Kast 221 PI. • N0.11
RIJKSUNIVERSITEIT TE UTRECHT
2717 401 4
WETBOEK VAN STRAFRECHT,
(Zooals liet is vastgesteld bij do wet van 3 Maart 1881 (Slaatsblad 11° 35) en gewijzigd bij de wet van 15 Januari 1880 (Slaatsblad n0. 6),
EN
BEPALINGEN
tot uitvoering van de artikelen 88 en 39 van dat wetboek.
(Wet van 15 Januari IS86 Staatsblad n0. 7).
0FFIC1ËELE UITGAVE.
TE \'S GMVEMIAGE ,
VERKRIJGBAAR GESTELD BIJ VAN WEELDEN EN MINGELEN.
1 8 8 6.
P r ij s: 35 CE y t.
GEDRUKT TER AI.GEMEENE LANDSDRUKKERIJ.
WETBOEK VAN STRAFRECHT.
EERSTE BOEK.
ALGEMEEPiE BEPALINGEN.
TITEL 1.
Omvang van de \'werking der straf ml.
Artikel 1.
Geen feit is strafbaar dan uit kracht van cene daaraan voorafgegane wettelijke strafbepaling.
Bij verandering in de wetgeving na het tijdstip waarop het feit begaan is , worden de voor den verdachte gunstigste bepalingen toegepast.
Artikel 2.
De Nederlandsche strafwet is toepasselijk op ieder die zich binnen het rijk in Europa aan eenig strafbaar feit schuldig maakt.
2
Artikel 3.
De Nederlandsche strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten bet rijk in Europa aan boord van een Neder-landscb vaartuig aan eenig strafbaar feit schuldig maakt.
Artikel 4.
De Nederlandsche strafwet is toepasselijk op ieder die zich buiten het rijk in Europa schuldig maakt:
1°. aan een dor in de artikelen 92—96, 105 en 108—110 omschreven misdrijven;
2°. aan eenig misdrijf ten opzichte van rijksmuntspeciön , rijksmuntpapier, of van rijkswege uitgegeven zegels of merken;
3°. aan valschheid hetzij in schuldbrieven of certificaten van schuld van den Nederlandschen staat of van eene Nederlandsche provincie, gemeente of openbare instelling, hetzij in de tot een dezer stukken be-hoorende talons , dividend- of rentebewijzen , of in de bewijzen in plaats van deze stukken uitgegeven, of aan het opzettelijk gebruik maken van eenig der bier vermelde geschriften ;
4°. nan een der in de artikelen 381, 382 en 385 omschreven misdrijven.
Artikel 5.
De Nederlandsche strafwet is toepasselijk op den Nederlander die zich buiten het rijk in Europa schuldig maakt:
1°. aan een der misdrijven omschreven in de Titels I en II van het Twee Ie Boek, en in de artikelen 206 , 237 , 388 en 389 ;
2°. aan een feit hetwelk door de Nederlandsche strafwet \' als misdrijf wordt beschouwd en waarop door de wet van het land , waar het begaan is, straf is gesteld.
De vervolging kan ook plaats hebben , indien de verdachte eerst na het begaan van het feit Nederlander wordt.
3
Artikel 6.
De Nederlaudsche strafwet is toepasselijk op deo Neder-landschen ambtenaar die zich buiten het rijk ia Europa schuldig maakt aan een der misdrijven omschreven in Titel XXVIII van het Tweede Boek.
Artikel 7.
De Nederlaudsche strafwet is toepasselijk op den schipper en de opvarenden van een Nederlandsch vaartuig-, die zich buiten het rijk in Europa, ook buiten boord, schuldig maken aan een der (strafbare feiten omschreven ia Titel XXIX vau het Tweede Boek en Titel IX van het Derde Boek.
Artikel 8.
De toepasselijkheid der artikelen 2—7 wordt beperkt door de uitzonderingen in het volkenrecht erkend.
TITEL II.
Sir af en.
Artikel 9.
De straffen zijn :
a. hoof J straffen :
1°. gevangenisstraf,
2°. hechtenis,
3°. geldboete;
b. bijkomende straffen:
1°. ontzetting\' van bepaalde rech\'.en ,
2°. plaatsing in eane rijkswerkinrichting,
3°. verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen ,
4°. openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
4
Artikel lO.
De gevangenisstraf is levenslang of tijdelijk.
De duur der tijdelijke gevangenisstraf is ten minste een dag en ten hoogste vijftien achtereenvolgende jaren.
Zij kan voor ten hoogste twintig achtereenvolgende jaren worden opgelegd in de gevallen waarin op het misdrijf levenslange en tijdelijke gevangenisstraf ter keuze van den rechter zijn gesteld, en in die waarin wegensstrafverhoo-ging ter zake van samenloop van inisdrijven, herhaling van misdrijf of het bepaalde bij artikel 44, de tijd van vijftien jaren wordt overschreden.
Zij kan in geen geval den tijd van twintig jaren te boven gaun.
Artikel 11.
Gevangenisstraf van vijf jaren of minder wordt geheel, gevangenisstraf van langeren duur gedurende de vijf eerste jaren in afzondering ondergaan.
In geval van veroordeeling tot gevangenisstraf van langeren duur dan van vijf jaren , kan net hoofd van het Departement van Justitie, op verzoek van den veroordeelde, hem vergunnen zijnen verderen straftijd geheel often deele in afzondering door te brengen.
Artikel IS.
De afzonderlijke opsluiting wordt niet toegepast;
1°. op hen die tijdens hunne veroordeeling den leeftijd van veertien jaren nog niet hebben bereikt;
2°. op gevangenen boven don leeftijd van zestig jaren, tenzij op eigen verzoek ;
3°. op gevangenen die daarvoor na geneeskundig onderzoek ongeschikt blijken te zijn.
Artikel 13.
1 De gevangenen die hunne straf in gemeenschap ondergaan , worden verdeeld in klassen.
5
Arlükcl 14.
De gevangene is verplicht tot het verrichten van den hem opgedragen arbeid, overeenkomstig de voorschriften ter uitvoering van artikel 22 gegeven.
^— Arllkcl 15.
De tot gevangenisstraf veroordeelde kan , wanneer hij drie vierden van zijn straftijd en tevens ten minste drie jaren in de gevangenis heeft doorgebracht, voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld.
Deze invrijheidstelling is te allen tijdn herroepbaar ingeval do veroordeelde zicii slecht gedraagt öf in strijd handelt met de in zijnen verlofpas uitgedrukte voorwaarden.
De tijd verloopen tusschen de invrijheidstelling en het .besluit van herroeping wordt niet in rekening gebracht op den duur der straf.
De gevangene wiens invrijheidstelling is herroepen , kan niet opnieuw voorwaardelijk in vrijheid worden gesteld.
De gevangenisstraf wordt geacht geheel te zijn ondergaan , indien zonder herroeping de straftijd is verstreken.
Artikel 1G
De besluiten van voorwaardelijke invrijheidstelling en die van herroeping worden genomen door het hoofd van het Departement van Justitie, de eerste op voorstel of na ingewonnen bericht van het bestuur der gevangenis.
De aanhouding van den voorwaardelijk in vrijheid gestelde , die zich slecht gedraagt of in strijd handelt met de in zijnen verlofpas uitgedrukte voorwaarden, kan in het belang der openbare orde worden bevolen door het hoofd van de gemeentepolitie ter plaatse waar hij zich bevindt of door den officier van justitie vuii het arrondissement waartoe die plaats behoort, onder verplichting om daarvan onverwijld kennis te geven aan het Departement van Justitie.
Volgt daarna de herroeping. dan wordt zij geacht bevolen te zijn op den dag der aanhouding.
Artikel 17.
Het formulier der verlofpassen en de verdere voorschriften ter uitvoering van de artikelen 15 en 16 worden vastgesteld bij algemeenen maatregel van inwendig bestuur.
6
Artikel 1».
De duur der hechtenis is leu minste een dag en ten hoogste een jaar.
Zij kan voor ten hoogste een jaar en vier maanden worden opgelegd in de gevallen waarin wegens strafverhooging ter zake van samenloop van misdrijven, herhaling van misdrijf of het bepaalde bij artikel 44, de tijd van een jaar wordt overschreden.
Zij kan in geen geval den tijd van een jaar en vier maanden te boven gaan.
Artikel 19.
Behoudens de bepaling van artikel 25, worden hechtenis en gevangenisstraf niet in hetzelfde gesticht ondergaan.
Den veroordeelde wordt, op zijn verzoek , vergund de hechtenis in afzondering te ondergaan.
Artikel 12 is van toepassing op de hechtenis.
Artikel 20,
De tot hechtenis veroordeelde houdt zich bezig met zoo-•danigen arbeid als hij verkiest, behoudens de voorschriften van orde en tucht ter uitvoering van artikel 22 gegeven.
Over de opbrengst van zijn arbeid heeft hij de vrije beschikking.
Wanneer hij in gebreke blijft zich met eenigen arbeid bezig te houden , kan hij onderworpen worden aan de bepaling van artikel 14.
Aitlkel 31.
De duur dor tijdelijke gevangenisstraf en der hechtenis wordt in de rechterlijke uitspraak aangewezen in dagen , weken , maanden en jaren, niet in gedeelten daarvan.
Artikel 33.
De wet wijst de gestichten aan waar hetzij gevangenisstraf, hetzij hechtenis wordt ondergaan.
De inrichting en het beheer dezer gestichten, de verdeeling der gevangenen in klassen , de arbeid , de bestemming van de opbrengst van den verplichten arbeid , het •onderwijs , de godsdienstoefeningen en de tucht worden ,
naar beginselen bij de wet te stellen , geregeld bij alge-tneenen maatregel van inwendig bestuur.
Huishoudelijke reglementen voor elk gesticht worden door de besturen ontworpen en door den Koning vastgesteld.
Artikel 33.
Het bedrag der geldboete is ten minste vijftig cents.
Bij veroordeeling tot geldboete wordt die boete, bij gebreke van betaling binnen twee maanden na den dag waarop de rechterlijke uitspraak kan worden ten uitvoer gelegd, vervangen door bechtrfnis.
De duur dezer hechtenis is ten minste een dag en ten hoogste zoovele dagen als het maximum der bedreigde geldboete vijftallen guldens bevat, of, indien dit maximum negenhonderd gulden te boven gaat, zes maanden.
Die duur wordt in de rechterlijke uitspraak in dier voege bepaald dat niet meer dan een dag voor eiken halven gulden der opgelegde boete in de plaats treedt.
De hechtenis kan voor ten hoogste acht maan 1 en worden opgelegd in de gevallen waarin wegens strafverhoo-ging ter zake van samenloop van misdrijven , herhaling van misdrijf of het bepaalde bij artikel 44, de som van negenhonderd gulden wordt overschreden.
Zij kan in geen geval den tijd van acht maanden te boven gaan.
Artikel 94.
De veroordeelde kan de bechtenis ondergaan, zonder ■den termijn van betaling af te wachten.
Hij is altijd bevoegd zich van de hechtenis te bevrijden door betaling van de boete.
Nadat de uitvoering der hechtenis is aangevangen, bevrijdt de betaling van een evenredig gedeelte der boete van de verdere uitvoering; dat gedeelte staat in dezelfde verhouding tot de geheele boete als het nog overblijvend gedeelte der hechtenis staat tot den geheelen duur der hechtenis.
Anlkel 25.
Bevindt de veroordeelde, die hechtenis ter vervanging van de boete moet ondergaan , zich in een gesticht bestemd tot de uitvoering van gevangenisstraf, dan kan op zijn verzoek de hechtenis terstond na het eindigen der gevangenisstraf in dat gesticht worden on lergaan , zonder daardoor van aard te veranderen.
8
Artikel 30.
üe gevangenisstraf en de hechtenis gaan in op den dag der tenuitvoerlegging van de rechterlijke uitspraak , voor zooveel elke dezer straffen betreft.
Arllkcl 37.
Bij de rechterlijke uitspraak kan worden bepaald dat de tijd , door den veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van die uitspraak voorloopig in verzekerde bewaring doorgebracht, bij de uitvoering van de hem opgelngde tijdelijke gevangenisstrnf, hechtenis of geldboete geheel of gedeeltelijk zal worden in mindering gebracht; wat de geldboete betreft volgens den in het derde lid van artikel 24 bepaalden maatstaf.
Üo bepaling van dit artikel is ook toepasselijk ingeval r bij gelijktijdige vervolging wegens meerdere feiten , de veroordeeling wordt uitgesproken ter zake van een ander feit dan waarvoor de veroordeelde zich voorloopig in verzekerde bewaring bevindt.
Artikel 38.
De rechten waarvan de schuldige, in de bij de wet bepaalde gevallen , bij rechterlijke uitspraak kan worden ontzet, zijn :
1°. het bekleeden van ambten of van bepaalde ambten ;.
2°. het dienen bij de gewapende macht;
3°. bet kiezen en de verkiesbaarheid bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen ;
4°. hel zijn van raadsman of gerechtelijk bewindvoerder en het zijn van voogd, toeziende voogd , curator of toeziende curator over anderen dan eigen kinderen;
5°. de vaderlijke macht, de voogdij en de curateele over eigen kinderen ;
6°. de uitoefening van bepaalde beroepen.
Ontzetting van leden der rechterlijke macht, die hetzij voor hun leven , hetzij voor een bepaalden tijd zijn aangesteld , of van andere voor hun leven aangestelde ambtenaren , geschiedt, ten opzichte van het ambt waartoe zij aldus zijn aangesteld , alleen in de gevallen en op de wijze bij dc wet bepaald.
9
Artikel SO.
Ontzetting van het recht om ambten of bepaalde ambten te bekleeden en bij de gewapende macht te dienen kan , behalve in de gevallen in het Tweede Boek omschreven, worden uitgesproken bij veroordeeling wegens eenig ambtsmisdrijf of wegens eenig misdrijf waardoor de schuldige een bijzonderen ambtsplicht schond of waarbij hij gebruik maakte van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken.
Artikel 30.
Ontzetting van do vaderlijke macht en van de voogdij , de toeziende voogdij , de curateele en de toeziende curateele, zoowel over eigen kinderen als over anderen, kan, behalve in de gevallen in liet Tweede Boek omschreven, worden uitgesproken bij veroordeeling van :
1°. ouders of voogden die opzettelijk met een aan hun gezag onderworpen minderjarige aan eenig misdrijf deelnemen;
2°. ouders of voogden die tegen een aan hun gezag onderworpen minderjarige eenig misdrijf plegen, omschreven in de Titels XIII, XIV, XV, XVill, XIX en XX van het Tweede Boek.
Artikel 31.
Wanneer ontzetting van rechten wordt uitgesproken r bepaalt de rechter den duur ,tils volgt:
1°. bij veroordeeling tot levenslange gevangenisstraf, voor het leven ;
2°. bij veroordeeling tot tijdelijke gevangenisstraf of tot hechtenis, voor een tijd den duur der hoofdstraf (en minste twee en ten hoogste vijf jaren te boven gaande;
3°. bij veroordeeling tot geldboete, voor een tijd van ten minste twee en ten hoogste vijf jaren.
Dt. straf gaat in op den dag waarop de rechterlijke uitspraak kan worden ten uitvoer gelegd.
Artikel 33.
In de bij de wet bepaalde gevallen kan de rechter gelasten , dat de veroordeelde in eene rijkswerkinrichting worde
10
geplaatst voor ten minste drie maanden en ten hoogste drie jaren.
De bepalingen der artikelen 14, 21 en 22 zijn toepas\' selijk op de straf van plaatsing in eene rijkswerkinrichting.
De straf gaat in op den dag waarop de hoofdstraf eindigt.
Artikel 33.
Voorwerpen den veroordeelde toebehooremle, doormiddel van inisdijf verkregen of waarmede misdrijf opzettelijk is gepleegd , kunnen worden verbeurdverklaard.
Bij veroordeeling wegens misdrijf, niet opzettelijk gepleegd , of wegens overtreding , kan gelijke verbeurdverklaring worden uitgesproken in de bij de wet bepaalde gevallen.
Artikel 31.
Verbeurdverklaring van niet in beslag genomen voorwerpen wordt, ingeval die voorwerpen niet worden uitgeleverd of het geldelijk bedrag waarop zij bij de uitspraak geschat worden , niet wordt betaald binnen twee maanden na den dag waarop de rechterlijke uitspraak kan worden ten uitvoer gelegd , vervangen door hechtenis.
De duur dezer hechtenis is ten minste een dag eu ten hoogste zes maanden
Die duur wordt in do rechterlijke uitspraak in dier voege bepaald, dat niet meer dan een dag voor eiken hal ven gulden van quot;het in het eerste lid bedoeld geldelijk bedrag in de plaats treedt.
Op deze hechtenis zijn de artikelen 24 en 25 van toepassing.
Ook de uitlevering van de voorwerpen bevrijdt van de hechtenis.
Artikel 35.
Alle kosten van gevangenisstraf, hechtenis en plaatsing in eene rijkswerkinrichting komen ten laste, alle opbrengst van geldboeten en verbeurdverklaringen ten bate van den staat.
Artikel 36.
In de gevallen waarin de rechter krachtens de wet de openbaarmaking zijner uitspraak gelast, bepaalt hij tevens de wijze waarop aan dien last op kosten van den veroordeelde uitvoering wordt gegeven.
11
TITEL HI.
Uitsluiting, vermindering en verhooging der strafbaarheid.
Artikel 37.
Niet strafbaar is hij die een feit begaat dat hem wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing zijner verstandelijke vermogens niet kan worden toegerekend.
Blijkt dat het begane feit hem wegens de gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke storing zijner verstandelijke vermogens niet kan worden toegerekend, dan kan de rechter gelasten dat hij ijl een krankzinnigengesticht worde geplaatst gedurende een proeftijd , den termijn van een jaar niet te boven gaande.
Artikel 38. (1)
Een kind wordt niet strafrechtelijk vervolgd wegens een feit. begaan voordat het den leeftijd van tien jaren heeft bereikt.
Valt het begane feit in de bepaling van een misdrijf waarop gevangenisstraf is gesteld en dat niet alleen op klachte vervolgbaar is of in die der overtredingen omschreven in artikel 432, dan kan de burgerlijke rechter, op vordering van het Openbaar Ministerie, gelasten dat het kind in een rijksopvoedingsgesticht zal geplaatst worden , ten hoogste tot den leeftijd van achttien jaren.
Dezelfde rechter kan altijd het ontslag gelasten.
Artikel 30. (1)
Bij strafrechtelijke vervolging van een kind wegens een feit, begaan voordat het den leeftijd van zestien jaren heeft bereikt, onderzoekt de rechter of het met oordeel des onderscheids gehandeld heeft.
Blijkt niet dat het met oordeel des onderscheids heeft gehandeld , dan wordt op het kind geene straf toegepast. Valt het begane feit in de bepaling van een misdrijf waarop gevangenisstraf is gesteld en dat niet alleen op klachte vervolgbaar is of in die der overtredingen omschreven in artikel 432 , dan kan de rechter gelasten dat het kind in een rijksopvoedingsgesticht zal geplaatst worden , ten hoogste tot den leeftijd van achttien jaren.
Dezelfde i-echter kan altijd het ontslag gelasten.
(1) Gewijzigd by de wet van 15 Januari 188G (Staatshlad u», 6).
12
Blijkt dat het kind met oordeel dos onderscheids heeft gehandeld, dan wordt liet maximum der hoofdstraffen , op het strafbare feit gesteld , met een derde verminderd.
Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt gevangenisstraf opgelegd van ten hoogste vijftien jaren.
De in artikel 95 1°. en 4°. vermelde bijkomende straffen worden niet opgelegd.
Arlikel 40.
Niet strafbaar is hij die een feit begaat waartoe hij door overmacht is gedrongen.
Artikel 41.
Niet strafbaar is hij die een feit begaat, geboden door de noodzakelijke verdediging van eigen of eens anders lijf, eerbaarheid of goed tegen oogenblikkelijke, wederrechtelijke aanranding
Niet strafbaar is de overschrijding van de grenzen van noodzakelijke verdediging, indien zij liet onmiddellijk gevolg is geweest van eeue hevige gemoedsbeweging, door de aanranding veroorzaakt.
Artikel 4S.
Niet strafbaar is hij die eeu feit begaat ter uitvoering van een wettelijk voorschrift.
Artikel 43.
Niet strufbaar is hij die een feit begaat ter uitvoering van een ambtelijk bevel, gegevendoor het daartoe bevoegde gezag.
Een onbevoegd gegeven ambtelijk bevel heft de strafbaarheid niet op , tenzij het door den ondergeschikte te goeder trouw als bevoegd gegeven werd beschouwd en de nakoming daarvan binnen den kring zijner ondergeschiktheid was gelegen.
Artikel tl
Indien een ambtenaar door het begaan van een straf baar feit een bijzonderon ambtsplicht schendt of bij het begaan van een strafbaar feit gebruik maakt van macht, gelegenheid of middel hem door zijn ambt geschonken , kan de straf met een derde worden verhoogd.
13
TITEL IV.
Poging.
Artikel 45.
Poging tot misdrijf is strafbaar , wanneer het voornemen des daders zich door eeu begin van uitvoering heeft geopenbaard en de uitvoering alleen ten gevolge van omstandigheden van zijnen wil onafhankelijk niet is voltooid.
Het maximum der hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij poging met een derde verminderd.
Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt gevangen1 sstraf opgelegd van ten hoogste vijftien jaren.
De bijkomende straffen zijn voor poging dezelfde als voor het voltooide misdrijf.
Artikel 10
Poging tot overtreding is niet strafbaar.
TITEL V.
Deelneming aan strafbare feiten.
Artikel 47.
Als daders van een strafbaar feil worden gestraft:
1°. zij die het feit plegen , doen plegen of medeplegen;
2°. zij die door giften , beloften , misbruik van gezag, geweld , bedreiging of misleiding het feit opzettelijk uitlokken.
Ten aanzien der laatsten komen alleen die handelingen in aanmerking die zij opzettelijk hebben uitgelokt , benevens hare gevolgen.
Artikel 4S.
Als medeplichtigen aan een misdrijf worden gestraft:
1°. zij die opzettelijk behulpzaam zijn bij het plegen van het misdrijf;
2°. zij die opzettelijk gelegenheid , middelen of inlichtingen verschaffen tot het plegen van het misdrijf.
14
Artikel 49.
Het maximum der hoofdstraffen op het misdrijf gesteld wordt bij medeplichtigheid met een derde verminderd.
Geldt het een misdrijf waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld, dan wordt gevangenisstrnf opgelegd van ten hoogste vijftien jaren.
De in artikel 9 5 1°., 3®. en 4°. vermelde bijkomende straffen zijn voor medeplichtigheid dezelfde als voor het misdrijf zelf.
B j het bepalen van de straf komen alleen die handelingen in aanmerking die de medeplichtige opzettelijk heeft gemakkelijk gemaakt of bevorderd, benevens hare gevolgen.
Artikel AO.
De persoonlijke omstandigheden waardoor do strafbaarheid uitgesloten, verminderd of verhoogd wordt, komen bij de toepassing der strafwet alleen in aanmerking ten aanzien van dien dader of medeplichtige wien zij persoonlijk betreffen.
Arllkcl Al.
In de gevallen waarin wegens overtreding straf wordt bepaald tegen bestuurders, leden van eenig bestuur of commissarissen, wordt geene straf uitgesproken tegen den bestuurder of commissnris van wien blijkt dat de overtreding buiten zijn toedoen is gepleegd.
Artikel 53.
Medeplichtigheid aan overtreding is niet strafbaar.
Artikel 53.
Bij misdrijven door middel van de drukpers gepleegd wordt de uitgever als zoodanig niet vervolgd, indien liet gedrukte stuk zijn naam en woonplaats vermeldt en de dader bekend is of op de eerste aanmaning na den rechtsingang door den uitgever is bekendgemaakt.
Deze bepaling is niet toepasselijk, indien de dader op het tijdstip der uitgave strafrecht el ijk nist vervolgbaar of buiten het rijk in Europa gevestigd was.
Artikel 54.
Bij misdrijven door middel van de drukpers gepleegd wordt de drukker als zoodanig niet vervolgd , indien
15
het gedrukte stuk zijn naam en woonplaats vermeldt eigt; de persoon op wiens last het stuk is gedrukt , bekend is of op de eerste aanmaning na den rechtsingang door den drukker is bekendgemaakt.
Deze bepaling is niet toepasselijk, indien de persoon , op wiens last het stuk is gedrukt, op het tijdstip van het drukken strafrechtelijk niet vervolgbaar of buiten het rijk in Europa gevestigd was.
TITEL VI.
Samenloop van strafbare feiten.
Artikel 5».
Valt een feit in meer dan éóne strafbepaling, dan wordt slechts ééne dier bepalingen toegepast, bij verschil die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.
Indien voor een feit dat in eeiie algemeene strafbepaling valt, eene bijzondere strafbepaling bestaat, komt deze alleen in aanmerking.
Artikel d6.
Staan meerdere feiten, ofschoon elk op zich zelf misdrijf of overtreding opleverende, in zoodanig verband dat zij moeten worden beschouwd als ééne voortgezette handeling, dan wordt slechts ééne strafbepaling toegepast, bij verschil die waarbij de zwaarste hoofdstraf is gesteld.
Insgelijks wordt slechts ééne strafbepaling toegepast bij schuldigverklaring aan valschheid, valsche munt of munt-schennis en aan het gebruikmaken van het voorwerp ten opzichte waarvan de valschheid , valsche munt óf munt1quot; schennis gepleegd is.
Artikel d7.
Bij samenloop van meerdere feiten die als op zich zelve staande handelingen moeten worden beschouwd en meerdere misdrijven opleveren waarop gelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, wordt ééne straf uitgesproken.
Het maximum dezer straf is het vereenigd bedrag van de hoogste straffen op de feiten gesteld , doch niet hooger dan een derde boven het zwaarste maximum.
16
Artikel 58.
Bij samenloop van meerdere feiten die als op zich zelve staande handelingen moeten worden beschouwd en meerdere misdrijven opleveren waarop ongelijksoortige hoofdstraffen zijn gesteld, wordt elke dier straffen uitgesproken , doch mogen deze te zamen in duur de langstdunnde met niet meer dan een derde overtreffen.
Geldboeten worden daarbij berekend naar den duur van het inaximrm der bedreigle vervangende hechtenis.
Arflkel SO.
Bij veroordeeling tot levenslange gevangenisstraf kunnen daarnevens geene andere straffen worden opgelegd dan ontzetting van bepaalde rechten , verbeurdverklaring van reeds in beslag genomen voorwerpen, en openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak.
Artikel GO.
In de gerallen der artikelen 57 en 58 gelden ten aanzien van bijkomende straffen de volgende bepalingen ;
1°. de straffen van ontzetting van dezelfde rechten worden opgelost in éene straf, in duur de opgelegde hoofdstraf of hoofdstraffen ten minste twee en ten hoogste vijf jaren te boven gaande, of ingeval geene andere hoofdstraf dan geldboete is opgelegd, in óóne straf van ten minste twee en ten hoogste vijf jaren ;
2°. de straffen van ontzetting van verschillende rechten worden voor elk misdrijf afzonderlijk en zonder vermindering opgelegd ;
3°. de straffen van verbeurdverklaring van bepaalde voorwerpen worden , evenals de vervangende hechtenis bij niet uitlevering dier voorwerpen, voor elk misdrijf afzonderlijk ou zonder vermindering opgelegd.
De straffen van vervangende hechtenis mogen gezamenlijk den tijd van acht maanden niet te boven gaan.
Artikel Gl.
De betrekkelijke zwaarte van ongelijksoortige hoofdstraffen wordt bepaall door de volgorde van artikel 9.
.17
Waar den rechter de keuza tusschen twee hoofdstraffen is gelaten , komt bij de vergelijking1 alleen do zwaarste dier straffen in aanmerking.
De betrekkelijke zwaarte van gelijksoortige hoofdstraffen wordt bepaald door het maximum.
De betrekkelijke duur zoowel van ongelijksoortige als van gelijksoortige hoofdstraffen wordt eveneens bepaald door het maximum.
Artikel 63.
Bij samenloop op de wijze in de artikelen 57 en 58 bedoeld , hetzij van overtredingen met misdrijven , hetzij van overtredingen onderling, wordt voor elke overtreding zonder vermindering straf opgelegd.
De straffen van hechtenis , vervangende hechtenis daaronder begrepen , mogen voor de overtredingen gezamenlijk den tijd van acht maanden niet te boven gaan.
Do straffen van plaatsing in eene rijkswerkinrichting worden opgelost in éóne straf waarvan de duur wordt bepaald binnen de grenzen van artikel 32.
Artikel 63.
Indien iemand, na veroordeeling tot straf, opnieuw wordt schuldig verklaard aan misdrijf of overtreding voor die veroordeeling gepleegd, wordt de vroegere straf in rekening gebracht, mot toepassing der bepalingen van dezen titel voor liet geval van gelijktijdige berechting.
TITEL Vil.
I/idieninj en intrekking der klachte lij misdrijven alleen op klachle vervolgbaar.
Artikel 61.
Indien een misdrijf dat alleen op klachte vervolgbaar is, gepleegd is tegen iemand die den leeftijd van zestien jaren nog niet had bereikt of die, anders dan wegens verkwis ting, onder curateele gesteld is, geschiedt de klachte door zijn wettigen vertegenwoordiger in burgerlijke zaken.
2
18
Is deze de persoon tegen wien de klachte moest geschieden, dan kan de vervolging plaats hebben op klachte van den toezienden voogd of curator, van de echtgenoote, van een bloedverwant in de rechte linie of, bij gebreke van deze, op klachte van een bloedverwant in de zijlinie tot den derden graad ingesloten.
Artikel 65.
Indien hij tegen wien het misdrijf is gepleegd, binnen den in het volgende artikel gesteldon termijn overlijdt, kan , zonder verlenging van dien termijn , de vervolging geschieden op klachte van de ouders , van do kinderen of van den overlevenden echtgenoot, ten ware blijken mocht dat de overledene eene vervolging niet gewild heeft.
Ardkcl 66.
De klachte kan slechts worden ingediend gedurende drie maanden nadat de tot klachte gerechtigde kennis heeft bekomen van het gepleegde feit, indien hij binnen Europa, of gedurende negen maanden nadat hij daarvan kennis heeft bekomen , indien hij buiten Europa verblijf houdt.
Artikel 67.
Hij die de klachte indient, blijft gedurende acht dagen na den dag der indiening bevoegd haar in te trekken.
TITEL VIII.
Verval van het recht tot strafvordering en van de straf.
Artikel 68.
Behoudens de gevallen waarin rechterlijke uitspraken voor herziening vatbaar zijn, kan niemand andermaal worden vervolgd wegens een feit waarover te zijnen aanzien bij gewijsde van don Nederlandschen rechter, of van den rechter in de koloniën en bezittingen van het rijk in andere werelddeelen, onherroepelijk is beslist.
Is het gewijsde afkomstig van een anderen rechter, dan
19
heeft tegen den zelfden persooi; wegens hetzelfde feit geeue vervolging plaats in geval van :
1°. vrijspraak of ontslag van rechtsvervolging;
2°. veroordeeling gevolgd doof geheele uitvoering, gratie of verjaring der straf.
Artikel 69
Het recht tot strafvordering vervalt door den dood van den verdachte.
Artikel 70.
Het recht tot strafvordering vervalt door verjaring;
1°. in één jaar voor alle overtredingen en voor de misdrijven door middel van de drukpers gepleegd;
2°. in zes jaren voor de misdrijven waarop geldboete , hechtenis of gevangenisstraf van niet meer dan drie jaren is gesteld ;
3°. in twaalf jaren voor alle misdrijven waarop tijdelijke gevangenisstraf van meer dan drie jaren is gesteld;
4°. in achttien jaren voor alle misdrijven waarop levenslange gevangenisstraf is gesteld.
Artikel 71.
De termijn van verjaring vangt aan op den dag na dien waarop het feit is gepleegd , behoudens in de volgende gevallen:
1°. bij valschheid, valsche munt of muntschenpis vangt de termijn aan op den dag na dien waarop gebruik is gemaakt van het voorwerp ten opzichte waarvan do valschheid , valsche munt óf muntschennis gepleegd is;
2°. bij de misdrijven omschreven in de artikelen 278, 279 en 282, op den dag na dien dor bevrijding, of van den dood van hem tegen wicn onmiddellijk het misdrijf gepleegd is.
Artikel 72.
Elke daad van vervolging stuit de verjaring, mits die
20
daad den vervolgde bekeml of hem op de bij de wet voor gerechtelijke akten bej):iiil(le wijze beteekend zij.
Na de stuiting vangt een nieuwe verjaringstermijn aan.
Artikel 73.
üe schorsing der strafvervolging ter zake van een praejudicieel geschil schorst de verjaring.
Artikel 71.
Het recht tot strafvordering wegens overtredingen waarop geene andere hoofdstraf gesteld is dan geldboete , vervalt door vrijwillige betaling van het maximum der boete, en van de kosten indien er reeds vervolging heeft plaats gehad , op machtiging van den bevoegden ambtenaar van liet Openbaar Ministerie binnen den termijn door hem te stellen.
Is nevens geldboete verbeurdverklaring op het feit gesteld , dan moeten tevens de aan verbeurdverklaring onderworpen voorwerpen worden afgegeven of de waarde waarop zij geschat zijn , worden voldaan.
In de gevallen waarin de strat wordt verhoogd wegens hernaling, is die vcriiooging ook van toepassing, wanneer het recht tot strafvordering wegens do vroeger gepleegde overtreding volgens het eerste en tweede lid van dit artikel is vervallen.
Artikel ?5.
Het recht tot uitvoering van de straf vervalt door den dood van den veroordeelde.
Artikel 5«.
Het recht tot uitvoering van de straf vervalt door verjaring.
De Termijn dezer verjaring is bij overtredingen twee jaren, bij misdrijven door middel van de drukpers gepleegd vijf jaren, enquot; bij anlere misdrijven een derde langer dan de termijn der verjaring van het recht tot strafvordering.
In\'geen geval is do termijn der verjaring korter dan de duur der opgelegde straf.
Artikel 77.
De termijn van verjaring vangt aan op den dag na dien
21
waarop de rechterlijke uitspraak kan worden ten uitvoer gelegd.
Bij ontvluchting van een veroordeelde uit het gesticht of de inrichting waarin hij zijne straf ondergaat, vangt een nieuwe verjaringstermijn aan op dea dag na dien der ontvluchting. Uij herroeping eeuer voorwaardelijke invrijheidstelling vangt een niéuwe verjaringstermijn aan op den dag na dien der herroeping.
De termijn loopt niet gedurende de bij de wet bevolen schorsing der tenuitvoerlegging, noch gedurende den tijd dat de veroordeelde, zij het ook ter zake van eene andere veroordeeling , in verzekerde bewaring is.
TITEL IX.
Bekekenis vau sommige in het wetboek voorkomende
uitdrukkingen.
Artikel 7S.
Waar van misdrijf in het algemeen of van eenig misdrijf in het bijzonder gesproken wordt, wordt daaronder medeplichtigheid aan en poging tot dat misdrijf begrepen,
voor zoover niet uit eenige bepaling het tegendeel volgt.
Artikel 79.
Aanslag bestaat zoodra eene strafbare poging tot het voorgenomen feit aanwezig is.
Artikel SO.
Samenspanning bestaat zoodra twee of meer personen overeengekomen zijn om het misdrijf te plegen.
Artikel 81.
Met het plegen van geweld wordt gelijkgesteld het brengen in een staat van bewusteloosheid of onmacht.
Artikel 82
Onder zwaar lichamelijk letsel worden begrepen: ziekte die p \'
geen uitzicht op volkomen genezing overlaat, voortdurende rfwM*1 ongeschiktheid tot uitoefening zijner ambts- of beroepsbezigheden , en afdrijving of dood van de vrucht eener vrouw.
Onder zwaar lichamelijk letsel wordt mede begrepen
22
storing der verstandelijke vermogens die langer clan vier weken geduurd heeft.
Artikel 83.
Nederlander is hij die dezen staat bezit volgens de wet tot uitvoering van artikel 7 der grondwet.
Met den Nederlander staat gelijk ieder ander wiens uitlevering bij de wet is verboden.
Artikel 84
Onder ambtenaren worden begrepen alle personen verkozen bij krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezingen.
Onder ambtenaren en ouder rechters worden begrepen scheidsrechters ; onder rechters zij die administratieve rechtsmacht oefenen.
Allen die tot de gewapende macht behooren, worden mede als ambtenaren beschouwd.
Artikel 85.
Onder schipper wordt verstaan elk gezagvoerder van een vaartuig of die dezen vervangt.
Opvarenden zijn allen die zich aan boord bevinden, met uitzondering van den schippar.
Schepelingen zijn allen die zich als scheepsofficieren of scheepsgezellen aan boord bevinden.
Artikel SO.
Onder Nederlandsche schepen worden alleen verstaan die vaartuigen welke door de wet betrekkelijk de afgifte van zeebrieven en vergunningen tot het voeren der Nederlandsche vlag als zeeschepen worden aangemerkt.
Artikel 87.
Onder vijand worden begrepen opstandelingen.
Onder oorlog wordt begrepen burgeroorlog.
Onder tijd van oorlog wordt begrepen de tijd waarin oorlog
dreigende is. Tijd van oorlog wordt mede geacht te bestaan, zoodra do militie te land, hetzij geheel, hetzij ten deele, door den Koning buitengewoon is bijeengeroepen en zoolang die buitengewoon onder de wapenen blijft.
Artikel S8.
Door dag wordt verstaan een tijd van vier en twintig uren, door maand een tijd van dertig dagen.
Artikel SO.
Onder inklimming wordt begrepen ondergraving, alsmede het overschrijden van slooten of grachten tot afsluiting dienende.
Artikel OO.
Onder valsche sleutels worden begrepen alle tot opening van het slot niet bestemde werktuigen.
SLOTBEPALING.
Artikel 91.
De bepalingen der acht eerste Titels van dit Boek zijn ook toepasselijk op feiten waarop bij andere wetten of verordeningen straf ia gesteld , tenzij de wet anders bepaalt.
24
IT
TWEEDE BOEK.
MISDRIJVEN.
TITEL I.
Misdrijven legen de veiligheid van den staal.
Artikel 93.
üe aanslag ondernomen met het oogmerk om den Koning, de regeerende Koningin of den Regent van het leven of de vrijheid te berooven of tot regeeren ongeschikt te maken, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.
Arllkcl 93.
De aanslag ondernomen met het oogmerk om het rijk geheel of gedeeltelijk onder vreemde heerschappij te brengen of om een deel daarvan af te scheiden , wordt gestraft inet levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.
Artikel 94.
De aanslag ondernomen met het oogmerk om den grond-wettigen regeeringsvorm of do orde van troonopvolging te vernietigen of op onwettige wijze te veranderen , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Artikel 95.
Hij die door geweld of bedreiging met geweld eene vergadering van den Regeeringsraad uiteenjaagt, tot het
25
nemen of niet nemen van eeing besluit dwingt, of een lid uit die vergadering verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Hij die door geweld of bedreiging met geweld opzettelijk een lid van den Regeeringsraad verhindert de vergadering bij fe wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Artikel 96.
De samenspanning tot een der in de artikelen 92—95 omschreven misdrijven wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren.
Artikel;»?.
Hij die met eene buitenlandsche mogendheid in verstandhouding treedt, met het oogmerk om haar tot het plegen van vijandelijkheden of liet voeren van oorlog tegen den staat te bewegen, hiiar in liet daartoe opgevatte voornemen te versterken, haar daarbij hulp too te zeggen of bij de voorbereiding hulp te verleenen , wordt gestraft met gevangenisstraf vim ten hoogste vijftien jaren.
Indien de vijandelijkheden worden gepleegd of dc oorlog uitbreekt, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren opgelegd.
Artikel OS.
Hij die opzettelijk bescheiden , berichten of inlichtingen omtrent eenige zaak waarvan hij weet dat de geheimhouding door het belang van den staat wordt geboden , hetzij openbaarmaakt, betzij aan eene buitenlandsche mogendheid mededeelt of in handen speelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Artikel 09.
Hij die eene hem van regeeringswege opgedragen onderhandeling met eene buitenlandsche mogendheid opzettelijk ten nadeele van den staat voert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
26
Artikel lOO.
Met gevangenisstraf vau ten hoogste zes jaren wordt gestraft:
1°. luj rlie, in geval van een oorlog waarin Nederland niet betrokken is, opzettelijk eenige handeling verricht waardoor de onzijdigheid van den staat wordt in gevaar gebracht, of eenig bijzonder voorschrift tot handhaving der onzijdigheid van regeeringswege gegeven en bekendgemaakt, opzettelijk overtreedt;
2°. hij die, in tijd van oorlog, eenig voorschrift van regeeringswege in het belang der veiligheid van den staat gegeven en bekendgemaakt, opzettelijk overtreedt.
/trllkcl lOi.
De Nederlander die vrijwillig in krijgsdienst treedt bij. eene buitenlandsche mogendheid, wetende dat deze met Nederland in oorlog is, of in het vooruitzicht van een oorlog met Nederland, wordt, in het laatste geval indien de oorlog uitbreekt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Artikel 102
Met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren wordt gestraft hij die opzettelijk, in tijd van oorlog, don vijand hulp verleent of den staat tegenover den vijand benadeelt.
Levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren wordt toegepast indien de dader:
1°. eenige versterkte of bezette plaats of post, eenig middel van gemeenschap, eenig magazijn, eenigen krijgsvoorraad of eenige krijgskus, of wel de vloot of het leger of eenig deel daarvan aan den vijand verraadt, in \'s vijands macht brengt, vernielt of onbruikbaar maakt, of eenige tot afweer of aanval beraamde of uitgevoerde onderwaterzetting of ander militair werk belet, belemmert of verijdelt;
2°. eenige kaart, plan, teekening of beschrijving van militaire werken, of eenige inlichting betrelFonde
27
militaire bewegingen of ontwerpen den vijand mededeelt of In handen speelt;
3°. hetzij oproer, hetzij muiterij of desertie onder het krijgsvolk teweegbrengt of bevordert;
4°. als verspieder den vijand dient of een verspieder des vijands opneemt, verbergt of voorthelpt.
Artikel 103.
De samenspanning tot een der in artikel 102 omschreven misdrijven wordt gestraft met gevangenisstriif van ten hoogste vijf jaren.
Artikel 104.
Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren wordt gestraft hij die , in tijd van oorlog , zonder oogmerk om den vijand hulp te verleenen of den staat tegenover den vijand te benadeelen , opzettelijk ;
1°. een verspieder des vijands opneemt, verbergt of voorthelpt ;
2°. desertie van een krijgsman, in dienst van het rijk, teweegbrengt of bevordert.
Artikel 10d.
Hij die , in tijd van oorlog , eeniga bedrieglijke handeling pleegt bij levering van benoodigdheden ten dienste van de vloot of het leger, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met het opzicht over de levering der goederen belast, de bedrieglijke handeling opzettelijk toelaat.
Artikel lOG.
Bij veroordeeling wegens het in artikel 92 omschreven misdrijf, kan ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—5 vermelde rechten worden uitgesproken.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 93—103 omschreven misdrijven , kan ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—3 vermelde rechten worden uitgesproken.
Bij veroordeeling wegens het in artikel 105 oinsehre-
5^8
ven misdrijf, kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van bet beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft en van de in arlikel \'28 110. 1—4 vermelde rechten , en kan openbaarmaking van do rechterlijke uitspraak worden gelast.
Artikel 1»7.
De\' straffen gesteld op de in de artikelen 102—105 omschreven feiten , zijn toepasselijk indien een dier feiten wordt gepleegd tegen of met betrekking tot de bondge-nooten van den staat in een gemeenschappelijken oorlog.
TITEL II.
Misdrijven tegen de koninklijke waardigheid.
Artikel 108.
De aanslag op het leven of do vrijheid van de niet-regeerende Koningin , van den troonopvolger of van een lid van hot koninklijk huis, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Indien de aanslag op bet leven den dood ten gevolge heeft of met voorbedachten rade wordt ondernomen, wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren opgelegd.
Artikel 109.
Elke feitelijke aanranding van den persoon desKonings of der Koningin , die niet valt in eene zwaardere strafbepaling , wordt gestraft met geviingenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden.
Artikel HO.
Elke feitelijke aanranding van den persoon van den troonopvolger, van een lid van het koninklijk huis, of van den Regent, die niet valt in eene zwaardere strafbepaling , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Artikel 111.
Opzettelijke beleediging den Koning of der Koningin aangedaan , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten
29
hoog\'ste vijf jaren of geldboete van ten hoogste driehon-dercl gulden.
Arllkcl 113.
Opzettelijke beleediging den troonopvolger, een lid van het koninklijk huh of don Regent aangedaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden
Artikel 11». (1)
Hij die een geschrift of afbeelding, waaiin eene be-leediging voorkomt voor den Koning, de Koningin , den troonopvolger, oen lid van het koninklijk huis of den Hegent, met het oogmerk om aan den beleedigendeu inhoud ruchtbaarheid te geven of de ruchtbaarheid daarvan te vermeerderen, verspreidt, openlijk ten toon stelt of aanslaat, wordt gestraft niet gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Indien de schuldige het misdrijf in zijn beroep begaat en er, tijdens liet plegen van het misdrijf, nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroor.ieellng van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden , kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
Artikel 114
Bij veroordeeling wegens het in artikel 108 omschreven misdrijf, kan ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—5 vermelde rechten worden uitgesproken.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 109 en Ï10 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28 n0. 1 — i vermelde rechten worden uitgesproken.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 111 en 112 omschreven misdrijven , kan ontzetting van de in artikel 28 uquot;. 1 — 3 vernielde rechten worden uitgesproken.
(1) Oewijzigd hij (te wet van 15 Januari 1880 (SIuuIsIjIchI nquot;. 0).
30
TITEL III.
Misdrijven Ugoi hoofden m vertegenwoordigers van bevriende staten.
Artikel 115.
De aanslag\' op liet leven of de vrijheid van een regeereml vorst of ander lioofd van een bevrienden staat wordt gestraft met gevangenisstraf van ten iioogste vijftien jaren.
Indien de aanslag- op het leven den dood ton gevolge heeft of met voorbedachten rade wordt ondernomen , wordt levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren opgelegd.
Artikel HO.
Elke feitelijke aanranding van den persoon van een re-geerend vorst of ander hoofd van ean bevrienden staat, die niet valt in eene zwaardere strafbepaling, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Artikel 117.
Opzettelijke beleediging een regeerend vorst of ander hoofd van een bevrienden staat aangedaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Arllkcl 11S.
Opzettelijke beleediging eenen vertegenwoordiger van eene buitenlandsche mogendheid bij do Nederlandsche regeo-ring iu zijne hoedanigheid aangedaan, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 11». (I)
Hij dio een geschrift of afbeelding, waarin eene beleediging voorkomt voor een regeerend vorst of ander hoofd van een bevrienden staat of voor een vertegenwoordiger van eene buitenlandsche mogendheid bij do Nederlandsche regeering in zijne hoedanigheid, met het oogmerk om aan den beleedigenden inhoud ruchtbaarheid te geven of de
(1) Gewijzigd bü do wot van 15 Januari 1886 (Slaalshlad n\'.G).
31
ruchtbaarheid daarvan te vermeerderen, verspreidt, openlijk ten toon sfelt of aanslaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Indien de schuldige het misdrijf in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van bot misdrijf, nog geen twee jaren zijn verloopen , sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk U geworden , kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
Artikel 120.
Bij veroordeeling wegens bet in artikel 115 omschreven misdrijf, kan ontzetting van de in artikel 28 o0. 1—5 vermelde rechten worden uitgesproken.
Bij veroordeeling\' wegens hot in artikel 116 omschreven misdrijf, kan ontzetting van de in artikel 28 n°. 1—4 vermelde rechten worden uitgesproken.
Bij veroordeoling wegens een der in de artikelen 117 en 118 omschreven misdrijven , kan ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—3 vermelde rechten worden uitgesproken.
TITEL IV.
Misdrijven betrefende de uitoefening van staalsplicklen cn staatsrechten.
Artikel 131.
Hij die door geweld of bedreiging met geweld eene vergadering van do beide kamers der Staten-Generaal of van eene dezer uiteenjaagt, tot bet nemen of niet nemen van eenig besluit dwingt of een lid uit die vergadering verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Artikel 133.
Hij die door geweld of bedreiging met geweld opzettelijk een lid van eene der kamers van de Staten-Generaal verhindert de vergadering bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
32
Artikel 133.
Hij die door geweld of bedreiging met geweld eene vergadering van de slaten eener provincie of van den raad eener gemeente uiteenjaagt, tot het nemen of niet nemen van eenig besluit dwingt, of den voorzitter of een lid uit die vergadering verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Artikel 134.
Hij die door geweld of bedreiging met geweld opzettelijk den voorzitter of een lid van de staten e^ner provincie of van den raad eener gemeente verhindert de vergadering bij te wonen of daarin vrij en onbelemmerd zijn plicht te vervullen , wordt gestraft met gevangenisstraf vau teu hoogste twee jaren.
Artikel 135.
Hij die, bij gelegenheid eener krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezing, door geweld of bedreiging met geweld opzettelijk iemand verhindert zijn kiesrecht vrij on onbelemmerd, uit te oefenen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Artikel 130.
Hij die, bij gelegenheid eener krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezing, door gift of belofte iemand omkoopt om zijn kiesrecht hetzij niet, hetzij op bepaalde wijze uit te oefenen , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Dezelfde straf wordt, toegepast op den kiezer die zich door gift of belofte tot een of ander laat omkoopen.
Artikel 13?.
Hij die, bij gelegenheid eener krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezing, eenige bedrieglijke handeling pleegt waardoor de stem van een kiezer van onwaarde wordt of een ander dan de door dien kiezer bedoelde persoon wordt aangewezen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden.
3a
Artikel 128.
Hij die opzettelijk zich voor een ander uitgevende, aan eene krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezing deelneemt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Artikel 129.
Hij die, bij gelegenheid eener krachtens wettelijk voorschrift uitgeschreven verkiezing, opzettelijk eene plaats gehad hebbende stemming verijdelt of eenige bedrieglijke handeling pleegt waardoor aan do stemming een andere uitslag wordt gegeven dan door de wettig ingeleverde stembiljetten zou zijn verkregen , wordt gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste een jaar en zes maanden.
Artikel 11».
Bij veroordeeling wegens een dor in de artikelen 121 en 123 omschreven mis Irijven , kan ontzetting van do in artikel 28 n0. 1—3 vermelde rechten worden uitgesproken.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 122 en 124—129 omschreven misdrijven , kan ontzetting van do in artikel 28 n0. 3 vermelde rechten worden uitgesproken.
TITEL V.
Misdrijven legen de openhare orde.
Artikel 131.
Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrifte, tot cenig strafbaar feit opruit, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 132. (1)
Hij die een geschrift waarin tot eenig strafbaar feit wordt opgeruid, met het oogmerk om aan den opruienden inhoud ruchtbaarheid te given of de ruchtbaarheid daarvan te vermeerderen, verspreidt, openlijk ten toon stolt of aanslaat , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste driejaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
(1) Gewijzigd bij do wet van 15 Januari 1880 [Staalshlad nquot;. 0).
3
34
Indien de schuldige het misdrijf in zijn beroep begaat eu er, tijdens het plegen van het misdrijf, nog geen vijf jaren zijn verloopen , sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden , kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
Artikel 133.
Hij die in het openbaar, mondeling of bij geschrifte, aanbiedt inlichtingen, gelegenheid of middelen te verschaffen om eenig strafbaar feit te plegen , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 134. (1)
Hij die een geschrift waarin wordt aangeboden inlichtingen , gelegenheid of middelen te verschaffen om eenig strafbaar feit te plegen , met het oogmerk om aan dat aanbod ruchtbaarheid te geven of de ruchtbaarheid daarvan te vermeerderen, verspreidt, openlijk ten toon stelt of aanslaat , wordt gestraft mot gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Indien de schuldige het misdrijf in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van- het misdrijf, nog geen vijf jaren zijn verloopen , sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
Artikel 135.
Hij rlie, kennis dragende van eene samenspanning tot een der in do artikelen 92—95 of 102 bedoelde misdrijven, op een tijdstip waarop het plegen van deze misdrijven nog kan worden voorkomen , opzettelijk nalaat daarvan tijdig voldoende kennis to geven hetzij aan do ambtenaren der justitie of politie , hetzij aan den bedreigde, wordt, indien het misdrijf is gevolgd , gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
(I) Gewijzigd bj de wet van .15 Januari 1880 [SlaalMad nquot;. 0).
35
Artikel l i6.
Hij die, kennis dragende van een voornemen tot liet plegen van een der in de artikelen 92—110 omschreven misdrijven, tot desertie in tijd van oorlog, tot militair verraad, tot moord, menscheuroof of verkrachting of tot een der in Titel VII van dit Boek omschreven misdrijven voor zoover daardoor levensgevaar wordt veroorzaakt, op een tijdstip waarop het plegen van deze misdrijven nog kan worden voorkomen , opzettelijk nalaat daarvan tijdig voldoende kennis te geven hetzij aan de ambtenaren der justitie of politie, hetzij aan den hedreig\'de , wordt, indien het misdrijf is gevolgd , gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Dezelfde straf is toepasselijk op hem die, kennis dragende van «enig in het eerste lid vermeld reeds gepleegd misdrijf waardoor levensgevaar is ontstaan, 0)) een tijdstip waarop de gevolgen nog kunnen worden afgewend, opzettelijk nalaat daarvan gelijke kennisgeving te doen.
Artikel 137.
De bepalingen van de artikelen 135 en 136 zijn niet van toepassing op hem die door de kennisgeving gevaar voor eene strafvervolging zou doen ontstaan voor zich zeiven , voor een zijner bloedverwanten of aangehuwden in de rechte linie of in den tweeden of derden graad der zijlinie , voor zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot, of voor eeu ander bij wiens vervolging hij zich , uit hoofde van zijn ambt of beroep, van het afleggen van getuigenis zou kunnen verschoonen.
Artikel 138.
Hij die in de woning of het besloten lokaal of erf, bij oen ander in gebruik, wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende, zich niet op de vordering van of vanwege den rechthebbende aanstonds verwijdert, wordt gestraft mot gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Hij die zich den toegang heeft verschaft door middel van braak of inklimming, van valsche sleutels, van een valsche order of een valsch kostuum, of die, zonder voor kennis van den rechthebbende en anders dan ten gevolge van vergissing binnengekomen , aldaar wordt aangetroffen
30
in den voor de nachtrust bestemden tijd, wordt geacht
te zijn binnengedrongen. -ui
Indien hij bedreigingen uit of zich bedient van middelen geschikt om vrees aan te jagen , wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
De iu het eerste en derde lid bepaalde straflen kunnen met een derde worden verhoogd, indien twee of meer vereenigde personen het misdrijf plegen.
Arllkel 139
Hü die in een voor den openbaren dienst bestemd lokaal wederrechtelijk binnendringt of, wederrechtelijk aldaar vertoevende,quot; zicli niet op de vordering van den bevoegden ambtenaar aanstonds verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Hij die zich den toegang heeft verschaft door middel van \'braak of inklimming, van valsche sleutels, van een valsche order of een valsch kostuum, of die , zonder voorkennis van den bevoegden ambtenaar en anders dan ten o-efolfe van vergissing binnengekomen, aldaar wordt aangetroffen in den voor de nachtrust bestemden tijd, wordt e-eacht te zijn binnengedrongen.
Indien hij bedreigingen uit of zich bedient van middelen geschikt om vrees aan te jagen , wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
De in het eerste en derde lid bepaalde straffen kunnen met een derde worden verhoogd , indien twee of meer vereenigde personen het misdrijf plegen.
Artikel HO.
Deelneming aan eene vereeniging die tot oogmerk beeft het plegen van misdrijven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste vijf jaren.
Deelneming aan eene andere bij de wet verboden vereeni-o-ing wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Ten aanzien der oprichters of bestuurders kunnen deze straffen met een derde worden verhoogd.
Artikel 111.
Zij die openlijk met vereenigde krachten geweld plegen
37
tegen personen of goederen , worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden.
De schuldige wordt gestraft :
1°. niet gevangenisstraf van ton hoogste zes jaren , indien hij opzettelijk goederen vernielt of indien het dour hem gepleegde geweld eenig lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren , indien dat geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft;
3°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren , indien dat geweld den dood ten gevolge heeft.
Artikel 81 blijft buiten toepassing.
Artikel 113.
Hij die opzettelijk door valsche alarmkreten of signalen de rust verstoort, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tweo weken of geldboete van ten hoogste zestig gulden.
Artikel 113.
Hij die door geweld of bedreiging met geweld eene geoorloofde openbare vergadering verhindert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden.
Artikel 141.
Hij die opzettelijk door het verwekken van wanorJe of het maken van gedruisch eene geoorloofde openbare vergadering stoort, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee weken of geldboete van ten hoogste zestig gulden.
Artikel 115.
Hij die door geweld of bedreiging met geweld betzij eene geoorloofde openbare godsdienstige bijeenkomst, hetzij eene geoorloofde kerkelijke plechtigheid of begrafenisplechtighei 1 verhindert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Artikel 116.
Hij die opzettelijk door het verwekken van wanorde of het maken van gedruisch hetzij eene geoorloofde openbare
38
godsdienstige bijeenkomst, lietzij eene geoorloofde kerkelijke plechtigheid of begrafenisplechtigheid stoort, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste eene maand of geldboete van ten hoogste honderd twintig gulden.
Artikel 147.
Met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste honderd twintig gulden wordt gestraft:
1°. hij die een bedienaar van den godsdienst in de geoorloofde waarneming zijner bediening bespot;
2°. hij die voorwerpen aan eenen eeredienst gewijd , waar en wanneer de uitoefening van dien dienst geoorloofd is, beschimpt.
Artlkel]14S.
Hij die opzettelijk den geoorloofden toegang tot eene begraafplaats of het geoorloofd vervoer van een lijk naar eene begraafplaats verhindert of belemmert, wordt gpstraft met gevangenisstraf van ten hoogste eene maand ot geldboete van ten hoogste honderd twintig gulden.
Artikel 149.
Hij die opzettelijk een graf schendt of eenig op eene begraafplaats opgericht gedenkteeken opzettelijk en wederrechtelijk vernielt of beschadigt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Artikel IdO.
Hij die opzettelijk en wederrechtelijk een lijk opgraaft of wegneemt of een opgegraven of weggenomen lijk verplaatst of vervoert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 151.
Hij die een lijk begraaft, verbergt, wegvoert of wegmaakt, met het oogmerk om het overlijden of de geboorte te.verhelen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
39
TITEL VI.
Tweegevecht.
Artikel 153.
Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden wordt gestraft:
1°. hij die iemand tot eene uitdaging tot tweegevecht of tot het aannemen van eene uitdaging aanzet, indien daarop een tweegevecht volgt;
2°. hij die opzettelijk eene uitdaging overbrengt, indien daarop een tweegevecht volgt.
Artikel 153.
Mot gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden of geldboete van ten iioogste driehonderd gulden wordt gestraft hij die iemand in het openbaar of in tegenwoordigheid vau derden verwijtingen doet of hem aan bespotting prijsgeeft, omdat hij niet tot tweegevecht heeft uitgedaagd of omdat hij eene uitdaging heeft afgewezen.
Arükel 154.
Tweegevecht wordt ten aanzien van hein die zijne tegenpartij geen lichamelijk letsel toebrengt, gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste zes maanden.
Hij die zijne tegenpartij eenig lichamelijk letsel toebrengt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Hij die zijne tegenpartij zwaar lichamelijk letsel toebrengt , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Hij die zijne tegenpartij van het leven berooft\', wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren of, indien het tweegevecht op leven of dood was aangegaan , met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Poging tot tweegevecht is niet strafbaar.
Artikel 156.
Op hem die in een tweegevecht zijne tegenpartij van het leven berooft of haar eenig lichamelijk letsel toebrengt, worden de bepalingen omtrent moord , doodslag of mishandeling toegepast:
40
1°. indien de voorwaarden niet vuornf zijn geregeld;
ü0. indien het tweegevecht niet plaats heeft in tegenwoordigheid van wederzijdsche getuigen ;
3°. indien de dader, opzettelijk en ten nadeele van de tegenpartij, zicli aan eenige bedrieglijke handeling schuldig maakt of van de voorwaarden afwijkt.
Ariikcl 15«.
Getuigen en geneeskundigen die een tweegevocht bijwonen , zijn niet strafbaar.
Do getuigen worden gestraft:
1°. niet gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren , indien de voorwaarden niet vooraf zijn geregeld, of indien zij partijen tot voortzetting van het tweegevecht aanzetten;
i0. met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren, indien zij, opzettelijk en ten nadeele van eene of beide partijen , zich aan eenige bedrieglijke handeling schuldig maken of eenige door partijen gepleegde bedrieglijke handeling toelaten, of toelaten dat van de voorwaarden wordt afgeweken.
Da bepalingen omtrent moord, doodslag of mishandeling worden toegepast op den getuige bij een tweegevecht waarin eene der partijen van het leven is beroofd of haar eenig licharnelijk letsel\' is toegebracht, indien hij , opzettelijk en ten nadeele van die partij, zich aan eenige bedrieglijke handeling heeft schuldig gemaakt of eenige bedrieglijke handeling heeft toegelaten , of heeft toegelaten dat ten nadeele van den verslagene of verwonde van de voorwaarden is afgeweken.
TITEL VII.
Misdrijcm waardoor dc alyemeene vciliyheid van personen of goederen wordt in ytvaar gebracht.
Artikel 157.
Hij die opzettelijk brand sticht, eene ontploffing teweegbrengt of eene overstrooming veroorzaakt, wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, indien daarvan gemeen gevnar vuor goederen te duchten is;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan levensgevaar vooreen ander te duchten is;
3°. met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren , indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.
Artikel 15«.
Hij aan wiens schuld brand, ontploffing of ovcrstroo-ming te wijten is , wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden, indien daardoor gemeen gevaar voor goederen ontstaat;
2°. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden, indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat;
3°. met gevangenisstraf of\' hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge hoeft.
Ardkil 15 O.
Hij die opzettelijk bij of in het vooruitzicht van brand bluschgereedschappen of bluschrniddelen wederrechtelijk verbergt of onbruikbaar maakt, of op eenige wijze de blus-sching van brand verhindert of belemmert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Arlikcl l«0.
Hij die opzettelijk bij of in het vooruitzicht van watersnood dijkmaterialen of gereedschappen wederrechtelijk verbergt of onbruikbaar maakt, eenige poging tot herstel van dijken of andere waterstaatswerken verijdelt, of de aangewende middelen tot het voorkomen of stuiten van overstrooming tegenwerkt, wordt gestraft met gevangc-nisstnif van ten hoogste zes jaren.
42
Artikel 101,
Hij die opzettelijk eenig werk dienende tot waterkeering-of waterloozing vernielt, onbruikbaar maakt of beschadigt, wordt, indien daarvan gevaar voor overstrooming te duchten is, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Artikel 1G3.
Hij die opzettelijk eenig werk dienende voor het openbaar verkeer vernielt, onbruikbaar maakt of beschadigt, eenigen openbaren land- of waterweg verspert of een ten aanzien van zoodanig werk of van zoodanigen weg genomen veiligheidsmaatregel verijdelt, wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren, indien daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan gevaar voor de veiligheid van het verkeer te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.
Artikel 163.
Hij aan wiens schuld te wijten is dat eenig werk dienende voor het openbaar verkeer wordt vernield, onbruikbaar gemaakt of beschadigd , eenige open\' are land- of waterweg versperd of een ten aanzien van zoodanig werk of van zoodanigen weg genomen veiligheidsmaatregel verijdeld wordt, wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden, indien daardoor het verkeer onveilig wordt;
2quot;. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.
Artikel 164:.
Hij die opzettelijk gevaar veroorzaakt voor bet verkeer door stoomvermogen over een spoorweg, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.
43
Artikel 165.
Hij aan wiens schuld te wijten is dat gevaar ontstaat voor het verkeer door stoomvermogen over een spoorweg, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar.
Artikel 166.
Hij die opzettelijk een voor de veiligheid der scheepvaart gesteld teeken vernielt, beschadigt, wegneemt of verplaatst, zijne werking verijdelt of een verkeerd teeken stelt, wordt gestraft:
lu. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren , indien daarvan gevaar voor de veiligheid der scheepvaart te duchten is;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan gevaar voor do veiligheid der scheepvaart te duchten is en het feit het zinken of stranden van een vaartuig ten gevolge heeft;
3°. met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren , indien daarvan gevaar voor de veiligheid der scheepvaart te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.
Artikel 169.
Hij aan wiens schuld vernieling, beschadiging, wegneming of verplaatsing van een voor de veiligheid dor scheepvaart gesteld teeken of verijdeling zijner werking of het stellen van een verkeerd teeken te wijten is , wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden, indien daardoor de scheepvaart onveilig wordt;
2°. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden , indien het feit het zinken of stranden van een vaartuig ten gevolge heeft;
3°. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.
44
Artikel IGS.
Hij die eeuig vaartuig opzettelijk en wederrechtelijk doet zinken of stranden , vernielt, onbruikbaar maakt of beschadigt, wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is;
2°. met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dood ten gevolge heeft.
Artikel IfiO.
Hij aan wiens schuld te wijten is dat eenig vaartuig zinkt of strandt, vernield, onbruikbaar gemaakt of beschadigd wordt, wordt gestraft:
l0- met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden , indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat;
2°. met gevangenisstivif of hechtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.
Artikel 1?0.
Hij die eenig gebouw of getimmerte opzettelijk vernielt of beschadigt, wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren gt; indien daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is ;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is ;
3°. met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren , indien daarvan levensgevaar voor een ander te duchten is en het feit iemands dool ten gevolge heeft.
Artikel 171.
Hij aan wiens schuld de vernieling of beschadiging van eenig gebouw of getimmerte te wijten is, wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste
45
drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden, indien daardoor gemeen gevaar voor goederen ontstaat;
2°. met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden , indien daardoor levensgevaar voor een ander ontstaat;
3°. met gevangenisstraf of heehtenis van ten hoogste een jaar, indien het feit iemands dood ten gevolge heeft.
Artikel If\'-Ï.
Hij die in een put, pomp, bron of in eene ten algemeenen nutte of tot gezamenlijk gdbiuik vun of met andereu bestemde drinkwaterinrichting eenige stof aanbrengt, wetende dat daardoor het water voor het leven of de gezondheid schadelijk wordt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Indien liet feit ieman is dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft raet levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.
Artikel 173
Hij aan wiens schuld te wijten is dat ineen put, pomp, bron of in eene ten algemeenen nutte of tot gezamenlijk gebruik van of met anderen bestemde drinkwaterinrichting eenige stof wordt aangebracht, waardoor het water voor het leven of de gezondheid schadelijk wordt, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ton hoogste driehonderd gulden.
Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar.
Artikel 171.
Hij die waren verkoopt, to koop aanbiedt, allevert of uitdeelt, wetende dat zij voor het leven óf da gezondheid schadelijk zijn, en dat schadelijk karakter verzwijgende, wordt gestraft mot gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft niet levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.
46
Artikel 1?5.
Hij aan wiens schuld te wijten is dat waren, schadelijk voor het leven of de gezondheid, verkocht, afgeleverd of uitgedeeld worden, zonder dat de kooper of verkrijger met dat schadelijk karakter bekend is, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van \'en hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Indien het feit iemands dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar.
Do waren kunnen worden verbeurdverklaard.
Artikel 176.
Bij veroordeeling wegens eenig in dezen Titel omschreven misdrijf, kan de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 174 en 175 omschreven misdrijven, kan de rechter de openbaarmaking zijner uitspraak gelasten.
TITEL VIII.
Misdrijven icyea het openhaar (jezag.
Artikel 177.
Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft:
1°. hij die een ambtenaar eene gift of belofte doet met het oogmerk om hein te bewegen in zijne bediening, in strijd met zijn plicht, iets te doen of na te laten ;
2°. hij die een ambtenaar eene gift doet ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door dezen in zijne, bediening, in strijd met zijn plicht, is gedaan of nagelaten.
Ontzetting van de in artikel 28 n0. I—4 vermelde rechten kan worden uitgesproken.
Artikel 178.
Hij die een rechter eene gift of belofte doet met het oogmerk om invloed te oefenen op de beslissing van eene aan diens oordeel onderworpen zaak, wordt gestraft met gevangei.isstraf van ten hoogste zes jaren.
47
Indien die gift of belofte gedaan wordt met het oogmerk om eeiiü veroordeeling in eene strafzaak te verkrijgen, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—4 vermelde rechten kan worden uitgesproken.
Artikel 179.
Hij die door geweld of bedreiging met geweld een ambtenaar dwingt tot het volvoeren eener ambtsverrichting of het nalaten eener rechtmatige ambtsverrichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Artikel IS».
Ilij die zich met geweld of bedreiging met geweld verzet tegen een ambtenaar werkzaam in de rechtmatige uitoefening zijner bediening, of tegen personen die hem daarbij krachtens wettelijke verplichting of op zijn verzoek bijstand verleenen , wordt, als schuldig aan wederspannig heul, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 181.
De dwang en de wederspannigheid in de artikelen 179 en 180 omschreven worden gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, indien hot misdrijf of de daarniode gepaard gaande feitelijkheden eenig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden, indien zij zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben;
3°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf\'jaren , indien zij den dood ten gevolge hebben.
Artikel 183.
Do dwang en de wederspannigheid in de artikelen 171) en 180 omschreven, door twee of meer personen met ver-eenigde krachten gepleegd , worden gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
De schuldige wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden , indien het door hem gepleegde misdrijf
48
of do flaaHnj door hem gppleegde feitelijkheden eenig lichamelijk letsel ten gevolge hebben ;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, indien zij zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben;
3°. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren, indien zij den dood ten gevolge hebben.
Artikel 1S3.
Met ambtenaren worden ten aanzien der artikelen 179-182 gelijkgesteld de bestuurders benevens de beöedigde beambten en bedienden van spoorwegdiensten.
Artikel 184 (1)
Hij die opzettelijk niet voldoet aan een bevel of eene vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan dooreen ambtenaar met de uitoefening van eenig toezicht belast of door een ambtenaar belast met of bevoegd verklaard tot het opsporen of onderzoeken van strafbare feiten, alsmede hij die opzettelijk eenige handeling, door een dier ambtenaren ondernomen ter uitvoering van eenig wettelijk voorschrift, belet, belemmert of verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.
Met den in liet eerste gedeelte van het vorige lid bedoelden ambtenaar wordt gelijkgesteld ieder die, krachtens wettelijk voorschrift, voortdurend of tijdelijk met eer.igen openbaren dienst is belast.
Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen twoe jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden, kunnen de straffen meteen derde worden verhoogd.
Artikel 1§5.
Hij die hij eene terechtzitting of ter plaatse waar een ambtenaar in het openbaar in de rechtmatige uitoefening zijner bediening werkzaam is, opschulding veroorzaakt en na het door of vanwege het bevoegd gezag gegeven bevel zich niet verwijdert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee weken of geldboete van ten hoogste honderd twintig gulden.
(1) Gcw(jzigd bij ilc wet van 15 Januari 1880 (Slaalsblad nquot;. G).
49
Artikel 18«
Hij die opzettelijk bij gelegenheid van een volksoploop zich niet onmiddellijk verwijdert nn, liet denle door of vun-wege het bevoegd geznggeloven bevel, wordt, als schuldig aan deelneming aan samenscholing, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ton hoogste zeshonderd gulden.
Artikel 18?.
Hij die eene bekeadmaking, vanwege het bevoegd gezag in liet openbaar gedaan, we lerrechtelijk afscheurt, onleesbaar maakt of beschadigt, met het oogmerk om de kennisneming daarvan te beletten of te bemoeilijken , wordt gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste eane maand of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artlkel]188.
Hij die aangifte of klachte doet dat een strafbaar feit gepleegd is, wetendo dat het niet gepleegd is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Arllkcl 18».
Mot gevangenisstraf van ton hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft:
lquot;. hij die opzettelijk iemand die schuldig is aan of vervolgd wordt ter zake van eenig misdrijf, verbergt of hein behulpzaam is in het ontkomen aan de nasporing van of aanhouding door de ambtenaren der justitie of politie;
2°. hij die nadat eenig misdrijf is gepleegd , met. het oogmerk om het te bo lekken of de nasporing of vervolging te beletten of te bemoeilijken, voorwerpen waarop of waarmede het mislrijf gepleegd is of andere sporen van het misdrijf vernietigt, wegmaakt, verbergt of aan het onderzoek van de ambtenaren der justitie of politie onttrekt.
Deze bepalingen zijn niet van toepassing op hem die de daarin vermelde handelingen verricht ten einde gevaar van vervolging te ontgaan of af te wenden van een zijner bloedverwanten of aange huwden inde rechte linie of in den
4
50
tweeden of derden graad der zijlinie of van zijn echtgenoot of gewezen echtgenoot.
Arllkcl lOO.
Hij die opzettelijk eene gerechtelijke lijkschouwing belet, belemmert of verijdelt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 191.
Hij die opzettelijk iemand, op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van de vrijheid beroofd, bevrijdt of bij zijne zelfbevrijding behulpzaam is , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.
Artikel 192.
Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige of als tolk opgeroepen, opzettelijk niet voldoet aan eenige wettelijke verplichting die hij als zoodanig te vervullen heeft, wordt gestraft;
1°. in strafzaken met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden ;
2°. in andere zaken met gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden.
Artikel 193.
Hij die opzettelijk niet voldoet aan een wettig bevel tot overlegging van een stuk hetwelk beweerd wordt valsch of vervalscht te zijn, of hetwelk dienen moet ter vergelijking met een ander waarvan de valschheid of verval-sching beweerd, of de echtheid ontkend of niet erkend wordt, wordt gestraft :
1°. in strafzaken met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden ;
2°. in andera zaken met gevangenisstraf van ten hoogste vier maanden.
Artikel 194.
Hij die, in stnat van faillissement of van kenlijk on-
51
vermogen verklaard of als bestuurder of commissaris eeuer ia staat van faillissement verklaarde naamlooze vennootschap of coöperatieve vereeniging, wettelijk opgeroepen tot het geven van inlichtingen , hetzij zonder geldige reden opzettelijk wegblijft, hetzij weigert de vereischte inlichtingen te geven of ze overeenkomstig de wet te beëedigen , hetzij opzettelijk verkeerde inlichtingen geeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Artikel 195.
Hij die een recht uitoefent, wetende dat hij daarvan bij rechterlijke uitspraak is ontzet, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.
Artikel 1!K».
Hij die opzettolijk onderscheidingsteekenon draagt of eene daad verricht behoorende tot een ambt dat hij niet bekleedt of waarin hij geschorst is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 1»?.
Een vreemdeling die in strijd met \'s Konings last of \'s rechters bevel, ter uitvoering van de wet gegeven, binnen het rijk in Europa terugkeert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden.
Artikel l»8.
Hij die opzettelijk eenig goed aan het krachtens de wet daarop gelegd beslag of aan eene gerechtelijke sequestratie onttrekt of, wetende dat het daaraan onttrokken is, het verbergt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk eenig krachtens de wet in beslag genomen goed vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt.
Do bewaarder die opzettelijk een dezer feiten pleegt of toelaat, of den dader als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste vier jaren.
Indien een dezer feiten ten gevolge van onachtzaamheid des bewaarders gepleegd ia, wordt deze gestraft mot hechtenis van ton hoogste eene maand of geldboete van ten hoogste honderd twintig gulden.
Artikel 19».
Hij die opzettelijk zegels waarmede voorwerpen door of vanwege het bevoegd openbaar gezag verzegeld zijn, verbreekt, opheft of beschadigt, of de door zoodanig zegel bewerkte afsluiting op andere wijze verijdelt, wordt gestraft rnet gevangenisstraf van leu hoogste twee jaren.
De bewaarder die opzettelijk liet feit pleegt of toelaat, of den dader als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Indien het feit ten gevolge van onachtzaamheid des bewaarders gepleegd is, wordt deze gestraft met hechtenis van ten hoogsto eene maand of geldboete van ten hoogste honderd twintig gulden.
Artikel SOO.
Hij die opzettelijk zaken, bestemd om voor do bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen, akten, bescheiden of registers die voortdurend of tijdelijk op openbaar gezag bewaard worden , of lietzij aan een ambtenaar, hetzij aan een ander in het belang van den openbaren dienst zijn ter hand gesteld, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft mot gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Artikel 301.
Hij die opzettelijk brieven of andere stukken , aan een post- of telegraafkantoor bezorgd of in eene postbus gestoken, aan hunne bestemming onttrekt, opent of beschadigt , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Artikel 303.
Indien de schuldige aan een dor in de artikelen 198—201 omschreven misdrijven zich den toegang tot de plaats van het misdrijf verschaft of het goed onder zijn bereik brengt door middel van braak, verbreking of inklimming, van valsche sleutels, van een valsche order of een valsch
53
kostuum , kan de straf met ten hoogste een jaar gevangenisstraf worden verhoogd.
Artikel 303.
Hij die, in tijd van vrede, opzettelijk desertie van een krijgsman , in dienst van het rijk, uitlokt door een dei-in artikel 47 n0. 2 vermelde middelen , of bevordert op eenige in artikel 48 vermelde wijze, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden.
Artikel 304.
Hij die, in tijd van vrede, opzettelijk oproer of mu\'terij van krijgslieden, in dienst van het rijk, uitlokt door een der in artikel 47 n0. 2 vermelde middelen, of bevordert op eenige in artikel 48 vermelde wijze, wordt gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste zes jaren,
Arfükel 205
Hij die, zonder toestemming des Konings, iemand voor vreemden krijgsdienst aanwerft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ton hoogste drie duizend gulden.
Artikel 20«.
Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren wordt gestraft:
1°. hij die zich opzettelijk voor den dienst bij de militie of bij de schutterij ongeschikt maakt of laat maken;
2°. hij die een ander op diens verzoek opzettelijk voor dien dienst ongeschikt maakt.
Indien in het laatste geval het feit den dood ten gevolge beeft, wordt gevangenisstraf van ten lioogste zes jaren op gelegd.
TITEL IX.
Meineed.
Artikel 207.
Hij die in de gevallen waarin een wettelijk voorschrift
54
eene verklaring onder eele vordert of daaraan rechtsgevolgen verbindt, mondeling of schriftelijk, persoonlijk of door een bijzonder daartoe gemachtigde , opzettelijk eene valsche verklaring onder eede aflegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Indien do valsche verklaring onder eede is afgelegd in eene strafzaak ten narleelo van deu beklaagde of verdachte, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Met den eed staat gelijk de belofte of bevestiging die krachtens de wet voor den eed in de plaats treedt.
Ontzetting van de in artikel 28 nquot;. 1 —4 vermelde rechten kan worden uitgesproken.
TITEL X.
Muntmis drijven.
Artikel 308.
Hij die muntspeciön of muntpapier namaakt of vervalscht, met net oogmerk om die muntspeciën of dat muntpapier als echt en onvervalscht uit te geven of te doen uitgeven, wordt, als schuldig aan valsche munt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Artikel 309.
Hij die opzettelijk als echte en onvervalschte muntspeciën of muntpapier uitgeeft muntspeciën of muntpapier waarvan de valschheid of vervalsching hem , toen hij ze ontving, bekend was , of deze, met het oogmerk om ze als echt en onvervalscht uit te geven of te doen uitgeven, in voorraad heeft of binnen liet rijk in Europa invoert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Artikel 3IO.
Hij die muntspeciën in waarde vermindert, met het oogmerk om ze aldus in waarde verminderd uit te geven of te doen uitgeven, wordt, als schuldig aan muntschennis, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren.
Artikel 311.
Hij die opzettelijk als ongeschonden muntspeciën uitgeeft anuntspeciën waarvan de schennis hem , toen hij ze ont-
55
ving, bekpn 1 was, of deze, met het oogmerk om ze als ongeschonden uit te geven of te doen uitgeven , in voorraad heeft of binnen het rijk in Europa invoert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren.
Artikel 212.
Indien een der in de artikelen 208—211 omschreven misdrijven ten opzichte van buitenlandsehe muntspeciën of buitenlandsch muntpapier wordt gepleegd, wordt bet maximum der gevangenisstraf met twee jaren verminderd.
Artikel 213.
Hij die opzettelijk valsche, vervalschte of geschonden muntspeciën of valsch of vervalscht muntpapier weder uitgeeft nadat de valscheid, vervalsching of schennis hem is bekend geworden , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 21«.
Hij die stoffen of werktuigen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van een muntmisdrijf, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
De stoffen en werktuigen worden verbeurdverklaard.
Artikel 215.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 208—211 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28 n°. 1—4 vermelde rechten worden uitgesproken.
TITEL XI.
Valschheid in zegels en merken.
Artikel 216.
Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren wordt gestraft:
1°. hij die van rijkswege uitgegeven zegels namaakt of vervalscht, met het oogmerk om die zegels als
56
echt en onvervalscht te gebruiken of door anderen te doen gebruiken ;
2°. hij die , met gelijk oogmerk , zoodanige zegels vervaardigt door wederrechtelijk gebruik te maken van echte stempels.
Artikel 31?.
Met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren wordt gestraft:
1°. hij die op gouden of zilveren werken valsche rijks-merken of door de wet vereischte meesterteekenen plaatst of echte vervalscht, niet het oogmerk om die werken te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof de daarop geplaatste merken of teekeuen echt en onvervalscht waren ;
2°. hij die, met gelijk oogmerk, op de bedoelde werken merken of teekenen plaatst door wederrechtelijk gebruik te maken van echte stempels ;
3°. hij die echte rijksmerken of door de wet vereischte meesterteekenen inzet, aanveegt of overbrengt in, aan of op andere gouden of zilveren werken dan die waaraan zij oorspronkelijk zijn aangebracht., met liet oogmerk om die werken te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof de bedoelde merken of teekenen oorspronkelijk daarop waren geplaatst.
Artikel 218.
Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren wordt gestraft:
1°. hij die op voorwerpen aan ijk onderworpen valsche rijksmerken plaatst of echte vervalscht, met het oogmerk om die voorwerpen te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof de daarop geplaatste merken echt en onvervalscht waren;
2°. hij die, met gelijk oogmerk, op de bedoelde voorwerpen merken plaatst door wederrechtelijk gebruik te maken van echte stempels.
57
Artikel 319.
Met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren wordt gestraft:
1°. hij die andere dan de in de artikelen 217 en 218 bedoelde merken, die krachtens wettelijk voorschrifb op goederen of hunne verpakking moeten of kunnen worden geplaatst, daarop valschelijk plaatst of echte vervalscht, met het oogmerk om die goederen te gebruiken of door anderen Ie doen gebruiken alsof de daarop geplaatste merken echt en on vervalscht waren;
quot;^0. hij die, met gelijk oogmerk , op de bedoelde goederen of hunne verpakking merken plaatst door wederrechtelijk gebruik te maken van echte stempels f
3°. hij die echte merken gebruikt voor goederen of hunne verpakking waarvoor die merken niet bestemd zijn, met liet oogmerk om die goederen te gebruiken of door anderen te doen gebruiken alsof de bedoelde merken daarvoor bestemd waren.
Artikel 3 30.
Hij die opzettelijk vabche, vervalscbte of wederrechtelijk vervaardigde zegels, teekenen of merken , of de voorwerpen waaraan zij wederrechtelijk verbonden zijn, gebruikt, verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert, ten verkoop in voorraad heeft of binnen het rijk in Europa invoert, als waren die zegels, teekenen of merken echt en onvervalscht en niet wederrechtelijk vervaardigd of wederrechtelijk aan de voorwerpen verbonden, wordt gestrait met dezelfde straffen ala in de artikelen 216—219 zijn bepaald , naar de daar gemaakte onderscheidingen.
Artikel 221.
Hij die voorwerpen aan ijk onderworpen ontdoet van het daarop geplaatste afkeuringsmerk, met het oogmerk om die voorwerpen te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als waren zij niet afgekeurd , wordt gestraft met ge\'vangeiiisstraf van ten hoogste een jaar.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk deze van het afkeuringsmerk ontdane voorwerpen gebruikt, verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert of ten verkoop in voorraad heeft, als waren zij niet afgekeurd.
58
Artikel 333
Hij die van rijkswege uitgegeven zegels, welke reeds tot gebruik hebben geiliend, ontdoet van het merk besterad om ze voor verder gebruik ongeschikt te maken, met het oogmerk om die zegels te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als waren zij nog niet gebruikt , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die opzettelijk deze van dat merk ontdane zegels gebruikt, verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert, ten verkoop in voorraad heeft of binnen het rijk in Europa invoert, als waren zij nog niet gebruikt.
Artikel 333.
Hij die stoffen of werktuigen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van eenig in artikel 216 omschreven misdrijf, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
De stoffen en worktuigeu worden verbeurdverklaard.
Artikel 33«.
Bij veroordeeling wegens een der In de artikelen 216—222 omschreven misdrijven , kan ontzetting van de In artikel 28 n\'. 1—4 vermelde rechten worden uitgesproken.
TITEL XII.
Valschheid in geschriften.
Artikel 335.
Hij die een geschrift waaruit eenig recht, eenlge verbintenis of eenige bevrijding van schuld kan ontstaan , of dat bestemd is om tot bewijs van eenig feit te dienen, valsche-lijk opmaakt of vervalscht, met het oogmerk om liet als echt en onvervalscht te gebruiken of door anderen te doen gebruiken , wordt, Indien uit dat gebruik eenig nadeel kan ontstaan , als schuldig aan valschheid in geschrift, gestraft mot gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren.
59
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van het valsche of vervalschte geschrift als ware het echt en onvervalscht, indien uit dat gebruik eenig nadeel kan ontstaan.
Artikel »36.
De schuldige aan valschheid ia geschrift wordt gestraft met gevangenisstraf van teu hoogste zeven jaren, indien zij gepleegd is:
1°, in authentieke akten ;
2quot;. in schuldbrieven of certificaten van schuld van eeni-gen staat, eenige provincie, gemeente of openbare instelling;
3°. in aandeelen of schuldbrieven of certificaten van aandeel of schuld van eenige vereeniging , stichting of vennootschap;
4°. in talons, dividend- of rentebewijzen behoorende tot een der onder de beide voorgaande nummers omschreven stukken , of in de bewijzen in plaats van deze stukken uitgegeven;
5°. in voor omloop bestemd krediet- of handelspapier.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt vau eenig in het eerste lid vermeld valsch of vervalscht geschrift als ware het echt en onvervalscht, indien uit dat gebruik eenig nadeel kan ontstaan.
Ardkcl S27.
Hij die in eene authentieke akte eene valsche opgave doet opnemen aangaande een feit, van welks waarheid de akte moet doen blijken, mot het oogmerk om die akte te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware zijne opgave in overeenstemming met de waarheid , wordt, indien uit dat gebruik eenig nadeel kan ontstaan, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van de akte als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid, indien uit dat gebruik eenig nadeel kan ontstaan.
60
Artikel 338.
Do geneeskumlige die opzettelijk eene valsche scliriftelijke verklaring afgeeft nopens het al of niet bestaan of bestaan hebben van ziekten , zwakheden of gebreken , wordt gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste dm jaren.
Indien de verklaring wordt afgegeven inet het oogmerk om iemand in een krankzinnigengesticht te doen opnemen of terughouden , wordt gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden opgelegd.
Met dezelfde straffen wordt gestraft hij die opzettelijk van de valsche verklaring gebruik maakt als ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid.
Artikel 22»
Hij die eene schriftelijke geneeskundige verklaring nopens het al of niet bestaan of bestaan hebben van ziekten, zwakheden of gebreken valschelijk opmaakt of vervalscht, met liet oogme.\'k om het openbaar gezag of verzekeraars te misleiden , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, mot gelijk oogmerk , van de valsche of vervalschte verklaring gebruik maakt als ware zij echt en on vervalscht.
Artikel 230.
Hij die een getuigNchrift van goed gedrag, bekwaamheid , armoede , gebreken of andere omstandigheden valscbelijk opmaakt of vervalscht, met het oogmerk om het te gebruiken of door anderen te doen gebruiken tot het verkrijgen van eene indienststelling of tot het opwekken van welwillendheid en hulpbetoon , wordt gestraft inet gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Met dezelfde stmf worit gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van eenig in net eerste lid vermeld valsch of vervalscht getuigschrift als ware het echt en onvervalscht.
Artikel 231.
Hij die een reispas, veiligheidskaart of reisorder valschelijk opmaakt of vervalscht, of die zoodanig stuk op een valschen naam of voornaam of met aanwijzing eener valsche hoedanigheid doet afgeven , met het oogmerk om het te gebruiken of door anderen te doen gebruiken als ware het
61
echt en onvervalscht of nis ware de inhoud in overeenstemming met de waarheid, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die opzettelijk gebruik maakt van eenig in het eerste lid vermeld valsch of vervalscht stuk als ware het echt en onvervalscht of als ware de inhoud iu overeenstemming met do waarheid.
ArUkil 232.
Hij die biljetten eener kracLteus de wet opgerichte Neder-landsche circulatiebank, waarvan de valschheid of verval-sching liem toen hij zo ontving bekend was, in voorraad heeft of binnen bet rijk in Europa invoert, met het oogmerk om ze als echt en onvervalscht uit te geven of te doen uitgeven, wordt gestraft met gjvangenisstraf van ten hoogste zeven jaren.
Artikel 233.
Hij die opzettelijk valsche of vervalschte biljetten eener krachtens de wet opgerichte Nederlandsche circulatiebank weder uitgeeft nadat de valscbeid of vervalscbing hem is bekend geworden , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 234:.
Hij die stoffen of werktuigen voorhanden heeft waarvan hij weet dat zij bestemd zijn tot het plegen van eenig in artikel 226 n0. 2—5 omschreven misdrijf, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geld boete van ten hoogste driehonderd gulden.
De stoffen en werktuigen warden verbeurdverklaard.
Artikel 235.
Bij veroordeoling wegens een der in de artikelen 225 —229 en 232 omschreven mislrijven, kan ontzetting van de in artikel 28 nquot;. 1—4 vermelde rechten worden uitgesproken.
*
:
02
TITEL XIII.
Misdrijven tegen den hurgerlijken slaat.
Artikel 236
Hij die door eenig3 handeling\' opzettelijk eens anders afstamming onzeker maakt, wordt, als schuldig aan verduistering van staat, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren.
Ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—4 vermelde rechten kan worden uitgesproken.
Ardkcl 23 7.
Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren wordt gestraft;
1°. hij die opzettelijk een dubbel huwelijk aangaat;
2°. hij die een huwelijk aangaat, wetende dat do wederpartij daardoor een dubbel huwelijk aangaat.
Indien hij die opzettelijk een dubbel huwelijk aangaat, aan de wederpartij zijn.gehuwden staat heeft verzwegen, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Ontzetting van de in artikel 28 n0.1—5 vermelde rechten kan worden uitgesproken.
Artikel 338.
De ongehuwde die een huwelijk aangaat, opzettelijk aan do wederpartij verzwijgende dat daartegen eenig wettig beletsel bestaat, wordt, indien op grond van dat beletsel de nietigheid van het huwelijk is uitgesproken, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.
TITEL XIV.
Misdrijven tegen de zeden.
Arllltcl 239.
Met gevangenisstraf van ton hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft:
63
1°. openbare schennis van de eerbaarheid ;
2°. schennis van de eerbaarheid waarbij een ander zijns ondanks tegenwoordig- is.
Artikel 240. (1)
Hij die eenige voor de eerbaarheid aanstootelijke afbeelding of vliegend blaadje waarvan hij den inhoud kent, verspreidt, openlijk ten toon stelt, aanslaat of ter verspreiding in voorraad heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Indien de schuldige het misdrijf in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het misdrijf, nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden , kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
Artikel 241. (1)
Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden wordt gestraft:
1°. de gehuwde die overspel pleegt;
2°. de ongehuwde die het feit medepleegt, wetende dat de medeschuldige gehuwd is.
Geene vervolging heeft plaats dan op klachte van den beleedigden echtgenoot, binnen den tijd van driemaanden gevolgd door een eisch tot echtscheiding of scheiding van tafel en bed op grond van hetzelfde feit.
Ten aanzien van deze klachte zijn do artikelen 64, 65 en 67 niet van toepassing.
De klachte kan worden ingetrokken zoolang het onderzoek ter terechtzitting niet is aangevangen.
Aan de klachte wordt geen gevolg gegeven , zoolang niet het huwelijk door echtscheiding is ontbonden of het vonnis, waarbij scheiding van tafel en bed is uitgesproken, onherroepelijk is geworden.
(1) Gewijzigd\' bij de wet van 15 Januari 1880 (Slaalsbtail nquot;. G).
64
Artikel 343.
Hij rlie door geweld of bedreiging met geweld eene vrouw dwingt met hem buiten echt vleesehelijke gemeenschap te hebben, wordt, als schuldig aan verkrachting, gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste twaalf jaren.
Arllkcl 343.
Hij die buiten echt vleesehelijke gemeenschap heeft met eene vrouw van wie hij weet dat zij in staat van bewusteloosheid of onmacht verkeert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren.
Ai llkcl 3 14.
Hij die vleesehelijke gemeenschap heeft met een meisje beneden den leeftijd van twaalf jaren, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Artikel 34$.
Hij die buiten echt vleesehelijke gemeenschap heeft met eene vrouw die den leeftijd van twaalf, maar nog niet dien van zestien jaren heeft bereikt, wordt gestraft met gevangenisstraf van teii hoogste acht jaren.
Vervolging heeft, buiten.de gevallen van artikel 248, niet plaats dan op klachte.
Artikel 3 tO.
Hij die door gewold of bedreiging met gewold iemand dwingt tot het plegen of dulden van ontuchtige handelingen, wordt, als schuldig aan feitelijke aanranding van de eerbaarheid , gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren.
Artikel 347. ,
Hij die met iemand van wien hij weet dat hij in staat van bewusteloosheid of onmacht verkeert of met iemand beneden den leeftij 1 van zestien jaren ontuchtige handelingen pleegt of laatstgemolden tot het plegen of dulden van zoodanige handelingen of, buiten echt, van vleesehelijke gemeenschap met een derde verlei It, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Gó
Artikel 318.
Indien een der in de artikelen 243 en 245—247 omschreven misdrijven zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren opgelegd.
Indien e.-sn der in de artikelen 242—247 omschreven misdrijven den dood ten gevolg-) heeft, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren opgelegd.
Artikel S19. (1)
Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren wordt gestraft ontucht gepleegd :
1°. door ouders , voogden , toeziende voogden , godsdienstleeraars of onderwijzers met aan hunne zorg of opleiding toevertrouwde minderjarigen;
2\'quot;. door bestuurders of opzichters in werkinrichtingen , werkplaatsen of fabrieken met hunue minderjarige bedienden of ondergeschikten ;
3°. door ambtenaren met personen die aan hun gezag zijn onderworpen of aan hunne waakzaamheid toevertrouwd of aanbevolen ;
4°. door bestuurders, geneeskundigen , onderwijzers, beambten, opzichters of bedienden in gevangenissen, rijkswerkinrichtingen, huizen van verbetering, opvoedingsgestichten , weeshuizen, ziekenhuizen, krankzinnigengestichten of instellingen van weldadigheid, met personen daarin opgenomen.
Artikel 230.
Als schuldig aan koppelarij wordt gestraft :
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren, de vader, moeder , voogd of toeziende voogd die opzettelijk het plegen van ontucht door zijn minderjarig kind of den onder zijne voogdij of toeziende voogdij staanden minderjarige met een derde teweegbrengt of bevordert;
2°. met gevangenisstraf van ton hoogste drie jaren , ieder ander die uit winstbejag opzettelijk het plegen van
(t) Gewijzigd bij de wet vau 15 Januari 1880 [Slncitsilad nquot;. 0).
66
ontucht door een minderjarige met een derde teweegbrengt of bevordert, of die van het opzettelijk teweegbrengen of bevorderen van ontucht door een minderjarige met een derde eene gewoonte maakt.
Artikel 251.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 239 en 241—250 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—5 vermelde rechten worden uitgesproken. . Indien de schuldige aan een der misdrijven in de beide vorige artikelen omschreven het misdrijf in zijn beroep begaat, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
Artikel 353. (1)
Met gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft:
1°. hij die aan iemand die in kenlijken staat van dronkenschap verkeert, beJwelinendeu drank verkoopt of toedient;
2°. hij die een kind beneden den leeftijd van zestien jaren dronken maakt;
33. hij die iemand door geweld of bedreiging met geweld dwingt tot het gebruik van bedwelmenden drank.
Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Indien het feit den dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Indien de schuldige het misdrijf in ziju beroep begaat, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
Artikel 353.
Hij die een onder zijn wettig gezag staand kind beneden den leeftijd van twaalf jaren aan een ander afstaat of overlaat , wetende dat het tot of bij het uitoefenen van bedelarij, van gevaarlijke kunstverrichtingen of van gevaarlijken
1) Gewijzigd bij lt;le wet van 13 Januari 1880 [Staatsblad aquot;. C).
67
of de gezondheid ondermijnenden arbeid zal worden gebruikt , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Artikel 354. (1)
Mishandeling van een dier wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste honderd twintig gulden.
Indien het misdrijf in het openbaar gepleegd wordt, wordt gevangenisstraf van ten hoogste vier .maanden of geldboete van ten hoogste honderd twintig gulden opgelegd.
Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden , kunnen de strafiFen met een derde worden verhoogd.
Poging tot dit misdrijf is niet strafbaar.
TITEL XV.
Verlating van hulpbehoevenden.
Artikel 255
Hij die opzettelijk iemand tot wiens onderhoud, verpleging of verzorging hij krachtens wet of overeenkomst verplicht is, in een hulpeloozen toestand brengt of laat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 350.
Hij die een kind beneden den leeftijd van zeven jaren te vondeling legt of, met het oogmerk om er zich van te ontdoen , verlaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste vier jaren en zes maanden.
Artikel 25?.
Indien een der in do artikelen 255 en 256 omschreven feiten zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden.
Indien een dezer feiten den dood ten gevolge heeft,
(1) Gewijzigd bij do wet van 15 Januari 1880 [Slaatsilad nquot;. C).
68
wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogsta negen jaren.
Artikel 258.
Indien de schuldige aan het in artikel 25G omschreven misdrijf de vader of de moeder is, kunnen te zijnen aanzien de in de artikelen ^5(5 en 257 bepaalde straffen met een derde worden verhoogd.
Arlikcl SöO.
Indien de moeder, onder de werking van vrees voor de ontdekking van hare bevalling, haar kind kort na de geboorte to vondeling legt of, met het oogmerk om er zich van ta ontdoen, verlaat, wordt het maximum der in de artikelen 256 en 257 vermelde straffen tot de helft verminderd.
Artikel 360.
Bij veroordeel ing wegens een der in de artikelen 255—259 omschreven misdrijven, kau ontzetting van de in artikel 28 n0. 4 vermelde rechten worden uitgesproken.
TITEL XVI.
Bdeediging.
Artikel 361.
Hij die opzettelijk iemands eer of goeden naam aanrandt , door telastleggiug van een bepaald feit, met het kenlijk doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, wordt, als schuldig aan smaad , gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Indien dit geschiedt door middel van geschriften of afbeeldingen , verspreid , openlijk ten toon gesteld of aangeslagen , wordt de dader , als schuldig aan smaadschrift, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Noch smaad , noch smaadschrift bestaat voor zoover de dader klaarblijkelijk heeft gehandeld in het algemeen belang of tot noodzakelijke verdediging.
Artikel 262.
Hij die, het misdrijf van smaad of smaadschrift pleegt
ö9
ingeval het bewijs der waarheid van het te laste gelegde feit is toegelaten , wordt, indien hij dat bewijs uiet levert en de telastlegging tegen beter weten is geschied , als schuldig aan laster, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Ontzetting van do in artikel 28 n°. 1—3 vermelde rechten kan worden uitgesproken.
Artikel 203.
Het bewijs der waarheid van het te laste gelegde feit wordt alleen toegelaten in de volgende gevallen:
1°. wanneer de rechter het onderzoek naar de waarheid noodig acht ter beoordeeling van de bewering van den beklaagde dat bij in het algemeen belang of tot noodzakelijke verdediging gehandeld heeft;
2°. wanneer aan oen ambtenaar een feit begaan in do uitoefening zijner bediening wordt te. laste gelegd.
Artikel 364
Het in artikel 263 bedoeld bewijs is niet toegelaten , indien het te laste gelegde feit,,niet dan op klachte kan worden vervolgd en geene klachte is gedaan.
Artikel 365
Indien de belee ligde aan het te laste gelegde feit bij rechterlijk gewijsde onherroepelijk is schuldig verklaard, is veroordeeling wegens laster uitgesloten.
Indien hij van het te laste gelogde feit bij rechterlijk gewijsde onherroepelijk is vrijgesproken, wordt dat gewijsde als volkomen bewijs der onwaarheid van het feit aangemerkt.
Indien tegen den beleedigde wegens het hem te laste gelegde feit eene strafvervolging is aangevangen, wordt de vervolging wegens laster geschorst tot\'lat bij gewijsde onherroepelijk over bet te laste gelegde feit is beslist.
Artikel 366.
Elke opzettelijke beleediging die niet het karakter van smaad of smaadschrift draagt, iemand hetzij in het openbaar mondeling of bij geschrifte, hetzij in zijne tegenwoordigheid mondeling of door feitelijkheden, hetzij door een toegezonden of aangeboden geschrift, aangedaan, wordt, als eenvoudige beleediging, gestraft met gevange-
70
niaatraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 367.
De in de voorgaande artikelen van dezen titel bepaalde straffen kunnen met een derde worden verhoogd , indien de beleediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening zijner bediening.
Arllkel 368.
Hij die opzettelijk tegen een bepaald persoon bij de overheid eene valsche klachte of aangifte schriftelijk inlevert of in schrift doet brengen, waardoor de eer of goede naam van dien persoon wordt aangerand, wordt, als schuldig aan lasterlijke aanklacht, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—3 vermelde rechten kan worden uitgesproken.
Artikel 369.
Beleediging, strafbaar krachtens dezen titel, wordt niet vervolgd dan op klachte van hem tegen wien het misdrijf is gepleegd, behalve in het geval van artikel 267.
Artikel 370.
Hij die ten aanzien van een overledene eeo feit pleegt dat, ware deze nog in leven, als smaadschrift of smaad zou zijn gekenmerkt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Dit misdrijf wordt niet vervolgd dan op klachte hetzij van een der bloedverwanten of aangehuwden van den overledene in de rechte linie of zijlinie tot den tweeden graad , hetzij van zijn echtgenoot.
Artikel 8Ï1. (1)
Hij die een geschrift of afbeelding van beleedigenden of voor een overledene smadelijken inhoud, met het oogmerk om aan den beleedigenden of smadelijken inhoud ruchtbaarheid te geven of de ruchtbaarheid daarvan te vermeerderen , verspreidt, openlijk ten toon stelt of aan-
(1) Gewijzigd bjj de wet van 15 Januari 188G {Slaalsblad n0. 6),
71
slaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste eene maand of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Indien de schuldige het misdrijf in zijn beroep begaat en er, tijdens het plegen van het misdrijf, nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden , kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
Dit misdrijf wordt niet vervolgd dan op klachte van de in artikel 2ö9 en het tweede lid van artikel 270 aangewezen personen.
TITEL XVII.
Schending van geheimen.
Artikel 373.
Hij die opzettelijk eenig geheim , hetwelk hij, uit hoofde van zijn hetzij tegenwoordig hetzij vroeger ambt of beroep , verplicht is te bewaren , bekendmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.
Indien dit misdrijf tegen een bepaald persoon gepleegd is, wordt het slechts vervolgd op diens klachte.
/trtlkcl 373.
Hij die opzettelijk aangaande eene onderneming van handel of nijverheid bij welke hij werkzaam is of geweest is, bijzonderheden waarvan hem geheimhouding is opgelegd, bekendmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.
Geene vervolging heeft plaats dan op klachte van het bestuur der onderneming.
TITEL XVIII.
Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid.
Artikel 374.
Hij die voor eigen of vreemde rekening slavenhandel drijft of opzettelijk daaraan middellijk of onmiddellijk deelneemt, wordt gestraft met gevangenisstraf van too hoogste twaalf jaren.
72
ArUkcl 2 75.
Hij die als schipper dienst neemt of dienst doet op een vaartuig, wetende dat het tot het drijven van slavenhandel bestemd is, of het daartoe gebruikende, wordt gestraft mot gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Indien het vervoer den dood van een of meer slaven ten gevolge heeft, wordt de schipper gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Artikel 3 76.
Hij dio als schepeling dienst neemt op een vaartuig, wetende chit het tot het drijven van slavenhandel bestemd is of gebruikt wordt, of vrijwillig in dienst blijft na die bestemming of dit gebruik te hebben vernomen , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Artikel 3 77.
Hij die voor eigen of vreemde rekening middellijk of onmiddellijk medewerkt tot het verhuren , vervrachten of verzekeren van een vaartuig, wetende dat het tot het drijven van slavenhandel bestemd is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren.
Artikel 278.
Hij die iemand over de grenzen van het rijk in Europa voert, niet liet oogmerk om hem wederrechtelijk onder de macht van een ander te brengen of om hem in hulpeloozen toestand te verplaatsen, wordt, als schuldig aan men-schenroof, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Artikel 27».
Hij dio opzettelijk een minderjarige onttrekt aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van dengene die dit desbevoegd over hem uitoefent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren wordt opgelegd , indien list, geweld of bedreiging met geweld is gebezigd, of indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is.
73
Artikel 380.
Hij die opzettelijk een minderjarige die onttrokken is of zich onttrokken heeft aan het wettig over hem gesteld gezag of aan het opzicht van dengeiïe die dit desbevoegd over hem uitoefent, verbergt of aan de nasporing van de ambtenaren der justitie of politie onttrekt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of, indien de minderjarige beneden de twaalf jaren oud is, met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Artikel 281.
Als schuldig aan schaking wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, hij die eene minderjarige vrouw, zonder den wil van hare ouders of voogden , doch met liare toestemming wegvoert, met het oogmerk om zich haar bezit in of buiten echt te verzekeren ;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren, hij die eene vrouw door list, geweld of bedreiging met geweld wegvoert, met het oogmerk om zich haar bezit in of buiten echt te verzekeren.
Geene vervolging heeft plaats dan op klachte.
De klachte geschiedt:
a. indien de vrouw tijdens de wegvoering minderjarig is, hetzij door haar zelve, hetzij door iemand wiens toestemming zij tot het aangaan van een huwelijk behoeft;
l. indien zij tijdens do wegvoering meerderjarig is, hetzij door haar zelve , hetzij door haren echtgenoot.
Indien de schaker met de weggevoerde een huwelijk heeft gesloten, heeft geene veroordeeling plaats, dan nadat de nietigheid van het huwelijk is uitgesproken.
Artikel 383.
Hij die opzettelijk iemand wederrechtelijk van de vrijheid berooft of beroofd houdt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden.
Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
74
Indien het feit den dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
De in dit artikel bepaalde straffen zijn ook van toepassing op hem die opzettelijk tot de wederrechtelijke vrij-heidsrooving eene plaats verschaft.
ƒ
Artikel 3S3.
Hij aan wiens schuld te wijten is dat iemand wederrechtelijk van de vrijheid beroofd wordt of beroofd blijft, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden cf geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met hechtenis van ten hoogste negen maanden.
Indien het feit den dood ten gavolge heeft, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste een jaar.
Artikel 284.
v \' Met gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden - of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt , A, gestraft:
■ 4 \' v v .. • •
\\ . ^ 1°. lüj die een ander door geweld of bedreiging met geweld wederrechtelijk dwingt iets te doen, niette \'r( « doen of te dulden;
f .V hij tlic oen ander door bedreiging met smaad of
^ ^ : smaadschrift dwingt iets te doen, nidt te doen of
y dulden.
^ 4 ^16\'\' onder 2°. omschreven , wordt het misdrijf
^ A \\ niet vervolgd dan op klachte van hem tegen wien het \' gepleegd is.
\' ^ ; Artikel 28».
^N^\'- ^ v Bedreiging met openlijk geweld met vereenigde krachten
• tegen personen of goederen, met eenig misdrijf waardoor
^ S\' lt;le algemeene veiliglieid van personen of goederen in gevaar
\'fS ^ wordt gebracht, met verkrachting, met feitelijke aan-
j randing van de eerbaarheid, met eenig misdrijf tegen het loven gericht, met zware mishandeling of met brandstich-
\\ ting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste
\\ t,/ \\ twee jaren.
gt;
A;\'
r\\\'
75
Indien deze bedreiging schriftelijk en onder eene bepaalde voorwaarde geschiedt, wordt zij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.
Artikel 386.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 274—282 en in het tweede lid van artikel 285 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—4 vermeide rechten worden uitgesproken.
TITEL XIX.
Misdrijven tegen het leven gericht.
Artikel 28?.
Hij die opzettelijk een ander van het leven berooft, wordt, als schuldig aan doodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Artikel 388.
Doodslag gevolgd, vergezeld of voorafgegaan van een strafbaar feit en gepleegd met het oogmerk om de uitvoering van dat feit voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heeter daad, aan zich zeiven of andere deelnemers aan dat feit hetzij straffeloosheid hetzij het bezit van het wederrechtelijk verkregene te verzekeren, wordt gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.
Artikel 389.
Hij die opzettelijk en met voorbedachten rade een ander van het loven berooft, wordt, als schuldig aan moord , gestraft met levenslange gevangenisstraf of tijdelijke van ten hoogste twintig jaren.
Artikel 300-
De moeder die, onder de werking van vrees voor de ontdekking van hare bevalling, haar kind bij of kórt na de geboorte opzettelijk van het leven berooft, wordt, als schuldig aan kinderdoodslag, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
76
Artikel 391.
De mueder die, ter uitvoering van een onder de werking\' van vrees voor de ontdekking\' van hare aanstaande bevalling genomen besluit, haar kind bij of kort na de geboorte opzettelijk van het leven berooft, wordt, als schuldig aan kindermoord, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Artikel 393.
De iu de artikelen 290 en 291 omschreven misdrijven worden ten aanzien van anderen , die er aan deelnemen, als doodslag of als moord aangemerkt.
Artikel 393.
Hij die een ander op zijn uitdrukkelijk en ernstig verlangen van het leven berooft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Artikel 394.
Hij die opzettelijk een ander tot zelfmoord aanzet, hem daarbij behulpzaam is of hem de middelen daartoe verschaft , wordt, indien de zelfmoord volgt, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Artikel 395.
De vrouw die opzettelijk de afdrijving of den dood van hare vrucht veroorzaakt of door een ander laat veroorzaken, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Artikel 390.
Hij die opzettelijk de afdrijving of den dood der vrucht van eene vrouw zonder hare toestemming veroorzaakt , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Indien het feit den dood van de vrouw ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
77
Arllkcl 39?.
Hij die opzettelijk de afdrijving of den dood dor vrucht van eene vrouw met hare toestemmiug\' veroorzaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden.
Indien het feit den dood van de vrouw ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Artikel 208.
Indien een geneeskundige, vroedvrouw of artsen ijbereider medeplichtig is aan liet misdrijf in artikel 295, of schuldig of medeplichtig aan een der misdrijven in de artikelen 296 en 297 omschreven , kunnen de in die artikelen bepaalde straffen met een derde worden verhoogd, en kan hij van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf begaat worden ontzet.
Artikel iO».
Bij veroordeeling wegens doodslag, wegens moord of wegens een der inde artikelen 293, 29\'j en 297 omschreven misdrijven , kan ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—5 vermelde rechten worden uitgesproken.
TITEL XX.
Mishandeling.
Artikel »00.
Mishandeling wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Indien liet feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.
Indien het feit den dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Met mishandeling wordt gelijkgesteld opzettelijke be-nadeeling der gezondheid.
Poging tot dit misdrijf is niet strafbaar.
78
Artikel 301.
Mishandeling gepleegd met voorbedachten rade wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Indien het feit zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Indien het feit den dood ten gevolge heeft, wordt hij gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Artikel 303.
Hij die aan een ander opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toebrengt, wonlt, als schuldig aan zware mishandeling, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren.
Indien het feit den dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste tien jaren.
Artikel 303.
Zware mishandeling gepleegd met voorbedachten rade wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Indien het feit den dood ten gevolge heeft, wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Artikel 304.
De in de artikelen 300—303 bepaalde straffen kunnen met een derde worden verhoogd;
1°. ten [aanzien van den schuldige die het misdrijf begaat\' tegen zijne moeder, zijn wettigen vader, zijn echtgenoot of zijn kind ;
2°. indien het misdrijf wordt gepleegd tegen een ambte-naar gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening zijner bediening ;
3°. indien het misdrijf wordt gepleegd door toediening van voor het leven of de gezondheid schadelijke stoffen.
79
Artikel 30S.
Bij veroordeeling1 wegens een der in de artikelen 301 en 303 omschreven misdrijven kan ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—4 vermelde rechtén werden uitgesproken.
Artikel 306.
Zij die opzettelijk deelnemen aan een aanval of vechterij waarin onderscheiden personen zijn gewikkeld, worden, behoudens ieders verantwoordelijkheid vooi\' de bijzondere door hem bedreven feiten , gestraft:
lquot;. met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren , indien de aanval of vechterij alleen zwaar lichamelijk \' letsel ten gevolge heeft v
2* met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren, indien de aanval of vechterij iemands dood ten gevolge heeft.
TITEL XXI.
Veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel
door schuld.
Artikel 307.
Hij aan wiens schuld de dood van een ander te wijten is, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste negen maanden.
Artikel 308.
Hij aan wiens schuld te wijten is dat eeu ander zwaar lichamelijk letsel bekomt of zoodanig- lichamelijk letsel waaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefeningzijner ambts- of beroepsbezigheden ontstaat, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste zes maanden.
Artikel 300.
Indien de in dezen titel omschreven misdrijven worden gepleegd in de uitoefening van eenig ambt of beroep, kan de straf met een derde worden verhoogd , kon ontzetting worden uitgesproken van de uitoefening van het beroep
80
waarin het misdrijf is gepleegd, en kan de rechter de openbaarmaking zijner uitspraaü gelasten.
TITEL XXII.
Diefstal en slrooperij.
[Artikel 310.
Hij die eenig goed dat geheel of ten deele aan eeu ander toohehoort, wegneemt, met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, wordt, als schuldig aan diefstal, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren of geldboete van ten hoogste zestig gulden.
Artikel 311.
Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren wordt gestraft:
1°. diefstal van vee uit de weide;
2°. diefstal bij gelegenheid van brand, ontploffing, watersnood, schipbreuk, stranding, spoorwegongeval, oproer, muiterij of oorlogsnood ;
3°. diefstal gedurende den voor do nachtrust bestemden tijd , in eene woning of op een besloten erf waarop eene woning staat, door iemand die zich aldaar buiten weten of tegen den wil van den rechthebbende bevindt;
4°. diefstal door twee of meer vereenigde personen;
5°, diefstal waarbij de schuldige zich den toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft of het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door raiddel van braak, verbreking of inklimming, van valsche sleutels , van een valsche order of een valsch kostuum.
Indien de in n0. 3 omschreven diefstal vergezeld gaat van eene der in nquot;. 4 en 5 vermelde omstandigheden, wordt gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren opgelegd.
ArUkel 313.
Met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren wordt
81
gestraft diefstal, voorafgegaan , vergezeld of gevolgd van geweld of bedreiging met geweld tegen personen , gepleegd met het oogmerk om dien diefstid voor Ie bereiden of gemakkelijk te maken , of om , bij betrapping op heeter daad, aan zich zei ven of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren.
Gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren wordt opgelegd;
1°. indien het feit wordt gepleegd hetzij gedurende den voor de nachtrust bestemden tijd in eene woning of op een besloten erf waarop eene woning staat; hetzij op den openbaren weg; hetzij in een spoortrein die in beweging is;
2°. indien het feit wordt gepleegd door twee of meer vereenigde personen ;
3°. indien de schuldige zich den toegang tot de plaats des misdrijfs heeft verschaft door middel van braak of inklimming, van valsche sleutels, van een valsche order of een valsch kostuum ;
4n. indien het feit zwaar lichamelijk letssl ten gevolge heeft.
Gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren wordt opgelegd, indien het feit den dood ton gevolge heeft.
Artikel 313.
Bij veroordeeling wegens diefstal kan ontzetting van de in artikel 28 n0. 1—4 vermelde rechten worden uitgesproken.
Artikel 314. (1)
Hij die, zonder geweld of bedreiging met geweld tegen personen, geheel of ten deele aan een ander toebehoorende klei, bagger, ongesneJen veen, zand , aarde, grind, puiu, mestspeciön, zoden , plaggen , hei le, helm , wier, riet, biezen, mos, onbewerkt en niet vervoerd hak- of sprokkelhout, ongeplukte of afgevallen boomvrachten of bladeren, te veld staand gras of te veld staande of na den oogst achtergebleven veldvruchten wegneemt, met het oog merk om zich die voorwerpen wederrechtelijk toe te eigene n , wordt, als schuldig
(1) Güwyzigil bü de wet van 15 Janu-m 188C (Slwilsblad uquot;. 0).
Ü
82
aan strooperij, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste eene maand quot;of geldboete van ten hoogste zestig gulden.
Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden , wordt hij gestraft met gevangenisstraf van teu hoogste twee maanden.
Artikel 315. (1)
Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van ten hoogste zestig gulden wordt gestraft:
1°. strooperij gepleegd met behulp van vaartuigen, wagens , trek- of lastdieren;
2°. strooperij gepleegd onder eene of meer der in artikel 311 n°. 2-5 vermelde omstandigheden.
Ontzetting van de in artikel 28 nM-4 vermelde rechten kan worden uitgesproken.
Artikel 31«.
Indien de dader van of medeplichtige aan een der in dezen titel omschreven misdrijven de niet van tafel en bed of van goederen gescheiden echtgenoot is van hem tegen wien het misdrijf is gepleegd, is de strafvervolging tegen dien dader of dien medeplichtige uitgesloten.
Indien hij zijn van tafel en bed of van goederen gescheiden echtgenoot is of zijn bloed- of aanverwant, hetzij in do rechte linie, hetzij in den tweeden graad der zijlinie, heeft de vervolging, voor zoover hem betreft, alleen plaats op eene tegen hem gerichte klachte van dengene tegen wien het misdrijf is gepleegd.
TITEL XXIII.
Afpersing en afdreiging.
Artikel 317.
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen, door geweld of bedreiging met geweld iemand dwingt hetzij tot de afgifte van eenig gped dat geheel of ten deele aan dezen of aan een derde toe-
(1) Gewijzigd bU de wet van 15 Januari 1886 (Staatsblad n°. 6).
83
behoort, hetzij tot het aangaan vim eene schuld of het te-ni jtiloen van eeue insehuld, wordt, als schuldig aan afpersing,quot; gestraft niet gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
De bepalingen van bet tweede en derde lid van artikel 312 zijn oj) dit misdrijf van toepassing.
Artikel 318.
Hij die, met liet oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen , door bedreiging met smaad , smaadschrift of openbaring van een geheim iemand dwingt hetzij tot de afgifte van eenig goed dat geheel of ten deele aan dezen of aan een derde toebehoort, hetzij tot het aangaan van eene schuld of bet tenietdoen van eene insehuld , wordt, als schuldig aan afdreiging, gestraft mot gevaiK genisstraf van ten hoogste drie jaren.
Dit misdrijf wordt niet vervolgd dan op klachle van hem tegen wiea het gepleegd is.
Artikel 31».
De bepaling van artikel 316 is op de in dezen titel omschreven misdrijven van toepassing.
Artikel 33 O.
Bij veroordeeliiig wegens een der in dezen titel omschreven misdrijven , kan ontzetting van de iu artikel 28 n0. 1-4 vermelde rechten worden uitgesproken.
TITEL XXIV.
Verduistering.
Artikel 321.
Hij die opzettelijk eenig goed dat geheel of ten deele aan een ander toebehoort en dat hij anders dim door misdrijf onder zich heeft, wederreclitehjk ziih toeeigent, wordt, ais schuldig aan verduistering, gestraft met gevangeuisstmf van ten hoogste drie jaren of geldboete van ten hoogste zestig gulden.
Artikel 323.
Verduistering gepleegd door bem die het goed uit hoofde van zijne persoonlijke dienstbetrekking of van zijn beroep , of tegen geldelijke vergoeding onder zich heeft, quot;wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.
84
Artikel 33».
Verduistering\' gepleegd door hem wien het goed uit noodzaak in bewaring is gegeven, of door voogden, curators , bewindvoerders, uitvoerders vau uiterste wilsbeschikkingen of beheerders van instellingen van weldadigheid of van stichtingen , ten opzichte van eenig goed dat zij als zoodanig,onder zich hebben, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijf jaren.
Artikel 334.
De bepaling vau artikel 310 is op de in dezen titel omschreven misdrijven van toepassing.
Artikel 335.
Bii veroordeeling wegens een der in dezen titel omschreven misdrijven, kan de rechter de openbaarmaking zijner uitspraak gelasten en ontzetting uitspreken van de in artikel 28 n0. 1 —4 vermelde rechten.
Indien de schuldige het misdrijf in zijn beroep begaat, kan hij van de uitoefening van dat beroep worden ontzet.
TITEL XXV.
Bedrog.
Artikel 33Ö.
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander weder-rechteliik\'te bevoordeelen , hetzij door het aannemen van een vaïschen naam of van eene valsche hoedanigheid , hetzij door listige kunstgrepen, hetzij door een samenweefsel van verdichtsels, iemand beweegt tot de afgifte van eenig goed of tot hot aangaan van eene schuld of het tenietdoen van eene inschuld, wordt, als schuldig aan oplichting , gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren#
Artikel 337.
Hij die door listige kunstgrepen den verzekeraar in dwalino- brengt ten opzichte van omstandigheden tot de verzekering betrekking hebbende, zoodat deze eene overeenkomst sluit die hij niet of niet onder dezelfde voorwaarden
85
zou hebben gesloten , indien hij den waren staat van zaken gekend had, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Artikel 32S.
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander, ten nadeele van den verzekeraar of van den wettigen houder van een bodemerijbrief, wederrechtelijk te bevoordeelsn , brand sticht of eene ontploffing teweegbrengt in eenig tegen brandgevaar verzekerd goed , of een vaartuig dat verzekerd is of waarvan de lading of de te verdienen vrachtpenningen zijn verzekerd, of waarop bodemerijpenningen zijn geschoten , doet zinken of stranden , vernielt, onbruikbaar maakt of beschadigt, wordt gestn ft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.
Artikel 33».
Met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar wordt gestraft de verkooper die den kooper bedriegt:
1°. door hem die een bepaald aangewezen voorwerp kocht, opzettelijk iets anders daarvoor in de plaats te leveren ;
2°. ten opzichte van den aard , de hoedanigheid of de hoeveelheid van het geleverde, door het aanwenden van listige kunstgrepen.
Artikel 330.
Hij die eet- of drinkwaren of geneesmiddelen verkoopt, te koop aanbiedt of aflevert, wetende dat zij vervalscht zijn en die vervalsching verzwijgende,. wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Eet- of drinkwaren of •geneesmiddelen zijn vervalscht wanneer door bijmenging van vreemde bestanddeelen hunne waarde of hunne bruikbaarheid verminderd is.
Artikel 331.
Met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren wordt gestraft de aannemer of de bouwmeester van eenig werk of de verkooper van bouwmaterialen , die bij de uitvoering van het werk of de levering der materialen eenige be-
86
drieglijke handeling pleegt, teu gevolge waarvan de veiligheid van personen of goederen , of de veiligheid van den staat in tijd van oorlog kan worden in gevaar gebracht.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die, met het opzicht over het werk of over de levering der materialen belast, de bedrieglijke handeling opzettelijk toelaat.
Artikel 333.
Hij die, bij levering van benoodigdheden ten dienste van de vloot of het leger, ceiiige bedrieglijke handeling ploegt, ten gevolge waarvan de veiligheid van den staat in tijd van oorlog kan worden in gevaar gebracht, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Met dezelfde straf wordt gestraft hij die , met het opzicht over de levering der goederen belast, de bedrieglijke handeling opzettelijk toelaat.
Artikel 333.
Hij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen, hetgeen tot afbakening der grenzen van erven dient vernielt, verplaatst, verwijdert of onbruikbaar maakt, wordt gestraft met |gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.
Artikel 334.
Mij die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordeelen , door het verspreiden van een logenaclitig bericht, den prijs van koopwaren, fondsen of geldswaardig papier doet stijgen of dalen , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.
Artikel 333.
Hij die , zich belastende met of zijne medewerking ver-ieenende tot het plaatsen van schuldbrieven van eenigen staat, eenige provincie, gemeente of openbare instelling, of van aandeelen in of schuldbrieven van eenige vereeniging, stichting of vennootschap, het publiek tot inschrijving of deelneming tracht te bewegen door het opzettelijk verzwijgen of verminken van ware of voorspiegelen van valsche feiten of omstandigheden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
87
Artikel 336.
De koopman , de bestuurder of commissaris eener naam-looze vennootschap of coöperatieve vereeniging die opzettelijk eenen onwaren staat of balans openbaarmaakt, wordt gestraft inet gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Artikel 33?. (1)
Hij die opzettelijk waren , welke zelve of op hare verpakking valschelijk voorzien zijn van den naam, de firma of het merk waarop een ander recht heeft, of, ter aanduiding van herkomst, van den naam eener bepaalde plaats, met bijvoeging van een verdichten naam of firma, of op welke of op wier verpakking zoodanige nanm , firma of merk, zij bet ook met eene geringe afwijking, zijn nagebootst , binnen het rijk in Europa invoert zonder klaarblijkelijke bestemming om weder te worden uitgevoerd, verkoopt, te koop aanbiedt, aflevert, uitdeelt of ten verkoop of ter uitdeeling in voorraad heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.
Indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijk misdrijf onherroepelijk is geworden , kan gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden worden opgelegd.
Artikel 338.
De bepaling van artikel 310 is op de in dezen titel omschreven misdrijven van toepassing.
Artikel 339.
Bij veroordeeling wegens een der in dezen titel omschreven misdrijven, kan de rechterde openbaarmaking zijner uitspraak gelasten en de schuldige worden ontzet van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 326 , 328 , 331 en 332 omschreven misdrijven , kan ontzetting van de in artikel 28 n®. 1—4 vermelde rechten worden uitgesproken.
(I) QewyzigJ by de wet van 15 Januari 1886 (Slanltblad n0. 0.)
88
TITEL XXVI.
Benadeeliuy van schuldeischers of rechthehbendcn.
Artikel 340.
De koopman die in staat van fiiillissement is verklaard of tot gerechtelijken boedehifstnnd is toegelaten, wordt, als. schuldig aan eenvoudige bankbreuk, gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste een jaar:
1°. indien zijne verteringen buitensporig zijn geweest;
2°. indien hij , met het oogmerk om zijn faillissement uit te stellen , wetende dat het daardoor niet kon worden voorkomen , op bezwarende voorwaarden geldopnemingen heeft gedaan ;
3°. indien hij de boeken die hij gehouden heeft, niet in ongeschonden staat te voorschijn brengt.
Artikel 341.
De koopman die in staat van faillissement is verklaard of tot gerechtelijken boedelafstand is toegelaten , wordt, al» schuldig aan bedrieglijke bankbreuk, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren , indien hij ter bedrieglijke verkorting van de rechten zijner schuldeischers:
1°. hetzij lasten verdicht heeft of verdicht, hetzij baten niet verantwoord heeft of niet verantwoordt, heizij eenig goed aan den boedel onttrokken heeft of onttrekt;
2®. eenig goed hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd;
3°. ter gelegenheid van zijn faillissement of op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen, een zijner schuldeischers op eenige wijze bevoordeeld heeft of bevoordeelt;
4°. niet voldaan heeft of niet voldoet aan do op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het houden, bewaren en te voorschijn brengen van boeken en papieren.
89
Artikel 343.
De bestuurder of commissaris eener iiaamlooze vennootschap of coöperatieve vereeniging welke in staat van faillissement is verklaard, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar:
1°. indien hij heeft medegewerkt of zijne toestemming gegeven tot handelingen met de statuten in strijd, waaraan de door de vennootschap of vereeniging geleden verliezen geheel of grootendeels zijn te wijten ;
2°. indien hij , met het oogmerk om het faillissement der vennootschap of vereeniging uit te stellen, wetende dat het daardoor niet kon worden voorkomen , heeft medegewerkt of zijne toestemming gegeven tut het doen van geldopnemingen op bezwarende voorwaarden ;
3°. indien het aan hom te wijten is dat niet geregeld is boek gehouden , of dat de boeken die gehouden zijn, niet in ongeschonden staat worden te voorschijn gebracht.
Artikel 343.
De bestuurder of commissaris eener naamlooze vennootschap of coöperatieve vereeniging welke in staat van faillissement ia verklaard, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren, indien hij ter bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeischers van de vennootschap of vereeniging;
1°. hetzij lasten verdicht heeft of verdicht, hetzij baten niet verantwoord heeft of niet verantwoordt, hetzij eenig goed aan den boedel onttrokken heeft of onttrekt;
2°. eenig goed hetzij om niet, hetzij klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd;
3quot;. \'ter gelegenheid van het faillissement of op een tijdstip waarop hij wist dat het faillissement niet kon worden voorkomen , een der schuldeischers op eenige wijze bevoordeeld heeft of bevoordeelt;
4°. niet voldaan heeft of niet voldoet aan de op hem rustende verplichtingen ten opzichte van het hou-
90
den , bewnren en tu voorschijn brengen van boeken en papieren.
Artikel »44.
Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden wordt gestraft hij die Ier bedrieglijke verkorting van de rechten der schuldeischers:
1°. ingeval van gerechtelijken boedelafstand van een koopman of van faillissement, of in het vooruitzicht van het een of het ander, eenig goed aan den boedel onttrekt, in het laatste geval indien het faillissement of de boedelafstand is gevolgd;
\'c0. bij verificatie der schuldvorderingen in geval van gerechtelijken boedelafstand van een koopman of van faillissement , eene niet bestaande schuldvordering voorwendt of eene bestaande tot oen verhoogd bedrag doet gelden.
Artikel 345.
De schuldeischer die tot een aangeboden gerechtelijk akkoord toetreedt ten gevolge van eene overeenkomst hetzij met den-schuldenaar, hetzij meteen derde, waarbij hij bijzondere voordeelen heeft bedongen , wordt, in geval van aanneming van het akkoord , gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar.
Gelijke straf wordt in hetzelfde geval toegepast op den schuldenaar of op den bestuurder of commissaris der gefailleerde naamlooze vennootschap of coöperatieve vereeni-ging die zoodanige overeenkomst sluit.
ArUkel 316.
Hij die in staat van kenlijk onvermogen is verklaard of, zonder koopman te zijn, tot gerechtelijken boedelafstand is toegelaten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste vier jaren en zes maanden, indien hij, ter bedrieglijke\' verkorting van de rechten zijner schuldeischers, hetzij lasten verdicht he \'ft of verdicht, hetzij baten niet verantwoord heeft of niet verantwoor it, hetzij eenig goed aan den boedel onttrokken heeft of onttrekt, hetzij eenig goed om niet of klaarblijkelijk beneden de waarde heeft vervreemd, hetzij een zijner schuldeischers op eenige wijze bevoordeeld heeft of bevoordeelt.
91
Artikel 317.
De bestuurder of commissaris eener naamlooze vennoot-schap of coöperatieve vereeniging die, buiten het geval van artikel 342, zijne medewerking heeft verleend of zijne toestemming gegeven tot handelingen met de statuten in strijd , ten gevolge waarvan de vennootschap of vereeni-ging buiten staat geraakt aan hare verplichtingen te voldoen of moet worden ontbonden , wordt gestraft met geldboete van ten hoogste tien duizend gulden.
Artikel 348.
Hij die opzettelijk zijne eigene zaak of, ten behoeve van den eigenaar, eene hem niet toebehoorende zaak onttrekt aan een ander die daarop een recht van pand, terughouding, vruchtgebruik of gebruik heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden.
De bepaling van artikel 316 is op dit misdrijf van toe-passiug.
Artikel 349.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 341 , 343 , 344 en 346 omschreven misdrijven , kan do schuldige worden ontzet van de in artikel 28 n®. 1—4 vermelde rechten.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 340 — 346 omschreven misdrijven , kan openbaarmaking van de rechterlijke uitspraak worden gelast.
Artikel S4»Ws. (I)
Hij die opzettelijk inbreuk maakt op eens anders auteursrecht , wordt gestraft met geldboete van ten hoogste twee duizend gulden.
De door middel van het misdrijf verkregen exemplaren, alsmede de den schuldige toebehoorende platen , vormen en matrijzen, die tot het plegen van het misdrijf gediend hebben , worden verbeurdverklaard.
Artikel 349ter. (1)
Hij die een werk, waardoor hij weet dat inbreuk gemaakt wordt op eens anders auteursrecht, verspreidt
(1) Vastgesteld bj) de wot van 15 Januari 1886 (Slaatsblad n0, 6).
92
of openlijk te koop stelt, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.
De door middel van inbreuk op het auteursrecht verkregen exemplaren worden verbeurdverklaard.
Artikel WLtoquater. (1)
De misdrijven in de beide voorgaande artikelen omschreven , worden niet vervolgd dan op klachte van hem , tegen wien zij gepleegd zijn.
TITEL XXVII.
Vernieling of beschadiging van goederen.
Artikel 350.
Hij die opzettelijk- en wederrechtelijk eenig goed dat geheel of ten deeïe aan een ander toebehoort, vernielt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Gelijke straf wordt toegepast op hem die opzettelijk en wederrechtelijk een dier dat geheel of ten deele aan een ander toebehoort, doodt, beschadigt, onbruikbaar maakt of wegmaakt.
Artikel 351.
Hij die spoorweg- of telegraafwerken, werken dienende tot waterkeering of waterloozing, gas- of waterleidingen of riolen , voor zoover deze werken , leidingen of riolen ten algemeencn nutte gebezigd worden , opzettelijk en wederrechtelijk vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Artikel 35Ito. (1)
Hij aan wiens schuld te wijten is dat eenig in het vorig artikel beiioeld werk vernield , beschadigd of onbruikbaar gemaakt wordt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van ten hoogste honderd gulden.
(1) Vastgesteld by de wet van 15 Januari 1886 (Slaatsblad nquot;. ö).
93
Artikel 353.
Hij die opzettelijk en wederrechtelijk eenig gebouw of vaartuig dat geheel of ten deele aan een ander toebehoort , vernielt of onbruikbaar maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.
ylrtlkcl 353.
De bepaling van artikel 316 is op de in dezen titel omschreven misdrijven van toepassing.
Artikel 354.
Indien een der in dezen titel omscbreven misdrijven door twee of meer vereenigde personen gepleegd wordt, kan de straf met een derde worden verhoogd.
TITEL XXVIII.
Ambtsmisdrijven.
Arllkcl 355.
Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren , met of zonder ontzetting van bet in artikel 28 n®. 3 vermelde recht, worden gestraft de hoofden van ministerieeledepartementen ;
1°. die hunne medeonderteekening vorleenen aan koninklijke besluiten of koninklijke beschikkingen, wetende dat daardoor de grondwet of andere wetten of alge-meeno maatregelen van inwendig bestuur van den staat of van zijne koloniën of bezittingen in andere wereïddeelen worden geschonden ; ,
2°. die uitvoering geven aan koninklijke besluiten of koninklijke beschikkingen, wetende dat deze niet van de vereischte medeonderteekening van een dei-hoofden van de ministerieele departementen zijn voorzien;
3°. die beschikkingen nemen of bevelen geven of bestaande beschikkingen of bevelen handhaven, wetende dat daardoor de grondwet of andere wetten of alge-meene maatregelen van inwendig bestuur van deu
94
staat of van zijne koloniën of bezittingen in aiulbre werelckleelen worden geschonden;
4°. die opzettelijk nalaten uitvoering te\'geven aan de bepalingen dei grondwet of ancbre wetten of alge-meene maatregelen van inwendig bestuur vim den staat of van zijne koloniën of bezittingen in andere werelddeelen , voor zoover die uitvoering wegens den aard des onderwerps tot hunne rainisterieele departementen behoort of uitdrukkelijk hun is opgedragen.
Artikel 336.
Met hechtenis van ten hoogste zes maanden worden gestraft de hoofden van ministerieele departementen aan wier grove schuld te wijten is dat de in artikel 355 n0. 4 omschreven uitvoering wordt nagelaten
Artikel 367.
De bevelhebber der gewapende macht die weigert of opzettelijk nalaat, op de wettige vordering van het bevoegde burgerlijk gezag, de onder zijn bevel staande macht aan 1e wenden , wordt gestraft met gevangenisstraf vau ten hoogste drie jaren.
Artikel 358.
De ambtenaar die opzettelijk den bijstand der gewapende macht inroept tegen de uitvoering van wettelijke voorschriften , van wettige bevelen van het openbaar gezag of van rechterlijke uitspraken of bevelschriften , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Indien die uitvoering daardoor wordt verhinderd , wordt de schuldige gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Artikel 359.
De ambtenaar of een ander met eenigen openbaren dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon die opzettelijk geld of geldswaardig papier, dat hij in zijne bediening onder zich heeft, verduistert of toelaat dat het door een ander weggenomen of verduisterd wordt, of dien ander daarbij als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
95
Artikel 360.
De ambtenaar of een ander met eenigen openbaren dienst voortdurend of tijdelijk belast persoon die opzette- _ ■
lijk boeken of registers, uitsluitend bestemd tot contróle Camp;\'ArJ rt v »i, van de administratie, valschelijk opmaakt of vervalscbt é J
wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie ,
jaren.
Ardkcl 361.
De ambtenaar of een ander met eenigen openbaren dienst voortdurend of tijdelijk belust persoon die opzettelijk zaken bestemd om voor de bevoegde macht tot overtuiging of bewijs te dienen , akten, bescheiden of registers, welke hij in zijne bediening onder zich heeft, verduistert, vernielt,
beschadigt of onbruikbaar maakt, of toelaat dat zij door een ander worden weggemaakt, vernield, beschadigd of onbruikbaar gemaakt, of dien ander daarbij als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft niet gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren en zes maanden.
Artikel 363
De ambtenaar die eene gift of belofte aanneemt, wetende dat zij hem gedaan wordt ten einde hem te bewegen om,
zonder daardoor in strijd met zijn plicht te handelen , in zijne bediening iets te doen of na te laten, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 363.
Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren wordt gestraft de ambtenaar:
1°. die eene gift of belofte aanneemt, wetende dat zij hem gedaan wordt ten einde hem te bewegen om,
in strijd met zijn plicht, in zijne bediening iets te doen of na te laten ;
2°. die eene gift aanneemt, wetende dat zij hem gedaan *
wordt ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door hem , in strijd met zijn plicht, in zijne bediening is gedaan of nagelaten.
ge
Artikel 301.
De rechter die eene gift of belofte aanrioemt, wetende dat zij hem gedaan wordt ton einde invloed te oefenen op de beslissing van eone aan zijn oordeel onderworpen zaak, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Indien die gift of belofte wordt aangenomen met het bewustzijn dat zij gedaan wordt om eene veroordeeling in eene strafzaak te verkrijgen, wordt de rechter gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Artikel 365.
De ambtenaar die door misbruik van gezng iemand dwingt iets te doen, niet te doen of te dulden, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.
Artikel 36S.
De ambtenaar die in de uitoefening zijner bediening , als verschuldigd aan hem zeiven, aan een ander ambtenaar of aan eenige openhnre kas, vordert of ontvangt of bij eene uitbetaling terughoudt hetgeen hij weet dat niet verschuldigd is, wordt, als schuldig aan knevelarij, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Artikel 387.
De ambtenaar die, belast met de bewaking van iemand die op openbaar gezag of krachtens rechterlijke uitspraak of beschikking van de vrijheid is beroofd, hom opzettelijk laat ontsnappen of bevrijdt of bij zijne bevrijding of zelfbevrijding behulpzaam is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Indien de ontsnapping, bevrijding of zelfbevrijding aan , , / 7 , zijne schuld te wijten is, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 368.
-/
Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren wordt gestraft;
1°. de ambtenaar, met het opsporen van strafbare feiten belast, die opzettelijk niet voldoet aan de
97
vordering om van eene wederrechtelijke vrijheids-rooving te doen blij Icon of daarvan aan de hoogara macht opzettelijk niet onverwijld kennis geeft ;
2°. de ambtenaar die, na in de uitoefening van zijne bediening kennis te hebben bekomen dat iemand op onwettige wijze van do vrijheidis beroofd, opzettelijk nalaat daarvan onverwijld kennis to geven aan een ambtenaar met het opsporen van strafbare feiten belast.
De ambtenaar aan wiens schuld eenig in dit artikel omschreven verzuim te wijten is, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 360.
Mot gevangenisstraf van ten hoogste een jaar wordt gestraft het hoofd van een gesticht, bestemd tot opsluiting van voroordoolden, voorloopig aangehoudenen of gegijzelden, of van een rijksopvoedingsgesticht of krankzinnigengesticht, die weigert to voldoen aan eene wettige vordering om iemand, die in hot gesticht is opgenomen , fo vertoonen, of om inzage te geven van het register van inschrijving of van de akte waarvan de wet do inschrijving vordert.
Artikel 3rO.
Do ambtenaar die, met overschrijding van zijne bevoogd-heid of zonder inachtneming van de bij de wet bepaaldo vormen , in de woning of het besloten lokaal of erf, bij een ander in gebruik, diens ondanks binnentreedt of, woiorrechtolijk aldaar vertoevende, zicli niet op do vordering-van of vanwege den rechthebbende aanstonds verwij lort, wordt gjstraft mot gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Met gelijke straf wordt gestraft de ambtenaar die, tor gelegenheid eener huiszoeking, met overschrijding van zijne bevoegdheid of zonder in xchtneining van de bij de wet bepaalde vormen, geschriften, boeken of andera papieren onderzoekt of in beslag noemt.
Artikel 371.
De ambtenaar die, mot overschrijding van zijno bevoegd-
7
98
beid, zich doet overleggen of in beslag neemt een aan eenige openbare instelling van vervoer toevertrouwden brief, briefkaart, stuk of pakket, of een telegraphisch bericht dat zich in banden bevindt vau een ambtenaar der telegraphie of van andere personen belast met den dienst van eeue ten alge-meenen nutte gebezigde telegraafinrichting, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.
Artikel a?S.
De ambtenaar van eenige openbare instelling van vervoer die een aan zoodanige instelling toevertrouwden brief, gesloten stuk of pakket opzettelijk en wederrechtelijk opent, daarvan inzage neemt of den inhoud aan een ander bekendmaakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten boogste een jaar en zes maanden.
Artikel 373.
IJe ambtenaar van eenige openbare instelling van vervoer die een aan zoodanige instelling toevertrouwden brief, briefkaart, stuk of pakket opzettelijk aan een ander dan den rechthebbende afgeeft, vernietigt, wegmaakt, zich toeeigent, of don inhoud wijzigt of eenig daarin gesloten voorwerp zich toeeigent, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren.
Indien zoodanig stuk of voorwerp geldswaarde heeft, wordt de toeClgenihg gestraft met gevangenisstraf vau ten hoogste zes jaren.
Artikel 374:.
Da ambtenaar der telegraphie of eenig ander persoon belast met het toezicht op of met den dienst van eene ten alge-meenen nutte gebezigde telegraafinrichting, wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar en zes maanden, indien hij den inhoud van een aan do telegraphie of\' aan zoodanige inrichting toevertrouwd bericht opzettelijk en wederrechtelijk aan een ander bekendmaakt of een telegram opzettelijk en wederrechtelijk opent, daarvan inzage neemt of den inhoud aan een ander bekendmaakt;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren , indien hij een aan de telegraphie of aan zoodanige
99
inrichting\' toevertrouwd bericht of een telegram opzettelijk aan eeu ander dan den rechthebbende afgeeft, vernietigt, wegmaakt, zich toeüigent of den inhoud wijzigt.
Artikel
De ambtenaar van eenige openbare instelling van vervoer of der telegraph ie of eenig ander in artikel 374 bedoeld persoon, die opzettelijk toelaat dat een ander een der in de artikelen 372-374 vermelde feiten pleegt, of dien ander daarbij als medeplichtige ter zijde staat, wordt gestraft met de straiten en naar de onderscheidingen in die bepalingen vastgesteld.
Artikel 37«.
Met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste twaalfhonderd gulden wordt gestraft de ambtenaar die opzettelijk deelneemt, middellijk of onmiddellijk :
1°. aan aannemingen of leverantiën waarover hem op liet tijdstip der handeling geheel of ten deele liet bestuur of toezicht is opgedragen;
2°. aan liet bezorgen van plaatsvervangers ofnummer-verwisselaars voor de militie, bij wier keuring of toelating hij geroepen is ambtshalve werkzaam te zijn.
Artikel 377.
De ambtenaar van het muntwezen, behalve de muntmeester, of de ambtenaar van den waarborg die handel drijft in edele metalen of daarvan vervaardigde voorwerpen , of opzettelijk aan zoodanigen handel middellijk of onmiddellijk deelneemt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste twaalfhonderd gulden.
Artikel 37S.
Do ambtenaar van den waarborg die een te zijnen kantore aangeboden goud- of zilverwerk afdrukt of natrekt of daarvan eene beschrijving geeft aan een ander dan die van ambtswege bevoegd is haar te vorderen, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
100
Artikel 379.
De ambtenaar van den burgerlijken stand die iemands huweliik sluit, wetende dat deze daardoor een dubbel huwelijk aangaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van
ten hoogste zes jaren. , , v ■ t
De ambtenaar van den burgerlijken stand die iemands huweliik sluit, wetende dat daartegen eenig ander wettig beletsel bestaat, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete vau ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 380.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 3.)9 , 363 , 364 , 366 , 373 , laatste lid , en 379 , eerste lid , omschreven misdrijven , kan ontzetting van de in artikel n0. 3 en 4 vermelde rechten worden uitgesproken.
TITEL XXIX.
Scheeiwaartmisdrijveu.
Artikel 3§l.
Als schuldig aan zeeroof wordt gestraft:
1°. mot gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren , hij die als schipper dienst neemt of dienst_ doet op een vaartuig, wetende dat het bestemd is of het gebruikende om in open zee daden van geweld te plegen tegen andere vaartuigen of tegen zich daarop bevindende personen of goederen, zonder door eene oorlogvoerende mogendheid daartoe to zijn gemach-tio-d of tot de oor logs marine eener erkende mogendheid te behooren ;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren , lui die, bekend met deze bestemming of dit gebruik , als schepeling dienst neemt op zoodanig vaartuig of vrijwillig in dienst blijft na daarmede bekendquot;te zijn geworden.
Met het gemis van machtiging wordt gelijkgesteld het overschrijden van de machtiging alsmede het voorzien zijn
101
van machtigingen afkomstig van tegen elkander oorlogvoerende mogendheden.
Artikel 81 blijft buiten toepassing.
Artikel 382.
Indien de in artikel 381 omschreven daden van geweld den dood van een der zich op liet aangevallen vaartuig bevindende personen ten gevolge Liebben , wordt de schipper en worden zij die aan de daden van geweld hebben deel-genomen, met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren gestraft.
Artikel 3§3.
Hij die voor eigen of vreemde rekening een vaartuig uitrust met de in artikel 381 omschreven bestemming, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.
Artikel 381.
Hij die voor eigen of vreemde rekening middellijk of onmiddellijk medewerkt tot het verhuren, vervrachten of verzekeren van een vaartuig, wetende dat het de in artikel 381 omschreven bestemming heeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren.
Artikel 3S5.
Hij die een Nederlandsch vaartuig opzettelijk in de macht van zeeroovers brengt, wordt gestraft:
1°. indien hij de schipper is , met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren ;
£0. in alle andere gevallen , mot gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Artikel 38G.
De opvarende van een Nederlandsch schip die zich wederrechtelijk van het schip meester maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Artikel 387.
De schipper van een Nederlandsch schip die het schip aan den eigenaar of de reederij onttrekt en ten eigen bate gebruikt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden.
102
Artikel 3§§.
Met gevangenisstraf van ten hoogste vier jaren wordt gestraft de Nederlander die zonder vergunning van de Nederlandscha regeering een kaperbrief aanneemt, of als schipper dienst neemt of dienst doet op een vaartuig, wetende dat het zonder vergunning van de Nederlandsche regeering voor de kaapvaart bestemd is.
Artikel 389.
De Nederlander dio als schepeling dienst neemt op een vaartuig, wetende dat het zonder vergunning van de Nederlandsche regeering voor de kaapvaart bestemd is of gebruikt wordt, of vrijwillig in dienst blijft na die bestemming of dat gebruik te hebben vernomen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Artikel 390. (1)
Wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren , de schipper van een Nederlandsch schip die, na den aanvang der monstering en vóör het einde zijner verbintenis, zich opzettelijk en wederrechtelijk aan het voeren van het schip onttrekt;
2°. mat gevangenisstraf van ten hoogste eene maand, de schipper van een Nederlandsch zeevisschersvaartuig die, na den aanvang der monstering en vóór het einde zijner verbintenis, zich opzettelijk en wederrechtelijk aan het voeren van het vaartuig onttrekt.
Artikel 301. (1)
Wordt gestraft, als schuldig aan desertie vóór den aanvang der reis:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden, de schepeling die opzettelijk en wederrechtelijk eene reis, waarvoor hij zich op een Nederlandsch schip verbonden heeft, niet medemaakt;
(1) Gewijzigd bij de wet van 15 Januari 188G {Slaalsblad n0 6).
103
2°. met gevangenisstraf van ton hoogste twee weken, de schepeling die opzettelijk en werlerreehtelijk eene reis, waarvoor hij zich op een Nederlandsch zeevisschersvaarluig verbonden heeft, niet mede-maakt.
Artikel 303.
Wordt gestraft, als schuldig aan desertie gedurende de reis:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar, de schepeling die opzettelijk en wederrechtelijk eene reis, waarvoor hij zich op een Nederlandsch schip verbonden heeft, niet verder medemaakt;
■2°. met gevangenisstraf van ten hoogste eene maand, de schepeling die opzettelijk en wederrechtelijk eene reis, waarvoor hij zich op een Nederlandsch zee-visschersvaartuig verbonden hoeft, niet verder mede-maakt.
Artikel 393 (1).
Wordt gestraft, als schuldig aan desertie na den afloop der reis:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden, do schepeling van een Nederlandsch schip die, na den afloop der reis en vóór het einde zijner verbintenis , zich opzettelijk door wederrechtelijke afwezigheid aan zijne verdere dienstverrichtingon onttrekt;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste twee weken , de schepeling van een Nederlandsch zeevisschers-vaartuig die , na den afloop der reis en vóór het einde zijner verbintenis, zich opzettelijk door wederrechtelijke afwezigheid aan zijne verdere dienstverrichtingen onttrekt.
(1) Gewijzigd 1)U de wet van 16 Januari 1886 {Slaalsblad nquot;. 6).
104
Artikel 394.
De in de artikelen 391—393 bepaalde straffen kunnen worden verdubbeld, indien twee of meer personen gezamenlijk of ten gevolge van samenspanning het misdrijf plegen.
Artikel 394!-«. (1)
De reeder, boekhouder of schipper van een Nederlandsch schip of zeevisschersvaartuig die een schepeling in dienst neemt, wetende dat er nog geene maand is verstreken, sedert deze zich aan ïijne verbintenis voor een Nederlandsch schip of zeevisschersvaartuig heeft onttrokken op de wijze in een der artikelen 391—393 omschreven, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Niet strafbaar is het feit indien de indienstneming buiten het rijk in Europa geschiedt met toestemming van den Nederïandschen consul of, zoo die er niet is, op verzoek van de plaatselijke overheid.
Ailikel 395.
De opvarende van een Nederlandsch schip of zeevisschersvaartuig die aan boord den schipper, of de schepeling die aan boord of in dienst een meerdere in rang feitelijk aanrandt , zich met geweld of bedreiging met geweld tegen hem verzet of hem opzettelijk van zijne vrijheid van handelen berooft, wordt, als schuldig aan insubordinatie, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.
De schuldige wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren , indien het misdrijf of de daarmede gepaard gaande feitelijkheden eeuig lichamelijk letsel ten gevolge hebben ;
20. met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren cn zes maanden, indien zij zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben ;
3°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, indien zij den dood ten gevolge hebben.
Artikel 39e.
Insubordinatie gepleegd door twee of meer vereenigde
(1) Vastgesteld by de wet van 15 Januari 1880 {Slaalslilail nquot;. 6.)
105
personen, wordt, als muiterij, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
De schuldige wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste zeven jaren en zes maanden , indien het door hem gepleegde misdrijf of de daarbij door hem gepleegde feitelijkheden eenig lichamelijk letsel ten gevolge hebben;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren, indien zij zwaar lichamelijk letsel ten gevolge hebben;
S0. met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren , indien zij deu dood ten gevolge hebben.
Artikel 397.
Hij die aan boord van een Nederlandsch schip of zee-visschersvaartuig tot muiterij op dat schip of vaartuig opruit, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijfjaren.
Aitlkel 308.
Dienstweigering door twee of meer schepelingen van een Nederlandsch schip of zeevisschersvaartuig, gezamenlijk of ten gevolge van samenspanning gepleegd, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.
Artikel SO».
Wordt gestraft:
1°. met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden, de schepeling van een Nederlandsch schip die, na wegens dienstweigering disciplinair te zijn gestraft, bij zijne dienstweigering volhardt;
2°. met gevangenisstraf van ten hoogste eene maand of geldboete van ten hoogste zestig gulden, de schepeling van een Nederlandsch zeevisschersvaartuig die zich gedurende de reis schuldig maakt aan dienstweigering.
Artikel WK).
Met gevangenisstraf van ton hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt ge-
106
straft de opvarende van een Nederlandsch schip of zee-visschersvaartuig:
1°. die opzettelijk niet gehoorzaamt aan eenig bevel des schippers tot herstel der orde aan boord gegeven;
2°. die , wetende dat de schipper van zijne vrijheid van handelen beroofd is , hem niet naar vermogen te hulp komt;
S0. die, kennis dragende van een voornemen tot het plegen van insubordinatie , opzettelijk nalaat daarvan tijdig aan den schipper kennis te geven.
De onder n0. 3 vermelde bepaling is niet van toepassing indien de insubordinatie niet is gevolgd.
Artikel 401.
De in de artikelen 386, 389, 391 — 393, 395—400 bepaalde straffen kunnen met een derde worden verhoogd , indien de schuldige aan een der in die artikelen omschreven misdrijven scheepsofficier is.
Artikel 403.
Do schipper van een Nederlandsch schip die, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordee-len of zoodanige bevoordeeling te bedekken, hetzij het schip verkoopt, hetzij geld opneemt op het schip , het scheeps-toebehooreu of \'den scheepsvoorraad, hetzij goederen van de lading of van den scheepsvoorraad verkoopt of verpandt, hetzij verdichte schaden of uitgaven in rekening brengt, hetzij het vereischto dagregister niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften houdt, hetzij bij het verlaten van het schip niet zorgt voor het behoud der scheepspapieren , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
Ardkcl 403.
De schipper van een Nederlandsch schip die, mot het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoor-deelen of zoodanige bevoordeeling te bedekken , van koers verandert, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
107
Artikel 404.
De schipper van een Nederlandsch schip die, buiten «noodzaak of in strijd met eenig wettelijk voorschrift, g-a-durende de reis het schip verlaat, en ook aan zijn scheepsvolk daartoe last of vergunning geeft, wordt gestraft met gevangenisstraf van ton hoogste vier jaren en zes maanden.
Artikel 405.
De schipper van een Nederlandsch vaartuig die, buiten noodhaak en buiten voorkennis van den eigenaar of dereederlj, handelingen pleegt of gedoogt, wetende dat, deze het vaartuig of de lading aan opbrenging, aanhouding of ophouding kunnen blootstellen , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.
De opvarende die , buiten noodzaak en buiten voorkennis van den schipper, met gelijke wetenschap gelijke handelingen pleegt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.
Artikel 406.
De schipper van een Nederlandsch schip die opzettelijk buiten noodzaak aan een opvarende niet verschaft datgene wat hij verplicht is hem te verschaffen , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 407.
De schipper van een Nederlandsch schip die opzettelijk buiten noodzaak of in strijd inet eenig wettelijk voorschrift goederen werpt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 40S.
Hij die lading , scheepsvoorraa 1 of scheepsbehoefte , aan boord van een vaartuig aanwezig, opzettelijk en wederrechtelijk vernielt, beschadigt of onbruikbaar maakt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twee jaren.
108
Artikel 400.
De schipper die de Nederlandsche vlag voert wetende-dat hij daartoe niet gerechtigd is , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel HO.
Do schipper die opzettelijk door het voeren van eenig on-derscheidingsteeken aan zijn vaartuig den schijn geeft alsof het een Nerlerlandseh oorlogsvaartuig ware, of een loodsvaartuig in Nederlandsche wateren of zeegaten dienst doende , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 411.
Hij die buiten noodzaak op een Nederlandsch schip optreedt als schipper, stuurman of machinist, wetende dat hein krachtens wettelijk voorschrift de bevoegdheid daartoe is-ontnomen , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste zeshonderd gulden.
Artikel 413.
De schipper van een Nederlandsch schip die zonder geldige reden weigert te voldoen aan eene wettelijke vordering om een beklaagde of veroordeelde benevens de tot zijne zaak betrekkelijke stukken aan boord te nemen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste driemaanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 413.
De schipper van een Nederlandsch schip die een beklaagde of veroordeelde, dien hij op eene wettelijke vordering aan boord genomen heeft, opzettelijk laat ontsnappen of bevrijdt, of bij zijne bevrijding of zelfbevrijding behulpzaam is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Indien de ontsnapping, bevrijding of zelfbevrijding aan zijne schuld is te wijten, wordt hij gestraft met hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
109
Artikel 414.
De schipper van een Nederlandsch vaartuig1 die aan Vaartuigen, schippers of opvarenden, wetende dat zij in nood zijn, niet zoodanige hulp verleent als waartoe hij bij machte is, zonder zijn vaartuig, de opvarenden of zich zeiven aan ondergang bloot to stellen, wordt, indien de nood het gevolg is van aanvaring of aandrijving met het vaartuig waarover hij bevel voert, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Artikel 415.
Bij veroordeeling wegens een der in de artikelen 381 — 387, 402 en 403 omschreven misdrijven, kan ontzetting van de in artikel 28 nquot;. 1—4 vermelde rechten worden uitgesproken.
TITEL XXX.
Begunstiging.
Artikel 416.
Hij die opzettelijk eenig door mis Irijf verkregen voorwerp koopt, inruilt, in pand neemt, als geschenk aanneemt of uit winstbejag verbergt, wordt, als schuldig aan heling, gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren.
Dezelfde straf wordt opgelegd aan hem die opzettelijk uit de opbrengst van eenig door misdrijf verkregen voorwerp voordeel trekt.
Artikel 41?.
Hij die eene gewoonte maakt van het opzettelijk koopen, inruilen, in pand nemen of verbergen van door misdrijf verkregen voorwerpen , wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste zes jaren.
De schuldige kan worden ontzet van de in artikel 28 nquot;. 1—4 vermelde rechten en van de uitoefening van het beroep waarin hij het misdrijf begaan heeft.
Artikel 418.
Hij die eenig geschrift of eenige afbeelding uitgeeft van strafbaren aard, wordt gestraft met gevangenisstraf of
110
hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ton hoogste driehonderd gulden , indien :
1°. de dader noch bekend is, nocli op de eerste aanmaning na den rechtsingang is bekendgemaakt;
2°. do uitgever wist of moest verwachten, dat de dader op het tijdstip der uitgave strafrechtelijk niet vervolgbaar of buiten het rijk in Europa gevestigd zou zijn.
Ardkc-l «l».
Hij die eenig geschrift of eenige afbeelding drukt van strafbaren aard, wordt gestraft met gevangenisstraf of hechtenis van ten hoogste een jaar of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden , indien :
1°. de persoon op wiens last het stuk gedrukt is noch bekend is, noch op de eerste aanmaning na den rechtsingang is bekendgemaakt;
2°. de drukker wist of moest verwachten, dat de persoon op wiens last het stuk gedrukt is, op het tijdstip der uitgave strafrechtelijk niet vervolgbaar of buiten het rijk in Europa gevestigd zou zijn.
ArUkcl 430.
Indien do aard van hot geschrift of de afbeelding een misdrijf oplevert dat alleen op klachte vervolgbaar is, kan di uitgever of drukker in de gevallen der beide voorgaande artikelen alleen vervolgd worden op klachte van hem tegen wien dat misdrijf gepleegd is.
TITEL XXXI.
Bepalingen over herhaling van misdrijf aan verschillende titels (jemeen.
Artikel 431.
De in de artikelen 105, 174, 208—212, 216—222, 225-229, 232, 310—312, 315, 317, 318, 321—323, 326—332, 341, 343quot;, 34i, 346, 359, 361, 366, 373, laatste lid, 402, 416 en 417 bepaalde gevangenisstraf kan met een derde worden verhoogd, indien tijdens het plegen van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verloopen,
Ill
sedert de schuldige hetzij eenè tegen hem wegens een der ia die artikelen omschreven misdrijven uitgesproken gevangenisstraf, hetzij eene wegens diefstal, verduistering of bedrog krachtens de militaire wetten uitgesproken straf geheel of ten deele heeft ondergaan , of sedert die straf hem geheel is kwijtgescholden ; of indien tijdens het plegen van het mislrijf het recht tot uitvoering dier straf nog niet is verjaard.
Artikel
De in de artikelen 108, eerste lid , 109 ,110 ,115, eerste lid, 11G, 141, 181, 182,287, 290,291,293,296,297, 300—303, 381, 382, 395 en 396 bepaalde gevangenisstraf, alsmede de tijdelijke gevangenisstraf op te leggen krachtens de artikelen 92, 108, tweede lil, 115, tweele lid , 288 en 289, kan met een derde worden verhoogd , indien tijdens het plegeu van het misdrijf nog geen vijf jaren zijn verloopen , sedert de schuldige hetzij eene tegen hom wegens een der in die artikelen omschreven misdrijven uitgesproken gevangenisstraf, hetzij eene wegens gewelddadig verzet tegen of mishandeling van meerderen in rang of schildwachten, of van geweldenarijen tegen personen krachtens de militaire wetten uitgesproken straf geheel of ten deele heeft ondergaan , of sedert die straf hem geheel is kwijtgescholden; of indien tijdens het plegen van het misdrijf het recht tot uitvoering dier straf nog uiet is verjaard.
Artikel 133.
De in de artikelen 111 — 113, 117—119, 261 — 271
418 en 419 bepaalde straffen kunnen met een derde wor-\' den verhoogd, indien tijdens het plegen van het niisdr:, nog geen vijf jaren zijn verloopen , sedert de schuldig.,; eene tegen hem wegens een der in die artikelen omschreven misdrijven uitgesproken gevangenisstraf geheel of ten deele heeft ondergaan, of sedert die straf hem geheel is kwijtgescholden ; of indien tijdens het plegen van het misdrijf het recht tot uitvoering dier straf nog niet is verjaard.
112
,5 A
DERDE BOER.
f OVERTHEDIlNGEN.
TITEL I.
Overtredingen Idrefendc de algemeenequot; veiligheid van ■personen en goederen.
Artikel 4S4. (1)
Hij die op of aan den openbaren weg of op eenige voor liet publiek toegankelijke plaats, tegen personen of goederen eenige baldadigheid pleegt, waardoor gevaar of nadeel kan worden teweeggebracht, wordt, als schuldig aan straatschenderij, gestraft met geldboete van teu hoogste vijftien gulden.
Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verloopen , se:lert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste drie dagen worden opgelegd.
Artikel £23.
Met hechtenis van ten hoogste zes dagen of geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden wordt gestraft:
1°. hij die een dier op een menseh aanhitst of een onder zijne hoede staand dier , wanneer het een menseh aanvalt, niet terughoudt;
2°. hij die geene voldoende zorg draagt voor het onschadelijk houden van een onder zijne hoede staand gevaarlijk dier.
(1) Gewjjaigd bij de wet van 15 Januari 18S6 (Slaalsblad nquot;. G).
113
Artikel 436. (1)
Hij die, terwijl hij in stnnt van dronkenschap verkeert, •hetzij in het openhaar liet verkeer belemmert of de orde •verstoort, hetzij eens anders veiligheid bedreigt, hetzij eenige handeling verricht waarbij, tot voorkoming van gevaar voor leven of gezondheid van derden , bijzondefe omzichtigheid of voorzorgen worden vereischt, wordt gogt; straft met hechtenis van ten hoogste zes dagen of geld-\' boete Van ten hoogste vijf en twintig gulden. ^
Indien tijdens het plegen van de overtreding nog gvén jaar is verloopen , sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke of de in artikel 453 omschreven overtreding onherroepelijk is geworden, wordt hij go*,, straft met hechtenis van ten hoogste twee weken.
Artikel 437.
Met geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden Avordt gestraft;
1°. de eigennar of gebruiker die ten opzichte van toegangen tot of openingen van kluizen, kelders, onder-aar.lsche lokalen en ruimten, waar die op den openbaren weg uitkomen, niet de noodige voorzorgsmaatregelen neemt ten behoeve van de veiligheid der voorbijgangers;
2°. hij die niet zorgt dat eene door hem of op zijn last op een openbaren weg gedane op- of uitgraving of «en door hem of op zijn last op den openbaren weg geplaatst voorwerp behoorlijk verlicht en van de gebruikelijke teekenen voorzien is;
3°. bij die bij eene verrichting op of aan den openbaren weg niet de noodige maatregelen neemt om voorbijgangers tegen mogelijk gevaar te waarschuwen;
4°. hij die iets plaatst op of aan , of werpt of uitgiet uit een gebouw, op zoodanige wijze dat door of ten gevolge daarvan iemand die van den openbaren weg gebruik maakt, nadeel kan ondervinden;
5°. bij die op den openbaren weg een rij-, trek-of lastdier laat staan , zonder de noodige voorzorgsmaatregelen tegen het aanrichten van schade te be .beu genomen ;
(1) Gewijzigd bij do wet van 15 Januari I88C [Staatsblad 11°. (i).
8
114
6°. hij die, zender verlof van het bevoegd gezag, eeni-gen openbaren land- of waterweg verspert of het verkeer daarop belemmert.
Artikel 42S.
Hij die, zonder verlof van den burgemeester of van den door dezen aangewezen ambtenaar, eigen onroerend goed in brand steekt, wordt gestraft met geldbiete van ten hoogste vijftig gulden.
Arllkcl 439.
Met e-eldboete van ten hoogste vijf en twintiff crulden wordt gestraft:
1°. hij die een vuurwapen afschiet, een vuurwerk ontsteekt of een vuur aanlegt op zoo korten afstand van gebouwen of goederen dat daardoor brandgevaar kan ontstaan ;
2\'\'. hij die een luchtbol oplaat, waaraan brandende stoffen gehecht zijn.
TITEL II.
Overtredingen helreffende de openbare orde.
Arllkcl 430.
Hij die zonder verlof van het bevoegd gezag eene op-nemii g doet, eene teekening of beschrijving maakt van eenig militair werk, of die openbaarmaakt, wordt gestraft met heclilenis van ten hoogste t wee maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 431.
Met geldboete van ten hoogste vijftien gulden wordt gestraft hij die rumoer of burengerucht verwekt waardoor de nachtrust kan worden verstoord.
Artikel 433 (1)
Met hechtenis van ten hoogste twaalf dagen wordt gestraft:
1°. als schuldig aan bedelarij, hij die in het openbaar bedelt;
2°. als schuldig aan landlooperij, hij die zonder middelen van bestaan rondzwerft.
(1) Gewijzigd bij de wet van 15 Januari 1880 (Staatsblad n°. G).
113
Artikel 433. (1)
Bedelarij of landlooperij, gepleegd door drie of meer personen boven den leeftijd van zestien jaren , wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden.
Artikel 434. (1)
De schuldige aan eene der in de beide vorige artikelen omschreven overtredingen kan bovendien , zoo hij tot werken in staat is, tot plaatsing ia eene rijkswerkinrichting worden veroordeeld voor ten hoogste drie jaren.
Artikel 435.
Met geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden wordt gestraft:
1°. hij die zonder daartoe gerechtigd te zijn een Neder-landschen adellijken titel voert of een Nedorlandsch ordeteeken draagt;
2°. hij die zonder \'sKonings verlof, waar dit vereischt wordt, een vreemd ordeteeken , titel, rang of waardigheid aanneemt;
3°. hij die, door het bevoegd gezag naar zijn naam gevraagd, een valschen naam opgeeft.
Artikel 43» (1)
Hij d ie, niet toegelaten tot de uitoefening van een beroep waartoe de wet eene toelating vordert, buiten noodzaak dat beroep uitoefent, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Hij die, toegelaten tot de uitoefening van een beroep waartoe de wet eene toelating vordert, buiten noodzaak in de uitoefening van dat beroep de grenzen zijner bevoegdheid overschrijdt, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden.
Indien tijdeus het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen , sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden , kan , in plaats van de geldboete , in het geval van het eerste lid hechtenis van ten hoogste twee
(1) Gewijzigd by de wet van 15 Januari 188G (Slaalshlad nquot;. G).
1 If)
maamleu , in hot gevnl van het twee le lid liechtonis van ten hoigste eene maand worJeu opgelegd.
Artikel 437. (1)
De goud- of zilversnii 1, kashouder, horlogemaker, uitdrager, winkelhoudende opkooper of tagrijn , die geen doorloopend register houdt of in dat register ge^ne u -n-teekening houdt van alle door liem gekochte goederen , of daarin niet vermeldt den koopprijs, de namen en woonplaatsen der verkoopers, of die nalaat dat register op aanvrage te vertoone\'i aan den Lurgdmeester of aan den door dezen aangewezen ambtenaar, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden.
Indien tijdens liet plegen van de overtreding nog geen twee jaren, zijn verloopen , sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste zes dagen worden opgelegd.
Artikel \'133 (1)
Hij die er zijn beroep van maakt aan personen nachtverblijf te verschaffen en geen doorloopend register houdt, of nalaat in dat register aan te teekenen of te doen aan-teekenen de namen, beroep of betrekking, woonplaats, dag van aankomst en van vertrek van de personen die een nacht in zijn huis hebben doorgebracht, of die nalaat dat register op aanvrage te vertoonen aan den burgemeester of aan den door dezen aangewezen ambtenaar , wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden.
Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden , kan , in plaats van de geldboete , hechtenis van ten hoogste zes dagen worden opgelegd.
Arllkel 439. (I)
Met hechtenis van ton hoogste eene maand of geldboete van ten hoogste honderd vijftig gulden wordt gestraft:
1°. hij die van een krijgsman be eden den rang van olKcier goeden n behoorende tot de kleeding, uitrusting of wapei.ing koopt, inruilt, als geschenk
(1) Gewijzigd bij do wet van 15 Januari 1880 [Staatsblad n°. 0).
117
aanneemt, in pand, gebruik of bewaring neemt, of zoodanige goederen voor een krijgsmnn beneden den rang van officier verknopt, ruilt, ten gesclienke , in pand, gebruik of bewaring geeft, /,onder schriftelijke vergunning door of vanwege den bevelvoerenden officier afgegeven;
2°. de koopman die, eene gewoonte makende van het koopen van zoodanig.) goederen, de bij algemeeneu maatregel van inwendig bestuur gegeven . voorschriften omtrent het daarvan te houden register niet naleeft.
Indien tijdens hot plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens eene dezer overtredingen onherroepelijk is geworden, kunnen de straffen worden verdubbeld.
Artikel 440.
Hij die drukwerken of stukken metaal in een vorm die ze op munt- of bankpapier of op muntspeciën doet gelijken, vervaardigt, verspreidt of ter verspreiding in voorraad heeft, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden.
De voorwerpen waarmede de overtreding plaats heeft, kunnen worden verbeurdverklaard.
Artikel 441.
Met hechtenis van ten hoogste drie maanden wordt gestraft:
1°. hij die in staat van faillissement is verklaard , indien hij de wettelijke voorschriften betreffende de verplichting tot aangifte dat hij heeft opgehouden te betalen , niet heeft nageleefd ;
2°. de bestuurder of commissaris eener naamlooze vennootschap of coöperatieve vereeniging welke in staat van faillissement is verklaard , indien hij de wettelijke voorschriften betreffende de verplichting tot aangifte dat de vennootschap of vereemging heeft opgehouden tj betalen, niet heeft nageleefd.
118
Artikel 44S.
Met hechtenis van teu hoogste drie maanden wordt gestraft:
1°. hij die, surséance van betaling verzocht of verkregen hebbende, eigenmachtig daden verricht, waartoe de medewerking van bewindvoerders door de wet worlt gevorderd ;
2°. de bestuurder of commissaris eener naamlooze vennootschap of coöperatieve vereeniging welkesurséance van betaling verzocht of verkregen heeft, die eigenmachtig daden verricht, waartoe de medewerking van bewin Ivoerders door de wet wordt gevorderd.
TITEL III.
Overlredingcn betrefeude het openhaar gezay.
Artikel 4143.
, Hij die een algemeen voorschrift van politie, krachtens de gemeentewet in buitengewone omstandigheden door den burgemeester of den commissaris des Konings in de provincie uitgevaardigd en afgekondigd , overtreedt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste zes dagen of geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden.
Artikel 414:.
Hij die, wettelijk als getuige, als deskundige of als tolk opgeroepen, wederrechtelijk wegblijft, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste zestig gulden.
Arllkcl l l-V
Hij die, in zaken van minderjarigen of van onder curateele te stellen of gestelde pers men , of van hen die in een krankzinnigengesticht zijn opgenomen, als bloedverwant, aangehuwde , echtgenoot, voogd of toeziende voogd, curator of toeziende curator , voor den rechter geroepen om te worden gehoord, noch in persoon noch, waar dit is toegelaten , door tusschenkomst van een gemachtigde verschijnt, zonder geldige reden van verschooning, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste zestig gulden.
119
Artikel 4dL6.
Hij die, bij hot bestaan van gevaar voor de algemeene veiligheid van personen ot\' goederen of bij ontdekking van een misdrijf op heeter daad, het hulpbetoon weigert dat de openbare macht van hein vordert en waartoe hij , zonder zich aan dadelijk gevaar bloot te stellen, in staat is, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden.
Artikel -14?.
Hij die eene bekendmaking, vanwege het bevoegd gezng in het openbaar gedaan , we lerrechtelijk afscheurt, onleesbaar maakt of beschadigt, wordt gestraft met geldboete van ton hoogste vijftien gulden.
TITEL IV.
é ■
Overtredingen betreffende den hurgtrlijken staal.
Artikel 418.
Hij die niet voldoet aan eene wettelijke verplichting tot aangifte aan den ambtenaar van den burgerlijken stand voor de registers van geboorte of overlijden , wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.
Artikel 419. (1)
De bedienaar van den godsdienst die, voordat partijen hem hebben doen blijken dat haar huwelijk ten overstaan van den ambtenaar van den burgerlijken stand is voltrokken, eenige godsdieusl ige plechtigheid daartoe betrekkelijk verricht, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Indien tijdens het plegen van de overtreling nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste twee maanden worden opgelegd.
(1) Gewijzigd bij de wet vau 15 Januari 1880 [Staatsblad aquot;. G).
120
TITEL V.
Ucertrcdhij belreffende hnlpbchoeDendcn.
Artikel 150.
Hij die, getuige van het oogenblikkelijk levensgevanr waarin een ander verkeert, nalaat dezen die hulp te ver-leenen of te verscliaffen die hij hem, zonder gevaar voor zich zeiven of anderen redelijkerwijs te kunnen duchten, ver-leenen of verschaffen kan, wordt, indien de dood van den hulpbehoevende volgt, gestnifc met hechtenis van ten hoogste drii maanden of geldboete van ten hcogste driehonderd gulden.
TITEL VI.
Overtredini/e/i betreffende de zeden.
Artlkelldl.
Met hechtenis van ten hoogste drie dagen of geldboetevan ten hoogste vijftien gulden wordt gestraft:
1°. hij die in het openhaar voor de esrbaarheid aan-stootelijke liederen zingt;
2°.. hij die in het openbaar voor de eerbaarheid aan-stoofelijke toespraken houdt;
3°. hij die op eene van den openbaren weg zichtbare plaats voor de eerbaarheid aanstootelijke woorden of teeke-ningen stelt.
Arilltcl 453. (I)
Do bordeelhouder die in het huis waarin hij zijn bedrijf uitoefent, eene niet tot zijn gezin behoorende vrouw opneemt, zonder haar vooraf, op voor haar verstaanbare wijze, in tegenwoordigheid van den burgemeester of van den door dezen aangewezen ambtenaar, op diens bureel te hebben bekendgemaakt met het bedrijf dat in dat huis wordt uitgeoefend , wordt gestraft met hechtenis van ten iioogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
.(1) Gewijzigd by de wet van ló Jiyiuari 1880 (Slaatshlad n0. G).
121
Aitikel 453. (1)
Hij die zich in kenlijken staat van dronkenschnp op den openbaren weg bevindt, wordt gestraft, met geldboete van ten hoogste vijftien gulden.
Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke of de in artikel 426 omschreven overtreding onherroepelijk is geworden , kan , in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste drie dagen worden opgelegd.
Bij tweede herhaling binnen een jaar nadat de eerste veroordeeling wegens herhaling onherroepelijk geworden is . wordt hechtenis vnn ten hoogste twee weken opgelegd.
Bij derde of volgende herhalingen gepleegd telkens binnen een jaar nadat de laatste veroordeeling wegens tweede of volgende herhaling onherroepelijk g-eworden is, wordt hechtenis opgelegd van ten hoogste drie weken en kan de schuldige daarenboven, zoo hij tot werken in staat is, tot plaatsing in eene rijkswerkinrichting worden veroordeeld voor ten hoogste een jaar. Ingeval van herhaling van overtreding na te zijn geplaatst geworden in eene rijkswerkinrichting, vangt do termijn van een jaar, bedoeld in de vorige zinsnede, aan op den dag van het-ontslag uit de rijkswerkinrichting.
Arllkcl 454. (1)
De verkooper van sterken drank of zijn vervanger die in de uitoefening van het beroep aan een kind beneden de zestien jaren sterken drank toedient of verkoopt, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie weken of geldboete van ten hoogste honderd gulden.
Artikel 455 (1)
Met geldboete van ten hoogste vijfcien gulden wordt gestraft;
1°. hij die door dieren doet trekken of dragen een last -welke kenlijk hunne krachten te boven gaat;
2°. hij die het vervoer door trek- of lastdieren doet plaats hebben op eene noodeloos pijnlijke of kwellende wijze ;
(1) Gewijzigd bj de wet van 15 Januari 1880 {Slaatshlail nquot;. 6).
122
3°. hij die dieren vervoert op eene noodeloos pijnlijke of kwellende wijze.
Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen jaar is verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens gelijke overtreding of wegens het in artikel 254 omschreven misirijf onherroepelijk is geworden , kan, in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste drie dagen worden opgelegd.
Artikel 450.
Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van ten hoogste drie duizend gulden wordt gestraft:
1°. hij. die een voor het publiek toegankelijk huis van hazardspel, onverschillig of de toegang al of niet van eenige voorwaarde of de inachtneming van eenigen vorm afhankelijk is gesteld, opricht of houdt of in de onderneming daarvan deelneemt;
2°. hij die in zoodanig huis van hazardspel als bankier of opzichter over het spel werkzaam is;
3\'. hij die tot het houden van zoodanig huis van hazardspel eene plaats verstrekt.
Ariikel 4L5?.
Met geldboete van, ten hoogste vijftig gulden wordt gestraft:
1°. hij die in een voor het publiek toegankelijk huis van hazardspol, onverschillig of de toegang al of niet van eenige voorwaarde of de inachtneming van eenigen vorm afhankelijk is gesteld , aan het spel deelneemt;
2°. hij die, zonder verlof van den burgemeester, gelegenheid geeft tot het houden van hazardspel op den openbaren weg.
TITEL VII.
Overtredingen betreffende de veldpolitie.
Artikel 4158.
Hij die , zonder daartoe gerechtigd te zijn , zijn niet-
123
uitvliegend pluimgedierte laat loopen in tuinen of op eenigen grond die bezaaid, bepoot of beplant is, wordt gestraft met geldboete van ten tioogste vijftien gulden.
Artikel 450.
Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn , vee laat loopen in tuinen , hakbosschen of rijswaarden, op eenig wei- of hooiland of op eenigen groivl die bezaaid, bèpoot of beplant is, of die ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijf en twintig gulden.
Artikel ItiO
Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn, loopt op eenigen grond die bezaaid , bepoot of beplant is, of die ter bezaaiing, bepoting of beplanting is gereedgemaakt, of gedurende de maanden Mei tot en met October op eenig wei- of hooiland, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijftien gulden.
Artikel 401.
Hij die, zonder daartoe gerechtigd te zijn , over e^ns anders grond waarvan de toegang op eene voor hem blijkbare wijze door den rechthebbende is verboden, loopt, rijdt of vee laat loopen , wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijftien gulden.
TITEL V1H.
Ambtsovertredingen.
Artikel 403.
De ambtenaar, bevoegd tot de uitgifte van afschriften of uittreksels van vonnissen, die zoodanig afschrift of uittreksel uitgeeft alvorens het vonnis behoorlijk is onderteekend , wordt gestraft met geldboete van ten hoogste vijftig gulden.
Artikel 463.
De ambtenaar die zonder verlof van het bevoegd gezag afschrift maakt of uittreksel neemt van geheime regee-ringsbescheiden of die openbaarmaakt, wordt gestraft met
124
hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 464.
Het hoofd van een gesticht, bestemd tot opsluiting van veroordeelden , voorloopig aangeho jdenen of gegijzelden , of van een rijksopvoedingsgesticht of krankzinnigengesticht, die iemand in het geslicht opneemt of houdt, zonder zich het Level van de bevoegde macht of de rechterlijke uitspraak te hebben laten vertoonen , of die nalaat van deze opneming en van het bevel of de uitspraak op grond waarvan zij geschiedt, in zijne registers de vereischte inschrijving te doen , wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste eene maand of geldboete van len hoogste honderd vijftig gulden.
Artikel 465.
De ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat vóór de voltrekking van een huwelijk zich de bewijsstukken of verklaringen te laten geven die de burgerlijke wet vordert, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel 466.
De ambtenaar van den burgerlijken stand die in strijd handelt met eenig voorschrift der burgerlijke wet omtrent de registers of de akten van den burgerlijken stand of omtrent de formaliteiten vóór of de voltrekking van een huwelijk , wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.
Artikel 4«?.
De ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat eene akte in de registers in te schrijven of eene akte op een los blad schrijft, wordt gestraft met geldboete van len hoogste driehonderd gulden.
Artikel 4lt;58.
Met geldboete van ten hoogste honderd gulden wordt gestraft:
1-25
1°. de ambtenaar van den burgerlijken stand die nalaat aan het bjvoegd gezag de opgaven te doen die eenig wettelijk voorschrift van hein vordert;
2°. de ambtenaar die nalaat aan den ambtenaar van den burgerlijken stand de opgaven te doen die eenig wettelijk voorschrift van hem vordert.
TITEL IX.
Schcpvaarioter tredingen.
Artikel 4fiO.
De schipper van een Nederlandsch schip die vertrekt alvorens de monsterrol is \'opgemaakt en geteekend, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.
Ardhcl ITO
De schipper die niet alle door of krachtens wettelijke be| alingen gevorderde schee) spapieren, boeken of bescheiden aan boord heeft, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.
Artikel 471. (1)
Met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden wordt gestraft:
lquot;. de schipper van een Nederlandsch vaartuig die het bij de wet vereischte dagregister of ^strafregister niet overeenkomstig de wettelijke voorschriften houdt of niet vertoont wanneer en waar de wet dit vordert;
2°. de schipper van een Nederlandsch vaartuig die, bij gemis van strafregister, nalaat den rechter de bij de wet gevorderde mededeelingen te doen.
Indien tijdens het plegen van de overtreding nog geen twee jaren zijn verloopen, sedert eene vroegere veroordeeling van den schuldige wegens eene dezer overtredingen onherroepelijk is geworden, kan, in plaats van de geldboete, hechtenis van ten hoogste twee maan len w orden opgelegd.
(1) Gewijzigd lijj tic wet van l.rgt; Januari 188G (Slwilsbhnl n\'. 6).
12G
Artikel 473.
De schipper van een Ne/lerlandsch vaartuig die niet voldoet aan zijne wettelijke verplichting1 betredende de inschrijving en kennisgeving van geboorten of sterfgevallen die gedurende eene zeereis plaats hebben, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste honderd gulden.
Arflhcl 473
De schipper of schepeling die niet in acht neemt de wettelijke voorschriften vastgesteld tot voorkoming van aanvaring of aandrijving, wordt gestraft met geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
Artikel tM
De schipper van een Nederlandsch vaartuig die nalaat aan vaartuigen, schippers of opvarenden in nood zoodanige hulp te verleenen als waartoe hij bij machte is zonder zijn vaartuig, de opvarenden of zich zeiven aan ondergang bloot te stellen, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste drie maanden of geldboete van ten hoogste driehonderd gulden.
ALGE ME ENE SLOTBEPALING.
Artikel 4 75.
Het in werking treden van dit -wetboek wordt nader bij de wet geregeld.
127
BEPALINGEN tot uitvoering van de artikelen 38 en 39
VAN HET
WETBOEK VAN STRAFRECHT, d)
§ 1. Bepalingen, regelende de wijze waarop de last van den burgerlijken rechter wordt verkregen, tot plaatsing tan een kind in een rijksopvoedingsgesticht.
Artikel 1.
In de gevallen, ■waarin de wet de plaatsing van een kind in een rijksopvoedingsgesticlit toelaat wegens feiten, begaan voordat het den leeft ij 1 van tien jaren heeft bereikt , kan do last daartoe binnen een jaar nadat die feiten zijn begaan gevorderd worden door don officier van justitie bij de rechtbank van het arrondissement:
1°. waarin het kind woont,
2°. waarin het verblijf houdt, of
S0. waarin liet feit is begaan.
Wordt de kennisneming der zaak gelijktijdig aan meer dan een van de drie genoemde rechtbanken onderworpen,
(1) Wet van 15 Januari 1880 {Slaalsblad n0 7).
128
t
zoo blijft, met uitsluiting van de overige, flie rechtbank bevoegd , welke bij de bovenstaande rangschikking vroeger is geplaatst.
Artikel 3.
Ten aanzien van de of sporing van de in liet vorig artikel bedoelde feiten en do voorloopige informatiön gelden de voorschriften van het Wetboek van Strafvordering, met dien verstande, dat hetgeen wordt voorgeschreven ten opzichte van den verdnchle geldt ten opzichte van het kind, cn dat in de plaats van de voorloopige aanhouding bij ontdekking op lieeter daad , door den betrokken rechtercommissaris, officier of hulpoffu\'ier van justitie kauworden bevolen dat bet kind voorloopig onder behoorlijk tce/icht in verzekerde bewaring worde gesteld.
Het bevel vervalt, wanneer het niet binnen diie dagen door de rechtbank is bekrachtigd.
Gelijk bevel kan in eiken stand der zaak door de rechtbank \'worden verleend op vordering van den oflicier van justitie.
Het bevel der rechtbank geldt, be\'oudens verlenging, vo gt;r niet langer dan derüg dagen, en kan door de rechtbank steeds worden ingetrokken.
hangende appèl en cassatie blijft het bevel van kracht.
Arllkel 3.
Wanneer de zaak fot genoegzame klaarhe\'d is gebracht en er naar hot, oordeel vtm den officier van justitie grond bestaat tot plaatsing in een rijksopvoedingsgesticht, dient hij zijne daartoe strekkende vordering met de stukken bij de rechtbank in.
Arllkcl 4.
In lien ter zake van hetzelfde feit teg m andere personen oene strafrechtelijke vervolging wordt ingesteld, wordt de behandeling der zaak geschorst tot dat de strafrechter zal hebben beslist.
De rechtbank zal aan de uitspraak van den strafrechter zoodanige kracht toekennen, als zij zal meenen te be-hooren.
129
Artikel 5.
Alvorens te beschikken, zal de rechtbank, tenzij reeds dadelijk van oordeel, dat do vordering niet voor toewijzing vatbaar is, het verhoor bevelen van het kind , van zijn wettigen vertegenwoordiger, van de getuigen en van alle andere personen, wier verhoor noodig voorkomt.
De oproeping wordt beteekend door een deurwaarder of dienaar van de openbare macht. In die van het kind en zijn vertegenwoordiger wordt het feit vermeld.
Bij niet-verschijning van de in het eerste lid bedoelde personen kan de rechtbank een bevel van medebrenging verleenen.
Artikel G.
Na afloop der verhooren doet de r^ïhtbank op de con-clusiën van het openbaar ministerie bij gemotiveerde beschikking uitspraak.
Indien het feit voldoende is gebleken en de wet plaatsing in een rijksopvoedingsgesticht wegens dat feit toelaat, wijst de rechtbank, zoo zij van oordeel is dat voor zoodanige plaatsing termen bestaan , de vordering toe.
Artikel ?
%
De beschikking, waarbij de plaatsing is bevolen, wordt nan het kind en zijn vertegenwoordiger beteekend op de wijze voorgeschreven bij art. 5.
Artikel S.
Het kind en zijn vertegenwoordiger kunnen binnen acht dagen na de beteekening van het bevel daartegen bij verzoekschrift aan het hof, in te dienen ter grilHe dei-rechtbank die het vonnis gewezen heeft, in hooger beroep komen.
Artikel O.
Indien het hof de beschikking der rechtbank bekrachtigt, of de plaatsing voor een anderen tijd gelast, kunnen het kind en zijn vertegenwoordiger daartegen beroep in cassatie doen binnen acht dagen nadat \'s hofs beschikking hun is beteekend.
9
130
Arllkcl lO.
Ue cassatie wordt aangeteelcend bij verzoekschrift aan rlen Hoogen Raad, houdende middelen , in te dienen ter griffie van het hof.
De Hooge Raad doet, zonder dat beteekening aan de wederpartij of oproeping van partijen plaats vindt, uitspraak op de conclusion van het openbaar ministerie.
Arlikel 11.
Üe opneming in het rijksopvoedingsgesticht geschiedt tegen overlegging van een extract van de beschikking, waarbij de plaatsing is bevolen.
Artikel 13.
Waar in deze pafagraaf gesproken wordt van de rechtbank, het hof of den Hoogen Raad, wordt daarmede bedoeld de raadkamer voor burgerlijke zaken dier colleges.
§ 2. Bepalingen, regelende de wijze, waarop de last tot
ontslag uit het rijksopvoedingsgesticht wordt verkregen vóórdat de hij het vonnis bepaalde termijn is verstreken.
Arllkcl 13.
Het ontslag uit hot rijksopvoedingsgesticht vó(5rda„ de tijd verstreken, is gedurende welken het kind ingevolge de uitspraak van den burgerlijken of den strafrechter daarin zou moeten verblijven , kan door denzelfden rechter worden bevolen op de vordering van den officier van justitie of op verzoek van den vertegenwoordiger van het kind.
De officier van justitie, het ontslag vorderende, levert zijne daartoe strekkende vordering, met de stukken, welke hij noodig acht over te leggen, bij de rechtbank in, die bij eenvoudig appointement op de vordering, de oproeping gelast van den vertegenwoordiger, tegen een bekwamen termijn om op de vordering te worden gehoord. De rechtbank kan ook de oproeping van het kind gelasten.
Het verzoek van den vertegenwoordiger geschiedt bij een door hem onderteekend verzoekschrift. Het wordt door de rechtbank gesteld in handen van den officier van justitie, ten einde daarop verslag te doen en zijn gevoelen aan do rechtbank kenbaar te maken. Do rechtbank kan , alvorens op het verzoek te beslissen, de oproeping gelasten
131
tegen een bekwamer termijn zoowel vau den vertegenwoordiger als van het kind.
Vorderingen of verzoeken tot ontslag van kinderen uit het rijksopvoedingsgesticht worden in raadkamer behandeld en beslist door dezelfde rechtbank , die de plaatsing heeft bevolen.
Tegen de beslissing is geen hooger beroep toegelaten.
Artikel 14.
Indien de plaatsing van het kind in een rijksopvoedingsgesticht in hooger beroep, met vernietiging van een vonnis der rechtbank , door het hof is bevolen , wordt het verzoek of de vordering tot ontslag van het kind , in het vorige artikel bedoeld, bij dat college aanhangig gemaakt.
Al hetgeen in het vorige artikel van den officier van justitie en de rechtbank is bepaald , geldt in dat geval voor den procureur-generaal en het hof.
§ 3. Bepalingen aan de twee vorige paragrafen gemeen.
Arflkcl 15
A^:de kosten, zoowel die welke door de vordering tot plaatsing van het kind in een rijksopvoedingsgesticht worden veroorzaakt, als die welke zoodanige plaatsing en de aanvrage tot ontslag doen ontstaan, blijven voor rekening van den Staat.
Artikel 1G.
Alle stukken , ter uitvoering van deze wet opgemaakt, zijn vrij van zegel en registratie.
De salarissen der griffiers en deurwaarders en de schadeloosstellingen der getuigen , tolken en deskundigen worden berekend naar de tarieven voor strafzaken vastgesteld.
Artikel 17.
Deze wet treedt in werking te gelijk met het Wetboek van Strafrecht.
1
INHOUD
VAN
HET ÏÏETBOEK VAN STRAFRECHT.
EERSTE BOEK.
Algcincenc bepalingen.
TITEL I.
Omvang van de werking der strafwet. . Artikel 1-8. TITEL II.
Straffen.............Artikel 9-36.
TITEL III.
Uitsluiting, vermindering en verhooging
der strafbaarheid.........Artikel 37-44
TITEL IV.
Poging.............Artikel 45-46.
TITEL V.
Deelneming aan strafbare feiten .... Artikel 47-54. TITEL VI.
Samenloop van strafbare feiten . . ^ . Artikel 55-63. TITEL VII.
Indiening en intrekking der klachte bij
misdrijven alleen op klachte vervolgbaar. Artikel 64-67
TITEL VIII.
Verval van het recht tot strafvordering en
van de straf..........Artikel 68-77.
TITEL IX.
Beteekenis van sqmmige in het wetboek voorkomende uitdrukkingen.....Artikel 78-90.
Slotbepaling...........Artikel 91.
TWEEDE BOEK.
Misdrijven.
TITEL I.
Misdrijven tee-eu de veiligheid van den staat ............Artikel 92-107.
TITEL II.
Misdrijven tegen de Koninklijke waardigheid ...........Artikel 108-114.
TITEL III.
Misdrijven tegen hoofden en vertegenwoordigers van bevriende staten . . Artikel 115-120.
TITEL IV.-
Misdrijven Letreffende de uitoefening van
staatsplichten en staatsrechten . . . Artikel 121-130.
TITEL V.
Misdrijven tegen de openbare orde . . Artikel 131-151. TITEL \\T.
Tweegevecht..........Artikel I52-15G.
TITEL VU.\'
Misdrijven waardoor de algemeene veiligheid van personen of goederen wordt in gevaar gebracht.......Artikel 157-17G.
TITEL VIII.
Misdrijven tegen het openbaar gezag . Artikel 177-20G. TITEL IX.
Meineed............Artikel 207.
TITEL X.
Muntmisdrijven.........Artikel 208-215.
TITEL XL
Valschheid in zegels en merken . . . Artikel 216-224. TITEL XII.
Valschheid in geschriften......Artikel 225-235.
Ill
TITEL XIII.
Misdrijven tegen den burgerlijken staat. Artikel 236-238. TITEL XIV.
Misdrijven tegen de zeden.....Artikel 239-254.
TITEL XV.
Verlating van hulpbehoevenden . . . Artikel 255-260. TITEL XVI.
Beleediging...........Artikel 261-271.
TITEL XVII.
Schending van geheimen......Artikel 272-273.
TITEL XVIII.
Misdrijven tegen de persoonlijke vrijheid. Artikel 274,-286. TITEL XIX.
Misdrijven tegen het leven gericht . . Artikel 287-299. TITEL XX.
Mishandeling..........Artikel 300-306.
TITEL XXI.
Veroorzaken van den dood of van lichamelijk letsel door schuld.....Artikel 307-309.
TITEL XXII.
Diefstal en strooperij.......Artikel 310-316.
TITEL XX1IL
Afpersing en afdreiging......Artikel 317-320.
TITEL XXIV.
Verduistering..........Artikel 321-325.
TITEL XXV.
Bedrog............Artikel 326-339.
TITEL XXVI.
Benadeeling van schuldeischers of rechthebbenden ........Artikel 340-349^««^.
TITEL XXVU.
Vernieling of beschadiging van goederen. Artikel 350-354.
IV
TITEL XXVIII.
Ambtsmisdrijven.........Artikel 353-380.
TITEL XXIX.
Scheopvaartmisdrijven.......Artikel 381-415.
TITEL XXX.
Begunstiging..........Artikel 416-420.
TITEL XXXI.
Bepalingen over herhaling van misdrijf aan verschillende titels gemeen . . . Artikel 421-423.
DERDE DOEK.
Overtredingen.
TITEL I.
Overtredingen hetrefrende de algemeene
veiligheid van personen en goederen . Artikel 42i-4quot;29.
TITEL II.
Overtredingen hetrefiendede openbare orde. Artikel 430-442.
TITEL III.
Overtredingen betreffende het openbaar gezag............Artikel 443-447.
TITEL IV.
Overtredingen betreffende den burgerlijken staat..........Artikel 448-449.
TITEL V.
Overtreding betreffende hulpbehoevenden. Artikel 450. TITEL VI.
Overtredingen betreffende de zeden . . Artikel 451-457. TITEL VII.
Overtredingen betreffende de veldpolitie. Artikel 458-461. TITEL VIII.
Ambtsovertredingen ........ Artikel 462-468.
TITEL IX.
Scheepvaartovertredingen......Artikel 469-474.
Algemeene slotbepaling......Artikel 475.
Verbetering.
Bladz. 47.
Aiiï. 180 laatste regel, staat: aar
lees: jaar
Bladz. 111.
Art, 423 eerste regel, staat: 261—271 f lees: 261— 271,
derde regel, staat: misdrij, lees: misdrijf