-ocr page 1-

a//9 -S,\\o

ff al is locti de TaMi? en wal is aea Taliaoil-Jioil?

IETS UIT EN OVER DE VERDERFELIJKE GELOOFSPUNTEN EN PRAKTIJKEN VAN HET JODENDOM

DOOR

Dr.5August Rohling,

-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

/£/ 01

08 0

Wat Is tocli de Talii? wat Is m Talmi-Jooil?

Doctor in de H. Godgeleerdheid en Professor aan de Universiteit te Praag.

IETS UIT EN OVER DE VERDERFELIJKE GELOOFSPUNTEN EN PRAKTIJKEN VAN HET JODENDOM.

Dr. August Rohling.

GEHEEL HERZIEN EN VERBETERD

iS/di uA. zxi_ id E Xj _A. nvr zefó XT IB

Doctor in de H. Goflgeleemiieid en Kanunnik te Monte Giuliano,

WAARBIJ DOOR DEN VERTALER DE GEBODEN EN VERBODEN (JEVOEGD ZIJN VAN DEN ISRAËMTISCMIEN GODSDIENST NAAR MAIMONIDES.

DERDE DRUK,

vermeerderd met een curieus voorbericht vnn den vertaler.

TIEN DUIZEND (10,000) franks belooning aan hem, die bewijzen zal, dat ééne enkele der in dit werkje voorkomende aanhalingen (ruim 300) valsch is.

LEIDEN.

J. W. VAN LEEUWEN, Uitgever en Antiq. Boekh. Uoogewoenl HO.

1889.

-ocr page 6-
-ocr page 7-

I HST lE-zE O XT H)-

VOORBEUICHT VAN URN VHRTAIiEIl....................I

Voorbericht van den IIerziener..........1.1

A

liliulz.

Voorafoaande gronddenerkinqen.

1. Orthodoxio of rechtzinnigheid en reformatio of hervorming . 1

2. De naam Talmud...............5

3. i)e Talmud wordt door de Joden nis eon Goddelijk boek

beschouwd..................................7

It

De verdorven doomatisohe leer van den Talmud-Jood.

1. Over God..................11

2. Over de Engelen...............13

3. Over de Duivels................15

4. Mysteriën..................18

5. Over de Zielen................20

6. Over hot Paradijs en de Hel...........21

7. Over den Messias...............22

C.

De verdorven zedenlebh van den Talmud-Jood.

1. Over den naaste................24

2. Over liet eigendom...............27

-ocr page 8-

Bladz.

a. Over de heerschappij der aarde........27

h. Hot bedrog................29

c. Over gevonden voorwerpen..........lt;50

(L Over den woeker. . . ,..........31

e. Hot leven................34

/\'. De vrouw . ,..............35

3. De eed................quot; . . 40

4. Do Christenen.............., . 44

5. Do ban...................48

1».

Besluit...................51

E.

Aanhangsel over de Joodsche geboden en verboden .... 01

Wat moeten de .loden doen?............G2

Wat mag do Jood niet doen?...........C7

-ocr page 9-

Ik had niot gedacht, dat hot doodeenvoudig vertalen van een werkje, dat ajs inon liet op don koper beschouwd toch zonder eigenlijk kwade bedoeling of strekking geschrovon kan Kijn, mij in eon twistgeschrijf zou werpen, waarvan hot einde niet te voorzien is, indien ilc niet do wijste partij kies en —■ na gezegd te hebben, wat ik gevoegelijk zoggen kan — ztvijg.

Ik zeg „een twistgeschrijf, waarvan hot oindo niet te voorzien isquot;. Wat is tocli dit geval? Een paar Amsterdamsche bladen hebben dingen verteld aangaande mijne vertaling, waarmede ik volstrekt niet kan, noch mag instemmen. Nu een derde druk van Wat inde \'lalmud? en Wat is een \'fahnnd-Jood? verschijnt en de uitgever mij vraagt of er iets bij te voogon of af to laton is, biedt zich do gologcuhoid aan hou te beantwoorden, maar er is telkens geen nieuwe druk noodig, en de bladen kunuon, zoo vaak ze verschijnen er op aanschrijven naar hartelust; ik moot dan wol mot mijn antwoord achterwege blijven, al is hot dan volstrekt niet waar „dio zwijgt consenteert.quot; Van een der bedoelde bladen — een dat slechts door oppositie leeft — ik bedoel hot Onafhankelijk Israëlietisch Orgaan, heb ik dies betreffende alles te wachten , dus in \'s Hemels naam maar eens door een zuren appel gebeten en daarmede basta. Ik kan mjj troosten met de gedachte, dat do redacteur zijn eigen opper-rabbijn, Du. Dunner, al veel langer op den rekstok hoeft dan hot hom zal lusten mij er op te houden. Hoe lang b. v. zou hot al geleden ziju — ik herianer het mij nog even — dat de Kettingsche toga van Dn. Dunner week in wook uit op de proppen kwam? Tot naricht diene, geaciito lezer, dat in Amsterdam een gedoopt-Joodsche firma Ketting bestaan hoeft, die het kloerniakors-vak uitoefende. Hoe hot nu komt, of waarom do Amsterdamsche Opper-rabbijn daar een toga hooft laten maken, beken ik ronduit niot te weten en kan mjj ook niot schelen, maar wat ik weet is, dat Dr. Dunner het over die toga in hot orgaan van doctor Perel (zetter s. v. p. het woord doctor mot dikke letters) hard, zeer hard

-ocr page 10-

II

hooft tc verantwoorden gehad en dat hij or niot zonder Idcor-schüiircu is afgekomen.

Ik zal do vrijheid nemen hieronder letterlijk te laten volgen, wat hot O. I. O no a an over do door mij vertaalde brochure gosehreven heeft en mij eenige vragen, eoiiige kantteekoningen veroorloven on er eenige histories bijvoegen tot stichting van hot groote publiek.

Mocht ik mij soms\'wat raar uitdrukken , men verschoone zulks — mijn tegenstander is niet meer, on niet boter waard, ik zal hem uitmeten mot de maat, waarmede hij inmeet, of volgens Mozos „ooy om ootj en tand om tand.quot;

Evenals in het voorbericht voor den oorsten en tweedon druk, acht ik mij verplicht do welwillendheid van don lozer in to roepen betreffende de taal. „Het Hollandschquot;, schroef ik, „is niot hot dagelijksch voertuig mijner gedachten.quot;

\'t Is toch ocno ramp, dat men niot over do Joden schrijven kan of mag, of dadelijk komen de woorden „Judon-Hetzequot;, „jodenhaterquot; on dergelijke liofolijkhodon voor don dag, en wordt men uitgemaakt als iemand, dio allo Joden in oen zak zou stoppen on zo zou gebruiken tot demping dor Zuiderzee. Men hooft dan goed beweren „de gedachte daaraan komt niet bij mij opquot;, „ik ben geon jodenhaterquot;, „ik schrijf wat go zelf leertquot;, „ik dool goscliiodonissen mode, die onder onze oogon voorvallenquot; en — laat ik er gerust bijvoegen —• feiten dio Christenen ook begaan of begingen, hot doet or niet toe, do Joodsoho pers schreeuwt en huilt van de vier hoeken dor aarde „die dat schrijft of zegt is een Jodonhatorquot; — en, geachte lozer, als zjj het beweert zal het wel waar zijn.

Ik herinner mij nog dio historie uit do Cave de France in do Kalverstraat te Amsterdam, die mij door oen Amsterdammer aldus werd verteld.

Een lieer komt binnen en vraagt oen kop koffie, die hem gebracht wordt. „Juffrouw die koffie is koud.quot; „Pardon mijnheer, ik neem zo zooovon van het vuur.quot; „Daar proef danquot;, negt hij, steekt den vinger in den kop en biedt hom de juffrouw vrouw des huizes — aan. lloel natuurlijk zegt de heer dos huizes „als dio kerel weer eens komt, verzoek bom hoen te gaan.quot; Wat wil het geval ? dén, twee dagen later komen twee of drie hoeren, aan wie de Oostersche afkomst dadelijk te liorkennen was en bestollen iets. Men meent onder hen den bedoelden koffiedrinker te herkennon — ik zegt men meent,

-ocr page 11-

Ill

want mon verniste zich, ;;ooals men zioh niaar al to dikwijls vorgist — en weigert do bodioniiigquot;. \'s Anderdaags groot kabaal, brieven iii de bladen enz. enz. „Iii Cuve de France wilde men do Joden woronquot;, onz. enz., bot liop zelfs zoo hoog, dat do toenmalige redacteur van do Amsterdamsche, v. d. Bkugii — scbrijver der Haagsoho penkrasson en bijna krankzinnig gestorven — plechtig verzekerde nimmer meer een voot in de Care de France to zullen zetten.

Zonder vorder ondorzook, zonder door te doukoii werd van een niets eoiio Jodenhaters-kwestie gemaakt. O, die Joodsohe teergevoeligheid! \'t Is om to lachen als hot niet zoo dubbel treurig was.

Maar bot wordt tijd eens na to gaan, wat het orgaan van doctor Perkl hooft medegedeeld. Vooraf nog dit hot zou kunnen gebeuren, dat een of ander lozer vroeg: „Wie is doctor Pbuel?

Wol doctor Perel is doctor Peuel, directeur-uitgever van hot O. ƒ. Orgaan. Sommigen onder zijne geloofsgonooten maar dat zullen wel kwade tongen zijn - zeggen wol eens, dat hij het zoo op ür. Dunner geladen hooft, omdat lijj zelf gaarne Opper-rabbijn zou geworden zijn en hem dat op zijn plat-Hollandsch langs don nous is gegaan, maar dat kan ik moeilijk geloovon. Ik voor mij houd hot er voor, dat hij vool liovor onafhankelijk is mot 7Ajn Onafhankelijk Orgaan dan wel Opper-rabbijn. Deze toch heeft altijd rokoning te houden met de rabbijnen, den kerkeraad, do gomoentelodon enz. enz. on al heeft hjj dan een mooi salaris — al doet hij het zooals Dr. Dunner voor eon koopje (volgens hot O. /. Org.) zoo iemand is en blijft oen afhankelijk man.

Wat nu volgt, geachte doctor, noem ik voor mijne rekening. Ik zie uit uw blad, dat ge zoo wijdloopig en mot leedvermaak, het onderzoek naar Dr. Dunners doctors-diploma mededeelt. Ik ben zoo vrij u to zeggen, dat tal uwer geloofsgonooten over u evon-eens donken on die wanueor men van Dr. Perel spreekt, schouderophalend zeggen: „Doctor Perel?! Doctor....?!quot;

Ik weet hot niet, hoe hot mot die dokterij zit, en go hebt recht mjj te zeggen „\'t gaat u niet aanquot; en go zoudt gelijk hebben. Dit staat even wol vast, dat ge geen doctor in Noderlandsche taal en letterkunde zijt, want ge schrijft die taal — ik weet niet of hot uwe moedertaal is - erbarmelijk, slecht, schooljon-gonsachtig, maar daarover straks een woordje. Doctor in de god-

-ocr page 12-

IV

geleerdheid oouoi\' Ilollandsche hoogoschool zult go evenmin zjjn, wiiTit de liberalen in Holland hebben het Hooger-Ouderwijs zoo ingericht, dat noch een Jood, noch een Katholiek er die wetenschap —- „/«. théologie est une sciencequot;, zogt Montalembert — kunnen gaan bestudeereu. Zelfs Amsterdam heeft met zjjne hoogoschool, welke do financiën dier stad in den grond boort, zijne Protes-tantsche hoogleeraren en wat hebt gij , wat hebben de Katholieken daaraan \')? Geen knoop. Maar ik dwaal af. Dus dr. in de godgo-leerdheid evenmin. Blijft nog doctor in dè rechten; wel, dan schroeft ge Mr. voor uw naam. O, ja doctor in do wis- en mtuurkiinde! Kom, wijs me nu eens een uwer goloofsgenooten, dio uitmunt of

bekend is in do positieve wetenschappen.....hm! (behalve don

regel van drieën in zijne toepassingen op rente-, wissel-en discontorekening) in de speculatieve genoog: advokaat, modicijnon.....

A propos, ge kondt doctor in de medicijnen zijn, maar kom dan hadt go - dunkt mo — al lang uw krautonburoel tegen oene consultatie-kamer verwisseld, waar ge groot geljjk in zoudt hebben.

Nu maken do hooggeleerde hoeren van H Leidsch Atheen, (uitdrukking overgenomen uit liet O, I. Org. maar om mijne geleerdheid eens te luchten te hangen, voeg ik er bij) de Stichtsche Minerva enz. nog andore doctoren b. v. in de Oostorsche talen, maar die fabrikatie is van jongeren datum dan uwen doctorstitel, dus dat is niet goed aan te nomen.

Drommels, ik vergat doctor in do Oude Talen — en dat kan hooi good zijn; in do artikelen — gericht tot den vertaler van De Tal-mud-Jood — komt nog al wat Latijn voor, dat ik zal vertalen, want — en houd mo dit ten goede — het gros der menschen kont do taal van Cicero en Cato niet en daarom — noem mij den raad niet kwalijk , ik weet wol, dat ge hem niet noodig hebt — zou ik als ik krantenschrjj ver (\'t woord is immers net zoo goed als journalist) was, nooit vreemde dingen in vreemde talon zeggen, zoomin als hot — volgons uwen aardigen komiek Bigot, go kont hom zeker — good is vreemden wijn te drinken bij vreemde mon-

\') \'t Is ucl aardig: in Holliiiul met 4 Iloogiicholcn is geen enkel Katholiek hoogleeraar, terwijl or hot Joodscho olomont (luchtig vortogenwoordigd is. Zijn do lloll, Kath. dim zulke stommorikkon, dat er geen bekwaam hoogl. onder to vindon is, en men zo in don vreemde moet gaan zookon? Leve do gelijkheid der burgers voor do wet — in \'t belasting betalen.

-ocr page 13-

schen. — Maar daar schiet mo iets te binnen. In Amsterdam heeft men mij verteld, dat liet O. I. Ore/, van Db. Pekel druk gelezen werd op het stadhuis — of nu do anibtenaron het cadeau krijgen, of wol or op geabonneerd zijn, of wol dat do stad uw abonnont is, weet ik niet (dit laatste kon een of ander raadslid wel eens onderzoeken, al doet het weinig ter zake: op een budget waar tonnen gouds aan renten moeten worden opgebracht doen enkele guldons niets af) nog eons — dat het op het stadhuis druk gelezen wordt. Is \'t misschien daarom, dat ge zoo met hot latijn in de weer zijti\'

Alles daargelaten, gij blijft voor mij doctor Perei, , al hebt ge dan uw diploma van do universiteit van Broek in Waterland en daarenboven zijt ge, volgons uwe eigene verklaring, te Heidelberg geweest. (In B. i. W. ben ik eens geweest, eene goede boerderij daar in eigendom is oen halve hemel op aarde.)

Stappen we van dit onderworp af mot deze ernstige bemerking, dat het niot Christelijk (Joodsch weet ik niot) is, in eon nieuwsblad do diploma-historie van uwen wettigen Oppor-rabbjju te behandelen zooals gij het doet. Integendeel, ik — do onbekende vertaler en zeer velen uwer goloofsgonooten keuren dat af. Nu togen een man, dio jaar aan jaar reeds Oppor-rabbjjn is—en wettig gekozen is ...... to gaan zoggen: „er bestaat twijfel aangaande uwen doctorstitel, kom eens voor don dag mot do bewijzenquot; (die we vroeger verzuimd hebben te vragen of wol te onderzoeken). Noen , zoo iets geloof ik niet dat bij Christenen zou gebeuren. Kent go hot spreekwoord „eenmaal burgemeester bljjft burgemeester?quot;

En nu vorder — want hot zou anders cono persoonlijke historie worden, waaraan niemand iets heeft en waarin ik, omdat ik onbekend bon, altijd iets voor zou hebben, \'t Is waar, de redacteur van een blad, die zjjne kwaliteit en kwantiteit op zijn blad laat drukkon is een openbaar persoon en daarenboven „dio kaatst moet den bal verwachtenquot;, in dit geval — die diploma-historie — krijgt onze doctor hem terug van den kant, dien hij niet uitgekeken hooft. Basta!

In liot Onafhankelijk Israelietisch Orgaan van dr. Pi:rel , n0. 2 van Vrijdag 2 Juli 1889, lezen wij het volgende:

EENE ADVERTENT!E.

In de Arnhcmsche Courant van Maandag 1 Juli jl. lucst men il(! volgende advertentie:

-ocr page 14-

vr

«Den len Juli verschijnt bij J. W. v. Leeuwen, Uilgever en Antiq Boek handelaar, ÏIoogi; woerd 89, Leiden:

Wat is toch de Talmud? En wat is een Talmud-Jood?

iets uit en over de verderfelijke geloofspunten en praktijken v. h. Jodendom, Door Du. A. Hoiimno. lierzien en verbeterd door Du. Max. de Lamarque, HO blad/,, gr. 80, 50 cent.

Dit hoek werd lenyevoUje der onlzaylijke macht v. h. Jodendom door de Duitse he politie in beslag genomen.

De vertaler bericht dat dit vgeen hoekje, voor lloogere Burgers of Bakvisschen is.quot;

Tot zoover deze advertentie.

Wij duiden bet niemand ten kwade indien bij ten einde op eerlijke en fatsoenlijke wijze bet brood te verdienen, alle middelen aangrijpt welke biertoe leiden kunnen. Maar esl modus in rebus. Een uitgever en koopman in oude boeken, zooals de beer J. W. v. Leeuwen te Leiden zich noemt, bad zich ter wille van zijn reputatie, wel duizendmaal mogen bedenken, bet verkrijgen eener vertaling aan te kondigen in zijn boekhandel van het beruchte werk van den beruchten professor Kobling, die juist wegens dit gescbrift door geleerden als prof. F. Delitzsch zoo vreeselijk gekappitteld en van zijn volslagen onkunde in den talmoed en de andere rabbijnscbo gescbriften overtuigd werd. Ja, zelfs waagde bij het niet voor de rechtbank te verschijnen om daar mondelings tegenover den afgevaardigden dr. Hl och, de bewijzen te leveren van hetgeen door bom in dit zijn verachtelijk werk verkondigd wordt. Het resultaat was dan ook, dat Rohling van de lijst der professoren geschrapt en door de rechtbank veroordeeld werd, terwijl niet alleen de duitsche politie maar ook de Oostenrijksche, het opruiende er van inziende, de verdere exemplaren in be slag nam.

De vertaler, die nu dit werk in het belang van zijn zak tracht te exploiteeren en wel in bet vrije Nederland, en hiertoe een uitgever heeft kannen vinden en wel in den beer J. W. v. Leeuwen, Uitgever en anliij. Boekhandel, Hoogewoerd 89, te Leidon. zal voorzeker met deze vertaling evenzeer schipbreuk lijden, als zulks met het oorspronkelijke het geval is geweest. Een boek vol lasteringen, hatelijke beschuldigingen op valsche gronden te vertalen is wel een heel vies werk. Wij zijn benieuwd hoe deze vertaler heet. In de advertentie is zijn naam verzwegen, daar heet liet eenvoudig de «vertaler.quot; Wij zullen, alhoewel niet beboorende tot do »boogere Burgers of Bakvisschenquot;, een zeer domme vergelijking nota bene, dit bookske voor onze rekening laten komen, om eerstens te zien of do naam van den vertaler op bet titelblad vermeld is en Iweedens of «Ie «vertalerquot; op de hoogte is, van

-ocr page 15-

VII

hotgeen mot dit vies werkje en zijn sclii\'ijver is voorgevallen. Wus hij er wel van ingelicht, dan zou hij zich wel gewacht hebben, zoo iets in een Xederlandsch gewaad te steken, was hij er niet op de hoogte van, dan beklagen wij zijn tijd er aan besteed en zijn geld er aan ten koste gelegd.

Dit alleen kunnen wij én vertaler én uitgever beiden nu reeds zeggen, dat zoodanige schotschriften. zulke iniddeneeuwsche persprodneten in hot vrije, verdraagzame Nederland, uitzonderingen maliën don regel, geen bodera vinden kunnen.

Om nu vooreerst do taalkwestie over de Joden stmattaal later — eens even te behandelen, verzoek ik don geachten lezer zoo goed to zijn to lotton op do taal en den stijl van bovenstaande. Ton einde mij evenwel op oen onpartjjdig standpunt to plaatsen -want do heilige verontwaardiging onder welker indruk bovenstaande geschreven kan zijn, doet veel vergeven en door do vingors zien— schrijf ik nog oen ander stukje af, dat in hotzolfde nummer voorkomt en dat zullon wij eens verbetoron. Het luidt als volgt:

„Verleden week Donderdag had {twee komma\'s vergeten, „maar verder zal ik over do punctuatie zwijgen) nabij hot „Israëlietinch kerkhof Zeeburg oono brutale aanranding plaats. „Een lijkwagen, hetwelk (wol: tvmjen is mannelijk dus d/e) een „kinderlijkje naar deze begraafplaats vervoerde , werd door drie „personen aangevallen, die deti zich daarin bevitidoudeii beide „lijkbezorgers opvorderdon het lijkje hen uit te leveren (let nu eens op „die don zich daarin bevindenden enz. Met uw welnemen, „doctor, men vordert iemand — 4o Naamv. — op om, en al „naamt go don 3en Naamv. waar blijft dan de n van heide, „verder hen uit te leveren, neon: „//»« nit to levoroti.quot;) Doode-„hjk verschrikt wisten dezen niet wat zij doen moesten, totdat (!!) „oon hunner op het denkbeeld kwam uit den wagen te sprin-„gon en looponde wat hij loepen kon , de twee reusachtige hon-„den van do begraafplaats to halen , dio hij nu op do straat-„roovers (?) aanhitste met hot gelukkig gevolg, dat een der „honden den een zijn tanden in hot boon zotte (wiens tanden,

„in wiens boon, welken oen......) terwijl do anderen van schrik op

„do vlucht gingen. (Ik heb mij slechts een paar opmerkingen „veroorloofd, want, dio gohoole zin en trouwens ut het aan-„gohaalde—^ is zulke rimram, dat hij haast „door een aan dron.

-ocr page 16-

VIII

koiischap of dcUrittm tremen* lijdondoquot; (overgenomen uit hot O. I. O.) sohrjjvolnar in elkancler gezot schijnt.)

Br volgt nog evouvooi, maar \'t is van oen hotzolfdo gehalte , dus genoog or van, Ik hob or dan ook alloon de aandacht op willen vestigen om u te wijzen op do mogelijkheid dat gij „hoogoro Burgers of Bakvisschonquot;: eene zeer domme vergelijkingquot; uoemt. Ik begrijp, dat go niot weet of vat waarin do overeenkomst tussehen die twee zit, ofschoon ik u meer konnis van hot Duitsch had toegeschreven. Welnu, ik zal hot u zeggen. In Holland uoomt men populair dio knapen, wolko do Hoogoro Burgerschool bezoeken en bij uitbreiding allen die do kinderschoenen nog niot ontwassen zijn, wel eens „hoogere Burgersquot;, terwijl meisjes van dionzelfdon leeftjjd in \'t Duitsch Backfische en in \'t Hollaiidsch haJcvisscheti worden genoemd. Begrepen? was mijne vergelijking zoo dom? Begrijpt go nu, dat ik niet vergeleek, dat o/\'hier een bindend voegwoord is, en dat il( zeggen wilde „jongelui die noch visch noch vleesch zijn?quot;

Intusschen raad ik u aan te traehteu uwe kennis der Hollandsche taal te vermeerderen — o. a. om deze roden: gij gebruikt soms woorden, waarvoor een fatsoenlijk man zich zou schamen. Zoo komt or b. v. een voor in het nummer van Vrijdag 12 Juli. \'t Is misschien te vergeven, hoogstwaarschijnlijk weet go niet beter, maar dan moest go toch beginnen tegenover anderen, die uwe tegenstanders zijn, de noodigo welvoegeljjkheid in acht te nemen en zooals U vaak gebeurt, geen grooto woorden gebruiken, in plaats van bewijsgronden. Wacht intusschen, geachte doctor, ik heb nog moor te vertellen.

Ge zogt, dat go hot niemand ten kwade duidt, dat hij allo middelen aangrijpt om eerlijk on fatsoenlijk zijn brood to verdienen {ik voeg or: bij zijn vermogen te vermeerderen), maar est modus in rebus. (Dat wil in het Hollandsoh zoo ongeveer zeggen alles in V behoorlijke of men moei de kerk in \'t midden laten).

Komaan. Iii Amsterdam is oen Joodsch gegradueerde, die — natuurlijk tegen Hollandsche guldons do liefhebbers aan consulaten en ridderorden helpt. Misschien woet go dat, misschien weet ge hot niet? Natuurlijk is dat eerlijk, zelfs fatsoenlijk, maar toch is er eon maartje aan. Ik weet wel, dat als or rijko dwazen zijn, die daarvoor hunne dubbeltjes over hebben or niot de minste aanmerking op te maken is, maar van don andoren kant is hot toch

-ocr page 17-

IX

eou... ja, lioo zoudou wij liet noomoii ? Het doet ook weinig af\', alleen kan het publiek oen maatstaf stellen van do waarde dor consulaten, die niet door de vreemdelingen zelf worden bezet. Do Duitsche consul ten uwent is een Duitscher, de Russische een Rus, de Fransche een Franschman.. . . En do ridderorden ?! Do vertaler zou u misschion van dienst kunnen zijn om u aan eeno Christus-orde te helpen, liet adres waar u to wonden zal hij u geven, als ge wilt, en dan door tusschenkomst van zijn uitgever.

Zijn brood verdienen we! ik herinner mij de historie der mil-lioenen-juft\'rouw nog. Wie hebben die heelo historie mogelijk gemaakt? I)o Joden. — Ik zal geen namen noemen, maar hoeveel duizenden zouden uwe geloofsgenooten - die toch zeker hunne dubbeltjes niet gaven als dienstbewijzen — er wel bij ingeboet hebben. Jk zou dit geval niet vermelden — maar ik wil onpartijdig zijn en nu duidelijk aautoonen, dat illt; geen jodenhater ben - als er goene christenen bij betrokken waren, alhoewel do rijksdaalders der Joden in dit geval grootendeels in do zakkou van christenen zijn overgegaan. Weet ge nog hoe advocaat Haas zijn pleidooi voor Jannetje Strüijk begon? Aldus: „Mijnheer do President, wat zien wij hier? oen hoop diamanten en daar rondom oen hoop bedriegers en bedrogenen.quot;

Eenige jaren geleden verscheen in het orgaan van den heer Heldï — lid uwer Tweede Kamer —• van de hand van een correspondent uit Arnhem, die nu dood is, ook hot verhaal van iemand, die eerlijk trachtte te verdienen. Die iemand werd daarin „een bekende Joodsche woekeraar genoemdquot; en woont thans in een dor prachtigste huizon van Amsterdam, toou in eeno stad aan den Rijn. Ik zal dit geval eens verhalen op gevaar af den heer Heldt als Joden-hater te hooren uitkrijten en misschien oorzaak te zijn, dat hij bij oono volgende verkiezing — hij zit immers voor Amsterdam? — oenige stemmen uit het Jnden-viertel mist.

Een paar losbollen — van ouden öolderschon adel — bloven bij het overlijden huns vaders in een onverdeelden boedel. De speel-penningen, die de oude Mevrouw aan die twee brave kinderen verstrekte, waren ontoereikend, wat zeer goed aan te nemen is, als men weet, dat de een er twee maintenées op na hield. Maar geen nood, ze hadden immers hun vaders versterf te goed en do man, dio in bovengenoemd orgaan een woekeraar genoemd wordt.

-ocr page 18-

woonde in de stad zoo heel ver niet van het ouderlijk kasteel. Natuurlijk was deze bereid hou te helpen tegen accoptcn , die soms dit weet schrijver dezes van een der hoeren, wiens voornaam Lodewijk is — hot dubbele aangaven van het geleende. Om kort te gaan. „Niemand hoeft te blijven in een onverdeeldon boedelquot;, zegt do Noderlandsche wet en op oeu mooien dag liet do leener, de goldsohioter, die hetzjj het vaderlijk erfdeel gekocht had, hetzij het zwaar genoeg belast achtte, beslag leggen op de gebeele bezitting dor familie. Do inventarisoering van het kasteel kostte drie dagen tijds. Natuurlijk was nu „Leiden in lastquot; en de broeder van dia hoeren, burgemeester dor plaats waar bet oude kasteel staat en dat de Jood gaarne in bezit zou hebben gehad, deed een slim-mon zet, want de geldschieter drong op den verkoop der gebeele bezitting aan. De burgemeester wendde zich tot een groot Joodsch advokaat in een der hoofdsteden, die de zaak klaarde. Hoe? Ja dat is nimmer gebleken, maar bedoelde geldschieter had als com-pagnon oen neef — geen haar boter als oom. — Die neef nu schijnt al op zoor zonderlinge wijze aan zijne vrouw gekomen te zijn. Ongeveer aldus: de vader der bedoelde dame stond op punt van failleoren, maar was natuurlijk te helpen. Er schijnt toen akkoord getroften te zijn betreffende eene ruiling van 30000 thaler - meen ik, dat Asmodée zei, maar die zal er ook wol naar raden -- en de jonge dame. Nu schijnt de slimme Joodsche advokaat tegen den geldschieter voor do adellijke familie dit en nog andere familieomstandigheden te berde hebben willen\'brengen, voor \'t geval do geldschieter hot onderste uit de kan wilde hebben en de boedel is niet verdeeld. Voor zooverre dat wij er kunnen bijvoegen: er is op het oogenblik in Amsterdam een Jood, die prachtige bezittingen heeft langs den Rijn on die hij voor zoover bekend is, niet uit do hand en evenmin op publieke veiling gekocht heeft.

Van bovengenoemd heer, wil ik om te bewijzen, dat iedereen gaarne wat verdient, nog een staaltje vertellen, dat mij is medegedeeld, en dat — misschien eene kleinigheid daargelaten ton volle waarheid bevat. — Hij loonde in \'75, we zullen zeggen /\' 1000 do som doet niet ter zake — aan iemand tegen (J %. Die iemand kwam te sterven en liet cone weduwe met kinderen na en gold ook. Ze laat wat men noemt staat opmaken, maar de geldschieter meldt zich niet, de weduwe trouwt, de geldschieter zwijgt.

-ocr page 19-

XI

de vrouw failleert, de geldschieter komt op als schuldeischer voor het doel, dat do moeder hem schuldig is on hom wordt zooveel % uitbetaald. Maar nu komt hot jaar \'85 - dus 10 jaren na hot leonen, — juist de tormijn, welken do wet toestaat tot hot instellen eener vordering—en éónemaand voordenonherroopolijken, vvettelijken tormijn, dagvaart men den voogd der kinderen om do schuld dos vaders to delgen mot betaling van 6 % rente \'sjaars intrest op intrest. Hoe de oischor, die zelf advokaat is, zoo dom geweest is om de de ronton over 10 jaron te vragen begrijp ik niet, hij moest toch weten, dat de Hollandscho wet slechts 5 jaren toestaat. In elk geval heeft de voogd on de hoofdsom, on de kosten, on do renten, die tot ongeveer do helft der som waren opgeloopen , moeten betalen. Eon van de gevolgen dier handelwijze is geweest, dat do zoon dor bedoelde vrouw direct zijne studiën heeft moeten staken.

Zeer zeker wilde die man verdienen, eerlijk aan zjjn brood komen, die handelde zooals wij verhaalden, maar „mon moot de kork in \'t midden laten.quot;

De handel in vreemde loten door vreemde Joden in Amsterdam, waarmede bij slot van rekening sommige consuls zich hebben moeten moeion, is zeer zeker oorlijk en fatsoenlijk, maar de wijze waarop zij dien drijven of dreven, wordt in Duitschland en België mot gevangenis gestraft.

Zoor zekor wilde Pincoff\'s oorlijk verdienen en — voeg ik er bij zijn vermogen vermeerderen — maar do millioonon die bij vernietigd hooft, do armen die hij gemaakt heeft, do rijken die bij bedrogen heeft, do kapitalisten die hij misleid heeft, zullen van hom niet getuigen, dat hij geweten had. Evenmin dat men mij wijs kan maken, dat de man wiens zoon met hem vluchtte naar Amerika en zijne bonne amie daarheen liet overkomen — thans als een zwoegend en scharrelend mannetje ziju brood tracht to verdienen met cigaren te verkoopen.

Ik was niet van plan buiten Amsterdam te gaan in mijne stichtende histories, maar hot oeno leidt tot hot andere.

Ik vraag in gemoedo of hot volgende een eerlijk middel, oen fatsoenlijk middel is om aan zijn brood to komen ik voeg or hij om zijn vermogen to vermeerderen.

Van een der kleinere steden aan oeno rivier in Nederland vaart dagelijks eeno boot naar een dor handelsmiddelpuntcn. üe com-

-ocr page 20-

XII

missaris vim ilio boot was een Jood, ik zog was. Do hoot word oud, wrak, versleten, de machine had reparatie noodig, kort en goed, zo moost naar do werf en de rekening van den heelmeoster bedroeg zoo ongeveer •/\' i 4,000, maar do boot was nu om zoo te zeggen weer nieuw. Wat gebeurt!\' In don loop van het volgende jaar, vraagt do commissaris do failliet-verklaring der maatschappij eu ontvangt fiat, want failliet-verklaring kan inon in Holland bijna zoo good als altijd krijgen de rechthunken zijn in uw land daarin veel te vrij. Na volo ditjes on datjes biedt do commissaris (!) een akkoord van 2ö0/0 ongevoor , aan en thans vaart de boot van N. N. vroeger commissaris thans eigenaar geregeld ais altijd. „M\'n boot komt laat van avondquot; zogt do ex-eommissaris als hij op den rivierdijk op en neder wandelt en do vroegere aandeelhouders; wat zeggen die?

Zeker is hot, dat do Joden moor geslepen zijn als do Christenen in \'t verdienen. Eenige jaren geleden gaf het Kussisch gouvernement den Joden landerijen ten geschenke om hen te bewegen zich op den landbouw toe te leggen, \'t Spreekt van zelf, dat bet geschenk dankbaar word aangenomen. En .... do akkers begonnen te bebouwen? Zo dachten er niet aan, zo verhuurden de verkregen eigendommen, staken do opbrengst in don zak en schacherden door als voorheen. Zo dachten natuurlijk aan don Talmud (Pr. .lobam., fol. 63): „ Er is geen armzaliger beroep als de landbouw. ■—Als ge honderd zilverstukken in den handel hebt, kunt ge alle dagen vleesch eten en wijn drinken, maar als go uw honderd zilverstukken in don akkerbouw belegt, kunt go slechts kruid en zout eten.quot;

In de Vaderlandsche Letteroefeningen vond ik eens het volgende. Do Engelsche Bank was min of meer verlegen om goud. Er was wol goud, maar \'t was wel eenigzins schaarsch. Rothschild evenwol was - naar men vormoodon kon — goed voorzien. Op zekeren dag komt Rothschild bij de directeuren dor bank en vraagt om voor eenige dagen— ik geloof— 100,000 £ in bankpapier, het bedrag doet weinig ter zake. Natuurlijk kon Rothschild die krijgen en men begint over do voorwaarden on den duur der leening te sproken, toen een dor directeuren zegt: „Weet ge wat, we zullen ze u voor 0 weken renteloos geven, mits ge zo in goud terug betaalt!quot; „Aangenomenquot; zegt Rothschild en ontvangt het geld. Op den dag af (i woken daarna, komt Rothschild met eeno groote portefeuille ouder don arm op hot kantoor der bank om het geleende terug te betalen.

-ocr page 21-

XIII

„Ja, maar we zijn ovoreeugekomcn terugbetalen in goud\' merkt een der directeuren op, terwijl Rothschild zijne banknotou uitspreidt.

„Och, neem zo zoo,quot; zegt do slimme Jood, „anders hel) ik nog do moeite van naar uwen kassier to gaan ton einde ze te wisselenquot;. — (Do Engelscho Bank betaalt het bedrag barer banknoten in goud uit). — Do directeuren keken elkander aan, beton zich op de lippen en namen do banknoten, terwijl Rothschild buigende, strjjkende on glimlachende hoon ging. had van do Eugelsche bank, zes wokeu lang, een renteloos voorschot van f 1,200,000 gehad.

Menig Amsterdammer herinnert zich nog — \'t is pas een jaar 4, 5 geloden — dat de Indische bank op springen stond on do geniale Abraham Wortheim binnen y dagen een middel vond om do bank to redden. Toon word do Landbouw-)naatsclicqtpj gesticht mot eon kapitaal van /\'3,000,000. Welnu, de actiën waren nog niot gedrukt of ze werden reeds door de Joden op de Amsterdamsche beurs verhandeld. Zulks ploit voor hun handelsgeest en energie, nietwaar?

Voorloopig genoeg van \'t brood verdienen. Ik geloof dat de raad van onzen doctor aan den hoer van Leeuwen, om de uitgave mijner vertaling to moeten nalaten ter wille zijner reputatie, wel had kunnen achterwege blijven, ofschoon Inj wel zoo heel on al ongevoelig niet zijn zal voor goeden naam. In elk geval heeft de hoer van Leeuwen bewezen een onafhankelijk man to zijn, iemand, die —- misschien wel „om dubbeltjes te verdienenquot; — zegt: „dat lijkt mij, ik zie er wat iu.quot; Maar voor we verder gaan, in\'s Hemels naam! doctor, wat beteekent dezo onzin, dien go schrijft, „wol duizendmaal mogen bedenken, hot verkrijgen ecnor vertaling aan to kondigen in zijn boekhandel van het boruchte werk van don boruchten professor Roiilino.quot; Hot vorkrijgen eener vertaling aan to kondigen? Aan tc kondigen in zijn boekhandel? In zjjn bockhandel van \'t beruchte etc. oto. etc. ? Kom, \'t is onzin, uw heilige verontwaardiging hooft uw broin op hol gebracht.

Do hoor v. Leeuwen moet weten wat hij doet, dr. Pekei. moet weton wat hij uitvoert en uw ondordanigo dienaar moet zien hoo hij fatsoenlijk aan don kost komt, ofschoon dezo mot vertalingen hot zout in de pap niot zou verdienen.

Ge zegt, dat Roiilino overtuigd word van onkunde enz,, dat

-ocr page 22-

XIV

hij door Deuïsch vreesclijk gekapitteld is, dat lijj het niot waagde voor de rechtbank te yorschijaen enz. enz., want in don loop van mijn voorbericht kom ik nog op verschillende punten terug,

Och doctor, daar gooit ge waar on valsch door elkander. Mon kan zooveel vertellen en kwaadsproken als de betrokkene afwezig-is on nu ééne vraag. lioiiuxo was te Praag, de aanklacht te Munster, als gij nu in Arasterdam eens gedagvaard word naar Praag, wat bjjna hetzolfdo is 011 go luidt slechts 4 a 5 dagen om u er hoon to begeven en uwe verweermiddelen in orde te brengen, zoudt (jij dan gaan? Of zoudt ge niet —• overtuigd van het goede recht uwer zaak — donken „laat waaien ?quot; Zoo is het geval met Rohuno geweest. Ik zeg niet, dat hij later had kunnen te berde komen, maar uwe goloofsgenooton hadden hunne maatregelen uitstekend genomen, laat ons daarover zwijgen. Gij zijt krantenschrijver (ik niot) en bewaart dus zeker do bladen, b.v. De Amstevdummer, Weekblad (ik onderstreep) van Nederland, welnu, zie de nummers eens in van lü jaar herwaarts en go zult er nogal curiouse dingen in vinden, betreffende Koiii.inu.

Roiu.inu is van do Ijjst dor professoren geschraptquot;, zegt gij, ja vriend, ik weet het niet en tjelaaj\' hot niet, maar kent gij de Boheemsche toestanden eu weet ge wel, dat ühxan , van wien rabbijn Isidou te Parijs aan schrijver dezes zeide, dat hij do vervoeging der Hebreeuwsche werkwoorden niet kende en mot wien allo Joden zoo hoog weg-loopen, ook geschrapt is —• Eenan! dio naam wekt tal van herinneringen bij mij op.

Wie Renan is, hoef ik zeker niet te zeggen. Hij is een afvallig-Katholiek geestelijke, die veel over Oostersche zaken en Oostorsche talen geschreven hoeft en die — to oordeelon naar oen artikel uit oen Zonclarfddad van het Handelsblad - - aan vorstandsverbijstering lijdt of begint te lijden. In elk geval heeft liij een tijd gehad, dat zjjn naam vooral door zijn Leven van Jezus, op veler lippen was. Hoe hoog zijn kennis der Ifebroouwsche taal geschat word, hebben we reeds gezien. Dat alios is evenwel do zaak niot.

Mijn eerste bezoek — toen ik voor do 2e maal in Amsterdam kwam — was bij een schatrijk Jood op den Jodon-Heorengraelit en in do spreekkamer viel mijn oog op het portret van Renan. Zie, dat toekent, dat beduidt iots. Kenan is — in onzen tijd, want vroeger hebben het anderen vóór hem gedaan en \'t is daar-

-ocr page 23-

XV

medo juist nis mot Dauw in , in vroeger eeuwen loerden wijsgeerou roods, dat do monsch van een aap afstamt, dus „uiets nieuws onder do zouquot; — Uenan is, zog ik, de man die in onzen tijd do Ood-hoid van Christus openhaar loochende 011 trachtte te bewijzen, dat hij gelijk had. \'t Is hooi natuurlijk, dat do Joden, hegrijpende dat mot do Godheid van Christus, do christenheid staat of valt en alhoewel zich zoor wel bewust, dat hot eigenlijk niet met hen in den haak is — zie öaineï, La Bible sans la Hi hie - mot beide handen naar de bewijzen der niet-Godheid van Jezus \') grepen. Ik zou me hier op godsdienstig-staatkundig gebied kunnen begeven, maar heb er minder lust toe. Enfin, hot moderne protestantisnyis, ik bedoel het protestantismus dor heeren Huodmioi.z en dovgeljjken is bijna het Jodendom. Ik weet wel, dat ik nu zoo hooi juist niet uitdruk wat ik zoggen wil, maar mijn voorherirht wordt toch al te lang. De Joden begnjpon zeer goed, dat het liberalismus leidt tot ontcliristelijking en dit is voor hen do hoofdzaak. Christus bui-ton spel, dan komt mon spoedig met de zaak klaar, dan is alles gauw naar do hand gezet, /e begrijpen ook zeer goed, dat do Kathelieko Kerk alleen den dam vormt tegen hun stroven, want de ondervinding heeft hun, zelfs in eigen boezem geloerd, dat de ketterij leidt tot ongeloof of tot terugkeer en voreeniging met het vroeger verworpene, dat ze wilden hervormen.

\'t Is dan ook altijd en overal waar, dat de Joden aan do zijden staan dor liberalen, thans synoniem mot tegenstanders dor Katholieke Kerk. Conservatieve Joden vindt men niet of nooit. („Hola 1quot; zegt een lezor „en Lion , de vroegere hoofdredacteur van hot Dui/-hlad van Ziiid-llolland en \'s Grarenhaye dan?quot; Juist, aan wion liberalen ƒ 100,000 boden als hij zjjno pon terzijde wou loggen, niet waar? dat is eene uitzondering en uitzonderingen bevestigen {maken zegt doctor Phiiel in zijne d. o. in. — slimheid) den regel).

Go zegt van do vertaling in het iiolang van mijn zak te oxploi-tooren, maar dat is strikt genomen voor u toeh een raadsel. Som-

\') Aan Jezus hebben do Jodon ilun toch oon ongeloollijkon hekel. Kon Joodsch hoofd-ondeiwijzer mot wion ik in Anistordam kennis mnakto, en die acte had van Fransch en Duitsch, verklaarde mij, dat hij nog «nooit den christen naam van don Na/.areëorquot; had nitgosjirokon. l.ihoralon, ge zijt belachelijk met uwe chrislelljlie on maalsohappelijUc deugden in uwe wet op het onderwijs.

-ocr page 24-

XVI

migon schrijven omdat zo schrijven moeten, d. w. z. 07n te leven, om te kunnen bestaan (begrepen doctor?), sommigen om anderen te hinderen of te lasteren, zooals de Jood Weilhu, letterkundig raadsman van den ongelukkigen aarts-hertog Rudolf, sommigen om do eer, sommigen, en dezen zijn de besten, om hunne medemen-schon voor te lichten, wijzer te maken en op de hoogto te brongen. Tot welke ik nu behoor is voor mij een weten, voor u oen gissen , nietwaar? Welnu, ik zal het u zoggen, ik behoor tot do laatsten.

Wat ge bedoelt een book „vol hatelijke beschuldigingen op valscho gronden to vertalenquot; verklaar ik niet te begrijpen. „Iets — op — valsche — gronden — te — vertalen—quot;? zeg , doctor , wat heeft dat voor bediedonis? Is hot boek, dat ik vertaalde vol lasteringen, bedoelt ge dat? zo zjjn uit den Talmud gouomen. Staan er vieze dingetv in, zo zijn uit don Talmud genomen. Staan er gemeene, lage, vuile, gods-lasterende zaken in vermeld, zo zijn uit don Talmud genomen. Staan er dingen in, die het aanzijn van- en dio het in praktijk brengen door den Talmud-Jood een gevaar maken voor do christelijke maatschappij, in welke hij loeft, zo zijn uit don Talmud go-nomen. Ik, vertaler, heb zo niet geschreven, m; Lamakquk heeft zo niet geschreven, „de beruchte Rohlinöquot;, dio domkop \'), hoeft zo niet geschreven — ze zijn slecht;? overgenomen uit den Talmud, hot boek, dat door het gros der Joden boven den Bijbel gesteld wordt: en al doen ze hot niet, toch —■ wanneer hot in don kraam te pas komt — er zjjn toevlucht tot noemt. Straks nader.

Ge zoudt gaarne weten hoe ik heet. Ik zal hot u zeggen, mijn naam is eenvoudig Jan. Zijt go nu tevreden? Ik hoop het, maar geloof het niet. Nu echter kan ik niet nalaten, wijl wc over namen sproken, u het volgende mode te doelen, ik twijfel niet of het zal u tot troost strekkon. Ge weet, zoo goed als ik, dat vóór Napoleon zij, die men in Amsterdam Duitscho Joden noemt, geono namen d. w. z. familienamen hadden. Men heette toon eenvoudig Abraham, David, Mozes en de zonen — vrouwen zijn in Israël altijd en in alles buiten rekening gelaten — van Abraham, David en Mozus heetten b. v. Aüiion Abrahams, Levi Davids enz. hunne kleinzonen Samuel AiiuoN Abrahams , Zadok Levi Davids. Na do kleinzonen

\') Dio domkop heeft o. a. in dit jaar uitgegeven Dia Ehro Israels, Neuo Briefe an die ,Inden — Hebr. en Duitsch Ie doel — Patkr Mii.leriol naar aanleiding van Prins Rudolfs dood — Uubor die Entstehuny der Welt enz.

-ocr page 25-

xvi r

ving de nieuwe benaming aan en had men derhalve Ruben Aüuons, Adam Zadoks enz. Do conscriptie maakte daar oen einde aan en elke Jood moest een naam hebben = toon kwamen dan ook de zonderlinge namen, die vole Joden dragen in de wereld b. v. Ziekenoppasser, Augurkjesraan, Agsteribbo.— Nu—•\'t is heel natuurlijk — zagen de Duitscho Joden met leede oogen op do mooie namen dor Portiigoosehe Joden al zjjn volo ervan wanneer men zo vertaalt zoo heel mooi niet b. v. do Castbo = v. d. Stad, da Costa v. i). Rib, maar — en dit is het mooie en uwe troost = (/een enkele Portiiijeesche Jood hm zijn naam van Spanje uit heivijzen. Misschien woot ge, doctor, dat in do archieven der Portugeesch-Israöliotisclie gemeente der Amsterdamsche Synagoge nog do volledige lijst berust der Joden, die in Amsterdam zijn aangekomen welnu die lijst te echten, zou eeno bepaalde onmogelijkheid zijn. Ik weet, dat zulks tegenspraak kan uitlokken, maar ik woot ook, dat sedert jaren rjjko joden, die allo hulpmiddelen ten dienste staan on stonden, te vergeefs beproefd hebben hunne verwantschap met do in Spanje nog bestaande naamgonooten te bewijzen Is die lijst, die opgave dan valsch ? Ik voor mij houd liet er voor, dat toen die Joden — na ook uit Frankrijk verdreven to zijn — in Amsterdam gekomen, zonder eenige kwade bedoeling natuurlijk, namen gonomon hebben 1° om elkander te kennen en te blijven kennen, want spoedig na hen kwam het Duitsch element, wat — ge weet het zoo goed als ik - van minder allooi was, opdagen, en 2° om te doen zooals de rijke Christenen deden (ik zeg do rijke, want de arme hadden ook allon geen naam) en een naam aannamen. Wat is natuurlijker , dan dat zo familienamen usurpeerden van de rijke Spaansche familiën, die zij — of hunne voorzaten — in Spanje hadden gekend, waarmede ze haddon verkeerd, wier gelijken ze waren door rang (niet door stand), wier moorderen zo waren door hunne ontzaggelijke rjjkdomnen, verkregen door toepassing dor leer van Abarbanel?

Alleen do titel mijner vertaling doet u hot werkje „oen schotschriftquot; noemen — Is dat niet wat voorbarig?

Oe noemt het een middeneeuwsch persproduct. Wel doctor, uwe historische kennis is niot bijster groot, waarmede ik mij straks zal bezighouden, maar wanneer is do boekdrukkunst uitgevonden ? Go zult nu gauw spreken over het bombardement van Castra

-ocr page 26-

XVIII

Votora door do Batavieren of don invloed van den zondvloed op de rogonschevm-nij verheid en dergelijke onderwerpen meer.

Nu oon woordje over dat dooddoende „vrije, verdraagzame No-derlaudquot;. Wol, doctor, dat is gelukkig voor u en voor allon, die in Nederland wonen, maar, zog eous, zijn uwe buren dan niet vrij? Is men in Engeland niet vrij?

Waarachtig, dat gezwets en gebazel over Nederland als do bakermat der vrijheid mocht wel een beetje minder en een toontje lager zijn. Do voorouders uwer Katholieke landgenooten zouden, als zo uit hun graven konden opstaan er hooi anders over spreken. Beroep u nu, als liet u belieft, niet op de indertijd gastvrije opname uwer geloofsgonooten door de stad Amsterdam.— In welke verhouding Amsterdam stond tegenover de rest van de Republiek der Vereenigde Nederlanden zal ik niet gaan beschrijven, genoeg te zeggen „Amsterdam was zich zolf baasquot; ou gaf iots geld, was ergens geld door of mede to verdienen, dan had de Amsterdammer den aard van uw ras ton volle. Men verhaalt immers van een Amster-damsch koopman, wien men verweet, dat hij met den vijand handel dreef, o. a. hem kruid en lood bezorgde en die antwoordde: „\'t kan me niet scholen, waar ik met mijn schip gold verdienen kan, al was het in de hol en al moest ik er mjjne zeilen en touwen bij inschieten.quot; liet was do Amsterdamscho Handels-Compagnie die aan haro scheepsbevelhebbers gelastte eerst te zorgen voor do lading en dan voor de manschap.—Die luidjes ontvingen do (Portu-geesche) Joden gaarne, want zo hadden geld on veel geld ook en dat kan oen koopman altijd gebruiken. Ik heb in dit voorbericht weinig lust om daarover te spreken, maar als ge u „do Heerengracht zonder hoornenquot; herinnert on hoe de Joden goen kerkhof konden krijgen dan in de duinen bij Alkmaar, dan kan men over die gastvrije vrijheid zoo erg niet roemen. —Enfin , gij zijt nu eenmaal gewoon in \'t groote koor der vrijheidskraaiers en schreeuwers mode to stemmen en ik gun u die pret. — Het loopt soms zoo zonderling mot die verdraagzaamheid. - Spinoza — eon Jood — wordt om zijne denkwijze uit do synagoge gebannen, noemt go dit onverdraagzaam ? en eon jaar of wat geleden heeft men hem oon standbeeld opgericht, geen Jood hooft er togen geprotesteerd, noemt ge dat verdraagzaam.?

Een jaar of wat geleden werden drie Joden to Amsterdam in of

-ocr page 27-

XIX

uit — als go wilt de Groote Club godoballotGerd, noemt go dat otivordraagzaain ? Ongolijk had mou juist niet, want hot Joodsoh olo-inout werd wat al to stork vortogenwoordigd en — noem mij niet kwalijk — door zijne eigenaardige, Oostorsche drukte, lawaai, en wij/e van doen is hot wel oons lastig voor do stillere Wostorliiigen Is dat onverdraagzaam? Judui.s , die u, Amsterdammers, zoo vaak ou aardig amuseerde on zingoudo menigen stadgenoot do waarheid zoido, word buiten Arlis gehouden. — Is dat verdraagzaam ? Ik geloof niet, dat dit nu juist door Christenen geschiedde, want Artis krioelt op de muziek-dagon van Joden. Mjjn bezoek aan die prachtige inrichting deed mij tot do besluittrekking komen, dat Artis eene Joodsche maatschappij is. — ik weet het niet. Toeu ik er oen mijner kennissen ovor sprak, doolde hij mij mede, dat uw geloofsgenooton er bijzonder slag van bobben oin goed vertegenwoordigd te zijn. Vooreerst — zei hij — kijkt men aan het hek zoo nauw niet en zouden houderdon (ook Christenen) die nu binnen sluipen op anderer kaarten on anderer namen anders buiten blijven tot groot voordeel en groot genoegen van de eigenlijk betalende leden. — En om uwe vraag te boantwoordon „hoe komt het toch, dat er zooveel Joden zijn en dat ze do beste plaatsen, zoo weten te veroveren ? dione dit — ge hebt er al oen gedeelteljjk antwoord op in \'t voorgaande, maar hoo zo dit zouden lappen, ziehier. — \'t Is muziek om 4 uur. — Om een uur of 2, soms al vroeger, verschijnt do kleine Bram, die do portier als zoon van eon lid kont, en noemt de plaats, welk bom aangeduid is —■ Bram woot dat pa ou ma komen mot Rachel, Lea, Roosje, Levi, Ruben on Simeon en dat ma nichtje Eva on Anna en neef Samuel met zijn vriend David heeft verzocht — „op de kaart van Paquot; — om naar Artis te gaan. — Bramnietje schikt twaalf stoelen rond een tafeltje, waarop hoogstens twee glazen spuitwater, dén Beiersch on twee advokaatjes zullen verschijnen, en wacht mot Jobs geduld de komst der familie af. —Kom ik of oen ander nu mot hot doel eon stoel te nemen of ous aan de ingenomen tafel te plaatsen dan is het eerste wat we hoeren „bezet Mijnheerquot; en men kan doorwandelen on zooken of er eou hoekje is, van waar men do „interessante Oosterlingenquot; kan gadeslaan. Want de ondervinding heeft mo geleerd, dat indien ik eenmaal „bezet mjjnhoorquot; gehoord heb, ik mij kan.voorbereiden om minstons nog een dozijn malen, dat kompliment to vernemen.quot;

-ocr page 28-

XX

lli schoot liij liot hooi\'oii van die znkou in oou lach. „Lach daav-voor iiiot — zoldo hij ik zal u in oou prachtig kotfiohuis hrcn-f-\'cn, dat naar do Gérant mij vorzokorde niot marcheert, juist om do .loden.quot; Maar — veroorloofde ik mij op tc merken — ik heb onder do Joden volo vriondon , mannen die ik respecteer, onz. ik kan hot niot gelooven.quot; — „Geloof niet — ging\'hij voort — „dat wij de Joden om do Joden min of moer tor zijde laten, \'tis meer om liuime wijze van doen — ze hebben oono drukte, en lawasii, eono boroddering, dat hooron on zien vergaat en bij slot van rekening is het (jrootc pa rude m khin (jarnizoen.quot; We traden het koffiehuis hinnon. - Allo biljarten waren ingenomen door Joodscho jongelui d. w. z. wannoor 2 of 3 spoelden, stonden or 12 omheen, dio feitelijk - ioderocn beletten te spelen. - Ze zijn er maar verteren niot, \'tis alsof zo afgesproken hebben, wie bij beurt een glas zal bestellen, terwijl do andoren als figuranten dienstdoen.quot; Maar.... „ljuister vorderquot; zei mijn leidsman „er is hier een zoor groot koffiehuis, dat Zaterdagavond door mij en velen wordt gemeden om de Joden, want ko zjjn onuitstaanbaar, \'t is niot do Jood, maar zijne manieren, zijne beweging, zijne indringerigheid. . .quot; Ik leidde hot gesprok naar oen ander onderworp, maar vraag, of mijn leidsman, die beweerde te donken en te spreken als do overgrooto meerderheid zijnor stadgonooton , onverdraagzaam isP Ik zou het niet durven beweren.

Ik heb gehoord — of \'t waar is, weet ik niet - dat het eerste (ongeschreven) artikel van Felix Merit is is, „Joden en honden worden geweerd,quot; dat de Uereeniginy geen Joden als leden aanneemt - indien jiu de stichters of loden daar goede gronden en rodenon voor bobben, zijn zo dan onverdraagzaam? Of moot men altijd voorop zitten, „als een Jood zich als lid wil laten aannemen, moeten we hem direct aannemen anders zjjn we onverdraagzaam — of liever anders schreeuwen allo zonen Israels, dat wo onverdraagzaam zijn\';\'quot; Dit gaat immers niet? Zou schrijver dezes, die christen cn geen gedoopte-Jood is, zooals ge in oen volgend nummer, waarover straks, vermoedt en dus wol op de hoogte der Joden schijnt te zijn, wolkom wezen, als hij zich als lid eener uwer Joodscho gezelschappen liet voorhangen? Ik botwjjfol het, en zou ik dan recht hebben op dien grond de Joden voor onverdraagzaam te scholden? .1 mmers neen.

Met hot Hundelshlucl wissel ik afzonderlijk een woordje, maar

-ocr page 29-

XXI

hot volgende viiulo liior zijno |iliiiiis. IiiOGii Belgiscli bind vond ik het volgoiide, het bowijst do vordraagzauinlu\'id der Katholiekon on of do Joden altijd tegen lien gekant zijn. Nederland! looi\' do vor-draagzaainlioid van België, waar men zelfs Joodsolio liurgoineestora vindt! Go weet zeker, doctor, dat er in de laatste maanden inde Holgische Kamers liool wat door do liberalen gehamerd en gelasterd is op hot Katholiek Ministerie, tengevolge der onlusten in hot Centrum en zokoi„.. Ponrhaix. Do vorige priestervreter-ministor IUba speelde daar do groote viool weder in en al wat liberaal was, vereenigdo zijno krachten om door een formeel oproer van hot Hrnsselsch janhagel bot ministerie Bekrnaeiit te verdrijven, maar het lukte niet; het schijnt, dat do Belgon er genoeg van hadden; bet hulpmiddel, de straat, bleef in gebreke en hot ministerie - ~ nu door den kouing gesteund ■ bleef.

Nu heelt Buukxauut , minister-president, zijn buitengoed te Boit-fort, waar een Jood burgemeester is. Rlken avond als de minister aankwam werd hij door don burgervader mor oen glimlach op do lippen ontvangen en do katholieke Beernaeut was op jovialen voet met don burgemeester - „De Joden zijn geen revolutionairenquot; zegt het Handelsblad en ik geloof het — maar op een goeden avond komt Behuxauut weer van den trein en schoon gedurende don af-geloopon dag do bewijzen in handen gekregen te hebben, dat do Burgemeester op moer dan hom passende wijze in de aanvallen op hem en zijn ministerie betrokken was, ton minste hij gaf zoo iets te verstaan on verzocht don burgemeester voortaan zjjne attenties te sparen en hem links te laten liggen on keerde don Burgemeester don rug toe.

Hooft do Katholieke Minister don Joodschen burgemeester verder gemoeid, bom b. v. zooals Baua mot een Katholiek zou gedaan bobben, doen afzetten? Volstrekt niot, niets van dat alles. Is dat verdraagzaam ?

Verdraagzaam. Zog eens, doctor, hoe zijt ge — of liever hoe zijn de Joden uit Spanje verdreven? We wisselen daarover straks oen woordje.

-ocr page 30-

XXII

Tii hot Onafhankelijk fsraolietisch Org aan van doctor Perel, 3 van Vrijdag* 12 Juli vinden wij hot volgende foutiovo opstel:

Wat is toch de Talmud? en wat is een Talmud-Jood?

Wij hobben thans het bewuste bemehte werkje, in Nederlandsch ge-» waad, van den Jodenvijand Prof. Rohling te Praag, voor ons liggen.

Ons vermoeden, dat de wvnrtalerquot; zich wel schamen zon, zijn naam in liet vrijo Nederland bekend te maken, heeft zich bevestigd. Alleen de uitgever, en wel de beer J. W. van Leeuwen, zich noemende »Uitgever en Antiq. Boekli. Hoogewoerd 80, Leiden,quot; figureert als zoodanig op dit vies werkje.

Zelfs de destijds door Rohling met een algemeenen schaterlach begroete uitdaging: vlien duizend (10.000) francs belooning aan hern, die bewijzen zal, dat éene enkele dar in dit werkje voorkomende aan-haliiKjen (ruim 300) valsch is,quot; ontbreekt niet op het titelblad. Zooals men weet, kwam duidelijk aan het licht, dat Rohling geen enkel woord in den talmoed oorspronkelijk lezen kon.

Welnu, indien de vertaler of de uitgever van dit werkje oïis waarborgen kan geven, dat, zoo zij het verliezen, de 10.000 fres eerlijk door hen verstrekt znllen worden, dan zijn wij hun man. Op den inhoud komen wij de volgende week terug.

Dat de onbekende Xederlandsche vertaler een verwoede jodenhater is en daarom de poging gewaagd heeft, ook hier te fande bij bet onnadenkend publiek voor de smeerigste beschuldigingen en lasteringen propaganda te maken, een poging, welke hem tot een allerlaagste persoon, tot een kwaadaardigen opruier en verzaker van «Ie eerste regelen der moraliteit, maar al te zeer doet kennen, bewijst zijn inleiding tot een waanhangselquot; van hem zeiven, bevattende «de Geboden en Verboden van den Israelietischen Godsdienst naar Maimonides.quot;

Deze inleiding luidt aldus:

))Toen ik voorgaande had vertaald, kwam mij het uitgebreide eld der Joodsche litteratuur in zijn geheel voor den geest, en tevens kwam de gedachte bij mij op, dat de Christenen zoo weinig van de Joden weten. (Dat is juist de nijd van de Jodenhaters, dat tie Christenen zoo weinig weten van de Joden. Red. O. I. O.)

Dat ligt vooreerst aan de weinige bekendheid met het Ilebreeuwsch, waarvan het gros der Joden ook niets kent (ergo: weten ook de Joder. weinig van de Joden. Wat een logica! Red. O. I. O.), en aan de geheimzinnigheid, waarmede de Joden alles bedekken 1). Om welkereden? Ik weet het niet 2). Intusschen meende ik geen onverdienstelijk werk te doen met den lezer een vrij volledig overzicht te geven van de ge-

-ocr page 31-

XXTII

boden on verboden, welke «le Joden moeten in acht nemen. Er ontbreekt, geloof ik, (let wel: tie man gelooft slechts, hij waagt het niet het woord «overtuigingquot; nil zijn pen te laten vloeien lied. O. 1. O.) geen enkel aan, \'t is een volledig relaas van al datgene wat in elke Hollandsche Jodenschool wordt onderwezen, de lli\'breonwsclie tekst, dien ik verwaarloosd heb 3) is geheel gelijk aan de voorschriften van den in de vorige bladzijden zoo dikwijls genoemden Maimonides. Ook is die tekst, zijn die geboden en verboden , alleen na lezing van Lamarqne s werkje verstaanbaar en tot beter begrip heb ik een enkele maal nadere verklaring noodig geacht en gegeven.

Gaarne had ik de Joodsche plechtigheden en feesten en de Joodsche straattaal 4) beschreven, maar dan werd het werkje te uitvoerig. Wie weet, misschien later. (Indien dit werkje wdnbbelletjes \' bezorgd heeft. Red.)

In elk geval ben ik voornemens de door mij in ISSli aangevangene, in 1887 voortgezette studie van het Hollandsche Jodendom niet te laten rusten, maar misschien nog eens door Hollandsche voorbeelden aan te wijzen, dat liet Jodendom in aard, wezen en strekking, overal hetzelfde is, dat het vaak na eerst veroorzaakten bloei, dorpen, gewesten, landen uitgeput achterlaat of de bevolking tot echte slaven vernedert. (Risnm teneatis amici! Hed.) Ik stom dan ook ten volle in met den groeten Halmes (meen ik) I?!!! Hed.|, wiens vóór 50 jaren geschreven werken nog bijna in allen actueel zijn, dat de verdrijving der Joden nit Spanje eene daad van verlichte politiek geweest is.\'*

Tot zoo ver deze prachtige inleiding, waarnaar men het geheele «aan-hangseV of „aanbrand selquot; beoordeelen kan: ah una disce om nes! Een daad van „verlichte politiekquot;, welke Spanje ten verderve voerde en het bijna geen schaduw van vroegere grootheid overliet! Waarlijk wie zoo iets Anno 1880 durft schrijven of bevestigen, behoort aan een geneeskundig onderzoek onderworpen te worden, opdat de Justitie zoodanig iemand in het algemeen belang daar kan opsluiten, waar zulke krankzinnige wezens tehuis behooren. Leve echter de Leidsche uitgever in het Athene van Nederland! een zoodanig man heeft door deze uitgave zeker de achting van al zijn medenitgevers en boekhandelaren in Nederland verworven! Een eerekroon voor J. W. van L ee u we n, Uitgever en Antiq. Boekhandelaar, lioogewoerd 89 te Leiden.

1) Het blijkt uit dit dwaze schrijven, dat do vertaler of aan dronkenschap of aan delirium tremens lijdende is. Ware hij een Jood hij zon liet eerste vooral niet zoo in het publiek vertoond hebben, maar die )gt;geheimzfnniglicldquot; wel ter dege bedekt hebben.

2) Wij zullen het hem zeggen: Omdat de Jood.... f/m» geheimen heeft maar wel een volksopruier, die tegelijk een paar dubbeltjes verdienen wil en er dus voor zijn kwakzalverij er belang bij heeft, anderen van ^geheimzinnigheidquot; te beschnldigen.

3) Zon de snuggere vertaler niet blijkbaar wat meer verwaarloosd hebben, b. v. zijn diep beklagenswaardig brein!

-ocr page 32-

XXIV

4) Wil\', rciinl zich dies zusantmen. Wij bekennen die taal niet te, kunnen be-seb\'i\'llven, om.lal ze ons onlvkemi is. De vertaler seliijnt (ins een gecloopte Jood tc zijn, die in bet eene of under voildonkeldortjo hol eerste lovensiicbt aanschouwde.

Om goed to bogiimen dienen wij vooreerst twee vragen te beantwoorden, die voor eiken lezer van belang kniiiion wezen, voor Dr. I\'krkIj van het hoogste lielang scliijnen te zijn.

1°. Wie is toch ilo vertaler?

2°. Hoe heeft zicii do hoor J. W. van Leeuwen, zich noemende „Uitgever on Antiij. Boekii., lloogevvoord 89, Leidenquot;, durven verstouten bovengenoemd werkje uit te geven ?

Hoe ik hoot weet men reeds, maar wie bon ik ? Och , doctor , thans een doodeenvoudig ambteloos burgerman, die indertijd eono zoor goodo opvoeding genoten heeft. Ik versta redelijk wol llollandsch, loos zolfs oen paar llollandsche bladen, studeer nog al oen beetje uit pure liefhebberij, bon nog jong en gezond en heb lust in don arbeid. — Ik bon geen geestelijke, maar beu getrouwd en gezegend met kinderen, die ik, zooals do Poolscho Joden zeggen „onder do groene kroon hoop te voerenquot;, d. i. groot on gehuwd hoop te zien — Ik hen geen ylmnterdammer, dus uw vermoeden, dat ik in een of ander vodden-keldertje bot eorste levenslicht aanschouwde, (hebt ge ooit gehoord van hot laatste levenslicht aanschouwen, doctor?) is dus ongegrond. Ik ben huiten geboren, \'t Is waar dam une chaumifre, d. w. z. in oen huis mot riet gedekt en dat toen ik er hot levenslicht aanschouwde de kapitale huur deed van ruim ƒ 18,—Hollandsch gold. Dat zou tegenwoordig eon koopje zijn, vindt U niot, voor een huis met 5 benedenkamers, keuken, kelder en groeten tuin. In Amsterdam zjjn do huizen-vrij wat duurder, vooral sedert de Joden in huizen zijn gaan speculeoren van den tijd af, dat do diamantindustrie zoo\'n vlucht nam — Of\'t er beter op geworden is sedert de Joden „over don Amstelquot; gekomen zijn?! Laat ons verder gaan. Zeker is hot dat de Joden zachtjes aan — de natuurwet volgende van het Oosten naar het Westen schuiven en in don loop dos t;jds bot oude Amsterdam hun zal toobehooren. Ik zeg eene „natuurwetquot; on als ik u nu tot staving daarvan in hot dierenrijk bewijzen zou gaan zoeken, zoudt gij die \'vergelijking niet dom, maar allicht heleed\'if/end vinden, dus, stop! Wanneer men evenwel bedenkt, dat do echte, ware Jood zijn onroerend goed slocbts aan oen

geloofsgenoot verkoopen mag, op straffe van..... go wxot het,

dan is daarin wel een gevaar voor do christelijke maatschappij ,

-ocr page 33-

XXV

waarbij • dat van do goederen in de doode hand, waarover sommige liberalen liet indertijd zoo druk haddon, gering te achten ia.

Ik woon ook niet te Amsterdam. Waar dan? Ik zal hot u zoggen. Om van mijno woonplaats de (/reuzen va» Nederland to bereiken, hob ik por spoor — volgens mijn spoorwegboekje — 2 uur ou 48 minuten noodig , dus volstrekt niet in uwe buurt Heken er op, dat do naam van don vertaler en sehrijver dezer regeleu niets afdoet, — geloof me, liet is verreweg bot boste, dat niemand hem kent, — ik herinner mij do goschiodouis van Dr. Wap , ge kont hom zeker, doctor? — nog altijd. Ieder was ingotiomon met zijne „Urioveu over do gebeurtenissen van don dagquot; en nauwelijks had een onbe-schoidone (thans looraar aan een Hoogere Burgerschool in Nederland) zijn naam verklapt of do redactie van hot blad, waarin bij schroef, moest voor zijne medewerking bedanken.

Genoeg hiervan: nu over don boor van Lkkuwhn (ik heb het al aangestipt). Doctor, go zijt zoo gauw mot de rechtbank en is uw gezegde daar „zich noomendoquot;, wel precies iu don haak?1) Do boor v. L. zal zich toch wol zoo mogon noemen, bij heeft waarschijnlijk wol patent. In \'t vrije Nederland mag men zich zelfs gerust doctor noemen zonder diploma, is niet? Maar zeg nu eons, zou de heer v. L. u hebben moeten raadplegen, toon bij Laster oj misdaad — ge weet wel, dio llongaarscho bloedhistorie gaf er aanleiding toe — uitgaf. 2) Zou do heor v. L. bij hot „Rabbinaatquot; (dit hoort ge immers liever als bij don „Opper-Rabbijn, Dr. Dunneu ?quot;) to Amsterdam hebben moeten vragen of mon het goedkeurde, dat 1\'Ü „het Christenbloed hij de Joodse he ritueele gebruiken der moderne synagoge. — Onthullingen eiu.\'quot; hot licht dood zien? Moest de heor v. L. zich tot hot Nod.-Groot-Oosten wonden om den .\'. vrijmetselaars hun oordooi te vragen over eene Nederlandsche uitgave vanLko Taxu, — De geheimen der Vrijmetselarij,\'quot; Wel, komaan! — go leeft immers in \'t vrije Nederland?

Heeft do thans in Jodenhandon gevallen firma Ciiaupkntihii den

\') Ik schrijf hier en verder over den lieer van Lheuwen zonder hom te hebben geraadpleegd.

\') Op dit oogenblik wordt te Dreslau weder zoo n geval behandeld — Zekere rabbijn of aspirant-rabbijn, Bernstein, is voor den tweeden keer.in dit jaar voor de rechtbank gedaagd, beschuldigd van een christenknaap bloed te hebben afgetapt of te willen aftappen. — Het zijn ine histories I

-ocr page 34-

XXVI

Pans gei\'aatl[)loogd, toen zo do smorige, vuilo workeu vim Zola uitgaf, dio mooi\' kwaad doen dan oon vovgiftigden dampkring. (Ik weot niot of Zola misscMoti oou psoudoniom is, maar ik kou eouo taal waarin vnilnishoo}) zoi.a botookout).

Ik ben daar waarlijk op bot pors-torroiu verzoild — men sprookt wel oens van do Joden-pers, maar die is in Nodorbind zwak. Alloon hot Handelshlad booft voor zoover ik weet oeno Jood-scho redactie ou legt niet veel gewicht meer in do schaal. „Do Jodou-porsquot; dat wordt voor Holland wel oens ovordrovon. Als ik do eigenlijke Joden-pers uw blad on dergelijke — buiten rekening laat, schiet or niot veel Joodsch over, maar do christen-pers vindt bij do ohristonon zelf in don regel te weinig steun. Hot loopt toch raar in do wereld, niot waar doctor, het Handelshlad is door Katlioliekon gegrondvest o. a. door den vader van hot ex-kamorlid Mu. J. J. v. i). Biesen , en nu —?

Betrekkelijk, d. w. z. het aantal Joden en Christenen met elkander vergeleken, is de Joden-pers (na Frankrijk) liet beste bezet in Italië, maar daar scbijnt het gouvernoinent rechtstreeks de Joden-dagbladmannen te steunen en aan te kweekon, — Do meest bokonde is do hoofdredacteur van II Cdpitan\' fracassa, - Ik zeg de meest bekende is do Joodscho hoofd-redactour van dat schimpblaadjo, omdat zijne uitgave ook in Amsterdam gelezen wordt, — misschien komt dat sedert do reis van oon paar uwer geloofsgenooten naar Rome, om daar eens to sproken over tabakszaken — wellicht hebt go van die reis eens gehoord? Zoo niot, dan doet hot niet tor zake — zoo ja, dan zult ge weten dat er kapers op do kust komen.

Do on-netsto onder do redacteuren daar, vind ik den Jood-vrij-metsolaar Vittouia Pat.ekma.

Italië is dan ook hot beloofde land voor do Joden en misschien zijn daaraan do financiëelo crisissen, die hot land beroeren en ten onderste boven zullen worpen to danken. De invloed der Parijsche Joden-bankiors doet zich reeds duchtig gevoelen in liet land waar de bewoners \'/s van \'lun \'u^omel1 — dit is volgens eene correspondentie in Doonscho Iku/blatet — moeten opbrengen voor de schatkist. „Ja, ja zoo nijpen wij de heoren pastoortjesquot; zei ecu Roth-sciiii.n eenigo maandon geleden in een Franschen spoortrein, toen men hem op het zonderlinge dor laatste leeningon wees, waarin Frankrijk, Italië en Rusland betrokken waren.

-ocr page 35-

XXVII

Eenige weken geleden, vond ik in do Gernumia — ge kent zeker dat Katholieke bind, doctor, on deukt misseliieu, dat ik nog ui wat leea, waarin go geen ongeljjkt liobt, anders was ik zoo goed niet op do hoogte van Holland — las ik in do Gernuinio, zeg ik, het volgende, ovorgonomon uit het orgaan van llirsch llildesheimer, rabbijn. „Den Israëlieten (in Italië) staat do toegang tot alle staatsambten open; liet leger tolt vele hooge Joodsehe militairen, in hot parlement zitten ongeveer een dozijn .loodsohe afgevaardigden. Do minister Cuisigt;i is een der jmleiifreinullichste staatmannen des tijds, hot regeoriugsorgaan de Jiifoniid wordt door zjjn vertrouweling signore Lovi gedirigeerd. Onder de voornaamste kunstenaars, sehrjjvors, professoren, vindt men tal van Joodsehe namen, iedere dag brengt ridderorden aan .loodseho onderdanen, alle zonen van den staat liggen den koning oven nauw aan het hart, en zijne gemalin , koningin Margarotha, „do parol van Italiö\'s vrouwen,quot; bezoekt mot voorliefde Joodsehe inrichtingen van weldadigheid en scholenquot; enz. enz. Ik voeg er bij , dat in heel Italië niet half zooveel Joden zijn als in Amsterdam alleen.

A propos! De Duitsche Joden-pers zal dezer dagen weder van zich laten hooren, ze is reeds begonnen en dan waait spoedig het gerucht over België of Frankrijk, Nederland binnen.

Er is namelijk sprake van to Londen eeiio Anglo-Jioman bank (Limited) op te richten — Onze Joden-pors is reeds aangevangen met te schreeuwen van „oene nieuwe poging tot verchristehjking van het kapitaal.quot; De zaak is nog slechts in wording en nu reeds begint men, dio moi is hier do Joden-pers, haar in discrediet te brengen. (Alleen op den naam afgaande begint hot lawaai al.) Zelfs wordt de begraven Lanorasd-Dumonceau er voor uit zjjn graf gehaald , alsof EiiLANorou , Meijer (niet die Jood Meijeii, die in oen duel Diu moxt, den schrijver van La France Jiiive zoo\'n gemeenen, genieperigen stook gaf, dat de rechtbank hom achter de tralies duwde) en anderen ■ men denko eens oven aan de koper-speculatie met de Banque de France, met Rotiisciih.i), enz. enz. er bij, bah! alsof deze, zog ik, minder waren — Wel neen! Ze zjjn doodeenvoudig loeper geweest en niet belasterd en dat kon ook als het waar is, wat oen Fransch blad dezer dagen durfde schrijven—• daarin stond, dat telkens als er ministersraad gehouden wordt te Parijs, er voor het paleis, waar de ministers vergaderd zjjn, het rijtuig van een

-ocr page 36-

x x v111

bekoud Joodsch baiikior stntiouneert om oogeublikkulijk uog voor Carnot zo krijgt — do bcshiiton aan den chef van het huis

over to brengen.

Lanorand-Dumonceau , de katholieke bankier, moest vernietigd worden, do logo, waarin Israël den boventoon voert, zooals do vrijmetselaars zolf schrijven en weeklagen, had hot besloten on laster op laster stapelend leidde hot onderzoek en de terechtstelling niet tot oen eigenlijk oiitoorend vonnis, maar hot doel was bereikt, de instelling geknakt en — de liberalen verbonden met de Joden haddon oen schandvlek moer. lgt;e macht der Joden in de loge is buitengemeen groot en vooral in do laatste jaren zeer toegonomon. Een bewijs daarvan ligt in de Amsterdamscho Joodsche loge P. N. L. (Pu*f nebulas lux — Na duisternis licht, door do Joden wel eens spot-tenderwijzo Volaks nieuwe. Loge gonoemd) — l)o stichter dier logo is -indien ik op do inlichtingen mij door oen lid van den athoistischen Dageraad verstrekt, afga — Polak, do vader van don togenwoor-digon hoofd-redacteui\' van hot Handelsblad. De goschriftan over vrijmetselarij, enz. door (verscliillende?)Poi,ak geschreven, hebben eene beruchte bokendheid en zijn voor jongelui hoogst gevaarlijk. Bovengenoemde logo schreef in haar vaandel „Er is geen Godquot; en dit was oorzaak, dat hot Nederlandsche Groot-Oosten — bij wie toch nog wat godsdienst overgebleven was — haar niet als zustor-loge orkonnou wilde. Maar do macht van Israël groeide aan in do logo (voor 25 jaren werd do Jood Waterman , hoofd eener openbare school (beroemd met hare christelijke deugden!) te Arnhem reeds grootredenaar van do aldaar gevestigde loge do Geldersche Broederschap, na hem kwam de advocaat II. II. van Capki.lk) , eindelijk hooft hot Groot-Oosten moeten toegeven on — is P. N. L. mot allo logos van Nederland verbonden. Ik wijk weder van do mij door mijzelf gestelde grenzen af misschien behandel ik later wel eens „Israël

in de logoquot;, dus genoog!

Go zegt, dat Hohungs uitdaging: 10,000 fr. enz, met een schaterlach begroet is en dat zooals men weot aan \'t licht kwam dat Kont,isa enz. Noem me niet kwalijk, ik weet dat nht en geloot hot evenmin. Go zegt, dat Rohlino geen woord van den Talmud verstond. Wat belieft U? In een Joodseh blad heb ik ooit gelezen, dat hij oen afvallige Jood was. . . . En, al is hot geen voreischte bij Protestanten zoowol als Katholieken, dat hij die doctoreert in

-ocr page 37-

XXIX

10K ilo Godgeleerdlieid llolireeuwscli kenl, liij beweegt zich kranig op

u\'s dat terrein.

Wat nu dio 10,000 fr. betreft. Willen \\vo f/ruhusch (klemtoon op

\'8^ de h) maken? (Dat is Joden-straattaal). Ik bedoel, willen we samen

llu\'\' doen, half om half en do Lamarque er eens over onder handen

0P nomen. Kom aan, ik wil u bewijzen, eerlijk en rechtschapen te zijn

eou en daarom dio aanhaling anders — in een anderen vorm —- laten drukken.

0011 Maar dit neem ik als vertaler op mij: oogenblikkehjk als gij mij

neen ocsno valsche aanhaling aanwijst, zal ik zo in mijne Talmuds (doch

3W1J8 go moot mij druk en jaartal aangeven om geene vergeefsche moeite

I\'0quot;* to doen) naslaan on hebt go gelijk, zo onmiddoljjk iu oen volgen-

8P0\';- ilon druk herstellen en verboteron — Maar aangenomen, dat 75,

18 95, 99 0/0 dor aanhalingen valsch zijn, dan is wat or overblijft nog

jchon zoo ,/00 gemcoll! flat de Talmud-Jood oen wezen is voor

■voor- wien geene plaats is in do maatschappij , dio gebouwd is op on

over geregeerd wordt volgons do 10 Geboden — is \'t waar of niet?

i eene q0 Zegt, op den inhoud kornen wij do volgende week terug. — Dat

■oven- was |2 Juli, nu schrijven wij 25 September, dus meer dan 2 maan-

311 dit don na datum, en wat hebt ge van don inhoud gezegd ? — Niets,

3 tocli Niets, NIETS. — Dat goeft to denken; heb ik gelijk of ongelijk?

i\'-logo Ronduit gezegd, had ik do brochure — het schotschrift, als go

e logo wilt — oogenblik a faire genomen en met do bewijzen in de hand

school aangetoond dat staat niot in don Talmud. Ofschoon ik oigonlijk

groot- niet begrijp , waarom on waarover gij u zoo druk maakt. — Uwe

i-schop, oppositie tegenover uwe wettige kerkelijke overheid, die ge jaar

seft het jM j,liU. u|j. yoqj.j^ bewijst, dat gij goeu Talmud-Jood zijt. ■—Heb ik

3 logos golijk of lliet?

mijzeli Go verwijt mij sme(e)ri(je heschuldiyinyen, lasteringen, go zogt,

„Israël (]at ik eon opritier ben.

IIoo dan tooli ? Ik heb boven reeds gevraagd of//r hot geschreven

ichator- hol^ ofLAMAKQUE of Hoiilino. — Immers neen? Wat het „schotschriftquot;

am dat bevat, staat in den Talmud; het zijn goone uit hun verband gerukte

i geloot zinnen, niets van dat alles. — Heb ik gelijk of niet?

Talmud 0l, zooals go beweert, in mijne inleiding tot hot aan-

golezon, hangsel, dat mij als „zoo iemandquot; als „opruierquot; doet kennen ? — Ilob

jreischte j], jG|.g anti0,.s gedaan dan uwe geboden en verboden volledig (meen

\'roert m j]{^ opgegeven. — Immers neen?

3

-ocr page 38-

XXX

Hoe g\'o tusscheu haakjes kunt zeggen „dat is juist do uijil van do jodonliators, dat do Christenen zoo weinig weten van do Jodenquot; begrijp ik uiot, dat hoeft slot nog zin, past als oeiie tang op oen varken. — Ik zog „dat ligt vooreerst aan de weinige bekendheid met het Hobreeuwseh, waarvan het gros der Joden ook niets koutquot; en gij voegt er bij — „ergo, weten ook do Joden weinig van do Joden.quot; Wat oeu logica, — gij zegt: „dat het blijkt dat de vertaler of aan dronkenschap of aan delirium tremens lijdende is.quot; Mij dunkt, dat ik dit haast zou mogen wagen.

En zoo zou ik, als ik mijn tijd niet te lief had en het „geen lood om oud ijzerquot; was, meer kunnen vragen, maar ik heb er genoeg van. - Ik zal mjj nog tot oen paar opmerkingen bepalen, want do indruk onder welken gij gesehreven hebt is al te duidelijk. — Oekke, dronken en razende menschen zijn ontoerekenbaar.

Oe noemt mijn Aanhangsel oen Mxnhrandseh Goed, maar hebt go het gelezen? Neen. — Welnu, vergelijk het dan nu nog met het Uittreksel van de geboden der Israëlietische Godsdienst naar Mwno-jjides door S. E. Heiomans , 5o druk, Amsterdam , bij J. Lr Joachimsthal , 5644 1883\'\' en praat dan vorder.

Oo kont do Joodsche straattaal niet? Och, heer! Dat heb ik meer uwer geloofsgenooten hooren beweren, maar of ze dat aangebrand üuitsch met een enkel woord llobroeuwsch er door gegooid , kunnen spreken, als \'t in den kraam te pas komt. Ik zal u moer zeggen.— Zoudt go wol gelooven, dat de dioventalon en ook die van Groot-Mokum d. i. Amsterdam, voor oen groot gedeelte uit verbasterde, llo-breeuwscho worden bestaan ? — Ik zal u helpen. Vraag eens op oen politie-bureau uwer stad, — b. v. don commissaris Mr. van Raalte, uw geloofsgenoot of men u daar niet op de hoogte brengen kan en ik maak mij sterk, dat ge klaarkomt. — Wilt ge nog meer van do straattaal dor Joden weten en zien hoe groot de invloed der Joden op de dieventalen is geweest, dan raad ik u do studio aan van :

F. C. Anton. Wörterbuch der Oauner und Üiebessprache. Berlijn.

Biuondelli. Studii sulle linguo Furbeseho. Milaan.

Pott. Die Zigeuner in Europa und Asiën. 2o doel. Hallo.

Puciimayeu. Romanó Cib mit Glossar dor Cechischen Üiebessprache. Praag.

Is \'t voldoende ? anders zal ik U nog andere aangeven.

-ocr page 39-

XXXI

eóne opmerking — wiuit bovenstaaad artikel staat mo tegen — en dan wat anders. —

Doctor Pekel , iemand die geen Ilollandscli zonder fouten kan schrijven, die de woorden dier taal niot kent, zo niet verstaat, zo niet weet te gebruiken, doctor Peiiel — zeg ik — en slechts dit deed me hot bloed sneller vlooien — durft achter „den grooten Balmesquot; eon vraagteokon mot drie uitrooptookons plaatsen (?!!!). •— Man, ge zijt te min — ge kent Balmes niet? Den Spaansehon wijsgeer, wiens werken in \'t Portugeesch, in\'t Italiaansch, in\'t Fransch, in \'t Engolscb, in \'t Duitsch, in \'t Hongaarsch, gedeeltelijk in \'t Russisch on Ilollandscli zijn vertaald, den man, die door zijne tegenstanders werd ontzien en geëerd, wiens schriften thans nog eiken dag door niet-Joden worden geraadpleegd ! — Go kent hem niet. Jloe is hot mogelijk, dat zoo iemand zich directeur-uitgover van van oen weekblad kan noemen? Dat ge geen geschiedenis kent, dat ge niet weet om welke redenen de .loden Spanje hebben moeten verlaten, dat ge niet woot, dat dio verdrijving uwer geloofs-genooten weinig invloed heeft gehad op Spanje\'s bestemming, dat ge niot weet, dat bet eigenlijke, óéne Spanjü ontstond onder Ferdinand en Isabella, dat go niet weet, dat na de verdrijving der Joden, Amerika, de bron van Spanjes grootheid en val, werd ontdekt, enz. enz. is u nog to vergeven, maar zoo slecht tehuis te zijn als journalist in de letterkunde, vooral do filosofische dezer eeuw, gaat al te ver.

Ge bobt geïnsinueerd, dat ik een opruier bon, dat ik immoreel ben, dat ik een dronkaard ben, dat ik een geldgierige ben en ik heb alles con ainore, vroolijk gestemd, golozoa .. . . maar als ik dat nadenk, zou ik bijna oone onwellevendheid begaan, door to zoggen, dat go een weetniet zijt, waarvan trouwens elk nummer van uw blad getuigenis aflegt.

\'t Is toch, als men nadenkt, al weder niet kwalijk te nemen. Do niot-Katholieken en Joden lozen niets van ons. Daar had ik verleden jaar een sterk bewijs van. Een Ilollandscb boekver-kooper zendt mij oen catalogus van 4200 nummers, boeken nagelaten door 1° een doctor in de medecijnen, 2° een rechter en 3° een substituut-officier van Justitie alle drie Protestant. — Voor do aardigheid zag ik eens na hoeveel Katholieke schrijvers er vertegenwoordigd waren. Er waren er drie zegge drie

-ocr page 40-

xxxii

to weteu: 2 exempl. de I\'aus van Schaopnian, I exompl. Parjjs van id. I Navolging van Christus en I gesohiedonis der Ned. beroerten van Nuyens. ■— Nu vraag ik —ze waren tocli mannen van rang on stand in de wereld — wat konden die van de Kath. Kerk, hare leer, haar streven, haar werkkring enz. enz. zeggen? — En toeh hebben zij voorzekor — zoowel als huns gelijken — op \'t gezag van Ihmlehhlml, Nieuwe Rotterdammer, Utrechtsch dayblad en andoren er over medegepraat als de besto. —Is\'t niet treurig r1

Ais opposant zijt go iets waard om de aan uw ras eigene tena-citcit, als criticus geen lor, want uwe opvoeding schijnt wol voltooid in eono middeloeuwsche Jiidenschule van do Boekawine, Zevenbergen of Galliciö. Waart ge met talent begaafd en was uw „brein dan niet verwaarloosdquot;, \'t ware anders! — Oe zijt geen journalist! Kon voorbeeld! Go leest de los aan „den burgemeester van Varnaquot; over eene vertaling in \'t Bulgaarsch van Shakespeare\'s Shy lock.— Nota bene! Alsof die Burgemeester wist, dat er ergens ter wereld een Onafhankelijk Israëlietisch Orr/aan bestaat. — Dat is net zoo goed alsof liet Nieuwsblad van Marken en Omstreken oen hoofdartikel besloot met te zoggen: „wij zouden de Uussische regeering raden de Joden-plagerijen mot geweld te keeren.quot;—• Eene vraag: hoeft niet een Hol-landscho Jood de of vele stukkon van Shakespeare vertaald i* ik meen dat. —

Oe hebt een waakzaam en scherp oog voor alles wat de belangen uwer geloofsgonooten betreft on dat is in u te prijzen. Daaraan hebben dan ook sommige pastoors de eer eener vermelding in uw blad te danken. O. a. nu weer de pastoor van Groenlo, die dienstmeiden waarschuwt — zooals zijn plicht is — niet bij Joden in dienst te treden. — Om daarvan op de hoogte te zijn behoeft ge niet buiten Amsterdam te gaan. — Als ge niet weet, dat eono christen-meid daar, die bij een Jood gediend heeft, geen of wel met moeite •— dienst meer bij quot;Christenen krijgen kan, zeg ik het u. Weinig moeite zal het u kosten de ondervinding van mijn beweren op te doen!

In het O. I. O. van Vrijdag 19 Juli N0. 4 vinden wij onderstaande :

liet Nieuw Israel. Weehhlad (Uitgever: de heer Pliilip Elte) bevatte ile vorige week liet volgende onder de rubriek «Brievenbus;quot;

vCorresp. Ie 1). Het pamflet in dank ontvangen, (lij gelouft toeh

-ocr page 41-

XXXIII

niet, dat wij zulk opii vullen arbeid een bespreking wiuuilig keuren.

Een redactie, die zulks wei doet en ploizier heeft in het vuil te wroeteni handelt niet goed. Een \'jespreking is eigenlijk een reclame voor zulk een pamflet en dat wil de uitgever juist hebben. Zooals gij gemerkt hebt, hebben niet alleen tie Joodsche organen, maar ook, op een enkele treurige uitzondering na, de publieke organen geweigerd, hun bladen door aankondiging te bezoedelen. En nu zonden wij het bespreken!

Wat zou daarenboven een bespreking baten? Dezelfde valsche beschuldigingen zijn reeds duizend maal herhaald en even zooveel maal overtuigend weerlegd, en toch komen diezelfde beschuldigingen telkens weder op het tapijt. Maar die sujetten willen niet overtuigend zijn. Laat voortaan iedere Jood, die nog wat karakter heeft, elke aanraking afbreken met uitgevers, die zich verlagen tot het verspreiden van dergelijke pamlletten.quot;

Uit antwoord aan don «Corresp. te D.quot; duidt op do door ons in de beide vorige weken besproken vertaling van «Wat is toch een talmudjood? enz., uitgegeven door den boekhandelaar van Leeuwen te Leiden.

Het spijt ons, dat wij het ook met dit antwoord des hoeren Elte aan zijn correspondent te I)., volstrek niet eens kunnoi noch mogen zijn. Indien van hot oorspronkelijk werk door prof. Rohling mannen als prof. Delitzsch te Leipzig en dr. Bloch, redacteur van de Oeslr. Worh. geen notitie hadden genomen om den inhoud te weerleggen, en wel op een zoo schitterende wijze, wie weet, wat er dan wel gebeurd zoude zijn, welk een vreeselijk onweer boven de hoofden onzer geloofsgenooten in geheel de wereld, Nederland wellicht niet uitgezonderd, zou zijn losgebarsten I

Met was juist én het bezielend gesproken én het overtuigend geschreven woord, dat den op talmoedisch gebied onkundig gebleken schrijver dezer hatelijke brochure, prof. Rohling, geheel ontmaskerde en hem in al zijn naaktheid ten toon stelde. Eu al moesten nu ook én prof. Delitzsch én dr. Bloch én de redactiën van Israel. Wochcn-schrift, Mnhner Israelii, .lüd. Pr esse en Jcsehunm, in het vuil wroeten, wel is waar eon alles behalve pleizierig, doch bier hoogst noodzakelijk geweest zijnd werk, waardoor zij teel goed handelden, zij deden zulks gaarne, omdat zij wisten, dat zij de onschuld verdedigen, de snoodheid in hare gansche afschuwelijke gedaante in het ware licht stellen moesten. En nu zouden wij — bij de uitgifte eener vertaling in het Nederlandsch door een vooralsnog onbekenden «Jodenhaterquot; sullen en denken: «Zulk een vuil werk is een bespreking onwaardig? Ja, «onwaardigquot; is zij, maar .... toch noodzakelijk, en het allereerst in een blad geheel aan de belangen van het Jodendom gewijd. Wat ons nu verder ten opzichte van dit zoo sineerig pamllet betreft, gelooven wij, aangezien wij ons

-ocr page 42-

xxx tv

als den man gopivsontonnl hebben, die de op het titelbliul uitgeloofde i0,000 fres. indien slechts één van de 300 aanhalingen weerlegd wordt, gaarne verdienen willen — den uitgever werden de twee bewuste nummers van ons Orgaan door ons toegezonden — het hierbij te kunnen laten. Wij zijn en blijven toch mondeling bereid.

Na alles wat ik boven heb goschroveu blijven mij op vorenstaande sleclits een paar opmerkingen over. \'tls waar de liberale pers hoeft voor oen f;root gedeelte geweigerd de annonce op te nemen (sommige dezer organen zijn op dat besluit terug gekomen), maar daarvoor zijn zo dan ook liberaal, daarom hebben zij tegen de Katholieke kerk altijd den mond vol van „verstikking dor vrije gedachte,quot; „onderdrukking der vrjjhoid,quot; „aan banden leggen van don menschelijkcu geestquot; en dergelijke liefelijkheden meer. • Illt; zal morgen een werk uitgeven, getiteld b. v. „de Zedeleer dor ileziiioten in aphorismen,quot; of „de inrichting der nonnenkloosters in Nederland uit een physologisch en psychologisch oogpunt beschouwdquot; en ik verwed er 500 mark ondor, dat geen enkele liberale krant de aankondiging en xtirhtelijlce. bespreking weigert. — Dat is nu eenmaal zoo! Liberaal, ja wat is liberaal ? Ik zou er bijna geene andere difinitie van kunnen geven dan deze: „op hot vaste land van Europa is liberaal thans leijen het Katholisismus.\'1\'1 In de echte beteekenis van hot woord kon ik in Nederland, maar één liberaal blad namelijk De Amsterddnimer, dughlad voor Nederland. (Hetzelfde blad, dat zich zoo gloeiend njjdig maakte, toen oen drietal uwer geloofsgenooten het lidmaatschap der Oroote Club ton uwent geweigerd werd). Als katholiek, d. w. z. als vrij man, want de ku-tholiek is zoo vrij als een vogel in de lacht (denk maar eens aan Pascal), zou ik niet aarzelen 90 % zijnor artikelen te onderschrijven.

„Doodzwijgenquot; is gewoonlijk het orderwoord. - Ja, maar dat gaat niet altijd, want anders schreef ik nu geen voorbericht voor den 3en druk van don Talmud-Jood. Dat heeft men met J^a France ■faire en zijne opvolgers ook beproefd, toch zjjn er nu bijna 70 drukken van en 320000 exemplaren verkocht.

In elk geval behandelt de hoor Ei,te , die in een schoenmakerskeldertje geboren is, doctor Perel, mij vrij wat fatsoenlijker dan gj.

En nu nog een troef, die doctor Perel heeft uitgespeeld: we laten hem hieronder in even groote letters als hij hem liet drukken volgen.

-ocr page 43-

XXXV

In liet O. /. O. van Vrijdag, 2 Augustus, N0. 6, vind ik:

10,000 frcs.

De NederlamU\'cho vertaler van Rolilings beruchte brochure: «Wat is toch de talmud en wat is een talmudjood?quot; die 10,000 frcs. heel\'t uitgeloofd voor diegenen, die den inhoud van dit werkje weerleggen zou, laat niets van /ich hooren, na onze openlijke mededeeling in ons Orgaan, dat wij ons als denman hiervoor aanbieden.

De uitgever van Leeuwen te Leiden heelt het bewuste nummer van ons blad, waarin zulks voorkomt, behoorlijk ontvangen. Wij richten nu een laatste waarschuwing aan dien uitgever en herhalen nogmaals, dat wij ons aanlueden die som te willen verdienen met de bepaling tevens, dat wij ze terstond aan den burgemeester van Amsterdam ter hand zullen stellen ten behoeve van de algemeene armen dezer stad. Blijft de heer van Leeuwen, nog steeds in gebreke hieraan te beantwoorden, dan znllen wij tegen hem (daar de vertaler niet bekend is) terstond een aanklacht wegens HOON en LASTER tegenover een door den Nedör-landschen Staat erkend kerkelijk genootschap bij de Rechtbank\' indienen.

Aan bovoustaandc jio^ iots too to voegen is, dunkt mij, oimoodig. Wo hebben nu baast bot einde dor historie. Doctor Pkrel is als oen woedende Memirius van stapel gcloopen, heeft vool geschreeuwd, geschroven wil ik zeggen, over ,,Wio is hij, dio opruiende, fijold-gierige vertaler?quot; heeft beloofd ovor don inhoud dor brochure te zullt\'ii schrijven, liggen grasduinen in „sme(e)rig werkquot;, „vies werkquot;, „laster-workquot;, hoog opgegeven van Houlinqs domheid Delitscii\' en Blocii\'s geleerdheid en — niets afdoends te berde gebracht. — Ik voor mij bad als ik doctor Pekel, directeur-uitgever van hot O. I. O., was die zaak heel en al anders behandeld. -Ik had het boekje uatuurlijk onder handen genomen , in mijn blad do valschhedon aangewezen en mot een nootje, waarop èn

-ocr page 44-

XXXVI

vertaler èn uitgever üieh do tanden stomp konden bijten, omdat zo hot niet zouden hebben kunnen kraken, hot Nedorlandsehe volk voor zoo\'n schotschrift vol hatelijke beschuldigingen on lasterlijke aantijgingen gewaarschuwd. Indien do vertaler on do uitgever dan nog een greintje eerlijke mensehelijkheid in zich hadden, zouden ze bij oen volgendon druk van uwe op-, aan-, en bemerkingen gebruik hebben moe,ten maken, wat nu wel eens niet hot geval zou kunnen zijn.

Mijn voornomen was oorspronkelijk alios wat over don Talmud-Jood geschreven zou worden, loyaal te laten afdrukken , wanneer ik er gelegenheid too had. —- liet loopt ovenwol do spuigaten uit, in N0. 11 van hot O. I. O. komt nu woder een artikel van 6 kolomniGii voor, waarin niets nieuws gezegd wordt en eigenlijk slechts een overdruk is (uit „het Dompertjoquot;) van wat Sincerus in dat tijdschrift er over zoide mot eenige liefelijkhoden aan hot adres van Sincubus. — Een paar opmerkingen kunnen volstaan.

Als een dolleman — ik zog als een dolleman, want Dr. Pehul is zoo van strook, dat hij zelfs niet goed loost — vangt hij aldus aan:

Een merkwaardig boek.

„Onder dit opschrift bevat „Hot Dompertjoquot; van don ouden „Valentijn (Uitgave van J. van Leeuwen, uitgever van hot beduchte werkje wat is toch de Talmud enz. ? te. Leiden) het volgende.quot;

In zijn razenden drift bemerkt do doctor niet eens, dat van Leeuwen mot do uitgave van „hot Dompertjequot; niots te maken heeft, dat „het Dompertjequot; in \'s Hortogenhosch wordt uitgegeven.

En hoe durft gij toch mot den ouden Eisenmenger voor den draad komen, die eerst zijn book zag verbeurd verklaren en toon eindelijk bleek, dat hij niets had medegedeeld dan do juiste waarheid, zich tegen betaling van 10,000 thaler (eeno voor die dagen aanzienlijke som) door do Joden Hot overhalen om do uitgave to staken? — Maar \'t is waar, in den Talmud (Tr. Heza 25 : 1) staat „drie schepsels zijn onbeschaamd: Israël onder do volkeren, de hond onder do viervoetige dieren en de haan onder do vogelenquot;.

De doctor spreekt van „Reuciimn\'s strijd tegen de Dominikaner-monniken te Keulen.quot;

Luister eens, doctor, ik ben een kind mijner eeuw. — Help mij eens op de hoogte van dien strijd. Ik wroet daar niets van; wanneet

-ocr page 45-

XXXVII

hebben dio lui hot samen aan don stok gohftd, want ziot U, in deze eeuw heeft men in Keulen (/een üoininihtner-klooster (jelidd. Het werd togen liet einde dor vorige opgeheven. -— Wel mogelijk, dat er Domlnikanen (1, 2, 3 of meer) in Kouion zijn of waren, maar dan gaat hot niet aan om over de Dominikaner-tnonnilen te Keulen te spreken. — Go doot dan juist als met den Talmud-Jood. — Gij laat hot voorkome, als of Hohlinos werk het op alle Joden gemunt hooft, terwijl or slechts sprake is van do Joden, die do loer van den Talmud in booefoning brengon, go spreekt van Dominikaner-moimiken (collectief) dio waren or niet en zijn or niet.

Als het u interossoort kunt go in een uwer volgende nummers het volgende bericht opnemen: „Er is sprake vim eon uieiuc Domini-kanor-kloostor to Keulen op te richten.quot; Dan is dat bericht echt en waar.

Verder.

Ge houdt den vertaler van don Talmud-Jood en Sincerus voor denzelfdon persoon. — Lieve llomol! op welken grond?

Ik kon „hot Dompertjequot; van zijno 4 oorsto jaargangen, later niet meer „en ik wist evenmin, dat daarin iemand schroef onder den naam Sincerus, als u — als u, zeg ik, wist, dat or roods 20jaar in Nederland oon tijdschrift bestaat, dat „hot Dompertjequot; boot. —

Doctor, doctor, dat is niet op do hoogte zij», on dat voor een persman, directeur-uitgever van een Weekblad. —

Eer ik hot vergoot.

Waar drommel, haalt ge hot volgende bericht van daan (kol. 2 pag. 3).

„Weder ziju 500 Joden uit Warschau vordrovon.quot;

Ik loos oen paar Juden-frcundliclic Duitscho bladen, en heb dienaangaande niots gevonden.

En nu Nn. 12 van Dr. Perels orgaan (-t kolommen).

1°. Waar kan ik vinden dat wat ge in abraoadabrisch Ilollandsch als oono aanhaling uit de Séguu\'s Hisloire des Juifs te lezen geeft? \'t Is zoo\'n raar citaat.

2°. Vóór go do vertaling van Lamarque\'s Juif-Tahnudiste in bandon kreogt, wist ge zelfs niet, dat er een L. bestond, dat aangaande uwo vergelijking tusschen de Séour en Lamarque.

3°. Do „beroemdequot; geschiedschrijver Miciiei.kt hoeft, geloof ik, geen werk geschreven, dat „Kiformaquot; beet. Vat u, ik geloof ik

-ocr page 46-

xxxvni

wil parlementair blijven, dat... dat ge doet als Multatui.i, toen hjj correspondent van don Haarlemmer was en in Duitschland woonde. — Do II. nam nooit eigen meoningon op, wilde M. nu iets geplaatst liel)l)ou, dan schreef liij „volgens dit of dat bladquot; en noomde er een dat niet bestond. H ij heeft dit zelf medegedeeld.

•1°. Ge zegt tot don beer van Ij mouw en — „indien ge ons uiterlijk tot Maandag 16 Sopt. e. k. niet hebt opgeroepen betreffende den door u uitgeloofden prijs van 10,0(10 fr. dan zullen wij Woensdag daaropvolgende onze klacht tegen u bij den heer Officier van Justitie te Leidon indienen.quot;

Hoe slim, hoe slim! in Leiden is lt;/eene rechlbunk bij gevolg (/een Ofjicicr van Juut it ie.

Ken van twee, de doctor weet boveustaande niet, en dan is de doctor iemand, die evenmin do aardrijkskunde van Nederland, als zijn geschiedenis en zijne taal kent \'t is wat te zeggen mot do leiders der publieke opinie. \')

Of hij weet hot wel en dan is hot.... kom, \'t is genoog.

Ik zal van doctor l\'i\'.uni, geen notitie verder nomen —• ik had dan wel oene drukkerij daarvoor alleen noodig.

In het Handelsblad van Vrijdag 23 Aug. II. komt het volgende artikel voor ;

Nieuwe onverdraagzaamheid.

Ons is door don uitgever .1. W. van Leeuwen (o Leiden een brochure lor nankomliging gezonden, waarvan de titel het dool onmiskenbaar anndnidt:

)) W\'/il is loeit do. Talnvul ? en wat is een Talmud-Jood\'?

vlcls over de verderfeljlte lt;ieUmfs)gt;untcn en prnklijken van hel Jodendom . doof th1. Ani/usl Itohlinii, professor aan de univcrsileil Ie Praarj en herzien en verhelerd door den hnnnnnili Max de Lamarfiuequot;. Do eerwaarde hoer De Lamarquo verklaart in het voorboricht, dat

1

} Als het publiek de innerlijke waarde van 90% persmannen — ik bedoel do Itranlenmnhers — kende, zou het zeggen »en ik laat me door zoo n olijke snuiters bedotten ?quot; — Op een krantenbureel (rfm/blad) züg ik eens een brief aankomen met dit adres: «den WEII. N. N. Redacteur van etc. — l){1 Redacteur (!), die ook hoofdartikelen schreef, had vrij goed lager onderwijs genoten, kende Fransch en verstond Duitsch. — Oud \'2\'2 jaar.

-ocr page 47-

X X X1X

hij lt;lit werk herzien heeft ))uiet uit haut tegen liel .ludaismus, nic\'iar enkel nit medelijden jegens mijn Christenbroeders. De stndie der Joodselu; literatuur en de ondervinding, die ik in mijn 40-jarige herderlijke bediening heb opgedaan, hebben mij de uitgebreidheid van de gevaren, met welke liet drijven der Joden het geloof en het vermogen onzer Christen-broeders bedreigt, doen kennen.\'

Sinds lang hebben we zulk weerzinwekkend geschrijf niet onder de oogen gehad! Hot werk van Rohling had buitengewoon goed onvertaald kunnen zijn gebleven. We hopen en zijn overtuigd dat deze poging om de Juduu Hetze van Duitschland hierheen over te planten mislukken zal.

De Israëlieten behooren in Nederland tot onze beste medeburgers. De monarchie en de wet worden door hen op voorbeeldige wijze geëerbiedigd en als volkomen onzin klinkt den Nederl:mder daarom do aanhaling uit de Uistoriacli-iJotUischc. li lal ter in de ooren: »De Joden prediken de ontucht en de revolutie.quot;

De eerbaarheid de)* Joodse he vrouw behoorde door den kanunnik Lamarque liever tot voorbeeld gesteld te worden aan alle gezindten.

Ken Israëliet, die revolutie predikt , is in Nederland al zeker de grootste uitzondering.

liet schandelijkste van het boekje ongeveer is het besluit:

«Ziehier ons besluit: we ontleenen het aan het verhaal eener reis van verscheidene Christenen in gezelschap van een Jood. De reizigers bewezen elkander wederkeerig de grootste vriendschap, men steunde, hielp elkander. De Jood, getrollen dooi- de liefdadigheid der Christenen, zei tot een zijner reisgezellen: Gij hebt gezien hoeveel vriendschapsbewijzen wij elkander gedurende de reis gegeven hebben, maar weet dat de haat, die m mijn hart brandde, zeer groot was. Tot belooning uwer diensten geef ik u dezen raad: Verlrouw nooit ren Jood, hor. (jroote vricndschap hij n mof/c bewijzen\' .

Na deze even onzinnige als domme beleediging te hebben medege deeld, welke in Nederlind geen antwoord waard is, kunnen we verder wel over het boek zwijgen.

liet is toch een aangename, verdraagzame tijd, dien we beleven., waarin dergelijke boeken geschreven worden door doctoren inde Heilige Godgeleerdheid, terwijl een Nederlandsch uitgever op voldoende debiet rekent om het uitte geven!

Opmerkelijk in verband hiermede is de verklaring der hoofdredactie in het nummer van heden van Hecht voor Allen.

De heer Sam. W. Coltof was in een ingezonden stuk opgekomen tegen de wijze waarop lle.rhl voor Allen zich steeds over de Joden

-ocr page 48-

XI,

uitlaat. DorgelijlvO uitdrnUkingoii meonde hij wdnt in ons partijorgaan allerminst te huis bohooron.quot;\'

Hierop antwoordt de redactie het volgende:

)gt;Men meene noch vreeze dat ons blad zich zou leenen tot een soort van Jodenvervolging. Integendeel ons rechts- en gelijkheidsgevoel is sterk genoeg ontwikkeld om ook voor hen te strijden wanneer in hen het recht van den mensch werd geschonden.

Maar wij schromen evenmin hier te uiten dat wij t/eu(;oorf beschouwen als de vleescUwo)\'dinlt;f van het kapitalisme dat wij haten en als tie grootste vijand van de rechten van den mensch. Wij weten niet of er nog kapitalisten worden gevonden die ooit, weerzin gevoelen tegen het stelsel waarin zij zich als mannen van zaken bewegen, maar den jood ziet men het aan, dat hij in dat stelsel leeft en opgaat met een soort van wellust. Door hun volslagen gewetenloosheid beheerscht het jodendom de pers en de beurs en heeft daardoor voor een groot deel, zij het ook achter de schermen, het wereldbestuur in handen. Niets is hun heilig tegen ))den vreemdequot;, waarbij zij trouwens niets doen dan hun godsdienst opvolgen die in Dent. 23 vs. 20 leert: «Aan don vreemde zult gij woekeren, maar aan uwen broeder zult gij niet woekerenquot;.

Evenals de kanunnik Lamarque haalt Hecht voor Allen bijbelteksten aan, om «de volslagen gewetenloosheid der Jodenquot; te bewijzen.

liet is stichtelijk!

We hobben hior to doen mot oon togenstander, die de behoorlijke vormen in acht neemt en derhalve recht heeft op een bezadigd antwoord en eenige inlichtingen of aanmerkingen op het door hem geschrevene.

„De Talmud-Joodquot; is blijkbaar door u in handen genomen met de gedachte: „daar hebt ge weer wat tegen de Jodenquot; en zoo verder. En toch is zulks het geval niet, er is alleen sprake van (few Jood. Ik zal de laatste zijn om te erkennen, dat er onder de Joden geene brave, rechtschapen meuschen gevonden worden, maar toch blijft voor den Christen de vraag altijd open: „heb ik niet te doen met een Talmud-Jood?quot; en is zulks het geval is dit gebleken, dan dient hot geschriftje van Dr. Lamarque om te wijzen op de gedragslijn, die zulk schepsel zich in zijn handelen met en optreden tegenover niet-Joden ten regel stolt. — Denk niet, dat ik de France Juive, La /in (Van monde an het nu verschenen „La dernière hataillequot; van Dkumont zal of zou vertalen, ofschoon ik elk ontwikkeld christen er de lezing van aanbeveel. Ik betwijfel het zelfs of er in Nederland wel een uitgever voor te vinden zou zijn. Toch staat

-ocr page 49-

XLI

hot vast, dat do lango, uitgobreido acto van beschuldiging- door dien Fransclunan goformuloord — oouigo kloinigheden daargolaton — niot is wedorlogd. Zoev zokor liad zooals u schrijft, „liet werk van Koulino zeer goed onvertaald kunnen blijven.quot; — Van uw standpunt — en dat beaam ik ton volle — had Drumont ook boter gedaan zich te arauseeren dan te schrijven, wat hij gedaan heeft, maar \'t is niet goed, dat men bij zijn tegeustandor gaat vragen wat hem goed dunkt of niet. — Menig artikel in hot Handelsblad had buitengewoon goed ongedrukt kunnen blijven. Menig boek had in handschrift kuimon blijven. Do Duitsche Joden hadden zeer goed buiten do kerkelijke politiek kunnen blijven, die voor do Katholieken in eone ware vervolging ontaardde. Eu zeer veel meer had nog ongeschied kuunen blijven. Ik neem aan, dat alles wat do tegenpartij doet of doen wil wel ongedaan had kunnen blijven, als ik er niet mode instem of zelf niet zou willon doen, maar \'t is nu eenmaal niet anders en iedor doet in een vrij land wat hem goeddunkt, omdat men thans, ongelukkiger wijzo, door vrijheid verstaat „al to mogen doen wat ecu ander niet hindert.quot; — Kn — ik heb niemand willen hinderen. Ik lieb vertaald óm den Christenen licht tc geven botrottonde oen afschuwelijk boek, dat bij Joden — ik zog bij — gezag heeft, hooger gezag zelfs dan do Bijbel. Ik bob licht gegeven, zaken medegedoold, die slechts woinigon kennen en dat bob ik gedaan, vertalend \'t is waar, maar in die vertaling heb ik telkens ook gezegd, „daar staat hot te lozenquot;. — Ik heb mij geen onkelo verklaring, goono enkoio gevolgtrekking, geen onkel boshut uit iets veroorloofd.

Gij gelooft, „dat hot eene poging is om do Jinlen Hetze van Duitschland naar Holland over te planton on hoopt, dat die poging mislukkon zal.quot; Ik verklaar u, zoo waar als God looft als ik zog als eerlijk niau , lacht go ine uit — dat de gedachte or aan zelfs niet bij mij opgekomen is. Ik bob slechts de Christonon willon wijzen op \'t gevaar, waarmode het Talmudistische Jodendom hen bedreigt — een gevaar, dat met don dag aangroeit, on welks gevolgen — omdat het Jodendom in zijn aard en wezen onverdraay-zaam is eu zijn moot — niet to overzien zijn.

Gij verzekert „dat de Israëlieten in Nederland tot do boste medeburgers behooren.quot; — Ik zal er wel op passen zulks te ontkonnen, als u het verzekert, zal \'t wol waar zijn. — Ik ga verder en zeg

-ocr page 50-

XI,11

zolfs „dat zjj do beste burgers van Nederland zijnquot; ofsohoon zij aan liet brovet, wat u eu ik liun uitreiken bittor weinig zulleu hebben.— Maar , ik liob liet in mijne vertaling niet over do Ncderlandsche Joden, nien vcrliozo dat niet uit liet oog — ik vertaalde over de Jodeu. --

Ik zou niet durven ontkonnon, „dat zjj do monarchie enz. op voorbeeldige wijze eerbiedigen.quot; [ntegendeol, hot eenige Hollandsch, dat men in do Joodseho synagogen en bedeplaatsen vindt, is het op in \'t oogvallende wijze geplaatst bord waarop het Gebed voor den Koning. Ik zog\' „in \'t oogvallendquot;; ieder, die eene Judenschule bezoekt, valt hot in hot oog, zoodat allo Christenen, dat kunnen weten. Ik twijfel niet of do Protostautcn bidden ook voor hun vorst en in elke Katholieke Kerk zingt do priester des Zondags na de H. Hoogmis „lieer, zogen onzen Koningquot; enz. — maar in \'t Latijn.

Er is geen sprake van geweest te zeggen, dat do Nedorlandsche Joden do ontucht en do revolutie prediken. Er mag een enkele gevonden worden, die sociaal-democraat is, dat is alles.

Maar waren Maux , Laballh, IIeyne Joden of niet?

Ik twijfel niet aan de eerbaarheid der Joodseho vrouw in Nederland (ze staat er hoog, torenhoog boven die der Joden) — ik heb zelfs geene gegevens om oen spoor van twijfel diesbetroft\'onde te hebben, maar mijne oogen hebben mij wijs gemaakt — en wat ik zie, zie ik good -- dat in Warschau, in Lomberg, in Praag, in Weenen, in Buda-Pesth, in Klausonburgh het grootste gedeelte dor publieke vrouwen Jodinnen zijn. Dionaangaande — do oorbaarheid der Joodseho vrouw — kan UHistorie de la ]irostitiition van Dufour. Parijs, (i (leclen ieder wion hot Inst curieuze bijzonderheden verschaffen.

Si elles (de Jodinnon) ne se marient pas tantes jetmes — zegt Slank in zijn L\'Algérie elles se font prostituees.

In Amsterdam worden door eene Belgische maatschappij 4 publieke huizon geëxploiteerd. Welnu, ettelijke maandei) geleden waren daarin 21 vrouwen van welke 7 Jodinnen waron , dus\'/\'j. Dat in betrekkelijk veel, zeer veol, en om nu eens aan te toonen, dat die „eerbaarhoidquot; niet alleen in Duitschland sjofele mazzelquot; is; voeg ik er bij, dat van dio zeven 2 Engelschon waron.

Daarbij moot voor Nederland ook in rekening worden gebracht, dat —- over den smaak vul/ niet te oordeelen — daar naar mijne wijze van zien betrekkelijk zeer weinig mooie Jodinnon gevonden

-ocr page 51-

XI.III

worden, on dozo bij haro zusters van Oosteljjk-Europa ver achterstaan.

Zeer zeker beloven wij een verdraagzamen tjjd en de llcmol beware ons voor een ommokeer. — Ik wil daarvan een staaltje aanhalen.— Op eon dorp, waar 2 0/0 dor bevolking Joodsch is - in Nederland natuurlijk •—■ was do Synagoge bouwvallig geworden en bestond groote bohoofto aan een nieuw bedehuis, — Ja, maar do fondsen!

Deu (katholieken) Burgemeester vragen om oono collecte te mogen doen langs de huizon?! .Ja, maar ... men kan \'t probeeren, en de Burgemoestor gaf permissie 011 de collecte gaf ook en wel zooveel, dat hot nieuw gebouwde bedehuis een sieraad is van do straat, waar het staat. Verdraagzaam of niet?

Dat woord verdraagzaam moest wat minder gemaniöerd worden — Bij \'t minste wat er gebeurt roepen de Joden „onverdraagzaamquot; alsof men hén — omdat ze Jood zijn, dadelijk en met open armen moest ontvangen, waar ze graag in- en aan willen; om toch maar de mogelijkheid te ontgaan van te hooren roepen, door al wat Joodsch is of lijkt „\'tis omdat ik Jood bon.quot; Waarlijk, dat geschreeuw van on over „onverdraagzaamquot; mocht wol een toontje, ja een heolo gamma lager staan.

liet is oen feit de geschiedenis loert het — dat do Joden bij slot van rekening altijd verdreven zijn uit de landen, die zo zijn gaan bewonen (als de liijbol niet goddelijk was, zou ik haast gelooven, dat Mozes do geschiedenis van den uittocht uit Mgypte juist had omgekeerd). Geen enkel volk heeft hen op den duur geherbergd en willen herbergen uit Portugal, uit Spanje, uit Frankrijk, uit Engeland, uit Denemarken onz. enz. hebben wij ben achtereenvolgens zien verdrijven Rusland is er nog mede bezig -Maar nu doet zich toch de vraag op: „hoe komt dat toch? welke is de oorzaak? zijn dan alle uiet-Joodscho volkeren door een demon bezeten om het volk, dat God eenmaal het zijne noemde te vertrappen, te verdrukken? Zijn in al die vervolgingen de Joden steeds de onschuldigen geweest? Zjjn er door hen misschien jaar na jaar geen stoffen opeen gehoopt, die eindelijk tot uitbarsting sloegen? Hebben zo zieh niet gemoeid mot zaken, die hun niet aangingen? Ja, roila Dien dans Vhistoire.

In de bladen (Duitsche) las ik dezer dagen, dat in Oallicië in do laatste 10 jaren ongeveer 20000 pachthoeven — grooto on kleine — zijn verkocht en hot grootste gedeelte 00 % ten gevolge van

-ocr page 52-

xi,iv

executoriaal beslag ton verzooko van Joden, „Hot loenen van enkele florijnen leidde tot den ondergang.quot; Ik geef die bijzonderheid zonder c.ommentaar.

Ik kan niet nalaten nog oen paar opmerkingen te maken naar aanleiding dier uitdrijvingen. Altijd ligt Spanje hot oorst aan do beurt, maar nu vergolijko men dio uitdnjverij eens met die uit hot Protestantsche Engelaud of Denemarken en oordoelo. — ik zou iodor aanraden don grooton Balmes (doctor Perel vergevo mij hot gebruik van \'t woordje (/root) daar eens over na te slaan: Et Frotestantismo enz. on dan vrago men of ik ongelijk had, toen ik in liet voorwoord van mijn aanhangsel sprak van „verlichte politiekquot;. — Men lozo dat zondor vooringenomenheid en oordeoio on-bevangen. Zijn vorder do Joden zoo onmenschelijk daar uitgeworpen als uit Denemarken of Engeland ? Heeft men hun den tijd niet gegevou hunne eigendommen en bezittingen to gelde te maken ? Heeft men de wettige schuldonaars niet genoodzaakt hen te betalen voor ze iiot land verlioton? Hoeft bij slot van rokoning de Kroon niet alios togen billijke schatting overgenomen wat onverkocht of niot verkoopbaar was, toon do fatale termijn naderde? Is er zooals iu do Protestantsche landen galg on rad gebruikt ? Neen — duizend maal noen!

Er moest nu in een Katholiek land eone uitdrijving plaats hebben, zooals die wolko Rusland aangevangen heeft, go zoudt eens hooron, niet van „barbaarschhoidquot; ou ,onbeschaafdheidquot;, maar van onverdraagzaamheid, Jodenhaat enz., misschien wel in een of ander blad kunuon lozen, dat het hout voor schavotten en brandstapels reeds was aangekocht.

Bij \'t minste wat er gebeurt schreeuwt de Jood „onverdraagzaamquot; en mogen wij de bladen geloovon dan is Rothschild in Londen mot den Sciiach van Porziö hot volgende gebeurd. In een gesprok met Rothschild zeido hij; „Gijlieden klaagt altijd over verdrukking en achtornitstelling, maar woot go wat? ge zjjt rijk, bozit ontzettende schatten, welnu koopt u een land, gaat er allen heen, bestuurt het naar uw goeddunken on aan al dat geklaag en go-jammer is eon eindequot; Men kan donken, wolk gezicht do bankier trok, toen hem die wolmoenende raad ongevraagd gegeven word.

Oo zegt, dat ongeveer hot schandelijkste van hot boekje hot besluit is. jMaar weet go wel, wie dat geschreven hoeft? Kant,

-ocr page 53-

xlv

mijnheer, niemand iindors als Kant. — Sla maar eens op: Emmanukl Kant, Anthrop, in pragmatischer Hinsicht. Leipzig, 1833, 4o uitgave blz. 127. Veroorloof mij do opmerking, dat een dagblad dê schriften van Kant moest kennen!

En nu doet het Handelsblad als criticus en als journalist oen fijnen zot. — Aan do bespreking (?) van Wat is de Talmud-Jood? knoopt het eon stuk van Recht voor Allen vast. — Ik vrees niet uitgemaakt te worden als een volgeling vau Domela Nieuwenhuis , Croll, v. d. Stadï, Fortuijn en dorgelijken, maar mot wat er staat ben ik hot in velo opzichten eens, evenwel op andere gronden.

Sociaal-democraat on Jood zijn twee dor moest heterogene dingen, die men zich bedenken kan. — Do sociaal-democraat zegt: „geen kapitaal dan waarop allen gelijk recht hobbenquot;; de Jood zegt: „ieder voor zichquot; en ontziet geene nüddolen om zijne bezittingen te vermeerderen. — Do Jood gaat van het standpunt uit „mij komt de wereld toe. God heeft zo mij gegeven en elke niet-Jood, die iets bezit, behoudt wat hij hoeft tengevolge van het vooralsnog bestaande recht van don sterkste ; we zijn nog in do minderheid, maar \'t kan verkeerenquot; en hij denkt aan de schatten, die hij reeds bezit en aan zijne macht in do logo en op do hours en bij do pers.— De sociaal-democraat zegt: „hot persoonlijk bezit moot verdwijnen en zal verdwijnen dos noods te vuur en te zwaard, ton koste van stroomen bloods.quot; \'t Is dus wis en zeker, dat zij niet met elkander kunnen strijden en dat hot do onwetendheid van Fortuijn is als hij een beroep op do Joden doet ton gunste dor sociaal-democratie, hen aanzoekt om zich onder zijn verfoeilijk vaandel te scharen.

Zoolang de Katholieke kerk meer stoffelijke macht had als thans, wist zo de Joden — zonder hen te verdrukken, want voor wat vorsten en volkeren deden, zonder hare toestemming en tegen haren wil, kan men haar toch moeilijk verantwoordelijk stollen — wist zij de Joden in toom te houden eu door wijze maatregelen te beletten hot christen-kapitaal in tc zwelgen. — Maar in 100 jaar is veel veranderd en thans is hot oenig streven van het Jodendom: do verovering van het kapitaal.—• Door hun streven is de maatschappij in hare grondslagen geschokt, want do middelklas, do weihebbenden, verdwijnt om plaats te maken voor armon of al to rijken. ■—Onder

4

-ocr page 54-

XI,VI

allo mogciyko vormen en op alle mogelijke wijzen vermeerdert de Jood z|jn kapitaal, daarin nitstekond geholpen door do nieuwere wetten van onzen verlichten tijd. Om één enkel voorbeeld te noemen, wijs ik op do Joodsche uitvinding van do Naamlooze Vennoot-scliappen, die door do wet niet geduld, verboden moesten zijn.

Do Jood is oorzaak vau don gevaarlijken maatschappeljjken toestand, waarin wij verkoeren, want hij kent geen mensch hij kont sleohts het winstaanbrengond werktuig. Bij hom wordt alles beheerscht door de vraag naar de waarde van hot geldstuk, dat hij verdienen wil door dat werktuig en hij lieoft —■ volgens do leer van den Talmud — niets to ontzien. —

Hij verafschuwt de sociaal-democratie, maar als hot er op aan komt, zal hij zo weten te gebruiken als het werktuig, dat hem schatten aanbrengt; want breokt eenmaal de vulkaau los dan zal Israël op do puinhoopen dor maatschappij verschijnen, om bijeen te garon wat do strijd tusschen christendom en heidendom hoeft verbroken en beschadigd om weder van voren af aan te beginnen on to trachten naar zijn ideaal, do wereldheerschappij!

Ik meende hier to eindigen toon in het Hnndehhhid mijn oog viel op do 3U kolom van do bladzijde, waarop de Talmud-Jood besproken wordt. Ik vond daar onder do l\'url. Corresp. uit Parijs, „hij (de architect Bouvakd) moost zich vergenoegen mot do afbraak „dor befaamde spoorweg-tentoonstelling, welke vóór ocnigon tijd in „hot bosch van Vincennes zulk oen jammerlijk fiasco heeft gemaakt „en tusschen do hoeren der vroedschap tot „beraadslagingenquot; aanleiding gaf, waarin hot woord oneerlijkheid bijna even dikwijls to pas kwam als bij het proces van Boulangor.quot;

Ter wille dor curiositeit.

Wie was do man dier tentoonstelling, wie zotte zo op touw ?

Do Jood Gabuiël Levi.

Wie was Levi?

Ziehier eenigo bijzonderhoden, dio ik van hot Handelsblad afkomstig moon to zijn.

Hij was bestuurder van hot verkoophuis Au bon Génie en vóór de tentoonstelling reeds wegens oplichtingen gevangen gozot. — Eono maand vóór zijne aanhouding haddon zij die hun geld in do onderneming gestoken hadden, hot noodig geoordeeld een ander — in zijne plaats — tot secretaris-generaal te benoomon. •— Toch schijnt hot

-ocr page 55-

xi, vii

clozo toiitooiistollinft- geweest te zijn, waarvan dat lieer zicli ontzaggelijke voordeelen beloofde, welke hem in de gevangenis heeft gebracht, daar hij om do concessio te erlangen, oen volkomen waardeloozen wissel had overgelegd (van een millioentje maar) en nog tot andere knoeierijen is overgegaan.

Oabiuël was toen zoowat oen zestiger en werd om zijne zwakke gezondheid in voorloopige vrijheid gesteld. — Toen hij in Parijs kwam, bezat hij geen cent en droef or ton slotte vier enorme huizen. Hij verdiende zijn gold door mensehen, die schnldcn maakten geld to leonen. — Bij hem kon ieder, die te Parijs oen tohnis (ik zog niot een huis) wist aan te wijzen met eigen meubels, ieder dus op wie iets te verhalen was, voor 50 fr. goederen koopen mits hij er terstond 5 fr. van betaalde; het verdere geld werd dan in termijnen opgehaald. In theorie en oogensehijnlijk ook in praktijk heeft deze wijze van levering iets voor — de werkman kan gemakkelijker één of twéo frank per week missen dan dat hij in eens 50 fr. bespaart en daarna den inkoop doen, dan wanneer hij koopt, zonder nog zeker tc zijn, dat hij zal kunnen betalen.

En bovendien... de Bon Oénie was erg duur! Gabriët, betaalde gemiddeld juist 50 pCt. van hetgeen hij als verkoopprijs vorderde voor zijne goederen — Natuurlijk gebeurde het wol eens, dat een cliënt na de 5 fr. niet meer betaalde maar de yoede genius had een heirloger receveurs en inspecteurs in zijnen dienst, die de schuldenaars geregeld naliepen en tegen wier betoogen de meesten niets wisten in te brengen — Als Levi geen 35 pCt. zuivere winst maakte, was hij niet tevreden — En zoo zeer heeft het menschdom behoefte aan krediet, dat de weldaden, welke do goede genius bewees, don eigenaar in staat stolden drie dergelijke inrichtingen te openen — waaronder één, dat bijzonder rijk was in zoogenaamde „valsche edelsteenen.quot;

Evenals Holloway , Géraudel , Babnum en Boulanger was Oabuiel bijzonder knap in hot maken van reclame — Waarschijnlijk had hij er zijne mensehen voor, want de vernuftige middeltjes om van zijne huizen en waren tc doen spreken, waren te talrijk om uit één brein te kunnen komen — Maar op het laatst heeft hij den boog te strak willen spannen — en toen zijn de zaken misgeloopen.

-ocr page 56-

xi,vin

En nu log ik do pon or bij nodor, ik hol) gozogd wat ik moende to moeten zeggou en zooveel als mogelijk is vermeden te willen zijn, wat men mij hooft verweten. Ik begrijp, dat mijn voorbericht al weder geschrijf zal uitlokken, hoogstwaarschijnlijk zal ik er niet meer op antwoorden.

Ik weet niet of do uitgever hot voorbericht van den lon en 2llon druk zal behouden, zoo niet dan zeg ik nu hot volgende:

„/gt; Talmud-Joodquot; is geen boekje voor Hoogere Burgers of Bakvisschen, maar ik bied hot Joden, Heidenen on Christenen (huisvaders, huismoeders, onderwijzers, kooplieden, rechters ouz. enz.) tor lozing en overweging aan.

Ik heb enkele woorden niet durven vortalon, men vrago die aan oen geosteljjko, een ander is ten halve gedrukt.

Ik zal niet nalaten gebruik te maken van op- of aanmerkingen, al worden ze onwelwillend of onbeschoft gemaakt, als ze maar steekhoudend zijn, wanneer zooals ik hoop een 4e druk mag noodig blijken.

De opgedane ondervinding hoeft mij geleerd, dat mijne vertaling alles behalve mot eenstemmige instemming door do pers ontvangen is, ik had liet toch gehoopt — — — \'t zou ook niet goed zijn ah mon altijd ja en amen zoido op wat men onder de oegen krijgt. Er moet strijd bestaan, voor zooverre die mot eerljjke en gelijke wapenen kan on moot worden gevoerd, ten einde tot de kennis van het ware, goede en schoono te geraken. „Licht!quot; roept onze eeuw, welnu, dat hij die licht kan ontsteken zulks doe, ik hob het beproefd en naar mijn vermogen. Komen uit do botsing van het staal en don steen de vonken voort, „du choc des idees jaillit la vérité/quot;

En hiermede eiken lezer, heil!

Eerste als VALSCH aangewezen aanhaling in Wat is tie Talmud? enz.

In liet Gratis Weekblad voor Israëlieten, dat f 2.— per jaar kost, komt een zeer goed, hier en daar sarcastisch geschreven stuk voor van iemand, die zich Eeni toekent, betreffende de aanhaling\' 6 blz. 9 uit Wat is de Talmud? Er is hier schijn van ocno kreupele aanhaling, oalsch is zo niot, zooals hij beweert.

-ocr page 57-

xlix

f) Das Citat soil sagen was der Schriftsteller sagtoquot;, zegt Gof.tiie, hij zegt uiot wiederholen ou Saint-Beuve, dio wol uls criticus goiioomd mag worden, zegt ook: „La citation est bonne quand olie rond oxaetoment l\'idóo do 1\'autour citó.quot; Hij zegt niet qu\'d faut répéter. Stemt go toe, dat do aanhaling niet valsch is? Misschien, misschien ook niet?

Ik sla Dout. XVII, 11 op en loos (uit het Latijn vertaald): „10. Gij zult alles doen wat zij zullen zoggen , die voorzitten op de plaats, die do Heer zal gekozen hebben en alles wat zij u geleerd zullen hebben 11. Volgens de wet; en gij zult hun raad volgen zonder naar links noch rechts af te wijken.quot;

Nu zegt gij, dat er staat:

„Naar do wet, die zij u aanwijzen zullen on naar het recht dat zij tot u uitspreken zoo zult gij doen; gij zult van hot woord, dat zij u zullen mededeolen, rechts nooh links afwijken.quot;

Dat klopt niet, geachte hoer, ik heb geciteerd uit don Bijl)el van do Carrières, I\'arjjs, 1866. — Hoe zit dat, moet ik nu nw citaat valsch noemen ?

Nu verder; ge legt hot zwaartepunt op hot geheel, dat Deutern. XVI1 van 8 tot 13 vormt en richt uwe kracht op vers 8, want go wilt alleen over rechtszakim gesproken hebben.

In \'t Latijn luidt hot begin vati vers 8 als volgt (on daarop komt hot neer):

Si difficile et amhiyiiiitii apud te judicium esse perspexeris inter sauijuinem et sanguinem, enz.

Gij vertaalt: „Wanneer oone rechtzaak (gij cursiveert) u to moeilijk wordt, hetzij de zaak hot loven, een geschil of eeno lichamelijke beschadiging betreftquot; enz. — Uw vertaling is onjuist, valsch. —• Go vertaaldet misschien uit hot Hebroouwsch? Welnu, (do drukker hooft misschien geen Hebreeuwsche karakters, dus maar gelatiniseerd) ik open mijnon llebreouwschon bijbel en lees Dout. XVII 8:

Kie hjieffalee miemka da ba r lamischfad hen dam le dam , enz.

En ik vertaal dit:

„Indien u te ernstig (moeilijk—bezwaarlijk) te beslissen (te oor-deolen) is oone ding (zaak) (dahar) tusschen bloed en bloed, enz.quot;

Dahar kan hier geen rechtzaak zijn , of men moet willens on wetens

-ocr page 58-

L

hier do vertaling vervalscheu, dat blijkt ook uit het volgende van vers 8: na sanyuinem komt causam et ca mam. Daar is pas de rechtzaak — on ook uit het ITobreeuwsoh overgezet is uw citaat onjuist, valsch.

De vraag betreffende priester, rechter en rabbijn is geloof ik do moeito van \'t bespreken niot waard tusschen ons. — U weet zoo goed als ik, dat de Joden noch eigenlijke rechters, noch eigenlijke priesters moor hebben. — Waar is hot offer? — Wij nomen -waartoe haarkloverijen do rabbijnen aan als do opvolgors en plaatsvervangers dor rechters en priesters, ook dat weet u zoo goed als uw onderdanige dienaar, die mot genoegen uw opstel gelezen hooft.

DE VERTALER.

Omstandigheden hebben do uitgave van don 3(lon druk vertraagd, zulks geeft mij gelegenheid, beden 18 Oktober, don lozor nog mode to doelen, dat doctor Pebul — hoogstwaarschijnlijk na terechtwijzing, want do man wist niot, waar hij zijne aanklacht moest indienen — in zijn no. van 4 Oct. II. zijnon alles slikkondon lozers mededeelt, dat zijtio aanklacht tegen den uitgever niet-ontvan-kelijk is. De Hootj Geleerde Heer doot dit aldus, in oon hoofdartikel van 3 kolommen, van welke de helft aan zelfverheerlijking is gewijd on waarmede ik dus niets te maken bob.

EENE ZEDELIJKE OVERWINNING.

De zaak tegen den Uitgever VAN LEEUWEN.

„Wij hebben dozer dagen ten antwoord ontvangen op onze togen „den uitgever van Leeuwen te Leiden voorgenomen aanklacht bij do „rechtbank te \'s-Gravenhage, dat de Nederlandsche wet helaas! „hot beschimpen en belasteren van een door hem erkenden gods-„dienst in don lando, ongestraft toelaat, ja zolfs hiervan mot „geen onkel woord in do goheele Nederlandsche wetgeving gerept „wordt.quot;

1°. „Uwo voorgenomen aanklachtquot;.... slechts voorgenomen, weet go wat, doctor, ge stapelt stommiteit op stommiteit.

-ocr page 59-

li

2°. Hem.....wie is die liom ? woot go wat, doctor, uwo lozors

mootou wol onnoozolo stakkers zijn om al uwen onzin to slikken — ge zijt nog geen éénoog\' in \'t land dor blinden.

Vorder laat go hot voorkomen alsof slechts geduld word, wat tegen Joden uitgegeven wordt — dit is oene geraoeno insinuatie.— Man — toon hot Nieuws van den Dag \') moest opgericht worden was hot zogelrocht een struikelblok en — do Joden, alleen do Joden, wisten do opheffing te bewerken. — Probeer eens of ge niet oen artikel in de Ned. wet kunt krijgen dat u betroffendo bovenstaande naar genoegen is. Reactie echter togen de Joden is er, en \'t werd hoog tijd.

Go zijt een onbeschaamde klant, o. a. schrijft ge tussclien aan-halingsteokons van don mot „zijn ééno boon reeds in het graf staandenquot; Max. Lamauque en doot gij het voorkomen alsof hij dit schreef, terwijl de woorden van u zijn. Walgelijk!

Go zogt, dat de uitgave mot schande is ten grave gedaald en wijst op uwe zedelijke overwinning derhalve — \'t Is om té lachen —- on zulks nu een 3o uitgave verschijnt, terwijl ik op de 4e wacht om o. a. oen woordje mot de Lantaarn te wisselen.

Go zijt me een persman!

\') In hetzell\'de nummer maakt ge dit blad ook voor een Jodenhater uit.... Ja, ja, doel or , die ondankbaarheid!

-ocr page 60-

VOORBERICHT VAN DËN HERZIENER.

Aan mijne Broeders in Jezus Christus!

Vóór het wovkjo in hot licht to gevon, vind ik mij genoopt tot do volgende verklaring.

Reeds vóór oenige jaren, vorscheen te Munster (Wostfaleu) een workjo van Dr. Rohling , getiteld: „dor Talmud-Judoquot;. Hot boekje verwekte groote opspraak, maar had eon korten levensduur. Hot Jodendom met zijne ontzacheljjke macht bewoog hemel 011 aarde om van do autoriteiten zijne spoedige confiscatie to verkrijgen. Als beweegreden voor die gewelddaad, toonde men aan, dat het boekje oenige dwalingen (die echter zeer onbeduidend waren) bevarie.

Tien jaren lang hol) ik mij boziggehoudon mot hot work aan oen nauwkeurig onderzoek te onderworpen, on na hot gehool herzien eu verbeterd te hebben volgens do bronnon, bied ik hot hot Christenvolk opnieuw aan. Het is niet do haat tegen hot Judaismus, die mij tot dozen arbeid dreef, maar onkel medelijden jegens mijn christenbroeders. Do studio dor Joodscho litteratuur en do ondervinding, die ik in mijn 40-jarige herderlijke bediening heb opgedaan, bobben mij de uitgebreidheid van de gevaren, met welke hot drijven dor Joden \'t geloof on \'t vermogen onzer christen brooders bedreigt, doen kennen. Ik ben oud en ziokolijk , on verwacht het oogenblik, dat ik eon boter loven zal ingaan. Maar vóór dit lovon te verlaten zou ik op mijn stervensuur oen onboschrijfe-lijken troost vindon, indien ik tot mijzelf kon zoggen, dat mijne woorden gediend hebben om mijne christenbroeders te overtuigen van hot gevaar, waarmede hun geloof, lovon, oer on vermogen, van den kant van de Joderij wordt bedreigd.

M. DE LAMARQUE.

Month Giuliano.

-ocr page 61-

DE TALMUD-JOOD.

WAT IS HIJ? WAT DRIJFT HIJ?

A.

VOORAFGAANDE GRONDBEMERKINGEN,

1.

Orthodoxie of vcclifzimii^licid en vcfomuitic of licrvoriniiif;\'.

Sedert ccnift\'o jaren valt or cono groote beweging in de gemoederen der Joden van hot Westen waar te nomen. Terwijl, in hot Oosten, de Joden, oonige seheurmakors (de Karëen) uitgezonderd, evenals eertijds, moor werk maken van den Talmud dan van don Hjjbol, doet zich in Europa oeno machtige neiging voor tot godsdionstigon\' vooruitgang, ondor do kinderen van Israël. Allen willen orthodox zijn, maar do oudo orthodoxen zien in de vooruitstrevende Joden slechts armzalige horvormers. Het karakter en hot streven dor progressisten is verschillend. Do eenen stellen den Talmud verantwoordelijk voor al de rampen, die de Joden in verloopon tijden hebben moeten verduren. Hun ordewoord is; „Do Talmud is alles geweest, bij moet terug gebracht worden tot niets \')quot;.

Ze roepen den ouden geloovigen toe: „Uwe praktijken (observances) zijn verouderd, ze beletten het Jodendom aanneembaar te maken2)quot; en „het oude stelsel, dat de talmudistische dwalingen wil behouden, houdt den vooruitgang en do toekomst van hot Jodendom tegen. Het moet ter zijde worden geworpen Y\'. Zij gaan verder door te verklaren, dat hot geloof dor drie leerstukken

*) Arcliivos isnu\'lltos. UI, 448.

\') Arcliives israölitos. I\'2. 242. 1807. gt;) » » 12. 533. 180H.

-ocr page 62-

2

van do eenheid Oods, van zijno eouwighoid on van do onatorfoljjk-heid dor ziol voldoende is om oen goed Jood te zijn\'). Zjj voegen or bij: „elk onzer is zjjn opperste rechter in geloofszaken 2)quot; en zij oischon van do .(oden, van do Christenen en van do Mahome-danen, dat zij do oude vormen van eorodienst overboord werpen en dat zjj allen zich in (tot) oone algemeene broederschap vor-eenigen

Do anderon zijn meer terughoudend; zij noemen don Talmud niet meer goddelijk , maar eerwaardig. Volgens hen is de Talmud niet meer bot gewijde wetboek in Israël, maar slechts een kostbaar boek voor een Jood. \'/ij doen hun best om het als vrij van eiken smet onder de oogen van hot publiek te brengen. Toch erkennen zij in hunne wetenschappelijke werken, dat de Talmud niets is als oon mengelmoes, een samenraapsel van verhevene en gewone zaken, van Joodsche en Heidenscho grondbeginselen en vooral, dat hij vol is van alles behalve lief\'derjjko eischen en voorschriften tegenover andore volkeren en andore godsdiensten \'). Zonder volstrekt het goopenbaarde karakter van den Bijbel te loochenen , staan zij uit allo macht do algemeene monsehonliefdo voor als hot gronddenkbeeld van het Jodendom.

Beide strekkingen zijn gelijkelijk onhoudbaar. De laatste, die halverwege blijft stilstaan, draagt de eerste in zich en leidt, met onweerstaanbare logika er vroeg, of laat heen. Ze komen voort uit dezelfde bron, zo hebben denzelfden oorsprong. Tot beide richt in „het Israëlitisch Heelalquot; eeno orthodoxe stem dit verwijt5): „Mozes en do Talmud vallen niet meer in uwen smaakquot;; „hetquot;) Jodendom is voor u geen godsdienst meer, maar een verouderd ding, eene doode zaak; gij plaatst u op hot terrein van het heidendom, in plaats van wacht te houden voor de Heilige stad Jeruzalemquot;.

Het orthodoxe Jodendom nam niet zonder reden ■— aan, dat er een goddelijk gezag noodig was om het geweten te besturen, om den waren zin van het woord Gods te verklaren en hot in eeno

\') Archives Israelites. 3. 118 f. \'\') lil. 15. (177. 18(17.

quot;) » » U. (12K f. IKIKl.

\'\') Graetz, (iesch. dei- .1 uden. IV. 41(1.

quot;) Archives israiilites. VI. 503. 1806. •gt; ld. 538 f.

-ocr page 63-

3

juiste toepassing liij do verschillondo levenstoestandon , vooral tegenover do hartstochten on vooroordoelen, die zoo vaak het oordeel der enkelon verduisteren. Do oude synagoog had voor gewoon go-zag in leerzaken de priesterschap, maar de profeten moesten op oene bijzondere wijze do bewaarders van het geloof zjjn, — en de hoogepriestor genoot persoonlijk het Goddelijk voorrecht van op onfeilbare wjjze door don Urim on Thummim den wil des Aller-hoogsten te kennen in allo zaken, die hot algemeen wolzijn der theocratie betroffen. Na Jezus Christus hiold do synagoog dit grondbeginsel van lovend gezag vast, maar ze strekte dit gezag uit tot elk harer leeraren in hot bijzonder. Zo ging zelfs zoover van de redeneoringen - zelfs do meest gewone harer leeraren, ja, de meeningon, die met elkander openlijk in tweestrijd waren, onfeilbaar te verklaren. Een matolooze trots was de ziel dcjzor buitensporige loer, en zooals hot gewoonlijk gebeurt, dat do trots wordt gevolgd of vergezeld door bet grootste zedelijk verval, zoowol in theorie on prakrijk, bracht het rabbijnondom eene zedeleor voort, die geheel en al op do hoidonsehe zedeleor gelijkt; zij vormt een stelselmatig geheel, waarin leugen en valschheid, diefstal, moord en ochtbreuk worden geoorloofd. Do f\'arizcön zijn de vaders van dit afschuwlijk monster, en hot is licht te vatten, waarom do Zaligmaker hen aangeduid heeft als oen addoron-ras en Satanskinderen. Maar moeilijk is het te bognjpon, waarom een verstandige Jood Tiiot erkent, dat Israël door Jezus Christus te verwerpen de waarheid verwierp.

Bovenstaande zijn gevolgtrekkingen, die noodzakelijk voortvloeien uit het onderzoek der schriften, welke de Joodsche geleerden ons aanbieden, en men moet toestemmen, dat de Jood, dien de tegenwoordige bewoging niet tot de Kerk van den Nazaroër voert, op de ontkenning van allo openbaring, zelfs die van hot Oude Testament moet schipbreuk lijden, en in den afgrond van het rationa-lismus moet vergaan.

Die overwegingen rechtvaardigen ten volle onze bedoeling van de afdwalingen van het rabbinismus duidelijk aan het daglicht te brongen en aldus het geweten der kindoren van Israël wakker te schudden.

Als de Jood-hervormer ons tegenvoert, dat hij bet rabbinismus niet als goddelijk beschouwd, antwoorden wjj hom: gjj wilt uwo

-ocr page 64-

4

ziol in de synagoog redden, maar vergeet niet, dat men den boom aan zijne vruchten kont. tHj moot toestemmen, zoowel als uwe orthodoxe broeders, dat de synagoge, die dergelijke monsters het aanzijn gaf, uw heil niet kan verzekeren, evenmin als de wijsgeer, dio na eerst Hercules aanbeden te hebben en in hem den Keuwige niot vond, zijn afgodsbeeld verbrandde, zeggende: „Komaan, Hercules, doe nu uw dertiende work eu help mij mijne rapen kokenquot;.

Zoowel de wijsgeer door zijn afgodendienst, ills de synagoge door hare heidensch gewordene leer is een feilbaar gezag, onderworpen aan dwaling en niet in staat om do waarheid to geven, zooals het geweten zo eiseht — zuiver en vlekkeloos. — Door voort te gaan zich nog altijd als opperste rechter in zake dos heils te beschouwen, bouwen zij onder een anderen naam het afgodsbeeld op dat zij ton vure haddon gedoemd. Onder den nieuwen naam van philantropie (menschenmin) verbergt zich do volledige ellende van het (jenm humanum, van dat menschdom, dat zich zelf genoeg is, dat zich zolf aanbidt on dat aldus overgeleverd is aan de slavernij der dwaling en dor zonde. Op do tweede plaats moot ge toestemmen, dat de synagoge het slachtoffer der dwaling is geworden, juist omdat zo don Christus verworpen heeft. Sedert dien tijd hoeft ze dio godslasterendo loer on zedoleer , dio in haro boeken gevonden wordt, voortgebracht.

Vervolgens, let er wel op, waarde lozer, al zegt do Jood-reformist, dat de Talmud voor hem het boek dor wet niet is, neemt J\'Ü er — bij voorkomende gevallen zijn toevlucht heen, als zijnde dit boek zijn wetboek en hij plaatst het boven den Bjjbel. Men moet do leerstellingen niot vergeten, waarin de rabbijnen en geestelijke overheid van Israël zijn opgevoed en onderwezen, \'t Is de Talmud, die hot voornaamste voorwerp van studio is in de seminariën der rabbijnen. In vele steden bestaan talmudistischo genootschappen, die, ouder het bestuur der rabbijnen, hare loden tot do vlijtige lezing van den Talmud aanwakkeren. Zulk genootschap bestaat te Herlijn sedert 33 jaar. Allo avonden vereer.igen zich de leden om den Talmud, „het heilige boekquot; te bestudeeren. Alhoewel velo handeldrijvende Joden don Talmud niot met eigen oogon lezen, vindon zo toch brooders genoeg in Israël, die zorg dragen om hun in te prenten, wat do Talmud leert. En waarom

-ocr page 65-

5

dat alles, zoo niot om de talmiulistlsche leorstellingen in praktijk te brengen. En daarmede stemt ten volle overeen, wat de reeds aangehaalde Revue der Jodon-reformisten stellig verklaart; „Wat den Talmud betreft, wij erkennen zijne volstrekte meerderheid boven den Bijbel van Mozes \')quot;. En inderdaad Dr. Kroner gaat eveneens mot de oude loer mode, dat do Talmud bovenden Bijbel staat. Herhaalde malen, keurt hij ten volle goed, dat hetgeno de Talmud onderwijst in lijnrechte tegenspraak is met den Bijbel. Aldus neemt hij, alleen op gezag van den Talmud aan, „dat het geoorloofd is aan een Jood een niet-Jood te bestelen, of eene goja (niet-jodin) te verkrachten en dat hij daarenboven in dit geval voor Juda do verdienste eischt van don Bijbel door den Talmud to bewarenquot;. Zonderling beweren. Hot donkbeeld van naaste, dat inde oogen van God on bijgevolg in de oogen dor wot, wolko God door Mozos gegeven heeft, tot elkon mensch moost worden uitgestrekt, is met oen slag tot don Jood in betrekking tot andere Joden beperkt. Als de straf den Jood in zijne beurs of leven treffen moest, weet men zich te helpen; men bepaalt het denkbeeld van naaste tot don Jood alleen. Dit feit geeft ons een duidelijk bewijs, dat er con onfeilbaar gezag onder do monschen noodzakelijk is, om do boteekenis des Bijbels in zako van geloof on zeden te verklaren, en om hem te vrijwaren tegen elke valsche verklaring. Het zou daarenboven hoogst opmerkelijk zijn, dat het boek van een monsch bestemd was om do reinheid van eon Goddelijk boek, zooals de Bijbel is, te bewaren.

II.

De iiaani Talnuul.

Do synagoge onzer dagen is hot natuurlijk voortbrengsel dor Karizeoscho school, do wettige erfgename van alle leerstellingen, die do Farizeën tijdens Jezus Christus on later onder de Joden hebben verspreid.

Om hot in vergetelheid raken dezer leorstellingen-te voorkomen, steldo een rabbijn, Judas genaamd er, ongeveer 150 jaren n. Chr. eon boek van samen dat Mizna werd genoemd. Nu beteokent Mizna

\') Arch. isr. \'25. 150. 1864.

-ocr page 66-

6

de wot herhaald, hervat, de tweede wet, omdat do eerste wet, die dor vijf boeken Mozes\', er eonigermate in wordt herhaald. Want het dool dor Mizna was do mooicljjkhoden dor oorstu wet te verklaren in hare zuiverste beteekenis en er do bowoordo leemton in aan te vullen.

In de volgende eeuwen, word hot boek Mizna verrijkt mot vor-schillende toelichtingen, verklaringen, ophelderingen door do Joodsche scholen van Palestina en Babylon. Die toelichtingen van Mizna booten do Oemara, en do Gemara, vereenigd met do Mizna, draagt den naam van Talmud, d. w. z. het boek dor leerstellingen 011 zedeloor der Joden. De toelichtingen, die on-geveor 230 jaren n. Chr. in Palestina verschonon on één dool vormen, dragen don naam van Talmud van Jeruzalem; de Gemara van Babylon, met of zonder Mizna, word de Talmud van Babyion genoemd, llij werd voltooid ongeveer 500 jaren na J. C. en bevat ] 4 doelen in-folio.

De Joden houden zich vooral bezig met don Talmud van Babylon, on deze wordt altijd bedoeld, wanneer men niet uitdrukkelijk dien van Jeruzalem aanwijst. Wanneer men eon in den loop dor vorige eeuw gedrukten Talmud ter hand neemt, is men verwonderd er eono menigte wit gelaten of door een cirkol geteekonde bladzijden in te vinden. In de oude uitgaven, waren deze plaatsen opgevuld mot boleedigingen van Christus, van de 11. Maagd Maria on van de Apostelen, zoowol als mot do verklaring, dat men door de niet-Joden vooral de Christenen moest verstaan. Toen dezon hiervan konnis kregen en aan hunne verontwaardiging lucht gaven, boval de Joodsche synode van l\'olen, in 1691, voortaan deze passages door ledige bladzijden of een cirkel te vervangen en mondeling in de scholen te onderwijzen wat op de Christenen betrekking had, zooals b. v. dat do Christenen bedorven waren , en men ten opzichte van hen noch rechtvaardigheid, noch liefde behoefde in acht te nemen \'). Advokaat Hartw. Eodowsky maakt de opmerking2), dat do ondervinding tot op don dag van heden geleerd beeft, dat er Joden zijn, die nooit den Talmud gelezen hebben, maar datevenwel de verderfelijke grondbeginselen van don Talmud onder do

\') Of. de Moussoaux »Lu .luilquot; otc. I\'aris, pag. 100.

\') N. Jnd. pag. 174.

-ocr page 67-

7

geloofsgenootoii worden verspreid door lieu die zo konnon en dat zo door genen worden aangenomen als goddelijke voorschriften on gowetonsvol worden gevolgd. Wij bemerken ton slotte, dat do uitgaven van Woonen (volledige uitgave), van Amsterdam 1644 (roods aanzienlijk verminkt), die van Sulzbach (1760), van Warschau (1863), van Praag (1839), (allo verminkt), tot samenstelling van dit boek hebben gediend. De wij/o van aanhaling is dezelfde voor allo uitgaven. Eone aanhaling mot Ven. beteekent, dat ze gewoonlijk in do nieuwe uitgaven ontbreekt.

111.

De Taiiuul wordt dooi* de Joden als een goddelijk boek

beschouwd.

I. Ten allen tijde hebben do Joden, eenige scheurmakers daargelaten, den Talmud over \'t algemeen als een goddelijk boek beschouwd, zoowel als do Bijbel van het Oude Testament en wanneer men de zaak op den keper beschouwd, zal men gewaar worden, dat zij den Talmud boven den Bijbel hebben geplaatst. Do Talmud \') beweert, dat zijne verschillondo verdeelingen reeds waren aangeduid in hot boek Isaia 33:6. Eveneens zegt hij 2): „Do woorden der gesproken leer zjjn gelijk aan do wet.quot; En elders3): „Do Bijbel gelijkt het water, de Mizna don wijn, de Oomara don geurigen wjjn. Evenmin als do wereld kan bestaan zonder water, wijn en geurigen wijn, evenmin kan de wereld zijn zonder Bijbel, zonder Mizna, zonder Oemara. Do Wet gelijkt hot zout, do Mizna den peper on do Oemara do aroma en do wereld kan niet bestaan zonder zout, enz.quot;

En nog \'\'): „/ij die den Bijbel bestudooron, beoefenen eene zaak, die oono deugd of die geene deugd is; zij die de Mizna bostudoeren beoefenen eeno deugd en zullon er voor beloond worden, maar zj] die do Oemara bostudeeren, beoefenen de hoogste deugd.quot;5) „IFij die do woorden dor rabbijnen veracht is de dood waardigquot; en 8) „indien do mensch overgaat van de uitspraken en leeringen des

\') Tract., Sab. Kol. 31». :,) Maseeh. Sopluu-im, KJ\'1. 5) Tract. Krnbin, Kol. \'21h.

1) Tract., Koz Ha-Zaniia. Kol. 10a. *) Tract. Bab. Mez. Kol. 33quot;. °) Tract. Cliag., Kol. KJ1».


-ocr page 68-

8

T ill muds naar den Bybol, zal goon goluk meer hebben.quot; Kn \'): „De woorden dos schrijvers van den Talinnd zijn zoeter dan die der Wetquot;, zoodat 2) ,de zonden tegen den Talmud zwaarder zijn dan die tegen den Bijbel.quot;

Mot deze getuigenis van den Talmud over zich zelf, stemt die dor andere rabbijnen of wetgeleerden in Israël overeen. Wij lozen bij eeu hunner \'): „Men moet geen omgang hebben mot dengeno, dio den Bijbel on do Mizna in handen noemt en niet don Talmud.quot; „Mijn 4) zoon, geef meer acht op de woorden dor rabbijnen dan op de woorden der Wet.quot; Elders5) om dezen zin te verklaren; „ De mensch leeft niet van brood alleen,quot; enz., wordt gezegd, dat het brood de Bijbel betookent, en „alles wat voortkomt uit den mond Godsquot; beteekent de Hallakhoth, d. w. z. de uitspraken, en do Aggadon, d. w. z. de vertelsels en fabelen van den Talmud. In een rabbinistisch werk van 1500 vindt men de bevestiging dezer uitspraak: „Ilij die den Bijbel leest zonder Mizna en zonder Gemara is geljjk aan eonen die God niet heeft.quot; Er wordt bepaald geleerd 7), dat op den berg Sinaï God de wet had gegeven volgens den geest van den Bijbel, van do Mizna en van de Gemara, mot de Aggadon, maar dat God den Talmud mondeling aan Mozes had willen geven, opdat er een verschil zou bestaan tusschen Israël on de afgodendienaars, ingeval de volkeren dor aarde Israel schatplichtig zouden maken en daarenboven ook 8), omdat als hij don Talmud had willen schrjjven, zijne uitgebreidheid grootor zou geworden zijn dan de goheele aarde.

Het is niet zonder reden, dat wij over hot gezag van den Talmud ook twee der rabbijnen aanhalen, die den Talmud niet hebben saamgestold. Wij zullen van den eonen kant zien dat in don grond der zaak — wijl de Talmud, ter oorzake van zijnen inhoud, hot woord Gods niot zijn kan de rabbijnen van allo tijdon elkander geljjken en van don anderen kant, dat do stolligo loer

\') Talmuil Jeni/, «Tract. Borachoth,quot; Poieq I.

\') Tract. Sanhralrin. Kol. HHIi. 3) Scphor Cad llaqtioinacli, l\'quot;ol. 77 c. !i.

quot;O Talm. Tract. Kiïilmi. Kol \'211gt;. cl\'. Tract, (iittin. Kol. MHi.

quot;) Sepbor Menorath Ha-Maoi1. N. 5. quot;) Sephcr Zafai e Zodeq, fel. !•.

7quot;ï Talmud.. Tract. lieracholh I. c. on Midraz Zeiïioth rabha. par. 47.

quot;) .lalc|iit Simeotii, 2*2,

-ocr page 69-

dor Joden aan de rabbijnen tot op den huidigeti dag een goddelijk gezag tookont, zoodat al wat zij zeggen, het woord Gods is.

Rabbi Menaehem\') schrijft, dat God de rabbijnen op aarde geraadpleegd had, telken male, dat eeno ernstige kwostio betreffende oen punt der Wet in don hemel tor sprake kwam. En de Talmud2) zegt door eeno valsche uitlegging van Spr. 11:25 dat do gestorven rabbijnen de uitverkorenen in don homol onderwezen. Een Joodsch werk •\') van hot jaar 1500 zegt: ,,Mon moot weten, dat de woorden der rabbijnen liefelijker zijn dan die der profotonquot; en \'\') „do gowono gesprokken der rabbijnen moeten geacht worden als de geheele Wet.quot; Elders5) lozon wij; „De woorden der rabbijnen zijn de woorden van den lovondon God.quot; „Indien6) een rabbijn u zegt, dat uwe rechterhand de linker is, moet gij doze woorden gelooven.quot; Maimonides 7) zegt: „Do vreeze des rabbijns is do vreeze Gods.quot;

Do Talmud zelf verklaart 8). „Iljj die zijn rabbijn of meester tegenspreekt, mot hem redetwist of tegen hom mort, doet niets anders dan do goddelijke majesteit tegenspreken, mot haar redetwisten is togen haar morrenquot;.

Maar, daar hot voorkomt, dat de rabbijnen elkander tegenspreken, heeft Menaehem 11) deze moeieljjkheid voorkomen door de ongeloofelijke verklaring „dat allo woorden der rabbijnen, hot doet er niets toe van welken tijd of wolk geslacht, de woorden Gods waren, evengoed als de woorden der profeten, zelfs dan wanneer zij mot elkander in tegenspraak zouden zijn, dat derhalve hij, die de rabbijnen tegenspreekt, met hou redetwist of tegen hen mort, tegen God zelf redetwist en mort. Vele andere Joodsoho boekon quot;J) loeren , dat zelfs do geheel en al met elkander in strijd zijnde woorden en verklaringen der rabbijnen van den homol komen en dat al wie met die woorden den spot drijft, in do hel zal worden

\') Ad Pent., iiai\'. \'28, Kol. \'12f. kol. li. \'\') Tract Sanhedrin, Kol. 9l2a.

3) Sephei1 (\'uphtor U-porach, Kol 121. \'\') Midraz Mi/.Ie Kol. 1.

5) Bachai ad Pent. Kol. \'201. kol. \'i. quot;) Hazi, ad Doutcr. XVII. I I.

\') .laz Chaz. Iillcli. Talm. Thora. Porcq 5. 1.

quot;) Tract. Sanliodiin. Kol. 110quot;. quot;) Ad Kxod. XX. 1. Kol. 118.

\'quot;) l.eh Arije (cd. Ven. 1050). Kol. 96. kol. 4; Meggale Ammnqotli. Kol. 3; .lalqnt (\'had. (ed. Krakan . 1505). Kol. lquot;gt;-rgt;, kol. I, enz. enz,

-ocr page 70-

10

gestraft. Do rabbjjnon, die den Talmud samenstelden, eisclion het-zelfdo geloof, dezelfde instemming mot hunne mot elkander in tegenspraak zijnde loeringon. Aldus bevat do Talmud een lang verhaal over do aanhoudende redetwisten tussehen de scholen Hillel en Sammaï.

Gaat het dus over een kameel of eene vlieg, over ernstige of nietige zaken, do meeningen der beide scholen staan altijd tegenover elkander en toch zegt do Talmud \'): „Do belde meeningen zijn hot woord Gods, die van Sammaï on dio van Hillolquot;. Opeen ander punt zijn do moeningon wedor in tegenspraak en op de vraag, hoe men de waarheid der Wot zou kunnen herkennen, antwoordt de Talmud2): „Hot is God, die alle woorden gesproken heeft, verschaf u dus ooren gelijk aan oen trechter en een hart dat do woorden hoort van bon die verbieden en van hen die veroorlovenquot;. Dat komt neer op; „Wijl alles goddelijk woord is, doe wat uw hart verlangt, naar gelang do uitvoering er van mogelijk isquot;3). Dat eonc edele stem dor oude of nieuworo tijden zich voor recht en waarheid in den schoot van liet rabbinismus verheffe, de Talmud-jood zal er geen rekening mede behoeven te houden, omdat de mot elkander in tegenspraak zijndo leerstellingen der rabbijnen geljjkelijk goddelijk zijn. Ook aarzelt de Talmud niet driestweg te verklaren \') dat het (/eoorloofd is te zonditjen mits men het in het. verhoryen doe. Na aldus aangetoond to hebbon, dat do rabbjjnon van den Talmud en hunno opvolgers zich zonder onderscheid goddelijk beschouwen en verklaren, dat de voor bet vorstand schreeuwende tegonstrijdigheden goddelijk woord zijn, zullen wij bon met hot zelfde respect behandelen, wij zullen boidon hooron in het overzicht, dat wij van de voornaamste hoofdstukkon dor goloofs- en zedeleer van don Talmud-jood zullen geven.

\') Tract. Kn\'iliin. lui. Kil\'.

\') Tract. (\'Img. fol. li\'1.

quot;) (\'f. Tract,. (\'Inïlliii. Kol. W1: Tract. .Icbammolli. I\'ol. 3\'2\'\': Kitzi aii Jpham Kol. ÏWn (Ml Tosaplinth ad Tract, /cbüotli. Kol.

\') Tract. Chag., Kol. Ki\'i en Tract. Qidiliizin, Kol. 4(1quot;, Cf. Tosapliotli ad Tract. Chag. I. c.

-ocr page 71-

It.

DE VERDORVEN DOGMATISCHE LEER VAN DEN TALMUD-JOOD.

J.

Over (Jod.

Do Talmud \') zegt: Do iliifgt;\' hooft 12 urcu; gedurende de drie eersto uren, zit God neder en bestudeert do Wet; gedurende do drie volgende uren oordeelt hjj do wereld, vervolgens gedurende drie uren voedt hij do wereld en gedurende de laatste drie uren zit hjj neder en spoelt mot Leviathan, don Koning dor visschen. En gedurende don nacht, voegt Menachem hierbjj, bestudeert hij don Talmud. Do hooge school, waarin God in don hemel met do Engelen studeert, is, volgens den Talmud , insgelijks geopend voor Asmodoe , don Koning dor duivelen, die olken dag naar het uitspansel opstjjgt om er te loeren. Wat Leviathan betreft, verklaart de Talmud \'), dat oen visob van 300 mijlen lang door zijn muil kan gaan, maar dat tor oorzako dezer ontzettende grootte God do vrouw aan Leviathan heeft moeten ontnomen, anders zou do wereld door reusachtige monsters zijn bevolkt geworden, dio alles zouden hebben verwoest, dat om dio reden God hem ontmand hooft en do vrouw gedood ton einde zij tot maaltijd zou strekken voor de rechtvaardigen in hot Paradijs.

Toch •r\') hooft het spel met Leviathan slechts tot aan do voi\'-woesting des tempels geduurd. Sedert dien tijd speelt God niet meer, en hij danst uiot moor, zooals hij mot Eva had gedaan, wier toilet hij maakte en wier haren bij vlocht G). Sedert 7) do

\') Tract. \\b. Zar.. Kol. !lh. ■\') Alt;l l\'eut., KoJ. 97,3. Cf. Targiim ad cant. V. 10.

\') Tract. Gittm. Kol. 08». Tract, liaha Bathra. l\'ol. W\' en b.

quot;) Tract. Haba Itathra. Fol. 74quot; en b.

quot;) Tract. Berachoth. Fol. tilquot;. \') Tract. Cliag. Kol. öb.

-ocr page 72-

12

verwoesting des tempels, treurt God veeleer, omdat hjj zwaar gezondigd heeft. Die zonde drukt hom zoo zwaar op hot geweten, dat volgens den Talmud \') hij gedurende 3 deelon van den nacht overeind zit en brult als oen leeuw, uitroepende: „Wee mijner, want ik heb veroorloofd, dat men mijn huis verwoestte, mijn tempel verbrandde on mijne kinderen wegvoerde.quot; Sedert dien tijd *), beslaat hij in de wereld, die hij tevoren geheel vervulde, niet meer dan 4 ellen plaats. Wanneer 3) men hem lofzangen toezingt, moot hij hot hoofd schudden on zeggen: „Gelukkig do Koning, dien men in zjjn huis prijst! maar welke straf verdient de vader, die duldt dat men zijne kindoren in do ellende stortquot;? Om het grooto berouw van God wel te kunnen schatten, moet men weten, dat do leeuw, wiens gebrul hij navolgt, uit het bosch Elaï gekomen is. Op zekeren dag wilde de liomeinscho Keizer don leeuw zien. Men liet hem halen en toen hij slechts 400 mijlen van don Keizer verwijderd was, brulde hij met zulko kracht, dat alle zwangere vrouwen miskraamdon en dat alle muren van Rome instortten en toon hij slechts 300 mjjlen maar verwijderd was, brulde hjj opnieuw met zulke kracht, dat den menschen de tanden uit den mond vielen en de Keizer van zijn troon roldo. Deze gaf bevel den leeuw terug te brengen *).

Volgens den \'Palmud5) berouwt den huiligeii God de verdrijving der Joden om eone andere, bijzondere beweegreden. Eiken dag laat hjj met zulk geraas twee dikke tranen in de zee vallen, dat het geraas ervan van het eeno einde der wereld tot het andere wordt gehoord; zelfs komen er aardbevingen voort uit den val dier tranen.

Verder 11) hooft ook de maan den heiligen God ver wijtingen gedaan omdat hij haar kleiner schiep dan de zon. God moest eischen: Ploog oen zoenoffer voor mij , omdat ik do maan kleiner heb gemaakt dan do zon. De heilige God is ook niet beveiligd tego\'i de onbedachtzaamheid: immers wanneer hij gram wordt, handelt hij

\') Tract, licraclioth. Kol. it». \') Tract. lieraclioth. Kol. ct».

3) Tract, iierai\'hoth. Kol. i}quot;. \'\') Tract. Ohüllin. Kol. 59\'\'.

\\l Tract. Beiachoth. Kol, .V.m en Tract. Chag., Kol. T)\'1.

quot;) Tract. Clinllin, tiOi,. mi Tract. Zebuotli. Kol. 0«.

-ocr page 73-

onbidaohtzaam. \'). Ilji lieef\'t zelfs misbruik gemaakt van den eed; hij hoeft oen ernstig onrecht onder eede gestand g(^daailt;, want, na gezworen te hebben, dat de Joden, die in do woestijn waren, geen dool zouden hebben aan het eeuwige leven, heeft hij zich zijnen eed berouwd en hem niet gehouden 2). Eene andore plaats van den Talmud3) vermeldt, dat Qod van een anderen, door hem onbedachtzaam gezworen eed, moest ontbonden worden. Een \') wijze in Israël hoorde eens God uitroepen: Wee over mij! wie zal mij van mijn eed ontslaan? En toen de rabbijn dat aan zjjne collega\'s verhaalde, noemden zij hom een ezel, omdat hij zelf Qod niet van dien eed ontbonden had. Toch ■,) bestaat or tusschen hemel en aarde een machtigen engel Mi genaamd, die do macht bezit den heiligen God van zijne oodon te ontbinden en van zijne beloften te ontslaan. Zoowel als God valsche eeden heeft gedaan, heeft hij gelogen om tusschen Abraham en Sara vrede te brengen en het is om deze reden, voegt de Talmud er bij 7) dat het om de liefde dos vredes geoorloofd is te liegen.

Do \') heilige God is ook de oorzaak van de zonden, die op aarde worden bedreven, omdat hij het is die de bedorven natuur van don mensch geschapen hoeft; hij is het die de menschon tot do zonde heeft voorbeschikt \'■\') en do Joden gedwongen heeft de wet te aanvaarden Nu zal men bogrjjpon , dat volgons den Talmud quot;) de echtbreuk van David en do misdaden der zonen van Heli geen zonden zijn.

II.

Over de engelen.

Eonigo ,!) engelen zullen godurondo de gohoolo eeuwigheid loven, hot zjjn die welke den tweeden dag geschapen zjjn, andere zullen

\') Tract. Al). Zar., Kol. 21\'. \'\') Tract. Sanliediin. Kol. -HOI\'.

3) Tract. Bab. Gatbra. Tol. quot;) Tract. Bab. Batlna. Kol. 7\'t11.

\') Seplior Meg. AmmiV(Otli. hol. 1 kol. i.

quot;) Tract. Baba Mc/. Kol. 740. \') Tract. Baba Mez. Kol. Viquot;.

Tract. Berachoth. Kol. 3\'2|i on (IIquot; en Tract. Si\'icca. Kol. quot;ilU\'.

») Tract. Ab. Zar. Kol. 41\'.

I0) Tract. Sab. Kol. on Tract. Ab. Zar., Kol. 2Igt;.

quot;) Tract. Sab. Kol. 55b en 5ün, Bachal. Kol. :i7. kol. 4,

-ocr page 74-

14

vergaan , hot zijn die wolko don vijfdon dag goachapon zijn. Nog hoden on voortdurond wordon nionwo troepon ongolon uit don vunrkolk geschapen; zij zingen zogt de Talmud1) —• een lofzang tor eoro Gods on vordwjjnen dan. Met den kleinen vinger 2) hooft God oon geheelen troop ongolo» verbrand. Bjj •\') elk woord dat God spreekt wordt oen nieuwe engel geschapen. 21000 engelen zijn do hoeders der planton, waarvan er 21000 op aarde govondon wordon. \'). Do engel van don hagel heet Jorkemo5). Michaël is de prins dor homoion; Gabriel van \'t vuur en van do rjjpo vruchten. Er zijn\'1) bijzondere ongolon voor de goede on do kwade liefde, voor do gunsten on gonaden, voor de vogelen en visschen, voor de winden, voor do wilde dieren, voor do genooskrachton, voor de zon, maan on sterren. Do rabbijnen konnen de namen van al dozo ongolon 7). Goede ongolon zijn volgens Maimonidos quot;) — de zielen der homellichamon on \'t is te dier oorzake, dat deze licha-nion verstand hebbon om do zaken to herkennen en to onderscheiden.

De voornaamste bezigheid dor ongolon, gedurende don nacht is don slaap dor menschen gereed to maken. 9) Hot overige van don tijd bidden zij voor do monsehen en deze zijn verplicht hen in te roepen. Maar volgens den Talmud \'quot;) verstaan do engelen noch Syriaksch noch Kaldeeuwsch, zoodat de kinderen van Israël die talon niet moeten spreken, wanneer zij hun iets willen aanbevelen. Dozo11) onbokondhoid hooft intusschon één voordeel: de Joden hebben een uitmuntend gebod, dat zij in bot Kaldeeuwsch opzeggen, ton einde volgens de bemerking van den Tosaphot l 2) de uitnemendheid van dit gebod do ijverzucht der engelen niet

\') Tract. Oliag. Kol. ^^n. \') IVsic|lliu Rnbbn111i. Kol. ÜM\'.

\') Tiuct. (Jliaf?. I- \'\') Mequot;, rAnminqolli. Kol. 32 en 107.

Tract. Kt\'sar.liiio. Kol. -HS en Tract. Sanli(Miriii. Kol. 05 (Hazi); Srither cAinmüilo Zibali, Kol. ■iO.

quot;) Tract. Pniacbiin. Kol. IHK en Tract. Sanliuilriii. Kol, (15 (Hazh:Sepher cAimnndc /,il)quot;ah. l-\'til. 49. 7) licrilh AltMimu^lia. t\'ol. 37 kol. 1.

quot;) Moré Ncbocllim, II. 5 Kol. 01 en liiicliuï üil Pent. I\'ol. 0.

quot;) Jalqi\'it Cbalil. Kol. 118.

\'quot;) Tract. Sab. Kol. \'I\'20—\'2. Z. Tbosapbotb. a. I.

quot;) Thosapbotb ml Tract, lii\'raclmlli. Kol. Hquot;.

Thosaphotli ad Tract, lieracboth. Kol. 3quot;.

-ocr page 75-

15

opwekko. Andere rabhjjnen \') zeggen, dat de nngolon alle talen verstaan, maar dat zij oen afschuw hebben van het Syriaksch en Ivaldeeuwsuli en daaraan geen de minste aandacht schenken.

O vei\' de lt;1 ii i vf 1 h.

\'s Vrijdags avonds scliitp God do menschen 2). Uij In^t naderen van den Sa li bath kwam hij tijd te kort Iiiim eon kleed, eon lichaam te geven. Volgons anderen ^ gaf hjj bun geen lichaam, omdat zij er zich tegen verzot haddon , dat do moiiscb er een ontving. Het eigenljjke1) van don duivel bestaat uit vuur en wator; eenige zijn gemaakt uit lucht, anderen uit aarde en de zielen der duivelen zijn van een stof, dio onder do maan gevondon wordt en tot niets dient

Eenige B) duivels stammen van Adam af, dio beladen met den vloek Gods weigerde zich mot Mva te vereenigen, om geen kinderen des ongeluks voort te brengen. Twee vrouwen van duivels verschenen hem on ontvingen van hem nieuwe duivels. Volgens den Talmud 7) heeft Adam gedurende 130 jaren bij Lilith, eeno vrouw van onderscheiding onder do duivels, slechts geesten, duivels en nachtspoken verwekt. Overigens quot;) heeft ook Eva gedurende 130 jaren, slechts duivels tor wereld gebracht; zij was gedwongen geworden de vrouw van inannclijko duivels te zijn. De Talmud9) beweert, dat de duivels onderling vruchtbaar zijn, dat zjj zich vermenigvuldigen, dat zo eten en drinken als do menschen en dat er velen evenals do menschen sterven.

Vier vrouwen zijn vermaard als vrouwen van duivels. Men zegt l0) van Salomon, dat hij macht op haar bad, dat bij haar zijne dienaressen noemde en naar zijn verlangen gebruik van haar

\') Jakint CIijuI. Kol. 117. kol. li. 8) .lulqut Chad. Fol. 107.

з) Jaliiut (\'liiul. Kol. li.quot;) on i\'H).

Seplior Ni\'/iriatli (\'haijni., I\'ol. 117. kol. \'2.

5) S«1|»lior Tub lla-snoz. Kol.

и) Jal(|ut. liouboni. III. 7) Trncl. Krubin. Kol. IHb.

u) Bachaï. Kol. lOa en Scplior Nizmatli Cbiiijin. Kol. I lib.

#) Tract, (\'bag. I\'OI.

10) Soplier lla-Necbama. Kol. 28».

-ocr page 76-

I(gt;

maakte. VolgonH (l(!ii Talmud \') }«\'aat. eon dier vrouwen Donderdafï on Sabbath nacht uit met 180000 zeer kwaaddoende duivels. Deze vrouw en hare dochters zijn vooral do vrouwen van don duivel Sammaöl. Eene\'•\') andore dezer vier, Lilith, was ongehoorzaam jegens Adam, haren echtgenoot. Tot hare straf sterven dageljjks honderd haror kinderen, /ij moest daarenboven beloven, krachtens drie namen van engelen, do kleine kinderen over welke zij macht had niet te doodon. Lilith,3) vergezeld van 480 geesten der verdoomenis, brult aanhoudend. De dorde \'1) dezer vier vrouwen danst onophoudelijk. Zij wordt steeds van 47\'J kwade geesten gevolgd.

Even als door Adam, worden nog thans voortdurend nieuwe duivels zonder ophouden voortgebracht. Maar het verhaal dier afschuwelijkheden boezemt ons afkeer in. Verder kan de mensch 5) vele dier duivels vernietigen b, v. door zijn best te doen Paasch-brood te bakken. Om 6) hen in hot leven te behouden heeft Noë eenige dier sterfelijke duivels mot zich in de ark genomen.

Ziehier wat wij aangaande het verblijf der duivels vernemen. Er zjjn er 7) die in de lucht wonen en do droomen der mensehen voortbrengen. Andere bevinden zich in de afgronden der zee en zij zouden de aarde verwoesten, indien zij vrijgelaten werden en cindeljjk andere wonen in de Joden en zijn oorzaak van dezer zonden.

Volgens het zeggen van don Talmud quot;) dansen do duivelen ook tus-schen de horens van een os, die uit het water komt en temidden eener troep vrouwen, die van eene begrafenis terugkeert. !)). De \'quot;) duivelen zijn gaarne in do nabijheid dor rabbijnen, omdat con dor veld naar don regen verlangt. Zij quot;) houden zich ook op op do notenboomon, onder welke het gevaarlijk is to gaan liggen slapen, omdat elk blad van den duivel bezeten is. Twee12) vermaarde duivels, Asa en Asaöl, wonen in do sombere gebergten van hot Oosten.

\') Tract. Perachim. Kol. \'\') Sephni\' Üon Siia. Kol. !)a en

■\') Soplicr lion Sira. Kol. it11 on K \') .lalqiit (\'Imcl. Kol. 108. kol. li.

\'\') Zobar, l\'ai\'. Vajzlacli. quot;) Sophor Ni\'/.rnatli Cliaijm. Kol. 115. kol. D.

\') liachaï. Kol. 90quot;. quot;) Tract. IVsacliim. Kol. HSl\'.

quot;) /.. .(ore Dea S 350. Tract. Boraobotli. Kol. fin.

quot;) Jal(|i\'it Cbail., Kol. 1081).

ll) Kmmni; lla-inoleoh, Kol. OH\'i (üi llt\'i1\'.

-ocr page 77-

17

Het is van lieu dat BiilaiVm, Job en Jothro hebben loeren too-veren, bet is door ben dat Salomon over de vogelen on over alle duivels beerschte en dat hij de koningin van Saba noodzaakte hem te komen be/oekon.

Ter oorzake der duivels, moet niemand zich op eenzame plaatsen begeven, of zich bij wassende of afgaande maan alleen bevinden, noch iemand gedurende don nacht groeten , want volgens do woorden van den Talmud kon hij wien men grootte, wel oen duivel zijn. Men moet zich \'s morgens vroegtijdig de handen wasscben, want de onzuivere geest, verblijft op onzuivere handen — En vele dwaasheden van denzelfden aard. Wij bezitten geheele boeken over in Joodsche geschriften aangehaalde bijgeloovigbeid en tooverijen. Een Fransche Jood, meester in de toove.\'kunst, genaamd Eliphas Levi, beschouwt den Talmud als het grondboek der Tooverkunst\'). We willen slechts eouige trokken vau do grooto Talmud toovenaars aanhalen. Volgens het verhaal van dozen 2) bezat oen der stichters van het Talmudismus het geheim oen anderen mensch te scheppen als hij er oonon gedood had. In ■\') gezelschap van eon andereu rabbijn, maakte hij eiken avond een kalf van drie jaar cn at het met goeden eetlust op. Een \') ander Talmud-rabbijn kende de kunst van pompoenen on meloenen in herten en reebokken te veranderen. Rabbi Eliëzer ,5) kou de velden betooveron, zoodat ze pompoenen voortbrachten. Rabbi G) Jannaï veranderde bet water in schorpioenen en eene vrouw in eenen ezel, opwelken hij naar de markt reed. Zelfs 7) aartsvader Abraham heeft de tooverkunst beoefend en ze aan andereu geleerd. Hij8) droeg een kostbaren steen aan den bals, waarmede hij zieken kon genezen. Verder hadden do Talmud-rabbijnen eenen kostbaren steen, die hun diende om het gestorvene weder tot bot leven terug te roepen.

\') Eliphas, hist, de la Magie. (Paris, 1800).

\'\') Tract. Sanhedrin. Tol. 051) en Tract. Meggilla. Kol. 7\').

*) Tract. Sanhedrin. I. c.

Talm. Jems., Tract. Sanhedrin, Pereq Vil.

5) Tract. Sanhedrin I\'ll. Gil».

quot;) id. Kol. 67b en Maseeh Sopharim quot;llf.

\') id. Kol. 91«.

quot;) Tract. Baba Bathra. Kol. lOl».

2

-ocr page 78-

18

tóen \') rabbijn raiikto zelfs met den steen gedroogde en gezouten vogels aan, wat voor gevolg had, dat zo tot liet leven terugkeerden on heenvlogen.

IV.

Mysterittn.

De Jood Fabius van Lyon , zeide in eene redevoering \'\') bij ge-legenbeid van het Joodsche Nieuwjaarsfeest in 1842 , dat de Joodscbo godsdienst zich van den Christen godsdienst hierin onderscheidde, dat hjj goene mysteriën had, dat alles erin zuivere rede en licht was, dat voor do Christenen integendeel zich alles in deze woorden liet samenvatten: „Zwijg rede en iaat de dwaasheid spreken.quot;

Men behoeft den Talmud slechts open te slaan, om deze bewering op hare waarde terug te brengen. In den Talmud 3) staat onder andere; „Na al bet stof dor wereld verzameld te hebben, maakte God er eene groote massa van. Deze massa veranderde zicli in een mensch, eerst in een dubbel-mensch, in een mensch met twee aangezichten. God snood dien mensch in tweo doelen om Adam en Eva te hebben. Adam \'\') was zoo groot, dat zijn hoofd tot liet uitspansol reikte. Wanneer hij nederlag reikten zijne voeten tot het uiterste westen en zjjn hoofd tot liet uiterste oosten.

Ood !) had voor Adam oen kijkgat gemaakt, waardoor deze zijne blikken van het eene einde dor wereld tot het andere kon slaan. Maar6) toen Adam gezondigd had, maakte Ood hom kleiner dan do meest gewone monschen.

Og7), do Koning van Hasan, van wien in don Bijbel gesproken wordt, word aldus genoemd, omdat hij Abraham bezig vond Paasch-koekon (in \'t Hebreeuwsch: ugga) te bakken. Tjjdons quot;) den zond-

\') liabu Batlirn. Fol. 74\').

\') OllVimde au Dien de rilnivers par Fabins, I.yon,

3) Tract. Heraelioth. Kol. lt;gt;1quot;. Tract Kri\'ibin. Kol. 18a en Tract. Sanhedrin. Kol. 1)8quot; en b,

*) Tract. Sanbediin, I. c.

■■) Tract. Ghag. Kol. l\'iquot;. quot;) ld.

\') Tosaphotb ad Tract. Nldda. Kol. n|a, quot;) Tract. Zebacbirn. Kol. HSb

-ocr page 79-

19

vlootl word dooi\' oen rhinoceros, (lie tor zijde van do ark Hep, gored. J lot water in do nabijheid van doze was koud, en elders was hot brandend hoot. Og \') at alle dagon 2000 ossen en evenveel wild. Hij dronk 1000 maten.

Toen 2) Israël naar Basan kwam, vernam Og, dat liet kam]) van Israël oeno uitgestrektheid van 3 mj|lon had. Hij rukte toen eone rots van 3 mijlen uit don grond ou legde die op zijn hoofd; maar God liet mieren op do rots komen, die knagende or een gat in maakten, zoodat de rots rond don hals van Og viel en wijl zijno tandon door hot kakebeen hoon in de rots gedrongen waren, kon Og zijn hals niet moor terugtrekken.

Toon nam Mozes, die kwam opdagen, eene bijl van 10 el lengte, sprong 10 el hoog in de lucht on doodde Og door hem aan de onkels te treft\'on. En toch, wordt op eone andore plaats van den Talmud 3) verhaald, dat Og levend hot Paradijs is ingegaan. Ver-dor leest mon *) nog eens, dat rabbi Jochanan, hot boon van een doode gevondon hebbende, 3 mijlen ver langs dat boon liep zonder aan hot einde to kunnen komen. Dat was hot been van Og van Hasan.

Volgens den Talmud 5) heeft Abraham zooveel gegoten en gedronken als 74 monschon samen, daarom was hjj ook evon stork als 74 monschon. Maar vergeleken bij Og was hjj klein. Toen Og op zekeren koor een tand verloor, maakte Abraham zich or oen bed van. Toch twisten do rabbijnen mot elkander, om te weton of uit dozen tand eon bed of een armstoel werd ,i).

Wij bokonnon ronduit, dat do Christenen dergelijke mysteriën niet hebben, noch wezenlijk, noch figuurlijk en zjj toch ook komen uit hot Oosten voort.

\') Masecli. Sophariin. l i.

J) Tract. Beratiiolli. Kol. 54^.

\') Maseeh. Deroch. Kroz. IV.

-) Tract. Nidda. Kol. 24b.

s) Maseeh. Sophariin. I. c.

•) Masecli. Sopharim. I. c.

-ocr page 80-

20

V.

Over de zielen.

Alle \') zielen der monschen, die tot op liet einde der wereld zullen bestaan, werden geschapen in de 0 dagen der schepping. Ood 2) vereenigde ze in de schatkamer des hemels en het is daar uit, zooals „allo wetgeleerden van Israël leeraren 3)quot; dat hij er telkenmale eeno laat uitgaan , als eeno moeder een kind ter wereld brengt.

Volgons de Joodsche wetgeleerden1), schiep God 600000 jodenzielen, omdat elk vers van den Bijbel op fiOOOOO wijzen kan worden opgevat, en elke dier opvattingen beeft betrekking op eene dezer zielen. De joodsche zielen 5) bobben het voorrecht een deel van Ood te zijn, de zelfstandigheid van God te zijn, zooals de zoon de zelfstandigheid des vaders is. liet is6) om deze rede, dat eene jodenziel dierbaarder en aangenamer is aan Ood, dan alle zielen van de andere volkeren der aarde. Deze 7) laatste stammen af van den duivel en gelijken quot;) op de zielen der beesten en der dieren. Het zaad van een vreemdeling (die geen Jood is) is volgens don Talmud 9) slechts zaad van een beest. Op Sabbathdag, zegt hij \'quot;j voegt zich voor don Jood eene tweede ziel bij do eerste en deze tweede ziel, zegt Hazi quot;) ontwikkelt en vermeerdert in don monsch den lusr, tot eten en drinken.

Na12) den dood gaat de ziel der Joden in een ander lichaam over; de zielen der gestorven voorvaderen bezielen do lichamen der kinderen , welke de moeders van een jonger geslacht in haren schoot dragen. Caïn ,3) had drie zielen: de eene ging over in Jethro,de

\') Sepher Ni/mat li Chaijm. Kol. 70b. \') |{ii/.i ad Tract. Ohag. Kol. Tii».

\') ld. Kol. 72a.

Jalqut Chad. Kol, 155» ei\\ Zola. Kol.

) Jalqut had. Kol. 155quot; en /ela. Kol. .

u) Sofa Tal. Kol. Kol. 4 en Zela 1. c.

\') ld. en Sepher Ha-nediamma. Kol. \'221. kol. i.

») Jalqut Chad. Kol. 154b.

quot;) Tract. Jebammoth. Kol. i)8a. Cf. Tosaphoth ad Tract. Kethi\'iboth. Kol. 3b en Sanhedrin. Kol. 74b,

,0) Tract. Ta\'anith. Kol. 27b, quot;) Ad Tract. Ta\'anith. 1. c.

12) Sepher Ni/niath Chaijm. Kol. 1591 en JalqiH Refibenl. 17.

\'3) Jalqut Chad. Kol. 9b.

-ocr page 81-

21

tweodo in Core on do derdo in don Egyptouaar, dieu Mozes dooddo. Do niol \') van Japhet ging over in Samson, die van Tare in Jol), die van Eva in Izailk, die van do lichtekooi Rahab in Heber, do ziol van Saël in Hell on do ziol van Esaii, dien do Talmud 2) ons voorstelt als eon moordenaar on echtbreker, zooals de groote A bar-ban el 3) zegt, ging over in.... Jkzus. De goddelooze Joden, b. v. zij die eon anderen Israëliet hebben gedood of hot Joodscho geloof verzaakt, worden na hunnen dood in planten en dieren gezonden, daarna worden zij gedurende 12 maanden gestraft in de hol. Na op nieuw geschapen te zijn, gaan zo, om verbeterd te worden, eerst in onbezioldo dingen over, later in dieren, vervolgens in heidenen en eindelijk gaan ze op nieuw in Israëlieten *). Deze zielsverhuizing is oen uitwerksel van de barmhartigheid Oods, die wil, dat gehool Israël hot eeuwige leven zal genieten 5).

VI.

Over het Paradijs en lt;le Hel.

In hot Paradijs6), zegt do Talmud, heerscht een zeer aangename geur. Op zekeren keer, spreidde de profeet Elias over don mantel van een Talmud-rabbijn bladeren uit van hoornen uit het Paradijs, en toen de rabbijn zich don mantel weder omhing, bleef de geur eraan kleven. De rabbijn zou zijn mantel voor 150 thalers hebben kunnen verkoopon. Zooals wjj reeds gozegd hebben, oten de rechtvaardigen in don hemel het gezouten en ingemaakte vleosoh van de vrouw van Leviathan.

Men 7) eet er ook het vleesch van eenen groeten, wilden os, die zich dagelijks met de welgronden van duizend bergen voedt; men \') bereidt or ook een groeten en heerlijken vogel toe om gegeten te worden en do vierde schotel bestaat uit wilde ganzen. Als9) drank hooft men goeden ouden wijn, reeds sedert do zes dagen dor schepping bewaard.

\') Jiilqüt Fol. 1\'27. kol. 15. \') Comm. In Jes. Kol. 54. kol. li.

1) Tract. Baba liathra. l\'\'ül. I6b. \'\') Sepher Kmeq. Ha-melech. Fol. 16quot;.

») Sepher Abort Ha-Qodes ,11. Fol. -ilib on Sepher Nizmath Chaijm. Fol. -163b,

quot;) Tract. Bab. Mez. Fol. 114b. \') Tract. Bab. liathra. Fol. 74b.

°) Tract. Bab. Batbra. Fol. TJJb, ») Tract. Sanhedrin. Fol. 90a,

-ocr page 82-

22

Volgens den Talmud \') worden slechts rechtvaardigen, d. w. z. Joden, in don liomol toegelaten, de goddeloozen worden in do hol geworpen.

Hier 2) is niets als modder en rotting, geween en duisternis; in olke woning dor hol bevinden zich 6000 kisten, en in elko kist 6000 tonnen gal. De hol 3) is zestig maal grooter dan hot Paradijs; want allo onbesnedenen \') on vooral de Christenen 5), dio den vinger bewogen (hot kruisteekon maken), zoowol als de Mahomedanen die zich slechts do handen en do voeten wasschen, worden in do hol geworpen, om er eeuwig te blijven 6).

VII.

Over den Messias.

1) Als de Messias zal komen, zegt de Talmud7) zal de aarde koeken, wollen kloedoren on tarwe, welker korrels zoo groot zullen zijn als twee ossenieren, voortbrengen.

Do11) Messias zal aan de Joden don schepter der wereld geven; allo volkoren zullen hom dienon, allo koningrijken hom onderworpen zijn. Dan zal elko Jood 9) 2800 dienaren en 310 werelden hebben l0). Maarquot;) dat tijdstip zal worden voorafgegaan door een grooten oorlog, waarin 2/3 der volkoren zullen omkomen. De Joden zullen 7 jaar noodig hebben om de veroverde wapenen te verbranden.

Maimonidos IS) gelooft ook aan het tijdelijk rijk der Joden over

\') Tract. Eiubin. Kol. \'19 en Tract. Ohag. Ifja.

\') Hezitli Chokma. Kol. 37b. ■1) Tract. ïVanith. Kol. III1\'.

\') Seplier Zcror llarmor. l\'ol. \'271\' en liacliaï. ,\'H.

s) Abarbanel Mazinia Jc/.ua. Kol. 19. kol. 4.

quot;) Tract. Hoz ITiuzaniia. Kol. 17quot; en Bachaï 171.

\') Tract. KethOibotli. Kol. illb on Tract. Sab. Kol. 3(lh.

\') Id. on Tract. Sanhedrin. Kol. 88b en 99quot;.

°) Jalqut Zimeoni. Kol 56 cn Bachaï. Kol. IG8.

\'quot;) Cf. Tract. Sanhedrin. Kol. 101quot;.

quot;) Albarbanel, Mazmia Jezüa. Kol. 49quot;.

quot;) Peru/. Ha-mizna ad Tract. Sab, 1. c.

-ocr page 83-

23

de goheele aarde. De tanden \') dor vroegere vijanden van Israel zullen hun den mond uitgroeien tot op eene iengte van 22 ellen.

De2) Messias zal do giften van allo volkoren ontvangen, slechts die dor Christenen zal hij weigeren. De Joden zullen dan onmetelijk rijk zijn; alle schatten dor volkeren zullen in hunne handen overgaan; hunne schatkamer, zegt do lalmud \') zal zoo groot zijn , dat men 300 ezelinnen zal noodig hebben om de sleutels der deuren en sloten te dragen. Alle volkoren zullen tot hot Joodsche geloof bekeerd worden, do1) Christenen alleen zullen dit geluk niet deelachtig worden, zij zullen geheel uitgedolgd worden, omdat zjj van den duivel voortkomen 5).

2) Terwijl hot rijk van don Messias aldus door profane uitspattingen wordt ontaard — juist als ten tijde der zaligmakers wordt do ware Messias op zoo schandelijke wijze behandeld, dat een Christen het niet zou durven verhalen Is hot niet bedroevend, dat een Jood in een Christelijk land openlijk den Vorlossei durft beleedigen en hem voorstellen als een algod, voortgebracht in de ondeugd en in de echtbreuk?

\') Othioth il\'Habli Aqiba. 5, 3. J) ïnict. Pesachnn. Kol, UW\'.

\') ld. Kol. 119 en Tract. Sanhedrin. Kol. I I0h. Cf. Rachaï. Kol. 62«.

-) Tract. Jebammotli. Kol. \'24b en Tract. Ab., Zar. 3b. Z. Abaruel. Mazmi\'a Jczi\'ia. Kol. 65b pn Bachaï. Kol. 85b.

*) Sepher Zeror Ita-inor. Kol. 125b.

quot;) Z. Kabiris, Oflramlc etc. I.e. Talmud (Uitg. A.mste.rdain.) Tract. Sanhedrin. Kol. 67 en 107. Tract. Calla, 1«. lia/.i on Tract. Sab. \'104b. Tract. Sota 47 en 49, en/., enz.

-ocr page 84-

DE BEDORVEN ZEDENLEER VAN DE TALMUD-JOOD.

1.

Over den naaste.

De Israëlieten, zegt do Talmud \'), zijn Oode aangenamer dan do Engelen. Al wie, zegt hij 2) eou Jood oene muilpeer geeft, is even schuldig als gave hij de goddelijke Majesteit zoll\' oen slag. Do andere rabbijnen horhalen dezelfde zaak, zeggende, zooals wij gezien hebben, dat een Jood van do zelfstandigheid Gods is, zooals do menseh van de zelfstandigheid zijns vaders is. Volgons den Talmud3) verdient een yoï (niet-Jood) die een Jood slaat deu dood. Indien er goeno Joden waren, zegt de Talmud4), zou er geen zogen op aarde zijn, noch zonnestralen, noch regen 5), do quot;) volkeren dor aarde zouden zonder Joden niet kunnen bestaan. „Er 7) is zeker een verschil tusschon allo zaken, de planten en dieren kunnen zonder do zorgen van den menseh niet bestaan. Maar evenals de menschen hoogor staan dan de dieren, zoo staan do Joden hooger dan alle volkeren der aarde.quot;

De Talmud 8) gaat zoo ver van te zeggen, dat liet zaad van oen vreemdeling -— die geen Jood is — slechts hot zaad is van oen dier. Volgens do rabbijnen zijn vreemdeling (nochrt) en niet-Jood woorden van de dezelfde beteokenis. „De vreemdeling, zegt de Talmud 9), en hij die niet besneden is en de vreemdeling en de

\') Tract. Chullin. Kol. 9i\'). \') Tract. Sanhedrin. Fol. 58b.

\') Tract. Sanhedrin. Fol. 58\'\', Tract. Jobaminoth. Fol.

\') Rachaï. Fol. 153b. Sepher Zeror Ha-mor. Fol. \'107b.

\') ld. Fol. 101 b.

\') Tract. Jebatnmoth. Fol. 98a. Z. Tos. en Tract. Kethiib. Fol. Jfb,

quot;) Cf. Tract. Berach. Fol. 47b. Tract. Gittin. Fol. 7(X Tract. Ab. Zar. Fol. 26b, (Tos) en Tract. Sab. 88b.

-ocr page 85-

heiden zijn dezelfdequot;. Do Talmud \') loert daarenboven, dat do graven dor (joïms Israël niet vorontroinigen, omdat do Joden alleen menschen zijn on de andere volkeren sloolits den natunr hebben dos diers. In den Talmud zijn de niet-Jodon honden. Bij do verklaring Exod II. Ki. wordt gezegd J), dat do gewijde feesten voor Israël zijn en niet voor do vroomdolingen, noch honden. R. Mozos ben Niudiman 3) herhaalt dit met de volgende variante: „Voor u zijn do feosten on niet voor do goïms.quot; In zijne aanteekoning van do Pentateuch uitgegeven te Venetië - zegt Ka/.i dezelfde zaak, terwijl in do Pentateuch van Amsterdam het Commentaar van Uazi do woorden „niot voor do hondenquot; weglaat.

De niet-Joden zijn niet slechts honden, maar ook ezels \') Abar-banel zegt ^): „Het uitverkoren volk is het oeuwigo leven waardig, de andere volkeren zijn gelijk aan ezels.quot;

„Dequot;) huizen der goïms zijn huizen van dieren.quot; Ben Sira antwoordde Nabuchodonosor, toen deze bom zijne dochter ten huwelijk aanbood: „Ik ben een kind der menschen en geen dierquot;7).

Rabbi Men ach om 8) zegt: „Gijlieden, Israëlieten, zij t kinderen dor menschen, maar de andere volkoren zijn geen menschen, omdat hunne zielen voortkomen van den onzuiveren geest, terwijl do zielen der Israëlieten voortkomen van don heiligen geest Gods.quot; Jalqüt quot;) schrijft in donzelfdon zin: „Do Israëlieten alleen worden menschen genoemd, maar de afgodendienaars (tot welke de Christenen be-hooron, die een afgodsbeeld aanbidden) komen van don onzuiveren geest en worden varkens genoemd.quot; Eene vreemde vrouw die goono dochter van Israël is — is volgens Abarbanel een dier l0).

Volgons deze grondbeginselen, moeten alle menschen, die geen Joden zijn en vooral do afvallige Joden (zooals Jezus, die afgodendienaar on verleider van anderen werd quot;), er aan verzaken van als naasten dor Joden erkend te worden. Tegenover een dier beoefont

\') Tract. Dab. Mez. Fol. 1441\'. r} Tract. Megillia. Kol. 7h.

\') Ramban al lla-thora a. I.

quot;j Tract, lierachoth. Fol. 251). Tract. Sab. Fol. iSO-\'\'.

In zijn Comm. v. d. Hos. IV. Fol. 230. kol. 4.

\') Sepher Leb Tob. Fol. 40quot;. \') Sepher Hen Sira. Fol. 8\').

quot;) b. c. Fol. 14lt;\'. °) .lalqüt Reiibeni. Fol. I(gt;h.

10) In zijn Comment, v. d. 1 leuter. quot;) Z. Tract. AU. Zar. Fol. 26b.

-ocr page 86-

26

men goen naastenliefde. Do verharde zondaar verdient gestraft te worden. He heiden, die geen Jood wordt, en do Christen, die ge-trouw aan Jonus blijft, zijn in de oogen van den Jood vijanden van God en de vijanden der Joden, liet is daarom, dat de Talmud beweert \'), dat hot woord uit den Bijbel1): „God heeft geene gramschapquot; betrekking heeft op de Joden, en het andore woord: God wenl vergramdquot; doolt op de andere volkeren der aarde. De naam Sinaï beteekent, volgons den Talmud3), dat de haat Gods zich over die andere volkoren heeft uitgestrekt.

liet is op hen, dat deze woorden worden toegepast 4); „Gij zult hun geen gunst bewijzenquot; en deze andere woorden 5): „Het is verboden medelijden te hebben met een mensoh dieniet redelijk is.quot; Rabbi Gerson B) zegt eveneens;

„Het past niet, dat do rechtvaardige barmhartig zij jegens de boozen,quot; en Abarbanel\') verklaart „dat het niet rechtvaardig is zijnen vijanden barmhartigheid te bewijzen.quot; Volgens den Talmud quot;), is hot geoorloofd aan de rechtvaardigen, aan de vrienden en bloedverwanten Gods de goddeloozen te bedriegen, want er staat geschreven : „Gij zult zuiver zijn met de zuiveren en verdorven met do verdorvenen.quot; Evenals een neger zich van alle schepselen onderscheidt, zegt de rabbijn Eliëzer 9) nog op den koop toe, zoo onderscheidt Israël zich door zijne goede werken boven do andere volken der aarde.

Het is dus verboden, zegt de Talmud l0) den goddelooze te groeten , en men kan de volgende uitspraak als eeno parel beschouwen: „De mensch quot;) moet altijd listig zijn in de vreeze Godsquot;. „Dat men dus den vreemdeling (die geen Jood is) groete om \'s vrodes wil, om zich aangenaam te maken en om moeieljjkheden te voorkomen l2).quot; „De huichelarij , zegt Bachaï \'3), is geoorloofd in dozen zin ,

\') Tract. Ab. Zar. Fol. ia, •gt; is. XXVII. 4.

quot;) Tract. Sab. Fol. VOquot;.

quot;) Tract. Jebammoth. Fol. \'i\')11, Z. Pisqe Tosapboth a, 1.

quot;) Tract. Sanhedrin. Fol. 9\'2a. quot;) In zijn (\'oitnn. v. lt;1. I. Reg XVIII. 14

\') Abarbanel, Muzinia Je/.iin I. c.

*) Tract. B. liatbne. Fol. I231\'. Cf. Tract. Uechorotb. 13b,

quot;) Pisqe d\'Rabbi Elieser, \'quot;) Tract. Gittin. Fol. 6\'2ii,

quot;) Tract. Berach. Fol. 17quot;. quot;) Id. en Tract, Gittin. Fol. 61°,

lv) Sepher Oad Ha-qemach. Fol. 3üa.

-ocr page 87-

27

dat de meiisch (m de Jood) zich beleefd toont tegenover don god-dclooze (= niet-Jood), dat hij dezen eero en zegge: fk bemin u.quot; Dat is geoorloofd, zegt Bachaï, indien do mensch (= Jood) hem noodig heeft, als er reden van vrees bestaat —- zooniet is hot zondequot; , want de Talmud \') leert dat hot geoorloofd is te veinzen (don huichelaar te spolon) tegenover de goddeloozen dezer wereld. Nu, alle volkeren dor aarde, allo niet-Joden, zijn goddeloozen: al het goede, dat ze doen, elke aalmoes, die ze geven, elk werk van barmhartigheid, dat zij verrichten, alles wordt als zonde beschouwd, zogt do Talmud 2), omdat zo dat alles slechts doen om zich te doen gelden. Niets is natuurlijker, want allo onbesnedenen zijn volgens den Talmud ^) heidenen, goddeloozen, kwaaddoeners en do besnijdenis der Turken is van geeno waarde \')• Dat de Jood don goddeloozen goed doe, dat hij hunne zieken bezoeke of hunne dooden begrave, hij moet dit volgons het zoggen van den Talmud 5), slechts doen om vrede te hebben en opdat de goddeloozen hem geen leed berokkenen.

II.

Over hef eigendom.

U. DK HEERSCHAPPIJ DER AARDE.

Omdat, volgens den Talmud, Israël en de goddelijke Majesteit hetzelfde beteekent, is het duidelijk, dat de gohoele narde aan de Joden toebehoort. Do Talmud6) verklaart stellig; „Indien de os van oen Jood den os van een vreemdeling stoot, zal do Jood vrij zijn, maar indien de os van een vreemdeling den os van oen Jood leed veroorzaakt, zal de vreemdeling gehouden zijn den Jood alle schade te vergoeden, want, zogt de Jl. Schrift: Ood heeft de aarde gemeten en de goïms aan de Joden overgeleverd. Hij ziet de 7 go-boden der kinderen van Noë en omdat dozo dio niet hebben onderhouden, is hij opgestaan en leverde hunne goederen over aan Israël.

\')\'iVact. Sota. Kol. 41 h. !) Tract, li. I tat lira. Kol. 10b.

3) Z. Tract. Sab. Kol. 8Hli; Tract. Pesachiin. Kol. Tract. Nodarirn. Kol.3|b,

\') Tract. Aboil Zar. Kol. \'27quot;. Cf. Tosaphoth a. I.

5) Tract. Gittin. Kol. 61». Tract. Beba Qainma. Kol. 37b.

-ocr page 88-

28

Do kinderen van Noö omvatten, volgons don Talmud \') on de andere rabbijnen2) alle volkeren der aarde, in tegenstollinp; dor kinderen van Abraham. Ook aarzelen Rabbi Albo 3) en andoren niet te zoggon „dnt God aan dv Joden macht heeft gegeven over hei vennoyen en het leven van, alle volkeren.quot; En de Talmud 4) verklaart; fleon kind van Noö, dat steelt, al is bet minder dan een duit, moet worden tor dood gebraebt.quot; Maar zegt do Talmud 5), het is een Israëliet geoorloofd een goï onrecht aan te doen, want daar waar geschreven is: „Gij zult uwen naaste geen onrecht aandoen,quot; lezen wij niet: „gij zult eonon (joi geen onrecht aandoen. Een goï bestolen is dus geoorloofd, herhaalt de Talmud r\'), en elders zegt hij: „Gij zult don dagloonor onder uwe broeders niet verdrukken, de andere, zijn uitgezonderd.quot; Rabbi Azi, zegt de Talmud nog7), zag oen wijnstok vol druiven en hij sprak aldus tot zijnen dienaar: „Indien dezo stok oenen goï toobohoort, breng hom mij, maar als hij oenen Jood toebehoort, breng hem niet.quot; Het gebod: „gij zult niet stelen1\'\' beteekent volgons Maimonides 8), dat men goeu inonsch (=: Jood) zal bestolen. En dezelfde voegt er elders bij, dat hot genot (gebruik) eoner aan een niet-Jood ontstolen zaak geoorloofd is9).

Hot stomt geheel en al overeen met het beginsel, dat de gohoe.\'e wereld aan do Joden behoort. Voor hen is stelen geen stelen moor en wanneer een Talmud-rabbi zegt, dat stolen zonde is, moet men niet vergeten, dat een Jood niet stolon kan; hij neemt slechts wat hem toebehoort, wel te verstaan, voor zoover hem zulks mogelijk zij en hij er gelegenheid toe hooft.

Een rabbijn zal zelfs kunnen zeggen: „Een goï bestelen of een Jood bestelen is gelijkelijk verboden,quot; maar men moet ook niet vergoten, dat er nimmer sprake kan zijn van oen goï te bestolen.

\') Tract. Megilla. Kol. Ktlgt;. Tract. Zeqalim. Kol. 7» en Tract. Sota. Kot.

J) Sephor Cad Ha-qemach. Kol. 56. kol. \\ en Bachaï, ad Gen. 46, \'27.

1) Seplier Haiqqarim. UI., kap. \'25 en Jalqiit Zimeoni, ad Hab. Kol. Sü.

kol. 3. No. 563.

\'\') Tract. Jebammoth. Kol. 74b. 5) Tract. Sanhedrin. Kol. 57».

G) Tract. Baba Me/.. Kol. H U). \') Tracta. Baba. Qamma. Kol. I13IJ

quot;) Sephor lla-mi/.votb.

quot;) Jad Cbaz., hilcb Geneba I,

-ocr page 89-

29

Dat klopt met deze andore uitspraak van den Talmud \'): „Het eigendom (de bezitting) van een niet-Jood is gelijk aan tone verlaten zaak, de ware bezitter is hij die ze het oorsto vindt.quot;

h. HET BEUBOO.

Do Talmud2) zegt: „Het is geoorloofd oen goï te bedriegen of\' ten zijnen opzichte woeker te plegen, maar als gij uwen naaste (— Jood) iets verkoopt, of indien gij iets van hem koopt, is het u niet geoorloofd hem te bedriegen.quot;

„Indien 3) een Jood een rechtsgeding heeft tegen oenen niet-Jood, zult gij uwen broeder gewonnen geven, en gij zult tot den vreemdeling zeggen: „Onze wet wil het zooquot; (als er sprake is van een land, waarin de Joden meester zijn); indien de wetten der volkoren gunstig zijn voor do Joden, zult gij uwen broeder nog gewonnen geven en gij zult tot don vreemdeling zoggon: „Onze wet wil hot zoo,quot; wanneer noch het eeno, noch het andere het geval is (d. w. z. dat do Joden goen meesters van het land zijn, of dat do wetten hun niet gunstig zijn) moet men den vreemdeling door listen en liegen afmatten tot de Jood zijne zaak gewonnen hoeft. Dan volgen de woorden van Razba, volgens welke Aqiba zou geleerd hebben, dat men evenwel zorg moest dragen de zaak niet to verraden, opdat de Joodsche godsdienst niet in misprijzen zou raken.

De Talmud \') verhaalt, dat Rabbi Samuel, een zijner grootste patriarchen, had gozegd, dat het geoorloofd was een goï te bedriegen, dat hij zelf voor 4 drachmen oen gouden kruik van een goï gekocht had, welke deze meende, dat van koper was en dat \'lij hem hij de hetuliny noy een drachma onlftdseld had.

Hij verhaalt vervolgens dat Rabbi Cabana van een goï 120 tonnen wijn in plaats van 100 gekocht had; dat een derde rabbijn aan een goï palmboomen verkocht had, en dat hij na den verkoop zijn knecht bevolen had: „(la, neem nog wat van de boomstammen af; de goï kent wel het aantal boomen, maar niet de groottequot;. Het is wel een feit van heilige voorzichtigheid, wanneer Rabbi

\') Tract. Bab. Bathra. Kol. 54b. Z. Chozen Mizpot 156. i.

\') Tract. Baba Mez. Kol. 61»; Z. Tosaphotb a. 1. en Tract. Becheroth. Kol. 13b.

quot;) Talm., Tract. Baba Qamma. Kol. 113a.

\') ld.

-ocr page 90-

30

Mozes \'/egt \'): „rndien do goï bjj het opmaken dor rekening, zich vergist, zal do Jood zeggen: ,ik weet van nietsmaar ik zou niet aanraden don goï in dwaling te brongen, want de goï zou met voorbedachten rade eeno dwaling kunnen begaan om den Jood op do proef\' to stellen.quot;

Do oude Rabbijn Brentz schrijft in zijn boek genaamd „DerJn-clenbalff*): „Indien de Joden eeno heole weok gereisd hebben en links en rechts de Christenen bedrogen, verzamelen zij zich op Sabbath on beroemen zich op hunne schurkonstreken , zoggonde: Men moet den goï hot hart uitrukken. Don besten der Christenon doodslaan — wel te verstaan als het mogelijk is.quot;

c. Over de gevonden voorwerpen.

Do Talmud zegt 3): „Mij , die don goï teruggeeft wat dezo verloren hoeft, zal geone genade vinden bij Godquot; en „het is verboden den goï terug te geven, wat deze verloren heeft.quot; Rabbi Mozes \') leert dus, dat het verboden is aan de kotters, afgodendienaars en al degenen die den Sabbath schenden, terug te geven, wat zij verloren hebbon. Do beroemde Razi 5) verklaart: „Hij die den goï terug geeft, wat hij verloren heeft\' stelt hem goljjk met oen Israëliet.quot; Maimonides 6) zegt: „Hij dio den uiet-jood eene verlorene zaak teruggeeft, begaat eon zonde, want hij versterkt do macht der goddeloozen.quot; En rabbi Jerucham zegt7): „Wanneer oen goï een brief van oen Jood in handen hoeft, die bewijst dat de goï hem geld geloond heeft, on dat de goï don brief verliost, moet do Jood die hem vindt, hem don goï niet teruggeven, want do verplichting houdt op, zoodra 0011 Jood den brief gevonden heeft.quot; Indien ovenwol hij die hem vond, zeide: „Ter eere van Oods heiligen naam wil ik hem den goï teruggeven, moet gij hem zeggen: „Indien gij den naam Gods wilt heiligen, doe het met wat u toebehoort.quot;

x) Sepher Mizvoth Gaddol.

1) HUI/.. 21. (Dit woord is niot. to vertalen hahi — lui id, darm, vel (van een slang) straatjongen, straatmeid, slet. Verluier.)

a) Tract. Sanhedrin. Kol. 7rgt;i\' en Tract. Haba Qamma. Kol. 1131\'.

Sepher Mizvoth Gaddol. Kol. \'113. kol. 5) Ad Tract. Sanhedrin. I. c.

u) Jad (\'ha/., hil Gez. 7) Netliih IV.

-ocr page 91-

31

d. Over den woeker.

Do wet Gods verplicht do rijkon aan do behoeftigen hulp to vor-leenen, zoowel door aalmoezen, als door hun geld te loonon. Do leening bestaat in het ten gobruike afstaan aan iemand van de zaak, die hij noodig hoeft, en hij die loont is verplicht op vast-gostelden tijd de geleende zaak terug te geven, of eene andere van donzelfdeu prijs en van dezelfde waarde. Hot zou onrechtvaardig zijn indien hij d\'.e tor loon gaf van hem dio tor leen kroeg, wiens vonnogon door de looning niet vermeerderd is, meer dan de gelijke waarde van het geleende terug te eisohen. Gij zijt den leongovor niet moer schuldig dan hij leende. Moor eischen, zou woeker zijn.

Maar zoor dikwijls gebeurt hot, dat door voor oen tijd van oenig goed (eonige som) afstand to doen, do loener schade ondervindt, of zich aan oon gevaar blootstelt, of van eene winst moet afzien, indien de geleende zaak hom oen voordeel kon bezorgen. In dit geval en wanneer de plicht van eene aalmoes te geven niet dringend is, is hot don leoner geoorloofd meer dan do gelijke waarde te eischon, omdat hij in werkelijkheid meer geeft, dan hij geleend heeft. Indien hot meerdere dat do leener oischt in eone rechtvaardige verhouding is mot hot gevaar, do schade of het verlies dat hij zou kunnen lijden, is hij in zijn recht de interest is rechtvaardig — zooniet dan heeft mon woeker. Door zich zolf is gold geen voortbrengend iets, het moet voor niet worden geleend, tenzij do loonor door zijn gemis van het kapitaal, schade lijde.— Krachtens zijn opperste recht van eigendom liad God den Joden hot bezit van Kanaan teruggeven, en krachtens ditzelfde recht had hij hun gedurende het Oude Testament veroorloofd van een niet-Jood, voor het eenvoudig gebruik oonor leoning, meer te eischen dan de ge-Ijjke waarde van liet geleende. Zulks was eene bijzondere vrijstelling gegrond op de tijdsomstandigheden. Maar er was wol onder verstaan, dat do intrest door dio vrijstelling toegestaan, in verhouding moest zijn tot do leoning, tot den door do loening bewezen dienst, tot den bijzonderen toestand van den vreemdeling, want anders zou men van de behoefte des vreemdeling gebruik gemaakt hebben om hom uit te buiten. Laat ons nu eens zien, hoe hot rabbinismus do zaak beschouwt.

Zooals wij gezien hebben, veroorloofde Mozes rechtvaardige

-ocr page 92-

32

interesten te nemen voor liet enkele gebruik van het geleende: „Het is u geoorloofd interest te nemen Daar tegenover staat, dat een aantal, onfeilbare rabbijnen leeren , dat Mozes gezegd had: „Oij /ijt verplicht van den vreemdeling interest te nomen.quot; Maimo-nides schrijft: „God heeft bevolen te woekeren tegenover den goï en hem geen geld te leeuen dan ingeval hij ons interest wil geven, zoodat wij in plaats van hem hulp te verschaffen, wij hem onrecht moeten doen, zelfs dan wanneer het ons nuttig is, terwijl wij tegenover een Israëliet zoo niet mogen handelen 2).quot; Een ander rabbijn zegt; „Het woord van Mozes is een bevel \'\') en de Talmud schrijft eveneens: „liet is verboden te leenen zonder woeker, maar met woeker leenen is geoorloofd 5).quot; Levi ben Oerson 6) herhaalt slechts hetzelfde.

Van deze innerlijk valsche verklaring der It. Schrift tot het onwettig opvoeren van den tax is slechts een stap van \'t geval van het enkele gebruik der geleende zaak, totdat waarin de leener, behalve hot leenen, eenig voordeel zou gegeven hebben. De beroemde Barbaï leert ons, dat men zeer goed wist, dat Mozes den onrechtvaardigen tax had afgekeurd en veroordeeld. Hij schrijft;: „Do rabbijnen van gelukkiger gedachtenis hebben gezegd, dat men van een goï niet meer interest moest nemen als het levensonderhoud eischt 7).quot; Maar bezeten door den geest van tegenspraak en vertrouwende op zijne eigen onfeilbaarheid, zei dezelfde man ten opzichte van den afvalligen Jood, als in het algemeen , van den niet-Jood, met wien do ex-Jood samengaat: „Zijn leven is in uwe hand (o Jood!) en nog meer zijn gold8)quot;. Door die woorden keurt hij de willekeurige vaststelling van den tax goed, zelfs den diefstal, den roof, den struikroof, want hij spreekt zonder onderscheid over goederen en leven.

De Talmud verklaart: Samuel heeft gezegd, dat het den wijzen (de geleerde rabbijnen) geoorloofd is elkander op woeker te leenen.

\') Deut. \'23. \'20.

\') Sepher mizv. f. 73. 4. 3) Deut. \'23. \'•) Pesiqtha rab. f. 80. 3. Teze.

s) Tract. Abod. S. F. 77. a. V. pisqe Tos. a. 1.

6) Verkl. van Jo l\'ent. Kol. \'243. a. Teze.

\') » » 4. Teze.

quot;) » » \'214:1.

-ocr page 93-

33

Toch wotcn zo, dat wookor verboden is. De interest is een geschenk, dat den oone den andere geeft uit dankbaarheid voor dc looning. Samuel hoeft gczogd tot A. b. Ihi: Leen mij 100 ponden peper iu plaats van 120 , want dat is rechtvaardig (als geschenk ten toeken van dankbaarheid), llab Jehuda verklaart dat de Rab gezegd heeft, dat het den mensch, d. w. z. den Jood, geoorloofd was zijnen kinderen en familieleden op woeker te leenen opdat zij „den xmaukquot; des wookers zouden kunnen genieten \') Deze plaats maakt geen melding van den wettigen interest, maar van hot verbod om to woekeren, dat Mozes voor allen gaf, zonder or do wetgeleerden van uit te zonderen. Ze doelt dus op den onrechtvaardigen interest, eerst voor het geval van enkel gebruik, zooals hot voorbeeld met de peper aanduidt — vervolgens voor hot geval van don bovenmatigen taks, zooals do 20o/0 bewijzen en het bevat eeuo derde zonde bedreven door oen huichelachtig spel onder don titel van geschenk, want Mozes hoeft aan do Joden zonder onderscheid den interest voor eenvoudig gebruik verboden, bij gevolg ook den interest onder oen verbloemden titel, in een woord den verborgen woeker (de in het geheim bedreven zonde).

Eindelijk is deze plaats een lage, gemeene onderrichting, erop berekend om do uitoefening van den woeker te loeren. Want indien de Rabbijn aan zijn collega, als recht en billijk, onrechtvaardige interesten aangeboden hooft, welke in die tijden tot 20 0/0 bedroegen , met hoevool meer ijver zullen zij dan de kinderen „den ftmaakquot; niet inprenten van — vooral van den vreemdeling onrechtvaardigen interest to eischen voor het geval van enkel gebruik van hot geleende, zoowol als voor andore. Abarbanol verbergt geenszins dat de Joden hunne wet uitloggen in do beteokenis van geheel willekeurige interesten, maar hij verschoont hen, zeggende2), „Onder de vreemdelingen tegenover welke het ons geoorloofd is te woekeren, moeten wjj de Christenen niet verstaan, want deze zijn in do oogon van den Hemelschen Vader geene vreemdelingen.quot; En elders 3) verklaart deze zelfde groote Abarbanol, minister van financiën in Spanje, dat hij do woorden „de Christenen zijn geeno vreemdelingenquot; slechts in het belang van don vrede gezegd had,

\') Tract. Baba me/.. Kol. \') In zijn Comm. van dim Dent. Pol. 72;gt;.

3) Ma/mia Jezua.

3

-ocr page 94-

34

opdat do Jodon vreedzaam onder de Christenen zouden kunnen leven. Waarlijk, luj had de leer der geoorloofde huichelarij goed bestudeerd. Ook schrijft een ander rabbijn \'): „Onze wetgeleerden hebben de waarheid gezegd door een Israëliet den woeker tegenover een christen-goï te veroorloven.quot;

/ou rabbijn Schwabe dan\'ongelijk gehad hebben toen luj schreef 2): vAIh een Christen yeld nooduj heeft, zal de Jood hem meesterlijk kunnen bedriegen; hij coei/e woekerinterest op woeker interest, tot de som zoo ]ioo(j yeworden zij, dat de Christen niet mee)\' kan betalen zonder zijne hezittinyen te verkoopen, — of wel tot de som eeniye honderden of duizenden hedraayt naar yehniy het vermoyen, en dat-de Jood een rechtsgeding aanvanye en ran de rechters het recht verkregen bezit te nemen ran de goederen des christens.quot;

e. II KT LEVKN.

Do Talmud 3) zegt: „Men moet den braafste onder do afgodendienaars doodeuquot; wel te verstaan, als het mogelijk is. En cenige bladzijden vroeger \'): „Als men een goï uit den put trekt, waarin luj gevallen is, onderhoudt (bewaart) men een mcnsch in de afgo-ding.quot; En Maimonides 5) zegt ook: „Het is verboden medelijden te hebben met een afgodendienaar, wanneer men hem in oen stroom of elders ziet omkomen. Als hij op \'t punt van sterven is, moet men hem niet redden.quot; En Abarnabelquot;) zegt in overeenstemming mot Maïmonides 7): „Hij die een punt van het Joodsche geloof verzaakt is oen ketter en een epicuriër. Mon is verplicht hem te haten, te verachten, te vernietigen, want or staat geschreven: Hoe zou ik hen niet haten, o Heer, die u hatenquot;. „IHj die eon dier wil dooden, zegt de Talmud quot;) en die bij ongeluk een mensch doodt, zoowel als hij , die oen heiden wil dooden (volgens eene andere lezing : een vreemdeling) en door dwaling oen Israëliet doodt, is niet schuldig en verdient niet gestraft tc worden.quot; „Het is geoorloofd, schrijft de Talmud9) hem te

\') Razba ad Tract, liaha Mez. I.e. \') Jüfl. Deckmantel pag. 171.

3) Tract. A boil. zar. Fob 26b. /,. Tosaphot a. I. en Masecb. Sopbanm. Perèq. l.rgt;.

quot;) Tract. Abod. zar. Kol. ai)», Tosapbot a. I. \') Jiul Chaz., Hilcb. Ab./ar.

quot;) lioz EmmCmnd. Fob 9a. \') Perils Ha-miznA ad Tract. Sanbedrin.

\') Tract. Sanbedrin. Fob 7KI). \'\') Tract. Aboil. Zar., Fob 20\'\'.

-ocr page 95-

35

(loodoii, die hot bestieren van God ontkent.quot; „Indien een kotten-of\' een verrader, zegt hij elders\') in een put valt, trekke mon hem niet eruit, indien or eon trap in den put is, iioine men hem weg on men zegt: ik doe dat omdat mijn beest er niet inga, indien er een steen op hot gat ligt, legt men hem er weder op , zeggei\'de , ik doe zulks opdat men beest er niet doorvalle.quot;

„Het is rechtvaardig, zegt de Talmud 2) den Minaëer , d. w. z. den ketter te dooden.quot; Hij die hel hloed der yodrhlonzen , d. w. z. der iiic/-Joden, doet vloeien, zoggen de rabbijnen, brengt God eene offerande

Het verbod: „gij zult niet doodslaan,quot; zegt Maimonidos \'\') bo-teokent, dat men geen Israëliet moot doodon, welnu do goïms, zonen van Noë en do ketters zijn geene Israëlieten.quot; Maar hij die eene ziel in Israël doodt, zegt de Talmud ^ zal beschouwd worden, als hebbende do goheele wereld gedood, en hij dio eene ziel in Israël redt, zal beschouwd worden als hebbende do geheole wereld gered. Do Talmud zegt nog f\') en Maimonidos herhaalt dit: „Een kind van Noë, dat godlastert, of die afgodendienaar is, of die zijn gezel (een kind van Noë) doodt, of die do vrouw van dezen misbruikt zal vrij zijn, indien hij later hot Joodsche geloof omhelst, maar als hij een Israëliet gedood heeft, en dat hij Jood worde, hij is schuldig en zal ter wille van den Israëliet tor dood gebracht worden 7).quot;

/\'. DE VROUW.

Mozos hoeft gezegd : „Gij zult uws naasten huisvrouw niet bo-geerenquot; en „hij dio echtbreuk bedrijft met de vrouw zijns naasten is des doods schuldig.quot; De Talmudquot;) leert, dat Mozes aan de Joden slechts de oohtbrouk met do vrouw van den naaste, d. w. z. den Jood, verbiedt, maar dat do vrouw van don andore, d. w. z. don niet-Jood uitgezonderd is.

Do Tosaphoth van den Talmud en do boroor.ide Razi (Vorkl.

\') Tract. Abod. Zar., Fo\'. \'lo».

\') Tract. Abod. Zar. Kol. l1\'. Tosaphoth a. 1.

quot;) Jalqüt Zimeoni ad Pent. Kol. 245. kol. 3 en Midderaz Damidebar rahbA.

pag. 21. .lad Cliaz. hilch. lio/each en hllcli Melacbim.

5) Tract. Sanhedrin. Kol. 37».

quot;) ld. Kol. 7\'lb en Jad Cbaz I. c.

\') (C\'fr verder onder i.) \') ld. Kol.

-ocr page 96-

30

Font. Lov. 20, 10) maken do opmorking, dat mon daaruit kan zion, dat do mot-Joden goon huwoljjk hebben. Doze schandolijko leer is het gevolg van do leer, die don niet-Jood do monschelijko waardigheid ontzegt. Want hot huwoljjk, die zedelijke instelling, kan slechts tusschen meiischen bestaan; betreffende dieren kon men sleehts van hunne copulatie sprokon. Do rabbijnen Bachaï, Levi, Gorson en anderen leeraren hetzelfde, zoodat wjj door de verklaring van velo „wetgeleerdenquot; weten, „dat de Jood (jeen echtbreuk gelooft te. bedrijven, wanneer hij eene Christin verkracht.quot;

Maimonides, ofschoon wijsgeer, verklaart uitdrukkelijk: „Hot is geoorloofd van eetie ongetrouwde vrouw (d. w. z. eene niet-Jodin) misbruik te maken,quot; (te verleiden) (Jad. Chag. Hilch. Melachim).

Men heeft dit in eenige uitgaven weggelaten. Do Talmud zegt \'): „Hij die in den droom zjjuo moeder verkracht (per coïtum) kan op wijsheid bogen volgens Spr. 2, 3 („Cijj zult de wijsheid uwe moedor noemenquot;); hij die eene verloofde verkracht, kan op de gemeou-zaamheid der wet hopen, volgons Deut. 33, 4; hij die zijne zuster verkracht, kati op verstand hopen, volgons Spr. 7 , 4 en het eeuwige loven zal voor hom zijn, dio do vrouw van den naaste verkracht.quot; Indien zulke schandelijke dingen zoo groote bolooningon verdienen, kan de monsch levendig die droomon verlangen, wat toch tegen het gezond verstand strijdt. Vervolgens zal de Jood gemakkelijk kuunen deuken, indien de droom reeds zulke hoop geeft, wat zal dan do werkelijkheid niet zijn, en onderscheid makende op do wijze van den Talmud zal hij tot zich zelf zeggen:

„Indien ik die zaken niet verlangen kan, zal ik ze toch van avond in uitvoering kunnen brengen of als ik het van avond niet kan, zal ik hot op een anderen tijd kunnen.quot; Kfi hebben wij reeds niet gezien, hoe de rabbijn Dr. Kroner leert, dat de Talmud aan den monsch (aan den Jood), gekweld door den hartstocht, het recht toestaat zjjn hartstocht bot te vieren zonder zonde to bedrijven? Altijd evenwel, dat men hot in \'t verborgene doe opdat de heilige naam van Israël niet gelasterd worde.

We lezen in den Talmud 2): vFiU(t 8 annorum et diei uniusgt; des-ponsatur per coïtum; si autem infra ■! annos sit, perinde est, ar si quis digitum inderet in oculum (i. e. non est reus laesaeviryinitatis,

\') Tract. lierachoth. Kol. -r)7;l. 2quot;) Tract. Nidda. l ol. V7i1.

-ocr page 97-

37

qui a siynaciilum, judicatur recrescerc, sicnf, oculus tactu digiti ad momentum tantum lacrimatur).\'quot;

Vorvolgons verhaalt do Talmud \') dat oenigo zjjnor voornaamste meesters, Rab on llab Naohman, in eonc vreemde stad komende openlijk lieten vragen, of do eeno of andere hun niet voor oonige dagen tot (als) vrouw wilde dienen.

Do Talmud 2) verhaalt van rabbi Eliözer ; dat er geen publieke vrouw op de wereld was, van welke hij geen misbruik gemaakt had. Wanneer hij vernam, dat er ergens eeno was, die een kas vol goud eischto, nam hij zulke kas en ging over zeven stroomon tot haar. (Do rest is al te smerig.) \'t Voorgaande is te afsohuweljjker, omdat bij slot van rekening er gezegd wordt, dat Eliëzer bij ziju dood door God tot den hemel geroepen werd en hij erin gegaan is. Nu, wijl men vóór do geschiedenis van Eliëzer de opmerking leest, dat de ketters, zelfs wanneer zij zich bekooren, don weg dos levens niet zullen vinden, omvat men de moraal van alles in deze woorden: „Blijf hardnekkig Jood en eindelijk zal u alles worden vergeven.quot; De Talmud3) verhaalt van Aqiba, door de synagoge den tweeden Mozes genoemd: „Toen Aqiba op zekeren keer eene vrouw op een palmboom zag zitten , klom hij erbij , maar hij vond er Satan onder de gedaante eoner vrouw, en Satan zeide : „Als tnon mij iti den hemel niet beval omzichtigheid te gebruiken met Aqiba en zijne wet, gaf ik gooa twee duiten voor uw leven.quot; De Talmud verhaalt hetzelfde van de rabbijnen Meir en Tarpon. En men bemerke wol, dat volgens den Talmud de handelingen der rabbijnen doorgaan voor inachtnemingen der wet. 4) Men zal dus gemakkelijk begrijpen, dat do Talmud vele zaken bevat, die door do Christeuen beschouwd worden als onwelvoegelijke dwaasheden, zooals gemeene scherts en gomeeno boort, die onmogelijk kunnen worden medegedeeld 5).

Maar wat zal de Joodsche vrouw zeggen, wanneer ze hoort, dat onder haar eigen dak, haar man omgang heeft met eene andere

\') Tract. .lomma. Kol. IKK

quot;) Tract. AI)0(1. Zar. Kol. quot;17quot;. :\') Tract. Qktdüsin. Kol. 81-i.

\') Tract, lierachotli. Kol. 02quot; en Tract. Cliag. Kol. ■\') 11.

5) /. Talmud. Tract Sanhedrin. Kol. 22. Tract. Sab. Fol. 149h. Tract. Nazir , Kol. 23. Tract. Sóta. Kol. 10. Tract. Moed Qattan. Kol. 18. enz. enz.

-ocr page 98-

38

vrouw? Volgons don Talmud, mist zo liet rocht van zich te beklagen. Toon Jochanan oonigo dingen, zoo gemeen dat wij het niet zeggen mogen, onzedelijk noemde, riep moii hom too: „Neon, zoo is do wet niet, want do wijzen hobben gezegd: „de man kan mot zijne vrouw doou wat hem goeddunkt, zooals mot een stuk vleesch, dat van do i slachter komt, dat men gebraden of gekookt kan eten of ais met eon visoh , die van den visscher komt.quot; Tot steun van bovenstaande haalt men hot geval aan, dat een rabbijn, aan wien oene vrouw zioh beklaagde van door haar man op eono sod .. .-tischo wijze behandeld te zijn, tot antwoord gaf; „Mijne dochter, ik kan u niet helpen, de Wet (dio van den Talmud nameljjk) heeft u opgeofferd.quot; Die schandelijke loor bevindt zich niet alleen in den ouden Talmud, maar ook in don nieuwen \'). Dit wordt in allo uitgaven herhaald, mot oene gruwelijke bemerking, getrokken uit eeno valscho uil legging van don Bijbel, t. w. dat do Jood op de aangewezen wjj:;e alles kan doen wat hij wil, maar, dat do No-achiot, d. w. z. de niet-Jood niemand anders aldus behandelen mag dan do vrouw van eon anderen Noachiet.

Do openbare gebeden eischon volgens don Talmud 2) do tegenwoordigheid vau 10 mannen ; 9 mannon en een millioen vrouwen zijn niet voldoende om oene vergadering volledig te doen zijn. God is er dan niet tegenwoordig, omdat do vrouw niet medetolt, zij is niets1).

Wanneer dus eeno Joodsoho vrouw gedwongen is zich sod .. .-tisch te prostituoeren, heeft zjj hot recht niet zich te beklagen, evenmin vanneer hij omgang hooft met eeno goïa; de verkrachting oener goïa (niet-Jodin) kan niet beschouwd worden als echtbreuk van den kant dos Joods. — Ik vraag nu of de Kerk , slechts wijzende op do geschriften dor Joden , niet voldoende recht heeft om Christen-meisjes te verbieden bij oen Jood in dienst te treden ? En kan men hot nog onverklaarbaar vinden, dat zooveel jonge christen-moisjos door Joodsche jongelieden worden verleid?

Is het niot zeer gemakkelijk do opmerking van rabbijn Kroner, dat de statistiek slechts weinige onwettige kinderen onder de J oden aanwijst, op hare juiste waarde terug te brengen.

\') Amsterdam 1 tlii. sqq. Sal/.bach I7tgt;0. Warschau 1864, in Tr. N\'cdaiim. Fol. 20b. 2) Tract. Meg. 23».

3) Drach,, Harmonie. 2. 335. Parijs 1844. Cf. Sab. 62a.

-ocr page 99-

39

Van don eenen kant veroorlooft do Talmud oono praktijk op de wijze van rabbijn Kah, terwjjl hij de eenheid des gezins eerbiedigt; van don andoren kant is do sod .... hot door den Talmud geoorloofde middel om op de wijze van Ral), de uitverkorene voor do vruchtbaarheid te behoeden, indien zo Jodin is en om te voorkomen, dat er indringers in hot gezin komen. Voeg bij die handelwijze dor Joden, don natuurlijken afkeer der niet-Joden togen de vereeniging (coïtus) mot eene Jodi i en men zal de voornaamste oorzaak hebben, waarom do statistiek slechts een klein getal onwettige, Joodsche kinderen aanwijst. Do Jood tracht de Jodin, van welke hij misbruik maakt, voor hot moedorschap te vrijwaren en de statistiek steil do kindereu eonor goïa (ocno niet-Jodin), dio zij van een Jood ontving, niet op rekening van den Jood. Ik ken Jodon, die, uit eigen ervaring, dezen staat van zaken zouden kunnen bevestigen. Uit hot voorgaande volgt nog, dat de zedelijkheid eener niet-Jpdin niet beneden die der Jodin staat, al is er zelden sprake der onwettige geboorten eener Jodin, want volgens den Talmud en volgons het gewijd gezag des Bijbels, die, volgens rabbijn Kroner, door den Talmud moet worden verklaard en onderhouden, is de Jodin onderworpen aan ondeugden tegen do natuur, zij heeft dus geen enkele aanleiding om haar ras boven dat dor niet-Jodin te verheffen. Feitelijk vinden wij er het bewjjs in, in het leven onzer groote steden, waar do Jodin, zich toonende zooals ze is, hot grootste getal publieke vrouwen levert. Een Joodsch blad van onze dagen \') schrijft: „Sedert meer dan vijf en twintig jaren, ziet men onder de publieke vrouwen onzer groote steden, meer Jodinnen dan Christinnen. In Parijs, Londen, Berlijn, Hamburg, Weenon, Warschau, Krakau, ziet men onder de demi-monde, op straat en in de huizen van ontucht — naar evenredigheid — moor Jodinnen dan Christinnen, \'t Is treurig, maar \'t is de waarheid.quot;

Volgens hetzelfde blad 2) is hot voldoende Jood te blijven om aanspraak te hebben op achting.

„Jufrouw J. F. had (Ie loopbaan van hot tooneol gekozen, haro begrafenis had plaats volgens den Joodschen ritus, omdat haar hart altijd Joodsch gebleven is, en ofschoon ze toegegeven moge, hebbe aan de verleidingen, zooals zoovele dames, die dezelfde

\') Archives israëlites. 15. p. 711. 1876. 2) Archives israëlietes \'2. p. 523.

-ocr page 100-

40

loopbaan volgen, heeft zo ovenwol nauwlettend do familio-ovorlo-veriugen bewaard, enz. enz.quot;

Gelijk dozo openbaringen hare verklaring vinden in de ter plaatse aangehaalde woorden des Talmuds, evenzoo is het feit van tot hot nitvorkoron volk to behooren, van natuur om ons do woorden van Cerfbeer to verklaren \'). „De jodin verzaakt minder dan elke andere vrouw het karakter van haar ras. Ze is trotsch, zwak, lichtgo-loovig, houdt van twist en laster. Zo veracht do Christinnon diep on laakt do Jodinnen. Zij is toedor eu odd van gevoel; do liofdo is do deugd, welke zjj moor in toepassing brengt dan de nederigheid en de gehoorzaamheid. Indion zij tot do boste familiën behoort, en oone netto opvoeding ontvangen beeft, zal ze do oer van eon salon mot zeldzame onderseheiding, met verstand on waardigheid ophoudenquot; en voegt een Joodsoh blad2) erbij: „op een bal on in do soirees, onderscheidon zich do Jodinnen, princessen van het huis van David, door den rijkdom en glans barer toiletten.quot;

IIL De eed.

De Israëlieten hebben zich herhaalde malen beklaagd 3), dat men bun eed tegenover niet-Joden wantrouwde en eenigo geleorde Christenen zijn geneigd hen minder streng te beoordeelon te dozen opzichte. Ik zou zeer gaarne hunne gevoelens doelen, maar, helaas! mij no overtuiging verschilt zoor veel dien aangaande.

In den grond moet men bekennen, dat volgons hot stolsel van hot rabbjjnendom men geen groot vertrouwen in den eed van een Jood hebben kan. Want, wat kan toch een eed beduiden ton opzichte van oen dier ? Hjj heeft geen reden van bestaan, want de eed is hot laatste middel om oen verschil tusschen monschcn te regolon. Indien mon derhalve eon Talmud-Jood verplicht to zworen voor of togen een Christen, dwingt men hem tot eene dwaasheid, die hij uit zich zelf niet zou begaan, die bij eenvoudig als eene formaliteit beschouwt, die zijn geweten volstrekt niet raakt. Verder, indien de Talmud de goederen on hot lovon van don niet-Jood als eigendom van den Jood beschouwt, hoe kan de Jood dan ooit

\') Cerfbeer, les Juifs. p. 49. (Parijs, 1847.).

\') Univers isr., 7, 295, \'1867. Arch, isr., \'15 Dec., 1866.

-ocr page 101-

41

twisten met den niet-Jood over het wijn mdjn. Van hot rabbinisch standpunt, lieoft de Jood recht alles te nemen wat hem behaagt, alles is zijn eigendom. Als ik overtuigd ben van mijn recht van eigendom, hoo zou ik dan kunnen zweren of\'eenvoudig verklaren: mjjn geld is uw geldr1 Indien eenige kracht mij dwingt dergelijke verklaring af te leggen en do kracht van mijn wil niet beneden mijne overtuiging is, zal ik zeggen: liever sterven dan dergelijk onrecht te begaan, indien ik daarentegen, uit zwakheid de vrees voor schade boven de waarheid verkiezende den eed doe, dien men mij vraagt, zal ik zeggen: het geld behoort toch aan mij, ik zal hot terugnemen waar en wanneer ik kan, quia ren clamnt tul l)o-niinum. Dus is die eed of verklaring nul en geener waarde.

Er bevinden zich daarenboven in den Talmud vele voorbeelden van de beroemdste rabbijnen, die feitelijk tot leer dienen voor den Talmud-Jood. llabbi Aqiba \') legde een eed af en dacht bjj zich zelf, dat hij niet geldig was. llabbi Jochanan 2) zwoer eene edele vrouw ten opzichte van een geheim in deze woorden; „Aan den God van Israël wil ik het niet openbarenquot;; — de dame meende, dat de rabbijn zich verbond het geheim tor eere Gods te bewaren— maar bij inwendig voorbehoud (mentale restrictie) zei bjj bij zich zolf: aan den God van Israël zal ik niets bekend maken, maar ik zal het aan het volk van Israël openbaren. Wat de zuiver mentale restrictie om een eed nieti;/ te doenzijn betreft, verklaren de rabbijnen in heyinsel, dat het telkenmale geoorloofd in, wanneer men tot het eedafleyijen gedwongen wordt \'*). Derhalve, wanneer oen Christelijk gezag den Talmud-Jood zou verplichten te zweren , kan men denken dat, volgens do door den Talmud aangenomen beginselen, de tot den eed gedwongen Jood zich niet verplicht gelooft om de waarheid te zeggon. Het laatste aangehaalde werk zegt nog4): „Indien een koning beveelt te zweren en te openbaren, dat een andere Jood zonde heeft bedreven met eene yoia, en dat hij met den dood moet worden gestraft, moet deze eed beschouwd worden als een gedwongen eed., e* vernietigd- worden in genoemden zin.quot; Een ander rabbijn zegt5): „Indien een vorst een Jood doet zweren, dat hij zijn land niet wil verlaten

\') Tract. Calla II.

2) Tract. Abort. Zar. Kol. \'28ii en Tract. Jnnima. Kol. 84quot;.

\') .lore Dea. § 232, 12 en li. \') ld. ») Hagabotb Azari.

-ocr page 102-

42

moet de Jood denken: „vandaar/ wil ik het niet verlaten,\'\'\'\' — en indien de vors! nitdrukkel jk eincht, dat hij het nooit moet verlaten, zul de Jood denken: ja, op die en die voorwaaarde.quot; Vorder is or duidolijk \') bij^ovoogd: „Dat nllos moot nion slechts doon in \'t go-val , dat tnoii don eod kan ontduiken zonder dat de afgodendienaars zulks bemerken, indien hot evenwel ter kennisao der afgodendienaars kan komen, is het verboden opdat de naam van God niet ontheiligd worde.quot; \'t Is daarom, dat Sedikia is gestraft geworden, omdat hij ongetrouw geweest was aan den eed, dien hij Nabuohodonozor had gezworen, ofschoon hij er too gedwongen was. Het gebeurt, dat de Jood zich beroemt op zijne trouw aan den soldaten-eed , maar men kan hom herinneren, dat de afgodendienaars zeer gemakkelijk van het niet houden van zulken eed kennis dragen, en dat de trouw geheel en al overeenstemt met de aanbevoling der rabbijnen, die zeggen dat in bet geheim zondigen geoorloofd is, maar dat men zorgen moet niet ontdekt te worden op dat do godsdienst (het Jodendom) er niet aansprakelijk voor worde gesteld.

Geheel eene reeks Joodsche boeken2) leeren, dat de Jood vaste-Ijjk gelooft, dat op Grooten Verzoendag, alle zonden vergeven worden, zelfs de zwaarste, de valsche eeden onder begrepen; zonder dat er sprake is van restitutie (herstelling, teruggave, vergolding). Do Christen gelooft ook aan de vergiffenis der zonden, maar lijj weet, dat de teruggave van het gestolen voorwerp en het eerherstel van den naaste de voor de vergiffenis noodzakelijke voorwaarde is.

Deze redenen zijn niet krachtdadig genoeg geweest om de geleerden van welke ik boven gesproken heb van meening te doon veranderen. Alleen hebben zij voorgesteld van den eed te doen vergezeld gaan van de vreeselijkste vervloekingen, zooals die in de synagoge gebruikelijk zijn; zij meenen, dat zulks hen, die nog eenigermate voor goede gevoelens vatbaar zijn, zou kunnen terughouden. Ik wil dat eens aannemen, maar ais goed logicus Tnoet ik toch zoggen: Indien ik waarlijk de leer van het rabbjjnendom als goddelijk beschouwde, zou ik meenen logisch te handelen door

\') .lore Dea i. c.

2) Miüderiis Talpijoth. Kol. 131\'; Jalqüt Ziiuooni. Kol. 94. kol. i. No. 665. .lalqüt. Chad. Kol. I\'21; Sepher Cad lia-qemach. Kol. 13. kol. 4 en Sepher Chasedim. No. \'20. enz. enz.

-ocr page 103-

43

inwendig den eed te vernietigon, tot welken ik gedwongen /.on worden; ik zou zelfs golooven er toe verplicht te zijn. Want wie toch heeft hot recht mij to doon zworen, dat mijn linis, mijn huis niet is? Ik zou God door eeno leugen beloedigon, als ik in dorgo-lijken eed toestemde. Kn wijl mij in mijne hoedanigheid van rah-hinist, op hot voorbeeld van Aqiba, don tweeden Mozes, geoorloofd is de grootste mentale restrictie to maken, wel, zoo zou ik zweren, wat mon oischto, maar ik zou hot tegendeel gelooven. Laat hot over hot opperste goed gaan, over hot loven, dan zon het mij geoorloofd zijn ingeval ik van moord op eon niet-,lood gepleegd beschuldigd word — te zworen, dat er geen mensch is gedood en ik zou deuken „een dier is gedood.quot; Dat dio oeden plechtig, of zoo maar ginder heen, zonder plechtigheden, worden gezworen, voor den logischen mensch, die in staat is over zakon to oordoolon, is oen on hetzelfde.

Ik zal maar enkele punten nog aanstippen, wat ik gozogd het zou reeds voldoende kunnen zijn. Op Orooten Verzoendag hebben de Joden eeno gebedsoefening, die van de algemeene — reeds ver-melde vergiffenis (kwijtschelding) verschilt, namelijk; „Dat allo „beloften en alle verplichtingen, alle lasten en alle eeden . die wjj „beloven en zweren van dozen Verzoendag af tot aan deiizelfden „toekomenden dag, vergoten en vernietigd zijn, dat zij zonder „kracht en zonder waarde zijn. Wij willen, dat onze beloften geeno „beloften, onze eeden geone eeden zijn.quot; Dozo daad heeft op den avond van het feest op plechtige wijze plaats; de voorganger bijgestaan door twee der voornaamste rabbijnen spreekt dat gebod uit, nadat alle drie in den naam van Ood eeno plechtige inleiding hebben uitgesproken.

Daarenboven kan oen Jood, die don ood, wolkon hjj gezworen heeft, niet houden wil, een rabbijn of drie gewone mannen gaan vindon om te vragen van den eed ontheven te worden. Hot is waar, dat oenige Joodsche schrjjvers de opmerking maken, dat deze twee praktjjken slechts betrekking hebben op in de haast gedane beloften , afgelegde eeden , voor persoonlijke zakon van andoren. Ik zou het nog met hen eens willen zijn , maar de groote plechtigheid , waarmede die oefening op den Verzoendag gehouden wordt, dwingen mij aan de waarheid van do bewering dezer schrijvers te twijfelen.

-ocr page 104-

44

IV.

Ihgt; Christenen.

Volgons do Joodscho loor is Jezus viui Nazareth geen 0cd, maar oon sohopsol, ooii meuscli oonvoudig. Hot is derhalve duidelijk , dat in de oogon van oon Jood, do Christenen heidenen of afgodendienaars zijn. Want afgoderij bestaat in hot Goddelijke oor bewijzen aan oon schepsel. Hot is ovenwol waar, dat do versehillonde vormen van afgoderij verschillen wat de graad van zedelijkheid betreft, dat do oenen zuiverder zijn dan de anderen, zooals b. v. do l\'orzisobo eeredionst, dio minder afschuwelijk is dan de Kauaneesche. Toch is hot onmogelijk van oon godsdienst, die aan oon sohopsol (iodde-Hjko oer bewijst, niet te beschouwen als heidenseh of afgodisch. Derhalve zal mon gemakkelijk bogrijpen, dat do Christenen niot worden uitgezonderd, wanneer in do Joodscho boeken in het alge-moon van ffoïvts — d. w. z. heidenen - gesproken wordt, eii dat hot geheel en al overeenkomstig do Joodscho leer is, wanneer de Christenen worden aangeduid door namen van sommige heidonsche volkoren, die niet meer bestaan. Men verhaalt ook van don ouden rabbijn Levi, die na te vergeefs geloochend te hebben, dat do Christenen door alle tijden hoen yoïm worden gonoomd , hij bon trachtte te overtuigen, „//o/quot;\' geen scheldnaam was. Toch gelukte deze list niot, want wanneer men oen Israëliet, wolko ook, mot don naam goï aansprak, begreep do Israëliet den waren zin van dit woord on verzotte zich met do grootste verontwaardiging tegen dergelijke benaming. Men moet ook nog bemerken dat do nieuwe uitgave van den Talmud, die van Warschau 1863 04, op in hot oogvallende wijze het woord „goïquot; dor oude uitgaven weglaat en het door eene omschrijving vervangt.

Do Talmud \') zegt o. a.: „Onder do feestdagen der afgodendienaars, rekent men ook den eersten dag der week, den dag van den Nazaröer, d. w. z. don Christen-Zondag. De naam van „den zoon dos timmermans,quot; dien de Talmud •) aan den Nazareër geeft, komt overeen mot de benaming dio tijdons zijn levon. Onze Hoor

\') Tract. A 1)0(1. Zar. Kol. \'2. 6quot; cm 71\', 2) ld. Kol. 501.

-ocr page 105-

45

van do Joden ontving volgens II. Mt. 13, 55. Evenzoo stemt de verandering -— verwisseling, welke de Talmud \') maakt va» den naam Jezus tot één woord, dat beteekent: „Dat zijn naam en gedachtenis vernietigd wordequot; overeen met do boven vermelde leer des Talmuds, te weten, dat do Jood, indien bij kan, den ketter, die den naam van Jood verzaakt, moet worden vernietigd. De naam en de gedachtenis van Jezus kunnen niet worden vernietigd zonder dat de Christenen zijn lot doelen. Wanneer do TaPhiud 2) Jezus Christus een afgod noemt, vloeit hieruit noodzakelijk voort, dat de Christenen, die zich gelukkig achten Jezus Christus getrouw te dienen, afgodendienaars zijn. Maar wanneer de Christus do toover-kunst heeft beoefend, zooals de Talmud zegt maakt zulks do Christenen dubbel afgodendienaars, en als hij als een gek wordt gescholden1) dan komt zulks voort uit de behandeling, welke hij van den kant vun llerodes en zijne tijdgenooten heeft ondergaan, die hem als toovenaar beschouwden en verklaarden , dat hij een verbond met den duivel had aangegaan. En de naam van goddelooze, die de Talmud5) aan don Christus geeft, bewijst dat do Christenen, do aanbidders van dien goddelooze, niet minder goddeloos zjjn.

Er is gezegd, dat men don besten der goïms moest doodslaan als men kon, welnu, weten wij niet, dat alle Christenen zonder onderscheid tot dat getal behooren ? ilazi quot;) aarzelt niet het kind bij zijn waren naam te noemen, zeggende: „Men moet den besten onder de christenen om hals hrenyen.quot; En om aan do zijnen wel to doen verstaan, dat hij de Christenen op het oog heeft, herhaalt de Talmud een ander maal7): „Een goï, dio de wet bestudeert, verdient den dood.quot; Do studie dor wot kan een goï slechts toegestaan worden, wanneer hij door de besnijdenis Jood wordt; maar iedereen weet, dat do Christenen van het begin af de wet van Mozes hebben bestudeerd.

Indien sommige rabbjjnen de tegenwerping maken , dat do Talmud oen goï, die de wet bestudeert, vergelijkt bij den hoogepriester,

\') Tract. Aboil. Zar. 17\'gt;, \'l) bl. Kol. \'27I1.

a) d » « Kol. \'27li. quot;) Tract. Sub. Kol. I(H\'1.

\') Tract. Sanliedrin. Kol. lor)\'\'». quot;) Ad Kxoil. (Uitg. Amsterdam.)

\') Tract. Sanhedrin. Kol. riO11.

-ocr page 106-

46

dan verklaart diezelfde Talmud, dat inon door do wet, hier de wet der 7 geboden van Noë moet verstaan.

Vorder bewijzen de tegenstrijdigheid dos Talmnds slechts eeno zaak, namelijk, dat de Taimud-geloovige altijd kan doon zooals hem goeddunkt.

„Verder staat er uitdrukkelijk \') in den Talmud : De Christenen zijn afgodendienaars.quot; Toch is het geoorloofd mot hou handel te drijven op hun feesfdag, op den eersten dag der week (!!). Eenige bladzijden verder 2) wordt molding gemaakt van den Christelijkeu oero-dienst, van do priesters (rasi), van do waskaarsen on van do kelken , alles wordt als afgoderij bestempeld. Op de vraag, of de Jood huizen mag verhuren aan do heidenen onder wolke hij woont, antwoord do Talmud3): Ja, want zij behouden hun afgod niet voortdurend in hot huis, zij brengen hem er slechts, wanneer iemand op punt van sterven isquot; of „indien iemand ziek isquot; en hij voegt er uitdrukkelijk bij: „Alle volkoren zonder onderscheid zijn afgodendienaars.quot; De rabbijnen , die later schreven, denken er niet anders over. Kazi zegt \'1): „Nazareër is hij, dio de dwaling van dezen man aanneemt, die aan do zijnen beval den eersten dag der week te vioreu.quot; Maimonides schrijft5): „De Christenen , die Jezus Christus volgen, zijn allen te zamen afgodendienaars, ofschoon zij in loer verschillen en men moet hen behandelen, zooals men afgodendienaars behandelt.quot; Hij komt dus ronduit voor den dag mot wat in den Talmud staat. En elders zegt hij\'\'\')1 „Do Edomiten (= Christenen) zijn afgodendienaars, de eerste dag der week is hun heilige dag.quot; De beroemde Kimchi 7) wijst zelfs de reden aan, waarom de Duitsche Christenen tot de verfoeilijkste soort heidenen, tot die der Kana-neërs, beboeren. „De bewoners van Duitschland, zegt hjj zijn Kana-neërs; toen de Kananeërs voor Jozué vluchtten, trokken zij zich terug in hot land Allemannia, dat men Duitschland noemt er tot op dozen dag worden zjj Kananeërs genoemd.quot; En elders quot;) zegt hij: Do Christenen zijn afgodendienaars, omdat zij den knie buisen voor het kruis.quot;

\') Tract. Aboda Zar. Kol. 2a. \') ld. Kol. \'21a.

^ Perils Ila-misna a. 1.

\') In zijn Coram, ad Oliailj. 1 , 20.

\') ld. Kol. li\') enz.

Ad Tract. Abod. Zar. Kol. \'3«. °) Jad. Chaz. hilch. Abod. Zar. quot;) Ad. .les. \'2. IS.


-ocr page 107-

47

Do Talmud \') noomt Jezus 0011 afvallige Jood. En Maimonidcs schrijft2) „ 11 et in yehoden te vermoorden en in den put des verder fx te storten, de vi\'rrlt;(dern in Israël en de ketters (Minim) zoouln Jems run Nazareth en zijne volgeHngen; (in eeni(/e aitz/aven; zaoals /adah en Bait hos en hanne rolyelinc/en).quot; „De leor van Jezus van Nazareth, zegt do Talmud, is oeue ketterij 3) „Zijn \'\') leerling Jacob is een ketter,quot; vervolgens wordt er elders, zelfs in de nieuwe uitgaven, gezegd ■\'i): De Evangeliën zijn kettorsche boeken.quot; Abarbanel leert, dat do Christenen ketters zijn, omdat zij gelooven, dat de Godheid uit vlcesch on beenderen bestaat. En volgens Maimonidcs 7) al wie zegt, dat God een lichaam aangenomen heeft is een kotter. Do oude Nizzachon schrijft, pag. 17: „Do ketters zeggen, dat Num. 17. 8. (door eene eenvoudige toepassing) betrekking had op Jie Charja {drek, stront), d. w. z. op de li. Maagd, die maagd zou gebleven zjjn na Jezus te hebben gebaard; en pag. 70 leert hetzelfde boek over Jor. 31, 41: „Uier zeggen de ketters, dat de profeet dit van Jezus voorspeld had, die het schandelijke doopsel voorschreef in plaats van de besnijdenis, en den eersten dag der week in plaats van den Sabbath,quot; Nizzachon van den rabbijn Lipman zegt n. 76: „De derde soort kotters loert, dat God oen lichaam en eene gedaante heeft aangenomen.quot; Vele rabbijnen spreken in denzelfden zin. Het wetboek der Joden8) zegt9): „dat een Jood, die in de mogelijkheid zou zijn, onder een voorwendsel welke ook, openlijk alle ketters ter dood moest laten hremjen,quot; en de Talmud l0) beweert, dat men hen gewaponderhand moet dooden.

Do Talmud, over de afschuwelijkste ondeugden handelendquot;), zooals moord, onkuischhoid, pederastie, sod...., bestialiteit, verwijt ze aan de Christenen, \'t Is waar, dat stemt overeen met do talmudische uitspraak , dat do Christenen goddeloozen zijn.

\') Tract. Gittin. Kol. 57quot;. \') .fad-Chaz. Ililcli Abnd. /.ar. Pereq 10.

:\') Tract Abed. Zar. Kol. \'I7a. \') lil. Kol. 271\'.

3) Tract. Sab. Kol. •H6quot;. quot;) In zijn Comment, art IJont. I!\'2. \'21.

\') Hilch Tbezi\'iba. Pereq 3. quot;) Zülchan Ariich.

quot;) Joro Ilea S 158 en Clio/.en Mizpat S 425.

,0) Tract. Abort. Zar. Kol. 4lgt; Z. Tosaplioth a. I.

quot;) Cf. Tract. Abort. Zar. Kol. 25b. SOquot; en Tosaphotli a. l.en Kol. 2a, 1 i\'), 21a, enz. enz.

-ocr page 108-

48

V.

De ban.

Wo hohbou do wet vim don Talmud-Jood looron konnon. Zooals olk genootschap, vooral olke godsdieustige gemeente , in het belang van eigen behoud, hot middel moet hebben om weerspannige leden, die zich niet aan de wet willen onderwerpen, uit te sluiten — zoo heeft het behoudend Jodendom van den Talmud en van de rabbijnen ook zijn ban of excommunicatie. In onze dagen, nu de liberale en Joodsche wereld voortdurend den mond vol heeft van den ban der Katholieke Kerk is het wel do moeite waard in hoofdtrekken de betrekkingen van den Joodschen ban to schetsen.

Van alle oorzaken, die den ban na zich slepen, verdienen de volgende vermelding. Beloopen \') den ban zij die een rabbjjn verachten , al was het na den dood vau dezen; — zij dio do woorden der rabbijnen en der wet verachten; zij die anderen van het volgen der wet afhouden; — hij die zijn akker aan een niet-Jood verkoopt, zoowel als hij die voor oeno niot-Joodsche rechtbank tegen zijn geloofsgenoot getuigt, enz.

Do ban heeft drie graden. Wijl do derde roods lang buiten gebruik is, zullen wij slechts van de eerste twee, die Nidduï en Cherem worden genoemd, spreken.

De minste graad2), de Nidduï, heeft voor gevolg hem die er door getroffen wordt, te verplichten afgezonderd van iedereen te leven, zoodat hij met uitzondering zijner vrouw , kinderen en dienstboden, 4 ol van iedereen moet verwijderd blijven en dat hij zich gedurende dien tijd niet wasschen, niet scheren mag. Tien mannen vormen, zooals boven gezegd is, eene heilige vergadering on indien er slechts 9 zijn kan do gebanneno niet voor den 10en tollen, en komt hij in eene heilige vergadering van 10, dan moot hij op 4 el afstand blijven. Indien hij beladen mot den ban komt te sterven, laat do rechter een steen op zijne doodkist loggon om aan te duiden, dat do overledene verdiend had gesteenigd te worden, omdat hij buiten do gemeenschap gesloten was en gestorven is zonder boete te hebben

\') .lore Doa. 8 ^3^? 43,

2) ld. «n Seplier Hezith Cliokhina.

-ocr page 109-

49

gedaan. Niemand draagt rouw over hom, niemand vergezelt liom naar zijn graf, zelf zijne naaste bloedverwanten niet. Dezo ban die, volgons do omstandigheden nog stronger wordt, kan zelfs dooreen gowoon persoon worden uitgesproken. Hij duurt 30 dagen, on indien de gebannone niet tot inkeer komt, wordt hij verlengd tot 60, en zelfs tot !)0 dagen. En indien na dien tijd de boetedoening nog uitblijft zal de groote ban , Cherom genoemd , worden uitgesproken.

Terwijl de Nidduï don gebannone veroorlooft op een afstand van 4 el met anderen to verblijven, ontzegt de Cherom hem elke gemeenschap. De gebannone mag van een ander niet leeren, noch anderen onderrichten; hij mag mot niemand eten, noch drinken, niemand mag hem een dienst bewijzen of een dienst van hom aannemen; het is alleen geoorloofd hem voodsol te verkoopen, opdat hjj niet van honger sterve. Om don Cherem uit to sproken, zjjn minstens 10 porsonon noodig; men gaat met groote plechtigheid to work, men steekt de kaarsen aan, blaast op den boren en spreekt over den zondaar vroeselijko vervloekingen uit. Tegen het einde der plechtigheid bluscht men do kaarsen, om aan te duiden dat de schurk voortaan buiten het licht dos hemels gesloten is. Wij laten hier de formule van den ban — van den Cherem — volgen.

„Dat N., zoon van N., gebannen worde volgens het oordeel van den Heer der hoeren in do beide rechtbanken, in het opperste gerechtshof en in het lagere gerechtshof; dat hij in den ban zij der heilige overheden en in die der Soraphims en Ophanims en eindeljjk in den ban der groote en kleino gomeonten! Dat groote ongelukken, groote en vroeselijko ziekten over hom komen! Dat zijn huis do woning van drakon zij! Dat zijne ster in de wolken verduistere en dat zjj woedend, wreed en vreeseljjk tegen hom zij! Dat zjjn lijk voor do wilde dieren en slangen geworpen worde! Dat zijne vjjanden en tegenstanders zich over hem verblijden! Dat zjjn goud en zilver aan andoren gegeven worde en dat zijne zonen overgeleverd worden aan zijne vijanden! Dat zijnen afstammelingen zijn levenslicht ten gruwel zjj! Dat hij vervloekt worde door den mond van Addiriron en Achtariël, door den mond van Saidalphon en Hadraniël, door don mond van Antifiöl en Patchiöl, door den mond van Seraphia en Sagansaël, door den mond van Michaël en Gabriel, door dien van Raphael en

-ocr page 110-

50

Mecharetiël! Dat hij gebannen zij door don mond van Zaphza-vief en door dien van Hafhavef, die do grooto God is, en door den mond van 70 namen van den driemaal heiligen koning, en eindelijk door den mond van Zortack, den grooten Kanselier. Dat hij verslonden worde als Kora en zjjne bende ! Zjjiio ziel verlate hem met vrees en schrik! Dat hij gewurgd worde als Aehitophel. Zijne melaatschheid zij als de melaatschheid van Qiezi! Dat luj valle en niet meer opsta! Dat hij niet begraven worde in hot graf van Israël! Dat zjjne vrouw anderen worde overgeleverd en bij zijn dood andoren mot haar leven! Dat N., zoon van N., in dezen ban blijvo en dat hij zijn erfdeel zij! Over mij evenwel en over geheel Israël dalo de vrede en de zegen dos Hoeren. Amen.quot; quot;

-ocr page 111-

BESLUIT.

Do beroemde kanselier Oerson noemt den Talmud eene g\'roote woestijn, waar naast eenige heilzame kruiden, men allo soorten van wilde en monsterachtige dieren vindt.

Wjj hebben die woestijn doorloopen en wjj moeten ons afvragen of misschien de vooruitgang onzer eeuw den verdorven aard van den Talmud-Jood veranderd heeft. Eenige Joden, zooals Bail, Crémieux en anderen hebben van een Joodsch idéé gesproken, en volgens hen is dat idee de philantropie, de zuivere humaniteit.— Laat ons over dit punt het oordeel van andere bevoogde mannen hooren.

Generaal de Ségur verhaalt in zijn werk over den Russischen veldtocht onder Napoleon 1: ,,20000 Franschen waren te quot;Wilna, ziek, gewond, uitgeput achtergebleven. De Joden, die Frankrijk beschermd had, lokten hen onder voorwendsel van gastvrijheid in hunne huizon, plunderden hen uit, wierpen hen vervolgens geheel uitgeschud de vensters uit en lieten hen ellendig omkomen door den sneeuw en de koudoquot; \').

De Jood Bail doet in 1816 de volgende bekentenis2): „Van twaalf diefstallen of oplichtingen, die te Leipzig werden geoordeeld, waren er 11 door Joden bedreven.quot; Door die bekentenis wil Bail spreken ton gunste der Joden, want hjj voegt erbij In Frankrijk heeft men den Joden de vrijheid gegeven en de Jood is een rechtschapen mensch.quot; Maar Cerfbeer hoeft de opmerking gemaakt 3): „De statistiek verschaft ons de waarheid. Het gotal veroordeolingen

\') Rohi\'bacher. llistoire de l\'Eglise. \'28.

\') Les .hiifs au 19® Siècle (Paris) p. \'24. :l) I. c. p. \'2. 3. 30. Paris, \'47.

-ocr page 112-

52

van den kant der Joden in Frankrijk is verdubbeld. Ja, meer dan het dubbele dor voroordeolingon komen op do Joden; wat to orn-stigor is, is dat do door do Joden bedreven misdaden gekenmerkt worden door een dieper verval, omdat zij liet resultaat zijn van weldoordacht overleg, zooals frauduleuze bankroeten , woeker , valsch-muuterjj en allo soorten van listen en oplichterijen. Ook moet men niet vergeten, dat hunne listen en zoogenaamd innerlijk voorbehoud, (mentale restricties) die hunne eedon nietig maken, zeer dikwijls do justitie belet hen te bereiken, en dat zij dio achter de grendels zitten vaak do minst schuldigen zijn.quot;

Dezelfde schrijver zegt van den Elzas: „De woeker heeft de helft van den Elzas in handen dor Joden gebracht. Do kleine eigendommen zijn door dezen aan alles knagendon kanker verslonden. Er zou een heel boek noodig zjjn om do schandelijke en trouwelooze middelen te beschrijven, waardoor do Joden zich van de eigeudom-mon meester maken. Op het land woekeren zij op onbeschaamde wijze en het zijn vooral do boeren, die de gevolgen der misdaden van Israël ondervinden.quot; „In Duitschland is de toestand niet beter; de Duitscho Jood is trotsch en wraakgierig; hij heeft niets van de gebreken zijner vaderen verlorenquot;, schreef do Ally. Pr. Zeit. n0. 169, 20 Juni 1847.

Delamarre schrijft in zijn Traité de la police I. 279; „Doorzijn opvoeding bestemd tot den haat der andere volkeren, is de Jood vol wraakzuchtige guvoolens, maar hij is geduldig, hij weet beter dan iemand hot gunstige oogeublik af to wachten, waarop hij zijn verborgen haat door laaghartige kuiperij en lougon kan botvieren. Do Jood A. zegt ons vertrouwelijk: „Do Christelijke godsdienst is edel, want zjj beveelt zelf do vijanden lief te hebben, maar de Joodsche godsdienst is praktischer, omdat hij ons veroorlooft ons nog na jaren to wreken.quot;

Prins von Bismark\') sprak, vol verontwaardiging, in 1817, op don Duitschen landdag, de volgende woorden: „Ik ken eene streek, waar de Joodsche bevolking talrijk is op hot land ; daar ziji boeren aan wie niets van hun onroerend goed meer toebehoort; geheel hun roerend goed, van het bed tot aan den vuiirhaak, komt den Jood toe, hot vee in de stallen hoort hem, de Jood verkoopt don boer

\') Ally. Pn\'xiz. /ril. 19 Juni 47.

-ocr page 113-

53

hot koren voor hot lirood. om to zaaien, om to voederenquot;. Do Minister van Justitie legdo aan donzelfden landdag de volgende statistiek over: Volgons tabel 37 kwam in \'30 het I.i3slt\' dool dor bewoners voor als beschuldigd door do justitie, en van al de beschuldigden was het 135sU\' deel Christen, hot H4Ktl; Jood, gedurende hot jaar 1834 werd het l()(istlt;■ dool dor inwoners beschuldigd en daarvan was het lö2stc Christen on het 82M|quot; doel Jood. Do moeste misdaden waron ten gevolge van gierigheid en geldzucht aanslagen op den eigendom.

Willen wij nu de waarheid kennen in do bekende twisten tusschen Joden en Roemeniörs, laat ons dan hooren naar professor Desjardins, dio oene bijzondero brochure over deze zaak geschreven heeft; hij komt tot den volgenden uitslag: „Voor al wie onpartijdig en aandachtig mijne brochure gelezen heeft, zal het bewijs geleverd zijn , dat in oen klein getal jaren meer dan 400000 Joden zich in Roomeniö gevestigd hebben (in 1828 waren er 28000, in 1844 waren er reeds 53000, maar in 1845 ongeveer 160000, in 1808 volgens opgave van Crémieux zelf 400000 en volgens hot verslag der Hoomeenscho Kamer waren er meer dan 500000) en al deze Joden willen vreemdelingen in liet land blijven door de geboorte, door de zeden, door de strevingen en door de taal; zij putten het land op elke wijze uit; zij trachten zich aan de wetten des lands en aan alle plichten, die als burgers op hen rusten te onttrekken; zij z|jn onwetend , bijgeloovig, gierig, diefachtig en vreeseljjk smerig, zoo zelfs dat zij eenige vrees inboezemen voor do openbare gezondheid. De maatregelen van de regeering werden volstrekt niet voorgeschreven uit godsdienstige beweegredenenquot; \').

Het verslag der Roemeensche Kamer, dat hetzelfde Joodsehe blad openbaar maakt, drukt zich in deze bewoordingen uit: „Do inval der Joden in Roemenië heeft in do laatste jaren zulke verhoudingen aangenomen, dat de bevolking er door opgeschrikt is. Deze bevolking ziet zich terzijde geschoven, door een bijzonder, een met vijandige gevoelens bezield ras. Deze langzame en rustige verovering van ons land hoeft in de huishouding van staat ernstigen last veroorzaakt, die dag aan dag verergert. Do indringers zijn ten getale van 500000. Hunne geboorte, hunne zedeleer, hun bard-

\') Archives Israël, p. 107. 1868.

-ocr page 114-

54

nokkifgt;\' isolemont scheiden hen vati de Roemeenen. Men heeft hun veroorloofd een monopolie te grondvesten, dat den handel en kleine nijverheid geheel vernietigd heoft. De kapitalen die eertijds hunne vruchten wierpen in do handen der Boemeenen worden aan do natie ontnomen. Do doden plegen zonder do minste achterhoudendheid woeker, zij exploiteeren en ruïneeren duizenden huisgezinnen. De woeker en hot monopolie der kapitalen hebben den geldolijken crisis veroorzaakt, die sedert jaren op hot land drukt. Do onverzadolijke geldzucht der Joden exploiteert op duizenderlei wijzen do openbare ellende, want de rampen zijn voordoelig en winstgevend voor hen dio de wroedhoid hebben er gebruik van te maken. Do Jood hoeft zich moester gemaakt van het monopolio van \'t geld en der levensmiddelen en het is de werkende klasse, die \'t meest van de Joodsche geldzucht lijdt. Deze veroorlooft zich duizend en duizend verval-schingon tot grooto schade der openbare gezondheid. Sedert 2000 jaren onderscheiden de Joden zich door hunnen geest van afzondering. Het is slechts door de kracht dor wetten, dat zij zich ton minste voor don schijn onderwierpen aan het gezag van den niet-Joodschen staat, zondor er evenwel een integreerend deel van te willen uitmaken. Ook wordt do Jood noch Pool, noch Engelschman, nochFransch-man, hij blijft Jood zooals zijne vaderen uit don Bijbelschen tijd.quot;

De Joden kunnen geene gemeenschap hebben met do chisten-volken omdat zij in alles tegen deze over staan. In do grooto, zoowol als in de kleine zaken, overal zaaien zij de kiem der ontbinding on der verwoesting, hunne neiging drijft hen zich te verheffen op de puinhoopon van andoren. Zij kennen geene dankbaarheid jegens de volkeren, wier gastvrijheid zij ontvingen, omdat zij deze als overweldigers beschouwen \'). Allo middelen zijn hun good om

J) Rome is een paradijs, zeiden de Joden der Middeleeuwen. 1\'ius IX veroorloofde aan de Joden het glietto te verlaten en zich in Homo overal te vestigen waar zij wilden. De Jood Mirès zei bij die gelegenheid: )gt;l)e Joden moeten Pins IX bijzonder dankbaar zijn.quot; Moet men zich niet verwonderen over den geest der leugen, die in Juni 1K67, hel Joodsche blad »Arch. Israel.quot; de volgende woorden deed schrijven: «Dankbaarheid! Hebben de Pausen ons niet vervolgd? Bestaat het Ghetto nog thans niet?quot; —Laat men ons zeggen, welke Pans? — lienan schrijft, dat men zeer dikwijls in de steden Joden-kwartieren bouwde uit noodzakelijkheid ter oorzake dei-grondbeginselen van den Talmud. (Arch. Israël. 16 Juni 1868).

-ocr page 115-

55

tot do weroldheerschappij to geraken, waarop zij beweren volgons den hijbei recht te hebben. Do Joden kunnen te minder hot beginsel van verdraagzaamheid inroepen, daar hun godsdienst do onderdrukking van alle godsdiensten oisoht, want het Jodendom veroordeelt tot eeuwigen haat en vervolging al degenen, die er niet too behooren en het onderhoudt een onafgebroken oorlog tegen de verheven zedelijke ideeën, die den grondslag onzer burgolijke maatschappij vormen. We zijn er verre af onverschillig welke onrechtvaardigheid, tegen don moest schuldigen Jood goed te keuren. Wij zoggen met de Pausen: „Dat men don Jood de misdaad toone, welke hij bedreven hoeft, dat men hem volgons de wet strafte indien bij schuldig is, dat men terugvordero wat hij genomen heeft, maar het is niet geoorloofd hom to ontnemen wat hij wettig bozit, hom bovenmate te straften of zelfs naar hot schavot te geleiden, wanneer hij goon moord heeft begaan.quot; Maar dat mon ons ook zegge: Wat heeft de verontwaardiging der Roomeenen opgewekt, zoo niet de woeker en schurkerij dor Joden? De reeds aangehaalde Joodsche bladen kunnen het niet loochenen1). De Talmud zegt, dat, om don vrode, het geoorloofd is to liegen on do Jood Bédar-rido schrijft in 1861: „Israël pleegt geen woeker, omdat het zulks niet kan.quot; Wat is er natuurlijker, wjjl volgens den Talmud hjj niet bodriegt, niet steelt, slechts aan den niet-Jood ontneemt, wat hem toebehoort.

Advokaat Hallez schrijft in zijn werk „Los Juifsquot; pag. 262: „Do Joden hebben hunne nationale zeden ongeschonden bewaard, zeden die geheel on al onvereenigbaar zijn met do levensvoorwaarden onzer maatschappij.quot; En de Historisch-politische Blatter van \'48 zeggen: „De Joden prediken de ontucht on do revolutiequot;. J. Gros-Hoftinger hooft liet hoofdstuk over do ontucht, onder de geleerde en hoogore klasse dor Joden uitstekend behandeld. IIjj wijst ons de rijke Joodsche bankiers, de beursmannen van Weenon „jacht-ma-kende op do mooie meisjesquot;, en hij zegt: „Zo schatten hunne eigene vrouwen te hoog om zo aan hun hartstocht op te offeren; zij beschermen haar en donken or niet aan zo te verleiden en to verlagen; maar zjj zoeken do best bewaarde en zuiverste meisjes onder de rassen, dio bestemd schijnen hun tot slaaf te zijn. En

\') Arch. Isr. p. 400. 1808.

-ocr page 116-

56

waimeor do hoogo Joodscho goldmuimoii limi hartstocht hehbon botgevierd, laton zjj do slachtoifors aan de Christenen over of worpen hen in don afgrond dor schandelijksto prostitutie. Terwijl do bedorven adel, die toch nog eonige overblijfselen van zijne oude deugden on odelmoedighoid gered hoeft, voor zijno slaeht-offors zekero meewarigheid gevoelt, stoot do Jood zijn slachtoflor af on trapt het onder do voeten.quot; (liet lot der vrouwen, Leipzig, p. 40).

„Do arme Joden-klas, wordt elders gezegd, munt uit in het werk van koppelaar, zooals men in Hamburg zien kan, waar de gemeenste boeken on platen door de Joden worden verkocht.quot; Hoe in hot jaar 1848 do Joden de revolutie begunstigd hebben, kunnen velen zich nog herinneren. Disraöli, later lord Beaconsfield , schroot in 1844: „de vreeselijke revolutie, die in Duitschland wordt voorbereid, ontwikkelt zich, breidt zich uit door de Joden. Rougeyron maakte twintig jaar later dezelfde opmerking: „Er zijn in Duitschland vele vreeselijke, revolutionnaire elementen, men vindt er het goheele Jodendom met zjjno schrijvers, wjjs-geeren , dichters, redenaars on bankiers, enz. enz. en bereidt Duitschland een vreeselijken dag voor, maar deze dag zal waarschijnlijk gevolgd worden door oen die nog vroeselijkor is.quot; We gaan verder. In 1847 schreef Toussenel een beroemd work, getiteld: „Do Joden, koningen onzer eeuw.quot; Daar staat: Hot gold-feudalismus (lees: do geldjoden) heeft met het doel om aan do rogeering zjjn wil te doen kennen een officieel blad, le Journal des Dé bals, gesticht. Dit is het blad der groote bankiers der Rue Bergère en Lafltte. Men heeft durven drukken, dat elk minister aan het .Journal des Dchuls een ongehoorde schatting moet betalen.

En inderdaad, er zijn ministers geweest, zooals Vilèle, die gepoogd hebben zich van het onverdragehjk protectoraat van dit blad te ontdoen. Maar Vilèle werd door eene coalitie omver geworpen, waarin het Journal eene groote rol heeft gespeeld. Het ministerie Martignac werd gedwongen den 3-jarigen achterstal van Vilèle uit te betalen. Thiers trachtte zich te verheffen boven dozo dwingelandij, maar een woedend artikel sloeg don stoutmoedige ter neder, die ver-gifFonis vroog on met den kassier van het blad vrede sloot — zijn berouw word aangenomen. Guizot en Duchatel voerden de geringste bevelen der Déhats uit; men dood het mogelijke en beloofde hot

-ocr page 117-

57

oiimogelijko. Moutavilot was meor dan slaafscli, li(!t wa» hot Joitnuil dat Biiuienlaudsche zaken i-ogeerdo. In allo openbare betrokkingon duwde Montalivot de jonge schrijvers van liet Journal, Montalivot gewonde de openbare meening er aan het Journal to doen beschouwen als hot orgaan van liet Hof. En dat blad beschermde het hof zoolang als dit naar do pjjpen dor hoeren van do Rue Bergère en Lafitte wilde dansen, vorder ging do toewijding niet.

Wij bobben bovenstaande aangehaald en \'t is thans over geheel Europa nog erger — om de woorden van Disraëli beter to doen begrijpen; „De wereld wordt door geheel andere menscben geregeerd, dan zjj meenon, die niet weten, wat achter do schermen gebeurt. Wie organiseert en richt de zoo geheimzinnige Russische diplomatie, dat ze Europa doet beven. Hot zjjn de Joden. En zoo is hot in Spanje, te Parijs en elders.quot; Om beter dien staat van zaken to verstaan, moet men hooren, wat Crémieux, do president van don Joodschen bond, die zich sedert 1860 over de gehèele aarde uitstrekt zeido; ziehier: „Eeno nieuwe messias-regeering, een nieuw Jeruzalem moet de plaats der rogeerhig van do Keizers en Pausen innemenquot; \').

In 186() stierf te Brussel een vrijdenker, do Jood Berend. De Oppor-rabbjjn van België Astruc sprak do lijkrede uit, waarin hij do wereld duidelijk hot volgende zeido; „Berend kon vrijdenker zjjn eu toch Jood blijven en de logo kon zonder moeite zich aan het graf bevinden als aan het graf van een broeder, een vriend , een geloofsgenoot. De Joden, do vrijmetselaars, do vrijdenkers bo-trouren hem evenzeer. 2).quot; En Crémioux dan, president van hot Israëlitisch verbond en groot-meester der Fransche loge te gelijk!

Hoe die overeenstemming tusschen do loge en Jtida to verklaren ? Wij antwoorden met eeno andere vraag. Hoe kon Juda in do vor-loopen tijdon kronen vlechten voor de opstandelingen dor Kath. Kerk en in onze dagen voor Voltaire, Volnoy, Garibaldi, zooals wij in do Arch. Isr. pag. (\'(J?1» zien ? Dit komt omdat de Christen-staat en het Christendom gelijkelijk door Juda en do Loge worden gebaat. Men drijft tot de revolutie en door do revolutie tot omverworping van elk gezag iti Kerk en Staat. Dan zal het nieuwe Jeruzalem van Crémioux, president van hot Joodsche verbond en groot-meestor

\') Arch. Israël, p. 051 . 1801. \') lil. p. 927, \'1864,

-ocr page 118-

68

der Fransohe logo do plaats dor troonen van Koizors on Pausen innemen. Anno logo, die hoerschen wil on in workeljjkheid slechts het middel is, waarvan Juda zich bedient om zijn eigen rijk te grondvesten!

In 1862 deelden de IlistoriscJi-Polilifirhe Blatief een artikel mode, dat do weeklacht inhield van een vrijmetselaar over do macht van Juda in de logo; we lozen daar: „De macht, die Juda in de loge bereikt heeft is op haar zenith, zo is even machtig tegen troon en altaar. Ofschoon van sommige loges uitgesloten , vindt men Joden in alle logos der wereld. Te Londen vindt men twee Joodscho logos die allo draden in handen hebben van de revolutionaire elementen, welke in de Christen logos bestaan. Juda vormt het hoofd der Loge en do Christen logos zijn slechts poppon, die zonder dat ze eraan denken, door Juda in beweging worden gebracht. To Rome bestaat eene logo uitsluitend uit Joden, ze is een der hoogste troonzalen der revolutie, die door onbekende hoofden do andore loges richten. Te Leipzig houdt de Joodsche loge voortdurend zitting gedurende do jaarmarkt {mis) ■— geen Christen heeft er toegang. Hamburg en Frankfort laat slechts geheime zendelingen toe. Wanneer toch zullen do regccringen eons begrijpen, dat de loges slechts in V \'belang der Joden de volken tot opstand drijven. Laat zij de woorden van Burke goed overwegen: „Er zal een tijd komen , dat de vorston gedwongen zullen wezen tyrannen te zijn , omdat hunne onderdanen oproerlingen uit beginsel zijn geworden.quot;

De Jood Mondizabal was in 1820 de ziel der revolutie in Portugal; hij was bot, die de inname van Oporto en Lissabon mogelijk maakte — en die, door zijn machtigen invloed op de Junta, do revolutie in Spanje verbreidde. Door de revolutie der vrijmetselarij geraakte hij tot den post van Minister-president in Spanje. En do Jood, grootmeester Crémieux werd minister van Justitie ten gevolge der Fransche revolutie in 1848, die de loge—• volgens de bekentenis van Lamartine en Garnier-Pagès had voorbereid, zoowel als die van \'89 en \'30. Dat sommige nieuwe Joden, de Joden fit la Crémieux, de vertelsels en dwaasheden van den Talmud wraken, ze kunnen niet ontkennen, dat het denkbeeld der wereldheerschappij, bun lievelingsdenkbeeld, hun idee fixe is. Hoe anders het feit verklaren, dat op het groote Concilie van Leipzig, den 29 Juni \'69, in tegenwoordigheid der Opperrabbijnen van Turkjje, Rusland, Duitsch-

-ocr page 119-

59

land, Frankrjjk, Engeland, Nederland en België, de voor allen gomeene stelling op de volgende wijze word geresumeerd : „De synode erkent in do ontwikkeling en verwezenlijking der nieuwere denkbeelden don veiligstel! waarborg van den voorspoed en de toekomst van het Jodendom en zijne volgelingenquot;.

Dat is duidelijk genoeg, geloof ik. Wanneer dus oen Christen do Joden de nieuwere denkbeelden hoort ophemelen, moet hij wel weten, dat het do lof dor revolutie is, die zoowel troon als altaar bedreigt. Hij zal er zich nog boter van kunnen overtuigen , wanneer hij eon der hoofdorganen van den Israëlitischen bond leest, waarin men do revolutie van 1789 verheerljjkt met hare denkbeel-don van vrijheid en broederschap, als de ster van Juda, als de verlossing van Israël \').

De Internationale , van welke de Jood Marx , te Londen , een der hoofden was, predikte eveneens de gelijkheid. Deze revolutionnaire gelijkheid met haar beruchte middelen van oplichting, diefstal en moord, wordt begroet als het moderne idee, zelfs onder zekere klasse van Christenen — zeker niet omdat do Talmud het boste-lon en vermoorden der niet-Joden veroorlooft, maar omdat sedert 1789 zelfs een groot getal Christenen, dit revolutionnaire denkbeeld verdedigden, verheerlijkten en in toepassing brachten. Dat men zich do moorden van 1789 en de Parijsche Commune van 1871 herinnere.

Wij bevelen het besluit, waarmede wij dezen arbeid over den Talmud-Jood eindigen aan, aan alle vrienden der waarheid zonder onderscheid , aan al degenen , die zonder do dogmatieke moraal van don Talmud toe te stemmen, toch openlijk of onder bedekte termen , geheel of godeoltelijk , de zedelijke grondbeginselen van den Talmud aannemen.

Ziehier ons besluit: wo ontleenen hot aan het verhaal eener reis van verscheidene Christenen in gezelschap van oen Jood. De reizigers bewezen elkander wederkoerig do grootste vriendschap , men steunde, hielp elkander. De Jood, getroffen door do liefdadigheid dor Christenen, zei tot oon zijner reisgezellen: öjj hebt gezien hoeveel vriendschapsbewijzen wij elkander gedurende do reis gegeven hebben, maar weet dat de haat, die in mijn hart brandde zeer groot was. Tot

\') ünivers isr., 5 Sept. 1867.

-ocr page 120-

60

beloon i ng\' uwor cli(3nstoii goof ik U dozen raad: Vertrouw iiooil eeu Jood, hoe (jroote vriendschap hij u moye bewijzen.

Wij verzoeken hun, die dit besluit to hard vinden, hot oordeel to lozen, dat do wijzen en philosofen onzer eeuw over do Talmud-Jodon uitspreken. Wij bevolen hun onder andoren aan Kant (Authro-pologie), Fichte: „Gedachten en stukkon tot herinuoring aan hot oordooi over do Fransoho rovolutioquot;; Herder: „Ideeën over do geschiedenis dor Monschhoid; Schopenhauer in zjjno artikelen over recht en politiek; Schmidt: Ooschiedonis der Duitscho letterkunde on Menzol: Hist. Jiliitter, 1857.

Allon stommon ovoroen, dat hot Jodendom , volgens den Talmud, oen groot gevaar voor het Christenvolk is, dat men geene te grooto voorzorg nemon kan om zich er tegen te wapenen.

-ocr page 121-

E.

AANHANGSEL VAN DEN VERTALER.

Toon ik voorgaande had vertaald, kwam mij het uitgebreide veld der Joodsehe litteratuur in zijn geheel voor den geest, on tevens kwam de gedachte bij mij op, dat do Christenen zoo weinig van do Joden woton. Dat ligt vooreerst aan do weinige bekendheid mot het Hebreeuwseh (waarvan hot gros der Joden ook niets kent) en aan de geheimzinnigheid, waarmede do Joden alles bedekken. Om welke reden? Ik woot het niet. Intusschen meende ik geen onverdienstelijk werk te doen met den lozer oen vrij volledig overzicht to geven van de geboden en verhoden, welko do Joden moeten, inaohtnomen. Er ontbreekt, geloof ik, geon onkel aan, \'t is een volledig relaas van al datgene wat in elke Hollandscho Jodenschool wordt ouderwezen; de Hebreeuwsche tokst, dien ik verwaarloosd heb, is geheel gelijk, aan do voorschriften van den in do vorige bladzijden zoo dikwijls genoomden Maïmonides.

Ook is die tekst, zijn dio geboden en verboden, alleen na lozing van Lamarque\'s werkje verstaanbaar en tot beter begrip heb ik oen enkele maal nadere verklaring noodig geacht en gegeven.

Gaarne had ik de Joodsehe pleohtigheden en foosten en de Joodsehe straattaal beschreven, maar dan werd het werkje te uitgebreid. Wie weet, misschien later. In elk geval ben ik voornemens de door mij in 1883 aangovangeno, in 1887 voortgezette studie van het Hollandscho Jodendom niet te laten rusten , maar misschien nog eens door Hollandscho voorbeelden aan te wijzen , dat hot Jodendom in aard, wezen en strekking overal hetzelfde is , dat het vaak na eerst veroorzaakten bloei, dorpen, gewesten, landen uitgeput achterlaat of do bevolking tot echte slaven vernedert. Ik stem dan ook ten volle in met don groeten Halmes (meen ik), wiens vóór 50 jaren geschreven werken nog bijna in alles actueel zjjn , dat de verdrijving dor Joden uit Spanje eone daad van verlichte politiek geweest is.

-ocr page 122-

Wat moeten .tie Joden doen?

(Oj» den achtsten dag) allo manspersonen besnijden — liet mannelijk eerstgeborene van mensch .en vee den Eeuwige heiligen (onder hot vee: bot rund, do bok, hot lam, do ezol) —den eerstgeboren ezol met oen lam van den Cohen (priester) lossen (zoo niet dan don nok breken) — don eerstgoboron zoon eeuer Israëlitische vrouw van den Cohen lossen (is de vader echter cohen of rabbijn of is de moedor de dochter van eenon cohen of rabbijn dan behoeft het kind niet gelost te worden. De losprijs, dio in Nedorland door don vader aan don Cohen wordt betaald is f 7.50).

Op den dag vóór hot Paasohfoest, twee uren vóór den middag, moot al wat zuurdeeg bevat, uit allo plaatsou die onder hun too-zicht staau, wordeu weggeruimd — iodor is verplicht op den eersten Paasch-avond, teu minste do hoeveelheid eenor olijf ongezuurd brood te eten en — tegelijkertijd zal do Jood zich met zjjn zoon, met zijn huisgezin, en des noods alleen zijnde, over den uittocht van Egypte onderhouden.

De Sabbath moet men, bij zijn in-en uitgang, heiligen om de voortreffelijkheid van dien dag boven do andere to erkouuen (dit go-schiodt o. a. door den zogon en heiliging ovor den wijn uit te sproken en licht te ontstoken, wat aan de vrouwen wordt overgelaten) — op Sabbath moet men van allen arbeid rusten (39 verschillende soorten van arbeid zijn verboden) — ook op don l8,en en 7lluquot; dag van hot feest dor ongezuurde brooden (15 en 21 Nissan) moet mon van allen arbeid rusten, doch wat tot bereiding der spijzen dient is geoorloofd (do dagen tusschen beide worden tusschen-dagen genoemd, op wolke eenige onontbeerlijke arbeid geoorloofd is: de le, 2(\' en 8° dag zijn thans, volgens Rabbijnen-voorschrift feestdagen). Ook op Grooten Verzoendag moet men van allen arbeid ruston [op don lO™ dor zevende maand (T/.sm)], dan mag mon niet eten, drinken, zich wasschon, zalven, geen ledoren schoeisel aan hebben on de mannen niet met vrouwen vorkoeren (ook is hot voorgaande verboden den 9d(!quot; Ab, verjaardag van de verwoesting van Jeruzalem — ook wel Kleine Verzoendag genoemd.) De andere vastendagen t. w. den 17UI1 Thamoes, 3on Tisrie en lO0quot; Thebeth moet mon zich slechts van eten en drinken onthouden en daarmede aanvangen met hot begin van den dag. Ook op den eersten dag dor

-ocr page 123-

(;;!

7° maand Tisrie {Nieuwjaarsdaci of duy der hennnerinyen) moet men van den arbeid ruston (men viert dit foost 2 dagen on op beide dagen wordt o/j de bazuin geblaxen). Rusten op den 10\' quot; derzelfde maand, dan begint hot loof hu ttenfeest ook feest der imutne/iny genoemd, dat 7 dagen duurt, men viert dit feest 2 achtereenvolgende dagen, — op don dag na het loofhuttenfeest moet men van den arbeid rusten. De dagen tussohen beide laatste zijn tusschendagen. Men viert den dag na en den daaropvolgenden foest, do 1\'\'—achtste is het slotfeest, de 2°—9° is het vreugdefeest der wei.

(Don 25s,t\'11 Kislow is het inwijdingsfeest, dat acht dagen duurt, alswanneor men verplicht is, eiken avond de daartoe bestemde lichten aan te stekon).

Don isten dag van het loofhuttenfeest neemt men één l\'ohntak, eene Etkrog, drie takken Mgrthen en twee takjes Beekwilgen om daarmede \') den Heer te loven, men moet dan gedurende 7 dagen in loofhutten wonen, het komt meest op het dak der hutten aan, dat uit riet, stroo of dergelijke moet bestaan; arme Joden, die geen hut kunnen bouwen, worden door moergegoede goloofsgeuooten in deze hutten opgenomen; als \'t niet anders kan voldoet de arme Jood met éénmaal in zulke hut te middagmalen aan hot gebod. Van den 2UI1 avond van het Paaschfeest moot men dag op dag, tot 49 dagen ™ 7 weken, den aimad tellen en op don 5üKtl\'quot; dag der telling (6\'\' Siwan) het Wekenfeest, dag der Eerstelingen of verjaardag der Wetgeving moet men van den arbeid rusten (men viert dit feest ook twee achtereenvolgende dagen) op Nieuwjaarsdag moot men op de bazuin blazen of hooren blazen.

Men moet oppassen, dat men niemand eenig letsel toebrenge en den overtreder straffen, dat door vuur geen schade veroorzaakt worde en bij overtreding den dader straffen, dat elko plaats van gevaar voor menschon en dieren behoorljjk verzorgd zjj en den overtreder bij een ontstaan ongeluk straffen, dat do dieren behoorlijk verzorgd zjjn, opdat zij geen mensch of zijne bezittingen kunnen schaden, dat zjj eens anders oogst niet opeten en den overtreder straffen, alle plaatsen waar eenig gevaar ontstaan kan be-

\') In \'t land waar do bewerker dezer regelen woont, wandelen do Joden met zulk bundeltje langs den straat, boe zulks in Nederland is, weet bij niet.

-ocr page 124-

64

lioorlijk verzorgen, om alle mogelijke ongelukken te voorkomen.

Men is verplicht clou hulpbehoevende geld te leenen {leenen is meer verplichtend dan geven) — zijnen iiiuiste te beminnen eu op zjju persoon en bezittingen acht geven als op zijn eigen — men moet den vreemdeling beminnen — weldadig zijn en do armen, behoeftigen ou Ijjdondon met alle macht en welwillendheid onder-steuneu eu helpen — het gevondene diidolijk aan den eigenaar teruggeven een last op meusch of dier, zonder hulp zijnde opladen een dier dat door zijn last uedergedrukt wordt helpen ontladen — wanneer men een vogelnest vindt, de moeder laten wegvliegen vóór men do jongen noemt als een arme een pand gegeven hoeft eu dit volstrekt noodig heeft, moet de leener hem zulks geven, zoolang hij het behoeft — den daglooner zjjn loon nog op denzelfden dag uitbetalen eu niet uitstellen.

Men moot gelooveu, dat er Eén eeuige Ood bestaat, die alles geschapen heeft, alles ziet, enz. — in het bedehuis zich eerbiedig godrageu, geene ijdelo gesprekken houden, niets doen wat den eerbied zou storen en steeds voor oogen hebben , dat de heerlijkheid Gods zioh daar bevindt — öod verheerlijkou zelfs mot opoffering van zijn leven, dus zich eerder laten ombrengen dan afgoden te dienen, echtbreuk te bedrijven en blood te vergieten. — Hem zijne zonden belijden, er berouw over hebben en zich voornomen volstrekt niet weder te zondigen, —■ standvastig gelooven, dat do Eeuwige, Ood, do oorsprong en Heer van alles en een eenig eeuwig Wezen is — Hom beminnen, /ijno werken gadeslaan, er naar streven, zijnon Wil to doen en Zijne geboden met vreugde uitoefenen — zicli in de 11. Wet oefenen en andoren, voornamelijk de kinderen er in onderwijzen — Ood allo dagen bidden — als het vereischt wordt eene zaak met eedo te staven bij don Eeuwige zweren, do afgoden, hunne tempels on gereedschappen van hunnen dienst vernietigen Ood danken nadat men, ton minste du hoeveelheid van oen olijf, brood gegeten heeft \') \'s morgens ou \'s avonds hot lezen — Ood vreezon, daar Hjj alles ziet en gade-

\') Bedoeld brood moet van tarwe, gerst, spelt, Imver of rogge gebiikkon /.ijn. Vóór dat men brood eet moet men ziili de handen wasselien; vóór en nu het gebruik van alle spijzen en genietingen hebben de Habbijnen afzonder lijk e Infsprnkm voorgeschreven.

-ocr page 125-

65

slaat, on lien straft, die Zijnen wil tegenstreven — op do foest-dagon moet men zich verheugen met vredeoffers in don tempel to offeren (thans wordt do vreugde aan den dag gelogd dooi\' aan de vrouwen mooie kleeron, aan de kinderen lekkernijen on aan de armon aalmoezen te geven) — men moet alle pogingen doen om de wogen Gods te bewandelen, gelijk Hij mededoogend en 1,armhartig is, zoo moet de menschen trachten te wezen — als men hot vermogen daartoe hoof\', is men verplicht voor zich zelf cone Wetsrol volgens do bepaalde voorschriften af te schrijven, te doen afschrijven of te koopon, zoo ook om boeken te koopon 011 dio aan minvermogenden te loenen.

Men moet zindelijk en kuisch zijn en daarom eene afgezonderde plaats uitkiezen om er zijne nooddruftige behoeften te voldoen (dan moet men zich do bandon wasschen, ook moet men zich was-schon als men \'s morgens opstaat, zich wel afdroegen, don mond spoelen enz.) men moet zich ter reiniging in wel- of strooménd water of in een bad , dat niet door menschon handen gevuld is baden (de hooveolhoid water veroischt op eene plaats der bading is ongeveer 1 Hectoliter) — Men moet zijne ouders eerbiedigen, (hen voeden en kleeden, in- en uitgeleiden— grootouders en loermeestors eveneens) — een kind moet voor zijne ouders ontzag bobben, noch op hunne plaats zitten , noch in humio plaats spreken, noch hen tegenspreken.

Ieder manspersoon boven de 13 jaar moot de Tefilien aan den arm on hot voorhoofd plaatsen (vier plaatsen uit de H. S. worden op perkament geschreven, die voor den armband op één stukje, in een daartoe vervaardigd perkamenten kistje geplaatst en op den linker bovenarm met zwart lederen riem bevestigd en die voor den hoofdband, op vier bijzondere stukjes, in vier, aan elkander vastzittende kastjes geplaatst en mot dergelijke riemen aan hot voorhoofd vastgemaakt, men moet zo, behalve op Sabbath en feestdagen, bij hot ochtendgebed aanhebben) men moot aan de post van iedere deur eeno mezoeza plaatsen (twee plaatsen uit de H. S. waarin dit gebod vermeld staat, worden op eon stukje perkament geschreven, en behoorlijk verzorgd, aan do posten der deuren tor rechterzijde van do inkomenden geplaatst) — elk manspersoon moot aan de vior hoeken zijns kleeds schoimdraden hebben.

Het vee, wild gedierte of gevogelte, dat men eten wil, moet volgons de gegevon voorschriften geslacht worden, •— hot go-

5

-ocr page 126-

6G

vogelte moet naar bepaalde kontookonon omlorzoeht worden of hot gegoten mag worden •— men moet onderzoeken of visch die men eten wil, nog in water zijnde, vinnen en schubben hoeft — het vee of wild gedierte dat men eten wil, moet men onderzoeken of het herkauwend is en tevens gespletene hoeven hoeft — men is verplicht bloed van eenig wild gedierte of gevogelte dat men geslacht heeft, van onder en boven met aarde of dergelijke stof te bedekken.

Bij do beraadslaging eener zaak moot men naar do meening der meerderheid beslissen — oudo en geleerde menschen moet mon eerbiedigen en voor hen opstaan -— men moot zich bij ware geleerden in do H. S. voegen en mot verstandige menschen omgaan, om van hen te leeren, op welke wijze zich te gedragen, ton einde Gods wil te doen.

Men moet hot recht van koopen en verkoopen handhaven — mon moet het recht omtrent het houden of vernietigen eener belofte handhaven.

Men moot nauwkeurige en rechte maten, schalen en gewichten hebben, opdat niemand er door bedrogen worde, — eene nalatenschap onder de erfgenamen volgens do wet verdoelen — eens anders eigendom, dien men donzelven ontnomen heeft, moet men dadeljjk teruggeven on zich voorstellen dergelijke daad nooit weder te doen.

Wanneer men van eeno zaak kennis draagt, moet men voorliet gerecht getuigenis der waarheid afleggen — men moet rechtvaardig oordeelen en do daden zijns naasten ten goede uitleggen — hem die zich in hot godsdienstige of maatschappelijke niet gedraagt zoo als het behoort, terecht wijzen en zjjn slecht gedrag onder het oog brengen.

Do Hoogepriestor moot al de dienst op den dag van Orooton Vor-zoensdag, zooals in do H. S. bepaald is verrichten (daar thans noch hoogepriestor, noch tempel, noch offer bestaat, is men verplicht dien dag in de Synagoge met geboden on smeokingen door te brengen).

Do Cohaniem (priester s) moeten alle dagen den zegen ovor het volk uitspreken (dit is thans op oenige bijzondere dagen bepaald) - bij alle heilige zaken moet men den Colien (priester) den voorrang geven — een Cohen moot zich verontreinigen aan het lijk zijns vaders, zijner moeder, zijns broeders, zijns zoons, zijner

-ocr page 127-

fi7

dochter, zijnor ongehuwde zuster of vrouw (d. w. z, hjj mag in het huis waar zulk l|jk is verblijven, komen, enz.: aanteekoning van den Bewerker .•)

Ieder mansporsoon boven de twintig jaar moet jaarlijks een halven sikkel tot het koopen van offers, opbrengen (thans is dit gebod vervangen, door jaarlijks omtrent het Poerim of Lotenfeest, dat op den H11011 der 12u maand (Adar) invalt, zekere hiermede overeenkomend som golds aan de armenkas te geven en ook de afdeeling hierover handelend op den eersten Sabbath vóór den eersten Adar voor te lezen).

Men moet driemaal \'s daags (zoo het mogelijk is met eene ver-eeniging van minstens tien manspersonen, die boven de dertien jaar oud zijn) God bidden; het Ochtendgebed, het Middaggebed en het Avondgebed. Op Sabbath, Nieuwemaand en andere Feestdagen na het Ochtendgebed het bijgevoegde gebed, melding makende van de offers, die tijdens don tempel op elk dezer dagen gebracht worden. Thans moeten de voorschriften dezer offers gelezen worden, luidens den tekst: Wij zullen de stieren met de uitspraak onzer lippen vergoeden. Op Grooten Verzoendag heeft men na het middaggebed nog het slotgebed^ de Rabbijnen zeggen : liet gebod is meer dan o/j\'ers.

Wat mag de Jood niet doen?

Het mag bij hem niet in de gedachte opkomen, dat er buiten den Eenig Eeuwigen God, een andore Godheid zou bestaan — men mag zelf niet maken en ook door geen ander eene beeldtenis laten maken, welke als godheid zou kunnen aangebeden worden — zich voor geenen afgod nederbuigen al zou zijn dienst niet bestaan in het nederbuigen geenen afgod dienen op de voor hem gebruikelijke wijze, al zou het op eene verachtende wijze zijn God niet lasteren — geen geheel menschonbeeld maken — bij geenen afgod zweren of anderen doen zweren — zich tot geen afgod wenden , noch in do gedachten, noch in het spreken, noch zelfs er naar zien — niemand verleiden om de afgoden to dienen — voor een heiden geen afgod maken — volstrekt niets doen, waardoor eene ontheiliging van God of eene schennis van Zijnen heiligen naam zou kunnen ontstaan — op oenen steen met beeldschrift mag men zich tor aanbidding, zelfs van den Eeuwige, niet nederwerpen —

-ocr page 128-

08

va» coiion iit\'Hod, zjjno vcrsiorsolon , lictgoon daartoe behoort, of van zjjno offers mag men niets bezitten en geen genot hebben — geen der aan God toegewijde namen mag men uitwisschen, geene heiligo boeken of schriften veronachtzamen en ook geenerloi heiligschennis doen — geen gnichelarjj of wichelarij uitoefenen — geen doodenbezvvoordol• of waarzegger zijn, noch hen raadplegen — noch zich met waarzegging ophouden geene dieren bezweren, opdat zij niet zouden schaden — aan geene voorbeduidingen, noch aan gunstige of ongunstige dagen of tijden gelooveu — de slechte gebruiken der heidenen niet navolgen — naar een verleider, die iemand van den godsdienst of liet pad dor deugd wil afleiden, niet luisteren of hem beminnen — bij de Heilige Wet niets voegen of afdoen — de overlovingen der Wet niet tegenspreken of do woorden veranderen, noch do beslissing der wetgeleerden in iedere bijzondere gemeente tegenwerken.

Men mag niet ijdol of tevergeefs zweren —• geene valsche getuigenis geven — geen rechter vloeken of verachten — geen koning, vorst of overheidspersoon vloeken niemand iets afstrijden en daarbij er op zweren — niet valsch of ongevergd zweren — niemand vloeken, al hoort hij hot niet — zijne ouders zelfs na hun overlijden niet vloeken — eeno belofte niet intrekken op de getuigenis van een onkel mensch, wie ook, mag men niemand schuldig verklaren.

Men mag op den Sabbath geen werk verrichten of anderen doen verrichten — zich op dien dag niet buiten zekeren bepaalden afstand dor stad begeven — op dien dag geen vuur ontstoken, uitdoven of aanraken , noch het doen aanstoken, enz. ook niet koken, bakken, enz. — op don eersten en zevenden dag van hot Paasch-foest geen arbeid verrichten — ook niet op hot Wekenfeest, op Nieuwjaarsdag, op don Verzoendag en op den eersten en achtsten dag van hot feest der inzameling (zie betreffende dit de Geboden) -op Verzoeusdag noch eten noch drinken — gedurende het feest der ongezuurde brooden mag niets gedeesemds gevonden worden in de plaatsen, die onder ons toezicht staan — gedurende het Paaschfeest niets eten waar deesera onder gemengd ia het gedeesomde zelf ook niet — gedurende het Paaschfeest mag niets gedeesemds en geen zuurdeeg in de verblijfplaatsen der Joden gezien worden — op den 14llen van Nissan na twaalf uur \'s middags, niets gedeesemds eten.

Men mag zijne ouders niet slaan.

-ocr page 129-

69

Moil mag\' niemand van het leven berooven — zinh geen onuitwisch-baar merkteoken in hot lichaam snijden of prikken zich in het lichaam, en vooral wegens een doodo geen inkrabbingen maken — zich wegens een doode geeno kale plok op hot hoofd maken — eono plaats van gevaar niot zonder behoorlijke verzorging laten - geen beest beletten te eten van het gewas of andere eetbare zaken, waarin het werkt — de hookon des hoofds mag men niet rondom afscheren, (zelfs niet dén der hookon dos baards mag men mot een scheormos afscheren.)

Men mag zijne zodolooze , zinnelijke begeerten niet najagen - eono vrouw mag geene manskloederen, en oen man geeno vrouwenkleederen aantrekken — een kleedingstuk waarin wol en linnen is niot dragen.

Men mag geen mensch stelen = schaken — wat eon ander bezit niet begeeren — met eono zaak, die op woeker gegeven is zich niet ophouden, geen borg, schrijver of getuige erbij zijn — niemand iets ontnemen, al is \'t slociits om hem te plagen of hot vier-vijfvoudig terug te betalen — niemand met schalen of gewichten bedriegen— geen gewicht of maat, waaraan iets ontbreekt in huis hebben — naar een anders bezittingen zelfs goone innerlijke begeerte hebben — goon kenteeken ter afbakening dor eigendommen verschuiven — wanneer men iets vindt het niot laten liggen, omdat men het toch den eigenaar moet teruggeven — bij in- en verkoop van oen anders onkunde geen misbruik maken — een arme, wien mon geld geleend hooft, het niet afvorderen, indien men weet, dat hij niet kan betalen — don vreemdeling met geene woorden beleedi-gen, noch door geld verdrukken — van niemand iets, ou vooral het loon eens gehuurden in handen houden, door mot slinksche wegen om te gaan of uit to stollen —■ het loon aan den werkman zelfs niot tot den volgenden dag onthouden — niemand iets mot geweld ontnomen — zich niot onthouden van weldaden to doen maar naar zijn vermogen den arme, hulpbehoevende of noodlijdende geven en ondersteunen — aan zjjn broeder goone rente geven, noch van hom nemen — iots waarmede iemand zijn brood wint niot tot pand nemen — geen pand inhouden, wanneer het don Icener tot onontbeerlijke behoefte dient geen vruchtboom uitroeien of bederven (dus geene zaak ten onnutte verbranden, verscheuren , enz.) — wanneer mensch of dier onder den last bezwijkt gt; zich niot onttrekken te heipon - zich niet onttrekken iemand op alle mogelijke wijze, uit een gevaar te redden.

-ocr page 130-

70

Men nuag niemand een valschon raad geven •— niemand innerlijk haten —■ niemand openlijk beschamen, ten schande of spot maken — niet wraakgierig of haatdragend zijn — aan niemand het kwaad overbrengen, dat een ander van hom gesproken heeft — wanneer partijen mot elkander twist hebben, de eeno niet aanhooren, als de andore er niet bij tegenwoordig is — van geen der twistende partijen geld of geschenken aannemen, om hunne zaak te beslissen of getuige te zijn — niemand door woorden honen.

Men mag in de drie eerste jaren na het plaatsen eens booms zijne vrucht niet eten — mot het eerstgeborene van ruud- of kleinvee niet arbeiden of het schoren - geen werk tegelijkertijd met twee diersoorten verrichten (geen os en ezel voor een wagen spannen).

Men moet reeds in de Jeugd zich gewennen aan matigheid — mag in hot heiligdom niet komen, zich met geen rechtsgeding bemoeien als men wijn of anderen dronkenmakenden drank gedronken heeft.

Men mag geen aas eten (elk dier, waarvan men weet, dat het geen 12 maanden meer leven kan, wordt als aas beschouwd) — men mag do verwrongene spier niet eten — geen vloesch in melk of boter koken — ook niet eten of er genot van hebben — geen lid, noch vleosch (do hoeveelheid eener olijf) van een levend dier afsnijden en eten (het verbod van bloed in \'t vloesch — zooals met biefstuk — te eten — de Bew.) — geen kruipend gevogelte eten, ook geen dier dat van zelf gestorven of niet behoorlijk geslacht is — geen kruipend landgedierte, of dat zich in do vruchten bevindt, of dat uit eene verrotting ontstaat, zoomin als kruipend watergedierte mag men eten — ook geen visch, die in water zijnde, geene vinnen en schubben heeft — geen onrein gevogelte, zoo min als hunne eieren \').

Men mag geen vee, dat niet herkauwend is en tevens gespleten hoeven hoeft eten — van een viervoetig beest dat men eten mag, niet het smeer (smeer van eenig wild gedierte wel) — ook geen bloed van eenig gevogelte, tam of wild gedierte.

Verboden is \'t iets te eten of te drinken, dat voor afgoden bestemd is.

Een cohen (priester) mag zich aan geen lijk verontreinigen, noch in oen gebouw komen waar een lijk is. (De uitzonderingen

\') \'24 zijn opgogeven, maar daar ze niet alle bekend zijn, behelpt men z icli met de overleving.

-ocr page 131-

71

jn bjj de gobodon opgegeven). -— Indien er niemand is om liet jk te begraven moot ook do Cohen het doen. ■— Elk ander is verplicht b dooden to holpen begraven.

Men moet op behoorlijken tijd in den echt treden — zijne vrouw i eere houden en het haar, volgens zijn vermogen aan niets laten ntbreken — het eerste jaar na het huwelijk moot men bij zijne rouw blijven en geoue verre reizen ondernomen.

Het huwelijk moet volgens bepaalde voorschriften plaats hebben — ion moet de vrouw zijns broeders van vaders zijde huwen wanneer eze gestorven is zonder nakomelingen na te laten \') — wanneer e behuwd-broeder haar niet huwt, dan zal zij hem den schoen an den voet trekken, hetwelk in bijzijn van do Wetgeleerden en olgens bepaalde voorschriften geschieden moet — men mag geene rouw huwen, dio niet van haren behuwdbroeder ontslagen is.

Verboden huwelijken zijn: met vaders vrouw (zolfs na don dood os vaders), moedor , grootmoeder, zuster , dochter , kleindochter , mte, oud-tante, behuwd-dochter on kleindochter, behuwd-zustor n vrouws-zustcr, zoolang de eerste leeft, zelfs na scheiding — oen it zulk huwelijk verwekt kind mag men niet huwen — verboden i een huwelijk met iemand die een ander geloof belijdt.

Eene echtscheiding moet mot oenen, in behoorlijken vorm en eigens de nauwkeurig bepaalde voorschriften vervaardigden scheid-rief geschieden — de vrouw, van welke men gescheiden is, en ie daarna gehuwd is, mag men niet meer terugnemen.

De Cohen (priester) raag geene ontuchtige of ongewijde vrouw uwen, ook geene die van haren man gescheiden is, en geene die an haren behuwdbroeder ontslagen is.

Men mag niet echtbreken, of eene vrouw zonder echtverbintenis jjwonen — ook geene vrouw in hare onreinheid bijwonen ofaan-iiken (zo blijft onrein tot ze zich gebaad heeft).

Sod ..,. en bestialiteit zijn verboden.

Geen schepsel mag men ontmannen — geen verschillende dior-Dorton doen paren, ook geene verschillende boomsoorten op Ikander inenten.

\') Dit is niet meer in gebruik, men handelt naar het volgende voorsclirifti

-ocr page 132-

■■ . •

... ;.v^

• ^.........- •- - - ■ ■■■\'-----:-

\' ItrV.-i\'Vi\' ■ r?\'.quot; •^f]W{Pfaamp;i-$iV.\\, .\'W..quot;-.\'^!

... .■ ....

^wiwPt,;\' \'■ ■

..... ■•■ • ■-. awga j

-ocr page 133-
-ocr page 134-
-ocr page 135-