut, te wagen, in het
Koninghrijk van Zïf quam inrijden;
gebeurde het dat zeker Filofoof, met
naeme
Siey , by een iegelijk voor gek
gehouden , onder het gaen, voorby
zijnen wagen, aldus zong:

O Fenix! O Fenix! Hoe verre is nu
de vroomheid ontaert. \'tGeen ghy tot
noch toe gedaen heht is onhertjpelijk.
Zie voel voor u , dat al wat ghy voortaen
doet, ook trejfelijk is. Ga: ga ten hove
uit. I)ie na grote eere ten hove flaen,
fiaen na groote gevaren.

Dees Siey was een der Filofofen,
die voor de quade Koningen vluch-
te, wanneer hy hen 2;agh in de be-
ftieringh de geboden der Filofofie
Yerwaerloofen.

Door deze woorden dacht .Si^\'
Konjut tot zijne Sekte te trekken.
Maer
zoo dra Konfut van den wagen
geklommen was, om
Siey te fpreken,
verliet dees hem aenftonts.

Een weinigh daer na ontmoete hy
by eenen vhet twee huisluiden, die
hetland bouwden : de een
Chang, en
d\'ander
Kien genaemt. Konfut onbe-
wuft, waer hy door kon waden, zond
Zulu een zijner leerlingen ,omna het
overgaen te vrage.
Chang gevraegt,
vroeg Weder, wie op den wagen ge-
Voert wierd , en verftaende
Konjut^
Het is , zeide hy, Af/^/ü^^ niet onbe-
wuft , waer hy door moet gaen.

Keerendetoen Zulu zich tot Kien,
vraegde hy op een zelve wijfe,na den
doorgangh des vhets.
Kien defgelijx
verftendigt van den naem van
Konfut:
De geheele wereld,
zeidehy, gaet ten
val: wantwiezalhetherhoudenof ver-
heter en i\' wanneer ghy eenen Filofoof (len-
hangt, die god-vergeten menfchen zoekt.
Volge on s hever,ivy die quade menfchen,
en quade zeden dér wereld fchuwen.

Na dit gezeit te hebben, voer hy

-ocr page 723-

keil: in dewelke d\'aeloude eenvoiit leeraer des ganfchen Rijks. Ja, wij-
der Sinefen, en hefde eener rechte ken aide bewijs-reden der regenlfre-
regeering geheellijk verflaeuwt was. vers voor deze vier woorden,
hy zelf

Hierdoor wroeten de Koningen, heeft\'tgezeit.
die van de Keizeren afgeweken wa- ïn ieder ftadt, volgens Martiin, is
ren,^ niet dan na krakeel en oorlogh. ter eere van
Konfut een heerlijkeen
Wanneerde Filofofen tegen deze ; prachtige
Akademie of hooge Schoo-
onheilengeen middel wiften te vin-1 le opgerecht ; hoewel flechts maer
den, verheten veelen hunner mets een binnen de wallen: waer in zy
grooter yver, te gelijk menfchen en | van de Pagoden of Kerken verfchik,
koningrijken, uit wanhoope van een \' die in een zelve ftad veel in getale,
beter ftaet. | en op vele plaetfen gefticht worden.

Eindelijk quam Konfut, des jaers 1 Tot de zelve ftaet de toegang niet
voor de geboorte des Heilands, vier \'altijts open , nochte vooreenen ie-
hondert vier en twintigh, in zijnen gelijk : maer alleen hebben de geler-
ouderdom van drie en zeventighja- terden of geleerden deze
vryheid
ren, te fterven. en voorrecht; hoewel niet dan op ze-

Hy heeft, zoo de Sinele fchryven, i kere dagen. Ten tegen-deele, deKer-
drie duizent leerlingen gehad : on- ken of Pagoden ftaen altijds
en voor
der deze twee en zeventigh van uit- ■ eenen iegelijk open.
gezochte leere: en twalef der uitgêle-
j Aldaer word de leere en boeken
zenfte Filofofen, datis, met allerlei ; van door d\'opper-hoofden d-ï-

leere rijkelijk begaeft: waer onder zer plaetfe verklaert; hoewel, zoo
Tenhoei, gebooren des jaers voor rWgdf«/wil, geenopenbareSchoolof
\'s Heilands geboorte vijf hondert Akademie in is: welker meefter
vieren twintigh, de voornaemfte de boeken van aen nemen te
was: by
Konfut , om d\'uitftekende verklaren. Maer ieder burger van
fraeiheid van reden en zonderlinge vermogen heefteen Schooleenleer-
kennis in zijne Filofofie, boven an-; meefter binnen\'shuis voor zijne kin-
derebemint. | deren. Inde zelve Kerke word ©ok

Hy was, zoo ^ew^^/ö getuigt, een d\'eei fte graet der geletterde gegeven;
man van goede inborft, zeer gene- gelijk in de hooft
-ftad van ieder land-
gen tot deughc, voorzienigh, diep- fcliapdetweede:eninderijx-fteden,
zinnig en een groote hef-hebber van
PekxngmNanking, de derde,
\'t gemeene beft. Hy wort noch he- ^ Volgens
Seme% , zijn in alle fte-
den onder de Filofofen met den by- den openbare Tempels gefticht, en
naem van den allergrootften ge- zijner geheugenis toegewijt: die op

naemt. Hyis in zeer hooge achting zekere tijden met groote plechtelijk-
by de Sinefen : word voor heilig , heden ge-eert woorden. De voor-
voor leer-meefter en leerraer des naemfte onder
deze is, dat op nieuw-
rijks gehouden, en zijne boeken die jaer, wanneer onderzoekingen ge-
hy gefchreven,en fpreuken die hy ge- daen worden, de nieuw - getijdelde
fprooken heeft,gelijk orakelen opge- alle te gelijk hem gaen eerbiedenis
nomen: ja, alwatvanhemgezekis, doen, en hem voor huune meefter
gelijk voor een goddelijke zake ont- erkennen. Zijnenaefte magen genie-
tingen- ten inkomften, en voeren den tijtel
Hoe
hoogh Kon fut by de Sinefen 1 van Ctó^^, zoo veel als die van Mar-

Martijn.
hiß. Sink.

quis of Herto^h hier te lande,
opper hooft der ftad, daer hy gebo-
ren wierd,is altijds een uit zijnen hui-
ze. Zoo dra die van zijnenbioedege-

geacht is, en hoe groot een gezagh
deffelfs boeken word toegedragen,
blijkt hier uit, wijl\'tby hen een gru-
wel is, iet van\'t geen hy gezeit of ge-1 ^v,. v^^ ----

fchrevenheeft, intw^ijtel te trekken \' booren worden, hebben zybyzoadj

ofte veranderen. Zy houden hem re voorrechten des Keizers, en zijn
voorden allervolmaekften Filofoof: • by eenen iegelijk ge-eert ten aenzien

eeren hem voor leer - meefter en van hunnen voor-vader.

-ocr page 724-

Zy maken hem ter eere geen beel- ,
tenis; maer ftellen alleen den naem :
inguide letteren aen de voor-gevel,
der hooge School ten toone. Zoo |
Trigaut getuight, ftaet zijn beeltenis |
op d\'aenzienelijkfte plaetfe der ker-
j
of in plaetfe van het beeltenis is \'
de naem met vergulde letteren van
anderhalve voet groot op een tafe-
reel gefchreven. Terzijde ftaen de
beelteniften van eenigen zijner leer-
hngen, die de Sinefen onder dehei-
ligen , hoewel van lager orde , ge-
bragt hebben. Waer uit niet duifterlijk
te gift\'en is , dat
Konfut by hem niet \'
in plaets van eenen God; maer ftechts
metdienft-plegingge-eert word, tot
getuigenis van een dankbaer herte
voor de leere van hem ontfangen, zo
veel deftelfs deught en geleertheid
fchijnen verdient te hebben, om niet
tegen hem, als d\'eenigfte leer-mee-
fterdes ganfchen rijks, ondankbaer
te fchijnen.

De opperfte des geftachts van Kon-
pit , welk noch bloeit, bezit altijts,
gelijk door erf-recht, de waerdigheit
van Koningje : hoewel door gunfte
der Keizeren. Daer en boven moet
d\'opperfte Overheid der Stadt, daer

Konfut geboren is, altijdtsuit def-
felfs ftam genomen worden. Ein de-
gelijk genieten al zijne nakomelin-
gen groote en byzondere voorrech-
ten , en alleenlijk hierom, wijl zy uit
Konfdt herkomftigh zijn : en worden
\'^y eenen iegelijk over-hoog geacht.
En fchoon federt zoo vele eeuwen,
hy wiftelvalligheid der fortuin,groote
verandering in \'t rijk gefchiet is, nooit
zijn evenwel de voorrechten dezes
geflachts verkort. Zoo groot een zor-
ge dragen de Sinefen voor het be-
wijzen des weldaets tegen den ge-
nen, van wien hun
voor-ouderen de
geboden en leften der leere en Filofo-
fie ontfangen hebben.

Wel is w aer, d\'onzen de Sinefche
Filofofen verre in wetenfchap over-
treffen , inzonderheid in die gene,
welk in de betrachting of kennis al-
leen beftaet. Des niettegenftaende is
dezen eenigen grooter eere by de Si-
uefen, en ook grooter voordeel voor
zijn eigen zelfs, door zijne geleert-
heid te beurt gevallen , dan miftchien
hier te lande allen den geletterden.

M.

^inenf.

\'St

Miflchien zal iemant zeggen , cle
Sinefen hebben nooit anderen Filo-
foof\'gehad, dan dezen : dies geen
wonder,zy
dien zoo groote eere aen-
gedaen hebben. Dan onwaeris dit:
want zeer veel andere zijn\'er by ouds
geweeft: en noch heden Zijn\'er an-
dere. Noit is evenwel iemand tot
dien trap van gelukzaligheid opge-
ftegen.

Het zal ter zake zijn een korte
lofrede te laten volgen, gefchreven
kort na zijne dood door zekeren
leerhng, met name
Yenyveni: zy komt
dan, vertaelt door
Martijn van woort •
tot woort uit de Sineefche tekenen,
om de kracht des Sineefchen ftijlste
zien, op dezen zin uit:

Hoe hooger (zeide T^^^yi^^^^i al zuch-
tende en kermende)
wy d\' oogen ophie-
ven, zoo veel te verder was de deught
van
Konfut weg: hoe meer wy dezelve
doordrongen ; des te vafter en ondeor-
dringhaerder waszy. Wanneer wy haer
j op \'t eerße gebuchte waerdeerden, fcheen
I zy gemeinen nahy te "zijn.-maer vernamen
die aenftonts zeer verre van ons afgele-
gen te zijn: onze meefter leerde de
menr
fchen fraei en met orde: maekte geduu-
\\ riglijk onze wetenfchap minder, enftel-
i de heknopttltjk al de zeden ten toone.
i Ik wenfchte dikwils van zijne leere af te
wijken : maer kon niet. ik deed mijn
mtterfte hefte , om iet te verftaen , of
wenfchte verder voort te gaen : want
niemand kan tot de deught vanY^onhit
geraken , gelijk niemand hy een ladder,
hoe hoogh hyzy, ten hemel kan klimmen.

Dees Konfut, Prins der Sinefche rrigmt.
Filofofen, wiens leven noch by de
Sinefen in waerden en wezen
is,
heeft al de fchriften der oude Filofo-
fen in
vier groote boek-banden in or-
de gebragt, enzelf een vijfde uit den
I grond nieuw ontworpen. Al deze
I vijf boek-banden worden by de Sine-
I fen meteen algemenen naem Uking
I of Fehm volgens Semedo, geheten.
! Het eerfte boek is
Jeking oïYechim Martij^^
! genaemt, dat\'s hoek der verandering:
welk, door zekere ftrepen en beel-
den, zijn leere voorftelt. Men heeft
\'€r veel van de voortteeling en ver-
M 3 gank-

-ocr page 725-

begon te heeHchen , zijn allereerft,
zoo de Sinefen zelfs getuigen, de hi-
ftorien der Sinefen:defgelijx het boek
Xuking begonnen. Dit is een korte
hiftorie van drie aeloude Keizerlijke
geflachten. Wel noemt zy niet al de
Keizeren van al de geflachten; maer
flechts eenigen, en voornamelijk de
vroomenjialende hunne wijze fpreu-
ken en brave daden op.

De aenvang dezes boeksis Keizer
Ta: verhaelt daer na en verklaert de
wijzen van landbeftier, welk de óude
Keizeren plachten te gebruiken: han-
delt ook veel van de wiftekeuren,
wetten en plechteiijkheden, door de
eerfte Sineefche Keizer uitgevonden.

Byna is geen\'s menfchen doening, I den, uit deze boeken «ootwendi^
hoe gering ook, ofhet fchrijft de zei-1 de
grond-regels van zijne geieeriuei
Ie mate voor. j te fcheppen heeft. ,

■ Het is door een Stoifche ftrengheid En het is met genoech den reciu ^^
niet ongelijk den geenen , die zich zin van den texr uit deeze Doei^ ^^

ten , Xiking geheten, wxlkin rijm de
nature der dingen gevoegelijk ver-
klaert , en de goede en quade daden
der Keizeren ten toone fteit. Volgens
Semedo ,is het derde boek een poëfije
deraelouden, gefchreyen ondereen
verbloemderlei wijze van fpreken ,
rakende de verfcheide roe-nijgingen,
aert en zeden der menfchen.

Het vierde boek is Liking geheten,
dat\'s boek der heufcheid en zeden.
Dit behelft de gewoonten zeden, en
al wat het ftuk
van heeufcheid raekt.

gelijk breder in \'t vervolg zal blijken.

af te brengen, met hen de lelijkheid
der ondeugden en fraeiheid der deug\'
den voor oogen te fteilen.

Behalve deze vijf boek-banden
zijn noch door twee of drie Filofofen»
te weten ,
Konfut en deffelfs leerlij\'
gen, of volgens
Semedo , eenfdeels
door Konfut, eenfdeels door een an-
peren Filofoof
Menfiu , verfcheide
diergelijke geboden, hoewel zon der
orde, defgelijxfpreuken, om
de z^
den rechtmatigh te beftieren,
eerft
zich zeiven, daer na het huifge^"\'
en eindelijk het rijk, tot
deughtte
fteilen, in eene boek-band te zamen
gebraght. Deze boek-band, wijlhet
vier boeken behelft ,
word de vier-

Hetderdeiseen boek van gedieh- j boeken genaemt.

Deze negen boeken zij" ^^ aller-
eerfte, diemeninde boekerijen der
Sinefen te vinden
weet, en daer uit by
na al d\'andere te
zamen gefmeet.

En gewiffelijk, men vint daer m
voorfchriften van geboden der zede-
kunde , die niet weinigh den rijke
te ftaet komen.

Dies is by d\' aeloude Keizeren een
wet ingevoert , en
beveftight door
het onderhouden van
veele eeuwen,
dat die by de Sinefen
een geletterde

wil zijn, en daer voor gehouden vvoj-

f4 .

gangkelijklieidin : van liet nootlot,
en
waer-zeggery uit\'shemels loop,
defgelijx van eenige natuurlijke be-
ginselen. Maer armelijk en flecht
worden deze dingen aldaer voor ge-
flelt, zonder d\'oorzaken en bepa-
lingen van \'t geen zy vaft flellen, tot
bevefling byte brengen. Zoodanigh

by na al d\'andereboeken der Sinefen ^ ^ ^ ^

zijn. ïn groote waerde is dit boek by i als of men lente en herfil: wilde zeg-
de Sinefen , om de geheimeniffen, die ( gen. Hy fielt daerin verfcheide Ko-
zy willen daer in verborgen tezijn : | ningen tentoon, zoo w^el goede als

voor zede-vormers of leer-meeflers
der zeden uitgeven: behalve
dathet
den lezer, met eenige dingen van
klein bekmg bekomerlijk te vervol-
gen , tot een walge is. Hec
handelt
ook van den gods-dienfl wel en ern-
llelijk.

Het vijfde boek , een werk eigent-
lijk van
Konfut, is Chincieu geheeten»

quade: laekt of prijil, zonder eenzy-

Het tweede boek is genaemt X«- digheit\'tgeen van hen te fchuwenof
king, dat\'sleereder boeken of boek { te volgenis, na eens ieders verdien-
der leeringen. ) fle, ten fpiegel der nakomelingen-

Onder ¥^eiïQrXun, die des jaers Het oogmerk van Konfut, was de
tv\\^ee duizent twee
hondert en acht ftrijdende koningen zijner eeuwe
voor Kriflus geboorte, na Keizer
Ta van krakelen en andere boosheden

-ocr page 726-

reeds door zijnen vader, na de brand-
ftichting gevonden , in \'t licht ge-
^acht, en geleerden over ieder ge-
pelt, om den inhoud derzelve ande-
ren te leeren en verklaren.

Volgens , is alle natuer- en

zede-kunde der Sinefen, die zy op
alle hooge fchoolen leeren, en daer
uit zy ftoffe nemen, om te leezenof
fchrijven in de onderzoekingen der
geletterden , in deze negen boeken
begrepen : behalven zeer veele uit-
leggingen en verklaringen : hoewel
des niet tegenftaende niet meer dan
een is, die al gemeenlijk door \'s Rijks
wet aengenomen wort, zonder het
geoorloft is, die te wraken, of tegen
tefpreken in openbare befcheiden of
fchriften : ter oorzake zy zoo veel
krachts en gezags heeft , als de
grond-textzeif

Dezake fchijnt te vereifchen, een
Weinig van zijne leere, behalven het
geen te vooren uit
Trigaut by - ge-
bragt is, uit de Sineefche hiftorien
van den Jefuit
Martijn ten toon te
ftellen.

De grond-leere van Konfuts ge-
heele
Fllofofte word getrokken uit
de eerfte fpreuke des eerften boeks,

en luid deze aldus:

te vatten ; maer moeten ook, welk doorwy de wetenfchap bekomen, wat te
zwaerder is , van ieder fpreuke op doen, en wat te fchuwen is.
flaende voet bequamelijk kunnen Door deze wetenfchap hefiieren wy
fchrijven : hierom moet een iegelijk ! onze raetflagen: door deze volbrengen
dit voornoemt Vier-boek , om zulx ^ wy de wil, dat \'s de werkingen vanbei-
te kunnen doen, van buitenen leeren, ! de, zoo dat wy niet gevoelen noch wil-
^n op zijn duim weten. len, V en zy het gelijkmatig met de

Keizer Uiaou , heeft in het vijfde j reden is. Hier uit ontfiaet ook de vol-
jaer zijner regeering al deze boeken, maektheid van lichaeme en zinnen,^ en

De groote leere, of leere van groote
mannen \' \'

heejt, anderen ook volmaekt maekt, ten
einde alzoo alle menfchen het eenigJat \'s
het opperjlegoed,bekomen. Maer de vol-
maektheid zijns zelfs beflaet hier in, dat
een iegelijk het natuurlijk licht in zich
zelven ontjleeke en klaer maeke, om-al-
zoo van de wet der natuur e, en vande
geboden
, van natuur ingeboren , niet af
^^ dwalen. Dewijl dan dit zonder de
Waere kennis en wetenfchap der dingen
met gefchieden kan , zoo heeftmen
zich
hierom op de Filofofie te leggen. fVaer
in alle uitterlijke handelingen een be-
quame geßeltenis uitde deught, welke
noit zou voortkomen, indien zyniet uit
een goed gemoed, gelijk uit een vrucht-
bare moeder bloeit.

Deze grond-leere der Sineefche Fi-
lofofie behelft de beginfelen, midde-
len, en recht-fnoer of onfeilbare re-
gel en nuttigheid of voordeden (wel-
ke eindelijk daer uit ontftaet) der vol-
maektheid.

d\'Eerfte beginfelen dervolmaekt-
heid worden hier gezeit uit het inge-
boorne licht t\' ontftaen ; welk door
vlijtige aenmerkinge van natuurlijke
en aengeboorne zet regels onrfteken
en tot volkomentheid gebragt word.
Aenftonts worden hier op de mid-
delen bygevoegt, te weten, de ken-
nis der dingen (welke de rechte za-
den en queekfelen der befchouwige
Filofofie zijn) en de volmaektheid,
zoo wel van de werkingen, als van de
wil, de beginfelen der zedige Filofo-
fie. Maer de recht-fnoer of onfeilbare
regel van beide, word hier de Reden
genoemt: namelijk, dat wy niets zul-
len gevoelen nochte willen, dan het
geen met de reden gelijkmatig is. En-
delijk worden de bykomende voor-
deelen , met de volmaektheid van
lichaem en zinnen uitgedrukt.

^^ hier in gelee gen , dat, na\\ Dingen gcwiftelijk, die nader over-
een ieder zich zelven volmaekt gemaekt i denking verdienen.

Voor al ftaet aen te merken, dat
deSineefen de hoogfte volmaektheid
in geenerlei wijze binnen zoo enge
palen befluiten, even als of dezelve
flechts in de werkingh zou beftaen,
die na d\'allerbefte en volkomenfte
deucht gefchiet; maer dezelve be-
grijpt ook daer en boven d\'allervol-
komenfte kennis der natuurhjke dm-
gen; zulx het hooghfte goet, of de
hoogfte volmaektheid, indien wy na

den ftijl der Europer Filofofen willen

fpreken,

-ocr page 727-

*Befchryvkg des Kekenijks
fpreken , de volmaektheid des ver- behulp der reden, even als door den

glans van \'t ware licht t\' oordeelen,
of het waer of valfch is, \'tgeener ge-
zeid word: en of het quaet of goet
is, \'t geen er gefchiet, ten einde hier
door, welk de natuurlijke reden leert
dat waer , en toont dat goet is;
mag omhelft en behouden worden;
en \'tgeen zy oordeelt,dat valfch en
quaet is , mag ganfcheiijk
mifprezen
en verworpen worden.

Maer hoe het licht , den menfch
van natuur aengebooren , tuflchen
dc duifternis dezes fterffelijken le-
vens opgefpeurt, ontdekt
en bekent
geworden is, ontfouwen de
Sinefen,
in het voornoemt boek van de zeden,
beknoptelijk
op dezen zin:

Die in den beginne het licht der nu-
tuur wilden door - vorßchen, hehhen-
eerfi een rijk opgeregt. Die trachten een
rijk met d\'allerheße wetten en willekeu-
ren te temperen
en regelen , hehhen hun
huifgez
-in welhefliert. Die hun huifge-
zin recht wilden hefiieren, hehhen
zich
zelfs na de regelen en gehoden der deugt
aengeflelt. En die voornam^en geheelen
al na de reden te leven, hehhen het hin-
nenße, namelijk denßaet des herten en
desgemoeds, met grooten vlijt en naer-
fligheid te recht gefiiert. Die
zochten
uit den herte alle hefmettelijkheid te
hannen, hehhen deffelfs begeerte en een
zekeren drift van\'/ omhelzen en te fihu-
wen geh
O oden , en ten dien einde zich
hevlijtigt,om d\'oorzake en nature van ie-
der ding te kennen.

Zeker geen onhebbelijke reden, en
waerdig om in de herten van een ie-
gelijk geprent tc worden.

En ftelt niet alleen de Sinefche,
maerook onze Filofofie vaft, dat uit
dezc algemene kenniffe en natuur-
iijke voorwetingen , de
voorftelkn
en flot-reedenen des werkenden of
oefeningen verftants
gemaekt wor-
den ; want dat het
natuurlijk licht
zoodanig moet
ontfteken en bebout
worden,
dat het nooit van de wet der
natuur e
, en van de gehoden, die den
menfchen
van natuur aengebooren tijn ^
beveftigt Konfut in zijne voorzeide
reden.

Deeze natuurlijke gehooden zijn
niet anders,
dan de laften of bevelen

van

ftants en wille bevangt.

Maer de gantfche leere , volgens
« gevoelen van
Kgnfut, beftaet zoo wel
in het ontfleken des natuurlijken
lichts, als in de aenmerking der alge-
meine kennifl\'en, die den menfch van
natuur aengebooren zijn.

Beide deze dingen drukt ook ze-
ker Sineefch fchrijver , in zijn boek
van de
zeden , met deze woorden
uit :
\'s menfchen volmaektheid heflaet
in het natuurlijk licht te kennen, en dat
te volgen.

Wat belangt het eerft, den Sinee-
fche Filofofen is niet verborgen, dat
het vernuft of reden in den menfch
even als een licht is, waer door \'s men-
fchen verftant, in het onderfcheid der
dingen te vatten en foordelen , ver-
licht word.

Want gelijk het licht van een kaers
d oogen
by donker helpt en terecht
ftiert, op dat de menfch , waer hy te
gaen heeft, voor zich kan zien, zoo
kan het verftant, alleen door dit mid-
del , de duifterniffen, daer meehet be-
togen is, verdrijven en verjagen.

In gelijker wijze geenzins eenige
kleure kan gezien worden, dan door
middel en behulp des lichts : alzoo
vatten wy ook, doormiddel van het
natuurlijk licht, de kennis van het
Waerachtig, en onderfcheiden al wat
valfch is.

Hierom is tuffchen het waerachtig,
gehuifveft in \'t vernuft of dc reden,
en tuflchen \'s menfchen verftant, zoo
groot een over cenftemming, dat het
verftant, \'t geen de reden bewijft
valfch te zijn, zulx niet voor waer-
achtig kan oordeelen : en
\'t geen de
reden toont fchandelijk en
quaet tc
zijn, het verftant dat niet kan voor i
eerlijk en goet navolgen.

De menfch , bedroogen met het
valfch voor waer tc kennen, valt cn
dwaclt te deezeroorzake, wijl hem
het valfch even als het waerachtig te
voore komt.

Derhalve, om niet bedroogen te
worden , heeft hy noodig met het
oog des verftants fcherp tezienen tc
Waken , cn dc verfchcidenheid der
reden t\'overvvegen, om alzoo door

-ocr page 728-

van het recht, welk van den aenvang j kenis, of gelijkmaking van Gode ge-
der wereld de hoogfte Godheid in | noemt hebben.

de herten van alle menfchen ge-
plant, gefchreven en ingeftort heeft:

want hierin bevinden wy dat de na- ke nuttigheden , die by Konfut in de

tuur zeer voorzichtigh geweeft zy,
met ons van alles overvloedelijk te
vcrfchaffen , waer mee de menfch,
om rechtvaerdig en eerlijk te leven,
kan begaeft worden.

A ot dus verre van de beginfelen
en oorfprongh der volmaektheidt.
E>c middelen, die den menfch zeer
na aen de volmaektheid brengen,
ftaen by
konfut onderden naem van
Fiiofoiie begrepen :
Waer door, zeit
% 5 ivy weten wat men doen, en wat
^men fcbuwen moet. Hier door [tieren
Jfj onze raedfiaegen te recht, en vol-
brengen onze wil; z^/x wy niets ge-
voelen nochte willen , dan dat met de
reden gelijkmatig is.

Twee dingen worden hier inzon-
derheid gemelt : waer van \'teen op
het verftant : en \'t ander op de wil
ftaet: het eerfte behoort tot de ^ be-
fchouwelijke : het tweede tot de
^ oefenige Filofofie, die beide , vol-
gens\'t gevoelen dei: Sinefen, tot de
volmaektheid hoognoodig zijn.

Wonder wel komen deze midde-
len met die van de Platoniften o-
ver een, waer door men tot de vol-
maektheid geraekt : aengezien
Pla-
to , even als de Sineefche Konfut, ge-
dreven heeft, datmen door twee din-
gen tot de volmaektheid kan gera-
ken : eerftelijk door de kennis van
het allervol maektfte wezen ^ (byhem
word deze kennis , de waere wijs-
heit genoemt) wanneer dit wezen in

zijne deelen en wezens begrepen
en verftaen word. Ten twede door
de gelijk matigh cit, by
Plato de ware
deugt genoemt.

Hier in wijkt evenwel Plato van
wijl,zoo
Konfut wil,door deze
middelen flechts de gantfche men-
fchelijke volmaektheid : maer vol-
gens kan door de zeiffte mid-
delen ook de goddelijke volmaekt-
heid bekomen worden. Zoo hoog

by zommigen , na den voorgang
^^"^Pythagoras , deze volmaektheid
verheven, dat
zy dezelve een gelij-

Eindelijk ichieten over de toeko-
mende voordelen en andere ontailij-

voorzeide grondt leere m\'et deze
woorden
gedacht worden:

Hier uit ontfiaet ook de volmaektheit
van lichaem en zinnen, en in alle uitter-
lijke handelingen een htquarne gefie ke-
nis uit de deugt, welke nooit zou voort-
komen , indien zy niet uit een goed ge-
moed, gelijk
uit een vruchtbare moeder
bloeit.

Dan datmen niet alleen zijn eigen;
maer ook de volmaektheid van an-
dere moet zoeken te wege tc bren-
gen, leeren niet alleen de groote Si-
neefche;
(gelijk de woorden van Kon-
fut
getuigen) maer ook onze Filofo-
fen.

Volgends Trigaut, komen op nieu
en volle maen al de Stadts Majeftra-
ten in de kerk of fchcole van
Konfut
by een, verzelt met de nieu gemaektc
Bakalautefen, om hem, hunnen Icer-
meefter met gewonelijke eerbewij-
zingen cn kniebuigingen , ook met
waskeerfen cn reukwerken t\'eeren.

De zelve Majeftraten öfteren acïi
hem op zijnen jacrhxen geboorten-
dag , cn op andere
gezette tijden ver-
fcheide
difch-gerechten, met groten
toeftel, tot getuigenis
van dankbaer-
heid voor de leere,die zy
in zijne boe-
ken gevondenhebben: door middel
der welke zy allermeeft hun graden
of trappen in de geleertheit en acht-
bare ampten van Majeftraet in den
ftaet bekomen.

Dan zy zeggen voor den zelven
gene gebeden op , nochte bidden of
verzoeken iet van hem; maer gefchiet
op een zelve wijze , gelijk te voore
van d\'overledcnen gezeit is.

Zeer waerfchijnelijk is , volgends
Martijn, dat Konfut den waeren God
gekent hebbe : want te dien tijde wa-
ren by de Sinefen gene beelden
en
dienaers der zelve. Zy eerden een
eenigen hemel. Ook heeft hy zelf be-
veftigt, dat het vernuft ons van den
hemel ingeftort is : en dat in den he-
mel is, zonder geftalte, het allervol-
maekfte
en opperfte zy.

N Daer

-ocr page 729-

den, en hy zelf, zoo hy quaet quam
te doen, van den zeiven ftraffe te ver-
wachten had. En
met geen fchijn en
waerheid kan gezeid worden , dat hy
den hemel, beftaende uit ftoffe, heeft
gemeent ; maer dien , die den he-
mel , door hem gefticht , zich tot
een zetel heeft verkooren. Want
geen Filofoof heeft oit toegeftaen,
dat ons van den hemel, die met oo-
gen gezien en aenfchouwt word, de
redelijke of vernuftige natuur inge-
ftortwerde.

\' Zoo de zelve Martijn wil , zou
Konfut ook de komfte des Heilands
voorzien hebben ,
volgens bewijs
van zekeren Sinefen Filofoof, hoe-
wel
Kriften geworden, uit delaetfte
fpreuk e van
zijn boek Chuncieu.

Dit bewees de Sinees den Jefuit
Martijn uit de volgende gefchiedenis,
die in zijn laefte boek aldus verhaelt
word : Ia het negen en dertigfte Jaer
van Keizer
Kin , (welk was het z\'e-
ven en vijftighfte jaer
Kengfin vm
de zeven en dertigfte zonne cirkel)
die des jaers vijf hondert negentien
voor Kriftus geboorte op den throon
trad , hadden de jagers of wilt-fchur-
ten van Koningin, by geval, buiten
de wefter poorte der Stadt, een zelt-
zaemdier, met name
Kilin ; (hoewel
flechts met dien bekent by de Sine-
fen) gevangen en gedood.

Het wierd by hen voor vaft ge-
looft, wanneer een dier van zooda-
nig voorfpook gezien w^as, dat daer
op een helt van groote heiligheid
zou volgen, en verkondiger der op-
perfte gelukzahgheid, die der wereld
zou kunnen overkomen. Wanneer
derhalve des
Konfut verwittigt was:
riep hy met groot zuchten twee-
mael ;
fVie heeft Kilin gezeid , dat
ghy gekomen zijt? me heeft
Kilin
zeid, dat ghy gekomen zijt t Nu, nu
ziet mijne Leere het uitterfie nu
heeftze een einde , nu ghy gekomen

IIUCIIIL, VV *-"^-- - -------- D ,

mant quaet doet, ja die hem doo-
den , niet befchadigt.

Hier uit beveftighde dees Kriiten

Sinees : dat het koppel-woord, vvaer

mee by ons het Lam GodeS bete-
kent word , door Kilin in \'t Sinees
kon verklaert worden. , _

Dewijl dan zelfs de tekenen de^
jaers,in het welk
Kilin gedood
naem
dts]2.tisKingxin, met het ge^ \'
in het welk Kriftus na verloop va»
vier hondert en vijf en zeventig
gebooren is, volkomen over een
men , zoo gifte hy hier uit, ciar
jaer i*:^»/«/bekent zy geweeft.

Wijders, dat hy geweent had,

een drift des gemoeds, metblydfdW
overftolpt : waer mee hy , op
komfte des Heilands, doorXi/^«^^\'
tekent, getroffen wierd.

Dat Kon fut daer na niets gefcnf^\'
ven, en zijn beek van de ftichting der
Koningen begonnen, en nier heej
voltooit hier ge-eindigt, en gezeid
hebbe, dat zij^nleere ophield, bete-
kende de komfle van den waren wet-
gever,* die oorlogen en
alle oproe-
ren zou ftillen, voor wien alle Filo-
fofen en zekten zouden wijken. Da
eindelijk
Kilin gedoot waere, hier ui
had hy miflehien de door
des Hei-
lands beflooten.
Inzonderheid wiJi
het gedood was by de wefter poo^
te, buiten de welke Kriftus , gehJ^
eenfchaepten\'offer
geleid, aen de
kruize gehecht, en voor de zaUg\'
heid des menfchelijken geflachts ge
ftorven was.

Dit had de Jefuit voornoemt ui
den mont van den Sinefen Kriften^ ^^^
lofoof iiitiiti.

Konfut fteit drie voornaeme dm
gen boven alle andere , den i
mei, menfch en aerde : waerom ny
ook driederlei
wetenfchap maeR •

te weten, een hemelfche, menfchelij

ke en aerdfche. In den hemel en

Daer en boven beleed KonfutM de fen een zeer bevallig en tf
quaden van den hemel geftraft wor- noemt, welk niemant beledigt: nie

de te kennen, is de natuurlijke w

zijt.

Wanneer hy dit gefproken had, ^^icrm ^j^jgoe-

wcende hy, met zijn aenzicht na de fen wijtloopig van de , i^g^iu-
muur gekeert, bovenmate. l de en quade engelen, â€žde

Wijders, Kilin word by de Sine- | zelen der dingen, voortteenng ^^^

\'\'Sin fp\\ten de Sinefen FÜofo;

-ocr page 730-

vergangkelijkheid, loop des hemels,
en fterren , verandering der vier ge-
j
tijden, van d\'akkers en gelegentheid
der zelve , en bequaeme verdeiling
tot deoland-bou, benefTens van veel
andere dmgen.

ïn den menfch t\'onderwijzen, is j
zeden-ftichtende wetenfchap ge- I
heeibezigh. )

Zy voegen hem, voorzoo veel hy |
gezelfchap begerig is, vijf graden toe. \'
eerfte is die van vader en zoon:
de tweede die van vrou en man : de
derde van Keizer en onderdaen: de
"kierde van vrienden: de vijfde einde-
lijk van broeders. Deze vijf noemen
Zy de groote trappen en hoofden van
d\'andere.

Daer na handelen zy van kleine
trappen, die behooren tot gaften te
bezoeken en t\'onthaelen , defgelijx !
tot heufcheit en zedigheid der zeden,
en gevoegelijke aenftelling des gant-
fchen lichaems. Deze trappen ftellen
zy drie duizend te zijn. \\

Of de zeden en geboden, volgens !
den zelven
Martijn, die de heufcheid, j
uitterlijke goede zeden , zedigheid, i
omzichtigiieid en diergelijke , wor- }
den byde Sinefen ten getale van drie [
duizent geftelt. j

Van vijf deughden , voorzichtig- |
heid, Godsvrucht ,kloekmoedigheit,
"\'""^\'■\'ïiV. ï"echtvaerdigheid en getrouheid han-
delen de Sinefen in \'t breede.

Door voorzichtigheid, zoo Konfut
, worden alle gewoonten of ge-
bruikelijkheden geweten en gekent.

öeze zijn by de Sinefen twederlei:
Waer van vijf de voormaemfte zijn,
^Is gelukzaligheid, oorlogh , gaftvry-
"eid , huisgezin of huishoudinge.
Waer in, hoe een ieder zich dragen
i^oet, om niet den verkeerden wegh
in te flaen, geleert word.

De minder gebruikelijkheden zijn
zes : jeught, huwelijk, begrafenis,
\' eerbiedigheid van oude en geleerde
luiden, cnonthahnge van vrienden,
die ons bezoeken.

Van ai deze zijn in de Sineefe Filo-
^öfie brave geboden en leflèn , die de
^eden betrefïèn.
P^or kloekmoedigheid worden de
geoefent en vol-
braght, en wey eindlijk door gods-
vruchtaen de zelvegehuuwc, enge-.
lijk ingeënt.

HK

J

De naem van rechtvaerdigheid
word by de Sinefen nier getrokken!,
gelijk by onze zeden-kundigen, tot
die deugt, welke is een beftandigeen
geduurige wil van aen eenen iegelijk
het zijn te geven; maer zoo ruim ge-
nomen , dat dacr door betekent wort
alle doening van de redelijkheid.
Dies kan men te recht ai war na de re-\'
den is, het zelffte ook rechtvaerdig
noemen.

Met den naem van godsvrucht ver-
ftaen de Sinefen niet de hefde alleen
tegens God, of tegen d\'ouders, en
zich zelven; maer algemcenlijk tegen
alle menfchen. Want gelijk zy de
rechtvaerdigheid bepalen te zijn,
een wet en behoorlijkheid van recht
te doen ; zoo de godsvrucht, een
wijze of maniere van W\'Cl te bemin-
nen.

Volgens getuigenis ook van Seme-
do,
achten de ouden de vijf deugden,
als
Gin, 7", li, Chi, Sin, dat\'s, gods-
vrucht, gerechtigheid, beftieringh,
voorzichtigheid, en getrouheid zeer
hoog, en hebben de Sinefen die noch
heden \'s daeghs in waerde.

Gin , gelijk zy fpreken, betekent

godsvrucht, beleeftheit, liefde, eerbie-
digheid, minne, meedogentheid:
welk
zy in dezer wijze verklaeren : zich
zelven minder te prijzen,dan andere:
gefpraekzaem te zijn : bedrukten re
trooften : een hert vol deernifte en
meedogen te hebben: genegentheid
eenen iegelijk te betoonen,inzonder-
heit zijnen ouders ,-mct die te helpen
in gezondheid, ga te ftaen in hunne
ziekte, te dienen,geduurende hun Ie-
ven , en d\' eere van lijk-ftaetften na
hunne doodaentcdoen.

T, dat\'s, gerechtigheid, evengeUjk-
heid, oprechtigheid, over-een-koming
met redenmatige en rechtvaerdige za-
ken.
In dezer wijze moet d^Rechter
aen eenen iegelijk het
zijn geven : de
rijke moet niet hovacrdig op zijnen
rijkdom zijn ; maer daer van deel
I aend\'armcn geven. Den hemel aen-
\' bidden , d\'aerde ceren : noit tegen-
ftreeven , niet laet - dunkend zijn:
N 2 toe-

-ocr page 731-

toegeven in\'tgeen reclitvaerdig, en
volgens de redenis.

Li, is een waere beftierïnge en
heufcheid, anderen eeren en eerbie-
digheid bewijzen na behooren. Welk
beftaet in eikanderen wederzij de-
linxt\'eeren : rijpelijk te betrachten,
omzichtig en wel bedacht in zijne
zaken te zijn: zedig in zijnen uitter-
lijken omgang, gehoorzamen den
Majeftraet : gefpraekzaem zijn te-
gens jonge luiden, en eeren d\'ouden.

Gi, betekent voorzichtigheid en
wijsheid, die zy ftellen in het lezen
van boeken , begrijpen van weten-
fchappen , zich volmaken in de vrye
kunften, kennis te hebben van ael-
oude dingen, ervaren te zijn in het
bedrijf der hedendaegfe zaken: ga te
flaen het verleden, om het tegen-
woordig
en toekomend wel te rege-
len : het rechtvaerdigh en onrecht-
vaerdigh t\' onderfcheiden, en waer-
heit van logen.

Sin, betekent getrou en waerheit,
welk vereifcht een volmaekt herte,en
oprecht voorneemen: aUeente doen
\'t geen wel is : na te volgen, \'tgeen
rechtvaerdigh is: zijne werken met
zijne woorden over een te doen ko-
men : en \'t geen verborgen is van
binnen, met\'tgeen openbaer is van
buiten.

Volgens deze verdeilingh hunner
leere, brengen zy hunnen ftaet on-
der vijf ordens van perzonen : die
eenige over een komingh met el-
kandre hebben , in het geen hun
ampt en byzonderen plicht betreft:
te weten, de Keizer met zijne onder-
danen : de vader met zijne kinderen:
de man met zijne vrou: d\'outfte broe-
der met de jonger: d\'een vriend me|:
den ander.

De Keizer moet voor zijne onder-
danen hoede, goedertierentheid en
hefde dragen : d\'onderdanen we4er-
om moeten hunnen Keizer eerbie-
digheit, gehoorzaemheit en getrou-
heit toedragen. De vader moet be-
minnen , en medelijden hebben met
zijnekinderen: de kinderen zijn ver-
plicht gehoorzaemheidt en gods-
vrucht tegen hunnen vader. De
man moet onderhouden hefde en ee-
nigh eid niet zijne vrouw : de vrouw^
voor haren man getrouheid, eerbie-
dighen minvalligh zijn.

D\'ouder broeders moeten bemin-
nen en onderwijzen de jonger broe-
ders : de jongen d\'ouderen gehoor-
zamen en eeren.

Vrienden zijn verplicht onder
malkanderen getrouwlieid , waer-
heid en oprechtigheid t\'onderhou-
den.

Oude luiden hebben ook bunnen
rang , en zijn aldaer niet minder ge-
eert , dan ouhnx onder de
Lacedento-
niers. In groote vergaderingen
kleden oude luiden altijds
d\'eerfte
plaetfe, en jonge luiden geven hen
die in alle voorvallen, \'t en zy dat zy
tot eenigh ampt verhooght "ziJ^^.\'
want dan moeten zy hunnen
rangh
houden. De Majeftraet zelfs bewij-
zen hen veel eere in \'t openbaer : in-
zonderheid wanneer hun
vroomheid
den ouderdom verzelfchapt.- en zy
niet alleen beladen zijn met jaren;
maer met verdienften, en hun leven
zonder fchande en oneere overge-
bracht hebben:
en boven al zoo zy
nooit voor het gerecht gedagvaert,
nochte met eenigen mifdaet aenge-
klaeghtzijn: welk by hen
vooreen
teken van groote vroomheid gehou-
den word: waer uit by hen dit ipreek-
woord ontftaen
is, Xin pu kien quon
zien Kitapao, datis , Een perzoon, die
den Mandarijn nooit met een quaet oogh
in het gerecht aengezien heeft, ^^ ^^^^
edel gejie ent e.

De Majeftraten doen hen jaerlix
een plechtelijk en koftelijke mael-
tijd op\'s Keizers beurze.

Een zonderlinge groote eerbiede-
nis en hefde bewijzen de leerlin-
gen den leer-meefters , en fchij-
nen hier in boven al andere volken
uitte munten.

Noit zit een leerhng met zijn aen-
zicht tegen over den leer-meeiterj
maer op een lager plaetfe. En worci
dit niet alleen onderhouden in den

leer tijd; maer ook namaels, zoo lang
hy leeft. Altijds
noemthy hem leei-

meefterby de Sinefen, en zich zel-
ven leerUng. En fchoon by wijle cie
leerling hooger trap
van waerdigheid

-ocr page 732-

van Sina,
bekomt, dan de leer-meefter, hy be-
jegent hem evenwel met de zeiffte
eerbiedenis, gelijk te vooren.

Defgelijx in de gewoonelijke groe-
tenis , die zy niet by monde; maer
in gefchrift na \'slands-wijze aen el-
kandre doen, met den naem t\' ont-
fangen , en weder over te leveren,
ïioemen de leerhngen zich leerling.
Deleer-meefter, in hem te groeten,
noemt zich zelven niet leer-meefter
(want zulx zou te groot eenverme-
tenheld zijn;) maer vriend. En is
tuftchen hen altijds een zulke groote
zamen-fpanningh van vriendfchap:
dat zy elkandre altijds inallezaken
trouwlijk by ftaen. Ja, word by de Si-
ïiefen, naeft den vader, niets grooter
noch treftèlijker, dan de leer-meefter
gehouden.

De Sinefen boven alle volken, le-
ren geheele boeken met grooten ar-
beid van buiten, jaworden in de eer-
ftejaren van hun fchool gaen , ner-
gens andets mee bezigh gehouden.

Onder de regeeringh van Keizer
Hien, die des jaers voor \'s Heilands
geboorte drie hondert acht en zeftig
begon te heerfchen , bloeide ^zeker
edele en welfprekende Filofoof
Men-
ti
die by de Sinefen, naeft Könfut,NOOt
den opperfte gehouden word. Dees
had de leere der Filofofie bekomen
van
Suti, neef van Konfut.

Wanneer Menti feener tijde dezen
Suti, reeds oud geworden, vroegh
Wat in een goede beftiering van ee-
nen ftaet eerft en voornamelijk te be-
oogen was, en
Suti daer op antwoor-
de :
het gewin ofde geruchte des volks ,
zoo verving Menti zijne rede , en
fprak :
maer een vroom en wijs man
leert het volk godsvrucht en gerechtig-
heid, en befliert het door middel van
heide deze deugden. Waerom ghy, ten
tegendeele, eerjl wil het gewin gezocht
hebben , verfla ik waerliik niet
? Suti
daer op:
zoo ghy de zake wel inziet, wy
hebben-een zelven zin. Oprechte winft \\
waer van ik fpreek, ontfiaet alleenlijk
uit godsvrucht en gerechtigheid: want
de beftierders der daten niet god-
vruchtigh zijn , nootwendigh doen de
onderdanen aenfionds fchade, niet zon-
der verkorting van zijne waerdigheid.

Maer zoo zy niet rechtvaerdigh zijn ,
het is geene regeering; maer veel meer
de fchaduwe eener regeeringh ; waer
onder veiligh rooverijenfchuilen: wat
hoope geven deze tot gewin des volkse
ja hehalve veelerlei verlies van have be-
nemenzy die.

Derhalven is het do el-wit der gods-
vrucht en gerechtigheid het gewin des
Rijks. Hierop heb ik gezeit, heeftmen
voornamelijk f oogen, welk gefchiet door
middel van godsvrucht en gerechtig-
heid. Hierdoor, zeit het boekYtklng,
is het gewin een met-gezel der gerech-
tigheid.

Wy leggen ons op gewin , op dat de
genen, die een ftil
leven leggen , alles
vaerdigh tot de deught zouden vinden.
Deze is de waere volmaektheid te ge-
lijk van gewin en rechtvaerd\'igheid.

Desjaers drie honderd vijf en der-
tigh voor \'s Heilands geboorte ver-
voegde zich
Menti by Hoei, Koningh
des Koningrijks van G^/^É"/.

Van die by eenkomfte begint Menti
het Boek zijner Filofofie , famen-
fpraeks-gewijze gefchreven, daer in
hy den Koningh met zeer treffelijke
geboden onderrecht, om het volk wel
en na de deucht te beftieren.

Het zal der pijne waert zijn, ee-
nige ftukken uit dit boek te laten
volgen, tot een ftaeltje der Sineefche
Filofofie , welke doorgaens handelt
van eene goede beftieringh, en ver-
handelt al wat, hoe gering ook, hier
toe fchijnt dienftig te zijn.

Derhalven heeft een Koningh dit
naerftelijk ga te flaen , dat de tijdt,
diende lan d-bou vereifcht, aen gene
\' andere dingen befteet worden, met
de huisluiden te plagen en verhinde-
ren : waer door zy minder kunnen
doen, als dan te doen is. Want dus
doende, zal niet alleen genefchaers -
heid van vruchten zijn; maer de leef-
tocht grooter, dan de ftete.

Vifch-netten met kleine gaten te
gebruiken, gedoogede Koning niet,
ten einde alleenlijk
grote viftchen ge-
vangen worden, met
vryheid aen de
kleine te geven van deur te fchieten,
die by verloop van jaren welig aen-
groeiende, eenen iegelijk en altijds
zullen genoegen
geven.

N 3 Dat

-ocr page 733-

gevmg op
lijken werde de bijl aen de genen niet
geleit, die nochjong en met onrijpe
vruchten beladen zijn.Zoo dezé wet-
ten gewilliglijk zullen gehoorzaemt
worden, de levendenen tegenwoor-
digen zullen een gemakkelijk leven
hebben, en de overledenen de eere

des begravenis niet derven.

Dit fpreekt Menti van het hout
en de boomen ; want het hout-
werk is, in groot gebruik, by de Sine-
fen, \'t zy om huizen te bouwen, die
byna al van hout zijn, en op houte
pijlers ruften,
\'t zy om doot-kiften
temaken.

Voorts gebied Menti: Dat op de

akkers gene hoornen geplant werden , om

geen heletfel door de fchaduwe aen de
vruchten te geven.

Dat moer-hezien-hoomen , om zijd-
wormen tequeken, rontom de muuren
der huizen fiaen, tot zijde kleding voor
oude luiden.

Niemant zy geoorloft,hoender en, ver-
kens , honden , en ander gedierte te
flachten, eer zy volwajfen zijn. Alzoo
zal de menfch de volheid van vleefch
hehhen om te ee%!en.\\

Deze woorden van den Filofoof
Menti,hthben een gebruik ingevoert,
dat by de Sinefen geen dieren geflacht
worden, of zijn tot volflagen was
dom gekomen : ja , lacchen met de
Chriftenen, wanneer zy die zien een
jong biggetje, of kuiken doden om te
braden, en willen het in generlei wij-
ze verkoopen. Daer na vervolgt M«?»-
ti. Des Konings hooghfte zorge zy
voor de fchoolen en letter-oefTenin-
op dat al de jeught en kinderen

[en

leeren gehoorzamen, \'t geen hen ge-
zeit word, en hunnen ouder eerbie-
denis bewijzen.

Zooditzalgefchien : geen jonge-
ling zal d\'ouden laten werken, of op
wegh beladen gaen. Want gehoorza-
me zoonen zullen geenzins gedoo-
gen, dat zy nalatig in deze gedien-
ftigheid zijn; ja zullen veel meer van
zelfsden arbeid voord\' ouden opne-
men. De Koningen hebben voor vaft
te fteilen, die zijnen vader, broede.

zaem zal zijn. Wie dit in zijn rijk be-
fehaert, die,
zeg ik, zal wel en geru-

ftelijk regeren.

Maer zoo heeften en honden der
Koningen en Land voogden, een on-
dienftige hoop buiten en binnen
\'s huis, en gebooren op ftraet, n^^^
het verteeren der vruchten het ge-
meen beft fchadelijk zijn, en de Ko-
ning dit quaet niet tegen gaet, vvi)i
hy zeit : d\' onvruchtbaerheid des
jaers doot de menfchen, en nietiJ^-
zulk eènen Zou ik met dien
gelijken, die, hebbende met een afg^-
zondenkrijgs heir zijne onderdanen
om\'tleven doen brengen, zeit: de-
ze zijn niet door my;
maer door dc
krijgs-knechten gedoot. Derhalve is
niet altijds het jaer te befchuldjgen;
aengezien een quade beftiering dik-
wils het quaet der onvruchtbaerheid
veroorzaekt.

Wanneer deze cn veel andere din-
gen
Menti gefprooken had , diende
Koning
Hoei hem daer op aldus: Veel
en treffelijke dingen , oude man , heht
ghy verhaelt. Welk al, mijns bedunkens,
hier op uitkomt, namelijk dat Koningrij-
ken door deugt vermeerdert, en door
quade he ilie ring verdelgt voorden.

In \'tkort, drie dingen voorname-
lijk roemde
Menti op den aerdbo-
dem • eere ten hoove : den achtba-
ren ouderdom in de fteden, en overal
de deught.

Veel en zeer fraeie dingen fpreekt
Menti over het aenftellen en beteuge-
len der herts togten, en uitterlijkc
zinnen: alwaer hy van de volftandig-

heid en kloekmoedigheid wonderlijk
redeneert. De kloekmoedigheid ver-
deilt hy in een innerlijke en uitterlij-
kc. Hier in fteit hy d\'eerfte,
namelijk,
dat een kloekmoedish man mets
vreeft of fchrikt ,
no^chte over de
zege twijfelt: en wil dat een riienicii
zonder vreeze zal zijn. Maer de uit-
terlijke zeit hy hier in te beftaen, 100
iemant niets onrechtvaerdigh, noen
buiten reden gedaen heeft: maer iet
onrechtvaerdigh of buiten reden te

bedrijven,noemthy zwakheid. ^^^

Dit ae boomen niet reukeloos af- ren, en fpits-broederen gehoorzaem,
gehouwen worden; maer met acht- en niet moielijk noch laibg is, oo^
npi\'itiir OD \'t w^eer eofaizoen. Van ge- zijnen Koning getrouw en _

-ocr page 734-

Ook heeft Menti een bock van dc

natuur gei"chreven , welk behelft al
wat ny met den
FiMooiKauti gefpro-
ken heeft.

Kauti fprak van deffelfs weezen,
niaer
Menti van d\'uit werking, en ny-
ging tot het goede.

ßy hen beide was een zelffte ge-
Voelen ; hoewel de woorden verfchei-
den. ilf^tó derhalve zeide, dat het
der
nature zoo eigen is, het goede uit
te
Werken , als het water naer om
^^egh te zakken ; maer quaet tc doen,
ï^iet volgends de natuur was : noch
van
deze gelijk van eene oorzake het
quaet
voortquame, \'ten zy ongaer-
en in weerwil
van haer eigen zel-
; gelijk het water tegen zijnen
^erd, en
nier dan met gewelt gedre-
ven, in de hoogte opfteigcrt.

Daer en boven ftelde Menti , beter
ïe zijn , een byzit te hebben , dan
kroos te derven : met byvoegen, de-
ze ongelukzaligheid de hoogfte mif-
daed van gequetftc godfvrucht was,
die men den anderen fchuldigh is.

Dies had men,tot voorkoming van
Zulx, in alle maniere t\'arbciden , en
de oude jaren der ouders met de ge-
boorte van neven te verluftigen. Ver-
fcheide andere ftellingen had
Menti,
Waerom hy ook by de Sinefen zelfs ,
gelaftert word: inzonderheid word !
by hen dit qualijk opgenomen, dat
hy O n vroom e Koningen, roovers, en
gene Koningen noemt.

Ten tijde van Menti, bloeiden ook
andere en verfcheide Sekten der Filo-
fofea.Onder deze was ccn van
Chung-
ei, die ftelde onbetamelijk te zijn,
aen te raken\'tgeen vermoed wierd,
onrechrvaerdigh te zijn. Weshalve
dees zijns vaders huis niet wilde be-
woonen; wijl het, zij os bedunkens.
Van onvrome luiden gebout was:
noch nam fpijze van zijne ouders en
broeders, uit vreeze het onrechtvaer-
dig moge verkregen zijn.

Wanneer hy op zekeren tijd zijn
moeder bezocht, en twee enden
zagh, zijnen broeder tc fchenk ge-
geven, fprak hy haer aldus aen:
%ie

u, dat deze gifte niet van eenen
^\'\'^\'\'echtvaer digen zy, of om eenonrecht-
\'i^aerdige oorzake : geeftze liever den

eigenaer weer. De moeder beloofde
zulx te doen , doch ftal^den eenen
de ftrot af, buiten weten van den
zoon,en zette hem die gekookt voor.
Hy onbewuft des bedrogs, was vro-
lijk , zonder vermoeden van onrccht-
vacrdig, wanneer zijn broeder over
tafel al lacchende zeide:
O hroederl
eet ghy d\' enden , die ghy zoo zorgvul-
diglifk wild weer gegeven hehhen ?

Hy dit horende, vloog aenft\'jots
ten huize uit, en gaf al het gcgcren
vleefch door braken weer over: met
inbeelding van onbetameiyk te zijn,
iet in de mage te houden, welk met
het onrcchtvaerdigh kon te zar^en
gevoeght zijn.
Menti belachte deze
zijneredeen fprak:

Hy eet\'t geen zijne vrouw hem op-
difcht-, maer geenzins dat zijne moeder ■
hy hewoont het huis van eenen landman;
maer geenzins zijns vaders. Maer
waer uit weet hy dat al wat zijne moeder
toebehoort, onrechtvaerdig is, en des
landmans huis vroome luiden gefticht
hehhen.

Men ver laet hit rechtvaerdig niet,
zoo ghy niet toe laet, of doet , \'/ geen
ghy pjeet dat onrechtvaerdigis. Maer
zoo men van ieder ding moet twijfeL n,
geliik
Chungci wil, noottvendtg moe-
ten wy wurmt jes worden, dien d\'aerde
voetje len huifvejïing venfchaft, zonder
zy vermoèdeK op\'? onre< htvasrdig hth-
hen. JVant in al de reji zalnocit het ver-
moeden des verborgen gevaers
weg zijn.

Men leeft , zoo ik my niet be-
drog, byden Filofoof
Laertius, dat
in oude tijden tot d\'Olympifche
ftrijd-fpelcn , zeker Filofoof uit ^cy-
/^M getreden was, die, tot verwon-
dering van geheel Grieken-land, al
wathy gebruikte, met zijn eigen zelfs
handen gemaekt had.

Zoodanige Sekte was ook ten tij-
de van M^/^/i onder de Sinefen. Ze-
ker leerhng
Hiuhing , beneven niet
weinig van zijne leer-hngen,
volgde
deze wijze van leven. Zy maekten
kleding van do ek, welk zy van gehe-
kelde kruiden weefden: fchoenen van
fpart of helm : matraffen van ftroo.
Zy bereiden voetfel tot den akker,
die te bebouwen was. Daer en boven
was dit hun gevoelen, dat alle men-
fchen

-ocr page 735-

fchen even geiijk oi hoog zouden
zijn,
zonder eenig onderfcheid, zon-
der
heerfchappije, zonder gehoor-
zaemheit of eenige fchatting» ja zon-
der geld.

De ledigheid was by hen zeer ge-
haet: en geiijk alle menfchen noot-
wendig moeten eeten, 200 moften
al die konden , volgens genoomen
bell uit by hen, arbeiden.

Zy wilden dat alle goederen aen al-
len
gemeen zouden zijn, en een ie-
gelijk
van eenen ander ontfangen,
dier hy van noode had, en wederom
geven, zonder
iemant zoude derven
tegen ftreven of weigeren. Hierdoor
hoopte Hmk-f^g uit "te werken , dat
allehften bedrog uit de wereld zou
weg genoomen worden.

Wijtloopig heeft Meni \'t tegen deze
Sekte ingeleit, en vooreerft getoont,
dat eenigen nootwcndigin
de wereld
zijn, die met de herftenen: andere die
met de handen arbeiden. Aen de eer-
fte geeft hy de zorge over gewichtige
zaken: aen de
tweede, over gerin-
ge. Die op de wetenfchap en deugt
blokken , hebben met de herftenen
te arbeiden , om eenen iegelijk voor-
dcclig te zijn : maer hand • werkers
cn land-luiden,
met de handen.

Daer na zeit hy betamelijk te zijn,
dat die van deze onderhouden wor-
den; gemerkt zy hen leeren en re-
geeren.

Hierom , volgens Menti , zijn
fchattinge te betalen, tot onderhoud
der landvoogden en afkering van on-
heilen , die den ftaet overkomen,
als oor!ogen.

Eindelijk ftelt Menti veele exem-
pelen
dier genen ten toone, die nooit
tijd gehad hebben , om eenige wei-
nig bunderen lands te bebouwen, wijl
zy hec welvaren van den ganfchen
ftaet zochten te bearbeiden, tot heil
der gemeente.

Ineen andere kettcrijc was de Fi-
lofoof
Jti, een hervormer der aelou-
de Sekte van den Filofoof
Menti. Dees
wilde een gelijke en algemeine liefde
onder alle menfchen hebben, in dier
wijze, dat niemant meer zijn oude-
ren , dan bloed-vriendcn of andere
menfchen beminnen zoud ; maer
eer. .

ï

Dit laetfte word \'by Menti ge-
vvraekt, met hier uit te konnen be-
fluiten , dat dan twee
beginzelen van
liefde inde menfch zouden
zijn: te
weten , een , waer door de
ouders
eerft : en een ander, waer door zy
vicriger te beminnen zijn. Welk
ten rechtmatigheid der reden is- .

Want flechts een beginzel van
de,zoo
Konfut wou,is ons van den he-
mel ingebooren : door welke liei"^
men tc gelijk alleen
op een zelven tiJ
magomhelfen; hoewel de liefde te
gen
d\'ouders en magen krachtigere^\'
Dan al deze Sekten zijn overl^^S
verftorven: en is alleen een der
Ge-
letterden overgebleven.

Onder Keizer fo, die des jae^
hondert en veertien, voor \'s
HeilaridS
geboorte,op den troon trad. Biocide
TiekctSof/i Sunlung , die groote wel"
fprekentheid en archliftighcid; maer
weinig wijsheids had. Dees hield
evenwel in openbare by eenkomfte
der Filofofen deeze ftelhng ftaende:
te weten , dat een mcnfch drie ooren
had: en het oor, waer
door wyh oo-
ren , een ander ware van de twee, die
wy zien. En fprak
Sunlung hier vati

met zoo groote waerfchijnelijkhe-
den, dat niemant hem derfde tegen
ftreven.

Derhalve wanneer iemant onmo-
gelijk oftegenftrijdige dingen wil be-
wijzen , word daer op by de Sinefen
noch heden een fpreck-woord gepaft:
van drie ooren twift-redenen.

Ten tijde van Keizer Xi, of Chin
d\'oprechter des ftam Cin, quam de
geleeriheid en letteren een deerlijke
, ramp over, met het verbranden van
al de boeken, door zijn bevel.

Dees Keizer, boven mate ftaet en
eerzuchtig , ftont alleenlijk na eigen
lof, en was zijn eenigfte
toeleg, om
de gedachtenis van al de voorige Kei-
zeren uitte roien. Waer over hy nie-
mant vergunde van eenen ander, dan
van zich zelven te fpreken, wijl hy hen
alle, zijns bedunkens , in brave da-
den overtrof Dies beval de Keizer
by opentlijk gebodt, op d\'allerftreng-
fte ftrafTen, ai de Sineefche boeken te

verbran-

des Keizerrijks
eerft ftechts in orde, en niet vieri^

-ocr page 736-

fame mee fchelt en vloekwoorden ge-
hekelt word: zulx het geen, daer de
Keizer
eeti heerlijken naem mede
Zocht te behalen,hem tot grote fchan-
deen
oneere by de nakomelingen ge-
ftrekt
heeft.

De fchuit van deze brantftichting
Wort op zekeren
Lifu geleid, een
pefte der letteren , die te dien tijde
het ampt van
Kolao , de naefte aen
den Keizer, bediende, en in de ver-
gadering , daer over het verbranden
der boeken geraedpleegt wiert, aldus
gefproken had:

Oulinx, wanneer de Koningrijken on-

der letteren nootwendigzy gewéeft, om
uit de boeken te trekken, welk de beftie-
^\'inge van ieder koningrijk betrof. Nu
^ deze reden krachteloos , gemerkt de
ganfche werelt onder de heerfchappye
Van eenen ruft, en alle opwenken van
eenen, oogen. Een orde, een wet is t\'on-
derhouden. Of men hier toe veel behoeft
weten, weet ik waer lijk niet : maer
, dat het veel meer ft hadelij k zy.
^ant waerom wy het koningrijk met le-
dige en twiftzie kegeletter den vervullen,
kan ik niet zien. Op het boeren en de
l<^nthou fteunt het heil des Keizerrijks.
Hier op heeft men het volk te leggen:
hier uit is wat groter en vruchtbaer der
te hoopen , dan van d onvruchtbare let-
teren. De liefhebbers der letteren levzen

. ]1 1\' } i 1 I öo

aueennjk zich op het oud, houden voor
^^n cieraedt het voorgaende te weten:
maer verwerpen het hedendaegs en te-
genwoordig, als onwaerdig voor hen te
^eren. Zy loven niet dan het oude,enfter-
"oen in de ffelfs blokking. Nochte zy zien
ftraffingh te keer gegaen. En dit met
welk een verdiend ? Het is niet oud. fa,
dat meer is, deze maniere \'van leermee-
fters graeft na oproer en opftending des
graeus. Dies heeft de Keizer des te vlij-
tiger te waken, en op pene van den lijve
af te kundigen , dat niemant hoeken in
zijn eigen, of in eenen anders huis heeft
of verbergt ; maer aenftonts ten vuure
brengt, behoudens nochtans de genen,die
van den lantbou,artzenye en voorfegging
handelen. Zoo iemant den ftantvanons
Keizerrijk of maniere van heftieringzal
willen weeten, dees leere die niet uit de
boeken : maer hoore uit den mont van

Verderfelijk en fchadelijk was de-
ze reden voor deletteren. Want fchier
al dc Sineefche boeken wierden door
het vuur verflonden. Dees brantftich-
ting wort by de Sinefen
Cinho ge-
noemt , dat \'s,
brant des geftachts van
Cin.

Hoe groot een naerftigheit de Lant-
voogden in het opzoeken der boe-
ken aenwenden, is naeuhx gelofehjk.
De Keizer zelf dreef het werk fterk
voort. Op zijn bevel wierden zonder
uitftel de genen gedoot en de geflach-
ten verdelgt, daer boekenbybevon-
den wierden. Tot noch toe is\'t vuur
uit de gedachten der Sinefen niet ge-
blufcht, die noch heden zoo grooten
neerlaeg van zoo vele boeken en vcr-
ftanden beweenen. Inzonderheit ver-
dienen de Muzijk of ftaet en wiskun-
ftige boeken beklaegt te worden: want
dat deze kunften in aeloude tijden de
kroon gefpannen hebben , geven de
wiskunftige aenmerkingen van zoo
O vele

branden. Dan hoewel dit alleenlijk \\ niet dat deze tijden van die zeer ^er~
hierop zag, dac, met het verwelken fcheiden zijn , fchoon zy zich van hunne
der lol van anderen, al de fchryvers leere midlerwijle langwijUgfmeken. Zy

namaels van hem alleen zouden

fchryven, zoo gebruikte hy evenwel
een anderen dekmantel tot verfcho-
ning van dien gruwel-daet.

Die gebodt wiert afgekundigt in
bet
vieren dertigfte jaer zijner rege-
nng, des jaers voor de geboorte des
Heilands
twee hondert en twalef. O-
ver welk werk oulinx en ook nu
noch by de Sinefen zeer qualijk van
ftonts word het raetflot, te gelijk den
dezen Keizer gefproken, en delTelfs , met een onverdraegelijke he-

willen leermeefters van dezen tijt zijn,
daer zy nochtans na dezen tijt zich niet
fchikken. Zoo eenig hevel van
Aen Kei-
zer uitgaet, en onder de gemeente raekt,
d\' eerfte onderzoeking]} , en vrage van
het grootfte helang is. Is het iet nieus ?
« het oulinx gehruikelijk ? zoo men
antwoord. Oulinx was \'t gehruikelijk.
Dan is het wel : zoo anders

der veele Heere» verdeilt waren, zou ik j \'s Keizers Landvoogt, dien deze zorge is
^iet wilkn ontkennen , dat doefening [ aenbevolen.

-ocr page 737-

j oó Befchryvmg des Keizerrifks

veleaeioudeetiiof der muzijk duide- | nieuwe onderzoekingen,

lijk genoeg te kennen. Maer met hoe dan de voorige in\'t werk. Al die boe -

groot een woede men de boeken gierig waeren, wierden gevangen. V \'

zocht te vernielen; velen evenwel en l len, die op \'t gebergte zich verlchoiei

hadden, wie^rden gevonden , en ten
getale van vier hondert en zeftig re
gelijk met de boeken verbrant. Oro-
telix mishaegde deze woede des
Kei-
zers zijnen zoon Fufu , die, gelijk hy
genegen tot de letteren was, dikwiis
den vader bad, eindelijk van hetuit-
roien der boeken te willen
ophouden-
Maer te vergeefs: ja wanneer dee^
voor deze geleerde
mannen vryhei
en leven verzocht,wiert de
vader dae
over derwijze verftoort, dat hy
zoon beval uit zijne oogen te gaeij^

en na de Noorder geweften in baj\'

lingfchap zond, onder bewaernisal-
daer van zekeren Veltheer

noch d\'aeloudfte wierden behouden,
hoewel tegen wil en buiten weten
des Keizers.

Op een wonderlijke wijze wierden
deze behouden: want men zeit zeke-
re oude vrouw, een iiefhebfter van
boeken, de doorgefpouwe pagien der
boeken van
Konfut, MenticnmdctQ
aen de muuren van \'t huis geplakt had..
Want toen was het papier noch niet
in gebruik, maer fchrccfmen op bla-
den en fchorfen van boomen , gelijk
noch heden d\'Indianen doen. En wijl
zy van een vafte
ftoffe waeren,en met
w\'itte kalk o verftreken,ble ven zy lich-
telijk verborgen, ter lijd toe dezelve,
na den ondergang des Stams Cz», door I

d\'erfgenamen en nakomelingen van Onder Keizer Veni , die des ja^f

deze oude vrouwe voorden dag ge-
bragt , en aen de wereit deelachtig ge-

voor ^e geboorte des Heilands hofl\'

_______________________dert negen en zeventig begon te hesr-

maekt wierden. Hoewel eenige let-1 fchen , begonnen d\'oefeningen def
teren door de langheid des tijts en
weekheit der fchorfe uiigegaen en on-
leesbaer geworden waeren.En fchoon
de Sinefen wel weten, hoedanig deze
letteren geweeft , of noch moeten
zijn , zy derven die \'er nochtans,
wanneerzedeboeken van
Confut her-
drukken, niet invoegen : maer teke-
nenze op de kant aen. W^ant zoo
hoog worden de boeken van
Kon jut
gewaerdeert, dat zy het voor een

letteren weer te bloeien, en quamen
de boeken , die onder den Stam Ci^
in holen en fchuilhoeken verborgen
waeren, reeds weer vry en vrank
voof
den
dag. Ja wierden veel anderen
met grote geleertheit en welfprekent-
heit gefchreven. En worden ook na
de fchryvers van den Stam
Han, on»
den cieraet van rede en ftijl, hoogge-
acht. r
De hedendaegfe Geletterden ci

gen , dan wy de Heilige Schrift, ja om zoo tefpreken
ook groter.

Geduurende deze grote neerlaeg
van boeken, verlieten twee \'s Keizers
Landvoogden , om in hunne oefe-
ningen ,
wijl zy Filofofen waeren ,
veiliger cn vryer tefchuilen , het Hof,
en namen in \'t gebergte hunne fchuil-

gruwel houden iet, fchoon ook dui- aenhangers dezer eerfte Sekte , die
delijk verminkt, daer aen te verbe-1 geweldig in afgoderye verzoope^

teren : wijl zy geen minder eerbie-1 leggen,verdeilengewoonelijkhunn

digheid de boeken van Konfut roedra- \' af of valfche goden in drie ordeHS.

\' "" " ifpreken,teweten, in n^\'

melfche, aerdfche en helfcli£ Go-
den. In de hemelfche erkennen V

een

gelijk drie eigenfchappen van ee
Goddelijk wezen , die zy onder
den naem van eene Goddin -

aen-

naem van eene
zy
Pujfa noemen , dienen en
bidden.

D\'oorfprong van defe men

Voor tien

drie

Bonzien aldus befchreven.
voorttelingen,
maet

>rttelingen,zegsen zy, waeren
ïgden of nymfin uit den hemeb«

plaetfen. De reden huns vluchten D\'oorfprong van defe die m

haddenze den Keizer by gefchrift be-1 met de Grieken Cyi>ele, en met d l^y \'
kentgemaekt, hoewel in zijnbyzijn
j ptenaers Ifis en de moeder der
niet derven doen ; maer d\'uitrocing den zou mogen noemen, \\vo5a oy J
der boeken met een bitfen ftijle te-
gen gefproken. Waer over dcKcizer
npcH meer vertoornt wiert, en ftelde

I\'W--

-ocr page 738- -ocr page 739-

den ftroom ter waflchingli neer-ge-
^aclr: rnet name,
Angela, Cbangela ea
Fexula fc dien tijde verfcheen op het
kieet van
Fekula aen den oever, zon-
der te weten van waer het quam, ze-
ker gewas ofkruit,
Lien by de Sinefen
geheten.welk by eenige voor d\'Egyp-
tifche boon van
Diofcorides gehou-
den wort, en grote overeenkoming in
loof, bloem en wijze van groeien met
onze water plompen heeft. Zoo dra
\'Zy het zag, greep zy het aen,en flokte
het op. Waer door zy zwanger wiert,
en bleef op d\'aerde (varende de twee
andere midlerwijle ten hemel),tot dat
zy een knechtje baerde.

Wanneer het kint gefpeenc was,
zette zy het op een klein eiland in
den ftroom , en beval het na eenen
opvoeder te wachten , die aenftonts
daerteviifchen zou komen : midler-
wijle zou zy keeren, van vsraer zy
gekomen was. Wanneer zy hemel-
waerts was geklommen, gefchieden
aenftonts, gelijk zy gezeid had; want
het kint wierd van eenen viftcher op-
gevoed , en tot eenen grooten man,
die\' naemaels het geheel Rijk ver-
meefterde , en wijd en zijd daer
over heerfchte , en wetten voor-
fchreef.

Deze godheid word gemeene-
lijk in dc gedaente van een vrou af-
gebeeld , zittende op dit gewas, of
op deftelfs bloem, dien de Sinefen
Lien noemen; dewijl dit gewas, welk
gelijk onze water-plompen op het
Water drijfc , en geduuriglijk door |
^en toevloejingvan een vruchtbaere |
Vocht befproeir word, het vochtigh
I
^^gin aller dingen bedied , volgens i
gevoelen der fchrandetfte Sinefe Ge-
ietterBcn.

Ook is het zelve een wonder dien-
"ig gewas , niet alleen ten aenzien
^an fpijze ; maer ook van genees-
middel : en doet ai wat aen dit ge-
^asis eenig nut : als breeder in \'t
vervolg ftaet tc verklaercn.

Wijders, dez^ \'
Sineien ze;;gen

Ja is , zoo de
de beftierfter der

«aiuur, of, om beter te zeggen, de
fche
lp of Cybele , door welker
invioejir g men geloofde dat alles be-
V ruciit en be waert wort.

Hier op fchijnen ook de drie ne-
vens gaende afbeeldingen te ftaen,
die de Goddin
Pu (fa, zittende op den
bloem , vertonen.

D\'eerfte afbeelding dan vertoont
de Goddin
Pujfa , zittende op den
bioem of gewas
Lien. \'Ly heeft een
ruim kleet of rok aen, na de Sinee-
fche wijze , bezet met zijde of flu-
weele zoomen, en bezaeit doorgaens
met de bloemen van dit gewas. Haer
borft ftaet voor open , en recht in
\'tvoorhooft boven d\'oogen eenkld-
ne ronde ftip of O, in vorm vaneen
derde oog. Op\'thooft fchijnt zy een
krans of kroon van\'t zelffte gewaste
hebben, en o m het hooft een kring of
cirkel gehaelt : die boven in een an-
dere grooter cirkel komt fchieten:
waer mee het geheel lijf en hooft om-
ringt is: een teken van volmaektheid
en magt : want de ronde geftake is
de volmaekfte van allen. Aen de
rechte zijde vertoont zich eenmans-
perfoon,in de gedaente van een krijgs-
heir , met twee oogen (behalve "de
twee andere op de rechte piaeife,)
fchier op den kruin des hoofts, en
een tweede wanftaltige neuze, tuf-
fchen beide : of heeft in plaets van
een heimet, gelijk
Herkules met de
kop van een leeuwen huit op \'t hooft
wort afgemaelt, een troni van een
vervaerlijk gedrocht op \'t hooft:
daer boven een pluimaedje by uit-
fteckt.

Beneden dezen krijgshelt zit ze-
kere maegt of minder Godin, met
een zeer ftatig gelaet, en prachtig uit-
jeftreken , te prijk. Zy heeft het
looft zeer cierlijk opgetooit, cn om-
ringt met een eenigen kring , een te-
^en van haer minder magt en vol-
maektheid : als de Godin
Puffa , die
twee, een groote en een kleine, heeft-
Voor de Godin ftaet een prachtig
outer opgerecht, overfpreid in her
midden met een cierlijk dekkieet of
tapijt, tot op d\'aerde. In het mid-
den ftaet,in een fchoteltufTchen twee
fteffchen , daer tvvee gewaffen uit-
fchieten, een vervaerlijk gedrocht,
met opfperrenden bek , kort in een
gedrongen , wonder ruig van kop
en fteert, een fchrik om aen te zien.

O 2 Aen

-ocr page 740-

in twee kommen de vruchten van
hec gewas
Lien , ten offer voor de
Goddin
Pu ffa. Achter de tafel cn on-
der de Goddin verfchijnt een grim-
mend kooft van den eenen of ande-
ren geeft, die over het vuur en water
.het gebied heeft.

Voor de tafel vertoont zich d\'ael-
oudeFilofoof
Konfut, in achtbaerge-
waet, met zamen gevouwen handen,
ten teken van eerbiedenis aen de God-
din , en een bonet, na d\'aeloude wijze
op \'t hooft: daer na volgen opwaerts
twee vrouwen beelden, fchier op een
zelve wijze opgetoit , als die onder
de Goddin
Pufa.

Na deze volgt een andere aeloude
Filofoof, dieeenigen voorwil-
len gehouden hebben.
Hy hout na
d\'oude wijze een marmer-hertje voor
\'t aengezicht, en heeft op \'t hooft een
diergelijke , daer ketenen van edele
gefteenten by neerhangen.

De Landvoogden, Overheden en
Mandarijns , wanneer zy by ouds
voor den Keizer verfchenen , om
dankbaerheid voor eenige gifte of
nieu gekregen ampt den Keizer te be-
tonen , of als zy iet anders by hem te
doen hadden, hielden in ieder hand
zulk een marmer - bertje , breet vier
vingeren, en lang twee palmen; welk
zy,in het fpreken tot den Keizer,voor
den mont hielden, ten einde d\'aeft\'em
niet tot hem zouoverkomen.

Wijders, de Keizer zelf, wanneer
hy by ouds op zijnen throon uit-
quam , verfcheen uit een hoge plaet-
fe voor een groot venfter, ook met
zulk een ivoor bertje in de hand, tot
bedekfel des aengezichts. Daer en
boven had hy een ander bertje van
eenhalve elle lang en heele breet op
\'t hooft, boven op den keizerlijken
krone en \'t voorhooft: behangen met
ketenen van dierbare gefteenten ,
die aen alle zijden het voorhooft
cn aengezicht bedekten, naer uitwij-
zingh van de nevensgaende af-beel-
ding.

Hier na volgen eenige aenzienelij-
ke perfonaedjen, (waer onder twee
vrouwen) die de Sinefen voor hel-
den van aeloude eeuwen en uitGo-
oulinx den lande , door hunne bra-
ve daden , in het befchermen tegen
\'s vyands invallen, grote dienften be-
wezen hebben: waer over zy by cle
nakomehngen de vergoding beKo-
men hebben.

De tweede afbeelding vertoont
mede de Godin Pufa op den bloem
of gewas
Lien : omringt met twee
kringen; een, die het hooft alleen be-
vangt: en

d\'ander het geheel lichaem

en t\'effens d\'eerfie : een teken
haere volmaektheid en magt- ^
\'thooft pronkt zy met een
krans, op een zonderHnge wij^^ê
maekt, en heeft voor \'t
voorhooft ee
kleine ftip of O, in maniere
van een
derde oog, tot een bedietfcl van hae-
re alzienenthcid.

Ter rcchtcr zijde van Puffa ftaeß
vier maegden byna in een zelffte ge-
waet; hoewel alle bloots-voets, met
de handen gevouwen en opwaerts ge-
heven, ten teken van onderdanigheid
tegen de Goddin
Pufa. Ieder ftaet
met een eenig ront of kring om
\'thooft afgebeelt, en draegt boven
op den kruin des hoofts de bloem
van het gewas
Lien.

D\'een der twee voorfte, aen de li«;
ke zijde,
hout in de handen een flef-
fche met een lange hals, uit het
welk een tak
bloet-korael fchijnt
te fchieten , welk by de Sinefen m
wonder hoge achting is.
Aen d\'ande-
rezijdeof voor de Goddin
Puffa Itaen
drie andere maegden,
fchier op een
gelijke wijze , zoo in. kledmg als
hooft-cieraedje,
uitgeftreken, als de
vöorige :
desgelijx bloots voets en

met gevouwen handen.

Achter deze drie maegden vertoo-
nen zich tweewater-
en vuur-gee-
ften, metopgefperdenbek, en nack-
ten lijve : behangen flechts met eeni-
ge windfelen, die over de fchouder,
en middel tot op de voeten langs
d\'aerde neer zwieren.
D\'een houd m
de linke hand een hellebaert; d\'an-
der een cirkel of kring, om hoog, ten
teken van hunne magt en volmaekt-
heid: want door hen
word al, wat
in deze
onder-w^eereldt is , be-

Daer

ïoS Befchryving des Keizerrijks

Aen ieder zijde" des tafels ftaen dengeteelt houden : gemerkt deze

-ocr page 741- -ocr page 742- -ocr page 743-

Daer na volgt d\'oude Filofoof
of
Laotan, d\'oprechter der derde Sek-
te onder de Sinefen, die men zeit
tachtigh jaren in zijn moeders buik
verborgen bleef, eer hy geboren
Wiert; gelijk aenftonts breder te ver-
halen is.

. ïn zijne rechte hand houd hyeen
ivoor bertje>voor zijn aengezicht,
en heeit op zijn hooft een zeker flagh
vaneen bonet, als by oude tijden ge-
dragen wierd.

De derde afbeelding vertoont def-
gelijks de goddin Pußa, ter zeet op
den bloem of gewas
Lien. Zy heeft
een krans of kroon van het zelffte
gewas op \'t hooft: van gelijken is het
pheel lichaem met een ruime cir-
kel of kringh omgeven : waer uit
rondom vuur-vlammen flikkeren,
ten teken van haere maght en vol-
maektheid.

Dees Pujja zit hier op een zeer
hooge en eenzame plaetfe,in hetpor-
tael van zeker cierlijk vertrek, ais in
het geheim der geheimeniflen. Ter {
^ederzijds hangen opgefchoven gor-;
pijnen, en ftaen venfters met traliën,

inplaets van glazen. i

Een vyeinigneerwaerts ftaet een ta- \'i
tel voor haer , op een vierkante vloer, I
met een ftaeketfel rontom afgefcho-\'
ten. De tafel is overfprei.t met een
Rleet of tapijt, en pronkt daer en bo-
ven met twee flefl^chen en zeker ander
vreemt flag van tafel-vaetwerk , ten
drank en fpijs öftrer voor de Goddin.
Nevens de tafel prijkt een Priefterin
ot Staet-jufFer derGoddin,met de han-
den zamen gevouwen, en \'t aenzicht;
ïïa een anderen gekeert, die op zij |
ne knien ter bede voor de Goddin |

tl. j \' •^^\'^^aets ter beevaert ge- j
trokken,door verfcheide omwegen en ;
vertrekken, en over eene fteil opgaen-\'
oe brug , die beneden aen den in-
gang door eenen man op
eenen vcr-
vaerlijkenTiger bewaekt wort. Aen
cle poorte van ieder vertrek heeft |
ook een Priefter van deze
Godin de |
^acht , die eerft met züver wil ge- i
^oent zijn , eer hy den beevaerts-rei-1

zers doorgang vergunt.

Deze Pujja wort ook op een an-
dere vreemde wijze uitgebeelt, op
den bloem
Lien : te weten , met de
twee handen voor de borft , en de
vingeren door een wonderlijke za-
menvoeging in malkandre geftren-
gelt. Uit de rechte zijde fchieten acht
armen : ook zoo veel uit de linke:
waer van ieder hand, ten teken van
eenige geheimenis, iet heeft gevat,
als een zabel, heirbijl, boek, gewaf-
fen, bloem, rat, dooze, kan en an-
dere dingen.

Zoo de Geletterden zeggen , die
een weinig meer wijsheit als het graeu
fchijnen te hebben , betekent deze
veel-armige
Puffa niet anders, dan
de moeder van al de Goden : die
d\'Egyptenaers^x, Gemalin van
Ofy
ris
: en de Grieken Cylele noemen.
Waerom, volgens gevoelen van eeni-
gen der wijfte Sinefen, die de veel-
heid der Goden uitlacchen , met her
beeltenis van deze afgodin niet an-
ders betekent word, dan de kragt,
fterkte en magtvan de weldadige na-
tuur tegen alle dingen : die alle door
de zeftien tekenen der armen be-
diet worden : want men zeit
Sina, on-
der befchut van deze Goddin
Puffa,
zeftien eeuwen lang in een gerufte
vrede gezeten hebbe.

Ook hebben d\'Egyptenaers hun-
nen God zittende op den bloem
Zö-
thm (miflchien een en dezelze met
dien van het gewas
Lien) zin-rijk af-
gebeelt. Dies het fchijnt deze wijze
niet alleen in
Perfien en Indiën uit
Egypten ; maer ook in\'t uitterfte van
Oofte na
sina en Japan doorgeboort
te zijn : want de Japanders malen
hun bcruch ten God
Ami da (dien ee-
nigen voor een en den zelvcn met
Omyto, andersgenaemt, willcti
gehouden hebben ,) zittende op
een bloem of roos of watepplom-
pe, af.

D\'Aenhangers zeggen dat deze A-
mida
een onzichtbaer wezen is , af-
gezondert van alle zamenkoppehng
der Hooft-ftoffèn, die voor alle fchep-
felen geweeft, en de Hooft-bron van
alles goet is. Hierom maden zy
haer zin-rijk op zulk een bloem af,
ten einde deffelfs verborge krachten
en volmaaktheden geheimenis-ge-
wijze uit te drukken en af te beelden-
O . De

-ocr page 744-

De vierde afbeelding vertoont in
\'t miiden, als een tWQedQ Jupijn, den
afgod
Fe of Fo, welk behouder be-
diet. Hy is geftelt ter zeet op den
bioem cf gewas
Lien, met de beenen
kruis-gewijze onder
\'t lijf geflagen.
Op het hooft heelt hy een kroon of
krans van dien zclven bloem, waer
uit vlanis-gcwijze loof komt fchie-
ten ,
ten teken van zijne magt enze
ge, die hy aen d\'onder-aerdfche we-
reit mede deelt.

Hy zit met dc borft voor open,
cn de handen bedekt onder zijn tab-
bert
of kleet, om zijne onzichtbare
krachten in de wereit te tonen : heeft
in \'t voorhooft een ftip of O, een re-
ken van een derde oogh. Om zijn
hooft is een kringh
of cirkel gefla-
gen : defgelijks een ander grooter, ten
teken van meerder volmaektheid,
om zijn geheel lijf, die ter halverwe-
ge van d\'andere komt.

Acn de rechte zijde zit de Goddin
Puffa , mede op den bloem of gewas
Lien , en heeft in de hand de zelve
bloem, aen een lange fteel.
Zy heeft j boren des jaers voor de geboorte
mede op\'t hooft een krans of kroon, [des Verloflers duizent zes en tvvifl\'
en een teken van een derde oogh
I tigh.

re

Volgens Marinus wiert dit groot
wanfchepfcl geboren in het midden
van
Tien Tnic Cuoc , gelijk dc Sine-
fen fpreken, tot ondcrfchcit van d\'an-
dere vier deelen: welk eerfte zy
Ooft\'
Indiën
noemen, als Bengale ;\'t tweede
Wefl-Indïèn , als Kamhaye cn Sinde :
\'t derde Noord-Indien, daer het fneeu-
gebergte gelegen is: het vierde
Zuid-
Indiën
, welk de Koningrijken van
Narfinga, Kanara, idalka en Malauar
begrijpt.

De vader van dezen Sekia, wasge-

voor \'t voorhooft. Achter haer ftaen
twee andere beelden: d\'een met ge-
vouwen handen biddens-gewijzc na
haer toe.
 1

D\'andere heeft in de rechte hand
een tak , en inde linke een kelk : die
beide gelijk als haer ftaet-juffers,
fchijnen tezijn.

Op d\'andere zijde dezer afbeel-
ding , word dezelve Afgodin
Puffa,
hoewel ftaende, op het gewas Lien in
gclijker maniere uit-geheeld : met

twee ftaet-jufïcrs achter haer , ieder
met de vrucht des gewas
Lien op heten Trinh Phan Vuong : de moc-
\'t hooft; beneven een derde, in de ) der,
Ma Da Phu Nhin: volgens Serned»
gedaente van een jongh knechtje, Maia.

bloots hoofts. Men zeit zy op eenen nacht j

Ter rechter zijde van den Afgod door het zien van eenen witten oh

Fe, ftaen drie maegden in ftatelijke
gewaet, cn met gevouwen handen
afgebeeld.

Beneden den zclven ftacr zeker
vierkant gevaerte, met een outer in
\'tmidden : ter weder zijde twee kom-
mer , waer in reuk - werk ftaet te
branden: of liever fchict uit de vruch-

fant in haren droom, zwanger vati
hem wierd, die zijne geboorte m
haren mont nam , en
eindelijk doo
hare hnke zijde weer uit ging. ^
en boven zou dees
Sekia aenftonab
na zijne geboorte vier
tigh duizent mael in
verfcheide

foorten van dieren verweatelt zijn»

en

den des gewas Lien in dezelve looi-
Twee beelden bewijzen voor het zel-
ve met neer-gebogen knicn den A--
god
Fe eerbiedigheid.

Acn d\'eene zijde boven-waerts,
komt gelijk uit de wolken
dc ael-
oude Filofoof
Konjiit vcrfchictcn,
met een ivoor hertje na d\'aeloude
wijze voor zijn acngezicht : ge-
volght van een andere heldin : en
achter haer de acloude Filofoof Lati\'
zu. Dusverre van d\'eerfte Sekte.

De tweede Sekte of Leere, by Se-
medo
de derde , is die van d\'afgodi-
ften of bccldcn-dienaers. Zy word^
^\'olgQns Trigaut, byde Japanders So\'
toqui , Sciakka , Amida
, en Saka ge-
noemt: by dc
S\'mtfQn,Sciequia oiOmt"
toje:
volgens Martijn, Xekiao en F os-
kiao
: volgens Semedo, Sekia en Saka
na den eerflen invoerder Saka: vol-
gt ns
Filips Mariniis, in Indiën I^jf
rna,
in Sina Sekia, in Tungking Thik-
ka
, in Japan Xacca.

Dees Saka, d\'oprechter dezer lee-
was een Indifche Filofoof, ge-

\'eede

-ocr page 745-
-ocr page 746-

en eindelijk ^ijne laeülc verwente-
lingh in eenen witten Olifant geein-
dight hebbe.

Waerom by de meeile Koningen
van \'t ooften een witte Olifant der
mate hoog gefchat is, dat
de bezit-
ter
van dien voor zeer gelukzaligh
gehouden word.

Onder alle cer-tijtelcn, die meeft
uitmunten, cn het hooghft by hen
geacht
zijn , is die van den witten
Olifant. Ja is de Koningh, die den
tijtel van den witten Olifant voert,
boven andere Koningen , en fchijnt
meer aenzicns by het volk te heb-
ben :
quanfuis alsof het hebben van
eenen witten Olifant iet gaf aen den
luifter en heerlijkheid eens Koning-
rijks.

Onlangs heeft de Koning van Siam
dien tijtel en hoedanigheid aenge-
nomen , en,zich Koningh van den
witten Olifant laetcn noemen. Ook
is de tegenwoordige Koning van
Lao
zoo hoogmoedig met eenen witten
Olifant gevonden te hebben , als of
hy, door een ongemeene gunfte des
hemels , een nieu Koningrijk beko-
men had, en zoon van het geluk des
wouts , gelijk zy daer fpreken, ver-
klaert was.

Volgens Trigaut en Martijn is de-
ze Leere in het vijf, volgens
Semedo,
in het drie cn zeftighfte jaer in de
tiende maend , na de geboorte des
Heiiands, uit den Wefte tot deSine-
nefen overgekomen, gebraght uit de
Koningrijken
Tiencio en Scinto , die
beide heden \'s daegs met eenen naem
Indojian genoemt worden ; gelegen
tuffchen de ftromen
In dus en Gan-
ges.

Zoo de Sinefen in hunne hiftorien
getuigen , had dc Sineefche Keizer,
by
Semedo Hannim , by Filips Mart-
nis , Mïm Ti
geheeten , een der be-
roemftecn aenzienelijkfte in dejaer-
boeken der Sinefen, zelf derwaerts
gezanten gezonden , aengemaent
daer toe door eenen droom. Uit dit
geweft bragten de gezanten dc boe-
ken dezer Leere in
Sina, cn namen
uitleggers of tolken met zich , die
daer na dc boeken in \'t Sineefch ver-
taelden : want d\' oprechters en in-
voerders dezer Sekte waeren niet me-
de gekomen , aengezien deze toen
niet meer in \'t leven waeren.

Dewijl dan hieruit bewuft is, dat
deze Leere van
deSinefen nade Ja-
panders verhuift zy, zoo is niet wcl
te verftaen, met wat fchijn van waer-
heid de Japanders, de navolgers dezer
Leere, doordrijven; dat
Siaka en Ami-
daba
zelfs derwaerts na Japan inge-
trokken zouden zijn,
en uit Siam hun-
nen oorfprong gehad hebben; want
klaerlijk blijkt uit dc boeken zelfs
van d\' acnhangers dezer Leere, dat
dit Koningrijk , welk tallen tijde den
Sinefen beftent is geweeft, zeer ver-
re van het geen afgelegen is, welk zy
Tiencio noemen.

Volgens Marinus , waeren de ge-
zanten , door Keizer
Mem Ti afge-
vaerdigt, drie gehele jaren op weg in
Indiën. Gekomen aldaer, dachten zy
niet anders dan hunnen tijt in welluft
over tc brengen, zonder bekomme-
ring van dieper in andere Koningrij-
ken, meer na \'tWefte, tc trekken : al-
waer men zeide dat beter wetten wae-
ren : gelijk die in het Koningrijk van
Kambaye en Sinde, na den ftroom In-
dus,
onderhouden wierden : waer van
deze volken den beruchten afgod
Omy To aanbaden. Maer aldaer ver-
ftonden zy dat in
Indiën een ande-
re Sekte haer bevonr , die meer ge-
zags had,als meer toelatigcr en fchan-
delijk er : waer van
Rama d\'invoerder
was, een afgod, veel jonger dan
Omy
To.
Dies kochten zyde boeken daer
van, die wijtloopig van de zelve han-
delden , en quamen daer mede weder
mSina ten Hove, metvalfch verhael
van hunne reize cn Gezantfchap. Zy
toonden dan de boeken aen den Kei-
zer, die kort daer aen de zelve onon-
derzocht door het geheel gebiet des
Keizerrijks deed verkundigen , zon-
der bewilliging en toeftaen van de ge-
letterden. Deze bemerkende derzcl-
ver dwalinge cn buiteniporigheden,
maekten minder werks dacr van, als
het gemeen volk: welke de zelve acn-
vaerdclals een leere van den hemel af-
gedaelt.

Deze Leere, gelijk ons verhael bo-
ven uitwijft, is tot de Sinefen te dien

rijde

-ocr page 747-

tijde gekomen, als doord\'Apoftelen
het nieu verbont in de werek verkün-
digt vviert: wanneer d\'Apoftei^dfr^^ö-
lorneus in Opper-Jncliën (welk is het
Koningrijk van
Indoflan zelf) en an-
dere gebuur-geweften, de Leere van
iCriftus verfpreide, end\'Apoftel Tho-
mas
in Onder-lndïén. Het fchijnt der
halve de Sinefen, opgewekt door het
gerucht des nieuwen verbonts , het
zelve uit den Weften hebben willen
halen: maer, \'t zy door dwaling der
Gezanten , of door de verkeertheit
van de plaetfen, daer zy aenquamen,
ontfingen in plaets van een waere,een
valfche Leere.

Aenftonts na zijne geboorte, vol-
gens verhael der
Hiftorie-fchryvers,
deed
Xekia in zijne wiege blijken, van
wat aert en inborft hy in zijnen ou-
derdom zou zijn- Want gekomen
naulix ter werek, deedhy zijne moe-
der fterven, of, volgens
Semedo, zy
fterf in hec baren. Hy deed op een
zelven tijd zeven tochten, merkende
den hemel met d\'eene: en d\'aerde met
d\'andere vinger. D\'eerfte woorden,
die hy noch ftamelende uitte , wae-
ren verwaete lafteren, met zich te
beroemen , dat hy d\'eenigfte deugt-
zame en heilig was, zoo
in den he-
mel , ais op d\'aerde. Gekomen tot
een ouderdom van zeventien jaren,
nam hy drie wijven; by d\'eene der
welke hy niet meer dan eenen zoon
kreeg. In zijnen ouderdom van ne-
gentien jaren, begaf hy zich, op aen-
maning van den duivel, na zijne vrou-
wen en zoon verlaten te hebben, op
een gebergte: daer hem twee geeften,
d\'eene
Alala en d\'andere Kalala ge-
noemt, zichtbaerlijkverfchenen, en
wilden hem voor meefters in het on-
derwijzen van de grontregels dienen,
daer hy zich mofte van dienen, om de
halve werelt te verleiden. Zy queren
zich daer in met zulk eenen voort-
gang, dathy binnenzeer weinig tijts
daer in ervaren wiert, en voor mee-
fter ging in die wetenfchap, welke hy
gevat had, even gelijk in alle hare om-
ftandigheden met de gene , die hem
ingeblazen was, dat \'s, valfch en beu-
zelachtig. Dit vergif verfpreide hy in
alle zijne boeken, en deelde hetzij-
nen leerlingen mee, die
voorgeven:
hoe meer kennüTe zy van zijne we-
1 tenfchappen bekomen, hoe meer ge-
\' loofs zy op de herten des volks heb-
ben.

Zoo de Sinefen fchryven, zou
/vdr deze wetenfchap van vier
Gioghi,

welke Hermijten of Kluizenaers van

Indiën zijn, ingezogen hebben , en
by hen den tijt van twalef
maenden
in een woeftijne gebleven zijn : daer
de duivelen hem zoo veel te meer
met bezoek eere aendedcn,
zooveel
te verder hy van het gezelfchap der
menfchen was. In zijnen
ouderdom
van dertig jaer verhet hy deze woe-
ftijne,
om meer geloofs te maken, niet
door hoedanigheit van
Leer-meefter;
maer door die van beeld of
afgod, en
begon zich t\'openbaren en bekent te
maken, door de nieuwe Leere, die hy
aen alle oorden leerde. En om des te
lichter die te verbreiden
cn gemcin te
maken,kreeg hy een gehele werelt van
navolgers
op de been, ten getale van
vier en twintig duizent: waer uit hy
vijfhondert koos, die hy tot hondert
bragt: daer na tot tien. Deze waeren
zijn befte en getroufte vrienden, die
gewoonehjk de tien Grooten ge-
noemt, cn bequaem tot het
aennemen
vap zijne Leere geoordeek wierden.

Hy leerde in Indiën opentlijk den
tijd van negen
en veertig jaren zijne
verdcrfrelijkcleeren; hoewel minder
gevaerlijker, als het geen hy in zijne
byzondere zamcnfpraken
voorftel-
de, tot dat hyzich eindelijk ziende
in doods noode , by
uitterfte wille
aen eenen van zijne
getroufte leerlin-
gen beval toe te ftaen en aen te ne-
men , voor ceneerfte begin en zet-re-
gel, deze voorftel:
Het flaet aldus m
de hoeken.
Byna op een zelve wijzc,als
ondcr dé leerlingen van
pythagorasiti
gebruik was , die tot vermijding van
defchool-krakelen, in het onderzoe-
ken der waerheid,
gewonelijk hunne
gefchillen met deze rede befloten:

hy zelf heeft het gezeit.

Voorts fpeelde hy den trek van
eenen meefter, cngeliet zich eenige
knaginge van gewifle te hebben, en m
een waer bcrou te zijn ; hoewelniet
zonder zijnen misdaet t\'ontfchuldi-

gen

-ocr page 748-

van Sina, of Taißng.

zijn: hoewel namaels zich heimelijk
fchikken na zijne nieuwe grond-re-
gels,
die hy hen nu mede deelde. Hy
ftelde dan twee leeren voor, een uit-
terlijkc, cn een innerlijke. D\'uittcrlij-
ke, die hy voor valfch en verciert ver-
klaerdc, en onfeilbaer den volke deed
voorftcllen, bragt hy onder drie pun-
ten. Het eerft begrijpt d\'Artykelcn,
die men geloven moet,gelijk van het
geloof: het tweede logenendc gebo-
den, en die verbieden het geen niet
geoorloft is te doen : het derde be-
veftigende gebooden , die verplich-
ten ier te doen. Het eerfte der voor-
geftelde artykelcn beftaet in het ge-
loven , dat\'er een beeld of afgod
zy, die de menfchen beboet, en vol-
kom elijk voor zijne zonden voldoet.
Dat dit het bedt zelf is : cnhet hier-
om heeft de natuur van eenen menfch
willen aennemen. Het tweede is, dat
de ziele aenftonts, na het fcheiden
uit den lichame, in een andere we-
rdt herboren wort , cn aldaer, zoozy
van vcrdicnftcn ontbloot is , ver-
fchijnt met het licht van glorye be-
kleet : welk zich verandert in twee en
dertig geftalten, en met vier en twin-
tig hoedanigheden begaeft is. Het
derde einddijk, dat het Paradijs een
beloning der genen is, die goede
wer-
ken
doen en na de wet leven : en de
helle, de plaetfe , daer d\'overdadcn
wredelijk zullen geftraft worden.
Zoo dat die zich van deze helle be-
vryden , en het Paradijs verkrijgen,
zich twee oogmerken in zijne wer-
ken moet voorftell cn: het een van te

Mj!\'
i \'L

il\'

—. UIC iiy lien m den aenvang Ken moet voorftdl cn: het een van te

zlerfe r\' V \'\' , jvillen het goede doen : hetander van
zeer verheven cn fchrander was, hnr- hf^r ___________• ,

zeer verheven cn fchrander was: hoe-
wel hy ook begeerde, dat zy niet zou
mede gededt worden, dan acn dc ge-
nen , die dezdVC gewilliglijk omhelf-
den , en zich na haer volkomentlijk
fchikten.

Zijne leere, zddehyhen, die hy
tot noch toe gdeert had, was ydel
en verciert: maer zy moften die al-
tijts op een zdve wijze voorftdlcn,
niet anders als of zy wacrachtigh
Was, cnhet geloof der zdve bevefti-
gen tot hun eigen voorded : ook in
Ichijn getuigen die hoogh t\'achten
en groote onderhouders der zelve tc

I I Ui

! üiiS

ill

--------- • »»"^M-JIVIV-JL van

net quade te vheden en vervloeken.
Het geen, waer van men zich moet
onthouden, wort gebragt op vijf ge-
boden.

Het eerft is, geen levend te doden:
het tweede, niette ftelcn: het derde,
niet te hoereren : het vierde, niet te
hegen : het vijfde, geen wijn te drin-
ken.

De beveftigendc geboden zijn de
zes werken van barmhertigheid. Het
eerft is , de Bonzen met lijf-behoef-
ten by tc ftaen, ten einde zy bidden
en boete doen voor de zonden des
volks : het tweede, kerken voor de
P bed-

gen , over het geen hy den tijd van
veertig jaren zijne leere al tc ruich
ge-
leert , cn daer van dc heiligde cn diep-
üe verborgenthcden onderdrukt en
verborgen gehouden had, rot nadeel
der waerhcid,2ondcr het geheim daer
van tc willen hebben open baren.Maer
gekomen nu rot het uitterfte
, kon hy
het
niet ontveinfen en wilde het e\'m-
dehjk belijden en overgeven acn zij-
ne lief fte en getroufteleerhngen, als
een der koftelijkfte panden, welk hy
hen, tot loon van zijne hefde,naliet.

De Leere, die hy geleert had en in
zijne boeken begrepen was, kon ge-
noechzaem tot onderwijs van het
graeu dienen : welk, ter oorzake het
minder van aennemen is indegehci-
menifTen en fraeie wetenfchappen,
door gevoelijke en ftofïèlijke dingen
gewoonelijk moet geraekt worden,
die de zinnen meer over ftaech wer-
pen, als zy het verftant overwinnen.
Maer ten aenzien van hen , als die
zeer verlicht waeren, en oneindclij-
ken geeft hadden , en diehy voor zij-
ne lieve kinderen hield, had hy een
andere Leere, diehy hen wilde mede
delen, tot een geheimenis: waer aen
volkomen hunne zaligheid hong.

Xek/a dan zich ziende op het ein-
de van zijne dagen, met de dood op
dc lippen , cn op de wake van nie-
mand meer te kunnen bedriegen noch
vcrfchalkcn, betuigde aen zijne leer-
lingen, door hem in zijne kamerge-
noot, dathy hen eindelijk een groot
geheim en nieuwe leere wilde open-
baren , die hy hen in den aenvang

-ocr page 749-

daer na kloo-1 fenen ging , kenden zy daer van dc
waerheid, cn noemden het in hunne
tale
Cum Kiu , cn de Tungkinders
Khou , welk wy in onze tale door
den naem van
niet of geen zouden
uitleggen. In het welk alle dingen
na de dood vervallen , volgens hun-
ne Leere.

Dan om niet van verfchillendegc-
^ voelen tc zijn cn daer in alle ge-
lijkelijk over een te komen , an-
deren zeggen, dat byzondere licha-
men , die alle daegs geboren wor-
den , niet nieuws en eigens krij-
gen , dan de vormen en hoedanighe-
den.

Zy verklaren deze Leere door het
exempel van water, welk dc geftalte
neemt van het vat, daer het in is:
rondvormig , zoo het ront is : vier-
kant, zoo het vierkant is : driehoe-
kig , zoo het drie hoeken heeft. En
na de floping des vats , door eenig
toeval, of anders , vergaet de geftal-
te , dat is de zijnnelijkheid der byzon-
dere : hoewel het water altijds blijft.

Infgelijx een Gout-fmit kan eenen
tiger of peert van een zelven klomp
gout maken: cn midierwijie verlie-
zen dit peert en deze tiger hun fat-
foen , door de fmelting van dit me-
tael, welk altijd
in de fmclt-kroes
een cn het zelffte
blijft. Maer zoo
ghy regen
Xekia in legt, en hem de
uitlegging van deze
Filofofie at-
vraegt, cn hoe hy die verftaet, by

dat r Degmcnuuuc, uaciui-mi-inv-i. , ------j

en alle andere fchcpfclcn van ge- zal u niet dan zeer onvolkomen vu
maekt zijn , zeker flag van dunne doen , en niet anders antwooroen,

lucht geweeft zy : niet dat die het
voorwerp van zinnen kan zijn , cn
de zinnen magtig zijn dc hoedanig-
heden daer van te doordringen en
te peilen : maer waer van ook het
verftant zelf, hoe uitftekcnd en ver-
klaert het is,
het wezen niet kan be-
grijpen. En hierin zeide hy de wacr-
leid: teroorzake hy zoo veel te dui-
fterder , cn vcrftriktcr in zijne ver-
klaringen was, hoe hy minder vatte

\'t geen hy gevordert had.

De Sinefen leiden zich daer op een
lange wijle, om deze nieuwe Filofo-
fye tc verftaen: en na lange betrach-
tingen , wanneer dit lichaem,ter oor-
zake van zijn dunheid, uit hunne her-

dan dat alle dingen tc niet gebngt
worden : gelijk het fatfben ot geflap-
te vernietigt word , wanneer het vat
gebrooken , cn het gout gefmoltcn
word.

Zoo ghy verder met hem gaet,
en afvraegt, wie d\' eerfte vormen
of geftalten acn dezc
dunne lucht
gegeven heeft,
en deze hoedamg-

fieden veelmeer, dan andere : zijn

antwoord zal opeen en louter

uitkomen. Waer uit men di
onfeilbaer gevolg
kan trekken, dat
dees nieuwe Demokritus nocU wou,
noch goet, noch quaet, nodi beioo-
ning, nochftraffekent, enbemon-
bewuft is, of de ziele onfterftèhjk

is,

beelden te ftichten
i^QïSNOotdQBomien te bouwen : het
vierde dikwils in den mont te hebben
en aen te roepen den naem van het
beelt , om te bekomen volkomen
verlof en aftaet van hunne zonden:
het vijfde dooden te begraven : het
laefte zeker verguit papier te v er bran-
den ,
wclk , na het vuur dat in dit
leven verflonden heeft , in het an-
der leven, tot een beter gebruik ge-,
fchikt, cn in louter gout verandert
word : en dit deilt men om aen de
wachten van d\'achticn hellen.

Die verwactlooft of verzuimt de-
ze bermhertigc plechtelijkheid, komt
onheil over : ter oorzake daer geen
genocchzame magt is , om hem te
bevrydcn cn tc trekken uit de laefte
helle : alwaer hy voor zulk een gru-
wel-daet zal gcdocmt worden tc lij-
den , onder een van die yzelijke cn

vervaerlijke herfchepping of veran-
deringen , als hier na breder te verha-
len ftaen.

De hoge en innerlijke Leere, welke
geopenbacrt was aen deze tien uit-
verkoren ondcr al dc leerhngen van
dezen leeraer , is begrepen onder
zulke verborgen gehcimeniften , en
onder zulke teere ftoftè , dat zy tot
niet vervalt, en zoo wel voor het ge-
zicht, als voor
het verftant zich ont-
rukt.

Eerftelijk ftelde Xekia in de zelve,
dat \'t begin en ftoffe, daer dc menfch

-ocr page 750-
-ocr page 751-

is, ja zelve of zy ontftaet, ter oor-
zake dat het geene ziele , of gee-
ne geftalte is : of zoo het een zie-
le is , zy zal ftoifelijk zijn. Aldus
zal de zijne, gelijk die van een beeft
zijn.

Hy voegde by al dit, dat een zie-
le , gevormt van deze zoo dunne
ftoftè, geen hert heeft, welk haer
kan bewegen : geene gedachten, wel-
ke haer kan bekomineren : geen ver-
ftant, met welk zy kan reden-kave-
len : geen magt,waer van zy«haer kan
dienen om te werken : maer datde
zelve even zoo enkel, zoo louter
endun.is, als onveranderlijk en on-
bederfelijk , en zelf overftaenbaer.

Derhalve de geen , die aen deze
fraie kennifte deelachtig geworden
is, kan zich beroemen den hoogften
trap van volmaektheit bereikt,en daer
i
van vafte proeve bekomen te hebben, I
wanneer hy niet meer met het ver-1
ftant redeneert: niet meer raet de ^
wil begeert: niet meer met de zinnen ■
onderfcheid: geenen ftrijd der herts-
I
tochten gevoelt: wanneer hy onbe- j
kommerten zonder onderfcheid en !
knaginge van gewiffe allerlei ftag van !
mifd^aden begaet : eindelijk onge- j
voelijk is, gelijk een beeld. Ziel
daer een volmaekten menfch van
Xe-
kia,
volgens wiens gront-regelen de
Soitiften niet zouden toegelaten wor-
den , onder het getal van zijne leer- |
hngen : zie daer het groot geheim |
van zijne leere, zoo verborgen dat |
het niet geoorloftïs, die t\'ontwijden :
noch t\'openbaren. |

. Dit was d\'uitterfte wille en erf^ma- |
king van
Xe kia, en de geheime fchat- j
ren van zijne volmaekte leere: waer i
vafl de tien , die hy onder al zijne
leerlingen uitverkooren had, de uit-
voerders Waren.

Hy fterf dan in zijnen ouderdom
van negen en zeftig jaren. Het lijk !
wierd,na\'s lands gewoonte,op eenen
hout - ftapel van het aller wel - rie-
kenfte hout verbrand. Zijne leerlin-1
gen, diede hjk-ftaetfiebywoonden, |
na zy hem tot eenen heiUg gemaekt
i
en onder den rang der Goden ge-1
bragt hadden , gelijk hy zich zelven
daer voor heeft willen doen houden,

vergaderden met groote eerbiedenis
en eerwaerdigheid, alhet geen, wel-
ke het vuur noch van zi|n lichaem
niet verflonden had.

Dit verdeilt aen veele ftukken,
om de wereld daer mee, gelijk met
zoo veele dier bare overblijffelen, te
heihgen ^ verdeilden zy die aen^^tie
menfchen, op d\'aerde: aen de gee-
ften, in den hemel: en aen de draken,
in de zee.

Niete te min jy bewaerden eentant
van hem, die
Xekia by uitterfte wil
aen den Koning van Zé-i^ji gemaekt
had, die de zelve aenvaerde, als een
zeer dierbaere gifte, en onder den
rang der dingen flelde , welke hy
zeer hoog waerdeerde,

Naverlooop van eenige jaren viel
deze tant in handen van de Portuge-
fen, wann eerzy den oorlogh zeke-
ren tyran van dit Eiland aen deden,
tot herftelling aldaer van den wetti-
gen Koning , die van daer onrecht-
vaerdelijk was verdreven. De ge-
weldenaer wierd door de Portugefen
gedwongen te vluchten, en na het
Eiland
Giafanapatano zijn hertret te
nemen.

Zoo andere evenwel willen, was
deze
tant van Xekia niet;maer van ze-
keren knecht, die hem een lange wij-
le gedient had, en gezeit wierd in een
aep na zijne dood herfcheptte zijn.
Waer door de Koning van Zeilon.ècAw
men zoo groote wonderen en vreem-
digheden van hem voor zijne her-
fchepping verhack had, ter gedach-
tenis van zoo een groot perfonaedje,
een van zijne tanden wilden hebben.

Zijn beeld word zittende, in de ge-
daente van een fchoonen jongeling,
meteen derdeoogh in\'t voor-liooft,
in de kerken vertoont.

Ik zal een byzonder gevoelen,
welk Äjf/j, noopende de verhuizing
der ziele geleert heeft, hier laten
volgen.

Xekia, dan, om zijne leere meer ge- umrm
zags en nadruks te geven, heeft ein-
delijk dezelve onder nieuwe inval-
len willen leeren , en onder nieuwe
gevoelens voorftellen.

Zoo de leerhngen Zeggen , was
Xekia berucht door de meenigte der
P 2. mira-

-ocr page 752-

mirakelen, en gaf zelf daer van gro-
te getuigeniffen. Aenftonts na zijne
geboorte , verwentelde hy vier en
twintig duizent mael in veel gedaen-
ten van dieren: en eindigde einde-
lijk zijn laefte verwenteling in eenen
witten olifant. -Dit gevoelen, welk
reeds voor waerachtig is gegaen, is
onder ander een reden, waerom de
Koningen van \'t Ooften zoo hoogh
eenen witten olifant waerderen. De
Tungkinders y gehuuren der Sinefen,
noemen deze ziele verwentelingh
Loan Hoy: en de ziel verhuizing der
genen, die beroepen zijn in het an-
der leven te lijden ,
Tran Luan, dat
is, rat: uit oorzake, na de wijze van
een rat, de zielen , ter ftranen ge-
doemt , in eene geduurige beweege-
nis zijn, en haer zonder ontftaging
van het een Hchaem in het ander, be-
geven. .

Die de leere, welke beftaet in het
uitterlijk leeren , zeggen dat in ver-
fcheide oorden der wereld zes plaet-
fen zijn, die niet vetfchillen van el-
kandre , dan door d\'ongelijkheid van
perzoonen , die aldaer verblijven:
zulx, die in deze wereld fterft,in een
\' andere van deze zes plaetfen weer
herbooren word, onder de lucht en
gedaente des volks van dien aert,
daer zijn lot hem heen heeft gevoert:
en alzoo van d\'een tot d\'andere. Tot
dat eindelijk, na zoo veele verwente-
lingen en dezen braven tocht, het
rat weer tot zijn punt keer ende hy
begint in deze wereld, daer hy uit
gong, voor de zevende male zeer
zuiver en volmaekt herbooren te
woorden: naby, gelijk gout, gelou-
tert , en zes zeer ftrenge koppe-
lingen geleden heeft : zoo dathy als
dan kan fterven voor de laetfte ma-
le, na zijne eigenzinnelijkheiden
wanneer hem wel gevalt; dewijl hy
zal gekomen zijn in den laetften
om loop van de onveranderlijk-
heid , en zich bevindenin het bezit
yan de hoedanigheid eenSaf-gods of
beelts.

Anderen leeren , met meerder
grond, een andere wijze van ziel ver-
w^enteling, en zeggen , dat de ver-
W\'entehng gewoonelijken de v/er-
kingen van dien geen volgt, die van
geftalte verwiffelt. Die by voorbeelt,
wreet en onmenfchelijk geweeft is,
wort hervormt in eenen tiger: die
een roover,in een wolf: diefchalk en
loos, in een vos: die zwaer-geeftig
en ftil, in een vifch : verraders , in
wolven : geilen, in verkens: gulzi-
gen, in honden : zachtni oedigen, in
fchapen : Koningen, in ohfanten, en
alzoo ook andere : zoo dat deze
zielverwenteling gefchiet, na mate
van deughden of ondeughden , in
dieren, die met die deughden en on-
deughden eenige over-een-kominge
hebben.

In zoo groten getale worden deze
herfcheppingen by hen ingevoert, en
zijn met zulke belachelijke en onge-
rijmde beuzeiingen doorwrocht, dat
Ovidiiis in zijn boek van de herfchep-
3ing niet zoo vreemts, en uitzinnigs
leeft , of zy fchryven het hunnen
erfchepten helden toe. Ja blijft
deze waengelovige ziel-verwente-
ling niet alleen onder de viervoe-
tige dieren, vogelen, viiTchenen on-
gedierten ; maer treet ook tot de ge-
waffen over : waer uit die verfoeie-
lijke boomziel verwenteling gefpro-
tenis: waer door zy zeggen, darde
zielen niet alleen uit het een dier in
hec ander ; maer ook uit dieren in
boomen verwentelen.

Tot een ftaeltje van dit belacchelijk
gevoelen, kan dienen, \'tgeen,volgcns
verhael van
Filips Marinus, zich des ^
jaers zeftien hondert twee en dertigh
in
Cochinchina zich heeft toegedragen.
Door een fterk onweer van wind en
regen, was een boom van eene yzelij-
ke hoogte en dikte ter neer gevelt: te
weten , hy was tachtig ellen hoog, en
zoo zvvaer,dat hondert man dien niet
van de plaets konden verroeren. Ee-
nige hielden hem voor eenen Satyr of
Bofch-god: andere vooreen grooten
Sinefen
Hopman, die voor hondert ja-
ren geftorven, en in dien boom her-
fcherpt was , en nu
Cochinchine den
oorlogh quam aenzeggen.

Wanneer niemant den boom derf-
de aen ftukken houwen , Beten zy
dien aldaer in weer en wint leggen,
met inbeelding dat gene elementen

den

-ocr page 753-

den zelven konden bederven, nochte :
door de dikte en herdigheid der
j
fchorfen dringen : die het kleet en
wapen-rufting van dezeaf-godwas,
tot befcherming van alle toevallen.

ïn lungking, volgens verhael van
den zelven
Marinus, koken deze af-
godiften dikwils in \'tjaer, ten platten
lande , meenighte van rijs in een
groote ketel, en brengen dezelve in
f:horelen en bakken, gemaekt van
zekere bladen van boomen, aen den
voet van ieder boom , tot een ge-
fchenk aen den perzoon, die in de-
zelve iierfchept is. Dit gefchied uit
meelijden over hun rampzalig lot, en
om de droefenis te doen blijkeii, die
zy hebben van hem zoo langen tijd
overeind en zonder eeten te zien :
defgelijx tot erkentenis voor het ge-
not derfchaduwe , tegen het fieken
der zonne onder den zelven.

Dan een hooger en geeftelijker
ziel-verhuizing is die, welke zy vor-
men ih het herte van den menfch,
die onophoudelijk waekt en het ver-
ftant gevangen neemt: het verftant
weer d\'andere maghten : zuix zy,
blonder ooit op re houden te werken,
onophoudelijk bezig zijn in de ver-
fcheidenheid der voor-werpen, die
zich aen haer vertoonen: der wijze,
zoo wanneer het verftant reden-ka-
velt, dathet geen is, welk leeft: wan-
neerde wil werkt , het leven van het
verftand in de wil over gaet: en is dan
het verftant dood, en de
wil leven-
dig : zoodanig dathet herte geboorte
neemt, en zijne gelijkheid ontfangt,
wanneer het begint te werken : en
che verheft en fterft aenftonts, wan-
neer het niet meer werkt. Zoo is het
ook met hetverffant, de wil en zin-
nen. Hierom zeggen zy, dat de ge-
dachten of innerlijke magt geeft het
zijn aen alle dingen, dat is te zeg-
gen, zoozy op haer werkt, zy ont-
ftaet aenftonts: het verftant met te
redenkavelen : d\'inbeeldingh met
in te beelden : defgelijks de andere
magten : behoudende deze beelden
en deze gedaenten of geftaken in de
maght.

Wijders, de Filofofen van Xekia
voegen een diergelijke w\'erking aen
alle de akten of werkingen van d\'in-
wendinge magten toe, \'tzy verftan-
delijke of begeerende, of inbeelden-
de : waer uit
zy beftuiten, dat deze
magten ophoudende te werken, haer
zinnelijkheid van diergelijke dingen
verliezen, en ophouden te zijn, dat
is gezeit, dat deze beelden en deze
gedaenten, gemaekt van de magten
volkomentiijk
te niet gaen: en in
dier wij
ze, dat het een kan zij n, dat
geen, welk zy wil, wanneer het haer
behaegt, zonder zy evenwel kan
volkomentiijk vormeeren de ge-
daenten van het geen , dat zy be-
geert.

Zy onderfcheiden in verfcheide
trappen, en in verfcheide verblijf-
plaetfen de bedieningen, die den
ftaet van den menfch betreffen ,en ge-
woonelijke voorwerpen van f ijne be-
zigheden zijn. Daer zijn\'er, volgens
hen, zes, die den ftaet van wereld-,
lijken betreten , en gevangkeniflèn
of hellen by hen genoemt worden :
en vier andere,die zy paradijfen noe-
men , en den
Bonzien toegefchikt
zijn : ter oorzake deze, zoo zy zeg-
gen,in de wereld leven, als ofzy daer
niet in waeren, in afzondering van
alle gevoelijke, ydele en uitterlijke
dingen. Volgens deze Leere moet
nootwendigh de ftaet van eenen ar-
men wereldlijken wel befchreielijk
zijn: en des te meer, aengezien daer
niet minder vyanden te beftrijden
zijn, alshy vervolght word van ver-
fcheiden gedachten, genegentheden
en hertstochten, die hem geduurig-
lijk den oorlogh aendoen : zulx hy
gehouden is te blijven gelijk op een
rat, welk altijts omdrait, en in een
geduurige beweginge is.

En zoo dit rat ftil ftaet,het is nooit
dan aen een van deze zes hellen:
alzoo is de plaets, daer zijn ramp-
zahgh lot hem aenbrenght, de hel,
daer hy ruft, en de vorm van diege-
nen aenneemt, diehy
daer ontmoet:
en van waer hy vervolgens d\'andere
hellen door - loopt: ter tijd toe de
dood eindelijk dezenloop eindight,
enhy door dit middel kan herboren
worden, om geregelder te leven, als
te vooren. Zoo
P

lat die, na het ge-

en

voe

-ocr page 754-

meriiig van geeil:, licliameÜjke ftraf-
fe en dood.

Deze helle word gevolgt van eene
andere , die zy den verhongerden
duivel noemen: daer de geen , dien
de eilenden van dit leven zwaer-
geeftigh, en quaet van mborft ma-
ken, zijne geboorte neemt. Aen de
derde helle geven zy den naem van
beeft, daer luiaerts en onwetenden
gebooren worden , die genen geeft
hebben om hetzwart van\'t wit t\'on-
derfcheiden, nochte het waerachtig
van het valfch: maer volgen blinde-
linx, gelijk beeften, \'t geen de zinnen
en reden hen inblaeft.

De vierde helle wort de getergde
duivel genoemt : in de v»^elke , die
ter werelt komt, zijn verblijf gaet
nemen: zoo hy niet kan overwinnen
zijn gramfchap: maer zich laet ver-
voeren tot fcheiden en lafterlijke
woorden te fpreken en geweldige en
vyantlijke daden te doen.

De vijfde is by hen bekentonder
den naem van menfch. Die daer in
geboren wort, is geheel menfchelijk,
heufch, dienftplegend, en zeer ftips
in het onderhouden van Politijken
of burgerlijke wetten.

De zefte is genaemt de hemelfche
helle: daer geene andere, dan Prin-
fen, voorwending op kunnen ma-
ken. Zy worden dan in deze hellen
gebooren,wanneer zy de zoetheid en
vermaek des levens, onder de Mu-
zijk en andere tijdkortingen, genie-
ten:maer\'dit alleen maekt den top van
hunne gelukzaligheid nier, ter oorza-
ke zy noch uit defe heUe niet geraekt
zijn, en na die van de
Bönnien ftae-n.

De Bonzien,diQ met hun vier hellen
het Paradijs van
EpikuurVQit.oontn,
ftaen vier trappen in de zelve toe, die
vertoont worden door zoo veel ver-
fcheide foorten van Fftofofen dezer
zekte. De eerfte is van de genen, die
beginnen,en zigblindelinx laten voe-
ren tot de leere van
niet of geen , die
men hen iii blaeft: waer uit alle dinge

keert, gebooren, om te gaen, daer baren oorfprong trekken, en daer toe
zijnrampzahg lot hem henen voert: weer gebragt worden.
Deze hebben
en lijd aldaer achterlei pijningen, als
j een afgezonderde plaetfe in den tem-
daer zijn, leven , ouderdom, ziek-1 pel, en bewaren
aldaer hunnen rang
ten, armoede , onheilen , bekom- | boven\'touter, in\'t gezicht van A\'iri-/^-

De

voelen van deze dwael-geeften, zich
reeds gevoelt bevrijt van gedachte-
niften, daer hy te voore mede opge-
hoopt was: van hertstochten, die hem
den oorlog aendeden,en van begeerte,
die hem onophoudelijk vervolgden,
tot eene opfchorting vaii de kragt der
ziele, gelijk als of hy opgetogen en
verrukt was , gekomen is tot den
hoogften trap van volmaektheid de-
zes levens, met verzekering van ee-
ne beloning, na mate van zijne ver-
dienfte, die hem tot een beeld inwij-
den en onder de Goden ftellen, waer-
dig, om onder dien naem aengebeden
te worden.

Door al deze bedriegeryen mis-
leiden zy het volk, en doen het ge-
loven , zoo veel zy kunnen , dat
hunne beelden het leven genieten, en
onfterffelijkzijn.

Waerom, fchoon dusdanige beel-
den niet fchijnen te zien noch horen,
en
geene bediening van iet anders te
verrichten hebben, (alzo zy gemaekt
zijn van ftoftèlijke dingen,) zoo ho-
ren zy nochtans , gelijk zy zeggen,
en zien op hunne wijze : ja eeten
na hun behoefte, en behouden zich
door dit middel in goeden ftaet : te
weten , de Godheid is in dezelve,
gelijk door eene verrukking, inge-
ftorpt. En in dezer wijze verde-
digen deze Filofofen het leven der
beelden tegen de genen, die het te-
gen ftre ven.

De eerfte dezer zes hellen, gelijk
deze Filofofen die aen den volke ver-
klaren , behelft drie plaetfen , daer
men zeer veel te lijdèii heeft, en aen
dewelke fy den naem van twee herts-
tochten geven : gramfchap en be-
geerte, met onwetenheid, die eigent-
lijk drie razernijen van deze hellen
zijn.

Maer wanneer de menfch in de
helle van deze wereld gebooren
word, zoo word hy , volgens hun
zeggen, uit den buik van zijne moe-
der , met den hoofde neerwaerds ge-

-ocr page 755-

inen te hebben. Deze leggen zich
geheeilijk op de betrachting en reden-
kaveling , en hebben niet tot voor-,
werp van hunne befpiegeling ,dan de ven, dat God een algcmeine ziele is,
betrachting der twalef oorfprongen, uitgebrcit in alle fterren. Door dclc-
of trappen, die de menfch in zijne gc- j- > - 1-
boorte door-ioopt, eer hy fterft.

Dc derde foort zijn die geenen, die
hunne koers der Fiiofofie afgeleit heb-
ben , en daer in uitgeleert gewor-
den zijn.Deze,na hunne oefeningen
daer in ge-eindigt tc hebben, leggen
zich nergens meer op, dan op de
werken van liefde, en die het nut cn
voordeel des
naeften betreffen. In
zonderheid zijn hier onder , die
reeds eenigen voortgang onder de
Bon-zien gedaen hebben, dacr van zy
groote ondcrwijzinge bekomen , tot
hun byzonder levens bcftier, en ver-
krijgen van deugden , noodig tot
de wijze van leven, die zy omhclft
hebben. Deze hebben daer ook hun-
ne plaetfe, cn zitten aen de hnke zij-
de , meteen kleine kroone of kran-
fe, of eenig ander teken in de han-
den,gelijk tot een zin-ftacl of zin rijk
teken van hunne godvruchtigheid.

De vierde foort word genoemt/^,
dat \'s gezeit goden-beeld.

Deze zijn volkomen gehcldcrt, en
geheel en al den
eerften beginne van
met gdïjk.

Deze handelen niet meer uitterlijk,
en hebben geen zinnen meer , noch
om te zien , noch om te verftaen,
noch gcdachteniffcn over de dingen
dezer
wereld: dat is tc zeggen : zy
zijn in het Paradijs, daer zy een va-
fte ruft genieten en volmaekte vre-
de , in dc vcrecniginge van
niet: en
hervormt in deze dunne en Uchte
lucht, die hen alleen bekent is, met
uitfluiting van andere,gelijk een voor-
wierp van geloof,en die dc zinnen niet
kunnen begrijpen : ter oorzake zy
niet meer omringt zijn ,
dan met dit
lichaem van een zeer dunne lucht:
daer van fy by hun leven niets konden
bemerken, eer zy hervormt waren.

De menfch, zoo eenigen der aen-
hangers gevoelen, heeft twee zielen:

De tweede foort is van diegenen, {d\'eene word genoemt d\'opperfte en
die
meer gevordert zijn, en in ftaet | uitftekenfte : d\'andere de ievendig-
van een graet in de Fiiofofie beko- makende.

Door d\' opperfte verftaen zy het
verftant , en geiooven , gelijk by

ouds Pythagoras en de Stokifien dre-

vendigmakendc ziele , verftaen zy
de byzondere ziele van ieder byzon-
der fchepfel, die nooit kan werken,
dan in degenen, die zy bevormt en
daer zy beftelt is.

Anderen willen, dat de ziele een
zeker gefternte zy , welk beftaet in
zich zelf: die niet gemeens heeft
met die van God: on afhangehjk en
ongefchapen, gelijk God.

Dacr zijner , die drijven dat God
in den aenvang der wereld alle zie-\'
len gefchapen hebbe , cn niet een
ziele meer van nieuws ontftaet:
maer dat zy alleenlijk vanher een li-
chacm inhet ander overgaen. Ande- v
ren houden ftaende, dar God ende
zielen van alle eeuwigheid zijn, en
het lichacm deze bant is , die haer
on - affcheidelijk acn Godt veree-
nigt.

Wijders , die loochenen , dat de
wereit niet eeuwig is , bewijzen op
een andere maniere de verhuizing
der zielen , met te zeggen, dat dc
verfcheiden ftaet der menfchen van
deze wereit, niet kan ontftaen, dan
van goede of quade w\'erken van
eenen iegelijk, voor d\'eerfte ziel-ver-
huizing. De gront-redcn van al dit,
cn die de grootfte indruk op hunne
zinnen geeft, beftaet hierin : dewijl
zy gelo ven, dat de ziel inhet lichacm
is , gelijk een menfch in zijn huis,
cn een vogel in zijn kou : cn de zie-
len niet van verfcheide natuure zijn,
maer alle van een zelve geftalte.
Waer uit zy beftuiten , gelijk een
menfch kan gaen van het een huis in
het ander, zoo kan ook dc ziel van
het een lichaem in het ander over-
gaen: cn kunnen ook dczielen, aen-
gezien zy van een zeiven aert zijn,
haere bedieningen doen , in wat li-
chaem het zy , dat zy bevormen.
Ja zijn eenige volken
ïn Indiën, inzon-
derheid de Bramins of Brach mans,

zoo-

-ocr page 756-

zoodanig mee dit gevoelen ingeno-
men, datzy zich, ook in den tijd van
de grootfte hirte , onder het llapen
met een kleet van den hoofde tot de
voeten bedekken, uit vreze dat on-

het een of ander klein ongedierte,
Waer in iemant zou verandert zijn, in
den zelve mogt kruipen,en zy hier
door hunnen adeldom en rang, dien
zy in de werelt hebben , komen te
verliezen : om welken tc behouden
zy bpven mate zorgvuldig zijn. Dus
verre
Marinus.

D\'Oprechtcrs dezer Leere , zoo
Trigaut getuigt, fchijnen in eenige
punten onze Europifche Filofofen te
volgen : want zy fteilen mede vier
Elementen of Hooftftoftèn, gelijk die
van d\'eerfte Sekte vijf : maken met
Demokritus en andere veel werelden :
maer fchijnen allermeeft de Leere
van de verhuizing der ziele van het
een lichaem in het ander uit de Leere
van
Pythagoras ingezogen te hebben,
met verfcheide andere verdichtfe-
len by deze Leere te doen, totblan-
ketfel der valfcheid.

Dan het fchijnt zy niet alleen de-
zc dingen uit onze Filofofen ; maer
ook een fchaduwe uit het licht des
Euangcliums gekregen hebben. Want
deze Leere voert een zekere wijze
van drievuldigheid in ; waer door

groeien.

Zy hebben kennis , zeit dezelve
Trigaut op een andere plaetfe, van
het Euangeli: wantin het Landfchap

van PfW is onder veel andere beel- ....................

den , die zy aldaer hebben, zekere lijk voor oogen ftelden. Maer ge-
hecltenis van eenen man , met drie | hjk terecht de Geletterde Sinefen of
hoofden,die elkandre aenzien. Wclk die van d\'eerfte Sekte van dien tijd

bediet, zoo de Sinefen zeggen, dat al
deze drie hoofden niet meer, dan een
begeerteen wil hebben.

Den vromen bereit deze Leere in
den hemel beloningen ; maer den on-
vromen , in de helle , ftraffen. Zy
prijft zoodanig den oncchten ftaer,
dat zy den echten fchijnt te verwer-
pen. 0\'aenhangers verlaten huis, hof
en vriendcn,en trekken na verfcheide
plaetfen buiten \'s lands ten bedel.

De heidenfche kerkelijke gebrul- rng^^^\'
kelijkheden dezer Sekte hebben gro-
te gemeinfchap met die van de
Roomfche Leere: vvant dc getyen,
die zy al zingende opzeggen, gaen

ftcilcnzeinhun Pagoden beelden ten
toone.

Onder het opzeggen cn zingen
der getyen wort t\'elkens zeker woort
hcrhaelt, wclk zy zelfs niet weten,
wat het bediet: cn luit dit
Tdome, als
of zy met een gebroken naem
Tho-
mas
wilden zeggen. Het fchijnt zy
miffchien hun Sekte met het gezag
van dezen Apoftel hebben willen ver-
heerlijken.

Zy ftellen geene plaetfe van belo-
ningen of ftraffe in hemel of op aerde:
gemerkt zy in gene van beide dc zie-
len eeuwig plaetfen : maer willen dat
de zelve na verloop van etlijke jaren
in een der werelden, die zy in groten
getale ftellen, op nieu herboren wor-
den : verlenen ook aen dezelve ver-
giffenis der bedreven boosheden, zoo
zy haer gebetert hebben.

Zy verbieden vleefch en ander le-
vend t\'eeten,na de wijze van
Py thago-
ras:
maer weinigkomen zy dit verbot
na, cn ontflaen lichtelijk van dezc en
diergelijke zonden d\'overtreders,zoo
zy flechts iet willen geven- Ja belo-
ven met het opzeggen hunner ge-

•«■xT«^- -t l\' ____ -it â€¢ 1__Jü>r

In den aenvang wierd deze Sekte
met groot gejuig ingevoert: hierom

voornamelijk, wijl d\'aenhangersd\'on-

fterffelijkheid der ziele en de belo-
ningen van een ander leven klaer-

aenmcrkcn: Hoe nader deze Sekte,
voor dandere , aen de
waerfchijnelijk-
heid komt, hoe zy door harehedriege-
ryen fchandelijkerfmet, zonder bemer-
king, verjpreit heeft.

Dan geen ding heeft het gezag de-
zer zektc meer verzwakt, als \'t geen
dc Geletterden den aenhangers dik-
wils door de neus w^rijven en verwij-
ten : te weten, dat dc Keizer en Vo^
ften,die allereerft deze Leere omhelft

heb\'

der het llapen, met den mont open, j heel en al op zijn Gregoriaens. Ook

bcuzclachtiger-wijze drie Goden in tycn,aldic zy willen ,uit de pijne der
eene. Godheid vereenigen en zamen- helle te kunnen verloffen.

-ocr page 757-

liebben, door een onnatuurlijke dood
ellendig quamen te fneuvelen, en al-
les ren vai begon te neigen:ja in plaets
van voorfpoet , dien d\'aenbangers
rijkelijk belooven, velerlei tegen-
fpoet en ellenden in den landeont-
ftotiden. Velerlei rampen heeft deze
Sekte Van den beginne af tot aen de-
zen tijdt uitgeflaen : met nu toe, en
dan weer af te nemen ; hoewel zy
altijts met boeken vermeerdert is:
\'tzy die Verfch uit den Wefte over-
quamen , qf , \'tgeen waerfchijnelij-
ker is , in het Rijk van
Sïna zelf ge-
fmeedt wierden.

Door dit voetfel is de brant dezer
Sekte altijrS voortgeflagen en heeft
nooit kunnen uitgeblufcht worden.
Maer uit de velerleiheit der boeken
zelfs zijn allengs in deze Leere zoo
groote vetwerringen ontftaen, dat
zelfs de Leeraers niet magtig zijn die
t\'ontwerren.

Wijders, de groote meenigte der
kerken . Pagoden ,nochheden in we-
zen, en gebouwt voor het meerendeel
met grooten pracht, zijn kentekenen
van d\'aeloudheid der Sekte.

In deze zietmen yzelijke wan-
fchepfelen van afgoden-beelden: fom-
mige van kooper en marmer, andere
van hout en pleifter gemaekt. Neven
de kerken ftaen torens opgerecht, Pi-
ramidifch-gewijze gebout, met zeven
of negen tranfen van gehouwen of ge-
bakken fteen, voorzien met grote ko-
pere klokken en andere koftelijke cie-
raedjen.

Ongeloofelijk is, ■woXgtns Trigaut,
zoo groot een meenigte van beelden,
als in
Sina geften worden,niet alleen in
de Pagoden of kerken, daer inby wij-
le eenige duizenden ten tone ftaen;
maer ook fchier in ieder byzonder
huis, op een plaetfe, daer toe veror-
dent: ook op de merkt, in ftraten,fche-
pen en in \'s Lands gemene paleifen.
Evenwel is zeker en gewis dat zeer
weinigen geloof aen deze vervaerlij-
ke verdichtfeien der beelden geven;
maer zijn alleen in dit gevoelen, dat
fchoon zy niet goets uit dien uiiterlij-
i^en beelden dienft ontfangen, even-
wel hen daer uit ook geen quaet kan
overkomen. Dusverre rrig^«/.

Zeer berucht en vermaert onder
andere isby de Sinefen een beeld of
afgodin
Quonin, die in de gedaente
van een vrouw, naer uitwijzinge van
de albeeldinge aen d\'ander zijde,
vertoont wort V met twee jkinderen,
aen ieder zijde een nevens haer. Een
heeft gemeenelijk in beidé handen
gevat een water - kruik : de ander
ftaet ledig met d\'handen zamen ge-
vouwen. Men zeit deze
Quonin het
gebiet en befcherm over huis-houdin-
gen ,vek-gewairen en water heeft:
waerom haergrptekracht toegefchre-
ven wort: en heeft een iegelijk, het
zy rijk of arm, die in \'t beft van zijn
huis te prijk ftaen , en bewijft haer
groote eere. Ook brant voor dezelve
nacht en dach een lampe. In eenige
tempels ftaet dit beek tot de hoogte
van drie en zeventigh elleboogenop
gerecht. .

Ook hebben de meeften in hun-
Ine ftaep -plaetfe te prijk ftaen , de
twee andere beelden in de zelve af-
I beeldingc : d\'een met een kintje op
\'fchoot : en d\'andere met een in deu
hant.

Ook deze worden met groten aen-
dacht geëert en aengebeden , hoe-
wel minder , dan d\'Afgodin
Quo-
nin.

D\'afgoden - beelden hebben ach-
ter een vierkant gat met een fchuif-
je of fneetje , daer de gemeente het
ofTcr-gekinfteekt.

Noch hebben de Sinefen een an-
deren afgod of beek, welk zy/^f^ï-
quam noemen.

Hy wort gezeit over de menfchen
het gebiet te hebben , en ftaet ge-
plaetft in zommige tempelen op d\'al-
taren.

Zy beelden hem zittende af, in
de gedaente fchier van een krijgs-
helt , met een derde oog
in \'t voor-
hooft : een knikker of klootje tuf-
fchen de duim en eerfte
vinger van
de rechte hand : en een potje voor
de borft.

Gemeenelijk ftaen neftèns Hoaquam
twee vervaerlijke en leclijke duivels-
beelden, beide met opgefperden bek,
aen ieder zijde een : d\'een heeft twee
hoorns op de kruin des hoofts ftaen,
Q^ ooren

-ocr page 758-

ooren en liair als een verken : met de
handen gebonden en zamen gevou-
wen , quanfuis als om hem aen te bid-
den : wantzy beide worden gezeit de
dienaers van
Hoaquam tezijn : d\'an-
der, die geen hoorens op het hooft
heeft; maer dat achter fpits en krom
omgebogen, houd in de rechte hand
een piek of lancie, met eenen flang
boven aen omgeflingert.

Boven aen de hnke zijde van Hoa-
quam word een draek vertoont, die
uit de wolken komt verfchieten.

Alle duivelfcheof leelijkegedaen-
ten ftaen voor in den ingang van den
tempel , of achter d\'andere beel-
den.

Een anderen afgod , Vitek gehe-
ten , en by anderen
Ninifo , die ge-
zeit word een zeer wijs man geweeft
te zijn , eeren de Sinefen met zon-
derhnge eerbiedigheid en kniebuigin-
gen , tot zelfs de grootfte Manda-
rijns toe , en fteilen deftèlfs beelte-
nis op d\'altaren in de kerken, met
brandende lampen en reukvaten, ten
toone.

Het geheel beeltenis is een mis-
maekt wanfchepfel, in
maniere , ak
de prent vertoont, met het voorlijf
meeft open: is
zeer groot en dik van
hooft, met grote borften en een vet-
ten neerhangenden buik. Het heelt
in de linke hant een rozen-krans, en
in d
\'ooren zeer groote yzere ringen,
tot
oorhangers : waer van men zeit
het
gebruik der zeiver allereerft in
gekomen zy.

Andere beelden worden zitten-
de vertoont, met de beenen kruis-
lings onder het lijf geflagen, na d\'Oo-
fterfche wijze.

Eenige peuteren met een oor-le-
peltje in
d\'ooren, daer een zonder-
linge geheimenis fchijnt onder te
fchuilen.

Anderen fchrapen en krauwen met
een fchraper of zeker werktuig, in

vorm

-ocr page 759-
-ocr page 760-

vorm van een ros-kam, de fchoude-:
ren en hals. Al welke by de Sinefen |
voor groote heiligen, inzonderheid!
byhet graeu , aengebeden, en met
reuk-werken , fpijze en andere ge-
fchenken ten offer
vereert wor-
den.

De Priefters dezer Sekte worden
Ociams of Hoxons genoemt, die, te-
gen \'s Lands gebruik , hun hair en
baert geduurig af-fcheren : gaen ge-
kleet , gelijk d\'andere , en hebben
geen onderfcheit, dan in de bonet.
Zy zwerven , gelijk gezeit is , ten
deel op den bedelzak buiten\'s Lands:
andere leiden een zeer ftreng le-
ven opbergen, in klippen enfpelon-
ken, als kluizenaers. Andere doen
boete in \'t byzonder. Andere ma-
ken in
\'t openhaer zeer enge ka-
mers van planken, om en om be-
ftagen met fpijkers , metjiet fcherp
naer binnen : daer zy zich in doen
fluiten , geduurende een maent,
ftaende zonder fteunfel. Andere
doen belofte van geen vleefch t\'ee-
ten ; maer alleenlijk Cha of Thee te
drinken. Wel is waer, zy balletjes van
koeie vleefch, wel gekookt en in de
zon gedroogt, in de
Thee fmijten,
eerzy die drinken. Menvintande-
re van deze Sekte , die onder geen
kloofter zijn, en worden ook daer
in niet ontfangen in hoedanigheid
van gaften , dan ftechts voor ee-
nen dag. Deze zijn landloopers, bal-
lingen en rovers. Dan het grootfte Trigmu
gedeelte hunner , ten getale van
twee of drie miljoenen , leven in
de kloofters der kerken, en worden
onderhouden van d\'inkomii^n , al
van ouds door de Keizeren gegeven,
en van d\'arm-giften ; \'hoewel zy ook
hun beft doen, om zich met het een
of ander t\'erneren. Zy verwerpen,
7.00Semedo getuigt, geheel en alhet
trouwen , en leven in kloofters by
zes en vijf hondert en meer te za-
men. Zy leiden, voegt hy daer by,
een zeer ftreng leven : eeten geen
vleefch, vifch noch
eyren, en drin-
ken gen enwijn.

[QJ 2 Deze

-ocr page 761-

en hebben byzondere plechtehjkhe
dén en gebeden, tegen brand,onweer
algemeine ellendeen dood. ïndeze
bedieningen dienen zy zich van dier-
gelijke cieraedjen, als de Roomfch-
gezinde Priefters : te weten, vaneen
kappe en wy-quispel. Deze Prie-
fters zijn én worden ook gehouden
voor de flechtfte luiden,te gelijk voor
het fchuim en uitfchot des ganfchen
Rijks : naerdien zy alle uit het ge-
ringfte graeu hun herkomen hebben :
want van jongs af verkocht aen d\'ou-
de
Ofciams voor knechten,worden zy
van knechten, leerlingen en volgen
den leermeefters in ampt en dienft:
een vond by hen bedacht, om zich
zelfs door dk middel te vermeerde-
ren en voort te planten : want nau
lix wort iemant gevonden, die uit ei-
gen vrye wil , met voornemen van
heihger te leven , zich in het gezel-
fchap van deze zeer vuile kloofter-
luiden wil begeven. Door onweten-
heid en quade opvoeding ontaerden
ook de leerHngen zelden van hun
Leermeefters ; maer worden hen
zeer gelijk, en, gelijk de natuur tot
quaet geneigt is, van tijt tot tijt erger.
Derhalve nemen zy zelfs gene zedi-
ge manieren aen , nochte raken tot
geleertheit of kennis van letteren;
\'t en zy by geval, eenige , hoew^el
zeer weinig, die, van natuur geneigt
tot de letteren, iets door eigen naer-
ftigheid bekomen.

Niet-tegen-ftaende zy gene vrou-
wen hebben,zoo zijn evenwel tothet
vrouweren derwijze geneigt, dat zy
niet, dan door de zwaerfte ftraffen
van het verkeeren met licht vrouvolk
af te houden zijn. Te weten, die zich
in dit ftuk vergrijpen , en den kap
over den tuin hangen, worden, daer
op betrapt zijnde, met een gloeiend
yzer door het hals of fteutel-been ge-
boort: waer aen door het gat een yze-
re keten van acht of tien vadem lang,
met zware fchakels geklonken word.
Met deze ketenen moet d\'overtre-
der , tot een ieders fpot en fchimp,
zoolang op ftraet met blootenlijve
gaen flepen , tot dat hy tien teil zil-
vers , ten voordeel van zijn kloofter,
ftaet hem niet vry zijne handen,
tot verlichtingh , aen de keten te
flaen ; maer is gehouden die los ach-
ter aen te laten flepen, en al dien laft
op het doorgeboorde fleutel-been
aenkomen. Tot het uitvoeren der
ftraftè, na behoren, gaet een zijner
mede-broederen neven hem, die met
zweep-ftagenzijn blote huit tot bloe-
dens toe geefelt .Ook prangt en knelt
de keten door de zwaerte hem. der
wijze, dat bywijle het zilte water en
bloet tappehngs ten wonde uitloopt.

j

Andere worden eenige dagen,zon-
der eeten of drinken , in een klein
huisje, gelijk een zoldaten fchilder-
huisje, gezet, van binnen om en om
met lange fcherpe fpijkers beflagen :
daer in d\'overtreder altijts over eind
moet ftaen, en noit leggen kan.

DeKloofters der Ojciams, zijn in
verfcheide perken of beftekken afge-
deelt, na de groote van ieder. Elk
beftek heeft eenen geduurigen be-
diener of bewint-hebber:
Wien zij-
ne leerlingen, die hy zich tot knech-
ten gekocht heeft, zoo veel hy wil
of kan voeden, by erf-recht in het
ampt volgen.

Zy erkennen in deze Kloofters ge-
nen overfte of hooger. Een iegelijk
recht in zijn toegevoegt perk, zoo
veel ceUen op als hy kan: w^elk door
het ganfch Rijk wel in gebruik is;
maer evenwel allermeeft in de hof-
ftad
Peking. Deze cellen verhuuren
zy daerna, tot hun
groot gewin, aen
vreemdehngen, die komen om hun-
ne dingen te verrichten. Waer over
deze Kloofters veel meer openbare
herbergen fchijnen tezijn: en word
niet minder dan de dienft der beel-
den, in de zelve ga geflagen, of deze
fchandelijke leere verklaert.

Hoe gering en veracht de ftaet
van dezer Kloofters-luiden is, zoo
worden zy evenwel van veelen, om
eenig klein gewins halve, tot d\'uit-
vaerten en eenige andere gebrui-
kelijkheden geroepen : waer door
wilde viervoetige dieren,
vogelen,
of land, of water - dieren vry gela-
ten worden. Eenige der yverighfte
aenhangers deezer leere koopen

deze

124 Befchryvwg des Keizerrijks

Dezebidden aelmoeffen, zingen, gebedeit heeft. ïn het voortflepen

-ocr page 762-

deze dieren levendig , om die daer
na in de lucht, op\'tvelt, of in\'t wa-
ter vry en los te laten , met inbeel-
ding van hier door groote verdien-
ften te doen.

Wijders, in deze eeuwe heeft de-
ze leere niet weinig weer begonnen
te herleeven : en zijn voor de zelve
veele tempelen herfielt of opge-
recht.

Schier alle d\'aenhangers zijn gelub-
den, vrouwen of het domme graeu.
Maer boven alle , zijn \'er eenigen, |
die zich voor de y verigfte onderhou- ;
ders dezer lere uitgeven, en
Ctakum \\
genaemt worden, dar\'^s vaftenaers : j
want zy onthouden zich binnen |
\'shuis , lum ganfch leven lang, van |
vleefch en vifch t\'eeten , en dienen
daer vieriglijk, met oHèrhande en ge
beden, eenen floet van beelden. Ook
worden zy by andere in de huizen
geroepen, om gebeden op te zeggen.
Zelf de vrouwen , van de mannen
afgezondert,onderhouden deze wij-
ze van kloofler-leven : zy fcheeren
ook den kruin des hairs af, en ver-
werpen het trouwen. De Sinefen
noemen haer Nkuyïoo veel als Bagij-
nen. Maer deze woonen niet veel te
gelijk by malkandere, en, by de man-
nen te gelijken, zijn veel weiniger
in getale. Dus verte
Trigaut.

De Kloofters, volgens Semedo, zijn |
zeer ruim : d\' omtrek der muuren,
die dezelve omringen, gelijkt eigent-
lijk na eene ftad, verdeilt in rechte
ftraten , perken , en bevolkte hui-
zen. In ieder der welke hebben twee
of drie hun verblijf: te weten, een
meefter met zijn fchoheren: dien ge-
noechzaem van alles verzorgt word:
en word ook door alle de huizen ge-
lijke verdeiling gedaen van al\'tgeen
de Keizer geeft.
 i

D\' overfte des Kloofters , die het!
algemein gezagh over alles heeft,
neemt geene kennifTe dan van by-
zondere zaken, die hem voorge-
ftelt worden : wat de reft belangt, hy
laet aen eenen iegelijk de beftieringe
van zijn huis.

Des niet te min , vergeeft hy de
ampten , en noemt de genen , die
de vreemdelingen moeten ontfan-
ge;n. Wie het
ook zy, die hunne Kloo-
fters komt bezoeken,
zoo drahy op
een trommel ilaet, die aen de poorte
is, zijn zy gehouden
voor hem te
gaen ten getale van dertig , met hun
gewaet van püchtelijklieden
aen .
Deze doen hem een hertgrondelijke
groetenis , daer na gaen zy te voet
voor hem, en verzelfchappen hem
ter plaetfe,
daer hy wil gaen, en •
doen het zeiffte op zijne wederkom-
fte. Zy ftaen onder gebiet van den
raed der gewoonte of herkomen, die
hen beftiert; maer by doen van ftraf-
fe , wanneer zy het verdient hebben,
handelt dees hen veel zachter, dan
de wereldlijken.

De leerhngen of aenhangers, die semdh.
noch heden in groten getale fijn,leven
te zamen, trouwen noit, laeten \'thair
der baert,en op h et hooft lang walTen,
endragen gemene klederen, die niet
verfchillen van d\'andere : behalve in
eenig ding, terwijle zy in bedieninge
zijn. In plaets van een bonet dragen
zy een kleine krone of krans , die
nictbedekt, dan de knoop of tuit van
hun hair. Zy ftellen het laefte of
hoogfte goet van den menfch in de
goederen des lichaems , in de bezit-
ting van een zoet en zacht leven, bui-
ten arbeit en kommer.

Zy erkennen twee Godheden,d\'ee-
ne groter, dan d\'andere; hoewel alle
beide lichamelijk. Zy ftaen een para-
dijs en helle toe. Het paradijs , welk
volgens hun zeggen , vaft is aen de
geneuchten des lichaems, is niet al-
leen voor een ander leven, maer ook
voor dit op d\'aerde : en beftaet hier
in , dat zy door middel van zekere
oefeningen en betrachtingen , zom-
mige jonge kinderen kunnen wor-
den : andere zich
Xinfien maken,dat\'s
gtTQii, gelukzalige op d\'aerde: te be-
zitten \'tgeé^n zy willen, gez wint en ^
vaerdig van d
\'eene plaets na d\'andere
overfteken, fchoon zeer verre afge-
legen , zich laten vinden op maeltij-
den en diergelijke dingen.

Zy hebben een muzijk en fraeie
fpeeltuigen: waerom zy op lijk ftaet-
ften en openbare plechtelijkheden
ontboden worden, en ftaen den Kei-
zer en Mandarijns in ofTerhande ten
Q^ 3 dien-

-ocr page 763-

dienfte. Zy geven zich voor waer-
zeggers uit, en beiooven regen te
kunnen geven, en duivels uit be-
fmetteplaetfen te verdrijven.

Wonder zijn al de Sinefen, hoe-
wel inzonderheid d\' aenhangers de-
zer tweede Sekte, tot wangeloof ge-
neigt, inzonderheid van wichelarije,
voorfpelling en voorweting van aen-
ftaende dingen.

Des Keizers Wis konftenaers,vol-
gens iS\'mf^/ó?, ftij ven niet weinig dit
waengeloof : aengezien zy uit de
kleure des hemels, uit onweer, uit
donder buiten tijds, uit de gezichten

twee en twintig gedaenten afmalen,
en uit zeftien verfcheide verfchy-
ningen der zonne, de voorbediedin
gen trekken, om hem des te verwit-
tigen. Inzonderheid bemoeien zy
zich met oorlog of vrede den rijke te
voore te fpellen: ook ziekte, dood,
verandermg, beroerten, en dierge-
lijke uitkomften.

Ten dien einde, maken zy een Al-
manak van ieder jaer, welk verdeild
word in manen: de manen weer in
dagen : de dagen in gelukkige en on-
gelukkige uren, \'t zy om iet te onder-
nemen of te laten fteken: als zich op
weg te begeven, of een reize te doen,
uit den huize te gaen, trouwen, do-
den begraven, een huis te bouwen,
en diergelijke dingen. Weshalve de
Sinefen zich zoo ftips aen deze aen-
tekeningen houden in alhunne
din-
«en

voorzetten

Marti».

Hiflor.

Simc.

len, om daer niet tegen te doen.

Dies zo d\'Almanak gebietheteen
of ander, op zulken dag te doen,
fchoon al d\'elementen daer tegen
waren, zy zullen het nooit iaten fte-
ken, noch verlaten, om noch zó veel.

Des Keizers wift-kunftenaers of
fterre-kijkers, volgens een over-oud

ftraft, zoozy, door nalatigheid, de
verduifternis van zon of mane niet
voorzeggen, of by ongeval inhet
voorzeggen eenige dwalingen be-
gaen : want de Sinefen houden het
voordood zonde, de mane of zon-
ne , wanneer die verduiftert, uit
vreeze die door eenen hond of drack
mogt opgegeten worden , met plech-
telijke ottet handen,infonderheit met

groot geraes en geluit, by tijds genen
byftant gedaen te hebben: waer over,
na de Keizer door luiden, in den loop
des hemels ervaren, van d\'aenftaen-
de verduiftering verwittigt is, aen-
ftonts door loopers al de fteden des
Rijks van deifelfs dag en ure gewaer-
fchouwt worden. Ten welken tijde

der zonne, die zy ten getale van en kopere bekkens afwenden.

d\'overheden en burgers overal die
uure zorgvuidelijk verwachten, en
het gevaer , aen een van beide be-
fchoren, methet ftaen op trommelen

Men heeft\'er Pagoden of Kerken ,
die op wagens voortgeroltVvorden:
waer op de vrouwen malkanderen
Almanakken uitdeilen, in welk haer
duidelijk een les word voor gefchre-
ven, hoe zy zwanger zullen wor-
den.

Zoo Trigaut getuight, heeft zich
geen waengeloovige zeden zoo wijd
en zijd door \'t geheel Rijk verfpreit,
alsdiein het aenmerken van geluk-
kige, en ongelukkige dagen en uure
doende is; zulx de Sinefen in al hun
doen den tijd, als eenbaek en recht-
fnoer, voor oogen houden.
Te dien
einde worden alle jaers tweederlei
tafelen van Almanakken
gedrukt,
die van \'s Keizers fterre-kijkers door
\'s Rijks bevel gefchreven zijn : waer
door dees bedriegerij
e zoo groot een

gevoelen van waerheid krijgt. Met
d^zy die geheel en al daerna zoo groot een
meenigte worden de-
uitfchuiven en verwij- ze Almanakken verkocht, dat alle

huizen daer vol van zijn. In de zelve
ftaet van dag tor dag gefchreven, wat
men doen of laten, of tot wat
uure
en tijd men ieder zake der genen ,
die binnen\'s jaers kunnen voor ko-
men, opfchorten moet.

Behalve deze boekjes,zijn\'er noch
andere verborgender boeken en be-

gebruik, worden aen den halze ge- driegelijker meefters , die nergens

anders mee gewin doen, en zich er-
neren , dan met dag en uure den ge-
nen , die met hen raed leven,
voor te
fchrijven:we}kzyom een gering geld
doen. Ja gebeurt dikwils, wanneer
zy eenigh gevaerte zullen bouwen,
den aenvang des werks veeie dagen

op-

-ocr page 764-

dagen opfchorten : of d\'aengeno-
me rcize ftaken: aüeen uit dien in-
zichte , \'Om van het voorfchrift der
voorzeggers her minfte niet af te wij-
ken. Fm fchoon dikwils ten zelvcn
dage een groote ffort-regen valt, öf
tegen-wind ontftaet, zoo zien zy
nochtans geen weer nóch wind aen,
maer vangen ten zeiven dage en ter
zelffter uure, die zy voor gelukkig
houden, het werk aen: hoewel, om
een aenvang van de reize te maken,
zy flechts vier fchreden voortgaen :
of om te bouwen, alleen twee voet
aerde uitgraven: en aldus, ó! verblin-
den yver, meinen zy dat hen alles na
wenfch gelukken zal.

Volgens zekere Perfiaenfchen
fchrijver
Naßrodin, die ontrent des
jaers twalef hondert vijf en zeftigh
bloeide, hebben de Sinefen, by hem
Kathayers genaemt, een cirkel of
kring van twalef dagen , die zy, na
het voorfchrift der fterrekijkers »ge-
bruiken, in de dagen te verkiezen tot
raed-plegen en werken , of te rhij-
den.

Deze twalef dagen worden by dc
Sinefen aldus genaemt:

Ching ^

Xen

Cai

Pi

Ting

Chè

P\'o

Vi

Kién
Qhu
Muon
P\'ing

)>datisc

^ volbrengen,
ontfangen.
openen,
fluiten,
beveftigen.
dienen,
breken,
gevaer loopen.
ophefiën.
verdeilen.
verruilen,
cflèn maken.

Vier van deze twalef dagen zijn He,
dat \'s zwarte, en worden voor onge-
lukkige gehouden : vier zijn
Hoang,
dat\'s gele, die gelukkige zijn, en iet
goets beloven: twee zijn
Hoen, dat \'s
bruine en donkere, en worden voor |
ongelukkige gehouden.

Andere beloven te kunnen voor-
fpellen , door middel van efïèn en
oneffen getalen : en met zwarte of
witte figuren, die zy verfcheidelijk
op vier en zeftigderleie wijze veran-
deren, en na hun welgevallen uit-
leggen.

Zommigen bemoeien zich met,uit
de ftonde der geboorte, het beloop
en geluk des ganfchen levens te vdóre
te wikken ; andere willen het zelffte
doen uit dc trekken, en ftreepen des
gezochts en handen: andere uit droo-
men : andere uit zekere w-oortjes,
die zy onder het fpreken opvatten:
andere uit de ftelling des lichaems, en
uit de zittingalleen, en,door ontallij-
ke meer andere manieren.

Men vint\'er, een vreemt bedrijf,
ook wind - verkoopers , die zich de
heerfchappye over de winden toe-
fchrijven, en ftoflen die na hun wel-
gevallen uit de eene of andere hoek
des hemels re kunnen doen blazen,
ten voordeele der genen,die zich met
vaertuigen op ftroomen , of ter zee
begeven. Wanneer dan eenige koop-
luiden fchepen op zee hebben , of
zullen te fcheep gaen , vervoegen zy
zich, om een Ipoedige en behouden
reize te hebben , by deze weer-ma-
kers, die hier en daer te lande acn de
oevers der ftroomen gevonden wor-
den.

Gemeenelijk houden zy zich twee
en twee by malkanderen , naer uit-
wijzing van de navolgende af-beel-
dinge : d\'een zit opeen bankje, tuf-
fchen twee groote bofch -rieten in :
heeft op \'t hooft een platte klap muts,
en over het lichaem een ruim kleet
hangen, flcrdig iii duizend ploicn ge-
vouwen : in cc linke hand hout hy
een boekje, met daer uit een gerui-
men tijd binnens monis eenige woor-
den tc prevelen. Nevens hem zit zijn
makker, op twee vifch-korven , inf-
gelijx met een platte klap muts op de
kop, en het boven lijf meeft bloot.
Achter over dc rechter arm hangt een
opgeblazen zak, binnen de welke de
wind beflooten fchuilt. Waer uit hy
zoo veel winrs laet, als iemant voor
geit bedingt. Inde linke hand heeft hy
een groote mookhamcr gevat, met de
welke hy etlijke reize fttjf op d\'aerde
klopt, ren einde de geeft des win ds,
die in de lucht op een groote vogel,
in de gedaente van een man met een
breed gerande hoed , en wijde rok,

zweeft,

-ocr page 765-

zweeft, nederwaerds dale. Doch
lieten de Sinefen zich voor henen by
dufdanige weermakers in grooter ge-
tale vinden, als nu ter tijd.

Wijders, al dit hebben de Romei-
nen en Grieken ook met de Sinefen
gemein gehad : en word het meeft
heden \'s daegs noch gepleegt. Een
ding is \'er, welk den Sinefen kan ei-
gen gezeit worden.

Dit beftaet in het verkiezen van
een erf, om daer op byzondere of
\'s lands gebouwen te ftichten, of lij-
ken te begraven: welk zy vergelij-
ken met het hooft, fteett en voeten
van verfcheide draken, die zy beu-
zelen onder d\'aerde te leven: en ge-
looven dat aen hen alle voor en te-
gen-lpoet, niet afteen van huis-ge-
zinnen ; maer ook van fteden, land-
fchappen en des ganfchen Rijks
hange.

De Sinefen houden eenen draek
dien zy
Lung noemen, voor het
grootfte voorteken van geluk.

Al van de tijden des ftams Hia af:
ja
door Keizer ƒ o/;/,die desjaers Voor
de geboorte des Heilands, twee dui-
zent negen hondert twee en vijfftg^^
begon te heerfchen, zeitmen een
draek, gekomen uit een poel, ge-
zien te zijn; met byvoegen, dees op
deftelfs ruch, om het werk meer na-
druks te geven, zekere vier en ze-
ftig beelden ,
of tekenen, die byhen
geheime bediedenis in de wijsbegeer-
te hebben, aengemerkt had.

Eenen draek fchrijven de Sinefen
by na alles toe: ja gelooven dat dees,
nietaUeen eens ieders geluk; maer
ookftagenftort-regen, hagel, don-
der, blixem, en al
de reft der onwe-
ren in zijn gewelt hebbe.

Zy willen dat ook onder d\'aerde
een draek is, en allermeeft onder de
bergen: en is dit derede, waerom
zy met groote naerftigheid , defge-
lijks met onkoften
d\'aderen des
draeks, in het maken
der graf fteden,
opfpeuren : want zy fchatten na de
goetheid der aerde de rijkdommen
en geluk des ganfchen

-ocr page 766-

eveneens gelijk deilerkiindigen/uit
de by een komfte van verfcheide fter-
ren, verfcheide voorfpelhngen over
aenftaende dingen doen. Te dezer
oorzake voeren de Sineefche Keize-
ren eenen draek inhunne wapenen ;
in geÜjker wijze deRoomfche eenen
arent : ja is \'sKcizers gewaet door-
weven of geboorduurt met draken :
en ftaen ook op de goude en zilvere
tafel - vaten cn al het overig huisraet
draken gefneden of gedreven. Ook is
het geheel Palcis des Keizers met dra-
ken befchildert of uitgehouwen.

Dan nochtans verdient boven al
verwondering, dataen de voeten van
\'sKeizers draek vijf tenen of klaeu-
wen by de Sinefen gefchildert wor-
den. Niemant dan van keizerlijken
bloede, of door een zonderlinge gun-,
fte des Keizers vermag het gebruik
van eenen draek aenvaerden : zoo an-
dere dittckengebruiken, mogen, op
pene van den hälfe, niet meer dan
vier kiaeuwen aen den voet voegen.

Van de fchuim des draeks , waer
uit zekere boclin des Keizers
Je zou
geboren zijn , vertellen de Sinefen
een grote fabel in dezer wijze :

Al federt den Stam Hia zeitmen
een draek gezien te zijn, die uit d\'oo-
gen verdween en fchuim op het aert-
rijk naliet. Deze fchuim , wijl zy
Van een draek was, wiert gelijk een
koftelijk , ja , dat meer is , als een
heilig pant,verzamelt en in een goude
kift opgefioten, en tot aen de Rege-
ring van Keizer
Siueni bewaert. Wan-
neer dacr na door zijn bevel, zon-
der
te weten waerom , de kift geo-
pent wiert, fprong de fchuim fchic-
iijk uit, gelijk ofzeleefde, liephccn
en weer door al het Paleis, zonder te
kunnciT gehouden worden , ^raekte
ten lefte binnenin hec vrouwen tim-
mer , en doorboorde den buik van
een jonge dochter. Hieruit, zoo dc
Sinefen verhalen , wiert een meisje
geboren. De moeder, bevreeft voor
opfpraek van verkrachting en \'s Kei-
zers ongena, heeft het wichje
neerge-
icit: welk twee echtgenoten,die by ge-
val daer voorby
quamen en \'t gefchrei
noorden , opnamen en; t\'huisvi^aert
en voor haere dochter opbragten.

Ten derde jare des Keizerrijks van
Keizer/f, wanneer reeds het meisje
huuwbaer was , wiert haer voedftef
by ongeval beticht en in dc kerker gc-
fm eten. Zy biedende het meisje, be-
gaeftmeteen ongeloofelijke fchoon-
heit, voor haere vryheit den Keizer
aen,keerde rijkelijk befchonken weer
naer huis. Maer de Keizer bevangen
1 doorfchoonheit van\'t meisje, cn tot
I razens toe op haer door liefde ver-
I Oingert, quam eindelijk zoo verre,
I dat hy reeds de Keizerin en wettige
; gemalinnen zijnen zoon byhaerge-
; wonnen verliet en
Paofua totbetge-
I noot,en
Pefo.xoon vanP^^/^^^inplaéts
I van
Ikie, wettige zoon van de Kei-
I zerin, tot navolger des
Rijx verkoos:
in groot weetrwil der Landvoogden.

Ikie , de wettige zoon, verbittert
door hetgroot ongelijk, vluchte van
zijnen vader, tot zijnen oom , ko-
ningje
Xin, na het zuider gedeelte des
Landfchaps van
Xenfi, ter plaetfe,daer
1 nu de Stadt
Nanyang gelegen is..
ï Paojua midlerwijle was by den Kei-
\' zer in welluft : dan een ding, datzy
noit lachte, viei hem verdrietig. Dies
liet hy niets onverzocht, om deze
wanftaltige vrou aen\'t lacchen tekrij-
gen. Hy was te dien tijde by geval in
1 oorlog met de Wefter Tarters, en had
^ den krijgs - knechten vuur tot een
I krijgs-teken gegeven, om op deftelfs
; aenfteken in de wapenen en den Kei-
I zer tot byftant te komen. Wanneer
i Keizer
]e dit teken dikwils had doen
ontfteken, om zijne bet-genoot aen
\'tlacchen tehelpen , verfchijnen naer
gewoonte de krijgsknechten, ftellen
wapenen en geleden toe, met groot
geroep en toeloop.
Paofuaheniikiits
ziende te leur geftelt, iloeg eindelijk
tot lacchen uit, te gelijk tot groote
blijdfchap des Keizers. Maerditlac-
chen quam hem namaels op het Rijk
en leven te ftaen. Onder ander nam
Paofua groot vermaek in het gekners,
welk de zijde gewonelijk in het fcheu-
ren met gewelrgeefr. Dies de Keizer,
die om haer te vermaken al deed wat
hy kon, geduurig, in haer byzijn, mee
het fcheuten van zijde bezig was.

Midlerwijle zond dc Keizer eenige
aen koningje
Xin, om den voorvluch-
n^l tigen

I

I\'
t.

I
i t

f!

I

-ocr page 767-

en zoon onderdrukten gedood : en
quamhetfpelin ernft te veranderen.

Hier over zijn in deze verborgen
wetenfchap, om zoo tefpreken, ook

Trimmt.

MartJjU
Hifiorie.
Sinic.

meine Piramidifch gewijze torens of
gevaerten gebouwt worden, ten dien
einde, om het algemein geluk in te
halen en ongeluk uit te bannen. Want
gelijk de fterrekijkers, uit het ga flaen
der fterren, alzoo meten, of hever lie-
den deze aertkijkers uit degelegent-
leit der ftromen,bergen en akkers het

regen-water, na de rechte of linke zij-
de door het voorhof geleit wort, of
dat het tegen o verftaende dak hoger
dan een ander is,en diergelijke dingen
meer, daer aen willen zy dat het heil
en behoudenis, rijkdom eere en alle
voorfpoet des huisgezins hange.
Se-
medo
noemt deze aertkijkers 77//. An-
dere, zeit hy, die zy
Tili noemen,
trachten te wikken, uit de gelegent-
heit der aerde en over een koming van
deflelfs delen, met die van den hemel:
met aen te merken welke gelukkige
en welke ongelukkige oorden zijn :
op welke plaetfe zy hunne huizen
moeten bouwen en doden begraven.

By de Sinefen is noch heden en
voor vele eeuwen in gebruik geweeft
wat onheil byzondere huizen en Ste-
den, Landfchapp en en den ganfchen
Rijke overkomt, dat fchryven zy hufi
rampzalig nootlot toe :
of het een 01

13© Befchrijving des Keker rijks

tigenzoon weder te halen. MaerXi« j een fchillepad in wlchelarye en l^t-
weigerde den Prins
te zullen geven, werping lep^ebruiken : vvaer inzy ^ie
\'ten zy hy voor erfgenaem des Kijks
erkent wiert. De Keizer daer over ver-
toornt ,
trok tegen Xin te velde. Xin,
ongelijk tegen den Keizer in krach-
ten , maer kloeker in bcleit, fpant met
de Tarters zamen,en ftort fchielijk by
nacht op \'s Keizers leger aen. Hec te-
ken wort naer gewoonte gegeven, üe
krijgsknechten ziende de vlam op
gaen, meinden dat de Keizer zich uit
joks,gelijk te voore, met de Koningin
vermaekte: dies zy op geen onraet
dachten, nochte geenen weerftant de-

Alle ftraten , winkels en merkten
krielen van deze fterrekijkers, aertbe-
zienders, wichelaers,giflers, of, met
een woort te zeggen, bedriegers. O-
veral veylen die het geluk metydele
beloften op:en zijn deze dikwils blin-
de luiden : cn niet alleen mannen uit
het fchuim en uitfchot der gemeente

tel trom, om goeder geluk te zeggen-
Ook zijn niet alleen alle byzondere
plaetfen van deze luiden vol ; maer
zelfs grote Steden, en hoven der Gro-
ten vloeien over van deze bedriegers-
Hier mee alleen erneren zich velen,
houden koftelijk daer op huis, en ver-
gaderen veel goets by
malkandre:
want hogen en lagen , edelen en on-
cdelen , geletterden en ongelcttcr-
den : ja zelf ook de Keizer en al d^-
Majeflraten en Grooten eeren en die-
nen hen.

Men zeit eenige tovenaers, waer
zeggcrs en wichelaers zich op een-

zaeme bergen, tuflchengefpleterot-

fen, en op dorrekhppi n iioudcn»ge-
lijk kluizenaers: detw aerds uit nieus

gierig\'

plekken der kleuren en bewegingen
des lichaems naerilig ga Haen , en be-
kijken ook de beenderen of fchael van
een geftorven.

Desgelijx nemen zy ook zorg-
vuldiglijk waer en flaen ga de voor-
fpoken , uit het gezang der vogelen
j en gekrijs der dieren : als ook d\'eer-
fte onimoetingen in dtn morgen-
ftont, het vallenvan de
fchaduwcn
der zonne , op byzondere huizen:
want zoo hen in het uitpen des mor-
gens uit den huize acn de deur iemant

sem\'

den, en quamen alzoo byna Oapende in rou gewaet ontmoet, oï Bcnzt oi
in\'s vyants handen. Aldus wiert de I iet diergelijk, zy nemen daer een qua-
Iveizer alfpelende, doorden broeder i de voorfpook uir. In\'tkort gezeit, ai

vele voorname mannen bezig,en wór- ander ding , dat in de huizen of Ste-
den,zoo de5 nodig is,van verre ontbo- den of\'s Keizers Paleis averrecht&ge
den: allermeeft wanneer zekere alge- plaetftis.

nootlot der Landfchappen af Wae- voortgekomen ; maer ook vrouwen
relijk een boven gemeen ongerijmde | arbeiden in dien oogft. Eenige bhnde
zake: want dat een deure tegen deze] mannen lopen Laigs de ftraet opde

ofeen andere zijde Overftaet; dat het fluitfpelen: andere vrouwen opdckc-

-ocr page 768-

"ïi

yi

■•iij!

\'-if\'f:

r i.::!:

! 1

/iyK

gierigheid meenigten van menfchen,
om den uitflagh van aenilaende din-
genteweten, na toe te fchieten. Ee-
nige behelpen zich in dit ftuk met het
fchrijven van vreemde kriskraflen, en
Sineefche fchrijf-tekenen op berde-
kenSjmet vervatting van dentoekom-
ftigentoeftantderraed-vragers: hoe-
Wei de voorzegging doorgaends dub- j
bei zinnig luid. De toovenaers heb-;
ben nevens zich veeltijds yzelijke I
padden zitten , met een dikke en i
graeu gefpikkelde huit, die de kaken
vervaerlijken opfperren, en een ver-
giftigen adem ten monde uitblazen,
met verdorring van alle groente,lover
en gras, daer die over gaet.

De toovenaer zit gewoonelijk met.
ongedekten hoofde en blootsvoets:
heeft den kruin heel kael gefchoo-
ren en peutert onder het prevelen
en mompelen van eenige woorden,
met een ftokje in het oor. Onder Kei-
zer
Hiaoü, die des jaers voor de ge-
boorte des Heilands hondert twee en
veertig regeerde,leiden zich aen\'sKei-
zers hof velen , inzonderheid vrou-
wen , op quade kunften, en veerfen:
waer door zy de herten voornamelijk
van mannen betoverden , en haer
fchoonder vertoonden, danzyin\'er
daer waren.On der deze drongen haer
eenigen ten hoove van Prins
Guei in,
\'s Keizers zoon , gewonnen by een
wettige by-zir;dog buiten zijn weten:
gemerkt dees, volgens fchrijven der
Sinefen, vroom van inborft engod-
vruchtigh was. Dan gaf zich, geko-
men tot zijnen wafdom , verftrikt
door deze betoveringe, geheel en
al
tot welluften over.

^\'nic.

Onder ander vint men gefchreven,
alhier zekere artzenije gevonden te
zijn,
Kuam by de Sinefen geheten:
waer dooriemant, zoo die door een
vrouw te drinken gegeven wierd, der
wij ze op haer quam te verlieven, dac
hy zonder haer niet kon zijn.Zy kon-
den ook verfcheide ziekten: ja de
dood aenbrengen den genen , diezy
wilden. En quam door deze artze-
nije
Z/,\'sKeizers zoon, geteeltby een
zijner boelinnen,in zijnen ouderdom
van negentien jaren, te gelijk met
vrouw, kinderen, endochterenom
\'t leven, uitgezeit eenen neve.

[R]. 2 Twee

r:]!!\'!
1"

. .\'\'tl

ii^i\'i!\' 1

!!l

1 \'i\'

i i .

■li
%

■■m

-ocr page 769-

Trigaut. Twee grote razernyeii hebben haer
byna door al de Landfchappen des
Keizerrijks verfpreit, en welig in de
\'herten der Sinefen,inzonderheid der
grooten \'sLands, loten gefchoten.
D\'een , ontftaen voornamelijk door
beleit en toedoen van d\'aenliangers
dezer Sekte , is d\'Alchimiftery , of
kunft , die de Sinefen uit zeker ander
metael belooft gout en zilver te trek-
ken : eenketterye, al voor vele eeu-
wen by de volken van Europe, en lang
voor hen by d\'Egyptenaers gevoet.
D\'ander dingt na een onfterlFdijkle
ven voor d\'opbouwers,zonder ooit te
fterven. Een euvel, daer,
voor en na
de geboorte van Chriftus, de meefte
Keizeren aen ziek gelegen hebben.

Zoo de Sinefen beuzelen zijn\'er
vanbeide deze kunfte n, gr ond-rege-
len en geboden , gevonden aftereerft
door zekere aeloude geleerden ,
( die de Sinefen onder de heiligen-
rekenen,) en daer na van hand tot
hand aen de nakomelingen overgele-
vert. Zy ftofferen ook dat deze eer-
fte vinders, na veel treffelijke en heil-
zame werken uitgerecht te hebben,
tegelijk met ziele en lichaem ten he-
mel op gevaren waeren, wanneer hen
het leven op der aerde begon te ver-
drieten.

Dezer eeuwe vindmen beide de-
ze wetenfchappen of liever bedrie-
geryen in een ontelbare meenigten
van boeken vervat,eensdeels gedrukt,
eensdeels met de pen gefchreven:
hoewei den laeften veel meer gezach
en geloofs gegeven wort. Dan wacre-
lijk verquilt en veel meer deze gewin-
zuchtige Alchymiften, zelfs ook hun-
ne middelen, die zy hebben, in rook;
veel min de genen te verkrijgen, daer
zy na ftaen : want de rijkften verval-
len, nahet vcrfpillen van duizenden
aen deze bedriegelijke kunft , voor
eens ieders oogen tot d\'uitterfte ar-
moede.

Zoo de Sinefen beuzelen, onthield
zich ouhnx buiten de wallen der Stadt
Nanchang zeker perzoon , die velen
behoeftigen onderftant dééd, en veel
aclmoefen aen den volke mildelijk
uitreikte; gemerkt dees door de kunft
van Alchimiftery oprecht zilver wift

te maken. Dees, voegen zy\'er by,
had door hulpe van ganfch goddelijke
kunften eenen draek , die der Stade
den val dreigde , onder d\'aerde ge-
dolven , en aen een yzere kolom van
een ongemene groote geknevelt, en
was eindelijk met zijn geheel huis
en huisgezin ten hemel opgevaren.
Te dezer oorzake hadden de bur-
gers, uiteen ydel waengeloof, hem
aldaer een grote en heerlijke kapel
opgerecht. De yzere kolom zeitmen
noch heden in de kapel gezien wort.

De meeften, die zich, met hec be-
droch van zilver of gout uit het een of
ander metael te trekken, verftrikt vin-
den , arbeiden ook gewonelijk na de
kunft, die de menfchen onfterfTelijk
belooft te maken. En wijl d\'onfterf-
felijkheid in haer zelf een zake van
groot belang is , en veele voeten in
d\'aerde heeft , omte verkrijgen, zoo
handhavenen de groten \'sLands, en
allermeeft zeifs de Keizeren dit werk.
Deze, na het verkrijgen van alle be-
denkelijke middelen en waerdighe-
den, in ditleven , achten nier anders
hen tot de gelukzaligheid t\'ontbree-
ken, dan op wat wijze zy dezelve te
gelijk met d\'onfterftèlijkheid mogen
zamen huuwen : aen welke zake al-
leen zy al hun verftant en krachten te
werk leggen.

In de Keizerlijke Hooftftadt Pe-
kingX]]t\\ byna al de Majeftraten, Ge-
lubden, en andere
voorname luiden
met deze dolheid bezeten. En naer-
dien \'er gene leerlingen gebrek zijn,
zoo heeftmen ook geen gebrek van
Leer-meefters: die by de Grooten des
t\'aengenamer zijn , hoe de moeite
van d\'onfterfièlijkheid
te verkrijgen
grooter is, en de ftrevers na dezelve
vieriger weet t\'ontfteken.

En niet tegenftaende deze verkoo-
pers der onfterffèlijkheid dagehx de
fchuit der fterffèlijkhdd komen te
boeten, evenwel kan dit zoo veel op
d\'dlcndige fterfTdijken niet uitwer-
ken, om hen van dien averrechtfen
arbeid in d
\'onfterffdijkhdd af te trek-
ken : want zy voeden zich door in-
bedding van milfchicn beter geluk te
zullen hebben, en, \'r geen anderen tot
nadede, hen tot voordeel zal ftrek-

ken.

-ocr page 770-

ken. Ook zijnze in generlei wijze te
brengen tot het gelooven van dat
zülx de palen van \'s menfchen ver-
ftant en maght te boven gaet.

Keizer Hiaou, die zijns gelijken on-
der de Sinefen
niet had, was, zoo
de Sineefche hiftorien getuigen , bo-
ven mare cn totraezens toe waenge-
loovig, in
het onderhouden der gebo-
den van een lang of onfterflèüjk leven
op der aerde, verleid door bedrogh
der Sineefche Chymiften: want deze
deden hem niet alleenlijk beloften
van gout en zilver, maer ook van ze-
kere aerdzenye
te maken, waer door
hy eeuwigh zou leven, en in eenen
Xinfien, gelijk zy dien noemen, dat \'s,
in eenen onlterffclijken verandert
w-orden.
Waerom hy deze bedriegers
gehoor gaf Inzonderheid door her
geen te beiooven, welk eenigh tot
den top der gelukzaligheid de Sinee-
fche
Keizeren geloofden hen te ont-
• breken.

\'Hier van komt deze tijtel, diende
Keizeren voornamelijk aennemen,
en daer mee van eenen iegelijk ge-
noemr worden , Van Van Sui , dat \'s
tien
duizent jaren gezeit.

Met dezen tijtel worden de Keize-
ren
genoemt, zoo wel in hen aen
te fpreeken, als in gefchriften.

De Keizer derhalve, om d\'onfterf-
felijkheid te verkrijgen , deed een pa-
leis van louter welriekend Ceder ,
Cypres, Camfer, en diergelijk ftagh
van hout ftichten. De reuk, die haer
daer van ver fpr ei de, vernam men
tot twintigh Sineefche ftadien verre,
zoo de Hiftorien fchrijven.

In dit Paleis beval hy een kooperen
toorn van twintigh roeden hoogte
ftichten: (gewiffelijk een over won-
der werk,) met een wen del-trap van
binnen tot boven toe. Men had\'er
een kooper bekken, gegooten in
vorm van een menfchen hand; in het
welk alle daeghs zuivere dau verga-
dert wierd. In deze dau leide de
Keizer peerlen, d\'aerdzeny der on-
fterftelijkheid, te weiken, waer door
hy hoopte onfterffelijk te zullen
Zijn.

l^aer en boven had de Keizer won-
derlijk koftelijk het Paleis
opgQ-
tooit. Ja zoodanig, dat al de Palei-
fen der Sineefche Keizeren tot aen de-
zen
tijd , in groote en heerlijkheid
by het zelve niet hebben halen
mo-
gen.

Mm-tin

^üücr,
^[nic.

By de geboden van onfterftèlijk-
heid, word ook dit van dezen Kei-
zer vefhacld. Wanneer zeker bedrie-
ger hem geleerd had eenen drank te
bereiden, waer door hy, met dien in
te drinken, zou onücr\'rtehjk worden,
ftelde de Keizer zulken drank , op
aen dringen van eenige landvoogden,
op de rafel. Toen begon een ondcr
de grootfte landvoogden den Kei-
zer met krachtige bewijs redenen te
vermanen , den bedriegers geen ge-
loof te willen geven , noch den drank
uit te drinken : macr alles te vergeefs.
Hier op fchiet de landvoogd fchielijk
op den beker toe , en veegt dien uit.
De Keizer, daer over vertoornt, als
berooft, zijns bedunkens, van d\' on-
ftcrftelijkhcid, ging te rade met wat
dood hy zulk een ftouc bedacn zou
ftra fïèn: Maer dc land voogt fprak
de Keizer met deze minnelijke woor-
den aen :
ghy kunt my niet dooden
wantik heh d\'artzeny des eeuwigen le-
vens ingedronken : zoo ik kan jt erven,
heh hier aen genen mifdaet hegaen ; wijl
ik niet de ware artzeny ;
maer de loge-
nen der bedriegers in gedronken heh :
hier uit kunt ghy bejpeuren, hoezy met u
leven.
Door dit zeggen quam aen-
ftonds de Keizer tot bedaren, en
prees des landvoogds voorzichtig-
heid. Evenwel het dcKeizer niet ge-
heel en al af het eeuwig leven te zoe-
ken. Want die eenmael met deze rae-
zernije bevangen is, word zelden ge-
nezen.

De derde Sekte der onfterfTelijken,

by Semedo de tweede, is Taokiaoge-
heten , ^rxhy Trigaut, na den eerften
vinder of oprechter,
Lauzu: defgelijx
hy Semedo, naden eerften oprechter
Taufu, Taufi. Zy komt zeer na met
de leere der Epikuriften over een:
want zy wil dat na de dood niet van
ons overblijve , ftellende \'t opper-
fte goed van den menfch in de wel-
luft. Wijders, d\'aenhangers dezer
leere zijn hier geheel op uit, om
herleven zoo lang te verlengen, als
[R] doen

li

li

tl

I

•• \'Hl\'

li

\'ril

ê

-ocr page 771-

doenlijk is , op toeleg van dé weliu-
ften des t\'overvloediger te genieten.
Dieszy tot beide verfcheide en fchan-
dchjke manieren geven , waer door
zy ook de grootften des Lands ver-
fchalken : met belofte eindelijk van
d\'onftertTclijkhcit in dit leven aen de
fterftèlijken. Dan fchoon
Laoianhei
opperfte goet in dc welluft fteit, zoo
dunkt
Martijn evenwel waerfchijne-
lijk, dat
Laotan een eenig en opperfte
gemoet gekent heeft: want hy fpreekt
op zekere plaets aldus : Tao
of groot
vernuft heeft genen naem . Hy heeft den
hemel en aerde gefchapen : is tonder ge-
fialte : heiveegt de gefiernten : is zelf
onheweeghelijk. Dewijl my zijn naem
onheivufi is, zal ik hem
Tao noemen of
OpPerfle Vernuft zonder gefialte.
De
zelffte Filofoof belijdt óp een andere
plaetfe van den hemel gefchapen te
zijn.

Het verdient geen geloof, welk de
Sinefen van den Filofoof Laotan fchry-
ven , of liever beufelen: te weten, dat
hy een en tachtig , of, volgens
Tri-
gaut
, tachtigjaren in\'s moeders buik
verborgen zou gebleven , en daer na
door de rechte zijde ter wereit geko-
men zijn : waerom hy ook, volgens
den zelvcn
Trigaut, Lauzu, by Martijn
La&fu,
en ook Laotan genoemt wort,
d^x\'s d\'oude Filofoof Stoffe en aenlei-
ding tot de fabel van
zijne geboorte
heeft het negen getal gegeven : welk
de Sinefen het allervolmaektfte noe-
men , en brengt, door negen vermee-
nigvuldigt, een en tachtig uit. Met dit
getal wort by hen betekent al wat
in allen deelen volmaekt is. Aenge-
zien dan
Laotan boven gemeen in oor-
deel en inborft uitftak, hebben zy dit
getal .verzonnen en uitgevonden,
quanfuis als of dc natuur zoo veel
jaren aen hem te voltooien , gear-
beirhad.

Dees Laotan is geboren in het Ko-
ningrijk van Z«, (want
Sina begreep
oulinx veele en
verfcheide Koningrij-
ken) heden de Landftreke
Fungyangfu,
des Landfchaps van Nanking, in de
Stadt Mö<?, des jaers voor de geboor-
te des Heilands, zes honderten drie,
ontrent vier en twintig jaren voor
Konfut, opperfte wijsgeer der Sinefen.

De derde Sekte, zoo Martïjn ge-
tuigt, isbynaEpikurifch. Zy fteit de \'
gelukzaligheid in de wdluft: belooft
en zoekt
voor den lichame een lang
ja onfterfTelijk leven door middel van
artzenyen : heeft
wonderlijke kun-
ften gevonden , om
dc welluften te
verkrijgen en vermeerderen. Zy wil
dac na de dood niet overblijve. On-
der deze Sekte zijn zeer veel tove-
naers of duivel-jagers.
Gewiffelijk zy
is de vuiifte en fchandelijkfte van alle
Sekten. D\'aenliangers, evenwel,
prij-
zen d\'Europifche Leere van de deug-
den , welke
met hen over een komt.

Volgens Trigaut, heeft Laotan niet
éen eenig boek van zijne Leere nage-
laten , nochte, zoo het blijkt, gene
nieuwe Leere willen invoeren ; maer
zekere aenhangelingen, Taujugtï^^-
ten , hebben hem, na zijne dood, het
hooft der Leere genoemt , en ver-
fcheide boeken, uit verfcheide Sekten
en Schriften , met een zeer fraeien
ftijl te zamen geftelt. Deze leven ook
in hunne kloofters ongetrout: kopen
hun leerhngen: zijn alzoo verwor-
pen cn goddeloos , als d\'aenhangers
der voornoemde Sekten. Zy fcheren
in generlei wijze hec hair van den

hoofde; maer laten het groeien, ge-
lijk de wereltlijken, en
zijn hier door
alleen van d\'andere onderfcheiden,
datzy bovenop de knoop, dacr het
hair op denkruin mede te zamen ge-
bonden is, een hoetje of bonet van
hout dragen.

Andere zijn ook door den echt ver-
knocht , en onderhouden evenwel
met groten yver van Godsdienft de
punten der Leere binnen\'s huis. Zy
eeren , gehjk zy voorgeven ,
onder
veel andere beelden van ydele Go-
den , ook den Heere of Koning deS
hemels, maer die lichamelijk is , en
dien, gelijkze ook zelfs in hunne boe-
ken revelen , veel wederwarigheden
zoude bejegent zijn. Zy beufelen dat
de Koning des Hemels , die heden
heerfchr,
Ciam gebynaemt wort; maer
die voorhene regeerde,dennaem
Leu

voerde. Dees Leu, voegen zy daer by,
was op zekeren tijd , gezeten opeen
witten draek, op
der aerde gekomen,
dien CiamAiQ zy willen,een wichelaer

geweeft

-ocr page 772-

geweeft te zijn, tcrmaeltijd ontfing.
Maer midierwijie Leu over tafel goe
cier maekte, was dam op den witten
draek geftegen , en ten hemel met
den
Zelven opgevaren , innemende
het hemelfchrijk.

Leu , dien het w^ederkeeren door
dam belet wierd, verkreeg evenwel
vandennieuwen
Koning des hemels,
over zekeren berg in dit Rijk de hecr-
fchappije : alwaer zy willen hy nu
noch
leeft, berooft van zijne oude
waerdigheid,

Zy eeren dan , volgens eigen zelfs
bekentenis
, eenen roover van een
vreemd Rijk en tiran voor eenen god.

Behalve dezen god des hemels,
verdichten zy een driederlei anderen
god: der welker een
Lauzu zelf is,
het hooft der Sekte. En alzoo ver-
dichten deze twee Sekten een drie
getal van goden, ieder óp hare wijze.

Ook deze Sekte handelt van de
plaetfen der belooningen
enftrafïèn ;
maer verfchillen, in wijze van fpre-
ken, niet weinig van de voorige; want
d\'aenhangers belooven den
hunnen
te gelijk mer ziele en hchaem , het
Paradijs, en ftellen hierom in hunne
kerken beelden van eenigen ten too-
ne, die zy beufelen in dezer wijze
ten hemel opgevaren te zijn.

Om zuix tc verkrijgen, gebieden
zy
zekers oefïcningen t\'onderhou-
den, beftaende in verfcheiden flagh
van zitten, en in zekere gebeden, ja
ook in artzenijen: waer doorzy be-
looven , t\'effens door dc genade der
heiligen , d\'aenhangers een onfterf-
felijk leven in den hemel kunnen ver-
krijgen , of altoos een langer leven in
het ftcrffelijk lichaem. Waer uit hch-
telijk
d\'ydelheid der Sekte cn licht-
vacrdigheid der herffcn-lozcaenhan-
gers te befpeuren is.

Het byzonder ampt der Priefters
dezer Sekte is voornamelijk: duive-
len door godlooze bezweringen uit
de huizen te drijven: welk gewoone-
hjk by hen optweedcrlci wijze in\'t
werk geftelt word: want eerftelijk ge-
ven zy yzelijk wanfchepfclen van
duivelen, op geel papier met inkafgc-
"^aelt, aen de w anden der huizen te
plakken: daer na vervullenze het huis
met zulk een ver vaer lijk en wanheb-
belijk
geroep, dat zy zelfs wel duive-
len fchijncn
te zijn.

Noch fchrijven zy zich een ander
ampt of kunft toe: want zy beloovgn
by droog weder, ftort-regcn te kun-
nen doen komen, of al te groote re-
gen ophouden , cn ook andere on-
heilen , zoo wel byzondere , als al-
gemeine beletten.

Deze Off\'er-pricftcrs hebben hun
verblijf in \'s Kei zers kerken , aen den
hemelcnaerdêgewijd, en bevinden
zich in perzoone by \'sKeizers offer-
handen , \'c zy dc Keizer zelf die met
eigen handen , of door genoemde
majeftraten verrecht: waer door zy
een groot gezag en aenzien beko-
men.

Het muzijk-fpel dezer offerhan-
den ftellen d\'Offèr priefters zelfs uit
allerlei fpeel-tuigen, welke by dc Si-
nefen in gebruik zijn , te zamen:
jzoo tc gelijk daer opgeflagen word,
i het geeft ccn onacngenamen toon in
j d\'ooren der Europers.

Zy worden ook geroepen ter be-
graef en is of uitvaerten der grooten,
daer zy, in koftelijk gewaet, voor aen
gaen ,en op den krom-hoorn, gom en
ander muzijk fpeel-tuig deunen. Zy .
laten
Zich ook bezigen rot het inwij-
den van;nieuwehuizen, ende ftaet-
fie derfmekclingcn, langs dc ftraten,
om her te geleiden. Dezc ftactficn
worden by d\'oppcr hoof den der wij-
ke, metgemeene onkoften der buur-
tc, op zekere tijden aengcrecht.

Deze Sekte heeft eenen Prelaet of
Kerk-voogt, gebynaemt
dam, wel-
ke waerdigheid by erf-recht , al ze-
dert duizent jaren her tot
aen dezen
tijd, op de nazaten is overgedragen.

En fchijnt dezc waerdigheid haren
oorfprong genomen te hebben, van
^ zekeren wichclaer
of duivel-jager,die
zich in zekere fpelonk, in het land-
fchap van
Quangß hield; waer in noch
heden de nakomelingen zich houden,
en de bedriegerijen hunner kunfte
(zoo men gelooven mach , \'t geen
gezeit word) acn de kinderen over-
leveren.

Dees hun Kcrk-vooght hout zich
den meeften tijd in de Keizerlijke

hooft-

5 liï

E\'ll

Is-ii

■ i .\'»lil
1

m

iJ-ifl

\'I
> ^

\'ïï

-ocr page 773-

0.

20.

31-

20.

I.

10.

32.

20,

I.

10.

31-

40.

0.

ly.

31.

3Ö.

b.

1

yr.

30-

18.

I.

yo.

3Ï-

32.

I.

0.

32.

fO.

I.

2d.

33-

31-

0.

3-

3T-

3-

Tiende Landfchap "Van Chekiang.
DeH-ooft-ftadt

Hangcheu

3-

IG.

30.

27.

opper-fteden

Kiahing

4.

0.

31-

ir

Hucheu

3-

3-

30.

S7\'

Niencheu

2.

24.

29,

33-

Kinhou

2.

2.

28.

f7\'

Kiucheu

I.

37.

28.

42.

Chucheu

3-

28.

12.

Xaohing

3-

30-

.30.

Ningpo

4.

46.

29.

40.

Taicheu

4-

2.S.

28.

38.

Vencheu.

4.

4.

27.

38:

Elfde Landfchap yan Fokien.

De Hooft-ftadt

Focheu 2.

Opper-fteden
Civencheu 2.

Changcheu i •
Kienning i.

Jenping o.

Tingeheu. o.

Hin gho a 2.

Xaouu o.

Grote Stadt
Foning 4.

Krijgsveftingen
Phumuen 4,

Foning
Tinghat.
Muihoa
Xe

Haikeu
Ganhai
Hiamuen
Chungxe
Tungxan
Hivenchung
Jungting.

Ganking
Tailing
Ningque
Chicheu
Hoeicheu
Grote S
Quangte
Hocheu
Chucheu
Siucheu

40.

2^.

f8.

9-

2r.

0.

10.

24.

42.

0.

27.

0.

S7\'

2<?.

34.

Sf-

2r.

40.

3r.

2f.

27.

2.

27.

10.

0.

33-

27.

0.

8.

2(J.

ir

22,

25.

IG.

21.

2 f.

5-2.

28.

2/.

fO.

fO.

25-.

29.

3-

24.

4f-

S9\'

24.

3^

z6.

24.

30.

17\'

24.

If.

46.

24.

0.

Ig.

24.

33-

4.
3-
3-
3-
3-
2.

Tivalefde Landßreke yan Quan-
tung.

Hooft-ftadt

Quancheu

4,

2,

23.

opper-fteden

Xächeu

3-

42.

24.

42.

Nanhiung

3.

IG.

2f.

32.

Hoeicheu

2.

46.

23.

9-

Chaocheu

I.

0.

23.

30.

Chaoking

4.

23.

30.

Caoheu

40.

22.

33\'

Liencheu

7.

12.

22.

G.

Liucheu

6.

20.

28.

Kiuncheu

6.

39\'

40.

Grote Stadt

Loting

T\'

23.

2;.

\' Krijg\'s-veftinge

n

Taching

I.

T\'

24.

20.

Tung

I.

22.

24.

17.

Hanxan

1.

IG.

23.

2y.

Cinghai

I.

14.

23.

2 f.

Kiazu

X.

29.

l2.

Kiexe

X.

49.

22.

ƒ0.

Hiung ■

6.

3°-

21.

30.

Jungehing

f\'

49.

23.

4^

Ciunling

8.

10.

19\'

3Q\'

Dertiende Landfchap yan Quangfi.

De Hooft-ftadt

Queilin 7. 32.

Opper-fteden
Liucheu
Kingyven
Pinglo
Gucheu
Cincheu
Nanniug
Taiping
Suming
Chingan
Tiencheu
Krijgs-fteden
Sungen 10. 2 f.

Vuyuen 10. 30.

Funghoa 9.

Grote Stadt
Suching iz. 25".

Krijgs-veftingen

Xanglin 12. 47.

Ganlung j^,

25\'. 5-4.

8. 42.

9\' 46.

7. o.

6. 33.

8. o.

9. 30.
12. 20.
12. 7.

IT. 5-5-.

II. 30.

2r.
2 f.

2y. 62.

24. 2.

24. 2.

23. 40.

23. 20.

23. 8.

24. o.
24. II.

24. f.

23. Æ’2.

24. Æ’.

24. 6.
23.

24- 4\'

O-
2.

mr-

-ocr page 774-

cheu.

De Hooft-ftadt

Queiyang

II.

4^\'

26.

Opper-

fteden

Sucheu

9\'

■2.

27.

Sunan

10.

20,

27.

Chinyven

23.

2.7\'

Xecien

9-

42.

27.

Tunggin

8.

4^-

28.

Lipmg

8.

26.

Tucho

10.

3-

2S\'

Groote fteden

Pugan

S\'

2r.

Jungning

12.

20.

zy.

Chinning

12.

S\'

2f.

Krijgs-fteden.

Puting

12.

7\'

2(5\'.

Pingyve

10.

32.

27.

Lungli

II.

9-

26.

20.

of Taifing.

I2|

Opper-fteden

Tali

2f.

Lingan

14.

24.

6,

Zuhiung

if.

24,

24.

f6.

Chinkiang

14.

4-

24,

29.

Munghoa

x6.

38.

2S\'

23.

Kingfung

16,

ao.

2X.

S2"

Quangnan

13.

24.

0.

quangfi

13-

3f-

24.

14.

chinyven

26.

24.

37\'

Jungning.

if.

48.

27.

33-

Xunning.

17.

18.

24.

Opper-krijgs-fteden

Kiocing

13-

48.

2f.

SS\'

Taogan

5-0.

26.

3\'

Cioking

ï6.

40.

26.

28.

Vutin

14.

S9\'

2f.

27\'

Cintien

13.

yz.

26.

4.

Likiang

ï6.

j8.

26.

i\'4-

Juenkiang,

^S\'

33-

23.

Jungchang

17.

42-

24.

J-8.

vm Smäi
Teertknde Landfchap yan Quei-

O.

i
i!

2.

O.

4.

O,

Vijftknde Landfchap yan Junnan.

De Hooft-ftadt

Junnan 14. o.

^ E meefte Steden in geheel Si-
111 zijn van een gelijk maekfel
en fatfoen, en overtreffen el-
kandre alleen in grote en ne-
ringrijkiieid van koophandel : want
zy leggen meerendeels in\'tvierkant
gebout: hebben brede en hogemuu-
ren van gebakken of gehouwen fteen,
gefterkt langs hene , op een zekere
wijte van elkandre , met vierkante
hoge wachttorens, niet ongelijk d\'ael-
oude Romeinfche muur-torens: zijn
dacr en boven omringt van buiten
met brede grachten , en van binnen
aengevult met fchanfen van aerde.

ïeder Stads poorte is dubbelt,
en heeft dubbelde valdeuren. Tuf
fchen beide leid een ruim plein, ge-
fchikt tot de wapen-oefening der
krijgs knechten. Beide deze poorten
ftaen niet recht tegen elkandre over;
maer leid d\' eene terzijde af: zulx die
aen d\' eene ftaet, d\'andere nietkan
zien. D\'eerfte is gefterkt met een dub-
belde muur, en vertoont de gedaente
van onze bolwerken hier te lande.

44.
27. 3.

Zelfs boven op de poorten heeft-
men zeer hoge en grote torens, zeer
heerlijke werken,
Muen iw byde Si-
nefen geheten, tot wachc-piaetfen der
krijgs-knechten , en Ipijkers der wa-
penen, even als zoo vele wapen-hui-
zen-

Ieder Opper-ftadt en bykans al dc Torms.
kleine Steden hebben een weinig bui-
ten de Stadt, op een luftigen en gang-
baren of volkrijken oort of aen de
weg, ten minfte eenen toorn,
Chines
by Peter Jarric en andere genoemt,
die de Sinefen uit een ydel waenge-
loof, gevoed federt vele eeuwen on-
der hen, voor een voorfpook van ge-
luk en ongeluk houden:ja,geloven

dat deze te vore fpellen,al wat hen be-
fchorcnftact. Niemantderft (inzulk

een eere en achtbaerheid worden de-
ze torens by hen gehouden) iets aen-
vangen , \'t enzy hy eerft dezelve door
zekere gebruikelijkheden gezoent
heeft.

Een dezer torens, Waer uit mtn zie pag ft.
giffmg van al d\' anderen kan maken,
0^2 is

Grote Stetien.
Pexing Ã¯6.

8.

ïf- SS\'

Langhin

^eßahe der Steden in Sina«

■ \'"\'i
\' in

\'iliijil!
\'IS

\'ï,

-ocr page 775-

is te vore in het Landfchap van Xan-
tung
befchreven.

Zy zijn van negen of ten minfte
van zeven ommegangen of tranfen:
met heerlijke ftenen en wonder kün-
ftig gebout, in vorm van eene Pirami-
de. Doch vindmen deze niet alleen
overal in de Steden ; maer ook op de
hoogfte bergen gefticht.
Niet verre ontwijken deze torens,
, in fatfoen, zekere andere gevaerten,

Culeugée- ^ j , <=> \'

ten. van wegen haer ampt genoemt,

(hier te lande zou men uur-toorens
kunnen zeggen) die in ieder Stadt van
\'slands gewege , een of meer, na de
grote der Stadt, zich vertonen. Op ie-
der dezer torens ftaet een water-loper
(want in plaets van uurwerken of
zantlopers, gebruiken de Sinefen wa-
terlopers ) die des daegs d\' uuren aen-
wijft: want het water, vloeiende van
het e?n vat in het ander, licht een
hertje naer om hoog , befchreven
met dc tekenen der uuren en tijden.
Aldaer is iemand , die het gewezen
uur ga flaet, en met het flaen op eenen

Andere
uur-toren

zeer groten trommel, ter ieder uure,
het teken dacr van geeft aen den vol-
ke. Dees fteekt ook te gelijk buiten
den toorn een ander hertje, daer het
uur van den dag, door een verguit te-
ken van anderhalve voet groot, op
afgemaelt ftaet.

Dezelve perzoon, die d\'uuren ga
flaet, geeft ook achting , ( naerdien
hy van om hoog over de gehele Stadt
ziet,) op brand, zoo ergens die on-
vcrhoets in het een of ander huis
komt t\'ontftaen, en roept, met het
flaen op den trommel, de ganfche
hurgery, tot uitbluflching, tezamen-
Den hals heeft de geen
verbeurt,
wiens huis door zijn eigen onacht-
zaemhcit of baldaet in brand raekt,
ter oorzake des gevaers , dat de ge-
buurhuizen , door dehchtc ontvonk-
baerheid der ftofïè,(want al de huizen
zijn meeft van hout) te verwachten
hebben.

Op d\' uur-torens komen dikwils de
Landvoogden by een , ter maeltijd,
die zich aldaer onderling vergaften.

Pago-

-ocr page 776-

Iet verre vati deze torens
ftaet byna altijds eenlieerlij-
jke en koftelijke afgoden ka-
pel : daer efl boven veeltijdts
een prachtige kerk, meteen onduit-
fche naem , Pagode in \'t Portugeefch
gemeenelijk geheten, gewijdt aen den
befcherm-geeft der Stadt.

Al de Landvoogden of Overheden
doen , op het aenvaerden van hun
ampt , in deze kerken den eedt, met
belofte van hun ampt troulijk te zul-
len bedienen, en de gerechtigheid te
beherzigen, roepende,tot getuigen en
ftraffcr hunner fchelmeryen , den be-
fcherm-geeft der Stadt aen.

Voorhene eerden dc Sinefen flechts
in deze kerken den befcherm-geeft
der
Stadt; maer biddén en dienen he-
den daer m, ü gruwel! d\'afgoden aen.

Een grote meeiiigte van Pagoden
heeftmen door g^:hcel
Sina: zijn ook
gefticht op eenzame
pla-eden, op krui-
nen, toppen
en in \'tiiangen der ber-
gen-

Meeft al de Pagoden worden be-
woont by een groote meenigte van
Priefters, die aldaer hun onderhoud
hebben, uit d\'inkomften der geeftelij-
ke goederen. Ook hebben de meefte
Pagoden in
Sina goede vcrblijfplact-
fen voor den reizenden man, die van
alles daer vol op, en goede huisvefting
vinden.

De Pagoden of Kerken zijn van
binnen, ter weder-zijde en rontorn
met meenighte van beelden geftof-
feert , ten getale in eenige van over de
duizend : en behangen met zwarte
lampen, die.nacht en dagbranden, ter
gedenkefiis der genen, die vroom ge-
leeft hebben en gelukkig overleden
zijn.

Eenige beelden zitten aen tafel,
quanfuis als ofzeleefden, enietinte
luifteren hadden.

Voor in den ingang of achter d\' an-
dere beelden, ftaen alle duivelfche of
leelijke geftalten: teweten, gehoorn-
de duivels of grijpende beelden, met
opgefperden bek en grypende han-
den , in vorm van Grifiioens klaeu-
wen.

In het midden ftaet gewonelijk een
altaer, op het welk een groot beelt,
zomtijts van dertig, hondert en meer
voeten hoog, te prijk ftaet of zit, daer
de kerk aen gewijdt is, met meenigte
van kleine beelden achter en terzij-
de. Voor het beelt ftaet gemenelijk
een dikke holle bamboes- riet, vol riet-
jes met pennetjes, befchreven met Si-
nefche tekenen, die aenftaende din-
gente vorefpellen.

Ter weder-zijde branden rook-
werken ; en pronkt in \'t midden een
houte fchotei,met ofiêrgaven,died\'of-
fer- priefters op hope en met inbeel-
ding van het toekomend te weten,ten
offer brengen. Het altaer is root ge-
\' verft: en mag die verruwe aen byzon-
dere huizen niet gebruikt worden.

Zekere Pagode, wel eer de voor-
naemfte fklevanher paleis of hof van
zekeren gelubden , buiten de Stadt
Peking , en namaels den Roomfge-
zinden Jefuiten , door \'sKeizers be-
vel, tot een kerke vergunt, was vol-
gens Trigaut aldus geftoffeert.

In de voornaemfte zale ftond een
groot outervan gehouwen en gebak-
ken fteen, zeer aertig doorwrocht, en
root geverft, na de wijze der kapellen.
Op het midden des outers zat een
groot gedrocht te prijk , een yzelijk
gevaerte, gebakken van kleiaerdc:
maer van bovenen tot onderen ver-
guld. De Sinefen noemen dit beelt
Tican , en beufelen dat het over het
aerdrijk en fchatten gebiet. Wy zou-
den met d\' aeloude poëten Pluto
zeggen. Het had in de hand een fcep-
ter: op\'thooft eenkroiie: beide den
merken onzer Koningen niet onge-
lijk. Aen beide zijde der zale ftonden
twee grote tafels, ieder met vijf hel-
fche Koningjes geftofleert. Aen bei-
de wanden waeren de zeiffte Koning-
jes afgemaelt, ter zeet op den rechter-
ftoel.

Deze doemde den zondaers en mif
dadigen in helf<^e penen , ieder na
5 zijnen

li
■■I

T^agoden of Klerken,

fa\'

-ocr page 777-

duivelen , vervaerlijker door de ge-
ftalte en werktuigen der ftraffen, dan
de genen, die wyaffchilderen. Ook
pijnigden de heliche ftraffen der wij-
ze de mifdadigen, dat zy den leven-
digen fchrik aen joegen : want zom-
mige wierden op yzere bedden ge-
rooft : andere in ziedende olie gebra-
den rändere aen fterzen gefcheurt:
eenigen midden deur gehouwen: an-
dere van de honden verfcheurt; ande-
re in mortieren te pletteren geftampt:
andere met andere ftraffen geplaegt.

D\'Eerfte der Koningjes onder-
zocht demifdaden, diehy, gelijk de
Sinefen beufelen,
in een fpiegel tegen
hem over aenfchouwt. Van hem wor-
den de mifdadigen na andere recht-
banken der Koningjes, na de verfchei-
denheid der ftraffen, terzonden. On-
^ der deze , v/as een over die menfchen
geftelt, welker mifdaden, met de ver-
wenteling of verandering van het een
lichaem in \'tander, geftraft worden :
want wreedaerts vervventelden in ti-
gers : vuilaerts in zwijnen: andere in
andere dieren , na de gelijkenis der
ftraflen. Zommigen ook, die gerin-
ge mifdaden bedreven hadden, na-
men het lot van arme en flechte lui-
den aen : want in dit geheel rijk heeft
de leere van de verhuizing der ziele.
Van het een lichaem in\'tander, won-
der welig loten gefchoten.

Daer was een \'zeer grote waegh-
fchale: in d\'eene fchale een menkh,
beladen metfchelm-ftukken: in d\'an-
dere een gebeden-boekje van delete
der afgoden, die zoo meenighte van
fchelmeryen overwoeg, en zijnen op-
zegger uit de ftraffen redde.

Midden door de helle en pijne ftor-
te een vhet van een vervaerlijke ver-
ruwe , waer in zeer velen weg-ge-
fleept wierden: wa\'nt over dezen vhet
lagen twee bruggen, d\'eene van gout,
en d\' andere van zilver. Over deze
bruggen traden de genen, die inzon-
derheid beelden-dienaers waeren ge-
weeft , en droegen verfcheide mer-
ken van den dienft , aen d\'afgoden
bewezen.

Deze hadden tot weg - leiders de
dienaers der afgoden : onder welker

ff

Pi\'!

helle traden, en quamen eindelijk aen
vrolijke wouden en luftige beemden-

Aen een anderen oort ftonden af-
gemaelt de holen der helle,vervaerlijk
doorvlammen, ftangen en duivelen.
Na de poorten der hellen, die van ko-
per waeren , tradt zeker onbekende
afgoden-dienaer, die de moeder, in
weerwil der duivelen, uit de vlamme
j redde. Meer andere van diergelijk«
ftag wierden gezien.

Geen flag van ftraffe was in de hel-
le , daer dufdaenig een opfchrift niet
by gefchreven ftond.
Wie den naem
van ditheeld duizendmael heeft aenge-
roepen, zal vry van dezeftraffe zijn.

Het wil niet ondienftig zijn , tot
meerder opening.twee gronttekenin-
gen of platte vormen van twee ver-
fcheide Pagoden ten tone te ftellen.

Amwyxjng der gront4ekenmg yan

een kleine kerk, of Pagode, ge-
heel overdekt.

1. Voornaemfte en eenigfte poor-
te van de pagod e of kerk.

2. Een affchutfel van hout, tuf-
fchen twee pijlers van fteen of van
hout; waer op tweegrote en vervaer-
lijke gewapende krijgsknechten ge-
fchildert ftaen. Hier door word belet
het zien van binnen in de kerk van de
ftraet af, ook als de deure open ftaet.

3- Een opgerechte fteen in vorm
van een wy waters-vat: waer op vuur
leid, om reukwerk te branden.

4- Lichaem of buik van de kerke.

f. Een grote tafel, voor het auter,

zeer fraei verlakt, gefchildert en ver-

guit : waer o
reuk-werken a

kandelaers ftaen en
tijts branden.

Op de tafel ftaen ook altijds twee
trompjes en een bamboes riet vol
kleine pijpjes of ftroo-halmen ; waer
mede zy lot wierpen.

6. Grote altaer, waer op ook eeni-
ge beelden ftaen.

7. Twee altaren ter zijde, een wei-
nig kleinder : wacr op noch andere
beelden ftaen.

8. Gront of voetftallen van fteen,
waer op de pijlers van hout of fteen
ruften / die het dak op houden, en de
verdeiling van drie buiken maken.

9. Twee

zijnen bank. Voor hen ftonden veel i befchut zy midden door de pijne der

-ocr page 778-
-ocr page 779-

9. Twee kleine Meiren of vy vers\'
met water en vifch, boven open, w^aer
door eenig hcht in de kerk valt, die-
nende in plaets vanvenfters: zonder
eenig ander lucht in de ganfche kerk
zy ; ofte eenig ander licht in gaet,
dan door deze vy vers , en door de
voornaemfte poorte.

10. Twee kamertjes voor de poot-
te, welke aen den wegh leit, buiten de
kerke : .waer,in twee groote peerden
met eenige andere beelteniflen.

iT. Twee geftofïèerde taferelen
of berden, gehecht aen de muure der
kerke , en befchreven met eenige
vvaengeloven, om te voore te fpellen
en te weten het geen,welk ziet op het
lot-werpen voor de beelden , met
trompjes en rietjes, die daer by op de
tafel ftaen.

12. Een groote trommel op een
houte bank, waer op eenige flagen ge-
daen worden, na het eindigen der be-
de aen de beelden.

13. Een grote klok hangende aen
de muur der kerke, van maekfel gelijk
d\'onzen hier te lande : waer op met
een ftok twee of driemael geklopt
wordt, na het eindigen der beede, in
maniere gelijk op den trommel.

14. Een bank met gaten,om daer in
te zetten de zonnefchermen en ande-
re merken , die de Mandarijns voor
zich doen dragen; defgelijx ook voor
de beelden,wanneer zy omgang langs
de ftraten doen.

I f. Plaetfe, daer de genen zich
ftellen, om knie-buigingen en verne-
deringen te doen, die de beelden aea-
bidden en lot werpen.

Aenwij^^mg der Gront-tekening eener

Pagode of Ttmpel, de grootfie en.
kofielijkfie in
Sina.

1. Voornaemfte poorte in d\'eerfte
muur of omheining van de kerk.

2. Twee poorten, ter wederzijde
van de voornaemfte.

3- Eerfte plaets of voorhof der ker-
ke , ganfch boven open.

4. Een grote vyver met water en
vifch.

y. Een brug over de vyver, waer
over men gaet.

6. Grote overdekte,zale welke het
geheel
ruim des gebouws overfprin ïrr. ,

7. Tweede plaets, veel groter, ge-
vloert met ftenen, boven open of on
derden blaeuwenhcmel.

8. Kleine kamers, ter weder zMdc
van de twede plaetfe.

9. Voornaemfte zale of grote ka
pel der kerke, welke over het geheel
ruim des gebouws Ipringt: is overdekt
met een fraei dak.

10. Pijlers van de twee zalen, die
in zommige kerken van hout: in zom-
mige van fraeie fteen uit een ftuk zijn.

11. Kleine deuren der kamers-
voor de welke een galdery is , waer
door men gaet, eer men in de kamers
komt.

12. Plaetfe, daer zich de genen
ftellen, om kniebuigingen eneerbe-
wijzingen te doen, wanneerze de
beelden acnbidden, en lot trekken.

13. Een zeer fraeie cn grote wel-
gemaekte tafel, verguit en verlakt:
wacr op, in een bamboes-riet of ko-
ker, rietjes of ftrohalmen, en fpeel-
trompjes ftaen, om wichelarye te
doen : defgelijx konforen mee vuur,
om reuk-werken tc branden: cn bran-
dende kaerfl^cn op kandelaers. Daer
bovenhangt een brandende lamp.

14. Grote altaer met een of veel
beelden.

I f. Een ftene zetel dicht acn de
I muur: waerop veel beelden, met lie-
j len en hal ven lijve,
j i^. Een fteen opgerecht, in ma-
niere van een wijwaters-vat: waer op
een konfoor met vuur ftaet, daer op
reukwerken, verguit en verzilvert
papier gebrand word : welk de genen
ter offer brengen, die de beelden ko-
men aenbidden. Gewonelijk ftaen
in eenige kerken , in plaets van den
gezeiden fteen , een of meer kopere
konforen, zeer hoog en net gemaekt.

17. Twee fraeie berden aen de
muur der kerke vaft,
befchreven met
eenige waengeloven , dienftig ter
wichelarye.

18, Pen grote opgehangen klok
van maèkfel, gelijk die van Europe;
maer zonder klepel : waer aen met
een ftok twee of driemael geflagen
word, na d\' aenbidding.

19. Een

-ocr page 780-

19. Een grote trommel, opeen
houre bank: waerop eenige flagen ge-
geven worden, nahet aenbidden der
beelden, in maniere, als op de klok.

20. Een bank van hout met gaten,

Waer in men de zonnefchermen fteit,
en andere merken, die de Mandarijns
voor zich doen dragen ; defgelijks
voor de beelden, wanneerze op ftraet
omgang doen.

Triomf of Zege-hogen*

N verfcheide Steden, tot
haer grote cieraet en luifter,
heeft men Triomf of Zege-
bogen opgcrechr.Dc meefte
zijn op vele plaetfen van gehouwen
fteen of marmer, met grotekunften
pracht van beeltwerk zeer heerlijk
doorwrocht, en na de wij ze der Got-
fche boukunft gefticht. Zy worden,
gelijk ouhnx by de Romeinen , den
genen ter eere en gedenkenis opge-
recht , die der Stadt of den Lande
eenige dienften bewijzen .• zomwijle
ook den burgeren , die een grote
waerdigheid in de geleertheid beko-
men hebben.

Zy ftaen gemenelijk in de voor-
naemfte ftraten, en volkrijkfteplaet-
fen opgerecht: beftaen uit drie ge-
welffclen:
degroorfte in \'tmidden, en
ter weder-zijde een kleine, daermen
onder
doorgaet, even als door zeer
brede poorten.

Op beide zijde pronken marmere
Leeuwen en ander cierlijk beeltwerk:
boven acn zietmen over al momaen-
zichtcn, gevogelt, bloemwerk,flan-
gen enfnaekwerk, met grote fchran-
derheid van kunft gefneden en uitge-
houwen.

De plaetfen, ontbloot van beelt-
werk, zijn zeer cierlijk
doorboort, ot

zom-

-ocr page 781-

zomtijds geftoffeert metzeer cierlijk
beeltwerk, welk als in de lucht fchijnt
te hangen. Het verdient gene geme-
ne verwondering , hoe zulke grote
ftenen derwijzehcbben kunnen door-
boort enuitgefneden wórden, dat de-
zelve veel meer loffe ketenen van vele
fchakelen aen elkandre , dan enkele
doorgeboorde ftenen fchijnen te zijn.
Dcgehele böge ruft op hoge pilaren:
is van vore en achtere van een zeiffte
fatfoen, en beftaet de kap of boven-
werk gemcnelijk uit drie verdiepin-
gingcn of delen, ieder met marmere

friefen, architraven cn lijften wonder
aertig opgetoit en uitgeftreken.

Boven op den top of kap ftaet on-
I der een verguit dak een blaeuwe
i fteen , daer op met gulde letteren
\'s Keizers naem gefchrevcn is , on-
der wien dit pronk-gevacrt opge-
recht wierd. In \'t midden vertoont
zich een grote platte fteen, befchre-
ven in vergulde of blaeu wc letteren,
met den naem, vaderland, waerdig-
heid , vaerzen en lofdichtcn, wien ter
[ eere de triomf-boge toegeftelt is.

^eboHiven.

E huizen der byzondere of ge-
mene luiden, in dc Steden, zijn
niet met groten pracht van boukunft
doorwrocht: wijl de Sinefen meer op ;
gemak , dan op de heerlijkheid of!
cieraed zien : des niettegenftaende \'
zijn de huizen, hoewelniet zeer heer-
lijk, zeer gcrijfelijk gebout, en met
groce zindelijkheid opgetoit.

Dc huizen evenwel, der rijken of
groten zijn zeer heerlijk en met grote
ruimte gebout.

De Sinefen, zoo Adam Schal ge-
tuigt , gebruiken geenen fteen tot het
opbouwen en hoge getimmerten;
maer balken , met yzere banden of
kringen,aen elkandre gelafcht; op een
zelve wijfe, gelijk de maften van grote
fchepen aen elkandre gelafcht wor-
den. De gelafchtebalken worden met
Sineefch Vernis of lak, Ci^ genoemt,
glat beftreken , en eindelijk geheel
over verguit, tot groten glans en lui-
fter des oogs.

De Sinelen hebben gene luft in vele
verdiepingen of zolderingen, en bou-
wen noit hoger dan twee verdiepin-
gen; hoewel gemenelijk Hechts eene
Verdieping hoog: want het dunkt hen
arbeid re zijn, by trappen cn leren op
te klaveren.

Het on derft e deel des huis word
by hen alle bewoont , en dat ge-
voegheiijk met prde in eetzalen cn
ftaepkamers verdeilt. Het geen bui-
ten aen\'thuis is , heeft weinig cie-
raets (uitgezeit de grote poorte en an-
dere voor-poorten , die heerlijk ge-
noech in de huizen der groten gebout
zijn) : het binnen werk is luftig en
met zonderlinge eieraet opgetoit, en
blinkt alles wonderlijk, door het be-
ftrijken met de Sineefche
Cie of gom.

H.

17.

^/y in

De huizen zijn doorgaends van
hout gebout, zelfs \'sKeizers Palei-
zen: de wanden evenwel, died\'eet-
zalen en voorplaetfen affcheiden, ge-
meenelijk met gebakken fteen opge-
haelt: want zelfhet dak ruft op hou-
te pijlers en niet op muuren, en is ge-
dekt met pannen van klei-aerde , ge-
lijk d\'onzeq hier te lande.

Aen de ftraet hebben de huizen
geen uitzicht door venfters, ja hou-
den luiden van opvoeding, zulx voor

oneerbaer.

Ieder huis heeft verfcheide voor-
hoven of zalen ; d\' een achter d\' an-
der : de geheimfte of laefte word by
de vrouwen bewoont, die aldaer in
naeuwe bewaernis zijn /gelijk in ge-
vangkeniflen.

De Sinefen, volgens Trigaut, rech- Lib. f. f.
ten in het bouwen der huizen aller-
eerft pijlers op , die van hout zijn:
want ftene pijlers zijn by hen in
gene
waerde, ja worden de pijlers zelfs aen
de paleizen of hoven des Keizers en
der Landvoogden van hout gemaekt.
Op d\' dpgerechte pijlers worden bal-
ken geleid, en op deze eindelijk het
dak. De muuren worden op \'taller-
left gemaekt van klei of leem-aerde:
waer door, fchoon de muuren ter

R

neer-

-ocr page 782-

neer-ftorten, de pijlers blijven ilaen,
defgelijx het dak heel en gaef.

De ftant en orde der pijlers, heeft
haer in al d\' open plaetfen op een zel-
ve wijze : Want ieder hof der Land-
voogden is in verfcheide open - plaet-
fen afgedeilt.

Al d\' open plaetfen zijn met fraeie
ftenen gevloert : leggen een weinigh
lager, dan de kamers, en khmt men
van d\' eene na d\' andere eenige trap-
pen op, dan weer neer : en na de gal-
deryen en kamers weer op.

Vele trappen heeft men niet van
node , wijl de Sinefen gemenelijk
niet hoger, dan eene verdieping tim-
meren.

x/è.i.f.iv. En weer op een andere plaets,
zeit dezelve Trigaut: in het bou-
wen der huizen mogen de Sinefen
tegen d\'onzen in generlei wijze
op : zoo wel in de heerlijkheid der
gebouwen, als in de
langduurigheid
van jaren ; want de Sinefen meten de
huizen , die zy ftichten zullen , by
de kortheid des menfchen levens af:
en bouwen , zoo zy zeggen , voor
zich zelfs en niet voor andere : maer
d\'onzen ftaen, uit ccn ingeboorne be-
geerten ,na de langduurigheid. " Te
dezer oorzake kunnen zy niet ver-
ftelijkheid onzer huizen, zoo van by-
zondere luiden, als van \'s lands hui-
zen. Wanneer zy hooren, dat onze
gevaerten dikwils vele eeuwen , ja
eenige duizend, andere twee duizend
jaren verduurcn , ftaen zy rot ftom-
mens toe daer over verwondert. Ons
by hen gevraegt, na de oorzaek van
deze langduurigheid, brengen wy die
op de diepe en vafte grontveften, wel-
ker diepte het overig opgebouwde
gevaerte kan ophouden.

De Sinefen , in tegendele, graven
gene grontveften; maer leggen alleen-
lijk op d\'ingeilagen grond zeergrote
ftenen; of,zoo zy eenige grondveften
graven , komen nauhx gewonelijk
eenige ellen diep ; niettegenftaende
het zeer hoge gevaerten of torens
zullen zijn. Dies zy zelden een eenige
ecuwe verduurcn ; ook zelfsde wal-
len of muuren der Steden niet; maer
moeten dikwils vermaekt worden.
Hier by komt, dat de huizen voor het
meerendeel van hout zijn, of op hou-
te pilaren ruften:waer in evenwel geen
klein gerijf is , wijl byna de wanden,
zonder de reft van het gebouw aen te
raken , kunnen vernieuwt worden:
want dc daken ruften niet op de wan-
den ; maer op dc houte pijlers. Dus

zinnen noch zich wijs maken de ko- i verre Trigaut.

Talei\'^n of Hoven der Landvoogden.

Eze paleizen worden op
\'s Keizers onkoften gefticht,
= tot woon-plactfendcrLand-
voogden,zoo wel van de bur-
gerlijke , als krijgS\'ordc. En verfchaft
de Keizer niet alleen deze paleizen cn
fchepen aen zijneLandvoogden;macr
ook allerlei nootwendig huifraet, lijf-
tocht, cn dienaers , ja, wanneer een
Landvoogt, \'tgeen merk waerdig is,
vertrekt, \'t zy na een ander Landt-
fchap, of zijn ampt uitgedient hccft,
(welk dikwils binnen een half jaer ge- (
fchiet) , vermag dees al het huifraet
met zich te nemen. En word dan voor
den nieuwen Landvoogt weer huif
raet op nieu toegcftelt.

De huizen der Landvoogden ofO-
verheden overtreffen in grote en aller-
lei vonden van cieraet cn heerlijk-
heid al d\'andere , ja mogen met
recht hoven en paleizen genoemt
worden.

In ieder Hooft-ftadt zijn vijftien of
twintig, dikwils meer zulke
hoven dn
d\'Opper-ftcdcn,ten minfte acht: in de
kleine,vier: alle in fatfoen elkandre ge-
lijk : uitgezeid
d\' eene groterzijn, dan
d\'andere, na de groter
waerdigheid
des Landvoogts.

De grote paleizen hebben vier of
vijf falen , met zoo veel huizen, die
^voor de zalen te ftaen komen.

Aen de voorgevel van ieder paleis
zijn drie poorten , de grootfte in

^ - p-wv» —--ƒ --- ^^

\'t midden, cn ieder poorte verciert ter
weder-zijde met grote
Leeuwen van
marmer.

Aen

-ocr page 783-

Aen de groètfte poort leid een ruim
plein , afgefchoten rontom met een
hek of traliën , die wonder Winken,
door het beftrijken met de rode Si-
neefche gom of lak ,
Cie genoemt.
Twee torentjes ftaen op dit plein, ge-
ftoftèert met allerlei fpeeltuig en trom-
mels: waer op,wanneer de Landvoogt
in enuitgaet, of na den richter-ftoel
treet, geftagenword. Binnen de poor-
te is een ruime zale, de vertrek of ver-
blijf-plaets der genen,die pleiten of iet
byden Landvoogt t\'eifchen hebben.
Ter wederzijde ftaen cellen of kleine
huisjes , de woonplaetfen der Hof-
rechters van den laegften bank.

Daer neven ftaen twee vertrekken,
waer in aenzienelijke gaften, die de
bezoeking aen den Landvoogt doen,
ontfangen worden; in deze heeftmen
ftoelen of zitbanken, en al wat de be-
zoeking vereifcht.

In dezelve word de rechte hand
aen de geletterden of burgerluiden:
de hnke aen de krijgsluiden gegeven.

Na deze vertrekken komtmen aen
andere poorten, die gemenelijk niet
geopent worden , dan wanneer de
Landvoogt rechtdag houd. De mid-
denfte is van een ongemeenegrote:
en mogen door dezelve alleen edel-
luiden en grote Heren gaen : al ande-
re treden door de zijd-poorten.

Dan volght weer een groot plein,
voorzien op het eind met een zeer
ruim vertrek, welk op grote pilaren
ruft, en
Tang geheten word.

In dit vertrek zit de Landvooght
te recht: en hebben ter weder-zijde
boden , hof-dienaers en andere lui-
den van geringen ampt, hun huisjes
ofwoonplactfen.

Noit verhuizen deze luiden met
de Landvooghden, maer blijven daer
altijds vaft met der woon : worden
op \'slands kofte onderhouden, en
gaen van den eenen tot den ande-
ren Heer over, zonder oit van woon-
plaets te veranderen.

Daer na volght een binnen-vertrek,
veel heerlijker, dan het eerfte,
Su-
tang
genaemt, dat \'s heimelijk ver-
trek. In dit
vertrek komen alleen de
grootfte vrienden met den Landt-
vooght te woorde, en leggen de groe-
teniftèn af.

Om en by dit vertrek woonen de
huisgenoten en eigen dienaers der
Landvoogden. Na dit vertrek komt-
men aen de grootfte poorte en aen
de huizingen van den Landvooght,
defgelijx aen diè van zijne vrouwen
en kinderen ; daer alles zeer cierlijk
uitgeftrcken en tot gemak gebouwt
is. Hier heeftmen waranden, tuinen,
meiren, en al wat tot vermaek en wel-
luft kan dienen.

Zeker Paleis van eenen gelubden,
gelegen een weinigh buiten de Stadt
Peking, word by Trigaut, neven de
gront-tekening,in volgende woorden
ten tone geftelt.

Ter weder-zijde voor de poorte
ftonden twee marmerftenen,om daer
van te paerde te ftijgen. Voor den
ingang des paleis Uep een muur, van
een manshoogte.

Achter deze muur quam een klei-
ne gang te leggen. Daer na volghde
in\'tmidden de voornaemfte poorte,
die met trappen opging ; met twee
kamers aen de rechte , en drie aeti
de linke zijde, die hunnen ingang in
denkleinen gang hadden.

Na de voornaemfte poorte quam
een grote open plaets te leggen, ge-
ftoftèert aen de rechte zijde met drie,
en aen de linke met vier kamers.

Aen het einde van deze eerfte
plaets lag een andere poorte, die met
trappen op, en daer na met trappen
weer neer ging, na de twede plaets.
In het midden ftont ter weder-zijde
een poorte of deur , opgaende met
trappen, na de zalen, ter weder-zijde
van deze plaetfe gelegen.

Na deze open

grote fale : en na ---------

open plaets , van een zelve fatfoen
met de twede, en eind elijk»een grote
bogert, omringt met een muur van
twintig palmen hoog , en in \'tmid-
den
door-fneden met een fteenen
weg.

\\ i

■i\'ii;

ai

R %

-ocr page 784-

1. Voornaemfte poorte des huis,
onder een kleine galderye , welk in
plaets is van een luifel.

2. Voornaemfte open plaets, met
ftenen beleid.

3. Voornaemfte zale van den huis.
4- Een houte affchutfel, met een

huisje in \'t midden , in maniere van
een gebeden-huis : daer in gehouwen
beelden ftaen, en voor dezelve kon-
foren, om reukwerk te branden, met
ontfteke lampen.

^Aemiy\'^ng der Serfie QronUteh^ning eem Hm vm

Sinefen yan middelmatige ßaet.

Enge gang achter het affcliutfcl,
welk het gezicht op de voornaemfte
fael belet.

6. Tweebinnen-kamers.

7. Twee falen of grote kamers.

8. Een groot beeften-huis, om
hoenders en ander gedierte te hou-
den.

mvpyT^ng der Twede ^ront-tekening eens Huis van rijh^
Sinefen en Mandarijns yan middelmatigen ßaet.

1. Portaelvoordedeöre.

2. Voornaemfte en eenige poorte
van het ganfch huis.

3. Voorhuis of galderye.

4. Affchutfel van hout, tot belet-
fel van het gezicht van buiten na bin-
nenwacrts.

r. Open plaets,gevloertmetfraeie

ftenen, op de maet gehouwen.
6. Bedekte falen.
7- Voornaemfte fale.

8. Houte affchutfel met een huisje

in \'t midden, in maniere van een ge-
beden huisje, daer in beelden ftaen

cn

-ocr page 785-

M\'

tilij -

■■ J { ""

■. »1\'

en voor dezelve keerfen, en konfo-
ren, om reukwerk te branden, en lam-
pen.

9. Enge gang tuflchen het houte
affchutfel, welk belet het gezicht op
de grote fael en open plaets.

10. Kamers, waer in de Heer van
den huize woont.

ïi. Enge gangen, waer doormen
gaet in al de kamers en binnenfte ver-
trekken des huis.

12. Kamers, voor byzitten, flavin-
nen , en ander dienftbaer vrouvolk.

13. Kleine kamers voor flavencn
ander dienftbaer manvolk.

14. Beeften-ftal.

(tA\'em>y^ng der T)erde ^ront-tel^ning van Kfininglijk^

Huiden ^ en ^eer rijke Mandarijns,

gaet na al d\'open plaetfen en binnen-
fte des huis. -

9. Affchutfel \'tan hout in de laeite
fale, met een huisje in \'t midden, waer
in eenige gehouwen beelden ftaen, en
voor de
zelvekaerfen, konforen om
reukwerk te branden,en ontfteke lam-
pen,in maniere van een gebeden-huis.

10. Enge gang achter het groote
houte affchutlel, welk is om de genen
niette zien, die in de voornaemfte
fale en in d\' open plaetfen zijn.

R 3 II. Houte

\'f.\'«
Ik

il

■rql

1. Voor-poortè.

2. Voornaemfte en eenige deure
des huis.

3. Voorhuis of galdery e.

4. Affchutfel van hout, welk het
gezicht van buiten na binnen belet.

T- Open plaetfen, bevloert met
fraeie fteenen , gehouwen op de
maet.

7. Voornaemfte overdekte fa-
len.

8. Smalle gangen: waer door men

\'iifl

V m
li

I i»

M

-ocr page 786-

11. Ho ute affchutfel in d\' eerfte fa-
le , tuflchen d\' eerfte voornaemfte
plaetfe, welk het gezicht op de vol-
gende open plaets belet.

12. Voetftallen der pijlers, die het
dak van d\'eerfte fale ophouden, wel-
ke na d\' eerfte plaetfe volgt.

13. Fraeie kamers, daer inde Heer
van den huize woont.

14- Kleiner kamers, waer in de by-
zitten , ftavinnen en andere vrouwen
wonen.

If. Kleine kamers voor knechten
en ftaven.
kJ. Beeften-huis.

Schepen.

\\K de huizen kunnen bequa-
j melijk de fchepen geplaetft
; worden, niet - tegenftaende
zy op byzondere elementen
haere plaets vinden en byzonder ge-
bruik hebben.

De Sineefche fchepen zijn verfchei-
den , als oorlogs-fchepen, keizerlijke,
ichepen der Landvoogden , fchepen,
die de vifch
Saulivà. \'s Keizers hof voe-
ren ,
Longzon offlang.fchepen, tot ver-
maek gefticht, en diergelijke andere :
voeg hierby de vlottende dorpen van
Bamboes-riet, met zeker taie teen.
Ro-
tang
genoemt, aen elkandre gevloch-
ten.

Een ongelofelijk getal van fchepen,
varende van d\' eene plaets op d\' ander,
vindmen overal door ganfch
Sina.
Ook is het geweft van Sina overal
wonder bevaerbacr , door het groot
gerijf der ftromen aen alle oorden:
want de weg, van
dtSt2idt Makao af,
tot aen de rijx-ftadt (een ftre-
ke van ontrent drie hondert duitfche
mijlen) kan heel te fchepe langs ftro-
men of gegravevaerten bevaren wor-
den : uitgezeid een dag reizens over
\'tgebergte van
Muilin, tuftchen de
Stadt
Nanhang des Landfchaps van
Quantung , en de Stadt Nankan des
Landfchaps
Quangsi gelegen.

Def

-ocr page 787-

Defgelijx kan men uit het Landt-
fchap van
Chekiang, door het Landt-
fchap van
Suchuen , te fcheep langs
ftromen reizen, )a is naulix in geheel
Sina een grote of kleine Stadt, die te
fcheep niet kan aengedaen worden:
gemerkt overal of ftromen door de
natuur , of vaerten door arbeit van
menfchen handen met de fpa gegra-
ven zijn. Het vaertuig,ter ree voor de
Steden gelegen , fchijnt door haere
grote meenigte geheele beweegbare
Steden, om zoo te fpreken, te verto-
nen.

Zulk een grote meenigte van grote
en kleine fchepen is in het Landfchap
yan
Fokien , dac d\'ingezetenen, den
Sineefchen
Keizer, wanneer dees
t\' eener tijde de Japanders wilde be-
oorlogen, aenboden eenfchipbrug, of
eiland van fchepen tc maken, van dit
Landfchap af tot aen
Japan : ja, is niet
te twijfelen , ofzoudenzoo veel fche-
pen by een kunnen gebracht hebben,
zoo flechts de woefte en wijde zee
hen in hun werk geen belet gegeven

had. ^ ^ .

der Onder al andere munten dc kcizcr-
lijke fchepen der Landvoogden uit:
en komen by deze , in cicrlijkheid
en pracht van koftelijkhcid d\'Eu-
ropifche in gene vergelijking. Zy leg-
gen op \'t water, even als hoge huizen
ofkaftelcn : zijn acn beide zijde in
verfcheide vertrekken afgedcilt : in
\'t midden is een tamelijk ruime zale,
geftoffcert met allerlei huifraet, kün-
ftig gemaektc ftoelen, venfters, deu-
ren van hout, doorwrocht met hou-
te traliën , en verfcheide krullen en
zwieren vanfnycn beeltwerk., D\'al-
icrdunfte vliezen offchillen van oc-
fterfchelpen, of doek van zeer fijne
en dunne zijde, beftreken met helder
wafch , en verciert met fchetfen van
bloemen , bomen en andere dingen,
verftrekken fpiegel-glazen: waer door
ook dc minfte wint niet trekken
kan. -

Rontom\'tfchip, op den overloop,
zijn galdcryen cn leuningen gemaekt,
waer op het fcheeps volk, zonder be-
let of ongemak acn dc reizers, onver-
hindert "met heen en weder te lopen,
un werk kunnen verrichten.

Het geheel fchip is met zeker ftag
van gom of lak , die de Sinefen
Cie
noemen, beftreken, tot een wonder-
baren glans, en met meenigerlei ftag
van kleuren luftig gefchakeert. Van
binnen ziet men gevogelte , Steden
cn diergelijke, met goutgele verruwe,
(d\'eigckleure des Keizers),afgemaelt:
al welk beziens-waerdig cn zeer gerij-
felijkis.

Naulix is acn het geheel fchip een
eenige fpijker, gemerkt de balken cn
blanken met zwaluwe fteerten in elk-
andre gevoegt cn gclafcht zijn.

In lengte komen de Sineefchefche-
pen met d\'Europifche galeien over
een ; hoewelzoo hoog cn breed niet.
By een trap of leer van twalef voeten
hoog khmt men in dezelve.

De voorfteven, daer de trompet-
ters en trommel-llagers tot vermaek
Tcduurig luftig opblazen en trommc-
en, is kafteels-gewijze gemaekt. Op
dit geluit wijken al andere fchepen, in
het ontmoeten, terzijde af: maer is
\'teen fchip van een anderen Land-
voogt , de minder in waerdigheid,
wijte voor zijnen meerder : zonder
in dit ftuk eenig twiften of harrewar-
ren valt; want alles is by willekeure,
waer na een ieder zich tc fchikken
heeft, vaft geftelt. Hierom ftaet aen
de voorfteven met vergulde letteren
van anderhalve voer groot, de waer-
digheid van ieder Landvoogt uitge-
beelt. Ter weder zijde wajen meeni-
gerlei kleurige wimpelen en vlaggen
van zijde.

By ftil weer, zijn\'er zekere luiden,
in plaets van peerden, die dc fchepen
by een lijn tegen ftroom optrekken,
ofmet riemen voort roeien cn wrik-
ken. En weten de Sinefen de riemen,
even als dc viflchcn de fteerten, met
een zonderhnge vaerdighcid en lich-
tighcit tc bewegen, tot geen klein be-
wijs der Sineefche fchranderheid : te
weten, zonder de riem in \'t water te
ftaen of uit te trekken. Ook word een
fchip,door een eenige riem, met
wrik-
ken voortgedreven cn beftiert,op een
zelve wijze , gelijk hier te lande het
wrikken met boten.

Boven mate fraei en zonder weer-
ga prachtig zijn de fchepen, die alle

drie

ill

s\'i!.\'!

. t : !

if

hi;;:?

\'K

*

fslï

-ocr page 788-

broers , met drinken en vrouweeren,
zich zelf > en al hun middelen.

Op zeker vermakelijk Meir, Si ge-
heten, by de
HooitHancheu.
des Landfchaps van Chekiang, heeft-
men ook wonder koftelijke fchepen,
die vermaeks halve op het zelve ter
fpeelreis rrekken. Byna alles, wat aen
deze fchepen is, blinkt van gout, of
pronkt met meenigerlei flag van ver-
ruwe. Grote gaftmalen, fchoufpelen
en andere vermakelijkheden worden
in dezelve by de flempers aengerecht,
met opdifl^chen van alles, tot dertel-
heiden overdaet toe.

De fchepen midierwijie, van alles
wel voorzien , varen zonder zorge
van fchipbreuk te lijcien, over \'t meir;
niettegenftaende m eenig , by ftorm
en onweer, onder het goe cier maken
komt te blijven.

Men heeft\'er ook zekere fpeel-
fchuiten,
Lungfchen in \'t Sineefch ge-
blinde klippen, even als ofze een
I heten, dat\'s flang-fchuiten gezeid,om

peert by den toom hielden, hun vaer-
tuig zeer hcht en vaerdig te beftieren;
daer nochtans de vaert dikwils zoo
eng fchijnt te zijn, dat \'er het vaertuig
nauhx door kan, cn door klippen cn
ftenen rontom omcingeltlcid.

Deze moeielijkheid van varen en
fchranderheid des bootsvolks, hccft
by de Sinefen een fpreekwoort inge-
voert , met tc zeggen :
dat de Schepen
van papier: het boots volk van yzer zijn.
Wijl het vaertuig uit zeer buigbare en
dunne delen bcftaet,dic met gene fpij-
kers ; maer flechts met zekere taie
teen,
Rotang in\'tSineefch geheeten,
t\'zamen gehechtzijn: waer
over dezc

haere gelijkenis , in den buik of het
hol, met een levendigen watcrflang,
die met wier, mofch cn andere mich te
bcWolfen is. Wonder gceftigh en acr-
tig is dit vaertuig toegcmaci^t, en met
allerlei flag van verruwen zeer kun-
ftig afgemaelt.

Het achtcr-fchip of d achterfteven
vertoont ccn grote meenighte van
vreemde flangen, boven met hair be-
woffen, cn met brede yzers beflagen:
daer en boven zijn dezc gedroch-
ten met zwachtels cn banden van
menigerlei kleuren t\'zamen gehecht,
en met een wonder aengenamen en
_ , geefligen zwier door en weer door

fchuitjes , fchoon door den fterken i malkandre gcflingert en gcfchakclt.
ftroom tegen de ftenen aengejaegt, in | De maften, gemeenelijk ten getale
generlei wijze bywijle fcheuren, ter | van drie, zijn met zijde wimpelen en
oorzake de delen in het aenftoten j vlaggen boven het verdek
zeer cicr-
nietweerftaen; maermeegevcn. [ lijkuitgeftreken:
en pronkt ieder top-
ïn dc derde Landftreke
Sucheufu punt gewoonehjk met een afgoden-

des Landfchaps van Nanking houden
d\'inwoonders zeer veel fpcel-jachtcn,
flechts tot hun vermaek. Dezc zijn
Wonder koftelijk vcrgult, en met ver-
fcheide verw e na \'ticven gefchildert:
fulxmen dezelve veel meer prachtige
huizen, dan fchepen noemen mag. In

jeclt: van gelijken ftaet een ander af-
god voor op de fnuit-

Op d\'achter fteven of ftaertftaen
mcenigten van ftandaerden , zeer
prachtig met boffchea van hair, zijde
vlaggen , en zekere lange veren be-
hangen. ^^^

drie maenden, ten getale van vijf, met groten overdaet verdoen by wijle op
zijde ftofTen en kleden uit de Hooft- deze fchepen de flempers en drinke

ftadt Nanking na het hof van Peking
afgezonden worden. Deze fchepen
worden
Lungchychuen genoemt, als of
men zeggen wilde , fchepen van
draeks-kleren, wijl zy aen den Keizer,
wiens wapen en merken draken zijn,
afgevaerdigt worden. Zy zijn om en
om verguit, wonder cierlijk root ge-
verft. Voor deze moeten al de voor-
zeide fchepen der Landvoogden in
allerlei vonden van cieraet; defgelijx
in waerdigheid van plaetfe, wanneer
zy haer ontmoeten, ter zijde afwij-
ken.

Snelle ftromen, die tuflchen klip-
pen en dalen met yfelijke watervallen
voortrollen , worden by de Sinefen
bevaren , met zeker flagh van kleine
Ichuitjes, die twee roeren of ftierbor-
den hebben : een aen de voor en een
aen d\'achter fteven. Door middel
van
deze roeren weten de Sinefen door
en tuffchen uitftekende fteenen en

-ocr page 789-

Het ganfch Vaertuig is rontom met
zijde en goüde
franje behangen.

Onder iiet verdek zitten de roeiers,
gemenehjk teil getale van tien of twa-
lef, koftelijk uitgeftreken, in gewaet
van
armozijn, met vergulde kroonen
op \'t hooft.

Op de maet van een gom, weten
deze met de riemen wonder vaerdig
iepelsgewijze te fcheppen en in
\'t wa-
ter teflaen ; zulx het vaertuig als een
blixem
doorliet water vlieght.

In den bocht van de ftaert hangt
veeltijds een jongen teguigelcn, die
onder en boven water zonderlinge
vreemde lijfgebaren en geeftige pot-
zen weet acn te rechten.

Op den Gelen ftroom en op ande-
re grote ftromen heeftmen zeker
ftagh van driftige fchepen , of, om
beter te fpreken , vlot-dorpen , be-
ftaende uit zeker groot driftig risr,
Bamhu of Bamhoes by d\'Indianen ge-
meenelijk geheten. Deze Bamboes-
rieten zijn doormiddel van touwen
en zeker taie teen, die de Sinefen
Ro-

tangno^mm, zoo dicht te zamen
hechtengewoelt, dat ook de minfte
vocht niet door kan trekken.

Op deze vlot-dorpen zijn hutten
en kleine huizen van dunne deelen
en andere lichte ftoffe gefticht, met
daken van matten ; daer in deSinefen
met vrou en kinderen zich erneren
en onthouden,(ten getale,opzommi-
ge, van twee hondert), niet anders als
in woonplaetfen op\'tvaft land, zon-
der ooit met der woon op \'t
land te
komen.

Zy drijven voor ftroom af,langs de
revieren, zoo het voor ftroom is, of
worden met ecnlijn,by tegen-ftroom,
op-getrokken , of voort-geboomt :
want zeilen worden op dezelve niet
gebruikt.

Die zich op deze vlot-dorpen ont-

koopwaren, varende dacr mede van
d\' eene plaets tot d\' andere, langs de
ftromen.
Ter plaetfe, daer zy ftilhou-
den , worden ftokken in den grond
geftoken , om de vlot-dorpen daer
aen vaft temaken.

Men vind\'er ook in Sina, die, een
vreemt bedrijf, geduuriglijk met wijf

h.

en kinderen in gemene vaertuigen
blijven wonen , cn op de ftromen,
met vloten van vier cn vijfhonderd
vaertuigen t\' effens , door \'tganfch
land varen en koophandel drijven:
zulx daer deze vloten affteken, hele

fchceps-fteden , om zoo tc fpreken,
fchijnen op te breken. Zy houden
ook op deze fchepen allerlei tam vee,
inzonderheid verkens. Ter plaetfe,
daer deze luiden met liun vaertuigen
aenkomen , bhjvenze gemenelijk et-
lijke maenden ftil leggen.

De Jefuit Martijn twijfelt niet,of dc
Sineefche koopluiden hebben oulinx,
gelijk heden,de zee bebout, ja ook tot
aen het Roo Meir : want nu noch
worden aldaer de grootfte fchepen
pancum da China genocmt,en ïspancum
by hen gezeid, welk op Sineefch een
houte paleis bediet. Ook heeftmen
overal in Indiën hier af geen kleine
tuigen gedenkteken.

Dat de Sinefenhy, oulinx de zee Martijn.
beploegt,en verre gelege geweften,als In-
diën,Japan,Lufonie,i\'«
andere Landen, \'

meer na \'t weften gelegen, met hunne kie- Schipv/tert
len aenge daen hêhhen, u niet duifterlijk
te hefpeuren uit den zeetocht van zeke-
ren
Lufeng , afgezonden door Keizer
Ching »ƒ Xi, des jaers voor de geboorte
des Heilands twee hondert en veertien,
om de noorder geweften te ontdekken^
Want dees bood onder ander den Keizer
aen zekere Lan dbefchry ving van eenige
Landen des Aerdbodems, en inzonder-
heid van
Sina en d\' eiL n den,gele gen in
de ooft-zee, anders mare
Eoum; waer uit
eenige willen befluiten,dat de naem
Cin-
gala,
welk zantplaten der Sinejen bete-
kent , op de welke een vloot ^uamJchip-
breuk te lijden, haren oorfprong heeft.
Hier van daen
js Ceilon of Sinlan, welk
inwoondersvan
SinaofSinefèn betekent,
her komft ig, Daer en boven dat ae Sine-
fen tot aen het eiland van St. Laurens of

\'M

fii
■ i

ijl

u

II

iil

houden , drijven handel met allerleiyi^A^.\'g^^-èx. gekomen zï]n,ftrekt tot een.

m

Jli

bewijs-teken, wijl noch heden op dit ei--
land Sineefch volk woont, inzonderheid
aen denzeeboefem.van S. Klare , alwaer
menfchen, wit
van aengezicht, de Sinee-
fche tale fpreken.

En bloeide deze fchipvaert ^er Sine-
fen op al d\'eilanden van d\'Indifche zee
en rot op Indiën zelf,ook noch ten tij-

S

I ■ \'t ■

-ocr page 790-

eenfdeels uit vreeze voor de Portuge-
fen. Maer na
Japan, de Filippiner ei-
hnden,MacafarreJava,Kamboya,Sion,
en Cochinchina,TLcnden deSinefen ook
nu noch over zee hunne kielen, gela-
den met koon-waren: inzonderheid
die van het Landfchap van
Fokien:
want nauhx eenige andere Sinefen va-
ren ter zee of bezoeken, tegen \'s Rijx

tig begon te heerfchen, zond, na het
t\' onderbrengen der Koningrijken
Tuepi(hedenTunkings.n Laos,) Tavon,
Takia,
na\'twefte gelegen, onder be-
leid van den Veltheer
Chankieng, een
vloot fchepen na \'t oofte, door de Si-
neefchezee, of zeeboezem
Sang ge-
heten.

Doch worden de plaetfen die deze
vloot met zijne kielen quam aen te
doen, by deSineefche Schryvers nau-
lix aengeroert; hoewel geen wonder;
want gelijk deze volken een groot en
hoog gevoelen van zich zelf hebben,
alzoo achten zy niemand , dan zich
zelfs, en dingen van uitheemfche vol-
ken en Koningrijken, niet waerdig te
weten noch te bcfchrijven. Derhal-
ven men niet zeggenkan ofde vloot
na
Japan of na d\' eilanden Liufon, Cei-
lonjava, Kamhoya
en diergelijke plaet-
fen is overgeftcken.

Het vroeg uitvinden van den zeil-
fteen en kompas, door deSinefen, ge-
ven ook gene onfeilbare bewijzen van
hunnen fchipvaert over zee.

Zoo Martijn getuigt, zou dezeil-
fl:een en deffelfs wijzen na\'t zuide en
noorde of \'t kompas vele eeuwen
voor de geboorte des Heilands , eer
de volken van Europe daer kennis af
hadden, by de Sinefen bekent zijn ge-
weeft. Want als onder de regering van
Keizer
Zing, die des jaers voor de ge-
boorte des Heilands elf hondert vijf-
tien begon te heerfchen, de Kozinzi-
ners, by dc Sinefen
Kiaochi genaemt,
voor d\' eerfte reize eenen gezant aen
den zelven Keizer hadden afgevaer-
kerwerk-ftuk, wonder kunftig door-
wrocht, welk van zelf, zonder ophou-
den, een onfeilbare weg na \'t zuide
toonde, \'tzy men dien te water of te
lande reifde. Dit werk-ftuk wierd met
twee letter-grepen
Zinan genoemt,
geheellijk met de zeiffte, met de wel-
ken heden \'s daegs de Sinefen den
zeil-fteen noemen. Tot een onfeft-

Hetisniet, gelijk ons kompas, in
twee en dertig ftrepen verdeilt, maer
flechts in vier, nadevier Hooft-win-
den van Ooft, Weft, Zuide en Noor-
de.

De Sinefen verftaen zich weinig of
niet op de fchipvaert, nochte weten
van gene hoogte te peilen met den
graedboog. Zy regelen zich alleen-
lijk na het kompas en avond-fterre.
By opftaen van ftorm en onweer zoe-
ken zy niet de ruime zee, gelijk d\'on-
zen doen, maer lopen met het fchip
tegen \'tland aen , en fpringen over
boord , met een geroep
Sequa , Se-
qua.

\'k Zal hier laten volgen,\'t geen my,
aengaende de Sineefche fchepen, ter
hand gekomen is, uit de fchriften van
zekeren Schotsman David Wricht,
die een lange wijle zich op het ei-
land
Formofa en Sina opgehouden
heeft.

De Sinefen noemen hunne grote
en oorlogs-fchepen
Tzoen , cn niet
Jonken oï Jouenchen , gelijk de mee-
ften gefchreven hebben ; maer ver-
ftaen met dien naem onze
Chriften
fchepen. Eenige dezer voeren elf-
hondcrdlaft: Zommige duizend: an-
\' dere zes, andere twee-honderd : an-
dere minder laften.

De oorlogh-fchepen hebben twee
fchanfen , een achter cn een voor:
dan ftaen hooger , als \'t boord van
\'tfchip. In deze bevind haer de krijgs-
maght, ten rijde van een geflooten
gevecht, beneven al het krijgs-ge-
weer. _

De

den der eerfte komfte van de Portuge- ! digt, meteen gefchenk van een witte
fen in Indien. Dan is namaels geftaekt hen of fefant, wierd de gezant by
en achtergebleven, eenfdeels door de :
\'s Keizers leer-meefter Cheucung, een
verre afgelegentheid der plaetfen : | grote fterrekunde, begiftigt met ze-

wetten, uitheemfche geweften. baer bewijs , zeit Martijn , deftelfs
Keizer
Fiiaou , die des jaers voor gebruik al tc dien tijde by de Sinefen
\'s Heilands geboorte hondert cn veer- j gevonden zy geweeft.

-ocr page 791-

De grootfte oorlogs-fchepen voe-
ren niet boven veertig ftukken : zom-
mige dertig : andere twintig en tien.
Al hun gefchut op de fchepen is klein-
der , dan dat van d\' onzen, en fchie-
ten zommige niet boven acht pont
yzer: andere ftechts vier, drie, twee en
een. Eenige zijn gegoten van koper:
andere van yzer.

Oorlogs-fchepen, met veertig ftuk-
ken gefchuts voeren acht honderdt
man: die met tien, twee honderd: ge-
meenelijk meer krijghs , als boots-
volk.

Het geweer, dat zy hanteren,is een
musket, piek, pijl, boog, fchild en
zwaerd : zy gebruiken ookftmk-pot-

ten, en meenigerlei flag van vuurwer-
ken,en ruften veele branders ofbrant-
fchepen toe.

De oorlogs fchepen zijn op een
ander fatfoen gemaekt, ais d\' onze: te
weten breed achter, gelijk onze fpie-
gel-fchepen : en ook breed van vo-
re ; hoewel voor niet breder dan
drie voet, en trekken van het midden
na vore fmal toe.

• Gene kiel hebben de Sineefche
fchepen ; maer de bodem is heel piat.

De grootfte, zoo wel als de klein-
fte, voeren flechts twee maften, zon-
der ftengen , ree, of boeghfpri£;ten.

De zeilen zijn gemaekt van rot-
tings en bamboes-bladen , in dezer
wijze:

Eerft word een netwerk van ge-
Ipouwen dunnerottings gemaekt, op
de grote van het zeil: hier op, ter aer-
de gefpreid, vijf dik bamboes-bla-
den geleid : en eindelijk op deze
weer een ander netwerkvangefpou-
wen rottings , gemaekt op een zel-
ve wijze gelijk het onderfte. Al het
welk rontom en in \'t midden op en
aen elkandre vaft genaeit wordt.

De zeilen zijn met touwetjesaen
de maft vaft gemaekt, gelijk die van
onze boeiers, die t\'elkens, wanneer
het zeil te ftrijken is, los, en wan-
neer het weer by te zetten is , een
Voor een weer vaft moeten gemaekt
Worden. Het los gemaekte zeil word
opgerolt en langs het fchip geleid.

Deze touwetjes zijn van hair: maer
de kabels van rottings gemaekt.

De zeilen hebben gene braflen of
boehngs ; maer een deel kleine tou-
wetjes , die van boven den top tot
beneden toe langs het zeil Vaft ge-
maekt zijn, en alle, ontrent een vaem
van \'t zeil, acn malkandre vaft ge-
knoopt worden.

Zy hebben geen wand , defgelijx
gene ftaggen.

D\'Ankers zijn gemaekt van zeer
zwaer hout, welk zinkt in \'t water,
en wel vaft in den grond houd : met
armen, gelijk d\' onzen ; dan heb-
ben gene anker-ftokken; van gelijken
gene ringen : maer is door het eind,
daer onze anker-ftok aen vaft is, een
tou.

Gene vlagge-ipel hebben de Si-
neefche fchepen ; maer in plaets van
die , een maft , ftaende ter plaetfe
in \'t fchip , daer onze bezaens-maft
ftaet.

De vlaggen hangen aen het een
eind van een lange ftok, boven aen
de maft. Deze ftok word by een tou,
welk over een katrol aen hetboven-
fte eind van de maft loopt , en on-
trent in het midden vaft gemaekt is,
naer om hoogh gehczen : aen het
ander eind is een ander tou, omhet
een eind van de ftok neer te trek-
ken , enhet ander, daer de vlagh aen
is, naer om hoog te doen gaen.

Zy voeren ook vlaggen en wim-
pels van de grote en fokke maft,
naer uitwijzing der nevensgaende af-
beeldingen.

In de vlaggen voeren de oorlogh-
fchepen gewonelijk een ronde kring ;
en niet, zoo Linfchoten getuight,
drie halve manen met zeven fterren,
na de Mahometaenfche wijze. D\' ee-
ne helft is root, cn d\' andere geel ge-
verft, cn dc gehele kring omringt met
drieën veertigh ftipjes.

De wimpels zijn gemaekt na het
fatfoen van een duizendbeen, acn
het einde ingcfneden of met tvvee flip-
pen.

Wanneer dc fchepen ten anker lo-
pen , word het roer , (welk van een
ander fatfoen is, als dat van onze
fchepen) opgctilt cn binnen boord
gehaelt, cn, op het uitzeilen , weer
op zijne plaetfe gebraght.

S % Een

i\'Si\'\'!
. li ff

> it;,;

m.i

HF

\'il

-ocr page 792-

Een ander flag van fchepen, K oei ja
by die van hec Landfchap Fokien gehe-
ten, zijn kleinder: voeren flechts der-
tig , vijf en twintig, en tien lafl:, en
hebben maer eene mafl:.

Een derde flag. Sampan oï Champan
geheten , hebben ook flechts eene
mafl;,- maer wel drie paer riemen.

Een vierde, Lantija g^n^itmt, heeft
zeil noch mafl;; maer word, gelijk de
galeien , met riemen voortgedreven
gemenelijk met zeftien paer, op ieder
zij de acht: en zit aen ieder riem acht
man. Deze fchepen zijn lang en breet,
en dienen tegen de zeeroveryen op
de ftromen, die de rovers zeer onvei-
lig maken : en houd dc Keizer een
grote meenigte dezer fchepen, tot
beveiliging voor den reizcnden man
en koopluiden ; defgelijx heeft de
Keizer in d\' aenzeegelcge Landfchap-
pen ccn fterke vloot oorlogs-fchepen,
rot befcherming
der zeehavens.

Al \'s Keizers fchepen en Lantyas
voeren in dc vlaggen \'sKeizers wa-
pen , te weten, eenen Draek, met vijf
klaeuwen aen ieder poot.
• Wanneer een hunner fchepen uit
ccn vreemde plaetfe of ander Land-
fchap komt, die tc lande ftaen, kun-
nen aenftonds weten , van wacr dc
komfte, cn wacr het fchip mede gela-
den is •• eer het noch binnen gekomen,
en eer iemant van het volk gefproken
is. Te weten door het hanteren en
zwenken met zekeren Staf, in vorm
van een halve piek, ten halven root
cn ten halvcn zwart geverft : in vol-
gende wijze. Dc Stierman, op het
flaen op trommelen en bommen , be-
gint, ftaende achter opdckompanje,
veel gebaren cn kromme zinken met
de ftok tc maken, en wonder, nu over
zijn hooft, dan achter zijnen ruch,
naer omhoog,en dan weer voor zijne
voeten tc zwenken.

Dan leid hy de Staf neder, cn begint
noch kluchriger met d\' armen cn han-
den tc fchermutfelcn ,als hy deed met
den Staf Neemt daer na de Staf weer
op, en vangt op een nieuw weer acn.
Midierwijie geven de ftucrluiden van
de fchepen, die in de haven ten anker
leggen, nau achting op de handehng
met den Staf

Zulx die van dc fchepen , binnen
de haven gelegen , al kunnen verha-
len wat \'er gefchiet is.

D\' onzen willen, hoewel t\'onrecht,
dat dc Sinefen zulx door toverye en
kracht des duivels doen.

gemeene of Heeren Pflegen,

Et recht heeft ook een ieder
zich over de gemene of He-
ren wegen te verwonderen,
die tot gerijf van den reizen-
den man , zoo veel door menfchen
arbeid hccft kunnen gefchieden , in
Sina gemaekt zijn. Byna in aide zui-

wagenen en pcerden aldaer zoo groot
niet is. Ook ziet men bet zelffte op
de hoogfte bergen , diercis enover-
gangbaer gemaekt worden , met de
ftcenrotfen ter weder zijde af té
houwen : heuvelen en toppen der
bergen te flechten , en gelijks der
aerde te maken , en dalen aen te
hogen , tot groot gemak in het rci\\
zen.

Aldaer zijn op zekere ftreken, te
weten aen ieder fteen, (gelegen tien
Sineefche ftadien van elkandre,)
loop-boden geftelt,door wien in kor-
ten tijdt de brieven en bcVclen des
Keizers en der Landvoogden zeer
gefwint overgebragt worden. Waer

der Landfchappen zijn de wegen eerft over aldaer niet vrecmts noch nieus
geeftent, daer na met ftenen gepla- gebeurt , of is binnen weinig dagen
veit, ter oorzake het gebruik van door het geheel rijk verfpreit.

By ieder achtften fteen, een ftreke
van een dagh-reizens , vindmen ge-
mene of\'s lands huifen gcftigt,(to?-
quon en Teh geheten) tot pleifter-
plaetfen en herbergen voor de Land-
voogden en Majeftraten , op \'s Kei-
zers onkoften. Dan dezc hebben by
een voorafgezondenen brief hunne
komfte en waerdigheid aen d\'Op-
ziendcrs huur - huizen bekent te
\\ maken

-ocr page 793-

maken, met byvoegen van het getal
der dagen,
op dewelke zy aen ieder
plaetfe komen zullen.

Wanneer een der Landvooghden
aengekomen is, vind hy aldaer alles
gereed, niet alleen de fpijze ; maer
ook peerden, draegzetels, dragers en
fchepen, zoo hy dier van node heeft:
want al vvat hy begeert , laet hy by
eenen brief,
Pai in \'tSineefch gehe-
ten , te vore weten.

Defgelijx zijn ook d\'oevers der re-
vieren, gelijk de Heren wegen, cier-
lijk opgemaekt, zonder eenig ge-
boomte of ander beletfel , op acht
voeten na aen \'t water , om de fche-
pen gene verhindering te geven, die
by
eene lijn vooregetrokken wor-
den.

Ook zijn de wallen op vele plaet-
fen met vierkante gehouwen fteen uit
den grond opgehaelt, en met ftene
bruggen van zeer vele bogen, daer de
nood zulx vereifcht, overilagen; zoo
dat de Sinefen in dit ftuk niet alleen
d\'aeloude Roomfche grootsheid tar-
ten ; maer ook tegen alandere volken
fchijnen met recht om den palm-tak
te kunnnen ftrijden: want fchoon de
Sinefen in het bouwen, pracht en va-
ftigheid der huizen voor die van Eu-
rope wijken ; in het ftichten van fte-
ne bruggen van ongemene grote, en
met zeer vele bogen, mogen zy tegen
hen op , ja, overtreffen hen verre, ge-
lijk uit het befchryven van verfchei-
de , te vore , genoech is af te me-
ten.

Stromen of ^vieren en Vlieten.

I Nder de Stromen, die het ge-
\' weft van
Sina bevochtigen,
^ verdienen de Stroom
Kiang
en Hoang of Gele firoom,
hier inzonderheid d\' eerfte plaets, |
eenfdeels om hunne zeer langen loop
byna door geheel
Sina ; eenfdeels om
hunne grote waterrijkheid.

De grootfte ftromen worden in
\'t Sineefch
Kiang; maer de andere Ho
genoemt.

De ftroom Tangzu-Kiang, of voor-
treffelijkheids halve , Aw»^ byde Si-
neefen genaemt, als ofmen zoon der
zeen wilde feggen, deilt geheel Sina
in Noord cn Zuid
Sina. De ftroom
Kiang vloeit van \'t wefte na \'t ooften,
neemt zijnen oorfpronk uit de ber-
gen
Min, die van d\'uitterfte wefter
grenzen des landfchaps van
Suchuen,
cn van geheel Sina zeer verre in het
Koningrijk van
Sifan fpringen, en ten
noorde met hunne voeten, niet verre
van de ftad
Guei leggen.

Hy neemt verfcheide namen acn,
na dc verfcheide landftreken, daerhy
voor
by, en door vloeit : word eer-
ftelijk
Min genaemt, na de bergen
Min, zijn hooft-bron en oorfprong.
Hier uit getreden , fchuurt met een
poot gewelt van water, voorby dc
hcoft-ftad
Chingtu zelf, des landfchaps
van
Suchuen, en verdeilt zich, door het
verfpreiden van zijn water,in verfchei-
de takken , cn bevangt het grootfte
gedeelte der landftreke
Chingtingfu,
inzonderheid om cn by de hooft-ftad
Chingtu,met zijne draijingen
en bochten, dat dezelve eilands ge-
wijze komt te leggen. Verandert by
de ftad
Sincin van name, en neemt
dien van
Takiang aen , en vloeit van
daer, verrijkt met \'t water van eenige
kleine fcheuten , als de
Lunghoa aen
d\'ooft-zijdc, en
Chocang , Cin en Tatu
aen d\'weft-zijde, by de ftad Sui, inden
vhet
Mahu.

Vloeit van daer ooft waert tot aen
de Stadt
Liucheu , en word Linkiang
genaemt : fpringt van daer tot aen de
Stadt
Chunking, en ontfangt den gro-
ten vliet
Pa, met deffelfs name: vloeit
noord-ooftwaerd door dc Landtftre-
ke
Chunkingfu cn Queicheu fu , en treed
bezuide dc Stadt
Queicheu of Patung,
op denoorderbrcte van een en dertig
graden,uit het Landfchap
yan Suchuen
in dat van Huquang , en neemt weer
den naem van
Takiang acn, niet verre
van de Stadt
Queicheu.

Tot dus verre fchiet hy, met vele
kolken en een groot gewelt van wa-
ter,door kromme dalen, in gevaerlijkc
klippen en yzelijke fteilten voort, die
S z de

f! iij\'

■i\'iii

■ ijv\'

1

\'ii:

: iij\'.l

^ -.if I
i\'h-\'

.\'■Fïif

\'fi li

ii;!

-ocr page 794-

de Sinefen evenwel in \'t varen , met

grote vaerdig en behendigheid,geluk-
kelijk weten te mijden en fchuwen.
Begint allengs M\'er te vloeien, daer
hy ten noorde door het Meir
Tung-
ting
valt, en treet, voorby dit meir en
de Hooftftadt
Vuchan , in het Land-
fchap van
Kiangfi y en ontfangt aldaer
uit het Meir
Poyang, daer hy ten noor-
de voorby vloeit, een groten over-
vloet van water en den naem van
Jang-
cu Kiang.

Valt van daer in het Landfchap van
Nanking, en maekt aenftonds beoofte
de Stadt
Sofing een eiland , Sanglo:
vloeit, uitgeftrekt aldaer tot de brete
van twee mijlen, noordwaerds door
hetgeheel Landfchap van
Nanking, en
ten wefte en noorde voorby de Stadt
Nankingxéi. In dc landftreke Taiping-
fu, hQX\\xidc0LQ Slz.AiNanking,
verdeilt
de
Kiang zich in twee armen , en
"maekt een eiland, daer op de kleine
ftadt
Vuhu gelegen is : die daer na te-
gen
over Nanking zich weer vereeni-
gen. Aen de zuidweft-zijde der Stadt
Taiping, word de geprangt tuf
fchen twee heuvelen van den bergh
Tienmuen , d^er hy tuftshen door
fchiet, gel^l door een poofce, waer-
om de beïg ook
Tienmuen genoemt
word, dat \'s poorte des Hemels; ftort
daer na voorby
Chinkiang, en einde-
lijk , door een groten mont in den
Oceaen zelf In den mont,leid op een
eiland een ftadt
Cinkiang, gefterkt met
krijgs volk en fchepen. Ter weder-
zijde is d\'oever doorgaends befet met
veel grote en kleine fteden , dorpen
en gehuchten.

Van de Stadt Kieukian af, tot aen
den oceaen, een ftreke over de hon-
dert mijlen , ftroomt de
Kiang zoo
zacht en ftil, dat de fchepen den zel-

eilanden, als Pequey, dat \'s van de wit-
de Schil pad t, in de derde Landftreke
Hoangcheufu des Landfchaps van Hu-
quang.

verneemt, \'t is een wonder te verha-
len, zoo verre landwaerdin, inzon-
derheid in de voile en nieuwe maen,
eb en vloet, en zwemt de zee-vifch
zoo verre tegen ftroom op.

In de zefte Landftreke Kincheufu
des Landfchaps van Huquang, is by de
kleine ftadt
Chikiang,eiland m den
Kiang, Peli geheten,dat \'s van honderd
ftadien. Oulinx,zoo de Sinefen fchry-
ven , waeren het negen zeer kleine ei-
landen , die daer na, door het aen-
groeien van zant en aflopen van wa-
ter , tot een eenig eiland geworden
zijn.

Aen de zuid-zijde der Sradt

nang des Landfchaps van Kiangning,
leid een eiland, Pelu geheten : hier
door vermaert, wijl niet verre van dit
eiland,onder den Stam
Sung, de krijgs-
heiren der zuiderlijke Landfchappen
verflagen en op de vlucht gedreven
wierden.

Na by de Stadt Kiangnan leid een
eiland
Chancung: aen de zuidweft-zij-
de, een ander,
Tenxu.
^ De gele ftroom,den twede in grote
en vermaertheid van geheel
Sina, in
\'t Sineefch
Hoang , is alzoo genoemt
na de gele kleur des waters, veroor-
zaekt door de geelheid der flik of klei-
aerde: want van zijnen oorfprong af,
tot aen de uitwatering in zee, is hy
doorgaens altijds door een gele flik,
of klei-aerde, die hy voortfleept, drab-
big en grondig : naerdien deze flik,
die aen den ftroom den naem en kleu-
re geeft, niet, gehjk in andere klare
wateren, van de gront af doorfchijnt;
maer verft, opgejaegt t\'elkens door
den fterken loop des waters / na de
wijze van beken, die doorregen op\'
zwellen, den gehelen ftroom, gelijk
menigmael by ervaernis bevonden is;
want wanneer deflelfs water een wijle
in een vat, of pot ftil geftaen heeft,
zinkt de zeer fijne flik in zulk een
menighte op den grond, dat zy by na
een derde gedeelte uit maekt. Gewif-

ven, zoo welvooralsindewint,met I felijk fchijnt deze ftroom in \'teerft
volle zeilen kunnen opvaren. Men een poel ofvloeibare flik te zijn; maer

In dezen ftroom leggen verfcheide ! d\'aluin,inhetwatergetrokken, drijft

de flik na den grond : het vierde ge-
deelte van het vat raekt vol flik, di^
door hare fijnte
onvoeibaer is.

Een

zijne grote fnelheid en loop des wa-
waters, doen anders blijken. Die de-
zen ftroom bevaren, maken het wa-
ter, om te gebruiken, met
aluin daer
in te fmijten, klaer en helder ; vvant

-ocr page 795-

Een wonder, van waer zulk een gro-
te menigte van flik of klei-aerde ont-
fl:aer : gemerkt men hem noit heeft
zien klaer of helder worden: ja willen
de Sinefen dat deflelfs water ook in
den tijt van duizend jaren niet kan
klaer worden ; zulx by hen hier uit
een Ipreekwoort ontftaen is,
wanneer
de gele ftroom zal klaer worden :
wan-
neer zy dingen, die gelijk noit en on-
mogelijk kunnen gefchieden, willen
uitlacchen. Wijders, de
Hoang treet
als een uitlander van buiten in
Sina,
neemt zijnen oorfprong uit de zuider
Amafifche bergen, anders
Quenlun en
by d\'inwoonders
Otunlao gtnotmx.,
die niet verre gelegen zijn van het
twede hof des groten
yiogo\\s,Laor ge-
naemt, of van het Koningrijk
Tibet: ja
wijzen de gelegenis der plaetzen, en
landftreken aen, dat uit dezelve ber-
gen de ftroom
Ganges , in Bengale:
de Mefon , \'m Laor , en andere gro-
te vermaerde ftromen, die de gewe-
ften van
Siam en Pegu bevoghtigen,
hunnen oorfprong nemen. Want dat
vele
en grote ftromen , die na\'t zui-
de vloeien, uit deze bergen hunnen
oorfprong hebben, tonen de Sinefen.
Getreden uit dit gebergte, loopt hy
voor by
Sifan en Tmyu, een ftreke van
overde drie hondert mijlen, zeer wa-
terrijk na\'t noordoofte:vloeit van daer
allengs na
\'t oofte, en n^idtttSina, by
de landftreke
Linj/aofu des landfchaps
vanXé-^^jaenhetweft-eind der grote
muur, diehy dicht voor byfchuurt:
zwiert door een gedeelte des koning-
rijks van
Tanju, tuffchen de woeftijne
Äaracatay, anders Samo : daer na door
de woeftijne zelf, met eenfnelleloop,
en verfcheide takken , na \'t oofte en
noorde, tot de lengte van twee dui-
zend ftadien. Kromt van daer zijnen
loop zuidwaert na
Sina, en treet op de
Noorder brete van veertig graden en
tien minuten door de poorte
Se der
grote muure in
Sina,en fchier tuflêhen
het Landfchap van
Xanfi en dat van
Xenfi door: valt daer na op de Noorder
hretevan zes en dertig graden in het
lantfehap van
Honan, uit dit in \'t Land-
fchap van
Xantung^j de ftadt Cao,d^et
hy zijnen loop na\'t zuid-oofte neemt.
Stroomt van daer door het noorder
gedeelte des landfchaps van
Nanking,
en valt eindelijk ten noorde voor by
de ftadt
Hoagnan met groot gedruis in
zee, op de Noorder brete van twee en
dertig graden en een halve.

De fchier doorgaens metfuik
een ongeloofelijke fnelte voort, dat
de fchepen den ftroom niet kunnen
doorzeilen; maer moeten door een
groot getal van trekkers,cn by na eens
zooveel, als in den ftroom
Kiang, te-
gen ftroom op getrokken worden.

Hy is op eenige plaetzen een hal-
ve mijle, en op zommige wat breder,
en ftrekt in de lengte tot overde acht
hondert mijlen verre. Hy rijft dikwiis
ten bedde uit, zet d\'omgelegen lan-
douwen wijd en zijd zeer deerlijk on-
der water, en flik.

De Sinefen befchrijven den Hoang,
met deze by na of diergelijke woor-
den: d\'oorfprong des ftrooms
Hoang is
tuflehen de zuiderlijke bergen
Quen-
/«»,ofA.maflfche bergen,by d\'inwoon-
ders
Otunlao genoemt. Het water,
welk uit meer dan honderd bronnen
fpringt, zied boven op het Meir, her-
komftig uit deze bronnen. Dit Meir
word
Singcieu genoemt, en beflaet
tachtig ftadien in \'tvierkant: uithet
zelve loopt door een waterleiding
het water, en maekt een ander Meir,
een weinig kleinder. Van daer vloeit
dc
Hoang noordvvaerd, hoewel een
weinig na \'t oofte : bekabbek aen-
ftonds het Landfchap van
Xenfi, en
ftrceft recht na \'t oofte. Schiet daer
na, ten noorde, voorby de zandige
velden of woeftijne : treed vanhier
na \'tzuide in
Sina, en ftort doorliet
Landfchap van
Xantung in zee. Dus
verre de Sinefche Schry ver.

Eertijds plag de ftroom Hoang ook
door het Landtfchap van
Peking en
Xantung tc lopen, maer is deflelfs kil
met groten arbeid , door fchrander-
heid derSincfen, na een anderen weg
zeer verre afgeleid : om voor teko-
men het wcglpoclen, door zijne over-
wateringe, der gemelde geweften,
die zeer breed
eh lang in dc vlakte uit-

§eftrckt leggen. Evenwel hebben de
inefen eenen fcheut laten blijven,
een kenteken van zijnen ouden loop
derwaerds.

. Na

In

Sip
i\'^ii

H.ili;:,
k

li

-■\'•»>1 i
\'lil!:
(
6

\'M
ä

\'Ij li

Avn

-ocr page 796-

Na het afhandelen der twee grote ■
ftromen, de
Kiang cn Hoang, zal ik de
ftromen en vheten van ieder Land
fchap in \'t bezonder ten tone ftellen.
rüitjt. De vliet Jo neemt uit het Meir Si

zijnen oorfprong, gelegen beweften
den bergh
Jodven , in de landftreke
Pekingfu: vloeit van daer in des Kei-
zers paleis , en door-kruift met ver-
fcheide gegraven grachten,bochten cn
draij ingcn, het geheel palcis : bevoch-
tigt dc hoven cn boffchen, en maekt
verfcheide Meiren.
fliti Luketi. De vliet Lukeu, die ook Sangcan ge-
naemr word, begint in de landftreke
Taitungfu des Landfchaps van Xanfi,
uit den berg Jueny ; loopt van daer
noord-ooftwaerd en ontfangt by de
Stadt
Hoaigin den vliet He , die het
Meir
Kiun^u maekt: vcrvolght zijnen
loop ooftwaerd , en treed, benoorde
de vefting
Guei, in het Landfchap van

n 7* ___J vr I • y-k.«« yt ê

Vlk >.t Kiuto.

water van den vliet To en Pe ontfangt
en heeft eindelijk zijnuitwateringin
den zee-boefem
Sang.

De vliet Kiuto neemt in het Land-
fchap van
Xanfi uit het Meir Tien,2LQn
de zuid-zijde der bergen Ci»/?/, zij-
nen oorfprong , vloeit ooftwaerd
voorby de fteden
Tai cn Kiechi ,d2iet
na zuid-waerd : ontfangt op weg den
vhet
Luifu, treed benoorde de Stadt
Henping in het Landfchap Peking:
welk hy by na geheel ooftwaerd door-
fnijd, te weten, door de landftreken
Chintingfu, Paotingfu cn Pekingfu, en
ftort eindeli jk by de krijgs-veftingh

Hy ontfangt op weg verfcheide vhe-
ten : in de landftreke
Chinting, byde
Stadt
Lingxui, den vlied Qjici : meer
na \'t oofte, den vlied Ti ; by de Stadt
Tuilo, den vhed5lz; in de landftreke
Paoting\', by de Stadt Poye, den vlied
\' Kinguen : dacr na dc vlied In, die uit
de bergen
Tekon, van \'t noord na
\'twefte fchietende , rontom in de
Stadt vloeid, en met zijnedraijingeti
het eiland Pe/jö^ maekt, en eindelijk
den vlied T<? en

De vliet Ye doorfnijd ten noorde de
landftreke begint ten wefte

uit de bergen Culeang , vloeid ooft-
waerd,ten zuide, voorby de ftadt r^,en
ontfangt op weg in de landftreke
Xun-
tienfu
den vlied Fan: fchiet ooftwaerts
door de bergen A\'^o«, ten zuide voor-
by de Stadt
Paoting, daerhy zijn wa-
ter in den vhed ftort.

De ftroom Chokiang begint in het

Peking, vergroot met den vliet Guei, Landfchap van XanJi^, mt do. bergen
die in dezelve Landftreke
Taitingfu, | A/ê\'«, gelegen byde Stadt Sin : fchiet

iiit de bergen by de Stadt Quangchang | van daer ooftwaerds door d\'uitterfte
begint;doorklooftde gehelelandftre-1 noord-hoek des Landfchapsvan i/o-
ke
Pekingfu, vloeit ten zuide voorby | nan,tcn noorde voorby de Stadt
de Stadt
Paogan , met een wij der kil, cn treed in het Landfchap van Peking
daer hy ondcr een groten ftenen brug i door de landftreke Xuntefuen Quang-
doorvloeit, en den vliet C-afö/^^r/^g ont-! pingfu: vloeid door het Meir 71ï/ö , in
fangt, die uit den gelen ftroom door 1 de Landftreke
Chintingfu, en ftort ein-
de grote muur in het Landfchap van j delijk zijn w^ater in den ftroom
Guei,
Peking
valt : fchiet van daer naer in de landftrekeden berg
\'t zuid-oofte, en ten zuid-wefte voor-1
Si en Stadt Sing. Op weg ontfangt de
by de Rijx-ftadt
Pê\'/^ot^ : daer over verfcheide vheten. ^^

denzelven een ftene brug geflagen is. De ftroom Guei begint in het Land- ^
met zeer vele bogen : fteekt voorts fchap vanin de landftreke
:zuid-waerd op, ten oofte voorby del
hoeifu, aen de weft-zijde der Stadt, en
Steden endaer hy het; vloeid ten noorde voorby dezelve,

Ttencin met den ftroom Guei in zee. rot tweemael toe bevonden hebben

I \' ■ te

ooftwaerds : treed van daer in het
Landfchap van
Peking , vloeid na
na \'tnoord-oofte, tuflchen de gren-
zen des Landfchaps van
Peking en
Xantung: ontfangt byde Stadt
cing des Landfchaps van Xantung, het
water van de vaert en Juncn de land-
ftreke
Hokienfu den ftroom Chaohang,
cn ftort eindelijk byde krijgs-vefting
Tiencin met den Kiuto in de zee-boe-
fem
Sang. Een zonderlinge eigen-
fchap bezit het water van
dezevÜed
ter plaetfe, dacrhy de gegrave vaert
Jm ontfangt: gelijk d\' onzen, gezon-
den aen den Keizer in gezandfchap.

-ocr page 797-

te weten, negen flokjes in den zelven
gefmetcn, drijven, na een weinig in-
leggens, zes daer van na\'tzuide, cn
drie na \'t noorde: op weg ontfangt de
Guei verfcheide vheten,als dc Si,Chang,
Ki, Ming
cn fu. De Si begint uit den
berg
Cu, benoorde dc Stadt C«, in de
landftreke
Changtefu, des Landfchaps
Honan : vloeld door de landftreke
Quangpingfu,hezmdQn de Stad Quang-
ping,
ooft waerd na den Guei.

De Chang begint by de Stadt Lugan,
uit de naby gelegene bergen in
het Landfchap van
Xanfi\\: vloeidvan
daer door hetLandfchap van
Honan,
benoorde de Stadt Changte , en ver-
volgens in den
Guei. Op wegh ont-
fangt de
Chang by de Stadt Luching een
kleinen fcheut, die uit de bergen Z/«
zijnen oorfprong neemt.

De vlied Ming begint benoorde de
Stadt
Quangping , en neemt zijnen
loop zuid-ooftwaerd na den
Guei.

De fu begint in het Landfchap van
Honan, in de Landftreke Lugan fu, be-
noorde de Stadt
Liching , en loopt
door het Landfchap
Honan^ in de
Guei.

De vlied Ki begint met verfcheide
takken in de landftreke
Gueihoei, des
Landfchaps van
Honan, inzonderheid
uit de bergen
Sumei Qn Choayang:y\\o&it
met eenen tak voorby de Stadt\'Ai,
en loopt van daer noord-ooftwaerds
in den Stroom
Guei.

De vlied Hoei is eigen aen het Land-
fchap van
Pingyangfu , neemt zijnen
oorfprong uit de bergen
Vanguo , by
de Stadt
Jeching , en vloeid van daer
na \'twefte, bezuide de Steden if/ö,
Vanciven , Lincin en Pu, daer hy in
den Gelen ftroom valt : ontfangt op
weg ten noorde den vhed
Kiang.

De vhed^S/;?, die de landftreke der
Stadt C^ des Landfchaps van
Xanfi be-
vochtigt , en ten dele omringt, neemt
zijnen oorfprong uit de landtftreke
Pingyangfu, benoorden den bergh
Mien : vloeid van daer zuid-waerds,
en valt in de Landtftreke
Hoaikingfu,
^ooften de Stadt Vucheu, in den
Gelen ftroom.

De vlied Tan doorfnijd een gedeel-
te der kleine landftreke a, desLand-
Ichaps ym Xa4u begint benoorde de

ct

Uh

Fh.

atjmg^ 145\' .

St^dtCaoping, en vloeid ooftwaerd in
het Landfchap van
Honan , daer hy
zich met den vlied
Ki vereenigt.

Tan is rood gezeid : want deftelfs
water is bloed rood van verruwe j
hoewel het, zoo de Sinefen fchryven,
eertijds zeer klaer geweeft zy ; maer
heeft, zoo men zeid, die rode kleure
van het bloed van zekeren getrouwen
Landvoogt, Pé-genaemt, bekomen:
wijl dees zich zelven aen zijnen oever
om\'t leven bragt.

De vlied Jan<! en/öbeginnen noord- vUetm
waerds uit de^befgen der landftreke
]unping: vloeien door dezelve na
\'t zuide ; maer vereenigen zich byde
Stadt
Vuning, in eene kil, die, beoofte
de krijgs-vefting Ik , in de zee-boe-
fem
Cang ftort.

Door dezelve landftreke vloeien yUemrm
twee andere vlieten, / Ten
Cie: d\' eer-
fte begint boven de landftreke
Peking-
fu ,
uit de berg Petan : d\' andere uit
ooft Tartarije, buiten de grote muur,
daer hy zich in twee armen verdeelt;
d\'een
Hing , en d\'ander Hoang. De
vlieten
T en Cie maken by de Stadt Lo
een eenige kil, en vloeien door den
zelven in den zeeboefem
Cang.

DtGuei, een edele ftroom, en an- smom
der van den ftroom Guei, des Land-
fchaps van
Peking,h&gint in her wefter
gedeelte des Landfchaps van
Xenfi,
in de landftreke Linyaofu, by de Stadt \'
Gueiy ven,\\oo^i van daer bochtig zuid-
ooftwaerd, door de landftreken
Cung-
changfu , fungciangfu
en Siganfu , ten
noorde voorby de Hooft-uadt
Sigan^
daer hy den vlied King ontfangt, en
ftort eindelijk zijn klaer water in den
drabbigen Gelen ftroom, by dc Stade
Puching, in de Landftreke Siganfu.

De vlied King verfpreid zich met vliet King.
verfcheide takken, als de vlied Kin en
Hoating,doot de landftreke
fu; ftroomt ten wefte voorby de Stadt
Pingleang zelf: van daer na \'t oofte,
voorby de
weft-zijde der Stadt King
daer na zuidwaerd,en ftort eindelijk
beooften de Hooft-ftadt
Sigan in den
ftroom
Guei.

De vhed Tao neemt zijnen oor- vlittx^.
fprong uit Sifan, anders Priefter Jans-
land of
Tihet, vloeid ten zuide door
de landftreke
Linyaofu^^xi fchiet met
\' T een

van sina, of Taifi\',

-ocr page 798-

een groot gedruis van water , gelijk
een donderflag, noord-waerts ten
noorde , voorby de Stadt
Linyao zelf,
cn valt ten lefte , vergroot met den
vliet
Tahia, by den berg ciexe, in den
Gelen ftroom.

De ftroom Hoang, een ander van
den voorzeiden groten ftroom
Hoang,
neemt uit den berg Taife of Ulum, in
de lantftreke
Kingyangfu, zijnen oor-
fprong : vloeit van daer na \'t zuide
voorby de Stadt
Hoang, cn vereenigt
zich met den ftroom King^j de Stadt
in de landftreke
Vlieten Dc vlictcn
Yung, Guei, Puon, Ping cn
^ vloeien door dc landftreke
Fung-
en u\' \' yanz fu
, die alle hun water in den

Stroom Ho-

Stroom
Haiii

Vliet Vu-
ting.

Vliet Kie-
mOf.

\'yangfu , die alle hun water m
ftroom toi ftorten.

Dc ftroom Han of Tmgchan begint
in de landftreke
cungchanfu,uit de ber-
gen
cheuchi, vloeit door dezelve ooft-
waert: daer na zuidwaert, en treet in
de
hnd^tQkQ Hanchungfu.- Hy door-
klooft
inzonderheit de landtftreke
Hanchungfu , mct twcc takken , een
oofter, die boven de Stadt
Fung be-
gint, en een wefter, herkOmftig uft de
bergen ontrent de Stadt
Mincheu.
Daer na vereenigen zich beide deze
takken, en vloeien zeer water-rijk en
bevaerbaer te fcheep,onder den naem
&,zuidooftwaert,en treden door de
landftreke
cingyangfu in het Land-
fchap van
Huquang. De Han vloeit van
daer door de landftreken
Siangyanfu
en Chintienfu, en ftort eindelijk, na het
afleggen van een langen weg, zijn wa-
ter in hetMeir
Tenchi,tn in den ftroom
Kiang, by de Stadt Hanyang. Verfchei-
de vlieten ftorten hun water in den
ftroom De vliet vloeit uit de
bergen
}o , door dc landftreke Sigan-
fu
cn Hanchungfu in den zelven.

De NViQt\'Vuting vloeit uit de bergen
ontrent dc Stadt
Ganting, door de
landftreke
Jenganfu, zuidwaerd, voor-
by de Stadt
Cingkien, en ftort by de \'
Stidtjenchang, vereenigt met den
vhet
Kiemo, in den Gelen ftroom. Hy
wort by de iJ/K^y^« gemeenlijk d\'on-
ftantvaftige genoemt, om dat hy in
het vloeien, over de zandige watten,
nu zeer laeg, en dan zeer hoog is.

De vhet A/mö vloeit door dezelve
landftreke van \'tzuide na \'tnoorde,en

begint uit de bergen Kieuu: ftroomt
ten wefte voorby dc Stadt
Paogan en
Jengan, en ftort met den vhet Vuting
in den Gelen ftroom. Het water van
denvlietAimö wort gezeit zoo licht
te zijn, dat geen hout noch fchip daer
op kan drijven , maer zinkt aen-
ftonts , foo dra het daer op komt,
na den gront, niet anders byna, als
of het flechs in de lucht gefmeten
wierd.

De vliet Io vloeit ten zuide voor-
by de krijgs-ftadt
Xancheu, na \'t oofte,
en vereenigt zich, bezuide de vefting
Culang, met den vliet Hoanting, her-
komftig uit het koningrijk van
Tibet,
die beide door ccn zelven kil in den
Gelen ftroom ftorten. Hoe verre de
vhet
Fo na \'t wefte fpringt, vintmen
by de Sinefen niet aengetekent. i,s

De vliet To vloeit by dc Stadt Chang.
kieu
, in de landftrfeke Cinanfu , cn
neemt zijnen oorfprong uit den naby
gQÏQgGnhQTgHofien. .

De vhet Ci neemt zijn begin uit de
Y
^mJun, inde landftreke Tencheufu,
vloeit door dezelve noord-ooftwaert,
endoor dc lantftrekeboven
dc welke hy zich in twee vlieten ver-
deelt, d\'een de noorder, en d\'ander
de zuider C/;?^, geheten, die beide
hunne uitwatcringh in den zee-boe-
fem
Xang hebben. Op de verdeiling
ontfangt hy den vliet
Mingto, die
ten wefte uit den bergh
Minxe ont-
ftaet.

De vhet Ven vloeit door de land- vlï^^^
ftreke Vencheufu, cn begint by de ftadt
Taigan , vloeit van daer voorby de ■
fteden
Ningyang en Vengang, en ftort
byde ftadt
Cining, bewefte het Meir
Nanuang, inde vaertJun.

By de ftadt Suxui begint de vliet
Su: fpringt weft waert en verdeilt zich
in twee armen, (d\'oofter is
Fang ge-
naemt,)tulfchen welke de ftad
Kooheu,
eilants gewijze gelegen is. Beide de-
ze armen vereenigen zich weder, en
ftorten door eenen kil, vermeerdert
met het water van den vliet/0, inde-
zelve vaerty«».

De vhet Pelang nttmt zijnenoor- fiht
fprong uit de bergen, by de üadt Sin-
tai,
inde lantftreke cinanfu ; vloeit
noord-waerd, door de landftreke C/>

cheu-

-ocr page 799-

cheufu,en ftort voorby de fteden Chan-
glo
en Xeuquam , in den zeeboefem
Xang. Op weg vloeien in den zeiven,
aen de weft-zij de, dc vliet
Hoaoquei cn
Chi: aen d\'ooft-zijdc, dc vliet Si.

Dc vliet Kiao vloeit van het zuide
ten noorde, te middendoor deland-
ftreke
Laicheufu,Moothy de Stadt Ping-
tu,
en ftort, beweften de vefting Raico-
lang
, in den zeeboefem Cang. Kiao is
zoo veel gezeit, als vliet des lijms,
om zijn drabbig en lijmigheit des wa-
ters.

De vUet Vi begint in de landftreke
benoorde de Stadtuit
den berg T^/\'i^?«:vloeit van daernoort-
waert, door de landftreke
Laicheufu,
voorby de Scadt Caomie,en ftort in den
zeeboefem
Xang. Deze vliedt wiert
door zeker
Hanfn met op gevulde
zand-zakken geftut : waer door hy
een groten neerlaeg onder den vyand
baerde.

De vliet Y of Su begint uit de ber-
gen , bewefte de Stadt
Kiu der land-
ftreke
Cmcheufu, en bezuide de Stadt

Munqin , vloeit zuidwaert, ten oofte

voorby de Stadt treet in het Land-
fchap van
Nanking en valt in de vaert
jun, benoorde den Gelen ftroom.

De vliet Hucu ontftaet ten wefte uit
den berg
Lie, benoorde deStadt Pt?,in
de landftreke
Tmgchanfu: vloeit ooft-
waert op, en komt bezuide de Stadt
Jangco , der landftrekeJencheufu, in de
vaert
]un uit. Beooften de Stadt c^ïö
vloeit uit hetMeir Lui, de vliet en
fehiet
na\'t zuide in den Gelen ftroom.
WöicT ^^ vlieten
hinxui,Pa,]u, Xeleang,
HoZn. , Quei,
en den Gele ftroom,

doorfnijden de landftreke faifungfu.
Km- yjjg^ Kinxui
komt uit den hergXej-
ang
, der landftreke Honanfu,en vloeit
ooftwaert door
caifungfu, in den vliet
Pien . De vliedt Pien neemt zijnen
begin uit den gelen ftroom in de land-
ftreke
caifungfu, bewefte de Stadt
lloin : vloeit ooftwaert, ten zuide
voorby de Stadt
Caifung: van daer na
\'r zuid-oofte, door de landftreke
Quei-
tefu,
ten wefte voorby dc Stadt Ning-
ling
, treet door de landftreke Fung-
yangfu,
in het Landfchap van Nanking,
en ftort by de Stadt Lingpi weer in
den Gelen ftroom.

^ino.

%t

Vi.

Tof

let

Pil

^liet

\'citt.

De ftroom Quei doorkboft de hnt- smom
ftreke Caifungfu, met verfcüeide rak-
ken. Hy fchijnt zijnen oorfprong te
nemen uit het Meir
si, bewefte de
Stadt
Hiu: vloeit van daer ooftwaert,
daer na zuidwaert,door dezelve land-
ftreke , ten weften voorby de Steden
Hianching cn Xin kien, en treet door de
landftreke
Fungyangfu in \'t Landfchap
van
Nanking : daerliy van name ver-
andert,en dien van
Ing aenncemt: valt
eindelijk zuidwaert in den vliet
Hoai.

De vliet Cin begint in de landftreke vn^t cm,
Caifungfu,
uit den hexgJuUng, benoor-
de dc Stadt> .• vloeit van daer ooft-
waert, tot aen de
StMiJenling: daer na
zuidwaert, en huwt zich met den
ftroom
Quei.

De vliet Ju neemt zijnen oorfprong vn^t ju.
uit het Meir Quanching , gelegen be-
wefte de Stadt
Ju ; daer hy zich met
den vliet
Sienul vereenigt: vloeitvan
daer, door de lantftreke
Ju, ooftwaert,
daerna door de noort-zijde der lant-
ftreke kromt codelijk zij-
nen loop, door de landftreke
Juningfu
na \'t zuide,en valt in den ftroom Hmi,
hy de St2idl Quang.

Dc vhet Xeleang ontftaet in de lant- vliet Xe-
ftreke Honanfu , bezuide de bergen
Xeyang , vloeit van daer zuidwaert,
aen de weft-zijde der lantftreke
cai-
fungfu ,
eii vereenigt zich, op het in-
treden in de lantftreke
Iuningfu,met
de vliet/ä.

Door de lantftreke Queitefu vloeien stromen
de ftromen Pif«, te vore befchreven,
Ctu en Hoang of Gelen ftroom.

De vhet Ciu begint in de lantftreke
Caifungfu, bewefte de Stadt Chinglieu:
vloeit zuidwaert door de lantftreke
Qiieitefu,heTüide voorby de ftad Quei-
te:d^ex
na ooftwaert: weer zuidwaert,
bezuide den berg en treet byde
Stadt
Tangxan, in het Landfchap Nan-
king,Qn aenftonts in den gelen ftroom. .

De vlieten Lo cn Ganyang, anders ls
ook Von geheten, vloeien voorby de
Stadt
Lin, duikt aldaer onder d\' aerde
eenige ftadien verre, maer komt aen-
ftonts weer te voorfchijn.

Dc vhet Ki, die delandftreke FFoai- vliet kl
kinfu
doorfnijt, komt uit den bergh
Vanno, duikt van daer onder d\'aerde
en maekt aenftonts het Meir
Taye:
Tl hier

1

\'i!

i

m

\'■ir^\' i

1\'t

-ocr page 800-

de vlieten chan, Kien,Co of Zo, en T. De
■ vlied r begint by de Stadt
Luxi, uit dc
bergen
Lu: vloeid ooftwaerd, en ftord
by de
Stadt Honan in den vlied Co, of
Lo.

vlied Co of y>q£o, of Co, ccn edele vlied,komt
uit de landftreke
Siganfu, uit den berg
Lo, des Landfchapsvan Xenß , vloeid
van daer noord en noord-ooftwaerd,

beooften deStad/^??g^i;ï^,daerhy den
vlied
Hivenhu ontfangt, cn vereenigt
zich eindelijk by de Stadt
Honan, met
den vhed T : vloeid van daer met den
zelven in den gelen Stroom.

De vhed Kien begint uit den berg
Pexe , bezuiden den gelen ftroom:
vloeit van daer ooftwaert in den vhet
Y. Beoofte de Stadt Honan ftroomt

de vhet Chan na\'t noorde.
vlieten roof slieten ro oïPe , Tan , Pie en

InH^^*\' Hoai vloeien met hun begin door de
landftreke
Nanyangfu.

De vhet of Yo begint in \'moor-
den dezer lantftreke,uit de bergen
Yu:
vloeit na \'t zuide en treet door de
landftreke
Cingyangfu , in het Land-
fchap van
Huquang : ftort ten oofte
voorby de Stadt
Quanghoa , en aen-
ftonts in den ftroom
Tunghan.

De vhet P/^ begint beweften de
Stadt
Yu, vloeit zuid-waert, en veree-
nigt met den vhet
Pe, op de grenzen
des Landfchaps van
Huquang.

Dc vhet Ta» begint aen de weft zij-
de der
Smdt Nuihiung,{chi^^ van daer
zuid-ooilwaert, ten zuide voorby de
SttdQn\'Chechuen en Sinye, en ftort in
den vhet
Pe.
vlied Fal». De vhet Pak begint op de noor-
der grenzen des Landfchapsvan
Hu-
quang ,
fchiet noord-ooft waert in den
üïoom Hoai, beoofte de Stadt
vlied sien. Dc vlict Sienul ontftaet uit den
berg
Ki, by dc Stadt T?nfung, der land-
ftreke
Honanfu , loopt van dacrzuid-
vveftwaerd in de landftreke/«, en ver-
eenigt zich met den ftroom> , be-
oofte het Meir
Quangching.

L ^^ ^^^^ begint in de landftreke
Zndflaps Chintufu , bezuide de Stadt Ginxeu,
vm sh- yioeit zuidwaerd door dezelve , en

chuen.

genaemt, en vloeid ooftwaerd in den
gelen ftroom.

y.kitnChan

" Door dc landftreke Honanfu vloeien

Lq.

Vlied Kien.

Vlied
Te.

Vlied Tan.

De Chu, dus water-rijk geworden,
zakt na \'t zuide, en neemt den naern

van Chung aen : vervolgens door de
landtftreke
Sincheufu , eindelijk ^^
\'t oofte, door de landftreke der Stadt
Liucheu, en ftort bezuide de Stad t /i«\'-
kiang in den ftroom Kiang.

De vhet Chu, is gemenelijk de vliet
der perelen genaemt , om het flik-
keren der glinfterende lichten deS
nachts in denzelven, die byde
Sine-
fen voor karbonkelen of dierbare ge-
fteenten gehouden , cn
Jeming ge-
noemt worden, dat \'s
nacht-lichters.

De vhet Kiang, die van \'t noorde na
\'t zuide de gehele landftreke
Chingtu-
fu dooiiniyt,
onder den naem van Ta-
kiang ,
vloeit zuidwacrt, ten wefte
voorby de Stadt
Mien: ontfangt ten
oofte dc vhet
Yolung, en verdeilt zich
by de
StidtSinfang in verfcheide tak-
ken , die om en by de Hooft-ftadt
Chingtu met vele bochten en draeien
in malkandre vloeien, cn de Hoofc-
ftadt en\'t omgelegen geweft cilands-
gewijze omringen. Een dezer takken,
bezuide de Hooft-ftadt , word
Kin

genaemt, gemenelijk ook de Damas-
vliet, om dat deflelfs water de zijde
in het waften een wonderlijken glans

byzet: een ander, meer na \'t wefte, is
Che genaemt, ook Hoanglang, dat \'s ge-
le Draek:
want men zeit in den zelven,
onder den Stam iy^;?, een gele Draek
gezien is. Dees
fchiet na\'tzuide, door
de landftreke der Stad
Muicheu en Kta-
ting,cn
ftort eindelijk,by de Stad M/^i-
cheu, in den Stroom Kiang of Takiang. ..

De vhedt Lungchoa vloeit uit de i\'^f^^
landftreke der Stadt
Muicheu, na\'
\'tzuid-wefte, ten wefte voorby de
Stadt
Gueiyven , en ftort in den Che
of cin. j

De vliet Cin begint uit de bergen
CingfingA^"^ landftreke Yacheufu:v\\o^^\'^
zuidwacrt door dezelve lantftreke,
beoofte de Stadt
Yacheu: daer na door
die van
Kiatmg, cn eindelijk bewefte
de Stadt
Kiating , daer hy zich met
den vhed
To oïTatu vereenigt.

De

hier uit vloeiende, word de vliedD\' ten wefte voorby de Stadt

met den vliet Yoyung, hcrkomUJg uit-
de landftreke
Tungchuen, die eenan-
deren
tak by de berg Loking ontfangt,
gekomen uit de landftreke Chintuju.

-ocr page 801-

De vliet Ckocung begint in deland-
flreke van Kiungchoa, isit den berg Gó-
w«/;vlocic door deflelfs zuidergeqeel-
tc, en van daer door dc landflreke van
Kiating in dc Stroom Takiang oi Kiang.
Gedenkwaerdig is deze vliet by dc Si-
nefen
over den wonderdaet, die ze-
ker vrou zou gebeurt zijn; want dees,
onder het
w andelen aen den oever,
Zagh in \'t water een dik bamboes-riet,
wacr uit zy een geluid hoorde : cn
vond
daer in , getrokken uit het wa-
ter, een kint, wclk zy naer huis bracht
en opvocde. Niet lang daer
na wierd
dit kint
Telang genoemt, en rechte
aen dezen oordt, aen de weft-zijde,
het Koningrijk
Teleang op.

Dc vhcd Tooi Tat u vloeid naer het
Koningrijk van
Sifan, cn is gelijk ccn
tak , afgeleid van den ftroom
Kiang,
en gegraven door bevel van Keizer
Tu, om her overvloeien des ftrooms
beletten.

De vlied C/\'fx«/bcfproeid de zuid-
weft-zijde des Landfchaps
Suchuen,
fchiet na\'t noord ooftc cn valt aen dc
W^eft zijde in\'c Meir M.jhu. Een wei-
nig
noordelijker vloeid de vhcd Lu,
cn neemt een zelven loop en uitgang.

De vlied Pa neemt zijnen oor-
fprongh uit dc noorder bergen der
landflreke
Paoningfu , welke hy be-
vochtigt • vloeid
ten ooftc voorby dc
Stadt Pdr,diahy den naem geeft: treed
van daer zuid-waerd
door de landftre-
ke
Xunkingfu,^n ontfangt by den berg
Johoan den vlied C/jji: by de Stadt Ta-
cho,
den vlied Lin : by de Stadt Kiu,
den vlied Tu, cn vereenigt zich in de
landflreke
Chungkingfu , by den berg
Tu, met de ftroomen Sihan of Sung en
Feu, die alle door ccn zelven kil, be-
zuide dc Stadt
Chungking , in den
ftroom
Kiang ftorten. De vhcd Pa
word alzoo genaemt, dewijl hy met
zijne bochten cn draijingen het Si-
neefch teken byna verbeeld, welk
Fa genoemt word , cn betekent, V is
genoeg.

De ftroom Feu bcgind in het noor-
der gedeelte des Landfchaps
Suchuen,
ift de landtftreke Lungganfu , aen dc
^nidvveft-zijde der Stadt
Lunggan:
vloeid van daer zuidwaerd door deze,
en de landftreken
Chingtufu , en ten

Cho-

cung.

y\'^oof

Che.

\'"et

Pen

\' oofte voorby de Stadt Tungchuen:
\\ kromt zich van daer na \'t oofte, door
I dc landftreke
Chunkingfu, alwaer hy
zich by den berg Pu m^t den vhcd

vereenigt.

De vlied Chuen begint uit dc bergen, vliet ckum.
benoorden dc Stadt Quanggan, in de
lantftreke
Xunkingfu,vloóx. zuitwaert:
ten wefte voorby de Stadt
Quanggan :
meer na \'tzuide, ten wefte, voorby de
I Stadt
Gochi, en ftort op het einde der
! landftreke in den vhed
Sung of Sihan.
\' In den zelven zijn zes-en dertig ftcr-
ke water vallen , daer het water met
: groot gedruis en geraes afvalt.
I De ftroom
Sung, anders Sihan ge- stroctn.
\' noemt, begint in het Landfchap van
Xenfi, opde noordcr brete van zeven
en dertig graden vijftig minuten, aen
d\' ooft-zijde der krijgs-ftadt
Mincheu
vloeit van daer zuid waert,en treed op
I dc noorder brete van drie-en-dertig
I graden veertig minuten, in het Land-
I fchap van Suchuen, door dc landftreke
I
Paoningfu, ten wcftc voorby dc Stadt
I
Zangki, daer hy den vlied Tung ont-
! fangt,
gekomen uit den berg Xeyen :
daer na voorby dc Sx2idiPaoning: valt
ein delijk inde landftrek e
Chungkingfu,
en vereenigt aldaer by den berg Tu,
met den vhed Pa en Feu, die alle in
I den ftroom
Kiang ftorten, by de Stadt
i chungking.

De vhcd Xe begint uit dc bergcn,be- vliet xs.
I wefte dc Stadt Kiett, vloeit van daer
; zuid-waerd dóór de bergen
Tapa,
I en met verfcheide bochten, beoofte
! de Stadt
Lenting cn Xehunq^ : treed
! zuid - ooftwaert door dc landtftreke
i
Xunkingfu, cn vereenigt zich aen
\' deflelfs zuid-einde met den vhed
Si-
han
of Sung.

De vlied Xemuen of Heng, herkom- vliet xe*
ftig uit den noord-wefte, vloeit door ^^ "f
het zuider gedeelte der landftreke
, Siucheufu , voorby de zuid-weftzijde
I der Stadt
Siucheu: hy ftroomt met ccn
groot gewelt van water cn fterken wa-
terval , de klok genaemt, dewijl die
I als een klok bromt, cn meteen groot
; geluid weergalmt.

ï Eindelijk ftort dc Xemuen in den
ftroom
Kiang. Aen dc ooftzijde vloeit
door dezelve landftreke de vlied
Cin-
gj, en valt in den Kiang.

T 3 De

;i ii(

-ocr page 802-

vlied rofiang, die uit het Mek Cien-
y^/;/gkomt, en een zelven loop neemt,
in den ftroom
Kiang,hQooÜe de Stadt
Queicheu, Cing is heldere vlied gezeit,
om dat zijn water boven al andere
vlieten dezes Landfchaps helder is.

De vhet Tahoa vloeid door de zuid-
zijde der lantftreke
chunkingfu,fynngx.
noordwaerds, ten wefte voorby de
Stadt
Vulung, en vak in den ftroom
Kiang , op \'de weft-zijde der Stadt
Changxeu.

vliet Kiu of

De vliet Kiu Q{Kiuktang,htgmt met |
Ktukimg. twee takken, met d\'een genoemt Pi- ;
niao-,
in het zuider gedeeke des Land-
fchaps van
Queicheu, bewefte de Stadt
Lukeu, met d\'ander in het Landfchap
Suchuen bezuiden den berg Fuyum

landftreke Vunkingfu, de vhet U, be-
noorde dc Stadt
Pengxui.

Vliet Ja.

vlieten des
Landjchafs
va» Hu-

Beek Um.

gen de grote hitte.

De vliet Jo vloeit uk de bergen,ge-
legen bezuide de Hooft-ftadt
Vuchan,
en fchiet noordwaert, midden door
\'de Stadt, in den ftroom
Kiang.

De vliet Sui neemt zijnen oor-

Inliet Stut.

riiet Cha.

Tangxan , en loopt noort-weftwaert
in den ftroom
Kiang. Door het zui-
der gedeelte dezer landftreke\' vloeit
een ander tak,die mede in den ftroom

De vliet cha verdeilt de gehele lant-
ftreke
Teganfu , neemt zijnen oor-
vliet
Tuen, aendeweft-zijde,eimet
andere, aen d\'ooft-zijde, uithet Meir
Tungmung, ten wefte voorby de ftadt
Tegan : vereenigt by de Stadt

vliet
en

Vlia Ta-
hou.

met den vhet Boan, herkornftig
uit het Meir
Tungmung en vak, onder
den naem van
Hoan , in den ftroom

Han. vl\'et^-

De vliet Ki vloeitdoor delandftre-^\'^

B&jchryvmg des Keizerrijks
et Cing De vlieten cing mTofiang doorrij- i Iprong uit denberg Tahung

den de landftreke toick^: d\'eerfte i daerzuid-waert, ten ooite vooroy

neemtziinen oorforong uit het Meir i Stadt , en ftort, vemroot met^
en vak; vereenigt met den o.n ^.wpft-ziide.enmec

ke Hoangcheufu, uit hetMeir Uheu,xcn
wefte voorby de Stadt Ki, en ftort in
den ftroom
Kiang. De zelve lantftre-
ke wort doorfneden met twee andere
vlieten ,
Pli en Lungfang , die beide,
herkomftig uit den noorde , in den

zelven vallen.

De vhet Mie vloeit door de lant- \'

ftreke Tocheufu, en neemtzijnenoor-

öucmen dczuiuch uca u^i^ fprong uk den berg ; fchiet W

vloeid van daer noord-ooftwaerd, i daer noord-weftwaerd in den vliet
langs de
zuid-ooft zijde des Land- | Siang , en door denzelven in den
Ibhaps van
Suchuen ; daer na noort- { ftroom .h«.

waert, en vak in de landftreke Chun- Dc vliet Lieu begint uk het Meir
kingfu, beoofte de Sti^dt changxeu in Pexa , welk vier vheten uitlevert :
den ftroom Opweg vloek in ! vloek noord-weftwaerd door de land-

den Kiu , benoorde de krijgs-ftadt i ftreke Chanxafu, cn ftort in de land-
Pinochai, dtyVi&t Nanyang ; en in de ikiêk^JocheufumdQnyXiQX. Siang.
, ^ A^ .ri;«.- Tl
 De vliet Mielo ontftaet uit de za- v^^f\'

I menkomfte van twee vheten, dc Lieu

De beek Han vloeit door de noort- ^nChao, herkomftig uit de landftreke
zijde der landftreke
Yuchanfu, cn ftort; Paokingfu: vloeit ten wefte voorby de
bewefte de kleine Stadt
Fuchan , in : Stadt Siangijn , en ftort in den vhet
den Kiang. Het water des vliets Han \\ Taohoa of Siang. De Mielo ontfangt
is
boven maten kout, tempert, zelfs op weg een anderen vliet Can, gcko-
indehonts-dagen,deiucht: waerom men uk het Mek DevhetM/^-

de Koningen aldaer over denzelven | lo is hierom vermaert, wijlhyoorza-
een luft-paleis doen bouwen hebben, i ke van zeker feeft geweeft is,
Tuonu
tot een woonplaetfe des zomers, te- by de Sinefen genoemt, welk met gro-

y «r» w ^A* ^^ ----y

ten toeftel , gejuich en vrolijkheid,
den vijfden dag der vijfder maent,
door geheel
Sina geviert word, ter ge-
denkenis van zekeren vromen en
trouwen Landvoogt, die zich in den
vliet
Mielo over hals over hooft ftorte

fprong uit de beraen, beoofte de Stadt en verdronk.

! v/lipr

De vliet Siang neemt zijnen oor-
fprong op de zamen-pahngen van het
Landfchap
Huquang , en dat van
Quangsi, uit den berg Siang : vloeit
noordwaerd door de landftreke
Jun-
cheufu,
voorby de St2idt Jungcheu zeft,
daer hy ten wefte den beek
Tu ont-
fangt :

-ocr page 803-

fangt : treet uit deze lantftreke, in
die
van Hengcheufu, vloeid daer na
tloor die van Changxafu, daer hy ook
den naem van
Mielo aen neemt, ten
wefte voorby de ftadt
Siangyn, ver-
eenigt aldaer met den vliet
Tahoa:
maer bebout den n^emy2LXiSiang, en
vloeid door de landftreke
rocheufn,m
deniktoomKiang.
Zijn water is zeer
klaer, gelijk kriftal: zulx al de fteen-
tjes en keien, fchoon zeer diep onder
water, zich op den gront vertonen.
siao. De vhet Siao begmt uit de bergen
Kieny, aen den zuyd-weftzijde der
ftadt
Ningyven, vloeit van daer dicht
voorby d\' ooftzijde der Stadt
ïung-
cheu,Qïi
vereenigt ten noorde met den
vliet
Siang. Ontfangt op weg,benoor-
de de Stadt
Ningyven, ten wefte den
vliet
Cin, en beek Xu , en ten oofte
den beek

De vliet Chinghiang en Ciencieu
\'"^\'enSu. vloeien van \'t zuide na\'t noorde door
dc landftreke
Ciencheufu, daer na, ver-
eenigt met elkandre, door een zeiven
kil, noord-weftwaerd, door de land-
ftreke
Hengcheufu : en ftorten hun wa-
ter in den vhed
Siang.
lofeii. De vliet Lofeu komt uit de Noor-
der bergen der landftreke
Chanxafu,
vloeid ten zuide voorby de ftad Xeu,
en ftort, bezuiden de ftadt Siatang, in
den vliet ÓM«^. Deze vhet
won lofeu
genoemt,om de voortreffelijkheit, en
menigte der lampreien, die in den
zelvcn houden.
G«. De vlied
Gu begint uit de bergen
hy dQ^zèVucang, vloeid van\'t zuide
na \'t noorde door de landftreke
Pao-
kingfu, over fteenen cnftciltcn: ont-
fangt aen de weft-zijde, bezuide de
Stadt
Paoking, den vhed Tdeang, en in
de landftreke
Xincheufu , by de ftad
Xopu, den beek Xo : vloeid van dacr
langs dc weft-zijde der landtftreke
Changxafu, en wort aldaer Taohoa ge-
noemt: kromt na\'t oofte, en veree-
nigt eindelijk by de Stadt
Sian^n, met
den ftroom

De Gu heeft in dc landftreke Pao-
tingfu
acht en veertig zeer moeielijke
bevacrbaere plaetfen: een boven al,
aen de noord-zijde der Stadt
Paoting,
"^et zulke fteilc en afgebroke klip-
P^^. dat de Sinefen aldaer een kope-
re zuil ofpylaer hebben doen oprech-
ten , omhet vaertuig zoo lang dacr
aen vaft te maeken, ter tijt toe, zy
zich van alle nootwendige behoef-
ten, totd\'afreizc, voorften hebben:
want onmogelijk was anders, tuf-
fchen dezcer rouwe bergen, de fche-
nen in den fterken ftroom tegen te
louden.

K

De vliet ching, komt uit de bergen, vUet cking.
beoofte de Stadt Paoking, vloeid ten
noorde voorby de Stadt
Hencheu, cn
ftort aenftonts in den vhet
Siang.

De vliet U begint uit de bergen der vimXf.
St^dfung,
cn loopt voorby d\' onder-
horige Stad
changning.

De vlied Lang anders Tven en vliet Lang,
Jö^ genoemt, neemt in het landfchap
van
Queicheu zijnen oorfprong, bezui-
de de krijgs - ftadt
Taf ing , en word
aldaer
Tiechung genoemt, vloeid
noord-waert door dc landftreke
Sin-
tienfu :
dacr na ooftwaerd , door de
landftreken
Chinyuenfu en Sucheufu, en
treedt in het landfchapvan
Huquang,
by de Stad Tven: valt van daer, noord-
ooftwaert,door de lAndürQkQXincheu-
fu cn Chantefu , en eindelijk in het
Meir
Tungting.

De vhet Xin vloeid aen d\' ooüzij- ^\'^t xim
de der Stad Xincheu, en ftort in den
ftroom
luen.

Aen de zuidt-zijde der Stadt Luz
vlocijen vijf Scheuten, als Hiung, Teu,
Tuen, Xin
en Muon. Voor by de Stadt
Cienkiang vloeid een vhet van een zei-
ven name, en ftort in den
Tan: voor-
by de Stadt
Kingling de vÜed T, en
valt in den zelven Tan.

De vlied Lungmuen vloeit voor- Ffe^
byd\'ooft-zijdeder Stadt
Chingyang,"""^\'
daerhy ook den oorlpronguit eenen
berg van een zelvcn name heeft.

Bewefte de Stadt Choxan , begint
de vhet
Cungyang, vloeit van daer
noord-waerd, voorby de Stadt fang^
kromt daer na ooft-wacrt, onder den
naem van
Tanghia, en ftort endelijk
in den vhet T^ï».

Het water van dezen vliet neemt
zeer gezwint alle vlekken uit de kle-
ren weg,
en wort gezeit zeer goet
tezijn, om her yzer te fcherpen. By
de Stadt
Choxan vloeit ook de vhet
Xangjung, en heeft een zeer grooten viut xmg^

water-»

-ocr page 804-

water val. Alleenlijk door het wer-
pen van eenen fteen in den
zelven,
ontftaet aenftonts donder en r egen.

De vliet Hiung heeft in de kleine
landftreke
Cingcheufu zijnen oor-
fprong uit negen beken, als Lang, V
h,
Hiung, Xin,

vloeit daer na door een eenigen kil
inde landftreke
Xincheufu , in den
vliet
Tven.

De vliet T of Cing begint be wefte
de krijgs-ftadt
Xi , vloeit noord-
waert, en
ftort in de landftreke JO»^-
cheuiu in den Kiang.

De vliet Can vloeit ten wefte voor-
by de Stadt
Nanchang , in het Meir
Poyang, gelijk de vliet Lieufan ten
oofte. .

De vliet Can, of Chan, die het Land-
fchap van
Kiangfi, van het zuide tot
het noorde, in\'t midden doorklooft,
neemt zijnen oorfprong in de land-
ftreke
Cancheufu)atoo^c de Stadt

vloeit van daer zuidwaert, voor-
by
de Stadt Hoeichang, en neemt daer
na zijnen loop noordwaerd, en ont-
fangt niet verre van de Stadt
cancheu,
die hy den naem geeft, den vliet

De Chang begint in de landftreke
Nanganfu, bewefte de Stadt Nangan,
op 3e zamen-palingen des Landt-
fchaps van
Kiangsi en Huquang. Beide
deze vlieten, te zamen in een zelven
kil gelopen, maken aen de noord-
zijde der Stadt,gelijk een groot Meir,
en doorkloven byna het geheel Land-
fchap van
Kiangft: fpringen noord-
waerds, eerft door de landftreke
cheufu, daer na door die van Kiegan,
beoofte de Stadt Aié-g^z« zelf,eindelijk
door
Linkiangfu en Nanchangfu,cn ftor-
ten bewefte de Stadt
Nanchangïnhei
Meir Poyang. Op weg ontfangt de
Can verfcheide beken en vlieten, die
alle hunnen oorfprong in het Land-
fchap van
Kiangsi hebben : te weten,
ten oofte , in de lantftreke
Cancheufu,
den vliet f;,by de ftad Utu:dm Kien,en
te^ ,by de SfiidCancheu, gelijk in A/^-
ganfu den vUet Lu, by de St2idt Kiexui :
ten wefte den vliet T%o,Sui, Xoin, Seng-
ting :
in de landftreke Linkiangfu ,ten
\'^^QÏ!LQ,dcnyXi^x.Tven:mNanchangfu,d^^
Hoajang QnXo^yMSldidKiegan
begin-
nen in den ftroom
Can de zeer gevaer-
lijkcklippen,
Xepatangeheten; want
van deze Stade at is d\' afvaert langs de-
zen
Stroom vol gevaers, cn vreeftijk
door het blijven van vele fchepen, van
wegen de zant
-platen en fcherpe klip-
pen : waer over de ftroom zeer ge-
zwint en fnel voort rolt. Achtien
plaetfen zijn\'er, daer men
zeit het
meefte gevaer te zijn, waer van ook
de naem
Xepatan zijnen oorfprong
heeft, dat \'s achtien water-vallen. De
meefte fchepcn nemen uit dc Scadt
Kiegan een ervaren ftierman in, om
door deze gcvacrlijkc plaetfen ge-
bragt te worden. Het grootfte gevaer
is op zekere plaetfe, Hoangcung gehe-
ten.

VlietEmng.

Vliet Tof
Cing.

Vliet Ca».

Vlieten des
J.md/chaps

Vliet Cm
cfChan.

\'niet

De vliet Tven of Tu neemt zijnen ^yr«.
oorfprong uit den berg
Tangchi, be-
noorde de Stadt
Juencheu, en vloeit in
dQÏQindt^iiQkQLinkiangfu indcnChan. ^^

De vliet Lu begint uit de bergen,na
by de Stadt
Jungfung, vloeit niet verre
van de Stadt
Kiexui, en ontfangt zelf
by de wallen der Stadt, twee vlieten,
te weten,den
Xanglu en Hialu: fchiet
aenftonts na \'twefte, kromt daer na
een weinig na \'t noord-wefte, en ver-
andert van name, nu in dien van
Luyuen,d2.nindätn^2LnLupo, en ftort
eindelijk in den
Chan. ,

De vliet Kie of vloeit door her
gebiet der Stadt
Kiexui, en maekt met
zijne bochten en draeijingen byna de
Sineefche letter, welk
Kie, dat\'s ge-
lukzaligheid, genoemt word : waer
van ook de Stadt den naem
Kiexui
heeft, welk gelukzaligheid des waters
bediet. Uit dc
bergen, ontrent de Stad
Jungfm, fchiet dc {c\\iQ\\xtSenting: Sen-
ting
is fluit gezeit, om dat deffelfs
water, in het vloeien door de klippen
en ftenen, met een zeer fnellen vaert,
een lieflijk geruis, en een aengenaem
geluit maekt, gelijk van een fluit.

De vhetXf anders /Ci»,neemt zijnen ^
oorfprong ontrent de Stad
Vancai, der
landftreke
Juencheufu , vloeit weft-
waert voorby de Stadt
Xangcao , en
vereenigt met denvljet Hoayang, by
de Stadt
Xuicheu,éXe beide te gelijk m
den to ftorten.
Deffelfs water, vol-
gens het gemeen zeggen der Sineien,
is dienftig tegen vele ziekten. ^^

i

Si\'

-ocr page 805-

\'\'^^mg. De vliet

berg Pechang der landftreke Nanchang-
fu ,
vloeid noord-ooftwaerd, ten wefte
voorby de Stade
Fungfin: daer na door
de landftreke,en ftort ein-
delijk by de Stadt
Gany in bet Meir
Poyang.

De vliet Sieu komt uit de landftre-
ke
Juencheufu , benoorde den bergh
Kinkt, treed ooft Waerd uit deze in de
landtftreke Nanchangfu , ten zuide
voorby
de Stadt Ning : vloeid aen-
ftonds noord-ooftwaerd, en treed in
de
landftreke Nankangfu, en ten lefte
in het Meir Poyang.

De ftroom Po neemt zijnen oor-
fprong uit de bergen, in de landftreke
Hoeicheufu, des Landfchaps van Nan-
king,
vloeidzuid-weftwaerdsdoor de-
Zelve, en treed,door delandftreke/dfl-
ciï^^üy^, in het Landfchap van
Kiangfi:
daernaweftwaerd, vergroot met het
water van den vliet
Poyuen, ten zuide
voorby de Stadt
Jaocheu, en ftort in de
landftreke
Jaocheufu in het Meir Po-
yang.
Langs dezen vliet word d\'aerde
uit
de voorzeide landftreke Hoeicheu-
fu n2.deSt^dt Jaocheu gtyoQtx.,
daer in
de zelve de befte porceleine vaeten
van geheel
Sina, af gemaekt worden.

De vliet Kiende htgini benoorde
den berg Suihan, loopt weftvvaerd
Voorby de noord-zijde der Stadt Tu-
kan,
daer hy in het Meir Poyang^oit.

De vlied Xangjao neemt zijnen oor-
lprong uit de bergen by de Stadt
lo-
xan:
vloeit ten noorde voorby de Stad
Quang(m, daerna ten zuide door def
felfs landftreke, en valt, na verfcheide
plaetfen aengedaen te hebben, in de
landftreke
Jaocheufu, in het Meir Po-
yang.
Ontfangt op weg aen zijnen
noordelijken oever het water van de
beken
le en Ko.

Byna uit een zelven oort, hoewel
meer na \'t zuide, komt de vhet To, en
neemt door deze landftreke een zel-
ven loop, ten noorde voorby de Stadt
Jungfung , en ten zuide voorby de
Stadt Uit den zuide komt in

den zelven de beek Cu vallen.

De vlietbegint uit de bergen,
bezuide de Stadt
Quangchang , der
landftreke
Kienchangfu ,vloeit noord-
weft Waerd door dezelve, ten noorde

Dan Sma,
begint uit den

%

in

\'^Ht

mi.

voorby de Stadt Kienchan, treed van
daer in de landftreke
Vucheufu , en
ftort in den ftroom
Lienfan. By de
Stadt
Kienchang vloeien in den zel-
ven, door een, eenigen kil, de beek
Lung, en de vhet Kieukio, beide her-
komftigh uit d\' oofter bergen dezer
landftreke.

Twee andere vlieten, de Lu en Cing, vUetm lh
vloeien uit den zuide na\'t noorde,
door de landftreke
Vucheufu , by de
Stadt
Vucheu in den Hiui, en met den
zelven in den vliet
Lienfan.

De Lienfan vloeid aen de noord- vuet ikn^
weft-zijde der Stadt Vocheu, doorfnijd
daer na de landftreke en

heeft zijne uitwatering aen d\'ooft-zij-
de der Stadt
Nanchang, in het Meir Po~
yang.
Gedenkwaerdig is deze vliet
om deflelfs water : want de Sinefen
gebruiken dat voornamelijk in hunne
water-lopers, dewijl het boven ande-
re gehouden word het minfte der ver-
andering van lucht en weer onder-
worpen te zijn.

De vhet Hoai begint in het Land- vlieten des
fchap van Honan , uit de bergen der IZ^^^tZ
Stadt
Tunge , treed van daer in het king.
Landfchap van Nanking , neven de
Stadtde landftreke
yangfu, doorkruift dezelve,van \'t we-
fte tot het\' oofte, en valt eir^e-
lijk, by de Stadt
Hoiang, in den Ge-
len ftroom, en met den zelven
in
zee.
Op wegh ontfangt de Hoai ver-
fcheide vlieten, te weten in de land-
ftreke
Juningfu, des Landfchaps van
Honan , den vliet Ju : in deze land-
ftreke
Fungjangfu,t&n Zuide, den vhet
Hoai, een ander van defe, Pexa en Fi:
ten noorde den vliet Ing , Co en Vi,
welke laefte meeft alle uit het Land-
fchap van
Honan hunnen oorfprong
hebben.

De vhet Fi neemt zijn begin in
de landftreke
Fungyangfu, by de Stadt
aen d\'
ooft-zijde van zeker Meir,
welk onder den heuvel
Lung gezien
, word.

I Drie ftromen omringen de land-
(ftreke Sucheufu , in vorm van een
\' Meir, en maken dezelve bevaer-
baer aen verfcheide oorden : d\'eerfte
word
Leu genaemt: de twede, Sung, en
vloeid na de Stadt
Ukiang: de derde,

V Ufung

-ocr page 806-

Ufung en fchiet na \'t oofte, al deze ko-
men uit het Meir
Tai en ftorten in zee.

Leang , een kleine vhet, ontftaet
uit den bron
Hoei, gelegen op den [
heuvel Höé\'i, in de landftreke
Sucheu-1
fu ,
en ftort neven de Stadt Vufie in ;
het Meir
Ta, Het water van dezen ]
bron word by de Sinefen voor het j
naeft befte van geheel gehouden,
en is by de groten zeer begeert. Nau-
lijx een fchip, welke daer vele voor-
by varen , of koopt voor een gering
dit water, welk reeds in vaten gereed
ftaet:
hoewel een iegelijk , zoo hy
een weinigh wil vertoeven, zooveel
fcheppen kan, als hy hebben wft. Het
word na zeer verre gelege Landfchap-
pen vervoert, ja na het Keizerlijk\'hof
van
Pekingïéi : want het zeiffte wa-
ter word tot den drank
Cha, gekookt
met het
kruit The, voor het bequaern-
fte gehouden, en des wegen gemeen-
lijk gekocht.

De vliet singan begint in deland-
ftreke
Hoekheufu , bewefte de Stadt
Hoeicheu; vloeid voorby dezelve, en
vvord daer na met het water van vier
fcheuten vermeerdert; der welker een
uit de bergender Stadt
Hoeicheu: de
twede uit die van de Stadt
Hieuning:
de derde uit de bergen ontrent de
$t2idiVuyen : de vierde uit die ontrent
Cieki ontftaet. De Singan fchiet fteil
neerwaerd door dalenen ftenen, tot
aen
Sungan, een Stadt des Landfchaps |
vanCMi^;^g,enheeftop weg drie hon-\'
derd en
zeftig water-vaUen.Dc moeie-
lijkfte te bevaren , leid by de Stadt
Hoeicheu, en word genaemt Luicung.

De Singan, getreden in de landftreke
Niencheufu, des Landfchaps van Che-
kiang,
vloeid ten zuide voorby de
Stadt
Sungan,y2Ln daer na \'t zuid-oofte,
ten zuide voorby de
St2idxNieucheu,
kromt aldaer na\'t noorde : maer ver-
andert zijnen naem in dien van
Che of
Chekiang (waer na ook het geheel
Landfchap, welk hy byna van\'t zuide
tot het noorde
in \'t midden door-
klooft,genaemtis,)en vervolgens door
de landftreke
Hangcheufu, ten oofte
voorby de Stadt
Hangcheu: neemt al-
daer den naem van
Cientang aen,en zij-
nen loop ooftwaerd, en valt
eindelijk
op de noorder brete van dertig graden

vliet Leang,

Vliet Siu-
gm.

Vliet Sin-
gm.

mzee.

Uit de landftreke Kinhoafu en Kiu-
cheufu,
ten zuide en oofte, ontfangt
de
Che verfcheide vheten, als de Ven,
Chanyo,Kin,Tingyang,Co,Puyang,tn Ho,
die alle door een eenigen kil , by dc
$t2LdtTungliu in den zelven vloeien. ^^^^^

De vhet Min begint op de zamen-
pahng des Landfchaps van
Fokien en
Chekiang, by de Stadt Lungciuen der
landftreke
Chucheufu: vloeid van daer
zuidwaerd door de landftreke
Kien-
ningfu ,
ten wefte voorby de Stadr Pu-
ching
cn Kienning: vervolgens ten oo-
fte voorby de Stadt
Yenfmg zelf, (daer
hy den vliet
Siki ontfangt,) door de
landftreke
Tenpingfu \\ kromt van daer
na\'t oofte, en valt in de landftreke
Fo-
cheu,
ten zuide voorby de krijgs-ve-
fting
Xuikeu, daer de beek Miu in den
zelven ftort, ten noorde voorby de
Hooft-ftadt
Focheu, en ftort eindelijk,
acn de noord-zijde
der krijgs-vefting
Xeching , op de noordcr brete van
fchaers zes en twintig graden , in
zee.

Van de Stadt Puching af, tot aen de
krijgs-vefting
Xuikp,to\\t de vliet Min
met een zeer groot gewelt en kracht
van water voort,door dalen, ftenen en
klippen: vloeit van daer, met een ftil-
len ftroom. Met hoe groot een gewek
en kracht het water aldaer voort rolt,
blijkt alleen hier aen genoeg, wijl de
wegvanP^^c/\'i^^af, tot aen de Hooft-
ftadt
Zöc/?^//, voor ftroom, afgeleid
word in drie dagen; daer anders vijf-
tienvolle dagen,tegen ftroom op,van
noodenzijn. De vaert, op en neer-
waerd is zeer gevaerlijk; en yftelijk,
van wegen defneke des ftrooms,mee-
nigte der klippen en ftenen, en engte
des wegs: want het kanael of de vaert

is op veel plaetfen tuftchen de ftenen
nauhx wijder, als daer het klein Si-
neefch vaertuig <ioor mag, en fchij-
nen die
het zelve rontom t\'Omcinge-

Icn : waer door aldaer veeltijds ook
fchipbreukkomt t\' ontftaen.

Van het begin tot aen den mont,
ontfangt de vliet Min verfcheide vlie-
ten en beken,ten oofte den
httkTung:
ten wefte, den vliet Kiao, den beek
Kieukio, den vHct Cu, en Siki\' ten zui-
de, den vliet
Jenki, den beek Miu, den
vliet
Tachang of Nantai.

-ocr page 807-

De viiet Tung komt uit de bergen
Vangche, der landftreke Kienningfu, en
ftort bezuide de Stadt
Kienning in den
Ming, .

De vliet Ktao vloeit door de land-
ftreke
Focheufu , neemt zijnen oor-
fprong uit de bergen Siuefung: fchiet
van
daer\'ooftwaerd, benoorde den
vhet
Min, ten zuide voorby de ftad
Lienkiang, en ftort eindelijk in zee.

De beek Kieukio begint uit de ber-
gen
Vuy, in de landftreke Kienningfu:
vloeit van daer zuidwaerd, en veree-
nigt met den beek Höcte^, herkom-
ftig uit den berg
Vkiun, in de landftre-
ke
Xaouufu: vloeit van daer ten zuide
voorby de Stadt
Kienyang, en ftort
eindelijk zijn water inden vliet Mi»,
hy dt$t2.ét Kienning.

De vliet Cu begint uit den berg U-
kiun,ó.Qt
landftreke Xaouufu,v\\oQÏt van
dacr eerft zuidwaerd, daer na ooft-
waerd , ten oofte voorby de Stadt
Xaouu: kromt na \'t zuide, en valt, in
de landftreke
Yenpingfu, in den vliet
Si, by de Stadt Cianglo. Van daer
vloeien beide deze vlieten door een
zelven kil ooftwaerd, daer na zuid-
waerd , cn ftorten, vereenigt met den
vliQtSiki , bewefte de StdAtYenping,
hun water in den vhet Min. .

De vhet Siki begint ten noorde in
de landftreke
Tingcheufu, uit het Meir
Kiao : vloeid zuidwaerd, daer na
ooftwaerd , treed in de landftreke
Tenpingfu , ten noorde voorby de
Stadt
Lunggan, ten zuide voorby de
Stadt
Xu , daer hy ten noorde den
beek
Taifu ontfangt , en vereenight
eindelijk met den vliet
Cu.

Inden Siki, langs den welken men
na de Stadt
Jenping afvaert, leggen
veel water-vallen , cn zeer gevaerlij-
ke droogten, twee inzonderheid, by
de Stadt
Cinglieu : d\'een Kieulungtn
d\'ander Chancung-. in het voorby varen
met defchepen, voegen de bootslui-
den , om met het neervallen des wa-
ters,voor fchipbreukbevrijt te blijven,
feer behendehjk eenige ftroofchelven
voor den boeg; waer op het vaertuig
heht tegen aenftoot, en over fchiet.

De vliet Yeuki begint in dc landftre-
ke
Tenpingfu, uit de bergen Tueuang,
vloeid ooftwaerd, ten noorde voorby

niet

Tung.

Kieu.

\'\'^Siki,

TeHH

de Stadt Té\'^ii, kelsrt zich na\'t noor-
de, en valt in de landftreke
Focheufu
in den vhet Mi».

D&yXiQtTachang begint bewefte de vliet t^.
Stadt fungfo,
vloeit ooftwaerd en ftort
beoofte de Hooft-ftadt
Focheu, onder
den naemvan.V^7«/^i,in de vliet Mi». .

De vliet Cto^ begint benoorde de vHetchavg,
Stadt Lungnien, in de landftreke Chang-
vloeit ooftwaerds, ten noorde
voorby de Steden
Changping en Chang-
tai:
daer na zu idwaer d,ten o ofte dicht
voorby de vStadt
Chancheu, welke hy
ook ten zuide aenraekt, en valt einde-
lijk ten zuide met twee armen in zee.

Meer na \'t zuide vloeit door dezel- vliet xe.
ve landftreke de vliet Xeching ,
\'twefte na\'t oofte, en valt benoorde
de krijgs-vefting
Tmgxan in zee.

De vliet Kieu vloeit van\'t noorde f\'/\'^^A\'/V».
na\'tzuide, door de landftreke
Ciuen-
cheu
, en heeft zijne uitwatering ten
zuide in zee.

De beek Lan en vliet Su vloeien
door de landftreke
Foningfu, van
\'t noorde na \'t zuide, en ftorten beide
in zee: d\'eerfte, na \'twefte, begint uit
de bergen, boven de Stadt
Fogan
d\' ander uit de bergen Lan.

De vUet Ting begint in de landftre- vliet Tmg.
ke benoorde de Stadt Ting-

cheu , ontfangt bezuide dezelve den
beek
ren: vloeit zuidwaerd voorby de
Stadt
Xanghang, treed dacr na in de
landftreke
Chaocheufu, des Landfchaps
van
Quantung, ontfangt,byde Stadt
Chingiang Ching, cn kotl

eindelijk ten zuide in zee.

De beek Jokio begint met eenen tak
uit den berg
Ho, der landftreke Hoei-
róf///«, en met eenen ander uit de land-
ftreke
Chaocheufu, benoorde de Stadt
Pingyuen : beide deze verecnigen by
de Stadt
Kieyang: vloeien zuidwaerd,
ten oofte voorby de Stadt
Chaocheu,ex\\.
eindelijk door twee armen in zee: die
aen de ooft-zijde der Stadt , word de
vliet
Go genoemt.

De vhet Ly begint uit de bergen,be- vliet hy.
noorde de Stadt vloeit zuid-

waerd voorby de Stadt Changlo , en
ftort,bewefte de Stadt
Haifung, in 2ee,
tegen
over het eilandCiexing,

De vhet r^v»^ neemt uit de bergen
der lantftreke
Cancheu,d^s Landfchaps
V 2 vatï

-ocr page 808-

van Kiangsi, zijnen oorfprong, vloeit
zuidwaerd in het Landtfchap van
Quantung , door de landtftreke Hoei-
cheufu ,
ten oofte voorby de Stadt
Hoeicheu, en ftort ten lefte in zee.

VM Ceng. ander vliet Ceng^tdiici boven de
Stadt
Hoeicheu, uit den zeiven Tung :
vloeit zuid-weftwaerd door deze en
de landftreke
Quangcheufu , en door
het Mek
Go , en heeft benoorde de
Stadt
Sigan zijne uitwatering in zee.

vliet simg. De vliet Siang, ook Kio genoemt,
vloeit bezuide de Stadt
Xaocheu, en
ontftaet uit de zamen-vloeying der
vheten
Chin en \'iu, bezuide de Stadt
Xaocheu : valt zuidwaert, beoofte de
Stadt
Ingte , en treet uit deze land-
ftreke in die van
Quangcheufu; daer hy,
by de Stadt
Cingyven, den vliet Talo
ontfangt, gekomen uit het Meir
en valt eindelijk , bewefte de Stadt
Quancheu of Kanton , in den ftroom
Ta.

vliet Ghin. De vliet chin komt uit de bergen
Muilin, boven de Stadt Nanhiung : de
Vu uit den berg Chang der landftreke
Xaocheufu. De vlieten chin en Siang
doorfnijden het geheel Landtfchap
Quantung.

rikt Tao. De vliet Tao vloeit uit het Meir
Quen, zuidwaert door de landtftreke
Quancheufu, en ftort byde Stadt cin-
gyuen
in den vliet Siang. Tao is Zoo
veel gezeid als Perzik , van wegen
den overvloet dier vruchten, die aen
zijnen oever groeien. Op weg ont-
fangt de
Tao den vliet Hoang.

De beek Tue begint boven de Stadt
Cunhoa der landtftreke Quancheufu,
vloeit zuid-weftwaerd, en heeft zijne
uitwatering beoofte de Stadt
Kanton.

De vhet Xangu vloeit door de land-
ftreke
Lotingfu, en ftort in den ftroom
Ta.

De vliet Me kiang vloeit door de
landftreke
Nanhiungfu. Mekiang is
ink-vher gezeid: naerdien zijn water
zeer zwart gelijk ink is : hoewel niet
de vifch, die voor zeer treffelijk ge-
houden word.

vliet King. De vliet King begint op de zamen-
grenftng des Landfchaps van
Quangfi
en Quantung,
vloeit van \'t noorde na
\'tzuide door het laefte, ten oofte
voorby de Stadt
King, die hy den

naem van King gee&, en valt door een
wijden mont ten zuide in zee.

De vliet Lungmuen begint uit de
wefter bergen, ontrent de
Ste.dtKing,
der landftreke Liencheufu , en vloeit
van daer door het Koningrijk van
Tun-
king
in zee.

De vhet Lien komt uit de bergen
ontrent de Stad
Linkan,en vloeit zuid-
waert, beoofte de Stadt
Liencheu in
zee. Door de zelve landftrèke vloeit
de vhet
Sanya in zee , die uit de ber-
den , benoorde de Stadt
Suiki, der
andtftreke
Liucheufu, zijnen oor-
fprong neemt.

De vhet Tunglui fchier, van \'t noor-
de na\'t zuide, door de landftreke
cao-
cheufu:
de Xo defgelijx, hoewel meer
na \'toofte gelegen, fchier ten wefte
voorby de Stadt
Xaocheu, daerhy den
vliet
Hene ang onii2ingt.

De vhet Ly, anders Quei , neemt
op de grenzen des Landtfchaps van
Huquangxï)nen oorfprong, treet door
delandftreke
Queilinfu, weftwaerci in
hetLandfchap van
Quangfi, ontfangt
ten zuide,op weg, den
tcheut Quon,
herkomftig uit den oofte, bezuide de
Stadt
Quonyang: ftort met een fterken
vaert en groot gedruis van water,
door bergen en dalen neerwaerd, en
omringt ten noorde en zuide de Stadt
Queilin: vloeid van daer zuidwaerd,
vergroot met het water van den vhet
Tang , gekomen ten noorde uit den
berg
Sumo , bewefte de bergen Ly:
kromt daer na met een bocht na
\'t oofte, tot aen de Stadt
Tangso, (daer
uit de noorder bergen der landftreke
Pinglofu,dey\\ÏQtPinghuenm den zei-
ven ftort) keert daer na weer zuid-
waerd , en ftroomt weer door de land-
ftreke
pinglpfu, ten wefte voorby de
Stadt Pi»^^ , en vereenigt eindeUjk
met den ftroom
Ta, in delandftreke
Gucheufu.

De vliet Lieu, anders Xc of Xokiang
en Kung genaemt, begint in het Land-
fchap van
Queicheu, by de krijgs-ftadt
Cinping, vloeit van daer zuid-waerd
door de landftreke
Tuhofu, ten oofte
voorby de Stadt
Tucho zelf, en treet
by dezelve door de landftreke
Kingy-
Den,
ten noorde voorby de Stadt King-
gyven,
met bochten en draien inhet

Land-

Vliet
mue».

Vliet

Vliet
ki.

Vliet If

r-5

Beeklüe.

Vliet Xan-

Vliet Me-
kiang.

-ocr page 809-

en vereenigt met den vhet anders
Lieuheu, by de opper-ftadt Lieucheu.

De vliet Tolo, anders Lieu, begint in
de landftreke
Lipingfu , des Land-
fchaps van
Queicheu, naby de krijgs-
ftadt
cheki: loopt zuid-waerd door
dezelve, ten wefte voorby de Stadt
Lungcung , daer hy een weinig meer
na \'t zuide den vhet
Tung ontfanght:
treed bewefte de Stadt
Hoaiyuen , in
de landftreke
Lieucheufu , des Land-
fchaps van
Quangsi, en vereenigt ein-
delijk met den vliet ofX<?,byde
Stadt
Lieucheu^n een zelven kft. Dees
fchiet beoofte de Stadt
Laiping, daer
hyden vhet
Lui ontfangt, na\'toofte,
tot aen de Stadt
Siang , van daer na
\'tzuide , en ftort eindelijk, vergroot
met het water van verfcheide vheten,
doot de landftreke
cincheufu, en beoo-
fte de Stadt
Cincheu,in den ftroom Ta.

De vlieten Lie, Teng, Quei, Fu en
Lin vloeien door de landftreke Pinglo-
fu
van \'t noorde, (daer zy, behalve de

hunnen oorfprong hebben,) na

ïzuide:vervolgens door een gedeelte
van
Gucheufu, en ftepen aldaer hun
water alle in den ftroom
Takiang.

De vhet Tung doorfnijd de gehele
landftreke
Gucheufu,hcginz aen d\'ooft-
zijde der Stadt
Hmgye, uit den berg
Mo : vloeit van daerna \'tzuide, aen-
ftonds na \'t oofte, en keert van daer
noordwaerd , ten wefte voorby de
Stadt
Tung , die hy den naem geeft:
loopt weer ooftwaerd, en vloeit be-
wefte de Stadt
Gucheu in den vhet Tz-
kiang
of T%.

De vhed Ly begint uit het Meir
Xan , in de landftreke Quangsifu des
Landfchaps van
Junnan ; vloeid van
daer zuidwaerd , en treed ten wefte
in het Landfchap van
Quangsi, byde
Stadt
Lung: vervolgt zijnen loop ooft-
waerd met vele bochten door de land-
ftreke , daer hy noordwaerd
de vlieten
Loung en Tungli ontfangt,
daer na door dié van
Nanningfu , en
vereenigt eindelijk by de Stadt
Nan-
^ing, metden-LuiderPuon.
\'J ^vio. Deftroom Mofak oiMoxale of Xa-
^i^^\'^ofxH. begint uit hetMeir siul, in de land-
ftreke
Talifu des Landfchaps van Jun-

nL

•lit

Tung.

fireom

Mo-
of Mo.

kli

Vlieten des

_ _ Landfchaps

waerd, daer na zuid-waerd door die \'^Z.
van
Zuhiungfu , ten oofte voorby de
Stadt
Zuhiung, daer hy den vliet Lung-
chuen
ontfangt: vervolgt daer na zij-
nen loop door de landftreke
Juenkiang-
fu
en Linganfu, eindelijk tot in en door
het Koningrijk van
Tungking, en valt
met den vhet in zee. Hy word

in het Koningrijk van Tungking zeer
water-rijk , en maekt den kil, waer
langs de fchepen na de rijx-ftadt van
Tungking varen.

De Mofale ontfangt op weg ver-
fcheide vlieten en beeken , als, ten
noorde, den vhet
Kio: ten wefte, Lung-
chuen , Polo, Tunghoa, Taolieu, Ta, Xan-
no, Juen,
ten oo^itSingsieu.

De vliet Kio komt uit den berg Suki mt ms,
der landftreke Taoganfu , en vloeit
zuidwaerd door dezelve in den
Moja-
le :
de Po/iz uit het Meir Zinglung der
landftreke
Zuhiungfu, en^valt (vergr o ot
op weg, door den vliet
Tunghoa, uit
de landftreke
Kiutungfu, en vereenigt
met den vliet
Ta) door een zelven
loop in den
Mofale.

De vhet Ta begint in de landftreke
Kintungfu,htï\\ïidQ de Stadt Kintung:
vloeit van daer ooftwaerd door deze
en de landftreke
Chinjvenfu, en veree-
nigt met den
Polo, en door dezen met
d^nMoxale.

De vliet Xanno ontftaet aen de zuid- ^^
zijde der Stadt
Chinyven, vloeid zuid-
ooftwaerd , en ftort op de zamen-
grenzing dQthndïkxQkQnJuenkiungfu,
Zuhiungfu en Nanganfu in den Moxale.

De vhet)uen Ylo^it uit den wefte,
door de landftreke
Juenkiangfu , be-
zuide de Stadt
Juenkiang, en vereenigt
met
dQtï Moxale.

De YÏiet Singsieu is herkomftiguit vliet sing^
den hQigTolung,in de landftreke Jun-F\'^»-^
nanfu
, vloeid Zuidwaerd door deze
en
Nanganfu , en vereenigt, meer na
\'tzuide dan de vhet Xanno, met den
Mofale. I

Ten noorde, na by de Stadt Fu der Beek^mi
landftreke.^^»^^^^»,ftroomt een beek
of veel meer een vhetje, genaemt
Nan-
mo, en ftort in den vliet ly: zij n water
word gehouden altijds
warm te zijn,
en dienftig tegen
vele ziekten,

V 3 Be^

Landfchap van Kiangfi: flroomt van , vloeid van daer ooftwaerddoor
daer ooftwaerd in die van
Lieucheufu, dezelve landftreke, en eerft zuid-ooft-

Jl

m

-ocr page 810-

Bewefte de krijgs-ftadt Ufa, inhet
Landfchap van
Suchuen):itgint de vhet
Ven oïPuon of Noorder P?^ö;«,eigentiijk
Pepuon genaemt, dat\'s Noorder P^ö;?,
treed van daer zuidwaerd in het Land-
fchap
Queicheu,yttgtooi met den vhet
Ciefmg, die boven den berg Cingping,
begint,in hetLandfchap y^ïiJunnan.

Een ander noorder tak, mede Pe-
puon
of noorder Puon geheten, komt
Mek Che Gïi Ven, en vereenigt uit het
mer den noorder tak voornoemt, be-
neden de krijgs-vefting
Ganchang.

De vhet Pexe, die in de landftre-
ke
Kiocingfu, deslandfchapsvan//<»-
nan , benoorde de Stadt Kiocing, uit
den berg
Fukin begint, vloeit in de-
zen
Pepuon, en verlieft zijnen name.

De NoorderP^^o», dus vereenigt,
vloeid door het zuider gedeelte des
Landfchaps van Queicheu,Qn vereenigt
mer den zuider
Puon. De zuider Puon

neemt met verfcheide takken of vlie-
ten zijnen 9orfprong uit het Land-
fchap van
Junnan, als daeris de Pepuon,
herkomftig uit de h^nd&t&kt Junnan fu,
bezuide den bergCoci^g.- de vhet Hi-
kien ,
de vliet Von, uit het Meir Puften,
de vliet uit het Meir Ylung.

De zuider , dus water-rijkge-
worden,vloeid na\'t oofte,envereenigt
met den noorder
Puon, in de kleine
landftreke der ftadt
Junning, des Land-
fchaps van
Queicheu, hy de Stadt Tin-
ging ,
op de Noorder brete van vijf en
twintig graden en twintig minuten.

De zuider, met den noorder Puon
dus vereenigt, treed door een zelven
kil, zuidwaerd in het Landfchap van
Quangfi, maer blijft de zuider Puon he-
ten : ontfangt na een weinig lopens
den vhet
Mungung en C^i»g/>i,d\'een na
\\ noorde, en d\'ander na\'t zuide gele-
gen rvervordert zijnen weg ooft waert,
door de landftreken
Tiencheufu, Sin-
genfu, Nanningfu,
ten zuide voorby de
Stadt
Nanning, daerhy ten oofte den
ftroom
Ly ontfangt, herkomftigh uit
Xan, een Meir in het Landfchap van
Junnan : en wat verder twee andere
- vheten,dé
Go en Cieu: treed uit deze in
de landftreke
Cincheufu, doorfnijd de
zelve noord-ooftwaerd, en vereenigt
byde Stadt
Cincheu met den vliet Zi^^
en
fa. Dan de Puon verheft aldaer

Vlitd Vm
ofFuon.

Andere
vliet iHon.

rliet ïexe.

Zuider
Tion.

zijnen naem , en word Ta genoemt.
Dees hout den zelven koers, vloeid
door de landftreke
Gucheufu, benoor-
de de Stadt
Gucheu, daerhy tenzui-
de den vliet
]ung ontfangt, en treed
door de landftreke
Chaokingfu, in het
Landfchap van
Quantung: vloeit voor-
by de Stadt
Chaoting en Loting , ten
zuide, en heeft eindelijk bezuide de
Stadt
Quancheu of Kanton zijne uitwa-
tering.

De vliet Kinxa neemt zijnen oor- m
fprong in het Landfchap van
Junnan,"\'*-
uit de zuid-zijde des Meirs Tien of
Quenningy vloeid noordwaerd door de
Junnan fu: vervolgens door
Vutingfu, en treed op de noordcr brete
van zeven en twintig graden en dertig
minuten ten zuide in het Landfchap
vmSuchuen, bewefte de krijgs-vefting
Le: vervolgt zij nen ouden koers,doch
wel zoo ooftelijk, en ftort in den vhet
Mahu, beoofte het Meir Malm. Een
andere tak , mede
Kinxa genaemt>
vloeid voorby de Stadt
T%nghuen, des
Landfchaps van cn ftort be-

wefte den berg in den zelven.

Een andere ftroom, mede Kinxa ge- Jr
naemt, neemt zijnen oorfprong uit

ßro6lf>

het Koningrijk van Sifan, en treed in
het Landfchap van
Junnan , door de
landftreke
Likiangfu, aen d\' ooft-zijde
der Stadt
Linf: vloeid ten noorde
voorby de Stadt
Likiang, daer na door
de landftreke
Ciokingfu : van daer
ooftwaerd, ten noorde , voorby de
Stadt
Pexing, fmijt aldaer zuidwaerd
eenen tak uit, door het noorder ge-
deelte der landftreke enloopt
zeer water-rijk, door het ontfangen
van vele vlieten, in het Landfchap van
Suchuen , by de zamen - grenzingen
des Landfchaps van
Queicheu, en ver-
eenigt zich met den
Kinxa , uit hcc
Landfchap/^«»^?«.

Hoger na \'t noorde komt uit het Ko- V
ningrijk van
Sifan een andere vhet,
mede
Kinxa , en ook Lekie genaemt:
treed, by den berg
Lopu, in het Land-
fchap van
Junnan.-yiocid door dc land-
ftreke
Jungningfu, van \'twefte na
\'t oofte, ten noorde voorby de Stadt
Jungning, en door\'tMeir LafU , daer
hy den vhet
Loye , gekomen uit
den zuide , ontfangt: valt eindelijk

in

-ocr page 811-

in het Landfchap van Suchuen, en flort
zijn water in den
Kinxa uit het Land-
fchap van
Junnan , bezuide den berg
Ulung. Kinxa is gezeid gout zant: al-
zoo om zijn goutrijkheid genaemt.

Dus verre van de ftromen en vhe-
ten , die het Keizerrijk van
Sina aen
verfcheide oorden, tot deffelfs grote
vruchtbaerheid, bevochtigen, en by-
na overal bevaerbaer maken : ja der
wijze wijd en zijd verfcheide land-
ftreken en Landfchappen doorfnij-
den en omringen, dat zy gelijk eilan-
den door de tuffchen gelege ftromen,
van elkandre afgezondert leggen.

Ook zijn\'er niet weinig gegrave
vaerten vifch-rijke meiren, poelen ea
bronnen.

grachten of Fäerten,

; Et geweft van Sina is^ op ver-
jfchcide plaetfen met Grach-
; ten of Vaerten door-fneden,
gegraven met de fpa, tot ge-
rijf der Schip-vaert, van d\'een tot
d\'andere plaetfe.

Boven andere verdient zekere
vaert
Jun , geen gemene verwonde-
ring , die met ongeloofelijke onko-
ften van het Landfchap van
Nanking
af, door dat van Xantung, tot aen het
Landfchapvan tói»^ gegraven is:
door middel der welke byna uit het
geheel Keizerrijk , tot aen de rijx-
ftadt
Peking, te fcheep allerlei waren
opgevoert worden.

Te weten zy begint aen de noor-
der grenfen des Landfchaps van
Nan-
king ,
in de landftreke Hoaiganfu,
benoorde de Stadt Socien , zelf aen
den noordcrlijkcn oever des Gelen
ftrooms : waer uit de fchepen uit alle
oorden des rijksin de vzcnjun ge-
bragt worden
: ftrekt van dacr noord-
weftwaerds, door de twe^le landftre-
ke
Jencheufu des Landfchaps van Xt/»-
tung, tot aen de Stadt Cining, bezuide
het Meir
Nanuang: daer na door die
van
Tungchangfu, en door het Meir
Nanyang, en ftort eindelijk, op het ein-
de der landftreke, by de Stadt
Lincing,
voorby het Meir Cang, haer water in
den ftroom
Guei.

Dan dewijl op vele plaetfen in deze
vaert het water voor grote fchepen
t\' ondiep is , leggen in dezelve over
de twintig fchut-fluizen,
Tungi^a in
tSineefch geheten , zeer heerlijk en
hecht van vierkanten gehouwen
fteen gebouwt.

_ Ieder fluis heeft een poorte of ope-
, die met grote en zware fchot-
deuren of planken gefloten word, om
\'t water op te houden: Deze worden
door middel van een rat, en zeker ge-
vaerte met kleine moeite opgehaelt,
om doorgang aen het water en de
fchepen te geven, tot datmen komt
aen de twede fluis, daer byna op een
zelve wijze en middel te werk gegaen
word: defgelijx aen al d\'andere. Maer
ten halve wege, eermen komt aen de
Sudt Cining, word uit het Meir Cangr
door een zeer grote fchut-fluis, zoo
veel waters in de vaert getapt, als van
node is : daer na weer het Meir in
tijds gefloten, op dat niet te veel wa-
ters zou uit en de gront droog lopen:
want de vlakte des waters,in het Meir,
is hoger , dan het omgelegen land:
waer over in een kleine ftreke lands
ten minfte acht fchut-fluizen getelt
worden, die het gewelt en kracht des
waters weerftaen en ophouden.

Wanneer de fchepen gekomen zijn
aen het Meir
Cang7.é£, varen zyhet
zelve niet over; maer metgroterge-
mak en veiÜgheid langs een vaert, ge-
maekt aen den oever van het Meir,
en opgehaelt ter weder-zijde met een
brave dijk. Aen ieder
fluize zijn lui-
den , die de fchepen,
voor gelt,by een
lijn voort
trekken, tot dat zy door de
fluizen zijn.

In dezer wijze varen dc fchepen uit
den Gelen ftroom na
Peking op.

Gewiflclijk, quamen d\'Europer
bou-meefters en water-leiders de
lengte van deze vaert, of dikte en
hoogte der dijken, ter weder-zijde, of
de cieraet der fchut-fluifen, die-van
louterengehouwenfteen zijn, ofva-
ftigheid des werks t\'aenfchouwen, zy
zouden met recht
zich mogen ver-
won-

-ocr page 812-

wonderen over de kloekheidt der Si-
nefen , en over hunnen arbeid , dien
naulix andere volken zouden kun-
nen uitvoeren.

In het Landfchap van Peking, in de
landftreke van
Pekingfu,is by de Stadt

Cha, een zeer lange vaert, Tocang ge-
heten. Meer diergelijke vaerten
heeftmen in
Sina, als onder andere in
d\'achtfte landftreke
Xaohingfu , des
Landfchaps van
chekiang , te voore
op
P. %7- befchreven.

en Toelen.

N de Landtftreke Pekingfu
leid, bewefte de Hooft-ftadt,
op den berg
lociven een Meir,
.Jigenaemt, welk uit de vhet
lo zijnen oorfprong heeft, en een vak
van tien ftadien beflaet. Aen de zuid-
weft-zijde des bergs
T/ê-^x^^, benoor-
de de Hooft-ftadt leid een meir, oor-
fprongkelijk uit negen bronnen:waer-
omhetookX/^^//^»g, dat\'s
van negen
draken,
genoemt word: welk getal,na-
diendeSinefen dat voor gelukkig hou-
den , \'r waengelovig gevoelen ontrent
de graf fteden der
Keizeren,die aldaer
zijn,
grotelix vermeerdert heeft.

Aen de zuid-weft-zijde der Stadt
Paoting, dicht aen de fteegracht, leid
een klein, doch zeer luftig Meir,
Lien-
hoa,
dat \'sLien-hloemen, die het, tot
welluft der burgers en rontom gelege
volken , onder het aenrechten van
grote gaftmalen ophetzelveinfpeel-
jachten, in grote meenigte geeft.

In d£ landftreke Hokienfu, leid by
de onderhorige Stadt
Hie een zeer
diep Meir,
Vo genaemt, wiens ganfch
water, op het inwerpen van eenen
fteen, bloed-rood word. Zoo de bla-
den van de nevenftaende bomen daer
in vallen , aenftonds vliegen zwalu-
wen daer uit; zulx de bladen zelfs in
vogelen fchijnen verandert te wor-
den; gelijk van d\'Yierfche endvoge-
len ofrotganfen verhaelt word.

In de landftreke Sintingfu begint,
ten noorde der onderhorige Stadt
Ningfin, een groot Meir Tilo, en ftrekt
tot aen d\' onderhorige Stadt
Kiulo, in
delandftreke
Xuntefu. Niet verre van
de kleine Stadt
Hanping, leid een an-
der klein Meir , gemaät door twee
bronnen : d\' een met zeer heet, en
d\' ander met zeer kout water, daer zy
nochtans beide zeer na by elkandre
gelegen zijn.

In de landftreke tamingfu, by d\'on-
derhorige Stadt
Nuihoang, leid het
Meir Lucu , groot tachtig ftadien: by
de Stadt
T%ming zelf leid een poel Cao-
ki,
en een ander groter, Chanfung of
Momagenoemt: boeidebroekig.

Bewefte den berg Feukieu leid een
Meir, ontftaen aldaer door het ver-
zinken van zekere Stadt
Siun.

In delandftrekeJungpin^u,hy d\'on-
derhorigeStadt
Changli,leid een Meir
van dertig ftadien ,
In genaemt : is
langwerpig , en ftrekt byna tot aen
zee.

In de landftreke Pingyanfu leid aen
den voet des bergs
Xeuyang een Meir
van tamelijke grote : op het welk
d\' aeloude Keizer
Xun, zoo de Sine-
fen fchry ven, plag teviflehen.

Na by d\' onderhorige Stadt Kiang
begint het Meir leu , dat \'szoutigh,
(want al deflTelfs water is zout, gelijk
zee-water, en word daer uit zout ge-
maekt) en ftrekt van daer rot aen het
gebied der onderhorige Stadt
Ganye:
is groot in zijnen omtrek honderten
veertig ftadien.

In de landftreke Taitungfu, bewefte
de Stadt
Taitung, leid het klein Meir
Kiun^u ,d2X\'svrome man: want aldaer
woonde de geen, die het goud weer
gaf. Het ontftaet uit den vliet
He,

Op den berg Tenking, by d\'onder-
horigeStadt
So, is een meir van een
onmetelijke diepte, welk een ftadie
in de ronte heeft.

In de landftreke Taiyvenfu is, bewe-
ften de Stadt
Che, het Meir Tien.

In de hndtdreke Siganfu, aen de
zuid-zijde der Hooft-ftadt,leid een ta-
melijk groot Meir,
Fan geheten, welk
gemaekt word uit de byeenkomfte
van twee ftromen : een
ander aen de

noord-ooft-zijde,metdefpa gegraven,

door bevel van Keizer Hiaou, tot een
luft-plaets : het is verciert daer en bo -
ven met een heerlijk paleis, bof-

fchaedje

L»\'
van

Sitv

-ocr page 813-

fcbaedje, en velerlei bloemwerk: al-
waer de Keizer, om zich te verlufti-
gen, veeltijds voor de zijnen tooneel-
%elen en andere vertoningen deed
aenrechten. Aen de zuid-weft-zijde
der Si:adt beval dezelve Keizer ook
een meir te graven ,
Quenming ge-
noemt, en deed by wijle daer op zijne
krijgs-knechten kortswijhge fcheeps-
gevcchten aen rechten, om allengs
hen tot defchip-drijden te gewennen:
want naerdien hy voor had de zuider-
lijke Landtfchappen te beoorlogen,
daer het van fchepen en water krielt,
zoo onderwees hy door deze korts-
Wijlige oefeningen aldus de zijnen tot
d\'aenftaende gevechten.

Aen de zuid zijde deed dees Kei-
zer een ander meir maken, en daer by
een zeer fraei luft-hof, genaemt
Sikn,
om na deze fcheeps-gevechten aldaer
uit re ruften.

Hy ftelde in het zelffte meir een
grote ftene vifch toe , opgerecht en
vaftgehecht, gelijk een klip onder wa-
ter , op dat het boots volk, met dezel-
ve over en weer verby te varen,zou le-
ren de klippen en droogten mijden.

Tegen den regen-tijdt geeft deze
Vifch , volgens fchryven der Sinefen,
€en groot gebalk, miftchien door het
te ruch geflagen geluid van zekeren
naby gelege weerklank.

Daer cn boven verhalen de Sinefen,
hoe dees Keizer t\' eener tijde dacht in
zijnen flaep te zien, dat dezc vifch,
met d\' angel gevangen, hulpe van hem
Verzocht en om byftant badjcn hy des
anderen daegs in^er daet in het meir
Zelf ccn vifch , met d\'angel gevangen,
gevonden, en hierom, gedachtig aen
den droom, dc vifch
ontflaekt en vry
gelaten : maer naderhand ondcr het
viffchen twee peerlen in zijn net ge-
Vonden hadde.

De Sinefen noemen deze peerlen
Mingyue, dat \'s ftenen van de heldere
^ane, om datzy, na den ouderdom
der mane, vermeerderingen vermin-
dering van licht gevoelden, gelijk ge-
menelijk van de maen-ftenen eezeid
Word. ^

Wijders , menvint\'er, die drijven,
Gat diergelijke ftenen noch in
Sina he-
ruiten, en tot noch toe in hctpalcis

des Keizers zich bevinden: gefchat by
hen op een onwacrdeerhjke waerde.

Wanneer dc Keizer dezeftenenin
handen kreeg, zeidmen hy met deze
woorden uitborft:
waer lijk ait is de gif-
te van die dankbare vifch, die ik van
d\' angelverloft, en vry gelaten heh.

Binnen de Stadt Cinan, inde land- Meiren des
ke Cmanfu, 2ien de weft-zijde, leid het

. —\' . \' rVMiXan"

meir Taming, waer uit een vaert ot tung.
gracht nahet meir
Choyng ftrekt,mede
binnen de wallen der Stadt gelegen.
Uit beide meiren lopen,door de gehe-
le Stadt, prachtig geboude grachten,
en maken dezelve allerwegen bevaer-
baer.Ook heeft dit
meïtTaming eenen
uitgang na het meir
Cioxan, welk aen
de noord-zijde buiten de Stadtleid.

By d\' onderhorige Stadt Changkieu
leid het zeer groot meir Pe^un ge-
naemt , welk de volheid van vifch,
YmchxLinko en Lien-hloemen heeft.

ïn de landftreke Tencheufu heeft-
men vijf meiren, Q{s,Nanuang,hCL\\xidQ
by d\' onderhorige Stadt
Fen: Toxan en
F au ly,hy deSiAdt Tingtao : Leangxan,
by de Stadt Tungping : Lui düz\'sdon-
der,
beoofte de Stadt Kao: want in def
felfs midden is een fteen, wiens romp
eenen draek,en hooft een menfch ver-
heelt: de Sinefen noemen dezen geefl
den donder , en fchryven door het
flaen op deffelfs buik, een geluid of
ftcm voortkomt. Men heeft\'er veel
andere Meiren van minder belang.

In dc landftreke Tengcheufu,by d\'on-
derhorige Stadt
Laiyang, leid het meir
Hiyang: In Tmgchanfu, \'t Meir Ho.

In de landftreke Kaifungfu leid ten Meiren det
wefte der kleine Stadt Hiu het klein J^f^t?"
meir
Si, en een ander, by Jengling: nm.
noch zijn\'er twee andere kleine mei-
ren ,
Lieu, alzoo genaemt om de veel-
heid der
willigen aen hunnen oever :
het een is gelegen naby de Stadt
Chin,
en het ander by Sinchin.

Aen de weft-zijde der Stadt is gele-

fen het meir Kiuming, gemaekt doot
en Keizerlijken ftam
Sung, tot een
oefen-plaetstcn fchip-ftrijdt. Op het
zelve plag Keizer
Taicung de krijgs-
knechten braef t\'o-fenen en monfte-
ren. Het is een zeer luftig meir,bebout
aen den oever met veel treffelijke Pa-
leifen en Pagoden.

X Men

-ocr page 814-

Men ziet\'er ook marmere zuilen
opgerecht, befchreven met gedich-
ten, tot lof des Meirs.

Daer zijn ook andere kleine Mei-
ren , onder ander een , by de Stadt
Chin,TungmuengQn\'xemx., om deffelfs
helderheid van water , en daer op
geen kroos noch groente drijft.

In de landftreke Queitefu leid, aen
de zuid-zijde der Stadt
Queite , het
M-QitNan, daer in\'t midden een ftene
brug doorloopt met vele bogen : be-
wefte d\'onderhorige Stadt
Cm , het
Meir
Si: en in dezelve landftreke een
zeer klein Meir
Chokin : neven het
welk zeer vele zijd-wevers wonen,
derwaerd gelokt door de
voortreffe-
lijkheid des waters: waer door de zij-
de ftoffèn,inhet zelve afgewoften,een
fchonenglansbekomen: en heeft het
Meir van daer ook den naem
Chokin,
dat\'s afwaffching van Damaflefioffen.

Beoofte d\' onderhorige Stadt Ju-
ching leid hetMeir Menchu.

In de landftreke Hoaikingfu leid,be-
noorde de Stadt
Ciyuen, hetMeirT\'^,
welk door den vliet
Ki gemaekt word.

In de landftreke Juningfu leid be-
wefte de Stadt
Juning hetMeir Si : is
luftig en vermakelijk in \'t oog , en
verciert met twee gebouwen, tot ver-
gaft en luft-plaetfen der ftedelingen.

Bewefte de kleine Stadtis gele-
gen een Meir van honderd ftadien.

In de kleine landftreke der Stadt Ju
leid noordwaerds het Meir Quanching.

Op den berg Tienchi, byd\'onder-
horige Stadt
Mien , der landtftreke
Chingtufu, leid een Meir, welk door
regen niet gemerkt word te vermin-
deren , nocnte door droogte te ver-
meerderen.

Aen de zuid - ooft zijde der Stadt
Chingtu,is eenfchipftrijd-plaets ofpoel
Tolung genaemt, welk Keizer Sui deed
vervaerdigen, tot een oefen - plaets
voor de krijgs-knechten, wanneer hy
voor nani Koning
Chin te beoorlogen.

Vanfuiis een Meir van vier hon-
dert ftadien , gegraven en gemaekt
rontom de Stadt
Chingtu , gelijk tot
een gracht; hoewel breder aen de
noord-zijde: van d\'uitgegrave aerde
zijn de wallen opgeworpen.

Bezuiden d\' onderhorige Stadt Cat,

Meiren des
Landfchap
■vm
Sh-
chuen.

in de landftreke Queicheufa, kid hct
MeitCingyven,
groot hondert ftadien
in \'t vierkant, d\'oorfprong van den
vhet
Cing. Weftelijker, beoofte d\'on-
derhorige Stadt
Ta , het groot Meir
Vanking, met oevers,rijk van boftchen,
landouwen, gebloemte,
boom-vruch-
ten en volk-rijke dorpen.

In de landftreke Mahufu^>Q7x\\iäe de
Stadt
Mahu, leid een meir, mede Ma-
hu
genoemt, dat \'s Meir des Peerts:
want in dit meir verfcheen, volgens
fchryven der Sinefen, een peert, in de
gedaente van eenen draek: waer na de
Stadt, het meir en vhet, door den
StamTang aldus genaemt wierd.

In de kleine landftreke -det: Stadt
Muicheu leit een meir Hoang genaemt,
dat \'s
kring-ront:tex oorzake het de ge-
hele
Stadt Muicheu zelf omringt: niet-
tegenftaende deftelfs grootfte gedeel-
te na\'twefte gelegen is. D\' oever is
rontom bebout met zeerfchoone ge-
timmerten, welke alle gelijk een ring
flaen, wiens :gefteente de Stadt zelf
met recht mag genoemt worden.Daer
by is een zeer lange
htug,Siue geheten.

Aen d\' ooft-zijde der Stadt Kiaiing
leid een klein meir Ningyve.

By d\'onderhorige Stadt Pukiang
leid een klein meir Totan: in het welk
menjzeid Keizer
Hoangti,voot degQ-
boorte des Heilands twee duizend
vijfhonderd cn meer jaren,in d\'Alchi-
miftcry doende was.

In de landftreke Vuchangfu leggen
twee meiren, het een by d\' onderho-
rige Stadt
Kiayu , en \'t ander by die i
van Puki.

In de landftreke Hanyangfu leid bin-
nen en buiten de wallen der Stadt
Hanyang zelf een meir Langquon: aen
de weft-zijde,aen den voet der bergen
Kieuchin, het meir Taife, groot twee
honderd ftadien.

In de landftreke Siangyangfu heeft-
men by d\'onderhorige Stadt
Nan-
chang ,
in een kapel, een Meir Chinchu,
dat \'sMeir der peerien : want zoo ie-
mant onder het gaen op den oever
wat ftijf treed, aenftonds komen aUer
wegen ronde water boften of drop-
pen op, in gedaente
van peerien : of
zulx door kunft of natuur gefchiet, is
niet Ucht te zeggen.

-ocr page 815-

om met rijs hunnen drank of wijn
Sampfou daer van te maken.

In de landftreke Chantefu leid by
d\' onderhorige Steden
Lungyang cn
Juenkiang het meir Chexa, en vereenigt
zich aldaer met het meir

In de landftreke Jengcheufu leid by
d\'onderhorige Stade
Tau een grote
water-val, uit het welk aenftonds een
poel ontftaet, daer gele
Lien-hloemen
ingroeien, die zeldenmetdiekleure
gevonden worden.

In de kleine landftreke Cingcheufu,
by d\'onderhorige Stadt Hoeitung, leid
een meir , van binnen met gro-
te klippen en ftenen, daer de Sinefen
bywijle op klimmen , en aldaer met
eeten en drinken goed cier maken.

In de kleine landftreke Chimheufu
leid by d\'onderhorige Stadt Hingning,
op den berg Xenieu,QQn klein meïi,Yen
geheten , met zeer warm water den
gehelen winter over. Derwaerd vlie-
gen tweemael \'sjaers, in het overfte-
ken na\'tzuide of noorde, wilde gan-

ien : waerom dit meir Jen genoemt,
ddt\'s gans.

In de landftreke Nanchangfu paelt Mekendes
aen de zuid-ooft-zijde der Hooftftadt
hetmeir Tung,ZQeT vermaerd door de ITgi^\'
I zeer goede vifch en helder water. Hec
, groot Meir
Poyang /anders Pengligc-
I noemt, lang drie hondert, cn breed

aen de groote Stadt veertigh
ftadien beaint ten noord-oofte aen
de zuid-weft zijde der landftreke
ckanfu: paelt ten wefte aen de land-
^Y^f^ankangfu , ten oofte aen Jao-
cheufu :
een gedeelte, na de zijde der
onderhoorige ftadt
Yukan, Word Kang-
l^g genoemt.Het bevangt verfcheide
Eilanden, als ten zuide
Lungma, Xui-
hung, Pipa,
by d\'onderhoorige ftadt
]ukan: hoger na \'t nooidz,Ingcu,Chuki,
Checien,tn
den bergh Ki,op een eiland
gelegen : beoofte de hooft ftadt,
Pe~
hoa:
ten wefte, een klein eiland Tmxu.
Het ontfangt ten zuiden den ftroom
Kan: ten ooften den vhed Logan ten
noorde den ftroom
Kiang. *

In dQ\'L2ind^TtkeKienchangfu, leid
binnen en bultende hooft-ftadt een
Meir, het een
Kinquei, het ander Kiao
genoemt: na by d\'onderhorige ftadt
Nan fung, het klein meir Fanfui,

X 2- Tn

Ia de landftreke leid beoo-
fte de Stadt
Tegan zelCeen groot meir
van negen honderd ftadien, genaemt
Junmung.

ïn de landftreke Hoangcheufu leid
by d\' onderhorige Stadt, een
meir,^^^genoemt, ddLi\'soorlog: want
het was ten tijde der Koningen een
plaets,verordentterfchip-ftrijdt :
vi-
heu
, een ander groter, leid naby d\' on-
derhorige Stadt
Hoangmui, en daer on-
trent het meir
Taipe: beoofte de Stadt
KiM^tmtiT Kinxa.

In de landftreke Kingcheufu leid aen
d
\'ooft-zijde der Stadt Kengcheu het
meir Tmg^gxooi veertig ftadien. Het
is een luftig en vifch-rijk meir , tot
vermaek en fpijze der ftedelingen, die
veeltijds grote gaftmalen daer op aen
rechten.

In de landftreke Tocheufu, aeri de
zuid-weft-zijde derStadt
Tocheu zelf,
leid een groot meir,
Tungting ge-
naemt ; ontftaen, volgens der Sinefen ,
fchryven , door eenen water-vloet: j
waer over in het zelve noch verfchei-
de
volkrijke eilanden zijn , als Kiun,
Kinxa,
dat \'sgout zant, Kiue, Pecio, be-
bout met prachtige Pagoden en kloo-
fters, rijk van offer-papen.

Onder ander is \'er een drijvend ei-
land, ook bebout met een kloofter:
want de wortels van bomen en riet,
onderling door elkandre geflagen en
gevlochten , houden d\'aerde boven,
en, door hec geduurig aengroeien, te
Zamen, zonder eenig gevaer van te
breken.

In de landftreke Changxafu leid op
het midden des bergs by d\'on-

derhorige Scadt Lieuyang, een groot
meir van onmeetbare diepte : op den
berg
xepi een meir van dertig ftadien,
Pexa genoemt: waer uit vier beken
ftorten: d\' een is de vlict
Lieu: d\' ove-
rige ftorten in den ftroom
Juping.

Aen de noord zijde der onderhori-
ge Stadt
Siangyn leid een Meir Cingcao,
welk ook de landftreke Jocheufu %c-
fproeit, en aldaer zich met het meir
Tunting vereenigt.

In de landftreke Hengcheufu leid be-
lofte de opper-ftad
Hengcheu een zeer
diep meir, met groen water, welk de
Sinefen zonderling dienftig houden.

-ocr page 816-

164-

In de landftreke Linkiangfu by
d onderhorige Stadt
Juencheu, leid het
Meir
Funghoang , is niet zeer groot,
maer dit in het zelve zeltzaem en on-
gemeen; dat het water noit doorre-
gen aen, nochte door drooghte af
neemt.

In de landftreke Kie^anfu, by d\' on-
derhorige Stadt
Kiexui, is het Meir
Kien : by Ganfo het Meir Mie, dat\'s
honig , alzoo genoemt om de zeer
zoete viflchcn, die her voet.

In delandftreke Xuicheufu, by d\'on-
derhorige Stadt
Sinchang, leid het
Meir
Cho, welk zeer klaer water heeft,
en byna noit drabbig.

In de landftreke Juencheufu leid aen
d\'ooft-zijdc der Stadt
Juencheu het
Meir
Tung, en word het vermaek der
landftreke genaemt: want dc Sinefen
rechten op het zelve veeltijds gaft-
malen aen : waerom aen den oever
verfcheide paleizen en luft-hoven ge-
fticht zij n.
Het Meir Mtngyo verftrekt
aen de Stadt een fteegracht,en is over-
al met bevaerbare grachten door de
Stadt zelf geleid, en komt ten oofte
aen het Meir
Tung.
Meiren des In de landftrckc Kiangningfu leid
Landfchaps ^^^ ooftc, bv d\'onderhorigc Stadt

NT/**»- ^ 7\' f* 1 \'

Hey ang het Meir Cienh, ot van dui-
zent ftadien, en isvereenigt ten zui-
de met het Meir
Tai, gelegen in de
landftreke
Sucheufu.

Buiten de poorte der onderhorige
Stadt
Taiping leid aen de zuid-weft-
^ijde een klein Meir
Hiuenuu : by
d\'onderhorigc Stadt
Liexui ten wefte
het Meir
Tanyang, en ftrekt van daer
tot aen de palen der Stadt
Taiping.

In de landftreke Sucheufu leid aen
de weft en zuid-weft-zij de der Stadt
Sucheu\\\\Qt gtooMek Tai: want het
beftaet, volgens fchryven der Sinefen
zelfs, een vak van zes en dertigdui-
zend bunderen: naby d\' onderhorige

is vereenigt ten noorde methet Meir
Cienli.

In de landftreke Tangcheufu leid, be-
noorde d\'onderhorigc Stadt
Kaoyeu,
het Meir Piexe , alwaer een gegrave
vaert in het zelve uitkomt.

In delandftreke Hoaiganfu leid, aen
d\'ooft-zijde der Stadt Hoaigan, het

vm Nari\'
king.

Meir of een grote poel Hing genaemt,

rijk van riet-gewaflèn.

In de landftreke Lucheufu leid het
groot Meir Gïo, en een ander klein Pe,
die by d\'onderhorige Stadt
Lukiang
vereenigen. In het eerfte leid den
berg
Ci, dat\'s FTeeskind, om dat hy al-
leen is.

In de landftreke Taipingfu begint
aen de zuid-ooft-zijde der »tadt
Tai-
fing,
het Meir Tanyang, begroot by
de Sinefen op drie honderd ftadien,
en fpringt van daer tot aen de Stadr
Liexui.

In de kleine landftreke der grote
Stadt
Cheucheu, begint, by de Stadt Ci-
venciao,
het meir U, en flrckt tot aen
deStOkdlLaigan.

De kleine landftreke Siucheu heeft
byde Stadt hetMeir ; byhet
welk men zeid de moeder,een boerin,
van Keizer
Lieupang, door den geeft
verkracht Wierde , en dacr na hem,
d\'oprechter des Stams
Han, quam te
baren.

In de landftreke Hancheufu, by de
Stadt
Changhoa, leid op den berg cien-
king
een Meir, flechts van tweehon-
derd bunder groot, doch beroemt
om zijnegout-gele vifchjes, die de Si-
nefen na deze kleure
Kinyu noemen.

10\'
■V0

In delandftreke Hangcheu leid be-
wefte aen dc Hooft-ftad
Hangcheu\\s.tt
beroemde Meir Si, en is flechts een
ftene ftraet van feven ftadien,tuflchen
dit Meir en de wallen, tot een zeer
bequame wandel-plaets. Het geheel
Meir, een luftig water voor vreemde-
lingen eningeboornen,begrijptin zij-
nen omtrek veertig
ftaien,en is ront-
om met wallen of bergen omringt, in
maniere van een luftigh fchou-toneeL
Rontom de bergen, daer uit vele
beekjes ftorten, ieder
met een byzon-
deren kil onderfcheiden, zietmen Pa-
goden, paieifen, kloofters, ftudcer-

Stadt Changxo leit het Meir Xang. Het, plaetfen, wouden, gräf-fteden en zeer

luftige tuinen. D\'oever heeft zeer
brede wegen, geplaveit met vierkan-
te ftenen , en binnen het Meir zelve
leggen fchip-bruggen, van oever tot
oever, tot Overgang; Zulx het geheel
Meir ook te voet kan bezichtigt wor-
den. Deze wegen ftaen ter weder-zij-
de in de fchaduwe van p^rfik of willi-
ge

-ocr page 817-

gebomen, lijn-recht gepoot, en over-
al voorzien met ruft-banken, priëelen
en diergelijke , tor gerijf der wande-
laers: dier wijze men in twijfel ftaet,
welk men eerft zal prijzen de won-
derlijke cieraedje der natuure , of
kunft , die het werk der natuur ver-
rijkt of liever overtroffen hééft. Al
het water is kriftal klaer en helder,
zulx op den grond zelfs ook de min-
fte fteentjes zich vertonen. Ontrent
d\' oevers, daer het water lager is, leid
het overdekt met de bloemen
Lien.

Het Meir heeft geen uitvaert voor
fchepen: want het water word flechts
door zeer kleine beekjes, ofmet het
openen eener fchut-fluize, benoorde
dc Stadt, by hoogwater, door veel re-
gen, uitgelaten. Evenwel heeftmen in
het zelve veel
fchepen , gebout aen
den oever, die te rccht goude Palei-
fen
zouden mogen genoemt worden,
om hun prachtig fchilder - werk van
velerlei kleuren en helderen glans van
het fchitterend goud. In dezelve wor.
den gafteryen, fchoufpelen en aller-
lei andere
vermakelijkheden aenge-
recht, zulx de ftempige Sinefen hier
van alles vol op hebben, en niets der-
ven , dat hen tot vermaek kan dienen.
Het vaertuig, met allerlei toeftel dus
Tewapent, vaert vrolik en veilig door
iet Meir, zonder fchroom voor fchip-
breuk of onweer. Dies geen won-
der, deSinefen deze plaets en Stadt
een luft-hof of aertfch Paradijs noc-
■ men.

In de landftreke Kiucheu leid by
^ d\'onderhorigeStadteenklein
Meir,
Pehiai, alzoo genoemt na de
witte kreeften, die het voortbrengt:
want Pehiai bediet witte kreeften.

In de landftreke Ningpofr leid by
d\'onderhorige Stadt
Tmghoa een klei-
ne poel; maer zeer diep ,
Tapoi ge-
noemt , wiens water , zoo de Sine-
fen fchryven, indien de Stadt een
vroom Opperhooft krijgt , ganfch
klaer en deurluchtiger dan glas word ;
^ maer zo een (^aed,drabbig en duifter.
UnTffCs landftreke
Tingcheufu leid na

\'^\'"\'^cktm. by de Stadt Fuping het Meir Loxui,
dsLt\'s van groe» vi^ater, a\\.2.oo
genoemt
zijne groene kleur, daer mede dit
water zoodanig ingedronken is, dat

het al, wat daer in gewoftèn word»^
met dezelve kleure verft.

Aen d\'ooft-zijde der Stadt Ting-
cheu
leid een poel Cingcao , van een
bunder, en zeer ondiep; ontrent den
zelven groeien bomen , altijds met
groen loof bedekt.

In de landftreke Hoeicheufr leid ten
wefte der Stadt
Hoeicheu het Meir
Fung , groot tien ftadien in den om-
trek. In het zelve zijn twee eilanden,
bebout met eenige luft-huifen,tot ver-
gaft en drink-plaetfen der ftedelingen.

Het geheel Meir is rontom met
een fteen-wal opgehaelt: te midden,
van het een eiland tot het ander, en
van den eenen oever tot den ander,
ftrekt een brug. De gehele oever is
met zeer fraei geboomte , lufthoven
en ftudeer-plaetfen bezet.

In dehndikreke Liencheufu leggen,
rontom d\'onderhorige Stadt Aing,
vijf kleine Meiren, f/genoemt.

Inde landftreke Tincheufu leid het
Mek Kiao.

In de landftreke Queilingfu leid aen Meiren des
de weft-zijde
der Stadt Queilin een
Meir
Si, groot zeventig ftadien : en mgß.
in het zelve een heuvel In , eilands-
gewijze.

In de landftreke Gucheufu leid aen
d\'ooft-zijde der Stadt
Gucheu eem
klein Meir, Gt? genoemt, inhet welk
ouhnx Koning
Pegao tien Krokodil-
len voede , den welken hy mifdadi-
gcn en fchult-plichtigen plagte voor
te werpen, om verftonden te worden.
Men zeid d\' onfchuldigen noit door
dezelve beledigt zijn, zulx zy hier
door, die van dc krokodillen niet ge-
doot wierden, vry raekten , als bui-
ten weren van aüe fchuit.

Binnen de wallen der krijgs-vefting
Cinping leid een klein Meir, Cifeng ge-
heten, waer uit d\'inwoonders water
fcheppen, tot hun nootdruft, dewijl,
door de grote gevaerten van ftenen
en herdighcid des gronds, het graven
van putten belet word.

In de landftreke Tuchofu , aen de
weft-zijde der
Stadt Pingcheu, leid een
Meir, gelijknamig met de Stadt.

In de landftreke Junnam

^u leid aen

de zuid-zijde der Hooft-ftadt Junnan
het Meir Tten , anders Quenming ge-
X 2 noemt.

-ocr page 818-

eenigen mondt tweederlei water
vloeit: het een klaer en helder, en het
ander drabbig en donker: na het zij-
nen hooftbron verlaten heeft, gaet ie-
der eenen verkeerden weg , als of
d\'een op den ander vertoornt was.

Van het klaerfte water word met
rijs zekere drank
Samfou gemsLQkt.

Aen d\'ooft-zijde der Stad C/?/;/;^/»^
is een bron met zeer kout water ;daer

door onder-aertfch vuur warm, is.

By de krijgs-vefting Picie fpringt
een bron
metzeer liefelijk water, ge-
noemt

uromm des Benoordc de Hooft-ftadt Junnan is
"Z^jtT op den berg
Xang een bronmetzeet
kout water , dienftig evenwel tegen
de verlamming.

Aen de zuid-ooft zijde der Stadt
Cioking, in de landftreke Ciokingfu, is
een bron met warm water, die aem-
borftigheid geneeft en alle verftop-
ping opent, wanneer de zieken daer
in gewoftèn worden. Een andere bron
is in dezelve landftreke ,
Hiangxut
dat \'s welriekend water , om dat het,

mwi. i-WW* ---------. , ----------\'

nochtans de gehele omgelegen grond : inzonderheid in de lente,lieflijk riekr:
J___ï7niir wzarm ic in wplkpn tiid fl\'inwnnnder.«;. om de

in welken tijd d\'inwoonders, om de
vreemdigheid der zake, ofïèrhande
aen den bron doen,en water,gemengt
met hun drank van rijs, drinken. Het
water, zoo de Sinefen willen, geneeft
vele ziekten.

nm.

bergen^ Hooien en T)alen,

\' EtKeizerrijk van SinaXeiiht-
5 ftuwt aen verfcheide oorden
^^^Imet ontallijke bergen, niet
verre van de fteden gelegen.

By de Sinefen zijn de bergen »hoe-
wel niet dan de grootfte en wijdftrek-
kenfte , in zulk een grote eerwaer-
digheid, dat zy geen ding met gro-
ter yver waen-geloofelijk gae-flaen,
dan de bergen : wanthet geen hier te
lande de fterrekijkers, in het aen-
fchouwen van \'shemels-loop, uit-
rechten, het zelffte doen de berg-kij-^
kers in het aenmerken en gae-flaen
der bergen; met eerftelijk derzelve
ftant, daer na de geftaltenis, hoven,
ftromen, bronnen, en meiren, inde
zelve na te vorffchen : waer uyt zy
daer na, voor zich, gelijkze zelfs zich
zottelijk wijsmaken, zeer ware rege-
len van de berg - kijkery te zamen
ftellen.

Ik zal laten volgen,\'tgeen de Jefuiet
Martijn hier over gefchreven heeft.

Jn het ga Jlaen en uitkiezen dtrhergen
zijn de Sinefen niet min naukeurig, dan
waengelovig , met inbeelding al hun
voorfpoet en heil in de hergen bejiaet,
en dat om de woon-plaets of verhlijJ des
Draeks in dezelve , dtenzy voor d\' oor-
zake van hunne gelukzaligheid houden.

Hierom onderzoeken de Sinejen, tot
het maken der graf Jledtn, (verjlavan
rijken) degejialtenijfen der h^rgen naer-
fielijk, endocrvorfchenal d[aederen en
ingewanden , zonder onkofle of arbeid
f ontzien, te weten , om een gelukkige
aerde te hekomen, namelijk het hooft of
fleert of hert des Draeks : want hier
door willen zy dat den Nakomelingen des
overleden alles gelukkig en voor de wint
zal gaen. Velen , ervaren in de deze
kunfl, zwerven door geheel Sindiomhef,
die de geflaltenijfen en ae deren der her-
gen gaßaen, even als defterre-kijkers de
zamen voegingen en gezichten der ge-
fternten , en de handt en aenzicht hekij-
^ers {daer de Sine;en zeer toegenegen
zijn) het wezen en de trekken des gant-
fchen lichaems. Een wonder waen-geloof,
daer in zy nochtans, tot raezenstoe, re-

Tuf. At.
Sin.

velen.

Het is, mijns gevoelens, een vont van
zekeren filofoof, om door dit middelde
godsvrucht,en gedienftigheid der leven-
den tegen de doden te vermeerderen.

Wijders, de hergen in Sina zi]n mee-
rendeels met grote dorpen beft.(gen, lu-
ftig door zeer fraeie
graffteden,hoffihen,
en wouden. En gelijk de naerftig^
fen niets onbebouttot een doen niet laten
leggen, alzoo worden vele her gen vlak en
effen gemaekt tot den rijs-bou, inzonder-
heid in het landfchap\'van^oWtn.

bergen , die fraei geboomte, hojfchen, en.
luftige uitzichten hebben , zijn verciert
met grote en heerlijke Pagoden. Aldaer
zijn kloofters voor offer-P^p^^- ^^ dichte
^ kreU\'

-ocr page 819-

kreupel\'hofichen wonen wilde en rouwe
menfchen, tot noch den Sinefen zelfs niet
onderworpen.

De Sinefen hebben verfcheide boe-
ken, die in \'t byfonder van de gelukza-
hgheid cn \'t lot der bergen handelen:
onder andere zij n twee de voornaem-
fte ; het een
Fungxui, en het ander To-
cofu
geheten. Dies zal het niet onge-
rijmt zijn, na den voorgang der Sine-
fen , al de bergen des gehelen Sinee-
fchen rijks ten tone te ftellen.

Vijf mijlen benoorden de Hooft-
"if.lSg ^adt Pekmg is een berg thienxeuge-
naemt, die degraf-fteden der Keize-
ren bevangt, prachtig met grote on-
koften en waengeloof gefticht.

Aen de zuid-weft-zijde der zelffte
Stadt is een berg , met name
Jodven,
bebout met een prachtig Paleis van
den Tarterfchen Stam
Iven , daer in
des zomers, voor de hitte der zonne,
de Tarterfche Keizers zich plegen te
gaen vermeien. In de zelffte landftre-
ke, by de Stadt
Changphing,\\QiêiQtn.
berg Pefeu, waer uit twee beken fchie-
ten, die
by zeker dorp Feu tezamen
komen. In de zelffte landftreke, niet
verre van de Stadt Pa is een berg Nan,
bewoflen met een bamboes - riet-
bofch, van twalef ftadien groot, waer
op een heerlijk luft-paleis gefticht is.
Ter zelffter plaets is de zeer hoge en
fteile berg
Puon. Dees heeft op den
top van eenen zijner verfcheide krui-
nen een groten fteen,die door de min-
fte asnrocringbew
^ecgtenlilt.

By de Stadt Jungjung is be bergh
Chinquon, die veertig ftadien beflaet,
en na dc zuid-zijde zekeren heuvel
heeft, de bloem, om de velerlei kleu-
ren der ftenen, genoemt.

By de Stadt Cunhoa is een berg Min-
gyue
, alzoo na zeker onderaerdifchen
fpelonk genoemt, daer hy mede in
dier geftalte gelijk doorboort fchijnt
ïe zijn, en in zulk eene rechte dat het
gat, van d\' eene zijde daer in te zien,
de gedaente van een fchijnende maen
vertoont.

By de Stadt Phingco heeftnien de
bergen
Kie en Siuvu genoemt, waer
^it kolen, als turf gegraven worden,
^le de Sinefen in piasts van hout op
de haert branden.

In de landftreke der Stadt Paotinq^,
by de Stadt Huon, is een berg rki, w^aer
op men zeid de moeder van Keizer
Yau geleeft te hebben. By de Stade
Hiung is een berg Tahiung, wacr uit
tuflx:hen d\'engte derftenen een zeer
klare bron ftort.

By de Stadt Je is een berg Lungcie,
wacropdevoctftapvan eenen Draek
zich vertoont. Niet verre van daer is
een dal,
Tunglo geheten, omringt met
zeer hoge kruinen van bergen , der-
waerds een zeer eng en flechts een
eenig voet-padt loopt: waer over het
in tijd van oorlog een veilige fchuil-
plaets geeft, en by velen gezocht
word.

De landtftreke der Stadt Hokien
heeft weinig en kleine bergen : en
flechts een eenigen by de Stadt
Ching,
St
gen oemt, die merkwaerdig is: zi)n
kruin verfpreid zich in een lange cn
brede vlakte die zeer vet en vrucht-
baer van grond is, en verrijkt met een
dorp.

In de landftreke der Stadt Chin-
ting
, by de Stadt Cingking, is een zeer
hoge berg ,
Changnien genoemt, die
met zijnen kruin boven de wolken
reikt. Op den zelven is een heilza-
me en zeer gezonde bron ; en door
de Koningin
Xayang een zeer prach-
tigh afgoden - kloofter gefticht, een
verblijf voor vele Priefters , ter eeu-
wiger gedenkenis van eene verouder-
de ziekte, daer zy, methet drin-
ken uit dezen bron, van bevrijd
wierd.

By de Stadt Kioyang is een berg,
uit den welken ook een bron van
zeer heilzaem water fpringt: op den
zelven worden rare kruiden gevon-
den , by de Sinefen zeer begeert, en
andere gences-middelen.

Naby de Stadt Ki leggen de ber-
gen Caw en
Tiaopuon, vermaertdoor
den neerlaeg, dien
Hanfiniy^ïiChinyn
ontfing.

By de Stadt Canhoang is een bergh
Vma, alzoo genoemt na de vijf peer-
den , uit eenen gehelen fteen gehou-
wen : daer boven op,de Stam
Sung, een
zeer prachtige kapel of liever een ftal
doen bouwen heeft, daerzy
mede be-
dekt leggen.

Y In

-ocr page 820-

In Xante fu of de lantftreke der Stadt
Xunte,is by d\' onderhorige Stadt Xaho
een vermaerde berg met vele gaten ,
Tang geheten, dat is hadt: om zijn
warm water, welk hy uitgeeft,dienftig
in het afvagen derfchurfte.

By de Stadt Nuikieu is een bergh
Pungcio, daer van d\' artzen zeldzame
genees-middelen bekomen. Ook is
ter zelffter plaetfe de berg
Cu, dat\'s
wees kint, dewijl zy flechts een eeni-
gen kruin opreikt, zeer verre van al
d\' andere afgefcheiden.

In Tamingfu,oïhndüïéke der Stadt
Taming , is by d\' onderhorige Stadt
Chin fung een berg Cifai, vermaerd door
de graf-ftede van Keizer
Kau.

By d\' onderhorige Stadt Siun is een
berg
Feukieu, met een meir aen de
weft-zijde: aldaer ontftaen, doorliet
verzinken van zekere andere Stadt
Siun. Aldaer is ook de zeer hoge en
fteileberg, C^^yèi^.

In Jungpingfu, aen de zuid-ooft zij-
de der Stadt
fungpingis een htigjang,
die vele beken uitlevert, en een ho-
gen ruch heeft, vervaerlijk in \'toog.
By d\' onderhorige Stadt
Hiengan is
een berg
Lungciven, en op den zeiven
een bron, derwaerd de Sinefen zich
begeven, met verzoek aen den draek
oin regen, in grote droogte.

Beoofte dezelve Stadt is de zeer
hoge
herg Tu, bezet met luftige ou-
de boflchen.

By de krijgs-vefting Xanghai zijn
zeer hoge bergen. By de krijgs-vefting
Jungcheu is een berg Lungmuen, dat \'s
Draeks-poorte, alzoo genoemt, om dat
de ftroom
Linhoangm&\\\\en deze ber-
gen uit Tartarije door degrotemuur
in
Sina komt ftorten.

ïn Taiyvenfu,oïhnd^kïQkt der Stadr
IZxS. vindmen weinig gedenkwaer

dige bergen , niettegenftaende niet
weinig daer zijn: behalve den bergh
Kiecheu, ten noord-oofte de Stadt
Taiyven. Kiecheu is zoo veel gezeid,
1 .T... j... 1. Y^ant men zeid Kei-

zer Tu aen dezen berg zijn fchip ge-
bonden hebbe , wanneer hy den
ftroom
Fuen bevoer.

By d\' onderhorige Stadt Kiaoching
iscenhetgHukive, waer uit een gro-
te overvloet van het beft yzer gegra-
ven word , om werk-tuigen aldaer
van te gieten.

Bergm des

By d\'onderhorige Stadt Pingting
is een berg Cio , vermaert door een
prachtige afgoden kapel en kloofter,
daer in vele Priefters te zamen leven.

By d\'onderhorige Stadt Kafan is een
bergSii^^, dat \'s fneeu-berg, om dat hy
byna altijds mer fneeu bedekt leid.

Verhael - waerdig is ook de bergh
Xeleu, gelegen in het gebied der on-
derhorige Stadt
Bing , die met zij-
ne vervaerlijke en kale kruin byna
al andere bergen in hoogte overtreft.

In de landftreke Pingyangfu leid,
by d\' onderhorige Stadt
s\'iangtin, een
grote bergh
Golung : ftrekt van daer
noord-waerds voorby de Steden
Fuenfi en Fuenfan , en fpringt zuid-
waerds tot aen de Steden
Kioyao en
Teching : aldaer vereenight hy zich
met de bergen
Ulao , en loopt zon-
der ophouden na het Landfchap van
Xenß en verder na \'t wefte.

Een gedeelte der bergen, by d\' on-
derhorige Stadt
Kioyao, word de berg
Kiïw genoemt: op den zeiven zeid-
men de krone en d\' overige merken
der Keizerlijke Majefteit,van den ael-
oudenKeizer//o<?«g/i, begrave te zijn.

By d\' onderhorige Stadt Pu is een
berg
Xeuyang : hierom vermaert, de-
wijl twee Filofofen,herkomftig uitko-
ninglijke bloede, en verfmaders van
Koningrijken, zich op den zelven,om
de goddeloosheid van Keizer
Cheu,
verfteken hebben , dien zy hunnen
dienft niet waerdig kenden.

Daer by is een berg Lie, neven den
welken Keizer
Xun, xeer beroemt by
de Sinefen om zijn vroom leven, den
landbou ga floeg, eer hy Keizer ver-
koren wierd. Deze berg brengt tot
op dezen rijdt gene doornen nochte
quade of fchadelijke
gewaflen voort,

veroorzaekt ,zoo de Sinefen verdich-
ten , door\'s mans verdienften.

In of landftreke der Stade

Taitung is by d\'onderhorige Stadt
HoenyvenQttigQdQQitQdQS htrgsHeng,
daer op deSinefen, van wijd en zijd»
rare bloemen en treffelijke genees-
middelen bekomen : derven evenwel
niet aen een eenigen boom, uit een
byzonder waengeloof,den bijl metten-

-ocr page 821-

By d\' onderhorige Stade So leid de
htïgjueny, alzoo genoemt na dc lie£
fte zangfter des Konings
Gue, die al-
daer begraven leid.

By d\'onderhorige Stadt Quang-
changis
een berg Hiang, aenzienelijk
door een groot en oud pijn-bomen-
bofch, in wiens midden een afgoden-
kapel , cn papen-kloofter ftaet.

By d\' onderhorige Stadt\' Lingkieu is
een berg Tape,waQT uit aerde gegraven
word, zoo root,dat zy vermiljoen ver-
ftrekt, daer de Sinefen de rode Sine-
fche zegelen mede drukken: by d\'on-
derhorige Stadt
So de berg Tenking.

In de landftreke Lugan fu, leid by
d\'onderhorige Stadt
Changcu een berg
Fakieu, alzoo genoemt na de veel-
heid der tortelduiven, die op den
zelven houden.
Hy is bofch-rijk en
heeft eene vefting, tot beveilingder
landftreke.

By d\' onderhorige Stadt Tmlieu is
een berg
Lin , op den welken zeker
Heuy, wonder op fchieten afgerecht,
met zeven pijlen, zeven vogelen den
eenen na den
ander doorreeg.

By d\' onderhorige Stadt Luching is
een berg
Funieu, dat \'s koe verherger:
want men zeid aldaer een wrede en
woedende koe geweeft zy, vermaert
door een neerlaegh van vele men-
fchen , die eindelijk door zekeren on-
bekenden man in dc holte des bergs
gefteept wierd, zonder oit op een an-
dere plaetfe met den zelven weer te
verfchijnen.

In de landftreke Fuencheufu , acn
de weft-zijde der opper-ftad
Fuencheu,
is een berg Vanhu, die in hoogte zijns
gelijken niet heeft. Hy heeft den
naem van tien duizend menfchen be-
komen, die men zeid, ten tijde van
eenen zeer groten water-vloet,op def
felfs kruin geklommen, cn aldaer den
noot des waters ontkomen waren.

By d\' onderhorige Stadt Hiaoy is
een berg
Kaotang, in denwelken zeer
vele Warme baden, bronnen en vuur-
puttenzijn.

^^ In de landftreke Sigan fu,hy dQ Stadt

^^Sfctls \' een berg Limon: op den

delven is een bron met water, gelijk
l^riftal en van een wonderlijke
na-
tuur-. want fchoon hy naulix vijf voet

diep water heeft, zoo is evenwel het
bovenfte zeer kout, maer zoo warm
op den gront, dat niemand den voet
in den bron kan houden.

By dc Stadt Lantien is een bergh
)o, waer uit zeker ftoftc, gehjk weed,
gegraven word , dienftig om klede-
ren te verven. Ter zelffter plaetfe is
een berg
Ciepuon , groot, en moeie-
lijk door zijne hoogtere beklimmen,
en heeft een vefting , tot beveihng
des wegs.

By deStiètNucung is een berg Tai-
pe,
dien by de waengeloovige Sinee-
fche berg-kijkers , d\' elfde plaets on-
der d\'allergelukkigfte toegefchreven
word.

Men zeid het ftaen op den trom-
mel,op dezen berg, weerlicht, blixem
cn groot onweer ontfteke : waer over
niemand ,byecn ftreng verbot, de
hant mag roeren, om den trommel al-
daer te ftaen.

By de Stadt Xunhoa is een berg Kan-
civen
, dat \'s zoete hron : want uit den
zelven fpringt een bron van zeer zoet
water ;
boven den welken een zeer
prachtig luft-hof en huis gefticht is.

In de landftreke Fungciangfu , by
de Stadt
Khi,leid een zonderling hoog
gebergte
Nan , loopt van daer in de
landftreke
Siganfu na de Steden Lan-
tien
en Hu.

Aen de noord-ooft-zijde der Stadt
Paoki leid een berg Chin^ang, die met
zijnen kruin een kallekoen fchijnt te
verbeelden. Men zeit, wanneer on-
weer of donder op handen is, deftelfs
engten een zulk geraes en geloei ma-
ken , dat het tot op dertig en meer fta-
dien kan gehoort worden.

Ter zelffter plaetfe is de berg Xecu
of van tien ftenen trommelen, door
Koning
Siven op den zelven geftelt,
op dat de jagers, zoo drazy eenigh
wilt zagen, met het ftaen op dezelve,
andcrendacr van zouden verwittigen.

Byde Stadt Mui, aen d\'ooft-zijde,
is een
hetgTaipe, hoog boven al d\'an-
deren, en met kruinen, die in \'t heet-
fte van den zomer met fneeu bedekt
leggen.

Niet verre van daer leid een berg
Quan, gefterkt met een treffelijke ve-
fting , tot beveüing der landftreke.

Y ,2

-ocr page 822-

Op den zelven worden valken en gie-
ren gevangen, zeer ftoute en kloeke
roof vogels , om ter jachtte gebrul-,
ken.

niu ,zoo veel gezeit als hergvan de ko-
ftelijke vrou:yN2int
op den zelven word
het beeltenis van eene zeer fchone
vrou van fteen gezien ; niet door
kunft gefneden, maer van natuur zelf

len.

gewa

By d\' onderhorige Stadt Siyang is
een zeer hoge en yzelijk fteile berg,
gtrxotmtCuking.

By de Stadt tung is ook een berg

Ter zelffter plaetfe de berg Nanki, met
een groot meir op den zelven. Niet
verre van
daer is een berg Vutu, waer
uit een ftoffe gegraven word, Hiung-
hoang
genoemt, dienftig tegen afte
vergift en quaetaerdige koortfen.

In de landftreke Pingleangfu is aen
d\' ooft-zijde der Stadt
Chingyven een
berg/(7, waer op fteentjes gevonden
worden, zoo helder en klaer als dia-
manten.

By de Stadt Hiating is een dal van
dertig ftadien lang, hoewel zoo diep

min loopt door het zelve een Heren-
weg, met vierkante ftenen gepia-
veit.

In de landftreke Cungchangfu , aen
de noordweft-zijde der Stadt
Hoeicin,
is een grote en zeer hoge berg Sive,
alzoo genoemt na defneeu, daerzy
geduurig mede bedekt leid.

Benoorde d\' onderhorige Stadt Po-
kiang
is een berg Xecu , dat \'s ftene
trommel gezeid. De Sinefen fchry-
ven aen dezen berg gemerkt te heb-
ben , zoo dikwils hy geluid geeft,zulx
een teken van aenftaende oorlog is.

de Stadt Sihiang, begint de berg Tapa,
en fpringt van daer tot in het Land-
fchap
Suchuen, by de Stadt

hogen kruin een vlakte van ontrent
twintig ftadien.

In \'t zuid-oofte der Stadt Cin is een
hetg Pochung , waer op zeker kruit

In de landftreke Hangchungfu , by waft , Hoako genoemt : dit gegeten

veroorzaekt onvruchtbaerheid. Men
heeft veel meer andere bergen in deze
landftreke , doch die niets gedenk-

By de Stadt Loyang is een berg Yo- waerdig befluiten.

Cupe, met twee en zeventig holen: zijn krijgs-heir , offerhande gedaen

In de landftreke Linyaofu isby d\'on-
derhorige Stadt
Lan, ten noorde de
berg
Kaèlan, die de Sradt toneels-ge-
wijze bevangt, en een zeer fchoon
uilgezicht wijd en zijd over d\' omge-
iege landouwen heeft. Ter zelffter
plaetfe is de grote berg
Pexe, waer
op men zeid de ftrijdtbare overfte
Leanghoei, belegert door de Tarters,
aen den zelven, om drink-water voor

hebbe : waer op aenftonds een bron
ontfprongen was.

By de Stadt Ho is een htT^gCiexie,
met twee zeer hooge kruinen , tuf-
fchen welke, gelijk door een poorte,
de Gele ftroom vloeit.

Boven de Stadt Lan is een luftig
dal
Yu genoemt, welk, door het be-
vochtigen met den yïietYao, een tak
van den Gelen ftroom, gras-rijke wei-
den en akkers bezit.

In de landftreke Kingyangfu, is be-
noorden de opper-ftadt
Kingyang, een

en eng, dat het geen dag licht, dan ^ berg 7ö/)>ó\',die den hooft-bron van den
weinig en duifter ontfangt. Niette- ftroom
He befluit.

berg Chingleang geheten.

In de landftreke Cinanfu begint,by de s
Stadt
Changkieu, de berg Hoang: ftrekt
By deStadt
Ching iseenberg^Zoj\'«», j van daer tot aen de Stadt Cichuen ytM-
met een groot leeuwen beeltenis op en door hetgebied der Stadt
denzelven, uit wiens mond een bron
j By de Stadt Changxan, begint de
ftort. Aldaer is ook de
hetgCheuchi, ( berg Changpe, en fchiet tot aen de
die tot aen het gebied der onderhori-
St^tCeuping. Op den zelven is een
ge Stadt J/^i>ftrekt,en heeft op zijnen zeer beroemde afgoden kapel.

By de StdidtHoan is de berg Vlum,
gefterkt met een vefting, totbewaer-
nis der geheele landftreke: by de Stadt
Chinning de berg Lo, op de welken ze-
ven en twintig heelteniffen van men-
fchen , na \'t leven uitgedrukt, gezien
worden.
De Sinefen beuzelen dezel-
ve aldaervan natuur ontftaen, enniet
door kunft gemaekt zijn.

Inde landftreke Jenganfu,ten noord-
oofte der opper-ftadt Jengan, is een

-ocr page 823-

By de Stadt Taigan, is een zeer ho-
ge groote berg , met name
Tai. De
Sinefen brengen zijne hoogte op veer-
tig ftadien, met byvoegen van deftelfs
kruin, in de eerfte hanekraei, de zon
kan geften worden. Hy heeft vele
holen, feer hoge kruinen, en zeer veel
afgoden-kerken met ontelbare oftèr-
papen, die aldaer by na op een zelffte
wijze leven, gelijk hier te lande de
kluizenaers.

By de St2idi Laiuu, is een berg Taxe,
daer yzer uyt gegraven word.

In de landftreke Yencheufu , is by
èe Stdidt Kioheu, t^nhetgFang: be-
roemt door de graf-fteden der ouders
van den groten wijsgeer
Kungfuti.
Hing
is een heuvel omtrent de Stadt
Nungyang,2\\.7.o genaemt om den over-
vloed van de Armenifche pruimen,die
op den zelven groeien.

Byde Stadt Ceuïs een berg Chang-
ping
, op den welken eenige willen
Kungfuti gQhöTQVLïy, te weten in een
Stadt, van een zelven name met den
berg, daer de puin-hopen van de ael-
oude Sradt
noch gefien worden.

By de Stadt Je is een luftige en
dorp-rijke bergje By de Stadt
Tun-
png,
een berg Fung, der wijze met bof-
fchen en landouwen gefchakeert, dat
hy het fchoonfte fchildery vertoont.
De Sinefen gelijken den zelven by
Damaft-zyde.

In de Imd&tQkQTungchangfu, niet
verre van de Stadt
Kaotang , leit een
berg
Mingxe, welk fteen des geluids
bedied : want op den kruin van de-
zen berg ftaet een zuil opgerecht,
van honderd roeden hoog, die gezeid
word op het minfte aenflaen met de
vinger een geluid te geven , als een
trommel: van waer de berg zijnen
naem heeft.

In de landftreke Chingcheufu , leid
by
d^SididtChu^ng een groote berg,
Langfie genoemt, die van daer ooft-
waerds tor acn zee ftrekt. Op den zel-
ven zijn zeer veel dorpen, cioor Kei-
zer Xi aUereerft , met het derwaerds
voeren van dertig duizent menfchen,
begonnen gefticht te worden.

By de Stadt Txui, is een berg Tapien,
"^^t een vlakken kruin van negentig
ftadien.

In de landftreke Tencheufu, benoor-
den de opper-ftadt
Tengcheu, leid een
berg
Tengheng , vermaerd door den
neerlaeg, dien
Hanfm aen Koning Si
gaf By de Stadt Foxan is een berg
Chifeu , die met een uithoek in zee
fchiet. Ook is benoorde de Stadt
Tencheu een hexgCheuy: van waer een
ronde fteen in zee fchiet, die by de Si-
nefen
Chu, dat \'s peerl genoemt word.

In de hnd^iriQkQ Laicheufu, leid be-
zuiden de
o^^et-ïididt Laicheu een
berg
Hoang, alzoo genoemt na zekere
maegt : want aldaer is aen een maCgt,
ter gedenkenis van haer maegtdom
een kapel toegewijd. Opftrandbyde
ftadt
Kiao is een berg Tachu , eh by de
Std.dzSiene, een berg z^-ö, na de zee-
kant.

Binnen de wallen der Hooft-ftadt ^ergmdes
Ä^i/^»^ is een heuvel rgenoemt, ver- tZtml
ciert met tuinen, boftchen, en Stadts
en burger gebouwen. By de Stade
Siangching is de berg Xeu, zeer hoog
byde Sinefen geroemt, diezy willen
dat in fchoonte, te weten in geftalte,
gelijk zy waengeloofelijk uitbeelden,
en ftant zijns gelijken niet hebbe,
Hy is d\'eerfte in de boeken
Fungxui,
die van de gelukzaligheid en het lot
der bergen handelen.

By de Stadt Sinchingleïd de berg
Kicu , waer in een hol gezien word
door Keizer
Hoangti gemaekt, welk
hy des zomers , zoo gezeid word,
plag te bewonen.

De landftreke Queitefu is zeer vlak,
en heeft zeer weinig en kleine bergen:
De Sineefche land-befchry vers verha-
len niet byzonders noch zeldzaems
van dezelve, dan flechts de namen.

By de ftadt Loye, ten noorde, is een
berg
In, cn ontrent dc ftadt Jungching,
zuid - weftwaerds , de bergenen
Tang.

j In de landftreke Changtefu leid by
: de ftadt
Tan gin een berg Simeu, waer
\' uit de ftroom
Tang haeren ooriprong
neemt. Beweften d\'onderhorige ftadt
Lin leid de berg Tyang, zoo hoog en
cnfteil, dat hy nauhx tc beklimmen
is. Op zijnen kruin is evenwel een
vlakte, derwaerd zich velen, in tijdt
van oorlog, om hun lijf te bergen, be-
geven.

Y 2 Noord\'

-ocr page 824-

174

Noord-weft waerds van de Stadt C^/,
leid een berg
Cu, op den welken ko-
ning veel gpuds deed verbergen;
maer al de arbeiders,na
het verbergen,
het leven benemen, om het bedekt te
houden. De zoon evenwel van eeren,
fchoon noch zeer jong, bemerkte de
zaeke, en nam, gekomen tot volwaf
fen ouderdom, het goud weg.

In de landftreke leid na

by de Stad Ki, ten oofte, een berg Cin-
gnien,
uit wiens hol een water vloeit,
welk alle harige delen des lichaems,
zoo daer mede gewoftèn worden,
glat maekt.

In de landftreke Hoaikingfu, be-
noorden de opper-ftadt
Hoaikin\'zé.i,
leid een berg Tai. Dees quam voor-
hene , met het uitwerpen van een
grootgeloei, te berften,en opende een
hol van dertig roeden : Waer uit een
joden-lijmachtig, dik en verwater
vloeit, zulx het in
veel dingen het ge-
bruik
van oli verftrekken kan, en is
niet onaengenaem van fmaek.

Na by de Stadt Ciyuen, ten Noorde,
is een berg
Fanguo,bofch en boomrijk,
en verheelt een Paleis.

In de landftreke Honanfu, leid by de
opper-ftadt , ten noorde, een

zeer groote berg Pemang : treed van
daer doorhetgebied derfteden/(?;?j^,
Cung en Mengcin.

Ten zuid-wefte, leid een dubbelde
of tweevoudige berg, genaemt
I^uan,
door wiens midden, gelijk door een
300rte, de ftroom
In zijnen loop
leeft.

Ontrend de Stadt Hiang, ten zui-
de, leggen de bergen tóg,waer uit ko-
per gegraven word. Volgens fchryven
der Sinefen heeft Keizer
Hoangti ko-
per uit deze bergen bekomen, tot zijn
huis en krijgs-gereetfchap.

In de landftreke Nanyangfu, leid aen
de noord-zyde der opper-ftadt
Nan-
yang
, een berg Yu, waer op zes en der-
tig poelen gevonden worden.

Ontrend de onderhorige Stadt
Nuihiqng, ten noord-oofte, begint het
gebergte
Taipe , en ftrekt zuid-ooft-
waerd tot aen dQ%x.2Ld.tChechuen. Al-
daer leid ook de berg
Tienchi, en op
den zclven een Meir met water, welk

In de landftreke/««/;/benoorde
de opper-ftadt , leid een berg
Tienchung, dien zy ook het middel-
punt des werelds noemen.

By de Stadt Sinyang, is een zeer ho-
ge en luftigc berg. Dikwils is aenge-
merkt byde Sinefen, zoo dra als een
wolk defTelfs kruin bedekt,
aenftonds
zekerlijk regen op handen zy. Op
een zelve wyzc, gelijk de tafelberg
aen dc kaep van goeder Hope.

Ten zuide van de Stadt Quangxan,
is een berg Hing, die zijnen naem van
den overvloet der Armenifche prui-
men bekomen heeft.

In de kleine landftreke der Stadt]u
leid by de Stadt
Luxa, een bergh, rhe-
de geheten. ^^^

In delandftrekeChing/ufu,\\dddicht
bezuiden dc Stadt C«, een
hctgjeking. su-

Beweften de Stadt Quan, begint dc chm"-
berg Cingching, en beftaet een ftreke
lands,van over de duizend ftadien.Hy
is onder de beroemfte bergen by de -
Sinefen, dc vijfde in orde, die verdich-
ten dat de
Xin ften, dat zijn onftcrffelij-
ke menfchen, op den zclven te zamen
komen.

Ey de Stadt Gan, ten oofte, leid de

hexgen Lunggan, vermakelijk door
boflchacdjcn en bronnen. Op den zei-
ven worden de puinhopen des Palcis
van de Koningen gezien: gebout
tegen de hitte tot een verkoel-placts.

By de Stadt Cungking, leid een berg
Toyung geheten,rijk van apen cn faters.

Na byde Stadt Xe/df»^, ten noorde,
is een zeer hoge berg die met

zijnen kruin door de wolken en tot
aen den hemel fchijnt te reiken. Uit
de hoogte ftort aldaer fteil neer een
ftroom, met een fterken val en groot
geraes van water. In hoogte is dien
fchier gelijk de berg
Min, na byde
Stadt
Guei: want zijne hoogte begro-
ten dc Sinefen op zeftig ftadien: van
zijnen kruin zietmen over dc andere
bergen, de hooftftad
Chingtu zelf Hy
fpringtIvan de uitterfte vvefter-palen
des landfchaps
Suchuen, zeer verre in
Priefter Jansland, ^f
Sifan, en ftrekt
ten Noorde met zij ne voeten niet ver-
re van de Stadt
Guei weft-waerd. Uit
dezen berg neemt de grote ftroom

Waerlijk de ziekte des herten geneeft. Kiang zijnen eerften oorfprong

By

-ocr page 825-

By dc Stadt Mien, leid dc bergh

Tienchi.

In de landftreke Paoningfu, beoofte
dc opper-ftadt
Paoning, leggen de ber-
gen
Puon cn Mengping bezet mct
luftige landouwen en boftchaedjen.

zeer hoge berg ^»/(ï/, waerom hy de
Throon der wolken genaemt word.

By de Stadt P^, leid ten Noord-oo-
fte de berg
Ju, waer uit dierbare ge-
fteenten gegraven worden; maer door
zijne rouheid, hoogte enfteilte, is
de toegang tot den zelven zeer be-
zvvaerlijk.

Daer by, meer na\'t Wefte, leid de
berg
Pingleang , die een vlakte op zij-
nen kruin heeft, welke rontom met
dc bergen der landftreke omringt is,
in plaets van wallen.

In dc landftreke Xunkingfu, bewefte
de opper-ftadt
Xunking, is een berg Co,
vermaert door de boflchen van gulde
appelen.

By de Stadt Sike leid een grote berg
Nanmin, die met twaelf zeer hoge
kruinen op rijft : op den zelven zijn
negen zout-puttcn.

In de landftreke Siucheufu, bezuide
de opper-ftadt
Siucheu, leid een bergh

bergte leid omringt met zeer hoge
kruinen.

By de Stadt Kingfu , leid de berg
Hanyang: by de Stadt Fuxum: ten zui-
de, de berg
Lingyven, aen den oever
des ftrooms
Kiang.

In de landftreke Chungkingfu, be-
noorde de opper-ftadt leid
acn den oever des ftrooms/^«, een
berg met recht verwonderens-waer-
dig:want uit dezen berg hebben de Si-
nefen niet alleen een wanftaltigen, by
manier van fpreken , maer ook ccn
bergachtigen afgod gemaekt. Dees
Word
Fe genoemt, zit met de beenen
kruishngs over elkandre geflagen, cn
houd de handen in den boezem,d\'een
op d\'ander gevouwen. Deftelfs grote
is hier uit alleen J^f te nemen , wijl de
oogen , neus, mont en ooren op een
i^leine halve mijle kunnen gezien
Worden. geeft over dcnzel-
^^^g deze verklaring :
of de-ze herg
door kunft gehouwen, of door de natuur
aldus gewoffien zy, zou iemand met recht
kunnen twijfelen. Ik heh alle moeite aen-
gewent, zoo veel doenlijk was, om zulx
uit onze Vaders te vernemen, die alle
verklaren, hier af niet in de Sinefche hi-

nochtans zoo groot een werk, werk de ze-
ven wonderwerken des werelds verre
overtreft, niet hadde hehooren verzwe-
gen te hehhen gemerkt zy veel andere
dingen ja fchier van geen helang zoo
naerftelijk en naeukeuriginhunneaerd-
hefchryving hefchreven hehhen. Waer
over ik oordeel dat deze herggeen werk
is, door kunft gemaekt; maer door klip-
pen en verfcheide verheventheden in
dier wyze geftelt zy, dathy , van verre
aen te zien, den afgod
Fe fchijnt te ver-
toonen : gelijk ook in vele geweften van
Europe de her gen door de natuur in ver-
fcheide geftalten zich vertoonen ; ge-
lijk zulx de herg op het eiland
Sicie-
lien ,
hy de Stadt Palermo, duidelijk
uitwijft : want in deffelfs midden verto-
nen de klippen het ajheeldfels der oude
munte, te gelijk met \'sKeizers beelte-
nis,zoo aerdig, dat iemand zou zweer en
het in den fteen door de hand van een
fchranderen kunftenaergefneden waere.

twaelf duizend fchreeden van daer, in
de gedaente van een menfchen hooft.
Diergelijke ontelbare ftukken zou men
hier kunnen hybrengennvant uit al te gro-
te voorhaerigheidverdicht en vormeert
lichtelijk onze inbeelding haer een zake,
welke evenwel in der daed niet en is:
waerom wy dezen Sinefchen herg veel
meer voor een verdichtzelvan de inbeel-
ding, dan voor een werk van de kunft
moeten houden.

Ten wefte der St2.dt.Chungking\\tïd
dc berg cynyun, bewaften met luftige
bofl^chaedjen. Na by de Stadt
Ho, ten
zuide, leid een berg
Lungmuen, op den
welken een prachtige afgoden kapel
geweeft
is, ben even eenboekcry, van

dertig duizend Si,ncfche boeken, ge-
heten Siyuli , allereerft opgerecht
door eenen landvoogd van een zel-
ven name.

Ontrend de Stadt Piexan, leid een
berg
chungfte , met een vlakte van

twee

BydeStadCj«^i/,tenNoordc,isde ftorien gevonden te hehhen-, daer zy

Xeching, gemeenelijk de fteene wal- | Defgelijx vertoont zich hy de haven van
len genaemt : want hec ganfche ge- j de uithoek\'vanScjXÏQ, gelegen

-ocr page 826-

twee honderd ftadien. By de Stadt
Fmgtu, leid een berg Pungtu, gerekent
onder de twee en zeventig bergen,
die in het boek
Taofu geroemt wor-
den. By de Stadt
Fenxui, leid een
berg
Fonien, daer op vele zout-putten
zijn.

In de landftreke Queicheufu, leid be-
noorde de opper-ftadt
Queicheu een
berg
Chekia : waer op depuinhoopen
van vierkanten gehouwen fteen van
de rijx-ftadt
der Koningen van}ufo ge-
zien worden.
Weftwaerds van de on-
derhorige Stadt
Han , is een hoge en
fteile berg : ter zeiffte plaetfe , aen
den oever des ftrooms
Kiang , de
berg
Co, alzoo genoemt, om dat
hy zeker Sineefch letter - teken ver-
toont. Op dezen berg loopt een ftei
le weg van honderd zeftig ftadien
lang. Noordwaerds boven de Stadt
Van, Itïd de berg Tulie, die met zijn
eenen kruin tot
zulk een hoogte
reikt, dat ook geen vogel oit boven
den
zelven kan vliegen.

De berg Si leid beweften de Stadt
Van , waer op noch een luftige bogert
van den ftam
Sung gezien word, voor-
zien met een meir , boftchacdje cn
vruchtbomen.
O^ dcnhetgTunghoa
leid dc Stadt Ta : omtrend de Stadt
Leangxan, is de berg Kaoleang, die tot
duizend ftadien verre ftrekt, ten dele
na\'t oofte, ten dele na\'t wefte.

De berg Xehiang, gelegen in dezel-
ve landftreke, word alzoo na den
overvloet van mufchus genaemt :
^antXehianghQtQkent mufchus.

In de landftreke Lungganfu , be-
noorde de opper-ftadt
Lunggan, leid
een berg
Cungtung, die van daer met

" ---^ -----------, - J - j ^-----—^«««.W

na den kriftallijnen bron, dieaendef- j Kunglai, waer op ook des zomers ys
felfs voet zijnen oorfprong neemt. ; gevonden word.

Een weinig noordelijker leid de i In de krijgs-landftreke, aen den oe-
bergT^/<?,dat\'s berg van grote herten: j ver des ftrooms
Kinxa, leid een berg
want deze berg is rijk van herten, en | van honderd en meer ftadien. By de
die bediedenis heeft het woord j krijgs-ftadt f/y^ leggen de bergen
Tain

en

oofte leid de berg Xemuen, eenfcheid-
pael tuftchen
Sifan en Sina.

In de landftreke Mahufu , leid be-
wefte der Stadt
Mahu, dehetg King,
welk fpiegel betekent, alzoo genoemt

In de kleine landftreke der Stadt
Tungcheuen leid Noordwaerds van de
Stadt
Chungkiang de berg Tungquon,
waer uit koper gegraven word : byde
Stadt
Lochi de berg Ciepuon, diende
boftchen, en beken, en velerleiheid
van ftenen een zeer fchoon gezicht
geven.

In de kleine landftreke der Stadt
Muicheu, leid de berg Gomui, een ge-
deelte des bergs
Min, en fchiet dertig
ftadien verre tot aen het zuider ge-
deelte derStadt
Muicheu.Ken de weft-
zijde is de berg
Peping,^nens kruin des
nachts gelijk aengeftoke kaerfen licht-

In de vierde kleine landftreke der
Stadt
Kiatung, leid acn hare noord-zij-
de de berg
Mienkiang, daer de ftroom
Kiang langs zijnen voet regel-recht
neerfchict, niet tegenftaende hy op
andere plaetfen met vele bochten, en
kromten zijnen loop heeft. De berg
Jung, daer de onderhorigeStadt^f^^g
haren naem van bekomen heeft, is de
hoogfte en grootfte van allen, die in
deze landftreke gelegen zijn.

In de vijfde kleine landftreke der
Stadt
Liucheu, leid aen de zuid-zijde
der
Stadt Liucheu 7.e\\{ de berg Pao : op
den welken de lucht van zoodanigen
aerd is, dat deftelfs inwoonders noit
I voor de koortfe vreezen, en worden
daer van, fchoon zy die krijgen, lich-
telijk genefcn; behalven in lente en
gras-maend : want die in deze twee
maenden met de koortfe bevangen
worden, zijn ongenieezehjk,en buiten
hope van leven. Ten zuid-wefte van
de Stadt
Liucheu is de berg Fang, na by
den ftroom
Kiang, wiens kruin in
vorm van cenc dobbel-fteen eindigt.

een lange ftreke na de landen van ^i- In de zefte kleine landftreke der
fan of Priefter-Jans land, en tot aen de Stadt racheu, leid by de Stadt Ming-
Damafifche bergen loopt. Ten zuid- xan eenhetg Mung, d\\^.metV\\;^ïktm\'

nen hemel-waerds rijft. Op den hoog-
ften valt veel manne, welke de Sine-
fen
Pinglu noemen , dat \'sbevrore
dau.

By de Stadt Junking leid de berg

-ocr page 827-

en Vmuen. De laetfte fchijnt toppen te
hebben, die gelijk in dc lucht fchijnen
te hangen , waer over hy yzelijkrou
en ontoegangkelijk is. By de Stadt
Chinkiung is een berg Utung, die dc ge-
daente van eenen menfch over eind,
met neergebukten hoofde, vertoont.

By de krijgs-ftadt Ly is een berg/«-
leang, zoo rijk van bofch en bomen,
dat hy aen de gehele landftreke over-
vloedelijk hout verfchaft. By de Stadt
Pinchai is de berg Pegui. Zo in de win-
ter fneeu (gelijk by de Sinefen aenge-
merkt is) op zijnen kruin frnelt, het
is een voorreken van ccn goet en
vruchtbaerjaer. Ten tcgendele, zoo
dc fneeu tot acn den zomer blijft, een
teken van een onvruchtbaerjacr.

By dc krijgs-ftadt Kknchang leid de
berg
Tiexe, aizoo genoemt na d\'yzerc
ftenen : want hy heeft zoodanige fte-
nen, die, in \'t vuur gefmolten, onge-
meen voortreffelijk yzer uitgeven,
zeer dienftig tot zabcls en degens.

In de landftreke zuid-Ooft-

waerds van de Hooftftadt Vuchan zelf,
leid een berg
Taquon, die glinfterende
gout gele ftenen en aerde heeft, en
luftige heuvelen en dalen.

Bezuide de kleine Stadt Vuchang is
een berg van een zeiven name ; waer
op men zeid oulinx onderden Stam
Ctn een man, ruig over zijn geheel lijf,
en tien ellebogen lang, verfchenen zy.

Noord-ooftwaerd ontrent de Stadt
Kiayu leid aen den oaver des ftrooms
Kiang, een berg Che fie , gedenkwaer-
dig door den neerlaeg, dien
Caocao aen
Chcuyu baerdc. Zuidwaerds by de
Stadt
Kungyang ftrekt een groot ge-
bergte , tot ontrent de twee honderd
ftadien verre. In den zelven is een
groot hol. Zuidwaerds van de Stadt

^-wart als ink. Zuidwaerts vande ftadt
^^ngxan is de bergh Jiieuquon , dat \'s
\'van negen Paleizen , alzoo genoemt na
de negen Paleizen , gefticht op den
zelven, door de zonen van Koning
Cyngan, tot een oefen-plaets in de let-
t€ren en wetenfchappcn.

ïn de landftreke Hanyangfu vind-
men byna geenen gedenkwaerdigen
berg , behalve dien de Sinefen
Kteu-
chin
noemen, dat s -van de negen maeg-
den,
gelegen zuid-weft-waerds van de
Stadt
Hanyang : want op denzelven,
volgens fchryven der Sinefen , heb-
ben negen gezuftcrs haeren maeg-
dom altijds ongcfchonden bewaerd,
en d\' Alchimie bchertigt.

des

>aps

In de landftreke Siangyangfu leid
zuidwaerds van de Stadt
Kiun een

groot gebcrgte,r/#^«ggenoemt, welk

met zeven cn twintig kruinen hemcl-
waerd fpringt, zes cn dertig fteile heu-
velen cn vierentwintig meiren ofpoe-
leri heeft;opdcn zelve zijn veel waen-
ge ovige en prachtige afgoden tem-
pels , met kloofters voor off\'er-papen.

In de landftreke Teganfu begint be-
noorde de Stadt
Suicheu de grootfte
en roufte bergh van de ganfche land-
ftreke. Op zijnen kruin is een meir.

Beoofte de Stadt Ingxan is een berg
Tungting, met een groot hol van on-
navorfchelijke diepte. Dacrby, ten
zuide, is een berg
Kie : waer op noch
de puinhopen der aeloude Stadt
Kie-
j/^»^gezien worden.

In de ï^nA^mkeuoangcheufu leid be-
noordede o^^tt-^i^idtHoangcheu een
berg
Pao, daer op fteentjes gevonden

worden, die in de zonne geleid, root

worden : andere geel, en behouden
een wijle hunne kleure. Benoorde de
St2.dt Maching, leid de berg Molin rijk
van boffchen en vrucht bomen, tot

groot gerijf der inwoonders. ■

Ten wefte derStadt Hoangmui, is
de bergh
Sucu, met een kapel op zij-
nen kruin , aen de vier cdelfte art-
fen van
Sina toegewijdt, en eenheer-
lijke toorn met negen tranfen.

In de landftreke Kincheufu leid zuid-
waerd van de Stadt
Changyang de berg
lang, die gezeid word van een zulke

//i«^^f,leiddebergC/:;»^^g,waeropeeniaert te zijn , dat in de lente nochte
meir zich vertoont, met water zoo
1 herfft op den zelven geheel en al gene

<=>f «-O TTO n n •fl-\'i /-I f

wind vernomen word, en des zomers
uit de holen geftadelijk wind uitgeeft,
gelijk des winters geduurig de wind
van buiten in de holen blaeft.

Weftwaerds naby de St^idt Sungki
begint het gebergt Kieucang, welk tot
in den ftroom
Kiang fchiet,en met eea

dubbelde ry heuvelen, gelijk met dij-

ken,den zelvenfchut,en de fchipvaert
bekommerlijk en lang
maekt.
Z

-ocr page 828-

Bezuide de Stadt Quei leid de berg
Cutai, die met een paleis der oude
Keizeren pronkt.

In de landftreke Yocheufu leid aen
dezuid-zijde der
Opper-ftadt Töc^f«,
de berg
Pacio , beroemt door een
\'prachtigen afgoden-tempel en kloo-
fter, welk tuflchen twee kleine mei-
ren gelegen is.

In het meir Tungting, in \'t zuid-we-
fte der Stadt
Tocheu, leid een berg of
eiland
Kiun; in \'t zuid-oofte der Stadt,
de berg
Uxe : op den welken kleine
fteentjes gevonden worden,die in ftof
by d\'artfen tegen de keel-ziekten en
fquinanfie gebruikt worden. By de
Stadt
Linßang is een grote httgTayung,
met zeventig heuvelen: en een ander
bewefte de Stadt
Hoayung, Tung,dax \'s
honderdßadien gezeid , rijk van pijn-
bomen : aldaer is ook de
httgFangtai.

Ten oofte van de Stadt Pingkiang *
leid de bergh Tiengo, groot vijfhon-
derd
ftadien. Hy word in de boeken
Taufu onder de beroemfte bergen de
vijf en twinrigfte gerekent, en is be-
rucht by de Sineefche artfen over het
voortbrengen van velerlei genees-
kruiden.

By de Stadt Ganhiang , ten Zuide, iS
een berg
Hoang, dat\'sge^/ want de
gehele aerde en ftenen zijn goutgeel
van kleur: waerom hy ook
Kinhoa ge-
noemt word,
d^l\'sgouds^hloem.

In de landftreke Changxafu , weft-
waerds van de opper-ftadt
Changxa
leid de berg Jumo, dat\'s talkoi Mos-
kovifchglas :
welk in grote meenigte
daer uit gegraven word. Bewefte de
zelve Stadt is een grote
hetgTolo, ver-
eenigt met de bergen
Heng.

By de Stadt Ninghiang , ten zuid-
wefte , leid de grootfte bergh van de
gehele landftreke ,
Taguei genoemt:
by de Stadt
Lieuyang, de berg Taihu,

die met drie kruinen opwaerds rijft: | worden,die volkomen zwaluwen ver-
de middelfte begrijpt een grootmeir,
1 beelden, ja worden onder deze man-
van een onmeetbare diepte. Aldaer netjes en wijfjes by d\'arrfen onder-
is ook
de bergh Xepi, en op den zei- fcheiden , door de verfcheidenheid
ven een meir van veertigh ftadien,"! der verruwe, en in genees-middelen
genaemt
Pexa : waer uit vier beken , gebruikt.

ftorten ; d\' een is dc vliet Lieu : d\'o- i De berg Hoayn, fraei in\'t aenzien,
verlge lopen na den ftroom
Juping. \\ en om deffelfs fchoonheid en luftig-
Ter zeitiger plaetfe is de berg
Tung- j heid , dehloem genoemt, fpringt in
yang, de derde in orde onder de be-1 het gebiet der Stadt Ltnuu ewLanxan.

l In

roemde bergen

By de Stadt Xeu leid de berg Su-
cung :
heeft eenen bron van heet wa-
ter, en zes en dertigh heuvelen. Al-
daer leggen veel andere brede bergen.

In de landftreke Paokingfu leid be-
oofte de Opper-ftadt
Paoking de berg
Lung , met vier kruinen in"^de ronte
en in zulk een evengelijkheid, dat hy
over al een en de zelve fchijnt te zijn.
In het midden is een meir, waer uit
twee beken fchieten : d\'eenisde vUet
Lien , die na de Stadt Siangkiang
vloeit, en d\'ander de vhet

In het gebied der Stadt VuchangXtid
de bergh, de negen en zeftigfte in
orde, in de boeken
Taufu : Daer by
de bergh
Kinching, d\'acht en zeftigfte.

Na by de Stadt Sinning leid ten
oofte de berg
Changmo, zoo verre uit-
geftrekt en zoo ongenakelijk van toe-
gang, dat op den zei ven wilde men-
fchen , die geenzins ter gehoorzaem-
heid van de sSinefen ftaen , veiligh
fchuilen en op zich zelfs leven.

In de iandftreke Hengcheufu leid
bewefte de opper-ftadt
Hengcheu de,
bergh Taceu , die rijk van zilver by
d\'inwoonders gehouden word: ge-
lijkin den zelvcn, volgens fchryven
der Sinefen, eertijds mijnen geopent
zijn. By de Stadt
Hengxan begint de
berg
Heng , en beflaet rachtigh fta-
dien, telttwee en zeventig kruinen,
tien groote hqJen , acht en dertigh
bronnen, en vijf en twintigh beken.

Naby de Stadt Ling leid de bergh
Vanyang, die drie honderd ftadien be-
flaet, en geheel met oude boffchen be-
woffen ftaet.

By dc Stadt Queiyang is de berg Xe-
yen.
Hy word de ftene zwaluwe ge-
noemt , ter oorzake op den zelvcn, na
de regen, ftene zwaluwen
gevonden

-ocr page 829-

In de landftreke C.hangtefu\\€\\èiX.eïi
wefte der Stadt Changte de bergh Lo,
dat \'s de herg van herten, om dat hy
van herten krielt.

By de S tadt Twyuen, ten wefte, leid
de berg
Lolo, de twee en veertigfte in
orde, in de boeken

Aen de noord-weft-zijde der Op
per-ftadt
Changte, is een groot hol,
Lungmuen genoemt,voor het welk van
eenen berg tot den ander een brug is,
uit de natuur geflagen, en volkomen
vierkant : zuix d\'eene zijde byna
twee ftadien verre fpringt: onder de
zelve is een beek.

Inde landftreke Kincheufu leid ten
noord-wefte der Stadt
Xincheu de
bergh
Tayeu, de zes en twintighfte in
orde, in de boeken
Taufu. Aldaer is
ook de berg
Siaoye, waer op duizend
boeken gevonden zijn, diemenzeid
op den zelven verborgen wierden,
waanneer Keizer
Xi of Ching aldejboe-
ken in
gehed Sina beval te verbran-
den.

By de Stadt Kiuyang is de berg Zö-
cung, op den welken gezeid word een
vogel te leven, die noit geluid geeft,
dan wanneer regen ophanden is, tot
een onfeilbaer voorteken voor de
huisluiden. Op den zelven berg is een
groot meir, welk , volgens fchryven
der Sinefen , tien duizend bunderen
lands beflaet.

In de landftreke Jungcheufu leid be-
wefte de Stadt
Jungcheu de berg Kiun-
gyo,
beziens-waer(f g\'door de meenig-
te en fraeiheid van\'t riet, dat op den
zelven groeit.

By de Sradt Tunggan leid d\'aller-
hoogfte berg van deze landftreke, ge-
naemt

In de landflreke Chingtien leid by

de Stadt Kingmuen een berg, met de

Stadt van een zelven name. Dees ver-

ftrekte eertijds tuflchen de noorder

Landfchappen aen het Koningrijke

van Ck een zeer fterkeimuur en fcheid-
pael. •

^Y d^St^idiTangjang leid de bergh
<^cai, de dertigfte in orde, in de boe-
ken
Taufu. Op den zelven zijn bomen
en al de ftenen root van kleur. Hy
üeefc eenen vhet, met zeer zoeten
welriekend water.

In de landftreke Chingyangfu leid
noord-weftwaerds van de Stadt
Chin-
qyang
de bergh Tienfm , boven met
een vlak velt van honderdt ftadien,
welk fteüe heuvelen , gelijk wallen
omringen. By d\'artfen is deze bergh
zeer befaemt, om zijne zonderlinge
heilzame kruiden, die zy daer op be-
komen.

By de Stadt Chin xan is de bergh
Canglo. Op den zelven heeft zeker
landman, volgens fchryven der Sine-
fen , eenige jaren kaftanien verza-
melt , en in \'t toekomend bewaerd,
tegen den aenftaenden hongernoot,
dien hy voor handen zag. En in de-
zer wijze deed hy zijnen gebuuren
onderftant, om van honger niet te
vergaen.

Daer ontrent is de berg Nuiqua, al-
zoo genoemt na zekere vrou
Nui"
fua
, welke de Sinefen voor een af-
godin houden en eeren. Men zeid
dezelve een zulke kracht by haer
hadde , dat zy den gebroken hemel
herftelt en weder gefoudeert hebbe.

In de kleine landftreke der Stadt
Cincheu leid noord-weftwaerd van de
Stadt
Cincheu de bergh Fi , rontom
zeer fteil, hoewel met een vlak yelt
op zij nen kruin.

Bezuide de Stadt Tungtao begint
de berg
F ecu, en verftrekt een fcheid-
pael tuflchen het Landfchap van
Hu-
quang
en dat van Queicheu.

In de kleine landftreke der Stadt
Chincheu , leid aen de zuid-zijde der
Stadt
Chincheu de bergh Hoangcung,
die den hooftbron van den vliet Chin
befluit.

By de Stadt Junghingïsgeieg&ndiQ
Pepao
, een zeer hoge en fteile bergh:
maer verheerlijkt met eenen bron van
hefelijk water.

Benoorde de kn]gs-ü^dt Songing
leid de bergh Kefing, die met zij-
nen kruin boven de wolken reikt,
en gezeidt wordt ongemeen kout
te zijn , miflchien door
zijne hoog-
te.

Bezuide de krijgs-ftadt Nanguei
leid de zeer hoge en dikke bergh Tu-
ting , die zeer luftige en vruchtba-
re rijs-velden en zeer oude boflchen
heeft.

Z 2 De

-ocr page 830-

\'Bergen des Nanchangfuheekwei-

Landfehap nigbergen: bezuide de Stadt Fungfin

urn Kt-
angß.

is gelegen de berg Pechang: waer van
met een flerken val het water tot hon-
derd roeden afftort : d\' oorzake van
de benaming des bergs:
s^dm Pechang
is honderd roeden gezeid.

By de Stadt Funghing ooftwaerds
leid de berg
Xifung, de negen en der-
tigfte in de boeken
Taufu. D\'andere
bergen zijn
Xemuen, bezuide de Stadt
Vuning : Nan, bezuide de Stadt Ning.

In de Imd^tekt Jaocheufu leid be-
oofte de Stadt
Jaocheu de berg M^ci^,
de twee en vijftigfte in de boeken
Tau-
fu :
by de Stadt Tukan de berg Xehung,
dat\'s</i? Jlene regen-hoog gezeid , om
dat het water , van den zelven neer-
ftortende , \'een geduurigen regen-
boog vertoont.

By de zelve Stadt Jaocheu leid de
berg
Ctenfo y op den oever des meirs
Poyang. Byde Stadt Yukan is de berg
Hungyai, die ten noord-wefte aen het
zeiffte meir
Poyang ftrekt.

In de landftreke Quangfnfukidhe-
noorde de Stadt Quangfn de bergh
Ling, de twee en dertigfte in orde, in
de boeken
TauJu. Is rijk van oude bof-
fchaedje , geeft veel heilzame bloe-
men en kruiden, en ook de befte kri-
ftal.

By de Stadt Teyang leid de berg Pao-
fung
, met een ftene huis op zijnen
kruin, die boven de wolken uitfteekt.

Bezuide de Stadt Queili leid de
zeer hooge en breed uitgeftrekteberg
Siang , onderfcheiden zoodanig met
akkers en beemden , dat hy byna een
vlak veld fchijnt te zijn: op den zel-
ven zijn zeer vele dorpen.

Weftwaerds leid de bergh Lunghu,
de twee en dertigfte in orde , in de
boeken
Taufu. Hy voert den naem
van Draek en Tiger, dewijl hy met
twee kruinen in de hooghte fchiet,
welker een den ander fchijnt t\' onder-
drukken. De bovenfte word
Lungge-
noemt, dat \'s Draek, en d\'onderfte Flu,
dafsTigeri
waerom de Sinefche Pa-
pen uit diergelijke bergen veel be-
lacchelijke wetten van voorzegging
maken.

In de landtftreke Nankanfu leidt
noord-weftwaerd van de
SiaétNan-
kandthttg Quangliu,
d\'achtfte in or-
de in de boeken
Taufu : beflaet een
ftreke van vijf honderd ftadien , op
den zelven leven vele kluizenaers.

By de Stadt Tuchang leid de bergh
Juenxin, de twee en vijftigfte in orde
onder deberoemfte bergen in de boe-
ken
Taufu: Noordelijker de berg Xe-
pie.

In de landftreke Kieukiangfu leid
zuid-ooft-waerd van de Stadt
Kieu-
kiang
de berg Tacu, op een gelijkna-
mig eiland, in d\'engte des meirs
Po-
yang.

Beoofte de Stadt Te gan is gelegen
de berg
Poye, groot dertig ftadien, die
voor een groot gedeelte de Stadt ge-
lijk met wallen omringt. Ten noorde
van de zelve Stadt leid de berg
Quen-
lun:
op den welken een fteen van een
zulke grote is, daer op met gemak
honderd menfchen kunnen leggen,
zonder elkandre te raken.

Ten noorde by de Stadtleid
de bergh
Xechung , dat\'s Jieeneklok;
want de baren des meirs, door de wint
tegen dezen bergh gedreven en aen-
geftagen, maken een groot geloei.

By de Stadt Peng^e leid de bergh
Sïaofu in het meir Poyang: is geheel en
al ontoegangkclijk, en heeft aen de
zuid-zijde een kleine rede voor fche-
pen. Aen den oever des ftrooms
Ki-
ang,
by de zelve Stadt, leid de berg
Matang, vermaert door de fchipbreu-
ke van vele fchepen : want zoo de
fchippers flechts een weinig van den
oever af dwalen, de fchepen worden
door gewelt des ftrooms tegen de
khppen aengejaegt, en aen ftukken
geflagen. .

In de landftreke Kienchangfu leid
ten wefte van de o^^ei-iiadtKienchang
de bergh M^/^» de zes en dertigfte in
orde in de boeken
Taufu, en beflaet
een vak van vier honderdftadien.
By de Stadt
Quanchang is de bergh

Chunghoa,d:it geheelbynauitloutere

en kale kruinen beftaet: een onder al-
len is groen en
met bomen bewoften.
Op den zelven is een prachtige afgo-
den-kapel.

In de landftreke Vucheufu leid be-
noorde de Stadt
Vucheu de berg lang-
kiu,
op den welken gezeid word een

won-

-ocr page 831-

wonderlijk beeltenis te zijn, in de ge-
daente van eenen menfch : welk, na
de verfcheiden temper der lucht, ver-
fcheide kleuren aenneemt:2ulx d\'om-
gelege volken daer aen lichtelijk kun-
nen zien , of fraei of lelijk weer op
handen is.

Na by de Stadt Rinki leid in \'t zuid-
oofte de
heigjunglin, die met zes en
dertig kruinen opwaerd rijft, en tot
aen de Stadt
Qjf-angfin en Kienchang
fpringt.

In de landftreke linkiangfu, aen de
noord-zijde derStadt
Linkiang, is ge-
legen de berg Komao, de drie en der-
tigfte in orde in de boeken
Taufu.
Veel zeltzame dingen hebben de Si-
nefen in dien berg aengemerkt, met
beloving van veel geluks in \'t toeko-
mend.

By de Stadt Sinkin is debergy^y^,
de zeventiende in ordein de boeken
Taufu : by de Stadt Sinyu , de bergh
Mung , zoo hoog , dat hy boven de
wolken fchijnt te reiken : heeft even-
wel luftige velden en boftchen.

In delandftreke Kieganfu leid by de
Stadt
Ganfo de berg Uncung, de groot-
fte der gehele landftreke; want hy be-
ftaet een vak van acht honderd fta-
dien.

In de landftreke Xuicheufu leid aen
d\'ooft-zijde der Stadt
Xuicheu de berg
Tayu, met een zeer fraei bofch; welk
een prachtige kapel heeft.

By de Stadt Xangcao leid de bergh
lingfung, op den welken, na het des
daegs geregentheeft, des nachts altijts
een grote vuur vlam verfchijnt : hoe-
wel niet in den drogen tijdt. Het volk
aldaer, zeer tot waengeloofgeneigt,
wil dat deze vlam de geeft des bergs
zy: waer over aldaer, nade zijde der
Stadt
Sinchangyttn heerlijke kapel des
vuurs gefticht is.

In de landftreke Juencheufu leid aen
de zuid zijde der Stadt
Juencheu de
berg
Niang,d2it \'s zienhaer. Hy word te
dezer oorzakezienbaer genoemt,om
dat hy van overal door zijne gevaer-
lijkefteile ftenen en kolken nietkan
^ngedaen, maer wel gezien worden.
Hy heeft in den omtrek drie honderd
"adien en ftort eenen bron uit, wiens
water het geheel jaer, door deffelfs

overgrote kou , nietkan gedronken
worden, \'ten zy eerft een wijle in de
zon geftaen heeft.

In de landftreke vän Kancheufu leid
aen d\'ooft-zijde der Stadt
Kancheu dc
bergh
Tiencho , op den welken des
nachts ccn licht gelijk van aengeftoke
kolen flikkert. Men vind\'er, die de-
zelve voor flangen of fpinnekoppen
houden , die, volgens hunne vercie-
ring , zekere dierbare fteentjes, die
zy op \'t hooft dragen , uitbraken, en
dan weerinfturpen.

By de Stadt Sinfung is een grote en
brede berg,
Hianggeheterif vermaerc
door vele zeltzame genees middelen,
die op den zelven te vinden zijn.

By de Stadt Ningtu leid de berg Kin-
cing
, de drie en dertigfte in orde, in
de boeken
Taufu. Volgens de Sinee-
fche landbefchryvers houden zich op
deze nabygelege bergen wonderlijke
gedrochten , wilde menfchen of Sa-
tyrs , die aldaer op een beeftelijke wij-
ze leven.

In de landftreke Nanganfu leid aen
de weft-zijde der Stadt
Nangan de berg
Sihoa, ddit\'s wefter-hloem ; want Si is
wefier cn Hoa hloem gezeid. Is geheel
over luftig en bebout, waerom hy den
naem van ^/ö^w niet onwaerdig fchijnt
te zijn. Wat belangt d\'overige ber-
gen , daer vintmen niets gedenkwaer-
dig van by de Sinefen acngetckent.

In de landftreke Kiangnin\'gfu, zuid-
weft-waerdvande
%t2ièit Kiuyung, leid vm Nati\'
de berg
Mao, die in de boeken Taufu king.
de eerfte plaets van gelukzaligheid en
luftighcid bekleet.

Noord-ooftwaerts van de Hooft-
ftadt Nanking, is gelegen de berg No,
op den zelven is een kapel, geftoflèert
met ovf r de duizent beelden.

Ten zuid-oofte van de Stadt Nan-
hing,
leid de berg Fang, alleen hierom
zeer gedenkwaerdig, dewijl hy op be-
vel van Keizer
Xi, door arbeit van vijf
duizent man,zo men zeit,doorgraven
of doorboort wiert: want dees Keizer,
verftendigt door de berg-kijkers, (die
zich beloven voor en tegenfpoet uit
de geftaltenifl^en der bergen te kun-
nen verzeggen) hoe deze berg, eenen
anderen toekomenden Keizer den
Keizerrijke te voore fpelde, beval te
Z 3 dezer

-ocr page 832-

vluchten, zoo de Sinefen bclaggelijk
zeggen: maer is in\'cr daet gedaen, om
de fchepen des tc lichter met inftacn
van haken te kunnen tegenhouden:
want dewijl defe berg van zeer herden
fteen is, zoumen op gene ander wijze,
het acnftotcn en botfen der fchepen
tegen de klippen, kunnen beletten.

Fungyangfu leidby
de Stadt
Linhoai de hergjunmu , alzoo
genoemt na den overvloet van Mof-
ko vifch glas, welk uit den zclven ge-
graven word : want
Junmu isMosko-
vifchglasgezeid.

Naby de Stadt leid de berg Cu-
kin,\\^SiQt op een groot ftuk gout ge-
vonden is,dienftigtegen vele ziekten:

waerom men wil het zelve door de
kunft van Algimiftery zou gemaekt
zijn. By de Stadt leid de berg
Moyang dat \'s herders herg: want men
zeid zekere fchone maeght aldaer de
vechocdery geocfent heeft.

In de landftreke Sucheufu , aen de
zuid-weft-zijde der Stadt , na-

by het Meir Tai, leid dehctgLignien,
zeer klein ; maer beziens-waer digh
door verfcheide gebouwen.

Aen d\'engte des Meirs Tai leidde
berg
Sui:o^ den welken een prachtige
afgoden kapel en kloofter ftaet. Bin-
nen de Stadt
Changxo leid de bergh Tu,
die eenige ftadien na \'t wefte fchict.

In dc fandftreke Sungkiangfu leid
aen de zuid-ooft-zijde der Stadt
Sung-
kiang,
op ftrant, de berg Kin, alleen by-
na gedenkwaerdig in deze landftreke.

Op den zelvcn is een grote vefting,
met een fterke bezetting van fchepen
en krijgs-knechten, totbeveiling der
haven.

In de landftreke Changcheufu leid by
de Stadt
Vufie de berg Sie, waer uit tin
gegraven word.

In de landftreke Chinkiangfu leid
aen de noord-weft-zijde der Stad
Chin-
kiang ,
op een eilant, in den ftroom

dezer oorzake den zeiven te door-
booren, om de nood fchikkelijke in-
vloeing te beletten.

Aen de zuid-weft-zijde der Stadt
Nanking leid de bergh San, wiens ge-
deelte , welk in den ftroom
Kianrr

Delandftreke Tancheufu is aller we-
gen vlak, fchier zonder gcdenkwaer*
digh gebergte.

In de landftreke Hoaiganfu leideen
eenige gedenkwaerdigebergh, byde
Stadt
Hai, in zee, genoemt Tocheu :
op den zelvcn is een ongemeneprach-
tige kapel, of een kloofter voor of-
fer-papen, derwaerd van wijd en zijd
uir geheel
Sina vele vreemdehngen,
genijght tot de Sineefche waengelo-
ven, byeen komen.

BydeStadr Lukiang derlandftreke
Lucheufu leid de berg Taifu , rijk van
luftige boftchen, en verre uitgeftrekt
met dubbeldekruinen.

In delandftreke Gangkinfu leid by
de
SidLÓlTungching, aen den oever des
ftrooms
Kiang, de berg Feu: is van bin-
nen vol gaten en veel donkere holen.
Uit den zclven valt een water-bron
van twee hondert roeden hoog.

By de Stade Sofung leid de bergh
Siaoku, met twee zeer hoge kruinen,
door welker onder gelegen dal de
ftroom
Kiang in \'t midden doorfchier.
Op den eenen kruin is een grote ka-
pel en kloofter.

In de landftreke Taipingfu leid aen
dc zuid-ooft-zijde der Stadt
Taiping
de berg Tienmuen, dat \'spoorte des He-
mels :
want de ftroom Kiang, benepen
tuftchen twee van deffelfs heuvelen,
vloeit midBen door dezelve , gelijk

door eene poorte.

In de landftreke Ningquefu leid bin-
nen de wallen der Stadt
Ninque zelf
een berg of veelmeer een luftige heu-
vel,
Lingyanggenoemt.

By deStadt Ninque leid de berg Ki,
zoo vermakelijk in\'t aenzien, dathy
doorgaends het vermaek der inwoon-
ders genoemt word.

By de Stadt Taiping leid de bergh
Lungmuen, bedekt met dikke en don-
kere wouden. Men zeid op den zcl-
ven zeltzame geneeskruiden groeien.

In

Kiang^dehttg Kin. Op den zeiven zijn
eenige. prachtige kerken en kloofters
voor d\'opper papen. Het is een zeer
luftige bergh, aldus toe-geftelt door
naerftigheidt van natuur en kunft.
Uit den zelvcn ftort een bron,
Ipringt, met
zeer veel dikke yzere ke- i leang genoemt, met water , zeer by
tenen omftoten is, om niet wegh te de Sinefen gerocmt.

-ocr page 833-

In de landftreke Chicheufu , by de
Stade
Tungling, leid een berg Hing, al-
zoo genoemt na den overvloet der
Armenifchepruimen, die op denzel-

ven groeien.

Bezuiden de Stadt Chicheu leid de
berg
Kieuhoa , dat \'s van negen krui-
nen, en den hloem
hy beftaet uit
zoo vele kruinen, en vertoont
de ge-
daente van een omgekromden bloem.

In de landftreke Hoeicheufu leid aen
de weft-zijde der Stade
Hoeicheu, de
berg
Hoang, d\'allergrootftevan de ge-
hele landftreke : op den zelven wor-
den getelt vier en twintig beekjes,
twee en dertig zeer hoge kruinen, en
achtien zeer duiftere holen.

By dc Stadt Hieuning leid de bergh
Ki, die met zynen kruin tot over de
hö.idert roeden opwaerd rijft. Over
een zeer diep naby gelegen dal is een
ftene brug geflagen.

In de kleine landftreke der Stadt

f\'i^\'ides

.yfchap,

Qhe.

\'Mrt

•S\'

d\'cerUe aen de weft-zijde der Sradt
Qj4angte,di&met zijnen kruin rot door
ciö wolken ftcekt ; maer heelt even-
wel op den zeiven eenen bron , die
akijds loopt.

Dc bergh Ling is niet minder in
hoogte, heeft eenen fchuinen heuvel,
zeer moeiciijk te beklimmen , en de
grote van vijftien ftadien. By den zel-
ven is een hol, in wiens ingang een
ftene beeltenis van zekeren offeracr
ftaet, dien zy willen in de zelve ver-
andert tezijn.

In de kleine landftreke der Stadt
Chucheu leggen vele bergen.

In de landftreke Hangcheufu leid
aen dezuid zijde
der Stade Hangcheu
de bergh. Funghoang , die tvvec zulke
hoge kruinen heeft, tegen elkandre
over gelegen, dac zy tot aen den he-
melfchijncn te reiken. Op beide even-
wel is een kapel cn toren met negen
tranfen.

Op den oofterlijken oever des
meirs:^/, by dc Stade
Hangcheu, is ge-
legen de berg xeceng , verciert met
een prachtige kapel en toren van ne-
gen tranfen.

Tienmo, de vier en dertigfte in de boe^
ken
Taufu: is fteil en groot: (want hy
ftrekt acht honderd ftadien verre) en
heeft zeer vele boft\'chen en iuitige
rijs-velden in de vlakte : op den zel-
ven groeien vele paddc-ftoelen, die
gezouten en gedrooght door geheel
Sina van daer vervoert worden. Tien-
mo
isgezeid \'j- Hemels oog, om dat de-
ze berg op twcc kruinen twee meiren
heeft, die dc Sinefen oogen noemen,
daer mede hy gelijk na den Hemel
ziet.

^jdeSt^dtChangh oa leid de bergh
Cienking, en op den zelven een meir
van tweehonderdbundcrcn,vermaert
door zekere goutgele viffchen , die
de Sinefen
Kinyu noemen.

De berg T/V^ci;» , zuid-weftwaerds
van de Stadt
Hangcheu gelegen, is ten
dele zeer rou , ten dele luftig en ver-
makelijk. Hy heeft eenen heuvel, //-
laifung genoemt, geheel van fteen, en

Qujngtehigvmc\\tndt%iedQnQuüngte \\ van binnen vol gaten: op denzelven
en
Kienpmg zeer grote en lullige ber- j zijn prachtige kapellen cn kloofters,
gen. De bcroemftezijn/yÉ\';?^en Z/»^.-/ daer in^men zeid over dc drie dui-

I

iSl"
Iii-

h\\

f} !l

Byde Stadt begint de bergh den tot vergaft-plaetfen gebout: wLr

PI

van

zent ofil^r-papen leven. De meefte,
gehjk gekluiftcrt in een geduurigen
en vrywilhgcn kerker , bewonen°de
holen, en worden door d\'andere van
fpijze verzorgt, die deze kluizenaers
by een tou ophalen ; naerdien men
naulix, ja niet tot de holen zelfs kan
opflijgen. Byna op een zelffte wijze
ontfangen zy van den voorby-gaen-
den man aelmoefen, dikwils van gene
kleine waerdye : want deze plaets
wort het ganlch jaer door, inzonder-
heid in bloeimaend, by vreemdehn-
gen en Sinefen zelfs bezocht.
Filai-
fung
betekent vliegende komen , ge-
nomen de benaming van Zekeren In-
diaenfchen oftèr-paep,die,zoo drahy
dezen heuvel zag , gezeid zou heb-
ben.
Deze IS de heuvel, dienwy inln-
diën miffchen: waerelijk hy is herwaerd
gevlogen.

De landftreke Kiahingfu is door-
gaends vlak,en heeftfleclits eene berg
of heuvel C/z^^i , acn dc noord-weft-
zijde der Stadt
Kiahing, gelegen in het
meir
Tienfing, wclk aen de Stadt een
gracht verftrekt. Op den Zelven zijn
vijf luft-hoven, door de
landvooeh-

J M ^ «••■ ___— _ il. - _ 1 _ . . O

mi

il\'\'

i\'jii -fi

-ocr page 834-

vafi ook de heuvel zijnen naem beko-
men heeft; want
Vtai betekent vijf
altaren.

De landftreke Hucheufu is bergloos.
Ten tegen dele de landftreke
Nien-
cheufu, dÏQ
overal velebergen en heu-
velen heeft.

Na de noord-zijde der Stadt Nien-
cheu
leid de bergh Ülum, die de Stadt
gelijk omringt. Dees bevangt twee
meiren, naby elkandre gelegen : het
een met helder, en het ander altijds
met drabbig water.

De berg Fuchung rijft uit zeker dal
Kieuli, waer door een vliet ftroomt.
Op, den Zelven worden dé kapellen
en hoven van den beruchten Filofoof
Nienculingeïien, die alle, ter geden-
kenis van zulk eenen man, door de
voorby-vaerders gewonelijk bezocht,
worden. Men fchrijft dees aldaer de
viftchery ga geflagen hebbe, wanneer\'
hy zich verffak , om niet uit dwang
d\'opperfte Land bediening,hem door
den Keizer opgedragen, t\'aenvaer-
den. De Keizer eindelijk quam ten
dien einde zelf in perzone by hem, en
nam zijne nachtruft by hem op een
zeiffte bedt. Zoo hoog waerdeerden
eertijds ook zelfs de grootfte Keize^
ren van
Sina, vrome en geleerde lui-
den.

In de landftreke Kinhoafu leid be-
noorde de Stadt
Kinhoa de berg Kin-
hoa,
groot drie honderd en zeftig fta-
dien : is de zes en dertigfte in de boe-
ken
Taufu ; waer op de Sinefen ver-
dichten het krakeel, tuflchen de fter-
ren Venus en
Funu, (miflfchien Pallas)
geweeft zy.

By de Stadt Tu is de bergh ZC/wwg,
d\' aliergrootfte van de geheele land-
ftreke, en negen dagen opkhmmens
hoog. Op zijnen top word een Paleis
gezien

By de Stadt Pukiang Xeïêi een berg tachtig ftadien. Hy begint ontrent de
Sienhoa : waer op, volgens fchryven | Stadt ruyao, en ftrekt tot acn de Stadt
der Sinefen, de dochter van den ael-
\\ Ningpo, ten zuidwefte.
ouden Keizer
Hoangti geleeft, en al- ! By de Stadt Xing leid de berg Tanchi,
daer geduurig ten einde van leven i de zeven en twintigfte in de boeken
haeren maegtdom bewaert heeft.
f Taufu. Hy word alzoo genoemt na
Byde Stadt
Jungkang leid de bergh : zeker root meir : want deftelfs water
Fangnien, met een ftene trap tot op- [ isbloetroot. Tanïs\\n\\S\\nee^ch root,
gang. Op den top leid over een dal j en chi een klein Meir gezeid. By de
een grote brug geflagen. | Stadt
Sinchan is de berg Vocheu, de vijf-

! tiende

In de landftreke Kiucheufu leid aen
de zuid zijde der Stadt
Kiucheu dc
berg
Lano, d\'achtfte in de boeken Tau-
fu :
by de Stade Kiangxan begint de
berg
Civen , en fpringt van daer tot
over de drie honderd ftadien. Door
dit geberghte loopt de wegh na het
Landfchap van
Fokien , hoewel over
vele kruinen , zeer moeielijk te berei-
zen; maer allermeeft de fteile en hoge
bergh
Sienhoa, die met drie hondert en
zeftig trappen , in maniere van een
wendel-trap , tot gemakkelijker op-
klimmen, bebout is : want zoo ve e
vlakten, met ftenen geplaveit , woor-
den op den zelven gevonden. De
kruin heeft een prachtige kapel, en
vele kroegen,daer altijts Ipijs cn drank
voor dc reizers te bekomen is.

In de landftreke Chucheufu begint
by de Stadt
Cinyun, de grote berg Ho-
yang
en ftrekt tot aen zee. Hy is de
dertiende in de
hookenTaufu, beflaet
een vak van drie hondert ftadien t
fpringt , volgens de Sinefche Land-
befchryvers, tot de hoogte van dui-
zent roeden , en gevoelt op zijnen-
kruin geen donder , regen, fneeu o£
hagel, nochte eenige verandering van
weder.

In de landftreke Xaohingfu leid aen
de zuid-ooft zijde der Stadt
Xaohmg
de berg Floeiki, d\'elfde in de boeken
Taufu, waer van ouhnx het Landfcjiap
Hoeiki, welk deze oofterfche gewe-
ften begreep, zijnen naem gevoert
heeft.

De htïgSuming, de negende onder
de beroemften in de boeken
Taufu^
heeft van dc vier holen, boven open,
den naem van vier klaerheden beko-
men. Hy fteekt twee hondert en tach-
tig kruinen ten hemel op, heeft in de
hoogte achtien duizent roeden , en
beflaet een vak van twee honderd en

-ocr page 835-

■i.i.j

\'■lijt-

tiende in orde : aldaer is ook de berg
Tienlao , de zeftien de in de boeken
Toaxu. Het ftaet aen re merken,dat de

fters, berucht zijn, die gemenelijk een
grote meenighte van vertrekken en
overvloet van oftèr-papen bevangen.

In de landftreke Ningpofi leid by de
St^dzCuki de bergh verpert met
een prachtige afgoden kapel, diehy
de w^aengelovige Sinefen Veel be-
zocht wordt , om gelukkige dro.
men en verklaringen over hunne dro-
men te hebben, niet zonder voor-af-
gaen van byfondere plechteiijkheden.

In delandftreke Taicheufu, bezuide
de Stadt
Taicheu, leid de berg Kaicho,
de negentiende in de hoQk.en.Taoxu:
by dcStAdtFIoangnieudehttgQueiyu,
de tweede in de boeken Taoxu. Op

noemt, welck dierbare kring bctci-
kcnt, alzoo geheten om zijne veilige
reede voor fchepen: want die leid ge-
heel gelijk een kring van de bergen
omringt, en by na gene ftorm-winden
onderworpen , en ftechts met een
kleine opening, gelijk een mont, tot
ingang voor de fchepen.

By dc Stadt Taiping leid de bergh

rontom in\'r water. Boven op den zei-
ven is een kapel en kloofter.

Byde Stadt isdebergh6\'/é\'«-
nien,-de zes en twinrigfte in de boe-
ken T^öx« : by de
St^dtLocingdehttg
Tentang.
Op den zeiven is een Meir
van tien ftadien, mede
Tentang ge.-
noemt: d2iVs hadt der Ganjen, dewijl
wanneer de wilde ganfen, na den ver-
fcheiden faizoen des jaers, van oort
veranderen, gewonelijk aldaer inhet
overvliegen neerftrijken.

In de landftreke Focheufu , na de Berge» de$
zuid-zijde derStadt/ocij^^f zelf, leid

, I vart Tekteni

een heuvel, daer by een brug, gelegen
by de voor-ftadt
Nantai, komt te ein-

den eerften zijn al de ftenen, groteen gen: op denzelven is een zeer prach-

kleine, vierkant van geftalte, daer de \' \' \' -------------

Sinefen, die grote waen geloof om-
trend de bergen bedrijven, zeer over

Verwondertftaen.

By de Stadt Tientai is de berg C/^e-
ching, de zefte in orde in de boeken
Taoxu, en byna geheel root: daerby
de berg
Tientai, de beroemfte in de Si-
nefche berg-befchryving
Taoxu , en

eerfte in orde , engeiukkigfte, gelijk len, citroenen en limoenen
de Sinefen willen, van allen. Denaby brengt. By de Stadt
Sutien, is^e berg
gelege Stad voert de naem van dezen !
Uhoa, d^Li\'svan vïjfhloemen,2X100 ge-
berg. Op den zeiven zijn prachtige noemt van vijf zeer hoge en even-ge-
kapellen en kloofters, by na in een j lijke kruinen , ieder van duizend
oneindelijk getal. Hy word gehou- j fchreden hoogh.
den tot de hoogte van achtien dui-) Ontrend de Stadtten noor>
zend roeden te reiken , cn beftaet de , leid de zeer vermaerde en hoge
een vak van acht honderd ftadien. \\ berg
Kaocai, de zevende in dc boeken
Ontrend dc Stadt
Ninghai, ten we- Taoxu, luftig door oude boftchaedjen
fte, leid dc
hcïgTienmuen, lang drie \' en berucht door kloofteren.
honderd ftadien. - In dc
lund^iTckQ Civencheufu, leid

Meer zuid-waerds in zee, fteekt bezuide de Stadt Civencheu de bergh
een berg rijk eiland uit,
Tohoan ge-\' Paocai, die op zijnen kruin een toren

tige kapel, met name Nantai

Aen de noord-zijde der hooft-ftadt
begint de zeer hoge en grote berg
Siue Fung, en treet van daer in de
landftreke der fteden C^fié-^^,
Mincing,
Loyuen.
Na de zuid-zijde der hooft-
ftadt , leid de berg
F ang, die een dal
van veertig ftadien heeft, en op de
rontom gelege heuvelen oranje appe-

voort-

ill

n

van negen tranfen heeft, tor een back
voor den zee-man. Ooftelijkcr leid
dc bergh
Siaofo.

In de landftreke Changcheufu , na
d\'ooft-zijde detf!c-^dtCbangcheu,{Qit de
berg
Cio, op den welken, naer \'t fchry-
ven
der Sinefen, een fteen van vijf roe-
den hoog, wanneer onweer ophan-
den is, trilt cn beweegt. Ter
zelffter
Aa plaetfe.

Fangching : waer Op Koning Jue na-
maels in ftaet van eenen byzonder
perft)on gekeft heeft.

bergen voornoemt in de boeken Tao~ In de landftreke Fencheufu , ziiid-
xu uit waengeloof, door de veelheid weftwaerds van de Stadt Fencheu,Uid
van heerlijke kerken en papen-kloo- in den ftroom Lungyeu, de bergh C^^,

-ocr page 836-

piaetfe, maer nader byde Stadt, leid
een zeker andere bergh, gehecht aen
den voorigen , met namen
Kieulang,
beroemt door een kriftalhjnen bron.

In de landftreke Kienningfu, aen de
noord-ooft-zijde der Stadt
Kienning,
leid een zeer hoge berg Xin: van vvaer-
men, over alle bergen heen,de zon uit
zee kan zien opgaen By de Stad
Kien-
yang
leid de berg Vlung.mtt vijf heuve-
len in \'tronde, en een in \'tmidden:
dees word de Peerl, maer de vijf an-
deren in \'t Sineefch de Draken ge-
noemt. Aldaer is de berg
Ciaoyuen , de
dertiende in de boeken
Tauji(. Maer
die in beroemtheid en grote al d\'ande-
re overtreft, is de berg
Vuy, gelegen
byde Stade
Zunggan. Op denzelven
zijn zeer vele Pagoden, en kloofters
voor d\' oftèr papen : defgelijx kluize-
naers , en onder deze vele overheden,
die met gefchoten hoofde, en verfma-
ding der goederen des
werelds, hun-
nen afgoden dienen. By de Stadt Pu-
chirr
is de berg Yuleang, een onder tien
der grootfte bergen van
Sina.

In de landftreke Jenpingfu leid de
berg
Fung, die byna de gehele Stadt
Cianglo met zijne heuvelen omringt^
Aldaer isde grote bergh
Pechan>r, die
niet alleenlijk de landpalen des Land-
fchaps van
Kiangfi aenraekt; maer
ook doorboort.

In hetgebied der onderhorige Stadt
Xa, bewefte de Stadt Jenping, leid een
grote cn fteile bergh ,
Huon geheten,
daer op, volgens fchryven der Sine-
fen , een hairig dier gevonden word,
volkomen eenen menfch gelijk.

Zuidwaerds van de Stadt Jenping
leid de berg Yuevang, daer op de Ko-
ningen
Jue vele Paleifen plegen te heb-
ben , tot verkoel en luft-plaetfen des
zomers. Zuidelijker leggen de bergen
KieufeutnTeuki.

In de landftreke Tincheufu leid be-
noorde de Stadt
Ninghoa een luftige
en heuchclijke berg
Cuihoa : de bergh
Ninghoa, gelegen naby de Stadt iVi»^-
hoa, is tot groot vermaek voor d\' in-
woonders , inzonderheid in dc lente:
gelijk is dien de berg
Kin of goude, al-
zoo na zijne gout-mijnen genoemt,
die de Stam
Sung beval t\'openen. Hy
is gelegen ten zuide van de Stadt
Tin-
cheu,
naby de Stadt Xanhang, acn den
oofterlijken oever des ftrooms
Ting.
Hy word gezeid zoo fchoon tc zijn,
dac hy een zeer vermakelijk fchildery
fchijnt te zijn. Op den zelven zijn
drie kleine meiren, die het yzer, in de
zelve gcfmeten ,in koper veranderen.

By de Stadt Cinglieu leid de bergh
Fung, de hoogfte in de ganfche land-
ftrekeds zeer rou en ontoegangkelijk.

D\'andere bergen zijn , Lungmuen,
bezuide de Stadt Ninghoai : Nan, be-
zuide de Scadt
Tincheu : zuidelijker
Leang en Linting. Beoofte de Stadt
Tincheu leid de berg Lienfung.

In de landftreke Hinghoafu leid na
de zuidzijde der Stadt
Hinghoa de
berg
Hucung. Dc Sineefche berg kij-
kers weten vele zeltzame dingen op
den zelven aen tc merken ; namelijk
acht ondcrfchcidclijke vlakten , met
welke hy een teerling verheelt. Ten
zuid-oofte van de Stadt leid de bergh
Goching , met een dorp aen zijnen
voet, zoo groot als een Stadt.

In de latidftreke Xaouufu leid aen de
zuid-ooft-zijde der Stade
Xaouu ccn
grote berg,
Cietai geheten, die tot acn
de Stadt
Tingcheu en Jengping flrekt.

Benoorde de Stadt Tainingïtid de
berg
Kinyao, groot in den omtrek vier
hondert ftadien :hy begint in deland-
ftreke
Tainingfu, en komt tot aen de
landftreke van
Kienningfu en Ninghoa.

D\'andere bergen zijn Lenchung, be-
weften dc Stade
Xaouu : Vkinim, be-
noorde d\' onderhorige Stadt
Quangce.

D\'allerhoogfte bergh der kleine
landftreke
Foningfu is Lungxeu , aen
wiens voet de Scadt
Foning gelegen is.
Aen de zuid-zijde der Stadt leid dc
berg
Hung , doorgaens zeer hoogh.
Aen de zelve zijde, op den oever der
I zee, leid de berg
Nanking. In aeloude
tijden, volgens fchryven der Sinefen,
plegen op deze plaetfe de fchepen acn
tc komen. De
Hocung leid be-
wefte dc Stad
Ningte : de berg Lungxeu •
benoorde de Stadt Foning. Ten noord-
oofte der Stadt
Foning de bergh Talao,
met zes zeer hoge kruinen. ^

In delandftreke Quancheufu, leid by
d^ Stade Tunguon in Zee op een hoog
eiland de berg
Huteu, dacr dc fchepen
die het Landfchap van
Quantung wil-
len

-ocr page 837-

den zelven voor een baek dienen.

By dezelve Stadt Tunguon dezer
landftreke leid aen den oever der zee
de berg
Tahi. De grote berg lofeu,
begint van de Stadt Changing , en
fpringt tot aen de Stadt
Polo, der
Landftreke van
Hoeicheufu.

De wijdftrekkende berg Talo begint
by de
SiaAiCingyuen, fpringt van daer
tot aen het gebiet der Stadt
Hoaicie,
gelegen in het Landfchap van Quangfi.
Op den zelven \\voont een rou en
woeft volk ,den Sinefen geenzins on-
derworpen. Binnen de wallen der
Stadt
Kanton leggen drie heuvelen,
verciert met prachtige gebouwen :
d\'eerfte is
Juefieu: de tweede Fan: de
derde geheten.

By de Siadt Xunte is een berg Lung-
nien,
met een bron, zoo klaer als kri-
ftal. Op den zelven worden zekere ro-
de fteentjes gevonden, vaneen won-
derlijke en vreemde geftalte,die de Si-

In de landftreke Xaocheu leid by de
Stadt
Lochang de berg Chang.

By de Stad Ungyuen is de berg Lichi,
die een meir begrijpt,welk uit acht be-
ken ontftaet, met zulk heilzaem wa-
ter, dat het doorgaends voor eenge-
nees-midddel gebruikt word.

In de landftreke Nanhiungfu leid de
vermaerde bergh
Muilin die vlak ge-
maekt is. Op den zelven is een kapel,
gewijd aen den overfte
Changkieulmg.

Aen de noord-zijde derStadt Nan-
hiung
leid de zeer hoge en wijdftrek-
kende berg
Tienfung by de Stadt X/-
hing4e berg Siecung,diQ in fchoonte en
luftigheid al d\'andere bergen van deze
landftreke overtreft.

In de landftreke Hoeicheufu begint
bydeStadt Pf/i? de grote bergh
Lofeu,
een der tien grootfte bergen des gehe-
len Keizerrijks. Hy ontftaet uit de by-
een-komfte der bergen £0 en
Feu, en
ftrekt tot aen het gebiet der Hooft-
zelven aen.

By de Stadt Lungchuen leid de berg
Ho, op den welken twee en zeventigh
heuvelen getelt worden.

In de landftreke Chaocheu fu leid by
de Stadt
Kieyang de bergh Cangpu en
ftrekt tot aen zee, daer hy op ftrant
een zeer hogen kruin,en een fcherpen
heuvel maekt.Men zeit op denzelven
zeldzame bloemen en vogelen zijn,
die op andere plaetfen niet gevonden
worden By de zelve Stadt
Kieyang
leid een bergh van een zelven name,
verdeilt gelijk in twee armen of rak-
ken : d\'een ftrekt na de Stadt
Hinningy
der {■mi?itek.tHoeicheufu,Qïi d\'an der na
de ftadt felffte landftreke.

By de Stadt Hoeilai is gelegen de
berg
Pehoa, alzoo genoemt na de bloe-
men: want het ganfch jaer door brengt
hy verfcheide bloemen voort, na de
verfcheidenheid des faizoens.

By de Stadt Chinkiang zijn ookgro-

nefen aen hun kunftbergen gebruiken.; te bergen, en verre in zeer dichtbe-

ftadt Quancheu en aen de Stadt Ceng- twee kapellen, aen deze maegt toege-

ching. Zijne hoogte word geftelt op wijdt. Byde Stadt leid deberg

drie duizent zes honderd roeden, en Tienlu, die vol gaten, en afgrijzelijk

d\'omtrek op drie hondert ftadien. Hy van aenzien is. By de ftrant der Stadt

heeft vijftien fteile heuvelen, en over Jangkiangltidten bergh of eiland in

de vier hondert en twee en zeventig Hailangen ook Locheu genoemt,

holen. De Sineefche bergh-kijkers groot drie hondert ftadien.

i Aa a

ftuu wt,en gelijk met diepe holen;hoe-
wel tot noch toe
by de Sinefen niec
doorzichtight. Men zeit vele luiden
gefneuvelt zijn, die in de zelve , om
t\'ontdekken, ingegaen waeren. Maer
hoe \'t met hen afgelopen is, of waer
zy gebleven zijn, weetmen niet.

In de landftreke Chaokingfu, aen de
noord-zijde der Stadt
ChaokingXtid de
bergh
Ting, op den welken, volgens
fchryven der Sinefen, een fteen van
twee honderd roeden is.

In het gebiet der Stadt Suhoei leid
de bergh
Sin, dat \'s van Kuifcheid, al-
zoo genoemt na zekere maegt, welke
op den zelven tot aen haere doot
kuifch geleeft heeft,
om haeren brui-
degom, gedoot door eenen tiger, aen
wien zy verlooft was, belofte en trou
te houden. Zy had haeren toevlucht
tot dezen
berg genomen,om dat d\'ou-
ders haer wilden dwingen aen eenen
ander te trouwen. Op den zelven zijn

1; ; r
\'h

len aendoen, na zeilen , en zich van merken wonderlijke dingen in den-

fi^ i

-ocr page 838-

By de Stadt Teking leid de bergh Ko-
leang,
vermaert door het voortbren-
gen
der bomen, die yzer-bomen, of
welker hout yzer-hout, om defTeifs
herdigheid, genoemt word.

In de landftreke Kaocheufu leid aen
d\'ooft-zijde der Opper-ftadt
Kaocheu
de berg Feu, van zulk een lioogte, dat
deze alleen , zoo de Sinefen willen,
ten tijde van den Sineefchen water-
vloer, met zij nen kruin boven water
gefteken hebbe, en op den zelve eeni-
ge menfchen gezont en behouden ge-
bleven zijn. Ontrent de Stadt
Tien-
pe
leid de bergh Koleang, die gezeid
word van dien aert
te zijn , dat def-
felfs inwoonders noit des
zomers hit-
te , noch des winters koude
gevoelen;
zulx zy willen het aldaer een geduuri-
ge lente is.

By dc Stadt Hoa leid een fchone en
luftige berg
Pao, dat \'s dier haer , die
by d\'inwoonders,
om de zinnen daer
op te
verluftigen, zeer veel bezocht
word.

In de landftreke Liencheufu leid na
de noord-zijde der Stadt
Liencheu, aen
een verborgen oort, dc grote bergh
Uhoang. Vermaert is deze berg byde
Sinefche fchryvers, door deze beuze-
ling : te weten, op den zelven bergh
worden vruchten gevonden, die ner-
gens anders te vinden zijn. Een iege-
lijk mag zoo veel daer van eten als hy
wil: maer niet mee nemen.
Die zulx
beftaet te doen , vcrdwaclt op den
berg, en kan noit den weg vinden, om
daer van te komen.

Naby de ftee-gracht der Stadt King
leid de berg Heng : ontrent de Stadt
Lingxan,, dc berg Loyang, zoo hoogh,
dat zijn kruin twee dagen opklim-
mens vereifcht. Van de Stadt
King af,
na \'t wefte, is de weg door het geberg-
te zeermoeielijk: op den welken
Ma-
yuen,
wanneer hy met zijn heir tegen
. het Keizerrijk van
Tungking was op-
getrokken , kopere pilaren beval te
ftellen, omdenwegtotdenhertocht
te kennen. Noch heden ftaet een der
zelve op eenen fchuinen kruin
Fuen-
mao
, daer de fchcidpael tuffchen het
Koningrijk van
Tmgking en Sina is.

In de landftreke Luicheufu leid be-
zuide de Stadt X^^M^« de berg
King-
lui,
op den welken een bron door een
blixem flagh ontfprongen is.

Een ander berg Tatunglai leid naby
de Stadt
Suiki , dicht aen ftrant, op
een eiland in zee. Hy heeft zeventig
ftadien in den omtrek, cn acht dor-
pen , rijk van inwoonders , die zich
met den perel-vangft erneren.

Het Landfchap van Quangft bezit
een onophoudelijke ry van wocfte en
ontoegangelijkc bergen.

In de landtftreke Queilinfu , ten
noord oofte der Hooft ftadt
Queilin,
leid de berg Quei, alzoo genoemt van
de meenigte der bomen
Quei : wacr
van ook de Stadt
Queilin haeren naem
bekomen heeft. Deze bomen lijden
gene andere ter plaetfe, daer zygroc-
jen, nochte ter zelffter plaetfe, fchoon
dezc uitgeroeit zijn.
l5e berg Tojieu is
mede naby de Stadt
Queilin gelegen,
cn heeft een zeer fchone ftudeer-
plaets. Hoger na \'t noorde, leid op
die zelve ftreke de berg
Xin, met drie
zeer hoge kruinen : op des eenen top
ftaet een Paleis, gefticht, zoo de Si-
nefen willen, in de derde of zui ver-
fte ftreke der lucht, boven alle wol-
ken

Byde Stadt Hinggan leid de bergh
Haiyang , en ftrekt tot aen de Sradt
Lingchuen: op den zelven is een wa-
ter-hol , welk viervoetige dieren en
gehoornde viffchen voet. De waen-
gelovige Sinefen willen, dat dezege-
drochten het vermaek des Draeks zy,
waerom zy die op generlei
wijze der-
ven doden. De berg
Hoa, dar \'s hloem,
alzoo genoemt om zijne fchoon en
luftigheid , leid aen den oever des
ftrooms
Quei, by de Stadt Tangfo.

By de Stadt Jungfo leid de httgFung-
^ao, datgezeid, als of de
vogel
Fenix op den zelven zijn neft
maekt. De Sinefen fchrijven dat on-
der het nefl een zeer dierbare en on-
wacrdeerhjke ftccn gevonden zy.

Ontrent de Stadt Civen leid de berg
Siang, verciert met een prachtige ka-
pel en kloofter.

Noordwaerds, boven de Stadt Quei-
lin
, loopt een fteile heuvel door\'t ge-
bcrgt : op den welken zeven andere
heuvelen volkomen de gedaente van
den grooten beer vertonen, waerom

lan.

i\'an .
J^ansJ^-

-ocr page 839-

zy Ciefing, dat \'s heuvelen der zeven
fterren
genoemt worden.

In de landftreke Lieucheufu leid ten
zuide der Stadt
Lieucheu de berg Sie-
nye.
Veelzeldzaemheden merken de
Sinefen in dezen berg aen : namelijk
een groot hol: eenen zeer hogen
kruin, die gelijk een muur uit een ge-
helen fteen loot recht opfchiet : een
fteen huis en diergelijke andere,die fy
in de bergen zoeken en gaerne zien.

Ten noord-oofte leid acn den oe-
ver
des ftrooms Uung, dehexgHocio,
afzonderlijk en van d\'andere afge-
fcheiden.

Ten noorde byde Stadt Siang leid
de berg
Xintang, zoo hoog en fteil dat
hy naulix tc bekhmmen is : heeft
evenwel op den kruin een zeer luftigh
cn
vifch-rijk meir, en is omringt al-
lerwegen met gcblocmte en bomen.
De Sinefen, zeer nieus-gierig na deze
en diergelijke dingen , beklimmen
dezen berg met groten arbeid,en ftof-
fen dat hy om dc luftigheid van oort
eertijds
door zekere menfchen,die zy
verderen noit te
fterven en Xinpen
noemen, veelbezocht zy geworden.

Benoorde de Stadt Hoaiyuen leid de
htïgTungtien.

In de landftreke Kingyvenfu leid ten

oogen heeft, zoo aertig door dc na-
tuur gegrocit, als naulix eenig kunfte-
naer zou kunnen uitwerken. D \'oog-
appel is zeer duidelijk t\' ondcrfchei-
<^cn : rontom ftaen gelijk twee voch-
tigheden, een Witte en zwarte, gelijk
in ons oog.

By de Stadt Fuchuen leid dc berg Sin,
waer op door een Wixem ftag acht ho-
len geopent zijn.

By dc Stadt FI0 leid dc berg Kiue,
alzoo genoemt na den overvloet en
voortreftelijkheid der gulde appelen:
want
Kiue hetokentgulde appelen.

Een tamelijke hoge heuvel J^o leid in
\'t gebergte, bezuide dc Stadt
Sieugin:
is van buiten ontocgangkclijk ; maer
heeft van binnen in het ingevvant een
wcndeltrap van natuur gegrocit, waer
by men na den zelvcn opklimt.

In dc landftreke Gucheufu leid be-
noorde dc Stadt
Gucheu de berg Tayun,
die van dc landftreke der Hooft ftadt
begint. By de Stadt
Teng leid een

over fchone en luftige bergMw, daer
de Sinefen veel zeldzame dingen in
bemerken.

By de Stadt Yung begint dc bergh
Tayung, de grootfte van allen, en treet
in deze landftreken
na het gebiet der
Steden Pelieu, llingye, Tolin en Cin.
Ter fclffter plaetfe leid de berg Tukiao,
de twee en twintighfte in de boeken
Taufu,dïe acht fteilc heuvelen cn twin-
tigh holen heeft.

t;

i 1

p Ii

By de Stadt Tolin leid de berg Han,

noorde van dc Stadt Kingyven de berg | d:iVs kout, ter oorzake hy door zijne
T: alleen merkwaerdig om zijne dun- over grote koude by menfchen niet

kan bewoont worden; daerhy noch-
tans onder de gezengde riem gelegen

heid cn lagen ftant: want dacr al d\'an-
dere bergen zeer hoogh en wijdftrek-
kend zijn, is deze byde Sinefen, als
zeer verfcheide van d\'anderen.aenge- Bezuide de Stadt
Pope leidde berg
merkt. Ter zelffter plaetfe leid dc
Fiyun, hierom zeer gedenkwaerdigh,
berg
Tienmuen , dat \'s Hemels poorte, 1 wijl in deftelfs rotfen gclijkingedruk-
alzoo genoemt na twee kruinen, die i te voetftappen van menfchen gezien
uit den zclven op waerts fchieten. worden: eenige tot de lengte van vier
In delandftreke
Pinglofu leid acn de i palmen. De gehele berg is rou en met
zuid-weft-zijde der Stadt
Pinglo dc | duiftere holen uitgcholt.
berg
Aai, die tot aen de Stadt Zi/« Benoorde dc Stadt Pelieu leid de
fpringt. Aen d\' ooft-zijde de grote cn zeer grote bergh
Kilieu, dievde krui-
fteile berg
]ung, die negen fteilc en ge- j nen heeft, de twee cn twinrigfte m de

IS.

fteilc berg lung, die negen Iteilc en ge
broken heuvelen heeft. Aen de weft-
zijde leid dc heuvel
Monien , dat \'s
kruin der oogen, alzoo genoemt, om Ho, dat \'s vuurig, alzoo genoemt, wijl
• dat hy op den top twee grote ftene j
alle nachts op den zclven zekere lich-

hoekenTaufu.

Bewefte de Stadt Tung leid de berg

De

ten , gelijk acngeftoke keerfen ver-
fchijnen.
De Sinefen willen deze lich-
ten diertjes zijn, die men nacht-mug-
gen noemt, en dezelve uit den
ftroom
na den bergh lopen en aldaer lichten

Aa

-ocr page 840-

De grote berg Xepao, gelegen mede
in deze landftreke , heeft grote bof-
fchen van bomen en Indiaenfch riet,
en voet zeer wrede tigers.

In de landftreke Cmcheufu leid aen
de zuid-zijde der Stade
Sincheu de
berg P^A^é-, d\'een en twintigfteinde
boeken TmfuS^Qckx. met zijnen kruin,
Tocieu genoemt, boven de wolken:
aen de noord-zijde is de berg
Langxe,
d\'allergrootfte en hoogfte der gehele
landftreke, die luftige boftchen en
landouwen heeft.

By de Stadt Quei leid de grote berg
Nan, met een getal van vier en twin-
tig heuvelen. Benoorde de Stadt
Quei
dehcïgPao.

In delandftreke Nanningfu leid aen
d\'ooft-zijde der Stadt
Nannmg de berg
Heng, alzoo genoemt, om dathy in
het midden der reviere
oïPuon het
water , met groot gewelt door den
ftroom voortgedreven, ontfangt. De
Stam
Sung deed op denzelven , tot
beveiling der landftreke, een vefting
bouwen.

Benoorde de Stadt Heng leid de
htigSieulin,dAt\'s bloeiend woud,2X1.00
genoemt van wegen de luftigheid der
boftchen, die op den zelven groe-
jen.

By de Stadt Tunghiang, aen d\' ooft-
zijde, {Qiddehex^Sucbum, waer uit
yzer gegraven wordrbewefte de Stadt
Nannning, de berg Moye.

In de landftreke Taipingfu leid by
de Stadt
Lung een zeer hoge berg, ge-
noem tC/é-/^//»^ •• d\'andere kleine zijn
veel meer heuvelen, dan bergen : na-
melijk aen d\' ooft-zijde derStadt
Tai-
ping ,
de Peyun, en daer by de Gomui,
wat hoger is de berg Kin, naby d\' on-
derhorige Stadt
Co.

In de landftreke Sumingfu leid by
d\' onderhorige Stadt//mx^ , een zeer
fchone berg
Pelo, geheel over bedekt
met oude boftchen.

ïn de landftreke Chinganfu leid
flechts een eenige berg
]un, die zeer
hoog en vermakelijk is.

In dekrijgs-landftreke Sugenfu leid
aen d\'ooft-zijde der Stadt
Sugen, dicht
aen degracht,de berg
Tfteu alleen: By
de krijgs-ftadt
Vuyuen dehergKifung:
en daer by de hergMoje.

In de kleine landftreke Suchingfi
leid by de Stadt Suching een zeer hoge
en rouwe bergh , met name
Leng-
yun.

By d\'onderhorigeStadt Fulo leid de
zeer hoge berg
Tangping; by Tukang,
de berg Siecung : by de Stadt Suling, •
de bergh Lyfang, en aldaer de bergh
Xipi. ^^^

In de landftreke Queiyang fu , aen JS/W^
d\'ooft-zijde derStadt
Queiyang, leid ^an
de berg
Tungeu, dat \'s kopere trommel: f
dewijl op den zelven, tegen het rege-
nen wil, de flagh eens trommels ge-
hoort word.

Aen de noord-zijde der Stadt Quei-
yang
, leid de zeer hoge bergh Na-
nuang,
diep te lande in. Weinigen
derven den zelven om zijne overgro-
te rouheid bekhmmen.

In de landftreke ^ïüc/^if«/« leid aen de
zuid-zijde, onder de ftee-gracht der
Stadt
Sucheu, de bergh Go, doch kan
naulix door zijne fteile en gebroken-
heit beklommen of doorfpeurt wor-
den.

Aen de weft-zijde der Stadt Sucheu,
is gelegen de berg Tienyung.

In de landftreke Sunangfu leid aen
de zuid-zijde der
Stadt Sunang , de
berg
Vanxing ; rontom, gelijk op het
loot,afgehouwen. D\'opgang is ftechts
door een eenigen cngenwegh ; zulx
d\'inwoonders op den zelven in tijde
van oorlogh een veilige fchuifplaets
vinden. Aen de zuid-weft-zijde leid
de berg
Lungmuende Scadt Vuchuen .
de grote berg Tanien. Op deze bergh
fchuilen vele volken, den Sinefen
zelfs niet bekent.

In de landftreke leid aen de

ftee-gracht der Stadt Sinyven de bergh
Xeping, dat \'sftene muur, om dathy
eenen vlakken fteen heeft, muurs-ge-
wijze opgerecht, tot de hooghte van
hondert roeden, zoo de Sinefen zelfs
zeggen.

Aen de noord-weft-zijde der Stade
Sinyven leid de berg Sukiung, daer ou-
linx een Stadt op lag, doch is die ver-
gaen.

In de landftreke Xecienfu leid aen
de zuid-zijde der Stadt
Xede de
hetgPipa. Aen d\'ooft-zijde de berg
Heu.

In

-ocr page 841-

en het bergh-werk Huinghoang gegra-
ven word.

In dc kleine landftreke Junningfr
leid by de Stadt Muyo, een zeer hoge
berg
Hungyai, en yzehjk van aenzien:
Aldaer is een heuvel
Lindng, geheel
met Ooft-Indifch riet bewoffen.

By de Stadt Tinging leid de bergh
Quangfo, die hondert ftadien beflaet,
en een vefting heeft, tot beveüing des
wegs.

In de kleine landftreke der Stadt
Chinning leid by deStadt Xeul dc berg
Magan, alzoo genoemt na de geftal-
te van een zadel: want M^^^^beduit
een zadel.
De kleine landftreke der Stadt
Gan-

xun heeft genen bergh: alleen leid acn
d\'ooft-zijde
Aqi Si^ièt Gangxun de
berg
Niencung, die zeer hoog is, en
evenwel flechts tien ftadien beflaet.

In de landftreke Putingfu leid by
d\' Opper - krijgs - ftadt
Puting , ten
noord
-W\'efte, de zeer hoge en moeie-
lijke berg
Ki: aen d\'ooft-zijde de berg
Magan.

In de krijgs-landftreke Sint/enfrlQid
aen de zuid-zijde der Opper ftadt Sin-
tien ,
ccn zeer hoge berg , Pie ge-
noemt, die boven de wolken klimt,
en een zeer fteilen kruin in vorm van
ccn piramide opfteekt : waerom hy
Pie genoemt word, welk ccn pcn9eel
betekent,daer de Sinefen mede fchry-
ven. Acn dc noord-zijde leid dc berg
Yangpo, die, zoo dc Sinefen fchryven,
zeer fchoon is, cn eenigzins, door zij-
ne wonderlijke verfcheidenhcid van
verruwen, een fchildery verheelt. De
berg
Caimiao leid aen dcNoord-ooft-
zijde, waer van water neerftorr, welk,
door het weerom kactfen der zonnc-
ftralen, een geduurigen rcgcn-boogh
vertoont.

In de krijgs - landftreke Pingyvefu
leid acn de zuid-zijde der Stadt de
, berg
Pie: by de Stadt ïli^^v» de bergh
Hianglu gcnoemt, en ftcekt by dc j Mocing , dien de ftenen yzelijkgebro-
Stadt
Cinping boven door de wolken. ) ken cn moeiciijk tc beklimmen ma-
In de kleine landftreke der Stadt
1 ken. Hy heeft aller wegen veel dui-
Pugan leid acn haere noord-ooft-zijde ^ ft ere holen.

dc berg Puonkiang, die na het Koning- j. In de krijgs-landftreke Lunglifa leid
rijk van
Gannan , cn de vefting Gan-1 by dc krijgs ftadt Pingfu de berg Jung-
djoangÜTckx : aen dezuid-weft-zijde j tao , d\'aÜcrgrootfte van de gehele
^^hcrghTangpi, waer uit quikzilver | landftreke; by Taping, é^hugKohia

die

fl

\'i [ i:
i ii:.\',

Iti de landftreke Tungginfu leid
dicht beoofte de Sradt
Tunggin de
berg
Tung, die gelijk met een fterke
wal de Stadt omringt: aen de zuid-
zijde de berg De ailerhoogh-
fte
van deze landftreke is de berg Ven-
pi ,
gelegen aen de zuid-ooft-zijde:
vyant hy fteekt rnetzijnenkruindoor ,
de wolken. Aen\'de wèft-zijdeleidde \'
luftige en bofch-rijke berg
Pechang.

In de landftreke Lipingfu leid aen
de
noord-zijde der Stadt Liping de
hQtg Palung; aen d\'ooft zijde de berg
Kinping, dien de Sinefen de met gout
geftikte muur noemen, om zijne
fchoon en luftigheid.

By deStadt Tanki, ten oofte, leid
dezeer hoge en grote bergh
Tungquon,
alier wepen , behalve door een fmal
voetpat, ontoegangkelijk. Op den
kruin leid een brave vlakte. Aen de
zelve
zijde leid de berg Taiping, daer
de kruin
Motien isdieef t aen de noord-
ooft-zijde zeker fchoon hol
Tung-
ni,
huisgewijze uitgeholt, in een vier-
kante
geftalte, wiens eene zijde drie
ftadien beflaet. Te midden door-
ftroomt een beek , gelijk een zilvere
fnoer.

In de landftreke Tuchofu leid by de
Stadt
Pinglang de zeer hoge en grote
berg
Kaiyang,g^^tïkt met een vefting:
aen denoord ooft-zijde der Stadt
kiang de bergh Chiny, na wiens vlakte
flechts door een eenigh voetpat toe-
gang is.Hy is gefterkt met een vefting,
tot beveiling der landftreke.

Ontrent de Stadt fungning leid de
berg
HingUng, wacr op men alleenlijk
by een zeerlangc ftene trap kan op-
khmmcn ,die de berg-luiden, om vei-
lig op den zelven te wonen , bewa-
ken.

By de Stadt Pincheu leid de bergh
Lotung, zoo groot, datzijnecne ftei-
le kruin duizend en twee hondert roe-
den uitgeftrekt leid. Deze kruin is

"b

ilf
O\'-

-ocr page 842-

die oiitoegangkeiijk en geheel van
fteen is.

Aen d\' ooft-zijde der krijgs-vefting
Picie leid een gehele ftenige en yzelij-
ke berg,
Mohi genaemt. Na den zel-
ven loopt flechts eene, doch zeer lan-
ge weg, hoewel nierbreder dan voor
eenen ruiter. De zijden des berghs
fchieten ter weder zijde gelijk een
muurloot-recht neer.

Aen de noortzijde der krijgsvefting
Cingping leit de volkrijke berg Lochung,
recht tegen over den berg Kofung.

Bewefte de krijgs - vefting
leid de berg
Loco, éaVsherts-hoornen,
alzoo genoemt na d\'afgebroken en
hier en daer uitftekende fteenen.

Aen de zuid-zijde der krijgs-vefting
Gannan leid de bergh Fi/y, die zijnen
kruin geduurig met wolken heeft be-
dekt : aen de weft-zij de de berg
Peki,
bezet met hoge bofch-rijkeheuvelen.
f\'^fri". de landftreke
Junnanfu leidbin-

ZfuT nen de wallen der Hooft-ftadt/«««^«
zelf de bergh
Uhoa, verciert met een
prachtige Pagode , kloofter en veel
andere gebouwen.

Bewefte het Meir Tien en de Stadt
Junnan leid de zeer grote en wijdftrek-
kende bergh
Kingki, dietotaenden
oever des Meirs ftrekt. Aen de noord-
zijde der zelve Stadt is de berg
Xang,
die eenen bron heeft met zeer kout
water, welk evenwel wonder dienftig
tegen de lamheid is: op dezclffte ftre-
ke de zeer hoge bergh
Lo, die dc ge-
daente van een flak vertoont. Dees
word ten noorde en de berg
Kinki ten
wefte zelf uit het Meir
Tien gezien,
wijl zy boven d\'andere bergen zeer
hoog uitkijken. Aen denoord-weft-
zijdeleid de berg
Toyang, bebout met
veel kloofters voor offer-papen : by
de Stadt
Kaoming, ten noorde, dc berg
Sieucao, zoo hoog , dathy gehouden
word tot acn de koude luchtftrekc tc
reiken ; ten noorde bydeStadt
Syn-
ning,
de gout-rijke berg Kinna: bezui-
de d\' onderhorige Stadt
Quenyang de
berg
Pecio : dc noordelijkfte bergen
zijn
Yleangtn Kocing.

In de landftreke Talifu leid aen dc
weft-zijde der Stadt
Tali de berg Tien-
^ang, die drie honderd ftadien beftaet,
en met achtien zeer hoge kruinen op-
waerd rijft. Op den zelven is zulk een
diepe poel, dat noit daer gront in ge-
peilt is.

nm.

By de Stadt Chao is de berg Fungy:
aldaer zietmen ook een grote heuvel
van opgeworpen aerde : waer onder
twee honderd duizend man des Ko-
nings van
Nanchao, anders Mung ge-
naemt, begraven leggen, gefneuvelt
in een gevecht tegen de Sinefen, on-
der den Veldheer
Tangfienyu: na wel-
ke zege het Koningrijk Van
Nanchao
door den Stam Han t\' ondcrgebraght
wierd, welk begrijpt al wat na \'tzuide
over den vloet
Ganges leid.

By dc Stadt Tengchuen leid ten zuid-
wefte de berg
Kico, vermaert door ve-
le prachtige Pagoden cn kloofters.
Uit deze plaetfe is allereerft dekennis
der Afgodifchclere van
Fe tot deSine-
fen gekomen.

Op het geberghte by de Stadt Chao
leid een kruin Tinß, dic,volgens fchry-
ven der
vSinefen, duizend roeden bo-
ven d\'anderen uit-fteckt. Aen den
voet leid een vefting, tot beveiling der
wegen. D\' andere bergen van minder
belang zijn
Chung, Xuimo,Chung, Fun-
gi, Lofeu.

Indelandftrckc Linganfu leidby de
Stadt
Omi dc bergh Uchung, die met
drie kruinen oprij ft. Op denmidden-
ften leid dc Stadt
Omi.

By de Stadt Ning leid de bergh Van-
fung
, alzoo van d\' oude pijn - boomen
genoemt: by dc Stadt
Tunghai de berg
Sieu,diiQ zo de Sinefen fchry ven,eenen
bron heeft, met water, wclk, gedron-
ken veeltijds \'t vleefch wit maekt, cn
wonderlijk range luiden vet maekt.

Aen dc zuid-zijde der Stadt Lingan
leid de berg Puonchang, dc hoogfte in
dcgehele landftreke.

In de landftreke Cuhiungfu leid acn
de
weft-zijde der Stadt Cuhiung de
berg
Minfung en Viki. Uit dezen lae-
ften ftorten over de duizent beekjes:
waerom hy geheel
over groen is, en
vruchtbare velden heeft.

Benoorde de Stadt Quantung leid
dc hoge berg
Kieupuon, die gelijk men
een zeer diep hol wcg-wijkt : by de
Stadt
Nan gan de berg Piaolo, rijk van
zilver-mijnen. D\'andere bergen zijn
Heco^ bezuide de Stadt Sinhoa : Min-
fung

-ocr page 843-

fung, ht^Q^Q deStzdt Cuhiungfu : V.
mung,
beoofte d\' onderhorige Stadt
Tingyuen.

In de landftreke Chinkiangfu leid aen
de zuid-zijde der Stadt
Chinkiang, op
den oever des meirs
Vufien, de bofch-
rijke berg
Tokeu , met een eenigen
kruin : aen d\' ooft-zijde der zelffte
Stadt de bergh
Kienlien, rontom in
\'t gebergt, die in het opgaen der zon-
ne geheel van gout fchij nt te zij n.

By de Stadt Kiangchuen, ten zuide,
leid de grote berg
Si, waer uit vele be-
ken
ftorten;ter zelffter plaetfe de berg
Puonquen, lovi van ftenen, en uitge-
holt met vele gaten. Tuffchen deze
rouwe ftenen is een kloofter en kapel
gefticht, rijk van offer priefters.

In de landftreke Munghoafu leid aen
de zuid
ooft-zijde der Stadt Munghoa
de berg Gueipao, de hoogfte van deze
gehele landftreke; aen de zuid-weft-
zijde de bergh
ïunghoang , alzoo ge-
noemt na den Sineefchen Fenix, die
zy zeggen op deze berg geftorven te
zijn , na hy een wijle zeer zoet ge-
zongen had.

Aen de noord-zijde leid de bergh
Tienul, dat \'s oor des Hemels, naerdien
op den zelven een zulke fijne en ten-
gere weerklank is, dat, hoe zoet men
ook fpreekt, de ftag en weergalm ge-
hoort word.

In de landftreke Kingtungfu leid aen
de noord-zijde derStadt
Kingtung een
zeer hoge berg
Munglo, die drie hon-
dert en meer ftadien beflaet : ter zelf-
fter plaetfe de berg
Pingtai, gefterkt,
tot beveiling der wegen , met een
vefting.

In de landftreke Quangnanfu leid
aen d\'ooft-zijde der Stadt
Quangnan
de berg Lienhoa, dat\'s Lien-hloem, wijl
hy de gedaente van zulk een achter o-
ver gebogen bloem vertoont^by d\'on-
derhorige Stadt
Tu de berg Tocyuen, al-
zoo genoemt na een zeer koftelijken
bron, die op zijnen kruin uitfpringt:
want
Yocyuen bediet een koftelijken
bron.

In de landftreke Quangffu leid aen
de noord zijde der Stadt
\'Quangfi, by
de wallen, de bergh
Faco : en binnen
de Wallen zelf, de h^r^xchunjien: op
den Welken eertijds een hoge fcho-
of Taifing. jp^

Ie was. D\'onderhorige Stadt Mile
leid omringt met den bergh Siaolung.

In de landftreke Sinyvenfu leid aen
de weft-zijde der Stadt
Sinyven de
hetgPolung, met heuvelen, die zich
allengs zoodanig hoger en hoger ver-
heffen , dat men d\' opgezwolle ba-
ren van een ongeftuime zee fchijnt
te zien :
wxetomhy Polung, dat\'sg^-
nade der l>aren,gmoemtwoïd. Aen de
noord-ooft-zijde leid de bergh
Nalo,
rijk van tigers en luiperts.

In de landftreke Jungningfu leid aen
de zuid-ooft-zijde derStadt
Jungning
de berg Kanmo, eenzaem en bloot,
geheel van fteen, op een grote vlak-
te : by d\'onderhorige Stade
Volu de
bergh
Lopu : by die van Hianglo, de
bergh
Pouo : hy Locuho, de bergh
Loni.

In de landftreke Xunningfu leid

aen de noord-weft-zijde der Stadt

Xunning, de bergh Loping , op wiens

gedeelte de Stadt zelf gelegen is :

aen de noord-zijde de bergh Meng-

po , daer op woefte menfchen wo-
nen.

In de krijgs-landftreke Kiocingfu
leid aen de zuid-zijde der Stadt Kio-
cing ,
de berg Kuking, die eenen bron
heeftmetwater,zoo de Sinefen fchry-
ven , welk het verftant der kinderen
vermeerdert : zoo zulx gene verzie-
ring is.

By d\' onderhorige Stadt Chenye leid
dQhtigXingung, rijk van boflchaed-
jen : by d\'onderhorige Stadt lö/f^»^,
de berg
Xernuen: op den welken, tuf-
fchendeftenen, een weg van tien fta-
dien loopt, die ter weder-zijde gelijk
een ftene bofch zich van verre ver-
toont.

By d\' onderhorige Stadt Yeco leid
dehtitgYceng, alzoo genoemt na een
bron : want r, na de gemene land-talc
dezer landftreke , betekent water,
welk by de Sinefen in de Mandarijns
tale Sui genoemt word.

By d\' onderhorige Stadt Malung
leid de berg Quenfo, met ccn zeerho-
gcn kruin , waer over dc weg loopt:
alwaer ook ccn vefting tot beveihna
des wegs is. ^

m

In de landftreke Taoganfu leid aen
de weft-zijde
der Stadt Taogan de
Bb

berg

-ocr page 844-

berg Kienfieu onder de wailen, uit den
zeiven ftort een beek, die in de Stadts
gracht loopt, en een klein meir
Pien
maekt. Aen d\' ooft-zijde leid de berg
Tung , luftig door zeer fchone bof-
fchen : aen denoord-zijde de berg
Lo-
lo :
en by d\' onderhorige Stadt Tayao,
de heigLuki.

ïn de landftreke Siokingfu leid by
d\'onderhorige Stadt
Kienchuen ten
wefte de goutrijke berg
Kinhoa, fterkt
tot hier toe uit het koningrijk van
Si-
fan
, zonder ophouden. Een zijner
heuvel fchijnt geheel van gout te zijn.

Aen de zuid zijde der Stadt Sicking
leid de berg Fauchang, d\' allergrootfte
van de gehele landftreke. By d\'on-
derhorige Stadt
Kienchuen de bergh
Xepao : op den welken een ftene ko-
lom,\'t beeltenis van den afgod
Fe, ele-
fant, leeu , klok en trommel gezien
worden , al uit een gehelen fteen : ie-
der beeltenis is van verfcheiden kleu-
re. Door
wien deze dingen aldaer ge-
ftelt zijn, weet men niet.

In de landftreke Vutingfu leid aen
d\' ooft-zijde der Stadt
Vuting, de berg
JJmong, d\' allergrootfte van de gehele
landftreke , die twalef kruinen op-
fteekt. Ontrent d\' onderhorige Stadt
Lokiuen,ten noorde,leid de berg Hing-
kieu,
die aller wege rou en fteil is: op
den kruin evenwel vlak. Slechts langs
een zeer engen weg, niet breder dan

voor eenen menfch, khmtmen by den leid een grote en hoge berg Kaoli.
zelvcn op : zulx hy in tijdt van oor- | By d\' onderhorige Stadt Junfing
logh den inwoonders een veilige | leid de bergh Ponan, zeer yzelijk en

fchuil-plaets verftrekt.

By d\' onderhorige Stadt Hokio leid
dehetgCokieu : word gemeenelijk dc
geduurige lente genoemt,wijl hy gene
of kleine verandering van jaer-faizoc-
nen gevoelt. Aen zijne weft-zijde
heeftmen een groot hol, gelijk een af-
gront, waer in het beeltenis van eenen
menfch en zeker dier gezien word.
zoo iemant, fchryven de Sinefen, by
geval het beeltenis ziet cnluitlpreekt,
aenftonts ontftaet donder en onweer.

ïn de landftreke Cintienfu leid aen
denoord-ooft-zijde der Stadt
Cintien
de bergh ]uecu, groot vijftig ftadi cn:
aen de weft-zijde de berg
Into, die een
zulke gezonde lucht heeft, dat die op
den zeiven zich bevinden, van ziek-

mocielijk te beklimmen : ontrent
Xin tien de bergh Mocang , wiens eene
kruin tot aen den hcmelfchijnt tc rei-
ken. Dc berg
Funki, gelegen bewefte
d\'onderhorige Stadt
Jenping , heeft
eene vefting van een zclven name.

By dc vrye krijgs-ftadt Pexing, leid
ten zuide de zeer hoge berg
Kieulung:
acn d\' ooft-zijde dc berg T\'mg.- aen de
weft-zijde, dthtx^Utung: aen de
noord-weft-zijdederStadt, de
berg
Falung • aen de noord-zijde de
berg
Checung, op den welken een war-
me bron is. By de vrye krijgs-vefting
Chelo is een berg Munglo: by de krijgs-
vefting
Taheu een yzelijke en fteile
berg
Olun. By de vrye krijgsftad Mang-
xi leid dc zeer hoge cn ftenige berg

Sing-

ten,veroorzaekt door een koude wint
oflucht, niet weten. Des zomersver-
ftrekt hy een bcquaeme vcrluft-plaets
tegen de hitte der honts dagen. Byde
Stadt
Kiucin is de berg Kiuma, alzoo
genoemt van de velerlei kleurige fte-
nen, die een peert verbeelden.

In de landftreke Likiangfu aen de
noord-weft-zijde der
^Vikdx.Likiang,
na de zijde des koningrijks van Tihet,
leit de berg Siue, alzoo genoemt na de
geduurige fneeu, die noit op den zel-
vcn fm eit : want »^/«f betekent fneeu.

ïn de landftreke juenkiangfu leid
aen de noord-ooft-zijde der Stadt
Juenkiang de bergh Leukia: aen d\'ooft-
zijde d\' allergrootfte bergh
Jotai, met
vijf en twintig kruinen : en is zoo lu-
ftigh en fchoon, dat hy hierom
Leu-
kia ,
dat \'s fchone toren, genoemt word.

In de landftreke Jungchiangfu leid
aen d\'ooft-zijde der Stadt
Jungchiang
de bergh Gailo of Ganlo. Op den zcl-
ven is een zeer diepeput: waer aen
de huifluiden een voorteken van een
aenftaende vrucht of onvruchtbaer
jaer nemen, met indelente de hoog-
te of rijzen en laeghte of zakken, van
deftelfs water,aen te merken. Op den
zeiven is een fteen, die de geftalte van
een menfchen neus vertoont: uit de
neufgaten fpringen twee bronnen:
d\'een met kout en d\'ander met warm
water. By d\'onderhorigc Stadt
Laye

-ocr page 845-

Stngxe , uitgeholt met vele duiftere
gaten.

By de krijgs-vefting Mengyang vint
men flechts een eenigen berg, by de
Sinefen
aengemerkt, Queikme ge-
noemt , zoo hoog van opgang en zoo
vol gaten, dat hy gezeid word door
den bozen geeft uitgeholt te zijn.

Wat belangt de lucht, vruchtbaer
en onvruchtbaerheid der geweften
van
Sina in \'t byzonder (want in \'t al-
gemein is te vore daer af gefproken) p^^g.
die vindmen by de Sinefen zelfs in de
boeken der landbefchry vingen in de-
zer wijze aengetekent.

Luck > Vruchtbaer en Onvruchtbaerheid.

N d\' eerfte kleine landftreke
der Stadt
Chin , des Landt-
fchapsvan
Xenfi, is de lucht,
door de hoogte des lands,
veel dikker en kouder, dan op ande-
re plaetfen. Op de bergen, door hun-
ne hoogte , is de lucht niet dik genoeg
om adem te halen ; noch kan gevoe-
gelijk ingetrokken worden.

De lucht des Landfchaps van Xenfi
is aengenaem en zacht. Het regent
zelden in het Landfchap van
Xantung.

Op vele plaetfen des Landfchaps
van
Honan is een gezonde lucht, door
haere zachtigheid en getempertheid.
De
landftreke van Queitefu des Land-
fchaps van
Honan heeft ccn gezonde
lucht; defgelijx is in de landftreke
Ho-
\' aiking
de lucht zacht en gezont.

De lucht des Landfchaps van Fo-
kien
, is doorgaends heter ; hoewel
helder cn gezont: doch heeft dc land-
ftreke
Tincheufu des Landfchaps van
Fokien een ongezonde lucht.

Het zuider gedeelte des Land-
fchaps van
Quangß heeft een warme
lucht.

De lucht des Landfchaps van Jun-
»d\'» is veel heter, dan die van d\'ande-
re Landfchappen ; om deflelfs naby-
heid aen de lini, en komt merendeels
met die van Indiën overeen.

Het aerdrijk des Landfchaps van
Peking is onder andere onvruchtbaer
en zandig; hoewel zeer vlak

De tweede landftreke Paotingfu, is
evenwel zeer luftig en heeft de vol-
heid van alle dingen ; defgelijx is de

M,

denwortQl Ginfeng.
^■mijn. ïn het gebiet der eerfte Stadt ren-
king,
een der drie Steden buiten d\'or-
«e des Landfchaps van
Peking , valt

overvloet van wij nftok en druif; hoe-
wel d\'inwoonders rliet weten ; of,
\'t geen waerfchijn^jker is,uit den druif
niet willen wijn maken ; maer genoe-
gen zich met drank,uit rijs getrokken;
die zeer treffelijk is ; zulx aldaer zelfs
by de Roomsgezinde Jefuitcn van
Europe na geenen wijn getaelt word,
\'t en zy in de Mifle.

Het Landfchap van Xanfi geeft
wijngert cn druiven : veel zoeter dan
ergens in geheel
Sina te vinden zijn;
zulx de Sinefen, zoo zy wilden, den
beften wijn aldaer uit den druif over-
vloedelijk zouden kunnen maken.
Maer de druiven worden by hen
flechts gedroogt, cn by de kooplui-
den door geheel
Sina gedrooghtver-
kocht, gelijk ook de noten.

De Rooms gezinde Jefuieten, die Trigmf.
in dit Landfchap hunnen godsdienft
oefenen, perllèn, tot behoet der mifle,
uit de druiven wijn, en verzien daer
van ook hunne geloofs-genoten in
d\'andere gebuur-landfchappen ; daer
te voore de wijn met grote onkofte,
gevaer en moeite uit de Stadt
Makao
t\'ontbieden was.

De tweede landftreke Pingyangfu,
des Landfchaps van JTö^T?, is ten dele
vlak, ten dele bergachtigh : bezit
vruchtbare landouwen; wacr van niet
een eenig gedeelte onbebout leid, be-
halve het geen, welk eenige rouwe
bergen beflaen.

De vierde landftreke Z^^^^»/^, des
zelven landfchaps, is luftig, hoeWel
klein,enheeft den overvloed van lijfs-
behoefte,zoo wel in fpijfc,als kleding.

De Fuencheufu leid, fchoon
berg-rijk, evenwel niet onbebout;
want zy bezit vruchtbare landouwen,
wik-rijke boflxhcn en welige weiden
voor het vee.

Bb 2 Het

i I

-ocr page 846-

Het landfchap van heeft gro-
ter gebrek van regen, dan eenige an-
dere landfchappen ; en lijd grote fcha-
den door de fpringhanen, die met he-
le zwermen komen overwaeijen en al
afknagen, wat op \'t velt ftaet. Het
geeft ook rhabarber.

De eerfte landftreke Siganfu des
landfchaps van
Xenß, heeft luftige ber-
gen, en de volheid van alle nootwen-
dige behoeftigheden : defgelijx is de
tweede over al bebout , en heeft
vruchtbare landouwen.

De derde landftreke Hanchungfu
heeft meenigte van zeer welige wei-
den en rijs-akkers.

De vierde landftreke Pingkangfu,
heeft luftige en gene rouwe bergen.

De gront des gehelen landfchaps
van
Xantung , is vruchtbaer door de
meenigten van revieren, meiren, en
beken, en heeft de volheid van alle
nootwendige dingen; niet alleen van
koren
of rijs , maer ook van gierft,
fpelt, en gerft; tuinen , roomfche bo-
nen , hau, en boom - vruchten. De
droogte alleen en plage der fpringha-
nen , wijl het aldaer weinig regent,
doet dikwils grote fchade- Evenwel
bezit dit landfchap zulke wijdftrek-
kende en vruchtbare landouwen , dat
het gezeid word in eenig vruchtbaer
jaer zulk eenen oogft te vergaren, die
tot tien jaren kan reiken, ja^ waer mee
het ook andere landfchappen kan by-
ftant doen. Het geeft ook feer fchone
peren cn appelen van verfcheiden
flag, kaftanien, noten, en zulk een
groote meenigte van pruimen, dat die
van daer gedroogt,, defgelijx verfche
peren, na andere landfchappen ver-
voert werden. Soo treffelijk en heer-
lijk is de d\' eerfte landftreke
Cinanfu,
dat zy by na voor geen andere van de
Noorder landfchappen behoeft te wij-
ken. Aldaer komen zeer weligh de
veltgewaffen voort, en overvlocdelijk
koren en gierft.

Defgelijx heeft de tweede landftre-
ke
Teucheufu luftige landouwen,bofch-
rijke bergen, en word over al be-
ploegt.

De derde landftreke Tungchangfu,
heèft een vlakken en vruchtbaren
grontjevcrt een groten overvloet van
allerlei veltvruchtcn uit, zulxzyby
na niets , \'tgeen \'smenfchen nood-
druft en leven vereifcht, fchijnt zeer
t\'ontberen.

Het landfchap van Honan leid ten
dele in de vlakte uitgeftrekt, en rijft
ten dele met bergen ; inzonderheid
na \'t wefte. De gront is nochtans over
al vruchtbaer, en leid geen oort onbe-
zaeit : behalve na\'t wefte, daer eeni-
gen der rouwfte bergen leggen. De
velden zijn wehgh, in het voortbren-
gen van koren, rijs, en andere vruch-
ten. Men heeft\'er byna aide Europi-
fche vruchten en in zulk een grote
meenigte, dat dezelve voor een zeer
geringen prijs te bekomen zijn. Ein-
delijk is de overvloet der dingen, die
tot \'s menfchen behoefte cn welluft
dienen , zoo groot : dat geenzins
wonder is , dit landfchap by de Si-
nefen een luftgaerde of hof genoemt
word Want deffelfs oofter gedeelte
is zoo luftig en naerftigbebout, dat
men in het reizen, tot eenige dagen
verre, gelijk door een tuin fchijnt te
wandelen.

Boven al zijn de landftreken
tefu cn Changtefu vruchtbaer, en niet
zeer berg-rijk; maer vlak:ten tegende-
le de derde landftreke
Queihoeifu, die
een zandigen cn onvruchtbaren gront
heeft : evenwel geen gebrek van lijf-
behoeften door \'t gerijf der ftromen.
Vruchtbaer is de vijfde landftreke
Hoaikingfu : defgelijx de zefte en ze-
vende
Honanfu en Nanyangfu. D e laet-
fte , omringt rontom met ftromen en
bergen, heeft een zulken overvloed
van lijftocht , dat zy hchtelijk ook
gehele krijgs - lieiren voorraet van
dien zou kunnen verfchafïèn. Def-
gelijx is de kleine landftreke der Stadt

zonderhng vruchtbaer.

Het landfchap van Suchuen heeft
zeer luftige vlakke landouwen; hoe-
wel ook aen vele oorden bergen : be-
vangt vermakelijke beemden , en is
vruchtbaer van alle nootwendige lijfs-
behoeften : bezit in overvloed tref-
felijke genees - middelen , zoo wel
van kruiden, als bergwerken, die van
daer na
Europe vervoert worden. Al
hier valt d\'oprcchte wortel
Sina, en de
befte rhabarber.

Dc

-ocr page 847-

eenfdeels vlak, en leid verheven eens-
deels met bergen. De grond is onge-
meen vruchtbaer, en leid geen oort
havenloos noch onbezaeit. Al de vel-
den worden bevochtigt door beekjes
, allerwegen, geleid door kunfl of door
natuur: alwaer een zeer luftige vlak-
te van drie dag-reizens is.

In deldi\'nd^LtQkPaomngfudes land-

overvloedelijk gulde appelen, zeker
wortel
Scorzanera geheten, en kafta-
nien , die in den mond , als zuiker
fmelten.

De landftreke Siucheufu , hoewel
rou van bergen, is vruchtbaer van alle
dingen , dienftig tot \'s levens onder-
houd : geeft over al een grote mee-
nigte van Bamboes en Indiaenfch zui-
ker-riet, en zekere zeer edele vruch-
ten , Z/c/.\'/geheten.

De landftreke Chunkingfu heeft dc

de Sinefen voor vruchtbaer geprezen,
en leid aldaer niets onbezaeit, behal-
ve eenige ftenige en zandige bergen,
inzonderheid na \'t noorde, dacr zy
veel dikke en rouwe bergen heeft.
Daer groeien veel oranj en-appelen en
limoenen.

De eerfte kleine landftreke der
Stadt
Tungchuen is wonder vrucht-
baer, door dc meenigten der ftromen,
die haer bevochtigen.

De kleine landftreke der Stadt Kia-
iing
is een luftige oort,en geeft de vol-
heid van rijs en andere behoeften.

By de vierde krijgs-ftadt
groeien zekere Roomfche bonen,dic
de Sinefen om hare herdigheid, de fte-
ne bonen noemen. Zy groeien aen
bomen,en zijn zonderhng dienftig te-
gen de pijne des herten.

W^der vruchtbaer is het land-
fchap van
H uquang: waer o m het door-
gaends met eenen lof-naem van
Ju-
^ichiti
geheten word, dat\'s land van
\'^ifich en rijs:
ja is ook dekoren-fchuur
ren-fchuur van
Italië gtïiOQmt wierd,)
van wegen den overvloet aller dingen,
inzonderheid van veltvruchten , die
zy niet alleenlijk den inwoonders;
maer ook aen degebuur-landen zoo-
danig ruim elijk en mildelijk verfchaft;
Zulx daer uit onder de Sinefen een
fpreekwoort ontftaen is: namelijk, dat
de vruchrbaerheidt des Landfchaps

vruchrbaerheidt der landen dezes
Landfchaps is zoo groot, dat niets
daer by fchijnt te kunnen gevoegt
worden. Op de bergen heeftmen bof-
fchen cn allerwecgen koren en rijs.

De landftreke Vuchangfu is zeer
vruchtbaer , door de meenighte van
ftromen en gegrave grachten, cn veel
riet, daer papier van gemaekt word.
Defgelijx is de twede,
Hanyangfu, zeer
vruchtbaer, en geeft allerlei ftag van
citroenen
en oranje appelen. Van ge-

"f
I

I

volheid van Meutang bloemen en \' lijken de vijf cn zefte, welke laefte al-
vruchten
Lichi. ] lerlei nootwendige lijfsbehoefcen ver-

De landftreke Queicheufu, word by fchaft.

4

Dc zevende landftreke Jocheufu is
wonder vruchtbaer, door het bevoch-
tigen mer drie ftromen
Kiang, Siang,
Fung:
en bezit een ongelofelijke over-
vloet aller dingen. Daer groeien oran-
je-appelen cn limoenen.

De achtfte landftreke Changxafu,
eenfdeels vlak , eenfdeels rou door
bergen, heeft een vetten cn vrucht-
baren grond , en den overvloet van
alle dingen. Daer tiert welig rijs, zon-
der vreze van ook in het droogfte
zaifoen desjaers te zullen verdorren;
dewijl\'cr geen regen gebrek is, of by
gebrek van regen, word door de huis-
luiden het water op de velden uit de
ftromen geleid, of uit de Meiren door
zekere werktuigen
met grote fchran-
derheid van kunft opgebragt.

Delandftreke Hengcheuj\'uïstenhx-
ftige en beboude oort, heeft veel riet,
dacr papier van gemaekt word, en al-
lerlei nootwendig lijfs - behoeften:
van gelijken dc tiende cn\'veertien-
de.

Bb ? In

van Sma, of Taifing, ip j

De gehele landflreke Chingtufu is der Sinefen»(gelijkv^/c/Z/é- oulinx deko-

fchapsvan Suchuen, groeit in een afgo- van Kiangfi aen geheel tot een on-

den kerk der groten Scadt Kien, zeker bijt alle noodwendigheden kan ver-

Ooft-Indifche vijgen-boom, Aruor de fchaffen;macr//«p^t»^overvloedelijk

rays in \'t Portugeefch gehecen. geheel Sina voeden en verzadigen. En

In de landftreke groeien gevviffelijk de voortreffelijkheid en

ti 1\'

1 . a\'\'

Mi

Pli

i-ii H

-ocr page 848-

In dtl^nd^ttktChingyangfugio€it
zeker heefter of ftam, die gelijk onze
khmop in de hoogte opfteigcrt: krijgt
gele bloemen en eeniger mate wit.
D\'uitterfte einden der takken ftjn feer
dun,gelijkzijdedraden.Menzcideen
klein takje, aen de blotehuit gebon-
den,een zeer foete flaep veroorzaekt:
waerom de heefter ook
Munghoagt-
noemt word, dat \'s bloem desßaeps.

D\' eerfte landftreke Nanchangfu des
Landfchaps van Kiangfih^^h allerwe-
ge vruchtbare landouwen en vette
gronden, en leid geen oort ledig: van
gelijke is de twedelandftreke
Jaocheu-
fu
, door haere waterrijkheid, wonder
vruchtbaer.

By de Sinefen word ook zeer gc-
prefen de vierde landftreke
Nankang-
fu
, van wegen haere vr^ichtbacrheid:
want zy geeft een groten overvloet
van alle dingen.De vlakke landouwen
verfchafFcn rijkelijk rijs, koren en
plukgraenen :
defgelijx de beboude
bergen; en d\' onbeboude hout=

De zefte landftreke Kienchangfu is,
hoewel bergrijk,een luftige en vrucht-
bare oordt: van gelijke de zevende
chenfu, door het bevochtigen met
ftromen en beken. Zy geeft zeer tref-
felijke gulde appelen , cn zulken
overvloet van lijftocht, datmen, ook
om lekkerlijk te leven, nergens over
altoos behoeft te klagen. Niet min lu-
ftigh en vruchtbaer word d\' achtfte
landftreke
Linkiangfu by de Sinefen
gehoudcn;als ook de negende
Kiegan-
fü
, hoewel oneficn door bergen en
heuvelcn.Maer boven al heeft de tien-
de landftreke
Xuicheufu vruchtbare
rijsvelden,als alleenlijk hier aen blijkt;
wijl zy alleen voor haer drie duizent
zakken rijs aen tol betaelt : daerzy
flechts drie fteden bevangt: waerom
d\'Opperftadt, heden
Xuicheu geheten,
ten tijde des
St^imsTang, Micheu ge-
noemt wierd, dat \'s
rijs-JladtNoot de-
fe behoeft de elfde
Juencheufu in luftig-
heid noch vruchtbaerheid te wijken.

De vierde landftreke Sunkiangfu des
Landfchaps van
Kiangnan , behoeft,
hoewel klein, in vruchtbaerheid en
vetheid van gront voor andere niet te
wijken. De vijfde wijlzy

aller wegen met Water bevochtight
word, en ganfch vlakke landouwen
j heeft, overtreft vele andere in welig\'
heid van gront en voortbrengen van
vruchten: de zevende
lancheufu heeft
een luftig en vruchtbaer aerdrijk. De
negende landftreke
Lucheufu bezit,
door het bevochtigen met hetMeir
C^f,overal vruchtbare landouwen:van
gelijken is de elfde landftreke
T%iping-
fu
met vruchtrijke akkers gezegent.

Het Landfchap van Chekiang is door
zijnewaterrijkhcid van bronnen, be-
ken , ftromen en Meiren zeer vrucht-
baer en gezegent met den hoorn van
overvloet aller dingen- Wel h^thche-
kiang aen dc zuid en weft-zijde vele
bergen; maer die leggen alle luftig be-
zait : uitgezeit daer ftcenrotfen en
klippen zijn: waer van ook hout ge-
haelt word , tot den bou van fche-
pen, huizen en andere werken. Over-
al heeftmen gemeine boflchen van
moerbeziën bomen, die jaerlix, tot
voetfel der zijdwormen , gefnoeit
worden, gelijk hier te lande de wijn-
gerts : want dc Sinefen laten die niet
tot hoge bomen opfchietcn: wijlzy
door ervaernis van vele jaren, geleert
hebben, dat de bladen der jonge bo-
men de befte en lijnfte zijde geven.

In de derde landftreke Hucheufu des
Landfchaps van
Chekiang, groeit ook
Cha en word aldaer Riaicha genoemt.
In de vijfde landftreke
KinhoafuhQQk-
men grote gedroogde pruimen , die
van daer allerwegen vervoert werden.

De gehele landftreke Ningpofu des
Landfchaps van
Chekiang , heeft ccn
vruchtbaren gront; behalve daer zy
met klippen en fteenrotfen beftuuwt
is. Dc elfde landftreke
Vencheufji heeft
in\'tzuide, eermen komt acn de rou-
we bergen des Landfchaps van
Fokien,
zeer vruchtbare vlakten, die wijd en
breed uitgeftrekt leggen.

Het landfchap van Fokien is over al
berg-rijk , maer heeft op verfcheide
plaetfen luftige boflchen en bomen;
inzonderheid op fteile en lommer-rij-
ke plaetfen;defgelijx zantduinen,wei-
nig bequaem oni bezacit te worden:
waer van veel fraei hout gehaelt word,
om fchepen, huizen en andere wer-
ken te bouwen.

Aller wegen heeftmen zeer vrucht-
bare rijsveldcn,derwaerts,tot bevoch-
tiging , het water uit quellen fpring-

bron-

-ocr page 849-

bronnen geleid word. Daer de natuur
bequame vlakte weigert, die
word
door \'smenfchen arbeid , kunft en
fchranderheid gemaekt. Zoo vrucht-
baer zijn de landouwen om en by
de kleine Stadt
Xa der vijfde land-
ftreke
Jenpingfu, in het Landfchap van
Fokien, dat zy hierom de zilvere Stadr
genoemt word.

De zefte landftreke Tingcheufu heeft
den overvloet van alle dingen.tot
\'s le-
vens onderhoud;nicttegenftacnde zy
zeer berg-rijk is.

Dc zevende landftreke Hinghoafu
des Landtfchaps van Fokien is de lu-
ftichfte en vruchtbaerfte des gehelen
Landtfchaps , inzonderheid in het
voortbrengen van rijs: gelijk alleenlijk
hieraen blijkt, wijl zy jaerlix twee cn
zeventigh duizent zakken rijs tot
fchatting opbrengt ; daerze ftechts
tvvee Steden bevangt.

Dc kleine landftreke der Opper-
ftadt Foning heeft ook de volheid van
allerlei lijfs-behoefte, tot\'s menfchen
onderhoud :
niettegenftaende zy al-
lerwegen met bergen leid beftuuwt.

Ket Landfchap van Quantung heeft
de volheid van alle nootwendige be-
hoeftigheden, tot\'s menfchen onder-
houd. De velden zijn in het voort-
brengen van rijs en tarruwe zoo
vruchtbaer , dat zy twee mael \'s jaers
zaet ontfangen, enden landman met
een rijken oogft zegenen : want dit
geheel Landfchap gevoelt geen vorft
noch fneeu altoos : zulx dc Sinefen
daer van een gemeen fpreek-woord
hebben : namelijk, dat in het Land-
fchap van
Quantung drie zeer onge-
wonelijke dingen zijn : de lucht zon-
der fneeu : dc bomen altijds groen, en
d\'inwoonders bloet fpuwende. Te
weten , wijl daer noit fneeu gezien
word: dc bladen noit van dc bomen
vallen : en d\'inwoonders de bladen
Van Betel, met F au fel of Jreka en kalk
van gebrande ocfter-fchelpcn gcduu-
righ kauwen, waer door het fpeekfel
root
Word.

ïn het Landfchap van Quant ungz\\]n
over al zeer veel en treftclijkcvruch-
ten , ook niet weinig Europifche: als
gtanacr-appelen, druiven,peren ,no-
^en , kaftanien : maer byzondere en
fchier eigen aen dit Landfchap : in-
diaenfchc vijgen , ïndiaenfche noten,
Ananaflcn,
Lickia, Lungyen, Jeucu of
Pompel-moefcn, gulde appelen en al-
lerlei ftag van
treffelijke citroenen.

De vijfde landftreke Jaocheufr des
Landfchaps van
Quantung heeft een
vruchtbaer aerdrijk; behalve dacr fte-
nen cn rotfcnlcggen. De zefte
Chao-
kingfu
geeft veel welriekend hout: na-
melijk arentshout, cn\'tgeen de Por-
tugefen
Pao de Rofa noemen, dat \'s
fen-hout.

De negende landftreke Luichenfu
heeft luftigc en vruchtbare akkers, en
overtreft in overvloet en velerleiheid
aller dingen al d\'andere landftreken
des Landfchaps van
Quantung. Overal
door deze landftreke groeit ook een
zonderlinge rijs of teen,die de Sinefen
Teng en P\'ortugefen Rota noemen.

Het Landfchap van Quangf bezit
in generlei wijze zulke luftige lan-
douwen , als
diitymQuantung : hoe-
wel ook ceniger mate met de volheid
van levens-middelen gezegent. Her
gehele landfchap leid met bergen be-
ftuuwt, uitgezcid dc zuid zijde, tot
zelf aen het ftrant: daer alles bezait
en beplant is, eenfdeels om de vlakte
des aerdrijks, eenfdeels om de temper
des luchts, die een weinig heter is.

Dc derde landftreke Äingyuenfu is
een rou en bergh-rijk geweft : geeft
evenwel
overal Jreka, kleine Indiaen-
fchcnoten cn vruchten
Lichias.

De zefte landftreke Cincheufu is een
luftigc oort en zoo woeft niet, als
d\'andere.

Het Landfchap van Queicheu is d\'al-
lerongehavcnfte en roufte oort van
geheel door een onophoudelij-
ke ry van woefte en ontoegangkelij-

In dc vierde landftreke Chinyvenfu
groeien bloemen, by de Sinefen hoog
gewaerdeert, granact en gulde appe-
len.

De eerfte landftreke ïunnanfu des
Landfchaps van
/unnanfu is een luftig
en vruchtbaer geweft : heeft den
overvloet en velerleihcid van alle din-
gen : rijft op zommige plaetfen met
lage heuvelen en hoge bergen, en leid
op andere plaetfen wijd en breed in

de

(I

il

ii J I

m

:. 1:!

-ocr page 850-

de vlakte uitgeftrekt.Daer groeit ook
rozen-hout.

In de tweede landftreke Talifu des
Landfchaps van
Junnan, groeien Euro-
pifche vijgen, die de Sinefen
Vuhoaquo
noemen , dat \'s vruchten fonder hloe-
men
, om dat zy zonder voorgang
van bloemen groeien , gelijk gewo-
nelijk al andere vruchten voortko-
men : want Tï!^ betekent fonder,
Hoa
bloem; quo vrucht. Daer groeit ook
Chao£ The.

De derde landftreke geeft

rijs, tarruw, honigh en wafch, en ook
fchier al de vruchten, die in geheel
In-
dien voonkomen.
Zy leid eenfdeels
in de vlakte uitgeftrekt, en rijft eenf-
deels met bergen\'cn heuvelen.

De vierde landftreke Cuhiungfu be-
zit vrucht-rijke akkers, en gras-rijke
weiden voor het vee.

De gehele landftreke Kingtungfu
brengt inzonderheid overvloed van
rijs voort.

De landftreke Quangnangfu word
by de Sinefen om hare voortreffelijk-
heid cn vruchtbaerheid doorgaens de
goude aerde genaemt.

In dc landftreke Junnan der krijgs-
ftadt Cio/fi;?^, vallen pijn appelen: van
in gelijken de zefte.Dezevende heeft
overvloed van zyde, ebben-hout, da-
delbomen en flr^i-^,died\'inwoonders
met Betel-bladen kauwen , gelijk al
d\'andere Indiaenen, en in de land-tale
MakinnangnoQmQïi.

Dit zy vervolgens van de gefcha-
penhcid of vrucht en onvruchtbaer-
heid des aerdrijx van gefproken,
wat eigentlijk den land-bou meeren-
deels betreft, met aenroering daer-en-
boven flechts van eenige andere ge-
waflèn, aen Sina eigen, en breeder in
\'t vervolg te bcfchrijven.

Land\'houvp.

[ At belangt den land-bouw ;
;geen volk
ter wereld zoo
\' naerftig, ervaren en verftan-
dig in den landbou, als de Si-
Zy zeggen, gelijk niet fon-
dât fonder al andere kunften
de menfchen kunnen leven; maer niet
zonder den landbou. Wonder hoogh
word de landbou by hen geprcfen, cn
alleen vo or een zake van het grootfte
belang geacht Zy hebben geduurig in
den mont, datdelandbou het groot-
fte en voornaemfte werk des rijks is,
en de Koningen en Majeftraten geen
ander dingh meer behoorden ga te
ftaen.

Hierom worden d\'akker-luiden
met groote vryheden begiftigt,en der-
wijze tot het arbeiden opgewekt en
aeneeport, dat naulijx een voet-breed
lands in gantfch
Sina onbcbout of le-
dig gelaten word, zoo het flechs door
natuur of door kunft vruchtbaer\' is.
Onvruchtbare landouwen worden
door naerftigheid en kunft vruchtbaer
gernaeckt, en om, door het tweemael
\'s jaers bezaeit te worden, niet uit te
teren, met meften gekoeftert en ge-
queekt. Veelerlei meft is by de Sine-
fen in gebruik. Hier worden de lan-
denmetofle, met peerde-meft,en gin-
der met menfchen drek gemeft. Op
andere plaetzen verftrekken geftamp-
te offen - beenderen, henneveeren,
verkens borftelen en drek , en dier-
gelijke vuilnis, den landen een weh-
gemeft. .

nefen.
recht,

Aldus gaet byde Sinefen, fchoon
voorzien met zulk eenen overvloed
van dierbare dingen, niets verloren,
hoe gering het ook is, welk zijn ge-
bruik niet heeft, tot groot genot des
gantfchen rijks Daer mangel van wa-
ter is, leiden zy het zelvc,ook van een
groot ftuk weeg, uit de ftromen door
gegrave grachten. En word hier door
by na geheel
Sina, te fcheep, bevaer-
bacr, Zy brengen ook het water uit
de leegte na de hoogte, door zekere
vaerdig werktuig, welk beftaet uit
vierkante planken, en een hopen nats
verzwelgt, by na op een zelve wijze,
gclijkhier te lande gefchiet, door bol-
len acn een yzere keten
gehecht.
Zelfs verfcheide Keizeren , cn Kei-
zerinnen , in aeloude tijden hebben
zieh niet ontzien den land-bouw te
hanthaven en ga te ftaen.

Kei-

-ocr page 851-

Keizer Ven, die des jaers voor de
geboorte des Heilands hondert ne-
gen en zeventig, begon te heerfchen,
zette den land-bouw, vervallen door
denlangduurigen oorlogh, met gro-
ten yver voort, en floeg zelf hand aen
werk , om door zijn exempel al de
grootHe Landvoogden tot navolging
te trekken. Hy deed al het vrou-volk,
de wijze van Moerbezien boomen te
planten, eri zyd-wurmen aenteque-
ken, door zijn Gemaehn,de Keizerin,
leeren, en beval haer met zonderhnge
zorge, zelfinhetPaleisMoerbezien-
boomen en zyd-wurmen te queken.
Ja gebruikte de zyde klederen, door
hare hand gemaekt, alleenlijk in ker-
kelijke zaken.

Gelooflijk is, dat hier uit de hoogh
ofviertijdt, dien de Sinefen
Hmchun
noemen, haren oorfprong genomen
heeft. Wel is deze een recht Boere-
dagh; maer waerlijk een zeer edele,en
öien het gebruik by allen een plechte-
iijken hoogen dagh gemaekt heeft.

Wantin de Voor-lente, wanneer
«e Zon in het midden van den water-
man treet, word noch heden by de
Sinefen door het ganfch Keizerrijk
met groote ftaetfi in ieder Stadt, en
zelf in de Rijx-hooftftadt
Peking die

dagh geviert, byna overal in dezer
wijze.

Een onder de voornaemfte Land-
voogden bekranft met bloemen,

treetnad oofter-poorte, geleid door\'

een leiiehgejuigh van maet-geklank
voor aen. Over al zijn ontfteken
was\'toortfen en braveren vliegende
vaendelen.

Achter volgt een fchaer van man-
nen , die de difch gerechten der ftaetfi
aen bomen dragen, waer aen de ge-
denktekenen der oude Hiftorien van
den land-bouw, gemaekt van papier
of hout , en geftoffeert met zijde
en goude kleden, vertoont worden
Op verfcheide plaetfen, daer zy
door gaen zijn zeege-bogen opge-
recht, en aide ftraten wonder praL
Cc

-ocr page 852-

tig met tapeetzerye behangen. In de-
zer wijze dan treet de Landtvooght
na d\'
oofter-poorte , quanzuis, om
d\' aenkomende Lente te gemoet te
gaen. Onder al de beelden munten
twee inzonderheid uit. Het een is een
koei van gebakken klei, zoo groot
by wijle , daer veertigh mannen ge-
noech aen te torfenhebben. Het an-
der , hoewel levend , is een jonge-
ling , dien zy den naerftigen en ar-
beidzamen geeft noemen. Dees heeft
d\'eene voet bloot, en d\'ander met
een kous bedekt, flaende geduurig
de ftene koei , met een roede op

geheimenis uit. Door het geduurigh
flaen op de koei, word byhen bete-
kent , hoe groot een zorge de huif-
luiden aen den
land-bouw te hefte-
den hebben.
Door de blote voet des
jongelings, en door d\'andere, olijk
gefchoent, wordd\'yling bediet, die
de huifluiden moeten gebruiken,wan-
neer zy zich na het land aen den ar-
beid begeven; zulx zy zich niet tijds
genoeg moeten
geven om te kleden.

Na dat de ftaetfl geleid en tot aen
\'s Konings Paleis , en in de Steden
tot aen de hoven der Landvoogden
gekomen is, word de ftene koei van
al zijne cieracdjen en bloemen ont-
bloot. Uit haren geopende buik, ge-
lijk uit een Trojaenfch peert , wor-
den kleine ftene koeien in groten
getale getrokken : waer van aen ie-
der Landvooght, de Keizer eene toe-
zent, te gelijk met vermaning , van
zorge te dragen, dat d\'onderdanen al-
len vlijt aenwenden in het bebouwen
der landen; en naerftelijk ga te flaen,
dat geen akker noch land ledig zy. De
Sinefen fchryven dat zelf de Keizer te
dien dage de aerde beploegt en zaeit.

Keizer Hiaou begafzich, reeds ftok
oud geworden , drie jaer voor zijn
doot op den landbou, latende al an-
dere bekommeringen varen. Aldaer
brak hy zelf in perfone de aerde, met
het yzer, en fmeet het zaet in d\'aer-
de, tot een voorgang van al d\'onder-
zaten. Toen zocht hy ervarene
land-
bouwers over al op, en beval door het

den Keizer voor pacht.

De Landvoogden hebben acht te
geven in tijd van hongers noot, op de
goederen der onderdanen en inkom-
ften, te trekken na behoren van hunne
waerdigheid.

De verdeiling der akkers was in dier
wijze gemaekt, dat eenen iegelijk en
allen een gelijk gedeelte te beurt viel,
en het een geflacht geen meer,dan het
ander had. Al d\'akkers waren verdeilt
in grote blokken of grote vierkanten:
en deze weer in negen kleine,daer een
iegelijk een van te bebouwen kreeg:
maer het middenfte was\'s Keizers of
\'s Konings vierkant, welk te gelijk by
acht eigenaers der akkers voor \'s Kei-
zers pacht gebout wierd.

D\'acht vierkanten wierden byzon-
dere vierkanten genoemt; maer het
middenfte het gemein of pacht-vier-
kant. Wanneer dit onbebout bleef,
vermögt
niemanthet zijn bebouwen-
Keizer heeft allereerft den

3loeg en andere werktuigen, tot den ^^iißa
\\ andbou dienftig uitgevonden,en d\'in-
woondersterwe, rijs,geirft,
Turkfch koren en pluk-granen leeren
zaien. ^

Wonderlijke dingen heeft Keizer

r^^, die des jaers voor de geboorte des

Heilands,twee duizend twee hondert
en zeven heerfchre, van den akker-
bou gefchreven : te weten , op wat
wijze d\'akkers van ieder landftreke
profijtelijk te bebouwen en bezaien

^ zijn\'

geheel rijk te gaen, en al den anderen
de geboden en leflen van den rechten
land-bou in te fcherpen. Deze hebben
dienftige en vaerdige werktuigen tot
den land-bou uitgevonden,en veel an-
dere treffelijke dingen, welke den ak-
ker-bouraken,zulx men nu ophouden
mag te verwonderen,dat eertijds eeni-
ge Hechte floten van den ploeg tot het
Keizerrijk in
Sina opgeklommen zijn;
daer men ziet, hoe Keizeren van het
Keizerrijk tot den ploeg neder gedaelt
zijn, ja zelf het Keizerrijk en ploegen
te gelijk beftiert hebben. â€ž

..... ...............^ Men heeft by d\'aeloude Sineefche

\'t lijf. Achter aen volgen boeren, be- Keizeren en koningen verfcheide wet- ^^«b-.
laden met al
het bou-gereetfchap. ten gehad, inzonderheid die den land -
Niet is hier of
beelt een byzonder bouw betreffen tonder an dere deze:

\' ■ \' De negende des akkers kome aen

-ocr page 853-

zijn t want dees had grondige kennis
van d\'aerde, vruciitbaerheid en gele-
gentheid van ieder gront, bekomen
eenfdeels uit eigen fehranderheid,
eenfdeels uit het afleiden der wateren.
Hier door heeftmen vele en wonder-
lijke lellen van den akkerbou en me-
iling, die verfcheiden zijn, na den ver-
fcheiden aerd des lands , welk be-
ploegt word : want den landbou heb-
ben de Sinefen, ondcr verfcheide re-
gelen gebragt, na de verfcheide hoe-
danigheden der landen. Door geheel
Sina zijn ook de bergen op een zon-
derhnge wijze bebout, maer nergens
meer, dan in het Landfchap van
Fo-
kien ,
door de meenigte der bergen.

Niet t\' onrecht zou men de bergen
groene fchou - tonelen mogen noe-
men. In vorm van een wendel-trap
zijn de zelve met trappen gemaekt,
daer by men van d\' eene vlakte na
d\'andere gaet: want dewijl de rijs niet
dan ia-liet water wil waffchen, heeft
zy nootwendigh vlakke velden van
doen : welk zeer genoeghelijk en
vreemt om te zien is.

Dikwils word ook van den eenen
tot den anderen berg,door buizen van
bamboes-riet, het water geleid, welk
tot bevochtiging van node is. Daer
de natuur bequame vlakte geweigert
heeft, word de zelve door kunft, ar-
beid en naerftigheid der inwoonders,
gemaekt.

Wonder gezegent dacr en boven is
het geweft van
Sina met velerlei ge-
waflen , van oof en wilde bomen,
heefters , kruiden , wortelen en ve-
lerlei rieten, die het eenfdeels eigen
en byzonder, eenfdeels met Europe
en an dere geweften gemeen bezit.

Zoo Michael Boym getuigt,zijn de
lan douwen van
Sina zeer vruchtbaer,
niet alleenlijk in het overvloedelijk
voortbrengen van Indiaenfche , (in-
zonderheid in de zuiderlijke Land-
fchappen, ) maer ook van alle Europi-
fche en eenige andere vruchten, haer
eigen. Een wonder, zoo velerlei zeer
fchoone vruchten d\'inwoonders in
de vijftien Landfchappen des gan-
fchen Sineefche Keizerrijks genieten:
Want welke Landcfchappcn eenige
vruchte» derven , die ontfangen zy

^fiAvan

^khaèl

van andcrc, en verzorgen weer ande-
re van de gene, die zy overvloedelijk
hebben: waer doormen overal fchier
het geheel jaer door verfche vruchten
kan hebben : voornamelijk daer hec
\'s winters vrieft : want in zommige
Landfchappen zijn de vruchten in
Slacht , Winter , Lou cn Sprokkel-
maend rijp: in andere in Lente, Gras,
Bloei cn Zomer maent : in eenige in
Hoi, Oogft, Herfft en Wijn-maend.
y De wijze van bomen voort te telen
is by de Sinefen , defgelijx by meeft al
d\'Indiaerten driederlei. D\'eerfte ge-
fchiet door het begraven van vrucht
cn zaet t\' cficns in d\'aerde : want de
Sinefche hoveniers fteken hele gulde
appelen en andere vruchten in d\' aer-
de , en zetten daer na dc fcheuten, uit
het zaet voortgekomen , van elkan-
dre af: waer door zy in korten tijdt
grote bomen en fchone vruchten krij-
gen. Zy enten ook op een zelve wij-
ze , gelijk hier te lande, de ftammen
en takken, behalve dat zyniet alleen
de bomen ; maer ook bloemen door
inenting arbeiden voort te telen. Hier
door brengt een eenige bloem des vol-
genden jaers veel andere bloemen van
verfcheide geftalte en verruwe voort.

De derde wijze van bomen voort
te telen, is door afzetting, gelijk met
den wijngert gefchiet. Zomtijds wor-
den takken van eeni ge bomen in
d\'aerde gefteken, gelijk de
Manga eti
Goyava.
Zomtijds alleen de bladen,
gelijk de
Papaya, en fchieten fchichtig
tot hoge bomen op.

Het ftaet aen tc merken, welke bo- ^oymi
men, van wat flag of foort, de Sine-
fen fchielijk willen doen groot wor-
den cn vruchten voort-brengen, gro-
afgefncdc takken ten dage, wanneer
dezon in den vijftiende graet van den
Ram treet, in d\' aerde fteken , zon-
der oit fchier te miflchen van weligh
wortelen te fchieten. En hebben of by
ervaernis aengemerkt, of by overleve-
ring der ouden van hand tot hand be-
vonden,dat alleenlijk deze eenige dag
in \'t jaer hier toe bequaem is: te weten
dat zoo een fcheut, van wat boom het
zy, ten dien dage in d\' aerde gefteken
word , dees gezwint tot een vrucht-
baren boom opfchiet.

f

Ge^

jC 2.

-ocr page 854-

Eleriei vreemde gewaflen
van kruiden, lieefters , bo-
I men, riet en bloemen heeft-
\'men in
Sina: eenige der wel-
ke nergens op andereplaetfen te vin-
den zijn, anderen ook buiten
Sina, in
de gebuur-geweflen van
Indiën.

Meefl: al de Landfchappen geven
velerlei kruiden, die wonderlijke en
heilzame krachren by haer hebben.

In de zevende landftreke Kingy ang-
fu
des Landfchaps van Xenß groeit ze-
ker kruit in de gedaente van een bos
geel hair: waerom het
Kinfu geheten
word, ddit^sgoude zijde, oi goude dra-
den
van zijd-wormen : want Kin\'is
gout
en Su zijde gezeid. Het is bit-
ter van fmaek, hoewel meer verkoe-
lend,
dan verwarmend: geneeft zeer
zuiver alle fchurfte des lichaems,
zonder eenig overblijffel.

In de zelve landftreke valt zeker
flag van rijs, zeer dienftigh om het
lichaem te zuiveren : en zet inzon-
derheid het water door de blaze af.

Men heeft\'er ook zeker flagh van
boere-bonen, die een zeer krachtigh
genees-middel tegen het vergif zijn.

In d\' achtfte landftreke Jenganfu
groeit zeker bloem , Meutang ge-
noemt, als of men Koning der bloe-
men zeide. Hy word zeer hoogh by
de Sinefen gewaerdeert, is groter,
dan onze roos ; hoewel in gedaente
haer gelijk; maer breid de bladen wij-
der uit.
Is zoo welriekend niet, maer
fraeier en zonder doornen. De kleur
is bleek purper, gefchakeert met wit.
Daer zijn ook rode en gele.

Hy groeit op een heefter, onze
vlierboom niet ongelijk, en wort door
geheel
Sina in de hoven der rijken
gequeekt; hoewel met groote kunft
en naerftigheid: want moet op warme
plaetfen des zomers tegen de hitte
der zonne bedekt worden.

By de krijgs-ftadt Hocheu vallen My-
robalanen en welriekend Sandelhout.

In delandftreke Cinanfu des Land-
fchaps van
Xantung groeien zekere
vruchten
Linkio en Lien,

Kruit Ki»

[H.

Bloem
\'hkutmg.

In de derde landftreke Changtefu ^hfm^
des Landfchaps van Honan groeit ve-
lerlei flagh van alflem : In de landftre-
ke
Hoangcheufu des Landfchaps van
Huquang witte alflem, om zijne voor-
treffelijkheid by de Sinefche artzen
alzoo genoemt : op de bergen der
landftreke
Fangyangju des Landfchaps
van
Kiangnan valt roode alffem , die
beide by de Sinefen tegens verfchei-
de gebreken gebruikt vvorden , in-
zonderheid regen verbrantheid.

Alleen in het Landfchap van Su- mnel\'v^«
chuen
groeit d\'oprechte w^ortel van
Sina (alzoo na zijnegeboorte-plaets uartip\'
gebynaemt).- maer de wfldc allerwe-
gen in
Sina : Want daer is tweederlei,
een tamme en wilde ; hoewel beide
met een zei ven name/o/iw, of, zoo
andere willen,
Lampatam by deSine-
fen geheten.

Geen andere fchier dan de wild®
word tot ons overgebragt,die van bin-
nen eeniger mate rootachtig van kleu-
re is,maer valt zoo groot niet als d\'op-
rechte of tamme; nochte bezit zoo
groote krachten niet; hoewel dees
niet geheel en al deflelfs krachten
derft.

D\' oprechte, gelijk gezeid is, groeit
alleen in het Landfchap van
Suchuen,
zelf onder d\'aerde, in oude pijn-bo-
men-boflehcn:by na op een felve wijfe
als dc
Patatafen in Indien: waer om de
Sinefen fchrijven dat zy uit een taie
flijm of pek des pijn-booms voort-ko-
men, welk op d\'aerde vallende worte-
len fchict cn tor een kruit word. Dit
kruipt wijd en zijd boven over d\'aer-
de en geeft geduuriglijk zelf onder
d\'aerde wortelen van zich bywijle tot
dc grote van een kinds-hooft, en van
geftalte en zwaerte de koker-noten
niet ongelijk ; gelijk ook de fchel of
fchors niet veel verfchilt; hoewel zoo
hert en dik niet,- maer veel weker cn
dunner. Onder den fchors leid een
kern of wit en fpongiachtig
vleefch
verborgen, welk by de Sinefen zeer
hoog geacht en onder hun genees -
middelen gebruikt word. Echter by

gebrek

\\

^evpajjen.

-ocr page 855-

na, en in Europe China genoemt, die
alleen by de Sinefen in de Landfchap-
pen van
Junnan , QuamJi , Quantum,
Kaoli
cn Leaotum groeit. Het gewas
of de boom is bezet met veel door-
nen , die zelfs ook de bladen niet der-
ven. De Sinefen eeten het tenger
merg van den wortel dezes booms
met vleefch-zop , welk ook genecs-
zacm is, cn gebruiken het zelve te-

vorm van een konzerf gebruikt, word
met groot voordeel in de borft-ziekte

gebruikt.

Men zeit het gebruik enkennis
van defe wortel, desjaers vijftien hon-
derd vijf cn dertig door de Portugefen
in Indien cn Europe gekomen te zijn.

Een ander baftert wortel hoe-
wel van een zelve kracht met den Si-
nefchen wilden wortel groeit in
Brezijl, inzonderheid in het Land-
fchap van
Parayha, daer zy by d\'in-
woonders
Ivafecangagécs&ltvi. word •
^^^WG/«- In d\'achtfte landftreke
Jungpingfu,
des Landfchaps van Peking, en in dat
van
Xanfi, ontrent de ftadt Leao,gtomx.
de zeer edele en beroemfte wortel
van geheel
Sina, Ginfieng by deSine-
^n, en by de Japandersgenoemt.
De Sineefche naem
Ginfieng, is van de
geftalte genomen, wijl hy dc gcdaen-
te van eenen menfch
{Gin in \'tSineefch
geheeten) fchryeling met de beenen
van elkander fchijnt te vertoonen.
Men zou den zei ven voor onze
rf/-.7^ör^kunncnhouden; maer hyis
veel kleinder : ho.ewel men niet re

onaengename zoetigheid, vermengt
met een weinigh bitterheids. Deze
wortel, tot de zwaerte van een vie-
rcndcel-loots ingenomen , vermeer-
dert zeer veel de levendige geeften,
en vcrflerkt, in groter zwaerte , de
krachten der zwakken, en verwekt
een aengename warmte des lichaems.

Die fterk en heet van natuur zijn,
brengen zich, met den zelven te ge-

gen de jicht, zweren en verftoppin-1 bruiken, gemenclyk in levens gevaer;
gen der nieren, lamheid, waterzucht,\' ter oorzake van her te veel vermeer-
en al andere vochtigheden, en pijne deren en vermeenighvuldigcn der
in \'t gebeente en \'t geheel lichaem. geeften; maer is den genen, die door
De zwaerfte word gemenelyk voor | langduurige ziekte, of uit een ande-
de befte gehouden, en de witte gaet
j re oorzake verzwakt, afgemat en uit-
Voor de rode. Het poeder des wor-1 geteertzijn, tot groot voordeel. Hy
tels, met zuiker ingenomen, en in \'herftelt denzicitogcndenzoodanitrl

by wijle de levendige krachten, dat
zy tijdt krijgen , om andere genees-
middelen te gebruiken, en tot voorige
gezonthcidt geraken. Veel andere
wonderen roemen de Sinefen van de-
zen wortel. Een pont wortel word te-
gen drie pont gout ingekocht. Men
vind den zelven by wijlen ook hier te
lande; hoewel om zijne dierte weinig
in gebruik.

Het Landfchap van Xenfi en Su- \'RhAh^rher:
chuen
, volgens Martijn, geeft veel en
treffelijke genees - middelen , inzon-
derheid den wortel Rhabarber , in \'t
Sineefch
Taihoang géxQtQn. Dees wor-
tel,
Zeid hy, groeit niet in V wilt, gelijk
eenigen meinen I maer wil in tegendele
met grote naerfiigheid en zonderlingen
vlijt aengequeekt worden. Hy is geel van
kleur, doorw offen gelijk met vlammen;
niet hol maer doorgaends vry vaß , en
hier en daer met knohhelen en huiten he-
zet. De hladen komen in geftalte eenig-
zins rnet onze kools-hladen overeen; hoe-
wel veel groter. De Sinefen fteken door
deze wortels een gat, en hangenze hui-
ten de zon in de fchaduwe te drogen;

C c 5 want

gebrek\'van dezen, verwerpen zy den j twijfelen heeft, of is een foort van
voorzeiden wilden niet, hoewel zoo |
Mandragora, gemerkt hy een en de-
veel daer niet mee uitwerken.
 j zelve gedaente en krachte heeft.

De wilde wortel Sina groot ook in ] De gedroogde wortel is geelachtig
Kochinchina , aen de Malabaerfche ; van verruwe , heeft zeer dunne of\'
kuil, en aen verfcheide andere oorden I fchier geen vezeltjes ; waer door hy
\'m Indiën. zijnvoedfel na zich trekt: isrontom

De wortel van Sina, zoo Michael befprengkelt met zwartachtige aeder-
Boim fchrijft, word van de Sinefen 1 kens, gelijk met z:éer dunncinktge-
Pe Fo!im,Y^n de Portugefen Pao de Ci- i haelt. Hy geeft in het kauwen een

W/7 Ã¯f-l TTnrOl^f» r\'/i»^^ Jin, i^rtaaMrrr»»,-^^^,^ !- J ______________

-ocr page 856-

wantgedroogt in de zonne, verliezen zy
hun kracht.

Vit het Landfchap \'van Xenfi en dat
van
Suchuen komt meerendeels al de
Rhabarber, die in Europe over ge-
hragt word , te weten, zy word uit
Si-
na
en Perfien over zee na Batavia en
van daer na Holland over gevoert. Of
komt uit
Sina te lande, door Kaskar,
Aftrakan
en Rufland: of door Tibet,
en Perfie over Venetien na Itahen
want ook die van Tibet en Mogor be-
zoeken het Landfchap
Suchuen, en
voeren van daer herwaerd de
Rhabar-
ber ox\'é\'/". Dus verre Martijn.

Een andere befchryving van de
Rhabarber heeftmen by Matthiolus,
in zijne uitlegging over Diofcorides:
by Michael Boim, in zijne Sineefche
Flora, en by andere fchryvers, die al-
lereerft: door zekeren Baptifl:aRamu-
fio, eertijds Sekritaris van den flaet
van Venetien, in zijne verklaring, ge-
ftelt voor de reize van Markus Pau-
lus de Venetiaen , in \'thcht gegeven
is, en op dezen zin uitkomt:
Hoewel,
(het zijn de woorden van Michael
Boim uit Ramufio)
de Rhaharher in
geheelSmagroeit ,zoo komt zy nochtans
in de Landfchappen
Suciven,(miflchien
Suchuen) en Xenfi, en in het gebiet der
Stadt SocitM, nahy de grote muur,over-
vloedelijker voort.
By Markus Paulus
word deze Stadt
Socuir genoemt, al-
waer dcMoren,
datmetdQKaravaen
in Katay, dat \'sSina , en na Kamhak
o{ Peking
trekken,blij ven ftaen.D\'aer-
de, daer zy in groeit, is rootenflij-
kig, door het bevochtigen met fpring-
bronnen en regen. De bladen, na ge-
lang des ge was, zij n ontrent twee pal-
men lang: beneden fmal, op het eind
breed, en hebben de kanten met hai-
rig wol bezet. Wanneer zy tot vol-
flagen wafdomgekomen enrijpzijn,
verwelken zy aenftonts, worden geel,
en buigen na d\'aerde over.De Stam of
ftronk fchiet een palm van een hand
met de bladen boven d\'aerde. Uit het
midden der bladen fchiet een dunne
fteel, beladen met bloemen, die grote
violen niet ongelijk zijn, en een Raeu
zap, door het uitdrukken,geven,welk
fcherp en walgachtig van reuk is.
De wortel of fteel, onder d\'aerde, is

donker koper-verwig, een,twee, zom-
tijds dricpalmcn lang; cn dikwils een
menfchen arm dik : hoewel dees ook
andere dunne wortelen rontom van
fichfmijt, die
weg gefneden worden.
De wortel Rhabarber , op ftukken
gefneden , vertoont een bleek geel
vleefch, doorvlochten met rode aede-
ren : waer uit een geel en root taiach-
tighzap druipt. Wij ders, zoo iemant
ftrax deze vochtige ftukken te dro-
gen hangt, aenftonts , gelijk d\'erva-
rentheid heeft doen blijken, vervliegt
deze taie vocht\', cn de wortel blijft
zeer heht en verheft alzijne krachten.
Hierom leggen de genen, die in dit
ftuk ervaren zijn, de ftukken van de
verfche Rhabarber eerft op lange ta-
fels , en keren die om,alle daegs twee
of driemael, om alzoo\'t zap den ftuk-
ken te doen inlijven, en dacr in beflo-
ten te blijven. Na verloop van vier da-
gen , wanneer de vocht geftremt iè,
worden deze ftukken aen touwetjes
Tcregen, cn in de wint te drogen ge-
langen ,
hoewel in de fchaduwe, bui-
ten de zonne.

De befte tijdt, om de Rhabarber
uit te graven , is des ^ Winters , eer
de groene bladen beginnen uit te
fio wil.
fchieten ; wijl te dien tijde (ontrent
den aenvang van Gras-maend) het
zap en kracht vereenigt enby een ver-
gadert is. Maer zoo de wortel van de
Rhabarber des Zomers uitgegraven
word, of te dien tijde , wanneer
zy
groene bladen uitfchiet, gelijk hy dan
noch niet rijp geworden is, en het
geel zap en rode aederen derft, alzoo
komt zy geenfms tot de volkoment-
heid der Rhabarber, die des winters
uitgegraven is.

Een wagen vol wortels van Rha-
barber, die noch vochtig is, geit an-
derhalve fcudo: en neemt de vochti-
ge, wanneer zy gedroogt is, in zwaer-

te zoo veel af, dat van zeven pont
verfche nauUx een of twee pont ge-
droogde over blyft. De verfche en ]

groene is zeer bitter en der fmake te-
gen. Zy word in\'t Sineefch
Tayhuant " j
genaemt, dat\'s hoog geel. Dusverre /

Boym. I

Ikzallatenvolgen,\'t geen Ramufio, f
al lang voor Boym, in zijn tweede

boek

-ocr page 857-
-ocr page 858-

bock der fchipvaerten van de Rhabar-
ber in\'tïtahaenfch gefchreven heeft,
ten einde bhjkc , wat Boym uit den
zelven ontleent hebbe, zonder noch-
tans Ramufio te melden.

Het Landfchap van Succuir, gele-
gen in het geweft van
Tangut, onder
den Groten
Cham van Katay , geeft
zulk een overvloet van -Rhabarber,
daer de gehele wereld haer kan van
dienen. De befte van alleVord ge-
zeid te groeien niet verre van de
Hooftftadt des Landfchaps
Succuir,
welke mede ^^^cc^iir, gelijk hetgehed
Laidfchap, genoemt word : teweten
op hoge en ftenige bergen , die veel
beken uitleveren en boüchaedjen van
velerlei bomen bezitten.

De gront of aerde dezer bergen is
rosenftijkig, eenfdeels door het veel
regenen, eenfdeels door de bronnen,
die A de rontom gelege plaetfen be-
vochtigen en befproeien. Op deze
bergen dan van
Succuir (die gezeid
worden ten noorde te palen aen\'tKo-
ïiingdjk van
Tarfe,en aen een gedeelte
van
Kathny ) groeit de Rhabarber met
een ftam niet langer dan een fpan :
ws^-CT uit overvloedelijk bladen fchie-
ten , lang twee fpan, op het einde bre.
der , en naer d\'aerde om-geboogen.
De kant der bladen is niet rontom
tants-gev/ijzeingekerft; maer omge-
ven met zekere hairigevvol : zijn al- en hebben geen geel zap vanbinnen.

tijds groen, zoo lang zy groeien, maer
worden met den ouderdom ros-ver-
wigh, en vallen af op d\' aerde.

Uit het midden der bladp fchiet
uit den top des ftams een fteel: aen
wiens opperfte zekere bloemen groe-
jen,de violen niet zeer ongelijk, maer
bleek-blaeu van verruwe, fcherp van
reuk, en zoo zwaer, dat zy onaen-
genaem te rieken zijn.

De wortel is twee fpan lang, hoe-
welby wijle korter,
van buiten don-
ker root van verruwe. Al de worte-
len zijn niet van een zelve dikte: maer
eenige een weinig dikker; andere een
weinig dunder, gelijk gewonelijk in
al andere gewaften gefchiet. Niette-
min die tot volkomen wafdom ko-
men, hebben de dikte van een\'s men-
fchen been. Rontom zit aen de zel-
ve een grote meenigte van vefclcn.

\' H

en worden by gevolg weinig geacht.
De verfche zijn in geringe waerdye,
wijl een wagen vol niet meer dan vier
fchellingcn geit.

ïn Katay en d\' omgelege geweften
vvord de
Rhabarber by d\' inwoonders
nergens toe gebruikt, dan tot reuk-
werken , in d\' offerhande aen d\'afgo-
den.De verfche of groene wortel wort
gezeid zoo bitter te zijn,datzy naulix
te proeven is. Dus verre Ramufio.
Die breder verklaring van de Rhabar-
ber wil hebben, kan lezen het tweede
boek der Schipvaerten van Ramufio
voornoemt, Garzias, Akofta, Lin-
fchoten en andere fchryvers.

Deze befchryving des Rhabarbers,
t
\'eftèns mer der zelve d\' afbeelding,
had Ramufio van zekeren Perfiaen
bekomen , met name Chaggi Memet
geboortig uit het Landfchap van Chi

waer door zy het voedfel uit d\'aerde
na zich trekken.

Het binnenfte merg of vleefch is
geel, gelijk gout; maer geheel vol
hoog rode aederen en geel purper-
zap , welk door zijne taiheid aen de
handen kleeft, en niet weinig verft,
in het zuiveren der wortelen en dop
ftukken tc fnijden. Waerom zy die
zuiveren, en op ftukken fnijden, zoo
dra zy uitgegraven zijn: maer rijgen
evenwel die niet aenftonts acn een
tou cn hargenze op, zoo drazy ge-
fneden zijn, namelijk,op dathet zap
niet op d\' aerde zou druipen en verlo-
ren gaen. Dies leggen zy die inorde
ftuk voor ftuk op een rafel, en keren-
ze en Icggenze des daegs dikwils om :
cn dus doende dringt het zap allengs
in en gaet niet verloren ; maer blijft
al in den v/ortcl over. Na verloop van
vier dagen wordenze aen een tou ge-
regen, en in de fchaduwe op een open
plaetfe opgehangen, daer de Zon hen
niet kan raken. Aldus worden zy dan
gedroogt door de wind, in den tijdt
van twee maenden , en dan aen de
koopluiden verkocht.

De wortels worden in den aenvang
van Lente uitgegraven, wanneer de
bladen beginnen uit te fchieten: want
zomers uitgegraven, wanneerhetge-
wasgrootis, zijn zy gelijk voos en yl.

-ocr page 859-

lan : want dees was des jaers vijfden
honderd vijftig , met een grote mee-
nigte Rhabarbers te Venetien geko-
men , en had aen Ramufio en andere
vrienden verhaelt, hoe hy aengedaen
en gezien had de Stadt
Succuir des
Landfchaps van
Tangut: in welker ge-
biet overvloedelijk de befte Rhabar-
ber groeide. Zulx, gelijk genoegfaem
klaer blijkeiijk fchijnt,het ganfch werk
op geloof aUeen van dezen koopman
aenkomt. Dan zoo Jacob Gooi by
Kirchergetuigt, heeft de Jefuit Mar-
tijn een ander (lag van een gewas voor
d\' oprechte Rhabarber erkent : want
als dees des jaers zeftien honderd vier
en vijftig in Zomermaent te Leiden,
(reizende van Amfterdam na Antwer-
pen) den hof van den Heer Jooft No-
^elaer was bezichtigen, en van verre
in het ingaen zeker gewas met brede
ronde endonker-groene bladen;maer
met witachtige bloemen , bofch-ge-
vvijze om hoog acn den ftecl zittende,
quam te zien, riep hy dat voor dc wa-
re en oprechte Rhabarber uit; hoewel
te voorbarigh en niet zonder groten
miflag ; gemerkt dit gewas buiten
twijfel geen ander geweeft is, dan het
Rhaponticum der ouden, by Profper
Alpinus befchreven, welk met het ge-
was voornoemt van Nobclaer (want
voor vele jaren heefteen dit gewas
hier te lande gehad) cenerlei bladen
en de zelve kleure en ftant van bloe-
men heeft.

Des jaers zeftien honderd vier en
zeftig is ook zeker zaet uit der Mof-
kou, door den Heer Niklaes Witfen,
Rechts geleerde , (wanneer dees het
gezantfchap van wegen dezen Staet
aen den
Czaer had helpen bekleden)
overgebragt, met den naem van zaet
van d\' oprechte Rhabarber. Dan na-
maels dit zaet alhier ter acrdc beftcet,
cn tot volflagen wafdom gekomen.

heeft door zijnen wortel, bladen cn boom gelijk. Uit de toppen der tak-
bloeffcm in allen delen doen blijken, ken fchieten troffen : daer acn de
geen ander tezijn, dan \'t voornoemd
Rhaponticum der ouden vanAlpinus.
Het was dien Heer in Moskou behan-
digt door zekren Sregori Nikolaiwits,
(een oud dienaer van den
Czaer, en ge-
trout tot
Terk in Jftrakan aen ccn Tar-
tarinnc) en dezen door de Tarters uit

Katay ofNoorder»S"wa mee gebragt en
voor het zaet van d\'oprechte Rhabar-
ber ter hand geftclt.Hier uit dan volgt .
of het overgebragt zaet uit der Mof-
kou , is dat van d\' oprechte Sineefche
Rhabarber niet, of zoo het zaet is van
Rhabarber, die over Moskou na Eu-
rope overgevocrtword, het Rhapon-
ticum van Alpinus , (groeiende op
den berg
Rhodope in Thracie: van wacr
het in we\'inigh dagen na der Moskou
kan Overgevocrt worden) is een cnhet
felve met dc MoskovifcheRhabarber.
Volgens berecht der Tarters zelfs aen
dien zekren Heer,is dc Rhabarber,die
by honderden van ponden over Rus-
land na Europe over gevoert word, zo
goet niet, als die in
Sina ofZuid Sina
valt, eenfdeels wijl het Noordcr volk
de zelve by \'t vuur drooght, maer d®
Zuider in de fchaduwe der Zonne:
ten andere groeit de Rhabarber by de
Noorder volken in \'t wilt: maer word
by dc Zuider door arbeid geplant cn
acngequeekt. Dc Zuider Sinefen ven-
ten de Rhabarber aen de Indianen
en Perfianen : de Noorder Sinefen
Kara of zwarte Tarters en hoog oo-
fter Siberijanen dehunneaen dc Ruf-
fen , doordc tweede of derdehand.
Tc dezer oorzake is dc Rhabarber,
die uit Perficn over Vencticn cn Ita-
lien komt, en by d\' onzen over zee
uit Indien cn Perfien gebragt word,
beter dan de Moskovifche.

In de landftreke Chunkingfu des
Landfchaps van
Suchuen groeit overal
in groten overvloet zekere
vrucht Li-
chi
in \'t Sineefch, en by dc Portugefen
van
Makao Lichias geheten:macr noch
veel
O vcrvlocdciijker in de zuider ge-
weften des Landfchaps van
Fokien;
hoewel de befte in deflelfs landftreke
Hinghoafu.

Zy groeit aen zeer grote en hoge
bomen, met bladen die van de
laurier-

vruchten zitten, in maniere van drui-
ven , maer yler of vveinigcr , en aen
langer
ftclcn. Zy verheelt volko-
men de gedaente van ccn dieren hert,
hccft de grote van een oker noot, cn
vertoont een kleine pijn-appel , met
haere fchobbigc of fchilfcrigc fchel;

hoe-

-ocr page 860-

hoewel die niet dikker dan een vlies
is ; zulx zy ook met de hant alleen
lichtelijk afgedaen word. Van bin-
nen is een zappigc kern , wit van
kleur, zeer aengenaem van fmack, en
Van reuk,als een roze. De rijpe vruch-
ten zijn purper-ver wig , en fchijnen
dan dc bomen zelfs rontom gelijk
met purpere herten verciert tc zijn,
tot groot vermaek in d\'oogen der
aenfchouwers. Van binnen in het
vleefch leid een ileen beiloten , die
hoe kleinder, hoe dc vrucht beteren
heerlijker gehouden word.

Met recht zoumen deze vrucht de
Koning der vruchten mogen noe-
men , die, even als ofze flechts voor
den mont en tot vermaek des ooghs
gcwolfen waere , der wijze vcriu-
fligt, dat zy noit verzadight. Haer
kern fmelt byna als zuiker in den
mont.

i.un,yeuof ^ ^^f ^\'^"cht Lungyen, dat\'s

I>raeki- ^racKs-ooge , groeit in dezelve land-
^^fekc cn op meer andere plaetfen in
Sina : zy is in fchil de voorige niet
ongelijk ; hoewel kleinder cn ronder,
fchier gelijk onze kcrfen ; macr de
fchil van de vrucht
Licht is een wei-
nigh herder en fchelfcrachtigcr. Bei-
de deze vruchten worden by de Si-
nefen gedrooght, cn uit .dit Land-
fchap door het geheel Keizerrijk tot
een Ickkernyc te koop vervoert: hoe-
wel de droge in genen dele met de
verfchc te gelijken zijn ; wijl fchier
al het zeer gcurigh zap uit de zel-
ve getrokken is. Uit dc verfche vrucht
Lichi word ook een zap geperft, welk
deSinefen wijn noemen: is vry zoet;
maer valt fchaers.

De rijpe vrucht Lichi wordgcmee-
nelijk uit de landftreke
Chunkingfu
des Landfchaps van Suchuen door
loop-boden , ten dien einde geftelt,
noch verfch na \'s Keizers Hofgezon-
den.

^ior.sin. By Michael Boym worden beide
deze vruchten in volgende woorden
befchreven:

De hoornen en vruchten Lici en Lum-
yen , (alzoo by hem met verande-
ring van eenige letteren genoemt)
i^orden alleen in Sina gevonden , en
^let dan in eenige Zuider Landfchappen.
I

De fchil van de vrucht Lici is gelijk
die van den fijn-appel, maer de
Lum-
yen
heeft een zeer gladde fchil : fma-
ken heide gelijk aerdhezien of drui-
ven.

De Sinefen hrengen de gedrooghde
vruchten des winters te_ koop na ande-
re plaetfe n. Uit hèifle word ook een zeer
zoete wijn geperfl. Zy zijn in Zomer
enHoi-maentrijp. Haer kernen dienen
tot een genees-middel. De Sinefen ge-
ven de zelve in poeder den kranken te
■drinken. Zoo de gezeide vruchten wil-
de zijn, zy hehhen grote kernen en wei-
nig zuur achtigh vleefch ; zoo verplant,
kleine kernen en zeer veel zoet vleefch.
Het vleefch heeft de kleure van een men-
fchen nagel.

Om de verfche vruchten veel dagen
goet te houden , worden d afgeplukte
met zout water ofpekel he fpr engt, en
hlijven een lange wijle goet: en /ma-
ken dan de gefchilde heter, als de ver-
fche.

De vrucht Lici word gehouden ver-
warmend , de
Luin-yen temperend te
zijn.
Dus verre Boym. \'

In de zelve landftreke Focheufu des vrucht
Landfchaps van
Fokien groeit een
vrucht
Muiginli , dat \'opruimen van
de fchone vrou.
Deze vruchten of
pruimen zijn meer dan cy-rond, gro-
ter cn treflclijker , dan pruimen van
Damask.

In de landftreke Kingcheufu des Kruit vm
Landfchapsvan Huquanggioe\'iizeker
kruit, weik de Sinefen hec kruir van"^\'""\'\'\'"
duizent jaer noemen : ja , fchryven,
dat het onfterffelijk zy.
„ Het water gedronken, daer in dit
kruit te weiken heeft gelegen, maekt
wit hair zwart, cn word gezeid zeer
dienftigh te zijn om het leven te
verlangen cn oude luiden jong te
maken.

In de landtflreke Changtefu des
Landfchaps van
Huquang groeien al-
lerlei flagh vän gulde appelen : waer
ondcr zijn, die by de Sinefen winter
gulde appelen genoemt worden: want
als al d\' andere al afgevallen zijn, wor-
den deze eerft des winters rijp : zijn
ook zeerzoet van fmaek.

Inzonderheid in het Landfchap
van
Kiangfi groeit overvloedelijk veel
Dd in

!

Vrucht

-ocr page 861-

in meiren en ftilflaende wareren, ze-
ker gewas met een bloem,
Lien in
\'t Sineefch en by de Portugefen Fula
de Golfon geheten.

MoemLira. De bloem Lien ftaet twee of drie
ellen hoog boven \'t water , aen herde
en fterke ftelen : is van verfcheide
kleure : zommige geel, voorname-
lijk in de landftreke
Juncheufu des
Landfchaps van
Huquang (want khier
nergens anders worden gele gevon-
den) andere purper, wit, bont, root
en van andere kleuren. Overtreft
in grote onze lelien en noch veel
meer in fchoonte , hoewel niet in
welriekentheid, die hy derft. Men
zou dezen bloem de grootfte leU
mogen noemen ; want in fatfoen
verfchilt hy niet veel van de zelve,
wanthy opent pok de bladen : heeft
de gedaente van een open left, ja ver-
toont ook met de bladen , die ge-
voortzijn, en allengs van fmalbreet

worden, een mantje : vangehikezip

de bladen rontom achter over gebo-
gen , met een dunne draet of ftijl en
fafraen gele klootjes, gelijk die van

deleUen, in\'tmidden.

Na den bloem volght de vrucht,
volkomen kegel - vormigh , die lan-
ger dan een hant, en dikker dan een
vuift is. De kruin of punt dezer ke-
gel-vrucht is aen het fteeltje vaft,
daer de bloem aen hong : de bo
dem of bafe ziet naer om hoogh:
waer in verfcheide huisjes zijn, op-
gevult met meenighte van vruch-
ten, groter dan hazel noten of tuin-
bonen.

Ieder vrucht is bekleet van buiten
met een groene fchil; en van binnen
opgevult met een witte kern of pit,
zeer goet van fmaek, zoo wel verfch,
als gedroogt; die by de Sineefche art-
fen zeer hoogh geacht en van grote
krachten, tot voedfel, gehouden wor-
den; waer om zy de zelve doorgaends
den\'kranken, die aen de beterhand
zijn, geven t\'eeten.

De bladen dezes gewas zijn zeer
groot, by wijle tot de lengte van
twee palmen in \'t kruis , en meeren-
deels ront van geftalte : leggen en
drijven boven op het water , ge-
lijk die van onze
water-plompen:

des Keizerrijks
en zitten by lange ftelen aen den
wortel.

De wortel, dikker dan een mans
arm , fehiet twee of drie ellen in
zeer fijne ftijk, en is geheel over met
knietjes en leedjes onderfcheiden,
in maniere van riet. De buiten fchors
of fchel is volkomen gaef cn heel:
het mergh of vleefch zelf , gelijk
met grote gaten van binnen door-
boort.

De gedroogde bladen worden by
kramers en kruideniers in plaets van
papiere omftagen
ofhuisj es gebruikt,
om de verkochte waren in tc fte-
ken.

Maer zelf ook de wortel is zeer
heerlijk , en heeft zijn gebruik , en
word inzonderheid des zomers te-
gen de hitte , voor een lekkcrnye
en in waerde gehouden : wantzy is
een weinigh verkoelend : waerom
niet aen dit gewas is, ofhet heeft zij-
ne nuttigheid.

In zijn gehele Meiren, (gewif-
felijk zeer luftig om te zien ,) met
bloemen bewoffen , niet met wUde
en onvruchtbare ; maer met tamme
en door arbeid van menfchen han-
den gezait. De aenqueking dezer
bloemen word alle jaers vernieuwt,
en het zaet in het water zelf gefme-
ten. Ja dat meer is , grote Heeren
queken in de tuinen cn luftho-
ven, cn zelfs op de plaetfen der Pa-
ieifen in grote aerde vaten , opge-
vult met ftijk en water, deze bloe-
men.

In het Meir en den poel Hung,
aen d\' ooft - zijde der Stadt Hoai-
gan
, des Landtfchaps van Kiangan,
groeit zeker hoog poel-riet, welkby
d\' inwoonders van die gehele land-
ftreke op de haert gebruikt word:
wijl dat zeer vlak geweft geen ander
hout, enfchier gene bo men heeft.

Door de gehele landftreke Kiahingy
fu
des Landfchaps vSinChekianggtotit
in ftilftaendc wateren zeker ronde
vrucht ,
Peci genoemt. Zy is niet
veel groter, dan een kaftanie ; heeft
een kern met een graeuwe vKes be-
dekt : van binnen zeer wit, vol zap
en aengenaem van fmaek: herder dan
een gemeine appel, en een weinign

pit.

-ocr page 862-

te gelijk met deze vrucht m
mond genomen , zoo licht met de
tanden klein kauwen, als de vrucht
zelf, en tot een eetbare pap maken,
door een wonderlijke kracht der na-
tuur.

In de landftreke Kinhoafu éts Land-
fchaps van
Chekiang groeit zeker klei-
ne boom met eenen bloem, dien de
Portugefen in Indiën
Mogorin noe-
men. Hy is zeer wit van kleur, den
Jafmijn-bloem niet ongelijk ; hoe-
wel blad-rijker, en veel hefelijker van
reuk ; zulx na een weinigh bloe-
men het geheel huis riekt: waerom
hy niet te onrecht by de Sinefen
in grote waerde gehouden , en def
felfs boom des winters in aerde va-
ten met grote naerftigheid ga geflagen
word.

In de zelve landftreke groeit een
boom ,
Kieuyeu geheten, die zeker
vet uitlevert, waer van, gelijk van
taiga , zeer fchone en fpier - witte
keerfen gemaekt worden , zonder
deze de handen bczoetelen, fchoon
aengeraekt.

De boom is vry gróót, in bladen
en fatfoen onzen peeren-boom ge-
lijk , met witten bloefteni, gelijk de
kerfte-boom. Na den bloeftèm volgt
een volkomen ronde bezie , zoo
groot als een kers , bedekt met een
zwartachtige dunne vlies, cn met
wit vleefch van binnen , wclk door
de geborfte vlies , wanneer de bezie
rijp is, te voorfchijn komt.

De bezien worden afgeplukt en
in water gekookt : waer door het
vleefch fmelt; maer weer kout ge-
worden , volkomen gelijk talgh ftolt.
Dan word d\' overgebleven kern, die
vol olie is , gelijk d\'olyven, gewcikt,
en olie daer uit geperft , niet om o-
ver de fpijze, maer om in de lamp te
gebruiken.

Des winters zijn de bladen geheel
root, gelijk koper , welk zeer luftigh
om te zien is, als of men gehele ro-
^^^ojTchen zagh. Eindelijk vallen
de bladen af,tot een aengenaem voed-
grocit zeer lang en dik Bamboes riet,
fchier boven al ander riet. Dc ftam
is in de rontc tien en meer palmen van
een hout dik.

otmen.

^ieuyeu of

^nhoom.

^Vörden.

Op den bergh Chang, by. de Stadt
Lochang des zelven Landfchaps,groeit
zeker zwart riet, waer van de Sine-
fen hun fluiten cn veel andere dingen
maken, die van ebben hout fchijnen
gemaekt tc zijn.

Aen den oever van de vliet Kinxe
by de Stadt Kinhoa groeit overvloc-
delijk riet, wclk d\'inwoonders aen
zulke dunne draden weten te fpou-
wen, dat zy ook kleren van dezelve
weven.

D\' oever van de vliet Tao in de land-
ftreke
Xaocheufu des Landfchaps van
Quantung is bcpoot met perfik-bo-
men : waerom hy alzoo genoemt
word: want
Tao is P erft ken gezeid

In de landftreke Chaokingfu des
Landfchaps van
Quantung groeit ve-
lerlei welriekend hout : als onder an-
der rozen-hout, by de Portugefen
Pao de Rofa geheten; daerzy kasjes,
tafels, ftoelen en diergelijke dingen
veeltijds van maken. Het is onge-
meen treffelijk hout, uit den zwarte
rootachtig, en doorwoften met eeni-
ge aederen , en gelijk uit de natuur
gefchildert ; het groeit ook in de
landftreke
Junnanfu des Landfchaps
Yan Junnan.

Schier door het geheel Landfchap RpTenz-
van
Quantung en op het eiland Jinan
groeit zeker teen ofrijs,T<?»^ byde Si-
nefen , en by de Portugefen
Rota ge-
heten , welk een tou fchijnt te zijn,
door de natuur te zamen gcdrair of
geflagen: want het kruipt,evcn als een
tou, langs d\' aerde cn over bergen
heen. Het is bezet met doornen,
heeft langwerpige groene bladen,nau-
lix de dikte van een vinger; maer ver-
fpreid zich dikwils een gehele ftadie
verre in dc lengte, cn in zulk een gro-
te meenigte over de bergen, dathet
den weg, door het onderhng verwer-
ren in malkandre, ook voor de her-

zuurachtigh. Men kan kopere munt,! Op den hti^ Lofeu ^ hy de Stade
gelijk met deze vrucht in den
Po/o \'m het Landfchap van Quantung

fel , door hun vetheid, voor fchapen ten ondoorgangkclijk maekt.
en koeien, wijl zy daer by zeer vet Het is een zeer taije teen, en laet

zich fchier niet breken
Dd

waerom van
het

-ocr page 863-

hetzelve kabels en fcheeps tou werk
gemaekt worden , en , gefpouwen op
zeer dunne drad;:n en vezelen, kor-
ven , horden , zetels en diergelijke:
maer allermeeft defijnfte enzachtfte
matrafteri : waer op de meefte Sine-
" fen, tot zelf den Keizer toe, met naek-
ten lijve flapen, welk zeer reindelijk
en des zomers koel is , en den vSi-
nefen, door de lange gewoonte van
zoo te flapen, gemakkelijk genoech
dunkttezijn ; fchoon dezemarraflen
ook op de blote deel zijn neer-gc-
\' IJxeit.

Van de zelf fte teen worden ook de
teken der bedden en hooftrkuffens
gemaekt, diezytotvvelluft, met ze-
kere welriekendeftoffe opvullen.

Het geheel eiland Atnan is ook met
deze teen overwoffcn, inzonderheid
met de witte, volkomen de treffelijk-
fte.

Door geheel Sina groeit zeker
bloem,
genoemt, maer nergens
overvloedelijker
, dan in het Landt-
fchap
Quangfi , en allermeeft in de
landiireKc
Qudlmgfu: waer van ook
de Hooftftadt
Queilin haeren naem
bekomen heeft: want
Queilin bete-
kent
hofch der hloemen.

De bloem Quei groeit op eenen ho-
gen boom , met bladen die van den
Laurier of Kaneel boom niet onge-
lijk. De bloem is zeer klein, geel van
kleur, ongemeen zeer welriekend, cn
vcrfpreid in trosjes. D\'open bloem
blijft een zeer lange wijle op den
boom heel en gaef, en verwelkt geen-
zins. Wanneer zy afgevallen is, fchier
de boom na verloop van een maend
weer uit, en krijgt in den Herfft eenen
bloem , die zoo liefelijk en aenge-
naem riekt, dat hy den ganfchen oort,
om en byden boom, door zijne aen-
genaemheid verquikr , en met reuk
vervult. De Sinefen maken van deze
bloemen vele lekkernyen, tot welluft
voor den mont en neus. Deze is de
zelfftc bloem ,dien, met limoen-zap
gewelkt, de Turken gebruiken om
hetpaerden hair te verven. Deze bo-
men gedogen gene andere bomen tc
groeien ter plaetfe, daer zy groeien,
nochte ter zelffter plaetfe daer ande-
re groeiden»

Hhem
^ttei.

In de landftreke Lieucheufu des
Landfchaps van
Quangfi groeien aen
den oever des ftrooms
Lieu veel willi-
ge bomen. Men heeft in dezelve ook
eenige heerlijke en treffelijke krui-
den , dienftig tegen alle ziekten : on-
der deze is zeker
km\\iPufu dat\'s on- Kruitrafl-
fterffelijk,
gelijk de Sinefen dat noe-
men ; wijl het altijd groen binnen
\'s huis bewaerd vi^ord.

In de landftreke des Land- ^f^ff^,

fchaps van Quangf groeit zeker boom J^g.
Quanglang geheten, die in plaets van
?ir of merg, een weke ftoffe befloten
loud, gelijk meel: ja heeft ook het
gebruik van meel, is niet onaenge-
naem van fiiiaek, en word in alle fpij-
ze gebruikt.

In de landtftreke Cincheufu des Krmtïf*\'
Landfchaps van
Quangß groeit zeker
kruit
Yu , daer d\'inwoonders kleden
van maken, die treffèlijker dan zijde
zelf cn ingrote waerde zijn. Aldaer
groeit ook zeker boom met hout, als
yzer , cn veel herder als onze bus-
boom. Ook geeft de zelve landftre-
ke zeer treffelijke kaneel,
Kueypi in
\'t Sineefch geheten, die hier inalieen
van de
CeiLnjche kaneel verfchilt, wijl
deze wclriekender is , en fterker op
de tóng bijt.

Ouhnx plachten de Sinefen van het
eiland
Ceilan (Ceilan volgens Boim is
by ouds alzoo by de Sinefen ge-
noemt , om de fchip breuk van vele
fchepen op dit eiland:
oï Ceilan of lie-
ver volgens Martijn , bete-
kent luiden van
Sina of Smefen) de
kancel na
Ormuz over zee te vervoe-
ren, en wierd dan van daerna
Jleppo
in Syrië en Griekenland te lande over
gebragt. Onbewuften meinden dat
dezelve uit Moren land en Egypten
quam , daer zy nochtans in die gewe-
ften niet
groeit. Zomwijle quam een
vloot van vier honderd Sinefche fche-
pen, met een inlading van gout, zijde,
edelegcftccntcn, muskus, porcclein,
koper, aluin , note
-muskaet, kruit-
nagelen en inzonderheid van kaneel,
in de zeeboefem van Perfien.

De koopluiden, zoo de zelve Boim
getuigt, hebben
de kaneel, (anders by
de Sinefen de fchors
van den zoeten
boom geheten,)
Cina en Momum ge-
noemt.

-ocr page 864-
-ocr page 865-

jioemt, welk 2oet en welriekend Si-
neefch hout betekent.
^ruit Ko, In de landftreke Lipingfu des Land-
fchaps van
Queicheu , groeit zeker
kruit, volkomen dehennip gelijk: dc
Sinefen noemen het
Ko , en maken
daer van zomer-kleden : een zeer
treftêlijke en gemakkelijke dragt des
zomers tegen de hitte. Het groeit
ook in de landftreke
Nankangfu des
■ Landfchaps van
Kiangfi.
^myayiu. Overvlocdelijk groeit in de zuidcr
Landfchappen
Junnan, Quangst, Quan-^
tung, Fokien,
en op het eiland Huinan
een boom, Fanyaycu by de Sinefen ge-
heeten , en by d\'Oofter Indianen ge-
meenelijk
Papayo , of by verkorting
Papay : in Weft-Indiën by d\'inwoon-
ders
Pinoguacu, en by de Portugefen
aldaer
Mamoeira.

Hy geeft boven uit den ftam zelf,
die zeer voos is, veele vruchten, ieder
grooter als een Pompoen: en van bin-
nen met root en zeer zoet merg , zoo
week, dat het met een lepel kan uit ge-
fchept worden.

Zy worden gehouden verkoelend
te zijn, deiuftvanbyftapen,zoo veel
gegeten worden, te benemen, en de
voortteehng te verhindereu.

Dikwils zietmen aen een zelven
boom bloemen , onrijpe en groene
vruchten, die in vorm van lelien uit-
botten , en ook rijpe geele,

Dees boom geeft (een vreemde
zake) geene takken; maer alleen bla-
den aen den kruin, en krijgt aen den
ftam, daer de bladen beginnen, witte
bloemen, en uit deze vruchten.

De vruchten hebben geenen gezet-
ten tijdt des jaers om te rijven : waer
om men alle maenden eenige rijpe aen
den boom vindt.

De vrucht wordt by de Sinefen Fan-
yayko^u
genoemt: dat\'svruchtvan den
Fanyay :
want Kogu is vrucht gezeit:
en by de Portugefen
Mamam , dat\'s
niamme ; wijl zy, gelijk een mamme
aen den boom hangt.

De vruchten en bladen, en zelfde
boom met vruchten ftaen zeer luftigh
I
in \'t oogh.

De boom komt voortuit het zaet
van zijne vrucht, en uit de fchcuten,

die aen den wortel uitfdiieten. Een

van deflelfs bladen, of een ftuk van
den ftam,in d\'aerde gefteken, wortelt
zeer heht, en waft gezwint tot een
zeer hoogen boom op.

Desjaers zeftien honderd zes cn
twintigh is te Napels uit zaet een
boom
Papayo voortgekomen, Dees
had een witachtige veezclige wortel,
met een witachtige fteel of ftam van
achtien duim fang,cen vinger dik,licht
Witachtig, voos, ront, niet ongelijk
den fteel vanden wonder-boom,en op
een zelve wijzeingefneden, door de
Steden der afgevalle bladen van on-
derM. De bladen hongen by een lan-
ge fteel rontom den ftam, zijdelinx
Ichmns, van het midden tot boven
aen den top : waren aller wegen vier
of vijf duim breedt , gcdeilt, gelijk
de vijge-bladen in vijven; hoewel veel
dieper ingefneden: glat, bleek en Vro-
lijk groen : vielen alle des winters
door de koude af, en ging de ftam al-
lengs, te gelij k met den wortel, einde-
lijk uit.

Dan men zou mogen twijfelen, of
dees boom de rech te
Papayo geweeft
zy, wijl, volgens Michael Boim, de
Fanyaycu of Papayo, de bladen alleen
aen den top of kruin desftamshceft;
en niet, gelijk dees re Napels, van on-
deren, of van het midden tot bo ve-

nen.

Volgens berecht van Peter de Val-
Ic, by brieve aen Fabius Kolumna,
isde
Papayo eenboomachtigh trewas,
onzen vijgeboom van aenzien niet
ongelijk; maer luftiger : de vrucht on-
zegemenemeloen gelijk, eyvormig,
glat en groen van fchel, metgeenof
weinig zienbare vorens : het vleefch
van binnen hoog oranje-verwig, van
fmaek als een zoete oranje- appel,
maer een Weinig kruidiger en aenge-
namer : hetverfchzaetzwartachtig;
maer gedroogt kaftani-bruin, van dik-
te als het Koriander zaet ; maer lang-
werpig endich rou. Het doorgefne-
den merg is ccn weinigh witachtigh,
celachtig,zoet van fmack, gelijk oud
zaet van meloenen. De ftelen der
vruchten, noch onrijp, geven melk,
gelijk de vijgen. De boom istakkig,
nier min dan de vijgeboom.

Dan ook dees Papayo van delta Vatte
D d 3

-ocr page 866-

fchijtit met dien van Miciiaël Boym
niet overeen tekomen : wijl de Sine-
fche gene takken heeft; en dees ge-
zeid word takkig te zijn.
fuf&uS Volgens ondervindingh van den
m.i v. \' Hoog-geleerden en zeer ervaren arts,
de Heer Willem Pifo,is tweederlei
Pa-
pay
in Wefi-lndïèn^Adaet Pinogua^u ge-
heten: een mannetje en wijfje. Het
mannetj e groeit aller wegen inde bof-
fchen; maer zelden het wijfje,welk,in
de hoven gepoot, wehg tiert. Het
mannetje fchiet tot de hoogte van een
gemeine vrucht-boom op: heeft een
asverwigen en gladden fchors. De
bladen fchieten over al ro\'ndom den
ftam uit, die van de aerde tot halver
wege der hoogte aenftonds in jonge
bomen afgefneden worden : de reft
der helft tot boven toe met bladen be-
dekt gelaten. Ieder blad is op zes of

veelinfnijdingen, hangt aen eenron-
de, hofte en
rosverwige fteel. Aen de
takjes van- de groote ftelen groeien
veel lange en bleekgele bloem en,zon-
der reuck, beftaende uit vijf achter o-
ver gebogen bladen. Na defe volgen
zelden vruchten ; \'t en zy de boom
verpoot is, die ten minfte drie jaren
moet oud zijn. Dies is valfch,het man-
netje gene vrucht draegt:dcfgelijx het

langen fteel: is van fatfoen die van het
wijfe gelijk ; maer langer, kleinder
en van buiten gevoort, gelijk een Pê*-
poen : teweten, metvijfvorens in de
lengte, en vijf ondiepe, omd\'ander-
de diepe. Heeft van binnen vleefch
en zaet, als het wijfje, maer zoo geel
en goet niet. De onrijpe vruchten ge-
ven overvlocdelijk wit zap. Het hout
des booms is bros en week, word tot
Jfpel en verfcheiden gebruik uitge-
holt, en zit vol van het zeiffte melk-
achtig zap, welk een onaengenaeme
en fcherpe fmaek heeft, en by de Bar-
baren tegen de gebreken der huit,
ontftaen uit hitte, in gebruik is.

Het vrouwtje Pinogua^u, is in ftam
en bladen het mannetje gelijk; hoe-
wel die gemcnelijk groter zijn ; ook
zijn dc ftelcn der bladen niet root,
maer groen. Het grootfte gedeelte is
takloos, en ftaet dies te luftiger. Het
draegt het geheel jaecdoor vruchten
en bloemen ; niet aen lange ftelen;
maer acn den ftam zelfs, ter plaetfe,
daer de ftelen der bladen aen-zitten.

ervaernis het tegendeel leert.

De bloem is in grote dien van het
zweertjes kruit gelijk, beftaet uit vijf
gele bladen, van reuk als de Mei-le-
hen. Uit \'deftelfs midden fchieten de
vruchten , die aen den ftam groeien
van fatfoen en grote als een kleine
Meloen: en tieren zoo wcHg voort,
dat zy om den overvloet in geringe
waerdye zijn. D\'onrijpe vrucht is
groen , en geeft, ingelheden, melk;
maer word in de lucht» onder het zant
geleid , aenftonts rijp en geel. Het
vleefch van binnen fmaekt gelijk

zeven ftucken ingefchaert, met zoo een Meloen ; maer geuriger. In het

vrouwtje niet, \'t enzy het mannetje gebakken, veel beter,
daerhy ftaet; aengezien de dageiixe Uit ieder zaet fchiet binnen\'sjaers

een vruchtdragende boom ; maer

De vrucht van het mannetje hangt ^ duurt niet boven vier jaer. Eenvoor-
naer om laeg aen den voornoemden teken van het uitgaen , is , wanneer

mergs leggen veel granen, eyvormig,
zoo groot als Koriaender zaet; van
buiten rou; mufch-verwig: van fmaak
gelijk onze water-kers : overtogen
meteen dun en blinkend vhes, welk
afgetrokken moet worden, indien
men het zaet bewaren wik Van bin-
nen zit een witte kern. De raeuwe
vruchten zijn wel eetbaer, maer ge-
kookt by vleefch of koeken daervan

deffelfs kruin van zelf verrot : want
na deze verrotting gaet dc gehele
boom uit. De vrucht, fchoon wel be-
reid, is wel van goede fmaek ; echter
niet van genoech goet voedfel : want
veel gegeten maekt loslijvigheid :
Maer het zap uit den zelven geperft
ftilt de buik-pijn, ontftaen uit hitte.
Een konzerfdaer van gemaekt doet
het zeiffte.

Het wijfje en niet het mannetje
fchijnt de rechte Sineefche
Papay of
PanyaycuteT()Xi. Zoo Jacob Bont ge-
betuigt, groeit dit gewas, \'t zy men
iet een kruit of heefter of boom wil
noemen, tot volkomen
hoogte eens
booms : want zoo week is <5e ftam,
dat iemand dien, hoewel dikwils eens

mans

-ocr page 867-
-ocr page 868-

mans dye dik , in eenen houw met
een zabel dwers kan door houwen.
De vrucht hangt niet aen dc takken;
maer fchiet uit den ftam, tot dc grote
ontrent van een kleine meioen : enis
die ook in geel vlecfch, welk onder de
buitenfte fchel leid, en byna in fmaek
gelijk. Het zaet fmaekt even als kers
of raket-zaet. Neven deze bomen
houden zich veeltijds kleine Hangen,
Cohre de Capillo by dc Portugefen ge-
heten : zijn een vinger dik, een elle-
boog lang, zwart van huit op dc ruch:
bleek onder den buik. Wanneer zy
boos zijn, blazenzc den bek op, ge-
lijk de borrende kikvorftchen , en
brengen een dodelijk vergif uit. Dus
verre
Bont.

Zoo dc meefte fchryvers getuigen,
Word dees boom geplant en komt
niet van zelf voort. Wat landaerd hy
eigentlijk is, ftaet noch in onbeftecht
gefchU, maer word by velen voor een
vrecmdehng van Indien gehouden, en
van buiten daer in gebragt te zijn.

Nergens dan in Sina groeit de boom
en zeer
edele vrucht, Sttpim in \'t Si-
neefch
geheten. Zy is gout-geel cn
purper-vcrwig, groter dan een gemei-
ne appel, en vertoont weck cn root
vleefch,met een diergelijke fchil. Van
binnen leggen hier en daer eenige
fteentjes.

De gedroogde vrucht is een Euro-
pifche vijg zeer gelijk, kan veel jaren
goet blijven. Zy word byde Sin efer
artfen veeltijds voor een genees-mid-
del gebruikt : is in het Landfchap
van
Quantung in Lou , Sprokkel en
Lente-maend rijp ; maer in
Xenfi en
Honan en andere Noorder Landfchap-
pen in Zomer, Hoi en Oogft maend.

De boom, met deze vruchten bela-
den , geeft een zeer luftigh gezicht,
die geftadigh bewaekt worden voor
het gevogelt.

Zeker hoge boom groeit in het
Landfchap van
Quantung en op het ei-
land
Ainan, mét bladen, die een half
menfch bedekken kunnen. Dit is
wonderlijk aen dezen boom, dat hy
met d\' eene helft des wortels in d\' aer-
de hangt, en aen het ander deel, bo-
ven a aerde, te gelijk rode bloemen
en vruchten, onze vijgen zeer gelijk,

^0«»» Sh-
im

Michael

of taißng. 2T f

1 voortbrengt. De rijpe vruchten zijn
\' een weinig root; maérhet vleèfch van
binnen is in fmaek cn gedaente onze
vijgen gelijk. De rijping is in Hoi en
Oogftmaend.

De vrucht, in \'t Sinecfch Cicuko.\' vmcht
word van d\' Indianen cn Portugefen
Gojava genoemt. Zy dunkt den ge- Beym.
nen, die haer niet gewoon zijn , na
weegluizen te ftinken ; maer riekt
nochtans in\'er daet fterk kruidig, cn
word zelfs van die genen daer na be-
geert, den welken zy in \'t eerft fche-
nen te ftinken ; dewijl zy een zamen-
trckkendc en verwarmende kracht
heeft, en zeer dienftig is om den buik-
loop tc ftoppen, en magc te verfter-
ken : binnen in leggen zeer veel cn
rontachtige fteentjes waer uit de bo-
men voortkomen, hoewel het zeiffte
en gezvvindcr door een tak in d\'aerde
geftoken, gefchiet. Detakken geven
een zeer groten overvloet van vruch-
ten en feer welriekende bladen,die ge-
wreven een zware reuk geven, ente-
gen warme ziekte voor genccs-mid-
delen gehouden worden. Dc vrucht
j vvord met een anderen naem
Pera in
I \'t Portugees
genoemt, dat\'s/^^é-r, om
j datzy dc gedaente van eene pere ver-
1 toont.

In Indiën is dc vrucht in Slacht en
Winter-maend rijp , hoewel ook in
meeft al d\'andere maenden : in
Sina,
in hetLandfchap van Quantung,\\n Zo-
meren Hoi-maend.

Op het eiland Hiamxan , onder Si- Boom en
na gelegen, in Makao, cn in Malakka
groeit een boom en vrucht Giamlo ge- uichaéi
leten; hy is van tweedcrlei ftag: want ^"y"-
men heeft in Indiën rode witte en
geelachtige van reuk, als rozen. Het
eerfte zoort heeft witte, het tweede
bleek-gele bloemen. De ftam en tak-
ken zijn afch-verwig : de bladen zeer
fchoon, glat, een palm lang en drie
vingeren breet. De vrucht heeft de
grote van een peer, met wit, dun,
zeer zoet en fpongiachtigh of voos
vleefch, van fmaek tuffchen zoet cn
zuur: is zeer fchoon van aenzien en
ofgcheelroot, of geheel wit; of ten
deel root, ten deel witachtig. Aen
een zelven tak zietmen tc gelijk bloe-
men, groene cn rijpe vruchten. Deze

zijn

-ocr page 869-

zeer dicnüig tegen de koortfe cn
ziekten , uitgalle ontftaen

In plaets van zaet leid vanbinnen
een ronde kern : hoewel in de gele

twee kernen, ofveel meer een,! ais een ckel of arnandel. Men vint er
in twee verdeilt. Het vleefthvande | ook zonder ftenen. Hetvleelch van
gele is Zeer zoet en voos. De rode de rijpe is geel en purper-verwig, en
zijn in Indiën in Slacht cn Winter- overtreft in zoet en geurigheid van
maent, maer de gele op zommige i fmaek al andre vruchten. Ee-nige hou-

plaetfen in Lente , op zommige in | den deze vrucht voor de fmakelijkfte
Hoimaentrijp. | vande gehele wereld. Zy zijn in Gras-

De Pipa is een vrucht geelachtigh i en Bloei-maentrijp, en blijven tot in
groen, wanneer zy rijp is : zeer zoet | Slacht-maent goet.
van fmaek, alsonzcpruimcn , enbe- j De boom, volgens Garcias , daer
dekt met een gelijk vlies: vanbinnen | aen deze vrucht groeit, is den Peer-
leid een doorgaens vaft cn ai-rond
j boom gelijk, zeer hoog en takkigh.^
fteentje. Zy word gemeenelijk in j Dc bladen zijn huits-gewijze dun,
Sprokkel en Lentemaent rijp geplukt. | zomtijds tien duim langen drie breet.
De boom heeft zeerfraeie bladen en | met een dikke zenuwe in \'t midden
bloemen, en geeft een luftig gezicht. J doorlopen.

De vrucht Tata heeft een groene en j Garzias heeft een boom gehad, die
Pij nappcls-gcwijze fchil: van binnen ^ tweemael vruchten in een zelven jaer
waterig vleefch, zo wit als fneeu; ver-1 voortbragt, te weten, in Bloei enin
bergende in veie huisjes vafte enfwar-1 Oogft - maent. Deze vrucht is kout
te fteentjes.Hoe de vrucht groter,hoe | en vochtig.

Vrmht\'
Tata.

zy beter en dierder gehouden word.

De boom groeit voornamelijk op
Malacca toaer is van daer na Sina
overgebragt, daerzy welig tiert. Op
zommige- plaetfen is de vrucht in

Vrucht
Manko.

ken Jmho gen oemt, groeit allermeeft
overvloedelijk in de Zuider geweften
van
Sina. In Indiën heeftmen velerlei
ftag. De grootfte zijn twee, zomtijds
drie pont zwaer: inzonderheid zo zy
\'groeien aen den tak van eenen boom,
geënt op eenen Cedetrboom , van
wiens vrucht zy zeer cierlijkdereuk
cn fchobbigefchil ontleent.

D\' enting op ftammen of takken
van andere bomen gefchiet niet ge-
lijk in Europe : maer ftechts een af-
gefneden tak van den
Manga boom,
word aen de tak van een anderen
boom gebonden , en met klei toe-
gefmeert : waer door de takken met
der tijdt te zamen groeien en vruch-

Uit d\' onrijpe vruchten word een
konzerf gemaekt: zy worden ook in-
gezouten en met rijs en water ge-
kookt. D\' onzen, op hun weerom rei-
ze van Indiën, gebruikenze in plaets

Wijn en Slacht-maent: op zommige i van Komkommers ofAgurkjes inpc-
in Sprokkel en Lente-maent rijp.
j kei ingeleid. d\'Indianen worden ge-
De vrucht
Manko by de Sinefen, en j houden haer heet van temper te zijn,
hy dCln^imtn Manga, en bydcTur-1 en gallige koortfent\'ontftcken, maer

zijn veel meer vochtig en verkoelend.

Degebrande ftenen doden de wur-
men der mage , en vcrftrckkcn ook
een datelijk genecs-mdddel tegen den
buikloop. De verfche kern dood de
wurmen desbuiks,miffchien om haer
bitterheid.

Volgens Akofta, word de vrucht op
fchij ven gefneden,offonder wijn,of in
wijn te weikegeleidgegêten.Zy wort
ook in zuiker geleid, om des te beter
te bewaren, cn by wijlen in het mid-
den , geopent met een mefch , ver-
fche genber, knooplook, mofter-zaet,
zout met oh en edik geftroit: of word
met rijs gegeten , o^ gelijk ingeleide
olyven. Zy groeit op
vele plaetfen in

Indien

zijn zeer verkoelend : waer over zy . ; ten geven. De rijpe vruchten zijn van Boym.
in zeer grote hitte de doril zeer tref- velerlei kleure: zommige groen, an-
felijk lelTchen. By d\'Indianen word dere geel, andcrc root : of, zoo an- BauUn\'
van de vrucht een konzerfgemaekt,
j dere fchryven, groenachtig geel, cn

uit den groene root: ja dikwilsacn
een zelven boom.
Van binnen zit een bittere kern in

een herde en ruige fchil, zoo groot.

Vrucht
Tipa.

-ocr page 870-
-ocr page 871-
-ocr page 872-

Indïèn, A^irxMalalaer, Goa , Zur at-
te, Balagate
, Bengale, Pegu en andere.
Dan voor de befte word gehouden,
die in Öriw^zgroeit: naeft deze, die in
Zuratte: de derde in Balagate.

Een vrucht Mangam, welk op het
eiland
Java groeit, hoewel een andere
miftchien van deze
Mangas, befchrijft
Jakob Bont. Deze word by de Java-
nen hoger geacht, dan eenig tegen-
giftin de hele wereld ; \'t zy Lapis Be-
zoar, of iet anders. Zyiszoo groot,
als een kokes-noot: dicht aen malkan-
dre gefloten, zoo lang zy onrijp is;
maer fpringt, rijp geworden, van mal-
kandre en berft. Van binnen leid zaet,
in wol befloten;welk lichtehk,\'t en zy
tijdelijk gageflagen, door de wint ver-
ftroit word. Zoo dier is deze vrucht,
dat zy nauhx met geit te betalen is.
Wijders de delen, boven van malkan-
dre afgeweken, zitten onder zoo vaft
aen den bodem, dat de fterkfte man
die van malkandre niet kan fcheuren.

Aen veel oorden in Sina groeir ook
katoen of
boom-wol, hoewel zonder-
ling overvloedelijk door het ganfch
Landfchap van Nanking:]^ in zulk een
meenigte ontrent de Stadt
Xangchai,
dat dezelve, neven haere onderhorige
dorpen, tweehondert katoen-wevers
gezeid word te hebben : zulx de ka-
toen-wevery aldaer een genoegzame
hooft-nering der Sinefen is. Men zeid
het zaet eerft voor vijfhonderd jaren
uit andere geweften in
Sina overge-
bragt te zijn.Het kruit of heefter,daer
aen de katoen in6\'i«4 groeit,fchiet met
een houtachtige fteel van anderhalve
of twee voet, en bedekt met een don-
ker rode en rouwe fchors , naer om
hoog, en verdeflt zich in verfcheide
korte takken. De bladen zijn die van
den wijngaert gelijk, rou, verdeilt in
drien, en hangen aen ruige ftelen van
twee of drie duim lang. De bloefl^em of
bloem is dien van de maluwe of kees-
jes kruit gelijk,en eindigt in ontallijke
Safraen gele, of (zoo andere willen,)
blaeuwachtig of in \'t midden purper-
verwige ftijkn. Nae den bloem vol-
genronde vruchten,zoo groot als een
kleine appel, die, by rijping,in twee of
drie fcherpc kielen fterswijze van elk-
andre gapen, met de witte katoen van

Katoen,

binne n. Onder de katoen leit langwer-
pig, ayachtig cn wit zaet, van fmaek
als een Amandel ofPijn-appel. Men"
houd *t katoen den ouden niet bekent
zy geweeft. Een ander gewas, welk
ook katoen geeft; maer booms-wijze
op-fchiet cn gladder bladen heeft,
groeit in Egypten cn Arabien , daer
het by d\'Egyptenaers
Gottfiel Sfegiar
genoemt word.I e weten,het rijft met
zijnen ftam cn houtige cn hcrde tak-
ken,tot de hoogte van tien ellebogen.

Dc bladen hangen aen violetverwi-
ge ftelen, cn zijn, gekomen tot volfla-
gen wafdom, verdeilt door vijf diepe
infn ij dingen: wacr ondcr de twee on-
derfte , en dc bovenfte en langfte, met
aenwas van een klein blaetjc, vergroot
zijn. De vrucht is byna van een zelve
fatfocn;hocwel groter, met bruin zaet
van binnen. Uit deze
boom-katoen
worden in Arabien de zeer fljne kle-
den gemaekt, diezy noemen.

De landftreke Chucheufu heeft on- ^n homm.
trent dc fteile en kommerlijke plaet-
fen inzonderheid wouden cn bof-
fchen met aeloude pijnbomen, dien-
ftig voor de Sinefen, tot den huiscn
fcheeps-bou. Men zeid by de Stadt Gme bo-
Sunghiang, dat \'s aerde derpijn-homen,
zulke zware bomen gevonden wor-
den, dat tachtig man dezelve niet om-
vademen kunnen: ja ook zijn,die acht
en dertigh man binnen de holhgheid
des ftams kunnen verbergen.

In dc landftreke Chucheufu des Land- Bamhoes
fchaps van
Chekiang groeit in den vliet
Luyeu, by dc Stadt Kingning,gtoiQ, bof-
fchen met riet,
Cho met een algemei-
nen naem by de Sinefen geheten,
(want daer is zeer velerlei flag) cn by
d\'Indianen
Mamlu, daer de Portuge-
fen
Bamhu en d\' onzen Bamhoes van
gefmeet hebben. Het een is klein, het
ander groot; hoewel alle fchier zoo
hert als yzer, cn dikwils over dc twee
cn drie fpan ondcr dik, of ontrent een
mans dyerja vintmen eenige van
zulk
een dikte, dat d\'Indianen van dezelve
fchuitjes maken, zonder dezelve uit
tc hollen; maer fpouwen die in \'t mid-
den door, cn laten flechts aen weder-
zijde twee van d\' onderfte geleden of
affcheitfelcn blijven. Op ieder eind
zit een Indiaen met naekte lijve, en
E e een

net.

-ocr page 873-

een riem in ieder iiand, waer mee zy
deze fchuitjes vaerdig en gezwint,
ook tegen ftroom op, weten voort te
drijven : van de dikfte deelen dezes
riets worden vaten gemaekt, om daer
in koopwaren, en water,op langduuri-
ge reizen, te verbergen. Het hout is
ontrent drie vinger dik.

De kleinfte by wijle zijn een halve
roede hoog: de grote veel hoger, waer
om zy niet t\' onrecht, by eenigen, bo-
men genoemt worden: gelijk Garcias
dezelve by eenen populier gelijkt.
Andere zijn groen, andere pek zwart,
van ftam en hout; en deze laefte mee-
rendeels maftijf, die de Portugefen in
Indiën
Bamhu Macho noemen, dat\'s
mannetjes Bamhoes:hot\\Nt\\ deze laefte
niet in maer inindiën groeien.Zy
groeien op broekige plaetfen,fchieten
rechtop, hoewel bywijle door kunft
omgebogen, om des te bequamer tot
het gebruik van Palakijns of draeg-ze-
tels te dienen. Zy
beftaen van onde-
ren tot bovenen uit knopen of gele-
den, óver de lengte van de palm van
een hant van elkandre afgelegen:waer
uit eeniger mate rechte takken fchie-
Mmtijf.A- ten. Zoo Pifo getuigt, groeit in In-
rom.f. 18f. jJiën tweederlei
Mamhu of Bamhu: het
een klein ; hoewel van binnen meer
gevuit: het ander groter en minder ge-
vult : welk in hoogteen vaftigheidal
ander riet overtreft. De bladen zijn
die van den olyf-boom gelijk ; maer
veel langer; zittende zomtijds een al-
leen , zomtijds twee tegen elkandre
over: geven een zeer vermakelijk ge-
zicht, eenfdeels om haer langwerpig
fatfoen, in vorm van zweertjes kruit,
met d\'einden een weinig gekromt en
omgebogen ; eenfdeels om haer ge-
duurige groente het geheel jaer door.
umijn. Dan fchoon dit riet yzerhert is, het
kan evenwel op zeer dunne draden,en
als op vliezen door hantgau we luiden
gefpleten worden : waer vandeSine-
beflagen: zeer bequaem is dit riet,wijl
het van natuur doorboort is, tot wa-
ter-goten of buifen , en zonderhng
heerlijk en treflèlijk, om zijne lichtig-
heid, rechte, dikte en vaftigheid, tot
verrekijkers; behalve veel duizender-
lei ander gebruik.Het is ook in Indiën
in grootgebruik, voor ftokken,toton-
derfteunfel van het peper-gewas, te
dienen,die nevens dezelve in d\'aerde
geftoken worden.
By de Sinefen ge-
fchiet ook de gemeene kaftijding met
deze rieten, in plaets van roeden.

vlechten. Zy maken van dit riet met
kleine moeite ook hun huizen,inzon-

en de ftijlen aen kleine huizen.

Van het dunfte riet worden pieken
en fpietfen gemaekt,en voor met yzer

Het verfch afgefneden riet in brant
geftoken, zweet een water uit, gelijk
meeft al ander hout , welk zeer by
d\'artfen in
Sina begeert is : wanthet
zelve gedronken drijft het bloet, \'t zy
verrot,of door vallen of ftoten buiten
d\' aederen geraekt, ten hchaem uit.
De jonge Bamboes-rieten zijn opge-
vult met een hcht,fpongiachtig,en nat
merg, die by het graeuw, om de liefe-
lijkheid
van fmaek, zeer gretig uitge-
zogen worden. De tengere en nieu
uitgefchoten loten , eer het riet bla-
den krijgt, zijn zeer fappigh en fma-
kelijk. De Sinefen koken deze by
vleefch, tot fpijze, gelijk rar en of aer-
tjefokken,ja worden ook hetgeheel
jaer door in eek bewaert, tot een faus
of toe-fpijze , voor een lekkernye,
even als hier te lande de agurkjes.

De zelve loten zijn ook in Indiën
by vreemdelingen en ingeboornen in
grote waerde, wijl zy het grootfte ge-
deelte van het beruchte Artzeny-ge-
recht
Achar uitmaken,welk in Europe,
derwaert overgebragt, voor een lek-
kernye gehouden word. Maer wan-
neer deze loten giroot en oud gewor-
den zijn,verandert het lichaem, kleur,
fmaek en kracht van de befloten vogt,
(gehjk men in d\'oude kokosnoten fiet
gefchieden) en word allengs na buiten
uitgedreven : ftolt nevens de geleden,
door kracht der Zonne, en
word hert.

en matraffen, korven, kasjes, kannen i gehjk witte puim-fteen : neemt aen-
en diergelijke dingen zeer behendigh ftonts , berooft
van zijne natuurlijke

zoetigheid, een byzondre fmaek met
een weinig famentrekking aen, in ma-

derheid de boeren-, ten platten lande ;; niere van gebrande elpenbeen. Dcz^

uitgedreven en verherde vocht, word
by d\'Indianen
Sacarm^amhu, en by de
Perfianen en Arabiers
Tahaxir gehe-
ten»

-ocr page 874-

ten, die hoe lichter, witter en gladder,
hoe treffelijker ; maer hoe oneflen\'er
en afchverwiger zy word, hoe flechter
zy gehouden word.

Dan zeer zelden word dit zeer ede-
le genees - middel,
Sacar Mamhu, op
d\' aenzeegelege plaetfen in Indiën ge-
bruikt : inzonderheid uit tweederiei
reden : eerftelijk, wijl fchoon al het
Bamboes - riet in den beginne door
een zoete vocht opgezwollen is, zoo
komt nochtans deze vocht, gewoon
te ftollen aen de geleden , niet in al
het riet, nochte op alle plaetfen te
voorfchijn ; maer word, na de kracht
der Zonne cn aert des lands, over-
vloedelijk of niet voortgebracht: ge-
lijk kenbaer is , dat op de kuft van
Malahaer cn K or oman del gefch iet.

Ten tweede,zoo is het by d\' Arabi-
fchc artfen en ßrachmannenzeerge-
wik,en word zeer dier van de Koning-
jesgekocht, onder welker gebiet deze
Bamboes-rieten, met
Sacar, groeien.
Volgens getuigen van Garcias en Lin-
fchoten wort deze
Sacar Mamhu,(nxex-
tegenftaende de prijze, na de vrucht-
bacrheit desjaerSjhoog en laeg loopt,)
in
Arabien gemeenelijk tegen zilver
opgewogen, uit oorzake voorname-
lijk, wijld\' Indifche, Arabifche,Moor-
fche, Perfiaenfche en Turkfche artfen,
en d\' ervaerendheid haer deugt tegen
uit cn inwendige hitte cn ontftekin-
gen,defgelijx tegen koortfen en bloet-
gangen, uit gal ontftaen, cenftemme-
lijk getuigen; \'t zy met nat of anders
ingegcvcn.Zelfs d\'Indianen gebruiken
het tegen de koude pis , zaetvloeing
en bloetftorting, en achten den onzen
een groten deucht te doen, methet
by ze tten van deze Tahaxir of Sacar
Mamhu ,
in diergelijke gebreken. In
\'t kort,het
T%haxir word zeer hoog by
de Perfianen en Arabiers geacht.

In degalderye van dekruit-tuin der
Hoge-fchoofte Leiden,zietmen twee
^ulke rieten, aen beide einden afge-
broken , en gebragt desjaers zeftien
honderd en een uit Ooft-Indien. Het
kleinfte is ontrent zes cn twintig voer
lang , onderfcheiden met negen cn
twintiggeledenrdik onderin den om-
trek zeventien duim, cn boven veer.
tien Het grootfte is anderhalve voet

! grotcr,cn drie duim dikker: hoe groot

I deze gehele rieten geweeft zijn , kan
; uit dc ftukken gifling gemaekt worde.

In Sina groeit ook op veel plaetfen, zuyker-
na \'t zuide, zuiker-riet, inzonderheid
in de landtftreke
Tungchuenfu des
Landfchaps van
Suchuen .-wsLer uit zeer
veel en treflèlijke zuiker geperft wort.
En fchoon by deSinefen al over lang
van ouds het zuiker-riet gegroeit
heeft, zoo wiften zy evenwel uithet
zelve geen zuiker te trekken ; maer
zeidmen zy die kunft namaels van ze-
keren Indiaenfchen ofler-paep gelcert
hebben. Want als deflelfs ezel, dacr
hy op zat, in een riet-akker gelopen
was, en d\'eigenaet des akkers dien
vaft hield, tot vergoeding van fchade,
leerde dees hem, om zijnen ezel weer
te hebben, dekunft van zuiker uit het
riet te koken.

In het Landfchap van Quantung cn
op meer andere plaetfen in J/^r^ groeit
zekere Sineefche roze, die alle daegs
tweemael van kleure verandert: want
nu is zy geheel purper , en word dan
weer volkomen geheel wit.Zy is zon-
der reuk, en groeit op een boomtje.

De Jefuit Kircher geeft over het
veranderen der kleure, in deze rcze,
de volgende verklaringe:

Zoo men d" oorzake hter af wil onder- Kirekchin.
zoeken, men xalbevinden (zoo giffen mag
plaets hehhen^ geen andere te zijn, dan
de temper en voetjel des hloems en de
verfcheide geft eit enis des luchts.

Dewijl dan de roos van een vochtige
temper is , zoo word zy hier door des
nachts in haeren natuurlijken ftaet wit\',
maer des daeghs, geraekt door de bran-
dende hitte der Zonne,jaeght zy de gee-
ften van hetArmoniafch zout na d\'uitter-
fte delen des hloems 5 door welker damp
en waeffemzy gever ft en aenftonds pur-
perachtig word. Maer met het allengs
vervliegen der geeften, door d\'overma.
tige hitte der Zonne, kan de bloem tot
de witheid van zijnenvorigen glans niet
gebragt worden , tot dat, met het van
niem optrekken der geeften vanhetAr-
moniajch zout, de bloem eindelijk purper
geverft word. Eindelijk,hyweggaenvan
de hitte der zonne, gelijk de geeften dan
niet meer opgetrokken worden , krijgt
ook dehloem zijne vorige
witheid weer.

E e 2

■ 4«

\'ïïï^

-ocr page 875-

Zoo iemand ervaernis van deze zake | Vrankrijk uit de kerfTen, appelen en
wil doen , die neeme een Viool of Roze peren, de cy ter drank. Zy bijft, bin-
van Damas, en herookze met Jrmenifch nen \'s huis opgehangen, een ron:jaer
zout, met verwondering zal hy de witte goet.

Roze in een purpure, en eindelijk in een Zoo Garcias getuigt, is deze vrucht
gele en witte zien veranderen: ten te- by d\' Indianen in grote waerde, en al-

gendele , een rode Viool en Roze , met
zwavel gerookt , een witte kleure aen-
neemen: ]a men heeft ook een nacht Viool,
die na de verfcheide oprijzing en daling i
der Zonne, verfcheide kleure aenneemt,
en des daegs zonder reuk is ; maer des
nachts een zeer edele en aengename reuk
geeft.
Dus verre Kircher.

■Bhrx lib. jif. Joannes Baptift Ferrarius befchrijft
474. wijdioopigh zekere Sineefche roze,
by d\'inwoonders Fuyo^y andere d\'In-
diaenfche en Japanfche
Maluwe ge-
noemt ; die by den zelven Ferrarius
uit zaet, gebragt uit Weft-Indiën, te
Rome voortgekomen is Zy is melk-
verwig : word daer na wit en root,
eindelijk purper en gaet dan uit. In
Indiën is zy op eenen dagh, (en leeft
flechts eenen eenigen dag) des mor-
gens,wit: des middags, bioet-fOOt,des j

lereerft uit Malakka, daer zy over-
vloedelijk groeit, voorwcinighjaren
derwaerd overgebragt. Zy heef: de
grote van een ganfe ey, of is een w^ei-
nig groter, bleek purper van verruwe,
en zeer fchoon van reuk, als een roze.

Wijders, het hoorntje jamhos téi,
volgens den zelven Garcias , groeit
tot de grote van eenen pruim-boom,
heeft bladen, die grote gelijkenis mer
het fcherp van een grote lancie heb-
ben , en grden en luflig in \'t oog zijn.
De bloem is root, zeer welriekend,
en zuur van fmaek.

De boom fchiet met vafle wortelen
in d\'aerde,en is zeer vruchtbaer: want
na het vierde jaer geeft hy vruchten:
enniec flechts eenmael\'s jaers, gelijk
fchier meeft al de bomen; maer krijgt
veel mael allejaers nieuwe vruchten,
nachts, purper-ver wig. j Men vind tweederlei flag van deze GuUeim

Vruchten Het Landfchap van Quantung geeft j bomen, elkandre zeer gelijk, hoewel
mT byzonderlijk zekere vruchten, gehe-1 met vruchten van eenig verfchil, die
ten by de Sinefen
renfu, by de Portu-! beide niet alleen in fatfoen en geftalte;
gefen met een gebroken naem
Jamhos j maer ook in grote onzen Europer ap-
(en de
boomJamheiro,) by de Mala-1 pefboom verbeelden. De boom ver-
baren en
Kan^üjns jamhali, by d\'In- j eifcht geen queking noch byzonde-
dianen
Tufa, by de Perfianen en Ara- j ren aert van gront, maer komt op vele
biers
Tufat : by de Turken Jlmat plaetfen in Indiën door kunft of van

moes.
Falud. in
Linfchot.

en by de Hollanders Pompelmoes.
Zy groeien aen doorn-bomen, gelijk
de Limoenen, maer die groter zijn,
dan de Liinoen bomen. De bloem of
bloeffem is ook dien van den Li-
moen-boom zeer gelijk : wit, zeer
liefelijk van reuk : waer uit ook een
zeer welriekend water do orden helm
getrokken word. Ook overtreffen de
vruchten al d\' allergrootfte Limoe-
nen zeer verre in grote, wijl die zoo
groot en dikwils groter, als een men-
fchen hoofr zijn. De fchil is die van
de gulde appelen in kleur gelijk : het
merg of vleefch van binnen rootach-
tig , en zoet, vermengt met eenige
zuurte , van fmaek gelijk een druif,
dieniet volkomen rijp is : zulx uit de
zelve veeltijds ook een vocht geperft
Vv-ord , om te drinken , even als in

zelf zoo gelukkelijk voort, dat hy
dikwils voor het vijfde jaer vruchten
draegt, en fchiet, \'tgeen wat zelt-
zaems in Indien is , diep wortels in
d\'aerde.
Hy word gezeid uit het pe-
perrijk
Malakka, om zijn welriekend-
heid van bloemen en zoetheid van
vruchten, na alle verre gelege gewe-
\' ften overgebragt te zijn Het is een
brede, takkige cn lommerrijke boom,
met een asverwigcn cn effen fchors,
en bros hout. Dc bladen zijn in grote
die van den pruim boom gelijk ; op
hetcindfpits\'er : van
buiten donker,
van binnen bleek groen : met een
eenige rechte zenuw-e en vele fchuinc
aederen in \'t midden- De
bloemen
zijn van reuk cn kleur, als een roos;
maer meer gefchakeert, met
veel zeer
fraeie blinkende ftijlen in het midden

of

-ocr page 876-

van Sina,

of navel, die door zijne wijnige fmaek
het voorfpel, zoo te zeggen, van de
vrucht zelve maken: want het mergh

van de vrucht is sappig, week, en geu-
rig van reuke en fmaek. Zoo Garcias
Wil,zijn \'er verfcheidefoorten van de-
ze vruchten : andere zijn groot hoog
root van verruwe, van fatfoen en gro-
te.ais een kleine queeappel, cn over-
dekt met een zeer dunne en bhnken-
dc fchil, zonder fchier iet fteenigs van
bin^\'-^n te hebben : andere zijn klein-
der, ble- k purper, mer een platten,
langwerp:gen en witachcigen fteen
vanbinnen.

Deze bomen zijn, door hun zeer
fchone verfcheidenheid vaa bloemen
en vruchren , by den vreemdeiir.g tot
^root verwonaering, niec alleen om
lun aengenaem eu lu;ng gezicht;
maer inzonderheid om de geduurige
verandering van Moerrven en vruch-
ten ; naerdie n, t\'^rwH
l d\' eene helft des
booms van bladen tn bloemen ont-
bloot is, het ar der deel met rijpe en
onriipe vruchten
zoo lang beladen en
verciert blijft,ter tijd toe \'t ander weer
bladen gekregen heeft: zulx men ge-
duurig in den zeiven het Lente en
Herfft-faifoen geniet.

De bloemen en vruchten Jamhos
bevochtigen cn verkoelen : zijn^zeer
welriekend, en hierom by
al d\' India-
nen
onder dc voornaemfte lekker-
nyen
geacht : defgelijx doorgaends
van zeergroot gebruik in d\' artzenye:
want de
rauwe vruchten en bloemen
in zuiker ingeleid, worden met groot
Voordeel in hete ziekten gebruikt;
V
/ijl zy door de zappige koude de
dorft\' in dek oortfen lefl\'chen en de le-
vendige geeitenverfterken.

In de iandvf^reke Chivencheufu en
Öm-ngcheMfH dt:s Landfchaps van
Fo-
kien
kern\' n overvloedcliji^ zeer tref-
felijke gUiüe appelen voort, die in
zv^-aeric tr grote van de grootfte Eu-
ï\'tjper nier verfchillen; maer overtref-
fe-"» haer aHe zeer verre in reuk, zoete
e^ lulligheid. Ook verfchilt de boom
nr ^t veel van den Europifchen ; maer
is b.sni fchier gelijk: hoewel de vrucht
h-er in van de Sineefche , wijl deze
gegeten , volkomen een moskeljaet
druif gelijkt ; zoo wel in reuk , als
fing.

Guide,
feien.

ofTaifii^

; fmaek: zulx in geheel Europe gee^
I beter vruchten van dit ftag gevonden
} worden. De gulde en dikke fchil laet
\' haer zeer licht affchillen ; defgelijx\'
word het merg of vleefch, gelegen cn
onderfcheiden tuftchen vliezen, even
licht op ftukken ontlcet. D\'inwoon-
ders leggen de zelve vruchten, eerft
geperft met fchil met al,tuflchen twee
planken in zuiker, en bewaerenze
een geheel ront jaer, ja verzorgen van
deze lekkernye niet alleen hun lands-
luiden ; maer ook uitheemfchen.

Door geheel Sina word in ftilftaen- vruchten.
de wateren zeker gewas gezait, welk
fmalle bladen heeft, die boven op

; \'t water zeer verre voortkruipen. Def^
! felfs vruchten,i./»/^/(7geheten,groeien

I in meenigte onder water acn de fte-
len , hebben de gedaente fchier van
mink-yzers, en zijn aller wegen ver-
heven, in vorm van een driekantige
piramide. De fchil is groen en dik, aen
de hoeken root, maer word zwart in
het drogen. De kern of het binnenfte
is zeer wit, van fmaek als een kaftanie,
hoewel twee of driemael zoo groot.

Het Meir T%lo, gelegen in de vijfde
landftreke
Xuntefu des Landfchaps
van
Peking , is zonderling vérmaert
door deze vruchten.

In de Zuider Landfchappen van Si. Vrucht Ba-
na, en inzonderheid in het Landfchap "ƒ
Queicheu, by de kleine Stadt Pugan\\
groeit zekere vrucht Pacyao by deSi-
nefen geheten, by de Malabaren en
Malaïzen
Palan, by dc Javanen Pie-
fiang
of PyJang, by de Brazilianen in
Weft-Indiën
B ananas, by d\' Arabieren
inEgypten
Mauz, by eenige in Euro-
pe Indiaenfche vygen en Adams ap-
pelen, wijl, volgens fchryven van ze-
keren Franciskaner Monnik deze
vruchten d\'Appelen zijn, die Adam
in het Paradijs zou gegeten, en met
de bladen van het gewas, die zeer
groot zijn , zijne naektheid bedekt
hebben.

De boom, of liever heefter of kruit
van deze vrucht, is, volgens Akofta,
een luftig en fraei gewas , en groeit
met zijnen ftam tot de hooghte van
achtien en twintigh palmen,
en tot

I de dikte van een mans dye, die uit de
I zamen-voeging van vele
fchillen of
\' Ee 3 fchor-

221

-ocr page 877-

AipriiM. gelegen. Ofgroeit tot de hoogte van
een Granaet-boom, zonder takken;
want het verfpreid zijne bladen,gelijk
riet. Zoo Boym fchrijft, is de ftam
dik, ront en groen; niet vaft of maf
fijf (want hy zwelt van waterachtige
vochtigheid) maer fchijnt uit dikke
t\'zamen omgerolde bladen tc beftaen:
de bladen zijn negen palmen lang,
twee en een halve breet: of, volgens
Alpinus, zes of zeven ellen lang, en
ontrent twee breet: zulx een eenig
blat een gehelen
menfch in de zon be-
fchaduwen en bedekken kan, ja ook
rontom bewinden.

vejiing in Dc jongc bladen breiden zich aen-
• ftonds in lengte en hoogte uit: zijn,
Jia de wijze van Indiaenfch riet, eerft
te zamen gerolt, maer ontvouwen
zich daer na allengs: doorlopen met
een tamelijk dikke en fterke zenuwe
in de lengte, (fchcuren des niet tegen-
ftaende lichtelijk aen de kanten,
door
herftingeren van de wmt,) en ter we-
der-zijde doorfpreid met veel fchuin-
fe aederen : boven donker en onder
bleek groen.Uit den top dezes booms
fehiet gelijk zeker fteel met een rift
van rosverwige bloemen, in vorm van
eenpijn-appel: ieder bloem is groter,
dan een tulp, of Ich Narcis; maer ront
of ay-ront, enyzcrrocft of rosverwig.
Brengt daer na een eenigen tak voort,
van een mans arm dik, en verdeilt in
veel knopen of geleden: aen ieder der
welke tien of veertien vygen hangen;
zulx deze tak by wijle met honderd
of twee honderd vijgen beladen is.
Of, zoo Boym, uit het midden der
bladen fehiet een eenige tak, te gelijk
met bloemen, die allengs tot vijgen
opgroeien, ten getale zomtijds over
deduizent aen een eenigen tak; zulx
een man genoech aen de zelve te dra-
gen heeft.Zommige vijgen zijn klein:
andere groter, dan een duim, en palm
van een hant, na gelang van de grote
of kleinheid der takken, daer zy aen-
groeien.

:Boym. De boom geeft flechts eenmael des

tel uitfchietcn.Gemeenelijk is een tak
met vruchten in zes maenden rijp.
Dezelve vruchten,zoo rijp geworden
aen den boom zelf en aen den tak,
zijn veel zoeter , hebben een geele
fchil, met week, zoet, wit cn welrie-
kend vleefch , in fmaek d\' aerdbezien
niet ongelijk, die in zuiker ingeleid
zijn.

De vrucht, in de brete doorgefnc-
den , vertoont een diergelijk kruis,
welk een pompoen vcrbcclt. De Si-
nefen laten dikwils d\' afgcfneden tak-
ken met dc groene cn herde of onrij-
pe vruchten , door het ophangen in
luis of onder de rijs te fteken , rijp
worden: waer door zy murruw, geel
en fmakelijk worden.

Zomtijds Icggcnze op ieder tak
met vruchten kalk, tot vroeger rijp-
making.

De gezode vruchten, of in honig
of zuiker gekookt , en daer na ge-
droogt , zijn dienftig tegen fluimach-
tigehchamen.

De vrucht zelf word een geheel
jaer in de Zuider Landfchappen van
Sina gevonden ; wantin de Noorder
geeft het gewas wel grote bladen;
maer gene vruchten: want fchoon
zy zes maenden rot haer voortbren-
ging cn rijping van noden heeft, zoo
kan zy evenwel ieder maent, wijlzy
gene gezette maenden of genen ge-
\\ zetten tijd desjacr vereifcht,voortge-
bragt cn rijp gemaekt worden :
waer
door gefchiet dat in een zelve maend
dc vrucht op d\' eene plaets rijp is, en
ter zelffter plaetfe een ander boom
een tak met bloemen voortbrengt, cn
een ander aldaer zijn bladen begint
t\'ontvouwen en uitte fchieten.

Zoo een rak afgefncden , of een
vrucht van dien afgeplukt word, de-
ïielffte boom zal geen anderen tak ot
vrucht meer voortbrengen :
diesjcr-
I dort hy en word uitgcro eit, of afgc-
fneden,tot voedfel der
olifanten inln-
diën. Dit gewas, zoo
velen willen, is Jipi»\'^\'
van een zuiker - riet voortgekomen.

Befchryving des Keizerrijks
fchorfen beftaet, dicht op :elkandre uit de fcheuten, die nevens den wor

jaers een tak met bloemen, cn uit den (ge-ent op de wortel van zeker ander
zelvcn dacr na vruchten. Hy word j gewas, Aolokafie geheten, inEgypten
voortgeplant uit het zaet van de gemein. En in\'cr
daet men ziet daer
vrucht: zomtijds, en veel gczwinder, in het wezen van beide: want de bla-

-ocr page 878-

den hebben de lengte van \'t fuikerriet,

en de bretelvan Kolokafie. Het is altijds
groen, en verheft noit zijne bladen.

Het gemeen gevoelen is , dat uit
het montje des bloems, ten behoorlij-
ken tijdt geopent, zeker fpeekfel
druipt, welk deflelfs zaet zou zijn;
daer nochtans uit den wortel of uit
den voet des ftams jonge fchcuten
wortelen, eer de bloem noch eens o-
pen gegaen
is.

By de Sinefen,in het Landfchap van
Quangfï der landftreke Pinglofu, wor-
den kleden van de bladen der rode
Mufen gemaekt.
^oiomie. Aen verfcheide oorden in en
inzonderheid op het Eiland
Jinan
groeit een vrucht en boom Polomie by
de Sinefen geheten : by de Portuge-
fen , na den voorgang der Indianen,
Giakaen Jaka, by deZuratters Panaz,
by de Kanarijns Panafu, by d\'Arabiers
Panax, by dc Perfianen Funax, en in
Kalicut
lonceras. De boom, eigentiijk
Polomiexu in \'tSineefch geheten,dat \'s
Polomiehoom, is, volgens Akofta, zeer
hoog en breet,heeft bleek groene bla-
den van de grote eener palm van de
hand,met een dikke en herde zenuwe
in de lengte doorwoflfen. Hy brengt,
«een wonder, ^ een, twee of drie vruch-
■ ten van een wonderlijke grote alleen-
lijk aen den ftam voort : of, zoo Ako-
fta getuigt, aen den ftam en aen de
groter takken. De vrucht, zeid Mar-
tijn groeit om zijne grote niet aen de
takken ; fchoon die ook zeer groot
zijn , maer acn den ftam zelf; even
als uit vreze, dc takken zoo zwaer
een laft weigeren tc dragen, daer zy
nochtans hecht cn fterk zijn.

Volgens Akofta is de vrucht Jaka
lang , dik, donker groen, hert en dik
van fchil: volgens
Martijn, zoo hert
en dik,
dat hy met een bijl dient geo-
pent • bezet rontom met punten, die
in een
korte en groene doornen, voor
met een zwarte angel, eindigen, zeer
gelijk die van dc vruchr
Dur ion; maer
geenzins fcherp of ftckend, hoe-
wel zoo fchijnen. Dc kleinfte dezer
vruchten is zoo groot als degrootfte
kawoerde, en
groter, inzonderheid in
MalahaerAaQTÏQQT treffelijke groeien:

maer die van CöÄ zijn kleinder, ftech-
ter en onfmakelijkcr. Zoo Martijn
wil, word dc
Jaka voor de grootfte
yucht van de gehele wereld gehou-
den. De rijpe geven ccn geurige reuk.
Zijn van binnen, in de lengte door-
gefneden, wit, en met dicht vleefch
opgevult, cn gelijk in laetjes of huis-
jes verdeilt, die vol kaftanien zitten,
langer en dikker dan dadelen, bedekt
met een asverwige fchil, van binnen
wit, gelijk dc gemeine kaftanien,aerd-
achtig en wreed van fmaek, zoo racu
gegeten , met veroorzaking van vele
winden. Maer gebraden, gelijk kafta-
nien, zijn geurig van fmaek , en ver-
wekken de luft van by flapcn: waerom
alleen zy byhet gemein volk veel ge-
nuttigt worden.

Ie der kaftanie leid in een geel en
taiachtig merg befloten , dat van de
vrucht
Durion eenigzins gelijk, hoe-
wel met eenig
verfchil.

Men heeft twecderlei flag van de-
zevruchten : het een, de befte, zijn
Bar ka géxetm : het ander, de flecht-
fte.
Papa of Giraf al. De laefte is aen de
weekheid te kennen : want met de
hand aengetaft, geeft zy de vingers
mee.

Het merg van de Jaka Barka,tontom
de kaftanien, is zonderling geurig van
fmaek, zoo rijp gegeten word, en het
mergh van de imakelijkfte Meloen
zeer gelijk. •

De vrucht Polomie, zoo Boym ge-
tuigt, is zoo groot, dat een man ge-
noech aen eene tc dragen heeft. De
fchil is ft ekend, gelijk ofze vol groene
doornen^at. Heeft van binnen veel
Wit flijmigh mergh, welk in huisjes
gele en honig-zoete vruchten beflo-
ten houd, inzonderheid na dc binncn-
fte zijde van de holligheid des fchors.

De kern van deze vruchten ge-
kookt fmaekt gelijk een zoete kafta-
nie. Een eenige vrucht, of, om recht
te zeggen, veel vruchten in eene be-
floten , kunnen tien of twintig
man
genoeg geven t\' eten. Zy is ey vormig
en overtreft in grote en zwaerte de
grootfte kawoerde. En heeft niet
zonder reden zeker Sineefch deze
vrucht een zak vol honing-zakjes ge-
noemt , die kaftanien befloten hou-
den.
Zy is beter van fmaek, dan een

me-

<

-ocr page 879-

meloen. Het merg rontom de ka-
ftanien , hoe herder, hoe beter, welk
byde Portugefen
Cocoharka genoemt
word. Deweekheidder fchil, is een
teken van de rijpheid der vruchte:
Vi^ant zoo die noch hert is, zy laten
dezelve aen den bomen rijpen, of leg-
gen haer afgeplukt weg, om rijp en
week te worden : zy komt in bloei
en zomer-maend zonder bloeftem
voort. Door vhefen, fchrijft Linfcho-
ten, zijn de binnenfte kernen onder-
fcheiden , van verruwe tuffchen wit
en geel , en van fmaek als honig. ïn
eène vrucht worden ontrent honderd
zulke vliezen gevonden.

De vrucht Jaka is heel ongezont en
zeer bezwaerlijk te verteren, en wert
fchier ongekookt van onderen uytge-
loft,gelijkze van bovenen ingenomen
was: want het geel
vleefch of merg om
de kernen, is zoo tai, dat het nauhx
met de tanden kan van malkandre ge-
trokken werden; maer felfs de kernen
geven een witte ftoftè van z.ich, gelijk
room van melk; hoewel tai en lijmig,

en kleef baer aen de vingeren

Een andere foort van Jaka, Champi-
daka
geheten, groeit nevens de voori-
ge op heteilandy^ï\'y^enaenverfchei
de oorden in ïndiën. Dan deze zit
niet aen den ftam des booms, maer
hangt aen de takken : is beter van
fmaek,en gezonder van zap dan
dt Ja-
ka.
De boom is breed uitgeftrekt, en
zeer hoog, metbrede bladen, die van \'
den Ahorn of eikenboom gehjk; maer
j
dieperingefneden. Uitdefchillen de- |
zer twee ftekelige vruchten branden
d\' Indianen een afche, die zy in plaets
van loge of zeep gebruiken, om de
kleren te waffen.

Vrucht In de Zuider Landfchappen (luan-
fo-h. ^ Quangfi, Junnan,Foquien, en op
7ml ^ het eiland Ainan groeit overvloedelijk
zekere
^tmcht-Fan-po-lomie by de Si-
nefen genoemt, by de Braftlianen
Na-
na^olgQnsV\'m,
volgens Lerius, Pa-
naco
, in nieu S^2in)Q jajama : by de
Spanjerts, na haer gelijkenis, met een
Pijn-appel, irtde verdeiling van fchil.
Pinas, en by de Portugefen Ananas ,
gefmeet buiten twijfel van den Brafi-
liaenfchen naem
Nana.

De vrucht is allereerft, 200 Akofta

Vrucht
Chamfi

getuigt, uit het Landfchap van Sant
Kruis,
in Braiijl, na WeJFindiën of na
Peru , en van daer na Oojl-lndiën en
eindehjk na
Sina overgebragt. Het
gewas van deze vrucht groeit in ma-
niere van een aert je Qok, hoewel zon-
der ftekende angels ; maerfchier van
een zelve grote: bo ven aen den kruin
met airen , gelijk kammen ; lageUnx
d\' eene boven op d\' ander gelegen. ïn
het groeien fchieten tuffchen de blaet-
jes veel meenigerlei kleurige bloe-
men uit, meerendeels blacu, beftaen-
de uit drie blaetjes , die , met rijpen
van de vrucht, afvallen. De bladen,
uit de welke de vrucht
Ananas fchier,
zijn ontrent ten getale van twintigh,
langwerpig, aen de kanten tants wijze
ingekerft: lopen voor fpits toe , ge-
lijk een degen; cn zijn de bladen van
d\' Aloë zeer gelijk. Kleine rootachti-
ge of zwarte zaden of granen leggen
buiten in het week der vrucht beflo-
ten : de-ze in d\' aerde geftoken, bren-
gen andere vruchten voort.

De rijpe vrucht is zeer zappig en
geurig van fmaek : rinsachtig zoet,
hoog vermiljoen root, of hooggeel,
zoo Akofta wil, van kleur: van grote
Ichier eener meloen , of citroen, vol-
gens Akofta, of anderhalve palm, vol-
gens Boym, ai-ront of als een pijn-ap-
pel: aen de kanten lijfverwig,zcer wel-
riekend, ook zoo, dat in hetvoorby
gaen de reuk
uit de huizen , daerze
aen de zolder hangen te rijpen, tegen
komt. Zyis van buiten
doorgaends
met verheven witachtig gele blasjcs
bezet. De rijpe vrucht heeft boven
op den kruin een jong gewas, w^elk af-
genomen en alzoo zonder wortel
(wanthet is zonder wortel) in d\' aerde
gezet word, en geeft des volgenden
jaers een
vrucht. Ieder gewas draegt
in een jaer tijds eenmael en een eeni-
ge vrucht, en de vrucht
te gelijk een

nicugewas. Wanneer het nieu gewas
geplant is, word het oud uitgetrokken
en weg gefmeten, als onvruchtbaer.

Volgens Akofta, heeft ieder gewas
in het midden , gelijk aen een fteel,
een vrucht, en rontom dezelve veel
andere jongen, welker zommige ook
met
vruchten beladen zijn. Derhalve
die de vruchten afplukken, fteken de

jon-

-ocr page 880-

jongen gewonelijk in d\'aerde : uitde
welke daer na zoo veel gewaflen
voortkomen , ieder met een vrucht
beladen, gelijk de moeder: welke al-
le binnen \'sjaers afgeplukt worden.
De wortel is dien van de aertje-fjok
zeer gelijk.

I^Q Ananas, door de hitte der Zon-
ne rijp geworden, is van minder waer-
de by d\'Indianen, dan die binnen
\'shuis een tijdt lang te rijpen gehan-
gen heeft.

Over de temper dezer vruchten is
onder de fchryvers verfchil; Monar-
des wil dat zy kout envochtigh zy:
Akofla vochtigh en watm : Michael
Boym zeer kout: Pifoheet, volgens
haere werking aen \'s menfchen lig-
haem. Zy prikkelt, door haer inbij-
tend zap, zoo wat rijkelijk genuttigt
word, de tonge,cn verhit de kele:waer
om zy,op fchij ven gefneden,in Spaen-
fche wijn een wijle te weiken geleid
Word, tot dat de quaetacrdigheid daer
uitgetrokken is. Welzetzy den wijn
een geurige fmaeke en reuke by; maer
veroorzaekt evenwel byten op de
tong, en ontfteking der kele, zoo ge-
dronken word.

Zelf het zap der vrucht verquikt
wonderlijk de flaeuhertigheid , ver-
wekt de bedompte geeften , en ver-
fterkt inzonderheid een walgige ma-
ge. Hier en boven is deftelfs verfch
zap , of uitgeperfte wijn dienftig te-
gen het ophouden des waters en gra-
veel. By gebrek van de vrucht doet
de wortel het zeiffte.

Al dit werkt veel krachtiger de
vocht uit, door kracht des
vuurs uit
de vrucht gedifteleert, zoo matig in-
gegeven word;
maer zoo te veel, het
befchadigt de water-vaten , cn heeft
zulk een afknagende kracht by haer,
dat zy de tonge cn \'t verhemelt des
monds queft.

De vrucht, doorgefneden met een
mefch, laet de tekenen van haer inbij-
tentheid in het zelve, en
des te fter-
ker, hoezy onrijper is.

Ff Die

-ocr page 881-

Die de koortfe , of met wonden fclieide takken of rijfen. Is zeer gelijk
en zweeren geplaeght zijn , hebben den Myrte-boom , en een foort van
zich ganfchelijk van deze vrucht te
j Smak ; hoewel het niet wilt is ; maer
wachten : want zoodanig ontfteekt j word geplant. \'^De takken en ftelen
zy de vochtigheden, dat zy nier ai-1 des gehelen heefterszijn van onderen
leende herftelHng der kranken belet; tot bovenen altijds met ontallijke
maer ook hen ergermaekt; zuix men bloemen en bladen cierlijk bezet,
^ichover de genen te verwonderen i De bladen zijn dun, voor fpits,ront-
heefr,die defe vrugt verkoelend makë. ! om ingekerft, langwerpigh, in grote.
Ook geeft
Sina verfcheide fpece- { die van den granaet-boom gelijk, hoe-
ryen of kruideryen in de Zuider en { wel, fchoon van een zelve geftalte,\'
gebuur-landfchappen aen Indiën,hoe- van zulk een verfcheide grote, dat aen
wel in kleinen overvloet: te weten, een zeiven heefter vijfderlei verfchei-
peper,
Hucyao in \'t Sineefch geheten, de bladen geften worden. De eerfte en
in het Landfchap van
Junnan : Kaneel, grootfte groeien aen d\' onderfte tak-
(gelijk reets te voore ftaet aengeroert) jes, en zijn den bladen van de Tuin-

balfem zeer gelijk: na deze volgen die
van de tweede grote, en veel kleinder
dan d\'eerfte; zulx aldus dezelve naer
gelang der hoogte, vijfmael klaerfchij-

waflen en vruchten , reeds te voore
by verfcheide andere ten brede zijn

befchreven, zou derhalve het herop-
halen hier onnodigzijn.

Aen verfcheide oorden in Sina
groeit zeker gewas, TheenCha byde
Sinefen, (gehjk ook hier te lande) en
Cia of T:hia en Tfia, naer de Neerland-
fche fpelling, by de Japanders ge-
noemt ; hoewel het by de Sinefen ,na

The of Cha.

van de dertiende landftreke Chucheufu
des Landfchaps van Nanking, noemen
de befte
The Sunglocha ; die van de

afvallen der bloemen, blijft een knop,
ofeen «bezien, eerft groen, daerna
zwartachtig, daer in ront en zwart
zaet, gelijk van de rofen, in befloten

kokos-noten in de Zuider Landfchap-1 nelijk in grote verfchillen. Maer zoo
pen, en inzonderheid op het eiland veel deze bladen in groote opwaerds
Ainan. Dan aengezien al deze ge- afnemen,zoo veelnemenzyin prijze

1 toe : want een pont der gedroogde en
toegemaekte bladen van d\' eerfte gro-
te gek vijf ftuivers: van de tweede,vijf-
tig: van de derde, vijf gulden: van de
vierde, vijftien gulden; zoo recht toe-
gemaekt zijn. De deugt der bladen,
zoo ookTrigaut getuigt,is niet een en
de zelve: maer d\'eene zijn gemenelijk
beter, dan d\'andere: zoo datmen voor
een pont,een,tvvee en dikwils drie du-

de verfcheide plaetfen, verfcheide na- I karen, zoo de befte is, moet geven. In
men voert, defgelijx na deflelfs voor-
\\ Japan geld de befte tien en dikwils
treflêlijkheid : want d\'inwoonders | twalef dukaten. Wijders, de bloemen

of bloeflem van den heefter Thee zijn
witachtig, of witachtig geel, in grote,
gedaente, en reuk, den Eglantier zeer

derde landftreke Hucheufu des Land- gelijk, uitgezeid in reuk, die, vólgens
{c\\x2i^S\'V3,nChekiang, Kiaicha: die van Martijn, weinig offtaeuwis. Nahet

het Landfchap Fokien, Zjazcha.

«Eigentlijk word ook hetkookfel
of drank of water, daer de bladen van
dit gewas in gekookt zijn,
The en Cha

a Tifo An-
notât, in
Bont.

willen dat Tfia of Chia in \'t algemein
flechts fpijfe en drank in\'tSineefch be-
tekent : als
Loe Chia, heltef u fpijs en
drank >
Her gewas The is een heefter,
volgens Martijn en Trigaut, en geen

Fifo.

Martian.

by de Sinefen, en Chia of Tfia by de Ja- j leid; Dit zaet gezaeit, geeft in den tijd
panders genoemt. Men vind.\'er die j van drie jaer
nieuwegewaflên.De wor-

tel is vezelachtig, en verdeilt op klei-
ne ftukken, die niet diep in d\'aerde
fchieten,maer fchier boven over d\'aer-
de heen, en zijn nergens toe dienftig;
gemerkt de heerlijkheid van dezen

boom: fchier tornde brete en hoogte j heefter alleen in de bladen beftaet.

van een aelbeflën boom of Europifche Wijders, tot het koken des dranks

roos op , en«verfpreid zich in ver- Cha, worden de murruwfte en eerfte
^ bla-

in het Landfchap van Quantung en
Quangß. Maer men heeft \'er zeer tref-
felijke en overvloedelijk veel genber,
die zy
Sem Kian noemen : ook veel

-ocr page 882-

M

bladen des voorjaers genomen , die
dc Sinefen zorgvuidelijk, cn een voor
mctde\'hand afplukken, en aenftonds
in een yzere ketel over een weinigh
vuurs warm maken , daer na op een
dunne en Heh te mat, door het over-
ftrijken met de handen, in malkandre
rollen. D\'inmalkandre gerolde bla-
den worden weer over\'t vuur gehan-
gen, cn weer op nieu met wrijven te
zamen gerolt, tot datze volkomen in
malkandre gerolt endrooghzijn, cn
dan in tinnen vaten zeer naerfte-
lijk bewaert , om voor alle vochtig-
heid cn uitwafcming bcvrijtteblijven.
Soo Trigaut getuigt, drogen deSine-
fen de bladen, in\'tvoorjacrgeplukt,
niet over \'t vuur;maer in de fchaduwe.

Ontrent het gebruiken dezer bla-
den is tuftchen de Sinefen en Japan-
ders eenig onderfcheid, want, volgens
Trigaut,fmijten de Sinefen etlijke de-
zer bladen in een pot met ziedend
water, welk, na de kracht daer in ge-
trokken is, warm gedronken word;
zonder de bladen
te nuttigen, die blij-
ven leggen
: of zoo de Heer Tulp ge-
tuigt, dc Sinefen koken de bladen met
een weinig zouts en zuiker, tot weg-
neming der bitterheid, in zeker nat,
en drinken dat warm in. Of op een
geflote hand vol
The bladen , in een
pot van een mingele nats, word zie-
dend heet water gegoten, tot boven
toe vol, en dan, na een wijle van on-
trent honderd tellens, ingedronken.

Of, zoo andere willen , het zie-
dend water, daer in dc
The bladen ge-
legen hebben, word met een vierde
gedeelte zoete melks en een weinig
zouts ingedronken.

De Japanders, ten tegen dele, men-
gen de bladen, eerft tot poeder gefto-
ten , of op een marmer-fteen gewre-
ven , zoo veel in twee of drie lepelen
kan,in een kelk of een kroesje met fte-
dend water, en drinken dit meng-
fel, zonder iet overblijft, te gelijk
uit.

Ook is tuftchen dc Sineefche en
Japanfche
Thee eenigh onderfcheid:
want de bladen van de Sineefche
Thee zijn donker groen ; maer die
van de japanfche bleekgroen en aen-
gcnamer van fmaek : waerom deze

veel hoger gewaerdcert word , dan
de Sineefche , cn geit by wijle een
pont honderd pont zilvers : of vol-
gens Trigaut word dikwils het pont
van dc befte Japanfche
The voor tien
of twalef dukaten verkocht.

De Sinefen gebruiken fchier ge-
duuriglijk nacht cn dach hctkookfel
ofafftedfcl dezer bladen voor hunnen
dagelixen drank ; niet alleen over ta-
fel ; maer ook zoo iemand eenen an-
der komt bezoeken of begroeten,
deesword aenftonds met het aenbie-
den van dezen drank eerbicdelijk in-
genodight. Ja die ten hove byde gro-
ten iet te verrichten heeft, word aen-
ftonds , zoo dra hyzitten gaet, met
ccn kop
Thee-drank befchonken. Def-
gelijx wanneer iemand te gaft geno-
digt, en ten huize van den gafthouder
gekomen is, word , na het afleggen
der gewonelijke groetenilfcn, op het
eerfte plein of in het voorhof deze
The-dvank gedronken; en daer na ter
plaetfe van het gaftmacl gegaen.

En gefchiet dit met zulk een gene-
gentheid des
herten , dat ook zelfs
grote Heren en Vorlfen zich niet ont-
zien , ja zich tot eere achten deze
dranken voor de vrienden met eigen
handen toe te maken.

Hierom hebben degroten\'en Land- Tulf. ok.
voogden in het binnenfte van hun Pa-
leifen vertrekken en haerfteden, ge-
maekt van de dierbaerfte ftenen en
hout, alleen eigentiijk tot dit werk:
waer in de potten, ketelen, trechters,
kroefen of kopjes , lepels en ander
fraei gereetfchap dezer kokerye naer-
ftelijk in zijde doeken bewaert wor-
den.

Zy befteden eenige duifend duka.
ten aen ditgereedfchap, en laten het
niet dan acn hun getrouftc vrienden
zien, ja isby hen niet minder gewaer-
deert, dan byons, diamanten en peer-
len.

Deze drank, na de wijze der Sine-
fen , word altijds warm ingedronken
ofheveringcflurpt : een gebruik, by
d\' oude Romeinen voor veel eeuwen
onderhouden , die veel meer van
warm, dan van kout water
hielden:
want de The-dtank kout geworden,
verlieft zijne eelheid,kracht en fmaek.

Ff 2. Zeer

-ocr page 883-

Zeer keurig zijn de Sinefen op het
water, daer zy de
The in koken of zie-
den , en doen dat by wijle eenige mij-
len verre van andere plaetfen halen.

Het water des brons Hoei , in de
landftreke
Chancheufu des Landfchaps
van
Kiangnan, wordt voor\'tbequaem-
fte by de Sinefen gehouden, om den
drank
Cha te koken, en hierom ook
gewoonlijk\'by de grooten gekocht en
van daer na de verre-gelegenfte Land-
fchappen , ja tot in \'s Keizers hof
Pe-
kingYQtvottt.

Ook drinken de Sinefen hunnen
drank
Cha uit byzonder flagh van aer-
de kopjes, die dezen drank door haer
welriekentheid (zeer gelijk met die
van Jenever , Cypreffen, en Aloes-
Jiout) een aengenamen geur geven.
Men vint \'er ook eenige hier te lande,
van daer herwaerds over gebracht.

De befte aerde Thee-kopjes, vol-
gens Martijn, worden gemaekt in de
Stadt
Guihing des Landtfchaps van
Kiangnang ; zulx ook de Stadt daer
van den naem bekomen heeft; want
Guihing , is glorie der aerde gezeit.
Deze worden by de Sinefen hierom
voor die van het Landfchap van Äz-
angfi, (fchoon deze blinken-
der en meer doorfchijnendzijn) wijl
zy dezerf drank een zekere fmaek en
reuk, by de Sinefen begeert, by zet-
ten. Waerom zy zeer hoog byhen
gewaerdeert worden , en de gehele
Stadt byna niet anders doet, dan
The
kopjes maken. Eenige worden zeer
dier verkocht.

Wonder hoogh roemen de Sinefen
de krachten van den
Thee-drank , ja
fchryven dien voornamelijk toe, dat
zy van voetjicht noch fteen in de bla-
ze of nieren weten. Na den eeten in-
genomen , verdrijft deze drank alle
onverteertheid en raeuheid der mage:
want hy bevordert geweldig de ko-
king : verdrijft ook de dronkenfchap,
en geeft weer nieuwe krachten tot
drinken, en beneemt alzoo alle moe-
jelijkheden van hooftpijn, uit dron-
kenfchap ontftaen ; wijl hy d\' over-
tollige vochtigheden, verteert en den
genen, die tot waken genegen zijn, de
llaperige dampen verdrijft, en het
aenkomen des flaeps voor die willen
waken , wech neemt. Hy Verfterkt
ook fwakke gezichten.

De Sinejen en japanders (zoo de
wijdberuchte Arts , de Heer Niklaes
Tulp, in zijne aanmerkingen getuigt)
IV Hen ,dat niets heilzamer dan het kruit
The IS, zoo wel om \'t leven tot den uit-
terften ouderdom te verlangen, als om
alle heletfelen der gezontheid te verhin-
deren : want het maekt niet alleenlijk
het lichaem luftig, en heneemt de pijne
des ft eens, {daer zy zegden aldaer nie-
mant mede gequelt te zijn;) maer ver-
drijft ook de pijne des hoofts, verkout-
heid, lopen der oogen, zinking, aemhor-
ftigheid, zwakheid der mage, puin-pijn,
vermoeitheid en ftaep, dien het zoo mer-
kelijk.verjaegt, dat die deze drank in-
ftorpen, hele nachten met waken kunnen
overbrengen, en zonder moeielijkheid^
Want het verwarmt matelijk, en, met den
mont der mage te zamen te trekken , be-
toomt en bedwingt der mate het optrek-
ken der dampen, dieftapen aenbrengen,
dat zy geheelijk geen beletfel gevoelen,
die den nacht, met fchryven of in de boe-
ken te blokken, willen o verbrengen.

In \'t eerft valt de The-drank, zoo ie-
mand dien noit te vore gedronken
heeft, een weinig onfmakelijk en bit-
terachtig op de tong; hoewel dezelve,
door het gebruik, niet alleen aenge-
naem van fmaek word ; maer ook tot
zulk een lekkernye voor de tong, dat
die eenmael daer aen gewent zijn,
nauhx daer van kunnen onthouden.
In \'tkort het is een zeer edel en zon-
derling krachtigh hulpmiddel, zelfs
ook hier te lande, Voorgeleerden, en
al die benootzaekt zijn te waken. Wel
doet de
Kave of Koffie-drank byna het
zelffte; maer daer byontfteekt deze
door haere hitte de gal. \'De
The-drank,
ten tegendeel, is altijds, zonder aen-
fchou van tijd, onfchadelijk, wonder-
lijk heilzaem; niet alleen voor een rei-
ze , maer fchoon ook
honderdmael
des daegsingenomen.

De bladen zijn eeniger mate bitter-
achtigh van fmaek en verwarmend :
fchijnen ook een kruidige kracht, en
veel meer een over groote
dunheid
van delen , dan een famentrekkende
kracht by zich te hebben. Het dik-
wils gebruik drijft de wei des bloet en

zweet

-ocr page 884-

zweet eenigzins uit, en zet te gelijk
iiet water overvloedelijk af.

Wijders, niet alleenlijk gebruiken
de Sinefen dezen drank ; maer ook
d\' Indianen , Tarters , die van
Tihet,
Mogor
en fchier ai de volken aen den
oever der Indifche zee. Ja is de zelve
federt eenige jaren herwaerd ook hier
te lande in gebruik geraekt : en word
fchier
op een zelve wijze bereid, ge-
lijk
byde Sinefen ; teweten, demee-
ften doen
de The-hladen met water
een weinig over \'t vuur koken: andere
doen de zelve in ziedend water, van
\'t vuur afgezet, maer word, na het in-
fmy ten der bladen, een weinigh weer
aen het vuur gezet. Wanneer men
het kookfel of affiedfel drinken wil,
word daer by, tot tempering der on-
fmakelijk en bitterheid, een weinigh
kandy-zuiker gedaen. Wel is waer
men hier te lande zulke grote krach-
ten in de
The niet bevind; als de Sine-
fen in
Sina; maer zulx komt veel meer
by de wijze van toe te maken en te
gebruiken ;by de
gefteken is onzer lic-
hamen
en andere beletfelen toe,als by
het kruit zelf. Ten andere houden de
Sinefen daer by een zobere leef-maet.

Men twijfelt of dit gewas en des
felfs gebruik lang en van overouds by
de Sinefen bekent geweeft is. Zo Tri-
gaut getuigt, kan defleifs gebruik by
hen niet zeer oud zijn ; gemerkt in
d\'aeloude Sineefche boeken geen cha-
racter offchrijf-bcelt ( zoodanig al de
letteren der Sinefen zijn) gevonden
word, om het te bedieden of uit te
beelden.

Andere willen dat wel deze heefter
of dir kruit federt veel eeuwen her-
waert in \'twik , en zonder aenque-
king gegroeir heeft ; maer deftëlfs
aenquekingh, uitftekende krachten,
wijze van daer uit een drank te ma-
ken, zoo heel lang onder de Sinefen
niet bekent geweeft zijn.

Heden groeit decs heeftcr niet in
\'t wftt; maer word met zonderhnge
zorge gepoot, teweten, ten platten
lande , op heuveltjes , ontrent drie
voet van malkandre.

De The groeit nergens dan \'mSina,
Siam Japan,
en Tunking; maer op geen
plaets van geheel
Sina weelderiger cn
in grooter overvloet, dan in de der-
tiende landftreke
Chicheufu des Land-
fchaps van Nanking.

In de zevende Landftreke /uenki-
des Landfchaps van
Junnan : en
in de derde Landftreke Kingyven, des
Landfchaps van groeit zeke-

re vrucht yfr^i^, anders FaufelgéieQ-
ten, die d\'inwoonders, gelijk meeft al
d\'Indianen met de bladen van
Betel
knauwen , welk het fpeekfel roodt
verft. Zy wordt in de Land-tale
Ma-
kinnang genatmt.

luieren*

-Elijk" het geweft van Sina
, met veelerlei gewaflen van
boomen, heefters en krui-
den ; zoo ishetookgeze-
gent met menigerlei vicrvoetigh ge-
dierte , vogelen , vifl^chen, flypende
of kruipende en ongedierten.

Door geheel Sina, voornamelijk in
het Landfchap van
Quantung , vint-
men Herten,Hazen, Reen, en dierge-
hjk wild. Onder het reizen worden
op de wegen bywijle heele troepen
gezien.

Een groote meenigte van Ree is in
het Lan dfchap van
Huquang.

Door geheel sina vintmen veel
zulke
Schapen, als in Pcrfte en Tarta-
rije ; teweten, met lange en dikke
fteerten, die haer naftepen,bywijle tot
de zwaerte van veertig pond, en on-
gemeen zoet van vleefch zijn. .

Sch.

Ontrent de tiende krijgs-ftadt Tieki Koe-besfien.
des Landfchaps van Suchuen, cn in de
landikrekeJungningfu des Landfchaps
van
Junnan, vaüen treffèlijke koe-bee-
ften, met zeer lange, dikke enkrult-
hairde fteerten, die de Sineefche
krijgs-knechten , in plaets van plui-
men, op \'t hooft aen dc ftorm-hoeden
en aen de vendels fteken. Van het
hair worden tapeetferyen en klede-
ren gemaekt, zeer treftèlijk
tegen de
regen.
Veel zulke koeien heeftmen
in het Koningrijk van Tihet,

ff 1 In

-ocr page 885-

steen Nieu- In dc landftreke Cingcheu fu en Teng-

homg. cheufu, des Landfchaps van Xantung,
word in de mage der koeien ze-
ker fteen gevonden,
Nteuhoanggehe-
ten, da-i\'s geelte der koeien, om zijn
geelheid van kleure: want
Nieu is een
koei, engeel gezeit. Deeze
fteen is van verfcheide grote, zom-
tijts als een ganfe ey : zoo vaft niet
als Bezoar fteen , en derhalve veel
lichter; hoewel by de Sineefche Art-
zen hoger geacht,als de Bezoar-fteen.
Uitterlijk aen te zien, fchijnt hyuit
witachtigh geel en droogh krijt te be-
ftaen. Hyis,zoo de Sinefen willen,
kout van temper , maer drooght de
zinkingen des hoofts zonderhng op.
Deftelfs poeder, volgens de Sinefen

ylugge hoe.

ZoHt-koe.

Witte kat\'
ten.

Een weinig kout water op den zeiven
geleid i geeft hy eenen damp uit, en
het water trekt gezwind in den fteen.

Volgens Martijn word dees fteen
by Bellonius de Gal-fteen genoemt,

dien de Arabieren, zoo Bellonius wil,
Haraczinotmen..

In de landftreke Luicheufu des
Landfchaps van
Quantung is een dier,
de vlugge koe by de Sinefen geheten,
om zijne vlugheid in \'tlopen , wijl
het gezeid word eenen wegh van
drie honderd ftadien op eenen dagte
kunnen afleggen. Het is op den kruin
met een langwerpig ronde hoorn ge-
wapent.

In dchndiireke Cincheufu des Land-
fchaps van
Quangß, is een hoorn-
beeft, een koe niet ongelijk,met hoor-
nen , die in witheid het elpen-been
zelf overtreffen. Wonder geneight is
dit dier tot zout : waerom de jagers
het zelve zakken met zout voorzet-
ten, daer het zoo gretig na is, dathet
zich zelf gelijk vergeet, en liev er laet
vaft binden , dan op te houden van
lekken aen de zout-zakken : en al-
dus word het gevangen en gedoot.

In het Landfchap van Peking zijn
katten metfpierwit lang hair en neer-
hangende ooren : zy worden by gro-
te Juffers tot vermaek gehouden;
, maer willen niet muizen , miflchien
door het al te lekker opvoeden Men

muiskatten ; doch worden deze zoo
lekker niet opgevoet

Onder andere is \'er een dier Xumxu

, ,1 ..1 Xumxu-

geheten, geel en by wijle zwart van
Verruwe, met zeer blinkend hair, en Boym.
zeer fchoon van opzicht, welk zeer
treftêlijk muift. Het hout in\'twilt;
maer de Sinefen maken het tam, en
hangen het, tot cieraet,zilver om den
hals. Hetkoft zeven of negen fcuden.

In het Landfchapvan Peking , on-
trent de krijgs-ftadt
Si-ven, vallen vry
grote muifen , met gele vellen , die
by de Sinefen zeer begeert zijn.

In het Landfchap van Xantungi^n
Wolven , die de menfchen en veld-
vruchten aentaften : in het Land-
fchapvan
Xenß veel Beren, der wel-

ftilt aenftonts he\'t kokend en ziedend | ker voorfte voeten by deSinefen in
water , zoo daer in gefmeten word.
j grote waerde zijn,en voor een lekker-

nye gehouden worden.

In de berg-rijke landftreke Linyao-
fu
des Landfchaps van houden
wilde oft\'en : ook dieren , even als ty-
gers, of parder dieren, of luiperts, vol-
gens Martijn
Pau, volgens Michael
hoim, Hiven Pao genormt. De vel-
len worden by de Sinefen tot klede-
ren gebruikt.

In het Landfchap van Suchuen; des-
gelijx in de vijfde landftreke
Chucheu-
fu
des landfchaps van Quangfi ,\\iomx.
zeker dier, Rhinofler mzgndks gehe-
ten, dat \'s neushoorn, om zekeren
hoorn, die hy op den fnuit of neus
heeft.

Aen verfcheide oordeii in Sina
heeftmen Olifanten; doch die meeft
alle uit het Landfchap van
Junnan en
Quangß derwaerts gebracht worden,
d\'inwoonders rijden daer op, en trek-
ken daer mee ten ftrijdt.

Door het ganfch Landfchap van
Chekiang houden Tigers; maer op den
bergh
Kutien, ontrent de ftadt
Tigers, die de menfchen geen
quaet
doen ; daer nochtans, die in de ge-
buur-geweften vallen , zeer wilt en
wreet van aert zijn : maer de wilde
gebraght op dezen bergh , worden
zoo tam, dat
zy niemant geheel en
al leet noch fchade doen. Desgelijx
zijneir op den bergh
Xepao in de land-
ftreke
Gucheufu des Landfchaps van

heeft \'er evenwel andere zeer goede Quangfi.

Men

-ocr page 886-

landftreke Chinyvenfu des Landfchaps
yan Junnan.

Inde zevende landftreke Nanning-
fu
des Landfchapsvan Quangfihtéx.-
men zeer grote yzere varkens, met
pennen van anderhalve voet lang, die
^ zy met zonderlinge beweging des
lijfs, op eenen iegelijk weten uit te
werpen, niet zonder quetftng van den
getroilèn.

Nergens in geheel Sina vallen zoo
brave en veel peerden,ais in het Land-
fchap van
Junnan , inzonderheid in de
landftreke
Junnanfu ,<en om en by de
krijgs-vefting
Mopang : defgelijx in
het Landfchap van
Suchuen, ontrent
de krijgs-ftadt Pf. > .

Op den bergh Holan, in het Land-
fchap van
Xenfi , by de krijgs - ftadt
Ningbm, houden veel wilde peerden.

De Sineefche peerdeii zijn door-
gaends niet hoog van lijf; maer wel in
\'t vleefch ;
breet van billen , en zeer
fterk en arbeidzaem. Zy laten haer
met een water-toom gemakkelijk be-
fticren, en doen, zonder geflagen te
worden, alles zeer wel.

In de landftreke Cungkingfu des
Landfchaps van
Suchuen houden op
den bergh
Tayung Bavianen , die in
groote en geftalte zeer na met den
menfch overeenkomen. Bovenma-
te zijn deze dieren op het vrouwvolk
verflingert, ja fchaken by wijle het
zelve op den wegh, om daer mee hun
geilheid te koelen.

In het Landfchap van I okien,hy de
derde kleine Stade, hout op den berg
Puon, zoo de Sinefen zelfs fchryven,
een hairig dier, den menfch zeer ge-
lijk. Diergelijk dier,
Jefe by de Sine-
fen genoemt, word ook in het Ko-
ningrijk van
Gannan gevonden.

Moskes of Moskeljaet valt inhet
Landfchap van
Xanfi, ontrent de Stadt
Leao, in dztYm Xenfi, inzonderheid
in de
detdelmdikxekeHanchungfu: in
het Landfchap van
Suchuen , in de
tweede landftreke
Paoningfu , cn on-
trent de Scadt
Kiating, by de zefte
krijgs ftadt
Tiendvm : op verfcheide
plaetfen in het Landfchap van
Junnan,
en op meer andere plaetfen , naer

Yzere Ver.
kmst

beerde».

^^vianen.

Hier

Moskes.

navel van zeker viervoetig dier, welk
Xe in \'t Sineefch geheten word ; ge-
lijk deMoskes
Xehiang, éaVsreuk of
ivelrïekendheid des diers Xe :
want
hiang betekent reuk of welriekent-
heid : of volgens Michael Boym cn
Filips Marinus , in zijn Hiftorie des
Koningrijks van
Tunking , is Xehiang
eigentiijk een welriekend Hert ge-
zeid. In\'er daet, het Moskes-dier is
een ^ Hert en Tiger gelijk; of een zeer a Boym-.
klein ^ hertje, hoewel met ccn weinig
b uartijn.
zwartachtiger hair en zonder hoor-
nen. Het gezwel voornoemt aen den
navel verbeclt een kleine beurs of
buil, beftaende uit ccn dun vliesje, cn
bezet metzeer fijne hairen.

Filips Marinus voornoemt be-
fchrijft de Moskeljaet en dit dier^al-
dus :
Zy hebben (verfta die van Laos)
de natuurlijke en oprechte Moskes uit
het Koningrijk van
Gnai. In hunner bof-
fchen hout zeker dier, welk de Sinefen
Yehiam noemen , dat \'s Moskes-hert,
welk zoo groot IS, als een Ree of Hertje.
In\'er daet, ik weet geen dier, welk gro-
ter over-een-koming daer mede heeft,
uitgezeid in de kop, die een wolfs-kop
gelijk is, en het twee zeer lange tanden
heeft, gelijkvan een oud wilt Zwijn.

Bet is bruinder , en donkerder van
verruwe, als een Hert, en zoo loom in
beweging , dat de jagers fiechts moeite
hebben te doen , om het op te fpeuren:
want opgefpeurt,laet het zich doden, zon-
der zich te bewegen of verdedigen. Wij-
ders van dit dier word de Moskes van
onderfcheidelijke deugt en waerdye ge-
maekt in dezer wijze.

Na dat het gevangen is, word hem al
het bloet afgetapt, en byzonder bewaert.
Onder den navel wordhemeen blaesaf-
geligt, opgevult met bloet of eenige an-
dere wei-riekende vocht, die aldaer ge-
ronnen Js. Daer na word het dier gevilt
en op vele flukken gehouwen.

Wanneer zy daer van de befie Moskes
willen maken, nemen zy de helft van dit
dier, dat is, dacht erft e delen, van de nie-
ren af, die zy met een weinig bloets i^^
een grote fiene mortier ftampen en fto-
ten , en eindelijk tot een pap maken.
Hier mee,hoewel eerft ge droogt,vullenze

de

Men heeft ook zeer wrede Tigers \'r Wefte. De Moskes of Moskeliaet
en Luiperts op den bergh iV^/o , in de is zeker gezwel of verheifel aen den

-ocr page 887-

de kleine leur [en op, die zy van het zelf-
fte vel des diers maken.

Zoo zy ftechter Moskes hegeren; maer
die evenwel ook zeer goet en onver-
valfcht is , zy ftampen al de delen des
diers te gelijken zonder onderfcheid, en
maken die tot een pap, met eenweinigh
van zijn hloet in de mortier, en vullen
de kleine heurfen, gelijk gezeidis, daer
mede op.

Behalve deze twee foorten van Mof
kes, heeftmen noch een andere, die ook
zeer gewaerdeert word, hoewelzoo goet
niet IS. Deze word gemaekt van de voor-
deelen des diers, dat is,van al de deelen
van de kop af tot aen de nieren, die zy af-

zonderlijk hy de reft dezes diers leggen,
om daer van de gemeine Moskes te ma-
ken : zulx van dit dier niet wegh gejme-
ten word: maer is in alzijne deden goet:
waerom gewoonelijk gezeit word, dat
het doodt waerdiger is, dan levend.
Noch word een apiler ftagh van Mos-
kes gemaekt, welke in grooter meenigte
na Europe over gevoert wordt, dan d\'op-
rechte . Deze word gemaekt eenfdeels
van de Amher, die op zekeren tijdt des
jaers , onder eenige eilanden van Ooft-
Indiën gevifcht word, en eenfdeels ook
van het zap, welk getrokken word uit het
lichaem van een Kat,
Algalia genaemt.
Dit zamen-mengsel geeft zoeter en aen-
genamer reuk, dan
d\'Amber alleen, die
zeer fterk is, en weinig aengenaem voor
delneufe.

En deze laefte is de Moskes van deze
geweften, die in Europe verfchenen is.
Dus verre Marinus.

Wanneer dit dier (zoo de Sinefen
fchryven,) uit den rijke van
Lu, in dat
van gebragt word, fterft het aen-
flonts, gelijk de vifch uit het water.

Vogelen,

Eemmmt ^N het Landfchap van Xenfi^, on-
i trent de krijghs-ftadt
Mincheu,
•^en by de zefte krijgs-ftadt Tien-
civen
des Landfchaps van Suchuen,zï)n
hennen met wol op \'t lijf, die van fcha-
pen gelijk, in plaets van veeren : zijn
klein, zeer kort van benen, hoewel
ftout enmoedigh, cnbygrooteMc-
vrouwen tot vermaek en welluft.
Diergelijk flag van hennen heeft-
men ook in
Kamhoia en Siam, doch
niet met wol; maer met veren be
dekt.

Kircher trekt dit ingefchil, en wil
veel meer dathet fijn gekrulde veren,
danwolzy: met deze woorden:

De vraeg is, of deze hennen waerelijk
met hairig wol, geliik de heeften , he~
dekt zijn of niet: ge wi(felijk, na alle om-
ftandigheden wel overwogen en tegen
elkandre geleken te hehhen, zeg ik, dat
het geenzins wol van viervoetige dieren
maggenoemt worden: maer gelijkze met
zeer fijne pluimen , over het geheel lijf
gekrult, hekleetworden, dat,alzoo ook
het ftechts gekrulde wol van gekrulde
pluimen fchijnt te zijn , en daer voor ge-
houden word- En hehhen
(vervolgt Kir-
cher)
hierom den naem van woldragen-
de hennen gekregen. Hier van geef ik

deze reden : het ft rijd zoo w.el tegen de
natuurlijke temper en gefchapenheidder
dingen, dat de vogelen met hair of wol
gehören, als dat de viervoetige dieren
met pluimen hedekt worden : gemerkt
het een ander natuurlijk heginfelisvan
hair of wolin de viervoetige dieren ; en
een ander van pluimen in de vogelen:
en het is onmogelijk, dat een en dezel-
ve hoetferende en vormeerende kracht,
V zy van hair of pluimen, in de zeer ver-
fcheidene zaden heider dezer zy. Want
die acht wil geven op de regel der na-
tuur van heide, zalhevinden, dat hier
uit niet zoo zeer eer een waere en wette-
lijke , aen zeker geflacht eigen, als een
wanfchape
vrucht der natuur e , huiten
haer oogmerk, voortgehragt word.
Dus
verre Kircher.

In de landtftreke Nanningfu des
Landfchaps van
Quangfi
van zeltzame en wonderlijke hennen,
die boom-wol of lange draden uitbra-
ken, zoodanig
gemeenlijk met Ipin-
nen van boom-wol
gemaekt worden.
Dan flurpen en ftingcren deze wol
weer in, zoo niet aenftonds op g^\'
racptword.

Een ander flag van wilde hennen,
Jeki geheten , houden op de hoge

ber-

jjsnnen
Jeki\'

-ocr page 888-

bergen der Landtfchappen van Xenfi
en Quangfi. Deze zijn van ongeme-
ne grote, wit van kop, en met veier-
veren verciert : hebben

lei flagh van

een bultige ruch , defgelijx voor de

Vogel Tung.
hoafting.

duurt. Men zou het een levendige en
vliegende bloem mogen noemen,zoo
gelijk is het, eenfdeels in fchoonheid,
eenfdeelsiin kortheid van leven, met
eenen bloem.

zoet van fmaek, en, tot wonder van
eenen iegelijk, met de grootfte ver-
fcheidenheid van kleuren gefcha-
keert.

Vogel Chin. In Sina is zeker vogeltje Chin ge-

Vogel Lo.
kung.

Vogel
^oangcio.

— — ^^ ^ - — . . — 1 —

(dees word getrokken uit rijs en San-
genoemt) gemengt, en daer na fijn
geftoten, een dodelijk vergif is, door
gene artzenye te weder-ftaen.

In de landtftreke Xincheufu des
\'Landïdiipsvan Huquanghgm op den
Lokung zeker vogef, die noit
eenigh geluid geeft, dan tegen den re-
gen-tijdt, tot een voorteken voorde
huiftuiden.

In de landtftreke Kiahingfu des
Landfchaps van
Chekiang vangen de
Sinefen in den Herfft zekere vogelt-
jes,
Hoangcio geheten, die zyin den
voorzeiden rijs-wijn leggen , en het
geheel jaer door verkopen.

In d\'eerfte landtftreke Queilingfu

De Sineefche Artzen weten daer

len , met fchone en zeer fraeie plui-
men, die de Sinefen onder dezijde-
ftoften weven.
In de landftreke
Kiocingfu des Land-
van een zeer krachtigh oogh-v^^aier
toe te fl:ellen, tot een genees middel
tegen alle gebreken der oogen.

Ongeloofelijk veel endten zijn in Endte».
het Landfchap
van Quantung , door

borft zekere üult, waerom zyr^fi-i ge- [ de zonderlinge naerftigh enVaerdig-
heten worden , dat
\'skameelhennen. \\ heit der landzaten, in die aen te fok-
In d\' eerfte landftreke
Chingtufu des | ken en te queken. Wel heeftmen die
Landfchaps van
Suchuen is zeker won- over al in Sina, maer nergens zoo
derlijk en beziens waerdigh vogeltje, overvloedelijk als in
Quantung.
\\ve\\kdQSméQnTunghoafungnotmQn,\\ d\'Endten broeien aldaer d\'eiren
dat\'svogelvan den hloemTung: {Fung | niet uit, gelijk hier te lande; maer de
bediet
vogel: Hoa hloem, en Tung is i Sinefen fteken die in een oven, een
d\'eigen naem des bloems) want het weinig warm gemaekt; ofbegraven-
groeit uit den bloem
Tunghoa, en leeft ze onder de meft, by na op een zei-
zoo lang, als de bioemzelf des booms ve wijze, gelijk men zeit d\'Egypte-

naers doen.

De Sinefen voeden op hun fche-
pen en vlotten van bamboes-riet hele
kooien met endten, die zy aen ftrand
of aen d\'oevers der ftromen brengen.

Het heeft een rootachtige bek, is om aldaer, met het aflopen des wa-

ters, haer aes en voetfel, als oefters,
kreeften cn andere fpijze, op\'t droge
ftrandt tc laten zoeken. Verfcheide
troppen Van vele fchepen vermengen

— n , O ^lei dikwils in\'t water enop\'t ftrant

noemt, wiens flagh-veren, met wijn onder malkandre ; doch keert ieder

wti.

trop, tegen den avont, op het geluit
van een bekken , daer op geflagen
wort, na zijn fchip. De Sinefen ge-
bruiken d\'endten ook om her on-
kruit uit de rijs te wieden.

Schier door geheel Sina wort zeker vogeiton.
vogel gevonden, Louwa in \'t Sineefch "
geheten. Dees is wat kleinder, als
een gans, en een rave niet zeer onge-
lijk, meteen langen hals en bek, als
eenarent, ophet einde krom omge-
bogen, met voeten, die van een gans
of zwaen gelijk, en een zonderhng
wij de krop,bequaem ten vifch vangft.

Plinius fchijnt deezen vogel met
een griekfchen naem
Onocrotalus te
noemen, (wclk zoo veel gezeit is, als

des Landtfchaps van Quangfi vAkn \\ trommel desezeis, omzijn fchor en
zeer fraeie cn velerlei kleurige voge-1 yzelijk geluit) en in volgende woor-

Icliaps van heeftmen zwalu- zeiver kele zekerßagvan een andere lijf

wen met kleine en grote witteplek- moeder waere. Hier in hoopt het on-
kenonder\'tlijf. verzaedelijk gedierte alles te zamen-.

zulx die van een wonderlijke ruimte is.
O g Jen-

den tc bcfchrijven.:

d\'Onocrotalus heUen de gelijkenis
van zwanen, en worden gehouden ge-
heellijk niet te verfchillen, ten zy in der

-ocr page 889-

Aenflonts, na de rmf volhraght is, komt
•van daer
allengs in den mmt, en einde-
Ujk in den rechten huik
, na de wijfe der
herkauwende dieren.
Dus verre Plinius.

De Sinefen viffclien door middel
van deze vogels , en leren dezelve
het viffchen , even als men hier te
lande de honden hazen leert van-
gen. Wijders, het vilfchen gefchiet in
dezer wijze:

De viffchers varen met kleine
fchuitjes , of vlotten van bamboes-
riet ,zeer
dicht te zamen gevlochten,
dacr zy deze vogels op zetten, op
ftromen en meiren uit vilfchen.

De viftchen aldaer gebraght, en
buiten boort gezet, duiken aenftonts
onder water, en zwemmen met gro-
te fnelte en gczwinthcid voort. Zoo
dra nu de vogel een vifch onder wa-
ter achterhaelt en gevat heeft, flokt
die aenftonds inde krop; fehiet zeer
fchielijk dacr mee boven water , en
komt aen \'t vlot of vaertuig. De
viftcher of meefter des vaertuigs
breekt den zetven de bek datelijk
met gewelt open en duuwt de vifch
met een zonderlinge behendigheid
en handgreep uit de krop. De vogel
word daer na weer buiten boort ge-
zet , om meer viflehen op een zei-
ze wijze te vangen.

Dan tot belet, dat deze vogels,
die zeer gretigh op vifch zijn, dezd-
ve niet zouden doorflokken of bin-
nenwaerds inflingcren, word haer de
krop of halamet een yzere ring toe-
gefloten , daer de vifch voor zitten
blijft.

De viflchcn , die door haer grote
in de krop dezer vogels niet
kunnen,
worden door haer by dc neb op-
gehaelt; \'twelk zy den vifl"cher met
Troot geluid te kennen geven , om
laer die afte halen.

Ja helpt ook d\'een vogel by wijl
den ander, zoo de vifch te
groot is,
na het vaertuigh flepen,
die zy ieder
by een eind in de bek gevatj heb-
ben.

Zoo

-ocr page 890-

Zooby gevalle eenige vogels ach-
ter blijven, of niet datelijk, zoo dra
zy buyten boort gezet zijn, onder
water duiken, die worden met een
bamboes-riet, om haer de tracghcit
af te leeren, zeer fel op \'tlijf gefla-
gen , dat de pluimen by wijle daer van
ftuiven.

Na een goet deel vifl^chen gevan
gen te hebben, word d\'yzere ring
haer afgedaen, om voor haer zelf cn
tot haer eigen voedrfel te vangen :
Welk haer zeer gewilliglijk in \'t van-
gen voor haere Meefters maekt.

De vifl^hers moeten, voor ieder
vifch , jaerlix zekere fchatting aen
den Keizer geven. Zeer dier zijn de-
> ze vogelen, en gek dikwils een eeni-
ge , die wat vaerdig op de vangft is,
vijftigh tijl zilvers, ieder tijl gerekent
op zeven en vijftig ftuivers.

By Johan Gonzales van Mendoza,
in zijne befchryving des rijks van
Si-
na,
worden deze vogels, in\'tNeer-
duitfch ,Scholfersgeheten, cn dezel-
ve en haer vifch-vangft aldus befchre-
ven:

De Sinefen hebben een zonderlin-
ge maniere van te viflchen, die zeer
vernuftig en fraei is. De Keizer houd
in alle Steden , gebout op"d\' oevers
der ftromen , zekere huizen , waer
in alle jaren veel Scholfers opgebragt
worden, met de welke gevifcht word
in de maenden, als de vifch haer kuit
gefchoten heeft, in dezer wijze. De
Meefters dezer vogelen nemen haer
uit de kooien en brengenze aen d\' oe-
vers der ftromen , alwaer zy veel
fchuiten houden om te vifl"chen , en
vullen die ter halver wege met wa-
ter. Daer na word haer de krop on-
der de vleugelen met een lang koor-
deken zoo dicht toegebonden , dat
zy de vifch niet kunnen doorflinge-
ren. Als dan worden de Scholfers in
\'twatcr gefmeten, om te viflchen,
\'t welk zy zeer gaerne doen, en fchie-
ten met een grote fnelheid, tot ver-
Wondering, in\'t Water ; komen ein-
delijk , na een wijle onder water ge-
weeft te zijn, en \'tgeen tuflchen de
neb en krop is vol vifch gekregen
hebben, weder boven, en vliegen
met de zelffte fnelheid na de fchuit.

en fchieten de gevange vifch in het
water van de fchuk, om niet te fter-
ven.

Zoo dra hebben zy de vifch niet
uitgebraekt, of keren terftond weer
op nieu , ten roof, cn volharden
m dit viflchen wel vier uuren ach-
ter een, tot dat de fchuit vol vifch
is , zonder d\'een den ander belet
geeft.

De vogels eindelijk keren , zon-
derkoordeken, op dc ftromen, om
voor haer zelve te viflchen , juift te
dien tijde, als zy daer grote begeerte
toe hebben : want daegs voor dc vif
fching word haer de gewonelijke fpij-
ze onthouden , welk is zekere ma-
te geerft, om des te gewilliger ten
vangft te trekken. Na een wijle ge-
vifcht te hebben , worden zy uit
het water genomen , en weer na
haer kooien gebragt. Dus verre Men-
doza.

ïn de landftreke Nanningfu des FApegaien.
Landfchaps van zijn fpreken-
dc of kakelende en zeer klappende
Papegaien, van grote engeftake, als
gieren.

Op\'trouwgehcïghte wm Suchuen
houden zeer ftoute en kloeke Gie-
ren : in het zelffte Landfchap by de
krijgs - ftadt
Temui veel zangerige
Leeuwerken.

In het Landfchap Quantung , en in
dat van
Quangß cn Junnan, houden op
\'t gebergte tamme en wilde Pauwen,
die zeer weinigh in d\' andere Landt-
fchappen vallen, en geen andere, dan
van dacringebragt.

In d\'achtfte landftreke Hoaiganfu
des Landfchaps van Nanking zijn
veel meer Quakkelen en Fefanten,
dan op eenige andere plaetfen van
Sina.

In de landtftreke Taipingfu des
Landfchaps van
Nanking, leit in den
ftroom
Kiang een eiland Hiao, welk
niet anders , ais ccn doorgaende uit-
geholde ftccn fchijnt te zijn: hierop
neftelen ontelbare mcenigten van
nacht-uilen; wacr van ook het eiland
zijnen naem bekomen heeft.

In het Landfchap van Xantung
zijn veel Hoenderen, vette Kapoe-
nen, Fefanten, en Veldhoenders in
Gg 2 groten

-ocr page 891-

gen prijs te bekomen: ja de kleine en
kuikens veel minder, dan de vette ka-
poenen.

In Sina hout ook zeker \\ogd Fung
eigentiijk geheten , en met het by-
voegen van
Ciang, dat \'s geluk, Fung-
ciang :
want het verfchijnen van de-
zen vogel (en hy verfchijnt zeer fel-,
den en altijts alleen) word by de Si-
nefen voor een goet voorteken en

troot geluk des gehelen rijks gehou-
en. Of, vólgens Boym, zoo de-
ze vogel uit d\'oogen der menfchen
vertrekt, het is een voorteken van
d\'eene of d\'andere rampfpocdigeuit-
komft, aen den koninglijken huize.
De Sinefen malen dezen uitftcken-
den vogel met een wonderlijke ver-
fcheidenheid van kleuren af, en roe-
men hem geweldig: flikken, en we-
ven met gout, zilver en zijde zijn
afb^lding op dierbare tapectferyen

enklederen.

Martijn wil hem voor den vogel
of voor zeker bonte, en on-
bekende flag van arenden gehouden
hebben.

Zoo defelve Martijn getuigt, leid
in de landflreke
Munghoafu ÓQs\'Land-
fchaps van Junnan, een berg, na den
Sinefen
Fenix, Funghoang genaemt;
wijl dees vogel, zo de Sinefen zeggen,
op den zelven geftorven was, na eene
wijle zeer liefelijk en aengenaem ge-
zongen te hebben. Zy voegen daer by
dat al de vogelen uit d\'omleggende
geweften, op het uitgaen der herfft,
op dezen bergh vergaderen , en de
dood van den
Fenix aldaer bewenen
en betreuren, d\'inwoonders nemen
ook deze dagen waer,en khmmen des
nachts met licht op den berg, ten vo-
gel-vangft, met weder keren van mee-
nigte der treffelijkfte vogelen.

Boym befchrijft dezen vogel al-
dus :
By de Sinezen is een vogel van
ongemene fchoonheid, wanneer deze zich
voor doogen der menfchen verherght,
zulx wort tot een voorteken van d\'ee-
ne of andere rampfpoedige uitkomfie
aen den koninglij ke huize gehouden. Het
mannetje wort
Fum : het wijpe Hoam
genoemt: zy neftelen op de bergen des
Koningrijks
Tan; (Tan is heden het

Vogel lun-
ximg of
leaix.

de aen dat van Peking): zijn van hooft
een paeu gelijk. Het Sineefch gedicht
zeifer aldus van: Hy betekent met de
fchouderen,de deucht: met de lendenen,
gehoorfaemheit: met de reft des lijfs,gt-
trouheit. Het is een zeer godvruchtige
vogel: treet van vore als een rinofter:
van achteren als een hert: heejt een kop
als een draek, voeten als een fchille-
pad: een fteert, als een haen. Hy ver-
toont de hlinkverwige vleugelen van
vijf zeer fchone vogelen. De grootfte
overheden dragen deze vogelen met
gout geftikt op de kleren, daer zy iets
geheims mede uitbeelden. De groote is
niet boven twee palmen.
Dus verre
Boym.

In het Landfchap van XenfihoMdcn vïeemt**\'
vleermuizen, zoo groot alshoende-
ren of ganfen. Zy worden by deSi-
nefen voor zonderling lekkere difch-
gerechten gehouden:wijl haer vleefch
in lekkerheid verre boven dat van
hoenderen by hen gekeurt word.

Diergelijke vleermuizen, over het fifi.
geheel lijf hairig, gelijk apen of kat-
ten , en met een apen of katten kop
en zoo groot als duiven, hennen of
ganfen , worden aen verfcheide oor-
den in Afie gevonden, als in het Ko-
ningrijk van
Mogor, in het geweft van
Kafmir, in Suratte, en op de naby gele-
ge eilanden,als ook in
Brezijl.Xy vlie-
gen in
Suratte by troepen, gelijk wil-
de ganfen , en worden des avonts in
de lucht of aen de bomen hangende
gezien , en doen door haere onge-
wonelijke grote en wonderlijke ge-
ftalte, tot ftommenstoe, denvreem-
ling verbazen. Waerom d\'onzen, be-
deeft, door de nieuwigheid der za-
ke , om die onder \'tgevogelt te be-
trekken , dezelve, hoewel vry onge-
rijmt, gevleugelde of vhegendeapen
genoemt hebben. Wel mogenze on-
der het geflaght van d\' andere vleer-
muizen gebragt worden; ten aenzie-
ne zy vliezige vlerken in plaets van
vleugelen gebruiken , infgelijx dat zy
geoort zijn ; kiaeuwen en vier voe-
ten hebben , jongen cn geen eyrcn
werpen en die zuigen ; maer wijlzy
zoo groot als een kat zijn , meteen
dikke en vlezigebuik en borft; defge-

lijx

groten overvloet, en voor een gerin-1 Landfchap van Leaotum, na hy grenfen-

-ocr page 892-

lijx datze van denhals af, totaenhet
eind der klaeuwen , met een door-
gaend vel of vlies, gelijk een uitge-
fpannen zeil, van achteren bedekt
worden ; fchijnen hier door van al
d\' andere vleermuizen te verfchillen.
Voeg hier by, dat dit zeil onder wel
vhezig is, gelijk in andere vleermui-
zen, en met wol, aederen en vezelen
overtrokken fchijnt; maer van buiten
doorgaens met zeer zacht hair, ge-
lijk konijnen, grijs en afverwig zwart,
wonderlijk beklect is. Daer en boven
is ook dit bedekfel van ploien ont-
bloot, waer door de vleugelen, na de
wijze van andere vleermuizen, teza-
men getrokken en uitgeflagen wor-
den. Dies men bevinden zal, zoo het

beeltenis van deze met dat van een
^razijlfe of eenig andere Indiaenfche
Vleermuis geleken word, dees van die

zeer verfcheiden zal zijn.

Het geheel beefl: is ontrent lang
drievoet, en van een zelve brete : de
"eert dun, een fpan lang, die gelijk
ingezakt aen het zelffl:e vel hangt,
welk het geheel lijf van den
hals afrot
aen het eind der klaeuwen, gelijk een
uitgeftrekt zeil bedekt. Ook zit op
de benen geelachtig zachte wol: uit
de laefte geleden der voeten of tenen
fchieten dunne,zeer fcherpc en krom-
me klaeuwen ; waer mee het dier
hout , al wat het aenvat, inzonder-
heid boom-vruchten, die het affnoeit.
Het IS langachtigh van hooft, lelijk
van aenzien en oplperring
der bek:
heeft kleine tanden, bequaem ten
roof, en eindelijk ronde en kleine oo-
ten, beftaende uit een zeer dun vlies.

Zoo Kircher getuigt, hebben zoo-
danige vleermuizen geen pennige,
maer kraekbeenachtige vleugelen,
daer mede zy, niet anders als de geme^
ne vleermuizen,door de lucht vhegen;
hoewel dekraekebeenachtige vhezen
der vleugelen, met zoo veel
beenige
vezelen in de lengte der vleugelen
onderfcheiden zijn, dat zy zeer na
pennige vleugelen verbeelden. Zy
Gg 5 hoir-

-ocr page 893-

Wijders (volgens Bontius), nefte-
len op het eiland/^^^\'<a\', in deboftchen,
gemeine vleer - muizen , zoo groot
als duiven, die de Javanen eeten voor
een grote lekkernye. Zy komen by
wijle des nachts in de huizen, zoo,
- om de hitte des daegs, de venfters of
gen: waer door zy van hetongedier- luchtgaten open gelaten zijn, en zui-
te, hun vyandt, bevrijd blijven. Zy gen, met bijten aen de blote voeten
plagen geweldig kudde en vee, met derftapers, een grote meenigte bloet

houden in de dichtfte bofTchaedjen,
en met dezevhezen, gelijk mteteen
zak bedekt , hangen fich [des daegs
aen de holle ftammen en takken der
bomen, of aen de daken der hutten,
by deklaeuwen op; zulx daer gene
dieren , maer zakjes fchijnen te han-

uit; meer tot fciirik, dan mei

met eenig

het uitzuigen van melk en bloet, tot
hun voedfel.

gevaer vermengt.

Vißchen.

Oor de meenighte van ftro-
men , meiren en poelen is het
geweft van
Sina rijk van ve-
lerlei viflchen: inzonderheit
het Landfchap van Xantung, welk
door zijne nabyheit aen zee, behal-
ve de vilein ftromen, meiren en poe-
len , ook veel ze»-vifch heeft : ja is
aldaer,
voor de waerde van eene ftui-
ver, tien pont vifch te bekomen. Een
ongelofelijke meenighte van allerlei
vifch is in het Landfchap van
Hu-
quang
; delgclijx in dat van Kiangfi,
infonderheid van falm, voorn, en
fteur.

In den ftroom Kiang, ontrent de
Stadt
Kieukyang, Wordt, fchoon eeni-
ge mijlen van zee af, veel zee-vifch
gevangen, als fteur, dolfijn en falm.
In den vliet
Lofeu, by dc Stadt Xeu,
des Landfchaps van Huquang,ta]x\\ me-
nigte van trcfïêlijke lampreien.

Onder mecnigerlei iilagh van vif-
fchen , heeft de geele ftroom zeke-
re viffchen
Xehoa , dat \'s fieen des
hloems,
alzoo genoemt na defteen-
achtige plekjes op haeren huit. Zy
word nergens gevonden dan ontrent
de ftad
Paote des Landfchaps van
Xanfi, en isby de flempersen drinke-
broers in groote waerde. De befte
bleien worden in het Landfchap van
Fokienhj de ftad Hunghoa, gevangen.

De vïiei Tan, die dicht voorby de
Opper-ftadt
Nanyang des Landfchaps
van
Honan vloeit, heeft volkomen
rode vifl"chcn , die alleenlijk in den
begin van den zomer gezien en ge-
vangen worden , wijl zy op andere

tijden des jaers verborgen blijven.
De Sinefen fchrijven en beufelen,
zoo \'iemand zijn voeten met het
bloet van deze viffchen beftreken
heeft, hchtelijk op het water zal
kunnenwandelen. Zy voegen daer
by, dat zoo het water dan geroert
wort, aenftonds al die viffchen bo-
ven water komen, en zelf al het wa-
ter des vliets rootachtigh en vuurigh
maken : waerom hy den naem
Tan
voert, dat\'s root gezeit.

De landftreke Ningpofu des Land-
fchaps van
Chekiang heeft, door hare
nabyheid aen zee, de volheid van
zee-vifch , verfch en in de zon ge-
drooght : allerlei oefters, krabben,
en kreeften, daer zy geheel
Sina in
grote meenighte van verzorcht.

Het geheel jaer door wort\'er herder
gevangen, cn in den aenvang des zo-
mers zekere vifch
Hoang geheten, riß^
dat \'s geel, om haer geelheit van kleu-
re. Geen uur kan deze vifch buiten
het water onbederfïelijk blijven, zoo
week en tenger iffe. Maer wijl zy,
om hare aengcnaemheit en lekker-
heit van fmaek, zeer by de Sinefen
I begeert is, wort zy in zakken met
ys gefteken, en alzoo gewonelijk te
koop gebraght. Hierom wort ook
des winters ys bewaert cn tegen de
zomer opgedaen.

In zeker Meir van twee honderd rifih^\'^
bun deren groot, gelegen op den berg
Cienking, in de landftreks Hangcheufu
des Landfchaps van Chekiang, worden
viflchen gevangen, goutgeel van
re, waerom zy
Kinyu genoemt zijn,

(want

-ocr page 894-

(want Kin is gout en Tu vifch gezeid)
met een glinfterende en blinkende
Iiuid ; ja glinftert de gehele ruch niet
anders, als ofze met gout-geel poeder
befprengkelt was. Nauhx zijn deze
viftchen veel groter als een vinger;
hoewel gewapent met een fteert in
tween of drien gefpleten,by wijle ook
ongefpleten en breet : zuk de zelve
haer zeer fchoon in \'t oog vertonen.
Zy zijn by de Sinefen in grote waer-
de , en worden by hen gehouden met
grote naerftigheid binnen \'s huis of in
de luft-gaerdcn, in zeer fraeie vaten,
ten dien einde gemaekt. De Groten
aefen by wijle deze viftchen met ei-
gen handen , die dan in hun tegen-
woordigheid (als ofze wiften , wie
haer Heer was, en welk een vermaek
zy haeren eigcnaer, met zich te laten
zien, aen doen)dikwils t\'zamen fpe-
len en op en neer in \'t water dobbe-
ren. Een eenige vifch , zoo heel en
gaef en in alle delen na wenfch vol-
maekt is, geit dikwils drie en vier kro-
nen.

In zeker waterig dal, op de bergh
Haiyang, by de Hooft-ftadt Queling
des Landfchaps van Quangf, houden
viervoetige en gehoornde viftchen.

Tuchen In den ftroom Siang , in de land-
ftreke
Changxafu dcs Landfchaps van
■Huquang , en in den groten ftroom
Kiang , daer hy door het Landfchap
van
Nanking vloeit, worden in Gras
en Bloei-maend overvloedelijk zeke-
re fchone viftchen gevangen,
Xiyu by
deSinefen, en by de Portugefen met
een gebroken naem
Xauel geheten.
Te dien tijde zend een der voor-
naemfte gelubden, door orde van den
Keizer geftelt, de levendige vifch, be-
graven fchier onder \'tys , in zekere
byzondere fchepen, met grote naer-
ftigheid aen den Keizer zelf, na
Pe-
king
: te weten, alle weken, zoo lang

de vilTchcry duurt, twee fchepen^
En fchoon het over de twee hon-
derd mijlen te water verre is , zoo
word nochtans deze Wegh in den tijd
van acht oftien dagen afgeleid : want

nacht en dag worden defchepen, by
een lijn, door zekere luiden voortge-
trokken. T\' elkens worden verfche
trekkers genomen, in plaets van d\'af-
gematte, die op zekere gezette plaet-
fen, gelijk onze ren-boden, vaerdigh
ftaen: want by eenen voor afgezon-
den brief word d\' uur des dags van de
komfte der fchepen bekent gemaekt.
Zoo hier miftag in begaen word, zelfs
d\'Overheden hebben den hals ver-
beurt. Geen onkoften worden ont-
zien , om den Keizer deze lekkere
vifch te befcharen.daer hy ook eenige
van aen zijne rijx-raden mede deelt.

De landftreke Chingkiangfu des
Landfchapsvan
Junnan heeft, door
de meenighte van ftromen cn mei-
ren , de volheit van viftchen; onder
andere een, daer uit de Artzen een
krachtigh genees-middel trekken,
dienftig tegen allerlei fchurft enrap-
pigheit.

In de zelffte landftreke , by de n/chcïni^
StadtTangcung, is in het meir Ming
zekere zwartachtige vifch, Cing ge-
heten, die gezeit wort goet te zijn
tegen vele ziekten.

In de landftreke lungciangfu des
Landfchaps van
Xenß, by de Stadt
Pingyang, wort een vifch gevangen,
die de Sinefen
Xe noemen, dat \'s de x«.
fteen. Deze gedrooght en fijn ge-
ftoten, hout de mot volkomen Uitde
kleeren,zoo daer over geftroit wort.

In zee, onder de landftreke Tai-
cheufu
des Landfchaps van Chekiang,
vangende Sinefenhaien, en zenden
der zelve vellen na Japan , om fche-
den voor zabcls te maken, en doof
geheel i"/»^, metgtotewinfteni

Slangen of kjruipende en ßijpende Dieren,

N delandftreke Fungdangfu
des Landfchaps van Xenfi,
houd zeker flag van zwarte
flangen, daer de Sinefen een
tegengiftigh genees-middel van ma-
ken, zeer dienftig tegen vele ziekten-

In de landftreke
Landfchaps van
Honan 7A]n nangtn
met een huit, doorgaens gevlekt cn
met witte plekken onderfcheiden^
De wijn, daer een dezer flangen in
tc wieken gelegen heeft, i^ een

kraclv

-ocr page 895-

of vier en twintig voet. Hy fpringt
hongerigh uit heggen en ftruiken tc
voorfchijn, recht zich ten fprong,
met op zijn fteert tc ftcunen, en
vecht fel tegen wilde beeften en men-
fchen : fehlet by wijle locrs van den
boom op den reizer, cn dood den
zeiven met omhelflng. Zijn gal wort
by dc Sinefen voor zwakke oogen
zeer dierbaer gehouden.

In her Landfchap van Quangfi cn
teUo^\'^^\' ^^^ veel oorden in Indiën is zeker
flagh van flangen, die de Portugefen
Cohras de Cahello noemen, dat \'s fan-
gen van hair
, of hairige ftangen. In
het hooft dezer flangen wort een
fteen gevonden,
Piedra delCohra, of
fteen van den ftang hy de Portugefen
geheten , dienftigh tegen de beet
door deze zelffte flangen den menfch
toegebracht , die anders in den tijd
van vier cn twintig uuren zou moe-
ren fterven. Hy is ront, in\'t midden
wit, en rontom blaeu: geleid op de
wonde, blijft hy van zelf dacr acn
hangen , maer reeds vol vergif ge-
worden, valt hy af. Daer na een poos
in melk gefmeten, keert hy weer tot
zijnen natuurlijken ftaet. Zoo hy
voor de twede male aen de wonde

vergif by ^ich hebben.

In de landftreke Gucheufu des Land-
fchaps van
Quangß heeftmen , zoo
de Sinefen fchrijven, flangen van ee-
nige roeden lang, groter in de gehele
wijde wereit niet gevonden worden.
Zoo Michael Boym getuight, word
dit flagh van flangen
{Gento by de
Sinefen geheten,) op het eilant
Ai-
nan,
in c

slang Gen-
ta.

slang Co-

n2i gebruikelijk.

En gewiffelijk, ik zou het nooit gelooft
hehhen , zoo ik zelf gene ervaernis van
dezen fteen aen eenen hond, geheten van
eenen adder, genomen had: want dees
fteen, ftrax op de wonde geleid, kleefde
aenftonds zoodanigh aen de \'zelve, dat
hy q^ualijk daer van te trekken was , en
bleef zoo langh aen de wonde vaft, tot
dat hy, reeds vol van al het uitgezo-
gen vergif, gelijk een bloedzuiger af-
viel. Na dit gedaen was , quam de
hond, nu vry van het vergif, hoewel
een wiile ftaperigh , eindelijk weer tot
zijn zelf, en hyna weer tot zijne voorige
gezontheid.

Dezer zelffter tijdt heeft de grote na-
tuur-kunde , Karei Magnignus, Romer,
ervaernis, om de waerheid f onderzoe-
ken, van deze zaek aen eenen man, ge-
beten van een adder,
met eenen goeden
uitgang genomen.

De fteen, in melk geworpen, krijght
zijnen voorigen glans,
methet afleggen
aenftonts van al het vergif; en
word
niet vermindert van zijn aentrekkende
kragt; maer daer door
vermeerdert;
maer de melk verandert zijne witte kleu-
re , door de kracht des vergifs. Hendrik
Roth heeft my verhaelt, {die my drie zul-
ke

krachtigh genees-middel tegen de } blyft hangen, het is een teken dat al
lamheit. | het vergif niet uitgetrokken is : zoo

In de landftreke Hoancheufu des 1 hy niet blijft aanhangen, de zielto-
Landfchaps van
Euq^uang zijn flan- i genden wort over het geraken, bui-
gen, die w^onderlijker wijze de me- [ten gevaer des doodts , geluk ge-
laetsheit en fchurfte genezen. | wenfcht.

Op denbergh Cttien, by de Stadt j Ookis\'crzekere wortel gevonden,
in het Landfchap van Cki-M/?^, | tegen het vergif van deze beet, dien
houden zeer grote flangen, die geen | de Portugefen
Rais deCohranotmen,

dat \'s wortel van denßang Deze dient
zoo lang gekauwt, tot dat de gebeten
twee of driemael rifpt

By den Jefuit Kircher heeftmen
van dezen flangen-fteen het volgend:
Daer is (zeid hy) zeker fteen hy de
Brachmansgevonden, eenfdeels natuur-
lijk in de fangen gegroeit y die de Portu-
gefen
Cobra de Cabello noemen, dat V
e Landfchappen van
Quan- \'hairige flang, eenjdeels door kunft ge-
tung,
 en andere gevonden, en | maekt, uitverfcheide delenvan ver gif

is buiten twijfel de grootfte van alle Ui^é" dieren, inzonderheid van dezen
flangen. Hyfloktgehele herten, met; hairigen ftang. Dees fteen is tot eente-
uit te zuigen en te vermorfelen, in: j gengift , zoo tijdelijk gebruikt word,
doch is zo zeer vergiftig niet, gefcha- j aen die vergeben zijn. Ren genees-mid-
keert met afch kleure, lang achtien del, fchier door geheel In^iën en in Si-

-ocr page 896-

heftenen gefchonken heeft, meenigmael
inhet koningrijk vanMogox., ervaernis
van dezen fieen genomen te hehhen: eerfi
aen zijnen dienaer , gefioken aen de
hand door eenen Scorpioen : want naulix
hadhy den fieen op de wonde geleid, oj
al het vergif, reeds langs den arm ver-
fpreid , hegon te ruch te fchieten , en
tvierd door den fieen in zoo grote mee-
nigte uitgetrokken , dat de knecht de
toevloejing^nu tot deze dan tot een nader
plaetfe der wonde , met de vinger aen-
wees. Eindelijk viel de fieen, die on-
affcheidelijk op de wonde was vafi hlij-
ven zitten , van zelf af , en hraght den
knecht tot zijn vorige gezontheiJ.

Een andere ervaernis heeft hy geno-
men aen een pefi-kool, dien hy, met den
fteen op de doorgefnede kool te leggen,
en het vergif uit te doenzuigen, tot ge-
zontheid gebracht heeft.

Dit doet niet alleen de natuurlijke,
maer ook de fteen, door kunft gemaekt
van zoodanige geftote fiene fiukjes des
Jlangs : of van de delen des hoofts, her-
te , lever en tanden , te gelijk met ze-
ge Laer de \'vermengt.

Niemand kan deze kunfi van de
Brachmans leren
, hoe veel gelds men
hen ook aenhied te geven..
Dus verre
Klrcher.

Daer eu boven is byde Sinefen een
ander, flang van zeer groot vergif;
maer dierbaer, die den menfch binnen
weinig uren doodt.

Uit den zelven wordteen genees-
middel, tegen verfcheiden ziekten, al-
dus bereid : de ftaert met het lijf word
in een emmer , met van den beften
wijn,gefteken; zulx alleen de bek of
kop van den flang door een gat in het
midden des dekfels uitfteekt : waer
door de flang, door het" zieden van
den wijn , met het onderleggen des
vuurs, al het vergif ten opgefperden
bek allengs uitbraekt.

Het vlees, (het hooft afgefneden,)
Word den kranken gegeven , en dit |
^enigh dierbaer tegen-gift,, gelijk
Aheriakel, tegen afterlei vergif be-
waert. ^

Het Landfchap Xenfj wordt |
door het gebrek van regen veel met!
Vmghanen geplaegt, die al afknagen
en op eeten, wat op \'tvelt ftaet: zulx I

^»dieren.

men by wijle lokr noch gras ziet;
niettegenftaende d\'inwoonders, ho!
pn cn lagen , door bevel der Over-
heid , op \'t velt deze fpringhanen van-
gen en doden. Men ziet op de velden
dikwils zulke dikke cn grote zwer-
men , die, met het licht der zonne te
benemen , verduiftering op d\'aerde
maken.

Geen alfchrik hebben evenwel de
Sinefen van de fpringhanen t\'eeten;
maer koken die, om voor een lekker-
nye t\'eeten.

In de landfttcke Teganfu desLand-
fthaps van
Huquang ,"\'en in de land-
ftreke
Pinglofu des Landfchaps van
Quangft zijn zekere ondierties of klei-
ne wurmtjes, die fchier op\'ecn zelve
wijze wit wafch toeftelicn , als de
byen haer honig-raten maken ; hoe-
wel de raten van deze wurmtjes veel
klemder en fpier-wit zijn : nochte de
wurmtjes zijn niet aengetcelt of tam,
maer onaengequeekt en wilt.

Uit de vergaderde raten maken de
5mefen
keerfen , even als uit wafch
hier tc lande ; maer zijn veel witter,
en worden gewonelijk, om haere dier-
te,fchier alleen by de groten gebruikt.
Want behalve deze keerfen zeer wit
zijn , zoo geven zy in het branden
ook een hefelijke reuk : nochte ma-
ken de kleren niet morzig noch vuil,
fchoon eenige gefmolte droppelen
daer op gevallen : branden ook zeer
helder en geftadig.

In verfcheide Inhammen en Kre- z^f-i^m.
ken, aen den zee-ocvervanJ/»^, en
ook onder het eiland
Ainan, houd ze-
kerLand-en zee-gedrocht,
Hayma in
tSmeefch geheten, dat \'s
Zee-paert
want Hay is zee, en iv^-^ïpaerdtgezeit.

Het is met den naem van Zee-paert
ook by de onzen bekent : en by de
Grieken met dien van
Hippotamos,
dat \'s Revier-paerdt: nict-om zijne
gelijkenis met een paerdt; maer om
zijnegroote : w^ant het woort
heeft by de Grieken eigentlijk een be-
diedenis van groot.

Het word by de Sinefen afgebeeld,
volkomen als een paerdt met
manen;
hoewel ter weder-zijde des mondts
met uitftekende en lange takkige ran-
den, als hoornen.

Hh De

-ocr page 897-

De kop, volgens Boym, (die by
hele troepen deze gedrochten aen de
kuft van
Kafrarie, tegen over Mozam-
hijk
, op ondiepe plaetfen heeft zien
waden,) is van de bek af tot aen de
fchouderen, drie ellebogen lang. On-
der zijn twee zeer grote kromme tan-
den :waer tegen boven defgelijx twee
dikke, hoewel veel kleinder , net op
fluiten : waer tuffchen de tonge te
leggen komt.

De huit is zeer hert, zulx zy nau-
lix met fcherpe lancien door te fte-
ken is: heeft nergens hairen, behal-
ve aen het einde der fteert : die zeer
doorfchijnend zijn.als ofze van zwart
hoorn waeren, zoo dik als eenftroo-
lialm, en buigbaer : waerom zy niet
lichtgebroken worden.

De Kaffers, zoo mannen als vrou-
wen , maken van ieder hair een brace-
let, to t cieraet om de han den, en be-
vrijding voor de lamheir.

Van de tanden, zoo Boym ook ge-
tuigt , dezes diers, worden in Indiën
en te Goa, rofe-kranfen, beelden der
Heiligen, en ookkruifengemaekt.

Men heeft ook bevonden, dat de-
ze tanden het bloeden wonderlijker
wijzeftelpen; hoewel, zoo d\'erva-
rentheid leert, niet de tanden van ie-
der peert zonder onderfcheid deze
kracht by zich hebben : waerom men
zekeren tijt heeft waer tenemen, op
denwelken dit dier dient gedood te
worden, op dat deffelfs tanden die
kracht mogen hebben.

Geen oordt in geheel Sina voedt
meer zy-wur men, als het Landfchap
Martijn, van Chekiang: want hct vcrfchaft niet
alleen aen zijn eigen land en aen ge-
heel
Sina zijde ftoffen van allerlei
flag; maer ook aen het nabygelegen
Japan, aen de Spanjerts op de Philip-
pijner
eilanden, ja ook aen Indiën,
en aen de verre gelegenfte geweften
vanEurope : want veel zijde koopen
de onzen te
Hokzieu op, in het Land-
fchap van
Fokien, die al uit het Land-
fchap van
Chekiang afgebragt word.
De zijde ftofïèn van dit Landfchap
worden boven andere van geheel
voor de befte gehouden: en zijn voor
zulk een geringe prijze te bekomen,
datmen aldaer met minder onkoften

Zy-tcur-
mm.

tien man kan in \'tzijde, als in Europe
eenen in \'t laken fteken. Men fnoeit
aldaer de moerbezien-bomen alle
jaers, gelijk in Europe de wijn-ftok-
ken, en laet die niet tot hooge bo-
men op-groeien, wijl de Sinefen door
lange ervaernis van veele jaren ge-
leert hebben, dat de bladen van de
kleinfte boomen en jonge fcheuten
dc befte zijde voortbrengen. Hier
door weten zy d\'eerfte fpinning der
draden, van de tweedegenoechzaem
t\'onderfcheiden. Te weten, d\' eerfte
is , die van de murruwe en tengere
lente-bladen komt, daer de zy-wur-
men mede gevoed worden. D\'andere
of tweede komt van de Zomer en her-
de bladen. Alleen de verfcheidenheid
van voetfel geeft zoo grote verande-
ringvan werk.

Dit is miftchien d\'oorzaek waer-
om de zyde, die in Europe gewonnen
wort, doorgaens dikker en grover is,
als de Sineefche.

De prijs van de eerfte en tweede
Ipinning, is by de Sineefen zeer ver-
fcheiden ; daer nochtans van het on-
derfcheidt tufïchen beide de meefte
zy-handelaers in Europe gene ken-
nis dragen. De befte zijde dan word
gelponnen in de lente: de roufte en
grootfte des zomers; hoewel beide in
een zelven jaer. De queking dezer
wurmtjes is volkomen eenen dezel-
ve , en zoo veel moejelijkheid onder-
warigh, en vereifcht zoo grote naer-
ftigheid, als op zommige plaetfen in
Europe daer aen befteet word.

Dies is het duidelijk valfch en ver-
ciert, dat al de zijde in
Sina van de
zy-wormen op de bomen zelfs, van
zelf, zonder vlijd of arbeid van men-
fchen, voort-gebracht wórd.

Zoo Martijn getuigt,is de teelt met
d\'aenqueking, van zy-wurmen en
maniere van Katoen en zijde te ma-
ken , een aeloude vont
der Sinefen. mpr.
De gemaelin van Keizer
Ya, die om-
trent des jaers voor \'s Heiiands ge-
boorte twee duizent driehondert ze-
ven en vijftig heerfchte, zeitmen zulx
aUereerft uitgevonden, cn d\'onderda-
nen geleert te hebben : want hoewel
de teeldt en hantering der zy-wur-
men voor dien tijd den Sinefen niet

pnbe-

-ocr page 898-

onbewuft waeren ; zoo was nochtans
de kunft van kleden daer van te we-
ven, gelijk gewonelijk in den aenvang
van alle dingen gefchiet, noch onbe-
fchaeft en zonder kunft. Den Sinefen
komt billijk d\'eere toe,dat van hen,ge-
lijk van den hooftbron, dat handwerk
na d\' andere geweften van Afie en Eu-
rope overgebragt zy.

In het Landfchap Xantung komen
van zelf de zijde draden aen de bo-
men en op de velden voort, dieniet
van tamme zy
wurmen,maer van wur-
men, den rufpen niet zeer ongelijk,ge-
fponnen worden. De wurmen fpinnen
deze zijde niet in vorm van een bal of
ey; maer op zeer lange draden,die wit
van verruwe zijn, en door de winï op
de bomen en huizen (daer aen de:
v@ hangen en afgehaelt worden) hetü
en weder geflingert worden ; byna e-
ven als de zomerdraden hier te lande.
Van deze zijde, even als van d\'op-
rechte , worden zijde ftoffen gewe-
ven ; hoewel
eeniger mare grover, als
die van de zijde der tamme zywur-
men; maer vallen in tegendeel weer
hechter en fterker.
Uftifßach^ Menigerlei half - ftachtige dieren,
Amphihia by de Grieken genoemt, of
dieren, die zoo wel in \'t water, als op
land leven, zijn op verfcheide plaet-
fen in
Sina.

In de landftreke Hoeicheufu des
Landfchaps van
Quantung zietmen
een wanfchepfel der nature, welk de
S\'meienHoangcioyunoQmQn, dat\'s6\'^?-
fraen-gele vifch - vogel : want het is
geen vifch noch vogel alleen ; maer
van beids. Te weten,den gehelen zo-
mer over is het een Safraen-vetwige
vogel, vhegende in \'t gebergte; maer
begeeft zich fchier opeind derherfft
na zee toe, en word weer een vifch.
Deze vifch word alleen\'s winters ge- i
vangen, en is,volgens fchryven der Si-:
nefen, zoet van fmaek.
 I

In de landftreke chaocheufu des zel-
ven Landfchaps houden in den vliet
Zo Krokodillen , die aldaer ook de
menfchen fchade doen. !

Aen d\' ooft-zijde der Opper-ftadt
Gucheu des Landfchaps van Quangß is
een klein Meir, genoemt: waer in
»honing
Pegao by ouds tien Krokodil-
len plag te houden, dien hyde mifda-
digen voor wierp, om verflonden te
worden. D\' ontfchuldigen, zoo de Si-
nefen verhalen , wierden noit door
i hen befchadigt; zulx die door de Kro-
kodillen niet gedoot wierden,hierom
vry gelaren wierden , als buiten alle
fchuit.

^UrHo-

^^^cieyu.

krokodillen.

In het Landfchap van Huquang hout
i in de revier
Siang een dier, w^elk won-
I der wel na een peert gelijkt, hoewel
I met fchubben op\'tlijf, en klaeuwen
1 als een Tiger.Hetis wreet van aert, en
! valt menfchen en andere dieren aen,
i inzonderheid in den herfft-tijd: want
. dan komt het dikwils uit het water,
I en loopt door\'t ganfch land.

In den vliet //ff?^ der zefte landftre- zwmmm^
ke
Chaokingfu des Landfchaps van
Quantung hout Zekere vifch,de zw^em-
niende koe by de Sinefen genoemt.
Deze komt dikwils uit her water op
\'tland, en vecht enftoot met de hoor-
nen tegen de tamme koeien. Danby
j lang blijvenbuitenhet water,worden
( deffelfs hoornen week en geel, en al
; de hardigheid vergaet:waerom zy ge-
dwongen is weer in \'t water tcgaen,
daerzy dan weer een vifch word, en
de hoornen haere voorigehardigheid
krijgen.

In de landftrek des Land-

fchaps van Honan houtinderevieren;^\'\'^\'
zekere vifch, //ö;«/in\'tSineefch gehe-
ten, dat \'s
kint je,om dat zy,zoo gevan-
gen word, een geluid van epn fchreeu-
wend kint geef t.In gedaente verfchik
deze vifch weinig van eenen Kroko-
dil : is lang van ftcert, en gaet op vier
voeten. Haer vet,eens in brantgefto-
ken, kan met water noch dooreenig
ander middel uirgeblufcht worden.

In Sina zijn veel land en water schii.pgd\'i
fchilpadden,
Quei in \'t Sineefch gehe-
ten : in de landftreke des

Landfchaps van Suchuen , in groten
overvloet: en op het eiland
Pequey,
da.Vt eiland van fchilpadden,
gelegen
in den ftroom
äiang,inhet Landfchap
vm Huquang , houden zeer groote ;
hoe wel ook andere kleine en zeer
fchone, die d\'inwoonders tot ver-
maek in huis houden , en by wijle
niet grooter zijn, dan een klein vo-
geitje.

Hh 2 Zoo

-ocr page 899-

Zoo de Sinefen verhalen, zou al-
daer aen zekeren krijgs - knecht een
wonderlijke gefchiedenis gebeurt
zijn : want als dees by geval van de
vyanden in den ftroom geworpen
was, wierd hy door eene fchilpad, ge-
lijk een tweede Arion, op een Dol-
fijn na den over oever gevoert. Het
was, voegen zy daer by, een weldaed
van de dankbare fchilpad geweeft, die
hy een lange wijle gevoed, en daer na
van zelf vry gelaten had.

In zee, onder de vierde landftreke
Hoeicheufu des Landfchaps n^lXI Quan-
tung,
heeftmen zulke grote fchilpad-
den, die van verre hele kUppen fchij-
nen te zijn. Daer zijn\'er, die, zoo
de Sinefen fchryven , boomtjes en
kruiden op de fchilden hebben.

In eenige Landfchappen van Sina
en inzonderheid in Honan worden ge-
vleugelde fchilpadden gevonden, met
groene;Zomtijts
met hlaeuwe vlerken
of vleugelen aen de voeten. Haeren
zeer langfamen gang komenly te ver-
gelden met vUegen of hever metze-
keren fprong of huppel ,door middel
van het uitftrekken dezer vleugelen.

De gevleugelde voeten van zooda.
nigefchilpadden zijn zelfs by de Sine-
fen, om haere zeldzaemheii in waer-
de. De fchilpadden met groene vleu-
gelen worden
Lo Mäe Quey genoemt,
dat \'s
fchil-pad met groene vleugelen:
want Quey is een fchil pad, groen,
en
Mae vleugelen gezeit.

Veel oefters heeftmen aller wegen
aen den zee-kant. Zoo goet als de
Kolchefier oefter in Engelant, inzon-
derheid overvloedelijk in de land-
ftreke
Tencheufu des Landfchaps van
I Xantung.

In d\'elfde landftreke Vencheufu des
Landfchaps van
Chekiang komen (een
} wonderlijke zake) zeer kleine oe-
j fters voort, die aldaer op waterige vel-
! den gezait worden : wantzy ftroien
eenige oefters,hoeweleerft geftampt,
even als zaet over develden, waer uit
oefters zeer zoet van fmaek groeien.
Aller wegen aen den zeekant zijn
ook veel kreeften en krabben.

^ergh-mrken ^ ^eßeenten en Aerdflojfen»

Oor geheel Sina zijn ontal-
\' lijke mijnen, rijk en over-
vloedig van allerlei metalen;
hoewel het een verbot in
Si-
na
is , gout of zilver uit de zelve te
graven; wijl, :^po de Sinefen zeggen,
de menfchen doorgaends in de mij-
nen door de fchadelijke uitwaefte-
mende dampen der aerde dood blij-
ven. Maer gout aen d\' oevers der ftro-
men te rapen ftaet eenen iegelijk vry:
gelijk ook in dezer wijze een over-
groote meenigte deftelfs bekomen
word. En is h^et gout by de Sinefen
veel meer een koop-waer, als de waer-
dyevan koop-waren.

In het Landfchap van Junnan word
het gout ingrote meenigte uit het ge-
zuivert zant geraepr. Zoo de mijnen
mogten geopent worden, nergens
van daen zouden de Sinefen groter
overvloet van gout te verwachten
hebben : waer uit byhen een gemein
fchimp en fpot - woord ontftaen is,
wanneer zy iemand zien , die, met
prachtig en lekker leven, zijn goede-
ren verquift: want zy vragen dien, of
zijn vader ontfanger van \'s Keizers
geld-middelen in het Landfchap van
Junnan is.

HetLandfchap van Kiangfi heeft
rijke gout, zilver, loot, tin en yzer-
mijnen: dat van
Fokien yzer, koper en
tin-mijnen, hoewel d\'yzer en tin-mij-
nen tot noch toe in
Fokien niet geo-
pent zijn : herword ook gezeid gout
en zilver-mijnen te hebben. In de
zefte landftreke
Tingcheufu des Land-
fchaps van
Fokien /leid de berg Kin,
dat \'s^o//^, alzoo om zijne goutrijke
mijnen genoemt, die de Stam
Sung
deed openen. De bergen des Land-
fchaps van
Queicheu befluiten, zoo de
Sinefenfchryven, gout, zilver,quik-
zilver en diergelijke dierbare ftonen:
al hetwelk lichtelijk zou te
bekomen
zijn , zoo de bergluiden te temmen
en onder gehoorzaemheid te bren-
gen waeren : nu trekken de Sinefen
flechts zoo veel genots daer uir, als de

berg-

-ocr page 900-

berg-luiden, in mangeling van zout en
andere nood wendige behoeftiglieden,
gelijk uit vrye wille aen hen geven.

De landftreke des Land-

fchaps van Huquang heeft zeer rijke
zilver-mijnen, doch mogen niet ge-
opent worden.

Door het geheel Landfchap van
chuen word een groce meenigte van
yzer, loot en tin uitde bergen gedol-
ven. Ook heeft
Sina overvloedelijk
velerlei flag van ftenen en edelen ge-
fteenten.

In het Landfchap van Suchuen valt
ongemeen treffelijke zeil-fteen : ook
in het Landfchap van
Huquang; defge-
lijx in dat van

In de kleine landftreke Lincheufu des
Landfchaps van
SuchuenvAx. zeer veel
ende befte groen lazuur-fteen : def
gelijx in de zevende landftreke
Nan-
gangfu
des Landfchaps van Honan : en
m de landftreke Honanfu des Land-
fchaps van/^;?;?^;?.

Inde zevende landftreke Kaocheu-
fu des Landfchap van Quantung, en uit
den berg Tin fang, in de tweede Talifu
des Landfchaps van lunnan, worden
zeer fchoone marmer ftenen gegra-
ven, die de Sinefen op bladen doen
zagen,omtot tafels, wan den, en dier-
gelijk ander huisraet te gebruiken:
want dees marmer-fteen is der wijze
met aederen en vlammen van aller-
lei kleuren uit de natuur gefchakeert,
dat hy bergen , ftromen, geboom-
te, landfchappen en diergelijke zoo-
danig verheelt, alsof het door kunft
met een penceel aldus daer op afge-
maelt was. Dees marmer wort
fiang genoemt, na den berg, daer hy
uitgehouwen wort. Zeer treffelijke
marmer valt ook in de landftreke
Junnanfu. Uit de bergen, ontrent de
grote krijgsftad
Siven des Landfchaps
van
Peking, wort witte en rode mar-
mer ofporfijr-fteen gehouwen: ook
zeer doorluchtige kriftal, dat ook op
den berg in de landftreke
Quang-
lingfu
des Landfchaps van Quanfi, valt.
In hetzelffte Landfchap vallen toets-
ftenen ,en meerandere, om de kleure
en herdigheid hooggeacht.

Byde kleine Stadt Queiyang, inde
landftreke
Hengcheufa des Landfchaps

van Huquang, Worden op den berg
Xeyen, dat \'s ftene zwalu we, na de re-
gen ftene zwaluwen gevonden, die
volkomen zwaluwen vertonen: ja,
de Sinefe Artfen maken onder
deze,
by de verandering der kleure, onder-
fcheid van mannetjes en wijfjes, en
gebruikenze tot genees-middelen.

Op den berg Queiyu, in de land-
ftreke
Taicheufu des Landfchaps van
Chekiang, zijn al de ften en, zoo groot
als klein, vierkantig.

In de landftreke Cungchangfu des
Landfchaps van
Xenfi, worden ze-
kere bruin-blaeuwe fteentjes gevon-
den, met witte aederen of ftrepen on-
derfcheiden , die by de groten in gro-
te waerde zijn: want het gemeen ge-\'
voelen is, dat deze ftenen, tot kalk
gebrant en fijn geftoten, en dan inge-
nomen , zeer dienftig zijn tot verlen-
ging des levens.

Op den berg Pao, in de vijfde land-
ftreke
Hoangcheufu des Landfchaps
^^S\'^ang,\\vordenÜ:eenties gevonden:
derwelker zommige, zooindezon-
negeleit root: anderegeel worden, en
een wijle die zelve kleure behouden.

Uit den berg Jo, by de Stadt Pa, in
de landftreke
Paoningfu des Land-
fchaps
vm Suchuen, worden dierbare
gefteenten gegraven, maer om zijne
rouheit, hoogten en fteilte , is hy
zwaerlijk te genaken.

Uit den berg Futu,m de derde land-
ftreke
Hanchungfu des Landfchaps van
Xenfi, en in dc vierde Cungchangfu ; als
ook in het Landfchap van
Suchuen, by
de krijgs-ftadPö wort feker berg werk
ofMijneraelgegraven,
Hiunghoang\'m
\'tSineefch geheten. Het is rootach-
tig geel, met zwartachtige ftippen on-
derfcheiden :by wijle vermiljoen root,
hoewel wat meer uit den gele, en niet
bequaem om te fchilderen. Het ge-
lijkt na een krijtachtig ftcentje of her-
de aerde , cn word tegen allerlei ver-
gif , quaetaerdige koortfen , fchade-
lijke hitte der hontsdagen, vooreen
datelijk genees en behoed-middel ge-
houden , zoo gewcikt in wijn ingeno-
men word.

UitdebergT\'^/f, by de Stadt
kieu , in de landftreke Taitungfu des
Landfchaps van
Xanfi, word aerde uit-
H h 3 ge-

-ocr page 901-

gegraven, 200 root, dat zy in plaets
van vermiljoen gebruikt wort, om de
rode Sineefche zegelen te drukken.

Uit den berg Nieuxeu jin de landftre-
ke
Siganfu dcsLandtfchaps van Xen/ï,
wordfekere witte aerde gegraven, die
by \'t vrouvolk begeert en in plaets van
loot-wit gebruikt wordt: want zy zet
haer fchoonheid by, wijlze, gemengt
met water ,alle zwartachtige vlekken
en plekken verdrijft. Zy word
Quei-
ki
in\'tSineefch geheten, dat\'s edele
Vrou.

De bergh Jo, in het Landfchap van
Xenfi f geeft zekere blaeuwe aerde of
berg-werk, daer mede de kleren, even
als metpaftel-blaeu geverft worden.

Door \'t geheel Landfchap van Xanfi,
hoewel overvloedelijker entreffelij-
ker in de noorder Landfchappen,wor-
den fekere zwarte fteen-kolenuithet
ingewand der aerde gegraven, zooda-
nig by na als die van Luikerlandzijn.
De
Sinefen,inzonderheidgeringe lui-
den,gebruiken defe kolen(M^i in \'tSi-
neefch gehecen)op de haert,in dekeu-
ken, en in de kacc iels; doch brekenze
en ftootenze eerft klein (want zeer

troote ftenen worden dikwils uitge-

olven) en mengenze dan met water,
cnmakenze tot klompen. Langzaem
raken deze kolen aen \'t branden;maer
zo eenmaelaen de brand geraekt zijn,
geven zeer groote hitte, en houden
lang vuur. De Noorder Sinefen ge-
bruiken ook hout, barnboes-riet en
ander brand-tuig op de haert.

In het zelffte Landfchap worden
(een wonderlijk dingh) vuur-putten
gezien, niet anders als water-put-
ten hier tc lande. Men vind die al-
daer overal,en worden by de inwoon-
ders, tot groot gerijf en zonder onko-
koften , om dc fpijze te koken ge-
bruikt. Te weten, de mont van de pot
wort toegemaekt, hoewel met open-
latingh van eenige kleine gaten, zoo
groot, als daer de pot in kan. En aldus
koken aldaer d\'inwoonders fchier
zonder moeite de fpijze. Men zeit
dit vuur dik is, en niet zeer helder of
deurfchijnend. Wel is het warm; maer
verbrant geenftns het hout, zo daer in
geworpen wort. Ja, dat meer is,geftc-
ken inde pijpen van grotebamboes-
rieten,kan gemakkelijk van d\'eene na
d\'andere plaetfe gebracht worden;
zulx iemand dat na zijn welgevallen
kan gebruiken, om te koken, met het
gat in het riet te openen: waer door
het vuur uitflaet,en zachte fpij ze lich-
telijk kookt, tot dat het uit is.

Stem kolen.

fUur-fut-
un.

Uit de bergen Kie en Siuvu, in het
Landfchap van
Peking by de Stadt
Pingco, word zekere kool of Joden-
lijmachtige aerde gedolven, diede Si-
nefen op de haert gebruiken.

Op den bergh Jo, in het Landfchap
van
Xenfi, by de kleine Stad Chinyven,
worden zeer klare fteentjes gevon-
den, niet ongelijk de diamanten.

Het Landfchap van Junnan heeft
robijnen, fafiren, agaten en andere
dierbare gefteenten
,Jemin geheten.

In de landftreke Kincheufu des
Landfchaps van
Huquang , en in de
landftreke
Quelingfu des Landfchaps
van Quangfi, worden zeer fchone ftc-
nen gevonden, daer mede de Sinefen
hun gewreven ink zodanig temperen,
als d\'Europife fchilders de verruwen.

Indelmd^TektNanhungfu valt ze-
ker zwart fteentje, de Sinefche ink
zeer gelijk, daer de Sinefen mede, ge-
lijk wy met krijt, op gefchaefde en
witte bortjes fchrijven. Aldaer valt
ook zeker ftagh van ftenen, zoo hert,
dat d\'inwoonders ftene bijlen en mef-
fchen daer van maken.

Uit den berg Tiexe, gelegen in het
Landfchap van ^»ci^Äd\'«, byde krijgs-
ftad
Kienchang, worden ftenen gegra-
ven , die, in \'t vuur gefmolten, yzer
uitgeven, zeer dienftig tot zabcls en
degens. By de Stadt
Siaoxan, is een
fteen-mijn, die meeft aen geheel
Sina
ftenen verfchaft.

Aen verfcheide oorden in in- g^^
zonderheid in dc vierde landftreke
Nieucheufu des Landfchaps van Che-
kiang,
valt zeker gom of lijm, Cie in \'t
.bineefch geheten. Dees druipt uit de
boomen, en is zeergclijkdcgom of
traen van den terpentijn. Zy word
des zomers vergadert of
gewonnen
cn by de Sinefen gezuivert en geverft
met een kleure, diezy willen.
De be-
fte is gout-geel: naeft deze, de zwart-
fte. Wanneerze noch niet gedrooght
is, geeft zy een vergiftigen damp uit,

waer

-ocr page 902-

Waer door den genen, die dezelve on
gewoon zijn, her aenzicht zwelt en
bleek word ; doch gaet licht weer o-
ver. Zy droogt langzaem, wanneer
kisjes of kasjes dacr mede beftreken
worden , \'ten zy op een vochtige
plactfe:maer eenmael gedroogt, fmelt
naderhand noit weer. Welk een frae-
je, zuivere en Hinkende ftoffe deze
gomme is, heeft Europe al over lang
.pzien aen de kasjes, kiften enkof-
fers, die uit
Sina en herwaerds
over gevoert worden. De Sinefen be-
ftrijken daer mede al hun pronk hout-
werk, ook dc fchepen , huizen, ta
fels, bedfteden of ledekanten en an-
der huifraet, tot groten glans en lui-
fter. By Trigaut heeftmen van deze
gom het volgend:

In Sina is zeker]oden-lijm , gelijk
melk, geperfl uit de fchors van zekeren
loom, en lijmig gelijk pek, daer de Si-
nefen zekere vernis van maken, die zy
CiQ en de Portugefen Qmo noemen.
Met deze
Cie heflrijken zy de tafels, le-
dekanten , huifraed, zelf de huizen en
fchepen , en met verfcheiden verruwe,
na hun welgevallen :\\al het welk daer
van glimt, als een fpiegel, en niet min
door zijnen glans cierlijk in H oog is, als
door de gladdigheid aengenaem in \'taen-
raken: en duurtvele jaren. Door mid-
delvan deze gom blinken de huizen der
Sinefen en Japanders der wijze, datzy
het oog fihijnen toe te laggen : want
hier meê , als met een verruwe, ver-

leeldenze met glans de kleure van al- ___t^wiliucl ecu aouce

lerlei hout. Te dezer oorzake gebrui- \\ om^^IereZ^op^datlë gZ\'L\'rh«
ken de Sinefen hy wien de gom in ge-
glas niet blijfthLgcn. Daerna word
hruik u minder dan al andere vol- her door een linnen doek eeS

metde vingcren^^^

1 //z de blinkende en gelijk \' glas uit te drukken.

Ditvi^ordgeftelt te weiken opeen
warme plaets, vieren twintig uuren
langh. Eindelijk komt de begeerde
vernis klaer en volkomen helder bo-
ven drijven, die, met het vat fchuins
te houden, wort afgegoten. En de-
ze is de vernis, om daer mede te ver-
lakken.

Zoo men nu eenig houtwerk root
wil verniften of verlakken ,
neem
den beften draken-bloedt, en meng
dien onder de vernis voornoemt, die

a //------------cngcujli

linjtallijne tafelen , door het opflorten
van het vet der difch-gerechten, iet van
haeren glans komen te verliezen, zy be-
komen methet afwiffchen en overflr ijken

van een weinig fchoon water, weer hae-
ren voorigen glans: dewijl niets door de
teerde en gladde korfiqjan deze gom kan
tndrmken. Behalve deze Joden-lijm
ts er een olig, geperji de vrucht van
zekeren anderen boom , den voorigen
met ongelijk. Het gebruik ^an deielfs
Mjel IS een en defelve ; maer geeft lbo

ZrotPv) frlnu f wïpt L.^_____7 "...

groten dans niet hZ V ^ ^ I ^ ^ . v^

^ .»c., r^oewetmgroterover-^ in het lakje overgebleven is. Zoo

zwart:

vloedt te bekomen is. Dus Verre Tri-
gaut.

Verfcheide in Europe hebben ge-
tracht een diergelijke vernis of gom,
als de Sineefche
Cie, toe te fteilen;
doch noit tot die volmaektheid kun-
nen komen ; hoewel zeer naby. De
tocmaking , volgens Kircher , hem
door zekeren Auguftijner Monnik
Euftachius Jamartmede gedeelt, ge-
fchiet voornamelijk door gommelak,
(die miffchien niet veel vande Sinee-
fche gom
Cie verfchilt) in dezer wijze:
Te weten, de lak moet van zijne vuil-
nis cn takjes, daer hyaengrocit, ge-
zuivertzijn. De gezuiverde lak word
daer na m een mortier geftoten, niet
totmecl, maerkorlsgewijze. De ge-
ftoten lak word met gezuiverde zeep
in een dik laken of zak gedaen , cn
daer na in een kinkhoorn vol
water
een gehelen nacht gezet. Des ande-
ren daegs word deze zak t\' effens met
de ftoffe uitgenomen en zoo lang ge-
fchut, tot dat\'er rootheid of eenro-
de verruwe
uitkomt, die, met het by-
doen van aluin, hocwelzonder zeep,
tot verfcheiden gebruik bewaert
wort. Maer het geen in de zak over-
blijft, is de gezuiverde vernis.

Deze gezuiverde lak of vernis wort
in een genoechzaem wijd glas gezet,
en daer op voorloop van brandewijn,
wel over gehaelt, tot vier vingeren
boven dc ftoffe opgegoten. Welk een
of twee dagen blijft te weiken, alle
daegs de vocht met een houte fpatel

-ocr page 903-

lakken wil, of met vlammen enfchil-
pats-gewijze, fga aldus te werk: Neem
loot-wit fijn gewreven , en befla het
met de vernis, die met voorloop van
brandewijn bereid is. Na dit gedaen
is, beftrijk met dit mengfel driemael
het houtwerk, doch d\'eerftebeftrij-
king zy niet met al te dikke vocht;
maer matelijk dun: de tweede zy met
een weinig dikker vocht : de derde
met noch dikker. Leg dan het hout-
werk te drogen , en wrijve het ge-
droogt met gezifte poeder van puim-
fteen af, zoo lang het glimt. De vlek-
ken, vlammen of plekken worden
met vernis afgemaelt, daer het poe-
der van gebrande benen inkomt. Zoo
de gedroogde vlekken niet wel ftaen,
of door het wrijven uitgegaen zijn,
zet het geverft houtwerk weer^ te dro-
gen, beftrijk het
weer met de vernis,
toegemaekt
met voorloop van bran-
dewijn, vier of vijf mael achtereen,
en zet het 20 te drogen. Daer na wrijf
het weer met het poeder van puim-
fteen , tot dat de fchilpats-gewijze
vlammen of plekken zich net verto-
nen. Het houtwerk eindelijk aldus
glat gemaekt en gezuivert, word ten
lefte drie of viermael met de vernis,
in het zakje gebleven, geverft: daer
na weer met poeder van puim-fteen
glat gewreven, en eindelijk, door het
wrijven van gebrande tin , met een
natte doek, de laefte hand daer aen
geleid. Dus verre uit Kircher.

Op de bergen der zefte landftreke
Tingcheufu des Landfchaps van Fokien
onthouden zich wilde cn woefte
menfchen, leven op zich zelfs, zon-
der der Sineefche wetten te willen on-
der worpen zijn.

Uit de bergen , in d\'achtfte land-
ftreke
Jenganfu des Landfchaps van
X^«yJ",vloeit zeker Joden-lijmachtige
vocht, gemenelijk Peter-olie ge-
noemt, die de Sinefen in delampen
tegen fchurft gebruiken.

In het Landfchap van Suchuen is
overvloet van beiderlei bern-fteen, te
weten, de gele, (gelijk aen de kuft van
Pomeren gevifcht word) en inzen-
der pijn-bomen ontftaet , door de
langheid des tijds hert en klaer gewor-
den.En gewiffclijk (zeid hy) ik heb uit
pek of hers van pijn bomen, door ko-
king , bernfteen zien maken en van de
Sinefen verkopen : ja was zoo treflè-
lijk nagebootft, trots de befte op-
rechte bern-fteen. Ook is geen zeker
teiken van de waeren en oprechten
bern-fteen, het natrekken van kaf en
andere hchte ftoffè:vvant de vcrvalfch-
te , en door kunft gemaekte bern-
fteen , zoo gewreven wordt, heeft
een naetrekkende kracht, als de bern-
fteen.

Tettr-olie.

Bem-fiee»

Defgelijx valt in het Landfchap van
Junnan bern-fteen ; maer een weinig
roder , dan de Pomerfche : want de
gele word\'er geheel en al niet gevon-
den. ^

Zout word niet alleen gemaekt in zout.
d\' aenzee-gelege Landfchappen, maer
men vint ook op
\'t vaft of binnen
\'s lands water, wacr uit het zout, zon-
der eenige moeite groeit.

In de landftreke Hokienfu des Land-
fchaps van
Peking zijn wijdftrckkcnde
velden, na den zeekant toe, waer op
uit zee-water zout groeit.

Al het water van hetMeir Jeu, ge-
legen in de landftreke
Pingyangfu des
Landfchaps van
Xanf, is zoo zout, als
zee-water, en worddaeruitzoutge-
maekt.

In de landftreke Kingyangfu des
Landfchaps van
Xenfi leggen twee
poelen met zout water, waerom zy
Tenchu genoemt worden, dat \'s zout
poelen :
hier uit word veel zouts ge-
maekt.

In het Landfchap van Junnan , aen
de Noord- ooft-zijde der Stadt
Taogan,
is een grote put met zout water, welk
gefchept word, om fpier wit zout te
maken, tot gebruik van de geheele
Landftreke
Taoganfu.

De put word Peyencing genaemt,
dat \'s
Put van wit zout: want Pe is wit:
Yen zout, en Cing put gezeit. De vin-
ding van
dit zout word de Schapen
toegefchreven; wijl die aldaer d\'aerde
plaghten te lekken, en met de voeten

en

zwart : neem het fijnpoedervange-1 derheidrootachtigeberti-fteen. Eeni\'
brande benen , en beila het met de | ge, voegt\'er Martijn by, willen dat
zelffte
voorige vernis : Die bont ver- j de bern-fteen uithet gezuivert merg

-ocr page 904-

Deze zout-putten zijn ook in de
landftreke
Queicheufu. In de landftreke
Kiahingfu des Lan dfchaps van Chekiang
zijn aen den zee-kant zeer grote zout-
pannen of velden, daer zeer veel zout
gewonnen word. Defgelijx in dc land-
ftreke
Hoaiganfu,met verre van de Stad
Hoaigan, en o^ verfcheide meer ande-
replaetfenaenzee.

^ In Sina valt ook deftofteofaerde, porcekin.
daer het zeer edel aerde gebak-werk
porcelein van gebakken word.

Eenige ftroien uit, hoewel beuzel-
achtig , dat de ftofte des porcelijns
van geftoten eyer-fchalen of zee-
fchelpen zou bereid worden; met by-
voegen, dezelve eerft honderd jaren
onder d\' aerde moetleggen.

Volgens andere , w\'ord het porce-
lein aldus gemaekt : zekere krijtach-
tige herde aerde, eerft fijn geftampt en
tot meel gemalen, word in putten
van graeuwen fteen, en vol water, ge-
fmetcn, en daer in zoo lang gelaten,
tot dat deze ftofïè geheel tot een pap
verteert is. Midlerwijle komt\'er bo-
ven op een dunne vhes. Van deze,
daer boven afgenomen, word porce-
lein gemaekt, zoo fijn en klaer als
kriftal,welk oplijf-ftratf\'enietuithet
land mag gevoert, maer moet ten ho-
ve,aen denKeizer en zijne Rijx-raden
gelevert worden. De ftoffe, onder de-
ze vhes, geeft hetfijnftekraek-porce-
lein,welkhier in Europe gezien word:
de naeftvolgende ftoffe, grover por-
celein ; zulx, hoe nader deftoffèaen
den grond van de putten, hoe grover
en ftechter porcelein zy geeft, zoo
dat d\'onderfte op den grond ons aer-
de werk niet veel overtreft.

Dan zoo Martijn, Trigaut en an-
dere Jefuiten,als oogtuigen,met meer
waerfchijnelijkheid fchryven , is de
ftoffe, daer het porcelein van gebak-
ken word, zekere fchrale aerde, als
krijt, enjelijk heider zant: en geel,
volgens 1 rigaut.

Deze aerde word gegraven in de
veertiende landftreke
Hoeicheufu des
\'LznAïchapsyan Nanking, en van daer
aen vierkante klompen of broden, ie-
der tot de zwaerte van ontrent drie
katti, na het Landfchap van
Kiangß
langs de ftroom Po gevoert. Te weten,

enklaeuwenuittekrabben. Totdat
eindelijk d\' ingezetenen, die dikwils
achting op dit werk gaven.aldaer zou-
te aerde en water gevonden heb-
ben.

Dies heeft Sina overal de volheid
van zout: des niettegenftaende, wijl
het zout van groot gebruik is, brengt
dezouthandel een grote tol in\'s Kei-
zers fchatkiftcn, en zijn de zout-han-
de aers aldaer inzonderheid overvloe-
delijk veel.

Ieder Landfchap, welk zout geeft,
heeft ook jaerlix een zekere gewichte
zout, aen den Keizer, tot fchatting op
te brengen.

Op de bergen des Landfchaps van
Suchuen 7.i)nzo\\xt-pmim : waer uit al
d\'inwoonders zout bekomen; tot een
groot bewijs der goddelijke voorzie-
nigheid tegen deze menfchen; aenge-
zien dit deel van
Sina verre van zee
afgelegen is , en geen zout dan tot
hun grootfte ongemak, van andere
plaetfen zou kunnen
bekomen.

Deze putren zijn dikwils over de
honderd fchreden
diep , opbebouw-
\' de bergen en van zoete aerde. De
mond der putten is nauhx drie of vier
palmen wijd.

Deze putten worden met een yze-
re hand uitgegraven, welke, in d\'aer-
de gelaten, door haere z waerte en vin-
geren in de zelve door dringt : aen-
ftonds daer na by een tou opgetrok-
ken,ftuit haer zelve, door een zonder-
lingekunft en handgreep, cn vat d\'aer-
de, die uitgetrokken word.

Het uittrekken van aerde uitde
putten gefchiet\'zoo lang, tot datmen
aen zoute aerde en water komt, welk
niet het inlaten van een vat daer na
uitgehaeltword.

Dit vat heeft op den bodem een
gat en dekfel of klap, welk doorhet
mvallcnde water geopent word, wan-
neer het vat ledig hangt. Maer wan-
neer het vol is, en by een tou opge-
trokken word, dan Huit de klap het
gat toe en het zout water word uitge-
naelt, welk, door het koken over
net vuur de waterige dampen uit-
peit en fpier wit zout op den bodem
laten bhjyen ; hoewel het een weinig
boeter, dan zee Zout is.

Trigaut.

^ont-pftt-

un.

-ocr page 905-

een twede Heieen too7td, dezelve gehjk
een wanfchepfel veracht word, zoo dra
(note voeten te voorfchijn komen.

Andere zeggendut^2.Q^\\2igeen vrou;

maer een duivel onder men jóelijke ge-
daente geweefi zy, met
hox-voeten, dte
zy hierom altijds met windfelen hedekt
hield, en noit ontblote.

En IS dit noch heden in gehruik, dat ■
de voeten der vrouwen altijds bedekt
hUiven. Zoo anders gefchiet, zulx word
voor de grootfte onesre gehouden. Zoo
klein zijn de fchoenen
, die de Sineefche
vrouwen gebruiken, dat haere voeten
niet veel groter zijn, dan
hox-voeten.

Het Sineefch man-volk, zoo wcl
alshetvrou-volk, droeg ten tijdeder
Sineefche Keizeren, voor het
verove-
ren desKcizerrijx van Sina, door den
Tarter, lang hair op\'t hooft, zonder
het oit af te fcheren, uitgezeit jong-
mans en jonge dochters, die, tot aen
het
vijftiende jaer, het hair af-fcho-
ren , ftechts
met een lange tuit of
vlecht op den kruin des hoofds te be-
houden.

Na dien tijd had het hair zijn vryen
wafdom, fonder eenig
fcheer-mefch
daer aen te zetten, tot aen hettwin-
tigfte jaer (de tijd van het opzetten
des mannelijken hoets, gelijk oulinx
byde Romeinen een gebruik was) en
liet men het los en ongebonden over
defchouderen hene hangen en zwie-,
ren. Op het twintigfte jaer wierd het.
hair opgebonden, en een hoetje of
musje , gevlochten van
paerden of
menfchen-hair, of
van zijde gebraid,
daer overgedragen.
Zoodanig musje
was niet by de vrouwen in gebruik;
maer gingen deze (gelijk ook niet,)
met op-gevlochten hair , zeer net
en cierlijk met goud, zilver, edele ge-
fteenten, en allerlei flag van gecierde
; bloemen opgetoit en verciert .

Dan groote verandering is in het
dragen en fcheercn des hairs geko-
men, federt het veroveren
door den Tarter: want al deSinefen,

die den Tarter zijn toegevallen, wier-
den gedwongen, het hair na de wijze
der Tarters af te fcheren , met een
tuit of vlecht flechts achter aen t
hooft te behouden. Waerom zy ook
gemenlijk by d\'onzen gefchoren Si-
ne-

om door dwanR.h van deze banden,
(te houden
haer ganfch leven aen de
voeten) den wafdom der natuurhjke
groote te beletten.
Dit knellen en
prengen der voeten,
veroorzaekt in
jonge en tengere lichamen by wijle
zulke een pijn en ongemak, dat de
voeten de groei verliezen, en by na
heel wegh krimpen en kreupel wor-
den: desniettemin wetenzewonder
kunftig en aerdig te danzen en vele
fchermutfehngen met de blote armen
aen te rechten.

Eenigen willen,dat deze vond door
den een of anderen fcl^randeren per-
zoon, uit jaloersheid over de vrou-
wen , bedacht zy, ten einde alleenlijk
om haer in huis te houden , en het
lopen langs de ftraten te beletten,
welk daer re lande rot grote oneere
van het vrou-, en tot kleinachtingh
van het man-volk ftrekt.

Maer zoo Martijn getuigt, is deze
gewoonte
herkomftigh van zekere
bloetdorftige en quaetaerdige konin-
gin
Taquia, gemalin van Keizer Che:
niet niin, dan zy, vermaert door zijne
ondeughden cn fchelmeryen. Want
deze Keizerin, hoewel boven al an-
dere
vrouwen wonder fchoon van
leeft, had zeer kleine voeten, en was
hier
door qualijk ter gang. Het vrou-
wen-timmer , om haer te behagen, be-
gon haer allengs in \'t eerft met ge-
maekte gebaren na te hinken, de voe-
ten desgelijx, om kleinder te maken,
tebezwachtelen. Ik zal laten volgen,
\'t geen Martijn van deze Keizerin
daer over in zijne Sinefche hiftorien
fchrijft:

Van Taquia is herkomftig het oordeel
vän deerße en volkomen fchoonheid,
welk noch heden hy de Sinefen in gehruik
is : te weten, dat die vrouwen alleen
voor fchoon gehouden worden, die kleine
voeten hehhen. Wanneer deze daer zeer
groot gehrek van had, en anders onge-
meen fchoon was , hewon zy haervoeten,
om dien misfial te bedekken, met zwach-
telen. Al d overige vrouwen hehhen
haer nagevolgt,en namaels de fchoonheit
in de Heinheid oj rangheid der voeten
gefielt.

Welk gevoelen tot op dezen tijd der
wijze toe genomen heeft, dat, fchoon men

-ocr page 906-

nefen genoemt worden, gelijk d\'an-
dere , die weigerden den Tarter toe
te vallen, en \'t hair af tefcheren, en
den roover Äräg^ toevielen, onge-
Ichoorne. Â°

Ja gebruikten de Sinefen eertijds
zulk een cicraed en hovaerdye in \'t
liair, dat eenige duizenden daer over
• f " ^ wijl zy liever te fter-

ven hadden , dan het hair af te fche-

ren. Ook wierd byhen groot waen-

geloofinhetlanghairgebruikt, wijl \'

zy, gehjk de Mahometanen, uit een
ydele inbeelding geloofden, by het
hemel te zullen opgevoert

De meefte priefters heten ook ou-
linx het hair des hoofds en baerdom
aen achtften dag affcheren.

De Sinefen hebben een wonder
groot gevoelen van zich zelfs: ja ach-
ten niemand dan zich zelfs, en din-
gen van uitheemfche. Koningrijken
en volken niet waerdig te weten noch
te befchryven.

Hierom vintmen ondcr al de landen
die zy oulinx van over zee hebben
aengedaen, niet een in hunne hifto-
rien gefpelt; daer zy nochtans, in hun
eigen inlandfche geweften en daden
te befchryven, wonder naeukeurigh
zijn : want byna al de namen, diezy
den vreemdelingen toevoegen, zijn
fmadelijk en fchimpig; wijl dezelve
, of Barbaren, of vuiliken of flaven en
diergelijk betekenen : zonder ooit
fchier d\'eigen namen der vreemdehn-
gen te gebruiken. Aldus noemen zy
de Japanders fchimps en fpots-gewij-
"z^Vo^Uy ZOO veel byhen gezeit, als
Landen van een Barbarïfche tale : de
Tarters,
Nücieu.

Al de Noorder Sinefen of inwoon-
ders der zeven Noordcr Landfchap-
pen , inzonderheid die van het Land-
fchap
Peking, te gelijken met die van
de Zuider Landtfchappen, zijn boven
andere tot kunften en letter-oeire-
ningen onbequamer en rouwer; maer
vallen ftrijdbaerder en vaerdiger ten
oorlog. Â°

Defgelijx munten de ZuiderSine-
len m Ichrandcrheit van herfl\'enen en
|eusheidt van zeden uit; gelijk de
Noorder in krachten; doch van on-

gehavender zeden : hoewel d\'in-
woonders des Landfchaps van
Xenfi
meerendeel hcufch cn voldoencnd
en minnclijker van zeden zijn,nochte
tot de letter-ocfi^eningen zoo onbe-
quaem als d \'andere Noorder Sinefen.

Die van. het Landfchap van Xan-
tung
zijn ftout en oproerig.

Die van het Landfchap van/^y^/Vi^
Zijn geneigt tot vuile begeerten cn
welluften, cn arbeiden luftig indien
oogft van beide deze ondeugden i\\
zijn daer by fchrander, groot van ver-
stand, hftig ten koophandel, doch bc-
dricchclijk. Blokken veel in de Si-
neelbhe geleertheid en letteren, cn
lifd ^ zich vcclc geleerde

Zy worden ook doorgacnds by
de andere Sineefen wreedaerdiger
gehouden, cn fchijncn zoo iets van
d aeloude Barbacrfchcid behouden
te hebben , gemerkt zy de laefte
zijn, die de havenis der Sineefche
wetten en zeden aengenomen heb-

D\'inwoonders der kleine Stadt
Vuciven des Landfchaps van Quangsi
munten in fpitsvonnighcid en fchran-
derheid van herftènen onder de Si^
nefen uit, en worden veele uit hen
tot Lccraers en Landvoogden ge-
kooren. ^

De Stadt Xaohing des Landfchaps
van
Chekiang de fchranderfte
Voorfpraken en Pleit-bezorgers voor
het geheel overig .Sw^ï uit: zulx nau-
lix een Landvoogt is, of heeft uit
deze ftadt iemand , in dit ftuk erva-
ren.

D\'inwoonders der elfde Lan dftre-

j Kc Vencheufu des Landfchaps van
kiang plegen , door een oude inge-
wortelde gewoonte, de Sodomie of
itomme zonde; ja ook zonder eeni-
gefchaemte,in \\ openbacr.En fchoon
de Landvoogden deze al te grote on-
gebondenheid getracht hebben te
verbieden, zy gaen t\' «Ikens weer hun-
nen ouden gang.

Verfcheide bergen, gelegen in de nitmm^fi
twalefde landftreke
Xincheu fu des
Landfchaps van
Huquan^i^, Worden by
Wilde en ongehavende menfchen be-
woont, ^^//»^^»penaemr.

n 3 Tan

-ocr page 907-

Van den oorfprong dezes volks
benzelen de Sineefche fchryvers al-
dus: Zeker Koning A^o/» was tegen
eenen ftruikrover
V in oorlogh , en
reeds tot d\' uitterfte benautheid door
den zeiven gebragt : want de ftrijd-
baerheid en d\'ervaernis ten oorlog
van den overfte
V ftelde al de kunften
van Koning
Kaofin te leur, en had hem
dikwils den neerlaeg gegeven. Wef-
halve het
Kaofin onder zijne krijgs-
knechten uitroepen , dat hy twintig
duizent onfen zilvers, eene Stadt, en
zijne jongfte dochter den gene ten
wijve zou geven, die her hooft van
den Veld-overfte U kon leveren.

Koning Kao(in hield eenen hond
Puonhu genoemt: dees licpin hctlc-
ger der ftruikrovers, welk zich by ge-
val in \'t bofch had ncergeftagen: doot
den Veld-overfte U , en brengt het
hooft aen Koning
Kaofin. Kaofin, wel
ten hoogfte over de dood van zoo
groot een
vyand verblijd, wilde even-
wel den hond, \'tgeen hy belooft
had, niet toeftaen, met te zeggen,
het onbetamelijk was, dat een beeft
aen eenen menfch zou trouwen. De
dochter van
Kaofin dithorende, fprak:
De belofte ü te houden, ens Konings
woord niet te breken.
En aldus trou-
de zy aen eenen hond, en baerde in
driejaren tijds zes knechtjes en zoo
veel meisjes , die, door onderling
trouwen met elkandre , dit hontfch
volk, zoo de Sinefen beufelen, zou-
den voortgebragt hebben.\'

Dan geloofelijk is dat deze fabel
hierom byde Sinefen verdicht is, wijl
zy nauhx al de genen menfchen ach-
ten te zijn, die geen Sinefen of met Si-
neefche zeden niet opgevoed zijn,

In de reis-befchryving van zekere
Monniken, befchreven in het tweede
boek der fchipvaerten en reizen, ver-
zamelt eertijds doorM. Gio:Baptifta
Ramufio, vindmen, tot bevefting van
deze honden, het volgend:

Kerende de Tarters weer door de wee-
flijnen, qüamenze aen een land, inhet
welk, gelijk de Ruthenen ten hoof ver-
haelden , die aldaer waren , zy zekere
wanfchepfelen vonden, in gedaenten van
vrouwen. En na dat zy door vele Tolken
gevraegt hadden, hoedanig de menfchen
van dat land waeren , wierd geant-
woord, dat al de vrouwen, op die plaet-
fe geboren,de gedaente van mannen had-
den ; maer de mannen die van honden.
Midlerwijle zy in dit land vertoefden,
vergaderden de honden op de eene zijde
desftrooms, by elkandere: en fprongen,
zijnde winter, in het water, daer na wen-
telden zy zich in V zand om. En bevroor
alzoo door de grote koude deze ftoffe op
hen. Na dat zy zulx dikwils gedaen had-
den , befprongen de Tarters hen met
groot gewelt, en wierpen met pijlen op
hen. Maer de honden fprongen in V mid-
den op hen aen, dooden velen met bi jten,
en wier den aldus de Tarters uit kun va-
derland gedreven.
Dus verre Baptifta.

d\'inwoonders der achtfte Land-
ftreke
Taiping , des Landfchaps van
Quangsi, worden by zekeren Sinee-
fchen Landbefchrijver Barbaren ge-
noemt , wijl zy met het rijk (want
deze iandftreke is onder Tunkin£)00%
de Sineefche zeden merendeels ver-
andert hebben:
want zy gaen mcton-
gevlochten hair, bloots voets, hou-
den van gene eerbiedenis en gehoor-
zaemheid tuflchen ouders en kinde-
ren : zijn dikwils tegen elkandre in
krakeel , en om beuzehngen ver-
toornt, tot doodflaens toe.

Op de bergen der negende land-
ftreke
Cuncheufu des Landfchaps van
Kiangfi, houden volkomen wilde
menfchen, die op een becftelijkc wij-
ze leven, volgens verhael der Sinee-
fche Landbefchrijvers.

Op en in dc bergen des Landfchaps
van
Queicheu woonen luiden, meeft
woeft en ongehavent, die de wetten
noch zeden der Sinefen niet onder-
houden : leven op zich zelfs, hoewel
onder verfcheide Landsheren bieren
daer. Deze brouwen den Sinefen,die
de gehavenfte plaetfen des Land-
fchaps bewonen, dikwils met hunne
uitv^len grote moeite:hebben na hun
welgevallen, nu met hen
vrede, dan
oorlog, hoewel zy noit de Sinefen tot
zich laten komen : want de Sinefen
wonen in de vlekken, krijgs-veftin-
gen en fteden.

De Keizeren, om dit Landfchap ge-
havender te maken, hebben dikwils
derwaers bou-troepen gezonden.

Die

-ocr page 908-

Die van Queiyangfu hebben onder
den ftam
Taiming eerft de let^r-oefe-
ning en zeden der Sinefen aengeno-

Sucheufu desLandfchaps-van Queicheu
zijn zeer fterk van leden cn ftout van
beftaen, hoewel heufch en beleeft; en
zoo woeft en Barbarifch niet als d\' an-
deren van dien oort; gaen met han-
genden hair, blootsvoets, en hebben
zulk hert eelt onder dc voeten, dat zy

Landfchaps van Nanking , zijn zon-
derling rot lekkernye van Ipijze en
zuiker bakken genegen.

AM\';«.

zoute fpijze : waer over van hen ge-
zeid en fpots-gewijze roegedreven
word, zy ook na hunne doot niet zul-
len bederven ; gemerkt zyzich byle-
yendigen lijve zoo rijkelijk gezouten
hebben.

D\' inwoonders des Landfchaps van

. geneeen.

men : waerom met wemig onder hen Al d\'inwoonders der negende land-

op den rrap van leeraers geftegen zijn. Ã¯kreU Ningpofu des LandC

De uiden der tweede landftreke Chekiang zl^ wonder gen^^^^^ ^ot

treden. Die van de derde landftreke
zijn wel Barbarifch maer eenvoudig,
en met boerfche heufcheid.

De bergluidcn der zefte landftreke
Tungganfu des Landfchaps van Quei-
cheu
waeren voorhene d\' allcrwrcetfte
en Barbaerfte : hovaerdig , op zich
zelfs, bedrieghelijk, en gewoon hun
oudften te doden. Dan hebben, door
het verkeren met de Sinefen, heufch-
neid en rechtvaerdigheid
geleert.

De Stadt Hinghoa des Landfchaps
van
Fokien is vermacrd doordemee

herffenen.

D\'inwoonders der zevende land-
ftreke
Yancheufu des Landfchaps van
Kiangnan zijn zeer tot welluften en
lekkernyen genegen.

De Noorder bergluiden der land-
ftreke vand\' eerfte krijgs-ftadt
Puting,
des Landfchaps van Queicheu bemoe-
ien zich met gene letteren of wetten,
ofmet eenige eerbiedenis. Ieder doet
wat hy wil, dies zy geheel rou en on-
gehavend van zeden zijn.

De bergluiden ontrent de vierde
krijgs-ftadt
Lungli hebben door het
geftadig verkeren met de Sinefen al-
lengs iet van de Sineefche zeden aen-
genomen: maer gaen noch altijds ge-
wapent, fcheppen vermaek in \'t oorlo-

zijnfchrandercnfpitsvondig : en be-
komen de meeften onder hen in d\'on-
derzoekingen der geletterden trap-
pen van geleertheid, cn worden daer
na tot de hoogfte waerdigheden ge-
vordert.

D;inwoonders der Stadt Sucheu des

Zijn ook eeniger mate iet deelach-
tigh aen de zeden der Indianen. Al-
daer inzonderheid word niet onder-
houden , \'t geen anders door het
grootfte gedeelte
vmSina in gebruik
is : te weten, dat de vrouwen in huis
opgeftooten gehouden worden , en
geen man-volk zien of fpreken , ja
nauhx, of hever noit uit den huize op
ftraet komen : want de vrouwen ziet
men aldaer overal op ftraet gaen, om
haere dingen te verrechten, gelijk hier
te lande. Zy overtreffen in krachten

ben minder fchrik voor\'t vechten en
de krijgs-wapenen. Zy leren en ge-
bruiken ook Olifanten ten ftrijdt:zijn
vriendelijk, omgangkelijk en inzon-
derheid heufch, en veel bequamer tot
het Chriften geloof aen te nemen,
dan andere Sinefen.

Aen de noordzijde der vierde land-
ftreke
Cuhiungfu des Landfchaps van
]unnan, woonde, voor de komfte der
Tarters des Stams
Juen, in Sina, zeker
voXkKinchi geheten, dat\'sgö^/^^
^/ê-;? gezeid; om dat het met zeer dun-
ne goude platen de ryen tanden plag
te beftaen en bedekken: op een zelve
wijze doen die van d\'achtfte krijgs-
ftadt des zelven Landfchaps.
D\'inwoonders der twalefde land-

J^ j-----------inwoonaers acr twaietde land-

^X^nh Jr ^^^ Landfchapsvan

Die van het Landfchap van ^^^^^ Barbarifch , en van

ongehavende zeden.

Andere fcheppen vermaek in dc
tanden, met lijm of eenige andere ver-
ruwe te beftrijken en zeer zwart te
maken. Andere befchilderen het aen-
zicht met verfcheide beelteniffen; te
weten, zy wrijven in de huid, met een

naek

. ,------r-------«-ax^uv, «-^ictuuc. OYcrtrenen in Krachten

hèfL\'ln" fchrandere en moedt al d\' andere Sinefen, en heb-

-ocr page 909-

ruwe.

d\'inwoonders der eerfte krijgs-ltad
Kiocing des Landfchaps vslïi Junnan,
flaen neerftigden landbou ga; maer
hebben ookluft in pleiten, en loopen
geduurig voor den rechter. Zulx, \'t
geen zy ineen geheel jaer met hun
zweet en arbeid gewonnen hebben,
dikwils aen de pleit-zaken te koft

leggen. , . ..

d\'inwoonders der tweede krijgs-
flad
Taogan, des Landfchaps van/^z»-
nan,xï]n, volgens fchrijven der Si-
neefen, tot razens toe fterk; waerom
zy meer van den oorlog, dan van de
vrede houden.

d\'inwoonders der derde krijgs-
ftad
Ciokung des Landfchaps van Jun-
nan
, zijn fterk, ftrijdbaer, en kloek-
moedig.
Oorlogen met pijl en hoge,
en niet met Sineefche flegels.

Hoewel d\'inwoonders der zefte

krijgs-ftad lii^i^^^g.ge^\'roten uit volk-
plantingen deï aeloude Sinefen, der-
waert gevoert, niet volkomen de Si-
neefche zeden navolgen,
wijlzy,door
de nabyheid
van andere volken, dik-
wils andere zeden aengenomen heb-
ben, zoo volgenze nochtans meeren-
deels deSinefen na.Zy zijn zeer gene-
gen tot den drank, en verzwelgen da-
gelijx veel nats,waerom zy danfen cn
quinkeleren: weten vaerdig te paert te

Naulix kan uitgefproken worden,
hoenaeu de vrouwen, (yerftae die van
ftaet; want
gemene vróuwen komen
op ftraet,) door geheel
Sina, uit inge-
boorne jaloersheid der
Sinefen, opge-
floten en bewaert worden; welzo ten
hove,alsby de burgers cn onderdanen.
En zijn benootzaekt deze onkreukba-
re wet zich t\'onderwcrpen niet alleen
die hen in maegfchap niet beftaen;
\'maer ook de bloetvrienden ; ja ook
zelfs de zonen: zulx zoo
een vader,
vergrämt, zijnen volwaflcn zoon over
den een of anderen misdaed wil ftraf-
fen , de zoon geen andere veihger
fchuil-plaets kan vinden, dan\'smoe-
derswoning of vertrek :
want aldaer
kan hy veilig, en bevrijt voor \'s vaders
hand, vryelijk blijven; hoewel noit an-
ders dan in dezen voorval.

Dc woningen der vrouwen zijn in
dier wijze gemaekt,dat zy andere niet
zien , noch yan andere gezien kunnen
worden. Zelden is haer ook
geoorloft
uit te gaen: \'t en zy uit hoogen noot:
doch zittten dan in
draeg-zetels, te
dien ei^ide met voordacht gemaekt,
der wijze opgefloten, daer de minfte
fch eure niet in is , om haer te verto-
nen. Wijders, tot tijd verdrijf en ver-
maek , houden zy haer bezig met
jonge hontjes, of vogeltjes en dierge-
lijke vermaken.

^^^ Seßhryviftg des Keizerrijks

naelt door geftoken, zwarte ver- rijdp,enmetpijlenbogeomtegaen

Letterenen Tüle^

; E Sinefen hebben genelette-
; ren, gelijk de volkeè van Eu-
rope en andere, die eeniger
maniere, uit een zekere ordje
of regel vaneen A.B. C. beftaen , of
A.B.
C.na\'tlees-gewijze^gefteltzijn:
nochte hunne letteren beftaen uit gee-
ne künk- of mee-klink-letters, nochte
kunnen niet te zamen gevoegt wor-
den, om woorden daer van te maken ;
maer fy hebben zekere Karakters of
Figuren, of beelteniflTen, of tekenen,
of fchrijf- of beeld-letteren, \'tzy hoe
men die noemen willen, in plaets van
A. B. C. letteren : want ieder zake, of
ieder woort en naem, diezy fpreken,
heeft zekere zulke figuur of beelte-
nis , wacr mede het uitgedrukt word:
zulk een beeltenis beftaet in fekere
halen vanftrepen, en in flippen en ver-
Ichillen alle in geftalte en betekenis
van elkandre : zijn zonder kunft of
maet te
famen geftelt,en gelijk by ge-
val aendevoorgeftelde zake,
of acn
een woord, of naem toegepaft. Dies
hebben de Sinefen zoo veel beelt-let-
teren van doen, zoo veel zaken als \'er
zijn,diezy door \'t begrip des verftands
willen te kennen geven. De Sinefen,
zoo Trigaut getuigt,drukken niet met
eenige beelteniflcn van A. B. C. gelijk
byna al andere volken des
aerdbo-
dems, hun talen met fchrijven uit;
maer malen zoo velebeelteniflenaf,

als\'er

-ocr page 910-

als\'er woorden en zaken zijn, door
de woorden betekenr.

Zulx die een Neerlandfcli woort-
boek in hunne land-tale zou willen
vertolken , zoo veele verfcheide en
verfchillende zulketekeneri of beelt-
letteren zou moeten hebben , als\'er
verfcheide woorden zijn.

Wat belangt het getal dezer teke-
nen , fchoon na de meenighte der
zaken het getal der tekenenis; zoo
wetenze nochtans dezelve zoodanig
zamen te knopen, datzy niet boven
de zeventig of tachtentig duizent be-
lopen.
Martijn en Semedo begrooten
liet getal op zeftig duizent.

Al deze teken - letteren vind men
geftelt op orde , in zeker woort-
boek ,
Haipisn genaemt. Noch is\'er
een ander veelkort\'er, om boeken te
lezen , fchryven en verftaen, welk
ten hoogften acht of tien duizent be-
grijpt. Krijgen zy onder het lezen
eenige tekenen , die zy niet verftaen,
zyftaenhetgrootwoort boekop: al-
leens gelijk
iemant, die de Latynfche
of Franfchetaleleert, de woorden,
die hy niet verftaet, in een Latynfch
of Franfch woort-boek opzoekt. Waer
uit te befluiten is, hoe iemant meer-
der tekenen weet, hoe hy voor ge-
leerder gehouden wordt.

Derhaiven iemant van groot ont-
hout en geheugenis moet zijn , die
flechts tot een middelmatige Sinee-
fche geleertheit wilkomen.

Volgens Kircher wort iemant he-
den onder het getal der grootfte Ge
letterden niet gerekent,die ten hoog
fte de kennis van tachtentig duizent
tekenen niet bekomen heeft : hoe-
wel iemant, om de land-tale te leren,
zulks hy die tamelijk fpreken kan ,
Trigmt. aen tien duizent genoeg heeft. Ook
kennen de Sinefen zelfs alle hunne
tekenen niet: de gemeine man by na
de genen,die fy tot den ftijl des koop-
bandels oordeelen genoech te zijn.

Desgeiijx, volgens Trigaut , die
tien duizent tekenen weet, heeft de
genen bekomen, die noodig tot het
het fchry ven zijn.

Martijn maekt de zwarigheid van
de Sineefche letteren te leeren zoo
groot, dat der zeiver kennis\'s men-
fchen krachten en ouderdom fchijnt
t\'overtreffenya zeit tien jaren aen het
leeren van dezc tekenen verfteten te
hebben, zonder eenig ander dan een
gebedc-boek in al dien tijdt in tc zien.

SemeJ.0.

Niet meer, een groot wonder, dan semtih.
negen pen ftrepen of halen, hebben
de Sinefen van doen, om deze grote
verfcheidenheit der hedendaegfe te-
kenen te maken : zulx uit het by-
doen of aflaten van d\' een of andere
ftreep,een andere betekenis ontftaet.

Aldus betekent een rechte ftreep semedo.
—, by voorbeelt,
een : de zelve ftreep,
meteen andere kruis gewijze door-
zneden, als i-, bediet
tzi of tien: ver-
vermeerdert met een ftreep onder
\' aen de voet des kruis, ais t, betekent
Thou of aerde,Q.\\\\ met een derde boven
bediet
Vam, dat\'s, Koningh: een
ftip, gevoegt aen de linker zijde der
bovenfte ftreep, als \'■£, bediet
jo ofju,
dat \'s, een peerL Zonder uitzonde-
ring zijn al dc letteren, die eenigh
flag van edel gefteente betekenen, al-
tijts aen dit laefte beeltenis gehecht:
desgeiijx beftaen de genen, die zeker
flag van bom en,berg werken,als yfer,
koper en fta el betekenen, uit andere
tekenen, als die het flag van hout en
berg-werk uitbeelden.

Dan deze regel, volgens Semedo ,is
niet altijt onfeilbaer: ivant de Sme-
fen nemen ook aenjchou cp de hediedenis
der enkele tekenen, om daer uan zamen
gevoegde te maken.

Aldus een vierkant beeltenis , welk

de

zon betekent,gevïïegt by een ander, hy
na van diergelijke geftalte, welk de maen
betekent, word daer een derde van te za-
men geftelt , en bediet
min, welk klaer-
heid gezeit is. Om een deure te vertoo-
nen,word een teken in vorm van een deu-
re gemaekt, ivelke zy mMtn noemen: en
een ander in vorm van een herte, om ook
een herte te betekenen.Om uit te drukken
droefenis en jammer beftuiten zy \'\'t beel-
tenis van een herte in het beelt enis van
eene deure : gelijk of het herte bedrukt,
zich vond geprangt in den ingang van
een enge deure. En dewijl de droefenis
^ zijnen zetel heeft, en voornaemfte iver-
! kingen in het herte doet, zoo voegen zy
I altijds het teken eens herte aen aide te-^
] kenen, die eenige droefenis vertonen.

Kk Deze -

-ocr page 911-

Deze Beek-letteren worden in al
de vijftien lantkhappen des gankhen
Keizerrijks van
Sina, al gemeenlijk
gebruikt: ja niet alken door ganfch
Sina ; maer zijn ook dezelfde teke-
nen byde volken
V2in Japan, Koree,
Konchinchina ,Tunkingh, Kamloya,
en
Sione in gebruik : daer nochtans ie-
der geweft een by-zondere tale
heeft: hier door kunnen
dejapanders,
Konchin-Chinefen, Zinefen , K oreers ,
en Tongkmders de boeken en letteren,
met die flagh van ietteren gekhreven,
wel verftaen ; maer evenwel niet met
elkandere fpreken, nochte elkandre
in \'t fpreken verftaen : op een felffte
wijze,gel ijk demerken der Cijfer-ge-
rallen,allerwegen door ganfch Europe
gebruikelijk, by allen en een iegelijk
verftaen worden ; niet tegenftaende
de woorden,
daer dezelve in uitge-
fproken worden , zeec verfcheiden
zijn: want deze Sineefche merk-lette-
ren zijn tekenen van begrippen
der
dingen , die by allen in \'t algemein
verftaen worden.Hierom is\'t een an-
der , de Sineefche letter-tekenen te
kennen , en een ander, de Sineefche
tale te fpreken : naerdien een buiten-
lander , begaeft met een fterke geheu-
genis , en daerby vlijtig, tot de hoog-
fte geleértheyt, door het lezen in de
Sineefche boeken , kan geraken ,
fchoon hy met de Sineefen niet fpre-
ken , noch hen verftaen kan.

Deze letteren fchijnen met de Si-
nefen van een zeiven ouderdom te
zijn:
want, volgens hunneHiftorien,
hebben de Sinefen dezelve, federt
drie duizent zeven hondert en dertig
jaer, in gebruik gehad.

De Sinefen fchrijven de vindinge
der eerfte Sineefche letteren, den eer-
ften Keizer
Fobi toe , die des jaers,
voor de geboorte des Heilands twee
duizent negen hondert twee en vijf
tigh, begon te heerfchen: ontrent drie
hondert jaren voor den water-vloer,
volgens
Kircher: die wil dat Fohidtn
Vont van deze letteren, uit onderwijs
der nakomehngen van
Noacb, beko-
men hebbe.Maer het ftaet aen te mer-
ken , dat d\'oude Sineefche letteren
zeer veele van de hedendaeghfe ver
fchillen; want d\'eerfte Sinefen hebben

Semedo.

Martijn
BeMi.

hun gefchrift niet uit zamen ftelling
van letteren,maer uit beeltenifl^enge-
noomen , van natuurlijke dingen ge-
maekt : re weten, uic alle dingen , die
op den aertbodem gevonden worden.
Als, uit dieren, vogelen, kruipendge-
dierte, vifkhen, kruiden, takken der
bomen,koortjes,draden,ftippen,krin-
gen en diergelijke. Door middel van
deze dingen,flechts in verfcheiden or-
dre geftelt, en op een andere en ande-
re wijze te zamen gevoeght, hebben
deSinefen de gedachten en begrijpen
huns verftants tekennen gegeven.

Hierom , wanneer zy van vuurige
zaken wilden handelen,gebruikten fy
ftangen en draken, die, in zekere or-
dre en ftelling gefchikt, zulk en zulk
iets betekenden:te weten,in lucht din-
gen te befchrijven, gebruikten zy ver-
fcheide ftelling van vogelen: in water-
dingen , viftchen : in gewas-zaken,
bloemen, cnbladen:in gefternte, ftip-.
pen of
kringen : ieder der w elke een
byzondre fter uitbeelde:in de reft van
onderfcheidelijke dingen, houten ,
klooten, draden,koortjes, en dierge-
lijke , op een zekere wijze gefchikt.

De geftalten der oude Sineefe let-
teren of beeltenifl^en, worden zeftien-
derlei ftagh geftelt.

Het eerfte ftag,gevonden door den
eerften Keizer
Fohi, en by de Sinefen
volgens hunne jaer-boeken gebruikt,
beftaetuit flangen en draeken : waer
om ook het hoek, welk hy van de wis
en fterre-kunft gefchreven heeft, het
boek der draken genoemt wort. Men
ziet daer in ftangen, wonderlijker wij-
ze door een gekronkelt en in ver-
fcheide geftalten, na de verfcheiden-
heid der dingen, die zy daer mede be-
tekenden,hervormt: hoewel weinige
Sinefen gevonden worden, die zich
op deze beelteniflen verftaen : ge-
merkt de lankheid des tijts dezelve
vernietight heeft.

Hertweede flag der aeloude lette-
ren wort uit dingen van den landbou
jenomenentezamen geftelt. Deze
leeftd\'oude Keizer, met name Xim
Num
, in het befchrijven van de din-
gen , die den landbou betreflèn , ge-
I bruikt : dergelijke
ook d\'oude beel-
teniflen , inde landtale ,
Chun , Xu,

Xim

-ocr page 912-

gemaekt: ofaaders heeft dt.eTik i wa e\'n ll^f
sefchriftgebruikt. j « «e,, doot zekere halen van ftip-

\' Het derde flag der letterenheO.« ^ Â»tkot-

den worden. ï^enzeir. Keizer
toang deze tekenen gebruikte,en een
»oek
van de vogelen met deze lette-
ren gefchreven heeft.

Hetvietdeflaghderaeloudelette-,
beftaet uitoefteren enwurmtjes. rens van

rens van Bahi gehouden. Gewis is
altoos, naer uitvvijzingh van hunne
boeken, datzy zedert drie duizent

ren,beftaet uit oefteren en wurmtjes.

Het vijfde flagh der aeloude lette-
llen , beftaet uit wortelen van krui-

t . ----- lin-L mccu;

maer zekere haien van ftrepen die
evenwel de halen der oude beek-let-
teren by na verbeelden.

De taie der Slmftn word door hl-
reaeloudheid by velen voor een der

tVVPf» t3n .. J ^

brieven te fchrijven.

Hec zefte flagh der oude lette-
ren, beftaet uitgeknotte voeten van

vogelen , die Keizer Choanghang ge-

Het fevende ftagh, beftaet uit
ichnd-padden , een vont van Kei-
zer
Jao.

Het achtfte ftagh , beftaetuit vo-
gelen en paeuwen.

Het negende flagh beftaet uit krui-
den , wieken en windfelen : def-
gelijx het tiende uit kruiden: het elf-
de uit beelteniffen van vafte en
dwael-fterren.

Het twalefde flagh wierden eer-
tijds genaemt gebruikelijke letteren
derbevelen en voorrechten: defge-
lijx het dertien de.

Het dertiende en veertiende flagh
zijn letteren der rufte , blijdfchap,\'
wetenfchap, redenering, duifternis
enklaerheid.

Het vijftiende flagh beftaet uit vif

ichen. Het zeftiende kan men niet
ieezen nochie de ftelhng en maek-
lei der letteren verftaen.

Het zeventiende en laetfte flaah

--------—, wv^i-viv,!! gciiaeniL

üe ietteren der brieven,diemen in het
bezegelen der brieven , en prach-
tige opfchriften gebruike.

Dan wanneer de later Sinefen, wij-
zer door ervaernis geworden , in
zulk een ophoopingh van dieren en
gewaffen , een groote verwerringe en
moeielijkheidvan die af te beelden,

is. Zyisnietoveraleen en dezelve;
maer verfcheiden ^ na de verfchei-
denheid der Koningrijken of Land-
Ichappen , die heden dit bloeiend
Keizerrijk uit maken : hoewel zy
ouhnx onder de kroone niet fton-
den; maer wierden bezeten by Bar-
baren of woefte luiden, gelijk onder
andere die van\'t zuiden, en eenige
na\'t noorden.

Volgens Trigaut verfchilt ieder
landfchap, in fprake of tale, fchier zo
verre van elkandre , dat zy
ganfch
nkt gemeens hebben , en elkandre
met verftaen; hoewel zy een en de
zelve boeken en letteren gebruiken. .

D\'inwoondersder landftreke van
Taipmg, in het landfchap van Quanofi,
ipreken ganfch een andere byzonde-
retale: geheel verfcheiden van de
Sme^che. Van gelijken fpreken die
van de zevende landftreke
Lipingfu
des landfchaps van Queicheu, een taie
den Sinefen ganfch onbekent.

ïn het landfchap van Iokien , ge- Uem.
bruiken d inwoonders geen een en de
zelve tale; maer verfcheide, en ie-
der landftreke by na een byzondere ;

\'7nlv A\'\'oat-

verftaen. d\'Algemeine of Manda-
rijns tale , is daer minder, dan op an-
dere plaetfen bekent en in gebruik;
uitgezeit by d\'inwoonders van de

umjenping.

Naerdien dan deze volken een ta- ïdm.
ie en uitfprake der tekenen ,
by na
verfcheiden van al d\'andere hebben,
Kk z zoo

der oude letteren, wo^n^S i tul^^A^^\'\'^ byzondere;
deletteren der bri;vl.diemfn n 1"

-ocr page 913-

200isgeetizinswonder, datmenby lingen, dezelve in ieder landfckip:
defchnjversvan5i«^ (te verftaen die opeen gelijke wijze, alsde Neerlan,
geenen, die
uit verhael der inwoon- ders, Franfoizen , Hoogdmtfchen,
ders dezes landfchaps hun fchriften Italianenenandere volken de Latijn-
en brieven geftofleert hebben,) zoo fchetale, door geheel Europe.
veele woorden en namen vint, die ;! De Jefuiten, die in
Sma, tot voort-
in generlei wijze Sineefch zijn , ja planting desRoomfchengelools,ge-
ook zeer groove dwahngen onder- fonden worden , leeren alleen deze
worpen,
ontftaen inzonderheid uit fprake: gemerkt die yan ieder lan d-
d onwetenheid dezes volks , en uit fchap nergens noodigh oi dienltigh
vaifche of onervarene vertellingen. | noch niet burgerlijk of heulchis,
Die van het landfchap van
Fokien, nochte word by burgerlijke luiden
by wien een zeer rouwe en onbe-i gebruikt, \'tenzy zomtijts tluiison-
fchaefde land-tale is , gebruiken in
| der huis genoten,of buiten\'slants,ter
plaets van
N de letter L: want Nan- gedenkenis des vaderlants. Deze ta-
king noemen zy Lanking: Nanthai, de ! le kunnen zelfs de kinderen en al de
voorftad van
Hokfeu of Focheu, Lan- vrouwen fpreken , dewijl de lange
thai: daerzy door de Portugefen en gewoonte de fwarigheid van die te
d\'onzen, die handel met hen drijven, | leeren, overwint.

Dehandelaers gebruiken deland-
talevan ieder lantfchap. En hoewel

in\'t landfchap van QuicheuXen-1 zy alle de hof of Mandarijns tale ver-
den
voor hene gene letteren;hoewel | ftaen, zoo fpreken zy die no\'chtans

fv hunne verbonden met zekere ken- nietnet. ,

tekenen op houte hertjes uitdrukten; Zeer bepaelt of bekrompen is de-
maer hebben heden, wijl zy heufch
ze algemene Sineefche tale, enzoo
enzeedigh van aert zijn, de Sinee- fchaers van woorden, als rijk en over-

fche tale aengenomen

Danbehalven deze tale , aen ieder
landfchap eigen , wierd, nahetinlij-

len overtreft: want het getal der
woorden komt naulijx boven dui-
zent zes hondert, en, volgens
Seme-
do,
niet boven drie hondert zes en
twintigh te beloopen.

Al de woorden eindigen by na op
een klink-letter : eenige weinige
flechts op een
M o£ N. Al de woor-
den, tot een toe, (een ganfch zon-
derhnge, en byna een ongeloofelij-
ke zake,) beftaenftechts uit een eeni-
ge filb of letter-greep; want niet een
eenig wort gevonden
, welk uit twee
of vele letter-grepen beftaet; hoewel
men vele dif-tongen of
twee klanken
heeft, in eene letter-greep te zamen
gefmolten: ik zegh
twee klanken, na
onze wijze van fpreken: want klink-
letter noch meeklink-letterwordby
de Sinefen niet gedacht: maer ge-

a Trigauf,
hSetnede.

vloedigh van letteren : ja wijkt in
weinigheid van woorden voor alle
andere talen; gelijkze ten tegendele

ven der landfchappen tot een eenigh 1 in menigte van letteren al andere ta-

Keizerrijk, een" andere tale inge-
voert, die gemeen is over het geheel
Keizerrijk. Deze tale word in\'t Si-
neefch
^Quonhoa , of hQuontfoa ge-
genaemt.^dat\'s,
hofofpleit-taie, ter
oorzake defleifs voornaemfte ge-
bruik aen\'t hof des Keizers, en aen
die van de Mandarijns of Landvoog-
den en Overheden is; gelijkze ook
met den name van Mandarijns tale

bekent is.

Dit gefchiede hierom , dewijl al
de overheden in het landfchap, daer
fy van\'s Rijkx wegen hun ampt bekle-
den , buitelingen of vreemdehngen
zijn : derhalve om niet benootzaekt
te zijn een vreemde tale (want ieder
landfchap heeft een byzondere tale)
te leren, wierd door het ganfch Rijk
een eigen hof-tale ingevoert.

1 eigen not-iaicin,gcv«JciL. vi^ â€” ^

In deze tale worden niet alleen lijkiederzaok, alzoo heeft ook ieder

recht of pleit-zaken af-gehandelt: woort zijn bezonder teken,
maer ook al de gemanierftc luiden of} Waer toe dienen, zou iemant zeg
vreemdelingen fpreken met inboor-i gen, zoo veel tekenen, inzuiKeen

Trigmt.

in nagevolght worden.

Die van de tweede landftreke Su-

-ocr page 914-

ï^en-teken—komt over een met re:de
klank wort in\'t Sineefch genaemt
Pim
Xim, dat %klare geliikefiem.Utt derde
ken teken \\ komt over een met
mi: de
klank wort in\'t Sineefch genaemt
Kam
Xim,
dat \'s, hogejiem. Het vierde ken-
teken ; komt over een met
fa : en
deze klank wort op \'t Sineefch
Kiu
Xim
genaemt, dat \'s,bogefiem des weg-
gaendersMei
vijfde kenteken U komt
overeen met>/,enwortin \'tSineefch
Ge Xim geheten, dat \'s, eigen Jiem des
ingaen ders.

Door middel en hulpe van deze to-
nen of teken-klanken, moet een zelf
fte woort, gefchreven met Europi-
fche letteren, en gemerkt met die te-
kenen, door verfcheide ftemmen, en
klanken uitgefproken worden, gelijk
het van de Sinefen met verfcheide
merk-letteren gefchreven wort: en
heeft dan ook verfcheide betekenif-
fen.

Het woort la , ©m een voorbeeld
te maken
, gefchreven met Europifche
letteren, en vijf tekenen gemerkt, ge-
lijk het verfcheide betekeniflèn uit-
drukt , moet alzoo ook door ver-
fcheide ftemmen en klanken, (gelijk
de Sinefen die door verfcheide merk-
tekenen uitbeelden
,) uitgefproken
worden. Wanthet woort of de letter-
greep^^ met dit teken bediet een tant:
Ja, met een recht neerleggendeflreep^
een ftemme. ]a , met een fchuins na
delmkerhantopgaendeftreep, voor-
treffelijk. ]a, met een fchuins na de
rechterhand opgaende ftreep , een
verdoving,
ja, raet een half ront, een
pps. Gelijk/^ , na de verfcheiden-
heit van klank en roon, verfcheidene
betekenis geeft, zoo heeft ook ieder
betekenis een verfcheide merk-letter;
hoewel
Ja een en hec zelffte woort is,
en flechts in klank en tone verfchik.

Desgeiijx wort deze enkele letter-
greep
K&,hy de Sinefen, wel op tien-
derlei wijze uitgefproken, en heeft ie-
der, dus verfcheiden dijk uitgefpro-
ken een byzondere betekenis ; gelijk

ook ieder byna altijts een bezonder
teken of letter heeft van d\'andere ver-
fcheiden.

^lein getal van woorden, als de Sine-
jen hebben: of hoe kunnen de Sine-
jen 2ich met 200 weinigh woorden
oeheipen , en daer mee al uitdruk-
ken, wat hunne gedachten begrij-

Tot antwoord dient hier op, dat
cieMneefcheeen2eer dubbehinnige
tale is, te weten , zy heeft wel wei-
nig woorden of ftemmen ; maer ie-
der woort dikwils de betekenis van
tien dikwils van twintig verfchei-
de dingen, die niet dan door de ver-
Icheidenheid of verfchil van uitfpra-
ke, of door de verfcheiden klank en
toon, in hetuitfpreken ,t\'onderfchei-
den2ijn : welk verfchil van toon in
de meefte woorden 2eer klein en
voor vreemdelingen naulix bemerk-
hjkis. Of , om anders te zeggen, de
meefte Sineefche ftemmen of woor-
den , komen zoo na met elkandre
overeen, dat 2yniet dan door ver-
fchil van uitfpraek onderfcheiden
worden
, welk verfchil zeer klein
en by vreemdelingen nauhx bemer-
kelijk is.

Zulx iemant zou kunnen 2eggen,
dat deze tale meer door een te voren
bedachte of verzonne kunft ge-
maekt en opgerecht, dan doornoor
van voorgevalle zaken ontftaen zy.

Dies heeft men wel te letten opde
toonen of klank en, zoo wel in\'t fpre-
ken als fchrijven , om diergelijke
dubbelzinnige woorden te verftaen.

Tot verlichtingin het leren der Si-
neefche tale (want zeer bezwaerlijk,
is dezelve te leren) hebben de Jefui-
tennade wijze der Muzijk Nooten
ut,
re, mi, fa, fol, de hooghte en
laeghte der Sineefche klanken (daer
in\'t uitfpreken op te letten is,) geftelt.

1 e dien einde heeftpantoja al-
ier eerft vijf tekenen uitgevonden,
die boven de Sineefche woorden, ge-
fchreven na de Europifche wijze,
in volgende wijze uitgedrukt ftaen

A - \\ / u.

Het eerfte teken der vijf woort-
klanken of tonen, komt over een met
het
ut der Muzijk kunft: en het geluit
ofd\'uitfpraekwortop \'tSineefch
Cho
^iwgenaemt, als ofmen zeide eerjle
\'Voortkomende geliikejiem.
Het tweede

De klank of uitfpraek of het geluit
der tekenen is vee tijts een en de 2el-

vej

Kk 5

-ocr page 915-

ve ; hoewel de geftalte niet een en
dezelve, ja ook de betekenis niet een
en dezelve is : want de Sinefen heb-
ben veel tekenen , en niet desgelijx
veel woorden , maer weinig en veel
eensluidende : waer door nootwen-
dig woorden , uitgedrukt door ver-
fcheide tekenen, dikwils op een zelf-
fte geluit uitkomen , of altoos met
weinig verfchil van klank.

Waerom gene tale in de ganfche we-
reit zoo gelijknamig of dubbelzinnig
is, als de Sineefche : zulx dikwils een
naem in plaets van een woort, en een
woort in plaets van een naem ge-
bruikt wort. Te dezer oorzake kan
Trii^iit. y jj. den mont van den lezer ook geen
gefchrift, welk uit te fchryven is,
opgevat , nochte niet een eenigh
boek van de toehoorders, in het te
lezen, verftaen worden, ten zy dat-
ze het zelffte boek inzien, om de dub-
belzinnige klanken der woorden , die
door \'t
gehoor geenzins t\'onderlchei-

den zijn , door hulpe der oogen in
het aenfchouvven der tekenen t\'on-
derkenneh : ja, dat meer is , onder
het fpreken gebeurt het ook dikwils,
dat
waanneer d\'een des anders zin,
fcboon hy anders duidelijk en net
fpreekt, geenzins vat, dezelve niet
alleen benootzaekt is t\'herhalen zij-
ne reden, maer ook te fchryven: en
zoo geen fchrijf-tuig by de hand is,
met water opde tafel, ofmet de vin-
ger in de lucht, of met de hant des
toehoorders tekenen aftegebeelden.
Dit gefchiet allermeeft onder gelet-
terden, en luiden anders wel ter tale,
om zuiverder , cierlijker, en eige^nt-
lijker of nader aen hetfchrift der boe-
ken te fpreken.

D\'oorzake van de dubbelzinnig-
heit dezer tale , fchijnt nergens uit
t\'ontftaen , als dar deze volken van
aller eeuwen her meer bezig zijn ge-
weeft, om een goede hant van fchry-
ven te hebben, dan wel te fpreken:
naerdien al hunne welfprek^ntheid,
tot op heden, alleen in hetfchry ven,
en niet zoo juift in\'t fpreken beftaet.
Hier door gefchiet dat ook bekende
boden niet met mont-tyding; maer
met gefchrift, ja ook binnen eenzelf-
fte Stadt, verzonden worden. Dan

fchoon deze tale zeer bekrompen en W».
fchaers van woordenis: z\'is evenwel
de bevallijkftc en zinrijkfte , die men
weet te vinden. Wanneer wyin\'t Neer-
duidfqh de wijze van iet aen te vatten,
\'tzy mer de vingeren, ofmet de gan-
fche hant, willen in \'t byzonder uit-
drukken, zijn wy benootzaekt t\'el-
kens
het woort van aenvatten teher-
^ haelen; maer de Sinefen drukken met
een éenig woort, de doening of wer-
king en Wijze van doen uit.
Nien, om
een voorbeelt te maken , betekent
aentaften met twee vingeren: rz^ aen-
taften met al de vingeren :
Chua, aen-
taften met een gefloten hand. Van
gelijke dienen wy
ons verfcheidenlijk
van het woort, zijn of blijven ; wy
zeggen : zijn te bedde : zijn aen de
taM:
zijn in de herberg; maer de Si-
nefen geven met een eenig woort het
zijn en de wijze van zijn te ken-
nen.
Wy zeggen, de voet van eenen
menfch : de voet van eenen vogel: de
voet van een beeft „altijts het woort
voer daer by te voegen ; maer de Si-
nefen , om de voet van eenen menfch .
uit te iukken,zeggen ftechts, Ai^: te-
gen een vogel-poot, Chua : tegen de
voet van een viervoetig dier,
Thi.

Dan de Sinefen, gemerkt zy geen

A B Cvan letteren hebben, gebruiken
I de voornoemde teken-klanken niet;
i maer gewennen zich van j ongs af, ge-
lijk byna al andere volken, tot zulke
uitfpraken .Zy ftaen zeer verwondert:
hoe de
Rooms gezinde Jefuiten van
Europe hunne uitgefproke woorden
met Latynfche letteren konnen fchry-
ven, en zoo volkomen vertoonen.

Door hulpe van deze vijf tekenen
leeren d\'uitheemfche de tale, hoewel
met een onuitfprekelijke moeite en

arbeit : eensdeels door de voorzeide
dubbelzinnigheid van ieder woort:
eensdeels door deonvaerdigheitvan
de tonen en klanken , dewijle zy zeer
ftjn zijn , in het uitfpreken t\'onder-
fcheiden : ja oordeelt
Trigaut gene
tale op den ganfchen aerdbodem
zwaerder om te leren voor vreemde-
lingen, als de Sineefche.

Wijckrs, de Sinefen hebben de let-
ter
li niet, nochte kunnen die niet
uitfpreken : nochte
fteilen noit twee

mee-

-ocr page 916-

mee-kiink-letteren,zonder klink let
ter in \'t
midden : zoo dat zy noch ten
huidigen dagen de
Franken Falanikes
noemen. Door de Franken worden by
de Mooren verflaen, alle de volken
van Europa, behalve de Grieken.

Wat de Tale der Tarters belanght,
die is licht. Zy fchijnt eenige oveJ
een kominge met de Perfifche te heb -
ben. Eenige tekenen of letteren ko-
men na by tot eenige Arabifche:
maer in het leezen dalen zy van
boyenen neerwaerts, gelijk de Si-
nefen , en gaen van de rechte na de
linke zijde, gelijk de Hebreen en
Arabieren : welk ook den Sinefen ge-
mein is.

Zy hebben een A. B. C., anders als
de Sinefen: wiens letteren,fchoon ver-
fcheiden van geftalte,een en de zelve
uitfpraek, als d\'onzen hebben: name-
lijk als \'t A. B. C. hoewel zy zeggen
zeftigh en meer letteren te hebben,
en niet alleenlijk vier en twintigh: de-
wijl zy een klink-letter, met een me-
de klink letter, ook een letter van
het A. B.C. noemen, als
la, Ie, li,
lö, lu: pa, pe , pi, po, pu.

blad-wyser,

0^>er de (Befchrijving des Kj:i:^errijb Van Sina of Taifing.

Eraftoffèn

^^nanas

B.

Bamboes riet
Bananas of Mauz

Bcrg-werken

Bergen

Bronnen

140

224

246
zif
239
124

229

224
231
81
204

C.

Cobras de cabello, of hairige Slang

ChaofThés ^

Champidakfl

Chin Vogel

Cieot Sineefe Gom

Cieuko Vrucht

Cin Vifch

Culeu of Vuur-toorens

D.

F.

Dieren

Fanyaykogu Vrucht
Fanpoloqi ie Vruchr
Fe Dier

Filofofijeder Sinefen
Folin of wortel Cfiina

A

Fol. 244

224

ai7
aii
244
168
166

I.

Jaka Vrucht
Jamboes Vrucht
Jukia
Sekte der geletterden
Junnan vijftiende Landfchap

K.

Kambali is de flad Peking
Kaneel

Kathay is Noorder Sina
Kiangfi achtfte Landfchap
Kiang Stroom
Kienyeu of vet-boom
Kon|fut, opperfte Filofoof by dc Sinefen
Kinfu of goude zijde
Kinyu of gout-vifch
Krokodil

Kruit van duizent jaren

u

Lpdbouw van Sina
Lichi Vrucht
Lien bloem
Linkio Vrucht
Lokung Vogel
Louwa.Vogel

224
220
Si

79
21%.

68
141
211
90
204

243

a 19

200

208
210
221

209

12, 14,

Lungyen, Vrucht of Draeks-ooge

M.

G.

Gebouwen
Gele Stroom

Gemeene of Heère wegen

Gefteenten

Gewaflên

Giambo Vrucht \'

Ginfeng wortel
Goyava Vrucht
Grachten ot Vaerten

H.

Hinchung, hoogtijd des landbouw in Sina

Hoangot gele Stroom
Honan vi jfde Landfchap
Hiyui Vifch

Hoven der Landvoogden
Huquang zevende Landfchap "
Huizen

129

142

143

244
204
21/
20 ƒ
llf
201

129
142

ƒ4

243

130

63

13a

Manke Vrucht
Mauz of Bananas
Meiren

Meutangbloem
Mogorinblocm
Moskes dier
Muiginli Vrucht

Nana Vrucht

224

12^
130
213

211
i6o

Momie

N.

P.

Pagoden of Kerken
Paleizen der Landvoogden
Papayo Vrucht
Papier

PaodeRofa, of Rozen-hout

Peci Vrucht

Poelen

2l6
221
160

%ii
-231
20^

-ocr page 917-

BLAD-WYZER.

l\'olomie Vrucht
Pompelmoes oi Jamboes

Puffa , opperfte Godheid by de Sinefen
Peking eerfte laudkhap
P ufu Kruit
Pipa Vrucht

CL

Quantung negende landfchap
Quangfi dertiende landfchap
Quei bloem

Quiecheu veertiende landfchap

20j\'t0t206
.204
141

R.

Rhabarber
Radix China
Revieren

S.

Saka, eerfte invoerder der tweede Sekte bydeSme-
fen

Samo Woeftijne >

Schepen

Schepping der Wereld

Sekte der Sinefen . .\'

Schild-pad

Siey Filofoof _ . ,

Sina heeft verfcheide namen i. Oorfprong des naems
2. WordCingque en Cinghoa genoemt. Grens pa-
len 3. Groote, breete , lengte : is by na vierkant
4.
Strekkinghderkuftef. Zee-kuftej. Klimaet7.

Sigs-vefting II. Meenigte der Dorpen 11. On-
derhoorige plaetien
12. Vruchtbaerheid en on-

vruchtbaerheid , . , .

Sinefenhunweefen, aerd en mborft

Sinefe vrouwen hebben kleme voeten 2. ƒ i

223
220
249
106.107
19
Stad 20,

212
3IÖ

23

76
212

78

Sinefe Roos
Slangen
Steden in Sina
Steen-kooleh
Stroomen

Suchuen. zefte landfchap
Supim boom ,

T.

Tabaxlr \'

Taokiao , of derde Sekte

Teng een teen

Thée

Torens van Sina
Triumt-bogen of Zege-boogen

Tunghoatung Vogel

ifP

238

137

236.237
246
232

V.

Vaerten
viflchen

Vlottende Dorpen
Vleder-muizen
Vuur-putten
Vogelen

40
49
44

239

216
212

241
138
249
230

i^Z

X.

Xanfi tweede landfchap
Xantung vierde landfchap
Xenfi derde landfchap
Xiju of Xaul Vifch

Y.

Yata Vrucht
Yu kruid

Z.

Zee-paert , r j

Zeil-fteen, wanneer by de Smefen gevonden

Zout-putten
Zoute-koe
Zunt-vloet
Zy-wurmen

219

340
123
241
141

219
133
211
2 20
123
128

235

druk-fauten.

Pag. 2. lin. 4- leeft Zinoftan. p. 4-1- ^-edo. p. 4.1. 39 , Xi. een
gelieft de lezer ten befte, tc duiden.

aenwyzinge

Foor den ^oeke-hinder, op het invoegen der maten in dit Deel

Afgod Xekia op pag. II7-
Afgod Vitekof Ninifo, opp.

ixi. tc weten op d\'eerfte 121. want dit gctalis

twee mael, of verdubbelt.

ftaen moet
Rhabarber op p. ao6.

eind E.

-ocr page 918-

.....

■Sl; . >■ . I-

I

! ïfisï

I

r - i ■ "

sr-;

i r

-ocr page 919-

m

.s- \'

■. >

-ocr page 920-

< 1

h

:

m ,

. l

1.\'

i ■

3 ;

c"

I

...ï\'i
M

-ocr page 921-

s

iS; ■

Ii \'•i

k

V.

f

\'S. ;

Il

-ocr page 922-

/

;

\' t V :

f

-ocr page 923-

t/ \'S-
?

-ocr page 924-

I

i\'l

i-.

-ocr page 925-