-ocr page 1-
-ocr page 2-

M TJ M E li 1 N (1 E N

T N ü E N STRIJD

DEK

VOOR- EN TEGENSTANDERS

DER

VICEEHENÜE WET ÜP \'T ONDERWIJS.

ÖEDHUKT Tl\'iH „UTttKCirTSCHE DUUHKHUUquot; TH UTRECHT. 1 Ö 8 (j.

-ocr page 3-
-ocr page 4-

Van eene goede volksopvoeding hangt de welvaart van den Staat af.

Oil is eeno waarheid door vóór- en tegenslanders der thans nan het, onderwijs gegeven richting volmondig erkend , terwijl de strijd over al of niet wijziging der wet blijft voortduren en telkens grooter proportion aanneemt, wijl men de voorwaarde aan den strijd der gedachten voorbijziet, d. i. vrij vim persoons- en partijbelang de bestaande gegevens in verband en samenhang op Ie nemen en te verwerken, het ware op te sporen en te handhaven. Dit voor oogen houdende willen wij ons bniten partijen stollende de wet zelve, de oorzaak van den strijd, beschouwen en vindon dan ai aanstonds:

n. Dat de wetgever de draagkracht van de groote massa, uitmakende do onderste lagen der volkspyramide, sedert de laatste 50 jaren meer dan dubbelen last te torschen gaf en do wet op \'t onderwijs op nieuw hare eischen stelde.

h. De wijze van uitvoering der wet onbeperkt gelaten gaf voedsel aan de persoonlijke belangen en inzichten dor uitvoerders; van daar de grove geldverspilling en luxe bij den schoolbouw en het aanschaffen van schoolmeuhelen, wat bewezen wordt door hef. cijfer hiervoor bij bijzondere scholen disponibel gesteld,

-ocr page 5-

4

\'l welk beneden de helft blijft van dat voor de openbare besteed.

c. liet getal leervakken door de wel voorgeschreven is te (jrool ter verkrijging eener geleidelijke onl-wikkeliny; do voorafgegane oefening kan niet tot grondslag der volgende strekken, terwijl de regel niet- veel maar goed weten er onder lijdt; waar deze stelling veronachtzaamd wordt, maakt men van de jeugdige hersenkas een magazijn waarin alles verward door elkaar ligt. Tissot beschouwt dit in strijd met de natuurwetten en de grootste geneeskundigen onzer dagen bevestigen wat hij schrijft;

«Er i.s geen vvrceder noch verkeerder manier van «opvoeden dan de razende zucht om kinderen tot Kle veel zielsarbeid le dwingen en te groote vorde-«ringen af le persen ; hel is hel gral\'hunner talenlcn «zoowel als voor hunne gezondheid.quot;

d. De wet zelve bracht de examenwoede onzer dagen voort, zonder waarborg dat door haar de rechte man op dc rechte plaats wordt aangewezen. Een en ander leidt tot inpompen en zeer oppervlakkige kennis, gelijkend aan een vuurwerk dat aangestoken schillen maar alras ophoudt en ons in hel duister laat slaan. De examenwoede maakt de jeugd opgeblazen, zij voert lot betweterij, de bron veler ondeugden, welker gevolgen zich verloonen in ongehoorzaamheid aan en verzet legen de wellen.

c. De wetgever hield geen rekening met den leeftijd van den leerling; hij nam niet in aanmerking wat door den leerling mag en kan geleerd worden zonder schade te berokkenen aan zijn geheele zijn. De wet nam alzoo geen nota van hetgeen llildebrand schrijft: «De jeugd is heilig, zij moet voorzichtig

-ocr page 6-

sen eerbiedig behandeld worden.quot; Verliest men dil uit liet oog dan zal eene verwoesting der lichamelijke, verstandelijke en wetenscbappelijke vorming volgen. f. Bij dil al is in de wet geen sprake van zedelijk godsdienstige vorming, ja, werd ook die des wils uitgesloten; een verzuim te grooter wijl en Slaat èn Kerk haar behoeven. Dr. Noordewier noemt de vorming van den wil het hoofddoel der school en Lessing reeds schreef: »Dc grootste fout in «opvoeding begaan is dat men de jeugd niet went »aan en tijd geeft tol eigen nadenken.quot;

ij. De wetgever zag voorbij of hechtte althans minder waarde aan de gemoedsvorming en verhief de verslandsontwikkeling tot alleenheerscbende kracht voor welvaart en volksgeluk; eene doling bewezen door de alom heerschende malaise zoo op stoffelijk als geestelijk gebied, die ons doel denken aan het Girondisme in Frankrijk in \'t laatst der vorige eeuw.

Het goede in de wet op liet onderwijs niet voorbijziende, bemerken wij:

1. De wet waarborgt het bestaan der Openbare school voor alle staatsburgers toegankelijk, ter ontwikkeling van bet verstand en aanbrenging van kennis. Zij doet de jeugd der verschillende eerediensten samen zitten als kinderen van één groot gezin; geen scheiding, vereeniging is haar streven.

De jeugd leert op school elkander kennen en lieven, do vriendschapsband wordt er gelegd en strekt om later gemeenschappelijk op te treden ter bevordering van het algemeen belang, waarin zij \\\\g[ eigen belang terug vindl. De volksschool is daarom het palladium van ons bestaan,

-ocr page 7-

6

de handhaving van der vaderen kenspreuk: «Eendracht maakt Macht.quot;

2. De wet onderscheidt zich van alle haar voorafgegane door de zorg die zij aan do gezondheid besteedt. Deze zorg spreekt zich niet alleen in schoolbouw cn keuze der hulpmiddelen bij het onderwijs uit, maar wijdt ook hare aandacht aan de lang voorbij geziene voordeelen door de g y rn nas tick gewaa rborgd.

3. Zij geelt de middelen aan de hand tot vorming van een goed personeel, ook voor de toekomst, \'t geen bewezen wordt door \'t geen het reeds presteerde.

Belichamen wij nu dc Wel op het Onderwijs, dan zien wij een op grootsche schaal en goeden grondslag opgetrokken gebouw dat bij invoeging der kalklagen in stevigheid zal winnen, doch tol heden toe de groote massa van het volk onbevredigd laat, omdat de wetgever vergat de aanbrenging dor «groote trapquot;, ontwikkeling van het gemoedsleven, leidende tot de opperzaal, tol de gemeenschappelijke tafel die verkwikt en versterkt in den strijd des levens.

Zullen de voorstanders der wet weigeren het werk te voltooien in hel alleen ware belang van het Nederlandsche volk door het ontbrekende aan te vullen?

Zullen de tegenstanders der wet vrede hebben met iiet vele in de wet gelegen goede prijs te geven?

Van beide partijen verwachten wij iets beters zich uitende aldus:

Wij willen de wet lot de moest mogelijke volmaaktheid brengen door aan versland en hart, gelijk aan tweelingbroeders, gelijke rechten toe te kennen, en op die wijze hel volksgeluk lo verzekeren.

Is dit doel te bereiken?

Wij zullen zien.

-ocr page 8-

11.

Dc mensch, wel eens het pronkstuk en de lieer genoemd van de drie rijken der Natuur, bestaal uil slof en gccsl; beide zijn in hem onafscheidelijk verbonden en vormen een geheel. Zijne werkzaamheid is stolfelijk en jeeslelijl; cn de aldus le verrichten luncliën, hoe verschillend ook zijn loch in overeenstemming ter ontwikkeling cn instandhouding van bet geheel.

liet ontwikkelingsproces eischt voedsel cn wel stoffelijk en geestelijk; dc hoeveelheid voedsel regelt zich naar de behoeften der krachten en vermogens om hel individu hel voor ieder hoogste standpunt le doen bereiken. Ais eerste daartoe gestelde voorwaarde geldt dat geen deel ten koste van een ander mag ontwikkeld worden, zal het geheel daardoor niet lijden; waaruit volgt dat de lichamelijke, verstandelijke en geestelijke ontwikkeling oorzaak moet zijn der harmonie tusschen geest en stof.

Toetst men aan deze gegevens het stelsel van ons openhaar of fo/Zaonderwijs dan kan ons de wetgeving niet bevredigen. Immers aan dc gemoedsvorming van het kind werd gecne haar waardige plaats toegekend en dc vei-slandsontwikkeling lol de allcsbehccrscbcndc kracht verheven Ier verzekering der volkswelvaart, liet onderwijs is alzoo éénzijdig cn leidende lol stofbejag, waarmede hel volksgeluk niet wordt verkregen, aangezien de vorming van bel hart, het kweeken van den mensch in den mensch, waartoe de verstandsontwikkeling zonder gemoedsvorming niet in staal is, wordt verwaarloosd, zoodal dc onderlinge overeenstemming in dc werkzaamheid van gevoelen, denken cn begeeren ontbreekt.

Dc vorming van het hart (bel gemoed) verhoogt dc waarde van hel versland, beveiligt en behcerscbt het voor

-ocr page 9-

8

do telfziichl, hel dierlijk instinct dat hel algemeene welzijn niel eerbiedigt, en verzekert hel maatschappelijk geluk.

Waar versland en harl samen gaan wordt hel begeervermogen binnen de aan hel gestelde grenzen beperkt en slreot\'l de inenseh zijner waardig naar de bereiking van zijne bestemming.

Hel beginsel van hel volksonderwijs behoort uizoo te zijn streven naar éénheid en geiijkvormigheid der omwikkeling van de kinderlijke vermogens en krachten zoo voor als lusschen hel ml- en lt;«wendige leven.

Ziet men de vorming van het gemoed als niets ol\' weinig zeggend voorbij, liet dierlijke leven neemt de overhand, een onverpoosd koortsachtig jagen naar standsverheffing, rijkdom en eer, ter bevrediging van steeds klimmende zinnelijke genoegens of ter ontijdige en vadsige rust, treedt in zonder te overwegen wal Emerson schrijft: »Wij ontdekten bij dal najagen der stoffelijke welvaart een «verschijnsel dal er verraad schuilt in het bezit en dal »zij niel te verkrijgen is dan door verzwakking cn ten »kosle van hel moraalgevoel.quot;

Hetgeen men opmerkt in den strijd des levens der groole massa, die den begeerden schal, slechts voor enkelen weggelegd, najaagt.

Hel kunnen cn willen, de strijd lusschen hot lichamelijke- en hel :ie/deven , heeft voor hel beneveld versland geene beteekenis; men wil hot leven tol oen feest maken, zonder te bedenken dal er in en builen ons zooveel en velerlei te verbeteren cn te lenigen is. «Voort! «Voort!quot; roept de tijdgeest en de wedren is aangevangen zonder vooraf inzel en waarde van den prijs te bepalen. De wedstrijd duurl voort; de een na den ander is reeds

-ocr page 10-

-

ö

afgevallen, hun levenslust is weg! En de winner 1... gt; Hij juicht ten koste der verliezers; doch slechts eene wijle, want van dag tot dag vervliegt de illusie die hij zich van de waarde van den prijs maakte. Hij zoekt rust; zal hij die vinden\'?! Benzei Sternau antwoordt: «Rust is een lie-«velingsvvoord maar het gif der onrust vergiftigt de rust »indien zij ai niet wordt verstikt door het kussen der «verveling.quot;

Dat verstandsvorming alléén geene algemeen stoffelijke welvaart, veel minder volksgeluk verzekert, zoolang het befjeeren van stoffelijk bezit alleen het streven is, wordt gezien in het immoreele der afgevallen strijders, die het: «God is liefde en wijsheidquot; voorbijzien

Tot instandhouding van het geheel wordt een ieder eene standplaats aangewezen en al wat hij naar die aanwijzing behoeft gegeven; van den stengel tot aan het fijnste vezeltje worden de deelen naar behoefte gevoed, om gemeenschappelijk bij te dragen lot den groei van bel geheel. Deze les wordt door de eigenbaat niet opgemerkt.

Allen zouden rijkdommen willen bezitten, zonder een oogenblik te bedenken dat, ware dit onbereikbare bereikbaar, de onderlinge arbeid zou ophouden, de een den ander zijne hulp zou ontzeggen, de samenwerking der standen — zoo onontbeerlijk — noodwendig moestenden en men zou terugkeeren lol den natuurstaat en het recht van den sterkere zou gelden als wet.

Neen! allen kunnen gelukkig zijn zoo de zelfzucht beperkt wordt en het streven om te bezitten zich bepaald tol eene ijverige hand, goed hart. en geloovig oog op de alvermogende Liefde.

Niet alzoo is liet gesteld bij de vele in den wedstrijd

*

-

-ocr page 11-

10

achtergeblevenen; verzwakt naar lichaam cn geest ontbreekt him hel noodige voedsel en waar de maag hel eischt vernederen zij zich tot den werkkring der wesp, die heên en weêr vliegt, zich op de bloemen zet, honig er uit zuigt en haren angel achterlaat; zij zijn de parasieten der algemeene welvaart. Schadelijker nog werkt, hel onbeteugeld verstand van hen wier gehuurde iluwee-len mantel der beschaving leidt tol eene verfijnde slavernij der groote massa, die nooit, algemeene welvaart geeft, veel minder volksgeluk, hetgeen bevestigd wordt door de alom bij de volkeren heerschende malaise op stoffelijk als geestelijk gebied, die reeds dreigend hier en daar automen te voorschijn roept en hel afralelen van den band doet vreezen, welke de voor allen zoo heilzame working der standen verbindt.

Reeds hoort men liicr cu daar de wanklanken van hel mijn en dijn bespreken op eene wijze dal de versland-trolsch, do dolende eigenliefde, de moeder der zelfzucht, wordt gehuldigd. In weerwil der weinige vruchten door het geïsoleerd slaande versland verkregen, wordt hel, voreenigd mol hel gemoedsleven de evenaar die aanwijst de werking van het kunnen en willen, de strijd die moot worden gevoerd tusschen het lichamelijke en hot ziele-leven om de eenheid en gelijkvormigheid le verkrijgen tusschen hel uil- cn inwendige leven; d. i. te leven en le doen leven, waardoor het gemoedsleven ontslaat, dal de wetten der natuur als tot hol heil der monschen in \'i, leven geroepen beschouwt, die in al hot bestaande met innige vreugde de alomvattende liefde Gods mei innige vreugde loert en in alles verscheidenheid van werkkring on éénstemmig streven ziel.

Ziedaar de bron waardoor de mensch in den strijd dos lovons welgemoed, dankbaar in de toekomst blikt en, om

-ocr page 12-

11

mei Vogel van Falckenslein le spreken, «de slem hoorl «die spreekl en de hand opmerkl die opwaarts voerl en uil «de wolken reikt en bijstand biedt.quot;

Voor- en tegenstanders der richting aan liet onderwijs gegeven, beiden beoogt gij du welvaart en hel geluk van het volk; kunt gij U met onze zienswijze verecnigen — en uw onbeneveld verstand zegt ))jaquot; — dan moet aller streven worden om hel volksonderwijs in die richting te bewegen.

De yemoedsvorminy vermag niet langer verwaarloosd worden. Wilt gij staatsburgers kweeken, gehoorzaam aan en beschermd door de wellen — cn daarvan hangt do welvaart en hel geluk des volks af — zoo moet de consciëntie bij hol volk spreken en daartoe moet de zedeleer dienstbaar worden. Wij wenschen niol dal de zedeleer worde voorgeschreven tol een van buiten te loeren lesje maar wel dat hare waarheden hij hot onderwijzen onopgemerkt als zaad in het gemoed des kinds gelegd, dal doortintele en doen zien dal zij hot versland lol wijsheid en hel harl lol deugd vormt mol inzicht den mensch lol geluk te brengen, wijl zij de plichten loert, die uil de eeuwige wijsheid voortkomen.

Hot onderwijs moet dér jeugd dc overtuiging aanbrengen, dal dc Voorzienigheid almachtig en goederlieren, maar heilig en rechtvaardig cn hol Haar niel onverschillig is, of do menschen Haren wil doen, dien Zij door dc rode, hel geweien en do schrift geopenbaard hcelï, of niet. Het kan niet genoog ingegriffeld worden dal er geen ware deugd bestaanbaar is zonder rechtvaardigheid, zonder straffen

-ocr page 13-

12

on beloonen. dat, hel alzoo noodig\' is ter voldoening aim onze plichten, de bevelen van ons verstand te gehoorzamen, onze neigingen op te offeren on onze eigenliefde te matigen.

lot aansporing moot or op. gewezen worden, dat onze vatbaarheid voor on onze zucht lol do deugd toeneemt, naarmate wij hare schoonheid en weldadigheid meer leoren kennen. Het inscherpen van alle deugden maakt alzoo liet lioolddoel van allo volksonderwijs uit. Deze deugden zijn in do eerste plaats: eerbied en liefde voor God, overheid en wel, achting en iiolde jegens ouders, rechtvaardigheid on broodoiiiofdo jegens do menschen, beheersching der be-rjeerie, vlijt en werkzaamheid, gelatenheid en geduld in ongeluk, nederig vertrouwen op do Goddelijke Voorzienigheid en stille onderwerping aan Hare beschikkingen.

Moge hot onderwijs alzoo worden gewijzigd zoo vreezen wij geone toekomst; waar hel gemoedsleven troont wordt de eisch aan hot leven gesteld gaarne gehoord:

dienen en (jediend worden,quot;

on die der maatschap;

»Lischt en vraagt weinig van de menschen; eischt en «viiUg veel van uzelf. Wees streng rechter voor uzelf en »toegevend tegenover do gebreken on zwakheden van een Kinder.quot;

111.

Hot loven is eene ernstige zaak, waarbij men ton zogen of vloek voor zichzelf of voor velen kan zijn, maar men beschouwt het niet alzoo.

Men verlangt niets beters to zijn dan oen vogel die zijn voeren opplukt en hier en daar pikt wat hij het liefst lust. Deze woorden van Elliot geven ons do hoofdoorzaak aan

-ocr page 14-

der «malaisequot; op stoffelijk en zedelijk gebied, als een gevolg der eenzijdige richting van het volksonderwijs, dat vreemd is aan de vorming van het gemoed, als geroepen do zelfzucht binnen de haar gestelde grenzen te beperken, waartoe het volksonderwijs moet worden: »De planmatige yizelfonlwikkclinj der in den rnensch sluimerende krach-))len en vermogens, gewijzigd naar tijd en omslandig-)) hedenquot;

Maar om daartoe te komen is meer noodig dan eene in onzen geest gewijzigde wet, wat al aanstonds blijkt als men bedenkt wat een der wijzen der oudheid zeide: «liet »kinderhart is gelijk aan een nieuwen aarden kruik, de »gcur der eerste daarin gekookte kruiden gaat nimmer ge-sheel verloren.quot; — \\Vij worden alzoo op de huiselijke opvoeding gewezen, die tot uitgangspunt moet dienen waarop het volksonderwijs voortbouwt. Het doel der huiselijke opvoeding bij de ontwikkeling der krachten en vermogens moet geleidelijk en vormend zijn; wordt daaraan niet nauwgezet voldaan, zoo kan het beste volksonderwijs slechts als paliatief middel beschouwd worden, wijl de opvoeding der omstandigheden daar, waar de vorming onvoldoende blijkt geweest te zijn, op den menseh werkten hem beheerschende slaaf maakt van zijne hartstochten en begeerlijkheden.

Eene goede huiselijke opvoeding stelt de voorwaarde eenheid in het streven waardoor de uithuizigheid wordt geweerd. De Moeder is de eerst aangewezene om het pand barer liclde te verzorgen en op te leiden.

Zie hoe zij het wichtje met een haar zaligend gevoel aan bare borst drukt, het laaft en met de moedermelk tegelijk de liefde in het kinderhartje storl. Met welk een ongekend welgevallen slaat zij hare oogen op haren schat. Immer wakende, bespiedt en beschermt zij ; iedere beweging der

-ocr page 15-

14

kleine kent zij en spreekt lol haar, cn mei welk ccnc zicls-vreugde slaarl zij in de oogjes tier kleine die haar zoeken on lerwijl aldus de band lusschen haar cn haar kind sleeds nauwer snoei t,; slaat zij haar oog naar boven cn zalig als zi j zich gevoelt is niets hare moedervreugde te zwaar, geen ofler haar tc groot; dag cn nacht is zij de opvoedende cn beschermende, tot leven wekkende licldc. Haar lievelingsbloem ontplooit meer cn meer do blaadjes. Moeders zorgen op vleugelen der liefde gedragen worden grootcr en ge-wichtiger; welk ecne ongekende waakzaamheid is haar eigen; daar staal zij bij het wiegje, zij houdt haar adem in; zij meent iels te hooren. Zachtkens tilt zij hel wicgckleed op; de kleine staart moeder aan; deze helt het wicht in de lioogle cn juicht: Mijn Engeltje! Maanden zijn voorbijgegaan; zin cn zintuigen uil de sluimering lot bewustheid gekomen, zij kennen reeds vormen; zwakke voorstellingen zijn daardoor ontstaan, ras zijn de vermogens reeds vrucht-gevende en ontvangende. Moeder gevoelt reeds met de kleine, die zich op haren schoot thuis gevoelt. Zij stamelt met de kleine cn iedere klank wordt door Moeder verslaan. De omringende voorwerpen krijgen nu grootcr beleckenis en leiden tot hel kennen van derzelver beslemming om door aanschouwing cn verwerking van hel gehoorde tol ontwikkeling te brengen. Nog een wijle lijds en daar slaat reeds de kleine aan moeders school, luisterende naar de verhaaltjes, waarmee moeder hot zaad werpt ter yenweds-vorming. Wie merkt hier niet op moeders scherpzinnigheid cn tact. Zie, de moeder vouwt dc kleine handjes, vat ze in de hare, ziet opwaarts met de stille bede: »lleere, geef «zegen Iquot; cn hel onschuldige kinderhart sluit zich zoo licht aan den Ilcmelschcn Vader. En de echtgenoot, welk een tooneelljc ziel hij. Dat is het loon en de vrucht zijner liefde. Zijn mannentrots verheft zich, maar ook zijn vader-

-ocr page 16-

15

lijk gevoel kan hij niet langer verbergen en — met zwakke doch hoorbare stem vraagt hij als een boeteling «Moeder mag ik uw medearbeider worden?quot; En de teederminnende eehtgenoote en moeder, hare glinsterende oogen spiegelen af. «Ja!quot;

Vader, Moeder en kind zijn één; de vreugd verheugt.

De man treedt nu als adsistent op, daar, waar de moederlijke zwakheid zich vertoont, om door liefderijken ernst beter te leiden en de huisgenooten, getrokken dooide lieve kleine, zij eerbiedigen wat de vaste hand des vaders op den wand schreef: «Bedenk dat het kinderlijk «gemoed is als een stuk was dat in do zon ligt; iedere «indruk, daarin te weeg gebracht, kan nimmer worden «uitgewischt.quot;

De bewaarschool, geroepen om de taak der ouders te verlichten — hoe dankbaar wij ook voor de verbeteringen zijn haar gegeven, wij zouden gaarne zien dat zij haren naam gestand deed; dat zij betvaardc, steunde, leidde.

Niet te veel, alles met mate worde hierbij echter niet voorbij gezien. Gecne kunstmatige oefeningen, waardoor lichaam en geest der kleine gekrenkt worden. Warm, levendig, kort zij de stem die men er hoore. Men zij bedacht wat Maarten Luther zeide: «Met de kleinen moet «men leeren stamelen.quot; liet geven van eene titelatuur zij immer na le laten; hot straffen on beloonon door stolfe-lijke middelen niet verkieselijk; een goed — ofafkeorende blik, zoo rijk in verscheidenheid zij het goheole stelsel van straffen en beloonon. Te recht zegt Huckert: «het oog kan de wereld droef en vroolijk maken,quot; terwijl men don kleine onmerkbaar zelf de gevolgen van goed en kwaad doe opmerken.

-ocr page 17-

iii

Wordt aan de huiselijke opvoeding in Nederland meer algemeen goed recht van heslaan toegekend, hul volksonderwijs is geroepen de laak der Vaders voort Ie zetten en de vorming van den geheelen mensch , d. i. de oni wikkeling van al do in den mensch sluimerende krachten en vermogens, le beginnen, opdat de jeugdige mensch, toegerust met al wat hij behoeft, zich zelf en de maatschappij tol gewin worde.

Zal hij de zinnelijke genoegens kunnen weerstaan dun moet zijn gemoedsleven lol lioogen graad van ontwikkeling gebracht worden, door voortzetting der zedelijke vorming, üocli tot tie heheersching der neigingen en driften, tot zelfstandig en vrijliandelen is meer noodig. De (jevoels- en zedelijke vorming is daartoe onvoldoende; zij moet tol een verhoogd zedelijk gevoel, d. i. de be-wuslheid Gods in den mensch, gebracht worden. Deze bewustheid doel zich kennen door de openbaring der inwendige zedewei die, zich zelf daarslellende en verklarende, een eigen doel heeft, zich zelf ontvouwt en regelen aangeeft. De rede schvijfl: onvoorwaardelijk gehoorzamen. De wil, die vrij is, moet buigen en bezit daartoe liet vermogen om te gehoorzamen aan de inwendige zedewet. Zij maakt vrij en onafhankelijk van de natiiurwetten, streelt naar hel goede en verheft den inwendigen mensch lol ecne persoonlijkheid, lol vrijheid en zelfstandig beslaan builen de stof.

Door de rede wordt de mensch aldus van een zinnelijk tot een zedelijk en door den Godsdienst een geestelijk leven bezittend wezen en bereikt hij een trap van geluk waarvan door samenwerking van het Godsplan, ook voor zijne omgeving welzijn afstraalt: God alles en in allen ; de mensch een dankaltaar voor de wijsheid en alverzorgende Lielde.

-ocr page 18-

17

Om itil doel lo bereiken is eenc verstandelijke en zedelijke vorming, zelfs vereenigd, onvoldoende en de eenzijdige verslandsonlwikkeling aan hel volksonderwijs gegeven stelt nog minder eischcn!! Nog dezer dagen lazen wij hoe een orgaan dier richting do grondwaarheden van den Christe-lijken Godsdienst als windselen beschouwt welke het doordringen tot de kern, het wezenlijk levensbeginsel, slechts beletten. Deze stelling nu is onhoudbaar; waarheden kunnen niet geacht worden windselen te zijn. Een windsel strekt om te bedekken, te stutten, of te beveiligen en waarheden kunnen zich zelf niet omwinden noch te niet doen. De bewering dat de kern van het wezenlijk levensbeginsel zou gelegen zijn in de zedelijke waarheid (?) dat kennis, zelfvertrouwen en karakter de beste leidslieden zijn, gaat niet op, zelfs niet als het buigen van den wil verkregen is.

Kennis kan falen en misbruikt worden, zelfvertrouwen beschamen en karakter ontaarden in willekeur en heersch-zucht. Waar een orgaan dor richting aan hel volksonderwijs gegeven aldus die richting bepleit zwijgen we, alleen aanmerkende, dal men den mensch hierdoor verlaagt tot een roofdier en hel nauwe verband lusschen den maal en de maatschap vernietigt; men kent dus den mensch geen hooger doel toe dan stofbejag, geen geestelijk bestaan, als zou de Liefde geen voorwerp der liefde bezitten en ziet de wijsheid en liefde des Scheppers voorbij. Wij weten wel dat er nog immer geleerden op de schoolbanken zijn, die vermeenen, dat er niets dan stof bestaat en die aflos, wal als eenc werking van den geest wordt beschouwd, die van een eleclrische strooming in de hersenen noemen maar de zielkunde en de practische redeneerkunde verklaart zich daartegen op grond dal er in het zieleleven verschijnselen zijn, die onmogelijk daaruit kunnen

-ocr page 19-

18

verklaard worden, \'l geen door Diltes Wendol wordl geslaafd waar deze zich beroept op;

1°. het bewustzijn, — want geene elcctrische batterij weet wat ze doel;

2°. de scheppende werkzaamheid der ziel, waardoor een Beethoven de heerlijkste toonstukken schrijft en een Ten Kate in gespierde taai de schepping bezingt.

3quot;. hel herinneringsvermogen.

Laat ons verder hooren wat hij schrijft: «liet gewicht «dezer opmerkingen en bedenkingen wordt tegenwoordig «in de wetenschap vrij algemeen erkend en de uilstekendste »physiologen van onzen tijd breken dan ook den staf over «het malerialisme; zoo als mannon als: Fichner, Fich, »Funde, Grosse, Ilelmholtz, Hyrth, Lotse, Ludwig, Ruste, «Volkman, Wunde en anderen.

»Dat er nog zijn die, beunhazende in populair natuur-»kunde, de leering preeken dal de meeste mannen van «wetenschap het malerialisme zijn toegedaan, is mogelijk? «maar als zij zich de moeite gaven om van hun stand-«punt de samenstelling van eene materialistische zielkunde «te beproeven, zij zouden voorzichtiger worden. Men «lette hier op physiologische bijzonderheden. Met algemeene «beschouwingen is de wetenschap niet gebaat en met zin-«looze aardigheden nog minder. Hierbij behoeft niets ge-«voegd te worden dan dat het oude voorschrift «ken u «zeivenquot; en de uitspraak van Des Carles: «Ik denk, dus «besla ikquot; nog altijd hunne kracht blijven behouden.quot;

Dit een en ander daarlatende ter overweging van hel onbeneveld verstand, moet het de aandacht van den materialist trekken, dat het onderzoek der specialiteiten in de natuurkunde, kcnteekenen heeft aan \'t licht gebracht, waaruit zij de gevolgtrekking hebben gemaakt, dat de geest niel uit slof is, maar degelijk hooger slaat; wij ver-

-ocr page 20-

19

trouwen dal tic welenschap verder zal gaan en hare gevolgtrekking, vroeg of laat met het ijk der waarheid zal kunnen bestempelen, zoodat dit pleit ook voor den stol\'aanhidder moge besleclil zijn.

Wij voor ons behoeven dit niet; wij gelooven en keeren tot onze opvoedkundige gedachten terug.

Wij zagen den mensch gebracht tol een verhoogd zedelijk gevoel, dus hooger geplaatst dan de stolaanbidder, maar dit standpunt is nog niet voldoende voor zijne levensbestemming, een geestelijk leven. Al wat in en om hem is moet tot ontwikkeling worden gebracht ; hel godsdienstig gevoel kan hij niet missen, hel moet aanvullen wal do rede niet bezit en zijne persoonlijkheid doel lijden, hem steunen en stalen in den strijd des levens. Die strijd des levens, waarin hij, beheerscher van zich zelf zijnde, de doornen doet verstompen, al kent hij ook nog de geuren der levensbloemcn niet, doet hem zich aan zichzelf ontdekken als: een te kort, een deel van het groote geheel, schakel in hel Godsplan, bestemd om anderen gelukkig te maken en daardoor zelf gelukkig te zijn. — En zijn sterven?—.....Exelcior?

Wel waar als Klinger uitroept: «Hoe weinig valt erop de wet der zedelijkheid te bouwen!quot;

Maar kan een enkel stoffelijk bestaan hel doel Gods zijn? Kan de functie van lastdier de trek lot leven onderhouden en het hooger opklimmen lot den Volmaakte, dien wij in Jezus Christus onzen Vader noemen, bevorderen? — Kan hel doel zijn ons hel leven te geven zonder levenscloe/; ons strijd te geven om te niet te gaan ?

Kan de liefde wal zij omvat loslaten?

Neen, wij gelooven het ons dierbaar Evangeliewoord en

-ocr page 21-

20

ons inwendig bewustzijn bevestigt ons, dal de stol\' is uil den geest, en zulks doet ons al wal bestaat beschouwen als bewijzen voor de wijsheid on liefde, die dit leven voor den menscb doet zijn tot eene leerschool en voorbereiding voor een hooger.

Maar daartoe behoort dat godsdienstig gevoel meer en meer te ontwikkelen, het uitgangs- en steunpunt te worden van de rede, het verhoogd zedelijk gevoel, en de door haar verkregen jiersoonlijkhetd, vrijheid cn zelfulandiij-heid behoort op te gaan in de persoonlijkheid Gods, van wien hij genoemde eigenschappen in grootcre male en met winste terug ontvangt, tol zelfstandige vereenzelviging met den Vader, tot vervulling der bede: «Uw Koninkrijk kome!quot;

In dien geest, spreekt de volksovertuiging, moet het. onderwijs dienstbaar gemaakt worden ter verkrijging van volksgeluk.

Om hiertoe te geraken behoeft het volksonderwijs de hulp der kerkleeraars. In de scholen, die bezocht worden door de kinderen van verschillende gezindheden kan de wet gelijkheid voor allen handhaven door onderwijs te geven in de waarheden der Christelijke godsdienst, door alle kerkleer en erkend. Waar eene meerderheid bestaal eerbiedige men de vrijheid der minderheid door haar te doen vertrekken. Hiertegen kan geen overwegend bezwaar bestaan; in alle collegiën domineert de meerderheid. De voorstanders der thans vigeerende wel zullen kunnen zeggen, dat op deze wijze de deur wordt opengezet voor eene overheersching der kerkleeraars, en dat zij een afkeer hebben van vormendienst, die den geest doodt en den vooruitgang weerstaat.

Wij vragen: kan men waren vooruitgang denken zonder

-ocr page 22-

I

-id

de vorming van den geheelen mensch? Gij vreest hel mis-hrtiik dat een ontrouw leeraar van het gezag kan maken en ziet voorbij liet dooi\' u vooropgestelde alles beheer-schende versland en de even gewettigde vrees voor een gewetenloos staatsdienaar! Waarom de Staat oHfeilbaar, de Kerk feilbaar verklaart?

Wij denken hier aan Benzei Sterman, die zegt: »Vele «inenschen kweeken in zich zelf wat zij in anderen afkeuren. «Zij deelen graag hunne slagen, niet hunne lauweren!quot;

Laat ons voorstanders van het volksonderwijs zijn ! Aller leuze is volksgeluk; het middel om dit te verschaffen zij voor de partijen zelfonderzoek. Vragen wij ons af: Hebben we niet te veel geëischt van de verstandsontwikkeling en te weinig of niets van de gemoedsvorming? Is het beginsel vol te houden, dat kennis, zelfvertrouwen m zelfstandigheid de beste leidslieden zijn voor den mensch. Zagen wij de plicht door de rede en inwendige Godsvereering voorgeschreven, niet ten eenemale voorhij? En is zij toch niet de eenige wegwijzer tot volksgeluk?

Men roept: «Geen vormenquot;; maar zij zijn onmisbaar voor den mensch. Immers hij de komst van den nieuwen wereldburger begint men met den vorm en het kind leert dien vatten; van hel wezen is nog geen sprake. Eerst later komt het kind tot bewustheid wat in den vorm gelegen is en hetzelfde is van toepassing op de groote massa en toch te meer daarom treft ons het woord van een daggelder die in bescheiden taal sprak: »God is zóó groot dat de «Hemelen Hem niet kunnen omvatten, en zóó klein dat »11 ij in mijn hart wil wonen.quot;

)gt;Geene vormenquot;, zoo spreekt het verstand, zonder te bedenken dat ook zelfs de geleerdste den vorm niet geheel kan missen. Zelfs de mathematicus kan zonder het gebruik van den vorm geen formules schrijven; ons

(

-ocr page 23-

22

gevoelen en denken heeft ook bij den meest ontwikkelde eene gedaante noodig of hij doolt en vervalt in dweeperij. Wij behoeven den vorm nis middel ter ontwikkeling en als zoodanig iedere kerkleer als omhulsel, geplooid naar de behoeften van het volk, waaronder zich een kleinood van groote waarde «volksgelukquot; verborgen houdt.

Kerkleeren zijn methoden, hoe verschillend één in streven tot het doel den mcnsch tot zijn Schepper te brengen. De meerdere of mindere waarde er van is subjectief en niet dan door den belijder te bepalen.

Neen, wij vreezen geene kerkleer, integendeel wij waardeeren haar; hare innerlijke waarde is hel individu en de samenleving lot groot gewin; zij is de kracht van den Staat. — Neen, en immer neen! Wij vreezen niet en blijven de kerkleer erkennen. Wij nemen les bij de natuur en merken op hoe de graankorrel omgeven en beschut zich ontkiemend onmerkbaar losmaakt en naarmate het ontwikkelingsproces voortgaat de stengel zich in de vrije lucht verheft om rijpe vrucht te geven. Verstandsontwikkeling op zich zelf alleen is in strijd met de regelen der inwendige zedewet. Zij onttroont den mensch en maakt hem tot. slaaf der zinnelijkheid.

Het volk gevoelt dat en vraagt in dezen tijd der smn-laisequot; meer en meer, geef ons wat wij behoeven in den strijd des levens, liet staatsbelang eischt dit en ziet in het kind zijn toekomstigen burger en wat kan beter zijn voor de rust en den vrede in de maatschappij dan de bevrediging van die behoefte ?

Niet dus de richting van verstandsontwikkeling alléén, wel de vorming van hart en versland zóó dat beide gelijken tred houden, waardoor het, gemoedsleven wordt bevorderd, het individu zich cjelnkkig cjevoelt en anderen gelukkig maakt.

-ocr page 24-

23

Mogen de woorden van een grool man daartoe gehoord worden: «Alles in ons en builen ons is sleohls bouwstof. «Diep in ons gemoed verborgen ligt de scheppende kracht, »die ons doel voortbrengen wat wezen zal en ons noch nrusl noch duur laat; tot wij in en huilen ons hebben «voortgebracht wat zijn moet: het ware leven van het leven.quot;

IJ Ir eelt I.

Van Frankeniiuijsen.

-ocr page 25-
-ocr page 26-
-ocr page 27-

dr