-ocr page 1-

Cl/

Vak 171

-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-
-ocr page 6-
-ocr page 7-

WF\' *

KEVEnMOEKJE.4£3

GEBEDEN EN GEZANGEN

voor de

PELGRIMS

der

yy^EST-j^RIESCHE j-^ROCESSIE

BERDE EN VERMEERDERDE UITGAVE. Kerkelijk Goedgekeurd.

Gedrukt in het St. Jagobs-Godshuis te Haarlem.

Voor rekening van voormelde Processie.

Vol

lol

11. ; O • O !

Liturgische Vequot;~„i ■„

AarIsb,od.„UTRECHf

gnum m e r

-ocr page 8-

IMPRIMATUR.

Harlemi, die 2 Julii 1888.

J. A. van den Akker,

Lihr. Cents.

-ocr page 9-

i X XX XX XXXXXXXXX)

DE DEVOTIE

TOT

0. L. VROUW VAN KEVELAER.

OORSPRONG DER BEDEVAART.

Kevelaer, als bedevaartplaats alom bekend, is een groot, welvarend en genoegzaam geheel katholiek dorp van ruim drie duizend zielen, gelegen in het koninkrijk Pruisen, kerkelijk beboerende tot het bisdom van Munster, en het dekenaat Gelder. Vóór •iOO jaren was dat Kevelaer nog slechts een klein gehucht, met eenige weinige huizen en eene kapel, toegewijd aan den H. Kluizenaar Antonins, behoo-rende tot de parochie van Weeze. In het jaar 1472 werd het eene zelfstandige gemeente, en de kapel Keylaer, toegewijd aan den H. Hubertus en op 25 minuten afstands van het dorp gelegen, werd de parochiekerk. Aanvankelijk behoorde deze nieuwe parochie, met geheel het district Gelder, tot het bisdom van Keulen. Na de oprichting der nieuwe bisdommen in Nederland, omstreeks 4559, kwam Gelder en dus ook Kevelaer, onder het bisdom van Roermond, later onder dat van Aken, en in 1823 onder Munster.

-ocr page 10-

INLEIDING.

Hoewel Kevelaer nu in 1472 eene zelfstandige gemeente was geworden, bleef het nog lang een klein, onbeduidend dorp; en in de tijdruimte van 170 jaren levert deszelfs geschiedenis niets merkwaardigs op, behalve deze enkele treurige gebeurtenis, dat op den 1 Augustus 1635 het dorp schromelijk geteisterd werd door een woeste volksbende, de Croaten, die ter plaatse, thans «\'t Roode-Kruis» genoemd, bij de 100 menschen wreedaardig vermoordden.

Met het jaar 1641, zes jaren na dat treurig voorval, begint de eigenlijke geschiedenis van Kevelaer. Er had toen een allerheugelijkste gebeurtenis plaats, waardoor de Hemel deed zien dat Kevelaer was uitverkoren, om een geheiligd oord te worden, waar de Godmensch aan de geloovigen, die daar zijne gezegende Moeder zouden komen vereeren en hare voorspraak inriepen, de volheid zijner genaden op geheel bijzondere wijze wilde mededeelen.

Een eenvoudig doch zeer godsdienstig man, Hen-dvik Buschmann, die te Gelder, twee uren boven Kevelaer gelegen, woonde en met een kleinen handel voor zich en zijne brave huisvrouw het brood verdiende, kwan in genoemd jaar 1841, omstreeks Kerstmis, van Weeze over de Kevelaersche heide gaande, ter plaatse waar thans de Miraculeuse-kapel staat. Destijds stond daar een eenvoudig houtenkruis, en de brave koopman knielde er een wijle neder, om een kort doch zeker vurig gebed te storten. Terwijl hij daar geknield lag, hoorde hij.

IV

-ocr page 11-

INLEIDING.

V

zonder iemand in de nabijheid te zien, eene stem hem toeroepen: «Hier moet gij mij een Heilighuisje houwen». — Heilighuisje noemt men een nis, een kapelletje, met een Kruis of Beeldje er in, die in katholieke landen veelvuldig langs de wegen en op hoeken der straten gevonden worden — Busch-rnann sloeg aanvankelijk op die woorden weinig acht. Doch eenige dagen later ter zelfder plaatse komende, hoorde hij ten tweede, later nog weer ten der male dezelfde stem, dezelfde woorden, en hij nam toen het besluit, dagelijks iets van zijne kleine winsten af te zonderen, ten einde zoodoende in staat te geraken een dusdanig kapelletje te kunnen bouwen. De winter ging daarmede voorbij. In \'t voorjaar van 1642, toen Buschmann reeds een klein sommetje bijeen had, kreeg ook zijne vrouw op zekeren nacht eene verschijning. Het vertrek was op eenmaal helder verlicht, en in \'t midden der kamer zag zij een kapelletje staam, met een Plaatje er in, voorstellende de «Lieve- Vrouw van Luxemburg», Zij herinnerde zich daarbij dat, eenige dagen geleden, haar een zoodanig «plaatje» door twee soldaten was vertoond geworden. Die soldaten, van Luxemburg, eene destijds beroemde bedevaartplaats komende, hadden voor hunnen Luitenant, ilie toen te Kempen, eenige uren boven Gelder, gevangen zat, twee afbeeldingen van O. L. Vrouw medegebracht , en wilden, door geldgebrek gedwongen, eene er van voor weinige centen aan vrouw Buschmann verkoopen. Wijl het prentje voor haar weinig

-ocr page 12-

INLEIDING

of geen waarde had, had zij het aanbod niet aangenomen, en de soldaten waren daarop verder gegaan.

Toen Buschmann een en ander van zijne vrouw vernam, en door vele omstandigheden van de waarheid der verschijning overtuigd werd, zag hij daarin eene volmaakte overeenstemming met hetgeen hem-zelven was wedervaren, en hij besloot nu zonder dralen met den bouw van \'t Heilighuisje te beginnen. Zijne vrouw zond hij inmiddels naar Kempen, om de soldaten op te sporen en een der Plaatjes machtig te worden. De soldaten hadden ze aan den Luitenant reeds terhand gesteld, en deze was in den beginne niet geneigd eene er van aan vrouw Buschmann af te staan. Daar zij echter aanhield, en hem de reden van haar verlangen openbaarde, stond hij haar ten laatste toe om van de twee eene uit te kiezen. Hoogst verblijd keerde nu vrouw Buschmann met dien dierbaren schat naar Gelder, naar haar man terug; en deze liet toen een houten tafeltje maken en daarop het Plaatje vasthechten, om het zoo in \'t Heilighuisje te Kevelaer te kunnen plaatsen

Een en ander werd al spoedig in Gelder bekend, en in groot getal kwam men naar de woning van Buschmann, om zijne «LieveVrouw» te zien, cn door kaarslicht als anderszins te vereeren. Buschmann, die zulks niet wilde, bracht zijn schat in stilte naar de paters Capucijnen. Drie dagen bleef het Plaatje in de paters-kerk, en de toeloop van menschen werd nog hoe langer hoe grooter. Inmiddels was het Heiligdommetje te Kevelaer voltooid, juist zoo als

VI

-ocr page 13-

?

INLEIDING.

vrouw Buschmann het bij de verschijning gezien had; en de pastoor van Kevelaer, Joannes Schink, haaide nu op Zaterdag-avond, in stilte het Wonder-Plaatje uit Gelder, en plaatste het den volgenden morgen, Zondag 1 Juni 1642, in quot;t Kapelletje of Heilighuisje te Kevelaer. Op denzelfden dag reeds stroomde eene groote menigte uit Gelder en omliggende plaatsen als de eerste bedevaartgangers naar Kevelaer, en mede terzelfder tijd hadden reeds wonderbare genezingen plaats. — Zoo ontstond de vereering van 0. L. Vrouw van Kevelaer, onder den titel van: «Troosteres der Bedrukten — Consolatrix afflictormn», welke woorden op afbeeldingen van O, L. Vr. van Kevelaer, en boven de Miraculeuse-kapel aldaar ^ geschreven staan.

Wijl nu God, door onderscheidene wonderen, deed zien, dal eene bijzondere vereering der Moedermaagd, daar ter plaatse, Hem aangenaam was, nam de toeloop van pelgrims zoo spoedig en in zoo groote getallen toe, dat men reeds in de eerste dagen, in het veld eenige tenten moest opslaan, en spoedig huizen begon te bouwen om de vreemdelingen te kunnen herbergen. Ook zond de bisschop van Roermond den pastoor van Kevelaer een paar priesters toe, om Z. Ew. bij de kerkelijke Diensten en het biechthooren behulpzaam te zijn.

De parochiekerk te Oud-Kevelaer werd mede te klein om al de pelgrims te kunnen bevatten, en vóór nog een jaar verloopen was begon men in de nabijheid van het Kapelletje een grootere kerk te

VII

aangaan, rouw raar-aarin lem-nder nen. om htig lant nne i af ien ten ?st ;r-en op je

1,

li

r gt;

r

-ocr page 14-

inleiding.

bouwen, de daar nog staande «Kaarsen-kapel*, zende

ooki Groote-kapel genoemd. In 1645 was deze vol- den

tooid. Terzelfder tijd werd, door het Bisschoppelijk te k

bestuur, te Kevelaer eene Congregatie van priesters Mop(3

gevestigd, aan wie de regeling der bedevaarten en tc v \'t verrichten der kerkelijke Diensten werd loever- i D

trouwd. Voor die Geestelijken werd, tegenover de voor

Kapel, een Oratorium of priesterhuis gebouwd, som

wat in 1647 door hen betrokken werd, en thans com

«\'t Klooster» genoemd wordt. Mui

Tot toen stond het kleine Kapelletje daar nog der

geheel vrij, met het tafeltje en de Miraculeuse Af- m01

beelding van O, L. Vrouw er in, zooals Buscli- bie

mann het daar gezet had. In 1654 liet de Gees- P1quot;

lelijkheid om hetzelve heen de bekende zeshoekige ge

Miraculeusa-kapel (Gnadenkapelle) bouwen, en wel n0 zoo, dat het eerste Heiligdomrnetje geheel bestaan

bleef, alleen werd ingesloten. en dat dus ook het 10

tafeltje met de Wonderbeeltenis dezelfde plaats be- al

hield. In 1664 werd de Afbeelding van 0. L Vrouw d

in een sierlijk gewerkt zilver-verguld raam gezet, d

een geschenk van den Eerw. Heer Boxmeer, pastoor \' te Eindhoven, en van den Heer Van de Laer, zilversmid te\'s Hertogenbosch. Eenige jaren later werd ook het tafeltje met een groote zilveren, met vergulde beelden versierde plaat, bedekt. — Zoo berust en staat nu nog te Kevelaer, ter zelfder plaatse, in hetzelfde Kapelletje, op hetzelfde houtentafeltje en in dezelfde lijst de Miraculeuse-Afbeel-

ding van O L, Vrouw van Luxemburg, en dui- i

VIII

-ocr page 15-

inleiding.

zenden en duizenden van geloovigen stroomen sinds den 1 Juni 1G42 voortdurend derwaarts, om neer te knielen op die geheiligde plek, en Maria, de Moeder Gods en Troosteres der Bedrukten, aldaar te vereeren en aan te roepen

Daar de Kaarsen-kapel sinds lang te klein was voor het al grooter wordend getal pelgrims, die op sommige dagen bij duizendtallen aldaar moesten commaniceeren, zoo besloot de vorige Bisschop van Munster een beroep te doen op de liefdadigheid der vrome vereerders van Maria, ten einde eene meer doelmatige groote kerk, met bijbehoorende biechtknpellen, te kunnen bouwen. Die nieuwe, prachtige en ruime kerk werd, ofschoon nog niet geheel afgewerkt, vóór eenige jaren in gebruik genomen; zoo ook de biechtkapel.

Ter bevestiging en tot bevordering van de devotie tot 0. L. Vr. van Kevelaer hebben de Pausen achtereenvolgend een vollen aflaat toegestaan, door de geloovigen, na gebiecht, gecommuniceerd en daar ter plaatse eenigen tijd voor het welzijn der li Kerk gebeden te hebben, te verdienen:

1. Eens in \'t jaar, op een dag naar verkiezing; alzoo bij de iaarlijksche bedevaart.

2. Op den 1 Juni, den dag waarop de Mira-culeuse-Afbeelding daar geplaatst werd.

3. Op den 25 Maart, Maria-Boodschap.

4. Op den 8 September, Maria-Geboorte.

Die aflaten kunnen ook aan de Geloovige zielen, bij wijze van voorbidding, worden toegevoegd.

IX

-ocr page 16-

I

X inleiding.

Heel \'t jaar door wordt Kevelaer door pelgrims bezocht. doch de Processies komen veelal in de maanden Juli, Augustus en September, en wel omstreeks het feest van Maria-Visitatie (2 Juli), in de week van Maria-Tenhemelopneming (15-22 Aug), en in \'t Octaaf van Maria-Geboorte (8-15 Sept.). Behalve de vele kleine komen jaarlijks ruim 360 groote Processies te Kevelaer.

DE WEST-FRIESCHE PROCESSIE VAN ZWAAG.

Een der oudste Processies is de Amsterdamsche; zij bestaat reeds sinds 1715, en telken jare wordt te Kevelaer door haar een kaars van 100 pond geofferd, die in \'t midden der kapel de eereplaats inneemt. De pelgrims van Alkmaar hebben zich, vóór een dertigtal jaren, van Amsterdnm afgescheiden en een eigen processie gevormd, de Noord-Hol-landsche Processie van Alkmaar.

Met Alkmaar gingen nu en dan ook enkelen van Hoorn en omstreken ter bedevaart. Om in die West-Friesche streek de devotie tot 0. L. Vr van Kevelaer op te wekken, de reis van Hoorn te vergemakkelijken , en tevens den pelgrims gelegenheid te geven \'s morgens vóór het vertrek de H. Mis, en bij terugkomst eene laatste Oefening te kunnen bijwonen, besloot de toenmalige pastoor van Zwaag, P. F. Masker,

-ocr page 17-

INLEIDING

eene afzonderlijke processie te fonneeren, de West-Friesche Processie van Zwang. Hij trok in 1871 voor de eerste maal met 100 pelgrims, in het volgend jaar met 180, spoedig met ruim 200 en daarna geregeld met 30Ü personen ter bedevaart naar Kevelaer. Groot kan men deze processie niet noemen, bij vergelijk met andere die te Kevelaer komen, maar wel mocht men van den beginne af haar een stichtende processie noemen : onze pelgrims werden altijd gesticht door \'t geen zij te Kevelaer zagen, en op hunne beurt waren zij aldaar telkens tot stichting voor anderen.

Sinds 1875 werden de processies naar Kevelaer door het Pruisisch Gouvernement bemoeilijkt. Eerstens mochten zij niet meer van Kranenburg of Goch uittrekken, gelijk vroeger, en ten anderen werden alleen die processies toegelaten die reeds 25 jaren bestaan hadden. Dientengevolge trok onze processie in dat jaar niet naar Kevelaer, maar naar Sittard, in Hollandsch Limburg, alwaar de H. Maagd, onder den titel van O. L. Vrouw van hel H Hart, op bijzondere wijze vereerd wordt Daar een jaar later dat verbod noch niet was opgeheven, sloten de onzen zich toen aan bij de pelgrims van Amersfoort, in 1877 bij die van Alkmaar, en trokken zoo gezamenlijk Kevelaer binnen. In 1878 verleende de burgemeester van Kevelaer aan de Processie van Ziuaag, weer vrijen toegang; en laatstelijk in 1882 werd ook het in processie uittrekken von Goch en Weeze weer algemeen toegestaan.

XI

-ocr page 18-

inleiding.

Op verzoek van den ZeerEerw. Heer J. Geer-ungs, Pastoor te Zwaag, is \'15 Mei 1884 de Broedp.rschap van 0. L. Vrouw van Kevelaar en de Wesl-Frieschlandsche Processie te Zwaag kerkelijk opgericht door Z. D. Hw. Mgr. C. J. M. Botte-manne, Bisschop van llaaripm. Kort na die oprichting zijn aan deze Broederschap de volgende voordcelen goedgunstig toegestaan ;

Volle en gedeeltelijke Aflaten.

I.

Bij Bescript van 13 Juli 1884 heeft liet Z. H. Paus Leo XIII behaagd aan de leden dezelfde Aflaten goedgunstig te. verleenen, welke bij Breve van Pms VII den I5am September 1815 «Cum, sicul acce-pimusK verleend zijn, te weten;

een en vollen aflaat.

1. Op den dag hunner inschrijving in de Broederschap, mits zij dan waardig biechten en com-muihceeren;

2. In het uur des doods, wanneer zij, na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, of zijn zij daartoe niet in staat, dan ten minste met een volmaakt berouw, den H. Naam Jesus godvruchtig aanroepen, met den mond, zoo zij kunnen, of anders met het hart;

3. Op den 88te11 December het Hoogfeest van

XII

-ocr page 19-

INLEIDING. Xl!?

0. L. V. Onbevlekte Ontvangenis (als voornaamslen Feestdag van de Broederschap gekozen en volgens het Pauselijk Rescript door den Hoogw. Ordinarius goedgekeurd), wanneer men, na waardig gebiecht en geeommuniceerd te hebben, de Parochiekerk van den H. Martinus te Zwaag (die de Broederschaps-kerk is) tusschen den vooravond van het Feest en Zonsondergang van den Feestdag zeiven, godvruchtig bezoekt en daar bidt voor de eendracht der Christen-Vorsten, voor de uitroeiing der ketterijen en voor de verheffing van onze Moeder de H. Kerk.

H. GEDEELTELIJKE AFLATEN.

tten

jus i. Een aflaat van zeven jaren en zeven quadragenen

ce- d. i zeven maal veertig dagen, als men op de vier volgende Zondagen (insgelijks daartoe gekozen en goedgekeurd) namelijk die na Driekoningen, na Pinksteren, na Maria Hemelvaart en na Allerheiligen, waardig e- gebiecht en gecommuniceerd hebbende de Broeder-

i- schaps-kerk als boven godvruchtig bezoekt en daar bidt.

2. Een aflaat van zestig dagen, zoo dikwijls men:

11 a. de H. Mis of andere Kerkelijke Diensten in

\' de Broederschapskerk bijwoont;

b. bij eene vergadering van de Broederschap 5 tegenwoordig is;

c. armen huisvest;

cl. vijanden met elkander verzoent of hunne verzoening bewerkt;

*■

-ocr page 20-

7

INLEIDING.

e. het lijk van een der broeders of zusters of ook van een anderen overledene naar het graf vergezelt;

f. het Allerheiligste Sacrament, als het in Processie wordt rondgedragen, naar de zieken gebracht wordt of om welke andere redenen ook door den priester wordt gedragen, vergezelt, of kan men dit niet, dan op het hooren van de klok of bel een Onze Vader en Wees gegroet bidt;

g. vijfmaal het Onze Vader en het Wees gegroet bidt voor de zielerust der overledene broeders en zusters;

h. een afgedwaalde op den weg der zaligheid terugbrengt;

i. onwetenden de geboden Gods en wat tot de zaligheid brengt, leert kennen of eenig ander godsdienstig of liefdadig werk verricht.

Alle deze Aflaten zoo volle als gedeeltelijke kunnen aan de zielen in het Vagevuur worden toegevoegd.

II.

Behalve de hierboven vermelde aflaten, goedgunstig door het Opperhoofd der Kerk verleend, kunnen de leden der Broederschap nog deelachtig worden aan de volgende geestelijke voordeelen, die in het Reglement, dat door den HoogEw. Vicaris-Generaal van Z.D.H. den Bisschop van Haarlem is goedgekeurd, zijn opgenomen.

XIV

i

-ocr page 21-

INLEIDING.

1. De leden zijn deelachtig aan al de HH. Missen gebeden en goede werken, die door de Broederschap voor geestelijk en tijdelijk welzijn der levende en tot lafenis der overledene broeders en zusters worden opgedragen.

2. Iedere maand wordt in de Broederschaps-kerk te Zwaag ééne H. Mis opgedragen voor alle de levende en overledene leden der Broederschap.

3. Onder elke gezongene godsdienstoefening branden twee offerkaarsen bij het H. Moeder Gods altaar

4. Op de feestdagen van 0. L. V. Lichtmis — Maria Boodschap — Maria Hemelvaart en Maria Geboorte wordt eene H. Mis opgedragen voor de levende leden.

5. Op den grooten feestdag der Broederschap, het feest van O L. V. Onbevlekte Ontvangenis, wordt jaarlijks de Hoogdienst opgedragen voor de levende Broeders en Zusters.

6. Na Allerzielendag, zoo spoedig als het gevoeglijk kan geschieden, zal eene gezongene Requiem-Mis als Jaargetijde voor alle de afgestorvene leden der Broederschap worden opgedragen.

7. Bij bedoeld Jaargetijde en bij de jaarlijksche Bedevaart te Kevelaar worden de namen afgelezen van de overledenen der laatste vijf jaren.

8. Gedurende de Bedevaart naar Kevelaar wordt iederen dag voor de pelgrims de H. Mis opge-

XV

-ocr page 22-

inleiding.

dragen en blijven in de kerk te Zwaag voortdurend twee offerkaarsen branden.

9 Ook wordt te Kevelaar bij de Bedevaart eene plechtige Hoogmis opgedragen voor alle de leden der Broederschap en tevens eene groote kaars geofferd, ook worden dan gebeden gedaan voor alle de overledenen der Broederschap.

10. Eindelijk worden voor ieder lid dat in den vrede der kerk gestorven is, in zijne parochiekerk of elders, ZES HU. Missen gelezen. Dit getal zal echter kunnen verminderd worden, wanneer daar billijke redenen voor bestaan, doch niet dan met goedkeuring en toestemming van Z.D.ll den Bisschop.

Voorwaarden van deze Broederschap.

Om lid te zijn van deze Broederschap wordt vereischt:

1. dat men tot de eerste H. Communie is toegelaten ,

2. dal men in het Register van de Broederschap te Zwaag is ingeschreven,

3. dat men ieder jaar in de maand Juli eene Contributie van 60 Cents voldoet.

De bijdrage voor de Kevelaarskaars wordt als bizondere gift aan ieder vrijgelaten.

Zwaag, October 1887.

J. G. H. GEERLINGS,

Pastoor Directeur

XVI

-ocr page 23-

GEBEDEN.

REISGEBEDEN.

(Getrokken uit het Boomseh Getijdenboek), v. God heeft zijnen Engelen bevolen,

a. Dat zij u bewaren zouden op al uwe wegen, v. Heer, verhoor mijn gebed.

a. En mijn geroep kome tot U.

Laat ons bidden.

o God, die de kinderen Israëls droogvoets door het midden der zee hebt doen gaan, en aan de drie Wijzen door eene ster den weg lot U hebt aangewezen, geef ons, smeeken wij U, eene voorspoedige reize, opdat wij onder het geleide van uwen H. Engel op de plaats waarheen wij ons begeven, en eindelijk in de haven der eeuwige zaligheid gelukkig mogen aankomen. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

Tot den II. Engelhewaorder.

Hemelsche Geest, mijn Bewaarder en trouwe Beschermer, ik bid U, dat ik vandaag door u op den weg van vrede, voorspoed en heil geleid, en altijd en overal tegen eiken boozen geest beschermd worde. Ook smeek ik u, goedgunstig mij hulp en bijstand te willen verleenen, om volgens den wil van God het kwaad te vluchten en de christelijke deugden te beoefenen, totdat ik eens met u in het hemelsch vader-

1 A

|

rend

^erie der erd, «credo :rs, in-

i

-ocr page 24-

2

land verblijd voor \'t aanschijn van ons beider Heer moge staan om Hem te dienen. Amen. v. Laat ons in vrede vertrekken.

a. In den naan des Heeren. Amen.

MOKGENGEBEDEN.

Aanbidden wij ootmoedig Gods majesteit. Allerheiligste en allerhoogwaardigste Drievuldigheid, één God in drie Personen , wij gelooven en belijden dat Gij overal en ook hier waarachtig tegenwoordig zijl; wij aanbidden U met de allerdiepste gevoelens van ootmoedigheid, en geven U met al ons hart de eer, die men aan uwe opperste Majesteit verschuldigd is. Bedanken wij God, en wijden wij ons geheel aan zijnen II. Dienst toe.

Mijn God, wij bedanken U zeer ootmoedig voor al de genaden, die Gij ons tot heden toe, in uwe allergrootste barmhartigheid verleend hebt, en wel bijzonder dat Gij ons alle middelen ter hand gesteld hebt, om U ijverig te kunnen dienen. Is het niet evenzoo wederom door eene uitwerking uwer goedheid dat wij dezen dag aanschouwen ? Wij willen dien ook alleenlijk tot uwen heiligen dienst besteden; wij dragen U al onze gedachten, woorden en werken van de?en dag op: zegen ze, o Heer, opdat er geene moge wezen die niet bezield zij door uwe liefde, en die niet strekke tot uwe meerdere eer.

-ocr page 25-

3

beider Laat ons een vast voornemen maken, om de zon-nen. den te vluchten en de devgd te beoefenen.

Aanbiddelijke Jesus, goddelijk voorbeeld der volmaaktheid, naar hetwelk wij moeten leven, wij gaan alles aanwenden om ons gelijkvormig aan U temaken: ootmoedig, gehoorzaam, zui-^ ver, geduldig, ijverig in het gebed en in het evul- vervullen der plichten van onzen staat; verdraag-oven zaam en liefderijk jegens elkander, en onder-\'aar- worpen aan Gods heiligen wil; en wij zullen ons met bevlijtigen, niet meer in die zonden te hervallen, en welke wij zoo dikwijls bedreven hebben, en die wij aan oprechtelijk begeeren te verbeteren. Ook wensch ik vandaag al de aflaten te verdienen, waaraan \\gej ik heden kan deelachtig worden.

Bidden wij God om den lijstand zijner genade. :dig Mijn God, Gij kent onze zwakheid, wij ver-toe, mogen niets zonder den bijstand uwer genade; snd weiger ons dezelve niet, schenk ze, o mijn God, ]en naar onze behoeften ; geef ons krachten genoeg ifjj om te vluchten al het kwaad dat Gij ons verbiedt. 3ne te oefenen al het goed, dat Gij van ons verlag wacht, en om geduldig te lijden alle tegenspoeden, tot die het U zal believen ons over te zenden. Amen. al Hoepen wij de voorspraak in van de H. Maagd, en van onzen Engelbewaarder, van den ge ƒ/. Joseph en onze HU. Patronen. en Maria, O. L. Vrouw van \'t H. Hart, onze Moeder, en naast God onze eenige hoop, wij

i

-ocr page 26-

4

werpen ons met het volste betrouwen in den schoot uwer barmhartigheid. Zie, dierbare Moeder, met een meêdoogend oog op deze uwe pel-grimsschaar, die zich aan uwen dienst heeft toegewijd; beveel ons aan \'t Hart van uwen aanbiddelijken Zoon, opdat er geen van ons verloren ga, maar dat wij allen door uwe voorspraak tot het geluk mogen komen van Hem met U, na dit aardsche pelgrimsleven, eeuwiglijk te beminnen en te aanschouwen. Amen.

Engel des hemels, mijn liefdadige leidsman, verwerf mij zóó gehoorzaam te zijn aan uwe ingevingen, dat ik in niets afdwale van den weg der geboden van mijnen God.

H. Josef, vriend van het H. Hart, bid voor ons; wees onze raadsman, onze hulp en voorspraak, opdat wij in gehoorzaamheid, eendracht, liefde en oprechte godsvrucht onder elkander verkeerende, door u aan Jesus en Maria dagelijks meer en meer mogen behagen.

Groote Heiligen, wier namen wij de eer hebben te dragen, beschermt ons : heilige Patronen en Patronessen van onze kerken en van ons vaderland, bidt voor ons, opdat wij God gelijk gij mogen dienen op de aarde, en hem met u eeuwiglijk verheerlijken in den hemel. Amen.

Hierbij kan men al3 leden van liet „Apostolaat des gebedsquot;, en yan het ^Broederschap van heb H Hartquot;, de dagelijksche opdracht doen aan het H. Hart van Jesns, en nog bidden: Onze Vader; Wees-gegroet; Ik geloof in God; oefening van Geloof, Hoop, Liefde, enz.

-ocr page 27-

AVONDGEBEDEN.

Kom, H. Geest, vervul de harten uwer ge-loovigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Amen.

Bedanken wij God voor al zijne weldaden.

Hemelsche Vader, welken dank zullen wij U bewijzen voor al het goede, dat wij van U genoten hebben; Gij hebt ons geschapen, met het dierbaar bloed van uwen eenigen Zoon verlost, met zoovele onwaardeerbare genaden begunstigd, en nog heden hebt Gij ons, Pelgrims, volgens ziel en lichaam zoo weldadig gespijzigd. O Heer, geef, dat wij aan zoovele weldaden met een dankbaar hart mogen beantwoorden , U oprecht dienen en beminnen en nooit ophouden U te loven. Amen.

Onze Vader; Weesgegroet; Ik geloof in God.

Heilige Geest, oorsprong des licht, doe ons nagaan in de droefheid onzer harten, het kwaad dat wij heden gedaan, en het goed dat wij verzuimd hebben.

Onderzoeken wij ons geioeten.

Oefening van Berouw.

Mijn Heer en mijn God, het is ons leed uit den grond van ons hart, dat wij niet beter uwen

-ocr page 28-

4

werpen ons met het volste betrouwen in den sclioot uwer barmhartigheid. Zie, dierbare Moeder, met een meêdoogend oog op deze uwe pel-grimsschaar, die zich aan uwen dienst heeft toegewijd; beveel ons aan \'t Hart van uwen aanbiddelijken Zoon, opdat er geen van ons verloren ga, maar dat wij allen door uwe voorspraak tot het geluk mogen komen van Hem met TJ, na dit aardsche pelgrimsleven, eeuwiglijk te beminnen en te aanschouwen. Amen.

Engel des hemels, mijn liefdadige leidsman, verwerf mij zóó gehoorzaam te zijn aan uwe ingevingen, dat ik in niets afdwale van den weg der geboden van mijnen God.

H. Josef, vriend van het H. Hart, bid voor ons; wees onze raadsman, onze hulp en voorspraak, opdat wij in gehoorzaamheid, eendracht, liefde en oprechte godsvrucht onder elkander verkeerende, door u aan Jesus en Maria dagelijks meer en meer mogen behagen.

Groote Heiligen, wier namen wij de eer hebben te dragen, beschermt ons: heilige Patronen en Patronessen van onze kerken en van ons vaderland, bidt voor ons, opdat wij God gelijk gij mogen dienen op de aarde, en hem met u eeuwiglijk verheerlijken in den hemel. Amen.

Hierbij lean men aU leden van liet „Apostolaat des gebedsquot;, en van het //Broederschap van het H Hartquot;, de dagelijksche opdracht doen aan het H. Hart van Jesus, en nog bidden: Onze Vaderj Wees-gegroet; Ik geloof in God; oefening van Geloof, Hoop, Liefde, enz.

-ocr page 29-

5

AVONDGEBEDEN.

Kom, H, Geest, vervul de harten uwer ge-loovigen, en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Amen.

Bedanhen wij God voor al zijne weldaden,

Hemelsche Vader, welken dank zullen wij U bewijzen voor al het goede, dat wij van U genoten hebben; Gij hebt ons geschapen, met het dierbaar bloed van uwen eenigen Zoon verlost, met zoovele onwaardeerbare genaden begunstigd, en nog heden hebt Gij ons. Pelgrims, volgens ziel en lichaam zoo weldadig gespijzigd. O Heer, geef, dat wij aan zoovele weldaden met een dankbaar hart mogen beantwoorden, ü oprecht dienen en beminnen en nooit ophouden U te loven. Amen.

Onze Vader; Wees gegroet; Ik geloof in God.

Heilige Geest, oorsprong des licht, doe ons nagaan in de droefheid onzer harten, het kwaad dat wij heden gedaan, en bet goed dat wij verzuimd hebben.

Onderzoeken wij ons geweten.

Oefening van Berouw.

Mijn Heer en mijn God, het is ons leed uit den grond van ons hart, dat wij niet beter uwen

-ocr page 30-

H. Wil volbracht en dat wij tegen U gezondigd hebben, omdat Gij het hoogste goed en bovenal beminnelijk zijt en Gij de zonden oneindig verfoeit. Wij bidden U ootmoediglijk om vergiffenis, door de verdiensten van onzen Heer Jesus Christus, en nemen ons vastelijk voor, met de hulp uwer genade boetvaardigheid te doen, en U nooit weer te vergrammen. Amen.

Laat ons hidden voor de levende en overledene geloovigen.

Stort, o Heer, uwe zegening uit over onze ouders, (kinderen), weldoeners, vrienden en vijanden ; bescherm al onze overheden, zoo geestelijke als wereldlijke; help de armen, de gevangenen, de bedroefden, de reizigers, de zieken en de stervenden; bekeer de zondaars en onze dwalende broeders, en verlicht de ongeloovigen.

God van goedheid en genade, heb ook medelijden met de zielen die in het vagevuur lijden, maak een einde aan hare pijnen en verleen aan allen de eeuwige rust. Amen.

Laten wij ons aan de H. Maagd en aan ome RH. Engelen aanbevelen.

Wij stellen ons onder uwe bescherming, H. Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verwerf ons van alle gevaren altijd bevrijd te zijn, o Maagd, vol heerlijkheid en zegen. Amen.

-ocr page 31-

7

idigd Wij bidden U, o Heer, bezoek onze woning, venal en weer verre van haar alle listen des vijands ; ver- dat uwe heilige Engelen daarin wonen, om ■rgif. ons in vrede te bewaren, en dat uw zegen lesus altijd over ons blijve. Door Christus, onzen t de Heer. Amen.

, en (Bidt hier de Litanie der II. Maagd.)

Bescherm ons, o Heer, terwijl wij waken, bewaar ons terwijl wij slapen, opdat wij met iene Christus gewaakt hebbende, in vrede mogen rusten. Amen.

Jesus, Maria, Joseph,

Ik geef ü mijn lichaam en mijne ziel. Jesus, Maria, Joseph,

Staat mij bij in mijnen doodstrijd, Jesus, Maria, Joseph,

Laat mijne ziel met U in vrede rusten, Amen.

GEBEDEN BIJ DE H. MIS.

Bij het begin der H. Mis.

God, hemelsche Vader, Gij, die mij naar uw beeld geschapen hebt; o God, de Zoon, Gij, die om mij te verlossen de menschelijke natuur hebt aangenomen, uw Bloed voor mij vergoten en den bitteren dood geleden hebt; o God, Heilige Geest, Gij die mij in den Doop geheiligd en tot de ware Kerk gebracht hebt;

| i

-ocr page 32-

8

o Gij, allerheiligste Drievuldigheid, geef mij de genade, dat ik dit H. Misoffer aandachtig bij-woue en het met den priester opdrage: tot roem en eere van uwen H. Naam, om te belijden, dat Gij de eenige hoogste God en Heer over ons menschen en alle schepselen zijt, Wien alléén dit offer toekomt; — ter gedachtenis, o Jesus, van uw bitter lijden en sterven, tot welk einde Gij dit H. Offer hebt ingesteld; — tot dankzegging voor alle mij bewezen genaden en weldaden; — tot voldoening voor al mijne zonden en misdaden; — tot verwerving der goddelijke hulp en bijstand in al mijnen nood; —• voor mijne ouders (echtgenoot, kinderen), bloedverwanten en viienden, voor mijne geestelijke en wereldlijke overheden en al mijne weldoeners; — voor alle overledene geloovigen die in het vagevuur lijden, bepaaldelijk voor.....

Neem, o barmhartige God en Heer, dit offer gunstig aan, laat dit mijn voornemen ü welgevallig zijn en verhoor mijn gebed, door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Introïtus.

Gezegend zij de H. Drievuldigheid en onverdeelde Éénheid; wij zullen haar loven, omdat zij ons barmhartigheid heeft bewezen. Glorie zij

-ocr page 33-

9

mij de ^en ^ader, die ons geschapen heeft. Glorie zij

g {jjj. den Zoon, die ons verlost heeft. Glorie zij den

; t0j. H. Geest, die ons heilig gemaakt heeft.

[fJdejj Heer, ontferm U onzer. {Driemaal?)

over Christus, ontferm U onzer. //

üléén Heer, ontferm U onzer. n

esus\' Gloria in excelsis,

3inde

!ank- Glorie aan God in den allerhoogste, en vrede op aarde den menschen van goeden wil. Wij

(iden loven U; wij zegenen ü; wij aanbidden U;

ilijke wij verheerlijken U; wij danken ü om uwe

v00r groote glorie. Heer God, hemelsche Koning,

ver. God Almachtige Vader. Heer Jesus Christus,

: en ééniggeboren Zoon. Heer God, Lam Gods, Zoon

ers. des Vaders. Die de zonden der wereld weg-

jjgj. neemt, ontferm ü onzer. Die de zonden der wereld wegneemt, neem onze smeeking aan.

jjj. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt,

U ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt de Hei-

)or lige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Aller-

lie hoogste : Jesus Christus , met den H. Geest,

es in de glorie van God den Vader. Amen.

a\' Collecten en Epistel,

Verhoor, o God, de gebeden van uwe H. Kerk , die U in den naam van uwen welbeminden Zoon , onzen Heer, Jesus Christus, (. ootmoedig smeekt, dat Gij ons uwe hulp en

■j bijstand wilt verleenen, opdat wij daardoor van

1*

-ocr page 34-

10

alle rampen bevrijd en in uwe genade versterkt mogen worden, Amen. He( Oefening van Geloof. Mijn Heer en mijn melsd God, ik geloof al wat Gij door uwen éénigge- schap boren Zoon, onzen Heer, Jesus Christus, door j de Profeten en door de Apostelen geopenbaard vall t hebt, en mij door de onfeilbare H. Kerk te : gelooven voorstelt, omdat Gij de eeuwige waar- yoors heid zijt. In en voor dit geloof wil ik, door S( uwe genade, leven en sterven. naar Oefening van Hoop. Vader van barmhartig- zóó • heid en God van alle vertroosting, op U vestig gten ik al mijne hoop en mijn vertrouwen. Groot staai en menigvuldig zijn wel mijne zonden, maar geZe oneindig veel grooter is toch uwe goedheid, v00] die den dood des zondaars niet wil, maar dat hij iSi zich bekeere en leve. Op deze uwe grenzenlooze goedheid vertrouwend, hoop ik vastelijk de vergeving van al mijne zonden en het eeuwig * leven te zullen verwerven. lerl Oefening van liefde. Wie zou U niet be- Jei minnen . o liefdevolle God, die, om uw eigen inï zeiven, aller liefde waardig zijt, en die ons uw met eene eeuwige liefde bemind, en uwen eenig- ee geboren Zoon voor ons ten beste hebt gegeven! gc Niets wensch ik in den hemel, niets zoek ik fe op aarde buiten U, mijn Heer en mijn God. ü In U verlang ik te leven en te sterven. Wan- ei neer zal ik komen en staan voor uwen troon, n om U in eeuwigheid te bezitten ? e

-ocr page 35-

11

\'sterkt Bj het Evangelie.

Heere Jesus, die volaens den wil uws he-.miJn melscben Vaders aan de wereld de blijde bood-U§^e\' schap van het Evangelie hebt gebracht, schenk

b 0(!l ^genade om er waarheid

van te vatten, mijnen wil er naar te regelen,

vaa 6 m^n Se^euSen te bewaren en er de

, arquot; voorschriften van te vervullen, opdat ik met or de schaar uwer uitverkorene schapen, die hier naar uwe stem geluisterd hebben, in dit leven \'stfJ Z°° vereei,\'o(i worde, dat ik eens, op den jong-

root S^en me^ \'len aan uwe rechterhand moge

\' staan , en de troostvolle woorden hoore: Komt,

gezegenden mijns Vaders, bezit het rijk, dat

voor u van de grondvesting der wereld bereid

•\' is. Amen.

oze

er. S?)\' de Offerande.

F1g O God, hemelsche Vader, Gij die deze allerheiligste offerande des Nieuwen Verbonds door ,e- Jesus Christus, uwen ééniggeboren Zoon, hebt eri ingesteld, die zich daarin zelf door de handen 33 uws priesters voor ons opdraagt: ik breng even-\'■ eens mij zelven hier mede ten offer aan uwe ■\' goddelijke Majesteit. Neem deze onbloedige of-k ferande genadig aan ; ik wijde U daarbij mijn \'• lichaam en mijne ziel, ja, alles wat ik ben en bezit. Laat dit al te zamen vereenigd zijn , met de bloedige offerande, welke Jesus Christus eens aan het Kruishout voor geheel het men-

-ocr page 36-

12

schelijk geslacht U, o almachtige God, heeft opgedragen. Ik draag al mijne verdiensten op in vereeniging met de eindelooze verdiensten van Jesus; in Hem en in zijn bitter lijden en sterven berust mijne hoop en mijn vertrouwen; op Hem is mijn geloof gegrond en gevestigd; Hij is de bron mijner liefde en van mijn heil in eeuwigheid.

Ik breng U hiermede, o hemelsche Vader, ook al mijn lijden en geluk, (mijne ouders, echtgenoot en kinderen), ootmoedig ten offer. Laat mij, en al de mijnen, U een welgevallig offer zijn, en neem ons allen op in uw rijk, waar wij U en uwen Zoon, onzen Heer, tegelijk met den H. Geest, altijd en eeuwig zullen loven en prijzen. Amen.

Bij de Praefatie

Tot U, o God, verheffen wij onze harten en zeggen uwe goddelijke majesteit dank. Waarlijk, het is waardig en rechtvaardig, billijk en heilzaam, dat wij U altijd en overal dankzeggen: heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, door Christus onzen Heer. \'t Is door Hem dat de Engelen uwe majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten beven, de Hemelen en de Krachten der hemelen, en de gelukzalige Serafijnen U met eenparig gejuich verheerlijken. Gelief, bidden wij U, met deze ook onze lofzangen aan te nemen, terwijl wij

-ocr page 37-

13

1

ootmoedig belijden en spreken: Sanctus, Sanctus, Sanctus: Heilig, Heilig, Heilig, is de Heer, de God der heerscharen. Vol zijn de hemelen en de aarde van uwe glorie. Hosanna in den hooge. Gezegend Hij die komt in den naam des Heeren. Hosanna in den hooge.

Vóór de Consecratie.

Barmhartige God en Heer, zie op mij en allen, die tot glorie van uwen grooten Naam deze H. Offerande bijwonen, genadig neder; en opdat mijn gebed U te behaaglijker zij, vereenig ik het met de voorbede van de Onbevlekt - Ontvangen Maagd en Moeder Gods Maria, van de heilige Apostelen, Martelaars en Belijders, Maagden, en van alle Heiligen. Laat, hemelsche Vader, deze Offerande, waarin uw ééniggeboren Zoon zich op eene onbloedige wijze opdraagt, mij en ons allen tot eeuwig heil verstrekken.

Ik smeek ü. Heer, dat Gij uwen dienaar onzen Paus, onzen Bisschop, onze herders en zielzorgers wilt verlichten en besturen; opdat allen die hun aanbevolen zijn, door hun woord en voorbeeld, met uwe Uitverkorenen mogen vergaderd worden.

Ik smeek U, dat Gij aan mijne geliefde ouders, bloeverwanten, vrienden en weldoeners, en aan allen voor wie ik verplicht ben te bidden, tijdelijk en eeuwig welzijn wilt verlee-

!|

ill Ml

ft ly

li |

I

liii

■ ïisi

-ocr page 38-

14

nen, en gewaardig U, dit mija gebed te ver-hooren.

Ik smeek U, dat Gij alle zondaren, en vooral..., tot ware boetvaardigheid wilt brengen, en alwie in zware bekoringen zijn, met uwe krachtige genade versterken en voor den val behoeden wilt. Gelief ook, bid ik U, alle dwa-lenden en afvalligen, vooral in ons vaderland, gelief alle ongeloovigen tot de kennis van het ware geloof te roepen en te geleiden. Gedenk, hemelsche Vader, dat uw ééniggeboren Zoon J. C. ook voor hen allen den bitteren Kruisdood heeft uitgestaan, en verhoor ons om zijce oneindige verdiensten, Gij die den dood des zondaars niet wilt, maar dat hij zich bekeere en leve. Amen.

Bij de opheffing van de 11. Hostie.

Mijn God en Zaligmaker, ik aanbid U; ik dank U voor uwe liefde; o Jesus, door uwe wonden, vergeef mij mijne zonden .... Barmhartige Hoogepriester, geef mij uwe genade, vooral deze.... Amen.

Bij de opheffing van den li. Kelk.

Erbarming, mijn Jesus!... Eeuwige Vader, ik draag U het allerkostbaarste Bloed van Jesus Christus op, tot voldoening voor mijne zonden, voor de behoeften der H. Kerk, en om te verkrijgen deze gunst .... Amen.

-ocr page 39-

15

Na de Consecratie. O allerbeminnelijkste Jesus, met een onwrikbaar geloof belijd, vereer en aanbid ik U, hier onder de gedaanten van brood en van wijn op het altaar tegenwoordig. Ik smeek U ootmoedig, laat mij ten jongsten dage U onverhuld met een verblijd oog aanschouwen, bij het aantal uwer uitverkorenen medegeteld worden, en in de hoogste vreugde uwe liefderijke stem hooren: Kom, gij gezegende! Ontferm U mijner, o Jesus, en laat uw bitter lijden en sterven voor mij niet verloren zijn; laat uw kostelijk Bloed voor mij niet tevergeefs vergoten wezen, maar laat het mij tot eeuwige vreugde en zaligheid verstrekken, Amen.

Gedenk ook, genaderijke Jesus, allen die in het ware geloof uit dit leven zijn verscheiden ; vooral de ziel van... en de zielen die nu de eerste pijnen van het vagevuur ondervinden , en die het meeste verlaten zijn. Wij smeeken U, Heer, verleen haar en allen die in Christus rusten, de plaats van verkwikking, van licht en vrede. Amen.

Pater noster.

Bid het n Onze Vaderquot;, en zeg daarna: Verlos ons, bidden wij U, o Heer, van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad; en geef ons, op de voorspraak van de gelukzalige en glorierijke Moeder Gods Maria, altijd

1

-ocr page 40-

16

Maagd, en van de gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus en van Andreas, en van alle Heiligen , genadiglijk vrede in onze dagen, opdat wij, door uwe barmhartigheid geholpen, altijd vrij mogen zijn van zouden, en veilig voor alle ontsteltenis. Door denzelfden J C. onzen Heer, uwen Zoon, die met ü leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen. De vrede des Heeren zij altijd met ons, Amen.

Agnus Bei.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, schenk ons den vrede.

Voorbereiding tot de Communie.

Goedertierene Jesus, daar Gij ons zoo minnelijk toeroept; Komt allen tot mij, die vermoeid en beladen zijt. en Ik zal u verkwikken ! zoo kom ik met een diep gevoel van mijne onwaardigheid , maar ook vol vertrouwen tot TJ, be-geerig om zooveel mogelijk in de vruchten van dit H. Offer te deelen, en uw H. Lichaam en Bloed geestelijker wijze in mijn hart te ontvangen. Kom, o Jesus , kom binnen in m;jn hart, verkwik en vervul het met uwen geest en uwe genade. Gij zoete vreugde mijns harten.

-ocr page 41-

17

etrus Gij, leven mijner ziel, schenk mij de vergiffenis Hei- van al mijne zonden en gebreken; neem alles ipdat van mij weg, wat mij afkeerig van ü maakt, iltijd O dierbare Jesus, leid mij tot ü, bereid U • alle eene aangename woning in mijn binnenste, leer, zoodat Gij steeds blijven moogt in mij en ik i de in IJ; die leeft en regeert met den quot;Vader en wen ^en H. Geest van eeuwigheid tot eeuwigheid. i zij Araen*

Bomine non sum. dïgnus.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij ingaat onder mijn dak, maar spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden. [Driemaal.) Denk hier, dat gij met den priester communiceert, en zeg: Het Lichaam van onzen Heer Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.

Bid dan in stilte tot Jesus wat uw hart u ingeeft; aanbid Hem, dank Hem, en zeg:

Goede Jesus, laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Amen.

Na de Communie,

we-

we-,ve-

in-eid :oo ir-)e-an itn it-jn

st

n.

Ik dank U, Heer Jesus, dat Gij mij deelachtig gemaakt hebt aan dit uw allerheiligst Oifer, waarbij ik de gedachtenis van uw bitter lijden en sterven vernieuwd heb. Maak, bid ik U, dat ik door de kracht en werking van dit heilig Geheim in het geloof, de hoop en liefde volharden en het eeuwig leven verwerven moge. Amen.

i

-ocr page 42-

18

Laat, bid ik U, Heilige Drievuldigheid, de hulde mijner onderwerping U aangenaam zijn,

eu geef dat dit Offer, hetwelk ik onwaardige met den priester voor de oogen uwer Majesteit opgedragen heb, U behaaglijk zij, en mij en

allen, voor wie ik het heb opgedragen, door ^ uwe genade tot verzoening strekke. Door Chris-

tus, onzen Heer. Amen. Hjk

Ons zegene de almachtige God, de Vader baa de Zoon en de PI. Geest. Amen.

goe

Bij het einde der II, Mis. I

O hemelsche Vader, neem van mij aan dit oos

U verschuldigd dienstoffer, dat ik U door de bec

bijwoning dezer H. Mis heb gebracht, en vergeef de mij alle daarbij bedreven zonden, verstrooiing

en nalatigheid. Ik beveel mij Ü aan, nu e;i lee

ten allen tijde, terwijl ik mij in de hand uwer ü.

goddelijke barmhartigheid geheel en al overgeef. uv

Laat uw heilige wil steeds aan mij voltrokken mi

worden, en moge ik eenmaal een zaligen dood zu

sterven en in uw eeuwig rijk opgenomen wor- m

den. Dit vraag ik U voor mij zeiven en al de za

mijnen, door de verdiensten van Christus, uwen k\'

Zoon, en door de voorspraak der Zalige Maagd i\'1

Maria, zijne allerliefste Moeder, van den H. al Joseph, en van alle Heiligen, Amen.

Z

__il

ii

-ocr page 43-

19

GEBEDEN ONDER HET LOF.

Gebed tot Jesus.

O Jesus! Gij zijt waarlijk tegenwoordig in dit allerheiligste Sacrament! dit geloof ik vaste-lijk, want Gij zelf hebt het gezegd en veropenbaard. Ik aanbid U, met den diepsten eerbied, als mijn Schepper en Verlosser, mijn opperste goed, mijnen Heer en mijnen God.

O Heer I sla van uw heilig altaar een genadig oog op mij, ellendigen zondaar, neder. Met een bedrukten geest, met een vermorzeld hart, met de oogen vol tranen, bid ik U, o mijn God! vergeef mij mijne zonden; zij zijn mij van harte leed; ik haat en verfoei dezelve uit liefde tot ü. Verwerp mij niet van uw aanschijn; keer uw aangezicht af van mijne zonden; wisch al mijne ongerechtigheden uit; schep in mij een zuiver hart, en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste; maak mij, naar uw voorbeeld, zachtmoedig en ootmoedig van harte, zuiver, kuisch, getrouw aan mijne plichten, verduldig in het lijden, standvastig in uwen dienst en in alles onderworpen aan uwen goddelijken wil.

Steunende op uwe vaderlijke goedheid, o mijn Zaligmaker! bid ik U ook voor allen, met welke ik door de banden van den godsdienst en der natuur vereenigd ben. Zegen onzen heiligen

-ocr page 44-

20

Vader den Paus, de Bisschoppen en Priesters, beziel hen met eenen vurigen ijver en eene teedere liefde voor de schapen, welke Gij hun toevertrouwd hebt; ik bid U bijzonderlijk voor den Herder dezer parochie; geef Heer dat zijne onderwijzingen vrucht mogen doen in onze harten, dat hij ons de heilige Sacramenten waardiglijk bediene, en door uwe genade zóó leve, dat wij door zijn voorbeeld altijd mogen gesticht worden.

Ik beveel U, Heer! mijne ouders! die zooveel ten mijnen beste gedaan hebben, dat ik het hun nooit vergelden kan; maar Gij kunt hen daarvoor Iconen; ik bid U ootmoediglijk, geef hun al wat naar ziel en lichaam noodig is voor dit en het eeuwig leven. Dit vraag ik U ook voor al mijne weldoeners, en vrienden; ook voor mijne vijanden, indien ik er mocht hebben.

Ach, Heer! mochten toch alle menschen, die het ongeluk hebben in doodzonde te leven, zich tot U bekeeren; geef hun daartoe uwe genade, ontferm U over hen. OJesus! dien ik met het oog des geloofs aanschouw in dit heilig Sacrament, Gij hebt aan het kruis gebeden voor versteende zondaars, laat dat gebed ook nog voor hen, die in zonde leven, genade verwerven.

De zielen der overledenen, die nog in het vagevuur lijden, beveel ik aan uwe goedertierenheid : vervul het vurig verlangen, dat zij hebben om uw minnelijk gelaat te genieten.

En om niemand in mijn gebed te vergeten.

-ocr page 45-

21

slers, bid ik U, Heer! voor de zieleen, die U met edere ons niet kunnen komen aanbidden; troost hen ever- op hun bed van lijden; sta de stervenden bij: den geef, dat zij in uwe liefde uit deze wereld schei-ider- den : eindelijk bid ik voor allen, voor wie ik quot;ten, gehouden ben te bidden, laat hen uwen dier-glijk baren zegen en uwe genade deelachtig worden, t wij Heer Jesus! als ik overweeg hoe genadig en den. wonderlijk Gij hier tegenwoordig zijt in dit \'veel heilig Sacrament, dan moet ik uitroepen : o Heer, het hoe groot zijt Gij! Gij zijt bij ons en in het hen midden van ons als een vader bij en onder zijne geef kinderen, als een geneesmeester bij zijne zieken; \'oor hoe teederlijk bemint Gij ons ! Ach, mochten ook toch ik en alle menschen U hartelijk weder oor beminnen ! Ach! hoe ongelukkig zijn degenen, die niet erkennen, dat Gij in dit hoogwaardig die Sacrament tegenwoordig zijt ! verleen hun toch ich het licht des geloofs, opdat zij uit hunne blindde, heid getrokken, tot den schoot uwer Kerk ge-het bracht worden, en met ons gezamenlijk U in ra- dit geheim aanbiddende, begrijpen mogen, hoe 3or gelukkig uwe geloovigen zijn, die vrijmoedig l0g hunnen nood en hunne krankheden aan U, 3n. als aan hunnen vader en geneesmeester, mogen iet klagen, vastelijk vertrouwende, dat Gij hen niet n- ongetroost zult laten weggaan. en Gebed tot Maria.

O onbevlekte Maagd! hoe vurig danken wij God, dat Hij Ü voor alle vlekken der zonde

2

-ocr page 46-

22

bewaard heeft! Hoe zeer wensch ik, dat alle menschen dit voorrecht in U erkennen! Vlekkeloos staat gij voor het aanschijn des Heeren! Gewaardig u uwe medelijdende blikken op mij, onwaardige, te vestigen. Bid God voor mij :

want ik ben niet slechts in zonde ontvangen en

geboren geworden, maar ik heb ook na het heilig L

Doopsel mijne ziel met menigvuldige zonden mijn

besmeurd, ik heb zoo weinig getracht het kleed bem

der onschuld zuiver te bewaren. Zal God aan mijr

u, welke Hij boven alle achepselen verheven bed

heeft, wel iets kunnen weigeren ? Allerzuiverste veel

Maagd! gij wilt, gij kunt voor mij de genade Jen

afsmeeken, dat ik door ware boetvaardigheid aan

van mijne zonden gezuiverd worde, en dan iiaa

ernstig mijne zaligheid bewerk. Moge ik dage- onz

lijks aan u denken; moget gij mij ook nimmer Gij vergeten! Bid voor mij, opdat ik uw geloof,

uwe ootmoedigheid, uwe liefde, uwe gehoorzaam- zoe

heid, uw geduld, uwe zuiverheid navolge, ten sto einde ik eenmaal met u in de eeuwige zaligheid

moge deelen. O gelukkig oogenblik, op hetwelk l3e(

ik u in den Hemel zal zien, loven en eeuwig sin

beminnen, u, mijne Moeder, onbevlekte Maagd ge\'

Maria. roi

Verder kan men de Litanie bidden van het H. Sacra- Sa

ment, van het H. Hart van Jesus of van den H Naam ui\' Jesus en de Litanie der H. Maagd Maria.

de

01

-ocr page 47-

23

BIEC HTGEBEDEN.

Foorhereidend Gebed.

Liefdevolle Verlosser en Zaligmaker, Jesus, mijn God en mijn Heer, die mij zoo teeder bemint, en Wien ik wederkeerig uit geheel mijn hart beminnen en nooit door eenige zonde bedroeven moest, ach! met schaamte over mijne veelvuldige onvolmaaktheden en bedreven zonden kom ik tot U, en werp ik mij voor uw aanschijn neder. Heer, handel niet met ons naar onze zonden, en vergeld ons niet naar onze boosheden. Gij zijt oneindig barmhartig. Gij wilt den dood des zondaars niet, maar dat hij zich bekeere en leve. Daarom heb ik het zoetst vertrouwen dat Gij mij nog niet ver-stooten zult, ja , dat Gij mij nogmaals door het H. Sacrament der Biecht mijne misslagen en bedreven zonden zult willen vergeven. Daarom smeek ik U, o Heer, wil in mij die heilige gevoelens opwekken van nederigheid, van berouw en van vertrouwen, waarmede ik tot dat Sacrament naderen moet om er de heilzame uitwerkselen van te ondervinden.

En gij, H. Maagd Maria, mijne liefste Moeder, gij ook mijn H. Engelbewaarder helpt mij om deze Biecht met veel vrucht te mogen doen.

-ocr page 48-

24

Gebed vóór het gewetensonderzoèJc.

Kom, o Heilige Geest, drijf de duisternissen weg van mijnen geest en verlicht mijn verstand, opdat ik moge kennen al wat ik misdaan heb, met gedachten, met begeerten, met woorden, werken en verzuimenissen, tegen U, tegen mijnen naaste en tegen mij zeiven, help mij, opdat ik een oprecht leedwezen daarover gevoele, een vast voornemen make voor de toekomst, en openhartig al mijne fouten ootmoedig aan den priester belijde.

Onderzoek nu oplettend uw geweten: wat gij gedacht, gesproken, gedaan of verzuimd hebt; ga ook de plichten na van uwen staat, en bid daarna:

AUe van lerouw,

O mijn God, ik beken dat ik vele en groote zonden bedreven heb. Ach, hoe smart het mij, dat ik ü, het hoogste en opperste goed, die boven alles moet bemind worden, daardoor be-leedigd en bedroefd heb. O mijn God, heb medelijden met mij, en wil mij mijne zonden vergeven. Zij zijn mij leed uit den grond van mijn hart, omdat ik U, die zoo goed, zoo beminnelijk zijt, daardoor beleedigd heb.

Ik neem mij vastelijk voor, niet meer te zondigen, alle gelegenheden van zonden te vluchten, nu rouwmoedig en openhartig te biechten, en de poenitentie, die mij opgelegd zal worden, godvruchtig te volbrengen.

-ocr page 49-

25

En tot voldoening voor mijne zonden draag issen U, lieve Jesus , uw heilig leven en ster-

and ven eu ^en Ijr\'js van uw voor ons vergoten [jgfj\' Bloed op, met al de verdiensten van uwe Onbe-:]en\' vlekt-Ontvangen Moeder Maria, van uwen be-ewen minden Voedstervader Joseph, van mijne geliefde •• Beschermheiligen en van al uwe Heiligen. En 3eje\' ik vertrouw van uwe oneindige barmhartigheid, dat Gij mij al mijne schulden zult vergeven, \'den en oenaclen zult verleenen, om een heilig leven te gaan leiden en ü ten einde toe getrouw te dienen.

acht. God , wees mij , zondaar , genadig. Jesus ,

Davids-zoon, ontferm U mijner. Amen.

GEBEDEN NA DE BIECHT.

mij,

die Loof, mijne ziel, den Heer, en al wat in

be- mij is, zijnen heiligen Naam.

heb Loof, mijne ziel, den Heer, en vergeet zijne

den weldaden niet.

van -Die al uwe schuld vergeeft, die al uwe krank-

zoo heden geneest.

Die uw leven verlost van het bederf, die u c te kroont met goedheid en barmhartigheid.

te Barmhartig en genadig is de Heer, lank-

:ch- moedig en groot is zijne goedertierenheid, zal Hij doet ons niet volgens onze zonden, eu

Hij vergeldt ons niet naar onze ongerechtigheden.

2*

-ocr page 50-

26

Zoo ver het Oosten verwijderd is van het Westen, zoo ver doet Hij de zonde van ons weg.

Gelijk een vader zich ontfermt over zijne kinderen, zoo ontfermt zich de Heer over hen die Hem vreezen.

Looft den Heer, gij, zijne engelen , looft den Heer, gij, zijne dienaars, die wat Hem behaagt volvoert.

Looft den Heer, al zijne werken, op alle plaatsen zijner heerschappij: loof, mijne ziel, den Heer. Amen.

Ik dank U, allerbarmhartigste Jesus, dat Gij met mij, onwaardigen zondaar, zooveel mededoogen en geduld hebt getoond, mij tot U getrokken en mij in uwe goedertierenheid weder vergiffenis en kwijtschelding van schuld verleend hebt.

Neem, Heer, de ootmoedige schuldbelijdenis die ik gedaan heb goedgunstig aan; en wat er ontbroken mocht hebben aan het belijden mijner zonden, of aan mijn berouw; gelief dit door uwe oneindige barmhartigheid aan te vullen, en mij voor geheel ontbonden te houden in den Hemel.

Geef mij uwe hulp, dat ik U niet meer mishage, maar U getrouw diene; geef het, Heer, op de voorspraak van uwe glorierijke Moeder, altijd Maagd, en van al uwe Heiligen, die van het begin der wereld U hebben behaagd,

-ocr page 51-

27

het God van ontferming, die leeft en regeert door eg, al de eeuwen der eeuwen. Amen.

ijne __

lien

COMMUNIEGEBEDEN.

)oft _

em

VOOR DE H. COMMUNIE,

ille O zachtmoedige en liefdevolle Jesus, zie,

el, ik liet onwaardigste van al uwe schepselen , nader tot het allerheiligste Sacrament van uvv Lichaam en Bloed ; ik kom tot U, om bij U het dat geneesmiddel te vinden voor al de wonden van eel mijn lichaam en van mijne ziel. Ik geloof, dat tot ik door het ontvangen van dit H. Sacrament eid uwer liefde voorzien kan in al mijne behoeften, aid en tevens de grootste eer aan uwe goddelijke Majesteit, en aan alle Hemelingen de grootste le- vreugde kan geven. Maar, o God van eeuwige eat heiligheid, voor wiens oog de hemelen zelfs niet len zuiver zijn, hoe zal ik, ellendige en zondige ief mensch, met een door zoo vele onvolmaaktheden te bezoedeld hart, durven naderen tot U, de bron [en va\'i alle zuiverheid? Hoe zal ik mij verstouten om U eene plaats aan te bieden in cene ziel 3er waarin zoo vele doornen en distelen croeien,

• 1 • D 7

3t, m eene ziel waarin zoo veel aardsche en zon-

ke dige neigingen hebben wortel gescheten?

gt;n. Inderdaad, o mijn Jesus, dierbare vriend

;d, mijner ziel, ik gevoel mij diep beschaamd en

J

-ocr page 52-

28

vernederd in uwe tegenwoordigheid, en vrees U grootelijks te zullen beleedigen met U in eene uwer goddelijke Majesteit zoo onwaardige woonplaats binnen te leiden.

Dan, o goede Jesus, ik herinner mij een troostvol woord, dat Gij zelf gesproken hebt : //Niet de gezonden, maar de zieken hebben eenen geneesheer noodig.quot; Ook weet ik, dat Gij tot uw bruiloftsmaal al de blinden en kreupelen, zieken en armen hebt uitgenoodigd. Welnu, o goddelijke Bruidegom der zielen, ik hoor onder het getal van die ongelukkigen, ik ben zelfs de ellendigste van allen; ook mij hebt Gij dus uitgenoodigd, en ik mag aan uwe uit-noodiging niet weerstaan. Ik nader dan tot uwe H. Tafel, overtuigd van mijne onwaardigheid, maar tevens vol moed en betrouwen, bij de gedachten aan uwe mij zoo teeder uitnoodigende liefde.

O Jesus , eenig voorwerp van al mijne verlangens, het gelukkig oogenblik is daar, waarop ik ü , mijn God, ü den welbeminde mijns harten, in mijn hart mag ontvangen. Zie, mijn Jesus, ik kom tot U, met al de liefde en godsvrucht, waartoe ik in staat ben, ik ga U tegemoet. Open dan uwe heilige armen, om mijne ziel te omhelzen en aan uw goddelijk Hart te drukken; open uwe armen, gelijk Gij die geopend hebt op het oogenblik dat Gij uwe handen hebt uitgestrekt op het kruis, om ze uit liefde voor de zondaren te laten doornagelen.

2

-ocr page 53-

29

O miju gekruiste Jesus! waarom brandt in mijn hart niet al het vuur dat ooit het hart der Heiligen ontstoken heeft! Waarom heb ik niet al de heilige verlangens, waarmede de Heiligen tot U verzuchtten. O mijn Jesus! o hoezeer wensch ik U te kunnen naderen met de zuiverheid der Engelen, de liefde der Apostelen, de onschuld der Maagden, ja, met al de godsvrucht en liefde, waarmede uwe H, Moeder U bij uwe menschwording en daarna zoo dikwijls in het H, Sacrament uwer liefde ontvangen heeft! O had ik uw eigen goddelijk Hart, dan kon ik U in uw eigen Hart ontvangen, U binnenleiden in eene met uwe goddelijke Majesteit geheel en al overeenkomstige woning.

Dan, hoewel ik zoo gelukkig niet zijn kan, de liefde van alle Heiligen, de liefde van uwe allerheiligste Moeder, en de liefde van uw goddelijk Hart in miju hart t,e dragen, ik ben toch zoo gelukkig U dat alles te kunnen opofferen.

Ik draag U dan op, o miju Jesus, tot vergoeding van mijne onwaardigheid, al de voorbereiding, al de godsvrucht, al de liefde waarmede uwe Heiligen, eu vooral uwe gelukzalige Moeder, U in dit allerheiligste Sacrament hebben ontvangen. Ik offer 13, o goede Jesus, uw eigen goddelijk Hart, met alle goddelijke deugden en genaden, waarmede het door de aanbiddelijke Drievuldigheid is verrijkt geworden. Al die schatten bied ik ü aan, om daarmede aan te

-ocr page 54-

30

vullen wat mij ontbreekt, en U eene aangename en waardige woonplaats in mijn hart te bereiden.

Kom, o goede Jesus, kom, Bruidegom mijner ziel, en treed mijn hart binnen met de liefde, waarmede Gij in den maagdelijken schoot uwer Moeder zijt neergedaald. Amen.

NA DE H. COMMUNIE.

O goede Jesus, o zoete Jesus, o allerbeminnelijkste Jesus, o Jesus, mijn eenig geluk en mijn eenige troost, hoe hebt Gij U kunnen verwaardigen tot mij te komen, en in mijn ellendig hart binnen te gaan.

Gezegend zij, o Jesus, uwe komst in mijn hart, en gezegend zij de goedheid uwer liefde, die Ü bewogen heeft om mij armen zondaar met zulk een bezoek te vereeren.

In de diepste nederigheid, werp ik mij voor U neer, Ü uit geheel mijn hart vergiffenis vragend, dat ik TJ met niet meer godsvrucht, met niet meer liefde heb ontvangen. Heere Jesus, die, niettegenstaande mijne onwaardigheid, in mijn zondig hart hebt willen afdalen, voltrek nu het werk uwer liefde, met mijn hart te heiligen door uwe aanbiddelijke tegenwoordigheid. Laat deze H. Communie en nauwe vereeniging met U mij strekken, tot voortgang in de deugd, opdat mijne ziel eene bestendige woonplaats blijve van uwe driemaal heilige Majesteit. Ver-

-ocr page 55-

31

sterk mijn zwak geloof: ondersteun mijne wankelbare hoop; vermeerder mijne weinige liefde, en schenk mij uwe goddelijke genade, om van nu af meer voortgang in de deugd te maken.

Heere Jesus, sta mij toe van dit gunstig oogenblik, nu Gij in mijn hart rust, gebruik te maken, nog andere genaden en gunsten af te srneeken, niet slechts voor mij zeiven maar ook voor anderen, die U en mij dierbaar zijn. Zegen, Heere Jesus, op eene bijzondere wijze die menschen, die bij mij de plaats van God op aarde bekleeden, mijne ouders, mijne geestelijke en wereldlijke overheden. Zegen (mijn echtgenoot, mijne kinderen) mijne broeders en zusters. Gelief ook aan uwe barmhartigheid deelachtig te maken mijne vrienden en weldoeners, bijzonder...; en daar ik onbekwaam ben hunne goedheid ten mijnen opzichte te vergelden, gelief Gij hun allen zegen naar ziel en lichaam te verleenen.

Laat mij, o goedertierene Jesus, U ook indachtig maken de zielen in het vagevuur. Heb medelijden met hunne tranen en verzuchtingen. Ontferm U over die heilige zielen, die zoo vurig verlangen U te aanschouwen in den hemel; deel bijzonder uwe genaden mede aan de zielen van mijne afgestorvene ouders, vrienden, bloedverwanten en weldoeners, en aan allen voor wie ik wil en verplicht ben te bidden.

Heere Jesus, Opperherder en hoofd der H. Kerk, bescherm onzen H. Vader den Paus, de

-ocr page 56-

32

Bisschoppen en Priesters. Verneder de vijanden uwer H. Kerk; roei de ketterijen en de kerkscheuringen uit; laat er algemeene vrede zijn op aarde, vooral onder de Christen-vorsten: dat uw Kijk kome, en uw Naam gezegend zij door de gansche wereld. Amen.

Hierna kan men nog bidden de Litanie van den Zoeten Naam, van het I£. Sart van Je sus, enz.

AFLAAT-GEBEDEN.

1. Voorhereidend Gebed.

Almachtige en eeuwige God, ik betrouw, dat mijne zonden mij in het Sacrament van boetvaardigheid zijn vergeven, wat de schuld en de eeuwige verdoemenis betreft. Maar daar ik aan uwe rechtvaardigheid wellicht nog door tijdelijke straffen moet voldoen, neem ik mijne toevlucht tot den schat der overvloedige voldoeningen van onzen Heer Jesus Christus, van de EI. Maagd en van al de Heiligen. Uwe Kerk, die daarvan de uitdeelster is, veroorlooft mij heden uit die onuitputtelijke bron te genieten, o maan te vullen wat aan mijne werken ontbreekt. Laat mij deelen, o God, in dien kostbaren aflaat, welken ik afsmeek. Ik verfoei op nieuw mijne zonden, en ik neem mij vast voor, met de hulp uwer genade daarin niet meer te vervallen.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zj den Vader, enz.

-ocr page 57-

33

2. Gebed voor de H. Kerk.

O allergoedertierenste Jesus, die de H. Kerk tot uwe bruid hebt uitverkoren, haar bemint, en uw leven voor haar hebt opgeofferd, wij bidden U, wil uwe Kerk altijd bewaren, beschermen en verdedigen tegen de woedende aanvallen van de poorten der hel. Geef dat zij meer en meer moge bloeien. Zend ijverige priesters in uwen wijngaard. Geef ook, o Jesus! dat al uwe geloovigen aan uwe Kerk de verschuldigde gehoorzaamheid bewijzen, hare geboden onderhouden, en tot uwe meerdere glorie dagelijks meer voortgang maken op den weg der deugd en der volmaaktheid.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie lij.

3. Gebed ter beheering der ongeloovigen.

O eeuwige God, schepper van al wat bestaat, gedenk, dat de zielen der ongeloovigen, der ketters en zondaren door U zijn geschapen, en naar uw beeld en gelijkenis gevormd zijn. Zie, Heer, U ten smaad wordt de hel door dezen opgevuld. Wees gedachtig dat Jesus, uw welbeminde Zoon, voor de zaligheid dier zielen den bittersten dood heeft onderstaan. Heer, wij bidden U, gedoog niet langer dat uw Zoon door de ongeloovigen, de ketters en zondaren versmaad worde; wees bevredigd door de gebeden der Heiligen en van de H. Kerk de bruid van uwen Zoon; gedenk uwe barmhartig-

-ocr page 58-

34

heid, en vergeet de afgoderij, de verhardheid en boosheid dier ongelukkigen; maak dat ook zij gaan erkennen, vreezen en beminnen Hem, dien Gij gezonden hebt, Jesus Christus, onzen Heer, die onze zaligheid, ons leven en onze verrijzenis is, door wien wij verlost en bevrijd zijn, en die moet verheerlijkt worden door de eindelooze eeuwen der eeuwen. Amen.

Ome Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

4. Gehed om den vrede.

O Jesus, oorsprong en minnaar des vredes, wij bidden uwe goedertierenheid, dat gij aan alle Christen-vorsten den vrede en de ware eendracht wilt schenken, opdat uwe Kerk zich voortdurend in de rustige uitoefening van haren heiligen eeredienst moge verheugen. Zie, o Jesus, hoezeer de geesel des oorlogs over de wereld woedt, en hoeveel onschuldig bloed er vergoten wordt. Zie, hoevelen daardoor tot de uiterste ellende gebracht, en aan het vreeselijkste lijden naar ziel en lichaam worden overgeleverd. Geef ons vrede in onze dagen, en maak dat de Vorsten door den nauwsten band der eendracht verbonden worden, opdat uw volk in rust en vrede moge leven.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

5. Gebed voor den Paus.

O God, Herder en Bestuurder aller geloovi-gen, zie op uwen dienaar onzen Paus N., dien

-ocr page 59-

35

heid Gr ij tot Opperherder uwer Kerk hebt gesteld ,

ook genadiglijk neder. Geef hem, bidden wij U,

[em dengenen over wie hij gesteld is, door woord

izen en voor^eel(i tot heil te zijn, opdat hij, te

)nze zarnen met de hem toevertrouwde kudds, tot

het eeuwige leven moge geraken. Amen.

. jjg Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

LITANIE

quot;1 PS

\' TOT D£ H. DRIEVULDIGHEID.

aan

sen- Heer, ontferm U onzer.

zich Christus, ontferm U onzer,

iren Heer, ontferm U onzer.

sus. God, hemelsche Vader, ontferm U onzer,

reld God, Zoon, Verlosser der wereld,

)ten God, heilige Geest,

rste Heilige en ondeelbare Drievuldigheid, eea God, den Onbegrijpelijke Majesteit, g

ifeef Onbeperkte Macht, §

ror- Oneindige Wijsheid, §

icht Onuitputbare Goedheid,

en Heer der Heerschappijen, 0

Eeuwige Wet, g

Eeuwige Waarheid, «

God, Almachtig koning,

j Die alleen God, en één God zijt,

in In wien wij leven, ons bewegen en zijn.

-ocr page 60-

36

Wiens majesteit de aarde vervult,

Aan wien alleen men alle eer en glorie

schuldig is, =

Die ons troost in onze kwellingen, ff

Die alleen groote wonderen doet, B

Die zijt, die waart, en die wezen zult, (-h Eechtvaardig en schrikkelijk in het oordeel, 0 Heerlijk en wonderbaar in uwe werken, | Ongeboren Vader, quot;

Eéniggeboren Zoon,

H. Geest, van Beiden voortkomende. H. Drievuldigheid, één God,

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer.

Van alle kwaad, verlos ons. Heer.

Vau alle zonden,

Van alle ongeloovigheid, £5

Van het overtreden uwer geboden, o\'

Van het versmaden uwer genaden, g

Van het verzuimen van uwen heiligen dienst, ^ Van den eeuwigen dood, ^

Door uwe almacht, g

Door uwe wijsheid,

Door uwe oneindige goedheid.

Door uwe groote barmhartigheid.

Door uw geduld en uwe lankmoedigheid. Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat gij ons de genade wilt verleenen om altijd en overal te belijden, dat Gij de ware God zijt, wij bidden U, verboor ons.

o

.

-ocr page 61-

37

Dat Gij ons de genade wilt verkenen, om om TJ te eeren als één God in Drievuldigheid van Personen, en de H. Drievuldig- S. heid in de éénheid der natuur te aan- ^ bidden, ^

Dat Gij ons de genade wilt verleenen, U s\'

uit geheel ons hart te beminnen,

Dat Gij het volk, hetwelk uwen heiligen ^ naam toegeheiligd is, wilt bewaren en S zaligmaken, 3-

Dat Gij aan de dwalenden genade wilt ver- g leenen, om tot den weg der rechtvaardig- o heid terug te keeren, p

Dat Gij U gewaardigt aan de overledene

geloovigen de eeuwige rust te geven, Dat Gij U gewaardigt ons te verhoeren, O H. Drievuldigheid, verlos ons. O H. Drievuldigheid, maak ons zalig. O H. Drievuldigheid, maak ons levend. Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

Laat ons loven den Vader, en den Zoon, met den H. Geest,

Laat ons Hem loven en verheerlijken in alle eeuwen.

Geloofd zijt Gij, Heer, in het uitspansel des hemels.

-ocr page 62-

38

En alle eer, glorie en lof waardig in alle eeuwen.

Dat God ons zegene, onze God, dat God ons zegene.

Dat geheel de aarde Hem vreeze.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U,

Laat ons bidden.

Almachtige, eeuwige God, die uwen dienaars, in de belijdenis van het ware geloof, de glorie der eeuwige Drievuldigheid deedt kennen, en in de macht der Majesteit de Eenheid aanbidden; wij bidden U, dat wij door de vastheid van hetzelfde geloof voor alle tegenspoeden mogen beveiligd worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.

LITANIE

TOT DEN HEILIGEN GEEST.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons,

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm l\' onzer.

God, Heilige Geest, ontferm TJ onzer.

-ocr page 63-

39

H. Drievuldigheid, één God,

H. Geest, die van den Vader en den Zoon

voortkomt.

Geest des Heeren, God van Israël,

H. Geest, die de heerschappij over het

menschdom hebt,

H. Geest, die de geheele aarde vervult, H. Geest, die alle krachten bezit,

H. Geest, die alle goed werkt en alles voorziet, H. Geest, die de hemelen versiert.

Geest der waarheid, die alle waarheid leert,

en alle gaven uitdeelt.

Geest van wijsheid en verstand, g.

Geest van raad, sterkte, wetenschap en god- If vruchtigheid, B

Geest van de vreeze des Heeren en van ^ voorzichtigheid, o

Geest van liefde, blijdschap en vrede, g

Geest van langmoedigheid, weldadigheid en rlt;

goedertierenheid.

Geest van zachtmoedigheid, trouw en matigheid.

Geest van eerbaarheid en reinheid.

Geest van genade en heiligmaking,

H. Geest, die in ons woont,

H. Geest, door wiens ingeving de heilige

mannen Gods gesproken hebben,

H. Geest, die de dolende zondaars terugbrengt,

H. Geest, die de ware wijsheid verleent.

-ocr page 64-

40

H. Geest, die al uwe ware geloovigen één

van hart en ziele maakt, o

H. Geest, die ons de verborgenheden der ^

H. Schriften, door de onfeilbare Kerk |

verklaart, .

H. Geest, uit wien wij herboren worden , a H. Geest, door wien de liefde Gods in | onze harten uitgestort is, g

H, Geest, die ons in onze zwakheden te

hulp komt.

Wees genadig, spaar ons, H. Geest.

Wees genadig, verhoor ons, H. Geest.

Van den geest der dwaling, verlos ons, H. Geest. Van den geest der onkuischheid,

Van den iieest der godslastering,

quot;Van alle verhardheid in het kwaad en van wanhoop,

quot;Van alle boosaardigheid en kwade gewoonte, ^ Van het krenken der broederlijke liefde, 5quot; Van onboetvaardigheid in ons sterfuur, o

Door uwe eeuwige voortkomst van den ^

Vader en den Zoon,

Door uwe onzichtbare zalving, •

Door de volheid der genade, waarmede Gij q de H. Maagd Maria begunstigd hebt, | Door uwe heilige verschijning bij het Doopsel r

van Christus,

Door uwe heilrijke komst over de Apostelen, Door de onuitsprekelijke goedheid, waarmede Gij de H. Kerk bestuurt, de Opper-

-ocr page 65-

41

hoofden vereenigt, de Martelaren versterkt, de Leeraars verlicht, en de geestelijke Orden instelt, verlos ons, H. Geest.

Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons.

Dat wij naar den geest mogen wandelen, en de begeerte des vleesches niet volbrengen, wij bidden U, verhoor ons.

Dat wij U nooit bedroeven, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij alle Kerkelijke-Orden in den heiligen godsdienst en den waren geest wilt bewaren, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij aan alle christenen één hart en ééne ziel wilt geven, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij ons de volharding, de vervulling aller deugden, wilt verleenen, wij bidden Ü, verhoor ons.

Geest Gods, wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, stort uwen Geest over ons uit.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, zend ons den beloofden Geest des Vaders,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef ons den goeden Geest.

Christus hoor ons.

Christus, verhoor ons. Ome Vader, enz.

Schep in mij, o God, een zuiver hart.

En vernieuw den rechten geest in mijn binnenste.

Verwerp mij niet van uw aanschijn.

-ocr page 66-

42

En neem uwen heiligen geest van mij niet weg. Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

Laat ons bidden.

O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen, geef ons, dat wij in denzelfden Geest de ware wijsheid bezitten, en ons over zijne vertroosting altijd mogen verblijden. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.

LITANIE

VAK DEN ZOETEN NAAM JESUS.

(300 dagen Aflaat voor cle geloovigen van het Bisdom van Haarlem).

Heer, ontferm LT onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Jesus, hoor ons.

Jesus, verhoor ons.

God, hemelsche quot;Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, o

God, Heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Jesus, glans des quot;Vaders,

Jesus, gloed van het eeuwig licht,

Jesus, Koning der glorie,

Jesus, zon der rechtvaardigheid,

Jesus, Zoon van de Maagd Maria,

3

«r -tD

B

-ocr page 67-

43

Beminnelijke Jesus,

Wonderbare Jesus,

Jesus, sterke God,

Jesus, Vader der toekomende eeuw,

Jesus, Verkondiger van het groote raadsbesluit.

Allermachtigste Jesus,

Allergeduldigste Jesus,

Allergehoorzaamste Jesus,

Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte,

Jesus, minnaar der zuiverheid,

Jesus, onze Minnaar,

Jesus, God des vredes, c

Jesus, oorsprong des levens, g.

Jesus, toonbeeld der deugden, sf

Jesus, ijveraar der zielen, ®

Jesus, onze God, ö

Jesus, onze toevlucht, o

Jesus, Vader der armen, g

Jesus, Schat der geloovigen, •\'

Jesus, Goede Herder,

Jesus, waarachtig licht,

Jesus, eeuwige wijsheid,

Jesus, oneindige goedheid,

Jesus, onze weg en ons leven,

Jesus, blijdschap der Engelen,

Jesus, Koning der Oudvaders,

Jesus, Meester der Apostelen,

Jesus, Leeraar der Evangelisten,

Jesus, sterkte der Martelaren,

Jesus, licht der Belijders,

-ocr page 68-

44

Jesus, zuiverheid der Maagden, ontferm U onzer.

Jesus, kroon van alle Heiligen, ontferm U onzer.

Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig, verhoor ons, Jesus.

Van alle kwaad, verlos ons, Jesus,

Van alle zonde.

Van uwe gramschap.

Van de lagen des duivels,

Van de geest der onkuischheid,

Van den eeuwigen dood,

Van de verwaarloozing uwer inspraken, lt;.

Door het geheim uwer li. Menschwording, BL

Door uwe geboorte, quot;■

Door uwe kindsheid, §

Door uw goddelijk leven,

Door uwen arbeid, ^

Door uwen doodstrijd en uw lijden, p

Door uw kruis en uwe verlatenheid.

Door uwe droefheden.

Door uwen dood en uwe begrafenis.

Door uwe Verrijzenis,

Door uwe Hemelvaart,

Door uwe vreugden,

Door uwe glorie.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm TJ onzer, Jesus.

Jesus, hoor ons. Jesus, verhoor ons.

-ocr page 69-

45

Laat ons bidden.

Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan : wij smee-ken U, geef ons, op ons bidden, het vuur uwer goddelijke liefde, opdat wij U met geheel ons hart, onzen mond en onze werken beminnen, en nimmer ophouden U te loven.

Maak, o Heer, dat, wij altijd uwen heiligen Naam vreezen en te gelijk beminnen; nooit immers houdt Gij op, hen te besturen, die Gij stelt in de vastheid uwer liefde. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

LITANIE

VAN DE HH. ENGELBEWAARDERS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons,

Christus, verhoor ons.

God, hemelsehe quot;Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm ü onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Maria, Koningin der Engelen, bid voor ons.

HH. Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons.

Alle HH. Koren der zalige Geesten, bidt voor ons.

3*

-ocr page 70-

46

H. Michaël, beschermer van Gods volk, H. Michaël, die lucifer en zijnen aanhang

uit den hemel verdreven hebt, H, Raphael, leidsman van den jongen Tobias, H. Eaphaël, die den blinden Tobias het gezicht hebt weergegeven,

H, Gabriël, die aan den profeet Daniël verschenen zijt,

H. Gabriël, die aan Zacharias de geboorte en het ambt van den H. Joannes den Dooper hebt voorzegd,

H. Gabriël, die van God tot Maria gezonden zijt,

H. Engel, die aan de herders de geboorte

van Christus verkondigd hebt,

H, Engel, die door God mij tot bewaarder

gegeven zijt,

H. Engelbewaarder, die mij liefderijke vermaningen geeft,

die mij met heilzame raadgevingen voorkomt,

^ die in al mijne noodwendigheden voorziet, ^ die mij teederlijk bemint,

« die mijn trooster zijt in droefenis, g die mij mijne plichten leert,

die mij een goede herder zijt, die getuige zijt van al mijne werken, W die mij bijstaat in alle voorvallen, jj; die mij in mijne ondernemingen helpt, die mij als op uwe handen draagt.

-ocr page 71-

47

^ die mij geleidt op alle mijne wegen, c-;

die mij beveiligt tegen de gevaren, ^ ^ die mijn voorspreker zijt bij God, o

^ die al mijne werken aan God opdraagt, ° . die mij in het oordeel zult bijstaan, g ^ die mij den hemel moet binnenleiden, ? Alle heilige Engelbewaarders, bidt voor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Laat ons bidden.

O God. die door eene onuitsprekelijke voorzienigheid uwe heilige Engelen tot onze bewaring gezonden hebt, verleen ons, bidden wij TJ, dat wij door hunne hulp altijd beschermd worden, en hun gezelschap eeuwiglijk mogen genieten. Door Christus, onzen Heer. Amen.

GEBEDEN TOT DEN H. ENGELBEWAAKDBE.

Engel Gods die mijn bewaarder zijt, en aan wiens zorg ik door de opperste goedheid ben toevertrouwd, gewaardig U mij te verlichten, te bewaren, te besturen en te geleiden. Amen.

(100 dagen aflaat).

-ocr page 72-

48

Heilige Engel, door God mij tot bewaarder en beschermer gegeven, ik dank ü voor de weldaden die gij mij tot hiertoe naar lichaam en ziel bewezen hebt. Ik vereer en loof U, o goede Engel, omdat gij mij, ellendig zondaar als ik ben, zoo getrouw wilt bijstaan, en tegen alle aanvallen van de vijanden mijner ziel wilt verdedigen. Gezegend zij de stond, waarop gij mij tot beschermer, verdediger en voorspreker gegeven zijt. Gezegend zij de groote liefde en bijzondere zorg waarmede gij mijne zaligheid tracht te bewerken. Tot dankbaarheid voor al de goede diensten, die gij mij, van af mijne eerste kinderjaren, bewezen hebt, offer ik U het allerwaardigste, het alleredelste en allerzaligste Hart van mijnen en uwen Heer, Jesus Christus. Ik vraag U vergiffenis, dat ik zoo dikwijls U bedroefd, en aan uwe heilige ingevingen weerstand geboden hebt, en ik maak het vaste besluit U voortaan beter te gehoorzamen, en God getrouwer te dienen. Amen.

LITANIE

VAN HET H. SACRAMENT DES ALTAARS.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

-ocr page 73-

49

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld,

God, Heilige Geest,

H. Drievuldigheid, één God,

Levend Brood, dat uit den hemel gedaald zijt.

Eeuwig Woord Gods, mensch geworden en

onder ons wonende,

Verborgen God en Zaligmaker,

Wonderbaar geheim van ons geloof,

Zeer hoogwaardig en levendmakend Sacrament, Tarwe der uitverkorenen.

Wijn die maagden voortbrengt.

Geestelijke spijs onzer zielen.

Sterk schild tegen alle bekoringen. Geestelijk hulpmiddel voor alle zonden en

krankheden.

Onuitputbare schat van genaden, Lam zonder vlek.

Goede Herder, die uw leven voor uwe schapen

gegeven hebt,

Goedhartige Vader, die uwe kinderen spijst

met uw heilig Lichaam en Bloed, Opperpriester, die U zeiven dagelijks in de H. offerande der Mis opdraagt aan uwen hemelschen Vader,

Waardige offerande, waardoor wij God voor

al zijne weldaden bedanken, Welbehagelijke offerande, waardoor wij Gods genade verzoeken en overvloedig verkrijgen.

3 C

O 3

1

_

-ocr page 74-

50

Offerande van verzoening voor levenden en

dooden, o

Wonder van Gods wonderen, 5-

Allerheiligste gedachtenis van het lijden des W Heeren, ®

Voortreffelijk gedenkteeken der goddelijke d liefde, g

Teerspijs en versterking dergenen die in den g

Heer sterven.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer.

Van de begeerlijkheid der oogen, verlos ons. Heer. Van de begeerlijkheid des vleesches.

Van de hoovaardij des levens.

Van het onwaardig nuttigen van uw Lichaam en Bloed,

Van alle ketterij, dwaling en ongeloovigheid ^ des harten, ^

Van alle oneerbiedigheid en misbruik van g dit heilig Sacrament, o

Van alle zwakheden en zonden, die de i° vruchten van dit H. Sacrament vermin- ^ deren en beletten, S

Door de onschatbare liefde, waarmede Gij *

dit H. Sacrament hebt ingesteld.

Door uw dierbaar Bloed, dat Gij ons op

het altaar hebt nagelaten.

Wij zondaars, wij bidden ö, verhoor ons. Dat het U believe, het geloof, den eerbied en de begeerte tot dit wonderbaar Sacrament in

-ocr page 75-

51

ons te vermeerderen en te bewaren, wij bidden U, verhoor ons.

Dat het U believe, ons, door eene ware belijdenis onzer zonden, tot het dikwijls nuttigen dezer geestelijke spijs te bereiden, Dat het ü believe, ons mildelijk deelachtig ^ te maken aan al de geestelijke vruchten «a: van dit heilig Sacrament, amp;

Dat wij door het nuttigen van uw H. Li- S chaam en Bloed mogen blijven in Ü en § Gij in ons, c;

Dat wij ü mogen navolgen in ootmoedig-heid, zachtmoedigheid en in alle andere deugden, 5

T\\ • • • 0

Dat wij, alle hoosheid en wereldsche genegen- M heden verlatende, altijd in matigheid, recht- ê vaardigheid en godsvrucht mogen leven, quot; Dat het Ü believe, ons in het uur des doods met deze hemelsche spijs te versterken en te beschermen.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

-ocr page 76-

53

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

Laat ons bidden.

O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten ; wij bidden U, geef dat wij de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó eerbiedig eeren, dat wij de vrucht van uwe verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die met den Vader, in de eenheid des H. Geestes, leeft en heerscht, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

LITANIE

OP HET LIJDEN VAN CHRISTUS.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld,

God, Heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Jesus, Zoon van den levenden God,

Jesus, die voor ons zijt mensch geworden, Jesus, die 33 jaren op aarde geleefd hebt, Jesus, die voor onze zaligheid het bitterste lijden hebt doorstaan.

-ocr page 77-

53

Jesus, die naar den hof van Olijven zijt gegaan,

Jesus, wiens ziel tot stervens toe bedroefd

was,

Jesus, wiens bloedig zweet de aarde bevochtigde,

Jesus, die bereidvaardig U aau den wil van uwen hemelschen Vader onderworpen hebt, Jesus, die door een kus verraden zijt,

Jesus, die wreedelijk gebonden en gevangen

werdt weggevoerd,

Jesus, die in de gerechtszaal bespot, geblind- 0 doekt en in het aangezicht geslagen zijt, 2-Jesus, die, getuigende dat Gij Gods Zoon S waart, als een godslasteraar werdt ter dood 3 veroordeeld, ^

Jesus, door Petrus driemaal verloochend, g Jesus, die als een boosdoener aan Pilatus ra

werdt overgeleverd,

Jesus, die naar Herodes gebracht, en door

hem en zijn hof bespot werdt,

Jesus, die achter Barabbas zijt gesteld,

Jesus, die wreedelijk gegeeseld zijt,

Jesus, met scherpe doornen gekroond,

Jesus, die, met een spotmantel omhangen

ien een rietstok in de hand, als koning bespot werdt,en een rietstok in de hand, als koning bespot werdt,

Jesus, door Pilatus lafhartig ter dood veroordeeld,

Jesus, die zelf uw kruis moest dragen.

-ocr page 78-

54

Jesus, wiens schouder door het kruis zoo

pijnlijk gewond werd,

Jesus, tot driemaal onder uw kruis ter aarde gevallen,

Jesus, wien de kleederen van het verwonde

lichaam werden gescheurd,

Jesns, wiens ledematen op het kruis werden

uitgerekt,

Jesus, wien men gal te drinken gaf,

Jesus, die aan het kruis werdt vastgenageld, Jesus, die drie uren levend aan het kruis

gehangen hebt,

Jesus, hangende tusschen twee moordenaars, Jesus, die aan het kruis hangende, gehoond

en bespot werdt,

Jesus, die voor uwe vijanden gebeden, en den ^ berouwhebbenden moordenaar vergeven hebt, g Jesus, die, aan het kruis hangende, als door S

God verlaten waart,

Jesus, die aan het kruis een brandenden dorst geleden hebt, en met edik gelaafd werdt,

Jesus, die al wat van U geschreven was

hebt volbracht,

Jesus, die het hoofd buigende, vrijwillig voor

ons gestorven zijt,

Jesus, wiens zijde met een lans werd doorstoken,

Jesus, uit wiens zijde water en bloed gevloeid is.

3

-ocr page 79-

55

Jesus, die van het kruis afgenomen en in een nieuw graf begraven zijt, ontferm U onzer. Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig, verhoor ons, Jesus,

Van alle kwaad, verlos ons, Jesus.

Van een haastigen en ongelukkigen dood. Door de smarten die Gij in geheel uw lichaam

verduurd hebt.

Door de pijn, die Gij geleden hebt in uw

H. Hart, ^

Door uwe gebeden en tranen, ^

Door al de druppelen van uw goddelijk Bloed, ° Door uw geduld, en uwe ootmoedigheid, g Door de liefde van uw allerbeminnelijkst -?1 Hart,

Door de liefde, waarmede Gij voor de zon- £ daars gebeden hebt, ™

Door de liefde, waarmede Gij al de pijnen

en folteringen geleden hebt,

Door de volmaakte gehoorzaamheid die Gij, in al uw lijden, aan uwen hemelsehen Vader betoond hebt,

Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons. Dat Gij ons de vruchten van uw lijden wilt me-

dedeelen, wij bidden U, verhoor ons. Dat wij al ons betrouwen altijd stellen op uw lijden en kruis, wij bidden IJ, verhoor ons. Dat uw heilig lijden ons leere, hoe zwaar en schrikkelijk de zonde is, wij bidden U, verhoor ons.

-ocr page 80-

56

Dat wij door uw kruis de bekoringen van duivel, wereld en vleesch mogen over- g-winnen,

Dat wij bij kruis en lijden, altijd geduldig g mogen zijn en onderworpen aan Gods c! heiligen wil, lt;

Dat liet kruis, in ons stervensuur, ons tot g-troost zij, §

Dat wii met U, door het kruis, tot de glorie 0 mogen komen, «gt;

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer, Jesus.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader, enz.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

Laat ons bidden.

Almachtige, eeuwige God, die onzen Zaligmaker het vleesch hebt doen aannemen, en den dood des kruises doen lijden, opdat de mensch het voorbeeld van zijne ootmoedigheid zou navolgen ; geef genadiglijk, dat wij leven naar de lessen zijner lijdzaamheid, en deel verkrijgen in

-ocr page 81-

57

zijne Verrijzenis. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

v. Wij aanbidden ü, Christus, en loven U. R. Omdat Gij door uw kruis de wereld hebt verlost.

Laat ons bidden.

o O Jesus, God van liefde, zie, in den geest

kniel ik neder aan den voet van het kruis, waarop Gij gestorven zijt, en bid U, door de eindelooze liefde, die Gij door uwen kruisdood aan het raenschdom bewezen hebt, medelijden te hebben met mijne ziel, als zij van deze wereld zal scheiden. xVinen.

LITANIE

VAN HET H. HART VAN JESÜS.

Heer, ontferm C onzer.

Christus, ontferm IJ onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer. § God, Zoon, Verlosser der wereld, ^

God, Heilige Geest, g

Heilige Drievuldigheid, één God, ^

Hart van Jesus, zelfstandig vereenigd met

het Woord Gods, §

Hart van Jesus, heiligdom der Godheid, §

a,

Oj

o-

4

-ocr page 82-

58

oT eigen en waardige woonplaats van den 1 Heiligen Geest,

1 tempel der allerheiligste Drievuldigheid, f glorie en vreugd der Engelen, quot;S oneindig in majesteit,

tü voorwerp van alle liefde, Allerootmoedigst Hart van Jesus, Allerminnelijkst Hart van Jesus,

Hart van Jesus, vol van zegen en genade, genoegen van hemel en aarde,

licht van geheel de wereld,

sterkte tegen al onze vijanden,

bron van alle rechtvaardigheid,

vol van goedheid en barmhartigheid, vol van medelijden en teederheid, g oneindig beminnend en oneindig be-S minnenswaardig,

woonstede aller deugden,

| allen lof en eer waardig,

^ aan wien alle aanbidding toekomt, 3 afgrond van alle hemelsche gaven, ^ springbron ten eeuwigen leven, verzoening onzer zonden,

troost van alle bedrukte harten,

hoop van die in TJ sterven,

ons leven en onze verrijzenis, toevlucht van alle zondaren, met bitterheid voor ons vervuld, met versmaadheden verzadigd,

om onze boosheden doorwond.

-ocr page 83-

59

Hart van Jesus, voor ons aan het kruis ge- § sterven, S

\' O

Hart van Jesus, met een lans doorstoten, g Hart van Jesus, nu nog door ondankbaren

verscheurd, 0

Hart van Jesus, levende, heilige en Gode S

weibeha gelijke offerande,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jesus,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm TJ onzer Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

v. Hart van Jesus, brandende van liefde voor ons.

ii. Ontvlam in ons hart eene brandende liefde voor U.

Laat ons bidden.

Heere Jesus, die de onbegrijpelijke rijkdommen van uw allerheiligst Hart aan de gelukzalige maagd Margaretha op wonderbare wijze veropenbaard en aan uw Kerk hebt kenbaar gemaakt; verleen ons, dat wij aan de liefde van dit allerheiligst Hart mogen beantwoorden, en dat wij, door waardige dienstbewijzen, vergoeden mogen de verongelijkingen die datzelfde bedrukte Hart van de ondankbare menschen worden aangedaan.

-ocr page 84-

60

Maak, o Heer, dat wij door de verdiensten uwer dienares Margaretha, en naar haar voorbeeld, U in alles en boveu alles beminnen, en aldus waardig worden bevonden om altijd in uw Hart te wonen. Die met den Vader, in de eenheid des H. Geestes, leeft en heerscht, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

AKTE VAN TOEWIJDING AAN HET H. HAKT.

O beminnelijke Jesus, om U mijne dankbaarheid te betuigen en mijne ongetrouwheden te herstellen, schenk ik U mijn hart; ik wijd mij geheel aan U toe, eu neem mij voor, met de hulp uwer genade, U nimmer meer te vergrammen.

AKTE VAN EEUEBOETE.

O aanbiddelijk Hart van mijnen goddelijken Zaligmaker, van droefheid doordrongen werp ik mij voor U neder, om U vergeving te vragen en eereboele te brengen voor de beleedi-gingen die TJ dagelijks worden aangedaan , en waaraan Gij op bijzondere wijze blootgesteld zijt in het Sacrament uwer liefde. Ik smeek U om genade en vergiffenis voor zoo vele ongelukkige zondaars, die Ü onophoudelijk vergrammen; voor zoo vele ketters en goddeloozen, die U miskennen en lasteren; voor zoo vele christenen, die Li onteeren door hunne heilig-schennende Communiën, die U bedroeven door hunne oneerbiedigheid in de kerk, door hunne

-ocr page 85-

61

onverschilligheid en lafhartigheid. Ik vraag U ook vergiffenis voor mijzelven : vergeef mij, lieve Jesus, al de ongetrouwheden, de ondankbaarheid en oneerbiedigheid en traagheid waardoor ik uw H. Hart heb bedroefd. Gedenk dat uw liefdevol Hart, zuchtend onder het gewicht mijner zonden, daarover tot den dood toe is bedroefd geweest; gedoog niet dat uw lijden en uw bloed vruchteloos voor mij zijn. O Jesus verander mijn boos hart in mij, en schenk mij een hart zuiver en vlekkeloos, vol afkeer van de zonde en vol liefde tot U. Ik wil voortaan door mijne ingetogenheid in de kerk, door veelvuldig bezoek van het tl. Sacrament, door ijver in \'t ontvangen der H. Communie en door godvruchtig bijwonen der IJ. Mis de beleedigin-gen herstellen die ik U heb aangedaan, alsook de oneerbiedigheden en heiligschennissen, tegen U de gansche wereld door bedreven. Maar opdat mijn hulde ü welgevalliger zij, vereenig ik haar met die welke de zalige Geesten bij uwe tabernakels in onze tempels U brengen. Verhoor de smeekingen, aanvaard de hulde van een hart, dat tot ü wederkeert, o mijn God, met het voornemen U alleen te beminnen en in alles naar uwe liefde en tot uwe glorie te handelen.

Jesus zachtmoedig en ootmoedig van harte, maak mijn hart gelijkvormig aan het uwe.

(300 dagen aflaat. Pius IX 25 Jan. 1868.)

4\'

-ocr page 86-

62

LITANIE

TOT DE H. MAAGD MAEIA.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm 13 onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer.

Heilige Maria, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods,

Heilige Maagd der maagden.

Moeder van Christus,

Moeder der goddelijke genade,

Allerreinste Moeder,

Allerzuiverste Moeder,

Ongeschondene Moeder. £1

Onbevlekte Moeder, lt;

Beminnelijke Moeder, g

Wonderbare Moeder, o

Moeder des Scheppers,

Moeder des Zaligmakers,

Allervoorzichtigste Maagd,

Eerwaardige Maagd,

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertierene Maagd,

-ocr page 87-

63

Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid,

Zetel der wijsheid,

Oorzaak onzer blijdschap,

Geestelijk vat,

Eerwaardig vat.

Uitmuntend vat van godsvrucht. Geheimzinnige roos.

Toren van David,

Ivoren toren.

Gulden huis.

Ark des verbonds, S\'

Deur des hemels,

Morgenster, g

Behoud der kranken, M

Toevlucht der zondaren, §

Troost der bedrukten,

Hulp der christenen.

Koningin der engelen.

Koningin der aartsvaders.

Koningin der profeten.

Koningin der apostelen,

Koningin der martelaren,

Koningin der belijders,

Koningin der maagden.

Koningin van alle heiligen.

Koningin zonder erfsmet ontvangen.

Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, Dam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.

-ocr page 88-

62

LITANIE

TOT DE H. MAAGD MARIA.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm TJ onzer.

God, Zoon, Yerlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm 13 onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer.

Heilige Maria, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods,

Heilige Maagd der maagden.

Moeder van Christus,

Moeder der goddelijke genade,

Allerreinste Moeder,

Allerzuiverste Moeder, ^

Ongeschondene Moeder.

Onbevlekte Moeder, lt;

Beminnelijke Moeder, g

Wonderbare Moeder, o

Moeder des Scheppers, s»

Moeder des Zaligmakers,

Allervoorzichtigste Maagd,

Eerwaardige Maagd,

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertierene Maagd,

-ocr page 89-

63

Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid,

Zetel der wijsheid.

Oorzaak onzer blijdschap,

Geestelijk vat.

Eerwaardig vat.

Uitmuntend vat van godsvrucht, Geheimzinnige roos.

Toren van David,

Ivoren toren.

Gulden huis.

Ark des verbonds, S

Deur des hemels, Q

Morgenster, g

Behoud der kranken, quot;

Toevlucht der zondaren, §

Troost der bedrukten.

Hulp der christenen,

Koningin der engelen.

Koningin der aartsvaders.

Koningin der profeten,

Koningin der apostelen,

Koningin der martelaren,

Koningin der belijders,

Koningin der maagden.

Koningin van alle heiligen.

Koningin zonder erfsmet ontvangen.

Koningin van den Allerheiligsten Eozenkrans. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.

-ocr page 90-

64

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, Heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon,

v. Bid voor ons. Heilige Moeder Gods. ii. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bidden.

Wij bidden U, Heer God, verleen dat wij uwe dienaren ons in een voortdurenden welstand van geest en lichaam mogen verheugen, en door de glorierijke voorspraak der zalige Maria, altijd Maagd, van de tegenwoordige droefheid mogen verlost worden en de eeuwige i zaligheid genieten. Door Christus, onzen Heer. Amen.

-ocr page 91-

65

SMEEKGEBEDEN TOT DE H. MAAGD.

Salve Regina.

(Dagelijksch gebed voor hen die het Scapulier dragen van O. L. Vr. van den Berg-Karmel.)

Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid.

Ons leven, onze zoetheid en hoop, wees gegroet.

Tot U roepen wij, ballingen, kindereu van Eva.

Tot U verzuchten wij treurend en weenend in dit tranendal

O dan, onze Voorspreekster, sla die uwe barmhartige blikken op ons.

En na deze ballingschap, toon ons Jesus, de gezegende vrucht van uwen schoot.

O goedertierene, o goede, o zoete Maagd Maria.

v. Bid voor ons, heilige Moeder Gods.

R. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bidden.

Almachtige, eeuwige God, die het lichaam en de ziel der glorierijke Maagd en Moeder Maria door de medewerking van den Heiligen Geest hebt bereid, om eene waardige woonplaats van uwen Zoon te mogen zijn: geef dat wij door de liefderijke tusschenkomst van Haar. in wier gedachtenis wij ons verblijden, van het aanstaande kwaad en den eeuwigen dood verlost worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

-ocr page 92-

66

BIJ HEÏ MIRACULEUSE BEELD DER H. MAAGD.

O Allerheiligste Maagd en Moeder Gods, Maria, tot U komen wij, zondaren en zonda» ressen, onze toevlucht nemen. Onze zonden en zwakheden doen ons huiveren onmiddelijk tot God te gaan. Wij komen derhalve tot U, om voor U ons hart uit te storten, U onze geestelijke en tijdelijke belangen bloot te leggen «n uwe machtige voorspraak in te roepen, zoo voor ons zeiven als voor anderen, die ons gebed verzocht hebben. En wij hebben liet zoetst vertrouwen, o Moeder, dat gij ons kinderlijk gebed welwillend zult aanhooren. Wij komen immers van verre, en met veel opoffering, om U op deze gezegende plek te vereeren. Gij weet zulks, en ongetwijfeld ziet gij met een oog van welgevallen ons aan. Wij liggen hier neder-geknield voor uwe Miraculeuse beeltenis, waar duizenden en duizenden vóór ons neerknielden, die uwe hulp inriepen, en door U zijn verhoord geworden; ook wij zullen niet ongetroost van hier gaan.

Allerliefste Moeder! bid voor ons, bij God, den Vader, wiens beminde Dochter gij zijt; bij God, den Zoon, die ü niets weigeren kan, daar gij zijne Moeder zijt; bij God, den H. Geest, wiens onbevlekte Bruid gij zijt. Zie van uit de hoogte der hemelen goedgunstig op ons neder. Sla geen acht op onze zonden en on-

-ocr page 93-

67

volmaaktheden maar enkel op onze ziels- en lichaamskwalen. Uwe moederliefde tot ons, die uwe kinderen zijn, is zoo groot! En wat gij voor ons vraagt, wordt U niet geweigerd. Vraag dan, o Moeder, voor ons: eerstens, dat wij ootmoedig en nederig worden, zooals gij nederig van harte waart; dat ons geloof levendiger, onze hoop vaster en onze liefde tot God, tot uwen Zoon en tot zijn H. Hart vuriger worden, en dat wij meer en meer toenemen in die deugden, welke gij zoo volmaakt beoefend hebt. Verwerf ook voor ons, o Maria, geduld en onderwerping aan Gods heiligen wil, wanneer tijdelijke rampen ons treffen, en maak dat wij de kwellingen van dit leven zóó dragen, dat wij daardoor het eeuwig geluk waardig worden. In het volste vertrouwen vraag ik U ook, o Moeder, om troost, hulp, bijstand, bescherming, verlossing, gelukkige uitkomst, in deze zaak vooral...; ik vraag het U voor mijzelven, en mede voor hen, die mijn gebed verzocht hebben....

Ach, gij //Consolatrix afflictorum — Troosteres der bedrukten,quot; wend uw aanschijn niet van ons af, maar aanhoor onze smeekingen en verhoor ze. Dat uw teeder moederhart daartoe bewogen worde om de blijdschap die gij hebt ondervonden, bij de Boodschap des Engels, bij het Bezoek bij Elisabeth, bij de Opdracht en de Vinding van Jesus in den tempel. Verblijd ons bedrukt hart en verhoor onze gebeden, om

-ocr page 94-

68

de vertroosting die gij hebt mogen smaken bij de glorierijTse Verrijzenis en wondervolle Hemelvaart uws Zoons, bij de Nederdaling des H. Gees-tes, en bij uwe Opneming en luisterrijke Kroning in den hemel. Wil ons niet ongetroost van hier laten gaan : bid voor ons en help ons. Weer van ons, door uwe machtige voorspraak bij God, alles af, wat ons naar ziel en lichaam zou kunnen schaden, en verkrijg voor ons de genade van volharding in het goede ten einde toe; opdat wij eens het geluk hebben ons, in uw gezelschap, eeuwig in de aanschouwing en het bezit van God te verheugen. Amen.

VOOE JiENE GELUKKIGE VERLOSSING.

Heilige Maagd en Moeder Gods, Maria, die door eene wonderbare genade en weldaad, zonder verlies uwer zuiverheid, en zonder smarten uwen allerliefüten Zoon ontvangen en gebaard hebt, ik, arme zondares, bid U ootmoediglijk: wil mij de genade verwerven, dat de ontvan-gene vrucht mijns lichaams, na gelukkige geboorte het H. Doopsel moge ontvangen, en dat wij te zamen, na dit aardsche leven tot het eeuwig leven en de aanschouwing van Gods aanschijn mogen geraken. Amen.

VERZUCHTINGEN TOT MARIA, OM HARK ZEVEN VREUGDEN.

1. O Maria, om de vreugde die uw hart vervulde, toen de Engel des Pleeren, U bood-

-ocr page 95-

69

schapte, dat gij door de allerheiligste Drievuldigheid waart verkoren, om de Moeder te ziju van den eeuwenlang verwachten Verlosser; om die vreugde, bidden wij U, wil door uwe voorbede ons verwerven, dat wij die blijde uitverkiezing dikwijls godvruchtig gedenken, en ter bevordering van ons heil wel beseffen, hoezeer de God van ontferming en liefde de verlossing onzer zielen heeft gewild, en hoe hoog wij daarom onze onsterfelijke ziel moeten schatten. Wees gegroet.

2. O Maria , om de zoete vertroosting, welke uw hart vervulde, toen gij zonder smarten uwen Zoon baardet; wij bidden ü, verwerf ons door uwe voorspraak, dat wij nooit vergeten, welk een oneindigen schat van genaden wij aan de geboorte van uwen goddelijken Zoon te danken hebben, en hoezeer wij verplicht zijn, daarvan een erkentelijk en waardig gebruik te maken.

Wees gegroet.

3. O Maria, om de vreugde, welke gij smaak-tet, toen de Oostersche Wijzen aan uwen Zoon wierook, goud en mirre offerden, en daarmede zijne godheid, zijn koningschap en zijne mensch-heid beleden, wij bidden ü , verkrijg voor ons door uw gebed, dat wij, naar het voorbeeld der Oostersche Wijzen, Jesus, uwen Zoon, in ootmoedigheid des harten verheerlijken, en aan Hem ons verstand, ons geheugen en onzen wil ten offer brengen: opdat wij in geloof, hoop

i- M. i iir Si i Iri

|

-ocr page 96-

70

en liefde niet verzwakken, maar altijd toenemen. ver\'

Wees gegroet. van

4. O Maria, om de overgroote blijdschap, nee welke U doorstroomde, toen gij uwen twaalf- de jarigen Zoon wedervondt in den tempel in bet j Ve: midden der leeraren; wij bidden U, verzoek zijl voor ons de genade, dat, mochten wij het on- gel geluk hebben door zouden Jesus, uwen Zoon, vol te verliezen, wij ons dan haasten, Hem te zoeken en door oprechte boetvaardigheid weder

te vinden Wees gegroet.

5. O Maria, om de onbegrijpelijke vreugde,

waarvan gij overstelpt werdt, toen uw beminde Zoon, van den dood verrezen, zich aan Ü vertoonde; wij bidden ü, wil door uwe voorbede H ons de genade verwerven, dat wij altijd vurig Cl verlangen, uwen goddelijken Zoon te zien, en H verdienen mogen, tot dat einde op den jong- C sten dag zalig te verrijzen. Wees gegroet, C

6. O Maria, om de overgroote vreugde, welke G uw hart vervulde, toen gij Jesus, uwen Zoon, G door eigen kracht zaagt ten hemel klimmen; G wij bidden U, wil ons de genade verwerven t van zóó te leven, dat wij eenmaal waardig be- , 1 vonden worden, bezit te gaan nemen van de plaats, welke Hij ons bereid heeft, en daar te 1 I genieten wat geen oog gezien, geen oor gehoord I heeft, noch in het hart van den mensch ooit

is opgekomen. Wees gegroet. 1

7. O Maria, om de vreugde, waarmede gij

-ocr page 97-

71

vervuld werdt, toen de H. Geest in de gedaante van vurige tongen over de leerlingen uws Zoons nederdaalde; wij bidden Ü, verkrijg voor ons de genade, dat ook wij met de gaven van den Vertrooster verrijkt, en bestraald worden door zijn licht, opdat wij den weg, ons door Jesus getoond, getrouw bewandelen, en ten einde toe volharden mogen. Wees gegroet.

LITANIE

VAN BET

H. HART VAN MARIA.

Heer, ontferm U onzer!

Christus, ontferm U onzer!

Heer, ontferm U onzer!

Christus, hoor ons!

Christus, verhoor ons !

God, bemelsche Vader, ontferm U onzer! God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm Ü onzer! God, li. Geest, ontferm U onzer! H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer! H. Hart van Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor ons!

H. Hart van Maria, vol van genade, bid voor ons. H. Hart van Maria, onder alle harten gezegend,

bid voor ons.

H. Hart van Maria, allerootmoedigst Hart, bid voor ons.

-ocr page 98-

72

Allerzuiverst Hart,

Allerminnelijkst Hart,

H. Rustplaats van de allerlieiligste Drievuldigheid,

Zeer gelijkende aan het allerheiligst Hart

van Jesus.

Tabernakel van God, die Mensch geworden is op den dag van uwe Boodschap, Met nieuwe genaden vervuld in uwe Visitatie,

Woonplaats van Jesus, gedurende den c

.2 tijd van negen maanden,

ë Overgoten met blijdschap in de geboorte ^ van Jesus, ^ tË

« Tol verwondering in de aanbidding der o

O T*

Wijzen. quot;

a Doorstoken met het zwaard van droef- § ^ heid volgens de voorzegging van den quot; trj H. Simeon in uwe zuivering,

Vol zorg en vermoeienis in de vlucht

naar Egypte,

Bedrukt om het verlies van Jesus, en wederom verblijd om Zijne vinding in den tempel.

Bevangen van droefheid met Jesus in den

hof van Olijven,

Inwendig doorscheurd in Zijne geeseling. Met doornen doorstoken in Zijne kroning, Vol angst en benauwdheid in de ontmoeting van Jesus, dragende Zijn kruis.

CS gt;

p. c3

-ocr page 99-

73

Deelhebbende in al de pijnen en smarten van uwen lieven Jezus, Met Jezus aan het kruis genageld. Overgoten met droefheid in den dood

van Jezus,

Met Jezus in den geest gestorven en in

het graf gelegd,

Met blijdschap in de verrijzenis van Jezus quot;K verrezen.

^ vervoerd van liefde in de openbaring en s hemelvaart van Jezus,

gt; Door nieuwe genaden geheiligd in de -£ komst van den H. Geest,

X Boven alle gelukzaligen op den dag uwer

• hemelvaart verheven,

~ Aan de rechterhand van Jezus in den Hemel gesteld,

Toevlucht der zondaren,

Steun der rechtvaardigen.

Blijdschap der maagden,

Troost der bedruklen en zieken,

Hoop der stervenden.

Blijdschap der Engelen,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we reld, spaar ons, Jezus!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we reld, verhoor ons, Jezus!

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der we reld, ontferm U onzer, Jezus!

-ocr page 100-

74

o H. Maagd, gedoog dat ik U love.

Verleen mij sterkte tegen uwe vijanden.

un

GEBED.

O H. Maria, Moeder van onzen Heer Jezus Christus, en Koningin der wereld, die niemand verlaat noch verstoot, aanzie mij met een oog van genade en barmhartigheid, o Verheven Vrouw! verkrijg mij bij uwen lieven Zoon vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik nu in den geest met alle mogelijke liefde den lof en de verdiensten van ^ uw heilig en onbevlekt Hart overwege, en hier- J3 namaals \'de kroon der eeuwige zaligheid verkrijge K door onzen Heer Jezus Christus, die leeft en i-ri regeert met God den Vader, in de eenheid des H. Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen. ^

LITANIE

Kquot;quot;

VAN O. L. VE. VAN HET H. HAKT VAN JESUS. ^

Heer, ontferm U onzer. ^

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer. Dat

-ocr page 101-

75

Heilige Drievuldigheid, e\'én God, ontferm U onzer.

Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart, Koningin des vredes en der Goedertierenheid,

uitdeelster van Gods gaven,

veroveraarster der harten,

Moeder der barmhartigheid.

Moeder der goddelijke genade,

zoet geschenk des Hemels,

opperste Weldoenster,

J onvergelijkelijke Schatmeesteres, ^ doorluchtige Middelares,

K zekere hulp in alle gevaren.

a hoop en bijstand der hopeloozen, ~ Moeder der weezen en verlatenen, ® SÜ\' wie geslachten zegenen,

gij j wier lieflijkheid de zoetheid van § gt; honig overtreft, ?■

gij, wier gebeden bij den Almachtige

alles vermogen,

gezegende aarde, die de vrucht des levens

hebt voortgebracht,

onbevlekte lelie, welker geuren het heelal

vervullen,

geheimzinnige bron,

veilige schuilplaats tegen de gevaren der wereld,

zuiverste enbeminnelijkste der schepselen. Dat het U behage onze lofzangen aan te nemen

CT*

5J

lt;! O O

i^l d

-ocr page 102-

76

en onze sineekingen te verhooren, O, L. V van het H. Hart.

Dat de hemelen U eeren,

Dat de aarde uwe weldaden verkondige, Dat de jeugd onder uw maagdelijken mantel schuile,

Dat de moeders U hare familie toevertrouwen, Dat de grijsaards U aanroepen en zegenen, Verkrijg de bekeering der verhardste zondaars, Yraag de vermorzeling onzer harten.

Verwerf ons tranen van berouw,

Wees onze wapenrusting als Satan ons belaagt,

Dat het U behage ons in \'t heiligen van ons

leed behulpzaam te wezen,

Dat het U behage Gods zegen over onze

werkzaamheden af te smeeken.

Dat het Ü behage ons onder uwe bescherming te bewaren.

Laat if bewegen door onze wonden, gevaren eu kwalen,

Dat uwe liefde ons uwe armen ten toevluchtsoord moge openen.

Dat uwe meewarigheid ons helpe onze fouten

te verbeteren,

Dat uwe teederheid ons nimmer moge verlaten. Dat uwe nederigheid over onzen hoogmoed

moge zegepralen.

Dat uwe liefde ons tot het Hart van Jesus moge geleiden.

-ocr page 103-

77

Dat uw gebed ons in ons laatste uur moge bijstaan.

Dar uwe verdediging ons voor Gods rechterstoel moge beschermen,

Bewaar door uwe tusschenkomst den Paus-Koning,

Verkrijg, dat het ware geloof in ons vaderland steeds bloeie,

Verkrijg, dat de Bisschoppen en de geestelijkheid op den weg der heiligheid bestierd worden.

Bescherm de wereld tegen de pogingen der

goddeloosheid.

Breng door uwe voorspraak de ketters en scheurmakers terug tot de Kerk van Christus, Verwerf, dat het licht des Evangelies schittere

voor de oogen der ongeloovigen.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

v. Bid voor ons, vermogende en onverwinlijke Vrouwe van het H. Hart,

O

f-i

C §

Bquot;

s. a

K

a ï

O

-ïj 3

-ocr page 104-

78

R. Opdat wij door U, verhevene Hoop der hopeloozen, mogen waardig worden de beloften van Jesus Christus, uwen Zoon.

Laat ons bidden.

O God, die, om de zegepraal uwer barmhartigheid en het heil onzer zielen, aan Maria, de onbevlekte Maagd, den grootsten invloed hebt willen geven op het Hart van Jesus: verleen ons, door hare gebeden en tusschenkomst, de genade in uwe heilige liefde te leven en te sterven. Wij vragen het IJ, door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

het //memorakequot;

van o. l. vkouw van het h. hakt.

100 dagen aflaat (Pius IX, 13 Junij 1870.)

Gedenk, Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Jiart, den onweerstaanbare!! invloed, dien gij bezit op het Hart van uwen aanbiddelijken Zoon. quot;Vol vertrouwen op uwe verdiensten komen wij uwe bescherming afsmeeken, liefderijke Moeder van Jesus, die de onuitputbare bron van alle genade is, welke gij naar welgevallen kunt openen, om er over het menschdom te doen uit-stroomen de schatten van liefde en barmhartigheid, van licht en zaligheid, die er in zijn opgesloten. Verleen ons, smeeken wij U, de gunsten, die wij verzoeken. Neen, wij zullen niet

-ocr page 105-

79

I der afgewezen worden, en, omdat gij onze Moeder jften zijt, Onze-Lieve- Vrouw van het E. Hart, neem onze gebeden gunstig op en gelief ze te verhoeren. Amen.

arm- LITANIE

DER ONBEVLEKTE ONTVANGENIS.

Heer, ontferm TJ onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm IJ onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.

Maria, van af het begin en voor alle eeuwen uitverkoren en voorbereid om de Moeder van Gods eenigen Zoon te worden, Maria, meer dan alle schepselen door God gj bemind, ^

Maria, in wie God, door eene geheel buitengewone voorliefde, zijn grootste welbehagen vond,

Maria, onvergelijkelijk boven alle Engelen

en Heiligen verheven,

Maria, zoo wondervol begiftigd met den

o

O

-ocr page 106-

80

overvloed der hemelsclie gunsten, dat gij altijd geheel vrij bleeft van elke zon-denvlek,

Maria, gansch schoon en volmaaKt, verrijkt met de volheid van onschuld en heiligheid, Maria, wier heiligheid de grootste is, die men zich beneden God kan voorstellen, en welke niemand, behalve God, begrijpen kan, Maria, die de volslagenste overwinning op

den helschen slang behaald hebt,

Maria, van af den eersten stond uwer Ontvangenis onbevlekt gebleven,

Maria, door genade en een bijzonder voorrecht, ter wille van de verdiensten van Jesus Christus, vrij bewaard van de smet

der erfzonde,

Maria, van het eerste oogenblik uwer schep-ping af met de genade van den H. Geest toegerust,

Maria, op eene meer wonderbare wijze vrijgekocht, dan alle andere menschen, _ Maria, die met uwen goddelijken Zoon in diens onverzoenbare vijandschap tegen den duivel hebt gedeeld,

Maria, die met uwen onbesmeurden voet

den kop der helleslang hebt verplet. Gij, de arke van Noë, die zonder letsel aan het algemeen bederf der wereld ontkomen

zij t, .

Gij, het braambosch, dat Mozes geheel

-ocr page 107-

81

I

vlammend zag en tegelijk met groen en bloesem bedekt.

Gij, die gesloten tuin waarin geen bederf

kan binnensluipen,

Gij, bet huis wat de eeuwige Wijsheid zich bouwde, versierd met zeven pilaren, het zinnebeeld der zeven gaven van den H. Geest, Gij, dat onbederfelijk hout, waar de worm

der zonde nooit aan knaagde,

Gij, die altijd heldere bron, door de kracht

van den H. Geest verzegeld.

Gij, het eigen kunstgewrocht der H. Drievuldigheid,

Gij, die God alleen boven u, en alle schepselen beneden u hebt.

Gij, wier lof door geen tong op aarde noch in den hemel naar waarde kan verkondigd worden.

Gij, de lofspraak der Profeten en Apostelen, Gij, de eer der Martelaren, de vreugde en

kroon van alle Heiligen,

Gij, de zekere schuilplaats en onverwonnen

hulp van allen, die in nood zijn, Gij, alvermogende middelares, die de aarde

met uwen Zoon verzoent.

Gij, roem, luister en bolwerk der H. Kerk, Verkrijg voor ons een groot berouw over onze zonden, O Maria, zonder smet ontvangen,

TT 1 ••

v erknjg voor ons eene ware bekeering, O Maria, zonder smet ontvangen,

i

Squot;!

EI lt;

O O —t

O 3

lt;

O O

O

c

:1

IP ik 11 i i

: (H lïj

5*

-ocr page 108-

82

Verkrijg voor ons de genade van altijd goede

biechten te spreken.

Verkrijg voor ons het geluk om in dit leven o aan de goddelijke gerechtigheid voor alle g onze zonden te voldoen, g

Verkrijg voor ons de uitstekende gunst van „Squot; onze zielen zuiver en zonder smet te was- g schen in het Bloed van uwen Zoon, en in de werken eener heilige boetedoening, £? Verkrijg voor ons eene heldhaftige liefde » voor de zuiverheid, en een grooten af-schrik voor de onzuiverheid, 0

Verkrijg voor ons eene steeds toenemende S-liefde tot God, en een onverzoenbaren haat » tegen de zonde,

Help ons, troost ons in al onze noodwendig- ?

heden en smarten.

Verkrijg ons de genade van in Gods liefde

te mogen sterven,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Laat ons bidden.

O God, die door de Onbevlekte Oatvange-

F

-ocr page 109-

83

nis der allerheiligste Maagd Maria, voor uwen Zoon eene waardige woonplaats hebt bereid; wij bidden U, die haar uit kracht van den vooruitgezienen dood van uwen zelfden Zoon tegen alle smet hebt behoed, verleen ons door hare voorspraak, dat ook wij rein en onbesmet tot U mogen komen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen

O Maria, zonder vlek ontvangen! bid voor ons, die onze toevlucht tot u nemen.

U

LITANIE

TEE EE11E VAN O. L. VE. VAN LOUEDES.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Heilige Maria, bid voor ons.

Heilige Moeder Gods, bid voor ons.

Heilige Maagd der maagden, bid voor ons. Behoud der kranken, bid voor ons.

Toevlucht der zondaren, bid voor ons.

en

O

11e

So

an

NP\'

is-

N

in

O

a

Q-I

CD

3e

\'Ji

f-

3

CD

tr»-

e

O

ö e-f-

tt

lt;3 amp;3

3

(IQ

0

-ocr page 110-

84

Troosteres der bedrukten,

Eeine lelie van zuiverheid,

Onbevlekt Ontvangene,

Onbevlekt Ontvangene, die in \'t jaar 1858 achttien maal aan Bernadetta, een veertienjarig meisje, in de grot te Lourdes hebt willen verschijnen,

die de eerste maal haar verschenen zijt op Donderdag den 11 Februari, omstreeks het middaguur, toen zij nabij de grot hout kwam sprokkelen,

die toen, en al de volgende malen, haar verschenen zijt, gekleed in een lang, « helder wit gewaad, met hemelsblauwe

® . Oquot;*

g3 sjerp om de lendenen, gouden rozen gj _gt; op uwe voeten en een rozenkrans van lt; ^ witte koralen, aan een gulden snoer § geregen, in uwe handen, 0

die het onthutste kind beduiddet dat zij S g het rozenhoedje, wat zij in de hand ^ had, zelve moest bidden, en het kruis-O teeken maaktet,

die onder haar gebed de koralen uws rozenkrans de eene na de andere door uwe vingers liet glijden, en na het laatste „Glorie zij den Vaderquot; uit hare oogen verdweent,

die drie dagen later op dezelfde wijze

U aan Bernadetta vertoondet,

die, daar gij toen en later eerst dan aan

-ocr page 111-

85

Bernadetta U vertoondet als zij begonnen was het rozenhoedje te bidden, en zelve altijd een rozenkransin de hand hadt, ons duidelijk hebt doen zien dat het rozenkransgebed U aangenaam is, die bij uwe derde verschijning, op den 18 Februari, door Bernadetta, op aandrang van twee die met haar bij de grot waren, gevraagd werdt, op te willen schrijven, wie gij waart en wat gij begeerdet,

die toen tot haar zeidet: »l)oemij het genoegen gedurende veertien dagen hier te komenquot;, en , als zij U dit beloofd had, er bij voegdet: //En ik beloof u, dat ik u zal gelukkig maken, niet in deze, maar in de andere wereldquot;, die, toen de twee gezellinnen Bernadetta deden vragen of zij gedurende die 14 dagen haar begeleiden mochten, ant-woorddet: //Zij kunnen met u hier komen, zij en ook nog anderen, ik wensch hier een groeten toeloop te zienquot;, die op al de veertien volgende dagen, den 22 en 26 Februari uitgezonderd, door Bernadetta in de grot gezien werdt, die bij uwe zesde verschijning, op Zondag den 21 Februari, toen meer dan duizend personen bij de grot waren , een treurigen blik over het aardrijk liet

-ocr page 112-

86

gaan, en Bernadetta bevaalt voor de zondaars te bidden,

die toeliet dat, op dienzelfden Zondag, het onschuldige kind door velen werd bespot, door de politie in verhoor genomen, en door hare ouders belet werd om weer naar de grot te gaan, die den volgenden Maandag haar wel met onweerstaanbare kracht naar de grot dreeft, maar toen U niet aan het bedrukte kind vertoond hebt,

die, toen Bernadetta Dinsdags weder vrij naar de grot mocht gaan, voor de zevende c-maal haar verschenen zijt, en haar ^ toen een bijzonder geheim mededeeldet, g wat zij niet mocht bekend maken, ° die daarna haar zeidet: //Ga nu naar 2 de Geestelijken der parochie, en zeg ^ hun dat hier eene kapel moet gebouwd worden, en dat men in processie naar hier komen moet,

die glimlachtet toen Bernadetta U den volgenden dag zeide, dat de pastoor van Lourdes een bewijs verlangde en gevraagd had, dat gij den wilden rozelaar, waarop uwe voeten rustten, toen in Pebruari, zoudt doen bloeien, die daarna haar bevolen hebt, voor de zondaars te bidden, en op hare knieën tot achter in de grot te klimmen,

-ocr page 113-

87

die, toen Bernadetta volgens uw bevel naar de grot kwam, driemaal geroepen hebt: //Boetvaardigheid , boetvaardigheid, boetvaardigheid//, welke woorden zij, verstaanbaar voor de aanwezigen , U nazeide,

die op denzelfden dag haar nog een tweede geheim hebt willen openbaren, die op den 25 Pebruari, bij uwe negende verschijning, haar nog een derde blij geheim meedeeldet, en daarna zeidet: wGa nu drinken bij de Bron, en er u wasschen, en eet van het gras wat er neven opschiet,/,

die daarop aan Bernadetta, toen zij naar de rivier achter haar wilde gaan, met uwe hand ter rechterzijde in de grot den droogen hoek aanweest, waar zij de Bron zoeken moest,

die, terwijl het meisje met hare handen den harden grond krabde, aldaar een geheimzinnig water uit den grond deedt opborrelen,

die gewild hebt dat, reeds op den volgenden dag . een arm werkman van Lourdes, die ruim 20 jaren aan eene oogkwaal leed en genoegzaam geheel blind was, bij wassching met dit water wonderdadig genezen werd,

die op den laatsten der 14 dagen, den

-ocr page 114-

88

4 Maart, toen duizenden bij de grot waren, voor de vijftiende maal aan Bernadetta wildet verschijnen, die toen haar gelast hebt, ten derde male den pastoor van Lourdes te gaan zeggen, dat gij bij de grot een heiligdom ver-langdet, en processies zien wildet, die, als zij U bad, haar dan te willen zeggen wie gij waart, daarop nog ^ geen antwoord gaaft,

g die, op uw Feestdag van 25 Maart, voor s3 de zestiende maal aan Bernadetta ver-schenen zijt, en toen uw naam hebt ^ willen noemen,

^ die, als zij tot viermaal U gesmeekt had; ij //Vrouwe, zeg mij wie gij zijt, en hoe g gij heet//, toen uw rozenkrans op den quot;c rechterarm liet glijden, de handen te zamen vouwdet, en uwe oogen hemelwaarts slaande zeidet : //ik ben de onbevlekte ontvangenis, 1) die, na het uitspreken dier woorden, terstond uit Bernadetta\'s oogen ver-dweent,

die gewild hebt dat bij de zeventiende verschijning, op den 5 April, de vlam eener kaars, door Bernadetta vastgehouden, hare handen raakte, en, door

1

Souy 1\'lmmaculado Counceptioun.

-ocr page 115-

89

den wind bewogen, gedurende ruim een kwartier uurs tusschen en ora hare vingers speelde, zonder haareenig leed te doen,

die voor de achttiende en laatste maal verschenen zijt op den avond van den 16 Juli, toen tot Bernadetta niet meer gesproken hebt, maar zeer minzaam haar toelachtet en het hoofd naar haar neigdet, alvorens gij uit hare oogen verdween t,

die bij al uwe verschijningen alleen door het bevoorrechte kind gezien werdt, maar aan anderen, die gelijktijdig bij de grot waren , uwe tegenwoordigheid deedt gevoelen door den glans die alsdan afstraalde van Bernadetta\'s gelaat, die al de pogingen der Ongeloovigen, om den toeloop van pelgrims tijdens en na de verschijningen tegen te gaan, hebt weten te verijdelen,

die eene kapel verlangdet boven de grot der verschijning, en nu er een heerlijken tempel ziet, door Pius IX tot Basiliek verheven ,

die bij de grot processies zien wildet, en thans door pelgrims uit alle landen te Lourdes vereerd wordt,

die immer voort uit de Bron het heilzaam water doet vloeien, wat naar

aquot;

a

amp;

3 gt;

-4-3 Ö

El

lt;1 o

O

■Ï I

I

I

-ocr page 116-

90

alle oorden der wereld verzonden wordt,

die ons de waarheid uwer verschijningen

door wonderen blijft bevestigen,

die voor blinden het gezicht, voor dooven het gehoor, voor stommen de spraak, en voor lammen het gebruik hunner ledematen van God afsmeekt,

die aan allen, welke met vertrouwen het water der grot drinken en er zich mede wasschen, de kracht uwer alvermogende voorspraak doet ondervinden, Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes, zonder smet

ontvangen, bid voor ons.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons,

Christus, verhoor ons.

God van oneindige goedheid, die Onbevlekt-Ontvangene

Laat ons bidden O Jesus,

uwe allerheiligste en Moeder op bijzondere wijze te Lourdes wilt vereerd zien, en daarom ook aan hen, die het heilzaam water, ddar wonderdadig ontsprongen, godvruchtig gebruiken, uwe genade in ruime

O

Squot;

lt;

o O •~t

O 3

cö gt;

gt; O

-ocr page 117-

91

mate mededeelt; wij bidden ü , geef aan ons , en aan allen die haar onder den titel van Onze-lieve- Vrouvj van lour des vereeren, en hare hulp inroepen, al wat ons heilzaam is naar ziel en lichaam, en bovenal de onschatbare genade van U meer en meer lief te hebben; opdat wij, na U op aarde getrouwelijk gediend te hebben, in den hemel met Maria ü mogen loven en danken in eeuwigheid. Amen.

Gezegend zij de heilige en Onbevlekte Ontvangenis der allerheiligste Maagd Maria! Amen.

ULC MEMOKAEE.

ire- Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria hoe

het nooit is gehoord dat iemand die tot U zijne e- toevlucht nam, uwen bijstand verzocht, of uwe voorspraak inriep, door ü verlaten is. Vol van e- dit vertrouwen, kom ik tot U, o Maagd der maagden, en zuchtend onder het gewicht mijner zonden, werp ik mij rouwmoedig voor uwe voeten neder. O moeder van het eeuwige Woord, versmaad mijne gebeden niet, maar neem die goedgunstig aan, en gewaardig U mij te ver-gt; hooren. Amen.

i O Maria, zonder vlek ontvangen! bid voor

ons, die onze toevlucht tot U nemem, Amen.

j

C-

5J

lt;5 O O rj

O

a

-ocr page 118-

92

LlïxVNIE

DEK ZEVEX DUOEFIIEDEX VAN MAKIA.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Maria, diepbedroefde Moeder, bid voor ons. die te Bethlehem in de herberg geene plaats hebt gevonden, en in een stal uw verblijf hebt moeten nemen,

tp die uwen eerstgeboren Zoon moest neder-

leggen in eene kribbe,

£ die de pijn der besnijdenis uws Zoons g;

in uw moederhart hebt gevoeld, ^ jg die hooren moest dat uw Zoon tot een § o teeken gesteld was, hetwelk velen zou- 0 \'g den tegenspreken, 3

die van den grijzen Simeon vernomen S1 hebt, dat uw hart met een zwaard van ö droefheid zou doorgriefd worden,

die in den nacht met uw goddelijk Kind

naar Egypte moest vluchten,

die uwen verloren Zoon drie dagen

-ocr page 119-

93

moest zoeken, eer gij Hem in den tempel wedervondt,

die vaak treurdet over den haat der Joden tegen uwen Zoon, hunnen Messias, die, na het laatste Avondmaal, van uwen Zoon een droevig afscheid genomen hebt, die uwen Zoon door Judas verraden, en door de Joden zaagt gevangen nemen, die vernemen moest, dat uw Zoon als een misdadiger aan het gerecht was overgeleverd,

die gehoord hebt, dat uw Zoon als een godslasteraar beschuldigd en ter dood veroordeeld was,

die vernomen hebt, dat liet H. Aangezicht uws Zoons door kaak- en vuistslagen onteerd werd,

die Jesus aan den heidenschen landvoogd

Pilatus hebt zien overleveren, die Hem door Herodes en diens hof bespot zaagt,

die uwen Zoon gegeeseld en met doornen

hebt gekroond gezien,

die Barabbas boven uwen Jesus zaagt kiezen,

die het onrechtvaardigst doodvonnis tegen uwen Zoon hebt hooren uitspreken, die uwen met het kruis beladen Zoon

zijt te gemoet gegaan,

die de gezegende handen en voeten van

6

-ocr page 120-

94

uwen lieven Zoon met folterende nagelen hebt zien doorboren,

die hooren moest hoe uw Zoon, aan het Kruis hangend, nog bespot werd, ^ die de laatste woorden uws Zoons van \'S het Kruis hebt opgevangen,

J; die van Hem hooren moest hoe Hij zich als van God verlaten gevoelde, jc die Hem hoordet klagen dat Hij dorst had, o die uwen Zoon iu den doodstrijd zijt £ \'S bijgebleven, lt;

^ die zaagt hoe de zijde en het Hart uws § oT Zoons met een lans doorstoken werd die het ontzielde lichaam van uwen Zoon 3 in uwen moederlijken schoot ontvangen hebt,

die uwen Zoon zaagt begraven, en zielsbedroefd het graf verliet,

Maria, Spiegel aller bedroefden,

Maria, bijstand der kranken,

Maria, steun der kleinmoedigen,

Maria, toevlucht der zondaren,

Maria, Koningin der Martelaren,

Door het bitter lijden en den dood van uwen

Zoon, help ons, o Maria.

Om de folteringen van uw moederhart, help

ons, o Maria.

Om uwe overgroote droefenis en zielesmart,

help ons, o Maria.

Om uw mateloos zielelijden, help ons, o Maria.

O

-ocr page 121-

95

Om uw zuchten en geween, help ons, o Maria. Door uwe vermogende bescherming, help ons, o Maria.

Wij, zondaren, wij bidden u, verhoor ons. Dat gij ons voor kleinmoedigheid, ongeduldigheid en overmatige droefheid wilt bewaren ,

Dat gij ons voor alle gelegenheid en gevaar van te zondigen wilt behoeden, ^ Dat gij ons voor onboetvaardigheid en ver- «s: steendheid des harten wilt bewaren, 21 Dat gij ons voor een onvoorzienen en on- nil gelukkigen dood en voor de eeuwige ver- 3 doemenis wilt behoeden, cj

Dat gij ons, door uwe voorbede, in het ge- ^ loof, de hoop en de liefde wilt bewaren, £j Dat gij ons bij uwen Zoon eene volmaakte o droefenis en een oprecht berouw over quot; onze zonden wilt verwerven, §

Dat gij ons, die U aanroepen , steeds troost ™

en hulpe wilt verleenen ,

Dat gij ons in het uur des doods wilt

bijstaan.

Koningin der Martelaren,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar oirs, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

-ocr page 122-

96

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Laat ons bidden.

O Koningin der Martelaren, die het zwaard, U door Simeon in den tempel voorspeld, met de grootste smart, doch met geduld en liefde, gedurende al het lijden van uwen Zoon, in uwe ziel gevoeld hebt: wij bidden U, laat dit zwaard ook onze harten doorsteken, opdat wij de onuitsprekelijke smarten uws Zoons, en uwe allergrootstedroefheid, in onze zielen mogen gevoelen, om ons daarna met U te verblijden in eeuwigheid. Amen.

veeeeeikg der zeven smakten van makia\'s moedeehaet.

God, geef acht op mijne hulp.

Heer, haast U, mij te helpen.

Glorie zij den Vader.

1. Ik heb mededoogen met uwe droefheid, o droevige Moeder Maria, om de smart, welke uw teeder hart verduurde bij het hooren der voorspelling van den grijzen Simeon. Dierbare Moeder, verwerf mij, door uw zoo diepbedroefd hart, de deugd van nederigheid, en de gave der heilige vreeze Gods. Wtes gegroet.

2. Ik heb mededoogen met uwen kommer, o diepbedroefde Moeder Maria, om de angsten,

-ocr page 123-

97

1.1

Pil

welte uw teed erge voelig hart bij uwe vlucht, en gedurende uw verblijf in Egypte, heeft uitgestaan. Geliefde Moeder, verwerf voor mij, door uw zoo beangstigd hart, de deugd van milddadigheid, bijzonder jegens de armen, en de gave der godsvrucht. Weeg gegroet.

S. Ik heb mededoogen met uw lijden, o diepbedroefde Moeder Maria, door de bedruktheid , welke uw bekommerd hart bij het verlies van uwen welbeminden Zoon heeft ondervonden. Beminnelijke Moeder, verwerf voor mij, door uw zoo gefolterd hart, de deugd der zuiverheid, en de gave der ware wetenschap.

/Fees gegroet.

4. Ik heb mededoogen met uwe smarten, o diepbedroefde Moeder Maria, om die verslagenheid, welke uw moederhart gevoelde, toen gij Jesus, met zijn Kruis beladen, hebt ontmoet. Geliefde Moeder, verwerf voor mij, door uw minlijk hart, zoo vreeselijk gepijnigd, de deugd van geduld, en de gave der sterkte. Wees gegroet.

5. Ik heb mededoogen met uwe smarten , o diepbedroefde Moeder Maria, om de inarte-ling, welke uw weenend hart verduurde bij het aanschouwen des doodstrijds van Jesus , uwen Zoon. Dierbare Moeder, verkrijg voor mij, door uw zoo gemarteld hart, de deugd van matigheid, en de gave der voorzichtigheid.

Wees gegroet.

6. Ik heb mededoogen met uwe smarten,

1

M

.•vu

1 uil rif

6*

-ocr page 124-

98

o allerbedroefdste Moeder Maria, om de wonde welke uw hart ontving, toen de scherpe lans de zijde van Jesus opende en tot zijn allerbe-minlijkst Hart doordrong. Beminde Moeder, verwerf voor mij, door uw aldus doorboord hart, de deugd van christelijke broederliefde, en de gave der kennis, IKees gegroet.

7. Tk heb raededoogen met uwe smarten, o zielsbedroefde Moeder Maria, om den weedom, welke uw allerbeminlijkst hart bij Jesus\' begrafenis vervulde. Dierbare Moeder, verwerf voor mij, door uw hart, in zulk eene zee van bitterheid gedompeld, de deugd van ijver , en de gave der wijsheid. Wees gegroet.

V. Bid voor ons, allerbedroefdste Maagd.

E. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

.

Laat ons bidden.

Wij bidden Ü, Heer Jesus Christus, dat ons nu en in het uur onzes doods de zalige Maagd Maria, uwe Moeder, bij uwe goedertierenheid te hulp kome, zij, door wier allerheiligste ziel in het uur van uw lijden het zwaard van smart is gegaan. Door U, Jesus Christus, Zaligmaker der wereld, die met den Yader en den H. Geest leeft en heerscht door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 125-

99

LITANIE

VAN DEN H. JOSEPH,

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer H. Maria,

H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden,

H. Maria, Joseph\'s bruid.

Heilige Joseph, bruidegom van Maria, voedstervader van Jesus,

man naar Gods hart,

getrouwe en wijze dienaar Gods,

bewaarder der zuiverheid van Maria, medehulp van Maria,

die om Maria met bijzondere begunstigd zijt,

|P zoo zuiver in maagdelijkheid,

3 zoo diep in ootmoedigheid,

zoo vurig in liefde,

zoo hoog in beschouwing,

die door den H. Geest zeiven rechtvaardig zijt verklaard.

Cf lt;

o o

PH

genaden g

O 1-5

-ocr page 126-

100

die in de goddelijke verborgenheden boven anderen verlicht zijt geweest, die door den Engel in het geheim der

Menschwording zijt onderwezen,

diemet Maria naar Bethlehem zijt gereisd, die in de herberg geene plaats vindende, in een stal zijt gaan overnachten, die waardig waart, bij Christus te zijn, toen Hij bij zijne geboorte in eene krib gelegd werd,

die, toen Christus besneden werd, Zijnen Naam Jesus genoemd hebt,

^3 die met Maria het Kind Jesus m den g-tempel hebt opgedragen, ^

k? die op het woord des Engels, met Jesus g os en Maria naar Egypte gevlucht zijt, S i|P die, na Herodes\' dood, met het Kind g 43 en zijne Moeder naar het land van ? Israël zijt wedergekeerd,

die, toen het KindJesus te Jerusalem gebleven was. Het vol droefheid met Maria, zijne Moeder, gezocht hebt, die Hem, zittende te midden der leeraren , na drie dagen met blijdschap gevonden hebt,

aan wien de Heer der heeren op aarde

is onderdanig geweest,

wiens lof in het Evangelie vermeld wordt, man van Maria, uit welke Jesus geboren is.

-ocr page 127-

101

Onze voorspreker, hoor ons, H. Joseph.

Onze beschermer, verhoor ons, H. Joseph. In onzen nood, help ons, H. Joseph. erin al onze benauwdheden, ^ In het uur van onzen dood, g Door uwe allerheiligste echtvereeniging, quot; Door uwe vaderlijke zorg en teederheid, ? Door al uw arbeid en zwoegen, ^ Door al uwe deugden, ^ Door al uwe verdiensten, Fquot; Wij, die u als beschermer aanroepen, wij bidden u, verhoor ons.

Dat gij Jesus wilt bidden, om vergiffenis onzer zonden te verkrijgen, wij bidden U, verhoor ons.

Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria wilt aanbevelen,

Dat gij voor alle maagden en ongehuwden 3.

de gaaf van zuiverheid wilt verwerven, Dat gij voor de gehuwden eene onbevlekte

Cu

getrouwheid eu heilige eendracht wilt

verkrijgen.

Dat gij alle ouders en overheden in het Jquot;quot;quot;

christelijk opvoeden eu bewaken hunner g

kinderen en onderdanen wilt behulpzaam 3

zijn, §

Dat gij alle gemeenten, die u bijzonder 0

vereeren, wilt begunstigen, S Dat gij allen, die op uwe hulp betrouwen, altijd en overal, wilt beschermen,

-ocr page 128-

102

Dat gij al de geloovige zielen door uwe krachtige voorbede wilt helpen, wij bidden U, verhoor ons.

Reine Bruidegom van Maria, wij bidden U,

verhoor ons.

Getrouwe quot;Voedstervader van Jcsus, wij bidden

U, verhoor ons.

Heilige Joseph, Patroon der H. Kerk, wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods , dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

v. Heilige Joseph, vriend van het H. Hart, bid voor ons.

E. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bidden.

Wij bidden U, o Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder mogen geholpen worden, opdat ons door zijne voorspraak gegeven worde, wat wij door onszelven niet kunnen verkrijgen. Gij die leeft en heerscht met den Yader, in de eenheid des H. Geestes, God in de eeuwen der eeuwen. Amen,

-ocr page 129-

103

GEBEDEN TOT DEN H. JOSEPH.

Smeelcgehed.

Heilige Joseph, die als een goede vader en getrouwe leidsman Jesus Christus in Zijne jeugd bestuurd hebt, ik bid u, sta ook mij op den weg mijns levens als eeu getrouwe leidsman bij. Duld niet, dat ik ooit van den weg der geboden Gods afwijke. Wees in tegenspoed mijne bescherming, in droefheid mijn troost, tot dat ik eindelijk het land der levenden moge bereiken, waar ik in eeuwigheid, met u, en uwe allerheiligste bruid Maria, en met alle Heiligen, mij in Jesus, mijnen God, moge verheugen. Amen.

Gebed van ouders en overheden.

H. Joseph, hoofd van het allerheiligste Huisgezin, ik bid u ootmoedig, dat gij mij door uwe voorspraak de noodige wijsheid en voorzichtigheid wilt verwerven om mijn huisgezin christelijk te besturen, en door arbeidzaamheid, godsvrucht en getrouwheid in al mijne plichten, een voorbeeld te wezen voor allen die aan mijn bestuur zijn toevertrouwd; opdat ik God, iu al de betrekkingen, waarin zijne Voorzienigheid mij op aarde geplaatst heeft, getrouwelijk dienen en in het gelukzalig leven eeuwig, in uw gezelschap, verheerlijken moge. Amen.

-ocr page 130-

104

Gebed om een zaligen dood.

Heilige Joseph, gij, die in de armeu van uwen Voedsterzoon Jesus, en van uwe allerheiligste bruid Maria, zijt gestorven; kom mij, bid ik u, met Jesus en Maria ter hulpe, voornamelijk wanneer de dood mijn leven eindigen zal; en verwerf mij dan, ik smeek het u ootmoedig, de genade en den troost, dat ook ik, in de teedere omarming van Jesus en van Maria, mijne ziel aan God moge geven.

In uwe handen beveel ik, bij leven en sterven, mijnen geest, o Jesus ! o Maria! o Joseph! Amen.

Voor de keuze van een staat.

O glorierijke H. Joseph, Bruidegom der allerheiligste Maagd en Moeder-Gods Maria, Voedstervader van den Heer der heerlijkheid: ik bid u ootmoedig, dat gij door uwe voorspraak de verlichting mijns verstands wilt verwerven, opdat ik eenen staat moge kiezen waarin ik mijne roeping opvolge, mijnen God en Zaligmaker verheerlijke, mijnen evenmensch stichte en mijne zaligheid bevordere. Verwerf mij de genade van dit aardsche leven zoo heilig door te brengen, dat ik verdienen moge, in uw gezelschap God eeuwiglijk te verheerlijken. Amen.

Na de verkiezing van den on gehuwden staat.

Maagdelijke echtgenoot der maagdelijke Moe-

-ocr page 131-

105

der van het Lam Gods, met ootmoedig vertrouwen op den bijstand van Hem, die gezegd heeft; //mijne genade is u genoegquot;, heb ik mij voorgenomen, de roeping, die ik tot den maagdelijken staat gevoelde, op te volgen; ondersteun mij bestendig door uwe gebeden, gij, die de bijzondere voorspraak der maagden zijt. Verwerf mij de genade, dien heiligen staat zuiver en heilig te beleven; opdat ik aan mijn voornemen tot mijnen dood toe getrouw blijve, en, na dit aardsche leven in onbesmette zuiverheid te hebben doorgebracht, in de eeuwige heerlijkheid het Lam moge volgen, waar het ook ga. Amen.

LITANIE

VAN DE H, MOEDER ANNA.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons.

H, Moeder Gods, bid voor ons.

H. Maagd der maagden, bid voor ons.

-ocr page 132-

106

H. Moeder Anna,

H. Anna, Moeder der H. Moeder Gods, Grootmoeder des Zaligmakers,

wortel van Jesse,

vruchtbare boom,

vruchtdragende roede,

van koninklijke afkomst,

vreugd der Engelen,

dochter der Aartsvaders,

roem der Profeten,

glorie van alle Heiligen,

vruchtbare wolk,

vat vol genade,

spiegel van gehoorzaamheid, ^ spiegel van geduld,

a spiegel van barmhartigheid, ^ spiegel van godsvrucht,

bolwerk der H. Kerk,

toevlucht der zondaren,

hulp der Christenen,

vertroosting der gehuwden,

moeder der weduwen,

leidsvrouw der maagden,

veilige haven der reizigers,

weg der vreemdelingen,

genezing der zieken,

gezondheid der kwijnenden,

licht der blinden,

tong der stommen,

oor der dooven.

-ocr page 133-

107

H. Anna, vertroosting der bedrukten, bid voor ons,

H. Anna, hulp van allen, die u aanroepen,

bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christns, hoor ons,

Christus, verhoor ons.

v. De Heer heeft de H. Anna bemind; k. En hij heeft hare schoonheid liefgehad.

Laat ons bidden.

Almachtige en eeuwige God, die de H. Anna verkoren hebt om de moeder te wezen van Haar, die uwen ééniggeboren Zoon gebaard heeft; vergun ons , dat wij , door een waren eerbied hare gedachtenis vereerende, door hare verdiensten en voorspraak, tot de glorie des eeuwigen levens mogen toegelaten worden. Door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.

GEBED TOT DE H. MOEDER ANNA.

Wij groeten u, o gelukzalige Anna! Gij zijt, na Maria, gezegend boven alle vrouwen, omdat gij het geluk hebt gehad de Onbevlekt-Ont-

-ocr page 134-

108

vangen Maagd in uwen schoot te dragen. Wij H bidden u, o heilige Anna, wil ons aan uwe geliefde dochter Maria, en aan Jesus, haren Zoon, aanbevelen; wees onze voorspreekster en quot; beschermster bij Jesus en Maria, en verkrijg voor ons de genaden die ons noodig zijn om christelijk te leven. Vraag voor de vaders en moeders der huisgezinnen de noodige hulp, om hunne kinderen deugdzaam op te voeden, en-ze op te leiden tot den staat waartoe de goddelijke Voorzienigheid hen roept. Bid ook voor de kinderen, opdat zij, naar het voorbeeld uwer heilige Dochter, de vertroosting en het sieraad hunner ouders mogen wezen. Verwerf, dat wij allen het geluk hebben in de zalige eeuwigheid met u gelukkig te zijn. Amen.

LITANIE

VAN DEN H. JOACHIM.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.

God, Heilige Geest, ontferm ü onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

-ocr page 135-

109

, Maria, dochter van den H. Joachim, bid voor ons,

Anna, huisvrouw van den tl. Joachim, . Joachim, door God hoog bevoorrecht, vriend van den eeuwigen Vader, Grootvader des Zaligmakers,

Afgezant van den H. Geest,

Echtgenoot van de H. Anna,

Vader der H. Maagd Maria,

Wortel der rnenschheid van Jesus,

levendig in geloof,

sterk in hoop,

brandende van liefde Gods,

voorbeeld van huwelijkstrouw,

voorbeeld van ootmoedigheid,

ijverig in het gebed,

beminnaar der armoede,

verdediger van Gods eer,

standvastig in het onderhouden der god- = delijke wet, »

spiegel van verduldigheid,

vat van volmaakte zuiverheid,

toonbeeld van ware versterving,

troost der weduwenaren,

beschermer der weezen,

helper der bedrukten,

voorspraak der zondaren,

vreugde der Engelen,

zoon der Patriarchen,

afstammeling der Profeten,

H

H, H,

Hquot;

s: lt;

O O

O ^-3

-ocr page 136-

110

H. Joachim vader der Koningin van alle Hei»

ligen, bid voor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Laat ons bidden.

O God, die onder al uwe Heiligen den gelukzaligen Joachim verkoren hebt om de vader te wezen van haar, die uwen Zoon heeft gebaard: geef, bidden wij, dat wij zijne gedachtenis vereerende, ook zijne altoosdurende bescherming mogen ondervinden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen. \'5

O

LITANIE lt;

VAN DEN H. ANTONIUS VAN PADUA. 3?

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

Ood, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

-ocr page 137-

Hl

God, Heilige Geest, ontferm U onzer, H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, moeder en beschermster van den

H. Antonius, bid voor ons.

H. Pranciscus van Assisië, vader en leeraar

van den H. Antonius, bid voor ons. H. Antonius van Padua,

H. Antonius, zalige vrucht van Spanje,

nieuw licht van Italië,

beschermer en luister van Padua,

apostel van Frankrijk,

navolger van den H. Pranciscus van

Aasisië,

lelie van zuiverheid,

kostbare parel van armoede,

klaarschijnend licht van gehoorzaamheid, m spiegel van boetvaardigheid, \' ^

2 roos van geduldigheid, S

-2 blakende vlam van liefde, g

lt;] zuiver vat van heiligheid, g

; steunpilaar der H. Kerk, o

H verkondiger der genade, «

uitroeier der zonden,

vertreder der wereld,

verheffer van Gods glorie,

leeraar der waarheid,

blinkende ster der serafijnsche Orde,

ark des verbonds,

stem des Allerhoogsten,

verdediger van het geloofspunt van

-ocr page 138-

112

Christus\' tegenwoordigheid in het H. Sacrament,

brandende naar den marteldood,

geesel der ketters,

schrik der ongeloovigen,

ijveraar voor \'t huis van God,

ijveraar der zielen,

wonderbare mirakeldoener,

§ hulp voor verloren zaken,

toevlucht der armen,

a vertrooster der bedrukten,

hof van deugden,

03 kenner der harten,

voorzegger van toekomende dingen, opvvekker der dooden,

schrik der duivelen,

navolger der Patriarchen,

afbeeldsel der Apostelen,

uitstekende onder de Leeraren,

luister der Heiligen,

beschermer van allen, die u aanroepen. Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer.

Van de macht des duivels,

Van pest, hongersnood en oorlog.

Van een ongelukkigen dood,

Door de verdiensten van den H. Antonius Door zijne brandende liefde.

Door zijn ijver ter bekeering der zondaren

-ocr page 139-

113

Door zijne vurige begeerte naar den marteldood.

Door zijne volharding in de geloften van armoede, zuiverheid en gehoorzaamheid, Door zijne onvermoeidheid in den arbeid, Door de wonderbare verscheidenheid zijner

mirakelen,

In den dag des oordeels,

Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat gij ons een waar berouw over onze

zonden wilt schenken,

Dat gij het vuur der goddelijke liefde in

ons wilt ontsteken,

Dat gij ons deelachtig wilt maken aan de „ voorspraak en de verdiensten van den ^ II. Antonius, c

Dat gij allen, die hunne toevlucht tot hem lt; nemen, gezondheid naar ziel en lichaam g-wilt verleenen, g

Dat wij door de verdiensten van den H. An- ^ tonius in alle deugden mogen vooruitgaan, S Dat gij U gewaardigt ons te verhoeren.

Zoon Gods,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld, ontferm U onzer,

Christus, hoor ons.

O-I Ct

-ocr page 140-

114

Christus, verhoor ons.

v. Bid voor ons H. Antonius.

k. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bidden O God, die U gewaardigd hebt aan de ge-loovigen een zoo heiligen en machtigen voorspreker te geven in den persoon van uwen dienaar, den H. Antonius; schenk ons de genade van zijne deugden na te volgen en in al onze noodwendigheden zijne veelvermogende voorspraak eu bescherming te mogen ondervinden. Door Christus, onzen Heer. Amen.

LITANIE

VAN DEN H. MAET1NUS,

Patroon van Zwaag.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, Koningin der Belijders, bid voor ons.

-ocr page 141-

115

H. Martinus, bid voor ons.

roem der christen-soldaten,

soldaat van Christus, gewapend met het

heilzaam teeken des Kruises, man des gebeds,

voorbeeld van boetvaardigheid en versterving nederige dienaar Gods,

fakkeldrager des geloofs,

getrouwe aanbidder van den waren God, ijverige leerling en navolger van den H. Hilarius in zijn apostolisch leven, cT die de grootste gevaren getrotseerd hebt .c om den afgodendienst uit te roeien, g geheel schitterend door den goddelijken § glans der mirakelen,

die d r i e dooden hebt opgewekt, en over f5 de duivelen hebt gezegevierd, JE groote werken hebt tot stand gebracht,

vurige ijveraar voor het heil der zielen, zeer bewonderenswaardig in uwe heiligheid,

vader en leeraar eener ontelbare familie

van Heiligen,

martelaar door verlangen en verdiensten, in den hemel gekroond om uwe deugden en goede werken,

hulp en troost voor allen, die uwe bescherming inroepen.

-ocr page 142-

116

H. Martinus, patroon van vele steden en dorpen, bid voor ons.

H. Martinus, bisschop van Tours, bid voor ons. H. Martinus, patroon van Zwaag, bid voor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der -wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader.

v. Bid voor ons. Heilige Martinus. E. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bid den.

O God, die hen verheerlijkt, die U verheerlijken, en geëerd wordt door de eer aan uwe Heiligen bewezen: wees ons genadig en geef, dat wij, die de deugden en verdiensten van den H. Martinus vereeren, diens bescherming mogen ondervinden in ons leven, en met hem in den hemel U eeuwig mogen loven en prijzen. Door Christus, onzen Heer. Amen.

-ocr page 143-

117

LITANIE

TOOK EEN ZALIGEN DOOD,

(100 dagen aflaat, eens daags. Leo Xll. Aug. 1824.) Heere Jesus, God van goedheid. Vader van barmhartigheid, ik verschijn voor U met een ootmoedig, bedrukt en door droefheid vermorzeld hart; ik beveel U mijnen laatsten stond, en hetgeen daarop volgen moet.

Als mijne onbeweegbare voeten mij zullen aankondigen, dat mijne loopbaan in deze wereld gaat eindigen, barmhartige Jesus, ontferm U dan mijner.

Als mijne verstijfde en bevende handen geen ^ kracht meer zullen hebben om het kruis vast te houden, en het op mijn lijdens-bed zullen moeten laten vallen, S

Als mijne verduisterde, en om de nadering quot; des doods verwilderde oogen, tot U hun ^ treurige en stervende blikken zullen slaan, p Als mijne koude en trillende lippen voor quot; de laatste maal uwen aanbiddelijken Naam zullen uitspreken.

Als mijne verbleekte en doodskleurige wangen bij de omstanders medelijden en afschrik zullen verwekken, en als mijn haar nat van het doodzweet, mijn naderend einde zal aankondigen.

Als mijne ooren zich voor altijd gaan sluiten voor de taal der tnenschen, en opengaan

»=

3quot;

P

O

Oj

P 3

a

CO

7*

-ocr page 144-

118

om te hooren uwe stem, die het onherroepelijk vonnis zal uitspreken, wat mijn lot voor gansch de eeuwigheid zal vaststellen,

Als vervaarlijke en ijzingwekkende schrikbeelden mij zullen ontstellen, als ik in doode-lijke droefheid gedompeld zal zijn, en mijne ^ ziel, ontrust bij \'tzien mijner ongerechtig- | heid en bij de vrees voor uwe rechtvaar- o-digheid, strijd zal voeren tegen den engel « der duisternis, die mij de troostrijke hoop cg op uwe barmhartigheid zal willen ontne- e_i men, en tot wanhoop zal willen brengen, S Als mijn traagkloppend hart, doorziektepijnen Jquot; verzwakt, overweldigd zal worden door o de vrees voor den dood, en afgemat zal g-zijn bij den zwaren strijd tegen de vijanden | mijner zaligheid.

Als mijne laatste tranen, het bewijs van mijn ^ naderende einde, zullen vloeien, neem die g-1 dan aan als boete-tranen, opdat ik als \' een boetdoenend slachtoffer sterve; en in J5. dat benauwd oogenblik, g

Als mijne nabestaanden en mijne vrienden, * die om mij zullen staan, medelijden zullen hebben met mijn pijnlijken toestand, en tot U bidden zullen voor mij.

Als ik het gebruik van al mijne zintuigen zal kwijt zijn, en de gansche wereld voor mij zal verdwenen zijn, en ik in de be-

-ocr page 145-

119

nauwdheden van den laatsten strijd zal zijn, en worstelen zal met den dood,

Als de laatste snikken van mijn hart mijne S

ziel zullen dwingen het lichaam te ver- p-

laten, neem dan die doodsnikken aan 3.

als uitingen van een heilig verlangen «g* om tot U te gaan,

Als mijne ziel, op mijne lippen zwevende, g

voor altijd deze wereld verlaat en mijn ^

lichaam laat liggen, bleek, koud en leven- o

loos, neem dan die verdelging van mijn §■

aardsch bestaan voor een huldebetoon ^

aan uwe goddelijke Majesteit; en dan, 5

En ten laatste; als mijne ziel voor U ver- ^ schijnt, en voor het eerst den onsterfe-

lijken luister uwer Majesteit aanschouwt, a

ach, verwerp haar dan niet van Uw aan- ,5.

schijn, maar wil mij liefderijk opnemen 5

in den schoot uwer barmhartigheid, op- ^ dat ik U moge lofzingen in eeuwigheid,

GEBED.

O God, die ons ter dood veroordeeld hebt, maar het oogenblik en het uur van sterven verborgen houdt, geef, dat ik al de dagen mijns levens doorbrenge in gerechtigheid en heiligheid, en verdienen moge te sterven in uwe liefde : door de verdiensten van onzen Pleer Jesus Christus, die leeft en heerscht met U , in de éénheid des Heiligen Geestes. Amen.

-ocr page 146-

120 j

LITANIE j Alle I

hen

VOOR DE GELOOVIGE ZIELEN. ^

Heer, ontferm U onzer. Alle (

Christus, ontferm U onzer. Wees

Heer, ontferm U onzer. Wees

Christus, hoor ons Yan (

Christus, verhoor ons. Yan lt;

God, hemelsche Vader, ontferm U over de Yan 1

overledene geloovigen. zoi

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U Yan

over de overledene geloovigen. zoi

God, H. Geest, ontferm U over de overledene vo

geloovigen. Yan

Heilige Drievuldigheid , één God , ontferm U on

over de overledene geloovigen. Yan

H. Maria, bid voor hen. Ie:

H. Moeder Gods, bid voor hen. dt

H. Maagd der maagden, bid voor hen, Yan

Alle H,H, Engelen en Aartsengelen, g(

Alle H,H, Koren der zalige Geesten, Yan

Heilige Joseph, bid voor hen. ^ h

Alle H.H. Aartsvaders en Profeten, h

Alle H.H. Apostelen en Evangelisten, ^ Yan

Alle H.H. Leerlingen des Beeren, § z

Alle H.H. Onnoozele-Kinderen, [1 Var

Alle H.H. Martelaren, g \\

Alle H.H. Bisschoppen en Belijders, \' Yai

Alle H.H, Leeraren der Kerk, ) Alle H.H, Priesters en Levieten,

-ocr page 147-

121

Alle H.H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor hen.

Alle H.H. Maagden en Weduwen, bidt voor hen.

Alle Gods lieve Heiligen, bidt voor hen.

Wees genadig, vergeef hun. Heer,

Wees genadig, verlos hen. Heer.

Van de schrikkelijke vlammen.

Van de vervaarlijke duisternis.

Van de pijnen die zij door de dagelijksche

zonden verdiend hebben,

A an al wat zij moeten lijden om de dood-zonden, voor welke zij nog niet ten volle voldaan hebben.

Van alle straffen voor hunne traagheid en

onachtzaamheid.

Van hun geween over het verzuim der ge- 5^ legenheden die zij gehad hebben om in S ^ de deugd meer voortgang te maken, g-A an hun geschrei over het verzuim des ^ gebeds,

A an de kastijding die zij om hunne onge- gquot;1 hoorzaamheid, en geringen eerbied voor •\' S1 hunne overheden, moeten lijden, ^ A an hetgeen zij moeten lijden voor te weinige l ^ zorg voor hunne kinderen on onderdanen. Van hetgeen zij lijden voor onmatigheid, en

voor het verbreken der vastendagen.

Van de pijnen die zij moeten lijden om hunne graramoedigheid, afgekeerdheid en ■weinige liefde jegens den evennaaste.

-ocr page 148-

122

Van de voldoening die zij moeten geven voor kwaadspreken , verwenschingen en beleedigingen anderen aangedaan,

Van alles wat zij moeten lijden voor vloeken, zweren en onzedige gesprekken, Van al bet lijden voor hunne kwade gedachten en inwendige zonden, Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat wij, door barmhartig te zijn, voor hen

barmhartigheid mogen verwerven.

Dat wij, door ootmoedigheid, voor hunne hoovaardigheid kwijtschelding mogen erlangen.

Dat wij, met ons te versterven, voor hunne

zinnelijkheid mogen voldoen.

Dat wij, door onze geduldigheid, vergiffenis

voor hun ongeduld mogen bekomen. Dat wij, door onze zachtmoedigheid, voldoen p mogen voor hunne zonden van baat, nijd c en gramschap, lt;

Dat wij, door ijverig te bidden, voor hanne £S traagheid in het gebed mogen voldoen, c Dat wij, door liet oefenen van alle deugden, M voor hen vergiffenis van al hunne mis- 2 slagen mogen verkrijgen.

Dat gij alle overledene geloovigen van hunne

straffen wilt vrijspreken,

Dat gij de zielen van de leden onzer Broederschap, die de pijnen des vagevuurs lijden, wilt genadig zijn.

cr

es B

c-

tx.

lt;XS

-ocr page 149-

123

\'

verlossen,

O ■

Dat gijU over hen, diegeene bijzondere voor- § bidders op aarde hebben, wilt ontfermen, cj Dat gij hun verlangen wilt vervullen,

Dat gij hen onder het getal der uitverkore- 5, nen wilt aannemen, §

Koning van ontzaglijke Majesteit, J

Zoon Gods, g

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun rust.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun rust.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, geef hun de eeuwige rust.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Laat ons bidden.

O God, Schepper en Verlosser aller geloo-vigen, schenk aan de zieleu uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van al hunne zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen. Heer, geef hun de eeuwige rust.

En het eeuwig licht verlichte hen.

Dat zij rusten in vrede. Amen.

Dat gij onze overledene ouders, vrienden g. en weldoeners uit hunne pijnen, wilt

cr

rr 2

-ocr page 150-

124.

GEBEDEN VOOR DE OVERLEDENEN.

GEBED OP Or BIJ EEN KERKHOF.

O God, licht der geloovige zielen, hoor goedgunstig onze smeekingen, en geef aan uwe dienaren en dienaressen wier lichamen alhier, of waar ook ter aarde in Christus rusten, de plaats der verkwikking, de zaligheid der rust en de klaarheid van het licht. Door deuzelfdeu Christus, onzen Heer. Amen.

GEBEDEN TOT DEN GEKHUISTEN CHRISTUS.

T. O Jesus, ons leven en onze verrijzenis, die, toen Gij uit deze wereld gescheiden zijt, ons uw Lichaam en Bloed tot spijs en drank hebt nagelaten : ik bid U ootmoedig door deze uwe oneindige liefde, ontferm U over alle overledene geloovigen , en bijzonder over...; geleid hen naar de bronnen des levens, en geef, dat zij weldra met U aanzitten in uw rijk.

Ome Vader; Wees gegroet; Glorie zj.

II. O Jesus, onze bescherming en onze zaligheid , die voor ons in den hof zulk een vreeselijken doodsangst hebt uitgestaan, dat uw zweet geworden is als druppelen bloeds, dat op aarde nedervloeide: ik bid U ootmoedig, door dit uw dierbaar Bloed, ontferm U over alle overledene geloovigen, en bijzonder over...; verlos hen uit al hunne benauwdheden, en wisch alle tranen van hunne oogen af.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

-ocr page 151-

125

III. O Je sus, onze Verlosser en Zaligmaker, die om onze zonden gevangen zijt genomen: ik bid U ootmoedig door deze harde ketenen en banden, ontferm U over alle overledene geloovigen , en bijzonder over....; slaak alle boeien van hunne zonden, met welke de men-schelijke zwakheid hen in dit leven gebonden heeft; opdat zij in blijdschap U het offer van dankzegging mogen opdragen.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zj.

IV. O Jesus, blijdschap onzer harten, die uw aanbiddelijk Aanschijn, dat de Engelen met heilige vrees aanschouwen, hebt laten bedekken, bespuwen en mishandelen: ik bid U ootmoedig door dit uw onuitsprekelijk geduld, ontferm U over alle overledene geloovigen, en bijzonder over....; ontvang hen in de aanschouwing van uw zaligend licht, en vervul hen met blijdschap voor uw aanschijn.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

V. O Jesus, de kroon onzer heerlijkheid, die om onze zonden en onzen hoogmoed met geeselen geslagen en met doornen wreedaardig en smadelijk gekroond zijt; ik bid U ootmoedig door deze uwe uiterste vernedering, ontferm U over alle overledene geloovigen, en bijzonder over....; verleen hun genadiglijk, dat zij weldra de kroon der eeuwige heerlijkheid verkrijgen, want Gij zijt het, die ons bekroort in barmhartigheid en ontferming.

i

-ocr page 152-

126

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

VI. O Jesus, onze Voorspreker en onze Hechter, die U door een onrechtvaardig vonnis tot den bittersten dood hebt laten veroordeelen, om ons van het vonnis der eeuwige verwerping te ontheffen; ik bid U ootmoedig door de diepte uwer barmhartigheid, ontferm ü over alle overledene geloovigen, en bijzonder over.,..; laat hen weldra dit woord van vertroosting hooren : //Uwe zonden zijn u vergeven!quot;

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

VII. O Jesus, ons eenig en opperste Goed, die al onze zonden in uw lichaam gedragen hebt aan het kruis; ik bid U ootmoedig door deze uwe onwaardeerbare weldaad, ontferm U over alle overledene geloovigen, en bijzonder over....; ontsluit hun weldra den toegang tot de eeuwige heerlijkheid, en laat hen in blijdschap hooren ; //Komt, gezegenden mijns Vaders! bezit het rijk, dat u bereid is van den beginne der wereld.quot;

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

-ocr page 153-

127

i

KRUISWEG-OEFENING.

VOORBERICHT.

Eerst onder het Kruis ontving Joannes Maria tot moeder. Geen wonder, want eerst onder hetKruis leert men Maria en haar moederlijk hart volkomen kennen ; onder het Kruis leert men, hoe Maria ons in smarten baarde en hoe groote rechten zij op ons heeft.

Daar leert men ook, wat men aan Maria verschuldigd is: hoe groot een eerbied en vertrouwen, welk eene liefde men aan haar moet schenken.

GEBED VAN VOORBEREIDING.

O God, ik aanbid uwe liefde, dewijl Gij uw eenigen Zoon voor mij gegeven hebt, en U, lieve Jesus, dank ik duizendmaal voor de onbegrijpelijke goedheid, die Gij mij betoond hebt, door voor mij aan een schandelijk Kruis te sterven. Uit kinderlijke dankbaarheid en wederliefde kom ik hier uwen bloedigen Kruisweg overwegen.

O God, ontvang volgens uwe barmhartigheid de oefening, die ik ga beginnen , als eene erkenning uwer opperheerschappij, als eene dankzegging voor het groote werk der verlossing, en als eene bede tot verheffing van onze moeder de H. Kerk, tot uitroeiing der ketterijen, tot eendracht onder de Christen-vorsten, tot be-

-ocr page 154-

128

keering der zondaren en tot volharding der rechtvaardigen.

Ik offer U deze oefening op in vereeniging der verdiensten van Jesus Christus, van de H. Maagd Maria en van alle Heiligen. Ik hid U, barmhartige God, de aflaten , de gunsten en genaden, aan de beoefening van den Kruisweg verbonden, te willen toevoegen, aan mij, en aan de zielen in het vagevuur, bijzonderlijk aan N. N.

Lieve Jesus, op het punt van den H. Kruisweg te gaan overwegen, werp ik mij in ootmoed voor L7 neder. Ik bid ü, wek die heilige gevoelens in mij op, welke mij betamen bij het aanschouwen uwer smarten. Geef ook, o Heer, dat deZ\'3 oefening eene hartelijke liefde bij opwekke jegens Maria, uwe Moeder, die zoozeer met

U geleden heeft. Amen.

-ocr page 155-

129 *

I STATIE.

JESUS WORDT TER DOOD VEROORDEELD.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Toen Pilatus den onsclmldigen Jesua ter dood veroordeelde, heeft hij ook het hart der Moeder doorboord. Toen de Joden riepen; Weg met Hem, weg met Hem! toen hebben zij ook Maria verworpen, want de moeder is niet van den Zoon te scheiden.

Lieve Jesus , ik zie uwe moeder in mate-looze smart, omdat Gij veroordeeld wordt. Gij kondet mij dan niet verlossen door uw heilig Bloed , zonder dat Maria bitter leed ; geef dan , dat ik nimmer de smarten van Maria vergete, en dat ik Haar met kinderlijke liefde beminne.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

8

-ocr page 156-

130

*

II STATIE.

JESUS NEEMT HET KKUIS OP ZIJNE SCHOUDERS.

Wij aanbidden ü, Christus, en loven U,

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld ve verlost hebt.

Jesus neemt ter onzer verlossing het zware ee

Kruis op zijne schouders, en het zwaard van uj

droefheid dringt dieper door in Maria\'s hart. V1

O zie, hoe die bedroefde moeder de cogen ten w

hemel slaat; tranen vloeien overvloedig langs u,

hare wangen. Doch zij brengt gewillig het offer zj

van haren Zoon, en zegt; Uit gehoorzaamheic. w jegens den Hemelschen Vader, en tot heil der menschen, draag ik Jesus op.

# O

O lieve Jesus, geef, dat ik nooit vergete hoe 0

zeer de smarten van Maria verbonden zijn aan j

mijne verlossing. t:

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat n ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet ; Glorie zij. i

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer, ji

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

-ocr page 157-

II ü

] 31 *

III STATIE.

JESUS VALT DE EEESTE MAAL ONDER HET KEÜIS.

Wij aanbidden II, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Wie durft Maria van Jesus scheiden? Zie eens, geen oogenblik verliest zij haren Zoon uit het oog. Jesus was steeds haar geluk, hare vreugde, hare liefde, niets kon Jesus hinderen,

wat Maria niet kwelde. Ach, hoe werd haar moederlijk hart van droefheid gebroken , toen zij Jesus met moeite zag voortkruipen , zasj waggelen en vallen onder het kruis.

s r

ijf \'■ !l

O goede Jesus, Gij hebt mij vrijgekocht; om mijnentwille zijt Gij vertrapt en geslagen; om mijnentwille zijt Gij gevallen onder het

Kruis! Maar dit alles kostte ook overvloedige tranen aan Maria! Geef dan, dat ik Haar be-minne, die zoo veel om mij heeft geweend.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader ; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm Ü onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig. |

__ , i

i.

ijili

■ii.

-ocr page 158-

■ ^7 ^ ^ tygt;L~4^

I ^ b ^ *%v*~, ü** £,41 */d^

I ^ ^w^/. 4^^ ^

l^r. T^7/ ■ x, | X-yL^ ^ ^^_j_

I amp;*y£j//Tquot; /£lt;~i£L^ e. $ _

r^ ^

1^

\' ^-Jiy c^ty

/I-j/ M^^Z, C* ^

-^wquot;? l^J/ ii^-, t-c^e^

c^ólt; U^ JLlt; 1^/1

^jgt;^/u^4 u^-r o^_ ^

-ocr page 159-

130

*

II STATIE.

JESUS NEEMT HET KRUIS OP ZIJNE SCHOÜDE11S.

quot;Wij aanbidden ü, Christus, en loven U,

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Jesus neemt ter onzer verlossing het zware Kruis op zijne schouders, en het zwaard van droefheid dringt dieper door in Maria\'s hart. O zie, hoe die bedroefde moeder de oogen ten hemel slaat; tranen vloeien overvloedig langs hare wangen. Doch zij brengt gewillig het olïer van haren Zoon, en zegt: Uit gehoorzaamheid jegens den Heraelschen Vader, en tot heil der menschen, draag ik Jesus op.

O lieve Jesus, geef, dat ik nooit vergete hoe zeer de smarten van Maria verbonden zijn aan mijne verlossing.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dafc ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

07tze Vader; Vees gegroet ; Glorie zij..

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

-ocr page 160-

] 3]

*

UI STATIE.

JESUS VALT DE EMISTE MAAL ONDER HET KRUIS.

Wij aanbidden L\', Christus, en loven U,

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Wie durft Maria van Jesus scheiden? Zie eens, geen oogenblik verliest zij haren Zoon uit het oog. Jesus was steeds haar geluk, hare vreugde, hare liefde, niets kon Jesus hinderen, wat Maria niet kwelde. Ach, hoe werd haar moederlijk hart van droefheid gebroken , toen zij Jesus met moeite zag voortkruipen , zag waggelen en vallen onder het kruis.

O goede Jesus, Gij hebt mij vrijgekocht; om mijnentwille zijt Gij vertrapt en geslagen; om mijnentwille zijt Gij gevallen onder het Kruis! Maar dit alles kostte ook overvloedige tranen aan Maria! Geef dan, dat ik Haar be-minne, die zoo veel om mij heeft geweend.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Ome Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

-ocr page 161-

132

*

IV STATIE.

JESUS ONTMOET ZIJNE BEDROEFDE MOEDER.

Wij aanbidden I), Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Hier ontmoette Maria haren lijdenden Zoon. Niemand vroeg: Wie is die vrouw, die daar in tranen baadt, en waarom heeft eene stomme smart haar overweldigd? Allen, die Maria Kagen, zeiden aanstonds: vZiet, deze is de moeder, ■want nimmer was eene vrouw zoo bedroefdquot;.

O lieve Jesus, met hoeveel medelijden hebt Gij uwe lieve moeder aangezien! In uw lijdend, oog kon men uwe overgroote liefde jegens haar lezen. Zoude ik Haar niet beminnen, die zoo zeer door U wordt bemind? O geef, goede Jesus, dat ik uwe moeder hartelijk liefhebbe.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

-ocr page 162-

133

V STATIE.

SIMON WOEDT GEDWONGEN HET KRTJIS TE DKAGEN.

Wij aanbidden U, Christus, eu loven U

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Met stomme smart ziet Maria, dat er niemand is, die Jesus zijn Kruis wil helpen dragen. O mijn volk, zoo zucht zij, waardoor heeft Jesus uwen haat en uwe onverschilligheid verdiend? Hij heeft uwe bedroefden getroost, uwe zieken genezen, uwe ongelukkigen bijgestaan. Ach, wie heeft u misleid ? O wildet gij maar luisteren naar mijne stem; ik zoude u zooveel van Jesus goedheid en liefde verhalen, dat gij Hem met mij zoudet beminnen.

O lieve Jesus, ik zie uwe moeder in diepe smart over de zonden van haar volk, maar zij vloekt, of beschuldigt de ondankbaren niet; zij blijft eene teedere moeder, die verschoont in hare smarten, en met geduld op de bekeering wacht. Geef, goede Jesus, dat ik steeds mijn toevlucht neme tot Haar, die geen bitterheid kent, en die Gij ons gegeven hebt als toevlucht der zondaren.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

8\'

-ocr page 163-

134

*

VI STATIE.

VEllONICA DROOGT HET AANGEZICHT VAN JESÜS AF.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

O, hoe verheugd was Maria, toen zij bemerkte, dat het hart van Veronica voor Jesus klopte. Het was wel een geringe dienst, dien Veronica bewees, maar het kostte haar toch veel moeite, dat weinige aan Jesus te schenken. Veronica werd bespot, uitgelachen, gescholden door de booze Joden; in de liefde van Jesus en Maria vond zij echter eene honderdvoudige belooning.

O lieve Jesus, ik zie het duidelijk, ik kan U niet liefhebben, zonder het hart van Maria te verkwikken; maar evenmin kan ik Maria liefhebben, zonder U genoegen te geven; geef dan, dat ik Maria beminne.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

-ocr page 164-

135

*

VII STATIE.

JESUS VALT DE TWEEDE MAAL ONDER HET KHUIS.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Met welk eene boosaardigheid wordt Jesus door de Joden bespot, als Hij weder machteloos ter aarde valt! Ach, het hart van Maria is van droefheid overstelpt! Mijn volk, zoo zucht zij, wat heeft mijn Zoon u misdaan , dat gij Hem zoo mishandelt? Maar Maria vloekt de booswichten niet. Men kan haar hart bedroeven, doch niet verbitteren, want haar hart is het hart eener moeder. Zij lijdt in stille smart met haren Jesus, en zij bidt, dat allen zich tot Jesus mogen bekeeren.

O goede Jesus, waarom is het hart uwer moeder zoo goed? waarom hebt Gij haar gemaakt tot eene teedere moeder, die zoo gaarne verschoont en beschermt ? Opdat wij Haar zouden beminnen, die zoozeer door U wordt bemind. Geef dan, lieve Jesus, dat ik Haar liefhebbe.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm TJ onzer. Heer, ontferm ü onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

-ocr page 165-

136

*

YIII STATIE.

JESUS SPREEKT TOT DE WEENENDE VROUWEN,

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw Heilig Kruis^de wereld verlost hebt.

Gedompeld in eene zee van smarten, en met een van droefheid gebroken hart, volgt Maria haren Zoon op den bloedigen Kruisweg. Zij zwijgt; maar hoor de weeklachten en het gesnik der vrouwen, en gij kunt begrijpen, hoe mateloos de smart van Maria was. De angsten des doods hebben haar omgeven j zij doet niets dan weenen. Ach, zoo lang zij leeft, zal Maria aan Jesus\' lijden denken ; nooit zal zij dit vreeselijk uur vergeten.

O goede Jesus, altijd zal Maria denken aan de smarten, die ik haar heb gekost. Zij is dan mijne moeder; geef, dat ik mij dit steeds herinnere.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

i

-ocr page 166-

]37

TX STATIE.

JESUS VALT DE DEUDE MAAL ONDER HET KEUIS.

Wij aanbidden U, Christus en loven U.

Omdat Gij door u\\r Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Jesus valt en hervalt; zijn lijden stijgt tot aan den dood. Wilt gij weten, wat Jesus leed bij zijn derden val, vestig slechts uwe blikken op Maria. Geen slag heeft Jesus ontvangen, waarvan Maria den weerslag niet gevoelde; geen nieuwe smart werd Jesus aangedaan, die niet doordrong in het hart der moeder. Aan het smartelijk gelaat van Maria kon men zien, hoe zeer het lijden van Jesus met nieuwe smarten werd vermeerderd.

O Goede Jesus, hoe innig is Maria met U verbonden. Uwe smart is hare smart; waarom zouden uwe leerlingen ook niet hare kinderen zijn? Zie, Heer Jesus, Gij wilt, dat ik U beminne, geef dan, dat ik ook Haar beminne, want zoo lang ik Maria niet liefheb , behoor ik niet geheel aan U.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

-ocr page 167-

138 *

X STATIE.

JESUS WORDT VAN ZIJNE KLEEDEREN BEROOFD EN MET GAL GELAAFD.

Wij aanbidden TJ, Christus, en loven IJ.

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Zie Jesus daar staan, badende in Zijn bloed; al Zijne wonden zijn opengescheurd, er is geen gezondheid meer in Zijn vleesch. O, wie siddert niet bij zooveel ellende en smart? Maar welk een schouwspel voor Maria!

O goede Jesus, waarom wildet Gij, dat Maria U in dezen ellendigen toestand zoude aanschouwen? Het was immers niet noodig, dat zij U zoo zag lijden? Hadt Gij het maar gewild, zij zoude in dit uur der smart niet op Golgotha zijn geweest — Mijn kind, zoo hoor ik U antwoorden: Ik wilde u Maria tot moeder geven, en zij moest u dus in smarten baren! Geef dan, goede Jesus, dat ik Maria altijd als mijne moeder beminne.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

n\'

|

d

-ocr page 168-

139 *

XI STATIE.

JESUS WOEDT AAN HET KRUIS GENAGELD.

Wij aanbidden ü, Christus en loven U.

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Jesus\' handen en voeten worden met nagelen doorboord. Hoort gij die wreede hamerslagen ? Ook Maria hoort ze; zij siddert en beeft; bij iederen slag steekt en dringt het zwaard der droefheid in haar hart. Wat denkt, wat doet Maria? Zij heft hare roodbeschreide oogen ten hemel, en bidt, zooals Jesus bidt. Den Vader biedt zij haren Zoon, en zegt: O God, uit gehoorzaamheid aan U, en uit liefde tot de men-schen, breng ik U een offer, grooter dan ooit eene moeder gebracht iieeft.

O goede Jesus, zoo zeer heeft Maria de wereld bemind, dat zij gaarne het smartelijkste offer voor ons bracht. Zij zal ons dan nooit vergeten ! Geef, dat wij ook Maria niet vergeten.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

lil

H

ifii

i\' ?! ii \'itf-

-ocr page 169-

140

*

XIT STATIE.

JESUS HANGT EN STERFT AAN HET KEUIS.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Daar staat Maria onder het Kruis. Het is de wil van Jesus, dat zij er staat, en er zooveel smarten lijdt. Jesus wil, dat de moeder zien zal, hoezeer Hij bemint en zegent; dat Maria zien zal, hoe Jesus Zijne armen uitstrekt tot die Hem vloeken. Zij ziet het, en gevoelt tot in het diepst harer ziel, hoe duur wij zijn vrijgekocht. Zij bemint nu de wereld met gren-zelooze liefde; zij heeft een mateloos verlangen naar de zaligheid van hen, voor wie Jesus sterft; zij wordt geheel en al eene teeder bezorgde moeder. Jesus zegt dan ook tot haar: Vrouw, ziedaar uw zoon!

O goede Jesus, Gij hebt mij Maria tot moeder gesteld; geef, dat ik Haar als kind beminne.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

-ocr page 170-

141

*

XIII STATIE.

HET LICHAAM VAN JESUS WOEDT VAN HET KRUIS AFGENOMEN.

Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Aanschouw het gestorven lichaam van Jesus op den schoot van Maria; kniel daar neder; Maria zal u Jesus\' wonden toonen; zij zal u van Jesus\' liefde verhalen. Ziet gij wel, welk eene teedere liefde daar straalt uit haar droevig oog? De wonden van Jesus spreken tot haar hart; iedere wonde zegt tot Maria: Lieve Moeder, uw Jesus heeft de menschen ten einde toe bemind ; wees gij dan ook hunne moeder; wees gij de toevlucht der zondaren, de troosteres der bedrukten, de bijstand der Christenen.

O goede Jesus, ik dank U, dat Gij mij Maria geschonken hebt; geef, dat ik Haar steeds als eene moeder bemiune.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

-ocr page 171-

142

XIV STATIE.

HET LICHAAM VAN JEST\'S WORDT IN EEN NIEUW GllAF BEGKAVEN.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw Heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Jesus wordt in het graf gelegd, en het graf zorgvuldig gesloten. Daar staat nu de arme moeder, even eenzaam en verlaten, als weleer de weduwe van Naïm, die ook haar eemgen zoon verloor. Doch neen , die dit denkt vergist zich. De aarde, die Maria bewandelt, is haar zoo dierbaar, zij is besproeid met het Bloed van haren Zoon; de leerlingen van Jesus zijn haar zoo dierbaar, want zij hehooren aan Jesus, en daarom ook aan haar; voor alle men-schen koestert zij de teederste zorgen, want zij zijn vrijgekocht door het Bloed van Jesus.

Van Golgotha keert zij terug, niet eenzaam en verlaten, maar als eene moeder van duizenden, die allen de grootste behoefte hebben aan hare liefde en zorgen.

O goede Jesus, ik dank Ü, dat Gij ons Maria geschonken hebt; maak, dat ik Haar als eene moeder beminne.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u met kinderlijke gevoelens beminne.

Onze Vader; IVees gegroet; Glorie z\'j.

1

I

-ocr page 172-

143

Ontferm U onzer. Heer, ontferm IJ onzer.

O, God, wees ons, zondaars, genadig.

SLUITGEBED.

Hartelijk dank, lieve Jesus, voor de verlichting die Gij mij op dezen Kruisweg geschonken hebt. Thans zie ik duidelijk, dat ik U niet kan liefhebben, als ik onverschillig jegens uwe moeder ben. Gij hebt mij vrijgekocht door uw H. Bloed, maar Gij hebt gewild dat dit niet zoude geschieden, zonder dat een zwaard van droefheid het hart uwer lieve moeder doorboorde; Gij hebt gewild , dat zij mij onder het Kruis in smarten zoude baren; geef dan, dat ik Haar steeds als moeder eere.

Hartelijk dank, lieve Jesus, dat Gij mij zulk eene teedere, zorgvuldige en verschoonende moeder geschonken hebt; geef, dat ik Haar aanroepe in allen nood; dat ik Haar eere en beminne, als toevlucht der zondaren, als troosteres der bedrukten en bijstand der Christenen; geef, dat ik tot U nadere aan de moederlijke hand van Maria.

O Maria, gij zijt mijne moeder, maak, dat ik u steeds met kinderlijke gevoelens beminne.

Bid vijfmaal: Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.

En nog één Onze Vader; Wees gegroet; en Glorie zij den Vader, tot intentie van Z. 11. den Paus,

-ocr page 173-

144

ROZENKRANS-GEBEDEN.

I. DE GEWONE ROZENKRANS.

f In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.

Ik geloof in God, den Vader Almachtig, Schepper des hemels en der aarde.

En in Jesus Christus, zijnen éénigen Zoon, onzen Heer; — Die ontvangen is van den H. Geest, geboren uit de Maagd Maria; — Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven; — Die nedergedaald is ter helle, ten derden dage verrezen van den dood; — Die opgeklommen is ten hemel, en zit ter rechterhand Gods zijns Vaders Almachtig; — van daar zal Hij komen oor-deelen levenden en dooden.

Ik geloof in den Heiligen Geest; — de Heilige Katholieke Kerk, Gemeenschap der Heiligen; — Vergiffenis der zonden, — Verrijzenis des Vleesches; — En het eeuwig leven. Amen.

Onze Vader, die in de Hemelen zijtl Geheiligd zij uw Naam! Laat toekomen uw Rijk! TJw wil geschiede op aarde als in den Hemel! Geef ons heden ons dagelijksch brood! En ver

geef ons onze onzen schulde ring! Maar ^ Wees gegi Heer is met vrouwen! En Jesus l Heilij ons, zondar dood. Amen.

Glorie 5 den H- Geei Gelijk hel altijd, en dc

1.

le Gehein Onze \\V ees Glorie 2e Geheii 3e u 4e n 5C n

2.

6e Gehei 7e u 8\' n 9e w lO0 ff

-ocr page 174-

145

geef ons onze schulden, gelijk wij ook vergeven onzen schuldenaren! En leid ons niet in bekoring ! Maar verlos ons van den kwade. Amen.

Wees gegroet, Maria, vol van genade! De Heer is met U! Gezegend zijt gij boven alle vrouwen ! En gezegend is de vrucht uws lichaams, Jesus! Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaren, nu en in het uur van onzen dood. Amen. (Driemaal)

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.

Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en door de eeuwen der eeuwen. Amen.

1. DE T BLIJDE GEHEIMEN.

le Geheim: Be Boodschap des Engels,

Onze quot;Vader, enz.

Wees gegroet, enz, (10 maal).

Glorie zij den Vader, enz.

2e Geheim: Tiet Bezoek lij Elisabeth,

3e n Be Geloorie van Christus.

4e // Be Opdracht in den Tempel.

5\' n Be wedervinding in den Tempel.

2. DE V DROEVIGE GEHEIMEN.

6e Geheim: Be Bloetzweeting van Christus.

Be Geeseling van Christus. Be Kroning met doornen. Be Kruisdraging van Christus. Be Kruisiging van Christus.

9

-ocr page 175-

14G

3. DE V GLOKIEDSE GEHEIMEN.

11\'Geheim: De Verrijzenis van Christus. \\2e // De Hemelvaart van Christus, 13« n De zending van den 11. Geest. 14« h De Tenhemelopneming van Maria.

15«= n Be Kroning van Maria.

II. ROZENKRANS.

DER ZEVEN SMARTEN VAN MARIA.

t In den naam des Vaders, enz.

Ik geloof in God den Vader, enz.

(Naar verkiezing.)

P Smart: Bij de voorspelling van Simeon. Onze Vader.

Wees gegroet. (7 maal)

Glorie zij den Vader.

2e Smart: Bij de vlueht naar Egypte. 3e // Bij het 3 dagen zoeken naar Je sus. 4e // Bij de ontmoeting op den Kruisweg, 5e // Bij het staan onder het kruis. 6e // Bij de doorboring van Jesus zijde, en de afneming van het Tends. 7e ?/ Bij Jesus\' begrafenis.

Hierna bidde men nog driemaal \'/Wees gegroetquot;, om de trrnen te vereeren, die Maria gestort heeft, om een oprecht berouw over de zonden te bakomen, en 0:21 deelachtig te worden aan de aflaten, aan het bidden van dezen rozenkrans verbonden.

-ocr page 176-

147

UI. KLEINE ROZENKRANS ter eere der onbevlekte ontvangenis

DER H. MAAGD MARIA.

t In den naam des Vaders, enz Gezegend zij de Heilige en Onbevlekte Ontvangenis der allerzaligste Maagd Maria.

Onze Vader.

Wees gegroet. (4 maal).

Glorie zij den Vader,

Dit zelfde wordt driemaal her aal d.

IV, KLEINE ROZENKRANS

VAN O. L. VROUW VAN HET H. HART, t In den naam des Vaders , enz. Aan de medaille bidt men het schietgebed: Mo je het II. Hart van Jesus alom bemind worden. Aan de groote koraal wordt gebeden:

Zoet Kart van Jet us, ontferm U onzer. Daarna bidt men bij de 3 kleine koralen: Onze-Lieve- Vrouw van het H. Hart, bid voor ons. Hierop volgen drie tientjes.

Bij iedere groote koraal zegt men;

Zoet Hart van Jesus, ontferm U onzer. En bij iedere kleine koraal: Ome-Lieve- Vrouvj van het H. Hart, bid voor ons.

Met het doen van elk dezer drie gebeden is een nfiaat van 100 dagen fe verdienen.

-ocr page 177-

148

GEZANGEN.

i.

AANROEPING VAN DEN H. GEEST.

rh-

onze oogen niet ver-lichten, dan dwalen

-«—»-

Kom heil\'ge Geest, daal in dit uur. Kom heil\'ge

•§-#-0-0—« ï. e

-4-

-F-

Geest, daal in dit uur, in onze harten neêi1: ont

w-

\' \' • c . p|=:

--Ï--

±=È =p _

steek ze in lief - de vuur. Komt gij

^71—*—*—*—*—* *---»1—M1

i—v—v—w-v--m -\\—i _ , , ,

P-----p----«-«-•

-*-1--i--1--h

-ta-v--.--

s—

tequot;- ^

h „ •

wij van \'t ware pad: geen mensch zoo amp;-----------

wijs, dieniet moest zwich-ten, geen mensch zoo

-ocr page 178-

149

wij s, die niet moest zwichten, als Gij aan zijn ver-stand uw licht onttrokken hadt. Kom enz.

iliipa^=ËiÈg^il

De hel al-leen kon niet ons hart ver-mannen, zij riep om hulp de list der wereld aan. En meer dan duizend strikken zijn ge-spannen; Ach! God, help ons op -

:4_

dat wij niet vergaan. Ach! God, help ons, op-

dat wij niet vergaan. Kom enz.

-ocr page 179-

150

±=^z

Üü

:H-S--H—-N1----\'—

Verlicht ons hart door trwer wijsheid

« •

z^z—sfrsf

stralen, Dan missen -wij het ware welzijn ü__

-\\Z-o----é

—s—4-

niet; Dan in de jeugd behoedt Gij ons voor

§zzzzz=.\\;~zb±

dwalen, En redt eenmaal ons van verdriet.

Kom enz.

II.

LIED VOOR DE BEEVAARTREIS.

isz

ffiS=Ë

nh-

:fr

• »

Kom, Pelgrimschaar! ver-heerlijk Haar, Die

=h-

S25

a

-F-

Moeder is en Maagd; Dat lofzang en ge-

ièz

« »

—H

bed zich paar\': Zij is een toevlucht in gevaar. Kom,

-ocr page 180-

151

O\'

Eéi

p

i

De wereld! ... zij spotte vrij.

Uw vromen kinderzin;

De beevaart noem\' zij dweeperij:

Maar dat die smaad u dierbaar zij, Want met Gods Eng\'len eeren wij | ,. De Hemelkoningin. i IS\'

Wie \'t rein gemoed voor smet behoedt,

En leeft naar \'s Heeren woord; Wie zuchtend om het eeuwig goed,

Naar Kevelaar te beévaart spoedt,

Zijn Moeder bidt. zijn zonden boet: Hij keert niet onverhoord.

4

1

his.

Komt, Pelgrims! komt, nu vóór den tocht

Gods zegen afgevraagd;

Dan Kevelaars kapel bezocht.

Die vaak getuige wezen mocht Van wond\'ren, door zijn hand gewrocht, 7 ,. Bij \'t beeld der Moedermaagd. j ls\'

III.

1

li1

LIED OP DE HEENREIZE.

it

145: =d

O heil\'ge Maagd Maria! Wij komen hier te

-ocr page 181-

152

^^-j---1-K-

r r V—

UI—s—4~—

zaam, Om met een hart vol liefde Te

irrPl—

1 ) TT 1

1 \' i 1 # # P ^ \'

é é mmquot;

VU 9 9

—^--1——1—gt;1---1

loven uwen naam. Naar Kevelaar, o

3g2-HTspj---s--Pys--N—I-1------ï-

Moe-der! Trekt onze schare voort: Daar

irrK~

M- -- ÏT -

fr\\y lil ;

, \'i r 1 r

lui—i—J—i—i—i—

--^—W—^——ij—

hebtgij, Troostder droeven! zoo menig beê ver-

|iigjfe|===Ë=--

hoord.

Gij zijt de Koninginne

Van heel het hemelsch hof, En al de zaalge Koren

Bezingen uwen lof;

Bezingen, hoe uw bede

Aan uwen Zoon behaagt, En hoe gij voor uw kin\'dren, Zijn schoonen hemel vraagt.

Gij Toevlucht onzer zielen!

Gij staat den zondaar bij; Gij, Troost in \'t aardsche lijden!

Gij maakt de droeven blij; De dooven, kreup\'len, blinden,

-ocr page 182-

153

Zij hooren, zien en gaan:

Neen, nooit nog, trouwe Moeder! Riep men vergeefs U aan.

Gij, reiner dan de zonne, En blanker dan de maan!

Zie ons, zoo vol van zonden. Zie ons ontfermend aan!

Wij gaan te beêvrart henen Van Zwaag naar Kevelaar:

O, dat uw moederbede Voor onheil ons bewaar.

Wil onze schreden leiden Op onze pelgrimsbaan;

Bied ons en onze beden Uw lieven Jesus aan;

Wil Moeder ons bewaken, Ons leiden aan uw hand,

Dat wij in vrede keeren In \'t dierbaar vaderland.

IV.

LIED TE KE VELAAR.

-N-l-.*—.------N-

-M

| l .j p-.

Weest welkom, Zwaagsc\'

2 öi\'2:—4-—

ie

s-

ieden! in

\'t dierbaar Ke-velaar; Stort lofzang en ge-

-ocr page 183-

154.

r *=

N ». )

—» -

beden, Ge-lijk in vroeger jaar. Zie,

V £ EïEEEgEÉ—

Hoe zoet is \'t, zonder schromen Voor smaad of spotternij,

Lofzingend saam te komen In lange pelgrimsrij!

-[- Zie Moeder, enz

Hoe zoet is \'t hier, te midden Van broed\'ren zonder tal.

Hem openlijk te aanbidden. Die Heer is van \'t heelal! f

Hetzij we in dichte scharen, Bij loflied en gebeên.

Of zwijgend saam vergaren: Ons aller doel is één. -}-

Gods Moeder zalig spreken Tot glorie van haar Zoon;

Haar vragen dat ze ons smeeken Hem aanbiede op Zijn troon. ■]-

Wordt straks door maagdenhanden Ons offer-licht gebracht,

-ocr page 184-

155

\'t Zal Haar ter eere branden, Bij dagen en bij nacht.

Laat luid uw loflied schallen, Der Moedermaagd ter eer:

Het rijst ten welgevallen Van Jesus, onzen Heer. f

Laat ons godvruchtig trekken, Rondom haar bedehuis:

En later d\'optocht rekken Tot aan het Roocle Kruis. -|-

Weest welkom, Zwaagsche leden! In \'t zoete Kevelaar;

Stort lofzang en gebeden,

Gelijk in vroeger jaar. -j-

V.

AAN O. L. Vr. VAN KEVELAAR.

y i 4-r

| 1

-

—O-fc—

__

- • . -- -----

n 5;f

J--1__

Zie

—*--1--1--

Moeder! \'t Zwaag

—i— sche

--1--

---1—H--1—

broedertal U

-1---

--—

*

-p—L-

^ h--i nadertreên met

i-i—----

blij geschal

—1-1 0

Moeder

-V i

. .

—I--

-=i i

1__5S

.-

van barmhartigheid! Wij bidden u, dat

-ocr page 185-

156

^=1^=^=1===== ge ons ge-leidt.

Wij brengen dank, en lof en eer, U, Moeder van den Opperheer! O hoor uw trouwe pelgrimsschaar In \'t U geliefde Keveltar.

Gij, onze hoop en toeverlaat!

Uw beê behoedt voor alle kwaad: Ach, bid bij uwen lieven Zoon, Dat Hij ons gena betoon\'.

O Moeder Gods en altoos Maagd! Gij hebt van eeuwig Hem behaagd; Gij zijt de tent, waar God in rust. Mijn zoete hoop en zielelust.

O Koningin van \'s hemels hof!

Gods Eng\'len zingen daar uw lof: En wij te dezer heil\'ge stee, quot;Wij zingen met hun Koren mee.

Laat Cherubijn en Serafijn De tolken onzer liefde zijn: Wij, zondaars, vallen voor u neêr, O Moeder van den Opperheer!..

Maar toch gij hoort ons pelgrimslied. En smaadt ons lofgestamel niet; Vertoon ons aan uwen lieven Zoon: Gij zijt zoo dicht bij zijnen troon.

-ocr page 186-

157

VI.

MARIA, HULP IN ALLEN NOOD.

(Weinige stemmen;)

M V\' J.-s-J-—J=

Wie kan \'s werelds wee ontvluchten,

zfc

Wie moet niet in tranen zuchten;

i:

Ja! \'t is hier een tranendal, Waar men immer

l=QE

I

-f ca\'

weenen zal: Wie zal ons beschermen? (Men;)

f Pelgrim! laat, laat af van klagen. Ga Maria hulpe vragen En vertrouw: want haar gebed Heeft zoo menigeen gered:

Zij zal u beschermen.

Waar ik wende mijne schreden.

Naar de velden, naar de steden.

Overal is \'t ramp en druk,

Overal is \'t ongeluk:

Wie zal ons beschermen? ■f Pelgrim! enz. als boven.

-ocr page 187-

158

Ginds zijn kreup\'len, lammen, blinden,

Hier is ziekte en pijn te vinden; Werwaarts ik mijne oogen wend, Zie ik anders dan ellend\'?..

Wie zal ons beschermen? -{-

Doet de dood geen tranen vloeien.

En ons tal van jamm\'ren groeien,

Zij \'t ook, dat hij \'t einde ons is Van des levens droefenis:

Wie zal ons beschermen? -j-

Had ik rampen slechts te vreezen.

O \'t zou nog te dragen wezen:

Ach! de duivel briescht ook rond. Dreigt mijn ziel op eiken stond: Wie zal ons beschermen?

Hier door \'t zondig vleesch geprikkeld,

Diiar in oogenlust gewikkeld,

Ginds in \'s levens hoovaardij.

Nimmer van bekoring vrij:

Wie zal ons bescnermen?

Wat, wat stem gebied mij \'t zwijgen?

Zal ik troost en hulpe verkrijgen.

Als ik \'f aan Maria vraag.

Zwijgend bid en niet meer klaag ? Zal zij mij beschermen?

{Allen;)

Ja, gij kunt met vol vertrouwen.

Pelgrims! op haar voorspraak bouwen. Want haar moederlijk gebed Heeft zoo menigeen gered:

Zij zal u beschermen.

-ocr page 188-

159

VII,

SMEEKZANG TOT DE MOEDER DER ZEVEN SMARTEN.

ifeEaEfü-

O gij, droevigste aller vrouwen! Laat ons

Moeder! vol be-trouwen En vol deernis

Ziet ge ons met uw smart bewogen, Heb met ons ook mededoogen;

Hoor, ach hoor uw kind\'ren aan!

Hoor, ons om de eerste smarte. Die u ging door \'t moederharte,

Bij het woord van Simeon ; Hoe doorgriefde u \'t vreeslijk lijden. Dat uw Jesus door moest strijden. Eer Hij dood en hel verwon.

Hoor ons om de tweede smarte, Die u ging door \'t moederharte, Bij den wreeden kinderdood;

Toen gij Bethl\'em hoordet karmen. En gij, met uw Kindje in de armen. Bevend naar Egypte vloodt.

-ocr page 189-

160

Hoor ons om de derde smarte,

Die u ging door \'t moederharte,

Bij \'t verliezen -van uw Kind;

Dat gij eerst na drie lange dagen,

Na veel vragen en veel klagen,

In den tempel wedervindt.

Hoor ons om de vierde smarte,

Die u ging door \'t moederharte,

Toen ge uw Zoon ter dood zaagt gaan; Toen ge\'em onder \'t kruishout hijgend, Afgmarteld, nederzijgend,

Smartlijk \'t oog op u zaagt slaan.

Hoor ons om de vijfde smarte.

Die u ging door \'t moederharte.

Toen gij onder \'t kruishout stondt; Toen gij Jesus, zooveel lijdend,

En den wreeden doodkamp strijdend, Ach, geen laafnis brengen kondt.

Hoor ons om de zesde smarte,

Die u ging door \'t moederharte.

Als reeds alles was volbracht;

Toen ge uw\' Zoon, van \'t kruis genomen, In uwe armen neer zaagt komen,

En aan al uw kind\'ren dacht!

Hoor ons om de laatste smarte.

Die u ging door \'t moederharte,

Als ge uw\' Zoon begraven ziet;

Als gij met betraande oogen,

Diep bewogen, neêrgebogen

Eenzaam, Moeder! \'t graf verliet.

-ocr page 190-

161

Moeder dan der Zeven Smarten!

Trouwe troost der droeve harten,

Sta, o sta uw kind\'ren Lij;

Dat we dragen al de dagen \'s Levens plagen zonder klagen.

Leer ons lijden zooals gij.

Ach, dat ik genezing vonde Van de wonde mijner zonde,

Die ik pleegde keer op keer;

Ach, dat mij uw beê verwerve,

Dat ik leve, dat ik sterve In de liefde van den Heer!

VIII.

\'s HEEREN VIJF WONDEN.

(Kan gezongen worden bij de Kruiswegoefening).

W ij z e: VI.

1. Zing, mijn ziel! het vijftal wonden, Die uw God draagt voor uw zonden, Eens aan \'t kruis bebloed, gehoond. Thans in heerlijkheid gekroond:

Heer! ontferm U onzer.

-|- O Maria, Koninginne,

Moeder Gods en Kruisheldinne!

Gij, die, met uw Zoon gewond,

Onder \'t bloedig kruishout stondt, Bid voor ons, Maria!

2. Weest gegroet dan, vijftal bronnen! Waar het bloed kwam uitgeronnen,

-ocr page 191-

3 62

Dat eens \'s werelds heil beslist En haar schuld heeft uitgewischt:

Heer! ontferm U onzer, -j- O Maria, enz.

3. \'k Zie, o Jesus! hoe Ge uwe armen Tot mij uitbreidt in erbarmen,

Dat ik, zondaar, vol van rouw,

Trouwvol tot U vluchten zou.

Heer! ontferm ü onzer. -[■

4. \'k Zie uw handen openscheuren,

Heel het wicht uws lichaams beuren, Opgezwollen, uitgerekt,....

Mij, ja mij nog toegestrekt!

5. Goede Jesus! laat mij groeten Uw zoo diep doorboorde voeten.

Ach hoe zwollen zij niet op quot;Van den wreeden hamerklop! -j-

6. Als de hand U niet kon dragen,

Moest de voet uw lichaam schragen. Ach hoe vlijmend was dan \'t wee Dat uw scheurend vleesch doorsnee, -j-

7. Wees gegroet, doorstoken borste, Hartewond, waar ik naar dorste.

Gij, o teed\'re Pelikaan!

Biedt uw bloed ter laving aan. -j-

8. Open zij\'! voor mij doorstooten,

Waaruit bloed en water vloten,

\'k Ving reeds zoeten drop bij drop Uit uw heü\'ge bronwel op.

-ocr page 192-

163

9. Mocht ik dieper nog doorgronden \'t Eindloos lijden al dier wonden; Maatloos als uw boezempijn,

Jesus! moest mijn liefde zijn. •]-

10. Goede Jesus! door uw wonden, Zuiver mij van al mijn zonden, Handen, voeten, open zij\'!

Vijftal bronnen! heiligt mij. -}-

11. Waarom, Heer! ik mag \'t U vragen. De aardsche wonden nog gedragen. Nu Gij in uw rijksgebied

Reeds de gloriekroon geniet?., -j-

12. \'t Is, opdat de zaalge kringen Heer, uw zegepraal bezingen.

En Gij voor het zondig kind.

Bij uw Vader genade vindt, f

13. Laat nog eenmaal mij u groeten, Dierb\'re handen, dierb\'re voeten, Open wond van \'s Heeren zij\'! Heiligt, heiligt, heiligt mij! -J-

14. Lof zij God in drie Personen,

Lof zij Hem wien doornen kronen. En het vijftal wonden draagt;

Lof zij ook de Moedermaagd, -j-

-ocr page 193-

164

IX.

SMEEKLIED VOOR DE OVERLEDENEN. Wijze: VI.

Uit de diepe boetekolken,

Dringt de weeklacht naar de wolken Al der dooden, die dit uur Lijden in het Vagevuur:

Heer! ontferm U hunner.

En gij, Moeder der genade!

Sla hun smartlijk zuchten gade,

Ach, wil hun ten toevlucht zijn In hun onuiUpreehVre pijn:

Bid voor hen, Maria l

Aan des levens leed ontheven,

Is aan \'t lichaam rust gegeven;

Maar de ziel! zij rust niet eer Voor zij opgaat tot den Heer:

Heer! ontferm U hunner, -j- En gij, Moeder, enz.

Uit Gods ademing ontsproten,

Uit zijn leven voortgevloten,

Is voor haar geen heilgenot Dan in \'t blij bezit van God;

Heer! ontferm U hunner. -|-

AYat al smart de ziel ook drage,

Hoe de wroeging rustloos knage:

Verre van haar God te zijn Is haar de allerfelste pijn!

Heer! ontferm U hunner.

-ocr page 194-

165

Hoe doorfolterd ook van binnen, God toch, God alléén beminnen En Hem derven !... wat gremis!... Groot, ach! als Gods glorie is:

Heer! ontferm U hunner. -|-

Of zij zuchten, smeeken, kermen. Rustloos roepen om ontfermen.

Neen! het baat bij Gods gemis, \'t Baat hun tot geen lafenis :

Heer! ontferm ü hunner. -J-

Zij dan, in hun onvermogen,

Klagen ons met smeekende oogen: «Wist gij, die op aarde zijt,

«Wist gij, wat een ziel hier lijdt! » Heer! ontferm U hunner. -|-

Zij, ach! die zoo droevig klagen,

\'t Zijn onze ouders, kind\'ren, magen, \'t Is een ziel, — ach wat verwijt! — Die door ons die smarten lijdt!... Heer! ontferm U hunner.

Wil, genadig God ! vergeven Wat zij tegen U misdreven.

Eindig, eindig hunne straf,

Wisch hun laatste smetten af:

Heer! ontferm U hunner.

Laat hen, die toch U beminden.

Laat hen nu ontferming vinden:

Om het lijden van uw Zoon,

Geef hun \'t langverbeide loon:

Heer! ontferm U hunner.

10

-ocr page 195-

166

Geef hun, die in kerkernachten Naar uw vaderblik versmachten,

Geef hun in uw aangezicht De eeuw\'ge rust en \'t eeuwig licht: Heer! ontferm U hunner. -|-

X.

PELGRIMS-AVONDLIED.

zt

- t r

W ë \'

1 1

TT\' 1 ïïquot;

\'t blauw van \'s hemels bogen, Ziet gij

quot;F

g gjiE1

als met mede-doogen. Goedige avondster! ons

i

aan. Goedi-ge avondster! ons aan.

Vriendlijk straalt gij altijd neder. Of \'t een blik is, zoet en teeder. Dien een Moeder altijd weder Op ons kindertal laat gaan.

Dooft de vreugdezon haar stralen, Zien wij d\' avond om ons dalen,

-ocr page 196-

167

Gi] gedoogt niet, dat wij d-vvalen,

Trouwe Ster! gij toont uw licht: \'t Is ons in ons pelgrimsleven,

Van den lijdensnacht omgeven,

Als een straal, die uit komt zweven Van M a r i a\'s aangezicht.

Zal het laatste licht ons stralen, \'s Levens avond voor ons dalen, \'t Brekend oog in nacht gaan dwalen:

Hemel ster! blijf voor ons staan; In den doodsnacht, vol verschrikken, Wil ons. Moeder! met uw blikken. Vol van liefde en licht, verkwikken; Wenk ons, tot u op te gaan!

XI.

UITNOODIG1NG TOT MARIA\'S LOF.

-i——i-Lj—i—]—i-b 113

Komt, spoedt u! komt Ma-ri - a prijzen;

i=F=fi-^-h=

Zij is zoo groot; Met snaar en stem haar

EEË

eer be-wijzen. Tot aan den dood. Broeders,

----

r~t r

--

-0

^ J1-

i-=- «

Zusters! zwijgt nu niet. Zwijgt Ma-ri-a\'s

-ocr page 197-

168

lied, Weest ge-groet Ma-ri - a.

Lokt uit uw speeltuig zoete klanken!

Zij is zoo goed;

En laat uw stem haar zingend danken, Met blij gemoed.

Broeders, Zusters! enz. als hoven.

Vlecht, maagden! om Maria te eeren Een leliekrans;

Eens moge uw leliewit verkeeren In hemelglans. -}-

O moeders! reeds uw zuigelingen Zijn haar gewijd:

Vrij moogt gij hare zorg bezingen: Zij waakt altijd, -j-

Gij, vaders! hoe vermoeid van \'t zwoegen. Zingt haar ter eer;

\'t Wordt ofïerand en zielsgenoegen: quot;Wat wilt gij meer?

Gij jong\'ling I wijd uw schoonste jaren Aan deze Maagd:

Zij redt uw onschuld uit gevaren,

Zoo gij \'t haar vraagt. -J-

-ocr page 198-

] 69

Als de ochtendzonne met haar stralen In \'t Oosten glimt;

Zij hoore hoe tot haar drie malen Het «Ave» klimt, -j-

En spreidt de middagzon in \'t Zuiden Haar glans en gloed,

Weer moet de bedeklok dan luiden Het «Wees gegroet».

Zinkt weer het licht in \'t Westen neder En daalt de nacht,

De «Engelgroet» verkonde weder Maria\'s macht. -}-

Wij, op deze aarde vreemdelingen Gaan bevend voort;

Zij leidt ons, die haar liefde zingen Naar \'t vaderoord. -]-

XII.

AFSCHEIDSLIED TE KEVELAAR.

-i—f--hl1—i--h

—I=:

—pi—S--

W* Jr^- -5°

Vaarwel, vaarwel, wij

Hi)--i—rt--r|—n-

sche

r m •--

den. Vaar-

jsd:__

wel, o Ke - velaar! Kon zij

4—r*—t——r

hier langer bei-

-Elt=E -Q

den, Nog bleef de pel - grimsschaar. Maar,

-ocr page 199-

170

■H

=--\'-, «—«-F--■ —

Moedor Gods! blijf gij Uw Zwaagsche pelgrims

-5---1-1quot;)——i—h

j.......i

_ r -1

R—* •

bij. Maar, Moeder Gods! blijf gij Uw Zwaagsche

Ofschoon wij huiswaarts streven, Wij laten \'t harte daar:

Zoo zoet is \'t ons te leven In \'t vriendlijk Kevelaar.

Maar Moeder Gods! enz.

O mocht hij, wie vermeten Durft spotten met ons lied,

O mochte hij eens welen. Wat daar de ziel geniet. -{-

Wij zullen \'t luid verkonden. Te huis teruggekeerd,

Hoe daar uit duizend monden Gods Moeder wordt vereerd.

Door onze tempeldreven Weerklinke \'t pelgrimslied;

En neen, zoolang wij leven, Zwijge onze lofzang niet. -j-

Moge aller hart ontgloeien, Maria! in uw min.

I

-ocr page 200-

171

De godsvrucht tot U blceien In \'t Christen huisgezin!

Vaarwel, vaarwel, wij scheiden,

0 dierbaar Kevel aar!

Moog God ons hier weer leiden Te beêvaart, \'t ander jaar!

En, Moeder Gods! blijf gij,

Blijf uwe pelgrims bij.

XIII.

LAATST PELGRIMSLIED.

1: i-

i i J4 t t t-\'-

4 Ö é

•- * ± quot; quot; #h:

Wees nog eens, o Kruis! gegroet, Zielver-

-0 •

it

kwikkend hefde-teeken! Dat be-sproeid met

ti

godd\'lijk bloed. Nog voor ons ge-na blijft

-r---

smeeken: Troostend zijt ge ons voorgegaan.

:p-tz

%

4

i- » gt; -r - —HS

—,1--»

t

t=£=

Wees gegroet, o ze-gevaan! Troostend zijt ge ons

-ocr page 201-

172

Weest aan \'1 eind van onzen tocht, Weest gegroet, geliefde vanen!

\'k Heb zoo vaak het beeld gezocht, Dat er wegdook in nw banen.

\'t Vriendlijk beeld, dat ons behaagt, Van de lieve Moedermaagd.

O die zoete bedevaart!

O die zangen, en dat smeeken!

Dat ons ophief boven de aard\', \'t Smart ons dat wij \'t onderbreken.. Dat hier de optocht zich ontbindt En ik straks de wereld vind.

quot;Wachten \'s werelds zorgen weer, Dreige weer \'t geweld der zonden:

Gij, o Moeder van den Heer!

Is de beêvaart ook ontbonden.

Waar de pelgrimsschare zij. Gij toch blijft uw kind\'ren bij.

Broeders! neen, \'t ontga ons niet: Pelgrims zijn we heel ons leven, Hij, die \'s hemels rust u biedt, Heeft als vreemdling hier verbleven: Goddelijke Pelgrim ! Gij,

Blijf ons, aardsche Pelgrims, bij!

-ocr page 202-

173

XIV.

AKTEN VAN GELOOF, HOOP, LIEFDE EN BEROUW.

AKTE VAN GELOOF.

i=rt

-!—1 ,

piiJ

Ik gel

Jjr-j-i—r

h—

Dofenz

3 * # J

il gelooven,

Fi...... I-

\'• -,4

Wat Gods

——

ierk,ver-

rf- ^

licht var

P-# «

boven

• -O- -#• 1

Voorstelt als ge - o-]

\'#T

)cnbaard.

5

—r tquot;

E sr

Gij, mijn God! Gij kunt

H- H h

\' • - J

niet falen.

io1-En Uw

(CV) o\'-—o—

Kerk kan nimr

É , .F—^

ner dwalen

r —t

Naar Gij zelf ons

hebt verklaard.

U belijd ik, nooit volprezen Drie Personen, één in Wezen,

God de Vader, Geest en Zoon! God de Zoon kwam tot ons neder, Stierf, verrees en keert eens weder, \'t Kwaad ten straf, en \'t goed ten loon.

-ocr page 203-

172

voorgegaan, Wees gegroet, o ze - gevaan.

Weest aan \'l eind van onzen tocht, Weest gegroet, geliefde vanen!

\'k Heb zoo vaak het beeld gezocht, Dat er wegdook in uw banen.

\'t Vriendlijk beeld, dat ons behaagt, Van de lieve Moedermaagd.

O die zoete bedevaart!

O die zangen, en dat smeeken!

Dat ons ophief boven de aard\', \'t Smart ons dat wij \'t onderbreken. Dat hier de optocht zich ontbindt En ik straks de wereld vind.

Wachten \'s werelds zorgen weer, Dreige weer \'t geweld der zonden;

Gij, o Moeder van den Heer!

Is de beêvaart ook ontbonden.

Waar de pelgrimsschare zij.

Gij toch blijft uw kind\'ren bij.

Broeders! neen, \'t ontga ons niet; Pelgrims zijn we heel ons leven,

Hij, die \'s hemels rust u biedt.

Heeft als vreemdling hier verbleven; Goddelijke Pelgrim 1 Gij,

Blijf ons, aardsche Pelgrims, bij!

-ocr page 204-

173

XIV.

AKTEN VAN GELOOF, HOOP, LIEFDE EN BEROUW.

AKTE quot;VAN GELOOF.

j i—i-\'-amp;■ -»■

Ik geloof en zal gelooven, Wat Gods Kerk, ver-

±4

licht van boven, Voorstelt als ge - o-penbaard.

li

$

*

£

J

-O-*-!—*-

I

£

Gij, mijn God! Gij kunt niet falen. En Uw

i

Kerk kan nimmer dwalen. Naar Gij zelf ons

-=—* _

hebt verklaard.

U belijd ik, nooit volprezen Drie Personen, één in Wezen,

God de Vader, Geest en Zoon! God de Zoon kwam tot ons neder. Stierf, verrees en keert eens weder, \'t Kwaad ten straf, en \'t goed ten loon.

ij

i

-ocr page 205-

174-

AKTE VAN HOOP.

Vader! \'k hoop, dat Ge ons zult geven, Om uw Zoon, het eeuwig leven.

Met al \'t geen ons heil vervult; \'k Hoop het vast, daar Gij, almogend, Goed, getrouw en mededoogend, \'t Geven kunt, en wilt, en zult.

AKTE VAN LIEFDE.

Heer! ik wil uit hart en zinnen U steeds bovenal beminnen,

Want Gij zijt het Opperst Goed; En om U bemin ik allen.

Die ik, naar uw welgevallen.

Als mij zelv\' beminnen moet.

AKTE VAN BEROUW.

God van goedheid! heel mijn harte Is vol rouw en boetesmarte,

Om al \'t kwaad door mij begaan; \'k Wil het U ter liefde haten.

Nooit, o nooit U meer verlaten: Neem mij in ontferming aan!

XV.

AAN JESUS EER!

Aan Jesus eer zoo stijge ons dankbaar

-ocr page 206-

175

3S

0 0 s quot;■--

aarde en hemel heer o zoete naam dien ik

-\'-L=i

m

ér»-

nimmer kan spre - ken Of\'k voel te

Ël

feller in liefde me ont - ste- ken aan Jesus

rfi-5--- • --—i--7-

eer aan Je - sus eer.

Aan Jesus eer!

\'t Is \'t lied der christenscharen. Aan Jesus eer! Hem onzen God en Heer, Die al wie trouw om Hem henen vergaren, Trouw in den strijd voor zijn naam zal bewaren, Aan Jesus eer! Aan Jesus eer!

Aan Jesus eer!

Mag ook de zondaar zuchten, Aan Jesus eer! roept hij rouwmoedig weer;

m- » m

-ocr page 207-

176

De boetling, neen, heeft zijn wraak niet te duchten. Hij heeft alleen in zijne armen te vluchten, Aan Jesus eer! Aan Jesus eer!

Aan Jesus eer!

\'t Is \'t lied van \'t zielsvestrouwen, Aan Jesus eer! zoo roepen we immer weer; Hoe langer toch wij zijn wonden beschouwen, Hoe meer ons ook onze zonden berouwen; Aan Jesus eer! Aan Jesus eer!

Aan Jesus eer!

\'t Is \'t lied der hemelzalen.

Aan Jesus eer! is\'t lied van\'t Eng\'lenheer; Dat moet heel de aard\' alle tongen en talen, Dat al wat is door alle eeuwen herhalen, Aan Jesus eer! Aan Jesus eer!

Aan Jesus eer!

Nog eens het aangeheven.

Aan Jesus eer! en immer immer meer ! Aan Hem alléén zij van nu af ons leven, Aan Hem gehéél ons ten offer gegeven! Aan Jesus eer! Aan Jesus eer!

Aan Jesus eer!

Zoo blijve ons danklied stroomen. Aan Jesus eer ! voor eeuwig onzen Heer! Hij zelf heeft ons tot de zijnen genomen. Hij is als spijze in ons harte gekomen! Aan Jesus eer! Aan Jesus eer!

-ocr page 208-

177

XVI.

JUBELZANG AAN JESUS\' H. HART.

3=^

ü

-Jtzhz

* a

Lof en glorie al-ler wege rij ze aan

$

^----!quot;

-N—

Jesus hart vol min stroome uw

N TJ

ju-bel-zang Hem tegen aardsch en

P=

ZJzéi

Sd-m.-é-

Hemelsch Godsge - zin met het loflied opge-

stegen van ons aller Koning- in met het

fi

ai-

lof - lied op - ge - ste-gen van

Eï—j=E

al - Ier Koning - in.

-Nir-

-N--!

gi

—K—N-

0*0-

ons

-4~-

-ocr page 209-

178

Snoode moedwil durft Hem honen,

Randt zijne eeuw\'ge Godheid aan: Wil in Leo Hem onttronen,

En zijn zetel nederslaan,

Hem nog eens met doornen kronen, Hem met Judas weer verraamp;n.

\'t Ongeloof wil \'t Hart weer wonden,

Dat van louter liefde brandt. En door duizend, duizend monden,

Opgespard naar allen kant, \'t Zielverpestend woord verkonden, Dat geloof en onschuld bant.

Jesus\' Har t, ja, wil men treffen In de Hem zoo dierb\'re jeugd; Hoor die helstem zich verheffen: Weg nu met geloof en deugd! Weg met alle plichtbeseffen! ..

Enkel, enkel zingeneugt!

Wij dan, wij, en wie gelooven,

Jub\'len Jesus\' Hart ter eer;

Maar de beê stijge ook naar boven,

Brandend, vlammend immer meer: Jesus! wie uw glorie rooven,

Om uw Hart, erbarming, Heer!

-ocr page 210-

179

XVII.

HET H. HART VAN JESUS TER EERE. VV ij z e: IV.

Voor Jesus\' Harte zinge Mijn ziel in mingeneugt,

Roor alle wolken dringe De luide toon der vreugd.

quot;f* Mijn hart blijft Jesus minnen.

k Zal and\'ren voor Hem winnen; O Jesus, o Jesus, Heer! aan U mijn hart!

O H a r t, voor mij gebroken

Uit louter liefdepijn,

Om mijne schuld doorstoken,

Moogt gij mijn Redder zijn.

■}quot; Mijn hart, enz. als hoven.

Uit breede Hartkwetsure

Sprong water uit, en bloed; Hoe rijk stroomt sinds die ure, Ons uw genadevloed, f

Heer Jesus, ééne bede,

Slechts ééne, gun ze mij,

Ruim mij een zoete stede In uw doorboorde zij\'. •]-

-ocr page 211-

180

Dan wordt ik, naar de trekken Die \'k in uw H a r t bemin, Zachtmoedig, rein van vlekken. En nederig van zin. •]-

Verschuilend in uw Wonde,

Vind ik mijn zielerust; In zoete en bittre stonde

Veracht ik \'s werelds lust. f

En als mij de oogen breken.

Zich sluitend voor den schijn, Wil ik nog stervend spreken; Heer Jesus, eeuwig mijn. y

XVIII.

TOEWIJDING AAN JESUS\' H. HART.

fa-—

:• ö: —**-----1

Pi-us Negen heeft ge - sproken zeetiend

—, ^----

W * \' i

--, ----V--V--

op Sint Pe-trus rots, wi;,dt U

-ocr page 212-

181

aan het wreed door - stoken, \'tzoet ge-

mm

opend Harte Gods. Godlijk Harte, vreugd en

;è=ès

lijden, heel ons harte, heel ons lot, al-les

alles U te -wijden is ons zaligst zielsge - not.

Hart van Jesus! liefde en leven,

Ziel en lichaam, goed en bloed,

Zie, wij komen alles geven,

U ter eere, ons hoogste Goed!

Ach, vermochten we ook te geven Aller hart aan U, o Heer;

Aller harten die nog bleven Blind, gevoelloos voor die eer!

Heer! begrepen alle harten,

Kind\'ren van uw reine Bruid,

Welk een zegen, zonder smarten.

Zulk een offer in zich sluit!

Hart van Jesus! hoog in glorie,

Hoor ons, neem ons offer aan;

En verleen ons uw victorie.

Daar voor U wij strijden gaan.

• •

11

-ocr page 213-

182

Hart van Jesus, Gloriezonne!

Licht ons voor, stort zegen neer, Tot wij eens ter Liefdebronne

Rusten aan uw Hart, o Heer! Pius negen heeft gesproken, en-.

XIX.

DE VERSMADE LIEFDE.

Gij hebt mij lief, o Heer, En smacht naar wederliefde;

En of mijn schuld U keer op keer Het teeder Hart doorgriefde:

Geen zee van smarten bluscht de vlam Van Uwe liefde, o Godlijk Lam!

Gij rust op ons altaar,

Schier dag en nacht verlaten! En valt die eenzaamheid U zwaar, En kent Ge er, die U haten: Gij blijft: geen ondank bluscht de vlam Van Üwe liefde, o Godlijk Lam!

En of het hoonlied schalt:

amp; Hier is Hij niet, uw Koning,

cc\' tls brood, waarvoor gij nedervalt.; cc Daar boven is Zijn woning!quot; Gij blijft: geen spotter bluscht de vlam Van Uwe liefde, o Godlijk Lam.

Gij blijft, schoon niemand daagt, Om liefde\'s disch te deelen;

En of \'t doorwonde Harte klaagt Bij d\' ondank van zoo velen:

-ocr page 214-

183

Gij blijft: geen koelheid bluscht de vlam Van Uwe liefde, o Godlijk Lam.

I Vergeten en gehoond, Vergeten en gehoond,

Of in een ziel ontvangen Waar Satan meester is en troont, Blijft Gij naar ons verlangen;

Geen heiligschennis dooft de vlam Van Uwe liefde, o Godlijk Lam.

Versmade Majesteit Te lang miskende minnaar!

In aller eeuwen eeuwigheid Blijft Gij, o God, verwinnaar Doch, o, vertere ons hier de vlam Van Uwe liefde, o Godlijk Lam.

-NH

XX.

TOT HET H. HART VAN JESUS.

•—,

Laten wij ons neder - buigen, werpen

we ons in \'t stof ter neer, om ons liefde te be-

ZM

tuigen \'t Hart van Jesus onzen Heer. Hart van

-ocr page 215-

184.

® 3

---*—0-00—

~J—v r » J. *

onuifspreekbre waarde, levensbron en hoogste

---K--Sr-

•• •

—1—----K-

schat, Dat voor ballingen op aar-de o-ver

-G---------1 J. h m

vloed van troost be-vat. Dat voor ballingen op

aar-de over - vloed van troost be - vat.

Hart van Jesus, vol van liefde

Dat aan \'t kruis ons harte won Toen U \'t schriklijkst leed doorgriefde.

Dat een Godmensch lijden kon.

Hart, dat door een lans geopend,

Altijd voor ons openstaat.

En voor allen op U hopend Steun hun zijt en toeverlaat.

Hart, zoo minzaam en zoo teeder,

Neédrig en oneindig groot!

Zie met mededoogen neder

Op ons, armen, gansch ontbloot: Wil ons hart naar \'t Uwe vormen, Toonbeeld van volmaakte deugd. Om met U na \'s levens stormen.

Saam te zijn in hooger vreagd.

-ocr page 216-

185

XXL

HET SCAPULIER VAN JESUS\' HART. Wijze: III.

Mijn borst prijkt met debeelt\'nis

Van Jesus\' heilig Hart;

\'k Krijg lessen vol geheim\'nis.

En hulp bij zielesmart!

f Getrouw blijf ik u dragen

O scapulier, mij zoet!

Gij zegt mij, wat ik vragen,

En, hoe ik strijden moei.

Het bloedig Hart geteekend

Op wolle, blank en fijn.

Verbeeldt ons wondersprekend, Hoe rein ons hart moet zijn. Getrouw blijf ik, enz.

De vlammen die \'t omstralen

In wonder liefdegloed,

Doen is ons harte dalen

De liefde, lust en moed.

Getrouw blijf ik, ens.

Het kruis, daarop verheven

Als op zijn glorietroon.

Wekt in ons hart het leven.

Door \'t leven van Gods Zoon. Getrouw blijf ik, enz.

De Doornen om dat Harte Niet scherp, maar heerlijk thans,

-ocr page 217-

186

Zij toonen \'t hart in smarte-Tot loon den lauwerkrans

Getrouw blijf ik, enz.

De Wond, voor eeuwig open, Als rust- en vredegrot,

Hoe veel doet ze ons verhopen Van \'t heilig Hart van God.

Getrouw blijf ik, enz.

Het Bijschrift zegt,\'k moet smeeken: Laat komen, Heer, uw rijk !

En in bekoring spreken;

Laat af, gij Satan, wijk!

Getrouw blijf ik, enz.

Zoo is in vreugd en lijden Gods Hart de gloriezon,

Ons harteschild bij \'t strijden,

lïij smart de liel\'debron.

Getrouw blijf ik, enz.

XXII.

LIEFDEGROET AAN DE H. MAAGD.

zst:

=\\=i-

Wij groeten U, o zui-vre Maagd! Door

wie ons \'t heillicht is ge-daagd; Wij groeten

-ocr page 218-

187

=1-1 quot;

i~t

--Uj-J-

-h=ö

W- -

U op

uwen

troon, o

---0

Moeder

van Gods

een\'gen Zoon.

Gij, oorzaak onzer zielevreugd,

Wier komst heel de aarde heeft verheugd, Ontvang uit kinderlijk gemoed, O Moeder! onzen liefdegroet.

Gij zijt die onbevlekte Maagd,

Wier moederheê aan God behaagt; Die, alverwinnend in den strijd. Der Kerk een trouwe toevlucht zijt.

Beveel ons aan uw godlijk Kind, Dat ons ten eind\' toe heeft bemind, Dal in den smartelijksten dood Voor ons zijn laatste Bloed vergoot.

Gij, Toevlucht der verloren ziel Die jammerlijk van God verviel, O Troosteres in allen nood!

Gij redt ons uit den eeuw\'gen dood.

O Hulp van \'t Christelijk gezin, Gij aller Heil\'gen Koningin! Ach. loon in onzen jongsten strijd, Dat gij ons aller Moeder zijt!

-ocr page 219-

188

Gegroet, Gods Dochter, op uw troon! Gij, Moeder van Gods eeuw\'gen Zoon ! Gij, Bruid van God den Heil\'gen Geest! Die vóór en na zijl Maagd geweest!

XXIII.

jhl/ra ■ -\\

---1--

—^—i—i

_J_——4_

bS- \' 3

Komt hef-fen wij een loflied aan, Luid

-i-

klimm\' het op van de aard\'. Tot

j=i-

voor den troon waar d\'englen staan: \'t Zij

-v ^

—o—i—f-

--N--

met hun lied ge-paard. Wij zingen op den

-/•—ï-~

r

toon van \'t stof. En knielen voor U

HULDE EN BEDE AAN MARIA.

li:

•—#

I

M—*

neer. Wij staam\'len dankbaar uwen lof\', o

-ocr page 220-

189

7^~rr—-•

p f M

Moeder van den Heer.

Uw ootmoed was zoo gadeloos,

Zoo minlijk in Gods oog,

Dat u zijn Zoon tot Moeder koos

En neerkwam van omhoog; O Morgenster der zaligheid!

Hij daalde op aarde neer,

De Redder eeuwenlang verbeid, O Moeder van den Heer! {bis.)

Hoe lieflijk klonk der Eng\'len toon

Voor de eerste maal op aard\',

Toen Gij, o zuiv\'re Maagd! Gods Zoon

In Bethl\'hem hebt gebaard; Het hemelkoor juichte in ons lot

En daalde om \'t kribje neer;

Het zag — een mensch geworden God! U — Moeder van den Heer! {bis.)

Wij roepen nóg met heel de Kerk

Door de eeuwen heen u aan:

Heeft Jesus \'t eerste wonderwerk

Niet op uw beê gedaan?

Ach, zie beschermend van omhoog

Hier op uw kind\'ren neer.

Aanschouw ons met meedoogend oog, O Moeder van den Heer! {bis.)

Ach, Moeder van barmhartigheid!

Onttrek uw hulp ons niet;

Als ons de wereld lokt en vleit En gij ons wank\'len ziet;

11*

-ocr page 221-

190

Als Satan ons zijn strikken zet,

Door wellust, goud of eer:

Ach, dat uw voorspraak ons dan redd\', O Moeder van den Heer! (bis.)

Wanneer behoefte ons dreigt of drukt,

Of ramp bij ramp ons slaat;

Als wat we ook pogen wreed mislukt,

Ons alle hoop vergaat;

Als ons deze aard\' geen troost meer biedt,

Zie gij dan op ons neer.

En weiger ons uw hulp toch niet, O Moeder van den Heer! (bis.)

Als \'t albeslissend sterfuur slaat,

En \'s levens licht verdwijnt Voor de eeuwigheid, die open gaat

En aan de ziel verschijnt:

Ach, dat ik dan mijn brekend oog.

Mijn Moeder! tot u keer,

Uw zoeten blik ontmoete omhoog, O Moeder van den Heer! {bis.)

Mai \'1 En I

Mai

gt;1

De

• •

XXIV. AAN MARIA EER!

Ma-ria eer ! wat liefde en luister menglen

m

zich in dit hart, van alle smet-ten vrij!

-ocr page 222-

191

H

±jt3t±JÈZ

Ma-ria eer! U Koningin der Englen,

-J-

i

4r

i

• .

U Moeder vol ge-na, U zingen wij.

=j:

Ma-ri-a Moe-der, Ach hoor uw kind.

h

fZÉZ

:F

Eer aan Ma-ria , die ons zoo teer be-mint.

Maria eer! Komt, laat ons nederknielen.

Ze is Dochter Gods, Gods Moeder, Godes Bruid; Maria eer! De toevlucht onzer zielen;

Door hare hand stort God zijn gunsten uit. Maria, Moeder!

Maria eer! Zou ik haar ooit vergelen?

\'k Zonk liever neer in \'t immer-zwijgend graf; En zou ik eens geen dankbaar kind meer heeten: Breek liever dan, o God! mijn dagen af. -j- Maria, Moeder! ews.

Maria eer! Zoo \'k in haar liefde leve, [ducht;

\'k Ben, als haar kind, voor kwaad noch dood be-De laatste klank, die van mijn lippen zweve, Zij, Moeder! nog een teed\'re liefdezucht, -j- Maria, Moeder! enz.

i

£

-ocr page 223-

192

XXV.

MARIA 1 WEES GEGROET.

{Allen.)

Maria! wees gegroet, Maria! wees gegroet.

(Eenigen.)

Gegroet een tweede maal. Nog duizend, duizendmaal:

Gegroet oneindigmaal Door alle tong en taal:

Van eiken Serafijn,

Van eiken Cherubijn:

Van heel het Eng\'lenkoor, Het klink\' den hemel door:

En met het hemelhof.

Paar\' heel deze aard\' haar lof

En al haar stemgeluid Roepe onverpoosd het uit:

Van alle stroomgebied Weerklink\' het zoete lied:

De wijde wereldzee Herhaal\' van reê tot reê:

Met al dat lofgezang.

Roep ik mijn leven lang:

Ik roep in allen nood,

In \'t uur nog van mijn dood:

En eens in \'s hemels woon Juich ik nabij uw troon:

-ocr page 224-

193

XXVI.

LIED OP MARIA\'S NAAM.

) N \' i ^ J .... ti. | t1\'

Ma- ria\'s naam, die \'t hart verblijdt, zij n li 1 S . ...

y ff-é-J--K-

A—J3- -P—

—*—•—«-é-

dit ons dankbaar

ntt , n k

lied gewijd: Haar —i-----

U --K -J

Moedernaam zoo z - -i

• * »-

oet, zoo groot, is

tl 1 | 1 1 7 tt —m.—«•»—------

ons een troost in al - len nood.

Ach! bij uw moedernaam zoo zoet, Wij bidden u, dat ge ons behoedt;

Gij, die de heislang hebt verplet,

Gij zijt het die uw kind\'ren redt.

Roep ik tot u in zielsverdriet.

Neen Moeder! gij verstoot mij niet:

Gij ziet ons uit den hemel aan. En ongetroost laat ge ons niet gaan.

In allen nood, tot in den dood Weerklinkt uw naam, zoo zoet, zoo groot: Wie weet niet, dat gij \'t kind aanschouwt, Dat op uw moedernaam vertrouwt.

-ocr page 225-

194

Ach, zegen dan dees kinderschaar,

Hier zingend, biddend bij elkaar; Aan u, wier naam ons hart verblijdt. Zij dit ons dankbaar lied gewijd.

XXVII. MEIMAAND-LIED.

Wijze; X.

Heuvels, bosschen, veld en dalen, Vloeden! wilt den lof herhalen. En den luister, niet te malen.

Dien Maria\'s naam omsluit, (his.)

Beekjes! met het zacht geklater Van uw zilverhelder water, Vogelkoor! met zoet geschater.

Roept Maria\'s glorie uit. {bis.)

Zingt de Moeder, Koninginne,

Zingt de Maagd en Rijksvorstinne, Zingt de trouwe Kruisheldinne,

Die haar Kind ten offer gaf. {Ins.)

Onder Juda\'s maagdentallen.

Was zij ned\'rig boven allen,

En met eind\'loos welgevallen. Zag God op Maria af. {bis.)

Zij, van eeuwig uitverkoren,

Zal van wond\'ren luister gloren.

Haar is \'t moederschap beschoren Van Gods ééngeboren Zoon. {bis.)

-ocr page 226-

195

\'t Onbevlekt Ontvangen leven Heeft zij vlekloos weergegeven,

En door alle deugd verheven;

Naar haar offer is haar loon. (bis.)

Nu, in \'s hemels wijde zalen.

Spreidt zij hare gloriestralen;

Wat kan bij de Moeder halen.

Wie een Zoon, die God is, kroont, (bis.)

Aarde en hemel! zingt de Moeder Van uw Schepper en Behoeder,

Mijn Verlosser en mijn Broeder,

Zingt de glorie waar ze in troont! (bis.)

55

XXVIII. LOFGEZANG TOT MARIA.

Gij zijt des Hemels Ko - ning - in.

t=t-

o Ma-ri-a! Gij zijt der zaalgen Pronk vorstin,

3=1

o Ma-ri-a! Loof en prijs haar Serafijn

-ocr page 227-

196

loof en prijs haar Cherubijn! Zij geprezen

-6-—-—-H-i-rd—-t—n

——*—*1

schoon vorstin! Pr * ^

ijs haar dan, w

ie maar kan

Groot zijt gij o Koningin.

Gij zijt des hemels liefderoos, O Maria!

Die God tot zijne bruid verkoos, O Maria/

Loof en prijs haar Eng\'lenheer, Loof en prijs haar keer op keer!

Z ij geprezen, enz. als boven.

Welriekend als een bloemprieel,

Zijt Gij der aarde pronkjuweel,

Loof en prijs haar vooglenkoor. Loof haar alle tijden door ! Z ij geprezen, enz.

Wanneer de zonde ons vreezen doet.

Stort gij weer hoop in ons gemoed. Loof haar, al wat adem heeft, Loof en prijs haar, al wat leeft! -j-Zij geprezen, enz.

Wanneer de hel ons siddren doet,

Vertrapt uw voet dat helsch gebroed.

-ocr page 228-

197

Zondaars, prijst dan hare macht. Zwakken, steunt op hare kracht fZij geprezen, cns.

Blijf ons ten bijstand in den nood, \\erlaat ons niet bij onzen dood, Ach, beveel ons dan aan God, En verjaag het hellerot;

Wees dan onze Koningin, En geleid De eeuwigheid Ons bij uwen Jesus in!

XXIX.

SALVE REGINA.

Wijze; VI.

Wees gegroet, o Koninginne! Moeder, gij vol teed\'re minne, Gij, ons leven, hoop, zoo zoel. Wees, Maria! wees gegroet: Bid voor ons, Maria!

\'f Is tot u dan, dat wij vluchten. Onder tranen en veel zuchlen, Tot u rijst ons klaaggeschal In dit aardsche tranendal; Bid voor ons, Maria!

O dan nu, wil voor ons spreken, \'t Goedig oog slaan op ons smeeken. Gij, , die altijd voor ons pleit, Moeder van barmhartigheid! Bid voor ons, Maria!

-ocr page 229-

198

En na dit ons ballingsleven,

Toon ons Jesus, hoog verheven, Heil\'ge vrucht van uwen schoot, Toon Hem ons bij onzen dood; Bid -voor ons, Maria!

O dan Moeder vol ontferming! Toon ons, kind\'ren uw bescherming, O gij Maagd! zoo vroom, zoo zoet, Wees, Maria! wees gegroet; Bid -voor ons, Maria!

XXX.

MABIA. TROOSTERESSE.

IF ^ -i

----1-m-

-

—Si—r-

z ztiz

---1-

--0-

o troost voor \'t hart in smart; Groot als uw

i—^^ ~S~

lijden, is uw ver-blijden, o gij zoo

S---J

r

iï j

m ^ =±=

1-*-

--0-

---

r-

goed zoo zoet! o Gij zoo goed en zoet.

-ocr page 230-

199

IF i 1

= T—Tquot;

---1-h

-1---X-

ê-i—--

- —-m

---

-^—^1-

—J—Ji-

Gij schenkt ver - kwikking aan de zielen,

I gj l qJ quot; :

P

Die tot U roepen in den nood; Gij pleit voor

J—J-J—

i

m

h\'—*

wie in zonden vielen En redt hen

» —«

van den eeuw\'gen dood.

{Allen.) -}- Moeder des Heeren. enz.

Uw teed\'re hand droogt onze tranen, Uw zoete stem verzacht ons wee;

Wie zich het diepst verlaten wanen, Gij zijt hun bij met uwe beé. -|-

Uw moederhart, zoo vol meêdoogen, Is met ons aller leed begaan.

Gij ziet ons met verblijdende oogen. En leven en in sterven aan. -j-

Wat ramp of kruisen mij dan treffen. Ik wijd ze aan u, mijn Moeder, toe;

Ik zal tot u mijn blik verheffen. En blijf in smart nog blij te moé.

{Allen.) Moeder des Heeren. enz.

-ocr page 231-

200

in—rr

---;--r

—K-

1 I ! 1 _! [ |

.. 1 1 . 4-

1 f

9 9 0 \\ ^ j

-----1-1--1---

wij , daar \'tU be-haagt, Uw zetel biddend

hj—U-•

n ir-D-^

A

A H

na - dren. Uw zeleb biddend na - dren.

Wij smeeken u, laat uit het licht,

quot;Waarin wij u zien stralen, Een troostblik van uw aangezicht Op uwe kind\'ren dalen, {bis.)

Ach, verre van ons Vaderland,

Zijn wij hier bannelingen, En zien gestaag, van allen kant. Den vijand ons bespringen, (bis.)

O gij dan, troost in allen nood\' Wil onzer u erbarmen!

XXXI.

BEDE TOT ONZE H. MOEDER.

-ocr page 232-

201

O Moeder, die geen kind verstoot, Wij vluchten in uwe armen, (his )

Gij weet het toch, hoe Satan woedt. En briescht om onze schreden;

Maai-, als weleer, zal hem uw voet Den helschen kop vertreden, (bis.)

De wereld tergt, verlokt en vleit. Dat zij mijn liefde winne;

Ach ! dat zij nooit uw kind verleid\'. En \'k Jesus trouw beminne. (fris.)

Diep in mij zelf, en zwaar gewond. Draag ik mijn vijand mede;

Het vleesch bedreigt mij telken stond, Hoe zelden smaak ik vrede! {bis.)

O Moeder dan! vraag van uw Zoon, Ons dag aan dag te sterken,

Dat wij, het oog op \'t hemelsch loon, Ons eeuwig heil bewerken, (bis.)

O Moeder dan! o vraag, dat wij In Jesus\' liefde sterven.

En in dat uur: sta dan ons bij. Dat wij gena verwerven, {bis.)

-ocr page 233-

203

XXXII.

TER EERE VAN MARIA.

O beeld van \'t reinste leven, Ma -

ri-a, Josefs\'Rruid! zoo wij ons hart u

lm 11 |

i i

— _—---[—I—

—•---e--«—0

A ^ J

i—cri-«—1

geven, gij deelt uw gunsten uit. Ach dat ik ü be-minne in blijdschap en in

~h--1-Ï—I-1

r—i—i—i—i-

—M—1quot;

ytrj?—i—0

—#-#-a—9

——bW-

smart; Druk diep, mijn Koning -inne ! uw

beelt\'nis in mijn hart.

(Ecnigen.)

O Josephs Bruid, mijn Moeder! Mijn trouwe toeverlaat!

-ocr page 234-

203

Werd niet uw Zoon mlin Broeder, Die nooit uw beê versmaadt?

(Allen)-j- Ach, dat ik u beminne. eHs.

Ach, was ik rein van zonden.

O vlekkelooze Maagd!

Ik zou uw lof verkonden,

Gelijk het u behaagt, -f

\'k Zou met uw trouwe scharen,

En \'t juichend hemelheer Mijn dankend loflied paren, En jub\'len u ter eer. ■]-

Helaas! hoe moet ik klagen.

Dat ik onwaardig mensch,

U zóó niet kan behagen,

Als ik het vurig wensch. -[-

Maar \'k wil mij alle dagen,

Mijn Moeder! u ter eer, Godvruchtiger gedragen.

En dienen mijnen Heer.

(Allen) Ach, dat ik u beminne. enz.

XXXIII.

VERZUCHTINGEN TOT MARIA. W ij z e : XXIV.

Maria! gij, die boven de Eng\'lenkoren,

De Moeder zijt van \'s Vaders Zoon, uw Kind ! Mijn Moeder ook! wil onze bede hooren. Gij, die ons heil zoo teederl\'yk bemint.

-ocr page 235-

204

-]■ Moeder des Heeren,

Troost in mijn smart,

U wil ik eeren.

Met dankbaar kinderhart.

Gij, Moedermaagd! schonkt ons den God van \'t le-Die door zijn dood ons \'t leven wedergaf; [ven.

Uw naam heeft ons de zoete hoop gegeven. Zoolang wij gaan met onzen pelgrimsstaf, ■j- Moeder des Heeren, enz.

Wij allen dan, rampzalige Eva\'s zonen Én ballingen, wij zien tot u omhoog.

Wij, die helaas! een tranendal bewonen. Wij slaan tot u ons heilverwachtend oog. f

o Mogen wij met eiken stap Hém naken, Wiens Moeder gij, zoowel als de onze, zijt;

En komt de dood onze aardsche boeien slaken, Dat in dit uur Gods aanschijn ons verblijd\', f

O Troosteres van droeve bannelingen: O Moeder, die uw kind\'ren niet verlaat!

Moog dan mijn ziel uw goedheid eeuwig zingen, Als zij dit stof en tranendal ontgaat, f Moeder des Heeren, enz.

XXXIV.

AVONDGROET AAN MARIA.

W ij z e : IV.

Komt, nóg een groet en bede

Maria toegebracht.

En dan in \'s Heeren vrede Den slaap weer ingewacht.

-ocr page 236-

205

Gerust en wel te moede,

Vertrouwend op haar hoede;

Maria, Maria, Moeder! zegen ons.

In \'t beeld omgloord van stralen.

Met dat gelaat zoo zacht,

Zien we u in \'s hemelszalen

quot;Van waar ge ons tegenlacht.

Ons, die hier aan uw voeten U, liefste Moeder! groeten;

Maria, Maria, Moeder! wees gegroet.

Maria, zoo vermogend!

Bid gij voor ons den Heer; Ach Moeder! zie meédoogend Op d\'armen zondaar neer;

Geleid der zwakken schreden Hoor aller vromen beden,

Maria, Maria, Moeder! bid voor ons.

Wij bidden u te gader.

Bij \'t einde van deez\' dag:

Vraag, Moeder! onzen Vader,

Wiens alziend oog ons zag,

Dat Hij ons \'t kwaad verschoone, Het goede ons eenmaal loone,

Maria, Maria, Moeder! bid voor ons.

Beveilig, uwe kind\'ren,

Waals, Moeder! dezen nacht;

Dan zal geen ramp ons hind\'ren.

Dan is ons rusten zacht;

Dan ziet ge ons spoedig weder, O Moeder, goed en teeder!

Maria, Maria, Moeder! wees gegroet.

1

12*

-ocr page 237-

206

XXXV.

LIED VAN DEN H. CASIMIRUS. Wijze: XXXI.

O Gij die troont — waar Jesus woont, Zie gunstig op ons neder;

Ons zondig hart — verkwijnt van smart; Toon u ons Moeder teeder.

Stil het geween — verhoor de beên Van die uw zegen vragen;

Ten allen tijd — zal \'t hart verblijd U dankend hulde dragen.

Weer van ons af — der zonden straf, En \'t onboetvaardig sterven;

Neen, neen, het kind — door u bemind Zal niet den hemel derven.

Klimm\' kindertoon — tot voor den troon Waarop gij zijt verheven;

Dan volgen wij — uw kinderrij In Sion\'s zaalge dreven.

XXXVI.

HET WEES GEGROET.

-ocr page 238-

207

rt

----—*—i—»—«—p-

i

ri-a Moeder-maagd! Die van alle Juda\'s

docht\'ren \'t meest den Schepper hebt be-

3^

w-

haagd. Gij die onder al-le vrouwen uitver-

» »--1

koren zijt ge-\\veest, om den Zoon van God te

jFtt -iq -■ ,

-o—J--

-Tl l

■far1---£?-#- -

--0---

---

baren door de werking van zijn Geest.

Mét u zij de Vrucht gezegend,

Die, door uwen maagdenschoot Aan de zondige aard\' geschonken.

Ons verloste van den dood.

O Maria! om uw deugden

Thans verheven bij Gods troon,

iiz»

Stort, o Moeder! uw gebeden Voor ons, zondaars, tot uw Zoon.

Bid, zoolang we in zielsgevaren Zwerven in dit aardsche dal:

-ocr page 239-

208

Maar vooral wil ons gedenken Als de dood ons naken zal. Amen, Amen! het geschiede,

Wat ons kinderhart u vraagt; O dan juichen we eeuwig, eeuwig-Met u mee, o Moedermaagd!

XXXVII. DE ENGEL DES HEEREN.

Be - groet is Ma - ri-a door d\'Engel ge

■n

—i--;-J—

p=r---^

m ~

tj J #

weest; En zij heeft ont - vangen van

i

groet, Ma -ri-a ge - groet! ge-groet, ge

--1——--

m = \'

T* *

---1—

--1-=?---

--amp;-L-

groet, Ma - ri-a ge - groet.

-G-i--1--1—i—

-i

r

T%

1 1

---

----

den Heilgen Geest, ge-groet, ge-

i:

li

m , •

0-0\'

-0-•-

-ocr page 240-

209

Ziehier \'s Heeren dienstmaagd, die ned\'rig Hem Dat alles geschiede met mij naar uw woord, [hoort;

En Vleesch is geworden het Woord, God de Zoon; En \'t heeft willen nemen bij ons zijnen woon.

Bid gij voor ons, Moeder, die God hebt gebaard; Dan worden wij Christus\' beloften eens waard\'.

XXXVIII.

TOT MARIA\'S MOEDERHART.

O Maagd, o schoonheid nooit vol

---1—| 4, N—N—N

--1 s

K—N—P-

-« J 7 J \'f

p_p-*--

prezen ! O Moeder van \'t oneindig

-af---1—I-ü—K--K—N

1 ra

^ ^ 7 J

wezen! wat luister schittert van uw troon; De Se-raf aan zich zelv\' ont

-J-1--1—=--Nt--K---P*-

\' 0 J

«---

togen, juicht voor uw glo- rie neerge-

-ocr page 241-

210

N-

bogen: o Koning - in wat zijt gij

E=l=!t

schoon ! o Koning - in wat zijt gij schoon

Wij derven in het aardsche duistpr \'t Genot nog van uw hemelluister,

Maar smaken toch uw liefdegloed; De Seraf zinge uw heerlijkheden;

Wij dan, wij juichen hier beneden: O Moedermaagd! wat zijt gij goed! (Ins.)

Ach, konden onze kinderklanken U voor de onfelb\'re gaven danken, Ons toegevloeid door uwe hand;

Ontvang voor al die zegeningen,

Maria! van uw gunstelingen.

Hun hart ten eeuwig liefdepand, (bis.)

Zie, Moeder, altijd goed en teeder!

O zie met welbehagen neder.

Op \'t offer van ons kinderhart!

O moog het immer \'t uwe wezen.

Geen onheil is ons dan te vreezen; Wij zijn getroost in alle smart, (bis.)

Dan spann\' de wereld vrij haar strikken. Dan dreig\' de hel ons met haar schrikken, Wat vijand onze ziel bestrijd\';

-ocr page 242-

211

Wij weten, wij, op wie wij hopen, Uw moederhart staat voor ons open, 0 gij, die onze toevlucht zijt! (Ins.)

Met u dan zullen wij verwinnen,

Wij blijven eeuwig u beminnen.

En zien u op uw glorietroon;

Dan zullen met de hemelkringen,

Ook wij, o Moeder! eeuwig zingen:

Wat zijt gij goed, wat zijt gij schoon ! (bis.)

XXXIX.

HET ONBEVL. HART VAN MARIA.

I

Laat nu de aarde op blijden toon \'t Duizend

stemmig feestlied zingen. Reeds weer-

-fi=-

®—0—*—i—-——\'-0-

klinkt om \'s Heeren troon \'t lof - ge-

. i-K-!—

---K-

zang der hemel - lingen. \'t Ruisch der

-ocr page 243-

212

Moeder van den Heer, en haar

^-1-T-Pt---tv—

0

heilig Hart ter eer! \'t Ruisch der

Moeder van den Heer, en haar

■y- ^

heilig Hart ter eer.

Vlekloos Hart! wie zal uw lof, Wie uw zaligheid bezingen!

De Eng\'len van het hemelsch hof Spreken in hun hooge kringen, Neen, zij spreken nimmer uit, f Wat dit heilig Hart omsluit. (

Voor het machtig zonnelicht Wijkt de stille starrenluister,

bis.

| bin.

Maar de zon haalt \'t aangezicht En haar stralen weg in \'t duister Voor de glorie van de Maagd, Die aan \'t hart van God behaagt.

Heilig Harte! vrij van smet. Troost voor wie op u vertrouwen,

-ocr page 244-

213

Hoor ons kinderlijk gebed,

O gezegendste aller vrouwen!

Vraag, o vraag van \'t godlijk Lam, / Dat zijn liefde ons hart ontvlamm\'. i 1

XL.

MARIA ONBEVLEKT-ONTVANGEN.

Lieve Moeder van den Heer!

Laat ons om uw zetel dringen.

Laat uw kind\'ren u ter eer \'t Zielverrukkend feestlied zingen,

\'t Moet weerklinken luid en blij: i Moeder, Onbevlekt zijt gij ! [ \'

\'t Heeft het wijde wereldrond. En herscheppend overklonken,

\'t Woord door Pius\' mond verkond; En uw kind\'ren vreugdedronken Tuichten op uw feestgetij: i

Moeder, Onbevlekt zijt gij ! j \'

Neen dat loflied zwijgt niet meei Tot aan \'s werelds verste palen Blijven met het hemelsehheer Al uw kindren \'t luid herhalen,

\'t Woord van \'t zalig jubeltij;

Moeder, Onbevlekt zijt gij !

Zonnezuiv\'re Moedermaagd!

Om de glorie u gegeven,

Hoor ook wat ons hart u vraagt Dat we na een schuldloos leven Eeuwig jub\'len aan uw zij:

Moeder, Onbevlekt zijt gij !

| //is

-ocr page 245-

214

Xlil.

O. L. VR. VAN LOURDES.

Wijze: XXVIII.

l.

Een grot, die oog en hart bekoort, 0 Maria!

Koost gij te Lourd\' tot beêvaartoord, O Maria!

Gij vertoond\' u zonneklaar,

In \'t jaar Acht-en-vijftig daar, Hemelschoon, aan Bernadet; Achttien keer Zag ze u weer.

Wond\'ren, nu nog, tuigen het.

2.

Het kind komt sprokklen bij de beek, O Maria!

Die toen langs \'t rotsgebergte streek\', O Maria!

Takjes en laagwatertij Lokken haar naar de overzij;

Doch zij schrikt... een stormwind jaagt! \'t Hoofd omhoog.

Ziet haar oog In de grot de Moedermaagd!

3.

Gij draagt noch hoofd- noch halssierraad) O Maria!

Maar blauwe sjerp en wit gewaad, O Maria !

Gouden rozen op uw voet,

-ocr page 246-

215

In uw hand een Rozenhoed!

\'t Kruis maakt gij met Bernadet:

V ij f t i g maal Vat ge een kraal,

En verdwijnt na \'t laatst gebed.

4.

Met twee is \'t kind teruggekeerd, O Maria !

En vraagt op schrift wat gij begeert, O Maria!

«Luister - zegt gij - doe wat \'k vraag «Kom hier daaglijks veertien daag «En ik loon u, na den dood: «Ook deez\' twee «Komen mee,

»\'k Wil toeloop worde groot.»

5.

«Ga tot de priesters,» spraakt ge eens weer O Maria!

«Zeg, dat \'k hier een kapel begeer!» O Maria!

Op de Masbiëlla rots,

U ter eer een tempel Gods,

Bernadetta juicht alree!

\'t Woord der «Vrouw»

Deelt zij trouw D r i e k e e r Lourdes\' Herder mee.

6.

Gods dienaar meldt ze u, hoort mij niet, O Maria!

Vóór hij deez\' rooslaar bloeien ziet, O Maria!

-ocr page 247-

216

«Bid voor \'t zondig menschdom God; «Kom, geknield, naar\'t diepst der grot;» Dus spreekt gij, vol teederheid!

En nu zij.

Roept als gij,

Driemaal, luid: Boetvaardigheid!

Des and\'rendaags beveelt gij haar, O Maria!

«Drink, wasch u, bij de bronne daar!» O Maria!

Bernadetta ziet, ziet rond;

In de grot krabt zij den grond, En, o wonder! diep uit de aard\'

Borrelt op,

Drop bij drop.

Water van onschatb\'re waard\'!

8.

Op \'t Feest van Boodschap ziet ze U weer; O Maria!

Nu vraagt, nu smeekt zij, ach zoo teer, O Maria!

Ja, tot viermaal bidt, bidt zij; Vrouw! wie zijt gij? zeg, zeg \'t mij, Zeg mij, hoe uw naam toch is\'. Nu hoort zij,

\'k Ben, zegt gij: De Onbevlelkte Ontangenis!

9.

Met duizendtallen komt zij weer,

O Maria!

Met duizend lichten u ter eer,

-ocr page 248-

217

O Maria!

Aller blik op \'t kind gericht,

Leest op t stralend aangezicht,

Dat zij «de Onbevlekte» ziet!

En daar brandt,

Om haar hand \'t Licht der kaars, en deert haar niet!

10.

Nog eens, op \'t feest van \'t Scapulier,

O Maria!

Zag Bernadet voor \'t laatst u hier, O Maria!

Zwijgend stondt ge er in de nis Onbevlekte Ontvangenis,

Minlijk lachend, godlijk schoon!

En hoe zoet Was uw groef.

Haar tot afscheid aangeboon!

11.

Nog altijd vloeit het water voort-O Maria!

Millioenen gaan naar \'t beèvaartoord ■ O Maria!

De kapel is U gesticht;

Dag en nacht brandt offerlicht;

En wat wond\'ren afgesmeekt: \'

Lammen staan,

Kreup\'len gaan.

Blinden zien, de stomme spreekt!

12.

Dat ik naar Lourd\' ter beevaart kon O Maria!

13

-ocr page 249-

218

Daar zag die kerk, die grot, die bron! O Maria!

Een kapel werd hier gesticht,

Grot en bron hier opgericht,

\'k Voel dat hier ons Lourdes is; Hier roept gij:

Komt tot mij,

De Onbevlekte Ontvangenis.

xlii.

O.L.Vr. VAN HET H. HART

SE

Eeuwig ver - ko-re-ne, Vlek\'loos

borene, Lieflijke Vrouwe van \'t Goddelijk

4—

Hart. Leidster der zwervenden. Hope der

stervenden. Toevlucht en Redster in

kwellingen smart; Hoor onze beden,

-ocr page 250-

219

H-

fcZ_|2-*--J..J-•?_

* 0 j

Ginds in Gods Eden, Heft er uwe

jb^ i! f]

■~1 j 1

-l—4-

fff

oogen voor —u-

• *

ons naar Gods

a

troon.

Moeder be-

—p—r-—i—r-^—

veel ons aan \'t Hart van uw Zoon.

Opperst weldadige,

Altoos genadige,

Lieflijke Vrouwe van \'t goddelijk Hart! Wonderbaar machtige,

Wondervol krachtige,

Smeekende almogende , noemt U Bernard ! Hoor onze zangen,

Zie ons verlangen:

Ons Hart tegeven aan \'t Hart van uw Zoon, Zijn Hart te winnen, o Moeder! tot loon.

Liefdevol gloeiende ,

Zegenrijk bloeiende,

Lieflijke Vrouwe van \'t goddelijk Hart! Hemelzoet minnende,

Alles verwinnende.

Hoe ook én duivel én wereld ons tart.

Goed bloed en leven Wil ik u geven;

\'k Hoop te volharden door u in den strijd; Mijn hart blijv\' \'t Harte van Jesus gewijd !

-ocr page 251-

220

Hemelsch verhevene,

Maagdelijk geblevene,

Lieflijke Vrouwe van \'t goddelijk Hart! Zalving der lijdenden,

Sterkte der strijdenden ,

Hulp der bekoorden door Satan gesard; Gij , o getrouwe,

Machtige Vrouwe !

Leid ons ten hemel in onschuld en deugd , \'t Harte van Jesus tot eeuwige vreugd!

XLIII.

SMEEKLIED VOOR KERK EN PAUS.

-•»

—1 \'

F=ié=ï

Lieve Vrouw van \'t Heilig Hart,

Die we als smeekende almacht eeren,

h---H— \\ I. J-J-l-1

-t-

-M

1^ J ^

Ach wil door uw heê de smart Van den

9

Heil\'gen Vader weren; Kerk en

-ocr page 252-

221

fes

i

--t

Paus ver - keert in rouw, Wees ten

*

voorspraak, Lieve Vrouw.

Moeder ! sta Paus Leo bij,

Om uw P i u s , die \'t verkondde , Dat gij bleeft van smetten vrij , Onbevlekt van Adams zonde:

\'t Zij niet langer, Hu onttroond , Gij als onbevlekt gekroond.

Meerdert daaglijks Leo\'s smart, Grijnzen ook de helsche machten, Leo blijft van \'t godlijk Hart, En door u, verlossing wachten: Schenk dan, Moeder! door uw Zoon, j Kerk en Paus de gloriekroon. j

bis

bis

Niemand roept vergeefs u aan, Droefheid zal in vreugd verkeeren, \'t Uur der redding moet dra slaan , Kerk en Paus zal triomfeeren ! Moeder! van uw wondermacht Wordt die zegepraal verwacht

d ) t. 1

bis

-ocr page 253-

222

XLIY.

HET H HUISGEZIN. J. M. J.

m •

i;

U Joseph! -wijd ik mijnen zang; Ma-ri-a

[*»-[-

zing ik le-vens - lang; U Jesus! mijnen

• •

God en Heer, Geve aarde en He-mel

y i l7quot;\' quot; i

--1—T—N-

K—^

1 ^

amp;—U

J-1

-#-P-

*

eindloos eer. 0 Heilig Huisge-zinl Ik

=i=ibamp;

eer er Joseph in; Ik eer Ma-ri - a, Moeder-

h.

3:

maagd; Ik aanbid uw Kind, Dat ons teer be-

i

mint, En enkel weder - lief - de vraagt.

-ocr page 254-

223

Was ooit gezin zóó goed en groot, En tevens in zoo diep een nood , Als \'t allerheilgst Huisgezin ? Dat storte ons troost bij \'t lijden in.

(Allen.) O Heilig Huisgezin ! enz.

Was ooit gezin op heel deze aard\' Zoo heilig, zoo vereerenswaard ? Het hoofd gebogen in het stof,

Zing ik dit Heilig Drietal lof.

lijnen (Allen.) O Heilig Huisgezin! enz.

mei

Was ooit op aarde een huisgezin, Zoo mild, zoo vol van menschenmin ? Ik werp mij dan, mijn God en Heer ! quot;Voor U ten dankbaar offer neer.

(Allen.) 0 Heilig Huisgezin!

til

a-n-a

2

-ocr page 255-

224

leven Onuit-spreeklijk hebt be-mind, onuit-

=1 Hs

--1--K--K-

--\\2.-p_

-0-#-

i—^-

spreeklijk hebt be - mind: Heil\'ge

Uw 9

—\' r i

Joseph, vraag dat wij Hem be-minnen, zoo als gij, Heil\'ge Joseph, vraagt dat wij Hem be

h

minnen, zoo als gij.

Heil\'ge Joseph! die uw\' Jesus In uw stulpje met u hadt,

Vaak, van d\'arbeid tot Hem opziend, Stil en innig Hem aanbadt;

Heil\'ge Joseph ! vraag, dat wij 1 j. Jesus dienen zoo als gij. i

Heil\'ge Joseph ! door Gods Zone In uw ned\'rig werk verlicht,

Daar Maria \'t oog, vol liefde,

Op haar Kind en Bruigom richt:

-ocr page 256-

225

Vraag , dat in hun aanschijn wij gt; , ■ Ons verblijden zooals gij. j 18\'

Heil\'ge Joseph! die in de armen

Van uw Bruid en Pleegkind stierft En voor uw getrouwe liefde

\'t Loon der eeuwigheid verwierft: Heil\'ge Joseph ! vraag dat wij ( ,. Zalig sterven, zoo als gij. ( ls

;oo als

XL VI.

BEDE TOT DEN H. JOSEPH.

ffij.j

! lil!

! Xi- i !

inuit-

31

i

. be-

O Joseph! Voedster - vader van

Jesus onzen Heer, Wij treden biddend

M in

=i=t

-4

P

=y

iibt

:tf=

nader, En knielen voor U neer; Want

iüi

in uw vader-armen Draagt gij het godlij k

13*

nd, bis

i

Éi

-ocr page 257-

226

Kind; \'t Zal onzer zich er-barmen, Wijl

\'t uw gebed be - mint.

Wil, Joseph ! voor ons vragen, Dat wij in \'s levens lot

Ons naar zijn wil gedragen, Getrouw aan zijn gebod.

Wil door uw beê verwerven O trouwe Toeverlaat!

Dat wij den hemel erven, Als eens ons sterfuur slaat.

Wij smeeken u te gader, Ó vriend van \'t Heilig Hart!

Blijf, Joseph ! ons ten Vader In blijdschap en in srnart.

Vraag ons met Jesus\' Moeder, Zijn hulp in allen nood,

En blijf ons trouw ten hoeder Van nu tot in den dood.

XLYII.

GAAT TOT JOSEPH, Wijze; XIII.

Gaat tot Joseph! O hoe zoet Klinkt die toon in onze zielen ! Laat ons met een blij gemoed

-ocr page 258-

227

Voor zijn beelt\'nis nederknielen ; Hem die ons als Vader leidt. I .. Hem zij dit ons lied gewijd. i ls\'

U, wien Christus\' Kerk vereert Als haar Leidman en behoeder,

U , die als Patroon regeert, Smeeken wij voor onze Moeder, En haar waardig Oppethoofd, ) , ■ Van zijn wettig recht beroofd. 1 IS\'

Bruidegom der . Moedermaagd,

Hoed de jeugd op al haar wegen, Waar haar Satans Mst belaagt,

Blik haar uit den hemel tegen ;

Stort haar ziele , stort haar zin i .. Liefde voor de kuischheid in j

Schenk aan \'t oog der ouders licht, Om hun kind\'ren zóó te leiden,

In \'t betrachten van hun plicht, Dat zij zich een plaats bereiden,

Waar gij met uw Jesus woont, | • En u hun beschermer toont. I

XLVIII.

H. JOSEPH PATROON DER H. KERK. Wijze : XXIII.

Nu rijze op heel het wereldrond.

Als in de hemelsfeer,

Een nieuw gezang uit aller mond, O Joseph! u ter eer ;

-ocr page 259-

228

Want u Maria\'s Bruidegom

En Hoeder van Gods Zoon,

U vroeg \'t geloovig volk alom Der Kerk tot Schutspatroon, (bis.)

De Bisschopschaar van \'t Vatikaan ,

Het drong met \'sHeeren volk Vereend op uw verheffing aan ,

Bij Gods onfeilb\'ren tolk;

En Pius, in wiens vaderhart

Men \'t uwe wedervindt\'

Hoe heeft hij, in zijn vreuchd en smart, O Joseph! u bemind, (bis.)

Uw Onbevlekt-Ontvangen Bruid

Heeft hij met eer gekroond,

En op haar Feestgetij ook luid;

Zijn liefde aan u getoond, (bis.) Hij gaf u op dat dubbel Feest Tot Schutspatroon der Kerk;

Opdat nu tegen Satans geest Uw Vadermacht haar sterk\' (fris.)

0 gij, eens zwoegend in een stulp

En toch zoo vorstlijk groot!

O reik der Kerk die Vaderhulp.

Die ge in haar oorsprong boodt, Toen gij Maria en Gods Zoon

Zoo trouw hier hebt behoed;

Wees, koninklijke Schutspatroon !

Wees van Gods Kerk gegroet, {bis.)

Tot u roept zij , vervoerd van min,

Wijd over \'t gansch heelal,

Tol u, o Hoofd van \'t Godsgezin!

-ocr page 260-

229

Met dankbaar lofgeschal,

Die in Maria en Gods Zoon

De Kerk reeds hebt behoed: Wees, Patriarch en Schutspatroon ! Wees, Joseph wees gegroet, {bis.)

IL.

AAN JOSEPH EER.

i

Aan Joseph eer! die naam doet liefde ont-

• *

é é

vonken, Aan Joseph eer! die naam vervoert ons

- gt;

-i H

¥ c

3 -j-

--^ i ■ *

m

hart; Aan Joseph eer! ik voel mij vreugde

[quot;M 1quot;

ü-Jij

1 .1—rti

^--*—i—

dronken, Aan Joseph eer! die naam verbant de

ö-i-M

H—[n

r-i-ffl

t

i

o-

_j A

smart. Aan Joseph eer! Aan Joseph eer!

-ocr page 261-

230

Aan Joseph eer! zoo juichen de Eng\'lenscharen,

— — zoo juicht de sterveling;

— — zoo juich ik aan de altaren ,

— — zoo dikwerf ik daar zing. Aan Joseph eer! Aan Joseph eer!

Aan Joseph eer ! naam die de kind\'ren minnen,

— — die naam is troost in smart;

— — die naam helpt ons verwinnen;

— — aan Joseph heel ons hart. Aan Joseph eer! Aan Joseph eer!

Aan Joseph eer! als droefheid mij komt plagen,

— — wat God ook mij beschikk\';

— — bij nachten en bij dagen

— — tot aan mijn laatsten snik. Aan Joseph eer! Aan Joseph eer!

En kom ik eens in \'t rijk der zaligheden , Geniet mijn ziel het alvergeldend gced , Dan is \'t uw naam, o Joseph ! \'t zijn uw beden. Waaraan ik dan mijn heil ook danken moet. Aan Joseph eer! Aan Joseph eer!

L.

LOFLIED AAN DE H ANNA.

Wijze; XIII.

Moeder Anna ! luid en blij Moet ook u ons loflied rijzen;

Moeder van Gods Moeder , gij,

\'k Moet uw nieuwe glorie prijzen;

Straalt er op de dochter eer, f ^ \'t Schittert op de moeder weer. i

-ocr page 262-

231

Wonder zonder wederga 1

Vlekloos hebt gij haar ontvangen,

Door uws Heeren heilgeni,

\'tkind, dat ge aan uw hart mocht prangen :

Anna! ja alleen uw kind, \\

Is aldus door God bemind! i ls

En ik zou niet luid en blij U in uwe Dochter prijzen!

Moet niet aller eeuwen rij \'t loflied voor u op doen rijzen ! Wie is als uw vlekkloos kind, Wie ooit heeft als zij bemind!

bis.

i

Van uw dochter zonder smet Straalt de weerglans op u neder : Keert, o Anna! uw gebed Tot haar Zoon ooit vruchtloos weder? Moeder van Gods Moeder, gij, Bid dan, Anna! bid voor mij.

bis.

LI.

TOT DEN H. ENGELBEWAARDER.

ia

U, die om den zetel dient Van den

■■ ;..... -

f——

0

iL-L 11

Heer der Hee - ren, Zijn ge - zant, mijn

-ocr page 263-

232

-t

-I—cri-

Ziele - vriend, \'k Wil U dankbaar ee - ren.

ï

--1---1----1----

Gij, die eeuwig U ver - blijdt, In het

I

Ü

ü

1

Godlijk We-zen, Maar ook mijne vreugd hier

i

±

i:

zijt, Engel! -wees ge - pre - zen.

Gij omzweeft mij nacht en dag, Schutsgeest, mij gegeven !

Moge ik rein, in vroom ontzag Voor uw bijzijn leven !

Gij, ja, blijft rnij onverdiend

Al uw liefde toonen:

Laat mij, teedre Hemelvriend! U met liefde Iconen.

Gij geleidt, verlicht, behoedt,

Trouwe Gids ! mijn schreden; Gij ook sterkt mijn zwak gemoed Door uw smeekgebeden.

Veilig is mijn levensbaan,

Wie mij ook bestrijden;

=5i

it

-ocr page 264-

233

U , mijn Engel! roep ik aan ,

Gij zult mij bevrijden.

Blijf, o blijf in allen nood Mijner u ontfermen;

Maar vooral, wil bij mijn dood, Wil mij dan bescherme!

Als mijn ziel aan de aarde ontgaat. Wil mij niet begeven;

Voer haar , trouwe Toeverlaat!

In bet eeuwig leven.

LH,

AAN ONZE PATROON-HEILIGEN.

Wijze; VI.

Na \'s werelds strijd en lijden,

In Jesus\' kracht volbracht,

Geniet gij zijn verblijden,

En deelt zijn gloriemacht:

-j- O dat, mijn goede Heil\'ge, Uw voorspraak mij beveil\'ge, Bid, Heil\'ge! Beschermer, bid, o bid voor ons.

Wij nog bij \'s levens plagen,

Wij zijn in zielsgevaar;

Ach, hoor ons klagen, vragen,

Dat ons uw hulp bewaar\'.

•j- O dat dan, goede Heil\'ge! enz.

Komt Satan ons bekoren.

Lokt vleesch, of wereld aan

-ocr page 265-

234

Wil onze smeekstem hooren, Ach help ! of wij vergaan.

-|- O dat dan, goede Heü\'ge ! enz.

God kroonde uw heilig leven Met glorierijken dood:

Mogt op uw beê Hij geven, Dat \'k zalig de oogen sloot.

-j- O dat dan, goede Heil,ge! enz.

O waar ge in d\' eeuw\'gen vrede Nu Jesus\' aanschijn ziet:

Verwerf mij door uw bede,

Dat ik uw heil geniet\'.

O dal, mijn goede Heü\'ge! enz.

LUI.

BEDE TOT MARIA.

-tt-5-s----

---

-

,

J

i

rm 1

W • J

-®----

9 ë

\'é

Pelgrims 1 komt wilt na - der treden,

^ J ÏW ,

^Tt

—i i- -i—i— ■gM-d—•

Tot Ma - ri - a\'s zege - troon, Stort uw

^ ^ -

j~H—iJ

1 ,

—J-

: - i=

vuurge smeek ge - beden. Zij uw lofzang

-ocr page 266-

235

\'hi--h--

| ,

/rrquot;--H-h

-j-1—

—^—h

-1--U.

-0

£0—J-

--1—

amp;--f-

tJ

haar ge

-44—i—i

lt;=:• - boon,

—1—|

Die in

\'t rijk der

—1--1--H

zalig-

----T-,

a -

--1---

—;——di-l-i\' -

w——

-J

--

---0-

~~9=^--1--^

heden, Zetelt naast haar God en Zoon.

2. Koninginne, zie ons weder,

Lieve Vrouw -van \'t Heilig Hart, Knielend aan uw voeten neder

Vragen wij om troost in smart; Macht\'ge voorspraak, zoet en teeder, Open ons zijn Godlijk Hart.

3. Consolatrix-Aflictorum !

Hoor, ach hoor ons smeeken aan. Wil bij Jesus voor ons spreken,

Deez ons bede niet versmaan;

Laat uw hulp ons niet ontbreken. Bied bescherming, redding aan.

4 Ster der Zee, hoed ons voor dwalen.

Troost waar \'t kinderharte klaagt; Doe uw zegen op ons dalen.

Onbevlekt Ontvangen Maagd; Kom, o Moeder kom ons halen, Als de eeuwge morgen daagt.

5 Dan zal \'t heerlijk loflied rijzen,

U, o Maagd zoo goed en schoon, Voor ontelbre gunstbewijzen

Door uw hulpe ons gehoon;

Mogen we U en Jesus prijzen Op der zaalgen jubeltoon.

-ocr page 267-

236

LIV. OPDRACHT.

-K—N-l----•-

Hemelsche

Koningin, \'k quot;W

ijd U mijn

hart en zin.

\'k Wijd U mijn

gansche

le - ven. 0 M

r m i 0

oeder teer en zoet.

•--

Diep staat in

* ë « • • J

mijn gemoed Uwe liefde ge- schre- ven.

Door Uwe reine deugd Waart Gij Uws Scheppers vreugd, Geheel uw aardsche leven;

\'k Wil trachten, meer en meer, O Moeder, zoet en teer,

Naar Uw deugden te streven.

Gij ziet zoo liefderijk,

Zoo zoet, zoo moederlijk Op mij, Uw kind, ter neder;

Doch ook mijn dankbaar hart. Zoowel in vreugd als smart. Moeder, klopt voor U teeder.,

-ocr page 268-

237

Wanneer, o Moeder mijn,

Zal \'k altijd bij U zijn —

Wanneer slaat de uur\' van mijn sterven? Help, in den laatsten strijd Help mij, barmhartigheid Bij mijn Heiland verwerven!

LV.

AAN MARIA. {Ster der Zee.)

9 Lvv--|

—« J i

quot;1 -K-

--V—1--1-

m—0-1—qz

—0--P-

J* J |

V1— Op

\'s werelds baren

vol ziels

gevaren,

ÖE

■wil ik steeds staren Zee-ster op ü. Ont-

—J-

dc

|e

zettend woeden golven en vloeden.

\'/Tb j ^ s ^ i ^

—quot;t-c-r--gt;

-*—J—f d J

wil ons behoeden, red, red ons nu!

mm

Moeder zoo teeder, zie op ons neder,

44

-ocr page 269-

238

vraag

onze redding

aan uwen Zoon.

-rr-r . . w w i .

-M tr i

v s.

1 P P J

frr\\v J

^ p 1 i

* J J ^ J

J

• ■»

Moeder zoo teeder, zie op ons neder.

r-1^- i

—rgt;-

#--^

-iH—

vraag onze redding aan uwen Zoon.

Ach, alle dagen Moeten wij klagen; Bittere slagen

Treffen ons hart; Wil ons gedenken: Op Uwe wenken Zal Jesus schenken Troost in de smart.

Refrein.

Moeder zoo teeder Zie op ons neder. Smeek om vertroosting Bij Uwen Zoon!

O schenk na \'t strijden, Na \'t smartvol lijden. Eeuwig verblijden

In \'s Hemels woon. Met d\' hemelingen

-ocr page 270-

239

U daar omringen,

God lof te zingen,

Zij eens ons loon.

Refrein.

Moeder zoo feeder, ] Zie op ons neder, | ,.

Schaar ons, uw kind\'ren / Eens rond Uw troon, )

LVI.

DE GROET DES ENGELS.

■jjrp\'-,--1—-

—j—/j f**—j--

\' r-

Wees gegroet, Gij, vol ge - na - de : Zoo sprak eens Gods af-ge-zant,

|bL.LJ~^!-^f^ÉïêE3;

En die groet klinkt nu reeds eeuwen, O-ver zee en over land. Laten wij on-

-ocr page 271-

240

---------

Wees gegroet, Gij vol genade,

Bidt het kind op moeders schoot, Bidt de moeder, bidt de vader,

Bidt elk Christen tot den dood. Laten vrij ontelbre malen, \'t Hemelsch wees gegroet herhalen; Zingen wij vol liefdegloed:

O Maria, wees gegroet!

Wees gegroet. Gij vol genade. Klinkt reeds in den morgenstond, Klinkt des middags en des avonds Onder klokgeklepel rond.

Laten wij ontelbre malen, \'t Hemelsch wees gegroet herhalen; Zingen wij vol liefdegloed:

O Maria, wees gegroet!

Wees gegroet, Gij vol genade,

Klinkt dan zacht, dan luid van toon,

-ocr page 272-

241

Bij het glijden der koralen,

Van den rozenkrans zoo schoon. Laten wij ontelbre malen, \'t Hemelsch wees gegroet herhalen; Zingen wij vol liefdegloed:

O Maria, wees gegroet!

De voorspelling is bewaarheid; « Zie van nu af zullen Mij De geslachten zalig prijzen,»

\'t Wees gegroet herhalen zij.

Laten wij ontelbre malen, \'tHemelsch wees gegroet herhalen; Zingen wij vol liefdegloed,

O Maria, wees gegroet!

\'tWees gegroet, dat uit den Hemel, Op deze aarde is neergedaald.

Wordt ter eer van Jesus Moeder In den Hemel ook herhaald.

Eenmaal in de hemelkringen Hopen wij in koor te zingen. Met een Serafijnengloed:

O Maria, wees gegroet!

LVII.

14*

-ocr page 273-

242

$

Ter neer - se - knield met harten vol van

I iTt ^-h^==:fr^

1

rouw. Barmhartig God, verstoot ons niet op

heden; Wij zweren U van nu af eeuwig

4

l=üt

i

-0-*-*-0--#-£

trouw. O Lieve Vrouwe van \'t heilig |

hart, Op U rust ons ver - trouwen in

voorspoed en in smart. Op U rust ons ver-

Naast U, o H Door U ge] Met macht b( Draagt zij Refr.

O Rijksvorst: Die elk vei Nooit was eei Die met u1 Refr.

Denk aan di( Waarin d( Denk aan dei Waarin de Refr.

Doch Moede: Denk ook \'k Ben ook i Hoor nog 2 Refr.

EnzoudtGij Dat tot U Neem aan d Dat het in Refr.

trrlT

i

ES

trouwen in voorspoed en in smart.

-ocr page 274-

243

Naast U, o Heer! gaan wij tot onze Moeder,

Door U geplaatst op glorievollen troon, Met macht bedeeld door U, o Albehoeder ! Draagt zij èn staf èn koninginne-kroon. Refr.: O Lieve quot;Vrouwe, enz.

O Rijksvorstin! als legerscharen machtig,

Die elk verwint, wie tegen U genaakt;

Nooit was eenheid, een vorst als Gij zoo krachtig. Die met uw voet den draak onmachtig maakt. Refr.; O Lieve Vrouwe, enz.

Denk aan die macht in deez\' benarde tijden.

Waarin de vorst der duisternis regeert:

Denk aan den strij d, aan het verscheurend lij den Waarin de Kerk, de Bruid uws Zoons verkeert. Refiw O Lieve Vrouwe, enz.

Doch Moederlief! O Koningin verheven.

Denk ook aan mij, die ü als Moeder mint, \'k Ben ook uw kind, door Jesus U gegeven. Hoor nog Zijn stem: oVrouw, ziedaar uw kind! Refr.\\ O Lieve Vrouwe, enz.

En zoudt Gij dan de stem van \'t kind versmaden.

Dat tot U bidt, aan U het harte biedt ?

Neem aan dat hart, dat toonen zal door daden, Dat het in U zijn lieve Moeder ziet.

Refr.-. O Lieve Vrouwe, enz.

-ocr page 275-

244

LVIII.

SALVE REG1NA.

Wijze: LUI.

Blijde komt ons hart U groeten, Moeder van Barmhartigheid!

Biddend knielen we aan uw voeten , Die des levens hope zijt;

Wil het lijden ons verzoeten, Koningin vol teederheid.

Tot U klimme ons droevig smeeken Uit dit aarsche ballingsoord;

Zie, de kindren Eva\'s spreken: Red ons door uw krachtig woord,

Laat, wen onze tranen leken ,

Deze heê niet onverhoord.

Zie barmhartig op ons neder, Midd\'laresse ons gehoon!

Wees, o Maagd zoo Zoet en Teeder , Onze voorspraak bij uw Zoon !

Toon ons in ons stervens-ure Jesus op zijn glorietroon.

Zoete Moeder vol meedoogen, Vat van goedertierenheid.,

Voere uw smeekend Alvermogen, Ons in \'s Hemels heerlijkheid.

Maak ons waardig in Gods oogen, Zijn belofte in eeuwigheid.

-ocr page 276-

245

ILX.

AVE MARIA.

Wij brengen, als de Engel,

U, Moeder zoo zoet, Met teedere liefde

Den dierbaren groet:

Gegroet, gegroet, Maria gegroet, bis.

Door dalen en wouden,

Langs bergen en vliet,

Klinkt, Moeder, uw eere

In \'t hemelsche lied:

Gegroet, gegroet, Maria gegroet, bis.

De talen der volken

Verheflen uw naam; Zij smelten in \'t Ave

Maria te zaam;

Gegroet, gegroet, Maria gegroet, bis.

Aanvaard dan de hulde, O Moeder, zoo goed.

De hulde uwer kind\'ren,

Aanhoor onzen groet;

Gegroet, gegroet, Maria gegroet, bis.

Zoo blijft, o Maria,

In vreugd en in smart, In leven en sterven

De kreet van ons hart:

Gegroet, gegroet, Maria gegroet, bis.

-ocr page 277-

246

Die groet zij de laatste

Door \'t hart nog geuit,

Wanneer in \'t sterven

De mond zich reeds sluit.

Gegroet, gegroet, Maria gegroet, bés.

Maar dan door Maria

Geleid tot haar Zoon,

Herhalen wij eeuwig

Geschaard om haar troon :

Gegroet, gegroet, Maria gegroet. Ms.

LX.

TER EERE VAN HET H. HART VAN JESUS.

Wijze: LVIL

O God van liefde, hoor het biddend smeeken Van \'t harte voor uw troon, in \'t stof geknield! Voor mij liet Gij uw Hart aan\'t kruis doorsteken, Voor mij werdt Gij doorwond, voor mij ontzield!

God van genade.

Ontferming Heer!

Met gunsten overladen^

Beleedig \'k U nooit weer.

Uw minlijk Hart, van liefdegloed omgeven,

Zegt door dat vuur, hoezeer Gij mij bemint: Gij roept en vraagt, verlangend voor mijn leven. Geef mij, geef aan uw God uw hart mijn kind. God van genade, enz.

-ocr page 278-

247

Uw Harte met een doornenkrans omwonden,

Zegt mij, wat Ge in uw liefde voor mij leedt; En \'tkruis, waaraan Gij stierft voormijne zonden Vraagt, dat ik nooit uw bittren dood vergeet\'. God van genade, enz.

LXI.

AAN HET ALLERHEILIGSTE.

#%p±j

---

-i .

r li

i.

—Li—1-

^ si * -

U Je - sus eer, om ons zoo diep ver-^-1 ^ l\' 1 S

borgen, in \'t Sacra-ment van Uw onpeilbre

i

min; Hier waakt ge altijd van d\'avond tot den

morgen,

en trekt

quot;1-^

om ons uw

J l—? -N

gloriest

—I—l

- Cï- - »-

ralen

tU-

amp; é é

in. Myn God en Koning! mijn Opper-heer

-ocr page 279-

248

3=

c É

U in uw woning, Ü Jesus, dank en eer. Mijn

- ^—kh-_-UJh-4-

si

=P

God en Koning! mijn Opper-heer! U in uw

—I-K-!-Ti

---

-#—# j 4-

—i—

-r

——

woning, U Je-sus, dank en eer.

U dank en eer van alle tong en talen, Van wat op aarde en in den hemel leeft; Ten boete blijv\' heel \'t wereldkoor herhalen: Aan Jesus eer! die ons zich zelf hier geeft. Mijn God en Koning! enz.

U dank en eer, maar ach, die zwakke klanken Zij kunnen CJ, die in ons midden troont,

Voor zulk een gunst, zoo eind\'loos groot, niet

[danken.

Veel minder nog, als Ge in ons binnenst woont. Mijn God en Koning! enz.

O geven wij voor liefde liefde weder,

Zij leide ons steeds naar Jesus\' tempelkoor. Daar werpen we ons ten dankbaar offer neder, Dat onverdeeld en eeuwig Hem behoor\'.

Mijn God en Koning! \\

Dan vieren wij j ■.

In \'s hemels woning / gt;ls\' Uw eindloos feestgetij I )

-ocr page 280-

249

LXII.

SMEEKZANG TOT DEN H. JOSEF.

Patroon van een zaligen dood.

» •-

% %

|e

Wij roepen U, o Joseph, aan, Pa-

=1

troon van hen die sterven gaan; ver-

éïEE=3

krijg voor ons, zoo smeeken wij, Dat

ook ons sterven zalig zij.

Uw Jesus kondigde U het aan, Dat weldra \'t stervensuur zou slaan; Verkrijg voor ons, zoo smeeken wij. Dat onze dood niet haastig zij.

Maar treft ons toch die ramp, zoo groot. Treft ons een onvoorziene dood; Verkrijg dan dat, zoo smeeken wij, Die dood ons niet noodlottig zij.

ïjn

t t

■w

-ocr page 281-

250

Maria, Jesus\' Moeder bood,

U hulp en bijstand bij uw dood; Maria, sta, zoo smeeken wij.

Ons in het stervensuur ook bij.

Gij werdt door Jesus ondersteund, Laagt stervend in zijn arm geleund; Ook zijn gena, zoo smeeken wij, Sta in het stervensuur ons bij.

Uw God verlichtte uw stervenssmart, Drukte U tot afscheid aan zijn Hart; Verkrijg voor ons, zoo smeeken wij. Dat Jesus onze Teerspijs zij.

Gods Englen daalden bij uw dood, Zij voerden U in Abrams schoot; Verkrijg voor ons, zoo smeeken wij. Dat dit ons lot ook eenmaal zij.

Een troon, een kroon vol heerlijkheid, Is door uw Jesus U bereid;

Verkrijg dat eens, zoo smeeken wij. Een troon, een kroon ons deel ook

LXIII.

ROZENKRANSLIED.

Strooit de aard haar êelste rozen,

-ocr page 282-

251

—1—1--f-H

—i—i—i—[_|

p

——

voor Maria\'s voeten neer; schenkt natuur ook

fts i~~j 1 1

—1-;—r^htl—l—1—ft

0 J i*4

al haar schatten aan Gods lieve Moeder weer: schooner zijn de hemelbloemen, Die, in zachten

11 i ^ ,

—1—1—1—\\~~\\ —^-1-1--1—

*. é é

--

reinen glans, U als Koning - inne sieren.

Van den Heil\'gen Rozenkrans.

Komt Gods Engel U begroeten,

Biedt ge hulpe aan uw nicht.

Knielt ge, Moeder-Maged, neder

Bij de krib van \'s Werelds-licht, Moogt ge uw Kind den Vader offren,

Vindt Ge Hem verloren weer: Vreugde rozen brengt dan \'t harte, U, o Moeder van den Heer.

Zien we in den hof des lijdens, Drupplen \'t bloedzweet van uw Zoon,

-ocr page 283-

252

Biedt men Hem, na geeselslagen, Doornen aan ten koningskroon,

Moet Hij machtloos \'t kruishout torschen

Sterft Hij onder smaad en pijn:

Onze rozen dragen tranen,

Die U \'t blijk der liefde zijn.

Maar herrijst Hij weer ten leven,

Overwinnaar van den dood,

Zien we Hem ten Hemel stijgen.

Die den Geest tot Troost U bood; Zetelt gij als Hemelinge,

Koningin door God gekroond: Dan wordt door ons krans van rozen U, Vorstinne, eer betoond.

Goede Moeder neem ons bloemen.

Onze kinderbeden, aan,

Bied deez\' Rozenkrans uw Jesus,

Onzen Heer, genadig aan;

Dan, ter liefde zijner Moeder,

Zij een onverwelkbre kroon Ons in \'t stervensuur geschonken, O Maria, door uw Zoon.

LXIT.

AAN DEN H. MARTINUS.

Mar-tinus on-ze Schutspa - troon, Wij

-ocr page 284-

253

KTfr—Jl—1—

H-1--O\'--1-

vallen U te voet, Wij roepen u-we

m

voorspraak in, En bieden U ons groet.

Wat waart gij, moedig jongeling,

Nog in \'t soldatenkleed,

Bewogen met der armen nood.

Tot hulp en troost gereed.

En later, toen ge als Christenheld

Des kruises-standaard hieldt,

Hoe heeft toen woord en daad te zaam Uw trouwen niet bezield.

Als ge eindlijk \'t eeuwig loon ontvingt, Der weldaad weggelegd,

Hebt ge aan uw droeve jongeren Uw hulp nog toegezegd.

Toen zaagt ge Jesus, die U eens In \'s armen kleed verscheen.

Voor eeuwig; wees ons voorspraak nu In \'t Rijk der Zalighêen.

Bescherm ons, eed\'le menschenvriend, Die de armen nooit verstiet;

Verlaat in al hun nood en druk Uw trouwe kind\'ren niet.

■*=ɱSz

15

-ocr page 285-

254

Martinus zij uw bêe me een schild,

Een zwaard in \'s levensstrijd, Opdat ik me eeuwig eens met U In \'t aanschijn Gods verblijd.

LXV.

TER EERE VAN MARIA.

*:

Uit-ge - le - zen -ste, On-vol-pre-zen-ste,

i?--i—il—1—1—T

-f-tquot;

-j-

/Cv-----0-*-

_ {h

—hi--1-rtd

-Ol—

—I—i--1--■-

V-é-Ht-«-

Aller Moeder Ma- ri - a! Moge \'t lied der

$

Eng\'len, Met ons zang zich meng\'len.

iP TT

-J=l -i -f

1 :

r^—

----

if ^

--1-

Glo - rie - vol - ste Ma- ri - a.

O genadigste, O weldadigste,

Allerbeste Maria!

Wil ons steeds beschermen. Onzer U ontfermen In ons leven, Maria!

±

-ocr page 286-

255

O onschuldigste,

Hoogst verduldigste, Diep bedroefde Maria! Zuchten wij in lijden, Kom ons dan bevrijden. Lijdenvolste Maria.

O gij machtige, Ons gedachtige,

Beste Moeder Maria! Vestig uwe oogen Immer vol meedoogen Op uw kindren, Maria.

Rein geborene. Uitverkorene, Zegenvolle Maria! Op ons levenspaden Schenk ons uw genaden, O Maria, bid voor ons!

LXVI.

AAN MIJNE ONBEVLEKTE MOEDER.

i

• •

Wij prijzen vol vreugde de zuiverste

Maagd, Wij prijzen ze in vroolijke zan-

-ocr page 287-

I

256

i

gen; Haar schoonheid heeft eeuwig den

lj=tJ=3

m

Schepper be - haagd, Zij werd zonder

irfoï--1—I-\'i

—IJ—i—

—|~1quot;T 1 I-

■fb-M--1—*-#—

i—• .0. .

—J—i—•—

«---

: \'J \' .

zonden ont - vangen. O Reinste der

----J_,

Ie

i

Maagden, u prijze mijn lied, ver-smaad, ach ver

W*—\' \' -4- 1

----

smaad mijne zangen toch niet.

Van \'t hoogste de3 hemels zag God op U neêr, Zijn oog sloeg u liefderijk gade;

Beeds vuór uw geboorte werdt gij door den Heer, Vervuld met de grootste genade;

Gij hleeft steeds van iedere zonde hevrijd,

En eeuwig uw\' Heer en uw\' Schepper gewijd.

Gelijk onder doornen de lelie bekocrt,

Zoo zijt gij het sieraad der vrouwen;

Ach , mocht ik, o Moeder van \'t eeuwige Woord Toch al uwe schoonheid beschouwen!

-ocr page 288-

257

O vleklooze Moeder, wat zijt gij toch schoon ! Gij deelt in de schoonheid van Jesus, uw\' Zoon.

Nu leeft gij daar boven in eind\'looze vreugd\',

Waar de Eng\'leu TJ juichend omringen;

De hemel wordt thans door uw\' schoonheid verheugd Die Cherubs en Serafs bezingen.

O Luister des hemels ! gij glinstert van licht,

G-od zelf heeft uw\' troon naast den Zijne gesticht.

O Maagdelijke Moeder, o vleklooze Maagd, Tot boven de sterren verheven ,

Bekom ous die deugd, welke \'t meest u behaagt, En leidt ons tot \'t eeuwige leven;

Daar zingen wij eeuwig rondom uwen troon,

O reinste der Maagden, wat zijt gij toch schoon!

LXVII.

MARIA BOODSCHAP.

Wijze: XXIII.

In \'t stille huis van Nazareth

Lag in aanbidding neer De Maagd, van de eeuwen voorbestemd

Tot Moeder van den Heer.

Dauwt, heem\'len, den Verlosser af,

Zietdaar henr een\'ge vraag;

O God, kies uit de zaal\'ge vrouw,

Wier schoot den Heiland draag\'.

En \'t uur is daar, en God kiest uit

Een Moeder voor zijn\' Zoon.

Maria is de zaal\'ge vrouw,

-ocr page 289-

258

De woonstee wonderschoon,

Waarin de Godheid rusten wil.

O vlekkelooze Maagd,

Uw schoot is de uitverkoren ark.

Die aan Gods Zoon behaagt.

Nog zat aanbiddend neergeknield

De Jonkvrouw in haar cel,

En ziet, God zendt uit \'t hemelrijk

Zijn Engel Gabriel.

Hij brengt haar \'s Heeren groetenis En meldt haar \'s Heeren wensch. Die eeuwiglijk besloten heeft Uit haar te worden mensch.

Zij schrikt en vraagt : van waar die groet

Wie waarborgt \'t kuisch verbond, Dat voor \'t altaar bezworen heeft

Mijn\' kinderlijke mond?

Maar nu Gods Engel haar betuigt:

«Uw\' zuiverheid, uwe eer Blijft steeds, o Maagd, bewaard», spreekt zij «Ziehier uw\' dienstmaagd, Heer!

En de Engel keert terug tot God.

En in Maria\'s schoot Is Vleesch geworden \'t Woord, dat ons

Gered heeft van den dood.

Aanbiddend zinkt Maria neer. Na \'t wonder pas gewrocht:

Loof Gods erbarming, stamelt zij. Hij heeft zijn volk bezocht.

O Jesus, met ons vleesch omhuld. Wat zijt ge oneindig goed!

-ocr page 290-

259

O reine telg uit Davids huis,

Maria, wees gegroet!

\'t Toestemmend -woord vol need\'righeid

Heeft ons Gods Zoon gebracht; En Jesus komst schonk zaligheid Aan \'t menschelijk geslacht.

LXVIir.

HULDE AAN MARIA.

Wijze: XLII.

Wonderschoon prachtige, Wondergroot machtige,

Lieflijk volzalige hemelsche vrouw !

Wie \'k mij als feeder kind,

Liefdevol toe - - verbind,

Ja mij met ziel en met lichaam vertrouw. Goed, bloed en leven Wil ik u geven;

Alles, ja al wat ik ben van af nu,

Geef ik met vreugde Maria aan u.

Sterren omglanzen u.

Zonnen omkranzen u.

Troostende ster in de nachtlijke vaart!

Voor de betreurende,

\'t Menschdom besmeurende Zondesmet heeft u Gods Almacht bewaard, Zalige Moeder,

Jesus den Broeder,

Heiland en Redder, van Adams geslacht Hebt gij, o wonder! als maagd voortgebracht.

-ocr page 291-

260

Hemelsche Rijksvorstin,

Machtige Koningin,

Wonderbaar Moeder en Maagd tegelijk ! Sterkte der strijdenden,

Zalving der lijdenden,

Levende bron in vertroostingen rijk! U , o getrouwe ,

Magtige Vrouwe,

Schouwen wij hoopvol, berouwhebbend aan, Moeder, och! voer ons op zekere baan!

Spiegel der zuiverheid,

Bijstand der Christenheid,

Help me altijd huldigen \'s Heeren gebod. Gij zijt en heil en troost Voor \'t u steeds minnend kroost. Vorstin des hemels en moeder van God! Werp op mij neder.

Moeder zoo teeder!

Moeder! ja werp toch uwe oogen op mij! Leer mij in ootmoed zoo wand\'len als gij.

Tegenspoed proevende,

Kent gij bedroevende Rampen en pijnen en innige smart. Niemand verlaat gij ooit;

Kind\'ren verstoot gij nooit;

Wie zou bedroeven uw moederlijk hart? Schenk troost in \'t lijden,

Kalmte in \'t verblijden,

Bid ook voor ons uwen Godd\'lijken Zoon, Als Hij ons roept voor zijn\' eeuwigen troon.

-ocr page 292-

261

LXIX

AAN MARIA, ONZE TOEVLUCHT.

I

Kindren van Ma-ri-a! Heft een loflied

H—h *\'J-• •

aan. Zingt het al-le-lu-ja, Nooit kunt gij ver-

J-

gaan. Onder uw be - scherming,

Moeder van Gods Zoon, Vinden wij ont-

ferming, Voor des Heeren troon.

Kind\'ren van Maria!

Heft een loflied aan,

Zingt het alleluja,

Nooit kunt gij vergaan.

16\'

-ocr page 293-

262

Satan, \'s menschen vijand Zoekt hun\' ondergang,

Maar door uwen bijstand Vlucht de helleslang.

Kind\'ren enz.

\'t Zonnelicht verduistert Bij uw\' heerlijkheid,

En geen\' smet ontluistert Maagd, uw vlek\'loosheid. Kind\'ren enz.

\'k Wil uw voetspoor drukken , Schutsvrouw mijner jeugd, Niets zal mij ontrukken \'t Kostbaar pand der deugd. Kind\'ren enz.

Maagd, in druk en lijden Vlucht ik in uw\' schoot; Wil mij steeds bevrijden Van den eeuw\'gen dood, Kind\'ren enz.

Mocht de bange stonde Van mijn sterven slaan, Wil dan aan mijn\' sponde Lieve Moeder staan.

Kind\'ren enz.

-ocr page 294-

263

n.

LXX

O KONINGIN VOL MAJESTEIT.

m

ÉZ5SÊ

0 »-#

O Koningin vol majesteit, Ma - ri - a! Gij,

■fH—i----

i —l i

I 1 1 1 \' ■ ^

-far-—J—1--1-~l-

- J J—•

-4

W \'^=3 t-

------

trouwe hulp der Christenheid, Ma - ri - a!

ai

4

i-

»•

Zie ons om uw legervaan. Sterke Vrouwe,

3=

»

voer ons aan. O help ons strijden, In

000

al - le tijden, in allen nood, tot

Ö:

i

ï

• •

in den dood. Ma - ri - - - a!

i.

-ocr page 295-

264

O goed, o heilig Moederhart, Maria! Gij leedt voor ons zoo bittre smart, Maria! Laat die droeve folterpijn Niet voor ons verloren zijn.

O help ons strijden enz.

O ster der zee in de onweersnacht, Maria! Verblijd ons door uw stralenpracht, Maria! Geef uw kindren nieuwen moed, Als de storm hen vreezen doet. O help ons strijden enz.

Uw voet heeft satans kop verplet, Maria! Uw zege ons van den dood gered, Maria! Zie, de vijand valt weer aan; Kom op nieuw zijn trots verslaan. O help ons strijden enz.

O Maagd ontvangen zonder smet, Maria! Verhoor ons vurig smeekgebed, Maria! Strijd heldin, door Jezus sterk, Schenk de zege aan Jezus\' kerk,

O help ons strijden enz.

LXXI.

ROUWVOLLE BEDE.

God van troost, mag \'k d\' oogen

-ocr page 296-

265

wenden naar den Hemel, waar gij woont ? Mag ik komen vol el-lenden, Voor uw

iB=EËëÉgiii^ËË^

aanschijn diep ge-hoond? Mag ik ook, hoe vol van zonden, Hopen op barmhartig-heid ? Gij ach

ja geneest de wonden van het

hart dat tot U schreit.

Ach, mijn God! mijn liefste Vader!

\'k Ben een zondaar! Ik heb schuld! Maar gedoog, dat ik U nader\'.

Ik bezweer U heb geduld.

Vader! Vader vol ontferming !

Neem mij tot uw kind weer aan,

-ocr page 297-

266

Neem mij weêr in uw bescherming, \'k Zweer U liefde en trouw voortaan.

Geef mij weêr die zoete dagen,

Die ik beleefd heb in mijn jeugd. Toen ik U nog mocht behagen

Door mijn onschuld, door mijn deugd. Ware ik toen toch maar gestorven,

Eer ik deed het eerste kwaad. Eer mijn harte werd bedorven Door zoo meen\'ge booze daad.

Geef mij weêr mijn lieve moeder

Tot geduur\'ge troosteres.

Geef mij Jesus weêr tot Voeder

Die mijn smachtend harte lesch. — Eeuwig laat mij U eens prijzen,

quot;Vader van barmhartigheid!

Die geen zondaar af kunt wijzen Als hij om ontferming schreit.

LXXII. KERSTLIED.

Sï- ^ 1

•—±1

1 ^

—--#-

-«v

Herders! hoe! ont - waakt gij niet ?

j-jy

Wat is op dit uur geschied? Eene

-ocr page 298-

267

fete

• •

• *

stem van heme - lingen klonk door ongemeten

kringen. Glo-ri-a! Glo-ri-a! O wat

-4-

-wonder mag deez\' nacht, Op den

4=$--

-=i-

aardbol zijn vol-bracht! Want een

rb-

^--1_^.

vreug - de - spel - lend glans, Straalde

van den hemel - trans.

Ach! ik hoorde een Englenstem, Zij riep ons naar Bethlehem : Van een maagd door God verkoren, Is daar \'t heilig Kind geboren Gloria!

Gloria!

w

«»

-ocr page 299-

268

O, de Schepper van \'t heelal Ligt daar in een beestenstal,

Laat ons spoeden naar dat Kind,gt; Toonen dat ons hart het mint. | \'

quot;Wat geschenken neem ik mee?

Denk toch aan geen offervee,

Gij moet een goed hart opdragen, Dit kan \'t goddelijk Kind behagen. Gloria!

Gloria!

Ach, welk offer is te groot Voor dat Kind, dat God ons bood! Komt, laat ons te zamen gaan i, ^ Biddend voor zijn wiegje staan. !

quot;Welkom, Kindje, wees gegroet.

Daar ge uw liefde ons blijken doet; quot;Welkom, dierbaar Kind, in \'t leven, Moge we ü ons harten geven?

Godlijk Kind,

Dat ons mint,

Voor ons vloeit uw eerste traan.

Neem ons harte gunstig aan;

Voor uw krib, o Opperheer, h-s Leggen wij deez\' giften neêr. I

Lieve Moeder van dit. Wicht,

Dat in \'t arme wiegje ligt Boven allen uitgelezen,

Moest Gij Jesus Moeder wezen,

Zuiv\'re Maagd,

Moeder Maagd!

-ocr page 300-

269

Als ge in liefd\' gevoel verrukt \'t Lieve Kind aan \'t harte drukt, Bied het dan de harten aan / ^ Die voor U en Jesus slaan, i

LXXIII.

BIJ HET BEELD VAN HET H. HART VAN JESUS.

*

—«

O hoe liefde-rijk en teeder ziet dat beeld van

i=;ü

\'t Heilig Hart, Van mijn Jesus op mij neder,

it

mm

In dien blik wat liefde en smart!

\'0 •

Zacht schijnt wel die mond te klagen:

È

Ach mijn liefde wordt miskend;

-ocr page 301-

270

3=3:

ü

H--Kr-

We - der - lief - de wil Hij vragen,

p

%

5:

Oog en hart naar mij gewend.

2.

Ziet, hoe gloriestralen glanzen,

Om dat Hart in gouden gloed; Wreede doornen het omkransen,

Rood gekleurd in \'t god\'lijk bloed; Ziet, dat reddend kruishout, boven Op het vlammend Hart geplant, In de vlam door niets te dooven. Van zijn feilen liefdebrand, (bis.)

3=

Uit die breede wond ter zijde,

Druipt de laatste druppel bloed; O, dat aller hart zich wijde

Aan Uw Hart, 0 Jesus zoet! Ach, mij dunkt, ik hoor U spreken:

«Zie mijn Hart, dat zóó bemint, «En toch, hoe ik moge smeeken, «Veel te weinig liefde wint», (bis.)

God\'lijk Hart, vol liefde en smarte , Ik begrijp, wat Gij begeert:

4.

-ocr page 302-

271

Ik zal ijv\'ren, dat Uw harte

Word\' gekend, bemind, geëerd; Harten ga ik voor U winnen,

IJv\'ren voor Uw liefde en eer: Mochten allen U beminnen, U vereeren meer en meer. {bis.)

LXXIV.

LITANIE TOT DE H. MAAGD.

Kyrie eleïson, Christe eleïson, Kyrie eleïson , Christe, audi nos. Christe, exaudi nos

Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm XJ onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.

Jlfaria, Jlfaria ! wij hidden U,

Ach , help ons nu, en in den dood ! O allerzuiverste, o Maagd, Maria!

Pater de coelis. Deus, Fili, Redemptor mundi,

Deus ,

Spiritus sanete, Deus,

miserere nobis. Sanota Trinitas,

Sancta Trinitas,

Sancta Trinitas, uuus Deus, miserere nobis. Sancta Maria,

Sancta Dei Genitrii, Sancta Virgo virginum,

ora pro nobis. Mater Christi,

Mater divinae gratiae, Mater purissima,

ora pro nobis

God, hemelsche Vader, God, Zoon, Verlosser der

wereld,

God, Heilige Geest,

ontferm TJ onzer. Heilige Drievuldigheid, Heilige Drievuldigheid, Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Heilige Maria,

Heilige Moeder Gods, H. Maagd der maagden, bid voor ons. Moeder van Christus , Moeder der goddelijke ge-Allerreinste Moeder [nade.

bid voor ons.


-ocr page 303-

272

Mater castissima ,

Mater inviolata,

Mater intemerata,

ora pro nobis.

Mater amabüis ,

Mater admirabilis ,

Mater Creatoris,

ora pro nobis.

Mater Salvatoris ,

Virgo prudentissima,

Virgo veneranda,

ora pro nobis.

Virgo praedicanda,

Virgo potens ,

Virgo clemens ,

ora pro nobis.

Virgo fidelis ,

Speculum jnstitiae ,

S edes sapientiae,

ora pro nobis.

Causa nostrae laetitiae. Vas spirituale , Vas honorabile,

ora pro nobis.

Vas insigne devotionis ,

Bosa mystica,

Turris Davidica,

ora pro nobis.

Turris eburnea.

Domus aurea ,

Foederis area,

ora pro nobis.

J anua coeli,

Stella matutina,

Salus infirmorum,

ora pro nobis.

Allerzuiverste Moeder, Ongeschondene Moeder, Onbevlekte Moeder,

bid voor on

Beminnelijke Moeder, .

Wonderbare Moeder, Kegm:

Moeder des Scheppers, Eegim

bid voor ons. Eegln!

Moeder dss Zaligmakers, .

Allervoorzichtigste Maagd, Kegim

Eerwaardige Maagd, Kcgini bid voor ons.

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertierene Maagd ,

bid voor ons.

Getrouwe Maagd ,

Spiegel d. rechtvaardigheid Zetel der wijsheid,

bid voor ons

Oorzaak onzer blijdscliap Geestelijk vat,

Eerwaardig vat,

bid voor ons.

Uitmuntend vat van godsvrucht ,

Geheimzinnige roos,

Toren van David,

bid voor ons.

Ivoren toren,

Gulden buis ,

Ark des verbonds,

bid voor ons.

Deur des hemels,

Morgenster,

Behoud der kranken ,

bid voor ons.

Eefugi Consol Auxili


-ocr page 304-

273

,\'er Eefugium peocatorum . Conaolatrix afflietorum, ons. Auxilium Christianorum , ora pro nobis. Regina angelorum, 3 Eegina patriarcharum, 0D3- Eegina prophetarum,

ora pro nobis.

■ers,

aagd, Eegina apostolorum, Eegina martyrum , ons. ®egina confessorum ,

ora pro nobis. Eegina virginum,

Eegina sanctorum omnium, Vs. Kegina sine labe originali concepta, ora pro nobis.

heid ®e?\'naSacratissimiEosarii,

.ons ora pro nobis.

Agnus Dei, qui tollis peo-

cata mundi,

paree nobis, Domine.

njng Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi ,

squot; exaudi nos, Domine.

Agnus Dei, qui tollis pec-

cata mundi,

miserere nobis.

ons.

Chnste, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Kyrie eleïson.

oas- Sub tuum praesidium confugimus , sancta Dei Ge nil rix , nostras depreca-tiones ne despicias in neons. eessitatibus nostris, sed a

Toevlucht dei- zondaren, Troost der bedrukten, Hulp der Christenen,

bid voor ons. Koningin der engelen, Koningin der aartsvaders, Koningin der profeten,

bid voor ons. Koningin der apostelen, Koningin der martelaren, Koningin der belijders,

bid voor ons.

Koningin der maagden, Koningin van alle heiligen. Koningin zonder erfsmet ontvangen, bid voor ons.

Koningin van den Allerhei-ligsten Eozenkrans,

bid voor ons. Lam Gods, dat wegneemt

de zonden der wereld, spaar ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt

de zonden der wereld, verhoor ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt

de zonden der wereld, ontferm TJ onzer.

Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. Heer, ontferm U onzer.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht. Heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons


16

-ocr page 305-

274

periculis cuuctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedieta, Domina nostra, Mediatrix nostra, Advocata nostra, tuo Filio nos recon-cilia, tuo Filio nos com-menda, tuo Filio nos re-praesenta.

V. Ora pro nobis saneta Dei Genitrii.

R. TJt digni efficiamur promissionibus Christi.

Oremus Concede nos famulos tuos , quaesumus Domine Deus , perpetua mentis et corporis sanitate gaudere; et gloriosa beatae Mariae semper Virginis interces-cione , a praesenti liberari tristitia, et aeterna perfrui laetitia. Per Christum Do-minum nostrum. Amen.

altijd van alle gevaren , o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.

v. Bid voor ons, Heilige Moeder Gods.

E. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bidden.

Wij bidden U, Heer God, verleen dat wij uwe dienaren ons in een voortdurenden welstand van geest en lichaam mogen verheugen, en door de glorierijke voorspraak der zalige Maria, altijd Maagd, van de tegenwoordige droefheid mogen verlost worden en de eeuwige zaligheid genieten. Door Christus, onzen Heer. Am.


LXXV.

TANTUM ERGO.

Tantum ergo Sacramentum

Veneremur cerimi, Et antiquum documentum

Novo cedat ritui;

Praestet fides supplementum Sensuurn defectui.

-ocr page 306-

275

Genitori, Genitoque Laus et jubilatio,

Salus, honor, virtus quoque,

Sit et henedictio;

Procedenti ab utroque Compar sit laudatio. Amen.

v. Panem de coelo praestitisti eis, R. Omne delectamentum in se habentem.

LXXVI. MAGNIFICAT.

Magnificat * anima mea Dominum;

Et exultavit spiritus mens,* in Deo salutari meo.

Quia respexit liumilita-tem ancillaesuae;* ecee enim ex hoe beatam me dicent om-nes generationes.

Quia fecit mihi magna qui potens est;* et sanctum nomen ejus.

Et misericordia ejus Jl progénie in progenies,* ti-mentibus eum.

Fecit potentiam in bra-chio suo; * dispersit superbos men te cordis sui.

Deposuit potentes de ■°ede ,* et exaltavit humiles.

Mijne ziel maakt groot den Heer!

En gejuicht heeft mijn geest in G-od mijn zaligmaker .

Daar Hij neergezien heeft op de geringheid zijner dienstmaagd! -n-ant zie, van nu af zullen mij zalig noemen alle geslachten.

Omdat Hij groote dingen aan mij heeft gedaan, de Machtige, en heilig is zijn Naam.

Eu zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht, voor die Hem vreezen.

Hij heeft kracht gedaan door zijn arm; verstrooid heeft Hij de hoogmoedigen in de gedachten huns harten

Machtigen heeft Hij van den troon gestooten, en geringen verheven.


-ocr page 307-

276

Esurientes inplevit bonis, * et divites dimisit in-anes.

Suscepit Israël puerum suum, * recordatus miseri-cordiae suae.

Siout locutus est ad patres nostros, * Abraham, et semini ejus in saecula.

Gloria Patri, et 3?ilio, et Spiritui sancto,

Sicut erat in prineipio, et nunc et semper,* et in saecula saeoulorum. Amen.

Noodlijdenden heeft Hij met goederen overladen, en rijken ledig weggezonden.

Hij is Israël, zijnen dienstknecht, te hulp gekomen, indachtig zijner barmhartigheid.

Gelijk Hij gesproken had tot onze vaderen, met Abraham en zijn geslacht in eeuwigheid.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.

Gelijk hei; was in den beginne, 9n nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen.

Amen.


LXXVII.

DE PROFUNDIS.

De profundis clamavi ad te, Domine : Domine exaudi vocem meam.

Fiant aures tuae intendentes, in vocem de-precationis meae.

Si iniquitates observaveris, Domine : Domine quis substinebit?

Quia apud te propitiatio est: et propter legem tuam sustinui te, Domine.

Sustinuit anima mea in verbo ejus: speravit anima mea in Domino.

A custodia matutina usque ad noctem, speret Israël in Domine.

Quia apud Dominum misericordia : et copiosa apud eum redemptio.

-ocr page 308-

277

Et ipse redimet Israël, es omnibus iniquita-tibus ejus.

quot;V. Requiem aeterna dona eis, Domine. r. Et lux perpetua luceat eis.

Kyrie eleïson.

Christe eleïson.

Kyrie eleïson.

Pater noster

V. Et ne nos inducas in tentationem

R Sod libera nos a malo.

v. A porta inferi. Li. Erue Domine animas oorum.

V. E-equiescant in pace. R. Amen.

v. Domine oxaudi ora-tionem meam.

ll. Et clamor mens ad te veniat.

V. Dominus vobiscum. li. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

Fidelium, Deus, omnium Conditor et Redemptor, ani-mabus famulorum famula-rumque tuarum remissio-nem cunctorum tribue pec-catorum : ut indulgentiam, quam semper optaverunt, piis supplicationibus con-

Heer, ontferm IJ onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

Onze Yader.

v. En leid ons niet in bekoring.

R. Maar verlos ons van den kwade.

v. Yan de poorten des grafs.

R. Red, o Heer, hunne zielen.

V. Dat zij lusten in vrede.

r. Amen.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

B. En mijn geroep kome tot U.

v. De Heer, zij met u.

r. En met uwen geest.

Laat ons bidden,

God, Schepper en Verlosser aller geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van al hunne zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze


15#

-ocr page 309-

278

sequantur. Qui vivis et reg-nas in saecula saeculorum.

r. Amen.

V. Requiem aeternam do-na eis, Dom ine.

K. Et lux perpetua lu-ceat eis.

V. Bequiescant in pace. K. Amen godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en heersoht in de eeuwen der eeuwen.

r. Amen.

V. Heer, geef hun de eeuwige rust.

K. En het eeuwig licht \\ evlichte hen.

v. Dat zij rusten in vrede. r. Amen.


LXXVIII. HET KERKLIJK DANKLIED. Te Deum laudamus.

Te Deum laudamus; Te Dominum confitémur.

Te aeternum Patrem om-nis terra veueratur.

Tibi omnes Augeli: Tibi Coeli, et nniversae Potentates :

Tibi Chérubim et Seraphim incessabili voce pro-clamant :

Sanctus, Sanetus, Sanc-tusDominus, Deus Sabaoth.

Pleni sunt coeli et terra, Majestatia gloriae tuae.

U , God , loven wij : U Heer, belijden wij .

U,eeuwige V ader, vereert de gansche aarde

tl roepen alle Engelen: tT de Hemelen, en al de Machten :

TJ de Chei-ubijnen en Serafijnen met eenparige stemmen, onophoudelijk toe:

Heilig, Heilig, Heilig, is de Heer, de God der Heerscharen.

Vol zijn. de hemelen en de aarde van de Majesteit uwer glorie.


-ocr page 310-

279

Ta gloriosus Apostolo-rum chorus,

TeProphetarum laudabi-lis numerus

Te Martyrum caudidatus laudat exercitus.

Te per orbem terrarum sancta confitetur Ecclesia,

Patrem immensae majes-tatis:

Venerandum tuum ve-rum et unicum Mlium ?

Sanctum quoque Para-clitum Spiritum.

Tu Eex gloriae, Christe.

Tu Patris sempiternus es Küius.

Tu ad liberandum sus-cepturus horninam, non horruisti Virginis uterum.

Tu, devicto mortis aculeo, aperuisti credentibus regna coelorutn.

Tu ad dexteram Dei se-des in gloria Patris.

Judex créderis esse ven-turus.

Te ergo quaesumua, tuis famulis subveni, quos pretioso sanguine redemisti.

Aeterna fac cum Sanctis tuis in gloria numerari.

Salvum fac populum tu-

TJ looft het glorierijke koor der Apostelen,

U de lofwaardige schaar der Profeten,

TT het schitterend leger der Martelaren,

U belijdt over de gan-sche aarde de heilige Kerk: Den Vader van onmetelijke majesteit;

Uwen aanbiddelijken, waarachtigen en eenigen Zoon,

Ook den Heiligen Geest, den Trooster.

Gij zijt de Koning der glorie, Christus !

Gij zijt des Vaders eeuwige Zoon.

Gij, ter verlossing, de menschheid zullende aanne -men, hebt den schoot eener Maagd niet geschroomd.

Gij hebt, na \'t overwinnen van den prikkel des doods, den geloovigen \'t rij k der hemelen geopend.

Gij zit aan de rechterhand Gods, in de glorie des Vaders.

Wij gelooven, dat Gij als Rechter zult komen.

TJ dan bidden wij, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw kostbaar bloed hebt vrijgekocht.

Maak dat zij in de eeuwige glorie onder uwe Heiligen geteld worden.


-ocr page 311-

280

urn, Domine, et benedio haereditati tuae.

Et rege eos, et extolle illos usque in aeternum.

Per singulos dies benedi-cimus Te ;

Et laudamus nomen tuum in saeculum, et in saeculum saeculi.

Dignare, Domine, die isto, sine peccato nos custodire.

Miserére nostri, Domine, miserére nostri.

Eiatmisericordiatua, Domine, super nos, quemad-modum speravimus in Te.

In Te, Domine, speravi: non confnndar in aeternum.

v. Benedietus es,Domine, Deus patrum nostrorum,

K. Et laudabilis et glorio-sus in saecula.

V. BenedieamusPatrem et Eilium, cum sancto Spiritu.

k. Laudemus et superexal-tenuis eum in saecula.

v. Benedietus es Domine, in firmamento ooeli.

E. Et laudabilis, et glorio-sns et superexaltatus in saecula.

v. Benedic anima mea Domino.

Maak uw rolk zalig, Heer en zegen uw erfdeel.

En heersch over hen, en verbef hen tot in eeuwigheid.

Dag aan dag zegenen wij

U;

En wij loven uwen naam in eeuwigheid, en in de eeuwigheid der eeuwigheden

Gelief, Heer, deze dag, zonder zonden ons te bewaren

Ontferm XT onzer. Heer ontferm TJ onzer.

Uwe barmhartigheid, Heer, kome over ons, gelijk wij op TJ gehoopt hebben.

Op;U, lieer, heb ik gehoopt in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

v. Gezegend zijt Gij Heer, God onzer vaderen.

E.. En lofwaardig en glorierijk in eeuwigheid.

v. Zegenen wij den Vader, en den Zoon, met den Heiligen Geest.

K. Loven en verhellen wij Hem in eeawigheid.

V. Gezegend zijt Gij, Heer inhet uitspansel deshemels.

r. EnlofwaardiS, en glorierijk, er. hoogverheven in eeuwigheid.

V. Zegen, mi ine ziel, den Heer.


-ocr page 312-

281

ii. Et noli oblivisci omnes retribufciones ejus.

v. Domine, exaudi orati-onem meam.

R. Et clamor mens ad te veniat.

V. Dominus vobiscum li Et cum spiritu tuo.

Ore m u s.

Deus, cujus misericordiae non est numerus, et bonita-tis iufinitus est thesaurus: piissimae Majestati tuaepro collatis donis gratias agi-mus, tuam semper clemeuti-am exorantes; ut qui peten-tibus postulata concedis, eosdem non deserens ad praemia futura disponas. Per Christum , Dominum nostrum. Amen.

en

-rig.

-wij

lam de irlie-

R. En wil niet vergeten al zijne vergeldingen.

v. Heer, verhoor mijn gebed.

E. En mijn geroep kome tot U

V. De Heer zij met u.

R. En met uwen geest.

Laat ons bid de n.

God, wiens barmhartigheid zonder tal, en wiens schat van goedheid oneindig is; wij danken uwe goe-dertierene Majesteit voor de verleende gave, en blijven tegelijk uwe barmhartigheid smeeken, dat Gij, die aan de biddenden het gevraagde verleent, hen ook niet verlaat, en tot het eeuwig loon voorbereidt. Door Christus, onzen Heer. Amen


GELOOFD ZIJ JESUS CHRISTUS.

-ocr page 313-

INHOUD.

Bludz.

II

De devotie tot O. L. Vrouw van Kevelaer.

III

Oorsprong der Bedevaart........

III

De West-Eriesche Processie van Zwaag

X

Volle en gedeeltelijke Aflaten . . . - ■

XII

Voorwaarde van deze Broederschap. . . .

. XVI

GEBEDEN.

1

Morgengebeden............

. . 2

5

Gebeden bij de H Mis........

7

Gebeden onder het lof....... •

19

. 23

Communiegebeden.............27

Aflaat gebeden..............32

Litanie voor den Zondag. Tot de H. Drievuldigheid 35 „ „ » Maandag. Tot den H. Geest . 38 ■. Dinsdag. Van den Zoeten Naam 42 „ „ Woensdag. Van de H. Engelbew, 45

. v Donderdag. Van het H. Sacrament 48

quot; Vrijdag. Op\'t tijden van Oliristua 52

-ocr page 314-

283

Bludz.

Litanie van het H. Hart van Jesus.....57

Atte van Toewijding aan het H. Hart. ... 60

Akte van eereboete............gO

Litanie voor den Zaterdag. Tot de H. Maagd. 62

Smeekgebeden tot de H. Maagd.......6ó

Bij het Miraouleuse beeld der H. Maagd. . . 66

Voor eene gelukkige verloasing.......68

Verzuchtingen tot Maria, om hare 7 vreugden 68

Litanie van het H. Hart van Maria.....71

Litanie van O. L. Vrouw van het H. Hart

van Jeaus...............

Het «Memorarequot; van O. L. Vr. van het H. Hart 78

Litanie der Onbevlekte Ontvangenis.....79

Litanie ter eere van O. L. Vr. van Lourdea . 83 Litanie der zeven droefheden van Maria ... 92 Vereering der zeven smarten van Maria\'s Moederhart ................96

Litanie van den H. Joseph.......99

Gebeden tot den H. Joseph.......103

Litanie van de H. Moeder Anna......105

Gebed tot de H. Moeder Anna......107

Litanie van den H. Joachim........108

Litanie van den H. Antoniuti van Padua. . . 110

Litanie van den H. Martinus........114

Litanie voor een zaligen dood. ....... 117

Litanie voor de Geloovige Zielen......12o

Gebeden voor de Overledenen.......124

Kruisweg-Oefening............127

Jlozenkrans-Gebeden..........144

-ocr page 315-

284

GEZASraEN.

fiiadz.

1 Aanroeping van den H. Geest......

2 Lied voor de Beêvaartreis......1:gt;0

3 Lied op de Heenreize..........lo1

4 Lied te Kevelaar............

5 Aan O. L. Vr. van Kevelaar.....155

6 Maria, hulp in allen nood.......15 7

7 Smeelczang tot de moeder der zeven smarten 159

8 \'s Heeren Vijf Wonden.........161

9 Smeeklied voor de overledene ......164

10 Pelgrims-Avondlied...........1

11 Uitnoodiging tot Maria\'s lof......167

12 Afscheidslied te Kevelaar........l®9

13 Laatst Pelgrimslied.......... ^

1-1 Akten van Geloof, Hoop, Liefde en Berouw 17o

15 Aan Jesus eer!............1/4

16 Jubelzang aan Jesus H. Hart......177

17 Het H. Hart van Jesus ter eere.....179

18 Toewijding aan Jesus H. Hart......180

19 De versmade liefde..........1®^

20 Tot het H. Hart van Jesus.......IS\'5

21 Het scapulier van Jesus\' Hart......185

22 Liefdegroet aan de H. Maagd......186

23 Hulde en bede aan Maria........188

24 Aan Maria eer!............150

25 Maria! wees gegroet.......192

26 Lied op Maria\'s naam . .....I®3

27 Meimaand-Lied ... .......194

28 Lofgezang tot Maria..........1®5

10 7

29 Salve Regma............. ... ui

-ocr page 316-

285

Oladz.

30 Maria troosteresse..............

51z, 31 Bede tot onze H. Moeder........200

=18 32 Ter eere van Maria..........202

»0 33 Verzuchtingen tot Maria.......203

SU 34 Avondgroet aan Maria . .......204

33 35 Lied van den H. Casimirus.......206

35 36 Het Wees gegroet ... .......206

37 37 De Engel des Heeren..........208

39 38 Tot Maria\'s Moederhart.........209

31 39 Het Onbevl. Hart van Maria......211

354 40 Maria Onbevl. Ontvangen........213

Hi6 41 O. L. Vr. van Lourdes........214

157 42 O. L. Vr. van het H. Hart.......218

169 43 Smeeklied voor Kerk en Paus......220

71 44 Het H. Huisgezin J. M. J........222

73 45 Tot den H. Joseph..........223

74 46 Bede tot oen H. Joseph........225

77 47 Gaat tot Joseph............226

79 48 H. Joseph, Patroon der H. Kerk .... 227

g0 49 Aan Joseph eer............229

§2 50 Loflied aan de H. Anna.......230

83 51 Tot den H. Engelbewaarder.......231

85 52 Aan onze Patroon-Heiligen...... 233

gg 53 Bede tot Maria............234

88 54 Opdracht...............236

g0 55 Aan Maria..............237

[92 -D® groet des Engels..........239

[93 O. L. Vr. van het H. Hart .... 241

[94 58 Salve Eegina.............244

^95 59 Ave Maria..............245

97 *gt;0 T®1quot; eei,e van het H. Hart van Jesus . . . 246

-ocr page 317-

286

Bladz.

61 Aan het Allerheiligste.........247

62 Smeekzang tot den H. Joseph......249

63 Eozenkranslied...........250

64 Aan den H. Martinns........ 252

65 Ter eere van Maria...... ... 254

66 Aan mijne Onbevlekte Moeder......255

67 Maria Boodschap...........257

68 Hulde aan Maria...........259

09 Aan Maria, onze toevlucht.......261

70 O Koningin vol majesteit........263

71 Rouwvolle bede............264

72 Kerstlied...............266

73 Bij het Beeld van het H. Hart, van Jesus. 269

74 Litanie tot de H. Maagd........271

7 5 Tantum ergo.............2/4

76 Magnificat..............2/5

77 Be Profundis.............276

78 Te Beum...............278

-ocr page 318-
-ocr page 319-
-ocr page 320-
-ocr page 321-
-ocr page 322-