-ocr page 1-
-ocr page 2-

i

-ocr page 3-
-ocr page 4-

de

/

ƒ

-ocr page 5-

DE LIEFDE VAN

itpY 4$§amp; \'p} W Sè $£amp; •61 au Oï

L.Lxy» .x» A 2) w quot;iSods, OJ ®CJ\'(TC,^5)

tot zijne schepselen

OF

de Geest der H. Gertruda.

naai\' het Engslsch

DOOR

V. J. V.

BEE D A, De Prins-Cardinaal, D, ö4.

EDUARD VAN WEES.

Snelpers Boek- en M uziekdrukkerij. UITGEVER.

18 8 7.

-ocr page 6-
-ocr page 7-

. Vak. 73

DB LIEFDE VAN

tot zijne schepselen

de Geest der H. Gertruda.

naar het Engelsch

DOOR

F. J. V.

JV.

B1BL.

W i J O H ï£ N 3

BREDA,

De Prins-Cardinaal, U, 64:

EDUARD VAN WEES.

Snelpers Boek- en Muziekdrukkerij. UITGEVER.

18 8 7.

-ocr page 8-
-ocr page 9-

VOORREDE.

-ooXXo-o-

Te recht zegt men, dat »de oudste bijzondere godsvrucht der Christenen is die van het heilig Hart van Jesus;quot; want dat zegt eenvoudig, dat Jesus van den beginne aj door de Christenen bemind werd met eene liefde, geëvenredigd aan hunne heiligheid. De 11. Augustinus was de groote voorstander dier godsdienst in de eerste eeuwen der Kerk; de 11. Fran-ciscus van Assise kan er het levend beeld van genoemd worden in de eeuwen des Geloojs; terwijl de openbaringen der H. Gertruda eene rijke mijn waren, waaruit de zielen schatten van liejde trokken, en leerden hoe het Hart der liefde de ge-trouwheid zijner bruiden beloont.

De uittreksels uit de openbaringen der H. Gertruda, in dit boekje vervat, toerden verzameld vooral met het oog op de godsvrucht van het heilig Hart. Het is te hopen, dat daardoor eenige van de meer

l

-ocr page 10-

algemeen belangrijke openbaringen der heilige bekend zullen worden aan hen, die ïoellicht geen grooter en kostbaarder werk kunnen aanschaffen. Mogen deze weinige vonken, uit den grooten oven van het Hart van liefde, de zielen van duizenden ontsteken !

De kleine getijden van de H. Gertruda loerden voor het eerst in het Engelseh (1) uitgegeven. De oorspronkelijke, loaar-naar wij ze vertaald hebben, zijn te vinden in het Officium Monasticum Beatai Mariai Virginis, enz. Patdi V. Pont. Max. auctontate recognitumpro omnibus sub regula S. P. Benedicti militantibus Venetiis Ex timoqrapliia Bulleniand MDCCLVI.

KLOOSTER DEB AHME OLARISSBW, KENMABB.

Op den fisesldaji; van den 11. Joannes voor de lalijiische jiourl, 6 Mei 1806.

(1) Wellicht is dit ook voor het eerst eene Nederlandsclie vertaling dier getijden. Veet.

-ocr page 11-

DE Gr JE EST

DER

HEILIGE GERTRÜDA.

DEEL 1.

Openbaringen over de liefde van het Hart van Jesus tot zijne schepselen.

HOOFDSTUK I.

e Zaligmaker heeft de onderlinge liefde zijner schepselen niet verboden; in tegendeel, hij heeft die geheiligd en veredeld door zijn eigen voorbeeld eu het voorbeeld zijner Heiligen. Hij klaagt slechts dan, wanneer wij aan het schepsel geven, wat rechtens

-ocr page 12-

alleen den Schepper toekomt. Zoo vinden wij een voorbeeld van geheiligde genegenheid jegens een schepsel in de voorliefde, welke allen, die Gertruda kenden, voor haar gevoelden, en in de bijzondere liefde van den dierbaren, hoewel onbekenden vriend, aan wien wij de zorgvuldige verzameling, van hare openbaringen verschuldigd zijn.

Toen iemand van groote heiligheid eens voor Gertruda bad, werd haar geopenbaard, waarom deze Heilige zoo bijzonder dierbaar was aan het heilig Hart. »0 Goddelijke Liefde,quot; riep zij uit, »wat is er in die Maagd, dat haar bij ü zoo geacht en bemind maakt?quot; De Heer antwoordde: » A-lleen mijne goedheid noodzaakt mij daartoe; omdat zij in hare ziel die vijf deugden bewaart en volmaakt, welke mij boven alle andere behagen, en die ik door eene bijzondere milddadigheid daarin geplaatst heb. Zij bezit zuiverheid, door den aanhoudenden invloed mijner genade; zij bezit nederigheid te midden der groote

-ocr page 13-

9

verscheidenheid van gaven, die ik haar geschonken heb — want hoe meer ik in haar uitwerk, des te meer vernedert zij zich zelve; zij bezit eene ware goedaardigheid, dié haar tot mijne meerdere eer het heil der gansche wereld doet verlangen; zij bezit eene opregte getrouwheid, daar zij tot hetzelfde einde al hare schatten met milde hand verspreidt. Eindelijk bezit zij eene volmaakte liefde; want zij bemint mij, met geheel haar hart, met hare gansche ziel en met al hare krachten; en uit liefde tot mij bemint zij haren naaste als zich zelve.quot;

Nadat de Heer aldus tot die ziel gesproken had, toonde Hij haar een kostbaren steen op Zijn hart, in den vorm van een klaverblad, en van onbeschrijfelijken glans en schoonheid; en Hij zeide tot haar: »Altijd draag ik dezen steen als een onderpand der genegenheid, die ik voor mijne bruid koester. Ik heb hem dezen vorm gegeven, opdat het gansche hemclsche hof door don luister van

-ocr page 14-

10

liet eerste blad wete, dat geen schepsel op aarde mij zoo dierbaar is als Oertruda, omdat er op dit oogen-blik niemand onder het menschelijk geslacht is, die door zuiverheid van bedoelingen of oprechtheid van wil •/gt;00 naauw met my vereenigd is als zij. Door het tweede blad zullen zij zien, dat ik geene ziel, die nog de banden van, vleesch en bloed draagt, zoo bereidvaardig verrijk met mijne gunsten en genaden. Eu in den glans van het derde blad zullen zij lezen, dat er geene is, die gelijk Gertruda, met zulke opregtheid en getrouwheid de gaven, die zij van mij ontving, alleen tot mijne eer doet strekken; die verre van het geringste voor zich zelve te verlangen, allervurigst wenscht, dat nooit iets aan haar wordt toegeschreven.quot; De Heer eindigde de openbaring aldus ; »Gij kunt geen plaats denken, waar ik meer behagen schep, of die mij beter past, dan het Heilig Sakrament des Altaars, en daarna in het hart en iu de ziel van Gertruda, mijne be-

-ocr page 15-

11

minde; want al mijne genegenheid en al het welgevallen mijner goddelijke liefde is op eene bijzondere wijze op haar gevestigd.quot;

Bij eene andere gelegenheid hoorde een godvruchtigè, die voor de Heilige bad, deze woorden: »Zij, voor wie gij bidt, is mijne duive, die geene valschheid kent, want zij vreest als gal het bedrog en de bitterheid der zonde. Zij is mijne uitverkoren lelie, die ik gaarne in mijne handen draag, want het is mijn wellust en mijn vermaak in de zuiverheid eu onschuld dier kuische ziel te rusten. Zij is mijne roos, welker geur vol zoetheid is door haar geduld in allen tegenspoed, en den dank, dien zij mij steeds aanbiedt, en die als de liefelijkste geur voor mij opstijgt. Zij is die lentebloem, die nimmer verwelkt, en die ik met welbehagen aanschouw, omdat zij onophoudelijk in hare borst eene vurige begeerte koestert en aankweekt niet alleen naar alle deugden, maar ook naar de uiterste volmaaktheid van elke deugd. Zij is als eene zoete

-ocr page 16-

12

melodie, die liet oor der gelukzaligen streelt; en die melodie bestaat uit al het lijden, dat zij met zooveel standvastigheid verdraagt.quot; (1)

HOOFDSTUK II.

UÜE HET UABÏ VAN JESUS ONS VERTROUWEN LIEF HEEFT EN BELOONT.

... ^ VViiet vertrouwen der Heilige op God

Was inderdaad een uitstekend

kenmerk harer heiligheid, dat haar

onmetelijke gunsten deed verwerven.

Hoe kon het Hart van Jesns iets

weigeren aan eene ziel, die zoo geheel

op Hem vertrouwde? Hoe aangenaam

deze deugd aan haren Bruidegom was,

werd aan eene harer kloosterlingen

(1) Algemeen wordt ondersteld, doch zonder ttenoeïziunc zekerheid, dut deze woorden tot de 11. Meehtildis werden gesproken. Zij /eau de „heilige persoon.quot; geweest zijn. uiin wien de openbaring gedaan werd; doch deze mccning berust op ccuc bloote gissing.

-ocr page 17-

13

geopenbaard, die lang te vergeefs had gebeden oin eeue bijzondere gansl, waarnaar zij vurig haakte. Eindelijk verwaardigde zich de Heer haar de reden van dat uitstel te kennen te geven, waarover zij eene groote verwondering gevoelde en betuigde. »Ik heb uitgesteld, uwe gebeden te beantwoorden , omdat gij nog geen genoegzaam vertrouwen hebt in de uitwerkselen, die mijne genade in u te weeg brengt. Waarom doet gij niet gelijk Gertruda, mijne uitverkoren maagd, die zoo vast op mijne Voorzienigheid vertrouwt, dat er niets is, wat zij niet hoopt door de volheid mijner genade; daarom zal ik haar nooit iets weigeren, wat zij mij ook vrage.quot;

Een heilige bad eens met ernst, dat hij weten mocht, welke deugd de Heer in zijne bruid het meest behaagde. Het antwoord was »de edelmoedigheid van haar hart.quot; (1) Daar hem dit echter niet weinig ver-

(1) „Ucspondit rtoininus; Lilertas cordis.quot;

-ocr page 18-

wonderde, waagde hij het te liervatteu; |

» wat mij betreft, o Heer, ik verbeeldde i

mij, dat, wat U het meest in die ziel behaagde, was, de volmaakte zelfkennis en de hooge trap van liefde,

dien zij door uwe genade bereikte. i De Heer hernam: »Die edelmoedigheid van haar hart is van zoo groote waarde en oen zoo onschatbaar goed, dat daardoor het toppunt van volmaaktheid kan bereikt worden. Daardoor is mijne uitverkorene te allen tijde vatbaar voor de rijke gaven,

die haar beletten, haar hart te hechten aan iets wat mij zou kunnen hinderen of mishagen.quot;

Wanneer de H. Gertruda de keus van kleedingstukken of andere be-noodigheden werd gelaten, was zij gewoon hare oogen tc sluiten, dan hare hand uit te steken, en te nemen wat zij op die wijze aanraakte. Dan , ontving zij wat haar ten deel viel met de levendigste dankbaarheid als een geschenk van God zeiven. Inderdaad hare godsvrucht tot de Goddelijke Voorzienigheid was een bijzondere

-ocr page 19-

15

trek in hare heiligheid, die haar menige gunst verwierf. Wat kon haar ook geweigerd worden, die zoo volkomen op de Eeuwige Liefde vertrouwde !

Hierdoor werd die ziel zoo naauw mot Jesus verbonden, dat zij geen wil had dan den zijnen, zoodat onze Goddelijke Jesus zelfs tot de H. Mech-tildis zeide: »Ik heb Mijn Hart door de banden mijner genade zoo naauw met hare ziel vereenigd, dat zij met mij één geest geworden is. Daarom gehoorzaamt zij zoo bereidvaardig al de begeerten van mijnen wil, zoodat de eensgezindheid en verstandhouding, welke tusschen de verschillende deelen van het ligchaam en het hart bestaat, niet grooter is, dan die, welke bestaat tusschen Gertruda\'s ziel en de mijne; en gelijk op hetzelfde oogenblik, wanneer iemands hart eene beweginsc verlangt van zijne handen, deze zijnen wensch vervullen, omdat zij geheel en al aan den wil van het hart onderworpen zijn; en gelijk iemand, die in den geest verlangt, dat zijne oogen

-ocr page 20-

16

eenig voorwerp zien, deze onmiddellijk voelt opengaan — zoo ook is Gertruda altijd niet mij, en ieder oogenblik bereid aan de indrukken gehoor te geven, die ik in haar verwek.quot;

Eene gelijke openbaring werd op ongeveer den zelfden tijd gedaan aan een anderen heilige, wien gezegd werd, dat de vereeniging der Heilige met haren Bruidegom nog volmaakter zou worden, dat zij nog overvloediger gaven van God ontvangen zou, en dat zij eene zoo volmaakte vereeniging met Hem zou bereiken, dat hare oogen alleen zouden zien, wat God haar liet zien, hare ooren slechts zouden hooren, wat God haar liet hooren, en hare lippen niets zouden spreken dan wat God haar liet zeggen.

Dat iemand, die zoo naauw met God verbonden is, vooral het vermogen moet hebben om mirakelen te doen, kunnen wij wel niet anders verwachten in den gewonen loop des geestelijken levens. Zij, die zich zonder voorbehoud aan God overgeven, ontvangen ook zonder voorbehoud zijne

-ocr page 21-

17

gaven. Zij doen zijnen wil, eu Hij volbrengt den hunnen: want de wil van den Bruidegom en die der bruid zijn één. De Heilige verkreeg eens, dat een vorst ophield, die zoo streng was, dat, als hij langer aangehouden had, de vruchten der aarde geheel vernield zouden geweest zijn. Zij deed haar gebed bij de heilige Offerande, en toen zij op het puut stond het aanbiddelijk Sacrament des altaars te naderen, verzekerde haar de Heer, dat Hij hare bede verhoord had. Met heilige stoutmoedigheid vroeg zij echter, dat de toen vallende hagel oogenblikkelijk zou ophouden. Haar verzoek werd toegestaan; maar verdiept als zij was in de grootheid van het werk, dat zij zou gaan verrichten, dacht zij niet meer aan haar gebed. Eerst toen zij de kerk verliet, en den daauw reeds zag nederdalen, herinnerde zij zich hetzelve. Diegenen, die niet van het gebed der Heiligen wisten, stonden zoo verbaasd over die plotselinge weersverandering, en vreesden dat het slechts eene voor-

-ocr page 22-

18

bijgaande vermindering der gevreesde strengheid zou zijn; doch het was zoo niet: het land werd voor vernieling en hongersnood bewaard, ofschoon weinigen wisten aan wien zij die gunst te danken hadden.

In iedere moeijelijkheid van grooter of kleiner gewicht, was de heilige Gertruda gewoon hare toevlucht te nemen tot haar hemelschen Bruidegom, en al haar gebeden werden bij die gelegenheden evenzeer verhoord. Wat toch is klein in het oog van Hem, die zorgt voor Zijne uitverkorenen, zoodat zelfs de haren van hun hoofd geteld zijn, en geen enkel buiten Zijn weten kan uitvallen? Zoo wordt van Gertruda verhaald, dat, zelfs wanneer eene naald, waarmede zij gewerkt had, verloren was, en zij die eenigen tijd gezocht had in het stroo, waarin zij was gevallen, zij zich tot haren Heer wendde, tot wiens eer zij ze gebruikt had, en Hem vroeg, haar in het zoeken bij te staan; op het oogenblik dat zij sprak, stak zij nogmaals hare hand in het stroo,

-ocr page 23-

19

en vond oogenblikkelijk, wat zij zoo lang te vergeefs gezocht liad. Inderdaad, zoo groot was het vermogen der Heilige op het Hart van haren Bruidegom, dat het scheen alsof het den Heer leed deed, haar eenig verzoek te weigeren. Het gebeurde eens, dat eene lange aanhoudende droogte, gepaard met stormachtig weder, ernstige vrees voor de vruchten der aarde deed ontstaan. De H. Gertruda nam als naar gewoonte hare toevlucht tot het gebed. Het was echter Gods wil niet, hare bede toe te staan; maar met eene bewonderenswaardige toegeeflijkheid, verwaardigde Hij zich niet alleen haar zijne plannen bloot te leggen, maar zelfs als het ware zich voor haar te verontschuldigen over de weigering van haar verzoek, t »De reden, welke mij somtijds

verplicht de gebeden mijner uitverkorenen niet te verhooren, bestaat niet tusschen u en mij, aangezien onze wil zoo naauw vereenigd is door den heiligen band der genade, dat gij niets anders begeert, dan wat ik zelf ver-

-ocr page 24-

20

lang. Maar aangezien ik door dezen versclirikkelijken storm sommigen wil overwinnen, die tegen mij opstaan, en hen ten minste wil noodzaken, mij door liet gebed te zoeken, omdat zij alleen tot mij komen, wanneer zij geen andere toevlucht hebben, is het noodig dat ik u weigere wat gij begeert. Opdat gij echter weten zoudt dat uwe gebeden niet zonder uitwerksel zijn, zal ik u daarentegen de een of andere geestelijke gunst toestaan.quot;

HOOFDSTUK III.

HOE HET HART VAN JESUS DE GELIJKVORMIGHEID AAN ZIJNEN WIL IN KRANKHEID LIEP HEEFT EN BELOONT.

^jVedurende de laatste ziekte der Heilige, terwijl de kloosterlingen, die haar bijzonder genegen waren, met groote vurigheid voor haar baden, zeide haar de Heer: »lk heb met onuitsprekelijke vreugd dit oogenbiik verbeid, opdat ik mijne uitverkorene

-ocr page 25-

21

in de eenzaamheid kon geleiden, en daar tot haar hart spreken. Ik ben in mijne verwachting niet te leur gesteld, want zij schikt zich in alles naar mijnen wil, en gehoorzaamt mij op eene wijze, die mij alleraangenaamst is.quot; De heilige Benedictyne begreep, dat de Heer door eenzaamheid de ziekte der Heilige bedoelde, waarin Hij tot het hart zijner beminde sprak, en niet tot haar oor; want Zijne taal is zoodanig, dat zij niet op de gewone wijze verstaan wordt, even gelijk hetgeen tot het hart gesproken wordt, beter wordt gevoeld clan gehoord. Kwellingen en droefheden des harten zijn de taal des Heeren tot zijne uitverkorenen; wanneer dus iemand lijdt, en meent dat die nutteloos zijn, dat zij haren tijd nutteloos verspillen, dat anderenquot; er door lijden, en te vergeefs lijden, in zooverre dat zij door dat lijden nooit hunne gezondheid zullen herkrijgen , — antwoordt de ziel op lt; zulke gedachten, dat inwendig geduld te oefenen, en te wenschen.

-ocr page 26-

22

dat Gods gansche wil in hen vervuld worde, Gode het aangeuaamst is. Dergelijk antwoord bereikt den hemel niet langs den gewonen weg der menschelijke gemeenschapsmiddelen, maar klinkt als het ware door dat zoetste Goddelijke zintuig, het Hart van Jesns, dat de hoogste vreugde der gansche Drievuldigheid en der hemelsche heirscharen is. Hij ging voort als volgt: »Mijne beminde verschaft mij den hoogsten en zoetsten graad van wellust, omdat zij niet de kwellingen des lijdens veracht, gelijk koningin Vasti de bevelen van koning Assuerus versmaadde, toen hij haar beval met eene kroon op het hoofd te verschijnen, en aldus hare schoonheid ten toon te spreiden voor zijne edellieden. Zoo ook, wanneer ik er vermaak in schep, de schoonheid mijner uitverkorene te doen uitblinken in de tegenwoordigheid der altijd aanbiddelijke Drievuldigheid en der hemelsche heerscharen, doe ik haar gebukt gaan onder ziekte en ellende; en zij ver wezen tlij kt mijne bedoelingen

-ocr page 27-

23

tot mijne volkomene voldoening, hoe geduldiger, bereidvaardiger en bescheidener zij de verkwikking ontvangt, die ik haar ligchaam wensch te geven; en zij verhoogt hare glorie doordien zij dit somtijds met ongemak voor zich zeiven doet: doch het moet haar tot troost verstrekken te bedenken, dat alles zamenwerkt ten goede voor hen, die God beminnen.quot; (Rom. VIII.)

Bij eene andere gelegenheid toen dezelfde kloosterlinge voor haar bad, zeide haar de Heer: »Het is mij een vermaak, mijne uitverkorene een verblijf voor mij te doen bereiden, en haar dan paarlen en gouden bloemen te schenken. Door paarlen bedoel ik hare gevoelens, door gulden bloemen hare vrije uren, waarin zij zich, als de tijd het toelaat, en hare krachten eenigermate hersteld zijn, zoo goed zij kan van haren plicht kwijt, door mij de betamelijkste en aangenaamste sieraden te bereiden; terwijl zij zorgvuldig alles zoodanig rangschikt, dat het strekken kan tot uitbreiding en behoud van godsdienstzin, zoodat na

-ocr page 28-

haren dood hare regelen en haar sie

voorbeeld als een hechte steunpilaar hij

zullen zijn voor den eeuwigen roem va

der godsdienst. Doch wanneer zij in be het volle van haar werk gevoelt, dat i vil

zij hare gezondheid benadeelt, staakt en

zij het onmiddellijk, en laat het aan tie

mij over, hare taak te volbrengen; de

want de ware getrouwheid, die mijn mi

Hart treft, bestaat daarin, dat iemand dn

zijne plichten vervult, wanneer hij arl

gezond is, doch onmiddellijk er van hei

afziet, en alles aan mij overlaat, wan- doi

neer hij zich ongesteld gevoelt.quot; bei

Toen de ziekte der Heilige toenam,

werd zij onbekwaam tot den geringsten en

handenarbeid, en haar teeder geweten bel

was vol vrees, dat er juist eene te

onvolmaaktheid gelegen was in die hai

noodzakelijke werkeloosheid; daarom doe

verzocht zij de kloosterlinge, die zoo ten

menige openbaring tot hare vertroos- wa;

ting gehad had, voor haar te willen dat

bidden. De Heer antwoordde : her

»Een goed koning duidt het zijne eig

koningin nimmer ten kwade, wanneer den

zij verzuimt op een gegeven uur de den

-ocr page 29-

25

sieraden te v.oorschijn te brengen, die hij met het grootste genoegen ont-vangt 5 maar schept er veel meer behagen in, haar steeds bereid te vinden, zijne wenschen te vervullen, en de zoetheid van mijn allergoeder-tierenst Hart verheugt zich meer in de geduldige lijdzaamheid, waarmede mijne uitverkorene hare smarten verdraagt, bij welker verlichting zij haren arbeid hervat tot voortplanting van het geloof, voor zoover zij zulks doen kan zonder hare gezondheid te benadeelen.quot;

Daar de Heilige zich dagelijks meer en meer onbekwaam gevoelde, de belangrijke plichten van haren staat te vervullen, begon zij te verlangen hare taak te kunnen nederleggen 5 doch ook dit verlangen wilde zij niet ten uitvoer brengen, tenzij zij verzekerd was, dat God het wilde. Vreezende dat zij, zelfs in de uitlegging der hemelsche openbaringen, door hare eigene genegenheid misleid zou worden , verzocht zij hare geliefde dochter den raad te vragen, dien zij van de

2.

-ocr page 30-

26

Bron van alle wijsheid noodig had. De Hoer antwoordde genadiglijk — en mogen wij niet hopen tot troost en bijstand van velen zijner uitverkorenen, zoo wel als van de ziel, die de bijzondere gunst genoot zoo bijzonder Zijnen wil te kennen ? — »Door die ziekte heilig ik mijne uitverkorene, ten einde haar tot eene waardige woonplaats voor mij zeiven te bereiden — gelijk eene kerk gewijd wordt door den zegen des bisschops. Even gelijk eene kerk van soldaten wordt voorzien, om den onwaardige den toegang te beletten, zoo ook sluit ik haar door hare ongesteldheid, zoodat haar geest onvatbaar is voor uitwendige zaken, die slechts het hart verstrooien en van mij aftrekken.quot;

HOOFDSTUK IV.

HOE HET IIA11T VAN JESUS DE GODSVIUICHT VOOR ZIJN LIJDEN BELOONT.

iS)J p zekeren nacht scheen een kruis-beeld, dat naast het bed der Heil li-re liiut/;. zich tot haar neer te

-ocr page 31-

27

buigen, en zij riep uit: »0 dierbare Jesus, waarom vernedert Gij ü aldus?quot; Hij antwoordde: »De liefde van mijn Goddelijk Hart trekt mij tot u.quot; Dan nam zij liet beeld, en legde het op haar hart, het teerder-lijk liefkozende, en zeggende: »Een bundel mijrrhe is mijn Beminde voor mijquot; (Cant. I); waarop de Heer haar in de reden viel, en er bijvoegde: »Ik zal Hem in mijn boezem dragen;quot; haar daardoor te verstaan gevende, dat wij al ons lijden, hetzij geestelijk of ligchamelijk, in zijn aanbiddelijk Lijden moeten verbergen. Zij dus, die in tegenspoed tot ongeduld zonden overhellen, moeten het aanbiddelijk geduld van den Zoon Gods voor oogen houden, die voor onze verlossing als een onnoozel lam naar de slachtbank geleid werd, en nooit zijnen mond opende om een ongeduldig woord te uiten. En wanneer iemand geneigd is het kwaad, dat hem door woorden of\' werken is aangedaan , te wreken, moet hij trachten te bedenken, met wat vrede des harten

-ocr page 32-

28

zijn beminde Jesus leed, geen kwaad met kwaad vergeldende, of de minste bitterheid in zijne woorden bezigende, maar integendeel, diegenen goed doende, die Hem deden lijden, door hen door Zijn lijden, en dood te verlossen. Laat ons dus, overeenkomstig het voorbeeld van onzen Zaligmaker, het kwaad met goed trachten te vergelden. Even zoo, wanneer iemand een doodelijken haat voedt jegens hen, die hem beleedigd hebben, dient hij zich de uitstekende goedertierenheid te herinneren, waarmede de Zoon Gods, zelfs toen Hij de hevigste pijnen leed, voor Zijne beulen bad, en in zijnen doodstrijd voor hen, die Hem kruisigden, smeekte: » Vader, vergeef het hun.quot; enz. (Lucas XXHI); laat ons dan in vereeniging met die liefde voor onze vijanden bidden. De Heer zeide verder: »Al wie zijne smarten en tegenspoeden in den geur van mijn Lijden verbergt, en die vereenigt met diegene mijner smarten, waarmede zij het meest overeenkomst hebben, rust waarlijk in mijnen

-ocr page 33-

ad schoot, en ik zal hem, tot zijne ste meerdere verdienste, alles geven wat Ie, mijne bijzondere liefde door mijn ed geduld en mijne andere deugden verier diend heeft.quot;

te De Heilige vroeg: » Heer, hoe ont-

n- vangt Gij de bijzondere godsvrucht,

;n die sommigen voor uw kruis hebben ? quot;

3d De Heer antwoordde : »Die is mij

3, zeer aangenaam; nogtans wanneer zij,

at die eene bijzondere godsvrucht voor

;d het beeld van mijn kruis hebben,

le nalaten het voorbeeld van mijn lijden te volgen, is hun gedrag gelijk aan

e dat eener moeder, die tot hare eigen

ti eer en voldoening hare dochter versiert

, met verschillende sieraden, maar haar

bits weigert, waar zij het meest naar haakt. Dewijl de moeder hare dochter ontzegt, wat deze het meest verlangt, geeft het kind niets om al het overige, dat haar gegeven wordt, omdat zij weet, dat het uit hoogmoed en niet uit genegenheid wordt geschonken. Zoo zullen alle betuigingen van liefde, eerbied en vereeriug, die aan mijn kruisbeeld gedaan worden,

-ocr page 34-

mij niet volkomen aangenaam zijn, tenzij het voorbeeld van mijn lijdeu ook worden nagevolgd.quot;

Op zekeren Vrijdag, dat de Heilige den gausclien nacht in overwegingen doorgebracht, en zich in het vuur harer liefde den slaap ontzegd had., bedacht zij, met wat teederheid zij de ijzeren\'nagelen uit een kruisbeeld had getrokken, dat zij altijd bij zich droeg, en die vervangen had door geurig riekende kruidnagelen, en xg zeide tot God: »Hoe naamt Gij het op, mijn Beminde, dat ik de ijzeren nagelen uit de heilige Wonden uwer handen en voeten trok, om daarin kruidnagelen te steken, die een aan-genamen geur verspreiden?quot; De Heer antwoordde: »Het was mij zoo aangenaam , dat ik den edelen balsem mijner Godheid in de wonden uwer zonden stortte. En daarvoor zullen mij alle Heiligen in eeuwigheid loven, want door het instorten van dat vocht zullen uwe wonden aangenaam worden.quot; » Maar, Heer,quot; vroeg de Heilige verder, »zult Gij niet

-ocr page 35-

31

n , dezelfde genade scheuken aan uilen,

en die dezelfde daad verrichten?quot;

»In het geheel niet,quot; hernam Hij ; ge »maar zij, die het met dezelfde gods-

en vrucht doen, zullen een gelijke be

ur looning erlangen, en zij, die, uw

d, voorbeeld volgende, hetzelfde doen,

sij met alle godsvrucht, die in hen is,

ld zullen eene geringere belooniag ver-

;h werven.quot;

3r Dan nam Gertruda het kruisbeeld,

;ij en drukte het in hare armen, het

3t teeder kussende, totdat zij zich door

n het lange waken uitgeput gevoelde,

r waarop zij het ter zij du legde, en

n afscheid nemende van haren Bruide

gom, (1) Hem verlof vroeg zich ter r rust te mogen begeven, opdat zij de

door het lange waken uitgeputte i krachten terugkrege. Nadat zij aldus

r gesproken had, wendde zij zich van

i * het kruisbeeld af, en legde zich ter , ruste. Doch toen zij insliep, strekte

t de Heer Zijne rechter hand van het

kruis uit, om haar te omhelzen, en

(1) rVale dilecte mi, et hnbc bouara noctem.quot;

-ocr page 36-

32

fluisterde liaar deze woorden toe: »Luister, mijne Beminde; Ik zal u een lofzang voorzingen.quot; En dan hief Hij met eene teedere en wei-luidende stem het volgende vers van den lofzang Rex Christe factor omnium aan;

»Amor meus continuus Tibi languor assiduus:

Am or tuus suavissimus Mihi sapor gratissimus.quot; (1) Toen de lieer dit vers geëindigd had, zeide Hij: »En nu, mijne Beminde , in plaats van het kyrie eleison, dat aan het eind van ieder vers van den lofzang Rex Christe gezongen wordt, vraag wat gij wilt, en ik zal het u geven.quot; De Heilige had dan tot eenige bijzondere intenties, en hare gebeden werden goedgunstig verhoord. De Heer zong weder hetzelfde vers, en noodigde Gertruda

(1) De lofzang lle.r Christe is te vinden in Gerbert\'s Monumeiita veteris Liturgiae Aleman-nicae. Hij werd gemaakt door den H. Gregorius den Oroote, en eertijds gezongen op Tenebrae na den Benedictus.

-ocr page 37-

33

aan het einde andermaal uit te bidden. Dit herhaalde Hij bij tusschenpoozeii verscheidene malen, haar niet een oogenblik rust latende, totdat zij geheel en al uitgeput was. Zij sliep daarop een weinig voor het aanbreken van den dag; maar de Heer, die altijd diegenen nabij is, welke Hem beminnen, verscheen haar in haren slaap. Hij scheen in de heilige quot;Wonde zijner aanbiddelijke Zijde, een prachtig feest te bereiden en Hij zelf bracht haar het voedsel in den mond om haar te verkwikken, zoodat zij bij haar ontwaken op eene wonderbare wijze gedurende haren slaap versterkt was, waarvoor zij God nederig, maar vurig dankte.

HOOFDSTUK V.

HOE HET HART VAN JESUS ONS LIJDEN BELOONT EN HOOGSCHAT.

Gertruda in hare gebeden

ai het lijden, dat zij naar ziel en lichaam doorgestaan, en al do

-ocr page 38-

34

vermaken, die zij zicii naar het li-cliaam en naar den geest ontzegd had, aan God had opgedragen, verscheen haar de Heer, en toonde haar de vermaken en smarten, welke zij Hem opgedragen had in den vorm van twee ringen, die met edelgesteenten prijkten, en die Hij als een sieraad aan Zijne handen droeg. De heilige, dit ziende, herhaalde dikwijls dat offer; en toen zij eenigen tijd daarna lichamelijke pijn gevoelde, zag zii, dat Jesns haar linker oog aanraakte met den ring, dien Hij aan Zijn3 linker hand droeg; en van dat oogen-blik af gevoelde zij eene hevige smart, aan het oog, dat zij den Heer in den geest had zien aanraken, en die pijn was nooit geheel verdwenen.

Zij leerde hieruit, dat, gelijk de ring het teeken der verloving is, zoo ook het geestelijk of lichamelijk lijden bewijzen zijn van de geestelijke verloving der ziel met God; zoodat al wie lijdt, met vertrouwen en in waarheid zeggen kan; » De Heer Jesus Christus heeft mij door middel

-ocr page 39-

35

van Zijnen ring met Hem verloofd,quot; en als hij in die kwellingen de ontvangen genaden herkent, en zich daarvoor dankbaar betoont, kan hy er bij voegen: »Hii heeft mij als Zijne bruid met eene kroon versierd;quot; omdat dankbaarheid in kwellingen eene gloriekroon is, schitterender dan goud en kostbaarder dan diamanten.

Bij gelegenheid dat de heilige door ongesteldheid verhinderd was de Vespers bij te wonen, riep zij uit: »Heer zou het U niet tot meerdere eer verstrekken, wanneer ik mij bij de anderen in het koor bevond, gebeden stortte, en de plichten mijner orde vervulde, dan hier door mijne ziekte mijnen tijd nutteloos door te brengen ? quot; De Heer antwoordde : jgt;Wees verzekerd, dat de bruidegom er meer behagen in schept met zijne bruid gemeenzaam in zijn huis te verkeeren, dan haar, met de rijkste sieraden versierd, voor de wereld ten toon te stellen.quot; Door deze woorden begreep zij, dat de ziel in het openbaar verschijnt, en in al hare praoht

-ocr page 40-

gekleed is, wanneer zij zich tot Gods eer met goede werken bezig houdt; maar dat zij in stilte met haren Bruidegom rust. wanneer zij door eenige ongesteldheid verhinderd is die oefeningen bij te wonen; want in dien toestand is haar de zelfvoldoening ontzegd, overeenkomstig hare neigingen te handelen, en zij blijft geheel en al overgegeven aan den wil van God; en daarom schept God het meeste behagen in ons, wanneer wij het minst in de gelegenheid zijn ons zeiven eer en genoegen te verschaffen.

HOOFDSTUK VI.

HOE HET HART VAN JKSUS ONZE ONVOLMAAKTE POGINGEN TE JIULi\' KOMT.

ens, toen de heilige met buitengewone, innige godsvrucht op het feest van eenen heilige haar gebed deed, scheen ieder woord, dat zij uitte, als een pijl uit haar hart

-ocr page 41-

te vliegen tot in het hart van Jesus, er diep in door te dringen, en het met onuitsprekelijke vreugde te vervullen. Uit het eene einde dier pijlen sprongen lichtstralen, die als sterren, op alle heiligen, maar voornamelijk op dien, wiens feest gevierd werd, schenen te vallen; uit het benedeneinden der pijlen vloeiden dauwdrup-pelen, die de zielen der levenden vruchtbaar maakten, en de zielen in het vagevuur verkwikten.

Toen de heilige hij eene andere gelegenheid aan iedere noot en ieder woord van haar gezang eene bijzondere aandacht trachtte te verbinden, werd zij dikwijls daarin verhinderd dooide zwakheid van haar gestel, en eindelijk riep zij zeer neerslachtig uit: »Helaas, wat vrucht kan ik verwachten van deze oefening, als ik zoo onbestendig ben?quot; Maar de Heer, die de kwelling Zijner dienstmaagd niet kon aanzien, bood haar, met Zijne eigene handen. Zijn Goddelijk Hart aan in de gedaante eeuer brandende lamp, zeggende: »Ziedaar,

-ocr page 42-

88

ik geef de oogen uwer ziel mijn minnend Hart te aanschouwen, dat het orgaan der allerheiligste Drievuldigheid is, opdat het alles volbrenge wat gij zelve niet volbrengen kunt, en zoo zal mij alles in u volmaakt toeschijnen; want gelijk eene trouwe dienstmaagd steeds bereid is, de bevelen van haren meester op te volgen, zoo ook zal voortaan mijn Hart ieder oogenblik bereid zijn, uwe gebreken en nalatigheden te herstellen.quot;

Gertruda stond verwonderd en ontsteld over de verbazende goedheid des Heeren; het kwam haar onvoegzaam voor, dat het aanbiddelijk Hart, hetwelk de schatkamer der Drievuldigheid en de vruchtbare bron van alle goed is, voortdurend een zoo ellendig schepsel nabij bleef, om in hare onvolmaaktheden te voorzien, gelijk een dienaar zijnen meester vergezelt. Maar de Heer troostte en bemoedigde haar door deze vergelijking: »Indien gij eene schoone en welluidende stem hebt, en vermaak schept in het zingen, is het

-ocr page 43-

39

u dan niet onaangenaam als een ander met een schorre stem, die nauwelijks een goeden toon kan voortbrengen, in uwe plaats wil zingen, en daarop herhaaldelijk aandringt? Zoo verlangt mijn Goddelijk Hart, dat de mensehelijke broosheid en onstandvastigheid kent, met een ongelooflijk vuur, onophoudelijk door uwe woorden, of ten minste door eenig ander teeken, te worden uitge-noodigd, in u uit te werken en te vervullen, wat gij zelve niet in staat zijn te doen; en daar zijne almacht het in staat stelt, zonder moeite te werken, en zijne ondoorgrondelijke wijsheid het bekwaam maakt, op de volmaakste wijze te werken, doet zijne vreugdevolle en teerdere liefde het vurig wenschen die taak te volbrengen.quot;

-ocr page 44-

40

HOOFDSTUK VIL

VAN DE OVERVLOEDIGE DEUGD, DIE UIT HET HA11T VAN JESUS IN DE GETUOWE ZIEL VLOEIT.

liSrenige dagen daarna, toen de heilige met eene bijzondere dankbaarheid die verbazende gunst overdacht, vroeg zij den Heer bezorgd hoe lang die zou duren. Hij antwoordde : »Zoo lang gij zulks begeert, want het zou mij leed doen, u daarvan te berooven.quot; Zij antwoordde. »Maar is het mogelijk, dat uw vergoddelijkt Hart als eene lamp in het mijne is opgehangen, dat Zijne tegenwoordigheid zoo onwaardig is, terwijl ik tevens de vreugde smaak, in U zeiven die ware bron van allen wellust te vinden?quot; »Het is nog-tans zoo,quot; hernam do Heer: »wanneer gij iets verlangt te hebben, strekt gij uwe hand uit, en trekt die weder terug na dat gij het gewenschte voorwerp iii uw bezit hebt; zoo cok doet mij de liefde, die ik u toedraag,

-ocr page 45-

41

mijn Hart uitstrekken, om u tot mij te trekken, als gij u met uitwendige dingen bezig houdt; en wanneer gij dan u zelve bewust zijt, trekt Ik mijn Hart, te gelijk niet u terug, opdat gij in mij zoudt blijven; en zoo doe ik u de zoetheid aller deugden smaken.quot;

Maar, wanneer zij van den eenen kant met bovenmatige bewondering en dankbaarheid, de grootheid der liefde overwoog, die God haar toedroeg, en van den anderen kant hare eigene nietigheid en de groote menigte harer gebreken, trok zij zich met diepe zelfverachting in den schuilhoek der nederigheid terug, en achtte zich elke genade onwaardig; en nadat zij daarin eenigen tijd verborgen was geweest, scheen Hij, die er behagen in schept. Zijne gaven te schenken aan de nederigen van harte, eene gouden buis te maken, (1) die uit Zijne hart ontsproot, en in den vorm eener lamp tot die nederige ziel nedér-

(1) Fistulam.

-ocr page 46-

42

daalde, aldus eeu kanaal vormeude, waardoor Hij de volheid zijner genade over haar uitstortte; zoodat de Heer, wanneer zij zich zelve hij het zien harer gebreken vernederde, uit Zijn heilig Hart over haar al de deugd en schoonheid Zijner goddelijke volmaaktheid uitspreidde, en zoo hare onvolmaaktheden voor de oogen der goddelijke goedheid verborg. En verder, wanneer zij een nieuw sieraad of iets anders verlangde, dat het menschelijk hart aanlokkelijk en wen-schelijk voorkomt, werd het haar met vreugde en genoegen door het zelfde geheimzinnige kanaal verstrekt.

Toen zij de zoetheid van dien heiligen wellust eenigen tijd gesmaakt had, en met alle deugden — niet hare eigene, maar die, door God geschonken — versierd was, hoorde zij eene allerwelluidendste muziek, alsof een kundig harpspeler de snaren tokkelde, en eene stem zong haar toe: »kom tot mij, gij, die de mijne zijt: treed binnen in mij, die de mijne zijt: blijf bij mij, gij, die de

-ocr page 47-

43

mijne zijt.quot; (1) Eu de Heer zelf legde haar dien lofzang uit zeggende: »kom tot mij, omdat ik u bemin, en verlang, dat gij altijd bij mij zijt, als mijne beminde bruid, en daarom roep Ik u. Daar ik verder de God der liefde ben, verlang ik, dat gij onafscheidelijk met mij vereenigd zijt, even als het ligchaam vereenigd is met den geest, zonder welken het geen oogenblik kan leven.quot; Deze verrukking duurde een uur, en de Heilige werd op eene wondervolle wijze naar het Hart van Jesus getrokken door het heilig kanaal, waarvan wij gesproken hebben, zoodat zij vol zaligheid rustte in den schoot van haren Heer en Bruidegom. Wat zij gevoelde, wat zij zag, wat zij hoorde, wat zij smaakte, wat zij uit de woorden des levens leerde, kan zij alleen weten, en diegenen, welke gelijk zij, waardig zijn, tot die ver-

(1) „Veni mea ad me: Intra meum in me: Mane mens mecum-quot; Had zij dan waarlijk dien onuitsprekelijken zang gehoord, die de vreugd en de eeuwige troost der gelukzaligen zal uitmaken ?

-ocr page 48-

44

hevene vereeuiging met hunnen Bruidegom Jesus toegelaten te worden, prezen eeuwig den God der ware liefde. Amen.

HOOFDSTUK VIII.

HOE DE ZIEL GOD KAN ZOEKEN, EN ZICH OP VJEll WIJZEN GELIJKVORMIG AAN HEM KAN MAKEN.

de Antiphoon, Jn lectulo

meo, gezongen werd, waarin de woorden quem diliget anima mea vier raaien herhaald worden, dacht zij na over vier verschillende wijzen waarop de getrouwe ziel God kan zoeken.

Uit de eerste woorden, »des nachts zocht ik Hem, dien mijne ziel bemint,quot; verstond zij de eerste wijze van God te zoeken door den lof en de zegeningen, die Hem op het heilige bed der inwendige beschouwing worden opgedragen. Vandaar dat de woorden, »Ik zocht Hem, en vond hem niej,quot; onmiddellijk volgen; omdat de ziel.

-ocr page 49-

45

gekerkerd in het vleesch, God niet volmaaktelijk kan loyen.

De tweede manier om God te zoeken vond zij in de woorden, »ik zal opstaan en naar de stad gaan; in de straten en groote wegen zal ik Hem zoeken, dien mijn ziel lief heeft,quot; omdat de verschillende dankoffers, die de ziel aan God opdraagt voor al de gaven, waarmede Hij zijne schepselen verrijkt, uitgedrukt worden door de woorden »de straten en de groote wegen.quot; En daar wij op deze wereld God voor al zijne gaven niet kunnen prijzen zoo als het behoort, worden de woorden »ik zocht Hem, en vond Hem niet,quot; er bij gevoegd.

Door de woorden, »de nachtwacht vond mijquot; verstond zij Gods gerechtigheid en genade, welke de ziel in zich zelve doen keeren, en dan hare onwaardigheid doen vergelijken bij de gunsten, die zij van God ontvangen heeft; zoodat zij door haar leed en het berouw over hare zonden Zijne genade begint te zoeken, zeggende: »Hebt gij Hem gezien, dien

-ocr page 50-

46

mijne ziel bemint?quot; En wanneer zij dus geen geloof in hare eigene verdiensten heeft, wendt zij zich met een nederig vertrouwen tot de Goddelijke barmhartigheid, en door de vurigheid harer gebeden, en het instorten der genade vindt zij eindelijk Hem, dien de trouwe ziel zoekt.

Deze antiphoon geëindigd zijnde, gevoelde zij haar hart diep bewogen door al de zoetheid, waarmede de Goddelijke barmhartigheid het gedurende dien tijd vervuld had, en door de vele andere genaden, die het niet mogelijk is te beschrijven, zoodat haar zelfs hare lichamelijke krachten ontvielen. Dan zeide zij tot God: »Mij dunkt dat ik nu in waarheid tot ü zeggen kan, »zie Heer! niet alleen het binnenste mijner ziel, maar ieder deel van mijn lichaam is tot ü getrokken !quot; »Dat weet en gevoel ik volkomen,quot; hernam de Heer, »omdat die genaden van mij uitgegaan en tot mij teruggekeerd zijn. Maar wat u betreft, dio nog de ketenen der sterflijkheid draagt, gij kunt nooit

-ocr page 51-

47

de wederkeerige genegenheid begrijpen, welke mijne Goddelijkheid jegens u gevoelt.quot; Hij voegde er bij: » Weet nogtans dat dit uitwerksel der genade u verheerlijkt, gelijk mijn lichaam op den berg Thabor in tegenwoordigheid mijner drie geliefde leerlingen verheerlijkt werd; zoodat ik van u in de zoetheid mijner liefde zeggen kan: »Dit is mijne beminde dochter, waarin ik mijn behagen gesteld heb.quot; »Want het is eene eigenschap der genade, zoowel het ligchaam als de ziel eene wonde-lijke glorie en glans mede te deelen.quot;

HOOFDSTUK IX.

VAN EEN GEHEIMZINNIG KANAAL, WAAIl-DOOli, WIJ 1EDEKE GENADE UIT HET HART VAN JESUS KUNNEN TEEK KEN.

nder de Mis Veni et ostevde (1) verscheen do Heer aan Gertruda vol lieflijkheid en bevalligheid, een

(1) lutroitus voor tien Zaturdag in de quater-tcmpcrwcek; Advent. „Kom, o lieer en toon oiiö l\'w aangezicht/\' enz.

-ocr page 52-

48

heiligen, levendmakenden geur, uitademende, en van den verheven troon Zijner heerlijkheid Zijne liefde uitstortende voor het schoone feest Zijner Geboorte.

Nadat de heilige Hem verzocht had al degenen, die in hare gebeden waren aanbevolen geworden, met bijzondere genaden te willen verrijken, zeide Hij tot haar: »Ik heb aan ieder eene buis van zuiver goud gegeven, en van zulke kracht, dat zij daardoor alles kunnen trekken, wat zij uit mijn heilig Hart noodig hebben.quot; Door die geheimzinnige buis verstond zij dien goeden wil, waardoor de mensch alle geestelijke schatten, die in den hemel en op aarde zijn, kan verkrijgen. Indien, bij voorbeeld, iemand, brandende van een heilig en vurig verlangen, Gode den lof, den dank, en de betuigingen van gedienstigheid en getrouwheid tracht te geven, welke sommige Zijner heiligen Hem opgedragen hebben, beloont de oneindige goedheid Gods dien goeden wil alsof hij werkelijk ten uitvoer

-ocr page 53-

49

gelegd was. Doch dat kanaal wordt, schitterender dan goud, wanneer de mensch God dankt, omdat Hij hem een zoo edelen en verheven wil gegeven heeft, dat hij daardoor oneindig

Ïgrootere verdiensten heeft kunnen verwerven, dan de gansche wereld geven kan.grootere verdiensten heeft kunnen verwerven, dan de gansche wereld geven kan.

Ook leerde zij, dat al hare zusters

Idie Jesus Christus omringden, de Goddelijke genade door een dergelijk kanaal ontvingen. Eenige schenendie Jesus Christus omringden, de Goddelijke genade door een dergelijk kanaal ontvingen. Eenige schenen

Idie onmiddellijk uit het Hart van Jesus Christus te trekken, anderen slechts uit Zijne handen, doch hoe dieper zij die genaden uit zijn Hart ontvingen, des te moeyelijker waren zij te verkrijgen; terwijl zij, die ze uit Zijn Goddelijk Hart trokken, ze gemakkelijker, aangenamer en overvloediger ontvingen. Diegenen, die onmiddellijk uit zijn heilig Hart trokken, stelden personen voor, welke zich geheel en al naar den Goddelijken wil schikken en boven alles verlangen, dat die wil in hen zoowel iu geestelijke als in tijdelijke zaken vervuld worde.die onmiddellijk uit het Hart van Jesus Christus te trekken, anderen slechts uit Zijne handen, doch hoe dieper zij die genaden uit zijn Hart ontvingen, des te moeyelijker waren zij te verkrijgen; terwijl zij, die ze uit Zijn Goddelijk Hart trokken, ze gemakkelijker, aangenamer en overvloediger ontvingen. Diegenen, die onmiddellijk uit zijn heilig Hart trokken, stelden personen voor, welke zich geheel en al naar den Goddelijken wil schikken en boven alles verlangen, dat die wil in hen zoowel iu geestelijke als in tijdelijke zaken vervuld worde.

3

-ocr page 54-

50

En die personen treöen Gods Hart zoo kraclitdadig, en stemmen het zoo gunstig jegens hen op den tijd, dien God heeft vastgesteld, dat zij den stroom der Goddelijke goedheid op eene zoo overvloedige en aangename wijze ontvangen, als zij zich zeiven volkomen aan Zijn heiligen wil hebben overgegeven. Maar zij, die trachten hare genaden uit de andere lidmaten van het lichaam van Jesus Christus te trekken , stellen diegenen voor, die zich deugden trachten te verwerden, overeenkomstig hunne natuurlijke neigingen; en de vrees en moeijelijkheid, die zij ondervinden, zijn grooter naarmate zij in hun eigen oordeel vertrouwen stellen, en nalaten zich aan de Goddelijke Voorzienigheid over te geven.

§ 1. Over de volmaakte wijze van ons hart aan God op te dragen.

Toen Gertruda haar hart op de volgende wijze aan God opdroeg — »Beer, aanschouw mijn hart, los-

-ocr page 55-

51

lart gemaakt van alle schepselen; ik draag zoo het U vrijwillig op, U smeekeude het lien te zuiveren in de heiligmakende waden teren uwer aanbiddelijke zijde, het op te versieren met het kostbaar Bloed mie van uw allerzoetst Hart, en het met ven ü te vereenigen door den geur der Jen christelijke liefde quot; — verscheen haar ten de Heer, en droeg haar hart, verten eenigd met het Zijne in de gedaante fcus van eenen kelk, wiens beide deelen rhe door middel van was vereenigd waren, sn, aan Zijn eeuwigen Vader op. De ei- heilige, dit ziende, zeide met diepe d, godsvrucht; »Verleen mij, allerbarm-ir- hartigste Heer, de genade, dat mijn ir- hart altijd voor U sla gelijk de m stroofleschen, (1) die de vorsten ge-te bruikeu, opdat Gij het gereinigd, gevuld en geledig hebt naar uw welbehagen, waar en wanneer Gij ook wilt.\'\' Toen dit verzoek goedgunstig door den Zoon Gods verhoord was, zeide Hij tot Zijnen Vader: »Eeuwige e _______

quot; (1) Flasconmn, qui ai] refectioTiem dominorum

«lelcrcntur.

-ocr page 56-

52

Vader, moge deze ziel tot uwe einde-looze glorie uitstorten, wat de mijne in mijne menschlievendheid bevat! quot; En van dat oogenblik af, wanneer de heilige met de boven vermelde v,-oorden haar hart aan God opdroeg, scheen het zoo gevuld, dat het zich in lof en dank uitstortte, de vreugde der gelukzaligen in den hemel ver-hoogende, en de rechtvaardigen op aarde tot sieraad verstrekkende, zoo als wij verder zullen zien. Van dit oogenblik af wist de heilige dat God verlangde, dat zij in schrift zou brengen, wat Hij haar geopenbaard had, ten einde het velen tot voordeel zou strekken.

ii 2. Van het vertrouwen op God, en het herstel der oneer, Hem aangedaan.

In den Advent, leerde zij uit het antwoord Ecce venit (1) dat, wanneer

(1) Tweede Zondag iu den advent: „ Zie de Heer onze Beselierming komt,, de Heilige van Israël.quot;

-ocr page 57-

r

(iemand, met een vast voornemen, eene volmaakte begeerte koestert, van zich in alles zoo wel iu vóór- als it!quot; tegenspoed, aan den aanbiddelijken neer wil van God te onderwerpen, hij door iemand, met een vast voornemen, eene volmaakte begeerte koestert, van zich in alles zoo wel iu vóór- als it!quot; tegenspoed, aan den aanbiddelijken neer wil van God te onderwerpen, hij door elde die gedachte en onder Gods genade, eg, den Schepper de zelfde eer bewijst, :ich als of hij Hem eeue koninklijke kroon ?de vereerde.

er- En door de woorden van den profeet

op Isaïas : »sta op, sta op, Jeruzalem ! quot; ;oo verstond zij het voordeel, dat de lit strijdende kerk uit de godsvrucht od der uitverkorenen trekt. Want wan-)u neer eene liefdevolle ziel zich tot God

rd wendt met geheel haar hart en met

el den vasten wil van overal, waar het

mogelijk is, de oneer, aan Jesus Christus aangedaan, te herstellen, stilt zij Zijnen toorn door hare uitnemende christelijke liefde, zoodat Hij bereid is de zonden der wereld i te vergeven.

Door de woorden. »Die den beker Zijner gramschap tot den bodem geledigd heeftquot; (Is LI) kan verstaan worden hoe zij de strengheid der

-ocr page 58-

54

Goddelijke rechtvaardigheid heeft afgewend. Maar door de volgende woorden. »Die zelfs tot het grondsop hebt gedronken; wist zij dat het grondsop van dien kelk het deel der verdoemden is, en zij nooit verlossing kunnen verkrijgen.quot;

§ 3. Van het vermijden van nnttelooze gesprekken.

Uit de woorden van den profeet Isaïas. «Gij gaat niet uw eigen gang, en uw eigen wil spreekt geen woordquot; (LVIII. 13), wist zij dat hij, die bedachtzaam zijne woorden en daden bestuurt, en zich zeiven onthoudt van die, welke ofschoon geoorloofd, toch onnoodig zijn, een drievoudig voordeel zal verwerven: eerstens zal hij een grooter vermaak vinden in God overeenkomstig de woorden: »Gij zult behagen scheppen in den Heer; quot; ten tweede zullen slechte gedachten minder op hem vermogen, want er is gezegd; »Ik zal u boven de hoogten der aarde verheffen;quot; en ten derde

-ocr page 59-

55

zal hem de Zoon Gods iu eeuwiglieid aau de verdiensten van Zijn allerheiligst leven overvloediger deelachtig maken dan anderen, omdat hij daardoor over elke bekoring gezegevierd, eu eene roemrijke overwinning behaald heeft, zoo als blijkt uit de woorden, »Ik zal u met het erfdeel van Jacob uwen vader voeden.quot;

God maakte haar ook door de woorden: »Ziet, zijne belooning is met hemquot; (Is. XL), bekend, dat de Heer zelf, door Zijne liefde, de belooning Zijner uitverkorenen is; en Hij dringt zich met zoo veel zoetheid in hunne zielen, dat zij waarlijk mogen zeggen, dat zij verre boven hunne verdiensten beloond worden. »En zijn werk is voor hem;quot; dat-wil zeggen, wanneer wij ons geheel en al aan de Goddelijke Voorzienigheid overgeven, en alleen het volbrengen van Gods wil in alles voor oogen houden, de genade ons reeds volmaakt heeft gemaakt in het oog van God.

De woorden, » Wees heilig, gij kinderen Israels; quot; leerden Gertruda, dat

-ocr page 60-

zij, die spoedig berouw hebben over de bedreven zonden, en hun best doen met een oprecht hart de geboden Gods te onderhouden evenzeer geheiligd, en even spoedig genezen worden als de melaatsche, tot wien de Heer zeide: »lk wil het: wees gezuiverd.quot; Door de woorden: »Zing den Heer een nieuwen lofzang.quot; (Ps. CXLIX), wist zij, dat hij, die met godsvrucht zingt, een nieuwen lofzang aanheft; omdat, wanneer hij van God de genade heeft ontvangen

O O

te verstaan wat hij zingt, zijn gezang aangenaam wordt aan God.

God zendt ons kwellingen om onze zielen te genezen.

Door de woorden, »De geest des Heeren rust op mij; Hij heeft mij gezonden om de ronwmoedigen van harte te genezenquot; (Is. LXI), verstond zij, dat de Zoon Gods, door Zijn Vader gezonden zijnde om de rouwmoedige harten te heelen, gewoon was. Zijne uitverkorenen de

-ocr page 61-

57

een of andere, al was het ook uitwendige , kwelling te zenden, om hem te genezen. Doch wanneer dit geschiedt, verlost Hij hen niet altijd van de kwelling, die hen bedroefde, omdat zij hun niet schadelijk is; want Hij geneest liever datgene, wat hun den eeuwigen dood zou kunnen veroorzaken.

Door de woorden, »In splendo-ribus sanctorum (1). •— In den luister der heiligenquot; (Ps. CIX), wist zij, dat het licht der Godheid zoo groot en onbegrijpelijk is, dat, wanneer ook ieder heilige, die geleefd heeft of nog leven zal, van Adam\'s tijd tot het einde der wereld, er eene bijzondere zoo duidelijke, zoo verhevene en zoo uitgebreide kennis van had, als maar aan een schepsel gegeven kan worden, zoodat de een

(1) Antiphoon na de Vespers der Geboorte, uit den eersten psalm der Vespers voor Zon- en Feestdagen. Deze openbaringen hadden waarschijnlijk plaats gedurende den advent, wanneer de voorzeggingen van Isaïas bij de Metten gelezen worden.

-ocr page 62-

58

met in staat zou zijn, het de anderen uit te leggen, nocli in hunne kennis te deelen — zelfs al zou het getal heiligen duizend maal grooter zijn dan het is — de Godheid nog eindeloos boven hun begrip zou staan. Er staat ook niet geschreven splendor e maar in splendoribus. — »In den luister (meerv.) uwer heiligen; voor de dagster baarde ik u uit den schoot.quot;

HOOFDSTUK X.

HOE ZIJ, DIE DKX GEKKUISTEN JBSUfi LIEFHEBBEN, HUN KRUIS ACHTER HEM MOETEN DRAGEN.

Hoe wij ons Kruis achter Jesus Christus moetan dragen, en hoe de barmhartigheid Gods de uitverkorenen kastijdt.

ij den Antiphoon Qui vult. — »Zoo iemand achter mij wil komen, neme hij zijn kruis op en volge mij quot; (Matt. XVI) zag Gertruda den Heer eenen weg bewandelen,

-ocr page 63-

59

die er bekoorlijk uitzag door de schoonheid van het groen en de bloemen, doch die desniettegenstaande eng en ruw van de doornen was. Dan zag zij een kruis, dat voor Hem uit ging, en de doornen van elkander scheidde, waardoor de weg breeder en gemakkelijker werd; terwijl de Zaligmaker zich tot diegenen wendde, die achter Hem kwamen, en hen bemoedigde, door hen met een opgeruimd en liefdevol gelaat aan te zien, zeggende: »Dat hij, die achter mij wil komen, zijn kruis opneme, zich zeiven verloochene en mij volge.quot; Hierdoor wist zij, dat onze bekommeringen onze kruisen zijn. Het is, bijv., een kruis voor iemand uit gehoorzaamheid iets te moeten doen, wat hij anders ongaarne doet, en voor een ander beteugeld te worden. Ieder, nu, moet zijn kruis zóó dragen, dat hij bereid is, met een goed hart te dragen, al wat hem kruisigt, en nogtans niets te verzuimen, wat hij denkt, dat tot eer van God kan strekken.

-ocr page 64-

60

HOOFDSTUK XL

ZIJ, DIE ARBEIDEN AAN DE VOORTPLANTING VAN HET GELOOF, WORDEN BELOOND, ALSOF ZIJ DEN ZALIGMAKER GEKLEED HADDEN. — ENGELEN OMRINGEN DE ZALIGEN.

(Cf))oor het antwoord dat aldus be-gint Induit me, leerde Gertruda dat hij, die door woordeu en werken arbeidt aan de voortplanting van het geloof, en het verdedigen dei-rechtvaardigheid, handelt alsof hij God zeiven kleedde in een prachtig en kostbaar gewaad; en de Heer zal hem in het eeuwige leven beloonen, overeenkomstig den rijkdom Zijner koninklijke middagheid, door hem m et het kleed der vreugde te omhangen, en met eene eerekroon te versieren; maar bovenal, dat hij, die voor de bevordering van het goede, of voor het geloof lijdt, zoo aangenaam is aan God, als het kleed, dat bedekt en verwarmt, aan den arme; en dat, als hij, die arbeidt aan het welzijn

-ocr page 65-

61

der godsdienst, geene vorderingen maakt door de hinderpalen, die hij ontmoet, zijne belooning daarom voor God niet te kleiner zal zijn.

Terwijl zij het antwoord, Vocavit angelus, zongen, wist zij, dat koren van engelen, wier bijstand zoo veel vermogend is, de uitverkorenen omringen om hen te beschermen. Maar God heft soms in Zijne vaderlijke Voorzienigheid de kracht dier bescherming op, en staat toe, dat de rechtvaardigen bekoord worden, om hen roemrijk te beloonen, wanneer zij met minder hulp van boven of van hunne engelen, de overwinning-behaald hebben.

Bij het antwoord, Vocavit avgelis Domini Abraham, leerde zij, dat, gelijk Abraham aan de eischen der gehoorzaamheid voldeed door zijnen arm op te heffen, en verdiende, door eenen engel teruggehouden te worden, zoo ook de uitverkorenen, wanneer zij hunnen geest en hunnen wil buigen, om een moeieliik werk uit liefde tot God te verrichten. verdienen

-ocr page 66-

62

op dat oogenblik de zoetheid dei-genade te smaken, en door de getuigenis van hun eigen geweten getroost te worden. En dit is eene gunst, die de oneindige weldadigheid Gods reeds verleent vóór de eeuwige belooning, die aan ieder overeenkomstig de maat van zijn werk zal gegeven worden. Toen de heilige nadacht over eenige beproevingen, welke zij vroeger doorgestaan had, vroeg zij God, waarom zij aldus door die personen was beproefd geworden. »Wanneer de hand eens vaders zijn kind wil kastijden,quot; antwoordde de Heer, »kan de roede zich daartegen niet verzetten.quot; Daarom verlang ik, dat mijne uitverkorenen, nooit hun lijden toeschrijven aan hen, die ik gebruik om hen te zuiveren; maar dat zij liever de oogen slaan op mijne vaderlijke liefde, die zelfs niet duldt, dat hun een windje nadert, tenzij het hun eeuwig heil bevordere; en daarom behooren zij medelijden te hebben met diegenen, die zich onteeren om hen te zuiveren.quot;

-ocr page 67-

03

HOOFDSTUK XIL

p zekeren dag droeg de heilige

HOE WIJ ONZE WERKEN BOOR DEN ZOON AA.N DEN EEUWIGEN VADEE MOETEN OPDRAGEN.

den eeuwigen Vader een moeie-lijk werk op, zeggende: »Heer, ik ofier ü deze daad, door uwen eenigen Zoon, in de kracht van den Heiligen Geest, tot uwe eeuwige glorie op.quot; En haar werd hekend gemaakt, dat dit voornemen eene buitengewone waarde en verdienste aan haar werk gaf, en het hoven eene hloote men-schelijke daad verhief; en dat dit offer zeer aangenaam was aan God den Vader. En gelijk de voorwerpen, door een groen glas gezien, groen en door een rood glas gezien, rood schijnen, zoo wordt alles, wat den eeuwigen Vader door Zijnen eeuwigen Zoon wordt opgedragen. Hem lief, en aangenaam.

-ocr page 68-

04

Over het nut dos gebeds, wanneer liet geene zichtbare vrucht oplevert.

Gertruda vroeg God wat voordeel eenige harer vrienden uit hare gebeden hadden getrokken, daar zij er niet beter door schenen te worden. De Heer onderrichte haar door deze vergelijking: »als een kind eenen keizer een bezoek heeft gebracht, en het terugkeert, rijk aan uitgebreide bezittingen en onmetelijke inkomsten, stellen zij, die het in de zwakheid zijner kinderjaren zien, zich weinig voor van de schatten, die het in zijn bezit heeft, ofschoon zij, die er bij tegenwoordig waren, zeer goed bewust zijn. hoe machtig en invloedrijk zijn rijkdom liet eenmaal zullen maken. Wees daarom niet verwonderd, indien gij de vruchten van uw gebed niet met uwe lichamelijke oogen ziet, aangezien ik daarover, overeenkomstig mijne eeuwige wijsheid, tot grooter voordeel beschik. En weet dat, hoe meer gij voor iemand bidt, des te gelukkiger hij zal worden, omdat geen gebed dos

-ocr page 69-

65

geloofs onvruelitbaar kan blijven, al weten wij ook niet op welke wijze het vruclit zal dragen.quot;

Over de eeuwige belooning, welke gegeven wordt aan hen, die hunne gedachten op God gevestigd houden.

Gertruda wenschte te weten, welk voordeel er gelegen is, in zijne gedachten op God te vestigen, en zij ontving dit antwoord: »wanneer de raensch zijnen geest door overweging of overdenking ten hemel verheft, biedt hij als het ware voor den troon van Gods glorie een helderen en blinkenden spiegel aan, waarin de Heer Zijn eigen beeld met welbehagen aanschouwt, omdat Hij de Schepper en Gever alles goeds is. En hoe meer moeielijkheid iemand ondervindt, bij die verheffing zijner ziel, des te volmaakter en aangenamer schijnt die spiegel de allerheiligste Drievuldigheid en de heiligen toe, en hij zal strekken tot de eeuwige glorie Gods en het heil der ziel.

-ocr page 70-

6G

HOOFDSTUK XIII. ruwli

met i

WAAROM GOD BEHAGEN SCHEPT IN HET ^id

BEELD VAN DEN GEKltüISTEN JESUS Ende

aan;

ij de terugkomst der gemeente (}ij -

\'3 van een bedevaart, die gehouden ]iet

was om goed weder te verkrijgen, ik,

lioorde Gertruda den Zoon Gods van ben.

een kruisbeeld, dat vóór de bedevaart quot;[] i

werd gedragen, alsdus tot Zijnen trou

Vader spreken: »Eeuwige Vader, ik zou(

kom U met gebeel mijn leger smeken, de

in dezelfde gedaante, waarin ik II met zou.

het menscbelijk geslacht verzoende.quot; ]tro

En deze woorden werden door den a]s

eeuwigen Vader met zooveel welge- ma;

vallen aangenomen, alsof Hem eene gjj

voldoening werd gegeven, die duizend uit

maal al de zonden der menschen om

overtrof. Dan zag zij God den Vader ^

het kruisbeeld in de wolken houden ze\\

met deze woorden: »Dit is het teeken ]ie

van het verbond, hetwelk ik met de eii

aarde heb aangegaan.quot; (Gen. IX.) m.

Bij eene andere gelegenheid, toen het volk bovenmate leed door de

*

-ocr page 71-

67

ruwheid van het weder, riep de heilige met anderen dikwijls de barmhartigheid Gods in, doch zonder gevolg. Endelijk sprak zij haren Heer aldus f aan: »0 liefderijke Heer, hoe kunt Gij zoo lang weerstand bieden aan het verlangen van zoo velen, terwijl ik, die uwe goedheid zoo onwaardig ben, veel aanzienlijker gunsten van U verkreeg, alleen door het vertrouwen, dat ik in ü stel? Waarom zoudtgij verwonderd zijn,quot; antwoordde de Heer, »dat een vader zijn zoon zou toestaan, hem herhaaldelijk eene kroon te vragen, indien hij er, telkens als hij zijn verzoek deed, honderd marken gouds bij legde V Ook moet gij niet verwonderd zijn, indien ik uitstel aan uw verzoek te voldoen; omdat ik u, zoo dikwijls gij mijne hulp door het geringste woord, of zelfs in gedachte, inroept, in eeuwigheid eene belooning bereid van oneindig meer waarde dan honderd marken gouds.quot;

*

-ocr page 72-

HOOFDSTUK XIV.

DE WAAKüli EN KRACHT DEI!.

GOEDE BEGEERTE.

oen liet, eene andere gelegenheid, toen liet de heilige in haar hart griefde, dat zij geene zoo vurige begeerte kon koesteren voor de glorie van God, als zij wenschte, vernam zij van God, dat Hij volkomen over onze begeerten voldaan is, als wij niet in staat zijn meer te doen: en dat zij groot zijn, naarmate wij wenschen, dat zij groot zijn. Wanneer dus het hart wenschen vormt, of die begeert te vormen, verwijlt God even gaarne daarin, als de niensch in een oord, waar in den lentetijd bloemen ontluiken. Eens toen zij zich door ongesteldheid nalatig en verstrooid gevoelde, en, in zich zelve keerende, hare schuld met nederige godsvrucht voor den Heer begon te belijden •—ofschoon zij vreesde, dat het lang zou duren, eer zij de zoetheid der goddelijke genade, waarvan

-ocr page 73-

69

zij beroofd was, weder verkrijgen zou — werd de oneindige barmhartigheid van God jegens haar bewogen, en Hij zeide tot haar: » Mijne dochter, gij zijt altijd bij mij geweest, en al wat ik heb is het uwe.quot; Door die woorden leerde zij dat, wanneer wij uit zwakheid nalaten, onze goede voornemens aan God op te dragen, Zijne barmhartigheid onzen goeden wil nog de eeuwige belooning waardig acht, mits onze wil niet van Hem afgedwaald zij, en wij dikwijls een berouw verwekken over onze zonden.

De heilige, eens gevoelende dat zij ziek werd juist voor een feest, wenschte, dat de Heer haar gezond zou laten tot het feest voorbij was, of ten minste haar veroorloven zou genoegzame kracht te hebben om het bij te wonen; nogtans liet zij zich geheel en al aan den wil van God over. Zij kreeg daarop dit antwoord van den Heer: »Door mij deze dingen te vragen, en u tevens volkomen aan mijn wil over te geven, leidt gij mij in een met bloemen

-ocr page 74-

G8

HOOFDSTUK XIY.

DE WAARDE EX KRACHT DEli GOEDE BEGEERTE.

Yv§) oen het, eene andere gelegenheid, toen het de heilige in haar hart griefde, dat zij geene zoo vurige begeerte kon koesteren voor de glorie van God, als zy wenschte, vernam zij van God, dat Hy volkomen over onze begeerten voldaan is, als wij niet in staat zijn meer te doen; en dat zij groot zijn, naarmate wij wenschen, dat zy groot zijn. Wanneer dus het hart wenschen vormt, of die begeert te vormen, verwijlt God even gaarne daarin, als de mensch in een oord, waar in den lentetijd bloemen ontluiken. Eens toen zij zich door ongesteldheid nalatig en verstrooid gevoelde, en, in zich zelve keerende, hare schuld met nederige godsvrucht voor den Heer begon te belijden ■— ofschoon zij vreesde, dat het lang zou duren, eer zij de zoetheid der goddelijke genade, waarvan

-ocr page 75-

69

zij beroofd was, weder verkrijgen zou — werd de oneindige barmiiar-tigheid van God jegens liaar bewogen, en Hij zeide tot haar: »Mijne dochter, gij zijt altijd bij mij geweest, en al wat ik heb is het uwe.quot; Door die woorden leerde zij dat, wanneer wij uit zwakheid nalaten, onze goede voornemens aan God op te dragen, Zijne barmhartigheid onzen goeden wil nog de eeuwige belooning waardig acht, mits onze wil niet van Hem afgedwaald zij, en wij dikwijls een berouw verwekken over onze zonden.

De heilige, eens gevoelende dat zij ziek werd juist voor een feest, wenschte, dat de Heer haar gezond zou laten tot het feest voorbij was, of ten minste haar veroorloven zou genoegzame kracht te hebben om het bij te wonen; nogtans liet zij zich geheel en al aan den wil van God over. Zij kreeg daarop dit antwoord van den Heer: »Door mij deze dingen te vragen, en u tevens volkomen aan mijn wil over te geven, leidt gij mij in een met bloemen

-ocr page 76-

70

prijkenden lusthof, die mij alleraangenaamst is. Maar ik weet, dat, als ik u toesta, wat gij vraagt, en u vergun, die diensten bij te wonen, ik verpligt zal zijn, n te volgen naar de plaats, die u behaagt; terwijl, wanneer ik u zulks weiger, en gij nogtans steeds geduld oefent, gij mij zult volgen naar de plaats, waaraan ik den voorkeur geef, omdat ik meer behagen in u schep, als gij in lijdenden toestand goede voornemens maakt, dan wanneer gij godsvrucht en tevens genoegen hebt.quot;

HOOFDSTUK XV.

HOE WIJ UIT DE VEEDIENSTEN VAN ANDEEEN NUT KUNNEN TREKKEN.

(3V

gemand verzocht Gertruda, dat, ^ wanneer zij Gode al de vrijwillige gaven opdroeg, welke zij van Hem ontvangen had, zij vragen zou, dat die persoon deelachtig mocht worden aan hare verdienste. Terwijl zij aldus

-ocr page 77-

71

bad, zag zij dien persoon voor den Heer staan, die op den troon Zijner lieerlijklieid gezeten was, en een prachtig versierd kleed in Zijne hand hield dat Hij haar aanbood, doch zonder haar daarmede aaa te kleeden. De heilige, daarover verwonderd, zeide tot Hem: »Toen ik ü eenige dagen geleden, een dergelijk offer opdroeg, naamt Gij eensklaps de ziel dei-arme vrouw, waarvoor ik bad, in de vreugde des hemels op; en waarom kleedt Gij nn, allerzoetste Jesus, door de verdiensten der genaden, die Gij mij, onwaardig geschonken hebt, deze persoon met het kleed, dat Gij haar getoond hebt, en dat zij vurig verlangt?quot; De Heer antwoordde : » Wanneer mij iets opgedragen wordt voor de overledene geloovigen, wendt ik dat onmiddellijk aan, overeenkomstig mijne natuurlijke neiging om barmhartigheid en vergeving te schenken, hetzij tot vergiffenis hunner zonden, tot hunnen troost, of tot verhooging van hun een wier ffeluk, al naar den staal:

-ocr page 78-

72

dergenen voor wie liet offer gedaan wordt. Maar wanneer mij een gelijk offer Toor de levenden wordt opgedragen, behoud ik dat tot hun voordeel , omdat zij hunne verdiensten nog kunnen verhoogen door hunne goede werken, hunne goede begeerten en hun goeden wil; en het is slechts billijk, dat zij door hunne arbeid trachten te verwerven, wat zij door tusschenkomst van anderen wenschen te verkrijgen.

»Daarom moet zij, voor wie gij bidt, indien zij verlangt aan uwe verdiensten deelachtig te worden, deze drie dingen beoefenen; ten eerste moet zij dit kleed met nederigheid en dankbaarheid ontvangen •— dat wil zeggen, zij moet nederig erkennen, dat zij behoefte heeft aan de verdiensten van anderen —• en zij moet mij haren vurigen dank betuigen, omdat ik in hare armoede uit hunnen overvloed heb willen voorzien; ten tweede moet zij met geloof en hoop dit kleed aanvaarden — zij moet namelijk, op mijne goedheid hopende,

-ocr page 79-

73

gelooven, dat zij daardoor een groeten bijstand tot haar eeuwig heil verwerven; ten derde moet zij zich niet liefdadigheid kleeden, door deze en andere deugden te beoefenen. Dat allen, die aan de verdiensten en deugden van anderen deelachtig wen-schen te worden, even zoo handelen, indien zij daaruit nut willen trekken.quot;

aar gewoonlijk overeenkomstig de

HOOFDSIUK XVI.

HOE DE HEEK DE II. GEETKUDA TEOOSTTE DOOR HAAR ZIJN HART AAN TE BIEDEN.

woorden der Schriftuur; »Indien mijn vijand mij versmaad had, zou ik het verdragen hebbenquot; de belee-digingen, die wij van een vriend ontvangen, moeielijker te verdragen zijn, dan die, welke ons door een vijand worden aangedaan, nam Ger-truda, wetende dat zeker iemand, voor wiens welzijn zij met groote zorg gewerkt had, niet met dezelfde getrouwheid aan hare zorg beant-

4.

-ocr page 80-

74

woordde, en zelfs, uit zekere verach- de H

ting, in strijd met hare raadgevingen sclioc

liandelde, haren toevlucht tot den :i lend(

Heer, die haar in hare droefheid aanb

aldus troostte: » Weest niet bedroefd, bren

mijne dochter, want ik gedoogde tot »Gel uw welzijn dat het z

uw crezelschap | omb

opdat ik meermalen

en uwen omgang, waarin ik zoo pijn

veel behagen schep, zou genieten. gem

En even gelijk eene moeder, die een Nat

kind heeft, dat zij eeue bijzondere en1

liefde toedraagt, en het daarom steeds had

bij zich verlangt te hebben, iets aan

plaatst, dat het zal oiistellen, en nu

noodzaken in hare armen terug te gel

keeren als het van haar afgedwaald aai

is; zoo ook veroorloof ik, die u al- all(

quot;tijd bij mij wenscht te hebben, dat tot

uwe vrienden u in enkele zaken te- zie

gen werken, opdat gij geen goede zei

trouw in eenig schepsel vindet, en on

daarom met te meer gretigheid uwe T(

toevlucht tot mij nemet; want gij H

weet, dat ik de volheid en bestendig- gl

heid van alle tevredenheid bezit.quot; ec

quot;I

Daarna scheen het haar toe alsof } w

-ocr page 81-

75

de Heer haar als een kiud op Zijnen schoot legde, en haar op verschillende wijzen liefkoosde, en, Zijne aanbiddelijke lippen bij haar ooi-brengende, fluisterde Hij haar toe: »Gelijk eene teedere moeder de droefheid van haar kind door kussen en omhelzingen stilt, wensch ik uwe pijn en smart te stillen door het zoet gemurmel mijner liefdevolle woorden.quot; Nadat de heilige eenigen tijd deze en veel andere vertroostingen genoten had, bood haar de Heer Zijn Hart aan, en zeide tot haar: »Aanschouw nu, mijne beminde, de verborgen geheimen van mijn Hart, en overweeg aandachtig met hoeveel getrouwheid ik alles, wat gij ooit van mij hebt begeerd, tot uw voordeel en totzaligheid uwtr, ziel heb bestuurd; en zie, of gi[

zelfs door een enkel woord, van ontrouw jegens u kunt bescMldigen.quot; Toen zij dit gedaanhad, ^ag zij den Heer haar met een krans van bloemen, glansrijker dan goiitt kroonen, als eene belooning vote de beproeving, waarvan wij hj^rboven spraken.

-ocr page 82-

Dan herinnerde zich de heilige eenige personen, die zij wist dat op eene andere wijze beproevingen doorgestaan hadden, en zij zeide tot God: »Vader der barmhartigheid, die personen verdienen ongetwijfeld van uwe milddadigheid eene rijkere belooning te ontvangen, en met prachtiger sieraden versierd te worden dan ik, aangezien zij niet geholpen worden door de vertroostingen, die ik, hoewel ik die onwaardig ben, ontvang, en, wat mij overkomt, niet met het noodige geduld verdraag?quot; De Heer hernam; »zoowel hierin als in al het overige leg ik de bijzondere liefde en teederheid, die ik voor u gevoel, aan den dag; even gelijk eene moeder, die haar kind bemint, het met sieraden van goud en zilver wenscht te versieren, doch, wetende dat het hunne zwaarte niet zou kunnen dragen, het met verschillende bloemen bedekt, die, zonder het te hinderen, zijne bekoorlijkheid v^iamp;oogen; zoo ook verminder ik^amp;^^fteöglieid uwer smarten, .nit\'-\'vreeze dat gij ^Ti/der den

-ocr page 83-

77

last bezwijken, en daarbij de verdienste van uw geduld verliezen zoudt.quot;

Toen de heilige de groote zorg der Goddelijke barmhartigheid voor hare zaligheid overwoog, begon zij den Heer met dankbaarheid te loven, en zij bemerkte, dat de bloemen, waarmede haar lijden op geheimzinnige wijze beloond was geworden, meer en meer open gingen, naarmate zij hare dankbaarheid te kennen gaf. Ook vernam zij, dat de genade, die God haar geschonken had, van Hem in tegenspoed te loven, zoo veel voortreflelijker was, als een sieraad van echt goud kostbaarder is dan een, dat slechts verguld is.

HOOFDSTUK XVIL

DE WAARDE VAN EEN GOEDEN WIL.

((§) oen zeker edelman iemand naar het klooster zond om de kloosterlingen te verzoeken een klooster te stichten, wierp zich\'Gertruda — die

-ocr page 84-

78

altijd verlangend was den wil van God te vervullen, hoewel zij niet in staat was dit verzoek toe te staan — voor een kruisbeeld neder, en droeg zich zelve van ganscher harte aan God op, biddende dat Zijn heilige wil mocht geschieden. Het scheen haar toe, dat de Heer door die opdracht diep bewogen was, dat Hij van het kruis kwam om haar met teedere genegenheid en blijdschap te omhelzen, en haar met teekenen van onuitsprekelijke vreugde ontving — even gelijk een zieke, die door den geneesheer opgegeven is, een geneesmiddel ontvangen zou, dat hij lang gewenscht had, en waarvan hij zijne genezing hoopte — en haar zachtjes bij de aanbiddelijke wonde Zijner zijde gebracht hebbende, zeide Hij tot haar: »Wees welkom, mijne beminde, gij zijt de balsem mjjner wonden, en de verzachster mijner smarten.quot; Gertruda leerde uit die woorden dat, wanneer iemand zijnen wil, wat tegenspoed hem ook moge naken, zonder voorbehoud aan Gods

-ocr page 85-

79

van , welgevallen overlaat, de Heer dien t in { ontvangt, alsof Hij Zijne wonden a — | in het uur van Zijn lijden met de

roeg kostbaarste en verzachtendste kruiden

aan gezalfd had.

lige Daarna, toen Gertruda bad, begon een zij aan vele dingen te denken waarop- door zij de eer van God en de Hij voortplanting van het geloof hoopte aet te bevorderen. Doch kort daarna te deed zij zich verwijtingen over die en gedachten, die wellicht nooit eenige ng vrucht zouden dragen, omdat zij zoo or zwak was, dat zij eerder scheen te en sterven dan in staat te zijn, een lij moeielijk werk te ondernemen. Toen lij verscheen haar de Heer in het bin-ir neuste harer ziel, glanzende van glorie le en versierd met rozen en schoone Ie leliën; en Hij zeide tot haar : Zie, e hoe ik door uwen goeden wil versierd r ben, even gelijk ik versierd was door r de sterren en gouden kandelaren, in e welker midden de H. Joannes in het i boek der openbaringen verklaart, dat 5 hij den Zoon des menschen zag staan, i zeven sterren in Zijne rechter hand

-ocr page 86-

80

houdende; en weet, dat mij de andere gedachten van uw hart even veel genoegen deden als deze schoone liefelijke krans van leliën en rozen.quot;

»O God mijns harten!quot; riep de heilige uit, »waarom hrengt Gij mijne ziel in verlegenheid door zoo veel verschillende begeerten, die allen zonder uitwerksel zijn? Want het is nog kort geledén, dat Gij mij de gedachte en het verlangen ingaaft, om het heilige oliesel te ontvangen, en mijne ziel daartoe voorbereiddet door mij met zoo veel vreugd en troost te vervullen. En nu, integendeel, doet Gij mij wenschen een nieuw klooster te stichten, ofschoon ik zoo zwak ben, dat ik nauwelijks gaan kan.quot; »Ik doe zulks,quot; antwoordde de Heer, »om te vervullen wat ik u in het begin van dit boek gezegd heb, dat ik u gegeven had om de heidenen tot een licht te verstrekken;quot; dat is, om vele volkeren te verlichten: daarom is het noodig dat uw boek inlichtingen omtrent menig onderwerp bevat tot troost en onderrichting

-ocr page 87-

81

van anderen. En gelijk twee personen, die elkander beminnen, er dikwijls vermaak in scheppen over onderwerpen te spreken, die hen niet bijzonder aangaan — gelijk een vriend dikwijls zijnen vriend de moeielijkste en ingewikkelste vragen voorlegt -— zoo schep ik er vermaak in, mijne uitverkorenen vele dingen voor te stellen, die hun nimmer zullen overkomen, ten einde hunne liefde en getrouwheid jegens mij op de proef te stellen, en hen te beloonen voor de vele voornemens, die zij niet ten uitvoer kunnen brengen, daarbij al hunne goede bedoelingen in rekening brengende, alsof zij die werkelijk uitgevoerd hadden. Zoo neigde ik uwen wil, dat gij den dood ver-langdet; en deed u dus de begeerte gevoelen het heilig oliesel te ontvangen. En ik heb in het diepste van mijn hart tot uwe eeuwige zaligheid al datgene bewaard, wat gij in den geest of in der daad gedaan hebt om u tot dit Sacrament voor te bereiden. Dus zult gij deze woorden

-ocr page 88-

78

altijd verlangend was den wil van w

God te vervullen, hoewel zy niet in m

staat was dit verzoek toe te staan— ïk

voor een kruisbeeld neder, en droeg k zich zelve van ganscher harte aan f g1 God op, biddende dat Zijn heilige

wil mocht geschieden. Het scheen zi

haar toe, dat de Heer door die op- di

dracht diep bewogen was, dat Hij vc

van het kruis kwam om haar met te

teedere genegenheid en blijdschap te d(

omhelzen, en haar met teekenen g\'

van onuitsprekelijke vreugde ontving vi

— even gelijk een zieke, die door z1

den geneesheer opgegeven is, sen sl

geneesmiddel ontvangen zou, dat hij m

lang gewenscht had, en waarvan hij v(

zijne genezing hoopte — en haar n

zachtjes bij de aanbiddelijke wonde ei

Zijner zijde gebracht hebbende, zeide 1«

Hij tot haar: »Wees welkom, mijne h beminde, gij zijt de balsem mijner • b

wonden, en de verzachster mijner d

smarten.quot; Gertruda leerde uit die w

woorden dat, wanneer iemand zijnen b

wil, wat tegenspoed hem ook moge h

naken, zonder voorbehoud aan Gods z(

-ocr page 89-

79

m welgevallen overlaat, de Heer dien

n ontvangt, alsof Hij Ziine wonden

— in het uur van Zijn lijden met de

sg kostbaarste en verzachtendste kruiden

,n gezalfd had.

\'e Daarna, toen Gertruda bad, begon

n zij aan vele dingen te denken waar-

gt;- door zij de eer van God en de

ij voortplanting van het geloof hoopte

3t te bevorderen. Doch kort daarna

;e deed zij zich verwijtingen over die

n gedachten, die wellicht nooit eenige

g vrucht zouden dragen, omdat zij zoo

gt;r zwak was, dat zij eerder scheen te

n sterven dan in staat te zijn, een

ij moeielijk werk te ondernemen. Toen

ij verscheen haar de Heer in het bin-

,r nenste harer ziel, glanzende van glorie

e en versierd met rozen en schoone

e leliën; en Hij zeide tot haar : Zie,

e hoe ik door uwen goeden wil versierd ir \' ben, even gelijk ik versierd was door

r de sterren eu gouden kandelaren, in

e welker midden de H. Joannes in het

a boek der openbaringen verklaart, dat

e hij den Zoon des menschen zag staan,

s zeven sterren in Zijne rechter hand

-ocr page 90-

80

houdende; en weet, dat mij de andere gedachten van uw hart even veel genoegen deden als deze schoone liefelijke krans van leliën en rozen.quot;

»O God mijns harten!quot; riep de heilige uit, »waarom brengt Gij mijne ziel in verlegenheid door zoo veel verschillende begeerten, die allen zonder uitwerksel zijn? Want het is nog kort geleden, dat Gij mij de gedachte en het verlangen ingaaft, om het heilige oliesel te ontvangen, en mijne ziel daartoe voorbereiddet door mij met zoo veel vreugd en troost te vervullen. En nu, integendeel, doet Gij mij wenschen een nieuw klooster te stichten, ofschoon ik zoo zwak ben, dat ik nauwelijks gaan kan.quot; »Ik doe zulks,quot; antwoordde de Heer, »om te vervullen wat ik u in het begin van dit boek gezegd heb, dat ik u gegeven had om de heidenen tot een licht te verstrekken;quot; dat is, om vele volkeren te verlichten: daarom is het noodig dat uw boek inlichtingen omtrent menig onderwerp bevat tot troost en onderrichting

-ocr page 91-

81

van anderen. En gelijk twee personen, die elkander beminnen, er dikwijls vermaak in scheppen over onderwerpen te spreken, die hen niet bijzonder aangaan —gelijk een vriend dikwijls zijnen vriend de moeielijkste en ingewikkelste vragen voorlegt — zoo schep ik er vermaak in, mijne uitverkorenen vele dingen voor te stellen, die hun nimmer zullen overkomen , ten einde hunne liefde en getrouwheid jegens mij op de proef te stellen, en hen te beloonen voor de vele voornemens, die zij niet ten uitvoer kunnen brengen, daarbij al hunne goede bedoelingen in rekening brengende, alsof zij die werkelijk uitgevoerd hadden. Zoo neigde ik uwen wil, dat gij den dood ver-langdet; en deed u dus de begeerte gevoelen het heilig oliesel te ontvangen. En ik heb in het diepste van mijn hart tot uwe eeuwige zaligheid al datgene bewaard, wat gij in den geest of in der daad gedaan hebt om u tot dit Sacrament voor te bereiden. Dus zult gij deze woorden

-ocr page 92-

82

verstaan: »Als den rechtvaardige belet wordt te sterven, zal hij in rust leven.quot; Want indien gij door een plotselingen dood van dit Sacrament beroofd waart geworden, of indien gij het ontvangen had nadat gij uw bewustzijn hadt verloren — hetgeen mijne uitverkorenen dikwijls gebeurt — zoudt gij daarbij geen verlies geleden hebben, omdat de voorbereiding tot den dood, dien gij reeds zoo lange jaren gewacht hebt, bewaard wordt in de onverwelkbare lente mijner Godheid, waarin het door mijne medewerking altijd groent en bloeit, en vruchten voortgebracht worden tot uwe eeuwige zaligheid.quot;

laarna, terwijl haar geest

HOOFDSTUK XVIII.

OVER KWIJNING, VEROOKZAAKT DOOR DE

GODDELIJKE LIEFDE.

gedurende hare zevende

ziekte met God bezig hield, verscheen

-ocr page 93-

S3

haar de Heer op zekeren nacht, en zeide haar met buitengewone teeder-heid en liefde: »Zeg mij, mijne beminde, dat gij uit liefde voor mij kwijnt.quot; Zij antwoordde: »Hoe kan ik, arme zondares, mij vermeten te zeggen, dat ik kwijn uit liefde tot UVquot; De Heer hernam: » alwie zich gewillig aanbiedt iets te lijden om mij te behagen, verheerlijkt nqj waarlijk, en, mij verheerlijkende, zegt hij mij, dat hij uit liefde voor mij kwijnt; mits hij geduldig blijve, en nimmer zijne oogen van mij afwende.quot; »Maar wat voordeel kunt Gij uit die verzekering trekken, geliefde Heer,quot; vroeg de heilige. De Heer antwoordde: »Die verzekering baart mijne Godheid vreugde, mijnemenschheid eer, mijne oogen vermaak, en mijne ooren voldoening. Verder wordt daardoor de zalving mijner liefde zoo krachtdadig bewogen, dat ik gedwongen ben, het rouwmoedig hart te heelen — dat wil zeggen hen, die deze genade verlangen; diegenen te prediken, die in boeiéh zuchten — dat wil zeggen

-ocr page 94-

84

zondaren vergiffenis te schenken, de deur te openen voor hen die gevangen zijn — dat wil zeggen, de zielen uit het vagevuur te verlossen.quot;

Dan zeide Gertruda tot den Heer: » Vader van barmhartigheden, zult Oij mi] na deze ziekte, die de zevende is, mijne vroegere gezondheid teruggeven ?quot; De Heer antwoordde: »Indien ik u in het begin uwer eerste ziekte gezegd had, dat gij er zeven door te staan zoudt hebben, waart gij misschien uit menschelijke zwakheid in ongeduldigheid vervallen. Zoo ook zou de hoop, waarmede gij het einde dezer ziekte te gemoet zoudt zien, uwe verdienste verminderen, als ik u nu beloofde, dat dit de laatste zou zijn. Daarom heeft de vaderlijke voorzienigheid mijner ongeschapene wijsheid, voorzigtiglijk verordend, dat gij omtrent beide onderwerpen onwetend zoudt blijven, opdat gij verplicht zoudt zijn, voortdurend met geheel uw hart tot mij uwe toevlucht te nemen, en uwe kwellingen, hetzij uit- of inwendige aan mijne getrouw-

-ocr page 95-

85

heid aan te bevelen; aangezien ik zoo getrouw en zoo liefderijk over u waak, dat ik niet zal toestaan, dat gij boven uwe krachten bekoord wordt, wetende boe ver uw geduld zich uitstrekt. Dit kunt gij gemakkelijk begrijpen, indien gij bedenkt hoeveel zwakker gij waart na uwe eerste ziekte, dan gij nu na de zevende zijt; want ofschoon het menschelijk verstand dit voor onmogelijk moge houden, is nogtans niets onmogelijk voor mijne Goddelijk almacht.quot;

p zekeren dag, dat de heilige de

HOOFDSTUK XIX.

HOE ZINNELIJK GENOT ONS DE GEESTELIJKE VEEUGDE BENEEMT.

beschikkingen der Voorzienigheid overwoog, waardoor sommigen met troost vervuld worden, terwijl anderen slechts dorst lijden, maakte God haar bekend, dat Hij het menschelijk hart geschapen had om ver-maak te bevatten, gelijk een vat

-ocr page 96-

86

water inhoudt. Maar als dat vat, door kleine gaten, zijn water verliest, is het weldra ledig; of indien er nog water in blijft, is dit spoedig opgedroogd. Zoo ook, zal hetmensche-lijk hart, indien het met geestelijken wellust gevuld, zich door de lichamelijke zintuigen, als het gezicht, het gehoor, ehz. uitstort, eindelijk ledig en onbekwaam zijn, de genoegens te smaken, welke in God gevonden worden, zoo als ieder bij eigen ondervinding kan weten. Als wij zonder nadenken een blik werpen of een woord zeggen, verdwijnen beiden als water, dat uit een vat loopt. Maar als wij ons uit liefde tot God geweld aandoen, zal de hemelsche zoetheid zoodanig in onze harten toenemen, dat zij te klein zullen schijnen om die te bevatten. Wanneer wij dus leeren, onze zinnelijke vermaken te beteugelen, beginnen wij vermaak te vinden in God; en hoe meer ons die overwinning kost, des te meer vreugde zullen wij in Hem vinden.

Eens. toen de heilige bovenmate

-ocr page 97-

87

ongerust was omtrent eene zaak vau weinig aanbelang, en zij Gode tot zijne eeuwige glorie hare ongerustheid op het oogenblik der Elevatie opdroeg, scheen het haar toe, alsof de Heer hare ziel als langs eene ladder tot de H. Hostie trok, tot dat Hij haar in Zijnen schoot liet rusten, en toen sprak Hij minzaam tot haar: »Op deze heilige rustbank zult gij vrij van alle zorgen zijn; doch wanneer gij die verlaat, zal uw hart vol bitterheid wezen, als een tegengift tegen het kwaad.quot;

HOOFDSTUK XX.

HOE DE ZIEL GEZUIVEED EN VERSIERD WOKDT DOOR DE VERDIENSTEN VAN JESÜS CHRISTUS.

p den Zondag Invocahit (1) toen Gertruda zich onbekwaam gevoelde het lichaam des Heeren te

(1) InvocahU: „ Hij zal mij aanroep™, cn ik zal hem aanhooreuenz. Introïtus voor (ten eersten Zondag in den Vasten.

-ocr page 98-

88

ontvangen, verzocht zij Hem met geheel haar hart, door Zijn veertig-daagschen vasten in de dispensatiën te voorzien, waarvan hare zwakheid haar verplichtte gebruik te maken. Dan stond de Zoon Gods op, en knielde voor Zijnen Vader, met een blijmoedig gelaat, zeggende: »Ik:, die uw eenige Zoon ben, eeuwig en van dezelfde zelfstandigheid als Gij, ken, door mijne ondoorgrondelijke wijsheid , de gebreken der menschelijke zwakheid, zooals de mensch die onmogelijk kan kennen, daarom heb ik overvloediglijk medelijden met die zwakheid, en daarin op eene volmaakte wijze wenschende te voorzien, draag ik U, heilige Vader de onthoudingen van mijn heiligen mond op, tot boete voor alle zonden, waaraan de tong der menschen uit nalatigheid of met der daad schuldig is; ik draag U de onthoudingen mijner ooren op voor alle zonden des gehoors; ik draag U de onthoudingen mijner oogen op voor al de zonden, die zij met het o-ezicht bedreven hebben; ik draag IT

O

-ocr page 99-

89

de ontlioudingen mijner handen en voeten op voor alle zonden dier ledematen. Eindelijk draag ik uwe Majesteit, o dierbaarste Vader, mijn goddelijk Hart op voor alle zonden die zij in gedachten, door begeerten of met hunnen wil bedreven hebben.

Dan stond de heilige voor God den Vader, in een rood en wit gewaad gehuld, en met vele sieraden versierd. Het witte kleed beduidde de onschuld, die het lijden van Christus hare ziel verwierf; het roode betee-kende de verdienste van Zijn vasten, en de verscheidenheid van sieraden, de verschillende wegen waar langs, en de werken, waardoor de Heer aan onze eeuwige zaligheid arbeidde. Daarna nam de eeuwige Vader de aldus versierde ziel op, en deed haar plaats nemen aan een gastmaal tusschen Hem zeiven en Zijn eenigen Zoon. Aan de eene zijde overschaduwde haar de glans der goddelijke almacht, om den luister van haar gewaad en hare waardigheid te ver-hoogen; aan. de andere zijde werd

-ocr page 100-

90

zij verlicht door den glans der ondoorgrondelijke wijsheid van God den Zoon, welke haar verfraaid en versierd had met de schatten en volmaaktheden van Zijn leven. Tusschen deze twee lichten was eene opening, (1) waardoor de nederige gevoelens, welke die ziel van hare nietigheid en gebreken had, konden gezien worden; en hare nederigheid behaagde God zoo zeer, dat zij haar de teederste genegenheid van dien almachtigen Koning verwierf.

Dan plaatste de Heer voor Gertruda de drie in het evangelie van den dag vermelde overwinningen (2) in den vorm van verschillende soorten van voedsel, opdat die haar tot tegengift zouden strekken tegen de drie ondeugden, waarmede de meusch het meest behebt is — namelijk de

(1) „ Rima,quot;

(2) \'s Heeren drie overwinningen over Zijne drievoudige bekoringen in de woestijn, verhaald in het Evangelie van den eersten Zondag T\'an den Vasten, Matth. IV, 1—11. de epistel is 2 Cor. VI, 1—11.

-ocr page 101-

91

zucht naar vermaken, de inwilliging zijner driften, en de begeerte naar wellust. Ten eerste openbaarde Hij baar de uitstekende zegepraal, die Hij op den duivel behaald had, welke Hem tot eten wilde aanzetten, toen hij Hem vroeg de steenen in brood te veranderen, en de Heer hem wijselijk antwoordde, dat de mensch niet van brood alleen leeft; en Hij verzocht haar, dezelve aan God op te dragen voor al de zonden, welke zij uit zucht naar de vermaken zou hebben bedreven, en om kracht te krijgen om zulke bekoringen voortaan te kunnen weerstaan. Want hoe meer wij aan de bekoringen toegeven, des te minder zijn wij in staat er weerstand aan te bieden; en ieder kan dus \'s Heeren overwinningen voor zijne eigen behoeften opdragen. De Heer gaf haar daarna Zijne tweede overwinning tot vergiffenis van alle zonden, welke zij vrijwillig bedreven had, en om in het vervolg de genade te verkrijgen om die bekoringen krachtdadig te bestrijden; en iedereen

-ocr page 102-

92

kan deze overwinning tot hetzelfde einde, en met hetzelfde voordeel opdragen, om van God vergiffenis te bekomen voor alle zonden, die hij met gedachten, woorden en werken bedreven heeft, en om genade te verkrijgen tegen het hervallen in de toekomst. Eindelijk gaf haar de Heer Zijne derde zegepraal als een middel tegen de gierigheid, welke de goederen en rijkdommen dezer aarde doet be-geeren, en om kracht te verkrijgen om die bekoring te weerstaan.

Gedurende de mis legde zich de heilige er op toe, die deugden uit den epistel aan te teekenen, welke haar het nuttigst voorkwamen om beoefend of anderen onderwezen te worden; en daar zij gevoelde, dat zij de gave des verstands noodig had, zeide zij tot den Heer; »Leer mij, mijn beminde, welke dezer deugden ü het meest zullen behagen; want, helaas, er is geen bijzondere ernst in mij.quot; De Heer antwoordde: »Bemerk dat de woorden in Spiritu Sancto (!gt;in den Heiligen Geestquot;) te midden

-ocr page 103-

93

dier overwinningen voorkomen. Tracht dus vooral, aangezien de Heilige Geest een goede wil is, (1) dien goeden wil te verkrijgen, want gij zult daardoor meer winnen dan door iedere andere deugd, en gij zult door liem de volmaaktheid in alle deugden bereiken. Want al wie den oprechten wil heeft van mij, indien hij kon, meer dan de gansche wereld, te loven, mij te danken, met mij te lijden, of zich op de volmaaktste wijze in alle soorten van deugden te oefenen, zal zeker door mijne goddelijke milddadigheid beter beloond worden dan iemand die werkelijk vele andere dingen volbracht heeft.quot; Dan verscheen de Heilige Geest voor Gertruda, op eene wonderbare wijze de plaats verlichtende waar de bedorvenheid en onvolmaakt heidharer ziel te zien was, zoodat, toen de kracht van Zijn goddelijk licht al hare gebreken had weggenomen, zij vol zalig gevoel als door de bron van het eeuwige licht omgeven was.

(I) „ Spiritus Sanctus est bona voluntas.quot;

-ocr page 104-

94

HOOFDSTUK XXI.

ij liet tweede/ma na den Zondag

OVEll DE WAKE MANIER OM OP GEESTELIJKE WIJZE DE LICHAMELIJKE WERKEN VAN BARMHARTIGHEID TE BEOEFENEN.

Invocahit, toen de volgende woorden van het evangelie (1) gelezen werden: »Komt gezegenden mijns Vaders; want ik heb honger gehad,quot; enz., zeide Gertruda tot den Heer: »0 God, wij kunnen de hongerigen niet spijzigen en de dorstigen niet laven omdat onze Orde ons verbiedt iets in eigendom te bezitten, leer mij dus hoe wij deelachtig kunnen worden aan de zegeningen, welke Gij in dit Evangelie als loon voor de werken van barmhartigheid beloofd hebt.quot; De Heer gaf ten antwoord : »Aangezien ik de zaligheid en het leven der ziel ben, en ik steeds honger en dorst heb naar de

(l) Evangelie voor Maandag na den eersten Zondag in den Vasten : Matth. XXV, 31—46.

-ocr page 105-

95

zaligheid der menschen, zult gij mij eene aangename verkwikking schenken, indien gij tracht dagelijks ten behoeve van anderen eenige woorden der Heilige Schrift te bestuderen. Ais gij leest met het doel om genaden van berouw of godsvrucht te verkrijgen, stilt gij mijnen dorst door mij een aangenamen drank te geven. Als gij dagelijks een uur in stille overweging doorbrengt, verleent gij mij herbergzaamheid; en indien gij dagelijks tracht eene of andere nieuwe deugd te verkrijgen, kleedt gij mij. G ij bezoekt mij in mijne ziekte, indien gij tracht de bekoringen te bestrijden en uwe kwade neigingen te overwinnen; en bezoekt mij in de gevangenis, en schenkt mijne droefheid den zoetsten troost, wanneer gij voorde zondaars en voor de zielen in het vagevuur bidt.quot; Hij voegde er nog bij: »zij, die dagelijks, en vooral gedurende den heiligen tijd van den Vasten, deze oefeningen uit liefde tot mij volbrengen, zullen gewis de teederste en milddadigste belooning

-ocr page 106-

96

ontvangen, welke mijne onbegrijpelijke almacht, mijne ondoorgrondelijke wijsheid, en mijne teerderste goedertierenheid kunnen schenken.quot;

et was op Zondag Reminiserere, (1)

HOOFDSTUK XXIL

CV KR DE OFFERANDE VAN DE VERDIENSTEN VAN JESÜS CHRISTUS VOOR DE ZONDEN DER KERK.

dat Gertruda, begunstigd met bijzondere blijken van de liefde en teederheid van haren Bruidegom, zoo als geen menschelijk wezen die beschrijven kan, den Heer, verzocht haar eenige oefening aan te wijzen, welke gedurende die week voordeelig zou zijn. De Heer antwoordde: »Breng mij twee goede jonge geiten — ik bedoel de zielen en de lichamen der menschen.quot;

(1) „Gedenk, o Heer, uwe meecloogendheid en uwe barmhartigheidquot; enz. Introïtus, tweede Zondag in den Vasten.

-ocr page 107-

97

De heilige begreep daaruit, dat zij uitgenoodigd werd, voor alle menschen voldoening te schenken; en dan, dooiden Heiligen Geest aangedreven, bad zij vijfmaal het Paternoster ter eere van de vijf -vvonclen des Heeren in voldoening voor de zonden, die de menschen door de vijf zinnen bedreven hadden, en driemaal voor de zonden, bedreven door de drie vermogens der ziel — namelijk, door de rede, de de oploopendheid en de begeerlijkheid; en voor alle zonden en nalatigheden, terwijl zij dit gebed met dezelfde meening en tot hetzelfde einde opdroeg, als de Heer dit in Zijn allerzoetst Hart besloten had; dat wil zeggen, in voldoening voor al de zonden van zwakheid, onwetendheid of kwaadwilligheid, die de mensch tegen Zijne almacht, Zijne ondoorgrondelijke wijsheid en Zijne overvloedige en vrijwillige goedheid bedreven had.

Toen Gertruda dit gebed opdroeg scheen de Heer daar een ongeloofelijk behagen in te scheppen, en maakte het teeken des kruises over haar van

5.

-ocr page 108-

98

het hoofd tot de voeten; haar dan zegenende en omhelzende, leidde Hij haar tot Zijnen Vader om ook Zijnen zegen te ontvangen. Ook God de Vader ontving haar met groote bereidwilligheid en pracht, en zegenende haar zoo overvloedig, dat Hij zooveel zegeningen over haar uitstortte, als Hij aan de gansche wereld zou gegeven hebben, indien zij voorbereid ware geweest, die gunst en genade te ontvangen.

Dit gebed kan God gedurende die week opgedragen worden om vergiffenis onzer zonden en nalatigheden te verkrijgen, en in voldoening voorde zonden der Kerk, opdat wij het uitwerksel van een zoo heilzamen zegen verwerven, door de verdiensten van Christus, die met zoo veel voorkomendheid en goedheid de Bruidegom en het hoofd zijner Kerk heeft willen zijn.

-ocr page 109-

99

HOOFDSTUK XXIII.

HOE WIJ DEELACHTIG KUNNEN WOEDEN AAN DE VEBDIENSTEN VAN HET LEVEN VAN JESUS CHEISTÜS.

ê

p den Zondag Oculi, (1) toen de heilige als naar gewoonte hare godsvrucht wilde regelen naar de gebeden der Kerk, verzocht zij den Heer haar te leeren, hoe zij zich die week moest bezig houden. Hij antwoordde: »Wanneer gij gedurende deze week uwe getijden zingt, en u herinnert hoe Jozef door zijne broeders voor twintig zilverlingen verkocht werd, bid dan drie en dertig malen het Pater noster, en koop aldus de verdienste van mijn allerheiligst leven, dat drie en dertig jaren duurde, gedurende welken tijd ik voor de zaligheid der menschen arbeidde; en deel de vrucht van hetgeen gij op die wijze verkrijgt der gansche Kerk

(1) Oculi. Introïtus voor den derden Zondag-in den Vasten.

-ocr page 110-

100

mede, tot zaligheid der raenschen en tot mijne eeuwige glorie.quot; Toen de heilige dit bevel opvolgde, zijg zij in den geest dat de geheele Kerk was als eene bruid, op eene wondervolle wijze getooid en gesierd met de vruchten van het volmaakte leven van Jesus Christus.

HOOFDSTUK XXIV.

DE HEILIGE LEE11T HOE DE ZONDEN DEll KERK TE BOETEN.

p laetare Zondag, terwijl de heilige Gertruda eenig onderricht van den Heer verlangde, ten einde te weten, hoe zij die week zou doorbrengen , gaf Hij haar ten antwoord: »Breng die personen tot mij, wier zielen gij sedert ïeven dagen dooide verdiensten mijns levens voorbe-reiddet; want zij moeten aan mijne tafel eten.quot; Zij vroeg verder: »Hoe kan ik dit doen? Wat mij betreft, hoe onwaardig ik ook ben, waag ik

-ocr page 111-

101

het nogtans te zeggen, dat, indien ik al de kinderen der nienschen, waarin Gij uw behagen stelt, tot U kon brengen, ik gaarne van dit oogenblik tot den dag des oordeels de gansche aarde blootvoets zou door-loopen, en hen in mijne armen tot U voeren, ten einde eenigermate aan uwe eindelooze liefde te beantwoorden. En ware het mij mogelijk dit te doen, ik zou mijn hart in zooveel deelen verdeelen als er menschen op aarde leven, om ieder een deel te schenken van den goeden wil, die uw goddelijk Hart zoo zeer behaagt.quot; De Heer hernam; »uw goede wil

# _ O

is genoeg en voldoet mij volkomen.quot; Dan zag zij de gansche Kerk, op wondervolle wijze versierd en den Heer voorgesteld, die tot haar zeide: » Gij zult heden deze gansche menigte dienen.quot;

Gertruda wierp zich dan onder eene goddelijke inblazing, aan de voeten van haren Bruidegom, en kuste de wonde van Zijn linker voet, ter voldoening voor alle zonden, die

-ocr page 112-

102

ooit in de Kerk door gedachten, begeerten, of met den wil bedreven waren, terwijl zij den Heer smeekte, genoegdoening te sclienken, welke Hij gegeven had door de zonden aller menschen uit te wisschen. De Heer schonk haar dan deze genade in den vorm van een brood, hetwelk zij onder dankbetuiging onmiddelijk opdroeg, en dat Hij met groote bereidwilligheid aannam; Zijne oogen tot Zijn eeuwigen Vader opslaande, zegende Hij het, en gaf het haar weder om het onder Zijne Kerk uit te deelen. Daarop kuste zij den rechter voet des Heeren, om te voldoen voor alle nalatigheden der rechtvaardigen in goede gedachten, begeerten of goeden wil, den Heer smekende hun een deel te schenken van de volmaakte voldoening, welke Hij gegeven had voor de schulden aller menschen. Daarna kuste zij de wonde Zijner linker hand, om voldoening te schenken voor de zonden die de gansche wereld, met woorden of werken bedreven had, terwijl zij den

-ocr page 113-

103

Heer smeekte, de verdiensten Zijner wonden en werken te dien einde te verleenen. Dan kuste zij de wonde zijner rechter hand, ter voldoening voor de nalatigheden in woorden en werken; den Heer daarbij smeekende, de volheid en volmaaktheid Zijner daden te schenken om te voorzien in hetgeen aan Zijne Kerk ontbrak.

Bij elk dezer ofiers ontving zij brood, en ieder deel gaf zij den Heer terug, die het zegende, en haar aanbood, om het onder de kerk uit te deelen. Dan naderde zij de dierbare wonde van de zijde van Jesus, en, die met geheel haar hart omhelzende smeekte zij Hem, de heilige kerk, Zijne bruid, te schenken, wat haar aan volmaaktheid en verdiensten ontbrak , zelfs nadat Hij hare zonden zoo volkomen uitgewischt, en zoo overvloedig in hare gebreken voorzien had; opdat Zijn Goddelijk leven — dat aangenaam is in het oog van God den Vader, en met een alles overtreffenden luister blinkt — hare kroon en eeuwigdurende zaligheid

-ocr page 114-

104

mocht worden. De heilige verhens\'de zich over de genade, die God haar geschonken had en deelde deze broo-den uit, zoo als men doen zou aan liet nagerecht van eenen maaltijd, en zeide tot den Heer: »Ach, Heer! wat zult Gij mij geven in plaats van de visschen, waarvan het Evangelie van dezen dag spreekt?quot; (1) De Heer hernam: »Ik zal u al mijne volmaaktste werken schenken, om ze uit te deel en onder hen, die verzuimd hebben, mij zoo veel te dienen, als zij behoorden gedaan te hebben, en al de edelste daden mijner ziel om to voldoen voor hunne lauwheid en hun gebrek aan godsvrucht in mij te prijzen voor de weldaden, die zij van mij ontvangen hebben.quot;

Door de brooden, die de Heer de

(1) Evangelie voor den vierden Zondag in den vasten. Joh. VI, 1—15, hetwelk de wondervolle vermenigvuldiging der vijf brooden en twee visschen verhaalt, en zoo het geheimzinnige offer der vijf brooden teruggeeft, die de heilige in bijzondere overeenstemming met de gc.-beden van den dag gegeven werden.

-ocr page 115-

105

heilige aanbood, leerde zij, dat altijd

wanneer iemand voor God eene goede

daad verricht — al ware het slechts

door een Pater noster of Ave Maria

of eenig ander gebed voor de Kerk

te bidden — de Zoon Gods dat ge-il

bed ontvangt, alsof het de vrucht Zijner heilige menschheid ware, en het aan God den Vader opdraagt, het door Zijnen zegen heiligende en vermenigvuldigende, zoodat het tot heil en voordeel der geheele Kerk kan worden uitgedeeld.

Dezelfde oefening kan gehouden worden door iedereen die vijf Pater nosters bidt ter eere van de vijf wonden des Heeren, deze in den geest kussende, en biddende voor alle zondaars, die in den schoot der Kerk leven, om vergiffenis hunner zonden en nalatigheden te verkrijgen, indien zij met een vast betrouwen hopen, die genade van de Goddelijke goedheid te venverven.

-ocr page 116-

106

HOOFDSTUK XXV.

HOK DE GLORIE EN GELUKZALIGHEID VAN DEN H. BENEDICTUS AAN DE H. GEHTIIUDA VERTOOND WERD.

X\\)ye H. Gertrnda woonde, op het feest van den roemrijken vader, den H.Benedictus, meteene bijzondere godsvrucht de metten bij ter eere van een zoo besten vader; en zij zag hem in den geest glanzende van glorie in tegenwoordigheid der luisterrijke en altijd vreedzame Drievuldigheid staan. Zijne houding was vol majesteit en schoonheid; zijn kleed, allerschitterendst, en uit zijn lichaam schenen prachtige en bloeiende rozen te ontspruiten, waarvan iedere roos eene andere, en deze wederom nieuwe voortbracht, en de laatste de eerste in welriekendheid en schoonheid overtrof, zoodat de heilige vader, aldus getooid, het grootste genoegen gaf van de aanbiddelijke Drievuldigheid en het hemelsche hof, die zich om zijne gelukzaligheid verheugden. De

-ocr page 117-

1-

J 107

rozen, die uit hem ontsproten beduidden de oefeningen, welke hij gehouden had, om zijn vleesch aan den geest te onderwerpen, en al de goede werken die hij gedaan had, en ook die van hen, die hij door zijne et lessen overgehaald, of door zijn voor -

r, beeld aangespoord had de wereld te

re verlaten, en onder regelmatige tucht

re te leven, die, hem op dien heerlijken

ag weg volgende, de haven van het

in v hemelsch vaderland en het eeuwige ;r- leven reeds bereikt hebben, of nog

g- zullen bereiken, en waarvan ieder

rol een bijzonder deel uitmaakt van de

id, uitstekende glorie van den grooten im kerkvoogd, en waarvoor alle heiligen ;en God loven, en hem onophoudelijk dos geluk werischen.

we Ook voerde de H. Benedietus een

ste schepter, die aan beide zijden pracli-er- tig met glinsterende edelgesteenten dus versierd was. Als hij dien in de gaf hand hield, straalde uit de naar hem Leid gekeerde zijde een heerlijk licht, li et-om welk het geluk dergenen beteekende De die deze orde omhelsd en hun leven

-ocr page 118-

108

gebeterd hadden, en ter wille van wie God hem met eene onbegrijpe-liïke vreugde overstelpte. Uit de naar God gekeerde zijde blonk de Goddelijke gerechtigheid, verheerlijkt door de verdoemenis van hen, die tot die heilige orde geroepen waren, doch zich dezelve onwaardig hadden gemaakt, en daarom naar het eeuwig vuur verwezen waren; want het is rechtzaardig, dat hij, dien God tot de heiligste der orden geroepen heeft, allerstrengst gestraft wordt, wanneer hij een slecht leven leidt.

Toen nu de H. Gertruda den heiligen vader de gebeden van haar geheel psalmboek te zijner eer voor de gemeente opdroeg, scheen hij bovenmate verheugd, en hij offerde het groen, waarmede hij getooid was, itot heil dergenen, die met zuivere harten zijne bescherming inriepen, en door getrouw zijne orde te volgen zijne voetstappen drukten.

Terwijl het antwoord, Grandi Pater jiducia morte sietit preciosa, gezongen werd, zeidc de H. Gertruda tof hem:

-ocr page 119-

109

»Heilige vader, welke bijzondere be-looniug hebt gij voor uwen roemrjiken dood ontvangen ? quot; en bij antwoordde: »Omdat ik biddende den laatsten adem uitblies, is nu mijn adem van zoo voortreffelijke zoetheid, dat de heiligen er vermaak in scheppen bij mij te zijn.quot; Dan smeekte zij hem, bij zijnen roemrijken dood, de kloosterlingen van dat klooster in het laatste uur bij te staan. De eerwaardige vader antwoordde: » Al degenen, die mij aanroepen, het roemrijk uiteinde herdenkende, waarmede God mij vereerde, zullen bij hunnen dood met zoo veel getrouwheid door mij bijgestaan worden, dat ik mij daar zal bevinden, waar de vijand het meest bereid is hen aan te vallen; en alzoo, door mijne tegenwoordigheid gesterkt, zullen zij de strikken ontkomen, die hij hun spant, en gelukkig en ; vreedzaam het genot der eeuwige gelukzaligheid ingaan.quot;

-ocr page 120-

110

DEEL II.

Openbaringen over de liefde van het Hart van Jesus in het allerheiligste Sacrament.

1 de Openbaringen betrekkelijk het Sacrament van Liefde, waarmede de Zaligmaker deze fe-cN meest bevoorrechte Zijner J 0 ^ heiligen begunstigde, doen meer en meer de overgroote teeder-heid uitkomen, welke Hij in die voortreffeljike gave Zijne uitverkorenen toedraagt. Hij wil, dat allen hem naderen. Zijn Hart is open voor de zwaksten, en zelfs voor de onvolmaaktsten, wanneer hunne onvolmaaktheid niet vrijwillig is; ja, hij zegt zelfs zijne dienstmaagd dat sommigen zich van dat Gastiuaal verwijderen, omdat zij de »teederheid van

-ocr page 121-

Ill

zijn Vaderlijk Hartquot; niet zien. Wie zal ons de teederheid verklaren, die zich zelve ten voedsel geeft, en die het smart, wanneer hare schepselen dat voedsel niet willen gebruiken?

HOOFDSTUK L

HOE HEÏ HART VAN JESUS ONS UITNOODIGÏ TOT DE H. TAFEL TB NADEREN, NIETTEGENSTAANDE ONZE ONWAARDIGHEID.

\' Y^l oen Gertruda zich op het feest der Onnoozele Kinderen tot de H. Communie voorbereidde, was zij door eene menigte kwade gedachten verstrooid; eu nadat zij den Godde-lijken bijstand ingeroepen had, sprak de Heer in zijne bovenmatige barmhartigheid aldus : »Indien iemand, door bekoringen overvallen, zich met eene standvastige hoop in mijne bescherming aanbeveelt, is hij een dergenen, waarvan ik zeggen kan: »Een is mijne duive, gekozen onder duizend; hij heeft mijn goddelijk Hart met

-ocr page 122-

112

j bereic

eenen oogslag doorboord,quot; zoodat,bi) t wanneer ik dacht, dat ik hen niet?ulke kan bijstaan, mijn hart zoo droevig^16\'\' 1 zou zijn, dat zelfs alle vreugden desTOldoi hemels mijne droefheid niet zoudeif\'eilig1 f kunnen troosten, omdat hij een deeP6116 2 van mijn lichaam en met mijne God-bet Ik heid vereenigd is; en ik ben steeds deeent, voorspreker mijner uitverkorenen, voïU gt; d mededoogen voor hunne behoeften.quot; In two »Heer,quot; hervatte de H. Gertruda lenige »hoe komt het, dat uw onbevlektinue: lichaam, waarin nooit eenige tegen-\'11 «o strijdigheid gevonden werd, U in staalali to steit met onze veelvuldige zwakhedeik in 1 inppr medelijden te hebben?quot; Hij antult G heid woordde: »Gij kunt u daar gemak^ederc voort kelijk van overtuigen. Heeft mij# zal Apostel niet gezegd: »Hij behoordi Gert hem 111 a^es me^ ziille broederen gelijlebben voor gesteld te worden, opdat Hij in staa\'eiquot;d z i zou zijn, hen die bekoord worden:] dit volma bij te staan?quot; En Hij voegde er bijörfde ) liii zé »Dit oog mijner beminde, dat mijl ZU11( , hart doorboort, is het vertrouwen\' woo

•■i dat, zij in mij trachtte te stellen oog( dat ik weet, dat ik in staat es

É

-ocr page 123-

113

bereid beu, haar in al hare ellenden )dat,bij te staan; dit vertroirwen heeft nieibulke macht over mijne goedheid, dat oevigflek mij niet mogelijk is haar te i desT0^0en-quot; »Maar, Heerhernam de judeiilicilig6, »aangezien het vertrouwen l dee¥eiie 200 gi\'oote gave is, dat niemand Qod-het hebben kan, ten zij Gij het ver-:(lg djeent, welke verdienste hebben dan i, voïÜ» die er van beroofd zijn?quot; Hij ,ri-quot; mtwoordde: Iedereen kan ten minste trudaenigermate zijn mistrouwen over-evlekfiHuen door getuigenis der Schrift tegen-n \'i00 niet met geheel zijn hart, i staal1111 toch met de lippen zeggen; »Als chedejk iu de hel zou geworpen worden, j antult Gij, Heer, mij verlossen,quot; en renuikre(lel\'om) »al zou Hij mij dooden , ; mij# zal 0P Hem vertrouwen.quot;

hoordt Gertruda eens eene preek gehoord gelijlebbende, over Gods gerechtigheid n staa el\'cl zoo door vrees overvallen, dat rordenj Goddelijke Sacrament niet er bijamp;rïde naderen; doch God stelde haar it raijj zij116 barmhartigheid gerust met ouwen? woorden: »Indien gij niet met illen -4 oogen uwer ziel de menigvuldige aat ei

-ocr page 124-

112

éénen oogslag doorboordzoodat, wanneer ik dacht, dat ik hen niet kan bijstaan, mijn hart zoo droevig zou zijn, dat zelfs alle vreugden des hemels mijne droefheid niet zouden kunnen troosten, omdat hij een deel van mijn lichaam en met mijne Godheid vereenigd is; en ik ben steeds de voorspreker mijner uitverkorenen, vol mededoogen voor hunne behoeften.quot;

»Heer,quot; hervatte de H. Gertmda, »hoe komt het, dat uw onbevlekt lichaam, waarin nooit eenige tegenstrijdigheid gevonden werd, Ü in staat stelt met onze veelvuldige zwakheden medelijden te hebben?quot; Hij antwoordde: »Gij kunt u daar gemakkelijk van overtuigen. Heeft mijn Apostel niet gezegd: »Hij behoorde in alles met Zijne broederen gelijk gesteld te worden, opdat Hij in staat zou zijn, hen die bekoord worden, bij te staan? quot; Eu Hij voegde er bij: »Dit oog mijner beminde, dat mijn hart doorboort, is het vertrouwen, dat, zij in mij trachtte te stellen — dat ik weet, dat ik in staat en

-ocr page 125-

113

bereid bon, Laar iu al hare ellenden bij te staan; dit vertrouwen heeft zulke macht over mijne goedheid, dat het mij niet mogelijk is haar te voldoen.quot; »Maar, Heer,quot; hernam de heilige, »aangezien het vertrouwen eene zoo groote gave is, dat niemand het hebben kan, tenzij Gij het verleent, welke verdienste hebben dan zij, die er van beroofd zijn ? quot; Hij antwoordde: Iedereen kan ten minste eenigermate zijn mistrouwen overwinnen door getuigenis der Schrift en zoo niet met geheel zijn hart, dan toch met de lippen zeggen; »Als ik in de hel zou geworpen worden, zult Gij, Heer, mij verlossen,quot; en wederom, »al zou Hij mij dooden, ik zal op Hem vertrouwen.quot;

Gertruda eens eene preek gehoord hebbende, over Gods gerechtigheid werd zoo door vrees overvallen, dat zij dit Goddelijke Sacrament niet durfde naderen; doch God stelde haar in zijne barmhartigheid gerust met de woorden: »Indien gij niet met de oogen uwer ziel de menigvuldige

-ocr page 126-

114

geuadeu wilt zien, welke ik u verleend heb, open dan ten minste de oogen uws lichaams, en zie hoe ik in eene kleine ciborie opgesloten ben; en wees verzekerd dat de strengheid mijner geregtigheid op dezelfde wijze beperkt wordt door de grenzen der barmhartigheid, die ik jegens den mensch heb in de uitdeeling van dit Sacrament.quot;

Bij eene andere dergelijke gelegenheid wekte haar de zoetheid der Goddelijke godheid op , aan dit heilige geheim deel te nemen door de woorden: »Zie in wat kleine ruimte ik u mijne gansche goedheid en menschheid geef. Vergelijk de grootte (1) daarvan bij de grootte van het menschelijk lichaam, en oordeel dan over de hoegrootheid mijner liefde. Want gelijk het menschelijk lichaam mijn lichaam in grootte — dat wil zeggen de hoeveelheid broods, welke mijn lichaam inhoud — overtreft, zoo ook brengen mij mijne liefde en barmhartigheid in dit Sacrament tot zoodanigen toestand, dat

(1) Qnantitatem.

-ocr page 127-

115

de ziel, die mij bemint, eenigermate boven mij is, even als bet menscbelijk lichaam grooter is dan het mijne.quot;

Op een anderen dag toen zij de H. Hostie ontving, sprak haar de Heer aldus aan: »Bedenk dat de priester, die u de Hostie geeft, haar onmiddellijk met de hand aanraakt, en dat de kleederen, die hij draagt, uit eerbied niet verder reiken dan zijne armen; dit moet u leeren, dat, hoewel ik met genoegen op alles nederzie, wat tot mijne eer gedaan wordt, als bidden, vasten, waken en andere godvruchtige werken, nogtans het vertrouwen, (zij die weinig verstand hebben zullen het niet begrijpen) waarmede de uitverkorenen hunne toevlucht tot mij nemen, mij veel gevoeliger treft; even gelijk gij ziet dat mijn vleesch nader bij de hand des priesters is dan bij zijne kleederen.quot;

Toen Gertrnda op het punt stond te communiceeren en vreesde, dat zij, ofschoon het oogenblik op handen was, niet genoegzaam was voorbe-

-ocr page 128-

116

reid, sprak zij aldus tot hare ziel: »Zie uw Bruidegom roept u; en hoe kunt gij het wagen voor Hem te verschijnen zonder versierd te zijn zoo als het behoort?quot; Dan meer en meer hare onwaardigheid overwegende, zich zelve geheel mistrouwende, en alleen haar vertrouwen stellende in Gods barmhartigheid — zeide zij tot zich zelve : » Waarom langer uitgesteld? aangezien ik, al werd ik ook duizend jaren, mij zelve toch niet kan voorbereiden zoo als het behoort, omdat ik niets heb, dat zou kunnen strekken tot bevordering mijner goede gesteldheid. Doch ik zal Hem met vertrouwen en nederigheid naderen; en als de Heer mij in de verte ziet, kan Hij mij met alle genade en aantrekkelijkheid vervullen, waarmede Zijne liefde verlangt, dat ik voor Hem verschijnen zal.quot; En in die gesteldheid het heilige Altaargeheim naderende, dacht zij alleen aan hare gebreken en nalatigheden. Maar als zij voortging, zag zij den Heer, die haar met een medelrjdenden

-ocr page 129-

117

of liever liefdevollen blik aanzag, en haar Zijne onschuld toezond, opdat zij daarmede als met een wit kleed bedekt zou zijn. Hij gaf haar Zijne nederigheid, welke Hem deed omgaan met schepselen, die zulke gunst geheel onwaardig zijn; en deze diende haar tot purperen mantel. Hij vervulde haar met die hoop, welke haar vurig deed verlangen naar Hem, dien zij beminde, ten einde een schoon groen aan haar gewaad te geven. Hij schonk haar Zijne liefde voor de zielen als een- kleedingstuk van goud Hij bezielde haar met de vreugde, die Hij in het Hart der regtvaardigen schept als een kroon van edelgesteenten. Eu eindelijk gaf Hij haar tot sandalen dat vertrouwen, waarmede Hij zich verwaardigde op de onstandvastigheid der menschelijke broosheid te rusten, en dat Hem Zijn vermaak deed vinden onder de kinderen der menschen. En zoodoende was zij waardig aan God voorgesteld te worden.

-ocr page 130-

118

HOOFDSTUK II.

DE HEEK VERSCHIJNT AAN DE H. GEUTIIUDA IN UE GEDAANTE VAN EEN PELIKAAN.

oen Gertruda zich na de com-munie met inwendige beschouwingen bezig hield, verscheen haaide Heer in de gedaante van een pelikaan, zoo als die gewoonlijk voorgesteld wordt, zijn hart met zijnen bek doorborende. Hierover verwonderd, zeide zij; »Heer, wat wilt Gij mij door die verschijning leeren?quot; Ik wensch,quot; hernam de Heer, dat gij de overmaat van liefde, welke mij verplicht, n zulke gave te schenken, gedachtig zijt; want na u alzoo mij zeiven gegeven te hebben, zou ik om zoo te spreken liever dood in het graf blijven, dan eene ziel, die mij bemint, van de vruchten mijner milddadigheid te berooven. Bedenk ook dat gelijk het bloed, dat uit het hart van den pelikaan komt, zijn jongen het leven geeft, zoo ook de ziel, die ik met de Goddelijke spijze voed.

1

-ocr page 131-

119

een leven ontvangt dat nimmer ein-digt.\'_\'

Bij eene andere gelegenheid toen de heilige na de communie overwoog met welke omzichtigheid zij die tong dient te gebruiken, die boven alle deelen des lichaams vereerd wordt, als zijnde de schatplaats van de kostbaarste geheimen van Jesus Christus, werd zij door deze vergelijking onderricht : Dat iemand, die zich niet van ij dele, nuttelooze en zondige gesprekken onderhoudt, en zonder berouw tot de H. Communie nadert, dengene gelijk is, die aan den drempel zijner deur eeuen hoop steenen verzamelt om zijnen gast te gooien, als hij hem komt bezoeken, of die hem meedoogenloos met eene roede op het hoofd slaat.

Waardoor het komt, dat wij somtijds minder godsvrucht gevoelen op het oogenblik der H. Communie dan op een anderen tijd.

Als Gertruda voor iemand bad, die het betreurde, dat zij minder godsvrucht had op de dagen, dat

-ocr page 132-

120

zij communiceerde clan op andere tijden, zeide haar de Heer: Dit is niet bij toeval geschied, maar door eene bijzondere voorzienigheid, welke op onverwachte oogenblikken gevoelens van godsvrucht ingeeft, om het hart van den mensch te verheffen, dat een slaaf des ligchaams is: doch op feesten, en ten tijde der Communie trek ik die genade terug, omdat ik liever de harten mijner uitverkorenen met goede begeerten of nederigheid bezig houd; en dit kan hun welzijn meer bevorderen dan de genade der godsvrucht.

HOOFDSTUK III.

HOE DE H. GBKTEUDA ZICH TOT DE H. COMMUNIE VOOl!BEREIDDE.

kij zekere gelegenheid, dat de heilige op het punt stond te communiceeren, was zij droevig dat, zij niet genoegzaam voorbereid was, en zij smeekte de H. Maagd en alle heiligen voor haar aan God de ge-

-ocr page 133-

121

steldheid op te dragen, welke ieder gehad liad bij liet ontvangen dei-veelvuldige genaden, die hun verleend geworden waren. Dan smeekte zij den Heer Jesus Christus dat ook Hij voor haar genadiglijk de volmaaktheid op zou dragen, waarmede Hij op den dag Zijner Hemelvaart verscheen, toen Hij zich in tegenwoordigheid van God den Vader bevond, en de eeuwige glorie binnentrad. Daarna wenschte zij te weten, welk uitwerksel dit gebed voor haar gehad had, en de Heer antwoordde: »Het heeft u geschikt gemaakt om met alle sieraden, die gij verlangt, voor het gansche hemelsche hof te verschijnen.quot; En Hij voegde er bij: »Waarom zoudt gij mij wantrouwen, die almachtig en allerbarmhartigst ben, aangezien niemand op aarde zijnen vriend zijne eigen sieraden en kleederen kan geven en hem daarbij zoo prachtig gekleed doen schijnen als zich zeiven.

Toen zij zich naderhand herinnerde, dat zij beloofd had, dien dag

6.

-ocr page 134-

122

te zullen communiceren voor eenige personen, die zich in hare gebeden aanbevolen hadden, smeekte zij God met groote godsvrucht, hun de vrucht van dit Sakrament te verleenen, en kreeg ten antwoord: »Ik zal hun die gunst toestaan, doch ik laat het hunnen vrijen wil over, daarmede zoo veel voordeel te doen als zij wenschen.quot; Dan vroeg zij hoe die personen zich moesten voorbereiden, om die genade te ontvangen, en de Heer antwoordde: »Wanneer zij zich van dit oogenblik met een zuiver hart en een goeden wil tot mij wenden, en den bijstand mijner genade, zij het ook door een enkel woord of den minsten zucht, inroepen, zullen zij altijd onmiddellijk gekleed schijnen met de sieraden, welke gij door uw gebed voor hen verkregen hebt.quot;

Eens, toen de heilige andermaal op het punt stond, tot de H. Tafel te naderen, zeide zij : »Heer, wat zult Gij mij geven »Ik zal u geheel mij zeiven geven,quot; antwoordde

-ocr page 135-

123

Hij, »met al de kracht mijner Godheid, even gelijk mijne maagdelijke Moeder mij ontving.quot; »Maar,quot; ging Gertruda voort, »wat zal ik daarbij meer winnen dan zij, die ü gisteren met mij ontvingen, en U heden niet zullen ontvangen, aangezien Gij U altijd geheel en zonder voorbehoud geeft?quot; De Heer hernam: »Indien de wereld iemand, die tweemalen consul geweest is, meer eert dan hem, die slechts eens dat ambt bekleedde, hoe kan het dengenen dan aan grootere glorie in de eeuwigheid ontbreken, die mij op de aarde meermalen ontvangen heeft?quot; Dan riep zij zuchtende uit: »Wat zullen de priesters mij ver in gelukzaligheid overtreffen, die dagelijks communiceren om de plichten hunner bediening te vervullen!quot; »Het is waar,quot; hervatte de Heer, »dat zij, die waardiglijk communiceren, groote glorie zullen verwerven; maar de liefde van hem, die met vreugde de H. Tafel nadert, moet beoordeeld worden geheel afgescheiden van de uiterlijke praal.

-ocr page 136-

124

waarin zich dit geheim voordoet. Er ,

zal eene belooning zijn voor hem, ^et|

die met liefde en verlangen genaderd zou is; er zal eene andere zijn voor hem, die met eerbied en vreeze nadert,

en eene andere voor hem, die zich ^rz

zeer naarstig voorbereidt. Doch zij, zou

die doorgaans alleen uit gewoonte ^ ^ naderen, zullen geen deel hebben aan

mijne gaven.quot; dat

--• bem

verz

HOOFDSTUK IV. .Dc

OVEll DE WAAEDE ENquot; HET GEWICHT DEE ken GEESTELIJKE COMMUNIE. ^OO

TN . • wï

[~S)J ez® heilige bruid van Jesus Chris-

tus had gewoonliik eene groote ^ ( en vurige begeerte het lichaam van Christus te ontvangen, en het ge- ^ beurde eens, dat, toen zij zich met r meer dan gewone godsvrucht tot de ^ H. Communie voorbereidde, zij zich des Zaturdag-nachts zoo zwak ge- ^ voelde, dat zij vreesde niet in staal -te zullen zijn te communicerén; doch

-ocr page 137-

125

jgr overeenkomstig hare gewoonte, raad-ïiem Pleegde zij den Heer, ten einde te aderd we^ei1.\' wa^ Hem liet aangenaamst \'liein zou zij11- Hij antwoordde: »Even idert\' een bruidegom, die reeds door

z-c^ eene verscheidenheid van gerechten [1 zii vérzadigd is, liever bij zijne bruid 3ontè zou blijven met haar aan tafel i aan /j^en\' ^ ^ever, dat gij u ditmaal de communie ontzegt, dan dat gij nadert.quot; En hoe kunt Gij, ■ beminde Heer, zeggen, dat Gij dus verzadigd zijt?quot; De Heer hernam: »Door uwe gematigheid in het spre-dee ken, door het waken over uwe zinnen, door al uw verlangen, door al uwe gebeden, door al de goede gesteldheid, hris- waarmede gij u voorbereid hebt, roote om miin aanbiddelijk vleesch en bloed yan te ontvangen — dit is mij het kost-baarste voedsel en de heerlijkste vermei kwikking.quot; .

^ (|e ioen zij, ofschoon m een toestand van buitengewone zwakheid de Mis o-e- bijwoonde, en zich tot de geestelijke staat communie voorbereid had, hoorde tlocli ZÜ ^ schellen eener bel, welke de

-ocr page 138-

126

terugkomst van eenen priester aankondigde , die op een dorp eenen zieke de H. Communie gebracht had. »0 leven mijner ziel!quot; riep zij uit hoe blijde zou ik U op eene geestelijke wijze ontvangen, als ik tijd had mij waardig voor te bereiden ! quot; De blikken mijner goddelijke genade, »antwoordde de Heer, zullen u de noodige voorbereiding schenken; quot; en op het zelfde oogenblik scheen het de heilige toe, dat de Heer eenen blik op hare ziel wierp als eenen straal van het zonnelicht, zeggende: »Ik zal mijne oogen op n vestigen.quot; (Ps. XXXI.) Door die woorden, leerde zij, dat een blik van God drie uitwerksels in onze zielen te weeg brengt, gelijk aan die, welke de zon op onze lichamen heeft, en dat de ziel zich op drie manieren moet voorbereiden om dien te ontvangen. Ten eerste zoekt de blik der goddelijke barmhartigheid de ziel, en zuivert ze van elke vlek, haar witter makende dan sneeuw; en wij verkrijgen die genade, door nederig

-ocr page 139-

127

onze gebreken te bekennen. Ten tweede verteedert die blik van barmhartigheid de ziel, en bereidt haar voor, de geestelijke gaven te ontvangen, even gelijk het was dooide hitte der zon week, en daardoor geschikt gemaakt wordt, om iederen indruk te ontvangen; en de ziel ontvangt dien door een godvruchtig voornemen. Ten derde doet een blik der goddelijke barmhartigheid de ziel verschillende bloemen van deugd voortbrengen, even gelijk de zon verscheidene vruchtsoorten tot rijpheid brengt; en het derde uitwerksel wordt verkregen door een oprecht vertrouwen, waardoor wij ons zeiven geheel aan God overgeven, in het vaste vertrouwen op den overvloed zijner barmhartighid, en het geloof dat alles, of het gunstig of ongunstig schijne, tot ons eeuwig welzijn zal bijdragen. Maar, terwijl sommigen der gemeente gedurende de Mis communiceerden , scheen de Heer zelf met Zijne eigen hand over ieder het teeken des kruises te maken, gelijk

-ocr page 140-

128

de priester doet. De heilige daarover verwonderd, zeide tot Hem: »Heer, hebben niet diegene, welke U in dit Sacrament ontvangen hebben, grootere genaden ontvangen dan ik, die Gij vrijwillig met zoo veel weldaden begunstigd hebt ? quot; » Wie wordt het waardigst geacht,quot; hernam de Heer, «hij, dié met paarlen en edelgesteenten versierd is of hij, die een oiimetelijkeii schat van goud in zijn huis verborgen heeft liggen?quot; haar door deze woorden te verstaan gevende dat, terwijl hij, die het heilig Sacrament ontvangt. ongetwijfeld, zoo als de Kerk gelooft, eene over-groote geestelijke en lichamelijke genade ontvangt, hij nogthans, die zich er van onthoudt uit gehoorzaamheid en heilige bescheidenheid, en alleen tot glorie van God, en die, door de goddelijke liefde ontstoken, geestelijk communiceert, eenen zegen verdient gelijk aan dien, welke de heilige gegeven werd, en van God overvloediger vruchten ontvangt, ofschoon de regel en het geheim dier handelwijze voor

-ocr page 141-

129

het oog van den mensch verborgen zijn.

Terwijl de zusters eens gedurende de Mis communiceerden legde de Heer Gertruda zachtjes aan de heilige wonde Zijner zijde, en sprak tot haar: gt;Omdat gij uit bescheidenheid verplicht zijt u te onthouden, mij lichamelijk in dit Sacrament te ontvangen, drink nu aan mijn Hart den heilzamen indruk mijner Godheid.quot; Terwijl zij, aan dien stroom van zoetheid en wellust gedronken hebbende , den Heer daarvoor godvruchtig dankte, zag zij alle, welke dien dag gecommuniceerd hadden in tegenwoordigheid des Heeren staan, die aan ieder hunner een wonderschoon kleed gaf en eene bijzondere gift, welke hen bekwaam maakte, zich waardiglijk tot de heilige communie voor te bereiden. Toen zij die groote gunsten door de verdiensten van Gertruda verwierven, offerden ook zij den Heer op hunne beurt de voor-deelen, die zij door haar verkregen hadden, tot hare meerdere eer en verdienste. Hieruit leerde zij, dat

-ocr page 142-

130

diegenen, welke zich door bijzondere gebeden en godsvrucht tot de heilige communie voorbereiden, en nogtans om goede redenen, zoo als gehoorzaamheid of nederigheid zich er van onthouden, door God met een stroom van goddelijken wellust vervuld worden; terwijl hunne voorbereiding tot de heilige communie er toe bijdraagt, anderen voor te bereiden, en de vruchten, die anderen daarvan trekken keeren tot hun voordeel. Toen riep de H. Gertruda uit: »Indien het waar is, o Heer, dat zij, die zich dus de H. Communie ontzeggen, zoo groote vrucht erlangen, is het dan voordeeliger zich te onthouden? quot; De Heer antwoordde : »Geenszins, want zij, die het Sacrament uit liefde tot mijne glorie naderen, ontvangen het voedsel van mijn goddelijk lichaam als den heerlijken drank der Godheid, en worden met den onvergelijkelijken glans mijner goddelijke deugden versierd.quot; »Heerquot; vroeg de heilige verder, » wat zal diegenen overkomen, die zich van de heilige\' communie onthouden

-ocr page 143-

131

uit nalatigheid, en nogthans deu dag in de zelfde nalatigheid doorbrengen? quot; Hij antwoordde; »Zij maken zich de communie steeds onwaardiger, en berooven zich van de vruchten der communiën, welke dien dag door de gansche Kerk gehouden zijn.quot; Daarna ging de heilige voort: »Zeg mij , smeek ik ü, Heer hoe het komt, dat zekere zielen, die zich de communie onwaardig achten, en zich minder ernstig daartoe voorbereiden, desniettegenstaande door een zoo vurig verlangen gedreven worden, uw heilig lichaam te ontvangen, dat het hun bovenmate leed doet, zich te onthouden op dagen, die zijn aangewezen om het zelve te ontvangen ? quot; De Heer gaf ten antwoord: »Dit overkomt hun door eene bijzondere genade van den Heiligen Geest; gelijk een koning, die altijd aan het hof gewoon is, natuurlijk den voorkeur geeft aan het vermaak, dat hij daar steeds schept, boven de voldoening , welke anderen vinden in het zwerven langs straten en grachten.quot;

-ocr page 144-

132

HOOFDSTUK V.

HOE AANGENAAM HET IS AAN HET HAKT VAN JESUS, DIKWIJLS TE COMSIUNICEEKEN.

C/

/^.eker iemand, aangezet uit ijver voor de rechtvaardigheid, beklaagde zich somtijds over diegenen, welke somtijds, dat met te weinig voorbereiding en godsvrucht tot de heilige communie naderden, en maakte hen zoo bevreesd, dat zij niet durfden communiceren. Toen de II. Gertruda voor dien persoon bad, en vroeg hoe de Heer haren ijver ontving, antwoordde Hij : »aangezien ik er mijn behagen in vind met de kinderen der menschen te wonen, en hun door eene overmaat van liefde dit Sacrament heb nagelaten als eene gedachtenis aan mij, opdat zij mij daardoor dikwijls gedachtig zouden zijn; en ik eindelijk mij zeiven verplicht heb in dit geheim te verblijven tot de voleinding der eeuwen — handelen allen, die door woorden of door overreding diegenen afschrikken, welke

-ocr page 145-

133

niet in doodzonde leven, en alzoo den wellust verhinderen en benemen, dien ik in hen vind, als een streng meester, die de kinderen des konings verbiedt met kinderen van hunne jaren te spreken, welke misschien arm of minder in rang zijn , omdat hij het billijker vindt, dat zijne leerlingen de eer, aan hunne waardigheid verschuldigd, ontvangen dan hun dit genot te veroorloven. »Maar, Heer,quot; vroeg de heilige verder, »als die persoon een vast besluit neemt, die fout nimmermeer te begaan, zoudt Gij haar dan voor het verledene geen vergiffenis schenken?quot; »Ik zou haar niet alleen vergiffenis schenken,quot; hernam de Heer, »maar hare daad zou mij even aangenaam zijn als het den zoon des konings aangenaam zou wezen, indien zijn meester hem vergunde, met die kinderen te spelen, waarvan hij vroeger met zooveel gestrengheid was verwijderd geworden.quot;

-ocr page 146-

134

HOOFDSTUK VI.

UE HEER TOOIDE ZIJN HAKT AAN DE H. GEHÏIIUDA.

de heilige, en haar Zijn Hart toonende, zeide Hij tot haar: «Mijne beminde, geef mi] uw hart;quot; en als zij het Hem met diepen eerbied had aangeboden, scheen het haar toe, dat Hij het met het Zijne vereenigde door een kanaal, dat tot aan de aarde reikte, en waardoor Hij de volheid Zijner eindelooze genade uitstortte, zeggende: »Voortaan zal ik uw hart gebruiken als een kanaal, waardoor ik den onstuimigen stroom van troost en barmhartigheid zal doen vloeien uit mijn minnend hart op al degenen, die zich zullen voorbereiden dien te ontvangen, door met nederigheid en vertrouwen tot u limine toevlucht te nemen.quot;

Laat ons dan met vertrouwen onze toevlucht nemen tot die bevoorrechte

esus Christus verscheen eens aan

-ocr page 147-

135

heilige, door welke wij alles , wat wij van Gods Hart begeeren, kunnen verkrijgen.

p Gaudete-TionAag, als Gertruda

HOOFDSTUK VIL

HOE GEUTRUDA IN GEESTVERRUKKING MIS HOORDE.

zicli voorbereidde, in de eerste Mis te communiceren, welke begint met Rorate, beklaagde zij zicli bij den Heer, dat zij geen Mis kon liooren; docli de Heer, die medelijden gevoelt met de bedroefde, troostte haar, zeggende : »Wilt gij, mijne beminde, dat ik Mis hoore voor n?quot; Daarop antwoordde zij in eene plotselinge geestelijke verrukking : »Ik wensck het, o Beminde mijner ziel, en smeek ü allervurigst, mij die gunst te ver-leenen.quot; De Heer hief nu met een koor van heiligen het Gandete in Domino semper aan, om de ziel aan te sporeii hem te prijzen, en zich in Hem te verhengen; en toen Hij op

-ocr page 148-

136

Zijn koninklijken troon gezeten was, wierp zich Gertruda aan zijne voeten, en omhelsde die. Toen zong Hij het Kyrie el eis on met heldere en luide stem, terwijl twee der prinsen van het koor der Troonen hare ziel opnamen, en voor God den Vader brachten, waar zij nedergebogen bleef.

Bij het eerste Kyrie eleïson schonk Hij haar vergiffenis voor al de zouden, welke zij uit de menschelijke zwakheid bedreven had, waarna de engelen haar van den grond opbeurden en haar deden knielen. Bij het tweede vergaf Hij haar alle zonden van onwetendheid; en zij werd door die prinsen opgericht, zoodat zij voor God stond. Twee engelen van het koor der Cherubijnen leidden haar toen tot den Zoon Gods, die haar met groote teederheid ontving. Bij het eerste Christe eleïson droeg de heilige den Heer til de zoetheid der menschelijke toegenegenheid op, deze als naar hare bron terugvoerende; en zoo gevoelde zij eene wonderlijke invloeijing van God in hare ziel, en van hare ziel in

-ocr page 149-

137

God, zoodüt bij de dalende toonen de onuitsprekelijke wellust van het Goddelijk Hart in liet hare stroomde, en bij de klimmende toonen de vreugden harer ziel naar God terugvloeiden. Bij het tweede Christe eleïson gevoelde zij den onuitsprekelijksten wellust, dien zij den Heer opdroeg. Bij het derde Christe eleïson strekte de Zoon Gods Zijne handen uit, en schonk haar al de verdiensten van Zijn heilig leven en Zijn heiligen wandel.

Twee engelen van het koor dei-Serafijnen stelden haar daarna aan den Heiligen Geest voor, die de drie vermogens harer ziel doordrong. Bij het eerste Kyrie eleïson, verlichtte Hij haar verstand met het glorierijke licht der goddelijke kennis, opdat zij altijd Zijnen wil volkomen zou kennen. Bij het tweede Kyrie eleïson sterkte Hij het oploopende (1) gedeelte harer ziel om al de listen harer vijanden te kunnen weerstaan, en alle kwaad te overwinnen. Bij het laatste Kyrie

(1) „ Iracibilem.quot;

-ocr page 150-

138

eleïson, ontstak Hi] hare liefde opdat 1(

zij God met geheel haar hart, met 2

hare gansche ziel en met al hare e

krachten zou beminnen. Het was I

daarom dat het koor der Serafijnen, s hetwelk de hoogste orde in de hemel- \' li

sche heerkrachten is, haar aan den b

Heiligen Geest voorstelde, die de o

Derde Persoon der Allerheiligste Drie- a

vuldigheid is, en dat de Troonen o

haar aan God den Vader voorstelden, t

openbarende (1) dat de Vader, de e

Zoon en de Heilige Geest één God li

zijn, gelijk in glorie, even eeuwig, li

levende en heerschende, en eene vol- d

maakte Drievuldigheid in de einde- p

looze eeuwen. v

Daarna rees de Zoon Gods op van v

Zijn koninklijken troon, en, zich tot C

God den Vader wendende, hief Hij li

met heldere en welluidende stem het v Gloria in excelsis aan. Bij het woord f s

Gloria prees Hij de onmetelijke en li

onbegrijpelijke almacht van God den 1

Vader; bij de woorden in excelsis ï

(i) „ Innuebatur.quot;

-ocr page 151-

139

loofde Hij Zijne diepe wijsheid; bij Deo vereerde (1) Hij de onschatbare en onbeschrijfelijke zoetheid van den Heiligen Geest. Het gansche hemel-sche hof ging daarop met eene allerwel-luidenste stem voort: Et in terra pax honae voluntatis. De Heer, wederom op Zijnen troon gezeten, zat Gertruda aan Zijne voeten, hare eigen laagheid overwegende, toen Hij zich minzaam tot haar boog. Dadelijke rees zij op, en stond voor Hem, terwijl de goddelijke luister haar gansch wezen verlichtte. Twee engelen van het koor der Troonen brachten daarop een prachtig versierden troon, dien zij voor den Heer plaatsten; twee prinsen van het koor der serafijnen plaatsten Gertruda daarop, en ondersteunden haar van weêrszijden, terwijl twee van het koor der Cherubijnen met schitterende toortsen in de hand voor haar stonden; en zoo bleef zij in koninklijk purper gekleed, voor haren Beminde. Toen de hemelsche heer-

(1) „ Rcverebatar.quot;

-ocr page 152-

140

scharen aan de woorden Domine Deus Rex ccdestis kwamen, rustten zij, en de Zoon Gods ging alleen voort, de eer en glorie Zyns Vaders te zingen. ^

Bij liet einde van liet Gloria in excelsis wendde zich de Heer Jesus, die onze ware Opperpriester is, tot-de H. Gertruda, zeggende: Dominus vobiscurn, delecta. — »De Heer zij niet u, mijne beminde:quot; en zy antwoordde: quot; »Et spiritus mms tecum, prosdilecta.quot; — »En moge mijn geest met U zijn, o mijn Beminde! Daarna boog zij zich tot den Heer, om Hem voor de liefde te danken, die Hij baar toedroeg door haren geest te vereenigen met Zijne Godheid, welker wellust het is te zijn met de kinderen der menschen. Vervolgens las de Heer de collecten. Deus qui hanc sacratissimam noctem, (1) welke Hi] besloot met de woorden. Per Jesum Christum Filium tuum, als eene dank-zecroing aan God den Vader voor net verlichten van Gertruda s ziel, wier

(1) Collecten voor de Kermis.

-ocr page 153-

141

onwaardigheid (1) uitgedrukt werd door liet woord noctem (nacht), hetwelk heilig genoemd werd, omdat zij op een wondervolle wijze de kennis van hare eigene onwaardigheid verkregen had.

Nu rees de H. Johannes, Evangelist , op, en stond tusschen God en hare ziel. Hij was in een geel gewaad gehuld dat met gouden adelaars bedekt was. Hij begon de Epistel, Haec est sponsa, en het hemelsche hof eindigde, Ipsi gloria in siccuta. Allen zongen daarop den Graduaal, Specia tua, (2) er het versje, filia et vide, bijvoegende. Daarna begonnen zij het Alleluia. De H. Pau-lus, die groote Kerkleeraar, wees op de H. Gertruda, zeggende, Aemulor mini vos. — »Want ik ben naijverig op uquot; (2 Cor. XI, 2); en het hemelsch koor zong Filicu Sion exultènt. Bij de woorden Dum non consentiret

(1) „ Vilitas.quot;

(2) Graduaal, mis voor maagden; A?idifilia, Graduaal van de H. Cecilia. De mis schijnt uit verschillende missen te /.iju zameugesteld.

-ocr page 154-

142

herinnerde zich de H. Gertruda, dat zij een weinig nalatig geweest was in het bestrijden der bekoringen en zij verborg van schaamte haar aangezicht , doch de Heer, die de verlegenheid Zijner kuische koningin niet zien kon, bedekte hare nalatigheid met eenen kraag van goud, zoodat zij er uit zag, alsof zij eene roemrijke overwinning op al hare vijanden behaald had.

Daarna begon een ander Evangelist het Evangelie, JEcultavit Don,mus Jesus; en deze woorden troffen het hart van Jesus zoo zeer, dat Hij oprees, en Zijne handen uitstrekkende, luide uitriep. Confiteor tïbi Pater, (1) de zelfde dankbaarheid en erkentelijkheid jegens Zijnen Vader aan den dag leggende, als die, welke Hij op aarde betoond had, toen Hij de zelfde woorden sprak, terwijl Hij bijzonder dankbaar was voor de gena-

(1) wIk belijd ü, o Vader, Heer van hemel en aarde, omdat Gij deze dingen voor de wijzen en voorzichtigen verborgen, en aan de kleinen geopenbaard heb.quot;

-ocr page 155-

143

den, aan die ziel geschonken. Na het Evangelie verzocht Hij Gertruda eeue openbare geloofsbelijdenis af te leggen, door den Credo namens de gansche Kerk te bidden. Toen zij geëindigd had, zong het koor de Offerande, Domine Deus in simplicitate, erbij voegende Sanctificavit(V) Moyses. Het Hart van Jesus scheen toen een gouden altaar gelijk, dat met wonder-vollen luister schitterde, en waarop de engelen-bewaarders de goede werken en gebeden opdroegen van hen, die aan hunne zorg toevertrouwd waren. Daarop naderden de heiligen, en ieder offerde zijne verdiensten tot Gods eeuwigen lof en Gertruda\'s zaligheid. Vervolgens naderden de engelachtige prinsen, bewaarders der H. Gertruda, en droegen een gouden kelk op, die al de kwellingen en droefheden bevatte , welke zij van hare kindschheid naar ziel en lichaam doorgestaan had;

(1) Domine Deus; Offerande bij eene kerkinwijding. Het vervolg is genomen uit de getijden bij kerkwijding.

-ocr page 156-

144

en de Heer zegende den kelk met het teeken des kruises, gelijk de priester dien zegent voor de Consecratie. (1)

Hij hief nu de woorden Sursum corda aan. Alle heiligen werden daarbij uitgenoodigd voorwaarts te treden, en legden hunne harten in den vorm van gouden pijpen op het gouden altaar van het goddelijk Hart; en uit den overvloed van dieu kelk, waarover de Heer Zijn zegen uitgesproken had, ontvingen zij eenige droppelen tot vermeerdering hunner verdienste, hunner glorie en hunner eeuwige gelukzaligheid.

De Zoon Gods zong dan het Gratias agimus tot eer en glorie van Zijnen eeuwigen Vader. Bij de Prefatie zweeg Hij een gansch uur na de woorden Per Jesum Christum, terwijl de hemelsche heerscharen met onuitsprekelijken jubel het Dominum nostrum zongen, daardoor verkondigende, dat Hij was

(1) De priester, zijne oogen ten hemel hïffende,

enz......... maakt het teeken des kruises over

hostie en kelk, zeggende; „ Kom, o Heiligmaker,quot; euz. zie Misboek, Misgebedeu.

T

-ocr page 157-

145

de Schepper, Verlosser en milde Be-looner van al hunne goede werken, en dat Hij alleen eer en glorie, lof en verheerlijking, macht en kracht van en boven alle schepselen waardig is. Bij de woorden Laudant Angeli, liepen alle engelachtige geesten heen en weer, en spoorden de hemelingen aan, den Goddelijken lof te verkondigen. Bij de woorden Adorant Dominationes knielde het koor der heerschappijen om den Heer te aaii-bidden, verkondigende, dat voor Hem alleen alle knieën in den hemel, op aarde of onder de aarde moeten buigen. Bij Let Tremunt Potestatis wierpen zich de machten voor Hem neêr, verkondigende dat Hij alleen aangebeden moet worden; en bij het Cceli ccelorumque, loofden zij God met de engelenkooren.

Dan zongen alle hemelsche scharen te zamen op weiluidenden tooii het Curn quibns et nostras; en de H. Maagd Maria, de blinkende roos des hemels, die boven alle schepselen heilig is, zong het sanctus, sanclus, sanctus,

.

7.

-ocr page 158-

146

door dezo drie woorden, met de hoogste dankbaarheid, de onbegrijpelijke almacht, de ondoorgrondelijke wijsheid, en de onuitsprekelijke goedheid der altijd Heilige Drievuldigheid verheffende, en alle hemelsche kooren aansporende, God te prijzen, omdat Hij haar na den Vader het machtigste, na den Zoon het wijsste en na den Heiligen Geest het goedertierendste gemaakt had. Verder gingen de heiligen voort Domine Deus Sahaoth. Toen dit geeindigd was, zag Gertruda den Heer van Zijnen koninklijken troon oprijzen, en Zijn heilig hart aan Zijn Vader aanbieden, dat Hij met Zijne eigene handen ophief, en op onuitsprekelijke wijze voor de gansche Kerk opdroeg. Op dit oogen-blik klonk de bel voor de Elevatie der Hostie in de Kerk; zoodat het haar toescheen, dat de Heer in den hemel deed wat de priester op aarde volbracht; doch de heilige was geheel onkundig van hetgeen er in de Kerk omging, of hoe ver de Mis gevorderd was. Terwjjl zij, verbaasd over zooveel

-ocr page 159-

147

wonderen, voortging, zeide haar de Heer, dat zij het Pater noster zou bidden. Toen zij geëindigd had, nam Hij het van haar aan, en verleende aan alle heiligen en engelen, om harentwil, dat zij door dit Pater noster alles zouden volbrengen, wat ooit tot zaligheid der Kerk en voor de zielen in het vagevuur volbracht was. Dan gaf Hij haar in, voor de Kerk te bidden, hetgeen zij voor allen in het algemeen en voor ieder in het bijzonder met de grootste godsvrucht deed; en de Heer vereenigde haar gebed met dat, hetwelk Hij zelf op aarde gebeden had, om toegevoegd te worden aan de algemeene Kerk.

Nu riep zij uit: »Maar, Heer, wanneer zal ik communiceren?quot; En de Heer deelde zich zeiven aan haar mede met eene teederheid en liefde, die geen menschelijke tong kan beschrijven; zoodat zij volkomen de vruchten van Zijn kostbaarst lichaan en bloed ontving. Hierna zong Hij haar een lofzang voor, en verklaarde haar, dat, al ware deze vereeniging

-ocr page 160-

148

van zich zeiven met haar, de eenige vrucht van Zijn arbeid, kommer en lijden geweest. Hij nogtans ten volle voldaan geweest zou zijn. O onschatbare zoetheid der Goddelijke inschikkelijkheid, die zoo veel wellust in de menschelijke harten vindt, dat Hij Zijne vereeniging daarmede als eene genoegzame vergelding voor al de bitterheid van Zijn lijden beschouwt! En toch, wat zouden wij Hem niet verschuldigd zijn, al bad Hij slechts een enkelen droppel van Zijn kostbaar bloed voor ons vergoten.

Vervolgens zong de Heer Gaudete justi en alle heiligen verheugden zich met Gertruda. Dan zeide de Heer in naam der strijdende Kerk Refecti cibo (1) enz.; en groete daarna alle heiligen minzaam, zeggende Dominus vohiscum, en verhoogde daardoor de glorie en vreugd der gelukzaligen. \'De heiligen en engelen zongen toen Missa est, Te decet lans et honor JJomine, de glorie en den lof der

(1) Communie, Mis os justi.

-ocr page 161-

149

luistervolle en altijd vreedzame Drievuldigheid. De Zoon Gods stak Zijn koninklijke hand uit, en zegende de heilige, zeggende: »Ik zegen u, o dochter des eeuwigen lichts met den bijzonderen zegen, die u de genade verleent, dat, wanneer gij iemand uit bijzondere genegenheid goed wenscht te doen, hij zooveel boven anderen zal bevoordeeld worden als Izaiik boven Ezau, toen hij zijns vaders zegen ontving.

De heilige herstelde nu van hare verrukking, en bieef voortaan nauwer dan ooit met haren Beminde ver-eeuigd.

HOOFDSTUK VIII.

flOE GEllTRUDA LEERDE, BE MIS IN DEN GEEST BIJ TE WONEN.

ens, toen de Heilige ziek te bed lag, en de Mis in den geest niet kon bijwonen, waarin zij gehoopt had te zullen communiceren, zeide

-ocr page 162-

150

zij met een droevig gemoed tot God: »Waarom moet ik het anders toe-schryven, dat ik heden verhinderd ben de heilige geheimen bij te wonen, dan aan uwe goddelijke Voorzienigheid, mijn Beminde? en hoe zal ik mij voorbereiden, de H. Communie te ontvangen, daar toch mijn voornemen om de Mis bij te wonen mij altijd mijne beste voorbereiding scheen?quot; »Aangezien gij de oorzaak aan mij toeschrijft,quot; antwoordde de Heer, »zal ik n, om u te troosten, de vreugdezangen doen hooren, waarvan de hemel weergalmt waarvan ik mij met eene ziel vereenig.

»Hoor dan van mij, dat mijn bloed uwe verlossing is; overweeg de drie-en-dertig jaren, gedurende welke ik in ballingschap voor u arbeidde, en niets anders ten doel had dan mij met u te vereenigen; en laat dit bet eerste gedeelte der Mis z:jn.

»Hoor hoe ik u met de schatten van mijn geest verrijkt heb, en hoe mijne ziel, gelyk ik gedurende de drie-en-dertig jaren, dat ik a zocht,

-ocr page 163-

151

zooveel lichamelijken arbeid verdroeg, thans eene onuitsprekelijke vreugde gevoelt door de vereeniging in het geestelijk huwelijk, dat wij hebben aangegaan; en laat dit uw troost zijn gedurende het tweede deel der Mis.

»Aanhoor mij dan, wanneer ik u zeg hoezeer gij met mijne Godheid vervuld zijt, die de macht heeft, u den zuiversten wellust en de verruk-kendste inwendige zoetheid te doen smaken, terwijl gij uitwendig de hevigste pijnen lijdt. Dit zal voor u het derde deel der Mis zijn.

»Hoor verder hoe gij door mijne liefde geheiligd zijt, weet, dat gij niets van u zelve hebt, en dat alles, wat u aangenaam aan mij maakt, van mij komt. Houdt u met deze gedachten bezig gedurende het vierde deel der Mis.

»Hoor eindelijk dat gij op de ver-hevenste wijze met mij zijt vereenigd geworden; en weet, dat, gelijk »mij alle macht in den hemel en op aarde gegeven is,quot; niets mij kan beletten u te verheffen, gelijk een

-ocr page 164-

152

koning zijne koningin tot den troon verheft, en haar alzoo een voorwerp van eerbied maakt. Verheug n, terwijl gij deze dingen overweegt, en klaag niet meer dat het mishooren u ontzegd is.quot;

-ocr page 165-

DEEL III.

De liefde van het Hart van Jesus in het Sakrament van Boetvaardigheid.

HOOFDSTUK I.

OVER BE WAARDE EN KRACHT DER BIECHT, HOK WIJ DE MOEIELIJKHE DEN MOETEN OVERWINNEN, DIE WIJ GEVOELEN ALS WIJ HET SAKRAMENT VAN 130ETVAARHEID NADEREN.

e Heer, die altijd naijverig is op de zaligheid mijner uitverkorenen , doet soms de nietigste dingen moeielijk schijnen tot vermeerdering onzer verdienste. Het was met dit oogmerk, dat Hij eens de H. Gertruda den plicht van te biechten zoo zwaar deed voorkomen, dat het haar toescheen, dien plicht nimmer door haar eigen

-ocr page 166-

154

krachten te zullen kunnen volbrengen, van 1;

Zij wendde zich derhalve tot God stand

met al de godsvrucht, die in haar legde

was, en Hij antwoordde: »Waarom tot li

vertrouwt gij die biecht niet aan mij der 1

toe met zoodanig vertrouwen, dat gij adem

niet meer aan uw eigen arbeid of u ze

inspanning behoeft te denken om ze veria

volmaakt te doen?quot;\' Zij antwoordde: vlek

»Ik heb een vol en overvloedig ver- reide

trouwen op Uwe almacht en harm- zich

hartigheid, mijn beminde Heer; maar gene

mij dunkt, het is slechts billijk dat geve

ik, omdat ik U door mijne zonden liefd

beleedigd heb, U eenige teekenen van plic\'

vei-goeding geef, door in de bitterheid gan

mijner ziel over de ongeregeldheden ben

van mijn leven na te denken.quot; Nadat dek

de Heer haar geopenbaard had, dat en

haar voornemen Hem aangenaam was, te :

hield Gertruda zich geheel en al bezig ree

met zich hare zonden te herinneren, r

en het scheen haar toe, dat hare wa

huid op verschillende plaatsen was dai

verscheurd, alsof zij met doornen uii

doorstoken was; toen zij daarna hare on

wonden en ellenden voor den Vader te;

-ocr page 167-

155

\'Hgeii. van barmhartigheid als voor een ver-God standig en vertrouwd geneesheer bloot haar legde, boog zich de Heer minzaam tarom tot haar, en sprak: »Ik zal het bad 11 mij der biecht door mijnen goddelijken gij adem voor u verwarmen; en als gij id of

n zelve daarin overeenkomstig mijn m ze verlangen gebaad hebt, zult gij zonder \'dde: vlek voor mij verschijnen.quot; Zij bereidde zich dan in alle haast om zich in het bad te dompelen, zeggende: »Heer, ik zie af van alle gevoel van menschelijk opzicht uit liefde tot ü; en al zou ik zelfs verplicht zijn, mijne misdaden voor de gansche wereld bloot te leggen, ik ben bereid het te doen.quot; Dan bedekte haar de Heer met een mantel, en vergunde haar in Zijn schoot te rusten tot het bad voor haar gereed was.

Toen de tijd tot biechten daar was, werd zij nog meer beproefd dan van te voren. »Heer,quot; riep zij uit, »hoe kunt Gij toestaan, dat ik onder deze beproeving gebukt ga, terwijl uwe Vaderlijke liefde alles

-ocr page 168-

156

bekend is, wat ik om deze biecht lijde?quot; »Zij die een bad nemen,quot; hernam de Heer, szijn gewoon, ge-wasschen te worden, om zich meer volkomen te reinigen: zoo ook zal u de kwelling van u gemoed tot reiniging verstrekken.quot; Dan terwijl zij aan de rechter zijde van haar bruidegom een bad zag, dat een dikken damp uitwasemde, bemerkte zij aan de andere zijde een lusttuin met bloemen bezaaid, waarvan de merkwaardigste, rozen zonder doornen en van zeldzame schoonheid waren, die een zoeten en levenwekkenden geur verspreidden, en allen aantrokken, die ze naderden. De Heer gaf haar een teeken, dat zij den tuin zou binnentreden, als zij dien boven het bad verkoos, waarvoor zij zooveel vrees gevoelde. »Dat niet, o Heer,quot; riep zij uit, gt;maar wel het bad, dat Gij door uw goddelijken adem voor mij verwarmd hebt.quot; De Heer hervatte; »Moge het tot uwe eeuwige zaligheid strekken!quot;

Gertruda begreep nu dat de tuin

IF

I

-ocr page 169-

15-7

de inwendige vreugden der goddelijke genaden voorstelde, die de getrouwe ziel aan den zuiden wind der christelijke liefde blootstellen, haar mefc den liefdelijken dauw der tranen besproeien, en haar in een oogenblik witter maken dan sneeuw, door haar niet alleen eene algemeene vergiffenis van al hare zonden, maar zelfs eene nieuwe vermeerdering van verdienste te schenken. Doch zij twijfelde niet of het was Gode welgevalliger, dat zij uit liefde tot Hem gekozen had wat moeielijk, en geweigerd wat troostrijk was. Toen zij zich na de biecht tot bidden afzonderde, vond zij daarin den krachtigsten bijstand van God; zoodat, wat Hij haar eerst zoo moeielijk gemaakt had, haar nu licht en gemakkelijk voorkwam. Men moet hier opmerken dat de ziel hoofdzakelijk op twee wijzen van de smet der zoude gezuiverd wordt: ten eerste door de bitterheid der boetvaardigheid, en ten tweede door de zoete omhelzing der goddelijke liefde, welke door een tuin wordt voorgesteld. Vóór

-ocr page 170-

158

de biecht had de heilige zich bezig gehouden met de beschouwing van de wonde der linker hand, zoodat zij na dit bad daarin mocht rusten, tot dat zij de door den priester opgelegde boete kon volbrengen. Daar zij echter verplicht was, die eenigen tijd uit te stellen, was zij bovenmate bedroefd, dat zij niet gemeenzaam en vrij met haren getrouwen en beminnenswaar-digen bruidegom kon spreken, voor dat zij die schuld afgedaan had. Daarom offerde zij God gedurende de Mis, toen de priester de heilige Hostie, die wezenlijk en waarachtig alle zonden der menschen uitwischt, opdroeg, haren dank op voor alles wat Hij in het bad van boetvaardigheid voor haar gedaan had, en tot voldoening voor hare zonden. Dit nam de eeuwige Vader aan, en ontving haar in Zijn schoot, waar zij leerde dat »die ster van bovenquot; haar in de volheid van genade en in waarheid bezocht had.

Op den volgenden dag, terwijl zij de heilige Mis hoorde, werd zij door

-ocr page 171-

159

vermoeidheid overvallen; doch het geluid der bel wekte haar weder op, en zij zag Jesus Christus, haar Heer en Koning, in Zijne hand een boom houdende, die juist van den stam gesneden scheen te zijn, doch die met het schoonste ooft beladen was, en wiens bladeren als zoovele sterren schenen, welke stralen van bewonderenswaardige lichtheid schoten; en toen Hij van deze vruchten aan de heiligen, die Zijn hemelsch hof uitmaakten, gegeven had, vonden zij daar eene wondervolle zoetheid in. Weldra daarna plaatste de Heer dien boom in den tuin haars harten opdat zij hem door aankweeking vruchtbaarder maken, en er rust en verkwikking ondervinden zou. Nadat zij dien boom ontvangen had, begon zij voor iemand te bidden, die haar kort te voren vervolgd had, terwyl zij, om zijne vruchtbaarheid te doen toenemen, vroeg, nogmaals te lijden wat zij reeds geleden had om nog overvloediger genaden voor dien persoon af te smeeken. Op dit oogen-

-ocr page 172-

160

blik zag zij uit den top des booms eene bloera van de schoonste kleur ontspruiten, welke in eene vrucht beloofde te zullen veranderen, indien zij haar goed voornemen ten uitvoer legde. Deze boom was het zinnebeeld der christelijke liefde, die niet alleen de overvloedige vruchten der goede werken draagt, maar ook de bloemen van den goeden wil, en de schoone bladeren der heilige begeerten. Daarom verheugen zich de bewoners des hemels, wanneer de mensch inschikkelijk is jegens zijne broederen, en met alle kracht pogingen aanwendt om hen in hunnen nood bij te staan. Op het oogenblik van de opheffing der Hostie versierde de Heer de heilige Gertruda met do verschillende genaden, die Hij haar den vorigen dag sreschonken had.

-ocr page 173-

161

HOOFDSTUK II

oen de heilige eens bad voor

OVElt DE LIEFDE, DIE HET HART VAX JESL\'S DE EECHÏVAAIIDI6EN TOEDKAAGT, DOOll HUN TOT HUNNE VERNEDERING

TE LATEN VALLEN.

iemand, die zich onthouden had het lichaam des Heeren te ontvangen, omdat zij vreesde daardoor aanstoot te geven, maakte haar de Heer door deze gelijkenis Zijn wil bekend : » Gelijk iemand, die zijne handen wascht om eene vlek weg te nemen, te gelijker tijd niet alleen wegneemt wat hij gezien heeft, maar ook zijne handen volkomen wascht, zoo ook wordt den rechtvaardigen toegestaan in sommige kleine gebreken te vervallen , opdat zij mij door hun berouw en hunne nederigheid aangenamer worden; doch er zijn er, die mijne plannen tegenwerken, door de inwendige schoonheid te verwaarloozen, welke ik na hunne boetvaardigheid wensch te zien, terwijl zij alleen aan

-ocr page 174-

162

de uitwendige en het oordeel der mensclien denken; en dit doen zij, wanneer zij zich, uit vreeze van diegenen aanstoot te geven, die hen niet genoegzaam voorbereid achten, van de genade herooven, welke zij in het Sakrament zouden kunnen ontvangen.quot;

HOOFDSTUK III.

VAN HET VOOllDEEL, DAT WIJ UIT ONZE GEBUEKEN KUNNEN TREKKEN.

^)p zekeren nacht, dat Gertruda zich met het onderzoek van haar geweten bezig hield, bemerkte zij dat zij tot gewoonte had aangenomen, zonder nadenken en zonder noodzakelijkheid te zeggen 5gt;God weet;quot; en na zich over die fout streng berispt te hebben, smeekte dj de goddelijke Majesteit haar nimmer toe te staan Zijn zoeten naam weder lichtvaardig te gebruiken. De Heer antwoordde haar minzaam; » Waarom

-ocr page 175-

163

zoudt gy mij van de glorie, en u zelve van de oneindige verdienste berooven, die gij verkrijgt telkens, als gij die fout of eene dergelijke ontdekt, en ernstig tracht die te verbeteren? Want wanneer iemand zijn best doet, uit liefde tot mij tot zijne gebreken te overwinnen, bereid hij mij de zelfde betuigingen van eerbied en getrouwheid aan, die een soldaat zijnen kapitein zou aanbieden, wanneer hij in het gevecht moedig den vijand weêrstand bood, hen allen overwon, en met eigen arm ter aarde wierp.

Ofschoon de zwakheid der heilige haar belette, het koor bij te wonen, ging zij nog dikwijls naar de godsdienstoefening luisteren, ten einde alzoo haar lichaam eenigermate in de dienst van God te oefenen; en bemerkende, dat zij niet zoo oplettend en aandachtig was, als zij wenschte, legde zij haar Goddelijken bruidegom hare smart bloot, met een neêrslachtig gemoed, zeggende: »Welke glorie kan het U aanbrengen, beminde Heer,

-ocr page 176-

164

wanneer ik hier op eene ledige en nalatige wijze zit, en zoo weinig acht geef op hetgeen tot uwe glorie gezongen wordt?quot; De Heer antwoordde: »En welke voldoening zoudt gij niet hebben als uw vriend n eei:e teug versche en heerlijke mee aanbood, die gij dacht dat u versterken zou? Welnu, wees verzekerd, dat ik oneindig meer behagen schep in ieder woord, zelfs in iedere lettergreep, welke gij tot mijne eer aandachtig aanhoort.quot;

Gedurende de Mis, die daarna gedaan werd, gevoelde zich Gertruda buiten staat bij het Evangelie op te staan, en daar zij geene hoop op herstel had, was zij bij zulke gelegenheid in twijfel, of zij zich ontzien zou of niet, doch overeenkomstig hare gewoonte vroeg zij God, wat Hem tot meeste eer zou strekken, en zij kreeg ten antwoord: »Wanneer gij uit liefde tot mij iets met moeite doet, en dat boven uwe krachten is, ontvang ik dat alsof ik er een volslagen behoefte aan had; maar

-ocr page 177-

165

wanneer gij alles laat staan, om do noodige zorg voor uw lichaam te dragen, en dat alles tot mijne glorie tracht te doen strekken, beschouw ik zulks zoo als een zieke eeue hulp beschouwen zou waar buiten hij niet kan : Ik zal u dus voor beide be-loonen overeenkomstig de groetheid mijner goddelijke milddadigheid.

HOOFDSTUK IV.

VAN DE HERNIEUWING (1) DER ZEVEN SAKEAMENTEN IN HARE ZIEL, EN VAN DE BROEDERLIJKE LIEFDE.

p zekeren dag toen Gerfcruda haar geweten onderzocht, ontdekte zij eenige gebreken, die zij zeer gaarne gebiecht zou hebben; daar zij echter op dat oogenblik hare toevlucht niet tot haren biechtvader kou nemen, begon zij als naar gewoonte hare droefheid deu Heer bloot te leggen.

(1) Renovationc.

-ocr page 178-

166

die haar aldus troostte : »Waarom zijt gij bedroefd, mijne beminde, daar ik toch de hoogste en ware Opperpriester ben, tot wien gij uwe toevlucht kunt nemen, en ik door eene eenvoudige bewerking in uwe ziel met grooter kracht de genade der zeven Sakramenten kan veriiieuwen, dan een priester of een bisschop zou kunnen door die elk afzonderlijk toe te dienen? Want ik zal u doopen in mijn kostbaar bloed; ik zal u vormen in mijne overwinnende kracht; ik zal u trouwen in mijne getrouwe liefde, ik zal u heiligen in de volmaaktheid van mijn heilig leven; ik zal u van al uwe zonden ontslaan door de liefde van mijn hart; ik zelf zal u voeden door mijne overvloedige teerderheid, en ook ik zal mij met u voeden; ik zal u inwendig zuiveren door eene zoo krachtige zalving van de zoetheid mijns geesten, dat al uwe zinnen en daden de teerderste godsvrucht zullen ademen, die u als een uitgestorte heilige olie meer en meer ten eeuwigen leven zal heiligen.quot;

-ocr page 179-

167

Eens toen de heilige, ofschoon in een uiterst zwakken toestand opgestaan was om de Metten te bidden, en zij reeds de dienst geëindigd had, kwam eene andere kloosterlinge, die insgelijks ziek was, bij haar, en zij begon onmiddellijk met groote liefde en godsvrucht met haar de Metten 023 nieuw. Daarna, gedurende de heilige Mis met God bezig zijnde, zag zij dat hare ziel prachtig niet edelgesteenten versierd was, welke een allerbewonderenswaardigsten glans verspreidden. De Heer maakte haar dan bekend, dat zij die gaven ontvangen had ter belooning voor de nederige liefde, die zij betoond had, door de Metten ter wille van eene jongere zuster op nieuw te beginnen; en dat zij zooveel verschillende sieraden ontvangen had als zij woorden had herhaald. De heilige herinnerde zich nu eenige nalatigheden, waarvan zij zich door afwezigheid van haren biechtvader niet kon beschuldigen; en als zi] hierover tot den Heer klaagde, sprak Hij tot haar: » Waarom

-ocr page 180-

168

klaagt gij over mvo nalatigheden — gy, die zoo rijk gedost zijt in het kleed der christelijke liefde, dat eene menigte van zonden bedekt?quot; »Hoe kan ik mij zelve troosten,quot; antwoordde zy, »wanneer ik nog bemerk, dat ik er mede bevlekt ben?quot; Doch de lieer antwoordde: »De christelijke liefde bedekt niet alleen de zonden, maar verslindt en vernietigt als eene brandende zon onze geringste onvolmaaktheden, en overlaadt de ziel met verdiensten.quot;

Gertrada bemerkte eens dat; iemand eenige voorschriften der Orde verwaarloosde, en vreesde dat zij schuldig zon zijn in het oog van God, wanneer zij, daar kennis van dragende zulks niet verhinderde; doch zij vreesde tevens dat sommigen, die minder stipt waren, zouden denken, dat zij zich meer dan noodig was met beuzelachtige dingen bemoeide. Over-

Do

eenkomstig hare gewoonte, droeg zij echter die kwelling aan den Heer op, die, om haar te toonen hoe aangenaam Hem hare godsvrucht was, tot haar sprak : »Telkens, als gij uit liefde

\'

-ocr page 181-

169

tot mij dat of dergelijk verwijt verdraagt , zal ik u krachtig versterken, en u omringen, gelijk eene stad doo r grachten en wallen omringd is, zoodat u geene bezigheid zal kunnen verstrooijen, of n van mij scheiden; en verder zal ik uwe verdiensten vermeerderen met datgene wat anderen zouden verkregen hebben, indien zij zich met nederigheid aan uwe vermaningen onderworpen hadden.

HOOFDSTUK V.

HOE DE ONVOLMAAKTHEDEN , WAARVAN WIJ VERGETEN ONS IN DE BIECHT TE BESCHULDIGEN, DOOK GOD VERGEVEN WORDEN.

den feestdag van den H. Joannes ante Portam Latinam verscheen die heilige aan Gertruda: en na haar op een wondervolle wijze geliefkoosd en getroost te hebben, sprak hij tot haar: »Wees niet ontsteld, o uitverkoren bruid mijns Heeren, bij

-ocr page 182-

170

het ontvallen uwer ligchamelijke krachten ; want wat gij in deze wereld lijdt, is slechts een luttel, en kan maar een oogenblik duren in vergelijking van de eeuwige vreugde, die wij nu in den hemel smaken, en die gij weldra met ons bezitten zult, zoodra gij die binnentreedt; want zij is de huwelijkssponde van uwen bruidegom, die u zoo vurig bemint, naar wien gij met zooveel vurigheid haakt, en dien gij eindelijk zult bezitten zoo als gij begeert.» En hij voegde er bij: » Bedenk, dat ik, die de beminde discipel des Heeren was, nog zieker was naar het ligchaam dan gij; en toch ben ik nu , zooals gij ziet, de vreugd en de godsvrucht der geloovigen, zoo zult ook gij na uwen dood in veler harten leven, en menige ziel tot God trekken. »Daarop zeide z;j op kla-genden tuon tot den H. Joannes, dat zij vreesde daartegen een hinderpaal te Lebben gesteld, omdat zij vergeten had eenige kleine fouten te biechten: dat zij, toen zij die indachtig werd, hare toevlucht niet tot haren biecht\'

-ocr page 183-

171

.eh- vader had kunnen nemen , en dat zij

jdt, zich die, uithoofde harer buitenge-

laar wone zwakte, niet altijd herinneren

:ing kon als zij te biechten ging. »Wees

nu daarover niet ongerust, mijn kind ,

\'ve\\quot; » hernam de Heilige minzaam; » want

1 gij als gij u tot eene goede en algeheele

hu- belijdenis uwer zonden voorbereid hebt,

om, en bevindt dat gij dan uwe toevlucht

vien niet tot eenen biechtvader kunt nemen

, en als gij door dat uitstel iets vergeet,

o als en alleen by gebrek aan geheugen

bij ; nalaat u zelve daarvan te beschuldigen,

isci- zal, wat gij vergeten hebt, onge-

was twijfeid vergeven worden, en de smart,

toch die gij om dat verzuim gevoelt, zal

eugd uwe ziel doen blinken als een kost-

, zoo bare steen, die haar aangenaam zal

veler maken aan het hemelsche hof.

God kla-, dat rpaal ^eten liten:

werd,

echt-

amp;

-ocr page 184-

172

DEEL IV.

De liefde van het Hart van Jesus tot de zielen in het vagevuur.

ij allen hopen, dat God in Zijne oneindige barmhartigheid ons eenmaal zal toestaan onze onwaardigheid in die brandende vlammen te zuiveren. Er zijn zielen , voor wie de liefde van het Hart van Jesus bij het zekere geloof aan die plaats van zuivering, eene overstelpende gedachte is. Wanneer wij gebukt gaan onder onze zonden en onwaardigheid, is het ons een plechtig genoegen te weten, of ten minste te hopen, dat wij eenmaal gezuiverd, gereinigd en als het fijnste goud gelouterd zullen worden. Iedere openbaring daarom-

-ocr page 185-

173

trent, die de goedkeuring der Kerk heeft, moet voor ieder onzer eene zaak van het grootste gewicht zijn. De openharingen betreffende dit punt, waarmede de H. Gertruda begunstigd werd, zijn van een bijzonder gewicht. Zij leeren ons op de duidelijkste wijze de fouten kennen , waarvoor wij allerwaarschijnlijkst zullen moeten lijden, en daaruit kunnen wij afleiden wat wij behooren te vermijden, en zij too-nen ons de diepe teederheid van het Hart van Jesus Christus jegens onze lijdende broeders; terwijl zij ons tevens leeren hoe aangenaam Hem onze pogingen zullen zijn, om diegenen te helpen, die zich zeiven niet helpen kunnen.

De pijn des gevoels en de pijn der liefde dingen om den voorrang in die plaats van pijnen; maar de smart van de pijn des gevoels schijnt bijna overweldigd te worden door het vurige , verhevene, alles overwinnende en alles verslindende verlangen der ziel naar God. Zij smacht naar Hem met een verlangen, dat zoo moeije-

-ocr page 186-

174

lijk met woorden te beschrijven, als het met onze gedachten te bevatten is; maar zij wordt teruggehouden door eene straf geëvenredigd aan, en streng overeenkomende met de zonde, die haar op aarde eene volkomen ver-eeniging met God belette.

Gelukkig zullen wij zijn, indien eene overdenking dier wondervolle openbaringen ons leidt tot een ernstig streven tegen het vallen in de zonde, en tot standvastiger en edelmoediger pogingen om onze lijdende broeders bij te staan.

HOOFDSTUK I.

VAN DE LIEFDE VAN HET HART VAN JESÜS , WANNEER HET DE ZIEL IN KRANKHEID ZUIVERT.

((^)ywaalf dagen na den dood der H. Gertruda werd eene barer geestelijke dochters insgelijks tot de eeuwige belooning geroepen. Haar dood vermeerderde zeer de droefheid der kloosterlingen, want hare onschuld

-ocr page 187-

175

als en hare zuiverheid vau hart maakten ien haar bijzonder bemind. Als de be-(or voorrechte kloosterlinge weende en ng voor haar bad, en overwoog wat hare lie zusters in haar goed voorbeeld en ïr- hare wijze raadgevingen verloren, verstoutte zij zich uit te roepen : » Ach, ne lieve Heer, waarom hebt Gij haar zoo n- plotseling uit ons midden genomen? :ig gt;\'De Heer gaf ten antwoord: »Ter-Ie, wijl gij Gertruda, mijne beminde, ter ;er aarde besteldet, schiep ik behagen in irs uwe godvruchtige vereeniging, in welker midden ik neergedaald was, om mij met leliën te voeden; en toen ik deze lelie zag, die mij bovenmate behaagde, nam ik ze in mijn hand; en toen ik ze elf dagen daarin hield, alvorens ik ze van den stam plukte, nam zij wonderbaar in schoonheid en in geur van heiligheid toe, waarom er ik.ze tot mijn bijzonder vermaak tot er mij nam. »En, Hij voegde er bij: de indien iemand uwer de genoegens ar overweegt, die gij in haar gezelschap id smaaktet, en wenscht die andermaal ld te genieten, en dan dien wensch aan

i

-ocr page 188-

176

Mij opdraagt, vernieuwt zulks het genoegen, dat ik schiep in den geur van die lelie, en ik zal dit honderdvoudig vergelden.quot;

Toen de kloosterlinge, als eene trouwe en liefdevolle zuster, met al de getrouwheid van het Hart van Jesus, bij de Elevatie de H. Hostie voor haar opdroeg, zag zij haar tot een hooger en nog verhevener graad van glorie verheven worden, waarin hare kleederen een wonderbaren glans verspreiden, en zij door gelukzalige geesten geëerd werd. En dit zag zij zoo dikwijls zij dit offer voor haar opdroeg.

Toen zij den goddelijken Heer vroeg, waarom die zuster gedurende haren doodstrijd zoo bevreesd en ontsteld scheen, kreeg zij ten antwoord; » Dat was tot haar welzijn, en een uitwerksel mijner barmhartigheid. Want gedurende hare ziekte verlangde zij zeer door uwe gebeden bijgestaan te worden, opdat zij onmiddelijk in den hemel zou worden toegelaten. Ik beloofde u die gunst, dié zij geloofde

-ocr page 189-

177

van mij te zullen verwerven. Ik schiep behagen iu haar vertrouwen , en besloot haar nog meer goed te doen dan ik eerst voornemens was. Doch daar jonge lieden zich zelden zuiveren van kleine nalatigheden — zoo als te veel het vermaak te zoeken, en vermaak te scheppen in iets dat nutteloos is — en daar het noodig was, dat zij door de ongemakken en pijnen der ziekte van die kleine vlekken gezuiverd werd, voor dat ik haaiden hemel kon binnen leiden, was het mij ondragelijk, dat zij, naailes met zooveel onderwerping en geduld doorgestaan te hebben, nog niet in staat zou zijn deze gelukzaligheid te genieten. Daarom stond ik toe, dat zij nog verder beproefd werd door vrees, veroorzaakt door het gezicht van kwade geesten, en aldus werd zij volkomen gezuiverd en verdiende de eeuwige glorie.quot; »Maar waar waart Gij toen, o Heer?quot; vroeg de kloosterlinge. De Heer gaf ten antwoord: »Ik was aan hare linker zijde verborgen ; en zoodra zij genoegzaam

-ocr page 190-

178

gereinigd was, vertoonde ik mij aan haar, en voerde haar mede naar de eeuwige rust en glorie.quot;

Kort daarna stierf eene andere kloosterlinge , die van hare kindschheid af de Moeder Gods bijzonder was toegewijd geweest. Nadat zij de laatste Sakramenten ontvangen had, en bijna dood scheen te zijn, stichtte zij de kloosterlingen op eene uitnemende wijze door de genegenheid en rouwmoedigheid , waarmede zij de wonden van een kruisbeeld kuste, dat haar voorgehouden werd, en door de teedere woorden, waarmede zij het aansprak. Na de vurigste en godvruchtigste uit-boezemingen voor de vergiffenis harer zonden, voor de bescherming van haren Bruidegom in hare laatste oogenblik-ken, en voor den bijstand der H. Maagd, der engelen en heiligen, besweken hare krachten, en zij ging als in een \' zoeten slaap, de eeuwige belooning te gemoet. Toen de gemeente de gebruikelijke gebeden voor de rust harer ziel bad, verscheen de Heer aan eene kloosterlinge met de overledene in Zijne

-ocr page 191-

179

armen, haar allerminzaamst vragende: »Kent gij mij, mijn kind?quot; Toen bad zij , die deze verschijning gehad had, dat de Heer die ziel bijzonder beloo-nen zou voor de nederige en krachtdadige christelijke liefde, die zij haar betoond had, door haar bij verschillende gelegenheden te dienen , en voorden bijzonderen ernst, waarmede zij de heiligste en God het meest toegewijde kloosterlingen van dienst geweest was, ten einde zij aan hare verdiensten en genaden deelachtig zou worden. De Heer bood de overledene daarvoor Zijn vergoddelijkt Hart aan, zeggende: »Drink vrij uit mij eene belooning voor al wat gij op aarde voor mijne uitverkorenen gedaan hebt.

Den volgenden dag, gedurende de mis, verscheen de ziel alsof zij in den schoot des Heeren zat, en Zijne H. Moeder scheen die ziel te verblijden door haar Hare verdiensten mede te deelen. Dit was byzonder het geval terwijl de kloosterlingen de psalmen met het Ave Maria voor haar zongen; zoodat de Moeder des Heeren,

-ocr page 192-

180

bij ieder woord, die ziel geschenken scheen aan te bieden, welke zij tot hare meerdere verdiensten voor God aannam. Terwijl zij aldus baden, was de kloosterlinge zeer verlangend te weten, welke fouten de overledene begaan had, waarvan het noodzakelijk was geweest zich voor haren dood te zuiveren; en zij bad Godhaar dit te willen bekend maken. Daar haar gebed het uitwerksel eener Goddelijke ingeving, en niet van eene ijdele nieuwsgierigheid was, werd het verhoord, en de Heer antwoordde haar; »Zij schiep eenigermate behagen in haar eigen oordeel; doch ik zuiverde haar daarvan dcor haar te laten sterven nog vóór dat de kloosterlingen de gebeden, die voor haar opgedragen werden, geëindigd hadden. Dit ontstelde haar zeer, omdat zij vreesde, dat het een hinderpaal voor hare gelukzaligheid zou zijn, als zij beroofd was van den bijstand, dien zij door het gebed van anderen hoopte to verwerven.

Daarop hervatte de kloosterlinge:

-ocr page 193-

181

» Heer, kon zij hiervan niet gezuiverd worden door de gevoelens van berouw, die zij had, toen zij in de laatste oogenblikken haars levens vergiffenis smeekte voor al hare zonden?quot; En de Heer antwoordde; »Dat algemeen berouw was niet voldoende, omdat zij nog eenig vertrouwen in haar eigen oordeel stelde, en niet volkomen gehoorzaam was aan hen, die haar on-derrichtten; en daarom was het noodig dat zij door dat lijden gezuiverd werd.quot; Hij ging voort: »Ook had zij zuivering noodig, omdat zij somtijds de genade der biecht verwaarloosde; doch mijne goedheid herstelde die fout, ter wille van eenige personen, die ik met mijne vriendschap vereer, en van anderen , die over haar stonden, en van de smart en het verdriet, dat ik haar veroorzaakte, door liaar te noodzaken op haren sterfdag tegen hare neiging te biechten; en dan vergaf ik haar alle nalatiglieden waaraan zij in dit pnnt schuldig was.quot;

-ocr page 194-

182

HOOFDSTUK II.

HOE EENE OïfGEHOOHZAAMHEID DOOK EENE ZIEKTE WEED ÜITGEWISCHT.

dar

vul

wr

uit

vei

we

de

wlt;

w

ec

re

in

e(

S\' p

g 0

c

0

1

2

1

■^^oen Gertruda vijfmaal het Pater noster bad voor mej. S. — de oudste der kloosterlingen, die het laatste Oliesel ontvangen had, en eindelijk haar gebed eindigde in de wonde van de zijde des Heeren — smeekte zij Hera, die ziel met het daaruit vloeiende Avater te reinigen, en haar met de verdiensten van Zijn allerkostbaarst bloed te versieren. Daarop zag zij die ziel in de gedaante eener jonge maagd, gekroond met een gouden gloriekrans, en gedragen door den Goddelijken Zaligmaker, die hare ziel alle genaden schonk, welke zij gevraagd had. Zij begreep daaruit, dat de zuster langer op aarde moest verblijven , om van eene ongehoorzaamheid gezuiverd te worden, waaraan zij zich schuldig gemaakt had, door langer met een zieke te spreken (1)

(1) „Commuuicans.quot;

-ocr page 195-

183

dan het behoorde: en dit werd vervuld. Zij leed vijf maanden op eene wijze, die genoegzaam die fout deed uitkomen, waarvan zij toen gezuiverd werd. Op den dag dat zij ziek werd, scheen zij zeer vrolijk, alsof de Heer haar een groote gunst bewezen had, zij trachtte te verhalen wat haar overkomen was; daar zij echter niet het volkomen gebruik barer zinnen had, was zij er niet toe in staat. Doch toen zij Gertruda met eenige andere zusters bij haar zag staan, noemde zij haar bij haren naam, en zeide: »Spreek gij voor mij, want gij weet alles.quot; De H. Gertruda begon dan te verhalen wat haar geopenbaard was geworden, en daarna kon de zieke zelve het verhaal voortzetten. Toen de anderen eene opmerking maakten, weerlegde zij al hare beweringen, en verklaarde dat de Heer hare zonden vergeven en haar vele gunsten verleend had.

Daags voor haren dood zag Gertruda den Heer in Zijne goddelijke armen eene plaats voor haar berei-

-ocr page 196-

184

den; doch de ziel verscheen aan Zijne linkerhand, en van Hem gescheiden door eene lichte wolk. Zij sprak toen: »Heer, de plaats, die Gij bereid hebt, zal niet passen voor eene ziel, die met deze wolk bedekt is.quot; Hij antwoordde: »Zij zal iets langer op aarde blijven, ten einde er geschikt toe te-gt; worden.quot; En het geschiedde aldus; want de kloosterlinge bracht dien ganschen dag en den volgenden nacht in doodstrijd door. Den volgenden morgen zag zij den Heer de stervende zuster met blijken van de grootste teederheid tegemoet komen; en zij scheen op te staan, om Hem te ontmoeten. Dan vroeg Gertruda: »Zijt Gij nu niet gekomen om als een barmhartig Vader die bedroefde ziel tot U te nemen?quot; En de Heer gaf\'door een teeken te verstaan, dat dit Zijne bedoeling was.

Kort na haar overlijden zag zij wederom die ziel in de gedaante eener jonge maagd , met rozen versierd, en blijmoedig haren bruidegom tegemoet gaande; doch toen zij nader bij Hem

-ocr page 197-

185

kwam, zonk zij als het ware levenloos aan Zijne voeten, tot dat de v,\'oorden Tihi supplicaiio commendet Ecclesice uitgesproken ■waren , waarna zij oprees, en zicli in de goddelijke armen wierp, waar zij eeuwig vervuld wordt met de schatten der gelukzaligheid.

HOOFDSTUK III.

nOE DE ZIEL VERLAXGT NA DEN DOOD GEREINIGD TE WOUDEN.

oV^/oor haren hemelschen Bruidegom werden twee dames, doorluchtiger door hare deugd, dan hare aanzienlijke geboorte — zusters naaiden bloede, doch nog naauwer verbonden naar den geest, door hare even groote volmaaktheid — tot de eeuwige bruiloft genoodigd, nadat zij van hare kindschheid af een allerheiligst leven geleid hadden. De eerste stierf op het roemrijke feest der Hemelvaart, op welken dag zij ook de kloostergelofte gedaan had; de

-ocr page 198-

186

andere zuster overleed dertig dagen later doch beider sterven was zoo stichtend en zalig, dat wij eenige bijzonderheden daaromtrent moeten vermelden.

Toen Gertruda voor de oudste bad die op Hemelvaartsdag overleed,, verscheen zij haar, omstraald door een helder licht, en prachtig versierd, voor den troon van Jesus Christus staande, doch zij scheen beschaamd hare oogen tot Hem op te heffen, of Zijn goddelijk aangezicht te aanschouwen. Als de heilige dit bemerkte, werdt zij door medelijden bewogen, en sprak tot den Heer: »Helaas! allerbeminnelijkste Heer, waarom duldt Gij, dat zij als eene vreemdelinge voor U staat, zonder haar eenig blijk van toegenegenheid te geven?quot; Daarop stak de Heer Zijn hand tot haar uit, als om haar tot zich te trekken; doch zij week met eerbiedige vrees terug.

Gertruda, zich hierover verwonderende , sprak tot de ziel: »W aarom ontvlucht gij aldus de omhelzingen

-ocr page 199-

187

van uwen bruidegom. Deze antwoor-de: »Omdat ik niet volkomen van mijne fouten gezuiverd, en niet in staat ben Zijne gunsten te ontvangen. Zelfs indien de goddelijke reclit-vaardigheid mij niet terughield, zou ik mij deze gunsten, welke ik onwaardig ben, ontzeggen.quot; Daarna vroeg Gertruda: » Hoe is dat mogelijk, nu ik u zoo vol glorie voor God zie staan ? quot; De ziel antwoordde: »Ofschoon alle schepselen in Gods tegenwoordigheid staan, naderen Hem de zielen slechts naarmate zij volmaakt zijn in de christelijke liefde; doch niemand is die gelukzaligheid waardig, zoolang hij niet volkomen gezuiverd is van de zonden, welke hij gedurende zijn sterfelijk leven bedreven heeft.quot; Eene maand daarna, toen de andere zuster in doodstrijd lag, bad Gertruda zeer vurig voor haar. Na den dood verscheen zij haar, met licht omgeven, als eene jongo maagd, en met een purperen kleed omhangen, ten einde haren bruidegom te kunnen worden voorgesteld. Ook zag zij Jesus

-ocr page 200-

188

Christus, die naast haar stond, en een zekeren troost uit Zijne wonden deed vloeijen, om hare vijf zinnen te verkwikken en te versterken, zoodat de ziel daardoor bovenmate getroost werd. De H. Gertruda sprak nu tot den Heer: » Waarom duldt Gij dat die ziel zoo droevig schijnt, alsof zi] door eene geheime smart gekweld worde , aangezien Gij de God van alle vertroosting zijt?quot; Hij antwoordde: »Ik openbaar haar nu mijne mensch-heid, hetgeen haar niet volkomen troost; want aldus beloon ik de bijzondere liefde, welke zij voor mijn lijden gevoelde in de laatste oogen-blikken haars levens.

Doch wanneer zij volkomen bevrijd is van hare smetten, zal ik haar de vreugde mijner Godheid openbaren, en dan zal zij alles hebben, wat zij begeert.quot; »Maar, Heer,quot; ging de heilige voort, »hoe komt het dat zij niet volkomen van al hare gebreken gezuiverd werd door de liefde, welke zij in de laatste oogenblikken haars levens gevoelde, daar de Heilige

-ocr page 201-

189

Schrift leert, dat de mensch geoordeeld zal worden naar den staat, ■vvaariu hij sterft Vquot;

De Heer antwoordde: »Als iemand zijne krachten verliest, heeft hij de macht niet meer om zijne goede voornemens ten uitvoer te brengen, al heeft hij er ook den wil toe. Wanneer ik in mijne vrijwillige goedheid die begeerten en dien wil ingeef, wisch ik daardoor niet altijd de smet van vroegere nalatigheden uit, hetgeen ongetwijfeld plaats zou hebben, als die persoon zijne gezondheid en krachten terugkreeg, en dan aanving zijn leven geheel en al te beteren.quot; Zij hervatte daarop: .gt;Helaas, Heer! lean uwe overvloedige barmhartigheid de zonden eener ziel niet uitwisschen, die U van hare teederste jaren zoo vurig bemind beeft?quot; Hij antwoordde: »Zeker zal ik hare liefde overvloe-diglijk beloonen, doch mijne rechtvaardigheid moet eerst voldaan zijn door de verwijdering van de vlekken barer zonden.quot; De Heer wendde zich toen minzaam tot die ziel, en zeide

-ocr page 202-

190

tot haar: »Mijne bruid zal gewillig in alles toestemmen, wat mijne rechtvaardigheid vordert; en als zij gezuiverd is, zal zij mijne glorie en mijnen troost genieten.quot; Toen zij daarin toestemde, scheen de Heer ten hemel op te klimmen, en haar te laten waar zij zich bevond, doch zij scheen vurig te verlangen Hem te volgen. De eenzaamheid moest haar zuiveren van de zonde, die zij bedreven had door te vrijen omgang met personen van het andere geslacht; en de pogingen, welke zij deed om op te stijgen, reinigden haar van eenige gebreken van vadzigheid.

Bij eene andere gelegenheid, toen de H. Gertruda gedurende de Mis voor denzelfden persoon bad, zeide zij bij de Elevatie der H. Hostie: »Heilige Vader, ik draag U deze Hostie op voor die ziel uit naam van allen, die in den hemel, op aarde of onder de aarde zijn; en sij zag die ziel in de lucht, omringd door eene menigte menschen, welke het afbeeldsel der Hostie in hunne han-

-ocr page 203-

191

ig den hielden, en die met gebogen it- knieën opdroegen. De ziel scheen d- een grooten bijstand en eene onschat-;n bare vreugde in die godsvrucht te in putten. Daarna sprak die ziel: »Thans

el ondervindt ik de waarheid van het

n gezegde der H. Schrift, dat geen

n goede daad, hoe gering ook, hare

i. belooning zal missen; dat geen ver-

■- zuim, hoe klein ook, ongestraft zal

a blijven; want deze opdracht van het

Sakrament des altaars verschaft mij a den grootsten troost om mijne vroe-

3 gere godsvrucht en den eerbied voor

9 dat Sakrament steeds betoond, en de

vurige liefde, welke ik anderen toe-i droeg, verhoogt grootelijks de gebe-

3 den, die voor mij gestort worden;

; terwijl ik voor deze beide dingen eene

: eeuwige belooning zal ontvangen.

De ziel scheen nu door de gebeden der Kerk al hooger en hooger te stijgen; en toen hare zuivering voltrokken was, zag de heilige den Heer haar tegemoet komen, om haar als eene koningin te kroonen, en de eeuwige vreugde binnen te leiden.

-ocr page 204-

192

HOOFDSTUK IV.

OVER DEN DOODSTRIJD EN HET STERVEN VAN M. B. EN OVER HARE ZALIGE ZIEL — HOE HEILZAAM HET IS DE ZIELEN IN HET VAGEVUUR BIJ TE STAAN.

edurende den doodstrijd van M. B. zaliger gedachtenis, bad Ger-truda allervurigst voor haar, en wist daardoor wat er in dien laatsten strijd rondom haar voorviel. Gedurende een geheel uur zag zij niets dan kwelling, welke die ziel te doorstaan had, omdat zij somtijds een onbehoorlijk behagen in uitwendige dingen geschept had, zoo als in eene met goud geborduurde beddedeken van gekleurd laken. (1) Op den dag van

(1) vQuod lectusipsius fait depositus de picto panno,quot; enz. Dit was ongetwijfeld voor dat de religieuse in het klooster was, daar liet voorschrift van armoede, waaraan alle kloosters onderworpen zijn, zulke buitensporigheden niet veroorloven zou. De rijk geborduurde deken was in die eeuwen een hooge graad van weelderige beschaving, en duidde daarvoor eene gewoonte van zelfbehagen en weelderigen smaak aan, hetgeen waarschijnlijk de oorzaak van het lijden dier ziel was.

-ocr page 205-

193

haar overlijden droeg Gertruda gedurende de Mis de H. Hostie voor haar op; ofschoon zij haar niet zag, wist zij evenwel, dat zij tegenwoordig was, en sprak den Heer aan, alsof zij haar zocht, zeggende: »Heer, waar is zij?quot; De Heer antwoordde: »Zij zal zuiver en wit tot mij komen.quot; Hieruit begreep zij, dat de gebeden, die zij uit liefde voor haar opgedragen had, in hare laatste oogenblikken groote genaden voor haar verkregen hadden, eli dat sommige personen, door een heiligen ijver gedreven, hunne goede werken voor haar opgedragen, en zich belast hadden met de straffen, die zij verdiend had.

Als Gertruda andermaal voor haar bad gedurende de Mis, die hare begrafenis voorafging, zag zij haar naast den Heer aan eenen feestdisch zitten , waar haar de gebeden, die voor haar opgedragen werden, in den vorm van verschillende soorten van voedsel werden voorgediend. Bij de Elevatie, toen de heilige den kelk voor haar opdroeg, scheen de Heer dien

9.

-ocr page 206-

194

zelf haar aan te bieden. Zoodra zij dien geproefd had, werd zij onmid-delijk met Goddelijke zoetheid doordrongen , en rees zij op om te bidden voor allen, die haar met gedachten, woorden of werken beleedigd hadden , zich verheugende over de verdienste, welke deze daardoor voor Laar hadden verworven. Daarop vroeg Ger-trada, waarom zij ook niet voor hare vriendin bad; doch zij gaf ten antwoord: x.Voor hen bid ik op eene meer innig krachtige wijze, wanneer ik hart tegen hart met mijnen Beminde spreek.\'\'

Bij eene andere gelegenheid, toen zij bemerkte, dat zij al hare verdiensten voor de overledene opgedragen had, zeide zij tot den Heer: (1) »Ik hoop, o Heer dat Gij dikwijls de

(1) De Fransclie vertalingen zeggen hier; „Elle ressentit quelque espèce de tristesse,quot; — een gevoel dat geheel en al eene zoo edelmoedige en edele ziel onwaardig is, die geen berouw kan hebben over hetgeen zij zoo vrij en met zooveel toegenegenheid geschonken had; doch wij hebben dit in geen latijnschc uitgaaf gevonden.

-ocr page 207-

195

oogen uwer barmhartigheid op mijne armoede zult slaan.quot; Hij antwoordde: »Wat kan ik meer doen voor iemand die zich uit christelijke liefde van alles beroofd heeft, dan haar onmid-dolijk met liefde te bedekken?quot; Zij hernam: »Wat Gij ook doen moogt, ik zal altijd beroofd van alle verdiensten voor ü staan , want ik heb alles afgestaan wat ik verdiend heb of nog verdienen zal.quot; »De Heer hervatte : 2 Weet gij niet dat eene moeder ee i kind, dat goed gekleed is, zou toestaan aan hare voeten te zitten, waar zij een naakt kind in hare armen zou nemen, en met hare eigene kleederen bedekken?quot; Hijging voort: »En nu, wat voorrecht hebt gij niet, die op den oever eens oceaans zit, boven hen die aan eene kleine beek gezeten zijn? Dat wil zeggen, zij, die hunne goede werken voor zich zeiven behouden, hebben eene beek; maar zij, die ze met liefde en nederigheid afstaan, bezitten God, die een onuitputtelijke oceaan van gelukzaligheid is.

-ocr page 208-

196

HOOFDSTUK V.

HOE DE ZIELEN VAN G. EN B. WERDEN GEZUIVERD VAN HET VEKZUIJIEN DER BIECHT, EN HET VERMAAK SCHEPPEN IH AAHDSCHE ZAKEN.

c\\))aar de Schriftuur getuigt, dat yl/\' de menscli gestraft wordt door de zelfde dingen, waardoor hij zondigt , en omgekeerd dat hij beloond zal worden door zaken, waardoor hij geleden of goed gedaan heeft, geven wij de volgende voorbeelden onzer lezers ten beste.

Wij hadden twee personen bij ons, die beiden tegelijkertijd ziek waren; de eene leed klaarblijkelijk aan eene hevige aandoening der borst, en werd daarom zorgvuldiger jverpleegd. De andere, wier ziekte niet bekend was, en niet zoo erg scheen, werd met minder zorg behandeld; doch, gelijk de mensch zich dikwijls vergist, de eene, waarvoor wij het minst vreesden , stierf het eerst, en de andere overleefde haar eene maand. Toen

-ocr page 209-

197

de eerste haar einde naderde, werd zij in genaden gesterkt door haar groot geduld en godsvrucht, hetgeen hare ziel bovenmate gezuiverd had; want de vurige liefde, die de Heer zijne bruid toedroeg, zou niet kunnen dulden, dat haar de geringste smet deed aankleven. Desniettegenstaande had zij nog zuivering noo-dig, omdat zij te lichtvaardig de biecht had verzuimd: want somtijds als de priester bij haar kwam, veinsde zij te slapen, als hebbende zij zich van geene grove fouten te beschuldigen. Toen het uur naderde, dat zij tot de eeuwige omhelzingen van haren Bruidegom zou toegelaten worden, zuiverde Hij haar van die smet. Want, toen zij om eenen biechtvader vroeg, verloor zij het vermogen der spraak, en zij was bovenmate bevreesd, dat zij na haren dood voor hare vroegere nalatigheid zou moeten lijden, en zoo werd zij door die bovenmatige vrees van haar gebrek gezuiverd.

Aldus geheel gezuiverd en van iedere smet bevrijd, werd zij uit de

-ocr page 210-

198

ketenen des vleesclies ontslagen, en in de eeuwige glorie opgenomen. Vele openbaringen werden de H. Gertruda hieromtrent gedaan.

Eene daarvan is, dat, toen zij voor den troon des Heeren gebracht werd, de Heer haar bevoorrechte door haar te vleijen, gelijk eene moeder haar kind zou doen, als zij het een bitter geneesmiddel wenscht toe te dienen, en Hij deed dit om haar te troosten voor de kleine onoplettendheid, die haar betoond was geworden, doordien de kloosterlingen het zoo volhandig hadden met het verzorgen barer gezellen , welke zij gevaarlijk ziek waanden.

De Heer sprak dan tot haar: » Zeg mij, mijne dochter, wat wenscht gij dat ik voor de ziel uwer gezellin doe; en wat troost verlangt gij, dat ik haar geve.quot; Zij antwoordde; »Geef haar de zelfde gaven, die Gij mij geschonken hebt, allerliefste Heer; want ik kan geene troostrijkere uitdenken.quot; En de Heer beloofde , aan haar verzoek te zullen voldoen.

De andere kloosterlinge stierf eene

-ocr page 211-

199

maand later. Daags ua haren dood werd zij gezien op eene wondere wijze versierd, als eene belooning voor de buitengewone onschuld en eenvoudigheid van haar leven, en hare nauwgezetheid in het volbrengen van alle strengheden harer orde; doch er bleef nog ééne vlek over, waarvan zij gezuiverd moest worden , en deze was, dat zij zich in hare krankheid noo-deloos had laten troosten: Zij stond aan den ingang van een paleis, waarin de Heer op eenen troon van glorie gezeten was, met een gelaat zoo vol minzaamheid en liefde, dat geen men-schelijk verstand zijne schoonheid beschrijven kan. Hij scheen verlangend Zijne bruid te ontvangen; doch toen zij beproefde te naderen , werd zij door nagels teruggehouden , die haar kleed aan den grond hechtten; en deze nagels waren de onvolmaaktheden, waaraan zij zich in hare ziekte schuldig gemaakt had. Doch Gertruda, door medelijden bewogen, bad voor haar, en de Heer ontsloeg haar van dat beletsel. Dau zeide de heilige tot den

-ocr page 212-

200

Heer: » Waarom werd deze ziel door mijne gebeden bevrijd, en niet door de gebeden van hen, die haar zoo zeer beminden, en met zooveel vurigheid en genegenheid voor haar baden?quot; Hij antwoordde: »Die gebeden zijn haar van groot nut geweest; zij hieven echter het beletsel niet op, dat ik u openbaarde, en waarvan zij door uw gebed ontheven werd.quot; Zij vroeg verder: »Hoe hebt Gij de belofte vervuld aan die persoon met de zelfde goedheid te zullen behandelen , zoo als Gij haar, die het eerste stierf, beloofdet? Want zij leefde langer in godsvrucht, en scheen meer in deugden uit te munten, en nog-tans verscheen de eerste op eenmaal in uwe tegenwoordigheid en in groo-tere glorie ? quot; Hij antwoordde: gt;Mijne gerechtigheid is onveranderlijk, want ik beloon ieder naar hare werken. Zij, die het langst gewerkt heeft, kan niet meer ontvangen dan zij, die het minst heeft gewerkt, tenzij ze met eene zuiverdere bedoeling, eene vurigere liefde, of een ernstiger streven

-ocr page 213-

201

werkte; doch mijue barmhartigheid beloont werken van overtolligheid, zoo als de gebeden der geloovigen; en dus stemmen mijne belooningen niet altijd overeen met de werkelijke verdienste der personen.quot;

Hieruit kunnen wij leeren, hoe zorgvuldig wij moeten vermijden, in aardsche dingen behagen te scheppen , aangezien deze ziel door die fout van het geluk teruggehouden werd. Dit werd de H. Gertruda zelfs nog duidelijker geopenbaard in eene andere verschijning, waarin zij haar voor den troon Gods zag staan, het zelfde vurig verlangen toonende, als toen zij aan den ingang van het paleis stond; niet, dat zij verlangde te naderen, maar zij scheen zelfs buiten staat zich te bewegen — en dit was de tweede hinderpaal voor haar geluk; en zelfs toen zij daarvan bevrijd was, scheen haar geluk nog niet volmaakt, voor dat de Heer een prachtige kroon, die Hij in de hand hield, en die zij met groote vreugde ontving, op haar hoofd plaatste.

-ocr page 214-

202

Toen Gerfcruda dit zag, zeide zij tot den Heer: »Waarom werd die ziel zoo pijnlijk gekweld, daar Gij almachtig zijt?quot; De Heer gaf haar ten antwoord: » Zij is niet gekweld geworden, maar heeft met vreugde de voltooijing van haar geluk afgewacht; even gelijk een meisje een feest zou afwachten, waarop zij versierd zou worden met de sieraden, die hare moeder voor haar bereid had.quot;

Daarna bedankte de ziel de heilige voor de gebeden, die zij voor haar gestort had, en Gertruda sprak tot haar: »Waarom naamt gij niet gewillig de berisping aan, die ik u gedurende uwe ziekte gaf, ofschoon gij altijd zoo aan mij gehecht scheent?quot; De ziel hernam: »Om die reden heeft uw gebed nu meer kracht bij God gehad, omdat het Hem uit zuiverder christelijke liefde werd opgedragen.quot;

-ocr page 215-

203

HOOFDSTUK VI.

ZIJ DIE LANG IN ZONDE GELEEFD HEBBEN, WORDEN NIET GEMAKKELIJK GEHOLPEN DOOIl DE GEBEDEN DEU KERK EN 3IOEIJELIJK VERLOST.

(\\yh, ens, toen iemand gezegd werd v_y dat een barer bloedverwanten overleden was, voor wiens staat zij zeer bevreesd was, werd Gertruda door hare droefheid zoo zeer bewogen , dat zij aanbood voor de ziel van deze afgestorvene te willen bidden.quot; De Heer zeide baar, dat die mededeeling door eene bijzondere beschikking Zijner voorzienigheid in hare tegenwoordigheid gedaan werd. Zij vroeg daarop: »Heer kondt Gij mij buitendien geen medelijden hebben ingeboezemd?quot; Hij antwoordde: »Ik schep een bijzonder vermaak in uwe gebeden voor de afgestorvenen, wanneer zij mij uit natuurlijk medelijden , gepaard aan goeden wil, worden opgedragen; op die wijze wordt een goed werk volmaakt.quot;

-ocr page 216-

204

Nadat Gertruda langen tijd voor dien overledene had gebeden, verscheen hij haar in eene vreeselijke gedaante, als door het vuur zwart geworden , en zich wringende van pijn. Zij zag niemand bij hem; maar zijne zonden , die hij niet geheel e:a al uit-gewischt had, waren zijne beulen , en elk lid van zijn ligchaam leed voor de zonden, waarvan dat lid het werktuig geweest was. Gertruda verlangende bij haren Bruidegom als middelares op te treden, sprak nu minzaam: »Heer, zult Gij die ziel om mijnent wil niet verlossen?quot; Hij antwoordde: »Ik zal niet alleen deze ziel, maar duizende van zielen uit liefde tot u verlossen! Hoe wilt gij, dat ik hem mijne barmhartigheid toone\'? — Zal ik hem te eenenmale van zijne pijnen ontslaan?quot; »Mischien, Heer. zou dit in strijd zijn met de besluiten uwer gerechtigheid.quot; Hij antwoordde: Het zou daar niet mede in strijd zijn, als gij het met vertrouwen vroegt; want, daar ik de toekomst voorzie, bereid ik hem daartoe voor geduren-

-ocr page 217-

205

de zijnen doodstriid.quot; Zij hervatte: »Ik smeek u, Verlosser mijner ziel, dit werk te voltooijen overeenkomstig uwe barmhartigheid, waarin ik het vaste vertrouwen stel.quot;

Nadat zij dit gezegd had, verscheen de ziel in eene menschelijke gedaante en vol vreugde , maar nog eenige ken-teekenen harer vroegere zonden dragende; de heilige wist nogtans dat 1:1] verder gezuiverd en witgemaakt moest worden als sneeuw, alvorens hij geschikt zou zijn, in de Goddelijke tegenwoordigheid te verschijnen; en om dit te bewerken, was het noo-dig, dat hij nog leed als onder de slagen van een ijzeren hamer; daarenboven bad bij zoo lang in zonden geleefd, dat het zuiveringsproces zijner ziel lang duurde, en hij dus leed alsof hij een geheel jaar aan de stralen eener brandende zon was blootgesteld. Als de heilige zich hierover verwonderde, werd haar geleerd, dat zij, die vele en zware zonden bedreven hebben, niet geholpen worden door de gewone gebeden der Kerk,

-ocr page 218-

206

voor dat zij gedeeltelijk door de Goddelijke gerechtigheid gezuiverd zijn; en dat zij niet gebaat worden door de gebeden der geloovigeu, die steeds als een zachte en verfrisschende dauw of als eene zoete en verzachtende zalf op de zielen in het vagevuur nederdalen.

Gertruda dankte den Heer voor deze gunst en sprak; »Ik smeek U, aller liefste Heer, zeg mij, welke werken en gebeden zullen het gemakkelijkst uwe barmhartigheid verwerven voor die zondaars, die in staat van gratie gestorven zijn, zoodat zy verlost kunnen worden van het verschrikkelijke beletsel, dat hen verhindert, voordeel te trekkenuit de gebeden der Kerk ? Want die ziel schijnt nu van dien last ontheven , alsof zij uit de hel ten hemel opgeklommen was.quot; De Heer gaf haar ten antwoord: »De eenige weg, om zulke gunst te verkrijgen, is de Goddelijke liefde; zonder haar zullen gebeden , noch andere werken baten, en het moet eene liefde zijn als die, welke gij nu jegens mij gevoelt; en daar niemand die genade heeft, ten-

-ocr page 219-

207

zij ik ze hem scLenke, kan ook niemand die voordeelen na zijnen dood verwerven, tenzij ik hem gedurende zijn leven door eene bijzondere genade daartoe voorbereid heb. Weet nogtans, dat de gebeden en goede werkeu der geloovigen de ziel trapsgewijze van dien zwaren last ontheffen , en zij vroeger of later verlost wordt, overeenkomstig de godsvrucht en zuivere bedoelingen dergenen, die hen aldus dienen, en overeenkomstig de verdiensten, die zij gedurende hun leven vo or zich zei ven verworven hebben Dan smeekte de overledene den Heer bij de liefde, die Hem uit den hemel had doen nederdalen om aan liet kruis te sterven, dat Hij die middelen voor zijne ziel zou aanwenden , en diegenen beloonen, die overvloediglijk voor hem gebeden hadden; eu de Heer scheen een stuk gouds uit hem te nemen, en het te bestemmen om hen te beloonen, die hem door hunne

gebeden hadden bijgestaan.

-ocr page 220-

208

HOOFDSTUK VIL

VAN DE GEBEDEN VOOK DE ZIELEN VAN OVERLEDENE BLOEDVERWANTEN.

Gertruda op den zonda:

waarop de kloosterlingen voor de zielen van overleden bloedverwanten bidden, (1) nadat zij gecommuniceerd had, de H. Hostie voor de rust hunner zielen opdroeg, zag zij tallooze afgestorven als lichtende von-

(1) In alle kloostcrge;tichten wordt elke kloosterlinge in het bijzonder beschouwd, als met de zorg voor de bloedverwanten van ollei belast. i)e ilis, de II. Communie en de gebeden voor de overledenen worden op bepaalde tijdstippen door net jaar voor alle overledene bloedverwanten opgedragen. Helaas! Wat verliezen die on-gelukkigen niet, zoowel voor den tijd als voorde eeuwigheid, die hunne kinderen beletten zich aan God toe te wijden! en wat voordeelen genieten niet diegenen, die, door hunne kinderen in eene heilige en godvruchtige verceniging te doen opnemen, zich dc gebeden der heiligste zieleu verzekeren tot hun eigen weizi n zoowel in deze wereld als in de andere! Misschien weten alleen zij, die in het klooster zijn, met welke teedere en vurige genegenheid door allen voor de bloedverwanten van ieder wordt gebeden.

-ocr page 221-

209

ken uit eene plaats van duisternis te voorschijn treden; sommigen in den vorm van sterreu, en anderen in andere gedaanten. Zij vroeg toen of die groote menigte bestond uit de zielen van overledene bloedverwanten ; en de Heer antwoordde: »Ik ben uw naaste bloedverwant, (1) uw Vader, uw Broeder en uw Bruidegom; daarom zijn al mijne bijzondere vrienden ook de uwe, en ik zou die niet kunnen uitsluiten van de nagedachtenis uwer overledene bloedverwanten , daarom ziet gij ze allen bij elkander.quot; Van dit oogenblik afbad Gertruda voortdurend voor diegenen, die door den Heer bijzonder bemind worden. Den volgenden dag hoorde zij den Heer gedurende de Mis na de Elevatie zeggen: »Wij hebben gegeten met hen, die kwamen en bereid waren, laat ons nu naar diegenen zenden, die niet op het feest konden komen.quot; Een ander jaar, toen de klok luidde voor de dienst

(1) „Ego propinquissimus vesfer sum.quot;

-ocr page 222-

210

voor overledenen, zag zij een sneeuwwit lam, zoo als het paaschlam gewoonlijk afgebeeld wordt; en uit eene wond van het hart vloeide een stroom van bloed in eenen kelk, terwijl het zeide: »Thans zal ik een zoenoffer zijn voor de zielen, waarvoor hier heden een feest bereid wordt.quot;

-ocr page 223-

211

DEEL V.

Openbaringen over de liefde van het Hart van Jesns tot zijne moeder.

ij kunnen de godsvruclit voor Maria niet van de godsvrucht van Jesus scheiden. Van daar dat de heiligen, die Jesus bemind hebben, Maria met eene meer dan gewone godsvrucht moeten bemind hebben. Die godsvrucht tot de Moeder Gods is het struikelblok der ketterij, en wij moeten dit eerder verwachten dan er over verwonderd zijn. De Kerk heeft Gods Moeder bijzonder aangewezen als de uitroeister der ketterijen.

Kan het ons dan verwonderen, dat de ketters de godsvrucht jegens haar

-ocr page 224-

212

met de uiterste -vrees aanschouwen, eu met onvermoeide krachten en volstrekt bepaalden wil daarnaar streven , die ongelukkige slachtoffers van Maria af te trekken?

De godsvrucht jegens Maria wordt alleen tegengewerkt en verkeerd voorgesteld, omdat de leer der mensch-wording buiten de Kerk niet volkomen begrepen wordt, en niet begrepen kan worden. Zij, die de liefde van een H. Bernardus of een H. Liguori tot Jesus niet ontkennen, zijn gedwongen, indien zij niet willen lasteren , ook hunne liefde tot Maria te bevestigen. Zij, die gelooven, dat zij in het Allerheiligste Sakrament het vleesch van den Zoon Gods ontvangen, en ook dat Hij het vleesch aannam in Maria\'s schoot, kunnen zich niet verwonderen dat de boom vereerd wordt, die deze vrucht voortbracht, en die haar niet op eene geheimzinnige wijze voedde, maar gelijk het gewone menschelijke leven, van een kind door zijne moeder met haa? eigen bloed en melk gevoed

-ocr page 225-

213

wordt; zij kunnen zich niet verwonderen dat zij, die een menschgewor-den God allervurigst beminnen, ook de moeder, in wien TT ij het vleesch aannam, eene vurige liefde moeten toedragen.

Onze heilige maakt geene uitzondering op den gewonen regel van Maria te beminnen, omdat zij Jesus beminde. Hare openbaringen vloeijen over van gedachten tot Maria, van gebeden tot haar, en lofspraak op hare uitstekende voorrechten. Jesus zelf, die de zielen, welke Hem het dierbaarst zijn, de godsvrucht ingeeft, welke het dierbaarst is aan het hart van eenen zoon, die de liefde zijner moeder is, openbaart ook aan zijne geliefde de glorie van haar, die Hij zoo gaarne vereert, en schenkt die ziel de gave van godsvrucht jegens Maria, niet als eene gave, die zij spaarzaam en voorzichtig moet gebruiken , maar als een krachtig hulpmiddel tot bereiking eener meer dan gewone heiligheid.

-ocr page 226-

214

HOOFDSTUK I.

HOK HET HART VAN JESÜS VERLANGT DAT ZIJNE MOEDER GEËERD WORDE.

IS, en

begon de heilige groeten

^(^oen Gertruda zich zelve onder haar gebecl aan God opdroeg, en vroeg waarmede de Heer verlangde , dat zij zich op dat oogenblik zou bezig houden, gaf Hij haar ten antwoord: »Eer mijne moeder, die aan mijne rechter zijde gezeten prijs haar.quot; Daarop de Koningin des hemels te met het vers, Paradisis voluptas enz. »Paradijs van wellust;quot; en haar te prijzen, omdat zij het verblijf was vol van wellust, dat de ondoordringbare wijsheid van God, die alle schepselen volkomen kent, tot Zijne woning had gekozen; en zij smeekte, dat zij haar een hart zou schenken, versierd met zooveel deugden, dat God er behagen in zou scheppen, daarin te verblijven. Toen boog zich de H. Maagd tot haar, en plantte in haar hart verscheidene bloemen van deugd — de

-ocr page 227-

215

roos der christelijke liefde, de lelie van zuiverheid, liet viooltje der nederigheid, het zinnebeeld der gehoorzaamheid en vele andere gaven, haar op die wijze toonende, hoe bereidvaardig zij diegenen bijstaat, die hare hulp inroepen.

Daarna sprak de heilige haar aldus aan: Gaude, morurn disciplina »verheug u, voorbeeld van tucht;quot;haar prijzende, omdat zij hare begeerten, haar oordeel en hare genegenheid met meerdere omzichtigheid had bestuurd dan eenig ander schepsel, en dat zij den Heer, die in haar woonde, met zooveel eerbied en genegenheid gediend had, dat zij Hem nooib in hare gedachten, woorden of werken de minste aanleiding van smart gegeven had. Nadat zij haar gesmeekt had, voor haar ook de zelfde genade te willen verkrijgen, scheen het haar toe, dat de Moeder Gods haar al hare genegenheden in de gedaante van jonge maagden toezond, terwijl zij ieder in het bijzonder beval hare gesteldheid te vereenigen met die harer

-ocr page 228-

216

beschermelinge, en in alle gebreken te voorzien, waarin zij mocht vervallen. Hieruit leerde zij, hoe bereidwillig de H. Maagd diegenen te hulp komt, welke haren bijstand inroepen. Daarna smeekte de heilige den Heer, dat Hij hare nalatigheid in het houden van godvruchtige oefeningen ter eere zijner H. Moeder herstellen zou, hetgeen Hij haar toestond.

Den volgenden dag, terwijl Ger-truda bad, verscheen haar de Moeder Gods in tegenwoordigheid der altijd aanbiddelijke Drievuldigheid in de gedaante eener witte lelie met drie bladeren, waarvan het eene recht op stond, en de beide andere neergebogen waren. Dit gaf haar te verstaan , dat de H. Moeder Gods niet zonder reden de witte lelie der Drievuldigheid genoemd wordt, daar zij overvloediger en volmaakter dan eenig ander schepsel de deugden der II. Drievuldigheid in zich vereenigt, en die nimmer door de minste smet van zonde bevlekt heeft Het rechtopstaande blad stelde de almacht van

-ocr page 229-

■m

God den Vader voor, en de twee neergebogen bladeren de wijsheid en liefde van den Zoon en den H. Geest wien de heilige Maagd zoo nabij komt. Nu gaf haar de H. Maagd te kennen, dat, indien iemand haar groet als de witte lelie der Drievuldigheid en de roos des hemels, zij haar too-nen zal, wat zij op de almacht des Vaders vermag, hoe bekwaam zij is in het bewerken van de zaligheid van den mensch door de wijsheid van den Zoon, en met welke uitstekende liefde haar hart vervuld is door de liefde van den H. Geest. De H. Maagd voegde er deze woorden bij: »Ik zal diegenen, die mij aldus begroeten, in het uur van hunnen dood in zulke glorie verschijnen, dat zij eenen voorsmaak zullen hebben van de vreugde des hemels.quot; Van dit oogenblik af groette de heilige dikwijls de H. Maagd of haar beeld met deze woorden: »Heil u, witte leüe der altijd vreedzame en roemrijke Drievuldigheid! heil u, blinkende roos cn vreugde des he-

-ocr page 230-

218

mels, uit wie de Koning des hemels geboren, en met wier melk Hij gevoed werd; Voed ook onze zielen door de toedeeling uwer Goddelijke invloed en leiding.quot;

HOOFDSTUK II.

hoe kh.ichtio de heilige maagd , diegenen beschermt, die haak aankoepen, en hoe wij onze nalatigheden in haak te dienen , kunnen herstellen.

tSyP gedenkwaardige feest van de geboorte der H. Maagd, droeg Gertruda, nadat zij zooveel Ave Maria s had gebeden, als zij dagen in baars moeders schoot doorgebracht bad, deze godvruchtig aan de H. Maagd op, en vroeg welke verdienste diegenen zouden hebbeu, die de zelfde godsvrucht oefenden. De goedertierene Moeder antwoordde; »Zii zullen een bijzonder aandeel verdienen in de vreugden , die ik in den hemel geniet,

-ocr page 231-

219

en die steeds hernieuwd worden, alsmede in de dsugden, waarmede de altijd heilige en roemrijke Drievuldigheid mij vereert.quot;

Aan den Antiphoon Ave decus, zag zij den hemel opengaan, terwijl de engelen nederdaalden, en in het midden van het koor een prachtigen troon plaatsten, waarop de Koningin van glorie gezeten was, en verkondigde hoe minzaam zij de gebeden en de godsvrucht op dit feest ontving. De engelen stonden rondom dien troon, en dienden de Moeder van hunnen God met den grootsten eerbied en de grootste vreugde. Ook zag de heilige by elke der kloosterlingen eenen engel staan met eenen tak in de hand; en die tak droeg verscheidene soorten van vruchten en bloemen, overeenstemmende met de godsvrucht der zuster, die dooiden engel begeleid werd. Bij het eindigen der dienst brachten de engelen die takken bij de H. Maagd om daarmede haren troon te versieren. Toen riep Gertruda uit i

-ocr page 232-

»Helaas! goede Moeder, ik verdien niet aldus met de kooren der gelukzaligen vereeuigd te worden.quot; Maaide H. Maagd gaf ten antwoord: »Uw goede wil is genoeg; en het godvruclitige voornemen, dat gij bij de Vespers liadt, van uwe gebeden door het zoete Hart mijns Zoons te mijner eer op te dragen, overtreft verre elk ligchameliik werk; ten einde u daarvan te verzekeren zal ik de aanbiddelijke Drievuldigheid den tak met vruchten en bloemen schenken als eene offerande van de hoogste verdienste.quot;

Bij de Metten zag zij hoe de enge len de bloemen en vruchten van de verschillende goede meeningen dei-kloosterlingen verzamelden, en die aan de Moeder-Maagd aanboden. De bloemen schenen schitterender en schooner naar mate den ernst van ieder, — en de zoetheid der vruchten stemde overeen met de zuiverheid en vurigheid harer godsvrucht.

Bij het Gloria Patri van het vierde antwoord, terwijl Gertrnda de onuit-

-ocr page 233-

221

sprekelijke macht des Vaders, de ondoorgrondelijke wijsheid des Zoons en de wonderbare macht des Heiligen Geestes prees, die ons een schepsel zoo vol van genade gegeven hebben tot bevordering onzer zaligheid, stond de heilige Maagd voor de heilige Drievuldigheid, biddende dat de Goddelijke almacht, wijsheid en goedheid aan Gertruda zooveel genade zou scheuken als een schepsel verlangen kan; en de heilige Drievuldigheid

O O

stortte over hare ziel overvloedige zegeningen en genaden uit, die haar als een verkwikkende regen besproeide.

Daarna zong de H. Gertruda den Antiphoon Qucan pulchra es, in den persoon van den Zoon Gods, ter eere van Zijnen Vader. Dit werd met groote liefde door den Heer ontvangen, die tot haar zeide: »Ik zal u te geschikter tijd overeenkomstig mijne koninklijke milddadigheid beloonen voor de eer, die gij mijne beminde Moeder bewezen hebt. (1)

(1) „Dulcissenuc gonetrici.quot;

-ocr page 234-

222

Bij den Antiplioon Adest, toen de woorden Ipsa interredat pro peccatis nostris gezongen werden zag zij de heilige Maagd, die een perkament in de hand Meld, waarop de woorden: »Zij zal de middelares zijnquot; in gouden letteren geschreven waren, en zij bood het door middel der engelen den Heer aan , die haar liefderijk antwoordde: »Door mijne almogendheid schenk ik u volmacht, jegens allen, die uwe hulp inroepen, op de u aangenaamste wijze genadig te zijn.quot;

Toen het A re prceclara onder de Mis gezongen werd, wendde zich de heilige Maagd bij de woorden Ora Virgo nas tot haren Zoon, en bad met gevouwen handen voor de kloosterlingen. De Heer keerde zich daarop tot hen, en zegende hen met het teeken des kruises, om hen voor te bereiden tot het ontvangen van het aanbiddelijk Sakrament van Zijn vleesch en bloed.

Bij de woorden Audi nos scheen de heilige Maagd met haar godde-1 ij ken Zoon op een hoogen troon ge-

-ocr page 235-

223

zeten; en de H. Gertruda sprak haar aldus aan: »Waarom bidt gij niet voor ons, Moeder van barmhartigheid?quot; Zij antwoordde: »Ik spreek hart aan hart voor n met mijnen beminde.quot; Daarna, terwijl de zelfde woorden andermaal herhaald werden strekte de H. Maagd hare hand uit over het klooster, alsof zij zich met hunne weaschen vereenigde, en in vereeni-ging met hen, haar goddelijken Zoon bad; en haar koninklijke Zoon sprak bij het volgende vers, Salve nos, Jesu terwijl hij zich tot de kloosterlingen wendde: »Ik ben bereid al uwe weuschen te vervullen.

Als Gertruda daarna aan het naderend feest dacht, en vurig wenschte dat haar hart bereid zou zijn het te vieren, zeide zij tot de Moeder Gods: »Aangezien de glorie uwer Hemelvaart de zielen treft van hen, die ze zoo diep overwegen, verlang ik zeer te weten wat de engelen in den hemel denken over het feest uwer geboorte, opdat onze godsvrucht daardoor op aarde toeneme.quot; De

-ocr page 236-

224

heilige Maagd antwoordde» De engelen herdenken de onuitsprekeliike vreugde, die ik in den schoot mijner moeder gevoelde, wanneer zij mij met den diepsten eerbied hunne hulde aanbieden. De aartsengelen overwegen insgelijks, in den spiegel der heilige Drievuldigheid, de uitstekende gunsten en genaden, die God mij boven alle schepselen verleendde, en dienen mij evenzeer; terwijl allehemel-sche orden zich vereenigen om mij tot eer van God te dienen en te helpen; en daarvoor worden zij nu met bijzondere vreugde beloond.quot;

Toen bij de kompleten het Saloe liegina (1) gezongen werd, betuigde

(1) Anthem voor de Vespers van den zaturdag der H. Drievuldigheid tot den Advent. Algemeen gelooft men, dat Adelmar, bisschop van Puy, die roerende godvruchtige gebeden maakte; de laatst»; woorden „O goedertieren,quot; enz. werden er door den II. Bernardus bijgevoegd. Adelmar leefde in de elfde eeuw, en het Salve liegina werd omstreeks dien tijd in de kerkelijke diensten in-gelascht. Sommige schrijvers schrijven dit aan lierman Contractus, een Benedictijner monnik van dien tijd toe.

-ocr page 237-

225

de H. Gertruda aan God haar leedwezen , dat zij Zijne Moeder nooit met de haar verschuldigde vereering gediend had, en zij droeg dien An-tiphoon door het Hart van Jesus op ■ om die gebreken te herstellen; en de Heer voorzag in hare onvolkomenheden door kleine gouden buizen , die van Zijn Hart uitgingen naar het hart Zijner maagdelijke Moeder, en waardoor hij de teederheid Zijner kinderlijke genegenheid voor haar uitstortte. Wij kunnen ook onze nalatigheden herstellen door het volgende of een ander dergelijk gebed.

O zoetste Jesus, ik smeek ü bij de liefde, die (J in den schoot der zuiverste Maagd het vleesch deed aannemen, dat Gij onze gebreken in het dienen en vereeren dier aller-goedertierenste Moeder, die altijd bereid is, ons in alle noodwendigheden met moederlijke teederheid bij te staan, wilt herstellen. Draag haar, o zoetste Jesus , de overvloedige gelukzaligheid van uw allerzoetst Hart op; draag haar uwe Goddelijke voor-.

-ocr page 238-

liefde op, die liaar voor alle eeuwen boven alle schepselen uitverkoor ora uwe Moeder te zijn , en die haar met alle genaden en deugden verrijkte; «herinner haar al de teederheid. die Gij haar gedurende uw verblijf op aarde bstoondet, uwe kinderlijke gehoorzaamheid in alles jegens haar, en vooral uwe zorg in het unr van uwen dood, toen Gij uwe eigen smarten vergaat om de hare te troosten, en haar eenen zoon schonkt, herin -ner haar ook de vreugde en glorie barer Hemelvaart toen zij boven alle kooren der engelen verheven, de Koningin van hemel en aarde werd. Geef dus, goede Jezus , dat uwe Moeder ons goedgunstig zij, opdat wij in leven en dood in haar voorspraak en bescherming vinden.quot;

Bij het Eia ergo, toen de H. Ger-truda die allergoedertierenste Moeder aanriep, zag zij, dat zij zich tot haar boog, alsof zij door koorden tot haar getrokken werd; daardoor begreep zij, dat, wanneer wij haar godvruchtig als onze voorspreekster aanroepen,

-ocr page 239-

227

hare moederliike teederheicl zoodanig bewogen wordt, dat zij niet nalaten kan ons bij te staan. Bij de woorden Jllos tuos misericordes oculos, deed de beilige Maagd haren Zoon de oogen. naar de aarde wenden, zeggende: »Dit zijn mijne barmhartige oogen, die ik tot allenwend, die mij godvruchtig aanroepen, en waarvan zij de vrucht der eeuwige zaligheid erlangen.quot; Toen leerde de heilige van den Heer, Zijne heilige Moeder ten minste dagelijks te groeten met de woorden Eia ergo, en Ad vocal a nostra , terwijl Hij haar verzekerde, dat zij daardoor in het uur van haren dood grooten troost zou verwerven.

De H. Gertruda droeg nu de heilige Maagd honderd en vijftig Ave Maria\'s op , haar smeekende, in het uur van haren dood haar door hare moederlijke teederheid te willen bijstaan ; en ieder woord dat zij sprak scheen een stuk gouds, dat de Heer zijne Moeder aanbood, die ze tot hulp en troost der heilige, in het uur van haren dood aanwendde. Aldus

-ocr page 240-

228

leerde zij, dat, wanneer wij ons einde aan eeuen Heilige aanbevelen, de gebeden, die wij hem te dien einde opdragen, voor den stoel des Rechters gebracht worden, en de Heilige aan wien wij ons aanbevolen hebbeu, als onze voorspreker wordt aangewezen.

HOOFDSTUK III.

HOE WIJ HET LIJDEN VAN CHRISTUS KUNNEN OVEKWEGEN, EN DEN LOF DEJt MAAGDELIJKE MOEDER GODS KUNNEN VERKONDIGEN DOOR HET BIDDEN DER ZEVEN KERKELIJKE GETIJDEN.

fS))p zekeren nacht, toen Gertrada waakte, en zich bezig hield met het overwegen van het lijden des Heeren, sprak zij, daar zij zich zeer vermoeid gevoelde, ofschoon zij de Metten nog niet gelezen had, volgende tot den Heer: »Ach Heer, dewijl Gij weet, dat mijne zwakheid rust vordert, leer mij welke eer en

-ocr page 241-

229

welke dienst ik uwe heilige Moeder kan bewijzen nu het niet in mijne macht is hare gebeden te lezen.quot; (1) Verheerlijk Mij,quot; antwoordde de Heer, »door mijn minnend Hart voor de onschuld dier onbevlekte maagdelyk-heid, waardoor zij als maagd mij ontving, als maagd mij baarde en na het baren eene zuivere en vlek-kelooze maagd bleef; aldus mijne onschuld navolgende, toen ik op het uur der Metten tot verlossing van het menschelijk geslacht ontvangen, en gebonden, met roeden en vuisten geslagen , en mededoogenloos met allerlei soort van ellende en schande overladen werd.quot; Terwijl zij dit deed, scheen het haar toe, dat de Heer Zijn goddelijk Hart aan de allerheiligste Maagd, Zijne Moeder, aanbood in de gedaante eens bekers, opdat

(1) Niet uit verplichting, maar gebeden door sommige kloosterlingen, die niet gehouden zijn de Goddelijke gebeden te biddeo, en ook door verscheidene van de bespiegelende orden als eene oefening van godsvrucht, na de gebeden, die zij verplicht zijn te doen.

-ocr page 242-

zij daaruit drinken zou, en opdat hare ziel, door dien zoeten drank verzadigd (of liever daardoor overvloediglijk bedwelmd) met eene alles overtreffende blijdschap zon vervuld worden.

Daarna prees Gertruda de heilige Maagd, zeggende: »Ik groet n, allerheiligste Moeder, verheven heiligdom van den Heiligen Geest, door het zoetste Hart van Jesus Christus, uw lieven Zoon en den Zoon van den eeuwigen Vader, terwijl ik u smeek ons iu al onze noodwendigheden bij te staan, nu en in het uur van onzen dood. Amen.quot; Zij wist dat, wanneer iemand den Heer door die woorden verheerlijkte, en er tot lof van de heilige Maagd bijvoegde, »ik prijs en groet u, o Moeder,quot; enz., de Heer haar telkens Zijn goddelijk Hart aanbood , om haar op de boven beschreven wijze te voldoen; zij wist dat het de Koningin der maagden eene uitstekende voldoening gaf, aldus gegroet te worden, en zij dit beloonen zou overeenkomstig de grootheid harer milddadigheid en moederlijke teederlieid.

-ocr page 243-

231

De Heer voegde er dan bij: »Loof mij in het uur der Primen, door mijn zoetst Hart, voor de allervreedzaamste nederigheid, ■waarmede de onbevlekte Maagd zich meer en meer voorbereidde om mij te ontvangen en waardoor zij, de nederigheid navolgde, waarmede ik. die de rechter van levenden en dooden ben, mij op het zelfde uur aan een heiden overgaf, om door hem tot verlossing van het menschdom geoordeeld te worden.

»Loof mij bij de Tertiën voor de vurige verlangens, waarmede de heilige Maagd mij uit den schoot mijns eeuwigen Vaders in haren maagdelijken schoot ontving, en mij navolgde in het vuur en den ijver, waarmede ik de verlossing van den mensch verlangde, toen ik, met zwee-pen geslagen en met doornen gekroond, op het derde uur met bovenmatig geduld en zachtmoedigheid een eerloos en schandelijk kruishout op mijne schouderen droeg.

»Loof mij bij de Sexsten voor de vabte hoop, waarmede de hemelsche

-ocr page 244-

232

Maagd mij wilde verheerlijken dooide zuiverheid harer bedoelingen, waarin zij mij navolgde toen ik, aan het kruishout hangende in al de bitterheid en angsten des doods, met mijne gansche ziel naar de verlossing van het menschelijk geslacht haakte, uitroepende: »Ik heb dorst!quot;— dat wil zoggen naar de verlossing van den meusch, zoodat ik, ware het noodig geweest nog meerder en bitterder kwellingen te lijden, die gaarne tot hunne verlossing zou verdragen hebben.

»Loof mij bij de Nonen voor de vurige en wederkeerige liefde, die mijn goddelijk Hart met dat der onbevlekte Maagd vereen igde, en die mijne glorierijke Godheid onafscheidelijk met mijne menschheid in haren kuischen schoot verbond, terwijl zij mij in mijn sterfelijk leven navolgde, tot ik op het negende uur tot zaligheid van den mensch aan het kruishout stierf.

»Loof mij bij de Vespers voor het standvastig geloof mijner heilige

-ocr page 245-

233

I

Moeder tijdens de wanhoop mijner Apostelen en de vertwijfeling van allen bij mijnen dood; waardoor zij de getrouwheid navolgde, waarmede ik na mijnen dood in het voorgebergte der hel nederdaalde, om die zielen door mijne almogende hand en barmhartigheid te velossen, en hen tot de vreugde des paradijzes te leiden.

»Loof mij bij de Kompleten voor de onvergelijkelijke volharding, waarmede mijne zoetste Moeder in iedere deugd, zelfs tot het einde volhardde, en mij navolgde in het werk van \'s menschen verlossing, die ik met zooveel zorg volbracht dat ik, na door den wreedsten dood hunne vol-komene verlossing verworven te hebben, nog mijn onvergankelijk ligchaam in het graf liet leggen om te too-nen, dat er geen hoon of vernedering is, waarvan ik mij voor het welzijn van den mensch niet onderwerpen zou.quot;

I

I ■

li

i \'•

-ocr page 246-

234

HOOFDSTUK IV.

HOE GERTRÜDA DOOR, HET HAKT VAN JESUS LEERDE ZIJNE HEILIGE MOEDER TE VER-EEEEN OP HET FEEST ZIJNER GEBOORTE.

quot;-w adat de heilige het grootste ^ gedeelte van den nacht, die kersnacht voorafgaat, met waken doorgebracht, en zich geheel en al bezig gebonden had met overwegingen over het antwoord De ilia occulta, waarin zij groot vermaak schiep, geraakte zij plotseling in eene geestverrukking, en zag Jesns zoet en vreedzaam rusten in den schoot Zijns Vaders; en de wenschen, die Hem opgedragen werden door hen, die dit feest met groote godsvrucht verlangden door te brengen, verschenen in de gedaanten eener wolk. Toen zond die schoone en lieve Jesus uit Zijn Goddelijk Hart een licht, dat zich over die wolk verspreidde, en hun den weg aanwees langs welken zij tot Hem zouden komen. Terwijl

-ocr page 247-

235

iedereen God naderde, bemerkte zij, dat diegenen, die zich nederig in de gebeden van anderen aanbevolen hadden, aan de hand gingen van anderen , die hem omringden, en aldus tot God gingen in den glans van het licht, dat uit Zijn hart straalde; terwijl diegenen, die alleen op hunne eigene pogingen en gebeden vertrouwden , van dit pad afdwaalden, doch eindelijk het doel bereikten door een licht, dat hun van God kwam.

Toen de heilige wenschte te weten door welke bijzondere genade het Gode behaagd had, zich aan ieder harer zusters mede te deelen, zag zij ze onmiddellijk allen in den schoot van den Zoon Gods, rusten, waar ieder met vreugde vervuld werd overeenkomstig hare gesteldheid en verlangens. Zij bemerkte, dat de eene de andere niet hinderde, maar dat ieder zoo volkomen God bezat, alsof Hij zich aan ieder in het bijzonder had gegeven; dat sommigen Hem liefdevol omhelsden als een kind, dat op het punt staat voor ons ge-

-ocr page 248-

boreu te worden; dat anderen Hem aanzagen als een getrouwen vriend, wien zij daarom elk geheim van haar hart konden openbaren; terwijl nog anderen, de geheele vreugde harer ziel uitstortende, Hem liefkoosden als eenen bruidegom, gekozen uit duizend, en meer bemind dan allen zoodat ieder in Hem op de zuiverste en heiligste wijze de vervulling harer persoonlijke wensclien vond.

Toen ging de heilige voorwaarts, en wierp zich overeenkomstig hare gewoonte aan de voeten des Heeren, zeggende: »O allerliefste Heer, hoe moet mijne gesteldheid zijn, en welke godsvrucht kan ik uwe allerheiligste Moeder bij deze goddelijke geboorte opdragen, daar mijne ligchamelijke ongesteldheid mij belet, de gebeden te lezen, waartoe mijn staat mij verplicht?quot; Het scheen haar nu toe, dat de Heer, begaan met hare ellende, alles wat zij tot eer van God of tot heil der zielen gedurende den advent gezegd had, verzamelde, en het liefdevol aan Zijne zoete Moeder, die in

-ocr page 249-

■231

glorie aan Zijne zijde gezeten was, opdroeg; en liierbi) voegde Hij al de vruchten, die hare woorden, zelfs tot het einde der eeuwen mochten voortbrengen, om te voorzien in de nalatigheden, waaraan zij zich in hare dienst mocht hebben schuldig gemaakt. De Moeder Gods, die offerande ontvangen hebbende, scheen daarmede als versierd, en Gertruda naderde haar, haar smeekende om hare tusschenkomst bij haren Zoon. De heilige Maagd wendde zich nu met een minzaam gelaat tot Hem, en Hem omhelsd hebbende, sprak zij hem aldus toe: »Beminde zoon, ik smeek U, uwe genegenheid met de mijne te vereenigen, en aan de gebeden dezer ziel, die ü met zooveel vurigheid bemint, alles toe te staan wat zij van U verlangt.quot; Daarop sprak de heilige tot den Fleer: »0 zoetheid mijner ziel! O liefste en beminnenswaardige Jesus! O dierbaarste van allen, die dierbaar zijn!quot; Na deze en vele dergelijke woorden gezegd te hebben, riep zij uit: »Wat

-ocr page 250-

238

vruclit kunnen die woorden van een zoo laag schepsel hebben? De Heer antwoordde: Wat doet het ter zake, welke soort van hout gebruikt wordt om reukwerken en wierookvaten te ontsteken, daar zij, waarmede zij 1 ook ontstoken zijn, steeds den zelfden geur verspreiden? Wanneer mij dus iemand zegt: Zoetste Heer,quot; enz. van welk belang is het dan of zij zich uitwendig laag achten, daar mijne goedheid, als een brandend reukwerk, geuren verspreidt, die mij een uiterst genoegen verschaffen, en aan diegenen, die het door hunne woorden in beweging brengen, eeue zoetheid schenken, die hun een voorsmaak is van het eeuwige leven?quot;

HOOFDSTUK V.

VERSCHIJNING DER HEILIGE MAAGD 01\' KERSNAGHT.

Y(S)) oen de heilige in den nacht dei-geboorte, tijdens de Metten, deze

-ocr page 251-

239

oefeningen voortzette, trok haar de Heer, om aan hare gevoelens van getrouwheid en godsvrucht te beantwoorden , geheel en al tot zich , zoodat zij door eene zoete invloeijing Zijner Godheid in hare ziel, en eene terng-vloeijing van kennis uit hare ziel tot God alles wist wat er bij de Metten, hetzij Responsoriums, hetzij Psalmen , gezongen was; en deze kennis gaf haar eene onuitsprekelijke en onbegrypelijke vreugde. Terwijl dit aldus voortduurde, zag zij alle heiligen voor den troon van deu Koning der koningen, met groote godsvrucht te Zijner eer en glorie, de Metten lezen.

Als zij aan verschillende personen dacht, die zich in hare gebeden aanbevolen hadden, zeide zij met groote nederigheid: »Hoe kan ik, die zoo onwaardig ben, bidden voor personen, die U met zooveel ijver en godsvrucht loven, aangezien mijne ongesteldheid mij belet hun voorbeeld te volgen?quot; De Heer gaf haar ten antwoord: »Gij kunt zeer goed voor

-ocr page 252-

240

die personen bidden, want ik heb u in den schoot mijner vaderlijke goedheid verborgen, opdat gij van mij vragen en verkrijgen zondt wat gij begeert.quot; »Maar, Heer,quot; hervatte de heilige, »daar het ü behaagt, dat ik voor hen bid, smeek ik ü oenen tijd te bepalen, waarop ik dit met getrouwheid op eene U waardige en hun nuttige wijze doen kan, zonder van het geluk beroofd te worden , waarmede Gij mij vereert, door mij uwe hemelsche vreugden mede te deelen.quot; De Heer antwoordde daarop: »Beveel ieder hunner in mijne goddelijke goedheid en liefde, daar het die liefde is, die mij uit den schoot mijns Vaders deed nederdalen om den mensch te dienen,quot; Toen zij ieder afzonderlijk had opgenoemd, voorzag de Heer, door Zijne teedere liefde overwonnen, uit medelijdende barmhartigheid, in de behoeften van allen.

Hierna verscheen haar de heilige Maagd, zittende naast haar goddelij-ken Zoon; en toen het JJ.iscendit de

-ocr page 253-

241

ccdis (1) gezougen werd, verscheen de Heer, om aan de bovenmatige goedheid te herinneren, die Hem uit den schoot Zijns Vaders in dien der heilige Maagd had doen nederdalen, en Hij zag Zijne Moeder zoo liefdevol aan, dat haar hart er door bewogen

(1) Metten voor Kersdag. „Descendit de etcles Deus verus, a Pater geuitus, introivit in uterum virginis, nobis ut appareret visibilis, indutus carne humana, protopareute edita: Et exivit per clausam portam. Deus et homo, lux et vita conditor munda.quot; — „De ware God, uit den Vader geboren, daalde van den hemel en trad in den schoot der Maagd, opdat hij ons zichtbaar in het vleesch onzer eerste ouders verschijnen, en door de gesloten poort als God en mensch, licht en leven, en schepper der wereld te voorschijn treden zov..quot;

Door deze clausam portam van Ezechiël moet volgens de kerkvaders de heilige Maagd versfcan worden. De H. Bernardus zegt in zijn sermoon over de twaalf voorrechten B. V. M., dat Maria de oosterpoort is, waar slecht» één door kon. De H. Hieronymns schrijft: „Zij (Maria) is de oosterpoort, waarvan Ezechiël als altijd gesloten spreekt.quot; De H. Angustinus zegt in zijn sermoon op de geboorte: „De gesloten poort is het zinnebeeld der zuiverheid van haar onbevlekt vleesch. Zij bleef ongeschonden na het baren., en Werd heiliger door de ontvangenis.quot;

11.

-ocr page 254-

242

werd: en door Zijne omhelzing hernieuwde Hij alle vreugden, die zij tijdens Zijne heilige menschheid op aarde gesmaakt had.

Zij zag ook den heiligen en maagdelijken schoot van de Moeder Gods, die helder was als kristal, en waarin de Heer in de gedaante van een kind verscheen ijlings en liefdevol naar haar hart vlugtte: hieruit leerde zij dat, gelijk de menschheid van Christus zich met maagdelijke melk voedde, Zijne Godheid zich voedt met de zuiverheid en liefde van haar hart. Bij het antwoord verhum caro factum est, (1) toen alle zusters eene diepe buiging maakten ter eere van de menschwording van Jesus Christus, hoorde zi] Hem zeggen: »Als iemand zich bij deze woorden uit godsvrucht en dankbaarheid buigt, mij dankende, dat ik om zijnentwil mensch geworden ben, buig ik mij ook tot hem uit

(1) Responsorium, les XII, Nachtgebed III, het Te Beum volgt, en op kersnacht wordt de kersmis gelezen, waarna de lofzangen beginnen.

-ocr page 255-

243

zuiveren aandrang mijner goedheid, en ik draag uit liet diepste mijns harten al de vrucht en verdienste mijner menschheid aan God den Vader op, opdat de eeuwige gelukzaligheid van die personen verdubbeld worden.quot;

Bij de woorden et veritatis trad de heilige Maagd te voorschijn met het dubbele sieraad harer maagdelijkheid en moederschap, en de eerste zuster te rechter zijde van het koor toesprekende , omhelsde zij haar teeder, terwijl zij haar goddelijken Zoon, die zij in hare armen hield, voorstelde; en op die wijze naar iedere zuster voortgaande, stond zij ieder harer toe dat onvergelijkelijk beminnenswaardig Kind te omhelzen. Onder degenen, die aldus begunstigd werden , hielden Hem eenigen allerzorgvuldigst in hare armen, en schenen zeer angstig dat Hij eenig ongemak zou lijden; anderen, in tegendeel, verwaarloosden die voorzorg, en lieten Zijn hoofd op eene pijnlijke wijze nederhangen. Hieruit leerde zij, dat degenen, die geen anderen wil had-

-ocr page 256-

244

den dan God, het hoofd van den lieven Jesus op een zacht klissen lieten rusten, dat Hem door haren goeden wil ondersteunde; terwijl zij wier wil onbuigzaam en onvolmaakt was, het hoold van het kindje Jesus lieten nederhangen. Laat ons dus, mijne beminden, ons hart en geweten , van allen eigenwil zuiveren, en den Heer met een volle en geheele onderwerping aan zijn welbehagen ons hart opdragen, daar Hij niets dan ons geestelijk geluk beoogt, Waarom zouden wij, zells door de geringste kleinigheid, de rust en troost van een zoo teeder Kindje storen, dat met zooveel goedheid en liefde tot ons komt?

Onder de mis Uominus dixit (1) deelde haar de Heer andermaal de kennis mede van al wat er gezegd werd, hetgeen haar een onuitspreke lijk genoegen verschafte.

(1) Introïtus van de eerste of kersmis. Primo-genitus — waarschijnlijk eene verwijzing naar het Evangelie voor de mis.

-ocr page 257-

245

Dan begon zij van af het Gloria in excelds tot de woorden Primoge-nitus Mariai virginis matris te denken, dat de titel van eenige Zoon beter pasten dan van eerstgeborene, omdat de onbevlekte slechts dezen Zoon ter wereld gebracht heeft, dien zij door de kracht van den heiligen Geest verdiende te ontvangen; doch de heilige Maagd zeide haar liefdevol: »Noem mijn beminden Jesus mijn eerstgeborenen, liever dan mijn eenig-geborenen, want ik bracht Hem het eerst voort; doch na Hem of liever door Hem heb ik tot u zijne broeders en mijne kinderen gemaakt, toen ik u door de moederlijke toegenegenheid , die ik u toedraag, heb aangenomen.

Bij de offerande zag de heilige in den geest de zusters al de godvruchtige oefeningen, welke zij gedurende den advent gehouden hadden, aan den Heer opgedragen. Eenigen legden die in den schoot van het kindje Jesus, welks beeld in hare ziel gedrukt was; en de de heilige Maagd boog

-ocr page 258-

246

zich met onvergelijkelijke minzaam-lieid tot ieder harer, terwijl zij haar goddelijken Zoon zoodanig plaatste, dat Hij in Zijne handen ontvangen kon wat zij Hem opdroegen; anderen schenen het altaar te naderen, en bleven te midden van het koor, waar zij hunne gebeden aan de heilige Maagd en haren Zoon opdroegen; doch Hij was niet zoodanig geplaatst, dat Hij die ontvangen kon, en gaf te dien einde eenige teekens. Zij begreep daaruit dat zij, die hunne offeranden in den schoot van het kind Jesns legden, diegenen waren, welke met geheel haar hart, waarin Hij geestelijkerwijze geboren was, met den Heer vereenigd waren, en dat de heilige Maagd haar daarin uit alle kracht bijstond, door zich met haar in hare godsvrucht en geestelijken vooruitgang te verheugen; maar zij, die hare gaven te midden van het koor opgedragen hadden, waren diegenen, welke slechts op dien feestdag aan de geboorte des Heeren dachten, en zich die slechts her-

-ocr page 259-

247

innerden door de bijzondere godsvrucht der Kerk.

Nu naderde die zalige ziel den koning van glorie, om Hem den goeden wil dergenen op te dragen, die vele dingen volbracht zouden hebben, indien zij daarin niet door wettige oorzaken waren verhinderd geworden. En zij vernam in den geest, dat alle gebeden, welke met godsvrucht gestort waren, als paarlen in het zakboekje zouden geplaatst worden, en dat de goede wil van haar die de zelfde godvruchtige oefeningen zouden gehouden hebben, als zij daartoe in staat waren geweest, en die zich daarover bedroefden en dus ook om die nalatigheid vernederden , in den ketting geplaatst zouden worden, waarmede de Heer versierd was, en dat zij door die nabijheid bij het Hart van Jesus zoodanig voordeel zouden trekken, dat zij als den sleutel zouden hebben van een schat, die alles bevatte, wat zij slechts wenschten.

-ocr page 260-

248

HOOFDSTUK VI.

HOE WIJ DE HEILIGE MOEDER GODS MOETEN GROETEN EN VEREEEEN.

oV/aar Gertruda op het feest der Hemelvaart ziek was, was zij niet in staat haar voornemen te volbrengen, om zooveel Ave Marias te bidden, als de heilige Maagd jaren op aarde had geleefd; zij trachtte echter eenigermate in die godsvrucht te voorzien door de drie verzachtingen — Ave Maria, gratia plena, Dominies tecum. Toen zij die met groote vurigheid voor zich zelve en voor allen, die aan hare zorg toevertrouwd waren, opdroeg verscheen haar de heilige Maagd vol glorie, gehuld in een groenen mantel, die met gouden bloemen, in den vorm van klaverbladen, bedekt was, en sprak tot haar: »Zie hoe ik versierd ben met zooveel bloemen, als diegenen voor wie gij gebeden hebt, woorden hebben gesproken in het verzoek, dat zij tot mij richtten; de glans dezer bloemen stemt overeen

-ocr page 261-

249

met de vurigheid hunner gebeden; en ik zal dit tot hun voordeel aanwenden , om hen aangenamer aan mijnen Zoon en aan geheel het hemelsch hof te maken.quot;

De H. Gertruda bemerkte ook dat de H. Maagd onder de klaverbladeren zesbladerige rozen had, en dat drie dier bladeren van goud en met edelgesteenten bezet waren, terwijl de drie anderen , die afwisselend tusschen de drie vorigen stonden, zich door eene bewonderenswaardige verscheidenheid van kleuren kenmerkten. De drie gouden bladeren beduiden de drievoudige verdeelingen van het Ave Maria, welke zij gedurende hare ziekte gemaakt had; en de drie overige bladeren werden er door den Heer by gevoegd — het eerste om haar te beloonen voor de liefde, waarmede zij Zijne zoetste Moeder groette en prees ; het tweede. voor hare bescheidenheid en voorzichtigheid in het besturen barer godsvruchtgedurendehare ziekte, en het derde, voor het vertrouwen, dat zij had, dat de Heer en zijne be-

-ocr page 262-

250

minde Moeder liet weinige, dat zij gedaan had, zouden aannemen.

Bij de Primen smeekte Gertruda den Heer, dat Hij haar de gunst Zijner heilige Moeder verwerven zou, daar zij vreesde haar nooit eene voldoende godsvrucht toegedragen te hebben. Na Zijne goddelijke Moeder menig blijk van teederheid en kinderlijke genegenheid te hebben gegeven, sprak haar de Heer aldus aan: »Herinner u, geliefde Moeder, dat Ik om uwent wil inschikkelijk ben jegens de zondaars, en beschouw Mijne uitverkorene , alsof zij u geheel haar leven met godsvrucht gediend hadde.quot;

Bij deze woorden gaf zich die zuiverste Moeder geheel en al aan Gertruda ter wille van haren goddelijken Zoon. Toen de collecten, Deus, qui virginalem (1) gedurende de Mis gelezen werden, verscheen de Heer om in Zijne heilige Moeder al de vreugden te hernieuwen, die zij gevoeld had bij Zijne ontvangenis. Zijne geboorte.

(1) Collecten Toor de Mis op Hemelvaart.

-ocr page 263-

251

en de andere geheimen Zijner mensch-heid. Bij de woorden Ut sua nos defensions murdto:, (1) welke delieilige met bijzondere godsvruclit las, zag zij de Moeder Gods haren mantel uitstrekken alsof zij in die schuilplaats allen, die hare bescherming zochten, wilde opnemen. De heilige engelen brachten dan allen, die zich zeer godvruchtig tot dit feest voorbereid hadden, en stelden die voor in de gedaante van schoone jonge maagden, welke als voor hare moeder voor haar stonden; terwijl die goede engelen haar verdedigden tegen de strikken der booze geesten, en zorgvuldig tot goede werken aanspoorden.

De heilige leerde hieruit, dat zij die engelachtige bescherming verkregen hadden door de woorden Ut sua defensione, enz.; want de engelen laten nooit na, op haar bevel diegenen te beschermen, welke die roemrijke Maagd aanroepen.

f2) „Opdat wij door hare bescherming gesterkt.quot; enz.

-ocr page 264-

252

HOOFDSTUK VIL

HOE DE MOEDER GODS DE ZONDAARS BIJSTAAT.

la ar na verschenen onder den mantel der heilige Maagd een aantal kleine dieren , (1) welke de zondaars voorstelden, die zich met godsvrucht tot haar wendden. De Moeder van barmhartigheid ontving hen met de teederste liefde, en bedekte hen met haren mantel, daardoor te kennen gevende, met welke voorkomendheid zij diegenen behandelt, welke tot haar hunne toevlucht nemen; hoe zij hen zelfs gedurende hunne afdwalingen beschermt , en door een oprecht berouw met haren Zoon verzoent, als zij hunne misslagen erkennen, en tot haar terngkeeren. Bij de Elevatie zag Gertruda, dat de Zaligmaker zich met al de vreugden Zijner Godheid en Menschheid, aan diegenen gaf, die de Mis met bijzondere godsvrucht ter.

(1) „Divcrsi generis bostiola:.quot;

-ocr page 265-

253

eere Zijner heilige Moeder hadden bijgewoond, en verlangd hadden haar op den dag harer Hemelvaart godvruchtig te dienen; zoodat zij, door de kracht van het aanbiddelijk Sacrament gesteund, in hunne goede begeerten gesterkt werden gelijk het voedsel het menschelijk ligchaam krachten geeft en versterkt.

Na de Mis gingen de aanwezigen naar het kapittel, en de heilige zag eene menigte engelen den Heer omringen, die met groote vreugde de aankomst der kloosterlingen scheen te verbeiden. Hierover verwonderd, zeide zij tot den Heer: »Waarom, Heere, zijt Gij naar dit kapittel gekomen, omringd door zooveel engelen, terwijl wij thans niet de zelfde godsvrucht hebben als op den vooravond uwer goddelijke geboorte?quot; De Heere antwoordde haar: »Ik kom als de Vader eens huisgezins, om diegenen te ontvangen, die uitgenoodigd zijn in mijn Huis te eten. Ook kom ik uit eerbied voor mijne Moeder, om het plechtige feest harer verhevene Hemel-

-ocr page 266-

254

vaart aan te kondigen, en om allen, die zich met eene heilige gesteldheid tot het vieren van dat feest voorbe ■ reid hebben, te ontvangen, Nog kom ik om, door de kracht en het gezag mijner Godheid diegenen vergiffenis te schenken, die zich vernederen wegens de nalatigheden, waaraan zij zich met betrekking tot hunne orde hebben schuldig gemaakt.quot; Hij voegde er nog bij: »Ik ben op al die feesten tegenwoordig, en zie al wat gij doet, ofschoon ik op den vooravond van het feest mijner geboorte op eene bijzondere wijze aanwezig was.quot;

HOOFDSTUK VIII.

11OE DE H. GERTRUDA DE NONEN EN VESPERS BAD TER EERE DER HEILIGE MAAGD.

Gertruda eens met buiten-

gewone godsvrucht de Nonen bad, werd haar geopenbaard, dat de heiige Maagd daags voor hare Hemel-d,art, van het uur der Nonen tot op et oogenblik van haar vertrek uit

-ocr page 267-

255

deze wereld, zoo zeer in God verdiept was, dat er niets mensclielijks meer in-haar was, dat zij alleen door den Geest Gods leefde, en bij voorbaat al de hemelsclie vreugden smaakte, die zij weldra eeuwig en op eene volmaakte wijze in den schoot van God zou ondervinden; en dat de Heer liaar op het derde uur van den nacht met bovenmatige vreugd tot zich nam.

Des avonds bij de Vespers zag de heilige, dat de Heer al den lof, die ter eere Zijner heilige Moeder verkondigd werd, in Zijn Hart verzamelde en dien lof van daar uit als een onstui-misen vloed over haar uitstortte. Ter-wijl de Antiphoon Ista pulchra es gezongen werd, droeg de H. Gertruda den Heer die woorden door Zijn heilig Hart op, ter gedachtenis vandeteedere liefkozingen, die Hij Zijne heilige Moeder bij de zelfde woorden had aangedaan; en deze godsvrucht, door het Hart van Jesus tot aan het hart van Maria doordringende, omringde haar als een gordel van sterren en troostte haar op eene wonderbare

-ocr page 268-

256

wijze. Vele dier sterren schenen op den grond te vallen; (1) docla de heiligen verzamelden die, en boden ze met vreugd en bewondering den Heer aan. Dit beteekende, dat alle heiligen door de overvloedige verdiensten der heilige Maagd eene onuitsprekelijke vreugde, glorie en gelukzaligheid genieten.

Toen de gemeente het antwoord Quae est ista? (2) zong, zongen de engelen met hen. De Heer zelf hief het Ista est speciosa aan, terwijl de heilige Geest zijn goddelijk Hart aanvuurde om het uitmnntendste van alle schepselen te prijzen en te verheerlijken.

Bij den lofzang Quem terra pontus; scheen de heilige Maagd onbekwaam om de volheid van haren wellust te bevatten, en boog zich over den boezem

(1) „Pavimentum.quot;

(2) Vierde Antiphoon van de Vesners, doch nu anders genaamd. De andere antwoorden staau ook in d3 tegenwoordige Getijden, alsmede de lofzang Quem terra, enz.

-ocr page 269-

257

van haren Zoon tot aan de woorden

0 gloriosa Dorrdna. (1)

Dan scheen zij als opgewekt dooide godsvrucht der geloovigen, en strekte hare hand over hen uit, om hen door hare moederlijke liefde te beschermen en te troosten. Bij het vers Deo Fatri, stond zij andermaal op, en maakte drie diepe buigingen ter eere der heilige Drievuldigheid, en ging voort met bidden voor de geheele Kerk tot den Magnincat. Bij den anti-phoon Virgo prudentissima, zond zij een hemelsch licht naar allen, die haar godvruchtig aanriepen.

Bij eene andere gelegenheid, toen Ger^ruda op het feest der Hemelvaart zich zoo zwak gevoelde, dat zij de Metten niet kon bijwonen, bezocht haar de Heer, de ster van boven, met onuitsprekelijke goedheid. Het scheen haar bij het zesde antwoord toe, dat zij in den geest het oogenblik bijwoonde, waarop de heilige Maagd den laatsten tol aan de natuur betaalde

(1) „O Kouingüi der maagdenkooren.quot; Lofzang.

-ocr page 270-

258

en den hemel binnentrad. Hare geestverrukking duurde tot het Te T)eum, toen zij weer tot zich zelve kwam, doch gedurende die verukking werd zij begunstigd met eene hemelsche kennis van alles, wat er gezongen werd, hetgeen haar eene onuitsprekelijke vreugde veroorzaakte.

HOOFDSTUK IX.

HOE DE H. GEETEUDA IN HAEE ZIEKTE GETROOST WERD.

den vooravond van het feest der Hemelvaart, drie jaren nadat zij de genaden verworven had, waarvan wij zoo even spraken, lag de heilige ziek te bed; zij trachtte zich nogtans met alle mogelijke godsvrucht tot dat groote feest voor te bereiden. Terwijl zij zich daarmede bezig hield, zag zij de heilige Maagd in een schoo-nen tuin, die met zorg aangelegd was en met zeldzame bloemen prijkte. De Moeder Gods scheen in eene geest-

-ocr page 271-

259

verrukking te zijn, veroorzaakt door eene overmaat van vreugde en rust terwijl liare gebaren en de opgeruimd-heid van haar gelaat te kennen gaven, dat zij vol van genade was. In dien tuin stonden rozen zonder doornen, leliën wit als sneeuw, geurige viooltjes en vele andere bloemen. Het was echter verwonderlijk, en hoe verder die bloemen van de heilige Maagd verwijderd waren, des te schitterender hare kleur en te zoeter haar geur was. Toen scheen zij dien geur in te ademen, en uit te storten in het hart van haren Zoon, dat te dien einde geopend scheen te zijn. Ook bevond zich in den tuin tusschen die bloemen en de heilige Maagd een groot getal engelen, die God dienden, door haren lof te verkondigen. De H. Johannes Evangelist stond vurig bij haar te bidden, en zij scheen zijne gebeden als een zoeten geur tot zich te trekken.

Daar Gertruda in die verschijning een bijzonder vermaak vond, was zij zeer verlangend te weten wat zij beduidde; en de Heer leerde haar, dat

-ocr page 272-

260

(Je tuin het kuische ligchaam der heilige Maagd was; dat de bloemen hare deugden voorstelden; dat de schoone rozen, die zoo ver van haar af schenen te zijn, de goede werken waren, welke zij uit liefde tot God en den naaste gedaan had, en welke in verdienste toenamen gelijk de liefde, die haar daartoe aanspoorde, groot was; dat de leliën hare zuiverheid verbeelden, en dat de gebeden van den H. Johannes, die zij tot zich scheen te trekken, de glorie beduidden, welke zij door hem ontvangen had ten gevolge van de zorg, die hij voor haar op aarde had gedragen, opdat zij in staat gesteld wierde, meer tijd in gebed door te brengen.

Daarop vroeg zij welk voordeel de H. Joannes daaruit getrokken had, en de Heer gaf ten antwoord: »Bij ieder godvruchtig werk, dat hij mijner Moeder opdroeg, werd mijn hart meer en meer tot hem getrokken.quot; Eindelijk leerde zij, dat de verschijning der Moeder Gods, die zij gezien had, hare ziel voorstelde, die altijd overvloeide

-ocr page 273-

261

van vruchten van deugd, en die zij steeds met de meeste dankbaarheid Gode terug gaf.

Bij de Metten geraakte zij andermaal in eene geestverrukking, en zag zij de heilige Maagd zoet en vreedzaam op haren goddelijken Zoon rusten, terwijl de Zoon in het hart Zijner Moeder eene onuitsprekelijke vreugde stortte, als de vrucht der deugden, die zij had beoefend, en die zij Hem als hare eenige eu ware bron teruggeven had. De eeuwige Vader scheen het eerste antwoord, Vidi speciosam (1) te zingen waardoor geheel het hemelsch hof wist, dat de Moeder Gods inderdaad in zuiverheid en onschuld eene duif geweest was; dat zij door hare begeerten boven de wateren der rivieren opsteeg; dat haar kleed — dat is geheel haar leven

(1) Vidi speciosam, le antwoord. Ie Dachtgebed, op het feest der Hemelvaart; ,/Ik heb u gezien schoon als eene dnive, opstijgende boven de wateren der rivieren; de geur van uw kleed was onuitsprekelijk, en gij waart met rozen en leliën omgeven. Wie is het, die daar opkomt gelijk eene wolk uit de woestijn, welriekend als mirre en wierook.quot;

-ocr page 274-

262

— vol onuitsprekelijke zoetheid was; en dat zij met rozen en leliën — dat is met elke deugd — omgeven was.

Daarna wees de lieilige Geest op de heiligheid van het leven der Moeder Gods door het antwoord Simt cedrus, terwijl de heiligen vol verwondering en vreugde er het derde antwoord, Quae est ista? bijvoegden, hetgeen de H. Gertruda op eene wonderbare wijze verstond; doch hare ongesteldheid deed het haar vergeten. De heiligen gingen daarna achter elkander rondom den troon der heilige Maagd, terwijl zij met diepen eerbied en bewonderenswaardige akkoorden het vierde antwoord Gaude Regina zongen, en de machtige Koningin prezen waarop het eeuwige licht zoo roemrijk geschenen had; zoodat zij aan allen in den hemel en op de aarde als de schoonste en volmaakste Maagd in deugden en genaden toescheen — als eene Moeder, die in onze behoeften voorziet en die hiernamaals onze glorie vermeerderen, en onze vreugd en gelukzaligheid kroonen zal. Deo Gratias.

-ocr page 275-

KLEINE GETIJDEN

VAN DE H. GEBTEUDA.

DE METTEN.

V. Heer, open mijne lipen.

R. En mijn mond zal uwen lof verkondigen.

V. Heer, haast U mij te helpen.

Glorie zij den Vader enz.

LOFZANG.

Aanhoor, o bruidegom der maagden, Den lof der uitverkoren bruid,

Voor wie uw grenzelooze liefde

Der eng\'len woning thans ontsluit.

En gij, Gertruda, bruid des Heeren, Gij, pronkjuweel van \'t hemelschhof

Aanhoor den lofzang, dien wij zingen Uw naam ter eer, uw deugd ten lof.

Lof zij den Vader, lof den Zone,

Lof zij den trooster, heü\'gen Geest,

Door wien deez\'Maagdmethaarbeminde Reeds eeuwen is vereend geweest.

-ocr page 276-

264

GEBED.

Deus qui. O God die er vermaak in schiept, in Ik t allerzuiverste der H. Gertruda te wonen, zuiver onze harten door hare voorspraak en verdiensten , opdat zij eene uwer Majesteit waardige woning mogen worden ; die leeft en heerscht in de eenheid van den heiligen Geest door alle eeuwen. Amen.

V. Kom mij te hulp, enz.

LOFZANG.

Gij waart voor eeuwen uitverkoren Te ontvangen de onwaardeerh\'ren schat Diens \'s Heeren liefde door zijn lijden Ons op deez\' aard verworven had.

Daarom zij eeuwig God geprezen, Daarom Hem eeuwig dank gezegd, Die in den schat van uwe deugden Een erfdeel ons heeft weggelegd Gebed. — Deus qui. O God, enz.

DE PUIMEN.

V. Kom mij te hulp, enz.

-ocr page 277-

265

LOFZANG.

Reeds bij den dageraad uws levens Waart gij door\'t goddelijk licht omstraald, En waren de eerste liefdevonken Reeds in uw maagd\'lijk hart gedaald.

Daarom enz.

Gebed. — Deus qui. 0 God, enz.

DE TERTIEN.

V. Kom mij te hulp, enz.

LOFZANG.

Uw zuiv\'re ziel zocht als beminde Uw Christus hier op aard alleen. Wijl elke vonk van and\'re liefde Uit liefde tot Hem steeds verdween.

Daarom enz. Gebd. — Deus qui. 0 God, enz.

DE SEXTEN.

\\T. Kom mij te hulp, enz.

LOFZANG.

Uw bruidegom, in uw hart gezeteld. Voert daar een koninklijks pracht. Waar and\'ren vaak Zijn wijsheid smaden Of zelfs Zijn aanzijn wordt veracht.

Daarom enz.

Gebed — Deus qui. O God, enz.

12.

-ocr page 278-

264

GEBED.

Deus qui. O God die er vermaak in scliiept, in Ik t allerzuiverste der H. Gertruda te wonen, zuiver onze harten door hare voorspraak en verdiensten , opdat zij eene uwer Majesteit waardige woning mogen worden; die leeft en heerscht in de eenheid van den heiligen Geest door alle eeuwen. Amen.

V. Kom mij te hulp, enz.

LOFZANG.

Gij Waart voor eeuwen uitverkoren Te ontvangen de onwaardeerb\'ren schat Diens \'s Heeren liefde door zijn lijden Ons op deez\' aard verworven had.

Daarom zij eeuwig God geprezen, Daarom Hem eeuwig dank gezegd, Die in den schat van uwe deugden Een erfdeel ons heeft weggelegd Gebed. — Deus qui. O God, enz.

DE PRIMEN.

V. Kom mij te hulp, enz.

-ocr page 279-

265

LOFZANG.

Reeds bij den dageraad uws levens Waart gij door\'t goddelijk licht omstraald, En waren de eerste liefdevonken Reeds in uw maagd\'lijk hart gedaald.

Daarom enz.

Gebed. — Deus qui. O God, enz.

DE TERTIÉN.

V. Kom mij te hulp, enz.

LOFZANG.

üw zuiv\'re ziel zocht als beminde Uw Christus hier op aard alleen. Wijl elke vonk van and\'re liefde Uit liefde tot Hem steeds verdween.

Daarom enz. Gebd. — Deus qui. O God, enz.

DE SEXTEN.

V. Kom mg te hulp, enz.

LOFZANG.

Uw bruidegom, in uw hart gezeteld, Voert daar een koninklijke pracht. Waar and\'ren vaak Zijn wijsheid smaden Of zelfs Zijn aanzijn wordt veracht.

Daarom enz.

Gebed — Deus qui. O God, enz.

12.

-ocr page 280-

266

DE NONEN.

V. Kom mij te hulp, enz.

LOFZANG.

Gij voeddet een oprechte liefde, Een liefde sterker dan de dood. Wijl gij uw Jesus diep beweendet, Die voor uw heil Zijn leven bood.

Daarom enz. Gebed. — Deus qui. O God enz.

DE VESPERS.

V. Kom mij te hulp, enz.

LOFZANG.

Zijn rechter hand slaat diepen wonden, Maar brengt ook de overwinning aan, Daar de offers van Zijn Vaderliefde Voor eeuwig aan Zijn zijde staan.

Daarom enz.

Gebed. — Deus qui. O God, enz.

DE KOMPLETEN. V. Kom mij te hulp, enz.

-ocr page 281-

267

LOFZANG.

üw aardsche baan is thans ten einde, ü is des overwinnaars kroon, En eeuwig zult gij vreedzaam rusten Aan \'tHart van \'s Heeren dierb\'ren Zoon.

Daarom enz.

Gebed. — Deus qui. O God enz.

O ra pro nobis beata Gertrudis: ut digni efiiciamur promiseionibus Christe.

-ocr page 282-

(

-ocr page 283-

INHOUD.

DEEL I.

OPENBARINGEN OVER DE LIEFDE VAN HET

HART VAN JESÜS TOT ZIJNE SCHEPSELEN.

Hoofdst. Bladz.

T. Inleiding................................. 1.

II. Hoe het Hart van Jesus ons vertrouwen lief heeft en beloont... 12.

III. Hoe het Hart van Jesus de gelijk

vormigheid aan Zijnen wil in krankheid lief heeft en beloont. 20.

IV. Hoe het Hart van Jesus de gods

vrucht voor zijn lijden beloont.. 26.

V. Hoe het Hart van Jesns ons lijden

beloont en hoog schat............. 33.

VI. Hoe het Hart van Jesus onze onvolmaakte pogingen te hulp komt. 36.

VU. Van de overvloedige deugd die uit het Hart van Jesus in de getrouwe ziel vloeit............................ 40.

V111. Hoe de ziel God kan zoeken, en zich op vier wijzen gelijkvormig aan Hem kan maken.................... 44.

XI. Van een geheimzinnig kanaal waardoor wij iedere genade uit het Hart van Jesns k nnen trekken... 47.

X. Hoe zij, die den gekruisten Jesus lief hebben, hun kruis achter Hem moeten dragen............... 58.

-ocr page 284-

INHOUD.

Hoofdst. Bladz. XI. Zij, die arbeiden aan de voortplanting van het Geloof, worden beloond, alsof zij den Zaligmaker gekleed hadden. — Engelen omringen de zaligen................. 60.

XII. Hoe wij onze werken door den Zoon aan den eeuwigen Vader moeten opdragen.......................... 63.

XIII. Waarom God behagen schept in het beeld van den gekrnisten Jesns. 66.

XIV. De waarde en kracht der goede begeerten.............................. 68.

XV. Hoe wij nit de verdiensten van anderen nut kunnen trekken...... 70.

XVI. Hoe de Heer de H. Gertruda troostte door haar Zijn Hart aan

te bieden........................... 73,

XVII. l)e waarde van een goeden wil., 77. XVIH. Over kwijning, veroorzaakt door

de Goddelijke Liefde............ 82.

XIX. Hoe zinnelijk genot ons de geestelijke vreugde beneemt.......... 83.

XX Hoe de Ziel gezuiverd en versierd wordt door de verdiensten van

Jesns Christus.................... 87.

XXI. Over de ware manier om op geestelijke wijze de lichamelijke werken van kannhartigheid te beoefenen.............................. 94.

XXH. Over de offerande van de verdiensten van Jesus Christus voor de zenden der Kerk..................... 96.

XXIII. Hoe wij deelachtig kunnen worden aan de verdiensten van Jesus-Christus............................ 99,

270

-ocr page 285-

IXHOUD.

Hoofdst. Bladz.

XXIV. De heilige leert hoe de zondeu der

Kerk te boeten................... 100.

XXV. Hoe de Glorie en Gelukzaligheid van den H. Benedictns aan de H. Gertrnda vertoond werd.... 106.

DEEL II.

OPEN BAKINGEN OVER DE LIEFDE VAN HET HART VAN JESÜS IN HET ALLERHEILIGSTE SAKEAMENT.

T. Hoe het Hart van Jesns ons nit-noodigt tot de H. Tafel te naderen, niettegenstaande onze on

waardigheid........................ 111,

11. De Heer verschijnt aan de H. Gertrnda in de gedaante van een \' Pelikaan............................ 118.

III. Hoe de H. Gertrnda zich tot de H.

Communie voorbereidde......... 12Ü.

IV. Over de waarde en het gewicht dei-

Geestelijke Communie........... 124.

V. Hoe aangenaam het is aan het Hart

van Jesus, dikwijls te communi-cceren............................... 132.

VI. De Heer toonde Zijn Hart aan de

H. Gertruda...................... 134.

VU. Hoe Gertruda in geestverrukking

Mis hoorde........................ 135.

Vlll. Hoe Gertruda leerde, de Mis in

den geest hij te wonen............ 149,

271

-ocr page 286-

INHOUD.

DEEL III.

DE LIEFDE VAN HET HART VAN JESUS IN HET

SAKRAMENT VAN BOETVAARDIGHEID. Hoofdst. Bladz.

I. Over de waarde en kracht der

Biecht — hoe wij de moeijelijk-heden moeten overwinnen, die wij gevoelen als wij tot het Sakra-ment van Boetvaardigheid naderen ................................ 153.

II. Over de liefde, die het Hart van

Jesus de rechtvaardigen toedraagt, door hen tot hunne vernedering te laten vallen......... 161.

III. Aran het voordeel dat wij uit onze

gebreken kunnen trekken....... 1G3.

IV. Van de hernieuwing der zeven Sa-

kramenten in hare ziel en van

de broederlijke liefde............ 165.

V. Hoe de onvolmaaktheden, waarvan wij vergeten ons in de Biecht te beschuldigen door God vergeven worden.............................. 169.

DEEL IV.

DE LIEFDE VAN HET HART VAN JESUS TOT DE ZIELEN IN HET VAGEVUUR.

I. Van de Liefde van het Hart van

Jesus, wanneer het de ziel in krankheid zuivert................. \'J74.

II. Hoe eene ongehoorzaamheid door

eene ziekte werd lütgewischt.. 182.

172

-ocr page 287-

INHOUD. 173

Hoofdst. Bladz.

ITI. Hoe ile ziel verlangt na den dood

gereinigd te worden............. 185.

I V. Over den doodstrijd en het sterven van M: B. en over hare zalige z-el — hoe heilzaam het is de zielen in het Vagevuur bij te

staan................................. 192.

V. Hoe de zielen van G. en B. werden gezuiverd van het Terzuimeo dei-biecht, en het vermaak scheppen in aardsche zaken................. 196.

V1. Zij die lang in zonde geleeft hebben, worden niet gemakkelijk geholpen door de gebeden der Kerk, en moeijelijk verlost............ 203.

Vil. Van de gebeden voor de zielen van

overleden bloedverwanten....... 208.

DEEL V.

OPENBARINGEN OVER DE LIEFDE VAN HET HART VAN JESÜS TOT ZIJNE MOEDER.

I. Hoe het Hart van Jesus verlangt

dat zijne Moeder geëerd worde. 214. H. Hoe krachtig de heilige Maagd, diegenen beschermt, die haar «anroepen; en hoe wij onze nalatigheden in haar te dienen,

kunnen herstellen................ 1)S.

lit. Hoe wij het lijden van Christus kunnen overwegen, en den lof der maagdelijke MoederGodskunneu verkondigen door het bidden der zeven kerkelijke getijden........ 228,

-ocr page 288-

gt;74

Hoofdst. IV.

INHOUD.

Hoe Gertruda door het Hart Tan Jesiis leerde zijne heilige Moeder te vereeren op het feest

Zijner geboorte.................... 234. ,

V. Verschijning der heilige Maagd op

Kersnacht........................... 238.

VI. Hoe wij de heilige Moeder Gods

moeten groeten en vereeren.... 248.

VIL Hoe de Moeder Gods de zondaars

bijstaat.............................. 252.

V111. Hoe de H. Gertruda de Nonen en Vespers bad ter eere der heilige Maagd.............................. 254.

1X. Hoe de H. Gertruda in hare ziekte

getroost werd..................... 258.

Bladz.

-ocr page 289-

1r

AANBEVOLEN WERKEN:

EENE MAAND voor alle maanden des

jaars............................................

lu linnen bandje.......................

MARIA ONS VOORBEELD of door Maria

tot Jesus......................................

In linnen band........................

DE MEI-MAAND geheiligd door het overwegen van het leven der Aller/t.

Maacjd.........................................

In linnen band........................

GRONDREGELS tot geruststelling en bemoediging van godvruchtige harten

door Qaadrupani............................

In linnen band........................

HANDBOEKJE der dienaren van Onze

Lieve Vrouw van Goeden Raad.........

In linnen band........................

MARIA of de schoonheden van den H.

Naam van Maria door H. Lebon.......

DE ZEVEN SMARTEN der Allerk. Maagd, benevens de Zeven Blijdschappen en Zeven Droefheden van den H. Joseph....

In linnen band........................

DE ZEVEN WOENSDAGEN ter eere van den H. Joseph...............................

/0.40 ii 0.50

„ 0.50 „ 0.75

„ 0.50 ii 0.75

i, 0.25

„ 0.40

„ 0.25

„ 0.40

i, 0.15

i, 0.25 „ 0.40

„ 0.15

-ocr page 290-

ONMISBAAR HANDBOEKJE der Godvruchtige Zielen............................. /

In linnen band......................... »

NIEUW VOLLEDIG GEESTELIJK ROZE-LAARKEN der Atterh. Maagd Maria. „

In linnen band........................ »

MA UI A of de schoonlieden van den II. Naam

van Maria, door H. Lebon.................. „

LEVEN EN MIRAKELEN der 11. Barbara, met godvrnchtige oefeningen...... „

HANDBOEKJE der vereerders van het Heilig Hart van Jesus (■quot;■\'oor het Apos-

laat des gebeds.)............................ u

DE RELIGIEUS op den weg naav Calva-rie, of gids voor Religiensen op den

Kruisweg...................................... «

DE EERSTE H. COMMUNIE, de gebeden en overwegingen voor kinderen om hen tot het waardig ontvangen hnnner

Eerste II. Communie voor te bereiden..... „

De NAVOLGING vau het II. Hart van Jesus,in vierhoeken, door P. J. Arnold S. J. vertaald door F. W. Tscbierschke

R. K. Priester............................... n

DE MAAND der heilige Familie of de

maand Dec. door den Eerw. Heer Laden.. „ DEVOTIE tot de II. Anna door eenen

dienaar dezer H. Moeder................... «

DE ROZENKRANS, aanteekeningen; wijze van bidden, aflaten enz. door een Predikheer............................................ »

0.1(1

O.K

0.1(1

o.ii\'te?

-ocr page 291-
-ocr page 292-
-ocr page 293-