-ocr page 1-

m

M H E T

VERZET DER FRIEZEN

G K DU R E N D l\'. II K T T IJ D V A K : 15SS tot lS7^r

*1 KI

BIJLAGEN EN AANTEEKENINGEN.

hoon

Mr, A, J. ANDRE/E.

ft

V f

i K I.KKUWARDKN . mi

A. M I-: i.i !•: K ,

quot;nina II. Ki ipf.iis cii .1. (i. W ; sn:i\'

1887.

(amp;

h

I

-ocr page 2-

Kast 173 PI. C N0. 18

r% ^^ ^^ ^ sJ?^ ^ quot;gt;

-\' .

L, E G A. A T

J( \\

lt;- \\ VAN WIJLEN

Prof. Mr. C. PIJN ACKER HORDIJK.

~ ö quot; ö \'

-ocr page 3-

1

-ocr page 4-
-ocr page 5-

l/f z Q. c8

HET VERZET DER FRIEZEN

TF.GEN

GEDURENDE HET TIJDVAK; 1560 tot 1574

met BIJLAGEN en AANTEEKENINGEN,

DOOR

JWr. ft. f. ft ï*ï O tv fê*. ■

RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

-ocr page 6-

11KT VEIiZIiT DKIt ITULZKN TEGKN

De verbittering togen die liar Je maatregelen werd niet weinig vermeerderd door het bevoorrechten van den uitheem-schen, den Spaanschen, boven den inlandschen adel.

En als wjj de geschiedrollen van ons vaderland uit die dagen opslaan, dan treft het ons, hoe op velerlei wijzen de privilegiën en vrijheden des lands, vroeger door Keizer Karei en nu door Philips bezworen, met voeten werden getreden. Een breede stroom van »doleantiënquot; van verschillenden aard vloeide zonder ophouden tot den troon des Konings, doch grootendeels zonder eenig gevolg,

Ook binnen de grenzen van Friesland werd menige klacht vernomen; hier over de aanmatiging der geestelijkheid, daar over te hooge belasting, elders over schending der privilegiën.

Hoopte meu aanvankelijk op een toegenegen oor van de zijde der regeering , hot bleek hoe langer zoo meer, dat die verwachting ijdel was. Van inwilliging was bijna geen sprake; integendeel, de hardnekkigheid der regeering scheen gelijken tred te houden met de vermeerdering dor klachten.

Zoo werd dan op den duur do toestand meer en meer gespannen , de toekomst zorgelijk.

Een onweder pakte zich samen, de wolken kwamen dreigend opzetten en weldra zouden do eerste donderslagen worden vernomen in de velden van Jleiligerlee !

Vóórdat het echter zoover gekomen was, had men velerlei pogingen aangewend, om dat onweder af te wenden. Men had getracht den Koning tot gematigdheid te stemmen , vooral op het punt dor gehate inquisitie. Dit was dan ook de reden, dat door een twintigtal edelen op eone bijeenkomst te Brussel, ten huize van Floris van Pallandt, Graaf van Culemborg, op den tweeden November i 565, den benarden toestand des lands werd besproken; men wenschte

4

-ocr page 7-

DIC Sl\'AANSOHE DWIN\'GIil.ANDI.I.

iniddolcn to beramen , om daarin verbetering te brengen, vóórdat do storm losbarstte. «Vrijheid des vaderlands en der consciontiequot;, dat wns hot eenige middel, om de alge-meene gisting te doen bedaren.

En het middel, om daartoe te geraken? Waarlijk, het was niot gemakkelijk om dit te vinden; men had zich reeds zoo menigmaal to vergeefs tot den Koning gewend, dat er van eone vernieuwde poging daartoe weinig te verwachten viel.

Alzoo besloot dit klein getal van edelen bij de Duitsche vorsten hulp te zooken. Doch vier dagen later liet men dit donk beeld weder varen en bet plan werd gevormd: »dat men een iniandts verbondt sonde aengaen in de Neder-«landtsche Provinciën, en dat men aen een of twee per-ssoonon van elcke Provincie beval, dat sij d\'andro Edelen «tot het gemeen verbondt souden nodigen.quot; 1)

Dit voorloopig besluit kwam echter, zoo het schijnt, eerst in de volgende maand tot rijpheid. Aan do badplaats Spa — die destijds reeds om haar heilzaam water beroemd was — bevonden zich toen Lodewijk van Nassau, Nicolaas van Hammes en eenige andere edelen en dezen verbonden zich in hoofdzaak, om de Inquisitie hot hoofd te bieden en zich te verzetten tegen do dwingelandij van »oen hoop vreemdelingen.quot; 2)

Binnen do twee eerste maanden van het volgende jaar (1560) waren reeds oen groot aantal edelen en aanzienlijke burgers tot dit verbond of compromis, zooals het genoemd werd, toegetreden. Het scheen wel, dat er van dezever-

1) Bericht van I r. Junius in Brandt\'s Keformatic, 1, 28!) euindu Bijvoegsels, blad/.. 5.\'). - Motley. Opkomst van de Nederl. Republiek, II, 51. — V au Vloten, Ncêrlauds Opstand enz., 1. blad/.. 1!) (cd. 18/2).

2) Motley, t, a. pl., II, bladz. öti.

-ocr page 8-

III.T VERZET DER FRIEZEN TEGEN

ecniging ecnc grootc kracht tegen de regeering zou uitgaan. De toekomst echter zou liet tegendeel loeren. Weldra besloten de Verbondenen handelend op te treden,

In do maand Maart stolden zij een Vunoekscltrifl op, dat een opsomming bevatte van al de grieven on klachten en een bedo om gehoor. Men zou dat stuk nederleggen aan de voeten der Landvoogdes Margaretha van Panna en hare tusschenkomst inroepen bij den Koning. 1)

Ongeveer eene maand later, den .\'iden April 15()0,trok \'s avonds omstreeks (i uur eene breede stoot van \'iüO ruiters, met pistolen in de holsters, de stad Brussel binnen. Vooraan reed Hendrik van Broderodo, » een man van lange «stature, rosachtig van aangezicht met blond gekruld haar, swelgemaeckt van Ijjf en van leden, onvertsaeght en kloek ster wapenen.quot; 2)

Den volgenden dag voegden zich nog een honderdtal edellieden bij hem.

Aan de markt het Sablon of den Zavel, waar zoo menig bloedig drama weldra zou worden afgespeeld, stond het huis van den graaf van Culemborg, waarin de edelen in die dagen van beroering dikwerf vergaderden. Vandaar liep eene fraaie rechte straat naar hot prachtige paleis van de Hertogen van Brabant, waar destijds do Landvoogdes verblijf hield. Op don morgen van den 5dou April vereenig-den de edelen zich ten huize van Culemborg. II) Eenigo

1) Over de afkomst van do Landvoogdes vindt men morkwanrdige bijzonderheden vermeld in De Navorscher, § l\'l\' , hl. 117.

2) Bor, Noderl. Oorl.. Ill, KiSft en Motley, t. a. pi., bladz. 5.\'i, (i.\'t en (gt;S.

;?) Winscmius noemt in zijne Kronijk op bladz. 52!) liet ja«r 15(!5; Schotanus volgde deze dwaling in zijne Fr. Geschiedenis, die daarin weder door den vervaardiger van het Charterboek van Friesland, 111 bl. MM, is gevolgd. Men zie voorts aldaar bl. (gt;75 en (gt;77, alsmede Motley, t. a pi.?, 11, bl. ()8.

6

-ocr page 9-

riK SPAANSCIIE UVMNGEI.ANÜl.l.

minuten vóór twaalf stelde de stoet van 300 personen van den voornaamsten Nederlandschen adel zich in beweging naar het Hertogelijk paleis, dat zij weldra had bereikt. Met de meeste pleclitiglieid werd het smeekschrift overhandigd en voorgelezen. Do Landvoogdes was op het zien van dozen stoet geheel onthutst en word zelfs bij liet lezen van liet smeekschrift zoo ontroerd, dat haar de tranen langs de wangen rolden. Jammer, dat die tranen niet uit een bron van oprecht medelijden, maar uit oen bron van vrees ontsprongen.

»Et comment Madame,quot; zoo sprak Barlaymont haar ge-M\'uststellend toe, »Votre Alteze a-t-elle crainte de ces gueux ? »Par le Dieu vivant, qui croirait mon conseil, leur lle-«queste seroit appostillcc sY belles bastonades, et les ferions »dosoendrc les degrés de la cour plus vitement, qu\' ils les ))ont moutés.quot;

Niet met stokslagen, neen, met hot zwaard zouden velen dezer «bedelaarsquot; , zooals Barlaymont ze geliefde te noemen, naderhand worden gestraft!

Op de drie volgende dagen, G, 7 en 8 April vervoegde zich Brederode telkens met eenige edelen ten Paleize, om eenig antwoord op het smeekschrift te bekomen. Eindelijk werd hun medegedeeld, dat de Landvoogdes zou trachten verzachting der plakkaten bij den Koning te verkrijgen en een besluit tot opheffing der strenge vervolging. Al was het niet veel, men had toch voorloopig eene belofte verkregen , men had eenigen indruk gemaakt op de Landvoogdes , men had der regeering blijk gegeven, dat men eindelijk eens krachtig zou optreden.

Mon oen zeker gevoel van zelfvoldoening en in de hoop en verwachting, dat men nu een stap nader tot den vrede gekomen was, kwamen de edelen op dien laatstcn dag (8

7

-ocr page 10-

MKT V KHZ KT HKU ITilK/.KN TKCiEN\'

April) weder samen ten huize van Culemborg, om het voorloopig succes l\'eesteijjk te vieren. »TIet ogenblik eischte , meenden zij, volstrekt,quot; /,00 merkt Motley niet onaardig aan. )gt;dat er een feestelijke roes werd gedronken.quot; Dat gebeurde destijds bij zulke gelegenheden nog al dikwijls, zeer ten nadoele van de goede zaak!

De tafel scliitterde van goud en zilver, de beker ging lustig rond, de gesprekken werden hoe langer hoe levendiger. Eindelijk verheft zich do gastheer van zijn zetel en verhaalt, wat Barlaymont tot troost der Landvoogdes en tot smaad der edelen had gezegd. 5gt;Zjj noemen ons bedelaars,quot; zoo spreekt liij, »welnu, laat ons dien naam aan-»nemen. Wij zullen strijden tegen de Inquisitie, doch den gt;iKoning getrouw blijven, mocht het ons ook tot den bedel-»zak brengen!quot; Hierop roept hij een zijner pages, laat zich door dezen een lederen bedelzak en een grooten houten nap brengen, destijds bij bedelaars in zwang, laat den nap met wijn vullen en roept met krachtige stem: » Vivent les Gueux!quot; waarna hij den nap ten bodem toe ledigde.

Wat er nu verder volgde, laat zich donken. Elk der gasten vulde den nap en dronk zo onder dien juichtoon uit. 1)

(s

En nu was de naam van Geuzen gevestigd, een naam, die in lateren tijd in bosschen en velden, te land en te water, het wachtwoord zou worden voor de vrijheid, een

]) Men zit over dit luidruchtig feost. Motley. t, o. pi., bl.75.— Op dn standplaats van het voormalige huis Culemborg werd later de gevangenis „des l\'etits Caruiesquot; gebouwd, in een der muren waarin men in het najaar van 18H1 een gedenksteen heeft aangebracht ter herinnering aan het „feestmaal der Geuzen.quot; Op dien steen is een yeuzennap , hcdehuk en staf afgebeeld met het devies; , jus qu\' ii la bcsacequot; en daaronder twee samen verbonden handen. Voorts is op een duh-hl medaillon, in het Nederlandseh en het Fransch , het feit vermeld, waaraan de «teeu moet herinneren.

-ocr page 11-

DE SPAAXSCIIE inVINGEI.ANDIJ.

naam, die aan Spanjos Koning zou leeren, wat het zeggen wilde, om de rechtmatige klachten van een van nature gewillig, geduldig, gehoorzaam, maar krachtig volk met minachting en onderdrukking te beantwoorden!

Niet tevreden met den titel van bedelaars, namen de edelen dienovereenkomstig ook eenc andere kleeding en tooisel aan. Gouden boordsels en fluweel pasten niet meer aan zulke lieden: een grijs wambuis en grijzen broek met een korten mantel van diezelfde kleur, alles van de ruwste stof; een gewone vilten hoed, een bedelaarszak met een houten nap, een zoogenaamde bedelaarsklap, zoo bewogen zij zich onder het volk en op hunne feesten: den Koning getrouw, zouden zij de vrijheid van hun land verdedigen tot den bedelstaf toe!

Zjj schoren den baard geheel af en lieten den knevel op zijn Turksch, aan beide zijden lang naar beneden hangen.

Hadden zij alzoo uiterlijk veel overeenkomst met gewone bedelaars, een sierlijk onderscheidingsteeken wees aan welk soort van bedelaars zij waren, Zij lieten gouden , zilveren en vergulde penningen slaan en droegen zulk een (jr.mUcn, gelijk men ze noemde, aan een rood lint om den hals. Aan de eone zijde bevond zich het geharnaste borstbeeld van den koning met het randschrift: «en tont fidelles au Uoy,quot; aan do andere zijde was een bedelzak gegraveerd door twee ineengcsloten handen vastgehouden met de volgende woorden: sjusques a porter la besace.quot; (Jok waren er onder hen, die een houten napje op de borst, aan den hoed of den gordelriem droegen, waarop men las: »vivc les gueuxquot; of; »wi vel die geus.quot; 1)

1) Motley ■ 1. a. pl., hl. (18—79. — Arund , Gesch. dos Vaderlands, 11. \'Ido st,, hl. L\'17 en de (i/hcetdhigon aldaar tegenover liladz. 24(1. — Zie alsmede eenr afbeelding op liet titelblad van Te Water\'s

!)

-ocr page 12-

UK 1 VER/.KT Dr;tl FRIRZRK TKttEX

Ton opzichte van Friesland is ons van zulke penningen het volgende bekend. In September •ISS\'i werd erteOos-trum in Oost-Dongeradeel zulk een merkwaardig stuk gevonden , bjj het graven van een riool, gelegen ter plaatse waar voorheen een ringmuur stond van het voormalige Mellema-state, thans eene landbouwerswoning ten n. w. van dat dorp. Men leest op dien penning het randschrift: »Go-trouw aan den Koning tot aan den bedelzakwaarbinnen de beeldtenis van Philips 11 prijkte, terwijl zich aan de andere zijde vrij duidelijk het jaartaH5G8, misschien 1566, bevindt.

Verder bezat wijlen li. Th. baron van Heemstra te \'s Hago: »een zilveren geuzennap met de wapens van sileerma en Aylva , met verguld zilveren geuzenpenning en «zilveren lazerusklep aan een zilveren kettingquot;, welk een en ander niet zonder grond wordt toegeschreven ais het eigendom geweest te zijn van Otto van Heerma, vrij zeker een der verbondene edelen, zoon van Epo en van Wisck van Aylva.

ID

Ruim een eeuw geleden had Onno Zwier van Haren een geuzenpenning in zijn bezit. Deze was afkomstig van diens voorzaat, den bekenden Daam van Haren, onderteekenaar van het Verbond en een der dapperste Watergeuzen. Onno Zwier vermeldt in de aanteekenin-gen op zijn gedicht: » Do Geuzenquot;, dat dit «Geuzen »modaillon en con portret van don Heer van Broderode, )uloor dezen bij zijn vertrekquot; aan Daam geschonken, zoor toevallig worden gered uit den brand, die hot huis der Van Harons to St. Anna-Parochie, in i7.\'3\'J geheel in de asch

v. Loon , Punningkunde, 1)1,83.—Tc Water,

-ocr page 13-

UE SPAANSCHK DWINGELANDIJ.

legde, terwijl hot houten geuzonnapje bjj die gelegenheid is verbrand.

Jammer, dat bjj een hernieuwden brand van dat huis in 1770, zoowel de geuzenpenning als het portret van lirede-rode mede een prooi der vlammen werden.

Eindelijk bevond er zich een geuzenpenning op de Historische Tentoonstelling, in 1877 te Leeuwarden gehouden, destijds behoorende aan nu wijlen Mr. i\'. Heringa Cats te Oranjewoud.

In do vonnissen van sommige ter dood veroordeelde edelen, namens den Hertog Van Al va uitgesproken, wordt melding gemaakt van «grijze kleederen,quot; van »de roode sjerp of\' het lint,quot; alsmede van «een nap met een clepken.quot; 1)

Of het oorspronkelijke stuk van het Smeekschrift nog bestaat, is ons niet gebleken. Wel worden er bij deze en gene geschiedschrijvers afschriften vermeld, o. a. bij Win-semius in diens Kronjjk van Friesland, hetwelk hem, volgens zijne modedeeling, was verstrekt door Andries van lliddema, van Wier, die zeer nauw verwant was aan de Aysma\'s, uit welk geslacht hoogstwaarschijnlijk twee leden tot de verbondene edelen liebben behoord.

J)e lloogleeraar Te Water heeftin zijn verdienstelijk werk over het Verbond der edelen, «woordelijk doen afdrukken »het afdruksel, ten jare 1500 uitgegeven,quot; terwijl hij betuigt, dat hij de Hoogduitsdie en Nederduitsche vertalingen , «beide ten jare ISOli uitgegeven,quot; ook onder de oogen had gehad.

1) I\'nrticulirrc hurichtcn. Stamboek v. d. Fr. Adel, Il.bl. 1;«), aniit. Catalogus dir Ilist. Tent. te Leeuwarden van 1877,

1)1. HO, aldaar no. l.\'i. Van Haren, „De Geuzenquot;, bl. 17.\'t. — Zie ook; Craandijk e. s., „Wandelingenquot; enz., (ido Deel, bl. ,\'i(M en de Aantt., bi. .\'IDü. — Kronijk van het Ilist. Gen. te Utrecht, 18(gt;7 , bi. 5;«.

14

-ocr page 14-

Tfr.T VEtlZET DER FRIEZEN

Hot behoeft wel geen betoog, dat het Verbond of Compromis en Smeekschrift twoe verschillende zaken zijn geweest, waarop door sommige schrijvers niet is gelet.

Onder het smeekschrift moet men verstaan het geschrift, dat den 5en April 15G6 der Landvuogdesse werd aangeboden.

Voor zoo ver bekend, teekenden de Friezen niet op het smeekschrift, maar namen zij wel deel aan het Compromis, voor het meerendeel, zoo het schijnt, na Augustus van dat jaar. i)

Niet in alle gewesten was de deelname even groot.

Van do Friezen waren er onderschoidenen, die zich bij de Verbondenen aansloten; of er ook Zeeuwen zjjn toogo-troden is onzeker, hoewel Graaf Lodewijk op zich genomen had ze tot de toetreding aan to moedigen. De Groninger adel schijnt hiertoe niet uitgenoodigd te zjjn; \'t is evenwel zeker, dat de beruchte Barthold Enteiis van Mentheda lid van het Verbond der edelen werd. \'2)

Overigens waren er, behalve de edelen, ook andere aanzienlijke personen, die zich hierbij aansloten. 3)

Wat heeft het Verbond uitgericht? Helaas! al zoor weinig. Terecht wordt door den geschiedschrijver Hor aangemerkt. «dat het vorbont der Edelen eensdeels deur haar songestadicheyt, tweedracht, lichtvaordicheyt, ende eens-»deels deur de listicheyt der Gouvernante ende haren llaedt »te nieto es ghegaen. 4)

1gt; Tc Water, t. a. pl., I, hl. 98 en 99.

\'2) Zie over de (lee1naii:c der Zeeuwsche edelen: Ati Utreelit Dres-selhuis, in NijhofPs Bij d ragen, 1. 1)1. 75 en vergelijk: „Areliives de la Maison d\'Orange, II. bl. 59; Te Water. Verbond der edelen . 1, 22,\'t. § 8 on Hor, Nederl. Ilist,, Hoek V, fol 224 vso 0|): 1570.

.\'lt;) Zie hierna in den tekst en de Bijlagen en Te Water, t. a, jd., I . 123—l;n en 232.

*)) Bor, t. a, pl.. Boek. Ill, fol, 1246.

12

-ocr page 15-

TEGKN l)E SPAANSCHE DWINGELANDIJ. 13

En inderdaad, er waren velen der Verbondenen, die dooi hunne losbandigheid en zwelgerijen het vertrouwen des volks langzamerhand verloren, terwijl de verdeeldheid onder hen oene goede uitwerking van het Compromis verhinderde.

En toeh, geheel zonder vrucht was het niet.

Wel werd het bij acte van \'25 Augustus 15GG als vernietigd beschouwd, doch niet dan onder uitdrukkelijke voorwaarde, dat er vrijheid van godsdienst aan de Ilervormd-gezinden zou worden toegestaan in die plaatsen, waar die tot dusver was uitgeoefend. 1)

Deze overeenkomst werd mot de Regeering aangegaan door Lodewijk van Nassau en vijftien zijner medeverbon-denen, terwijl daarbij nog werd bepaald , dat de edelen in \'t algemeen geene nadeelige gevolgen zouden ondervinden wegens hunne vroegere deelname aan het Verbond.

De Regeering echter bokommerde zich hier weinig om.

Twee maanden later (Oct. 1500) werd er een nieuw smeekschrift aan den Koning gezonden , waarbij de onderteekenaars vrijheid verzochten tot uitoefening van den Hervormden godsdienst en waartegen de verzoekers zich verbonden drie millioen guldens aan den Koning te zullen opbrengen, maar zonder eenig gevolg niet alleen, maar de Regeering schijnt de onderteekeuing daarvan nog al euvel te hebben opgenomen. Althans sommige edelen, o. a. zes Friezen, werden later veroordeeld op grond, dat zij na de overeenkomst van 25 Augustus van dat jaar een smeekschrift hadden onderteekend. 2)

1) Volgens Motley, t. a. pl., II, 124; 25 Aug.; volgons dc Sent. van Al va, medegedeeld door Marcus, zie o. a. bl. 127: 23 Aug.

2) Te Water, Verbond der edelen, II, 37—51. —Motley, Opkomst van de N. R., II, bl. 124, 141, 143 eu 145 eu Tu Water, t. a. j)l. I, bl. 434. — Marcus, Sent. van Alva. bl. 127.

-ocr page 16-

HET VKtiZKT DEI) FU1EZEN ENZ.

•^Wareu or onder do deolnomers porsonon, dio door losbandigheid en zwelgerij do goede zaak benadeelden, toch bevonden er zicli vele mannen onder, die zich waardig maakten, »dat hunne naamen met gulden letteren in \'s Lands »geschiedenissoii zouden pronken en der vergetelheid voor «altoos onttogen worden.quot;

Tusschen dezen was er een band ontstaan, die aanleiding gaf\' tot een gezamentlijk optreden, die zou toonen, dat Eendracht m acht m a a k t!

En onder hen waren er vele Friezen.

Wij zien ze strijden bij Heiligerloe en bij Jemmingen onder de vanen van Lodowijk van Nassau; en later vinden wij ze ter zee en te land onder den naam van Watergeuzen den vijand bekampen. 1)

u

Laat ons thans nagaan, welk aandeel do Friezen hadden in het verzet tegen Spanje\'s dwingelandij gedurende het aangewezen tijdvak.

1) Arend, Gesel), dos Vaderlands, II, 4do stuk, bl. 197—203, 33« en 477 , op welke laatste bladzijde een nieuw geziclitsjmnt over de aanleiding van het Verbond der edelen wordt ontwikkeld , waarmede men vergelijke : V. Groningen , „De Watergeuzen ,quot; 1)1. (gt;—10, -Motley, t. a. pi,, bl. 159. — Bor, t, a. pl., lilde boek, fol. ()7i cn 1246.

-ocr page 17-

I.

De Friesche Verbondene Edelen.

Nadat in Decombci\' 15(i5 de grondslag van liet Compromis was gelegd, wendde men zooals wjj zagen , al spoedig pogingen aan, om de edelen tot de onderteekening daarvan over te halen.

Zonder twijfel was dit ook liet geval met betrekking tot Friesland. Immers het schijnt, dat de Priesche Stadhouder Jan van Ligne, graaf van Aremberg, bij monde van Igram van Achelen , Baad in den Move van Frtesland, de Landvoogdes over de handelingen der Priesche edelen had ingelicht. Althans in Pebruari van het volgende jaar (1 DUG) zond zij aan Aremberg eene resolutie, waarin zij hem , »soe )gt;veel betreft den geconfedereerden in Vrieslandt wesendequot; , het volgende meldt en beveelt. «Alzoe men acht,quot; zoo luidt het, «datter wel zyn die nyet anders gedaen en heb-»bon dan die confederatie op die presentatie dor eerste snp-»plicatie onderteekent, sender hen dor versamelingen oft »vorderc handelinge der geconfedreerden gemoeyt oft onder-»vonden te hebben endc goede catholycke oft bereydt endo «willich zyn sich wederomme tott gehoersaemhoyt ende den «rechten wech te koren, endo dat groot deel door jonck-»heyt, onwetentheyt endc overhaestheyt daar toe gebracht »cnde verbuert (?) zijn, hebbende eenige hare olders endc «vrienden, den welcke verdrietelyck solde zyn te zien dat

-ocr page 18-

DK I\'lUESCIlli

»zij orffals in last solion comen oft stoken, dio moeningo )gt;van hacr hochht is, dat men allo mogoliclcon vliet sail «voorwenden allo suleko geconfodi\'oorde onde anderen dio »men sal connon mot soeticheyt onde goetheyt van de «voorsz. confederatie ende oeck van do gewaldigo toe broc-»ken ende hen do selve te doen remedieron onde hen wo-sdorommc op don rechten woeh te brengen onde bij oode »to doen geloven Zyne Mat, te dienen ende sulcx scrifto-ylick toe ondorhandtoyekonen achtervolgende zeker schrift »de voorsz. van Achlen medegegeven, golijck voelo andere »vcreonigden hier te lande dio mede do voorsz. confede-D ra tie totte prosentatio der eerste supplicatie voorsz. onder-stoeckent hebben, gedaen hebben , mits wolcken die gone »die sulex doen sullen, vrije ende oiigomolostoert zijn ende »blyven sullen, maer aongaende die geene die int gesol-»8chap der geconfedoreerden altijt gebleven wech ende weder »gerijst ende allerley quade oflicicn (om \'t land in beroerte »te stellen) gedaen hebben ende noch bij het geselschap zyn sonde daer by blyven, dat sulcke goonsints en sullen iu »\'t landt geleden, maar dat tegen henluydon als togen on-«gehoersamon ende Rebellen O. Mat. ende der Lantschap, «geprocedoort sail worden alst behoort, sender eenige disssimulatie.quot;

Dit stuk was gedagteekend den \'i4sten Februari en ging vergezeld van een model-verklaring voor hun, die aan deze resolutie gevolg wenschten te geven. 1)

Hierop zal Schotanus wellicht doelen, als hij vermeldt: »De Gouvernante hadde de Raedt van Leeuwarden ver-«maeiit, niemand te ontfangen, ende sich daer voor te

1) Stukken uit liet Archief van Gabbcma, berustemle qp hot Fr. Genootschap; vergelijk; De Vrije Fries, XI, hl, .\'115. Zio voorts; Aanteekming I.

-ocr page 19-

VKIinONDENi; KDKI,i:.N\'.

ugo »wachten, ende hen teghen tc stacn als oproerige \'t sa-

sall smensweerders.quot; 1)

die Toen er in de volgende maand besloten werd, om dor

i de Landvoogdessc oen smeekschrift aan te bieden, werd er

ree- tevens bepaald, dat men de edelen in de onderscheidene

we- gewesten zou aansporen, om zich den 3den April bij Brus-

jede sel • te bevinden, ten einde den volgenden dag dat smeek-

ifte- schrift te overhandigen. Aan verschillende edelen werd

hrift opgedragen, om in de hun aangewezene gewesten voordat

lore doel werkzaam te zijn. Zoo nam Graaf Lodewijk dit op

ede- zich met betrekking tot Zeeland en Friesland. \'2)

ider- Hetzij, dat er zeer weinige Fricschc edelen tot het Com-

*ene promis waren toegetreden . of ingevolge den brief van Mar-

jnde garetha het geraden achtten »sich wederommc tott gehoer-

esel- «saemheyt ende den rechten wech te keren ,quot; — de hoofden

eder der Verbondenen waren van meening, dat er krachtiger

lerte pogingen moesten aangewend worden in een gewest, waar

zyn adel zoo talrijk vertegenwoordigd was.

n iu Uit het volgende toch schijnt genoegzaam tc blijken, dat

on- cr tot Juni van dit jaar nog weinig deelname te bespeu-

iap, ren was.

dis- Lodewijk van Nassau en Hendrik van Hrederode zonden in die maand drie afgevaardigden naar Friesland, om aanging hangers voor het verbond te winnen , ssonder welker komst deze luidt het later in het vonnis van een dier afgezanten, »het gesegde Land buyten oproeren soude gebleven sjjn , jldt: »en niemand soude hebben weeten te spreeken van het gever- »meld Verbond, maar soude vreedsaemhjk gebleven zijn, ir tc als goede Vassalen en Onderdaenen betaemde.quot;

(. j,\'r 1) Schotnims, Fr. Gesoli., bl. 7\'Mb.

or(;S . -) Motley, t. n. pl.. II, W. (i.\'i. — Groen v. Prinstercr, Arch, de la Miiisdii (VOruiige, II, bl. S7 en 5!).

y

-ocr page 20-

uk ir1esche

En de bokende Joannes Carolus (Jan Charles) , die later het leven van Caspar do Robles beschreef, zegt niet zonder bitterheid : ïdat door hot stout bestaan van drie menschen ook in Friesland is doorgedrongen zeker geschrift, vervuld met oproerigheid . leugen en wederspannigheid , \'t welk sommigen het Compromis noemen.quot; 1)

Vóórdat de drie afgevaardigde edelen naar dit gewest vertrokken, werd het doel hunner komst in Friesland\'s hoofdstad behoorlijk bekend gemaakt, xümtrent Pinksteren »in den jaere van sess ende tzestichquot; (in dat jaar den 2den Juni) werden er sseeckere gedructe Kequesten binnen Leeu-ïwarden vercocht, bij die straet gedragen wordende, waar-»van principael aucteur was Henricus de Brederode, want )idselve requesten binnen zijn stadt Vianen gedruct waren.quot;

Korten tijd daarna reden de drie Hoiiandsche edelen, met name: Albert van Huchtenbrouck, Frits van Egmond en Herbert van Uaephorst , Friesland» hoofdstad binnen, (jleze-ten op witte paaiden, in aschgrauwe kieeding en voorzien van een houten nap met zilver beslag, trokken zjj zonder twijfel niet weinig de algemeene opmerkzaamheid tot zich. Zij reden de Nieuwestad op en namen hun intrek in den Gulden Helm bjj Jonge Oabbe Selsma, een aanzienlijk burger.

Zij kwamen er, «met hair brengende seeckere verbont sonde dselve distribuerende hier en dair onder die edel-sluyden , om die toe beter mogen trecken int verbont.\'\' \'2)

1) Se?it. vim Alva. uitgegeven (looi- Marcus, bl. 121). Carolus, De Rebus C. a H., bl. (i.

•2) Kphem. Leovard. van Ant. Jz., Vrije Fries, dl. IX, bl. — Gabbema, Verhaal van Leeuw., bl. 4)(). — Oork. St. Anth. Gasthuis te Leeuwarden, bl. 320, 375, 394 en 41(), op welke laatste bladzijde in de noot gezegd wordt, dat de Gulden Helm thans is E no. 7. Zie verder over Selsma, hierna in: Bijlage. B, I.

18

(

-ocr page 21-

VEIiliüNDENE EDELKN.

Niet zonder reden zullen althans Egmond en Huchten-brouck met deze zending zjjn belast. Zij toch waren beiden gehuwd met Friesclie edelvrouwen, dochters van Hector van Hoxwier, lieer van lleynouwen, Ridder van het dulden Vlies, bekend wegens zijne geleerdheid en scherp oordeel. In 1538 werd deze Kaad in den 1 love van Friesland , in 1541 President van het llol\' van Utrecht en overleed reeds vyf jaren daarna.

Huchtenbrouck was een Utrechtsch edelman en in 1501 gehuwd met Maria van lloxwier. Door het huwelijk zijns vaders met Maria van Egmond, was hij een volle neef van zijn modeafgezant Frits van Egmond. Deze laatste was een zoon van Jan van Egmond, omstreeks 1543 drost te 1 larlingen en grietman van Barradeel en Amelia van Grom-bach. 1) In laatstgenoemd jaar geboren, waarschijnlijk te 1 larlingen, telde hij dus nu slechts 23 jaren. Hij was gehuwd met Maria\'s zuster, Ilectoria van lloxwier.

Door hun huwelijk hadden zij nauwe betrekking op dit Gewest, zoowel door verwantschap mot de voornaamste adellijke geslachten, als door groote bezittingen, redenen waarom zij aan do Friezen vertrouwen voor hunne zaak konden inboezemen.

10

Hun metgezel, Herbert van Raephorst, was de zoon van Hendrik van Raephorst en diens eerste vrouw, volgens sommigen Clara van Ronisse, volgons anderen Cornelia van den Eijndo. Mogelijk had Herbert ook konnis aan velon der Friesclie edelen, aangezien zijn vader voor de tweede maal was gehuwd met IJmck van Roorda, van Tjumma-rum. 2) Raephorst heeft zich, naar hot schijnt, in stede

1) Zij huwdo Inter mot lines v. Vcrvou, vader van Juu v. Vervoa. \'J) Stamboek v. d. Kr. Adel, o. n. op: lloxwier, Hoonln im*

-ocr page 22-

uk rniKScni\'.

van mot ijver voor zijne zending werkzaam te zijn, vrij losbandig in Friesiands hoofdstad gedragen. Anthonius Joost/.., destijds notaris te Leeuwarden, wel is waar zeer spaanschgezind en niet van partijdigheid wellicht vrij te pleiten, vermeldt, »dat des daechs lach hy opt bedde tot »den middach, ende \'s nachts loopende in alle bourdeelen »0111 die scoene vrouwen toe bekoeren.quot; i)

Huchtenbrouck daarentegen was ijverig bezig, niet alleen om aanhangers voor het Verbond te winnen, maar deed, blijkens het over hem gevelde vonnis, later veel moeite ) om de verbondenen in dit gewest over te halen tot onder-teekening van een smeekschrift, in October 1500 opgesteld , waarbij aan den Koning vrijheid van geweten werd afgevraagd , waarvoor de onderteekenaars Z. M. 30 tonnen gouds aanboden. \'2)

Al spoedig na hunne aankomst te Leeuwarden verspreidden dc Spaanschgezinden het bericht, dat deze vrijheidlievende mannen gekomen waren, om in \'t geheim de edelen van Friesland tot onderteekening van het Verbond over te halen. De Hollandsche edelen, hierover terecht verstoord, beklaagden zich bij de Staten des Lands over die lasterlijke aantijging, alsof het hun dool was »ytlicke van adels dos »Landts in onse godlicke verhoudt heimeiicken te trecken.quot; Zij gaven met nadruk te kennen, dat men ze »voor sulcko «personen nyet behoorde aen te sien, dwelck int helm click

en Van Loo, I. — Schcltema, Stnatk. Nederland. —Kok, Woordenboek, op: Raephorst, Jigmond, Huchtenbroek. — Tu Water, Verbond der Edelen, dl. 111, bl. \'24\'2. — Ferwerda, Üe druk, op Kgmond.

1) Vrijo Fries, dl. IX, bl. .\'i\'JÜ.

2) Zie daarover: Te Water, t. u. pl., dl. 11, bl. 4(i, 5(1 cu 47$ en Sent. van Alva, bl. Iü9, alwaar het vonnis van Huchtenbrouck wordt vermeld , op bl. .\'t\'J dat van Raephorst en op bl. (il dat van Kgmond.

lt;20

-ocr page 23-

VKKItUNIlENK lOUKIJ N.

«wat solden onderstacn, hotgene datse int openbaor nyet ssolden onderstaen.quot; Tevens legden zij eeno copio over van het Verbondschrift en voegden er bij, dat hunne komsten handelingen daartoe moesten strekken , »ten eyndo hair die «landen van Vrieslandt nyet en hebben te elaghen van nyet «geadverteert te zjjn.quot; 1)

Deze remonstrantie werd bij de Staten door lluchten-brouck en Egmond ingediend.

Do Staten, die hun welgezind waren, gaven hierop bjj monde van hunne afgevaardigden Ruurd van Koorda, Haring van Olins, Watze van Cammingha en Duco van Mar-tena te kennen, dat er volstrekt geenc redenen bestonden, om dergelijke praatjes uit te strooien, sals smeeden zij Dhc.ymdijkke aanslagen, om den Aadel en het land verbor-»gener wijze in hun verbond te trekken of yets in den «donker te willen uitwerkken, dat voor het daglicht schroom-»de.quot; Bovendien was het zeer verklaarbaar, dat Egmond en Huehtenbrouck op Frieschen bodem vertoefden, «ten «aanmerken van hunne vrouwen, in den Lande van Fries-«land zoodanig gegoed en gegrond waaren,quot; dat zij reeds daarom alleen »wel onbeschroomt in die zelfde mogten komen.quot; ü)

En het volk scheen er in hoofdzaak evenzoo over te denken. Men zong «god betert,quot; zoo meldt Anth. Joostz. met nijdigheid, «diverse liedekens — binnen Leeuwerden «tot groote oneer, laster van God almachtich , de geeste-

1) Deze co})io berust mot hot antwoord op het Archief van Leeuwarden. Het stuk der afgevaardigden komt woordelijk voor hij Wiu-semius, Kronijk, fol. quot;145, waar het jaartal 15(18 foutief is, en bij Ant. Jz., Vrije Fries, IX , — Het antwoord wordt vermeld gedeeltelijk bij Gabbema, t. n. pl., bl. 4-18.

U) Gabbema, 418 en Winsemius, Chronijk van Friesland, t. a. pl. bl. 545,

-ocr page 24-

DE I\'RIESCIIE

lijkhoid en den Koning cn waarin Brcderodc hoog gopreson werd, «geljjck zoo voegt hij er bij , soft hij aireede geweest «haddo grave van Hollant.quot; En inderdaad, voor dit laatste schijnt eenigc grond geweest te zijn, want in een vonnis tegen zekeren Claes Pens, uit \'silage, van 8 Aug. ir)()7, leest men, dat deze gezegd zou hebben: »wij en passen op »gheenen Coninck , dan up die Grave van Hollandt,\'t welk «es Mijn Heere van Brcderode.quot; Weldra werden er »yt-tiyeko van die Sangers geapprehendeert ende gevanghen,quot; die na eene duchtige geeseling uit den lande werden verbannen. 1)

De Gulden Helm, hot huis, waar de Hollandsche edelen waren afgestapt, stond, zooals wij zagen, op de Nieuwe-stad, aan do zuidzijde nabij do Lange pijp. Gabbe Sel-sma, bijgenaamd Seldennjck, had dit huis nagelaten aan zijn zoon, evenals de vader, Gabbe, en daarom ter onderscheiding Jonge Gabbe genaamd, die het op dit tijdstip met zijne vrouw .loosje Wij brants bewoonde, \'t Was waarschijnlijk eene herberg, ten minste Viglius noemt hem waard en elders vindt men hem als ivijnhcev betiteld. Hij was seen »lang cn stoutmoedig man, een persoon van vrijen tong, sen noch vrijer harte; gewoon hot doen aan \'t zoggen te xknoopen,quot; hetgeen volkomen uit de gebeurtenissen van die dagen blijkt. \'2)

Weldra verschenen er in den Gulden Helm verscheidene Friescho edelen, om kennis te nemen van den inhoud van het Verbond.

Aan feestelijkheden zal het wol niet hebben ontbroken en

1) Vrije Fries. IX, .\'ütl. — Sent. van Alvn. hl. \'JUS. — Vergel.; Te Water, t. a. pl., 11, bl. \'2X7■

2) Zie: Bijlage li, I, op: Sclsma.

\'22

-ocr page 25-

VKKHOMHON\'K KDKf.KN\'.

een «hupschen dronkquot; zal daarbij niet vergeten zijn. Jtuiten aan den gevel van het huis lieten de edelen »do af-«beelding van haere Wapenenquot; ophangen, met het bijschrift: «Lang leve de Oeusen!quot; Er werd Selsina\'s vrouw later iti haar «Sententie van Bannissementquot; een niet gering verwijt van gemaakt, dat zij dit toegelaten fead niet alleen, maar ook, dat zij de drie afgevaardigde edelen «ontf\'angen, «gehuysvest en in haer buys onthaeltquot; had, toen dezen aldaar vertoefden, om de Friezen tot »het verfoeieljjek en «grouwebjek verbond en Eedtgenootschap van Edelliedenquot; over te balen. 1)

Welke Friezen zich daar lieten vinden, wordt ons niet gemeld; evenmin is bet bekend hoe groot het succes der Hollandsche afgezanten is geweest. Maar wel blijkt, dat er onder den Frieschen adel gevonden werden, die van het verbond niets wilden weten. Konings Philips was daarover zoo verheugd, dat hij den lil sten Juli van dit jaar (1500) uit zijn paleis te Segovia een brief richtte aan »Onsen «Lieven ende Getrouwen, den President endc Luyden van «onsen Raide in Yrieslandt,quot; van den volgenden inhoud; «Lieve ende getrouwe. Hebbende verstaen iioe dat enyge «van Adel aldaer, zijnde gesolliciteert van sommige quat-«willige, om mede van beur verbont ende confederatie te «weesen, tselve geweygert ende afgeslaegen hebben, zon-«der daar mede hun te willen moijen; en hebben nyet «willen laeten u bij deesen te kennen te geven hoe aenge-«nacm ons dat geweest is, ende wat dienst zij ons daer «mede gedaan hebben , dwelcke , in tijden ende wijlen , wij «oick gedachtich willen zijn, ende suit glnj, alst te passé scoemen sal, \'tselve benluyden moegen doen verstaen, endc

1) Sent. vau Alva, 1)1. 10!),

-ocr page 26-

Dli KHIEWME

^voorts die zelve ende andere vermaenen, dat zij in de «goede wille volhardich blijven, ende hun wachten van den »geenen, die, onder \'t dexel ende schijn van enyge dingen, »nyet en zoucken dan \'t Landt in oproer ende confusie te » brengen ; tegens denwelcken wij er oick belasten naerstelijck »toe te zien, gelijck wij wel betrouwen dat ghij zult doen, «verbeydende middele tijt ende compste derworsover, die wij «hoopen met der hulpe Goids wel cortlingen zijn zal. »Lyeve ende getrouwe. God zij met u.quot; 1)

Ten spijt van \'s Konings vreugde, dat zoovelcn in Friesland en zeker ook elders zich met het Verbond niet inlieten , was de spanning tusschen de partijen meer en meer aangegroeid. De Hervormden hadden door de beeldstormerij eenigermate aan hunne woede lucht gegeven; de anti-spaanschgezinde partij had eenig veld gewonnen; de Hertogin was over het gebeurde zoo verslagen, dat zij op het punt had gestaan Brussel te ontvluchten. Het oogen-blik scheen voor de Verbondenen gunstig, om hun hoop vervuld te zien. De Hertogin, met vrees vervuld en beducht voor erger, maakte den t2oaten Augustus een verdrag met Lodewijk van Nassau en vijftien zijner medeverbondenen , waarbij vrijheid van godsdienst werd toegestaan in die plaatsen, waar do hervormdgezinden zich reeds hadden gevestigd, terwijl den edelen werd toegezegd, dat hun geen leed zou wedervaren wegens de onderteekening van het Verbond of andere handelingen, die in de oogen der lle-geering afkeuring hadden verdiend. De edelen van hunne zijde beloofden, dat zij hun verbond als vernietigd zouden beschouwen en alles zouden aanwenden, om het gezag des

1) Charterboek van Friesland, III , hl. (gt;7- cuz. — Te Water, t. a. j)l. , I , hl. 98 en IV, bl. 80.

-ocr page 27-

VKKIiONDENK liDKLICN,

Konings to handhaven — , altijd zoolang do beloften der Regeering werden nagekomen, 1)

Inmiddels hadden do verbondene edelen in Friesland niet stil gezeten. liet verbondschrift was in do Franscho taal opgesteld; »endc gelijk een ieder de Franscho ïaelnieten »verstondt, en begeerden \'t in Nederduitsch vertaelt te «hebben eer sij \'t teekendenzoo werden twee der verbondene Friezen met procuratie van verscheidene mede-verbondenen afgevaardigd »naar Vianen bij de Oraeff Lo-«dewijck van Nassau en Hendrik, neer van Brederode, »dewelcke hen de gesegde verbintenis overhandigt hebbende, »door haer in do Nederduytscho Taele onderteeckent, met «seecker bericht in \'t Hoochduytsch, geschreven door de «gemelde Oraeftquot; Lodewijck, behelzende do wijae hoe dat »de gesegde Vriesche Verbondenen sich souden hebben te «gedragen.quot; \'i)

Die beide afgevaardigden waren: Sjoert van Kryma en Hurlmun ran Galama, mannen edel van geslacht, edel van karakter, Friezen, die al hunne krachten wijdden aan do vrijheid van hun land, slachtoffers van hun moed en volharding !

Sjoert van Beyma was de zoon van Lieuwe en Foeck van Mockema, die op de State lieijeiu of IJeijema te Arum woonden, waar Sjoert vermoedelijk het eerste levenslicht zal hebben aanschouwd. Hij woonde omstreeks 1507 te Leeuwarden en was gehuwd met .lel van Botnia.

Hartman van Galama was de zoon van Oale van Galama te Koudum, waar Hartman den 18 Februari 1533 geboren werd. Zijne moeder was Foeck, zustor van Hector van

1) Alsvorcn , dl. 111, 1)1. (gt;75 en To Water, t. u. j)l., 1, 42(i—\'W5.

2) Marcus, Sentoutiëu, bl, 73,

\'25

-ocr page 28-

DE I IUESCIIE

Iloxwier, waardoor hij oen vollo neef was van do bovenvermelde Hollandsche edelen Egmond en Huchtenbrouck.

Hij huwde met Riem van Hormana en hield omstreeks •15()7 te Wirdum verblijf. 1)

Beijma en Galama, voorzien van de noodige stukken, keerden nu naar Friesland terug en al spoedig noodigde Beijma in September dezes jaars (i5G6) verscheidene »edel-»luyden uit, en wel ten getale van dertig of\' veertigom te Leeuwarden te komen ten huize van zekeren Pieter Bernjns, waar ook Galama tegenwoordig was. 2) Overigens is ons de naam van een hunner, die aan dien roepstem gehoor gaven, bekend, namelijk die van Willem van Jiionu, die volgens zijne eigene verklaring ter beschrevener plaatse kwam sten versoeke van Sioert Beima, van zijn nLandthuys,quot; Buma-state, dat te Driezum stond. Aldaar was hij zeer waarschijnlijk geboren uit Johan van Buma en Ebel van Popma, die o.a. ook nog een zoon hadden, Taeke genaamd, — zoo het schijnt, der spaansche zijde toegedaan, zooals wij later zullen zien. 3)

Het ware doel der bijeenkomst ten huize van Berrijns, schijnt den Edelen niet vooraf medegedeeld te zjjn. althans Buma gaf later te kennen, dat hij ))oiitbodcn is geweest »te common binnen Leeuwarden, nyet wetende waeromme.quot; liet ging er vroolijk toe; «motten zeiven odelluyden goede »chiere maeckende,quot; zoo verhaalt hij, »soc dat hij metten

1) Misschien waren het dip edelen, wier namen voorkomen op hl. 425, 42(1 en 427 van de Vrije Fries, dl. IX. Vergelijk; l$ij!age E. aldaar no. 2.

2) Te Water t. a. ])1., in vace. — Stamboek v. d. 1\'r. Adel. — Ant. Jz., Vrije Fries, IX, 1)1. 423.

\'A) Over het geslacht Van Buma en de versehillende schrijfwijzen van dien naam zie men in liijluge II, 1, oj): Jan Hnnya. — Sent, bl, 81 en 353.

2(i

-ocr page 29-

VF.niiONDENK EDEI.EN.

^ilronck bevangen es geweest, hebben de zelve Edelluyden »(in den dronck zijnde) hem voorgehouden met hemlieden »te onderteeckenen zeker Compromis oft verbont; ende ig-»norerende waertoe tselve tendeerde, noch oick dinckende »yet daeraen te mesdoene, heeft met hemlieden tselve «Compromis onderteeckent.quot;

Dit verbond schijnt te zijn geweest «een kort begrip van »\'t Verbondschriftquot; en is vermoedelijk hetzelfde als het zoogenaamd »kleine verbondschrift,quot; waarvan de vervaardiging wordt toegeschreven aan Dr. Traling van Eijsinga, die alsdan ook deze bijeenkomst zal hebben bijgew oond , hetgeen om andere redenen ook wel zeer waarschijnlijk is.

Hierop werden in de volgende maand (October) Jieyma en Galama naar Vianen afgezonden, om het te doen onderteekenen en som raed te plegen mot de gesegde Graeff »Lodewijck van Nassau,quot; welk geschrift in het Fransch was opgesteld. 1)

] [et laat zich denken, dat \'s Ivonings Stedehouder in Friesland , Jan van Ligne, graaf van Aremberg een en ander met leede oogen gadesloeg. Het was niet te ontkennen , dat er langzamerhand eene gisting onder het volk en den adel ontstond, die het ergste deed vreezen. Een groot gedeelte der edelen had door onderteekening van het Verbond en het volk door het zingen van liederen dit genoegzaam bewezen. Zij, die den lof van Brederode en de verbondenen overluid op straat gezongen hadden, waren echter gevangen en gegeeseld en dit, zoowel als »de «strenge ende menichvuldige straffingen, die dagelijcks ge-

1) Sent. vim Alvn , hl. 81 en l(i7. — Request van Willem liuina, waarover later meer . is te vinden bij Van Vloti n , Nederl. Opstand, I , L\'/li. — Te Water . t. a. pl. in voeo en Stamboek v. lt;1. Kr. Adel , en 1, hl. 122.

\'27

-ocr page 30-

UK I UIKSCHK

beurden,quot; maakte het volk steeds onrustiger, dat zich niet onthield, om »op \'t Hof, op de Stadthouder Arenberg, wjao op do Gouvernante onde de Coninck selve scheldt-»woorden ende smadingenquot; te uiten. De spanning werd nog vermeerderd door do driestheid van Oabbe Seisma, die met krachtige taal tegen de Roomschgezinden te velde trok en zijn afkeur te kennen gaf over het straften der zangers in de handelingen der Regeering. 1)

Er was destijds slechts weinig krijgsvolk in Friesland en de Stadhouder begreep do noodzakelijkheid, om in de ge-govene omstandigheden hierin te voorzien. Dit kon echter niet zoo stil geschieden of de Regeering van Leeuwarden bemerkte het, die nu, vooral op aanraden van den burgemeester Tjerk quot;Walles, de schutters bij dag en nacht aan de poorten de wacht liet houden. Werkelijk kwam op zekeren dag van de maand Augustus eene bende krijgsvolk »bij Siiite Jacops-poerte,quot; (later de Wirdumerpoort) »bc-jigeerende in die Stadt te zijn, dewelck haer geweygert «worde.quot; Terstond wordt aan Aremberg op het Blokhuis berigt gezonden. Verbaasd over zooveel driestheid van de stadsregeering en niet weinig toornig over het dwarsboomen van zijn plan, begeeft hij zich ijlings naar de poort. Daar gekomen, vraagt hij terstond wie Rotmeester der wacht was, waarop hem geantwoord werd: «Wijbe Albertszoen xSchoemaker.quot; Nauwelijks kwam deze to voorschijn , of de Stadhouder treedt woedend op hem toe en hem ïgnjpende sbij den baerde. vraechde hem wie hem soe stout gemaeckt «hadde dat hij die knechten nyet inne laten wilde die zyn-«der gen. begeerde te hebben op O. Mat. blokhuys.quot; De Rotmeester toondo hem den lastbrief van den Raad, waar-

1) Schotanus , bl. 735,

-ocr page 31-

VUniiONDENIO KDEI.KX.

tegen op dat oogenblik niet veel was in te brengen en de Stadhouder, uit vrees voor de menigte, die den aHoop der zaak voor de poort onrustig zal hebben afgewacht en die wellicht gereed stond de soldaten terug te drijven, ging stiilekens terug naar zijne woning. 1)

\'tls te begrijpen, dat deze omstandigheid aan beide zijden kwaad bloed zette.

Dit krijgsvolk, waarschijnlijk bestaande uit vier vendelen voetvolk en zestig man ruiterij , werd vermoedelijk op het platte land ingekwartierd. Den tien September vertrok hij met dit krijgsvolk naar Ovenjsel, om daar orde te stellen op het schenden der heiligdommen. (Zie ook Hor, lO\'i).

Nu had men in Leeuwarden de handen ruim. De burgemeester Tjerk Walles en de zijnen lieten geene pogingen onbeproefd tot bevordering der nieuwe leer. Do kerken werden van beelden en altaren gezuiverd; dit geschiedde door de nSciiutterijeniet door de «onbesuisde menichte.quot; Terstond daarop werden er door hervormdgezindc leeraars predikatiën gehouden. Men ging te werk alsof er eene uiterst gunstige beschikking op dit punt door den Koning was geschonken. Men zou echter spoedig liet tegendeel vernemen. »Arenberg is nu in üverijsel, zoo had men geroepen; »wij en hebben gene üarnisoen binnen dat ons «verhinderen kan!quot; Doch nauwelijks had de Stadhouder vernomen, wat er in Friesland\'s hoofdstad plaats had of hij haastte zich derwaarts te reizen , waarschijnlijk zonder krijgsmacht, waar hij den IGen dierzelfde maand aankwam. Terstond liet hij de vier burgemeesters \'i) voor zich komen, onderhield hen over hunne lauwheid tijdens zijne af-

1) Aut. Jz., Vrije Fries, IX, 391 en 3(.)Ü.

2) Ouder welke zeker: AHe \'I\'eijes en Tjerck Walles waven.

-ocr page 32-

UE 1\'HIESCllK

wezigheid en eischto, dat in zake van don godsdienst alles weder op den ouden voet zou worden gebracht. Men was hiertoe niet zoo terstond bereid en antwoordde don Stadhouder zonder veel omwegen : »dat do Stadt in don togen-»woordigen Staet zoude verblijven, totdat de Coninckquot; en de Algomeene Staten «anders zouden statueren.quot; Men zou echter de Catholieken in do uitoefening van hunnen godsdienst geenszins storen, slmlionso in haren dienst willen voortvaren,quot; zoo sprak men, »wij sullen \'then niec beletten, »sij mogen \'t doen.quot; Maar do stadsregeering beloofde, dat de stad den Koning houw en trouw zou blijven, als zijn Stedehouder »\'t Blockhuys met geen nieuwe onde uytheem-ssche soldaten zoude vermeeren.quot; Immers het gerucht daarvan had het geheele Gewest verontrust. »Eon Vaen »staonse u geern toe, tot Lijfwacht ende bewaringe van »\'t Blockhuys.quot; 1)

Den Isten (Jetober verbood het Hof alle uitoefening der nieuwe leer; de stadsregeering echter verbood den roomschon eeredienst en gaf do Kerken aan do Hervormden over. De toestand werd hoe langer hoe meer verward en , toen den 17den November daarna eene Vergadering der Staten werd gehouden, werd dat onderwerp ernstig overwogen en besproken. Don volgenden dag werden zij (?) voor hot Hof ontboden on daar werd hun mededeoling gedaan, dat de Hertogin geone geloofsvrijheid kon toestaan en de Vergaderingen der Priesche edelen moesten worden belet. Voorwaar geone aangename tijdingen! Hierop zonden do Staten drie leden uit hun midden, Martona, Idzaorda en Hottinga naar de Landvoogdes. 2) Dozen zouden trachten hierin

1) Schotanus. Kr. Gcscll., hl. l\'Ma. ■Jj Clibk. III , ()Ö5 en

-ocr page 33-

VEHUONDENE EDELEN.

oenige verzachting te weeg te brengen. Maar te vergeefs. De Raad van Leeuwarden weigerde daarop, om \'s Konings bevel af te kondigen, vooral op aandrijven van Uoyte Wingia, secretaris der stad, een welbespraakt man. 1)

Den loden December vertrok Aremberg wederom naar Overijssel. \'2) Daags te voren zond bij aan de ledon van den Raad der stad eeno dringende missive, »omme liaer »toe vermanen ende toe induceren dat sjj van bair quaede «voornemen wilden afstaen.quot; Anth. Joostz. merkt op, dat het niets hielp en dat zij naar zijne opvatting »al even «verhertquot; bleven; en dit vindt hij zeer natuurlijk , want— voegt hjj er sarcastisch bij: »gemeenlicken hoe men die cat smeer strijet, hoe sij die steert hooger steect.quot; 3)

De stadsregeering van Leeuwarden bleef weigeren om het bewuste plakkaat af te kondigen, en hierdoor gesterkt gingen de hervormdgezinden bun gang en werd vijf dagen na des Stadhouders vertrek »des Ileeren Avondtmael voor sd\'eerste mael binnen Leeuwarden in \'t openbaar gehouden.quot; Zoo ver had men bet tot nog toe niet durven brengen. Maar nu was dan ook het geduld van den Stadhouder uitgeput en hij haastte zich met zijn krijgsvolk naar Friesland te gaan. »Ende al eer die van Leeuwarden dachtten )gt;dat hij sonde connen op wech sijn,quot; daar \'t midden in den winter en dooiweder was, had hjj reeds het nabijgelegen Klooster te Bergum bereikt, waar hij vermoedelijk in het

1) Archives tie la inuisuii d\' Orange, door Groen v. Priusterer , II, 4Ü(gt; en Schotanus, t. a. pl. bl. /.\'iH.

2) Gabbcnia, bl. 4()2 en Schotanus, t. a. pl., bl. Jquot;.®.

3) Wagenanr, Vaderl. Mist. VI, bl. \'J2\'2 en de Bijvoegsels aldaar, bl. (gt;•!—(i/. Arend, Geseli, des Vaderlands, II, 4, bl. 401. Schotanus, Fr. Hist., fol. enz. Chbk. van Fr., Ill, o. a. bl. (184, (185 enz. Gabboma. t. a. j)l., bl. 4(ili. Ant. Jz., Vrije Fries, IX, bl. 3!)6 en .\'gt;97.

-ocr page 34-

DE l-lilESCIlE

begin van Januari aankwam. Do vier vendelen krijgsvolk, dio hij bij zich had of\' daar liet sanionkoincn, werden aangevoerd door Jacob Huisinge »synde myns g. lleorequot; (Aremberg) «Luytenantdie overste over de vier vendelen schijnt geweest te zijn, terwijl daarover hoplieden waren: Quintijn Laeken van Bueren, Ernst Mulert, Fox van Hasselt en Johan Splinter.

Men zag thans duidelijk in, dat bet den Stadhouder nu ernst werd, om quot;s Konings bevelen te doen gehoorzamen en men was daarover niet weinig bevreesd. Men zond hem nog eene deputatie ten gunste der nieuwe leer, maar bjj wilde van niets weten ; integendeel, bij vaardigde den 8sten Januari een plakkaat uit, waarbij »de Predikantenquot; gelast werden op den i i den dier maand vóór zons ondergang de stad te verlaten en er nimmer weer te verschijnen, »bij »pene van s\'Conincks indignatie.\'\' 1)

Binnen de stad gekomen, eischte de Stadhouder een )i behoorljjck gevolg ende een Cornet Ruyterenquot; tot zijn lijfwacht, lietgeen de Staten hem wel is waar toestonden, maar hem tevens dringend verzochten, ))bet moedtwillich sCnjcbsvolckquot; het land te doen ruimen.

Inmiddels had Aremberg, nog te Bcrgum zijnde, den inden Januari, eenige artikelen opgemaakt, «dienende tot sruste van do Landen en Steden van Vrieslandquot;, waarin gelast werd, dat men »met niemandt eenich Verhoudt maec-»kenquot; zou en dat »dic geene, die eenicli verbont gemaickt »hebben, \'t selve metten eersten renunoieren ende bij ge-»breecke van soedane renunciatie, en zullen sij onder dit saccoordt niet begrepen sijn.quot; Voldeden zij daaraan, zoo zouden zij «pardoenquot; ontvangen. 2)

l) GnWicma, t. a. ))]., bl. 474.

\'J) Ant. Vrijp Fries, IX. 413, Churtb. Ill, bl. C94. — Van

-ocr page 35-

VKiiitoNiiKNK i;ni;i.r:\\.

\'t Is mogelijk, dat lt;lo Friesche Verbondenen hierdoor in verlegeniicid geraakten en van Brederode begeerden te weten , wat imn alsiui te doen stond. J)it is althans zeker , dat zij o]) het eind dezer maand een paar afgevaardigden naar Vianen zonden —, denkelijk Beyma en Galama —, want in een Dagregister van den Huize van Brederode leest men: «Den \'2!)st Januari \'07 quamen aan myn heere sgesanten van leeuwerden.quot; I)

Bovenbedoelde artikelen werden den 30sten dier maand door de Staten bekrachtigd, maar de »Geconfedereerdenquot; gaven daarbij nog «apart voer antwoerdtquot;, dat zij den Stadhouder betreffende de renunciatie van het Verbond verwezen naar het accoord «van dato den \'JTist Augusti anno «1500quot;, aangegaan tusschen de Landvoogdes «ende die «Geconfedereerde lleeren ende Edelluyden.quot; \'2) Deze nota was onderteekend, namens de Friesche «Geconfedereerdenquot;, door Epo van Domna en llienck Gerlofsz. Ilotzeina. De Stadhouder gaf hierop mondeling ten antwoord: «dat zijn «Genaede versociite bij gesclirifte te hebben die naemen «ende toenaemen van do Confedereerde,quot; met de bedreiging er bij, dat hij «nyet van meninge was, deesen lande «van Vrieslandt te ontslaen van Knechten ende Iluyteren van welker komst de Verbondenen zelve de oorzaak waren geweest. Verder verweet hij imn , dat zij «aen eenighe «vreemde lleerenquot; verzocht hadden, «tot haerder defensie, «binnen den lande van Vrieslandtquot; soldaten te brengen, dat zij «tot dien line hadden gegeven eenich geldt, omme «Knechten aen to nemenquot; en dat zjj zich zelfs hadden ver-

Vloton . „Neilcrl, Opstandquot;, enz., cd. 187-, vermeldt in 1». 1, ld. 11;.\'. „dut de Friesche hondsacte zelf verscheurd en verbrandquot; is, — zonder opgave van bron.

1) To Water, t. a. pl., dl. IV. bi. .\'ÜH. \'J) Zie bladz 410 hiervoor.

3

-ocr page 36-

Die rmiosciiii

meten «omme wapens aen te grijpen.quot; Bij notariële acte, den volgendon dag (31 Jan.) »in den Convente van den j Jacobijnen bynnen Leeuwardenvoor de notarissen Cleu-tinge en Harderwijck verleden, protesteerden hiertegen: Epo van üouma, Sjoert van Boyma, Rienck Hotzema, Hartman van Galama, Wilco van Holdinga, Sybet van Scheltema en Edo van Heringa, »voer liaer selven , ende »medo van weghen d\'andere Geconfedereerdcn,quot; vergaderd zijnde, smytten genieenen Staeten ende Gedeputeerdenquot; van Friesland en overhandigden dozen een protest en verklaring, waarin zij staande hielden, dat de verwijten dos Stadhouders volstrekt geen recht van bestaan hadden, dat de »Geconfedereerdenquot; nimmer van plan waren geweest en het ook nu niet waren «yets tegen Conincklyke Majesteit »ende de landen van Vrieslandt te attenteren,quot; maar integendeel »nyet anders hebben gesocht, noch als noch «soicken, dan die eere Godts, \'t welvaeren van den Ma-»yesteit ende deese Landen.quot; Het was hun niet wol mogelijk den Stadhouder thans eene copie van het Vorbondschrif\'t te verschaffen, maar zij zouden hem die later sop behoer-»licke ende gelegene tjjdtquot; tor hand stellen.

Op den 3den Februari kwamen de volmachten dos Lands weder bijeen en gaven don Stadhouder te kennen, dat de »Geconfodereerdenquot; do artikelen, die henzelven betroffen, ))Helffs nae haere goedtbedunckenquot; zouden beantwoorden, waarmede Aremberg genoegen nam.

Hierop overhandigden Ruurd van lloorda, Duco van Mar-tena en Hessol van Mockema don Stadhouder op dienzelfden dag, «dos namiddaechs,quot; namens de »Geconfedereerden twee artikelen , onderteekond door Hartman van Galama en Edo van Heringa, waarvan de inhoud hierop nederkwam. Zij beloofden den Stadhouder, zich geheel te zullen houden

34

-ocr page 37-

VElinONDKNE EDELEN.

aan het accoord van \'25 Augustus ISOG cn waren van

meening, «dat zijn Oenaeden daer meede.....genoechquot;

hebben zou; »ende versoucken sij Geconfedereorden myt »alderoetmoedicheyt, dat zijn Genade liun nyet wyder en ))gelieve te molesterenterwijl zij van hunne zijde beloofden , «dat bij haere toedoen die Landen in geen oproer sgesteldt en zuilen worden.quot; Verder verzochten zij, »dat »zij rustelick eiule vredelick , zonder beswarenisse van haere «Persoenen, goeden ende conscientien , in den Landen moesgen leeven.quot;

In een \'2de artikel verklaarden zij, »aengaande d\'overleve-»ringo van den confederatie, mytten naemen ende bijnue-»men van den geenen, die die gemaict hebben,quot; — ))dat »zjj die confederatie nyet hebben noch weten te becoemen; »zijn oick hun alle do naemen ende bijnaemen nyet bo-»kent, dan zijn wel te vreden aen te geven, die naemen »endo bijnaemen van den geenen, die hyer zijn, verhoe-»pende dat zijn Genaede hom daer mede dien aengaende »oick zall gelieven te laeten genoegen.quot;

De Bondgenooten zochten op deze wijze den vertoornden Landvoogd tot gematigdheid te stemmen, maar Aremberg was de man niet, om zich met een kluitje in \'t riet te laten sturen. Reeds den volgenden dag antwoordde hij kortweg, dat wat het Iste artikel betrof, alleen zij onder het accoord van 25 Augustus waren begrepen, » die voer »date van den accoorde, alhyer gementioniert, in confede-»ratie getreden zijnquot;, maar geenszins dezulken, die na dat tijdstip waren toegetreden tot het Verbond en evenmin degenen , die «daer nae yedt contrarie \'t voorz. accordt ge-»practiseert ofte gehandelt hebben.quot; En dewijl hij »in \'t »seeckere onderrichtquot; was, »datte meestendeels van den »1 ngeseetenen van deese Landen,quot; die tot het Verbond be-

-ocr page 38-

ui\'; i-im.sciiK

hoorden, na liet door hem bedoeld tijdstip waren toego-treden on sommigen hunner bovendien »diverscehjck hyer «te lande gepractiseert ende getentieert hebben,quot; dingen, die met dat accoord in strijd waren, zoo begreep do Stadhouder het anders. De zoodanigen vielen buiten het accoord en behoorden »besondere renuntiatie te doen, ende dat in «zijn handen,quot; en voor hetgeen zij tegen den Koning of de Landvoogdes hadden gedaan, «pardoen te versoicken.quot;

Jn die termen vielen o. a. de zes volgende Friesche edelen: Alef van Aggema, Jan van Bonga, Jelte van Eelsma, Douwe en Jouw van Jteringa en Jelle Jacobsz., die dan ook, uit hoofde zij het Verbond na het bewuste accoord van \'25 Augustus hadden geteekend, ruim anderhalf jaar later, den lOden September 15G8 verbannen werden.

Wat nu het \'ide artikel betrof, de Verbondenen hadden maar te zorgen. dat er spoedig aan den eisch des Stadhouders werd voldaan, die met nadruk verlangde, »dat »die voernoemde Bondtgenoeten voor de hant hem ovor-»levoren sullen copie auctentycquequot; van het Verbondschrift. Zij moesten »voert hun beste doen, om die solve originele »te becomen, om dio daer nae in zijn bandon over te le-»veren.quot; En dat niet alleen, zij moesten hem ook bezorgen al de verbindtenissen »ofte andere hantschriften ,quot; waarmede zij anderen tot hunne partij hadden overgehaald, «ende bij gebreecke van dien , dat die selve Bondtgenooten ,quot; die dat alles verricht hadden, »gcstraft zullen worden als nae recht behoren zal.quot;

De Stadhouder meende, dat het slotwoord eene strafbepaling moest inhouden, wilde lij], dat er aan zijn ver/.oek zou worden voldaan. En de edelen aan de andere zijde begrepen terecht, dat dit geen ijdele vertooning was\', dat Aremberg niet tot toegevendheid gestemd was, maar bij

-ocr page 39-

VEIlUONDEMi KUELliN.

herhaalde weigering de daad aan liet woord zou paren.

Weinige dagen later, den Ssten Februari, volgde er dan ook weder een antwoord van de Geconfedereerden, in drie artikelen vervat en onderteekend door llessel van Peytsma en Sjuek van Eminga.

In het 1 ste artikel gaven zij te kennen, dat zij, voor zoover het hun bekend was, het bedoelde aceoord nimmer te buiten waren gegaan en er volkomen op vertrouwden, dat zij mede daaronder begrepen waren, dewijl »zij Ge-»confedereerden haer altoes stil. rustelick ende sonder eeni-»ghe oproer geholden hebben, ende noeyt van enighe an-»dere meinige geweest, ende oiek als noch nyet en zijn, »dan Conincklijke Majesteyt in alles, volgende die tracta-«ten, privilegien ende rechten des landts van Vrieslandt, «trouwe ende onderdanige gehoersaemheyt te bewjjseu.quot;

Op dit artikel antwoordde de Stadhouder, dat hij hunne verdediging en hun verzoek naar de Landvoogdes zou zenden, om daarover sgedisponeert te worden nae beboeren.quot;

liet \'Jdc artikel van het antwoord der Geconfedereerden behelsde nota bene eene dankbetuiging »voer die goede «gunst ende atl\'ectiedie de Stadhouder hun toedroeg, naar zij zeiden, daarbij tevens te kennen gevende, dat zij er ten volle van overtuigd waren, dat hij »oick nyet en «soicht dan allo eere ende welvaert van den Persoenen die «Geconfedereerden.quot; Verder verzoeken zij hem, om, zoodra hij het antwoord van de Landvoogdes op hunne dringende beden had ontvangen, hun den inhoud daarvan mede te deelen, opdat zij, als \'t noodig was, «bynnen bequaemen «tijdt zullen moegen vertrecken.quot;

Jlet had waarlijk iets van spotternij, om den man, die hun lang geen goed hart toedroeg, nog voor zijne «gunst ende affectiequot; dank te zeggen en van hem kennisgeving

-ocr page 40-

DE FRtESCIIE

to verzoeken van het tijdstip, waarop hij ze zou gaan straffen.

Geen wonder, dat de Stadhouder hierover zeer vertoornd werd en dat dit artikel dan ook door hem »myt een streecke sdoergestreeckenquot; werd.

Op den eisch des Stadhouders, betreffende het overhandigen van liet Verbondschrift, antwoordden zij in het 3de artikel, dat zij «om \'t selve te bekomen , versoeken, bid-»den ende begeren ,quot; dat hij hun «gelieve een bequamen jitlnjt te gunnen, omme middelertjjt haere vuyterste dili-«gentie te doen,quot; om het verlangde te verschaffen. Overigens verzochten zij rustig en vredig, «zonder bezware-«nisse van oere Personen, goederen ende conscienlicnquot; to «moegen leven,quot; waarop zij lieten volgen, dat zij van hunne zijde «oick nyet en zullen beletten d\' exercitie van nd\' oude Religie.quot;

Met die laatste uitdrukking was de Stadhouder iu \'t geheel niet tevreden. Eerst liet hij door Ruurd van Roorda en Duco van Martena, «als intercesseursquot; het woord vcoitscienlienquot; doorhalen en vervolgens bij die laatste woorden een aan-halingsteeken plaatsen en in margine schrijven: «dat ter ^plaatse daer dyt staet, bijgevoecht soude worden, deese naevolgende woorden,quot; — woorden, waarin nagenoeg geheel het zwaartepunt der tegenpartij was gelegen, namelijk : «Mits houdende ende exerceerende die olde Religie, zonder «eenigch veranderinghe ofte nyewicheyt daer inne te laeten «geschien.quot;

Overigens stond do Stadiiouder hun «den tbijt van drie weeckenquot; toe, om inmiddels «haer vuyterste devoir ende «naersticheyt te doen,quot; om het Verbondschrift on de naamlijst der onderteekenaars op te sporen en vervolgens aan

lis

-ocr page 41-

YKniiONDENE EUEI.KN.

den Stadhouder of, bij diens afwezigheid, aan den President van den Hove te overhandigen, i)

De vertoogen tusschen den Stadhouder en do Verbondenen over en weder brachten geene verbetering aan in den gespannen toestand, ja, schenen die haast wel te verergeren. Aremberg was niet bij machte, al had hij het ook gewild, iets toe te geven in zaken van de «religiequot; of de »Confederatie.quot;

Nadat de drie Hollandsche afgevaardigden Friesland hadden verlaten , hielden de Friesche Verbondenen voortdurend nog gemeenschap met Brederode en de zijnen. Zooals wij zagen, waren Beyma en Galama in October 156G naar hem afgezonden en kwam er den SOsten Januari van het volgende jaar een gezantschap to Vianen. \'2) Maar ook van dc zijde van Brederode werd do verstandhouding levendig gehouden , hetgeen o. a. daaruit kan blijken , dat zijn geheimschrijver Jacob van llpendam tot tweemalen toe dit gewest bezocht. Omtrent dezen tijd, in de maand Januari (1567), bevond hij zich dan ook weder te Leeuwarden ten huize van Beyma, zooals sommige schrijvers willen, met een vrijgeleide van Aremberg. Hoe het zij, hij werd ten huize van zijnen gastheer, geheel onverwachts, op den OOsten dier maand gevangen genomen , »ende is gebrocht opt blockhuys van den Casteleyn Arrien Potter,quot; waar hij 1:38 dagen gevangen bleef. 3) Daar werd hij »seer jammerhjck ghe-

1) Charterboek van l\'quot;r., III, bl. (gt;94—709.

2) /ic bl. 413 en 419 hiervoor.

.\'!) Te Water, t. a. pi.. Ill, bl. 399, vcrmoldt; „ilat hij iu Fries-„land \'t belang van \'t Bondgenootschap behartigde, en dat de naamlijst ,,der onderteekenaaren rati \'t verbond, volgens bericht der Friesche JCde-,.len aan den Grawe van Aremberg, onder hem berustte. is zeker genoeg.\'\' Waar hij dit laatste heeft vermeld gevonden, wordt niet door hem aangewezen. Waaraeliijnlijk leidt hij dit af nit de woorden van het vonnis van llpendam, hetwelk voorkomt bij Marcus, Sent. van Alva, bl, 72.

-ocr page 42-

1)K I\'KlliSClIK

»pijniglitquot; en wel zoo erg, naar het schijnt, dat zekere Dr. Johannes Willemsz., «Burgemeester endo Medicus binnen «Leeuwardener bij to pas moest komen. Althans deze ontving van den Kentmeester van Friesland betaling »vuyt »saicko van diverse visitatien , eure ende medicinendie hij besteed had »an den persoen van Jacob Ilpendam, ge-»vangen op ten IMoeqhuyse binnen Leeuwarden.quot;

Overigens schijnt hij daar in zijn treurig verblijf vrij wel overeenkomstig zijn rang als edelman behandeld te zijn, want de »Casteleyn opten Blockhuysequot; ontving eene vergoeding , voor hetgeen waarmede deze gevangene »vuyte «koeeken van mijnen heere die Stadholder met broot,wijn »endo andere cost gespijsiget es, den tijt van tweëentne-»gentich daegen.quot; Ook kreeg bij vergoeding »voor bier, «vuyr, koersen, linnen ende wollen bed ende dexelequot;, gedurende dienzelfden tijd, alsmede «voor cost ende slapingequot; van twee personen, die »zoe well bij nachten als bij daege, »medo regardt genoemen ende wacht geholdenquot; hebben bij den gevangene, »den tjjt van de voorsz. 1118 daegen.quot; Bovendien vereerde do Stadhouder aan »die familie van den «Castelleinquot; JO car. gld., svocr heure diligentiequot; in dezen.

Den 17den Juni daarna werd Ilpendam van het Blokhuis van Leeuwarden naar dat van liarlingen vervoerd, later naar de gevangenis te Yilvoordcn en den Isten Juni van het volgende jaar op last van Alva te Brussel ontiioofd. 1)

liet laat zich denken, dat de gevangenneming van Ilpendam grooten schrik in Frieslands hoofdstad had verspreid en men vreesde algemeen, »dat nulcks andere Bondtgeno-

1) Tc Water. t. u. pi., III, hl. pn Uor, t. n. pl.,ful. 120r. v. Kentnir. Rik. va» dat jaar , op \'t I\'iov. Archief van Friesland. — Aüth. Joostz., Vrije Fries, IX, bi. 122. — Zie uok hierna.

id

-ocr page 43-

VKHIION\'llKNi: KUKI.KN,

»tcgt;n oock ervaren, ende dat do vrienden ende Maghen «mede in de swaricheden mochten betrocken worden.quot;

Daarbij kwam nog, dat Aremberg uit vrees voor oproerige bewegingen, waarvan do beginselen reeds merkbaar werden, eenigen tijd daarna, den 3dcn Maart, twee vendels soldaten onder de hoplieden Van Bueren en Mulert in do stad liet komen, terwijl twee andere vendelen naar Sneek en Franeker werden gezonden. Er was dus alle reden, om te denken, dat de Stadhouder nu met kracht zou optreden. En dit was inderdaad dan ook het geval, zooals kan blijken uit het feit, dat hij op den \'iOsten dierzelfde maand al de geestelijken in Friesland, die de hervormde leer hadden omhelsd, uit den lande liet verbannen. 1)

Do Gedeputeerden van Friesland zonden hierop wel een request aan do Gouvernante om »vryheyt van consciontie maar deze antwoordde, dat daarvan in \'t geheel geen sprake kon zijn. «Want te verdragen eeno nieuwe Religie, ge-ssmeedt in ydele ende rasende Hersenen , tegen (met smaedt «van de Kooinsehe Paus) Keyser, ende Coninck, is onbil-«lijck ende vol oneere.quot; In plaats van eenige toegevendheid , had zij sswaerder straften den Overtreders ghesta-»tueert.quot; 2)

Een en ander bracht te weeg, dat omtrent dezen tijd een groot getal van edelen en aanzienlijken dit gewest verlieten, om elders een veilige schuilplaats te zoeken. Hoewel luin aantal niet met juistheid is op te geven, zoo mag men toch aannemen, dat omstreeks de maand Maart een getal van :i7 en later nog meerderen de vlucht namen, waaronder natuurlijk zich ook do Friesche Verbondenen

1) Zie : li ij lage A.

-) Schotauus , t. ii. pl., lil. 741.

41

-ocr page 44-

DE FUIE8C11IC

bevonden, wier aantal, naar wij meenen, ongeveer !MJ edelen en aanzienlijken zal hebben bedragen. 1)

Overal werden wachtposten geplaatst, om het vluchten te beletten en enkelen werden gevangen genomen, zooals o. a. Hessel Hoytsma cn Symon Langbaerdt bij de Lemmer door de soldaten van Fox van Hasselt, die zo naar Leeuwarden liet brengen (3 Mei). 2) Sommigen begaven zich naar Einden, waar wij in Januari van hot volgende jaar (1568) 23 vluchtelingen aantreffen, terwijl anderen in Groningen een schuilplftats zochten. Laatstgenoemde stad, waar het eveneens zeer onrustig was, had op aandringen van Aremberg en door bemiddeling van den Spaanschgezinden Johan do Mepsche vier vendelen hoogduitsche soldaten, 600 man, onder Blasius van Vegersheim, overste Luitenant van Schomborgh, als garnizoen ingenomen. Deze manschappen, die eerst eenigen tijd te Leeuwarden hadden gelegen, trokken den (kien Juni de stad Groningen binnen, terwijl Aremberg des «naemiddachsquot; van dien dag daar aankwam en er drie dagen bleef. 3)

Enkelen der ballingen voegden zich bij Brederode, die zich in den aanvang dezes jaars te Amsterdam bevond on zich beijverde eenig krijgsvolk te werven. 4) Ook uit andere streken kwamen daar velen bijeen, hetgeen , zooals zich denken laat, aan de regeering geen geringen schrik veroorzaakte. De Landvoogdes zond daarom Jacob de la Torre, geheimschrijver van den slleymelycken Raadquot;, naar

1) Men zie daarover meer in Bijlage li.

2) Ant. Jz. in de Vrije Fries, IX, 4\'27 en Bijlage B.

3) Gron. Bijdr. , VII. ld. 275 en IX, ld. 100; sommigen stellen het binnenrukken van Vegersheim op 3 , anderen op 4 Juni.

4) Wagenaar , Vaderl, Geseh. VI , ld. 220 en Viglii Kpistolae. II. v. P. I, bl. 357.

42

-ocr page 45-

VERBONDENE EDELEN.

de Anistclstad, die aldaar zijn introk nam in een herberg op den Dam, welke »de Prins van Oranjequot; tot uithangbord had. Eenige edelen, onder welke zich ook »veel Vriesenquot; bevonden, begingen de driestheid, om do la Torre in zijn verblijf op to zoeken. 1) Zjj begaven zich zonder voel plichtplegingen naar zijn kamer, ontnamen hem zijne papieren en dreigden hem «met woorden en wapenenquot; met den dood. ])cn ganschen dag, \'t was den i 7den Maart, hielden zij hem als in gijzeling. Toen zjj hem \'s .avonds verlieten, vluchtte hij, «voor erger bedugt,quot; do stad uit.

Ondor hen, die naar Amsterdam waren uitgeweken, behoorden ook Beyma, Galama en ikima, de eerste »voor-»sion met drie Harnassen en Roersquot; en Galama »voorsien «van Harnas en pistolen.quot; Waarschijnlijk hadden deze drie edelen ook aandeel in de bovenvorliaaldo gebeurtenis met do la Torre; althans van Beyma is dit bekend en ook evenzoo van Pibo van Haerda. 2)

Beyma en Galama ontvingen van Brederodo een bestol-lingsbrief als hopman over een vendel voetknechten. 3)

Buma was niet zoozeer gevlucht, naar hot schijnt, uit vrcos voor do ondorteokoning van het Verbond, als wel moer tengevolge de onrust van zijn geweten wegens een door hem gepleogden manslag.

liet verhaal van dien moord, hetwelk, zooals J)r. van

1) Marcus, Scut., 1)1. 42.

\'2) Van Beyma wordt dit vermeld door Arend, t. a. pl., bl. 455.— Hor spreekt fol. 11-1 enz. van West/r. edelen , familie van llrcdcrodc.— Vigliiis, cpistola XXXIV. (bl, 428 in H. v. T.) vermeldt dit van Boyma en ook van Ilacrda volgens Van Gron., (Watergeuzen, bl. 45(0; doch is dit laatste wel uit den brief van Viglius op temaken? Wie kunnen die Westfr. edelen zijn geweest, familie van Urederode ? De cenigstekan zijn Albreeht van Kgmond . gehuwd met Sara . dochter van Hrederode en wiens grootmoeder cene Martena was. Zie Stbk, Vcrvou , aant. 2, .\')) Wagenaar , t. a. pl. — Zie hunne Sententiën , bl. /(j en 81.

43

-ocr page 46-

DE I KIliSCHli

Vloten terecht opmerkt, »een sprekende bijdragequot; is tot de kennis van de woeste levensmanieren der Friesche jonkers uit dien tijd, komt nagenoeg hierop neder.

Den \'J\'Jsteu October van het vorige jaar (1506) had Buma, ■J vergesel schap t met ettelieke Edelluydenquot; zicli bevonden te Dokkum, »ten huyse van der weduwe Taycke Sijdtsz.quot; Ook bevond zich daar Gabbe van Scheltema. Nadat rzy »met elckanderen in vroliclieden aldaer hadden sitten drinc-»ken, soe dat zy alto samen redelick by drancke waerenquot;, werd Scheltema door liuma met allerlei dingen lastig gevallen en verzocht Buma hem ten leste betaling voor eene zekere som gelds, die hij voor hem had uitgeschoten. Hierover kregen zij »hoogiie woirdenhetgeen zoover liep, dat zij elkander wilden aanvallen, hetgeen hun echter door een ander edelman, Jan van Aylva, werd belet. Doch het duurde niet lang of de twist barstte op nieuw los, «alzoo zy «óverschonken waeren.quot; Hierop trokken zij de wapens, Scheltema «zijnen poignaert \'en Buma «zijnen opstekere.quot; Zij vielen elkander aan, «stekende naer den anderen di-«versche steken over ende wedere, ende voorts rommelende, «vechtende, ende worstelende onder malkanderen, hebben «elck ontfangen int selve conflict twee oi\'te drye vleiswon-»den die niet en penetreerden ende eenichsins hinderhjck of\'t sdoodthjck waeren.quot; Eindelijk viel Scheltema voorover met zijn poignaard in de vuist en wel zoo, dat hij het wapen in zijn borst kreeg, «soe dut by hem selven grieffelick «qnetste.quot; Een van \'t gezelschap, Douwe van Oalama, scheidde do vechtenden van een en trok Scheltema den poignaard uit de borst, waarop deze laatste «daarnaer van der voirs. «quetsuren inde borst deser werelt overledenquot; is. Buma spoedde zich naar den vader van Scheltema en betuigde hem zijn groot quot;leedwesenquot; over dit ongeval, waarop de vader

-ocr page 47-

vicmiDNDKNi: r;rii:i.r.N\'.

verklaarde, «dat, by woo verre tfeyt. soe onnoselick waer geseliietquot; als liij liet modedeekle, »wilde hem dat glieerne vergheven.quot; 1)

Eerlang begaf zieh »Mr. .fulius van Geele Kiiidt endo «procureur generaelquot; naar Dockum, waar liij zich »prepa-«ratoirc geinformeert heeft, opten nederslach bij Willem sBuwinga geperpetreert an Gabbe Scheltuma.quot; \'2)

Jiuma bezat goederen in de Ommelanden en zal om die reden naar Groningen zijn gevlucht. Hij verzocht daar om een vrijgeleide, hetgeen hem geweigerd werd, op grond, dat »zij sulcx niet en vermochten te doen.quot; Daarop begaf hij zich naar Amsterdam, smeynende aldaer veylicheyt ende «geleyde te gecrijghen.quot; Hier vond iiij Beyma, »met de-»welke hij huysvestede.quot;

Inmiddels had Brederode pogingen aangewend, om Amsterdam in zijne macht te krijgen, doch te vergeefs. IIij vertoefde er vier maanden en in dien tusschentijd begaven zich vele vluchtelingen derwaarts. De toevloed werd zoo groot, dat er maatregelen genomen werden, om ze te kee-ren. Dit gaf aanleiding, dat velen de stad verlieten. Buma verhaalt dan ook, dat, dewijl »alle vremdelinghen »uyter stadt geseitquot; werden, hij zich vandaar naar Haarlem begaf. Dit geschiedde in de laaste helft van Maart. 3)

Uit vrees voor de Landvoogdes wilde de Raad der stad Amsterdam het hoofd der Verbondenen gaarne zien vertrekken en onder zekere voorwaarden gelukte dit dan ook. liet was Zondag den \'27steii van Grasmaand, dat Brederode aan zijne vrienden in do stad een afscheidsmaal aan-

1) Zie: Aavteekening II.

2) Kuntm. Rekening van \'Int jaar.

.\'J) Zie o. a. Van Vloten, t. n. j)l., 1)1, iJ7(i enz. Mamis, Sent. van Alva, bl. 353 en 354. — Arend. t. a. pl.. dl. 11 . lt;1, ld. 45(1.

-ocr page 48-

DE FRIESCIIE

bood. Op don avond van dien dag, dos avonds te elf ure , verliet hij met zijno vrouw Amalia, gravin van Nieuwenaar, en dertien edelen den vaderlandschen bodem , om dien nimmer weer te betreden. Twee schepen lagen voor de stad op stroom, ten einde hen naar Einden over te voeren.

Toch had hij het plan, om zich van Amsterdam meester te maken, nog niet quot;opgegeven. Hij had vooraf aan Gijs-bert en Dirk van Batenburg last gegeven , om met eenige krijgsbenden naar Amsterdam op te trekken en liet met verrassing in te nemen, terwijl hij zelf op eenigen afstand van de stad met zijne schepen dien nacht bleef liggen. De aanslag mislukte, daar do krijgsmacht zes a zeven uren te laat kwam en het plan inmiddels was uitgelekt. Brede-rode zeilde hierop naar het Vlic, vervolgens naar Einden en stierf 15 Februari van hot volgende jaar in Duitschland op den Huize Harnhof in do vesting Rekelinghuizen. 4)

De Heeren \'van Batenburg met hun krijgsvolk, bij wie zich vele andoren voegden, waaronder Beyma en Galama en onderscheidene 1 tollandsche edelen, spoedden zich, op het vernemen, dat de Graaf van Megon hen zou pogen te verjagen, over het IJ naar Waterland en vervolgens naar Hoorn. Galama wordt beticht, dat hij »op do weg »de trommelquot; had laten slaan en »tot Hoorn en elders «eeuighc Soldaeten opgeschreevenquot; had. Do ongelukkige Buma had zich inmiddels van Haarlem naar Amsterdam begeven, maar dewijl hij «een vrempdolinckquot; was »ende «bovreest wesonde gevanghon eiule quahjek gehandelt te Mvordone, deur anexte ende achterdincken dat hij altijts »hadde van den voirs. noderslaich, heeft hem van daer «vertrocken naer Hoornc, meynende daer vrye te wesene.

1) Wagenaar, t. a. pl., ill. VI, bl. IWO. — Arend, t. a. pi. , dl. II , 4de stuk, bl. 47f.

40

-ocr page 49-

VERBONDENE EDELKN.

Hior gekomen, trof hij oiulerscheidene personen aan , waaronder ook Beyma en Galama , »(lie welckc seyden te willen sseylen naar Eempden.quot; Gretig nam hij deze gelegenheid waar, om zich buiten \'s lands in veiligheid te stellen , stotter »tijt hy remissie hadde.quot; i)

Weldra hadden de vluchtelingen een vaartuig gevonden, dat hen naar Einden zou voeren. Het was een «carweel waarop zekere Jacob Donker uit Harlingen gezagvoerder was. 2)

Den Sen Mei scheepten zij zich in. Ongeveer honderd personen begaven zich aan boord, waaronder do edelen Beyma, Buma, Galama, de beide Batenburgen , Wingle, Dandelot, Treslong en anderen, alsmede eenige soldaten. Verder werden er \'200 geweren ingeladen, benevens «seer svele mobile goederen , golt, silver, gemunt ende ongemunt, »clederen, cappen, casuyf\'elen ende dierghelijcke dingen, «die ghenomen waren uyt de Cloosteren, ende van de ïGeestelijckheyt in Hollandt.quot;

Men had afgesproken met den schipper om koers te zetten naar Einden.

De reis ging aanvankelijk voorspoedig , maar »mot stille wind.quot; Waarschijnlijk om geen achterdocht te verwekken aan voorbijzeilende vijandelijke schepen , bevonden zich allen in het ruim. Eensklaps, tusschen Staveren en Harlingen, ongeveer een mijl van laatstgenoemde stad, voelen zij, zeker tot hun niet geringen schrik, een schok. De carweel was op een zandbank geloopen. of liever — , de schipper

1) Ziu: Marcus, Sent., bl. 81. alsmede het Smeekschrift van Buma, waarop wij beneden nader terugkomen.

2) Eon carweel was een vaartuig , dat niet, zooals men dit noemt, overnaats was gebouwd. Koenen, Sclieepsbouw , bl. 7(). — Zie over verschillende vaartuigen uit dien tijd hierna bij de behandeling der Fricsehe Watergeuzen.

47

-ocr page 50-

nrc i ifiKsni!\':

had zc op oen zandbank laten loopon. Was cr inisschicn een lek in het vaartuig en wilde do gezagvoerder op die wijze zijn schip voor zinken en de hem toevertrouwde vracht voor verdrinken behoeden ?

Niets minder dan dat was liet geval.

»Seeckor Edelmanzoo wordt ons verhaald, »wiens »naem de Historiën verswijglien, 0111 sijn Geslacht geen «schande aen te doen,quot; — »hadde den schipper inghe-ssteecken, dat luj de Geuzen zoude innemen ende verraden.quot;

Hij liet zijn schip op een zandbank loopen, voorbedach-teiijk, want hij had ngemackelijken cencn anderen ende ))snelder coursquot; kunnen nemen.

De naam van dien schelm, van don ontaarden Fries, die schipper Donker had omgekocht, is echter voor ons bewaard gebleven. Wij zullen hem straks noemen.

Aremberg was steeds door den Graaf van Megon op de hoogte gehouden van de bewegingen der Geuzen in Noord-Holland en deze had hem in tijds gemeld, dat er spoedig een vaartuig met vluchtelingen van Hoorn naar Emden zou vertrekken. Hierop had Aremberg zich den -iden Mei van Leeuwarden naar llariingen begeven, tevens met het doel, »om aldaer gevader te zijn over het kint van Joncker »Espelbach, Drost toe Harlinghen, nemende met hem «sijn ruiters, ilie iiij binnen Leeuwarden liggende luidde,quot; zijnde een cornet van (iO man, die den Stadhouder tot lijfwacht diende. \'1)

Nog dienzelfden dag liet hij de hopman Ernst Mulert met twee vendels soldaten van Leeuwarden naar Harlingen komen, «want dije spraeck alsdoen gecomen was dat dije «geuzen op te zee waren om over te comen nao Vrieslant.quot;

1) Zio over „Joncker KspellmcliN. Naamlijst, van V. Sininia. Scho-taims, t. a, pi. . hl. 7.\'\'7 en 739.

-ocr page 51-

VKHnuNDENK ElilOI.KN,

Do Stadhouder had terstond na zijne aankomst zes vaartuigen in gereedheid laten brengen, waarop Mulert zich den volgenden dag (5 Mei) met zijne soldaten inscheepte, »om »dije geuaou te gemoeten.quot;

Do 5de Mei zou den Geuzen rampspoedig zijn!

quot;Wellicht gaf\' schipper Donker, toen zijn vaartuig op de zandbank was geloopen, aan den Spaanschen hopman een teeken, dat hij de gewenschte buit aan boord had en al spoedig waren Mulert\'s galeijen de carweel op zijde. Op de vraag van den hopman of\' hij ook de edelen van Batenburg vernomen had, antwoordt de verrader » nern quot; , maar wijst tegelijk met den vinger naar het ruim, waar, zooals wij zagen, allen verscholen zaten. Mulert klimt met zijn krijgslieden aan boord, do luiken worden afgenomen en wat ziet de verbaasde hopmanHij kan zijne oogen nauwelijks gelooven ; neen, op zulk eene vangst had hij niet gerekend! Daar ziet hij zoovele volgelingen van Bre-derode, zooals de edelen van liatenburg, verder Beyma, zoo gehaat bij den Frieschen Stadhouder, Galama, Buma sonde meer andere edelluyden.quot; Eene mengeling van blijdschap en toorn moet hem hebben vervuld! Want niet alleen deze opstandelingen vindt hij in het schip, maar ook do bewijzen, dat zij inderdaad zijn, waarvoor hij ze houdt, opstandelingen en kerkschenders. Hij ziet ze toch in gezelschap »van allerley goed, van ciboriën , monstransiën, kelc-»ken, choorcappen ende andere misgewaden, zeer costelick.quot; 1)

En hoe zal het den vluchtelingen wel te moede zijn geweest , hun , die zich weldra in veiligheid waanden, thans in \'s vijands handen en dat wel te midden dier kerksieraden , die hunne schuld voldingend bewezen!

1) üron. Bydr. VII, hl. 2/5; Hor, t. a. pi., fol. liiü m Ant. Jz., 4-7.

-ocr page 52-

l)K riMKSCIIK

De vanyst was groot. Anthonius Joost/,, slaakt dan ook een vreugdekreet, »dat God homquot; (Mulert) «dselve dach «victorie heeft gegeven tegen Co. Mat. Vianden.quot; 1)

De car weel werd afgebracht en medegevoerd »in die haven tot sllarlinghenterwijl de kostbare lading terstond werd gelost en naar hot Blokhuis gebracht, waar Aremberg »was vroljjckheit hanterende, vermidts hij des Drossaerts DEspelbachs kindt ten Doope hadde gehouden.quot; Daar worden de gevangenen in den zuidwestelijken toren gevangen gezet, — maar, schandelijk genoeg, door de soldaten van alles beroofd; bijna niets dan een hemd en een wambuis wordt hun gelaten.\'2) Aremberg, niet weinig verheugd, dat zijne poging zoo goed was geslaagd, maar tevens niet min met toorn vervuld op het zien van Beyma, Galama en anderen , die hem reeds zoo lang allerlei moeite en last hadden veroorzaakt, spreekt ze «smadelijk ende trotselijck aan, met neen verstoort ende stuyrsch gelaet.quot; »Ah !quot; zoo snauwt hij zijn aartsvijand Beyma toe: »Heb ik n daer!quot; Maar deze antwoordt hem koen en onverschrokken; «jae. Jan «van Ligne, lek ben wel gevangen, maar noch niet glie-»hangen.quot; Toch was de Stadhouder, nadat zijn toorn wat bedaard was, eenigszins begaan met het lot der gevangenen, die, van bijna alles beroofd, daar vrij machteloos voor hem stonden, voor \'t meerendeel, met het oog op de geroofde kerksieraden, wel bewust, wat lot hun te wachten stond. Meewarig schreef hij twee dagen later aan de Hertogin van Parma, die hij al dadelijk den eersten dag van het heuchehjk feit in kennis had gesteld; »\'t Is

1) Zie over den Spaauachgczindcn Leeuwarder Notaris Anthonius Joost zoon en diens merkwaardige aauteekeningeii uit dien tijd: De Vrije Fries, dl. IX, 1)1 z. ,\'189, enz. en bladz. \'Jü hiervoor.

2) Ant, Jooatz., t. n, pi., bladz, 427 cu Aanteekening III.

50

-ocr page 53-

VKnnONDKNK KlJlCI.KX.

»om or medelijden mee to hebben en het loopt groot go-»vaar, dat zij van vuiligheid omkomen, als Uwe hoogheid «ze hier lang laat blijven.quot;

De geroofde goederen werden voor een deel naar Leeuwarden gebracht, »cnde sijn aldaer mettet geweer ende «Clederen van do Ghevangenen ghedeylt opten 17den Mei »onder den knechten van Hopman Muierts Vaendel, doch »is\'t beste goet, so men meynde, tot Leeuwerden niet »ghecomen.quot; 1)

In de eerste opwelling van toorn had Aromberg eene galg op het strand laten oprichten. Zulke heiligschenners, meende hij, moesten een geduchte straf\' ondergaan, »a terreur et exemple d\'aultres.quot; Doch bij nader inzien begreep hij, dat het toch maar verstandiger was, niet al te overijld te handelen ; het kon zijn gevaarlijke zijde hebben, deze gevangenen , voor een deel van ouden adellijken bloede en verwant aan menig geslacht, dat den Koning was getrouw gebleven, zoo maar zonder vorm van proces «met den coordequot; te straffen. Daarbij kwam nog, dat hunne beweringen, blijkens het verhoor, dat zij hadden ondergaan, vrij wat uiteen liepen, zij ook maar op zee en bij hun «retraitequot; waren gevangen genomen en dus niet in dadelijken opstand. Hij wilde de zaak nader onderzoeken.

Al spoedig, nadat de gevangenen op het Blokhuis waren gebracht, begaven zich »8 Dicners van de Justitie metmr. »Pieter Scherprechterquot; zich van Leeuwarden naar Harlin-gen en vertoefden daar voorloopig vijf\' dagen, »omme al-))daer zeeckere examination op de gevangens te doenehetgeen later nog eens werd herhaald en het was zeer zeker aan die «examinationquot; te wijten, dat zekere Lolcke 15rio-

11 Vim Vloten, t. a. pi,, cd, 1858 , 1)1. 3!) on 245, Hor, t. n. pl.. fol. lüO.

51

-ocr page 54-

UK KIllESl\'llK

tixz. 1H stuivers ontving- (zëlcer niut to vee! voor zulk con werk!) )gt;viiyt saecke hij twaeleft\' gevangenen te Harlingen »hun leaden weeder ingeset heeft.quot; De scherprechter en de »dionors van Justitie ende zjjne adsistenten, weesende sbinnen Harlingen, omme de Justitie te doen,quot; werden gehuisvest bij zekeren «Pieter Jurgiensz. burger ende her-»bergiorquot; aldaar, die hun «huysvestinge , kost endedranck «geadministreerd heeft den tijt van omtrent zestehalve weec-ken,quot; waarvoor hij ruim 37 gid. vergoeding ontving. Ook kwamen nu en dan »t\\veo Minnebroedersquot; uit Leeuwarden, aan wie de gevangenen moesten biechten.

Dit alles geschiedde naar aanleiding van de verhooren, welke met de gevangenen plaats hadden door Engelbert van Boeymer, substituut van don procureur-generaal, die zich met twee dienaars van de justitie derwaarts begaf, om ze te ondervragen )iopto articulen , hem bij mijnen Heer Stadt-»holder behandiget.quot; Verder kwamen daar voor dit doel Mr. Adriaen Vastaerts, Mr. Focko Kom marts en Dr. IJ gram van Achelen, allen iiaden in den llove van Friesland. 1)

Inmiddels was er van verschillende zijden beproefd , om enkelen der gevangenen uit hunnen kerker te bevrijden. Heeds den 7deii Mei, en dus twee dagen na de gevangen-neming, begaf zich oen gansche stoet van Friesche Jonkers en Jonkvrouwen tot den Stadhouder, die hem dringend smeekten , om toch medelijden te willen hebben met hunne drie gevangene landgenooton, Boyma, Buma en Galama, en baden hem eer genade dan strengheid in dezen te willen gebruiken.

De geschiedschrijver Bor verhaalt ons meer nauwkeurig;

1) 1\'ocko Hominarts lutwdo later mot do wcduvvo van dun ongo-lukkigcu Williiiu van Buma; zijn brocdor Matthijs was omstreeks 15()3 Secretaris vau Lceuwnrdcu. Vergelijk Sehotauus, t. a. pl., bl. 743i.

-ocr page 55-

VKmiONHKXK KDKI.I\'A\'.

»Do Stadhouder op thuys te Leeuwarden sjjnde , hebben veele »Jonjj;e dochters int glietal van omtrent 140, beden aenglic-«stelt om die Ghevangenen tot Harlingen te mogheu vrijen »ende looscrijghen, ende sijn hun eenighe vrjj gheschonken.quot; 1)

liet Iaat zich denken, dat Aremberg door deze plotselinge en onverwachte verschijning min ot\' meer in een moeic-lijken toestand geraakte. Wij mogen gerust aannemen, dat die Jonkers en Jonkvrouwen, zoo niet allen, dan toch voor een goed deel tot do Koningsgezinde partij behoorden en het was voorzeker geen zaak, om hen, die de regeering nog steunden, tegen zich in \'t harnas te jagen.

Hoewel geenzins tot vrijspraak gezind, verontschuldigde hjj zich, om zich van dit lastige bezoek te ontslaan, door te zeggen, dat het niet in zijne macht stond, om over het lot der gevangenen te beslissen. En daarover voldaan of onvoldaan, verliet do stoet het Stadhouderlijk verblijf en moest men het verder wel aan do genade of ongenade van den Stadhouder en de regeering overlaten.

Schijnbaar hield Aremberg zich onzijdig in deze netelige zaak. Waren de bezoekers in de gelegenheid geweest den brief te lezen, dien Itjj onmiddehjk na hun vertrek aan de Landvoogdes afzond, dan zouden de stnoekelingen bemerkt hebben , welken indruk hun bezoek op den Stadhouder had gemaakt; dan zouden zij ontdekt hebben, dat hij van geen vergiffenis wilde weten, »maar al te wel wist, dat zij geen genade, maar groote en voorbeeldige straf verdienden.quot;

Hierbij liet men het echter niet blijven. Men zond tot hetzelfde doel nog eone nadere deputatie tot den Stadhouder, bestaande uit Schclte van Liauckama, Duco van Martena en Hotte van Dekama, vergezeld van Seerp van

1) Bur, t. a. |)1., fol. 1-0. — Van Vloten, t. u. |il. 1, 39 (nout 2).

-ocr page 56-

IJK llllKSCllE

Galama, broeder van Sjocrt en zeer waarschijnlijk ïaecke van Buma, broeder van Willem, tenzij deze later een afzonderlijk gehoor bekwam. Ook Viglius van Aytta , Kaads-lieer en lid van den Raad van Beroerten, liet men niet met rust, om zijn invloed tot bevrijding zijner drie land-genooten aan te wenden. Maar hij had er niet veel mee op. Wat Galama betrof, indien Viglius iets door zijne voorspraak kon uitwerken, dan zou deze niet worden gestraft. Niet alleen was luj verwant aan den President van lloxwier en aan Viglius zelf, maar ook aan de Doka-ma\'s, die zich in de . troebelen zeer goed hielden. 1quot;) Beyma echter verdiende straf. Hij toch was hoofdzakelijk de bewerker, dat het Verbond door vele Friezen geteekend was, zooals door drie gebroeders Van Eysinga, Pybo van llaerda, Wilco van Iloldinga en anderen.

Hoppers betuigde over Galama aan Viglius; «er ook «bedroefd over te zijn, doch niet in dien zin, omdat hij «welverdiende straffe ontvangen zou, maar omdat hij zich sin\'t bedrijf van Beyma had laten inwikkelen.quot; 2)

Dooli alles was te vergeefs; niets mocht baten. De zaak moest haar loop hebben. Evenwel, men zou met enkele gevangenen eenige inschikkelijkheid toonen.

In de laatste helft dezer maand (Mei) werden door ïdie olloocheyt van de Hertoghinne van Pannaquot; de raadshceren Lieven Everards en Jean Charles, alsmede de provoost, de beruchte en wreede Jean Grauwels, bijgenaamd Spelle, uit Braband naar Friesland gezonden. 3) Den 22sten dier maand kwamen zij in gezelschap van mr. Focko Rommarts

t) Zie 1)1, ly hiervoor.

2) Te Water, t. a. pl., III, b). S.\'i\'i en 533.

3) Vergelijk: Amh. Jz., bl. \'IliH. — Jean Charles, was de bekende Johannes Varolus, de levensbeschrijver van Caspar de Robles.

-ocr page 57-

VKUBONIiKNK KUKI.K.V.

en d(3ii procureur-generaal van \'t Fricsclio Hof te llarlingen aan, om »dun voorsz. gevangenen tc examineren.quot;

De Hertogin schreef drie dagen later een brief aan Arein-bcrg, meldende , dat zij vernomen had, dat er zich onder do gevangenen iemand bevond, geheeten Lois Carlier, ook genaamd Loys Lallou, die zich veel met do consistoriön had bemoeid; verder oen edelman uit üend, geheeten Triest; een soldaat van Aire, llumault genaamd en een zekere lienoit d\'Enghien, die men goed moest bewaken, scherp moest verhooren en duchtig straffen, waarom zjj aan de Commissarissen had opgedragen, om op hen bijzonder acht te slaan.

Weldra had de examinatie plaats, waarmede men op het eind der volgende maand gereed was.

Op den \'iOsten Juni sprak de vrecseiijke Spello de doodvonnissen uit tegen: Noel Geraerdt; Pauweis Bekeringhe van Merxem, Jean Val, Knipperdollinck, Hendrick Falck en Claes Braggaert, allen soldaten van Dirk van Batenburg, die tegelijk met de edelen waren gevangen genomen. Den volgenden dag zouden zij met den koorde worden gestraft, zoodat er do dood op volgde!

Behalve de bovengenoemden was er nog een «edel Jon-aghelinck,quot; 1) wiens naam de geschiedschrijvers niet vermolden. «Gevraecht zijnde, of hij oock schuldig was aan de »Kerkroverijeantwoordde hij »onbedachtelijck of vrije-»lijckquot;: — »lek bon in veele Jaren in Kerck noch in «Kluis geweest.quot; — »Dit woordt heeft hem de smadeljjcke «doodt gedaen,quot; zegt Schotanus, «endo oorsake geweest, »dat men hem niet met het Hweordt, maer met de coorde «strafte.quot;

1) Amlercn zoggen : drie, o. a. l!or , t. u. pi.

-ocr page 58-

DE I lillOSC\'lIK

Vooraf kwam or oen Minderbroeder «Broeder Pieter üirekz. Spruytquot; uit Leeuwarden te Ilarlingen, waar hij de »zoeven ïgecondempneerden heelt geondorrichtquot; van hun vonnis »enlt;le »de biechte gehoirt nae older gewoonte\'\' en na deze plechtigheid had de terechtstelling plaats.

Een van do zes eerstgonoemdon viel door den strop, »dio scoorde gebroocken zijnde, dewelcke door dien, endo voor-»biddenquot; van do omstanders, vrijgelaten werd. Doch, hoewel do bovengenoemde Briotixz. zijn sleeden weder ingeset )dieeft,quot; die door den val zeker waren verrekt en gekneusd, stierf de ongelukkige kort daarna. 1)

Vierentwintig werden tot de galejjen verwezen en te dien einde naar Middelburg vervoerd, waar zij zeker geen benijdbaar lot hadden. Do vijftien volgende edelen bleven gevangen: Beyma, Buma, Galama, Philip Triest, Philip Wingle, Pierre Dandelot, Maximiliaan van Blois ditCocq, Loys Carlier, Jean Kumault, Quintijn Benoit, Firmijn Peltier, Bartel del Val, Constantijn Bruynseel en de beide edelen van Batenburg.

Uitgenomen de drie Friesche edelen, over wie wij nog met een enkel woord nader moeten spreken, werden de overige edelen korten tijd daarna naar Vilvoorden vervoerd. Zoo bracht Hopman Mulert, »als daortoe gecommitteert „zijnde bij mijn J leer van Aremberghedo edelen van Batenburg den \'iüaten Mei naar «Vilvoorden opt Slot,quot; terwijl Dandelot, Cock en Wingle reeds den 12den derwaarts waren vervoerd. 2)

1) Aldus Schotanus, t. a. pi. , bl. 74.\'); Winscmius, (\'hronijk. bl, S.\'iS vermeldt echter, van dezen sprekende: „Van welcke alsoo een „door den stro]) ghevallen was, die nu meende dat hij sijne Justitie „uytgestaen hadde, is wederom uvt de Stadt geliaelt, enile insgelijks „omghebracht.quot; — Renhnr. Hekcuing van dat jaar.

2) Zie: Aanleekeniiig IV,

-ocr page 59-

VEUIiONDENK KOELEN.

Do overigen, ongeveer 54 in getal, schijnen op vrije voeten te zijn gesteld, misschien wol, zooals Schotanus meldt, »op voorbede dor bagijnen van Uarliiigonmaar welke non-nokcns dit kunnen geweest zijn is duister, dewijl er te llar-lingen, voor zoover bekend, geen vrouwenklooster bestond.

Wat de drie Friesche edelen betreft, over hen vindt men liet volgende opgeteekend.

Buma herkreeg ruim zes weken, nadat hij gevangen genomen was, zijne vrijheid weder door bemiddeling van zijnen broeder Taecke. Zijne in vrijheid stelling geschiedde o. a. op dezen grond; dat bij eigenlijk geheel onwetend en in een halven roes het Verbondschrift had geteekend en, wat den door hem gepleegden manslag betrof, do procureur-generaal was van meening, dat bij daaraan weinig of geen schuld had. Voor het overige werd hem eene getuigenis afgegeven, dat bij altijd was geweest: goed katholiek en getrouw aan den Koning. Alzoo werd hij vrijgesproken.

Weldra brachten twee »waegenersquot; — «zeeckere Con-»voy van Leeuwaerden naar llarlingen,quot; welk convooi onder geleide van Engelbert van Boeymer, substituut van den procureur-generaal en eenige «des prophoets dieners,quot; Buma op den 2\'2sten dier maand (Juni) van llarlingen naar Leeuwarden vervoerde, bij welke tocht «dyc Roe-Hoedt ofte »de provostquot; Orauwels ook tegenwoordig was.

Drie dagen later werd hij in vrijheid gesteld. Doch het schijnt wel, dat hij daarvan een slecht gebruik maakte; althans te Leeuwarden »de mond te seer gaen latende werd bij wederom in Juli of Augustus gegrepen en op het Blokhuis aldaar gevangen gezet. Maar ditmaal kwam hij er zoo goed niet af. /ijns broeders voorspraak mocht nu niet meer baten, salsoo hij eens verheden sijnde, de deur »der ghenade door nieuw verval ghesloten hadde.quot;

57

-ocr page 60-

DE i rtlKSCHE

Kort daarna werd hij door den provoost Urn uwe Is weder naar zijn oud verblijf teruggebracht «bij die andere govan-»genen tot Hariingen bij Sjoert Beyma, Hartman Galama sotc., dye weleke corts daernae gebracht zijn eensdeels tot «Vilvoorde, ende eensdeels tot Rupolmondo.quot; 1)

Of Beyma nog heeft beproefd, om in vrjjheid gesteld te worden, is ons niet bekend, maar Galama en Euma hebben daarna nog een poging aangewend, om zich te verdedigen en uit den kerker verlost te worden.

Galama zond, mede uit naam zijner bloedverwanten en vrienden, op Goeden Vrijdag, den IGden April, van het volgende jaar (1508) een verzoekschrift tot den Hertog van Alva. Daarin smeekte hij om vergiffenis, zoo hij iets tegen den Koning mocht hebben bedreven en wees er op, dat hij niet alleen Keizer Karei in menigen veldtocht, zooals bij het beleg van Metz (Oct. 155i2) had gediend, maar ook steeds trouw gebleven was aan den katholieken godsdienst. Eu wat het Compromis betrof, hij had dit zonder genoegzame kennis van zaken onderteekend. Doch, het mocht niets baten. Den Isten Juni van dat jaar (15(58) werd hem, evenals Beyma en 16 andere edelen, waaronder de beide Batenburgen, het hoofd voor do voeten gelegd. 2)

Ook Buma waagde op denzelfden dag, als Galama, eene poging om zijne vrijheid te herkrijgen. Niet tot den Hertog van Alva wendde hij zich, maar rechtstreeks tot den Koning, die zijn geschrift misschien wel nimmer onder de oogen heeft gehad. »Oitmoedelijckenquot; smeekte hij aan

1) Vergelijk; Aunteekening V; Schotanus, licsclir. van Friesland, op: Dantuinadcel en Ant. Joost\'/.., t. h. pi.. 1)1. ■1,\'iü.

2) V. Vloten, ed. 1858, 1, 42 en Galama\'s ver/oeksehrift aldaar op 1)1. 247. — Bij Van Hasselt, Stukken tot de Vnderl. Historie, I, .\'tül , leest men \'t vonnis der beide Batenburgen.

58

-ocr page 61-

VERBONDENE EDELEN.

Z. M., om hom «te verlecnon brioven van pardoene ende «remissie, met slakinghe van zijnen persoon quot; dewijl hij toch met goedvinden zijner rechters vrijgesproken was, maar desniettemin uit Friesland naar Rupelmonde was vervoerd. 1)

Het schijnt wel, dat er eenigszins acht werd geslagen op het verzoekschrift van Buma, en dat men de zaak nog eens nader heeft onderzocht. Mogelijk heeft Aytta toen ook pogingen tot zijne in vrijheid stolling aangewend. 2) Doch men vond geene termen, om aan zijn verzoek te voldoen. Nog zeven maanden na do onthoofding van Beyraa en Galama zuchtte hij in den kerker, niettegenstaande velen zich voor hem in de bres stelden. Toen werd op den Sasten December 15G8 zijn lot beslist en zijn vonnis geveld: »coindemnó d\'avoir la téte tranchée!quot; Vijf dagen later werd op de »Place de Vilvordequot; dit vonnis aan den onge-lukkigen Buma voltrokken! 13)

De hoofdreden, waarom de drie Friesche edelen werden veroordeeld, was de onderteekening van het Compromis.

Zoo hadden dan, door het verraad van landgenooten, verscheidene edelen hun leven op het schavot moeten verliezen! Wat was het loon dier verraders ? Schipper Donker , zeker door de regeering in bescherming genomen, werd «van de Magistraet niets quaedts aenghedaen, \'t welk «hem buiten twijfel sonde overgecomen hebben, ten ware »sake hij den parthije van Brederode ende der Oeconfede-»roerden Edelen toegedaen was geweest.quot; Daarentegen word hij «van alle Man gohaet, om dit verraderlijk stukquot; en eindigde zijn loven sin groote armoede.quot; En de edel-

l) Zie: Annt. V en Van Vloten, t. a. pi., hl. 277.

\'J) Vi-lii Epistolne , in 1[. v. P-, bl. 453, waar Viglius hem zeer beklaagt.

H) Men leest zijn vonnis bij Mareus, Sent. van Aha, bl. .\'153.

5f)

-ocr page 62-

IJE riilESCIllC

man , die or do handj in had gehad , wiens naam Winsemius en Schotanus om der wille van diens geslacht niet wilden noemen, was llommert Friesma ; »die heeft tot sijn beloning «een grietenij ontvangen onde was daerom een verfoeisel »van yder een.quot; Don 27sten MeH 508 werd hij tot grietman van O.-Stellingwerf benoemd. Dertien jaren later, 1581 , werd hij in oon ruitergevecht tegen de Staatschen bij Die-veren «zwaerlijcken gequetst,quot; — »van welcke wondinghe «hij corts daerna binnen Groningenquot; overleed. I)

Door het strenge straffen van hen, die bjj llarlingen waren gevangen genomen , onttrokken vele Friezen zich aan hot Verbond, maar bleven zich toch elders schuil houden. 2) Inmiddels was de Stadhouder Aremberg in \'t laatst van Juni vertrokken svan Leeuwerden nae \'t sticht ende voorts snae Brabant, see dye sprake doen was dat Duck de Alva sop comende wech was nae Brabant te comen, mot een «grooto heijrscliaer van volcke.quot; Aromberg vertrokken zijnde, werd «in sijn plaotse gesubstitueertquot; Segher van Oroesbeeck, die voel te stellen had met het krijgsvolk. 3) liet was een harde strijd geweest, die er in het voor-

1) De voornnamstc liroumn over de Inntst,bedoelde jfebeurtenissen zijn de volgende; Vmi Vloten, t. a. ]gt;1. , (ed. 1S72) 1 bi. 110, 111. 141 en 142 en in do ed. van 18.)8, I, bl. .\'ü\' 44. — Te Water, t. a. pi., II. lil. 14.\'-$ en daarmede te yergeiijken: Navorscher, jrjr. XI, bl. ()8; verder bl. \'27\'-i en .\'!()!). (iron. Bijdr. , VII, bl. 2/5. — Winsemius. Kronijk, bl. S.\'tS en 542 en zijne llistoria, bl. 91. !).i en 107, _ Schotanus, Fr. Geseh., bl. 743. —- Gabbema, Leeuw., bl.

49.S. _ Vrije Fries, V, bl. 227 en IX. bl. 42(i—431. — Hooft, Ne-

derl. Gcscb.. fol. 147 en 148. Arend, Geseh. des Vaderlands, II, 4de stuk, bl. 48;i. — Hentmr. Rekeningen op \'t Prov. Arehief van Friesland. Zie voorts Bijlage H en limt. V en over Romnwrt Friesma en den provoost Grauwels: Aanteekening 17.

2) ,, Beaueoup de Frisons venoneent a la confederation depuis „lquot; aft\'aire de llarlingen.quot; (\'orresp. do Frise, etc.. Toni. V, bl. .\'?()(), volgens aant. mij verstrekt door den Heer llengers vau Naerssen.

3) Schotanus, t. a. pl., bl. 74(i en Ant. Jz., bl. 429.

(id

-ocr page 63-

VEIIHONOENE KUKI.KN.

jaar van 15()7 tusscluiii du raadslieden van den Koning van Spanje in den Kabinetsraad te Madrid had plaats gehad. Wie zou zegevieren? Do man des vredes, de Prins van Eboli, — ot\' de man van het zwaard, de Hertog van Al va Helaas! de laatste behield de overhand. Met bloed zou de opstand in de Nederlanden worden uitgedoofd!

Het was den loden Mei van dat jaar, dat een geduchte krijgsmacht tot dat doel te Carthagena in \'M galeijen werd ingescheept en naar (jlenua werd overgevoerd. Het leger bestond uit oude, in den krijg geharde soldaten en was in vier afdeelingen of terzio\'s verdeeld, te weten: het Napelsche terzio, bevattende 19 vendels of\' 323ü man voetvolk, onder bevel van Alfonso d\'Ulloa; het Siciliaansche ) bestaande uit H vendels of 1520 man, onder aanvoering van den later zoo beruchten Juliano Romero; het Lom-bardijsche, onder Sancho de Lodogno, dat 10 vendels of 2200 man telde en het Sardinische, onder Gonsalvo de Bra-camonte, bestaande uit 14 vendels of 17\'28 man. liij elk vendel behoorden nog 15 busschieters, waardoor het voetvolk een aantal van ruim 8800 man bereikte. De ruiterij, waarover Don Ferdinand do Toledo het opperbevel voerde, bedroeg 1200 man, terwijl het bevel over het voetvolk aan Don Frederik de Toledo was opgedragen. Later werden er nog meer manschappen aan het leger toegevoegd, zoodat het bij de komst in de Nederlanden \'2 i000 »menschenquot; telde, want behalve de manschappen, bevonden er zicli in het leger ook nog een aantal trosboeven en vrouwen.

Na een tocht van ongeveer drie maanden had men de grenzen van Luxemburg bereikt. Den \'22sten Augustus kwam het leger te Tienen aan en kort daarna trok het de poorten van Brussel binnen. 1)

1) Motley, t. ii. pl., l\'Ui-\'JiJO eu Bosscha. HuldemliuUm enz.. 1. blz. 1 l.\'t.

()1

-ocr page 64-

DE KIUESCHK

Groot was do schrik, ilie de komst van den Hertog van Alva te weeg bracht en velen vluchtten den lande uit, vooral naar Einden, waar menigeen ook reeds vroeger eene veilige schuilplaats had gevonden. Daar bevonden zich ook onderscheidene Friezen, die in den loop van dat jaar (1507) derwaarts waren vertrokken.

De nieuwe Landvoogd pakte terstond de zaken met kracht aan.

Don 1 iden September werden de roods vroeger genoemde Commissarissen Lieven Everards en Jan Charles gelast, om de zaken in Friesland nauwkeurig te onderzoeken. Twaalf dagen later kwamen zij in Leeuwarden aan en kort daarop werd Charles tot procureur-generaal benoemd in den Hove van Friesland, in plaats van den overledenen Mr. Julius van Gheel. 1)

Aremberg, die inmiddels in Friesland was teruggekomen , had den ISden dier maand een Plakkaat uitgevaardigd. Dit stuk is inderdaad een merkwaardig bewijs, hoe men op echt Hpaanscho wijze de uitgewekenen in den val zocht te lokkon. Hij koesterde wellicht de hoop, dat het toenemend vluchten, hetgeen bijna op eene geheele ontvolking kon uitloopcn, misschien met een voorwendsel van zachtmoedigheid was te koeren.

»Alzoe wij,quot; aldus vangt dit stuk aan, ))bij verscheyden »brieven vercleert ende te kennen geven hebben, dat onso »incyninghe was, nyet te willen gebruycken van strang-»heydt ende rigueur mit oft tegen onse Ondersaten, die «gedurende de voerleden troublen ende beruerten tegen ons misdaen oft geoffondeert zouden mogen bobben, maor ter »contrarien van alle soeticheyt ende genade nac onse na-

1) Ant. Joostz., Vrije Fries, IX, bl. 431. — Chartbk. vnn Fr., Ill, bl. 717 en Ti-A.

-ocr page 65-

vr.iuiONnuNic kdki.kn.

»tuerlijckc genegentheyt sunderlinghe mitten ghenen, die hen «dorzeivor genaden nyet onweerdich en zouden maken, soe »principaelijcken \'t schamel, simpel volck, als ambaehts-«luyden ende ander, verleyt, bedrogen ende verdoelt we-«sende, mitten welcke wij \'t meeste medelijden ende com-»passie hebben,quot; — zoo wenscht hij »de verdoelde Onder-»saeten op den rechten wech te bringhen ende wederom «roepenquot; in hun Vaderland.

Met droefheid had hij vernomen, dat er zoovelen gevlucht waren, »hen mistrouwende van onse voirnoemde ^gratie ende goedertierenheyt.quot; Hierop wordt de zaak wat sterker aangeschroefd en wordt iedereen «verboden ende «gcinterdiceeitquot; om te vluchten, op straffe van als muiters en oproerlingen beschouwd te worden, met verbeurdverklaring hunner goederen, terwijl met bedreiging van dezelfde straf, het «allen schippers, veerluyden, wagenluyden, voer-«luyden ende anderenquot; verboden wordt aan vluchtelingen de behulpzame hand te bieden ; — en dat alles »om de wel-»vaert ende salicheyt van onsen voirscreven Ondersaeten.quot; 4)

De uitwerking van het Plakkaat was niet van dien aard , als de Stadhouder zich dat had voorgesteld, want het vluchten nam hand over hand toe; de «Ondersaeten,quot; in wier »welvaert ende salicheytquot; do Stadhouder zooveel belang scheen te stellen, hadden geen hoog denkbeeld van de «soeticheyt, genaede ende goedertierentheyt,quot; noch van den Stadhouder, noch van den Hertog van Alva.

Aremberg verliet kort hierop voor een tijd weder de aan zijn bestuur toevertrouwde gewesten, daar hij op bevel van Alva den Koning van Frankrijk in den krijg tegen de Hugenoten moest behulpzaam zijn.

1) Chartbk. van Fr., 1»1. 7IS.

-ocr page 66-

Ill: I\'MtlUSCHK

Nauwelijks was het Nieuwe jaar aangebroken of de commissarissen Charles en Everards begonnen met ijver de hun opgedragen taak te aanvaarden. Den 9den en loden Januari (15G8) had er een dagvaarding plaats van li!) personen. die »ter oersaecke van de wederspannicheyt, tur-»blen ende ongeregelthedenquot; — «in den jaere \'66,quot; waren uitgeweken. Die dagvaarding ging vergezeld niet de niet zeer aangename uitnoodigiug, »dat sij souden hoir vinden ■daten opten 1 iden Febr. daeranvolgende binnen Brussel bij xDoii Fernandt de Toledo, Clt;gt;. Mat. gouverneur ende capi-»teyn general van des Mats. Nederlanden, ofte bij zijnen «gecommitteerden. Ingeval sij absent bleven, dat men als-»dan soude procederen tot vercoopinghe van haire goe-»deren.quot; 1)

Onder dezen waren er verscheidenen, die zich toen te Einden bevonden en zich hiertegen krachtig verzetteden.

Wij moeten, voor dat wij verder gaan, met het oog op deze vluchtelingen eenige maanden terugtreden.

Zooals wij gezien hebben waren in het voorjaar van 1567 sommigen naar Amsterdam, enkelen naar Groningen, anderen naar Emden uitgeweken. Zeer waarschijiilijk hebben zij, die zich aanvankelijk naar Amsterdam en Groningen hadden begeven, later een veiliger schuilplaats in Oost-Friesland gevonden.

Zoo vindt men aangeteekend van Tjerk Walles, burgemeester van Leeuwarden, die zich in 1566 nog al scherp tegen de regeering had uitgelaten en verzet, dat hij, op veiligheid bedacht, don Sisten Januari 1567 »\'savonds ten »neegenenquot; de stad zijner inwoning had verlaten en zich naar Amsterdam begeven, waar hij den i2den Februari aan-

1) Aut. Joostz., Vriju Fries, IX, bl. 4.\'il. — Charthk. van Kr. 111, bl. , alwaar zij tegen i) Febr, worden opgeroepen.

-ocr page 67-

vieitnoNiiioNF. EDEMON.

kwam. Hier werd hom hot verblijf »liij lijf\'s verbeurtequot; ontzegd, zoodat lijj genoodzaakt was den l.\'iden Maart van daar naar Einden te vertrekken, waar hij sin leevens ge-»vaar, door de Noordsche zee, den neegeutienden aanlandde ,quot; terwijl inmiddels »de andere JJurgemeesteren, zijn stoel-»broederen,quot; te weten Alle Teijes, Hendrik Alberts en Oer-rit Plorisz., misschien ook Focko van Aysma, en vele anderen zich reeds in die stad sedert eenigen tijd bevonden. 1)

De stad was destijds vol vluchtelingen.

Onder anderen bevonden er zich enkelen in de Herberg »de Gulden Fontein,quot; die daarna ook wel de Oeuzenher-berg werd geheeten. \'2) Daar vinden wij Pibo van llaerda uit Tornaard en Sjuck van Eminga van Cornjum, terwijl den Oden Mei de oudgrietman van Barradeel, Domme van Dettinga van Jorwerd, daar ook zijn intrek nam. Verder treffen wij er Herbert van llaephorst aan, die vroeger met Egmond en Huchtenbrouck in het belang van het Compromis in Friesland was geweest. Maar ook een minder gewenscht persoon was daar geherbergd; Imele Lottrich, een spion van den Spaanschgezindon Oroninger edelman Johan de Mepsche. Deze deed zich geheel voor of hij tot de ballingen behoorde en dronk daarom lustig met hen uit den geuzennap. ny teekende getrouw den inhoud op van al de

1) Gabbeina, t. n. pl., 1)1. \'IH/ ; volgens bl. 481 «Iduur, waren (Uatijds „Burgemeesterenquot; van Leeuwardeu: Seerp Hania, \'Tjerk VValles en A lie Teijes,• „Raadsman \': Albert Jacobs/,, en „Scheepenenquot;: Harend Janti/., Jan Simonsz., Pieler Pietersz,, „in afweosen van Henrijk Alberts:., „Vokko Aysma, hem nochtans, als Seheepen niet willende instellenquot; en Gerrit Vlor is:.; du gecursivoerden hadden de vlucht genomen wegens hun banvonnis. Hij noemt nog nis burgemeester: Jacob Sy-brandsz. en als schepen: dr. Jan Willemsz. van Velzon, over wien bl. 40 hiervoor.

2) Ook bevond zich daar ccnc Herberg: „Het Wapen van Hollandquot; geheeten, die ook later door do Geuzen werd bezocht. Van Vloten, t. a. pl. (ed. 1858), I, bl. lih.\'.

()5

0

-ocr page 68-

DE FRIESCIIE

gesprekken , die hij aan den disch of elders hoorde, en briefde zo terstond aan zijnen meester over, die al spoedig vernam, dat Haerda, aan tafel zittende, de Landvoogdes »clo schotel niet de spijs in \'t lijfquot; had gewenseht en dat 1 lettinga zich niet had ontzien, om eenige personen in de herberg zijner grietenij in de vasten op vleesch te onthalen, zoowel op Vrijdag als op Zaterdag.

Op den dag van llettinga\'s aankomst bereikte hen de tijding van de gevangenneming der Friesche en Hollandsche edelen bij Harlingen en dit bracht zulk een schrik (e weeg, dat velen dien nacht niet te bed gingen. 1)

Overigens bevonden zich in Emden: Epo van Domna, uit Ilallum of uit Iluizum;\' Frans van Eysinga, uit Wir-dum; Foppe van Camstra, uit Deinum; Ilessel van Feyt-sma, uit Iluizum; diens naamgenoot, uit Peins; Menno van Seheltema, uit Ilallum; Wyger van Sytsma; Rienck Gerlofsz. Hotzema, uit Franeker; Epo van Bootsma, uit Iluizum of Kollum; Frans lluyghes, uit Kollum ; Cornelis Cornelisz; Wilco van Holdinga, uit Anjum; Oabbe Selsma, uit Leeuwarden; Ilessel van Oosthiem, uit Idaarderadeel; Doytze Wingia, uit Bljja ; Douwe van Glins, uit üronnjp; Edo van Heringa, uit Marssum ; alsmede de bovengenoemde Tjerk Walles, Alle Toijes, Hendrik Albertsz. en Gerrit Florisz., allen uit Leeuwarden. Deze 21 personen, die allen op het Verbond der Edelen hadden geteekend, werden met hunne lotgenooten Sjuck van Eminga en I\'ibo van Haerda, die zich, zooals wij zagen, destijds mede te Emden bevonden, benevens iü anderen, bij edict van 9 Januari 15G8 opgeroepen, om te verschijnen. 2) Zij gaven den GOsten dier maand hierover hunne bevreemding aan de Staten van

-ocr page 69-

VEUDONDENK EDELEN.

Friesland te kennen in een gesclirift, waarin zij o. a. zoggen, dat )gt;zij \'t verhoud van de lleeron niet onderteokendquot; hadden , dan nadat do Staten dit hadden goedgevonden. 1)

Tien dagen te voren was inmiddels Edo van Heringa op nieuw en bovendien Cornelia Fonck, gewezen rentmeester van Leeuwarden ingedaagd en den Baton Maart Tjerk Walles »met allon den fugitivenquot;, de eerste twee, om op den i i den Pebr., do laatatbedoelden , om op den laataten Maart, den 7den en l-idon April te Brussel to versclijjnen.

üaar zij wijselijk aan die oproeping geen gehoor gaven, werden dc namen van al die personen, ten getale van 39, den Haten September van dat jaar afgelezen, als zijnde verbannen en hunne goederen verbeurd verklaard, hetgeen bovendien op gelijke wijze den \'iüsten Juni bevorens ook nog had plaats gehad met 42 edelen.

liet is naar onze meening hoogatwaarachijnlijk, dat al deze 81 personen hebben deelgenomen aan het Compromia en behalve dezen nog Edo van Abbema, Alef van Agge-ma, Jan van Bonga, Douwe van Heringa, Jouwe van Heringa, Jelle Jacobsz., Tjalling van Eyainga en een zijner twee broeders Focke of\' Ilitscke, alsmede de vroeger genoemde Willem van Buma, Sjoert van Beyma en Hartman van Galama, alzoo te zamen Ü\'2 personen.

Wij moeten evenwel opmerken, dat het ons slechts van 34 hunner met vol komen e zekerheid bekend is, dat zij zich bij de Verbondene Edelen hebben aangesloten, doch dit sluit de mogelijkheid van deelname der overigen natuurlijk ( niet uit. 2)

1) Gnbboma , t. u. pi., blmlz. 501—508.

ü) In Bijluge B. vindt men oono Naamlijst van Friezen, zoowel van wiu men met zekerheid weet, nis van wie het verondersteld wordt, dat zij aan het Verbond hebben deelgenomen. Men vergelijke imnid-dela het aangehaalde in noot \'2, op bl. (iO.

()7

-ocr page 70-

DE FniESCHE VERDONDENE EDELEN.

Aggoma, Bonga, do beide Heringa\'s, Jellc Jacobsz. en Jelto van Eolsma, wier namen met dio der overige 30 edelen den \'iGsten Juni waren afgelezen, werden den lOden Sept. van dat jaar verbannen en hunne goederen verbeurd verklaard, omdat zij, zooals vroeger reeds is opgemerkt, het »oproerig Verbondtquot; geteekend hadden na het aecoord van 25 Aug. 1500. 1)

Tjalling van Eysinga werd met cenige anderen wegens hunne vlucht en «absentiequot; den Oden Aug. daarna opgeroepen om te verschijnen en vervolgens den I\'iden October verbannen met den aankleve dies, welk vonnis den 20sten Januari van het volgende jaar (1500) in Friesland werd afgekondigd en tevens dat van do zes bovenbedoelde edelen.

Merkwaardig is eene Ordonnantie van 24 Aug. 1508 betreffende do ïGteconfoodereerdenquot;. Daarin wordt bekend gemaakt, dat zij , die niet verbannen of gevlucht waren, »maer altyts iegenwoirdich zyn geweest, ende althans iegen-»woirdich ende present zyndo, hen vyndende belast ende sbeswaert,quot; dat zij hadden onderteekend »seecker gescrift, ïby hun genuempt het Compromis oft de Supplicatie,quot; — dat de zoodanigen zich binnen 30 dagen ter bestemder plaatse moesten «presenteren in Persooneom te verklaren, dat zij den Koning en sonse Moeder der lleyliger »kerckequot; uit volle overtuiging zouden steunen. Werd daaraan niet voldaan, zoo zou tegen hen gehandeld worden , »in alle riguer ende strancheyt van justitie.quot; 2)

1) Zie bl. l;i, 24 on 33—37.

2) Men vindt oen overzicht dor bovoubedoeldc on latere vonnissen in Bijlage JC; /.ie verder Chartcrb. 111, bl. 7-lt;gt; en 752; 737 en 747, te vergelijken met Ant. Jz. in do Vrije Fries, t. a. pi., bl. 439 en Winsemins, Historia, bl. 114; Sent. van AIva, 1)1.1^7 en Kid; Chbk., 111, bl. 7C,-J en de Ordonnantie van \'24 Aug. 15()8, aldaar opbl. 747.

-ocr page 71-

II.

Heiligerlee en Jemmingen.

J)c stand van zaken liet zicli in liet voorjaar van 1508 ernstig aanzien.

Slechts één woord, één wenk, — en do vluchtelingen zouden zich vereenigen, om te herwinnen wat hun ontnomen was of te sterven!

Die tijd was niet verre meer.

Willem van Oranje had zich bij dc komst van Alva naar Dillenburg begeven. Verbannen en vogelvrij verklaard, had dc edele Zwijger de Nederlanden, waar hij nu niet moer veilig was, ontweken, om in Duitschland hulp te zoeken tegen Spanjes overmoed en dwingelandij. Op zijn slot te Dillenburg zou hij zijn plannen uitwerken tot vrijmaking van het verdrukte volk. En die plannen kwamen hierop neder. Aan vier zijden zou men een inval in de Nederlanden doen. Do Prins zou zelf\' met een leger bij Kleefde grenzen overtrekken; een tweede inval zou plaats hebben bij Artois in Henegouwen; oen derde tusschen llijn en Maas en de vierde in het noorden des lands. De tweede en vierde tocht vielen geheel in duigen; voor do eerste onderneming zou men een meer geschikt oogenblik afwachten en bij het vierde plan zullen wij thans wat nader stilstaan.

Op den Oden April 1508 ontving Graaf Lodewijk van Nassau van zijnen broeder Willem van Oranje eenen last-

-ocr page 72-

llEIUOEnLEE EN JEMMINOEN.

brief om volk to werven. Graaf Lode wijk begaf zich hierop naar Oostfriesland, het oord waar zich zoovele ballingen vereenigd hadden. Hij trok naar Leer, waar hem uit Einden zes roodwitte vanen met roodo kruisen werden gezonden. Daar sloten vele vluchtelingen zich bij hem aan. Zeer zeker bevonden zich onder dezen de vroeger genoemde uitgewekene Friesche edelen, als llomme van Hettinga, Sjuck van Eminga, Pibo van iïaerda, ïjalling van Eysinga, Ilessel van Oosthem, Jan van Bonga, alsmede Gabbe Sel-sma, de twee oud-burgemeesters van Leeuwarden Allo Teijcs on Tjerk Walles, van wie het zeker is, dat zij allen bij den slag van Hciligerlee tegenwoordig waren.

Den SOsten dezer maand trok Graaf Lede wijk met deze edele volgelingen de Eems over en maakte zich den 24sten van Arömbergs slot te Wedde meester.

Aremberg zelf was nog steeds afwezig en Segher van Groesbeeck was als zijn plaatsvervanger opgetreden.

Inmiddels had Lodewjjk den dOden April llomme van Hettinga tot hopman benoemd, die terstond aan zijnen luitenant llylcke Hartens of Wilde Hylcke last gaf, om in Kollu-mcrland en Dantumadeel volk te gaan werven. 1) Zekere Dirck Willemsz., die in \'t voorjaar van \'07 nog al veel drukte in Ericslands hoofdstad had veroorzaakt, voegde zich daartoe bij hem. \'2)

70

«Omtrent dese tijt is Wilde Hijlco geweest hier nabij die »stadt van Leeuwerden,quot; zoo schrijft Ant. .loostz., »ende «heeft hemelicken veel burghers ende lantluyden aengeno-smen in den dienst van den Graaf Lodewijck, soggende »hun van \'tsrycx wegen te wesen.quot; \'t Gevolg hiervan was, dat velen «vertrocken vuyt Leeuwerden nae die geu-

1 j Zio over llylcke Marlens: Hij lage C. 2) Bor, t. a. pl., fol. 1()8,

-ocr page 73-

IIEILIGERLEE EN JEMMINGEN.

«sonwaarschijnlijk vooreerst naar Duinwolde in hot Westerkwartier van Oroningon, waar Wilde Ilylcko zijn loopplaats had.

Den volgenden dag, 20 April, verscheon er een plakkaat, dat niemand krijgsvolk mocht werven noch zich in krijgsdienst begeven zonder uitsluitende toestemming van den Koning. 1)

Uit belette echter niet, dat velen zich door do ijverige pogingen van Wilde Ilylcko eerlang lieten vinden, om zich onder do vanen van Graaf Lodcwjjk te scharen. De namen toch van meer dan 230 Friezen zijn bekend, die zich bij hem aansloten.

Den 23sten bevond Wilde Ilylcke zich met Dirck Wil-lemsz. en vier andere gezellen bij het klooster Trimunt, niet ver van gezegde loopplaats. Daar werd hij op dien dag met de overigen gevangen genomen en naar \'t blokhuis te Leeuwcirden gevoerd, \'t Laat zich denken, wat straf hem wachtte. Qroesheeck, die zich dienzclfden dag , op reis naar Groningen, in het Gorkesklooster (in Aohtkarspelen) bevond en wiens soldaten Ilylcke wellicht hadden gevangen genomen , zond terstond van deze gebeurtenis bericht aan Alva. Hij meldt dezen in zijn brief, dat de Geuzen zich in Einden hadden verzameld en dat eenigen naar Friesland gezonden waren , om volk te werven, waarop hij terstond pogingen had aangewend, om dezen te vangen, hetgeen hem dan ook uitstekend was gelukt. Men had een persoon gevangen genomen, die een afschrift had van do » bcstellinghquot;, die Lodewjjk aan diens Kapitein Hettinga had afgegeven en waarvan de schrijver den Hertog eeno copic zond. 2)

1) Charterboek, III, 732.

2) Zie cenc copic dezer „bcstellinghquot; in Aanleckening VU.

71

-ocr page 74-

HEtLIGEIU.KK KN .IEMMINGEN.

Inmiddels had Do Mepscho\'s spie zijn heer en meester van den tocht van Graaf Lodewijk zooveel mogelijk onderricht en De Mepscho had op zijne beurt hiervan bericht gezonden aan Cirroesbeeck, die den \'2\'2sten April van Leeuwarden naar Bergum was vertrokken, om het werven van krijgsvolk door den vijand te beletten, waarvoor Wilde Ilyleke, zooals wij zagen, zich zoo beijverd had. Oroes-beeck had zicli vervolgens over Gerkesklooster naar Groningen begeven, waar hij in den namiddag van den 2 isten aankwam. Daar vernam hij niet alleen de tijding, dat Graaf Lodewijk het huis te Wedde in bezit had genomen en dagelijks meer en moer strijders om zich hoen verzamelde, maar men wist hem ook te vertellen, dat do Geuzen zich zouden inschepen en in den omtrek van Kollum landen , om oen inval in Friesland to doen. 1) Ruimschoots werd hun daarvoor de gelegenheid aangeboden aan de breode monding van het Dockumerdiep. \'2) Van dit een en ander gaf hij terstond kennis aan Alva en meldde hom tevens, dat hij om die reden onmiddelijk bevel had gegeven, dat er zich lOOhar-kebusiors, (30 soldaten en eenigo harkebusiers »a crochetquot; naar die plaats zouden begeven, om den inval te verhinderen. Drie dagen later trokken dan ook stweehondert knechtenquot; onder den hopman Quintyn Lacken van Bueren van Snook »nac Collum, en hebben gelegen tot Collum sonde op die zeedijeken een wijle tijts.quot; Zij legerden zich moer bepaald »bij Colmersyl,quot; waar destijds waarschijnlijk reeds eeno schans, althans cone haven was. .\'i) Uier wachtte men de landing des vjjands af.

1) Vergelijk; Grou. Uijdr. VIII, hl. (Ki.

Ü) /ooiils bekend is, werd die monding in 1quot;-!) afgesloten.

3) Zie K. en N. K. gcschiedk. beschr.. 1)1. (IJ en l\'luatabeselir. van Kollumerlaud c. a., 1ste God., bl. .\'tü en 31.

7i2

-ocr page 75-

IIE1LI0ERLEE EN JEMMINOEN.

Groot was dit aantal manschappen niet, maar de onrustige geest der ingezetenen van Sneek en Leeuwarden liet aan Groesbeeck niet toe, meer volk uit do garnizoenen dier steden te lichten.

De grietenij sColmerlandtquot; kwam het onderhoud dezer manschappen duur te staan , want voor »costcn endo dranckquot; moest zjj niet minder dan 600 car. gld. besteden en ook Oost-Dongeradeel klaagde later, dat zjj vrjj wat had moeten bijdragen »tot victualie endc onderholdinghequot;, ten tijde »als Hopmans kicken knechten gelocht endo foureert zijn ^geweest op Collummerzyl.quot; 1)

De toestand werd steeds bedenkelijker en do waarnemende Stadhouder, die een zeer moeiehjko taak te vervullen had, begreep terecht, dat het zaak was, om tegen het dreigend gevaar de noodigo maatregelen te nemen. Te dien einde riep hij eenigen «van den Ostergo endo Westergo Horenquot; op, om den -Isten Mei »te comparocren in den Cancclerie »by den Blockhuysc binnen Leuerdenwaar hij van do saamgekomenen een eed afvorderde, dat zjj, als \'t zoover mocht komen, Frieslands hoofdstad «solden helpen te do-sfendeoren met lyff endo goedquot; tegen squot; Konings vijanden, snaemlickcn dio Lloesen.quot; (Geuzen).

Velen voldeden hieraan, maar df odeion weigerden en gaven den Stadhouder bij geschrifte te kennen, dat het afnemen van oen nieuwen eed volstrekt niet noodig was; evenwel verklaarden zij, zicii aan don eed to zullen houden, die hunne «Voorvadersquot; indertijd aan den Keizer en daarna aan den Koning hadden afgelegd. 2)

1) Ant. Jz., t. ii. ])l,, 1)1. 434 on „Stimt vnu Expcnsonquot; ciu., aanwezig np liet l\'rov. Archief van Friesland. waarover later meer. — Schotanus, t, a. pi., hl. 749.

2 Ant. Jz., t. a. pl., hl. 434 cn Aanteekening VIII,

73

-ocr page 76-

IIEILIGERLEE EN JEMMINGEN.

Niet alleen te land, ook ter zee wilde de regeering de plannen der Nassausche Graven tegen gaan. Dit werd onvermijdelijk , toen de Graaf van Bossu, Stadhouder van Noordholland, bij brief van 5 Mei nan Alva berichtte, dat een zeeroover, Jan Abels genaamd, zich met twee a drie schepen, ieder bemand met 40 koppen, voor Delfzijl had vertoond, om te verhinderen, dat er levensmiddelen naaide stad Groningen werden vervoerd. Ook schreef Bossu aan verschillende steden en dorpen in zijn gewest over het dreigend gevaar, »want wij hebben verstaan,quot; zoo meldt hij , ))dat die omtrent Emden en \'t Wedde vergadert zijn,

»ettelijke schepen equippeeren ende toeruston, en omme te «version, dat die selve gheene invasie en doen op eenighe svtin zijn Mas. steden.quot; 1)

Alva beval inmiddels aan den Graaf van Mogen, Stadhouder van Gelderland, zorg te dragen, dat Graaf Lodewijk geene hulpbenden uit Duitsohland kreeg, terwijl hij hem meldde, dat Aremberg, die nog te Brussel was, zoo spoedig mogelijk naar het Noorden zou terugkeeren. Weldra begaf deze zich dan ook op weg naar zijn Stadhouderschap en kwam den Vdcn Mei te Arnhem bij Mogen aan , waar hij niouwe tijdingen over de handelingen van Graaf Lodewijk ,

7 i

van de zijnen ontving. Do beide Stadhouders beraadslaagden , wat hun bij dozen stand van zaken te doen stond. Zij oordeelden, dat hot Sardinische regiment, \'1728 man sterk, onder Gonsalvo de Bracamonte, hetwelk toen in den omtrek van don Bosch lag, onverwijld naar hot Noorden moest oprukken. Om dit zoo geheim mogelijk te doen uitvoeren , achtten zij hot don voiligsten weg, om die manschap-

3) „Corr. lt;lu due d\'Albe,quot; enz., bl. 125; V. Gron., „Watergeuzen,quot; hl. alil. noot 4(gt;.

-ocr page 77-

IIEILIGEtlLEE EN JEMMINGEN.

pen te Amsterdam te doen inschepen en ze te Delfzijl ie doen landen. Tevens zouden zij Bossu bericht zenden, om zijne schepen in gereedheid te brengen en in de richting van Delfzijl te zenden. Zij meldden dit terstond aan Al va, die twee dagen later zijne goedkeuring hieraan hechtte en die tevens aan Bracamonte bevel gaf, om dit plan te volvoeren , terwijl hij ook aan Megen gelastte naar het Noorden op te trekken.

Den 41 den Mei was Aremberg te Vollenhove, vanwaar hij don volgenden dag naar Leeuwarden vertrok en is aldaar «tsavonts voor \'t poortsluyten gecomen met ses schepen van sBergum.quot; Groesbeeck, die toen te Groningen was, spoedde zich don volgenden dag naar Leeuwarden, om met Arem-berg over den benarden toestand te spreken, maar keerde den l-iden weder derwaarts.

Welk eeno verandering vond de Friesche Stadhouder in den staat van zaken! Wel bestond er sedert lang eene spanning, eene gisting, maar het zwaard had tot nog toe in de schede gerust! En nu, na eene afwezigheid van eenige maanden, nu zag hij de ballingen te wapen vliegen, zich onder de vanen van een der Verbondene Edelen scharen. En hoewel zulk eene bende van oproerlingen, zoo meende hij, op verre na niet was opgewassen tegen de oude Spaansche gedienden, de oorlogskans, dikwijls zoo grillig, zou mogelijk die bende voor de poorten van Groningen kunnen brengen en dan waren de gevolgen niet te overzien.

Er moest dus met kracht gehandeld worden.

Den 15den Mei schreef do Stadhouder aan Alva, dat Bossu tijdens zijne afwezigheid, volgens een bericht aan Groesbeeck gezonden, don kapitein Boschhuysen had gelast, met eenige oorlogsschepen naar do Zuiderzee te zeilen, maar dat het hem nu beter voorkwam, dien kapitein op

75

-ocr page 78-

7(1 IIEIUOERLEE EN JEMMINGEN.

tc dragen, zich in den omtrok van do Kollumemjl to bo-govon, ton oindc do ontscheping van Bracamonto to bevorderen , die niet volgons het eerste plan to Delfzijl, maar nu to dier plaatse zou trachten te landen.

Doch reeds den volgendon dag meldde Aremberg den Hertog, dat hij bjj nadere overweging Boschhuyson had bevolen, om naar do Eoms to zeilen en daar het oog to houden op eenige groote vijandelijke schepen, die men daar had gezien. Trouwens, hetgeen hij echter niet vooraf kon weten, zjjne tegenwoordigheid werd bij Kollumerzijl ook niet veroischt, want de schepen van Bracamonto werden later genoodzaakt, daar de wind steeds noordelijk bleef, de haven van Harlingen binnen te loopen.

Inmiddels waren de graven van Nassau steeds door een aantal vluchtelingen omringd. In hunne omgeving vinden wij in de eerste plaats Tjalling van Eysinga, «opperste »racdt, monster commissaris ende tresorier generaelverder de beide Leeuwarder burgemeesters Alle Tojjes en Tjerck Walles, van welke do eerste toen als «wacbtraeester,quot; do ander als »raidtquot; in het leger diende. Jlendrick »viiyt de Gulden Hant,quot; die vroeger schepen te Leeuwarden was geweest, bevond er zich ook met zijn zoon en was aangesteld tot »penninckmeesterquot;. Bovendien hadden zich daarheen begeven do advocaat Johannes Basins, later zoo hoog in aanzien bij Willem den Zwijger, benevens zijn ambtgenoot Frans Hemmes, beiden uit Leeuwarden; verder Hossel van Oosthem, Homme van Hettinga en Jan van Bonga, op wiens kosten de moeste Friezen in hot leger van de Nassauscho graven dienden. 1) Do beide laatsten waren hoplieden en evenzoo Wilco van Holdinga, Pybo van Haerda ,

1) Te Water, t. n. jil., 11, 1)1. 25K

-ocr page 79-

HEILIÜEHLEE KNT JEMMINCiEN.

Hossel van Foytsma, Sjuck van Eminga, Erasmus van Douma en Frans Leenaertsz. Huyghes. Ook worden de namen vermeld van Pieter Oraefmeoster, «nu genaempt Snecberger,quot; dio de betrekking waarnam van «artillerie-meester,quot; van Jan Symonsz, Fey Jluytmaker, Abraham Snijder, Jan Sweertvegher en Claos Clockgieter, welke beide laatston busmoesters waren geweest »van de block-buys.quot; Aan üabbe Selama was door Graaf Lodewijk de post opgedragen van eommissaris der harnassen. Lodewijk had een huis te Winschoten voor dat doel bestemd, dat men het »Kommissie-huisquot; noemde, en waar Selsma allen, die zich bij do Nassausche graven aansloten, van harnassen, denkelijk ook van wapenen en misschien zelfs van geld voorzag. 4)

Ongeveer (i a 700 man hadden zich bereid verklaard onder Graaf Lodewijk tegen de Spanjaarden ten strijde te trekken. Hij maakte zich eerlang meester van Appinga-dam, waaruit hij de Spaansche bezetting verdreef en er zijn intrek nam bij den burgemeester Sebastiaan Wubbens, die later zijne gastvrijheid met verbanning door de Spanjaarden moest boeten. 2)

Inmiddels zat Aremberg in spanning over de hulptroepen , hem onder Bracamonte toegezonden. Eindelijk ontving hij den 17den, des avonds omstreeks 5 uur, de voor hem zoo verblijdende tijding, dat Bracamonte, die wegens den voort-durenden noordewind Kollumerzijl niet kon bereiken, voor de haven van Harlingen was aangekomen.

De schepen moesten nog een paar uur wachten op den vloed, eer zij konden binnenloopen, waarna het krijgsvolk

1) Selicltoma, ,.Oii(l en Nieuwquot; enz., II, bl. 152.

2) Destijds bevond zich de bekende Cornells Kempis binnen Ap-pingadam. Over eenc poging, om hem daaruit door de vlucht te redden, zie men het een en ander in Aanteekening IX.

77

-ocr page 80-

eieiligeri.ee en jemningen.

werd ontsclieept cn zich den 19den met spoed op wognanr Leeuwarden begaf. De regeering dier stad weigerde, zoo het schijnt, de manschappen binnen te laten , waarop Bra-camonte ze liet halt houden buiten de poorten op den weg, die daarnaar thans nog den naam van »Spanjaardsdijkjequot; draagt en waar zij , ten aanschouwe van eene groote menigte ingezetenen, die op de wallen stond , »van den raetquot; werden «gespijst met witbrood en wijn.quot; Aremborg had zich reeds den vorigen dag (18 Mei) op reis naar Groningen begeven. lievig door do jicht gekweld, was hij te Leeuwarden »op een stoel sittende int schip gebrocht,quot; zoo verhaalt ons Ant. Joostzoon, »cnde is gereist nae Bergum »ende voorts nae Qroeninghen.quot; Hopman Lacken, die waarschijnlijk zoo lang bij Kollumerzijl had gelegen, alsmede Ernst Mulert trokken ook op dien dag »met vliegende vendeljjnquot; naar Bergum.

Op denzelfden dag, dat de Stadhouder Leeuwarden had verlaten, werden er \'28 ingezetenen dier stad, gebannen wegens sinobedientio, moedtwillicheyt ende ongetrouheyt, be-«weesen jegens Conincklycke Mayesteyt ende zijnen stadt «Leuwarden,quot; met uitdrukkelijk bevel »de Stadt te ruymen «binnen eender wyze, ende \'t Landt binnen den dach van «morgen, bij pene gestraft te worden als Rebellen.quot;

De meesten begaven zich naar Groningerland, voegden zich bij Graaf Lodewijk cn streden bij lleiligerlce.

Den 1 Oden ontving Aremberg een brief van Alva, waarin deze hem o. a. beval, om den gevangene Wilde llylcko, van wien wij boven spraken, met den meesten spoed op te knoopen en in \'t vervolg deze straf toe te passen bij eiken vijand, dieh hij in handen mocht krijgen, terwijl de Stadhouder dienzelfden dag aan de Orietslieden verzocht, hem de namen op te geven van «alle d\' apsenten ende vertoegnc

78

-ocr page 81-

HEILIGERLEE EN JEMMINOEN.

«Personen van uwe Jurisdictie .... specialiter die men hout «voer Goesen.quot;

Aremberg vertrok daarop nog dien dag met zijn krijgsvolk van Hergum naar Kollum, hijzelf waarschijnlijk per schip. Zijne vier vendelen infanterie rukten echter door A-chtkarspelen, ssoe de gemene heer strate daer gelegen is.quot; Ook liracamonte kwam dienzelfden dag van Leeuwarden te Kollum aan, alsmede een vendel soldaten uit het regiment van Schaumburg onder bevel van Hans Conraet, dat uit het garnisoen van Oldenzaai was gelicht. Zjj bleven er «een edtmaelquot; en werden er voor »cost ende dranck bij »den voorsz. ingesetencnquot; ingekwartierd.

])en volgenden morgen rukte het leger naar Groningen op. liet schijnt, dat Hopman Conraet het eerst van Kollum vertrokken is , althans hij kwam drie uren vroeger dan Aremberg en Bracamonte te Groningen aan.

«Het voorghenoemde Cnjghsvolckzoo verhaalt ons Bor, «heeft door die stadt niet mogen passeren, maer sijn aende «quot;Westsijde van Groeningen bij de Cranepoorte over \'t riet-«diepquot; (Ileitdiep) «ende also voorts buyten om die stadt naer «Schuyterdiep ghepasseert,quot; waarna hun in de buitenwijken der stad huisvesting werd aangewezen. Aremberg gaf hierop onmiddehjk aan Alva kennis, dat hij met do 10 vendelen Spanjaarden en 5 vendelen lloogduitschen, tezamen 2()00 man, te Groningen was aangekomen en deelde hem zijne verdere plannen mede. 1)

Terstond zond Aremberg den volgenden dag eenige manschappen op verkenning uit. Eene kleine schermutseling had er plaats, waarbij de Nassauschen eenige manschappen

1) lior, t. n. pi., IV, ](gt;7. — Stukken uit \'t Archief vnn Friesland. — Correap. du due d\'Albe, blndz. 73, 87, enz. — Arch, de la inaisun d\'Orange, 111, bi. \'221. — Ant. Jz., t. a. pl. —Chart, bock, 111, 734 en 735.

70

-ocr page 82-

IIEILlCiEnLEE ION .IEMM1NGEN.

verloren. Don 228ton deod hij zelf nog cene vorkonning , om op do lioogto te komen van do getalsterkte van Lode-wijks leger, doch zonder gunstig gevolg.

Aremberg kon nu beschikken over ecnige vendelen Spanjaarden, sommigen zeggen Hen, anderen zes, te zameu 1000 man , de vier vendels, waarvan Jacob Huisinge overste was , zamen 1 \'200 man, alsmede het vendel onder Hans Coen-raet, dat 400 man bevatte, alzoo over cene krijgsmacht van 2000 man. Mogen was onderweg met nog 1500 man infanterie en vier vendels of ÜOO lichte ruiters, welke laat-sten werden aangevoerd door den Graaf Curtio Martinongo. Sommigen spreken van »vierhondert Spaensche en Albaen-«sche Ruyters.quot; 1)

Do Nassausche Graven hadden ISOOO man voetvolk en 300 ruiters onder hunne bevelen. Daaronder waren, zooals wij zagen, onderscheidene Friezen, edel en onedel.

Aremberg, in de meening verkeerende, dat Lodewjjk met de zijnen do vlucht genomen had, daar hij van stelling veranderd was, begaf\' zich op Zondag den 23sten langs denzelfden weg met zijne troepen in de richting van het Klooster Ileiligcrlee. 2) Daar vond hij den vijand ten G ure in slagorde geschaard, in eeno allergunstigste stelling. De Frieschc Stadhouder wilde echter de komst van zijn ambtgenoot uit Gelderland, den Graaf van Mogen met zijne manschappen afwachten, voordat hij den vijand aanviel.

Mogen toch kon volgons zijne berekening niet verre meer zijn. De Spanjaarden, die de Nassausche benden weinig

1) Dat de krijgsmacht van Miigen bestond uit „vier hondert Spaen-„gchu en Albaenschc Ruyters, emle met omtrent vijfttieu hondert to voete,quot; vermeldt Hor, fol. 1()7 en ook Arend, t. a. pl., bl. 352. Zie voorts: Vrije Fries, XI: .,Ue Slag bij Ileiligerlccquot; en Bosscha, Neêr-lands Heldendaden te Land, I, bladz. 158, in de noot, alsmede: Corresp. du due d\'Albe, bl. 50, (18, 78 en 97.

■2) l)ut het Zondag was, blijkt uit do Archives, III, bl. 223.

80

-ocr page 83-

IIF.ILIGF.nUOK IA\' .IKMMINGEN.

telden, wildon editor van geen uitstol weten en toen Arein-berg weigerde eu bloot\' weigeren. scholden zij hem voor een lafaard, een lutheraan. Zij waren niet meer tegen te houden , zij drongen voorwaarts en het gevecht nam een aanvang.

Twee uren duurde do strijd, waarvan de uitslag was, dat «door haosticheyt van dor Spangiaerts die slach verloren is «geweest, ende (iod betert,quot; zoo klaagt Ant. Jz., smyn «g. l[eer van Arombergho geslagen is ende hebben ses sstucken gescuts mode verloren.quot;

Omstreeks acht uur was de strijd beslist.

Do Spanjaarden waren verslagen en Aremborg sneuvelde. ])och de overwinning werd duur gekocht door den dood van Graaf Adolf, Lodewjjk\'s broeder, die te Wedde werd begraven »mit 70 man de in den slag bleven.quot; 1)

Op welke wijze hij om het leven kwam, is niet bekend; volgons sommigen door de hand van Aremberg.

Hot einde van dozen laatste daarentegen vindt men nauwkeurig geboekt en het verhaal daarvan komt hierop neder. Tegen hot einde van den strijd werd Aremberg, op een schimmel gozetou, dooreen hoop vijanden omringd. Hij klooft menigeen den kop, slaat zich door zijne aanvallers heen, geeft zijn strijdros de sporen en poogt er mede over een hek te springen. Doch het dier, zeker afgemat door den strijd, kan dien sprong niet volbrengen, struikelt en valt met zijn berijder ter aarde. Nauwelijks hebben twee soldaten van Lodewijks benden dit bespeurd, of zij bespringen hun prooi. Maarten, do Tasmaker, uit Amsterdam, gewoonlijk Lichthart gehoo-ten, »een kloek man van gestaltequot;, schoot den Graaf mot een lang roer ia den hals, tusschen den stalen kraag van zijn harnas en het heimet. «Ik ben de Graaf van Aremberg,quot;

1) Ant. Jz., t. n. pi., 437; Arcliivia, 111. en Kronyk van lleugurs, 1, :ïJ7.

U

Hi

-ocr page 84-

IIKIUGERI.En: EX JKMMINOEN.

riep do gewonde, »neemt mjj gevangen en bergt mijn Maar Maarten antwoordde: «Gij zijt juist den man, dien ik zoek.quot; De andere, een Fries, Sybrand Sickesz., sloeg den Graaf met zijn roer op het heimet, zoodat deze van het paard tuimelde. Daarop gaf\' hij den ongelukkige nog eenige slagen, zoodat het bloed hem uit neus en mond spatte. Weldra blies hun slachtoffer don laatsten adem uit.

Terstond hierop brachten zij het paard bij Graaf\'Lodewijk en verhaalden hem wat er gebeurd was. Toen deze echter vernam, dat zij Aremberg vermoord hadden, gaf hij ten antwoord: »Ik had liever gezien, dat gij mij den man «levendig geleverd had, doch nu het gedaan is, kan ik u «daarvoor niet straffen.quot; liet lijk werd op een baar gelegd en in de kerk van lleiligerlee begraven. Maarten werd kort daarna doodgeschoten door Aremberg\'s page, die verbitterd was over den smaad zijnen meester aangedaan, en Sybrand Sickesz., die later door de Spanjaarden werd gevangen genomen, moest den iöden Sept. i57i te Amsterdam zijn leven aan de galg boeten, i)

Zoo eindigde de eerste veldslag tusschen Alva\'s benden en de verdrevene Nederlanders!

Behalve een grooten buit bemachtigde Lodewijk ook de zes veldstukken, die Aremberg uit Groningen naar het slagveld had medegenomen. 2)

82

Megen had den vorigen dag Zuidlaren bereikt en was op den middag van den noodlottigen dag vandaar verder getrokken. De vluchtelingen, die hem onderweg ontmoetten , deelden hem do tijding van den treurigen afloop mede, zoodat hij zich daarop naar Groningen begaf, om die stad tegen een aanval te verzekeren, waar hij den

1) Zie: „Oud en Nieuw uit ilc Vaderl. Gosch.quot;, door Schcltoma, 11, 14!). 2) Zie over die veldstukken o. a. liossclm, t. a. pl.,bl. 154.

-ocr page 85-

HLll.l(iKIU.i;i\'; KN JK.MMINHKNquot;.

258ten Mei aankwam, doch zonder do ruiterij, die liij vermoedelijk to Zuidiaren had achtergelaten.

»Jacob Huizingen volck toech nae Lewerdenquot; op dien-zelfden dag, waar het ))gans weerloos onde sonder geweerquot; den 29sten of 30sten Mei aankwam en eveneens Groes-beeck, die echter weder den volgenden dag naar Groningen ging, terwijl do vendels van Iluisinge eerst in de volgende maand (\'2() Juni) wel uitgerust weder derwaarts trokken.

Alva , niet weinig vertoornd over den nederlaag door zijne troepen bij Ileiligerlec ondergaan, besloot zelf naar het Noorden op te rukken. Vóór zijn vertrek echter liet hij te Brussel, tot schrik der bevolking, onderscheidene personen onthoofden, zooals wij zagen, ook Bey ma en Galama.

Inmiddels werd hij voortdurend nauwkeurig door Megen op de hoogte geholpen van de bewegingen van Graaf Lo-dewjjk\'s leger en toen hij vernomen had, dat eenige schepen op de Eems den toevoer naar Groningen beletten, verzocht hij Megen hem hiervan terstond nader bericht te zenden. Deze meldde hem den 5den Juni, dat hij er vooralsnog weinig meer van wist, dan dat de zeeroover Jan Abels zich daar ophield met een Jacht en een carweel. Bossu moest zijns inziens maatregelen nemen, om geschikte vaartuigen naar de Eems te zenden, ten einde de Geuzen vandaar te verdrijven. 1)

Lodewijk had zich na de overwinning bij lleiligerlee nog eenige dagen in het klooster opgehouden met het plan, om zich vervolgens van Groningen meester te maken , doch dit scheen hem niet uitvoerbaar te zijn. Zijn vijand was trouwens in getalsterkte aanmerkelijk aangegroeid. Toch heb-

1) Corn sj). du due d\'Albc, 1)1. 97 cu 141, alsmede 1)1. 125; Seho-tuuus, t. a. pi., bi. 751; Gron. Bijdragou, VII, -\'7lt;gt; en bladz. 58 hiervoor.

83

-ocr page 86-

IIKILiaUDI.KIO EN IKMMINGKS\'.

ben sommigen hem beschuldigd, dat liij een slecht gebruik van zijne overwinning maakte, «met Pannekoeckon on stilliggen,quot; zooals Schotanus het uitdrukt, »den tjjdt endo des Crijchsvolcks soldije verteerende.quot; I)

Mogon had van Alva den raad ontvangen eone afwachtende houding aan te nemen, op hoop, dat Graaf Lodewijk uit geldgebrek door zijne krijgers zou worden verlaten. En waarlijk, hiervoor bestond veel kans, want slechts mot moeite kon hij zijne benden van het noodige voorzien, te meer daar Boshuyzen mot acht oorlogschepen voor Delfzijl kruiste, üm die reden gaf Lodewijk, namens zijn broeder Willem I, den Isten Juli aan Dirck Sonoy en Ilendrick Thomasz. bestellingbrie ven, om de vijandelijke schepen te vermeesteren, onder voorwaarde, dat zij hem het veroverde geschut zouden overleveren. Zij voegden zich met hunne schepen bij die van «Tan Abels en het duurde niet lang, of deze dappere zeelieden raakten slaags mot do vijandelijke vloot. Sonoy en do zijnen telden volgens het bericht van een spie aan Mcgen, den loden Juli, zeventien schepen met zevenhonderd koppen bemand. Deze spie hield het er voor, dat ze zich dien eigen dag ton strijde bereidden, hetgeen Mogen zeer waarschijnlijk voorkwam, zoo meldt hij Alva, daar hij in den namiddag eenigo kanonschoten had meenen te hooren. En hij had juist gehoord. Men had de vijandelijke vloot willen aantasten , maar Boshuyzen, vreezendo niet bestand te zijn tegen den voorgenomen aanval, heesch de zeilen en nam de vlucht in volle zoo, dooide Geuzen vervolgd , die zich van oen paar groote schepen meester maakten en zich daarmede naar Delfzijl begaven. 2)

1) Alilanr, til. 751.

•J) Hor, IV, Kil). — Corrusp. 149. — Van Vloten, t. a. pi., 1, l i.\'). — V. Oron., t. a. pl., bl. .\'tO.

-ocr page 87-

lIEIUdKlll.KE EN JEMMINCIEN.

de kapiteins van Lodewijks voetvolk komen o. a. voor: Wilhelm van Dockum, «IJmmel van Leeuwaerdenquot;, llomme van Hettinga en Jan van lionga, terwijl ook een der Galama\'s en Ilomme van Camstra zich in zijn leger bevonden.

Alva rukte dienzelfden dag, dat Inj te Groningen was gekomen, tegen Lodewijk op en verjoeg hem, zoodat deze zijn legerplaats opsloeg bij Jemmingen, gelegen aan den linkeroever der Eems. Don volgenden dag trok Alva naar Slochteren, versterkte bet kasteel te Wedde en begaf zich verder naar Reyde, waar hij den 20stcn aankwam , om des anderen daags tegen Graaf Lodewijk op to rukken. Des morgens werd do eerste aanval door de Spanjaarden ondernomen en langzamerhand geraakten de beide legers slaags. Maar de muitende en onwillige benden van Lodewijk waren tot geen vechten te bewegen. Zij riepen om geld en bleven, niettegenstaande smeeken en dreigen, volstandig weigeren. Hoe meer de Spaanschen kwamen aanstormen, des te grooter werd de verwarring in Lodewijks leger, dat spoedig geheel en al verslagen was, met verlies van den ganschen legertros. 1)

Zoo werd dan op den 21 sten Juli door de slag bij Jemmingen de overwinning bij Ileiligerlee te niet gedaan!

Groot was de slachting, door den vijand aangericht. Bovendien vonden velen hun dood in do Eems; slechts enkelen ontkwamen , onder welken de dappere Lodewijk, Tjalling van Eysinga, Galama, Bonga en de tromslager Sybrant Sickesz., die handdadig was geweest bij het ombrengen van den Graaf van Aremberg.

85

Van Galama vindt men aangeteekend, dat hij, «vluchtende »door een hoop Spanjaarden vervolgd, stand hield, de vjj-

1) Vergelijk: Gron. Bijdr,, dl. IX, hl. 105, noot \'J.

-ocr page 88-

IIEIUGERI.EE EM JEMMIMCiEN.

«ancien afsneed en versloeg eu een groeten buit met zich «voerde.quot; 1)

De bekende Jan Abels en Willem Jansz. (van Solwerd), ilio bjj hem in dienst was, «voeren met heur schip daer-«omtrent tot tweemalen toe, en berchden veel volcx met «heur schip, die uite slach ontloopen waren, brengende de-«zelfden tot Empden, die daer ynne gelaten werden; ende «worden noch veel meer ander gebercht met schuyten ende «ander schepen.quot; 2)

Alva bleef naar het toenmalig krijgsgebruik drie dagen oj) het slagveld.

Inmiddels was er vrij wat noodig, om in de behoeften van zijn leger te voorzien.

«Des anderen daechs nae den slach, werdt van Leeu-«werden veel voorraedt van Leeftocht nae Alva\'s Leger ghevoert.\'\' 3)

Maar \'t schijnt, dat ook naburige grietenijen nog al het een en ander, zooals wagens, paarden en mondvoorraad moesten leveren. Voor Kollumerland beiiep dit 700 car. gld.; Achtkarspelen moest «20 waegens met fuerluyden tot «profite van den Mat. syn excellentie van tfoer victualie van «Gronyngen naor Jemmyngequot; leveren, hetgeen den ingese-tenen «ider wagen vyer g. gld.quot; kostte; eu later kwam daarbij nog «de schade do sy hebben geleden aen waegens «ende peerden.quot; Ook Oostdongeradeel moest «deur bevel «van zijn Ex\'\', nae Groeninghen eenige waegensquot; zenden. Westdongoradeel klaagde later ook niet weinig over hetgeen

li Het is niet zeker welke Galama de hierbedoelde is geweest. l)c gescliiedschrijvcrs spreken nu eens van Senrp, dun weder viui Donwe. Men zie diiiirover meer in liijluge C, op: Galama.

IJ) V. Vloten, t. u. pi., I, ld. 14\'l (noot).

.\'1) Seliotnnus, (. n. pl. , 1)1.

80

-ocr page 89-

lIKIUGEni.KK ES .1EMMINGEN.

Graaf Lodewjjk was in het laatst van Juni naar het klooster Sclwerd getrokken, had daar enkele scliennutselin-gen mot den vijand, o. a. den 22sten met de ruiters van Martinengo, maar daar bleef het bjj. Doch een dreigend onwedor pakte zich samen. De ijzeren Hertog, die met bitteren spijt de nederlaag dor Spanjaarden bij Jleiligerleo had vernomen, had onmiddehjk het gevaar overzien onbesloten zich mot eene aanzienlijke krijgsmacht naar de plaats des onheils te begeven. Het verlies der stad Groningen zou do zaak des Konings in \'t Noorden ernstig kunnen bedreigen. Er moest dus zonder aarzelen gehandeld worden en daarvoor was Al va de juiste persoon.

Don SGsten Juni had hij Brussel verlaten en kwam Woensdag den 14den Juli te Rolde aan, denzelfden dag, waarop Groesbeeck Graaf Lodewjjk van Winsum verdreef, die daarop van Selwerd opbrak, met hot plan zich naar Oost-Friesland te begeven, en zicii bij Hoogerbrug versterkte. Op den volgenden dag, oven vóór den middag, kwam de Hertog met drie torcio\'s of regimenten Spaansch voetvolk . drie compagniën lichte ruiterij en een cornet ruiters voor do stad Groningen. Het bevel der ruiterij was opgedragen, naar het schijnt, aan Cesare Gonzaga of Davolos en aan Martinengo. Alva ))is by heeropoort tbolwerck opgereden ,quot; zoo verhaalt ons Ant. Joostz., i.cndo sonder eten sonde drincken Kbbinghapoort vuytgeroden.quot; Hot was »een schoon hoop volex van goede oude ervarene wel ge-»oeffendo soldaten , by hem hebbende \'t voorsz. geschut met seen goet getal schipbruggen, die hem uyt Hrabant op «wagens nacr gevoert zijn, bequaem /.ijiule, om een reviero »inder haest over te bruggen, welcke wagens met schip-»bruggen nochtans binnen Grocningen opto Marct zijn blij-sven staen, maar het crijghsvole is datehjek sonder rusten

87

-ocr page 90-

lllill.lliKUI.iaC KN JliMMINdKX.

vdc Ileerpoorto in, dwars door de Stadt tot dioandersijdo )gt;do Botteringe poorte weder uyt getogen, daer het ander »crijgli8volc was gelegert. Do llertoge van Alva ia met «zijnen Soon den groot Prior van Malta ende sijn Ilofge-)gt;zin niet een deel Ruyteren van do lleerepoorte om de »veste ghereden tot do Botteringe poorte toe, sonder in de »stadt te komen.quot; 1)

Al va had nu over eene geduchte macht te beschikken. Behalve het krijgsvolk, dat hij met zich mede had gevoerd , waren reeds 18 Juni Billy met vijf vendelen en 19 Juni Chiapin Vitelli met 10 vendelen van Gilles van Barlay-mont, lieer van lliergos, to Groningen aangekomen. Het schijnt wel, dat de vendelen van Barlaymont door Kollu-merland waren getrokken, althans in zekere staat van wExpenson ende uytgavenquot; van dio grietenij leest men: »Ende hebben die thyen vendels waelen van den heer mon-ssuyer 1 lierges ofte Barlemontquot; (naar?) «Groningen drie «edtmael cost ende dranck van do voorsz. ingesetenen ge-))hadt.quot; \'t Kan ook zijn, dat dit op de terugreis geschiedde , zooals dit het geval was met de vier vendels, die van Groningen terugkomende, door Achtkarspelen trokken.

Voorts was mede op don i Oden der vorige maand het paardevolk van Hertog Erie van Brunswijk, ten getalsterkte van 1OUO man, te Groningen aangekomen.

Het leger, waarmede Alva nu tegen Graaf Lodewijk optrok, bestond uit 17000 man voetvolk en MOO man ruiterij, terwijl dat van den laatste 25 vendels of 7000 a 8000 man voetvolk en \'200 man ruiterij beliep. 2) Onder

1) Vrije Vries, (Ant. J/,.), IX, bl. — Gron. Bijdr., dl. VII, 1)1. \'27(i. — Hor, t. a. pi., fol. 174. — V. Vlotin, t. a. pi., 1, bl.

en Corr., bl. 149 (10 Juli). Kronyk van llcngcrs, I, .\'t\'i-.

2) Zie de aangehaalde bronnen en Arch. d. 1. m. d\'Orango, III, 1328 tot 237.

88

-ocr page 91-

IIEII.KIEHLKIJ EN IKMMINT.KN.

«zij tot wagens ende peerdon te coste heft moeten doen ., . ))in tijde dyo Excellentie van den Hertooghe van Aylvaquot; (sic!) »gucverneur etc., te Gronyngen was.quot; 1)

Den \'i^wten Juli rukte de Jlertog weder naar Uroningen up en begaf\' zich den volgenden dag naar Delfzijl , waar hij eene vesting wilde aanleggen, om het begunstigen der «kettersquot; door de stad Einden te verhinderen, welke sterkte Marsburg zou worden genoemd. Dit kwam evenmin tot stand als het ontworpen kasteel te Groningen, waarvoor de plaats door Alva\'s ingenieurs reeds was bepaald.

De Hertog keerde naar Groningen terug, bleef er nog zeven dagen en nam toen den terugtocht aan naar liet Zuiden.

Een gedeelte van Alva\'s benden, met name «vyer fen-«delyn waelen met mijn Heer van Barlemont van Gronyn-»gen onder anderen afgecomenquot; trokken door Achtkarspe-len en vervolgens naar Leeuwarden. Deze vendels beliepen te zamen, »ongetelt wijven of vrouwen ende jongen,quot; 1000, die «dre etmalenquot; in de grietenij vertoefden en aan «wijn, clcyn broot ende varsch Heyschquot; gedurende dien tijd 3000 car gids. verteerden. 2)

De Graaf van Megen was inmiddels Aremberg als Stadhouder over dit gewest opgevolgd, hoewel de weduwe van Aremberg gaarne haren oudsten zoon als zoodanig had zien benoemd en er bij de Staten van Friesland dan ook op aangedrongen bad, om daarvoor hunne moeite te doen. Overigens had zij de Staten hare verwondering te kennen gegeven, dat zij «niemandt inne werreldtt niett en «hebben geschicktt, die hoer Oenede hoer leedt beclaegde.quot;

1) Moe rgcmclde ..Stunt van Kxpenscnquot;, aanwezig op \'t Archief van Friesland.

2) Meergenoemde „Staat van Expensenquot;. — Scliotamis, 1)1. 751.

89

-ocr page 92-

Hl-.lUGEIiLKi: EN IKMMINOEN.

Hierop betuigden de Staten, met de noodige verontschuldigingen , «dat hun de doot endo verlies\'^ van hun Stadhouder xzeer leedt is, ende dat \\vy zyn doot zeer beclae-»ghen, ende deshalven mit haer Gnaden ende iiaer Edel-«lieyta kynderon droevich zyn.quot; 1)

De nieuw benoemde Stadiiouder had inmiddels den 4den Aug. te Leeuwarden een plakkaat laten uitvaardigen. waarbij bevolen werd, »alsoe Oodt Almachtich een seor wonderlieke

sende sehoone victorie..... verleent heeft omtrent Jem-

smighen in Eemderlant, iegens zijne Maiestoyts llebellen «ende Moetwil\'igen , die men den Qeusen genoempt heeft om in alle grietenijen, )gt;in allen Prochien kereken, den svyftiendon deeser maent,quot; te doen houden, «solemneele «ende behoirlicke procession.quot; 2)

Nadat do Graaf van Mogen, zooals boven is opgemerkt, twintig dagen later (\'ii Aug.), namens don Hertog van Alva , had laten bekend maken, dat de Verbondene edelen onder zekere voorwaarden «gratie ende perdoenquot; konden verkrijgen , beval hij den 25sten dier maand (Aug.) aan al de griotslioden, om hom ton spoedigste do namen op te geven van hen, «die hun ten dienste van Graeff Lodewick be-»geven hebben.quot; 3) En dat hieraan werd voldaan, blijkt wel gonoogzaam uit do Vonnissen van Mei 15()!), waarbij zulk een groot getal Friezen om die roden word verbannen.

Volgens eone opgave uit die dagen beliep het getal edellieden, burgers en landlieden, uit de verschillende atoden en grietenijen van Friesland, die sedert de troebelen van het jaar 1560 tot in 156!» geëxecuteerd en uit deu lande

Ij 7,ii Cliartcrboi\'k, III. bl. /40, 7*11, 745 en 751-

2) Chartorbock van Friesland, 111, 743.

,\'lt;) Aldaar , bl. 747 en 748 en bl. (gt;8 hiervoor.

!»(!

-ocr page 93-

HEIUOERLErC EN JEMMINGEN.

gebannen waren: .\'MO personen, welk cijfer echter later nog aanzienlijk werd overtroffen, i)

Tengevolge de nederlaag, die de volgelingen van Lodc-wjjk van Nassau bij Jemmingen hadden geleden, waren de ballingen her- en derwaarts verstrooid. Waarheen en wat nu te doen tot afbreuk des vijands, tot herkrijging dei-vrijheid in kerk en in staat!

I Wordt i\'ci\'t\'tiliji1.1

1) Over do slagen bij Heiligerlee en Jemmingen kun ini\'ii In t een en ander vinden bij de gcsohicdschrijvers Hor, Winsemius, Schotanus, Arend en van Vloten, de Kronyk van Uengers ten l\'ost, enz., maar vooral in de meergemelde „Corresp. dn due d\' Albequot; en Archives de la maison d\'Orange, I, alsmede in de Gron. Hijdr., VII, 277.

Meer in \'t bijzonder over den slag bij Hp/V/jrer/ee, de verhandeling van Dr. Hisseho]) in dl. XI van De Vrije Fries, waar o. a. in Aant. 5 ook onderscheidene bronnen worden aangehaald. Die geleerde schrijver schijnt de Kronyk van Uengers niet gekend, althans niet gebruikt te hebben. (Uengers geb. 151\'i en overl. l(i-J(gt;.) Verder werd door Prof. U. Fruin in April 18(gt;8 geschreven: „De overwinning bij lleiligerleequot;. uitgegeven door de Maatsch. ..Tot Nut van \'t Algemeen.quot;

Over den Graaf van Aremberg , die van 1548—15()8 Stadhouder van Friesland enz. was, zie men o. a. de Friesche Volksalmanak van 181!) en Bor, t. a. pl., op bet jaar l.r)()8. Over zijn uiteinde zie men het werk van Scheltema, door mij op bladz. 82 aangehaald. Zijn lijk werd in de kerk te lleiligerlee begraven, „met zeeven houten beeldekensquot;, zegt Gabbema, (Leenw., bl. 513), waar tevens een iatijnsch jaardicht wordt aangehaald , vervaardigd door den meergemelden uitgeweken Leeuwarder Burgemeester \'Vjerk Walles, hetwelk Gabbema aldus vertaald ;

„Ligne, om der beelden wil, gy meenig mensch quaamt doodi n .

„Daarom in d\' aarde neem met u deez\' houten gooden.quot;

In de Grou. Bijdr., dl. Ill, blad/. li()7 komt voor eeue verhandeling: „Over het graf van Johan de Ligne, graaf van Aremberg.quot;

Men zie voorts meerdere Aant. hierover, alsmede eeue Naamlijst van strijders bij lleiligerlee en Jemmingen onder Graaf Lodewijk. en van andere Ballingen, in Bijlage C.

!»!

-ocr page 94-
-ocr page 95-

III.

De Friesche Watergeuzen.

»l[un besluit was spoedig genomen; zij stellen vast, hun «geluk op do zee, op welke velen reeds voorheen gezworven «hadden , te beproeven ; zij zullen aldaar den vijand afbreuk »doen en te zijnen koste leven.quot; 2)

Zooals wij vroeger reeds hebben opgemerkt, was de latei-zoo bekende Dockumer zeeman Jan Abels reeds in Mei en Juni 1508 Graaf\' Lodewijk, toen deze zich in Groningerland bevond, van Emden uit behulpzaam, om hem van levensmiddelen te voorzien. 3)

Tien jaren te voren, 5 April 1558, was Abels, evenals zijn broeder Tamme in \'t vorige jaar (28 April 1557), door Burgemeester en Raden van Groningen aangesteld tot »ka-»piteyn ende hoeftman mit synen Knechten en boetzkyn-»deren, om onse viandenquot; (de zeeroovers) «te vervolghen »ende nedertholeggen.quot; Tamme was meer in \'t bijzonder aangesteld, om de koopvaarders, die naar Bremen euiram-burg voeren, tegen de zeeroovers te beschermen. 4)

1) Du twee eerste vellen van dit opstel, (zie hiervoor bl. I tot .\'12), waren, tcngovolgo vau een misverstand reeds afgedrukt, vóórdat de schrijver daarvan kennis had. üc voornaamsto fouten en misstellingen daar en elders voorkomende, zullen ann liet slot dezer Ver-handeling worden aangewezen en verbeterd.

2) De Jonge, Neêrl. Zeewezen, I, bl. 11!).

3) Uladz. /4 en 88 hierv. — Van Gron., t. a. pi., bl. 30 (noot 4()) en bl. 135; Corresp. du duo d\'Albe , 1)1. 123 cn Archives, t. a. pl., 111, bl, 232.

4) Stukken op \'t Gron. Archief; zie; Keith\'s Register, op 1557 , no.

7

-ocr page 96-

UK I111ESC1II\';

Later echter, toen de zaken eeno andere wending namen , verbonden zij zich, evenals hun broeder Focke, aan de zaak der vrijheid. Zij namen vervolgens niet weinig deel aan de tochten der ballingen en behoorden tot de meest geduchte Watergeuzen, i)

Zonder twijfel hebben zich vele ballingen , na den onge-lukkigen afloop van Lodewjjk\'s tochten in Groningerland , op zee begeven, om daar hun geluk te beproeven en den vijand afbreuk te doen. Lodewijk had reeds den Iston Juli 1568, dus kort vóór den slag van Jemmingen, namens den Prins van Oranje, bestellingsbrieven uitgereikt aan Diederick Sonoy en Hendrick Thomasz., met last, om «de vijanden van den Prins, hunne schepen en goederen , «met geweld afin te grijpen en te beoorlogen.quot; Doch de zwerftochten, die zij ondernamen, waren aanvankelijk ingericht op kleine schaal, zonder een bepaald opperhoofd, noch met een vooraf beraamd plan. Wel had Willem van Oranje Joan Baai us, «een Friesch Rechts-geleerdedie zeer hoog bij hem stond aangeschreven, naar de ballingen gezonden, »die te Embden ende te Wesel schuyldenom hen tot medewerking op te wekken en waren velen bereid aan dien roepstem gehoor te geven, maar de noodige eenheid ontbrak, om iets met goed gevolg uit te werken. \'2)

8 rn 1558, no. 7. — Van Gron., t. a. pi., hl. 29 cu 135, nn Carolus. C. de Robles, bladz. 8. Dut aan Jan Abels door liet llof van Friesland was opgedragen, om do zeeroovers te bekampen. zooals v. Gron. op het voetspoor van Carolus schijnt te mecneu, hoewel Carolus alleen van het Hof (Senatus) spreekt, zonder bijvoeging, welk Hof, is dus volgens het bovenstaande onjuist.

1) Zie over: Jan, Tamme en Fucke Abels en hunne verwantsrhap, Bijlage U.

ü) Schotanus, t. a. pl. , bl, 755, — Over Joan Basitu zie men in Bijlage C en bl. 7lt;gt; hiervoor.

-ocr page 97-

WATEIUIEUZEN.

Dit zag Willem van Oranje dan ook duidelijk in en om hierin te voorzien, stelde hij in Augustus 15(5!) Adriaan van Bergen, lieer van Dolhain, tot admiraal en opperbevelhebber aan over de gouzenschepen. Deze bleek echter geheel ongeschikt te zijn voor do vervulling van die moeie-Ijjke taak en reeds in \'t volgende jaar werd hij door Ouis-lain de Fiennes, Heer van Lumbres, vervangen , die aan de zaak der vrijheid betere diensten bewees. 1)

In dezelfde maand, dat Dolhain tot Admiraal was benoemd , gingen enkele ballingen den 15den Aug. met elkander een verbond aan, welk feit men over het algemeen als het aanvangspunt beschouwt van een geregelden strijd der uitgewekenen tegen Spanje en het is van dien tijd af, dat de zwervende ballingen meer bepaald onder den naam van Watergeuzen bekend zijn.

«Alzoe op voirleden jaren,quot; dus vangt dit geschrift aan, ))het meeste deel van den adel zoo wol uwt friesland , hol-slant en dese Landen verjacht zijn wt haren vaders landen , ))verlatende goet, wijff ende kinderen,quot; zoo verbonden zij zich «met allen haren goederen lyff ende leven metten an-j)deren op te zetten, streckende ende tenderende alleenlyck »tot afbreek, vernielinghe ende anulacie van den Due de «Alba met synen bloidige adherenten,quot; alsmede om »te »weghen te brengen, dat het waeraftighe Oodts woirt ver-»cundicht ende gepredickt werde.quot; De Prins had hun

1) Van Groningen, t. n. pi., W. 38, 4!) on 57: Bor, t. n. pl., V, bl. 2ÜS vso.; Van Vloten, t. n. pl. (cd. 1858), bl. 15(i—Kil. — In eeno bekentenis van zekeren Watergeus Lneas Thijes van Cumpen, van 5 Oct. 15(i9, wordt van Dolhain gezegd: „hotnmo maigre a pe-„titu barbe et vêstu d\'ung sayon verd ii manches pendentes.quot; Corresp. de Friae, aanwezig op \'t Belgisch Archief, mij medegedeeld door den lieer Rengera van Nacrascn. — Zie ook; Bor, t. a. pl., V. bl. \'J.\'i.\'* en L\'.\'M.

-ocr page 98-

1)K IHIESClIf;

sbestellingo gegundt,quot; om »te waeter ende te landen, aen-sslaghen te doen tot afbreek van Ducq de Alba, om onsen »viand daer het ons meest ende best ghelegen ende goedt «duneken sal,quot; te beschadigen. »Dienende mede tot ontset »van myn heere de l\'rincen.quot;

Ten slotte komen zij overeen, «dat niemants van onsen »met syn eigen voirnemen eenighen aenslach beginnen ende »ter hant slaen sal noch aenvanghen, sonder weeten ende ssluyten van onsen allen ghemeender Kaedt ende advys.quot; Van de »buiten ende prijsenquot; zou do eene helft zijn »tot »behoif des doirluchtige heere den Prince van Oraignequot; en de andere helft «voir die scippers, boitslieden, lants knech-»ten naer ordonnantie daeraf sjjnde.quot;

Deze acte werd opgemaakt door J. Coornhert, «Imperial »openbaer Notarysquot; en onderteekend door Albrecht van Egmond , Lodewijk van Brederode, Crispinus van Solbrugge, Barthold Entens van Mentheda en Jelte van Eelsma, terwijl «capitein Meinert Friesequot; niet schrijven kon en met een kruisje teekende. 1)

Zooals wij vroeger gezien hebben was Eelsma een Fries en vermoedelijk ook de laatstgenoemde. Eelsma, die mogelijk op het Verbond der Edelen had geteekend , was verbannen en vervolgens naar Einden gevlucht, waar hij een schip uitgerust en zich bij de vrijbuiters had gevoegd.

Hd

Overigens treffen wij nog vele andere Friesche ballingen aan, die zich onder de Watergeuzen begaven, en die wij vroeger als leden der Verbondene Edelen of strijders bij Ileiligerlee en Jemmingen hebben ontmoet, zooals: Jan van Bonga, Sjuck van Eminga, Pibo van Haerda, Duco en

1) Tc Water, t. a. pl.. lil, bl. 45/ en IV , bl. 27lt;i. — Van Grou,, t. a. pl., i. t\'.

-ocr page 99-

\\\\ AÏKRClil ZKN.

Homme van llettinga, Hero van Hottinga en Wyger van Sytsnia. Verder komen als Friesche Watergeuzen , behalve Focke, Jan en Tamme Abels, nog voor: Wibo van Grove-stins, Pieter do Jonge, Pieter en Wibe Syurdtsz,, Pier Smit, Wibo Tjarrels, Tjepke Wigers, Andries, Egbert en Jurriën Wjjbrandtsz. en anderen. 1)

Inmiddels had de Stadhouder van Megen in den aanvang van 1500 eene ordonnantie uitgevaardigd, gedagteekend \'26 Januari, om »ecnen bequaem middelquot; te beramen tegen de aanslagen der ballingen, of\' zooals hij ze noemde, «Qewal-»denaers , Knevelaers ende andere Rabauwenwier wraakzuchtige bedoelingen niet weinig strekten »tot grootenjani-»mer, verdriet ende confuysquot; van de achtergeblevenen. In die ordonnantie werd den ingezetenen gelast, om de handelingen dezer «pyratenquot; krachtig tegen te staan, »\'t zy »mit generaele waeckinghe, \'t deppen der doeken, ofte Mvnderains als ghy aldervoegelicxt \'t zelve te wercke zult sconnen bringcn.quot; Voldeden zij daaraan niet en mocht het blijken, dat er door td\' Ingesetenen deeser Landen ghccn «middel tot huer eygen beschut ende beschermenisse gevon-»den en worde,quot; dan kon men verzekerd zijn, dat er een behoorlijk getal van »Spaonsche ende Walsche Knechtenquot; dit gewest weldra zou binnenrukken en men wist, wat dat beteekende.

De Stadhouder, overtuigd, dat zulk een bezoek den ingezetenen geenszins aangenaam was, voegt er dan ook met nadruk bij: «wacr toe ghy gedachtig moecht weesen.quot;

Tevens werd gelast het vroeger vermelde Plakkaat van 20 Juni 1508 met «die namen van den Personen, wiens goe-

1) Zie over lt;leze personen liierna in don tekst, alsmede Bijlage D, wanrin de namen eu eenige levensbijzonderlieden der ons bokende Friesche Watergeulen zijn vermeld.

1)7

-ocr page 100-

!)8 UK IHIKSCHK

»dcren bij sontentio goconfisceort zynquot; te publiceercn. En daar liij er aan twijfelde of zulks wel met gepasten spoed zou geschieden, beveelt hij uitdrukkelijk, dat men hem zou melden »den dach wanneer gliy zulcx ghedaen suit «hebben, zonder van des te weesen in ghebreecke.quot;

Ruim drie maanden later (4 Mei) werd er namens den Koning eene ordonnantie gepubliceerd, inhoudende, dat niemand zich ergens metterwoon mocht vestigen , tenzij voorzien van een «goede deuchdelicke certificaetie van luieren l\'astoe-«ren,- Officieren ende Wethoudersquot; van de plaats, waar zij het laatst gewoond hadden. Daaruit moest blijken, »dat zy naldaer eerlicken geleeft, geconverscert, ende als goede «Catholicxe Chrysten iuyden toebehoirt, hen gedraegen «hebben, ende dat zy oick van daer uyt geen andere «quado oirsaecken vertrocken ende gescheyden en zyn.quot; Dezulken moesten verder beloven en verklaren, dat zij getrouw zouden zijn en blijven aan «die olde Chrystelicke ïende Oatholicxe Religiequot; en zich niet zouden inlaten met hen, »die hen anders souden willen persuaderen,quot; Overigens werd aan «Grietslieden ende Wethoudersquot; strengelijk gelast, om hierin «goede diiigeritie te doen, ende parti-«nente informatie te neemen jegens die Overtreeders van «deese onse ordonnantie ende bevelen; ende dit al,quot; — er viel dus niet mede te spotten, — «bij peene van hueren «officie terstondt.quot;

De uitgewekenen wisten nu, waar zij zicli aan te houden hadden. De oude bevelen en plakkaten werden voortdurend op nieuw afgekondigd en nieuwe vulden de vorigen aan. Er was geen ontkomen meer. Jong of oud, ziek of gezond, aanzienlijk of gering, niemand word daarbij vergeten. Zoo vaardigde de Stadhouder den 27sten Juni eene nieuwe ordonnantie uit, waarbij aan do Geestelijken werd

-ocr page 101-

WATEllUKUZEN.

opgedragen, er nauwkeurig acht op te slaan , of de zieken, die zij bezochten, ook iets zeiden «streckende tot schanda-slisatioquot; van de »Hoyligcn Sacramenten:quot; verder moesten zij toezien of de overledenen wel in \'t Katholieke geloof gestorven waren, want was dat niet het geval, dan hadden zij te zorgen , dat de zoodanigen op oen songewyde plaetzequot; werden begraven.

Geene »Vroetvrouwonquot; mochten worden toegelaten of zij moesten Katholiek zijn en terstond moesten zij zonder verzuim bij den pastoor aangifte doen, als er een kind geboren was, opdat men kon nagaan, wie hunne kinderen al of niet lieten doopen. 1)

De »pyratenquot; werden inmiddels hoe langer hoe driester. Abels had steeds meer en meer vluchtelingen om zich heen verzameld en bestookte voortdurend met grooter macht van schepen de Friesche en llollandsche kusten. Zoo had hij zich o. a. in Maart van dit jaar (1569) zelfs in de nabijheid van Groningen gewaagd, aldaar vijf vaartuigen geplunderd en den buit naar Einden gezonden, waar zijne vrouw en broeder een deel te gelde hadden gemaakt, terwijl zijn zoon te Norden een ander deel had verkocht.

!(!)

Aan de andere zijde begreep men, dat er noodzakelijk iets gedaan moest worden, om die steeds toenemende vrijbuiterij tegen te gaan. Kort daarna, den i3den April, werd dan ook aan Jacob Iloussel en Adriaen Vastaerts, Kaden Ordinaria in den Hove van Friesland opgedragen , om met de volmachten der steden middelen te beramen tegen »die seeroverie op die stromenquot; (»seestrandequot; is doorgehaald) »van Vrieslandt.quot; Spoedig daarop werd besloten , dat

1) Cliurtcrboek van Kr., 111, bl. /(gt;3, 7lt;gt;7 cu /(gt;1).

-ocr page 102-

DK i RiEsnit:

cr een schip van 14 last softe daeromtentquot;, benevens twee andere schepen zouden worden uitgerust voor 1000 car. gids., bemand tot «discretie van den Hovequot;, — van elders weten wjj met 50 koppen, — terwijl aan zekeren Magnus Aerendtsz. van Dockum, den 1 Oden dier maand daarover »\'t capiteyn-«schappe ter zeequot; werd opgedragen.

Deze onbeduidende vloot werd te Dockum uitgerust en van geschut en wapenen voorzien, i)

In het naburige Groningen waren voor dat doel twee jachten met 30 man onder bevel van kapitein Pieter Thijes gereed gemaakt en naar zee gezonden. 2)

Dit een en ander geschiedde hoofdzakelijk met liet oog op de zeerooverijën van Jan Abels en de zijnon, die toen de Wadden zeer onveilig maakten.

Geheel ontoereikend was deze vloot van vijf kleine vaartuigen om met kracht de vrijbuiters te bestrijden, en ook gaf het weinig, zoo er geen genoegzaam aantal schepen was, dat er kort daarna vier commissarissen, twee te Dockum en twee te Groningen, werden aangesteld, die op een trac-tement van slechts 12 a 14 stuivers daags, op de zeezaken moesten toezien, te weten; Gerrolt Gerroltsma, olderman te Dockum , en liinthje van Aytta , grietman van Üost-Don-geradeel, voor Friesland, en Herman Evers, secretaris van

1) Archief van Groningen, zie Feith\'s Register, h. a. no. 73 en Van Vloten, t. a. pl., bl. 145 en l\'l(gt;. — Volgens Uentmr. Hek. van Friesland van ]5()!)—/(I was .Magnus Arentsz. „Bakenraeesterquot; op Schiermonnikoog cn moest de zectonnen leggen; volgens die van 1570 —\'71 stierf hij in 1570 of \'71. \'s Ilofs Commissieboek, fol. !)4.

2) Over de verschillende soorten van schepen. destijds in gebruik: zie men: Mr. Koenen, Scheepsbouw, bl. 7lt;gt;; De Jonge, Nederl, Zeewezen, 1, bl. 125. 139 en 180; Van Gron., t. a. pl., bl. 7lt;) en de noot 122; Van Vloten, t. a. pl., passim. Zoo worden er genoemd: carweels, buyers. yachten, raeseyls, kitsen enz. De benaming kits bestaat ook nu nog en schijnt thans voor vischschuiten gebezigd te worden.

100

-ocr page 103-

WATERGEUZEN.

Groningen, benevens Eylco Wyneken van Mai\'Hburg bij Delfzijl , voor Groningen. Ondervonden zij moeielijkhedon in iiun ambt, dan hadden zij zich slechts te wenden tot den Heer van Wacken, het hoofd der Admiraliteit. 1)

Do vrijbuiters stoorden zich hieraan evenmin , als aan den stroom van plakkaten en ordonnantiën, die voor en na tegen hen werden uitgevaardigd en waarin zij met de liefelijke namen van : «Kwaetdoeners, Boeven, Knevelaers, Rebellen, Rabauwenquot; werden bestempeld. 2) Korten tijd daarna vernam men dan ook weder, dat Jan van Bonga en Homme van Hettinga met een tiental schopen de noordelijke kusten bestookten, terwijl zij zich omstreeks 20 Juli (150!)) te Einden en Norden bovonden.

Verdreven uit hun land, beroofd van have en goedje-scheiden van vrouw en kinderen, ligt het in den aard der zaak, dat de woeste vrijbuiters, wier grondbeginsel was, om door rooven en plunderen den vijand zooveel mogelijk afbreuk te doen en te herwinnen, wat hun ontnomen was —, over \'t algemeen niet altijd het juiste doel voor oogen hielden. In hunne verbittering tegen ieder, die de Spanjaarden genegen was en de Roomsche eeredienst bleef aanhangen, vooral tegen de Katholieke geestelijken, gingen zij dikwijls in hun ijver veel te ver en wreekten zij zich op individuen en op ecne wijze, die de wreedheden der Spanjaarden soms evenaarde. En toch, hoewel dit afkeuring verdient, het is te begrijpen, dat in zulke dagen van ruw geweld, het »oog om oog, tand om tand,quot; in toepassing werd gebracht. II)

1) Van Vloten, t. n. pi. (ed. 1S58) I, bl. 14(i.

-) Zie; 1)1. Ill van het Ch.boek.

-) .........(ieux ile mor, bientót si redoutables, et qui, nmlgre

„leur» excès, cuntribuèrcut beaucoup ii la delivrauce du pais.quot; —

lol

-ocr page 104-

DK riiiEsrm:

A\'üoral was dit gewest daarvan dikwijls getuige.

Meermalen toch stapten zij des nachts met 45 a 50 man aan wal en gingen dan een «lantganck doen,quot; zooals men dit noemde. 1)

Zoo brachten eenige vrijbuiters den SOsten Augustus van dit jaar (15(30) een bezoek aan de grietenij Oost-Dongera-deel, waar Rinthje, broeder van Viglius van Aytta, die als zeer Spaansehgezind bekend stond, grietman was. Zij deden bij die gelegenheid een aanval op het nonnenklooster Weert, nabij Morra gelegen, en waren het spoedig meester. De zwakke en onthutste bewoonsters hadden op zulk een bezoek niet gerekend en konden zich tegen die ruwe indringers niet verdedigen. Het klooster werd geplunderd en al wat draagbaar was medegenomen in de schepen, waarmede zij vervolgens naar den Scholbalch voeren en zich met andere geuzenschepen vereenigden. \'i) Kort daarna werd een deel van dien bnit, zooals onderscheidene kussens, lijnwaad . lakens en oorkussens , naar Emden gevoerd en aldaar te gelde gemaakt. Een spion van de Mepsche kocht o.a. zulk een laken, waarop »de naam van eene der nonnen «met zwarte zijde gestikt was.quot; 3)

Het schijnt wel, dat de voortdurende rooftochten Aytta zulk een schrik op \'t lijf joegen , dat hij , zooals zijn broeder Yiglius vermeldt, kort daarna ernstig ziek werd en in April van het volgende jaar overleed. Megen begreep, dat het van \'t grootste belang was, om een opvolger te benoemen ,

Uroun vnn i\'rinstcror, Archives de la Maison (VOraugc, Tom. 111. 1)1. 257.

1) Vergelijk: Van Vloten, t. u. pl., 1, bl. 291.

2) Scholbalch was de vroegere benaming vim liet vaarwater tusseheii Ameland en Seliiermonnikoog, hetwelk thans onder die van het Friesche gat bekend is. Vergil.: Vrije Fries, dl. Xll , bl. 337.

3) Van Vloteu, I. bl. 148. Van Groningen, t. a. pl., bl. 4(i.

-ocr page 105-

WATIOUOEÜZEN.

even Spaanschgezind als Aytta cn hierin slaagde hij uitnemend in don persoon van Doede van Syrcxma, destijds Burgemeester van Leeuwarden, die later met Aytta\'s weduwe huwde.

Dat de Geuzen ook hem niet zeer genegen waren, zal weldra blijken, i)

In September (15G9) brachten de Watergeuzen een bezoek aan de eilanden Ameland en Terschelling. Op Ameland plunderden zij hot kasteel van Pieter van Cammingha, die evenwel tot de Prinsgezinde partij behoorde, en waarschijnlijk wol voortvluchtig zal zijn geweest. Mogelijk hield men hem voor Spaanschgezind of\' deed men dit enkel uit bandeloosheid. Den l\'iden dier maand schrikten zjj des morgens om 3 uur do bewoners van \'t eiland Terscheiling op en namen er don schout gevangen. Heer Jarich, eertijds alhier pastoor, was wegens de omhelzing der Hervormde loer verbannen , had het priesterlijk gewaad mot het harnas verwisseld en was nu luitenant bij Eelsraa geworden. Deze vroegere bewoner had den bezoekers van dit eiland don weg gewezen. \'2)

Het bezit dier eilanden was voor de Watergeuzen van het hoogste belang, niet alleen, om van daar uit de Frio-sche kusten te bestookon, maar vooral ook, omdat do Oost-

1) Viglii Kpistolac, in 11. v. 1\'., no. C. — Van Smiuia, in zijne N. Naamlijst van Grietmannen, blail/.. 81 , noemt Syrcxma oen zwager van Rinlhje van Aytta, maar volgens \'t Stamboek van De II. II. en V. II., oj); Siercksma, aant. !) cn in de Genealogia Ayltana, in II. v. 1\'., 1, hl. 2(il , huwde hij niet met de zuster van Kinthje\'s vrouw, zooals van Stninia zegt, maar met diens weduwe: Johanna Rommarls, ceno doehter van Johannes en misschien eenc zuster van Fockc en Matthijs, zie bl. 52 hiervoor. — Zie ook: Van Vloten, t. a. pl. , cd. 1858,\'l , bl. 181.

2) V. Vloten, t. a. pl., cd. 1858, I, hl. 11\'.). — Van Gron., t. a. pl., bl. (H , aant. en 100. — Viglii Epist., in II. v. P., no. 89.

io;i

-ocr page 106-

DK r ii i f.sc 111:

Frioschc Graaf, bevreesd voor Alva\'s bedreigingen, hen niet gaarne meer in zijne havens zag binnenloopen en hun dan ook \'t verblijf aldaar had ontzegd.

In diezelfde maand, den 3Oaten Sept., liet de Stadhouder van Megen een Landsdag te Leeuwarden uitschrijven tegen den 1 \'2den sdeeser toeeoemender maent van Octoberquot;, ten einde »op \'t alderspoedelycxtquot; middelen te beramen sjegena die piraterye ende andere gewalden, die deese ge-»meene Landen ende Tngesetene van dien zoude moegen »overcoemen ende angedaen worden.quot; In Holland was men reeds druk bezig, om stwaelcff scheepen van oorloge toe »te rusten, adviaeerende dat men sulex in Vrieslandt naer sadvenant (tot den selfla Landt besclmtt ende bescherme-»niaae) meer zouden doen.quot;

In Friesland was men echter op dit punt nog steeds in gebreke gebleven ; wist derhalven,quot; zoo merkt de Stadhouder op. «dat men u verwytinge is doende.quot; En om er nu een begin mee te maken, stelde de Stadhouder op den Landsdag voor. dat er eene «contributie van aes duysent »caroly guldensquot; zou worden geheven, »tot weederatandt sals voeren.quot; Hiertoe werd dan ook dien dag (12 Oct.) besloten, ten einde de ingezetenen te bevrijden van hen, »die onder \'t pretext dat zy hoer seggen haer Crychaluyden »te zyn, de Ingesetenen van dese Landen, wonende op te «platte landen, zeer moeyelyck, lastich ende schadelycken »zyn, ende groeten overlast ende gewalt doen.quot; i)

Alle middelen werden nu beproefd, om de voortdurende invallen der Geuzen tegen te gaan en het was dan ook om

1) Charterboek, 111, 1)1. 77\' en 77-. Dit stuk komt aldaar ook geheel voor oj) hl. 755, muur met het jnnrtnl 15(iH; het is echter zoo goed nis zeker, dat dit laatste stuk van een verkeerd jaartal is voorzien en alzoo tweemaal bij vergissing is geplaatst.

-ocr page 107-

WATEROKUZEN.

dio reden, dat de Stadhouder twee maanden later, en wel don lüden December, aan de verschillende Grietslieden beval, om »die wacht, die aireede dus lange binnen uwe «Jurisdictie gehouden is geweest, te versterckendaarbij tevens te kennen gevende, dat het hom nuttig voorkwam, nlat in deselve wacht gebruyckt worden twee, drie ofte )ivier langho roers, na die grooticheyt van den Dorpe of\'t «Plaetse, daer die wacht gebonden sal worden.quot; Deze «roersquot; moesten door de ingezeten »becostigetquot; worden en als zjj niet gebruikt werden, moest de «Dorprechter oft an-«dere geswooren van zijne Maiesteytquot; zo in bewaring nemen.

Tevens nam de Stadhouder de gelegenheid waar, om enkele vroegere plakkaten op nieuw uit te vaardigen, zooals o. a. die van 20 Juni 1508 en van \'26 Januari 1569, welk laatste plakkaat in \'t bijzonder tegen «die Rebellen, »Wederspennigen ende Gebannenquot; was gericht. Doch, om niemand te vergeten, moesten bij de vernieuwde aflezing van dit stuk daarbij nog gevoegd worden «deeso woorden: »Knevelaers ende andere Quaetdoeners.quot; Eindelijk werd hierbij nog een bevel tot publicatie gegeven van de namen van allen, «die by sententie gecondemneertquot; of wier goederen verbeurd verklaard waren. 1)

Die wachten, waarover boven gesproken ia. waren wel noodzakelijk, maar tevens eene kostbare en moeioljjke taak voor do grietenijen en hot is dan ook niet te verwonderen , dat bij al de overige zware lasten en verdrietelijkheden van deze tijden, daarover bitter werd geklaagd , o. a. door Üost-

1) Ziu bi. (gt;8 cn !)/\'. — Chartbk, 111, 1)1. 7/4. De laatstheiloclilu namen worden in het Charterboek t. a. pl. niet vermeld, maar wel wordt daarvoor verwezen naar bladz. 553 van de Kronijk van Win-semius, waar de namen van 257 gecondemnoerde personen voorkomen, die men ook allen vermeld vindt bij Marcus, Sent. van Alva. Zie hierover meer in Bijlage li. op 24 Dep. 1

-ocr page 108-

1)K l\'RIKSCIIK

Dongeradeel wegens de groote onkosten van »dcn dach ende Dnachtwaehl dye de Grietenye overlanglic in groote getal Dgehadt heeft, ende noeli moet hebben, zoo dye halve, quot;zoe dye geheele Grietenye aen den djjek alleen.quot; Vooral in koude, stormachtige en donkere nachten was dit wachthouden zeker geen benijdenswaardige bezigheid. 1)

Inmiddels schijnt de dappere, maar tevens beruchte Groninger Watergeus Barthold Entens, met eenige manschappen in deze maand (December) de Spanjaarden van \'t eiland Ameland verdreven te hebben. Althans hij bevond zich daar in Januari van het volgende jaar (1570) en werd toon weder vandaar verjaagd, met zulk eene overhaasting, dat hij half\' gekleed de vlucht nam, »sjjn sampten buxenquot; (Huweelen broek) »dc he uthgetogen hadde um to schepe ))to lopenin den steek liet en slechts zwemmende zijn schip kon bereiken. 2)

Homme van llettinga beraamde ongeveer terzelfder tijd met eenige zijner partijgenooten een plan, om een aanslag op Dockum te beproeven, waarop het Hof van Friesland verlof gaf, om het stedeke in beteren staat van tegenweer te brengen. Van dien aanslag kwam echter niets. 3)

Nauwelijks was het jaar 1570 aangebroken of reeds op den derden Januari werd er wederom door den Stadhouder eene ordonnantie uitgevaardigd, en moer in \'t bijzonder aan de «Taverniers, Herbergiers ende andere, die Gasten ge-»woontlyck zyn te herborgenquot; gelast, om de namen sende

1) Staat van Expenses. Voor lt;le stad Leeuwarden word 2(1 December 1572 en voor Wonseradeel 4 Februari 157.\', eene geregelde Dagen Nachtwacht georganiseerd; Chartbk 111, bl. 923 en 927.

2) Van Groningen, t. a- pl., noot 100, op bl. 394 en Kronijk van Rengers ten Post. I, bl. 34() en 347 en hierna. Hor, Vde boek, fol. 238.

3) Van Vloten, t. a. pl., I. bl. 154.

100

-ocr page 109-

WATERUKrZKN*.

«toenamenquot; hunner gasten nauwkeurig bij geschrifte aan het stadsbestuur op te geven. 4)

Hoewel men, waarschijnlijk wegens de groote onkosten , »die Knechten, die aengenomen zyn geweest binnen dese «Landen tegen den Zeerovers, Piraten, Knevelaers, Moort-»branders en andere Oeweldenaersquot; afgedankt had, »soe »wast nochtans van noodeom krachtig tegen »die zelve sGewaldenaersquot; te blijven optreden. Immers het bleek, dat zij «dagclycx meer en meer hen vervoirderden, nyet salleenlyck die goede luyden by nacht ende ontyde te overvallen , knevelen ende besteelen, dan mede die Kcrcken »ende Oodtshuysen to spolieren.quot; \'2)

Om die reden liet dan ook de Stadhouder Groesbeeck, die inmiddels Megen was opgevolgd, in \'t voorjaar (Maart en April) de verschillende grietslieden uit dit gewest voor zich verschijnen en verweet hun , dat er wel alle moeite was aangewend, groote kosten waren besteed, schepen waren uitgerust en soldaten waren aangenomen, om de strooptochten tegen te gaan, maar dat alles was afgestuit op »die sobere opsicht van den Officiersquot; (grietslieden) sende «anderdeels deur die cleyne affectie, die de Gemeente tot »haeren eygen welvaeren zyn draegende.quot; Hij dringt er ernstig bij hen op aan, in \'t vervolg beter toe te zien, «houdende deselve daeromme voor oogen, dat zy van nu «voortacn alle zorchvuldige opsicht nemen ende houden sou-»den, het zy mit waecken op te toorns ende dijcken, clep-»pen der clocken , ende andere teeckens met vuyerom de «Knevelaersquot; uit hunne grietenijen te weren.

Ten slotte vermaande hij hen, dat zij de zaak krachtig moesten aanvatten , opdat de regeering «nyet veroirsaekt en «zoude worden, mit een groot getal van vreemde Knechten daer 1) Charterboek, III, bl. quot;75. 2) Zie: Aunteekening X,

107

-ocr page 110-

1)10 I\'IIIKSCIIK

mandors innc to version, \'t wolck indyont gobourdo,quot; zoo morkt liij daarbij op, »comon soude tot irroparable sclmode »van den Lando.quot;.

Don 47don April daarna vorsclieon op dat stuk eenc «Nadere Ordonnantie.quot; 1)

liet jaar 1570 was in \'t bijzonder voor do Hervormden en voor do Friezen in \'t algemeen oen min voorspoedig jaar. In Februari kwam do nieuw benoemde Bisschop Cunerus Petri te Leeuwarden en de Katholieke godsdienst zou weder met kracht worden ingesteld. En al hadden de sdondor-sbuszenquot; te zijner eer »oovor stad en landquot; geklonken en al had hjj gepoogd »door oene vroylijkko maaltijd de haat »van zijn \'nieuw en lang afgowoort ampt te vernietigen en ))betoonen aan den Fries, dat hy zoo vreemd niet was van »een liupzen dronk en vollen taafelquot;—, do omstandigheden waren er niet naar, dat dergelijk vreugdebetoon de ellende en ontovredenbeid dos volks kon verdrijven. \'2)

En niet alleen do Hervormden, neen, allen zonder onderscheid , klaagden over do zware lasten, die zij te dragen hadden. Maar desniettemin werd op aandrang van don Hertog van Alva, op een Landsdag van 9 Juni, door hot Hof do lOüste, lüde en \'iOsto penning gevorderd. De Volmachten der grietenijen gaven den löden daarop ten antwoord, on, zoo liet schijnt, onder overlegging van de noodige stukkon, dat liet onmogelijk was aan dien eisch te voldoen. Zij wezon op do achterstallige schulden en do voortdurende en nieuwe lasten, hun door den Koning opgelegd en dat nog wel lijnrecht togen do bezworene tractaten en privilegiën in; zij herinnerden er aan, dat het «kleine Friesland,quot; voor

1) Charterboek, III , bl. /81 en 78;lt;.

2) Zie: Gabbema, Leeuw., bl. 522 cn over Cunerus Petri en zijne benoeming; Dr. J. R\'itsma, „Honderd jaren.quot; enz.

-ocr page 111-

WATEIlor.fZKN.

Va uit water, voor \'/s uit heido ou moeras en voor \'/j uit betere landen bestaande, reeds zoo zeer met kosten van dijken, wateren en wegen was bezwaard en eindelijk, dat er zoowel buiten als binnen den zeedijk reeds 3000 pdtn. lands (ruim HOO bunders) waren afgeslagen, waarvan zij desniettemin den jaartax waren blijven voldoen.

Waarlijk redenen genoeg, bij al de heerschende ellende, om aan dien eiseh niet toe te geven.

Er zijn nog eenige Staten van «Expensen endc costen\'\' van enkele grietenijen voor ons uit die dagen bewaard gebleven, een paar dagen vroeger, dan het bedoelde antwoord aan de Gedeputeerde Staten overgelegd , waarvan de eenvoudige inhoud ons een blik doet slaan in den toenma-ligen allertreurigsten toestand van ons gewest en men wordt met mededoogen vervuld bij het lezen van die dikwerf schijnbaar drooge, maar veelsprekende getuigen!

jilii den eersten,quot; zoo vangt de Staat van Aciitkarspelen aan, »heeft zijne genaedequot; (de Stadhouder) »toe vermerc-))ken dat dselve gretenie is een der cleynste ende arm-»licxste onder allen in Vryeslandt mede zynde meestendeels »bycans geheel woltlant eude heydlant daer men nyet af »hoeft dan met groten arbeyt ende costen ende syn onder «de acht carspclcn mede dorpen van vijft ofte ses ende «mede van negen ofte tyen schotschietende ploechgangen «ende half ploechgangen huysen.quot;

Niet alleen hadden de ingezetenen dezer grietenij tijdens de veldslagen in Groningerland in 1508, vele kosten voor \'t onderhoud van doortrekkende soldaten moeten uitgeven, maar »dselve arme greteniequot; had buitendien «voor ende naequot; ten dienste van zijne Majesteit ook nog «peerden ende waegensquot; moeten leveren.

De aan zee gelegene grietenijen moesten daarenboven

8

-ocr page 112-

Itl-: I HIKSCIIK

nuif zoovool (ipbrengon voor «d\'ondcrlioldinge van de /,oo-«dijckoii dye zeer groot ende zwaerquot; zijn, alsmede van de zijlen, wateringen on wegen. «Gelvck sij als noch,quot; zoo besluiten die opgaven bjjna alltMi, »oeck daegelicx schade «hebben ende lijden van den vagebunden. knevelers ende ?andere geboefte,quot; waaronder zeer zeker ook de Watergeuzen werden gerekend.

Bovendien waren enkele grietenijen niet weinig belast niet het onderhoud van oorlogschepen. Kollumerland had o. a. sedert 1508 »tot die onderholdinghe van den oirlochs »schippen bij Oestmahorne gecontribueert vijftehalve hondert »car. gld.quot; en ook Achtkarspelen had eene som sopgebrocht svoor den oirlochschepen, bereyt tegen Mats. vyanden.quot; Oost- en West-üongeradeel hadden mede vele uitgaven des-wegens , maar de eerstgenoemde dezer twee grietenijen had , behalve de vele andere lasten, sdaertebovenquot; nog zeer veel moeten uitgeven wegens «d\'aenfal ende d\'onkosten van d\' «oerlogschepen van Boshuysen, terwijlen dye aen Oestma-«horne gelegenquot; hadden, benevens het onderhoud van ))dye )gt;dionaer3 van justitie in tijde .lan Abels aen Oestmehorne »waa ghecoemen,quot; vermoedelijk kort vóór den slag van Heiligerlee. 1)

Inderdaad , \'t was hier treurig gesteld. Met recht zegt zeker schrijver: »\\Vas de toestand van de meeste gewesten van «ons Vaderland in de jaren 1501) en 1570 benard, vooral «was dit met Friesland in eene hooge mate het geval.quot; 2)

1) Staat van Expensen, aanwezig in 11. S. op \'t Prov. Archief van Friesland en loopendc van ongeveer ISGli tot 1570, betreffende de grietenijen: Kollumerland, Achtkarspelen. ().- en W.-Dongeradeel, Danlu-madeel, Tietjerksteradeel, Rauwerderhem, Aengwirden , Haskervij/ga, Bnarcleradeel. Barradeel. IVonseradeel. Utingeradeel en Wesl-Stelling-wer/. Zie hierover meer in: Bijlage l).

\'J) W. Storek. „Friesland in 15/0,quot; Voorrede.

-ocr page 113-

WATKIU.Kr/.K\\.

Na velo overwegingen trachtten de Staten van dit gewest dan ook don onredelijken eiscli van Aiva te matigen en zij brachten het zoover, dat er op een Landsdag van 1 Juli werd overeengekomen, om in plaats van den 1 Oden, SOsten en lOOsten penning, in vier termijnen een zoogenaamd pro-pijn van 1\'28000 gld. op te brengen.

En of dit alles niet genoeg ware, werd dit verarmde gewest «tussclien den eersten ende tweeden dacli Novem-»bris, in den donckeren, lange ende naere nacht, geheel sonversienlicken ende subijtlickenquot; door een geduchten watervloed geteisterd, den bekenden Allerheiligen vloed, waarbij behalve veel vee, ruim \'2800 mensehen om liet leven kwamen.

üeen wonder, dat de Staten aan Al va, wegens deze en de daaruit ontstane rampen, uitstel van het beloofd propijn verzochten, doch dit mocht niet veel baten. 1)

Inmiddels hadden ouk de Watergeuzen zich weder duchtig laten gelden.

In de maand Mei (1570) ondernamen zij een plundertocht naar Hindeloopen en in Juni brachten zij een zeker niet gewenscht bezoek aan de grietenij West-Dongeradeel, waarover destijds de Spaanschgezinde Reinier Frittema grietman was, daartoe in iriO? in do plaats van den vrijheid-lievendeu Jan Bonga aangesteld.

Frittema werd te Ilohverd uit zijn bed gelicht en met

1) Stukken uit do Archieven van Friesland en van Leeuwarden. Schotanus, t. a. pi., 1)1.757. — Charterboek, 111, hl. 83(gt;, 837 en 847. Alleen in O.- en W.-Dongeradeel kwamen ruim \'J(i00 mensehen om. Vergelijk voorts mijne liesehrijving over de Lauwerszee. hl. 118 en 171. — Over het propijn zie men; Schotanus, t. a. j)l., 1)1. 7lt;)0; Charterboek, 111, hl. 84-1, 843, 81() en 851; zeer belangrijk is een lieg nest van 17 Dee. 157,\'), dat mede een overzicht geeft van den toen-maligeu treurigen toestand in dit gewest, vermeld op 1)1.1135 v. h. Chbk.

-ocr page 114-

I IK rillKSCIIK

grooten buit weggevoerd, doch later door zijne vrienden voor een aanzienlijk losgeld weder vrijgekocht. 1)

\'t Was omtrent dezen tijd, dat men melding vindt gemaakt van eene bende zwervelingen, dio het platte land van Friesland met roof en plundering vervulde en die, naar men meent, met de Watergeuzen in gemeenschap stond. Als hoofden dezer bende beschouwde men de beide broeders Hartman en Watze, zonen van Hoecke Gauma, te Akkrum woonachtig. Wegens do onrustige tijden waren zij het land uitgeweken en hadden zich naar Einden begeven. Hartman diende vervolgens onder Graaf Lodewjjk van Nassau en werd daarom 20 Mei 1509 verbannen.

In den zomer van 1570 bevonden hij en zijn broeder zich weder in Friesland en alom hoorde men van roof en plundering. J)e regeering koesterde het vermoeden, dat het huis van zekeren Sytse .lansz. bij Oldeboorn de verzamelplaats dier stroopende bende was en niet lang daarna gaf hot 1 lof van Friesland bevel, om het huis in brand te steken, terwjjl do goederen van den eigenaar werden verbeurd verklaard. »Het vonnis was uitgevoerdzoo wordt ons verhaald, »maar bij do rookende puinen vond men, »aan een boom, een geschrift met een touw vastgehecht, »waarin do schrijver allen, die hem tegenstonden, met do «uiterste vernieling bedreigde, en er achter zijn handtee-«kening (het was die van Hartman Gauma) eenigo dicht-»regelen plaatste, die Friesland nog meerdere ellende, nog smeer wee en bloed voorspelden.quot;

De namen van Hartman en zijn broeder worden later, den 19den November 1571 met die van 33 hunner land-

Ij Viglii Epistolac, in II. v. P., bl. KW uil 104; Vau Gron., t. u. pi., blad. 51 cn Bijlage li, op; Jau Honga. Waarschijnlijk was Hnnga. die uit Hohvord afkomstij; was, hierbij tegenwoordig.

-ocr page 115-

WATEIKiKI /KN.

genooten gepubliceerd, leder, die zo «levendicli ofte doodt »in handen van de Justitiequot; leverde, zou daarvoor ))Ujten »comptoyre van de Coninckljjcke Majestoyt, vijftig C\'arolus «Guldensquot; ontvangen.

Of men ook de kerkroof, die tusschen 1U en 11 Juli van dit jaar te Leeuwarden plaats had , aan deze woeste bende, dan wel meer bepaald aan do Watergeuzen moet wijten, ligt in het duister. 1)

(leen wonder, dat de Stadhouder op nieuw middelen beraamde, om de »Geusen endc Vrijbuiters te wederstaen.quot; Diensvolgens beval hij den Isten Juli »den derden manquot; op te roepen en te wapenen, na lien alvorens een eed van getrouwheid te hebben afgenomen. 2)

Eenige maanden later, den \'i Os ten October, kreeg de dappere Homme van llettinga, van wien wij ook reeds vroeger hebben melding gemaakt, eene aanstelling van den Admiraal De Lumbres, namens den l\'rins van Oranje, als kapitein op een oorlogschip, om den vijand te bestrijden. De Stadhouder had de handen vol werk met het tegengaan van de voordurende aanvallen der Geuzen, o. a. in de volgende maand, toen zij aan de westkust van Friesland aan wal stapten. I!) Zij namen Workum in en hierop moed vattende, trokken zij voort in de richting van Staveren. Weldra hadden zij het klooster llemelum bereikt, maakten zich er meester van en vonden er een goeden buit. De vredelievende abt, lieer Nicolaus van Landen, werd zonder genade gevangen genomen en naar Norden in Oostfriesland

1) Van Gron.. t. a. pi., hl. 50. Hor, t. iv. pl., fol. 2.\'iü. Gab-bcma, Leeuw., 530. Zie: Bijlage li, III, no. 11 en l\'i en Aanl, X.

Ü) Charterboek, III. bi, 794.

.\'lt;) Van Vloten . t. ». pl.. I. .\'UO.

-ocr page 116-

UK KRIESCllli

medegevoerd. Voor zes duizend daalders zou lijj weder vrij zijn. Maar hoe aan dat geld te komen!

Do abt neemt spoedig een koen besluit en schrijft in wanhoop aan de achtergeblevene kloosterlingen van zijn convent een briefje van don volgenden inhoud: »lk ondersgeschreven laat u weten, myn lieven Conventualen, op salie vriendschap: dat gij doen wilt en zenden naar Norden sin Emderland, de som van zesduizend daalders; want ik »voor minder niet vrij mag komen, of moet do dood be-szuren op veertien dagen na deze. Ik begeer mot alle soodmoedigheid, doet het beste lieve Prior en allo Conven-stualen; want anders zoo zal ik niet vrijkomen, maar ik «zal sterven moeten. Ik verhoop, dat gijlieden het boste «doen zult, als ik op uiieder vertrouwe; want anders, zoo sis quot;t met mij gedaan — vier dagen altoos onbegrepen: — sandors zoo zal ik, arme mensche! moeten hangen. Doet shot, besten, dat begeer ik om Godswil, (jreschrevenZon-sdags na Kathorinendagquot; (25 Nov.) sanno duizend vijfhon-sderd zeventig. Nicolaus Landensis, Abt van llemelum.quot;

De Geuzenkapitein, die den abt gevangen hield, nam de vrijheid, dit schrijven vergezeld te doen gaan van den navolgenden welgemeenden , maar bnrschen raad, die zonderling afsteekt bij de gemoedelijke en wanhopige letteren van den geestelijke: sik. kapitein Egbert quot;Wijbrantsen, laat u »weten, dat, zoozeer gij zijn rantsoen niet op en brengt, 7)binnen den tijd van veertien dagen, zoo zal hjj hangen, sal waren er geen Abten meer in de wereld! — Vier dasgen altoos onbegrepen. — Dus haast u, want wij willen sniet langer wachten. Metterhaast, den Sondach naKathe-srinendag A0. 1570. Egbert Wybrantsen.quot;

sOij zult alle bescheid hooren , waar wij zijn, tot Emden, sten huize van Andrios Wybrantsz., woonachtig in de Hout-

-ocr page 117-

SVATKlil.lCr/.KN.

jjzagoi\'sstraat, bij den M1. lleiitmcestersche huis, naast con skroegenhuis.quot;

De kloosterlingen van llcmelum stelden terstond pogingen in \'t werk, om aan het verzoek van hun abt te voldoen. Zij deden aanzoek bjj den Hove van Friesland, om de ver-eischte penningen, onder verband van de eigendommen van het klooster, te mogen opnemen. Doch —, gelukkig voor do kloosterlingen, bleek het, dat dit onnoodig was; de abt kwam zonder losgeld vrij.

Volgens Hommigen was het door de tusschenkomst van den Oostfrieschen edelman llayo Manninga, volgens anderen tengevolge van de omstandigheid, dat graaf Edsard op liet schip van Wybrantsen beslag had laten leggen, dat de met schrik vervulden geestelijke vader weder op vrije voeten werd gesteld.

Hoe het /.ij, Heer Landensis keerde eerlang in vrijheid naar zijn kloostergebouw terug, 1)

Zooals zich denken laat, kon de vijand het niet lijdelijk aanzien, dat de Geuzen zich op Ameland genesteld hadden en liet duurde dan ook niet lang, of Robles verdreef ze vandaar. Dit gaf aanleiding, dat Entens en Kuichaverden 18den Febr. van het volgende jaar (1571) van Norden met eenige schepen onder zeil gingen, om zich met geweld van dat eiland weder meester te maken. »Op Dynsdachzoo lezen wij, »deii \'i Os ten February laetstl. in \'t Vlye gearri-»veert drie scheepkens vol pyraten, Gapt-. Claes Ruychaver , »Iiartel Entens, Ellert Vlyechop, die als noch daer liggen, «varende uyt en in, comeiule, elcke reijse op \'t land, met

i\'lü

1

Van Vloten, t. u. jil., I. bladz, Ki\'i en/.., Van Groningen, „Watergeuzen,quot; bl, ,\'i98 in de noot 112 van 1)1. 7- en Seliotanus, t. a. ])1., bl. 7(gt;1. Over ile lieide Watergiu/.en Andries en Egbert W\'ybrants:, zie men verdei\' Bijlage Ü.

-ocr page 118-

DK IlilICSCIIK

»70 ofte 80 mannen, endo doen meer quaets op \'t lant »dan zy oeijt gedaen hebben.quot;

Zij plunderden eenige koopvaarders en zeilden daarop naar Ameland, waar zij den S\'isten aankwamen. Op dit eiland ontscheepten zich 120 manschappen, die met ontplooide vanen naar don vroeger genoemden burg van den uitgewekenen Pieter van Cammingha trokken en ze in naam des Prinsen opeischten. Robles bad inmiddels het kasteel met eenige Walen uit Groningen laten bezetten, die de Geuzen deden wijken, waarop dezen zich naar het naburige Ballum begaven. «Sint alsoe etlykc stunden in »dat dorp daerby gebleven eude tegen den avont op Hol-«lum getogen, en in don nacht aldaer de brandewyn mit «hoepen gedroncken, dat hoerer vele droncken sint ge-»worden; daerop voerds om tyn uhren des Vrijdaeges, «den \'2l!st. Pebr. de Waeleu an se gekoemen ende in sc «gehouwen ende gescoeten.quot; Zoo luidt do bekentenis van een ooggetuige, den 1 (ijarigen Watergeus Ulrich Poppes uit Norden.

Grootendeels door den drank bevangen, sneuvelden de meesten dezer rockelooze Geuzen; andoren vonden don dood in de golven. terwijl zij beproefden naar hunne schepen te zwemmen; weinigen ontkwamen. De edele Pibo Ilaerda en zijn luitenant Wibo Tjarrels uit Bolsward verloren in den strijd het leven. Ilaerda, de arme balling, die wars van bloedvergieten en het ruw bestaan der vrijbuiters, alleen mede naar Ameland was gestevend , zoo meent men, om ten minste van daaruit de kust van zijn geboortegrond, waar hij niet meer mocht komen, van verre te kunnen aanschouwen! 1)

11 Vftii Vloten, t. a. jil., (ed. 1858), 1)1. ]()9—17- vcrliaalt hot. /.O\'jals liet door ons als het meent waarschijnlijke in den tekst is mede-

-ocr page 119-

WATKIKIKr/l\'.N.

11 ij stierf den heldendood in den bloei zijner Jaren, »wor-gt;dondezoo leest men, »door een\' Spanjaard mot een »degen doorstoken.quot;

De afgehouwen hoofden van llaerda en twee zijner med-gezellen werden in ijzeren pennen op do galg geslagen. De jeugdige Ulrich l\'oppes werd tot hot volbrengen van dat afschuwelijk beulswerk gedwongen, met belofte van zijn leven, of, zoo bjj weigerde, met bedreiging zelf met de galg kennis te zullen maken. Onder dezelfde voorwaarden werd hij bovendien genoodzaakt, om een Engelschman op te knoo-pen, die onder Entens gediend had. 1)

De Watergeuzen nu van Ameland verdreven. beraamden een tocht naar de noordelijke grietenijen van Friesland; daar zouden zij hunne wraak koelen.

In den nacht van den i 3den op den 1 iden April van dit jaar (1571) stapte een bende van 70 a 80 man in Oost-Dongeradeel aan wal. De eerste aanval was weder tegen een klooster gericht. Daar was meestal goeden buit te behalen, terwijl de monnikken en nonnen in den regel voor hen geene vijanden waren, voor wie zij erg bevreesd behoefden te zijn. Yiglius schrijft dan ook in eon zijner brieven aan Hoppers, dat behalve Klaarkamp en Gerkes-klooster, niet een der Friesche klooster» aan de woede der Watergeuzen ontkwam.

Terstond rukten de Geuzen op bet Vrouwenklooster Sion aan, gelegen bjj Njjawier. /ij trachtten het te vermeeste-

(tcdeeld; uikVtc m\'hrij vers. zooals V. Qrouingcn, t. a. )gt;!., bl. 11. (loon liet voorkomen of llaerda bij den inval der (icuzcn op Ameland woonde, hetgeen minder aannemelijk is.

1) Van Vloten, t. a. pl.j Van Groningen, t. u. pl., vermoedt, dat dit een en ander in \'t voorjaar van 1570 is geschied; /ie aldaar, bl. •14. — Uengers, K ronijk , bl. \'Ml, zegt: ..l\'ihn hunhi vvw Vrieseh edel-..man ia np Ameland mit gerichtelquot;, dit. is onjuist, want hij sneuvelde.

117

-ocr page 120-

1)K I\'lilESLUIC

ren. luijccn hun ook gelukte, niettegenstaande de verschrikte bewoonsters uit alle macht de alarmklok luidden, om de rondom wonendeu in kennis te stellen, dat er iets buitengewoons in het klooster plaatshad. De Geuzen plunderden wat zij konden en wat zij niet konden medenemen . werd aan stukken geslagen.

Inmiddels was liet gerucht hiervan ter ooren gekomen van den grietman Doede van Syrxma. die te Metslawier zijuu woonplaats had. 1) Deze gaf terstond bevel, om zooveel mogelijk overal de alarmklok te luiden, terwijl hij zelf\' zich naar de plaats des onheils spoedde. Van alle zijden kwamen de landlieden aanstormen, waarop de Geuzen, klein in getal en daartegen niet bestand, ijlings de vlucht naar hunne schepen namen.

Doch zij gaven den moed niet zoo spoedig op.

Den volgenden nacht beproefden zij eene landing op do kust van Ferwerderadeel, waar destijds de Spaaiischgezinde Pilgrom ten Indyck grietman was. Hoe zij daar huis hielden wordt ons vrij omstandig verhaald in den volgenden brief, door Foppe Gabbes, destijds secretaris dier grietenjj, aan President en Raden des Konings geschreven:

»Eedelo, wijze, voorzienighe, ende hoochgeleerde lleeren!

118

))Ick ondergeschreven, mij dienstelijk gebiedende in uwe «goede gracie, heb myne lleeren bij dezen (God beter\'t) ))\'t adverteren, in den verledenen nacht binnen Ferwerd ^geweest te zyn zeker get:il van zeeroovers of piraten, die »de kerk van Ferwerd van zuiver en goud hebben gebloot, »\'tgoed binnen \'thuis van den grietman in stukken gesla-«gen en gescheurd, met groote schade iiiin huisraad, klee-»ren en kleinoodiën — met beu gedragen — gedaan ; heb-

lj ViTgulijk hl. lü.\'t iiiirvoor.

-ocr page 121-

WAïEHGKUZIiN.

))l)cn ook Sjordt JlytskoB, onsen richter, gevangen, gobon-»(Jen en met hun genomen. Ik, met myn huisvrouw, zyn »al naakt ontkomen, \'t Getal der piraten is geweest, naar »\'t zeggen van eenen Thys Sipkcs, die dezelve in \'t verstrekken over den zeedijk geteld heeft (zoo hij zeit), lion-sderd en negen, \'t Is geschied na twee uren, en toen de »wacht in \'t afgaan ware.

«Hiermede den Heero bevolen.

«Geschreven te Ferwerd, den 15i\' dag Aprilis anno 1500 «een en zeventig, by uwen dienstwilligen F. Dabbes.quot; (Lees: Gabbes). 1)

\'tWas waarlijk geen wonder, dat de ontstelde secretaris zich haastte, om hiervan aan het Hof kennis te geven. Een jaar te voren toch had de Stadhouder van liegen. bij Ordonnantie van 17 April aan de leden van den gerechte in de verschillende grietenijen uitdrukkelijk bevolen, »dat »\'t elckens soe wanneer eenych gewalt in uwe Jurisdictie «geschiet sal syn, ghy goede pertinente specificatie van den sgeschiedenisse van den feyte terstond suit overschryven.quot; En dat niet alleen, maar zelfs »van \'tgene airede geschiet «mach syn, zonder enichsins daer van te bly ven in gebreke.quot; Opdat nu hieraan zonder dralen zou worden gevolg gegeven , voegde de Stadhouder er aan toe, dat, zoo de leden van het gerecht hierin eenigszins nalatig waren en hij iets van dien aard «deur vreemde berichtquot; mocht vernemen, »dat «men u gedenckt naar gelegentheyt dor saecken te straffen «ende corrigeren nae beboeren.quot; \'2)

In November dezes jaars (1571) werd bij plakkaat van den 19den dier maand openbaar gemaakt, dat er op nieuw

1} Van Vloten, t. n. jil., 1, bl. 180. — Nanmlijst vim Soprotaris-scu; lquot;op))p Gabbes moest in 1580 vluchten volgens: Conner. Exulum.

2) Charterboek, 111, bl. 781.

11!)

-ocr page 122-

UK 1 KlESl\'lIK

•i5 personen werden vogelvrij verklaard en liet iedereen vrij stond ze dood of\' levend aan de arm der Justitie over to leveren, waarvoor men 50 car. guldens zou genieten.

Hieronder komen o. n voor do beide Qauma\'s, van wien wij boven hebben gesproken, onder de namen van ] lardt-man Hoeekesz. en Wuttio Hoeckesz. »gliebroedoron van ))Accrum geboortig,quot;

Ruim eene week later werden de grietslieden wederom

aangemaand, om die sQuaetdoenera t apprehenderon.....

swant anders gedencken wy, by faute van dien,quot; zoo luidt het, »tot uwen grooten onwille daer inne anders ende «opt spoedelicxt te version.quot; 1)

Don 7den Januari van liet volgende jaar (d 572) overleed de Stadhouder Graaf van Megen te Groningen, waarna voorloopig in zijn ])]aats werd aangesteld Caspar de Itobles, lieer van Billy. Doch den 4den Mei van dit jaar werd Gillis van Darlaimont, lieer van Hierges, tot Stadhouder over de noordelijke gewesten benoemd . terwijl Robles onder-Stadhouder bleef. 2)

Niet alleen moesten de kloosters het ontgelden, ook sommige dorpen ondervonden niet zelden de roofzucht der Geuzen.

Zooals wjj boven reeds hebben opgemerkt en ook in het bericht van Gabbes lezen, waren er wachten op de zeedijken gesteld, om kennis to nemen van mogelijke invallen. 3) Op sommige plaatsen leverde dit vele moeiohjk-heden op. Wij vernemen dit o. a. uit een brief van President en Raden \'s Konings in Friesland den \'i.\'i Januari

1) AVinsemius, Kronijk, W. .WJ, Cliartcrbot\'k, 111, bl. 88(1 on aldaar 87-J. Zie ook bl. -IDS hiervoor.

ü) Charterboek, III, bl. 877 cn 881.

;i) /ie over de; Dug- rn Nacht-wacht. bl. 105 en IU(i (noot) hiervoor.

-ocr page 123-

WATKRdlOI /KN.

157\'i aan Alva gericht, wat betreft do omgeving to Mak-kum tot Sexbierum. Daar had men destijds veel overlast van de »piraten,quot; die mot oenigo scbepon, 10 a 11. op Terschelling hnn winterkwartier haddon opgeslagen en nu en dan oen rooftocht ondernamen naar de Frioscho kust zooals ton opzichte van die beide plaatsen was geschied. En dit was »nyet wel moegelick hen sulex te beletten,\'\' zoo schrijven President en Raden , daar men squalick in »dose lange ende koude wintersche nachten, wacht opto szeedijckcn con gehouden, vermits die zeer gebroocken zijn quot;door de inundatie van den jaero LXX; ook en staen geen «huyson langos der zeedijeken, daer ben dengheenen , totter «wacht boscheyden, in tijde van storm, regen, wyndt, ende »coudo onthouden ende bewerthen connen,quot;

Drie weken later berichtten zij aan Robles, dat «die «Piraten, mit seven schepen een seeckor tjjtlangonder Hin-«loepen hebben gelegenquot; en onderscheidene voorbijzeilende koopvaarders prijs maakten. Er was naar hunne meening allo reden, om te vermoeden, »zoo verre daerinno niet en «worde version, diezelve te sullen eenich feyt aengrijpen, «waerdoor den armen ingezetenen ofte van deze ofte andere «landen in verdriet ende onverwinlicko schade geraken zul-»leit te comon.quot;

Hierop gaf Robles aan den hopman Moncheau bevel, om met 150 Waalsche soldaten van Ilarlingen de Oeuzen aan-te vallen. Met moeite gelukte bet, wegens bot ijs , om zee te kiezen, maar eindelijk voeren vijfschippers don 5den Maart »wten haven te Ilarlingen.quot; Ongeveer ten twee ure waren zij bij het Vlie, waar zich do schepen dor Geuzen verzameld hadden.

Daar had een hardnekkig gevecht plaats: er werd «hart-«lyoken mitten anderen geslagen ende aan wederzydon ge-

-ocr page 124-

de rnircsniK

»schoeteii.quot; Zij klampten eon snmlseliip aan boord, en namen eenigen gevangen, die naar Groningen werden opgezonden. 1)

Korten tijd daarna rantsoeneerden zij drie Hildtmeijers, terwijl Hero van llottinga bij Vlieland en Jelte van Eelsma met eenige schepen bij Ameland lagen.

Maar, — daar nadert de dag, waarop onbewust de eerste steen zou worden gelegd aan don vrijheidskrijg tegen Spanje, den Isten April 1572!

Geheel onverwacht en zonder een bepaald doel zeilde der Geuzen vloot de Maas in en ankerde bij den Briel en — binnen weinige uren waren zij meester van dezen eersteling der vrijheid, aan welk heldenfeit ook verscheidene Friezen deel namen. 2)

Sedert dit tijdstip trad de opstand een nieuw tijdperk in ; de krijg verplaatste zich nu meer naar Holland en Zeeland en de eigentlijke geschiedenis der Watergeuzen nam hiermede een einde. 3)

Toch waren hiermede de tochten der Watergeuzen op Friesland\'s kusten nog niet afgeloopen en het was dan ook niet zonder reden, dat het Hof den ISden April (1572) aan Alva kennis gaf van »hct groot govacr ende den over-slast, die \'t Landt van Vrijbuiters leed.quot; Na de inneming

1) Volgens Carolus, pug. 15 en 1(), zou «lit in 1570 hebben plnats gehad en ook Rengers, Kronijk I, bl. 14/, vermeldt dit zoo, maar V. Groningen, t. a. pl., in noot 69, merkt terecht op, zooals ook duidelijk blijkt uit de authentieke bron, waaruit Van Vloten heeft geput, dat zulks in het voorjaar van 15/2 is geschied. Zie: Van Vloten, t. a. pl., 1, bl. l,.)5 en de Bijlage XXX VII, aid., bl. 328 enz.

2) Zooals; Jan Abels, Douwe van Glin.1, Ducu en Homme van lletlinga.

3) Zie de namen en levensbijzonderheden van de ons bekende Watergeuzen in Bijlage 1).

I O\'i

-ocr page 125-

WATEIUIKI 7.KN.

van don lïriol volgden spoedig Vlissingen en Voore, waarbij o. a. Homme van llettinga en zijn zoon Duco , alsmede Focke Alx.\'ls behulpzaam waren.

In het begin der volgende maand, kwam sEnchuysen in «handen van do robellendestijds «eon stede van seer )igrootor Jinportantie, Ja de sleutel der Zuyderzee.quot; Dit was eono groote overwinning voor do bondgenooton. »Enck-»huizen,quot; zooals van Meetoren hot eigenaardig uitdrukt, nstorck geloghen, met haar middelen van zeevolck ondo «schepen, is geweest hot fondament, rugge, ondo steunsel »van d\'andor Provinciën ondo Steden, haergebueren, alzoo «Briolo van Zuid-llolland, ondo Vlissingen voor die van «Zeolandt was.quot; 1)

Woldra trokken onderschoideno Watergeuzen do stad binnen, onder welke men ook een paar Friezen aantreft: Tiote van Hottinga on Wybe Sjoordsz. Laatstgenoemde, een ruw en bandeloozo vrjjlmiter, overleefde deze overwinning niet lang, door eigon schuld, Wegens zijne grooto wedorspannigheid werd hij door Sonoy, \'s Prinsen Stadhouder in hot Noorderkwartier, don 1 \'idon Juli van dit jaar te Medenblik opgehangen «mot zyn Forier; zyn broo-»dorquot;. — voorzeker Pietor Sjoordtsz, die ook onder de Watergeuzen voorkomt, — sonde den Lieutenant stonden «onder de öalghe, dan dowijle Wybe do solve seer ont-«schuidichde, zoo zyn de zelve vorbeden.quot; Die luitenant zal zijn geweest de Watergeus Jurriaen Eltes, die «trom-«slaegor\'\' was on althans in Maart 1571 Wybe Sjoordtsz. als luitenant diende, \'i)

1) Schotanus, t. a. pi., 1)1. /(i\'J. — Van Groningen, t. a. pi., 1)1. 111. — Boi\', t. a. pi., fol. 2(i9 vso. — Van Vloten, t. a. pl., ed. 1858, I, hl. 215 en 217. — Vrije Fries, VIII, bl. 411.

2) Zie: Hor, t. a. pl., 1)1. 277 en Bijlage I).

-ocr page 126-

DK I\'RIKSCIIR

Een andorc Frioschc Watergeus, die evenals Wybe Sjoerdtsz., vrij zeker mede den Uriel had helpen innemen en dit heldenfeit evenmin als deze lang mocht overleven, was de edelman üouwe van Glins, die zich al vroeg aan de zaak der vrijheid had gewijd, door zijne deelname aan het Verbond der Edelen. Geboren op de state ülins te Drourijp, huwde hjj met Tjets. zuster van den ongelukki-gen Hartman van Galama. Hij was in 15()7 genoodzaakt te vluchten en bevond zich in Januari van het volgende jaar te Einden, waar hij zich met zijn huisgezin vestigde.

Hij bleef echter niet stil zitten, maar voegde zicli bjj de Watergeuzen , en schijnt zich na do inname van don Briel mot zijn schip naar de Friesche en Groninger eilanden te hebben begeven. Althans in de maand April viel hij daar in handen van den vijand en welk loon hem toen wachtte, is lichteljjk te begrijpen. »In aprili a0. 72,quot; zoo verhaalt ons Johan Rongers in zijne Kromjk, )ms (hncice glms een swestfrieach edelman vp rnllernnwoge dat eijlant onder den «gericht to Warffum in den omlanden vanden redierquot; (red-ger) ))Sicco panser gefangen mit two andern, vnd sint mit ut we deneren vnd etlich buren wth den rechtstoel tegen »lantrecht in gronningen gebracht, vnd een tijt darna mit ;)den sweerdo gerichtet om dat se den geusen gedeent had-»den. Panser,quot; zoo voegt hij er als eene toelichting bij, »was swager vnd groet vrunt des lutenants Mepsche den bekenden en beruchten Spaanschgezinden en Groninger edelman en tegenstander van Rengera. 1)

Nu Enkhuizen in handen der Watergeuzen was, vreesde men in Friesland niet zonder reden voor gedurige invallen

1) Volgens Carolus, „Gaspar di- Roblesquot;, bl. \'24!), werd hij mot iv\'cr zijner meilpezelleti onthoofd. Zie verder: Hijlaye H , T, no. 2(1.

-ocr page 127-

SVA ï\'KltlilXZF.N.

van die zijdo. «want de stede van Staveren is daer niet «verder dan twee mijlen van daer gheleghen.quot; 1)

Zooals wij opmerkten, had het Hof\' van Friesland reeds eenige dagen te voren (18 April) aan Alva bericht, dat de vrijbuiters het zeer bont maakten, waarop de Hertog had geantwoord, dat hij thans geen bijstand kon verleenen, want dat hij de handen vol had met de gebeurtenissen in Zeeland.

Do regeering van Harlingen bad zich intusschon bereid verklaard »tot uyt-rustinghe van een vloot,quot; mits het platte land en de andere steden daartoe wilden medewerken. Zij zou van haar kant zorgen, dat de Onder-Stadhouder Ko-bles »do Vloot mot Crychs-volek mande,quot; als de Staten van Friesland geld en schepen leverden.

Het Hof deed liiervan mededeeling aan de Gedeputeerden, maar dezen antwoordden, dat de uitschrijving van een nieuwen omslag op een Landdag moest worden beslist. 2) De Prieache Stadhouder Harlaymont had daarop aan de grietenijen bij brief van 2!) April geschreven, dat »die snootsaeckelicheyt grootelyckeu is eyschende d\'uytrustingequot; van eenige schepen en schreef ruim veertien dagen later (15 Mei) tot dat doel een Landdag uit, die op den 20sten daarna »\'s morgens tacht uren alhyer binnen Leeuwardenquot; moest plaats hebben. 3)

Zuinigheidshalve zonden de grietenijen en steden »elck »gheen twee Volmaehtighe (soo men ghewoon was te doen) »maar een alleen, om de onkosten te mijden.quot; De Voorzitter »een welsprecckende Manquot;, hield in de vergadering «eenc schoone redequot; ter bevordering der zaak, maar eene

1) Itor, t. a. pi., fol. 2(gt;!).

\'2) Soliotunus, t. ii. pi., bl. Zie bi. 120 hiervoor.

.\')) Cbart.boek, 111. SHO. Scbotunus, t. ii. pl., bl. 7l\'gt;2 . zogt: (i Mei.

125

-ocr page 128-

UK I-IIIKsniK

commissie van vier leden uit de Staten antwoordde, op zeer goede gronden, dat de ingezetenen tot het opbrengen van meerdere schatting niet in staat waren. 1) Evenwel wilden zij \'2000 car. gids. opschieten, op voorwaarde , dat deze som in mindering zou strekken van de volgende termijnen en in dien zin schijnt do zaak beslist te zijn.

Alva kreeg hiervan onmiddehjjk kennis.

Dewijl Barlaymont afwezig was en er thans een krachtig optreden vereischt werd, had het Hof van Friesland ia-middels Kobles in Maart uit Groningen ontboden, om naar Friesland over te komen. \'2)

Robles was terstond ijverig in de weer. JIjj zond terstond ecnige Walen naar de Kuinre, »onidat de Geuzen van daer Wapenen gehaclt haddenterwijl hij van alle kanten scheepstimmerlieden naar Harlingen liet komen, »0111 »aldaer schepen te timmerenquot; en weldra lagen er aldaar zeven vaartuigen in de haven gereed.

Had het moeite gekost, om die schepen uit te rusten, moeiehjker was het nog, om ze te bemannen. Barlaymont gal\' hierover in eene ordonnantie van \'2 Juni daarna zijn toorn lucht. Want hoewel hij aan sommige steden geschreven had, »0111 te hebben Schipsvolck, die men van nooden )ihoeft op te schepen ten oirloge, toegerust liggende binnen «Harlingen veerdig, zonder datter anders nyet aen resteert odan Schipsvolck,quot; zoo was evenwel niets »dien aengaende «bedreven ofte vuytgericht, waar vuyt wyzoo voegde de Stadhouder er vertoornd bij, «anders nyet en connen spoe-sren dan groote onwillicheyt van den Ingesetenen, verkeert-

1) Din vier leden waron : Ulbo van Aylva , voor Oosturgo; \'ijerek Haytsma, voor Westcrgo; \'l\'jerck van A ndringa , voor do Zevenwouden cn Matlhijs Rommarts (zio 1)1. 5\'2 hiervoor), voor do Steden.

2) Schotanus, t. a. pl., 1)1. 7()2 ; Chart.bk., 111, bl. 87() un Frie-sehe Hriefwisseling, in Dc Vrije Fries, dl. Vlll , bl. 411.

-ocr page 129-

WATKHOKTZKN.

ohcyt cndo quadc uttectic, die sy tot haeren natuerlycken «lleore eudo Prinche syn draegende.quot; Hij ordonneerde en beval de regeering van llariingon »wel scherpelyckdat »gy van stonden aen opt alderspoedelicxt voor u ontbiedt «allen Schippers, Bootsgosellen, Stuerluyden ende andere «Schipsvolck, hun scheeps verstacndeen dat, «zoe «wel die gene die absent als present syn.quot; Dezen moesten zij opleggen onmiddehjk op de bedoelde schepen dienst te nemen, onder belofte van eene «goeden bezoldinghequot; en wat »gelt op de hant.quot; Dat do Koninklijke schatkist niet in een al te besten reuk stond en er van Spaansche zijde oven gemakkelijk privileges werden vertrapt en vertreden, als beloften geschonden , dit schijnt ook do Stadhouder begrepen te hebben. Immers hij voegt er bij, dat men de zekering moest geven, dat, «indien zy nyet wel van de «Maeyesteyts weegen en werden betaelt,quot; men hen dan wel «van Stadts weegenquot; en uit «des Stads kistequot; zou voldoen. Do Koning zou dan wel do steden «guarranderen.quot; 1)

Oaf het scheepvolk aan die roepstem geen gehoor, dan zouden de onwilligen natuurlijk ais «Rebellen van zyne Mayesteytquot; gestraft worden, terwijl destadsregeeringenmet den meesten spoed den Stadhouder moesten berichten «van »t geen by u desen aengaende gedaan is, ende u weder-«varen zal wesen, zonderquot;, zoo voegt Barlaymont er waarschuwend bij, «des ecnichsins te weezen in gebreke.quot; 2)

In deze ongelegenheid was de een of andere boef, die zich eene veroordeeling op den hals had gehaald, een ware

1) Dat het dikwijls Imponlc unu betaling der soldij, is genoog bokcud. Robles zelf vroeg by brief van 1 Aug. 1 b/\'J „zijn aeliter-stallig inkomen van 137 maanden lierdus van niet minder dan van ruim 11 Jaren! Fr. liriefw. in De Vrije Fries, Vlll, •10!(.

\'2) Charterboek, 111, S87.

127

-ocr page 130-

UK I-lilESCIlK

uitkomst. De; straf werd dan goon vorblijt\' in do gevangenis , maar hot dienen op do gereed liggende schepen. Zoo word twee dagen later (4 Juni) zekere Jan IMoters, wegens verwonding van iemand, veroordeeld; «om op do C». Mat. «oorlogschepen, die to Harlingen uitgerust werden to dio-»nen, alleen voor do kost en gedurende den tijd, dat men »dio oorlogschepen zal gebruiken.quot; 1)

Robles was intusschen zolt\' opgerukt naar de Kuinre en Workum, waar hjj zich den \'J\'Jsten Mei bevond. Vandaar was hij den ;!den Juni naar Stavoren getrokken en begaf\' zich dienzelfden dag naar Harlingen, om don volgenden of daaraanvolgenden dag de schepen zee te doen kiezen. 2) Hij gaf hiervan aan Alva bericht en vroeg hom of het hem goeddacht, om drie vendelen Walen in Friesland te brengen.

Eerst op den 7den dezer maand, \'s avonds om (gt; uur, verlieten de vaartuigen, waarop zich do Kapitein Moncheau met 150 Walen had ingescheept, de haven van Harlingen en reeds een paar dagen later bemachtigden zij drie Oeu-zenschepen, op een waarvan zekere »l\'eeter de Jonghoquot; kapitein was, oud «omtrent XXVil jaeren, geboeren the ïWerdom by Leeuwarden.quot; Hozo ongelukkige werd met zijne lotgenooton den 13den daarna op hot zeestrand «bj der stede Worckumquot; waarschijnlijk opgehangen, althans » gericlitet.quot; 3)

üp dienzelfden dag trof een anderen beroemden Watergeus een bijna even treurig lot. Jolte van Eelsma, dien wij boven reeds noemden , trachtte met ecnigo gezellen voet aan

J) Van Leeuwen, Merkw. Sent. vim den Ilove van Friesland, in II. S., lumwezig op do Friesche Uibliothcok.

2) Schotanus, t. a. ))1. - Friesche Briofw., t. n. pi.. bl. 401. .\'() Frii\'»clic Uriefw., t. n. pl., 1)1. 402 en 40M en Bijlage /).

-ocr page 131-

WA I I;Hlt;•KrzioN.

wal tc zotten to Ilolwerd, maar word door de Spanjaarden achterhaald en afgemaakt, toen hij naar zijn schip wilde terugzwemmen. 1)

Dat er inderdaad van Spaansche zijde noodzakelijkheid bestond tot het uitrusten van schepen , was inmiddels weder duidelijk gebleken uit ecu geduchten inval der Watergeuzen, die in den nacht tusschen den 17den en 18den van de vorige maand (Mei), geheel onverwachts, ten getale van ongeveer «tachtig ofte tnegentich welgewapende personenquot; een aanval deden op Hindeloopen. »zyndc een open vlcck opter Zuyderzeo gelegen.quot; Zjj trokken hot stedeke binnen en waagden het »\'t heilich weerdich Sacramenthuys endo »outaren te destruëren, vernielen, ende dacruyt te nemen »tgene zy aldaer bevonden; hebben oeck daerenboeven den spastoir aldaer die kelcken genoemen, zijn huys gespoliëert, sonde der meeste burgers geit ende goedt goroeft ende go-»stoolon, daermede trekkende nair Flielant, ende die solve «burgers alsoo getractecrt, dattet to erbermen is.quot; Wel is waar had Groosbeek twee jachten uitgerust, maar wat beduidde dit tegen do macht van «die voorsz. piraten.quot;

Op den avond van den IHden «ende do daeraonvolgendo nachtquot; hadden sommigen, met name »Peter Smidt, Lange «Iloyte van Worckum, Claos van Nyezijl, 2) ende Corne-»lys by Franeker woenende, endo noch twee, alsoc onder «hoere sessen, ten huyse van Chios Jansz., tavernier op \'t «Vlielandt, goed goscier gomaeckt, alsoc datse noch gaon «noch staen konden.quot; Als «Capiteynen van \'t voorsz. go-«buff\'tquot; stonden met oen zwarte kool aangeteekond: »Mr. «Hindryck. eertijts Coster endo Schoelmeister oj) die Nyo-

1) Vnn Groningen, t. a. pi., hlmlz. 214. Zioook bladz. % hiervoor.

\'J) Wanrsplujnlijk de „Nyeuwen zyllop het Bildt; zio Charterboek, III. bi. 8S j, 1),\'W cu 94 ■\') un liicrim.

-ocr page 132-

in-; rniESciiK

«zijl, Capiteijnquot;; eveiigeineldo Peter Smydt, van llarlingen, schipper; Melchior, wever van Midlum, bij deze gelegenheid «Provoestvan wien het bekend was, dat hij »den «Casteleynquot; van het blokhuis te llarlingen »twee doodtlycke «wonden endo stocken gegevenquot; had, «dat die adem daer «uyt gegaen isquot;, waarna hij door den grietman van Bar-radeel, George van Espelbach, »gefancklyckenquot; naar Leeuwarden was gebracht. Eindelijk hoorde nog bij hen een ongenoemde sLuyttenantquot;, zijnde «de broeder van den trom-«slager, dwelke cortelycken tot Leeuw, geiustificeert is.quot;

Het Hof van Friesland was, behalve van deze onaangename tijding , «voorts sekerlicken onderricht, dat den Drost «van Empden losgelaten hoeft zekere gevangens, namen-«tlycken; Marten broerken, cleyne Marten van der Jou were «ende Jelcke Sjeerps, gcdof\'ameort, voer die principaelste «van de knevelaers in deeso landen passerende.quot; En dit was geschied, niettegenstaande het Hof den Drost herhaaldelijk had verzocht, om deze lieden over te zenden, i)

Twee dagen na den aanval op I lindeloopen (20 Mei) had de Stadhouder Barlaymont eene ordonnantie uitgevaardigd, om zorgvuldig dag- en nachtwacht te houden. Want hij had vernomen, dat op den vorigen dag «wederomme enyge «Quaetdoeners ende Boeven by schonen ende lichten daege «haeren moetwille bedreven hebben op Siootermeer.quot; \'t Was dus zaak, om «mit behoorlycke middelenquot; tegen verdere invallen zorg te dragen. Bovendien beval hij het plakkaat van 19 November laatstleden «van nyeuwesquot; te doen publiceren. Mocht overigens iemand «enyge van de Kneve-«laers, die \'tfeyt op Slotcrmeer voorsz. hebben aengerichtquot;, of wel anderen van die soort grijpen, hetzij dat hij ze «le-

1) l\'ricschc liriefw., t. u. pl., hladz. 400, )()\'J cn -lO.\'t, alsmede Bijlage I).

-ocr page 133-

1:11

quot;vendicli oi\'to doet broughtquot;, men zou hem »voer syn ncer-ssticheyt vuyttc Mayesteyts comptoiro betalenquot; 25 car. glds., maar boveiulion «nocli vyftich gelycke guldensquot; als het een »knovclacrquot; was, wiens naam »in den listequot; voorkwam, die tegelijk met do bovenvermelde publicatie van l!i November was afgelezen. 1)

Omtrent dezen tijd stapten jhIc Piratenquot; ook meermalen bij ))dio Nyeuwe Zyll, ende andere plaetzen omtrent het »15ildt, viantlicken, gewapender hant, met vliegende vcn-»dclonquot; aan land, terwijl door hen »eenen yder van eonige »qualiteyt van goeden ghespolieert, ende oeck sommighe «venckclick wechgevoertquot; werd. \'2)

1 let was dus wol noodzakelijk, om paal en perk te stellen aan do gedurige invallen der Geuzen on hen, die men ving, voorbeeldig te straften, opdat »oick die liebellon in doso oerdenquot;, zoo verklaart Robles in oen schrijven van \'iO Juli van dat jaar, »sich soo hoochmoodich nyet dragen, ende gt;izoo dapperlich nyet snorekon sullen als zy bys heer toe »gcdnon hebben.quot; 3)

Den vorigen dag had Robles in oen brief ernstig geklaagd over do grooto moeiolijkheid, waarin hij verkeerde wegens hot onderhoud der zeven Friesche vaartuigen. Niot alleen was de som, door do Staten tot uitrusting en onderhoud daarvan toegestaan, reeds gebruikt. maar ook zelfs de golden , die daarna voor dit dool waren opgenomen. En geld moest er zijn , zou men do schepen in zee kunnen houden. Nu had hij vernomen, dat do Staten niot zeer geneigd waren, op nieuw hiervoor penningen beschikbaar to stellen, llji

ll Zie bliulz. 119 liiervoor. Chnrt. I)k., 111. W(i. 2) Cliurt.ljk., 111, bl. 1042 en IVJlage B op; Syih van Doniu. .\'lt;) Cliurt.bk.. 111 , 89a.

-ocr page 134-

l)E FHIKSCHK

zou echter doen, wat lijj kon, i) Goedo verdedigingsmiddelen toch, te land en te water, waren dringend noodzakelijk. te meer nu het gerucht liep, dat Doeeke van Martena met Sonoy, \'a Prinsen Stadhouder in het Noorderkwartier, het plan had opgevat, om een aanslag op \'h Frieslands hoofdstad te beproeven.

En inderdaad was dit het geval. Prins Willem had den 4den Juli in het veldleger te Alderkerko een volmacht voor Martena geteekend , »hem gevende macht, authoriteyt ende «bevel omme de stad Leeuwarden met alle mogelycke mid-»delen en volck van onsen wegen,quot; zoo luidt het, «tot «dienste van O. Mat. inne te nemen.quot; 2)

Tien dagen later stelde Prins Willem Joost van Schou-wenberg tot zijnen Stadhouder in Friesland aan. .\'{)

Reeds in April had Tiete van Hettinga zich naar Dillenburg begeven en aldaar den 1 (kien dier maand van Prins Willem een bestellingsbrief ontvangen , «ghelijckquot;, zoo meldt ons Schotanus, «den Brief daer af (in \'t Geslacht bowaert «wordende) aen-wijst.quot; Hierop was hij volk gaan werven in Breinen en Hamburg, lag kort vóór het overgaan van Enkhuizen met eenige schepen in het Vlie en was zooals wij zagen, bij do inneming van die stad tegenwoordig, -i) Martena richtte al spoedig na zijne aanstelling tot Sonoy het verzoek, «om bijstandt van Voetvolck,quot; waarop deze hem den Frieschen kapitein Hotze van Buma met eenige manschappen tot hulp zond. Daarop werden er lü iï 12 hoplieden aangesteld en werd er «nieu Volck aenghe-

1) l\'ricaclu; Briefwisseling, Vrije Fries, VIII, bl. 409.

\'J) Stukken in \'t Archief van Leeuwarden, waarvan wordt melding gemaakt in dl, \\11I van De Vrf|e Fries, 1)1. 85.

.\')) Schotanus, t, n. j)l,, 1)1. 7()().

-1) /ie bl. I-i.\'i hiervoor en verder: Schotanus, t, a, pi,, bl. 7M ; Wiuseinius, Iliatoria, pag, en Carolus, t, a. pi., bl. (1!).

-ocr page 135-

WATlilUiKHZEN.

»nomcn.quot; Vrij zeker waren destijds hoplieden; Jellc en Sydts van Botnia, Pietor van Cammingha, Sjuek van Eminga, Tiete van Ilettinga, Seerp van Galama, Augus-tinus Oedtsma, Sippe van Scheltema, Edo Abbema, de beide Haersma\'s en Wybe van Grovestins, alsmede Jan van üonga en Sieke van Tjessens, die wij allen omtrent dezen tijd ijverig werkzaam zien voor de zaak der vrijheid. 1) De eerste aanval was op de Kuinre gericht, met het plan, om daarna in Friesland te vallen. liet gevaar werd steeds grooter en de macht der Geuzen wies bij den dag aan.

liobles, niet zeker genoeg van de houding der Eriesche steden , zoodra Martona of do zijnen voor do poort kwamen , wilde zich daarvan in persoon overtuigen. Hij begaf zich naar Sneek, waar de inwoners reeds den Spaanschgezinden grietman van Gaasterland, Abel van Boeymer, geweigerd hadden door de stad te laten , toen deze »met eenige ghevan-))ghen Geusen mot vier assistenten daer onder twee Walsche »soldatenop reis naar Leeuwarden waren, bewerende, dat zij geone Walen in bezetting wensehten te hebben. \'2j Tc vergeefs trachtte liobles de steden Sneek en Hols-ward er toe te brengen, om eenige Walen in tc nemen. De inwoners wildon hem niet ontvangen en sloten de poorten, zoodat hij wel genoodzaakt werd naar Leeuwarden terug te koeren, waar hij den 17don Augustus aankwam. Onmiddelijk nam hij do inwoners een nieuwen eed van getrouwheid af en wapende hen , «dies d\'aenslach van Doecke «Martona ghebroockon wordt.quot; \'.i)

1) Zin over ui deze personen, uitgenomen Sieke van Tjessens, (gehuwd met Geel van Heringa), in Bijlage li liierim , alsmede Bor, t. a. pi., fol. 277 en Qabbema. t. a. pi., 1)1. 539.

2) Gabbema, Leeuw., bl. 5.\'t(), spreekt van: „vier gevangene Geu-„zen.quot; Zie ook Hor, t. a. pl., fol. 278. V. Sm., t. a. pl., bl. ,\'i77.

3) Schotanus, t. a. pl., 7M en Van Vloten, t. a. pl.. (ed. 1858), II , bl. 80.

-ocr page 136-

I)F. KltlKsniK

Juist op denzclfdon dag, dat Iloblcs weder Leeuwarden had bereikt, stonden Tiete van Ilettinga on Jan van Bonga voor do poorten van Sneok. Zij namen hot zonder veel moeite in, waarop Bonga zich met 300 man naar Bols-ward begaf, dat iiij den 20sten dior maand opeischte. Jlet antwoord was echter van dien aard, dat hij genoodzaakt was, «onverrichter saeckenquot; af te trekken. Zijn aanverwant Hotze van Buma, hiervan niets wetende, kwam den volgendon dag voor de stad en na 24 uren beraad, had hij Bolsward in bezit. Robles vaardigde den 2\'2sten in der haast een verbod uit. om de Geuzen eenigen bijstand tc verleenen, terwijl hij drie dagen later een Landdag liet uitschrijven, om in deze benarde omstandigheden vier nieuwe vendelen krijgsvolk aan tc nemen. Do Staten verklaarden echter den isten September daarna, dat zij wegens de vele lasten hierin niet konden sconsentercn.quot; I)

Staveren gaf zich den 2■isten aan de Geuzen over, uitgenomen het kasteel, dat in handen der Walen bleef, terwijl Praneker vier dagen later het voorbeeld der andere steden volgde.

Nu de vrijheidshelden zooveel voorspoed in het westen van Friesland ondervonden, wilden zij ook hun geluk aan den oostkant beproeven en eeno poging wagen, om zich van Dokkum meester te maken. Dokkum, dat voor korten tijd door den Allerheiligen-vloed was geteisterd, zou nu in nog erger mate de woede van soldaten ondervinden.

Zekere llollandscho Watergeus Gysbertns, wiens familienaam ons onbekend is, lag in September onder Ameland ten anker, naar welk eiland de vroeger genoemde Sippe van Scheltema de vlucht had genomen. Dezen stelt hij

1) Ohartrrbock . 111. bind/,. 900—!M).r), alsmede, l\'Vicsdie Bricfw., t. k. pi.. 1)1. 11/ . ulwnar van vendelen wordt gesproken.

-ocr page 137-

WATERGEUZEN.

voor ecu aanval op Dokkum to beproeven, waartoe Scliel-tema in \'teerst niet zeer geneigd scheen. Maar Crysbertus wijst hem op de schoone gelegenheid daartoe, dewijl Robles de handen vol werks had; hij herinnert hem aan zijne verwoeste Stins, waarschijnlijk te An juin gelegen. 1)

Scheltema liet zich eindelijk overreden en Gysbertus voert hem naar Oostmahorn. Aan wal gestapt, zag hij zich al spoedig omringd door »een groot getal van huysluydens »ofte boeren van \'t quartier omtrent Dockum,quot; die zich tot zijne hulp aanboden. Zij trokken naar Dokkum, waarop het Hof onmiddehjk eenige Waalsche en Duitsche soldaten derwaarts zond, »mit bevellich Renick van Dekema gege-»ven, om den trommel te roeren, endc een vendel knech-»ten aldair te lichten, omme te beletten den vorder toeloop svan de rebellen\'quot; 2) liet Hof zond hiervan onmiddelijk bericht aan Alva, er den wensch bijvoegende, dat »(iodt salm.quot; den Hertog mocht sgespacren lanck levcndich ge-ssondt in salicheyt met prosperiteyt.quot;

De vijandelijke soldaten waren met do Watergeuzen al spoedig slaags en zouden ze wellicht verdreven hebben. jiton waere de burgers van Dockum voors., de partye van sdenselven rebellen sustinerende, op ons volck nyct en had-»den innegeschoten ende geslaegcn, schietende ende wer-spende met steenen uyt de venstoren, ende cenighe van sdeselve souldaeten van \'t leven gebracht.quot;

Groot was de woede van Robles hierover. Hij zond er

1) Wij vermoeden dit, onidnt hij gehuwd was met Hiuu-k Wopekes vim Domna, van Anjmii; zie Sthk. v. d. 1\'r. nlt;lel op: Scheltema, Do Scheltema\'s behoorden echter te Ferwerd en Ulija tehuis.

\'2) liienck van Dekama was grietman van Kollumerland e. a. en hopman in Spaansehe dienst. Zie; „Koll. land c. a. gescliiedk. be-schr.quot; , hl. (iS en 148.

-ocr page 138-

HE l\'HIESCIIK

zoo spoedig mogelijk on »soc secrctlyckon als iiy tsolvo heeft ))te wercko konnen brengenoonigo soldaten uit Ijceuwar-den oj) af, terwijl hij ook »cenicli crijgsvolck ende schutten »to peerde uyt Groeningeuquot; liet aanrukken. Terstond daarop lihobben allen den robellen endo borgers, die sy gemoetende ïwaeren, behalven wyffs endo kynderen, geslaegen, do «buyson geplundert, endo voortz \'t vuyr in der stadt go-»steken, ondo omtrent de derde part van dien verbrandt.quot;

Deze gebeurtenis is dan ook, niet zonder reden, bij de Friesche geschiedschrijvers bekend onder den naam van de «Dokkumer fury.quot;

Do moord- en plunderzucht dor Waalscho en Duitsche soldaten was zoo verschrikkelijk, dat eenige Roomsche inwoners . die naar Leeuwarden gevlucht waren, den Kolonel smeekten aan die onmenschelijke woede een einde te maken. Door do tranen en het dringend verzoek van eenigo aun-zienlijke vrouwen bewogen , zond de Kolonel dan ook eenige koeriers, met bevel om het moorden te staken. Maar nu sloegen zij aan het plunderen op eeno wijze, die alle beschrijving te boven gaat en hieraan kwam niet eerder oen einde, dan nadat Jan van Bonga en Sicke van Tjessens met hunne soldaten kwamen aanrukken en den vijand verdreven Dit had plaats omstreeks \'20 September. 1)

Do krijgslustige Gysbertus kwam er slecht af. Hij geraakte bij zijne vlucht door de eb met een boot aan don grond en

1) Do dut» komen bij nllcu niet overeen uit. Zio: Van Vloten, II , bl. 80; Vrije Frioa, dl. VI, bl. V27—K)M, waar een uitgebreid verhaal over deze gebeurtenis voorkomt; Friesche liriifw.. t. a. pi., bl. ■115, IKi en 417. alsmede 41!) en quot;ll-\'O, op welke laatste bladzijde men leest „La ville at este la plus grand part saeeaigee et bruslee , „pour donner exemple aux anltres mallieurcux eomme enlx.\' Kengers . in zijn Kronijk, I, bl. 35(), stelt dit op: 1(gt; September- — lior , t. a. pl., fol. 2/S vso.

-ocr page 139-

WAïKliliiaZKSquot;.

werd door dun vijand gegropon, iliu hem nous on ooren afsneed en hem daarna doorstak. 1)

Niet alleen hier, maar ook elders vonden dc Geuzen steun. Zoo voorzagen de bewoners van liet Bildt »de Vy-»an den ende Rebellendie in Franeker lagen, van liet noodige graan, weshalve Robles den i2den September aan Allort van Syrcxsma, «Grietman van der liiidtquot; beval te publiceren, dat zij onverwijld hunne granen naar Leeuwarden moesten brengen en zulks op straffe, niet meer en niet minder, dan dat hij, die dit verbod weerstreefde, »van »liuys ende hoff zal worden verbrandt, ende daer te boven «verbeuren lyfl\' ende goet.quot; 2)

Inmiddels was het hoogst noodzakelijk , dat do Walen op het kasteel te Staveren werden ontzet en dewijl Robles toen tor tijd ziek lag op het Blokhuis te Leeuwarden en verhinderd was zelf te gaan, zoo liet hij don Raad der stad bij zich komen en overreedde de leden daarvan, om den 9den September zeven vendels derwaarts te zenden. Dit geschiedde. De Geuzen werden gedwongen de stad te verlaten en verzamelden zicli bij Galamadam en te Koudum , van waar zij echter drie dagen later door de Walen verdreven worden.

Den Kiden September werden eenige Walen naar Franeker gezonden, om oen aanslag op dio stad te beproeven, doch de aanval mislukte en zij trokken zich terug in de kloosters te Anjum en Lidlum, alsmede te Berlikum. Twee dagen later werd aan de grietenijen Menaldumadoel en Franekoradeel bevolen, om do soldaten te Berlikum van »allerloye provandequot; te voorzien, terwijl den 2den Üct. oen omslag werd gehe-

1) Vau Gron. i t. u. pl. , hl. LW en \'2.\'W eu Schotiuuis. t. n. pl., hl. 7(i5.

2) Chnrterboek, 111, W. 90().

\\M

-ocr page 140-

UK KRIKSC\'IIK

ven tot bekostiging van hot onderhoud dezer nmnschappen.

De omliggende kloosters hadden door de plundertochten veel te lijden, o. a. het klooster Lidlum, welks abt Johannes Geelmuiden de wijk naar Franeker nam. Doch de edelmoedige Martena nam hem in bescherming en zijne goederen tevens in bewaring, die later door hem aan den abt weder -werden teruggezonden.

In \'t begin der volgende maand werden de Geuzen door Robles deerlijk bij Berlikum verslagen. 1)

Inmiddels had men weder :es Watergeuzen gevangen genomen, die, omdat zij »ton vrybuyt gevaaren ende den »oproer, die deeze landen lange geteistert heeft, ter zee en quot;lande hadden helpen stijvenquot;, den iden October met den dood gestraft, «twee met het zwaard, vier met de strop.quot; 2)

In \'t laatst dezer maand begon het sterk te vriezen, zoodat de soldaten , die hier en daar op \'t land verspreid lagen , werden opgeroepen, om binnen Franeker in garnizoen te liggen. Daar was men niet weinig beangst, dat Robles met eene krijgsmacht zou aanrukken en Schouwenburg gelastte de Stadsregeering bij brief van 10 Nov. uit Workum, dat men in do stadsgracht bitten zou maken en de wallen met water begieten , op hoop dat zij door de strenge vorst spoedig zouden bevriezen en glad en onbegaanbaar worden voor den vijand. De stadsroeper, Simon Jans, «een korts-wyligh «Man,quot; maakte dit volgenderwijze aan de ingezetenen bekend: «Elck koine op sijn bit, ende begiet et glad; Soo «glydt de Cornel, met sijn swart vel, van boven del.quot; 3)

1) Gabbcraa. t. a. pi., lil. 5,\'i9 enz. — Hor, t. a. pi., fol. 279 en Friuschc llriefw., t. a. jil., bl. 422 en 424. — Charterboek, 111, 1)1. gt;»07 tot !)11 ou \'JI4. Dr. J. lleitsma, „Honderd jaren,quot; enz. bl. 1(gt;().

2) Uabbema , Leeuw., bl. 547.

.\')) Wingcmiu», t. a. pl., bl. .quot;i7.\'lt;.

-ocr page 141-

WATKUGKIIZES,

Kort daarna lood dc /aak der vrijlieid een groot verlies wegens de onverwachte vlucht van \'s Prinsen Stadhouder Schouwenburg, die, nadat liij »veel Oeldts bekomen hadde,quot; van Franeker naar Makkum en Workum trok en vervolgens door de Zevenwouden dit gewest verliet. «Sjjne sehande-«lyeke vlucht, heeft Friesland geheel acn de Spaensche «zijde weder gebracht.quot;

Vóór zijn vertrek had bij üoccke van Martena te Franeker, Bronckhorst te Uolsward, en Tiete van llettinga te Sneek «tot Commandeursquot; achtergelaten. 1)

Robles had nu eene schoone gelegenheid, om te trachten , zich van de afgevallene steden meester te maken en dit gelukte hem maar al te wel. Zoo bemachtigde bij den l2\'2sten November de schans te Makkum, die «van seer «stereke gelegentheytquot; was; verder «die stadt Bolswaerdt, «op genaede, den Sasten derselver maendt.quot; Den volgenden dag kwamen er twee volmachten van Franeker bij hem te Leeuwarden, «seer oitmoedelicken, mits vallende opten «knyenquot; en te kennen gevende, dut men «de Stadt, mitz «wordende in genade ontfangen, wel souden willen leveren «in handen van S. Mt,, te vreden sijiide in dyen gevalle «sulcken garnisoen van Knechten inne te nomenals de Kolonel noodig oordeelde.

Trotsch was het antwoord, dat zij ontvingen, liet Mof gaf bun te kennen, «dat S. Mat. nyet gewoontlicken was, «syne steden onder conditie in genaede \'t ontfangen, dan «selifs conditiën te geven; ende dat sy daeromme die stadt «puyr ende simpelicken, vertrouwende opte gocdertieren-«heyt van S. Mat., in den Stadhouder handen tot behoett\'

1) Scliotnnus . t. a. pl.. bl. Tl\'!\'.

-ocr page 142-

DK 1\'lilUSl\'IIE

»van ö. Mat. souden overleveren ende garnisoen ontf\'angen »tot synen believen.quot;

Er zat dus niets anders op, dan te vertrouwen »opto »goedertierenheyt van S. Mat.quot; en do stad gaf\' zich weldra op genade en ongenade over, hetgeen ook kort daarna geschiedde met de stad Sneek. 1)

Nu »alle de saeeken van troublen in desen lande alsoo in «stilte gebrachtquot; waren, verzocht het Hof aan den Hertog van Alva, bij brief van den 4den December, om do 12 vendelen krijgsvolck, die op weg waren naar Friesland over te komen, »terugge te roepen,quot; daar het hoogst moeiehjk was »in deze landen te komen ende wederomme daer uyt «geraeckon, soo dit landt, besonder des winters ende by »tyde van doyen, een heel onbequaem landt is voir den »reyeenden man, als meestendeel al gebroocken landt sijnde.quot;

Verder deelde hot Hof het een en ander mede over het herbergen van het overgroot getal van gevangenen, die voorshands op het Blokhuis in verzekerde bewaring waren gebracht. Kobles had er reeds in een brief van 30 November Alva op gewezen en te kennen gegeven, dat het ))daerop al nyet sender groote vreese te logeren en is.quot; Op last van Kobles had men in Leeuwarden reeds naar ween andere bequame plaetzequot; rondgezien, maar daar men »in »dcsen couden tijt, in steen ende calck niet bouwen en »kan,quot; zoo luidt het, was het bezwaarlijk, om dit naar behooren in gereedheid te brengen. Men had echter »by «provisie seecker buys gevondenquot; en dit zoo goed en zoo

J) Friesche Bricfw., t. a. pi., 1)1. 42!) en 4;)ü ; 15or, t. a. pi. , fol. 304; mot mocito ontkwamen do steden aan liet vonnis van Alva, dat de stadsmuren geheel moesten worden afgebroken , maar gedeeltelijk geschiedde dit toch.

-ocr page 143-

WATEUGEUZKN.

kwaad als \'tging, «dacrtoe geroet doen maocken.quot; Dit was »het oude en sterke gebouw van Keimpo Unia.quot;

Dou 41 den December beantwoordde de Hertog dit schrijven kort en bondig, zooala hij dit gewoon wns te doen. De 12 vendelen had hij reeds teruggeroepen, op goed vertrouwen, dat men zijn «dobvoirquot; zou doen. Wat de gevangenis aanging , het was onnoodig daarvoor vele kosten te maken; — hij had Robles reeds geantwoord, dat men eenvoudig «de «gevanghenisse soude ledich maecken met executie der ge-»vangenen, sender langhe opholdinge.quot; 1)

Onder dc groote menigte inwoners, die schier dagelijks werden gevangen genomen , behoorden o. a. ook lluurd van Roorda en Pieter van Cammingha. 2)

Eerstgenoemde was in de maand October door Philips Corbet, waarnemend kastelein op het Blokhuis te Harlin-gen , in zijne woonplaats Hennaard gevat, maar werd in April van het volgende jaar (1573) onder borgstelling weder losgelaten. Dit lot trof\' ook Cammingha in de volgende

1) Fricscho Briefwisseling, t. n. pl.. hl. 434—4.,lt;8 cn Gabbema , Leeuw. , bl. 560—5(gt;5. Volgens Eekhoft\', Leeuw. , 1 , bl. (»4 stond het Uniahuis. „oji de plants tussehen het tegenwoordige Zwitsersch IVal-tetje , de IVaeze en de Ossekop, welke thans met huizen bebouwd is.quot; üat het in 1498 geheel is geslecht, zoouls alduar op bl. lü() wordt gezegd, schijnt volgens het in den tekst vermelde minder juist te zijn. Zie aldaar nog bl. 107, 111 en 207 alsmede: Carolus, t. a. pl., bl. 173 en over dnt huis, het Stbk, v. d. Fr. Adel, 1, bl. 38(1. Het Blokhuis had de plaats ingenomen van het vroegere Haniahuis.

2) Kuurd van Roorda was de zoon van Joan en Anna Hanckema en reeds vóór 1550 gehuwd mot üoutzen van Sassinga. Hij werd 20 Juni 1509 Dijkgraaf op een salaris van 300 oar. gld. Na zijne bevrijding kwam hij weder in functie. Hij was ook Gedcput. Staat en komt als zoodanig nog in Juli 157(gt; voor, maar sehijut kort daarna gestorven te zijn. — Zie: Mr. J. Minnema, „Geschiedenis van het Dijkregt enz., bl. 83, 89, 101. 102, 128, 129 en 230; Chbk., UI, 543,933, 980 en 1058; \'sllofs Commissieboek, fol. 99. Stbk. op: Roorda, met de baar, iiunt. KI en Frisia Xobilis, bl. 1/3.

lil

10

-ocr page 144-

Dio l aiicsnii\'.

maand. Meermalen was liij door liobles en liet Hof opgeroepen , om zich te komen verantwoorden, maar hieraan had hij geen gehoor gegeven. Toen hij nu op zekeren tijd zijne zieke moeder (Tnjn van Herema) te Bolsward of, volgens sommigen te Franeker, had bezocht en zich vandaar naar Ameland wilde begeven . waar , zooals wij boven opmerkten. zijn kasteel stond, werd hij op reis derwaarts gevangen genomen, zeer waarschijnlijk door Doedc van Syrxsma, grietman van Oostdongeradeel. Hij werd naar het Blokhuis te Leeuwarden gevoerd, maar, dewijl men hem niet genoegzaam van oproer of Majesteitsschennis kon overtuigen , eenigen tijd later op dringend verzoek zijner echtgenoote Franske van Minnema, onder borgstelling op het Amelands-huis aldaar in bewaring gesteld, misschien wel mede door tusschenkomst van Viglius, die nog al medelijden met hem schijnt gehad te hebben. I)

Dat nu velen de vlucht namen , vooral naar Einden , laat zich denken. Robles beval dan ook den 5den December, om hem de namen op te geven van zoodanige personen. Onder hen bevond zich ook Haring van Glins, die «over »de bevrosen Eems rijdende, scheepte soo veel koude, door

1) Cammingha\'s moeder woonde waarschijnlijk te Holsward, waar althans do Herema\'s een Stamhuis hadden; zie o. a. de N. Naamlijst van V. Sminia , 1)1. -\'(i!). noot. — Zie voorts over dc gevangenneming dezer twee edelen: Carol us , t. a. pi., bl. 25. 27. !(gt;(gt;. 11M en 195; uit hetgeen aldaar op bl. 1 (Ki wordt vermeld, mag men opmaken, dat de aldaar bedoelde broeder van Bernardus van Syrcxma de bovenver-melde Doedc is geweest: „Cujus fraterquot;, —„aliquot ex suurjurisdiclionis militibus „praeesset.quot; Oabbema, t, a. pl., bl. 519 un 559; Viglii Epis-tolae , in II. v. P., bl. 7-Jl , die ook vermeldt: „nonuulli alii nobiles „eaptivi\'\'; Te Water, t. a. pl. , 11 , bl. 314 en III, bl. 277; Stbk. v. den I\'quot;r. adel, op; Cammingha en lioorda en inzonderheid aant. 10 van Siercksma. te vergelijken niet noot 99 op bl. 394 van Van Gron., t. a. pl., hetwelk hierop zal doelen. — Over Cammingha nog hierna in; Bijlage H.

-ocr page 145-

\\v.\\ri:it(iKr/.i:N.

))de bitterlieyt van d\' Oosto wint, dat hy binnen Kindon «komende, drie dagen daer nao, overleodt. 1)

(Jok Syds van Donia, die te Beetgum sciijjnt gewoond te hebben, nam destijds de wijk naar Breinen, waar hij in Febr. 1573 overleed. 2)

In Mei van het volgende jaar (1573) klaagden de Staten aan het Hof\' weder over geweldige rooverijen der Watergeuzen, » aen eenighe scheepen, mit provande gelacden , «omtrent Oostmahoru bedrevenweshalve zjj besloten om »\'t garnisoen ofte den wachtquot; aldaar te versterken. Maar het Hof keurde dit «geheel onnoedich te zijn,quot; omdat men «nyet en zouden connen beletten de piraterye ende Roovc-«ryc, die zy in zee zyn plegende, mair moet zulex belett «worden ter zee mit scheepen, uwer E. meede welbewust.quot; Buitendien ging het niet aan om «den Ingesetenenquot; daarvoor nog meer lasten op te leggen. Voorts meldden zij, dat «do Piraten de gehele vloet van scheepenquot; zouden bemachtigd hebben, had niet de bezetting »mit te huijsluyden «die, hen opte strandt begaven , ende jegens die Piraten inne-«schooten , ende die Piraten wederomme tot imn luyden in , «zulex mit goodts hulpe beleth.\'quot;

Inmiddels vond ook het Hof\' het noodzakelijk, dat men alle pogingen in \'t werk stelde, «dat die llocverije eens «eynde, ende die toe ende affvaert vryelick mochte ge-«schien.quot; if)

(_)ok elders had men veel overlast van de Watergeuzen, dewijl er «dagolycxquot; vim de Friesche eilanden naar do

1) Scliotanus, t. a. pi., bf. 7/0 en Winscmius , Kronijk, bf. 575.

Zio meer over fiem in Bijlage li. f.

3) Deze brief, wnurviui eone eopie fierust op \'t Archief van (iro-ningen , is gedngteekeml; „Leeuwerden den 22en May anno 1573quot;; zie: Feith\'s Register, h. a. no. .\'il. — Vergelijk; Carohis, t. a. pf., bl. 249.

-ocr page 146-

DK KIUESI\'MK

kust en omgekeerd sdiversche scheopkensquot; af-en aanvoeren tot het overbrengen van «alderhande Pyraten, Zeerovers »ende andere Rebellen van zyne Mayesteyt, tot grooten nanxte ende Vreeze der Ingesotenen.quot; liet Hof vaardigde daarom achtereenvolgens den 29sten Mei, 12deii en 27sten Juni van dit jaar resolution uit. waarbij den grietslieden van liet Bildt en Barradeel, alsmede »den Bewaarder ende Be-sdiener der Qrietenye van Ferwerderadoelquot; werd gelast, om het aanvaren van schepen streng te verbieden, behalve aan de Nieuwezijl op het Bildt en in de llyt te Holwerd, op straffe, dat de genomene schepen »in den brandtquot; zouden gestoken worden. 1)

Evenzoo zond Robles den Isten Augustus eene Ordonnantie aan den grietman van llaskerland, naar aanleiding van diens berichten van den \'29sten der vorige maand »be-slanghende die menichvuldighe gaerlopinghequot; (samenscholing) »der Rebellen.quot; Robles beval hem zorg te dragen, dat er zich geene voortvluchtigen op markt- of rechtdagen »mit menichten ofte gaerrottenquot; zouden vertoonen «binnen iiden dorpe van de Jouwere.quot; 2)

Willem van Oranje begreep terecht, dat een gewest als Friesland, grootendeels van water omringd, moest beschermd worden door een goed geordende vloot. Om die reden richtte hij den 22sten .luli van dit jaar eene Admiraliteit op, die te Dokkum haren zetel had, terwijl hij reeds zes dagen te voren den dapperen Doecke van Martena tot »O verste Admiraalquot; had benoemd , die daarvoor don 238ten dier maand zijn eed aflegde in handen van \'s Prinsen Raad,

1) Charterboek . 111 , bl. \'J.\'i\'J en O-l.\'t en Vrije Fries, lt;11. IX , bl. 200, waaruit blijkt, dat mr. Lambert VUermuel toen „Bediener der „Grietenyo van Ferwerderadeclquot; was. Vergelijk bladz. 129 (noot) hierv.

2) Charterboek , III , bl. 945.

I 54

-ocr page 147-

WATERGEUZEN.

Dr. Jan Basius te Delft. Bovendien werd Wybe van Gro-vestins tot »Vice-admiraal\'\' aangebteld.

In de volgende maand word Martena reeds geroepen , om in zijne nieuwe betrekking werkzaam te zijn, toen hem werd opgedragen zich naar de Ecms te begeven, ten einde te beletten, dat er te Delfzijl oorlogschepen uitzeilden.

Het bleek al spoedig, dat de maatregelen door Prins Willem genomen, niet onnoodig waren. Robles toch was in de volgende maand druk in de weer, zoowel in Friesland als in Groningen oorlogsbodems uit te rusten, waartoe hem den 7den September door de Staten van Friesland eene som werd toegestaan. Over een dezer vaartuigen, waarop zich 80 man bevonden . schijnt Sierck van Donia, grietman van Kollumerland c. a., het bevel gehad te hebben. Tien dagen later schreef Robles aan den Luitenant De Mepsche te Groningen, dat hij dien dag te Kollum was aangekomen , om de galeijen (vermoedelijk die uit Groningen), die aldaar nog lagen, met spoed naar Harlingen te doen zeilen, daar Bossu reeds zes dagen in zee was. 1)

Eerst op den 11 den der volgende maand kwam het tot een gevecht. De Zuiderzee was het tooneel van de eerste overwinning te water, door de vrijheidshelden op den vijand behaald. De Spaansche vloot werd geheel verslagen en haar opperhoofd do Graaf Van Bossu gevangen genomen en naar Enkhuizen gevoerd.

1) Stukkeu, annwexig op \'t Archief van Lcouwardcu; vergelijk; Vrije Fries . XIII, 1)!. 85 en Wiusemius , t. n. pi., hl. 592. — Te-genw. Stunt vau Friesland, II. blad/.. 270 en III, hladz. 13. ürou. Uydr., IX, hl. 5/ eu 147. — Charterboek, III, bi. 950. üe galii, waarop Donia het bevel voerde, werd door een storm beloopeu ; zie ; ,.Kollumerland eu Nieuw Kruisland gesehiedk. begehroven,quot; bind. (gt;(gt; en (gt;7, waar blijkt. dat Donia bij die gelegenheid niet is omgekomen, zooals de gesehiedsehrijvers vermeldeu.

145

-ocr page 148-

DK l\'RIESCHK

Ten eiudo nu te voorkomen , dut lloblea op nieuw schepen in zee bracht, beraamde men het plan, om in de haven van Harlingcn vaartuigen te laten zinken, doch men schijnt hiertoe niet te zijn overgegaan. 1)

De Staten van Friesland, overtuigd van den treurigen toestand van dit gewest en den nood der ingezetenen, besloten den 2üsten dier maand (Oct.) een der Oedeputeerden , Watze van Cammingha, naar Brussel te zenden, ten einde den Koning nauwkeurig in kennis te stellen van »de swa-«rich eden ende andere Motyven van den ghemeenen Lande.quot; Om bij Z. M. een gunstig onthaal te vinden zou dit geschieden door tusschenkomst van zijn landgenoot Viglius van Aytta, President van don Geheimen Raad, »die suleks,quot; zoo hoopten zjj, )idoor syne authoriteyt ende verstaat tot «profijt ende eere van sjjne Vaderlant ghewillich bestnyren osoude.quot;

Dit merkwaardige «Requestquot; bevat in twintig artikelen eene opsomming van klachten, waarvan de gegrondheid duidelijk wordt aangetoond. Krachtig wordt er op gewezen , dat door de steeds vermeerderende sexorbitentequot; lasten , de «doortochto ende onderhoudeuisse van Cryghsvolckalsmede door «verscheyden inundation ende overvioet van den «zoute zeewaterende inwoners «alsoe zeer zyn verarmpt «ende totten vuyttcrstcn toe vuytgeteert, ende gecomen tot «alsulcken groten ellende, dat nyet voorhanden en es dan «bynaes die leste desperatie.quot; Mn toch had de Hertog van Alva, »nu onlancx geleden wel expresselyckenquot; verklaard , dat hij »der meyninge noytquot; was toegedaan geweest, om de ingezetenen van dit gewest in hunne rechten seenichsins «te willen becorten noch beswaerenquot; en dat men Z. Ex.

1) lior, t. n. pl., fol. ;«1 , 335 en 337.

140

-ocr page 149-

WATERGEUZKN.

altjjd «mot gantz gcnedyge. gunstyge neyginge endc mey-»ninge tot henquot; bereid zou vinden. Men had den Hertog voor die welwillende woorden «hoochlyckenquot; bedankt, »daer «op sich wel betrouwende ende gantzelycken verlaetende.quot; Doch —, het was helaas bij woorden gebleven, maar de daden bleven uit! En daarom had men zich in \'t belang van Koning en Vaderland nogmaals .tot Z. M. bij geschrifte gewend. Den 17den der volgende maand werd te Brussel door den «Haedt van Statequot; dit request vrij ontwijkend beantwoord , door te zeggen, dat men in alles zooveel mogelijk zou »remedierenmaar dat Friesland\'s ingezetenen op sommige punten »om heurlieden eyghen welvaert noch »ewat tyts wel pacientie moesten hebben.quot; 1)

Op dienzelfden dag verliet de man, op wien de Staten van Friesland, hoe onbegrijpelijk ook, ten volle schenen te vertrouwen , dat hij voor de handhaving hunner rechten en privilegiën zou waken, de gewesten, waarover hij gedurende zes jaren de heerschappij had gehad, eene heerschappij, die zelfs door een Katholieken schrijver onzer dagen wordt gebrandmerkt «als eene bloedige vlek in de geschiedenis van »Europa.quot; Waarom )gt;De verkeerde wijze , op welke zijn »Bloedraad, zijne bevelhebbers en hij zelf vaak te werk «gingen,quot; zoo merkt diezelfde schrijver aan, «kan noch «voor God, noch voor de menschen verantwoord worden.quot;

En de Hertog zelf getuigde, »dat het geen wonder was. »zoo het gansche land hem met leede oogen aanzag, daar )gt;hij niets gedaan had, om zich bemind te maken.quot; \'i)

Ij Clibk. , 111, hl. 955 en Wiusemius , Kronijk . bl. 583.

2) Algum. Gesoh. des Nederl. Volks, door Dr. W. J. F. Nuyons, dl. 8 , bl. 8/. — Van Vloten, t. u. pl. (ed. 1858), 1 , bl. cn 11 . bl. 121 — 141. — Motley, t. a. pl.. Ill, bl.^148—-150. — Rengers

147

-ocr page 150-

DE FHIESCHli: WATERGEUZEN.

Was hot dan vreemd , dat het verzet tegen Spanjes dwingelandij bij den dag was aangegroeid, dat men zich aaneensloot tot verdediging van den Vaderlandschen bodem.\' Wel werden velen der Watergeuzen woeste en bandelooze vrijbuiters, maar was Alva door zijne wreedheid en willekeur, niet dikwijls oorzaak van dat ruw geweld?

Zeker, goedkeuren mogen wij het niet, dat die vrijheidshelden dikwerf de grenzen van een bezadigden tegenstand overschreden , maar evenmin mogen wij vergoten , wat velen hunner in \'t waarachtig belang des Vaderlands hebben verricht, de verkrijging van: «vrijheid des Vaderlands en der »Conscientiequot; !

\'t Is de plicht der nakomelingschap, om die vrijheid naar waarde te schatten en steeds meer en meer tot ontwikkeling te brengen in Staat en in Kerk, op bezadigde wijze, zonder \'t ruw geweld van spy ratenquot; !

üij het streven daarnaar zullen wij steeds meer beseffen, dat de namen en daden der vroegere vrijheidshelden waardig zijn, dat zij «met gulden letteren in \'s Lands geschie-«denissen zouden pronken en der vergetelheid voor altoos «onttogen wordenquot; !

vcrlinalt ons in zijne Kronijk , 1 , bl. 3G4 : „Dc h. van Alvn liet rait „trompetten in Amsterdam umkondigen he wol een ider betalen , elck ,.sal coraen und sijn schulden angeven , als gcschaeh bij dusenden, dan „is np een morgen vroe als banckerotter weehgetogen, und darna den

r\'2 decembris\'\' (sic!) „is de Tij ran wtli brusel vertogen.quot;

148

-ocr page 151-

\'

.

-ocr page 152-
-ocr page 153-

Bijlagen, Aanteekeningen

EN

Register

01*

HET VERZET DER FRIEZEN

TKCKN

DE SPAANSCHE DWINGELANDIJ,

DOOK

Mr. A. J. ANDREtE.

-ocr page 154-

. ■. \' , ^

. .

\'; \' Mf ■

- -

\' - Hll

. V1M i\'%\'.: qm-r\'

■, ■ ■ :\'-vv-. s\': ^■■■•. ■. . ■ ;.

M M \' ê\'M

. .. 0% .......

;K \'

■ ■

\'i

■ I - K m * MÜ 8WB

*y.•.■gt; *■ i\'r-jffit ■1 \'! mmimiiwmhI

rté?^^ -1 •* JTf . V f:hiï

: ■

I

■,1

,, .

i

;\'K«\'. • -WiS AV-, ■■

;■\'■;■• mmm ■■ ■■■\'; ,W .....■\'

;

BWflüll MBH

.

■;■ }?W \' im

\'

MM

■ ■ ■

:0

\' . Wm :i,quot;^;;:

,. ,. \' ■ ■ ■ ■ ■

:

\' \'

\' \'

-

wSiili

quot;

hmwi I wmmmm; •,■gt;- *amp;$$%

1

-ocr page 155-

BIJLAGEN,

hkvattkndk:

de NAMEN van hen, van wie het bekend is, dal zij zich op de eene of andere wyze verzet hebben tegen de Spaansche dwingelandij,

AIjSMkok:

een OVERZICHT van de voornaamste vonnissen, daarop betrekking

hebbende,

GEDURENDE HET AANGENOMEN TIJDVAK, 1 5 6 6, TO T 15 7 4,

Verkortingen der aangehaalde bronnen (algemeene).

Charlcrhock van Friesland zz Cli.bk.; Kpliimeridcs van Anl. Jz. (Vrije. Fries, l\\) rz: Anl. ,lz.; Van (Jroningen, »l)e Walergenzcnquot; enz. V. (Iron.; Van Sininia, Nieinvu Naamlij.sl van (•rie.tniannen — V. Sm.; Stamboek van den Frieschen adel, door .llir. de liaan Helleina c. s. — Sli)k.; Senleiilien van Alva, door Mamis nilijc-geven m Senl.; Criin. Sent, van den Hove Criin. Sent.; Te Water, «Verbond der Kdclen ,quot; enz. z=: T. W.

-ocr page 156-
-ocr page 157-

Bijlage A, (biadz. 4i),

bc.vaiifiule ceiu\' Naamlijst van Friesche Geestelijken, «liiiVfgen^ (1«

oiiihtilzing dor llurvorinde leer zijn ijevluchl of ijehaiiiieii.

Den rillen Januari 1507 werden volgens (iahbcnia, Leenw., 1)1. \'(83; Scholamis, I. a. pi., hl. \'\'.\\H en Anl. .1/., hl.

402, uit Leeuwarden verbannen.......(i 11

\\ volgens C/iw. So»/, hue!;, nil Den I8den Fehr. 1\')07, I Friesland verhannen o|gt; grond.

Den 20slen Fehr IMiT ,1 gt;K,i,t \'\'.i, \'l11\'11quot;1 «\'-voelen hebben

rt/. , [ )gt;vaii uc Sacramenlen der hovlifycn

Den _(),slen Feln. 1.)()7,/ berekeneiulecereinonienderzelve \\ 1

Den I\'iden Maart l.\')()7,k »cn(le dat/.ij nyeiiwicheden int ad- i I

Den 13den Jlaart 1567,] quot;quot;\'\'quot;\'f\'1\'\'\'1\'quot; der saeratnenlen ge- [ | / «pleeeht hebben.quot;1 \\

liij ordonnantie van 29 Maart 1507 werd gelasl deze , . 150 geestelijken gevangen Ie nemen, zoo zij zich nog binnen

\'s lands moehlen bevinden , henevens nog.....2

anderen, hoven niet vermeld. Ch.bk., lil. hl. 70\'.), (158 geeslelijken). Anl. Jz., in De Vrije Fries, l\\, hl. 422,

noemt 57 geestelijken, «die om die genserijequot; gebannen werden (er slaat 1500, maar \'lis duidelijk, dal hel 1507 moei zijn, vergelijk aldaar, hl. 402), van welke er 152 onder de bovenbedoelden aldaar voorkomen, zoodal er

overblijven.............25

Menso Poppins, een lijdgenoot, evenals Anl. Jz., vervaardigde eene lijsl van gevluchte geestelijken , waarop 08 namen voorkomen, waarvan 50 onder de vorige opgaven voorkomen en alzoo te vermelden overblijven. . . . 12 Verder werden ons door de bereidvaardigheid van Dr. .1. Keit-sma. lloogleeraar te Groningen, nog namen opgegeven •gt;

zoodat het geheele getal namen , die w ij verzamelden . beloopt 78

In de hier volgende naamlijst hebben wij aangeduid: pastoor : p. vicaris: v. en prehemlaris: preb.

ï

1

1

Over dit getut zes zie men hierna.

-ocr page 158-

RUI.tr.F.

Do lij.sl van Mciim) lgt;oj)j)iii.s komt voor in tic lioek/.aal van .lull 1731, hl. ()()—84, terwijl die namen aldaar hl. j7!)—(iOl nader worden lii\'sproki\'ii.

Mc! Iwlrekkinjj lot de vvoelin|gt;en destijds in Friesland op kerkelijk gebied, verwijzen «ij naar hel verdienstelijk werk van genoemden Hoogleeraar: )gt;llonderd jaren uit de (ïeschiedenis der Hervorming en der Hervormde Kerk in Friesland, 187(),quot; hetwelk wij hierna aldus verkort zullen aanwijzen; Dr. J. 11., (J. d. H.; men zie aldaar meer in \'t hijzonder wat de verhannen geestelijken hetrefl, hl. 14quot;) en 140; voorts; Naamlijsten der Predikanten in de r lassen. als; Cl.; lijst van Men so Poppins; M. P.; de Itoekzaal; Bz.

Voor het overige verwijzen wij naar; Schotanus, t. a. pl., hl. TM. Winsemius, Kronijk , hl. .quot;)34 en zijne Historia, hl. 88 , alsmede de hekende werken van Harkenroht en Meiners.

Vergelijk voorts hl. 132 en 41 van onzen tekst. Op hl. 32 leze men in noot I ; (iahhema, hl. 48l( en op hl. 41; dat een groot getal geestelijken in hel voorjaar van 1.quot;)()7 door Areinherg werden verhannen, waarmede het bovenstaande te vergelijken.

JL. OOSTERGO.

I. Meer Sijllliin /hhesi., »p. tot Oldehootl ,quot;

\'1. Heer . trien //nrnerss, »p. tot NijenhoolV,quot;

3. Heer Domce Jouciesz., »p. toe Sinte Katherinen ,quot; en

4. lieer l\'ielcr Jucobuz., »v. aldacr,quot; I)

allen te Leeuwarden, waar destijds nog als geestelijken voorkomen de bekende Heer /ro ./oh(nines wende Heer Domen, pastoeren tot »()ldehoolV.quot;quot; welke laatste ook genoemd werd; llr. Douwe Kel-le.tz.; zie Dr. J. K., G. d. II., hl. 101.

Den llden September Ió()() werden zij alle zes «voor den Hove »van Frieslant verdaehvaart,quot; waar him »tc vooren geholdenquot; werd , dat zij zich toch zonden honden aan de oude »catholicke religie.quot;

De eier eerstgenoemden voldeden daaraan niet , want twee dagen later iu de kerk «tol Sinte Katherinen,quot; na de vroegmis, «vnijt-«gesmeten hebbende hair geestelijcke habijten,quot; gaven zij openlijk te kennen, dal zij de Hervormde leer omhelsden. Daar zij hierin

1) De kirk van St. Catliarina of de lloekgterkerk stond nabij de voormalige Iloekstcrpoort; zie: Eekhoff, Uesehr. van Leeuwarden.

-ocr page 159-

Kl.lt. «(iF. 4.

volhardden, viiardindu Art\'inhi\'r(j den 12dcii JaniiHri I) van hel volgende jaar hel bevel nil, dal de vier bedoelde geestelijken »moe.s-»len miller dael bij sonnensrhijn vnijl lt;lije sladl I.eeinverden . ende »binnen drij dagen vnijl die Mals. Nederlanden, ende sijn dselve «lijl naemiddachs lusschen drij ende vier nren vnijl Leemverden «verlrocken; ende int vertrecken isser een ;[rooit\' droellenisse onder »den genieenen man gecomen , dije hoir loegedaen waren , ende hair «is vnijlgeleij gedaen by Tjeick Walles,quot; zoo verhaalt Anl. .1/.., «mei meer andere haere mede complicen ende goelgunders.quot; 2)

Desnietlemin komen zij voor op de lijst van gebannen geestelijken , van 29 Maart van dat jaar.

Zie Dr. J. K., (;. d. II., bl. 138 en KJ!), waar gezegd wordt , dat zes geestelijken de slad verlTeten . maar dat zal rier moeten zijn . wanl onder die zes zijn zeker ook gerekend: ./nl/ioniim en thir/i-iiiix, (zie: (iabbema, t. a. pl., bl. \'lS3), die echter geen geestelijken te Leeuwarden waren. Zie over deze/wee hierna , op no. 1\'2 en no. 49 ; Ant. Jz., hl. —!$% en 402; o|) bl. 411$ aldaar worden de toenmalige ac/i/ geestelijken van l.eenwarden opgenoemd, die aan de oude religie getrouw bleven, waaronder de bovenvermelde lieer /rn Jonnnis en il( ■er Domei), v. Er schijnen dns destijds 12 geestelijken te Leeuwarden geweest te zijn, waarvan 4 de nieuwe leer omhelsden en verbannen werden.

lieer Si/l/liie vluchtte naar Haarlem en van daar naar Kmden, waar hij den 2den October I.quot;)(i7 op zich nam «kranken te bezoe-«ken en lijkredenen te honden.quot;

«Den 12 .lannarins,quot; verhaalt Meiners, «liet hij zich bewegen, «om den vasten dienst hier te aanvaarden,quot; hoewel de Haarlemmers veel deden, om hem terug te krijgen. «Hij stierf aan de. pestquot; (volgens !NI. classis Leeuw., 12 Sept.), «en wierdt den Seplem-«ber 15(58 begraven tot grote droel\'heit der («emeentc.quot; (\'h.bk., Ant. .Iz. en M. 1\'. - Meiners, «Oostvrieslandts Kerkelijke geschiedenis,quot; 1, bl. 4.\')7.

1) Schotanus, 1)1. /quot;•\'W, zegt; 11 Jan.. manr Gabbcma en Ant. Jz. noemen: 12 Jan.; vergelijk den tekst, bl. 32.

2) In een brief van Aremberg d.d. 8 Sept. I5()(gt;, voorkomende in do Correspondanco do 1\'riso. Tom. 1 \\r. bl. \',)7 , op quot;t Uelgiseh Hijks-archief, leest men. volgens mcdedeeling van den Heer Uengers van Naerssen; „Arcmberg jjroposo de donner cinq on six coups de canon „au travers des eglises ou celles presehes se foront.quot; Cf. bl. I t, no. -ID.

155

-ocr page 160-

ni.ii.Ka: «.

Heer Irieti vliu-hllt\'. naar Knult\'ii ca .stieii\' )gt;z«er omlt van dagenquot; in 160«. li/.. 1731, t. a. pi.

Heer Don wc. ging eveneens naar Knuleh , jichrecf zich sedert 1571 ; Duininicus Jnlins Tzercknerins en vervulde daar hel ambt van »No-tarius,quot; terwijl hij aldaar in l.j\'.tS overleed. I5z., t. a. pi.

ó. Hr. Johannes Homckesz., beter: Johannes /touckesz., reeds in 1\'gt;(),\'gt; v. te Kornjum, werd IS Febr. I.\')()7 verbannen; wellichl de vader van Daniel Johannis Sneeanis. - Crim. Sent. - Ch.bk ; Anl. Jz. en M. 1\'. - Cl. Leeuwarden, bl. 42. - Aaiiin. Cl. Leeuw., bl. 134. - Cl. Sneek, bl. 42. - Dr. J. K., G. d. II., t. a. pl., bl. 242 en 37il. - Men zie over de geestelijken, die onder den naam van Johannes op de lijst van M. 1\'. voorkomen, nader in de 15/.., t. a. pl., bl. 591.

(i. Hr. Mkhiel ylndrksz,, v. te Lecknm, werd beschuldigd, dal bij »nyetlegen.staeiule hij van sijn benelicie geprivcert is, hem «evenwel vervordert heefl binnen de Kercke van Lecknin int swarl «te prediken,quot; en daarom 13 Maart 15(57 door hel Mol\'van Friesland verbannen. quot;Ü was in 1570 te Fnulen. - Crim. Sent.; Ch.bk.; Anl. Jz. en M. P. - Aanm. Cl. Leeuw., bl. 132 en Dr. .1. R., G. d. 11.. bl. 145.

7. Hr. /igge Hilks*., I) p. te liempens, ook genoemd lififiis Shmt, was aldaar in 1505 pastoor, maar werd IK Febr. 15(17 verbannen en vluchtte met vrouw en kinderen naar Kinden, »eii »dewijle hij 5 Kinderen halt, nam hij lot onderboudl het .schip-speren bij de handt.quot; - Hz., I. a. p. - Crim. Sent., Ch.bk., Anl. .Iz. en M. 1\'. - Cl. Leeuw., bl. 35.

8. Hr. /m/ries, p. te lliiizuiii. mogelijk dezellde als Indreiis Slangenis, die omstreeks 1590 Ie Dockuni predikant was. - Cl. Leeuw. (Aanm.), bl. 131 : Cl. Dockum, bl. 55 en v. H. Waalkes, »Huizuni,quot; bl. 31 en Vrije Fries, \\1V , bl. 30—34. - Anl. Jz. en M. 1\'.

!). Hr. Je/le, p. te Finkum. - Anl. Jz. en M. 1\'. - Cl. Leeuw. (Aanm.), bl. I3S.

lóf)

10. Hr. Kecke Si/monsz., sacrisla en II. Hr. Hendericns Doe.shurgh, preb., beiden te Sliens, werden IH Febr. 1507 verbannen. - Crim. Sent., Ch.bk., Anl. Jz. en M. 1*. - Cl. Leeuw., bl. 47 en Aanm. Cl. Leeuw., bl. 130.

1) Aggèus Sloot word beschuldigd met dc vrijbuiters te heulen en daarover gestraft. In Juli 1570 vertrok hij met vrouw en kinderen . uit Einden; waarheen wordt niet vermeld. — Hz.

-ocr page 161-

RI.II.A(iF. A.

12. III\'. Julo»in.■lt; iVicohii, p. Ie HoojiebiMiiliiiii, \\vu!i lu Dockiiin jjchomi, werd 12 Januari 10(57 verbannen, vlnchlle naar Einden, werd later predikant le Leeuwarden en is in lj74 naar Flnklmizen verroepen, waar hij na 1 .j()5 overleed. - Ch.bk. en M. P. - l)r. ,1. R., G. d. H., bl. i)li. - Cl. Docknin, bl. 29 en 150 en de aldaar aangehaalde bronnen , doch aldaar moeten de deelen van Pleiners\' Oostfr. Kerk. (ieseh. juist omgekeerd slaan ten opzichte der bladzijden. Zie hierna op no. 49.

13. Mr. /\'hoco, p. te Blija. - Ant. Jx. en M. 1\'. - Cl. Doc-kuin , bl. lil.

14. Hr. Tjehhe t\'cddvsi., p. te Marnini, werd 18 Febr. I.quot;)()7 verbannen. - Crim. Setil., Ch.bk., Ant. .Iz. en M. 1*. - Cl. Leenw. (Aanm.) , bl. 153.

15. Hr. I\'ieler, p. en 1(5. Hr. fteijdmer, v., beiden le Fer-werd. - 1\'. noemt den eersten: /\'elrus J.eovnrdknsis en den ander, /tudmer. - Anl. .Iz. en 31. 1\'. - Cl. Docknm , bl. 93.

17. Hr. ff allhie l\'nuhj, ook Watze of Valerius, p. te Halliim, werd 18 Febr. 1567 verbannen. - Cl. Leeuw. (Aanm.), bl. 152 en vergelijk: Cl. Leeuw., bl. 135. - Mogelijk een broeder van Sullri-dus Pauly, v. te Heeg; zie hierna. - Crim. Senl., Ch.bk., Anl. Jz. en .gt;1. 1\'.

18. Hr. [{enimdus Slt:/lincwerff\\ p. en ./o/znii/iex ,/olinngt;ii.t, preb., reeds in 15(52 beiden te Wanswerd , werden 18 Febr. 15(57 verbannen. - Volgens hel Sl.bk., II, Nalezing, bl. I , zou de eerstgenoemde een zoon zijn geweest van den beroemden Johannes Acro-nins (van Akkrum) en na zijne vluchl weder in zijn oude woon-plaals gepredikt hebben onder den naam van Bernardus Acronius. quot;ii huwde alsdan met Johanna N., die 12 December 1593 overleed. terwijl bij reeds vóór 1582 zou zijn gestorven, twee zonen nalatende: Johannes en Kuardus, welke laatste ook priester zon zijn geweest. - Crim. Senl. bk., Ch.bk., Anl. Jz. en M. 1\'. - Cl. Docknm, bl. 192 en 193. - Sl.bk., II, Nalez., bl. I en 3.

20. Hr. Theodoricu.i /Inrv/tens, preb. le ISrantgiini, «aar hij waarst-hijnlijk reeds gehuwd was, daar zijne vrouw Hariko*in 15(58 le Kmden beviel. werwaarls hij gevlucht was. Later werd hij pre-dikanl le Marienweer, nabij die stad gelegen , ging in Sepl. 1582 naar Friesland terug en was in 1585 leeraar te Kornjnm en in 1592 le Hanlumhuizen. - M. 1\'. - Cl. Docknin, bl. 107 en 189; Cl. Leeuw. (Aanm.), bl. 134. - Harkenrohl , Ooslfr. Oorspr. , bl. 201.

21. Hr. /jiii/lln\'e Andriesz. van Hussel!, was in 15(59 mede-

-ocr page 162-

HI.IMCK t.

p. Ie llolwcrd en werd 21 October van dal jaar negens hervormde gevoelens door hel Hof van Friesland gebannen. - (\'rini. Sonl.

\'Z\'l. Ilr. Jacob H eesop, p. Ie. Bonnverd en misschien van Weesp geboortig, werd 18 Fcbr. 1.quot;gt;()7 verbannen. - Crim. Senl. , Chbk. en M. 1*. - Cl. Dockuin, bi. 97 en 114. - Anl. .1/.. noemt een Ilr. Johannes, als p. aldaar.

\'iii. Ilr. Johannes, p. Ie Ooslrum. - Cl. Dockum, bl. I.)2. -Volgens M. P stond er een Hr. Johannes Ie »Jislriim d. i. Keslrnm, maar volgens Anl. een Hr. (\'laes. - Zie no. I$7 hierna.

24. Hr. Johannes Monac, p. Ie Kngwieruiii. - Anl. .!/.. en M. 1\'. - Cl. Docknm , bi. 8.quot;).

25. Hr. Fokker! h\'oens:., p. te Morra , volgens ,M. 1\'.: Folkerns Foeconis of Fockesz., werd 18 Febr. 1.quot;gt;()7 gebannen en w as in 1508 te Kmden. - Crim. Sent., Ch.bk., Anl. .Iz. en .11. 1*. - Cl. Docknm, bl. Hit).

26. Hr. Joannes Hogerman, p. en 27. Hr. (ierardus //uisin-gixs, v., beiden Ie Kollnm. - Anl. Jz. en M. 1\'. - Zie: Ondheidk. Plaatsbeschr. van Kollnmerland e. a. en Cl. Docknm, bl. 42 en 45.

28. Hr. I\'elnis , p. Ie Ondwonde. - Zie alsvoren en Cl. Docknm, bl. 1()0.

2\',). Hr. /n ton ins, p. Ie liiiilenposl, later loegenaamd Van Apen, omdal hij na zijne vlucht in 15(57 Ie Ape in Ooslfriesland predikant werd. Hij ging vervolgens als emissarins naar Vlaanderen en woonde weder in 1568 Ie Kmden. - Anl. Jz. en M. F. - Cl. Dockum, bl. M; Dr. J. U., (J. d. H., I. a. pl., bl. 117.

.50. Hr. Schelle . /i/zema , p. Ie l.nljepost en v. te liiiilenposl , werd 26 tcbr. 1567 door hel Hol van Friesland verbannen en na zijne terngkomsl vrij zeker predikant Ie N ij kerk in Oosldongeradeel. Hij was dal allhans in 15!)5 en overleed aldaar in October 160!), oud 69 jaar, zoodal hij in 1540 was geboren. Zijn slolïelijk overschot werd in de kerk van dat dorp bijgezel onder wenen grolen blauwen sleenwaaro|) een Iweeregeiig lalijnsch gedichl , benevens een grafschrift is gebeiteld. Bij zijne vrouw Sjouckje l.ieuwesd., die in •1544 was geboren en in Augustus 1609 overleed, had bij 5 of 6 kinderen , o. a. : Lieuwe en Maria , die beiden vóór liiinne ouders kwamen Ie overlijden. - Crim. Senl., Ch.bk., Anl. Jz. en M. 1\'. - Cl. Dockum, bl. M en 149 en Sl.bk., 11, bl. 16 \\a, waar echler geene Maria als hiiiine dochter voorkomt, maar wel Lieuwe en vier andere kinderen.

31. Ilr. Aijko, p. Ie Twijzel. - M. 1\'. - Cl. Dockum, bl. 197.

158

-ocr page 163-

kui.a(;k a.

\'•i\'l. Hr. A ui/lckc., p. Ie Janum , hij M. 1\'. ijenoenicl: /litlrichux (\'xitniux, elders: ////co. - Anl. .1/.. - Cl. Docktim, hl. 25.

:W. Hr. /{eyner, elders /teg/ientx //uclilingiux of It finer ./«-co/ixz. genoemd, v. Ie Klnsuniageest, in 1501 predikant te Aland hij Kinden en in 1 .V.Ki Ie heelnvarden. ./u/imtiicx //nrme/i.iz. hlink-hij I was aldaar denkelijk destijds |gt;. en no;gt; in ir)8(), maar terzelfder plaatse in 1596 predikant. - Cl. Docknni, hl. 171 —174. -llarkenrohl, t. a. pi., hl. H)2 en 509. - Opgaven van l)r. .1. Keitsma. - Ant. en M. 1\'.

A\'l. Ilr. Jeile 11 oithexz. of Gelliux J/otxenux, meer hekend als Gellins Snecanns, van Sneek geboortig, p. te (iiekerk, werd 18 Fehr. 15(57 verbannen en stierf vermoedelijk te Sneek in IfiOO. Hij is gehnwd geweest. - Men vindt hel een en ander van hem vermeld in het meergenoemde werk van Dr. J. Keitsma (die ook zijn leven heschreef), o. a. hl. 116, noot 2 en verder \'t Register aldaar. -Crim. Sent., Ch.bk., Ant. Jz. en M. P. - Cl. Leeuw., hl. 131 en Aanm. daarop, hl. 151.

35. Hr. Sicke fFybexi. was. reeds in 1564 p. te Oudkerk, werd 18 Fehr. 1567 verbannen en waarschijnlijk na zijne terugkomst predikant te Marrnm, o. a. in 1592. - Crim. Sent., Ch.bk., Ant. Jz. en M. P. - Cl. Leeuw. (Aanm.), hl. 151 en 153.

36. Hr. (ierrit Lambertxz., p. te Wijns, werd 18 Fehr. 1567 verbannen. - Cl. Leeuw. (Aanm.), bl. 151 en vergelijk: Cl. Doo kum , waar bij ten onrechte gehouden wordt voor dezelfde als Ger-ryt ,/ansz. - Crim. Sent. bk., Ch.bk., Ant. Jz. en M. P.

37. Hr. (\'lues, p. te Feslruni. - Zie hiervoor op no. 23. -Anl. Jz. - Cl. Leeuw. (Aanm.), bl. 149.

38. Hr. Joha ff?ic\'s Jo/nnnns, p. tc Noordcr-Drachlcii. - Ch.bk. en 31. P. - Cl. Leeuw. (Aanm.), bl. 149.

3B. WESTERGO.

39. Hr. Huerardus, p. te Franeker, was in 1574 Lecraar te Oostdeel in Oostfriesland. - Cl. Franeker, bl. 21.

40. Hr. Sixlus, v. te Ulst. - M. P. - Cl. Sneek (Aanm.), bl. 169.

41. Hr. Cornelius Itolslamp;rliaulhls, p. en 42. Hr. Andreas Ca-s/ricomiux, v., beiden te Sneek.

Eerstgenoemde komt ook voor als Cornelius /\'oji//ius van Rolsler-haule (of Oosterhaule), vluchtte naar Oosllriesland en werd aldaar in 1569 predikant te Westerhuisen.

-ocr page 164-

HUIjUiE. A.

De andere, ook Andries Dircksz. ran Cus/riciim (feheelen, predikte later te Leeuwarden en overleed te Kiikluiizen in 15!)8. -Ant. en M. 1*. - Cl. Leeuw., hl. G, Cl. Sneek, 1)1. 42 en 01. Docknin, 1)1. 2. - l)r. .1. II., (i. d. H., t. a. pi., hl. Uil. - Hz., I. a. |il.

43. Jlr. Johannes, p. te Boxuin , werd in 1.quot;gt;()7 afvallig. .11e-dedeelinir van l)r. .1. KeiUma.

44. llr. Fredericus of Fecco, p. te Wier, werd 18 Fehr. I.quot;)()7 verbannen. - Crini. Sent., Ch.bk., Ant. .1/.. en M. 1\'. - Cl. Leeuw. (Aanin.), hl. 140.

45. llr. Jacob of Jacob .Arendts*., p. te Marssnin, werd 18 Fehr. 1567 verhannen, na zijne lemjjkomst aldaar predikant en in 1580 naar Leeuwarden verroepen. Hij komt ook voor onder den naam van Jacob Sart ol\' Sartor. - Crim. Sent., Cli.hk., Ant. .1/.. en M. P. - Cl. Leeuw-., hl. 3 en 78 en Aanm. aldaar, hl. 142.; Cl. Zevenwouden, hl. 1%. Verg.: Meiners, t. a. pl. , dl. II, hl. 252 en 253.

46. Hr. ƒ \'rerick, p. te Menaldum, hoewel volgens Matth. Ana-lecta, III, hl. 581, 582 en 641, hij in 1553 en in 1571 Sibrandus Leo aldaar pastoor was, doch deze bediende ook gedurende eenigen tijd hel altaar te Herlikum. - Mededeeling van Dr. J. lieitsma. -Ant. Jz. en M. P. - Cl. Franeker, hl. 125. - Volgens Hz., t. a. pl., hl. 580: monnik en pastoor aldaar.

47. Hr. Ede of Edo Johannis, p. «oppe Schingen.quot; - Ant. Jz. en M. P. - Cl. Franeker, hl. 99.

48. Hr. Gysbert, ]). te Deinum , werd 18 Fehr. 1567 verbannen en was waarschijnlijk dezelfde als degeen, die door 31. P.: (iysberlu.t Zijlojincns wordt genoemd. - Crim. Sent. hk., Ch.bk., Ant. Jz. en M. P. - Cl. Leeuw. (Aanin.), hl. 144.

49. Hr. Marlinus Kiens of FAiacus, ook genoemd: Marlinns yfrgidius Eliacus, was vóór 1565 p. te Tjum en had later een werkzaam aandeel in de eerste prediking der Hervorming te Leeuwarden. quot;Ü en de bovengenoemde Antonins Nicolaï predikten o. a. den 8sten Sept. 1566 »mei zwarte mantels ende met hoeden o]) »hair hooftquot; in de Kerk van Oldehove, ^gevende haar vnijl,quot; zoo voegt Ant. Jz. er honend bij , »voor oprechte Leeraars des woorl vgods.quot; Heeds in 1565 was hij in leendienst te Hinte in Oostfriesland en werd te Einden 15 November 1568 in den dienst bevestigd. Hij overleed aldaar 6 December 1573 , f terwijl zijne vrouw gt;\'en Dienstmaagd.,,,,, mede in doodts-noodl lagen.quot; - Zie over

ICO

-ocr page 165-

IIIJI.AGF A.

hem o. a. Dr. J. R., I. a. pi., in \'l Register en de bronnen al-daar in noot I op 1)1. 127 aangehaald. - Ch.bk. en M. P. - Cl. Leeuw., hl. 2, Cl. Franeker, 1)1. 105 en Cl. Dockiim , hl. 2.1. -Pleiners, (. a. pl., I , hl. 457. - Zie no. 12 hiervoor. (Ant. Nieolai).

Daar hij zich reeds in of kort voor laf};\') naar OosU\'rieslaml begaf, zoo zal hij zeker kort te voren als pastoor te Tjnin zijji vervangen door;

50. Mr. Egbert ff ig of l/igimmx, p. te Tzuin , werd 18 F\'ebr. 15()7 verbannen. - (-rim. Sent. hk.. Ch.bk., Ant. Jz. en M. 1\'. Tegelijk met hem:

51. Hr. /[enderick, gt;\'iii onze Kerkboeken,quot; zegt de li/., t. a. pl., hl. 590, Henricus (Jeeslzon toegenueint,quot; v. aldaar, kwam reeds in October 1565 naar Einden »als balling vhigten; hij was »mankigt;aende.quot; - Rz., t. a. pl., hl. 500, Ant. Jz. en M. 1\'. -Cl. Franeker, hl. IOC.

52. Hr. Si/icke, p. te Boer, elders (\'i/jn-innus Jturensis genoemd , bevond zich in 1572 nog te Einden en werd in 1574 te Grootehroek in N. Holland beroepen. - Ant. Jz. ; M. P.; Cl. Franeker, hl. 9(1.

511. Hr. ff yger Dieric.t, p. te Sehalsum, waarschijnlijk elders ff\'lgeruK MïHesius genoemd, werd 18 Fehr. 15(17 verbannen. -Crim. Sent. bk., Ch.bk., Ant. Jz.; M. 1*. - Cl. Franeker, 1)1.96; Meiners, t. a. pl.. 1, hl. 460 en Harkenroht, Oostfr. Oorspr., bl. 172.

54. Hr. Gijsberlns , p. te Winaldniti. - Cl. Franeker, bl. 115 en M. P.

55. Hr. Tynlli:, p. te llnijns, elders \'Tjnllln^iiis Joiu-konix genaamd , werd omstreeks 1580 predikant te Ijlst en later te Ooster-littens. - Ant. Jz.; M. P. - Cl. Franeker, hl. 80en 120; Cl. Sneek (Aanm.). hl. 169.

56. Hr. ylhbe Sybe.iz., ylbho of Abehis, v. te Weidnin, werd 18 Fehr. 1567 verbannen. - Crim. Sent. bk., Ch.bk., Ant. Jz. en 31. P. - Cl. Franeker (Aanm.), bl. 145.

Dat hij dezelfde zon zijn als y/be lus Fr anke na, is niet waarschijnlijk. Zie Hz., t. a. pl. en Upcy en Dennont, Gesch. der Herv. Kerk enz., 11, bl. 31 der Aantt.

57. Hr. Johannes, v. te Roznin, was reeds in 1566 gevlucht en kwam met vrouw en drie kinderen te Emden. Hij vertrok in 1570 naar Holland, waar hij in 1573 overleed, terwijl zijne weduwe in \'t volgende jaar te Emden stierf. - Ant. Jz. en BI. P. -Cl. Sneek (Aanm.), bl. 155.

58. Hr. // t/hren Tjepckext., p., reeds in 15\'i3 en:

Uil

-ocr page 166-

BIJ LAG K A.

59. Hl. // ierdt Tzonnnesf v,, huiden Ie Kubuard , werden 18 Febr. irgt;()7 verbannen.

Dal de eerslgenoeinde dczellde zou zijn als // ihrn/n/nx (lerardi , zooals geineend wordt in de Naandijsl der Pred. in de Cl. Krane-ker, l)l. \'i en I5z. , t. a. |il., bl. 399, is zeer te belwijlelen.

De ander, ook /f\'inrJu.t yenoemd , kwam in 10(17 te Kniden en was daar nog in l.\')7l , maar werd later schoolmeester te Kampen in het Peenwznmer Ampt, waar hij noo in lj7\'i voorkomt. -(Vim. Sent., (\'h.hk., Ant. .Iz. en M. 1*. - (quot;I. Franeker, bl. 4 en Benei, hoek, hl. 1590.

(!(). Hr. Jacob, p. te Arnm. - Cl. Bolsward, bl. 23.

61. Hr. Sij/ire/i, p. te Kimswerd , ook: Sihrnndus ,/acohi ge-heeten, was no» in 1\')7() te Kniden en overleed als predikant in 1(50!! te Wibelsinn. - Ant. Jz. en 31. i\'. - Cl. Franeker, bl. (i.ï. Igt;ij Harkenroht, Oostfr. Oorspr. , bl. ;i()4 , vindt men zijn merkwaardig grafschrift vermeld.

62. Hr. Sicke of Six hm Poppii, p. te Burgwerd. - Ant. Jz. en M. P. - Cl. Bolsward , hl. ;}0.

61$. Hr. Juha mies of Johannes Jelzonis, p. te Pingjnm. - Ant. Jz. en M. P. - Cl. Bolsward , bl. 59.

64. Hr. A rent of Arnoldus, p. te Dedgum , wellicht Arnoldns Aetins, volgens de Bz. t. a. pl.; kwam te Fmden en in 1.\')79 te («root Midi nm. Hij schijnt in 1600 te Uskwerd en in 1606 vandaar vertrokken of overleden te zijn. - Ant. Jz. en ;gt;l. P. - Cl. Bolsward, hl. 63.

65. Hr. Siurdt /\'ouwels, v. te Heeg, schijnt eigenlijk Fellkema geheeten te hebben, misschien een broeder van Watthie Ponwels, hiervoor onder no. 12 vermeld. Hij werd met de vier volgende geestelijken 20 Febr. 1567 door hel Hof van Friesland verbannen. In de Naamlijst der Cl. Sneek, hl. 13, wordt hij genoemd Snf-fridus Hariton en daarbij is aangeteekend , dal hij 22 Sept. 1568 door l)s. Albert Hardenhnrg werd geëxamineerd. Hij vluchtte naar Einden, werd in 1573 naar Texel verroepen en later naar verschillende plaatsen in Friesland, o. a. ook iu zijne oude woonplaats. Crim. Sent., Ch.bk., Ant. Jz. en M. P. - Dr. J. 11., G. d. H., 1. a. pl., bl. 234 en 205 (noot). - Cl. Leeuw., bl. 92 en 135; Cl. Sneek, bl. 13; Aanin. aldaar, bl. 157; Bolsward (Aamn.), 1)1.177 en Cl. Franeker, bl. 110. - V. d. Aa, Aardr. Wbk., op: Mar-nim. - In de staal van 1580 komt Suffridus l\'auli voor ouder Hallnm, als »predicant in ferwerderadeell.quot;

-ocr page 167-

kiji.auk a.

(gt;(). Hr. /\'■///\'■ /\'/vt/v.v;. , p. !(■ OosIIkmii , werd 20 Ft\'hr. mei no. (i.) , ()7 , (iH en ()9 vci liaiincii. (Zie hiervoor op : Siiirill /\'on we Is.) Was hij «Iczcll\'dc als Fci\'kc /{ionlts oi\' /Iv/Zo Himiili, zooals men wil, dan was hij reeds in \'l.VlO p. Ie I\'iiiyjiini en laler predikant te Leeuwarden, Older.snm en (ironinyen, waai\' hij in \'1()()2 overleed, zeker in hongen ouderdom.

quot;ij was in 1 jGj beschnldijpl, dal hij de mis naliet en andere meiiwijjheden pleegde.

Zon de naam /\'eeckesz. misschien eene iontieve sehrijlwijze zijn voor /{iiirdlsz.? Zie ook Hz., t. a. pl., hl. .\')S8. - (\' rim. Sent. , Ch.hk. , Anl. Jz. en .)f. 1\'. - (\'I. Sneek . hl. en de Aanm. aldaar, hl. 162. - Dr. .1. R., d. 11., hl. 11.quot;) en 180. - Heg. van Aanbreng, lil, hl. 462. - Meiners, t. a. pl., I. hl. IWi en JI, hl. 24quot;). - llarkenroht, t. a. pl., hl. 6(,)I.

()7. Hr. Syln jlhhsi., p. Ie Sanllirt, werd 20 Fehr. I.\')(i7 met no. 65, 66, 68 en 6!) verhannen. (Zie hiervoor op: Sinnh I\'dii-wds). - Criin. Sent., Ch.hk., Anl. Jz. en AI. 1\'. - (quot;1. Franeker, hl. 161.

(gt;8. Hr. Jche //endricx, p. Ie Sinallebrngge, w erd 20 Fehr. 1\')67 met no. 65, 66, 67 en 69-verhannen , vlnehtte met vrouw en vier kinderen naar Kmden en werd in \'1560 predikant te Hede-caspel, waar hij in I 59!) overleed. - Opgave van l)r .1. H. - (\'rim. Sent., Ch.hk., Anl. Jz. en ^1. 1\'. - Cl. Sneek. hl. 48 en Aanm. aldaar, hl. 168. (Zie hiervoor op: Sinrdt /\'oiuckIx).

69. Hr. I\'leler nni Sijcheiic, p. Ie Koiidnm, wordt ook w el Sic/miniiix geiuiemd. quot;Ü werd met de vier laatsten 20 Fehr. 1567 gehannen en was laler predikant te Deinnm, o. a. in 1 .)8I$, terwijl hij vijfjaren laler, van Leeuwarden naar zijne woonplaats terngkeerende , door boeven bij Hitzmnazijl werd vermoord. - l)a-thenns schroef hem in 1587 een belangrijken brief en noemt hem : »Vir erudilione el pielale eximins.quot; - Opgave van Dr. J. H. -Ch.hk. en M. 1*. - Cl. Bolsward, hl. 34 en Cl. Franeker ( Aanm.), bl. 144. - V. d. Aa. liiogr. Woordenboek. - (Zie hiervoor op: Sinnh /\'ouwe/x.)

70. Hr. ./ulunnifx, p. Ie 0. L. Vrouwen Parochie. - Ant. Jz. en M. P. - Cl. Leeuw. (Aanm.), bl. Ili9.

71. Hr. ./o/nnniex, p. Ie St. Anna Parochie. - Ant. Jz. - Cl. Leenw. (Aanm.), bl. 140.

72. Hr. ./dhanne.i ,/ii/ix. p. Ie St. Jacobi Parochie, vliiclille in 1567 van daar niet vronw en twee kinderen naar Einden, waar

12

-ocr page 168-

uui.Aia; a.

Iiij wiiarM\'liijiilijk in slici\'l\'. Xcd\' van Marllmis Kliucus, liivr-

voor igt;|i no. \'lit venneUl. - 31. I*. - (\'I. Frauekcr, 1)1. GO.

C. ZEVENWOUDEN.

quot;it. llr. Jo/iiinnes , v. Ie l.ciniiUT, wcnl 18 Fchr.

verbannen. - Crini. Sent., Clilik., Anl. .Iz. en M. 1\'. -CI. Sneek (Aanm.) , 1)1. 171.

7\'j. Hiquot;, ./(ico/i (tii/iiicr//, p. Ie Beelslemvaa» , ook \\\\A (tehncri of ./«/«;tv.v;. jjenoenul, werd heselmldiyd van nieiiH iglu\'deu le liel)-ben »ge|jleeclil inl dopen der kvnderenquot; en desweye door bel Mol\' van Friesland den l\'iden Maart \'1.quot;)()7 verbannen.

Hij schijnt na zijne ternj|koinst in zijne oude woonplaats predikant le zijn geworden en overleden te zijn kort vóór \'IGOC. - Criin. Sent., Ch.bk. en H. 1\'. - Dr. J. R., t. a. pi., bl. 14.) en (\'1. Zevenwouden , bl. 19,quot;).

75. 111\'. Jacob yïbbesz., p. le Ureterp. - Cb.bk, en M. I\'. -Cl. Zevenwouden, bl. 2()\'2.

7(). llr. // exse/ius, p. le llemrik. - M. 1\'.

77. llr. Quirinus Pu hu , p. le Oldeniirduin, was, reeds vóór laOO naar Kulden gevlnebl, maar oiiitrenl dien lijd te Leeuwarden werkzaam. Later verviel bij tijdelijk weder tol bel Pausdom , maar keerde daarna weder tol de llerv. Kerk lenig. Hij werd vervolgens predikant te Leerdam, waar bij in l.\')7\'i door de Spanjaarden is opgehangen. - H. 1\'. - Dr. .1. R., C. d. 11., t. a. pl. , bl. 117.-Cl. Sneek (Vanm.), bl. 161. - Ror, 7de Boek, lol. \'il v. vak.

78, lli ■. Hcgncrus, p. le Niehollwolde. - M, l\'.

N.B. Op de bovenvermelde lijst komen niet voor:

llr. Petrus Ifotzcnius, p. le Oldeholtwolde (misschien een broeder van Jelle Hotzes ol\' (jellius Snecanns, boven vernield op no. 34), lt;lie reeds vóór of in lj(j7 de w ijk had genomen, blijkens Dr. J. R., G. d. 11., I. a. pl., bl. 11(3;

alsmede: llr. Andrks Shorn of Schonu, uil West-Stellingwerf, 18 Mei 1569 gebannen, omdat hij zieb onder de vendelen van (iraaf Lodewijk bad gevoegd en w iens naam men vindt in Marcus\' Sent., bl. 191; zie hierna in C op:

Heiligerlee.

-ocr page 169-

Bijlage B, (biadz. «7),

bevallemle namen der Friesche edelen en aanzienlijken, van «ie

hel deels zeker, deels onzeker is ol\' zij ()|gt; liet Verhoud iler Kdelen hebben geteekend. I| Wij hebben daarom deze Bijlajje in drie nnimners verdeeld , als:

I, bevattende de namen van hen, van «ie hel zeker is,

dal zij daaraan deelnamen , ten getale van.....igt;()

II, van wie dit door ons wordt vermoed......quot;)il

lil , van hen, die bij Te Water buiten de vorigen, als

zoodanig nog genoemd worden, doch voor wier deelname,

onz.es inziens, geen genoegzaam bewijs bestaat . . . . lil

Samen . . . 120 Vergelijk noot 2 o|t hl. 60 van den tekst, terwijl hierna eene verbetering zal voorkomen met betrekking tot bi. ()7 van den tekst.

Bronnen: Sententien van Alva, nitgeg. door Marcns; (Charterboeken van Friesland; Te Water, «Historie van hel Verbond en de »Sineeksehrirten der edelen,quot; enz.; De Vrije Fries, \\IV, hl. 115— \'i7, lerwijl nog enkele andere bronnen hierna zullen worden aangewezen. Zie ook de verkortingen op bl. 151 hiervoor.

liekend is het wei\'k van den lloogleeraar Te Water, belangrijk vooral wegens de vele merkwaardige aanteekeningen en levenshijzon-derlieden, die daarin zijn o|igenoineii. Jammer is hel echter, dal de Naamlijsl daarin, allhans wal de Friezen aungaat, niet geheel te vertrouwen is. - In die Naamlijsl toch worden M l namen van Friezen gevonden , die aan hel Verbond zouden hebben deelgenomen. Behalve dal daarin namen worden genoemd van personen, van wie hel geheel onzeker, ja onwaarsehijnlijk is, dat zij aan hel Verbond deelnamen, komen bovendien vijf namen van Friezen daarin teveel voor, zoodal er een getal van 10() namen overblijft. Hij vermeldt nl. de namen: ./«« ISclicmn , HiUem Uingn , // iileiu Hon ga,

I) Hoewel niet van Fricsehc edelen afkomstig, zoo willen wij er toeh aan herinneren, dat er zich op het Nederlandsch Museum te \'s llage enkele voorwerpen bevinden, afkomstig van Verbondene edelen; zie; „Eigen haard,quot; 1H71K bl. 79.

-ocr page 170-

BIJI.ACK li.

... /{oHwemii en OUo //uringsiiHi, waarvooi- liij do jiiislu iiaiiicii ook (ipuccl\'l, Ie welen : ./mi /{oiipi, fl i/lcni linniii, llnllliir Hnn-wi\'iiin en Olio Hcremn.

Anl Joostz. vvniiultll I. a. pi., bl. 42.quot;gt;, dc naincii van edelen i\'ii op 1)1. 439 van 42, li\' /amen 7!) iianicn , doch dew ijl naini\'ii op die lij^lt\'ii Iweeimml voorkoinvn, zoo word I dil jjelal lot 74 li\'iujjjjchratlil. 1) Anl. .)/.. nocinl dezen alleen als gfbaniuMiun en voeyl cr nicl hij . dal zij lol de Vcrhondcnc Kdclcn behoorden. hclfjccii wel door Winscinins, die I. a. [il., bl. !)() en 114 dezelfde naincii vermeil, schijiil vcroiulei^leld Ie worden. 2) Dil is 1110»«-lijk , maar de iioodi»e zekerheid onlbreekl in dezen. Wij komen hicro|i nojj nader lerujj.

De bron, w aarvan Te Water len opzichle van de Friesche verbondenen heell jjebniik gcmaakl, is, behalve de werken van Winseinius en M. S. aanll. van K. 31. van Bnrmania, eene Naani-lijsl, van den llooyleeraar Wesscling\' afkomsliy, aan wien zij was verstrekt door Dnro Harlena van lgt;iiriiiania , nakomeling van Dnco van Marlena, »die,quot; zoo zegl \'J\'e Water, »ook zelf lot het getal wder Boiulgenoolen behoorde,quot; hetgeen echter, zooals wij hierna zullen zien, in \'I geheel niel zeker is en zelfs zeer Ie betwijfelen vall. Overigens vrrmocill hij, dat deze lijst van Dueo van Marlena afkomstig zon zijn.

Deze Naamlijst zullen wij in \'I vervolg als /.ijst //\', en de namen. die daarop voorkomen en hierna vermeld worden, met een kruisje (quot;jquot;) aanduiden. Zij komt voor bij Te Water in Dl. IV, bl. 150 en beval 51 namen, waaronder die van /irederotle, /{nuwemn gt; Jun /{ellenm en // illem /Ionga, welke laatste drie aldaar ook voorkomen als: /foitie /{oiiwenut, Jun /tonga en //iiletn /{inga (of /tninii], zoodal er een gelal van 47 namen van Friezen daarop overblijft. Veel waarde nieenen wij aan die lijst niet te mogen hechlen. Zij schijnt in lateren tijd voornamelijk nil de Sent. van Marrus Ie ziju opgemaakt, blijkens de verkeerde spellingen van y/ggnniquot; voor dggema en Itinga voor /ionga.

Om echter niemand van hel voorgeslacht te kort Ie doen, zoo hebben wij in deze liijlage ook de namen opgenomen van hen , van

1) NI. van: Jelle Eelsma, Doytze Win g ia, Kdo Gerhranda, Oene Groreslins en Orne Ilerinyn.

Ü) Op hl. 115 nld. komen nog nndcro namen voor. vermeld in het Ch.hk., II!. h\'. en 7\'»-; zie hierna: Bijlage E.

Kit.

-ocr page 171-

IIMI.tM II.

wie lid naar ons {jcvoeh\'.n [jehccl onzekci\' is ol zij ooi) lui ili\' Ver-hondunen hebben behoord. maar die door Te Water daartoe jje-bracht worden.

Dewijl bij de bespreking van de Verbondene Kdelen op bl. G7 in den lekst later een paar inisstellingen zijn ontdekt, willen wij die vooraf recliliceeren :

In regel II i\'lt;ni horen: leze uien ^iH, in plaats van liO, daar du naam van Tjerck Huiles, wél in bel (\'harter van i) Jan. 1 maar niet in dal van 8 Sept. voorkomt. Voorts in regel 15 v. h., in plaats van: «niet \\\'1 edelenquot;: niiiel Je na men ran \'i2 edele», wnnronder echter voorkomt die van Dot/tie li ingin , die reeds o/i de llj.it van !) Jnn. staat vermeld.quot; In plaats van betgeen vermeld staat in regel 16 v. h. tot en met regel 23 r. o. ()gt;llel—jiersonenquot;.! bet volgende: »/an den: 80 /lersonen (.lü \'ll) nomen ontegenzeggelijk, zooals hierna zal worden aaimetoond , ren getal van lil deel aan het / erhnnd, nl.: de 211 eerst genoemden, alsmede de volgende acht. ivier namen oji 20 Juni werden ajgeleien: /\'.do ran /hhema, / lef van _ tggema , Jan van Kon ga, Jel te, van /■.\'elsma , een der van A\'i/singa\'s, Jouw en Oene I) van Heringa en JeUe Jaeohsi, Hovendien is het nog van elders hekend, dat danr-aan deelnamen de .\') volgende edelen: SJoert van Heuina, // iUem van Hnma, l\'Jquot;Hing van IJi/singa, Hartman van (,\'alama en Si/tic van Seheltema. Met zekerheid kannen wij ahoo de namen van lili Friesrhe / erhondenen aanwijzen,quot; (Men leze (Ills inregel \'i v. o. op bl. (17, niet: ll\'j, maar 36.1

gt;gt;/ enter is het naar onze meening zeer waarschijnlijk, dat ook de V.) overigen van die 80 oji het (\'omjtronii.i hebben geteekend, te weten: de Ki anderen, die !) Januari I .quot;)()8 werden gedagvaard en de lili j.ersonen, die met de reeds genoemde 8 edelen, in hel Charterboek van 2() Ja ui van dat jaar en hij Ant. J z. vermeld worden. 2) Hierbij voegen wij nog \'l namen, die wij, he haler de

1) Oene, niet Douwe, zooals op bl. (gt;7 van den tekst staat, waur-ovor hierna.

2) De 42 personen, die vermeld worden in het Cb.hk. van 2(i Juni 15(\'.H (aid. III. bl. 7.\'t7) worden ook genoemd bij Ant. Jz., 1)1. 439en 410, waar gezegd wordt, dat zij omstreeks do maand Augustus van dat jaar twee Volniaehten naar Antwerpen, naar den Hertog van Alva zouden. Vergelijk: (Jh.bk., dl. 111, bl. 747: 24 Aug. 15(i8, waardoor het zeer waarsebijul\\jk wordt, dat zij tot de Verbondenen be-booren. Zie ook bl. (gt;8 van den tekst en hierna op: Jido Abbema,

-ocr page 172-

I!.

iiirr.slf/i iter hoi\'t:abt\'tlovldt\'n , (tun nog hij In I. t\'eniield vonden , zuu\'/nl wij voor t/v:e rnhriek een gelul rim \')ii nninen verkrijgen,

// ij lichten het duv minnemdijk, dn! er in het geheel 89 Frie-:en o/i hel (\'omjiroinis hehhen geleekend.quot;

Al zoo in regel (i v. o. oj) 1)1. 07 Ic lezen; 89, in pluals van 92.

I.

I).- nanien der \'Mi eerslbedoelden zijn opjrespoord als volgt:

a. nil eene acle van Ii() .laniiari lu()8, zie (iahlienia,

\' Leenw., hl. 504 (op ld. 00 van den leks! vermeld): 211 Anl. .Iz. en Te Waler noemen ze allen, behalve: /-//o i\'un Hnntsmn . (\'ornelix (\'ornclisz, en // 1/ger van Si/txmn; ook «orden zij allen mei i(i anderen, hierna gemeld, jgt;e-noemd in hel (\'harier van 9 Jan. 1508 en in de Viglii Kpi.s-lolae, in II. v. 1\'., II, 400, terwijl op 428 aldaar: // ilco vnn /folilingn en l\'iho vnn Unerdn meer bijzonder als leden van \'1 Verbond der Kdelen genoumd worden. Verder vergelijke men bladz. \',V.\\ en 114 van onzen teksl.

Igt;, van hen, wier namen op 20 Jnni 1508 werden al-gelezen. een acht tul, nl.: \'\\ ftij\' /ggenin, ■[./mi run Itongn , \'c.lelte run F.et.ima , j./ortw en Oenc run //eringu en \'\'vjetle ./ucohs:,, die op hl. 127 van Marrus, Sen!, van Alva als onderleekenaars van hel \\ er-hond voorkomen, waar men echter: Doeue run /lenngu leesl , op grond waarvan Te Waler van thmwe spreekl:

maar dat men daar Oene moet lezen kan blijken nil (Ti.bk., III, 1)1. 7;i8 en 702 en Anl. .Iz., hl. 440: verder: \'\\Klt;to run ./titiemu (Marcus, 170). In\\iglii Kpislolae, in II. v. 1\'., 1, hl. 428, worden drie gebroeders /un /ü/xinga als leden van het Verhond vermeld, van welken / \'runs reeds hiervoor is genoemd, terwijl \'/\'jutting volgt, zoodat Focke ol /titxrke de derde zal zijn geweest , alzoo .... 8 r. in Harens, Sent. van Alva, worden als \\ erbondeneii nog genoemd de vier volgenden : \'^Sjoert run /{a/wu (1)1. 75): ■\'[// it tem run ttninu (hl. ii5il); \'{/\'jutting run Fi/xingn (bl. 106) en y //urtmun run (lutuniu

(hl. 80).............4

(/. Si/he van Sehetlenia, blijkens Ch.bk. , JU, bl. 707 . 1

Alzoo in \'1 geheel . . . 36

-ocr page 173-

inn. u.i li.

!)« onder h.. c. en 1/. jjeiioi\'indcii koinun uilen hij Te Waler voor, 1111, iiilgi\'noiiicn Tjiilling van fy/si/ufii, ook liij Anl. Jz. In hi\'l Ch.lik. « orden : Itei/iim en (inhnn 11 niet genoemd , maar de overigen wel; zie lil. 7;i8, 744 en 7(i\'i.

II.

Deze lij^l beval 51! namen, «aarloe gebrachl zijn:

11. lt;le \'Ki overigen, die met de hiervoor onder 1»/

genoemd, op \'.t Januari quot;15(18 werden gedagvaard: . Ki

■jt\'ocke run li/xinn , ^Si/hol/ ron /i/miiii, Wonier (\\)([nilain, Sierck Fongers, (\'ornelis Konck, ^//omnit: run llel/ingn , Tjepcke van Oeiiema, l\'ieler l\'ielei\'sz , (\'are! van lloorda, Ju» Si/moii.n, Leo Symonsz,

Si/Zirru Si//iregt;ixz, Krbc Tinekes. Jeppe VerielMiia,

Synrdl Verielsnia. Dirck Willenisz.

Anl. .1/.. en \'J\'e Waler noemen van dezen alleen de rijf cnrsiel\' gednikten.

h, al de overigen, die voorkomen op de tweede lijsl van Anl. Jz. (aid. hl. 4119), hevallende 42 namen, van welke hiervoor reeds negen zijn genoemd, onder 1« :

Dojilze // ingia, en onder IA: /Cdo .Ihbeiun. Hef ran Igsenm , Jnn run Huugu, .lelie run Kelsinn , Jouw en Oene run lleiingu, Jelle ./ucobsz. en een der / un /,\'i/xingu \'x, zoodal er alzoo itll overblijven, allen vermeld in hel (\'harier van \'2(i Juni 15()8 (Cbbk., III,

hl. 7il7) en bij Te Waler........

Zie ook de nool op hl. Kiquot; hiervoor.

Wallhie van Aylva, l peko v. liiirmania, (iemnie v. Bnrmania, Syds v. Donia, Idzerl v. Domna , Fop-pe v. Domna , Krasmns v. Domna , Donwe v. Domna ,

Wyger v. Felsma . Uilseke of Focke v. Eysinga , lles-,sel v. Fminga , Syds v. Kminga , Holle v. Kminga , Ale Fernia, Kdo v. (ïerbranda , •jOcne v. (Jroveslins, Tjepcke v. (ioslinga , Taco v. (lalama, fSeerp v. (ia-lama, Frans (ierrilsz, Jorril v. Hania , Laes v. Heringa, ■jOlld v. Herema, j\'Tiele v. Ilellinga, Tjaerdl Jcllersma, Aellie v, Jaersma , Scipio v. Meekema, Fr. v. OlVenhnizen , Agge v. Osinga . Jelle Kiddersma ,

Schelle v. Tjaerda, •]-Aiieke v. L nia, lloyle v. I nia.

Ki\'.l

-ocr page 174-

III.II. W.K I!.

c. t\'indi\'lijlv komen nog do rivr voljjcndfii voor liij Anl. ,1/., I. \\\\,\\ Fji\'eninl Arckens cn t\'nnis Hem men, die. il Anjj. lóOS werden {gt;eda|;v;iard ((quot;h.bk.. Ill , hl. 744), id.Miiede: O Hu /hm in en Schelle r, Itoordti, «elke laaUlen nergens anders voorkomen , dan alleen niet de I\\vec anderen bij Te W aler.......\'l

Samen alzoo , . . 5i$

III.

Zooals wij opmerklen noem! \'Je Waler I0() Friezen, lt;lie aan hel Verbond zonden hebben deelgenomen: zie bl. IÜ5 hiervoor. Van dezen zijn I$li onder I en 42 onder II vermeld, .samen: 75, zoodal er nog Ie vermelden overblijf! een

gelal van:..............iil

•|(ioossen v. Andringa, T\'ljeei\'d v. Andringa, ■j Wjbrand v. Avlva, jl\'ieler v. \\ vlva, j Hessel v. Aysina, J Jnlins v. Holnia, •j-Svds v. Itolnia, J MoIze v. Bnma, jl\'ieler v. (\'am-mingha , ■j llaring v. (ilins,-j Aedo (labbema , quot;j\'llarlman (ian-ma , y Wal ze (ianma, jWybe v, (irovesl ins ,-j(\\ llaga , jllaring v. Ilaersma, •j\'llarlman v. Ilaersma (llarinxma lboe Heeg), llessel llayLsma, Leo v. Ilania, jDouwe v. Heringa , j;l)onwe v. Mollinga , jllero v. Ilollinga , j liaerle v. Idzarda ,

j\'Keo l.lsbrandlsz.. jl.aes v. Jongema, Simon l.ongobardns, j Dneo v. Marlena , jAncke v. Oedlsma , j\'J\'zomme v. liol-lema, jl\'opeke v, lloonla, TSi|i|ie v. Sehellema.

N A A M L IJ S T. (1)

1. l\'Ao of ) ilr. Ihhi-iiiii (07), zoon van Sipcke, omstreeks 1544 olderman te Sneek en Jlensck ISaringa, huwde met Kdwer van l\'ojMiia , die in 1575 als zijne weduwe voorkomt, terw ijl hij in 15()() bnrgemeesler was in die stad. Twee jaren later werd hij gebannen en zond vervolgens met 41 zijner land- en lotgenooten twee gemachtigden naar Anlwerpen, met name: Fecko llhala en

170

1

I)c nummers uihter dc namen, duiden do bladzijden in den tekst aan.

-ocr page 175-

iti.ii.uir ii

.liiiricii (iiKidlrcdi. Hij is daur(gt;|i vcriiKicdrlijk ncvlucht, bevond zich cchlcr In löT\'i weder in Friesland en stierf vóór \'IfiTS. In eene Sen leut ie van 22 Oei. Iquot;)()8 wordt liij een der Verbonden edelen {jenoeind. - Marcus , Sent., lil. 170; \'J\'. W., II, hl. 139; Stbk., op; Solckema, aanl. 20; De Vrije Fries, 1\\, hl. 440; l)r. .1. !{.. lt;1. 11., hl. i:fl ; Clibk., Ill,\'hl. 1M.

2. //\'■/ Igfiema (ItG , 07 en 68), verkeerdelijk Agganiquot; Ijenoenid, waarschijnlijk zoon van l\'leler en Unts van Siersinu of l.lnts van Kiiiln(ja, die vennoedelijk op A»neinastate te Wiliiiarsnin woonden. Hij schijnt niet jjehnwd geweest te zijn. Zijn naiuii werd \'11\') Jiini 1 .)(i8 afgelezen, terwijl bij 10 Sept. daarna nojjinaals werd oebannen, waarvan hel vonnis 2(5 Januari 15()!) in Friesland werd aljjekondijjd. - T. \\\\ ., 11, hl. 144; Stbk, op: Wal la , ijen. ; Marcus, Sent., bi. 127, en (\'hbk.. Ill, hl. 737 en 7().quot;).

IJ. l/vndnck /1 /heiisz, (HG) of /Umisz,, zooals \'I\'. W. hein noemt, in I \')(gt;(gt; schepen Ie Leeuwarden, woonde in de «(inldcn Handt.quot; Mij bevond zich in .lannari l.\'iliS in Finden en werd in diezelfde maand yedayvaanl, en nadat hij in Mei daarna niet zijn zoon onder (iraal I.odewijk bij llciliyerlee jjestreden had , {{ehaiincn. -T. \\V., II, hl. 147; (iabbcma , Leeuw., hl. 50; Cbbk., 111, bl, 720 en 7r»2. Zie ook : Itijlnge

4. Sjnert ran /{cjimn (2.r), 41$ en 5!)) werd, zooals in den lekst is vermeld, in Mei 1507 bij llarlingun gevangen genomen cn 1 Juni 1.)08 Ie Hrnssel onthoofd. Zijn hoofd werd op een paal geplaatst en zijn lichaam daaraan gehangen, gt;gt;in welke akelige oni-»slandigheid zijn lijk zon hebben moeten blijven , hadt hij , door «biechten de eere niet verdiend, dat zijn lichaam in ongewijde aarde «begraven w ierde.quot;

Zijne weduwe, die waarseliijnlijk niet hertrouwde, zooals elders wordt gemeld, leefde nog in Kil.\'», was toen 80 jaren oud en ontving toen een jaargeld van 150 pd. (gld.) «vnvt coin misera tiequot; en uit dankbaarheid voor de diensten, die haar man den lande had bewezen. Haar broeder Sydls sehijnt haar tol zijn overlijden, dat in laatstgenoemd jaar plaats had , onderhouden te hebben.

1 • VV. (II, bl. 184, noot) teekcul aan, dat het geslacht Van lievnia, waartoe Sjoeii behoorde, Ie zijnen lijde reeds zou zijn uilgeslorven . maar volgens liet Stbk. behoorde hij tot het thans uog levend adellijk geslacht Van lieyina.

171

-ocr page 176-

in n. wa: n

Men viTgvlijki\' verder T. W., II, III. IU)\'t, op den naam ; SiilTriilns Keji\'iins. - Marcus. Sent., III. 75; Sllik. , op : ISevma , u. a. aant. 21 aldaar, in verhand inel aanll. 10 en Ifi op: Moekeina; Feilli, Hen. v. li. Arehiel\' van (iron.. 2de vervol», op: 15(17 , no. ()4, waar vernield vvordl , dal liij 28 Maarl 15(17 zich te (ironinoen bevond en aldaar /.ijn intrek had jienomen in »llet ooiden varckenquot;; Tegenw. Staat, III. lil, 1(!() en over hel Jaargeld van üevina\'s weduwe: Navorscher, jaarg. 28. lil. 58. Voorts zie men over de j\'evanjienneniino van Itevnia en de zijnen , alsmede over den geestelijke, die Keynia in (Ie laatste ure zon liehlien bijgestaan, noot KiO op bl. 75 der Aanll. van hel Isle deel van de gt;^(iesch. der .\\. !l. Kerk,quot; door l.lpev en Dermonl. Die geeslelijke zon, volgens E. M. van Hnrmania, zijn geweest een landgenoot van lgt;evina , mei name: Heer //\'//:lt;■ of / u Ir rins ran Hrrenw, die in 15(i0 Deken van liolsward werd. Vergelijk quot;ISllik.. alsmede: De Vrije Fries, \\ ., bl. 25.

5. ./mi run Hongii ((i7 , 7(i. 1111$ enz.) .zoon van Sjds en Hints van Koorda , die te llobverd woonden , zeer zeker oji ISongaslale, waar ook hnn zoon Jan later verblijl\' hield en mei Sylske van A\\lva huwde. Mij werd in 15(i() grietman van Wesl-Dongeradeel, maar deed in 15()7 ai\'sland , om plaats te maken voor den Spaanschge-zinden Keinier Fritema. (Zie hl. I I I van den tekst).

Nadat ISonga op het Verbond der edelen had geleekend . «erd hij den lOden Sept. 15(i8 verbannen, terwijl zijn naam ook reeds den 2()sten Juni vaii dal jaar was afgelezen, hetgeen op nienw 2() .lannari IJjd\'.l geschiedde.

Hij streed bij lleiligerlee en .lemmingen , voegde zich later bij de Watergeuzen en was misschien in Juni \'1570 tegenwoordig bij een inval der Geuzen te Ilolwerd , toen de grielman Frillema werd opgelicht, die mogelijk zijn verbeurd verklaard huis bewoonde; althans men vindt vermeld , dat Honga zijn eigen huis in brand heell doen steken.

Hij zal wel dezcirde zijn als Jan Hellema (Houwema), die volgens den geschiedschrijver Hooft in 1575 mei 50 anderen (Walergeuzen) uil Kngeland de wijk inoesj nemen. (Zie aldaar, lol. 443). Zie hiervoor, bl. 165 o. a.

Den ICden Augustus 1580 bekwam hij in een gcvechl tegen de Spanjaarden bij Aduarderzijl eene wonde, waaraan hij na een lang en smartelijk ziekbed Ie Leeuw arden overleed.

-ocr page 177-

nt.ir,\\iir n.

Slhk., zie liet lU\'gisler en o. a. llounl» van \'J\'j., aant. 21 ; Marcus, hl. 127; V. Sininia, lil. 51; V. Gron., hl. 1()8, 17\'jt\'n . aanl. \'»8*; Navorschcr, IV. Hijhlad 1,11; llooi\'l, lol. \'l\'i.\'i. Over de verschillende .schrijf» ijzen , als: Binga , Bonna, Honwema , Unina, Umvingha, enz. zie men: T. W., II, hl. 255 en III, hl. 496 en voorts over Johnn Hongu, aid. hl. 18il. - (\'hhk., lil , hl. 7:$7 en 7(12.

Hij eene andere (jclegenheid hojien «ij op dezen vrijheidsheld nader lenig Ie komen.

(i. Ejjo vim /{no/snia ((iti). Omtrent denzcU\'den tijd woonde er een Kpo van Boolsina te Kollmn en een van dienzeli\'den naam te llniznm. Het is onzeker, wie van deze heiden in Januari 1568 zich Ie Kmden hevond en in die maand gedagvaard werd. - T. \\V. noemt hein niet. Men zie over dien nit Aol/imi: Frisia xNohilis. hl. 150 en 153; Koll.land c. a. lt;gt;. heschr., hl. 11(8 en de l\'laaU-heschr. dier gemeente, 1, hl. 123. Over dien uit //iiizimi: De Vrije Fries, XIV, hl. 31, 1) en overigens; (iahhenia, hl. 504; Chiik., 111 , hl. 726 en 752.

7. /nikm van Himn (26, 43—59), vrij zeker zoon van Wopke en Odtzen van Heemstra, (en w/e/, zooals in den tekst, hl. 26 slaat: zoon van Johan en Find van Popma), die waarschijnlijk op Hnma-stale te Driesnm verhlijlquot; hielden . waar ook deze hnn zoon niet zijne vrouw Anck van Heemstra schijnt gewoond Ie liehhen. Volgens Scliotaniis was hij ^ongetroiilquot;; volgens K. 31. van Hnr-niania had liij een zoon, die l\'opcke heette, hetgeen wij hetwijfelen.

Van Meeleren en Hor, en op hnn voetspoor ook enkele andere geschiedschrijvers, nieenen , dat hij 25 Aug. I5()8 met vier anderen Ie Utrecht werd ontlioold. Sommigen stellen dit op den IstenJiini van dat jaar, maar uit zijn vonnis hlijkt duidelijk, dat hij den 24sten Decern her veroordeeld werd, om vijl\'dagen later ontlioold te worden.

De verschillende schrijfwijzen van zijn naam zal tol deze verwarring aanleiding hehhen gegeven. Zie daarover: T. W., II, hl. 255 en lil. hl. 490.

Zijne weduwe hertrouwde met MaIIhijs Honimerts, svndicns der stad\' Leeuwarden. - T. W., II, hl. 21 i, 263, 272 en 308; III,

1) Op bl. aldaar zegt de Heer V. It Waalkes: „Hoordaliuizum .quot; maar men zie ook; Frisia Nobilis, bl. 153.

-ocr page 178-

llMI.MiF, tl.

1)1. \'iH\'l; Kr. N i)lkgt;-Aliii. voor IH87, 1)1. Marcus, 1)1. ;

Slhk.. in \'I Ki\'gislt\'i\' en dl. II, N\'alt\'/.iiijj, hl. S; Hor, IV , 1)1. 169 i-n 177; Hooft, lol. ISO; Van Mueiorcii, III. 1)1. .quot;)() en vcroolijk: V. Sininia, hl. 122, aanyevnlil uil M. S. aanlt., alsmede Feilh, Kegislor van hel Arcliiel\' van (iron., ir)7;?, no. 44; (\'hhk.. Ill, 1)1. 7()2, en .Innt. V hierna.

8. to/i/ie ran (\'mnxlra (ü(j), zoon van lloniine en Eelck van Kvsinga, die waarsehijnlijk Ie Wirilmn woonden, lerwijl Foppe , die mei Tielli, doehler van Iliinnl van Fe.jlsma, huwde, Ie Dei-niim, vrij zeker op Fejlsma-slale, verblijl\' hield.

Hij hevond zieh in Januari 1.quot;gt;()H Ie Fmden, werd op den ilden dier maand i;edanvaard en laler verbannen. Zijne vrouw overleefde hem en slierf in 1 ()()(). Men porlrel van hem bevindl zich op hel Friesch Museum van Oudheden Ie Leeuwarden; zie: (\'alalo|;us, bl. 141, no. 2iJ4. - T. W. , II, bl. Iil7 en Slbk. , op: Camslra; Cbbk. , III , ld. 72(i en 752.

!). (\'onic/is (\'onir/ixz. (GO) bevond zich iu Januari l.\')()8 Ie Kmden , werd den Oden dier maand gedagvaard en laler verbannen.-Chbk. , III , bl. 720 en 752.

10. A/.o vnn Donmn (Oü) , »d\'olde,quot; zoon van Kpo en Tjels van Camslra, die le Irnsnm woonden op Donirjaslale , waar Kpo (en ook diens broeder («olie , die laler Ie lluizum verblijf hield) , zal zijn geboren, allhans voor 1.)1() , dewijl loen zijn vader overleed. Kpo, ile zoon, werd gt;gt; d\' oldequot; loejfenaamd , omdat zijn broeder (ioll\'e een zoon had , die eveneens Kpo heette.

Naar onze inecning iteefl van deze twee Kpo\'s , die van Hallum op het Verbond geteekeiul , daar uit een (\'harter van .10 Januari 1507 vrij duidelijk blijkt , dal « Kpo van Domna loe Hallumquot; tol de »(ieconfedereerde lleeren quot; behoorde. Deze zal zich dan ook iu Januari van bel volgende jaar te huiden hebben bevonden (bl. 6(5) , vervolgens Januari van dal jaar als voortvluchtig zijn gedagvaard , om 2 Februari daarna te verschijnen, waarna hij, daaraan niet voldoende , verbannen werd.

In eene der afschriften , in quot;I Keinpo Marlenaboek opgenomen , waarvan in \'1 Chbk. , I. a. pl. , bl. 707 , wordt melding gemaakt , staal ook zeer duidelijk : » Kpo van Douma loe Ilallnm.\'

Kj.o gt;wA\' nhlc.quot; zooals \\nt. .Iz. I. a. pl. , bl. 42.), hem noemt en dezen als een der voortvluchligeu in I .\')()7 vermeldt, woondete

174

-ocr page 179-

HIJ I.A(t K K.

Hu Hu m , waarscliijnlijk i)|i FcvlMiia-slalc en \\vagt; jjclimvd met Saapki1 van hVvtMiia , daarna incl Ticlckc \'J\'jaarda van Slarrkenborgh. Over Kjio nui Doumn , van //iiiiiun , die ook i.s nitijewckoii , zit\' inen di\' helanijrijku levitnsbesrhrijving door l)v Van itorsxinn Waalke-s, in hel XlVdc deel van De Vrije Fries.

Wij hebben neryen» liet slellijje bewij.s kunnen onltlekken , dat deze laalsle aan liel Verbond zon hebben deeljjenomen. - T. W. , II, 1)1. If\'l? en IV , 1)1. 4fi2 en hel Slbk. . op : Doniiia ; Chbk. , III. bl. ()lt;»()—707 , 72() en 7.\'gt;2,

11. Je/te rnn j.\'c/.s\'inn of /,\'l/n.tnm (36), zoon van Ri|)|)ert en Trijn van Elinga , «oonacbli» op KelMiia-slale le Se.vbiernni , waar Jeile zal zijn geboren oinstreeks I ólii). Hij huwde niet Wiek van Galama en woonde met haar op llollin;gt;a-.slale te 1\'ieter.sbiernni , hetwelk hij in l,\')f)\'l , (oen hij 2\') jaar oud was , bad betrokken.

Den 2()sten Jnni I.quot;)(i8 werd zijn naam afyelezen en den lOden September daarna werd hij gebannen.

In zijne ballingschap begaf hij zich naar Einden en voegde zich later bij de Walergenzen, terwijl zijne vrouw daar bleef wonen.

Over zijn dood in 1572 , zie bl. 128 in den tekst.

Zijne vrouw stierf in 1574 op hare terugreis van Kmden naar Friesland. - T. W. , II , bl. I{()5 en III , 1)1. 4fi0 ; Slbk. , op : Eelsma , o. a. aant. II en llottinga , aant. 35: Chbk., Ill, bl. 7:$7 en 702.

Dal hij een zoon was van Kipper! en Trijn Elinga , is ons gebleken nil de kwartieren van zijne dochter Foeck , die blijkens F. M van Uninania aldus zijn :

Eelsma , Donma , Elinga , Greustra ;

Galama, Osinga , Hoxwier, Deke\'tna.

12. Frans van Eysingn (06) , zoon van Aedo en Tietb van Jnckema , op Eysinga-state te Oenkerk woonachtig, die, behalve Frans , ook nog lot zonen hadden : Tjalling , Focke en Rilscke.

Van Frans en Tjalling (die volgt) is bel bekend , dal zij lol hel Verbond der edelen behoorden , maar dewijl Viglins in een zijner brieven vermeldt , dat drie gebroeders daaraan deel namen , zoo zullen wij voor dien derden óf Focke óf Kitscke moeien houden.

Frans huwde driemalen. Mei zijne eerste vrouw Eisck Jousma zal hij waarschijnlijk op Jousmastate le Wirdum gewoond hebben, althans in 1507 was dal dorp zijne woonplaats. Zijne derde vrouw \\\\as Kiem , zusier van llarlman van Galama.

175

-ocr page 180-

iim.ua: n.

Hij bevond /.lel) in Jaiiiiiiii I5()H te Kimlcn en nerd later gt;gt;e-baniieii , terwijl liij iu l(i()i$ stierf en te Wirdimi werd begraven. -T. W. , II, bl. !$!)(); Stbk , op: Kysinga en Viglii Kpistolae, in II. v. l\'. , II , bl. 400 en \'l28 , alsmede : (\'blik. , III , bl. 7:$7.

11$. »Doctor Tza/i/ig Jji/sxiiig»quot; (27, 07 en 70), bi\'oeder van den voorgaande, linwde met ll\\lek, doehtcr van l\'ieter van llaersma of llarinxma Ihoe lleeg en IÜn Joiisma. Ilij woonde te Leeuwarden op hel buis Mnntenbiirg , thans nog bekend.

Oij vonnis van \'22 October 15(18 werd hij , zoowel als zijne vrouw en schoonmoeder , met eenige anderen verbannen , wat hem betreft, omdat hij , niettegenstaande hij /,. M. Raad in den llove van Friesland was, nogthans had aangehangen en begunstigd de Hervormde Godsdienst, de IVedikatien had bijgewoond en toegelaten , dat er bijeenkomsten en geheime vergaderingen in zijn huis gebonden werden van de voornaamste bewerkers der oproerigheden en nieuwigheden en bekend van in geschrift opgesteld Ie hebben het zoogenaamde kleine Verbond en hel geteekend , en iu\'t Leger der Vijamleu ged iend le hebben als Commissaris der Monsteringen, Schatmeester of iels dergelijks.

Zijue vrouw en schoonmoeder werden beschuldigd ile Hervormde leer te hebben aaugehangen en begunstigd, de Predikatiën bijgewoond en de Hervormde Predikanten onthaald te hebben in liiinue woningen.

Zij waren reeds !) Aug. 15(18 gedagvaard , terwijl hun vonnis van verbanning den 26slen Januari 15(10 in Friesland werd alge-kondigd.

Hij overleed le Wezel volgens sominingen in 1501) , volgens andereu in 157\'i , zoo hel schijnt , aan ecu beroerte. - Volgens \'I Stbk. in 1572: ï. W., II, bl. ;J91 ; De Vrije Fries , XI, bl. 405 , uanl. 17—\'20 aldaar en de aldaar aangehaalde schrijvers; Marcus , bl. 100; Chbk., III, bl. 744 en 702.

l i. l\'hc/.n óf flitscke ven fiyslngn (07) , broeders van de Voorgaande!). Misschien teekenden beiden op hel Verbond, doch dit is niet volkomen zeker. Wel weten wij , dal beiden later werden gebannen. Zie hiervoor op uo. 12.

l\'ocko huwde met Jel van Glius en was iu 1557 en 1503 subsi.

170

-ocr page 181-

lil J I. A (t K II,

jritlinaii v:m B;iiir(lc,ralt;li!i;I. Zijne vrouw ovei\'leel\'de hum, In 1555 wooiuli; iiij In ]larliii{gt;uii. I)

Zijn broeder /{ihcke linwde mel Mar)\' van Tjaerda , van Kinsn-.sniiia|jeesl. Deze beyal\' zieli naar OosU\'riesland en overleed 9 Mei 157;i te l,eer , vanwaar zijn gebeenle in naar Leeuwarden

werd overgebrachl. Zijne vrouw slier! , niel zooais in hel Slbk. slaat in Kidl , maar in ui na l(i()7 . zooais blijkl uit lieschr, van Leeuw, door KekholV, II, bl. 125, - T, W, , li, bi, 3H7 en Uül en III, bl. 528; Ant. Jz, , bl, 439; Slbk.; (\'hbk, , III. bl, 737. Zie H ij lage 15 II , no. 17.

15. Sjuck run Kmingn (37 . (55 , ()(i en 77) , zoon van Ids en Wiek van Heemstra, huwde met Fonwel van Huldinyu , met wie hij te Kornjnm woonde.

Hij onderteekende 8 Kebr, 15(17 eene aete betrelVende het Com-proinis der edelen, vliichtte naar Oostlriesland en bevond zich in Januari I5(j8 te Einden, Den 9deii dier maand werd hij gedagvaard en later verbannen,

In 1580 werd hij grietman van Dantumaduel en stierfin 158(3,-T, \\V, , 11, bl. 377 ; Slbk. , op Km inga ; V. Sm., hl. 120; (\'hbk., III, bl. 707, 720 en 752.

16. Hussel van Fcytsma (Gü), te Hiiizum woonachtig, vermoedelijk de oudste van de heide II esse Is van Fevtsma , die aan hel Verbond deelnamen en van zijn naamgenoot, die volgt, aldus onderscheiden werd. Hij was dan de zoon van Jclger en Clacr van Emiuga en huwde eerst met liauck van (ialania , daarna met llahel van OlVenhnizen, die hem overleefde, lu Januari 1508 bevond hij zich te Einden , werd den 9den dier maand gedagvaard en daarna verbannen. Met zijne eerste vrouw heeft hij »in ballingschap ge-»leeft toe Lier in Emderlant alwaer ISaiick ook is versturventerwijl hijzelf in 1585 overleed. - T. W. , 11. bl. 394 en 395; Slbk., op: Fejlsina ; De Vrije Fries, XIV, bl. 30 en Aantt. van E, M, v, 15. ; Chbk. , 111 , bl. 72(3 en 752.

177

17. //essel i\\ l\'eytsmu (00), te Peins woonachtig, zooals wij zeiden , vermoedelijk lt;/« jongere geheeten , ter onderscheiding van den vorige, was waarschijnlijk de zoon van (ierrolt en Anna van

Ij Zie Leeuw. Courant van Donderdag 10 Dee. 1885.

-ocr page 182-

Ki ll. «CK K.

(\'ainslia en goliuwd met Wilsck van llvvinstr», Hij bevond /.it\'ll in .lainiari 15()S Ic Kiiulon , wml dcii ihlen dici\'maand yeilagvaai\'d cn daarna gebannen en overleed viiór 1577. - (Bronnen als boven.)

IS. (Ierrit /\'lorisz, (()G en Ü7) , loejjenaamd »rmi geboren in 151!), vermoedelijk le Leeuwarden, komt in 1503 en \'Ü7 voor als schepen dier stad , bevond /ieh in Januari 15()8 te Kmden en werd den Oden ({edajjvaard en daarna gebannen o. a. op «rond , lt;lal bij in Januari 15(i7 zijn kind had laten doo|ien »nae )idie Zwingelsclie inaniere.quot;

01\' hij hij lleiligerlee heelt gestreden is onzeker; zie daarover: Hjhige C. - T. AV., J1, hl. 402 ; De Vr. Fries , I\\ , hl. 417 : Oork. v. li. Sl. Anth. Gasthuis, te Leenw., hl. TtKS en 005, waar hij » van Delflquot; genoemd wordt, terwijl Oahhema , t. a. pl. ,1)1.504, hem »(ierrit Floriszoon Dell quot; noemt : Chhk , III , hl. 720 en 7\')\'2.

19. lliirlwnn van (Inlamii (25, A\'A—5!)). Zijn vader tee-kende over zijne geboorte aan; «In \'t jeer van trventrvtigen de 18 ))dey Jan. de morns voor trven doe word ws llartnian beril.

Hij hmvde met Riem van llermana , (wed. van Wylz.e (quot;anistra , gest. 1555) en woonde met haar te Wirdnm, vermoedelijk op (^im-stra-state. Zijne moeder was eene zuster van Hector van Hoxwier , «iens dochters met Eginoml en Hnchtenbroek huwden. Zie tekst, hl. 18 en 19.

Volgens sommigen is hij ook gehuwd geweest niet Kinsck van Hopla ( gest. 1581), doch dit is zeker eene dwaling , dewijl Kiem (geb. vóór 1quot;)08) in of na 1588 is overleden.

In eene acte van 31 Januari komt hij voor als tot de Verbondene Edelen behoorende. - T. \\V., II, 405; Stbk. , op; Galama, waar zijn geboortedag op 18 Februari wordt gesteld; later vonden wij bovenvermelde aanteekening zijns vaders. Marais , hl. 80. - Zijne zuster U ick huwde met den hiervoor vermelden Jehc van Eeiimo.

20. It ouwe run (Uins (66), zoon van Laes en Wilsck Uninga van Hovtema , die op de state Glins te Dronrijp hebben gewoond , huwde met Tjets van Galama , zuster van Hartman , met wie hij op gemelde state heeft verblijf gebonden , welk huis door zijnen grootvader Taecke in 1548 «as gebouwd en ook wel » I Blaauw Huisquot; heette.

Donwe vluchtte in 1507 , was in Januari 1008 Ie Einden en werd den Oden dier maand gedagvaard en daarna gebannen. Later

178

-ocr page 183-

BIJMCK IS

vot\'odi\' hij zich hij du Wali\'rgeuzi\'ii en M\'hijnl teyemvdoi-ilij\' Ie zijn gcweesl hij ili-. iiiiu\'inino van den Uriel. Kort daarna werd hij gevangen genomen en le (ïioiiingcn onthoofd. Zie hl. 12\'» van lt;icn leksl. Tegenw. Slaat van (iron., I , hl. 402 en vooral : (iron, lüjdr. , V , hl. :i32.

K. .M. v. li. leekende nog uit zekere genealogie over deze eehte-lieden aan : »hebben le saem in balling.selia|i gewoont lol Kinden , »al\\vaer Don we in den lleere is versturvenquot; (onjuist, zooals blijkt nil den tekst I. a. |il.) «en \'J\'iets daer na wedergekomen in \'t land en »weder gestorven binnen l.euvvarden in \'t jaer van 1581 in Len-»\\varder leste merkt.quot;

Stbk., op : Galam i en Glins , waar 156S algt; zijn sterfjaar wordt vermeld; T. \\V., II, hl. 417; V. Cir. , hl. 2:5!) \'en lt;le Aantl. aldaar , ld. 2\'iü ; Schotanus , Fr. (iesch. , hl. 7G(); Van Haren , «De geuzenquot; (uitgave 1875), hl. 175, noot 22; Kronijk van Kengers ten Post, J , bl. :557 ; Chhk. . Ill . hl. 72U en 752.

21. J\'iho van Ifaerda (\'lli , (15 en (id , 7()1 wordt een der onderteekenaars van hel Verbond genoemd in een der brieven van Viglius van Aylla. Hij was de zoon van Kedde en diens eerste vrouw Saerk van Herwey , of van diens tweede vrouw Womck van Jon-gema , die zeer zeker ojgt; de state Herwey te Ternaard woonden , •lie Pibo in 155S, nog minderjarig zijnde, uil zijns vaders nulalenschaj) erfde en waarop hij later , o. a. in 1507 , met zijne vronw ■ lis van Moolsma , van Kollum , ook verblijf heeft gehouden , in welk laatste jaar hij de wijk nam.

In 150S was hij te hlmden , werd den !)ileii dier maand gedagvaard en daarna gebannen. Later voegde hij zieh bij de Watergeuzen. - T. W. , II , bl. 4\'i8 , \\ iglii Kpisl. (II. v. 1\'. . II, bl. 428); Stbk., op: llaerda ; »Koll.laiul e. a., gescbiedk. besehr.quot;, bl. 140 ; Chhk., üi , bl. 720 en 752; Fr. Volks-Alm., 1887 , bl. 64 en 76.

22. Kdo ran /fun\'iiga (44), zoon van Kekke en Womek van Jongema , van Kanwei\'J , die te Marssum , zeer waarsehijnlijk op de aldaar gelegen lleringaslale , verblijf hielden. Hij is niet gebnwd geweest.

Als lid der Verbondene edelen komt hij voor in eene acte van 31 Januari 1507 , vluelilte In dal jaar en bevond zich in Januari 1508 le Kinden , werd den \'.Men dier maand met verschillende anderen gedagvaard en op den 20sten dier maand nog afzonderlijk

lil

17\'.)

-ocr page 184-

ItUI.^K II

iiifl (^onielis Fonck. (/if Ifksl hi. (i7.) I.alcr wcnl liij jji\'liaiiiicii.

IIij slicii ;$1 Aii|{ii.sliis 1575 en werd Ie Raiiwcrd begraven. -ï. \\V. , 1! , hl. \'|55 en IV . bi. 413 ; Slhk. , op : Heringa en vergelijk aldaar Aanl. 31 ; Adel!. Jaarboekje voor IHH\'l, hl. 93 en 94,

Hen zijner broeders , die na den dooil van den hier genoemden , Kilo werd geheelen , was S|iaanscllgezilid ; zie T. \\V. en hel Slhk., 1. a. pi. , alsmede de Conscriptio Exnlnin en hel Adeil. Jaarboekje , t. a. pi. ; Clibk., III. hl. 72G en 75\'2 en Aid. Jz. , hl. 432.

23. Juhw run Heringa (36), zoon van Haring, (broeder van Eelrke , vader van Hdo) en His Aebinga . die Ie Hijnni woonden . zeer zeker op Aebinga-slale , huwde mei Tiels van Harinxma (Ihoe Heeg) en hield zijn verblijf waarschijnlijk le Heeg , lerwijl hijeven-als zijn broeder Oene , die volgt , in 15Ü8 en nogmaals 10 Se pi. van dal jaar verbannen werd - T. W. , III , hl. 456; Slhk., op: Heringa; Harens, Sent., hl. 127 en (quot;hbk. , lil, bl. 737 en 762.

24. (h me run Heringa (3(5, waar men in plaats van !ton we. Oene moet lezen) , was een broeder van Jouw en huwde met Foo-ckel van Aylva , met wie hij op Aebingastate te ilijnm woonde.

Hij werd , evenals zijn broeder Jouw , bovengenoemd , in 1568 verbannen en 10 Sept. van dat jaar wederom, «elk vonnis 26 Jan. van dat jaar in Friesland werd afgekondigd.

Belden stierven in 1575 en werden in de Kerk te Ranwcrd bijgezet. - T. W. , 11 , bl. 457 ; Stbk. , op : Heringa ; Sent., bl. 127 en vergelijk daarmede \'t (quot;hbk. van Fr., Ill , bl. 737 en 762, alsmede Geogr. Woordbk. van Fr., 1743, op Hijnm ; Adell. Jaarboekje van 188i , bl. 93 ; en bl. 167 en Ifi8 dezer Bijlagen.

IHO

25. ////co van Hold inga (34, 66, 76). omstreeks 1536 vrij zeker op Holdingaslate te Anjmn geboren , zoon van Botte en Hack van Eysinga , huwde : a. met Tel Sjaarda , en h. vóór 1566 met Haring van Roorda , die in 1574 te Bremen overleed , terw ijl hij na 1577 ten derdenmale in hel huwelijk trad mei Helena van Bnnan , weduwe van Idzard van Donma (zie hierna: II, no. 12), mei wie hij op Douinaslale te Britsnm woonde , waar hij in 159o overleed. 1)

1) Volgons de overlevering zou W. v. II. in de groote zaal vali het Holdingahuis (nu hot Diaeoniohuis in do Gr. Kerkstraat, te Leeuwarden) in 15(gt;5 bijeenkomsten van edeion hebben gehouden. Dit

-ocr page 185-

lii.rt.wa; n,

Üit wil der brieven van Viylius van Ajlla en nil ei\'iie oorkonde van 31 Januari 15G7 Mijkl (In\'ulelijk , dal hij lol de Verbondene edelen behoorde. Ilij vlnclille daarom in laalslj[enoeind jaar . loen hij op lloldinga-slale verblijf hield en bevond /.ieli in Januari van het volgende jaar Ie Kinden , terwijl hij in diezelfde maand werd gedagvaard en daarna gebannen. Vermoedelijk was hij tegenwoordig bij den slag van Heiligerlee en bevond zich in I57il te liremen . maar keerde vervolgens naar zijn Vaderland lenig.

Ilengers vermeldt van hem in zijne Kronijk , I. bl. : ■//. »/Inllinqii een weslfrieseb edelnian verloernde. voorsz. entens seer jiinit elliche woerden,quot; nl. Asinge\'Kiilens een »veenriehquot; van Jochem Panser , die lol de Spaansehgezinden behoorde en zieh in Mei 1508 in A|)|iingadam bevond; zie aid. bl. en Ii25. Zie voorts:

T. W. , 11 , bl. \'»()(gt; en III , bl. 543; Chbk. , III , bl. 707 ; Vi-glii Kpisl. in II. v. P., II, in \'iHegisler; Slbk., o|): lloldinga , en Chbk. , III . bl. 720 en 752. - Zijn originele testament is in ons bezit. Zijne bepalingen daarin omlrenl de plaats zijner begrafenis worden bij T. W. vernield.

20. fiienck //o/zemn (l$Igt;, iSi, 06), zoon van (Jerlol Kpes Hotzema en Rinls (\'amslra , werd voor 15315 vermoedelijk te Beer.s geboren. Ilij was een volle neel van \\igliiis van Avlta en van den verraderlijken Rommeii Friesma. (Zie bl. 00 van den tekst.)

Ilij schijnt gewoond te hebben Ie Aegiim in Idaarderadeel «op gt;u/e Holte, \'1 welk om de Genzenfaklie werd verbeurd verklaard.quot; Inmiddels wordt Kraneker als zijne woonplaats aangewezen, loen hij in 15G7 de wijk nam. Ilij was tweemaal gehuwd, maar de namen zijner vrouwen zijn ons onbekend. I)

In een paar oorkonden nil 1507 wordl hij »Geeonfedereerde genoemd. Ilij bevond zich in Januari 1508 Ie Kinden en werd in diezelfde maand gedagvaard en daarna gebannen. - T. W., II, bl. 477 en de noot; Slhk. , aant. 13, van Aylla en vergelijk: aant. 22* van Aylva van W. ; Chbk. , 111 , bl. 697 en 707, 720 en 752.

27. Frans Ifuijghes (00 en 77) was de zoon van Leendert en Anna Jacobsd. Hnvgers en werd Ie Leeuw arden geboren , waar zijn vaedr omstreeks 15!) 1 hiirgeineesler was. Hij huwde mei Geel van

wordt ook van \'t Marlenahuis cn Muntenhury goztigd. - Kekhotl\', Leeuw., I, bt. .\')48; Cat, Kunstvorz., bl. 1()5, 181 cu 182.

1) Dissertatie van Mr. J. Miimoma IKuua, bl. 14 en 15 der Hijlagen.

1 Hl

-ocr page 186-

lll.II.UiC II.

Bootsiiia , uil Kiillinn , waar hij in 15()7 schijul vi\'rbiijl\' {gt;elioudeii te liebht\'ii en vanwaar hij de wijk naar Kinden nam. Alliums hij bevond zich in die stad in Januari 15(j8 , maar nam in Mei daarna deel aan den slag van Heiligerlee. Den 9dcn Januari van dal jaar gedagvaard, werd bij daarna vcrbiinnen. Later teruggekeerd, werd bij in Nov. 1578 , niet zonder veel tegenkanting van de zijde van Uennenberg , tol secretaris van Kollumerland c. a. gekozen en verwisselde deze betrekking in 158\'2 niet die van ontvanger der Kloostergoederen in Ooslergo , maar bleef te Kollum wonen. - T. W. , 11 , bi. 482 ; Stbk. , op : Bootsina ; Oork. van SI, Anlh. Gastbnis te Leeuwarden, in \'tllegister; K. eu N. K. geschiedk. beschr., hl. 70 en 1-41 en Plaatsbeschr. van Koll. land c. a., le Gud., bl. 121. Zie: Keklioll\', Beschr. van Leeuw-., op: «Huygbes-huis.quot; - De Vrije Fries, XI, bl. 434; Cbbk. , lil , bl. 72ü en 752.

28. Jellc Jacobsz, (36 en G7) , zoon van zekeren Jacob Jelles (of Aegidins), die in 1533 burgemeester van Leeuwarden was, terwijl de naam zijner moeder ons onbekend bleef.

Hij buwde Trijn Hoppers en was in 15G4 schepen le Leeuwarden. Later vluchtte hij , en werd 10 Sept. 1508 verbannen , welk vonnis den 20 Januari daarna in Friesland werd gepubliceerd. Ook was hij vroeger en wel vóór 20 Jnni van dal jaar reeds gebannen. AVaarschijnlijk vluchtte hij naar Emmerik, dewijl zijne vrouw aldaar later overleed. - \'i\'. W. , 11 , bl. 483 en 111, bl. 545; Stbk., op: Hoppers; Oork. SI. Anlh. Gasth. , te Leeuwarden, bl. 343 en 587. Marcus , Sent., bl. 127 ; Cbbk. , 111, 737 en 702.

29. //esse/ van Osthelm ((57 en 76) , zoon van Hans eu Fo-ckel van Martena , huwde met Tel van Burmania. Zijn vader was een vreemdeling, zeer waarschijiilijk een Duitscher, die mei de Hertogen van Saksen in Friesland was gekomen.

Hessel werd in 15G5 grietnian van Idaarderadeel , moest in 1507 vluchten , bevond zich in Januari 1508 te Kinden en nam deel aan den slag van Heiligerlee. Den 9den Januari 1508 gedagvaard , werd hij daarna verbannen.

Zijne vrouw overleed in 1589 tc Fraueker en werd aldaar begraven ; hijzelf is waarschijnlijk in Oostfriesland gestorven. - \'i\'. W, , 111, bl. 198 en IV , bl. 448; Stbk., op: Burmania en Martena; De Vrije Fries , I , bl. Ill en Xlll , bl. 205. - Volgens Dr. Van Vloten, t. a. pl., I, hl. 109, was hij met Brederode uitgeweken , doch wij hebben dit nergens bevestigd gevonden. - Dat de naam

182

-ocr page 187-

lil.PMia: n

van dil {{(\'..slacht O.tllie/\'m moet wordtin geschreven , wonll vermeld op 1)1. lil van hel Isle deel van De Vrije Fries. - Chhk. , lil , 1)1. 726 en 752.

.30. Minne van Schehema (GG), zoon van Gabhe en Tjels IJdsma , die ()|i Groot-Schelteina onder Ferwerd verblijf hielden , Ier wijl in hel plaalwerk : »Friesche Oudhedenquot; wordl vermeld, dal Gabbe op Groot-Schellema onder ISlija woonde.

Hij huwde met Tielke van Fejlsma, met wie hij in 15()7 Ie llallum woonde, vrij zeker op hel aldaar gelegen Feylsma-slate. Hij bevond zich in Januari 1568 Ie Finden , werd den Dden dier maand gedagvaard en daarna gebannen. I.aler kwam hij in bel Vaderland lenig en overleed in 15\',)7 Ie llalliini, terwijl zijne vrouw reeds in 1578 was gestorven.

Volgens K. M. v. 15. woonde er in 1557 een Jelger van Feylsma Ie Halhnn , wellicht de. vader van genoemde Tielke. - T. \\V., III, hl. 2S5 en Slbk., op: Scheltema. - Men vindt ceno afbeelding van Gahbe\'s grafsteen iu de « Friesche Oudheden.quot; - Chbk., 111 , hl. 726 en 752.

31. Sijlx; of SijheAh vaa ScheUemn , een broeder van den voorgaande, huwde met Trijn van Feylsma , van Ho.xuin , waar zij in 155!) en 1566 op Schellemastate hebben gewoond, welk hnis in hel inidden der vorige eeuw nog in wezen was.

In eenc acte van 31 Januari 15(57 wordt hij een der Verbondene edelen gcnoeind en was dientengevolge genoodzaakt kort daarna de wijk te nemen.

Volgens \'t Ilegislr.boek van Koll. land woonde Hessel, de vader van Trijn , in 1555 te Boxum. - Aanll. van K. gt;1. v. 15. ; (ieogr. Wbk. , 1764; T. W. , III, hl. 287: Chbk., Ill, bl. 707; Slbk., op: Scheltema. 1)

3,2. (iahln; Sc Is ma (22 , (gt;6 en 77) . zoon van Gabbe Selsma , die de nude werd genoemd , waarom zijn zoon : «jonge Gabbe Selsmaquot; werd geheelen. De naam zijner moeder bleef ons onbekend.

1) Hun broeder Syds of SiU-us, gehuwd mot Tjomck van Aylva, wordt in zekere oorkonde genoennt: „oen groote rebel en geus,quot; weshalve in Januari 158\'3 zijne goederen werden geschonken aan zekeren Johan van Hlankenoort, waarschijnlijk in Groningen woonachtig. — Feithi Register van het Archief enz., h. a. no. li». - Hy leefde nog in 1585; K. en N. K. geschiedk. heschr., bl. 8,\'i.

IKIi

-ocr page 188-

HI,pi.\\(;K II.

»Jonye (laliht\' was wijnlieer en woonde Ie l.ecinvai\'den in «tien \\croiil(len Helm, waar ook zijn vader » plach Ie wonen.quot;

Hij was gehuwd mei Jees Wybranlsdi-. , die i» Aug. 1568 werd gedagvaard en \'22 Ocloher daarna gebannen, dewijl zij in haar hnis Kaephorsl , linchlenhroiick en Kgnionl had ontvangen en onthaald. Zells had zij gedoogd . dat vele Verbondene Friesche Edelen voor baar huis hnnne Wapenborden gehangen hadden , met hel hijsehrirt : »Lang leven de (Jensen.quot;

Selsnia bevond zich in Januari 1508 te Kinden , werd den Oden dier maand gedagvaard en daarna gebannen en begaf zich onder de vanen der Nassausche (iraveu. ••ii woonde de slag van Heiligerlee bij . maar onlkwani en woonde in 1571 te Kinden.

I. W . , III, hl. 291; Stbk. , op : de With, Bijlage Bunia , aanl. II-, » Oud en .Nieuw,quot; door Sehellenia , II, bi, 152; Eek-hoir, Leeuw., II, bl. 433; Viglii Episl., in H. v. P., II, bl. 407 ; De \\ rije Fries, I\\ , Aautt. van Anth. Jz. , enz.

In de Navorscher, jr. 27, bl. 557, worden Jftcoh Seldenric/-en zijne vrouw de ouders van (labbe de jonge genoemd, maar nil de Oork. van bet SI. Anth. (iasllmis Ie l„ , blijkl voldoende , dal deze Arro/j T/njxzoo/i Seldenrick en /lirt (inhbex, in 1531 te Leeuwarden woonachtig, de ouders waren van («abbe de oude, die aldaar omstreeks 1542 leefde; aldaar: bl. 242, 320, 375, 3lt;)i en 410 en de nool op de laatste bladzijde. - (\'bbk. , III . bl, 720 en 752.

33. //figer run Si/lsnio (66), waarscbijnlijk een natuurlijke zoon van 1 lans van Sytsma en Kinsck van Tjaerda , bnwde met Anck van Jellinga , weduwe van Taecke van Mockema,

Hij bevond zich in Januari 1568 Ie Kinden , werd den Oden dier maand gedagvaard en daarna gebannen, terwijl hij zich later bij de Watergeuzen voegde. T. \\V. noemt hem niet. - Zie; Stbk., II, bl. 248 en V. Gron. ; Chbk., III , bl. 726 en 752.

34. ///« 1 cijns (65 , 66 , 76), omstreeks 1567 Burgemeester van Leeuwarden, vlnchlle in dat jaar, vermoedelijk naar (■roningerland . waar hij bezillingen schijnt gehad te hebben. Im-meis , hij wordt m een «collier olt registre van den gegoeden fu-«gitiven, die in de stad (ironingen, zoowel als ten platte lande werden gedagvaard , aangeduid als : «Alle \'l\'heys vnyt AVest\\rieslandl.quot; Dit register is gedagteekeml : !t Juli 1569. \'I Is echter waarschijn-lijk , dal hij toen niet meer in leven was. (Zie rubriek 11, no. 3.)

I8\'i

-ocr page 189-

is:»

tl.

In Januari 15(i8 was hij ie Einden , o|gt; lt;l(\'ii Oden van welke maand hij reeds mei vele anderen was gedagvaard , terwijl hij zich vervolyens in Mei daarna bij de graven van Nassau voegde en zeer zeker later werd verbannen, hoewel wij dat nergens vermeld vonden.

Hij huwde met Marhlelt Dircksdr., die den 9dcii Augustus van laatslgenoemd jaar gedagvaard en den 22sten October daarna verbannen werd, omdat /.ij de nieuwe leer aanhing niet alleen, maar bovendien haar man daartoe had overgehaald.

Te Water vermeldt , dat Alle Teijes volgens opgave van E. M. v. li. , van de algemeene vergiffenis werd iiitgesloten , doch wij vonden dil overigens nergens vermeld en w ij vermoeden . dat dil niet hem , maar zijn ambtgenoot Tjerck Walles (die volg!) betreft. ()|gt; de lijst der personen, die van hel »pardoenquot; van 7 .Inni 1574 (\'t welk volgens Chbk. , III , bl. I()i3 in Aug. van dal jaar in Friesland is gepubliceerd) werden uilgeslolen , vermeld bij den geschiedschrijver Hor. I. a. pi.. 1574. lol. \'2!) vso. (zie ook: Schotanus, t. a. pl., lol. 7HH) komen van de Friezen alleen voor: Si/iclv inxcke.x, van Ooslerzee : 1) Oene en If ijhe run (Irurextlns (/.ie hierna); Tie.te vnn lleltingu (zie. hierna); lonchhn llt;i n.sz. / ern/cer, predikant te Fra-neker, maar volgens Marcus, Sent., bl. 208 : ./ouchiiii Joe.i/z. / er-nicr , zie: Bijlage (\' hierna ; Itoer ke ruu (zie hierna);

me KoUemn (zie hierna); Syrnr! /inm/ickes en Dcrcl\' //il/vnixz., van Leeuwarden (/.ie hierna), bij Schotanus genoemd: //itrcki: // i/lemx, van Leeuwarden , terw ijl bij ook nog noeml : Tje,rek H alles. - T. W., III, bl. 328 en iv\', bl. 54:i; Van Hasselt, Bijdragen, I. bl. 371 ; Chbk. . III, bl. 72(3: De Vrije Fries, IV, t. a. pl.

35. Tjerk // dlles (28 , 64 , 65 , (gt;(gt; en 7(1) , evenals de voorgaande omtrenl 1567 burgemeester van Leeuwarden , huwde mei llinsck Jorrilsdr. van Andringa. (Zie hierna op: Andringa.)

Hij verzelle zich mei nadruk tegen de Spaansche regeering, hield o. a. in September 1566 eeue vergadering ten Sladhuize, waarin hij op hevigen toon zijne grieven uiteenzette. Ook nam hij deel aan het avondmaal en beschermde de Hervormde leeraars , die hij , loeu zij ingevolge hel vonnis van A rem berg de stad moesten verlaten , met «groote droeffenissequot; uitgeleide deed op den 12den Jan. van het volgende jaar.

I) Misaehu ■n een broeder vnn Pier ./nscte, grietman van Leinster-land. Zie: Van Sminia.

-ocr page 190-

III.II.WiF. II.

In Januari I5()8 buvond hij zich Ie Kiiulen, werd den !)c1cm dier nmaiid yedagvaard , en den Hslen Waart nogmaals , lerwijl hij laler werd oeliannen,

In Mei van dal jaar «as hij lejfeiiwoordig ijeweesl hij den •sla» van Hoiligerlee , lerwijl hij volgens Scholanns hij de algeineene vergiffenis van 7 Jnni 1574 werd nilgesloteii (zie hiervoor op : lllv Teijes) , heigeen ook Winseinins in zijne Historie, hl. \'206, op goet/e gmukn verhaalt. Te hejainineren is hel zeker, dal zijne aanleekenitigen over de Iroehelen in die dagen , evenals die van zijn lotgenoot Svholl van Aysina , zijn Ie loor geraakl. Winseinins heel\'l ze echter gekend en gehrnikl , zooals o. a, hlijkl uil zijne »Hisl(gt;ria,quot; hl. 2ü(i. - T. W., III, hl. 308; (iahbema, Leenw., hl. 451—454 . 457 , 483 , 480 , 487 , 508 en 513; De Vrije Fries, dl. IV (Vul. .Iz.). o. a. lil. 402, 433 enz.; Schotanus, I. a, pl., hl. 747 ; Slhk. , II. ld. \'20: Andringa , 3de fragment, aaul. 2 en vergelijk het Sthk. van Kerwerda.

Zijne weduwe leefde nog in 1607 en slichlle toen o. a. mei de wed. van Hilscke v. Kvsinga (zie hiervoor), in de Bollemansteeg Ie Leeuwarden, de zoogenaamde Hollenianskamers ; Leeuw., door Kek-hoff, I, lil. 125. - (\'hhk. , III, hl. 726 en 752, alsmede Anl. Jz. , hl. 47 en hl. 67 van den leksl.

36. Dnyhe H higtn (66), door (iahhema hijgenaanid : »toe Abinga was, naar men wil, op grond eener acte van 1554, de zoon van Hemineii van Wingia of »W_vnia ,quot; De naam zijner moeder hleef ons onhekend en overigens schijnt hij van Hlija afkomstig geweest Ie zijn, waar zijne ouders op Aehingaslale zullen hehhen gewoond. Misschien was hij gehuwd mei .lick Binnerlsdr. Kchlels.

Inmiddels leefde er lerzelfder jijde een naaingenool van dezen . die de zoon was van Sjnck en Frau van Reynsma, iels, wal T. W. niet schijnl geweien le hehhen.

Ken Doylze Wingia werd !• Januari löliS gedagvaard en hevond zich in diezelfde maand Ie Linden , volgens (iahhema , 1. a. pl. , die hem daar Doylze Wingia »loe Ahingaquot; noeml. Laler werd hij gebannen.

Doylze Sj ncks/. van Wingia, die volgens hel Slbk. de balling zou zijn, heigeen wij belw ijfelen , huwde mei Keck I) of mei Auck van Bnnnania en was zeker dezelfde , als die in 1570 Kenlnieesler van Leeuwarden was. \\olgens T. NV., III, hl. 380, bevond de bal-

Ij Oork. St. Anth. Gasthuis, te Leeuw., bh ■lüO, noot.

-ocr page 191-

nuI.kir H.

ling zich in 1575 nog in Oostfrieslaml , maar Carolus verhaalt t. a. pi., hi. 194, dal hij in 1573 is overleden. I)

T. W., t. a. pi. en II , hi. 54 ; Dr. J. R., (J. d. H. , hi. 135 ; Koopmans , «Hel Molariaal in Frieslaniiquot; , hi. 163 ; Winsemius, Kroil ijk . fol. 550 ; Oork. v. h. St. A. (J. Ie L. in \'I Register; \'1 Sthk., op : Jcltinga , aanl. 14, Ydlsma , aanl. 10 en Biinnania , aanl. 31 ; Oorkonde van Juli 1570 op hel I\'rov. Archief van Friesland. — Zie ook. Anl. Jz. (Vr. Fr. IX) en (iahbema , I. a. pi. - Carolus , I. a. p. - Chbk., III , hl. 720, 737 en 752.

II. \'I

1. II all hie run /liflvit, volgens T. \\V. cen hroeder van Pieler , hierna gemeld , maar moer waarschijnlijk zoon van Tjaerd en Rinls van (ialama, die op Avlva-slale Ie Wilinarsuiii woonden. Hij werd gehanncn en was gehuwd mei Franske, (Jroeslra, die hem overleefde. - T. \\V. , II , 1)1. 108 en Sllik., Ce gen. van Avlva. -Chhk. , JU, hl. 737.

2. Focke vnn Aysma (63), zoon van Schelle en Ijels van Aescjcma, waarschijnlijk op f.aiila-slalc le Wier, viior I.\')l() geho-n-n, was, voorzoover bekend, ongehuwd.

In 1 .\')6\'l en \'67 was hij Schepen van Leouwarden en vlnchlle in laalslgenoemd jaar, waarop hij 9 Januari 1568 gedagvaard en daarna gebannen werd.

Hij was eenigen lijd le voren incl I)r. Doecke Tillema , over wien hierna, naar Antwerpen gezonden, om tegenwoordig te zijn hij het bekende aanbod aan den Koning van Spanje , van 30 tonnen gouds, om vrijheid van geweien en godsdienst le verkrijgen.

T. W. , II , hl. \'i7 , 171 en \'17\'J ; Slbk., op: Lauta en Sent. van

1) Dewijl die Uoytze Wingia , die met Koek v. llurmania Imwilo, volgens Oork. v. 1). St. A. (i. , in 1570 to Leeuwarden was, zal niet deze, maar do andere te Blija hebben gewoond en do door Carolus en Fr. v. Inthienia bedoelde balling zijn geweest. Vreemd is het, dat Carolus het jaar 157.\') als zijn sterfjaar vermeldt en T. W., 111, bl. ,\'(80 . verhaalt, dat hij in 1575 nog in leven was; zou dit 157.\') moeten zijn?

*) Men zie vooral bl. 1()5 eu 169 hiervoor.

187

-ocr page 192-

Kill, (li F. N.

.Marcus, bl. 12!) en 10H. - Vergelijk over de \'M tonnen gouds, 1)1. 11$ van den tekst. - Clibk., lil, bl. 72rgt; en 753.

3. Syhoh ni/i y/i/.tmii, volle neef van Focke. daar hij een zoon was van Sehelle\'s broeder llolbje, terwijl de naam zijner moeder ons onbekend bleef. - In 1534 werd bij geboren, zeer waarschijnlijk op Aysma-slate te Beetgum , woonde omstreeks 1567 te Leeuwarden en is viermaal gehuwd geweest. Hij was in laatstgenoemd jaar genoodzaakt te vbiehten , werd daarop \'J Januari 15fi8gcdao-vaard en daarna gebannen. In het volgende jaar bevond hij zich te Kmden , daar hij toen In de Cïroote Kerk aldaar huwde mei zijne tweede vrouw Machlult Dircksdr., vermoedelijk de weduwe van Alle Teijes , die althans in Si\'|il. 1508 niet meer schijnt geleefd te hebben en over wien men zie bl. 184, no. 34 hiervoor. Later kwam hij In hel Vaderland terug, werd lol ontvanger aangesteld en woonde vrij zeker te Wlrdum, waar bij in 1604 overleed en begraven werd. - T. \\V., II, bl. 178 en Slbk., op: Lauta, ook Aant. 15 aldaar. - flibk., Ill, bl. 726 en 752.

4. Kferurd /rekens of ntn /trekens, zooals Anl. Jz. hem noenil . woonde Ie Leeuwarden en nam mede in 1567 de w ijk , waarop hij met 20 zijner lolgenoolen den Oden Aiiguslns 1568 werd gedagvaard. Daar hij niel ter veranlwoordlng verscheen , werd liij den 22slen October daarna verbannen, omdal hij de Her-vonnde predikatien zeer begunstigd had, lerw ijl zijne vrouw op haar aandrijven naar de Swingliaansche «Ijze getrouwd was en mei zijne aanhangers tegen wil en dank van den Pastoor en Koster de Sacristie overweldigd had, om aldaar de psalmen te zingen. — Den 2!)slen Janunrl 156!) werd zijn vonnis In Friesland gepubliceerd. - T. W., II. bl. 159; Marcus, bl. 166; Clibk., Ill, bl. 744 en 762.

5. (ïi\'iiiiiie m/I linniiiuilii , zoon van Douwe, Drossaard van llarlingen en Admiraal van de Zuiderzee en Saepck van I.ldsma , werd vermoedelijk op Juwsma-stale Ie Fer«erd geboren. Hij was eerst gehuwd met .lonck, zusier van l\'ibo van llaerda , daarna mei Jel, zusier van Walthie van Aylva en heeft zeer waarschljulijk op evengenoemde state Ie Ferwerd gewoond, die bij van zijne moeder, welke mei den ougehikkigen .lemme of (iemme llerjnwstua was getrouwd geweest, zal hebben geerfd en waarop hij 28 November 1602 Is overleden, lerwijl hij In de kerk van dal dorp Is bijgezet.

18S

-ocr page 193-

KIJUdF. H.

Van wege den adel van Friesland was hij tegenwoordig hij den eed en hnldigin» van Koning J\'hilips II, le Brussel in 1555, hij welke gelegenheid hij geweigerd zon hebben den eed knielende af le leggen, de merkwaardige, woorden daarbij uitsjirekende : »I)v Friezen knielje allinne lor (iod ,quot; hetwelk aanleiding zon hebben gegeven , dat men hem met den eerenaam van »Standfriesquot; betitelde.

Toen hij later werd gebannen , begaf hij zich met zijne vrouw .Iel van Avlva naar Keulen, in welke stad hij zich in 157!) in gezelschap van Aggeus van Albada en andere Friesche ballingen gedurende eenigen tijd ophield , doch later keerde hij weder naar zijn Vaderland terug. - T. W ., II, hl. 150\'.) en III, hl. \'i!I7 ; Sthk. , op: Burmania; De Vrije Fries, X, hl. I7() en 177 en Wlnsemius . Ilist., lol. :i%. - (\'hhk.. Ill . hl. 737.

(i. I iickc van Huruintiid , zoon van Hero, broeder van (leinnie , eTi zijne eerste vrouw Fran van Stenstera, volgens anderen van Hero\'s tweede vrouw Uinpck van (ilins. Hij huwde niet Uinsck van Roorda en werd, naar men wil, het »Litze (ieuskenquot; bijgenaamd, betzij wegens zijne jonye jaren ol\' wel, omdat hij misschien klein van persoon was.

Kvenals zijn oom (ieimne, latei\' gebannen, vluchlte bij. In Friesland teruggekeerd, overleed hij aldaar in 1015 en werd . evenals zijne vrouw, te Stiens bijgezel, waar hij vermoedelijk op Burmania-state, aleer Haijema geiioeind, zal hebben gewoond. -T, W., II, hl. 312: 111. hl. \'i(.)7 en IV. \'lO\'); Sthk., op: Burmania; (ieogr. Wdbk. van Friesland van I7\'ll) op: Stiens : (quot;hhk. .

III, hl. 737.

7. If outer (\'mi ui Hu ol\' (\'oijiiilhni, in I55\'l eu I5()3 notaris te Leeuwarden, werd !) Januari 15(58 gedagvaard en daarna gebannen. -Oork. van hel SI. Anlh. (iaslh., hl. 3\'i.\'» eu f! 10 en Koopmans : Het Notariaatquot; enz., hl. 163: (\'hhk., III, hl. 72() en 7.gt;2.

H. Si/dls van Don in, zoon van Kempo en Tjemck van Kminga , die zeer waarschijnlijk woonden op Heiumema-, ook genoemd l)o-niastate, oniler Menabluin en nabij Beetgum, welk huis afkomslig zal zijn geweest van Kenipo\'s moeder Svds Hemmeina.

Hij huwde met Jonck van Stenstera. die reeds I\'.) April 15()l te Menaldnm overleed en zeker aldaar in de grafstede harer vooronders is bijgezel. Hij werd verbannen eu zijn naam den 2fgt;sten Juni 1508 afgelezen. Zijnen knecht Bocke, die 22 October van dat

-ocr page 194-

BUI. Kif: II.

jaar verbannen werd, beschuldigile men, dal hij gebeeldstonnd had in de kerk van Boclgmn en daartoe bekwame werktuigen gebruikt had. Zie Bijlage C, II.

Sydts vluchtte niet. zooals velen zijner lotgenooten , naar \'t buitenland, maar bleef, zoo hel schijnt, nistiif op zijne state te Me-iialdnm wonen en bemoeide zich mei niets, «aenmerekende d\'im-»potenlie ofte zwackheydl zynder lichaem, als zynde een gebroeken , wende meest een blindt man.quot; Toen echter de Watergeuzen in 1572 «voor ende in den Meytydl, ende daer naequot; meermalen bij de Nieuwe zijl op het lüldl aan wal stapten, plunderden en vele inwoners gevangen namen, achtte hij zijne woonplaats minder veilig, te meer omdat hij wegens zijn ziekelijken toestand »geene «resistentie zolde konnen doen, ende \'l ongemack van die gevan-«ckenisse onmoegelick, zonder verlies zyns 1 v U\'s ende leven, lange «conde verdraegen.quot; Hij begaf zich daarop naar Franeker, maar het ongeluk scheen hem te vervolgen, want, zooals wij zagen, werd die stad in \'I laatst van Augustus door de (ieuzen ingenomen , zoodat er niemand nit of in kon. Toen echter de (ienzen vandaar verdreven waren, nam hij de wijk naar Breinen, waar hij »in Fe-»bniario Anno overleed en aldaar begraven werd onder

«een buitengemeen grooten grafsteen,quot; zijnde «een zwarte, harde «steen, er uitziende als een toetssteen, zooals de goudsmeden ge-«brui ken, uil één stuk, eu mei eenen klauk als van metaal.quot; Von Uflenbach, een Dnitscher, die in 1710 leefde en toen ons Vaderland bezocht, vermeldt ons dit vau dien steen en voegt er bij, dat hij hem heeft zien liggen bij «de deur van hot raadhuis.quot; Hij zegt daarvan nog, dat hij in zijn leven nog niiumer zulk een grooten steen gezien had, dat hij 10 voel lang, (i voel breed en 1 voet dik was en dat hel was «de lijksleen van Si\\lus a Donia , Phrisius.quot; Verder verhaalt hij: «In hel midden was zijne beeldlenis, aan de «heide kanten Jidcs et spes (de trouw en de hoop). Boven stond de «naam van den meester steenhouwer: Pieler Dircks, 1574^ (te «weten, jaar). Hel is zonde, dat deze steen, buiten deur liggende , «door afslijting zal verdwijnen.quot; Zie De Vrije Fries, VI, hl. ;17!); in de noot 65 aldaar wordt gezegd : «In hel Stamboek niet te vin-«den,quot; doch dit is onjuist , want hij komt voor in de genealogie van Harinxma-Donia; zie aldaar ook aanl. W.

Na zijn overlijden was zijn broeder Sierck, van Bilgaard, voogd over zijne kinderen. Deze zond in Deceuibcr 1575 e.\'ii recpieslaan de regeering ten behoeve dier kinderen met betrekking tot hunne

-ocr page 195-

HIJr.AliK B.

vaderlijke goederen, die men dreigde te cunlisqiicren. Hierover kan men eene hclanp,rijke oorkonde lezen, waarnil wij ook voor een deel het bovenstaunde hebben {;e|gt;iil, op hl. I()\'i2 en 1043 van hel lide deel van het (quot;harlerboek.

Verder zie men hl. 131 van den leksl; T. \\V., II, hl. 337; Slbk., op: Donia, Stenslera eti Hemmema; Schol., lieschr. van Friesland, op: Menaldnmadeel en de kaarl aldaar; Marcus, hl. IfiO en Carolus , I. a. pl., hl. 84, 1quot;)1 en 194; (\'hhk., III, hl. 737.

9. Douwe ra» Donmu zal de zoon zijn jfeweesl van den bekenden Janeko Domna (van Oenemaj en Telh Lnersnia.

quot;ij werd lt;gt;ehannen en zijn naam den 2(gt;sten Jnni IjGH afgelezen. T. W. , II, hl. 346; Slbk., op: Domna van Oenemu, vooral aanl. 32, volgens welke hij niel in 1565 overleed, zooals in den leksl van het Stamboek staal, maar zeer waarschijnlijk nog in 1571 leefde; Analecta, H. v. P., I, hl. 384; Chbk., IH, hl. 737.

10. Erasmus van Domna (77), zoon van Jancke Domna, van Langweer en Mary van Hnrmania, werd waarschijnlijk op Domna-slale Ie J.angweer geboren. Hij huwde Athcke van Hnrmania , woonde te Langweer en was kapitein over eene bende krijgsvolk bij Heiligerlee en werd dientengevolge later gebannen. Nadat hij in het Vaderland was leruggekeerd, werd hij in 1577 grietman van Doniawerslal. Drie jaren later werd hij gevangen genomen , denkelijk door de Spanjaarden, maar overleed in het volgende jaar en werd te Langweer bijgezet. Zijne vrouw stierf kort daarna in hetzelfde jaar en werd Ie Harlingen hegraven. - T. \\V., II, hl. 349; Slbk. en V. Sminia, bl. 344; Chbk., III, hl. 737.

11. I\'ojjpe van Domna, broeder van den voorgaande, werd evenals deze gebannen, stierf ongehuwd in 1592 en werd te Leeuwarden begraven. - \'J\'. W., II, bl. 349 en Slbk,, op: Domna; Chbk., III, bl. 737.

12. Jdzard ran Domna, broeder van de beide vorigen, werd mede gebannen. Hij huwde met Helena van ISunau en overleed in 1577, waarop hij Ie Britsum, waar hij zeker gewoond heeft, hegraven werd. Zijne weduwe hertrouwde met Wilco van Holdinga , hiervoor bl. 180 gemeld. - T. W., (. a, pl.; Slbk., op: Domna en Holdinga; Chbk., Ill, hl. 737.

191

-ocr page 196-

Hi.it.uif: it.

13. !fig ff mti Eehtma, vader of broeder van Jelle op bl. 17;gt; hiervoor vermeld, liuwde met Donlzen van Domna en woonde met haar op Kelsma-slalc le Sixhieium. Hij werd verbannen en zijn naam den 2().slen Juni l.quot;)()8 afgelezen. - T. \\V., II, hl. IU)7: Slhk., op; Eelsma; Chbk., III, bl. 737.

14. Holle van JZminga, zoon van Menno en Eelck Jaerla, huwde met Svls van Tjaerda, mei wie hij op Jaerla-slale le \\V elzens woonde, in de kerk van welk dorp zij heiden werden hijjje/.et. Hij werd gebannen en zijn naam 2(» Jnni l.)()8 afgelezen. - 1. W., II. bl. 374; S(hk., op; Eminga en Chbk., III, hl. 737.

15. Si/lt;/x va» Eminga, broeder van Bolle, was gehuwd : n. met Doedt van Sjaerda, mei wie hij op Wobheina-slale op de Srhingen heeft gewoond, hetwelk in l.)48 werd gebouwd; h. met \'frijn van Roorda, die op de Schingen werd begraven. Ook hij werd verbannen en zijn naam 20 Juni l.)()8 afgelezen. Hij overleed in IfiO.quot;) en werd op de Schingen begraven. - 1quot;. W., II, bi. 371); Slhk., op; Eminga en V. d. Aa , Aardr. Wbk., op; Schingen. Chbk., III, bl. 737.

Ifi. Hossel van Eminga, broeder van Sjnck, hiervoor op bl. 177 vermeld, werd in 1542 geboren en huwde met Wick van Her-mana. Zij overleed 111 October 1502 en hij 8 AiUfUstns IGO.), terwijl beiden le Goulnm werden begraven. - T. W., II, hl. 375 en Slhk., op: Eminga. Chbk., III. bl. 737.

17. /iilscle óf /\'ode van Eysinga: zie over dezen lil. I7(j hiervoor.

18. Sicrck Fongers, bij T. W. niet vermeld, werd 9 Januari 15()8 gedagvaard eu later gebannen. - Chbk., III, bl. 726 en 752.

11). Cornell\'s Eonck, geboren le Leeuwarden in 1523, in 1562 schepen, in het volgende jaar burgemeester en in 1567 » Ken lesmeeste r der sladt Leeuwerden.quot; Den Dden en 20sten (tevens met Edo van Heringa, zie: I, bl. 170 hiervoor) Januari van hel volgende jaar werd hij gedagvaard en later gebannen. Hogelijk heeft hij in Mei van dat jaar onder de vanen der Nassansche graven hij Heiligerlee gestreden; zie daarover in: Hjlage C. - Oork. St. Anth. Gasthuis te Leeuw., hl. 491 en 603; De Vrije Fries (Anth. Jz.), bl.

11(2

-ocr page 197-

HIJ I. KH t K.

\'iil\'j en vergelijk: Scholanus, l. a. |)1., 1)1. 7\'i7 ; (\'lil)k., III. 1)1. 72() on 7:)2 en Anl. .lx., 1)1. 432.

20. ///lt;? fernia, vermoedelijk zoon van Alle en Trijn van Rnonla, en gehuwd met Ansek van Roorda , die in I .\')72 als zijne weduwe voorkomt.

Hij werd gebannen en zijn naam den 2()slen .Inni 1508 afgelezen. -\'i\'. W., II, hl. 159(5; Stbk., op: Koorda (met de haar), gen. Oen 8 en aanl. 11)«: V. Sminia , hl. 2411; Chhk., III, hl. 7li7. I)

21. Seer/) run (luluma (53), i)roeder van den vroegeren vermelden Hartman van (ialamn en zwager van Jelle van Kelsina , werd 2\') October l.\')28 geboren en huwde HLs Sydsdr. van Botnia , met wie hij op de state Hoxwier Ie Mantguui woonde.

Hij werd verbannen en nam daarop de wijk. De Spaanschge-zinde Ca rol us verhaalt , dat zijne vrouw hem mei zeven kinderen in den barren winter volgde en de ellendigste wederwaardigheden verdroeg met een voorbeeldig geduld en mannelijken moed.

In 1572 was hij in Friesebe krijgsdienst, werd in 1,quot;)77 griel-niun van Baarderadeel en overleed 22 Januari lj8l op zijne state Hoxwier, waarna hij in de kerk te .Mautgum werd begraven, terwijl zijne vrouw in 1593 stierf.

1. W , II, hl. 406; Stbk., op: Galama; V. Sminia, bi. 228; Fr. \\olks-Almanak, voor 1853, hl. 28 (Korte levensbesclirijving). Zie de noot op hl. 474 , alsmede : Itijlnge C. - Zijn : » Epitaphiumquot; of grafschrift wordt vermeld op bl. 103 van de » Frisia Nobilis.quot; Chbk., III, hl. 737.

22. Th co ra» Galama . zoon van Sieke en .lelsl Taeckesdr. van Heemstra, huwde mei Auek Tjessens en volgens anderen ook met Uil Jansdr. van Keppel. Hij werd gebannen, maar stierf kort daarna, den 3den November 1568, op zijne stale Blinckslra le Akkruin , in de kerk van welk dorp hij werd begraven.

1} Volgens T. W., t a. pl., was Schelle Andla in Mei 1559 voogd over de kinderen van „Authoonis Fernije,quot; doch daar Andla volgens het Stbk. in 1550 stierf, zoo moet men in plaats van 11)59 wellicht 1539 lezen, om welken tijd Alle dus moet zijn overleden. In de Rcutmr, Rok. komt Wutze van Roorda in 1540 voor als Fornia\'s opvolger als grietman.

-ocr page 198-

UIJLAKK H.

T. W., 11, 1)1. 409 cn Slbk., op: (ialaina ; Aanll. van K. v. linniiania; (\'hbk., III, hl. 7117.

2i$. Edo ran (IcrbranJn, zoon van Jan cn Tji\'ts van Gosliuga , huwde Jel van Domna, die liem overleefde, lerwijl hij 22 Seplem-ber 1595 tesleerde. Hij had bij deze zijne vrouw geene kinderen, maar liet een natnnrlijken zoon na, Donwe geheeten. Hij was terzelfder tijd gebannen als de voorgaande. - T. W.. II, bl. 412 en Slbk., o|gt;; (ierbraiula; (/hbk., III, bl. TM.

24. Frans Gerrltz. werd eveneens in 1 \'idH gebannen. - T. W. , III, bl. 413 en Chbk., III, bl. TM.

25. Tjepcke ran (i os/in ga, zoon van Feijo en Jens Sjoerda van Kolluin, vermoedelijk o|gt; (Joslinga-state te Driesmn geboren, waar hij later met zijne vrouw Anna van Liauckaina zal hebben gewoond.

Hij werd in i5()8 gebannen en later in het Vaderland teruggekomen, stierf hij 20 Maart 1581 en zijne vrouw 2 Juli van Hel volgende jaar. Beiden werden in de kerk van Driesnin bijgezet. -T. W., 11, bl. 420 en III, bl. 534; Slbk., op: (ioslinga; Chbk., III, bl. 737.

26. Gene ran (rrores/ins, zoon van Lizard en Tjels van Uneina . woonde in 15(i7 Ie Marssnm en hnwde ïeth Uninga van llovteina. Hij vluchtte niet zijne vrouw en kinderen in dat jaar, dewijl hij verbannen was, maar keerde later naar hel Vaderland terug en kreeg in 1572 bevel over eenige ruiters, terwijl hij twee jaren later van de algemeene vergiflenis werd uitgesloten. Hij stierf in of na Mei 1583. - \'J\'. W., II, bl. 423 en Slbk., op; Groveslins. - Zie hiervoor op; Alle Teijes. - Chbk., III, bl. 737.

27. Jorrit llania, zoon van Seerp en N. van Andringa , woonde met zijne vrouw IJdt van Aetsma o. a. in 15G9 te Hoordahniznin , vermoedelijk op de state Eekma , waar zijn grootvader Broer llania eertijds ook had verblijf gehouden. Hij werd gebannen en is eerst na 20 Mei 1()02 overleden, daar hij toen testeerde.

Op het Rijksmuseum te Amsterdam bevindt zich een portret, vervaardigd door een onbekenden schilder, maar met het opschrift; gt;/ Monsieur de llania.quot; In den Catalogus van die verzameling wordt op bl. 03 het vermoeden geuit, dat daarmede een der drie llania\'s wordt bedoeld. die op hel Verbond zouden geteekend hebben , vol-

-ocr page 199-

111.11. Al. K II

yens 1c Water! Jovvit lt;gt;i OUu, die voljjt, oi Ixh, die luema m rubriek no. III dezer Uijliijji\' zal «orden venueld. - T. \\V., II, lil. \'l\'Ü en Sliik., (gt;]gt;; Haniti; (ieo|jr. Woordenl). van Fr.. IT\'liï; Cid)k., III, bl. TM.

28. ()Uo //(inia «agt; wellicht zoon van W i]gt;le en alsdan een neef van Jorril, hiervoor genoemd, terwijl de naam zijner moeder ons onbekend bleet\'. Hij woonde in I .\'tfi? te Leeuwarden, maar moest in dal jaar de wijk nemen.

Wij vonden hem alleen op de lijst van Ant. .Iz. vermeld. -T. W. , II, bl. 448 en Stbk., op : Mania , aanl. 41!: Ant. Jz., bi. V2.quot;gt;.

2\'.). Frunx //emmex (quot;(!) was advocaat, woonde te Leeuwarden en hnwde met llvlck Oentzema, weduwe van Svhont Svbontsz. en Sjbrand Svbrandtsz., terwijl zij later hertrouwde met \\V \\be van (irovestins. 1) Nadat hij in lquot;)()7 was oevlndil, voejjde hij zich in Mei I.\'»(J8 onder de vendelen der Nassansche (iraven. Daaroj) werd hij den Oden Angiislns van laatslcjenoemd jaar met 20 anderen jgt;e-diijjvaard en daar hij niet verscheen, den \'J\'isten October daarna verbannen, beschuldigd, dat hij een {jroot beijnnstiijer was van de nieuwe leer, gedurijf de j.redikatien der llervormden had bij|gt;ew()ond en ook het Avondmaal mei (iabbe Selsma op Calvinistische wijze gebrnikl had: dal hij verder voor hel hnis van lieer Ivo, pastoor van Oldehove , irroote inoedwillijjlicden , zoowel met woorden als door daden en zell\'s bedreiyinjjen had yepleejjd voor het hnis van lieer Frederick, vicarins te Nijehove, terwijl hij de llervorm-den tol advocaat bad jeiliend. Ook had hij zich zeer onbehoorlijk gedra(jen tegenover den (iraaf van Aremberi;, toen deze, weijeiis de troebelen, begeerd had, dat de Hervormden . toen /ij de wacht hielden, hel Kasteel niet zonden naderen. Zijn vonnis werd \'2(j Januari l,quot;)üi) in Friesland afgekondigd. - T. W., II. bl. 4.\')3 (ook 428) en III, bl. 540: Stbk., zie: Register en Marcns, bl. Kiti; Chbk., III , bl. 744 en 702.

;i(). 0/1 o vnn I Ier emu, van \'ijnm (?), op tic lijst van Wesse-lin» : Heringsma genoenid , vermoedelijk zoon van Kpe en Wisck van Aylva, hnwde waarschijnlijk met l.lmck llnnrdtsdr.......en

1) Vermoedolijk zul Sybout Syboulsi. cene foutieve schrijfwijze zijn voor Sybrand Sybrandlsz, en zal zij voor haar huwelijk met Hemmes, alleen met dezen laatste zijn gehuwd geweest, over wieii liierim no. 1(1.

li

-ocr page 200-

Kill. lt; ci: I!

zul «cl Ie DctTMini j|i\'\\V()(in(l lit\'liht\'n. Hij word vci liainicn en overleed in l.\'iHli.

In hel Slhk. wiirdl in yen. li van Heremn ran Deersmu een Olln jjevoiuleii, dien «ij voor den hovenbedoeiden houden. In aanl. .\'{2\'/ op lli\'rciiin va» Tjum aldaar wordl |je/.e;;(l , dal in de genea-lo|}ie \\aii Kr|) een Ollo :ds zoon wordt geireven aan conen Kpo van Herema , die in 158.\') slieiT en diens vrouw Wisek van Avlva . welke eehlelieden volgens den leksl in hel Sllik. {jeene kinderen hadden. Dewijl nu ouder de Verzaiueliiij» van Oudheden van wijlen 15. Th. Baron van lleemslra Ie \'s Haigt;e zieh een zilveren geii/.cmia|i enz. hevond , versierd mei de \\va|iens van Heermn en ////m, lt;lie op den (\'alalojins van den Verkoop dier Verzameling no.\'i()9, loe-gesehreven werd aan Ollo vau Herema , zoo houden wij de opgaven in ile genealogie Van Krp voor juisl. - Vergelijk hl. 10 van den leksl. - T. \\V. , II , hl. /ir)3 en 457 en 111 , hl. 5\'i(); V. Suiiuia, i. v. - Slhk. , op: Heenna. - (\'hhk. , III, hl. 7M7.

31. Lues ran Heringa , zoon van llohhe en Doedt vau F.elsma , vermoedelijk in 1544 Ie llilaard geboren, stierf ongehuwd 25 April 1571. Ook hij werd gebannen en zijn naam den 2()slen Juni 15(58 afgelezen. - T. W., II. hl. 45(ï en Slbk. , o]) : Heringa ; Chbk. , Jll , hl. 7.37.

;S2. If om me van Iletlingn (05, (16, 70, 71 , 7(5 enz.), zoon van Epo en Anck van Herema, die in de Iloiumerls, vrij zeker op lleltinga-.slale aldaar verblijf hielden. Hij huwde mei Trijn van Uinia , die in 1574 als zijne weduwe, voorkomt.

Omstreeks 1558 werd hij grietman van Haarderadéel , in welk jaar hein , op verzoek van den Stadhouder Aremberg , door het Hof van Friesland werd toegestaan , »dal hij zieh een tijdlang in »den Krijgshandel buiten deze landen in dienst van /.. K. Maj. zal »mogen begeven en dat Seerp Bonga de (irietenij voor hem zal «waarnemen.quot; In 15(57 en wellicht reeds vroeger, woonde hij op Hetlinga-state te Jorwerd , maar vluchtte in dat jaar en voegde zich, zooals wij zagen, onder de vendels van Graaf J.odewijk in Mei 15(58. In Januari van dat jaar gedagvaard en daarna gebannen , streed bij bij Heiligerlee en ook bij Jenimingen. Later begaf hij zich bij de Watergeuzen en stierf vóór 23 April 1574. - Arch, de la Maison d\'Orange, 111, bl. \'2150; \'J\'. W. , II, hl. 457 en 459 (noot /■.): Stbk. , O]) : llettiiiga en vooral aldaar Nalezing , II, hl.

-ocr page 201-

nu I. tia it

II: Van Siniiiiii , l)l. en \\. (inm. , I. a. |il. . III. 2.\')():

Clibk , III , hi. 726 en 7r)2.

:J3. Tiele run // i,llhi!gt;\'i (97 en/.), liall\'linu\'iliT van 11(11111111\', was jjficlinan van Wiiinl)ril.si,ra(lei,l en linvvdc nicl llvlik van (ialania . nit\'l wie liij op ilc vdorvailerlijkf stale le lloinniei U Hoonile . in welk (lori) liij in I,quot;)!)! kerkvoimil schi]nl jrevveesl Ie zijn, I)

Zijne inoeiler lieelle Wvpek van ilovleina.

liij vinelille en we lil ilienlenjievujiji\' in I veiiiaiinen. I.aler keenle liij naar Krieslaiul tern;; en wijilile zieli aan ilen krijifsiliensl. maar werd in 1574 van lie alyeineene verfjill\'enis nilyesliilen. In liel voljjende jaar si reed liij da|i|ier in Niiord-llnlland lejjen de Spaiijaarden en is verniiieileiijk drie jaren daarna [jeslorven , waariiji hij in de kerk le liiniiinvrls zal zijn Injijezel. Ken j;rarjjedielil ii|i liem wordt in liet Stlik. \\ernield. Dal hij eeliler , zooals soiiiiiiij\'en willen, in l.)74 zon zijn gestorven , kinnl ons min waarsehijnlijk voor , tenzij er een naamgenoot van hem tegelijkertijd in Staatselie krijgsdienst is geweest. - T. W. , II, lil. 4()(); Stlik. , op: liet-tinga , o. a. aanl. ;i7 ; \\. Sniinia , hl. 2i)4 : (ieogr. Whk. van I7\'i(i. Zie ook hiervoor op: /He Tfije.i en Van (iron. . I. a. pi. . aanl. 143 op hl. 4.quot;)8 ; (\'hlik. . Ill, hl. I\'M.

114. y/ehn: ol y/Ie/ van ,/iirr.tiHii, zoon van Sjoert en Popek van Movtsina, te llohvei\'d op .Jaersma- oi\' ,lariehMlla-slatl, woonaehti;; , huwde mei : a. liivl van Koorda en /gt;. I.ldl van Mania , van llol-werd , in welk dorp hij , waarscliijiilijk oj) voormelde stale heeft gewoond en den I3den )lei 1574 overleed, waarna hij in de kerk aldaar werd hijgezet. Hij werd verhaimeii en zijn naam den 26sten Juni 1568 afgelezen. - T. W. , II, lil. 48 i ; Slhk. , op Jaersma: Chhk. , III, hl. 737.

35. \'Tjnen/l Jellcrsmn werd ineile in 15(58 gebannen. - T. W., II . hl. 485 en III , hl. 546 ; Chhk. . III, hl. 737.

1 \'.IT

36. Sijijic of Scipio run llcckiimti , zoon van Pihe en Sjonekje Tjaerda van Starckenliorgh , werd omstreeks 1525 op Nienw-Mee-kaïna-slale Ie Kollum geboren , welk huis hij later ook met zijne vrouw Einerenliaiia van (iroinhaeh hewoonde. Daar hij voorl-vluclitig was, werd hij gebaiineii , maar woonde vrij zeker iu 1571 weder in zijne oude woonplaats, terwijl hij drie jaren later tot Ud

1) Zie ook; (\'uroins . t. u. pl. . lil. (H),

-ocr page 202-

111 J 1. Ui K 11.

ili i Sliilcii uerd liciKH-iiul ril in I .\'gt;87 tot ui-iutinan van KolluiiiurlaiKl I-. a., «i\'lkf lii\'livkkiii» hij waarnam lot /.ijn dooil , din 2\'2 Novcin-l»\'i\' I.)\'.)!) plaat-. Iiad. Zijn lijk werd naar I.eiMiwarden ovcrgehrachl en aldaar in de (iroole- of Jacohijnur kerk liijirezet, evenals dal van /.ijne vrunw , die in lt;gt;eiioeinde slad in l()08 kwam Ie overlijden. -T. W. , III, Id. IK); Scliotanns , t. a. pi., 1)1. 789 ; Plaatsbeschr. van Koll.laml e. a. , Iste |gt;ed. , bl. 14.quot;gt; en 14ö en K. en N. K. jje.M\'liiedk. besehr. , bl. 104 en 150 ; Cbbk., HI, bl. 7:57.

• i7. Tjejjcke van Oenemn , lt;lie bij Te Water niet voorkomt , \\\\agt;. vermoedelijk de zoon van Donwe en Kiem Kesekes en alsdan jjelinwd met l lek Kelsnia. Hij woonde in 1507 te Sneek , werd !) Januari l.\')(i8 jjedagvaard en later ;;ebanneii. - Stbk.. op: Douma van Oeneina , gen. 4. - Aanlt. uit l\'rov. Archiel\' van Friesland. -t\'hbk. , III, bl. 726 en 752.

38. l\'rederik vim Offen/mixeii , zoon van Mans en Kintje van Koorda , huwde niet Kicme van Waltinga , werd in 157!) grietinan van Franekeradeel en woonde in 1594 op de stins Ollenlinizen te Aehlnni. Ook hij werd evenals Meckaina gebannen en stierf waarschijnlijk na I .\')i)8. - T. W. , III, bl. 1(,)G ; Stbk., op : Olt\'enhuisen en \\. Sminia , bl. 103; (\'hbk. , III, bl. 737.

31). s/gge van üsinga , zoon van Seerp en .fel van llerniana , huwde Kinthie van Aylva , die , evenals hij , reeds vóór 1589 overleden was. Ook hij werd gebannen en zijn naam den 26sten Jnni 1.)()8 afgelezen. - T. W. , III , hl. 199 en Sthk. , op : Osinga ; t\'hbk. , III, bl. 737.

40. I\'icter Pinters:. , die evenmin bij Te Water wordt vermeld , is wellicht dezelfde , die op de Lijst , door Aremherg aan Alva gezonden, aangeduid wordt als: «Peter (ïraefmeester, nu ge-«naempt Sneeberger.quot; Alsdan was hij tegenwoordig bij den slag van lleiligerlee (zie bl. 77 van den tekst).

KIK

quot;Ü komt in 1501 als exchijsnieester te Leeuwarden voor en was gehuwd met Ath Helles Mellema ; althans was een Pieter Pietersz. met eene Ath Helles gehuwd , terwijl Ant. Jz. , 1. a. pl. , bl. 395 , spreekt van »Alh Mellema, die huysfronwe van Pieter c.vehijs-»inec.sler.quot; 1)

1 /ie Sthk., op : Kbcen. aant. 4.

-ocr page 203-

liUMiii; r,

Den Oden .lanuari 1508 werd hij gedagvaard en lalei\' nehaiinen. InmiddeLs schijnt liij de «ijk naar Kulden Ie liehben lt;gt;enlt;)Mieii. want zijne vrouw overleed aldaar 5 October van dat jaar en hij zeil\' den volgenden dag , heiden aan de jiesl. Hare voordoehter Magdalena . die zich naar die stad begeven haii om hare moeder en haren .stiefvader )gt;eens toe te spreken,quot; was aldaar anderhalve maand te voren (\'21 Sept.) aan diezelfde vrceselijke ziekte overleden. - Slbk. , o|) : Aebinga van lilija , aanl. \'i.\'J ; Oork. v. h. SI. Anlh. (iastlmis Ie l,eenw., bi. 452 en 750; Chhk., II[. bi. 726 en 752.

\'l 1. ./\'■//lt;■ /{/Mersnin, zoon van llidde of liedl , woonde op Kiddersina-sliile onder Kollnin , terwijl in l.\').\'gt;H \\V\\ls van Hevma als zijne echlgenoote voorkomt. Omstreeks .schijnt hij over

leden te zijn.

Hij werd gebannen, maar bevond zich in l.quot;gt;7l reeds weder in zijne oude woonplaats. - T. \\V. , bl. 2\')2 ; Slhk, , op: Hevma , gen. 7 ; l\'laatsbeschr. van Koll.land c. a. bl. !.quot;)(); (\'hbk. . Ml. bl. 7o7.

42. (\'ure/ nan /tonrdn was de zoon van l\'opcke, grietman van Idaarderadeel en Margareth van Aernhem. Wij noemen hem hier, omdat Te Water zegt . dat hel van elders blijkt , dat hij lot de Verbondenen heef! behoord . hetwelk ons wei niet voldoende is gebleken , maar in ieder geval werd hij op it .lanuari I.\')(i8 gedagvaard en later gabannen, terwijl hij in 1 (iO 1 overleed. \\ ermoede-lijk heeft hij Ie (ironw gewoond. - T. \\V. , III. bl. 27K ; Slbk., bl. 207 ; Scheltema , Staalk. Nederland , in voce; Winsemius. Kio-nijk , hl. 5!)\'» en (\'bartbk. , III, bl. 720 en 752; M. S. Itoorda.

\'l!4. Sclw/le nut Hoordn , waarschijnlijk zoon van Schelle en .lel van llotlinga , huwde volgens sommigen met .iel van Hotnia , maar zeer zeker niet e.ene andere van dien naam, dan de weduwe van Sjoert van lievma , zooais hel Slbk. veronderstelt. (Zie hiervoor op : iicyma.)

Hij woonde te Hrilsiim en moest v(dgens de opgave van Ant. ,lz. in i5()7 vinciiten , doch hij komt in geeue der ons bekende ver-iianningslijsten voor. In 157;! was hij weder in Kriesland terug , want bij vonnis van 15 October van dal jaar werd het hem, )\'We-)gt;gens dienst nemen en adsisleren van Z. M. Uibellen geinterdiceert »binne,n eenige Steden van Friesland Ie komen ter lijd en quot;ijle «daarin door Z. M. anders zal woriien versieu.quot; Hovendien werd hij veroordeeld in )gt;de kosten van apprehensie en gevangenis.quot; -

-ocr page 204-

It 1.11. A (t F. II.

T. W., III . hi. 27() ; Sllik. , op : Roonla , van Tj. , aanl. 27 ; .). van Lt\'t\'nvvcn . Ucrkw. Senl. , M. S. (i|i de I\'rov. I?il)l. van Friesland. -Zie ook hiervoor op: licynia , 15 , I, no. \'(. Alleen bij Anl. .lx. , I. a. pi. , op lil. i\'iü vermeld.

Vl. Jan Simoiixi. (77) , zoon van Simon llendrieksz. en Tielli .lan.Mlr. van Vuekama , linwde met: a. Acts Sierckseina en /gt;. Kna l\'ielersdr. van \\reiilsnia. In 1551 was hij schepen Ie Leeuwarden, moest in 15()7 vlnrhlen , werd \',) Jan. 15(i.S ivedagvaard en daarna [jehannen , lerwijl hij in Mei van dal jaar liij Heililt;gt;erlee streed. 01\' hij zirh daarna hij de Hralerigt;euzen lieel\'l aevoegd , is iiioirulijk , daar men iemand van dien naam onder hen aanlrefl. I) Maar zeker is hel, dal hij \'JO Anigt;. 15()5 lesleerde en 7 Mei 150\'.) Ie Keulen overleed. - T. W., III. lil. Ü\'.KI ; Sllik. , op: Aiiekama , aanl. \'20 : (\'hlik. . III , hl. 72() en 752 ; (J. de Wal , De claris .1 nr.eons. Fr., hl. .\'i()(l en 1307. - Zie hierna: /{I/lage (\' en I). -(\'hhk., III . hl. 720 en 752.

\'i5. /.en Si/uioi/ft:. , hij T. W. niel jjenoemd , misschien broeder van Jan , werd i) Januari l5(iH oeda;gt;vaard en later verbannen. -(\'hlik. , III , hl. 72\') en 752.

4(i. Si/Zi/rn Si//ireiix:. woonde Ie Leeuwarden, nioesl in I5(j7 vlnchlen . werd !) Jamiari I5()H i;eda;gt;vaard en daarna jjebannen. Of hij in Mei van dat jaar hij lleilijjerlee streed , is onzeker ; zie daarover: /{ijlngi: (\'. Hij was nehnwd mei llvlck Oenlzema , die hertrouwde met Frans lieniines , zie hiervoor, 15, II. no. 29. -T. W., III. bl. 21)3; Stbk. , op: (irovestins , gen. 8 en aanl. 14: (quot;hlik.. III, bl. 72fi en 752.

\'lt;■7. Srhi\'llf run l\'jtii\'rtld , zoon van S\\ilt en Moe vailSytsenia, huwde met Ills van llerinaua . werd iu 15(iK jjebannen. - ï. W., III, hl. :j:!2 en Stbk., op : Tjaerda ; (\'hlik.. III, TM.

1) In het cxcniptaiir van het Stlik., dut zich op de Prov. Uibl. bevindt, stiuit bij naiit. 21), gen. Auekaina, aungeteekend, dat zijn broeder (l\'ieter?) te Loenwarden cino grootu stins liet bouwen, nt. het huis „Slarckenburgbij Doeeke Martenapijp. Zie; KekliotF, Leeuwarden , in \'t Register en 1)1. 1, lit. .\'lt;71 (noot) en vergelijk: Du Vrije Fries, I, bl. 207 (noot).

-ocr page 205-

Bi.ii.Uii:

•i8. Ei\'.he Tinches ^ l)ij T. W. niet vernield, werd Januari yedayvaard en daarna gebannen. - (\'hhk., III, bi. 726 en 752.

■49. Ineke van ( iiin , zoon van .luw en Aelke van Jnekeina , die le Wirdnin , vrij zeker op Unia-slale woonden, waar hij ook met zijne vrouw Anna van Tjaerda seliijnl verblijf le hebben jjehonden. quot;ij werd in I5()iS nebannen , was in 1572 weder in Friesland lenijjoekeerd en woonde loen waarscliijnlijk le Snuek. Hij stierf vóór \'157iS , in November van welk jaar zijne weduwe testeerde. -T. W., III, bl. 352 en Stbk., op l\'nia : Clibk. . Ill, bl. 737.

5(). //oih: rin/ l nin , vermoedelijk broeder van voormelden Aueke. Terzelfder tijd als Aueke werd iiij jgt;ebannen. - T. W. , III. bl. 354, die daar zonder twijfel in dwalinjj vei\'keerl. - Cbbk. , III, bl. 737. - Stbk., op; ünia , uanl. 25.

51. .IrpjiC / erielsma en 52. Sijurdl / c.rielsiua , komen beiden bij \'1\'. \\V. niet voor. Zij waren vrij zeker broeders en werden i) Januari 1508 oedagvaard en daarna gebannen. Syurdt van \\ rielsma (zooals bij zieh teekende), was in 1582 Volmaellt der stad Doekum. - Chbk\', III, bl. 726 en 752; IV, bl. 302, 327 en 328 en Winsemius, Kronijk . hl. 747.

53. Dirck // il/emsz. (70 en 71) . bij T. \\V. niel genoemd , woonde o. a. in 1507 »I)innen Leeuwerdeu opte nveuwe Stadt quot; en werd li Juni van dat jaar opgeroepen, maar verscheen niet, want «hij hadde sieb versteken ende is voorts balling gebleven van Co. gt; Mat.quot; Doch hij werd inmiddels den (Men Januari 1568 gedagvaard , daarna gebannen en voegde zich in April 1568 bij (Jraaf liodewijk. Volgens (Vim. Sent. van den llove werd hij 2 October 15()8 gebannen.

Ook schijnt hij een groot medestander te zijn geweest van zekeren /hhi; f i/exz. , over wien hierna in de volgende liijlage. Of hij in 157i van de algemeene vergilleuis werd uitgesloten (zie daarover hiervoor op; ///o Trijcs) , is onzeker. - Anl. Jz. iu De Vrije Fries, dl. I\\ , bl. 421 ,422 en 428. - Hor, I. a. pl. , Boek IV, lol. 168 vso. - Chbk. , III, hl. 726 en 752.

•i()l

-ocr page 206-

iaii.ua\'. K.

Ill

1. (1 oossen ran /Indritiifn en \'2. Tjco.nl ran yi, den-ki lljk zijn zoon. (iosse . waarvoor men (ioll\'c zal inoeti\'ii lezen , waarscliijnliik de zoon van \'J\'jaerd , in 1509 orielnian van I iin;gt;e-radeel , was. naar men «il, gelunvd met (Jeel lllcnck.s, naliiurlijke dochler van Kienck llevtiarda, |ia.sloor le (ioeiioarij|i. 1) Tjeerd (lt;le jongei\'e) i^ , naar men «II . In 15!)! le Akkrnm overleden en begraven. - T. \\V . , II. 1)1. Ii)4—159 en vooral de noolen aldaar ; Slhk. . o|) : IJoniiiiiija . aanl. 4 en op : Andringa.

13. I\'iclvr ran y/if/rn, vermoedelijk zoon van I\'ielei\' en Ki\\l van Vehinoa , woonde le Wilmai\'Mim , zeer zeker op Avlva-slale en si reed lilj lleiligeilee. Dienlengevolge werd liij 20 .Hei 15(19 ge-hannen . \\(elk vonnis !2\'i- Dee. daarna werd afgelezen. - \'I\'. W., II . 1)1. KKi. - Slhk. , op: \\\\lva van \\V. , aanl. \'17.

■i. J/.ybrnnil run !i/Ira , zoon van Kienck en llvlek van lloor-da . luiwde 19 .linii 1504 mel Anck van (ïalania , mei wie hij op Hoorda-slale le (iennm woonde, in de kerk van welk dorp liij laler is bijgezel. Hij stierf na 1()0\'2. - \'J\'. \\V. , II , hl. 1()9.

5. // t\'.v.ve/ run /i/xnni , broeder van l\'Ocke , hiervoor op bl. IH7 genoemd , huwde eersl mei Taeek van Moekema . daarna mei (quot;alharina van \\esgenia. Hogelijk behoorde hij onder de slrijders hij li eiligerlee ; zie daarover in llijhigi; (\'. - T. \\V. , II, bl.17\'2. Slhk., op: Lanla. De N i ije Fries, \\II. hl. 445 en Viglii Hpisl. in II. v. 1\'. , I , bl. 517.

(i. J\'•!!(\' of JnUns nm Itnlnhi (1113) , zoon van Donwe en Ui\\l van Oekinga , huwde l\'ooekel van W alla . mei uie hij op Itolnia-hnis

1) Den 17(len Oet. lö/.\'i werd Jarich Aiidrinija to Aekrum wegens verkenen van huisvesting aan zijn zoon (zijnde een knovclimrl voor 10 jaar uit Friesland gebannen.

Men vindt dit vermeld bij Te Water, IV. bl. .\'tl!), terwijl uit bl. .\'(JO is O]) te maken, dat die zoon Jorrit heette ; zie ook aid. bl. M^l.

Jarich schijnt gesproten te zijn uit bet huwelijk van Jorrit (een broeder van Gofte\'s vader Tjaerd) cu Reynsck van Sinneina, die in 1544 le Aekrum woonden. - Cf. V. Smiuia. i. v.

Jorrit werd 2.\'1 Deeomber 1574 „metten Zwaerde gerechtquot;; T. W., t. a. pl. en zie hierna in deze lijst op: Hartman en Watze Gauma.

-ocr page 207-

Bl.ll. Alt;iK K.

wooiulc If KratU\'kcr, in welke stiid hij Oldernian was. Volgen.s T. W. moest hij later vluchten , maar was in 1578 teruggekeerd. Kene beschrijving hunner poi\'lretien vindt men lt;gt;|p hl. 9!) en 100 van het Jaarh. v. d. Fr. adel, voor 1885. - T. \\V\'. , II , hl. ü(!7 en Sthk. , op : liolnia. - De Vrije Fries , \\ III , hl. 333 en XVI. hl. 556.

7. Si/dx rn/i /{otnia zoon van Syds en Hanck van Heringa , hnwde in 1571 met Tet van Domna van Ocnema. Zijne /.nster Jel «agt; gehuwd met den ineergenielden Sjoert van lievina. Later, in 1578 , werd hij grietman van Wijmhrilseradeel en woonde op llol-tinga-stale te Nijland. Ilij slieiT 20 Maai t 1015. - T. W. , II . ld. 270; III, hl. 480 cn IV , hl, 430. - Sthk. , op : Bolnia (hl. 518, 520). - \\. Sininia , hl. 2!)7. - \\ergelijk hel medegedeelde hij Sjoert vnn Itvi/mn hiervoor.

8. UnUhte ol Ifnhe Itiinin ol Houirrmc, van Kolluni , werd wegens deelname aan den slag van ileiligerlee, den 18(len Mei 150!) verhannen. Later diende hij onder Sonoj , terwijl hij voiii\' 1590 is overleden. - \'1\'. W., II, hl. 309. - Marcus, Sent., hl. 188. -K. en N. I\\. g. heschr., 1)1. 02 en Plaatsheschr. van Koll.land c. a. , 2e ged. , hl. 144.

9. I\'irler run (103 , I\'ll enz.),zoon van Sicco enTrijn van llerema , was Heer van Ameland . huwde niet Franske van Minne-ma , niet wie hij hel slot (\'ammingha te ISallum op \\meland bewoonde. Ilij was geboren 10 Juli 1531 en sliert\'vrij zeker in I .\'i78 , zooals T \\V., hl. 315, opgeeft, liet .laarb. v. d. Fr. adel, I88\'l . bl. \'lO en Sthk. , op : Cannningha , alsmede \'I liiogr. Wdhk. van ■V. d. Aa , i. v., noemen 1571 als zijn sterljaar. In den 2den Jaargang van De Nederl. Ileraul , leest men op bl. 1() wijsselijk : 1571 of quot;78. Dat zijne vronu in 1570 zou zijn overleden, zooals Kekholl\', Leeuw., II , hl. 380 beweert . is onjuist . tenzij hij meer dan eens is gehuwd geweest, liet portret van hem en zijne vrouw

« waren . vohjens aanteekeninj\' van Scheltema , Staalk. Nederland . i.

M. O tl

v. , inderlijd in hel bezit van den ond-giietman I . van l\'iiirmania. Sthk., op: Siercksma , aant. 10. Fr. Volks-Alm., 1855, bl. \'|8.

Ilij had slechts een broeder Taoke , die in 1570 uil Friesland week; Sthk., op: rannningha , aanl. 19.

10. y/cdo (rdbhenm was in 1572 vaandrig over itiu* hondc Slaatsch krijsvolk. - T. W. , II, hl. 40.).

203

-ocr page 208-

BIJI.AGK K.

II en 1-. UiirlmiDi en Untie (Inumn (112) waren beiden /.o-nen van lloecke (iaiima , weshalve /.ij ook wel genoemd werden : Hnrhmu en // nhv Ifoeckesz. Zij woonden Ie Akkrnm volgens linn vonnis van li) November 1571 , waarbij beitien werden verbannen , waarna zij zich naar Kulden begaven. Hartman diende onder de vanen van (iraaf I .ode w ijk en was dienlengevolge ook reeds 20 Mei l.\'iü!) verbannen.

/ij sloorden zich weinig aan liun banvonnis , wanl in 157\'l waren /ij weder in Friesland. \'Mei .lorril Andringa (zie hiervoor bl. 202, noot) lichllen zij Andi\'ies (irijpli , grielman van l lingeradeel , nil /.ijn bed i\'n verwoesllen zijn luns. /ij deden hem veel smart en lijden aan en namen hem mede naar Holland. Wel lieten zij hem weder vrij legen een losgeld van (iOOO gld. t doch hij moest bovendien alle dagen nog 100 gld. geven tol hij gt;erlosl was, waardoor hij in de nilersle armoede verviel met vrouw en kinderen , terwijl hij daarenboven mei graveel en leering «seer swaarlijcken ge(|iieH quot; »agt;. - V. (iron. , I. a. pi. , bl. .V2 en 53. - T. \\V. , II , bl. \'l 10 en l\\ . bl. .\'{20. - \\. Sminia , bl. li2(J. - Marcus, Senl., bl. 191.-\\\\ iiisemiiis, Kronijk , lol. 502. - Aantt. van K. M. van Hnrmania. Zie ook : l)r. .1. U. , (i. der II. , bl. 1.)9 en 170.

1,\'J. //ni\'/iifj t\'/i/t (ïHu.i (142) , zoon van Taco en Mabel van liaersina . d. i. Ilarinvma Ihoe Mee;; , huwde eersl mei Anna van .longema , later met Devlzen van I nema. woonde in 1567 »opper Schvngenquot; en overleed in 1572. - T. \\V., II , bl. \'ilH. -Slbk. . op : (ilins. - Scbellema , Slaalk. Nederl. , i. v.

l \'l. /////« ran (i\'rot\'i\'x/i/is (!)7 , 133, 1 \'l.\')), broeder vanOene, hiervoor op bl. \'iS vermeld , w erd 23 Maarl 15().\') (en niet , zooals \\. Sminia zegl , in 1561) grielman xan Menaldnmadeel en woonde Ie Berlikum , waar liij ook na zijn overlijden, dal IK Juni IOOO plaats had , werd bijgezet. Mij huwde eersl mei .lobauna Huiler v.iu Leeuwarden eu daarna met llvlrk Oenlzema , weduwe van Frans Hemmes, (/.ie. bl. I\'d,quot;) biervoor.) In 1 .quot;gt;72 koos hij de parlij des Prinsen, voegde zich bij de Watergeuzen en werd Viee-Admiraal onder Duco van Marlena. In Mie. van dal jaar werd hij als grietman .dgezel . maar zes jaren laler in hel Vaderland leruggekeerd , werd bij nogmaals grielnian van voornoemde grielenij en bleef dit lol zijn dood. In 1574 werd hij uilgesloteii van de algcmeene vergillen is ; zie bl. 18.quot;) biervoor. - T. W. . II . bl. V20 en lil . bl, 035. - Slbk. , oj): (irovestins. - \'s Hols Commissieboek.

-ocr page 209-

IlI.ll.tCK M.

1.\'». (\'. /ld/ju, ons wijders oiibckuiid. - \'1\'. NV,. II , Vil en

III , hl. 5;i7.

Ki on Iquot;. IInring «n lliuhiiini run Hnersmn , anders / nu //»/ ■in.rma Ihui; Ifeeg , zonen van Donwe en l\'opck van

Koorda , op llarinMiia-slale, ten zniden van lilden.

Ilnrlui\' Innvdc Wick l ninga van Hoy tenia , slieiTIS Januari 1381 en werd Ie llee» begraven.

Ifdrlman nam tol vrouw Kinsek van Uopta , welk linwulijk in I .quot;»7K werd voltrokken, wier ouders op l\'opinjja-statc te Weidnm woonden.

In I \'tl\'2. voerden heide broeders het bevel over eenijf krijysvolk In Friesland. - T. \\V. , II . lil. \'lli\'.) en lil . bi. ; zie aldaar ook op llartnian van (ialaina ; Stbk. , op : llarinxnia.

18. Ih\'ssel lldijlsiiKt 14-1 , waarseliijnlijk «jelinwd met Anna Mel\'sdr. van Aylva o. a. In I5()() en I .quot;iG8 en alsdan //c.v.w,\'//Av/tv/Zr IIuijlsnin oeheeten , werd » oplen derden Mav quot; I5()7 door Fox van Hasselt, «doen ter lljl lljj^ende met zijn l\'endelen lot Slolri;, In die »1,emmer ende op (leesteriant nevangen oenomen,quot; teigt;elijk niet gt;\'S\\mon met die lannlien baerdl, die welcke In tul Leeuwarden »gesonden lieeH.quot;

Hij zal wel dezelfde zijn als llexxe/ llniei/iihix, die hierna In Itjhigi\' (\' onder de strijders van Hellljjerlee zal worden vermeld. -T. W. , H, hl. 4V2 en III, hl. 5:18: De Vrije Fries, l\\, bl. \'l27 (Anl. .Iz.); Sthk. , II , op: Avlva v. \\\\. , aanl. 118 en hl. \'i van de Nalezinjf aid. . Deel II , waaruit blijkt . dat men den naam niet als llnvlsma moet lezen, zooals In den tekst staat vernield, maar als llffjlsnia.

lit. /.co I Inn ia , woonaehtii» te Sneek , wellicht broeder van , hiervoor hl. I\'.).\') gemeld. Hij werd Auoiistns I.\')Ö8 oedagvaard en lJ7 Anyustns van dat jaar verbannen, welk vonnis 2(1 Januari 150\'.) in Friesland werd afgekondigd. - Sthk. , op : Hania , aant. A\',\\. -Marens, Sent., bl. Kiü. - (\'libk. , III, hl. 7\'li) en 702.

\'20. Dn uwe rnn llrriiiqn ■ vermoedelijk zoon van Abbe en .lel Donwesz. van Domna, wordt alleen door T. \\V., II, bl. \'l.j\'l, vermeld , op grond van Harens\' Sent., hl. 127, waar eehter zeer zeker Oem; in plaats van Dumve moei gelezen ; zie daarover bl. 180 hiervoor. - Hij seliijnt ongehuwd geweest Ie zijn. - Zie: Sthk. op : Ilerlniju-Camslra , aant. igt;8.

-ocr page 210-

IIMI.ACK K.

21 en 22. Douwe en Hero van /lollingn , zonen van Douwe en Luis llm\'ina van Walta.

Douwe huwde met Haliel van Ollenliiiizon , weduwe van llessel van Kevtsina , hiervoor lt;;eiiielil , die in 1585 «as overleden.

11 fro (130 enz.) woonde voljiens T. W. Ie\'J\'z.nin o]i llollinga-slale , maar volgens Anl. .Iz. Ie Leeuwarden en huwde met Anna Wigersdr. van KeUma. Mij werd Mei 15(i8 door Areinherg met meer anderen veroordeeld de stad Leeuwarden te verlaten en streed daarna hij lleiliijerlee , tengevolge waarvan hij den I8den Mei 15(19 werd ne-hannen en zich vervolgens hij de W atergeuzen voegde. - T. W. . II . hl. - Sthk. , o|i: HotIinga. - V. (iron., hl. 2.11$. - De

\\ rije Fries, l\\ (Anl. .Iz.), hl. 435; liet aldaar vermelde vonnis komt woordelijk aldus voor in \'s Hols (\'rim. Sent. hoek.

23. Ilnerl/n\' mil Iil.iiu;rlt;/ii (130), zoon van Haieko Meinis, te Ter Idserd en hnrk Ivoinmerts, werd in I .quot;)2K gehoren en huwde met Magdalena Komnierts , met wie hij o|gt; Idsaerda-state te Ter Idserd woonde. Hij overleed I\'l Mei i()03 en werd in de kerk van genoemd dorp hegraven . waar een gedenkteeken met o|isrhriri voor hein door zijne erfgenanien is o|igerieht. - T. W. , II . hl. 39.quot;) en Sthk., o|gt; : Idsaerda, aant. 1quot;, 2 en 7.

2\'l. /j O /shnnidlsz. woonde te .lelsnin , was eerst advocaat voor den Hove van Friesland en later Kaadsheer. Itij schijnt Ie Sticns hegraven te zijn. - T. \\V. . II, hl. 485 en III . hl.

2.). /,\'/quot;.v nm JouifcuKi, zoon van Doecke van Walta en I rijn van l.ianckema. )gt;l)eze l.aes van .longema,quot; zoo leest men in hel Sthk., o|i .longema . aant. 38, gt; heette eigentlijk Agge van Walta, »doch l.aes , de vader van Foockel , die de eerste vrouw geweest )was van Doecke van Walta, liet, hij zijnen litersten Wil, aan hem Doecke de State (ii:i//ix te W onimels na , onder voorwaarde , ndat Doeckes zoon zich : l.acs van .longema noemen en schrijven r-zon . jjelijk dan ook geschied is. l.aes (of Agge) heelt op (leifiis y.newoond.\' Tweemalen was hij gehuwd: u. mei Luis van A \\ Iva en met llahel van llerema en overleed in hoogen ouderdom , daar hij, althans volgens Te Water, 30 October 1(118 testeerde. -T. W. II , ld. \'|87 en III , hl. 54(1. - Sthk. . t. a. |d.

2(1. Siniou /.ougohardus , aldus door T. W . vermeld , is nie-

-ocr page 211-

hij la(fë ii.

inaiid uiulvr.\') dan di\' liovdiijjciioi\'ind^ dSvuhiii nit\'l die luiilt;gt;huii «hacrtdio door dr Sitanjanrduii , Icjji\'lijk mcl Ileisel llavtsina , werd ijevanijeii jienoineii. Zie hiervoor no. IK. - T. W.. II . 1)1. 502 eii De Navorscher, dl. lil. 1)1. 7.

27. Ihti\'xkc ol Duco van Mnrtena (1IJÜ . 1 -i\'l , 11)8, l.)lt enz.) Iieel\'l naar ons yevoelen aan hel Verbond ;gt;een deel(jenoiiien , zooals ook Scholamis , 1. a. |)l. , 1)1. 7()i( , vernielt. De jjronden door 1. W. , 1. a. pi., Ill, 1)1. !)\'», 101 , 107 en I0H daarleyen aangevoerd , komen ons niel zeer overlnijjend vr- r. Maar zeer tereclil merkt daarenlei;en deze laalsle schrijver aan (aid. lil. !W) : Nel »zoii der moeite waardij; zijn , s\' Mans leven in \'I hreede te heselirij-)gt;venquot; — en dewijl wij het voornemen hebben ojijjevat , om van dezen )gt;\\vaarcii , slandvastigen , w ijzen en voorziehtigen vriend van «de (iodsdienst , ile (Jeleerdheid , hel V aderland en deszells Vrijheidquot; eene leveiisbesehrijvinj» samen te stellen, zoo zullen «ij hier alleen dit van hem vermelden , dat hij vóór ol\' in I5IJ0 , in welk jaar zijn vader , naar men wil , is overleden , geboren werd uit Tjebbe en lianek van Heringa en dat hij eerst met Swob van liolnia , later met \'J\'rijn van Unema is gehuwd geweest.

Hij overleed in hoogen onderdoni in Hi05 en werd te Leeuwarden in de (ialileer kerk begraven. - T. W. , t. a. pi. , De. Vrije Fries, het Stbk. en V. Sniinia. Zie ook: Kekholl\', Leeuw., in \'1 Register en aldaar over de Duco Marlena-|)ij|).

28. Ancke UedlsiiKi (133) was de zoon van Dirk Freerksz.. griel-mau van Utingeradeel en Idaarderadeel, lerw ijlde naam zijner moeder ons onbekend bleef. Aucke, meent men, nam den naam Oedtsma aan van een eigeuertde plaats van dien naam, nabij (irouw. Later, in 1557, was hij grietman van Daiitiimadeel , maar werd iia \'1571 afgezet en huwde met Marv Claasdr., terwijl hij in of onislreeks 1578 overleed. Hij schijnt een werkzaam aandeel genomen Ie hebben aan de Dockumer furie. - M. S. aanlt. op de Naaml. van V. Sminia. - T. W. , III, bl. 51)\'» en V. Sminia , i. v,

2\'.). Tzomme ItuUemu , een bloedverwant van Viglins van Avlta , was geboren te Sneek en zoon van Wybe en eene ons onbekende vrouw, in 1550 was hij oldermau in die stad en huwde met Anna Smits. Of hij aan het Verbond der edelen deelnam , betwijfelen wij zeer. Immers, toen hij in 15G\'J gevangen genomen werd . werd hij twee jaren later op voorspraak van Avlta en Hoppers

207

-ocr page 212-

«IJt.A(lK 11.

bevrijd. In Dcc. 157\'2 M\'hijnl hij zich bij de Slaalsgc/.imlcn «jc-vocijd Ic iicbbcn cu werkzaam voor den l\'rins. Doch hij |dmi-derde cenigc kloosters en nam daarop , voorzien van een rijken buil van kerksieraden, de wijk naar Huiden. Hij werd in 1574 dan ook van de algemeene vergilVenis uiljjeslolen. 1) In 1577 was hij lïai-jnw van Vlissirijjen en is wellichl korl daarna overleden.

V. Sminia . hl. \'iOd , vermeid! hein als ;gt;rietman van W\'vmliril-seradeel . maar dit is zeer te hetwijleien. - \'J\'. W., III , hl. \'HV.i. -Chhk. . III. hl. \'iOI. - Vijjiii K|iistolae, in II. v. I\'., no. H. 54 , 55 en \'1H8.

it(), /\'o/ich\' va» Hoonln , ol een hroeder van Karei , hiervoor gemeld , ói\' een zoon van l\'rcderik en llarin» van Andringa en was nit den tak van Koorda van \'Jjummarnm. Hij huwde o. a. met Elisabeth van Uaerdt en woonde volgens zijn vonnis van 22 Oct. 15()8 te Sneek. Daarin wordt hij beschuldigd ecu roomsch priester belet te hebben zijne predikatie te doen, w om plaatse te makenquot; voor een predikant der onroomschen ; voorts , omdat hij de sleutels der poorten van de portier had algenomen en in handen gesteld van Ude Abbenia , een der V erbondenen. Zie in deze llijhigt:, I , no. I. Den Dden Ang. was hij met Leo llania, hiervoor gemeld, hl. 20quot;), en anderen gedagvaard, terwijl zijn vonnis den 26sten Januari IjO\'J in Friesland werd afgekondigd. - T. W. , III, hl. 272. -Marcus, Sent., hl. 100. - Slhk. , op: Koorda van \'J\'j., gen. 8 en aant. 8. - Chhk., Ill , hl. 744 en 7()5.

131. Sippe van Schehemrt (ll$3,134), zoon van Schelle en IVsel \\an llarckema , welke laatste vermoedelijk niet uit (ironingerland was, zooals het Sthk. zegt, maar nit Kollumerland.

\'208

Mij huwde met Banck Wopckesdr. van Domna , van Anjum. \\V insemius , Kronijk , bl. .quot;)(i5(/ vermeldt, dat hij een broeder had, Sicke genaamd , waarschijnlijk dezelfde als degcen , die in t Sthk. lt;S\'//\'/.v wordl genoemd. - T. W. , lil , bl. 289. - \\ . (iron., t. a. pl., bl. 239. - Sthk. , op : Seheltema. - Oudheidk. Plaatsbeschr. van Kollnmeriand c. a. , 2de ged,, bl. (il en 02.

Overigens willen wij nog opmerken, dal Gellius Snecanus de geslachtsnamen noemt van 14 nilgeweken edelen :

1 j Zie hiervoor op : Alle \'l\'eijcs en Wins. Historia, hl. -\'0(1.

-ocr page 213-

Kiji.«(a. K.

(\'(imiiihighii , Hotnin , Mm leun , II ff nun , V \'\'rka mn , 1,\'i/xiiii\'ii ,

ll()/iliiitf(i . Ifi/lsiiiu , Dori/irii , Jiirkniid . Ii/lrn , Sclicllemu , Doiiniu , (ïrovestins.

/ie De \\ rijc Fries , XIV , lgt;l. \'27 cm Dicsl Lorj\'ion . (icsch. ilcr Kerklu\'rvoniiiny , 1)1. HH.

/ooiils «ij in den ll\'k^l , 1)1. (!\'l , hchhrii oczcyd , zijn er vcr-scliiliende «dclnn naai\' Knulcn jjcvinclil. Daarom «illcn wij non herinneren , dat aan de liollenpoorl Ie Kinden, in ISl\'.l jjesloopl . dil opschrili stond: n Heer, beware de lierberij diner ycnieene.quot; Me.rkwaardig is liet zeker, dat op de oude Ketcnpoort te Ijiklini/en , met oroole vergulden letter» Ie lezen stond : )gt;(iod bewaart de Mer-»berlt;{ zijner (ienieente.quot; Zie: De Navorscher , jro. I!\'2, 1)1. 51\'l. Men zie over liet bekende ifln.ireu.ilcr in de (iastlmiskerk Ie Kniden : noot 2, op bl. 50 van » Kpo van Donwina te ilniznni,quot; door Ds. (ï. II. van Bors.snni Waalkes, opgenomen in liet \\IVde deel van De Vrije Fries; mede aldaar noot 15, op bl. \'l5 en eindelijk: llar-kenrobt , Oostl\'r. Oorspr. , bl. I!!5 en 139.

ISelrellende Junchiiut vnn /immnmn en Juw Ter // isyti, vonden « ij met betrekking tot bet \\ erbond der Kdelen liet volgende vernield :

In het slot van aanl. 5\'l op l\'nia in het Stbk. van den Fr. adel leest men , dat in zekere genealogie wordt vermeld : ))Catharina «Uliia , marilns Jonchum Amnmn , (jni est un de relle (pii aie opresente nil request a la l\'rincesse de Panna ce qui a esle la mine »de la familie.quot; Zie ook aid. op : --Iiihiuki , gen. 2.

In \'t »Gesehied- en l.etterk. Mengelwerkquot; van Schellenia , 111 . 2de .stnk , bl. 109 wordt gezegd , dat zekere Jomv vuu lt;/lt;■ // iskn ol\' Jnw Ter H\'isgn op het Verbond der Kdelen had geteekend en Friesland was rondgereisd , om tot de onderleekening daarvan op te wekken , alsmede dat hij een groot vriend was van Orck van Doijem (volgens Sehelleina gehuwd met Pierek van Walta) en van Sjoerd van Beyma , met welke beide edelen hij verseheidene malen in t belang des volks naar Brussel was gereisd , naar de Hertogin Van Panna.

Hij geen der ons bekende schrijvers vonden wij daaronitreiit iets van beide personen vermeld.

20(1

-ocr page 214-

Bijlage C, (hiadz.

bcvaltemlu de luimen van hen , die ijebanium werden :

I. wejjens deelnnme aan lt;le slagen bij //cihgerhe en Jeiiuiiingeii ,

II. wegens de. omheliing (Ier llvrconude leer, en om rcrxehi/-leude andere redenen,

1. Ten opzichle van de slagen bij Heiligerlee en .lemmingen valt iio|gt; hel volgende op Ie merken.

In de Kronijk van Kengers , I , bl. 324 lol .1.1.) , word! nog hel een en ander wetenswaardig vermeld , hoewel de data niet overeenkomen met die bij andere .schrijvers. Zoo teekeiule hij aan * dat I.oilewijk zich met 80 ongewapende soldalen den Isten Mei in de kerk van Hellingwolde legerde en kort daarop het huis te Wedde innam, dal door Thijs Oert verlaten werd. Volgens bl. lö van de Corr, du dut\' d\' Albe geschiedde dit laatste den 2\'islen April. Men vergelijke hiermede bl. i\'lil , noot 2\'l , dl. \\l van De Vrije tries.

Kengers verhaalt verder, dal Joachim l\'anser en Asinga Kntens « sijn veenrichquot; (zie bl. 181 hiervoor) daarop eene loopplaats in Appingadam maakten , waarbeen ook (iroesbeeck en .lohan de Mep-scbe zich begaven. Twee dagen later (dus 2() April) kwam {.odewijk Ie Slocbteren , waarop l\'anser naar (Jroningen vluchtte. I.odeuijk trok vervolgens naar Appingadam en eischte twee dagen daarna (dus \'28 April) de stad (ironingen op. Dit zal doelen op den inbond van deu brief in de Corr. bl. 21, van 4 Hei, door l)r. Bisschop overgenomen in De \\ rije Fries , 1. a. pl. , bl. 444 , noot 28. Vele volgelingen der Nassausche graven voerden in luimie vaandels , zooals bekend is, de woorden: »llecnperare aul nioriquot;; herwinnen ol sterven en » Nunc aul nnnquamquot; : nu ol\' nooit.

Den \'21 sten Mei legerde Aremberg zich, volgens Kengers , bij Ten l\'ost en VVillewierum , vanwaar hij zich den 23sluu in de richting van Heiligerlee begal\', terwijl Lodewijk des nachts Inssehen 22 en 23 Mei Appingadam had verlaten en naar VVinscboten was getrokken. Zie bl. 79 van den tekst en vergelijk bl. \'J\'i en 93 van de »Correspondance.quot; Over Megen\'s krijgsmacht zie men aid. bl. 8!) en 97.

-ocr page 215-

lil.M.WiK (.

Rengeiquot;» verincUll voorts nojgt; , dat liat\'thold Kntfiis «ilclniaii was bij (iraaf 1 ..odewijk en op hl. 32() (en li()7l, dat Yt\'ijcrslu\'ini 1200 man onder zijn bevel had. /ie hl. /fl van onzen tekst.

Overigens zie men over dit oiiderwerj) het werk van Bosscha , »Neèrlands Heldendaden te l.and I, 1)1, 1 .V2 — Ki\'.l; ;gt; Archives de la Maison d\'Orangequot;, III, hl. \'220 enz. en meer bijzonder over Heiligerlee, de (iron. Volks-almanakken voor iHifquot;, hl. 91, voor 18;(!), hl. 113 en voor IH\'K), hl. l\'iO en 178.

Brieven van Kotiwbeklag over Aremherg\'s afsterven vindt men in dl. Ill van hel Chbk. van Friesland, in de (iron. Hijdragen. dl. Ill , hl. \'207 , komt voor eene Verhandeling , getiteld : » Over het »gral van Johan de Ligne, graal\' van A rem berg,quot; waarbij wordt melding gemaakt van een paar brieven van 5 en 7 Maart 1570 , waaruit blijkt, dat men destijds in (ironingen ernstig dacht «over »het oprichten van eene memorie ol\' Epitapbinm, ter plaatse «waar de graaf van Aremberg in den slag hij Heiligcrlee is gesneuveld. Op hl. 209 aldaar wordt medegedeeld , dat op 24 Augustus \'182(i eeue eerezuil voor (iraaf Adolf van Nassau bij Heiligcrlee werd gesticht, die in 1808 door het tegenwoordige fraaie Monument werd vervangen. Over die gedenkteekeneu vindt men nog hel een en ander vermeld in bet Xlde deel dier Bijdragen, hl, 40, in eeue beschrijving over de «Platen van den slag hij Hei-»ligerlce,quot;

Bekend is hei fraaie gedicht hij gelegenheid van de onthulling van hel Monument in 1808 door Dr. Nicolaas Beets vervaardigden door den dichter op de plaats zelve voorgedragen, alsmede tic Feestrede van l)r. W. ,1. A, .lonckhloet. - Zie ook : De Mavorscher, XXV, hl. 41)2.

Bor, t. a. pl., vermeldt eenige namen van gesneuvelden aan de Spaansehe zijde. Aan de zijde der Nassauschen sneuvelde o, a. Frans de Boussel, zoon van Jacob, Baad ordinaris in den Hove van Friesland en diens eerste vrouw. (Zijne derde vrouw was Sjouck van Stania.) Hij was edelman van Brederode. - Stbk. v. d. Fr, Adel, II , hl. 258.

Treslong was tegenwoordig, zoowel bij Heiligcrlee, als bij Jem-iningen, volgens Bor, t. a. pl., hl, 240. Zie ook: V. (iron., De Watergeuzen.

Verder waren er in quot;t leger van (iraaf I,odewijk de bekende (ïc/linx Siiecouii.i. die in \'t leger predikte: zie Dr. J, B.,(i,d.H. ,

ij

•211

-ocr page 216-

til j I. \\ia

1)1. I\'ll); ook IHfrlck Viicrlxz, run Sc/iticifen, ler tloud voroordcckl 1JJ Nov. I\'jGS fii ondor \\vieii, kort na den sluy van llciligcrlcc , zekeren Fries Garhrant /\'ietersi, vaamlragor was, over wien hierna in deze Itijlage. Zie Marcusquot; Sent.. hl. IJIJ5 en vergelijk : Van Violen, I. a. pi. (ed. 1858), I, hi. 281.

Volgens zekere aaiiteekeningen uil hel geshicht U erdmïiUet\\ zouden bij den slag van lleiligerlee aan lt;le zijde der Nassaiische graven gestreden hebben: Kent f/\'erdniiiller, die zeer hoog bij den Prins van Oranje stond aangeschreven, alsmede ./uthony ih; Xuete, lieer van Hautain, die A rein borg zouden hebben omgebracht. Dit taaiste is niet geheel jnisl, maar \'t kan zijn, dat zij met hem in gevecht zijn geweest. Werdinüller werd in den strijd gewond. - Zie; P. Vergers : gt;gt; De Prinsen van Oranje-Nassau,quot; enz., 1874, hl. \'181 en vergelijk: Van Wijn, » lluisziltend leven,quot; 1, bl. 241, 247, 24!) (noot), 250 en 251. - Volgens V. .Meteren, Nederl. Mist., Ill, bl. 5G, waren er twee heeren / nu IhmUtin in \'t leger.

Matthius Or! of Thijs Oer/, de bekende Drost van Wedde, bekleedde die betrekking nog in 158(); zie Feith\'s Kegisler v. h. Arch, v, (irollingen, 2e Vervolg, bl. 40; (iron. Bijdr., VII, bl. 73 en De Vrije Fries, \\, bl. 407.

Zie verdere /ironnen over dit onderwerp, vermeld op bl. \'.)! van den tekst.

De (iraat\' / nn Mfgen (bl. Hi)) was den 2()steu Juni 15()8 aan Van Areuiberg opgevolgd: zie: (\'libk.. Ill, bl. 7ii5,

1. Strijders hij lleiligerlee en Jenimiiigen onder (irnnj Lodewijh. lt;i. Bij Heiligerlee waren, voorzoover wij dat konden nagaan, een getal van 279 Friezen tegenwoordig. (Op bl. 71 van onzen tekst staat: »meer dan 230quot;, waarvoor men gelieve te lezen: » meer dan 270quot;.)

Dit blijkt :

1°. uit een lijstje, den lijden Mei 15()8 door Areuiberg aan Alva gezonden en hetwelk vermeld wordt in de Corr. , bl. 58 : Viglii Epislolae, in II. v. P., 1, bl. 400 en in De Vrije Fries, XI , bl. 434 en dat 31 namen bevat, en

2°. uit de Sententiën van Alva, uitgegeven door Marcus, bl. 18b—ilt;.)3. alsmede bl. lüü, waarin 250 namen voorkomen, waar-

-ocr page 217-

BUI. *11 K lt;

van 2 I\'eeds onder de lil wi^tbedoelden jrenocind /.ijn, zoodal men aldus een fjelal van 27i\' namen verkrijnl. - Verder zie men Win-seinins\' Kronijk, bl. 55.1—555, alsmede 1gt;I. 502. Ook hebben wij noy in ecu bundel Slanl.ire.io/uhï:)i, aanwezi» o(gt; \'s Hols Areliiel\', uaarop « ij hierna lernijkoinen , eene lijst van Friesche strijders jjevon-den , vrij gelijk aan die, welke in de Sent, van Maims voorkomen.

Van de personen, wier namen in het bedoelde lijstje van 15 Mei 1 jfiS voorkomen, zijn hiervoor in /i ij Inge lgt; reeds 22 besproken, te weten; 1. Hendrick sllberlsz., 2. Jun van Jlomjn, li. A\'ni.imi/x run Doumu, 4. SJuck van Juninga, 5. Tjailing ran Et/slnga, (i. een der beide Feytsma\\s, 7. /\'iho van l/aerda, 8, Ifessd lle-nedidus (Haylsina), Hum me van Het tin ga , 1(). Hilco ran //«/-din ga , li. Frans 7/uyg/iex, 12. Mr. Frans J/eaimes, I li. Jlessel van Oost hie ut, I \'l. (lahhe Selsnia , l.rgt;. ./»« Siwonsz., 10. jiUe J\'cijes, 17. Tjerck //alles, IK. IHrck //illemsz., alsmede: lit. Jlessel slysmu , 20. (Serrit Florisz., 21. Sybren Syhrensz. en 22. (\'urnelis / onck (of Fonck), van welke laatste c/tr in het lijstje vermeld wordt: »onzeker oft dese bij den gensen geweestquot; (zijn), betgeen ook geldt van ///io Sivordtsz., over wien hierna, in ////-/gt; Watergeuzen.

Voorts worden terzelfder plaatse nog genoemd: ./«« /lux! as, J/yleke Martensz. en Pieier (Iraejineesler, over wie wij hierna hel een en ander zullen inededeelen, alsmede: (\'laes [Hockes] Clock-g ie ter , /■\'(\'ƒ// /[ay (maker, Abraham Snijder, Jan Sweertvegher en de zoon van Hendrick Alberlsz., van welke laatste 5 ons niets naders bekend is. Vergelijk bl. 7() en 77 van den tekst.

Uit de Sententiën van Marrus (verkort: Sent.) blijkt, dat : 48 Mei 1quot;)09 (aid. bl, 188) werden verbannen: . . 40 pers, » » » ( « » 180) » » (er staat 42): 43 gt;gt;

* » gt;\' ( » » 190) )i )gt; (er staat 32): .\'}3 »

20 Mei 15(59 ( » »191) » » (er slaat 47): 48 gt;■

» )• » ( » » 193) gt;i » . . 22 »

gt;i gt;\' gt;■ ( )gt; gt;i 194) ji gt;■ . , 2() »

Samen : . .218 pei waarbij nog: Anthoni Chirurgijn, inwoner van Sneek

(Sent. bl. 170 en zie ook onder no. 11 dezer Jiijlage): 1 »

Samen: • , 219 pei welke namen allen, evenals de 31 bovenvermelden . voor-

-ocr page 218-

\'21 \'t Ili.ll.UiK C,

21\'J jter».

konu\'ii op hl, \'i31 en v. van Do Vrije Fries, ill. M,

waar ii|i hl. \'lÜ\'i echler almsiel\' oji regel 10 v. b. staal:

21(5. een {fevol» van de verkeerde gclalsopgaven boven de Senlentien, zooals wij hehb.Mi aaimuwezen.

Dewijl de namen van (\'lues Uockes en J\'ieler (Iruej-meester, die reeds op bet lijstje van Amnburg vermeld staan, ook in de Seiitontien voorkomen, moet dit getal vvonlen verminderd met:.............2 pers.

Rest dus: . .217 pers. waarbij onzes inziens nog moeten worden gevoegd een getal van IJl personen uit l.eenwarden en Sneek, voorkomende op bl. T1H der Sent., alzoo:.....31 pers.

248 pers.

nitmakende met de lil van Arembeni\'s lijstje: ... 31 »

een getal van : . . 27i) pers.

Van deze personen hebben wij in /{ijlage I? reeds besproken: I\'irtcr run y/ylva, van \\V itmarsiim (Sent., 1)1. 192), Holt hie Houwemn, van Kollom (Sent., bl. 1H8) , Uurlman (iauma (Set)t., hl. li)2) en Hen) run l/olliiign , van l.eenwarden (Sent., hl. 18!), waar verkeerdelijk Hcttinga staat).

Met betrekking tot de overigen zullen , voorzoover zij zich niet hij de Watergeuzen voegden en alsdan in Hij In ge I) hierna zullen worden behandeld, alleen in deze IJijlage, behalve de bovengenoemde ./quot;quot; /{(ixiii.i, l/i/lcle t/inien.iz. en l\'ieler (Iraefmcester, allen in Aremherg\'s lijstje \\ ei rnehl , nog worden besproken : hi/enivc itrnerx-wn , // e//e /{/-iii/uxii/\'i , //online run (\'iimx/m, Doecle en Taecke van Hettinga (De Vrije Fries, 1, hl. 3,il\', noot), Hu Ui nek /tidderx-gt;iin , Hernnrdns Hoordn , Si/ltreu Snecklesz., lieer ylndriex Schonu , (ierhen S\'ylsz. en (\'laex Holff\'x, allen in de Sent. vermeld, zooals wij hierna zullen zien.

./«« Hii.iinx of ./«n Hu ex, komt niet in de Sententien, maar alleen in hel meergemelde lijstje van Aremherg voor. Men meent, dat hij in 1;Vj8 te Leeuwarden is geboren , maar anderen betwijlelen dit. Hij kreeg onderwijs, eerst in zijne geboorteplaats, later te Haarlem en studeerde te Leuven. Daarna zette hij zieh aanvankelijk als advocaat in zijne geboorteplaats neder, maar verdacht wordende

-ocr page 219-

\'21.\')

de llcrvoriniiig Ie zijn loi\'fji\'daaii, inocsl hij de « ijk iimrii\'ii rmvcnl daiirop sfcrrlaris tc Dclll , zooals men quot;il , reeds in Maart l:)()8. I| Al spoedig werd hij de verlronweling van l\'rins Willem I , die hem later in menigerlei moeilijkheden raadpleegde.

Kort vóór den slag hij Heiligerlee was hij reeds ijverig bezig de belangen des Vaderlands Ie bevorderen en hel gelukte hem o. a. met Keinicr Kant, 1 liOO geweren in hel leger des Nassansche graven te brengen, die door Sonov te. Wesel gekocht waren. Zie voorts bl. 7(), ü\'t en I\'».\') van den tekst.

Na den slag van Heiligerlee begaf hij zich naar Minden . waar hij zich o. a. in 1570 bevond en zich ook daar beijverde den l\'rins ter zijde te staan , door op krachtige wijze de Watergeuzen in hnnne iiitrustingen Ie steunen.

Te Delft trad hij in hel hnwelijk mei Sophia van Maasland en stierf aldaar 11 September 1501).

V. d. Aa, l5iogr. Wdbk. en lt;le aldaar aangehaalde bronnen, o; a.: Hooit, in \'lllegister; (Iroen van l\'rinslerer. Archives enz., bl. 203, 281, 336, 358, 3(13, 304 en 377; SnlVr. Pelrns, bl. 430; De Vrije Fries, XI, bl. 402 en 40(i regel 1 en 2 v. b., aan te vullen mei bl. 17i) van Hooft, Ned. Mist.; De Vrije Tries, Xlll, hl. 85; Van Violen, 1. a. pi. (n. e.), I, bl. 184, 323 en .\'!()() en (o. e.) I, bl. 175 en 300; Bor, I. a. pl., bl. 208 vso., 223 en 234, waar in Hoek XXXIII. bl. 57 de dag van zijn overlijden wordt vermeld.

Li/euwe /{roer.Dim , van Kollnmerzwaag; Sent., bl. 189 en «K. en N. K. geschiedk. beschr.,quot; bl. (i2 en l\'laalsbeschrijving dier gemeente, J, bl. 137 en II, bl. 4\'2.

Het Ie Itnujnsmn averil 9 April 1570 verbannen en kort daarna door den Raad van Sneek , zijne woonplaats, gevankelijk naar Leeuwarden gebracht. - Sent., bl. 220 en Hentm. Kek. van Friesland, 1570—71. Volgens de (Vim. Sent. boeken, dl. III, fol. 126, werd bij den 26 Oct. I56H nil Sneek verbannen en volgens fol. 2()(gt;: 4 Oct. 1.572 te Leeuwarden onthoofd.

Ifomme ran (\'iims/rn, zoon van h\'oppe en Tielh van Fevtsma , huwde Sjonck van l.ianckama en woonde te Wirdnin, volgens zijn vonnis. Hij stierf Febr. 1579 en zij l\'i April 1599. Hij slreed ook bij Jeminingen. - Sent., bl. 191.

Daecke en zijn jongere broeder Taeckc, zonen van Homme vnn lletlingn, geboren te Jonverd, trokken met hnn vader mede ten

1) Volgens (mnt. vnn wijlen den Heer Archivaris Kokhcff,

-ocr page 220-

BI.IMKK C

strijd»! oiulci\' de vanen (ter Massausclu! graven , t)tijkens liim vonnis van 20 Mei 15(ii), waarbij zij vert)aniu!n werden, f.ater voegden zij zich t)ij de Watergeuzen. In het na te melden Register , aanwezig op \'s llofs Archiet\', vindt men aangeteekend: »Doecke en «Taeeke van llettinga soenen van Hoinine Hettinga, De Jonghe is gt;gt;met den vader liij de prince, d olste heeft geweest teemdenquot; (te Kindenj »inet hem zich ontliondcnde hij de moeder.quot; - Zie ook: Sent., hi. I)2 en hierna in Itijlnge J).

Ifi/lcke Vn/ifiixz,, over wien wij gesproken lichlicn op hl. 70 en 71 van den tekst, was volgens Bor, t. a. pl., fol. 108, een Leeuwarder, ook genaamd // ih/e //ylcke en volgens sommigen ook Hi(/gt;liiicl, , hetgeen w ij echter betw ijfelen. Volgens anderen was hij vermoedelijk een Zwollenaar. Nadat hij 2^$ April l.)()8 was gevangen genomen , werd hij li) Januari ISö\'J door het Hof van Friesland ter dood veroordeeld. - (Vim. Sent. boeken , III, hl. 12!). Verder: V. Haren, »l)e Watergeuzen,quot; hl. 175 en V. (iron.,»l)e Watergeuzen,quot; bl. 2.quot;)0, alsmede hierna in: litnleekening III.

Rh lil nek lii\'/\'lerxiim, van l.iitkewondc, in Kollnmerland. - Sent., hl. 188: T. W., lil, bl. 262, noot: »K. en N. K. geschiedk. besehr.,quot; bl. l!58 en Plaatsbeschr. dier gem., I, bl. 15() en 11, bl. (iti.

fiernardnt Itonnla, van Sneek , alzoo een stadgenoot en vermoedelijk een aanverwant van l\'opcke Hoorde, in Hijlagc 15, III, no. 110 vermeld, werd 0 April 1070 verbannen. - T. W. t. a. pl., III, bl. 277, noot en Sent., bl. 22!). - Zie hierna op: HijlagnY),

Si/hron Sneck/e.tz., van Wilmarsnm , werd 20 Mei 151)!) verbannen. - Sent., bl. l!)2. 1)

l\'leler, «(iraefmecsier nn genoemt Sneeberger,quot; van 1 .een warden , is misschien wel dezelfde, als l\'ielcr 1\'ieler.tz. de exchijsmeester, over wien hiervoor in llijlage 15, II, no. 40, is gesproken. -Sent., bl. IH!).

Heer Indrias Schonn, bij Marcus, Sent., hl. l!)! abusievelijk: S/rom genoemd, woonde in West-Stellingwerf, werd na zijne vluchl adelborst van Jan van llonga en was «een wilt gastquot;, zooals men vermeld vindt in een Register groot Ki hl. , vooraan ingebonden in het 1ste deel van Staatsresolutien, placaten enz, (1527

1) Zou hij ook kunnen zijn: Sybrnml Sickesz., dc moordenaar van Arombtrg? - Deze toch vindt men in do Sent. bij Marcus nergens venneld. Zie bl. 82 van den tekst.

-ocr page 221-

m i I. Ui I

, bt\'i\'u.slelicle op \'s Hols Arcliid\' Ie I.lt;tiiiirilcn. i)il tv;jisU\'i\' i.s aldus hclilcld: )gt;l)il zijn ili\' iHTsocricn ilii\' incii doer n\'M-riplii! )ivan de jiiiclsliijilcn i\'iiilc, aiiilersins hcvoixleii luu\'ll ten ilicnslc van Pjji\'avo l.oclewijck jjewce.st Ie zijn, oil anilmins mei provande en de «presentie van hun persoenen den leger jjolerckl Ie hebben.\'\' Hel zijn nagenoeg dezelfde namen, als lt;lie , welke men in de Sent. vermeld vindl, maar — en dit maakt die lijst merkwaardig — voorzien van kantteekeningen bij sommige namen, aanduidende, water later van de daarin vermelde personen geworden is. Onder »Stel-linckwerll\' Westeyndequot; komen alleen voor : genoemde Heer lutlries Schoroi (zooals Winsemins, Kronijk, bl. ö\')(gt;, opgeeft, hoewel wij mcenen: Storm te moeten lezen) en lieer 1 ndrks llmiriclsz, met een latere hand daarbij gevoegd en waarbij geschreven staat: »is «geweest Vendrich onder (Irave l.odew ijk ende is ter ranse, vaneen «nederslach binnen Kmdeu onthals!.quot; - Is deze dezelfde misschien als de eerstbedoelde? - Zie Kijhige A op het einde en /{ijInge tv

(lerhi\', S1//.1:. van N ij kerk (in Ferwerderadeel ?), werd gt;gt;18 May «I.Mii), ten eenwighen daghenquot; nil hel land gebannen, »bv peene «van der (Jalghe, mil conliscalie van goederen.quot; Maar «dies nyel «jegenstaende,quot; was hij weder lol «clevnachlighe ende versmaede-«nisse van der Jnsliciequot; in zijn Vaderland lernggekomen. Men deed hem vatten en den 27sten Sept. ir)7() werd hij veroordeeld «bv den Scherprechter onder (Jalghe gehangen ende geworcht te «worden.quot; - Sent., 1)1. en vergelijk aldaar bl. 188. (\'rim.

Sent., III, hl. li).\').

(\'/nes // o/ff\'.i, van Kollnm, vrij zeker de zoon van Wolf van Wortzon , grietman van \'t N. Kruisland en I rsida , « ecbteluyden quot; aldaar. - Sent., bl. 188. Zie: «K. en N. K. gescli. beschr.,quot; bl. 50, 138 en en Oudheidk. Plaatsbeschr. dier gem,, I, bl.

/gt;■ I5ij Jemmingen streden, voorzoover ons hekend , van de hiervoor in /{ij/iitfr I) genoemden: ./mi nni /{oiign , Ifoninw van (\'nm-s/rn (zooals blijkt uit het vonnis van zijn lijfjongen nagemeld), Tju!/!)!!• tuin /,\'i/si)i!fii, Oomre of Seerji run (inlnmn (zie beneden), Jtounno. van // cllingn; verder nog (zie bl. 87 van den tekst): // i/Zew vnn //nchnm, Ummel op (sic I) ïreiiwarilon en /uckn Sjoenhsz., lijljongen van genoemden (\'anislra, alsmede St/hraml Sicke.ii.\\ zie bl. 82 en 87 van den tekst, en 1)1. III van de «Archives de la Maison d\'Orange,quot; bl. 230 en 231.

Zooals gezegd is in nool 1 op bl. 88 van den tekst, is het

-ocr page 222-

I.

oiizi\'ki\'.r of Douwc, (I.ui quot;el Seer// van (ialuina dn pcrsixm is, die lilj dfii .slalt;j van .loiiiiiiinoi\'ii ontkwam. Wij achtoii het nicest waarschijnlijk //ouwe, op grond van Winseniins, Kronijk, hl. 5\'i3 en Historia, lil. 110, die nil de aanteekeniiijjen van Ahelns Fran-kena heeft jje|inl; Bosseha, I2, hl. 245 noeinl: Sccrji, evenals T. W., t. a. pi., II, hl. 4()7; Schotanus, 1. a. pi., hl. 753, spreekt alleen van » (ïdliimn.quot; In het Sthk. van den Fr. adel wordt van een Uouwe in aant. li\'f, }gt;en. (ialaina , gezegd: )gt;Is in krijgs-»dicnsl geweest (onder (iraaf Willem Lodewijk van Nassau, zegt «het 11. S. Dovs) en in den krijg onigekoinen ,quot; terwij! van Seerp (aant. 37) dit niet vernield wordt, die echter wel in de banvonnissen voorkomt, maar Douwc. niet. Zie over Sccrji, hiervoor in: Jiïjldge 15, II, no. 21. Zie voor verdere nasporingen hel Sthk. v. d. Fr. adel; vergelijk hl. \'l4 v. d. tekst.

Wat iuckc Sjocr/xz. hetreft , deze werd la.er gevangen genoinen cn den 31,stcn Januari 1570 door het Hof van Friesland veroordeeld , om onthoofd tc worden . dewijl hij lloinuie van Camstra in den slag hij .leniiuingen had gediend. Zie: II. S. op de l\'rov. Bihl. van Friesland, vermeld in Dl. V van den Catalogus, no. 389.

In \'t Criui. Sent. hk. worden nog enkelen vermeld, die wegens dienst nemen onder de vijanden en rchcllen cn het voeren van wapenen tegen Z. H. werden onthoofd en wier goederen werden verheurd verklaard. Vergelijk llij/age 11. \'

Over de 10 veudclcn van Baiiayinont, waarover op hl. 80 en 89 is gesproken, zie men nog: Schotanus, I. a. pl., hl. 1\'tl.

II. /{ollingen: a. tengevolge, de omhelzing der Hervormde leer cn h. om andere bijgevoegde redenen.

n. Hij Citatie van 9 Aug. 1508 werden 20 personen gedagvaard (Chhk., III, hl. 743), die hij Sententie van 22 Oct. 1 .\'i08 (Sent. hl. KiG) werden verhannen, van welk vonnis de afkondiging in Friesland den 2()stcn Januari 1509 plaats had (Chhk. , III, hl. 762.) Van deze zijn hiervoor reeds 6 genoemd, nl. in liijldgi\' H: Kvernrd ..\'irckcn.i, \'/\'juHing van h\'yxinga, Leo Hania , Frans Hemmes cn i\'ojicke Hoor da cn onder no. I dezer Hij lage: Ivlhonij (\'hirargijn : zie hl. 07 o. a.

Verder komen in die Sententie voor:

l\'o/i/ie /Igges, uit Sneek, omdat hij zich te veel met de predikanten had ingelaten cn geweigerd den eed af te leggen.

-ocr page 223-

iir.ir. na lt;■.

Dirck Kemskerc/ , uil Lci\'invar\'dcii, rni.sschii\'ii een hroitdcr ol\' aanvcrwaiil van den (irillior l\'ictci\' van Koniskcrck, bi\'sclHiMijjd dal hij hi\'l Avondmaal o|i (\'alviniNliM\'hc wijze gehouden had.

Igge /fendricksz., nil Sneek , die de eed van ijelroinvheid aan den Kotiinij geweigerd had al\' te leggen.

/jiii/licn Si//zexz. of .s(\'hi|)per /.ui/llen, van Leeuwarden, uil welke slad hij door Aremlierg den 18den Mei 1 \'idH mei 27 anderen gehannen was. (Zie hl. 7H van den leksl.) Den Oden Aiignslus daarna werd hij wederom gebannen, omdat hij zeer veraehlelijk en oproerig gedurende de Iroehelen gesproken had en onder anderen zich had nilgelalen, dal men de personen, die zich voor de (quot;alho-lijke Kerk in de hres slehlen, zon ophangen en sleehl behandelen. Ook had hij geweigerd Hoomsehen in zijn sehip Ie ontvangen en zelfs den eed van gelronwheid aan den Koning niet willen afleggen , om de scheurmakers legen te staan, (iabbema , hl. IH. getuigt vau hem, dal hij «om zijnen jver in het voorstaan van de goede «zaak, die bijnaam van i/e (iru.t, ter eeren heelt weeh geilraagen , «gelijk diequot;, zoo voegt hij er bij. «van zijne naakomelingen heeden «noch alhier word gevoert.quot;

Henk\'; Hijiiriltsz., ook een schipper uil Leeuwarden, werd veroordeeld, omdat\' hij dagelijks de Hervormde leeraars bijgestaan en met hen omgegaan had.

Ifijlthie Sc roer, uit Leeuwarden, had een zijner kinderen naaide Calvinistische wijze laten doopen.

Jell? Sc roer en /Inckr, knecht van Syds van Donia (zie Hij la ge It, II. no. K), beiden van Beetgum, daar zij de beelden in de kerk van hunne woonplaats vernield hadden eu daartoe geheel geschikte werktuigen hadden gebruikt.

Mr. Doecke Tillenw, van Leeuwarden. In de citatie van O Aug. 1508, (hbk.. Ill, hl. 744, staal: Doecke Tithma, iu hel hoofd der bedoelde Sententie, (hl. IGti): n Doedo T/\'tleninmaar in de Sent. zelve: Doecko Tillenin, Is hij niet Doecke \'Teethnn, raad in den llove (zie Naamrol Kaden \'s Hofs, bl. gt;i()), dan vermoeden wij, dat hij zal hebben behoord tot het geslacht // lurihi, waarin de naam Tillennm menigvuldig voorkwam en dat hij het zal zijn geweest, van wien in de genealogie van dat geslacht gezegd wordt . dat hij om de geloofsvervolging uit Friesland heelt moeien vlni bten en mogelijk dezelfde als diegeen, van wien in aant. 12 in hel Stbk., op VViarda, wordt gesproken, hoewel de daarbedoelde llitcho heette,, of wei , dal IJncho een broeder heeft gehad , die Doecke heette en op

21\'.)

-ocr page 224-

BUI. WiK (

wien van loopajj.sinj» igt;, hclget\'ii aldaar van ISuclio uordl vermeld.

quot;ü wonl vi\'i\'iiordi\'cM wt\'jjeiis het bijwonen van prcdikalien en het honden van hel Avoiulinual. Verder ook, omdat hij met Focke ran ./ysnia (zie Hij In 15, II, no. 2) naar Antwerpen was gereisd , met hel doel den Koning ■!() tonnen gonds aan Ie bieden, om daarvoor vrijheid van geweien en godsdienst te verwerven.

I\'ieter do lievere^ van Leeuwarden, omdat hij de nieuwe predikanten in zijn hnis had onthaald, hnn zeer genegen was geweest en zich dikwijls voor hen in de bres had gesteld bij de Kegeering. Ook had hij zich nilgelalen, dal hij, indien hel noodig was, soldalen ten hnnnen behoeve zon werven en er dan zeil\'wel drie wilde onderhouden.

Verder nog: Ifylek run llneismn , de vronvv van \'Jjailing van Kysinga en hare moeder Uit Jonsma, weduwe van l\'ieler van //aersina (llarin\\ina Ihoe lieegi\'), alsmede; Mdchtelt Dircksilr. , de vronw van Alle Teijes en Jees // ijhranl.tz., vrouw van (ïabbe Selsma. Zij allen werden hoofdzakelijk veroordeeld, onidat zij de Hervormde leer omhelsden. Overigens zie men over deze rrouwen hiervoor in Hijln^e li en ovei\' .A\'t\'.v II ijltrnnls*. bl. 22 van den leksl.

//. Om re rsc hi Hen de nuttere redenen werden nog gehnnnen :

Joachim Joesh. Ie/meer (elders / erniers] was predikant der Mennonieten Ie Franeker en werd daarom 215 Nov. 15(1!) verbannen en zijne goederen verbeurd verklaard. - Sent., Id. 20H.

I5ij public,-ilie van 7 .Inni 1.\'»7^ werd hij uilgeslolen van de al-gemeene vergill\'enis, waarover men vergelijke: Hljlnge 1!, [ , no. Zie ook hel aangehaalde werk van l)r. .1, Kcilsma, bl. F!2 en Upey en Dermoid, Nederl. Kerkh., I, bl. 103 van den leksl en bl. 51 der Aanlt.

(Inrbrandt l\'ielersz., van Nijega in Hemel. Oldepbaerl c. a., werd lii November 1508 veroordeeld, omdat hij onder zekeren Dirck Marlensz. van Schaegen (zie bl. 212 hiervoor) in Holland en elders vele moedwilligheden had bedreven en vaandeldrager onder hem was geweesl. Hij werd veroordeeld «geloyt Ie worden op de Ma re kt calhier in den llaege,, ende aldaer eerst zyn rechter Handt (dacr «mede hij \'I Vaandel gedraegen heeft) all\'gehouden , ende dan voirls «gehangen ende geworchl Ie worden, znlcv daller die dool nae «volchl ,quot; mei verbeurdverklaring zijner goederen. - Sent. , bl. i(;i8 en Van Violen, I. a. pl., bl. \'28\'l en 285.

Illt;gt;//e II an nes, «geboeren van liacklmysen bij Slaveren inVries-

-ocr page 225-

KMI. KiK l\'

«landt werd o|) dicn/.rlldcn dair modi1 guvoimlMl , «om •jvhaiintm «cndc. gcworchl Ie worden.quot; - Senl., 1)1. MO. Verder nolt;{:

Ihhn l/Jesz., /i/v yJbbesi. en Kekke l. \'umwesz. , allen ml Leeuwarden , die in hel vonnis van 18 Mei 1508 met And nes Wy-hrandtsz. en \'24 anderen vooi konieu; zie hiervoor in deze Itiilauc. op: /.nylieii St/he.tz. - Eerstgenoemde was reeds I \'t .Inni j,j(i7 jevaiijjen, wejjens oproerige beweginjjen. Chl)k. , Ui. hl. 7IJ4; De Vrije Fries, IX, hl. 421 , 422, 428 en 435.

Den \'Uiden Hei Itjü!) werden .\') personen uil Friesland verbannen wegens aanslagen op Alkmaar en Hoorn, t. w. : /f ohbe Sjoucke.iz. uil Oldega; /«/;/\'■, wonende nabij Noordwolde; 7\'ile Xithies, van Bakiuiizeii; inr. Jmi, ehirnrgijn , van V isvliet en Jun /\'ie/erxz.. genaamd: «Bloem van Sloolen,quot; nil Sneek. - Sent., hl. 187.

In hel najaar van 1570 of in \'I voorjaar van 1571 werd volgens de Kentmr. Kekeningen geexeeuleerd: (ierbrnn! Sitlicsz. h\'ri.ivnifel van Wilmarsiim, mogelijk een aanverwant van A\'/«7 /■\'rixroifel, op hl. H)\'2 der Sent. genoenid.

Kindelijk vindt men in de Krunijk van Winsemins, op hl. r)(i2 , nog eeue lijst, bevallende 155 namen van «soo als sij die noemden «Knevelaers, Vagabmulen etc.quot;, die verbannen werden ingevolge een l\'laeeaat van li) November 1571; zie hl. 110 van den tekst.

Van de daarin genoemde personen komen voor //nrlmiin en Wal ze (tiiiinid, in Bijlage IJ, III, no. II en 12 reeds besproken, en verder !), wier namen vermeld worden in de bovenbedoelde Senl. van Alva; terwijl daarvan in Itljhige I) nog 4 Imnner onder de Watergeuzen zullen worden besproken, met name: l\'ieler en Hij he Sjoerdlsz., Vefchior en Jelcke Seer/isz. , zoodat er nog een 20-tal namen overblijven van personen , van welke wij geene bijzonderheden kunnen mededeelen.

Ten opzichte van de hij Marais vernielde en door onsopbl.2llJ hiervoor aangehaalde vonnissen van 18 en 20 Mei I.VÜ), moeten wij aanteekenen , dat l)r. Bisschop in De Vrije Fries, t. a. pl., hl. 431 , niet l.\'iOt). maar l.\'i(i8 noemt , maar dat is zeker onjuist , daar do slag van lleiligerlee 23 Mei I.ViH plaats had en ook dew ijl de grietslieden eersl den 2.quot;gt;sten Aug. 1 .\')(gt;!) werden aangeschreven, om aan gt;legen al de namen op te geven van ben. «die hun ten «dienste van (iraetï I.odewiek gegeven hebben.quot; Zie hl. \',)() v. d. leksl; Chbk., III, bl. 748 en verder: /{ijlage K hierna.

-ocr page 226-

Bijlage D,

bevallemlf de naiiicn «n cnki\'li\' Icveiisliijzoiuli\'ilii\'di\'ii van de on^ hekende Friesche Watergeuzen.

Vooral een paar opmerkingen.

\\ oor (ierroti Gerrp/lxina, op hl. 100 van on/.en lek^l geiioenul , zal men wel tnoeten lezen: (ierrnh (/crrilxnia ol\' UoH/zema, lt;;e-hnvvd mei Tieth van llovlema eu daardoor een aangehuwde neef van den mede aldaar ijenoemden Kinthje van Aylla en een zwager van Iijrain van Aelielen, over wien: /mil. / hierna. - Slhk., op: Avlla, aanl. 24.

gt;[en zie over de soorlen van xc/ii\'j/t://, (leslijds in gehrnik , waarvan in nool \'2, 1)1. 100 in den teksl meldiiijf is jjeinaakl, ook noj; : De Vrije Fries, V, bi. ;{58 en de albeeldini; aldaar lene.nover bi. •1quot;) I. Hebalve «boyer.s, yaehlen, kil/.en , earwelenquot; enz.., waren er nog Vlieboolen, veelal in Zeeland in gebrnik; zie: \\ an Meeleren, lol. 70. De naam ii/x koml nog voor als visehsloe.p.

De meergemelde en o. a. op bl. I lü bedoelile slnkken bevallen: gt;gt;Kvpensen ende vnylgaven zederl de Irnbele begosl in den iaere van »\\A lt;• ses ende Iseslich lol bel Jaar \'1570.quot; Daaronder koml ook voor eene »JIemorie voor den llecre. van (Jroesbeke om onsen (i. «Heere den (irave tol Uegen , enz. anlegevenquot; van 10 Jnli 1\')70, behelzende schnlden en onkoslen wegens bel nilrnslen en bemannen , van «groolequot; en »rlevne jaehten ,quot; voor den oorlog Ier zee in gebrnik gesleld; niel onbelangrijk, maar Ie iiilgebreid, om bier Ie worden opgegeven.

Ten opzichle van de (J\'/ff- en iKichlwacl/l, waarover o. a. op bl. 105 en i0(5 van den leksl is gesproken, is ons nog hel volgende voorgekomen in een Staal van Arlikelen. dal onderwerp bel rollende, doch zonder bijvoeging van een jaargelal, zoodal hel misschien nil iels later lijd is, dan hel door ons behandelde tijdvak. In dezen staal, die bernsl op quot;I l\'rov. Archiel van l\'riesl.ind , vonden « ij :

-ocr page 227-

111.11.(I.I II.

)gt;Ordomi.\'iiilit\' ii|gt; dit\' waclil iiji die zet\'kamll vati Moni\'kcMI (Miniiiekczijl in KolliiiiU\'.rliind) ))1lt;)1 liij die Kaockcn van den darden »iiiaii, van Kni iini, \'I nijccrni^ll , vnvlmlijcvstcrchil\'l i\'iidr licvslcic , »waarv(U)r (icrrvl Wolli\'r.-. jjcncraal waciilini\'. gcdiildiinci\'ii is,v(i(ii »d(\'n derden nachl.quot; Verder vvonlen voor die vvaelilen aangevve/.en : 28 jiei\'.sonen nil ISiirnrii en \'I V Kruisland, iif nil I illerd. elnll en quot;) van de l{e\\. Men zie mijne Ondlieidk. I\'laalshesehr. van Koi-luinerland lt;•. a., o. a.: I, hi. 17 en 17.\') en II. hi. (ili en 77: op de laatsle hladzijde kond (ierrvl Woller.s vooi\'. als gt;• excliijs-mceslerquot; le Hiirnni e. a. in 1563 en 15H().

Itelrellemle de innennnj; van den Uriel (zie hl. 12\'2 van den leksl) vindl men o. a. ook liet een en ander in de «Knus!-en hellerhodequot; van 1840, hl. 183, waarop door V. (iron., I. a. pi., hi. 420, reeds is ;gt;evvezen. Op 1)1. 181) van de ))K. en I., hodequot; word I eene confessie vermeld, waarin voorkomt: )gt;dal van daarquot; (nl. van den Briel) «gezonden is een Hoeijer mei klokken , om daarvan meiaal »geschnl le gielen.quot; .Hen zie verder: IJor, I. a. pl. , Oe hoek , hl. ;U)7 ; De Vrije Fries, VIII, hl, \'l()\'l en dl. \\\\I , hl. 200, alwaar door l)s. Van Uorssnni Waalkes de klok van hel voormalige (ier-keskloosler wordl besproken.

Overigens zie men verdere levenshijzondei heden der Friesehe, en en andere Walergenzen in hel belangrijk werk : vGesehiedenis der Watergeuzen,quot; door A. 1\'. van (ironingen, waarvan uij een veelvuldig gehrnik hehhen gemaakl , evenals van ■Nederlands Opsland legen Spanje,quot; door Dr. \\ an \\ lolen ; verder: »Neerlands Zeewezenquot; door De Jonge en » (ieseliiedenis der Vaderlandsquot; door Arend, o. a. II. 5de sink, hl. 171 enz., lerwijl men in een der Leeuwarder (quot;onranlen van April 1872 eene Naamlijsl van Fiieselie Walergenzen aanlrel\'l. In hel aangehaalde werk van Dr. \\an \\ lolen (ed. 1858). I, hl. 20!) , wordl nog hel een en ander medegedeeld over den Heer / nu ff deken, over wien op hl, 101 van onzen leksl is gesproken.

Als Friesehe Watergeuzen vonden wij vermeld;

1, 2 en 3. fi\'oeke, Jnn en Tamme theLs. - Jan en \'I\'anime waren broeders, lerwijl volgens hun lijdgenool Carolns, /•bcXv de zoon van Jan was. Dal Jan een zoon had, is zeker (leksl, hl. 100). maar daar de naam Abels geen ramilienaam sehijnl le zijn en men dns veeleer in dezen Abels:, nioesl sehrijven, zooals zij ook voorkoml op hl. 193 der Senl., zoo is hel aannemelijker, dal Foeke ook een hide-

-ocr page 228-

lUJI.AGK I».

der van .laii en Tamme is geweesl. Dit neemt eclilor niet wcy , Jat Jan een zoon zal hebben gehad, dien hij reeds vroeg bij zii\'ii aan boord nam, maar wiens naam onbekend is gebleven en (\'arolns slechts de namen van drie Abels\' kennende, heeft een van dezen voor den zoon van Jan gehouden. Zij waren bekwame zeelieden en .;eboortig van Dockum , hetwelk destijds door koophandel en zeevaart belangrijk bloeide. (Carolns, t. a. pl.)

Ji\'ocke we ril 17 Mei l.j7\'2 door Alva verbannen, dewijl hij beschuldigd werd, dat hij Kapitein was op een der schepen , die op last van den Prins van Oranje te La Kochelle waren uitgerust. Sent. , bl. 24!}.

In het begin dierzellde maand had »de rosharige, kort gebouwde ).Kriesche Watergeus,quot; zooals hij in zekere verklaring — waarin bij echter verkeerdelijk een Vlaminger wordt genoemd — wordt aangeduid, met zijn schip «de Galeiquot; eenige Fransehe soldaten uit Dieppe naar Vlissingen overgebracht. Violen, II, bl. 8 en

llijlage VI aid., bl. XXIV.

Ook komt in de rekeningen van Veere omtrent dien tijd een post voor vau twee tonnen bier, geleverd op zijn schip, «de Galeiquot; genoemd. - V. (iron. , bl. 1,14.

Jan en Tamme dienden in 1558 de stad Groningen legen de zeeroovers. Zie bl. \'.gt;3 van den tekst.

Jan werd, mei 21 zijner stadgenoolen, 20 Mei loG\'.l uil den lande verbannen , omdat hij Graaf Lodewijk in Groningerland had bijgestaan. Zie: Corresp. du due d\'Albe, bl. 125, en Archives, HI , bl. 232 (noot). Ilij was tegenwoordig bij de inneming van den Briel, hetgeen van de anderen onzeker is. Zie: V. Gron., bl. 29, 30 en i. v.

4. Joh,nines Andrkaz. is naar alle waarschijnlijkheid een Fries, ulthans Van Groningen houdt hem er voor. Hij was kapitein van een Geuzenschip en een dapper man. In een geduchten storm van i:,73 verloor hij op de kusten van Friesland zijn schip en 14 man van zijn scheepsvolk. 01 hij zeil er hel leven ai bracht, schijnt niet bekend. - Zie V. Groningen, t. a. pl., bl. 135; op bl. 110 noemt hij hem, zeker bij vergissing: Jacob Andries*. - Zie ook: Winsemius, Hist., bl. 174.

5. Fomie Annesz. was een Dockumer en werd met zijn stadgenoot Jan Abelsz. 20 Mei 1569 verbannen. Waarschijnlijk was hij later, in 1573, luitenant van Wyger van Dockum.

Ü en 7. Jan eu J\'iele/\' Ai\'ieiix, van Bolsward, broeders ,

-ocr page 229-

KI.11. Mi K I».

lajicii in 1575 In (It\'ll nioiid del\' Eeins, toen zij gt;• nicl kdlilicildc j\'lijilcn , dal men in \'1 gliciiiccii (i|i \\ riciidl, \\ ijiimll ciulc oiijiartv-fdick roofde door him .sclieei^volk werden vermoord. Doch mIc Moordenaar,-. Iieliben liaer .slralle le Kmden ontran^en.quot; I\'ie-ler was in 1572 )■ Faendraijerquot; en Jan »M in ijver quot; onder liop-niiin Uocke Klok. - \\. (iron., 111. Ill), 7!ll) en \\\\ in^., Krnniik , 1)1. 578 en

H, ./mi Ho nun, /i,. hiervoor: llij/iigc 15, 1, no. 5.

(.ï. Vnrtcn Hroerckes:,, van Worknin, werd mei eeniffe zijner sladijciiooleii 20 .Mei lquot;)(gt;9 door Alva gehannen , omdal hij in diensl «as yeweesl van (iraaf [.odewijk. - Sent.. 1)1. Ii)4. Zie lek.sl . 1)1. 130 en zie hierna op no. li!).

10. ( luesi van Dockniii, was in l.)7iï ^veenriekquot; (vaandri\'j) en lap, in November van dal Jaar »ondei amelanl in een lioelesinans-»boelquot;, loen Duco van Marlena zekeren ,l(dian van ili|n , van Vlieland, den IJden dier maand naar hem afzond, gt;gt;niii den veen-gt;,riek weder inl ll\\ olie iijil lllvlandl Iho liaelen.quot; (iron. Bijdr. , IV, Id. Gl.

\'11. does, » van Nijerzvl,quot; zie bl. l\'2i) van den leksl.

12. ./dn C/nesz. van Snoek, was een der (ienzen-ka|iileins, die 12 ,lnni 1572 een brief mede onderleekende aan de Spaansehe be-«elting in Delfzijl, om ze lol overgave aan le sporen. Hij la» loen zeer zeker mei zijn schip op de Dollard.

Korlen lijd daarna (in All};.) deed hij mei honderd medjjezellen een inval in Vollenhove, «inneiiu\'iide \'I bnvs van Tonlenbtirgh.quot; De \\ijand kwam spoedig opdagen en nam hel huis in, boewei met veel moeile, waarop eenige gensen werden gescholen, «andere in )gt;zee gejaechl, ende ooek eenjghe gevangen; ende iiaeiiienllijcken «baerlnvder Capile\\n Jan (\'laesgt; genaempl, wezende van Sneeck van xgeboorle, die ail in seecker clevnc sclmvle gecomen was, menende )gt;,l onleomen, in dezelve scluiyle doorseholen ende omgebroelit is »gewcesl.quot; - De Vrije Fries, VIII, bl. hOCi en \'l 1 \'■gt;.

11$. (\'onielis, bij Franeker ; zie bl. I\'20 van den leksl.

I\'i. Jloylze Doiiwcs of l.unge /loi/le »van VVorckiim,quot; werd mei eenige anderen bij Placaal van 19 November 1571 veroordeeld; zie 1)1. 12!) van den leksl. - Vergelijk: /lljlage K en VVinse-inius , Kronijk , bl. 502.

15. Jelle run Kelsmu , zie: /{ij lage 15, 1. no. 11 en en V, Violen, 1, bl. ;$25.

-ocr page 230-

111.11.AUK I).

KJ. ./nrriaen h\'l/ex, waarscliijiilijk een Fries; /ie 1)1. t\'i.\'i van den leks I.

\'17. S//(c/, run Km inga , zie Ihj/age I?. I. no.\'15 en V. Violen , hi. 3\'25. Ilij was evenals Ëelsina kapilein.

\'18. Mclnvrt h\'riese {\'.10) was ka|iiluiii op een »jaclilquot; en lay in Januari l.\'gt;7- mei zijn seliip en mei andere kapiteins cornier \'I »evlaiul van der Scliellinye,quot; Waarseliijnlijk was hij U\'ljenwoordig hij hel iiineiiien van den Uriel. - \\. (iron., I. a. pi., hl. 2H5; V. Violen, I. a. pi., I, hl. 2S8 , iJ\'Jü en \'X1H.

10. Ki/o (lahhcma , zie Hijlage 15, III, no. \'10.

\'20. .lelnifr (iubbes, volgens Carolns op Ameland, volyens anderen op Vlieland gehoren. - V. (iron., hl. üiiü.

21. Dunwe van Gli\'iis, zie: Hijlage 1gt; I, no. 20.

22. lieer (lodinck, van Hurlingen. - V. Molen, I, hi. 291.

23. // ibo ran Groreslins , zie: Hijlage 15 , III , no. 14 ; (iron. ISijdr, . I\\ , hi. 57.

24. I\'iho ran Uaerda, zie: Hijlage 15 , I , no. 21.

25. Horn me ran //ettinga en zijne beide zonen :

26 en 27. Doevke en Taecke , alsmede zijn liall\'hroeder:

28. Tiete , over wien , henevens over Homme hiervoor in Hijlage 15 is gesproken en in den leksl ; over Doecke en Taecke, hiervoor in Hijlage C, hi. 215.

Homme en ook vrij zeker zijn zoon Doecke, waren lejjenwoordig hij de iiineining van den 15riel, maar van Taecke en Tiete wordt dil niet vermeld.

Van Doecke wordt als Watergeus nielding gemaakt in de rekeningen van Veere. In eene bekentenis van een gevangene in Maart 1571 wordt gesproken van »Homiiie liellinglia, mede Capn. , die «met een racsey 1 comen zal, dal op \'t cilant van Wicht in Engelant «toegerust wordt, die hij hem lieel\'l zijnen jongsten zoonquot; (zeker Taecke) , »eiide d\' ander zijnen zoonquot; (zeker Doecke) «levl onder ))15arleldl Kntens mede Cap».quot;\'

Taecke huwde met INeelcke N., eene vrouw nit Holland ol\' meer waarschijnlijk uit Emden. Doecke stieiT in 1()2(), maar zijn broeder slicrl\', naar men wil, als student en dus op veel jongeren leeftijd. - V. Gron., hl. 248: V. Vloten, I. a. pl. , 1, hl. 320 en 325: Sent., hl. 192: Slbk. , op: Hettinga en T. W., III, hl. 459.

21). /leynlgen, van Dockuin, was in 1570 bootsgezel oj) het schip van Jan van Troyen. - V. Vloten , I, hl. 290.

L50. 31r. Hindnjck , zie bl. 129 van den tekst.

-ocr page 231-

BIJl.AdK II.

III. /Zero van //olh\'gt;igti, zie /tij luge K. Ill, no. 22.

32. Frederik van /nthiemu «staalquot;, voljjciis V. (iron., )io|p tic «lijst der Walcrjfeiizcn lt;)|i zijn eiyen {jt\'luij\'eni.squot; en «a.s volgens M)niinijgt;en lejjenwooi\'dijj liij de inneinin;; van den liriel. Zie:.Arend. Vaderl. (iescll. , Ilf\'. 1)1. 171.

Hij «as de zoon van Keijn en Sil)l)i\'l van llanckeina , die te Woi-knin woonden, naar Frederik zeer zeker {jei)oren werd. Zijnejenjjil was niet zeer aanjjenaain , althans men vindt aan|;eteokend, »dat »liij door eene bijzondere zucht lol de wetenschappen gedreven werd , »en zijn slandvasliy jjednld alleen den onwil en de slagen zijns va-»ders overwon, die hem lol landhonwer hestcnid had.quot;

Nadat hij zijne rechtsgeleerde slmlien aan de lloogesehool Ie Leuven liad volhracht . zette hij zich als advocaat in zijne nehoorlcpliiats neder en werd koften lijd daarna llnrijeineester aldaar. Hij hnwde met Alargarelha , natunrlijkc dochter van Feicke van lleslinga. hij eene dieiislniaagd , (Jeri ilje van der Steine verwekt en leefde nog in 1008.

In de stad zijner inwoning honwde hij een prachtig huis, «ter fpiaetse , waar de vooronderlijke slins, in den aanvang der regeering «van Keizer Karei V,quot; door zijnen grootvader Tjehhe van Inthienia was bewoond geweest en oinli\'enl dien lijd was verwoest geworden. Dit hnis werd in de wandeling genoemd: » dwang van Worknni.quot;

Slbk., op: Inlliieina en Aylva van W., aanl. 21,); V. (iron., hl. 255; Schotanus, Kescbrijving, op. Worknm , hl. 208 en T. W., i. v.

:i:i. Hurmen Jniisz. . van Leeuwarden, diende als j.klerckquot; op een der (ienzcnschcpen, «ten npziene hv lezen ende scriven conste, «ende dallet nvemanl nj) \'1 scip wel conste doen.quot;

quot;ij leekende zich dan ook detlig gt;gt;llermanmis Leovardiensis,quot; zooais blijkt uil de onderleekening der oarlicnlen . . . gcordineert bv xJohan van Kinsdorp, Capitein . , . om op sine schip van Oorloch gt;\'te gebniickcn ende Ie onderhonden.quot;

quot;ij bevond zich zeker aan boord van dit »schip van Oorloch,quot; toen het in Angnsliis 1571 door de Spaanschen werd bemachligd, -V. Vloten (ed. 1872), I , bl. 238.

34. Jarkh , luitenant van .lelie Kelsma, )gt;wesende een paep, «die... gestaen beel\'t opter Schcllinck.quot; - \\. Violen (ed. 1858), I, bl. I\'ll) en 325 en bl. 103 van den tekst.

35. /\'ieter de Jonge, zie bl. 128 van den tekst.

3(). .Inn Jousten, vcrinoedeliik een Fries. - V. Gron., 1. a. pl., bl. 73, 227 en 237.

37. Dneo rini l/iii\'/rim, zie: Ifnlnge 15. Ml. no. 27.

10

-ocr page 232-

lll.M.UiK I).

158. Marlen, ook |;eiioi\'iml »(\'1(\'.\\iu\' Marlen, van der .Idinvon\'. /ie lil. lliO van den lek.st.

:jlt;|. I\'eucke War terns, gehoorliy van Workuin, was kapitein (i|i een (ien/.en.selii|t, maar werd met vele anderen, ten geUile van\'11\'2 man, den 23.slen Jnni l.\'gt;7i o|gt; de Kerns voor Kinden door 15os-hni/.en jjevaiijfen jjenoinen. De nieeslen werden dood jfeschoten , maar gt;larlens Iileel\' mei enkele anderen voorloopi;; |jeN|iaard, niet uil medelijden , maar om aehler de |ilannen der (ien/.en Ie komen.

Bossn meldde aan Boshuizen hij hriel\' van (1 .Inh daarna over hem, »weleke ick |gt;esonden hehhe tol (irofiiinjjen, h\\ den Ileere »van Uillv , oinino melle langer hanl geevainineerl Ie werden.\'quot; Vermoedelijk is hij kort daarna Ier dood gehrachl. - V. Violen, I , hl. 184 en l$2\'2. Misschien is hij dezelfde als no. i).

40. .Uekhior (130), wever van Midlum, werd l\'.t November 1571 vogelvrij verklaard. Wins. Kronijk, hl. 562.

41. I\'ieler , van Leeuwarden, was mede Gciizenkapilem blijkens meergemelde eonfessie van Maart quot;lii/l : /ie ojgt; no. 28 hiervoot.

Molen, I. a. ])1. , I, hl. ;{2.\') en V. (iron. , hl. 130.

42. ,/clcke Seerps (130), van Caaslmeer , hij Placcaai van 1!» Novemher 1571 vogelvrij verklaard. - Wins., t. a. pl., hl. 5()\'2.

43. .A/» Simonsi., van Sneek, is misschien dezelfde als degeen , die hiervoor in Bijlage 15, II, no. 44, is vermeld, maar is dan niel in lófii) overleden, want de hierbedoelde stond iu Febr. 1581 nog als vrijbuiter bekend. - V. (iron., hl. 30() en 421 ; Chhk., IV, hl. 232.

44 en 45. I\'ieler en // yhe Sjoenllsz. (97 en 123), gebroeders, uit W orkuni.

In ile meergemelde bekentenis van Maart 1571 wordt U vhe Sy-nerdtsz. aangeduid als een der (leuzenkapiteins t\'n wordt I\'ieler, de broeder van «voorn. Wybequot; genoemd. Wybe was bij vonnis van 20 Mei 1569 met meer anderen nil zijne woonplaats verbannen, omdat hij Graaf I,odewijk in (ironingerland had bijgestaan. .Mogelijk dezelfde als «Wiho Sivorlszoonquot;: zie bl. 213 hiervoor.

Beide broeders waren bij I\'lacaat van 1!) November 1571 verbannen en misschien ook .lurriaen Kites, de luitenant van Wybe Sjoerdtsz., hoewel deze dan als »Jurjen Ottesquot; in dat I\'lacaat voorkomt. - V. Gron., bl. :i07 ; Sent., hl. 194; V. Violen, 1, bl. 325; Bor, VI, fol. 28!); Corresp., bl. 58 en Wins. Kronijk, bl. 562. - Van Wijn, Huiszittend leven, II, 1)1. 394.

46. /\'ier Smil , van Harlingen, bevond zich in \'1 voorjaar van 1571 te Kulden . toen 200 pond buskruit werd verbeurd verklaard ,

-ocr page 233-

iimi.hm: i),

hetwelk hij voor Jan Abels had ockoclil. .Men had een .s(\'hi|gt; van (lezen vrijhniler in ol\' koii vóór 1570 hiiilgt;gt;eniaakl. Zie stukken nit hel l\'rov, Aichiel\' (;gt; K\\|iensenquot;, waarover; hl. \'2quot;2\'2 hiervoor.)

In ile aanteekeninnen over den inval o|gt; llindeloopen in Mei l.\')72 (/.ie hl. 1 \'29 van den tekst), leest men van hem, dal hij ^onlaiiex ).lot Doeknm yevaiijjen jjeweest , Sehi|i|ier, vcrclaerde ; »))zij wilden gt;i»mij halleen, daer iek hel niet venliend hadde. dan laeten /ij ««ooetnen , ende hannen mij nu, dewijl ik hel nn heler verdient )gt;)\'hehhe.quot;quot;quot; - V. \\loten,I,hl. 1 SO en De Vrije Fries, \\ III, hl. \'lOl.

47. J/uger m/i Si/lxma, /.ie IJijlajje 15, I, no. Xi, en (iron., hl.

48. // tho Tjarreh, van IJolsvvard; zie hl. 110 van den tekst. \'i9. / lieger, van de Nijkerk , waarscliijnlijk een Fries en van

Nijkerk in 0.-l)onjgt;eradeel of Ferwerduiadetd al\'konisti». In Jan. 1570 vormde hij , zoo het sehijiit, hel plan om met llonime van llettinga en liarthold Kiilens Dockiim in te nemen. In Maart 1571 wordt hij Kapitein der (ienzen lt;gt;enoemd en hevond zich in l.\'iSO voor Delfzijl. - \\. \\ loten . I. hl. l.Vi en ; Schotanus, ld. 8(10.

50. //i/ger, van Dockimi, was kapitein en had lol luitenant zijn stadgenoot Foppe Anuesz. (zie no. .quot;gt;). - V. Gron., Itl. li5S.

;)]. ./fhic.rt // iguvs, waarschijnlijk een Fries, diende onder den (■roninoer edelman Fntens en deed ijveri» mede aan diens bande-looze rooftochten. - \\ . (iron.. hl. 257 en ^158. - Stond in Februari 1.)8I als vrijbniler bekend. - ( hbk., IV, hl. 2I$I . in verhand met hl. 227 aldaar ; zie hierna.

52. Tjcpckf // igers, mede een Fries, naar wij meenen , was in Jnli h)7.i kapitein van een (ieuzensciiip en lag toen voor den Uriel. - (l.eenw. Archief.)

.).t, .)\'i en .».). ylndricx, Egbert en Jurrkn !/ i/branl.tz,, zonen van W ybrant Felkes , nit l.eenwarden,

Andries werd 18 Mei I5()8 met t27 luede-ingezeleneu nil Leeuwarden verbannen, terwijl hij en zijn broeder Kgbert hij vonnis van 18 Mei 1500 werden gebannen, omdat zij (iraaf I,odewijk hadden bijgeslaaii ; later begaven zij zich inetlenvoou naar Amsterdam en voegden zich bij de Watergeuzen. Zie hl. !)7 en 114.

Jurrien was ook kort Ie voren door Kasins als (ieuzenkapileiu aangenomen ; hij wordt dan ook, evenals zijn broeder Kgbert , in de meergemelde confessie van Maart 1571 , kapitein genoemd. Laatstgenoemde had iu 1572 eene jiEiigclsche kits vaerende has-»sen en 10 of 17 mnnquot; onder zijue bevelen, «aarmede hij in \'t

-ocr page 234-

lil ll. \\(i K II.

licjjiii van Mfi van dal jaar voor den Itricl k\\vam, (Zie over de henaiiiinlt;gt;; kils, hiervoor in deze /{ijhiij/;, 1)1. ti22.)

I$ij vonnis van lï .Inni van dal jaar werden «Kehlierl el .loriaen »A\\ vhranls/.. Freres Kri/.om,quot; als «vnorlvlnclilieh vnvler Sladl van lt; gt;1 Amslerdamquot; verbannen en hnnne goederen veibenrd verklaard.

In 1584 was een Eghcrt II ijbnnils /{onixlra Inilenanl van Jr. Fredrick van Vervon; niisseliien is liij dezelfde als de hoveiijje-nocinde, daar Joriaen Wvhranlsz. Hornslra in 1581 nog als vrij-hniler voorkoinl; zie beneden. - (\'libk., IV, bl. V. (iron., bl.

;i58 en nool 2li(), op bl. 4H(); Senl., bl. 190 en 245; V. Vloten . I. a. |il. (ed. 1858), I, bl. 104, 308 en 1125 en »Gedenckv. (iescb. van J\'r. van A\'ervon bl. 2i). - Zie Hij/age (\' oii; Ablu\' Udesz.

Mogelijk was liun aanverwant (inisschien een zoon van een bnnner), die // if hi (ml Horns! rn , die in April 1599 te Donay zijn «doctoorschapquot; verkreeg. - Feith, Keg. v. b. Archief van (iron., h. a. no. 58.

Verder vindl men nog in het Criin. Senl. boek van den Hove van Friesland, de namen van onderscheidene h\'rieschc UUlergeuzen vermeld, meestal veroordeeld, om onthoofd te worden, dewijl zij zich «onder diversche Capitevnen van de zeerovers ende het geselschap derzelve begeven hebben.quot;

Over liet hcrooven der kerken in Friesland door »frvbntcrs,quot; vindl men eenige bijzonderheden hierna in Aanteekening 1.

Hoewel het niet bepaald de Friesche Watergeuzen betreft, zoo willen wij er toch de aandacht op vestigen, dat met de «Informatie,quot; voorkomende bij Van Vloten, I. a. pl., I, hl. 328 en 329 moet worden vergeleken: (iron. Bijdr. , 1)1. V, bl. 332.

Ëcnige vrjhmlers worden nog genoemd in Chbk. IV, bl. 21(1 , die in Februari 1581 nog als zoodanig bekend stonden, te weten : Joriaen lfrybranlsz. /{onixlra (zie no. 55 hiervoor) ; Reijer HU-lemsz. , Jelderl JFigers (zie no. \')!),• Jaecques Di\'elbeeck; ftincke Rommerlszoon; /{roer Halles, van Worknm ; Jan Simonsz., van Sneek (zie no. 43); Fojipe Jellisz.; Meynerl Junsz.; /f illcni // Hckertszoon ; Adriaen (\'roenenbnrch , secretaris van Tietjerkste-radeel en // Uhm Rjdwijck. In hoeverre men hen , behalve die , welke boven genoemd zijn , onder de Watergeuzen mag rekenen, durven wij niet bepalen. Zie ook; Chbk., t. a. pl., bl. 227.

In het oji bl, 213 en 216 hiervoor vermelde Register, voor-

-ocr page 235-

lll.ll.VM I).

korucndi\' in lli\'l Isle «It\'i\'l diT SlaalsiVMtliiticn vim Ki ioland . «orilcii de nanuüi in i\'fiie aiulmi volgorde opgi\'jfeven, dan bij Harens en wel volgens diens bladzijden aldus: 189, l!)\'l, l\'.IIJ, l!ll , IHH en 190. Zooals «ij opmerkten, vindt men in dal Kejjisler van sommige personen aangeteekend, wat er later van hen geworden is, h. v. gesiienveld, in liet land teruggekeerd, bij de VValergen/.en , gevangen , geëveeuteerd , mi/..

In de Iwee laatste, |gt;evallen kan men meestal limine vonnissen vinden in de (Vim. Sent. boeken van den Hove van (■ rieslaml , waarvan zeer duidelijk geselirevene uittreksels bestaan , aanwezig op de Provinciale Hibliotbeek , in die van de stad Leeuwarden en van liet Friescb (ienoolsebap , liet een meer, liet ander minder volledig. Zie ook: l)r. .1. Keitsma, t. a. pl., bl. l.\'iH. IÓ9 en 171.

Winse.niiii.s vermeldt in zijne Kronijk van Friesland op bl.

en 5)5 ook al «Ie namen, door Marrus opgegeven op de bier-voor vermelde bladzijden , alsmede .) namen, die door Mareus op bl. IH7 worden aangewezen , maar in genoemd Register niet voorkomen. I?ij Winseiiiius is de volgorde, wal de bladzijden bij Harens bel\'refl : bl. 1H7 , IHH, IH\'.I , Kil. 194, 190 en 193, terwijl hij ten slotte nog noemt de .il personen , uit Leeuwarden en Sneek verbannen volgens Ie Brussel gepublieeerd vonnis van 9 April 1570, die, naar bel ons voorkomt, volgens latere inlirli-tingen ook bleken (Jraal Lodewijk Ie bebben bijgestaan. // nu deze door Winsemiiis vermelde namen scliijnen toegevoegd Ie zijn aan eene Ordonnantie d.il. 1() Dee. I5()9, vermeld , maar zonder die namen, op bl. 77/l van Dl. Ill van hel (quot;libk., o. a hel bevel inbou-dende, om eenige vroeger uilgevaardigde plaealen legen de oliebellenquot; op nieuw af te kondigen, lerwijl er aan hel slol volgt, nagenoeg gelijkluidend met hetgeen men vindt bij Winseinius, I. a. pl. , lol. 55IW : »Maeuien der geener die. bij Senlenlie gecondenineert ofte »wel(\'kers goederen deur ordonnantie van zijne Kxcellentie geanno-»leer(lt zijn.quot; Dan volgden in het origineel de namen, waarvoor door den vervaardiger van hel (quot;harlerboek wordt verwezen naar Winsemius, I. a. pl., zijnde deze ordonnantie overigens al\'gedrnkl »Na een afschril\'l uil de secretarie van Franeqneradcel.

-ocr page 236-

T

Bijlage E.

OVERZICHT DER (voornaamste) VONNISSEN, grooiendeels verzameld

(Zie 1)1. (38 (noot) \\;iii Jen tekst.)

DATUM

v \\ ,\\

v krija.vmm;.

OPOWK DKU OKIiAWKNKM enz.

21) Haart I.W/ Jan. IjüH

28 Mei •lö()8 ti\'.l .Mei 15(38 ■J() .fimi I5(i8

Aiiquot;. 1508

2 Oei. 1508 13 Nov. 15()8

idem 24 Dec. 15(18

1.

9

i

3. 18 Hei 15(18

4.

8. !). 10.

verbannen 39 geexle/ij/ceii........

(lai\'vaanling van 3\'J eile/vn en hurffcrs, die den 8sten Se|it. 15(18, (quot;lilik., III, hl. 752, allen, behalve

Alle Tc ij es , werden aljjelc/.en......

Men vindt 22 dezer namen ook in De Vrije Kries, IX, bl. 425 en in II. v. I\', (Viylii Kpistolae), I, bl. 400, komen ze allen voor.

verbannen uit Leeuwarden 28 jier.ioiien , van welke er later 2\'l bij lleiliyerlee streden; vergelijk beneden

no. I \'l, H), 21 en 23.....\' . . .

Zie de Aantt. van Ant. (De Vr. Fr., IX , bl. 435), die dil vonnis woordelijk mededeelt, zooals het voorkomt in \'s Hols (\'rini. Sent. boek.

Sjocr! van Hcijiitn ter dood veroordeeld .... ïlarlman run (i\'alnina ter dood veroordeeld . . . nebannen 42 edelen^ van welke éen (Dion)sins Winyia) reeds onder de hierboven genoemde 3\'.) edelen (zie

no. 2) is gemeld , alzoo........

werden waarschijnlijk (zie Ant. .Iz.) 24 Aug. daarna o|)geroe|)en, om binnen 30 dagen te Antwerpen te verschijnen; zie: Chbk., III , bl. 747, in verband met De Vrije Fries, l\\, bl. /l3lt;.) en Winseinins, llistoria, bl. 114.

Van dezen werden 10 Se.|)l. daarna, blijkens Sent. , bl. 127, een \'\'///tal gebannen en bovendien Douwo Hr-

riiiffii, nog niet vermeld.......

gebannen 20 /mrsoneii, van welke een (Schi|)|)er Lny-

tien) reeds is vermeld onder no. 3 hiervoor Zij werden allen 22 October daarna veroordeeld. Iliinne namen werden met die der zes edelen biervoor onder no. 0 bedoeld, den 2(lsten Januari I.gt;(1!) afgelezen en tegelijk ook den naam van Willem van linma; zie: (,\'hbk., III, bl. 7(12; zie ook : VVinse-mins, llistoria, bl. 115.

Dirch // lllcinst. gebannen........

IIn!h: Hunnes , van Bakhuizen.......

gebannen (lerhntnd l\'lelersz. van iNijega .... // illem ran Humu ter dood veroordeeld ....


-ocr page 237-

/

.a\'i

uil officiëele gegevens en vertrouwtiare bronnen.

O |i y c ii o in e a in B ij lage :

_B.

I. II.

li i\' o n li e ii.

A.

I. II.

(\'hhk., III, bi. 70!». 41.

U!)

•13 it;

TIC). (ii.

7J\'i.

2H

id.

58. 58.

Sciil. ,

I. 70. HO.

(17.

41

34

(quot;hhk., 111 , hl. 7;t7.

ul. 74\'!.

Sclll. , hl. l()(i.

70.

(\'hhk., 111, hl. 7(J2 cu l\'lac.hdfk.l, l\'ol. IU)\'2. Cr. Snit. hoek.

Seiil. , hl. 340.

id.

iil.

I

i;t

17;$

;gt;5

r.\'gt;

;j\'.)

26 ! 18

5!).

-ocr page 238-

1

Mill.KiF. K.

c

DATUM

OD

V V N

OPtiAVK DKB (iKBANNENEN enz.

VKBBAMM.XG.

/

12.

lit Jan. 156!)

13.

16

Mei 156!)

14.

18

Mei 156!)

15.

idem

IG.

idem

17.

20

Mei 156!)

18.

idem

19.

idem

Ü0 Nov. 150!) 24 Dcc. 1 iif)\') lltjlvki: \'A//7(,\'//.v:. ter dood veroordeeld .... verbannen quot;) personen, weirens oorloosbedrijven in

\'20. \'il.

Holland.......

gebannen uil kollnin en andere dorpen, wegens

Heiliger le.\'..........4(5

uil Leeuwarden: , maar er slaat boven: 42,

alsvoren...........43

»vnyl diverse Dordenquot;: , er slaat : 32, alsvoren 33 alsvoren : 4H, er slaat : \\1 , alsvoren .... 48 »viivler slede van Dockninquot; alsvoren . . . .22 uil Franeker, Workmn , Harlingen en Slootcn , alsvoren...........

Samen . 218 Van dezen zijn reeds onder no. 3 een lienlal ge-

noeind...........10

Blijft dus . -

.fouc/iini ,lne,i/ / rmirr , als Hennoniet veroordeeld . het vonnis afgelezen van 257 iiersoncn , als : 1°. van de 5 hiervoor onder no. 13 vernield. 2°. van de 218 onder nos. I\'l—20 vermeld. 3°. van 3 reeds onder no. 3 ((\'. II| vermeld. 4°. van 14 mede onder no. 3 ((\'. I) vermeld. ,gt;0. van 17 personen uil Sneek , die nog niet zijn genoemd en dus hier worden genoteerd . Men vindt dit vonnis in (\'hJik. lil, hl. 774, doch daarin worden in hel (quot;harter de namen niet vermeld , maar deswegens verwezen naar Winseminsquot; Kronijk , bl. 555, waar de namen dezer 257 voorkomen en waar gezegd wordt : )gt;l)cn 36 Januari «afgelezen over \'I Keehl.quot; Te Water (III, hl. 168) vermeldt . dat deze lijst van Winsemins . wat opschrijl en nawen betreft , vrij wel overeenkomt met eene lijst in I Leeuwarder IMacactboek , no. 19\'l, waaronder slaat: gt;\'0|i huijden den Willi December Anno »\\Vc limoen ende Iscslirli , sijn (lest; hoeven geschre-»vene l\'ersoenen , nae voergaende blijden van des «sladlscloeke, den (iemevnle vergaderi sijnde , van «den Kaedlhnijse der slede l.eenwerden gepnhliceerl «ende allgelesen , ter presentie van den Burgemeester


-ocr page 239-

HUI. llif K.

235

C.

A.

I $ c li o in c li i ii IS ij I a i; c.:

_B._

I. I II. III. I.

3i)

18

17;} I

2(i

78. 221.

Cr. Snul. Ixx\'k. Sent. . hl, 187. id. 188.

18\'.). 1!»(). 191.

19:$.

ul. id. ilt;l.

lil. i\'M.

208 i

208

2\'2().

Clihk. , III , lil. 774.

1

17

17

;i!l II 155 I 52 1 2 il252 I 24

\'405

-ocr page 240-

iii.n. ua: i

22.

lil

Jan.

1.\')70

9

April

l.i7()

\'24.

27

Sept.

i:)70

2.quot;).

15

Sept.

1571

2«.

lil

Nov.

1571

»Harent .hiiigt;z. endc dat doer bevel van den Hoeve «van \\ rieslandt, voijjende den missive daer van «sijndc , \\aii date den XVlen üeeeinbcr In

Keimisie van mij. Ter ordonnantie van den Raedt gt;gt;({;el.): A. Ruijs.quot;

/m/ncs Si/uen/l,iz. veroordeeld om ont hoofd Ie worden quot;ehannen de 14 |iersoncn nil Leen»arden en de 17 |ier,sonen uil Sneek , Ie zamcii lil , reeds hiervoor onder no. 21 besproken.

(icim: Si/////ie.i:., te Leeuwarden ter dood veroordeeld. Si/lini/ii/ Str/{i;xz., te \\inMerdam ter dood veroordeeld werden door Alva li.\') /icr.ionen gebannen , van welke reeds in de Sent., bedoeld oikIci- no. Li— 20, voorkomen ren onder no. 7 hiervoor (Antli. de Cliirnr-»ijn)en //r/i onder no.s. Li -20, zoodal noy overblijven : Men vindt de namen in Winseinins\' Krouijk , hl. 5()2 ,


-10 Dcc. 1571

28.

lil Jan. i:)72

2\'.).

lil Jan. i:)72

liO.

12 Febr. 1572

lil.

17 .Mei 1572

Ii2.

1 li Juni 1572

lili.

12 Juli 1572

li\'l.

In Sept. 1572

11.quot;).

22 Oei. 1572

I((i.

27 Oct. 1572

117.

li Jan. 157li

Ii8.

!) Oct. 1574

lü).

20 Dcc. 1574

weiden er een jjetal van 50 personen verbannen nil Oldeboorn, (ioiiilt;jarij]i, Ackriini, Nes, Wirduni, Leckum , .Hiednm , liuiznni , (iontiun , Jelsnm en Stiens.

(icrutin (/ern\'/xz. onthoold........

Si/l/,c l\'uihJcs o|igehanlt;gt;en....... ,

/{icincr geradbraakt.......

l/iclx ncoannen.........

l\'/rler dn Jonge geexecnteenl.......

/////« Sj(}i:rill.sz. o|)jgt;ehan}gt;en.......

werden onderscheidene biiijjcrs uil l.ecnwallienyebaniien. dene (i\'eertx en //nnx /lo/x/ein jjclianyen ....

SJurrdx //fxxe/x:. |jelianlt;jen........

i\'/i\'/\' personen ter dood veroordeeld.

W/ii/ie UUlesi. ijewoijjd........

l\'/rlihe Tnekex onthoofd en zijn vrouw / Uk (jeliangen.


-s»

-ocr page 241-

f

\\

m.N.w.i

•SM

O li ü u li o in i\' li i li li ij I a quot;

_B.

I. II.

Igt; 1\' O II II t\' II.

A.

D.

I. II.

\'24 40;\')

0 9

\'2.\') 2

1 II. S., I\'rov. Uibl.

Swil., lil. \'228.

id. ;W2. 217.

I 1

Van Wijn, I. :i. |il. 82.

Clibk., III , I.I. S72.

Cr. Si\'iil. lik. Cr. Si\'iil. lik. Cr. Si\'iil. lik. Cr. Sm!, hk. Snit. , lil. 24li.

IC c-

c~ --00

221 i. 228.

Vr. Fr. , Vlll. M. 403.

Cr. Sn Cr. Sn Cr. Sn Cr. Sn Cl\'. Sn Cr. Sn

I. lik.

I. lik.

I. lik.

I. lik.

t. hk.

I. lik.

\' 2:i8.

238.

;il) i 35 52 \'2 1254 48 4 :i4lt;

-ocr page 242-

iJÜH

( il de \\ oiiiii^st\'ii , in de (\'n\'in. Smil. hoeke)! voorkdiiu\'iidc , hlijkl, dal ilf tiu\'i\'slcii van lien , die, oinlmil dezen lijd veroordeeld werden , dl dienst [jenotnen hadden bij de (U\'eheilenquot;, ól\'hun banvonnis van Mei I.quot;)()!) ovei iredfn , órM\'hiildijj waren verklaard aan zeeroovorij. Ken paar aanleekeninnen willen wij daaruit mededeelen , vooral mei belrekking lol de o|i lil. 112 van den leksl vermelde (rinoim\'s vu liiiiine mede-helperv I) /00 werlt;l (ierben (rern\'/xs. , vrij zeker van Oldeboorn , die reeds iti Mei I.\'»(!!) verbannen was, wegens hel ontvangen en huisvesten van llarlinan Gainna oende eenijje sijner complieenquot;, den ill Januari l.\')72 te Leeuwarden onlhoofd. \\ rij zeker had hij zich ook srliuldli; ■jcinaakl aan kerkroof in die stad. ()|i dienzelfden dag werlt;l Sijlkr /\'nMr.s jjehanjjeii weijens inede|ili(\'hti(gt;hei(l aan de knevelarijen door Itaiinian (ianina Ie ii\'nsuin bedreven, oinlrent (\'ani-buir, l ilwellingerija , enz. //ifimtr /\'\'ei/les werd, ook omdat hij bij ijenoeinden llarlinan ilienst ijeuonieu had. den 12 Febr. I .\'gt;72 te I,eenwarden j;eradliraakt. (ieen beier lot ondergingen de cehlelieden V\'Jc/i/h\' h\'oeckcs en ! Uk »sijne hnvsfronw wegens hel logeren van Hartman ende andere knevelaersquot;, 2\'i uren vóórdal de grietman (irij|i van hel bed was geliehl. (Zie bl. \'Jdi hiervoor.) Op den 2()slen Dec. I,\'»7\'l werd de man onlhooltl en de vrouw gehangen.

Maar nog arschuwelijker was hel vonnis, dat /llnm; //iUfsz. van \'I Nieuwland onderging , die reeds in Mei I\'gt;(gt;{) was verbannen , maar dal vonnis had overschreden. Niet alleen, dat hij mede «jeuoemden grieltnan had helpen gevangen nemen en wegvoeren, maar hij had zich ook schuldig gemaakt aan knevelarij en )gt;\'l spoliëren der kerc-ken.quot; I). 7.e ongelukkige werd veroordeeld »aaii een paal te worden «gebonden. met een gloeijende lange driemaal in sijn ligchaaiii ge-«kneepen , voorts aen die zelve paal geworgi , hel ligcliaam op een «Rad geslelt te worden,quot; welk vonnis !l October l.\'»7\'l Ie Leeuwarden aan hem werd voltrokken.

Den 22sten Oct. I.quot;)72 werden (trnr (lecrlx en II(ma vun llul-x/ei» opgehangen , omdat zij dienst genomen hadden onder lli/nini Hoordd (mogelijk dezelfde als llfninrihix Itaonlii , op bl. 210 hiervoor vermeld), zeeroover en geweldenaar en vijf dagen later werd eenzelfde vonnis voltrokken aan Sjncrd //c.v.sr/.v, omdat hij gediend had onder Sickr va/1 \'l\'/r.ixa/i.i (zie\'1 Register), hopman iler rebellen.

Kn zoo zijn er meerdere te vinden in dat zwarte boek der oudheid . merkwaardig, maar dikwijls min verkwikkelijk voor den lezer 1

1) Carol us. t. n. pi.. noemt als con iter modcholpors der Gnnma\'s rollen Si.rlux Jansz.i wellicht moet men daarvoor Oei/e Jansz, lezen, in Mei als imvoncr van Akkrum verbannen. (\'f. Sent, van Marcus.

-ocr page 243-

AANTEEKENINGEN.

I, lil. \'I(gt;. De conii\' van di\' in den Icksl hcdovUlc inoJclvt\'i-klarino luidt als volgt :

))C(i|iii\',

ondcrsclirevenc cerlilieiTC hij inijncn eedI cndt\' in Kdt\'linans »woerden een yejjeljxken die dee.se suilen zien ol\'t liooren leesen, »hoe dal iek int verbniult van de jjeconfedereerdcn niet jjelreden en when dan denr Inductie ende persuasie van eeuvjjhe onder prelrevt »cndu de.vcl van die Spaensche ln([iiisilie die uien seide dat (\'o. «Mal. hier te lande «ilde inlroduccren inilsoaeders oeek om de «slrenjjiehevt ende riguer van de plaeateu op \'I stuck van der reli-«jjie jiemaeckt, uiaer ijeinerckt nauinaels van \\\\e;gt;en Zyne Mal. ver-»claerdl is dalle voorsz. Incpiisitie sonde cesseren ende dat de selve »zijue Mal. tevreedeu is dalter nvenue placaeten souden j;einaeekt «worden ,

«Soe isl dal iek in confederatie van tgeene voois, is de voersz. «Verhundenisse alVgetreedeiL hehhen ende alltreede ende hij desen «rennuciere. In alles deselve en alle andere verclaerende daer en «hoven herejt ende overhoedidi te /iju om zijne Mal. voorsz. in «alles ende jegens een vder ende over al wenvaerdl Zijne Mal. i)e-«lieven sal mij le hevelen Ie dienen, ende alle onderdanichey I Ie «bewijseu, soudei\' eenvge restrictie ofte liinitalie. Des I oerkonde «heh iek uiijn gewoenllvcke liaudlevcken hier ouder geslelt. Aclnni «hinnen leenwaerden :

«Gecollationeerl jegens zeeckere ongeanthen-«lyseerde acte is daerniede bevonden I accor-»de ren naer dal die vnvlen franchojs in ne-«derlantscli duvlsch was overgeset daer van «teneur an d\'audere znle van dese gesclireven «staèl. I\'.ij mij :

)\'lgt;. Kcinskerck.quot;

Aan de keerzijde vindt men hel Frausclu\' stuk eu daaronder : «Bruxelles le 30 Jour de Fehruier l\')66.quot;

Zooals in den tekst is opgenierkl , was hel aldaar aangehaalde stuk van 24 Febr. IsGü, maar wij hebben later bemerkt, dat daar achter volgt: «stilo curiae,quot; zoodat hel volgens de gewone tijdrekening 15()7 was, //\'7 had this oji hl. 41 run den Icksl moeien worden besproken. - Vergelijk over den «stilus curiaequot; o. a. : Mr. J. Minnema ISuma, «Bijdrage tol de (iesch. van het Dijkregl in Friesland,quot; hl. 96, noot 2 en hl. 99. noot 3. - Overigens vindt

-ocr page 244-

A AM\'KKK K.N IXiKN .

men aan hcl slot van dil sink de voljji\'iuli\' woorden: «(ii\'i\'XIralii\'crl Mint zi\'i\'ckcrt\' Hcsolnlic van lt;li\' llertoginne van Parma llngcnlc senile gcvocclil l)ij m-ckciv zwarichfjl bij dfii grave van Ari\'inbcrch »haer hooeheyt lt;lenr doelor l.ljji\'ani van Achelen Rael anjjehraelil »eiide nae eollalie daennede gedaen is bevonden I accorderen bij »inij : I*. Kcinskcrck

Ijirain van Achelen, al koinslig van s Herlogenboseli , was in I.\')()() Kaadsbeer in den Hove van Friesland geworden en gehuwd mel Mevnlje van llovleina. Zie; Slbk. d. jr. Adel.

Over de benaming » (lous/,ie men nog : l.lpe)\' en Dennonl , I. a. nl. , II, bl. (il (nool 11)2) der Aanleekeningen , alsmede hnil. / III hierna.

II, hl. 45. Door dil verhaal wordl de onzekerheid opgeheven, waarmede de dood van (inhhc von Schc//cimi in hel Slbk. v. d, Fr. Alt;lel slaal aangeleekend. Daar loch leesl men in Dl. II, in aanl. 41 op ScheUemn (bl. 214) over Gahhe: »Is nog een jongeling «zijnde , Ie l.eeinvarden ellendig oingekomen en Ie llallnm l)egraven. »Volgens \'1 Hnrmaniabock zelf, zon hij zijn doodgeslagen door gt;\'Kienek van Aylva. Wij hebben,quot; zoo voegen de vervaardigers van hel Slamboek daarbij, »noch van hel\'een , noch van hel ander )gt;iels kunnen vinden.quot;

Maar zie ook aanl. Hi aldaar en ommezijde.

I il hel in den leksl aangehaalde sink blijkt duidelijk, «lal Bnina de bedrijver van dien moord was en niel Kienek van Ayiva : wel was er een Jan van Aylva bij legenwoordig. Wellicht was dil die Johan, welke in de genealogie Van Aylva, in hel Slhk, van den Fr. Adel voorkomt in gen. 5, en alsdan in het volgende jaar (l.j()7) overleden, en gehuwd met Mek, dochter van (Jabbe van Schelteina de oude.

I\'ll aantl. 1 1 en 1(5 op Schelteina , I. a. pl. , blijkl , dal er onzekerheid bestaat of de doodslag aan (iabbe Si/hcthsz. of aan (iabbe Schel/css. werd gepleegd ; zeer waarschijnlijk aan den laatste, daar dit beter mei «Ie tijdrekening overeenkomt. Deze was een volle neef van de vrouw van Johan van Aylva. Daarentegen, als de verslagene inderdaad te. Ilallmn is begraven, dan zon dit meer pleiten voor bel vermoeden, dal hel (iabbe Sybelh.iz, is geweest, daar diens groolondcrs, (Jabbe tie onde en fjels van IJdsma op Groot-Scheltema Ie Fervvcrd gewoond hebben en te llallnm begraven zijn. De ouders van (Jabbe Scheitesz. woonden zeer waarschijnlijk in Groningerland. Zie: (iron. Bijdragen, X, bl. 117.

Vergelijk: Te Water, lil , bl. 28(), onderaan in de nool; daar wordl gezegd, dal Gahhe S. nog een jongeling zijnde, in KiOOdoor toedoen van Kienek van Aylva ongehikkig om \'I leven kwam. Zon

-ocr page 245-

* A MKFK KM V; K V

dal nii\'l oi\'iic vt\'rwarriiijj zijn mi\'l (len inanslai; door IJiima hcdrcvfii i\'

Donwc van (ialama, die lol hel jjczoKiliaii hulioordv, zal \\M\'1 zijn Donwc, zoon van Tonii en (\'nier van .loiiMiia. Min vind! van lii\'in vcitnfld, dal hij in krijgsdii\'ll.sl |jin;j, volgi\'ns M)mini|j(\'n

onder (iraal\' Willem Lodevvijk , en in .........rlojj igt; oinjjvkoiiit\'ii. -

Zie Sllik. v. d. Fr. Adel. MisM\'liicn was hel dit\' (ialama, die liij .Icmminneii .slrml; zie 1)1. 87 van den leks! en lil. t2l7 liiervoor.

Ill, lil. 50. T en opzichte van den loven , waarin de in den leksl quot;enoeinde edelen jjevangen zalen, kiinnen wij hel voljjende vermelden.

Door de welwillendheid van .Ihr. Mr. (\'. I., van Heyina , le Leeuwarden . werd ons inzaffe verleend van hel alsehrill van een )iKraquot;incril uil de kerekvv ijdm;;lie . dal is d\' Kersle l\'rcdiealie «e-«daen . in de Nieuwe kereke lol llarlingeii , j;lienaeiul le vooren »liel illaeuhuijs , en nu de Wesierkereke den 11} IVovli. 1 (ij() uvl »Jesai . eap. \'2 vs. 3, door Wesseliuin Acroniuni, lledienaer des iilieiligen Kvangelij in de jyemejule (quot;hrisli aldaer.

Hel vangt aldus aan: »Kiule in dit luns (nl. hel voormalige »niaenhuis van llarlingen) olie liever in dezen toren , daar aan ten (■Zuidwesten, syn gevangen gesel d\'lldele lleereu eu Kinderen van »liatenl)iir»h , ende de Twee Krie.sche Kdellieden Sjoerdt van Keviua »ende liartuian vau (ialama ,quot; euz. Men vind! het vervolg in ile Tegeuw. Staat van Friesland, 11. lil. (gt;\'24, alsmede aldaar hl. 000 en verder liij Te Water, Verh. der Kilelen, dl. II , lil. 187, in denooi.

Hel bedoelde al\'sehril\'l beval nog iets meer dan in de aangehaalde plaatsen wordt gezegd, doch van geen belang voor ons onderwerp.

(«enoemden toren liet Frits van (irombaeh. Drost van llarlingen, in 1 .jIj bouwen van de steen, die hij in April van dal jaar van het door de (ielder.^ehen verwoestte klooster Ludingakerk bij l.idluru liet aanvoeren. - Zie V. d. Aa , Aardr. Woordenboek , op I.Kilhigd-kerk en Sehotanns, Beschi\'. van Friesland, bl. .\'»(i(i.

Men zie verder hierbij : «le jilallrgrondcn van llarlingen in de werken van AVinsemius, Fmmius en Sehotanns en over de gevangenneming der edelen enz.: I.lpev en Dermont. (iesch, d. Kerkh.. II, bl. 7.gt;—81 der Aantt.

Ken gedicht op Jacob Donker komt voor in De Vrije Fries. \\ , bl. 226.

IV, bl. 50. Ten opziclde van hen. die bij llarlingen werden gevangen genomen . nog hel volgende:

h/lndelol, lt; \'ovk en llingle vertrokken 12 Mei uit Friesland, kwamen 16 Mei te Antwerpen aan en werden denzelfden dag naar Vilvoorden gebraebt.

-ocr page 246-

M VI KKKKM.ViKV

l)i\' lintetthnrgen verlrokkeii \'20 Mi-i oitdor geleide vim Krnsl Aln-lerl , kwamen den 2\'lsteii te Anlwerpen en werden des nuclils eveneens naar Vilvoorden vervoerd. Aanll. uil de Corresj). gt;le Frise , etc. o|gt; \'I Helgisch Archief, mij welwillend verstrekt door den lieer 1,. lT. Renners van Naerssen, te \'s Hage. Vergelijk ook hl. 5H van den tekst.

Sonnninen werden 1 Jnni 15()8 te lirnssel onthootd, nainelijk, behalve Iti\'ijniii (Sent. hl. 7()) en (jnlaimi (aid. hl. Sl|. ook // hig/e, Treslong, l\'r/lier , /gt;lt;■/ / n/ en /{nii/nsee/x: lt;le laatste drie stierven in het catholijke geloof. De volgende edelen waren onroomschen en werden dienzelfden dag onthoofd: de beide /{aletiburgen , Jlax, Hhtis (Sent. hl. 7)i. /) InJelol, .1 next, Lom Curlier, /tiimault, lt;lie alle zeven ook hij llailingen waren gevat ; voorts : Hpendam , Irlur van Hnudichon , l\'ieler en Fili/i // fjd.ile, terw ijl de mede hij llarlingen gevangen genomen Qiiinlijii He twit den volgenden dag in die slad op dezelfde wijze zijn leven liet.

Men zie daarover : Van Vloten , t. a. pi. , hl. iW—-44 en de Bijlagen, o. a. V, VI en Vlll , alsmede: De Navorscher, jr. \\l , hl. 08. Voorts zie men Te Water, t. a, pl., U , hl. 1.gt;21 over: D\'Andelol; hl. 190, over: Q. Henoit ; hl. \'21 (i, over: Max. Blois ; hl. 1507 (en IV, hl. 4U!J), over C. Hnivnseels ; hl. ;il8. over: .1. Kinnaiilt ; hl. , over : l\'h. Triest ; hl. IJ55 , over : lgt;. de la Valle en hl. 1578 , over : Ph. Wingle. Zie ook : Kronijk van .Ihr. Kengers ten Post , I , hl. 328.

In » D\'onstelde Leeuw,quot; hl. 307, vindt men een verhaal over eenige Ainsterdanische vluchtelingen, die niet een klein gebrekkig vaartuig naar Kmden zouden stevenen en daar later ook »iiac veele «siicklens en armoedequot; aankwamen; ook leest men daar over een ander vaartuig : »de schuyt kreegh een leek en meenende nae Harlin-).gen over te sleecken, sagen zij twee schepen malkandcren aen »])oort klampen , en hier in wnaren de Ileeren nm Hulenhurgli.

V, hl. 5!). Hel smeekschrift van // illem van Huma, waarvan ons indertijd door vriendelijke bemiddeling van Mr. .1. Dirks, nit het Brusselsch Archief, een afschrift werd verstrekt en waarvan wij in den tekst den hoofdzakelijken inbond hebben medegedeeld, vindt men verme hl hij : Van Vloten , t. a. pl., 1 , hl. 270.

liet ons nit Brussel toegezonden en daarbij behoorend certificaat van den provoost Granwels , wordt niet door Van Vloten vermeld. Het luidt als volgt :

»Noiis Jehan Granweels , prévosl de la court , certillons par ces-wies pour Ia verité (de cc estant requis) , que entre plusieurs pri-)gt;sonniers de Harlinge , en Frise , il y a este constilué prisonnier Willem Bonga , frison . leqnel estoit chargé d\'avoir signé je com-

242

-ocr page 247-

\\ \\ M I f h tMNCI

xproinls iIcn conl\'édtii\'cz de Fi\'isc el en onllie d\'avoii1 (\'(iiiitnl^ i|iiel-«qnc hominde , diilt;|iiel il se iiré.sentoil dell\'etidre el deM liarijer; par-wqiioy a ledit Willem Honga par ikhis esle delivré in Ltotmicr, «fayant en advis des coinmissaires a 1° exaininalidti des dils pi iso-nniers députcz l)| ens mains dn lieiitenanl dn procureur jjeneral de «Frise , a Leenwarde , Ie WVe de Jninn dernier passé, ponr par )iiedil procureur general on son lieulenanl eslre pi\'océdé conlre le.dil »lionna , el en faire la poursnite ordinaire de Jnsliee comine ils xlrouveroienl convenir. En tesmoiiijf de vérile a\\ cesles sonhsiijné ))par mon sein;; inannel , Ie qninsiesme jour d\'avpril , 1\'an mille »cin(,q cent soixanle nepl, avanl l\'asqnes.

(sijjné) .1. (iranuels.quot;

Naar hel origineel op hel Koninkl. Archief Ie Urnssel , nil de »Conseil des Ironldes,quot; \\, foi. 157, - Hel smeeksehriH koml aldaar voor op 1)1. 15G. - Hel jaar liili? zal zeker liofslijl zijn (zie 1)1. \'iH!) hiervoor) en dns zal men moeien lezen: I.ViK, daar iinina in Mei l.quot;)!)? werd gevangen genomen. - Zie ook: V. Violen, 1. a. pl.

Zijn (loodvonni.i wordl in de Senl. van Alva , door Marcns , op hl. \'.iy.\'t vernield ; daarin wordl niel over den door hem beganen manslag, maar alleen over zijne deelname aan\'I Verltond gesproken, waarvan hij , zooals Mijkl , aanvankelijk «as vrijquot;espr()ken.

In den lekst , 1)1. 57. hebben «ij op gezach van Ant. .Iz. vermeld, dal Buma Tl .Inni (1507) van llarlingen naar I.eenwarden werd vervoerd en drie dagen laler in vrijheid werd gesleld , maar misschien is hel meer juisl , dal hij niet den 22slen , maar den 25sten (volgens bovenslaand cerlilicaal) is vervoerd , daarna in vrijheid werd gesleld , zooals Scholanns vermeldl . en laler weder gevangen genomen werd. I il liiima\'s reqnesl schijnl men echter Ie. moeien opmaken . dal hij wel vrijgesproken . maar niel losjjelaten is. - Zie: V. Vloten, t. a, pl. 2)

VI, bl. 60. Over Jean GraHweh en Rouintcrt 1 /vV.s\'w/, dit^ beiden een vrij belangrijke rol hebben gespeeld in het drama van hen , die in .Hei 1507 Ie llarlingen werden gevangen genomen , willen wij nog mei een enkel woord het volgende mededeelen.

./citti Gr au wd Is , gewoonlijk de »Koode Hoequot; en Spelle bijgenaamd , was Provoost Maarschalk van Itraband en een zeer wreed en geldgierig mensch. De gesehiedschrijver Hooft schrijn in zijne Nederl. Hisl. , lol. 1\'KJ : )gt;|)e Iloo Koe ./lt;ni Grore/x , Spelle ;|ei)\\-xnaemt , reed van gewest tol gewest , volmaakende , \'t geen aan de »felheit der gewoonlijke vierschaaren te kort schoot.quot;

17

1

N.l. Parijs en (Charles, zio den tekst en het Smeekschrift van Buma.

-ocr page 248-

A A VI KKKK.MMi gt; gt;

In ilc Aiint. op dat werk door Dr. W. Hecker leesl men : „/), /)0() /toe. Aldus werd gemeenlijk de Schout geheeten naar «het teeken dat hij gewoon was in de hand te dragen , om alzoo xzijn bloedig ampl waardiglijk voor te stellen.quot; Zie ook : Hotley , t, a. nl. , II , 1)1. 2i)8 en XW.

Binnen weinige maanden , nadat hij hel doodvonnis ovei ijnma had uitgesproken , werd hij bij den Hertog van Alva aangeklaagd wegens zijne grenzelooze geidalpersingen. Na onderzoek bleek het, dal dit volkomen jnisl was en \'I gevolg daarvan was, dat A va zonder veel omweoen hein exeinplair liet slrallen. Op uen luien Februari 1569 onderging hij hel lol van zoovele ongelukkigen , die onschuldig door hem Ier galg waren gedoemd , om hunne schatten meester te worden. Hij werd dien dag te Urussel opge-hanuen , terwijl t«ee zijner dienaren , die hem in het uitvoeren zijner hebzuchtige plannen hadden gediend , ieder aan een der palen van de galg vastgehouden en met roeden gegeeseld werden. - »igt;jn «Sentencie zegt Bor , ).was op een Pampier geschreven ende op «zijn Borst gestel! waarvan de hoofdzakelijke inhoud was , »dat «hij vele personen zonder schriftelijk bevel ter dood had gebragt ten aan den anderen kant zich had laten omkoopen om vele schu -„digen heimelijk aan de straf te onttrekken.quot; |)e beide medehelperquot; van den Provoost, die getuige moesten zijn van het treurig uiteinde van hun Meester, kregen ieder een soortgelijk placaal op de borst, waarin hunne inedej)liehli{»heid werd vermeld. - Zie . Bor, Nederl. Hist. , 5e boek , bl. 194 , r.-v. en Gabbema , t. a. pi., bl. 493.

Wat Hommerl Frie.tma aangaat, hiervan kunnen wij nog het

volgende vermelden. i n

In het Museum van het Fr. Genootschap te Leeuwarden bevin.lt zich nog een voorwerp, dat ons aan dezen ontaarden l\'ries herinnert, nl. een «uitstekende houten arm en vuistquot; en een daarbij behoorende »zwarl geverfden steen met uilgehoiiwen en vergulde «lettersquot;, bevattende het volgende opschrift: „ .

»I)ese fuyst is iu de jaere MVc en LXX1IH de XXVII Octob. jgt;ter ordonnantie van den Hove gestelt tot ineniorie dat Karste •Luytiesz va Oislerwolde, Hommert Friesma, grietman va Stel-xlingwerf Oisteymle , in seeckere executie naer Smaedighe woorden »oick fejtelick weilergestaè, gewondt, ende ter aerde geslaghe heeft.

Deze Karste Lnjtthiesz. was door oenoemden grietman onderscheidene malen aangemaand , om te voldoen aan de uitspraak van een vonnis, hetwelk het gerecht van 0. Stellingwerf had gewezen ten zijnen nadeele. Niet alleen weigerde hij dit, maar hij overlaadde den grietman met scheldwoorden en sloeg hem met een xschavelijn ofte sprinkstockquot; (pols) zoodanig op het hoofd , dat hij hem door den hoed heen verwondde en de grietman in eene opge-

•i\'l\'l

-ocr page 249-

A A VI f f KI MMit \\.

ilrü(»|j(le sloot neilerviel. De inisdailiijiT weril liij ili\'ii llnvi\' ■■i.iiijjc-klaagd , Icnifevolgi! waarvan hij veroordechl werd , om mei onl-hlooli\'ii hooliiv , barrevoets , in linnen klucderen , met een hrandetide toorts in lt;le linkerhand en de rechterhand {jebonden op den rnquot; , voor den Hove te verschijnen en daar, op de knieën lij|gcndc , verjjill\'enis voor /.ijn euveldaad te vi-ajgt;en aan (iod en de justilie en voorts eene boete te betalen van -flH) jjiddcn ten voordeele des Ko-ninijs , terwijl hij Inmiddels zoolan» in de jgt;evan}{enis moest blijven . totdat deze boete met de kosten zou zijn betaald. Kvenccns moest hij veryiflenis vi\'ayen aan den gerechte zijner grietenij en werd dooiden llove bevolen , dat de bedoelde vuist in den mniir van \'s Hols (ierechtszaal moest worden geplaatst.

Bovendien moest de veroordeelde het volgende gebed uitspreken :

»l)at ick mijnen (irietman , doende van wegen (\'o. Mat. executie , «niet alleen hebbe geresisteert met woorden , dan deselve fevtelijck «mede wederstaen ; slaende hem een wonde in zijn hooft . is mij «van harten leedt. Bidde daeromme (iodt ende die justitie om ver-«giffenisse ende soe verre ick tselve met en hadde gedaen , sonde «tselve om gheen goet ter werelt willen doen.quot;

Volgens het Stbk. van den Fr. Adel: Ajtta , aant. 13, was flommerl de zoon van Gerrit en Sydts Sjoerdtsdr. van (\'amstra , en is hij ook gehuwd geweest. hetgeen ook blijkt uit de Conscr. Exulnm.

Zie : Catalogus v. h. Museum van het Friesch (tenoolschap, bl. 129 , no. 1117. Aant. uit het l\'i ov. Archief van Friesland. Tegenwoordige St. van Fr. , II , bl. i)2. Schotanus , Fr. (iesch. , fol. 743 ; Winsemius , llist. , fol. 523 en Kronijk , bl. rgt;;i8 en ()8\'l ; V. Sininia . N. Naamlijst . bl. 1190.

VII, bl, 71. De lir.stcllitigshriej luidt aldus, blijkens eene «Copiaquot;, door Hoiniue van Hettinga zelf gecopieerd :

«Copia.

«Wjr I.odewich Grave tzo Nassou Katzenelenbogen \\ ianden und «üietz Heer zu Beylstein , u. Thun kundt nude tzo wissen men-«niglichem , das wir den Kdleu und Erhvesten unsen lieben beson-«deren und getrouwen Homme Hettinga besteld! und angenomen «hebben tzn eincm Hopman uber etzliche knecht, und ha ben den «befohlen und auferlegi, wes er sich zu verhalten. 1st also unsern «gunstich geliewen und lleissige bilt an allein den Jenigen soe dieses »unseres schreibens vorkhommen wirt, die welcken gemelten Homme , «Hettinga den Jenighen soe ehr mit innen handlen und abreden »wirt, allen glauben tzo tznstellen auch es gewislich darvor halten »das diese kriges rustungh nicht tegen dat heillige reich gehen soil, «noch das die Jenigen soe sich hirinne werden bestellen laessen «tegen die revue lehr des godtlicken wordt/, geucrley wisquot; (vis =r

-ocr page 250-

K WI KKK

iivweUli*) «solli\'ii yohraiichl werden, somier das sie. cineu chrisl-«lickcii mul eilickeu herren und ;;iille heziiiinjjli haben sollen. Des ^»tzo Orcondl haben wir dis schrei hen nivl eigner handt undcr-pzeichnel mul mil nnsern aufl\'gedrnielen secret befestigl dato lt;len »X Aprilis 15G8.

)gt;(gt;eco|tiert ende gecolialioncrt tegen hor principidl hij mij Koniino )gt;van llettinga.quot; Dan volgt de omlerteekening : «Hommo van Hel-ctinga.quot;

Naar een afschrilt genomen nit : «Archives de la I5elgi(|iie , l\'a-«piers d\'Etal. (lorrespoiulance dn dnc d\'Albe snr la Imtaille d llev-»ligerlee lol. 0 . mij welwillend ter inzage verstrekt door den Heer Kengers van Naersen , te \'s llage.

VIII, hl. 7:5. Men vindt die verklaring in Dl. Ill van het Charterboek, bl. l\'.VJ , waarin wij voor het eerst in eene Friesche oorkonde den naam : yGoexenquot; ((ïeu/.en) aantrollen. De namen der weigerachtigen worden aldaar ten getale van zeer onduidelijk

opgegeven, (iabbema , Verhaal van Leeuwarden, bl. 510, 511 en ölW vermeldt de volgende «// namen : Doecke vun Martenn. He.tte vnn Dekanm , He.He en doffe van Jchinsrn , /lienck en va ii (\'(iDiminglia , Sierck run Do ui a , Doder (ij.therl en (\'hnsloffel vin y/rensmn , Meester i\'ecke lilinla en Doder Joliiin vu» Tijara.

IX, bl. 77. Onder de meergemelde stukken, mij door den Heer Kengers van Naersen welw illend toegezonden , komt ook voor een verhaal , waarin het wedervaren wordt vermeld van zekeren advocaat Boudewijn Mamminga, die in Mei li)l)8 eene poging aanwendde, om zijnen oom, den bekenden Cornelis Kern pis, die destijds in Appingadam woonde, nil zijne woonplaats te bevrijden, daar de inwoners dezer plaats toen zeer bezwaard waren met het krijgsvolk iler Xassausche graven ; zie den tekst , t. a. pl. De jeugdige Mamminga , destijds \'20 jaren oud, werd in bedoelde maand bij zijn oom Malthijs Rommerts «Isavondls ten eten verzocht , die met hem overlegde op welke wijze Cornelis Keinpis het best uit zijne woonplaats zou kunnen geraken. Na eenig praten nam de jeugdige Mamminga op zich dit te beproeven. Rommerts zou hem »een oepen brielVquot; inedegeven , waarin hij aan Kempis zou inede-deelen , dat Rommerts\' vrouw »ter doet toe cranck waere, versoee-»kende deshalven dat Kempis ende zijn huysvrouwequot; zich haasten zouden over te komen , ten einde «hun suster noch eens te spreken. Die «cranekheytquot; was echter «versiert.quot; Mamminga toog op weg , kwam in Appingadam en overhandigde aan Kempis den brief, waarna hij de plaats weder meende te verlaten , maar dit ging zoo gemakkelijk niet. Hij werd door de wachten niet uitgelaten. Hierop

-ocr page 251-

UMTF.K KMXil X.

buguf liij zich naar Homnio van llcllinya , maar ook (leze verklaarde, hein niet te kunnen helpen. Daarop kwam de zoon van Alle Teijes , wlrawanl van l)r. Tzalinck Eysini\'haquot; hij hem , die hein verzocht «hij zijnen heerequot; te komen. Hieraan voldeed hij , maar deze onl-vini; hem alles hehalve vriendelijk en gaf hem te kennen , dat hij hem niet vertrouwde en heni voor een spion hield , hetgeen Kvsinga ook aan den (iraai\'van Nassau mededeelde. Kort daarna kwam Selsma hij Kempis en deelde hem mede, dal men van voornemens was, Mamminga gevangen Ie nemen , die van dit plan door /.ijn gastheer al spoedig in kennis werd gesteld , en Mamminga dil hoorende , «is ten eynde van zijnen raedt geweest.quot; Tot zijn geluk was de Aht van Oldeklooster toen in Appingadam , die aan Kvsinga heluofd had al het zilverwerk uil zijn klooster te halen en hem te overhandigen. Deze kreeg verlui\', om de plaats te dien einde te verlaten en zich naar zijn klooster te hegeven, hetwelk hij aan Kempis mededeelde. Mamminga dil vernemende . volgde den abt , alsof hij zijn dienaar was en kwam op die wijze de. stad uil.

Cornelis Kempis was , volgens Sulfridus l\'etrus , gehuwd mei (ïecske Faesma; zie aldaar, i. v.

X, hl. 107. lietrelleiule enkele roorenjeii, in sommige kerken in Friesland gepleegd door de //a/ergeuzen , vonden w ij later het volgende vermeld in een uittreksel van : «Hel hoek der rekening van «de gecoinmitteerden voor de heneliciale goederen in Oostergo a0.

welk helangrijk handschrift in zijn geheel eerlang indruk zal worden uitgegeven door de ijverige hemoeingen van l)r. .). Heitsma , lloogleeraar te (ironingen , die ons hedoeld uittreksel uel-willend ter inzage heeft verstrekt. Zie voorshands de Oudheidk. Plaatshesehr. van Kollunierland , 2e gedeelte , hl. ■|\'22.

Daaruit hlijkl dan, lt;lal llartman Gauma in of omtrent 1 .\')72 hel zilverwerk uil de kerk van fdaanl gestolen had , o. a. een cihorium , die hij «tsluckcn brekende inde luijsse gestekenquot; had. in (houw legde men hem ook ten laste , dal hij «twee silver kelkenquot; had medegenomen. Men wisl hel niet zeker; \'Ikon ook zijn dat «ander «hovenquot; (boeven) dal «bij nachtequot; gedaan hadden , want men had opgemerkt , dat «sinorgens Iglas inslucken was.quot; Zijn broeder Watze had «dree silver olijvaten met een silver paesquot; inedegenoiiien. I) \'I\'e Aegnm was hel zilverwerk «bij de vrijbuiteronquot; 15erut Holler lt;■11 Siurdt Keitsesz. weggenomen, «lt;larvaii Sybolt Aysma hekent oock «kennisse te hebben doer de vorsz. hernl ende Siurdts eigen beken-»tenis.quot; Ook uit de kerk te f\'riens waren )gt;(ie kleinodiën vorlangs «al doer frijhuiters end andere genomen ,quot; terwijl ook «de glasen «ende venslere Islucken gebrokenquot; waren. De soldaten van Tiele van Hetlinga , uit Sneek komende (zie bi. hiervoor), hadden

1) Zie over de Gauma\'s. bl. II-, Bijlage li. 111 en Bijlage li.

-ocr page 252-

\\ K M F.F.K K.Mgt;(iF.gt; .

zilverwerk «licngehiiell uit de kereke van 7creool. »1 svlvei«cn\'k »ende ineiiblen der kerkequot; van Hol went waren «omtrent acht iar vijeleden (i|) twee diverse lijden l)ij de frijhnilers le weten gisbert »gt;H,rrilsz. cml nachlegall van Vlissin[jcii omlrcnt hondcrl man slarck »nit de kerke genomenquot; (zie 1)1. Ill) en ook le Brantgum en Aahuvi was »tsilverwcrckquot; door vrijbuilers , o. a. Ulck van Wyrum mei Iwee anderen weggenomen »uvl de kereke doer tglas. Je Jnjmn had »de nie waerl op Anielanlquot; (nieuwe bnrglvoogd van den\' Heer van Ameland?) fint iar 157:$ een vergulden kelck geno-)gt;mcnquot; en «Douwe Glins to groninghen afl\'gehouwenquot; (zie bl. 12» hiervoor) had er «een kelck mei eyboriequot; weggehaald. ïe Sibran-dahuis hadden de «l\'rijbuters vuvl de seequot;, waaronder »dur met ge-)gt;west Tjepke .loukesz. fribulerquot; veel zilverwerk medegenoinen. Ook le Deersimi , //cmjjens , iVieJum , H miswerd, //e/zenx , Ke,Eng-wierum , I.ioesscns , Uoodkcrk , Hirdaard en andere plaalsen w aren door de «IVijhutersquot; of »knevelaer.squot; veel zilverwerk en miskleederen weggehaald , soms «onder predicaliequot;, zooals le Liocssens of op «allerhïlgen merkdachquot;, maar meestal des nachts «doer \'I glas «vuvl sacramenlshuisquot;, zooals te Welzens en te Ee , terwijl in de meeste dier dorpen lt;le «glasen , doeren ofte vensterenquot; gebroken en vernield waren.

it ij v o i: lt;gt; i \\ lt;gt;•

Hoewel misschien niet bepaald op Friesland betrekking hebbende , kiinnen quot;ij niet nalaten te vermelden, dal Jr. Onno van Haren m het midden der vorige eeuw eene groole schilderij bezat , die in onderscheidene tafereelen de gesteldheid «der zaken\' voorstelde van hel beo in der beroerten tot in het midden van lo/\'_. «r.en der «hoofdlafereelen vertoonde de Prinses van Pannaquot;, zoo vcriueldl ons Halbertsma , «hebbende Granvelle aan de regler zijde , die haar «met eenen blaasbalg in het oor blies, terwijl Barlaiinont , \\ iglms «en anderen van die kleur, hare linker zijde dekten. Al de edelen «la(ren op eenen rei voor haar op de knieën , elk met het wipen «zijner provincie op de borst. terw ijl Ikcderode hel smeekschrift «overhandigde. Achter de edelen , meer geweken op den achter-«orond , stonden Spanjaarden.quot; Onno had ze gevonden m den winkel van den zilversmid Jelgerhuis te Leeuwarden boven den toonbank. Uit hetgeen daar verder wordt medogedecl.l, schijnt hel, dal er meerdere exemplaren geweest zijn. Waar zijn zi\' gebleven. Dit de wapens zou men kunnen opmaken ol er ook triezen bij de aanbieding van hel Smeekschrift zijn geweest. - Zie; Halbertsma s Lelterk. Naoogst, I. bl. 4!)5 en Catal. der Sled. Kunslverz. van Leeuwarden, door W. Lekhofl , bl. .il2.

-ocr page 253-

VERBETERINGEN.

N.B. Men zie vooral noot 1 op 1)1. 93 van lt;lt\'ii tekst.

De voornaamste misstellingen zijn lt;le volgende;

Rladz.

fi , noot : k) 22 , lees : Jaargang 22.

10, regel 16 van boven: wordt toegeschreven aan, lees wordt gezegd. , . r

15 en Ifi: zie eene verheterinjquot; hierover in Aanteckemng /, hl.

1!) , r. 5 v. o. : Renisse , lees: Renesse.

2\'» , r. .\') v. h. : er , lees ■ u.

20, r. 10 v. o.; geboren uil Johan van Binna; zie daarover eene verbetering in flijhiqe 15, I . no. 7. Noot I behoort te staan bij noot \'2 op hl. 25.

27 , r. 10 v. b. : Traling, lees: Tzaling.

28 , r. H v. b. : in , lees ■ en.

29 , r. I I v. h. : Overijsel, lees Overijssel.

30, r. 12 v. o. ; den roonisehen eerédienst , iees: de roomsche eeredienst, enz.

« r. 7 v. o. : werden zij (i*), lees. werden de Gcdeputecrdun.

32 , r. 3 v. b. : Doyte , lees Doylze.

Verder kan tot aanvulling dienen, van hetgeen daar vermeld wordt, dal Areinberg, blijkens eene oorkonde d.d. 8 Januari 15(57, berustende op \'t l\'rov. Archief van Friesland, [die ons eerst later onder de oogen is gekomen |, kort te voren «niet voele knechten ende «ellvcke niyteren binnen den convente van Rergumquot; gekomen was. Men had dit in Leeuwarden vernomen en tevens ging het gerucht, »datter noch wel meer knechten ende ruvteren corths by zijne ge-»uacde sullen conien.quot; Eenige «trelllvcke personen ende Ivmiebbers «van dese landenquot; droegen aan den advocaat l)r. Peter Rienwerdts op, den (Jedeputeerden aan Ie sporen, om te overleggen, wat men zou doen, om hunne aankomst te verhinderen met «beqnaeme mid-«delen ende voorsiaegenquot; en daarvoor met den Stadhouder in overleg te treden. Dit geschiedde dan ook bij missive van bovenvermelden

dat..... aan de (iedeputeerden : Haring van (dins (oppe Schingen),

Rnurd van Roorda (te llennaard), Watthie van Cammingha (te Wirdum) en Mr. Tjej)ke van Oenerna (te Sneek). Daarop werden Seerp Mania, Rurgemeester van Leeuwarden, Allert Jacobs/,., schepen en lt;le twee hoofdadvocaten: Frederik van Inthiema en (ivsbert

-ocr page 254-

N KKIII. I FIU\\(JKN

van AmiMiia naar den Slaillionder gezonden, die hun den llden dier maand dan ook toezeide, dat zij van wCiarnizoenquot; vrij zonden zijn. «Hier af passeerde Vreinberg da|gt;en later een Handschriftquot; te Bergnm, waarin iiij tevens verklaarde, dal hij geen krijgsvolk in de stad zon hrengen , maar «alleenlijck daer inne. coeinen met «onsen gesin eiule die Invden van onse gnarde van vijtltieh peerden gt;gt;oft daaromtrent.quot; Overigens zon hij niemand om \'I gebeurde «apprehenderen ofte in gevanekenisse stellen laetenquot; en mocht het blijken, dat dit aan de (ionvernanle «nyet aengenaenie en waere, «zullen w ij ons beste doen dat den genen die zullen w illen vertrecken «daertoe redelijcker tijl gegeven ende gegunt zall worden.quot; hven-wel vertrouwden zij den Stadhouder niet en velen, zooals in den leks! is verhaald, jiaklcn zich in lijds weg.

Oorkonde uit \'t l\'rov. Archief van Friesland, in verband met hl. 7;W), 7)18 en 741 van Schotanus\' (iesch. van Friesland. Zie over Arembcig\'s lijfwacht, hl. \'l\'l van onzen tekst.

Illi , noot 2 : hl. 410, lees: hl, 24. ^

, i-, || v. b. : Douwe van Heringa; zie daarover: Hjh\'ge 15, I , no. 24.

noot 2; bl. 413 en 419, lees: hl. 27 en IJH.

(17 : zie eene verbetering hiervan op bl. I()7.

(iO , r. (\') v. o. : vierde , lees ■ derde.

71 , r. || v. b. : 2:!(), lees: \'270; zie bl. 212 der /lij la gen.

lt;)1 ( r, :i o, in de noot: Maamlijst van strijders./era ,■ Naamlijst van /\'rieschc strijders.

107: (iroesbceck volgde Me.gen niet op, maar hij was diens luitenant ; (\'hbk., III, 7HI.

I 10 : in noot I hij Ie voegen ■ zie bl. 88 en 100.

112: achter «voorspeldenquot; (r. 3 v. o.) Ir voegen: noot \'2: zie: Hij la ge K.

120, noot I : hl. 498, lees: bl. I 12.

122, in noot 3 Ie lezen: /\'\'riesche \\V aleijieuzen.

ri7 , r. 8 v. b. : Den 17den der volgende maand, lees: Den 17den December; Motley , t. a. pi., Ill, bl. l.M, zegt: 18 December.

151. 242 der Jrnil. Over hetgeen aldaar uit » D\'onstelde Leeuwquot; wordt aangehaald, zie men nog: Mr. .1. van l.ennep , «Verspreide opstellen,quot; |ed. 1878|, bl. 310, waar echter, heigeen sommige andere schrijvers ook vermelden, wordt gezegd, dal ook ////«w/«»/ zich op het bewuste schip van Donker bevond, hetgeen, zooals uit ons verhaal kan blijken, eene dwaling\' is.

-ocr page 255-

REGISTER VAN PERSONEN.

N.B. De vet jjodnikte cijfers duiden de bladzijden in de llijtn^eit en /(i)ileekeningeii aan.

Abheina, (Kdu van) l!7, 133; 167-171.

Alihe.sz., (Heer Jacob) 164, Abbesz., (Ilr. Syltbie) 154, 1 55.

Abbesz., (Ude) \'221.

Abelsz., (Focke) : 223.

236.

Abelsz., (Jan) 74, 83, 84, 87,

93, 97, 99, 100; 223. Abels/.., (Tamme) 93, 97; 223. Ablesz., (llr. Syl)e) 163.

Vcliclen, (Igram van) 240. Ae.binga (Helle en (ioll\'e van) 246. Ajjjfenia, (Alef van) 3(3,07,08;

167, 168. 169, 171.

Alt;{igt;es, (Popiie) 218.

Ailzema, (llr. Schelle) 158. Alberts, (Wybe) 414; 171.

Alva, (llerlog van) 00, 83,8quot;),

80, 87, 89, 147.

Ammama, (Joacbnm van) 209. Andries, (Meer) 156.

Andriesz., (Johannes) 224. Andriesz., (Hr. Michel) 156. Andrinjja , ((Jolle en \'i\'jeerd van)

170, 202.

Aiulringa, (Jarich en Jorrit v.)

202 (noot).

Andringa , (Tjerck van) I2()(nool). Annesz. , (Foppe) 224.

An.sckes, (Sipcke) 185.

Anlboni, de chirurgijn, 213,218. Anlonins, (Heer) 158.

Arcke ns, (Everard) 170, 188, 218.

Aretnherg, zie op; Ijgne. Arendlsz., (Hr. Jacob), 160. Arendlsz., (Magnus) 100. Arensnia, (Chri.stollel van) 246. Arensrna , ((iijsberl en (\'hrisloll\'el

van) 246. 249.

Arriens, (Jan en l\'ieler) 224. Arnoldns, (Heer) 162.

Ayko, (Heer) 158.

Aylva, (Jan van) 44.

Avlva, (l\'ieler van) 170, 202, \'214.

Aylva, (l\'lbe. van) 120 (nool). Aylva, (Wallhie van) 169,187. Aylva, Wybrandl van) 170, 202. Avsma, (Koeke van) 0quot;); 169,

187, 220.

Avsina, (Hessel van) 170,202, 213.

Avsma, (Svboll van) 169,188, 246.

Aylla, (Rinllje van) 100, 102. Aylla, (Viglins van) .quot;)4, .\')9, 140; 248.

Barlavmonl, ((iillis- van), 80,

120, 125.

Basins, (Jan) 70, 94, 14.\'); 213, 214.

Balenburg, (l)irck en (iijsberl)

40—57, 58; 241, 242. Bergen, (Adriaan van) 95. Berrijns, (l\'ieler) 20.

Beynia , (Sjoerl van) 25, 33, 34, 43, 47 , 52 , 58 , 07 ,


-ocr page 256-

K F.ttlSTf.R

93; 167, 168, 169, 171, 232, 241

Billy , zie igt;]i: Robles.

Bocke , knecht van Donia, 219.

Boeymer, (Ahcl van) 131$.

Boeymer, (Engelberl van) .)\'2 . ;gt;7.

Bogerman, (Hr. Johannes) 158.

Bonga, (Jan van) 36, 07, 08, 70, 7(;, 87, 96, 133, 134, 136; 164-170, 172, 213, 217, 225.

Bootsma, (Epo van) 66 ; 168,173.

Bornslra, (Egbert en Jurrien), zie (gt;|i: Wybrantilsz.

Boshuizen, (Jan van) 75, 76: 228.

Bossu , (Graaf van) 74 , 75 ,145 ; 228.

Botnia, (Jelle van) 133; 170, 202.

Botnia, (Syds van) 133; 170, 203.

Bracamonle , (Gonsalvo de) 74,80.

Brederode, (Hendrik van) 6,7, 17, 18, \'22, 25, 33, 39, 43, 45, 46.

Brederode, (Lodewijk van) 96.

Brioticxz., (Lolcke) 52.

Broerckesz., (Marlen) 225.

Broersma , (Menwo.) 215.

Bronckhorst, 139.

Brun.swyck , (Eric van) 86.

Brnynsina, (Helle) 215.

Bucren , (Quinlijn van) 32, 41, 72, 78.

Bmna, (Holze van) 132, 134; 170, 203, 214.

Bmna , (Taecke van) 54, 57.

Bmna, (Willem van) 26, 43, 52 , 57 , 58, 59, 67 ; 165, 170, 173, 232, 242.

Bunnania, (Geniine van) 169, 188.

Bunnania , (Upcke van) 169,189.

Cainminghu, (Picter van) 103, 116, 133, 141; 170, 203.

Caimningha, (Watze van), 146;

246. 249.

Camslra, (Foppe van) 66; 174. Camslra , (Honinie van) 215,217. Charles, (Jean- of Joh. Carolns)

18, 54, 62, 64.

Claes, van Docknm, 225.

Claes, van Nijezijl, 129; 225. Claesz., (Jan) 225.

Claes, (Heer) 159.

Claes, clockgieter, 77; 213. Conraet, (Hans) 79, 80. Coquillan, (Wouter) 169, 189. Corbel, (Philips) 141.

Cornells, bijFraneker, 129:225. Cornelisz., (Cornells) 66: 168, 174.

Croenenbureh , (Adriaen van)

230. f)

Dekema , (Helle van) 53 : 246. Dekema , (Rieuck van) 135. Dielbeeck , (Jacques) 230.

Diericx , (Hr. Wyger) 161. Dircksdr., (MachU\'ll) 220. l)oesburgli,(Hr. llendericus) 156. Donia, (Syds van) 143; 169, 189

Donia, (Sierck van) 145; 246. Donker, (Jacob) 47 ; 240.

Dolies , (Broer) 230.

Domna, (Domve van) 169, 191. Domna, (Epo van) 33, 34, 66; 174.

Domna, (Krasinus van) 77 ;

169, 191 , 213.

Domna, (Foppe van) 169 , 191. Domna, (Idzanl van) 169. 191. Douwes , (Hoyte) 225.


t) Zie over hem on zijn neef Jacob van (\'roononhurch , ons opstel in het Tijdschrift; ,.!)( Ncderl. Leeuwquot;, jnarg. 1887.

-ocr page 257-

V A gt;\' PRRSOMRil.

25.\'$

El\'oli , (Prins van) 61.

Eclkesz., (Hr. Douwc) 154, 155. Ei\'lsina , (Jolie van) 36, 68, 96, 122, 128; 167, 168, 175, 225.

Eelsma, (Wlacr van) 169,192. Ecmskerck , (l)irck van) 219. Eemskc.rck , (Piclcr van) 239. Ejjtnoud , (Frits van) 18.

Eliacus , (Hr. Maiiinns) 160. Ellens, (Jnrriaen) 123; 226. Eniinga , (Bolle van) 169, 192. Kmitijja , (Hessel van) 169. 192. Eniinga, (Sjuck van) 37, 65, 70, 77, %, 133; 177, 213, 226.

Kniinga , (Syds van) 169, 192. K.nlens , (Asinga) 210.

Unions, (Barlhold) 12 , 96,

106 , 115 : 211.

Espclhacli , (George van) 48. Everards, (Lieven) 54, 62,64. Kverardus , (Heer) 159.

Evers , (Herman) 100.

Eysinga, (Frans van) 66; 167,

168, 175.

Kvsinga , (Focke en Rilske van)

67; 168, 176, 192.

Kvsinga, (Tzaling van) 27, 67, \'68, 70, 75, 87 ; 167, 168,

169, 176, 213, 217,218.

Feddesz. , (Mr. Tjebbe) 157. Feddesz. , (Svlke) 236, 238. Fernia , (Alle) 169, 193. Feylsina , (Hessel van-, van Hui-ziiin en van Peins) 37, 66. 77; 177, 213.

Feyles , (llieiner) 236, 238. Fiennes , ((inislain de) 95. Florisz. , ((ierril), 65 , 66 ; 178, 213.

Fiiccki\'s, (Tjebbe) 236, 238. Foensz., (Hr, Folekerl) 158. Fonck , ((/ornelis) 67; 169,

192, 213.

Fongers, (Sierck) 169 , 192.

Fredericus , (Heer) 160.

F re rick , (Heer) 160.

Friese , (Meinerl) 96 ; 226. Friesina , (Rominerl) 60 ; 243. Frisvogel, (Ebel en Gerbranl

Silliesz.) 221.

Frilleina , (Reinier) 111.

Gabbema , (Edo) 203 , 226. Gabbes , (Foppe) 118.

Gabbes , (Jelmer) 226.

Galama, (Douwe van) 44, 88;

217, 218, 240.

Galama , (Harlman van) 25 , 33 , 34 . 43 , 57 , 66. 79 ; 167, 168, 178, 232, 241. Galama, (Seerp van) 53, 88,

133; 169, 193, 218. Galama, (Taco van) 169, 193. Galmerv , (Hr. Jacob) 164. Gauma , (Harlman en Walze)

112; 170, 204. 238.

(ieelmuiden , (Johannes) 138. Geerls, (Gene) 236. 238. Gerbranaa , (Edo van) 169,194. Gerrilsz., (Frans) 169, 194. Gerrilsz. , (Gerben) 236, 238. Gerrilsz., ((iisberl) 248. Gerrollsma , ((icrroll) 100 : 222. Gheel, (Julius van) 45 , 62. Glins, (Douwe van) 66, 124;

178, 226, 248.

Glins, (Haring van) 142; 170,

204, 249.

Godinck , (Heer) 226.

Gonsaga , (Caesare) 85.

(ioslinga , (Tjepcke van) 169, 194.

(iramvels , (Jean) 54, 57:242.

243. 244.

Groesbeeck, (Seglier van) 70, 71 , 72, 75 , 83 , 85 , 107 ; 210, 250.

(iroveslins, (Oene van) 169,

185, 194.

(iroveslins, (Wvbe van) 97, 133, 145; 170, 185,.204, 226.


-ocr page 258-

H KUIST KR

Gijsbcrl, (Heer) 160.

(iijsberliis , (Heer) 161.

Gijsbcrliis , IM , Ili5, 13(i.

Haerda , (Pibo van) 415, ().\'),()(), 70 , 70 , 96 , 110; 179, 213, 226.

Haersma , (Haring en Hartman)

i:u; 170, 205.

Haersma, (lijlck-, vrouw van

Tzaling van Eysinga) 220. Haga ((\'.) 170, 205.

Hania , (.lorril) 169, 194.

Hania , (Leo) 170, 205, 218. Hania , (Otto) 1 70 . 195.

Hania, (Seerp) 6\') (noot): 249. Hannes , (Holle) 220.

Harekens , (Hr. Tlieolt;l.) 157. Hasselt, (Fox van) 32 , 42. Hasselt, (Hr. Jaiittliie Antlriesz,

van) 157.

Haj tsnia , (Hessel) -42; 170, 205, 213.

Haylsina , (Tjerek) 120 (noot). Heiiinies , (Frans) 70 ; 1 70 , 195,

213, 218.

Hemlriek , (Heer) 161.

Heiulriek , sclioolineester , 12\'.). Hendrieks , (Hr. .lelie) 163. Hemlrieksz. , (Agge) 219. Hendrieks/.. , (Andries) 217. Herenia, (Otlo van) 10 ; 169, 196. Heringa, (Uoinve van: loes Oene

van; zie aldaar.)

Heringa, (Edo van) lii, 00,

07; 179.

Heringa , (Jouw van) ISO, 07 ,

08; 167 . 168. 180.

Heringa, (Laes van) 169, 196. Heringa , (Oene van) 30. 67,08 ;

167, 168, 180, 205. 232.

Hesselsz. , (Sjoe.rd) 236. 238. Heltinga , (l)uco van) % , 123:

215, 226.

Heltinga , (Hoiiiine van) 0.) , 66 , 70 , 71 .76 , 87 . 06 . 106, 113, 123; 168, 196,

213, 215, 217, 226, 245.

Heltinga , (Taeeke van) 215, 226. Heltinga, (Tiele van) 97, 123, 132—134, 139 ; 169,185, 197, 226. 247.

Hevnlgen , van Docknin , 226. Hillesz., (Hr. Agge) 156.

Hillesz. , (Minne) 236. gt;lr. Hindriek , 226.

Hoithesz. , (Hr. .lelie) 159. Holdinga , (Wileo van) 34, 66,

76; 180. 213.

Holstein , (Hans) 236. 238. Hoppers , (Joachim) ;)4.

Hottinga , (Douwe van) 170, 206. Hottinga, (Hero van) 30, 97, 122 ;

170, 206 . 214. 227. Hotzema , (Rienck) 33 , 34 , 66; 181.

Holzenius , (Hr. I\'etrns) 164. Hoxwier , (Heetor van) 54.

Hoy te , (Lange) 129.

Hoylsma , zie ; Hay tsina. Hiiebtenbrouek . (Albert van) 18. Hnvgbes , (Frans) 0(), 76; 181, 213.

Huysinge . (.laeob) 32 , 80 . 83. Huysingius , (Hr. (lerardns) 1 58. Huy tmaker, (Feyt) 77 ; 213.

Idzaerda , (Haerllie van) 30 ;

170, 206.

llpendum , I Jacob van) .19 , 242. Indyck . (i\'ilgrom ten) 118. Inlbiema , (Frederik van) 227 , 249.

Intzie , van Noordwolde , 221. Isbrandtsz. , (Kco) 170, 206.

Jacob , (Heer) 162.

Jacobs, (.lelie) 30, 07. 08;

167 , 168, 182.

.lacobsz. , (Allert) 249.

.lacobsz. , (Ui\', l\'icter) 154, 155. Jaersnia , (Aellje van) 169,197. ; Jansz. , (Harend) 05 (noot). I Jansz. , (llarmen) 227.


-ocr page 259-

V AM l\'F.R.SO.NK.V

Jansz. , (Hi. Joliannes) 163. Jansz. , (Miiynei\'l) 230.

Jansz. , (Simon) Ki8.

Jansz. , (Sylsc) 1 12.

Jansz. , (Willem) 88.

Mr. Jan, van Visvliet, 221. Jarieh , (lleer) 103 ; 227.

Jelle , (lleer) 156.

Jellersma, (\'Ijaerdl van) 169,197. Jcllivz. , (Fopjie) 230.

Jelzonis , (Hr. Johannes) 162. Johannes, (lleer, te Oostrnm) 158. Johannes, (Heer, le Hoxnm) 160. Johannes, (Heer, le Boznm) 161. Johannes, (Heer, te O. L. Vr.

I\'arochie) 163.

Johannes, (lleer, le St. Anna

Parochie) 163.

Johannes, (Hr. Kilo) 160. Johannes, (Hr. Ivo) 154, 155. Johannis, (Mr. Johannes, te

Drachten) 159.

Johannis, (Hr. Johannes, te

Wanswerd) 157.

Jonge, (Pieter de) !»7 , 128:

227 . 236.

Jonijema , (Laes van) 170,206. Joosten , (Jan) 227.

Joostz. , (Antli.) 20, .\')(), Jonckesz. , (Hr. Domve) 154, 155, 156.

Jousma , (His- , sehoonmoeder v. Tj. v. Kvsinga). 220.

Karei V, 3.

Kemjiis , (Cornells) 77 : 246.

Lamhertsz., (Hr. Gerrit) 159. Landen, (Hr. N icoians van) 113. Langbaerdt, (Simon) 42. Liauckuma , (Schelle van) 53. Lienwesz. , (Kelrke) 221.

Ligne, (Jan van-, graalquot; Van Aremberg) 15, 48, 50, 5G, 60, 63, 76, 78, 7!). 81 ; 210, 211 , 249.

Lottrich , (Imele) 65.

l.nmbres , (Admiraal: l)e) 113. I.nj ttliiesz. , (Karste) 244.

Maarten, de tasmaker, 81 , 82. Mamminga , (IJondewijn) 246. Marten, (broerken) 130. Marten, (»(quot;levnequot;) 130: 228. Martena, (l)oecke van) 30, 34, 38, 53, 132, 133, 130, I\'i\'i. 145: 170, 185. 207, 227. 246.

Martens , (Feycke) 228. Martensz. , (Hvlcke) 70. 71 .

78: 213, 216. 234. Martinengo, (Cnrtins) 80, 85. gt;leekama , (Si i|iio van) 169.197. Megen , ((iraal van) 46 , 48 . 75, 80, 8\'j , 8!), 107, 120: 210. 212.

Meinertsz. , (Hr. Johannes) 164. Melchior , 130: 228.

Mepsche , (Joan de) 65, 72,

145: 210.

Minnema , (Franske van) 142. Mockema , (Hessel van) 34. Moller, (Bernt) 247.

Monac, (Hr. Johannes) 158. Moncheau , (De kapitein.) 121 , 128.

Mulert, (Ernst) 32, 41, 48, 56,78.

Nassau, (Adolf van) 81 : 211. Nassau, (I,odewijk van) 12,13, 6\',), 77 , 82 ,\' 82—88; 210. 247.

Nicolai , (Hr. Antonius) 156.

Oedlsma , (Ancke) 133: 170, 207.

Oenema , (Tje])i:ke van) 169, 198

Oert, (Thijs)quot; 210. 212. OU\'enhuisen, (Kredr. v.) 169,198. Oosthiem , (Hessel van) 66 , 70, 76: 182. 213.

Oranje, (Willem van) 69.

Osinga , (Agge van) 169, 198.


-ocr page 260-

II KG IVI K K

Palm, (Hr. Quirinus) 164. Pan.st\'r , (.loachim) 210.

Panser , (Sicco) 124.

Parma, (Hertogin Van:) (i—8, Ki, 24, 41 , 53, 54, 55; 239, 248.

Pauly, (Hr. Watlhic) 157. Pceckesz. , (Hr. Fcvlc) 162, Petri , (Cuncrns) I 18.

Petrus, (Heer) 158.

Philips 11 ,

Phoco , (Heer) 157.

Pieter , Graefmeester of Sneeber-

ger , 77 ; 213, 214, 216. Pieter , van Leeuwarden , 228. Pieter. (Heer) 157.

Pietersz. , (Garbrnndt) 212,

220, 232.

Pietersz., (Jan) 221.

Pietersz. , (Pieter) 169, 198. Poppes, (Ulricb) 116, 117. Poppii, (Hr. Si.vtus) 162.

Potter , (Arrien) 39.

Pouwels , (Hr. Siurdt) 162.

Raephorst , (Herbert van) 18,65. Reydmer , (Heer) 157.

Reyner , (Heer) 159.

Reynerns , (Heer) 164.

Reitsesz. , (Syurdt) 247.

Rliala , (Fecko) 246.

Riddersma , (Hallinck) 216. Riddersina , (Jelte) 169, 199. Kijdwijck , (Willem) 230. Robles, (Caspar de-) 8(), 120, 125.

Rollema , (Tzonnne van-) 170, 185. 207.

Romckesz. of Rouckesz. , (Hr.

Johannes) 156.

Rommerts , (Focke) 52 , 54. Rommerts , (Matthijs) 54, 126

(noot); 246.

Rommerts , (Rincke) 230. Rompckes , (Syvert) 185. Roorda , (Hinnert van- of Ber-

uardus) 216, 238.

Roorda, (Carel van) 169,199. Roorda , (Popcke van) 170. 208, 218.

Roorda, (Runrd van) 34., 38, 141 ; 249.

Roorda , (Schclte van) 170, 199. Rotsterhaulius , (Hr. Cornelius)

159.

Roussel, (Frans de) 211. Ruychaver , (Nicolaes) 115. Rnyrdtsz. (Ilercke) 219.

Saecklesz. , (Sybren) 216. Scheltema, (Gabbe van) 44 ;

240.

Scheltema , (Menuo van) 66 ;

176.

Scheltema, (Sippe van) 133 :

134; 170, 208.

Scheltema, (Sybeth van) 34 ; 167, 183.

Schorm , (Hr. Andries) 164. 216.

Schouwcnburjj, (Joosl van) 132, 139.

Scroer, (.Idle en Wybe) 219. Seerps, (Jelcke) 130; 228. Seldenrick, (Jacob Tliijszoon) 184. Selsma, (Gabbe) 22, 66, 70,

77; 183, 213, 247. Sickesz., (Sybrandt) 82 , 87 ■

216 (noot), 217 , 236. Simons, (Hr. Kelcke) 156. Sipcke, (Heer) 161.

Sixtus, (Heer) 159.

Sjoerdtsz. , (Andries) 236. Sjoerdtsz., (Aucke) 217, 218. Sjoerdtsz., (Pieter en Wybe) 97, \' 123; 228, 236.

Sjouckesz., (Wobbe) 221.

Sloot, (Hr. Agife) 156.

Smit, (Pier) 97 , 129; 228. Snecanus , (Gellius) 211.

Snijder, (Abraham) 77; 213. Solbnijjge , (Crispijn van) 96. Sonoy, (I)irck van) 84, 94^, 132.


-ocr page 261-

VAN ITHMIMV

Splinter , (Julian) 32.

Spriijl , (Pielcr) rgt;(i.

Slellincwerfl, (Hr. Bernanlii.s)! 57. Sweci\'lvcgher , (Jan) 77 ; 213. Syhi\'sz. , (Mr. Abbe) 161. Sjbrandl.s/. , (Jacob) (55 (noot). Sj brcn.sz., (Svl)ren)169.200.213. Syclicne , {Hr. I\'ieter) 163. Syinonsz. , (Jan) 77 ; 169,200.

213. 228, 230.

Symons/.. , (Leo) 169, 200. Syrxnia , (Allert van) Ki7. Syrxina , (l)oetle van) 1011, 118, 142.

Sytsc , (Ileer) 162.

Sytsz. , (Gerben), 217, 236; zie

ook op : Frisvogel.

Sylsesz. , (Luytien) 219.

Svtsina , (Wigcr van) (Jfi, 97: quot;184, 229.

Tacckes , (Tjebbe. lees \'I\'jebbe

Foe(\'kes) z. a.

Teijes , (Alle) ()5 , fit!, 70 , 70; 184, 213, 246.

Thomas , (llemlriek) 84 , !)4. Thyes, (Pieler) 100.

Tinckes , (Eebe) 169, 201. Titlema , (Doecke) 219.

Tjaerda . (Sebelte van) 169. 200. Tjarrels , (Wibo) \'.»7. I KJ; 229. Tjcpckes/.. , (Hi\'. Wybren) 161. Tjessens , (Sicke van) 1 lili, 115(5; 238.

Torre , (Jacob de la) 42.

Tyaile , (llcer) 161.

Tyara , (Johan van) 246. Tzomtncs , (Hr. Wierdt) 162.

Udesz. , (Abbe) 221.

Unia , (Aueke van) 201.

Unia , (Hoyte van) 221.

Vegersheim , 42; 211.

Verielsma, (Jeppe en Sy unit) 201. Vermeer of: Vernier (Joachim

Joestz.) 185. 220. 234.

V ili\'lli , (Cbiapin) 80.

Vlieger «van de Nykerkquot;, 229.

Vliermaal , (Lambert) 144 (noot).

Vnylrke (Heer) 159.

Wackcn , (Van-) 101 : 223.

Walles . (Tjerrk) \'28. 04 , (50 . 07, 70,7(5;155,167,185,213.

Warnersz. , (Hr. Adriaen\'1 154, 155. 156.

Weesop, (Hr. Jacob) 158.

Werdmiiller , (Beat) 212.

Wesselins , (lieer) 164.

Wevere, (Pieler de) 220.

Wij; . (Hr. Kgbert) 161.

Wrillt; kortsz. , (quot;Willem) 230.

Wilde Hylcke ; zie op : Hylcke Martensz.

Willem, van Dockinn , 87 : 217.

Willemsz. , (I)irck)70, 71 : 169, 185, 201 , 213.

Willemsz. , (Johannes- van Vel-zen) 40 , (55 (noot); 232.

Willemsz. , (Reyer) 230.

Wingia , (I)oytze van) 151, (5(): 167 . 169 , 186.

Wisga , (Jmv Ter) 209.

Wolll\'sz. . (Claes) 217.

Wnbbens , (Sebastiaen) 77.

Wybe , (Hr. Sicke) 159.

Wybrandtsz. , (Andries , Kgbcrl en Jnrrien) !)7 , 114; 229.

Wybrandtsdr. , (Joosje-, vrouw van (iabbc Selsma) 22. 220.

Wyger , van Docknm , 229.

Wygers, (.lelderl) 229, 230.

Wygcrs , (Tjepcke) 07 ; 229.

Wyneken , (Lilco) 100.

Wyrnm , (Ulcke van) 248.

Ymmel, gt;gt;o|)quot; (van) «Leeuwardenquot;, 87 : 217.

Zithies, (Tite) 221.

Zoele, (Anthony de) 212.


-ocr page 262-

Voorwoord.............UI. I.

1. üb Fricsclie Verbondene Edelen.....» 1quot;).

II. Heiligerlee en Jeminingen.......gt;gt; (ii).

111. De r riesehe Watergeuzen.......»

Verkortingen..............l.)l.

lil.) I,A(iKN , bevattende:

A : Naaml. van F riesehe Geestelijken.....151. 1515.

B: Naaml. der F riesehe Verbondene Edelen .... gt;gt; l(i.\').

(\': Naaml. van strijders bij lleiligerlee en Jeminingen , enz. » 210.

1): Naaml. van Friesche Watergeuzen.....gt;gt; \'222.

E: De voornaamste vonnissen uit dit tijdperk ...» 2;i2.

AAi\\TEKKEMN(;EN :

1.

(Hl.

16.)

Acte van afstand van het Verbond .

lil.

23!).

11.

(gt;gt;

45.)

Over Gabbe v. Scheltema\'s dood.

»

240.

111.

( »

50.)

De gevaugenloren te llarlingen .

»

241.

IV.

(gt;gt;

56.)

Over de gevangenen te Harlingen

»

241.

V.

( »

59.)

Smeekschrift van Willem v. ISuiiia .

242.

VI.

60.)

Over Jean Grauwels en Kounnerl

»

243.

VII.

71.)

Bestellingsbrief voor Hoinine van

llelliuga........

245.

VJ11.

( »

73.)

Verklaring van 1 Mei 1568

»

246.

JX

( «

77.)

lets over Cornells Kempis . . ,

ïgt;

246.

X.

(gt;gt;

107.)

Kerkrooverijen door de Watergeuzen

»

247.

Bijvoeging (oud lalereel van de Verb. Edelen)

Verbeteringen.........

Ki\'üister......

fZoy\'3

-ocr page 263-
-ocr page 264-
-ocr page 265-
-ocr page 266-

w

j-

mSf xöyw

.ojrw» ^M qgua i-o.-/:?

d(W v;]\'

/,.-

GJ

M

l\'iscj?