Onze Lieve Vrouw
van
ALTIJDDURENDEN BIJSTAND.
„. , fluM wf» ,
/pÜL
yylt; W fin, M
fflnze |ittc ^jroMiu
VAN lil
GESCHIEDKUNDIGE SCHETS
iimiii ijswi
Gebeden voor al de dagen der Meimaand.
door C. S. .
Van de Congregatie des Allerh. Verlossers.
Zesde Uitgave,
Met Kerkelijke Goedkeuring.
9s-Xiertogenbosch.
LÜTKIE amp; ORANENBÜRG.
1888.
N« 73.
GOEDKEURINGEN.
Krachtena de macht ons door den Hoog-Eerwaarden Pater N, Maükon, Generaal onzer Congregatie, verleend, laten wij toe, dat het werkje: Onze Lieve Vkodw van Altuddtteenben Bijstand, Geschiedkundige Schets en Gebeden voor al de dagen dek Meimaand door c. s, gedrukt worde.
Amsterdam, den 25 Maart 1869.
H. SCHAAP, Provinciaal Tan de Congregatie des Allerheiligsten Verloaaers in Nederland.
Imprimatur.
Datum in Haren hac 25a Aprilis 1S69.
J. C(JUTEN, Libr.Cens.
r
bez wa: be^ ief ver iellt; vrc we ita he ha de
INLEIDING.
De gezegende Maagd en Moeder Gods Maria bezat ten allen tijde bevoorrechte heiligdommen, waar zij op bijzondere wijze hare vereerders begunstigde en met bovenmenschelijke macht en iefdevolle goedheid de haar afgebeden weldaden verleende. De eeuwen volgden op elkaar in rus-teloozen loop en nieuwe geslachten vervingen de vroegere, doch alle eeuwen ondervonden den weldadigen invloed van Maria\'s moederlijken bijstand, en al de geslachten verschenen in de heiligdommen van de Moeder des Heeren, om haar zalig te prijzen en om door hare voorspraak de voortreffelijkste gunsten en de kostbaarste
II
genadegaven van den hemel te verkrijgen. Ja, ook nog in onze dagen van ongeloof en onverschilligheid blijft het geloovige volk uitschitteren door zijn onwankelbaar en kinderlijk vertrouwen op de koningin van hemel en aarde: nog stroomen onafzienbare scharen, door gewoonten en landaard verschillend, uit alle oorden naar de wonderbeelden van Maria, om van deze even goedertieren als machtige Moeder eene of andere bij uitstek groote gunst, eene bij uitnemendheid rijke genade, wellicht een mirakel af te smeeken. En zeker, het voortbestaan van dat vertrouwen, het nog steeds aangroeiende getal van vrome pelgrims, die de troostrijke heiligdommen der bedevaartplaatsen gaan bezoeken, zijn het sprekendst bewijs, dat Maria de gaven harer macht en de schatten harer barmhartigheid daar nog altijd met kwistige hand en met moederlijke welwillendheid aan hare kinderen uitdeelt.
Wie onzer heeft de hulde zijner vereering niet nedergelegd voor een of ander wonderbeeld dier gezegende Maagd ? Welke Katholiek in ons vaderland hoorde den lof niet vermelden van de Zoete Lieve Vrouwe van \'s-Hertogenbosch, wier paam alleen eene lofrede is op hare goedheid?
m
Hoe vele genezenen bezochten niet de kapel van onze Lieve Vrouw in \'tZand bij Roermond, om daar te vereeren haar, die door de Kerk het „behoud der krankenquot; genoemd wordt en aan wier voorspraak zij het herstel hunner gezondheid te danken hadden ? Wie knielde niet voor Maria\'s beeltenis in het dierbaar Kevelaar, of in het nederig kapelletje van Moresnet nabij Limburgs heuvelen grens, of voor haar wonderbeeld te Halle bij Brussel, of voor haren genadentroon teScher-penheuvel?
Hoe treurig dat die geliefkoosde bedevaartplaatsen, getuigen van zoovele wonderen en van zoo innige godsvrucht, maar al te vaak eene piooi werden der woede van den vijand van alle goed! Gelijk de hervorming voor drie eeuwen, zoo heeft eene godvergeten revolutie voor een zeventigtal jaren hare heiligschendende handen aan vele heiligdommen geslagen en ze eene prooi gemaakt der verlatenheid en der verwoesting. Maar als de tempelgebouwen al veranderd werden in puinhoopen, de wonderbeelden, welke men er in vereerde, werden toch meestal door de vindingrijke getrouwheid der geloovigen aan de goddelooze vemielingszucht der woestaards
IV
onttrokken. En, even als de zon na hetonweder, zoo verschenen zij op nieuw na het woeden der orkaan als zoovele onderpanden van barmhartigheid ; nieuwe kerken en kapellen verrezen jeugdig uit de bouwvallen der vroegere tempels, en de volkeren begroetten juichend en zegenden den dag, waarop zij ter eere van Jesus Moeder, de troonaltaren mochten herstellen, door de liefde en de dankbaarheid hunner voorvaderen haar weleer opgericht en toegewijd.
Niet lang geleden, in het voorjaar van 1866, was de hoofdstad der christen wereld getuige van zulk een godsdienstig herstel. Een overoud Madonnabeeld, bekend en vereerd onder den naam van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, dat in het begin dezer eeuw aan de verwoestingen des oorlogs onttrokken en later in diepe vergetelheid geraakt was, werd door de ijvervolle bemoeiingen van onzen welbeminden Heiligen Vader Pius IX aan de godvruchtige vereering der Romeinen teruggegeven, tot groote vreugde van het Maria-minnend Rome, dat bij deze gelegenheid al zijn luister ten toon spreidde om Jesus Moeder te huldigen.
Het is ter eere van deze roemrijke Madonna,
V
ter eere van Onze Lieve Vrouw van Altijdduren-den Bijstand, dat ik dit boekje schrijf. Sedert de wederverschijning barer beeltenis heeft zij, onder die troostvolle benaming van Moeder van Altijd-dnrenden Bijstand aangeroepen, allergrootste gunsten aan hare vereerders geschonken, en gevoelen velen zich opgewekt tot een buitengewoon vertrouwen op haren Altijddurenden Bijstand. Geen wonder! want de naam van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand is zoo troostvol en welsprekend, dat men door dien naam alleen zich reeds als uitgenoodigd en aangetrokken gevoelt, om zich in alle behoeften, in alle rampen, in alle bitterheden en smarten tot haar te wenden.
Dat vertrouwen wensch ik te voeden, het troostrijke van dien titel zal ik trachten nog zoeter, nog aantrekkelijker te maken, door eerst in eenige korte hoofdstukken de geschiedenis van de wonderbare beeltenis te schetsen; om daarna in eene reeks van gebeden, voor alle dagen der Meimaand geschikt, een nieuw voedsel aan de devotie, het vertrouwen en de liefde der dienaren en kinderen van Maria te bieden. Deze gebeden beantwoorden aan \'s menschen voornaamste en meest gewone behoeften en zullen ongetwijfeld
n
de vereering en aanroeping van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand bevorderen en vergemakkelijken.
Dat het mij hier veroorloofd zij, de gedachte, welke mij bij het schrijven van dit boekje aanhoudend en als onwillekeurig voor den geest zweefde, te openbaren. In de terugvinding en de wederverschijning van het wonderbare beeld van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, in den ongewonen bijval waarmede deze devotie aangenomen en de vereering van Maria onder dien verheven titel begroet werd, moeten wij de wonderbare werking van Gods Voorzienigheid erkennen, wélke ons een onbeperkt vertrouwen op Maria\'s alvermogende bijstand wil inboezemen.
De tijd, dien wij beleven, is een tijd van krisis en schijnt allergewichtigst te zullen zijn voor de toekomst der wereld. De strijd tusschen goed en kwaad, en de krachten, waarover beiden beschikken, zijn in vorige eeuwen zelden of ooit geëvenaard. Troonen wankelen; schepters liggen gebroken en verbrijzeld in het stof: de menschelijke maatschappij, in hare grondslagen ondermijnd, ziet uit naar eenen machtigen arm, welke haar kunne staande houden en bevestigen. Geen aardsche
Vil
macht echter is daartoe in staat. Richten wij dan onze blikken naar boven, roepen wij om hulp en bijstand. Des Heeren arm is niet verkort en alle volken der aarde zijn geneesbaar. Moeielijk voorzeker is de taak, doch de macht van Maria\'s bijstand gaat zij niet te boven.
Als God de wereld redt, en redden zal hij haar zeker, dan zal het heil haar komen door de gezegende Moeder des Heeien. Door haar gelijk de Kerkvaders eenparig getuigen, heeft God de diste-len en doornen van het heidendom uitgeroeid, door haar heeft Jesus\' Kerk over alle ketterijen gezegepraald. En zouden wij dan nu gelooven, dat, wijl het kwaad eene zoo vreeselijke ontwikkeling verkregen heeft, en wijl alle waarheden, alle plichten, alle rechten met eene noodlottige en algemeene schipbreuk bedreigd worden. God en Zijne Kerk niet op nieuw door Maria al hunne vijanden overwinnen zullen ? Niets ontbreekt er, om de overwinning moeielijk, maar daarom ook des te heerlijker en des te luisterrijker te maken, en juist om die reden schijnt God al de eer dier zegepraal aan Maria voor te behouden. Neen, God is niet gelijk de mensch: hij deinst niet terug. voor bezwaren, voor tegenstand en hinderpalen
VIII
Zeker, de beproevingen onzer dagen kunnen langdurig en vreeselijk zijn; maar God de Heer heeft de volkeren ten erfdeel gegeven aan zijnen Zoon ; en wat zij ook doen, nooit zullen zij aan de macht van dien allerhoogsten en immer ge-zegenden Opperheer ontsnappen. In zijne rechtvaardigheid zal hij hen straffen; in zijne barmhartigheid hen redden. Als de tijd, in Gods raadsbesluiten bepaalci, gekomen zal zijn, zal de zachte en vreedzame zeesterre, Maria, zich boven deont-stuimige wateren der ongodsdienstigheid, des ze-denbederfs en der politieke beroerten verheffen, en de woedende golven zullen de vroegere kalmte wedervinden. Dan zal eene stem van dankbaarheid van de aarde opstijgen, tot haar, die bij dezen nieuwen zondvloed, als een teeken des vredes verscheen.
Dat onkatholieken zich verwonderen over onze woorden ; dat zij, die wel geloovig zijn, maar nog niet begrijpen, dat de Zoon Gods alles hier beneden beschikt en regelt tot verheerlijking zijner Moeder, onze gedachten, vreemd en overdreven worden; daarover zullen wij ons niet beklagen. Wij, Katholieken, dragen deze zoete hoop, deze troostende verwachting in ons hart: Jesus\' Kerk
IX
zal over al hare tegenstanders zegepralen; nooit zal zij overwonnen worden, nooit zullen de machten der hel haar overweldigen. Tot aan den drempel der eeuwigheid zal zij zegepralen, en de oorzaak van die zegepraal zonder emde is; dat Maria altijd is en immer blijft »de Bijstand der Christenen.quot;
VERKLARING.
Alle buitengewone en wonderbare voorvallen waarvan in dit werkje melding gemaakt wordt, zijn aan echte oorkonden ontleend, inzonderheid aan verschillende Italiaansche te Rome kerkelijk goedgekeurde werkjes van den Eerw. Pater Bresciani, van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers. De overige aangehaalde feiten zijn ons of wel door de personen zeiven, in wier gunst ze geschied zijn, of wel door andere geloofwaardige getuigen bekend geworden,
Overeenkomstig de voorschriften van een Heiligen Stoel verklaren wij echter, aan het verhaal dier wonderen geen ander dan een louter menschelijk gezag toe te kennen.
ONZE LIEVE VROUW
VAN
ALTIJDDüEENDEff BIJSTAND.
GESCHIEDKUNDIGE SCHETS.
HOOFDSTUK.
De oude Sint-Mattheus kerk op den Esquilino, te Rome.
Op den Esquilino, een van Eome\'s zeven heuvelen,ligt naast de Merulana-straat, welke van de kerk van Maria de Meerdere naar Sint Jan van Late-raan geleid t, eene aloude villa, bekend onder den naam van Yilla Oaserta.
Na achtereenvolgens door verschillende adellijke familiën bewoond te zijn geweest werd zij, in 1855, het eigendom der paters Eedemptoristen, die, omtrent dien tijd, op uitdrukkelijk bevel van Zijne Heiligheid Pius IX, te Eome den hoofdzetel hunner Congregatie vestigden. De eerste zorg
2
dezer nieuwe bewoners was het oude paleis in een stil klooster te vervormen en op de belendende gronden eene kerk te bouwen toegewijd aan hunnen stichter, den H. Alphonsus de Liguori.
Rome is bij uitnemendheid de stad der christelijke overleveringen. De Apostelen, de Martelaren, bijna allen, die ooit door deugd en heiligheid ot door wetenschap boven andere uitschenen, verheerlijkten de eeuwige stad door hunne tegenwoordigheid, en lieten er een kostbaren schat na van zalvende herinneringen, welke voor de Romeinen onzer dagen nog altijd vol aantrekkelijkheid zijn. Ook is het een algemeen gebruik onder Rome\'s bewoners en valt het bijzonder in hunnen smaak, met eene oprecht godsdienstige weetgierigheid alles na te sporen wat het tegenwoordige aan het ver-ledene kan knoopen, of hun merkwaardige gebeurtenissen, op de plaatsen die zij bewonen, weleer voorgevallen, kan doen ontdekken. Nauwelijks waren de Paters Redemptoristen in hun nieuw klooster gevestigd, of zij
3
voelden zich door dienzelfden geest aangedreven en verlangden de vroegere toestanden hunner woonplaats en de daarmede verbonden geschiedkundige herinneringen te kunnen. Zij doorzochten dan de bibliotheken en de oude handschriften van den Esquilino, en vonden in geloofwaardige oorkonden eene reeks van bijzonderheden en daadzaken zoo merkwaardig, dat zij den naam van Villa Caserta met den luister der heerlijkste herinneringen en van het roemrijkst verleden be-kroonen. Ziet hier eenige parelen dier schitterende kroon.
In de eerste eeuw der Kerk stond op den Esquilino, ter plaatse waar nu de Villa ligt, het vaderlijk woonhuis van den H. Cletus, den derden van Eome\'s Pausen, die de evangelische waarheidsleer uit den mond zeiven van den Prins der Apostelen ontving.
Toen hij later tot de opperpriesterlijke waardigheid verheven werd, bestemde hij zijne woning tot het vieren der godsdienstoefeningen en veranderde haar in kerk. Immers in die tijden
4
van woedende geloofsvervolging moes- I vru(
ten de christenen, om de heilige gehei- 1 der
men te kunnen vieren, zich verschuilen 1 eeu\'
in Rome\'s onderaardsche katacomben, 1 pelj
of heimelijk in eene of andere in B bek
bidplaats veranderde woning bijeen- 1 om
komen. Zoo werd dan het huis van 1 sen
den H. Oletus een der eerste heilig- I en,
dommen van de christen wereld, en f en
kreeg, reeds in die tijden, den titel | bic
of de benaming van Kerk van den | ree
H. Mattheus. \'tWas daar, dat, onder l de
de regeering van Nero en van Diocle- | me
tiaan, zoovele christen helden zich I he
kwamen bevestigen in de trouw aan | in
het geloof, \'t Was daar, dat velen den 1 C
dood hunner broederen, voor Jesiw 1 S:
Christus geslachtofferd, herdachten, en | ti
voor zich zeiven de genadekracht en | O\'
den moed afsmeekten, om in het uur | k
des gevaars niet terug te deinzen voor | u
het scherpe zwaard der beulen of de 1 ^
moordende tanden der wilde dieren. 1 i
Nog tijdens het leven van den H.
Cletus, werd, naast de nederige door 1 1
hem gestichte kerk, nog een ander ge- 1 1 denkstuk der christelijke liefde en gods-
5
vrucht opgericht. Ondanks de woede der vervolgingen stroomden er, in die eeuwen van heldhaftig geloof, talrijke pelgrimscharen van alle oorden der bekende wereld naar de eeuwige stad, om daar zooveleheiligdommen en plaatsen te bezoeken, die als doortrokken en, om zoo te spreken, nog vochtig en nat waren van het zweet en het bloed der gelukzalige Apostelen. Met recht konde men vreezen, dat, te midden der heidenen, het geloof dier edelmoedige pelgrims evenmin in veiligheid zouden zijn als hun leven. Om dan in alles te voorzien, stichtte de EL Cletus een vreemdelingen-huis naast de Sint-Mattheus kerk. Deze nieuwe stichting werd het geliefkoosd toevluchtsoord der vrome reizigers, en gaarne kwamen zij daar bidden en een weinig uitrusten, alvorens den moeielijken weg naar hun afgelegen vaderland in te slaan.
Eindelijk, na drie lange eeuwen van bange vervolging, gaf Constantijn de Groote den gewenschten vrede aan de Kerk, en weldra zag men van alle
zijden heerlijke tempelgebouwen oprijzen, den waren God ter eere. Het den geloovigen zoo dierbaar bedehuis van den H. Cletus werd toen in eene prachtige kerk herschapen, en gaarne verscheen er het christen volk, om daar de hulde zijner vereering en aanbidding aan God te brengen.
Onder de deels trouwelooze, deels zwakke opvolgers van Gonstantijn werd het ongelukkige Italië en Rome zelf door veelsoortige en verschrikkelijke plagen geteisterd, doch de Sint-Mat-theus kerk bleef ongedeerd. De tand des tijds nog krachtiger ter vernieling dan de ijzeren arm der toenmalige barbaren, konde wel knagen aan het grijze gebouw, doch niet het verslinden, en eeuwen lang behield het zijnen rang onder de eerbiedwaardigste heiligdommen der eeuwige stad.
Onder de vele bijzonderheden, welke ons betrekkelijk deze kerk bekend zijn, willen wij er nog slechts ééne aanstippen. In de twaalfde eeuw deed Paus Paschalis II dien ouden christen tempel allerluisterrijkst herstellen en wilde
1
zelf de plechtige kerkwijding verrichten. Ook plaatste hij in eene marmeren relikwie-kast onder het hoog-altaar allerkostbaarste overblijfselen van Heiligen, onder anderen een arm van den H. Mattheus en een gedeelte van het H. Kruis. Deze nieuwe schatten deden de oude stichting van den H. Cletns nog dierbaarder worden aan het hart der geloovigen, en zoo stond zij in aanzien, dat gedurende eene lange reeks van jaren een der Kardinalen aan haar zijnen titel ontleende. Later, in den loop der vijftiende eeuw, werd zij door den Paus Sixtus IV aan de Augustijner monniken toevertrouwd. Nooit echter konden deze verwisselingen en veranderingen den toevloed der geloovigen in de kerk verminderen, en uit dien bevoorrechten tempel steeg, gedurende vijftien eeuwen, het christen gebed ten hemel: het gebed der Opperpriesters, het gebed der Martelaren, het gebed van Rome\'s geloovig volk, het gebed der vrome pelgrimscharen, het gebed eindelijk der vurige kloosterlingen. Het is ongetwijfeld ook om
8
die reden, dat Maria, gelijk wij in het volgend hoofdstak zien zullen, zich gewaardigde deze kerk tot bewaarplaats en heiligdom van een harer wonderdadige beeltenissen uit te kiezen. Door die keuze verspreidde zij over het eeuwenoude tempelgebouw eene glorie, die al deszelfs vroegere heerlijkheid nog te boven ging en overluisterde.
2e HOOFDSTUK.
Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bystand wil te Rome in de Sint-Mattheus kerk vereerd worden.
Omstreeks het midden der vijftiende eeuw werden eenige der zuidelijke gewesten van Europa overvallen en veroverd door de Turken, de meest verbitterde vijanden van het christen volk. Hunne strijdleus was geene andere dan deze: Geloof aan Mahomed of sterf
y
onder het zwaard! — En men moest kiezen tusschen den Koran en den amartelijksten dood,
Op het eiland Creta, dat zeker niet lang van een inval der Turken verschoond zoude blijven, leefde toen een t^odvreezend koopman,wiens voornaamste bezigheid bestond in het vergaderen van geestelijke rijkdommen, welke nog door dieven, noch door den dood geroofd kunnen worden. Hij was doordrongen van een allervurigst liefdegevoel j egens de allerheiligste Maagd, en hij beschouwde als zijn kostbaarsten schat op narde een wonderbeeld van Maria, voor hetwelk hij dikwijls placht te bidden.
Ondertusschen besloten eenige Cre-tenzers, bevreesd voor eenen inval der Turken, hun eiland te verlaten en naar Italië over te steken. De godvreezende koopman voegde zich bij hen, en zijn geliefkoosd Mariabeeld nam hij met zich mede, niet alleen om het te onttrekken aan de vergetelheid en aan de beiligschendende onteeringen der Turk-sche soldaten, maar ook, opdat Maria hem beschermen zoude en bijstaan in al 73 2
10
de gevaren een er raoeielijke zeereis.
De allerheiligste Maagd zoude weldra het vertrouwen van haren dienaar op de proef stellen, maar ook weldra hem heloonen vuor zijne bezorgdheid. Nauwelijks was het anker gelicht, of zwarte wolken pakten zich dreigend samen; de zee werd onstuimig en woedend, en na weinige uren scheen het schip op het punt, in de schuimende o-olven, door een allerverschrikkelijkst onweder hemelhoog opgezweept, verzwolgen te worden. Keeds had het scheepsvolk, door wanhopige pogingen uitgeput, het zwaar gehavend vaartuig aan de woede der baren overgelaten, en de bevende reizigers zagen niets dan den gapenden afgrond, gereed hen te verslinden. Op dat plechtig oogenblik, in dien uitersten nood, dacht onze godvreezende koopman, die te midden van bet doodsgevaar kalm en gelaten, was gebleven, aan den machtigen bijstand zijner hemelsche beschermster. Hij toont het wonderbeeld aan zijne reisgezellen en vermaant hen al hun vertrouwen te stellen op haar,
11
die door de Kerk met den naam van Zeesterre begroet wordt: — zelf geeft bij het voorbeeld en werpt zicb op de knieën neder voor bet heilige beeld. Het scheepsvolk, door \'s mans geloof getroffen, knielt met hem, en aller bede stijgt hemelwaarts. En niet te vergeefs! Want nauwelijks hebben zij biddend hunne blikken tot Maria gewend, of liet on weder verdwijnt, de hemel klaart op en de zee komt tot bedaren; en weinige dagen later loopen zij behouden eene have van Italië binnen.
Maria\'s beschermeling, aldus door haar van eene noodlottige schipbreuk bevrijd, begaf zich onmiddellijk naar Eome. Hij was echter niet van plan aldaar langen tijd te vertoeven, maar meende zijn reis al spoedig te zullen voortzetten. Doch de Voorzienigheid had andere plannen. Het heilige wonderbeeld was Eome binnengegaan, om het niet meer te verlaten, en de vrome koopman had, zonder dat hij het zelf wist, door zijne intrede in de eeuwige stad, de zending, welke bij hier op aarde vervullen moest, geëindigd. Toen
12
hij zich tot nijn vertrek uit Rome begon voor te bereiden, •werd hij, ten huize van een zijner vrienden, door eene zware ziekte overvallen. Door een inwendig\' voorgevoel begreep hij, dat het einde zijner pelgrimschap hier beneden naderde: daarom stelde hij, zonder toeven, orde op de zaken van zijn huis en verwachtte den dood met kalme gelatenheid. Doch een laatste verlangen gloeide nog in zijn hart; zoo gaarne zoude hij zijne gezegende Moeder nog eenelaatste maal verb eerlij ken. Hij riep dan zijnen vriend en overhandigde hem de kostbare Mariabeeltenis, die hij altijd als zijnen grootsten schat had beschouwd. In zijnen vurigen ijver voor de verheerlijking van \'s Heeren Moeder, verzocht hij hem, te willen zorgen, dat de heilige beeltenis in eene van Rome\'s kerken geplaatst en ter vereering uitgesteld zoude worden. Plechtig beloofde de vriend aan den stervende, al het mogelijke te zullen doen om zijnen laatsten wensch te vervullen; en na die verzekering ontvangen te hebben, gaf de trouwe dienaar van
13
Maria met vreugde zijnen geest, om liet loon zijner deugden in den hemel te gaan genieten.
Men zoude natuurlijk verwachten, dat deze belofte, in een zoo plechtig oogenblik en omtrent zulk een voorwerp gedaan, allerspoedigst ten uitvoer zoude worden gebracht. Ook was de vriend des overleden koopmans daartoe wel gezind. Doch zijne vrouw, getroffen en als het ware verleid door de schoonheid der heilige beeltenis, verklaarde kort af, dat zij nooit zoude dulden, dat die uit hare woning verwijderd werd. Te vergeefs bracht haar echtgenoot haar onder het oog, hoe onrechtvaardig, hoe goddeloos zelfs het was, op dien kostbaren schat eenige aanspraak te maken. Niets konde baten : na lange woordenwisselingen zegepraalden de eischen en de aandrang dier stoutmoedige en vermetele vrouw over het geweten van haren man: het heilige beeld werd in huisgehouden.
De bestraffing dier trousveloosheid liet zich niet lang wachten. Tot driemalen toe verscheen Maria den woordver-
14
brek,er in een droomgezicht, en gaf hem te verstaan, dat het wonderbeeld Rome werd ingebracht, niet voor het bijzonder belang van eeu enkel gezin, maar tot heil en welzijn der gansche stad. Vervolgens herinnerde zij hem de belofte, welke hij aan het sterfbed zijns vriends had uitgesproken, gebood hem die ten spoedigste te volvoeren en bedreigde hem met de zwaarste straffen, bijaldien hij weigerde te gehoorzamen. Die herhaalde verschijningen en bedreigingen deden andermaal een woordentwist tusschen de beide echtgenooten ontstaan; doch nogmaals was de schuldige man zwak genoeg, om toe te geven aan het verlangen en den onrechtvaardigen eisch zijner vrouw. Toen nam de heilige Maagd hare toevlucht tot een haar anders vreemde gestrengheid: „Drie malen heb ik u vermaand, aldus sprak zij hem in eene vierde verschijning, en drie malen hebt gij aan mijne bevelen durven weerstaan. Ik zie het nu duidelijk: opdat ik uit uw huis kunne komen, moet gij het eerst daaruit vertrekken.quot;
15
— Vreeselijke voorzegging, die weldra vervuld zoude worden! De ongelukkige werd ziek enstierf weinige dagen daarna.
De vermetele en hardnekkige vrouw werd echter door dat droevige voorval niet tot inkeer gebracht: nog andere vermaningen, nog andere lessen waren noodig om haar buigzaam en gewillig te maken. Op een zekeren dag kwam haar dochtertje, een lieve kleine engel van zuiverheid en onschuld, gansch ontsteld zich in hare armen werpen en riep haar toe: Moeder, moeder, luister toch eens: Ik heb daar even eene edele dame gezien; schitterend van glans en schoonheid, en zij heeft mij gezegd: „Ga oogenblikkelijk tot uwe moeder, en zeg haar nogmaals, dat Onze Lieve Vrouw van AltijddurendenBijstand,( want reeds toen droeg het heilige wonderbeeld dezen gezegenden naam),in eene kerk van Rome aan de vereering der geloovigen wil uitgesteld worden.quot; — De moeder, men kan het denken, was allerdiepst getroffen door deze woorden van haar dochtertje en op het punt om eindelijk tot de overgave van het beeld te be-
16
sluiten, toen eene booze vrouw, hare vriendin, dat alles vernemend, haar den raad gaf, de inbeeldingenen de droomr-rijen van bet kind, — zoo noemde zij de verschijning, — te versmaden en in den wind te slaan. Wijl echter die schuldige raadgeving tevens vergezeld ging van lasteringen en smaadwoorden / tegen de heilige Moeder Gods, konde de wraak des hemels niet uitblijven. Nog had de plichtige hare heiligschen-nende smaadredenen op de lippen, toen zij reeds door Gods rechtvaardigheid getroffen werd; bewusteloos viel zij neder op den grond en werd door akelige zenuwtrekkingen overvallen. Tot bewustzijn teruggeroepen, zag zij zich wel genoodzaakt de grootheid te erkennen van Maria, die zij zoo zwaar had belee-digd, en bad en smeekte, dat men haar de heilige beeltenis zoude brengen. O wonder! Nauwelijks heeft zij die aangeraakt, of Maria, nog vaardiger om zalvend te genezen dan om rechtvaardig te slaan, bevrijdde haar van hare verschrikkelijke kwaal.De tot dan toe hardnekkige weduwe kwam op het gezicht
17
van dit tweevoudig wonder tot inkeer
en beloofde, niet langer aan het verlangen van de Koningin des hemels te zullen weerstaan.
Daar bleef echter nog een twijfel over: in welke kerk zou men het wonderbeeld moeten plaatsen ? Reeds had Maria zich van de tusschenkomst van een klein kind bediend om allen tegenstand te doen ophouden, en nu wilde zij nog door datzelfde kind de ontdekking barer barmhartige plannen voltooien. Zij verscheen weder aan het dochtertje en met eene hemelscne goedheid sprak zij deze woorden tot het kind ; „Ik wil geplaatst worden tusschen mijne welbeminde kerk van Maria de Meerdere en die van mijnen zoon Sint-Jan van Lateranen.quot; Het was niet moeielijk dit door het kind medegedeelde woord te verstaan. Juist tusschen de twee door de heilige Maagd aangeduide basilieken bevond zich de oude Sint-Mat-theus kerk, waarvan wij hierboven reeds gesproken hebben. Het was nu duidelijk, dat Maria van uit den hemel neergezien en hare oogen gevestigdbad
Ti 2.
18
op dit eerbiedwaardig heiligdom, om er de rustplaats te kiezen voor haar wonderdadig beeld. Dadelijk en zonder eenig uitstel gehoorzaamde men aan hare moederlijke bevelen, en de kostbare schilderij werd zorgvuldig overgegeven aan de Augustijner monniken, aan wie de Sint-Mattheus kerk toen was toevertrouwd. Met erkentelijkheid ontvingen zij de heilige beeltenis, doch de groote waarde van dien schat kenden zij nog niet en veel minder konden zij voorzien, hoezeer Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand hare nieuwe woonplaats, reeds beroema door zoovele edele en kostbare herinneringen, zoude verheerlijken.
19
3e HOOFDSTUK.
Hoe onze Lieve Vrouw van Altijd-durenden Bijstand g-edurende drie eeuwen te Rome vereerd wordt en hoe hare beeltenis verloren gaat bij de verwoesting der Sint-Mattheus kerk.
Op den 27 Maart van het jaar 1499 hadeen plechtig feest eeue talrijke Yolks-menigte en vele geestelijken binnen de Sint-Mattheus kerk vereenigd. Op dien dag zoude de beeltenis van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, alvorens voorgoed in hare nieuwe woonplaats de hulde en de vereering der geioovigen te gaan ontvangen, in eene plechtige processie zegevierend door de straten der eeuwige stad worden omgedragen. En ziet, reeds bij deze eerste openbareverschijning wilde de gezegende Maagd den Romeinen hare alvermogende goedheid doen kennen. Te mid-
20
den der plechtigheid steeg op eens een vreugdekreet uit de menigte op. Eene vrouw, wier arm sinds langen tijd verlamd was, raakte de heilige beeltenis \' met geloof en vertrouwen aan, en op hetzelfde oogenblik voelde zij zich volkomen van hare kwaal bevrijd. Dit was de eerste schakel van een onafgebroken keten van genaden en wonderen, welke gedurende drie achtereenvolgende eeuwen door de kracht van Maria\'s Bijstand zouden verkregen worden.
Na die plechtige processie, wier aan-deijken nimmer verloren is gegaan, werd de heilige beeltenis boven het hoogaltaar, als op een troon van barmhartigheid, geplaatst, en tevens werd het volk bekend gemaakt met den naam der nieuwe Madonna, den troostrijken en trefFenden naam van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand. De Romeinen voelden zich door die veel belovende en opbeurende benaming aangetrokken en in hunne behoeften en noodwendigheden sloegen zij gaarneden weg in naar de Sint-Mattheus kerk, alwaar zij wisten dat al spoedig Maria\'s
21
machtige bijstand hun verzekerd was. Het verhaal der wonderen, welke voor de heilige beeltenis zoo herhaaldelijk plaats hadden, deed het getal der vrome vereerders van Jesus\' Moeder en het onbegrensde vertrouwen, dat men op haar stelde, dagelijks aangroeien. Langzamerhand werd het heiligdom der gezegende Maagd een bedevaartsoord en eenö der meest bezochte kerken van Eome, en de veelsoortige geschenken en ex-voto\'s in grooten getale rond het wonderdadige beeld aangebracht,waren de blijvende getuigenissen van de macht en de goedheid derMadonna van Altijd-durenden Bijstand en van de welgemeende dankbaarheid des volks.
De rijkdom dier geschenken gaf eens aanleiding tot een voorval, dat in de oude kronijken der Sint-Mattheus kerk verhaald wordt. De koster der kerk liet zich verblinden door de pracht en de kostbaarheid der verschillende voorwerpen, welke naast de heilige beeltenis prijkten, en weldra werd zijne begeerlijkheid zoo groot, dat hij onder de bekoring bezweek. Met heiligschendende
23
hand ontrooft de vermetele al die aan Maria toegewijde schatten, verlaat vervolgens het heiligdom en snelt met den meesten spoed naar zijne woning. Bij de kerk van Onze Lieve Vrouw del-Monti gekomen, wil hij den weg naar het Forum volgen en slaat daarom de bij gezegde kerk uitloopende straat in. Doch eensklaps, en zonder dat hij het zich kan uitleggen, bevindt hij zich weder voor de Sint-Mattheus kerk, alwaar hij zijne misdaad gepleegd heeft. Met nog groot,er spoed verwijdert hij zich enijltvoort langs andere straten,en na lang dwalen ziet hij zich nogmaalsbij het heiligdom, waarvan hij wegvlucht . Wederom vliedt hij heen naar zijne woning, doch wederom wordt hij door Gods rechtvaardige wraak teruggevoerd tot de gevreesde kerk. Nu begrijpt de ongelukkige de grootheid zijner misdaad, snelt naar het altaar der Madonna, en, badend in tranen, brengt hij haar de heilige voorwerpen terug, welke bij door onheiligen roof ontvreemd heeft. Gedreven door een oprecht berouw en door het verlangen zijne heiligschen-
23
dende daad uit te boeten, verhaalt hij zelf aan de Augustijnen des kloosters èn den misslag, dien hij begaan heeft, èn de wonderbare tusschenkomst van Maria, waardoor zijn schuldig voornemen verijdeld is geworden.
Veel zwaardere aanrandingen, helaas ! moesten later Maria\'s luisterrijk heiligdom treffen: eene godvergeten revolutie zoude de prachtige kerk omverwerpen en het wonderbeeld in droevige vergetelheid doen vervallen.
Dit immers is altijd het streven van Satan, dat hij zijne heerschappij over eene ziel of over een volk zoekt te bevestigen, door de vereering der allerheiligste Moedermaagd tegen te werken en, zoo mogelijk, geheel te verbannen, Gelukt het hem daarin te slagen, dan waant hij zichvan deoverwinning zeker, wijl zij hem niet langer in den weg staat, die door God bestemd is om zijnen kop te verpletten en alle ketterijen te overwinnen. Deze helsche en Jesus\' Moeder vijandige geest van Satan kenmerkte de zoogenaamde hervorming der zestiende eeuw, welke overal, waar zij doordrong
24
de vereering van Maria afschafte en de kerken en altaren, aan de Moeder des Heeren toegewijd, verwoestte en vernietigde. Diezelfde geest van haat en wraak tegen Maria en tegen alles ■wat haren naam draagt onderscheidde evenzeer de revolutie, welke tegen het einde der achttiende eeuw, naFrankrijk met painhoopen bedekt te hebben, naar Italië oversloeg, om daar hare verwoestingen te beginnen en haren haat tegen de koningin van hemel en aarde bot te vieren. Weldra zuchtte de eeuwige stad onder het noodlottige juk van door de revolutie bezoldigde veroveraars: Pins VI stierf in ballingschap, en heel het Italiaansch schiereiland zsg zich aan de afgrijselijklieden van een revolutieoorlog prijs gegeven. Vele kerken werden in die dagen geplunderd en vele heiligdommen verwoest: ook de door onze geliefde Madonna zoo beroemd geworden kerk bleef niet gespaard. Weldra inderdaad vernamen de Romeinen, dat men om eene krijgskundige reden tot de omverhaling der Sint-Mattheus kerk besloten had, en dat derhalve de
25
bedevaart van Onze Lieve Vrouw van AltijdJurenden Bijstand en Maria\'s vereering in het door haar zeiven uitgekozen heiligdom zouden ophouden.
Treurig! treurig! de eeuwen hadden den grijzen tempel geëerbiedigd; de Opperpriesters dien vereerd en geheiligd; verschillende kloosterorden hadden daar bij dag en bij nacht den lof der Gezegende onder de vrouwen gezongen; de hemel had daar groote en wonderbare genadegunsten uitgedeeld; de heilige Moedermaagd zelve had daar haren troon geplaatst en ontelbare volksscharen hadden sinds eeuwen neergeknield voor dien troon van barmhartigheid ! En ondanks dat alles gelukte het den helschen vijand van alle goed de glorie van zoovele eeuwen op een enkelen dag te vernietigen, het eerbiedwaardige Godsgebouw viel onder den ijzeren moker der verwoesting om nimmer meer te verrijzen.
Nadat deEsquilino aldus van eenezijner luisterrijke kronen beroofd was en er van het geliefde heiligdom niets meer over bleef dan eenige hier en daar ver-
26
spreid liggende steenklompen, verwijderden zich de Augustijner kloosterlingen, die met de bediening der kerk belast waren geweest, van die droevige puinhoopen en namen met zich de dierbare beeldtenis van Rome\'s machtige Beschermster.
Paus Fius VII gaf hun eerst de Sint-Eusebius kerk en deed later hen overgaan naar Onze Lieve Vrouw in Posterula. Maria\'s wonderbare beeltenis volgde hen daar: doch langzamerhand werd zij vergeten, wijl de ongunstige tijden den kloosterlingen niet toelieten bet heilige beeld met den vroegeren luister te omgeven. Ongetwijfeld vreesden zij,dat de scherpziende en heiligschendende blik der ontheili-gers hunnen kostbaren schat zoude ontdekken. De oude monniken eens de bewaarders van het heilige pand, stierven een voor een weg, en het volk, niet meer hoorende spreken over Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, hield natuurlijk op haar aan te roepen en te vereeren.
Het wonderdadige beeld bleef aldus
27
ruim vijftig jaren onbekend en vergeten: geene kerk, geen altaar, geene openbare vereering bestond er meer van haar, die door eene lange reeks van wonderen haren machtigen Bijstand gedurende drie eeuwen aan het Eomeinsche volk had duen gevoelen. Men was zoo verwikkeld in de groote elkander met zoo onge-wonen spoed opvolgende gebeurtenissen onzer eeuw, dat er niet eens meer aan gedacht werd, of de heilige beeltenis nog bestaan mocht. Aldus verdween zelfs het aandenken en de herinnering aan haar, die zoo getrouw de Altijddurende Bijstand van ontelbare onge-lukkigen geweest was.
Terwijl dit wonderbeeld van Maria, even als zoo vele anderen, vergeten werd, vervolgde Satan de uitvoering zijner helsche plannen. Pius VII kwijnde jaren lang in eene droevige ballingschap; zijne opvolgers zagen den zondvloed der kwade driften, der vijandelijke gezindheden en der goddelooze leerstellingen met den dag al hooger en hooger stijgen; Gregorius XVI was getuige van de tegen altaar en troon in het duister
28
gesmede zamenzweringen en van de onheilspellende ontwikkeling der geheime genootsehappeu, Pius IX eindelijk, door zijne onderdanen in zijn eigen paleis belegerd; zag zich genoodzaakt Rome te verlaten, om den weg der ballingschap in te slaan! En wat al rampen en onheilen het arm en ongelukkig Italië sedert dieu tijd geteisterd hebben, weet iedereen, die een weinig bekend is met de geschiedenis onzer dagen. Verschijn dan weder, o machtige Maagd, o gij, die de Bijstand zijt der Christenen, verschijn dan weder aan het hoofd van de legerscharen des Heeren ! Kom den Satan naar zij ne helsche krachten terug-drijven; kom met overwinnenden arm de vijanden van Jesus\' Kerk bestrijden; kom der overstrooming van kwalen, waarmede de wereld bedreigd wordt, een rotsvasten dijk tegenwerpen! Openbaar ons weder in uwe beelden de wonderen uwer macht en uwer goedertierenheid ; geef ons de zoo kostbare wonderbeelden terug door de hand der goddeloozen ons ontnomen, en vooral
29
de heilige beeltenis, weikeu als Moeder van Altijddurenden Bijstand heeft doen kennen; want zoo ooit, dan is vooral tegenwoordig- die Bijstand ons allernoodzakelijkst. Zoo gelukkig zullen wij, uwe kinderen, zijn, als wij uw heilig beeld op de altaren zullen mogen terugplaatsen, wederom voor u knielen, wederom uwen Bijstand afsmeeken kunnen; want dit vertrouwen, o heilige en mcahtigeMoeder! bezielt ons,dat wij door onze smeekingen en gebeden van uwe alvermogende goedheid verkrijgen zullen, dat eindelijk een gelukkige en zoo vurig gewenschte vrede aan de Kerk en de wereld worde wedergegeven.
4C HOOFDSTUK.
De beeltenis van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand wordt door een Pater Redemptorist wedergevonden.
Omstreeks het jaar 1840 leefde er in het klooster van Onze Lieve Vrouw
30
in Posterula een goede grijsaard, broeder Orsetti genaamd Op jeugdigen leeftijd had hij het habijt der Augustijnen aangenomen en zijne professie gedaan in het klooster van Sint Mattheus op denEsquilino. Doch derevolutie kwam, en de kerk en het klooster, waar de grijze broeder onder de machtige be-scbermir g van Maria zoovele gelukkige dagen gesleten bad, werden, gelijk wij reeds verhaald hebben, eene prooi der verwoesting. Hij had dan dit welbeminde toevluchtsoord zijner j on ge j aren moeten verlaten en was met de Augustijner kloosterlingen naar hunne nieuwe standplaats vertrokken. Op het tijdstip waarover wij hier spreken, waren al zijne oude medebroeders van Sint-Hattheus overleden, en hij alleen bewaarde nog de herinneringen aan vroegere tijden. De Voorzienigheid, welke hem zoo lang op aarde liet, had haar bepaald doel daarmede: zij wilde zichvan hem bedienen,om de vereering van Onze Lieve Vrouw van altijdduren-den bijstand wederom te verlevendigen.
In de laatste levensjaren van dezen
31
goeden grijsaard werd het klooster van Onze LieveVrouw in Posterula dikwijls bezocht door een zeker jongeling, Michael Marchi genaamd, die, dertien jaren lang, zeer bevriend was met de kloosterlingen en vooral met den ouden broeder Orsetti.
Op zekeren dag waren de beide vrienden in de huiskapel der Augustijnen, toen Orsetti op eens voor eene beeltenis der H. Maagd Weef stilstaan en op geheimzinnigen toon tot den jeugdigen Marchi zeide: Beschouw eens wel, mijn vriend, deze heiligeMadonna: . zij is Onze Lieve Vrouw van Altijd-durenden Bijstand. Weleer werd zij door het volk met groot vertrouwen aangeroepen en vereerd in de Sint-Mattheus-kerk, en jaarlijks werd een allerplechtigst feest ter barer eer gevierdquot;. De goede grijsaard herhaalde meermalen deze woorden, als wilde hij het gezegde onuitwischbaar diep in het geheugen van zijnen jeugdigen vriend inprenten.
De openbaringen des broeders bleven niet bij dit eerste woord. Orsetti, die
in de twee laatste jaren zijns levenl bijna ten eenemale van het gezicht bel roofd was, hechtte zich al inniger ei inniger aan den jongen Marchi en ver-I trouwde hem al zijne geheimen toe:| en in elk onderhoud met hem kwaml hij altijd als onwillekeurig en met een! soort van voorliefde op zijne Madonna] van den Esquilino terug. Wanneer hij echter eene of andere bijzonderheid over het vertrouwen en de vereering, waardoor men vroeger haar huldigde; verhaald had, liet hij nimmer na, zijn verhaal met deze woorden te sluiten: „Vergeet toch nooit, Marchi, dat het wonderdadige Mariabeeld, weleer in de Sint-Mattheus-kerk vereerd,geen ander is, dan het thans in onze huiskapel geplaatste; neen, vergeet het nimmer.quot; — En als wilde hij zijne plechtige verzekeringen nog meer kracht bijzetten en den geest des jongelings nog dieper treffen, onderbrak hij soms zijn verhaal om hem met eene zichtbare ontroering te zeggen ; „Hebt gij mij wel verstaan. Marchi ? Neen, daar bestaat geen twijfel, het is zeker ! ....
33
\'lt; leveng, wat al mirakelen zijn er door Orze icht bepeTe Vrouw van Altijd durend en Bij-^erejand gedaan!....quot; De jeugdige Micbael en ver-fiisterde naar des grijsaards woorden; 11 toe .•■Den echter begreep hij nog niet om kwam welke redenen en met welke bedoe-et eenlingen de Voorzienigheid deze zoo \'oniiallringende aanbevelingen den goeden er hij ftroeder Orsetti op de lippen legde. \'beid 1 De grijze Augustijner kloosterling •iiig, Êstierf in 1852 in den ouderdom van gele; 180 jaren. Sedert dien tijd begon de zijn IVoorzienigheid hare plannen al dui-eu; idelijker en duidelijker te openbaren. het •■Michael Marchi, bewaarder der ge-de Iheimen van zijnen eerbiedwaardigen Ier || vriend, begon al spoedig na diens dood ie] 1 er aan te denken om de wereld te 2- 1 verlaten en bet kloosterleven te om-i- || heizen. Toen zijn plan eindelijk tot t 1 rijpheid gekomen was en hij nog 3 J slechts in beraad stond over de keuze s || der kloosterorde, waaraan bij zich zoude toewijden, vernam hij, dat de H Kedemptoristen, de zonen van den \\ H. Alphonsns, de Villa Caserta hadden 3 aangekocht. Hij gevoelde zich door 73 3
34
de genade tot dat nieuwe klooster aangetrokken, en weldra, beantwoordend aan de inwendige stem, welke in hem sprak, meldde hij zich aan en verzocht in de Vergadering des Allerheiligsten Verlossers opgenomen te worden. Aan zijn verlangen werd voldaan, en in 1855 ontving hij het kloosterlijk habijt derKedemptoristen. Sinds toen mocht men zeggen dat het bezit der wonderdadige beeltenis van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand aan de kinderen van den H. Alphonsus verzekerd was.
Drie of vier jaren later ontdekte een der kloosterlingen van de Villa Oaserta in zijne geschiedkundige navorschin-gen tal van allerkostbaarste oorkonden over de oude Sint-Mattheus kerk, wier standplaats, gelijk wij reeds gezien hebben, door de Oaserta werd ingenomen, alsmede en voornamelijk over eene beeltenis der H. Maagd, door vele .wonderen beroemd. Op zekeren dag onderhield zich deze Pater met zijne medebroeders over dat Mariabeeld, en verhaalde hun zeer omstan-
35
diglijk zekere bijzonderheden, welke zij allen, Pater Marchi even als de anderen, met evenveel voldoening als bewondering aanhoorden. Eensklaps gaat er een lichtstraal op voor den geest van Pater Marchi. Hij herinnert zich de geheimzinnige woorden, welke de oude Augustijner broeder in zijne vertrouwelijke gemoedsuitstortingen hem zoo vaak heeft toegesproken, en roept in vervoering uit: „De wonderbare Madonna bestaat nog, ik weet waar zij verborgen is, en zoo menigmaal heb ik ze gezien !...quot; Nu yerhaalt hij, tot aller verwondering, zijne herhaalde bezoeken in het klooster van Onze Lieve Vrouw in Posterula en de mededeelingen, hem door zijnen ouden vriend gedaan.
De Paters Redemptoristen begrepen al dadelijk, dat de Voorzienigheid hun het spoor tot eene kostbare ontdekking opende en met vurigheid bedankten zij God en de allerheiligste Maagd. Hunne kennis echter van den zoo onverwachts wedergevonden schat was nog ongenoegzaam en onvolkomen; en volstrekt
36
I
onbekend waren zij met het bestaan van een titel, die hen wettigde, om het bezit dier heilige beeltenis te vorderen, namelijk, met de uitdrukkelijke wilsbeschikking der allerheiligste Maagd, waardoor bepaald was, dat het wonderbeeld in eene tusschen de Heilige Maria de Meerdere en Sint-Jan van Lateranen gelegen kerk geplaatst moest worden. Bene onvoorziene omstandigheid kwam hun nieuwe narichten bezorgen en deed hun dui-delijk de barmhartige plannen van de Koningin des hemels kennen.
In de kerk der Paters Jesuïeten te Kome wordt eiken Zaterdag eene godvruchtige toespraak tot de geloovigen gehouden over de heerlijkheden van Maria. Op den eersten Zaterdag van Februari 1863 koos de Pater, die met deze preek belast was, tot onderwerp zijner toespraak het aloude en wonderdadige beeld van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand. Wij willen hier eenige der merkwaardige gedachten aanhalen, welke de heilige Maagd hem ongetwijfeld ingaf, om de
37
herstelling barer heilige beeltenis en de vereering daarvan te bevorderen.
„Heden wil ik u spreken, mijne broeders, over eene beeltenis der allerheiligste Moedermaagd, welke vroeger zeer beroemd was, en nu, sedert een zestigtal jaren in diepe vergetelheid is geraakt. Ongetwijfeld is zij verborgen in eene of andere weinig bekende bidplaats, waar zij verstoken blijft van alle openbare vereering, en van de hulde en het bezoek van zoovele vrome pelgrims, die in de eeuwen van geloof rond haar zich kwamen scharen.quot; — Daarop verhaalde de redenaar, hoe de heilige Maagd op bepaalde en uitdrukkelijke wijze als haren wil had te kennen gegeven, dat zij vereerd zoude worden tusschen Sint Jan van Lateranen en de Heilige Maria de Meerdere. Vervolgens voegde hij er deze woorden bij : „Geve God, dat onder mijne hoorderen iemand zich bevinde, die de plaats kent waar de heilige beeltenis verborgen is!... Dat hij verklare aan degenen, die het wonderdadige beeld in eene droevige
38
vergetelheid doen blijven, dat Maria wil, dat zij aan de vereering der geloovigen uitgesteld worde. Ik durf vertrouwen, dat zij hunne dwaling inzien en de heilige beeltenis in eene der talrijke tusschen den Esqui-lino en den Cselius gelegen kerken zullen terugplaatsen.quot; — Eindelijk sloot hij zijne toespraak met deze hoopvolle gedachte: „Wie weet of de ontdekking en de wedervinding dezer kostbare beeltenis aan onzen door zoovele staatkundige beroerten en onlusten geschokten tijd niet is voorbehouden?.... Wie weet of Maria, die zicbzelve deMoeder vanAltijddurenden Bijstand genoemd heeft, den vrede der wereld en het heil der volkeren aan de herstelling van haren vroegeren eeredienst niet heeft verbonden ? Wel gelukkig hij, die door God is uitgekozen om ons de beeltenis zijner Moeder terug te bezorgen !quot;
Men zal lichtelijk begrijpen, dat deze woorden en heel de toespraak eenen diepen indruk maakten op de Kedemptoristen, zoodra zij daarmede
39
bekend werden. Was het inderdaad niet duidelijk, dat Maria tot nieuwe woonplaats de kerk had uitgekozen ■van den H. Alphonsus, welke juist tusschen de twee door de allerheiligste Maagd aangeduide basilieken is gelegen en op wier helende gronden de Sin t-Mattheus-kerk weleer zich bevond? En dan, wat een wonderbare samenloop van onvoorziene omstandigheden!... De oude broeder Orsetti, die al de Augustijnen van Sint-Mattheus overleeft, opdat het geheim, dat zij alleen kennen, niet in hun aller graf zoude verloren gaan!... De machtige opwekking, welke hem als onweerstaanbaar noopt zijne vertrouwelijke mededeelingen te doen aan een\'jeugdigen fiomein, die, niet lang daarna, onder de zonen van den H. Alphonsus wordt opgenomen!... De geschiedkundige nasporingen over de wonderdadige Mariabeeltenis van den Esquilino, welke aan Pater Marchi de gelegenheid geven, om een geheim te openbaren, waarvan hij, tot dan toe, de hooge belangrijkheid niet gekend heeft!...
40
De breedvoerige mededeeling van zoovele bijzonderheden over Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand in de toespraak van den Eerw. Pater JesuïetIs de samenloop van al die treffende en onvoorziene omstandigheden, zijn al deze daadzaken, op 200 wonderbare wijze zich aaneenschakelend, geene genoegzame en duidelijke bewijzen, dat het in de raadsbesluiten des Heeren bepaald is, dat de nieuwe kerk, aan den H. Alphonsus toegewijd, ook het nieuwe heiligdom van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand moet wezen ? en mag men niet zeggen, dat de heilige Maagd, door aan de kinderen van dien grooten Heilige de gedachte in te boezemen en de gelegenheid te bezorgen om de Villa Gaserta aan te koopen, op het tijdstip waarop zij zelve haar wonderbeeld daar wilde terugplaatsen, eene glansrijke belooning heeft willen geven aan een harer getrouwste en ijverigste dienaren, aan den onster-felijken en godvruchtigen schrijver der Heerlijkheden van Maria ?
•■ ■■ k ■ ■
41
Al deze gedachten kwamen natuurlijk op in den geest der Paters Redemptoristen en hun verlangen naar het bezit van het geheimzinnig beeld werd eiken dag nog grooter en vuriger. Hun algemeen Overste, de Hoogeerwaarde Pater Mauron, was echter van mee: ning, dat men de zaak niet te zeer moest bespoedigen. Nog twee jaren verliepen, en gedurende al dien tijd deed hij veel bidden, opdat God zijnen heiligen wil zoude doen kennen: en eerst na zich aldus de bescherming des hemels verzekerd Le hebben, bood hij den Heiligen Vader zijn smeeli.-schrift aan.
De ten dien einde gevraagde audiëntie werd op den 11 en December 1365 verleend. De Hoogeerwaarde Pater gaf in korte bewoordingen eene geschiedkundige schets van de wonderdadige beeltenis, verhaalde aan Zijne Heiligheid de buitengewone omstandigheden, welke wij vermeld hebben, en smeekte daarop den Paus, hem het heilige beeld in eigendom af te staan. De heilige Vader maakte
73 3.
42
daarop de bemerking, dat de Madonna van Altijddurenden Bijstand hem zeer wel bekend was, wijl bij, telkenmale, dat bij als knaap met zijne ouders naar Rome kwam en met ben bet bezoek der zeven kerken verrichte, op den weg van Sint-Jan van Lateranen naar de Heilige Maria de Meerdere, in Sint-Mattbeus bij dat wonderbeeld gingbidden Onmiddellijk na die bemerking nam Zijne Heiligheid eene pen en, met voorbijgaan van alle formaliteiten, schreef hij eigenhandig op bet hem aangeboden smeekschrift de volgende woorden:
„11 December 1865. De Kardinaal Prefekt der Propaganda is gelast den Overste van bet klooster van Onze Lieve Vrouw in Posterula bekend te maken, dat het Onze wil is, dat de schilderij der Allerheiligste Maagd, waarvan sprake is in dit smeekschrift, terugkeere tusschen Sint-Jan en de Heilige Maria de Meerdere, met verplichting nochtans voor den Overste der Eedemp-toristen, om een ander passend schilderstuk in de plaats te geven.quot;
43
Onget wijfeld dacht de Heilige Vader, bij het onderteekenen van dit bevel, even als de gewijde redenaar, wiens woorden wij daar even hebben aangehaald, dat Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand waarlijk ter goeder ure verscheen.
De Algemeene Overste der Eedemp-toristen, wiens ijvervolle poging zoo spoedig met den gewenschten uitslag bekroond was geworden, keerde naaide Oaserta terug, God innig dankend voor de verkregen weldaad, en al dadelijk was hij er op bedacht om der Madonna eenen haar waardigen troon op te richten in de kerk van Alphonsus\' kinderen. Moge zij van uit dit nieuwe heiligdom de eeuwige stad beschermen en der wereld den vrede wedergeven.
44
5quot; HOOFDSTUK.
De Paters Redemptoristen worden in het bezit der heilige beeltenis gesteld.
Nadat alle formaliteiten, voor de overdracht van het beeld noodzakelijk, vervnld waren, begaven zich op den 19 Juni 1866 twee Paters Redemptoristen naar het klooster van Onze Lieve Vrouw in Posterula, om de heilige beeltenis in ontvangst te nemen en ze naar hare nieuwe woonplaats over te brengen. De Prior der Augustijnen geleidde hen naar de huiskapel des kloosters, alwaar het wonderdadige Mariabeeld, sinds zooveel jaren reeds verborgen en vergeten, zich bevond, en overhandigde het aan de twee afgezonden Paters, die thans dezelfde beeltenis der Moeder van Altijddu-renden Bijstand van nabij mochten aanschouwen, voor welke de geslach-
ten van drie eeuwen haar de hulde hunner liefde en hunner vereering gebracht hadden.
Deze beeltenis is eene houtschildering in byzantijnschen stijl, en, naar men gissen kan, moet zij in de dertiende of veertiende eeuw zijn vervaardigd. Het christelijk gevoel, dat uit al de treffende en met elkander zoo volmaakt overeenstemmende bijzonderheden van deze waarlijk oorspronkelijke schildering straalt, alsmede de keurige volmaaktheid der teekening en der uitvoering doen ons veronderstellen, dat dit stuk het werk is van een even ervaren als gods-dienstigen meester. In korte woorden willen wij er eene beschrijving van geven.
Het schilderstuk heeft eene hoogte van vijftig en eene breedte van veertig duim. Op een vrij glanzenden gulden grond staat de Allerheiligste Maagd afgebeeld, op haar linker arm het Kindje Jesus dragend. Een donker blauwe sluier bedekt haar hoofd, en daalt zoo verre af, dat men slechts
46
het uiterste gedeelt van den band, die haar hoofd omwikkelt, kan opmerken. Haar kleed is roodkleurig en deszelts boorden, even als die van den sluier, zijn met goud bezet en omzoomd. De vrij breede gloriekrans, welke haar hoofd omringt, is met fijne en kunstmatige teekeningen versierd. Onder dien krans ziet men op het bovengedeelte van den hoofdsluier eene stralende sier. De plooien en schaduwen der kleederen zijn door gulden lijntjes aangegeven, welke bijzonderheid eigenaardig is aan al de schilderstukken der byzantijnsche school. Boven de Madonna staan deze vier letters mK Bï\\, welke de begin-en sluitletters zijn van Grieksche woorden „Moeder Godsquot; beteekenend.
Het Goddelijk Kindje is op de armen Zijner Moeder, maar in plaats van Zijne blikken op haar te vestigen, richt het Zijn hoofd een weinig achterover en wendt Zijne oogen ter linker zijde naar een voorwerp, waardoor het diep getroffen schijnt en waarvan het gezicht over Zijn zacht
47
gelaat een zweem van vreeze verspreidt. Met Zijne twee kleine handjes omklemt het de rechterhand Zijner Moeder, als wilde het zich daardoor hare bescherming verzekeren. Het Goddelijk Kindje draagt een groenkleurig kleed, dat door een rooden gordel opgehouden en gedeeltelijk verborgen is onder een langen mantel van donker gele kleur.
Het hoofd van het Kindje is ook omgeven door een gloriekrans, die echter een weinig smaller en minder bewerkt is dan de kroon der Madonna. Boven zijn linker schouder leest men deze letters: TiT X? dat is: „Jesus Christus.quot;
De houding van het Kindje Jesus, alsmede het gevoel van vrees en schrik, dat in al Zijne trekken is uitgedrukt, wordt veroorzaakt door de nabijheid van een Engel, die ter linker zijde een weinig boven het Kindje geplaatst is, in zijne handen ean kruis met het gewone opschrift draagt en dat, te gelijk met de vier nagelen ,den kleinen Jesus aanbiedt.
48
Boven den hemelbode leest men de eerste letters van zijnen naam O. r. dat is: „De Aartsengel Gabriël.quot;
Op dezelfde hoogte, doch ter rechter zijde van de Madonna, ziet men een anderen Engel, boven wiens hoofd men deze letters vindt: O. A.M., dat is : „De Aartsengel Michael.quot; Deze draagt een vaas, waaruit de lans en de rietstok met de daarop bevestigde spons opschieten.
Datgene echter wat dit schilderstuk vooral kenmerkt, is het gelaat der Madonna, welks uitdrukking in volmaakte overeenstemming is met het-gene wij reeds hebben beschreven. In den blik van Maria, die tot hare aanschouwers gericht is, even als in al hare gelaatstrekken ziet men eene zachte en onzeggelijke droefheid ver-eeoigd met een allerdiepst medelijden. Zij ook heeft het kruis gezien, dat men haren Zoon aanbiedt; men ziet\' het, hare ziel lijdt, maar, o God! met welke kalmte, met welke gelatenheid en hemelsche onderwerping ! Men zoude zeggen, dat de schrik van
49
het Goddelijk Kind bij \'t zien van de lijdenswerktuigen door den Engel gedragen, aan Maria hare andere kinderen herinnert, die in dit tranendal der aarde droevig rondzwerven en zoo vaak gedrukt gaan onder den lood-zwaren last van hun kruis. Zij schijnt, diep door medelijden getroffen, hare lippen te openen, en deze troostvolle woorden te uiten : „Vertrouwt op mij: ik heb geleden, en daarom ben ik vol medelijden, ik ben machtig, en daarom in staat u bij te staan en te helpen. Vertrouwt dan, o gij allen, die op aarde den weg volgt, dien mijn Zoon heeft bewandeld: ik ben de Moeder van Altijddurend en Bijstand!quot;
De wonderbare schilderij, ofschoon reeds zes of zeven eeuwen oud, was volkomen goed bewaard. Slecht waren er hier en daar eenige kleine nageltjes in het hout geslagen, waaraan waarschijnlijk de kronen bevestigd waren geweest,welke vroeger boven het hoofd der Allerheiligste Maagd en van het Goddelijk Kindje prijkten. Doch het was gemakkelijk alles volmaakt te
50
herstellen, en thans zijn alle sporen van vroegere beschadiging verdwenen.
Deze kostbare schat was het, welke aan de twee zonen van den H. Al-phonsus werd overhandigd. Met innige vreugde namen zij de wonderdadige beeltenis mede, en na weinige oogen-blikken nam de Madonna van Altijd-durenden Bijstand wederom bezit van den Esquilino, alwaar zij op nieuw vereerd ging worden op slechts eenige schreden afstands van haar eercte heiligdom.
68 HOOFDSTUK.
Onze Lieve Vrouw van Altyddurenden Bijstand wordt met groote plechtigheid op den Esquilino in de Sint-Alphonsus kerk geplaatst.
Aan de langdurige verborgenheid, welke het wonderbare beeld van Maria aan de vereering en de liefde harer
51
kinderen onttrokken had, was dan een einde gekomen door de ijvervolle bemoeiingen van Alplionsus\' zonen. Zij mochten echter daarmede alleen zich niet tevreden stellen : de heilige beeltenis van \'s Heeren Moeder moest op eenen haar waardigen troon in haar nieuw heiligdom worden verheven; de plechtige iuhuldiging van het aloude beeld moest het begin worden eener nieuwe vereering, welke voortaan even als weleer, de godvruchtige volksscharen voor het altaar der Moeder van Altijddurenden Bijstand, zoude doen samenstroomen. En konde Maria niet met alle recht zich er op verwachten, dat de Eomeinen onzer eeuw, wier vaderen drie eeuwen lang ontelbare weldaden van hunne hemelsche beschermster ontvangen hadden, met niet minder vurigheid en liefde hare wederverschijning zouden begroeten, dan hunne voorouders haar bij hare eerste verschijning in 1399 begroet hadden en gehuldigd ? En was er niet eene glansrijke inhuldiging van het wonderbare beeld noodig geworden na eene
riO
halve eeuw van verlatenheid en vergetelheid ; en moesten de glorie en de luister, welke men ten toon zoude spreiden om de g-elukkigeterugvinding der heilige beeltenis te vieren,niet eene uitboetingzijnder vroegere nalatigheid en eene schitterende betuiging van toekomstige getrouwheid? Voorzeker! En de Romeinen begrepen dat, en zij bereidden aan Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand een dier feesten, welks herinnering immer zal voortduren.
Den 17 April 1866 richtte de Kardinaal-Vicaris der Eeuwige Stad, in naam van Zijne Heiligheid Pius IX, de volgende plechtige uitnoodiging {invito sagro) tot viering van het feest aan alle bewoners van Home:
„Dierbare Eomeinen ! De aloude en wonderdadige beeltenis van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, gedurende drie eeuwen door uwe voorvaderen in de Sint-Mattheuskerk vereerd, zal weldra aan den openbaren eere-dienst worden teruggegeven.
„Tijdens de vreeselijke beroerten,
53
welke in het begin dezer eeuw den vrede der Kerk verstoorden, werd de oude Sint-Mattheuskerk verwoest en vernietigd; en sedert die ongelukkige dagen bleef het eerbiedwaardige beeld in een onbekend heiligdom verborgen. Zij ne Heiligheid,de roem rijk regeerend e Paus Pius IX, heeft eigenhandig het volgende bevel geschreven:DeMadonna van Altijddurenden Bijstand moet op den Esquilino tusschen de basiliek van Laterauen en de Liberiaansche basiliek worden teruggeplaatst. Voortaan zal zij aan de vereering des volks uitgesteld zijn in de Sint-Alphonsuskerk, toebe-hoorende aan de Vergadering des Allerheiligsten Verlossers, welke kerk juist op het erf gelegen is, waarop vroeger de Sint-Mattheuskerk zich bevond.
„Dien ten gevolge zullen de Paters Redemptoristen, uit dankbaarheid voor de gunst, welke Maria hun verleende, door hunne kerk tot hare woonplaats en hen zeiven tot bewaarders harer heilige beeltenis uit te kiezen, op den 27en, 28en en 29quot; dezer maand eene plechtige driedaagsche oefening vieren.
54
om het herstel van de openbare vereering dezer Madonna met meer luister te doen plaats vinden. Den 26en namiddag zal de heilige beeltenis in processie langs de straten van Eome gedragen en vervolgens op het hoog-altaar dei-Sin t-Alphonsus kerk geplaatst worden.
„Romeinen, en gij vooral, bewoners van de Wijk del Monti, toont nu, dat gij de ware kinderen van Maria zijt! Uwe voorvaderen hebben uitgeschenen door hunne godvruchtige vereering van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand : volgt gij nu hunne voorbeelden. Knielt neder voor haren troon in al uwe beproevingen; hare machtige hand zal u beschermen en u blijven beschermen, totdat zij a in het Paradijs de glorie zal zien genieten, welk zij u door haren Altijddurenden Bijstand bezorgd zal hebben.quot;
Met edele geestdrift beantwoordde het Romeinsche volk aan dc.ze vurige oproeping en hartelijke uitnoodiging, en de algemeene deelneming aan de feestviering was een plechtig getui-
55
genis van de liefde der Eeuwige Stad voor de Moeder des Heeren.
De plechtigheid begon op den 26en April, feestdag van den H. Cletus, Paus en martelaar, die, gelijk wij in het begin dezer geschiedkundige schets zagen, tegen het einde der eerste eeuw de oude Sint-Mattheuskerk inwijdde, welke later het eerste heiligdom van de Moeder van Altijddarendeu Bijstand werd. Op dien dag verliet eene luisterrijke processie in zegevierenden optocht de stille woonplaats van Alphonsus\' zonen.De broederschap van denH.Fran-ciscus van Paula, de Paters Redemptoristen, de geestelijkheid van de wijk del Monti, de Karmelieten van Sint-Marten, de monniken van Vallombrosa, de reguliere KauunnikenvanLateranen de pastoors der aangrenzende parochiën openden de processie en allen zongen heilige lofliederen Maria ter eer. Vervolgens verscheen de heilige en wonderdadige beeltenis onder eenen rijken draaghemel, omringd door eene talrijke schaar van geestelijken en onmiddelijk gevolgd door een Bisschop, die eene
56
kostbare reliquie der Heilige Maagd in zijne handen hield. Dan kwamen de Algemeene Oversten der yerschil-lende kloosterorden en ontelbare scharen van vrome geloovigen, die te zamen den rozenkrans baden of heilige liederen zongen.
De huizen, waarlangs de processie toog, waren versierd even als op de dagen van openbare feestelijkheid: kostbare tapijten en bekleedsels daalden in rijke plooien van de balkons naar beneden, de grond was met keurige bloemen en geurige mirten- en laurierbladeren bezaaid. De straten, te eng geworden voor de opeengedrongen menigte, weergalmden van blijde Maria-gezangen. \'tWas waarlijk eene algemeene ontboezeming van diep gevoelde vreugde! Deze vreugde verstoorde echter niet in het minste de vrome ingetogenheid en de warme godsvrucht der geloovigen, die op dezen dag uit alle wijken der Eeuwige Stad waren saam-gestroomd, om de zegepraal der Moeder vanAltijddurendenBijstand door hunne tegenwoordigheid op te luisteren en
57
door hunne stichting te verhoogen.
Ook kon de Allerheiligste Maagd deze godsdienstige en zoo heerlijke plechtigheid niet laten afloopen, zonder de kinderlijke liefde harer dierbare Romeinen door eenige blijken barer moederlijke en alvermogende bescherming te beloonen. Eeeds zagen ■wij, hoe zij, bij hare eerste intrede binnen Rome in 1599, door een luisterrijk wonder bezit nam van de Eeuwige Stad. Zoo wilde zij ook, dat in 1866 hare wederverschijning te midden van hare kinderen door wonderbare voorvallen verheerlijkt zoude worden.
In eene der straten, langs welke de processie moest doortrekken, woonde eone diep bedroefde moeder, wier vierjarig kind in een hopeloozen toestand verkeerde. Sedert een twintigtal dagen was het door eene koortsachtige maag-ontsteking aangetast, welke door hevige hersenstuipen nog werd verergerd, zoodat het leven van den kleine in groot gevaar was. Doch zijne arme moeder verloor den moed en het vertrouwen niet: zij bad en smeekte 73 i
£58
den hemel zoo vurig zij maar kon. Eindelijk nadert de processie, en op het oogenblik, waarop de Maagd van Altijddurenden Bijstand zegevierend voorbij het huis wordt gedragen, vat de moeder, in eene vervoering van liefde tot haar kind en van vertrouwen op Maria, den kleinen stervende in hare armen, draagt hem naar een open venster, en daar, haren zoon aan Onze Lieve Vrouw aanbiedend, roept zij onder het vergieten van een vloed van tranen: „O, goede Madonna, genees hem, of neem hem met u naar \'t Paradijs !quot; — Maria had medelijden met de bedroefde vrouw en binnen vier en twintig uren was het kind op zichtbare wijze gebeterd, en na weinige dagen was het zoo goed hersteld, dat het met zijne moeder eene waskaars aan zijne hemelsche Beschermster kon komen offeren.
Toen de processie een weinig verder gekomen was, trok zij voorbij eene woning, waarin een jeugdig meisje van acht jaren lag te kwijnen. Sinds vier jaar had zij het gebruik barer beenen
59
verloren en kon zich niet dan met de uiterste moeielijkheid en met de meeste krachtsinspanning bewegen. Nu wist de moeder Tan het lijdende meisje, dat de processie langs haar huis zoude komen, en nu zou zij met een allergrootst vertrouwen de genezing barer dochter van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand afsmeeken. Boe veelvermogend is hei gebed en bet vertrouwen eener moeder op het hart van Maria ! Nauwelijks heeft de bedrukte vrouw den bijstand der heilige Maagd afgebeden, of hare zieke dochter voelt eene verandering, een ommekeer in geheel baar wezen, en vindt de vrijheid en de beweegbaarheid barer ledematen gedeeltelijk terug. Zij kon echter nog niet gaan dan met veel moeite. De m»eder, door die balve genezing in haar vertrouwen gesterkt en aangemoedigd, dacht wel, dat 2.ij nog meer zoude verkrijgen. Weinige dagen daarna neemt zij hare dochter mede. draagt, baar in de Sint-Alphonsuskerk lot voor bet heilige beeld, en daar, doordrou-
60
gen van dat levend vertrouwen, dat wonderen verkrijgt, roept zij Maria toe: „Voltooi nu, o heilige Madonna, wat gij zoo goed begonnen hebt!quot; — Nauwelijks heeft zij dit korte maar treffende gebed uitgesproken, of het meisje staat op en begint zonder eenige moeite te gaan tot groote verbazing van alle aanwezigen.
Zoo toonde Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand bij harewederverschijning onder het Romeinsche volk, dat zij haren nieuwen troon daarom alleen wildebestijgen, om nogmaals haar alvermogen, hare biddende almacht dienstbaar te maken aan hare goedheid, dienstbaar derhalve ook aan het vertrouwen barer vereerders. Door die wonderdaden, duizendmalen welsprekender dan alle menschelijke woorden, scheen zij tot de volksmenigten, welke overal op haren doortocht samendrongen, te zeggen : „O gij allen, die in lijden zijt, komt tot mijnen moederlijken troon, en ik zal u troosten, u bijstaan, u redden !quot; Met zeldzame vurigheid werd door de Romeinen aan de
61
liefdevolle uitnoodiging beantwoord; en de plechtige driedaagsche oefening, welke op de processie volgde, was door den ijver en de godsvrucht des volks als eene opoffering en toewijding der gan-sche stad aan Onze Lieve Vrouw van Altijddvrenden Bijstand.
Gedurende deze drie dagen was de kerk van den H. Alphonsus met den meesten luister versierd. De heilige beeltenis, op het hoogaltaar als in eene zee van licht geplaatst en met de wel-riekendste bloemen omg\'even, prijkte daar als op een glansrijken glorietroon. Dagelijks werden er, des morgens en des avonds, plechtige oefeningen gehouden door de voornaamste prinsen der Kerk, die zich gelukkig achtten aan Maria\'s voeten de hnlde hunner vereeringen godsvrucht te mogen neerleggen. De welsprekendste redenaars van de hoofdstad der katholieke wereld verkondigden om strijd de verhevenheid en de heerlijkheden, de macht en de goedheid der quot;allerzaligste Maagd. Wat echter het meest de zegepraal var. \'s Heeren Moeder opluisterde, was de
62
steeds voortdurende aandrang der ge-loovigen, die, zelfs van uit de verst afgelegen wijken der stad, naar den Esquilino stroomden. Alle klassen en standen der maatscliappij veree-nigden zich in de Sint-Alphonsus-kerk: edellieden en rijken, priesters en leeken, maar armen vooralen on-gelukkigen knielden voor Maria s nieuwen genadetroon. Vele zieken en verminkten lieten zich naar het wonderdoende beeld dragen, en hun vertrouwend geloot deed denken aan het vertrouwen van zoovele kranken, die weleer zich rond den Heer Jesus verdrongen, om zijn kleed te kunnen aanraken en genezing te vinden. Gedurende deze drie dagen werd het heilig Misoffer van het eerste morgenuur tot den vollen middag aanhoudend op het altaar der Madonnazoodoor wereldlijke als kloostergeestelijken, door hooggeplaatste prelaten, door bisschoppen en kardinalen opgedragen. Ontzettend groot was de menigte dergenen, die zich in den biechtstoel met God kwamen verzoenen, en het getal van
63
hen, die tot de heilige Tafel naderden, was waarlijk ontelbaar. „Ik ben zeker,quot; aldus spreekt een ooggetuige, „dat ik niet boven het ware getal ga, als ik zeg, dat gedurende deze drie dagen meer dan vijftig duizend geloovigen voor het heilig beeld zijn komen neerknielen.quot;
Moge de Moeder yan Altijddurenden Bijstand ook op ons een blik van goedheid en liefde vestigen ; moge zij ook over ons eenige dier gunsten en genaden uitstorten, welke zij in die gezegende dagen barer zegepraal zoo overvloedig aan bet geloovig volk van Eome heeft doen toekomen!
7quot; HOOFDSTUK.
De vereering van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bystand verspreidt zieh te Rome en in vele andere landen.
Op den dag zelven, waarop het wonderdadige beeld van Maria in de
64
Sint-Alphonsuskerk aan de openbare vereering werd teruggegeven, las men het volgende opschrilt op de groote kerkdeur:
GLORIE AAN ONZE LIEVE VROUW VAN ALTIJDDURENDEN BIJSTAND, AAN DEZE ALOUDE BEELTENIS,
SINDS EEUWEN BEROEMD;
AAN EENE AL TE LANGE VERGETELHEID DOOR ZIJNE HEILIGHEID PIUS IX HEDEN ONTTROKKEN. DE KLOOSTERLINGEN VAN DEN ALLERIIEILIGSTEN VERLOSSER VIEREN DEZE PLECHTIGHEDEN OM DE VROEGERE DEVOTIE TOT DE GODDELIJKE MOEDER TE VERLEVENDIGEN EN OM
VOOR ZICH ZELVEN EN VOOR DE GANSCHE STAD HAREN ALTIJDDURENDEN BIJSTAND TE VERKRIJGEN.
Wanneer wij nu de daadzaken nagaan, zullen wij dadelijk erkennen, dat het edele doel, bij al deze plechtigheden beoogd, de verlevendiging namelijk van de vroegere devotie tot Onze LieveVrouw van Altijddurenden Bijstand, volkomen bereikt is.
Keeds zagen wij met hoeveel luister
65
en welke algemeene deelneming de plechtige dried aagsche oefening ter gelegenheid van de plaatsing van het wonderdoende Mariabeeld in de Sint-Alphonsuskerk gevierd werd. En dat men niet meene, dat deze godsdienstige feestelijkheden niets duurzaams achterlieten, of dat de geestdrift des volks door onverschilligheid, de vurigheid door verslapping,de vreugdekreten door een droevig stilzwijgen gevolgd werden. Neen! deze eerste driedaagsche zegepraal der allerzaligste Moedermaagd was de voorbode en het voorteeken van eene nog veel uitgebreider en langduriger zegepraal, en de indruk, door deze eerste plechtigheid op de gemoederen gemaakt, was diep en krachtig genoeg, om tegen alle natuurlijke onstandvastigheid en wispelturigheid bestand te zijn. Twee daadzaken, beide even troostend, kunnen tot bewijs daarvan dienen, het herstel namelijk van de devotie tot Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand in Rome zelf, en de spoedige uitbreiding dier zelfde devotie buiten Rome in ver-73 4.
66
schillende landen der christen wereld.
Wat Kome betreft, kan men opmerken, dat de plechtige driedaagsche oefeningen, waarover wij gesproken hebben, onmiddellijk de Meimaand voorafgingen. Tijdens deze aan Maria toegewijde maand bleef de vurigheid van het volk voortduren en deze een en dertig dagen waren eene onafgebroken verheerlijking der machtige Moedermaagd. De devotie werd zelfs grooter met den dag, en tegen het einde der maand had zij zulk eene hoogte bereikt, dat zij eene gansch ongewone ontboezeming van kinderlijke liefde ten gevolge had. In de laatste dagen der Meimaand namelijk kwam er eene deputatie uit de wijken, nabij de Sint-Alphonsuskerk gelegen, tot den Alge-meenen Overste der Redemptoristen om zijn Hoogeerwaarde in naam van het volk een treffend verzoek te doen. Zij verzochten namelijk zijne toestemming om op hunne wijze, Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand te mogen bedanken voor de gunst, welke zij hun verleend had, door in hun
67
midden te willen terugkeeren; uit dankbaarheid wilden zij, op eigen kosten eene nieuwe driedaagsche oefening doen vieren, welke de eerste in plechtigheid en luister nog zoude overtreffen.
Dit verzoek, gelijk men wel denken kan, werd gereedelijk aangenomen ; en de Kardinaal Patrizzi wilde nogmaals in naam van Zijne Heiligheid, het volk uitnoodigen en oproepen, om de Moeder van AltijddurendenBijstaud te vereeren. De nieuwe plechtigheid, welke in de drie eerste dagen van Juni gevierd werd, bracht wederom de gansche stad in beweging. „De vrijwillige bijdragen der geloovigen,quot; zegt een Komeinsch dagblad, „waren zoo overvloedig, dat men de kerk allerluisterrijkst konde versieren. Het altaar was schitterend verlicht. Op de drie avonden werd de zegen met het Allerheiligste gegeven door hunne Eminenties de Kardinalen Olarelli, de Reisach en di Pietro. Eiken avond werden de gevel der kerk en de aangrenzende straten prachtig geïllumineerd, en niet slechts de bewoners van dit gedeelte der stad, maar heeiö
68
scharen uit de overige wijken woonden deze godsdienstige en treffende plechtigheden bij.quot;
De heilige Maagd zelve, als naijverig op de verbreiding dezer devotie tot haar wonderbeeld, verveelvuldigde met moederlijke edelmoedigheid hare gunsten en gaven, en menig wonderbaar feit beloonde en vergrootte nog de vurigheid der geloovigen. Het zij ons toegelaten een of ander dier voorvallen hier aan te stippen.
Het eerste had plaats in die zelfde Meimaand, welke op de wederverschijning der wonderdadige beeltenis volgde. De echtgenoote van een pauselijk officier leed, sinds twee dagen, de vreeselijkste barenssmarten, en de personen barer omgeving hadden alle hoop op eene gelukkige verlossing opgegeven. Reeds den derden dag bleek het duidelijk dat alle menschelijke hulp nutteloos en de zieke reddeloos verloren was. Doch op eens herinnert zich de officier te midden zijner mate-looze droefheid, dat hij een beeldje bezit van Onze Lieve Vrouw van
69
Altijddurenden Bijstand. Vol vertrouwen neemt bij het, brengt bet aan zijne vrouw, en met vurigheid wekt hij haar op hare toevlucht te nemen tot de machtige Moeder,wier naam nog bijstand belooft, daar waar alle hoop verloren schijnt. De lijderes volgt den raad van haren vromen echtgenoot. En Maria,door beider geloofen vertrouwen getroffen, verhoort hun gebed; en de gelukkige geboorte van een schoon en welgeschapen kindje maakt een einde aan al hunne angsten. De vader, door vreugde vervoerd, ging zelf zijne he-melsche Beschermster bedanken voor de weldaad, welke zij hem verleend had, door zijne echtgenoote aan een wissen dood te ontrukken, en tot blijk zijner dankbaarheid hing hij een kostbaar ex-voto aan haar altaar op.
Eenige maanden later kwam eene andere Eomeinsche dame den tol harer dankbaarheid aan Maria betalen. Kort te voren was zij door de waterzucht tot het uiterste gebracht geworden, en de geneesheer had haar eene even moeielijke als smartelijke operatie, als
70
voor haar behoud noodzakelijk, voorgesteld. In hare angsten smeekte de zieke Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand om hulp en redding, en zoo spoedig verhoorde Maria hare bede, dat de geneesheer, bij zijne terugkomst, de operatie, als niet meer noodzakelijk zijnde, kon achterlaten, en na weinige dagen waren alle sporen der ziekte verdwenen. Doch eene nieuwe en nog veel ernstiger kwaal, welke haar onverwachts overviel, scheen de door Maria verleende genezing nuttelooste zullen maken. Esne kwaadaardige koorts bracht de dame den dood nabij. Drie dagen lang bleef zij als tusschen leven en sterven en buiten kennis. Maar de kracht der gebeden, welke voor het behoud der zieke aan de Madonna van Altijddurenden Bijstand gericht werden, was grooter dan de woede der koorts: de zegepraal bleef aan het gebed. Eensklaps en op het oogen-blik zelf, waarop men meende, dat de stervende haren geest ging geven, ontwaakte zij uit hare bewusteloosheid, en zoo volmaakt was hare genezing.
71
dat zij onmiddellijk van haarlijdens-beJ kon opstaan. Weinige dagen later kwam zij eene waskaars en een zilveren hart aan hare machtige Weldoenster ten offer brengen.
Deze en soortgelijke feiten, alle menschlijkerwijze onuitlegbaar, vielen zoo dikwijls voor gedurende den loop van dat zelfde jaar, dat het vertrouwen op de wonderdadige Madonna dagelijks aangroeide en dat allen, die ter prooi waren aan lijden en aan beproevingen of onheilen, zich aangetrokken gevoelden, om bij de heilige beeltenis der Moeder van Altijddurenden Bijstand troost en redding te gaan zoeken. Door deze buitengewone,vurigeen vertrouw-volle vereering van het wonderbeeld, door dezen altijd grooter wordenden toevloed der geloovigen, kreeg deSint-Alphonsus-kerk het aanzien der oudste en meest bezochte bedevaartskerken. Vooral echter waren het de armen, de noodlijdenden, de zieken, deonge-lukkigen van alle soort, die er heenstroomden, eerst om zich over hunne rampen en kwalen te beklagen,en daar-
72
na om de hulde hunner dankbaarheid te brengen aan haar, door wie zij bevrijd waren geworden van hun lijden en hunne kwellingen. Van lieverlede vermeerderde de welgemeende erkentelijk-heiddesvolks het getal dergeschenken, rond de welbeminde en hoogvereerde beeltenis aangebracht, en weldra prijkten rond het wonderbeeld ontelbare ex-voto\'s, kostbare edelgesteenten en zilveren harten, zinnebeelden der liefde. Aanhoudend waren er waskaarsen voor den troon der machtige Moedermaagd ontstoken, en verschillende altaarlampen, wier vlam nooit wordt uitgedoofd, flikkerden weldra voor hare beeltenis. Eindelijk werd de wonderdadige Madonna nog versierd met eene prachtige kroon, waarin vier en twintig edelgesteenten glanzen, en welke door twee neerknielende engelen boven het hoofd der Moedermaagd wordt opgehouden.
Terwijl de Eeuwige Stad deze herstelling der aloude bedevaart toejuichte, deed een niet minder troostend verschijnsel zich voor in vele andere
73
streken. Ik bedoel hier de zoo snelle uitbreiding der vereering van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand in vreemde en verafgelegen landen der christen wereld. De naam zelf van Moeder van Altijddurenden Bij-stand was het grootste middel, waarvan de geest Gods zich bediende, om in de harten eene vurige lietde jegens de veelvermogende Madonna en een kinderlijk vertrouwen op haremachtige voorspraak op te wekken. Trouwens deze enkele woorden: Moeder van Altijddurenden Bijstand, zijn zoo welsprekend, beantwoorden zoo volmaaktelijk aan al onze behoeften, zijn zoo wel geschikt om ons een onbegrensd vertrouwen op Maria te midden onzer altijddurende kwellingen en beproevingen in te boezemen, dat de meeste christenen, die deze zoete woorden uitspreken, tevens eene inwendige opwekking tot vertrouwen gevoelen en eene innerlijke roepstem vernemen, welke de hoop in het diepst hunner ziel verlevendigt. Vandaar ongetwijfeld de zoo spoedige en gemakkelijke uitbrei-
74
ding dezer vereering en der devotie tot deze hooggezegendeMadonna.Eeeds meer dan vijftig echte kopieën der wonderdadige beeltenis zijn ter openbare vereering uitgesteld in Frankrijk en Engeland, in Schotland en Ierland, in België en Nederland, in Spanje en Oostenrijk, in Pruisen en Beijereu, in Noord- en Zuid-Amerika. Eeeds vindt men in verschillende kerken, zoowel in steden als in plattelands gemeenten, een of ander altaar, aan Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand toegewijd, en de geloovigen ziet men met liefde en vertrouwen er heen snellen, om hunne gebeden en smeekingen aan de machtige Moeder op te dragen. Alles wat op deze devotie betrekking heeft, schijnt de hoogste belangstelling te verdienen ; zoo is de geschiedkundige schets van het wonderbeeld met duizendtallen in vele landen verspreid; overal vindt men zoowel groote als kleine afbeeldingen en medailles van de Moeder van Atijddurenden Bijstand; eigen gebeden, haar ter eere en door Zijne Heiligheid den Paus met aflaten
75
verrijkt, zijn reeds in ieders handen, overal waar de vereering der wonderdadige Maagd bekend is en gevestigd.
En hoe edelmoedig toont zich Maria jegens allen, die met een oprecht vertrouwen haar met den zoeten naam van Moeder van Altijddurenden Bijstand begroeten en onder dien titel aanroepen! Hoevele buitengewone en wonderbare gunsten heeft de Madonna van Altijddurenden Bijstaud reeds verleend aan hare getrouwe vereerders! Reeds zijn verschillende barer heiligdommen veel bezochte bedevaartplaatsen geworden, en talrijke ex-voto\'s en andere voorwerpen verkondigen daar op welsprekende wijze hare macht en moederlijke goedheid; getuige, onder anderen, eene nederige kapel, temidden van eenwoud als verloren, waar eene dankbare hand naast het altaar der gezegende Maagd een marmersteen geplaatst en daarop deze treffende woorden met gulden letteren ingebeiteld heeft:
Onze Lieve Vrouw van Altijddurendem Bijstand heb ik gebeden
en ik ben verhoord geworden.
I867.
76
Moge de vereering der heilige beeltenis, hoe langer hoe meer zich onder het geloovige volk verspreiden, en het hare er toe bijbrengen, om ons vertroosting en redding te bezorgen in de ongelukkige tijden, welke wij beleven, en waarin Maria\'s Altijddurenden Bijstand meer dan ooit noodzakelijk is geworden! Moge de treflende en troostvolle naam, welke zij zich zelve gegeven heeft, eene oprechte en kinderlijke liefde jegens haar in ons hart ontsteken!
Weinige dagen na de herstelling der devotie tot de Moeder van Altijddurenden Bijstand had eene zekere vrouw eene beeltenis dezer Madonna in hare kamer geplaatst, en dikwijls en met groote vurigheid bad en vereerde zij de wonderdadige Moedermaagd. Nu gebeurde het eens, dat het beeldje toevallig van den wand afviel en op de lamp, welke de godvruchtige vrouw voor deze kleine Mariabeeltenis had ontstoken, nederkwam. De vlam omwikkelde aanstonds het papieren prentje, verteerde heel deszelfs boord, doch
77
liet de beeltenis zelve onbeschadigd......
Moge de devotie tot u, o Moeder van Altijddurenden Bijstand, overal, waar zij zich verspreidt, een soortgelijk wonder bewerken ! Moge de liefde tot ii als eene vuurvlam zijn, welke al de voorwerpen onzer ongeregelde driften verslindt, om in onze harten niets te laten bestaan, dan uw beeld, o Moeder! en dat van Jesus, uwen goddelijken Zoon en onzen Verlosser.
8e HOOFDSTUK.
Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand is onder dien nieuwen titel de Beschermster der heilige Kerk en van den Heiligen Stoel.
God, wiens vaderlijke goedheid vol wijsheid, wiens liefde voorzienigheid is, weet altijd de geneesmiddelen te evenredigen aan de kwalen, welke ons treffen. Elk tijdperk ziet nieuwe oefeningen van devotie ontstaan,
78
die in volmaakte overeenkomst zijn met de behoeften der zielen en volkomen aan de noodwendigheden der Kerk, de Moeder der zielen, beantwoorden. De wonderbare uitbreiding der Maria-vereering, waarvan wij de getuigen zijn, schijnt het groote middel te wezen door de goddelijke Voorzienigheid in onze eeuw tot veler heil uitgekozen. Hoevele nieuwe heiligdommen zijn er opgericht, der Moeder van Jesuster eere; van hoevele wonderbare verschijningen en wonderdoende Mariabeelden hebben we in onzen tijd niet hooren spreken! De heilige Maagd schijnt dan ook het vertrouwen, dat de ge-loovigen op haar stellen, op alle mogelijke wijzen te willen bevorderen en al meer en meer openbaart zij hare macht en de kracht barer voorspraak, om daardoor de dienaren van haren Zoon aan te moedigen. En waarlijk, nooit schenen hare moederlijke bescherming en bemiddeling zoo noodzakelijk als tegenwoordig.
Voorzeker, de wereld is altijd ziek
19
geweest, en altijd zal zij het blijveü. De kanker, die haar verteert, woedt in haar sedert den beginne der tijden en is eene dier kwalen, welke nooit volkomen genezen worden, \'t Is daarom, dat öods Kerk op aarde, wier bestemming het is die kwaal te be\' strijden, te allen tijde de strijdende Kerk zal blijven. Maar evenals voor gewone- zieken, zoo komen er ook voor de wereld, welke met eene zoo zware geestelijke ziekte geslagen is, dagen van kalmte en dagen van crisis; en bijgevolg zullen er ook voor de heilige Kerk, die de verzorging, de genezing en redding der wereld tot taak heeft, dagen zijn van strijd en dagen van vrede. Maar ofschoon heel hare geschiedenis een gedurige afwisseling is van stille rust en harden kamp, heeft zij wellicht nooit, sedert de achttien eeuwen van haar bestaan, eenen strijd te voeren gehad, zoo zwaar en zoo moeielijk als dien, waarin zij in onze eeuw zich gewikkeld ziet.
Waarlijk! de wereld bevindt zich tegenwoordig ia een hachehjken toe-
80
stand. Jaren en jaren lang heeft zij haar eenig genees-en redmiddel, den godsdienst, van de hand gewezen, en nu is zij aan het ijlen geraakt en zou in hare waanzinnigheid den hemelschen Geneesheer, onzen God en Verlosser Jesus Christus, willen vernielen Hij, de goddelijke Zaligmaker onzer zielen, roept ons toe: O gij allen, die belast en beladen zijt, komt tot mij, en ik zal u verkwikken ! Gij, die lijdt en treurt, komt tot mij, en ik zal u redden en vertroosten! — Maar de godvergeten wereld wil van Jesus Christus niets weten: zij lastert Zijnen heiligen naam, hoont Hem in Zijn gezegenden persoon, loochent Zijne godheid, beschimpt en vervólgt Hem in Zijne Kerk, in Zijne waarheid en Zijne priesters. De Paus is de plaatsvervanger van Jesus Christus op aarde: en wijl nu de wereld den Heere Jesus haat, vervloekt en vervolgt, daarom haat, en vervloekt, en vervolgt zij ook onzen Heiligen Vader den Paus; daarom draagt zij de wapenen tegenhem en verkondigtluide, dat zij niet tevreden zal zijn, zoolang
81
de Paus van Rome bestaat. En terwijl zij naar de middelen, om tot dit doel te geraken, uit ziet, vermeerdert eene reusachtige samenzwering met uitgebreide vertakkingen de middelen ter verleiding, wapent den arm van ontelbare leden der geheime genootschappen en tracht overal, zoowel in de paleizen der grooten als in de stulpen der armen, medeplichtigen aan te werven. Vandaar de veelsoortige revolution-naire beroerten, welke zoo herhaaldelijk onze hedendaagsche maatschappij met den ondergang bedreigen; vandaar de vreeselijke gevaren, welke de Kerk van alle zijden omgeven, en waarin zij onvermijdelijk zoude moeten vergaan, ware zij geen Godswerk, waartegen al de krachten der hel niets zullen vermogen in de eeuwigheid.
Zoo gevaarlijk is de toestand, waarin de trouweloosheid van vorsten en volkeren en het toenemend ongeloof onzer eeuw de Kerk gebracht hebben,dat men, menschelijkerwijze gesproken, moet wanhopen aan hare zege en zelfs aan haar behoud. quot;Wie toch zal haar redden ?
73 5
82
Wie ter wereld zal den Paus, wiens ondergang en val men gezworen heeft, aan de gevaren kunnen onttrekken? Voorzeker, niemand op aarde! Maaide Eeuwige leeft, en God, die zijne Kerk moet redden, wijst ons op de al-lerheiligste Maagd: door haar zal hij redden wat redding noodig heeft. Ja! dit is het vertrouwen, de zoete hoop van alle ware geloovigen en kinderen Gods, dat der wereld het heil door Maria zal geworden.
Was het niet deze troostende gedachte, deze zoete overtuiging, welke onzen grooten, onvergetelijken en helaas! zoo zwaar beproefden Paus Pius IX z. g., opbeurde en ondersteunde ? Heeft hij ons niet lierhaal-delijk, gedurende de lange reeks van jaren zijner regeering, de gezegende Moedermaagd voorgesteld als zijne toevlucht te midden zijner kwellingen, en als de ster zijner hoop te midden van den harden en aanhoudenden strijd, dien hij te strijden had ? Is het niet om den zegen en de b3-gcLerming van Jesus\' machtige Moe-
83
der te verkrijgen, dat hij de waarheid barer Onbevlekte Ontvangenis tot een katholiek leerstuk heeft verbeven ? Is bet niet om Maria in zekeren zin te noodzaken hare machtige bemiddeling voor het welzijn der Kerk aan te wenden, dat hij in al zijne toespraken en zendbrieven de geloovigen evenzeer als de herders aanmaande al hun vertrouwen op de vlekkelooze Moedermaagd te stellen?
Onder de verschillende daadzaken, welke deze troostende hoop, dit blijde vertrouwen wettigen, dat de zegepraal door Maria verkregen zal worden, kan men vrij de onverwachte wederverschijning rekenen van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, van deze even machtige als goedertieren Moeder, wier naam alleen ons reeds een waarborg is, dat haar bijstand ons nimmer zal ontbreken. Ook was zij nauwelijks wederverschenen, of allen, die haren naam hoorden, voelden in zich de innige overtuiging, dat God in deze Madonna eene nieuwe Beschermster aan de heilige Kerk had gegeven,
84
Dit eenparig gevoelen der geloovi-gen werd dan ook door Zijne Heiligheid Pins IX gedeeld, gelijk vecht duidelijk blijkt uit de welwillende bereidvaardigheid, waarmede kij aanstonds in de herstelling dezer Mariavereering toestemde en verschillende gebeden ter eere van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand met aflaten verrijkte. Nog zichtbaarder wordt dit uit het volgende voorval.
Het heilige en wonderdadige Madonnabeeld was sinds weinige dagen op den nieuwen troon geplaatst en aan de vereering van het volk wederom uitgesteld, toen de Paus, evenals de minste der geloovigen voor de machtige en goedertieren Moeder wilde komen neerknielen en hare alvermogende voorspraak afsmeeken. Het was op den 5ei1 Mei 1866, dat de Heilige Vader zijn bezoek bracht aan het wonderbeeld van Maria. Juist verkondigden de eerste tonen van het orgel liet begin der avondoefe-ningen in de Sint-Alphonsuskerk, toen Pius IX binnentrad, en onmiddellijk
85
begaf hij zich, door het verwonderde volk heen, naar het altaar van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand: daar bad hij gedurende eenigen tijd voor het heilige beeld, beklom vervolgens de altaartrappen en begon toen met diepe aandacht en zichtbaar welgevallen de kostbare beeltenis in al derzelver bijzonderheden te onderzoeken, als wilde hij daardoor zijn vertrouwen op de machtige Madonna al meer en meer verlevendigen. „O, wat is zij schoon!quot; zeide hij toen tot den algemeenen Overste der Rederap-toristen, en deze woorden sprak Zijne Heiligheid uit op den toon eener recht kinderlijke en allervurigste liefde tot Maria. — Daarna zinspeelde de Heilige Vader op eene copie der wonderdadige beeltenis, welke hqm korte dagen te voren was aangeboden geworden, en zeide: „Ik vind ze nog schooner dan die,welke gij mij gegeven hebt.quot;
De Paus heeft de copie, welke hij hier bedoelde, in zijne bidplaats willen nemen, en gelijk het ons uit goede
86
bron bekend is, had hij de grootste devotie tot deze Madonna van Altijd-durenden Bijstand. Daar ongetwijfeld, in het geheim dier bidplaats, vond de Heilige Vader in de beschouwing van zijn gekruisigden God en van zijne machtige koningin, dien onwrik-baren moed, en onoverwinnelijke standvastigheid, dien onverstoorbaren en bemelschen vrede en die opgeruimdheid des harten, welke hem in zoovele zware beproevingen staande hielden eu hem zelfs door zijne woe-dendste vijanden bewonderd deden worden.
Eenige dagen na de wederinvoering der devotie tot de Moeder van Altijd-dureuden Bijstand, zeide Pius IX met zijne gewone en zoo beminnelijke eenvoudigheid: „Ik verneem dat deze Madonna buitengewone en wonderbare genaden uitdeelt. Zij moest hare macht toch ook aanwenden ter gunste van den armen Paus.quot; — En wie zoude durven zeggen, dat deze wensch van Rome\'s Opperpriester niet reeds sinds langen tijd verwezenlijkt is.
87
En wat ons betreft, aan wie Maria zich heeft willen doen kennen onder den zoeten en troostrijken naam van Moeder van Altijddurenden Bijstand, laten wij toch altijd de trouwe kinderen blijven van Jesus\' Kerk en van haar opperhoofd den Paus; laten wij aanhoudend Maria smeeken, dat zij aan Kerk en Faus haren Altijddurenden Bijstand verleene. Niet dagelijks kunnen wij haar het ofler brengen van ons geld en goed, maar dagelijks kunnen wij haar het offer onzer gebeden aanbieden. Elk aan Maria opgedragen gebed, elke smeeking, tot haar gericht, is eene weldaad voor de heilige Kerk. Niet allen kunnen hun bloed veil hebben en vergieten voor de zaak van God en zijne Kerk; maar allen kunnen Maria bidden, dat zij door hare bemiddeling deze edelmoedige offervaardigheid inboezeme aan zoovele jongelingen, die door God tot deze hoogst eervolle zelfopoffering geroepen zijn, en wellicht tot heden toe die roepstem versmoord en aan de uituoodiging Gods niet beantwoord
tebben. Wij kunnen niet allen even als Josuë strijden, maar wij allen zijn in staat om, gelijk Moses, onze handen hemelwaarts te verheffen en om Maria te bidden, dat zij de verdedigers der vrijheden en rechten van den Heiligen Stoel door haren alvermogenden en Altijddu renden Bijstand helpe en ondersteune.
Bescherm, o wonderdadige en machtige Moedermaagd! bescherm onzen welbeminden Heiligen Vader den Paus, waak over de belangen der Kerk en verijdel de woedende aanvallen van hare vijanden, opdat het stoute bestaan der boosheid tegen de onwrikbare rots van Petrus verbrijzeld worde en zich zelf vernietige!
89
9e HOOFDSTUK.
Onze Lieve Vrouw van Altijdduren-den Bijstand is de Beschermster der Christenen in hunne tijdelijke behoeften.
De bescherming\', welke de Moeder van Altijddurenden Bijstand aan de Kerk iu het algemeen verleent, mag ons do liefde en belangstelling niet doen vergeten, waarmede zij zorgt voor eiken geloovige in liet bijzonder. Onze goddelijke Verlosser heeft altijd, gedurende de dagen zijner omwandeling op aarde, het innigst medelijden gehad met alle ongelukkigen, en voornamelijk met de lijdenden en de zieken. Daar staat geschreven van hem dat hij „alle kwijning en alle ziekte genas.quot; Ook vinden wij in het Evangelie herhaaldelijk melding gemaakt van wonderbare genezingen door den goedertieren en liefderijken 73
90
Jesus bewerkt in alle plaatsen, welke liij weldoende bezocht.
De allerheiligste Moedermaagd Maria is in alles een trouw beeld, eene zoo volmaakt mogelijke afspie-gelinff van Jesus, en daarom is zij ook altijd geweest en zal altijd blijven de bijstand der zwakken en het heil der kranken. Doch het is inzonderheid onder den schoenen en veel belovenden titel van Moeder van Aitijd-durenden Bijstand, dat zij hare macht en hare moederlijke goedertierenheid jegens de ongelukkigen, jegens de zieken vooral en de lijdenden, op de ontegensprekelijkste wijze openbaart. Eeeds hebben wij in het voorbijgaan gesproken van verschillende zieken, die in de eerste dagen na de wederverschijning van haar wonderbeeld eene volkomen genezing door hare voorspraak verkregen hebben. Maar tot grootere eer van Maria en om hare glorie te bevorderen, en tevens om het vertrouwen der geloovigen op de Moeder van Altijddurenden Bijstand al meer en meer op te wek-
91
ken en te verlevendigen, zullen wij hier eenige andere feiten aanhalen, welke zoo strijdig zijn met de gewone natuurlijke orde, dat men dezelve niet anders kan uitleggen\'dan door eene buitengewone tussclienkomst van de Koningin des hemels.
Genezing eeneu terinüziekte. De eerwaarde Pater F. Hall, professor in het stadiehuis der eerwaarde Paters Redemptoristen in Engeland, was, na eene jarenlange teringachtige kwijning, in eene uiterste zwakheid vervallen en werd eindelijk door eene zware ziekte aangetast. Hij had daarenboven eene volslagen walging van alle voedsel, werd door eene allerhevigste hoofdpijn gefolterd en kwam weldra in een hopeloozen toestand. De studenten zijner school en de andere kloosterlingen des huizes begonnen toen eene noveen ter eere van Onze Lieve Vrouw van Altijd-durenden Bijstand, om zijne genezing te verkrijgen. De allerheiligste Maagd scheen eerst hun geloof en hun vertrouwen op de proef te willen stellen:
92
Men geraakte tot het einde der noveen, en niet alleen openbaarde zich in den zieke geen enkel teeken van beterschap, maar integendeel werd zijn toestand hoe langer zoo gevaarlijker en zijne kwaal verergerde aanhoudend, en wel op zulke wijze, dat de Overste des kloosters op den laatsten dag der noveen, in de overtuiging, dat de doodstrijd elkoogenblik konde aanvangen, nog een laatste maal zijne biecht wilde hooren. Doch op den volgenden morgen toonde Maria hare moederlijke macht en goedertierenheid; Op het oogenblik, waarop het Angelus geklept werd, voelde de stervende een vreemden ommekeer in geheel zijn lichaam. „Het was, zoo verhaalde hij zelf later, alsof een nieuw leven in al mijne ledematen werd ingestort, en ik had de innige overtuiging, dat Maria de gebeden mijner medebroeders had verhoord.quot; — Inderdaad, hij werd niet de minste pijn of zwakheid meer gewaar, kon onmiddellijk opstaan, en ofschoon hij nog daags te voren afgemat en uitgeput op zijn lijdensbed lag uitgestrekt, kon hij nu zonder eenige ver-
93
reen, moeienis de heilige Mis lezen. Na i den eene lange dankzegging en als ware ïhap, zijne ziekte slechts een droom gelhoe weest, hervatte hij zijne gewone be-waal zigheid en studiën. De genezing was ulke zoo volmaakt mogelijk, \'s op , Genezing eener kwaadaahdige ver- koorts. — De eerwaarde Pater Aurelio blik Mario, kloosterling van de orde der aaal Camaldulen te Monte-Corona in Italië, den was sinds vier maanden door eene lare kwaadaardige koorts aangetast, wier eid: hevigheid hem den dood nabij had ïlus gebracht. Reeds had de geneesheer, een overtuigd van de nutteloosheid aller i li- geneesmiddelen, den zieke de laatste «elf heilige Sacramenten doen toedienen, jne toen de Overste des kloosters zijne lad - toevlucht tot een ander middel nam de - en gedurende drie dagen bijzondere er- gebeden voor het herstel van den de zieke voor het altaar der Moeder ar, \' van Altijddurenden Bijstand deed ver-ion richten. Dit vertrouwen was genoeg lit- om zulk eene verandering in den toe-;-e- - stand van den zieke teweeg te bren-3r- gen, dat het doodsgevaar als geweken
04
beschouwd kou worden. De koorts echter was niet verdwenen: wel luid. zij van hare eerste hevigheid en woede verloren, doch zij bestond nog, en ofschoon hare werking langzamer was, was zij niet minder kwaadaardig, zoodat zij binnen weinige dagen den zieke nogmaals tot het uiterste bracht. Toen nu de Overste op zekeren dag den lijder bezocht en hem in volslagen machteloosheid en uitputting op zijn ziekbed zag liggen, voelde hij zich op eens door eene innerlijke en krachtige inspraak als gedrongen, en gaf den zieke het vreemde en schijnbaar onvoorzichtige bevel, van des anderendaags de heilige Mis te lezen. De kloosterling, een man eenvoudig in \'t geloof en \'de gehoorzaamheid, beloofde dat te zullen doen; doch de geneesheer, slechts de men-scheüjke voorzichtigheid raadplegende verklaarde, dat het eene ongerijmdheid was daaraan te denken en dat de uitvoering van het bevel als volstrekt onmogelijk moest beschouwd worden. Toen hij echter zag, dat men bepadd besloten had het plan door te zetten,
95
verwijderde hij zich in de vaste overtuiging, dat de zieke niet in staat zoude zijn den volgenden dag op te staan, of zeker onder de heilige Mis bezwijken zoude. Doch het tegendeel geschiedde. De kloosterling beval zich met vurigheid aan de Moeder van Altijddurenden Bijstand; daarop sliep hij rustig in, en den volgenden morgen zag men hem aan het altaar het heilig Misoffer opdragen. En zoo volkomen was zijne genezing, dat hij, sedertdien dag, dagelijks de heilige Mis konde lezen. Hij zelf heett het uitvoerige verhaal zijner genezing geschreven en eindigt het met deze vurige woorden, met dezen kreet van diepgevoelde dankbaarheid: Leve Maria! Leve de Moeder van Altijddurenden bijstand!
Teruggive der stem. — In het Nonnenklooster te L. in België wordt jaarlijks eene Ketraite gegeven aan jonge personen, welke vroeger in het gesticht onderwijs en opvoeding hebben ontvangen. Onder deze personen bevond zich, in September 1867, eene jonge dame, welke sedert negen jaren de
96
kostschool verlaten had en welke nu, sinds zeven maanden, aan eene zoo hevige stemverdooving leed, dat zij geene klanken meer uiten en slechts met fluisterende stem nog spreken kon. Een zeer beroemd geneesheer uit Frankrijk had verklaard, dat hare kwaal ongeneeslijk was. Een ander geneesheer, te Brussel gevestigd, en zeer ervaren in deze soort van ziekten, had, gedurende eene geheele maand, verschillende geneesmiddelen aar.ge-wend, welke de kwaal, wel yerre van ze te verminderen, nog verergerden. Ka vele vergeefsche pogingen gedaan en al de hulpmiddelen der kunst uitgeput te hebben, verklaarde hij aan de jonge dame, dat hij hoogstens in staat was, om, alleen van tijd tot tijd en slechts gedurende korte dagen, haar hare stem een weinig te doen terugkrijgen. De zieke begreep nu genoegzaam, dat zij eenig en alleen hare hoop op God, en niet meer op menschelijke middelen kon stellen; en ofschoon zij volkomen aan Gods heiligen wil onderworpen was, smeekte
97
zij hem toch om liare genezing, en beloofde hem, bijaldien zij hare stem wederkreeg, die voor zijne glorie te zullen gebruiken en zich te dien einde in een klooster aan de godsdienstige opvoeding van jonge dochters te zullen toewijden. Bij het begin der Retraite werd deze vrome dame allerdringendst aan den Pater, die de oefeningen leidde, aanbevolen. Dientengevolge deed hij vóór elke onderrichting driemaal het „Wees gegroetquot; bidden ter eere van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, het einde echter, dat hij daarmede bedoelde en de meening, waarom hij dat verzocht, openbaarde hij niet. Daags voor de sluiting der Retraite was de jeugdige zieke in staat, om eenige verwarde klanken te uiten; doch deze kleine vermindering harer kwaal verdiende niet den naam van genezing. Daarom drong de pater den volgenden dag in zijne toespraak vóór de algemeene communie er nogmaals op aan, dat allen met vurigheid haar gebed bij het zijne
:
98
voegen zouden, om de gewenschte gunst te verkrijgen en wederom bad liij als naar gewoonte driemaal het „Wees gegroet.quot; O wonder! de lijdende antwoordde op het voorgebeden gedeelte van het „Wees gegroetquot; met even volle en verstaanbare stem als de overigen en even goed en even gemakkelijk als hadde zij altijd het volle gebruik der stem bezeten: in een woord, zij was ten eenen male genezen!
Deze groote gunst mocht men niet verborgen houden, en na de oefeningen deed men aan allen, die de Eetraite hadden bijgewoond, de jonge damp;.me kennen, voor wie zoo vurig gebeden was geworden en verhaalde men hoe zij door de Moeder van Altijddurenden 15ijstand zoo oogenblikkelijk de bevrijding van hare kwaal had verkregen. Onbeschrijflijk was de ontboezeming van vreugde, welke op dit verhaal volgde; allen drongen te zamen rond de genezene, allen ondervroegen haar en wenschten haar geluk, en zij antwoordde aan al hare gezellen met de meeste gemakkelijkheid. Eene barer
99
eerste zorgen was den geneesheer te gaan bezoeken, die haar onder zijne behandeling had. Deze, haar met luide en heldere stem hoerende spreken, was als verstomd van verbazing; en na vervolgens het inwendige barer keel onderzocht te hebben, riep hij uit: „Alles is gedaan! gij zijt volmaakt genezen! Maar welke middelen hebt ge dan toch gebruikt?quot; — De jonge dame verhaalde met eenvoudigheid al het voorgevallene, en de geneesheei-, ofschoon een man zonder godsdienst, was zoo diep getroffen door de duidelijkheid der zaak, dat hij haar verhaal aanhoorde zonder eenig teeken van afkeuring of ongeloof en zonder hare genezing aan eene of andere natuurlijke oorzaak te willen toeschrijven.— Het gelukkige beschermkind van Maria bleet getrouw aan de gedane belofte en ging eenige dagen later aankloppen aan de deur van een klooster, om daar zich toe te wijden aan haren God en hare goedertierene en geliefde Moeder.
Genezing van ben blinde. — Den 29 Mei 1867 werd in de kerk der
100
Paters Eedemptoristen te Hnete in Spanje eene plechtige octaaf ter eere van Onze Lieve Vrouw van Altijd-durenden Bijstand gesloten. Op dien dag kwam eene diepbedroefde en treurende vrouw haar zevenjarig zoontje aan de machtige Madonna aanbevelen : het knaapje toch was ten gevolge eener pokziekte sedert drie maanden met blindheid geslagen. „Hebt gij ook vertrouwen op de Madonna ?quot; zoo vroeg haar de kloosterling, tot wien zij zich gericht had. — „O zoo groot!quot; hervatte de vrouw. — „In dat geval, hernam de Pater, moet gij naar uwe woning terug-keeren en den kleinen blinde hier naar de kerk brengen, en met hem voor de beeltenis van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand met allergrootst vertrouwen bidden om zijne genezing te verkrijgen.quot; — Deze woorden waren een troostende balsem voor het bedrukte hart der moeder, en daardoor aangemoedigd verliet zij onmiddellijk de kerk, om haar zoontje te gaan halen. Spoedig
101
was zij terug met eenige andere vrcm-weu en leidde haren armen blinde in de kerk. Daar knielde zij, in tranen smeltend, voor het wonderbeeld en zeide tot het knaapje : „Lieve kleine, beveel u nu eens vurig aan de Moeder van Altijddurenden Bijstand; zeg haar, dat zij u geneze en u het gezicht wedergeve.quot; — De kleine blinde vouwde dadelijk zijne handjes samen en bad luide met eene waarlijk kinderlijke eenvoudigheid: „O Moeder van Bijstand, geef mij toch mijne kleine oogjes terug!quot; — Nauwelijks bad hij deze woorden uitgesproken, of als buiten zich zeiven, begon hij te roepen; „Moeder, moeder, ik kan zien! ik kan zien! Ik zie de heilige Madonna! O wat is zij schoon! Ik zie u ook, moeder; ik zie mijne kleine handjes !quot; — De moeder snikte van aandoening, maar hare tranen waren tranen van vreugde; met vervoering omhelsde zij haar kind en dankte met luide stem hare hemel-sche Weldoenster, de goedertieren Moeder van Altijddurenden Bijstand.
102
Nauwelijks was dit wonder bekend, of het kind werd het voorwerp van de vrome nieuwsgierigheid der gansche stad: iedereen wilde het zien, iedereen zijne oogen, waarin het licht was wedergekomen, beschouwen; en do kleine beschermeling van Maria zeide tot allen, die hem naderden: „Het is Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, die mij genezen heeft. Ik zeide tot haar: Geef mij mijne kleine oogjes terug.quot;
Eenigen tijd later kwam degelukkige knaap met zijne moeder twee waskaarsen on een ex-voto aan zijne machtige Beschermster ten offer brengen.
Genezing van wonden. — Eene jonge dochter uit het zuiden van Nederland had sinds dertien jaren eene zware wond aan het been gehad, welke haar veel deed lijden. Tevergeefs waren alle mogelijke middelen aangewend : de kwaal bleef voortduren, cf liever zij werd erger; want in den winter van het jaar 1867 zag zij zich genoodzaakt haar dienst op te zeggen, wijl de aanhoudende pijnen haar be-
103
letten hare gewone werkzaamheden te verrichten. Naar hare familie teruggekeerd, hoorde zij weldra spreken van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, wier afbeelding sedert eenigen tijd in de kerk der Paters Redemptoristen te N. geplaatst was geworden. Zij begaf zich dan naar gezegde kerk en Meld eene noveen ter eerevande machtige Madonna, Ofschoon zij niet verhoord werd, bewaarde zij het vertrouwen op Maria\'s Bijstand, en begon eene nieuwe noveen, welke daarin zou bestaan, dat zij op negen achtereenvolgende Zaterdagen in dezelfde kerk ter eere van Onze LieveVrouw van Altijddurenden Bijstand zoude commuuiceeren. De negende Zaterdag viel onder het octaaf van Onze Lieve Vrouw Visitatie. Op dien Zaterdag, den 4 Juli 1808, kwram zij, volkomen genezen, zonder nog eenige pijn te gevoelen, zonder dat er nog eenig spoor van hare vroegere wond overbleef, Maria bedanken voor de verkregen weldaad. Aan haar alleen toch kon zij liet te danken hebben, dat
104
zij een paar dagen te voren, des morgens bij haar opstaan, zich genezen bevond en niets meer van hare vroegere en zoo langdurige kwaal bespeurde.
Weinige dagen later, den 11\'quot;\'Juli, kwara er iemand Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand voor hare beeltenis in dezelfde kerk te N. bedanken en een prachtig zilveren hart ten offer brengen. Men vroeg haar, welke gunst zij van Onze Lieve Vrouw had ontvangen. Niet ik zelf, ant woordde de jonge dochter, maar mijne zuster eene gehuwde vrouw, te G. in het bisdom van Luik woonachtig, heeft eene groote weldaad door hare voorspraak verkregen. Sinds langen tijd had zij drie zware wonden aan het been: veel werd er gedaan om die te genezen, doch niets moch baten. Eenige weken geleden hoorde zij spreken over het beeld van de Moeder van Altijddurenden Bijstand dat in deze kerk vereerd wordt, en vol vertrouwen beval zij zich aan Maria en hare machtige voorbede aan. Zij hield eene noveen en beloofde
105
tevens naar deze kerk op bedevaart te zullen gaan, bijaldien zij van hare wonden genezen werd. Bij het einde der noveen was bare kwaal verdwenen; en natuurlijk kon zij hare genezing alleen Maria\'s machtigen Bijstand toeschrijven, wijl de geneesheer herhaaldelijk verklaard had, dat hij geene middelen kende om hare wonden te heelen. Doch mijne zuster was nalatig in het volbrengen barer belofte en kwam niet op de bedevaart. Spoedig echter betreurde zij bare ondankbaarheid. Want ongeveer veertien dagen na baar herstel vertoonden zich de drie wonden opnieuw: dagelijks werden zij erger en grooter, totdat zij eindelijk slechts eene wond vormden, en zoo hevig waren de pijnen mijner zuster, dat men begon te vreezen, dat de afzetting van liet been noodzakelijk zoude worden. Ik ging baar bezoeken, en wijl ik van de eerste noveen niets wist, raadde ik haar, zich tot Onze Lieve Vrouw van Altijddnrenden Bijstand te wenden. Zij deed dat, hield eene nieuwe noveen, vernieuwde hare 7:! ü
1
106
gelofte en beloofde ze met meer getrouwheid te zullen vervullen. Na den afloop der noveen was zij wederom hersteld: nu ben ik beden gekomen, om Onze Lieve Vrouw te bedanken, en in de volgende week zal zij zelve bare gelofte komen volbrengen. — Zij kwam inderdaad den ISquot;quot; Juli, om bare goedertierene en machtige Weldoenster te bedanken.
Genezing eeneu gevaaiilijke kwaal.
Den 18cn Mei 1868 kwam er een zeker man in de kerk te N., en na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, vroeg hij om den Overste des kloosters te mogen spreken. Nu verhaalde hij, dat hij aan eene zware ziekte had geleden en voor slechts weinige dagen tot het uiterste gebracht was geweest door eene hevige ontsteking in de ingewanden, welke zoo gevaarlijk was, dat volgens het gevoelen\' van den geneesheer, er geene hoop meer bestond op zijn behoud. Op denzelfden dag, waarop hij de laatste heilige Sacramenten ontvangen had, kwam de geneesheer nog tegen den avond heir
107
bezoeken, en verklaarde, dat de zieke waarschijnlijk den morgen niet zoude halen. Toen de arme lijder dat hoorde, beloofde hij naar gezegde kerk te zullen gaan en eene bedevaart te doen naar het nieuwe wonderbeeld, indien hij door Maria\'s machtige bescherming de gezondheid mocht terugkrij-I gen. Na deze gelofte gedaan te hebben, sliep bij in, en gedurende den ganschen nacht bleef hij kalm en rustig slapen, wat sinds geruimen tijd niet meer gebeurd was, omdat de pijnen, welke hem folterden, allen slaap uit zijne oogen verdreven. Den volgenden morgen bij zijn ontwaken, voelde hij zich genezen, en deze genezing was op den derden dag na zijne bediening zoo volmaakt mogelijk. Hij haastte zich dan ook zijne gelofte te vervullen en tot verheerlijking zijner liefderijke Beschermster te verbalen wat hem wedervaren was.
Genezing van een kaneeeachtig gezwel. — Eene jonge dochter werd sinds geruimen tijd door eene wreede ziekte ondermijnd; een kankerachtig
108
gezwel, dat dagelijks al grooter en grooter werd en haar hevige smarten veroorzaakte, maakte baar bet verrichten van bare gewone bezigheden en het vervullen harer beroepsplichten uiterst moeielijk. Eindelijk sprak zij haren biechtvader over haar lijden. Dozo gaf baar dadelijk den raad, dat zij zich tot eenen geneesheer wenden en hem hare kwaal openbaren zou ; doch wijl de jonge dochter daartoe niet kon besluiten en met onover-winnelijken tegenzin dat afsloeg, stelde de biechtvader haar voor, eene noveen te houden ter eere van den heiligen Joseph. Zij deed dat, maar ondanks haar vertrouwen en hare vurigheid, bleef haar gebed zonder verhooring. Ondertusschen verergerde de kwaal en vermeerderden de pijnen, zoodat er op aangedrongen werd, dat zij zich onder geneeskundige behandeling zonde stellen. Verschillende geneesmiddelen werden aangewend, doch zonder het minste goed gevolg; intégendeel het gezwel werd nog aanhoudend grooter en pijnlijker. De
109
jonge docliler kon liet echter niet van zich. verkrijgen, om zich door de geneesheeren te laten onderzoeken, en daarom smeekte zij iemand, die haren toestand goed kende, van met den geneesheer over hare kwaal te willen spreken. Dit werd gedaan, en de geneesheer verklaarde, dat zij aau eene zekere inwendige lichaamsont-steking leed, en dat daaruit het ergste volgen konde; vervolgens zegde hij, dat hij haar wel eenige middelen kon voorschrijven om de verdere uitbreiding der kwaal tegen te gaan, doch dat deze zonder eene lastige geneeskundige operatie onmogelijk genezen kon worden. Nog voegde de geneesheer daarbij, dat gezegde operatie zoo moeielijk was en zoo gevaarlijk, dat hij liever ze niet wilde ondernemen, en daarom oordeelde hij, dat de jonge dochter goed zoude doen met naar eene nabijgelegen stad te gaan, ten einde zich daar onder geneeskundige behandeling te stellen. Dit alles werd aan de zieke medegedeeld ; doch het werd haar aangeraden
1]0
eerst nog eene noveen te doen ter eere van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand; tevens echter werd er bij haar op aangedrongen, dat zij, bijaldien zij na afloop der noveen niet, genezen was, zich naar eene nabijgelegen stad zoude begeven, om daar de geneesheeren te raadplegen.
Het droevige vooruitzicht op eene zoo gevaarlijke operatie vergrootte de vurigheid der jonge dochter, en niettegenstaande de kwaal nog dagelijks verergerde, was haar vertrouwen allergrootst. Op den laatsten dag der noveen had zij zich tegen den avond niet dan met vele moeite naar de kerk begeven: daar wierp zij zich voor Maria\'s heilige en wonderdadige beeltenis op de knieën en vol angst en vreeze, maar tevens vol vertrouwen op de machtige bescherming der heilige Maagd, sprak zij haar biddend aldus toe: „O mijne Moeder, genees mij toch! Wat duizend geneesheeren niet vermogen, dat vermoogt gij. Waarom toch, o Moeder, zult gij mij
Ill
dan niet genezen? — Maria wilde haar geloof en haar vertrouwen op de proef stellen, want op het eigen oogenblik werden hare pijnen veel heviger. Na nog eene korte wijle gebeden te hebben, verliet zij de kerk, geslingerd tusschen de hoop op hare genezing en de vrees voor de smartelijke operatie, welke haar te wachten stond. Zoodra zij te huis gekomen was, begaf zij zich te bed; en ondanks hare hevige gemoedsaandoeningen was haar slaap buitengewoon vast en verkwikkend. Des morgens bij haar ontwaken kon zij God en hare machtige Beschermster, Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, bedanken: al hare smarten hadden opgehouden, het gevaarlijke gezwel was ten eenen male verdwenen, hare genezing was volkomen; en in plaats van zich naar de nabijgelegen stad te begeven, kwam zij naar de kerk, om dankbaar voor het wonderdadige Mariabeeld neder te knielen en de haar verleende gunst aan haren biechtvader mede te deelen.
112
Genezing eknek iiahtkwaal. — In het btadje A. (bisdom van Luik), was eene gehuwde vrouw door eene hartkwaal als het ware tot het uiterste gebracht. De geneesheer had haar den raad gegeven, onverwijld haar testament te maken, ook de priester werd ontboden, om haar de laatste heilige Sacramenten toe te dienen; hij diende ze echter nog niet toe, omdat men vreesde, dat de vrouw ter gelegenheid van de bediening door de gedachte aan het haar bedreigend gevaar te sterk aangegrepen zoude worden; daarenboven scheen zij nog niet in onmiddellijk doodsgevaar te verkeeren. Haar echtgenoot, die met den gevaarvollen toestand zijner vrouw bekend was en haar nog zoo gaarne wenschte te behouden, deed de gelofte om negen dagen lang een bedevaartganger naar de kloosterkerk te N. te doen gaan, om de hulp van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand af te smeeken. Den zevenaen dag der noveen was de toestand der zieke reeds dermate veranderd, dat haar man zonder
113
scliroora haar durfde verlaten, om zelf de bedevaart naar N. te ondernemen. Kort daarna was de vrouw in staat ter kerke te gaan, en zelve begaf zij zich in het strenge van den winter, ondanks de ongunstigheid van het weder en ondanks den verren afstand, naar gezegde kloosterkerk, om de Moeder van Altijddurenden Bijstand voor hare genezing te bedanken. Ook verklaarde zij, dat de medaille vau Onze Lieve Vrouw van Bijstand, zoodra zij ze zag, haar zooveel vertrouwen inboezemde, dat zij ze niet uit hare handen kon neerleggen.
Genezing eeneu langdurige ziekte.
In de kerk der Eerwaarde Paters Redemptoristen te Amsterdam is ook een afbeeldsel geplaatst van de wonderdadige Moeder van Altijddurenden Bgstand en reeds is de vereering dezer machtige Madonna algemeen in de hoofdstad geworden. Ook daar is mAiige wonderbare genezing de belooning geweest van het vertrouweu der vrome vereerders van Jesus\' alvermogende Moeder; ook daar zijn vele
ö.
114
exvoto\'s en andere voorwerpen, rond het troonaltaar van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand aange-braclit, de sprekende bewijzen van de macht en de goedertierenheid van Maria en van de oprechte dankbaarheid des volks. Slechts eene dier genezingen willen wij hier vermelden. De gunst, welke wij bedoelen, werd dcor Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand verleend aan eene brave en oprecht godsdienstige huismoeder, te Amsterdam woonachtig. Haar echtgenoot, die wij om zijne bekende deugd en vroomheid waarlijk hoogachten, schreef zelf den volgenden brief aan een der Paters, zijn biechtvader, om hem de groote weldaad te doen kennen, welke door Maria\'s voorspraak aan zijne vrouw geschonken was en tevens om van zijne dankbaarheid jegens de Moeder van Altijddurenden Bijstand te doen blijken. Dien brief schrijven wij hier letterlijk na.
„Eerwaarde Pater. — Een plicht van dankbaarheid, welken wij jegens
t15
u te vervullen hebben, doet mij de pen opnemen, om ÜEW. deze regelen te schrijven. Trouwens liet is aan de goede raadgevingen en aan de krachtdadige geestelijke medewerking van UEW. dat ik naast Grod en do heilige Moeder van Altijddurenden Bijstand de genezing mijner vrouw, die reeds jaren lang aan eene ernstige kwaal onderhevig was, te danken heb.
„Mijne vrouw, M. 0. v. GK, ongeveer 52 jaren oud, leed, sedert ruim acht jaren aan eene hardnekkige kwaal.... welke haar uit haar laatste kinderbed was bijgebleven. Sedert het eerste begin barer ziekte werden alle mogelijke middelen ter harer genezing aangewend; kundige geneesheeren werden geraadpleegd en gedurende vele jaren hebben zij alles, wat kunde en ervaring vermogen, aan de lijdende beproefd: doch alles was vruchteloos en eene ernstige verbetering harer kwaal werd niet verkregen. De ziekte week niet, en trotseerde alle aangewende moeiten en heilmiddelen. De bij de zieke geroepen geneeshee.veu
116
waren ten einde raad, en zegden eindelijk, dat de zieke niets beters kon doen, dan hare toevlucht nemen tot krachtige huismiddelen, om daardoor zH) te versterken. Doch ook deze raad was vergeefsch: want de ziekte, in plaats van te verminderen, vermeerderde dagelijks. De krachten der lijdende verdwenen op eene zichtbare en schrikbarende wijze ; zij was weldra niet eens meer in staat, om de geringste huiselijke bezigheden behoorlijk waar te nemen, en nauwelijks was haar eene kleine wandeling van tien minuten, — van huis naar de kerk, — nog\' mogelijk. De lijdende onderwierp zich wel is waar met gelatenheid aan haar lot; doch dikwijls gebeurde het, dat zij zuchtend en in tranen smeltend, uitriep: „Neen, ik zal niet lang meer leven!quot; — Hare zwakheid en uitputting, door het aanhoudende bloedverlies veroorzaakt, werden dan ook hoe langer zoo meer zichtbaar voor allen, die haar kenden, en ook aan uwe deelnemende opoierk-zaamheid, Eerwaarde, ontsnapte haar
117
achteruitgang niet; — uwe minzame vraag: „Maar, moeder, wat hebt gij dan toch?quot; — bewijst het duidelijk. En bet was deze uwe vraag, Eerwaarde, welke de eerste aanleiding gaf tot eene gelukkige wending in haren onverdragelijken toestand.
„Immers UEW. gaf ons tevens den g\'oeden raad ons aan Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand aan te bevelen en beloofde ons uwe krachtdadige geestelijke medewerking. Tegen bet laatste Kerstfeest werd door ons eene noveen begonnen ter eere van de Moeder van Altijddurenden Bijstand, wier beeltenis sedert eenigen tijd uwe kerk versiert; en met welk gevolg? Gp den achtsten dag der noveen werd de lijdende eenige verbetering gewaar, deze bleef aanhouden : de kwaal is ten eenen male verdwenen! — Is het mogelijk, riep ik verwonderd uit, toen mijne vrouw mij hare genezing mededeelde. Het was niet eenige twijfel aan de mogelijkheid dier genezing, maar de zoo plotselinge, zoo vreugdevolle verras-
118
sing, welke mij die vraag op del lippen legde, en mij als het ware| verhinderde, om aanstonds en onvoorwaardelijk aan het bestaan harer volmaakte genezing geloof te slaan. Wij zweefden tusschen hoop en vreeze.
Heden, zes volle weken na de genezing, is het duidelijk en uitgemaakt dat de genezing werkelijk is en duur-zaa?n. Sedert den achtsten dag der noveen, waarop de kwaal zoo plotse-lijk verdween, voelt mijne vrouw zich sterk en gezond, en als het ware verjeugdigd: heel haar uiterlijk bewijst zulks tot ons aller vreugde en allen, die haar kennen zijn verwonderd over dezen plotselingen en zoo gunstigen ommekeer. Niet een enkel spoor der vroegere kwaal heeft zich sedert de noveen nog opgedaan, integendeel wordt mijne vrouw dagelijks sterker, gezonder en opgeruimder.
Wat dan de aangewende geneeskundige middelen, wat alle stoffelijke zorgen en voorzichtigheidsmaatregelen niet vermochten, dat vermocht de goede Moeder van Altijddurenden
119
Bijstand, bij wie wij, Eerwaarde, dank zij uwer gunstige raadgeving, onze toevlucht gezocht hebben. — In onze vreugde over de verkregen weldaad hebben wij soms tot elkander gezegd ; „Het is waarlijk alsof de heilige Moeder Gods door dit voorval ook in deze stad een bewijs heeft willen geven van de wonderbare macht barer voorspraakbij haren goddelijken Zoon.quot;
In deze omstandigheden werd het ons, Eerwaarde, eene behoefte ea een plicht deze regelen aan TJEW. te schrijven en het verhaal van het wonderbare voorval te uwer beschikking te stellen, en daardoor een plechtiger getuigenis aan de waarheid en de wezenlijkheid van de genezing mijner vrouw te geven, tot eere van God, tot verheerlijking der Moeder van Aitijddurenden Bijstand en tevens tot heil en voordeel van anderen, die daardoor in hun vertrouwen op deze machtige en goedertieren Moeder ongetwijfeld gesterkt en bevestigd zullen worden.
Aanvaard, Eerwaarde, de verze-
120
kering van onzen diepen eerbied en onze innige dankbaarheid.quot; — Amsterdam, 13 Februari 1869.
Nog vele andere soortgelijke feiten zijn ons bekend, welke wij echter niet omstandiglijk zullen verhalen. Hier is het een eerbiedwaardige kloosterling, die sinds langen tijd aan eeue aangezichtsroos lijdende is, en daarvan oogenblikkelijk genezen wordt, zoodra hij met een plaatje van onze Lieve Vrouw van Altijddarenden Bijstand het zieke gedeelte aanraakt. Daar is het een driejarig kind, dat nog geene enkele schrede Is an doen en door Maria van deze machteloosheid bevrijd wordt. Elders is het eene ongelukkige vrouw, die sedert ge-ruimen tijd aan vreeselijke stuipen en zenuwtrekkingen lijdt en die door de aanroeping van de Moeder van Altijddurenden Bijstand de kalmte en de gezondheid wedervindt. Verder is er eene doodzieke huismoeder, rond wier lijdensbed de gebeden der stervenden door de bloedverwanten gelezen worden, en die, op het oogenblik,
121
waarop de doodstrijd gaat beginnen, met de aanwezigen eene gelofte doet ter eere van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, en daardoor aan de armen des doods onttrokken wordt, en na weinige dagen hare hemelsche Weldoenster voor het volle herstel harer gezondheid kan gaan bedanken. Nog verder is het iemand, die eensklaps van eene gevaarvolle oogziekte, welke hem het gezicht kon doen verliezen, genezen wordt. Een andermaal is het een officier, wiens hand reeds gedeeltelijk door den kanker verteerd is, en die. door de Moeder van Altijddurenden Bijstand aan te roepen, in een gelukkig herstel zich dadelijk mag verheugen.
De verschillende hier aangehaalde daadzaken bewijzen duidelijk en zonneklaar, dat Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand er behagen in neemt, om de lichamelijke zwakheden en ziekten harer kinderen en vereerders te verlichten en zelfs ten eenen male te genezen en hen door een volmaakt herstel te verblijden, hoe gevaarvol
122
ook en hoe hopeloos de toestand mogejuoü^ zijn, waarin zij zich bevinden. liereir
Het kan niet dan allernuttigst zijn,let bij het einde van dit hoofdstuk eenigelhrisi aanmerkingen te maken, die uit dewerws aangehaalde feiten voortvloeien enldels-betrekking hebben op zekere voor-ftvelds waarden, zonder welke de heilige Irouv Moedermaagd gewoonlijk wei niet iharea zal toestemmen, om ons in onze tij- Igebe delijke behoeften en lichamelijks kwa- loverl len te helpen en bij te staan. Berst Iwil 1 en .vooral vraagt Maria aan hare ver- Igebe eerders en van allen, die eene of andere Iworc gunst van hare goedheid verwachten, Izeldi een levendig gelooe aan hare macht. Iwell Maria doet gelijk Jesus, onze gDdde- lgew lijke Heiland, deed : zij doet geene Ischc wonderen daar, waar zij niets dan Ihet ongeloof, niets dan koelheid of on- «har verschilligheid in het geloof aan hare f smi macht aantreft. Zij, wier geloof kin- I ziel derlijk en eenvoudig, oprecht en vurig is, worden door haar bij uitnemend- I M beid begunstigd en kunnen aanspraak ■ toe maken op al hare gaven. — Daaren- I namp; boven vordert zij een onbeperkt ver- i
Li
123
rouwen op hare moederlijke goeder-ierent eid : de kleinmoedige en in iet vertrouwen altijd wankelende ihristenen kunnen niets van haar eerwachten; al hare gunsten, hare idelste gaven, haie voortreffelijkste veldaden zijn voor het kind, dat ver-rouwend zich neerwerpt in de armen larer moederlijke goedheid en zich geheel en al aan hare beschikking overlaat en onderwerpt. — Eindelijk wil en eischt zij het gebed, maar een gebed, dat aanhoudt, dat doorgezet wordt, dat volhardend is; want niet zelden gebeurt het, dat eene gunst, welke ons om onze onwaardigheid eerst geweigerd is, ons daarna wordt geschonken om ouze standvastigheid in het bidden. Zoo gaarne ziet Maria voor haren troon waarlijk nederig en vurig smeekende vereerders, die ofschoon zij zich onwaardig achten de weldaad of de genade, welke zij vragen, te verkrijgen, toch doorgaan met bidden, toch voor de voeten hunner Moeder neergeknield blijven, totdat zij eindelijk verhooring vinden, en de hemel-
124
sche Maagd een blik van liefde en goedertierenheid op hen werpe.
O Moeder van Altrjddurenden Bijstand! geef mij een kinderlijk hart, een hart vol geloof, onwankelbaar iu het vertrouwen en vurig door de liefde. Verkrijg voor mij de genade, dat ik getrouw blijve in uwe vereering, getrouw om u aan te roepen nu en al de dagen mijns levens, maar voornamelijk in mijnen laatsten en albe-slissenden strijd.
10« HOOFDSTUK.
Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand is de Besehermster der Christenen in hunne geestelijke behoeften.
Veel vreeselijker zijn de gevaren, welke de ziel dan de rampen, die het lichaam bedreigen, en daarom zegt onze goddelijke Verlosser: „Wilt niet
125
ei1 vreezen hen, dio het, liclinam kunnen dooden,quot; omdat wij slechts duchten moeten datgene, wat aan onze ziel op geestelijke wijze den doodsteek kan toebrengen. Docli misschien is er nooit een tijdstip geweest, waarin er voor de zielen zoo veelvuldige en zoo doo-delijke gevaren bestonden als tegenwoordig. Vrij mag men derhalve de wederverschijning van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand en de bescherming, van hare vereering met toejuichingen en vreugdekreten begroeten, evenals men een machtigen bondgenoot begroet, die op het oogenblik, waarop het vijandelijk leger gaat zegepralen, zich onverwachts op het slagveld vertoont en reeds door zijne komst de kansen keert en over den uitslag van den strijd beslist. Trouwens Maria is de hemelsche bond-genoote en de machtige beschermster onzer zielen te midden der gevaren, waartegen wij dagelijks te kampen hebben; en in welke omstandigheden en onder welke opzichten zij dat is, gaan wij thans onderzoeken.
126
De allereerste behoefte van een 1 onzeggelijk groot getal zielen is eene 1 OPRECHTE EN VOLSTREKTE BEKEERING, is de opstandig uit den geestelijken doodslaap. De weield mag in onze dagen wel vergeleken worden met een groot ziekenhuis, of beter nog met een kerkhof vol doode zielen, die door den adem der genade verlevendigd moeten worden. Hoevele christenen, helaas! zijn er niet, wier ziel den dood der zonde gestorven is, of althans, die roekeloos voortleven en inslapen in eene noodlottige onverschilligheid, welke met den dood de grootste overeenkomst bezit. De krachtigste geestelijke heilmiddelen schijnen voor velen krachteloos te zijn, de verplichtingen van den godsdienst worden door hen verwaarloosd, hun geweten schijnt niet vatbaar meer voor knaging en vreeze. Rampzalige, noodlottige toestand! rampzalig en noodlottig vooral, wijl men zich daaraan gewoon maakt, en de gewoonte eene tweede natuur vormt, welke schier niet meer afgelegd kan worcen.
127
Anderen, wel is waar, zijn den geestelijken dood der onverscliilligheid nog niet gestorven: zij gelooven nog, maar zij leven iu gruwelen en goddeloosheid : en dat leven des verderfs wordt voortdurend en dagelijks onderhouden, gevoed en ontwikkeld door ongodsdienstige en zedelooze boeken en door duizend andere verleidingsmiddelen. Wat al zielen, die doodziek en vergiftigd neerliggen in den verpestenden dampkring der zonde ! Wat al bekeeringen zijn er dus te bewerken, wat al geestelijke wonden te genezen en doodeu tot een nieuw leven, het leven der heiligmakende genade, op te wrekken!
De Heilige Kerk heeft, om deze opstanding der zielen te bevorderen, liet groote en vruchtbare werk der Missiën ingesteld. Het doel der Missie is de voortplanting des geloofs in de heidensche landen, de verlevendiging des geloofs onder de christen volkeren. Doch hoe dikwijls kan het den Missionaris gebeuren, dat al zijne pogingen en al zijne vermoeienisseu
128
vruchteloos zijn, en dat zijne stem geen weerklank vindt in het hart van velen? Dan kan hij niets anders doen dan treuren \'over de onvruchtbaarheid van zijnen arbeid, of wel niets anders dan zuchten bij het droevige vooruitzicht, dat veler opstanding niet duurzaam zal wezen en dat zij weldra in hunnen vroegeren staat zullen hervallen.
Doch laten wij niet wanhopen! Wanneer de mensch ten einde raad is, dan verschijnt God, en in zijne almacht vindt hij altijd nieuwe middelen, om aan te vullen wat aan onze onmacht ontbreekt. In onze dagen wijst hij ons in zijne goedheid op het wederg\'evorulen wonderbeeld van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, en de zoete naam, welken zij draagt, verzekert ons plechtig, dat zij ook in onze dagen, nu evenals altijd, de Toevlucht der zondaren zal zijn, — dat zij nu in onze dagen evenals in vroegere eeuwen de macht bezit, om de ongelukkige zondaren uit hunnen doodslaap wakker te schudden
129
en heu uit den afgrond, waarin zij zich neergeworpen hebben, te redden. En mag men niet zeggen, dat God zijne barmhartige plannen duidelijk geopenbaard heeft, door in zijne Voorzienigheid het kostbare wonderbeeld zijner Moeder toe te vertrouwen aan eene Congregatie van Missionarissen, opdat zij, door overal de devotie jegens haar te verbreiden, die krachtige genaden ter bekeering door hare bemiddeling verkrijgen, welke de zondaren tot in het diepst hunner ziel treffen en bewegen en voor altijd in nieuwe menschen herscheppen.
Het volgende voorval zal duidelijker dan vele woorden toonen,welk eenmach-tigen invloed het gezegend wonderbeeld op een verdwaalde ziel uitoefent. Een zeker zondaar had sinds langen tijd met God en zijne plichten gebroken, de Sacramenten verwaarloosd en dacht aan niets minder dan aan zijne bekeering en zijn terugkeer tot God. Op zekeren dag ging hij, enkel en alleen uit nieuwsgierigheid, eene kerk bin-73 7
130
nen en terwijl hij Aaar verschillende voorwerpen beschouwde, vielen zijne oogen op eens op het heilig beeld der Moeder van Altijddurenden Bijstand. Hij bleef staan en beschouwde de gezegende beeltenis met diepe aandacht en gedurende een geruimen tijd. Het duurde evenwel niet lang, of eene tot dan toe hem onbekende angstige aandoening schokte hem tot in het binnenste zijner ziel; eene onverdraaglijke wroeging verscheuide zijn hart, en zóó krachtig greep de genade hem aan, dat hij, vol schaamte over den toestand zijner ziel, zich aan de voeten eens biechtvaders ging neerwerpen om zich met Grod te verzoenen» Is echter de bekeering der zondaren de eerste, zij is niet de eenige beboette der zielen. Zoowel zij, die nooit eene eigenlijke bekeering noodig hadden, als zij die eens bekeerd zijn, hebben eene otbrGROOTB kacht en over vlo e-dise Genade van noode om aan de bekoringen weerstand te bieden en over alle gevaren te zegepralen. Wie zich aan des Heeren dienst wil toe-
131
wijden, zegt de Heilige Geest, verwachte zich op bekoringen. — ü voorzeker! de wonderdadige Moedermaagd zal ons bestand doen zijn tegen al deze aanrandingen der helsche vijanden en ons onoverwinnelijk maken, als wij, om aan de schichten dier vijanden te ontsnappen, ons maar weten te beveiligen onder het ondoordringbare schild van haren bijstand en hare moederlijke bescherming.
Onder de veelsoortige beproevingen, welke een tot God teruggekeerden zondaar gewoonlijk overvallen, kan men drie voorname en meer gevaarlijke bekoringen onderscheiden, welke de drie- klippen van het geestelijk leven vormen, namelijk de verveling of walging, de haittstociit en de vervolging. Nu, tegen deze drie gevaren worden wij gesterkt, nog meer, wij worden daarvan bevrijd door den Altijddurenden Bijstand van Maria. Deze waarheid willen wij staven door eenige voorbeelden, welke klaarblijkelijk bewijzen, dat de beschermelingen en de kindereu vau Maria, niet-
132
tegenstaande de sluwheid en de woede hunner vijanden, door de hulp hunner machtige koningin aan dat drievoudig gevaar ontsnappen en in dien drie-voudigen strijd zegepralen.
Eene vrome en godvreezende dame werd op eens overvallen door eene sterke walging van alle goede en godsdienstige oefeningen. Hst was een afkeer van alles wat haar tot God kon voeren, een tegenzin in alles wat haar op de wegen der deugd vooruit kon doen gaan. Deze beproeving deed haar in de diepste droefheid en troostëloosheid vervallen. De toestand der dame verergerde hoe langer zoo meer, en wel dermate, dat het bezoek eener kerk haar onverdra-gelijk werd. Gedurende langen tijd trachtte zij dat onuitlegbare gevoel van schrik, hetwelk haar bij het ingaan eener kerk aangreep, tegen te gaan; doch telkens, wanneer zij op het punt was de kerkdeur te openen, overmeesterde haar dat vreemde angstgevoel en week zij sidderend terug. Terwijl zij door dit alles in eene matelooze
133
droefheid gedompeld was, kwam haar op zekeren dag de heilzame en gelukkige gedachte in den geest, van zich aan Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand aan te bevelen. Zij deed dat, en oogenblikkelijk werd zij door Maria van hare benauwdheden bevrijd, en vond de kalmte en den vrede der ziel en eenen zoeten troost weder.
Ach! hoevele zielen, die door dorheid, gevoelloosheid in het gebed, tegenzin en walging van het goede gekweld worden, of die eene prooi zijn van angsten en onrust, zouden, evenals die dame, hare beproeving zien ophouden, of den noodigen moed erlangen om die met gelatenheid en op verdienstelijke wijze te verdragen, indien zij, in plaats van zich aan tene nuttelooze droefheid of aan ijdele klachten over te geven, den bijstand van Maria afsmeekten en met kinderlijk vertrouwen zich nederwierpen voor de voeten hunner machtige Moeder!
De geestelijke mismoedigheid en walging van alle goed is nog het
134
grootste gevaar niet van deugdzame christenen. Nog veel lichter en gemakkelijker bezwijken zij,indien geene tijdig aangebrachte hulp hen komt versterken, onder den aanval eener hevige hartstocht, onder den aanval, bij voorbeeld, der gramschap of der wellust. Deze woedende driften, die haren steun vinden in de ons aangeboren geneigdheid ten kwade, overvallen den menscli bij alle gelegenheden en werpen hem neder in de zonde op het oogenblik, waarop hij nog nauwelijks het bewustzijn heeft van het gevaar. Welk een zoete troost en welk eene zalige verzekering is het dan voor ons, met alle overtuiging te weten, dat de bijstand des hemels ons niet zal ontbreken in den strijd tegen onze booze hartstochten en vooral niet in den zwaren strijd, dien wij tegen de begeerlijkheid des vleesches te strijden hebben, als wij zorg dragen in die gevaarvolle oogenblikken haar om bescherming te bidden, die hare vereerders nooit zonder bijstand laat in het uur des gevaars.
135
Twee broeders, de zonen eener deftige familie, geraakten op zekeren dag met elkander in twist. Na eene lievige woordenwisseling werd de een als door eene razende gramschap aangegrepen, en in zijue woede vatte hij zijn dolkmes, om het zijnen tegenstander, zijn broeder, in het hart te stooten. Op het eigen oogenblik slaakt de zuster quot;van dien ongelukkige, welke toevallig bij dit afschuwelijk tooneel tegenwoordig was, een kreet van schrik en afgrijzen, en roept met het diepst gevoel van angst: „Moeder van Altijd-durenden Bijstand, erbarm u onzer!quot; — O wonder! Nauwelijks heeft de woedende jongeling deze aanroeping gehoord, of het geopende wapen valt uit zijne handen neder, en op eens van de hevigste gramschap tot de grootste zachtmoedigheid overgaande, en aan een zachtaardig lam gelijk, omhelst hij zijnen broeder en zegt bem met kalmte en minzaamheid : „Komaan, laten we vrede maken, ik bid en smeek het u !quot; — O alvermogende bijstand der machtige
136
Moeder! wie zal niet op u vertrouwen? Het brave meisje, de oorzaak en de getuige van dit wonder, raapte het dolkmes op en bracht hetzelve naar het altaar der Madonna, als een zegeteeken der glansrijke overwinning, welke deze goedertieren en machtige koningin behaald had op eene der vreeselijkste en gevaarlijkste driften van het menschelijk hart.
Somwijlen komen de beproeving en de bekoring van vijanden buiten ons, van hunne vervolging. Zij bespotten en beschimpen de deugd der vromen; met kwaadwilligheid randen zij haar aan, en niet zelden nemen zij hunne toevlucht tot gewelddadige middelen, om ons het kostbaarste aller goederen, de godsvrucht, de getrouwheid aan onze plichten, te ontrooven. Doch ook dit gevaar kunnen en zullen wij te boven komen, als wij de Moeder van Altijddurenden Bijstand om hulp en bescherming smeeken; en door haar aan te roepen met vertrouwen en liefde, zullen wij de kracht en den moed vinden om over alle men-
trou-1 137
zaak H scbelijk opzicht, over de bespottingen apte i en de woede onzer vijanden te zege-:e^Te i pralen. Het volgende voorbeeld strekke ! e.en 1 0113 daarvan tot bewijs.
win- ■ Een eerbiedwaardig kanunnik, pas-fin 1 toor eener kathedrale kerk in Italië, ^ 0P 1 heeft zelf bet verhaal geschreven van kste i (Je wijze,waarop hij, door de voorspraak I en de bescherming van Onze Lieve g en i Vrouw van Altijddurenden Bijstand, onsgt; il bevrijd werd van zijne hartstochtelijke tten | vervolgers. Wij schrijven hier zijne ien; tl woorden letterlijk na: „Ik had vol-iaar |l strekt besloten, het mocht kosten wat nne Ë het kosten wilde, al mijne herderlijke lenj | verplichtingen stipt te vervullen; en 3de- 9 wijl ik dientengevolge tegen het wan-leid ■ ordelijk leven van eenige ongelukki-och B gen was uitgevaren, zag ik mij weldra wij H door hen aangerand en vervolgd, dei\' m Woedend als zij waren, wijl ik over ulp f| liet dikwijls ontvangen van de hei-oor M lige Sacramenten en over de getrouwden B heid aan Zijne Heiligheid den Paus en ■ durfde spreken, gingen zij zoo verre, en- ■ dat zij mij de zwaarste bedreigingen I deden; daarmede niet tevreden 73 7.
138
vormden zij eene soort van sameu-zwering tegen mij en beschuldigden mij bij mijne oversten van de vree-selijkste misdaden, en zij schaamden zich zelfs niet hunne lasteringen door valsche getuigenissen te bekrachtigen. Mij verlaten ziende door iedereen en zelfs door hen, die mij hadden moeten ondersteunen, zocht ik mijne toevlucht bij Maria en wierp ik mij in de armen barer goedertierenheid, en op het oogenblik van mijn vertrek naar Eome richtte ik dit gebed tot haar: „O mijne Moeder, o mijne Koningin, ik bid en smeek bet u, ueem gij tocb mijne zaak in handen!quot;
Toen ik te Rome gekomen was, riep ik Onze Lieve Vrouw van Altijd-durenden Bijstand vertrouwend aan, dagelijks bezocht ik haar heiligdom en bad den rozenkrans voor het altaar. En, dank zij Maria, het was niet tevergeefs. Weldra trokken mijne vijanden hunne beschuldiging terug, en zij, die mijn ongeluk gezworen hadden, ontsluierden zelf voor de oogen van het publiek en van mijne rech-
139
ters al de hatelijkheid en al de hoosaardigheid van hun gedrag\'. Leve Maria! Door haar alleen smaak ik den troost van te midden mijner kudde te hebben mogen terugkeeren.quot;
Zoo helpt en beschaamt de goedertieren en machtige Moeder van Altijddurenden Bijstand al degenen, die tot haar hunne toevlucht nemen in de veelsoortige moeielijkheden en beproevingen des levens. Zij gaat echter nog verder en dat is ook noo-dig. Want niet alleen hebben de christenen behoefte aan bovennatuurlijke kracht ter bekeering en aan bijstand en sterkte om over de bekoringen te zegepralen; nog een andere schat, nog eene andere gave is hun noodzakelijk, de gave namelijk der volharding in de vriendschap en de liefde Gods. Want waartoe kan ons een edelmoedige strijd dienen, wat kan eene herhaaldelijk verkregen zegepraal ons haten, als wij niet volharden tot het einde toe en niet sterven in Grods genade? Zoovelen, helaas! zijn voor eeuwig verloren,
140
die, gedurende eenigen tijd liet moeie-lijke pad der deugd bewandeld, de voetstappen van Jesus Christus gedrukt en zijne geboden onderhouden hebben, en die daarna, medegesleept door de verleiding eener bedorven wereld of door de woedende driften van hun schuldig hart, de dwaalwegen der zonden en der boosheid zijn ingeslagen en in de ongenade des Heeren de wereld hebben verlaten. Voorzeker wij moeten vreezen: niemand toch kan aanspraak maken op de genade der eindelijke volharding: doch tevens moeten wij vertrouwen, want God wijst ons op de Moeder van Altijddurenden Bijstand en schijnt ons te zeggen: Schept moed en hebt vertrouwen! Omgeven u de gevaren ten allen tijde en hebt gij vooral in den laatsten strijd te vreezen, ook de bijstand, welken Maria u aanbiedt, is altijddurend. Bidt dan de machtige en wonderdadige Maagd; vraagt haar eiken dag de volharding en de standvastigheid tot het einde toe, dan zal uw leven deugdzaam en christelijk,
141
dan zal uw dood ook christelijk zijn en kostbaar in mijne oogen.
Maria toch, die hare kinderen in de gevaren des levens nooit verlaat, waakt over hen met eene meer dan moederlijke teederheid in den grooten en albeslissenden strijd, welke den dood voorafgaat. Zij verdedigt hen tegen den vijand, wiens woede des te grooter, wiens aanvallen des te heviger zijn, naarmate zijn tijd korter is, en niet zelden toont zij zelve zich in dat laatste uur aan hare trouwe vereerders. Zuo verhaalt men, dat eene boerin uit eeae ver van Rome verwijderde plattelandsgemeente op zekeren dag naar de kerk van den H. Alphonsus kwam, om daar hare devotie te houden. Toen haar gevraagd werd, welke toch de beweegreden was, waarom zij eene zoo lange reis ondernomen had, antwoordde zij : „Ik ben nooit nooit in deze kerk geweest; maar mijn man heeft mij dikwijls gezegd : dat hier een wonderdadig Maria-beeld vereerd wordt, hetwelk den naam draagt van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden
142
Bijstand.quot; — Vervolgens verhaalde zij, dat haar man zaliger, die sinds korten tijd overleden was, de gewoonte had zich dikmaals aan deze goede en machtige Moeder aan te bevelen en dat hij, inzonderheid in de laatste dagen zijns levens, groote en wonderbare gunsten van haar ontvangen had. „Toen zijn doodstrijd nabij was, aldus sprak de vrouw, zeide hij, dat hij de gezegende Maagd naast zijn sterfbed zag; en zoozeer werd hij door dit hemelsch gezicht vertroost, dat hij al zijne smarten, ja zeifs den naderenden dood scheen te vergeten. Hij stierf zoo rustig, zoo gelaten en in zoo heilige gevoelens, dat men wel niet aan zijne eeuwige zaligheid kan twijfelen. Het grootste geluk, zoo sprak de boerin ten slotte, dat mij te beurt kan vallen, zoude dan ook zijn, van te mogen sterven in zulken staat als waarin hij gestorven is.quot;
O goedertierene, o geliefde Moeder Maria, ik ook wensch allervurigst in uwe tegenwoordigheid te mogen sterven, en door uw hemelsch bezoek in
143
mijne laatste ure getroost eu versterkt te worden. Sta mij dan ter zijde nu en al de dagen mijns levens, bescherm mij aanhoudend, laat mij geen oogen-blik aan mijne eigene zwakheid over, opdat ik het ongeluk niet hebbe van onder weg te bezwijken. Sta mij voornamelijk bij in den laatsten stond mijns levens, opdat ik dan de woede mijner vijanden overwinne en eindelijk het geluk hebbe van u in eeuwigheid te mogen zien en te mogen prijzen, u met Jesus, uwen Zoon en mijn Verlosser, in de gelukzaligheid des hemels. Amen.
144
llc HOOFDSTUK.
Plechtige kroning van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand door het Kapittel van Sint-Pieter.
Nauwelijks was er een jaar ver-loopen sedert de wederverscliijinng van het heilige wonderbeeld en sedert de plechtige herstelling dei-openbare vereeriug van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand, of reeds begon men te Rome over eene nieuwe verheerlijking der zoo hoog vereerde en innig geliefde Madonna te spreken, In de hoofdstad der katholieke wereld bestaat de gewoonte, om de meest beroemde en meest gevierde Mariabeelden met een gouden diadeem te kronen; en wanneer deze kroning met eenen on-gewonen luister geschieden zal, belast zich het doorluchtig Kapittel van Sint-Pieter zelf met het verrichten der plechtigheid. Het wonderbeeld
lts
der Moeder van Altijddurenden Bijstand, even beroemd door deszelfs oudheid als door de mirakelen, welke geschied waren door de bemiddeling dezer machtige Madonna, was ongetwijfeld deze zeldzame onderscheiding, deze hoogste eer overwaardig. Zoo althans dachten in het geheim de geloovigen en alle ware dienaars en vereerders der Moedermaagd. Dan dit innige gevoelen, deze geheime gedachte openbaarde zich weldra uiterlijk door een algemeen smeekschrift, dat aan het Kapittel van Sint-Pieter werd aangeboden, ten einde de plechtige kroning van het aloude wonderbeeld Onzer Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand te verkrijgen. Het kapittel nam het verzoek gunstig aan en stemde voor eene gouden met kostbare edelgesteenten versierde kroon. De kapit-telheeren vaardigden hunnen door-luclitigen deken, Monseigneur Mattei, patriarch van Constantinopel af,om deze glorierijke hulde aanMaria te brengen.
Dientengevolge werden op den 2\'°
146
Juni, 1867, eenige weken voor de groote plecbtiglieden van liet achttiende eeuwfeest van den H. Petrus, alle Eomeinen door een Kardinaal-Vicaris der Eeuwige Stad in naam van Zijne Heiligheid uitgenoodigd, om deze nieuwe zegepraal der Allerheiligste Maagd met hunne tegenwoordigheid te vereeren. Deze uitnoodiging was in de volgende bewoordingen vervat:
„Eomeinen! Een jaar geleden noodigden wij u uit tot de vereering van de aloude en wonderdadige beeltenis van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand. Bij die gelegenheid hebt gij met elkander gewedijverd in vurigheid, om de toegenegenheid en liefde, welke gij der Moeder Gods toedraagt, te too-nen. Sedert dien tijd hebben velen uwer niet opgehouden haar aan te roepen, en buitengewone genade-gunsten hebben zij van hare barmhartige goedheid verkregen. Binnen weinige dagen zal de plechtige kroning der wouderdadige Maagd plaats
147
hebben. Stroomt dan nogmaals samen in haar heiligdom, o Romeinen, met denzelfden geest van godsdienstige vurigheid, om haar uwe liefde en iiwe vereering te betuigen. Toont aan al de geloovigen, die uit alle oorden der katholieke wereld naar Rome zijn gekomen, hoe innig gij gehecht zijt aan de Madonna! Uw edel voorbeeld zal hen stichten, en zij zullen zich veree-nigen met u om Maria te smeeken, dat z:j Rome en deheiligeKerk bescherme.quot;
De plechtigheid werd bepaald op Zondag, den 23 Juni. Op dien dag begaf zich des morgens de patriarch van Oonstantinopel, deken van het doorluchtig Kapittel, naar de Sint-Alphonsus-kerk, welke reeds gevuld was met geloovigen. Hij werd door de kloosterlingen van den Allerheiligsten Verlosser ontvangen en de kerk binnengeleid. Toen hij bij het hoogaltaar gekomen was, overhandigde hij de kroon aan den Algemeenen Overste der Redemptoristen, nadat deze eerst bij plechtigen eed beloofd had, dat dezelve ten eeuwigen dage boven het
148
hoofd der allerheiligste Moedermaagd zoude prijken. Daarna werd het dekreet van het Kapittel voorgelezen, waardoor verklaard werd, dat „de Ka-pittelheeren tot grootere eer en glorie van God, en om in deze door zoo zware beroerten geschokte tijden den bijstand der gelukzalige Maagd des te zekerder te verdienen, alsmede om de devotie van het Romeinsche volk tot de Madonna te vermeerderen, stemden voor eene gouden kroon, en hunnen deken afvaardigden om het wonderbeeld te kronen.quot;
Een luisterrijke pontificale mis volgde onmiddellijk op deze eerste plechtigheid. Na het heilig misoffer werd de kerkelijke autiphoon Eegina coeij door den patriarch aangeheven en door de duizenden stemmen der geloovigen herhaald en voortgezet, en daarmede begon de eigenlijke plechtigheid der kroning. Na het zingen van dezen blijden lofzang, beklom de patriarch de al taartrappen, en van de twee kronen, welke hij in zijne handen droeg, plaatste hij de eerste, in tegen-
149
woordigheid van al het volk, op het hoofd van het Kindje Jesus, de tweede op het hoofd der goddelijke Moeder. Op hetzelfde oogenblik n eer-galmden de tempelgewelven van de blijde tonen van den lofzang der dankzegging. En terwijl het volk, in ver-eeniging met de geestelijkheid, het plechtige Te Dbum met een ware vervoering van vurigheid zong, werd daar buiten door het kanongebulder en door het gelui der klokken van al de oude basilieken deze nieuwe zegepraal der allerheiligste Moeder Gods aan de Eeuwige Stad aangekondigd.
Dexe plechtigheid, gelijk de Kardinaal Vicaris dat reeds had doen opmerken, vond plaats in de dagen, welke het achttiende eeuwfeest van den H. Petrus onmiddellijk voorafgingen. Vijfhonderd bisschoppen, tal-looze priesters en leeken, uit alle oorden der christenwereld naar Rome gesneld, hebben dan over de Moeder van Altijddurenden Bijstand kunnen hooren spreken, hare luisterrijke kro-
150
ning\' bijwonen en deelnemen nnn de godvruclitige oefeningen, welke op dit feest volgden, of althans li ebben zij de prachtige processie kunnen zieu, waarmede deze plechtigheden werden besloten, kunnen zien hoe de Moeder Tan Altijddurenden Bijstand, met haar nieuw diadeem gekroond, als de Koningin der Eeuwige Stad zich vertoonde. Al deze kinderen der heilige Kerk, later in hun vaderland of in den schoot hunner familie teruggekeerd, kunnen dan, wanneer zij over Rome spreken, deze nieuwe Beschermster der stad en der wereld doen kennen.
Wat ons betreft, o Maria, wij voeden slechts dit verlangen in onze harten, dat uwe heilige beeltenis immer meer en meer door al uwe kinderen vereerd worde, en dat zij dagelijks eene kroon voor uwe voeten mogen neerleggen, welke in uwe oogen veel schooner en kostbaarder is dau de rijkste kronen van goud en van edelgesteenten. Die kroon, u dagelijks ten offer te brengen, zal
151
vervaarrligd zijn uit het zuiverste goud der goddelijke liefde en versierd wezen met de schitterende edelgesteenten des gebeds, der deugden en goede werken. En zoo aangenaam, o Moeder van Altijddurenden Bijstand, zal u deze kroon van ons, uwe kinderen, zijn, dat gij, om ons offer te vergelden, ons zult bijstaan en helpen, opdat wij over onze vijanden ten allen tijde zegepralen, en dat eens uwe moederhand ook op onze hoofden de eeuwige kroon der uitverkorenen zal plaatsen.
152
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
TER EERE VAN
Onze Lieve Vrouw yan AltijinreMen Bijslaid.
Over de verschillende oefeningen, ■welke men ter eere van deze wonderdadige Madonna kan verrichten.
De vrome vereerders en godvrach-tige dienaressen van de Moeder van Altijddurenden Bijstand kunnen hunne devotie jegens haar door verschillende goede en heilzamè oefeningen voeden en ontwikkelen, en haar op verschillende wijzen de hulde hunner vereering en hunner liefde brengen.
Het is zeer goed en heilzaam zich eene grootere of kleinere beeltenis dezer machtige en goedertierene Moeder aan te schaffen, dezelve in zijne kamer, op zijne werktafel of in een gebedenboek te plaatsen, en dikwijls,
153
vooral in de oogenblikken van bekoring en in de beproevingen, met liefde en vertrouwen zijne blikken op die hemelsche Beschermster te vestigen.
Zoo is het ook goed en heilzaam eene Medaille van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand bij zich te dragen, ze dikwijls vertrouwend op zijn hart te drukken en Maria tevens om hulp en bijstand te smee-ken : dan zal hare medaille als een schild zijn, waarop de schichten der helsche vijanden als op eene ondoordringbare borstwering afstuiten.
Nog is het goed en heilzaam de openbare godvruchtige gefesingen bij te wonen, welke te barer eer worden gehouden, en dikwijls in de kerken, waar hare beeltenis uitgesteld is, voor haren genadetroon zich neder te werpen. Dit toch is onbetwijfelbaar, dat Maria bij uitstek kostbare gunsten mededeelt aan allen, die tot den troon harer barmhartigheid naderen.
Vooral echter is liet goed, heilzaam en voordeelig zich toe te leggen op
154
het wezenlijkste en voornaamste gedeelte der vereering\' van Maria, namelijk op de veelvuldige en gestadige aanroeping der goddelijke Moeder. Om deze aanroeping gemakkelijker te maken, laten wij hier een reeks van gebeden volgen, welke voor eiken dag der Meimaand geschikt en op de verschillende omstandigheden en toestanden van het christelijk leven toepasselijk zijn.
De H. Alphonsus zegt In een zijner werken : „Onder al de huldebetuigingen, waardoor wij Maria kunnen vereeren, , is er geene, welke haar zoo aangenaam is, als de gewoonte van haar vertrouwvol aan te roepen in alle noodwendigheden des levens.quot; — Maria zelve vraagt en vordert van ons deze immer voortdurende aanroeping, en zij heeft een titel te meer om daarop aanspraak te maken, nu zij ons onder den troostvollen naam van Moeder van Altijddurenden Bijstand is wedergegeven. Poor dien treffenden naam toch schijnt de heilige Maagd ons te zeggen; Komt ten
155
allen tijde tot mij, mijne kinderen; bidt mij in alle behoeften, in allen strijd en in alle bezwaren; ik beloof u, dat mijn bijstand u altoos en overal zal omgeven en vergezellen, want die bijstand is altijddurend, vooral voor degenen, die getrouw zijn, om mij in alle omstandigheden aan te roepen. — Mogen de hier volgende gebeden deze voortdurende aanroeping der even machtige als goedertieren Moeder bevorderen !
156
GEBEDEN
door Zijne Heiligheid den Paus met aflaten verrijkt.
De drie volgende gebeden, welke uit de werken van den H. Alphonsus getrokken zijn, worden sinds vier jaren ter eere van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand veelvuldig te Rome gelezen. Zijne Heiligheid de Paus Pius IX verleende, bij Rescript van den 17 Mei 1866, aan elk dier gebeden een aflaat van honderd dagen, eenmaal daags te verdienen. Deze aflaat is toe-voegeiijk aan de zielen des vagevuurs.
Eerste Gebed.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand! zie hier aan uwe Yoeten een armen zondaar ; die tot u zijne toevlucht neemt en al zijn vertrouwen op u stelt. Heb medelijden met mij, 0 Moeder van barmhartigheid! Ik hoor hoe allen u de Toevlucht en de Hoop der zondaren noemen: wees dan ook mijue toevlucht en mijne hoop.
157
Verleen mij uwen bgatand ter liefde van Jesus Christus; reik de hand aan een armen zondaar, die zich aan n aanbeveelt en zich voor immer aan uwen dienst toewijdt. Ik zegen en ik dank tevens mijnen God, dat Hij, in zijne barmhartigheid, mij een groot vertrouwen op u ingeboezemd heeft: want dit vertrouwen beschouw ik als een onderpand mijner eeuwige zaligheid. Ik erken, dat, als ik in vroegere dagen maar al te dikwijls gevallen ben, de oorzaak daarvan geweest is, dat ik tot u mijne toevlucht niet genomen heb, maar voortaan zal ik door uwen bijstand altijd zegepralen. Dit toch weet ik zeker, dat gij mij zult bijstaan, indien ik mij aan u aanbeveel. Ik vrees echter, dat ik in de gevaarlijke gelegenheden zal nalaten u aan te roepen en aldus zelf de oorzaak van mijn verderf zal worden. Daarom bid en smeek ik u allerdringendst, mij de genade te willen verleenen van altijd, bij alle aanvechtingen der hel, tot u mijne toevlucht te nemen en
158
dan te zeggen: O Maria, help mij! O Moeder van AÜijdilurenden Bijstand ! wil toch niet toelaten, dat ik mijnen God verlieze !
Hierna bidt men vijfmaal het Wees gegroet, en daarna zeyt men :
Bidt voor ons, heilige Moeder Gods,
Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
GEBED.
Almachtige en goedertieren God! die, om het menschelijk geslacht ter hulp te komen, gewild hebt, dat de zalige Maagd Maria de Moeder werd van uw eeniggeboren Zoon; geef ons, wij smeeken liet u, dat wij door hare voorspraak de besmetting der zonde vermijden en u met een oprecht gemoed dienen mogen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Tweede Gebed.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand! verleen mij toch deze gunst, dat ik uwen alvermogenden naam
159
altijd moge aanroepen; want mv naam is onze hulp gedurende ons leven en ons behoud in het oogenblik van onzen dood. O Maria! allerzoetste en allerzuiverste Maagd, moge uw naam voortaan de ademhaling mijner zie! wezen! Toef niet, o mijne Koningin ! mij ter hulp te snellen, telkenmale, dat, ik tot u zal roepen; want in alle bekoringen, welke mij zullen aanranden, in alle voorkomende noodwendigheden, zal ik niet ophouden u aan te roepen en gedurig te herhalen : 0 Maria! 0 Maria! Wat eene kracht, wat eene zoetheid, wat een vertrouwen, wat eene verteedering gevoelt mijne ziel, wanneer ik uwen geze-genden naam uitspreek; wanneer ik slechts denk aan u! Ik dank mijnen God, dat hij u, voor mijn welzijn dien zóó zoeten, zóó beminnelijken en zóó machtigen naam heeft gegeven! Ik zal mij echter niet tevreden stellen, met uwen naam alleenlijk uit te spreken, ik wil dien uitspreken met liefde, ik wil, dat de liefde het mij onophoudelijk heriunere, dat ik
160
u moet aanroepen, O Moeder van Altijddurenden Bijstand!
Vijfmaal het Wees gegroet, enz. als na het eerste gebed.
Derde Gebed.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! gij zijt de uitdeelster van alle genaden, welke Grod ons, ellendige zondaars, verleent, en als hij u zoo machtig zoo rijk en zoo goedertieren gemaakt heeft, dan deed hij dat, omdat gij ons in al onze ellenden zoudt bijstaan. Gij zijt de Voorspreekster der diepst gevallen zondaren, en de meest veriatenen nemen niet tevergeefs hunne toevlucht tot u. Kom dan ook mij ter hulpe, wijl ik mij aanbeveel aan u. In uwe handen stel ik de eeuwige zaligheid mijner ziel. Neem mij op onder het getal uwer meest toegenegen dienaars ; neem gij mij onder uwe bescherming: dit is mij genoeg. Bijaldien gij mij bijstaat, vrees ik niet mijne zonden, dewijl gij mij dezelver vergiffenis zult ver-
161
werven j vrees ik ook de duivelen niet, omdat gij machtiger zijt dan de gansche hel; vrees ik zelfs mijnen Hechter Jesus Christus niet, daar één enkel uwer gebeden voldoende is, om ons met hem te verzoenen. Slechts ééne zaak vrees ik, namelijk, dat ik door nalatigheid zal ophouden mij aan te bevelen aan u, en zoo mijn eigen verderf zal inloopen. O mijne Koningin ! verwerf mij de vergiffenis mijner zonden, de liefde tot Jesus Christus, de volharding tot het einde toe en de genade van altoos mijne toevlucht te nemen tot u, O Moeder van AÜijddurenden Bijstand.
Vijfmaal hei Wees gegroet, enz. als na het eerste gebed.
162
GEBED
BIJ WIJZE VAN LITANIE
om aan de heilige Maagd haren Al-tijddurendon Bijstand in alle dingen te vragen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand! de troostvolle en zoete naam, welken gij draagt, is voor mijne ziel eene overvloedige bron van vertrouwen op u, en doordrongen van dat vertrouwen, kom ik mij voor uwe voeten nederwerpen. Al mijne noodwendigheden, al mijne behoeften kom ik u voorstellen, en over al deze mijne ellenden kom ik uwen moederlijken bijstand afsmeeken, Grewaardig u, o mijne Moeder, van uit het hoogste des hemels te luisteren naar mijne bede en dezelve te verhooren.
O liefderijke Moeder, verleen mij uwen bijstand, in al mijne moeielijk-
Ifi3
heden, in al mijne kwellingen en ellenden.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik weerstand bieden en zegepralen moge in het gevaarvolle oogenblik der bekoring*.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik spoedig moge opstaan, wanneer ik het ongeluk mocht hebben van in eene zonde te vallen.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik, als eene noodlottige keten mij aan den dienst van satan kluistert, de kraclit en de edelmoedigheid hebbe die te breken.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik na zoo lang mijne bekeering te hebben uitgesteld, mij toch eindelijk door de genade late overwinnen.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik, wanneer ik de slaaf ben eener woedende hartstocht, over haar zegeprale.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik moge terug-keeren tot Grod, mijnen Vader, wanneer
164
ik als een verloren zoon, aan alle ondeugden overgegeven, van hem verwijderd ben.
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, als ik in lauwheid leef, opdat mijn Verlosser Jesus-Ohristus mij niet met walging van zich af-stoote.
0 liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, als ik in heiligschennissen leef, opdat ik eindelijk den moed hebbe eene oprechte biecht te spreken.
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, als ik vergeten of ver-waarloozen zal mijne toevlucht tot u te nemen, opdat ik dan dadelijk door het gebed mij aanbevele aan u.
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, als ik ooit verflauw in uwen dienst en in uwe vereering, opdat ik dan mijne eerste vurigheid wedervinde.
0 liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, opdat ik immer tijdig genoeg het heilig Sacrament der biecht ontvange.\'
165
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, opdat ik altijd waardiglijk en met eene ware godvruchtigheid tot de Heilige Tafel nadere.
0 liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand in alle oefeningen van een vurig en christelijk leven, en voornamelijk in het gebed en de meditatie.
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, opdat ik de schoonste aller deugden, de heilige kuischheid, beware of, indien ik haar verloren heb, ze wedervinde.
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, opdat ik zachtmoedig worde en ootmoedig van harte.
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, opdat ik God van ganscher harte beminne.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik mij, ter liefde van God, aan Zijnen heiligen enaan-biddelijken wil in alles onderwerpe.
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand in al mijne daden en in al mijne ondernemingen.
166
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik getrouw al de verplichtingen van mijnen staat vervulle.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, als de ziekte mijn lichaam zal folteren en mijne ziel zal ontmoedigen.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, als droefheid en hartzeer mij zullen overmeesteren.
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, als ik van de menschen te lijden zal hebben.
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, als ik door inwendige kwellingen en bittere zielsbenauwd heden beproefd zal worden.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, als Gods Voorzienigheid mij zal bezoeken met armoede en tegenspoed.
ü liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, als ik in mijn eigen huisgezin oorzaken van smart en droefheid zal vinden.
O liefderijke Moeder! verleen mij
167
uwen bijstand, als ik vernederd, tegengesproken of mishandeld zal worden.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik voor degenen, die mij dierbaar zijn, de genade der bekeering of eenige verlichting in hun lijden verwerve.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik de bevrijding van de arme zielen des vagevutirs bevordere.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik medewerke tot de bekeering der zondaren.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik de genade der bestendige volharding bekome.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, opdat ik nooit vergete, om deze allergrootste genade der volharding tot het einde toe met alle vurigheid te bidden.
Als mijne laatste ziekte mij znl aangrijpen, verleen mij dan uwen bijstand, o liefderijke Moeder!
Als de dood mij nabij zal zijn.
1C8
verleen mij dan uwen bijstand, o liefderijke Moeder!
Als de laatste bekoringen, welke mijnen doodstrijd zullen voorafgaan en vergezellen, mij zullen aanranden, verleen mij dan uwen bijstand, o liefderijke Moeder!
O liefderijke Moeder, verleen mij uwen bijstand, bij mijnen laatsten ademtocht.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand op bet oogenblik,waarop ik verschijnen zal voor uwen Zoon, die mijn Rechter zal wezen.
O liefderijke Moeder! verleen mij uwen bijstand, als ik in het vagevuur zal lijden.
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, totdat ik in den hemel waardiglijk de barmhartigheden van mijnen God love en verheerlijke.
O liefderijke Moeder! verleen mij \\iwen bijstand in alle plaatsen, ten allen tijde en in alle omstandigheden.
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, opdat ik altijd u diene, u beminne en u aanroepe.
ino
O liefderijke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, opdat ik Jesus-Christus beminne.
O liefdergke Moeder ! verleen mij uwen bijstand, opdat ik u door vele christenen doe beminnen en dienen.
Wees geloofd en bemind, wees immer aangeroepen en eeuwiglijk gezegend, o Moeder van Altijddurenden Bijstand, mijne hoop, mijne liefde, mijne vreugde, mijn geluk en mijn leven! Amen.
170
LITANIE
TEll EE HE VAN
(Me Liefe Vrouw m Altijflflareiitleii Bijstanfl,
Getrokken uit de geschriften der Kerkvaders.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God, hemelsche A\'ader, die Maria tot uwe Dochter hebt aangenomen, ontferm u onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, die Maria tot uwe Moeder hebt uit-Terkoren, ontferm u onzer. God, Heilige Geest, die Maria als uwe Bruid bemind hebt, ontferm u onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, die in Maria als in eene edele rustplaats gewoond hebt, ontferm u onzer.
171
Heilige Maria, Moeder Gods, verleen mij uwen altijddurendenBijstand. Begin onzer zaligheid en van
alle goed, (1)
Oorzaak onzer verzoening met
God en onzer hoop, (2) ^ Eenige oorzaak onzer zaligheid 2-naast God, (3) |
Bron van genade en rechtvaar- g digheid, (4) ^
Hemelsche wolk vol van den ^ a regen der genade, (5) g
n Heiligdom van barmhartig- gt; held en heil der gansche Jn ?0 wereld, (6) g;
f5 Uitdeelster aller genaden, (7) 5 i-5 Middelares tusschen God en g de menschen, (8)
Koninklijke weg om tot God ^
té gaan, (9)
Machtige Vrouwe door wie wij 3-gered zijn, (10) H.
Glanzend licht door God ontstoken, (11)
Schitterende ster ons in onze duisternissen verlichtend,(12) Wortel aller zegeningen. (13)
172
Aalmoezenierster van God, (14) Beschermster der gansche Kerk, (15)
Onze steun in onze zwakheden en onze machtige Beschermster, (16)
Overwinnares der oude slang, ^
(17) - . I
Schrik der duikelen, (18) 2 Liefderijke Vrouwe vol onuit- g sprekelijke goedertierenheid, (19) §
Moeder aller vertroosting en g -2 erbarming, (20) 45 Allermachtigste middelares en ^ ^ zoetste beschermster, (21) £ Onze verdediging in dit en in g S het andere leven, (22) 2
td Minnares der zielen, (23) gquot; Vreugde der rechtvaardigen en ®
der gansche wereld, (24) Koningin aller vreugde, aller |-genade en aller deugden, (25) g. Toonbeeld en spiegel der
kuischheid, (26) Ondoordringbaar schild ter onzer bescherming, (27)
173
Veilige haven der schipbreukelingen, (28)
Heil der dwalenden en der
zondaren, (29;
Zalig toevluchtsoord in alle
gevaren, (30)
Kracht der kvvijnertden en der
strijdenden, (31)
Hoop der gevallenen en der
wanhopenden, (32)
Troost der schuldigen en ellen-
digen, (33)
Toevlucht en behoud der zondaren, (34)
Verkwikking in al onze smarten, (35)
Vertroosting en blijdschap der
bedroetden, (36) Ijveraarster voor onze zaligheid, (37)
Onze getrouwe en machtige
patrones, (38)
Die ons de verlossing hebt
aangebracht, (39)
Die ons het leven bezorgd
hebt, (40)
Die aan de vervloeking- een
174
einde hebt gemaakt, (41) Die de lieilig-e Kerk hebt uitgebreid, (42)
Diede wereld ffeheiliü\'d en aller 5^
DO CD
leven hersteld hebt, (43) li-Die aanhoudend voor het heil g der wereld smeekt, (44) g Die aller zaligheid bewerkt,(45) — .2 Die de volheid der macht be- ^ 3 zit, (46) g
^ Die ons den vrede bezorgt, (47) gt; to Die vol barmhartigheid zijt S jegens de zondaren, (48) jnq Die Gods toorn en verbolgen- ^ heid tot bedaren brengt, (49) Die de verdwaalden tot God £ terugvoert, (50) ^
Die de moeder zijt onzer
hoop, (51)
Die ons de ingangsdeur zijt tot betParadijsen dezaligheid, (52) Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Heer! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, erbarm u onzer, Heer!
175
Christus, li oor ons.
Christus, verhoor ons.
Antiphoon. — Heilige Maria, verleen uwe liulp aan de ellendigen, help de kleinmoedigen, verkwik de bedrukten, bid voor het volk, spreek ten beste voor de geestelijkheid, doe uwe voorspraak gelden voor de aan God toegewijde vrouwen, mogen allen, die u om uwen heiligen en altijddu-renden bijstand sraeeken, uwe bescherming ondervinden.
Bid voor ons, o Moeder van Al-tijddurenden Bijstand.
Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
gebed.
O allerbeminnelijkste Koningin, die zoo vurig wenseht ons bij te staan, sta mij krachtdadig bij, sta mij spoedig bij: uwe voorspraak is alvermogend bij uwen Zoon, die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
(Gebed van den EL Alphonsus.)
170
(i) Exordium salvationis nostne. S, Petr. Dam. Hom. — Initium totius boni. S. Bern. Serm. — •2) Causa reconciliationis. S Anselm. Cant. Orat.
— Ratio spel nostrai. S. Bern. Serm in Nativ.
— (3) Causa salutis nostra; post Deum. S. Odilo. Serm. — (4) Fons gratise et justitise S. Bern. — (5) Nubes imbre gratiarum plena. Hug. de S. Vict, in Psalt — (6) Sacrarium misericordiae. S. Anselm. Cant. Orat. — Salvatio totius mundi. S. lldephons. Seim. 7. — (7) Dispensatrix omnium gratiarum. S. Bernardin. de nat. Virg. ser. 1.
(8) Mediatrix inter Deum et homines S. Bonav. Spec. — (9) Via regia ad Deum. S. Bern. de adv. Dom. Serm. 2. — (10) Femina per quam salvati sumus. S. Petr. Chrys. Serm. — (11) Lu-minare lucens divinitus. S. Anselm. Cant. Orat.
— (12) Sidus illuminans noctem. S. Anselm. Cant. Meditat. — (15) Radix benedictionum. S. Bern. sup. Salve. — (14) Eleemosynario Dei S. Rupert in Cant. — (15) Custos totius EcclesiEe S. Am-bros de laud Virg. — (16) Baculussustentationis. Adam Persen. Mariale. — Brachium defensionis. S. Ansel. Cant. Orat. — (17) Triumphatrix ser-pentis antiqui. S. Fulbert. Serm. de Native. — (18) Timor dee mo num. S. Petr. Dam. de Assumpt.
— (19) Femina in sestimabilis benignitatis. S. Bern. Deprecat. — (20) Mater consolationis et misericordiae. S. Bern. sup. Salve. — (21) Advo-catrix potentissima. — S. Ansel. Cant Serm. — Adjutrix dulcis. Id. — (22) Munimen vitae pras-sentis et futurae. — S. Amed. Lausan. Homil. —
177
23) Amatrix animarum. S. Ansel. Lucens Serm. {24) Gaudium justorum et immdi S. Ansel Cant, in Psalt S. Petr. Dam, Carm. de Assumpt —(25) Regina gaudii, gratue et virtutum. Edm.dêexcell. Virg. S. Rupert, in Cant. — (26) S. Bernardin, Serm. 51 c. 4. — (27) Clypeus defensionis. Hugo de S. Vict. Serm. — (28) Portus in naufragio. S. Bern. sup. Salve. — (29) Venia errantium et pec-catorium S. Bern. sup. Salve. — S. Petr. Dam. Serm. — (30) Salus tuta in pericuüs S. Anselm. Cant. Orat. — (31) Fortitudo deficientrum et pug-nantium. S. Bern. Serm. — Adam Persen. 1 c. (52) Spes labentiuni et desperatorum. S; Bern. sup. Salve. — (33) Solamen reis et miseris. S. Bern. ibid. — (34) Refugium peccatcrum. S. Bern. Serm. — Ereptrix peccatorum. S. Fulbert. Serm. 1. — (35) Remedium doloris nostri. Radulph. Adrens. Homil. 2. — (36) Gaudium tribulatorum S. Ansel. Cant, in Psalt. — (37) H. Alphons Heerlijkheden van Maria. — (38) Patrona fidelis et potens. S. Petr. Dam, Serm. — (39) Adductrix redemptionis. S. Aug. Serm. — (40) Datrix vita;. S. Ansel. Cant. Orat. — (41) Dissolutrix maledictionis. Guerr. Abb. Serm. — (42) Dilatatrix Ecclesiarum. S. Rupert, in Cant. — (43) Sanctificatrix mundi. S. Ansel. Cant, de Concept. — Reparatio vita; omnium. S. Ilciephons. de Assumpt. — (44) Obsecratrix pro mundi salute. Arnold. Carnot. de B. Maria. —. (45) Beatificatrix omnium. S. Ansel. Cant. Ser. de Concept. — (46) Potestas consummata. S. Bern. Serm. — (47) Donatrix pacis. S. Bern. Serm. —
178
(48) Miseratrix peccatorum. S. Petr. Dam. Serm.
__(,(y\\ Refrenatrix inu, Dei. S. Ansel. Cant. Orat.
_ (50) Reductrix perditorum. S Ansel. Lucens.
sup. Salve. — (51) Mater spei nostra. S. Ansel. Cant. Invocat. ad Virg. - (52) J^ua paradisi. S. Ansel. Cant. Meditat. —
SCHIETGEBEDEN
bij de verschillende omstandigheden, waarin men zich dagelijks bevinden kan.
1. Alvorens iets te beginnen.
0 Moeder van Altijddurenden Bijstand! help mij, opdat ik alleen om God en volgens Zijnen Heiligen wil handele en dit werk verrichte. Alles voor 11, 0 mijn Jesus! alles ter liefde van u.
2. In moeielijUheden. O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! met uwe hulp vermag ik alles. Sta mij dan bij, o Moeder, en bescherm mij!
179
3, In kwellingen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand! help mij, opdat ik mijn knus geduldig drage, en verkrijg mij de genade van welgemeend eu met een oprecht hart te kunnen zeggen : Mijn God! dat uw wil geschiede.
4. In vreugde.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand! bedank God met mij en voor mij. Of wel:
Allerzoetst Hart van Jesus ! geef, dat ik u meer en meer bemin ne.
Of wel:
Geloofd en gedankt zij ten allen tijde het H. Sacrament des altaars. (300 dagen aflaat.)
5. In bekoritigei;, vooral tegen de heilise deugd.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand! sterk en ondersteun uw kind: zonder uwe hulp zal ik zeker bezwijken. Of wel:
Jesus ! Maria ! (25 dagen aflaat.)
180
Of wel;
0 mijne Koningin en mijne Moeder! gedenk, dat ik u toebehoor: bewaar en verdedig mij als uwen scliat en uw eigendom.
0. In gevaren tot zonde.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand! geef, dat ik mijn goeden Jesns nietbeleedige en mijne eenige en onsterfelijke ziel niet besmeure door zonden.
7. Na eene fout.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! verwerf mij door uwe voorspraak een waar en oprecht berouw, de vergiffenis en de genade mij door eene goede biecht te zuiveren.
Of wel :
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! geef, dat ik uit ganscher harte moge zeggen: Mijn Jesus, barmhartigheid ! (100 dagen, aflaat.)
Of wel:
Allerzoetst hart van Maria! wees mijne toevlucht. (300 dagen aflaat.)
181
8. In twijfelachtigheid.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand, verlicht mij, opdat ik in alles volg-ens Gods heiligen wil moge handelen.
In legensjioed.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! onthecht mij meer en meer vau het aardsche, opdat ik voornamelijk de hemelsche goederen zoeke en door uwe voorspraak verkrijge.
10. In huiselijk verschil.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! zie op ons neder, en geef dat wij allen één van harte en één van ziel mogen zijn in den dienst van uwen goddelijken Zoon.
11, In ziekte.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! verkrijg mij de genezing mijner kwaal en het ophouden van mijn lijden, of geef mij de genade om alles geduldig te verdragen.
12. Bij den dood van personen, die ons dierbaar zijn.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! verkrijg door uwe voorspraak
182
de eeuwige rust voor die mij zoo dierbare ziel en verleen mij eene volmaakte onderwerping aan Gods wil.
13. Om zijne roeping te kennen en in te volgen.
O Moeder van Allijddurenden Bijstand ! verlicht mijnen geest, opdat ik den weg kenne, dien ik bewandelen moet; versterk mijn hart, opdat ik bereidvaardig en edelmoedig de raadsbesluiten des Heeren en Gods plannen volvoere.
14. Voor de bekeering van anderen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand! toon het alvermogen uwer voorspraak door hem of haar, die mij dierbaar is, tot God terug te voeren.
15. Om de genade der volharding te
verkrijgen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! geef dat ik nooit nalate u aan te roepen, opdat ik door uwe hulp in de liefde en de genade van Jesus tot aan mijnen dood volharde.
183
GEZANG
TER EE RE VAN
0. L V. VAN ALTIJDDÜKEMIIW BIJSTAD.
NAAR DE ANTIPHOON: Sancta Maria, suecurre miseris.
1.
Sancta Maria, snccnrre miseris.
Heilige Maria, sta de ellendigen bij.
\'t Getal van hen die lijden, Is Moeder, is zoo groot; Wie meldt hun rustloos strijden. Wie meldt hun bangen nood ? Gij, steeds zoo zoet, zoo teeder. Zie, Moeder, op hen neder.
Maria, Maria, Mosder, sta ons bij.
184
2.
Jura pusillanimes.
Help de kleinmoedigen.
Zoovelen voelen \'t treffen
Van tegenspoed die drukt, En kunnen \'t hoofd niet buil\'en Door ramp op ramp g-ebukt; Gij, rijk aan mededoogen,
Word door hun lot bewogen. Maria, Maria, Moeder, sta ons
3.
Refoce Jlebiles.
Verkwik de. weemoediijen.
lu zuchten en in treuren,
Moet troostloos menigeen Zijn trage dagen sleuren, In onverpoosd geween; Gij, vol van medelijden;
Geef in \'t geween verblijden. Maria, Maria, Moeder, sta ons
185
4.
Ora pro populo.
Bidt voor het volk.
En wat al wreede plagen,
Wat scliikbre zondenstraf Moet gansch het volk niet dragen !
Gij, wend Gods gramschap af; richenk \'t volk weêr door uw bede Het heil van Godes vrede.
Maria, Maria, Moeder, sta ons bij,
5.
Inierveni pro clero.
kpreek ten beste voor de geestelijkheid.
Trek milde zegeningen
Op Gods gezalfden neêr.
Die \'s Heeren macht ontvingen
En ijveren voor zijne eer;
Laat niets hun arbeid hinderen,
Door hen zijn wij uw kinderen. Maria, Maria, Moeder, sta ons bij. 73 9.
186
6.
Intercede fro devoio femineo aexu, Bid voor hel godvrucldig vrouwengedachl.
Gezegendste aller vrouwen,
Moog \'t vrouwelijk geslacht Haar godvrucht steeds behoüen,
En stille deugdenpracht ;
Leer, Moeder, in uw schreden, Met reinen tred haar treden.
Maria, Maria, Moeder, sta ons bij.
7.
SmliaiU omnes tuum juvamen, quicumqut aelelrant tuam snnclam commemorationem. Bat allen, die moe heilige gedachtenis vieren, uwen bijstand ondervinden.
Ja, laat, ja, laat op allen
Uw moederoog, zoo zacht,
In zoete ontferming vallen;
Red allen door uw macht;
Toon wat ge kunt daar boven,
Voor die uw grootheid loven.
Maria, Maria, Moeder, sta ons bij.
187
f*ebelt;len
TOÏ
0. L. V. van ALTIJDDURENDEN BIJSTAND
VOOB AL DE DAGEN DER MEIMAAND.
I. GEBED
VAN DEN H. ANSBLMÜS
om zich aan de Moeder van Altijddu-renden Bijstand aan te bevelen.
O allerheiligste Maagd en Moeder van Altijddurenden Bijstand, ik smeek u om de groote genade, welke de Heer u bewezen heeft door met u te willen zijn en door u met zich zeiven zoo innig te vereenigen, dat gij mij aan uwe barmhartigheden deelachtig laat worden, en om de voorrechten u geschonken bid ik u, dat de liefde jegens u mij altijd moge bijblijven en de bezorgdheid voor mij u nimmer moge begeven. Geef toch, dat uw moederlijk oor altijd geopend blijve voor de
188
smeekingen, welke ik u iu al mijne behoeften, zoolang deze duren, zal toezenden ; geef ook, dat liet vertrouwen op uwe goedertierenheid, zoolang ik leve, o Moeder! mij hlijve ondersteunen. Moge ik te allen tijde u loven om uwe grootheden: moogt gij, waar mij dat dienstig kan wezen, medelijden hebben met mijne ellenden. Want gelijk het onvermijdelijk is, dat elkeen, die zich van u afwendt en op wien gij niet nederziet, verloren ga, evenzoo is het onmogelijk, dat hij, die biddend zich tot u richt, o Maria! en op wien gij nederziet, het eeuwig verderf inloope. Immers, gelijk God Hem voortgebracht heeft, in wien alle dingen leven, zoo hebt gij, o bloesem der maagdelijkheid, Hem hetleven geschonken, door wien zelfs de dooden levend worden. En gelijk God door zijnen Zoon de zalige Engelen bewaard heeft van de besmetting der zonde, zoo zult gij, o sieraad der kuischheid, ons ellendige stervelingen, door uwen Zoon uit de zonden redden. Want evenals
189
Gods Zoon de zaligheid is der rechtvaardigen, zoo is uw Kind, o Moeder, de verzoening der zondaren. Geene andere verzoening toch is er voor ons dan Jesus, dien gij, o Maagd! ontvangen hebt; geene andere rechtvaardiging dan Jesus, dien gij, o Moedermaagd ! in uwen schoot hebt gedragen ; geen ander heil dan Jesus, dien gij zonder eenig letsel uwer kuischheid het leven geschonken hebt! Gij dan, o Vrouwe! zijt de Moeder der rechtvaardiging en der gerechtvaardigden, der verzoening en der verzoenden, der verlossing en der verlosten. O zalig vertrouwen! O veilige toevlucht! De Moeder van God is onze Moeder, de Moeder van Hem, in wien alléén wij hopen, en dien alléén wij vreezen, is ook onze Moeder ; de Moeder van Hem, die onze eenige Rechter is ter zaliging of ter vervloeking, is ook onze Moeder !
O heilige Moeder, die zoo hoog gezegend en verheven zijt, niet om u zelve alleen, maar tevens om ons, hoe groot, hoe wonderbaar zijn de
ion
voorrechten, welke ons door u geworden !... Want als gij, o Vrouwe! zijne Moeder zijt, zijn wij, uwe kinderen, dan ook zijne broeders niet ! Onze Recliter zelf is dan door u onze Broeder; de Verlosser der wereld, onze aanbiddelijke God, is door Maria onze Broeder geworden! Met welk eene zekerheid moeten wij dan hopen; welk een zalige troost mag dan onze vrees temperen, nu ons lot, onze zaligheid of onze verwerping van het oordeel afhangt van onzen goedertieren Broeder en van onze barmhartige Moeder ? Met hoeveel vurigheid moeten wij dan dezen onzen Broeder en deze onze Moeder beminnen? Met hoeveel vertrouwen ons lot in hunne handen stellen ? Hoe gerust en veilig kunnen wij tot hen onze toevlucht nemen ? Met hoeveel goedheid zullen wij, als wij ons aan hen aanbevelen, worden opgenomen ? Moge dan onze goede Moeder voor ons bidden en smeeken en voor ons vragen en verkrijgen alles wat ons dienstig is. Dat zij haren goddelijken Zoon voor hare
191
kinderen op aarde bidde, haren eeuig-geboren Zoon voor hare aangenomen kinderen, den Heer der hemelen voor zijne dienaren hier beneden. Moge de Zoon in zijne goedertierenheid de Moeder verhooren, die biddend Hem smeekt voor zijne broederen, Hem den Eeniggeborene des Vaders, den Heer van hemel en aarde voor hen, die Hij heeft aangenomen en vrijgekocht. (S. Anskl. Cant, orat, 52. vers fi.i.) Laat ons dan uwen moederlijken bijstand ondervinden, o gezegende en roemrijke Maagd! wend al uwe macht op het Hart van Jesus aan, om ons te helpen en bij te staan, opdat wij door de genade uws Zoons en door uwe bescherming gesterkt, trouw blijven aan Jesus en aan uwe liefde, en te allen tijde over onze vijanden zegepralen. Ameu.
Schietgebed. — Heilige Moeder van Altijddurenden Bijstand ! wil uw lijdend en strijdend kind aanbevelen aan uwen goddelijken Zoon, mijn genadevolleu Verlosser, en toekomsti-gen Rechter.
192
li. GEBED
om een kinderlijk vertrouwen, op Jesus en Maria te verkrijgen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! met al de vurigheid mijner ziel kom ik u smeeken, mij een onbegrensd en onwankelbaar vertrouwen op mijnen God en Zaligmaker Jesus Christus en op u, machtige Vrouwe, in te boezemen. Ik weet en ik beken het, dat Gij, o God! van.ons vordert, dat wij een volmaakt vertrouwen op Jesns en Maria in ons hart koesteren ; maar dat vertrouwen zelf, o mijn God ! is eene der allerkostbaarste gaven uwer goedertierenheid, en eene gave,welke Gij slecbts schenkt aan hen, die Gij in Uwe liefde ter zaligheid voorbeschikt. Die kostbare gave vraag ik ü, o God van goed-lieid! en ik smeek U allervurigst, dat Gij mij een vast vertrouwen instort op het Bloed van Jesus, voor mij vergoten, en op de machtige bescher-
193
uiing\'van den alvermogenden bijstand van Maria; en ik bid U daarom dooide verdiensten van Jesus en Maria. Maar ook tot U, mijn beminnelijke Verlosser! wil ik mij richten. Gij tocli liebt uw heilig eu goddelijk leven voor mij willen offeren op het vloekhout des kruises, alle versmadingen en smarten hebt gij voor mij, ofschoon ik uw vijand en des eeuwigen dood schuldig was, willen verduren, en alles, wat gij voor mijne ziel kon-det doen, hebt gij gedaan, en dat gedaan, lieve Jesus! opdat ik een allergrootst vertrouwen zoude hebben op uwe eindelooze verdiensten en uwe barmhartige liefde. Geef mij dan datgene wat gij in mij verlangt, verwezenlijk uwe genadevolle plannen en doe uw lijden en uw Bloed vruchtbaar zijn in mijne ziel: geef mij eene vaste en onwankelbare hoop, geef mij een onbegrensd vertrouwen op uwe goedheid en op uwe oneindige verdiensten. Dat de gedachte aan uw lijden, dat de overweging van uwen dood, dat het zien alleen van een kruisbeeld mij
194
te allen tijde eene opwekking zij tot hoop en vertrouwen. Dat uit elke wonde van uw gezegend lichaam, uit eiken bloeddruppel, die wegvloeit uit uwe aderen, eene krachtige stem opga, die mij tot hoop en vertrouwen op-wekke. En gij, o Maria, mijne liefderijke Moeder en mijne eenige hoop na Jesus Christus! verleen mij door uwe voorspraak een onwrikbaar vertrouwen, eerst op de verdiensten van uwen goddelijken Zoon, Jesus, en dan op de kracht uwer moederlijke gebeden, die waarlijk alvermogend zijn, om van God alle genaden en zegeningen voor ons te verwerven. Reeds vertrouw ik op u, o welbeminde Moeder! en op uwen machtigen bijstand ! maar zoo gaarne zoude ik mijn vertrouwen nog dagelijks zien aangroeien, en gij zelve verlangt nog vuriger dan ik, dat mijne hoop op u nog aanhoudend toeneme. Doe gij ze aangroeien, o Moeder! doe gij ze steeds grooter en grooter worden, door ze te voeden. Ontwikkel ze meer en meer door uwen veelbelovenden naam
195
van Moeder van altijddurenden Bijstand te bewaarheden; want hoe grootere weldaden, hoe verhevener gunsten gij mij mededeelt, hoe krachtiger mijn vertrouwen zal worden. Help mij dan en bescherm mij door de kracht van uwen bijstand in alle omstandigheden, in alle plaatsen, in alle noodwendigheden, waarin ik mij zal bevinden ; sta mij bij in mijne bekoringen, opdat ik zegeprale; sta mij bij na mijne fouten en als ik in zonden gevallen ben, opdat ik z.e uit-wissche: sta mij bij in mijne moeie-lijkbeden, opdat ik ze te boven kome, sta mij bij in alle ellenden en wederwaardigheden dezes levens, opdat ik «r van bevrijd worde, of ze met geduld tot vermeerdering mijner verdiensten verdrage; sta mij bij vooral in mijn laatste uur, opdat mijn doodstrijd nog door eene overwinning, met uwen bijstand behaald, gekenmerkt en verheerlijkt worde ! Zorg ook, o goede Moeder! dat ik steeds de gedachte en de zalige gewoonte hebbe, mij vertrouwend aan te beve-
196
len aan u; want als ik getrouw ben om u aan tc roepen, zult gij getrouw zijn om mij te helpen. Moeder! geef mij dan het kinderlijk vertrouwen, dat ik u vraag; geef, dat ik steeds in waarheid kunne zeggen: Genadige Jesus! zoete Maria! op u vertrouw ik, u beveel ik mijne ziel en mijne zaligheid. Amen.
Schietgebed. — O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! verleen mij een onbeperkt en een onwankelbaar vertrouwen op Jesus, mijn Verlosser, en op u, mijne Moeder.
III. GEBED
van den h. alphonsus
om zich aan de barmhartigheid van Maria aan te bevelen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand, mijne Koningin, waardige Moeder van God; heilige Maagd Maria ! ik zoude het niet moeten wagen tot u te naderen en u mijne Moeder
197
te noemen, ik, die mij zeiven zoo verachtelijk en zoo bezoedeld zie, doch ik kan niet dulden, dat mijne ellenden mij van de vertroosting en het vertrouwen herooven, welke mij doordringen, als ik u dien zoeten naam van Moeder geef. \'t Is -waar, ik heb verdiend van u verstooten te worden; maar beschouw, bid ik u, alles wat uw Goddelijke Zoon Jesus voor mij gedaan en geleden heeft, en dan verstoot mij, als gij het van u kunt verkrijgen. Ik ben een ellendige zondaar, die, meer dan anderen, de goddelijke Majesteit beleedigd heb, maar het kwaad is nu eens gepleegd: tot li, die mij kunt helpen, neem ik mijne toevlucht; kom mij dan ter hulpe, o mijne Moeder! Zeg mij niet, dat gij mij niet helpen kunt: want ik weet dat gij alvermogend zijt, dat gij van uwen God alles verkrijgt wat gij begeert. En als gij mij antwoordt, dat gij mij niet helpen wilt, zeg mij dan ten minste tot wien ik mij wenden moet, om in mijne overgroote armzaligheid eene verlichting te vin
198
den. U en uweu goddelijken Zoou znl ik met den H. Anselmns zeggen: Aid miseremini miseri, In parcendo, tu enterveniendo; aut oslendile ad qnos tutius fugiam miser kor dior es; el monstrate in quibus eer Uns confidam potenüores. (Or at. 50.) Of wel: hebt medelijden met mij, gij mijn Verlosser, door mij vergiffenis te schenken, en gij, mijne Moeder door voor mij ten beste te spreken, of wel: leert mij tot wien ik mijne toevlucht moet nemen en in wie ik meer barmhartigheid vinden en meer vertrouwen stellen kan dan in u. Voorzeker, noch op aarde, noch in den hemel kan ik iemand vinden, die meer medelijden heeft met de ongelukkigen en die beter mij helpen kan: gij, o Jesus, zijt mijn Vader, en gij, Maria, zijt mijne Moeder! Gij bemint zelfs hen, die de ellendigsten zijn van allen, en gij gaat hen bezoeken om hen te redden. Ik ben een schuldige, die de hel verdiend heb, de ellendigste aller zondaren ; maar het is niet noodig dat
199
gij gaat zoeken, dat vorder ik niet van U: ik bied mij zeiven aan U aan, in de vaste hoop dat gij mij niet zult verlaten. Ziet mij hier voor uwe voeten: mijnJesus! vergeef mij! Maria, mijne Moeder! sta mij bij ! Toon, o Maria ! dat gij voor mij evenals voor allen, die ü aanroepen, vol van goedheid zijt en vol van barmhartigheid. Het is mij genoeg, dat gij een blik vestigt op mij en medelijden met mij hebt; als uw moederhart medelijden met mij heeft, zal het niet nalaten mij te beschermen; en als gij mij beschermt, wat heb ik dan te vreezen 1 Dan, zeker, zal ik niets vreezen: om mijne zonden zal ik dan niet vreezen, omdat gij het kwaad herstellen kunt, dat ik gedaan heb; de duivelen zal ik niet vreezen, omdat gij machtiger zijt dan de hel; zelfs zal ik uwen tegen mij vertoornden Zoon niet vreezen, omdat één enkel uwer woorden genoeg is om zijnen toorn ze stillen. Het eenige wat ik vrees, is, dat ik door eigen schuld nalatig zal zijn om mij in
200
mijne bekoringen aan te bevelen aan u, en dat ik aldus mijzelven in het verderf zal storten. Maar, ziehier wat ik u heden beloof: ik ben vast besloten voortaan altijd tot u mijne toevlucht te nemen. Help mij in het volvoeren van dit voornemen; maak gebruik van de goede gelegenheid, welke gij vindt om uw hart te bevredigen, door een ellendige als ik ben bij te staan.
O Moeder Gods! ik heb een groot vertrouwen op u ! Yan u verwacht ik de genade, om mijne zonden te bevveenen, gelijk zij dat verdienen, en de kracht om niet weder te hervallen ; ben ik ziek, gij kunt mij genezen; hebben mijne fouten mij verzwakt, uw bijstand kan mij versterken. Alles, o Maria ! verhoop ik van u, wijl gij alles vermoogt bij God. Amen. fll. Alph. Ueerlijkh. v. Maria. 1. hoofds. I § 4. en 11. § 2.
Schietgebed. — Heilige Moeder van Altijddurenden Bijstand! van uwe voorspraak en uwe barmhartigheid verwacht ik alle genaden.
201
IV. GEBED
VAN DEN H. ALPHONSUS
om zich aan de voorspraak van Maria aan te bevelen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand en Moeder van mijn Verlosser ! ik erken, dat ik om de ondankbaarheid jegens God en jegeLs u, waarvan ik gedurende zoovele jaren zoo menig1 bewijs heb gegeven, wel zoude verdienen gestraft te worden door de onttrekking uwer gunsten: de ondankbare toch. is geene weldaden meer waardig. Maar ik heb eene liooge gedachte van uwe goedheid, o mijn zoete Koningin! en ik ben overtuigd, dat zij mijne ondankbaarheid ver overtreft. Ga dan voort, o Toevlucht der zondaren! en houd nimmer op eenen armen zondaar, die op u vertrouwt, te helpen. Gewaardig u, o Moeder Van barmhartigheid! uwe hand toe te reiken aan een ongeluk-73 10
202
kige, die gevallen is en uwe goedertierenheid inroept.Verdedig mij, o Maria! of zeg mij tot wie ik mij ricMen moet om iemand te vinden, die beter dan gij mij verdedigen kan. Doch waar zoude ik eene Voorspreekster gaan zoeken, die mededoogender is en machtiger bij God dan gij, die zijne Moeder zijt ? Door de Moeder des Verlossers te worden, hebt gij tot bediening ontvangen de zondaren te redden, en zijt gij mij tot mijne zaligheid gegeven. Eed dan, o Maria! dengene, die tot u zijne toevlucht neemt. Ik ben uwer liefde niet waardig ; maar uw verlangen om hen, die zich in het verderf storten, te redden, doet mij vertrouwen, dat gij mij liefhebt; als gij mij bemint, hoe zoude ik dan verloren kunnen gaan ! (H Ai/ph. Heerlijkh. van Maria I. hoofdst vi, § 2.) Tot u dan, o koningin der wereld! richten wij onze blikken. Eens zullen wij, na zoovele zonden bedreven te hebben, voor onzen Tlechter moeten verschijnen; wie zal dan zijne gramschap stillen ? Niemand, o heiligt
203
Maagd, kan dat beter dan gij, die hem zoo vurig hebt liefgehad, en die door hem zoo teeder bemind zijt geworden. Neig dan, o Moeder van barmhartigheid ! het oor uws harten tot onze ^uchten en onze gebeden. Tot uwen bijstand nemen wij onze toevlucht; breng de verontwaardiging van uwen goddelijken Zoon tot bedaren en doe ons wederom genade vinden bij hem. Gij verafschuwt den zondaar niet, hoe onwaardig hij ook moge zijn ; gij versmaadt hem niet als hij tot u verzucht en berouwhebbend uwe voorspraak inroept; uwe mede-doogende hand verdedigt hem tegen de wanhoop ; gij schenkt hem vertrouwen, gij sterkt hem en verlaat hem niet, zoolang gij hem met zijnen Rechter niet verzoend hebt. (S. Bern. Depr. ad glor. Virg.)
En als ik door uwen bijstand, gelijk ik dat verhope, eens zalig zal zijn, o mijne zoete Moeder! dan zal ik niet langer meer ondankbaar zijn, dan zal ik door mijne altijddurende dankbe-tuigingen en door al de liefdegevoelens
204
mijner ziel mijne vroegere ondankbaarheid vergoeden en de liefde, welke gij mij toegedragen hebt, vergelden ; in den hemel, waar gij heerscht, en eeuwiglijk heerschen zult, zal ik altijd het geluk hebben uwe barmhaitigheden te mogen zingen ; daar zal ik nooit ophouden de liefderijke hand te kussen, welke mij van de hel bevrijd heeft even dikwijls als ik die verdiend heb door mijne zonden. O Maria ! o mijne Bevrijding! o mijne Hoop ! o mijne Koningin ! o mijne Voorspreekster! o mijne Moeder ! ik bemin u, ik heb u lief en te allen tijde wil ik u beminnen. (B. Alph. ter aangek, plaats.)
Schietgebed. — O Heilige Moeder van Altijddurenden Bijstand, verleen uwen bijstand aan mijne zwakheid en spreek voor mij ten beste bij uwen goddelijken Zoon: want uw Zoon luistert naar uwe gebeden en gij verkrijgt alles wat gij vraagt. (S.Beun. Deprec. ad glvr, Virg.)
205
V. GEBED
VAN DEN H. ANSELMÜS om den bijstand van Maria te vragen.
Ü Moeder van Alüjddurenden Bijstand, machtige Vrouwe ! ik weet niet wat ik zeggen zal, of wat ik beginnen moet. In duisternissen ben ik gewikkeld en het licht des hemels zie ik niet! Waarheen zal ik gaan, waarheen zal ik vluchten om u;ij voor het aanschijn van uwen Zoon, mijnen Rechter, te verbergen ? Noch ten oosten, noch ten westen, niet ten noorden en niet ten zuiden, niet eens in de afgronden der zee vind ik eene wijkplaats: overal zie ik uwen Zoon, den alomtegenwoordige, die overal alles onderzoekt en oordeelt en boven de hemelen verheven is. En voorzeker, als hij in strenge rechtvaardigheid mij volgens mijne daden zoude oordeelen, ware het mij beter niet geboren te zijn, of dadelijk na mijne geboorte te zijn gestorven.... Ik zoek
80fi
dan eenen beschermer zoo machtig, dat er na uwen Zoon in de gansche wereld geen machtiger en beter gevonden kan worden. Machtig is de voorspraak der apostelen en aartsvaders, der profeten en martelaren, der belijders en maagden, die voor mij zoovele goede en liefderijke beschermers zijn, wier bijstand ik altijd met al de vurigheid mijner ziel zal af-smeeken. Maar gij, o Vrouwe ! zijt heter en verhevener dan al deze beschermheiligen, omdat gij de Koningin zijt van deze en alle andere zaligen, en van de Engelen des hemels, en van de koningen en machtigen dezer aarde, van de meesters en de dienaren, van de rijken en de armen, en omdat gij alléén, zonder hen, alles vermoogt wat zij allen te zamen met u vermogen. En waarom zijt gij zoo vermogend ? Omdat gij de Moeder zijt van onzen Verlosser, de Bruid Gods, de Koningin van hemel en aarde en van alle natuurkrachten. Uwen bijstand vraag ik dan, tot u neem ik mijne toevlucht en nederig smeek ik u, dat gij mij in
207
alle dingen belpt en bijstaat. Zwijgt gij, dan is er niemand, die bidt voor mij, niemand die mij bijstaat! Bidt gij echter voor mij, dan zullen allen voor mij bidden, allen mij bijstaan!
Duizend malen honderdduizend stervelingen, o goedertieren Koningin ! roepen tot u, en allen worden zij gered; en zoude ik dan roepen tot u, en niet door u bijgestaan worden? \'tls wellicht mogelijk, omdat ik de schuldigste en ellendigste van allen ben. Doch deze mijne schuldigheid kan mij niet doen zwijgen. Met krachtige stem roep ik dan tot u : Voortreffelijke Maagd enliefderijkeVrouwe! spaar mij en verhoor mij ! Verboor een ellendige en vertroost een bedrukte, neem een armen verdwaalde op en verkwik een wanhopende. Genees door de kracht uwer bovennatuurlijke heilmiddelen alle wonden, welke uw oog in mij ontdekt; ontdoe mij van het besmeurde kleed der zonde, omgord mij met het verjeugdigende en glanzende kleed der genade, en bied mij, geestelij ker wijze vernieuwd,aan uwenZoon,
208
onzen Heer Jesus Christus aan. Wees gij voor mij een toren van sterkte tegen den duivel, een onoverwinnelijk bolwerk, een krachtige arm te mijner verdediging. Verijdel de grimmige woede, waarmede hij mij aanvalt; siel hem uwe altijd zegepralende krachten tegen, opdat zijne sluwheid mij in mijne machteloosheid niet nedersla. Hij is vol slimheid en bedriegelijkheid en hij vreest niet tegen sterken den strijd te voeren ; want hem, die krachtig en sterk is, valt hij met zwaardere bekoringen aan dan den zwakke van krachten. Mijne hemelsche beschermster Maria ! gij kent zijne sluwheid: verminder dan dermate zijne kracüt, dat ik nimmer bedrogen worde door de gevaarvolle inblazingen zijner bekoringen ; overwin hem door uwe sterkte, als hij trachten zal mij te misleiden, en doe hem, met schande en beschaming overladen, van mij wijken, opdat ik, armzalige, door uwen bijstand verdedigd, nooit op-houde u en uwen goddelijken Zoon te loven en te prijzen Amen. (S.
209
Ansel. Cant. Oral. 46 in medio.\')
Schietgebed. — Zoete Moeder van ■
Altijddurend en Bijstand! slechts uwe bescherming kan mij redden en mij genade doen -vinden bij God: weiger dan niet mij onder uwe alvermogende bescherming te nemen.
VI. GEBED
om de liefde tot Jesus en Maria te vragen.
O goedertierene en machtige Moeder van Altijddurenden Bijstand! gij kent beter dan ik de overgroote waarde der goddelijke liefde; maar gij weet ook, o allerheiligste Maagd ! dat mijne ziel al te weinig liefde bezit en dat ik door mij zeiven en door mijne eigen krachten die liefde noch verkrijgen kan, noch volmaken. Helaas! zoo ijskoud is mijn hart eu zoo ongevoelig voor God en het goddelijke: het stof alleen houdt mij bezig; het stoffelijke behaagt mij eu sleept mij mede; de ziuueu beheer-U 10.
210
schen mij; en als mijn hart somwijlen van liefde klopt, dan is het alleen van liefde tot de schepselen. En toch, o mijne Moeder! verlang- ik mijnen liefderijken en barmhartigen God te beminnen, en zoo garne zoude ik mijnen goeden en genadenrijken Heer en Verlosser Jesus Christus teeder liefhebben; en het is de allervurigste wensch mijner ziel, dat ik tevens u, o Moeder! eene innige en kinderlijke liefde toedrage. O Moeder der schoone liefde! aan u is de uitdeeling dier hemelsche gave toevertrouwd. Daarom smeek ik. u, medelijden te hebben met den droevigen toestand van mijn hart: en ik bid u, o beminnelijke Maagd! dat gij gewaardigt in mijn hart, dat door de eigenliefde verteerd wordt en van de goddelijke liefde beroofd of daaraan zoo arm is, de vlammen der heilige liefde te ontsteken. (leef toch, dat ik eindelijk mijnen God beminne, maar bemüme met oprechtheid, beminne met vurigheid, beminne met standvastigheid. Wend al de macht uwer voorspraak
211
aan, om mij de genade te verwerven, van den goeden Jesus, uwen Zoon en mijn Verlosser, lief te hebben metal de teederheid en al de liefde, waarvoor mijn hart vatbaar is. Hij heeft mij bemind en bemint mij zoo vurig en zoo teeder, dat hij waarlijk wel verdient, dat ik zijne liefde met mijne wederliefde vergelde. Maar ook u wil ik beminnen, zoete Moeder! en de liefde, welke gij van mij verwacht en waardoor ik u wensen te behagen, zult gij, o allerbeminnenswaardigste Maagd, in mijne ziel storten. Doe mij meer en meer uwe beminnelijkheid kennen en uwe goedertierenheid gevoelen, opdat ik daardoor als aangetrokken worde tot u, en verleen mij zoo groote gunsten en weldaden, dat zij over mijn hart zegepralen en zoovele liefdebanden worden, welke mij hechten aan u. Dat het toch nooit geschiede, dat ik u vergete, of dat ik in mijne liefde de moeder scheide van haar kind, Maria scheide van Jesus !
Voorzeker, o mijn goddelijke Jesus!
212
o mijne zoete Moeder Maria! gij wilt en het is ook billijk, gelijk uwe groote dienaar Anselmus zegt, dat wij beminnen alles wat gij liethebt. Daarom, o goedertieren Zoon van den eeuwigen God ! smeek ik U om de liefde, waarmede Gij uwe Moeder bemint, dat Gij mij de genade schenkt baar zoo oprecht te beminnen, als Gij haar oprecht bemint en verlangt dat zij bemind worde. En u, o goede Moeder ! smeek ik om de liefde, welke gij uwen Zoon toedraagt, dat gij, wijl gij Hem waarlijk bemint en verlangt dat Hij bemind worde, mij door uwe voorspraak de genade verwerft, van Hem in waarheid lief te hebben. De gunst, welke ik u vraag, verlangt gij beiden mij te geven; en wijl gij ook vermoogt mij die genade te Schenken, kunnen mijne zonden mij niet beletten die gave te verkrijgen. O minnaar en barmhartige Vader der menschen ! gij hebt het van u zeiven kunnen verkrijgen, uwe schuldige schepselen te beminnen en te beminnen tot deu dood des kruises; hoe
213
zult gij dan aan uwen biddenden dienaar de liefde tot u en tot uwe Moeder kunnen weigeren? En gij, o Moeder van den goddelijken minnaar onzer zielen, gij, die verdiend hebt hsin, onzen Verlosser, in uweu schoot te dragen en met uwe moedermelk te voeden, zult gij geene macht of goedheid genoeg bezitten, om voor uw biddend kind eene vurige liefde tot hem en tot u te verwerven ? Dat dan mijn geest u beiden vereere, gelijk gij dat verdient; dat dan mijn hart, gelijk de billijkheid dat vordert, u beminne; dat mijn lichaam, gelijk dat plicht is, u diene; dat geheel mijn leven toegewijd zij aan uwe. liefde, opdat ik met gansch mijn wezen in eeuwigheid u moge prijzen en verheerlijken. (S. Ansel. Cant. orat. 52 in fine.)
Schietgebed. O Moeder van Al-tijddurenden Bijstand! geef mij dat ik dagelijks aangroeie in de liefde tot mijnen barmhartigen Verlosser Jesus, uwen Zoon, en tot u, die mijne goede Moeder zijt.
214
VIL GEBED
VAN DEN H. ALmONSUB
om eene vurige liefde tot Maria te verkrijgen.
O Domina, quce rapis corda! O zoete Koningin, aldus roep ik u toe met den H. Bonaventura, o zoete Koningin, die door uwe liefdebewijzen en uwe weldaden de harten rooft van allen, die u dienen, ach! roof ook mijn ellendig hart, dat vurig verlangt u te beminnen. Hoe ! door uwe zuiverheid hebt gij, hoogverhevene Moeder! het hart van eenen God geraakt en hem uit den hemel in uwen schoot nedergetrokken; en ik, ik zoude kunnen leven zonder u lief te hebben ? Onmogelijk! en met eeu ander uwer kinderen, met eenen zoon, die u zoo innig bemind heeft, met den gelukzaligen Joannes Berch-mans, van het Gezelschap van .lesus, zeg ik, Numquam quiescam, donec Mhuero tenerum amoren ercja Matrem
215
meant Mariam: Ik ben besloten mij geene rust te geven, totdat ik zeker zal zijn, van eene teedere en standvastige liefde verkregen te hebben tot u, mijne Moeder! die mij zoo teederlijk bemind hebt ten tijde zelfs, dat ik zoo ondankbaar was jegens u. Helaas! wat zoude er thans van mij geworden zijn, bijaldien gij, o Maria! mij niet bemind en mij zoovele barmhartigheid niet verkregen hadt. Als gij mij dan zoozeer bemind en begunstigd hebt, toen ik u niet beminde, hoeveel meer weldaden moet ik dan uu van uwe goedheid niet verhopen, uu ik u liefheb ? Ja, ik bemin u, o mijne Moeder! En ik zoude een hart willen bezitten, dat in staat ware u te beminnen met zulk eene liefde, als u zoude kunnen worden toegedragen door al de ongelukkigen, die u niet liefhebben; ik zoude eene tong willen bezitten, welke in staat zoude zijn u zooveel te verheerlijken als duizend tongen te zamen, ten einde aan de gansche wereld uwe grootheid, uwe heiligheid, uwe barmhartigheid en
216
de liefde te doen kennen, waarmede gij bemint degenen, die u beminnen. Bezat ik schatten en rijkdommen, ik üou ze gaarne willen gebruiken om u te vereeren; bad ik onderdanen, dan zoude ik wenschen dat ze allen vervuld waren van liefde tot u; ja, ware zulks noodig, dan zoude ik zelfs mijn leven willen slachtofferen voor uwe liefde en voor uwe verheerlijking,. Ik bemin u dan, o mijne Moeder!\' maar tevens vrees ik, helaas! dat ik li niet beminne; want ik weet dat de liefde tot uitwerksel heeft, degenen die beminnen gelijkvormig te maken aan het voorwerp hunner liefde: A mor similia invenit aut facet. Ik moet dan wel denken, dat ik u heel weinig bemin, wijl ik mij zoo verre van die gelijkvormigheid met u verwijderd zie : gij toch zijt zoo zuiver en ik zoo besmeurd : gij zoo nederig, en ik zoo hoovaardig; gij zoo heilig, en ik zoo misdadig! Doch gij, o Maria! moet dat groote wonder in mij bewerken ; maak mij gelijkvormig aan u, wijl gij mij liefhebt. Al de macht,
217
welke er noodig is, om de harten te veranderen, bezit gij : neem dan mijn hart en verander het; doe der wereld eens zien, wat gij vermoogt ter gunste dergenen, die u beminnen ; maak mij heilig en zorg dat ik uw waardig kind wordjs. \'t Is waar, ik verdien niet meer, o allerbeminnelijkste Moeder ! uw kind genoemd te worden : dien verheven titel heb ik mij door mijn schuldig leven al te onwaardig gemaakt, en ik zal tevreden zijn, als gij u gewaardigt mij onder het getal uwer dienaren aan te nemen; want om de laatste uwer dienaren te zijn, zoude ik willen verzaken aan het bezit van alle koninkrijken der aarde. Ja, ik zal tevreden zijn, als gij mij deze gunst toestaat. Weiger mij echter de genade niet van u mijne Moeder te noemen: deze naam vertroost mij, treft mijn hart, herinnert mij, dat ik verplicht ben u te beminnen, en deze zoete naam vervult mij met een groot vertrouwen op u.... Gedoog dan dat ik u zegge : mijne Moeder, mijne allerbeminuelijkste Moeder! zoo be-
218
groet ik u thans en zoo wil ik u te allen tijde begroeten. Amen. (H. Alwi. Heerlijkheden van Maria, I. hoofdst. I. § 3 en 2.quot;)
Schietgebed. — 0 Moeder van Al-tijddurenden bijstand! ontsteek in het hart van uw kind eene allervurigste en standvastige liefde tot u!
VIII. GEBED
van den h. alphonsds
om de vergiffenis der zonden en de genade der bekkering te vragen.
Ziehier voor uwe voeten, o Moeder van mijnen God, mijne eenige hoop, Maria ! een ongelukkigen zondaar, die uwe barmhartigheid afsmeekt. De gansche Kerk en alle geloovigen noemen u de Toevlucht der zondaren: gij zijt dan mijne toevlucht, gij zijt het, die mij redden moet. Gij weet, aldus spreek ik met den godvruchti-gen Wilhelmus van Parijs, hoe vurig uw goddelijke Zoon onze zaligheid
219
verlangt: T% enim, dulcissirna Bei Mater, nosti quantum placeat henedicto Filio tuo salus nostra. Het is u bekend wat Jesus Christus geleden heeft, om mij zalig te maken; ik bied u dan, o mijne Moeder! het lijcten van Jesus aan; de koude, welke hij in den stal van Bethlehem verduurd, de schreden, die hij gedaan heeft, zijne vermoeienissen, zijn zweet, het door hem vergoten bloed, de smart, welke hem op het kruis onder uwe oogen heeft doen sterven. Toon, door mij te helpen, dat gij uwen aanbidde-lijken Zoon bemint, want het is om uwe liefde tot hem, dat ik u om uwen bijstand bid; reik uwe hand toe aan eenen ongelukkige, die gevallen zijnde, u smeekt medelijden met hem te Lebben. Ware ik een heilige, dan zoude ik u niet om barmhartigheid vragen; maar wijl ik een zondaar ben, neem ib mijne toevlucht tot u, die de Moeder zijt der barmhartigheden. Ik weet, dat uw medelijdend hart eene vertroosting vindt in den bijstand, dien gij verleent aan de
220
ellendelingen, wier hardnekkigheid u niet belet hen te helpen; geef dan heden dien troost aan uw medelijdend hart en vertroost mij, wijl gij nu de gelegenheid hebt eenen ongelukkige te redden, die tot de hel veroordeeld is, en gij mij helpen kunt, omdat ik niet hardnekkig wil wezen. Ik stel mij in uwe handen, zeg mij wat ik doen moet, en verkrijg mij de kracht om ten uitvoer te brengen wat gij vordert van mij: ik ben besloten alles te doen wat ik vermag, om in Gods vriendschap wederom opgenomen te worden. Ik verberg mij onder uwen mantel; Jesus wil, dat ik tot u mijne toevlucht neme, opdat ik tot uwe verheerlijking en de zijne, wijl gij zijne Moeder zijt, mijne zaligheid te danken hebbe, niet alleen aan zijn bloed, maar ook aan uwe gebeden; hij zendt mij tot u, opdat ik door u geholpen worde. Zie mij hier, o Maria ! ik neem mijne toevlucht tot u en in u stel ik mijn vertrouwen; gij bidt voor zoovele anderen, bid dan ook, zeg ten minste
221
een woordje te mijner gunste: zeg aan God, dat gij mijne zaligheid wilt, en zeker zal God mij zalig maken; zeg Hem dat ik u toebehoor: niets anders vraag ik u. \'t Is waar, wijl ik een ellendige opstandeling tegen dod ben, verdien ik slechts strafien en geene genaden, rechtvaardigheid en geene barmhartigheid. Als ik aldus spreke, mijne zoete Koningin ! dan is het niet omdat ik geen vertrouwen heb op uwe goedheid : want ik weet, dat gij uwen roem er in stelt, even weldadig als groot te zijn; ik weet dat gij ,u verheugt zoo groote rijkdommen te bezitten, omdat gij ze aan ellendigen, gelijk wij zijn, kunt mede-deelen; ik weet dat hoe armer zij ziju, die tot u hunne toevlucht nemen, hoe meer gij het ter harte neemt hen te beschermen en te redden. O, gij mijne Moeder ! die eens den dood van uwen Zoon, voor mijne zaligheid gestorven, beweend hebt, offer, ik smeek het u, offer voor mij uwe tranen aan God op, en verkrijg mij eene ware droefheid over mijne zon-
222
den. De zondaars hebben u toen zooveel smart veroorzaakt, en ik zelf heb u zoo diep bedroefd door mijne zonden; verwerf dan voor mij, o Maria ! ten minste deze genade, dat ik n en uwen goddelijken Zoon voortaan niet meer bedroeve door mijne ondankbaarheid. AVaartoe zonden mij de tranen dienen, die gij voor mij gestort hebt, als ik ondankbaar bleef jegens u ? waartoe uwe barmhartigheid, als ik u nogmaals ongetrouw werd, en als ik verloren ging? Neen, mijne Koningin! neen, gedoog dat niet. (H. Alpiions. Heerlijkheden van Maria I. hoofdst. 11. § 1 en VII.)
Schietgebed. - - O Moeder van Al-tijddurenden Bijstand] verkrijg voor mij de genade van voortaan zoo getrouw te zijn aan God, dat ik hem nimmer meer beleedige, en van hem in de toekomst zoo vurig te beminnen als ik hem vroeger zwaar be-Jeedigd heb.
22P,
IX. GEBED
TAN DEN H. ALPIIONSTJS
om Maria te bedanken, dat men door haar van de hel bevrijd is.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! gij zijt de Koningin des hemels, de Meesteres van het heelal, want gij zijt, en dit zegt alles, de Moeder van God, gij zijt waarlijk de hoogverhevene : maar uwe verheffing verwijdert u niet van ons, zij stelt u slechts beter in staat om medelijden te hebben met al onze ellenden. Als de wereld-lingen in waardigheid stijgen, zijn zij vol terughouding en gewaardigen zich niet eens hunne oude vrienden, wier staat nederig is, aan te zien. Uw edel en teeder hart daarentegen verleent vooral daar krachtdadigen bijstand, waar meer ellenden gevonden worden: nauwelijks wordt gij aangeroepen, of dadelijk snelt gij ter hulpe; uwe gunsten voorkomen zelfs onze
222
den. De zondaars hebben u toen zooveel smart veroorzaakt, en ik zelf heb u zoo diep bedroefd door mijne zonden; verwerf dau voor mij, o Maria ! ten minste deze genade, dat ik n en uwen goddelijken Zoon voortaan niet meer bedroeve door mijne ondankbaarheid. Waartoe zonden mij de tranen dienen, die gij voor mij gestort hebt, als ik ondankbaar bleef jegens u ? waartoe uwe barmhartigheid, als ik u nogmaals ongetrouw werd, en als ik verloren ging? Neen, mijne Koningin! neen, gedoog dat niet. (H. Alphons. Heerlijkheden van Maria I. hoofdst. 11. § 1 en VII.)
Schietgebed. - - O Moeder van Al-tijddurenden Bijstand! verkrijg voor mij de genade van voortaan zoo getrouw te zijn aan God, dat ik hem nimmer meer beleedige, en van hem in de toekomst zoo vurig te beminnen als ik hem vroeger zwaar be-Jeedigd heb.
223
IX. GEBED
TAN DEN TT. ALPIIONSUS
om Maria te bedanken, dat men door haar van de hel bevrijd is.
O Moeder van Altijdclurenden Bijstand ! gij zijt de Koningin des hemels, de Meesteres van het heelal, want gij zijt, en dit zegt alles, de Moeder van God, gij zijt waarlijk de hoogverhevene : maar uwe verheffing verwijdert u niet van ons, zij stelt u slechts beter in staat om medelijden te hebben met al onze ellenden. Als de wereld-lingen in waardigheid stijgen, zijn zij vol terughouding en gewaardigen zich niet eens hunne oude vrienden, wier staat nederig is, aan te zien. Uw edel en teeder hart daarentegen verleent vooral daar krachtdadigen bijstand, waar meer ellenden gevonden worden: nauwelijks wordt gij aangeroepen, of dadelijk snelt gij ter hulpe; uwe gunsten voorkomen zelfs onze
224
gebeden; gij vertroost ons in onze droefheden, gij verdrijft de bekoringen, gij slaat onze vijanden neder, in een woord, gij laat geene gelegenheid voorbijgaan om ons uwe weldaden te doen geworden. In welk eenen afgrond van kwalen, o Maria, o mijne welbeminde Moeder! zoude ik mij neergestort zien, als uwe barmhartige hand mij niet zoo dikwijls daarvoor bewaard had, en sedert boevele jaren zoude ik in de hel liggen, als uwe alvermogende gebeden mij daarvan niet bevrijd hadden, mijne zware zonden dreven mij er heen: de goddelijke rechtvaardigheid bad mij er reeds toe veroordeeld; de woedende duivelen willen het vonnis ten uitvoer brengen; maar gij, o mijne Aioeder, gij zijt zonder daartoe gebeden, zonder door mij geroepen te zijn, te mijner hulp gekomen en gij hebt mij gered. Wat zal ik u, o mijne geliefde Bevrijdster ! ooit kunnen wedergeven voor eene zoo groote weldaad, voor eene zoo goedgunstige liefde ? En daarna hebt gij nog de versteendheid
225
mijns harten overwonnen, en mij er toe gebracht om u te beminnen en in u mijn vertrouwen te stellen. En in hoevele afgronden zoude ik later niet weder gevallen zijn, als uwe barmhartige hand mij niet zoo herhaaldelijk ondersteund had in de gevaren, aan welke ik blootgesteld ben geweest! Ga dan voort, o Maria, mijne hoop, ga dan voort te allen tijde, met mij van de hel en vooral van de zonden, waarin ik zoude kunnen hervallen, te vrijwaren; gedoog niet dat ik ooit u vervloeken moete in de hel. Mijne zoete Koningin! ik bemin u; hoe zoude uwe goedheid kunnen dulden een dienaar, die u liefheeft, onder het getal der verworpelingen te zien. Ach, verkrijg mij toch de genade, van nimmer meer ondankbaar te zijn jegens u, en jegens mijnen God, die, ter liefde van u. mij met zoovele genaden heeft begunstigd. O Maria ! wat zegt gij mij ? Zal ik verloren gaan? Zeker zoude ik verloren gaan, als ik u verlaten zoude; maar zal ik u nog ooit kunnen 73 11
226
verlaten? Zal ik nog ooit de toegenegenheid kunnen vergeten, welke gij mij betuigd hebt? Ja, na God zijt gij de eenige liefde mijner ziel; ik zoude niet meer kunnen leven zonder u te beminnen. Ik bemin u, ja, ik bemin u, en ik hoop u altoos, in den tijd en in de eeuwigheid, te zullen beminnen, u, o schoonste en heiligste, zoetste en beminnelijkste aller schepselen der wereld. Amen. (H. Kwïioxë.Jieerüj/ihedenvan Maria. I hoofdst. II § 3, en VIII § 1.)
Schietgebed. — O Moeder van Altijddurenden Bijstand! geef, dat ik in het schoone Paradijs u en uwen Zoon eeuwiglijk moge zien en verheerlijken.
X. GEBED
van den h. alphonsüb
om door de voorspraak van Maria de zaligheid te verkrijgen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand en der heilige liefde, ons leven.
227
onze toevlucht en onze boop! gij weet dat Jesus Christus, uw Zoon, niet tevreden met zelf onze bestendige Voorspreker te worden bij zijnen Vader, daarenboven wil, dat gij bij hem zeiven de kracht uwer voorspraak doet gelden, om de goddelijke barmhartigheden voor ons te verwerven: hij heeft bepaald dat uwe gebeden ons zouden helpen om zalig te worden, en hij heeft aan uwe smeekingen eene zoo groote kracht geschonken, dat zij altijd verhoord worden. Het is dan tot u, o hoop der ongelukki-gen! het is tot u, dat ik mij richten wil, ik, ellendige zondaar; ik hoop (lat ik mijne zaligheid verkrijgen zal door de verdiensten van Jesus Christus en door uwe voorspraak. Ziedaar mijn vertrouwen; en dit mijn vertrouwen op u gaat zoo verre, dat, ware mijne eeuwige zaligheid in mijne handen, ik ze in de uwe zoude stellen ; want ik vertrouw meer op uwe barmhartigheid en uwe bescherming, öan op al mijne werken. Mijne Moeder en mijne hoop! verlaat mij niet,
228
gelijk ik Let verdien; besc-houw raijne ellende en laat u door medelijden bewegen; help mij en red mij! Ik erken dat mijne zonden herhaaldelijk bet licht en den bijstand, welke gij voor mij van God verkregen hebt, nutteloos hebben gemaakt; maar uw medelijden met de ellendig en en uw vermogen bij God overtreffen het getal en de boosaardigheid mijner zonden, ïïet is een in den hemel en op aarde bekende zaak, dat hij, dien gij beschermt, zeker is ATan niet verloren te zullen gaan: dat ik dan vergelen worde door alle schepselen, maar niet door u, o Moeder van den Almachtige! zeg aan God dat ik uw dienaar ben, zeg hem, dat gij mij onder uwe bescherming neemt, dan zal ik zalig worden. O zoete Koningin! weiger dan toch nw medelijden niet aan hem, aan wien Jesus Christus zijn bloed niet geweigerd heeft. Maar de verdiensten van dat kostbare bloed zullen mij niet toegepast worden, tenzij gij mij aanbeveelt aan God. Van u hoop ik mijne zaligheid: ik vraag u noch
229
rijkdommen, nocli eer, noch andere aardsche goederen: ik vraag u niets anders dan uwen Zoon, het nakomen van Gods wil, en eindelijk het Paradijs om hem eeuwiglijk te beminnen. Zou het mogelijk wezen, dat gij zoudt weigeren mij te verhoeren ? Neen , zeker niet! ik heb het vertrouwen, dat gij mij reeds nn verhoort: reeds bidt gij voor mij: reeds verleent gij mij de genaden, welke ik u afsmeek; reeds neemt gij mij onder uwe bescherming. Verlaat mij niet, mijne Moeder! blijf bidden voor mij, totdat gij mij zalig in den hemel opgenomen en voor uwe voeten nedergeknield ziet, om u te prijzen en u te bedanken gedurende de gansche eeuwigheid. Ja, mijne beminnelijke Koningin! ik wil u gaan beminnen in het Paradijs; daar, neergeknield voor uwe voeten, zal ik beter erkennen hoe beminnenswaardig gij zijt en i oeveel gij mijne zaligheid bevorderd \\ebt; daar zal ik u dan met eene g otere liefde beminnen, daar u eeuwiglijk beminnen, zonder vrees van nog ooit van uwe
230
liefde beroofd te zullen worden. Met een onwankelbaar vertrouwen hoop ik, o Maria! door uwen bijstand zalig te zullen worden. Bid Jesus voor mij, dat is mij genoeg: gij moet mij zalig maken, gij zijt mijne hoop. Altijd dan zal ik zingend herhalen: o Maria, o mijne hoop! gij moet mij zalig maken. Amen. Heerlijkh. van Maria. I hoofdst. lil § 1, 2. en VIII § 3.)
Schietgebed. — O Moeder yanAltijd-durenden Bijstand! altijd zal ik vertrouwen door uwe voorspraak in den .hemel te komen, want gij zijt na Jesus mijne eenige hoop !
XI. GEBED
om aan Maria haren bijstand in de bekoringen te vragen.
O heilige Moeder van Altijdduren-den Bijstand! zie op mij neder te midden der zware bekoringen, welke mij aanhoudend overvallen en in gevaar stellen de liefde en de genade Gods te verliezen. Talrijk en machtig
931
Met zijn de vijanden, die mij van buiten hoop I belagen; woedend en verleidelijk zijn zalig 1 de driften, welke zicli in mijn hart verlieffen; de afgrond staat altijd voor mij open en alles drijft mij er lieen. Blijf ik aan mij zeiven overgelaten, en toont gij niet, o zoete en machtige Maagd! dat gij mijne Moeder zijt, dan is het zeker, dat ik bezwijken zal. Vergeet dan uw kind niet in _ zijnen bangén strijd; gedoog niet in
Iuwe liefdevolle barmhartigheid, dat ik tot zonde gebracht worde door mijne eigene zwakheid, door het be-uwe liefdevolle barmhartigheid, dat ik tot zonde gebracht worde door mijne eigene zwakheid, door het be-— drog van Satan of door de verleiding der wereld, en weerhoud mij met krachtigen arm, wanneer ik mij vrijwillig aan eenig gevaar of aan eene gelegenheid van zonde zoude blootstellen, Dikwijls genoeg, aldus roep ik biddend u toe met uwen grooten dienaar, den H. Alphonsus, dikwijls genoeg, o Maria, mijne hoop ! hen ik, door mijne eigene schuld, een slaaf der hel geworden. Ik erken, dat ik mij door den duivel heb laten overwinnen, omdat ik mij niet tot u,
232
die mijne toevlucht zij t, gewend li eh; hadde ik altijd tot u mijne toevlucht genomen, hadde ik u aangeroepen, dan was ik nooit bazweken. Nu heb ik het vertrouwen, o mijne beminnelijke Koningin ! dat ik, dank zij uwen bijstand, aan de klaauwen der duivelen ontsnapt ben en dat God mij vergiffenis heeft geschonken, maar ik ben beducht, uat het mij in de toekomst nogmaals gebeuren zal van door hen in ketenen gekluisterd te worden; ik weet, dat mijne vijanden de hoop niet opgegeven hebben, van mij andermaal te overwinnen, en dat zij reeds nieuwe aanvallen en nieuwe bekoringen tegen mij voorbereiden. Kom mij ter hulpe, o gij, mijne Koningin en mijne Toevlucht! verberg mij onder uwen mantel en duit niet, dat ik wederom hun slaaf worde. Ik weet, dat gij mij zult bijstaan en mij de overwinning zult verschaffen, telkenmale ik u zal aanroepen: maar eene zaak. vrees ik : ik vrees, dat ik in de bekoringen mij uwer niet herinneren en niet, er aan denken zal u aan te
233
roepen. De genade dan, welke ik n, o heilige Maagd! afsmeek en van u verlang te verkrijgen, is, dat ik steeds en overal in den strijd, dien ik te doorstaan heb, mij uwer herinnere; geef toch, dat ik getrouw zij om u dikwijls aan te roepen en te zeggen : Maria, kom mij ter hulpe, kom mij ter hulpe, o Maria! En wanneer ein delijk de dag mijner laatste worste-lins; tegen de hel zal aanbreken en
O O
mijn stervensuur daar zal zijn, sta mij dan, o mijne Koningin ! in dat laatste oogenblik nog krachtiger bij, en doe gij zeiven mij dan er aan denken om u meermalen, hetzij met den mond, hetzij ten minste met het hart, aan te roepen; opdat ik, stervend met uwen zoeten naam en dien van uwen goddelijken Zoon Jesns op ds lippen, moge toegelaten worden om u in het Paradijs te zegenen en te prijzen en het geluk hebbe van gedurende de gansche eeuwigheid mij niet meer van uwe voeten te verwijderen. HeerUj/iheden van Maria. t. hoofdst. IV. § 3.)
73 il.
234
Sciuetgesed. — O Moeder vat Altijddurouden bijstand! geef, dat ü mijue tüeyluelit tot u neme in a mijne bekoringen, dan zal ik altijt zegepralen.
X1L GEBED
van DEN h. ali\'IiONBüS
om door de voorspraak van Maria vooruit te gaan in deugd en heiligheid,
O Moeder van Altijddurenden Bijstand en van barmhartigheid ! wijl gij zoo mededoogend zijt en zoo vurig verlangt wel te doen aan ellendigeu gelijk wij zijn, en ons alles te ver-leenen wat wij vragen, kom ik, die de armzaligste aller menschen ben, uwe goedheid inroepen. Dat andereu u alles vragen wat zij willen, gezondheid, goederen en tijdelijke voordeelen; ik voor mij vraag u, o Maria! wat gij zelve in mij verlangt te vinden, en wat het meest overeenkomstig is
235
er van jjjet en ^et welgevalligst aan uw aller-dat it heiligst hart. Gij zijt zoo nederig: ver-in a, krijg mij dan de nederigheid en de liefde voor de versmadingen. Gij waart zoo geduldig in de kwellingen dezes levens: verwerf mij dan het geduld in
Ialle wederwaardigheden. Gij waart zoo vervuld van liefdealle wederwaardigheden. Gij waart zoo vervuld van liefde tpi God; verkrijg mij dan de gave der heilige en zuivere liefde. Gij waart zoo doordrongen van liefde tot den naaste: verwerf mij dan eene ware liefde tot allen, en vooral tot hen, die mij tegenstrijdig zijn. Gij waart altijd aan den wil Gods onderworpen: verkrijg mij dan eene volmaakte onderdanigheid aan alle beschikkingen der Voorzienigheid, welke mij betreffen. In één woord, gij zijt het heiligste aller schepselen: maak mij dan heilig, o Maria! De liefde ontbreekt u niet: gij kunt en gij wilt mij alle goederen bezorgen; iond- ■ Het eenige dus, wat mij verhinderen elen; B kan uwe gunsten te ontvangen, is, wat B of wel mijne nalatigheid om u aan iden, ■ te roepen, of wel de zwakheid van g is ■ mijn vertrouwen op uwe voorspraak:
ii Bij-1 \'J1 gij | /urig r iigen ver-die ben, | leren
236
maar deze twee mij zoo noodzakelijke gesteltenissen, de getrouwheid om uwen bijstand in te roepen en het Tertrouwen op u, moeten mij dooru zelve verleend worden: het is aan u dat ik ze vraag; het is van u dat ik ze begeer; het is van u dat ik ze verhoop; en met zekerheid verwacht ik ze van u, o Maria, mijne Moeder, mijne hoop, mijne liefde, mijn leven, mijne toevlucht, mijn bijstand en mijn troost! Gij dan, die zoo vermogend zijt bij God den Heer, gij die mijne Moeder zijt en zijne welbeminde en die vol zijt van zijne genade; gij aan wie hij niets weigeren kan, verander ons van zondaars in heiligen; bewerk dit wonder; dat u tot grootere eer verstrekken zal dan het mirakel, dat gij doen zoudt, door aan duizend blinden het gezicht weder te geven of door duizend dooden uit het graf te doen opstaan. O allerschoonste Koningin ! wij kunnen er geene aanspraak op maken u hier op aarde te zien, maar wij willen u gaan aanschouwen in het Paradijs: gij zelve
237
moet ons dit geluk verkrijgen, wij verhopen het van u met een vast vertrouwen. Amen. (H. Alpiions. Beerlijkheden van Maria. I. hoof\'dst. IX. en II. preek vm.)
Schietgebed. — O Moeder van Al-tijddurenden Bijstand, maak mij door uwe voorspraak heilig en welgevallig in de oogen van Jesus, uwen godde-lijken Zoon.
XIII. GEBED
om alle genaden, ter zaligheid noodzakelijk, aan Maria te vragen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! gewaardig u uwe moederlijke oogen te vestigen op een armen zondaar, die hier neerknielt voor uwe heilige beeltenis. Ofschoon zwak en zondig, ben ik toch uw kind: erbarm u dus over mij, o Moeder ! Zoo gaarne zoude ik in den hemel komen, o heilige Maagd! maar daartoe is mij uw bijstand noodig, en daarom kom ik heden met een onbegrensd vertrouwen u alle
238
genaden afsmeeken, welke mij ter zaligheid noodzakelijk zijn. Luister dan naar mijn gebed, o liefderijke Moeder! en verhoor mijne smeeking.
Zorg eerst en vooral, dat ik, tot mijnen dood toe, uw oprechte onstandvastige dienaar blijve; want, hij, die u getrouw dient, o Maria! kan niet verloren gaan. Verleen mij tevens de kostbare gave des gebeds, want ik weet, o Moeder! dat hij die bidt zalig wordt en die niet bidt verloren gaat: belp mij dan, opdat ik dikwijls, en met vurigheid, en voornamelijk in de bekoringen, met allen ijver bidde, en opdat ik dagelijks den geest des gebeds door uwe voorspraak aan God vrage.
Verkrijg mij vervolgens de genade van dagelijks aan de eeuwige waarheden te denken. De herinnering daaraan is mij ter zaligheid noodzakelijk ; en daarom smeek ik u, dat gij, o Moeder! mij den goeden wil geeft om ze dagelijks volgens mijne vatbaarheid en mijnen staat te overwegen: doe mij aanhoudend er aan denken, dat alles louter ijdelheid is,
239
alles, buiten God en de eeuwig\'heid.
En wijl het zeker is, o goedertieren Vrouwe! dat velen verloren gaan, omdat zij vermetel op Gods barmhartigheid vertrouwen, en dat anderen in de hel vallen, omdat zij aan Gods goedertierenheid wanhopen, bid ik u mij door uwe voorspraak het ware vertrouwen te bezorgen. Maak dat ik, na in eene fout gevallen te zijn, mij niet ontmoedige en niet wanhope; maar zorg tevens, o Moeder! dat ik, na onder eene bekoring bezweken te zijn, nooit inslape in het kwaad, door mijne bekeering en mijn terugkeer tot God uit te stellen.
Nog vraag ik door uwe voorspraak de groote genade van toch altijd de heilige Sacramenten in goede gesteltenis te mogen ontvangen. Geef dat ik altijd tijdig en zonder uitstel, oprecht en zonder valsche schaamte mijne zonden belijde en da.t al mijne biechten vergezeld gaan van een waar berouw en van een krachtdadig voornemen, en dat ik het geluk hebbe van altijd waardiglijk en met innige
240
vurigheid en devotie de heilige communie te ontvangen.
Herinner u ook, o mijne Moeder! dat mijne zwakheid het grootst en de kracht van Satan het onweerstaanbaarst is in de gelegenheid tot zonde. Verleen mij dan de noodige genade, o barmhartige Moeder! om de ketenen, welke mij aan die zondige gelegenheden binden, waar zulks mogelijk is, te verbreken, en om, waar dat onmogelijk is, alle gevaren te boven te komen. Doe mij, zonder eenig menschelijk opzicht, de wereld, hare vermaken en hare gevaren vluchten; doe mij mijne plichten boven alles stellen.
Ook vraag ik uweu moederlijken bijstand, om, daardoor gesterkt, mijne verplichtingen als christen wel na te leven en elke zonde te vermijden, vooral de zonde, waartoe ik het sterkst geneigd ben en inzonderheid die van het vleesch: want als ik over mijne hoofddrift zegepraal en knisch leef\' volgens mijnen staat, dan kan ik met zekerheid den hemel verwachten. Geef
241
mij dan, o Moeder! de gaaf der kuischheid en kracht om mij zelveii te bebeerschen.
Verder smeek ik u, mij eene vurige liefde tot Jesus te geven. Hij is te mijner liefde gestorven, en waarlijk! hij verdient wel mijne wederliefde, goede Moeder ! Ik ben een arm en zondig menscli en door mij zeiven vermag ik niets; maar door uwen bijstand kunt gij mij er toe brengen, dat ik eiken dag het een ot ander goed werk verrichte ter liefde van dien genadigen Verlosser; dat ik in alles handele met de zuivere meening om aan hem te behagen; dat ik in al mijne kwellingen steeds onderworpen zij aan zijnen aanbiddelijken wil en altijd een ij verige en godvruchtige, vereerder blijve van zijn aanbiddelijk Sacrament en van zijn bitter, lijden.
Eindelijk bid ik u nog, o goedertieren Moeder! om de genade dei-volharding. Ik weet het, de gave der volharding tot het einde is eene genade bij uitstek groot, welke van alle andere genaden onderscheiden en
242
welke Qocl aan niemand verschuldigd is, ook weet ik dat deze gave dagelijks door liet gebed gevraagd moet worden, om dagelijks te worden verkregen. Ik vraag u dan, o Maria! de heilige volharding: geef mij die genade heden, geef ze mij morgen, geef ze mij al de dagen mijns levens, en zorg- dat ik nimmer ophoude ze u te vragen, totdat ik het geluk hebbe in het schoone Paradijs opgenomen te worden. Amen.
Schietgebed. — O Moeder van Altijddurenden Bijstand! bewaar mij op het goede pad; ik stel mijne ziel in uwe handen.
XIV. GEBED
van den h. anselmus
om de vergiffenis der zonden tegen de zuiverheid en om de heilige deugd van kuisehheid te verkrygen.
O heilige en boven alle schepselen in waardigheid en verdiensten uitschii-
243
nende Moedermaagd Maria .\'.die door God zoo zuiver naar lichaam en ziel bewaard zijt, dat gij waardig werdt bevonden, om het lichaam van den Zoon Gods, dat het rantsoen onzer verlossing wezen moest, te vormen; o allerbarmhartigste Moeder! door wie de gansche wereld gered is, wil toch, ik bid het u, voor mij, aller-ellendigsten en door zoovele boosheden bezoedelden zondaar, ten beste spreken, opdat God eindelijk aan mijne ongelukkige ziel de liefde tot de zuiverheid, de toegenegenheid tot de reinheid, het bezit van de kuisch-heid mededeele. Want, helaas ! ik ongelukkige heb de genade der heilige onschuld verloren en den heiligen tempel Gods op veelvuldige wijzen onteerd. Doch waarom zoude ik, o Onbevlekte! al mijne boosheden u vermelden ? Ik schaam mij, o heilige Vrouwe ! over mij zeiven, en de beschuldiging mijns gewetens doet mij voor uw aanschijn over mijn wangedrag blozen. Doch aan wien kan ik mijne wonden, welke mij
244
met den dood bedreigen, doen kennen ? Tot wien zal ik gaan en aan wien mijne smart klagen, of waar elders kan ik de weldaad dei genezing vinden, als mij deze eenige schatkamer der eeuwige goedertierenheid wordt gesloten? Hoor dan, o Koningin ! hoor goedgunstig, hoor ei) verhoor een medeburger van Gods rijk, die zijn kostbaar erfdeel heeft verloren en die tot de bronnen uwer vertroosting terugkeert na eene lange ballingschap verduurd, na vele zuchten geslaakt, na menigvuldige verliezen en ware bestraffingen ondergaan
te hebben..... Bij wien toch kunnen
de ellendigen en de bedrukten beter treuren en weenen over de misstappen van een ongelukkig en zondig leven dan bij u, die wezenlijk en waarachtig de Moeder zijt der barmhartigheid; Heilige, eenige, onbevlekte, onbe-smeurde Moeder, Moeder van barmhartigheid, van goedertierenheid er\' van mededoogen! open den schoot uwer liefderijke goedheid ; neem eenen ongelukkige op, die den dood da
245
zonde gestorven is..... O gij, die het
sieraad zijt der maagden, de vorstin der volkeren, de Koningin der engelen, de fonteinder vruchtbaarheid, de bevrijdster der zondaren, heilige en altijd maagdelijke Maria! verleen uwen bijstand aan eenen armzalige, kom eenen verdwaalde ter hnlp; want ofschoon hij geene aanspraak meer durft maken op het engelachtige kleed der maagdelijkheid, hoopt hij toch door uwe verdiensten, o glorierijke Moeder! het bruiloftskleed der genade te ontvangen. Eindelijk, indien ik, of liever, omdat ik niet verdien de liefelijke reien der maagden in de glorie nabij te komen en daarin opgenomen te worden, smeek ik ii, dat ik ten minste van verre of op eenigen afstand die zalige maagdenkoren zal mogen zien, en hunne akkoorden en hunnen lofzang hooren, en getuige zal mogen zijn van hunne glorie en hunne vreugde, wanneer zij, in heilige vervoering, het Lam zullen volgen overal waar het gaat in de velden der eeuwigheid en der
246
onsterfelijkheid. Amen. (S. anselm. Orat. 49.)
Schietgebed. — 0 Koningin der mangden ! sterk mij door uwen Altijd-durenden Bijstand, opdat ik te midden der bekoringen en der verleiding kuisch en vlekkeloos leve.
XV. GEBED om den geest des gebeds aan Maria te vragen.
O heilige Moeder van Altijddu-renden Bijstand ! luister heden naar mijne smeeking en verleen mij de onwaardeerbare gunst, welke ik u kom vragen. Alle genaden en alle middelen ter zaligheid zijn onder mijn bereik geplaatst; al de verdiensten van het lijden en den dood van mijnen God en Verlosser Jesus Christus zijn te mijner beschikking gesteld ; den sleutel der schatkisten van Gods barmhartigheid heb ik in mijne handen, omdat ik altijd en overal de genade bezit van te kun-
247
nen bidden. Mijne zwakheid kan allerdiepst wezen, de geboden Gods mogen zwaar en moeilijk zijn: dat alles doet mij niet vreezen, omdat ik in het gebed bet, zekere en onfeilbare middel bezit om, ondanks de nietigheid mijner krachten, staande te blijven, ondanks de moeielijkbeid der mij opgelegde verplichtingen, getrouw aan God te zijn. Maar, helaas ! dat krachtige wapen des gebeds wordt al te zelden door mij in banden genomen. En ofschoon ik zeker weet en innig overtuigd ben, dat er niets anders noodig is dan het gebed om gelukkig te zijn hier op aarde en in het andere leven, is mijne ellende toch zoo groot, dat het gebed mij meestal een last is en bidden mij walging en tegenzin veroorzaakt. Ik weet dat allen, die belast en beladen zijn, door het gebed tot, Jesus moeten gaan om verkwikking te vinden : en toch, ofschoon ik door zoovele zorgen neergedrukt, door zware bekoringen aangerand, met vele kruisen beladen word, ontbreekt het mij
248
aan moed, aan ijver, en liefde voor bet gebed, en gebeurt bet niet zelden, dat ik niet eens er aan denk, om door bet gebed mijne krachten te verilubbelen en nieuwe sterkte te vragen. Zeker, dat iseene kunstgreep van Satan : bij tracht mij af te trekken van bet gebed, omdat mijn ondergang onbetwij telbaar volgen moet, als ik üet gebed verwaarloos, en omdat hij met alle zekerheid weet, dat degene die bidt, zalig wordt, en die niet bidt, verloren gaat. Om dan dezen mij zoo onontbeerlijken geest van gebed te verkrijgen, wend ik mij met vertrouwen tot u, o Moeder van Altijdd uren den Bijstand! Verleen mij eene bij uitnemendheid groote gave van gebed, opdat ik daardoor alle andere gaven en genaden van God verkrijgen moge. lieden en morgen, en al de dagen mijns levens tot mijn laatsten stond zal ik te kampen hebben met vele moeielijkbeden en aan menigvuldige behoeften onderworpen zijn ; daarom smeek ik u, o machtige en goedertieren Moeder! dat gij mij
249
de genade bezorgt, om nooit het middel aller middelen, het krachtdadige middel des gebeds, uit het oog te verliezen. God is altijd bereid mijne bede aan te nemen en te verhooren: moge ik altijd bereid zijn hem mijne smeekingen aan te bieden. Geef mij dan, o allerzaligste Moedermaagd! eene heilige voorliefde voor het gebed; smeek Jesas, uwen goddelijken Zoon, dat hij mij altijd met een kinderlijk vertrouwen op zijne oneindige verdiensten en zijne onfeilbare beloften doe bidden; geef, dat mijn gebed altijd steunen moge op nederigheid en op de innigste overtuiging, dat ik door mij zeiven niets vermag; geef mij, dat ik bidde met volharding, opdat God aan mijne standvastigheid verleene wat hij zoude kunnen weigeren aan mijne onwaardigheid. Zorg voornamelijk, dat ik bidde in alle gevaren en alle bekoringen tot zonde, in alle kwellingen en beproevingen, in dorheid en troosteloosheid, opdat het gebed altijd mijne kracht en mijne verkwikking zij. Dezen kostbaren geest 73 12
250
des gebeds zal ik dagelijks, oMoeder! u vragen, maar dagelijks ook voeden en volmaken door mij in het bidden te oefenen en door getrouw te zijn in het volbrengen der gebeden, welke ik mij voorgenomen heb dagelijks te verrichten. Dat geen dag dan voorbij ga, zonder ik biddend tot u opzie, zonder dat ik u om bijstand en genaden smeeke. Deze groote gunst, o heilige Moeder! verwacht ik van u, omdat gij barmhartig zijt, en omdat niets ter wereld mij dienstiger is ter zaligheid. Amen.
Schietgebed. — O Moeder van Al-tijddurenden Bijstand ! zorg dat ik ia alle omstandigheden en vooral in de bekoringen u bidde om kracht, om troost en om genade.
251
XVI. GEBED
om aan Maria haren bijstand te vragen ten einde uit de geestelijke lauwheid te kunnen opstaan.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! heden kniel ik neder voor uwe heilige beeltenis, om u de genezing der gevaarlijkste en noodlottigste aller kwalen te verzoeken. Dikwijls, o Moeder, is het mij gezegd en menig-malen is het mij herhaald geworden, dat eene lauwe ziel moeielijk te genezen is; dat de lauwe niet zelden in staat van doodzonde verkeert zonder het zelf te weten, of althans altijd gevaar loopt van daarin allergemakkelijkst te vervallen, en dat Jesus, de goddelijke Verlosser onzer zielen, de nalatigheid in zijnen dienst niet zelden met eene algeheele verstooting bestraft. Hoe treurig! o Moeder! hoe treurig; in zulk eenen staat van lauwheid bevindt zich mijne ziel. Want moet ik het niet tot mijne
252
beschaming en mijne eoliande erkennen, dat ik de gewoonte heb verschillende vrijwillige dagelijksche zonden te bedrijven, in de gewoonte dier zonden rustig voortleef, en die fouten bega zonder daarover na te denken ; moet ik niet belijden,dat ik mij daaraan plichtig erken zonder eenige wroeging te gevoelen, dat ik ze biecht zonder daarover te treuren en zonder het voornemen ze voortaan te vermijden, in een woord, dat ik ze beschouw als nietigheden eu beuzelingen. Helaas! die dwaling is de mijne ! en daarom zijn de dagelijksche zonden zoo overvloedig in mijne ziel als het onkruid en de distelen op een onbebouwd veld. Hoeveel ontbreekt er door mijne eigene schuld, door gemis aan voorbereiding en door vrijwillige verstrooidheid aan alle gebeden, welke ik verricht, en hoevele godvruchtige oefeningen worden door mij aanhoudend verwaarloosd! Hoe vaak is mijn mond geopend, om bittere, stekelige woorden, zoo strijdig met de naastenliefde, om lichte logentaal, in strijd
253
met de bekende waarlieid, uit te spreken ! Hoe is mijn leven eene druevige aaneenschakeling van allerlei zinnelijkheden, waardoor ik den opstand van het vleesch tegen den geest bevorder, hoe menige geneigdheid bestaat er in mij en is mij allergevaarlijkst, omdat zij de bron wordt van vele mij verontrustende verbeeldingen en gedachten. Hoe vaak, o heilige Moeder! geef ik toe aan eene ongepaste nieuwsgierigheid, aan eene ergerlijke ijdelheid, aan eene met de christelijke versterving strijdige gulzigheid. Afgunst, jaloerschheid bekruipen mij en worden door mij gekoesterd; haastige opvliegendheid en gramschap beheer-schen mij en sleepen mij mede. En boe dikwijls heb ik alle redenen om te vreezen, dat ik, uit traagheid eu zorgelooze nalatigheid, de booze en wellustige gedachten niet genoegzaam tegenga, niet edelmoedig genoeg uit mijn hart en mijnen geest verdrijve. Misschien heb ik in dit laatste punt menigmalen en op zware wijze gezondigd en, door mijne lauwheid misleid,
254
de knaging van mijn geweten en de onrust van mijn gemoed tot zwijgen gebraclit, en voor eene dagelijksche zonde genomen wat in Gods oogen wezenlijk eene doodzonde was. De nalatigheid toch en de geestelijke traagheid, waarin ik sedert zoo ge-ruimen tijd voortleef, maken mij de meer krachtdadige genaden desHeeren onwaardig; en als ik die lieb moeten missen, hoe kan ik mij dan vleien met de hoop, dat ik alleen met de gewone genade, welke God aan niemand weigert, over zoovele zware bekoringen zeker heb gezegepraald. Moeder, allerliefste Moeder! ik sidder en beef, wanneer ik daaraan denk, en ik moet vreezen, dat het niet wel gesteld is met mijne arme ziel; en zonder eeni-gen twijfel kan ik denken, dat, mocht ik ook tot heden toe de doodzonde vermeden hebben, ik weldra daarin vervallen zal, als ik in mijne onheilspellende lauwheid blijf voortleven. Heb dan medelijden met mijn toestand, o heilige en liefderijke Moeder! niet omdat ik uw medelijden verdien, maar
255
omdat gij goedertieren en barmhartig zijt en omdat ik het lot mijner ziel in uwe handen stel. Verwerf mij door uwe voorspraak eene zoo krachtige genade, dat mijne ziel daardoor uit hare slaperigheid wakker geschud worde en zich oprecht bekeere. O Moeder! verkrijg mij, ter liefde van uwen goddelijken Zoon Jesus, de genade der bekeering, en doe mij door eene goede biecht een begin stellen aan een nieuw en Gode welgevallig leven. Amen.
Schietgebed. — O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! doe mij uit mijne ongelukkige en gevaarvolle lauwheid opstaan.
XVII. GEBED
om de genade te vragen van zich meer en meer van de wereld te onthechten.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! die met Jesus, uwen goddelijken Zoon, de wereld overwonnen
256
liebt, verleen mij de genade van meer en meer het bedrog en de ijdelheid der wereld in te zien en mij daarvan te onthechten. Door eene droevige ondervinding heb ik geleerd, dat zij mijne ziel, waar ik met haar in aanraking kom, bezoedelt door haar bederf. Zij is de bondgenoote van Satan, de vijandin van Jesus en van de zielen, door zijn Bloed vrijgekocht en verlost; zij is in eeuwige tegenspraak met Jesns, en hare oordeelen, hare gezegden, hare grondbeginselen, hare V7et-ten zijn strijdig met die van Jesns. Zij streelt en voedt alle hartstochten, aan hare goederen geeft zij een val-schen schijn en hare kwalen bedekt zij met liefelijke kleuren. Ik west dat, o Moeder! en ben daarvan ten volle overtuigd, en toch bemin ik de wereld en bedel ik haar hare gunsten en gaven af. Ik waardeer de glorie, welke zij geeft, en ik vergeet, dat die glorie een ijdelheid is, welke in mijn graf zal vergaan en mij in de eeuwigheid tot niets kan dienen. Ik stel prijs op hare goederen en rijk-
257
dommen, ofschoon ik weet, dat zij mij niet volgen zullen in het huis der eeuwigheid. Ik jaag hare vreugden, hare genoegens en verlustigingen na, niettegenstaande het mij bekend is, dat zij mijn hart niet kunnen verzadigen en daarin niets achterlaten dan schande, smart en folterende knaging. Mijn hart toch, o Moeder! is niet voor de wereld, maar alleen voor God geschapen, en daarom blijft het ledig en onvoldaan, zoolang God zelf niet daarin woont; daarom is het rusteloos, zoolang het niet rust in God. Hoe is het dan mogelijk, o mijne Moeder! dat ik de wereld en alles wat de wereld is, beminne en zoeke? Hoe kan ik dwaas genoeg zijn, om mij aan de oordeelen en gezegden der wereld iets gelegen te laten liggen ? Hoe kan ik, uit vreeze voor de wereld, door een laag en verachtelijk menschelijk opzicht mij laten medesleepen en mijn God beleedigen om haar niet te mishagen? En dat was tot heden toe mijne zwakheid ! Ik ben verkleefd geweest en zoo innig 73 13.
258
verkleefd aan de wereld, dat ik, in plaats van haar te vluchten, haar bemind en daardoor menig onheil aan mijne eenige en onsterfelijke ziel berokkend heb. Allerliefste en machtige Moeder ! gij kunt door uw bovenmen-schelijk vermogen de ongelukkige banden breken, welke mij aan de wereld hechten, gij kunt mij met eenen on-verzoenbaren haat tegen de wereld bezielen. Geef dan dat ik mij altijd herinnere, dat ik der wereld niet toebehoor, dat Jesus mijn koning en mijn veldheer is, het kruis mijn standaard, het Evangelie mijne wet, de hemel mijn vaderland. Geef mij, dat ik de wereld, hare grootheden, hare goederen en hare schijnvreugden versmade en hate en steeds zegeprale over alle menschenvrees en menschelijk opzicht, opdat mijne ziel niet weder door hare verleiding en bekoorlijkheid betooverd en tot zonde gebracht worde. Mijn wil is goed en oprecht, o Moeder ! en gaarne zoude ik breken met de wereld, want zegepraal ik over haar, dan ben ik verzekerd, dat ik ook zegepralen
259
zal over de driften van mijn bart en over de woede mijner belsclie vijanden. Heilige en alvermogende Moeder! toon mij dan de kracht uwer voorspraak door mij te geven wat ik vraag. Het is voor mij eene moeielijke taak in de wereld te leven, alsof\' ik niet van de wereld ware; doch hoe zwaarder de moeielijkheid is, des te grooter ook is de glorie, welke uit mijn onthechting van de wereld en van al het aardsche volgen zal. Maar juist omdat die losrukking mijne eigene krachten te boven gaat, verwacht en verhoop ik van u die zoo kostbare genade; verkrijg ze mij, o Moeder! door uwe voorspraak, opdat ik, door u gesterkt, dagelijks meer en meer aan de wereld sierve om slechts u, o Moeder! en uwen goddelijken Zoon Jesus te dienen en te beminnen. Amen.
Schietgebed. — O Moeder van Al-tijddurenden Bijstand! bewaar mij voor het bedrog en de verleiding der wereld, en geef\', dat ik aan niemand zoeke te behagen tenzij aan Jesus, mijn Verlosser en aan u, mijne Moeder.
260
XVIII. GEBED
om de deugd van gelijkvormigheid mot Gods heiligen wil te vei\'krijgen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand! neergeknield voor uwe heilige beeltenis, smeek ik u om eene volmaakte en bereidvaardige onderwerping aan Grods aanhiddelijken wil. Maar al te dikwijls gebeurt het mij, dat ik tegen de beschikkingen des Heeren mor; vaak ben ik daarmede ontevreden; en uit dat gebrek aan onderwerping ontstaan de meeste mijner kruisen. Niet genoeg denk ik er aan, dat alles wat in de wereld geschiedt, op bevel van God of met zijne toelating gebeurt, en dat zelfs de kwellingen en rampen, welke mij om de zonden of om den boozen wil van anderen overkomen, mij niet tretfen kunnen zonder zijne goedvin-ding; en wijl ik aan deze waarheid niet denk, laat ik mij schier dagelijks door verbittering, door afkeerigheid
261
en wraakzucht medesleepen. Hoe groot is mijue dwaasheid, o Moeder! Gods wil moet noodzakelijk voltrokken worden: zulks te beletten, is mij onmogelijk. Waarom tracht ik dan niet van den nood eene deugd te maken, door mij aan dien wil, aan welks beschikkingen ik toch niet ontsnappen kan, volkomen te onderwerpen ? Waarom vraag ik u niet om genade en bijstand, ten einde daardoor gesterkt, mijnen wil te voegen volgens Gods wil, in plaats van tegen God of den naaste te morren in alle onaange-naamheden eu moeielijkheden, in alle lijden en in alle kruisen, in alle beproevingen en mistroostigheden, welke God mij overzendt, en doör dat morren en dat ongeduld alle verdiensten van het lijden te verliezen. Liefderijke en barmhartige Moeder ! verlicht en versterk mij dan, opdat ik meer en meer erkenne, dat de bekoringen, de tegenspoed, de ziekten, waarover ik klaag, tot mijn welzijn verstrekken en mijn geluk waarlijk bevorderen. Of kan ik er aan twijie-
262
len, dat ouze mensclionminnende God ona geluk wezenlijk wil en door alles bevordert, en dat bij in zijne oneindige wijsheid altijd de beste en tot dat doel geschiktste middelen weet uit te kiezen ? Het is waar, o liefderijke Moeder ! dat de wegen, waarlangs uw goddelijke Zoon mij geleidt, vaak onaangenaani en moeielijk ziju en strijdig met de streving mijner zinnen en met mijne natuurlijke zienswijze; docli de reden daarvan ligt in mijne kortziclitigbeid en in mijn gebrek aan versterving van mij zeiven. Genees die kwalen, o machtige Moeder! en sta mij bij, opdat ik het goede voornemen, dat ik heden vorm, edelmoedig volbrenge en voortaan, met eene heilige onderwerping aan Gods wil, alles aanneme wat zijne vaderhand mij toereikt en den lijdenskelk drinke, welken hij mij aanbiedt. Help mij, o Moeder en trouwe dienstmaagd des Heeren! opdat ik in alle kleine en dagelijks voorkomende gelegenheden aan Gods aanbiddelijken wil onderworpen zij.
263
om aldus door het kleine mij te sterken tegen grootere beproevingen. Geef mij door uwe voorspraak, dat ik volkomen tevreden zij niet de beschikkingen Gods in alle lichamelijk lijden, in alle onpasselijkheden en ziekten; in alle huiselijke kruisen en in den tegenspoed; in alle bekoringen, in inwendig lijden door dorheid en mistroostigheid, en herinner raij dan, dat ik mijnen God niet beter verheerlijken kan dan door mijne gelatenheid en door de gelijkvormigheid van mijnen wil met den zijnen. Dat het mij eene vertroosting worde, o Moeder, in de kwellingen, welke mij treffen, mijn kruis met Josus te mogen dragen en voor hem en te zijner liefde te mogen lijden. Ik reken, o allerheiligste Maagd! op uwen moederlijken bijstand, om dat alles te verwerven, en ik hoop door uwe bemiddeling de genade te ontvangen, van voortaan, door de gedurige slachtoffering van mij zeiven aan het welbehagen des Heeren en door de edelmoedigste offervaardigheid, meer en meer gelijk-
264
vormig te worden aan mijn gekruisigden Verlosser en aan u, o Moeder! die de Koningin zijt der martelaren. Amen.
Schietgebed. — O Moeder van Al-tijddurenden Bijstand! geef mij dat ik in Gods heiligen wil al mijn welbehagen vinde.
XIX, GEBED
in moeielijke omstandigheden, in twijfelachtigheden en om zijne roeping te kennen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand! gij kent de behoeften mijner ziel en de verlangens van mijn hart. Gij weet dat het mijn vurigste wenscli is, in alles volgens Gods heiligen wil te handelen en zijne plannen over mij volkomen ten uitvoer te brengen. Doch ik ben met blindheid geslagen en mij zeiven geleiden kan ik niet, zonder mijne dierbaarste belangen ir. gevaar te brengen. Verleen mij dan, o Moeder 1 eene nederige leerzaamheic;,
265
welke mij te rade doet gaan bij hen, die Gods heiligen wil mij kunnen leeren en volgens Gods wet mij zullen antwoorden. Bestraal tevens mijnen geest door een helder en zuiver licht, opdat ik kenne wat God van mij vraagt en inzie wat het meest met zijnen wil overeenkomstig is, en schenk mij eene hemelsche kracht om Gods raadsbesluiten over mij getrouw en edelmoedig te volvoeren. Mijn hart voorzeker meent het goed, en gaarne wil ik in alles aan God gehoorzaam zijn ; doch daartoe is mij uw bijstand noodig, o machtige Moeder! en ik schrik en beef bij de gedachte, dat ik blootgesteld ben aan het gevaar, mij in de keuze van mijnen staat te vergissen. Tot welken levensstaat ben ik geroepen; wat vraagt, wat vordert uw goddelijke Zoon van mij 1 Leer mij, o heilige Maagd ! zijnen wil kennen, en zorg toch dat ik geenen misstap doe in eene zaak, die albeslissend is voor mijne eeuwigheid. Want ik begrijp liet, o Moeder ! dat als ik eenen staat omhelzen zoude, waartoe God mij
266
niet heeft voorbeschikt, niet slechts mijn leven hier op aarde ongelukkig zoude zijn en mijn hart altijd onbevredigd, maar dat in zulk geval ook mijne zaligheid gevaar zoude loopen. Doe mij dan mijne roeping kennen, o Maria ! en geef dat ik in die groote zaak mij slechts door mijne eeuwige belangen late geleiden. Ik hoop en vertrouw, o allerheiligste Moeder! dat gij mijne bede niet zult afslaan; geen verzoek kan ik tot u richten dat u aangenamer en voor mijne zaligheid dienstiger is. Verdrijf dan alle duisternissen der onwetendheid, welke mijn geest omhullen, en plaats mij op den wreg, die mij zeker ten hemel geleiden zal. Gij zijt de Moeder der ongeschapen quot;Wijsheid, en kunt mij in mijne twijfelachtigheid verlichten en mijne onzekerheid wegnemen. Verhoor dan mijne nederige bede en mijne vurige smeeking, en zorg gij zelve, o Moeder ! dat alle hinderpalen, welke mij beletten kunnen mijne roeping te volgen, weggenomen of door mij te boven gekomen worden ; versterk mij
267
teg-en mijne eigene wispelturiglieid en tegen de onstandvastigheid van mijnen wil; verwerf mij vervolgens door uwe voorspraak de genade van altijd met stipte nauwgezetheid de verplichtingen mijner roeping te vervullen en in den levensstaat, waartoe ik geroepen ben, mij te heiligen. Ik onderwerp mij dan ten eenen male aan de plannen Gods, ik omhels zijnen heiligen wil, met alles ben ik tevreden, omdat ik hoop en vertrouw, dat zijne genade mij zoo overvloedig zal geschonken worden en uw bijstand mij zoo krachtdadig helpen zal, dat ik, welke ook mijne roeping moge wezen, mijne eeuwige zaligheid bewerken en mijne eenige en onsterfelijke ziel redden zal. Amen.
Schietgebed. — O Moeder van Altijddurenden Bijstand! geef mij dat ik mijne roeping kenne en edelmoedig daaraan beantwoorde en getrouw daarin volharde.
268
XX. GEBED
in zielskwellingen en geestelijke verlatenheid.
O Moeder vau Altijdclnrenden Bijstand ! zie op mij neder in mijne bedruktheid en herinner u de bangt smarten, die, als een sclierpsnijdemi zwaard, uwe ziel doorboord hebben, toen gij in de bitterste zielsbenauwd-heid op den Calvarieberg stondt aan den voet des kruises van uwen stervenden Zoon Jesus. Herinner u allei wat gij toen geleden bebt, en hel medelijden met mijne zoo zwaar bfi-proefde ziel. Mijn lijden, o Moeder! is allervreeselijkst, mijne smarten zija zielverscheurend en mijne kwellingen zijn des te wreeder naarmate z« meer inwendig zijn. Help en vertroost dan uw lijdend kind, o Moeder vat barmhartigheid ! en laat mij niet weggaan van voor nwe voeten, zonder mij althans eenige verlichting in mijne kwellingen, eenigen troosl
269
in mijne verlatenheid geschonken te hebben. Tot wien toch zal ik mij wenden, als gij, die mijne Moeder zijt, mij ongetroost laat henengaan? Wie toch zal mij eene medelijdende hand toereiken, als gij mij niet barmhartig zijt. Moeder, zoete Moeder! erbarm u dan mijner. Helaas! mijne arme ziel wordt door felle angsten gefolterd en door droevige benauwdheden neerg-edrukt: ik weet niet of ik haat dan liefde waardig ben, mijne vroegere zouden zwerven aanhoudend voor mijne oogen, en ik weet niet of God ze mij vergeven heeft en ik ze waardiglijk heb uitgeboet; verschrikkelijke en tot heden toe mij onbekende bekoringen randen mij onophoudelijk aan en doen mij elk oogenblik vreezen, dat ik mijnen God vergram en mij zeiven bezondige; ik twijfel of de weerstand, dien ik daaraan bied, krachtig en ernstig genoeg is; ik twijfel of ik daaromtrent duidelijk en klaar genoeg mij uitdruk in den biechtstoel; in een woord, mijne onrust ontmoedigt mij, en de angsten en de
270
wroeging van mijn geweten doen mij sidderen en schier in wanhoop vervallen. O Moeder van Jesus, o Moeder der heilige hoop! in u stel ik naast God al mijn vertrouwen. Gij kunt door uwen machtigen bijstand de» vrede en de rust, de kalmte en het vertrouwen aan mijn geschokt en gefolterd gemoed wedergeven: verdrijf dan alle overtollige vrees, alle kleingeestige angstvalligheid uit mijne ziel, en doe mij tot God, mijnen Verlosser, gaan langs de zalige wegen van het vertrouwen en der liefde. Stei\' u echter niet tevreden, o genadige Maagd! met mij de rust weder te geven, want mijne ziel heeft nog andere, misschien nog grootere behoeften. Gij ziet mijn hart, o Moeder! en gij weet hoe koud en gevoelloos, hoe droevig en troosteloos het is sinds geruimen tijd. Het is voor Gods oogen als eene dorre aarde zonder water. Is het eene beproeving,door God tot mijne heiliging mij toegezonden; is het eene bestraffing mijner vroegere zonden of mijner tegenwoordige nalatigheid ? Ik
271
weet het niet, o heilige Moeder! maar mij dunkt, ik moet het ergste vreezen. Laat dan, o goedertierene Maagd! eeni-ge dauwdruppelen uwer hemelsche vertroostingen op den onvruchtbaren en dorren grond mijns harten neder-vallen ; neem mijne koelheid en onverschilligheid weg: maak een einde aan mijne gevoelloosheid en mistroostigheid; doe mij wederom smaken en zien hoe zoet het is God te dienen en hem te behagen ; doe mij wederom smaak vinden in het gebed, dat mij walgt; in de Sacramenten, die ik, helaas! te zelden ontvang; in mijne verplichtingen, die ik met zooveel onverschilligheid verricht. Troost mij, o hemelsche Maagd ! gelijk eene moeder haar kind kan troosten: beziel mij met eene heilige vurigheid, welke mij alle verveling, allen tegenzin en alle afkeerigheid doet overwinnen; ontsteek in mij eene gloeiende liefde tot Jesus, welke mij geneze van mijne koelheid, van mijne zwakheid en onstandvastigheid, en vervul mij met sterkte en edelmoedigheid, opdat ik
S72
voortaan getrouw zij in liet volbrengen van mijne plichten, vooral van die, waarvan de vervulling mij het moeilijkst valt. De gunsten, welke ik u afsmeek, zijn groot, o heilige Moeder maar zij evenaren niet de grootheic uwer macht en uwer barmhartigheid. Genoeg heb ik geleden: dat uw bijstand mij dan eindelijk de bevrijding mijner kwalen doe vinden! Of is het iiur dier bevrijding nog niet gekomen, verhaast het dan, o Maria! en schenk mij middelerwijl de genade om mijne kruisen met geduld te dragen tot vermeerdering mijner verdiensten en tot verheerlijking van mijnen God. Amen.
Schietgebed. — ü Moeder van Al-tijddurenden Bijstand, bevrijd mij van mijne inwendige kwellingen of geef mij de hemelsche kracht, om ze met geduld en liefde te verdragen.
273
XXL GEBED
om de uitroeiing van eene ondeugd, de overwinning van een gevaar tot zonde, of de verwy dering van eene booze gelegenheid te vragen.
O heilige Moeder van Altijdduren-den Bijstand ! met droefheid en medelijden tevens ziet gij den ongelukkigen toestand, waartoe de zonde mijne ziel gebracht heeft. Als een kanker zoo verteert zij haar, en diepe en moeielijk te genezen wonden heeft zij haar toegebracht. Aan de rampzalige ondeugd van onkuischheid,.... of gierigheid,....
of hoovaardij,.... of gramschap..... of
onmatigheid,.... of afgunst,.... of traagheid,.... of onrechtvaardigheid,.... of ongodsdienstigheid,.... heb ik mij overgegeven en ben daarvan de slaaf geworden. De gewoonte heeft in mij eene tweede natuur gevormd,en ik weet niet, hoe ik de ijzeren ketenen, waarmede ik mij zeiven beladen heb, zal verbreken. Doch waar ik ten einde raad ben, en 73 13
374
waar mijne macht te kort schiet, o Maria ! daar zult gij met moederlijke goedheid naar heilmiddelen ter genezing mijner kwaal uitzien. Eene moeder toch kan haar kind niet zien lijden, zonder door medelijden getroffen te worden. En waar is er eene moeder zoo goedertieren, zoo barmhartig en zoo medelijdend als gij, o zoete en allerliefste Moeder Maria ? Gij zult dan medelijden hebben met mij en mij uwen machtigen bijstand niet weigeren. Genees de wonde, door de zonde in mijne ziel geslagen, genees vooral mijnen zwakken en altijd kwijnenden wil. Zeker, mijne driften zijn woedend sterk; de hartstocht vooral, welke ik door aanhoudende toestemmingen gevoed en ontwikkeld heb, is bijna onweerstaanbaar; maar toch moet ik bekennen, dat, ware mijn wil niet zoo zwak, ware het mij oprecht en ernstig gemeend, ik zeker over die hartstocht en over alle andere driften zoude zegepralen. Genees dan, o Moeder van Altijddurenden Bijstand ! genees mijne tweevoudige
275
kwaal, mijue dubbele zwakheid. Verminder de woede mijner hoofddrift en vergroot mijne wilskracht door overvloediger genade en sterken bijstand. Want zie! nu heb ik eens besloten tot verheerlijking van uw Zoon en ter liefde van u, o Maria! volkomen over mij zeiven en over de booze geneigdheden mijns harten te zegepralen, en ik zal u met mijne smee-kingen lastig vallen| totdat gij mij die volslagen overwinning bezorgd zult hebben. Doch mijn ongeluk, gij weet dat, o Moeder! bepaalt zich niet^ bij de zonden, waarin ik gevallen ben en bij de hartstochten, welke ik gevoed heb. Neen, mijne eigene zwakheid maakt mij nog niet ellendig genoeg ! De duivel heeft mij in zekere uitwendige gelegenheden weten te verstrikken, welke mij binden, en verleiden, en tot zonden voeren; en ik gevoel in mij de kracht niet, om daarmede te breken. Yoorzeker, ik moet die kluisters verbrijzelen, of althans, bijaldien die g\'elegenheden onvermijdelijk zijn, mij zelven zoo be-
27(!
waken en behcerschen, dat de vijand mg niet overwinnen kan. Maar, helaas! mijne zwakheid sleept mij mede en al mijne goede voornemens ver o-eet ik in het uur des gevaars. Uw bijstand alleen, Moeder ! kan mij redden. Sterk mij dan, o machtige Maagd! sterk mijnen arm, opdat ik door een geweldigen slag mijne vijanden op eens nederwerpe ; geef mij een krach-tigen wil, opdat ik alle gevaren en gelegenheden tot zonde, waar het eenigszins mogelijk is, vermijde; maak dat ik getrouw blijve aan al mijne plichten, het koste wat het kosten moge; doe mij zegepralen over alle menschelijk opzicht en mij mijn vertrouwen eenig en alleen op God en op uwen alvermogenden bijstand stellen ; zorg dat ik, ondanks alle hinderpalen en bezwaren, de heilige wet des Heeren edelmoedig nakome. Groot zijn deze genaden en kostbaar deze gunsten, maar ofschoon ik ze niet verdien, verwacht ik ze toch van uwe barmhartigheid, o goedertierene Moeder ! Ik vraag ze u met vertrouwen
277
en zal niet ophouden ze te vragen, totdat ik ze verkregen hel). Amen.
Schietgebed. — Heilige Moeder van Altijddurenden Bijstand ! doe mij over de driften van mijn hart zegepralen en alle gevaren en gelegenheden tot zonden te boven komen.
XXII. GEBED
om de genade te vragen van door eene goede biecht een einde te maken aan de veelvuldige heiligschennissen en langdurige kwade gewoonten.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand! ziehier een grooten zondanr voor uwe voeten neergeknield. Ofschoon ik uwer barmhartigheden onwaardig ben, vertrouw ik toch dat gij medelijden zult hebben met den deernis-waardigen toestand mijner ziel. In de diepste afgronden der zonden heb ik mij neergestort; de boosheid heb ik ingedronken als water; mijne dagen
278
zijn eene aaneenschakeling1 geweest van gruwelen: mijne overtredingen van Gods wet zijn talrijker dan de haren van mijn hoofd. Eu wat mijn ongelukkigen toestand nog rampzaliger maakt, is, dat ik schier geen lust gevoel om mij te hekeeren en den moed niet bezit om eens oprecht en ernstig met de zonde te breken. Alle geestelijke levenskrachten schijnen uit mijne ziel geweken, den doodslaap is zij ingeslapen. De eeuwige waarheden treffen mij niet en maken geen iivdruk meer op mijn gemoed ; voor het goede ben ik lusteloos en zonder vrees voor het kwaad; met blindheid ben ik geslagen, omdat ik mijn ongeluk niet inzie; in versteendheid ben ik vervallen, en alles doet mij denken, dat mijn uiteinde gelijk zal zijn aan mijn leven en dat mijn dood de dood zal zijn van oen onboetvaardigen zondaar. Het is waar, mijne plichten heb ik niet volkomen verwaarloosd en uiterlijk leef ik gelijk andere christenen; maar hoeveel beter ware het mij verwijderd gebleven te zijn van de
279
heilign Sacramenten. Helaas I hoe heb ik ze ontvangen die heilige geheimen ? Meer uit menschelijk opzicht dan uit plichtgevoel; meer voor het oog van anderen, dan om mij waarlijk met God te verzoenen en te vereenigen. Hoeveel heeft er ontbroken aan mijne biechten? Ik heb de schuldige gewoonte, waarin ik sedert lange jaren voortleef, verborgen gehouden, den toestand van mijn geweten niet doen kennen aan den plaatsvervanger van God; mijne zonden heb ik bewimpeld, verdraaid en verzwegen. Of indien ik ze al gebiecht heb, kan ik toch niet vertrouwen dat ze mij vergeven zijn, omdat het mij aan berouw en aan voornemen heeft ontbroken. En zoo, o heilige Moeder! zoo ben ik gaan aanzitten aan Jesus\' liefdedisch, zonder omkleed te zijn met bet bruiloftskleed der hei-ligmakende genade. In den biechtstoel lieb ik de verdiensten van Jesus verijdeld en zijn bloed nutteloos voor mij gemaakt; aan de communiebank heb ik hem in mijn boosaardig hart durven ontvangen en mij plichtig gemaakt
280
aan eene hemeltergende heiligschennis. Droevig, o allerheiligste Moedermaagd ! droevig en rampzalig is dan mijn toestand : ik ben schuldig; maar hoe schuldiger ik ben, des te ongelukkiger gevoel ik mij. Mijne ziei wordt door knaging verteerd en door onrust gefolterd, zij is de slavin van satan: en hoe gaarne zij ook hare ketenen breken zoude door eene goede en rechtzinnige biecht, laat zij zich toch door eene noodlottige schaamte medesleepen en mist zij de edelmoedigheid, welke een einde kan stellen aan haar ongeluk. Moeder, goede Moeder, niet langer kan ik aldus leven ! Heb dan medelijden met mij, o Maria ! en ontbind mijne ziel; verdrijf den stommen duivel uit mijne ziel; geef dat ik mijne zonden ver-foeie en hate; en een einde make aan de droevige gewoonte, waarin ik al te lang geleefd heb ! Doe mij ontwaken uit mijnen doodslaap; doordring mij van eene heilzame vrees voor Grod en zijn rechtvaardig oordeel; wek heilige verlangens naar oprechte
281
levensverbetering in mij op ; reik mij uwe moederlijke hand toe, omdat ik uit mij zeiven en door eigene kraclit niet kan opstaan, en doe mij Jesus Christus, uwen Zoon en mijn Verlosser, wedervinden. Zie op den goeden wil, waarmede ik u aanroep, gedenk dat ik uw kind ben en verleen mij de noodige genade om voortaan volgens Gods wet en zijne geboden te leven, opdat ik eens tot belooning mijner oprechte bekeering in de zaligheid des hemels opgenomen moge worden. Amen.
Schietgebed. — Heilige en machtige Moeder van Altijddurenden Bijstand ! heb medelijden met mij, en geef dat ik mijne bekeering en mijne verzoening met God niet langer uit-stelle, maar daarvan nog heden werk make.
73
13.
282
XXIII. GEBED
in tijdelijke beproevingen en tegenspoed.
Tot u, o heilige en liefderijke Moeder van Altijddurenden Bijstand! neem ik heden mijne toevlucht, en met een kinderlijk vertrouwen smeek ik u mij te willen bijstaan in den tijdeïijken noodgt; waarin ik mij bevind, en in den tegenspoed, waarmede ik op zoo zware wijze geslagen word. Alles wat ik begin, loopt mij tegen; mijne zaken gaan achteruit; mijne verdiensten zijn gering; mijn vermogen krimpt dagelijks meer en meer in, hoevele moeiten ik mij ook geve, hoevele pogingen ik aanwende, hoe groot mijn vlijt en hoe spaarzaam mijne zuinigheid zij, niets kan mij baten! Het, droevige vooruitzicht van eens mij zelvèn en gansch mijn gezin in ellende en armoede gedompeld te zien, zweeft mij aanhoudend voor oogen, maakt mij mismoedig en
283
droefgeestig. Geen dag verschijnt, zonder dat ik mij op nieuwe slagen en nieuwen tegenspoed moet ver-wachten; geen avond daalt neder, zonder dat ik over nieuwe bepioo-vingen zuchten moet, en de slapeloosheid mij iier nachten vergroot nog mijnen weedom en mijne angsten. Moeder, allerliefste Moeder ! tot wien zal ik gaan in mijnen nood, tenzij tot u ? Aan wien mijnen tegenspoed, mijne toenemende behoeften, mijnen achteruitgang klagen dan aan u 1 Waar is de mensch, die mededoogend genoeg is om mij te helpen, liefderijk genoeg om mij te troosten ? Gij alleen vermoogt dat, o heilige en machtige, o goedertierene en barmhartige Moeder? Tot u dan kom ik vertrouwend: gij, o genadige Vrouwe! zult mij niet verstoeten en mij. niet ongetroost wegzenden. Gij zelve toch hebt den bitteren last der armoede gedragen, gij zelve hebt ondervonden, hoe verre de tijdelijke beproevingen kunnen gaan. Ik smeek u dan door de verdiensten uwer armoede, door het
284
geduld, waarmede gij zoovele ontberingen, vooral gedurende uwe ballingschap met Jesus in Egypte, doorstaan bebt, dat gij mij de twee dingen verleent, waarom ik heden, o Moeder! u kom bidden, het geduld namelijk in mijn lijden en tevens en vooral eenige verlichting, eenige verzachting in mijne beproevingen. Eerst bid ik u om geduld in den tegenspoed, die mij treft, in den tijdelijken nood, die mij drukt, in den achteruitgang mijner zaken, die mij bedroeft. Geef mij, o allerheiligste Maagd ! dat ik mij vaak herinnere, hoe Jesus, uw goddelijke Zoon, ter liefde van mij arm is geworden; hoe hij, de Koning des hemels, die met kwistige hand alle schatten en kostbaarheden in de ingewanden der aarde en in de afgronden der zee op den dag der schepping heeft neergelegd, en die aan de koningen kronen en schepters uitdeelt, de armste is geworden van de kinderen der menschen. Geef mij, o Maria ! dat ik nimner vergete, dat een stal het paleis is geweest zijner
285
geboorte, eene dierenkribbe zij n wieg, arme windelen zijn purper, tranen en zuchten zijne eerste wapenen, een rietstok zijn schepter, eene doornenkroon zijn diadeem, een kruis zijn troon ! Doe mij denken aan de armoede Tan Jesus en aan de uwe, opdat ik geduldig blijve in den tegenspoed, waartegen ik te worstelen, en in de ontberingen, welke ik te verduren heb ; geef dat ik deze mijne gelijkvormigheid met den armen Jesus en het geluk, met hem vereenigd te zijn, hooger achte dan alle goederen en rijkdommen der aarde. Onthecht mij, o heilige Moeder ! van alle schijngoederen dezer wereld en van alle vergankelijke dingen. Geef mij dat ik niets anders vreeze, dan de vriendschap Gods door eene zware zonde te verliezen, doe mij met gelatenheid het verlies der aardsche goederen verdragen, opdat ik eens de eeuwige verkrijge. — Tevens smeek ik u nog, o goedertieren Vrouwe! mij door uwe voorspraak eenige verzachting in mijn lijden, eenige verbete^
286
ring van mijn lot, wat minder tegenspoed, wat meer voorspoed en zegen te verschaffen, op voorwaarde natuurlijk, dat zulks mij zalig zij. Gaarne ik weet het, voorziet gij in onze tijdelijke behoeften, gaarne reikt gij ons uwe gaven toe: tot bewijs daarvan heb ik uwe liefderijke zorgvuldigheid op de bruiloft te Cana. Wijl er toen zoovelen door u geholpen en uit eenen hachelijken toestand gered zijn, bid ik u, ook mijner te g-eden-ken, ook mij te helpen. Maak dan een einde, o Moeder! aan mijne beproevingen, verwijder den tegenspoed, den achteruitgang en de armoede van mijne woning, van mij en van de mijnen, opdat wij met een blijmoedig hart God dienen en in aardsche zegeningen een waarborg vinden, dat Hij ons de eeuwige goederen verlee-nen zal. Amen.
Schietgebed. — O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! geef dat ik door de beproevingen van dit leven tot het bezit der eeuwige goederen moge komen.
287
XXIV. GEBED
om de verwydering van huiselijke kruisen te vragen.
Heilige Moeder van Altijddurenden Bijstand ! in de droefheid, welke mijn hart overstelpt, in het lijden, dat mij zoo bitter drukt, kom ik bij u mijne toevlucht zoeken en aan u eenige vertroosting vragen. Huiselijke bitterheden, gelijk ik ze moet smaken, hebt gij nimmer gekend, o heilige Maagd ! Jesus, uw goddelijke Zoon, is de God aller heiligheid, en de H. Joseph, uw kuische bruidegom, is een toonbeeld aller deugden, en gij zelve zijt vol van genade; daarom woonde een voortdurende liefde, een zachte vrede, een zoete eensgezindheid in het huisje van Nazareth. Dien geest van liefde, dien christelijken vrede, die onwaardeerbare eensgezindheid, kom ik, o Moeder ! u vragen voor mijn gezin; want uit het noodlottige gemis van die voortreffelijke deugden
288
komen schier al mijne kwellingen en bitterheden voort. Ds liefdelooze verdeeldheid,de gedurige onmin en weder-zijdsche verbittering zijn de oorzaak mijner zwaarste zonden enmijner meest gewone fouten. Stort dan in ons aller gemoed eene oprechte en innige liefde, •welke aan alle bitterheid en alie harde woorden, aan alle driftigheid en verdeeldheid een einde make; geef dat wij allen met elkander in vrede en zachtmoedigheid leven, gaarne een en ander van elkaar verdragen, gaarne voor elkander zwijgen en in toegeeflijkheid en geduld met elkander wedijveren. Neem alle oorzaken Tan onmin en verdeeldheid weg, o heilige en machtige Moeder! opdat wij, één van hart en één van ziel zijnde, iu die eenheid der liefde onzen troost en ons geluk vinden. Hoe toch zonden wij gelukkig kunnen zijn zonder liefde en eensgezindheid ? Neen, waaide liefde niet\' woont, daar woont God niet, omdat hij een God van liefde is: en waar God niet woont, daar is geene rust, geen hemel op aarde.
289
Integendeel! daar is de hel: eene hel hier beneden, en eene hel hiernamaals. Schenk ons dan, o Moeder van Altijddurenden Bijstand! den geest van vrede en den geest van liefde; en wanneer wij eens dien geest bezitten, zullen wij dien voeden door waren godsdienstzin, door het vluchten der zonde en door de vreeze Gods. Want ik weet en erken het, o allerheiligste Maagd! dat het gebrek aan godsdienstzin en aan oprechte godsdienstigheid de gewone bron is der liefdeloosheid en der onderlinge verdeeldheid. Als wij vuriger waren in het vervullen onzer plichten en in de liefde tot Jesus, dan zouden wij ongetwijfeld edelmoediger zijn in het verdragen van elkanders gebreken. Doch het zijn vooral zekere ondeugden en zonden, welke, o heilige Moeder ! ongelukkigerwijze in mijn gezin heerschen, die eene droevige oorzaak worden van verdeeldheid en tweedracht. Nu is het de eigenzinnigheid, dan eens de onmatigheid, dan weder de natuurlijke driftigheid; heden is
290
het de ledigheid, en morgen de ontevredenheid over ons lot en onzen toestand, die de liefde uit onze woning verbannen. Allergoedertierenste Moeder! genees ons door uwen machtigen bijstand Van al die geestelijke kwalen, verkrijg ons door uwe voorspraak eene zoo krachtdadige genade, dat wij allen en elk voor zich ons zeiven beheerschen en aan alle ondeugden verzaken. En is dan onze ziel eens zuiver van zonden en in liefde met God, dan zal de onderlinge eensgezindheid ons gemakkelijker worden, de vrede zal dan duurzaam en de liefde blijvend wezen, vooral, o liefderijke Moeder ! als gij, in plaats van de ondeugden, welke tot heden toe in ons hart gewoond hebben, de heilige vreeze Gods daarin doetheer-schen. Die vreeze, op liefde steunend, zal ons de minste fouten doen vermijden, ons doordringen van den waren geest van zachtmoedigheid en ons het geduld jegens elkander deen beoefenen. Machtige Vrouw! stel dan door uwe liefderijke en machtige
291
voorspraak een einde aan mijiio kwellingen, een einde aan onze verdeeldheid, en doe ons de heilige vreugde en den vrede smaken, welke aan de menscben van goeden wil beloofd zijn. Amen.
Schietgebed. — Heilige Moeder van Altijddurenden Bijstand! wees al mijne familieleden genadig en geef, dat wij in liefde en eensgezindheid Jesus, uwen goddelijken Zoon, dienen.
XXV. GEBED in tijd van onpasselijkheid en ziekte.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand, heilige en goedertierene Maagd! die door de Kerk het heil der kran-ken genoemd wordt, en die vol medelijden zijt jegens allen, die onder het lijden gedrukt gaan, zie neder op uw kind. Ik heb recht op uwen bijstand ea kan aanspraak maken op uw me-dedoogen, want mijn lijden is zwaar en zonder eenige verpoozing. Mijne krachten zijn door de ziekte verteerd,
292
mijne sterkte is verdwenen on mijiii gezondheid vervlogen; mijne dagen ei nachten slijt ik in bittere pijnen, ej folterende smarten zijn mijn deel gt worden. En wat nog droeviger is en mij nog zwaarder kwelt, o goedertierei Moeder! is, dat niet slechts mijt lichaam wegkwijnt, maar dat oo mijne ziel met al hare vermogens ei alles wat er in mij is, zoowel miji geest als mijn wil en mijn hart schie machteloos zijn geworden. Want waai lijk, o Maria! ik voel in mij zelvei de kracht niet om te bidden, ik kai bijna niet meer denken aan God, il heb geenen lust meer om met edel moedigheid mij aan zijnen heiligeï wil te onderwerpen. Alles staat tegen, alles verveelt mij ; niets kai mij verkwikken en vertroosten, zelfi niet eens het medelijden mijner vrienden, de bezorgdheid, de liefderijk voorkomendheid en de goede diensten mijner familie. Doch de ijdelheid hm ner vertroostingen en de krach teloor beid hunner aanmoedigingen toonei mij duidelijk, dat mijne ziel hierk
293
neden op aarde geen waren troost kan vinden. Daarom kom ik tot u, o Moeder aller vertroosting! om mij aan uwe goedertierenheid aan te bevelen. Mijne eenige hoop is Jesus, uw goddelijke Zoon, en na Jesus stel ik al mijn vertrouwen op uwen al-vermogenden bijstand. Heb dan medelijden, o Maria ! met uw lijdend kind, dat uwen bijstand inroept, en stel mijn yertrouwen niet te leur. Wie toch heeft ooit u aangeroepen, en is verstooten geworden 1 Wie heeft u om erbarming en om verlichting in zijn lijden gebeden, en heeft geene barmhartigheid gevonden ? Gij zijt Moeder, mijne goede, mijne machtige, mijne alvermogende Moeder, en meer dan anderen verdien ik uw mede-doogen, omdat ik meer dan anderen beproefd word en te lijden heb. Vergeet dan niet uw ongelukkig kind, neig uw moederlijk oor tot mijne zuchten, vestig uwe blikken op mijnen deernis-waardigen toestand, verminder mijne smarten, geef mij troost in mijne kwellingen en verkwik mij door de
294
zoete en hemelsche zalving van uwen liefdevollen bijstand. Mocht ik, o Moeder ! door uwe voorspraak mijne ziekte zien wijken en eene volkomen genezing erlangen, dan beloof ik u, de mij teruggegeven gezondheid alleen te zullen gebruiken, om voortaan des te ijveriger te zijn in den dienst van mijnen God en des te vuriger in de liefde tot n, o Maria! Zoude het echter mij niet zalig zijn, o allerheiligste Maagd! zoude het niet dienstig wezen voor mijn eeuwig hei), dat ik van mijne kwaal bevrijd worde en mijne vroegere gezondheid wedervinde, dan stem ik volgaarne en onvoorwaardelijk er in toe, dat mijne smarten niet worden weofo-e-
•\' O c
nomen en de genezing mij worde geweigerd. Liever wil ik ziek en lijdend blijven nog jaren en jaren lang, liever in pijnen en smarten tot mijn laatste uur, dan mijne zaligheid in gevaar brengen door het genot eener voor mijne ziel niet heilzame gezondheid. Moet echter mijne ziekte voortduren, dan smeek ik u, genadige
295
Moeder! mij op geestelijke wijze te versterken en mij door uwe voorbede het geduld en de gelatenheid in mijn lot en eene algelieele onderwerping aan Gods heiligen wil te verkrijgen, opdat het lijden mij verdienstelijk zij en elke pijn en elke smart eene kostbare parel worde aan mijue eeuwige kroon in den hemel. Gij moet. mij helpen, o Maria ! door uwen machtigen bijstand, opdat ik, te midden üiijner smarten, Jesus, mijnen Verlosser, beminne; gij moet zorgen, dat de liefde en het geduld mij zoo gelijkvormig doen worden aan mijn gekruisigden God, dat ik, na hier op aarde gedeeld te hebbe;i in zijn lijden, eeuwiglijk deelen moge in zijne heerlijkheid in den schoonen hemel. Am.
Schietgebisd. — Heilige Moeder van Altijddurenden Bijstand ! verleen mij eene volkomen genezing of geef mij de noodige genade om mijn lijden geduldig te verdragen.
296
XXVL GEBED
bij den dood van bloedverwanten of vrienden.
O liefderijke Moeder van Altijd-durenden Bijstand ! mijn hart is te» bloede geslagen en mijne ziel in droefheid en rouw gedompeld door het smartvol verlies, dat ik heb moeten ondergaan. Zoo innig waren wij met elkander vereenigd, zoo zuiver en oprecht was de liefde, welke onze harten samensmolt! Maar, helaas! een wreede dood heeft op eens al die banden verbroken, door liefde en natuur gevormd. Heilige en goedertieren Moeder! gij ziet het, eenige vertroosting is mij noodig, en gij alleen kunt mij verlichting in mijne smart bezorgen. En daarom bid en smeek ik u bij de onzeggelijke droefheid, welke uw minnend hart overstelpte, toen gij uwen eenigen Zoon op het vloekhout des kruises zaagt sterven, en bij de vurigheid, waarmede gij naar
w
297
zijne opstanding verlangdet, en bij den troost, dien gij op den dag zijner verrijzenis smaaktet, mijner gedachtig te wezen en met moederlijke goedertierenheid mij te troosten. Of zoude God kunnen toelaten, dat ik door een zoo zwaar verlies getroffen word, zonder dat ik van u eenige verlichting zal kunnen verkrijgen ? Of zoude eene zoo diepe wonde in mijn hart geslagen zijn, zonder dat gij, o Moeder! die heelen zoudet door den zalveuden balsem uwer vertroostingen ? Neen, ik kan niet twijfelen aan uw medelijden, en terwijl ik u aanroep, gevoel ik reeds eenige opbeuring en verkwikking. Grij zijt de troost der bedrukten, o Maria ! en uw naam alleen is reeds een balsem voor het lijdende hart: ik zal u dan blijven aanroepen, o Moeder ! en telkenmale, dat mijne zuchten tot u stijgen, zult gij, dat verwacht ik van uwe goedheid, met teedere liefde op mij nederzien en mij sterken, updat het lijden mij niet te diep neerdrukke, noch de droefheid mij doe morren tegen God, den Heer 73 14
298
en Meester van leven en dood. Door uwen bijstand ondersteund, hoop ik gelaten en geduldig te zullen blijven, ten einde door mijne onderwerping aan de beschikkingen des hemels mijnen liefdevollen Vader en goedertieren God, die alles ten beste beschikt, te verheerlijken en tevens kostbare verdiensten voor de eeuwigheid te verwerven. O zalige eeuwig-beid ! waar zal ik wedervinden hen, wier afsterven ik betreur, en waar ik voor altijd vereenigd zal zijn met mijnen beminden vader, met mijn teeder geliefde moeder, met mijne zusters en broeders, met mijne bloedverwanten en vrienden, wier aanden-ben mij zoo dierbaar is. \'t Is waar, nu zijn we gescheiden, maar slechts voor korten tijd; de hoop op een gelukkig en eeuwig wederzien leeft in mijn binnenste : ze zijn mij voorafgegaan, ik zal weldra volgen. Bewaar, o Maria ! deze blijde gedachte in mijn hart; verkrijg mij zoovele genaden en eene zoo getrouwe beantwoording daaraan, dat ik waardig
299
bevonden worde eens met allen, die ik bemind heb op aarde, vereenigd te worden in den hemel. Maar nog eene gedachte, o zalige Moeder ! bedroeft en kwelt mij : Terwijl ik treur over den dood mijner dierbaren en denk aan mijue smart, vergeet ik het lijden, dat zij misschien in het vagevuur moeten ondergaan. Gij kent den toestand dier zielen, o Moeder ! Ziet gij ze in die louterende vlammen der zuiveringsplaats, o dan bid en bezweer ik u, dat gij om mijne bede die welbeminden uit den kerker bevrijdt, waarin zij gefolterd worden. Ik smeek u, dat gij, door de oneindige verdiensten var. Jesus\' Bloed, geheimzinnig in het Misoffer vergoten, aan die zielen toe te voegen, haar de deuren des hemels opent. Ik zal niet opbonden u dat te vragen en mijne vurigste smeekingen tot u te richten, totdat gij haar in het bezit van uwen god-delijken Zoon gesteld zult zien. Hoor, o goedertieren Moeder ! mijne bede en verleen aan die arme lijdende zielen de bevrijding uit haren kerker :
300
grooter geluk kunt gij haar, beteren troost mij niet verschaffen. Amen.
Sohietsebed. — Goedertieren en machtige Moeder van Al tij ddur enden Bijstand, verleen de eeuwige rust aan hem, wiens dood ik beween, en schenk mij eene volmaakte onderwerping aan Gods heilift-eu wil.
XXVII. GEBED
om door de voorspraak van Maria de bekeering te verkrijgen van iemand, die ons dierbaar is.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! met allergrootst vertrouwen kom ik mij nederwerpen voor uwen moederlijken troon om u eene genade af te smeeken, welke gij zeker volgaarne zult verleenen : de bekeering
namelijk van........ Uwe voorspraak, o
heilige Maagd ! is alvermogend bij God,\'omdat Jesus, aan wien gij aieta geweigerd hebt op aarde, u niets weigeren kan in den hemel, en alle schatten van Gods genaden en barm-
301
hartigheden zijn u toevertrouwd en neergelegd in uwe handen, opdat gij ze zoudt uitdeelen aan allen, die ze u vragen. Ik erken het, de ongelukkige, wiens bekeering ik u afsmeek, heeft zich wellicht dier genade onwaardig gemaakt, en verdient uwe barmhartigheid niet, omdat hij, in plaats van u die af te bidden, aanhoudend voortgaat met God te beleedigen en uw heilig hart, o Moeder! te bedroeven. Maar vraagt hij u niet om bijstand en genade, dan vraag ik ze nederig voor hem, en mijne bede, o Maria I zult gij niet verwerpen. Gedenk, o zoete Moeder! dat uw goddelijke Zoon Jesus dengene, voor wien ik bid, zóó vurig bemind heeft, dat hij zijn kostbaar Bloed tot den laatsten droppel geeft gegeven, om hem te verlossen ; gedenk dat Jesus niet hooger verheerlijkt kan worden dan door de bekeering eens zondaars; herinner u tevens wat gij zelve aan den voet des kruises met Jesus geleden hebt, toen wij uit zijne wonden en door zijnen dood herboren werden tot het nieuwo
302
Icveu der genade. En zult gij het dan, o heilige Moeder! van u kunnen verkrijgen, dat tij, wiens bekeering ik u afsmeek, beroofd blijve van Gods liefde, en dat de verlossing door Jesus Christus, uwen Zoon, bewerkt, en de tranen door u, die onze Moeder zijt, vergoten, nutteloos voor bem blij ven? Ach, gedoog dat niet! Toon dat gij de houp zijt, liet heil en de toevlucht der zondaren! Toon de uitgestrektheid uwer macht, o Moeder! en hst alvermogen uwer voorspraak, door van Gods barmhartigheid de bekeering van........ te verkrijgen. Offer
te dien einde aan Gods rechtvaardigheid het Bloed van uwen aanbid-delijken Zoon en de verdiensten uwer bittere smarten; ondersteun mijne zwakke gebeden door de kracht van uw moederlijk gebed: zeker zal de toorn des Heeren dan tot bedaren komen, en het zwaard der gramschap, waarmede hij den ongelukkige, voor wien ik u om genade bid, op het punt is te treffen, zal aan zijne handen ontvallen, en de Engelen dea
303
Ijeinels zullen de kracht van Jesus\' Bloed bewonderen en zich verheugen over de opstanding en de bekeering van hem, wiens verwerping schier onvermijdelijk scheen. En wordt mij door u deze gunst verleend, o Moeder ! dan kunt gij rekenen op mijne eeuwige erkentelijkheid: de verdubbeling mijner liefde tot u en van mijnen ijver voor uwe eer zal uwe vergeldinz wezen. Hij voor wiens bekeering ik bid, is mij dierbaar, o Moeder ! als de appel mijner oogen, dierbaar als mijne eigene ziel: alles wat gij voor hem doet, is gedaan aan mij; en dat gij mij gaarne voldoet, dat weet ik door ondervinding. Welaan dan, geef\' mij ook deze gunst: ik vraag ze u met een vast Jvertrou-wen : gij toch zijt even goedertieren als machtig. Verkrijg dan, o Moeder ! de genade der bekeering voor.......
en geef dat door de voortduring van uwen bijstand ook immer beantwoord worde aan die genade, opdat wij te zatnen volharden in den dienst van uwen goddelijken Zoon en iu uwe
304
liefde, en gelijk wij vereeuigd zijn hier op aarde, ook zoo vereenigd worden in den liemel. Amen.
Schietgebed. — O Moeder van Altijddurenden Bijstand! bid voor de zondige ziel, welke ik u aanbeveel en verkrijg hare bekeering.
XXVIII. GEBED
om de bewaring1 van den geest des geloofs en den bijstand van Maria in de noodwendigheden der Kerk te vragen.
Allerheiligste Maagd en Moeder van Altijddurenden Bijstand! ik kniel vertrouwend neder voor uwen troon, om u eene allergrootste gunst, niet slechts voor mij zeiven, maar voor geheel het christen volk te vragen. De geest des kwaads, der onverschilligheid en des ongeloofs verspreidt zich dagelijks meer en meer, en het getal der zwakgeloovigen groeit aanhoudend en op eene zoo
305
csTirikbarende wijze aan, dat men haast zoude vreezen, dat het droevige oogenblik nabij is ,waarop Jesus, onze Rechter, nog nauwelijks eenige christenen zal vinden, die van den waren geest des geloofs doordrongen en daarmede bezield zijn. Hoevelen, o heilige Moeder! worden er in ons dierbaar vaderland, hoevelen zelfs onder de personen onzer omgeving aangetroffen, die den geest onzer katholieke voorvaderen missen! en ten gevolge hunner zonden en hunner zedeloosheid door woord en daad het geloof miskennen en loochenen! Wend dan, genadige Moeder! al de krachten uwer voorspraak aan, om Jesus, den goddelijken Stichter en Voltooier van het geloof, te smeeken, dat hij niet toelate, dat het helder stralend licht dier fakkel der waarheid nog verder onder ons worde uitgedoofd. Smeek hem, dat hij zijner barmhartigheden indachtig zij en een blik van medelijden werpe op zoovele kinderen der heiligen, die van den goeden weg, welke ten hemel 7a H.
306
leidt, zijn afgedwaald. En gij, o goddelijke Middelaar en Verlosser der zielen! luister naar de smeekingen en de gebeden van vele vrome en vurige geloovigeu, die aanhoudend u vragen, dat gij in uwe eindelooze barmhartigheid, den kostbaren schat des geloofs gelievet te bewaren. Het is waar en ik erken het, ojesusjdat wij om onze zonden verdienen van die edele parel beroofd te worden en die te zien geven aan volkeren, die daarmede vruchten van zaligheid zullen voortbrengen. Spaar ons echter, o Heer ! voor dat ongeluk, dat een begin zoude zijn onzer eeuwige ver-weiping; wend uwe heilige blikken af van onze boosheden en ongerechtigheid en denk aan het aanbiddelijke Bloed, dat gij voor ons vergoten hebt op den Calvarieberg en dat nog dagelijks voor ons stroomt op het altaar. Dat Bloed roept om genade en barmhartigheid. Grenade dan, o Heer! genade en barmhartigheid voor uw volk, opdat allen volharden in het heilige, katholieke, apostolische en Roomsche
307
geloof, en zij, die daarvan door dwaling of onverschilligheid verwijderd zijn, mogen terugkeeren tot de kennis der waarheid.
En gij, o allerheiligste Moedermaagd! verleen ons uwen machtigen bijstand, opdat wij het geloof zuiver en onvervalscht bewaren en volgens de voorschriften van dat geloof leven. Bewaar en versterk in onze harten de gehechtheid aan de heilige Kerk en aan haar zichtbaar opperhoofd, den plaatsvervanger van Jesus Christus op aarde. Toon uwe macht en uwe goedheid, o Maria! door de eenheid in de Kerk te bevestigen, de heiligheid harer leden te vermeerderen, den Stoel van Petrus te beschermen en de voortplanting des geloofs te bevorderen, opdat God al meer en meer verheerlijkt worde en het getal der kinderen Gods dagelijks aangroeie. Doe het Bloed van uwen goddelijkeu Zoon Jesus nog vruchtbaarder worden in de zielen, doe de genade der verlossing steeds grootere en grootere ■wonderen bewerken, opdat het getal der
308
geloovigen en der ware aanbidders van den eenig waren God en van zijnen Zoon Jesns Christus en dat der uitverkorenen en zaligen van zijn hemelsch rijk aanhoudend toe-neme. Amen.
Schietgebed. ■— O Maria! verleen ons uwen Aitijddurenden Bijstand! opdat wij liet heldere licht van de waarheid des geloofs nooit uitdooven door onze zonden.
XXIX. GEBED.
voor de heilige Kerk en voor onzen heiligen Vader den Paus.
O heilige en alvermogende Moeder van Altijddurenden Bijstand, getrouwe Beschermster der Christenen! zie neder op de Kerk van Jesus, bescherm den plaatsvervanger van nwen goddelijken Zoon, onzen Heiligen Vader den Paus en verdedig de Kerk en haar zichtbaar opperhoofd tegen de machten der duisternissen, welke tegen beide samenspannen. Uw won-
309
derheeld, heilige en machtige Moeder ! is te Rome teruggevonden op het tijdstip zelf, waarop de Tijanden van uwen Zoon het woedendst de Kerk aanvielen, en wij vertrouwen, dat uwe wederverschijning een nieuwe waarborg is der bescherming, welke gij nimmer zult ophouden aan den Heiligen Stoel te verleenen. Vol geloot en vol vertrouwen werp ik mij dan neder voor uwen moederlijken troon, om u te smeeken, dat gij meer dan ooit de heilige Kerk, de bruid van Jesus, moogt bijstaan en verdedigen. Toon, dat gij hare alvermogende Moeder zijt en verijdel met krachtigen arm de goddelooze plannen en het stoute bestaan der boosheid. Bedek met het ondoordringbaar schild uwer bescherming onzen Heiligen Vader den Paus, zegen en bekroon met den besten uitslag al zijne pogingen voor bet heil van Kerk en maatschappij, herstel hem in het volle bezit zijner tijdelijke macht, zoo noodzakelijk voor de algeheele vrijheid en onafhankelijkheid van den Heiligen
310
Stoel. Ook smeek ik u allemirig-si, goedertieren Moeder! dat gij het ge-loovige volk nog steeds gelievet te doen toenemen in de liefde jegens den Opperherder, in de onderwerping aan zijn woord, in den geest van edelmoedige offervaardigheid, waardoor zij alles, tot zelfs hun leven veil hebben voor de verdediging der rechten en vrijheden van den Heiligen Vader. Gedenk, o Maria ! wat al beproevingen hem sinds jaren overvallen, herinner u het vreeselijk lijden, waardoor hij het zichtbaar beeld van uwen gekruisigden Zoon is geworden ! En als Gods glorie vordert, dat zijn lijden niet verminderd worde en zijn martelaarschap blijve voortduren, geef hem dan toch tot verlichting in zijne smarten en tot vertroosting in zijne droefheden, dat hij bet getal der ware geloovigen moge zien aangroeien en in de Kerk altijd nieuwe en ijverige Apostelen, nieuwe en edelmoedige verdedigers en kampvechters moge zien opstaan. Neen, gedoog niet dat de ongerechtigheden zegepralen en dat de
311
gmldoloozen zich verheugen: bevestig integendeel den Stoel van Petrus en zoowel de geestelijke als de tijdelijke ojipermacht van den Paus van Rome en geef dat de geloovigen zich meer en meer hechten aan- en onze dwalende broederen meer en meer terugkeeren tot hem, die het middelpunt is der katholieke eenheid. Spreek ook ten beste bij uwen goddelijken Zoon, o gij, die de Moeder der Kerk en de Koningin der Apostelen zijt! opdat de herders der zielen te allen tijde mannen zijn volgens Gods harten de arbeiders in den wijngaard desHeeren door alle priesterlijke deugden uitschijnen. Ontvlam de gezalfden des Heeren door eeuen waren zielenijver; doe het woord Gods op de lippen van de verkondigers der waarheid een scherpsnijdend zwaard zijn, dat de zielen treft; verkrijg voor de biechtvaders den geest van wijsheiden van kracht, van liefde en van voorzichtigheid. Moge aldus door uwe voorspraak en uwe bescherming, o heiligeMoeder! de Kerk van Jesus op aarde eene
312
gelukkiger toekomst te gemoetgaan; mogen spoedig dagen van rust en vrede, van zegepraal en heerlijkheid voor haar aanbreken; mogen al hare kinderen voor haar zijn kinderen van liefde en van vreugde, en mogen wij op zulke wijze ons door haar laten geleiden, dat wij eens zalig en gelukkig worden in den hemel. Amen.
Schietgebed. — O Moeder van Altijddurenden Bijstand! bescherm onzen Heiligen Vader den Paus, verdedig de heilige Kerk en bevestig het geloof in aller harten.
XXX. GEBED voor de lijdende zielen des vagevuurs.
O liefderijke en barmhartige Moeder van Altijddurenden Bijstand ! nederig kom ik mij nederwerpen voor uwen troon en allervurigst u smeeken, dat gij toch eenen blik van medelijden gelievet te werpen op de arme lijdende zielen, die door cJods rechtvaardigheid
313
tot de vlammen des vagevuiirs ^ijn verocrdeeld. Zoo dierbaar zijn die zielen aan liet Hart van uwen godde-lijken Zoon Jesus : zij zijn zijne geliefde kinderen, omdat zij hem gediend en bemind hebben hier op aarde; en terwijl zij thans voldoen voor hare niet uitgeboete fouten, gloeien zij van verlangen naar de aanschouwing en het bezit van God. O gij, die de troost zijt aller bedrukten en de bijstand aller lijdenden, verbreek de ketenen dier zielen en verlos haar uit die louterende vlammen. Dat uw goedertieren hart zich toch door medelijden late treffen : want zie, o Maria ! de zielen, die in het vagevuur gefolterd worden, zijn uwe kinderen; zij beminnen u, zij verzuchten zoo vurig naar u, en zij verhopen van u hare bevrijding uit dien kerker van Gods rechtvaardigheid. Daal dan neder; o genadige Moeder! in de zuiveringsplaats, bezoek daar de arme zielen, verzacht hare smarten, verkort den tijd harer bestraffing, verhaast hare vereeniging met God. En welliclit zijn er onder
314
de zielen des vagevuurs eenige,. die op innige wijze met mij verbonden waren op aarde door de banden des bloeds of der vriendschap, en die thans verwachten dat ik u smeeke voor haar. O allerliefste en barmhartige Moeder! verkrijg haar de verlossing en verleen baar door uwe voorspraak eri op mijne bede de eeuwige rust. Nog bid ik u, o machtige Vrouwe! voor die zielen, welke het meest vergeten en verlaten zijn en voor wier bevrijding door niemand wordt gebeden. Werp op die van allen troost beroofde zielen een blik van mededoogen en ontferming, en boezem aan vele liefderijke christeuen de heilzame gedachte in om dikwijls voor die meest verlaten zielen te bidden, dikwijls uwen bijstand voor haar af te smeeken en geenen dag te laten voorbijgaan zonder deze en de andere lijdende zielen door gebeden en goede werken te hulp te komen. Weinige oefeningen van godsvrucht zijn den hemel zoo aangenaam, zijn zoo voordeelig voor ons
315
zclven als deze leedere en werkzame liefde voor de zielen des vagevimrs: daarom bid ik u, o allerheiligste Maagd! een innig medelijden met die zielen aan alle geloovigen te willen mededeelen. Als wij toch met meer ijver voor bare bevrijding bezield waren, dan zoude haar lijden verzacht en hare opneming in de glorie bespoedigd worden. Geef ons dan, o Maria! zoowel uit medelijden met haar als ter liefde van Jesus, die zoo vurig hare verlossing begeert, eenen grooten en duurzamen ijver, welke ons vele goede werken doe verrichten, vele aflaten doe verdienen tot lafenis der geloovige zielen. En welk een groot geluk zal het voor mij wezen, als ik eenige zielen uit haren kerker redden en ten hemel geleiden kan ! Voorzeker, wanneer zij staan zullen voor den troon des Heeren, zullen zij mijner gedachtig zijn, voor mij om genade en barmhartigheid smeeken en niet ophouden voor mij te bidden, totdat zij mij in de eeuwige heerlijkheid des hemels opgenomen zien. Mij
316
dunkt, o Moeder ! dat mijne zaligheid verzekerd moet zijn, als door mijt toedoen eene lijdende ziel verlost en in het bezit der zaligheid gesteld is Verhoor dan te allen tijde, o Maria de gebeden, welke ik u zal opdragen voor de geloovigen zielen, versterf die door de macht uwer voorspraat en doe mij aan hare bevrijding krachtdadig medewerken. Amen.
Schietgebed. — O Moeder vat Altijddurenden Bijstand ! heb mede lijden en boezem ook mij medelij dei in met de arme lijdende zielen dei vagevuurs.
XXXI. GEBED
om de volharding in de liefde tot Maria te verkrijgen.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand ! vestig op mij uw liefdevol oog, aanhoor en verhoor mijn gebed. Eene allerkostbaarste genade, welkt voor mij eene rijke bron zal zijn van
317
zegeningen, kom ik u afsmeeken. Verleen mij, o liefste Moeder! de standvastigheid in uwe dienst, de volharding in uwen liefde. Maar is het noodig, dat ik deze gunst vrage en u deze weldaad afbidde ? Is het mogelijk, dat ik nog ooit mijne vurigheid kan zien verflauwen en de teederheid mijner liefde tot u verdwijnen ? Helaas! gij weet het, o Maria, die mogelijkheid bestaat, en indien gij zelve mij niet bewaart voor dat ongeluk, zal die mogelijkheid weldra eene wezenlijkheid zijn. Of kent gij niet meer. Moeder ! de wispelturigheid, de droevige veranderlijkheid van uw kind; weet gij niet meer, dat ik in vroegere dagen en zoo herhaaldelijk u eene eeuwige liefde heb toegezworen en zoo spoedig daarna u en uwe liefde vergeten heb 1 Dat zulks niet weder gebeure, dat ik niet weder trouweloos worde aan mijn woord en mijne zou welgemeende belofte ! Verleen mij dan uwen moederlijken bijstand, trek mijn ongestadig hart tot u door weldaden en gunsten,
318
oiiderhoud gij zelve in mijn gemoed I de heilige vuurvlam der liefde, doe mij volharden, o beminnenswaardige! Moeder! in uwen dienst en uwe liefde. I (Jeene grootere genade kan ik u vragen, o Maria! want hiervan ben ikl ten volle overtuigd, dat, indien ik u standvastig blijf beminnen, de liefde tot u mij een waarborg zal zijn, dat ik ook stadvastig zal blijven in de liefde tot Jesus. Hoe toch zoude ik de Moeder kunnen beminnen, zonder haar goddelijk Kind lief te hebben ? Hoe zoude ik aan u, Maria! gehecht kunnen zijn, zonder tevens op innige wijze met Jesus vereenigd te blijven ? Trouwens als ik u bemin, o machtige en liefderijke Vrouwe, zal de liefde tot u mij eene bron van genade worden; en deze genade, welke God mij om uwe voorspraak scheuken zal, zal mij staande houden in de gevaren, mij doen zegepralen over al de vijanden mijner zaligheid en mij bevestigen in de vriendschap van mijnen Verlosser. De liefde tot u zal ongetwijfeld ook eene bron voor
319
mij worden van zoete vertroostingen, welke mij eene aanmoediging zullen zijn, om steeds met het oog mijner ziel op u, o Moeder, gevestigd, den harden strijd dezes levens edelmoedig te doorstrijden. Gij zult mij ook versterken en ondersteunen in dien strijd, en door de kracht van uwen alverniogenden bijstand zult gij mijne zwakke krachten schragen en al de aanvallen van duivenwereld en vleescli verijdelen. Doe mij dan, o genadige, o allerliefste Moeder! in uwe liefde edelmoedig volharden; doe mij getrouw blijven aan het voornemen, dat ik beden vorm, van geen dag te laten voorbijgaan, zondei\' u eene vermeerdering mijner liefde tot u te vragen. In ver-eeniging met u wil ik mijn levenspad bewandelen; de herinnering aan n zorgvuldig in mijn hart bewaren; vertrouwend tot u opzien en vurig u aanroepen in alle moeielijkheden en allen strijd; dan kan ik zeker zijn, dat ik nimmer zal afwijken van het eenig ware pad, dat mij ten hemel geleiden moet. Maar vergeet gij ook
320
nooit, o Moeder! uw kind, dat op u vertrouwt; help mij, opdat ik u bliive beminnen op aarde en eens door uwen bijstand de eeuwige zaligheid des hemels verwerve. Amen.
Schietgebed. — Heilige Moeder van Altijddurenden Bijstand! geef dat ik u altijd beminne en standvastig in uwen dienst volharde.
\' OjkySü
321
NOVEEN
ÏEll EEKE VAN
0. L. V. VAN iUÏIJDDMDISN BIJSTAND.
VOOHAÏGAAÏ\'DE BEHERKIKG.
Het is van algemeene bekendheid dat het godvruchtig houden van Novenen een der uitstekendste en onder het christen volk meest gebruikelijke middelen is, om de grootste gunsten van Gods barmhartigheid en van Maria\'s goedertierenheid te verkrijgen. Het zal dan den vereerders der Moeder van Altijddurenden Bijstand een genoegen zijn eene Noveen, haar ter eere, te bezitten. Voor eiken dag der Noveeü zal men in deze bladzijden eene korte overweging vinden over eene of andere deugd, door Maria bijzonder beoefend, en daarbij een toepasselijk gebed. De reden, waarom wij in deze Noveen vooral de deugden 73 15
op u ik u
eens
\'alig-
3n.
oeder geef dvas-
322
der heilige Moedermaagd beschouwen, is de volgende: De zekerste waarborg van verhoord te worden en van te zullen verkrijgen wat men door Maria\'s voorspraak vraagt, bestaat daarin, dat men zijn leven verbetere en de deugden beoefene, waarin Maria ons bet voorbeeld beeft gegeven. De zuivering des harten en de verbetering des levens zijn dan de beste middelen om met vrnrht deze Noveen te houden. De bier volgende overwegingen en gebeden mogen daartoe dienstig zijn.
Daar de vruchten der Noveen en de verhooring van bet gebed grooten-deels afbangen van de gesteltenis, waarin de ziel zich bevindt, is het zeer raadzaam on doelmatig op den eersten en laatsten dag der .Noveen tot de heilige Sacramenten te naderen.
323
NOVEEN
Tlïll EE RE VAN
Onze Lieve Yroiiw van AltijËüreiiien Bijstanfl.
EERSTE DAG.
Maria\'s Altijddurenden Bijstand bevestigt ons in het geloof.
Beata quae crodidisti. Luc. I. 45, Zalig gij, die geloofd hebt!
OVERWEGING.
Geloop van Maria. — Het is door de trouwe beantwoording aan de genade en de beoefening der verhevenste deugden, dat Maria tot de onvergelijkelijke waardigheid van Moeder Gods verdiende verheven te worden; en deze hare verheffing en hare persoonlijke heiligheid zijn de hoofdoorzaken van haar verinogen op het hart van Jesns, haren Zoon,en de eerste gronden, waarom wij ons in haren Altijddurenden Bijstand kunnen verheugen.
Het geloof, dat het begin en de wortel is aller rechtvaardiging, is ook
324
de grondslag van Maria\'s deugden:
geheel liaar leven was een leven vau geloot\'. De jaren, welke zij in den tempel van Jerusalem doorbracht, sleet zij in een vurig en geloovig verlangen naar den beloofden Messias en aanhoudend herhaalde zij de gebeden der oudvaders en profeten. Hoe krachtig, hoe aangenaam aan God v/erden de verzuchtingen dier heiligen van het Oude Verbond in het hart en op de lippen van Maria! Welke geloovige aandoeningen ontroerden bare ziel, als zij hunne aanroepingen herhaalden : 0 Adonaï, o Verwachting van Israël, kom en haast u ons te verlossen! 0 Spruit van Jesse, Koning der volkeren, Luister des eeuwigen lichts. Zon van gerechtigheid, kom en verlicht ons die neerzitten in den schoot der duisternissen, in de scliaduwen des doods! o Heiland, Emmanuël, onze Koning en Wetgever, Verlangde der volkeren, onze Verlosser! vertoef niet langer.
Eéne genade vroeg de geloovige Maagd met bijzondere vurigheid, namelijk: den geboortedag te mogen
325
bcloven van haar,die doorGod uitverkoren was, om de Moeder van zijnen Zoon ts worden, en die lioog\'begunstigde Vrouwe en haar goddelijk Kind te mogen dienen. Nog wist zij niet, dat zij zelve, de gezegende onder de vrouwen, door God was uitgelezen om den Verlosser aan de wereld te schenken.
De volheid der tijden was mtusschen gekomen, de beloften des Hecren zouden vervuld worden. Doch God, die besloten had, door Maria de beloofde redding aan de wereld te bezorgen, wilde zich niet van haar bedienen als quot;van een noodzakelijk, zich zelf onbewust werktuig: door hare vrije daad, door hare vrijwillige medewerking zou zij ons het heil doen geworden. En die daad, waardoor Maria medewerkt tot onze verlossing, is eene oefening van bet heldhaftigste geloof. Dc aartsengel Gabriël verschijnt haar en openbaart haar het wonderbare geheim, dat God besloten heeft in haar te voltrekken. Maria\'s geest, hoe verlicht ook, kan dat geheim der menschwording niet doorgronden; zij kan niet
326
begrijpen hoe zij de Moeder zal zijn zonder op te houden Maagd te wezen. Maar gewillig geeft zij haren geest gevangen aan het geloof: zij aanbidt de raadsbesluiten van hem; aan wien niets onmogelijk is en geloovig roept zij uit: Zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord! Die medewerking, die onderwerping ontsluit de hemelen : het eeuwig Woord des Vaders daalt in haren vlekkeloozen schoot neder : het mensebdom heeft een Verlosser!
Hoe schittert verder haar geloof in den duisteren sta], waar Jesus geboren werd. In dat arme Kindje, zoo klein,zoo nederig en zoo zwak, erkent zij Gods eeniggeboren Zoon, in alles aan den Vader gelijk,denAlmachtigen Schepper van het heelal; zij ziet hem geboren worden, en zij gelooft dat bij de Eeuwige is; zij ziet hem in armoede en ontbering, en gelooft dat hij de Koning is van hemel en aarde; zij ziet hem machteloos op een handvol stroo in een dierenkrib uitgestrekt, en zij gelooft, dat hij de Almacht zelve is; zij ziet hem sprakeloos, en zij aanbidt
327
in hem de oneindige Wijsheid ; zij ziet zijne eerste tranen en hoort zijne eerste zuchten, en gelooft dat hij de vreugde is van Gods Engelen. (H. Al-phonsus. IIeerlijkh. van Maria, iv § 4.)
Nooit zal de schitterende glans van Maria\'s geloof verduisterd worden, maar aanhoudend vermeerderen, tot dat het zijn hoogsten en vurigsten gloed bereike onder het kruis op den Golgotha.
Toepassingen. — De heiligheid dei-Moeder is de spiegel der kinderen. Willen wij ware kinderen van Maria zijn, dan is het eerst en vooral noodig, dat wij haar in haren geest van geloof navolgen. Hoe vaak ontbreekt het ons aan geloof! Hoe dikwerf blijven wij niet stilstaan bij de bekoringen teffen
jl cn Ra quot; ®
ssijn ïzen.
t gelt de nets uit: mij ede-it de ders t ne-jser! jf in Dren ,zoo lods den jper iren
Deu i c\'e8\'eopeil\'3aarde waarheidlHoe dikwijls ^ I zij\'1 wij zei ven de oorzaak niet dier bekoringen door de lezing van ongodsdienstige, de geloofswaarheden bestrijdende boeken en dagbladen, door gesprekken tegen den godsdienst aan te hooren, door het dagelijks verwekken
en Ko-ziet
iroo zij
is; )idt
der akten van geloot\'en andere deug-
328
den te verzuimen! Nog meer misscliien ontbreekt het ons aan een werkdadig geloof, dat daarin bestaat, dat wij ons leven inrichten volgens de voorbeelden en de voorschriften van onzen s-odde-
O
lijken Verlosser en volgens de geboden en de wetten der Heilige Kerk. Want het is niet genoeg, dat onze geest de waarheden des geloofs erkenne en aan-neme, niet genoeg, dat God door het geloof in onzen geest zij, het is nog daarenboven noodzakelijk, dat hij de God zij onzes harten; en ditiis onmogelijk,tenzij ons leven beantwoorde aan deheiligezedeleervanonzen godsdienst, welke niet minder verplichtend is ?oor hethart dan hetgeloof voor den geest.— Nog verder moet de geest des geloofs ons kenmei\'ken in alle kwellingen, welke God ons laat overkomen, en ons Gods vaderhand doen erkennen en de raadsbesluiten zijner Voorzienigheid doen aanbidden in alle smarten en bitterheden, welke soms ons leven vergallen. Smeeken wij Maria, dat zij door haren Altijddurenden Bijstand ons de genade verwerve, om getrouw aan
329
het geloof te blijven en sieeds volgens de waarheden des geloof\'s te leven.
GEBED.
O machtige Moeder van Altijdduren-den Bijstand ! die, door de heldhaftigste beoefening van het geloof, de macht verkregen hebt om diezelfde deugd voor uwe kinderen te verwerven, verleen mij door uwe voorspraak en uwen bijstand een onwrikbaar geloof. Gij weet het, o Moeder! hoezeer deze deugd door de veelsoortige vij ui dén van onzen godsdienst wordt aangerand en aan hoevele gevaren mijn geloof is blootgesteld. Vermeerder dan mijn geloof, en geef, dat mijn hoovaardige geestzwijge,waar God heeft gesproken, en dat ik mij hechte aan de uitspraken der goddelijke wijsheid zonder naar de drogredenen eener ij dele, menschel ij ke wetenschap te luisteren. Doch vooral smeek ik u, dat gij mij leert gelooven en begrijpen met het hart. Ach! daar zijn zoovele waarheden,welke ik in werkelijkheid niet geloof. Het evangelie verzekert mij, dat de armen zalig ziju 73 15.
330
en zalig zij die lijden en treuren, en vervolging- lijden om de rechtvaardigheid; het verklaart mij, dat de gelukkigen der aarde en de rijken het wee Gods te vreezen hebben; dat ik den vrede des harten alleen in de verloochening van mij zeiven kan vinden. Daar begrijp ik niets van, o Moeder! en die waarheden zijn voor mij als waren zij niet. Geef mij dan een volgzaam, een geloovig hart, en leer mij door uwe voorspraak wat ik nooit bevatten zal door mij zeiven. Gebruik al de krachten van uwen Altijddurenden Bijstand, om mij volgens de zedeleer des Evangelies te doen leven, dan zal de fakkel van het heilig geloof nooit in mij uit-gebluscht worden; en verkrijg mij de onderwerping aan de raadsbesluitenvan Gods Voorzienigheid over mij, dan zal mijngeestnimmer morren noch opstaan tegen mijnen God en Schepper. Amen.
\\
IHerna bidt men negea malen- Jict Wees gegroet.
331
TWEEDE DAG.
Maria\'s Altijddurende Bijstand is do steun onzer hoop.
Adcamus ergo cum fiducia ad thronuin gratiffi, ut misericordiam conscqua-mur et gratiam inveniamus in auxilio opportuno. (Hebr. ir. 16.)
Laat ons dan met vertrouwen toetreden rot den troon der genade, opdat wij barmhartigheid mogen verkrijgen en genade vinden en hulp ter bekwamer tijd.
OVERWEGING,
Maria\'s Hoop. — Zoo vast Maria\'s g\'eloof was, zoo onwrikbaar was ook hare hoop. Smartvol waren de beproevingen, waaraan zij, ter wille van Jesus, onderworpen werd, en onbe-schrijfelijk de kwellingen, welke haar moederhart folterden; doch te midden van alle bitterheden bewaarde zij het edelmoedigst vertrouwen op God, of liever het steeg altijd in kracht, naarmate haar lijden vermeerderde. Laten we in onze overwegingen even stilstaan bij het Evangelisch verhaal eener ge-
332
beurtenis, welke ons de grootheid van Maria\'s Vertrouwen duidelijk zal aan-toonen.
Toen de Goddelijke Verlosser den leeftijd van nagenoeg dertig jaren bereikt had, werd er te Cana in Galilea een bruiloftsfeest gevierd, waarbij de heilige Maagd en ook Jesus met zijne eerste leerlingen waren uitgenoodigd. Gelukkig huwelijk, dat vereerd en geheiligd werd door de tegenwoordigheid van den Koning van hemel en aarde en zijner vlekkelooze Moeder! Nog waren de genoodigden aan tafel, toen men op eens bemerkte, dat de wijn ontbrak. Maria is te gevoelig en te medelijdend om deze teleurstelling en verlegenheid van het jeugdige echtpaar niet gewaar te worden, en zij is machtig g-enues: om in deze behoefte te voor-
O O
zien. Zij kent haren Zoon en zijne almacht, en ofschoon Jesus nog geen wonder in het openbaar gedaan heeft, wendt zij zich vertrouwend tot hem, en, verzekerd te zullen verkrijgen wat zij zal vragen, zegt zij hem: „Zij hebben geen wijn.quot; Zij behoeft haren
333
Zoon niet te bidden: zij geeft eenvoudig liaar verlangen te kennen, en hoopt en vertrouwt, dat er niets anders noodig is, om te verkrijgen wat zij begeert. De gunst, welke zij verlangt, is, blijkbaar een mirakel, dat is, eene gunst, die tot de uitoefening van Jesus\' apostelambt behoort en afhankelijk is van den wil des hemelschen Vaders. Jesus wil dit, vooral om de aanwezigen, doen gevoelen, en daarom antwoordt bij aan zijne Moeder, dat zijn uur nog niet is gekomen. Schijnbaar, zegt de H. Alphonsus. (Heerlij kit. van Maria. iv § 5.) weigert Jesus het verlangen zijner Moeder in te willigen, want zijn uur, de tijd zijner openbaring door mirakelen, is nog niet gekomen. Doch Maria kent haren Zoon en zij vertrouwt, dat baar verlangen voldaan zal worden, daarom zegt zij tot de bedienden: „Doet al, wat bij u zeggen zal.quot; En ziet! ter eere van zijne heilige Moeder wil Jesus den tijd zijner wonderwerken vervroegen; haar vertrouwen en hare machtige
334
voorspraak wijzigen, nis liet ware, de raadsbesluiten Gods; de ure van Maria wordt de ure van Jesus ; of liever, God wil hier zichtbaar te kennen geven, dat het in eeuwigheid door hem is vastgesteld, dat nooit iets geweigerd zal worden aan Maria\'s bede. En niet alleen voldoet Jesus aan het verlangen van Maria en beloont hij haar vertrouwen door het water iu wijn te veranderen ; maar hij wil haar verhooren op de uit--stekendste wijze, en door de hoeveelheid en de zeldzame hoedanigheid van dien wonderbaren wijn wil hij ons doen begrijpen, dat zijne milddadigheid geene grenzen kent, wanneer het er op aan komt de minste verlangens zijner Moeder te vervullen.
Toepassingen. — Ongevraagd voorziet Maria te Cana in eene lichte behoefte, hoeveel meer dan, zoo bemerkt de H. Alphonsus, {HeerLijkk. van Maria. i. 4° hoofdst. § 1.) zal zij bereid zijn ons te verhooren en bij te staan, wanneer wij haar met vurigheid om hare bescherming smeeken in onze zoo
veelsoortige noodwendigheden. Maar richten wij ons wezenlijk tot haar in onze behoeften ? Erkennen wij, dat zij, door de heldhaftige beoefening der hoop en van het vertrouwen, verdiend heeft de steun onzer hoop te worden en een troon van genade 1 Zijn wij wel overtuigd, dat wij, door op haar te vertrouwen, steeds barmhartigheid zullen vinden en gereeden bijstand ? 0 waarlijk! die zoo troostvolle overtuiging ontbreekt aan velen. Vandaar dat de troosteloosheid, de kleinmoedigheid, de bekoringen, de tegenspoed, de angstvalligheden van het geweten, de beproevingen van allerlei aard niet zelden een onredelijk mistrouwen in de ziel voortbrengen en het hart in eene soort van vertwijfeling, aan wan hoop grenzend, doen wegzinken. Kenden wij Maria beter, wisten wij vertrouwend ons te werpen in de armen barer moederlijke goedertierenheid, dan zoude zulks nimmer gebeuren. Wij moeten dan zorgen in allo kwellingen en bitterheden, in alle mistroostigheid en zielsverlatenheid, in
336
alle lichamelijke smarten en in alle aardsche teleurstellingen tot Maria te gaan, en zeker zal zij door hare voorspraak en haren Altijddurenden Bijstand do hoop in onze ziel verlevendigen en het vertrouwen in ons hart doen wederkeeren. Deze gunst kan men haar vragen door het volgende gebed.
GEBED.
ü machtige en goedertieren Moeder van Altijddurenden Bijstand !gij kent den treurigen toestand mijner ziel en gij ziet hoe weinig ik nog gelijkvormig ben aan u. Zoo spoedig is mijne ziel neergeslagen en ontmoedigd; bij de minste beproevingen is zij ontroerd en vervalt zij in treurigheid en mistrouwen; de gedachte aan mijne vroegere zonden, het bewustzijn mijner tegenwoordige zwakheid, de vrees voor de toekomst, alles spant samen om mijn vertrouwen te schokken en mij de hoop te ontnemen. Geene kwelling-kan mij overkomen, geene smart mij aangrijpen, geen kruis op mij druk-
337
ken, zonder dat ik moedeloos het hoofd laat hangen. Maar ik wil mijne schuld bekennen, o machtige Vrouwe ! en, neergeknield voor uwe heilige beeltenis, wil ik belijden, dat ik zelf de oorzaak er van ben, dat mijn toestand mij vaak liopeloos toeschijnt. Kende ik u niet, o Moeder ! en wist ik niet, dat gij aanhoudend bereid zijt, mij de zalige werking-van uwen Altijddurenden Bijstand te doen gevoelen, dan ware ik te verontschuldigen. Doch, helaas ! ik heb u vergeten, en onvoorzichtig heb ik verzuimd tot u mijne toevlucht te nemen, aan u het vertrouwen, die mij ontbreken, en de hoop, te vragen. Daarom alleen ben ik in neerslachtigheid, in moedelocsheid en in eene soort van vertwijfeling vervallen. Nu echter richt ik mij tot u, en voortaan wil ik mij blijven wenden tot u, o goedertierene Moeder ! om u te smeeken dat uw machtige en Altijddurende Bijstand de steun zij mijner hoop op God en de grondslag van mijn vertrouwen op u. Gij
338
zult mij staande houden, ik vertrouw zulks, in alle kwellingen en beproevingen, welke God mij zal overzenden, en mij niet verlaten, totdat gij mij zalig in uw gezelschap in den hemel ziet. Amen.
Hierna bidt men nerjen malen het Wees gegroet.
339
DERDE DAG.
Marias Altijddurende Bijstand, ontsteekt in ons hart het vuur der goddelijke liefde.
Exultavit spiritus meus in Deo salutari meo. Luc. i. 47.
Mijn geest heeft zieh verheugd in God, mijnen Zaligmaker.
OVERWEGING.
Liefde va\\ Maria, tot God. — Ofschoon God oneindig gelukzalig- is in zich zeiven, wil hij toch door do meuschen bemind worden, en daarom heeft hij hun het groots gebod dei-liefde gegeven : „Gij zult den Heer uwen God beminnen uit geheel uw hart, uit geheel uw verstand, uit al uwe krachten.quot; Maria, de vJekkelooze Moedermaagd, is liet eenige schepsel, zoo bemerkt de H. Alphonsus, Heer-lljkh. can Maria, iv. § 2.) dat gelukkig genoeg- geweest is, om, reeds hier op aarde, dat g-roote gebod in al deszelf\'s omvang te vervullen en
340
God te beminnen gelijk hij door ons bemind wil worden. Haar hart was vrij van alle zondesmet en ledig en rein van alle gehechtheid aan de schepselen, en daarom werd het volkomen door den Schepper vervuld. Eeeds bier op aarde beminde zij God in waarheid uit geheel haar verstand : want haar geest was niet, gelijk de onze, door de zonde beneveld en verduisterd; en zij beminde haren God met eene liefde, die volmaakt geëvenredigd was aan de verheven kennis, welke zij van zijne eindelooze grootheid bezat. Zij beminde God uit geheel haren wil en uit al bare krachten, zoodat al hare gedachten, al bare gevoelens en al hare handelingen God alleen tot voorwerp hadden.
Doch als reeds op aarde hare liefde tot God zoo vurig was, dat de Serafijnen uit den hemel hadden kunnen neerdalen om van Maria te leeren, wat het beteekent God te beminnen, hoeveel vuriger zal dan nu die liefdegloed wezen, nu zij is opgenomen in de glorie ! Nu bezit, nu geniet, nu
341
aanschouwt zij van aanschiju lot aanschijn dien oneindigen God, en ziet hem, niet door het nevellicht dezer geschapen wereld, maar in de toevloeiing van een goddelijken lichtstroom, die haar geheel en al doorstraalt en omgloeit. Alet eene klaarheid, niet aan de Engelen gegeven, ziet zij de onuitsprekelijke volmaaktheden Gods en dringt zij door in de geheimen van zijn goddelijk wezen. En onder de bestraling van dien hemelschen lichtgloed wordt in hare ziel een onbegrijpelijk liefdevuur ontstoken. Gelijk het ijzer in den oven zich verbindt met het vuur, evenzoo wordt Maria door den gloed der goddelijke liefde doordrongen. Al de vermogens barer ziel verheugen zich in God, haren Zaligmaker, dien zij bezit en geniet op de innigste wijze. Want in de glorie, in de hemelsche vereeniging met God, heeft Maria\'i: minnende ziel, wier rusteloos streven steeds was God te bezitten, haar rustpunt gevonden. Al h^re verlangens zijn vervuld, al hare wenschen vol-
342
daan: de Oneindige zelf verzadigt haar hart!
Maar als nu Maria in den hemel de belooning ontvangt voor de liefde, welke zij op aarde God heeft toegedragen ; als haar geest in voortdurende verrukking is door de kennis van de volmaaktheden der eeuwige waarheid, als haar innigste zielsgevoel als verslonden is in de volmaakte vereeniging met de onver-o-ankeliike schoonheid : als haar wil bevestigd is in het onverstoorbaar bezit van het opperste goed ; — o voorzeker! dan moet zij wel wensehen, dat de liefde tot God in alle zielen heersche, dan moet zij wel al haren moederlijken invloed gebruiken, om door haren Altijddurenden Bijstand het vuur der heilige liefde in onze harten te ontsteken.
Toepassingen. — Indien wij onze liefde tot God vergelijken met die van Maria, zal het ons duidelijk worden, dat er veel aan onze liefde ontbreekt. Hebben wij al de vermogens, al de (jeneo-enheden onzer ziel aan God toe-
O O
343
gewijd, sedert wij in staat waren hem te kennen 1 Moeten wij niet treuren en met Augustinus uitroepen : Te laat heb ik u gekend, te laat u bemind, o eeuwige Schoonheid! En toch, God alleen verdient onze genegenheid, en niets verdient onze achting tenzij datgene wat ons tot zijne heilige liefde kan voeren. En dan, hoevele christenen, die God jaren lang gekend en bemind hebben, vergeten later zijne liefde en openen hun hart voor de zonde ! Behoor ik zelf niet tot liet getal dier ongelukkigen ? Voorwaar, dan ben ik te beklagen, en dan kan ik niet beter doen dan mij te werpen in de armen der Moeder van Altijddnrenden Bijstand. Zij kan, zij zal mij helpen en mij de onwaardeerbare parel der goddelijke liefde doen ondervinden. —Doch al getuigt mijn geweten mij ook, dat ik getrouw ben gebleven tot hiertoe, en dat ik met allen grond kan verhopen, dat ik in Gods genade en liefde leef, dan moet ik nog beven voor de toekomst. Hoevelen, die braver waren
344
dan ik het ben, zijn gevallen en hebben God den rug toegekeerd i Hun ongeluk moet mij wijzer maken en mij de middelen doen gebruiken om in Gods liefde te volharden. Daarom wil ik voortaan mijne driften met meer zorg bewaken en met meer edelmoedigheid bestrijden, alle vrijwillige gevaren en gelegenheden tot zonde vermijden, dikwijls oefeningen van liefde verwekken, door het waardig ontvangen der H.H. Sacramenten mij sterken en dagelijks mij aanbevelen aan den Al vermogenden ea Altijddu-renden Bijstand van de Moeder der schoone liefde.
GE II Hl).
Met een onbeperkt vertrouwen bezield, werp ik mij heden neder voor uwe dierbare beeltenis, o Moeder van Altijddureuden Bijstand; om u de edelste aller gaven at te smeeken. Zoo vurig hebt gij uwen God en uw goddelijk kind Jesus, onzen Verlosser, op aarde bemind, zoo innig zijt gij
345
met hem in de glorie vereenigd, dat men kan zeggen dat uw liefde volmaakt is. En zie, o lieve Moeder! ik zoude dien barmhartigen God en dien zoeten Jesus tocli ook zoo gaarne beminnen uit geheel mijn hart. uit heel mijn verstand en uit al mijne krachten. Maar mijne liefde is onvolmaakt en gebrekkig ; zij kan noch u noch mij bevredigen. Mijn geest laat zich verblinden en misleiden door de schepselen; mijn hart klopt niet voor Jesus alleen; en de krachten en vermogens mijner ziel zijn niet toegewijd aan zijne liefde. Gaarne wil ik dat alles veranderen en vurig wensch ik dat er geen vezeltje in mijn hart gevonden worde, dat trille van eene andere liefde dan van de liefde tot Jesus, uwen Zoon en mijn Verlosser. Doch gij kent mijne onmacht, o Moeder ! door mij zeiven, gij weet het, vermag ik niets. U echter is niets onmogelijk. In de koudste harten kunt gij een heilig en onuitbluschbaar liefdevuur ontsteken; de ongevoeligste zielen kunt gij een brandpunt 73 id
346
doen worden der goddelijke liefde. Toon dan, o zoete Moeder! de grootheid uwer macht in mij, uw nederigen dienaar: verwerf mij door uwen Al-tijddurenden Bijstand de genade om mijn Jesus oprecht te beminnen. Verdrijf uit mijn gemoed alles wat dier liefde in den weg staat en vervorm mijn hart dermate, dat het voortaan een beeld zij en blijve van het uwe. Daal dan, o goddelijke, o hemelsche liefde ! daal in mijne ziel; ik wil u opnemen in mijn hart en daarin u bewaren gedurende geheel mijn leven, niet door mij zei ven, maar door uwe voorspraak, o Maria ! en door uwen Altijddurenden Bijstand: Amen.
Hierna hull men negenmaal het Wees gegroet.
347
VIERDE DAG.
Maria\'s-Altijddurende Bijstand verkrijgt ons de genade om kuisch volgens onzen staat te leven.
O qunm pulchra egt, casta generation
Sap. it, I O hoe schoon is een kruisch geslacht.
OVERWEGING.
Mama\'s kuisciiheid. — Het heilige lichaam van Maria, dat bestemd was om de tempel te worden der vleesch-geworden Wijsheid, het werktuig van den H. Geest, de zetel van de kracht des AUerhoogsten, moest ook de troon wezen der heiligste en volmaaktste zuiverheid. Zij was voorbeschikt tot de onvergelijkelijke waardigheid van Moeder G!ods, en daarom betaamde het, zegt de H. Anselraus, [deconc. Virg.) en na hem de H. Alphonsus, {Leerrede over de Onb. Ont . van Maria, i.) dat die gelukzalige Maagd door zulk eene zuiverheid zoude uitschitteren, dat meu na God zich geene grootere
348
zou kunnen voorstellen. De lelieblanke deugd, de volmaaktste kuiselihuid vormt Jan ook bet boof\'dkenteeken, het karakter van Maria : geene barer deugden verdient meer onze bewondering, geene deugd beeft zij meer liefgehad ; geene deugd beeft baar voor Gods oogen zoo beminnelijk gemaakt; want, gelijk de H. Bernardusopinerkt, het is door bare zuiverheid, dat dj be-hagelijk was en welgevallig voor God; het is door die verheven deugd, dat zij de wegen voorbereidde tot de nederda-ling van Gods Zoon in haren schoot.
Voorzeker, God bad aan Mar.\'.a de gaaf der kuiscbheid op de verhevenste en voortreffelijkste wijze medegedeeld. Zuiver en vlekkeloos was hare Ontvangenis en zoozeer was Maria in de genade bevestigd, dat zij nimmer zoude zondigen. De buitengewone genade, de hemelsche dauw, die over haar is uitgestort, heeft het vuur der kwade begeerlijkheid niet slechts gematigd en getemperd in haar, maar volkomen ge-bluscht en uitgedoofd: dat wil zeggen, heeft haar niet slechts behoed voor
349
kwade werken, welke de brand zijn, dien die begeerlijkheid ontsteekt; heeft niet alleen de kwade begeerten, welke de vlammen, en de kwade geneigdheden, die de vuurgloed zijn dier begeerlijkheid, maar het brandpunt zelf, — fomes peccaii; — den diepsten wortel, de eerste oorzaak van het kwaad of de zonden weggenomen. Maria kende dus niet den opstand van het vleesch tegen den geest en wat vrij van de bekoringen, welke ons herhaaldelijk aangrijpen. Maar ofschoon zij ongenaakbaar was voor alles was haren geest of haar hart bezoedelen kon, leefde zij toch, ons ten voorbeeld, in de grootste bezorgdheid en omzichtigheid: volkomen van de wereld gescheiden, bevestigde zij haren wil door eene eeuwige belofte in de liefde tot de kuischheid, wendde alle middelen tegen de zonde aan, die men aan het zwakste schepsel zoude kunnen voorschrijven. Haar hart bewaakte zij met de meeste zorg, als ware zij aan de grootste gevaren blootgesteld, zij veroordeelde zich zelve tot een eenzaam en afgezonderd leven,
350
alsof zij de verleiding der wereld te vreezen had; zij wapende zich zelve onophoudelijk met het onoverwinbare wapen des gebeds; als hadde zij het ergste te duchten van de woede des duivels; zij beheersehte hare faunen door het vasten eu de versterving, als moest zij derzei ver opstand vreezen.
Onbegrijpelijk is de glorie, welke Maria door deze deugd heeft verworven; boven alle Engelen en Heiligen is zij verheven; de koren der maagden begroeten haar als aller koningin; en alle kuische zielen hier op aarde vereeren haar als hetvolmaaktst e toonbeeld en als de machtigste bescliermster der kuisch-heid. Want door bare liefde voor deze engelachtige deugd en door hare bezorgdheid om ze ongeschonden te bewa-ren heeftMaria de macht verkregen om door haren Altijddurenden Bijstand, de genade en de gaaf der kuischheid voor hare vereerders te verkrijgen.
Toepassingen. — Was de kuischheid in Maria\'s oogen de schoonste aller deugden, dan moeten ook wij deze deugd beschouwen als het edelst sieraad
351
onzer ziel. Niet allen, het is waar, zijn geroepen om in deu maagdelijken staat te leven; maar allen, zonder uitzondering, moeten de zuiverheid volgens Inumeri staat bewaren; en allen moeten daartoe de middelen gebruiken naar het voorbeeld van Maria. En indien ik mij zei ven plioli tig bevind aan vele overtredingen dezer zoo teedere deugd, dan is het, volgens de bemerking van den H. Alphonsus, (U eerlij kit. van Maria. iv. § 6.) aan niets anders toe te schrijven dan aan de verwaar-Joozing dier middelen. Ik wil dan, ten einde mij Maria\'s Altijddurenden Bijstand te verzekeren, mij voornemen, voortaan met meer zorg te waken over mijne gedachten en mijne verbeelding, over mijne geneigdheden en mijne begeerten,en vooral over mijne zintuigen, wijl deze de deuren zijn, waardoor de dood in mijne ziel binnensluipt. Tevens wil ik alle strikken, welke de wereld mij spant, ontvluchten en edelmoedig zekere spelen, vermaken, gezelschappen en personen vermijden, welke, gelijk de ondervinding mij geleerd
352
heeft, mij gevaarlijk zijn. Vooral echter erken ik de noodzakelijkheid, van in alle bekoringen mijne toevlucht door het gebed te nemen tot Jesus en tot Maria, omdat ik niet door mij zeiven, maar eenig en alleen door Gods genade en Maria\'s bijstand, kuisch en zuiver volgens mijnen staat kan leven. En dikwijls wil ik waardig tot de ïï. Sacramenten naderen, om daardoor aan te vullen wat er ontbreekt aan mijne zwakheid.
GEBED.
0 kuiscbe Maagd, o vlekkelooze Moeder Maria ! ik begrijp dat ik niet kan rekenen op uwen Altijddurenden Bijstand, tenzij ik mij dien waardig make door uwe deugden na te volgen. En wijl gij geene deugd meer op prijs gesteld hebt dan de engelachtige kuisch-heid, is er ook geene, welke mij uwen Bijstand zoo verzekeren kan als deze. Maar, helaas! wat al smetten zijn er op mijne ziel en aan hoe vele overtredingen dezer deugd heb ik mij schuldig gemaakt! Doe mij dan, o Moeder, door uwe voorspraak het verledene uit-
353
wisschen en sterk mij in de toekomst. Grij weet aan hoe veelsoortige gevaren ik ben blootgesteld, hoevele woedende vijanden mij omgeven, wat diepe zwakheid er woont in mijn hart, en hoede prikkel der booze begeerlijkheid mij aanhoudend tot zonden aanzet. Kuische Maagd! bewaar uw kind, en duld niei. dat ik nogmaals bezwijke. Verleen mij uwen machtigen bijstand: daarmede wil ik gaarne medewerken, en ik beloof u, dat ik, door de edelmoedige beheer-sching van mij zelven en door het aanwenden aller middelen, welke te mijner beschikking zijn, u zoo tevreden zal stellen, dat het u nooit spijten zal mij uwen moederlijken bijstand geschonken te hebben. Bewaar deze goede bedoelingen, o Moeder! en deze heilige voornemens in mijn hart, en geef dat ik door een kuisch en vlekkeloos leven mij uwe grootste gunsten waardig make op aarde en daardoor verdiene eens tot de aanschouwing Gods toegelaten te worden in den hemel. Amen.
Hierna Udt men negen malen het Wees gegroet.
73 10.
354
VIJFDE DAG.
Maria bezorgt ons door haren Al-
tijddurenden Bijstand den geest des gebeds.
Eraut perseverantes unanimiter in oratione... ouin Maria matre Jesu. Act. Aposl. I. 14.
Allen waren eendrachtiglijk volhavdende in het gobed... met Maria, de Moeder van Jesus.
OVERWEGING.
Geest des gebeds in maria. — Vrij mogen wij zeggen met den H. Alphonsus {Beerlijkh. v. Maria,, xv. § 10.) dat geheel het leven van Maria geheiligd was en toegewijd aan God door het gebed. Van af het eerste oogenblik harer Onbevlekte Ontvangenis bezat zij het volmaakte gebruik der rede, en naarmate haar geest door eene verhevener kennis van God verlicht was, streefde haar hart met grootere vurigheid naar dat hoogste goed, welks beminnelijkheid zij zoo wel erkende. De jaren harer kindsheid en eerste jeugd sleet zij verre
355
van de verstrooiingen der wereld in de eenzaamheid van Jerusalems tempel en ai de gedacliteii van haren geest, al de geneigdheden haars harten waren eenig en alleen voor haren God. Door de teedere vurigheid harer verzuchtingen bespoedigde zij, gelijk vele Heiligen leeren, de voltrekking van het geheim der menschwording van Gods Woord, en ter liefde van Maria, zegt de H. Alphonsus (Leer-rede over de opdracht van Maria, n.) verhaastte de goddelijke Verlosser het uur zijner nederdaling op aarde. Doch het was voornamelijk na Jesus\' geboorte, dat Maria\'s leven een ononderbroken gebed was. O wonderbaar en gelukkig verkeer van Maria met Jesus, haar Kind, haren God en haar Verlosser! Ach! hoe gevoelt de zuivere Moedermaagd zich aanhoudend getroffen en aangedaan op het gezicht van dien Godmensch, die haar gehoorzaamt en met wien zij zoo gemeenzaam en vertrouwelijk mag omgaan ! Elke dienst, dien zij hem bewijst, is eene akte van vereering en
356
aanbidding, eene oefening der hoogste godsvrucbt. De vermoeienissen, welke zij ondergaat, om Jesus te voeden, te verplegen en te beschermen, zijn zoo vele offeranden, welke de zuiverste liefde tot God voor beginsel hebben. Hare vragen, aan Jesus gericht, zijn vurige gebeden ; hare samenspraken met Hem zijn verbeven meditatiën; de liefkoozingen, welke zij hem geeft, zijn vervoeringen van hemelsche liefde; de inwendige vreugde, welke zij smaakt als zij Jesus mag omhelzen, als zij hem zoo lief onder hare oogen ziet opgroeien, zijn verrukkingen der allerhoogste bespiegeling. En elke blik van Jesus op Maria is een vurige liefdeschicht, elk antwoord eene goddelijke inspraak, elk woord een woord van genade en van leven, ds ziel van Maria doordringend, om haar meer en meer te zuiveren, te heiligen en te vergoddelijken. En dat hemelsch leven van Maria in het gezelschap van Jesus, dat meer dan engelachtig verkeer met Jesus duurde drie en dertig jaren. Na Jesus\'smart-
357
vollen kruisdood zien wij haar met de Apostelen en leerlingen in de eetzaal van Jerusalem, om daar de neder-daling des H. Geestes te verbeiden in stille eenzaamheid en in vurig gobed. En in de jaren, die zij tot troost der Apostelen, tot leering der Evangelisten, tot aanmoediging der eerste geloovigen nog doorbracht op aarde, was haar leven niets anders dan eene lange verzuchting naar haren God en haar Kind, en haar dood was de bekroning van zulk een leven, was eene zoo vurige vervoering van liefde, en zoo gloeiend verlangen naar God, dat hare ziel daardoor van het lichaam gescheiden werd. Nu zetelt Maria op haren troon naast Jesus, haar Kind in de glorie des hemels. Daar vermag zij alles door haar gebed: daar offert zij onophoudelijk de verdiensten van haar gebed op aarde voor ons, hare kinderen, op; daar stelt zij geen einde aan hare smeekingen, om ons de genaden te verwerven, waaraan wij behoefte hebben, en vooral om ons den geest
358
des gebeds te verkrijgen, die de waarborg is van alle andere gaven en het onderpand onzer zaligheid.
Toepassingen. — Niets kunnen Maria\'s smeekingen ons baten, als wij ons gebed met het hare niet vereenigen en den geest des gebeds niet zoeken te verwerven volgens het voorbeeld, dat zij ons daarvan gegeven heeft. Die geest vordert niet alleen, dat wij op de gestelde tijden onze smeekingen aan God opdragen ; dat wij, bij voorbeeld, des morgens en des avonds ons gebed verrichten, dat wij in bijzondere omstandigheden en moeielijkheden des levens tot God gaan; dat wij de Zon- en Feestdagen als ware christenen heiligen; maar dat wij in eene voortdurende vereeniging met God leven; dikwijls en gaarne en als onwillekeurig aan God denken; door herhaalde schietgebeden en vurige verzuchtingen onzen geest tot God verheffen, door het onderhouden der eens door ons aangenomen devotiën onze gehechtheid aan God betuigen; die geest vordert al verder dat wij in de be-
359
proevingen, ziekten en wederwaardigheden des levens onzen troost bij God en bij Jesus\' kruis zoeken, en vooral dat wij steeds letten op de goede intentie of zuiverheid van meening in al onze werken. Dikwijls klagen wij dat God ons niet verhoort en dat wij door Hem verlaten worden. Moeten wij dat niet aan ons zeiven, aan het gemis van den geest des gebeds toeschrijven ? Hoe vaak gebeurt het niet, dat deze geest ons geheel vreemd is; dat zelfs de gebeden, welke wij storten, niet opgaan tot God, omdat zij niet met de noodige gesteldheid om verhooring te kunnen vinden, verricht worden, en het hart al te dikwijls er geen deel aanheeft? Vragen wij dan de Moeder van Altijdduren-den Bijstand, dat zij den geest des gebeds voor ons verkrijge.
GEBED.
Ik kan mij niet beklagen, o goedertieren Moeder Maria! dat ik zoo weinig genaden en gunsten van den
360
hemel vertrijg, en dat ik door mijn gebed zoo zelden de bevrijding van eene of andere geestelijke of tijdelijke beproeving verwerf. quot;Want hoe onbeduidend is mijn bidden en hoezeer mis ik den geest van gebed ! Meestal heb ik mij tevreden gesteld met vluchtig en haastig een gebed te spreken, maar het was onbezield en levenloos, omdat, terwijl mijne lippen baden, mijn geest en mijn hart verre waren van God. Voortaan, o Moeder, zal ik meer verkrijgen, omdat ik u getrouwer zal navolgen Heb ik vroeger zelden en met lauwheid en verstrooidheid gebeden, voortaan zal ik bidden met vurigheid en aandrang, opdat God verleene aan mijne standvastigheid wat Hij mij om mijne onwaardigheid zoude kunnen weigeren. Verleen mij ook de genade, van voortaan gaarne aan Jesns te denken en mij met Hem te onderhouden ; geef dat ik voortaan door schietgebeden mijne dagen en door eene zuivere meening al mijne handelingen heilige; geef mij den goeden wil, om dik-
361
wijls een weinig tijds op mijne gewone bezigheden uit te zuinigen, ten einde dien toe te wijden aan God en aan mijne ziel door het bijwonen der H. Mis, door het bidden van den rozenkrans en het nagaan van de statiën van den Kruisweg; maar geef vooral dat ik steeds in de bekoring mij wende tot Jesus en tot u, o Moeder van Altijddurenden Bijstand. Amen.
Hierna bidt men negen malen het Wees gegroet.
362
ZESDE DAG.
Maria\'s Altijddurende Bystand is een krachtig\' hulpmiddel tot een godvruchtig- leven.
Pietas ad omnia utilis est. I Tim. iv. 8.
De godsvrucht is tot alles nuttig,
OVERWEGING.
Maria, het toonbeeld van een godvruchtig leven. — De ware godsvrucht is niets anders dan het oprechte verlangen en de voortdurende ijver om, door godsdienstige oefeningen, aan God de vereering en de hulde te betuigen, welke Hem toekomen. Hoe dieper \'s menschen geest in de kennis van God ingaat, hoe beter men de noodzakelijkheid dier hulde en dier vereering erkent; daarom is het een onmisbaar vereischte voor deware godsvrucht, dat zij verlicht en gegrond zij op de kennis van God en zijne volmaaktheden. Maria stelde zich niet tevreden met het bovennatuurlijk licht,
i
3G3
haar door de genade des H. Geestes ingestort; het was haar rusteloos streven die oorspronkelijke kennis van God nog te ontwikkelen door de lezing der Heilige Boeken en door de overweging vau Gods grootheden. Nog meer legde zij zich er op toe, Jesus, het goddelijk toonbeeld aller deugden, te beschouwen, met de meeste zorgvuldigheid al zijne woorden op te vangen en al zijne handelingen gade te slaan, ten einde die te bewaren in haar hart en daarvan den regel baars levens en van haar gedrag te maken. Op die wijze verkreeg Maria de hoogste rijkdommen der godsvrucht.
En deze deugd had in de zalige Moedermaagd niets stootends: hare godsvrucht was zonder gemaaktheid, zonder bitterheid voor anderen. Naar den uitwendigen schijn was haar leven gewoon en volstrekt niet in het oog loopend ; maar in \'t geheim van hare ziel streefde zij naar de verhevenste volmaaktheid. Als men de bijzonderheden haars levens beschouwt, zoude men zeggen dat zij niet uitschijnt
364
boven anderen, \'tis overal de eenvoudigheid der duif. Als kind in Jeru-salenas tempel, als bruid en als moeder schijnt zij in alles aan andere dienaren en dienaressen Grods gelijkvormig. De vurige gloed harer godsvrucht en baar buitengewone vooruitgang op de wegen der heiligheid blijven verborgen onder den zedigen sluier van een gewoon leven. Hare huiselijke bezigheden, hare dagelijksche verplichtingen, hare liefdewerken jegens hare nicht Blisa-beth en jegens andere personen, beletten hare godvrucht niet, maar ont-leenen daaraan bare waarde en haren luister. Het is dan ook niet te verwonderen, dat deze deugd, welke de belofte van het tegenwoordige en van het toekomende leven heeft ontvangen, zoo rijke zegeningen voor Maria opleverde. Reeds gedurende haar sterfelijk leven werd de godvruchtige Maagd met de uitstekendste gaven en genadegunsten als overladen en nam God zijn behagen er in op onuitsprekelijk innige wijze zich met haar te vereenigen. Doch deze ver-
365
eeniging in den tijd was nauwelijks eene schaduw der belooning, die haar wachtte in de glorie en die zoozper onze gedachten te bovengaat, dat wij in eeuwigheid niet verzadigd zullen worden door derzelver beschouwing. Die belooning is de grondslag harer macht en het zeker onderpand, dat zij instaat is door haren Altijddurenden Bijstand ons de gaaf der godsvrucht te bezorgen.
Toepassingen. — Maar al te dikwijls gebeurt het in de wereld, dat de godsvrucht weinig verlicht is en ongeregeld. Velen zijn er die de wezenlijke verplichtingen van hunnen staat verwaarloozen om zich bezig te houden met oefeningen en devotiën, welke niets ander zijn dan bijzaken; velen die zulke vrijwillige oefeningen voor niets ter wereld zullen nalaten en die van eene andere zijde toegeven aan hunne hartstochten. Zoo deden de Phariscën: maar Jesus sprak zijn goddelijk wee over hen uit, omdat, terwijl zij stipt waren in het oppervlakkige, zij de gewichtigste voor-
366
schriften der wet overtraden. De grondslag aller ware godsvrucht is het volbrengen van den wil des Vaders, die in de hemelen is. — Daar 2iijn er anderen, die een godvruchtig leven willen doen samengaan met een leven volgens den geest en de grondstellingen der wereld, en wier gemoed openstaat voor de liefde voor de wereld en hare verlustigingen. Zij werpen zich in de grootste gevaren en stellen zich bloot aan alle verleiding. Des morgens zullen zij de H. Mis bijwonen, en des avonds in een wereldsch gezelschap verschijnen; dagelijks den rozenkrans bidden en dagelijks ook gevaarlijke boeken lezen. Dezulken willen de eene helft van het hart aan de wereld, de andere helft aan God geven; doch zij vergeten dat \'s menschen hart te klein is om tevens God en de wereld te bevatten en zij denken niet aan de uitspraak des Heeren, dat er even weinig overeenkomst bestaat tusschen Christus en Belial, tusschen God en de wereld, als tusschen het licht en de duisternis. — Nog anderen worden
367
er gevonden, die in hunne oefeningen van godsvrucht niet God en Zijn welbehagen, maar zich zeiven en hunne eigene voldoening zoeken, en die daardoor alle bovennatuurlijke verdiensten aan hunne daden en handelingen doen ontvallen. En omdat zij God niet beoogen , gebeurt het menigmaal, dat zij.uit menschelijk opzicht,of om andere teleurstellingen hunner eigenliefde,aan hunne godvruchtige oefeningen vaarwel zeggen enhunnegoede werken laten varen. Men onderscheidt zicli als lid eener vereeniging van liefdadigheid of in het bezoeken van arme zieken; men leent zijne medewerking aan alle goede instellingen: doch die ijver steunt op de lofspraken en de bewondering van anderen ; van daar dat de minste onaangenaamheid, eene lichte versterving, een voorbijgaand woordje van afkeuring aan al dat goede een einde maken. — Wederom anderen volbrengen hunne oefeningen van godsvrucht uit loutere gewoonte, zonder nadenken, zonder ingetogenheid, zonder aandacht; zij spreken tot God met
368
hunne lippen, maar het hart is verre van Hem verwijderd; doch zulke levenlooze godsvrucht kan aan het gebed geene kracht geven om ten hemel op te stijgen.
Ik wil heden onderzoeken of mijne godsvrucht niet op eene of andere wijze vervalscht wordt, en of de daar aangegeven kenteekenen niet in haar worden gevonden, en daarna wil ik mij wenden tot Jesus\' Mosder, om door haren Altijddurenden Bijstand de gaaf der godsvrucht te verkrijgen.
GEBED.
Treurig kom ik tot U, o Moeder van Altijddurenden Bijstand! wantik moet erkennen dat vele deugden, die ik meende beoefend te hebben, en dat vele mijner godvruchtige oefeningen niets geweest zijn dan eene loutere schijn en eene schaduw van deugd. Hoe heb ik mij zeiven toch zoo kunnen verblinden! Ik hechtte mij aan het oppervlakkige en verloor het wezenlijke uit het oog en mijn eigen
369
wil stelde ik maar al te dikwijls in de plaats van Gods welbehagen ! Daarenboven meende ik, althans mijne daden getuigen zulks, God en de wereld te kunnen voldoen ; godvruchtig te kunnen leven zonder de wereld te vluchten en te haten. Dwaasheid, die ik nooit genoeg kan betreuren! En wat misschien nog erger is, o Maria ! is, dat schier al mijne goede werken en godvruchtige oefeningen aangestoken en grootelijks weggeknaagd zijn door de eigenliefde en eene valsche zelfzucht. In plaats van bovennatuurlijk leven vind ik in mijne godsvrucht niets dan nalatigheid en koelheid. Het is waar, ik bid veel, maar mijn hart bidt niet mede; dagelijks verschijn ik in de kerk, ben tegenwoordig in de H. Mis en dikwijls communiceer ik, maar ach! hoe levenloos en onaandachtig! wekelijks verschijn ik voor den biechtvader, maar, helaas ! meer uit gewoonte dan om mij te verbeteren; herhaaldelijk aanhoor ik Gods woord, maar het vermurwt mijne ziel niet. Doch nu gevoel ik het; ik moet, ik wil dat 73 17
370
alles veranderen, en ik vertrouw, o Moeder, dat uw Altijddurende Bijstand mij zal sterken in het streven naar de godsvrucht. Leer mij bidden, o Moeder! en sterk mij, om voortaan de wegen der godsvrucht op waardige wijze en naar uw voorbeeld te bewandelen, opdat geheel mijn leven strekke tot Tereering en verheerlijking van God, aan wien alleen alle eer en glorie toekomt. Amen.
Hierna lidl men negen malen het Wees gegroet.
371
ZEVENDE DAG.
Maria bezorgt ons door haren Altijd-durenden Bijstand het geduld in het lijden en in de beproevingen dezes levens.
Doler meus in conspectu meo semper.
Ps. xxxvii. 18.
Mijne smart is altijd voor mijn© oog\'en.
OVERWEGING,
Maria s lijden. — Het is een algemeen onder de godgeleerden aangenomen beginsel, dat God, ter verheerlijking van de Heiligen, zijne vrienden, ons door hunne voorspraak vooral die deugden verleent,waarin zij zei ven hebben uitgeschenen en die zij met meer volmaaktheid beoefend hebben. Voorzeker, alle deugden zijn door Maria beoefend en beoefend op de volmaaktste wijze, en daarom is zij de alge-meene Beschermster der christenenlm verkrijgen wij door hare voorspraak alle goede gaven van onzen barmhartigen wod. Inzonderheid echter wordt haar
372
leven gekenmerkt en als beheersclit door het lijden; de kroon der smarten heeft nooit haar hoofd verlaten: zij heeft die gedragen met onovertrefbaar geduld en al de dagen baars levens vond zij de gelegenheid om zich te verzadigen met de wellusten des lijdens ; daarom heeft zij dan ook verdiend de Moeder te worden van het heilige geduld en der lijdzaamheid.
Haar leven, zegt de H. Alphonsus [Leerrede over de zeven smarten, i.) was eene aaneenschakeling van smarten, en gelijk de roos te midden der doornen opgroeit, even zoo groeide Maria op te midden der droefheden. Hare weeën vermeerderden met de jaren, evenals de doornen aangroeien met den wasdom der bloem. De liefde is hare smart. Gelijk hare liefde niet te peilen is, zoo is haar weedom niet te beschrijven. De oorzaak, de bron van haar lijden is hare liefde tot den Verlosser en de voorkennis van zijn lijden: want die liefde doet haar deelen met het teederst medegevoel
373
in al zijne toekomstige smarten. Dat lijden van Maria begon niet met de voorzegging vanquot; Simeon in Jerusa-lems tempel: door het bovennatuurlijke licht, haar ingestort, kende zij, van af het eerste oogenblik van haar bestaan, den toekomstigen offerdood des Verlossers, en deze hare kennis werd aanhoudend klaarder door de lezing der gewijde boeken. Want het is buiten twijfel, gelijk de H. Al-phonsus opmerkt, (Leerrede over de zeven smarten, i) dat Maria, die meer door den H. Geest was verlicht dan de Profeten, ook beter dan zij de voorzeggingen verstond, welke nopens den Messias gedaan waren.
Toen zij eens de Moeder des Verlossers geworden was, werd haar lijden onzeggelijkgrooter; hare bovennatuurlijke liefde tot God paarde zich aan hare natuurlijke moederliefde tol, haar aanbiddelijk Kind om hare teedere ziel te folteren. Zij zag het lieve Jesus-kind lijden in den armoedigen stal zijner geboorte ; zij vergezelde Hem vluchtend uaar Egypte: zij at met Hem het brood
374
der ballingschap, en hare liefde deed haar deelen in al djit lijden. Zoet was het haar den kleinen Jesus zoo schoon onder hare oogen te zien opgroeien: maar wat eene vreugde is voor eene gewone moeder, was haar eene grievende smart: immers zij wist, dat dat kind harer liefde, dat zij verpleegde en verzorgde en voedde, eens verscheurd zoude worden in al de ledematen van zijn gezegend lichaam. Groot vooral was haar lijden, toen de twaalfjarige Jesus te Jerusalem was gebleven zonder hare voorkennis, en hare ziel sidderde bij de gedachte, dat hij misschien in vijandige handen was gevallen. En in liet huisje van Nazereth, waar haar leven zoo zoet en gelukkig schijnt, was haar lijden niet minder. Aanhoudend vlamde voor hare oogeu het dreigende zwaard, dat, naar Simeons voorspelling,bare ziel zoude doorboren, en dagelijks scheen het haar vreeselij-ker. Want de tijd, zegtdeH.AIphonsus, {Leerrede over de zeven smarten i.) die alle smarten lenigt en alle wouden heelt, vermeerderde Maria\'s lijden:
375
dagelijks werd Jesus haar dierbaarder en liefelijker, en elke dag- was eene toenadering- tot zijn offerdood. Maar als eene oeverlooze en onpeilbare zee werd hare smart op den g-rooten dag-, van \'s Heeren lijden : zij werkte mede aan onze verlossing, daarom deelde zij in Jesus\' smarten; daarom werd haar hart, gelijk de H. Laurentius Justinianus zegt, (Serm. de Agon. Christi. cap. xxi.) als een spiegel, waarin al de lijdenstooneelen en al de smarten van Jesus zich weerkaatsten. Doch haar geduld bleef onbezweken, en, niet neergeslagen door de droefheid, niet verpletterd door de smart, bleef zij staan onder het kruis, druipend van het bloed van haar goddelijk Kind. Door dat geduld verdiende zij, de Koningin der martelaren, de troost en de toevlucht te worden aller lijdenden, het toonbeeld en de Moeder tevens van het christelijk geduld.
Toepassingen. - - Gelijk onze goddelijke Verlosser door zijn lijden de glorie is ingegaan, zoo moeten wij door dien-zelfden weg des lijdens tot de glorie
376
komen: de dienaren zijn niet beter dan de meester, en liet is Gods eeuwig raadsbesluit, dat de uitverkorenen gelijkvormig- worden aan bet beeld zijns Zoons, aau den gekruisten Jesus. Vandaar dat bet brood des Jijdens ons dagelijksch brood is, en dat onze dagen van weedom en smart menig-vuldiger zijn dan onze uren van vreugde. Hoe dwaas bandelen dan velen, die klagen en morren, als de goede Jesus bun een enkelen druppel van zijnen lijdenskelk doet drinken en een licht spaandertje, eene kleine relikwie van zijn kruis te dragen g-eeft! Hoe dikwijls is bet mis-scbien mij zeiven gebeurd, dat ik weigerde Gods vaderhand te kussen, als zij mij geleidde op den engen weg des kruises? Helaas! men verbeeldt zich in den hemel te kunnen komen zonder te lijden, terwijl Gods eeniggeboren Zoon, en de Moeder van Jesus, en alle vrienden des Hee-ren alleen door het lijden de kroon der zaligheid hebben verkregen. En dan, wat zijn al onze kruisen bij die
377
van Jesus en Maria vergeleken ? En als een kind aan zijne moeder gelijkvormig moet zijn en wij de kinderen van Maria willen wezen, moeten wij haar dan niet navolgen in het lijden evenals in hare andere deugden? Daarenboven Jesus en Maria waren onschuldig: wij integendeel, hoeveel hebben wij niet te boeten! Nu, geene betere boetvaardigheid bestaat er dan de gewillige aanneming van alle lijden, dat Grod ons overzendt. — Met het oog op Jesus en Maria en op mijne vroegere zonden wil ik heden mij voornemen, in alle lichaamspijnen geduldig te zijn,, alle verongelijking met liefde te verdragen, allen tegenspoed en alle vervolging als het deel der uitverkorenen te beschouwen, en mij in het goede als in het kwade volkomen aan Grods wil te onderwerpen. Moge Maria\'s Altijddurende Bijstand mij sterken om deze gewichtige vooruemens ten uitvoer te brengen.
GEBED.
Tot u, o Koningin der martelaren 73 17.
378
en Moeder van smarten! riclit ik mij ■vertrouwend : gij zult mijne bede niet versmaden. Het lijden drukt mij, o Moeder ! en smarten overvallen mij van alle zijden, droefheden vervullen mijne ziel en tegenspoed maakt mij het leven zwaar, huiselijke bitterheden vergallen mijne dagen, en ik mis de edelmoedigheid en het geduld, welke noodig zijn om onder al die kruisen niet te bezwijken, en in plaats van Gods vaderhand te kussen, mor ik tegen Hem in ongeduld. Hoevele verdiensten heb ik daardoor verloren ! Hoe moet ik treuren, als ik bedenk, dat elk oogenblik van lijden bestemd was om een parel te hechten aan mijne kroon; en dat ik al die gelegenheden, om mijne kroon op te luisteren en te voltooien, verloren heb laten gaan, omdat ik mijn wil niet wist te schikken volgens Gods wil. Maar ik verheug mij, o Moeder, dat het lijden duren zal zoolang mijn leven duurt, en dat ik door mijne onderwerping aan Gods wil en door het geduld in mijne kruisen het ver-
379
lorene eenigermate zal kunnen herstellen. Ziedaar mijn innig veilan-gen: maar ik vrees, o heilige Maagd •\' dat ik nogmaals bezwijken zal onder mijne zwakheid. Daarom zult gij mij helpen, door uwen Altijddurenden Bijstand dermate mij sterken en door uwe voorspraak mij zoovele genaden verkrijgen, dat ik voortaan geduldig en tevreden blijve in het lijden, en met onderwerping en zelfs met vreugde mijn kruis drage. Dan zal ik op waardige wijze al mijne overtredingen van vroegere jaren uitboeten, gelijkvormig worden aan mijn lieven ge-kruisten Jesus, en gelijkvormig ook aan u, o mijne Moeder ! Dat God mij daa beproeve, ik stem er volgaarne in toe! want ik vertrouw, dat uw Bijstand, o Maria ! mij des te overvloediger zal worden gegeven, naarmate mijne deelneming aan Jesus\' lijdenskelk grooter zal zijn. Amen.
Hierna bidt men negen malen het Wees gegroet.
380
ACHTSTE DAG,
Maria\'s Altijddurende Bijstand is onze steun in tijdelijke bezwaren.
Esurientes implcfit bonis. Luc. I. 53.
Nooddruftigen heeft Hij metgcederen overladen.
OVERWEGING,
Maria voorziet gaarne in onze tijdelijke behoeften. — Wij mogen er niet aan twijfelen, dat Maria niet zelden in haar leven met tijdelijke bezwaren te kampen en de lasten der armoede te dragen had. Wel was zij uit koninklijken bloede gesproten, wel was zij de Moeder van den almachtigen Schepper van hemel en aarde, maar desniettegenstaande moest zij menige ontbering en veelsoortige ellenden verduren. Denken wij hier aan hare armoede in den stal van Bethlehem, aan haren zoo behoeftigen staat gedurende haar verblijf in Egypte en later in het huisje van Nazareth. Doch zij was volkomen in haren staat tevreden, en,
381
door de lasten der armoede geduldig te dragen, verdiende zij de toevlucht der christenen te worden in allen tijdelijken nood. — Ons vertrouwen op haar moet nog aangroeien door de gedachte aan de haar aangeboren goedertierenheid: het Evangelie geeft ons daarvan de duidelijkste bewijzen. Nauwelijks heeft zij vernomen, dat hare nicht Elisabeth hare hulp en hare diensten kan noodig hebben, of zij reist met allen spoed over het gebergte, om haar te gaan bezoeken en te dienen, ongevraagd en ongebeden, zoo bemerkt de H. Alphonsus {Heerlijkh. van. Maria i, 1F hoofdst. § l.)geeftzij op de bruiloft te Cana iu Gralilea de verlegenheid der echtgenooten aan haren Zoon te kennen. Doch als het mededoogen, als de barmhartigheid van Maria zoo groot was, toen zij nog op aarde omwandelde, hoeveel grooter,zegt dezelfde Heilige, (HeerlijIdi. 7° hoofdst.) moet dan haar medelijden met ons zijn, nu zij in de glorie troont als Koningin van den hemel en aarde? Zij kent uu duidelijker al onze ellenden en de
382
kwalen,die ons trefl\'en en zij evenredigt hare gunsten en weldaden aan onze behoeften. De heilige Kerk is daarvan zoo ten volle overtuigd, dat zij ons in alle droefheden Maria voorstelt als de Troosteres der bedrukten, in alle ziekten als de Behoudenis der kranken, in alle zielelijden als de Toevlucht der zondaren, in alle bezwaren des levens als de Bijstand der christenen. En inderdaad, zij is onze steun, onze hoop, onze troost en onze verkwikking in het tranendal dezer wereld. Gelijk Je zon opgaat over allen, evenzoo verspreidt zich Maria\'s barmhartigheid over alle schepselen : in hare onuitsprekelijke goedertierenheid voorziet zij in de behoeften van allen, die haren bijstand behoeven. De geschiedenis der vroegere eeuwen en de dage-lijksche ondervinding toonen ons door menigvuldige bewijzen, dat zij altoos bereid is in alle gevaren eene reddende hand te bieden aan degenen, die haar aanroepen, dat zij balsem bezit voor alle wonden, troost en ondersteuning verleent in allen nood en de tranen
383
afdroogt van alien die weenen. fioni-wijlen echter laat zij liare kinderen en vereerders met tijdelijke noodwendigheden kampen en schijnt zij niet te luisteren naar de bede, welke haar wordt toegezonden. Maar vermindert zij dan het lijden niet. en laat zij de beproevingen voortduren, dan is het eeuig en alleen, omdat de kwellingen ons door God tot ons hooger welzijn, tot onze zaligheid, zijn toegedacht; en wel verre van onze smeekingen te verwerpen, verhoort zij ze dan op veel verhevener wijze, door ons de noodige kracht te verleenen om met gelatenheid en met onderwerping aan Gods heiligen wil den tijd der beproeving te doorstaan.
Toepassingen.—Voor veie christenen is het eene zoete vreugde Maria onder den troostrijken titel van Moeder van Altijddurenden Bijstand te begroeten. Zij erkennen dat Maria eene biddende almacht is, omdat in den hemel de Zoon niets weigert aan de Moeder, die H em niets geweigerd heeft op aarde. Zij weten dat Maria alle soort van wel-
384
daden en gunsten aan hare vereerders verleent, en toch missen zij het vertrouwen op Maria\'s voorspraak, wanneer zij door tijdelijke bezwaren worden overvallen, en niet zelden laten zij zich dan door dwaze droefheid en door eene soort van vertwijfeling me-desleepen, in plaats van door de onderwerping aan Gods wil hun lijden vruchtbaar te doen worden aan verdiensten voor de eeuwigheid. — Anderen verliezen de noodzakelijkheid der aardsche beproevingen uit het oog en de verheven bedoelingen, welke God zich daarbij voorstelt. Zonder die bezwaren zouden wij al te sterk ons hechten aan datgene, wat der wereld is en de vergankelijkheid van het aardsche vergeten. Hoe gelukkiger men is volgens de wereld, hoe moeielijker de verheffing der ziel tot God wordt, omdat het tijdelijke geluk als een gewicht is, dat de ziel aanhoudend ter aarde neerdrukt. Hoe meer men te kampen heeft met lijden, met ziekten en tegenspoed, hoe meer gelijkvormigheid en trekken van
385
overeeukonint men bezit met den gekruisten Godinensch en zijne heilige Moeder. Vele zaligen juichen thans in de glorie, die door den weg der aardsche beproevingen den hemel bereikt hebben, en die wellicht nooit de zaligheid zouden hebben verkregen, indien het lijden hun deel niet geweest ware op aarde. •—- Aan deze waarheden moet ik deuken, wanneer het lijden mij drukt en de kruisen zwaar op mijne schouderen wegen. — Dikwijls zijn de tijdelijke rampen en kwellingen niets anders dan eene beproeving: God laat ze ons overkomen, opdat wij de gelegenheid vinden Hem onze getrouwheid te betuigen ; somwijlen ook zijn zij een straf voor vroegere ongerechtigheden of voor ons nog aanklevende smetten, en dan laat God dat lijden toe tot afkorting van ons vagevuur. — Doch welke ook de oorzaak zij van onze beproevingen en van onze tijdelijke bezwaren, zeker is het, dat Maria, bijaldien wij haar aanroepen met vertrouwen, de kracht van haren Altijddurenden Bijstand zal
386
toonen door ons te troosten in onze bitterheden, door ons staande te houden in onze kwellingen, en vooral door ons eenige verzachting in ons lijden te bezorgen, en zelfs door ons ten eenen male van het lijden te bevrijden,indien zulke bevrijding strookt met het geestelijk welzijn onzer ziel. — Ik wil dan heden het voornemen maken, mij aan de voorspraak dier goedertiereQ en machtige Moeder in alle kwellingen en beproevingen des levens met een kinderlijk vertrouwen aan te bevelen.
GEBED.
Ü Moeder van Altijddurenden Bijstand! ik kom tot u met een treurend hart en een diep bedroefd gemoed. Gij weet het, mijne kruisen zijn zwaar en mijne beproevingen menigvuldig; schier dagelijks moet ik worstelen tegen den tegenspoed en mijne jammeren worden aanhoudend grooter. Ware ik alleen in de wereld, o Moeder! mij dunkt, ik zoude dat alles verdragen, maar mijn lot is het lot tevens van
387
hen, die mij dierbaar zijn. Tot wien zal ik mij wenden tenzij tol u; wiens voorspraak is machtiger, wiens bijstand uitgebreider dan de uwe? Tot u dan, o machtige en goedertieren Vrouwe! wend ik mij vertrouwend, en ik dank mijnen God, dat Hij in zijne goedertierenheid u als Moeder aan mij heeft gegeven. Gij zijt mijne Moeder, dat zegt mij alles ! Luister dan, o goede Moeder ! naar mijne zuchten, aanhoor en verhoor mijne gebeden. Verminder, ik smeek het u, mijn lijden; lenig mijne smarten; stel een einde door uwen Bijstand aan al mijne beproevingen. Zoolang reeds heb ik geleden, en nog zie ik geene uitkomst, als gij, o Maria! daarvoor niet zorgt. Tot u roep ik dan in mijne benauwdheid : gij zult mij niet ongetroost henen zenden; uwen bijstand vraag ik nederig : gij zult mij dien niet weigeren. Zoovelen zijn door u geholpen, ik zal dan ook door u gered worden; ziedaar mijn vertrouwen. Zoude echter mijn lijden noodig zijn voor de zaligheid mijner ziel en zouden de tijde-
388
lijke kwellingen mij eene bron moeten worden van geestelijke genaden, dan stem ik toe in alles, dan onderwerp ik mij volkomen aan Gods wil, en vraag niets anders dan liet geduld en de gelatenheid en nu en dan eenige druppelen troost voor mijn gefolterd •remoed. Amen.
Hierna bidt men negen malen het, Wees gegro.it.
389
NEGENDE DAG.
Maria geleidt ons door haren Mtijd-durenden Bijstand ten hemel.
Janua cceli, ora pre nobis.
Deur des hemels, bid voor ons.
OVERWEGING.
Maria\'s zorg voor onze zaligheid. — Het is eene onbetwistbare waarheid, dat, nadat God eens gewild heeft, dat de toestemming van Maria krachtdadig zoude medewerken om Jesus Christus aan de wereld te geven, dit eerste raadsbesluit niet meer gewijzigd wordt en dat wij dus voortdurend den Verlosser door de tussclien-komst van Maria zullen ontvangen. Zij heeft door hare vrije medewerking Jesus Christus aan het mensch-dom gegeven, en daarom zullen steeds alle genaden ter zaligheid, als niets anders zijnde dan de toepassingen dier eerste genade, ons door Maria, worden medegedeeld. Ziedaar den diepsten grond van haren Altijddu-
390
renden Bijstand, en den zekersten waarborg van ons vertrouwen op haar.
Dat barmliartige raadsbesluit des Heeren stelt haar in staat ons alle genaden, welke wij behoeven, te doen toekomen, en het is eene vreugde vóórhaar moederhart ons hare gunsten te kunnen schenken. Het is waar, soms worden wij voor haar kinderen van smarten. Maar zelfs clan, wanneer de zonde ons beroofd heeft van Jesus\' liefde, blijft zij voor ons vol teeder-heid en medelijden; en vooral wanneer wij dan hare voorspraak inroepen, toont zij dat zij onze Voorspreekster en Middelares is bij haren goddelijken Zoon. Door baar gebed weerhoudt zij dan Gods dreigenden arm en behoedt zij ons tegen de gramschap des Heeren ; door hare voorspraak doet zij ons dan barmhartigheid in plaats van rechtvaardigheid, genezing en leven in plaats van straffen en dood vinden; in één woord, zij houdt dan niet op met bidden, zoolang zij ons de genade der bekeering niet bezorgd heeft.
391
(H. Alph. Ileerlijkh. v. Maria. i. 3e hoofdst. § 2.)
Maar is hare barmliartigheid zoo groot jegens ons, als wij uit zwakheid het ongeluk gehad hebben van in zonde te vallen en in de ongenade van haren Zoon, nog veel grooter is hare liefde en bezorgdheid voor ons, als wij in Jesus\' vriendschap leven. Dan waakt zij over hare kinderen, om alle te zware bekoringen af te wenden, om de woede van Satan te beteugelen en machteloos te maken en om hen tegen de zonde te behoeden. En vooral, wanneer zij in den strijd en de bekoring vertrouwend tot haar roepen en haren bijstand afsmeeken, toont zij zich even bereidvaardig als machtig om ons te verdedigen. {H. Alphonsus. Heerlijkh. van Maria, i, 4e hoofdst. § 2.) Niets zoo natuurlijk: onze zielen zijn de prijs van Jesus\' bloed en die zielen zijn baar dierbaar gelijk het bloed van haar Kind.
Niet minder liefderijk enhulp vaardig-toont zij zich, wanneer wij haar aanroe pen in zekere twijfelachtigheden voor
392
namelijk, wanneer het zaken betreft, die in een nauw verband staan mei onze zaligheid. Dan verwerft zij ons het licht des hemels, en, daardoor bestraald, kunnen wij den wil Gods op-zichtens ons kennen ; en dan verleent zij ons nog de kracht om volgens dien aanbiddelijken wil ons te gedragen. Dit ondervinden hare dienaars en dienaressen vooral in de onzekerheid nopens hunne roeping en hunnen levensstaat. De keuze van eenen staat is waarlijk eene levenskwestie voor tijd en eeuwigheid, want het geluk in dit en in het andere leven hangt grootendeels van eene goede keuze af: een misstap in deze groote zaak kan al beslissend zijn. Geen wonder dus., dat Maria zich zoo bezorgd toont, on) allen, die haar smeeken, te verlichten bij de keuze van hunnen levensstaat en om hare kinderen op den weg te plaatsen, die,volgens Gods raadsbesluiten, hen ten hemel moet geleiden.
Nooit echter is Maria\'s bezorgdheid voor hare vereerders grooter dan in hunnen laatsten strijd op het doodbed.
393
Dan waagt de duivel eene laatste poging, dan beproeft hij alles wat woede en list vermogen, om de ziel van den stervende in zijne macht te krijgen. Maria weet dat, en, als Koningin des hemels, gebiedt zij aan Gods Engelen, dat zij nederdalen en hare zieltogende kinderen bijstaan in dat beslissend uur. Ja, wij mogen zelfs de hoop voeden, zegt de H. Al-phonsus, ([leerlijkh. van Maria i. 2e hoofdst. § 3.) dat Maria ons in het laatste uur zal komen helpen en door hare tegenwoordigheid troosten, indien wij tijdens ons leven niet verwaarloo-zen baar te dienen.
Het grafis de noodlottige klip, waartegen alle menschelijke vriendschap schipbreuk lijdt. Maar Maria\'s liefde strekt zich verder uit en is sterker dan de dood. Vooral in het vagevuur hebben hare kinderen haren troost en haren bijstand noodig, en zij weigert die niet, zoolang zij in de zuiveringsplaats voor hunne fouten of de daarvan overblijvende schulden moeten boeten. Zij bespoedigt hunne verlossing en zelf 73 i8
394
voert zij hen na hunne zuivering in de omhelzing van Jesus.
Toepassingen. — Het leven van vele christenen is een schitterend bewijs van Maria\'s bezorgdheid, om liare kinderen door haren Altijddurenden Bijstand het leven te doen vinden en de zaligheid te doen putten bij den Heer. Evenals anderen leven zij in gevaren, worden door woedende vijanden omgeven, gevoelen eiken dag den prikkel der begeerlijkheid, en toch volharden zij in de liefde en de genade Gods. Aan geen andere oorzaak kan men zulks toeschrijven dan aan hunne liefde tot Maria en aan hunne getrouwheid in haren dienst. Datzelfde geluk is ook mij voorbereid. Ik moet mij dan wel overtuigen dat ik mij nooit beroepen kan op mijne zwakheid, op de menigvuldigheid der gevaren, op de hevigheid der bekoringen, op de woede mijner vijanden, om mijne zonden en mijn gestadig vallen en hervallen te verontschuldigen. Maria\'s Altijddurende Bijstand staat te mijner beschikking:
395
ik heb maar te roepen tot li aar en mijn behoud is zeker. Wat ik dan tot mijn ongeluk verzuimd heb in het verledene, wil ik doen in de toekomst; — en thans, bij het einde dezer noveen, neem ik het vaste besluit, voortaan in alle bekoringen en gevaren, in alle twijfelachtigheden en onzekerheden, voornamelijk omtrent mijne roeping, tot de Moeder van Altijddurenden Bijstand te gaan. Ook voor mij zal zij eene goede en machtige Moeder en bereidvaardige Beschermster zijn, en door baar verdedigd, zal ik langs veiligen weg tot de zaligheid geraken.
GEBED.
O Moeder van Altijddurenden Bijstand, o machtige Vrouwe! gij kent den toestand mijner ziel en weet, dat ik dikwijls buiten het goede spoor geraakt ben, omdat ik verzuimd heb u aan te roepen. Dat zwarte verleden, die vroegere zonden betreur ik van harte en ik vertrouw dat God ze mij reeds
396
vergeven heeft. En toch ben ik vol vreeze, o Moeder! want mijne vroegere zwakheid doet mij sidderen, en, ofschoon Gods barmhartigheid mijne misdaden overtreft, gevoel ik toch, dat ik niet kan weten of ik haat dan liefde waardig ben. Maar ik werp mij in uwe armen, o Moeder! en ik beveel mij aan n: gij zult mij niet verstoeten, gij zult uw kind niet verloren laten gaan om zijne vroegere zonden en de onweteiidheden zijner jeugdige jaren. Doch ook mijne toekomst vertrouw ik u toe. De bekoringen overvallen mij aanhoudend, de gevaren zijn vree-selijk en de woede mijner vijanden is ontembaar: doch gij zult mij door uwen Altijddurenden Bijstand, over dat alles doen zegepralen. Neen, Moeder ! verlaat mij niet, want dan ben ik onherstelbaar verloren. En indien gij mijn steun en bijstand blijft al de dagen mijns levens, ben ik zeker dat mijn dood zalig zal wezen, en dat gij in den laatsten strijd eene laatste overwinning aan uw kind zult doen behalen. Zoo zal ik blijven zegevieren
397
over mijne vijanden, en in den heme], o zoete Moeder! zal ik u zegenen en prijzen, u danken en verheerlijken, omdat uw Altijddurende Bijstand mij het bezit der gelukzaligheid voor eeuwig verzekerd zal hebben. Amen.
Hierna bidt men negen malen hei Wees gegroet.
398
LITANIE
VAN ONZE LIEVE VROUW.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer. God Zoon, Verlosser der wereld,ont-
ferm u onzer.
God Heilige Geest, ontferm 11 onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods, Ht
Heilige Maagd der Maagden, Moeder van Christus, o
Moeder der goddelijke genade, § Allerreinste Moeder, g
Allerzuiverste Moeder, ?
Ongeschondene Moeder,
Onbevlekte Moeder,
Beminnelijke Moeder,
399
Wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers, Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, Goedertieren Maagd, Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid, Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap, Geestelijk vat.
Eerwaardig vat.
Schoon vat van godsvrucht. Geheimzinnige roos,-Toren van David,
Ivoren Toren,
Gulden huis.
Ark des verbonds,
Deur des hemels.
Morgenster,
Uehoud der kranken, Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten. Hulp der Christenen, Koningin der Engelen,
400
Koningin der Aartsvaders, S
Koningin der Profeten,
Koningin der Apostelen, g
Koningin der Martelaren, ^
Koningin der Belijders, g
Koningin der Maagden, quot;
Koningin van alle Heiligen, Koningin zonder erfsmet ontvangen. Koningin van den Allerli. Rozenkrans, Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm u onzer, Heer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods! verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o roemrijke en gezegende Maagd! unze Meesteres, onze Middelares en onze Voorspreekster! verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon.
401
Bid voor ons, heilige Moeder Gods.
Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
GEBED.
Wij bidden n, Heer! stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis worden gebracht. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
SALVE REGINA.
Wees gegroet. Koningin, Moeder van barmhartigheid; wees gegroet ons leven, onze zoetheid en onze hoop.
Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.
Tot u verzuchten wij, jammerend en weenend in dit dal van tranen.
Welaan dan, onze Voorspreekster, wend tot ons uwe barmhartige oogen; en toon ons na deze ballingschap de gezegende vrucht uws lichaams, Jésus. O goedertieren , o mededoogende, o zoete Maagd Maria.
73 18.
403
Bid voor ons, lieilige Moeder Gods.
Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
GKBED.
Almachtige, eeuwige God, die het lichaam en de ziel der glorierijke Moedermaagd Maria door de medewerking des H. Geestes hebt voorbereid, opdat zij de waardige woonplaats van uwen Zoon zoude verdienen te worden; geef, dat wij, die met vreugde hare gedachtenis vieren, door hare goedgunstige vuorspraak van alle ons bedreigende kwalen en van den eeuwigen dood bevrijd worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
T
403
LITANIE
TEU BERE VAN
DEN H. ALPHONSUS MAMA DE LIGUOEÏ.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.
God Heilige Geest, ontferm u onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.
Heilige Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons.
Heilige Alphoasus Maria, bid voor oas.
404
Apostel der armen en veriatenen,
Blakend van het vuur der
goddelijke liefde,
Christus\' vurige aanbidder in
het H. Sacrament, Die alles voor allen geworden « zijt,
U Er varen gids op den weg der S volmaaktheid,
S Fakkel der eeuw,
| Glorie der priesters en bis-iÊL schoppen,
lt;3 Hartelijke minnaar van het gj Kindje Jesus,
S Tn ijver voor Gods huis ont-H stoken,
Jesus\' edelmoedige navolger, Kuisch en maagdelijk naar
lichaam en ziel. Liefdevolle vereerder van dea
lijdenden Jesus,
Machtige bestrijder der ket-^ ter ij en,
405
Nederig en geduldig van harte. Onze veelvermogende beschermer in den hemel, Pronksieraad van den godsdienst en Leeraar der Kerk, .=f Kijk aan hemelsche zegenin-
I gengt;
^ Spiegel der verhevenste deug- o-| den, o-
§ Toonbeeld der Missionarissen, ^ 1=- Uitmuntend door alle gaven ° ^ des H. Geestes, 2
§3 Versmader der wereldsche ^ ^ grootheid en rijkdommen, M Waakzaam herder der u toevertrouwde kudde,
IJveraar voor het heil der zielen.
Zalvingvolle schrijver der Heerlijkheden van Maria, Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.
406
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm u onzer, Heer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
GEBED.
O God! die door den H. Alphonsus Maria, uwen Belijder en Bisschop, van ijver voor het heil der zielen blakend, uwe Kerk met eene nieuwe nakomelingschap verrijkt hebt, wi, bidden U, dat wij door zijne heilzame vermaningen onderwezen en door zijne voorbeelden gesterkt, gelukkiglijk tot ü mogen komen. Door Christus, onzen Hoer. Amen.
407
GEBEDEN
ONDER DE EL MIS;
Volgens den 11. Leunardus de Portu Mwiritio.
Kort onderricht over de wijze, waarop men de heilige Mis goed kan bijwonen.
Om de heilige Mis met voordeel bij te wonen, moet men in vereeniging met den priester deze geheimzinnige offerande aan God opdragen en het viervoudig einde, waartoe de heilige Mis is ingesteld, voor oogen houden. Wij moeten derhalve ;
1°. Gods oneindige majesteit en opperheerschappij, die alle eer en allen lof verdienen, door het bijwonen der H. Mis vereeren en huldigen ;
2°. Door de heilige Mis aan Gods rechtvaardigheid vpldoening geven voor onze zonden ;
3°. Hem daardoor tevens voor zijne weldaden bedanken;
4°. En zijnen bijstand en zijne genade af-meeken.
408
Wanneer wij de heilige Mis hooren, mogen wij niet vergeten, dat wij de medeofferaars des priesters zijn en in zijne bediening deelen : immers hij draagt het Misofter op in onzen naam, en hij vermaant ons, te zamen met hem te bidden, dat God zijne en onze offerande wille aannemen. Daarom moeten wij in den geest ons vereenigen met den priester en met hem het heilig offer mede opdragen.
Om dat alles met meer gemakkelijkheid te doen, kan men zich bedienen van de volgende wijze van Mis hooren.
Als de heilige Mis begint en de priester aan den voet des altaars zich vernedert en het Confiteor bidt, moeten wij ons op dezelfde wijze vernederen: een weinig ons geweten onderzoeken, ons opwekken tot een waar berouw, God ootmoedig om de vergiffenis onzer zonden smeeken, en den bijstand van den heiligen Geest en der heilige Maagd vragen; om de heiligs Mis met den meesten eerbied en de diepste godsvrucht bij te wonen. Daarna moeten wij de heilige Mis in vier voorname deelen splitsen, om achtereenvolgens aan onze vier voornoemde verplichtingen jegens God te voldoen.
409
Van het begin der heilige Mis tot aan het Evangelie.
In het eerste gedeelte der H. Mis, van liet begin tot aan het Evangelie, moeten wij aan onze eerste verplichting jegens God voldoen, namelijk: zijne oneindige lofwaardige majesteit en grootheid aanbidden, vereeren en huldigen. Te dien einde moeten wij met Jesus Christus ons verootmoedigen voor God; ons verdiepen in de be-sehouwing onzer nietigheid; mt alle oprechtheid erkennen, dat wij inderdaad niets zijn voor zijne overgroote majesteit. Aan die gevoelens van inwendige nederigheid moeten wij de uitwendige nederigheid paren, door in de zedigste en eer-biedigste houding bij het heilig Misofter tegenwoordig te zijn: — en in die vernedering des geestes en des liehaams kan men de volgende gebeden aandachtig lezen,
0 mlju God ! ik aanbid u en ik erken u voor mijnen Heer en den meester mijns levens; ik betuig dat ik alles wat ik ben en alles wat ik heb, eenig- en alleen aan uwe goedheid te danken heb. Maar wijl uwe opperste majesteit eene oneindige vereering verdient en eene eindelooze hulde vordert, en ik niets anders ben dan een ellendig schepsel, niet in staat om aan deze overgroote ver-
410
plichting jegens u te voldoen, bied ik u de vernederingen aan en de hulde, welke Jesus zelf u opdraagt op dit altaar.
Datgene wat Jesus doet, wil ik zelf doen. Met hem verootmoedig en verneder ik m ij voor uwe hoogste majesteit. Ik aanbid u door de vernederingen, welke mijn Verlosser ondergaat, Ik verheug mij en wensch mij zeiven er geluk mede, dat mijn goddelijke Jesus in mijne plaats u eene oneindige vereering en hulde aanbiedt.
Hier kan men zijn kerkboek sluiten en voortgaan met soortgelijke inwendige akten van ootmoedigheid te verwekken; men kan zich er over verheugen, God zoo oneindiglijk vereerd te zien, en het is voordeelig meermalen het volgende gebed te herhalen.
Ja, mijn God! ik gevoel eene allergrootste voldoening over de oneindige eer, welke door dit verheven offer aan uwe goddelijke majesteit bewezen wordt; mijne vreugde daarover is onuitsprekelijk en mijne tevredenheid kan ik niet door woorden uitdrukken.
411
Het is echter niet noodig zich letterlijk aan deze gebeden te houden, en met alle vrijheid kan men zich bedienen van alle woorden, welke door oprechte godsvrucht worden ingegeven: men zorge slechts in ingekeerdheid en innige ver-eeniging met God te blijven. Op zulke wijze voldoet men het best aan zijne eerste verplichting jegens God.
Van het Evangelie tot aan de Consecratie.
Van het Evangelie tot aan de Consecratie moet men zijne tweede verplichting jegens God vervullen, namelijk: aan Gods lechtvaardigheid voldoening geven voor de menigvuldige zonden, welke men bedreven heeft. Men moet dan over zijne zonden nadenken, en bij het zien der groote schulden, welke men aan Gods rechtvaardigheid te betalen heeft, kan men met een diep verootmoedigd en vermorzeld hart het volgende gebed uitspreken:
Ziellier, o mijn God! den verrader, die zoo dikwijls tegen u is opgestaan. Van leedwezen doordrongen, verfoei en verafschuw ik mijne ontelbare zonden, en bied u tot uitboeting daarvan de voldoening zelve aan, welke Jesus Christus u op het altaar aanbiedt. Ik offer u op al de verdiensten van Jesus, het Bloed van
412
Jesus, ja, denzelfden Godmensch Jesus, die zicla gewaardig-t, in zijne lioeda-nigheid van Slachtoffer, zijn oneindige oflerande tot zijn heil op het altaar te hernieuwen. En wijl mijn Jesus hier op het altaar mijn Middelaar is en mijn Voorspreker, en wijl Hij door zijn kostbaar Bloed ü voor mij om barmhartigheid smeekt, vereenig ik mijne stem met de stem van dat aanbiddelijk Bloed, en bid U mij de vergiffenis te schenken van de veelvuldige zonden, welke ik gepleegd heb.... t Het Bloed van Jesus roept tot ü om barmhartigheid; en mijn hart, doordrongen van droefheid, vraagt U evenzeer om erbarming. O God mijns harten ! als Gij niet tot medelijden jegens mij bewogen wordt door mijne tranen, wordt het dan door de zuchten van mijnen Jesus ! Op het kruishout heeft Hij voor geheel het menschdom barmhartigheid verkregen: zal Hij dan op dit altaar geeno vergiffenis voor mij kunnen verwerven? Ja, ik verhoop het: om dat kostbaar Bloed zult Gij
413
mij al mijne boosheden Tergeveii;en ik van mijne zijde zal nooit; tot aan mijn laatsten ademtocht ophouden dezelve te be ween en.
Hier sluit men wederom het kerkboek, om soortgelijke akten, van een waar en oprecht berouw te herhalen; vervolgens moet men een vrijen loop laten aan de gevoelens zijner ziel, en zonder eenig woord uit te spreken, kan men in het diepst zijns harten tol Jesus zeggen:
Mijn beminnelijkste Jesus! geef aan mijne oogen de tranen van den H. Petrus, aan mijn hart het berouw van de H. Maria Magdalena, aan mijne ziel de droefheid van alle heiligen, die na groote zondaars geweest te zijn, ware boetelingen zijn geworden, opdat ik door de verdiensten dezer heilige Misofferande, de volkomen vergiffenis erlange van al mijne zonden.
Deze akten moet men dikwijls in diepe ingetogenheid herhalen, dan kan men zeker zijn, dat men daardoor volkomen voor zijne zondenschuld aan God voldoening zal geven.
414
Van de Consecratie tot aan de Communie.
Onder dit gedeelte der heilige Mis moet men nadenken over de ontelbare weldaden, welke men van God ontvangen heeft, en tot dankbaarheid Hem een slachtoffer van oneindige waarde opdragen, het aanbiddelijke Lichaam namelijk quot;en het kostbare Bloed van Jesus Christus. De Engelen en Heiligen kunnen wij uitnoodigen, om God in onze plaats te bedanken. Het volgende gebed is daartoe geschikt.
Ik kniel hier neder voor uw aanschijn, o God mijns harten! en ik gevoel mij ten zwaarste tot dankbaarheid jegens U verplicht voor al de weldaden, waarmede Gij mij als overladen hebt en welke Gij mij later, zoowel gedurende mijn leven hier op aarde als in de eeuwigheid, nog ver-leenen zult. Ik erken dat uwe barmhartigheden jegens mij oneindig groot geweest zijn en nog zijn: maar ik ben bereid U die te vergoeden tot den laatsten penning. Tot voldoening voor alles wat ik 11 verschuldigd ben, offer ik U door de handen des priesters het goddelijke Bloed, het aanbiddelijke
415
Lichaamen het onschuldig Slachtoffer, hier rustend op het altaar. En ik ben er zeker van, dat deze offergave groot genoeg is, om IJ de gunsten te vergoeden, welke Gij mij geschonken hebt: oneindig is de waarde van dit offer, en daarom is het kostbaarder dan alle gaven, welke ik tot heden toe van U ontvangen heb of nog ia de toekomst ontvangen zal.
Engelen Grods en gij, gelukzalige bewoners der hemelen ! helpt mij in mijne dankbetuigingen aan God, en offert Hem tot dankzegging voor zijne veelvuldige weldaden niet slechts deze heilige Mis, welke ik het geluk heb bij te wonen, maar ook alle andere H. Missen, welke nu op de gansche aarde gelezen worden, opdat ik Hem daardoor eene volmaakte vergelding geve voor de teedere liefde, welke Hij mij getoond heeft, door mij zoovele gunsten te verleenen, en welke Hij mij nog toont en immer toonen zal door nieuwe weldaden, welke Hij bereid is mij te verleenen nu en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
416
Met welk een zoet welgevallen zal onze God van goedheid deze welgemeende dankbetuiging aannemen! Hoe zal Hij ten eenenmale bevredigd en voldaan zijn om deze offergave, die, om hare oneindige kostbaarheid, meer waard is dan de gehcele wereld. Om echter deze godvruchtige en teedcre gevoelens al meer en meer in ons op te wekken, moeten wij het gansche hemelsch hof uitnoodigen, om God in onze plaats te bedanken, en de Heiligen aanroepen, jegens wie wij eene bijzondere devotie hebben. In de vervoering onzer ziel kunnen wij dan het volgende gebed tot hen richten :
0 g\'ij, die mijne heilige voorsprekers bij God zijt, dankt voor mij zijne liefdevolle goedheid, opdat ik het ongeluk niet hebbe van als een ondankbare te leven en te sterven. Smeekt Hem dat Hij mijnen goeden wil aanneme en nederzie op de liefdevolle dankbetuigingen, welke mijn Jesus in mijne plaats Hem in dit Misoffer aanbiedt.
Men stelle zich niet tevreden met deze gevoelens slechts éénmaal uit te drukken, men herhale dezelve verschillende malen; op die wijze, men zij daar zeker van, zal men zich volmaakt kwijten van zijnen derden plicht jegens God.
417
Van de Communie tot aan het einde der Mis,
Terwijl de priester het Lichaam en Bloed des Heeren op wezenlijke wijze nuttigt, moeten wij geestelijker wijze communiceeren. Vervolgens moeten wij onze blikken op God vestigen, die in ons hart woont, en met vertrouwen Hem groote genaden vragen. Jesus zelt, die op dat oogenblik met ons vereenigd is, *) bidt en vraagt zegeningen voor ons, en daarom moeten wij dan ons hart als het ware te verruimen, niet tevreden zijn me\', slechts eenige genaden af te smeeken, maar grooto en kostbare gunsten vragen ; het offer toch van zijnen Zoon, dat wij Hem brengen, bezit eenj oneindige waarde. In diepe nederigheid kan men dan op de volgende wijze bidden :
O Grod mijner ziel! ik erken mij uwer gunsten onwaardig; in alle oprechtheid belijd ik, dat ik, om de menigvuldigheid en de grootheid mijner zonden, op geenerlei wijze verdien door ü verhoord te worden; maar kunt Gij de smeekingen wel verwerpen, welke uw aanbiddelijke Zoon U voor mijn welzijn op dit altaar aanbiedt, waarop hij zijn leven en zijn bloed voor mij slachtoffert.
G e e s t e 1 ij k e r w ij z e. 73
418
O God van liefde! neem de gebeden aan van Hem, die mijn Voorspreker is bij uwe majesteit, en verleen mij, om zijne verdiensten, al de genaden, welke Gij weet dat mij noodzakelijk zijn om liet allerbelangrijkst werk mijner zaligheid te voltooien. In dit uur durf ik beter dan ooit U vergiffenis vragen van al mijne zouden en de genade der volharding in liet goede tot het einde toe. En altijd steunend op de gebeden, welke mijn Jesus U opdraagt, vraag ik nog daarenboven voor mij zelvsn de genade, o mi-in God! om alle deugden in een heldhaftigen graad te beoefenen en uwen krachtdadigsten bijstand, opdat ik waarlijk een heilige worde; en wat de anderen betreft, vraag ik IJ de bekéering der ongeloovigen, der zondaars en vooral van hen, die aan mij dóór de banden des bloeds of door geestelijke maagschap vereeaigd zijn. Ik smeek LT nog om de bevrijding, niet eener enkele ziel, maar aller zielen, welke op dit oogenblik in het vagevuur lijden : verlos haar
419
uit dien kerker en geef dat die zuiveringsplaats aan al de daar aanwezigen geopend worde. Moge eindelijk de kracht dezer ófierande onze rampzalige wereld in een ü welbe-hagelijk paradijs veranderen, waar Gij door alle mensclien bemind, geëerd en verheerlijkt wordt, opdat het aan ons allen eens gegeven wórde U in de eeuwigheid te loven en te zegenen, Amen.
Hier kunnen wij verder zonder eenige vrees alles vragen wat wij verkiezen, zoowel voor ons zeiven, als voor kinderen, vrienden, bloedverwanten en allen, die ons dierbaar zijn, en laten we niet vergeten Gods bijstand te vragen in al onze geestelijke en tijdelijke behoeften. Tevens moeten wij voor de geheele Kerk bidden en God smeeken, dat Hij haar gelieve te bevrijden van de kwalen, welke haar treffen, en dat Hij haar de volheid van al zijne zegeningen verleene. Ons gebed mag niet lauw, maar moet vertrouwend wezen ; want zeker zullen onze gebeden, wijl zij door de smeekingen van Jesus ondersteund worden, verhooring vinden.
Als de heilige Mis geëindigd is, zal men niet nalaten eene korte dankzegging te doen en te zeggen:
Wij bedanken ü voor al uwe wel-
420
daden, o almachtige God! die leeft en heersóht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Als gij de kerk verlaat, keer dan huiswaarts in dezelfde gevoelens en aandoeningen, alsof gij bij het bloedig Offer van Jesus op den Calvarieberg waart tegenwoordig geweest.
BLADWIJZER.
Inleiding.
I. Hoofdstuk. De oude Sint-Mat-theus-kerk op den Esqiülino te
Rome.
II. Hoofdstuk. O. L. V. van Altijd-durenden Bijstand wil te Eome iu de Sint-Mattheuskerk vereerd
worden.
III. Hoofdstuk. Hoe O. L. V. van Altijddurenden Bijstand gedurende drie eeuwen te Pvome vereerd wordt en hoe hare beeltenis verloren gaat bij de verwoesting der Sint-Mattheus-kerk. 19
IV. Hoofdstuk. De beeltenis van O. L. V. van Altijddurenden Bijstand wordt door een Pater Redemptorist wedergevónde». 29
V. Hoofdstuk, De Paters .Redemptoristen worden in liet tjezit vau
de heilige beeltepjs gesteld. H
bladz. I
1
8
422
VL Hoofdstuk. O. L. V. van Altijddurend en Bijstand wordt met groots plechtigheid op den Es-quilino in de Sint-Alphonsus-kerk geplaatst. 50
VIL Hoofdstuk. De vereering van 0. L. V. van Altijddurenden Bijstand verspreidt zich te Kome en in v^le andere landen. 63 VUL Hoofdstuk. O. L. V. van Altijddurenden Bijstand is onder dien nieuwen titel de Beschermster vau de heilige Kerk en van den Heiligen Stoel. 77
IX. Hoofdstuk. O. L. V. van Altijddurenden Bijstand is de Beschermster van de Christenen
in hunne tijdelijke behoeften. 89
X. ^oofdstuk. 0. L. V. van Altijddurenden Bijstand is de Beschermster van de Christenen
in hunne geestelijke behoeften. 124 XL Hoofdstuk. Plechtige kroning van O. L. V. van Altijddurenden Bijstand door het Kapittel van Sint Pieter. 144
423
GODYRUCHTIGrE OEFENINGEN ter eeré van 0. L. V. van Altijddu-renden Bijstand.
Over de verschillende oefeningen, welke men ter eere van deze Madonna kan verrichten. 152 Drie gebeden ter eere van O. L. V. van Altijddnrenden Bijstand met aflaten verrijkt.
Eerste gebed. 156
Tweede gebed. 158
Derde gebed. 160
Gebed bij wijze van Litanie om aan de H. Maagd haren Altijddnrenden Bijstand in alle dingen te vragen. 162
Litanie ter eere van O. L. V.
van Altijddnrenden Bijstand. 170 Schietgebeden bij de verschillende omstandigheden, waarin men zich dagelijks bevinden kan. 178
Gezang ter eere van O. L. V. van Altijddurènden Bijstand. 183
424
GEBEDEN voor al de dagen der Meimaand.
I. Om zich aan de Moeder Tan Altijddurenden Bijstand aan te bevelen. 187
II. Om een kinderlijk vertrouwen
op Jesus en Maria te verkrijgen. 192
III. Om zich aan de barmhartigheid van Maria aan te bevelen. 196
IV. Om zich aan de voorspraak van Maria aan te bevelen. 201
V. Om den bijstand van Maria
te vragen. 205
VI. Om de liefde tot Jesus en Maria te vragen. 209
VII. Om eene vurige liefde tot Maria te verkrijgen. 214
VIII. Om de vergiffenis van de zonden en de genade der bekeering te vragen. 218
IX. Om Maria te bedanken dat men door haar van de hel bevrijd is. 223
X. Om door de voorspraak van Maria de zaligheid te vragen. 226
425
XI. Om aan Maria haren bijstand
in de bekoringen te vragen. Ü30
XII. Om door de voorspraak van Maria vooruit te gaan in de deugd en heiligheid. 234
XJII. Om alle genaden, ter zaligheid noodzakelijk, aan Maria te vragen. 237
XIV. Om de vergiffenis van de zonden tegen de zuiverheid en om de heilige deugd van kuischheid te verkrijgen. 242
XV. Om den geest des gebeds van Maria af te smeeken. 246
XVL Om aan Maria haren bijstand te vragen, ten einde uit de geestelijke lauwheid te kunnen opstaan. 251
XVII. Om de genade te vragen van zich meer en meer van de wereld te onthechten, 255
XVIII. Om de deugd van gelijkvormigheid met Gods heiligen
wil te verkrijgen. 260
XIX. In moeielijke omstandigheden, in twijfelachtigheden en
om ziine roepine te kennen. 264
436
XX. In zielskwellingen en geestelijke verlatenheid. 268
XXL Om de uitroeiing van eene ondeugd, de overwinning van een gevaar tot zonde, of de verwijdering van eene booze gelegenheid te vragen. 273
XXlI. Om de genade te vragen van door eene goede biecht een einde te maken aan veelvuldige heiligschennissen en langdurige kwade gewoonten. 277
XX-lII. In tijdelijke beproevingen en tegenspoed. 282
XXIV. Om de verwijdering van huiselijke kruisen te vragen. 287
XXV. In tijd van onpasselijkheid
en ziekte. 291
XXVI. Bij den dood van bloedverwanten of vrienden. 296
XXVII. Om door de voorspraak van Maria de bekeering te verkrijgen van iemand, die ons dierbaar is. 300
XXVIII. Om de bewaring van den geest des geloofs en den bijstand van Maria iu de nood-
427
304
wendigheden der Kerk te
vragen.
XXIX. Voor de Heilige Kerk en voor onzen Heiligen Vader den Paus. 308
XXX., Voor de lijdende zielen des vagevnurs. 312
XXXI. Om de volharding in de liefde tot Maria te verkrijgen. 3LG
NOVEEN
ter eere van 0. L. V. van Altijd-durenden Bijstand.
Voorafgaande bemerking. 321
Eeuste dag. Maria\'s Altijddurende Bijstand bevestigt ons in bet geloof. 323
Tweede dag. Maria\'s Altijddurende Bijstand is de steun onzer hoop. 331
Derde dag. Maria\'s Altijddurende Bijstand ontsteekt in ons hart het vuur der goddelijke liefde. 339 Vierde dag. Maria\'s Altijddurende Bijstand verkrijgt ons de
428
genade om kuisch volgens onzen staat te leven. 347
Vijfde dag. Maria bezorgt ons door haren Altijddurenden Bijstand den geest des gebeds. 354 Zesde dag. Maria\'s Altijddurende Bijstand is een krachtig hulpmiddel tot een godvruchtig\' leven. 362
Zevende dag. Maria bezorgt ons door haren Altijddurenden Bijstand het geduld in her, lijden en in de beproevingen dezes levens. 371
Achtste dag. Maria\'s Altijddurende Bijstand is onze steun in tijdelijke bezwaren. 380
Negende dag. Maria geleidt ons door haren Altijddurenden Bijstand ten hemel. 389 Litanie van Onze Lieve Vrouw. 398 Salve Eegina. 401 Litanie ter eere van den H. Al-
phonsus. 403
Gebeden onder de H. Mis, vol-géris den H. Leonardus de Portu Mauritio. 407
\'.j ■■ ■ \' ,
;; ^ r ï- \' •-gt; ^ „ „W--
:V
\\ • h
;r\'- ■
f*) \'
V . ; -.-
, ■ •«. . \' *
■:.l
\'£m^.
M
,-5gt;: , y/. y ; \'
mm