.......
* J* *
V \'/
GIDS VOOR F FT BEVAREN
VAN DU
h v dhoohafhisch bureau
T%
]gt; A T A VI A.
IJAT A VI A LANDSDRUKKERIJ 1868.
qu.
.
■
GIDS VOO li HET BEVAREN
VAN DE
GASPAR STRATEN.
T,
G1D8 VOOR HET BEVAREN
l •
VAN DE
HYDROGRAPHISCH BUREAU
TE
BATAVIA.
BATAVIA LANDSDKÜKKERIJ 1888.
Alle peilingen zijn rechtwijzend.
De mijlen zijn Duitsche geographische mijlen.
Rij de opgave van de ziclubaarheid der lichlen is gerekend voor de hoogte van het oog boven water 4\' , meter.
lie geographische lengte wordt gerekend van Greenwich (Batavia uitkijk 10G~ 48\' 25quot;.5 01.).
De diepten zijn uitgednikt in vademen van 1.8 meter of in voelen van 0.3 meter.
Bij de samenstelling van dezen Gids is gebruik gemaakt van alle bescheiden bij de opname verzameld, alsmede van lt;le belangrijke aanteekeningen van den Commandant van Z. M. opnemingsvaartuig Hydrograaf, den toenmaligen Luitenant ter zee lc klasse Jhr. T. E. De Brauw.
HYDR0GRAPHISC1I BUREAU.
April 1888.
----
I
I N H 0 U D.
HLADZ.
A 1 g e m e e ii e opmerkingen................................... 1
Naam.......................................................... 1
Vaart........................................................... i
Eilamlvii cn rillen................................................ 2
Verkleuring...................................................... 2
Loodsen......................................................... 3
Vaarwaters...................................................... 3
Diepten......................................................... 5
Kens van de Straten.............................................. 6
Moessons......................................................... 8
Gelijen en stroomen.............................................. 9
Z e i I a a n w ij z i ii g e n..........................................................................................13
Aandoen van de Stralen van om de Z..............................................................13
Straat Macclesfield van om de Z. bij dag........................................................17
■ ■ » lt; nacht......................................................17
Opwerkende van om de Z. bij dag..................................18
• • gt; nacht..............................20
(lleinent van om de Z................................................................................23
Vaarwater tüsschen fiakauw en van Siltart rillen..........................................25
Middel vaarwater..................................................................................................25
Vaarwater tussclien Kweel en Bakauw............................................................25
Straat Stolze van om de Z. bij dag............T........................................20
• • • • nacht................................................................20
Opwerkende van om de Z. bij dag............................................27
■ ■ • » nacht........................................29
Van de Straten om de N......................................................................................30
Aandoen van de Straten van om de N..............................................................32
Straat Macclesfield van om de N. bij dag........................................................33
• ■ • • nacht......................................................34
VIII
RLADZ.
Straal Macclesficld. Opwerkende van om de N. l)ij dag............... 34
• • • nacht............. 35
Clement Straat van om de N...................................... 37
Straat Stolze van om de N. bij dag................................ 38
■ » gt; • nacht............................... 38
Opwerkende van om de N. hij dag..................... 39
• ■ • ■ nacht.................... 39
Ankerplaatsen............................................... 41
In Straat Macclesfield............................................ 41
Clement............................................... 41
Stolze................................................. 42
Beschrijving van de k nsten, eilanden, gevaren, enz. 44
Noordoostkust Bangka........................................... 44
Oostkust Bangka................................................. 67
Zuidkust Bangka................................................. 72
Eilanden en gevaren tusschen Bangka en Iteliloeng................... 75
Kilauden en gevaren benoorden de Stralen.......................... 87
bezuiden • • .......................... 94
Westkust Belitoeng....... ............................................................................101
Zuidkust • ............................................................................................132
Alphabetisch register..........................................................................139
ALGEMEENE OPMERKINGEN.
Naam. De straten, tusschcii de eilanden Bangka en Bclitoeng, ont-leenen liun naam, Gaspar Straten, van den Spaanschen viool-voogd, die er in 1724 doorvoer, ofschoon de Macclesfield, kapitein Hürle, dit reeds in 1702 had gedaan.
Verscheidene kleine eilanden verdeelen de Gaspar Straten in drie kleinere, welke, van het W. naar het 0., den naam dragen van Macclesfield-, Clement- en Stolze Straat, üe eerste, die door de Macclesfield genomen werd, ligt tusschen de eilanden Lepar en Liat; de tweede, die den naam draagt van den Engelschen vlootvoogd, die in 1781 met de Engelsche vlooi dit vaarwater passeerde, ligt tusschen de eilanden Kweel en Kalanghaoe ten W. en Kelemar en Aoer ten O., terwijl de derde, genaamd naar den Luitenant Ier Zee der Nederlandsche Marine J. Stolze, gelegen is tusschen Gersik ten W. en het eiland Mendanau en de Lima eilanden ten O.
Deze straten werden het laatst opgenomen door de Nederlandsche opnemingsvaartuigen Stavoren en Hydrograaf, terwijl de Pylades een gedeelte van de kust van Bangka opnam. De geheele opname, met inbegrip van de gevaren henoorden en bezuiden de straten, werd in 1879 voltooid.
Vaarl. Hoewel, door de nauwkeurige opnemingen van de laatste jaren, de Gaspar Straten minder gevaarlijk te bevaren zijn dan zulks vroeger het geval was, blijven zij echter veel zorg en oplettendheid vereischen, terwijl zij met dik weder, zoowel van om de Z. als van om de N., moeilijk en gevaarlijk zijn aan te doen. Men zorge dan ook, hij het naderen der straten,
01DS voon HET BKVAUHN V\\N OE CASPAH STRATEN. 1
slceds een goeden nilkijk Ie houden, en, eenmaal in de stralen zijnde, verzuime men geene gelegenheid om de plaats van het schip en de richting van den stroom te bepalen. Zij hebben echter het voordeel, boven Straat Itangka, die veiliger is, de reis van de Chineesche Zee naar Straat Soenda zeer te bespoedigen, vooral voor zeilschepen, daar de winden hier beter doorstaan.
De Macclesfield- en de Slolze Straat zijn van de noodige lichten voorzien, zoodal deze straten ook des nachts kunnen worden gepasseerd.
Eilanden en ri/J\'en. De eilanden in de Gaspar Straten zijn allen dicht begroeid lot aan den waterkant; sommige zijn heuvelachtig en allen omgeven door koraal-riffen, die overal zeer steil aan zijn en dus niet kunnen worden aangelood. Aan de noordzijde zijn nagenoeg al deze eilanden steil aan en behoudt liet vaarwater zijne doorgaande diepte, terwijl men aan de zuidzijde dei-eilanden, die daar ook meestal wat . zandstrand hebben, een ondieper rug vindt, waarop bij sommige, zooals Kweel en Aoer, rillen gevonden worden.
Het kustrif, dat Ifelitoeng omgeeft, strekt zich hier en daar zeer ver van den wal uit, zooals bijv. bij den hoek Itinga hel geval is, waar het rif 2400 meier breed is. Buiten dit kustrif vindt men nog eenige kleine losliggende riffen, waarop met laag-water gewoonlijk 1 tot 2 vadem water blijft staan.
Verkleuring. De droogvallende riffen zijn bijna altijd goed te onderscheiden aan de bruine of groene kleur van het water; alleen als het slil en de lucht betrokken is, kan men moeile hebben hen te verkennen. De riffen, waarop meer water staat, zijn meestal zeer moeilijk Ie zien, daar het water in de Gaspar Straten meestal eenigszins troebel is. Alleen als er stroom en wind is, maken de rafelingen en de branding, die men dan op de riffen heefl, hen kenbaar. Ook beeft de stand van de zon, ten opzichte van den waarnemer, op de zichtbaarheid van de riffen invloed, daar deze moeilijk te zien zijn, zo» het rif tusschen de zon en den waarnemer is \'gelegen.
.■)
Dikmaal,s ziet men, in en nabij de straten, groote plekken en strepen van eene bruine zelfstandigheid op het water drijven, die men oppervlakkig voor verkleuring van rillen zou aanzien: dit is evenwel eene soort van visehkuit, die men op sommige tijden bij groote massas ontmoet.
Loodsen. De inlandsehe loodsen, die men (e Tandjoeng l\'andan, de hoofdplaats van Belitoeng, kan krijgen, zijn verwonderlijk vlug in het vinden der riffen ; zij begeven zich met een stoomschip zonder schroom in de nauwste passages, die vol riffen liggen. Hun gezicht bedriegt hen nooit, en zij weten de gewone stroomrafeling of de windstrepen, als het stil is, reeds op grooten afstand (e onderscheiden van de kabbeling, die men op een rif heeft. Dikmaals wanneer anderen een rif nog niet zien, weten zij reeds (e zeggen of het groot of klein is en hoeveel water er nagenoeg op staal.
Als men de kusleu der eilanden wil liezoeken, is het bepaald noodzakelijk zich de eerste maal van zulk een loods te voorzien. Zij behooren tol de zoogenaamde Sekah\'s, die bun bestaan op zee vinden.
Vaarwalers. De Macclesfield Straat, (usschen de eilanden Lepar en Liat, is in den noordelijken ingang geheel schoon, behoudens de gevaren langs Liat en de banken onder de kus! van Bangka. Het nauwste gedeelte van de straal, tusschen Discovery rots en het eilandje ïjelaka bij den weslhoek van Liat, heeft eene breedte van ruim 3/.i ni\'jl. Daar bezuiden wordt het vaarwater breeder, en bereikt (usschen Lepar ten W. en Selemar en de van Sitlart riffen ten O. eene breedte van 2■1/4 mijl, welke breedte tusschen de van Sittarl riffen en de Drievadems-bank, bezuiden boek Moeroeng, tot 2 mijl afneemt. De zuidelijke ingang, waarin de lilas Mateu rots ligt, heelt, tusschen de Hippogriffe riffen en de Vijfvadems-bank onder den wal van Sumatra, eene breedte van 8 mijl.
De Glemenl Straat, tusschen Kweel en Kalangbaoe ten W. en Kelemar en Aoer ten 0., heeft, tusschen het laatste eiland
cn het De Brauw rilquot; beoosten Kalangbaoe, eene breedte van ruim Vï mijl. Daar benoorden tusscben Kweel en Kelemar is de straat breeder, doch heeft men in hel vaarwater de Gevaarlijke klip liggen. In den noordelijken ingang ligt, benoorden de straat, het Hewitt rif, terwijl aan den westkant de Toming-kor rillen en de gevaren onder den wal van Liat zijn gelegen. Tusscben de twee eerste gevaren, bedraagt de breedte van bet vaarwater bijna 1mijl. Verder om de N. ligt nog bet rif Akbar.
De zuidwestelijke ingang van de straat beeft, tusscben de van Sittarl rillen en de gevaren bij Ondieiiwater eiland, eene breedte van ruim 2 mijl. Verder om de Z. ligt de ingang tusscben de lilas Maten rots en de Fairlie klip, welke gevaren 1 \'/j mijl van elkander liggen.
De zuidoostelijke ingang is minder gevaarlijk en heeft, tusscben de gevaren bij Ondiepwater eilaiiÜ ten W. en de Witte klip en bel rif Tiga ten 0., eene breedte van j\'/j mijl. Daar bezuiden ligt de ingang tusscben de gevaren Z. Z. O. van Selioe ten O. en de gevaren op de bank bezuiden Ondiepwater eiland ten VV. De zuidelijkste gevaren: Carnbee rillen en Larabe riffen liggen 7 \'/2 gt;quot;\',1\' quot;\'l elkander.
De middel passage, tusscben Selemar en Kweel ten Z. en de gevaren, die van Liat uilsteken met de Tomingkor riffen, ten N., heelï slechts eene breedte van \'Ys quot;lijl en is overigens schoon.
De Stolze Straat, tusscben Mendanau en de Lima eilanden ten 0. en Kelemar en Gersik ten W., is het nauwste tusscben dit laatste eiland cn de Lima eilanden, waar bel vaarwater ongeveer 7/a mijl breed is. Daar benoorden, tusscben de gevaren langs Mendanau en Kelemar is het vaarwater l3/8 mijl breed. De noordelijke ingang wordt aan den westkant bepaald door bet Hewitt rif en heeft hier, tusscben dit rif en den westhoek van Mendanau, eene breedte van 2\'/4 mijl. Daar benoorden ligt liet Akbar rif.
H
De zuidelijke ingang is iiiervoren onder Clemenl Straat l)esclireven. De Straat is overigens geheel schoon.
Diepten. Een paar mijl henoorden de Clement- en Slolze Straten, neemt eene geul met meer dan 20 vadem water, waarin hier en daar plekken voorkomen van 30 lol 34 vadem, een aanvang, loopt met eene breedte weinig minder dan den afstand van het eiland Liat lot Mendanau door om de Z., huigt zich dan, steeds smaller wordende, tusschen de Lima eilanden ten O. en Kalanghaoe eiland ten W. om de Z. Z. O. en verliest zich in de Java Zee. Tusschen de laatstgenoemde eilanden liggen in het midden der geul de eilandjes Kelemar, Aoer en Gersik op eene hank met minder dan 20 vadem, waardoor de geul in twee smallere wordt verdeeld, die zich bezuiden deze eilandjes weder vereenigen. De westelijke geul heeft slechts eene breedte van 7» mijl, de oostelijke van 3/4 mijl-
In de Macclesfield Straat loopt eveneens eene diergelijke geul, die op 1 */4 mijl benoorden den westhoek van Liat een aanvang neemt en 15 mijl bezuiden dezen bock eindigt. Het noordelijke gedeelte van deze geul is \'/a mijl, hel zuidelijke 1 mijl breed. Bezuiden Liat loopt, van het zuidelijke gedeelte van deze geul, een smalle lak, ongeveer \'/4 mijl breed om de N. 0., langs den noordkant van Selemar eiland, naar de geul in Clement Straat.
Benoorden de geulen heeft men, met uitzondering van eenige kleine plekken, zooals beoosten den boek Berikat en tusschen Gaspar eiland en Boompjes eiland, waar 20 en 21 vadem staat, overal minder dan 20 vadem. De bodem in de geul bestaat uit zand met schelpjes, stukjes koraal en sleentjes, daar benoorden uit modder met zand.
Bezuiden de Gaspar Straten beeft men, van af Ondiepwater eiland, eene bank met 7 lot 10 vadem water, die zich om de Z. ongeveer tot op 7 mijl bezuiden het eiland uitstrekt en om de W., aan den noordkant met diepe scharen ingesneden, naar Straat Bangka doorloopt. Bezuiden Moeroeng hoek dringt
6
deze bank mei eene sniiillo punl, waarop do Drievadenis-bank ligt, bewesten bet zuidelijke gedeelte van de geul met meer dan 20 vadem water, een eind Straal Macclesfield in.
Op enkele plaatsen, zooals bij Zand eiland en bij Uancock-en Schilpad rif, heeft men op deze bank plekken met 10 tot 14 vadem water, terwijl verder op deze bank al de gevaren bezuiden en zuidwesten van Ondiepwater eiland zijn gelegen.
Hel oostelijke gedeelte van de bank bestaat uit klei met zand, bet westelijke gedeelte uit zand met steentjes.
Keus van dn straten. De Stolze Straat is wijder en gemaklijker te bevaren dan de twee andere straten; men vindt bier midden-vaarwaters geen riffen, terwijl de plaats van bet schip er beter is te bepalen. Wel beeft men in deze straat de grootste diepten, doch vindt men er ook eenige plaatsen om zoo noodig te ankeren. De beide andere straten, waarvan de Clement Straat de nauwste is, hebben gevaarlijke riffen in het vaarwater, terwijl echter de Macclesfield Straat de meeste gelegenheid tot ankeren oplevert.
Met open wind van om de i\\. zijn de drie straten even goed te bevaren. Van om de Z. kan men, met open wind de Macclesfield Straat aandoende, de kust van Bangka, die schoon is, tot op S\'/a en 3 mijl naderen om zich te verkennen, waarna mén met een noordoostelijken koers benoorden Dlas Mateu rif de Macclesfield Straat kan bezeilen, doch blijven bierbij de Hipogriffe riffen, die geheel builen zicht van land liggen, gevaarlijk. Van de zuidelijkste riffen in den ingang van Slolze Straat, hel Larabe rif en de Carnbee riffen, is van hel eerste Ondiepwater eiland in \'I zicht, terwijl met beider weder bezuiden de Carnbee riffen de bergen van Beliloeng te zien zijn; men heeft hier ook, met slecht zicht en dik weder,voor beide riffen eenige aanwijzing aan hel lood, zoodat in dit geval de Slolze Straal de voorkeur verdient.
Des nachts, met open wind van om de JN., de stralen op hel licht van Langkoeas aandoende, ligt de Slolze Straal het
7
meest in de route, terwijl, met open wind van om de Z., d^ Stolze Straat de meeste veiligheid oplevert, daar hier alleen het lood eenige aanwijzing kan geven, en de znidweslelijke gevaren l»ij den ingang binnen den lichtcirkel van Ondiepwater eiland liggen.
Het opwerken in de straten, waartoe alleen Macclesfield en Stolze Straat in aanmerking komen, is in den doorstaanden noordweslmoesson zeer moeilijk en somtijds ondoenlijk. De Stolze Straat biedt in dit geval de meeste kans van slagen aan, door de meerdere ruimte. In den zuidoostmoesson, wanneer de stroom minder hevig is, gaat het opwerken heter. Des nachts wanneer het slil water is ol\' de stroom meêloopt, is het de beste gelegenheid opwerkende winst te maken.
Hoewel met goed geregelde kompassen en met de noodige zorg en oplettendheid, het nauw van Macclesfield Straat des nachts kan worden doorgewerkt, zal men in de meeste gevallen het beste doen nabij het nauw te ankeren en over dag Ie beproeven er door te werken, waarbij men zooveel mogelijk zal moeten gebruik maken, van de uren vóór 9 uur des morgens en na 4 uur des namiddags, daar alsdan de stroom in kracht afneemt.
In de Stolze Straat is de passage tusschen de eilanden en den hoek Ajer Lantjoer het moeilijkste gedeelte, hoewel gemakkelijker dan bet nauw van Macclesfield Straat; bovendien zullen meestal de eilanden des nachts te zien zijn, waardoor het opwerken aldaar, hoewel veel zorg en oplettendheid vereischende, met meer gemak kan worden uitgevoerd.
Tegenover deze voordeden staat echter, dat men iu de Macclesfield Straat meer gelegenheid heeft om te ankeren en in den noordwestmoesson de Macclesfield Straat gemakkelijker water heeft dan de Stolze Straat, zoodat men het beste zal doen in den doorstaanden noordwestmoesson de eerste en in den zuidoostmoesson de tweede te nemen.
Voor stoomschepen is in alle gevallen de Stolze Straat te verkiezen.
8
Moessons. De moessons zijn hier van deuzelfden aard als in de Java Zee en liet zuidelijke gedeelte van de Chineesclie Zee, en wisselen aldus om het halfjaar af, als noordwest- en zuidoostmoesson.
De noordwestmoesson valt gewoonlijk half November, somtijds wat vroeger, somtijds wat later, in met zware buien en regen en waait in December en Januari het hardst, somtijds wel met gereefde marszeils-koelte met buien en vlagen van meer kracht. Gewoonlijk evenwel waait er eene stijve bram-zeils- of marszeils-koelle, en hel is dan wolkdrijvend met goed weder, echter ook wel buiig en regenachtig.
De noordwestmoesson staat somtijds wel drie weken of veertien dagen stijf door, waarop, gedurende eene week of veertien dagen, stillen en flauwe koelten volgen. Men heeft alsdan dikwijls buien uit hel Z, W., die zeer hard aankomen, echter niet voorkomen wanneer de moesson stijf doorwaait.
Na half Februari vermindert de kracht van den moesson, en heeft men die doorstaande noordwestelijke winden niet meer te wachten. Het weder is dan gewoonlijk fraai; over dag heeft men eene bramzeils-koelte, die des nachts gaat liggen; van tijd lot lijd evenwel nog buiig weder, dat dan een paar dagen aanhoudt. De buien zijn somtijds zwaar, vooral als zij uit het Z. W. komen, doch duren zelden lang, hoogstens een paar uren, en komen vooral op vaste tijden terug, meestal des nachts.
In de maand April treedt de kentering in; de noordweste-wind, die zich bijna altijd over dag deed gevoelen, houdt dan somtijds geheel op; het is dagen achtereen dood stil, daarbij dan buitengewoon warm, terwijl de nacht geene afkoeling brengt. Van lijd tot tijd ondervindt men nog buien en onwe-ders, terwijl het doorgaans zeer helder zicht is.
In hel laatst van April of het begin van Mei, komt de zuidoostmoesson door, somtijds eerst flauw en zacht en daarna langzamerhand toenemende, somtijds in eens met bramzeils-
O
cn stijve bramzeils-koelle. In de eerste tijden wordt do zuidooste-wind afgewisseld door stilten en buien uit het N. W. ofZ. W., doch in Juni behoudt de zuidooste-wind de overhand, en waait in Juli en Augustus soms wel met marszeils-koelte door. Enkele malen gaat de zuidooste-wind ook wel eens liggen, en hlijft het eenige dagen flauw en stil; men heeft alsdan wel eens buien uil het N. W., waarop soms stijve winden volgen uit het W. en Z. W., die wel een geheel etmaal kunnen aanhouden, waarna de zuidoostmoesson weder doorkomt.
In October neemt de zuidoostmoesson af; van tijd tot tijd waait het dan frisch uit het Z. W., somtijds is bet dagen stil of ondervindt men westelijke buien; dikwijls beeft men donderbuien, totdat de noordwestmoeson eindelijk weder invalt .
Niet altijd is het in den zuidoostmoesson droog en fraai weder; dikwijls komen buien en regen uit het Z. 0. voor.
Onder de lij van land is het \'s nachts gewoonlijk stil, doch in de ruimte waait de wind dag en nacht door, hoewel \'s nachts met eenige mindere kracht. Dit geldt ook voor den noordwestmoesson, en als gewone regel kan men aannemen, dat in heide moessons de wind het hardst doorwaait van Oquot; \'s morgens tot 10u a llu \'s avonds.
Als de noordwestmoesson hard doorwaait, is de lucht zeer heiig en als de beiigheid vermindert en de bergen donker gekleurd worden, is dit bijna een zeker teeken van het afnemen, evenals liet heiig worden een teeken is van het hard doorkomen van den moesson. Na regens beeft men in dezen moesson altijd zeer goed zicht.
In den zuidoostmoesson is het bijna altijd heiig en beeft men slecht zicht, doch dit verbetert als de wind in kracht vermindert.
Voor de moessons op de noordoostkust Itangka, zie «Noordoostkust liangkaquot;.
Getijen cn slroomen. De getijen volgen hetzelfde regime als in het westelijke gedeelte van de Java Zee en zijn hier even onregelmatig.
10
Gedurende het doorslaan van de moessons wordt slechts een tij in het etmaal waargenomen, daar het tweede lij alsdan nagenoeg geheel verdwijnt. In de kenteringen neemt het kleine getij toe en het groole af, zoodat dit laatste alsdan nagenoeg geheel verdwijnt, en de lijd van hoog- en laag-water alsdan verspringt, waardoor de getijen in den noordwest- en zuidoosl-moesson juisl omgekeerd zijn, en incn in den zuidoostmoesson des morgens laag-waler en des avonds of \'s nachts hoog-water heeft, en in den noordwestmoesson des morgens hoog-waler en des avonds of \'s nachts laag-water.
Hoewel de lijd van hoog- en laag-water gemiddeld een half of één uur dagelijks later invalt, is dit echter zeer onregelmatig, zoodat het wel eens dagen achtereen op denzelfden tijd hoog-waler is, terwijl soms het getij eenige uren verspringt, zoodat men, na des morgens ten 10quot; hoog-waler gehad te hebhen, den volgenden dag des morgens ten üquot; hoog-waler heeft, waarna het weder iederen dag wat later invalt, om mei nieuwe en volle maan weder vrij geregeld tusschen 8quot; en 0quot; plaats Ie hehhen.
De tijd van hoog- en laag-water verschilt in heide moessons nagenoeg 12quot;. In den noordwestmoesson heeft men, met nieuwe en volle maan, ongeveer des morgens tusschen 8quot; en 9quot; hoog-water en in den zuidoostmoesson alsdan laag-water. Mei kwartier maan heeft dit nagenoeg ten 12quot; plaats. Overigens valt het hoog-waler in den noordwestmoesson tusschen 4quot; en
12quot; voor den middag, en laag-water tusschen öquot; en 12quot; na
/
den middag, terwijl in den zuidoostmoesson het omgekeerde plaals heeft.
Hel verval van water is met springtij gemiddeld 2)j d.M., lerwijl hel grootste waargenomen verval 56 d.M. hedroeg. Deze zeldzame hooge springtijen hehhen, volgens de bewoners van Lelitoeng, eenmaal in de 3 of 4 jaren plaats in de maand December. Met doode tijen is hel verval gemiddeld 15 d.M.
11
In de kentering maanden, April en October, heeft de overgang plaats van het eeiie tij in het andere; de tijen zijn dan zeer onregelmatig, somtijds heeft men dan twee tijen in de 24quot;, somtijds gedurende den ganschen dag nauwelijks een paar voet verval van water.
Al deze onregelmatigheden worden waarschijnlijk veroorzaakt door de ontmoeting van de vloedgolf uit de Ghineesche Zee, die van het N. komt, met die van de Java Zee, die van het Z. komt.
De vloed loopt om de N. W., de eh om de Z. O. De moesson-stroomen volgen de richting van dezen, en worden door de getijstroomen nu eens versneld, dan eens vertraagd, of wel geheel overwonnen.
In den noordwestmoesson loopt de stroom over dag om de Z. 0. en wel met de meeste kracht tusschen 9quot; V. M. en 4quot; N. M., terwijl de kracht des avonds afneemt en des nachts, met springtij, soms wel 6 uur om de N. W. loopt, doch met niet meer kracht dan \'/2 mijl. De grootste snelheid, waarmede de stroom hij springtij om de Z, U. loopt, is 2 of 5 mijl, en wel alleen iu het nauwste gedeelte van het vaarwater; meestal is de snelheid echter niet grooter dan l\'/j of 2 mijl.
In den zuidoost moesson heeft hel omgekeerde plaats; de stroom loopt dan over dag om de N. W., terwijl het des nachts stil water is, of de stroom gedurende een korten tijd om de Z. trekt. De snelheid van den uoordwestelijken stroom is in den zuidoostmoesson over het algemeen niet zoo groot als die van den zuidoostelijken in den noord westmoesson.
In de kentering trekt de stroom meer ongeregeld heen en weder.
De snelheid en richting der stroomen iu de Gaspar Stralen wijzigen zich overigens naar de eilanden, die de vrije trekking belemmeren. De grootste snelheid heeft de stroom, waar de diepte het grootste is, zooals in de Stolze Straat tusschen
12
Gersik eiland en de Lima eilanden en tusschen Aoer en Kalangbaoe, terwijl op minder diepe plaatsen bezuiden de eilanden de stroom minder snelheid lieefl. Ook bezuiden On-diepwater eiland, op de uitgestrekte bank van 7 tot 9 vadem, heeft de stroom niet die snelheid, die zij in de meer diepere vaarwaters bereikt.
Voor de stroomen en getijen op de noordoostkust Uangka zie: »Noordoostkust Bangkaquot;.
ZEI LAAN WIJZINGEN.
Aandoen van dc Stralen van om de 7i. Zoo de
Macclesfield Straal wordt genomen, stuurt men bewesten de gevaren, ten Z. en Z. W. van Ondiepwater eiland gelegen; iiij de keus van de Stolze Straat stuurt men er beoosten langs, terwijl, zoo men de Clement Straat verkiest, de koers zoowel bewesten als beoosten de gevaren kan worden genomen.
In den westelijken toegang, dié tusscben de Vijfvadems-bank nabij de kust van Sumatra- en de Hippogriffe riffen 8 mijl breed is, leveren de laatste bet meeste gevaar op, daar zij geheel buiten zicht van land zijn gelegen en alleen door de stroomwieling bij sterken stroom zichtbaar zijn. Bovendien liggen zij \'/2 quot;\'ijl builen den lichtcirkel van het licht van Ondiepwater eiland, dat tot op U1/, mijl te zien is.
Benoorden deze riffen zijn de Fairlie- en Bias Malen rotsen de westelijkste van de hier liggende gevaren. Beide liggen binnen den lichtcirkel, terwijl van Fairlie rots hel Ondiepwater eiland en van Bias Maten rotsen de heuvelen van Lepar te zien zijn.
Doel men den westelijken ingang in den zuidoostmoesson bij dag met helder weder aan, dan kan de koers op 1 mijl bewesten Hippogriffe worden gesteld. Is men bewesten dit gevaar gekomen, dan stuurt men N. \'/2 0., waarbij men spoedig hel land in \'t zich! zal loopen en van de 11 en 15 vadem zachten grond, die men in de Java Zee had, op de bank komt met 10 tol 7 vadem zand met steentjes. Men zorgt nu den heuvel Moedjoek (\') niet bewesten N. I. W. Ie brengen, zoolang de Baginda benoorden N. W. t. N. wordt gepeild.
(\') Zie hiei\'uintrent liierachlcr: koersende naar de Clement Straal.
14
Is Baginda in liet N. \\\\\'. I. N., dan zai men den Moedjoek nabij liol, N. I. W. heblien; men stuurt alsdan met den koers N. 0. t. N. op don ingang van de Macclesfield Straat tusschen de Drievadems-liank en de van Sittart rillen aan, zorgende hoek Laboe niet bo-noorden N. \'/2 W. olquot; wol hoek Moeroeng niet bonoorden N, t.W. \'/2 W. Ie brengen, wanneer do Baginda nabij en door N. W. t. AV. \'/j W. koml on de van Sittart riffen niet te naderen binnen do peilingen: Kalangbaoe N. O. \'/2 quot;■ cn Ondiepwater eiland Z. O. Yi 0., of wol den boek Moeroeng niet bewesten N. W. N. te brengen, zoolang Kalangbaoe benoorden N. 0. \'/2 O- \'s\'
Wil men naar dc Clement Slraat koersen, dat alleen met bolder weder kan worden ondernomen, dan stuurt men, met een uitkijk in top, van alquot; 1 mijl bewesten Ilippogriffe, N. 0. t. N. tusschen Fairlie-en lilas Maten rotsen door. Van Bias Malen rots ziet men van Lepar drie lange heuvelen, waarvan dc middelste in het N. t. W. 72 W. de Moedjoek is, alsmede een paar heuvelen van Hangka, waarvan de oostelijkste dc Baginda is. Dc Moedjoek heeft twee toppen, waarvan de oostelijkste de hoogste is. In top ziet men het Ondiepwater eiland in het O. t. N. Van Pairlie klip ziet men het Ondiepwater eiland in het N. O. I. 0. 0. cn mei zeer helder weder drie heuvelen van Lepar. Men zorgt nn hel land van Lepar slechts even in het zicht tc houden, totdal hel Ondiepwater eiland in \'t zicht is gekomen.
Mecfl men dit eiland beoosten N. O. t. O. 7.1 O., zoo stuurt men, wanneer het van dek in \'t zicht komt, iels ooslelijker, met welken koers men spoedig dc iiooge eilanden Kalangbaoe cn Aoer zal zien. Van deze eilanden is Kalangbaoe, dat bet westelijkste is, gemakkelijk van Aoer te onderscheiden, door de twee heuvels in den vorm van een zadel. Heeft men het eiland Aoer in bel N. N. 0. 72 O. gekregen, dan stuurt men daarop aan.
Bij dik weder in den westelijken ingang komende, zal bet raadzaam zijn op dc bank Ie ankeren cn gunstiger gelegenheid af tc wachten. Is bij bot aandoen hel bestek onzeker, dan kan men Ier verkenning den Sumatra wal in \'t zicht loopen, echter niet binnen de 9 vadem.
liij uaclit stuurt men mot den koers i\\. 1 mijl bewesten llij)|io-griffe. Is men dit gevaar gepasseerd, dan stuurt men, bij helder weder met een uitkijk in top, 0. N. 0. in den iiehtcirkel van Ondiep-water eiland. Is het geen helder weder, zoodat een slecht vuurzicht is te verwachten, dan doel men beter op de bank te ankeren.
In den noordwestmoesson opwerkende, loopt men onder de kusl van Sumalra in niet minder dan 9 vadem. Men werkt nu onder den Sumatra wal op, over stuurboord tiiol Ie ver doorliggende, tol men zich heeft verkend aan de kust van Bangka.
Is men beweslen lilas Mateu, dan moet de Moedjoek niet bewesten IN. t. W. gebracht worden, zoolang de Baginda niet beweslen N. W. t. N. is. Heeft dit laalste plaals gehad, dan kan men over sluurhoord doorloopen lot de peiling: Ondiepwater eiland Z. 0. -y, 0.
Staat men beoosten Bias iMateu, dan moet de Moedjoek niet benoorden N. N. W. gepeild worden, zoolang de Baginda benoorden N. W. N. is.
Beoosten de gevaren van Ondiepwater eiland sturende, leveren de Carnbee rotsen, met de daar benoorden liggende rillen, bij nacht en dik weder het meeste gevaar op. Over dag met goed bergzicht is de berg Loedai, kenbaar aan de twee toppen, op ruim 10 mijl en dus een mijl of drie bezuiden Carnbee rolsen te zien, terwijl van deze rotsen Kebatoe of Schoen eiland in \'I zicbl is, zoodat met zulk eene gelegenheid hel mijden van deze gevaren geen bezwaar oplevert.
Des nachts en met dik weder is de eenige aanwijzing hel lood. Daar de vroeger beschreven geul, met meer dan 20 vadem, bewesten de gevaren Z. Z. 0. van Selioe langs loopt, en daar beoosten de diepten naar de rillen afnemen, liggende de twintig vadems lijn 1 mijl beweslen de Carnbee rolsen en quot;\'Ü\' bewesten Naga- en Aanvangs-bank, zoo zal men zorgen, deze riffen aan den westkant naderende, aan den oostkant van de geul niet minder dan 20 vadem te looden.
De gevaren bezuiden Ondiepwater eiland, die den toegang van de Stolze Straat aan den westkant begrenzen, liggen allen op de bank van 7 tot 10 vadem, die zich tot ongeveer 7 mijlen bezuiden Ondiepwater eiland uilslrekl en waarvan het oostelijke gedeelte uit klei met zand beslaat. Over dag heeft men met helder weder van de zuidelijkste
16
gevaren, Larabe rif, Schildpad ril\' en Hancock ril, zicht van het land van lielitoong, terwijl van de twee eerste het Ondiepwater eiland in \'t zicht is. De lichtcirkel van Ondiepwater eiland loopt 1 mijl bezuiden liet zuidelijkste rif, Hancock, zoodat allen ruim daar binnen liggen. Deze gevaren kunnen van om do Z. met helder weder veilig worden aangedaan, des nachts op bet zicht van het licht, des daags met een uitkijk in top op zicht van Ondiepwater eiland en met dik weder door het aanlooden van de bank met 10 tot 7 vadem.
Beoosten de bank zijnde, kan men als regel aannemen hier niet binnen de 10 vadem te komen, terwijl Ondiepwater eiland, aan den oostkant, niet binnen een half mijl of des nachts binnen de 16 vadem mag worden genaderd.
Van om de Z. Straat Stolze aandoende, stelt men van af de Noord-wachter, in den noordwest moesson, koers op Larahe rif; in den zuidoostmoesson, op de Carnbee rotsen. In 12 en 15 vadem zachten grond, door de Java Zee sturende, loopt men met helder weder de bergen van Dclitoeng In het zicht.
De hoogste bergen nabij de zuidkust, die het eerste in het zicht komen, zijn de Loedai, kenbaar aan de twee toppen, en de bewesten daarvan gelegen Beloeroe.
Zijn de hergen bij helder weder ongeveer in bet N. O. t. N. in het zicht gekomen, dan stuurt men N., in welken koers men, met een uitkijk in top, spoedig het Ondiepwater eiland zal zien, welk eiland niet beoosten het N. mag worden gebracht. Men stuurt alsnu, met een noordelijken koers op l1^ mijl beoosten Ondiepwater eiland aan, dal in geen geval binnen ,!2 mijl mag worden genaderd. Komen de bergen in eene andere streek in het zicht, dan moet naarmate van de standplaats de koers worden gewijzigd.
Naarmate men verder om de N. komt, komen de overige hergen van Belitoeng in het zicht, alsmede de heuvel Marang Bolo op de zuidpunt van hel eiland Selioe. De borg Baginda, nabij de zuidwestpunt van Belitoeng, is vooral zeer kenbaar en vertoont zich hel eerst als twee kleine hompels, die met helder weder op G\'/j mijl zijn te zien.
17
Hij sleclil Itergziclil ol\' dik weder hoiulc men hei lood gaande en slmui men. als men de bank van Ondiepwaler eiland mei 10 vadem aauloodt, niel een oostelijken koers lot in meer dan 10 vadem waler, en vervolgt alsdan den koers om de N. Loodt men diepten van 20 en meer vadem, dan stuurt men N. W. I. N., zorgende niel beoosten de oostelijke lijn van 20 vadem te komen, terwijl men, diepten loodende tusschen de 10 en 20 vadem, een koers stuurt bewesten liet N., die westelijker valt naarmate men meer diepte loodt.
Bij ongunstige gelegenheid zoekt men eene ankerplaats op den rand van de bank van Ondiepwaler eiland in 10 vadem.
Opwerkende schepen moeten, om de W. loopende, niel minder dan 10 vadem en om de 0., bewesten de geul blijvende, niet meer dan 20 vadem looden. Komt het Ondiepwater eiland in \'l zicht, dan loopt men om de W. door tot dit eiland N.
Straat Mlacelcüflcld van om de K. Ii|f «lag. Met den koers N. 0. t. N. den zuidelijken ingang van Macclesfield Straat, tusschen de Drievadems-bank en de van Sittarl rillen aandoende, stuurt men van af dit punt, met den koers N., op \'/j mijl bewesten ïjelaka aan, alwaar bet westelijkste gevaar, zijnde een droogvallend rifje, 800 meter en de vijfvadems lijn 1000 meter bewesten liggen.
Men blijft nu N. doorsturen, loldat de noordpunt van Liat 0. is, waarna men N. N. 0. beoosten Gaspar eiland stuurt, of wel, wanneer Tjelaka 0. is, N. I. W. langs den boek Berikat. Men zorge bierbij niet te dicht bij de gevaren te komen.
Zie hieromtrenl \'Opwerkende van om de Z. bij dagquot;.
Zoo men bewesten de Drievadems-bank koers steil, stuurt men N. t. O. op Moeroengpunt aan, tusschen de; Drievadems-bank en het kleine bankje met 41/2 vadem door. Behoeft men dit laatste niet te mijden dan kan men ook met den koers N. N. 0. op Moeroengpunt aansturen. Heeft men Baginda W. I. N., dan stuurt men IN. O. \'/j N. tot men met den koers N. op \'/i quot;Hl\' bewesten ïjelaka kan sturen. De hoek Moeroeng kan veilig tot op \'/a \'quot;ijl worden genaderd.
Straat ilaeclesfiold van om de X. I»i| iiaelit. Des nachts de straat aandoende, loopt men Ier verkenning, zooals
GIDS voon IIKT BKVAREN VAN Dl\'. GASPAllt; STHATKN. \'i
16
gevaren, Larabe rif. Schildpad ril\' en Hancock ril\', zicht van het land van üelitoeng, terwijl van de twee eerste het Ondiepwater eiland in \'t zicht is. De lichtcirkel van Ondiepwater eiland loopt 1 mijl bezuiden het zuidelijkste rif, Hancock, zoodat allen ruim daar binnen liggen. Deze gevaren kunnen van om de Z. met helder weder veilig worden aangedaan, des nachts op het zicht van het licht, des daags met een uitkijk in lop op zicht van Ondiepwater eiland en met dik weder door het aanlooden van de bank ntet 10 tot 7 vadem.
Beoosten de bank zijnde, kan men als regel aannemen hier niet binnen de 10 vadem Ie komen, terwijl Ondiepwater eiland, aan den oostkant, niet binnen ecu half mijl of des nachts binnen de 16 vadem mag worden genaderd.
Van om de l. Straat Stolze aandoende, stelt men van af de Noord-wachter, in den noordwestmoesson, koers op Larabe rif; in den zuidoostmoesson, op de Carnbee rotsen. In 12 en 15 vadem zachten grond, door de Java Zee sturende, loopt men met helder weder de bergen van Belitoeng In het zicht.
De hoogsle bei •gen nabij de zuidkust, die het eerste in het zicht komen, zijn de Loedai, kenbaar aan de twee toppen, en de bewesten daarvan gelegen Beloeroe.
Ziju de bergen bij helder weder ongeveer in liet N. O. t. N. in het zicht gekomen, dan stuurt men N., in welken koers men, met een uitkijk in top, spoedig bet Ondiepwater eiland zal zien, welk eiland niet beoosten het N. mag worden gebracht. Men stuurt alsnu, met een noordelijken koers op 1 \'/j mijl beoosten Ondiepwater eiland aan, dat in geen geval binnen quot;2 mijl mag worden genaderd. Komen de bergen in eene andere streek in hel zicht, dan moet naarmate van de standplaats de koers worden gewijzigd.
Naarmate men verder om de N. komt, komen de overige bergen van Belitoeng in het zicht, alsmede de heuvel Marang Bolo op de zuidpunt van het eiland Selioe. De berg Baginda, nabij de zuidwestpunt van Belitoeng, is vooral zeer kenbaar en vertoont zich het eersl als twee kleine hompels, die met helder weder op G\'/j mijl zijn te zien.
I \'1
Bij sleclil bei\'gziclil of dik wcilcr lioutle men hel lood gaande crl sluurt men. als men tie bank van Ondiepwaler eiland met 10 vadem aauloodt, mei een oostelijken koers lot in meer dan 10 vadem water, en vervolgt alsdan den koers om de N. Loodt men diepten van 20 en meer vadem, dan stuurt men N. VV. I. N„ zorgende niel beoosten de oostelijke lijn van 20 vadem te komen, terwijl men, diepten loodende tusscben de 10 en 20 vadem, een koers stuurt bewesten liet N., die westelijker valt naarmate men meer diepte loodt.
Bij ongunstige gelegenheid zoek! men eene ankerplaats op den rand van de bank van Ondiepwater eiland in 10 vadem.
Opwerkende schepen moeten, om de W. loopende, niet minder dan 10 vadem en om de 0., bewesten de geul blijvende, niet meer dan 20 vadem looden. Komt het Ondiepwater eiland in \'t zicht, dan loopt men om de VV. door tot dit eiland N.
Mtraat Maccleisficld van om de K. hfi (la$-. Met den koers N. 0. t. N. den zuidelijken ingang van Macclesfield Straat, tusschen de Drievadems-bank en de van Sittart riffen aandoende, stuurt men van af dit punt, met den koers N., op \'/i mijl bewesten Tjelaka aan, alwaar liet westelijkste gevaar, zijnde een droogvallend rifje, 800 meter en de vijfvadems lijn 1000 meter bewesten liggen.
Men blijft nu N. doorsturen, totdat de noordpunt van Liat 0. is, waarna men N. N. 0. beoosten Gaspar eiland stuurt, of wel, wanneer Tjelaka 0. is, N. I. W. langs den hoek Berikat. Men zorge hierbij niet te dicht bij de gevaren te komen.
Zie hieromtrent «Opwerkende van om de Z. bij dagquot;.
Zoo men bewesten de Drievadems-bank koers stelt, stuurt men N. t. 0. op Moeroengpunt aan, tusschen de Drievadems-bank en het kleine bankje met 4,/2 vadem door. Behoeft men dit laatste niet te mijden dan kan men ook met den koers IS. N. 0. op Moeroengpunt aansturen. Heeft men Baginda W. I. lN., dan stuurt men N. 0. \'/■gt; N. tot men met den koers N. op \'/ï mij\' bewesten Tjelaka kan sturen. De boek Moeroeng kan veilig tot op [/s mijl worden genaderd.
straat llacclesfiolfl va» om de \'M. Igt;tf iiachl. Des nachts de straat aandoende, loopt men ter verkenning, zooals
cms voou het ukvaiikn v\\n ru: gaspaii stiutkn, 2
18
hiervomi werd aangegeven, mei de» koers O. N. 0. in den lichtcirkel van Ondiepwater eiland. Krijgt men het licht henoorden het 0. t. N. in \'I zicht en staat men dus nog hezuiden Hlas Maten rots, dan stuurt men, hij helder weder en dus goed vuurzichl, N. t. W., tot men henoorden lilas Malen is gekomen en daarna, met een noord-noord-oostelijken koers, naar den ingang tusschen de Drievadems-hank en van Sittart riffen.
Dequot;quot;Drievadems-hank wordt hinnen de peilingen: licht Ondiepwater-eiland Z. O. (. 0. 3/4 O. en Z. 0. t. O., niet hinnen de 12 vadem genaderd; daar henoorden kan men tot in 10 vadem loopen, terwijl men, hel licht door Z. 0. I. 0. \'/, krijgende, om de O. niet meer dan 20 vadem mag looden.
Men stuurt, als het licht Z. 0. t. 0. \'/4 O. is, N. V2 0. en loopt in den lichtcirkel van Lahoe, waarna men zoo noodig den koers ver-hetert, onder den wal van Lepar niet minder dan 10 vadem loodende, zoolang het licht van Tjelaka nog niet in \'t zicht is.
Zoodra men in dezen lichtcirkel gekomen is, bepaalt men door de peiling van de twee lichten de standplaats van het schip, en stelt den koers op \'/ï quot;\'ijl bewesten het licht van Tjelaka. Dit licht O. hehhende, loopt men met den koers N. 1 mijl door en stuurt dan N. N. 0. beoosten Gaspar eiland, of wel, wanneer het licht van Tjelaka 0. is, N. t. W. langs den hoek Berikat.
Omtrent het mijden der gevaren, wordt verwezen naar: »Opwerkende van om de Z. bij nachtquot;.
Straat UaccIcNfielil. Opw orkeiule van om de \'Mi. I»U (la;;. Opwerkende tusschen de Drievadems-bank en de van Sittart riffen, brengt men, 0111 de W. liggende, hoek Moeroeng niet noordelijker dan N. t. W. \'/2 W., of wel hoek Laboe niet noordelijker dan N. \'/j W., zoolang dc Baginda gepeild wordt tusschen N. W. 1. W. Vj w- equot; Va Men ka11 ecliter 0P liel \'00tl d6quot; zuidoostkant van de Drievadems-hank meer naderen, zorgende niet minder dan 12 vadem te looden. Benoorden deze bank, Baginda steeds bezuiden W. \'/a N. houdende, kan men om de W. doorliggen tot de George banken. Men loopt hierbij in 7 lot 9 vadem, over de uoorde-
lijkc puiil va» de zaiitlliaiik, waarop de Drievadeius-Jjank ligl, en die, N. N. O. van deze bank, (ot in de peiling: hoek Moeroeng N. VV. I. W. uitsteekt. Bewesten dezen rug iieeft men dieper water, !quot;gt; tot 17 vadem klei of modder. Men koml echter niet hewesten de peiling: hoek Moeroeng N. N. Ü.
Henoorden den hoek Moeroeng, die tot op \'/a mijl kan worden genaderd, loopl men niet binnen de 8 vadem, en verder om de lN.. ter vermijding van hel uitstekende kust-rif tusschen Moeroeng en Lahoe en de hank van 43/4 vadem, niet binnen de peiling : hoek Moeroeng Z. W. \'/i Z., totdat men den hoek Lahoe VV. 3/4 N. peilt, waarna men vrij is van deze bank.
Hier benoorden blijft men op mijl van de boven water uitstekende klippen, of wel komt men nabij deze klippen niet binnen de peiling: hoek Moeroeng Z. Z. W. 3li W. Benoorden de klippen, alsmede ter vermijding van de Discovery rotsen, brengt men den hoek Moeroeng niet bezuiden Z. Z. VV. Is de lichtopstaud van Tjelaka door het O. \'/i N., dan is men vrij van deze rotsen.
Benoorden de Discovery rotsen kan men, totdat de noordhoek van het eiland Kalapan door VV. is, lot in 8 vadem ofwel tol de peiling; hoek Lahoe Z. t. O., en daar benoorden, lot aan de Wilson bank, lot in 7 vadem doorloopen. Van de Wilson bank blijft men ruim vrij, door den iioek Berikat niel benoorden N. VV. t. N. te brengen, zoolang de heuvel Sapal bewesten VV. N. VV. is.
Om de O. liggende, mag het zuidwestelijkste rif van de van Sillart rillen niet genaderd worden binnen de peilingen: Kalangbaoe N. 0. \'/a 0. en Ondiepwater eiland Z. O. 7, of wel brengt men hoek Moeroeng niel bewesten N. VV. \'/-i N., zoolang Kalangbaoe benoorden lN. O. l/2 0. is. Benoorden de peiling: Kalangbaoe N. 0. \'/s O. blijvende, kan men doorloopen lot nabij de peiling: Kweel eiland N. 0. t. N. Zijn de zuidhoeken van liakauw en Kalangbaoe in het 0. N. O. 7.4 O. in elkander, dan is men vrij van de van Sitlarl rillen en kan men om de 0. doorliggen lol Selemar N.
Benoorden Selemar brengt men dit eilandje niet bezuiden Z. 0. t. ()., zoolang het eilandje Tjelaka bewesten N. N. VV. is. Verder om de
20
N. ltiijl\'1 men Iteweslen deze laulsle peiling, loldal de zuidwest- en zuidhoek van Liat in één zijn of de hoek Laboe W. Z. W. is. Benoorden deze laatste peiling komende, kan men, tol de lioek Laboe Z. W. I. W, \'/4 W. is, doorloopen lol Tjelaka N. t. ()., oi\' wel op peiling oostelijker zoolang hoek Laboe bewesten Z. \\N . I. NV. ,/2 W. is. Vervolgens zorge men nabij dil eilandje komende, op een behoorlijken afstand daarvan Ie blijven voor de uitstekende riffen daar bezuiden en hel bewesten dat eilandje gelegen droogvallende ril. Daalde vijfvadems lijn op 1000 meter beweslen Tjelaka ligt, nadere men
niet binnen mijl.
Benoorden hel eilandje Tjelaka worden de twee aldaar liggende riffen gemeden door hoek Laboe niet bewesten Z. W\'. \'/2 Z. Ie brengen, wanneer men Tjelaka O. Z. O. ol daar bezuiden heelt. Verder om de N. moei het eilandje Tjelaka niet bewesten Z. worden gepeild.
Heeft men het eiland Kalapan W. Z. W., dan is men ruim vrij van alle gevaren benoorden Lial.
Straat llacelcslleld. Opwcrkemlc van 0111
de Wj. hti nacht. Bij nacht den zuidelijken ingang, in \'t zicht van het licht van Ondiepwater eiland, aandoende, boude men het lood gaande, zorgende, om de VV. liggende en het licht tusschen Z. 0. t. O. 3/4 O. en Z. O. t. 0. peilende, niet minder te looden dan 12 vadem en daar benoorden niet minder dan 10 vadem, terwijl, wanneer het licht door Z. O. t. O. \'/4 O- \'s\' men \'1(!t 0111 (\'e n\'et vf\'r,\'e1, doorloopen dan tot 20 vadem.
Komt men, het steeds lusschen 10 en 20 vadem houdende, in den lichtcirkel van Laboe, dan loopt men in hel zuidelijke gedeelte daarvan om de VV. niet verder door, dan tot het licht N., en verder om de N. tot licht Laboe N. VV. onder den wal van Lepar, tot in 10 vadem. Men blijft om de 0. bewesten de 20 vadem ofwel binnen den lichtcirkel.
Wind N. N. W. VV7. lol i\\. Is de wind N. N. VV. \'/j VV. lot N., dan loopt men, in den lichtcirkel van Tjelaka komende, over bakboord, zoolang licbl Laboe benoorden VV. 3/t \'sgt;
21
verder door dan lichl Tjelaka N. N. 0. \'/2 \' \'• benoorden de jieiling: lichl Laboe W. 3/1 N., loopt men om de VV. tol, 17 vadem. Loodt men 17 vadem ol\' meer, met het licht Laboe Z. W. 3/i W. ol\' daar bezuiden, dan kan men met deze wuul-richting over bakboord doorloopen tot licht Laboe Z. W. \'/2 2-
Verder om de N. komt men, ter vermijding van de Discovery rotsen, niet bewesten deze laatste peiling, zoolang licht Tjelaka benoorden 0. \'/4 N. is.
Men kan ook benoorden licht Laboe W. 3/4 N. doorloopen tot licht Tjelaka N. O. i. N. en verder, benoorden de peiling: licht Laboe W. Z. W. \'/2 W,, doorloopen lot 17 vadem, zooals boven.
Om de 0. loopt men in den lichtcirkel van Tjelaka niet verder door, dan licht Tjelaka N. N. VV., zoolang men licht Laboe bewesten W. Z. W. peilt. Deze peiling loopt nog\'/g mijl bewesten de vijfvadems lijn, die Z. W. van den heuvel Keladi van de kust uitsteekt. Tusschen de peilingen: licht Laboe VV. Z. W. en Z. W. t. \\V. \'/4 W., komt men niet binnen de peiling: licht Tjelaka N. t. O. Deze peiling loopt nog ruim \'/„ mijl bewesten hel bankje met 2\'/4 vadem. Bezuiden dit bankje kan men desverkiezende, op peiling van de twee lichten, iets meer in den wal loopen. Verder om de N., ter vermijding van de gevaren, die bezuiden Tjelaka uitsteken, alsmede van het rifje bij Tjelaka, dat 800 meter bewesten dit eilandje ligt, nadere men de kust niet te dicht.
Ter vermijding van de gevaren benoorden-Tjelaka, brengt men het licht van Tjelaka niet bezuiden 0. Z. ü., zoolang het licht Laboe bewesten Z. W. \'/j Z. is. Ligt men benoorden N. O. \'/4 O., dan kan men lol dc peiling: licht Tjelaka 0. Z. O. doorloopen, wanneer men de peiling: lichl LaboeZ.W. \'/4 W. kan snijden met licht Tjelaka benoorden 0. \'/4 N. Ligt men oostelijker, met hel licht Laboe bezuiden Z. W. \'/4 ^V., dan kan men tol dc peiling: licht Tjelaka 0. Z. 0. doorloopen, zoolang licht Laboe bezuiden Z. VV7. \'/, VV7. hl ijlt.
22
Benoorden de jieiling: licht Tjelaka Ü. \'/i werkt men verder op, binnen den lichtcirkel van Lahoe, oin de W., tol licht Lahoe Z. t. O. en om de O., tot licht Lahoe Z. W. \'/, Z.
Geraakt het licht van Lahoe, wanneer men over stuurboord beoosten N. O. Yï N. voorligt, nabij Z. W. \'/a uit het zicht, dan legt men het over den anderen boeg. Verdwijnt het licht in eene zuidelijker streek, met licht Tjelaka Z. O. \'/2 Z. of daar bezuiden, dan loopt men door tol licht Tjelaka Z. Men blijft vervolgens binnen den lichtcirkel van Tjelaka, tus-schen de peiling: licht Z. en 7 vadem onder den Bangkawal.
Wind bewesten N. iV. VV, \'/2 W. Is de wind bewesten N. N. W. \'/2 W., dan kan men, evenals in het voorgaande geval, tusschen de peilingen: licht Lahoe N. W. en W. \'/4 N-, de Vier en drie-kwartvadems-bank naderen tot licht Tjelaka N. N. O. 0. Hoewel men, wanneer de wind wat westelijk is, tot deze peiling over bakboord doorloopende, over stuurboord binnen deze peiling zal komen, zoo blijft men echter, zelfs met den wind N. W. t. W. (en dus over stuurboord N. t. O. voorliggende) nog minstens, 1200 meier aan lij van de bank. Is de wind westelijker, dan behoeft men dit gevaar niet zoo dicht te naderen.
Benoorden de peiling: licht Lahoe W. 3/.j N., loopt men, tot liet licht in het Z. W. 3//i W. is, over bakboord door tot 17 vadem. Daar henoorden loopt men door tot 20 vadem. In beide gevallen, wanneer men tot 17 en 20 vadem doorloopt, zorgt men, over stuurboord liggende, de peiling: licht Tjelaka 0. N. 0. Ie snijden met licht Lahoe Z. W. \\li Z. of daar bewesten; men blijft dan, zelfs N. t. 0. voorliggende, nog 1200 meter aan lij van de Discovery rotsen.
Tusschen de peilingen: licht Tjelaka 0. N. O. en ü. \'/i N., loopt men, over bakboord liggende, wanneer men dicht bij de peiling: licht Tjelaka O. N. 0. staat, niet verder door dan licht Lahoe Z. W. \'/i Z.; men ligl dan over stuurboord nog ruim boven de rotsen; heeft men het licht Tjelaka beoosten
0. N. 0. Yi quot; • \'k\'quot; kan men over jlezen boeg doorloopeu tot licht Laltoc Z. W. 5/8 Z.
Om de O. loopt men door, zooals in hel vorige geval werd opgegeven.
Ter vermijding van de gevaren henoorden Tjetoka, komt men niet hinnen de peilingen: licht ïjelaka O. Z. 0. en licht Lahoe Z. W. \'/a Z. Men kan, over stuurboord liggende, tot licht Tjelaka 0. Z. 0. doorloopen, wanneer men de peiling: licht Laboe Z. W. \'/4 W. snijdt met het licht van Tjelaka henoorden 0. \'/4 N.; men blijft dan minstens 1200 meter van de gevaren bij Tjelaka.
Me» blijft nu verder opwerken tusschen de peilingen: licht Tjelaka 0. Z. 0. en 0. \'/4 N., tot men het licht van Laboe bezuiden Z. W. i/2 Z. heeft waarna men, over stuurboord, boven de gevaren benoorden Tjelaka ligt en door kan loopen lot licht Tjelaka Z.
Om de W. kan men in den lichtcirkel van Tjelaka doorloopen tol licht Laboe Z. I. ü. en daar benoorden tot 7 vadem.
totraal Ocmeiit van »111 «Ie Z. Met den koers N. N. 0. V, 0. op het eiland Aoer aansturende, loopt men in diepten van 10 tot 14 vadem zand en steentjes, welke diepten, wanneer het eiland Kalangbaoe door N. W. is, tot 20 eu 27 vadem toenemen, door tol dil laatste eiland W. is en stuurt dan N. t. VV. in diepten van 20 en 27 vadem tusschen Kelemar en de Gevaarlijke klip door. De eilanden Kelemar en Aoer kunnen veilig lot op \'/# mÜ\' worden genaderd.
Ter vermijding van de Gevaarlijke klip, brengt men, wanneer het eiland Kelemar nabij het 0. N. 0. komt, den oosthoek van Kalangbaoe niet bezuiden Z. I. W. \'/2 W., terwijl men, om Hewitt rif te mijden, nabij de peiling: Kemboeng 0. t. N. den westhoek van Kelemar niet bezuiden Z. t. 0. 3/4 0. moet peilen. Is men benoorden dit gevaar gekomen, dan stuurt men met den koers N. \'/2 W. beoosten Gaspar eiland.
Omtrent het mijden van de gevaren, wordt hel volgende opgemerkt:
24
Do van Sillarl rillen worden gemeden, door hel eiland Kalangbaoe niet, beoosten N. I. 0. 3/4 ,0 brengen, wanneer het Ondiepwater eiland door Z. O. \'/4 Z. is.
Het eiland Acer wordt aan den zuidkant niet binnen de peiling: zuidhoek Kalangbaoe W. \'Yi Z. en de eilanden Kalangbaoe en Bakauw, aan den zuidkant, niet binnen de peiling: zuidhoek Aoer N. O. t. 0. genaderd.
Het rif De Brauw, beoosten Kalangbaoe, wordt gemeden, door benoorden de peiling: zuidhoek Kalangbaoe W. niet binnen de peiling: westhoek Kelemar N. N. 0. \'/4 0. te komen, zoolang de noord-hoek Kweel benoorden N. W. t. W. 3/4 W. is. De eerste peiling voert 725 meter bezuiden, de tweede 700 meier beoosten en de derde 760 meter benoordoosten het rif.
De riffen bezuiden Aoer passeert men aan den westkant, door den westhoek van Kelemar buiten den westhoek van Aoer, of, daar de boek van Aoer niet altijd duidelijk te zien is tegen het donkere geboomte van Kelemar, den westhoek van Aoer in den oosthoek van Kelemar (e houden, welke peiling 1100 meter bewesten het rif voert. Van het rif aan den westkant van Aoer blijft men vrij, dooiden westhoek van Kelemar niet benoorden N. t. 0. te brengen, waardoor men op 450 meter van het rif blijft.
Den westhoek van Kelemar nadert men niet binnen de peiling: zuidwesthoek Aoer Z. Z. 0., welke peiling op 550 meter bewesten de aldaar liggende riffen voert.
Langs de Gevaarlijke klip, waarvan de zuidpunt in het merk: »noordhoek Aoer in noordhoek Gersikquot; ligt, voert bet merk: «noord-hoek Aoer in zuidhoek Gersikquot; benoorden, de peilingen: noordhoek Aoer O. t. Z. bezuiden, oostiioek Kalangbaoe Z. t. W. \'/j W. beoosten en oosthoek Kalangbaoe Z. \'/2 W. bewesten het rif, dat men hierdoor niet binnen ruim 500 meter nadert.
Beoosten Kweel eiland brengt men den westhoek van Bakauw niet beoosten Z., waardoor men op 650 meter van het rif van dat eiland blijft, terwijl de peiling: noordhoek Kalangbaoe 0. 3li Z. op 700 meter bezuiden de riffen aan den zuidkant van Kweel, en de peiling:
noordhoek van Kelemar N. U. I. 0. J/2 ü. op 700 meter bezuid-oosten die rilïen langs voert.
De Tomingkor riffen, alsmede de gevaren langs de joslkusl van Lial, worden niet Iminen de peiling: Kalangbaoe Z. I. 0. genaderd, lerwijl men vrij blijft van het Hewitt rif, door tusseben de peilingen: westhoek Kelemar Z. t. 0. 3/4 O- 6,1 \'A O » n\'el n;gt;bij de peiling: Kemboeng 0. I. N. te komen.
Waai\'tvator tussclicn llakauw en van ^ittari i\'iflTen. Dit vaarwater beeft eene breedte van ruim \'/j mijl en is geheel schoon, niet diepten van 20 tot 22 vadem. Men stuurt met den koers N. N. W. op Selemar aan, midden tusseben van Sittart riffen en Bakauvv door.
De van Sittart riffen worden gemeden, door het eilandje Selemar niet benoorden IN. t. W. te brengen, wanneer Bakauw nabij N. O. is.
llifldcl vaarwater. Dit vaarwater, dat de Macdeslield-met de Glemet Straal vereenigt, wordt aan den noordkant bepaald door de gevaren, die aan den zuidkant van Lial uitsteken en dooide Tomingkor riffen, en aan den zuidkant door de eilanden Selemar en Kweel. Het heeft eene breedte van 5/8 mijl, met diepten van 12 tot 24 vadem. Door den boek Moeroeng in het W. Z. W. \'/2 W. te houden, stuurt men op bet midden van het vaarwater aan.
Het rif langs den noordkant van Selemar heeft aldaar eene breedte van toO meter, terwijl het rif langs den noordkant van Kweel 378 meter uitsteekt. Beide riffen vallen met laag-water geheel droog en zijn door verkleuring kenbaar.
Om vrij te blijven van de rillen bezuiden Lial, brengt men, van om de W. komende, bet eiland Kelemar niet bezuiden 0., zoolang Selemar beoosten Z. 0. is.
Kweel eiland Z. 6/8 W. voert op 750 meter beoosten en \'L. t. ü. 3/8 0. 71)0 meter bewesten de Tomingkor riffen, terwijl »noordhoek Aoer in zuidhoek Gersikquot; en Kelemar Z. 0. t. 0. \'/j O » ei\' 0P gelijken afstand bezuiden en benoorden langs voeren.
haarwater tussehen 14weel cu Itakauv». Dit vaarwater, tusseben bet zuidelijkste rif van Kweel en het eiland
26
Bakauw, wordt weinig bevaren, doei» is niet bepaald al\' te raden, als de omstandigheden het wenschelijk doen voorkomen die te nemen. Het vaarwater, dat 3/8 mijl breed is, is tusschen de riffen bezuiden Kweel en het eiland Bakauw geheel schoon met diepten van 17 lot 24 vadem, naar Kalanghaoe en Bakauw tot 25 en 27 vadem toenemende, terwijl de riffen bezuiden Kweel, daar zij droog vallen, meestal te onderscheiden zijn.
Om dit vaarwater van om de W. aan te doen, stuurt men in het merk: «zuidhoek Kalanghaoe in noordhoek Bakauwquot; tot Selemar N. gepeild wordt, waarna men, met den koers N. O. t. O. \'/s O. op het eiland Keieraar aansturende, midden tusschen de riffen en Bakauw heen loopt.
straat fikolxe van om de \'Ma. I»|i «lag. Van l1/: mijl beoosten Ondiepwater eiland, stuurt men met den koers N. op het midden tusschen Kasenga en Gersik aan. Wil men beoosten Akbar rif langs loopen, dan blijft men N. doorsturen, den hoek Ajer Lantjoer op \'/2 m\'jl passeerende. Wil men echter bewesten Akbar langs, dan stuurt men N. N. W. op het Gaspar eiland aan, zoodra het eiland Gersik dwars is.
Ter vermijding van de gevaren wordt verwezen naar quot;Opwerkende van om de Z. bij dagquot;.
straat fitolxe van 0111 lt;lc \'Ma. I»|i nacht Van af t\'/i mijl beoosten Ondiepwater eiland stuurt men N., zorgende, in den lichtcirkel van Ajer Lantjoer komende, het licht te houden tusschen de peilingen N. N. O. en N. \'/4 0. Is het helder genoeg om het eiland Gersik te zien, dan stuurt men door tot dit eiland dwars is; men zal dan het licht van Ajer Lantjoer beoosten N. t. 0. hebben, waarna, zoo men beoosten Akbar langs wil, N. \'/j VV. word! gestuurd. Met dit weder loopt men, in de peiling: licht Ajer Lantjoer N. t. 0. komende, met dezen koers op het licht aan, tot men minder dan 20 vadem loodt, en stuurt dan N. W.
In de peiling: licht N. t. 0. loodt men op 3/8 mijl van den hoek 19 vadem ; in deze peiling neemt vervolgens de diepte af en heeft men op 11500 meter van den hoek 9 vadem; daar benoorden houdt
27
men, met uitzondering van eene plek mei 15 vadem, doze diepte tot op 500 meter van den hoek.
Is het licht O., dan stuurt men iN. en, zoo men in dezen koers 2 mijl heeft afgelegd en het. licht nog niet in het Z. Z. O. heeft gekregen, stuurt men een oostelijker koers om die peiling te snijden, waarna men, in den lichtcirkel van Langkoeas loopende, de standplaats van het schip nauwkeurig kan bepalen en daarna de heslemming vervolgen.
Wil men bewesten Akbar rif langs loopen, dan stuurt men, als Gersik W. is, N. N. W. Zoo dit niet mocht zichtbaar zijn en men, zooals hierboven werd aangegeven, met den koers N. t. O. op bel licht van Ajer Lantjoer lol in minder dan 20 vadem en vervolgens N. W. heefl aangestuurd, stuurt men N. N, W. \'/j VV., wanneer bel licht 0. is, zorgende dit licht niet bezuiden Z. Z. O. \'/j 0. te krijgen,
De hoek van Ajer Lantjoer is dicht te naderen, daar het buitenste gevaar slechts 200 meter Z, W. van den hoek ligt. Zoolang men nog geen \'/a mijl benoorden den hoek slaat, moet het licht niet bezuiden Z. Z. O. worden gepeild, terwijl daar benoorden hel licht niet bewesten Z. mag komen, zoolang men nog niet benoorden Langir is.
straat Stolze. Oitwerkendc van om de Z. b|i dag;. Bij het opwerken bezuiden de straal, moeten de Ondiep-\\ va ter eilanden niet binnen 1 mijl worden genaderd. Daar benoorden kan men over en weêr loopen, tusscben dc peilingen: Kalanghaoe N. t. 0. 3/4 0. en Bamidjo N. N. W. Men heefl hier in het westelijke gedeelte, met uitzondering van eene plek ü. van het zuidoosle-lijkste der van Sittart riffen, waar 9 vadem staat, diepten van 11 tot 14 vadem zand en modder, die om de O., nabij de peiling r Kalanghaoe N. W. t. iN., toenemen tot 17 en 20 vadem, en beoosten deze peiling diepten van meer dan 20 vadem, zand met steentjes met enkele plekken van meer dan 30 vadem.
Komt men noordelijker, dan moet, ter vermijding van de Lima eilanden en de daarbij liggende gevaren, het eilandje Bamidjo niet binnen de peiling: Kasenga N. I. O. worden genaderd, terwijl men op behoorlijken afstand van bel rif van Kasenga, dat aan den west-
kant 230 meter breed is, inoel blijven, waartoe men den hoek Lant-joer niet benoorden N. \'/4 0- brengt. Benoorden Kasenga brengt men, zoolang de zuidhoeken van Aoer en Gersik nog niet in één zijn, dit eilandje niet bezuiden Z. t. 0.
Om de W. kan men doorloopen tol het eilandje Kweel N. is, terwijl de eilanden Gersik en Aoer niet binnen de peiling: zuidhoek Kalang-baoe W. 3/4 Z. en de eilanden Kalangbaoe en Bakauw niet binnen de peiling: zuidhoek Aoer N. O. t. O. mogen genaderd worden.
Henoorden het merk: »zuidhoek Gersik in zuidhoek Aoerquot; nadert men, zoolang men nog niet nabij het eilandje Peling ol\' Ajam staat, de kust van Mendanau niet binnen de peiling: hoek Ajer Lantjoer N. I. W. Nabij Peling brengt men evengenoemden hoek niet bewesten N. De hoek kan dicht worden genaderd, daar bel westelijkste gevaar 200 meter Z. W. van den hoek ligt.
Om de VV. komt men, ter vermijding van het rif van Gersik, aan den noordkant van hel eiland niet bezuiden de peiling; noordhoek Aoer \\V. \'/i 2. en- aan den oostkant, alwaar bij den zuidhoek van liet eiland het rif 47ö meter afsteekt, niet binnen \'/n mijl-
Van de rillen bezuiden Gersik blijft men aan den oostkant vrij, door hoek Ajer Lantjoer niet beoosten N. N. 0. te brengen.
Nabij het rif beoosten Kelemar komt men niet binnen de peiling: eiland Gersik Z. Z. 0., zoolang de noordhoek Kelemar bewesten Z. W. t. W. Vj W. is.
Benoorden de eilanden kan men over en weer houden tusschen Liat en Mendanau.
Het eilandje Kemboeng kan dicht worden genaderd, terwijl, ter vermijding van het rif van Langir, bet eilandje Kemboeng niet buiten den hoek Ajer Lantjoer mag worden gebracht.
Om de VV. komt men, ter vermijding van de gevaren langs de oostkust van Liat en de Tomingkor riffen, niet binnen de peiling: Kalangbaoe Z. t. 0., terwijl men vrij blijft van Hewitt rif, door nabij de peiling: . Kemboeng O. t. N., niet binnen de peilingen: westhoek Kelemar Z. t. 0. 3/4 O. en Z. \'/4 O- komen.
Boor tusschen de peilingen: zuidhoek Liat Z. W. en Z. Z. \\V.
\'/a NV. tic (tiek van Gaspar eiland niel nabij N. VV. N. ol\' wol hoek Kcrikal niet nabij VN\'. \'Ia N. Ie [teilen, Itlijfl men vrij van Aklmr ril\'.
Mtrant lliiwoi*keii«lo van lt;»111 «lc X. I»il
naclii Beooslen Ondiepwaler eiland Mijl\'l men opwerken in de diepe geul, over heide hoegen lol in 20 vadem. Men kan ook verder om de W. loopen, zorgende echter Ondiepwater eiland aan den oostkant niet binnen 16 vadem te naderen. Daar henoorden kan men, buiten den lichtcirkel van Ajer Lantjoer, om de W doorloopen tol licht Ondiepwater eiland Z. Z. W.
Komt men in hel licht van Ajer Lantjoer, dan kan men tusschen de peilingen: licht Ajer Lantjoer N. N. (.). en N. \'/4 O. blijven, of wel kan men om de O. doorloopen, lot licht Ajer Lantjoer N. t.W.; echter, wanneer de wind wat noordelijk is, niet noordelijker in deze peiling komende, dan licht Ondiepwater eiland Z. W. \'/4 Z. Om de W. kan men door peilingen op de twee lichten gemakkelijk de standplaats van het schip bepalen en hieruit afleiden hoe ver men om de W. kan loopen, om over stuurboord nog ruim genoeg vrij te blijven van de riffen bezuiden Gersik.
Tusschen de Lima eilanden en hel eiland Gersik opwerkende, zorge inen niet buiten de peilingen: licht Ajer Lantjoer N. N. O. en N. \'/4 O., te komen; echter wanneer de wind bewesten N. W. is, zoolang men nog geen koers kan sturen, over bakboord niel verder doorliggende, dan totdat men over stuurboord op bet licht van Ajer Lantjoer kan aanleggen.
Is men het eiland Gersik gepasseerd en zijn de eilanden, wat meestal het geval zal zijn, te zien, dan kan men op peiling meer om de W. loopen, zorgende bij het opwerken niel Ie dicht bij de eilanden te komen.
Is het dik weder, dan blijft men tusschen de peilingen: licht Ajer Lantjoer N. N. 0. en N. \'//. 0. opwerken, tot men minder dan 20 vadem loodt, hetwelk, in de peiling: licht Ajer Lantjoer N. \'/4 het eerst zal plaats hebben met bet eilandje Peling ongeveer 0. Z. O. (\').
{\') Zie hieromli\'cnt lt;81™! Slolzc van om do Inj nnchlquot;.
?50
Me» kan nu over Iwkboonl verder doorloojten. zorgeiule uiel Ic diclil Itij de eilanden ol\' Mewill rif te komen.
Men heeft mei dik weder aan de bank mei minder dan 20 vadem, die bezuiden de eilandjes Aoer, (iersik en Kelemar om de Z. Z. O. uitsteekt, eene goede aanwijzing om (iersik Ie passeeren. Loodt men namelijk in de peiling: licht Ajer Lanljoer N. N. O. minder dan 20 vadem, dan slaat men op de bank, terwijl men, hier benoorden weder in deze peiling komende, alsdan meer dan 20 vadem loodende, zeker kan zijn het eilandje Gersik N. W. of daar bewesten te hebben.
Benoorden den hoek van Ajer Lanljoer, brenge men hel licht niet bezuiden Z. Z. ()., zoolang men niet benoorden het eilandje Kemhoeng staal, en blijve verder bij hel opwerken tusschen de peilingen: licht Ajer Lanljoer Z. en 0. \'/j Z.
In den lichtcirkel van Langkoeas komt men, benoorden Batoe Dinding slaande, niet beoosten de peiling: licht Langkoeas N. 0. 3/4 N., terwijl men om Akbar rif, dal buiten den lichtcirkel van Langkoeas ligt, te mijden, op die boogie het licht van Ajer Lanljoer niet beoosten Z. t. 0. Yi 0- moet brengen.
Wan de Straten om rte iV Naarmate de beslemming en de gelegenheid, loopt men aan den west- of ooslkanl van Gaspar eiland langs. Daar in den doorslaanden noordweslmoesson de winden langs de kusl van Bangka noordelijk loopen en de stroomen nabij hoek Berikat, gedurende hel krachtig doorslaan van den moesson, hel opwerken moeilijk maken, zal het in dien tijd van het jaar verkieslijk zijn beoosten Gaspar te sturen.
Deze route volgende stuurt men op \'/j tot % mijl beoosten Gaspar eiland aan. Is men beoosten dit eiland, dan stuurt men een noordelijken koers, zorgende de piek van hel eiland niet beoosten Z. te krijgen, waardoor men vrij blijft van de Belvédère-en Magdalena riffen.
Bij het uil \'I zicht loopen van Gaspar eiland, zij men indachtig aan het Dido rif, waarvan de ligging onzeker is. Dil rif werd opgegeven te liggen N. t. ü. 7% mijl van Gaspar eiland in 1° U\'ó\' Zh. en 107° 14\' 01., welke laatste punt echter N. t. 0. 7» O- vaquot; Gaspar eiland is gelegen.
31
Wil men Iteooslen Dido langs, dan moei hel Gaspar eiland niet liezniden hot Z. Z. \\V. \'/s ^ • quot;\'t 1 \'\'■\'quot;\'hl worden geloo[icn, in welke richting men dan cenigen tijd blijft doorsturen.
Wil men den koers beoosten Canning rif stellen, dan brengt men bij helder weder den berg Petaling niet beoosten Z. t. 0. \'/4 wanneer Gaspar eiland nabij VV. t. Z. is, of wel moet de hoogte van Gaspar eiland niet grooter gemeten worden dan 0° 50\', waardoor men nagenoeg 1 mijl beoosten Canning rif blijft.
Bewesten Gaspar eiland langs loopende, kan men, tusschen Gelasa rots en Boompjes eiland doorsturende, benoorden of bezuiden Warren Hastings riffen passeeren, of wel de route njnien tusschen Boompjes eiland en den iioek Berikat.
Om benoorden Warren Hastings riffen te passeeren, stuurt men tusschen Gelasa rots en Boompjes eiland door om de N., totdat piek Gaspar eiland Z. 0. \'/4 O. is. Het eiland nu in deze peiling houdende, stuurt men tusschen Warren Hasting- en Ismir riffen door, waarvan men ruim \'/i mijl verwijderd blijft. Heeft men den heuvel van hoek Berikat door Z. t. W. 3/i W., dan kan men N. N. W. beoosten het Severn rif, of wel IS. W. \'/2 N. tusschen de Severn- en Iwan riffen doorsturen, lettende op de oostelijkste gevaren langs de kust van Bangka, het van Sittard- en Keuchenius rif.
Hel van Sittard rif wordt gemeden, door nabij de peiling: Mangkol W. \'/o Z., den heuvel van hoek Berikat niet beoosten Z. 3/, 0. te brengen, of wel, den hoek Berikat in het Z. 3/4 O. krijgende. Gaspar eiland niet beoosten Z. 0. \'/j \'e brengen.
Het Keuchenius rif wordt genieden, door den heuvel Sapat niet beoosten Z. \'/4 0. te brengen, wanneer de Mangkol ongeveer nabij W. Z. W. is.
Het Severn rif wordt gemeden, door nabij de peiling: Mangkol, (zijnde het hoogste punt van de zuidelijkste zichtbare heuvels van Bangka gezien van hel rif) Z. W. I. Z., of nabij de peiling: heuvel hoek Uaja Z. W. \'/2 W., het Maras gebergte niet nabij W. Z. W. \'/4 W. of wel den hoek Toeing niet nabij W. \'/s le brengen, terwijl men vrij blijft van het Iwan rif, door den hoek Toeing niet binnen de
peiling W. N. W. \'/« W. m VV. % *• le ™mmr ,,H
hooge gedeellc van hoek Unja nahij Z. /, W. \'/. W. wordt gepeil.1.
Bezuiden Wamt. Harlings loopende, sluurl men op \'/, «njl heooslen Boompjes eiland en vervolgens, wanneer dit eilandje W. is, N. W. I. ^ zorgende Gaspar piek niet bezuiden O. 1. Z. te krijgen, wanneer de „euvel van Berikal nog niet door Z. t. W. % W- - Heeft men deze peiling bereikt, dan stuurt men vervolgens N. t. NV /, beoosten Severn rif of wel N. N. W. \'/. W. beoosten van Sittard- en Keuchenius rif langs, lot hoek Baja of wel de heuvel Sambonggm W is en daarna N. VV. \'/, N. tusschen Iwan- en Severn rif door.
Met den koers N. t. VV. tusschen Boompjes eiland en hoek Berikal sturende, passeert men op 1 mijl den hoek. Men blijft met dezen koers doorsturen tot Gaspar eiland Z. 0. \'/gt; 0. is, waarna men N. t. W. 3/4 N. beoosten het Severn rif ol N. W. /, N. tusscien
Severn- en Iwan rif doorstuurt.
Ter vermijding van de Warren Hastings riffen brengt men, wanneer Gaspar eiland door 0. t. Z. is, den heuvel van hoek Benkat met
bewesten Z. t. W. Va ^ - ■ mi v
%an«loeii van de Hivaien van om «Ie V
om de N. de straten aandoende, zij men indachtig aan de groep riffen
gelegen tusschen: 1\' 4\' en 1° 15\' Z.b. en 106° 50\' en 106° 47\' 0.1
en het Emerald rif, die buiten zicht van land liggen; men zal, vooral
wanneer het bestek niet zeer zeker is, aan deze gevaren eene groote
ruimte moeten geven. Ook met hel Dido rif zij men voorzichtig,
.laar dit buiten zicht van Gaspar eiland ligt, en stuurt men op een
goeden afstand daar beoosten. Van hier stuurt men om de Z., spoedig
Gaspar eiland en de hergen van Belitoeng in \'t z.cht krijgende,
beoosten het Canning rif langs, (waartoe men de boogie van Gaspar
eiland niet grooter dan 0° 50\' mag meten) naar Straat Stolze, ol
wel, het Gaspar eiland in \'l zicht krijgende en den wil naarClement-
of Macclesfield Straat hebbende, op % a \'j, mijl beoosten dit
eiland aan.
Koon meo vao ooi lie N. VV. laogs Toly ol l-aool eiland, .lao MUUI-I men, mei .tal koers Z. 0. \'/. l»*™ Iw»quot;- en
riffen door en verder op Gaspar eiland aan, of wel, zoo men beoosten deze gevaren langs wil, Z. 0. \'/j 0- Iquot; 1\'et eerste geval loopt men door tot de Mangkol door W. \'/2 ^ \'s\' en stuurt dan Z. t. 0. langs hoek Berikat naar de Macclesfield Straat. Loopt men beoosten Severn riffen langs, dan blijft men in den koers Z. 0. \'/2 0. doorloopen, tot het Maras-gebergte W. Z. W. \'/4 W. gepeild wordt en stuurt dan Z. Z. 0., totdat de Mangkol door W. \'/j Z. is, waarna men met den koers Z. t. 0. langs boek Berikat op Macclesfield Straat aanstuurt.
Nabij de Warren Hastings riffen komende wordt, tusschen de peilingen: Gaspar eiland Z. 0. \'/2 0. en 0. t. Z., de heuvel van boek Berikat niet bewesten Z. t. W. \'/j W. gebracht.
Gedurende den nacht zijn de straten van om de N. alleen beoosten de aldaar liggende gevaren aan te doen. Men stuurt alsdan midden tusschen de Dido- en Florence Adelaida riffen door op bel licht van Langkoeas aan en stelt, als bet licht in \'t zicht komt, koers op 1 mijl bewesten Langir. Men zij in den lichtcirkel van Langkoeas indachtig aan het rif Empress of China, dat volgens opgaven N. O. t. O. 53/4 mijl van Langkoeas ligt. Bezuiden het licht van Langkoeas brenge men dit licht niet benoorden N. 0. \'/2 0.
Straat llacclcslicld Tan om de V li|i dag\'. Met den koers Z. t. 0. langs boek Berikat. loopende, stuurt men verder op V2 mijl bewesten het eilandje Tjelaka aan. Een goed merk voor het midden van bet vaarwater, wanneer men het eiland Kalapan W. heeft, is de zuidwesthoek van Liat ter breedte van het eilandje Tjelaka buiten dit eilandje. Steekt de hoek verder buiten Tjelaka uit, dan is men te westelijk en steekt de hoek minder uit, dan is men te oostelijk.
Het eilandje Tjelaka 0. hebbende stuurt men Z., totdat hoek Moe-roeng W. is, waarna men Z. t. W. stuurt. Heeft men den Baginda N, W. t. W. \'/2 W., dan zal men hoek Moeroeng ongeveer N. t. W. 1/j W. hebben, waarna men alsdan verder Z. Z. W. stuurt, zorgende, nabij Bias Mateu rotsen, de Moedjoek niet bewesten N. t. W. te brengen.
Komt men van beoosten bet Gaspar eiland, dan stuurt men van bier Z. Z. VV. 3/4 W., tot de heuvel van Berikat N. W. \'/2 \'s\'
GIDS VOOR HET BEVAREN VAN DE GASPAR STRATEN. ■quot;»
54
waarna men Z. stuurt, zorgende liet eilandje Tjelaka niet bewesten Z. te krijgen. De koers door peiling zoo noodig verbeterende, loopt men op \'/2 niijl afstand langs Tjelaka en stuurt verder, zooals liier-voren is vermeld.
Zie voor het mijden van de gevaren; «Opwerkende van om de Z. bij dagquot;.
straat llacclesficld van 0111 de V bfi nacht.
Buiten den lichtcirkel van Ajer Lantjoer blijvende, loopt men in den lichtcirkel van Tjelaka en stuurt dan met een zuidelijken koers op bet nauw van de straat aan, tot in den lichtcirkel van Laboe. De door peiling van de twee lichten aangegeven plaats bepaalt den te sturen koers, tusscben het rifje bewesten Tjelaka en Discovery rotsen door.
Heelt men het licht van Tjelaka O., dan stuurt men Z. In dezen koers doorloopende, bereikt, men den lichtcirkel van Ondiepwater eiland met bel licht ongeveer in het Z. O. \'/4 2., terwijl bet licht van Laboe nog in \'I, zicht is. Men stuurt nu Z. t. W. benoorden de peiling: licht Ondiepwater eiland Z. 0. t. 0. in diepten van 10 tot 20 vadem blijvende, terwijl men tusscben de peilingen: licht Ondiepwater eiland Z. 0. t. 0. en Z. 0. t. O. 3li 0. de Drievadems-bank niet binnen 12 vadem nadert. Heel\'t men Ondiepwater eiland in bet O. Z. 0., dan stuurt men Z. W. t. Z. en, na het licht uit \'t zicht verloren te hebben, vervolgt men de reis met den koers Z. t. W. 1ji W.
Voor het vermijden der gevaren wordt verwezen naar; «Opwerkende van om de Z. bij nachtquot;.
Siraat llaeclesfield. Opwerkende van 0111 «le IV b|| «lag;. Bezuiden Gaspar eiland opwerkende, nadert men hel Boompjes eiland niet binnen de peiling; Gaspar eiland N. 0. \'/j 0., terwijl men bezuiden den hoek van Berikat, ook ter vermijding van de Wilson bank, niet binnen de peiling: boek Berikat N. W. t. N. komt, zoolang de heuvel Sapat bewesten het W. N. W. is. Hier bezuiden tot den noordhoek van Kalapan W., kan men den Bangka wal naderen tot in 7 vadem.
Om de 0. zal men moeten letten op het Akbar rif, waartoe men.
55
wanneer fierikat nabij W. 7/8 N. wordt gepeild, Gaspar eiland niet bewesten IN. N. W. 3/.i W. brengt, of wel komt men niet binnen de peilingen: zuidhoek Liat Z. W. ali Z. en Z. Z. W. \'/a W,, wanneer Gaspar eiland nabij N. W. 3/4 N. wordt gepeild.
De gevaren benoorden Liat worden gemeden, door tusschen de peilingen: Tjelaka Z. en oosthoek Liat Z., het eiland Kalapan niet bewesten W. Z. W. te brengen.
Voor de gevaren in de Straat, zie het daaromtrent vermelde onder: «Opwerkende van om de Z. hij dagquot;.
ftlranl llacelesficlfl. Opwcrkcmlc van oiti de M. I»U iittolii. Benoorden de straat opwerkende, brengt men, ten einde Akhar rif te mijden, het licht van Ajer Lantjoer niet bezuiden Z. Z. O. \'/2 0., terwijl men vrij blijft van de gevaren benoorden Liat, door het licht van Ajer Lantjoer niet beoosten Z. O. t. O. 7, O. en het licht van Tjelaka niet bewesten Z. te peilen.
Onder den wal van Bangka komt men niet binnen de 7 vadem, nabij den hoek Berikat de kust niet te dicht naderende, om geen gevaar te hebben van Wilson bank. Meestal zal echter het land des nachts genoegzaam zichtbaar zijn, om zonder gevaar ouder de kust te loopen, brengende men hiertoe den hoek Berikat niet benoorden N. W. t. N., of wel den heuvel van dien hoek niet benoorden N. W. \'/2 N., zoolang de heuvel Sapat bewesten W. N. W. is.
Om de 0. komt men in den lichtcirkel van Tjelaka niet beoosten dit licht Z.
Wind beoosten Z. Z. 0. l/2 0. Met den wind beoosten Z. Z. 0. 0., zoodat men over stuurboord bezuiden Z. W. \'/2 ^ ligt) loopt men in den lichtcirkel van Laboe om de W., tot licht Laboe Z. t. 0., het licht van Tjelaka niet benoorden 0. \'/4 N. brengende. Over bakboord loopt men door tot licht Laboe Z, W. 3/4 Z., zoo men deze peiling bereikt met licht Tjelaka tusschen Z. O. t. Z. en 0. Z. O.; men ligt dan vervolgens over stuurboord, al is de wind ook wat oostelijk, ruim vrij van de riffen henoorden Tjelaka. Snijdt men nu over stuurboord de peiling: licht Laboe Z. W. \'/a Z. met licht Tjelaka bezuiden
O. \'/4 N., dan loopt men, tot licht Laboc in het W. Z. W. \'/2 W. is, over dezen hoeg door tot 17 vadem, of wel loopt men verder door, zoo men zuidelijk genoeg ligt, om vrij te blijven van de gevaren hij hoek Lahoe. Komt men over bakboord in de peiling: licht Lahoe Z. W. 3ji Z., met licht Tjelaka beoosten ü. Z. 0., dan loopt men tot deze laatste peiling door, en werkt zoo uoodig verder op tusschen licht Tjelaka 0. Z. 0. en 0. \'/4 N., tot licht Lahoe Z. W. \'/2 Z., waarna men over den anderen boeg, lot in 17 vadem of verder, doorloopt, als men zuidelijk genoeg ligt, zorgende, ter vermijding van de Discovery rotsen, tusschen de peilingen: licht Tjelaka 0. \'/4 N. en 0. N. 0., hel licht Lahoe niet bezuiden Z. W. \'/j Z. te brengen.
Om de 0. bezuiden Tjelaka zorgt men de kust niet te dicht te naderen voor de aldaar afstekende gevaren. Tusschen de peilingen: licht Lahoe Z. W. t. W. \'/4 W. en W. Z. W., loopt men\' lot licht Tjelaka N. t. 0.; daar bezuiden kan men doorloopen lot licht Tjelaka N. N. W. Men kan ook, daar het bankje mei 274 vadem onder den wal van Liat Z. W. t. W. \'/2 W. van licht Lahoe ligt, wanneer men dit licht westelijker peilt, doorloopen tol licht Tjelaka N.
Ter vermijding der gevaren bij boek Lahoe, zorge men, tusschen de peilingen: licht Lahoe W. Z. W. \'/2 W. en W. \'/4 N., het licht van Tjelaka niet beoosten N. O. t. N. en tusschen de peilingen: licht Lahoe W. s/4 N. en N. W., het licht van Tjelaka niet beoosten N. N. ü. \'/2 0\' l(i brengen. Hier bezuiden loode men onder den wal van Lepar niet minder dan 10 vadem.
In hel zuidelijke gedeelte van den lichtcirkel van Lahoe
komt men, zoolang licht Lahoe benoorden N. t. W. 3/4 W.
%
is, niet buiten dien cirkel. Bezuiden dien lichtcirkel blijft men tusschen 10 en 20 vadem, zoolang licht Ondiepwater eiland bezuiden Z. 0. t. O. is, daar bezuiden nabij de Drievadems-bank niel minder dan 12 vadem loodende.
57
Wind Z. Z. 0. V2 0. of daar bezuiden. Is de wind Z. Z. 0. \'/^ 0. of daar bezuiden, dan werkt men lienoorden den lichtcirkel van Labos op, als in bet voorgaande geval.
In den lichtcirkel van Laboe loopt men eveneens, lot licht Laboe Z. t. 0. en tot licht Tjelaka 0. \'/i N., zoo men over bakboord benoorden 0. \'/4 \'igt. Ligt men over bakboord zuidelijker, dan loopt men over stuurboord niet verder door, dan tot licht ïjelaka in de streek is, die men over bakboord kan behouden, altijd benoorden de peiling: licht Tjelaka 0. V,, N. blijvende. Bereikt men nu, om de O. loopende, de peiling: liebt Laboe Z. W. \'/i Z. met liebt Tjelaka bezuiden 0. Z. ()., dan loopt men niet verder door, maar legt bet over stuurboord, vervolgens doorloopende tot licht Tjalaka 0. N. ol\' tot in de streek, die men over bakboord behouden kan. Komt men in de peiling: licht Laboe Z. W. \'/2 met licht Tjelaka beoosten 0. Z. 0., dan loopt men lot deze laatste peiling door, echter niet oostelijker komende dan licht Laboe Z. W.
Men werkt nu verder op om de W., zoolang licht Tjelaka beoosten 0. N. 0. is, niet verder doorloopende, dan licht Laboe Z. W. \'/} Z. en daar bezuiden, zoolang licht Laboe bezuiden W. Z. W. \'/2 W. is, tot in 17 vadem. Men handele verder als in bet voorgaande geval.
Bezuiden den ingang van de straat, blijft men in bet westelijke gedeelte van den lichtcirkel van Ondiepwater eiland opwerken, nabij de Sittart riffen het licht niet bezuiden Z. O. ^/4 O. brengende, zorgende verder buiten den lichtcirkel te komen, wanneer hef. licht O. \'/a N. komt.
Clement Straat van om de M. Van beoosten het Gaspar eiland stuurt men tot in de peiling: Gaspar eiland N. t. W. Met den koers Z. t. O., loopt men alsdan op de Straat aan, zorgende, ten einde vrij te blijven van Hewitt rif, wanneer de zuidhoek van Liat nabij W. t. Z., of het eilandje Kemboeng nabij 0. t. N. is, den westhoek van Kelemar niet bezuiden Z. t. O. 3/,i 0- ,e brengen, ter-
58
wijl, om vrij Ie blijven van de gevaren nabij Liat, hel eilandje Kalangbaoe niet beoosten Z. t. 0. mag komen. Men stuurt nu door lot in de peiling: westhoek Aoer Z. O. t. Z., en stuurt dan op dien boek aan tot de noordboek van Kelemar 0. is, waarna men Z. t. 0. stuurt beooslen Ondiepwater eiland aan.
Bewesten Ondiepwater eiland koersende stuurt men Z. Z. W. i/i W., zoodra de zuidhoek van Kalangbaoe W. is. Het eiland Aoer alsnu in het N. N. 0. \'/a 0- houdende, stuurt men, als Ondiepwater eiland Z. 0. t. O. is. met den koers Z. W. \'/a Z. tusscben Fairlie en Bias Mateu door, zorgende nabij de peiling: Ondiepwater eiland 0. t. N., den Moedjoek niet benoorden N. N. W. te brengen en het Ondiepwater eiland uit \'t zicht te loopen, voor men bet N. O. t. 0. 1li 0. peilt.
Straat Stolzc van om «1c M. b|i (lag. Van beoosten Gaspar eiland stuurt men met een zuidelijken koers tot in de peiling: Gaspar eiland N. N. W. en stuurt dan, het eiland in die peiling houdende, Z. Z. 0. op bet midden tusscben den hoek Ajer Lantjoer en bet eilandje Kelemar aan; men loopt bierdoor ruim vrij van Akbar- en Hewilt riffen. In dezen koers doorloopende tot Gersik W. is, stuurt men vervolgens Z., niet dichter de Lima eilanden naderende dan boek Ajer Lantjoer N. \'/4 0. Op 1\'/» mijl het Ondiepwater eiland passeerende, stuurt men, wanneer dit eiland uit \'t zicht raakt, Z. Z. W. ^ W., zoo men naar Straat Soenda koerst.
Straat Stolzc van 0111 de IV l»|f naclit. Wanneer het licht Langkoeas ongeveer 0. is, loopt men in den lichtcirkel van Ajer Lantjoer, waardoor men in de gelegenheid is de plaats van bet schip nauwkeurig te bepalen. Het licht van Langkoeas niet benoorden N. 0. \'/i 0- brengende, stuurt men door tot licht Ajer Lantjoer Z. \'s, en stelt dan koers op \'/j mijl bewesten dit licht.
Heeft men het licht 0., dan stuurt men Z., zorgende, wanneer men ruim 1 mijl in dezen koers heeft doorgeloopen, bet licht Ajer Lantjoer tusscben N. K. 0. en N. 1ll 0. te houden. Tusscben deze peilingen blijvende loopt men vrij van alle gevaren. Men blijft nu in dezen
koers doorsturen lot buiten den lichtcirkel van Ondiepwater eiland, waarna men Z. Z. W. % W. stuurt.
Straat Stolae. Opwerkende van om «Ie M. Igt;U «lag. Het eiland Langkoeas kan aan den westkant tot op \'/s inÜ\' genaderd worden, terwijl men, benoorden bet eiland slaande, dit niet bewesten Z. brengt, zoolang de beuvel Pingi beoosten Z. 0. t. 0. \'/i 0. is, ter vermijding van bet Alwina ril. Bezuiden iiet eiland nadere men, zoolang hoek Binga, bezuiden 0. Z. 0. is, niet binnen Langkoeas N. 0. Va 0- Haar quot;bezuiden kan men in den wal loopen tot Langkoeas N. 0. 3/4 N. Baakt dit eiland uit bet ziebt, dan komt men niet binnen Langir Z. W. t. W., terwijl dit laatste eiland en Binding aan den noordkant lot op iji mijl, of tot in de peiling: Kelmanbang 0. Ys Z. kunnen worden genaderd en men, aan den westkant van bet eerste eiland, bet eilandje Kemboeng niet buiten boek Ajer Lan-tjoer brengt.
Om de W. lette men op bet Akbar rif en zorge men, nabij de peiling: Gaspar eiland N. W. \'/i N., den zuidhoek van Liat niet tus-schen Z. Z. W. \'/i W. en Z. W. 3li Z. te peilen.
Onder den Liat wal komt men niet dichter dan KalangbaoeZ. t. 0.
Men zie verder onder «Opwerkende van om de Z. blj-dag alsmede «Aandoen van de Gaspar Straten van om de Zquot;.
Straat St«l»e. Opwerkeiule van «in «le H. Ii(i nacbt. Komt men in den lichtcirkel van Ajer Lantjoer, dan kan men, door peiling van de twee lichten, de standplaats van het schip bepalen en, als de wind ruim genoeg is, koers stellen op % mijl bewesten hoek Ajer Lantjoer. Is de wind niet ruim genoeg, dan loopt men over en weêr om de W. tot licht Ajer Lantjoer Z. t. 0. \'/4 0. en om de 0., tot men dit licht ongeveer in het Z. Z. W. tusschen Langir en Binding heeft.
Bezuiden het Akbar rif blijft men tusschen de peilingen: licht Ajer Lantjoer Z. 0. t. 0. 3/4 0. en Z., of, als men niet te westelijk loopt en de wind Z. t. 0. V2 0. of daar beoosten is, tusschen licht Ajer Lantjoer 0. \'/j Z. en Z. Is de wind zuidelijker, dan loopt men over stuurboord door tot men over bakboord op het licht kan aanleggen.
40
Komi men dicht bij hel licht, dan loopt men, (er vermijding van hel eilandje Kemhoeng, niet verder om de 0. dan licht Z. Z. 0. Men zorge nu verder niet te dicht hij den hoek Ajer Lantjoer te komen en over sluurhoord niet te ver door te loopen, om geen gevaar te hehhcn van de eilandjes en Hewitt rif.
Komt men over hakhoord dicht bezuiden den hoek, dan brengt men bet licht niet benoorden N. N. 0.; komt men wat zuidelijker, zoodal men in de peiling: licht N. N. O. meer dan 20 vadem loodt, dan loopt men door lot licht N. \'/4 0 » echter hier niet beoosten komende. Men blijft nu verder om de Z. opwerken tusschen de peilingen: licht Ajer Lantjoer N. N. O. en N. \'/4 O.
Staal men bezuiden de Lima eilanden in de peiling: licht Ajer Lantjoer N. \'/4 O. zuidelijk genoeg, blijkens peiling van licht Ondiep-water eiland, om over bakboord ruim vrij te blijven van de gevaren bezuiden die eilanden, dan kan men over dezen boog doorloopen, lol het licht van Ajer Lantjoer tusschen de eilandjes Bago en Ringgit in bel N. I. W. komt.
Bezuiden den lichtcirkel van Ajer Lantjoer, komt men om de 0. niet verder dan tot 20 vadem op den ooslrand van de diepe geul, terwijl men aan den oostkant van Ondiepwater eiland niet binnen 16 vadem nadert. Verder om de Z. werkt men op bewesten de diepe geul, tusschen hel licht N. en 20 vadem.
ANKERPLAATSEN.
In Piraat ilacelcsfield. In hel zuidelijke gedeelte van de straat kan men ankeren op de noordpunt van de zandbank, die N. N. 0. van de Drievadems-bank lol in de peiling: boek Moeroeng N. W. t. W. uitsteekt, in 8 en !) vadem, den berg Baginda niet
4
noordelijker dan W. \'/s peilende.
Onder den wal van Lepar kan men ankeren, tusscben boek Moeroeng en de peiling: boek Laboe N. W., nabij boek Moeroeng in 7 vadem en meer om de N. in 8 tot 9 vadem, den boek Moeroeng niet bezuiden Z. W. \'/j Z. brengende.
Onder den wal van Liat vindt men eene ankerplaats in 8 lot 10 vadem, in de peiling: Tjelaka N. IN. W. en boek Laboe tusscben VV. en VV. Z. W. 3/4 VV.
In bet noordelijke gedeelte van de straat kan men tusscben de peilingen: Tjelaka 0. \'/i N. en 0. Z. 0. 3li 0., ol\' wel tusscben de eerste peiling en noordboek Kalapan W., in 8 vadem en daar benoorden in 7 vadem ouder den Bangka wal ankeren.
In straat 4Jloiiieiii. Tusscben Kelemar en Acer is, ongeveer midden tusscben deze eilanden, even beoosten de lijn, die de westhoeken van deze eilanden vereenigt, in !) tot 10 vadem zandgrond eene goede ankerplaats.
Aan de zuidzijde van Kalangbaoe kan men ankeren in 9 tot 10 vadem zandgrond, op ongeveer 4U() meter van den rand van bet kust-rif, in de peiling: ooslboek eiland N., zuidweslboek eiland W. N. W.
Bezuiden de Toiningkor riffen is, op den daar bezuiden uitstekenden rug van zand en klei, eene ankerplaats in 8 tol 10 vadem, 800 meter bezuiden de riffen, in de merken: «noordboek Aoer in zuidhoek
42
fiersikquot;, en «oosthoek Kweel even open met westhoek Bakauwquot;. Ia liet eerste merk, met oosthoek Kweel in westhoek Bakauw, slaat men juist op den westkant van den rug.
In (lc Stolxc Siraat. Op den oostkant van de bank hezuiden Ondiepwater eiland kan men, het eiland niet heoosten N. brengende, ankeren in 8 lol 9 vadem klei met zand.
Nabij het Teree rif, in de peiling: eilandje Beloeng N. I. W. \'/a W., of N. I. W. \'/i W., kan men ankeren in 8 lot 9 vadem. Ook bezuiden hel eilandje Beloeng is eene ankerplaats te vinden in 8 tol 10 vadem, met, den oosthoek Beloeng N. en Bamidjo N. W. I. W. \'/a W. Men ligl hier \'/4 mijl vau zuidelijkste rif bij Beloeng en 2S00 meter van hel rifje met 1 vadem en hel Toean rif.
Bewesten de gevaren langs de zuidwestkust van Mendanau, heefl men ankergrond in diepten van 7 lot 14 vadem moddergrond. Tus-schen de peilingen: Peling Z. O. I. 0. \'/i 0- el1 zuidhoek Mendanau 0., en tusschen de peilingen: hoek Ajer Lantjoer N. en N. I. VV., heeft men diepten van 10 lol 13 vadem. De peiling: hoek Ajer Lantjoer N. I. W. loopt 500 meter bewesten de buitenste gevaren. Daar benoorden heeft, men nog nabij de peiling: hoek Ajer Lantjoer N. 0. diepten van 7 lot 13 vadem. Komt men niet noordelijker dan zuidhoek Mendanau Z. O. I. 0., dan blijft men minstens 450 meter van alle gevaren. Bezuiden de peiling: zuidhoek Mendanau 0. lol zuidhoek Nado 0. I. N., heefl men 10 tot 14 vadem nabij de peiling: hoek Ajer Lantjoer N. I. W., en blijft men ruim 700 meter buiten de gevaren.
Met hel eilandje Kemboeng Z. W. 7/8 Z. op \'/4 m\'jl afsland, vindt men hier eene geschikte ankerplaats in 8 vadem hard zand. Ook binnen hel eilandje is eene goede ankerplaats in 11 lol 12 vadem.
Tusschen hel eilandje en de riffen daar beoosten doorloopende, alwaar men dieplen van 8 lot 12 vadem loodt, houdt men de twee hooge westhoeken van Baloe Binding in één, in welke peiling men op een afstand van 450 meter beoosten hel rif van het eilandje loopt, zorgende den hoek van Ajer Lantjoer niet bewesten Z. Z. W. \'/4 W. en den zuidhoek van Dinding niet beoosten 0. 3/4 N. te brengen.
43
Bezuiden het eilandje Gersik, op den daar bezuiden afstekenden rug, vindt men goede ankerplaats. In de peiling: zuidhoek Aoer W. N. W. en oosthoek Gersik N. 1/2 W., ligt men in 11 vadem 1400 meter bezuiden hel zuidelijkste rif bij Gersik.
Nabij den noordoosthoek van Aoer, op de aldaar uitstekende bank, heeft men eene ankerplaats in 9 vadem zand in do peiling: westhoek Kelemar N. W. t. W. en oosthoek Aoer Z. 3/, O- Mei1 quot;g!. hier N. t. W. 4ü0 meter van het bankje met 5 vadem en !gt;öO meter van het kust-rif. De bank heeft hier eene breedte van 600 meter.
BESCHRIJVING VAN DE KUSTEN. EILANDEN, GEVAREN, ENZ.
NOORDOOSTKUST BANGKA.
De noordooslkusl van hel eiland Bangka, gelegen lusschen de lioe-keii Toeing en Berikat, loopt van af den eersten hoek ongeveer 11 mijl om de Z. I. 0., buigt zich dan langzaam meer naar het 0. en loopt verder tot den hoek Berikat in de richting 0. t. Z. door. Hierdoor wordt eene groote bocht gevormd, waarvan de twee uiterste boeken Toeing en Berikat N. W. \'/a N. en Z. 0. \'/a Z. 19 mijl van elkander liggen.
In deze bocht liggen eenige kleine eilandjes en banken met verscheidene riffen, die zich tot bijna 7 mijl buiten den wal uitstrekken.
Tot nabij de kust, die overigens laag en begroeid is, liggen eenige heuveltjes, terwijl meer bel land in eenige bergen liggen, die tot ver in zee le zien zijn. De voornaamste hiervan zijn: de berg Maras, bet Lapa- en Pading gebergte.
Roi*^\' llarns. De Maras is eene zeer kenbare vrij steil oprijzende berg met drie toppen, die van om de 0. gezien in elkander loopen en waarvan de oostelijkste. Boei genaamd, 700 meter hoog is.
litipa gebergte. Het Lapa gebergte is eene heuvelrij, die zich N. en Z. uitstrekt, waarvan de zuidelijkste top, Mangkol genaamd, de hoogste is en zich tot 398 meter verheft. Beoosten bet Lapa gebergte ligt eene lagere heuvelrij, Lali gebergte genaamd.
Pading gebergte. Hel Pading gebergte strekt zich 0. en W. uit, waarvan de hoogste top, Pading genaamd, ü l 1 meter boog is. Bewesten de Pading, die zich van om de N. als een breede berg met
4o
vlakke kruin voordoet, loopt de heuvelrij met eenige ronde toppen door, lot nabij de meer scherpe westelijke piek Gehang. Beoosten de Fading is de heuvelrij, die tot hoek Berikat met eenigt geïsoleerd liggende heuvels doorloopt, lager en vertoont daar eenige meer scherpe toppen, zooals de Baboeloe, Sapat, enz.
llocssons. De moessons loopen, wat hunne richting betreft, weinig, uiteen. In den doorstaanden noordwestmoesson beeft men noordelijke winden met veel zee, en in den zuidoostmoesson O. en O. N. 0. wind, waarvoor de kust geheel open ligt.
Stroonion. De stroomen, die van weinig belang zijn, regelen zich geheel naar de heerschende winden. Builen de eilanden is zelfs in de kentering eenige stroom merkbaar, doch zeer onregelmatig. Nabij den boek Berikat ondervindt men meer stroom in den westmoesson om do 0. en in den oostmoesson om de W. Bij bet krachtig doorstaan van den moesson, is deze stroom gedurende een paar maanden zoo sterk, dat bet opwerken daarin moeilijk wordt.
Oetiicn. De getijen zijn gelijk aan die in de Gaspar Straten.
Hook Toeing lol hoek Itajn.
Het binnenland tusschen deze twee hoeken is laag, met hier en daar alleen staande heuvels, waarachter de kenbare berg Maras zich verheft. De hoeken Toeing en Baja zijn hoog, de daartusschen gelegen hoeken zijn min of meer heuvelachtig, terwijl tusschen de hoekeu, in de inloopende bochten, een zandstrand wordt gevonden. Behalve de heuvels dezer hoeken liggen nog nabij de kust een paar heuvels, de Besar of Mapor en de Pandjar.
Heuvel Mnpoi*. De Mapor is een kegelvormig bergje met een ronden top, dat zich, van om de N. of Z. gezien, als een scherp piekje voordoet en aan de zuidwestzijde in eene lage heuvelrij uitloopt.
Heuvel Pamljar. De Pandjar is eveneens een kegelvormig bergje, dat aan de oostzijde eene lage heuvelrij heeft.
Hoek Toeing. Deze hoek, die om de Z. 0. uitsteekt en waarvan de hoogste heuvel meter hoog is, is rolsig en omgeven
24.9
46
doer eenige boven water liggende rotsen, waarvan het eilandje Ponggol, dat aan den noordkant van den hoek is gelegen, de grootste is. Langs den zuidkant loopt een rif, dat hij de zuidoostpunt 400 meter uitsteekt, en verder om de N. te niet loopt.
üe vijfvadems lijn loopt op een afstand van 1300 meter beoosten de zuidoostpunt en vervolgens N. N. W. naar het eilandje Ponggol. Buiten de lijn neemt de diepte toe.
Van af de zuidpunt van hoek Toeing, loopt de kust een weinig in om de W. N. W. en buigt zich daarna om de Z. en Z. 0., waardoo^r de boclit van Mapor wordt gevormd, waarvan de hoek Kadjan, die Z. \'/j 0. 1 % mijl van hoek Toeing ligt, den zuidhoek vormt. In deze bocht, waarvan het strand uit zand bestaat, valt het riviertje Mapor, dat aan de monding 50 meter breed is, in zee; meer naar binnen ligt aan dit riviertje de kampoeng Pangkal Mapor.
Langs de kust loopt eene droogvallende bank, die in het noordelijke gedeelte der bocht, eene breedte heeft van 1000 meter, doch naaiden boek Kadjan toe zich meer en meer versmalt.
üe drievadenis lijn loopt van af hoek Toeing recht om de Z. en bocht nabij hoek Kadjan een weinig uit. Zij ligt dwars van de monding van de Mapor \'/s mijl uit den wal.
De vijfvadems lijri, die op een afstand van 1300 meter beoosten de zuidpunt van Toeing ligt, loopt van hier in de richting Z. t. 0. \'/2 0 gt; en ligt voor het midden van de bocht, ongeveer 3/8 mijl beoosten de drievadems lijn.
Hoek Kadjan. Dit is een lage hoek met zandstrand, waarbij de droogvallende bank langs de kust met een punt om de N. O. uitsteekt en doorloopt tot een droogvallend koraal-rif, dat zich N. W. en Z. 0. 1300 meter uitstrekt en N. 0. 1500 meter van den hoek ligt.
Uilamljc Slimliang. Dit eilandje ligt even buiten het rif bij hoek Kadjan binnen de drievadems lijn, die hier 3/a mijl van den hoek ligt; het is zeer klein, 0. t. N. en VV. t. Z. 200 meter lang omgeven door een koraal-rif, dat aan den noordwest- en oostkant 1U0 meier en aan den zuidoostkant, alwaar op het uiteinde een
47
paar steenen boven water liggen, aOO meter buiten het eilandje uitsteekt.
De vijfvadenis lijn ligt ruim \'/a mij\' buiten het eilandje en 7/i e mijl buiten den hoek Kadjan.
Van af den hoek Kadjan loopt de kust, ongeveer l3/4 mijl om de Z. 0. t. Z. naar hoek Lajang, tusschen welke hoeken de hoek Batoe is gelegen.
De kust, die geheel begroeid is en bij hoek lialoe een weinig heuvelachtig en rotsig is, bestaat overigens geheel uit zandstrand, met hier en daar een klein riviertje, waarlangs eene droogvallende bank van 200 tot 1gt;00 meter breedte.
Op deze bank liggen, ili mijl bezuiden den hoek Kadjan, voor het riviertje Dadoekan een paar steenen onder, en benoorden hoek Lajang een paar steenen boven water, terwijl de boek Batoe omgeven is door een steen- en koraal-ril\', dat 650 meter om de N. O. buiten den hoek uitsteekt en waarop eenige rotsen liggen, waarvan een paar met hoog geboomte is begroeid.
De drievadems lijn loopt van boek Kadjan om de Z., steekt dan met eene punt, N. 0.1.0. van het riviertje Dadoekan, ll2 mijl buiten den wal uit, loopt verder 1400 meter uit de kust naar den buitenkant van het rif langs hoek Datoe en vervolgens, op 1100 tot 1600 meter buiten de kust, naar hoek Lajang.
Binnen de drievadems lijn liggen, in de bocht tusschen hoek Kadjan en Batoe, alsmede \'/4 inÜ\' bezuiden dezen laatsten hoek, eenige kleine koraal-riffen, die met laag-water droogvallen, terwijl op de punt van de drievadems lijn, bij het riviertje Badoekan, een met laag-water droogvallend rif ligt.
De vijfvadems lijn loopt met eenige bochten, van af hoek Kadjan, om de Z. Z. O. naar hoek Lajang en ligt 1500 nieter buiten hoek Batoe.
Hoek liajaug. Deze hoek, die den noordhoek vormt van de bocht van Soeugei Leat, is een uitstekende rotsige hoek, waarop een lage heuvelrug ligt, die glooiend naar den boek alloopt en
48
evenals lioek Ha loc in eonc vlakke pnnl eindigl. Rondom den hoek liggen, op en even builen de droogvallende bank, eenige rotsen boven water, die zicb tot aan het riviertje Soengei Leat, bezuiden den hoek, uitstrekken en waarvan de oostelijkste zich van om de N. en Z. voordoet als een eilandje.
De drievadems lijn die, aan de noordzijde van den hoek dicht langs de droogvallende bank loopt, steekt beoosten den hoek 7l»0 meter uit, terwijl de vijfvadems lijn in de richting Z. O. en N. W. daar dicht langs loopt.
IBaukjes hfi hoek La.jang. N. 0. t. 0. 1/2 O. op ruim 3/iC mijl van den hoek ligt in 5 en 6 vadem een bankje met 3 en 4 vadem, en N. 0. t. 0. \'/2 0. oj» 5/1(. mijl en 0. N. 0. \'/2 0- 0P ruim 6/,c en 7/ic 111 li\' liggen in 6 vadem drie bankjes, de eerste met 4\'/., de twee laatste met 5 vadem.
Van af den hoek Lajang loopt de kust \'/4 mijl 0111 de Z. W., buigt zich daarna om de Z. en loopt verder, eene weinig diepe bocht vormende, m zuidoostelijke richting naar hoek Uaja. Zij is nabij hoek Lajang, alsmede van af boek Uaja tot 5/8 mijl daar henoorden, rotsig en bestaat verder geheel uit zandstrand, waar langs eene droogvallende bank ligt, die benoorden bet riviertje Soengei Leat eene breedte heeft van 900 meter, doch daar bezuiden zich tot 300 en 100 meter versmalt, en bij hel rotsige gedeelte van hoek Uaja geheel te niet loopt. Op deze bank liggen, van af hoek Lajang lot bet riviertje Soengei Leat, alsmede langs de rotsige kust bij hoek Uaja, steenen boven water.
De drievadems lijn loopt van af hoek Lajang om de Z. t. O., nadert de kust bij het rotsige gedeelte van hoek Uaja, en loopt hier langs de uitstekende rotspunten, op een afstand van 800 tot üOO meter, naar hoek Uaja.
Uinnen deze lijn liggen nabij de hoeken eenige steenen boven en onder water, alsmede 0. \'/2 Z. op 1ÏJ00 meter afstand van den mond der rivier Soengei Leat een zeer klein koraalrif met 2 voet water.
De vijfvadems lijn loopt van af beoosten den hoek Lajang, om de Z. 0.
49
op \'/2 \'nijl afstand va» de kust en nadert, verder het rotsige gedeelte benoorden hoek Uaja tot op \'/4 quot;\'ij\'- Buiten de vijfvadems lijn neemt de diepte gestadig toe en heeft men op 1 \'/j mijl uit den wal 10 vadem. De bodem bestaat uit zand.
Hoek Ra|a. Een zeer kenbare rotsige hoek, gevormd door den oostelijken voet van eene korte zich W. Z. VV. en O. N. 0. uitstrekkende heuvelrij. waarvan de heuvel Poeak, die aan den oostkant steil, doch aan den westkant tol op zekere hoogte glooiend afloopt, het westelijke einde vormt. Beoosten den Poeak liggen een paar lage heuvels en daarna de Boekit Uaja, die eene meer kegelvormige gedaante heeft, en waarvan de top, lager dan die van den Poeak, 149 meter hoog is. De oostelijke punt van dezen hoek ligt Z. Z. O. \'/i ^ ongeveer 13/4 mijl van den hoek Lajang.
Be kust is hier geheel rotsachtig, omgeven, tot op 500 nieter uit den wal, door rotsen hoven- en onder water, terwijl alleen in de kleine bochten eene droogvallende bank langs de kust loopt.
Be drievadems lijn loopt op een afstand van 700 meter langs den hoek, terwijl de vijfvadems lijn op \'/4 6/ig mij\' beoosten den hoek ligt. Buiten deze lijn loodt men onregelmatig toenemende diepten.
Rif Stacngci Lcat. Dit. is een koraal-rif, ongeveer % mijl uit den wal, waarop een paar steenen liggen, die met laag-water droogvallen; het heeft N. en Z. eene lengte van 400 meter, met eene breedte van 270 meter en ligt in de peiling :
Hoek Baja Z. 3/4 O.
Noordhoek rivier Soengei Leal in zuidtop berg Maras VV. 3//i Z.
De vijfvadems lijn rond dit rif ligt aan den noordoost- en zuidkant op ruim 100 meter buiten den rand van hel rif. Bewesten en bezuiden deze lijn loodt men i*\'/, cn 6 vadem; henoorden en beoosten 6 en 7 vadem sleengrond.
Ilankje* l»fj ril\' Soengei Llt;ea(. Z. W. op 200 en 550 meter van den rand van het rif liggen twee bankjes met 474 en 5 vadem in 572 en 6 vadem, en N. 0. op bijna sja mijl afstand van het rif ligt een bankje met 5 vadem in 7 en 8 vadem.
Orce rif. Een rif met 21/,, vadem minste water, Z. O. t. O,
gids voor het bevaren van de gaspar straten. 4
%
50
:,/4 O. Itijna \'74 i»gt;jl van hel voorgaande rif gelegen, dat zicli N. en Z. 400 meier uilstrekl in de peiling:
Jterg op hoek Lajang N. TOquot; W.
Uerg op hoek Raja Z. quot;gt;7° W.
Do vljlvadems lijn om hel ril\' sleekl, aan den noordkant oOO meter uit, doch loopl overigens op korten afstand langs den rand. Hier huiten staan dieplen van O en 8 vadem.
Ilnnkjc hij Clrcc ril\'. N. ü. 0. van het rif op 900 meter afstand ligl een hankje met vadem in 7 en 8 vadem.
.Itronlicok. Imnk. Dit is eene kleine hank met 5 vadem, liggende W. N. W. op lOiiO meter van het Circe rif, met 6 en 8 vadem er om heen.
Ilankje* mol -t\'/, vailom. ïusschen Circe rif en den wal liggen midden-vaarwaters eenige plekken met 4\'/4 vadem minste water, in diepten van G en 7 vadem.
Iwan i\'ilquot;. lien koraal-rif met l3^ vadem minste water en 250 meier uilgeslreklheid; het ligt 3\'/2 mijl uit den wal van Bangka, in de peiling;
Hoogste punt hoek Toeing W. N. W. 3/4 W.
Besar of Mapor W. Z. W. 3/4 W.
Iloogsle punt hoek Uaja Z. Z. W. \'/i W.
Het rif is sleil met 14 en vadem in den omtrek.
Severn rif*. Een koraal-rif met t Y, vadem minste water en 400 meter uitgestrektheid, liggende G3li mijl uit den wal in de peiling:
Hoogste punt hoek Toeing W. \'/„ N.
Maros W. Z. W. \'j, W.
Hoogste punt hoek Uaja Z. W. \'/1 W.
Mangkol Z. W. t. Z.
Het rif is sleil met 17 tot 18 vadem in den omtrek.
Kecdc 8odig;ci liOat. Eene hij zuidelijke en westelijke winden veilige ankerplaats, heoosten lt;lc monding van het riviertje Soengei Leal. In den oostmoesson staat hier eene hevige deining. Men ankert op r,/iü \'quot;ijl van (lon wa\' ^/t ,()\' ^ vadem modder, a de peiling:
Hoek Lajang N. N. W. ,/2 W.
Rivier mond W. Z. VV. gt;/, W.
De geul naar hel riviertje loopt O. e» \\V. Uisschen twee rols-Itlokken door, waarvan hel noordelijkste begroeid is. Meer naar hiiuiea liggen nog eeiiige klippen, die mei laag-water droogvallen en nlleen niet hoog-water toegang lot het riviertje verleenen. Aan den linkeroever van dit riviertje, dat zich even binnen de monding om de Z. buigt, ligt Soengei Leal, de hoofdplaats van de afdeeling van dien naam. Ongeveer .100 meter bezuiden de monding van bel riviertje is de aanlegplaats, waarvan een weg, die 1 \'/4 paal lang is, naar de plaats voert.
Zeilmnwijzing. Om de ankerplaats Ie bereiken stuurl men, van om de N. komende, op \'/a mijl beoosten den boek Lajang in 6 en 7 vadem, met den koers Z. AV. naar de ankerplaats, zorgende, wanneer hoek Lajang door VV. is, den boek Uaja niet bezuiden Z. I. O. \'/4 O. te brengen.
Van om de Z. O. komende, stuurt men op een afstand van Va mijl langs hoek Uaja met den koers N. W. \'/a W. op den hoek Lajang aan, lot de mond van hel riviertje in hel W. is, en stuurt dan W. N. W. \'/2 W- 0P de ankerplaats aan.
Hoek Ita.jn tot hoek Uorikut.
Hel land lusscben deze hoeken is laag, met bier en daar eenige heuvels. Nabij de kust liggen, bewesten de beuvelrij van hoek llaja, de heuvel Beloeng met eene platte kruin en een kleine heuvel aan den noord- en zuidkant, bezuiden daarvan de kegelvormige heuvel Samboeriggiri met 196 meter hoogte en in dezelfde richting bel heuveltje Kepoh. Bezuiden deze heuvels ziel men vlak land, tot hel Lapa gebergte, alsook lusscben dit gebergte en hel Pading gebergte.
Van af de oostelijke pnnl van hoek llaja, loopt de kust met eenige kleine bochten, \'/2 mijl om de Z. W., lot nabij de dicht bij de knsl gelegen kampoeng llebo: zij is bier rotsachtig met verscheidene steenen er langs, die met laag-water droogvallen. De kust loopt verder i\'/i
mijl nagenoeg Z. lol hel riviertje Mavawang; zij is hier en daar rotsig en hestaat overigens nil zandstrand niet eene hreede droogvallende bank er langs, die, 1/2 mijl henoorden hel riviertje Marawang, eene hreedtè heeft van meer dan \'/s quot;\'ij\'- quot;l\' ,\'c/(! \'\'gSen nahij de kust, hier en daar rotsen, die met laag-water droogvallen.
Van af de Marawang rivier loopt de kust l3/.» 111\'J\' 01quot; Z.Z.O. tot den hoogen hoek Salinta, tussehen heide den uitstekenden hoek
Boenga vormende.
Bij den hoek Salinta is de kust rotsachtig, met boven- eu onder water liggende rotsen er langs, en hestaat overigens uit zandstrand. Verscheidene riviertjes monden langs deze kust in zee uit, terwijl er eene droogvallende bank langs loopt, die hier en daar \'/4 mijl breed is, en Vj mijl benoorden den hoek -Salinta eindigt. Ongeveer \'/4 quot;\'Ü1 benoorden den hoek Boenga, ligt op 100 meter uit den wal een laag steenachtig eilandje van 50 meter middellijn, Pasir Padi genaamd.
|)e drievadems lijn loopt van al hoek Baja om de Z. met onregelmatige bochten en ver in zee uitstekende punten, waarop droogvallende koraal-riffen liggen, tot op 1 en l\'/i mijl huiten de kust. Bij den hoek Salinta loopt de lijn naar buiten en omvat het eiland Pandjang en het rif Gerek en loopt daarna om de Z. Z. W.
De vijfvadems lijn ligt, tussehen de hoeken Raja en Boenga, tot t \'/4 mijl uit den wal, loopt daarna om de eilandjes Pandjang en Boedjoer, en verder met eenige bochten 0111 de Z. Z. W.
Hoek Salinta. Een hooge kenbare rotsige hoek, gevormd door een uitlooper van hel Lali gebergte, omgeven door een tal van boven- en onder water liggende rotsen. Buiten het rif, dal de rotsen omgeeft, heelt men weinig diepte, daar de drievadems lijn zicli hiei aanmerkelijk van de kust verwijdert.
Van af den hoek Salinta, loopt de kust 1 mijl om de Z. Z. 0. naar den lagen rotsigen hoek Lempoejang. Van hier buigt de kust zich gestadig aan meer oostwaarts tot iioek Langka, die ongeveer Z. O. 4,/2 mijl van Lempoejang is gelegen, en loopt vervolgens 0. I. Z. ü\'/i mijl imw hoek Berikal.
De kust van af den hoek Salinla lol hoek Langka is laag, met een strand van modder en zand, lot hoek Lempoejang. De kust langs dezen laatsten hoek is rotsachtig, en bestaat verder lot hoek Langka uit zandstrand. Beoosten Langka is de kust hier en daar steil en lieert men rotswanden van 10 tol 12 meter hoog, overigens heeft men zandstrand. De hoeken van dit kustgedeelle steken weinig uit, zijn laag en weinig kenhaar.
Tot \'/j m\'j\' bezuiden den hoek Salinla, als mede hij de hoeken Lempoejang, Penjak en Langka en nahij het rotsige gedeelte heoos-len den laatsten hoek, liggen rotsen onder- en hoven water langs de kust, terwijl van af Salinla tot \'/ï quot;\'Ü\' heooslen hoek Langka eene droogvallende hank langs de kust loopt, die, bezuiden hoek Lempoejang, zich tot \'/t mijl verbreedt, doch van hier af gaandeweg smaller wordt. Verscheidene riviertjes monden langs dil kustgedeelle in zee uit, waar langs men, voornamelijk lusschen de hoeken Lempoejang en Langka, eenige kampoengs aantreft.
Van af den hoek Salinla loopt de drievadems lijn op ruim 3/4 mijl huiten de kust, vormt beoosten Langka weder eenige uitspringende bochten, waarop eenige banken en koraal-riffen liggen, en nadert verder om de 0. meer en meer de kust.
De vijfvadems lijn, die beoosten den hoek Lempoejang 1 mijl buiten de kust ligt, loopt om het eilandje ïetawee en de daar beoosten liggende riffen en banken heen, waarbij zij zich tol op 2 Yt mijl van de kust verwijdert, vervolgens, in zuidoostelijke richting op \'/j mij\' benoorden den hoek Langka doorloopende, nadert zij om de O. meer en meer de kust.
Langs dit kustgedeelle liggen eenige kleine eilandjes en riffen, die zich tot op 7 mijl builen de kust uitstrekken.
Kilandjc Paiidjan^. Dil eilandje, dat ruim 1 mijl N. 0. t. 0. van hoek Salinla ligt, is met kelapaboomen begroeid, en heeft een strand van zand en modder. Hel is N. 0. en Z. W. 1600 meter lang en 1100 meter breed, en ligt op een groot droogvallend rif, dat zich N. van hel eiland tol op 8150 meter en 0. N. 0. en W. Z. W. van het eiland lot op 11500 en 1300 meter uitstrekt. Hel ligt op de
54
dricvadenis lijn, zoddal lusschcii hel eilandje, en den wal do diepten minder dan quot;» vadem bedragen. Benoorden hel ril\' van hel eilandje heeft men 4 en u vadem.
■Oilandjc IBoodjocr. Dil ligt 0. % Z. lij li O meter van Pandjang; het is kleiner dan dil, doch eveneens met kelapaboomen begroeid en strekt zich 0. N. O. en W. Z. W. 800 meter uil, met eene breed Ie van 400 meier. Het strand beslaat uil zand, terwijl een breed droogvallend koraal-rif het eilandje omgeeft, dat in noord-ooslelijke richling 2400 meier builen het eilandje uilsleekl. Hel rif, dat bij de zuidweslzijde van hel eilandje Ie niel loopt, is aan de westzijde door eene smalle geul met 4 tot 6 vadem water van het rif van Pandjang gescheiden.
Tegen den noordkanl van het rif staat 4 vadem, lerwijl dichl bij de noord-ooslpunl, die op de vijfvadems lijn ligl, (i vadem wordt gelood. Beoosten het rif beef! men diepten van ü lot 8 vadem.
Van den zuidkant van hel rif steekt eene bank 000 meier om de Z. uil, waarop \'//, \'ot \'/2 vadem en waar langs 4 vadem slaat.
lOilnndjo Tetawcc. Dit eilandje, dat Z. t. 0. % 0. ruim 1 \'A mijl v;iquot; Boedjoer ligt, heeft 0. N. O. en W. Z. W. eene lengle van 700 meier met eene breedle van 640 meter; hel is met slruik-gewas en kelapaboomen begroeid, heeft een strand, bestaande uit zand en modder, en ligt op een droogvallend koraal-rif, dat aan den zuidwest kant is afgebroken, doch dal aan den noordkanl 1400 meier en aan den zuidoostkant 900 meter uitsteekt.
De vijfvadems lijn langs de kust van Bangka bocht hier om de IN. uil en omval het eilandje, zoodal men benoorden hel eilandje meer en bezuiden hel eilandje minder dan li vadem loodt.
I^iilniiflje llrluM\'iir. Dit eilandje, begroeid met hoog ge-boomle en struikgewas, beslaat uit zand en heeft N. 0. en Z. W. eene lengle van 650 meter en eene breedte van 3!jO meier. Het ligt op een droogvallend koraal-rif, dat aan de noordzijde 1300 meier, aan de oostzijde 900 meter en aan de zuidzuidooslzijde 1700 meier uilsleekl. Aan de zuidzijde, alwaar hel rif een inham vorml, is hel met sloepen Ie bereiken.
De vijfvadents lijn, rond dil eilandje, loojil aan de noordzijde op 700 meier en aan de oostzijde op 900 meier Imilen hel ril; daar-huilen loodt men 7 en 8 vadem.
Ilt;]ilnii«l|e •)\'\' eilaiulje is een met hooge ijf-
maralioomen begroeid rif, dat zich N. en Z. 1000 nieter uilslrekl, met eene breedte van iiOO meter. Behalve aan den noordkant, waar hel ondieper is, loodt men langs het rif 5 en ti vadem.
Ilif\' Oosonji; A Mil ui. Dit rif, dal voor een grool gedeelte droogligt en waarop eenige jongere tjemaraboomeu staan, iigl tns-sehen ïetawee en Ketoegar. Het strekt zich 0. en \\V. \'/8 mijl uit met eene hreedle van 3/a mijl. De vijfvadems lijn, ilie met eenige kleine hociilcn het geheele rif omvat, loopl aan den noordkant op 700 meier afstand en aan den zuidkant op 3/8 mijl afstand langs het rif.
De westkant van het rif ligt 1500 meter van den oostkant van het rif van Tetawee. In de hierdoor gevormde geul, in welker zuidelijke gedeelte een klein rif met daarbij gelegen steen, die met laag-water droogvalt, ligt, heeft men in het midden 6 lot 7 vadem water.
11alaii^, Tatoe rif\'. Dit rif, van ronden vorm en 900 meter middellijn, heeft eenige rotsen boven water, waarvan sommige 14 voel hoogte hebban en op 1\'/4 quot;Hl\' zichtbaar zijn; hel ligt op een uitstekende punt van de drievadems lijn, ruim \'/2 in\'j\' van \'ioek lUija, in de peiling:
Hoek llaja N. W. V4 N.
Berg Samboenggiri W. \'/4
De vijfvadems lijn loopt aan den builenkanl tn dicht langs.
Fokke ril\'. N. 0. van hel voorgaande rif, op 1100 meter afstand, ligt een koraal-rif met l\'/.) vadem minste water, buiten de vijfvadems lijn in de peiling:
Hoek Uaja N. W. \'/4 W.
Berg Samboenggiri W. \'/2 ^
Het is N. N. W. en Z. Z. 0. 800 meter lang en 1500 meter breed. Nabij hel rif loodt men ü en 6 vadem water.
niffeii benoorden lt;le llarnwau^ rivier. Hier
liggen op en binnen de drievadems lijn zeven koraal-riffen, waarvan ile zes zuidelijkste droogvallen.
De oostelijkste rillen op de drievadems lijn zijn de volgende:
Het noordelijkste rif, N. iV ü. \'/a 611 Z. Z. W. \'/j W. \'/, mijl lang en 800 meter breed, mei l/i vadem minste water, ligt met den oosthoek in de peiling:
Hoek Raja N. N. W. V, W.
Jlergje Kepob W. 3/4 Z.
Tegen den buitenkant van bet ril\' loodt men 4 en vadem. De vijfvadems lijti steekt benoordoosten van dit rif met een punt \'/j mijl naar buiten uit. Op deze punt, die Z. O. van hoek Raja ligt, staat 4 en 5 vadem water.
liet middelste rif strekt zich M. t. VV. ili \\\\. en Z. t. O. \'/2 O-850 meter uil, met eene breedte van 5B0 meter. Het valt met laag-vvater droog en ligt met den oostrand in de peiling;
Hock Raja N. t. W. 3/4 W.
Bergje Kepob W. \'/2 N.
De vijfvadems lijn loopt op 500 meter beoosten dit rif langs.
Het zuidelijkste rif strek! zich N. O. en Z. W. met eene gelijke breedte 1200 meter uit. Op het midden van dit rif ligt eene bank, die met laag-water droogvalt. De oosthoek ligt in de peiling:
Hoek Raja N. t. W. 3/4 W.
Bergje Kepob W. N. W. 3/4 W.
Noordhoek rivier Marawang Z. W. t. W.
De vijfvadems lijn loopt dicht langs den oosthoek van het rif.
Tusschen de twee zuidelijkste riffen en den wal liggen de vier overige rillen in minder water.
Rif beoosten hoek I4ara■ 1^.(1. Dit koraal-rif, buiten de vijfvadems lijn gelegen, heeft een ronden vorm met 600 meter middellijn en vadem minste diepte, liggende in de peiling:
Hoek Raja N. N. W. 7, W.
Heuvel Kepob VV. 3/4 N.
IN. O. 600 meter van dit rif ligt een klein rif met H vadem minste water. Tusschen de riffen als ook daar buiten staat 6 en 7 vadem water.
Door den oosthoek van hel eilandje Pandjang niet, beoosten Z. Ie brengen blijft men ruim vrij van deze riffen.
If if Kopal. Dit koraal-ril\', waarop met laag-water 2 vadem slaat, heeft 0. t. N. en W. t. Z. eene lengte van 1200 meter met eene breedte van 600 meter; het ligt binnen de vijfvadems lijn in de peiling:
Westhoek Pandjang in westhoek Tetawee Z. Z. 0. ij.l 0.
IN oord hoek rivier Marawang W. t. N.
Rondom het rif staat 4 en 5 vadem.
N. 0. op 600 meter van dit rif ligt in a vadem eene plek met 1 vadem.
It if beoosten ril\' Kopal. Dit koraal-rif met t \'l2 vadem minste diepte ligt 0. N. O. % 0. op 1200 meier van het voorgaande rif; het is N. O. en Z. W. 600 meter lang en 500 meter breed en ligt in de peiling:
Oosthoek Pandjang in oosthoek Tetawee Z. Z. 0. \'/4 *\'•
Noordhoek rivier Marawang W. \'/2
Om het rif staat ö en 6 vadem en tusschen beide 4 en 5 vadem.
Bookjes mei 47., vodem. Ongeveer N. 0. t. N. van het rif Kapal liggen drie plekken met 43/1 vadem, in diepten van ü \'/2 en 6 vadem.
WAUni ril\'. Een koraal-rif, dat zich N. N. W. en Z. Z. 0. 7!gt;0 meter uitstrekt met eene breedte van 400 meter; het heeft \'/2 vadem minste water en ligt in de peiling:
Eilandje Boedjoer Z. t. W.
Mangkol Z. W. \'/, W.
Samboenggiri N. W. t. W. ^ W.
Het rif is steil aan en loodt men daarom heen 7 en 8 vadem.
Honkje bexniden l^lliol ril. Z. Z. W. op \'2000 meter van dit rif ligt een klein koraal-bankje met een steen, die bij laag-water droogvalt, met 7 vadem er legen aan en 7 en 8 vadem tusschen beide.
■tillen rontl de eilontl.jes i*oiilt;l|ong en lloe-
«Ijoer. Bewesten Pandjang liggen twee koraal-riffen, die zich W. N. W. tot oj) % mijl van het eiland uitstrekken.
58
Hel oostelijkste, «lal in het midden droogvalt en Gosong fierek genaamd wordl, slrekt zich N. en Z. 3/g mijl uit met eene breedte van flOÜ meter. In de geul tusschen dit ril en het rif van Pandjang, staat van 4 tot \'/j vadem.
Het westelijkste ril\', waarop in hel midden een droogvallend bankje ligt, strekt zich N. N. O. en Z. Z. W. 1100 meter uit, met eene breedte vau 700 meter. Rondom het rif staal 4 vadem. De westpunt ligt in de\'peiling:
Hoek Lempoejang Z. \'/s ^
Noordboek Pandjang O. Z. O. 3/.i quot;■
Tusschen dit rif en het voorgaande slaat 4 en ii vadem en tusschen dit rif en rif Kapal 4 en 4^ vadem, terwijl de diepten naar de kust loe van af 4 vadem gestadig aan afneemt.
Stoon Im\'ii oor (It\'ll l*a mijn ii;;-. Een met laag-water droogvallende sleen ligt benoorden de twee eilandjes, in de peiling: Noordwesthoek Pandjang Z. W. Z.
Oosthoek Boedjoer Z. Z. 0. \'/2 0.
Iliflc\'ii benoorden lloeiljoei\'. Benoorden de noordoostpunt van hel ril\' van Boedjoer liggen drie rillen, waarvan de Iwee zuidelijksle eene middellijn van 700 meter hebben met \'/4 vadem minste diepte.
Het noordelijkste rif beeft N. en Z. eene lengle van tüOO meter, met eene breedte aan den zuidkant, alwaar bet om de ü. uitsteekt, van 1000 meter. Hol valt met laag-water geheel droog, is zeer steil met 7 vadem er tegen aan. De oostkant van het rif wordt bepaald door de peilingen:
Eilandje Boedjoer Z. 0. ^ Z.
Hoogste punt boek Raja N. W. 7/8 N.,
terwijl de noord- en zuidpunt in de peilingen:
Noordwesthoek Pandjang Z. AV. \'/4 W. en Z. VV. t. W. \'/4 W. liggen. Tusschen dit rif en hel zuidelijker gelegene staat 6 en 7 vadem, en tusschen dil rif en het koraal-bankje bezuiden rif Elliol 7 en 8 vadem.
Z. 0. v2 0. van Boedjoer op 5/8 mijl afstand, ligt een droogvallend koraal-rif, N. en Z. \'/, mijl lang en 600 meter breed.
89
Dc vijfvadems lijn, die op UOO meier afstand langs den ooslkanl van het rif loopl, sleekl aan den noord- en zuidweslkanl 700 meter en aan den zuidkant 1100 meter uit.
De noordpunt van liet rif ligt in de peiling:
Eilandje Tetawee Z. \'\'/s W.
Eilandje Beboear Z. 0. \'/t O.
Zuidhoek Pandjang W. N. W. % W.
De zuidpunt van het rif ligt in de peiling:
Eilandje Tetawee Z. 3/4 W.
Eilandje Beboear Z. 0. 6/8 0.
Tusschen het rif en het rif van Boedjoer slaat ii tot 7 vadem.
Z. van Boedjoer, op 2200 meter afstand, ligt hinnen de vijfvadems-lijn een rif met \'/2 vadem bij laag-water. Hel strekt zich O. N. O. en W. Z. W. 1100 meter uit, met eene breedte van 6ü0 meter. Kondom bet rif staat 5\'/2 lot li vadem. De zuidwestpunt ligt in de peiling;
üostlioek Boedjoer IN. t. 0.
Westhoek Pandjang N. W. \'/4 W.
Tusschen dit rif en het voorgaande staat Si en 6 vadem en tusschen het rif en het rif van Boedjoer 4 vadem.
Fntliool IBnri ril\'. Een koraal-rif, dat zich N. en Z. 8150 meter uitstrekt, niet I vadem minste water; dicht om het rif loodt men 10 vadem. Het ligt ruim 1\'/j mijl van het eilandje Boedjoer in de peiling:
Eilandje Boedjoer Z. W. t. VV. \'/2 W.
Eilandje Beboear Z. t. 0. \'/j O-
IMedorika ril\'. Een koraal-rif, dat zich N. N. W. enZ. Z. 0. lilio meier uitstrekt, niet eene breedte van 4o0 meter cn \'/4 vadem minste diepte, liggende een kleine \'/j mij\' N. N. O. \'/j 0. van Fathool Bari rif, in de peiling:
Eilandje Boedjoer Z. W. 7/ii W.
Eilandje Beboear Z. 7/i) quot;•
Hoogste punt Baja N. W. Y, W.
Kondom het rif, dat steil is, loodt men 8 lot 10 vadem.
60
Robbert rif. Een droogvallend koraal-rif, dal zich N. I. W. en Z. I. 0. 700 meter uitstrekt, met ecne breedte van 300 meter, liet ligt N. O. 5/8 N. s/8 mijl van Kliiot ril\' in de peiling;
Eilandje Boedjoer Z. t. W. s/4 W.
Heuveltje Kepoh W. \'/s N.
Heuvel Rajah N. W. 3/4 W.
Rondom het rif, dat zeer steil is, staat 9 en 10 vadem en tusschen liet rif en Elliot rif 7 en 9 vadem.
I*aliiier riflen. Deze bestaan uit twee koraal-rillen, O. N. O. en W. Z. W. \'/a ni\'J\' ^1quot;1 elkander gelegen. Op het westelijkste, dat ecne middellijn heeft van üOO meter, staat 1Y, vadem en op het oostelijkste, dat 400 meter middellijn heeft, 1\'/a vadem ; beide zijn steil en in den omtrek loodt men tO tot 13 vadem. Zij liggen N. N. O. 3li O. \'/s mijl van Robbert rif in de peiling;
Hoogste punt llaja W. iN. W. \'/t W-
Heuvel Kepoh W. \'/2
Pandjang Z. Z. W. \\ W.
West llydro^rnnl\' rif. Een klein koraal-rif van 30 meter middellijn, met 13/4 vadem minste diepte. Het is steil met 9 tot 13 vadem in den omtrek en ligl N. O, •1/4 mijl van Palmer riffen in de peiling:
Hoogste punt Ra ja W. 3/4 N.
Heuvel Kepoh W. 7/8 Z.
Noordelijkste heuvel Lapa gebergte Z. W. 5/# W.
Km It v«ii den Itroecke rif. Een klein koraalrif van loO meter middellijn, niet 2 vadem minste water en 10 tol 12 vadem er om been, liggende in de peiling:
Hoogste punt hoek llaja N. W. t. W. \'/j W. ~ W.
Mangkol W. Z. W. \'/, W.
Mo4»rflxl^k rif. Een koraal-rif, dat zich N. en Z. 500 meter uitstrekl, met \'/4 vadem minste water en een met laag-waler droog-vallenden steen, liggende N. ,,2 mijl van het voorgaande rif in dc peiling:
Hoogste punt hoek llaja W. N. W.
Gl
Mangkol Z. W. I. W. 3/4 W.
Uondom hel rilquot;, dal stoil is, slaal 10 tot 14 vadem water.
Host llvdro^i aal rif\'. Een koraal-rif, dat zich N. VV. en Z. 0. 3!gt;0 meter uitstrekt, met eene breedte van 80 meter en 1 voet minste water, liggende N. 0. (). 3/a mijl van Moordziek ril in de peiling;
Hoogste punt hoek llaja VV. N. W. 3/a W.
Mangkol Z. W. t. W. 5I9 W.
Hel rif is steil met 14 en 15 vadem er om heen.
Itcuclionius rif. Een koraal-rif met 4 \'/j vadem en eene uitgestrektheid IN. O. en Z. W. van üOO meter. Het ligt 0. 3/4 Z. l\'/u mijl van Oost Hydrograaf rif in de peiling:
Mangkol AV. Z. W. % W.
Hoogste punt Pading gebergte Z. 3/4 W.
Heuvel Sapat Z. 5/8 quot;
Het rif is steil met 11» lot 16 vadem er om heen.
liiflen rontl tie eilaiKljcs Tela woo en Heli ao ai*. N. W. van Tetawee op 3/8 mijl afstand ligt een droogvallend koraal-rif, Teali genaamd, dat zich N. N. VV. en Z. Z. 0. 1500 meter uitstrekt, met eene breedte van GöO meter. De westkant van het rif ligt Z. van bel eilandje üoedjoer en de zuidwestpunt N. AV. t. W. 6/8 VV. van den noordhoek van Tetawee. Rondom hel rif loodt men 5 en 6 vadem. Tusschen het rif en het rif van Tetawee staat 6 vadem.
VV. van de noordpunt van dit rif ligt nog een klein koraal-rif, dat met laag-water droogvalt, in de peiling:
Boedjoer N. 5/8 O.
Tetawee Z. O. 3/4 0.
Uondom het rif loodt men 4 tot 5 vadem.
Onder den wal, binnen de, drievadems lijn en N. N. O. van hoek Lempoejang, ligt het George rif of Karang Kerandji, dat met laag-water droogvalt.
N. van den oosthoek van het groote rif van Gosong Asam, met de zuidpunt op een afstand van 700 meier \\Hn hel rif, ligt een koraal-
62
ril\', dat zich N. N. W. en Z. Z. 0. 2400 meier uitstrekt, met eene breedte van 900 meter en waarop een klein bankje ligt, dat met laag-waler droogvalt. Do noordpunt van bet ril\' ligt in de peiling:
Woordboek Tetawee Z. W. t. VV. \'/i W.
Beboear Z. O. 7/8 Z.
Rondom bot ril\' slaat 7 en 8 vadem en tussclien bet ril\' cn bet ril\' van Gosong Asam 7 vadem.
In de peiling;
Beboear Z. Z. 0. \'ja O.
Tetawee W. Z. W. \'/s ^ . l\'gt een klein bankje met .quot;)\'|2 vadem in 8 en 9 vadem.
O. Z. 0. Yü 0. op 7/io mijl viquot;1 bi;!, voorgaande ligt een klein bankje van 400 meter middellijn, met vadem minste water en 9 vadem er om heen in de peiling:
Tetawee W. t. Z.
Ketoegar W. Z. W.
Beboear Z. 7, VV.
Z. Z. O. op \'/4 mijl van bovenstaand bankje liggen de Mentawa rillen of Karang Kerpoes, die met laag-water droogvallen, bestaande uit twee koraal-riffen, die zich te zamen N. N. W. en Z. Z. O. 2400 meter uitstrekken, met eene breedte van 3ü0 meter. Zij liggen op een afstand van 1400 meter van den noordoostkant- van het rif van Beboear. Be noordpunt ligt in de peiling:
Tetawee W. 3/g Z.
Beboear Z. Z. W. \'/2 VV.
De zuidpunt ligt 0. N. ü. van het eilandje Beboear, terwijl van den oostrand van bet rif de Gehang in het Z. ^ VV. wordt gepeild.
De drie laatste gevaren zijn de noordoostelijkste van de gevaren nabij de eilandjes; daar binnen, tusschen Beboear en bet rif van Gosong Asam, alsook aan den zuidkant van dit rif, liggen verscheidene droogvallende riffen, die zich lot bezuiden de eilandjes uitstrekken. De zuidgrens van deze riffen ligt in de peilingen:
Zuidhoek Tetawee W. N. W. 78 VV.
Beboear IN. O. t. 0. 3/i O.
65
Hezuideii het eilandje lielioear ligl een klein droogvallend koraal-rifje met de zuidpunt in de peiling:
Heboear N. t. W.
Zuidhoek Tetawee W. N. VV. x/a \\V.
I*aaril rillV-n l)( !ze bestaan uit twee rillen, O. t. Z. en W. t. N. alio meier van elkander, met \'/4 CI1 1 vadem minste water. Het westelijkste ligt O. Z. O. 3/.i Ö. bijna 5/a mijl van Beboear. Rondom de riffen staat 7 lot 10 vadem en tnsscben deze en bet rif van Beboear 6 tot 10 vadem.
•loltanna BJixalu\'di ril\'. Dit ligt beoosten de Paard riffen; bet heelt een ronden vorm met 700 meter middellijn en 1\'/j vadem minste water, liggende 1 mijl van Beboear in de peiling: Beboear W. \'/a ^
Gebang Z. 1Sgt;0 W.
Rondom bet ril\' staan diepten van 10 lot 12 vadem, en tusschen bel rif en de Paard riffen 9 tol 10 vadem.
»011« ril\'. Ken koraal-rif met 1 vadem minsle water en eene uitgestrektheid N. N. 0. en Z. Z. W. van 700 meter, liggende in de peiling:
Beboear Z. Z. W. % W.
Tetawee W. Z. VV.
Boedjoer W. N, VV. 7/8 W.
Het rif is steil met 10 tol 11 vadem er omheen. Wan jUitiaril ril\'. Een koraal-rif met 1 \'/2 vadem minste water, en eeue middellijn van 700 meter, liggende in de jieiling: Heuvel op boek Berikal Z. t. 0. \'/s Gebang Z. W. 3/4 Z.
Gaspar eiland Z. 0. t. 0.
Het rif is steil, met diepten van 12 lot 1G vadem in den omtrek.
Itilf\'ni bij hork liangka. Even bewesten den hoek liggen, binnen de drievadems lijn, op de reede van Koba drie riffen, die met laag-waler droogvallen. De twee oostelijkste liggen 0. Z. 0. en \\V. IN. W. 430 nieter van elkander, en bel westelijkste van de
04
twee 1900 meter N. W. t. N. van hoek Laugka. Hel derde rif ligt W. N. W. \'/ï W. 2000 meter van het middelste in de peiling:
Rivier Koha Z. W. t. Z.
Hoek Langka Z. 0. \'/a O.
Het heeft N. N. 0. en Z. Z. W. eene lengte.van Ij00 meter.
Meer om de W. liggen nog himien ile drievadems lijn, het met laag-water droogvallende rif Goentreng, naiiij de kampoeng van dien naam, en nahij den hoek Penjak eenige droogvallende steenen.
■tillen boooston hoek Lnngka. Deze liggen nagenoeg evenwijdig met de kusl, binnen de vijfvadems lijn.
Het Avestelijkste, Karang Barat genaamd, ligt N. N. O. \'/a quot;\'Ü\' val1 hoek Langka. Het strekt zich W. N. VV. en O. Z. 0. 1300 meter uit, met eene hreedte van 6ö0 nieter; het, is een met laag-water droogvallende hank, die aan de noordzijde uit koraal heslaat. De vijl-vadems lijn loopt dicht langs den noordkant van het rif.
0. t. Z. van dit rif, op 000 meter afstand, ligt de Perlang droogte; dit is eene met laag-water droogvallende hank, die aan de noordzijde uil koraal heslaat, en waarop aan de westzijde een steeds hoven water liggend bankje ligt. De bank heeft W. N. W. en 0. Z. 0. eene lengte van 2200 meter en eene hreedte van 1100 meter. De vijfvadems lijn loopt vlak langs den noordrand van de bank.
Aan den zuidkant liggen nog twee kleine droogvallende koraal-riffen.
0. Z. O. 3li 0. van hel droogvallende bankje op de bank van Per-lang, op een afstand van ongeveer \'/2 quot;\'Ü\'» 66,1 klein koraal-rif en 0 5/8 Z., op bijna 3/4 mijl van die bank, liggen twee banken. Het rif, dat zeer klein is en met laag-water droogvalt, ligt even binnen de vijfvadems lijn. De twee banken, met vadem minste water, liggen op de vijfvadems lijn n/lc mijl uit den wal.
Even beoosten de laatstgenoemde banken ligt nog eene bank, die zich N. N. 0. en Z. Z. W. 1500 meter uitstrekt met l1/^ vadem minste . water. De vijfvadems lijn, die tevens de noordgrens van de bank is, ligt hier hel verst, namelijk Yi mijl uil den wal.
Binnen deze bank liggen, binnen de drievadems lijn, nog een paar droogvallende koraal-riffen.
licooslen de laalsle bank, iels dichter bij den wal, ligt de ooste-lljksle bank, Timor droogle genaamd. De/e beeft eene uitgestreklbeid N. 0. en Z. W. van 2000 meter, met eene breedte van 1500 meter, valt bij laagwater gebeel droog, en beeft op bet zuidoostelijkste gedeelte een bankje, dat steeds boven water ligt.
De vijfvadems lijn loopt op 300 tot !)00 meter benoorden den Imi-tenkant van de bank, die bier uit koraal bestaat. De oostkant van deze bank ligt N. 7/8 O. van bel boogste punt van Pading gebergte, en de noordkant 0. \'/i van boek Langka.
Van deze gevaren onder den wal loopt men vrij door den boek van Berikat niet beoosten O. Z. ü. te brengen.
Itccilc llarawang ol\' Pangkal ■*iiiaiig. Deze reede, die alleen van om de N. en voor kleine vaartuigen van om de Z., tusschen de eilandjes Pandjang en Tetawee en den Hangka wal door, veilig te naderen is, is in den oostmoesson gebeel open.
De geul naar de rivier Marawang, waarvoor eene baar ligt met \'/j tot sli vadem water, loopt in de richting N. VV. t. VV. W. De rivier, die om de W. loopt en waarvan de noordelijke hoek kenbaar is door een kelapabosch, beeft in de monding 2 en 3 vadem water. Bezuiden de rivier, aan een klein zijtakje, ligt Pangkal Pinang, de hoofdplaats van de afdeeling van dien naam.
Zeitaanwijzing. Om de reede van om de N. aan te doen, stuurt men op ruim I \'/2 mijl, in 10 tot I I vadem, beoosten den hoek Raja om de Z., totdat men bet eilandje Pandjang in \'t zicht krijgt. Men brengt dit eilandje alsdan in het Z. [/2 W. en stuurt daarop aan, tot de noordelijkste heuvel van bet Lapa gebergte Z. W. \'/2 W. wordt gepeild. Op uien heuvel alsdan aansturende, loopl men door naar de ankerplaats, tot de noordboek van de rivier door W. en de oosthoek van Pandjang Z. 0. is. Men ligt hier alsdan in 3\'/2 vadem moddergrond, ruim \'/4 mijl W. van het rif Kapal en 7/a mijl van den mond der rivier.
Van om de Z. komende, stuurt men met den koers W. N. W. \'/2 W., bezuiden de eilandjes üeboear en Tetawee in
GIDS voon HET BEVAREN VAN DE GASPAR STRATEN.
66
iilnoincnde diepten lol \'6 vadem zachlen grond, op Mangkol aan, lotdal hel eilandjeJTetawee N. is. Men sUmrl dan met den koers N. W. \'/2 N., in diepten van !i tol 4 vadem zachlen grond, op den Imogen hoek Boenga aan, die dan nagenoeg in hel heuveltje Kep(di zal worden gezien, totdal het, eilandje Pandjang N. is. Van hier stuurt men in \'23/.4 lol 3 vadem zachlen moddergrond op den vlakken herg Betoeng aan, ongeveer met den koers N. N. W. \'/2 W., totdat de noordhoek van Boedjoer uit den noordhoek van Pandjang komt, waarop men met den koers N. op de ankerplaats aanstuurt.
Men kan ook, Pandjang N. hehhende, op dit eiland aansturen tot Telawce Z. O. \'/.2 Z. is en, dit eilandje in deze peiling houdende, doorloopen lot de noordhoek van Boedjoer uit den noordhoek van Pandjang komt, om verder met den koers IN. naar de ankerplaats te sturen. Men heelt met deze laatste koersen hezuidwesten Pandjang niet minder dan 3 vadem.
ReeilC 14.olm Deze reede, die voor noordelijke winden geheel open ligt, is in den westmoesson vrij lastig, en het aan wal komen dikmaals ondoenlijk, in den oostmoesson is zij echter zeer kalm. Buiten de drievadems lijn is het schoon; daar hinnen liggen echter drie rillen, die hiervoren zijn heschreven. Langs de kust loopt eene droogvallende zandhank; daar huiten hestaat de hodem uit zachlen modder.
De geul voor de rivier loopt in de richting N. N. W. en Z. Z. O. en heeft \'/4 vadem hij laagwater. Aan den rechter oever van de rivier ligt Koha, de hoofdplaats van de afdeeling van dien naam. De landingsplaats is 1000 meter heoosten den riviermond, van waar een weg, ongeveer 1000 meter lang, naar Koha voert.
Men ankert hier in de peiling:
Behoear IV. t. 0. */, O.
Hoek Langka Z. 0. t. 0. \'/i ö.
in 372 vadem moddergrond, \'/2 mijl uit den wal en \'/4 \'quot;ijl van het westelijkste rif. Kleine vaartuigen kunnen dichter onder den wal ankeren, hinnen de rillen.
67
OOSTKUST BANGKA.
De oostkust van Bangka, die zich van hoek Herikat tot hoek 15a-ginda uitstrekt, is laag en dicht begroeid. Nahij den hoek Berikat heelt men de heuvels Telok Batoe en Sapat, die de oostelijke voortzetting van liet Fading gebergte zijn, terwijl in het zuidelijke gedeelte liet gebergte Sint Paul, 523 meter hoog, meer naar binnen is gelegen. Eenige kleine riviertjes, waarvan de Kapo, in hel zuidwestelijke gedeelte van de bocht door de kust gevormd, de belangrijkste is, monden hier in zee uit. De kust is op een paar kampoengs, die meer naar binnen liggen, geheel onbewoond.
Nabij de kust liggen eenige eilanden, waarvan Lepar hel grootste is. Dit en Tinggi zijn hoog, de overige laag, allen dik begroeid.
Hoek Itorikat. Dit is eene rotsige 2 quot;gt;()() meter breed»; landtong, waar langs op korten al\'stand eenige granietrotsen boven water liggen; zij vormt het oostelijke uiteinde van Bangka en is de noordwestelijke grens van de Gaspar Stralen. De hoek wordt gevormd door een heuvel met twee I oppen, waarvan de oostelijkste, die 120 meter hoog is, de hoogste is; op de oostelijke helling van dien heuvel staat een kenbare zware boom. Het noordelijke en noordoostelijke gedeelte van dezen hoek is steil aan, doch van af deze punt strekt zich de vijfvadems lijn in zuidzuidoostelijke richting uit, waardoor zij op 1500 meter afstand langs het zuidelijke gedeelte van den hoek loopt.
llook Iterikai iot Straat lie|»ar. De kust loopt, van af het zuidelijke gedeelte van den hoek Berikat om de W. en W. Z. W., naar den rotsigen hoek Telok Batoe, die ruim 1 mijl van boek Berikat ligt, en vormt daarna lot aan Straat Lepar eene groote bocht, die door prauwen en kleine kustvaarluigen bezocht wordt, en waarin men gelijke diepten vindt van ü en 4 vadem, naaide kust geleidelijk afnemende.
De kust, die hier en daar eenige weinige uitstekende hoeken vormt, die evenals overal elders in deze streken rotsachtig zijn, met daar langs boven water uitstekende graniet-rotsen, is of zandstrand of
68
lol iiiiii hel waler liegroeid niet rhizoplioren (Bakauw), en dan om-zoonicl door een koraalrif. De droogvallende liank langs de kusl heefl eene breedte van ongeveer 1000 meter. In het zuidelijke gedeelte van de boclit liggen, hinnen lt;lc drievadems lijn, 7, ,n\'j\' u\'\' wa\' rotsen hoven water.
De vijfvadems lijn loopt van af den hoek Derikat 1 mijl om de Z. Z. 0. en daarna om de Z., vormt, op ruim 1 \'/j mijl bezuiden den hoek, eene uitspringende punt en vervolgt daarna mei eenige bochten haren loop in zuidelijke richling, beoosten bel eilandje Kalapan langs naar boek Laboe.
De drievadems lijn loopt, bij boek Berikat en even daar bezuiden, op korten afstand langs de vijfvadems lijn en verder met grillige bochten, waarbij zij zich steeds meer van de vijfvadems lijn verwijdert, naar hel eilandje Boeroeng aan de noordweslzijde van Lepar. De bodem van deze bocht bestaal uil modder.
De diepte buiten de vijfvadems lijn neemt in bel noordelijke ge-deelle snel toe, en vindt men beoosten den boek bier en daar plekken van \'20 tot 23 vadem. Meer om de Z. neemt de diepte langzaam en geleidelijk toe.
Hril30ii liank. Op de bovenvermelde uitstekende punt van de vijfvadems lijn neemt de dieple naar de kust spoedig af tot t \'/4 vadem, waardoor eene bank wordt gevormd, die overigens 3 tot 4 vadem water beeft en zich N. N. W. en Z. Z. 0. bijna s/lt mijl uitstrekt. Hel droogste gedeelte ligt op 1\'/s mijl Z. Z. 0. van den boek Berikat en Z, 0. I. 0. 0. van den hoek Telok Batoe. Aan de oost- en noordoostzijde van deze bank neemt de diepte snel toe.
i^ulslioi\'ii lm uk. Deze bank, met 11/2 vadem water, ligt op de drievadems lijn bewesten de Wilson bank.
Uiland ■*. Dil eiland beeft eene onregelmatige vier
hoekige gedaante, met eene lengte N. W. t. W. en Z. 0. t. 0. van bijna 3 mijl en eene breedte van 1 lot :i/4 mijl. Hel is voor bet grootste gedeelte vlak en heefl langs de zuidwestkust eene met de kusl evenwijdig loopende rij bergen of heuvels, waarvan de hoogste 260 meter hoog is, en waarvan de tweede, van af den zuidoosthoek van bel eiland, Goenoeng Moedjoek genaamd wordt; bet is overigens dicht begroeid.
60
Hoek lloeroeng of\' Ingang^hoek. Deze, om deO. uitstekende hoek, is de zuidoostelijke punt van het eiland Leimr. Het is een rotsige hooge hoek, die den oostelijken uitloopei\' van de heu-velrij langs de zuidkust van Lepar daavstelt. Beoosten den hoek, op een afstand van 100 meter, ligt eene rots hoven water, en bezuiden deze rols op het kustrif, dat op korten afstand langs den hoek loopt, ligt een droogvallend rif, terwijl henoorden en hezuiden den hoek eenige hoven water uitstekende rotsen langs de kust liggen.
De vijfvadems lijn loopt dicht langs den hoek, en, daar heoosteu neemt de diepte gestadig aan toe.
Van af den hoek Moeroeng loopt de kusl van Lepar 5/8 mijl W. t. Z. tot een daargelegen rotsigen hoek, waar hezuiden, op 5150 meter afstand, hinnen de drievadems lijn, het rotsige eilandje Pergam gelegen is; zij vormt daarna, in de richting W. N. W. doorloopende, nog Iwee hoeken met het eilandje Koejoeng, dat hezuiden de oostelijkste van deze hoeken en W. t. IN. \'/s mij\' van Dergam is gelegen, en loopt daarna, eene weinig inloopende hocht vormende, waaraan de kam-poengs Goenoeng en Penoetoek liggen, naar den lioek Djihang, den westhoek van het eiland. De geheele zuidkust, van af Moeroeng tot de oostelijkste kampoeng, is met hoven water uitstekende rotsen hezet, die dicht bij den wal liggen.
De oostkust van Lepar buigt zich, nadat zij benoorden hoek Moeroeng een weinig inbocht en eene kleine baai vormt, waarin een paar riviertjes uitstroomen, om de N. N. 0. lot hoek Laboe. De geheele oostkust van Lepar is omzoomd door een koraalrif, dat, halfweg tusscben de boeken Moeroeng en Laboe, 2000 meter van de kusl tot nabij de vijfvadems lijn uitsteekt en daar slechts \'/i vadem water heeft.
De vijfvadems lijn buigt zich, tusscben de hoeken Moeroeng en Laboe, naar buiten eu verwijdert zich tot op 3/8 mijl van den wal. De drievadems lijn ligt daar dicht binnen. Buiten de vijfvadems lijn neemt de diepte gestadig aan toe, echter in hel zuidelijke gedeelte minder snel dan nabij hoek Laboe.
70
Versch mater. Dil is (e verkrijgen in de riviertjes, die in de baai benoorden Moeroeng uilwaleren. Men kan op \'/t »\'ijl N. 0. van den boek ankeren, van waar men een zandstrand zal zien, waarbij een riviert je uitstroomt,. Het water, boewei een weinig rood gekleurd, beeft geen nadeeligen invloed ojc de gezondheid.
Hoek Ijahoo ol\' klippi^-o hoek. Deze lage boek, die den oosthoek van Lepar vormt, is omgeven door rotsen boven water, die op het kustrif liggen. De vijfvadems lijn loopt op een afstand van 700 meter daarbuiten. Een heuvel, 160 meter hoog, ligt op een kleine \'/2 mijl bewesten den hoek.
Licht. Op den boek slaat een ijzeren lantarenpaal met schildersbnis rn steenen wachterswoning. Het licht aan dezen paal, dat 12 meter boven hoogwater is verheven, is een vast licht van de zesde grootte, zichtbaar op 2 mijl in Z. 0. door Z. en W. tot N.
rotsen. Deze bestaan uit eenige riffen en rotsen met diep water tusscben beide, die tol op ongeveer \'/2 mijl buiten den hoek Laboe liggen. Het binnenste rif ligt 0. t. N. 1800 meter, het zuidoostelijkste 0. 2400 meter en het noordoostelijkste 0. N. 0. 5400 meter van den hoek. Op de noord- en zuidpunt van het westelijkste rif, dat N. t. O. en Z. t. W. 900 meter lang is, ligt eene rots boven water; op het zuidoostelijkste, dat zich N. en Z. 1000 meter uitstrekt, liggen op het noordelijke gedeelte eenige rotsen boven water, terwijl hel noordoostelijkste alleen uil een paar rotsen boven water beslaat. Rondom deze riffen is het steil en loodt men tegen de buitenste aan 10 tot 13 vadem. De boven water uitstekende rotsen op die rillen doen ze hij dag gemakkelijk herkennen.
Tusscben deze riffen en den wal is eene passage, die 1100 meter breed is, met 872 lol 10 vadem water; zonder loods is bel echter niet geraden deze passage te nemen.
Rank K. O. van hoek liahoe. Dit is eene bank \'/j mijl uit den wal, 700 meter N. en Z. lang, met 43/4 vadem minste water, liggende in de peiling:
Licht Laboe N. NV. I. W. \'/, W.
Hoek Moeroeng Z. W. I. Z.
71
Tusscheii de bank en den wal, alsmede aan den oostkant tegen de bank aan, slaat 8 lot 10 vadem, terwijl /.ij, met een rug van 6 tot 7 vadem, mei de znidoostelijkste rotsen is verbonden.
■Hscovery roisoii. Deze bestaan uil twee droogvallende rolsen, die 100 meter N. N. 0. en Z. Z. W. van elkander liggen. Beoosten deze rotsen steekt een bankje met 1 tol 4 vadem 3150 meter uit, terwijl even bewesten nog eene droogte met 4 vadem ligt, van de rolsen gescheiden door diepten van D vadem. Tegen dil gevaar aan staat 8 lot 14 vadem, welke diepte aan den oostkant snel toeneemt. De rotsen liggen t mijl van den klippigen hoek in de peiling:
Hoek Moeroeng Z. 18° W.
Licblopstand Laboe Z. 29° W.
Kalangbaoe Z. ij80,/2 O.
Znidboek Liat Z. 80° 0.
■tankje bowcstcn Dlseovcry rotsen. Dit bankje, met eene middellijn van 300 meter en \'/a vadem minste water, ligt VV. \'Y-, Z. \'/j mijl van de Discovery rotsen, met 12 tot 16 vadem tusschen beide; tegen bet bankje staat 9 tot 10 vadem.
Van af boek Laboe loopt de kust van Lepar 7r\'8 mijl N. W. lol aan Boom hoek, van waar do kust verder om de VV. N. VV. doorloopt lol boek Langkar, den noordboek van het eiland. Langs de kust tusschen hoek Laboe en Boom boek, die omgeven is door een koraalrif, liggen eenige klippen boven water. Aan de kust, lüOO meier van boek Laboe, ligt de kampoeng Laboe.
De vijfvadems lijn loopt van af hoek Laboe naar den oostkant van bel eilandje Kalapan, tusschen beide eene bocht vormende, die in noordwestelijke richting doorloopt lol hel eilandje Semejor; buiten die lijn neemt de diepte gestadig aan toe. Bechl N. van den boek ligt op de vijfvadems lijn, 1000 meter uil den wal, een droogvallend koraalrilje.
IJlaiulje* benoorden lie|inr. iUnnen de vijfvadems lijn liggen benoorden Lepar de eilandjes Kalapan en Semejor, hel eerste op 1 \'■% mijl N. VV. t. N. van hoek Laboe, terwijl op de noordwestkiisl van Lepar de eilandjes üoeroeng, Iboel, Uajam en
72
Moeloet binnen de drievadems lijn gelegen zijn; al deze eilandjes zijn heuvelachtig.
De noordwestkust van Lepar loopt niet eenigc hochlen om de Z. VV. t. W. naar den westhoek van het eiland, Tandjoeng Djihang genaamd. Bij den uitstekenden hoek Podok liggen op hel kustril\' eenige rotsen.
NIi\'tiaf liopar. Deze straat, tusschen Bangka en Lepar gelegen, is alleen door kleine vaartuigen hevaarhaar; zij heelt aan den zuidelijken ingang, tusschen hoek Bagimla en hel eilandje l\'ergam, eene breedte van l3/4 mijl, die nabij hoek Roe lot ruim \'/i m\'j\' afneemt. De drie- en vijfvadems lijn, die dicht langs elkander van af hoek Moeroeng om de W. Z. W. doorloopen, sluiten de straat voor meer diepgaande vaartuigen geheel af. Daar binnen liggen droogvallende zandbanken, waartusscben echter eene smalle geul is met tot 1 vadem water. Verder in de straat heeft men 6 tot 7 vadem, welke diepte, bij de drie eilandjes in het noordelijke gedeelte van de straat, tot 2 vadem afneemt.
Het zuidelijkste van de drie eilanden, Poeloe Tinggi genaamd, heeft eeue suikerbroodvormige gedaante en is 280 meter boog.
Ilook Hoe tot lioek Ka^iiida. Van af den hoek Boe, in Straat Lepar, loopt de kust van Bangka met een paar kleine hochlen, waartusscben de hoek Parat ligt, ruim t mijl om de Z. naar hoek Baginda. Langs de kust ligt eene droogvallende zandbank, die bij hoek Boe 1 mijl om de Z. O. uitsteekt.
De vijf- en de dicht daarbij gelegen drievadems lijn loopen, tusschen de hoeken Baginda en Moeroeng, in de richting W. Z. W. en O. N. 0.
ZUIDKUST BANGKA.
De zuidkust tusschen de hoeken Baginda en Langan, die de zuid-oost- en zuidboeken van Bangka vormen en W. 3/4 Z. en O. 3/4 N. V/., mijl van elkander liggen, beeft eenige kleine bochten met iiil-springende rotsige boeken, die de uitloopers zijn van de heuvels, die
langs de kiisl liggen. Nabij de hoeken liggen eenige sleenen boven water, terwijl in de kleine baaien, die door de geringe diepte van weinig beteekenis voor de zeevaart zijn, de knsl uit een zandstrand beslaat. De kust is mei zwaar geboomte begroeid, waarboven eenige heuvels en verder in hel binnenland bel S\'. Paul gebergle ol\' Koekil Toboali uitsteken.
De heuvel lioekil Lama of Toboali Lama, nabij den boek Langan, is een heuveltje van 100 meter boogie, met eene ronde kruin, lerwijl het S\'. Paul gebergle, dat eene boogie bereikt van quot;)25 meter, een O. en W. loopenden rug vormt, waarvan bet oostelijke uiteinde meer glooiend, doch het westelijke uiteinde steiler afloopt. W. N. W. van dit gebergte ligt nog een kleine ronde heuvel, de Boekit Gadoeng, die 180 meter hoog is.
Van af hoek Daginda heelt men, tot aan hoek Langan, de boeken Doea, Kidjang, Bantel en Tanah Roeboeb. Even bewesten den hoek Doea en Kidjang ligt een klein eilandje, terwijl in de baai lusschen hoek Bantel en Tanah Boehoeh een iels groeier eilandje, Kidjang genaamd, ligt. Eenige kleine riviertjes, waarvan de Soengei Bantel de grootste is, monden bier iu zee uit.
De drievadems lijn, die dicht langs hoek Bagiuda loopt, ligt 2000 meter bezuiden hoek Doea. Van hier loopt de lijn om de W. en W. N. W. tot bezuiden het riviertje Bantel en verder langs hoek Tanah Boehoeh, op korten afstand langs hoek Langan. Binnen deze lijn, vooral nabij hoek Doea, liggen eenige klippen, waarvan eenige met laagwater droogvallen, lerwijl Z. W. t. W. op 2800 meter van hoek Kidjang, even binnen de drievadems lijn, een rif ligt met eene rots boven water, Malang Belajar genaamd.
De vijfvadems lijn, die op een afstand van 2700 meter bezuiden hoek Bagiuda om de W. Z. W. loopt, vervolgt iu westelijke richting haren loop, dicht langs de drievadems lijn bezuiden Kidjang, verwijdert zich bezuiden Bantel iels meer van de kust, en loopt daarna weder in westelijke richting door, dicht langs boek Langan.
Itug;g;eii hexiiitlcn IBangkn. Bezuiden deze lijn liggen eenige ruggen en plekken, waarop, met uitzondering van den rug
74
0. Z. O. van hel eilandje Dapoer, waarop 5\'/, vadem slaat, niel minder dan 4 vadem Avordl gelood. Van de twee znidelijksle plekken ligl de westelijkste, waarop 472 vadem minste waler slaat, in de peiling: Berg Baginda N. N. 0. 0.
Boekit Lama N. W. t. W. 3/4 W.
De oostelijkste, die de kleinste is en waarop 4l/4 vadem waler slaat, ligt 2400 meter oostelijker.
l\'nnnvnlci* lioxiiidon llnn^k». In het vaarwater bezuiden de vijl\'vadems lijn loopl, bezuiden deze ruggen, eene geul van 1 tot \'/2 mijl brfced, 0. t. Z. eu W. t. N., met 10 tot 22 vadem, waarvan de noordelijke grens I \'/2 mijl bezuiden hoek Baginda en \'/2 \'quot;ijl bezuiden hoek Langan ligt. Ook benoorden de zuidelijkste plekken heeft men nog eene smallere geul met diep water, waardoor deze plekken, met 4 /, en 41/., vadem, op een rug met minder dan 10 vadem liggen, waarop overigens niet minder dan ij\'/4 vadem wordt gelood.
Al deze ruggen zijn aan te looden, met uitzondering van den noordkant van .de twee zuidelijkste plekken en bet zuidoostelijke gedeelte van den rug 0. Z. 0. van het eilandje Dapoer, die steil aan zijn. De bodem in bet vaarwater bestaat uil modder en modder met zand.
Hoek. De zuidoostpunt van Bangka wordt ge
vormd door het afloopende gedeelte van den heuvel Baginda oiquot; Goe-noeng\' Lang, die N. W. \'/, mij! van den hoek ligt en 160 meter hoog is. De hoek is rotsachlig en omgeven door eenige boven- en onder water liggende klippen.
De vijl\'vadems lijn steekt, bezuiden den hoek, met eene punt om de 0. uit, die Z. 0. t. O. 5/ic quot;Hi\' van den boek ligt, lerwijl de drievadems lijn diehl langs den hoek heenloopt.
l^ilundjc Hapot\'r. Dit zoogenaamde eilandje bestaat uil twee rotsige begroeide eilandjes met een paar kleine begroeide rotsen, waarlangs eenige steenen boven waler liggen. Zij zijn 30 meter hoog en liggen 1 .quot;00 meter bezuiden den boek Langan. Om de eilandjes ligt eene zandbank met minder dan ,quot;) vadem water, die aan den zuidkant 500 en aan den noordkant 900 meter breed is. Dicht langs den zuidkanl van deze bank loopl de vijfvadems lijn, die aan den
78
ooslkanl op een afstand van I()()() meier en aan den westkant op een afstand van 1300 meter van de eilandjes ligt. Tnssehen deze eilandjes en den hoek Langan is eene passage van !)0() meter breedte met diepten van 6 tot 7 vadem.
Ilook linnen li. Deze hoek is evenals hoek Baginda zeer kennelijk en wordt gevormd door een zuidelijken nitlooper van Botkit Lama. Op de droogvallende hank langs de kust liggen eenige stcenen ■ hoven water, waarvan er één 12 meter hoog is. De drie- en vijl-vadems lijnen loopen dicht langs den hoek
EILANDEN EN GEVAREN TUSSCIIEN, BANG KA EN BELITOENG.
•
llilaml liiüf of Hidden eiland. Dil eiland scheidt de Macclesfield- van de (llement Slraal: het heeft eene lengte Z. Z. O. en N. N. W. van ongeveer I \'/2 mijl met eene hreedte van t 7, mijl. is geheel begroeid, terwijl het noordelijke gedeelte vlak is en op het zindelijke gedeelte eenige heuvels liggen, die zich in het Z. W. van liet eiland ongeveer lüO meter boven den waterspiegel verhelTen en zich op een afstand als een groep eilanden voordoen. Kenbare heuvels vindt men er niet, de zoogenaamde Boekit Keladi is een der hoogste ruggen.
Bondom hel eiland loop! een kustrif, dal voor het grootste gedeelte droogvalt, en waar huiten een lal van gevaren liggen, die op sommige plaatsen \'/j mijl huilen den wal uitsteken. Op het kustrif ligt, hij den westhoek van Lial, het eilandje Tjelaka en op de noordoostkust een paar eilandjes, \'/4 \'quot;IH W. t. W. en Z. O. I. O. van elkander, waarvan hel zuidoostelijkste Anak genoemd wordt; alsmede, vooral aan den west- en zuidkant, eenige hoven water uitstekende rotsen. Nabij den westhoek van het eiland ligl de kampoeng Liat.
■Eilandje Tjelaka. Dil ligl nagenoeg 2 kahellengte bc-westen den westhoek van Lial op het kustrif, terwijl hel aan den westkant door een koraalrug mei \'1 \'/2 vadem water verbonden is met een klein droogvallend rif, waarvan de westkant 800 meier van het eilandje ligt.
76
De vijfvadems lijn. die Iniiten het rifje loo|»(. ligt 1000 meier be-vveslen liel eilandje. Buiten deze lijn neemt de diepte snel toe en heeft men op iiiOO meter van hel eilandje 28 vadem, waarna lt;1»\', diejite om de W. weder afneemt.
Licht. Op den westhoek van het eilandje Tjelaka staat een ijzeren lantarenpaal met schildershuis en wachterswoning van steen, waaraan een licht van de 6d\' grootte, 12 meter hoven hoogwater, zichthaar tot op 2 mijl in Z. AV. t. Z. door Z., 0. en N. tot N. N. W.
Riiren lan^N de van liiiil Langs
de zuidwestkust van Liat liggen drie rilTen; hel eerste met 2 quot;/i vadem ligt Z. t. 0. \'/a Ö. op Vj mijl van den liehtopstand van Tjelaka, met den huitenkant 11 !gt;() meter uit den wal, en even hinnen de vijf-vadems lijn.
Het tweede, waarop 1 \'/.t vadem, ligt Z. 0. \'/2 mijl van het eerste, met den huitenkant 1400 meter uit den wal en even huiten de vijfvadems lijn.
Het derde rif, waarop vadem, ligt Z. 0. t. 0. 1300 meter van hel tweede, met den huitenkant 1800 meter uit den wal binnen de vijfvadems lijn.
llank l»|f %iii(l|Miiit liial Van de zuidpunt van Lial steekt eene groote bank om de Z. uit, waarvan hel noordelijkste gedeelte droogvalt en waarvan de zuidpunt bijna \'Y, mijl Z. t. W. \'/^ W. van de zuidpunt van Liat en W. \'/4 N. van Kelemar ligt.
De vijfvadems lijn loopt dicht langs den rand der bank, waartegen men aan de zuidzijde 8 vadem loodt.
Builen de vijfvadems lijn, die bezuiden het derde rif, langs de zuidwestkust van Liat, met eene punt tol op 2400 meter buiten de kust uitsteekt en ook lusschen het eerste en tweede rif eene uitstekende punt vormt, die 1400 meter uilsteekl, loodt men langs hel zuidelijke gedeelte der zuidweslkust langzaam toenemende diepten.
Langs hel noordelijke gedeelte neemt, de diepte sneller toe, en loopt de tienvadems lijn even bewesten hel eerste rif en langs het droogvallende rilje bewesten Tjelaka.
Hi Hen hing* de noordwestkust van Ual. Langs de noordwestkust van Liat liggen, langs hel zuidelijke gedeelte, twee riffen en langs het noordelijke verscheidene rillen, waarvan sommige droogvallend zijn met zandbanken er op. Zij strekken zich om de N. uit lot het Alcesle rif.
De twee zuidelijke rillen liggen N. VV. :,/8 N. hijna \'/4 mijl en N. Yj W. 5/16 mijl vau den lichlopsland van Tjelaka; hel zuidelijkste heeft \'/4 vadem minste water, terwijl de zuidpunt van hel noordelijkste mei laagwater droogvalt. Tusschen deze riffen en den wal loodt men 10 lot 14 vadem.
N. 0. 5la N. op 2400 meier van dit noordelijkste rif, nemen de rilfen lanf;s hel noordelijke gedeelte van de noordwestkust een aanvang, en loopen op een afstand van 2!}0() meier van den wal, lol hel Alcesle rif door. Zij liggen allen huiten de vijfvadems lijn, die dicht langs het kuslrif loopt. Al deze riffen zijn sleil aan en loodt men hij den huilenkant 9 lot la vadem, welke diepte bewesten de zuidelijkste riffen naar buiten snel loeneeinl.
Alceste rif. Dit is een koraalrif, dal zich N. N. 0. en Z. Z. W. \'/4 mijl uitstrekt. Op hel zuidelijke gedeelte slaat 2 vadem water met eene kleine plek van \'/t vadem, terwijl op de noordpunt 3/i vadem wordt gevonden. Tegen den westkant van hel rif loodt men 7 lol 11 vadem; bewesten daarvan heeft men toenemende diepten en loodt men op \'/a mijl afstand i\'1 tot 25 vadem. Ook dit rif is evenals de voorgaande rilfen niet aan te looden. De noordpunt van hel rif ligt in de peiling:
Lichlopsland Tjelaka Z. Z. W. \'/a W.
Eilandje Anak Z. 0. V4 Z.
Door hel licht van Tjelaka in hel Z. t. W. \'/j VV. te peilen, loopt men op 900 meter bewesten dit gevaar langs.
Rif mei 9 vndcin. Dit rif, dal mei Sandringham rif de noordelijkste gevaren benoorden Liat daarstell, ligt N. O. 600 meter van de noordpunt van Alcesté rif en 3000 meter van de noordpunt van Liat in de peiling:
Lichlopsland Tjelaka Z. Z. W. 3/# VV.
Eilandje Anak Z. O. \'•% Z.
78
Rondom het rif staat 8 lol 10 vadem.
Om de N. IN. O. steekt van dil ril\' eene bank \'/2 mijl uit, met diepten van 11 tol 1^ vadem. Langs den west- en oostkant staal 14 lot lü en langs den noordkant 115 lot 16 vadem, welke diepten van de banken af langzaam toenemen.
Itifloii langs lt;le noordoostkust vnn Ijiat. Langs de noordoostkust van Lial, die omgeven is door een droogvallend koraalrif van 1000 meter lireedle, liggen weder een lal van rillen, waarvan sommige iroogvidlen, tol op een afstand van mijl uit den wal en waarvan Sandringham ril\' het noordelijkste is.
San«Iringlin 111 rif. Dil ril\'vormt, met hel rif van 2 vadem henoorden Alcesle ril\', de noordelijkste gevaren bij het eiland Lial; hel beslaat uit twee kleine rillen, die 0. en W. 1500 meter van elkander zijn gelegen. Op hel westelijkste staal I % en op hel oostelijkste 3 vadem.
Het oostelijkste rif ligt in de peiling:
NoordwesUioek Lial Z. W. I. W.
Eilandje Anak Z. :l/„ 0.
beide riffen zijn zeer sleil aan; legen hel westelijkste staal 13 tot IS vadem, en tegen hel oostelijke 12 vadem aan den westkant en 18 lol 20 vadem aan den oostkant, benoorden de rillen heeft men 14 lot 19 vadem.
RIQc met I valt;ldn. Dit kleine rifje vormt hel buitenste gevaar langs de noordoostkust van Lial en ligt in de peiling:
Woordboek Lial W. \'/2 N.
Eilandje Anak Z. t. W. 3/4 ^ •
Tegen hel rif staan diepten van 10 lol 13 vadem, welke diepten naar huiten snel toenemen, zoodal men op 1100 meter daar builen 24 lol 26 vadem loodt.
Koraalbank, bezuiden hel rifje van 1 vadem ligt eenc groote droogvallende koraalbank, waarvan de uitstekende oostelijkste punt in de peiling ligt:
Woordboek Lial W. N. W. % W.
Zuidhoek Lial Z. I. W. 5/s W.
KlIJe O. van Anak. bezuiden deze punt nadert de bui-
79
lenste grens der gevaren meer en meer de kust en ligt het zuidelijkste daarvan, zijnde een klein koraalliankje met 2 Y-, vadem, O. van den noordhoek van Anak, niet den oostelijken rand op een a Island van 700 meter van dat eilandje.
Langs de zuidoostkust van Liat loopt liet kustril\' naar het zuiden versmallend toe en heeft hij den zuidhoek slechts eene hreedte van ü0 meter; hier steekt echter 000 meter om de Z. 0. eene hank uil, waarop eenige steeneu hoven water liggen, waartegen aan de zuidoost punt 8 vadem water staat.
Bezuiden hel rilje beoosten Anak is het huilen het kustril\', waar langs de vijfvadems lijn dicht langs loopt, tol op een afstand van \'/s 111\'j\' bezuiden Anak schoon en nemen de diepten naar huiten gestadig, hoewel snel, toe, zoodat men op een afstand van mijl uil den wal 19 tot 25 vadem loodt.
Uiflcn land\'s «Ie van Ual. liet
noordelijkste van de gevaren op de zuidoostkust is een klein koraal-bankje met 3\'/j vadem, liggende in de peiling:
Anak N. t. W. % W.
Zuidhoek Liat Z. Z. VV. \'\'/o ^
De oostrand ligt 1000 meter huiten den eersten rotsigen boek bezuiden Anak. Tusscben hel rilje en den wal heeft men diepten van 6 tot 8 vadem: tegen den buitenkant slaat 15 vadem, naar huiten langzaam toenemende.
Ilankjo lioiioorilon Toiiiiii^k«»i* rilloii. Behalve een paar bankjes met \'/2 en 1 \'/.2 vadem dicht onder den wal, ligt nog een droogvallend bankje, dat het oostelijkste gevaar hier daarstelt, op ongeveer 5/10 mijl uil den wal, in de peiling:
Anak N. t. W. 3/4 W.
Zuidhoek Liat Z. VV. t. W. \'/a W-
Tusscben dit bankje en bet bankje onder den wal van Liat, heeft men afnemende diepten van lU tot 7 vadem dicht tegen bet laatste bankje aan. Aan den oostkant van het bankje staat 17 tol 18 vadem, welke diepte naar buiten langzaam toeneemt, zoodat men op \'//, 111Ü\' daar beoosten 21 tot 22 vadem loodt.
80
Men loopl in de peiling: Selemar Z. \'/^ VV. op COO meter beoosten liet bankje langs, terwijl de zuidhoek van Lial in de peiling: W. t. Z. er 600 meter bezuiden langs voert.
Tonün^kor riflcu. Deze rillen, die do zuidoostelijkste gevaren bij bel eiland Liat daarstellen, bestaan uil drie bij elkander gelegen koraalriffen, waarvan de twee westelijkste bier en daar droogvallen en N. en Z. dicbt bij elkander zijn gelegen, terwijl op hel derde, dal dicht beoosien de twee anderen ligt, \'/i vadem blijft staan. Dit derde ril\' strekt zich N. N. 0. en Z. Z. W. 1000 meter uit, Ier-wijl de gebeele groep eeue uitgestrektheid beeft van 1400 meter. Tusscben de riffen loodt men 7 lol 10 vadem.
Bezuiden deze riffen beeft men een ongeveer liOO meter breeden rug van zand en klei met 8 lol 10 vadem water, die zich tol op 2400 meter bezuiden de riffen uilstrekt, tot in bet merk «Noordboek Aoer in noordhoek Gersikquot;.
De riffen zijn zeer steil aan; aan de westzijde slaat er dicht hij 13 tol 15 .vadem, aan de oostzijde heeft men op 600 meter afstand 10 en aan de noordzijde, vlak bij de riffen, 20 vadem.
Kweel eiland Z. 5/8 W. peilende voert op 750 meter beoosten, en Z. t. 0. Yj 0. op 750 meter bewesten dit gevaar, terwijl men met «noordhoek Aoer in zuidhoek Gersikquot; en Kelemar Z, 0. t. 0. \'/j O. op even groolen afstand er bezuiden en benoorden langs loopt.
Tusscben de zuidpunl van de bank en de eilandjes Kweel en Selemar, beef! men in het midden diepten tot \'l\'l vadem, terwijl tusscben de riffen en Lial de diepte van af hel rif spoedig toeneemt tot 22 en 24 vadem en daarna naar de zuidooslpunt van Liat langzaam afneemt.
Sclciuai* of\' zniMlig oiltuid. Dit is een klein laag begroeid eilandje, Z. t. 0. 3li 0. 1\'/« mijl van de zuidpunl van Liat gelegen. Het is in de richting N. en Z. üOO meier lang en 200 meter breed, en is door een rif omgeven, dat aan den noordkant slechts weinig, doch aan den zuidkant 700 meter uitsteekt en voor een groot gedeelte droogvalt.
Om hel rif beeft men diepten van 0 tot 9 vadem en tusscben hel
81
eilandje en de zuidpiml van de hank, die van Lial uilsteekl, 19 lot 20 vadem in het midden.
Kweol of ttchiiiu* eiland. Dit eilandje lipt G/10 mijl O. N. O \'/.j O. van Selemar; liet is vlak en begroeid met hoog geboomte, omgeven door een klein zandstrand en N. N. 0. en Z. Z. W. 6üü meter lang en 280 meter broed. Het rif, dal het eilandje omgeeft en voor een groot gedeelte droogvalt, steek! aan de oostnoordoost- en zuidzijde het verst, 640 en 800 meter, uit; aan den westkant is het slechts 160 meter breed.
Tegen het rif staat 7 tol 9 vadem. Tusscben Selemar en Kweel heeft men diepten van Vó lot 20 vadem harden grond, welke diepten tot 22 en 26 vadem toenemen tusscben Selemar en bet zuidelijkste rif bezuiden Kweel.
Hier brenge men den westhoek van Kweel niet benoorden bet N. N. 0. VÏ 0.
Itiflen livxuiden Kweel eiland. Hier liggen drie riffen, die meestal te zien zijn. Het noordelijkste ligt Z. t. W. 3/, W. 71i0 meter van den zuidhoek van Kweel; het is 275 meter in middellijn en beeft \'/4 vadem minste water met 10 vadem legen hel rif aan.
Hel middelste ligt 1300 meter Z. \'/, O. van zuidhoek Kweel, strekt zich Z. Z. \\V. en N. N. O. 900 meter uit en is in liet midden 37!j meter breed. Met laagwaler valt bet voor een gedeelte droog, terwijl rondom hel rif diepten van 6 lol 1.quot; vadem staan. Heide riffen liggen op eene bank van 8 tol 10 vadem, die bezuiden Kweel tot een weinig bezuiden het tweede rif uitsteekt.
Het zuidelijkste rif ligt Z. lö0 W. 2100 meter van den zuidhoek van Kweel, strekt zich N. O. en Z. W. 900 meter uit en is 175 meter breed; bet valt met laagwaler voor een groot gedeelte droog, en tegen het rif aan staal 7 tol 8 vadem. De zuidwestpunt ligt in de peiling:
Westhoek Kweel N. I. 0. V» 0-
Noordboek Kalangbaoe O. Z. O. 3/.i \' \'•
Van dit rif steekt tot op ongeveer 1!gt;00 meier een rug om de Z. uit met diepten van 11 tot 14 vadem, waar builen diepten van 17 lol 20 vadem staan.
r.lDS VOOR HET BEVAREN VAN DK GASPAR STRATEN. t»
82
Tusschen hel rif on liol voorgfiande staal 10 lot. 11 vadem. Kakaiitv ol\' liaa$\' cilaiifl. I)i( eilandje, dal 3/4 \'quot;\'J\'
Z. I. O. •r\'/3 0. van Kweel ligl, is vlak en begroeid. Hel is N. N. 0. en Z. Z. W. 1050 meier lang en 71)0 meter breed en is omgeven door een koraalrif, dat gedeeltelijk droogvalt, en aan de noordwesten zuidoost zijde tol op 400 en 1500 meter uitsteekt; tegen liet rif loodt men 9 tot 12 vadem.
Het vaarwater tusschen Hakauw en het zuidelijke rif van Kweel is schoon, met diepten van 17 tot 20 vadem, naar Hakauw lot 21j en 27 vadem toenemende.
Itiflon iialiü Itakautv. Beoosten Bakauw liggen nabij het kustrif drie riffen, waarvan het noordelijkste 0. en W. 500 meter lajig is, met Y, vadem minste water. Van de oostpunt van dit rif, dat ööO meter van liet eiland ligt, peilt men:
Oosthoek Bakauw Z. t. W. W.
Noordhoek » Z. W. t. VV. \'/2 \\V.
Rondom, liet ril\' heeft men diepten van 13 tot 1 li vadem. Het middelste rif, waarop \'Vi vadem slaat, strekt zich N. en Z. 300 meter uit; de oostkant van het rif ligt ü. 375 meter van den
oostkant van Bakauw.
Hel zuidelijkste rif, waarop 1 \'/a vadem minste water, ligt met den oostkant 750 meter van het eiland in de peiling:
Oosthoek Bakauw N. W. \'/i ^
Zuidhoek » VV. 5/8
Tusschen dit rif en het rif van Bakauw staat 13 en 14 vadem. Bezuiden Bakauw liggen twee kleine riffen, waarvan het oostelijkste, met 4,/j vadem minste water, op 950 meter Z. 0. van den oosthoek van Bakauw en bet westelijkste, met vadem minste water, 300 meter Z. \'/a vaI1 ,len zuidhoek ligl.
Tusschen deze rillen en bel rif van Bakauw slaat 12 tot 13 vadem. l4ala«i^;1»ao«\' ol\' Xa«l«gt;l eiland. Dit eilandje ligt 0. N. 0. 1300 meter van Bakauw; bet is begroeid en heeft twee heuvels, die er den vorm van een zadel aan geven, waarvan de westelijkste 64 meter en de oostelijkste 81 meter boog is. Het heeft M. 0. en
85
Z. W. ecnc lengte van Itüü meier met eene breedte van 900 meter en is omgeven door een koraalrif, dat gedeeltelijk droogvalt, en aan de noordwest- en zuidoostzijde 1571) en 375 meter uitsteekt. Rondom het rif loodt men diepten van 8 tot 14 vadem.
Aan de zuidzijde van het eilandje steekt eene bank met 10 tot 15 vadem ruim \'/s my\' om Z. Z. 0. uit.
Tusschen Kalangbaoe en de riffen beoosten Bakauw, is eene passage met 14 tot 16 vadem, die dicht langs het eerstgenoemde eilandje heen loopt, waar het kustrif !2i50 meter uitsteekt.
IK\' IIruim ril\'. Dit rif, waarvan een klein gedeelte droogvalt, strekt zich N. en Z. 1300 meter uit, is 600 meter breed en buigt zich aan de noordzijde om de N. VV. Dit noordwestelijke gedeelte ligt los van hot groote rif en is er van gescheiden door een kanaal van nauwelijks 50 meter breedte cn van 10 tot 12 vadem diepte. De zuidpunt van het rif ligt U. ^ Z. van den noordhoek van Kalangbaoe en de noordpunt in de peiling:
Noordwestboek Kalangbaoe Z. W. t. Z.
Eiland Kweel N. W. t. W. :,/8 VV.
Ook dit rif is, evenals de anderen, steil aan met 16 tot 18 vadem er dicht bij.
Tusschen dit rif en Kalangbaoe is eene passage met 14 tot 18 vadem diepte, die aan den zuidingang, waar het het nauwste is, 500 meter breed is.
Aoei* of Zuid eiland. Dit eilandje is N. 0. en Z. W. Vi mijl lang en 1500 meter breed: het is een weinig heuvelachtig en met zwaar geboomte begroeid. De hoogste heuvel is 61 meter hoog, en is kenbaar aan een eigenaardig scherp topje, door een boom gevormd. Het ligt N. 0. t. 0. \'/a O. 7/8 mijl van Kalangbaoe en is omgeven door een rif, dal voor een groot gedeelie droogvalt en aan de noord- en oostzijde 550 en 600 meter uilsteekl. Hol rif is sleil aan en loodt men er dicht bij 8 tot 12 vadem.
Eene bank met 9 lot 14 vadem, waar langs 20 lol 22 vadem, steekt 3/.\'i mijl Z. Z. 0. van het eiland uit. Ook bij den noordoosthoek steekt eene bank met 8 en 9 vadem lol bijna \'/j quot;\'ijl N. van den
84
oosllioek uil. Dicht iiiiiiii hel kuslril\' ligi op deze hank een hunkje inel lgt; vadem.
Riflon om .%oci*. Diclil legen den westelijken rand van hel kuslril\' ligt een klein rilje in de peiling: Noordwesthoek eiland O. N. O., met slechts \'/2 vadem water, waarvan de westelijke punt, waarbij men 12 vadem loodt, !»00 meter van den naasten wal alligt, terwijl hij den zuidwesthoek van het eiland nog een paar kleine plekken met i1l2 vadem dicht onder den wal liggen.
Bezuiden het eiland liggen eenige rillen, die zich van den zuidhoek tot op een afstand van I li00 meter uitstrekken. De drie noordelijkste riffen, die dicht hij elkander zijn gelegen en waarop diepten staan van 4,/21 4 en 1vadem, strekken zich uit tot op 72!) meter Z. van den zuidhoek van hel eiland. Hel zuidelijkste rif, waarvan de noordpunt, met laagwater droogvalt, heeft N. t. W. en Z. t. O. eene lengte van 4110 meter met eene hreedte van 22!gt; meter; de zuidpunt ligt in de peiling:
Westhoek Aoer N. N. W. \'/2 W.
Zuidhoek Gersik 0. N. 0. c/8 0.
Dicht hij den zuidwestkant van dit rif liggen nog een paar plekken met en 4 vadem, waarvan dc westkant Z. I. 0. \'Va 0. van den westhoek van het eiland ligt.
Tusschen deze plekken en hel zuidelijkste rif staat 11 tot 15 vadem, en tusschen het zuidelijkste en de drie noordelijkste riffen 10 en 11 vadem.
Even huiten de zuidoostpunt van hel kuslril\' ligt een koraalrifje * met S\'/j vadem in de peiling:
Zuidhoek eiland W.
Oosthoek » N. \'/a W., terwijl 0. van den oosthoek van hel eiland, op een afsland van 3/I(i mijl, een rif ligl met 1\'/, vadem, dal zich N. en Z. 27o meter uitstrekt en waar langs 9 tot 14 vadem slaat; het ligt in de, peiling:
Zuidhoek Aoer Z. W. t. W. 5/» W.
Noordhoek » Wr. 5/8 IN.
Oosthoek Kelemer N. W. 7/a
De diepten tusscheu dit rif en iiel eiland nemen af van 14 vadem tot 7 vadem legen het kustrif. Al deze rillen zijn sleil aan 011 loodt iiien daar dicht bij 8 tol 13 en 14 vadem.
Jn de passage tusschen het eiland Aoer en hel De Brauw rif, die iets meer dan % mijl breed is, is in liet midden eene geul met 17, lol 215 vadem water, waarbuiten aan weerszijden de diepte afneemt lol 12 en 13 vadem legen de riffen. Üe bodem bestaat uil zand.
KHcmai* »1\' üoortl eilaml. Dit ligt 2400 meter lie-noorden Aoer en is evenals dit benvelachtig en met hoog geboomte begroeid. Hel is 0. N. 0. en W. Z. W. I47i) meter huig en ö2!gt; meter breed, üe westpunt wordt gevormd door eene smalle rotspunt. Het is omgeven door een voor een groot gedeelte droogvallend rif, dat aan den oostkant tol 400 meter en aan de zuidwestpunt lol 290 meter uilsteekt.
KifTen hü Keloiuni*. Een koraalrif van 7ö meter middellijn, waarop 2 vadem staal, ligt 137;} meter 0. N. 0. \'/i val, de oostpunt van Kelemar in de peiling:
Oosthoek Aoer Z. 5/8 W.
Noordboek Kelemar W. Z. W. \'/i ^
De vijfvadems lijn, die rond bel rif loopt, steekt 12ii meter bezuiden bel rif uil; daar buiten loodt men 12 tot 1!gt; vadem. Tusschen dit rif en bel rif van Kelemar staat 10 tol 20 vadem.
Een tweede rif, mei 2\'/, vadem en eene iels grootere middellijn, ligt Z. t. W. 1200 meter van de oostpunt van Kelemar, met 6 en 9 vadem er dicht bij, in de peiling:
Oosthoek Kelemar N. \'/i
Westhoek » IN. W. t. W. \'/, W.
TusscbeiT dit rif en het rif van Kelemar, staat 10 tot 12 vadem.
Een derde rif, met 1\'/, vadem, ligt dicht bezuiden de westpunt van hel kustrif.
In het midden van bel vaarwater, tusschen Kelemar en Aoer, ligt eene groole bank met 9 en 10 vadem, op welker noordoostelijke punt bel tweede rif is gelegen. Ook steekt benoorden den oosthoek van Aoer eene diergelijke bank uil. Tusschen deze banken, alsmede
86
tusschen tie eerste bank en de eilanden Keleinar en Voer, loopen geulen met 11 en 13 vadem. De bodem beslaat uit harden zandgrond.
Clcvaarltikc klip. Dit is een klein koraalrif, N. cn Z. 175 meter lang met eene kleine plek van 1 vadem en overigens 2 tot 2 \'/i vadem bij laagwater, liggende in liet vaarwater tusschen Kelemar cn Kweel, met de zuidpunt in bet merk; «Noordhoek Aoer in noordhoek Gersikquot;. Van bet rif peilt men:
Hoogste lop Kalangbaoe Z. 13\'/2° W.
Midden Kelemar 0. \'/a Kwee\' eiland Z. 78° W.
Dicht bij bet rif heeft men diepten van 14 lot 17 vadem.
Tusschen bet rif en Kelemar, is een vaarwater van bijna \'/2 niijl breedte, met diepten van 16 tol 25 vadem en tusschen het rif en Kweel een vaarwater van bijna 3/.i mijl breedte, met diepten van 15 tot 25 vadem barden zandgrond.
€*ci\'j*ik of Tnfi\'l lt;gt;11 a ml. Dit eiliindje ligt 0. t. Z. een kleine \'/2 niijl van Aoer; liet heeft N. N. W. en Z.Z.0. eene lengte van 600 meter, met eene breedte van 350 meter, en is laag en zwaar begroeid, omgeven door een gedeeltelijk droogvallend koraalrif, dal benoorden het eiland 700 meter cn aan den zuidoostkant 475 meter uitsteekt en langs den westkant smal is. Dicht langs het rif loodt men 12 tol 15 vadem.
Van het eilandje steekl, ruim 72 niij\' om de Z. t. O., eene bank uit, met 9 tol 15 vadem, die, verder om de Z. doorloopende, langzaam in diepte toeneemt en waar langs men, aan den oost- en westkant, 18 lot 20 vadem loodt.
iiiHen itu fgt;iei\'Nik. Ongeveer Z. Z. 0. van de zuidpunt van Gersik ligt op de bank, op 700 meter van het eilandje, een klein koraalrif met eene middellijn van 100 meter met 2 vadem minste water in de peiling:
Zuidhoek Aoer W. 7/8 IN.
Oosthoek Gersik N. 1. W. 5/8 W.
O. N. O. oj) 150 meter van dit rif ligt een tweede met 75 meter middellijn cn 3 vadem minste water.
87
Tusschoii doze riffen pu liel kusli\'if slaat 8 lol. 16 vadeni walei, lerwijl men dicht langs de rillen 15 lol, l!i vadem loodt.
Hel vaarwater tusschen Aoer en Gersik, waarin het rif met 2\'/4 vadem beoosten Aoer ligt, heelt eene breedte van \'% mijl met diepten van 12 tot 18 vadem beoosten en 7 tot 14 vadem bewesten hel vil.
HewiU rif\', ligt 1\'/, mijl IN. I. W. \'1, W. van den westhoek van Kelemar; het is ongeveer lüO meter in middellijn en beslaat uit koraal. Op de westpunt heeft men bij laagwaler 2\'/., vadem en loodt men in de nabijheid van hel ril 14 lol 1 / vadem, terwijl de diepte van het vaarwater aldaar 20 lol. 22 vadem bedraagt. Op hel rif ziet men «westhoek Aoer iels huiten westhoek Kelemar en peilt men:
Kemboeng of Hoog eiland O. t. N.
Kweel eiland Z. W. V, ^
(li*oojStto. Deze droogte bestaat uit zand en koiaal, heeft eene middellijn van 100 meier en I\'/2 vadem minste walei. Hel rif, dat nagenoeg op de lijn Gaspar Petaling ligt, is niet door verkleuring te onderkennen; alleen ziel men van tijd tol lijd een weinig stroomrafeling. Tegen het ril, dat zeer steil is, loodl men 7 lol 9 vadem, welke diepte spoedig toeneemt tol 18 en 20 vadem zandgrond.
Op een afstand van .quot;00 meter beoosten hel ril werd gepeild .
Gaspar eiland N. 57° W.
Hoogste top Tobalo IN. 873/,° 0.
Oosthoek Mendanau Z. 150\'/2° \'*•
Westhoek » Z. 207,0 0.
Zuidhoek Liat Z. 55\'/^ W.
Woordboek » Z. 41gt;3/10 W.
Berikat N. SO1// W.
EILANDEN EN GEVAREN BENOORDEN DE STRATEN.
cilaiifl 4gt;r Dit is een hoog en dichl
begroeid eiland, waarvan zich de scher|»e piek 247 nieter hoven den
8S
waterspiegel verheft. Hel eiland is \\V. N. VV. e» U. Z. 0. 2850 meter lang en 1650 meter breed, geheel omgeven door een koraalrif, dat aan de noordzijde het verst, lot op 600 meter uitsteekt, doch overigens slechts 500 meter hreed is. Het rif is, behalve aan den westen zuidkant, waar de vijfvadems lijn zich lol op 600 meier van de kust verwijdert, steil, vooral aan de noordzijde, alwaar men daar dicht bij 16 en 17 vadem loodt. Hij den zuidhoek liggen een paar boven water uitstekende rotsen op den kant van het rif. Met helder weder is het eiland op 8 mijl te zien.
fiU\'Insa i\'ols. Dit is eene kale rots, 8 meier hoog, die \'/, mijl VV. van Gaspar eiland ligt. Zij is omgeven door een rif, dat aan de zuidzijde, 500 meter, doch overigens slechts 100 meter uitsteckl; even buiten dit rif, loodl men 15 en 15 vadem en tusschen het rif en Gaspar eiland diepten tot 19 vadem.
IBoompje» eiland. Uit eilandje ligt ruim 2\'/, mijl N. ü. \'/2 0. van Berikat en ruim I \'/2 mijl Z. W. I. W. 3/4 W. van Gaspar eiland. Hel is eene kale rots, waarop vroeger eenige hoornen stonden, 10 meter hoog en op ,iij2 mijl Ie zien. Zij is omgeven door een koraalrif dat zich aan de west- en noordzijde slechts 100 meter, doch aan de zuidzijde 400 meter en in zuidoostelijkste richting 800 meter uitstrekt en waarop, aan de zuidzijde van het eilandje, een steen boven water ligt. Buiten dit rif neemt de diepte, vooral aan den zuidwestkant, snel loe.
Beoosten de rots ligl, op een afstand van 450 nieter, een klein koraalrif inel 3/i vadem minste water in 6 tot 10 vadem.
In het vaarwater tusschen Boompjes eiland en Berikat bedraagt de diepte 17 tol, 20 vadem, terwijl in het vaarwater, tusschen Gaspar eiland en Boompjes eiland, diepten van 17 lol 27 vadem werden gevonden.
Ca lining;\' rilquot; Dit is een klein koraalrif van ongeveer 100 meter middellijn, met 5 vadem minste water en 17 en 18 vadem er dichl tegen aan. Hel ligt 0. 7, N. bijna Vj^ mijl van Gaspar eiland in de peiling:
Piek Gaspar eiland W. 10° Z.
BO
Berikat Z. 64,/i5 W.
Keladi Z. 217,° W.
Pelaling Z. 20° 0.
Tobalo Z. u93/i\'J 0.
Tusschen dit rif en Gaspar eiland loodt men 17 tot 10 vadem zand met schelpjes.
H arren lltisiiiiga rillen. Deze bestaan uit vijf koraalriffen, die zich N. 0. t. 0. en Z. W. t. W. 5/8 mijl uitstrekken.
liet noordoostelijkste rif is N. O. en Z. W. 800 meter lang en 2!j() meter breed, met 2 vadem minste water en 10 tol 20 vadem er om heen, liggende in de peiling;
Gaspar eiland Z. 0. t. 0. 3/8 0.
Boompjes eiland Z. \'/» *\'■
Hoek Berikat Z. Z. W. \'/s ^
Op een afstand van 500 meter ligt beoosten bet ril een klein koraal-ril\' met li vadem en 8 tot I !i vadem tusschen beide. Dicht hij den oostkant van dit rifje loodt men 14 lot 20 vadem.
Z. W. oj» 300 meter van het eerste rif ligt een klein koraalrif met 2 vadem minste water en 12 tot 13 vadem legen den zuidkant. Tusschen beide riffen staat 0 tot 13 vadem.
Hel zuidwestehjkste rif strekt zich N. en Z. 9U0 meter uit met eene breedte van G00 meter en 1\'/i vadem minste water, liggende in de peiling:
Gaspar eiland 0. Z. 0. \'/, 0.
Boompjes eiland Z. Z. 0.
Hoek Berikat Z. t. \\V. 7/8 VV.
Rondom het rif staal 9 lot 14 vadem.
IN. 0. I. 0. van de noordpunt van dit rif, ligt op 650 meter afstand een klein koraalrif met 4\'/^ vadem en 13 tol 1!gt; vadem tusschen beide. Langs dit laatste ril staal llgt; tol J7 vadem.
Tusschen de riffen en Gaspar- en Boompjes eiland staan diepten van 15 lol 21 vadem, terwijl tusschen deze riffen en Tioeng rif 1!gt; lol 19 vadem zand gelood wordt.
Piek Gaspar eiland 0. Z. 0. 3/4 O. en Z. 0. 74 0. en Boompjes
fiO
eiland Z. Z. 0. 7/« en ^ \'Va voert op 1200 nieter langs deze riffen.
Isinii* rif. Volgens opgave van den kapitein van het Engelsche schip Ismir, slootle dal vaartuig op eene kleine zachte koraalbank, ongeveer twee scheepslengten in middellijn, liggende op 2° 17 Z.h. en 106° 57\' •gt;()quot; 0.1. Rondom hel rif is diep water. Even voor het stooten loodde men 16 vadem.
Tiooii^\' rilIV\'n Deze bestaan uit cenige koraalriffen, waarvan bel zuidoostelijkste N. N. W. en Z. Z. 0. eene lengte heeft van 380 meter met eene breedte van öüO meter en \'/4 vadem minste diepte. Dicht bij bet rif staan diepten van 7 tot 15 vadem; N. \'/2 0. 850 meter van dit rif werd gepeild :
Gaspar eiland Z. 23° 15\' 0.
«crikal Z. 25° 54\' W.
Boompjes eiland Z. 8° 50\' W.
N. \'/2 W. op een afstand van ruim 2000 meter ligt een klein rif met 4 vadem minste water, waarbij drie zeer kleine koraalplekken liggen met 6\'/2- quot; en 7\'/2 vadem minste water.
N. N. W. \'1/s W. en W. N. W. gt;/i W. liggen, op afstanden van 950 en 1G00 meter van bet eerste rif, nog twee kleine koraalriffen met 5 en 4 vadem water, waar tusschen twee kleine koraalplekken met S\'/j en 6 vadem.
Al deze riffen zijn steil aan. Tusschen de riffen, alsmede tusschen hel groote rif en Teree rif loodt men 15 tol 20 vadem zandgrond.
Tcrec ril\'. Dit rif, dal N. t. W. \'/u W. 23/1 mijl van Gaspar eiland ligt, bestaat uil eene droogvallende bank met steenen; bet is N. 0. en Z. W. 280 meier lang en omgeven door een koraalrif, dal lol op 100 meter huilen de bank uitsteekt. 0. t. Z. op 500 meter afstand van deze bank ligt een klein koraalrif met 4 \'/4 vadem. Tegen de rillen loodt men G lol 10 vadem. De bank ligt Z. t. W. Yj W. 5400 meier van de Belvédère iols; tusschen beide loodt men 16 tol 20 vadem, modder en zand.
■Iclvédèro Dil is eene zwarte rots, 10 voel hoven
water, N. en Z. 28 meter in middellijn, omgeven door een koraalrif, dal
91
beoosten en bewesten de rots \'200 en .ïGO meter en benoorden en bezuiden de rols 400 en 580 nieter uitsteekt; bier tegen aan staan diepten van 8 tot 13 vadem. Van de rols werd liet iioogste punt van Gaspar eiland gepeild: Z, 10° 36\' 0. op ruim 5 mijl afstand.
O. \'/a N. van do rots op een afstand van 1200 meter ligt een koraalrif met i\'/z vadem water, dat zicb N. 0. en Z. W. 550 meter uitstrekt en waar langs 10 tot 14 vadem staal.
250 meter N. van de noordpunt van dit rif ligt de oostpunt van een derde koraalrif, dat zich, met eene breedte van 150 meter, 1500 meter 0. en W. tot 200 meter N. 0. van de noordpunt van het rif om Belvédère rots uitstrekt. Op de oostpunt van dit rif, waarop men overigens 5 vadem loodt, staat met laag water 3 vadem. Langs den zuidkant staat 10 tot 12 vadem en langs den noordkant 13 lol 18 vadem water.
Tusschen deze rillen loodt men diepten van 10 tot 13 vadem en rondom de riffen 15 lot 17 vadem, welke diepten aan den oostkant lot 21 vadem loenemen. De bodem beslaat uit modder en zand, die aan den noordkant in zand overgaat.
llii£«lal«kiia ril\'. Dit rif bestaat uil twee koraalsteenen, van 2 tot 6 meter middellijn, die 50 meter uit elkander liggen, met 2\'/4 vadem minste water. Tusschen de steenen slaal 14 vadem en daartegen aan diepten van 14 tot 21 vadem. Hel ligt op 2° 1\' 55quot; Z.b. en 107° 0\' 3quot; 0.1. met de piek van Gaspar Z. 10° 55\' 0., op een afslajid van 53/1 mijl. Tusschen dit rif en Belvédère rols, slaan diepten van 17 tot 21 vadem zand en zand met modder.
liiiurik rif. Dit is een koraalrif van 250 meter lang en 100 meter breed, met l\'/j vadem minste water ; het is steil en in den omtrek staat 18 tot 20 vadem, liggende op 1° 53\' 0quot; Z.b. en 106° 56\' 30quot; 0.1.
IMdo ril\'. Door den kapitein van hel Duitsche schip Dido werd op \'/i kabellengte een rif van ongeveer 1 \'/j scheepslengte gepasseerd, met een weinig branding op de zuidpunt, liet ligt in 1° 55\' Z.b. en 107° 14\' 0.1., ongeveer 73/,1 mijl N. l. O. van Gaspar eiland, builen zicht van dit eiland.
n2
N. N. W. van de hier beschreven riffen, liggen nog verscheidene riffen in eene groep bijéén, tusschen 106° 30\' en 106° 47 0.1. en 1° 4\' en 1° 13\' Z.b.
Tnsschen deze riffen slaan diepten van 17 lol 20 vadem kleigrond. De verschillende riffen dezer groep zijn de volgende:
Celestial riflTcMi. Deze beslaan uit drie koraalriffen, die dicht bij elkander liggen. Hel noordooslelijkste heefl W. N. W. en O. Z. O. eene lengte van 100 meter met 30 meier breedte en l3/4 vadem minste water, liggende op 1° 12\' 20\' Z.b. en 106° 46\' ü8quot; 0.1.
Hel noordwestelijkste ril\', dal zich N. en Z. loO meter uitstrekt met eene breedte van i50 meter en 2 vadem minste water, ligt op: 1° 12\' 19quot; Z.b. en 10G0 46\' 38quot; 0.1.
Het zuidelijkste ril\' slrekl zich W. N. VV. en O. Z. O. 200 meter uit, met eene breedte van 7;gt; meter en 2 vadem minste water, liggende op: 1° 12\' 41)quot; Z.b. en 106° 4G\' SOquot; 0.1.
\'va rillen Deze bestaan uit vier koraalriffen, die nagenoeg O. en W. van elkander liggen, tusschen lc 10 18quot; Z.b. en 106° 16\' 42quot; 0.1. en 1° 10\' 15quot; Z.b. en 106° 46\' 13quot; 0.1.
l\' ril\' strekking N. W.—Z. O. löO in. lang en 10 m. breed. 2e » » N. N. VV.—Z. Z. 0. 130 » » » «0 » 3\' » » N. IN. W.—Z. Z. 0. 200 » » » 30 » 4quot; » » N. N. W —Z. Z. O. 150 » » » 15 » Tusschen de riffen, die steil aan zijn, staat 14 en I ü vadem en in den omtrek 18 en 19 vadem.
De Celestial- en Deva riffen zijn de zuidoostclijkste van de groep. %Wilfl l*i£\'4Mms rillen. D( ■ze bestaat uit twee koraalriffen, 0. en W. 100 meter van elkander, met 14 vadem tusschen beide en eene middellijn van 100 meter, liggende op: 1° 12\' 12quot; Z.b. en 106° 42 3quot; 0.1. en 106° 41 53quot; 0.1. Op bel oostelijkste staal 1vadem, op hel westelijkste 3 vadem, in den omlrek heeft men diepten van 17 lot 20 vadem.
lli*oekliii|ixon rillen. Deze beslaan uil twee koraalriffen, N. W. en Z. O. van elkander.
Hel, noordwestelijkste heelt eene middellijn van 500 meier met
l\'/i vadem miiislc water en op: J0 9\' 28quot; Z.lt. en 106° quot;gt;9\' 45quot; 0.1.
Het zuidoostelijkste heel\'t eene middellijn van üO meier niet ij vadem minste water en ligt op: 1\' 9\' !gt;0quot; Z.b. en 106° ,gt;9 ;i8 0.1.
Beide riffen zijn steil met 16 tot 18 vadem in den omtrek.
lluwkiiiM ril\' Een koraalrif met 300 meter middellijn en 43/4 vadem minste water, liggende op 1° 8 l!gt;quot; Z.l». en 106\' 4!\' 28quot; 0.1. Het rif is steil mei 17 tol 19 vadem in ilen omtrek.
Woga i\'ifl\'cn. Deze bestaan uit twee koraalriffen van 200 meter middellijn, die Z. Z. 0. en IV. N. W. dicht bij elkander liggen. Het noordelijkste, waarop 4\'/, vadem minste water, ligt op: 1° 7 35 Z.b. en lOO5 38\' 3quot; 0.1., terwijl op bet zuidelijkste 3 vadem staal. Beide zijn sleil met 18 vadem in den omtrek en 115 vadem tus-schen beide.
riffen. Deze bestaan uit twee koraalriffen O. en W. van elkander.
Het oostelijkste, dat eene middellijn heeft van 50 meter met 3\'/2 vadem minste water, ligt op: 1° 6\' 50quot; Z.b. en 106J 35\' 53quot; 0.1.
Het westelijkste heefl eene middellijn van 20 meter met 5 \'/2 vadem minste water en ligt op: 1J 0\' 50quot; Z.b. en 100\' 36\' 23\' O.l. Beide riffen zijn steil met 18 vadem in den omtrek.
Benoorden het westelijkste rif liggen nog twee kleine koraalplekken, met 9 en 8 vadem, op 1° 6\' 40quot; Z.b. en 106° 36\' 23\' 0.1. en 1° 6\' 30quot; Z.b. en 106° 36\' 3quot; 0.1.
Rifleniaii i\'ifTon. Deze riffen, die de noordelijkste van de groep vormen, bestaan uit twee kleine koraalplekken met 9 en 12 vadem, liggende op: 1° 4\'55quot; Z.h. en 106\'36\'33quot; 0.1. en 1° 4\'50 Z.b. en 106Q 36\' 3\' 0.1.
In gram rif. Dit koraalrif, dat eene middellijn beeft van 600 meter met 3/i vadem minste water, ligt op 1° 6\' 20quot; Z.b. en 1065 35\' 3quot; 0.1. Het is steil met 17 en 18 vadem in den omtrek.
Bewesten dit rif liggen een paar koraalplekken inet 9 en 12 vadem op: 1° 6\' 10 Z.b. en 106\' 34\' 18quot; 0.1. en 1° 6\' 20quot; Z.b. en 106° 34\' 18quot; 0.1.
94
Eilülie rif. Dit is een klein koraalrif, het westelijkste vaii tie groep, met eene middellijn van igt;() meter en ii vadem minste water, liggende op: 1° 7\' li;quot; Z.b. en 106° 30\' S8quot; 0.1. In den omtrek staat 18 tot 20 vadem.
Emerald rif. Beoosten de hier beschreven groep stootte, volgens opgaaf van den kapitein van het Amerikaansche schip Emerald isle, dat vaartuig op een koraalrif, liggende op 1° Z.h. en tnsschen 107° en 107° li\' 0.1.
EILANDEN EN GEVAREN BEZUIDEN DE STRATEN.
Oiirtiepwttter cilanclni. Deze bestaan uit twee eilandjes, waarvan het noordelijkste (Klein Ondiepwater eiland) N. 0. t/ï N. 1175 meter van het zuidelijkste (Groot Ondiepwater eiland) gelegen is. Zij vormen met de rillen daar omheen eene groep, waarhij het niet raadzaam is zich dicht te wagen. Groot Ondiepwater eiland of Simedang is begroeid met hoog geboomte en komt op 33/4 mijl in het zicht; het is N. t. W. en Z. t. O. 72!gt; meter lang en S00 meter breed. Klein Ondiepwater eiland heeft slechts eene middellijn van 100 meter. Rondom elk eilandje loopt een breed, voor het grootste gedeelte droogvallend, koraalrif, waarvan dat om Groot Ondiepwater eiland het grootste is en aldaar 71i0 meter om de Z. uitsteekt.
Heide zijn omringd door gevaarlijke rillen, waartusschen men nauwe en bochtige passages vindt met 7 lot 8 vadem diepte. Aan den oostkant strekken zich deze rillen tot ruim \'/i» aan den noordwest- en westkant tot op 3/16 mijl van de eilandjes uit.
Licht. Op het midden van Groot Ondiepwater eiland staat een zestienkante, ijzeren, witte vuurtoren, met wachterswoning, 65.5 meter hoog. Het licht is een vast lichl van de eerste grootte, 61 meter boven hoogwater en zichtbaar tot op •5 \'/\'i mijl.
Op de bank van de Ondiepwater eilanden, alsmede zuidzuidoostelijk van het eiland Selioe, liggen eenige gevaarlijke rillen, die hij liet
9ii
aandoen van do straten van om de Z., de grootste voorzichtigheid vorderen. De eerste liggen binnen de peilingen: Grool Ondiepwater eiland IN. en N. O. t. O. \'I2 0. en strekken zicli tol op (5 mijl in zuidwestelijke richting van dat eilandje uil; de Iweode, zuidzuid-oostelijk van Selioe, strekken zich tot op limijl van dit eiland uit.
llaiic*ock i*if\' Dit is van de oostelijke riffen op de bank van Ondiepwater eiland hel zuidelijkste; bet ligt ruim I mijl binnen den lichtcirkel van Ondiepwater eiland en Z. 28\'/j0 VV. bijna mijl van den lichttoren. Het rif bestaat uit koraal en is slechts 50 meter in middellijn met 20 voet minste water. Het is steil aan en in de onmiddellijke nabijheid loodt men 7 lj2 tot 9 vadem. Z. W. van dit rif, alsmede tusscben dit rif en Schildpad rif, heeft men eene N. N. W. en Z. Z. O. strekkende geul met 10 tot 14 vadem water, waar buiten weder 8 en 9 vadem wordt gelood. Tot tmijl bezuiden bet rif, loodt inen 9 en 10 vadem blauwe klei met zand.
^taliildpud rif. Dit rif ligt \'/2 quot;\'iJ\' N. O. t. O. van Hancock rif en Z. 24° W. 5:i/4 mijl van den lichttoren van Ondiepwater eiland. Het is een klein koraalrif van IK) meter in omtrek, dat bij laag-water eene doorgaande diepte van 1 tot 1 vadem heeft, terwijl er op het midden een steen ligt, die met laagwater tot aan de oppervlakte komt; legen het rif staat 8 tot 11 vadem.
lidi\'iilic rilquot;. Dit ligt bijna o\'/ü mijl Z. 10° W. van den lichttoren van Ondiepwater eiland 011 0. Y, N. 7/8 mijl van Schildpad rif. Het beeft eene middellijn van 71gt; meter met eene diepte van 17 voet bij laagwater. Rondom bet rif loodt men 7 tot 9 vadem.
\'Mm ik! oilaml. is eene kleine bank, die met hoogwater niet ondervloeit, bestaande uit zand en gebroken koraal en die op Yi mijl van dek te zien is. Zij ligt Z. tli1^ mijl van den lichttoren
van Ondiepwater eiland en N. \'/2 W. \'/a \'quot;ijl ViU1 Larabe rif, is 78 meter in omtrek en is omgeven door een droogvallend koraalrif, dat om de Z. 0. tot op 250 meter uitsteekt. Rondom dit rif staal 7 en 8 vadem.
Een klein koraalrif, met 2\'/;, vadem minste water, ligt N. O. t. 0. 450 meter van Zand eiland.
06
Uithiel ril\' Dit is eenc bank oven groot, eu eveneens saraen-gesteld als Zand eiland, doch die mei zeer hoogwater onderloopt en overigens op 3/j quot;dj\' \'e z\'cn \'s- liank is omgeven door een koraalrif, dat om de Z. O. ongeveer 2ÖO meter uitsteekt en ligt N. N. O. \'/.j 0. een groote halve mijl van Zand eiland en Z. II1/-/ W. 2 mijl van den lichttoren van Ondiepwater eiland.
I\'adnng rif. Dit rif ligt W. N. W. \'/s mijl van Zand eiland en Z. 25° W. S\'/j mijl van den lichttoren van Ondiepwater eiland. Het hestaai uit twee zeer dicht, O. Z. O. en W. N. W., bij elkander gelegen kleine koraalriffen met 8 voel minste water.
Wiorvaciniis rif. Dit rif ligl tusschen Padang rif en Zand eiland; hel is een klein koraalrif met 4 vadem en 25 meter middellijn ili mijl N. W. van Zand eiland.
Bramliiijs; riffen. Deze bestaan uil twee kleine koraalriffen, O. en W. 400 meter van elkander, met 8 lol 11 vadem water er tusschen en omheen; zij vallen met laagwater nagenoeg droog. Hel westelijkste ligt N. ^ quot;dj\' van Zand eiland en Z. 22° W. 13/4 mijl van den lichttoren van Ondiepwater eiland.
Haaien rif. Dit ligl ruim 3/i mijl W. :i/4 Z. van Zand eiland en Z. 310W. bijna 5 mijl van den lichttoren van Ondiepwater eiland. Hel bestaat uit twee koraalriffen, N. en Z. van elkander gelegen. Op hel zuidelijkste blijft met laagwater 2vadem, op hel noordelijkste, dat maar een enkele steen is, 6 vadem water staan. Hondom vindt men 6 tot 8 vadem.
Fairlie rota. Deze rots ligt Z. 58\'/j0 VV. 3s/8 mijl van den vuurtoren van Ondiepwater eiland. Zij bestaal uil koraal en sleenen, beeft eenc middellijn van 300 meter met 3 voel minste water en 8 lot 0 vadem er tegen aan. Somtijds ziel men verkleuring. Van deze rots is Ondiepwater eiland nog te zien, terwijl bij zeer helder weder drie toppen van de bergen op de zuidkust van Lepar te zien zijn, waarvan de middelste de Moedjoek is.
Iliaa Haten rots. Deze bestaat uit drie kleine riffen van koraal en sleenen, dicht bij elkander mei l3/4 vadem minste water en 8 en 9 vadem rondom. Zij liggen VV. 10° Z. 41/,i mijl van den licbtloreu
97
van Ondiepwaler eiland en Z. 17° Ü. van den Moedjoek en zijn somtijds zichtbaar door verkleuring, liet Ondiepwaler eiland is slechts uit het tuig te zien, terwijl overigens alleen de hergen op de zuidkust van Lepar met een paar heuvelen van Bangka, waaronder de Baginda te zien zijn.
HippogriiTe riffon. Deze hestaan uit vier zeer kleine riffen, die in een kring van 1000 meter middellijn hij elkander liggen. Het middelste rif ligt Z. 49° W. S 3/4 mijl van den lichttoren van Ondiepwater eiland en aldus \'/2 mijl buiten den lichtcirkel. Het minste water bedraagt op het middelste rif 4 vadem, op liet noordelijkste l3/i vadem en op de twee zuidelijkste, die W. t. Z. en 0. t. N. van elkander liggen, op het oostelijkste \'/2 en op het westelijkste 2 vadem. De riffen ziju door de stroomwieling soms zeer duidelijk zichtbaar, terwijl men dikmaals vogels op en nabij de riffen ziet. Om de riffen heeft men 8 en 9 vadem hard zand met schelpen.
Al de hierboven beschreven gevaren liggen op de bank van Ondiepwater eiland, de oostelijke op een bodem van klei met zand, de drie westelijke (Hippogrid\'e, Fairlie en Bias Mateu) op zand met schelpen of steentjes. Tusschen de riffen beeft men diepten van 7 tot 9 vadem, met enkele kleine plekken van tO tot 1.quot;5 vadem.
Buiten de Ondiepwaler bank liggen nog de volgende gevaren:
Ril\' niet « vadem. Dit rif ligt AV. \'/, N. 7/lt, mijl van Groot Ondiepwater eiland: het heeft 2 vadem minste diepte en (j lot 12 vadem er om been.
Ëmllleton rillen Deze bestaan uit twee koraalriffen, die N. en Z. dicht bij elkander liggen met 8 vadem tusschen beide; zij liggen op 7IC mijl N. W. 7/8 N. van Groot Ondiepwater eiland. Het zuidelijkste rif, waarop een steen, die ongeveer bij balftij droogvalt en met laagwater op 74 mijl afstand te zien is, is N. 0. en Z. W. ÖOO meter lang en 21i0 meter breed. Het noordelijkste rif is 200 meier lang en 1!)0 meter breed, met 3/i vadem minste diepte; in den omtrek loodt men 9 tot 13 vadem.
GIDS VOOR HET BEVAREN VAN DE GASPAR STRATEN. 7
98
ItliNS i\'ifIV\'ii Deze beslaan uit vier dicht bij elkander gelegen koraalriffen met \'/2 vadem minste water. Zij liggen R O. 3/lc mijl van Enibleton riffen on N. 7/8 ^ bijna \'/i mijl van den lichttoren. IJeweslen de riffen loodt men 14 en lü vadem, Iteoosten 8 lol 10 vadem.
Kif\'mei 4\'/* va «lom. Dit is een klein koraalrif N.\'/4 W. 5/io
mijl van Klein Ondiep water eiland en Z. 0. t. 0. 3/io ,n\'j\' v;in l^liss riffen gelegen.
Hiffai\'t rlffeii. Deze beslaan uit verschillende koraalriffen, die Ie zamen eene uitgebreidheid hebben van l\'/j mijl N. en Z. en ruim 1 mijl 0. en W., liggende binnen de volgende peilingen:
Westhoek Liat N. 3/8 W.
Oosthoek Liat in Selemar N. 5/8 W.
Zuidzijde Lepar W. \'/j N.
Baginda W. N. W. 5/8 W.
Het westelijkste rif ligt ruim 23/4 mijl van hoek Moeroeng, hel noordelijkste ruim 1 mijl van Selemar. Zij liggen in drie groepen bij elkander.
De noordelijkste groep beslaat uit drie riffen, die 0. N. 0. en W. Z. W. van elkander en waarvan de twee uilersle \'/2 Inij\' U\'1 elkander liggen. De westhoek van het westelijkste rif ligt in de peiling:
Westhoek Liat N. t. W. \'/2 W.
Zuidelijkste heuvel Lepar W. N. W. :;/4 W.
Hel oostelijksie rif ligt Z. W. \'/1 W. 9/)0 mijl van Bakauw, met Selemar even vrij van oosthoek Liat. Het westelijkste valt metlaag-waler springtij droog; op hel middelste staat 1 vadem en op het ooslelijksle 1 \'/j vadem.
De middelste groep beslaat uil vier riffen, die dicht bij elkander liggen en N. 0. en Z. W. eene uitgestrektheid hebben van 6/ig De westhoek van het zuidwestclijkste rif ligl in de peiling:
Westhoek Liat N. t. W.
Baginda W. N. W. 3/4 W.
Oostelijke top Kalangbaoe N. 0. 0.
Dlt;! twee zuidooslelijkste, die hel grootste zijn, vallen met laag-
99
waler springtij droog; op de twee andere riffen staat 1 \'/2 2 vadem.
De zuidelijkste groep bestaat uit drie riffen, waarvan de twee oostelijkste zeer dicht Lij elkander liggen en zicli te zamon 5/i(i uiijl 0. en W. uitstrekken. Het oostelijkste van deze twee rillen valt droog met laagwater, liet westelijkste alleen bij springtij. Op bet westelijkste rif van de groep, dat zeer klein is, en W. t. N. mijl van de twee oostelijkste ligt, staat met laagwater 4 voel. Het ligt in de peiling: Westhoek Liat N. \'/j W.
Baginda W. N. W. 7/8 W.
Oostelijke top Kalangbaoe N. 0.
Deze riffen kunnen niet worden aangelood, daar zij zeer steil aan zijn; alleen aan de oostzijde van bet oostelijkste rif van de zuidelijke groep, vindt men tot op een afstand van bijna 1 mijl diepten van 8 tot 10 vadem, terwijl daar beoosten I li tot 20 vadem gelood wordt. Aan de westzijde der rillen heeft men slechts eene kabellengte er af Tl tot 20 vadem, welke diepte naar bet eiland Bangka afneem!.
fiieor^e Imnkcn. Deze beslaan uil eene vereeniging van zandbanken, die Z. W. van bock Moeroeng liggen.
De noordelijkste bank strekt zich N. 0.1.0. en Z. W. I.VV. ruim mijl uit, is aan bel noordoostelijke uiteinde \'/4 quot;\'Ü\' hrced en loopt versmallend tot 700 meter naar bet Z. W. Op bet noordelijkste gedeelte van deze bank, beeft men eene plek met 1 \'/2 vadem minste water, liggende Z. \'/2 \'V» ln\'J\' V:I11 het eilandje Pergam; overigens staat op de bank .ï en 4 vadem.
In het verlengde van deze bank, ligt daar bezuiden nog eene bank, met eene lengte van \'/s 111U\' e11 3 V2 vadem minste water, terwijl dicht aan den oostkant van deze laatste, aog eene kleine plek met 4:,/4 vadem ligt.
De zuidwestpunt van deze banken ligt in de peiling:
Hoek Moeroeng N. 0. r\'/a *
Baginda N. W. 3//( N,,
terwijl de noordoostpunl in de peiling ligt;
l\'ergam N. W. W.
100
Hoek Moeroeng N. 0.
iiituien deze banken, die voor den ingang van Straat Lepar liggen, is een vaarwater met 6 lot 10 vadem tusschen de banken en de vijfvadoms lijn onder den Bangka wal, welke li jn nagenoeg recht van hoek Moeroeng tot boek Baginda loopt. Aan bet noordelijkste einde, waar bet vaarwater versmallend toeloopt, is bet 1300 meter breed.
Tusschen de George banken en de Drievadems bank, is een vaarwater ter breedte van \'/s lllÜ\' met diepten van 6 tot 18 vadem met een klei- en modderbodem.
De George banken loopen aan den oostkant zeer sleil af.
Drie va fit\'in*» liank. Deze zandbank, waarop 5 vadem minste water staat, ligt l\'/j mijl Z. van boek Moeroeng, op de noordelijke punt van de vroeger vermelde bank met minder dan 10 vadem water, die zich. hier, als een zandige rug, in bet vaarwater van Macclesfield Straat inschuift. De bank heeft eene lengte N. 0. en Z. W. van % mijl, met eene breedte van 5/1(. mijl en ligt mol de vijfvadems lijn binnen de peilingen:
Hoek Moeroeng N. 1. W. \'/» ^ en N. % O.
Baginda W. N. W. 5/8 W en N. W. t. W. 3/8 W.
Langs den westkant der bank loodt men diepten van 10 tot 18 vadem, die verder spoedig afnemen lot 0 en 10 vadem. Aan den zuid- en oostkant staal minder water, en nemen de diepten minder spoedig toe.
Op een afstand van 1100 meter ligt benoorden deze bank, oji den zandigen rug, eene kleine bank mei 43/i vadem in de peiling:
Hoek Moeroeng N. \'./a ^
Baginda W. N. W. 7/8 W.,
terwijl bijna \'/a quot;Hi\' bewesten de Drievadems bank, eveneens op den zandigen rug, nog eene kleine plek met 4 \'/^ vadem ligt in de peiling:
Hoek Moeroeng N. I. 0. 7/8 O.
Baginda N. W. t. W. 3/4 W.
Bij springtij ziel men op deze banken overvallen en slroomrafelin-gen, veroorzaakt door de ontmoeting der stroomen uit Bangka- en Gaspar Slraten.
101
WESTKUST BELITOENG.
De westkust van Belitocng, die zich in noordelijke en zuidelijke richting ruim 10 mijl uitstrekt, is over het algemeen laag en begroeid, waarhoven cenige heuvelen en bergtoppen in hol hinncniand uitsteken, die als landmerken van belang zijn. Zij is verder bezet met lal van riffen en eilanden, waarvan Mendanau het westelijkste en grootste is. Daar de bergen zich bijna allen in de richting O. N. 0. en W. Z. W. uitstrekken, Vertoonen dc mcesle zich, uit het Z. en N. gezien, als vlakke toppen met glooiende hellingen, terwijl zij uit het 0. en W. gezien, een meer puntigen vorm hebben met vrij sleile zijden. De voornaamste dezer bergen zijn:
Her;;\' Deze is een rotsachtige heuvel, dicht bij
de zuidwestpunt van Belitoeng gelegen, van eigenaardigen vorm, met een rotsblok op het oostelijke en een op hel westelijke uiteinde van den top, die als kleine torens op dc hoeken slaan, waarvan de westelijkste eene tamelijk scherpe punt heeft; zij liggen O. t. Z. en W. t. N. van elkander en zijn beide ISO meter hoog. Met helder weder zijn zij op 6\'/2 mijl Ie zien en doen zich dan voor als twee kleine hompels.
Iterg Itelocroc. Deze ligt N. 0. 1 Vi mijl van den berg Baginda. De lange en smalle rug strekt zich 0. Z. 0. en W. N. W. uit. De hoogste punt van dezen berg, die 34a meter hoog is, is een kenbaar boschje, dat vooral uit het 0. en W. zeer kenbaar is en op den noordelijken kant van den rug slaat.
Beoosten den Beloeroe ligt dc lagere berg Koera.
Kerg Ijoedai. Deze berg ligt 0. I. N. 1 mijl van den Beloeroe en heeft twee toppen, waardoor zij gemakkelijk Ie onderscheiden is van de overige bergen. De westtop is 324 meter, dc oosttop 368 meter hoog; bij helder weder zijn zij lol op 10 mijl te zien. Ten oosten van den Loedai liggen nog eenige kleine heuvels, die evenwel bij bet aandoen der straten van weinig aanbelang zijn.
Ilci\'g Itonlnt of Itocliing. Deze berg, die 340 meter hoog is, ligt N. t. W. 1 mijl van den Beloeroe. In noordoostelijke
toa
ricliling strekl zich van dnzcii borg ecu rug uil, die 1\'/2 mijl lang is en in den berg Agong eindigt, welke berg eveneens uil Iwee toppen bestaal, waarvan de westelijkste de hoogste is.
licr^\' Tadjem. Deze ligt ongeveer in hel midden van Uelitoeng en is de hoogste van hel eiland, llij bestaat uil twee toppen, de Tadjem l\'erampoean en de Tadjem Laki; heide toppen zijn !gt;1() meter hoog, terwijl de Laki Z. \'/2° O. 1980 meter van den Perampoean ligt.
he Tadjem Laki is een kegelvormige herg, die, van welken kanl (ink gezien, denzelfden vorm behoudt, terwijl de Tadjem Perampoean een smalle, zich 0. Z. 0. en W. N. W. uitstrekkenden rug beeft, zoodat deze herg, uit hel ü. en W. gezien, een scherpen puntigen vorm heeft, doch uit het N. en Z., een vrij uitgestrekten licht gewelfden top vertoont.
Ilerj;\' liSaiij;. Deze ligt IS. 19° O. 2\'/2 mijl van den herg hoedat ; hij bestaat uil twee toppen, waarvan de hoogste 510 meter boog is. De zuidelijke top, die lager is en ook Dantan wordt genoemd, ligl Z. Yi mijl van den noordelijken top of Liang.
Iler^ Tolmlo. Deze ligt op het noordwestelijke gedeelte van Uelitoeng: bij bestaat nil drie toppen van een eigenaardigen ronden vorm, waarvan de zuidelijkste de hoogste is; de twee andere liggen .N. t. 0. van den eerste en nemen geleidelijk in hoogte af. Deze uil bet W. zeer kenbare toppen, zijn uit het. IN. minder goed te onderkennen, zoodat zij alleen voor plaatsbepaling bruikbaar zijn henoorden Mendanau.
Heuvel Itoeliii^\'. Deze ligt dicht bij de noordweslpunl van Uelitoeng, N. W. \'/a N. \'/2 mijl van den zuidelijksten top van Tobalo. Hij is, door den ronden top, de eenige kenbare heuvel bij den boek gelegen.
Hooril west hoek van Uelitoeng tol hoek IliiifUi. De noordkust van Uelitoeng huigt. zich, bij den noordwesthoek Z. 0. van bel eilandje Kepajang, in zuidzuidwestelijke ricb-ling om, loopt, een paar rotsige hoeken vormende, in deze richting 5/a mijl door lol kanipoeng Hinga, waarna een heuvelachtig gedeelte van de kust een weinig uitspringt en den hoek hinga vorm!,
103
De heuvelen nabij dezen hoek, waarvan de Boeling door den ronden lop de eenige kenbare is, naderen hier lot aan de knst en vormen een zeer uitstekenden hoek, op welks noordelijke gedeelte een kenbare boom staat en waar benoorden, in een kleinen inham, de kampoeng Binga ligt, waarvan een weg naar Tandjoeng Pandan leidt.
Het kiistgedeelte, benoorden den hoek Binga, is laag met rotsachtige hoeken, waar langs een koraalrif, dat nabij Binga 2400 meter breed is. Behalve eenige rotsen boven water en verscheidene gevaren, liggen langs de kust eenige meerendeels heuvelachtige eilandjes, waarvan Kepajang en Babi de grootste en Langkoeas, dat het verst builen de kust ligt, met Kepajang de noordelijkste zijn.
je Kepn.Dit eilandje, mei een kleinen heuvel op hel noordelijke gedeelte en een kenbaren boom Z. 0. daarvan, ligt N. W. l. N. ruim 1100 meter van de noordwestpunl van Beliloeng; het is N. N. W. en Z. Z. 0. 6215 meter lang en üOO meter breed, aan de westzijde rotsachtig en omgeven door een grool koraalrif, dal aan de zuidwestzijde 800 meter, aan de noord- en oostzijde 1000 meter uitsteekt. Op dit rif, waarvan het grootste gedeelte droogvalt, ligt bij de noordpunt nog een klein eilandje en löO meter N. N.W. hiervan nog eene hooge rots, alsmede aan den noord- en westzuid-westkant eenige rotsen boven water.
De vijfvadems lijn loopt, dicht langs de noordelijke rots, ruim \'/4 mijl om de 0. en verder dicht langs den noordoostkant van het eilandje Kelajang. Bewesten Kepajang loopt deze lijn van af de rots om de Z. en buigt zich bewesten dit eilandje naar buiten lol op 1000 meter W. van den zuidwesthoek.
Ocvai\'cn benoorden Kepajang. Hecht N. van het eilandje, op 1400 meter afstand, ligt eene rots of klein eilandje, waar langs men op 7o meter afstand ö vadem loodt. Bezuiden deze rots heeft men 11 vadem, afnemende lot de vijfvadems lijn benoorden Kepajang.
Beoosten het kleine eilandje, op een afstand van 7ü0 meter, ligt een koraalrif met 2 voet minste water, dal 0. I. N. en W. t. Z. ÜOO meter lang en 300 meier breed is. De noordhoek van dit rif ligt in de peiling;
104
Klein eilandje W. en de wesl- en oosthoeken in de peilingen;
Zuidoosthoek Kepajang: Z. t. W. \'/2 W. eti Z. Z. W. % W.
Tegen liet rif loodt men 7 en 9 vadem, en tusschen het rif on het kleine eilandje is hel schoon met diepten van 8 vadem.
Z. 0. van de oostpunt van dit rif ligt op korlen afstand eene plek met 5 vadem klein.
■jun^kueas ot ftourdwost eiland. Dit eilandje, waarhij aan den noordoost- en zuidoostkanl op ongeveer 200 meter afstand nog twee rotsen liggen, heefl op hel westelijke gedeelte een heuveltje, waarop eenige hooge hoornen, en is O. N. 0. en W. Z. W. 4ö0 meter lang en 160 meter hreed. Kond hel eiland loopt een koraalrif, dat aan den noord wesl kant smal is, doch bezuiden den zuidwesthoek met ongelijke diepten lot 400 meier om de Z. Z. W. uitsteekt. Aan den oostkant omval dit rif de twee rotsen, en steekt ruim üOO meter om de 0. N. O. uit. Tusschen het eiland en de twee rotsen valt hel rif droog, en liggen daarop hij den noordooslhoek van Langkoeas eenige steenen hoven water.
De vijfvadems lijn, die dicht langs den noordkant van de rots henoordoosten Langkoeas langs loopt, ligt henoordwesten dit eiland op een afstand van ruim 100 meter en loopt verder op korlen afstand langs het rif heen. Aan den noordweslkant van Langkoeas is het zeer steil en loodt men aldaar huilen de vijfvadems lijn spoedig 8 en 10 vadem; bewesten hel eiland heeft men op gt;/,, mijl afstand 18 vadem.
Lichl. Aan den oostkant van hel eilandje staat een wille ijzeren vuurtoren, 61).ö meier hoog, met eene steenen wachterswoning. Het licht, dal Gl meter hoven hoogwater is verheven, is een draailicht van de eerste grootte, dat elke twee minuten 60 sec. vast licht, sec. duister, 10 sec. schittering en 25 sec. duister vertoont. Hel is zichthaar op 5\'/., mijl in W. 7gt;0 Z. door Z. en 0. lot N. 5° 0.
4««\'varen hfi liangkoeas. Uechl O. van den oosthoek van Langkoeas ligt, op eene afstand van 77ü meter, eene koraalplek van 200 meter middellijn, met 4 vadem minste water, terwijl N. W.
lOi»
van den noordweslhoek van hot eiland, op een afstand van 575 meier, een sleen ligt met U\'/2 vadem.
Wunrwntci\' lieoosten liaiigkuea^. Tusschen liet eilandje Langkoeas en Malang Ketjil, Kemboeng en Kepajang, is een schoon vaarwater van 1200 meier hreedle, inel diepten van 0 lot 15 vadem.
Zeilaanmjziny. Men stuurt, dit vaarwater van om de W. aandoende, met den koers O. recht op het hoogste punt van Kepajang aan, wel oplettende het eilandje N. N. W. van Kepajang, dat zich als twee heuveltjes voordoet, niet met Kepajang, dat door het achterliggende land niet zoo spoedig te verkennen is, te verwisselen. Men stuurt in dezen koers door tot het eilandje Loetoeng, dat eene begroeide rots is van gehakkelden vorm, aan den westkant van Babi raakt en stuurt vervolgens N. 0. t. N.
Aiikei*|ilanf* l»U liangkoeas. Eene goede ankerplaats vindt men bezuiden Langkoeas. Met den koers 0. op de hoogste punt van Kepajang aansturende, houdt men met een noordelijken koers op den lichttoren aan, wanneer hel eilandje Kemboeng in Loetoeng gezien wordt, en ankert op iiOO meter van het eilandje in 0 tot 10 vadem zandgrond. Aan het witte zandstrand, bezuiden den lichttoren, vindt men de beste gelegenheid om met sloepen te landen.
tlwina ril\' Dit rif, dat eene middellijn heelt van löO meter en waarop met laagvvater 5 vadem staat, ligt in de peiling:
Lichttoren Langkoeas Z. 20° W.
Noordelijkste rots benoorden Kepajang Z. üa0 0.
Rondom het rif, dat zeer steil is, loodt men tl» vadem. Bezuiden liet rif heeft men naar Langkoeas afnemende diepten, zand en steenen, terwijl men, op ongeveer \'/ib m\'Jl henoorden en bewesten het rif, diepten tusschen 17 en 19 vadem loodt, die verder op overgaan in de algemeene diepte van li» tot 17 vadem, met een bodem van modder met schelpen.
Ilif bcooslcn llwiiia. Dit ligt 0. Z. 0. \'/4 van Alwina droogte en N. O. \'/2 quot; van Langkoeas; het heeft !gt; vadem minste water en 17) lol lü vadem er omheen.
106
lOila Koiiilioen^\'. Dit is eene rots, die zich als een
hoop limine op elkander gestapelde steenen voordoet, en \'/, mijl bezuiden Langkoeas is gelegen. Het is omgeven door een koraalrif, dal aan de noord- en zuidzijde uitsteekt.
De vijfvadems lijn ligt aan den noordkant, o|» een afstand van 100 meter van het eilandje.
Beoosten het eilandje liggen twee koraalplekken met 7 en 8 voet water.
llalan^ Dit. is een kleine gladde hlinkend witte steen,
slechts even hoven water, bijna recht W. op een afstand van 875 meter van Kemhoeng. Rondom loopt een rif, dat !\'»() meter om de N. en 22!gt; meter om de Z. Z. W. uitsteekt. Op 225 meter N. van de rots ligt een steen, die met laagwater droogvalt, waarom een rif loopt, dat 7tgt; meter benoorden cn bewesten uitsteekt.
De vijfvadems lijn loopt dicht langs dc randen van de riffen.
ItiflVn bewesten Unhi. Ongeveer \'/s quot;\'\'jl W. Z. W. van Babi ligt een groot ril met ecne droogvallende bank op het midden.
Bewesten dit rif liggen nog vier rilTen, ongeveer N. O. en Z. W. van elkander, die, met Malang Kctjil en den daar henoorden liggenden droogvallenden steen, dc westelijkste gevaren tussehen hoek Binga en Langkoeas vormen.
Het noordelijkste rif is zeer klein, met vadem bij laagwater en 7 en 8 vadem cr om heen; het ligt in dc peiling:
Nooi\'dhoek Babi 0. 3/8 Z.
Malang Ketjil N.
Z. W. t. W. van dit rif, op 290 nieter afstand, ligt liet tweede rif met a\'/j vadem minste water, met ecne middellijn van 175 meter, in de peiling:
Malang Ketjil N. I. 0. \'/j O.
Noordhoek Babi 0. \'/4 N.
Buiten dc vijfvadems lijn staat 6 lol 8 vadem.
Z. W. van dit rif, op ruim 200 meter afstand, ligt de noordpunt, van het derde rif, dat N. N. O. en Z Z. W. 47ü meter lang is. De droogsle plek, waarop 4 voet water staat, ligt in dc peiling;
107
Malang Koljil N. N. O.
Noordhoek Itnlti O. (. N.
De vijfvadems lijn loopt diclil langs hel rif; daar builen staan diepten van 6 tot 9 vadem.
Z. Z. W. van dit rif, op 280 meter afstand, ligt het vierde of zuidelijkste rif, dat N. N, 0. en Z. Z. W. eene lengte heeft van .\'00 meter, met 23/i vadem minste water, in de peiling:
Malang Ketjil N. N. O. 3/a O.
Zuidhoek Babi 0. t. N.
Bewesten het rif loodt, men 12 en 1quot;) vadem. Het merk: «Malang Ketjil in oosthoek rots Z. 0. van Langkoeasquot; voert op ruim 300 meter bewesten de riffen langs, terwijl het merk: «Kenbare boom op hoek Binga in heuvel Boelingquot; bijna ya mijl bezuiden de riffen langs loopt.
Rifl\'cn l»U hoek Itinga. Bezuiden de bovenvermelde gevaren, steekt, bij den hoek Binga, een breed rif uit, waarop de eilandjes Loetoeng en Langir, alsmede eenige met laagwater droogvallende plekken zijn gelegen. Buiten het kustrif liggen nog eenige koraalplekken, die zich tot oj) een afstand van \'/s inU\' van ,\',\'n wal uitstrekken. Hel buitenste van deze riffen, waarop 1 vadem water slaat, ligt in de peiling:
Loetoeng N. O. 3/, IS.
Heuvel Boeling O. \'/j N.
Buiten deze riffen heeft men 11 en 12 vadem zandgrond.
Men blijft van al deze riffen, alsmede van de hier achter beschreven Argo droogten, vrij door den hoek, lusschen de piramide van Kalmoa en de hoogste punt van Langkoeas, niet grooter te meten dan 123° 40\'.
Hoek llinga tol hoek Moehoe. Bezuiden den hoek Binga loopt de kust een weinig in en vervolgens 1 \'/s m\'j^ iquot; \'l\'1 richting Z. Z. W. naar hoek Koeboe. De kust is laag bij hoek Koeboe, waar builen lol op \'/„ mijl eenige rotsen boven water liggen, rotsachtig, met een breed rif er langs, dat voor een groot gedeelte droogvalt, en bij iioek Batoe Hitam, een weinig uitstekenden hoek lusschen hoek Binga en Koeboe, eene breedte heeft van ^ie mij\'-
108
Pe vijfvadems lijn loopt dicht langs lic( rif; daar buiten liggen verschillende gevaren, waarvan de Argo droogten, het rif met 6 voel en het Daka rif de buitenste zijn.
Argo droogten. Deze bestaan uit een aantal koraalriffen, die te zamen N. en Z. eene ui (ges trekt beid hebben van 3/u m\'jl. \'net eene breedte van V., mijl. Op het grootste, dat in het midden van de groep ligt, staal met laagvvater, slechts 2 voel.
liet noordelijkste rif, waarop a\'/i vadem slaat, ligt in de peiling:
Hoogste top Tobalo O. t. Z.
Loetoeng N. O. \'/, O.
Het westelijkste rif, waarop 21/,, vadem staat, ligt in de peiling:
Hoogste top Tobalo 0. \'/i ^
Loetoeng N. O.
Het zuidwestelijkste rif, waarop .v1/, vadem staat, ligt in de peiling;
Hoogste top Tobalo O. \'/i N.
Loetoeng N. 0. V» N. \'
Kif\' iM\'Kiiicfon %rg4» «Irooglen. Ongeveer :!/)G mijl van het zuidwestelijkste rif van de Argo droogten, ligt een rif met G voet minste water, N. cu Z. ,quot;00 meter lang en 200 meter breed, in de peiling:
Hoogste top Tobalo O. t. N.
Loetoeng N. N. 0. 3/i 0-
De vijfvadems lijn loopt dicht langs hel rif en daar buiten loodt men 9 en 10 vadem zand.
Itnka ril\'. Dit is een groot rif, dat met eene punt, waarop 5 vadem staat, om de Z. W. uilsteekt, N. 0. en Z. W. eene lengte heeft van 1000 meter, en waarop t vadem minste water staat, liggende in de peiling:
Hoogste top Tobalo N. 60° 0.
Piramide Kalmoa Z. O. \'/i 2.
De vijfvademslijn loopt dicht langs het rif, waar langs men aan den westkant 9 en 10 vadem loodt.
N. O. \'/4 0. van dit rif ligt, op een afstand van \'/s mijl, nog een
109
klein rif met 3\'/4 vadcin en 0. van hel rif, op iels meer dan mijl, een klein rif met ü\'/j vadem.
Itaai w«n Tjcrooijoep. Aldus genaamd naar de rivier Tjeroeljoep, die in deze haai in zee valt, en aan welks noordelijken oever Tandjoeng Pandan, de hoofdplaats van Belitoeng, is gelegen. Het Is eene weinig inloopende haai, lusschen de hoeken Koeboe en Tikar, vol droogvallende riffen en gevaren. De hoeken Koehoe en Tikar, die Z. I. W. 3/i W. l3la mijl van elkander liggen, zijn rotsachtig met eenige hoven water liggende steenen daar huiten. De kust is vlak en begroeid; even beoosten de rivier ligl eeneGl meter hooge heuvel, Pajoeng genaamd. Dicht hij de monding der rivier ligt het eilandje Kalmoa en bij den zuidhoek van de baai de eilandjes Oeloe Boeloh en Kelmanbang.
De vijfvadems lijn, die op een afstand van ruim \'/i quot;\'ij\' bewesten den hoek Koeboe langs loopt, vormt daar bezuiden eenige bochten, waarvan die bewesten de rivier Tjeroeljoep het verste uitsteekt, en loopt vervolgens langs den noordwestkant van (Moe Boeloh en van hier, builen hel eilandje Kelmanbang om, verder om de Z. 0. Buiten deze lijn liggen nog verschillende gevaren.
UilaiKlJe kalmoa. Dit eilandje ligl bewesten do monding der rivier Tjeroeljoep, op lUOO meter van den noordhoek, op het droogvallende kustrif, aan den zuidkant van den toegang naar de rivier. Hel is een weinig verheven klein begroeid eilandje, N. W. en Z. O. 320 meter lang. Op hel hoogste gedeelte staal eene witte piramide, zichtbaar lol op 5 mijl, waarvan de top 22 meier hoven het zeevlak ligl. Op het eilandje heeft men een kolenpakhuis en kruid-magazijn.
Kilantl ALcliiiaiibang. Dit eilandje, dal 0. en W. 1100 meter lang en üOO meter breed is, is het westelijkste eilandje bij den hoek Tikar en ligl W. \'/s ni\'jl van bel kleine rotsige eilandje Oeloe Boeloh, dat N. W. ruim \'/4 mijl van den hoek ligl. Het is geheel begroeid en heeft aan de zuid- en oostzijde eenige kelapahooinen. Op hel westelijke gedeelte ligl een kleine heuvel. Uondom het eilandje loopt een groot rif, dal voor een groot gedeelte droogvalt en langs
no
den zuidwesthoek 17!» meier en liij den noordwesllioek 600 meter uitsteekt. Aan den noordoostkant van liet eiland ligt, op het droogvallende rif, eene rots alsmede hier en daar eenige steenen boven water.
De vijfvadems lijn loopt dicht langs het rif; hier buiten nemen de diepten gestadig aan toe.
Tusschen dit eilandje en het eilandje Oeloe Uoeloh is geene passage, daar het kustrif Lij den hoek Tikar lot even bezuiden het rif van Kelmanbang uitsteekt.
Buiten het kustrif liggen in de baai de volgende gevaren; Ril\' ItcKiiidoii Ifaka rif. Dit rif, dat eene middellijn
van 21*0 lot 500 meter heeft, met 3 vadem minste water, en waarvan aan den oostkant nog een koraalhodem met li vadem 2S0 meter uitsteekt, ligt in de peiling:
Kalmoa O. Z. 0.
Oosthoek Kelmanbang Z. I. W. \'/a W.
Rondom het rif staan diepten van 9 en 10 vadem.
Wiffc ton. Aan de noordzijde ligt eene witte Herberts bakenton in 10 vadem.
IIiffVmi nalifi lt;taii iii^aii^, «ter XJeroefJoep ri-
vier. Tusschen hel voorgaande rif en bel kustrif bezuiden den ingang der rivier Tjeroeljoep, tUOO meter Z. 0. van de ton op hel rif bezuiden Baka rif, liggen drie kleine koraalriffen.
Hel noordelijkste, waarop 5 vadem water staat, ligt in de peiling: Piramide Kalmoa Z. 71° O.
Oeloe Bocloh Z. li0 0.
Het westelijkste, waarop 5 vadem staal, ligt in de peiling:
Piramide Kalmoa Z. 741/\'20 O.
Oeloe Uoeloh Z. 7\' 0.
Het zuidooslelijkste, waarop 272 vadem water staat, ligt in de peiling :
Piramide Kalmoa Z. 7Ij \'j^\' 0.
Oeloe Uoeloh Z. 1 \'/j0 O.
Rondom de riffen slaat 7 en 8 vadem.
Ill
Kif licnoorilcn Hat ito Tockixv Dit rif, van geringe uitgestrektheid en 4 vadem minste water, ligt in de peiling:
Oosthoek Kelmanhang Z. 7/8 0.
Kalmoa 0.
Rondom het rif staat 11 vadem.
Ifif met % vadem. Dit rif, dat bewesten het voorgaande ligt en het westelijkste gevaar voor de baai van ïjeroetjoep vormt, heeft N. W. en Z. 0. eene uitgestrektheid van 100 meter en 2 vadem minste water, liggende in de peiling:
Kalmoa O. 5° Z.
Petaling Z. 26 V,0 VV.
Rondom het rif loodt men 8 tot 10 vadem.
Ifif Ka lor Tockoe. Dit is een groot rif, even benoorden het eilandje Kelmanhang; het is N. O. eu Z. W. bijna \'/i 111\'j\' lang en 3/10 mijl breed en valt met laagwater, voor het grootsle gedeelte, droog.
Wille ion. Aan de noordzijde van liet rif ligt in 10 vadem eene witte Herberts bakenton.
Dicht bij den zuidwest- en noordkant van hel rif liggen nog eenige kleine riffen.
Bewesten het rif neemt de diepte gestadig aan toe eu bestaat de bodem uit klei en modder.
lijocmaii^iii rif. Dit rif ligt W. Z. W. 700 meter van de zuidwestpunt van Kelmanhang; bel heeft N. W. en Z. O. eene uitgestrektheid van !)00 meter met 1 vadem minste diepte.
Witte ton. Aan de westzijde ligt eene witte Herberts bakenton in O\'/j vadem.
Tegen het rif loodt men, aan den westkant, 7 en 9 vadem, welke diepte, bewesten het rif, gestadig aan toeneemt tot I li vadem op \'/4 mijl afstand. Tusschen het rif en het eiland Kelmanhang loodt men 6 en 7 vadem.
Rif bcxnidon l)jocmang\'in rif. Dit rif is N. W. en Z. O. ruim 900 meter lang en 3150 meter breed, met 2 vadem minste water; het ligt Z. t. 0. \'/a 0- 3/io quot;quot;J1 vau Djoemangin rif
112
en 300 meter Z. W. van hel rif l!:Uoe Pinang, welk rif de westpunt vormt van liet kustrif bij hoek Tikar, in de peiling:
Westhoek Kelmanbang N. \'/a 0.
Hoek Tikar O.
Even builen hel rif loodt men 10 vadem.
Perlak i\'iH\'oii. Deze beslaan uil vier riffen, die in de ricli-ling N. W. en Z. O. te zamen eei)e uitgebreidheid hebben van 1600 meter. 0[t het zuidooslelijkste, dat zeer klein is, staat 2\'/2 vadem; op hel daarop volgende, dat het grootste is en N. en Z. eene lengte heeft van 900 meier, staat 13/i vadem, terwijl op de twee daarop volgende, die ook zeer klein zijn, 4\'/., en S\'/j vadem staal. De rillen liggen binnen de peilingen:
Begroeide rots bij noordoostboek liatoe Dinding W. v, N. en
w. v2 z.
Pelaling Z, Z. W. \'/s W. en Z. W. t. Z.
Rcede \'la■kIJocii^ l*aii«laii. Deze reede levert gedurende den westmoesson geene veilige ankerplaats op, en zelfs in den oostmoesson ondervindt men hier somtijds zware buien uil hel N. VV. Men dient alsdan met een slopanker om de N. te vertuien, om geen gevaar te loopen van onklaar anker, dewijl men, zoowel door wind als stroom, dikwijls over het anker giert.
De toegang lot de rivier, gevormd door eene geul lussehen de riffen, loopt langs de noordzijde van het eilandje Kalmoa.
Wille cn z war Ie Ion. De ingang is aangeduid door eene zwarte en eene wille ton, waarvan de eerste op den noordboek, de laatste op den zuidhoek van den ingang ligt. Tusschen de tonnen, die 600 meter van elkander af liggen, slaat G\'/j en 7 vadem.
De toegang naar de rivier wordt verder aangeduid aan de noordzijde door hol-, aan de zuidzijde door kegelbaken. De diepte in den toegang tot de rivier neemt af naarmate men de monding nadert, waarvoor, nabij Kalmoa, eene baar ligt met \'/j vadem bij laagwater; daar binnen neemt de diepte weder toe.
De ankerplaats is of lussehen de zwarte en wille ton in den toegang lot de rivier, of wel daar bewesten in de peiling:
Kainioa Z. O. t. O. \'/j O-
Oeloe Boeloh Z. ll2 W.
in 7 vadem zandgrond. J.n den westmoesson ankeren de booten, die op Tandjoeng Pandan varen, bezuiden bet eiland Sebongkok, naliij den boek Koe in Straat Mendanau.
Het drinkwater, dat een weinig de rivier opwaarts gehaald wordt, is zeer goed; dicht bij de monding, op den rechteroever, kan men ook drinkwater bekomen, doch van minder goede hoedanigheid.
Hoek Tikai* tot hoek IBorong. De kust, bezuiden hoek Tikar, vormt eene kleine bocht en loopt, na den hoek Batoe gevormd te hebben, uit iu de dicht bij elkander gelegen hoeken Roe en Borong. Zij is laag en begroeid, met hier en daar een zandstrand en een paar lage heuvelen nabij de kust; alleen bij boek Tikar is zij rotsachtig. Langs de kust loopt een breed droogvallend ril\', waarop, in het noordelijke gedeelte, het eilandje Bajan ligt.
De vijfvadems lijn loopt, van even bewesten het eilandje Kelman-baug en hel rif Batoe Pinang, ongeveer in zuidoostelijke richting naar boek Batoe, en nadert hier den wal lot op 1000 meter, waarna zij in zuidwestelijke richting weder wat uitloopt. Binnen deze lijn liggen, vooral in het noordelijke gedeelte, verscheidene droogvallende riffen en steenen.
Nabij hoek üatoe ligt even binnen deze lijn, een koraalrif in de peiling:
Hoek Batoe 0.
Eilandje Tikoes N.
Het heeft N. O. en Z. W. eene lengte van 670 meter, met eene breedte van 170 meter. De noordelijke helft van het rif valt met laagwater droog.
In de strekking van dit rif, op 400 meter bezuiden de zuidpunt, ligt nog, binnen de vijfvadems lijn, eene droogte met 2\'/2 vadem klein. De vijfvadems lijn ligt bier ruim 5/i6 111Ü\' den wal.
llt;]ilaii(IJo l\'ikoes. Dil kleine rotsige eilandje van slechts 100 meter middellijn ligt 1 mijl Z. 2° W. van den westhoek van Kelmanbang en iels minder uit den wal van Belitoeng, ongeveer in
C1US VOOR HET BEVAHEN VAN l)E OASPAR STRATEN. 8
114
het midden van de Straat Mendanau. Hel ligt op den westrand van een droogvallend koraalrif, dat zich tot op 1200 nieter beoosten het eilandje uitstrekt, met eene lengte N. en Z. van 2100 meter. Aan den zuidwestkant van dit ril\' steekt om de Z. Z. W. eenc bank uit met minder dan li vadem water, waarop eenige riffen en droogten liggen, waarvan liet zuidelijkste, waarop met laagwater een paar steenen droogvallen, Z. % W. op 3/8 mijl van Tikoes en O. van Jen zuidhoek van Perlak ligt. Benoorden en bezuiden het eilandje liggen eenige steenen hoven water.
lOilandJi\' beoosten Tikoes. Dit met kelapaboomen begroeide lage eilandje ligt 0. Z. ü. 7/8 0. 2100 meter van Tikoes op een rif, dat voor het grootste gedeelte droogvalt en dat benoorden bet eilandje 1600 meter en bezuiden het eilandje 1100 nieter uitsteekt.
Dicht hij den noordhoek van dit rif, waar een steen boven water ligt, liggen een paar kleine koraalriffen met 5 en 5 voet water. Evenals bezuiden Tikoes, strekt zich van het eilandje beoosten Tikoes eene bank 1 mijl om de Z. Z. W. uit, met minder dan 5 vadem water. Op het zuidelijke gedeelte van deze bank ligt een koraalrif met droogvallende zandbanken.
Tusschen de banken en riffen van dit eilandje en Belitoeng is eene smalle geul met 6 lot 7 vadem water en tusschen de banken en riffen van dit eilandje en Tikoes, eene eveneens smalle geul met (3 tot 8 vadem. In hel zuidelijke gedeelte van deze geul liggen nog eenige kleine koraalriffen.
■tifje met 3\'/« vadem. Dit riije, dat slechts eene middellijn heeft van 121i meter, ligt op een afstand van 3ÜU meter bewesten de droogvallende bank bij hoek Batoe, in de peiling:
Tikoes N. 5/8 0.
Zuidhoek Sebongkok N. W. t. W.
Aan den buitenkant van bet rifje slaat T\'/j vadem.
Hoek Itoroii^ tot hoek MJras of\' fiieiiting. De
kust tusschen deze boeken is begroeid en laag, alleen in het zuidelijke gedeelte, alwaar de berg Baginda nabij den hoek Genling ligt, booger;
lid
Een tal van kleine rivierljes monden hier in zee uit. Bij hoek Borong loopt de kust om de O. en vormt daar eene groote bocht, Telok Bergantoeng of Berang genaamd, die echter alleen voor prauwen he-vaarhaar is. Deze bocht wordl naar buiten afgesloten door eene rij eilanden, die zicb van af boek Borong ruim l3/.4 mijl om de Z. uitstrekken.
Van af den zuidhoek van deze bocht loopt de kust een paar mijl om de Z. Z. O., bocht dan langzamerhand uit en vormt den rot-sigen hoek Lantjang. Van af dezen boek loopt de kust Z. t. O. \'/^ O. naar iioek Genting, tusscben de laatste boeken den hoek Oeris vormende. De hoeken zijn in dit zuidelijke gedeelte rotsachtig, terwijl bij eiken hoek een klein rotsig eilandje met eenige rotsen boven water ligt. Tusscben Lantjang en Genling beeft men een zandstrand, terwijl langs de kust eene gedeeltelijk droogvallende zandbank ligt; daar benoorden liggen onder den wal een tal van banken en gevaren, die zicb tol ver van de kust uitstrekken.
De rij eilanden, die van boek Borong om de Z. loopt, begint bij dien boek met bet, eilandje Ringgit, dat op eene droogvallende bank ligt, die benoorden bet eilandje tot W. van boek Roe om de N. N. W. doorloopt. Tusscben deze bank en de bank langs hoek Borong is eene smalle ondiepe geul, die aan prauwen den toegang geeft lol de baai Bergantoeng.
De drie- en vijfvadems lijnen, die bij boek Roe ongeveer \'/4 mijl uit den wal liggen, loopen dicht langs den westrand van de bank, terwijl tusscben deze lijnen W. Z. W. van den westhoek van Ringgit een klein droogvallend bankje ligt.
Bezuiden Ringgit liggen eenige kleine eilandjes, en daar bezuiden liet groote eiland Betang. Dit eiland, met de kleine eilandjes, ligt op eene droogvallende bank, die bezuiden Belang nog wel 1 mijl om de Z. doorloopt en waarop, dichter bij de kust, nog eenige eilandjes liggen. Even bewesten deze bank liggen de drie eilandjes Roe, Ke-ringan en Mendoeloe op een droogvallend koraalrif, dat ruim \'/4 m\'j\' bezuiden Mendoeloe uitsteekt. Tusscben dit rif en de bank, waarop Belang ligt, blijft eene smalle geul open met 3\'/2 lol 6 vadem water.
llG
De vijfvadems lijn bewesten deze drie eilanden loopt, bewesten Roe, dicht langs bet droogvallende rif, loopt vervolgens naar buiten tot op een afstand van \'/4 inij\' van ^011 westkant van Mendoeloe en verder om de Z. De drievadems lijn ligt, bij Koe en liij Mendoeloe, dicht binnen de vijl\'vadenis lijn; bewesten Keringan loopt de lijn meer naar binnen en vindt men hier binnen de vijfvadems lijn, hezuiden noordhoek Keringan, eenige droogvallende koraal-plekken.
Wille Ion. Buiten deze koraalplekken ligt in 9 vadem eene witte Herberts bakenton.
Aan de zuidzijde van het eiland Mendoeloe steekt eene bank uit met minder dan 5 vadem, die op 1 :!/4 mijl Z. van hel eiland eindigt en zich hier \'/2 uiijl om de W. buigt. Op deze hank liggen eenige droogvallende koraalplekken, waarvan de Teree rillen de zuidweste-lijkste zijn.
Xcrec rilleii. Deze bestaan uit eenige kleine droogvallende koraalplekken en steenen, waarvan het westelijkste, buiten de bank en even binnen de vijfvadems lijn, N. W. t. W. 5/8 W. van den noordhoek (Akat) van het eiland Selioe ligt.
Baak. Op den noordkant van dil rifje, dat N. en Z. eene lengte heeft van 500 meter, staat eene baak mei zwarten hol.
De vijfvadems lijn loopt op een afstand van 50 meter daar bewesten langs, 0111 de Z. tot nahij het Njela rif, en buigt zich verder om de N. O. Bewesten de riffen staat 7 en 8 vadem.
Het merk «Midden Baginda in noordhoek Selioequot; voert midden tusschen dit rif en het daar bezuiden gelegen rif INjela door in 4 tot 6 vadem zachten grond.
llt;]ilaiicl Selioe. Dit is een laag eiland geheel door een koraalrif omgeven, dal voor een groot gedeelte droogvalt en :gt;an den zuidwestkant het verst, ongeveer \'/a mijl» afsteekt. Op dit rif liggen, vooral aan den zuidkant, verscheidene rotsen boven water, liet eiland heeft N. en Z. eene lengte van 15/ie m\'J\' ine^ ee,ie breedte van \'/i mijl. Op de zuidpnnl van het eiland ligt een kleine heuvel, Marang Bolo genoemd, 74 meter hoog. in hel midden is het eiland hel
117
laagst, zoodat iron op een afstand van Int 4 mijl alleen het noordelijke en zuidelijke gedeelte ziel, die van elkander afgescheiden schijnen te zijn. Dicht hij den noordoosthoek ligt de kampoeng Selioe.
De drievadems lijn, die op 700 tot, 1000 meter afstand langs de westzijde van het eiland loopt en aan de noord- en zuidzijde het eiland iets meer nadert, omvat aan de oostzijde het eilandje Sarihoe, dat op 5/i(i mljl van Selioe ligt, en steekt aan den zuidoostkant van dit eilandje, met eene punt 5/i(i m\'j\' 0111 (l(ï ^ • uit. Op deze uitstekende hank ligt eene witte klip, Batoe Sarihoe genaamd, waarhij eenige rotsen hoven water. Ook aan den noordwestkant van het eilandje Sarihoe, liggen eenige rotsen een paar meter hoven water, en verder, tusschen Sarihoe en Selioe, het rif Karang Pandjang, waarvan eenige plekken met laagwater droogvallen en waarvan de noordpunt met een zandrug aan den noord-oosthoek van Selioe, en de zuidpunt met een dergelijken rug aan den zuidkant van Sarihoe verhonden is. Op heide ruggen staal met laagwater 1 tot Va vadem.
Kniik van linnl Ktind. l*n*Kag4\' licoostcn Marilioo. Even bezuiden de hank om Sarihoe, ligt nog eene hank van hard zand, met i voel tol 5 vadem water, die zich 0. en VV. uitstrekt, en waarvan de oostpunt, zich om de N. O. huigende, tot op een afstand van 600 meter de drievadems lijn van Belitoeng nadert, zoodal hierdoor de passage lussclieii Sarihoe en Belitoeng, die verder om de IN. dicht langs den noordoosthoek van Selioe loopt, en waarin 6 en 9 vadem modder staal, aan den zuidkant zeer nauw is en alleen door kleine vaartuigen en prauwen kan worden genomen. Hel merk «Midden van hel eilandje Peroet hij hoek Oeris in hoek Lanljangquot; voerl in S\'/j lol 4 vadem midden door den ingang van deze passage heen. Beoosten deze passage loopt de hank verder door langs de zuidkust van Belitoeng. Op deze hank, \'/s in\'J\' O-
van het eilandje Genling, ligt eene plek met il2 vadem.
De vijfvadems lijn, die op een afstand van 3/il. mijl langs de westzijde van Selioe is gelegen, en waar binnen een paar droogvallende koraalrillen zijn gelegen, loopt diclil langs den zuidelijken rand van
✓
118
de. zandbank, on verder om de O. langs de zuidkust van Belitoeng. Bezuiden de bank heeft men, builen deze lijn, spoedig diepten van 9 en 10 vadem en blijft men van deze bank vrij, door den hoek lus-schen het hoogste punt van Marang Itolo en den westelijken top van den Baginda, niet grooter dan 90° te meten.
Aan den noordwestkant van Selioe heeft men, buiten de vijfvadems lijn, eenige kleine meestal droogvallende koraalplekken, die zich tot op 1li mijl van de kust uitstrekken. Tusschen deze gevaren en de vijfvadems lijn om de Teree rillen heeft men 4 tol 6 vadem water.
Itii\' Mjela of\' Koerier droogte. Uit koraalrif ligt in de peiling:
Noordhoek Selioe O. \'/^ N.
Marang Bolo Z. O.
Witte klip Z. \'/2 O.
Het heeft eene uitgestrektheid N. en Z. van 800 meter, met eene breedte van 750 meter, en valt met laagwater droog.
Buiten de vijfvadems lijn, die aan de zuidzijde van het rif 175 meier daarvan verwijderd is, en overigens dicht langs den rand van hel rif heen loopt, heeft men bewesten het rif 7 vadem, terwijl de tienvadems lijn op een afstand van 5/1(. mijl bewesten het rif loopt.
Nabij den noordkant vau hel rif liggen een paar kleine riffen, waarvan hel zuidelijkste droogvalt, en het noordelijkste \'1 voet minste water heeft, en daar benoorden nog eene plek met iets minder dan 5 vadem. Ook even bezuiden het rif liggen een paar kleine plekken, met iels minder dan !gt; vadem.
Tusschen het rif en de gevaren aan den noordwesthoek van Selioe, heeft men diepten van 6 en 7 vadem.
liet merk «Hoogste punt Beloeroe in noordhoek Selioequot; voert ongeveer 400 meter bezuiden hel rif langs.
Uil\' Tiga. J)il rif, dat hel westelijkste gevaar bewesten Selioe daarstelt, heeft eene middellijn van ongeveer 150 meter, met 2 \'/2 vadem minste water; het ligt in de peiling:
Noordhoek Selioe N, 0. t. O. \'/s 0.
Marang Bolo 0. Z. 0. \'/j 0.
119
Witte klip Z. O. V2 0.
Rondom het rif heeft men diepten van 11 en 15 vadem.
IWItte klip. Dit gevaar bestaat uit een droogvallend koraalrif, waarop aan den noordweslkant eene 9 meter hooge witte klip is gelegen, terwijl op de noord- en zuidpunt nog een paar steenen boven water uitsteken. Het strekt zich ruim \'/4 ^ VV. en Z. 0. uit, met eene breedte van 7ü0 meter en ligt recht W. van den zuidhoek van Selioe, op een afstand van \'/u quot;Hll-
De vijfvadems lijn loopt dicht om het rif heen; daarbuiten loodt men, aan den oostkant tusschen bet rif en bet rif van Selioe, 8 en 9 vadem, met een klein plekje van vadem iets minder dan \'/s mijl beoosten het rif en bij den westhoek 10 en 11 vadem.
Op een afstand van 200 meter benoorden dit rif ligt een klein koraalrif met 1 vadem water en op 400 meter bewesten den zuidwestkant van bet rif ligl, ongeveer evenwijdig daarmede, eene bank van hard zand, ongeveer l3/^ mijl lang met .V/j tot, 4 \'/2 vadem, die op een afstand van \'/4 in\'jl Z. \'/2 0. van de zuidpunt van hel rif eindigt in de peiling:
Marang Kolo N. O. Vs 0.
Witte klip N. N. W. Vi W.,
liggende wijders in bet merk «Hoogste punt Beloeroe in zuidhoek Selioequot;. Aan den westkant van deze bank heeft men 11 vadem, spoedig toenemende tot 20 en meer vadem.
Tusschen de peilingen:
Marang Bolo N. O. \'/s en 0. V4 O.
Witte klip N. W. t. N. en N. W. \'/j w-.
liggen, op een afstand van \'/s van zuidpunt van Silioe, drie plekken harde grond, met diepten van 41/,, en vadem. Even bezuiden deze plekken loodt men 14 vadem.
Rif met \'/4 vailciil. Dit koraalrif, dat eene middellijn heeft van 400 meter, ligt Z. Va 0. 1\'/, (i mijl van den heuvel Marang Bolo. N. 100 meter van dit rif ligt nog een klein rif met 472 vadem. Rondom heide riffen slaat 9 tot 12 vadem.
Z. 0. t. ü. Vj O. op 1500 meter van het rif met \'/4 vadem, ligl
120
eene kleine koraalplck met Vlk vadem en 7 tot 9 vadem er dicht omheen, terwijl Z. 0. ^ Z., op ruim V2 mijl van het zelfde rif, nog eene drooge plek ligt met 4 vadem, waar legen 6 en 7 vadem wordt gelood.
Cooper rif. Dit is een koraalrif, dat zich 800 meter N. en Z. uitstrekt en waarop met laagwater li voet water staat. Het ligt Z. 0. t. 0. l\'/g mijl van het rif met \'/4 vadem in de peiling:
Kennedy eiland N. 76° 0.
Westelijk top Baginda N. 10° 0.
Heuvel Marang llolo N. 32° W.
Rondom het rif loodt men 8 en 9 vadem.
Het merk: «West Baginda in hoom op hergDoedalquot; voert S00 meter bewesten het rif langs. Door den hoek tusschen West Baginda en Oost Loedai niet grooter te doen worden dan 20° 20\', blijft men, op de hoogte van dit rif zijnde, \'/4 mijl er bewesten, terwijl men, den hoek tusschen West Baginda en Marang Bolo niet grooter metende dan 58°, zoowel van dit rif als van het voorgaande met \'/4 vadem vrij blijft.
Aanvang; Imnk. Deze strekl zich 0. en W. 500 meter uit, met eene breedte van 100 meter. Zij bestaat uit twee droogvallende gedeelten, die beide met hoogwater tusschen wind en water liggen. De oostelijke plek bestaat uit zand, de westelijkste uit zwarte steenblokken, waarvan eenige met hoogwater nog even zichtbaar zijn. Met laagwater is de bank op een afstand van 1 mijl te zien. Zij ligt Z. Z. O. \'/„ O. 6/8 mijl van Cooper rif in de peiling:
Kennedy eiland N. 54° 0.
Westelijke top Baginda N. i\'/j0 O.
Marang Bolo N. 30\'/i0 W.
Dicht tegen de bank staat 14 en 15 vadem; iets verder van de bank loodt men 10 tot 12 vadem zand en klei.
De hoek tusschen West Baginda en Oost Loedai niet grooter metende dan 20° 20\', nadert men het rif aan den westkant niet binnen \'/g mijl. Den boom op Doedat niet beoosten West Baginda brengende, nadert men de bank niet binnen 3/8 mijl.
■Illquot; maft-». Dit is een klein rif, waarop met laagwater 5 voel water staat; het bestaat uit groole steenen met koraal en is slechts
121
!50 meter in inuldellijn. Voor geoefende oogen is het veelal aan eenige stroomrafeling te zien; verkleuring ziet men er slechts zelden op. Het ligt Z. Y, O- 7« m\'J\' van Aanvang bank in de peiling:
Marang Bolo N. 26° W.
Westelijke top Baginda N. 1° O.
Kennedy eiland N. 38° 0.
Rondom het rif loodt men 11 tot 13 vadem.
Op het, rif is de hoek tusschen Marang Bolo en West Baginda 26\' 4S\', en tusschen dit laatste punt en Oost Loedai 21° 33 . Hoor den laatsten hoek niet grooter dan 20° 20\' te meten nadert men het ril aan den westkant niel binnen \'/„ mijl, terwijl men op dezen cirkel den eersten hoek 26° 4ö\' metende het rif O. heeft.
C\'ti rnlHM\' rotsen Deze bestaan uit drie kleine koraalriffen, waarvan het westelijkste, dat met laagwater droogvalt, Z. Z. 0. \'/2 0. ruim 2 mijl van Naga rif ligt. Op iiOO meter O. van dit rif ligt het tweede mei 1 \'/j vadem bij laagwater, en N. N. O. \'/4 0. op 2000 meter van het eerste ligt het derde met 2 vadem minste water. De bodem nabij de riffen bestaat, even als in het vaarwater bewesten de riffen, uit zand met schelpen.
Beoosten de riffen heeft men 12 lot 14 vadem modder en klei met plekken van 18 en 20 vadem. Dicht er legen aan loodt men 9 tot 15 vadem; meer bewesten heeft men 12 vadem en neemt de diepte verder langzaam toe. De twintigvadems lijn ligt op een afstand van 1 mijl bewesten de riffen. Benoordoosten de riffen heeft men ongelijke diepten en hezuidoosten sleekl eene bank 1mijl om de Z. Z. 0. uit, met diepten van 9 tot 10 vadem.
Met helder weder zijn, tot bezuiden de Carnhee rotsen, de bergen van Belitoeng te zien en vertoont zich van de rotsen de Baginda als twee hompels in bet N. I. W.
lüland lloiMlannu ol\' Iitini; eiland. Dicht bij de westkust van Belitoeng ligt eene groep eilanden, waarvan Mendanau het grootste is, die den oostkant van de Stolze Straat bepalen en van Belitoeng gescheiden zijn door de Straat Mendanau. Het eiland Mendanau heeft eene uilgestrektlieid van ruim 2 mijl 0. en W. en ruim
122
2 mijl N. N. O. en Z. Z. W.; het heeft eene onregelmatige gedaante, is, voornamelijk aan den noordwest- en westkant, heuvelachtig en geheel en al begroeid. De kust is over hel algemeen laag, hier en daar hij de hoeken rotsachtig. De hoogste punten van het eiland zijn de bergjes Petaling en Sagoweel; de eerste ligt dicht bij hel midden van het eiland, is 192 meter hoog en loopt in een iets lageren rug naar het Z. 0. uil, terwijl N. O. van dit bergje een heuvel ligt, Penjanoh genaamd. De tweede ligt nabij den westhoek van het eiland, heeft eene hoogte van 195 meter en een afgeronden top. Aan de noordwest zijde van hel eiland ligt de kampoeng Nasi.
Om het eiland loopt een droogvallend koraalrif, dal bewesten den zuidhoek eene breedte bereikt van 700 meter.
Bij den zuidhoek en langs de zuidwestkust van het eiland liggen een tal van gevaren, die de kust hier ongenaakbaar maken. De hui-tensle grens dezer gevaren is kenbaar door bel eilandje Peiing of Ajam, dat Z. 21,/20 O. iels meer dan \'l2 mijl van den westhoek van Mendanau en 1800 meter uil den wal ligt, en waarbuiten de riffen nog 270 meter uitsteken. Van af dit eilandje loopen de riffen bijna onafgebroken in de richting N. N. W. 3/4 W. 6/ie 111Ü\' door, terwijl daar benoorden, tol aan den hoek, nog cenige kleine gevaren zijn gelegen. Bezuidoosten het eilandje liggen verscheidene kleine koraalriffen, waarvan bel buitenste, dal met laagwater droogvalt, 3li mijl uit den wal ligt, met den buitenrand in de peilingen:
Peling N. N. W. 7/8 W.
Zuidhoek Mendanau 0. 74 N.
Al deze riffen zijn steil aan en loodt men dicht daarbij 7 en 8 vadem. Meer oostelijk liggen nog eenige riffen nabij den zuidhoek van Mendanau, voor de Straat Nado.
De diepte lijn van 10 vadem loop! op een afstand van 360 meter buiten bel eilandje Peling en 100 meter builen den westkant van hel daar uitstekende rif, en ztl zich langs de riffen benoordweslen en bezuidoosten van dit eilandje in de richting N. W. t. N. en Z. O. I. Z. voort.
Om de Z. ligt deze lijn meer naar builen en loopt op 450 meter bewesten hel westelijkste rif, Z. 0. van Peling. De twintigvadems lijn ligt bijna
123
\'/j mijl bewesten dit laatste rif en 5/io mijl bewesten Peiing. Tasschen deze lijnen heeft men op deze hoogte goede gelegenheid om te ankeren.
O. t. N. van het eilandje Peling, nahij een heuveltje vlak bij de kust, vindt men eene goede waterplaats.
Hoek AJor IjanlJoer. Deze rotsige, hooge en stomp afloo-pende, hoek vormt den westhoek van het eiland Mendanau; hij is omgeven door een smal koraalrif, waarbuiten de vijlvadems lijn dicht langs loopt; hier buiten neemt de diepte in zuidwestelijke richting snel toe, daar de lijn van 20 vadem in deze richting slechts \'/, mijl van den hoek ligt. In westelijke en noordwestelijke richting neemt de diepte minder snel toe en ligt de twintigvadems lijn verder van de kust.
Z. W. van den hoek, op 200 meter afstand, ligt een steen met minder dan 5 vadem water. Z. O. t. O. \'/.j O- van dezen steen en Z. 0. 7/o 0P 600 meter van den hoek, ligt een klein rifje met minder dan 5 vadem water en Z. W. van dit laatste, op een afstand van 100 meter, een droogvallend koraalbankje, 0. en W. 200 meter lang en 50 meter breed, waarvan de westhoek 6130 meter Z. t. 0. \'/a 0. van den hoek Ajer Lantjoer ligt.
N. van den hoek, op 600 meter afstand, ligt de westpunt van eene bank met 1\'/2 vadem water, die zich 0. N. O. 1200 meter uitstrekt. Lichl. Nabij den bock staat een zestienkanie witte ijzeren lichttoren, 36 meter hoog, met wachters woning van steen. Het licht is een vast licht van de eerste grootte, 62.1 meter boven hoogwater, zichtbaar op 5\'/4 m\'jl-
■4.emlioeiig of lloof; eiland. Dit eilandje, dat ongeveer 50 nieter hoog is en eene middellijn heeft van 200 meter, ligt op \'/3 mijl N, van bock Lantjoer; het is omgeven door een, voor het grootste gedeelte droogvallend, koraalrif, dat aan de westzijde smal, doch aan de oostzijde 31)0 meter uitsteekt en waar buiten de vijfvadems lijn dicht langs loopt.
Aan de westzijde van het eilandje neemt de diepte snel toe, en heeft men op een afstand van \'/4 mij\' 18 vadem. Tusschen het rif van het eilandje en de bank benoorden den hoek loodt men in het midden 8 tot 14 vadem, naar weerskanten afnemende. De bodem bestaat rond het eilandje uit zand.
124
Beoosten hel eilandje liggen, onder den wal van Mendanau, verscheidene riffen, waarvan de meeste droogvallen. De westelijkste van deze riffen zijn:
Rif Z. 41. van l4.omhooiijs;. Dit ligt in de peiling:
Kemboeng N. W. t. W.
Hoek Lantjoer Z. W. 1li Z.
Het heeft eene middellijn van 200 meter en eene diepte mei laag-water van 11 voet. Rondom het ril\' slaat 7 en S vadem.
Rif 41. van MLemhoen^;. Dit ligt in de peiling;
Kemboeng W.
Hoek Lantjoer Z. W. quot;/, Z.
Het heeft eene middellijn van 100 meter en II voet minste diepte. Rondom het rif staat tot fl vadem.
Rif niet 3 vadem. Dit ligt op [/2 mijl klein van Kemboeng in de peiling:
Kemboeng Z. W. 7/s Z.
Zuidhoek Batoe Dinding 0.
Het heeft eene middellijn van 100 meter. Rondom hel rif staat 6 tot 9 vadem.
I4iian«l Ha toe Rindiiij^. Dit eiland, dat O. en W. eene lengte heeft van bijna I mijl met eene breedte van bijna 5/i) is aan de westzijde heuvelachtig en heeft daar eene baai, die ver inloopt en aan hel eiland den vorm van een hoefijzer geeft. De kust is aan de oostzijde laag, aan de noord- en westzijde rotsig. Het ligt op 500 meter van den noordwestkant van Mendanau, waarvan het door de Straat Nasi, die slechts voor prauwen bevaarbaar is, wordt gescheiden. Op den Mendanau wal ligl in deze slraat de kampoeng Nasi.
Langs hel eiland loopt een smal koraalrif, dat echter aan de oostzijde zich verbreedt en bij den noordoosthoek 1600 meter uitsteekt. Hier ligt, nabij hel uiteinde van het rif, eene begroeide rots. Buiten het kustrif aan de oostzijde liggen eenige koraalriffen, die voor het grootste gedeelte droogvallen en zich lot op een afstand van \'/i mij\' buiten de kust uitstrekken.
Eiiandje lian^ir of RoKei\'dam. Dit ligl W. van
den noorJelijkslen westhoek van hel eiland Baloe Dinding op een
afstand van 1100 meier. Het is O. t. N. en W. t. Z. 925 meter
*
lang en 375 meter breed, is hoog en rotsachtig en omgeven door een gedeeltelijk droogvallend koraalrif, dat W. t. Z. 1000 meter van de westpunt uitsteekt en aan den noord- en zuidhoek eene breedte heeft van 400 eu 125 meter.
Bewesten liet eiland ligt eene rots boven water en nabij de punt van liet rif een droogvallende steen.
Door Hoog eiland in den boek Lantjoer te houden, blijft men ruim vrij van het uitstekende rif aan den westhoek van Langir.
Langs de noordzijde van Langir en üatoe Dinding is hel geheel schoon. De vijfvadems lijn loopt bier bij beide dicht langs bet kustrif; daar buiten neemt de diepte bij Langir snel toe, zoodal men op 3/16 mijl N. W. van bel. eiland 20 vadem modder loodt. Langs Baloe Dinding neemt de diepte minder snel toe. Onder den wal bestaal de bodem uil zand en schelpen, meer naar buiten uit zachten kleigrond.
■til\' l»eoo«teii IHiiiliiig\'. Dit rif, dal eene middellijn beeft van 200 nieter en 14 voel minste water, ligt op \'/ï quot;\'Ü\' vaquot; den noordooslboek van Dinding in de peiling:
Begroeide rots W. 3/8 Z.
Zuidoosthoek Dinding Z. Z. W. lj2 W.
Rondom het rif loodt men 9 en 10 vadem.
Kif mei 4 vadem. Dit rif ligt 0. t. N. 1500 meter van bet voorgaande en even ver bewesten de Perlak riffen, in 10 lot 11 vadem, in de peiling:
Begroeide rots W. 3/4 Z.
Betaling Z. 1. W. 3/.4 W.
Oosthoek Koelit Z. O. \'/g Z.
TaixSjoeng ■i.oelit ol\' Hoorn eilaml. Dit eiland ligt 750 meier van den noordooslboek van Mendanau. Hel is vlak mei een klein heuveltje op den noordooslboek, waar builen een kenbare kroonhoom slaat. 0. en VV. beeft hel eene lengte van 3/a mijlen eene breedte van ruim 5/iti quot;\'U1\' quot;el is omgeven door een groolendeels
126
droogvallend koraalrif, dat. eene voortzetting is van liet, rif langs de noordzijde van Mendanau. De Straat Sehongkok, die tusschen dit eiland en Mendanau gevormd wordt en waarvan het noordelijke gedeelte door het, hij laagwater droogvallende, rif is gesloten, is alleen hij hoogwater voor prauwen bevaarbaar.
Hel strandrif, dat bij den noordhoek van Mendanau eene breedte heeft van 900 meter, wordt, langs de noordzijde van Tandjoeng Koelit heenloopende, iets smaller en steekt bij den oosthoek van dit eiland üüO meter om de O. uit. Buiten dit kustrif ligt, bezuiden den oosthoek een droogvallend rif met een steeds hoven water uitstekend zandbankje; hier buiten ligt nog een klein rif met 200 meter lengte N. en Z. en 14 voet water in de peiling:
Noordhoek Tandjoeng Koelit N. VV. \'/2 N.
Zuidhoek » » Z. VV. t. W. % W.
Oosthoek Sehongkok Z. t. W. \'/, W.
Het merk «Oosthoeken van Sehongkok in éénquot;, voert beoosten deze riffen langs.
l)e vijfvadems lijn loopt langs de noordzijde van Mendanau en Tandjoeng Koelit, dicht langs het kustrif; aan de oostzijde van laatstgenoemd eiland loopt de lijn buiten het rif van 14 voet om en daarna naar den noordhoek van Sehongkok. Benoorden deze lijn heeft men diepten van 9 en 10 vadem zand, en beoosten Tandjoeng Koelit heeft men toenemende diepten tot 16 en 18 vadem zachten kleigrond.
lOila 11«! Sehongkok of\' IVrlak. Dit eiland, dat N. t. O.
\'/2 O. en Z. t. W. \'/2 ccne lengte heeft van ruim \'/2 iny\' quot;,e\' eene breedte van 1200 meter, ligt op 700 meter van Mendanau, waarvan het door Straat Perlak gescheiden is. In deze straat heeft men diepten van li tol 8 vadem, welke diepten henoorden Perlak tot 2\'/., vadem afnemen.
Hel eiland is laag en omgeven door een koraalrif, dat voor het grootste gedeelte droogvalt. Aan de noordoostzijde van liet eiland is dit rif 4ü0 meter breed, loopt dicht langs den oostkant heen en aan den zuidhoek met eene punt 1000 meter 0111 de Z. W.
127
l)e vijfvadems lijn loopt zeer dicht langs den oostkant van het rif; daar buiten loodt men toenemende diepten lot 12 en 16 vadem zachten grond.
Van de zuidpunt van liet rif, waarop een bankje ligt, dat met luag-water droogvalt, loopt in de richting Z. t. W. eene smalle bank mei 3 vadem, waarvan de zuidpunt 4aü meter W. van bet rif Pelaling ligt. Tusscben deze bank en Mendanau slaat 4 en 6 vadem, daar beoosten toenemende diepten tot 15 en 1!) vadem.
Rif Pctaling. Dit bestaat uit twee droogvallende riffen, waarvan bet noordelijkste 0. en W. quot;gt;50 meter lang en 190 meter breed is. Het zuidelijkste, dal op korten afstand Z. van den oosthoek van het eerste ligt, beeft eene middellijn van liJO meter. Deze rillen liggen op 1300 meter van den wal van Mendanau, voor bet riviertje Petaling in de peiling:
Noordboek Sikindang Z.
Hoek Borong Z. 0. 5/8 0-
Rondom loodt men !gt; tot 7 vadem en daar beoosten toenemende diepten tot 12 vadem. Tusschen liet rif en bet kustrif van Sikindang staat 7 en 8 vadem.
Rit\' ■■ ahfi rivieHJe Petaling. Dit bestaat uit twee diebt bij elkander liggende kleine koraalriffen, W. Z. W. van het rif Pelaling en recht 0. üOO meier van den zuidhoek van het riviertje. Tusscben deze riffen en bet rif Pelaling staat 4 tot 6 vadem water en tusschen deze riffen en Mendanau 7 vadem.
lüado of Eiaag eiland. Dit eiland ligt op \'/s n|ijl van de zuidoostkust van Mendanau, waarvan bet door Straat Nado is gescheiden; bet is laag en begroeid en heeft N. N. O. en Z. Z. W. eene lengte van 1 mijl met eene breedte van 5/a mijl-
Rondom bet eiland loopt een droogvallend koraalrif, dat aan den zuid- en zuidwestkant het verst, tot op 3/1(, mijl, uitsteekt. Buiten dit rif liggen aan den west- en zuidwestkant, een tal van riffen, terwijl van den zuidkant van bet eiland eene bank ongeveer 1 mijl om de Z. uitsteekt, met minder dan 3 vadem, waarop verscheidene droogvallende koraalriffen zijn gelegen.
Baken. De twee zuidelijkste koraalrifl\'en, langs den oostrand der bank, zijn voorzien van baken met zwarte bollen.
Deze bank zei zich, met een smullen rug met S\'/j tot 5 vadem, om de Z. voort, tot aan de Teree rillen, vormende alzoo een drempel door den gebeelen zuidelijken ingang van Straat Mendanau.
De vijfvadems lijn, langs den oostkant van dezen rug, loopt verder om de N. dicht langs bet kustril\' aan den oostkant van het eiland Nado.
Straat Mado. Deze straat, waarin 6 lot 7 vadem water slaat en waarvan de noordelijke ingang bezuiden het ril\' Petaling geheel schoon is, is door een tal van riffen vóór den zuidelijken ingang zonder loods onbevaarbaar.
i^ilaiifl Mikiadang. Dit eiland, dat N. en Z. ongeveer eene lengte heeft van 3/8 niijl met eene breedte van \'/s quot;\'Ü\'\' 0P ruim \'/s m\'j\' beoosten den noordboek fan Nado. Het is omgeven door een droogvallend koraalrif, dat aan den noord- en zuidhoek 430 meter uitsteekt en aan den west- en oostkant smal is. Tusschen Nado en Sikindang is een schoon vaarwater, met 7 tot 9 vadem harden zandgrond.
De vijfvadems lijn steekt \'/s mU\' bezuiden het eiland uit en loopt overigens dicht langs het rif.
Ijima Eilanden. Deze groep bestaat uil een zestal kleine eilandjes, waarvan de twee oostelijkste, Betoeng en Ringgit, op eene bank liggen met minder dan 10 vadem, terwijl de vier westelijkste, Bago, Benoio, Bamidjo of Ross en Kasenga, tusschen de tien- en twintigvadems lijn gelegen zijn. De eilandjes zijn laag, begroeid met hoog geboomte, en omgeven door koraalriffen, die voor bet grootste gedeelte droogvallen en zich in noordelijke en zuidelijke richting uitstrekken.
Tusschen bet westelijkste, Kasenga, en bel daar beoosten gelegen Benoio, is eene passage van !3a0 meier breedte, met diepten van 15 tot 19 vadem. In hel zuidelijke gedeelte ligt in bel midden een klein koraalrif met 3 vadem en aan den noordoostkant van bet rif van Kasenga liggen nog twee droogvallende koraalriffen.
Tussclien Benoio en hel daar beoosten gelegen Bago Mijl\'l tusschen de riffen eene passage van 400 meter Lreedle, met diepten van 13 tot 20 vadem.
Tusschen Benoio en het daar hezuiden gelegen Bamidjo of Boss, is eene passage van üOO meter hreedte met diepten van 9 tot 12 vadem.
Tusschen Bago en het daar heoosten gelegen Binggit is eene passage van 12K0 meter hreedte, met diepten van 17 tot 22 vadem. li; den zuidelijken ingang van deze passage, 0. Z. 0. 107a meter van liet eiland Bamidjo, ligt een droogvallend koraalrif, Karang Toean genaamd, terwijl even bezuiden de zuidpunt van het ril\' van Betoeng een paar kleine koraalriffen liggen met en 7gt; vadem. Men blijft op een afstand van 500 meter van deze gevaren door, in dit gedeelte van de passage, tusschen de peilingen: oosthoek Bago N. t. W. % W. en westhoek Binggit N. \'/„ W. te blijven.
Rif\' lionoordcn Itascnga. Benoorden den noordelijken ingang van deze passage liggen twee kleine koraalriffen met I en l\'/i vadem dicht bij elkander, in de peiling;
Westhoek Kasenga Z. I. W. \'% W.
Oosthoek Betoeng Z. O. 3/4 0.
Door den oosthoek van Bamidjo even huilen den oosthoek van Benoio te houden, loopt men er aan den oostkant vrij van.
Rif benooiMleii Riiig-£-i(. Benoorden hel ver uitstekende rif van Binggit ligt nog een klein koraalrif met 2 vadem.
Tusschen Binggit en Betoeng is eene passage van slechts 1715 meter breedte, met diepten van H tol 15 vadem. Tusschen Betoeng en de gevaren daar beoosten is nog eene passage mei 15 tol tü vadem Ier breedte van 1200 meter.
Ril\' bewesten Raiiii«ljo. W. IN. W. 3i!l \\V. liiJO meter van Bamidjo ligt een klein koraalrif, 2!gt; meter in middellijn, met 10 voel minste water.
Bewesten de Lima eilanden is hel schoon en nemen de diepten, die dicht bij de riffen 12 en 15 vadem bedragen, spoedig tot 20 vadem toe.
gins voor hei bevaren van de gaspar straten. 9
150
De Iwinligvaclcnis lijn, die lieweslen de Lima eilanden ongeveer N. en Z. loopt, ligt op een alsland van 8ö0 meier van het westelijkste eilandje Kasenga en op liliO meter van l»;! kuslril\'. De bodem bestaat hier uit zand mei steentjes.
Tusschen de Lima eilanden en Nado, alsmede heoosten deze eilanden, liggen verscheidene gevaren, die de passage hier tusschen onhe-vaarhaar maken.
iUovai\'oii «Ic liim» «\'ilniKlen. De
westelijkste gevaren, tusschen de hiervoren heschreven rillen, langs de zuidwestkust van Mendanau en de Lima eilanden, die aldus he-noorden deze eilanden de oostelijke grens van de Stolze Straat hepalen en zich tot op Y, mijl hewesten Nado uitstrekken, zijn:
Ken droogvallend ril\' van l!gt;0 meter middellijn met li vadem er tegen aan, liggende in de peiling:
Lichttoren Lantjoer N. N. W.
Zuidhoek Nado 0. t. Z.
ICene groep van vier dicht hij elkander gelegen kleine rillen, met minder dan 3 vadem water, in de peiling:
Lichttoren Lantjoer N. N. \\V. quot;\'/z N.
Zuidhoek Nado O. \'/4 Z.
Tegen deze riffen staat 8 tot 10 vadem.
lien klein droogvallend rif, Antoe genaamd, met diepten van !) tot 10 vadem er omheen, liggende in de peiling:
Kasenga Z. W. 1/i Z.
Oosthoek Betoeng Z. 5/8 0.
N. N. W. 2ü0 meter van rif Antoe ligt nog een klein rilje met minder dan 3 vadem.
lieweslen deze riffen beslaat de bodem uit zachten grond en loodt men langzaam toenemende diepten.
Ciievaren bewesten den xiiidellikeii iiigting wan Mlrant llendaiiaii. De oostelijkste van de gevaren beoosten de Lima eilanden, die de Straat Mendanau ten W. bepalen, zijn: Een droogvallend koraalrif, 1000 meter N. en Z. lang en 400 nieter breed, liggende in de peiling:
üeloeng N. W. t. W. \'■% VV.
Zuidelijkste baak liezuiden Nado N. O. t. N.
Drie plekken met 4 en ü vadem minste water in ü tot H vadem, •lie zicli tot op \'/2 quot;i\'j\' liezuiden het laatste rif uitstrekken.
Een ril\' (Zuidrif), met 1 vadem minste water en iüü meter middellijn, Z. W. van de zuidelijkste liierboven genoemde plekken, zijnde liet zuidelijkste van deze gevaren, liggende in de peiling:
Baak Teree Z. 0. 0.
Oosthoek Betoeng N. t. W. Va VV.
Zuidhoek Mendoeloe N. 0. 5/s 0.
Bondom het rif slaat 9 lot 15 vadem.
Beoosten deze gevaren heeft men diepten van 8 lot 12 vadem harden grond, gestadig aan afnemende tot de vijfvadems lijn, die langs de westzijde van den smallen drempel, in den zuidelijken ingang van Straat Mendanau, loopt.
Mlraat llcndaiiaii. Deze straat, tussehen Beliloeng en Mendanau, die door stoomschepen dikmaals wordt genomen, is dooide hestaande belmkeiiing veilig te bevaren. Tussehen Tikoes en Se-bongkok en beoosten de zuidelijkste baak bezuiden Nado, is de straal het nauwste en bedraagt de breedte van het vaarwater \'/t mijl. [n de straat heeft men diepten van 7 tot 12 vadem, die in het noordelijke gedeelte tot 14 en 1G vadem toenemen. De bodem beslaat uitharden zandgrond, die in het noordelijke gedeelte tot zachte klei overgaat.
De zuidelijke ingang tussehen het Zuidrif en de Teree rillen, die N. W. en Z. 0. van elkander liggen, heeft eene breedte van •1/4 \'quot;ijl met diepten van ü\'/a 101 ^ vadem /achten grond, dicht bij het Zuidrif lot 10 en 11 vadem toenemende. Even bier binnen heeft men, in het midden van het vaarwater, eene plek mei 10 en 11 vadem. Verder in de straat loopt, zooals hiervoren beschreven is, in de richting N. \'/a W. en Z. \'/2 O. de drempel met JP/a tot lgt; vadem, die de bank bezuiden Nado mei de Teree rillen verbindt.
Zeilaanwijzing. Om dezen rug op het diepste gedeelte le passeeren, stuurt men \'/s ingt;J\' bewesten de baak op de Teree riffen om de N., totdat de zuidpunt van Mendoeloe N. 0. \'/j N. gepeild
132
wordt. Men stuurt dan op de zuidpunt aan over den rug, alwaar men met laagwater niet minder zal looden dan 43/4 tot 5 vadem.
Is men den rug gepasseerd, dan stuurt men N. \'/2 0., met welken koers men spncdig de baken bezuiden Nado en de witte ton bewesten Keringan in liet geziebt zal loepen. Tus-scben de baken en de wilte ton, die even bewesten de riffen in 9 vadem ligt, doorloopende, stuurt men verder N. N. 0. lot de zuidhoek van Sikindang W. is. Van bier stuurt men iN. t. 0., midden tusscben Sebongkok en Tikoes door en vervolgens, zoodra de noordboek van Sebongkok W. is, N. \'/4 W. even bewesten de witte ton van Djoemangin, die aan de westzijde van bet ril\' in 9 vadem ligt, langs. Den zuidhoek van Sebongkok nabij W. peilende, zorge men Tikoes niet benoorden N. N. 0. Ie peilen, 0111 vrij Ie blijven van de riffen be-zuiden Tikoes ; ook blijve men, zoolang de oosthoek van Hoorn eiland benoorden W. N. W. wordt gepeild, beoosten bet merk: «Oostboeken Sebongkok in éénquot;, terwijl verder de wilte ton van Djoemangin niet bewesten N. moet worden gepeild, om vrij te blijven van bet rif bezuiden Djoemangin. Van de Per-lak riffen blijft men ruim vrij, door niet bewesten het merk: «Noordoostboek Koebel in noordooslboek Sebongkokquot; te komen.
ZUIDKUSr BELITOENG.
Deze kust strekt zich, van af den boek Kiras of Genting tot boek Batoe Hitam O. en W. 7 mijl uit. In het ooslelijke gedeelle loopt de kust in en vormt aldaar de diepe baai Balok. Van af den hoek Genting lot de baai Balok liggen dicht bij de kust de vroeger besebreven bergen Baginda, Heloeroe, Loedai en Gadang, waar beoosten de Poelat en Belitoeng, de laalste 12!gt; meter hoog, de oostgrens van dit bergachtige gedeelle bepalen. Beoosten tie baai Balok is het land laag en ziet men in hel binnenland de bergen Mengaroen en Tioeng, waarvan de eerste 230 meter hoog is. De kusl is overigens laag en
155
begroeid. Langs de kusl liggen ccnigc eilandjes, alsmede, voor don ingang van de baai Ualok, verscbeidene koraalriffen cn banken.
■lock GU\'iiting tol hoek Roosa. Van al\' boek Gen-ling loopl de kusl, een weinig inbocbtende, naar boek Baloe ïoengkoe, die O. 7/i6 •rty\' van eerstgenoemde ligl, en vervolgens, mei eenige kleine bochten, 5/iu nl\'j\' 0,11 \'b\' O- O. naar boek Haloe l\'enjoe. Van bier loopt de kusl, meer inboebtende en eenige weinig kenbare boeken vormende, waarbij een paar kleine eilandjes liggen, naar boek Uoesa, den znidwestbock van de baai Balok, die O. N. 0. \'/.» 0.
mijl van Itatoe l\'enjoe ligt. De knst, waar langs een smal droogvallend ril\' ligt en waar eenige kleine riviertjes in zee vallen, is bij de boeken Batoe Toengkoe en Batoe l\'enjoe rotsacbtig en liggen bij deze boeken, alsmede in de bochten lusscben de boeken, eenige rotsen boven water.
De drievadems lijn, die op 3/ig m\'j\' bezuiden boek Batoe Toengkoe ligt, loopt met eenige bochten om de O. N. 0. \'/2 ö., terwijl de vijfvadems lijn, die in de richting 0. t. Z. ongeveer op een afstand van \'/4 mijl langs dien boek loopl, deze richting blijft volgen tot Z.Z. O. \'/2 mijl van Batoe l\'enjoe, van waar zij eene meer noordelijke richting neemt en de drievadems lijn meer en meer nadert.
KilandJoN llolalok. Deze twee eilandjes, die slechlseene lengte hebben van 2l»() meter, liggen 0. Z. 0. ruim \'/i m\'Jl vaquot; boek Batoe Penjoe, op de drievadems lijn, Z. Z. 0. van elkander. Zij zijn omgeven door een droogvallend koraalrif, dal weinig aan den westkant, doch 1000 meter aan den oostkanl uitsteekt.
O. N. O. \'/2 0. op 3/4 mijl van deze eilandjes, ligt nog een klein eilandje op de drievadems lijn, omgeven door een droogvallend koraalrif.
UilaiKlfes Kcraiuia of\' Karang\' ilia. Deze twee eilandjes liggen O. \'/2 Z. 1 \'/a mijl van de Belatok eilandjes en O. Z. 0. 400 nieter van elkander, buiten de vijfvadems lijn. Hel oostelijkste, dat bet grootste is, heeft 0. en W. eene lengte van 1500 meter met eene breedte van 500 meter, terwijl het westelijkste eene lengte heelt van 270 meier. Zij zijn omgeven door een droogvallend koraalrif, dat aan den oostkanl bet verst, tot op 600 meter, uitsteekt.
154
De vijfvadems lijn om deze eilandjes, die overigens dicht langs liet rif loop), steekt tot op ruim 1000 meter Z. W. van de westpunt van liet oostelijkste eilandje uit, op welke punt een bankje ligt.
W. t. N. van deze eilandjes, op afslauden van 1000 en 2500 meter, en O. Z. O. op 1K00 meter, liggen droogvallende bankjes, terwijl benoorden de eilandjes de rillen en banken voor de lïalok baai een aanvang nemen.
IHIaiulJe l4i*toe|gt;ai ol\'Porokom. Dit kleine eilandje, dat slechts eene middellijn heeft van 200 meter, ligt Z. W. \'/2 W-\'/2 mijl van de Keramia eilandjes. Het is omgeven door een droogvallend koraalrif, dat dicht langs de zuidwestzijde van het eilandje loopt, doch aan den oostkant 5ö0 meter uitsteekt.
Tusschen het eilandje en de Keramia eilandjes heeft men diepten van 6 tot 8 vadem; benoorden het eilandje, tot de vijfvadems lijn onder den wal, 6 en 7 vadem en bezuiden het eilandje 7 en 8 vadem. De bodem bestaat uit blauwe klei en modder.
Rif niet \'/4 vadem. Dit rif, dat eene middellijn heeft van 150 meter, ligt in de peiling:
Ketoepai 0. 1/,i \'L.
Belatok N. t. W.
Rondom het rif loodt men 6 vadem.
lla^m* eilanden. Deze bestaan uit drie eilandjes, die nagenoeg \\V. N. \\\\. en O. Z. O. van elkander liggen, en waarvan het westelijkste het kleinste en bet oostelijkste hel grootste is. Zij zijn begroeid met hoog geboomte en zichtbaar op 5 mijl.
Met westelijkste, dat slechts eene middellijn heeft van 100 meter, ligt Z. VV. Y, Z. 1 mijl van het eilandje Ketoepai; het is, behalve aan de westzijde, omgeven dooreen droogvallend koraalrif, dat aan den zuidoostkant 100 meter breed is; daar buiten loodt men 6 lot 0 vadem.
Het middelste eilandje, Kennedy genaamd, ligt 3/ib mijl Z. 0. t. 0. van bel westelijkste eilandje. Het heelt 0. en W. eene lengte van 450 meter met eene breedte van 5o() meter en is omringd door een droogvallend koraalrif, dal aan de westzijde te niet loopt, doch aan de oostzijde 900 meter om de ü. Z. O. uitslcekt.
IN. 0. van dit eilandje ligt, op 400 meter afstand, een klein koraalrif met \'/ï wdem minste water. Tusschen het eilandje en liet rif loodt men \'i\'/j vadem.
Dicht hij de noordwestzijde van het eilandje ligt, in 7 tot 8 vadem, hel wrak van do Fransche hark Marie Thérèse.
Het oostelijksle eilandje, Oetan genaamd, ligt O. Z. 0. Yu mijl van het middelste ; hel is O. en \\V. 6150 meter lang en SOO meter breed. De oostpnnl is een kale en vrij hooge rotsrug, terwijl de westzijde, door cent\' droogvallende hank, verhouden is met een klein eilandje, dat W. 200 meier van het groolere eilandje ligt. Rondom de twee eilandjes loopt een droogvallend koraalrif, dat aan de westzijde hijna Ie niet loopl, doch aan de oost- en zuidzijde 500 lol 400 meier uilsleekl.
Tusschen de eilandjes, als ook daar omheen, slaal 7 tot 10 vadem-met enkele plekken van ö\'/a t\'11 ^ vadem. De hodem hestaai uit hlauwe klei, hier en daar vermengd mei zand.
Ilnai va it If alok. Deze haai, die aan den ingang tusschen de hoeken Koesa en Keloempang, die N. W. I. W. en Z. 0. I. O. van elkander liggen, \'1 ^ mijl breed is, loopt om de IN. hel land in. De kusten van af de hoeken Roesa en Keloempang, die met eenige boclilen ongeveer om de N. loopen, huigen zich meer en meer naar elkander loe, lol ongeveer Yi m\'J\' N. 0. van hoek Roesa, alwaar zij lot op \'/i m\'J\' elkander naderen. Deze vernauwing wordl nog versmald door liet eiland Kampak, dat nabij de westelijke kust is gelegen, zoodal, tusschen dit eiland en den boek Rising, deze slechts 5/16 mijl breed is. Henoorden deze vernauwing, loopen de kusten weder uileen en vormen eene ondiepe kom, N. en Z. ■1/,) mijl diep, waarin ruim \'/t mijl N. 0. van hoek Rising, Dendang, de hoofdplaats van het district van dien naam, is gelegen.
In het zuidelijke gedeelte van de baai, en ook daar vóór, liggen lal van rillen met droogvallende banken, alsmede langs de oostelijke kust eenige eilandjes, terwijl zich langs de kusten een koraalril uitstrekt.
De vijfvadems liju bocht, tot 0. van hoek Roesa, de haai in, terwijl de noordelijkste bocht van de drievadems lijn, even henoorden bet nauwste gedeelte is gelegen.
156
De rillen voor tie baai liggen in ecne groep bijeen, nabij bel, eilandje Boesing lümpang; zij strekken zich N. 0. I. 0. en Z. W. I. W. ongeveer 1 mijl uil en vallen allen mei laagvvater droog, behalve een klein rif, even bezuiden hel zuidweslelijkstc droogvallende ril\'. Dil rifje ligl in de peiling :
Empang IN. O. 7/8 0.
Kerainia N. \\V. 7/8 W.
Op eenige rillen zijn door de Belitoeng inaalscbappij baken opge-riebl in bet vaarwater naar Dendang.
ZeiloanmjsiHg. Schepen van om de W., i)esleind naar Dendang, loopen op een kleine mijl bezuiden het eilandje Ketoepai om de O. in 7 en 8 vadem blauwe klei, verder om de O. tol O en 10 vadem toenemende. Men stuurt nu aan op het met slruikgewas begroeide eilandje Empang, totdat de noordoost-hoek van het eilandje Keramia in het lY W. \'/j VV. wordt gepeild, waarna men mei den koers N. O. \'/j O- aanstuurt op bet ril\', waarop twee bakens staan. Dezen koers blijft men volgen in diepten van O en 10 vadem afnemende tot 8 vadem zand en klei, totdat men met den koers N. \'/, \\V. beoosten de zuidelijkste bolbaken kan leggen. Tussclien deze baak en hel daar beoosten liggende rif doorloopende, stuurt men verder lusschcn de zuidelijkste kegelbaak en de daar bewesten staande bolbaak door in 7 tol !gt; vadem en vervolgens N. \'/s 0. naar de ankerplaats in 4 vadem, N. W. van hoek Rising.
Van Dendang, met bestemming om de 0., stuurt men in omgekeerde volgorde de boven aangegeven koersen, totdat men het rif, waarop de twee baken staan, is gepasseerd en van hier met den koers Z. 0. t. Z., in diepten van 8 lot 6 vadem blauwe klei, totdat het eilandje Meriam builen den hoek Ke-loempang komt, en vervolgt verder de bestemming met een meer oostelijken koers.
Ilock Keloompnn^. Deze hoek, die de zuidooslpunt vormt van de baai Balok, is laag en rolsachtig met hoog geboomte begroeid; nabij den bock liggen eenige eilandjes en rotsen boven-en ouder water.
Aan de westzijde van den hoek liccfl men hel eilandje Peroel, dat dicht onder den wal ligt, en W. 3/.i hiervan de twee eilandjes Digi, die 7« mijl Ugt;1 dcu wal liggen en door eene droogvallende bank met elkander zijn verbonden.
Z. van de eilandjes Digi en W. \'/i van den hoek Keloempang, liggen op de drievadems lijn een paar rotsen, die met laagwater droogvallen, terwijl N. W. van Digi op 3/18 mijl afstand eene wille rots ligt, waar benoorden nog eene rols et» de eilandjes Kamoedi zijn gelegen.
Beoosten den hoek ligt, op 5üO meter uit den wal, hel eilandje Meriam, dat aan den zuidweslkanl rotsig is en waarbij cenige rotsen boven water liggen.
Z. O. \'/j van den hoek liggen ecu paar rotsen boven water, waarvan de verste \'/i )n\'j\' »il den wal ligt in ü tot 7 vadem water. Ook ligt nog eene rols boven water, met 6 vadem er tegenaan, 0. Z. O. ^ 0. als mijl van den hoek.
De drievadems lijn loopl, op een afstand van \'/s m\'j\' 11quot; \'l011 wa\'\' langs de wille rols en de rotsen bezuiden Digi om de Z. Z. 0. tol in de peiling:
Digi N.
Hoek Keloempang O. N. 0. \'/2 0.
Zij loopl van hier om de 0. en nadert, zich om de N. O. buigende, den hoek tot op \'/g mijl.
De vijfvadems lijn loopt aan den westkant van den hoek, op bijna 1/(! mijl builen de drievadems lijn, en verder bezuiden den hoek, dicht langs de drievadems lijn, lusschen de twee rotsen door, die Z. O. van den hoek liggen, om de N. O.
Buiten de vijfvadems lijn heeft men langzaam toenemende diepten, zand en modder.
iCilandjc M.otaiiaiig. Dit ligt Z. t. W. ruim 2 mijl van hoek Keloempang; bet beeft N. en Z. eene lengle van S00 meter met eene breedte van 300 meier en is omgeven door een koraalrif, waarop aan den noordkant een paar steenen liggen en dat aan de westzijde smal, doch aan de noord- en zuidoostzijde 52l) en 650 meter
158
■ uilslcekl. Hiiilpn hol rif staal 7 tot 10 vadem kleigrond, terwijl liissi\'licn liet eilandje en den wal diepten van 7 lol 9 vadem zand en modder worden gelood.
Hock l44\'looiii|iaiitt; iol hook lltiim\' llilnin ol\'
De knsl, die laag eti zwaar begroeid is, loopt mol eenige kleine lioclileii van al\' hoek Koloempang mijl om de N. O. en verder om de 0. lot hoek Uatoe ililam, die 0. N. 0. \'/3 0. Iiijna I \'/3 mijl van hoek Keloein|iang ligt. Een droogvallend koraalrif, dat op sommige plaatsen vóór de hoehten ecHe hreedle heeft van Y,,, inijl en waarop eenige rotsen hoven water, alsmede een paar kleine eilandjes, Setoek genaamd, liggen, loopt langs de knsl.
De drievadems lijn loopt dieht langs dil rif, terwijl de vijfvadems lijn, die op ongeveer ^ \'quot;\'jl langs den zuidoost kant van den hoek Keloempang loopt, om de 0. de knsl meer en meer nadert.
Itinnen de vijfvadems lijn ligt, op hel midden lussehen de hoeken lialoe Ililam en Keloempang, een koraalrif, Itocroeng Lanti genaamd, dat voor een gedeelte met laagwater droogvalt, terwijl hinnen de drievadems lijn, Z. W. van den hoek Ha toe Ililam, een paar kleine eilandjes, Ipil genaamd, liggen, die door eene droogvallende hank zijn verhonden.
ünilen de vijfvadems lijn neemt de diepte langzaam toe en hostaal de hodem uil modder.
Hoek Itnloe Ililam oi\' tneiiloii^\'. Deze hoek, die de zuidoosthoek vormt, van lielitoeng en van waar de kust zich om de N. Imigt, is laag en rotsachtig, omgeven door een smal droogvallend koraalrif, waar huilen de drievadems lijn dicht langs loopt.
De vijfvadems lijn loopt op \'/u mijl langs den hoek, en daar huilen heeft men langzaam toenemende diepten, moddergrond (\').
{\') Zie voor do ooslkusl van liclilocng, du (jids voor hot lj(!Vni,oii vaii Simt Kniinialn.
ALPHABET1SCH REGISTER.
A..
in. ^nz.
Aanvang bank..............................................................................................................120
Agoeng borg................................................................................................................102
Ajain of Peling eilandje..............................................................................................122
Ajcr Lantjoer hock......................................................................................................123
• (Steen bij)..........................................123
licht......................................................................................................123
Akbar droogte..............................................................................................................87
Alccstc rif....................................................................................................................77
• (Rif benoorden)........................................................................................77
Alwina rif....................................................................................................................105
• • (Rif beoosten)..........................................................................................105
Anak eilandje..............................................................................................................75
(Rif ü. van)........................................................................................78
Anloe rif......................................................................................................................130
Aoer of Zuid eiland....................................................................................................83
• (Riffen om)........................................................................................................83
Argo droogte................................................................................................................108
lt; » (Ril.\' bezuiden)......................................................................................108
B.
Babi eilandje (Riffen bewesten)................................................................................100
Baboeloc heuvel..........................................................................................................45
Radockan riviertje........................................................................................................47
Baginda berg (Banka)................................................................................................74
• • (Belitocng).....................................................................101
lt; hoek..................................................................74
Bajam eilandje..............................................................................................................71
140
BI, ADZ.
Bajan eilandje........................................................................................................113
Baka rif..................................................................................................................108
• • (Rif bezuiden)........................................................................................110
Bakauw of Laag eiland........................................................................................82
(Riflen nabij)..........................................................................................82
Balok baai..............................................................................................................135
■ • (Riflen voor de)..................................................................................135
• Zeilaanwijzing....................................................................................130
Bamidjo eilandje (Rif bewesten)..........................................................................129
Bangka (Ruggen bezuiden)..................................................................................73
(Vaarwater bezuiden)..............................................................................74
Banlan berg..........................................................................................................102
Bantel hoek............................................................................................................73
riviertje......................................................................................................73
Barat rif.................................................................................................................64
Batoe boek (Bangka)..........................................................................................47
• • (Belitoeng)........................................................................................113
• (Riffen bij)........................................................................................113.114
Batoe Binding eiland............................................................................................124
(Rillen beoosten)............................................................125
Batoe llitam of Uentong boek............................................................................138
Batoe Pinang rif....................................................................................................111
Baloe Sariboe rots..............................................................................................117
Batoe Toekoe ril\'....................................................................................................111
■ • • (Rif benoorden)........................................................................111
• (Rif N. W. van)......................................................................111
Beboear eilandje....................................................................................................54
(Riffen rond Tetawee en)......................................................................61
Belatok eilandje......................................................................................................133
(Rif bezuiden)............................................................................134
Belitoeng heuvel....................................................................................................132
Beloeroe berg........................................................................................................101
Belvedère rots........................................................................................................90
Bergantoeng of Berang baai................................................................................115
Berikat hoek..........................................................................................................67
Betang eiland........................................................................................................115
Betoeng heuvel......................................................................................................51
Binga hoek............................................................................................................102.103
141
III.AIIZ,
Bingti hoek (Rifien luj)............................................................................................107
Bias Malen rots..........................................................................................................90
Bliss riffen................................................................................................................98
Boedjoer eilandje..........................................................................................................54
(Itiffun benourden)........................................................................58
(Riffen rond Pandjang en)..........................................................................57
Boekit Gadoeng..........................................................................................................73
. Keladi................................................................................................................75
Lama ol\' Toboali Lama..................................................................................73
Raja..................................................................................................................49
Toboali of S\'. l\'aul..........................................................................................73
Boeling heuvel............................................................................................................102
Boenga hoek..............................................................................................................52
Boeroeng eilandje........................................................................................................71
Lanlji rif.....................................................................................................138
Boesing Empang eilandje............................................................................................130
Boom boek............................................. ........................71
Boompjes eilandje........................................................................................................88
Borong boek................................................................................................................113
Branding riffen............................................................................................................90
Brauw rif (De)............................................................................................................83
Bronbeek bank............................................................................................................50
Broekhnijzen rillen......................................................................................................92
c.
Canning rif..................................................................................................................88
Carnbee rotsen............................................................................................................121
Celestial riffen..............................................................................................................92
Cooper rif....................................................................................................................120
Circe rif.....................................................................................................................49
» gt; (Bankje IS. O. van)....................................................................................50
■ (Bankjes bewesten)....................................................................................50
3D.
Dapoer eilandje............................................................................................................74
Dendang........................................................................................................................135
142
BLAUX.
Düva nf....................................................................................................................92
Ditlo rilquot;....................................................................................................................92
üieduriku ril\'..........................................................................................................59
IH^i ciTaiuljes...............................•..............................................137
Discovery rotsen......................................................................................................71
• ■ (Bankje bewesten)......................................................................7]
Djibang iioek............................................................................................................ü9. 72
Djocinangin rif........................................................................................................m
• (Rif bezuiden)..............................................................................111
Doea hoek........................................................................................................73
Doedal berg..............................................................................................................101
Urievadtiins bank....................................................................................................100
(Bankje benoorden)..................................................................100
(Bankje bewesten)....................................................................100
IE.
Elliot rif.....................................................................................57
■ (Bankje bezuiden)..................................................................................57
Einblcton rillen............................^ 97
Emerald rif....................................................................................9^
Enslie rif..........................................................^
F.
Fairlie rots..................................................................................(j(j
Fathool Hari rif......................................................................59
Fokke ril\'......................................r.r.
• • • • ........................... # , . .
C3-.
Gadocng heuvel..........................................................................73
Gaspar eiland of Gclasa....................................................................g7
Gehang piek..............................................................................45
Gelasa rots....................................................................................gg
Genting of Kiras hoek.......................................... 215
Genlong of Baloe llilam hoek..................................... 13g
George banken..................................................................................9y
14\'gt;
George rif of Keramlji................................................................................................quot;1
Gersik of Tafel eiland................................................
(lliltcu lgt;ij)...................................................
Gevaarlijke klip............................................................................................................M
Godl rif............................................................
Goenoeng kainpoeng....................................................................................................\'1\'J
Goenlreng rif...............................................................................................................(51
Gosong Asam rif........................................................................................................^5
Gorik...................................................■■■■ 5quot;
ü.
Haaien rif..............................
Hancock rif.............................
Hawkins rif............................
llewill rif..............................
Hippogriilc rillen........................
Hyilrograaf rif (Oosl).....................
. (Wcsl)....................
Hoel eiiaiulje............................
I-
Ingram rif...........................................................
Ipil eilandjes...............................................................................................1^quot;
Ismir rif............................................................
Iwan rif........................................................................................................................f\'ü
J.
Jolianna Elizabclh rif.................................................
K.
Radjan hoek........................................................ 4ü
Kalangiiaoe of Zadel eiland............................................
Kalapan eiland......................................................
Kahnoa eilandje...................................................... ^9
144
II I, ADZ.
Kalmoedi eilandjes..................................................................................................137
Kapal ril..................................................................................................................57
• (Bankje benoorden)................................................................................57
■ (Rif beoosten)........................................................................................57
Karungan boek (Ril\' beoosten)................................................................................50
Kasenga eilandje (Rif benoorden)..........................................................................129
Keladi heuvel..........................................................................................................75
Kelemar of Noord eiland........................................................................................85
(Riffen bij)..............................................................................................85
Keloempang boek....................................................................................................136
• lt; (Rotsen Z. 0. van)..................................................................137
Kebnanbang eiland..................................................................................................109
Kemboeng eilandje..................................................................................................100
of Hoog eiland......................................................................................123
(Riffen N. 0. van)................................................................................124
(Riffen ü. van)......................................................................................124
(Rif Z. O, van)......................................................................................124
Kennedy eilandje....................................................................................................134
• ■ (Rif N. ü. van)........................................................................135
Kepajang eilandje..................................................................................................103
(Gevaren benoorden)................................................................103
Kepoh beuvel..........................................................................................................51
Kerarnia eilandjes....................................................................................................133
Kerandji of George rif..............................................................................................01
Keringan eilandje....................................................................................................115
Kerpoes of Mentawa rillen....................................................................................02
Ketapang eilandje....................................................................................................137
Ketoegar eilandje....................................................................................................55
Keloepai eilandje......................................................................................................134
Kencbeniiis rif.........................................................................................................01
Kidjang eilandje........................................................................................................73
boek...............................................................70.73
Kiras of Genleng boek............................................................................................115
Klippige rotsen........................................................................................................70
Koba reede..............................................................................................................00
• rivier............................................................................................................00
Koeboe boek............................................................................................................107
Koejoeng eilandje....................................................................................................09
14ü
BI,ADZ.
Koera Lerg................................................................................................................101
Kusl van iioek lierikal tol Straal Lepar..........................................................G7
Binga ■ hoek Koeboc........................................................107
» Borong . . Gcnling........................................................114
• Gcating gt; • Roesa..........................................................133
■ Kcloerapang ■ • Batoe Hilam................................................138
■ • * Baja gt; • Berikat........................................................51
Boe t • Baginda........................................................72
ïikar • gt; Borong........................................................113
• Toeing . . Raja..............................................................45
■ Noordwcsthoek Belitoeng tol hoek Binga..............................................102
Kweel of Schuur eiland............................................................................................{jl
(Itiflen bezuiden)..........................................................................................}jl
Lahoe hoek..................................................................................................................70
• ■ (Bank Z. 0. van)....................................................................................70
kampoeng........................................................................................................71
licht..................................................................................................................70
Lajang hoek................................................................................................................47
(Bankjes bij)..................................................................................40
Lali gebergte................................................................................................................44
Lama of Toboali Lama heuvel..................................................................................73
Langan hoek................................................................................................................75
Langir of Botterdam eiland......................................................................................124
Langka hoek................................................................................................................53
• • (Killen beoosten)..................................................................................04
• (llill\'en bij)............................................................................................03
Langkar hoek..............................................................................................................71
Langkoeas of Noordwest eiland................................................................................104
. {Ankerplaats bij)......................................................................................105
gt; Gevaren bij)..............................................................................................104
licht............................................................................................................104
■ (Vaarwater beoosten)..............................................................................105
Lantjang hoek..............................................................................................................115
Lapa gebergte..............................................................................................................44
Larabo rif....................................................................................................................05
GIDS VOOII HET IIKVAIIFN VAN üli CASPAR STRATEN. 10
Ti
i46
HI. ADZ.
Laurik rif.......................................................... ^
Lerapocjang hook....................................................
Lepar eiland........................................................ ^
(Eilandjes benoorden).....................................
Ti
. Straat........................................................
Liang borg..........................................................
Liat of Midden eiland................................................ ^
. (Bank liij zuidpunt)............................................. \'\'\'
(Rillen langs noordoost kust)...................................... ^
77
( . . noordwest • )......................................
( . . zuidoost • )...................................... ^
, ( . . zuidwest • )......................................
, . .......... 128
Luna eilanden..........................................
(Gevaren benoorden).................................... ^
(Passage beoosten)......................................
, , . . ................ 101
Loedai berg...........................................
... ........ 105
Loetoeng edandje.........................................
ISAL.
91
Magdatena rif........................................................
Mdlaog Belajar rots.................................................. ^
Ketiil rots...................................................
rr.
Tatee ril.....................................................
44
Mangkol berg.......................................................
Mapor boebt........................................................ ^
.............................................................
. . ............. 40
riviertje...........................................
Maranir Bolo beuvel..................................................
44
Maras berg..........................................................
Marawang reede.....................................................
(IlilTen benoorden rivier)....................................
.......... 05
. rivier.................................................
Zeilaanwijzmg.............................................
Masar eilanden......................................................
1 \'21
Mendanau of Lang eiland.............................................
. Straat..................................................... 131
(Drempel zuidelijken ingang)........................... *28
147
hi,a nz.
Mendanau Slraal (Gevaren bewesten zuidelijken ingang)......................................130
• • Zeilaanwijzing................................................................................131
Mcndoclue eilandje......................................................................................................115
Mentawa rillen of Karang Kerpoes..........................................................................(12
Merian eilandje............................................................................................................137
Middel rif.....................................................................................................................%
Moedjoek heuvel..........................................................................................................(1)!
Moerneng of Ingangslioek..........................................................................................09
• (Walerplaals benoorden)........................................................................70
IST-
Nado of Laag eiland..................................................................................................127
gt; Straat..................................................................................................................128
Naga rif.......................................................................................................................120
Nasi Straat..................................................................................................................124
Njcla of Koerier rif....................................................................................................llö
Noordziek rif............................................................................................................00
Nulsliorn bank............................................................................................................68
O.
Oeloe Itoeloh eiland....................................................................................................100
Oetan eilandje..............................................................................................................135
Ondiepwaler eilanden..............................................................................................94
licht......................................................................................94
(Rif benoorden)....................................................................98
■ • (Rif bewesten)....................................................................97
F.
Paard rillen..................................................................................................................03
Padang rif...................................................................................................................90
Pading gebergte........................................................................................................44
Pajoeng heuvel............................................................................................................109
Palmer rif....................................................................................................................00
Pandjang eilandje........................................................................................................53
■ i (Rillen rond Boedjoer en)..........................................................57
148
Pandjang eiliiiulje (Sioen benoorden).................................
rif...\'.................................................. 117
Paiuljar heuvel................................................... \'\'
Pangkal ....................................................... ^
Pinang of Marawang reeile................................. \')l)
7\')
Parat hoek......................................................
52
Pasir Padi edandje................................................
l\'anl (S1.) gebergte...............................................
■ ■ 122 Peling ol Ajain eilandje............................................
Penjak hoek.....................................................
122
Penjanoh heuvel .................................................
(ii)
Penoeloek kampoeng..............................................
Pergam eilandje..................................................
Pcrlak of Sehongkok eiland........................................
. riffen..................................................... 112
. Straat..................................................... 126
C I
Perlang droogte................................................... \'
100
Petaling heuvel...................................................
. rif...................................................... 127
(Rif nabij riviertje)........................................ 127
Poeak heuvel.....................................................
Poel at berg...................................................... \'quot;^2
Ponggol eilandje..................................................
Pl.
Raja hoek........................................................
r.i
Kebo kampoeng..................................................
O\'?
Uilleman riffen....................................................
115
Uinggil eilandje...................................................
(Rif benoorden).................................... 129
Rising hoek...................................................... ^
Robberts rif.......................................................
Roe eilandje...................................................... ^
70
• hoek (Rangka)................................................
. (lielitoeng)............................................... ^
Roesa hoek......................................................
149
111,ADZ.
s.
Sagoweel heuvel................................................... 122
Sulintii lioeK........................................................ 52
Satnboenggii\'i heuvel.................................................. 51
Saiulriughain rif.................................................... 7iï
Sa|)al heuvel........................................................ 45
Sai\'iboc eilandje...................................................... 117
. • (Bank bezuiden)....................................... 117
(Passage beoosten)..................................... 117
Schildpad rif........................................................ 95
Scbongkok of Perlak eiland............................................ 12G
Straal.................................................... 12!)
Selenian of Zandig eiland............................................. fit)
Selioe eiland........................................................ llfi
» • (Plokken harde grond bezuiden)............................. 119
■ (Rif bezuiden)............................................ 119
Soniejor eilandje..................................................... 71
Setoek eilandje...................................................... 138
Severn rif........................................................... 50
Sikindang eiland..................................................... 128
. ■ (Vaarwater bewesten)................................... 128
Simbang eilandje..................................................... 40
Sittard rif........................................................... 03
Sittart rillen......................................................... 98
Soembing riffen...................................................... 93
Soengei Leat........................................................ 51
» • reede................................................... 50
gt; (Zeilaanwijzing).................................... 51
. rif..................................................... 49
. « • (bankje bij).......................................... 49
rivier................................................... 51
. » (Uifje voor)........................................ 48
Smit van den Broeeke rif............................................. 00
T.
Tadjcm berg........................................................ 102
1!}()
BLADZ.
Tanali Roebocli............................................................................................................73
Tandjocng Koelit of Hoorn eiland............................................................................125
Pandan......................................................................................................100
• ■ roede............................................................................................112
ïcali rif........................................................................................................................01
Telok üaloe heuvel......................................................................................................07
• hoek........................................................................................................07
Teree rif (Beliloeng)....................................................................................................110
» • (Gaspar eiland)............................................................................................00
Tetawee eilandje..........................................................................................................54
» gt; (Rillen rond Beboear en)..............................................................01
ïiga rif........................................................................................................................118
Tikar hoek....................................................................................................................109
Tikoes eilandje..............................................................................................113
lt; (Eilandje beooslen)............................................................................114
Timor droogte..............................................................................................................05
Tinggi eilandje..............................................................................................................72
Tioeng riffen................................................................................................................90
Tjelaka eilandje..........................................................................................................75
. • (Rifje bewesten)..............................................................................75
» licht..............................................................................................................70
Tjeroeljoep baai..........................................................................................................109
(Riifen nabij ingang rivier)..................................................................110
Tobalo berg................................................................................................................102
Toboali of S\'. Paul gebergte....................................................................................73
• Lama heuvel..................................................................................................73
Toean rif.....................................................................................................................129
Toeing hoek................................................................................................................45
Tomingkor riffen........................................................................................................ÖG
» • (Bankje benoorden)......................................................................79
quot;V.
Vcga riffen........................................................ ^3
quot;W-
Warren Hasting riffen............................................... • 89
löt
llt.ADZ.
Wild Pigeon rif..................................................... 92
Wilson bank....................................................... (jö
Wiltft klip.......................................................... 119
Z.
Zand eiland..................................................................................................................95
• (Rif bij)..................;............................................................90
Zeilaanwijzing Balok baai........................................................................................130
reede Marawang................................................................................05
■ • Soengei Leal..........................................................................51
Straat Mendanan..............................................................................13!
Zuidrif..........................................................................................................................131
■ ; :
I
•••\'■•
■
BWHWiBIBB
iïiïir\'-\'
,