-ocr page 1-

fak 88 BOEKJE

,„OK DE

Ccrw. Heeven Bestmirrtovs,

Presidenten, Zelateurs en Leden

n,

L

j3. pR. jl. JBebelmans,

Ord. Fraed.

B RED A.

quot;Vquot;.A-HSr WEES .

ÜITGEVEK.

386.

427

-ocr page 2-

AANBEVOLEN WEKKEN.

Handboek der geprofeste Religieuzen............f 1.50

In bokleer ƒ2.—; in chagrin ƒ2.50.

Handboek der vereerders van de H. Anna...... - 0.40

Het heilig jaar der Predikheeren............... - l.—

Maria ons voorbeeld. Meimaand ................. - 0.50

De Meimaand geheiligd.............................. - 0.50

Quadrupani, Grondregels tot bemoediging...... - 0.25

Handboek O. L. Vr. van Goeden Raad......... - 0.25

Lebon. Maria of de Schoonheden............ - 0.25

De Zeven Smarten der Allerheiligste Maagd... - 0.25 De Zeven Woensdagen van den H. Joseph... - 0.15 I

Onmisbaar Handboekje der Godvr. Zielen...... - 0.50

Vijftig Meditatiën op het lijden............... - 0.50

Devotie tot het H. Hart van Jesus............ • 0.1.0

Engelachtige strijd,Koord v. d H.Thomas v. Aq. - 0.05

De eerste H. Communie, voorbereiding......... - 0.10

De Religieus op den weg naar Calvariën...... - 0.10

De Muand van aanbidding........................ - 0.30

St. Cornelius Boekje................................. - 0.05

De Geest der H. Gertruda........................ - 0.35

Nieuw volledig geestelijk Rozelaarken......... - 0.30

De Rozenkrans door een Predikheer............ - 0.15

Leven H. Barbara.................................... - 0 1(1

Gebeden van de H. Gertruda..................... - 0.40

Gezangen ter eere van de H. Moeder Gods - 0.10 B. Leonard P. M. Godvr leid. op den Kruisw. - 0 05

Devotie tot de H. Vijf Wonden.................. - 0.05

Mysteriën van den Levenden Rozenkrans, p. vel. - 0.05

Handboekje H. Familie........................... - 0.20

Het Ave Maria der Congreganisten............ „

De gezangen op de Tien Geboden Gods...... - „

Melodiën en Refreinen, Feu en, met acc. van

Piano of Orgel.................................... - 1.85

Gezangen voor R. K. Militairen Vereeniging... - 0.10 Twee zeer gezochte volledige Kerkboeken,

Vade Mecum verzameling van de 1

meestbekende devotiën !quot; linnen..,, - 0.50 Vraagt en gij zult verkrijgen. J Idem in leer, verguld op snee..................... - 0.75

t

-ocr page 3-

LEVENDE ROZENKRANS.

-ocr page 4-
-ocr page 5-

HANDBOEKJE

Eei\'w. Ileei-eri Bestuwrtlers»

Presidenten, Zelateurs en Leden

lt;r «■■£ *

UJJ\'-

t~ y K

o cr «

CÜ 3 — ^ K =0 O O

1886.

-ocr page 6-
-ocr page 7-

KERKELIJKE GOEDKEURING.

LibeU.um de Rosario Vivente a rev. Patre J. Bebelmans compositum et a duobus Revisoribus approbatum, documentis au-thenticis conformem, approbamus, com-mendamus et imprimi permittimus.

Datum ia Huissen in Conv. Reg. SS. Rosarii, in testo B. Petri Gonz. O. P. die 14 Aprilis 1886.

Fe. A. van den Elzen O. Pr.

Prov.

IMPRIMATUR.

Datum Bredse, p. 3. •sabriei.,

die 17 Apr. 1886. Can. Libr. Censor.

-ocr page 8-

VOORREDE.

Reeds meer dan vijf en dertig jaren is het geleden , sinds wij uit de handen van den te vroeg ontslapen geleerde H. J. C. van Nouhdijs, een belangrijk werkje over den Rozenkrans mochten ontvangen, waarin eenige bladzijden gewijd loerden aan de Vereeniging van den Levenden Rozenkrans. In zijne •lagen ontstaan en door de ijverige pogingen van zijn Eerwaarden vriend P. J. Hesseveld — dien wij inderdaad een apostel van den Levenden Rozenkrans mogen noemen — meer en meer hekend en bemind gemaakt, zag hij met vreugde, hoe die Vereeniging zich binnen den tijd van tien jaren in meer dan honderd dertig afdedingen over ons Vaderland verbreidde en alom de rijkste vruchten voortbracht. Hoe zou nu zijn innig godsdienstig gemoed van blijdschap getinteld hebben, als hij het had mogen aanschouwen, hoe geheel het Katholieke Nederland de Moedermaagd vereert en bemint, en iedzre parochie bijna er roem op draagt een Ver-

-ocr page 9-

voorrede

eeniging van den Levenden liozenkrans te bezitten.

In zijn nauwelijks zestig-jarig bestaan heeft de Levende Rozenkrans reeds veel zien gebeuren. De Paus, die hem goedkeurde, is sinds 40 jaren tot zijn voorgangers verzameld. Reeds in 18G2 loerd zijn vrome stichtster Paulina Maria Jauicot ten grave gedragen en van het hoofdbestuur te Lyon, dat zijn instelling het langst overleefde, was in 1875 geen lid meer overig. Hij heeft zelfs een tijd van verval gekend, waarin hij gevaar liep de aflaten te verliezen, waarmede de H. Kerk hem had verrijkt, toen hij, opgenomen in de Orde der Pre-dikheeren, voor ontbinding iverd behoed en met jeugdige kracht een nieuw leven begon.

Dit laatste feit is voor de V er eeniging van den Levenden Rozenkrans van de grootste bet eekenis geweest. De verandering van hoofdbestuur \'bracht andere verhoudingen mede; ingeslopen misbruiken werden uitgeroeid; verlammingen in de organisatie hersteld.

Dit kon niet geschieden , zonder dat het nieuwe bestuur hieromtrent verschillende besluiten uitvaardigde, welker verwaarloo-zing noodwendig samengaat met het ongeldig bestaan der Ver eeniging; met de onwettig-

-ocr page 10-

vooruede

heid der lagere bestuursleden; met het niet verdienen der aflaten.

Of deze besluiten aan alle Bestuurders der Vereeniginrj van den Levenden Rozenkrans in ons Vaderland ter core zijn gekomen , durven wij niet met zekerheid zeggen. Wel dat zij in ome taal tot nog toe aan de duizenden leden, Zelateurs, Presidenten, enz. niet zijn aangeboden. Met lof zij hier echter een kort begrip van die besluiten vermeld, dat Mgr. F. P. van de Btjugt, President van het Seminarie U Rijsenburg, aart ieder parochiaal archief van het Aartsbisdom van Utrecht heeft bezorgd.

Bovengemelde redenen hebben ons aangespoord den Bijzonderen bestuurders. Presidenten, Zelateurs en leden van den Levenden Rozenkrans dit Handboekje aan te bieden, waarin uit de oorspronkelijke stukken , bladz. 90 enz- aangegeven, alle Besluiten en Verklaringen, die voor de Vereeniging eenigszins van beteektnis zijn, bijwijze van reglement gerangschikt, voorkomen.

Moge het hun welkom zijn en de eer van Goden der Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans bevorderen. Dit wenscht van harte

De Schrijver.

-ocr page 11-

DE H. ROZENKRANS.

Niet zonder reden heeft Paus Julius III den Rozenkrans eens het gt; sieraad dei-Katholieke Kerkquot; genoemd. Wij kennen allen den Rozenkrans. Wij weten hoe hij samengesteld is uit het verheven gebed des Heeren, uit het teeder godvruchtige »Wees gegroetquot;, uit den korten maar zinrijken lofzang aan de H. Drievuldigheid. De diepste geheimen van ons heilig geloof, welke bij die gebeden overwogen worden, schenken den Rozenkrans zulk een edele verhevenheid, zulk een bovenaardschen glans, dat hij met reden het »sieraad der Katholieke Kerkquot; genoemd mag worden. Zijn hemelsche oorsprong geeft hiertoe evenzeer het volste recht.

-ocr page 12-

10

Toen in het begin der dertiende eeuw in het zuiden Tan Frankrijk de hevige ketterij der Albigenzen woedde, behaagde het God den Rozenkrans als het redmiddel aan te wijzen, waardoor de dwaling zou uitgeroeid worden en vrede en heil in de geteisterde kerk wederkeeren. Den H. Dominicus y werd het voorrecht geschonken het eerst dien Rozenkrans den geloovigen te verkondigen en de geschiedenis heeft het opge-teekend, hoe dat wapen in de hand des heiligen de geesel der ketters en het middel geweest is tot verdelging der ongerechtigheid en \'t herleven van den vrede.

öinds is de Rozenkrans het gebed der Kerk geworden en gebleven; meermalen heeft hij Haar in droevige omstandigheden redding geschonken; duizenden het lijden naar lichaam en ziel geheeld of verzacht. Heiligen en geleerden hebben om strijd zijn verhevenheid, zijn kracht verheerlijkt en in onze dagen mogen wij zijn glorierijken zegetocht door de christenwereld aanschouwen , dien Paus Leo XHI hem heeft bereid.

De godvruchtige ijver der geloovigen heeft zich niet tevreden gesteld roet de voldoening, die een afzonderlijke vereering van den Rozenkrans schonk; hy is

-ocr page 13-

11

verder gegaan. Gedachtig aan het woord des Heeren : Waar twee of drie in.Mijnen Naam vergaderd zijn, daar zal ik in hun midden wezen, heeft men vereenigingen opgericht, die zich ten doel stelden, de Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans

o o

v gezamenlijk te vereeren. De Kerk juichte die plannen toe en schonk rijke gunsten en aflaten. Naar die vereenigingen heeft

o o

de Rozenkrans voornamelijk drie vormen aangenomen, die geenszins met elkander

o \' o ^

te verwarren zijn. Wij geven ze hier in de hoofdzaken aan.

De oudste Vereeniging, welker ontstaan van den tijd des H. Dominicus dagtee-kent is:

Het Broederschap van den H. Rozenkrans. Minder juist wordt dit door velen aartsbroederschap geheeten , met welke benaming aangeduid wordt, dat een Broederschap op een bepaalde plaats zijn hoofdzetel heeft, waaraan de overige zetels door affiliatie verbonden worden en waarmede zij hun voorrechten deelen. Zulk een hoofdzetel bestaat in het Broederschap van den Rozenkrans niet. Alle plaatselijke Broederschappen van den H. Rozenkrans zijn zelfstandig, worden met niets verbonden en bezitten gelijke rechten, voordeden eu

-ocr page 14-

12

aflaten. Deze zelfstandigheid sluit echter het oppergezag niet uit van den HoogEerw. Pater Generaal der Predikheeren, waaraan het onderworpen is. De leden van dit Broederschap moeten ingeschreven zijn in een register en nemen op zich, wekelijks een fteheelen Rozenkrans van vijftien tientjes te bidden en de daarbij behoorende vijftien geheimen van ons heilig geloof te overwegen. Van al de Vereenigingen is dit Broederschap het rijkste in plaats- en persoonlijke gunsten en aflaten.

In het jaar 1635 werd door een Predikheer ingesteld:

De eeuwigdurende Rozenkrans, of Eere-wacht van Maria, een vereeniging, waarin de Rozenkrans van den H. Dominicus dag en nacht zonder onderbreking gebeden wordt, om aan de H. Maagd een altijddurende eer te bewijzen en immer door Haar hulp en genaden te ontvangen. Ieder lid had jaarlijks zijn biduur. Deze vereeniging herleefde in 1858 onder een nieuwen vorm, toen Pater Augustinus Maria Chardon, Predikheer uit het klooster van Lyon, bij het jaarlijksch het maandelijksch biduur voegde en het bestuur der vereeniging krachtig regelde. De leden dezer vereeniging moeten lid zgn van het Broederschap. Om

-ocr page 15-

13

aan liun verplichting te voldoen, kiezen zij een uur uit in de maand of in het jaar (des daags of des nachts), waarin zij den geheelen Rozenkrans hidden. Aan het gekozen uur blijven zij getrouw en veranderen het niet zonder goedvinden van den Directeur. Pius IX z. g. heeft door een Breve van den 12 April 1867 die inrichting goedgekeurd en met vele aflaten verrijkt.

De derde wijze der beoefening van het Rozenkransgebed vindt men in den Levenden Rozenkrans.

Deze Vereeniging moet vooral niet met het eerstgenoemde Broederschap van den H. Rozenkrans verward worden.

De Levende Rozenkrans is geen Broederschap , maar slechts een associatie of Vereeniging. Hij is derhalve ook niet aan de wetten van een Broederschap onderworpen: bezit geen noodzakelijk namenregister; is aan geen bepaalde kerk verbonden en behoeft dus naar een nieuwe kerk niet overgedragen te worden; zij n aflaten kunnen in iedere kerk verdiend worden enz.

De Vereeniging van den Levenden Eozen-krans ontstond in het jaar 18215 te Lyon.

Zij bestaat uit afdeelingen van vijftien personen, naar de vijftien tientjes en ge-

-ocr page 16-

14

heimen van den H. Rozenkrans. De leden dezer Vereeniging behoeven geen lid te zijn van het Broederschap. Zij nemen op zich, gedurende een yeheele maand iederen dag een lain door \'t lot aangeiuezen tientje van den gewonen Rozenkrans te hidden en het daarbij behoorende geheim te over wegen. Zoo wordt door iedere afdeeling dagelijks een geheele Rozenkrans gebeden en vormen zij aldus een levenden Rozenkrans. Den 27 Februari 1832 keurde Paus Gregorius XVI de vereeniging goed en schonk haar kostbare aflaten.

Aan deze Vereeniging van den Levenden

O O

Rozenkrans worden de volgende bladzijden gewijd en daarin haar oorsprong, doel, inrichting enz. nader toegelicht.

-ocr page 17-

15

I.

Oorsprong van den Levenden Rozenkrans.

De Vereenigiugvan den Levenden Rozenkrans dankt haar ontstaan aan de godsvrucht eener vrome dienares van Maria, Paulina Maria Jaricot; een heilige vrouw, waardig om in de dankbare herinnering der christenen gebracht en bewaard te worden.

Paulina Maria Jaricot, werd den 12 Juli van het jaar 1799 te Lyon uit bemiddelde ouders geboren. Reeds vroegtijdig wijdde zij zich toe aan den dienst van God en der H. Maagd, die zij tot haren dood met de meest opofferende liefde heeft gediend. En mag de zielswensch barer jeugdige jaren al niet in vervulling zijn gegaan: den Bruidegom haars harten meer van nabij te volgen door het beoefenen der evangelische raden, — zij heeft in de wereld als buiten de wereld geleefd; de zuiverheid van den maagdelijken staat ongeschonden bewaard ; met baar goddelijken Meester den lijdenskelk tot den bodem geledigd en bij ondankbaarheid, boon, verguizing, waarvan zij haar leven lang het voorwerp is geweest,

-ocr page 18-

16

zooveel nederigheid, zooveel blijmoedigheid, in één woord, zooveel deugd getoond, als wij alleen in de Heiligen bewonderen.

Paulina droeg de Koningin des Hemels een teedere liefda toe. Het smartte haar diep, dat die liefderijke Moeder door zoo weinigen werd bemind. Het woest geweld der Fransche revolutie had ook op godsdienstig gebied de grootste verwoestingen aangericht. De liefde tot Jezus en Zijn heilige Moeder was bijna geheel uit de harten verdreven. En toch, zoo dacht zij, alleen door weder te keeren tot die liefde, tot die vereering van Maria, was er redding te verhopen voor de meer en meer van godsdienst vervreemde maatschappij. Hoe verlangde zij haar broeders en zusters in het geloof terug te voeren tot den vurigen ijver van vroegere dagen; tot de eensgezindheid, indien het mogelijk ware, der eerste christenen. Dag en nacht was haar geest in arbeid en peinsde zij op het middel, om daartoe te geraken. Onder tranen smeekte zij de Moedermaagd, dat Zij haar den weg zou doen kennen. Eindelijk, na lang bidden en overleggen meende zij het middel gevonden te hebben in den Rozenkrans. In den Rozenkrans, die ten allen tijde zoo uiterst geschikt was gebleken,

-ocr page 19-

17

om den godsdienst te doen herleven; in den. Rozenkrans, die Maria zoo aangenaam was; in den Rozenkrans, van wiens kracht zij door een gestadige oefening overtuigd was. Door den Rozenkrans zou zij Maria\'s kinderen weer om haar troon verzamelen en alom rijke vruchten van geloof en liefde doen voortbrengen.

Maar hoe een godsvruchtoefening van betrekkelijk langen duur voor te stellen en aangenaam te maken aan menschen, dien het voor een goed deel aan tijd ontbreekt en die in den regel spoedig van den eersten ijver verflauwen? De Rozenkrans van den H. Dominicus toch, die uit vijftien tientjes en de overweging van vijftien geheimen is samengesteld, vereischte beiden.

Paulina bad dan God om licht en kwam tot het volgende plan. Evenals zij vroeger voor de leden der Vereeniging tot Voortplanting des geloofs, — welke heilrijke stichting de kerk eveneens aan haar dankt — de bijdrage zoo laag mogelijk had gesteld, zoo meende zij ook nu ieder een klein deel van den Rozenkrans te moeten aanwijzen , opdat het niemand te veel zou zijn. En geljjk de geringheid van de aalmoes voorheen grootere gaven had uitgelokt, zoo dacht zij ook, dat het bidden van één

-ocr page 20-

18

tientje en de overweging van één geheim liet middel zouden zijn, om behagen te vinden in het veelvuldig bidden en overwegen van den Rozenkrans, waaruit als van zelf een grootere uitbreiding der Maria-vereering volgen zou. Zij verdeelde dan de vijftien tientjes en geheimen van den Rozenkrans onder vijftien personen, van wie ieder eiken dag één tientje te bidden en één geheim gedurende een maand lang te overwegen zou hebben. Voor de verwisseling der geheimen stelde zij een alge-meene vergadering vast, die eens in de maand moest gehouden worden.

Alle glorie aan God gevende, maakte zij dit plan nederig aan haren biechtvader bekend, die er aan Kardinaal Lambruschim verslag van deed en verzocht het den Paus voor te leggen. Gregorius XVI ontving het met blijdschap. Hij achtte zich gelukkig een gelegenheid gevonden te hebben, om aan Paulina Maria Jaricot zijn dank te kunnen betuigen voor den uitstekenden dienst, dien zij der heilige Kerk door het stichten der Vereeniging tot Voortplanting des Geloofs bewezen had.

»Bij de groote droefheid, zoo schreef hij, waarmede de droevige tijden ons vervullen , hebben wij een niet geringen troost

-ocr page 21-

19

gevonden in het verslag, dat onze geliefde zoon Aloysius Lambruschini, kardinaalpriester der H. Roomsche Kerk, ons gegeven heeft, over een godsvruchtoefening, die zich onder den titel van: Levenden Rozenkrans ter eere der Allerheiligste Maagd

O O

Maria, meer en meer verbreid en door onze beminde dochter Paulina Jaricot werd uitgedacht____ Wij hebben den almachtigen

God, de Bron van alle vertroostingen en den Vader der lichten gedankt, dat hij den godvruchtigen vereerders der Moeder Gods dit plan heeft ingegeven, opdat zij door dit korte en gemakkelijke gebed de liefde tot Haar overal mogen ontsteken en aanwakkeren. Om dit godvruchtig werk wijd en zijd met gelukkiger uitslag te verbreiden, komen Wij gaarne ter hulp en openen daarom de hemelsche schatten der aflatenquot;. 1)

Bij dit pauselijk schrijven was de Bul gevoegd, waarin Gregorius XVI Paulina\'s nieuw plan volkomen goedkeurde en de instelling met een schat van aflaten verrijkte. 2)

Nu leed het niet lang of de Levende

1) Begeleidende brief der Bulla van goedkeuring, aan Joannes Bethemps, Kanunnik der Kathedraal van Lyou.

2) Zie bladz. 90.

-ocr page 22-

20

Rozenkrans 1) verspreidde zich naar alle zijden en vereenigde duizenden om Maria\'s troon. Paulina juichte in de hulde en de eer, die de Moeder des Heeren werd aangeboden : de Rozenkrans voerde de christenen tot den dienst van Maria terug. Ja meer nog— de maandelijksche vergaderingen bewezen het — door een in schijn geringe godsvruchtoefening had zij een ontelbare menigte in de christelijke liefde vereenigd: een volk, dat door onderlinge eensgezindheid en volharding in het gebed de eerste christenen nabijstreefde; een volk, dat één was van hart en één van ziel.

Dat was de oorsprong der Gode beha-gelijke vereering van Maria door den Levenden Rozenkrans.

1) De vijftien personen, die dagelijks hun tientje baden, noemde Paulina een levenden Rozenkrans.

-ocr page 23-

21

II.

Doel der Vereeniging.

Uit de vorige bladzijden bleek reeds door wie de Levende Rozenkrans in het leven werd geroepen en wat Paulina Jaricot daarmede in \'t algemeen beoogde. Dit laatste gevoegd bij de verklaringen, in de pauselijke Breven van goedkeuring vervat, doet ons hoofdzakelijk tot een tweevoudig doel besluiten.

In de eerste plaats moest de Levende Rozenkrans het middel zijn om God tot barmhartigheid en ontferming met de zondige wereld te bewegen. Want de toorn Gods was op de volken en niet het minst op Frankrijk nedergedaald. Het Fransche volk, door geen band meer weerhouden, plunderde en moordde en keerde den ge-heelen maatschappelijken toestand om. Het sloeg de hand ook aan het heilige: het hief de kloosterorden op en verjoeg de religieuzen; het verbande en veroordeelde priesters en bisschoppen ter dood en verspreidde allerwege beginselen, die Christus en het christendom in zijn bestaan aanrandden. Vandaar, toen het ruw geweld uitgewoed had, de onverschilligheid voor de heilige waarheden des geloofs; de gering-

-ocr page 24-

22

schatting der H.H. Sacramenten; de verflauwing in de christelijke plichten, de verwaarloozing der vereering van Maria onder de christenen. Dat waren de droevige gevolgen door den gruwel der alver-woestende revolutie in de Kerk van Christus aangericht. Dat was de toorn Gods, die op aarde was afgedaald.

Maar die goddelijke gramschap moest afgewend, die wrekende arm van Zijn rechtvaardigheid tegengehouden worden door Maria, door de Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans. Zoo begreep het Paulina en met haar de geheels Kerk.

» Wij hebben het vast betrouwenquot;, schreef Gregorius XVI in zijn Breve van den 27 Januari 1832, »dat dit gebed zich zalver-»heffen tot dien God, die door het eenparig »smeeken zijner dienaren bewogen, zich »laat verbidden en tot barmhartigheid over-»halen.quot; 1) Met deze woorden gaf de Paus het voorname doel aan, waarvoor de Levende Rozenkrans werd ingesteld; Gods harmhartigheid af Ie smeeken door tusschen-kornst der Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, opdat het geloof ongeschonden bewaard hlijve; de rechtvaardige voortga

1) Vergelijk de Bulla, bladz. 92.

-ocr page 25-

23

in de deugd; de zondaar zich bekeere; de Kerk van Jezus Christus alom geëerd en verheven worde.

Een tweede en niet uit het oog te verliezen doel, waarop het Opperhoofd dei-Kerk in dezelfde Breve wijst, en dat tevens door de vrome stichtster beoogd werd, was het doen herleven van het Rozenkransgebed, zooals het door den H. Dominicus werd ingesteld en een nieuwen bloei te schenken aan het aloude, maar door den druk dei-tijden in vergetelheid geraakte. Broederschap van den Rozenkrans.

Al de godvruchtige pogingen, die Paulina voor de instelling en uitbreiding van den Levenden Rozenkrans aanwendde, moesten tot gemeld doel leiden. Het weinige — één tientje slechts — dat zij van de leden der Vereeniging vroeg, was niet dan een middel om het grootere — den geheelen Rozenkrans, zooals het Broederschap dien voorschrijft — gemakkelijk te maken. De overweging van een enkel geheim in de maand moest hen gemeenzaam doen worden met al de geheimen van ons heilig geloof en smaak geven in het veelvuldig overdenken daarvan. Zoo zou het kleinere offer na verloop van tijd het vaardig brengen van het grootere tot gelukkig gevolg hebben.

-ocr page 26-

24

Inéén woord, het was Paulina\'s opvatting, die een halve eeuw later door den Generaal der Predikheeren-orde aldus in woorden werd gebracht: »de Levende Rozenkrans is een oefenschool, om de volmaaktheid in de godsvrucht tot den H. Rozenkrans te bekomen, en de weg naar het Broederschap.quot; 1)

Tot verwezenlijking van dat doel vroeg de vrome vrouw vier jaren na de instelling van haar Vereeniging het bewijs van affiliatie met de Orde van den H. Dominicus, waardoor de Levende Rozenkrans onder de bijzondere bescherming dier Orde gesteld en aan hare verdiensten deelachtig werd. Zij verwierf dit den 24 Mei 1836 en korten tijd daarna liet de Generaal der Predikheeren op haar verzoek in de kapel, die zij ter eere van de H. Philomena had doen bouwen, het Broederschap van den H. Rozenkrans oprichten.

Welverre dus van den Levenden Rozenkrans te willen scheiden van het Broederschap en hem een afzonderlijk bestaan te geven, streefde zij integendeel naar een zoo nauw mogelijke vereeniging van beide, opdat de oude stam door de ingestorte

1

Deel. 5 Jan. 1879.

-ocr page 27-

25.

jeugdige kracht weer zou opbloeien en wederkeerig de nieuwe twijg tot steun dienen. De algeheele vereeniging van beiden mocht zij echter niet beleven, maar voorzeker, zal zij zich in den hemel verheugd hebben, toen Z. H. Pius IX, z. g., bij pauselijke Breve van 17 Aug. 1877, aan den Generaal der Predikheeren voor immer het opperbestuur over de Vereeniging van den Levenden Rozenki\'ans opdroeg.

Bij dit bovenbeschreven tweevoudig doel bezielde Paulina nog eene grootsche o-e-dachte, welke aan haar leven hier op aarde dien bovenaardschen gloed, dien geur van heiligheid schenkt, waarom wij haar zoo gaarne onder het getal der hemellingen zouden plaatsen. Tot verwerkelijking van die gedachte heeft zij zonder ophouden gearbeid : heeft zij veertig jaren lang gestreden en geleden; heeft zij hoon en verguizing •met blijmoedigheid gedragen. Om die gedachte te verwezenlijken offerde zij haar vermogen, haar gezondheid, haar leven op en haar laatste ademtocht gaf die weer in het woord van den Apostel; Mijne kinderen, bemint elkander. Paulina wilde de vereeniging der zielen vooral in de liefde van Jezus Christus, Eén geestelijk gezin te

2

-ocr page 28-

26

vormen, welks eenheid die der eerste christenen zooveel mogelijk nabij kwam, welks onderlinge liefde weder het voorwerp van bewondering voor de wereld zoude zijn, dat beoogde de groote ziel der heilige vrouw. Was het wonder, dat zij een krachtig middel daartoe zag in den Levenden Rozenkrans. Vandaar de maandelijksche vergadering, die zij instelde, om den geest van dit gezin te verlevendigen. In dat uur vooral moest de band, die de leden onderling verbond, nauwer toegehaald en zouden allen bevestigd worden in de eensgezinde liefde tot Jezus en zijn H. Moeder.

Zulk een Vereeniging moest de Levende Rozenkrans zijn in het oog van zijn vrome stichtster; zulk een Vereeniging moet het nog zijn. Het hooger© doel van den Levenden Rozenkrans is niet, dat ieder lid dagelijks het aangewezen tientje bidde, maar dat velen zich tot één groot gezin vereenigen, waarvan de leden, in de liefde tot Jezus en Maria onderling verbonden, in Zijnen Naam vergaderen, om door het aanhoudend en vruchtbaar Rozenkransgebed barmhartigheid en genade over de wereld van God af te smeeken.

-ocr page 29-

27

Ui-

Geschiedenis der Vereeniging.

Van de oprichting tot op onzen tijd.

Door het hooge pauselijk gezag goedgekeurd en aangemoedigd verspreidde zich de nieuwe godsvruchtoefeniug ongeloofelijk snel. Binnen deu tijd van zes jaren was zij bekend en in beoefening gebracht in het grootste gedeelte van Frankrijk en België, zoodat de Bisschop van Luik in 1839 reeds spreken kon van de algemeen verbreide godsvrucht, die den naam draagt van »Levende Rozenkrans.quot;

Ook in ons Vaderland was deze weldra geen vreemdeling meer. De ijverige zorg van Mgr. Den Dubbelden voerde hem in menige parochie van Brabant in en wekte daardoor de sluimerende godsvrucht niet weinig op. In het jaar 1841 werd de Vereeniging kerkelijk opgericht in het Seminarie Hageveld en van daaruit was zij onder de krachtige bescherming van het herstelde doorluchtig Episcopaat binnen den tijd van tien jaren in meer dan honderd dertig

-ocr page 30-

28

afdeelingen over Nederland verspreid. Bij twee rondgaande brieven beval de Aartsbisschop van Utrecht Mgr. Zwijsen, datin iedere parochie of statie de Levende Rozenkrans zou worden opgericht. Hoeveel dit toebracht aan het herleven van den geest des geloofs en van de liefde tot de Moedermaagd ligt velen nog versch in het geheugen en bleek ten overvloede uit den meer en meer toe-nemenden ijver in den godsdienst, die zich uitte in het bouwen van tempels, in de veelvuldige roeping tot den priester- en kloosterlijken staat, enz.

Omslachtiger dan thans, en, wat de gemeenschap der hoofd- en onderbestuurders der Vereeniging aangaat, minder gemakkelijk was de inrichting van den Levenden Rozenkrans in die dagen.

Ofschoon de pauselijke Breve van den 27 Januari 1832 slechts sprak van zela-teurs, die met de zorg over een vijftiental leden belast werden, kwam er langzamerhand toch, door verschillende besluiten van den H. Stoel, een geheele hiërarchie tot stand.

Een Kardinaal, destijds Zijne Eminentie Kardinaal Lambruschini, werd door den Paus tot beschermheer der geheele Vereeniging aangewezen.

-ocr page 31-

29

Op voorstel van dien Kardinaal-beschermheer benoemde de Paus een hoefdraad voor geheel de wereld. Deze hoofdraad bestond uit drie priesters en had zijn zetel te Lyon, in Frankrijk. Hij stond in schriftelijk verkeer met al de afdeelingen der Vereeniging , wier bijzondere aangelegenheden hy, zoo noodig, regelde.

Ieder Bisschop wees verder in zijn bisdom een diocesaan-bestuurder aan, welke voor het oprichten van nieuwe Vereenigingen diplomen uitreikte, bijzondere bestuurders benoemde, enz.

De katholieken van een stad, of dorp, of parochie, die in de Vereeniging traden, sloten zich in vijftientallen aan elkander onder het bestuur van een Directeur, die priester moest zijn.

Deze Directeur werd bijgestaan door een president, een secretaris, een penningmeester, een bibliothecaris, verschillende raadsleden en zelateurs.

De president droeg de zorg over al de vijftientallen en waakte voor het naleven der aangenomen regelen.

De secretaris schreef de besluiten van iedere vergadering op, ontving en beantwoordde de ingekomen brieven, na vooraf

-ocr page 32-

30

den Directeur of den Raad inlichting hieromtrent verzocht te hebben.

De penningmeester zamelde de jaarlijk-sche aalmoezen in, teekende de lijsten, bijwijze van kwitantie; en deed verder geen uitgaven zonder bevel, of toestemming van den president.

De bibliothecaris bewaarde in zijn huis de boeken en sieraden der Vereeniging; bij hem kwamen de leden op gestelde trjden een godvruchtig leesboek halen, of ruilen.

Ieder raadslid was belast met de zorg over elf vijftientallen. Hij richtte zich bij voorkomende benoodigdheden respectievelijk tot bovengenoemde waardigheidsbekleeders. Tn \'t bijzonder had hij te waken, dat de elf zelateurs hun plicht naar behooren waarnamen.

De zelateur stond aan het hoofd van veertien gewone leden. Met hem maakte die veertien leden een vijftiental of een Rozenkrans uit. Daar echter zijn ambt bij de latere regeling geen verandering heeft ondergaan, bespreken wij dit in het volgend hoofdstuk breedvoeriger.

Onder dezen vorm van bestuur, naar plaatsen en omstandigheden min of meer gewijzigd, bleef de Levende Rozenkrans

-ocr page 33-

31

voortbestaan tot het jaar 1877. Toen had er een gewichtige verandering plaats.

Men zou hier met verwondering kunnen vragen, hoe de H. Stoel er toe overgegaan was, om het bestuur van den Levenden Rozenkrans in handen te stellen van seculiere priesters, daar toch alles wat tot den heiligen Rozenkrans behoort — en de Levende Rozenkrans is daar slechts een wijziging van — sinds eeuwen als erfrecht aan de Orde der Predikheeren toekwam? Men behoort echter in aanmerking te nemen, dat de Orde van den H. Dominicus, met al de andere Orden door de Revolutie der voorgaande eeuw uit Frankrijk verdreven, zich in 1832 nog niet weder vertoond had en niets de veronderstelling wettigde, dat zij weldra herleven zou. Onverwacht, maar met jeugdige frissche krachten verrees zij eerst tien jaren later, toen de beroemde pater Lacordaire het klooster van Nancy oprichtte. Op het onweerstaanbaar woord van den grooten prediker schaarden zich velen uit de bloem der fransche jongelingschap onder zijn leiding; zijn voorbeeld, zijn ijver vond weerklank in hun harten en bezield door zijn geest, vormde zijn bekwame hand hen tot een keurbende van ware apostelen. Allengs verhieven zich in

-ocr page 34-

32

alle oorden van Frankrijk de kloosters der Predikheeren en nam het getal der zonen van St. Dominicus dermate toe, dat kort na het overlijden van den vermaarden redenaar der Notre-Dame een splitsing in drie Provinciën werd noodig geacht.

Het kon niet uitblijven, of de ontwikkeling en bloei der Predikheeren-orde moesten een allergunstigsten invloed uitoefenen op de herleving van den H. Rozenkrans. Alom werd het Broederschap in Frankrijk opgericht; door prediking en geschriften de kennis van dat bewonderenswaardig gebed verspreid en met die kennis achting en liefde voor den Rozenkrans aangekweekt.

Met belangstelling sloeg de Orde de uitbreiding der vruchtbare Vereeniging van den Levenden Rozenkrans gade, en gaf door daden van die belangstelling blijk. Zjj was echter geheel van de Orde onafhankelijk en ofschoon deelachtig aan hare verdiensten, toch wat regeling en bestuur betrof, in niets aan haar onderworpen. Ongetwijfeld hadden de Oversten der Predikheeren bij de herstelling hunner Orde in Frankrijk het billijk verzoek, waarop de overlevering hun recht gaf, aan den H. Stoel kunnen voordragen, om het bestuur van den Levenden Rozenkrans met dat van het

-ocr page 35-

33

Broederschap vereenigd te zien in eenzelfden hoofdbestuurder, den Generaal hunner Orde; zij deden dit echter niet, erkentelijk voor de ijverige pogingen der nog levende stichtster en bestuurders der Vereeniginor.

o o

Toen echter èn Paus, èn hoofdbestuur, èn stichtster gestorven waren; toen er meer dan ééne verandering in den vorm van bestuur ontstaan was; toen vooral, zooals Pius IX schreef, de Levende Rozenkrans gevaar liep de aflaten te verliezen, die hem verleend waren, toen mocht de Orde der Predikheeren niet langer zwijgen en bracht L daarom met de meeste bescheidenheid hare bezwaren, bij monde van drie Provinciaal-Oversten van Frankrijk, voor den H. Stoel. Zijne Heiligheid Pius IX, heiliger gedachtenis, wiens ijveren liefde voor de H. Moeder Gods en den H. Rozenkrans wereldbekend zijn, stelde een levendig belang in die voor den Levenden Rozenkrans hoogst gewichtige zaak en onderzocht haar met al de wijsheid en voorzichtigheid dien grooten Opperpriester eigen. Na rijp beraad maakte de H. Vader eindelijk zijn besluit aan de Katholieke wereld kenkaar en vaardigde op den 17 Augustus 1877 de belangrijke Breve: Qnodiure hcereditario, uit, waarbij de hoogste leiding der Vereeniging van den Levenden

-ocr page 36-

34

Rozenkrans aau den Generaal der Predik-heeren, het bestuur der afzonderlijke Ver-eenigingen in iedere plaats aan de Rectoren van het Rozenkransbroederschap wordt toevertrouwd. 1)

Welke gevolgen deze aanstelling voorde inrichting van den Levenden Rozenkrans had, zetten wij uiteen in het volgend hoofdstuk.

1) Vergelijk de Breve van Pins IX, bladz. 96.

-ocr page 37-

35

IA?quot;.

Tegenwoordige Inrichting. 1)

Met het overdragen van het Opperbestuur over den Levenden Rozenkrans aan den Generaal der Predikheeren-orde bracht PiusIX, zonder het wezen dezer Vereeniging te schaden, toch een aanmerkelijke verandering in hare inrichting.

Dat kon niet anders. De duidelijke kenteekenen van uitputting en verval, die de Levende Rozenkrans vertoonde, maakten een krachtige reorganisatie noodzakelijk. De insluimerende godsvrucht der leden behoefde een nieuwe opwekking. Langzamerhand waren er misbruiken ingeslopen, en nieuwigheden ingevoerd, die van het oorspronkelijk plan der stichters afweken. Daar waren in verloop van tijd vele moeilijkheden gerezen, die een voldoende oplossing eischten.

Oni dit alles tot orde te brengen, maakte de nieuwe Opperbestuurder in hetzelfde jaar zijner aanstelling van de hem verleende macht gebruik en gaf bij een rondgaand schrijven een voorloopige regeling. Hij liet

1

Dit geheele hoofdstuk is gegrond op Appendix III, bladz. 100 enz.

-ocr page 38-

36

deze echter niet tot algemeene bekendheid brengen, vóór dat de tijd en het in beoefening brengen daarvan hare deugdelijkheid zou bewijzen. Toen deze twee jaren later genoegzaam bewezen was, hernieuwde en wijzigde hij gedeeltelijk in zijne Verklaringen van 1879, wat in \'77 was uitgevaardigd en helderde de duistere plaatsen op. Volgens deze Verordeningen en Verklaringen respectievelijk van 15 November 1877 en 5 Juni 1879 is nu de Levende Rozenkrans als volgt ingericht:

Het samenstel der Vereeniging van den Levenden Rozenkrans bestaat uit: den Ge.ae-raal-of Opperbestuurder; den Provinciaal-bestuurder; den gewonen of Bijzonderen bestuurder ; de zelateurs of zelatricen; de leden. Genoemde personen worden bij iedere Vereeniging , ook al bestaat zij slechts uit één vijftiental, vereischt. Bij grooter aantal leden, wordt een president aangesteld over een bepaald getal zelateurs. Raadsleden, Secretarissen, Penningmeesters, of andere waardigheidsbekleeders worden niet vernoemd, doch zijn ook niet uitgesloten. Voor de goede orde in groote Vereeni-gingen zijn zij zelfs zeer wenschelijk.

Wij gaan de betrekking, waarin de eerst-

-ocr page 39-

37

krans staan, nader uiteen zetten. Vooraf echter maken wij de volgende bemerking:

NB. Al wat over het ambt van den president of zelateur gezegd wordt, geldt evenzeer voor dat der presidente of der zelatrice, zooals uit gemelde stukken blijkt. Waar in de volgende bladzijden derhalve het mannelijk of vrouwelijk alleen gebruikt wordt, leze men beide.

A.

De Generaal- of Opperbestuurder.

Bij pauselijke Breve van den 17 Aug. 1877 aangesteld, heeft de HoogEerwaarde Pater-Geueraal, van de Orde der Dominicanen , die te Rome resideert, het opperbestuur over den Levenden Rozenkrans. -Na het aftreden of overlijden van den tegenwoordigen Generaal, j. M. Larroca, gaat dit dus over op zijn wettige opvolgers.

\'T Door deze aanstelling is het generaal-bestuur, of de Hoofdraad der drie priesters te Lyon vervallen.

De Generaal der Predikheeren machtigt z^ne Provinciaals in de landen, waar de

-ocr page 40-

38

Dominicanen kloosters bezitten, 1) tot alles wat vereischt wordt voor het oprichten der Yereeniging van den Levenden Rozenkrans in de verschillende parochiën. Aan hem blijft de eindbeslissing voorbehouden in moeilijkheden, die door de gegevens van het reglement niet kunnen uitgewezen worden.

O

B.

De Provinciaal-bestuurder.

De Orde der Dominicanen is verdeeld in provinciën; iedere provincie heeft een Overste, die Provinciaal genoemd wordt. De Provinciaal der Dominicanen van Nederland houdt doorgaans zijn verblijf in het klooster te Huisen bij Arnhem.

De Provinciaal-bestuurder alleen heeft, krachtens de verleende volmacht, (zie A.) het recht, om bij bet oprichten eener nieuwe Vereeniging een By zonderen bestuurder aan te stellen, indien deze geen Pastoor is in een kerk, waar het Broederschap van den Levenden Rozenkrans is opgericht; daar in dit geval geen aanstelling noodig is. Hij verleent de macht om Rozenkransen

1

In de landen waar zij die niet bezittea, richt men zich tot den Provinciaal der naastbijgelegen Provincie der Predikheeren.

-ocr page 41-

39

te wijden voor de leden, opdat zij al de aflaten kunneu verdienen, die aan de Ver-eeniging geschonken zijn.

In plaatsen waar geen Broederschap is, en ook geen priester het bestuur van den Levenden Rozenkrans op zich wenscht te nemen, kan de Provinciaal-bestuurder een President over de leden aanstellen.

Hij heeft echter de macht niet, om een Dioecesaan-hestuurder te benoemen. Vóór den overgang van den Levenden Rozenkrans in de Dominicaner-orde, was in ieder bisdom een priester aangewezen, die met de aangelegenheden der Vereeniging belast was. Deze gaf diplomen voor het oprichten van nieuwe Vereenigingen, benoemde Bijzondere bestuurders, enz. Sinds genoemde overgang bestaat die waardigheid niet meer, maar is die macht aan den Provinciaalbestuurder vervallen. Om te waken over de goede regeling en instandhouding der Vereeniging is nu in sommige bisdommen een Dicecesaan-verzorger door den Bisschop aangesteld, tot wien de geestelijken van het bisdom zich in voorkomende moeilijkheden richten en door wiens tusschenkomst, zij veelal de aangelegenheden van den Levenden Rozenkrans met den Provinciaalbestuurder regelen.

-ocr page 42-

40

C.

De Bijzondere bestuurder

van den Levenden Rozenkrans is de priester, die in eene parochie met de leiding der Vereeniging belast is. Naar de wijze hunner aanstelling onderscheiden zij zich in twee klassen: die met plaatselijken en die met persoonlijken titel.

Bijzondere bestuurder met plaatselijken titel is alleen die priester, welke tevens Pastoor is in eene kerk, waar het Broederschap 1) van den H. Rozenkrans bestaat, hetwelk hij bestuurt. Uit kracht der waardigheid van Bestuurder der Broederschap en zonder eenicre verdere aanstelling heeft

O O

hij de macht om in zijn gemeente de Vereeniging van den Levenden Rozenkrans op te richten; die, zoo zij reeds bestaat, te besturen; rozenkransen voor de leden te wijden, enz. Wordt die priester echter verplaatst naar een parochie, waar het Broederschap van den H. Rozenkrans niet bestaat, dan verliest hij met zijn waardigheid van bestuurder der Broederschap ook die van bestuurder van den Levenden Rozen-

1

Wij wijzen hier nogmaals op het verschil tussehen het Broederschap van den H. Rozenkrans en de Cer-eeniging van den Levenden Rozenkrans. Zie bladz. 9 en 11.

-ocr page 43-

41

krans. Dit volgt uit den aard van zijn plaatselijken titel; daar hij zoolang slechts Bijzondere bestuurder was, als hij in de plaats verbleef, waaraan eerstgenoemde waardigheid was verbonden. Verlaat hij die plaats, dan kan hij zonder aanstelling van de bevoegde macht het bestuur van den Levenden Rozenkrans niet meer op zich nemen, tenzij in de nieuwe gemeente, waarheen hij zich begeeft, het Broederschap van den H. Rozenkrans is opgericht en aan hem de waardigheid van bestuurder daarvan wordt opgedragen.

Aan deze bestuurders der Broederschap heeft Pius IX bij Breve van 17 Aug. 1877 het bestuur der plaatselijke Vereenigingen van den Levenden Rozenkrans toevertrouwd. Daar echter in vele kerken het Broederschap niet is opgericht, waar men toch de Vereeniging van den Levenden Rozenkrans wenscht in te stellen, benoemt de Provinciaal-bestuurder op aanvrage voor die plaatsen Bijzondere bestuurders met persoonlijken titel. 1)

1

Dit persoonlijk staat nietslechts tegenover plaatselijk, maar sluit daarenboven het denkbeeld van één persoon in; zoodat bijv. een Pastoor, als Bijz bestuurder van den Lev. Roz. met persoonlijken titel aangesteld, uit den aard van dezen titel zijn ambt van bestuurder niet aan een kapelaan kan overdragen.

-ocr page 44-

42

Wil zulk een Bijzondere bestuurder van den Levenden Rozenkrans zijn ambt wettig uitoefenen , dan behoeft bij een aanstelling als zoodanig van den Provinciaal-bestuurder. Ook behoort hij de faculteit te bezitten tot het wijden van Rozenkransen voor de leden, die zonder een rozenkrans, door de Predikheeren of door hen gevolmachtigden gewijd, al de hun verleende aflaten niet kunnen verdienen. Want men moet wel in aanmerking nemen, dat ia de aanstelling als Bijzondere bestuurder van den Levenden Rozenkrans met persoonleken titel, nog niet de macht begrepen is, om aan rozenkransen zulk een wyding te hechten , als noodzakelijk is om al de aflaten te verdienen, die de Pausen aan de leden der Vereeniging geschonken hebben. Hiertoe wordt een afzonderlyke faculteit vereischt, die alleen door den Greueraal-of Provinciaal-bestuurder kan verleend worden. Beide, aanstelling en faculteit, worden op aanvrage toegezonden door den H.E.W. Pater Provinciaal-bestuurder voor Nederland, in \'t Dominicaner-klooster te Huisen bij Arnhem.

De aanstelling van den Bijzonderen bestuurder met persoonleken titel is voor zijn geheele leven. Verplaatsing vermindert of

-ocr page 45-

43

verandert zijn macht niet. In iedere nieuwe gemeente, waarheen hij verplaatst wordt, kan hij den Levenden Rozenkrans oprichten , of de bestaande Vereeniging besturen. Overal kan zijn ijver werken; zelfs in plaatsen, waar kloosters van Predikheeren zijn, of kerken waar het Broederschap van den H. Rozenkrans bestaat. In een stad, waar meerdere parochiekerken z.jjn, kan iedere kerk haar Vereeniging van den Levenden Rozenkrans hebben, wat met het Broederschap het geval niet is.

De wettige aanstelling is echter noodzakelijk. Want, hoewel de Vereeniging van den Levenden Rozenkrans geen Broederschap, en als zoodanig ook niet aan de wetten van een Broederschap gebonden is, zijn toch de handelingen van den Bijzonderen bestuurder van geen kracht zonder die aanstelling. Zijn benoemingen van ze-lateurs zijn ongeldig; de ledendoor dezen aangeworven zijn geen leden der Vereeniging en hebben dus geen recht op haar gunsten en aflaten. Het gevolg hiervan is, dat de geloovigen , die om vele aflaten te verdienen zich in den Levenden Rozenkrans laten opnemen, door de onwettigheid van den Bij zon deren bestuurder in hunne verwach-

-ocr page 46-

44

ting worden te leur gesteld en van vele geestelijke voorrechten beroofd.

Dit geldt echter alleen voor die Bijzondere bestuurders, welke in den laatsten tijd, na het bekend maken der besluiten van deu Generaal-bestuurder, zonder aanstelling de leiding der Vereeniging van den Levenden Rozenkrans op zich hebben genomen. Want:

den 15 November 1877 heeft de Hoogwaardige Generaal-bestuurder allen, die tot op dien dag, door wien zij ook waren aangesteld, of ook zonder eenige aanstelling als Bijzondere bestuurders van den Leven-Rozenkrans werkzaam waren, in hun ambt voor geheel hun leven bevestigd. 1)

De geestelijken echter, welke na dien datum begonnen zgn zonder aanstelling het ambt van Bijzonderen bestuurder uit te oefenen, bezitten die waardigheid niet

1

Voor het Aartsbisdom van Utrecht beeft de Generaal-bestaurder, op aanvrage, drie jaren later een bijzondere sanatie verleend; zoodat de priesters in dat dioecees, die het bestuur van den Levenden Rozenkrans op zich willen nemen, na den 5 April 1880 een aanstelling behoeven. Deze sanatie geldt tevens roor Zela-tears. Presidenten euz.

-ocr page 47-

45

en hun benoemingen, enz. zijn ongeldig.

De wezenlijke plicht van den Bijzonderen bestuurder bestaat in het benoemen van zelatenrs, die over de vijftientallen staan. Over elf vijftientallen kan hij een president aanstellen.

Overigens rust het op hem, de eer van Maria zooveel mogelijk uit te breiden, waartoe de Levende Rozenkrans hem een krachtig middel in de hand geeft. De leden der Vereeniging moeten inderdaad kinderen van Maria zyn. Hij onderzoeke hen daarom en verwijdere de onwaardigen. Hij roepe de presidenten en zelateurs ter vergadering op; wakkere hun ijver aan; onderwijze hen in hunne plichten en overlegge met hen, wat er voor de uitbreiding der Vereeniging kan gedaan worden. Eindelijk viere hij de jaarlijksche feesten en H.H. Diensten der Vereeniging met waardigen luister.

D.

De President.

Bij grootere Vereenigingen kan de Bijzondere bestuurder een gedeelte zijner zorg overdragen aan een president. Van de

-ocr page 48-

46

instelling des Levenden Rozenkrans af, werd over elf vijftientallen een president aangesteld. Men koos het getal elf, omdat elfmaal vijftien het getal der koralen van een geheelen Rozenkrans oplevert.

De president wordt aangesteld door den Bijzonderen bestuurder; zonder die aanstelling kan hij zijn ambt niet uitoefenen.

Alle presidenten, die vóór 15 November 1877 als zoodanig werkzaam waren, zijn door den Hoogw. Cleneraal-bestuurder voor geheel hun leven bevestigd en kunne.i dus deze betrekking — met goedvinden natuurlijk van den Bijzonderen bestuurder — blijven waarnemen. (Zie noot, bladz. 44.)

Die na dezen datum in werking zijn getreden, behoeven bovengenoemde aanstelling, zonder welke hun handelingen als president ongeldig zijn.

Slechts die door waardigheid en godsvrucht uitmunt, kieze de Bijzondere bestuurder tot president. Daarbij moet de ernst van zijn wandel en de eerbied voor zijn jaren hem het gezag schenken, dat hij in de Vereeniging behoeft.

De zorg van den president strekt zich hoofdzakelijk over de zelateurs uit, wier namen hij opteekent en minstens ééns jaars bijv. met Rozenkransfeest, den eersten

-ocr page 49-

47

Zoudag van October, aan den Bijzonderen bestuurder overhandigt.

Hij drage zorg, dat de zelateurs hun plichten getrouw nakomen; hoore hunne wenschen en klachten aan, om die over te brengen aan den Bijzonderen bestuurder.

Hij onderzoeke bij de zelateurs, welke vijftientallen overcompleet, welke incompleet zijn en vuile met de overtollige leden het ontbrekende aan.

De overtollige leden, die niet bij een incompleet vijftiental geplaatst kunnen worden , vorme hij tot een nieuwe sectie en stelle één daarvan als zelateur voor aan den Bijzonderen bestuurder, die naar goedvinden handelt.

Opdat de president deze plichten geregeld en nauwkeurig kunne waarnemen bepale de Bijzondere bestuurder eenige dagen, waarop hij de zelateurs vergaderen kan, om over deze aangelegenheden berichten in te winnen en te overleggen, wat er te doen staat.

-ocr page 50-

48

E.

De Zelateur en Zelatrice.

De persoon, aan wie de zorg over veertien leden van den Levenden Rozenkrans wordt opgedragen heet zelateur (zelatrice). Hij zelve maakt met de veertien, het vijftiental, of eene afdeeling, een sectie, vol.

De zelateur behoeft een aanstelling van den Bijzonderen bestuurder, zonder welke zijn handelingen, als zoodanig, ongeldig zijn.

Zij, die voor 15 November 1877, de betrekking van zelateurs van den Levenden Rozenkrans waarnamen, zijn door den Hoogw. Generaal-bestuurder voor geheel hun leven daarin bevestigd, en kunnen die — met goedvinden natuurlijk van den Bijzonderen bestuurder — blijven uitoefenen. (Zie noot, bladz. 42.)

Na dezen datum kan geen zelateur zonder genoemde aanstelling werken.

De bediening van zelateur vertrouwe de Bijzondere bestuurder aan hen toe, die in godsvrucht de anderen ten voorbeeld kunnen zijn. Kinderen van dertien, veertien jaar, wat in menige plaats onder de zelatricen vooral het geval is, moeten daarvoor niet gebruikt worden. Dit is veelal oorzaak

-ocr page 51-

49

dat ouderen de Vereeniging geringschatten en niet voor zich geschikt oordeelen.

Gelijk zijn naam aanduidt, moet de zelateur ijveren voor de instandhouding en uitbreiding der Vereeniging.

Zijn plicht is het leden aan te werven voor den Levenden Rozenkrans. Hij be-pale zich niet tot zijn vijftiental, maar zoeke steeds meerdere leden te winnen, waaruit nieuwe vijftientallen kunnen gevormd worden.

Ofschoon eene inschrijving der leden, gelijk bij het Broederschap, niet noodzakelijk is, houde hij toch aanteekening van de namen der leden, die tot zijne afdeeling behooren en levere de lijst daarvan minstens ééns jaars, bijv. op Rozenkransfeest, eersten Zondag van October, bij den president, of den Bijzonderen bestuurder in.

Vooral zorge hij dat zijn vijftiental compleet blijve. Indien zijne afdeeling door sterfgeval of uittreden leden verliest, onder-zoeke hij of de President bij machte is het ontbrekende aan te vullen; zoo niet dan werve hij spoedig de noodige leden aan. 1)

3

1

Over het verdienen der aflaten, waaneer een vijftiental incompleet is, zie bladz. 53, no. 5.

-ocr page 52-

50

Wanneer de zelateur meer leden aangeworven heeft dan zijne afdeeling behoeft, geeft Lij de namen der nieuwelingen aan den president of den Bijzonderen bestuurder op, om er met de overtolligen der andere afdeelingen een nieuw vijftiental van te laten vormen. Is dit nog niet mogelgk, dan kan men de nieuw aangenomenen als leden beschouwen , ofschoon het niet zeker is, dat zij alle aflaten verdienen kunnen. De zelateurs zorgen, dat er zoo spoedig mogelijk een compleete sectie van gevormd worde. 1)

Een tweede plicht van den zelateur is: maandelijks met zijn vijftiental de geheimen voor de volgende maand bij loting te ver-deelen. Over deze verdeeling der geheimen zal in een afzondeilijk hoofdstuk spraak zijn.

F.

De Leden.

Lid van den Levenden Rozenkrans is iemand, die, door een wettigen zelateur aangenomen, met veertien andere personen eene afdeeling uitmaakt van een wettig opgerichte Vereeniging.

1

Wat in dit geval voor de loting der geheimen ge\\orderd wordt. Zie VI, bladz. 50.

-ocr page 53-

51

Om lid te worden heeft men zich bij een wettigen zelateur aan te geven, om door hem bij een vijftiental ingelijfd te worden. Meer wordt er voor het lidmaatschap niet vereischt; wat er verder gedaan wordt, als: het opschrijven der namen, het overboeken daarvan in een register, enz. is wenschelijk voor de goede orde, voor het geregelde bestuur, doch niet noodzakelijk voor de geldigheid van het lidmaatschap.

De aangifte wordt persooulyk, of per brief, of door een tusschenpersoon gedaan.

Allen kunnen zich aangeven, hetzij men in de plaats woont, waar de Vereeniging is opgericht, of daarbuiten.

Hebben zich vijftien leden aangemeld en is één van hen door den Bijzonderen bestuurder als zelateur aangesteld, dan bestaat reeds de Vereeniging.

Vijftien leden, van welke één zelateur is, vormen een afJeeling, sectie of roos. Deze benamingen worden zonder onderscheiding aan de vijftientallen gegeven. De eerbiedwaardige stichtster koos het getal vijftien , omdat de geheele Rozenkrans van den H. Dominicus uit vijftien tientjes bestaat, bij ieder van welke een geheim van ons heilig geloof overwogen wordt; zoodat elke

-ocr page 54-

52

afdeeling lederen dag een geheelen Rozenkrans bidt.

Wanneer de afdeelingen eener Vereeni-ging voltallig zijn en nieuwe leden zich alsdan aanmelden, mogen deze als leden worden beschouwd, ofschoon het niet zeker is, dat zij alle aflaten kunnen verdienen, die aan de leden verleend zijn. Zie bladz. 50.

Eén persoon kan lid zijn van meerdere afdeelingen; daartoe moet hij echter zoo dikwerf de voorwaarden vervullen, als er afdeelingen zijn, waarvan hij lid is.

Een lid van den Levenden Rozenkrans kan tevens lid zijn van het Broederschap en van den Eeuwigdurenden Rozenkrans, 1) mits hij de verplichtingen van elk getrouw nakome. Zie bladz. 54.

1

Wat deze beide zijn, vindt men op bladz. 11 en 12 in \'t kort aangegeven.

-ocr page 55-

53

■V-

Verplichting der Leden. 1)

De leden van den Levenden Rozenkrans hebben slechts ééne verplichting, namelijk: het dagelijksch bidden van één tientje — bestaande uit éénmaal \'t Ome Vader, tienmaal \'t Wees gegroet en éénmaal Glorie zij den Vader enz. — daarbij voegende de overweging van het getrokken geheim.

Deze verplichting heeft haar grond in het lidmaatschap zelve. Wanneer iemand van de Vereeniging lid wordt, neemt hij stilzwijgend aan dagelijks die gebeden te verrichten.

Het nakomen van dit voorschrift verplicht niet op zonde. Die het echter achterlaat , berooft zich van de aflaten, welke hij dien dag daardoor verdienen kou. Daarenboven begaat hij, die vrijwillig zijn geringe taak niet vervult, een laakbare ongetrouw-heid. Hij breekt in zekeren zin zijn woord, dat hij aan God, aan de H. Maagd, aan zijn medeleden gegeven heeft, toen hij de Vereeniging intrad en de verplichting op zich nam. Hij is de oorzaak, dat de Rozen-

1

Waar in de volgende bladzijden van Verplichting spraak is, leze men niet: Verplichting op zonde.

-ocr page 56-

54

krans niet geheel gebeden wordt; dat zijn afdeeling geen levenden Rozenkrans meer vormt.

De leden , die uit godsvrucht — niet om een andere reden bijv.; als lid van het Rozenkransbroederschap, — een rozenhoedje bidden, behoeven daarenboven geen afzonderlijk tientje meer te bidden , om aan hunne verplichting als lid 7 an den Levenden Rozenkrans te voldoen; zij volstaan, met één tientje van dat rozenhoedje en de overweging van het aangewezen geheim daarvoor te bestemmen.

De leden echter, die tevens lid zijn van liet Rozenkransbroederschap, volstaan niet met de meening een tientje van het rozenhoedje, dat zij reeds moeten bidden, te bestemmen om aan de verplichting te voldoen, die zij als lid van Levenden Rozenkrans hebben. Deze moeten daarvoor hun tientje afzonderlijk bidden.

Eene plaats waar, of een tijd waarop men het tientje bidden moet, is niet voorgeschreven, maar aan ieders godsvrucht overgelaten.

Met betrekking tot het verdienen of niet verdienen der aflaten, aan het vervullen der genoemde verplichting verbonden, dient het volgende in acht genomen te worden];

1. De leden van den Levenden Rozenkrans

-ocr page 57-

55

die hun tientje, of de overweging van het getrokken geheim vrijwillig of onvrijwillig achterlaten, verliezen iederen dag, dat zij dit doen, de verleende aflaten. (Juxta Bullam Greg. XVI.)

2. Indien de nalatigheid vrijwillig is, verliezen zij ook deu vollen aflaat, die iedere maand door hèn kan verdiend worden, welke getrouw het hun ten deel gevallen tientje gebeden hebben. (Bulla Greg. XVI.)

3. Zijn zij echter wettig verhinderd geweest , dan kunnen zij den vollen aflaat der maand nog verdienen. (Ibid.)

4. De andere leden derzelfde afdeeling kunnen altijd, als zij getrouw hunne verplichting nakomen, de dagelijksche en maan-delijksche aflaten verdienen, ook al verzuimen meerdere leden hun tientje te bidden, of het aangewezen geheim te overwegen. (Greg. XVI, 1 Sept. 1835.)

5. Wanneer eene afdeeling door sterfgeval , of uittreden, om welke oorzaak ook , leden verliest, kunnen de overigen de aflaten toch verdienen, zoo de zelateur slechts zorge, dat de opengevallen plaatsen binnen een maand worden aangevuld. Dit wordt gerekend van den dag, waarop het verlies aan den zelateur bekend wordt. (Greg. XVI., 1 Sept. 1835.)

-ocr page 58-

56

VI-

Verwisseling der geheimen.

De vijftien personen, die een afdeeling van den Levenden Rozenkrans samenstellen, zijn verplicht 1) bij het bidden van hun dage-lijksch tientje één der vijftien geheimen van den H. Rozenkrans gedurende een geheele maand te overwegen. Is die maand voorbij, dan moeten zij van geheim veranderen.

De verwisseling dier geheimen geschiedt door lotina of trekking. Zóó heeft de stichtster, zóó hebben de eerste bestuurders der Vereeniging het opgevat en ons overgeleverd. Duidelijk blijkt dit ook uit verschillende besluiten van Paus Gregorius XVI, waardoor de loting geregeld wordt. Eindelijk heeft Rome den 20 September 1879 uitdrukkelijk verklaard: de geheimen moeten door het lot verdeeld, worden ; een eenvoudige uitdeeling is niet genoeg.

Deze verdeeling der geheimen kan op twee wijzen plaats hebben. Volgens de eerste wordt iedere maand door alle leden een nieuw geheim getrokken. De tweede wijze laat toe, dat men, na eenmaal een

1

Niet op zonde.

-ocr page 59-

57

geheim door het lot getrokken te hebben, verder iedere maand het volgende neemt. Op één dezer beide wijzen moeten de geheimen verdeeld worden. Het verwaar-loozen daarvan gaat gepaard met het verlies der aflaten.

Het begin van iedere maand is de tijd voor de verwisseling volgens de eerste wijze bepaald. Wanneer echter een redelijke oorzaak, bijv. een feestdag, die aanstaande is, verhindert, daar op dien tijd toe over te gaan, kan men de verwisseling uitstellen; zoo zij slechts in de eerste helft der maand geschiedt. (Rome 7 Juni 1839.)

Op den bepaalden dag, bijv. op den eersten Zondag der maand, vergaderen dan al de leden der afdeeling met den zelateur en trekken bij beurten het geheim, dat het lot hun toebedeelt. Kunnen allen niet die vergadering bijwonen, dan geschiede de trekking door den zelateur met de aanwezige leden, waarvan er minstens twee tegenwoordig moeten zijn. Deze loten dan voor de anderen en in dit geval is de zelateur gehouden, den afwezigen leden aanstonds kennis te geven van het getrokken geheim. (Rome 8 Nov. 1835.)

Wanneer een zelateur meer leden aangeworven heeft, dan voor zijn sectie vol-

-ocr page 60-

58

doende zijn, dan kan hij, zooals boven gezegd is, de overtolligen als leden beschouwen en derhalve ook geheimen met hen trekken. Hij gaat hierbij volgender-wijze te werk: Eerst laat hij de leden van zijn sectie elk een geheim loten ; daarna neemt hij een nieuw stel van vijftien geheimen , waaruit elk der bijgekomen leden er één trekt en legt de overige briefjes ter zijde.

Om de godsvrucht en het geheugeu dei-leden te gemoet te komen, heeft men de goede gewoonte ingevoerd om aan ieder lid een briefje te geven , waarop het geheim wordt vermeld en verklaard, met bijvoeging van eeuige godvruchtige gedachten naar aanleiding van het geheim, of de omstandigheden, den tijd enz. waarin de trekking plaats heeft.

Ofschoon de boven uiteengezette wijze van verdeeling der Rozenkrans-geheimen in de meeste omstandigheden van toepassing is en als regel moet behouden worden, zullen er altijd gevallen overblijven, waarin zij moeilijk te volgen is. Zij voorziet niet in het bezwaar, dat in sommige plaatsen de maandelijksche samenkomst of de kennisgeving van het geheim aan ver verwijderden oplevert. Ook niet in het geval, dat één

-ocr page 61-

59

of meerdere ledeu voor langen tjjd afwezig zijn. Het heeft daarom Z. H. Paus Gre-gorius XVI den 7 Juni 1839 behaagd, een tweede wijze van verdeeling, goed te keuren , waardoor gemelde bezwaren geheel worden weggeruimd.

Volgens deze tweede wijze wordt door ieder lid eener afdeeling, in een vergadering als bovenbeschrevene, een geheim door loting getrokken Is de maand om, dan neemt ieder voor zich het volgende geheim; zoodat bijv. een lid, die het tweede geheim (het Bezoek van Maria aan Elisabeth) heeft getrokken, in het begin der volgende maand het derde (de Geboorte van Christus) moet nemen; en zoo verder iedere maand het volgend geheim. Het lid dat het vijftiende geheim (de Kroning van Maria) getrokken heeft, of in het verloop der maanden daaraan genaderd is, neemt voor de volgende maand het eerste geheim (de Boodschap des Engels) weder; enz.

De meerdere voortgang en bloei der Vereeniging eischt echter, dat deze tweede wijze van verdeeling der geheimen uitzondering blijve. Hoe licht immers zal men vergeten bij het begin der maand een volgend geheim te nemen: de ijver, door geen maandelyksche samenkomst meer aan-

-ocr page 62-

60

gewakkerd, verflauwt langzamerhand, en d(

het onvermijdelijk gevolg is, dat de geest, di

die in de Vereeniging heersclien moet, m

verdwijnt; dat van de vijftien geheimen nu Z

dit dan dat ontbreekt; dat in één woord oj

de Levende Rozenkrans sterft en er slechts ti

een kroon van verwelkte rozen overblijft. li

Men volge dus de eerste wyze en passé oi

de tweede alleen op die leden eener afdeeling toe, welke langen tijd afwezig zijn, of ver verwijderd wonen. De overige leden trekken iedere maand een nieuw geheim en de zelateur lette hierbij op het volgende: Hij teekene de geheimen op van hen, die gebruik maken van de tweede wijze en legge die bij de maandelijksche loting ter zijde; uit de overblijvende geheimen wordt door de andere leden getrokken.

Die leden echter, welke de tweede wijze volgen, moeten getrouw zijn in het maan-delijksch veranderen hunner geheimen, bedenkende, dat zij er de oorzaak van zijn, wanneer niet al de geheimen van- den H. Rozenkrans overwogen worden en derhalve de geheele Rozenkrans niet gebeden wordt.

Ten slotte; in die Vereenigingen, waar de tweede wijze van geheimenverdeeling voor al de leden in gebruik is, daar zijn

-ocr page 63-

61

de zelateurs volstrekt niet ontheven van de zorg, om te waken over de geregelde maandelijksche verwisseling der geheimen. Zij moeten daar zooveel mogelijk naar onderzoeken; de nalatige leden hun verplichting in herinnering brengen en, bij herhaling, er kennis van geven aan den president of den Bijzonderen bestuurder.

-ocr page 64-

62

■VII.

Kerkelijke Besluiten

betreffende den Rozenkrans, het Gebed en de Overweging der leden.

Na de uiteenzetting van datgene, wat tot de verplichting der leden behoort, is het hier de geschikte plaats, de besluiten mede te deelen, die de H. Kerk omtrent den rozenkrans, waarvan de leden zich bedienen, het gebed, dat zij daaraan verrichten en de overweging, die zij daarbij voegen, genomen heeft.

a. HET KOllAJ.ENSNOEIl VaN DEN ROZENKRANS.

Daar de rozenkrans, dien de leden gebruiken , geen andere dan die van den H. Dominicus is, zoo moet die bestaan uit vijftien tientjes, welke verdeeld worden ia drie rozenhoedjes, elk van vijf tientjes. De rozenkrans, of het rozenhoedje moeten natuurlijk gewijd zijn.

Om dezelfde reden mogen de leden voor het vervullen hunner taak zich niet van rozenhoedjes bedienen, die zes, zeven, of meer, of minder tientjes tellen; ook kuanen aan gouden of zilveren ringen met één

-ocr page 65-

03

groote en tien kleine koralen geen aflaten worden gehecht. H. Congr. der Afl. 1836, 20 Juni.

De koralen kunnen uit verschillende stoffen vervaardigd zijn. De H. Kerk oordeelt, dat de wijding geschonken kan worden, aan koralen, die bestaan uit: gepolijst staal, ijzer, nikkel, lood , massief glas en ook uit brooze stoffen, dat is, die licht verslijten. C. d Afl. 1820, 29 Febr. en 1839, 22 Maart.

Om eenige aflaten, die aan den Levenden Rozenkrans verleend zijn, te kunnen verdienen, is een rozenhoedje met gewone wijding voldoende; om alle aflaten te winnen, wordt een rozenhoedje vereischt, dat gewijd is door een Predikheer, of een anderen priester, die van den Generaal of den Provinciaal der Predikheeren daartoe de macht ontvangen heeft. (Summ. indulg.)

Deze laatste wijding moet geschieden volgens een voorgeschreven formuul, welke noodzakelijk uitgesproken moet worden, wil de wijding van kracht zijn. fCongr. d. Afl. 1864, 29 Febr.)

Een groot aantal rozenkransen kunnen te gelijk gewijd en daarna uitgedeeld worden. (Congr. d. Afl. 1855, 12 Maart.)

Meerdere aflaten kunnen aan eenzelfden

-ocr page 66-

64

Rozenkrans gehecht worden, bijv. die der Predikheeren, der Kruisheeren, van de H Birgitta, enz. Men kan eehter al deze aflaten niet met hetzelfde gebed verdienen, maar moet de vereischte gebeden herhalen.

De aflaten, die aan een rozenkrans gehecht zijn, gaan verloren:

1. als de bezitter sterft; daar de rozenkrans slechts voor één persoon gewijd wordt; (Congr. d. Afl 1711, 23 Febr.)

2. ala de bezitter, die den rozenkrans gebruikt heeft, hem weggeeft, verruilt, of verkoopt. (Congr. d Afl. 1847, 12 Juli.)

3. als de bezitter zijn rozenkrans aan een ander leent, bedoelende dat deze, door er aan te bidden, de aflaten verdienen zou, die er aan gehecht zijn. (Congr. d. Afl. 1745, 13 Febr. — (Zie hieronder n0. 3.)

De aflaten blijven echter aan den rozenkrans gehecht:

1. wanneer de rozenkrans breekt en weder hersteld wordt;

2. wanneer eenige koralen, niet meer dan vier of vijf, verloren gaan en door nieuwe vervangen worden. In beide gevallen toch blijft de rozenkrans dezelfde;

3. wanneer de bezitter zijn rozenkrans uitleent, niet opdat een ander de aflaten verdiene, die er aan gehecht zijn, maar

-ocr page 67-

65

om bijvoorbeeld zijn gebeden te tellen, of iets dergelijks, (Congr. der Afl. 1745, 13 Febr.)

b. HKT GEBED.

Het gebed, dat de leden aan hun ge-wijden rozenkrans moeten bidden, bestaat uit: éénmaal \'t Onze Vader, tienmaal \'t Wees gegroet en éénmaal Glorie zij den Vader, enz. Het volgt uit den aard der instelling van de Vereeniging, dat zij, die, om aan hunne verplichting als lid te voldoen , andere gebeden bidden, de aflaten niet verdienen.

Ofschoon de H. Kerk geen besluit heeft uitgevaardigd omtrent het inleiden van den Rozenkrans met het Ik geloof in God den Vader enz.; één Onze Vader; driemaal \'t Wees gegroet met de bijbehoorende groetenissen; ik groet U Dochter van God den Vader, enz., en één Glorie zij den Nader, enz. — is het toch onder de katholieken een loffelijke gewoonte zulks te doen. Dit godvruchtig gebruik is ook in den Levenden Rozenkrans blijven bestaan. Van den tijd der instelling af, werd aan het lid, dat het eerste geheim van den H. Rozenkrans getrokken had, verzocht, niet op-

-ocr page 68-

66

gelegd, met het getrokken tientje ook de bovengenoemde gebeden te bidden, waarmede de Rozenkrans ingeleid wordt.

Evenzeer is het een verzoek, geen voorschrift, dat ieder lid, na zijn tientje gebeden te hebben, daaraan het gebed toevoegt: Heer Jezus, dek met de hescherming van Uio goddelijk Hart onzen H. Vader den Paus.

Het tientje, dat de leden dagelijks moeten bidden, kau ieder voor zich afzonderlijk, of met meerderen gezamenlijk bidden. Bijvoorbeeld: indien de leden van een huisgezin tot de Vereeniging van den Levenden Rozenkrans behooren, kunnen zij gezamenlijk hun tientje bidden, terwijl één van hen voorbidt en de anderen antwoorden. (H. Congr. d. Afi. 1820, 29 Febr.)

Om de aflaten bij het gezamenlijk bidden van het tientje te verdienen is het voldoende, dat één van allen een gewijden rozenkrans in de hand houdt, terwijl de anderen, alle bezigheden daarlatende, zich godvruchtig met den voorbidder vereenigen. (H. Congr. der Afl. 1858, 22 Januari.)

-ocr page 69-

67

C. DE OVERWEGING DER GEHEIMEN.

De verplichting 1) der leden is, bij het tientje, een der geheimen van den H. Rozenkrans te overwegen.

De aard van den rozenkrans des H. Do-minicus eischt, dat geen andere geheimen van ons heilig geloof, buiten de vijftien bekende, worden ingevoerd. Maandbrief jes derhalve, waarop het geheim van \'theilig Sacrament des altaars, of van \'t H. Hart vermeld staat, zijn onvoorwaardelijk af te keuren.

Tot de overweging van het getrokken geheim is het voldoende, dat men zich dit bij het begin van het tientje voorstelle onder den volgenden, of een dergelijken vorm : Het eerste blijde geheim ; De Boodschap des engels aan Maria. Men denke hierbij eenigszins aan de woorden van den engel Gabriël, dat Maria van den H. Geest zou ontvangen en Jezus Christus ter wereld brengen, enz.; en blijve daaraan onder het tientje denken. (Bulla: Pretiosus\\121, 26 Mei en H. Congr. der AH. 1726, 13 Aug.; 1839, 1 Juli; 1842, 25 Jan.)

Een bijzondere opdracht van het geheim

1

Men herinnere zich, dat in deze bladzijden nooit over verplichting op zonde spraak is.

-ocr page 70-

68

wordt vóór het bidden van het tientje niet vereischt. (H. Congr. der Afl. 1839,1 Juli.)

Onder het bidden der Wees gegroeten van het tientje behoeft geen woordelijke melding gemaakt te worden van het te overwegen geheim. Sommigen doen dit voor ieder Wees gegroet, gelijk hét ook wel in kerkboeken gedrukt staat, bijv.:

Maria is tot Moeder van Christus verkoren. Wees gegroet, enz. Maria was in de eenzaamheid in haar gebed. Wee.s gegroet , enz.

Anderen voegen eenige woorden op het geheim betrekking hebbende, achter den naam Jezus; bijv.: Wees gegroet Maria-,

vol van genade enz..... uws lichaams

Jezus, die voor ons yehoren, die voor ons gekruisigd is; enz. Dit is niet verboden, maar wordt ook niet vereischt. (H. Congr. d. Afl. 1726, 13 Aug. en 1839, 1 Juli.)

Kinderen en personen , die niet bekwaam zijn tot de overweging der geheimen, volstaan met het godvruchtig bidden van hun tientje. (H. Congr. d. Afl. 1842, 28 Jan.)

-ocr page 71-

69

quot;vm_

Algemeene gebruiken.

Wat inde drie voorgaande hoofdstukken gezegd is, behoort meerendeels tot het ioezen van den Levenden Rozenkrans. Het nakomen of verwaarloozen der voorschriften aldaar uiteengezet, gaat samen met het wettig of onwettig bestaan dier Ver-eeniging in een parochie. Ter verduidelijking. In de vorige bladzijden werd gesproken over de inrichting van den Levenden Rozenkrans over de verplichting der leden, over de verdeeling der geheimen. Wanneer nu bijv. bij het oprichten eener nieuwe Vereeniging de noodige macht daartoe niet door de bevoegde personen geschonken is, dan bestaat die Vereeniging onwettig; wanneer in een wettig opgerichte Vereeniging de Bijzondere Bestuurders elkander zonder de noodzakelijke aanstelling opvolgen, is him bestaan onwettig en bijgevolg zijn de benoemingen, die zij doen, bijv. van zelateurs enz., van geen waarde. Eu verder: als de leden der Vereeniging hun maandelijksch geheim van den zelateur ontvangen, zonder dat het lot vooraf bepaald heeft, aan welke

-ocr page 72-

70

personen de verschillende geheimen ten deel zullen vallen, dan geschiedt die verdeeling onwettig, enz.

Wat onder bovenstaanden titel verder volgen gaat , behoort niet tot het wezen van den Levenden Rozenkrans, maar is eerbiedwaardig om zijn oudheid; verdient navolging, omdat het van de instelling af tot op heden in beoefening is gebracht. Ook in ons land bestaan bij den Levenden Rozenkrans dezelfde gebruiken, ofschoon hier en ginds inet eenige verandering. Wij geven hier de hoofdzaken aan.

a. De aalmoes.

leder lid van den Levenden Rozenkrans schenkt naar zijn vermogen jaarlijks een kleine geldelijke bijdrage. 1) Opdat de inzameling dezer bijdragen ordelijk geschiede, wordt daarmede de zelateur belast, die bij de leden rondgaat en de gaven in ontvangst neemt. Op de namenlijst der vijitien leden van zijne afdeeling schrijft hij ieders aalmoes en overhandigt het totaal aan den president of den Bij zonderen bestuurder, die de lijst, bijwijze van kwitantie, teekent.

1

Priesters, die leden zijn, kunnen jaarlijks een H. Mis, religieuzen een II. Communie opdragfcu.

-ocr page 73-

71

Worden de aalmoezen aan den president afgegeven, dan gaat deze op dezelfde wyze te werk. Hij houdt een namenlijst van al de zelateurs, schrift achter die namen de t som, door ieder ingebracht en overhandigt 5 de lijst aan den Bijzonderen bestuurder, die t na ontvangst der aalmoezen teekent. f Met de opbrengst dezer collecte worden

de noodzakelijke kosten bestreden, die voor l de Vereeniging gemaakt worden door het 1 aanschaffen van maandbriefjes, het opdra-j gen van HH. Missen voor levende en overledene leden, enz. Wat overblijft na aftrekking dier uitgaven, wordt in ons land ter beschikking der Bisschoppen gesteld, die het voor een goed doel gebruiken, s Meermalen is de vraag gesteld, of men,

ti om lid van den Levenden Rozenkrans te zijn en te blijven, noodzakelijk een aal-, moes moet geven? Het antwoord op deze ij vraag blijkt genoegzaam uit het boven-staande. Men kan lid zijn, men kan alle n aflaten verdienen zonder bij te dragen. :s Ook de armsten worden opgenomen in n den Levenden Rozenkrans. De aalmoezen r, dienen alleen om de onkosten te bestrijden t. en op vele plaatsen om sieraden voor arme kerken aan te koopen, goede boeken onder su het volk te verspreiden, enz. Zulk een

-ocr page 74-

72

weldadig doel moet ieder lid van den Levenden Rozenkrans, die anderen dagelijks schatten ziet verspillen aan nietigheden, aansporen, gaarne zijn jaarlijksche aalmoes bij te dragen.

h. De Feesten,

De Vereeniging van den Levenden Rozenkrans herdenkt gedurende het jaar eenige feestdagen, die bijzonder op haar betrekking hebben. De leden bereiden zich tot die dagen niet meer godsvrucht voor en hernieuwen dan hun ijver in den diensi der Moeder Gods. Niet overal viert men dezelfde feesten en niet alle worden met gelijke plechtigheid herdacht. De meest algemeene stippen wij hier aan:

Rozenkransfeest, Op den eersten Zondag in October viert de geheele H. Kerk en de Vereeniging van den Levenden Rozenkrans in het bijzonder den feestdag der Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans, Deze feestdag dankt zijn instelling aan de roemrijke overwinning die de christenen, bijgestaan door de H, Moeder Gods, in het jaar 1571 op de Turken in de golf van Lepanto bevochten. Sinds drie

-ocr page 75-

73

eeuwen werd die dag ieder jaar met groote plechtigheid gevierd. De ledeu houden op dit feest een algemeene communie en vergaderen des namiddags in de Kerk, om voor het uitgestelde Allerheiligste eerboete te doen voor de beleedigiogen, welke den naam van God worden aangedaan.

De Bijzondere bestuurder ontvangt op dezen dag de presidenten, zelateurs enz., die hem hunue jaarlijsten voorleggen, de ingezamelde aalmoezen overhandigen en verslag geven van den toestand der afdee-lingen, die aan hun zorgen zijn toevertrouwd. De Bijzondere bestuurder zal daarbij gelegenheid vinden, om hun ijver aan te wakkeren in het verbreiden van de godsvrucht tot Maria door de Vereeniging van den Levenden Rozenkrans.

Voor alle leden is dit tevens de dag om hun toewijding aan de Koningin van den Allerheiligsten Rozenkrans te vernieuwen.

H. Dominicasfeest, 4 Augustus. Aan den H. Dominicus zijn de leden der Vereeniging grooten eerbied en dank verschuldigd, omdat de Rozenkrans, waarvan zij dagelijks een tientje bidden, geen andere is dan die, welken deze Heilige op ingeving des hemels

4

-ocr page 76-

74

heeft ingesteld. Maar een meer bijzondere reden spoort hen aan Zijn feestdag waardig te vieren, wijl zij, door een huiten-gewone gunst van den HoogEerw. Generaal der Predikheeren, deelachtig zijn aan al de verdiensten Zijner orde. Zie bladz. 89.

Het feest der H. Philomena, 11 Augustus of 1 iSeptember. Onder de bescherming dezer heilige Maagd en Martelares stelde Paus Gregorius XVI al de leden der Ver-eeniging van den Levenden Rozenkrans. De vrome stichtster der Vereeniging, Paulina Maria Jaricot, die een bedevaart naar het graf der heilige deed en daar van een doodelijke ziekte genezen werd, bouwde op een heuvel buiten Lyon ter Harer eer een kapel, die het middenpunt werd van den Levenden Rozenkrans. Sinds is zij als bijzondere Patrones gevierd en behooren de leden Haren feestdag godvruchtig te herdenken.

De feesten der aflaten. Aan vele feestdagen door het jaar heeft de H. Kerk voor de leden van den Levenden Rozenkrans een vollen aflaat verbonden. Dit moet hen aansporen, om door het waardig ontvangen der HH. Sacramenten aan die ge-

-ocr page 77-

75

heele kwijtschelding der tijdelijke straffen deelachtig te worden en de liefde tot het Rozenkransgebed en de overweging der geheimen in zich aan te wakkeren.

c. Godvruchtige oefeningen.

Ofschoon op de leden van den Levenden Rozenkrans, zooals wij boven zagen, slechts ééne verplichting rust, namelijk dagelijks het hun ten deel gevallen geheim overwegen en een tientje van den Rozenkrans bidden, hebben toch de eerste bestuurders der Vereeniging de vrome gedachte gehad, om de leden vooral met het oog op het doel, dat zij bereiken willen, aan te sporen, hun ijver verder dan dat ééne uit te strekken. Het voorname doel nu van den Levenden Rozenkrans is: den hemel tot barmhartigheid met de zondige wereld te bewegen. Om hiertoe zekerder te geraken, noodigden zij de leden uit tot het gezamenlijk Rozenkransgebed. De Bijzondere bestuurder, of de president bad dan, voor het Maria-altaar geknield, luide het Rozenhoedje voor en kondigde de geheimen aan, terwijl de vergadering deze overwoog en godvruchtig nabad. Die gewoonte bestaat nog, ofschoon met eenigjj^.jquot;quot;,.n.nflArinfT| ;» ons

\' BIBLfQTECA^j CONV. WÜGHEMS ij

K 0. FR AT. M I N. jj

-ocr page 78-

76

vaderland. Zij is hier samengesmolten met de maandelijksche vergadering der leden, waarin de Bijzondere bestuurder een toespraak houdt en de Rozenkrans gebeden wordt. In eenige plaatsen wordt deze maandelijksche vergadering en toespraak op de feestdagen van Maria gehouden. Voorzeker is dit een eerbiedwaardig gebruik, dat getrouwe navolging verdient en in eere te blijven.

Ook werden de leden aangespoord tot het houden van aanbidding voor het H. Sacrament. In vele steden was dit zoo geregeld, dat iederen dag een der leden de kerk bezocht, om Jezus in het H. altaargeheim te aanbidden; Hem de verlatenheid te vergoeden, waaraan Hij in dit Liefdegeheim is blootgesteld; voor de zonden der wereld vergeving te vragen, en genade voor de H. Kerk en de medeleden af te smeeken. Zoo ooit, dan is dit wel in onze dagen noodzakelijk, en blijft daarom deze godsviuchtoefening den leden aanbevolen.

Op den eersten Vrijdag van iedere maand, alsook op de Zondagen in de Vasten is het in vele Vereenigingen de heilzame gewoonte, dat de leden gezamenlijk of afzonderlek den Kruisweg bidden. De groote verdiensten en de kracht van dit

-ocr page 79-

77

gebed maken het zonder twijfel tot een uiterst geschikt middel, om meer en meer tot het doel te naderen, dat de Levende Rozenkrans zich voorstelt. Moge de Kruisweg daarom met ijver in beoefening gebracht worden.

d. HH. Diensten.

De levende en afgestorven leden der Vereeniging worden jaarlijks meermalen door den Bijzonderen bestuurder in het H. Misoffer herdacht. Voor hun welzijn tijdens hun leven, of voor de rust hunner zielen na den dood worden gedurende het jaar meerdere HH. Diensten opgedragen. Hierin weder bestaat in de verschillende bisdommen geen gelijkvormigheid. In vele kerken wordt viermaal in het jaar voor het welzijn der levende en overledene leden een heilige, somtijds plechtige Mis opgedragen ; terwijl daarenboven voor de rust der ziel van ieder lid, dat overlijdt, een H. Mis gelezen wordt.

Op andere plaatsen geschiedt eerstgenoemde plechtigheid op iederen eersten, of derden Zondag der maand; elders op nog andere dagen.

Ook wordt in sommige kerken voor

-ocr page 80-

78

de presidenten, zelateurs en andere bestuursleden door het jaar het H. Misoffer opgedragen. Zoo bepaalde bijv. Mgr. Zwijsen z. g. dat, ter gemoetkoming aan de diensten, welke de zelateurs aan de Vereeniging bewijzen, jaarlijks een H. Mis ter hunner intentie zou worden gelezen.

Waar hieromtrent geen bisschoppelijk voorschrift bestaat, wordt de bepaling van het getal der HH. Diensten en der dagen, waarop zij plaats hebben, aan het oordeel van den Bijzonderen bestuurder overgelaten.

Het stipendium voor deze plechtigheid, wordt met goedvinden van den Bisschop doorgaans van de jaarlijksche aalmoes der leden afgetrokken.

Paus Gregorius XVI heeft den 7 Juni 1839 aan de Bijzondere bestuurders der Vereeniging driemaal in de week de gunst van het gepriviligieerd altaar verleend, wanneer zij een H. Mis voor de leden van den Levenden Rozenkrans opdragen.

-ocr page 81-

79

IX.

Oprichting eener nieuwe Vereeniging.

De weg, welken de priester, die ia zijn parochie de Vereeniging van den Levenden Rozenkrans wil oprichten, te volgen heeft, is na al hetgeen wij in hoofdstuk IV gezegd hebben, niet moeilijk te vinden.

Men lette derhalve eerst op het onderscheid tusschen een kerk, waar het Broederschap van den H, Rozenkrans is opgericht, en die, waar dit het geval niet is.

In die kerken, waar het Broederschap bestaat, kan de Pastoor, die daarvan de bestuurder is, zonder eenige verdere volmacht of faculteit op eigen gezag den Levenden Rozenkrans instellen en besturen.

In die kerken waar het Broederschap niet bestaat, gaat men op volgende wijze te werk:

De priester, die de Bijzondere bestuurder der Vereeniging zal zijn, richt zich tot den HoogEerw. Pater Provinciaal der Dominicanen , (zie bladz. 42) met het verzoek om een aanstelling als zoodanig, benevens de faculteit om Rozenkransen te wijden.

Heeft hij die ontvangen, dan stelt hij zelateurs aan, die de leden zullen werven ,

-ocr page 82-

80

waaruit de Vereeniging zal samengesteld worden: zijn er vijftien leden aangeworven en is een van hen door den Bijzonderen Bestuurder als zelateur aangesteld, dan bestaat de Vereeniging.

Hij zorge verder voor de uitbreiding; stelle over elf vijftientallen een president aan en richte zich verder naar de voorschriften die in de behandelde hoofdstukken aangegeven en uiteengezet zijn.

Uit deze gegevens blijkt duidelijk, welke de beste der twee wegen is, die men bij de oprichting van den Levenden Rozenkrans volgen kan. Het blijvend voortbestaan der Vereeniging in eene kerk vindt zijn grond in den plaatselijken titel, (zie bladz. 41.) Is de Levende Rozenkrans aldus aan de kerk verbonden, waarin hij ia opgericht, dan brengt de verplaatsing van de Bijzondere bestuurders geen enkele verandering teweeg. De opvolgers treden zonder eenige moeilijkheid in het ambt hunner voorgangers. Hiertoe wordt echter ver-eischt, dat het Broederschap van den H. Rozenkrans in die kerk opgericht zij. Daaraan alleen is de plaatselijke titel van den Bijzonderen bestuurder verbonden, zoodat wanneer een pastoor, die bestuurder is van het Broederschap door een anderenvervangen

-ocr page 83-

81

wordt, de opvolger in het bestuur van het Broederschap daardoor ook Bijzondere bestuurder van den Levenden Rozenkrans is.

Heeft daarentegen de Bijzondere bestuurder slechts een persoonlijken titel, dan wordt bij zijn verplaatsing de Vereeniging van haar wettigen Bestuurder beroofd en blijft zij daarvan verstoken, totdat de opvolger een nieuwe aanstelling verzocht en ontvangen heeft. Dit zal in vele gevallen den bloei der Vereeniging tegenwerken.

Men geve dan ook hier acht op den geest der instelling, die den Levenden Rozenkrans met het Broederschap verbindt.

-ocr page 84-

82

Aflaten. 1)

Den 2 Februari 1878 heeft de H. Congregatie een kort begrip van aflaten goedgekeurd , die door den H. Stoel aan de leden van den Levenden Rozenkrans verleend zijn. Daarin worden opgegeven:

a. volle aflaten:

I. Volle aflaat op den eersten feestdag na de inschrijving, op voorwaarde dien dag te biechten en te communiceeren.

II. Volle aflaat eens in \'t jaar op een dag naar verkiezing, op voorwaarde: 1°. dat men het geheele jaar door dagelijks zijn tientje gebeden heeft aan een Rozenkrans, gewijd door een Predikheer, of een anderen priester, die daartoe van den Generaal of den Provinciaal der Predikheeren (zie bladz. 38 en 42) gemachtigd is; 2°. dat men op dien dag der keuze totdeHH. Sacramenten nadert.

III. Volle aflaat op de volgende lagen: Kerstmis, Besnijdenis O. H., Driekoningen, Paschen, Hemelvaart, Pinksteren, H. Drievuldigheid, H. Sacramentsdag; —■ op alle

1

Al de aflaten, in dit hoofdstuk opgegeven, kunnen in iedere kerk verdiend worden.

-ocr page 85-

83

feestdagen der H. Maagd, ook op de mindere; op het feest van de HH. Petrus en Paulus en Allerheiligen; — op den derden Zondag van iedere maand. Tot het verdienen van deze aflaten wordt vereischt:

1. dat men, indien men niet wettig verhinderd is geweest, minstens een maand lang zijn tientje geregeld en godvruchtig gebeden hebbe;

2. dat men op die dagen de 11H. Sacramenten ontvange;

3. dat men op die dagen een kerk be-zoeke en aldaar vrome gebeden storte. Wanneer een wettige oorzaak het kerkbezoek verhindert, kan de biechtvader een ander goed werk aanwijzen.

h. GEDEELTELIJKE AFLATEN.

I. Een aflaat van 100 dagen op iederen werkdag, onder voorwaarde, dat men dien dag zijn tientje bidt.

II. Een aflaat van 7 jaar en 7 quadra-genen 1) op alle Zon- en Feestdagen, ook op die, waarvan de Verplichting om mis te hooren vervallen is; alsmede op iederen dag onder het oktaaf van Kerstmis, Paschen,

1

Een quadrageen is gelijk aan veertig dageu.

-ocr page 86-

84

Pinksteren, H. Sacramentsdag, Maria-He-melvaart, Maria-Geboorte en Onbevlekte Ontvangenis. Voorwaarde: op die dagen het tientje bidden.

III. Een aflaat van 100 dagen voor ieder Onze Vader en ieder Wees gegroet, onder voorwaarde, dat men zijn tientje bidt aan een rozenkrans, gewijd door een Predikheer, of een anderen priester, die daartoe van den Generaal of Provinciaal der Fredik-heeren gemachtigd is. (Zie bladz. 38 en 42.)

Volgens dit kort begrip kunnen door de ledenvan den Levenden Rozenkrans door het jaar de volgende aflaten verdiend worden:

Januari.

lederen Zondag der maand 7 jaar en 7 quadragenen.

1 Januari, Besnijdenis O. H., Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

amp; Januari, Driekoningen, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

\'iden Zondag der maand. Volle aflaat, 7 jaar en 7 quadragenen.

Februari.

lederen Zondag der maand 7 jaar en 7 quadragenen.

-ocr page 87-

85

2 Februari, Maria Lichtmis, Volle aflaat; 7 jaar eu 7 quadragenen.

24 Februari, H. Mathias , Apostel, 7 jaar en 7 quadragenen.

Sden Zondag der maand, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

Maart.

lederen Zondag der maand 7 jaar en 7 quadragenen.

19 Maart, H. Joseph, 7 jaar en 7 quadrag.

25 Maart, Maeia Boodschap, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

Sden Zondag der maand, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

Vrijdag» na Passiezondag, 0. L. Vb. dek. zeven Smarten, Volle aflaat.

April.

lederen Zondag der maand, 7 jaar en 7 quadragenen.

Paschen, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

lederen dag onder hetoktaaf van Paschen, 7 jaar en 7 quadragenen.

Zden Zondag der maand. Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

-ocr page 88-

86

Mei.

lederen Zondag der maand 7 jaar en 7 quadragenen.

1 Mei, H.H. Philippus en Jacobus, Apostelen, 7 jaar en 7 quadragenen.

3 Mei, Kruisvinding, 7 jaar en 7 quadragenen.

Hemelvaart 0. H., Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

quot;iden Zondag der maand Volle af\'aat; 7 jaar en 7 quadragenen.

Juni.

lederen Zondag der maand 7 jaar en 7 quadragenen.

Pinksteren, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

lederen dag onder het oktaaf van Pinksteren, 7 jaar en 7 quadragenen.

H. Drievuldigheidszondag, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

H. Sacramentsdag, Volle aflaat; 7jaar en 7 quadragenen.

lederen dag onder het oktaaf van H. Sacramentsdag, 7 jaar en 7 quadragenen.

\'Aden Zondag der maand Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

-ocr page 89-

87

24 Juni, Geboorte van den H. Joannes den Doopkr , 7 jaar en 7 quadragenen.

22 Juni, H. H. Petrus en Patjlus, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

Juli.

lederen Zondag der maand 7 jaar en 7 quadragenen.

2 Juli, O. L. Vu. Visitatie, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

16 Juli, O. L. Vu. van den berg Caumel, Volle aflaat.

25 Juli, H. Jacobus, Apostel, 7 jaar en 7 quadragenen.

26 Juli, H. Anna, 7 jaar en 7 quadrag.

Zden Zondag der maand Volle aflaat;

7 jaar en 7 quadragenen.

Augustus.

lederen Zondag der maand 7 jaar en 7 quadragenen.

Augustus, O. L. Vr. ter Sneeuw, Volle aflaat.

10 Augustus, H. Laurentius, Martelaar, 7 jaar en 7 quadragenen.

15 Augustus, Hemelvaart van Maria, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

-ocr page 90-

88

lederen dag onder het oldaaf van Mar ia-Hemelvaart , 7 jaar en 7 quadragenen.

24 of 25 Augustus, H. Bartholomeus, Apostel, 7 jaar en 7 quadragenen.

3den Zondag, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

September.

lederen Zondag der maand 7 jaar en 7 quadragenen.

8 September, Makia-Gebooete, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

lederen dag onder het oktaaf van Maria-Geboorte, 7 jaar en 7 quadragenen.

Zondag onder \'toktaai van Maria-Ge-boorte, Naamfeest van Mauia, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

21 September, H. Matth^eus, Apostel, 7 jaar en 7 quadragenen.

24 September, 0. L. Vr. vak het loon der Slaven, Volle aflaat.

29 September, H. Michaël, Aartsengel, 7 jaar en 7 quadragenen.

\'éden Zondag der maand, tevens feestdag van 0. L. Vr. van zeven Smarten, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

lederen Zondag der maand 7 jaar en 7 quadragenen.

-ocr page 91-

89

October.

Eersten Zondag der maand, ROZEN-KRA.NSFEE8T, Volle aflaat; 7 jaar en 7 qnadragenen.

Sden Zondag der maand Volle aflaat; 7 jaar en 7 qnadragenen.

28 October, H.H. Simon en Judas, Apostelen, 7 jaar en 7 qnadragenen.

November.

lederen Zondag der maand 7 jaar en 7 quadragenen.

I November, Allerheiligen, Volle afl. 7 jaar en 7 quadragenen.

21 November, Maria-Pkesentaïie, Volle aflaat.

30 November, H. Andreas, Apostel, 7 jaar en 7 quadragenen.

Zden Zondag der maand Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

December.

lederen Zondag der maand 7 jaar en 7 quadragenen.

8 December, Onbevlekte Ontvangenis der H. Maagd, Volle aflaat, 7 jaar en 7 quadragenen.

-ocr page 92-

90

lederen dag onder het oktaaf van Onbevlekte Ontvangenis, 7 jaar en 7 quadrag.

Qden Zondag der maand Volle aflaat; 7 jaar en 7.. quadragenen.

21 December, H. Thomas, Apostel, 7 jaar en 7 quadragenen.

25 December, Kerstmis, Volle aflaat; 7 jaar en 7 quadragenen.

lederen dag onder het oktaaf van Kerstmis, 7 jaar en 7 quadragenen.

-ocr page 93-

91

Bijzondere Aflaat

?oor Presidenlen en Zelaleors.

Paus Gregorius XVI heeft verleend: Aan iederen wettigen President een aflaat van 300 dagen, zoo dikwijls hij een zijner ambtsoefeningen waarneemt; aan iederen wettigen Zelateur een aflaat van 100 dagen, ouder dezelfde voorwaarde.

Buitengewone gunst voor de leden Tan den Lerenden Rozenkrans.

Den 24 Mei 1836 heeft de HoogEerwaarde Pater Generaal der Predikheeren aan de leden van den Levenden Rozenkrans het deelgenootschap geschonken in al de H. H. Missen, gebeden, en verdiensten zijner Orde. Dit voorrecht is in het jaar 1877 door zijn opvolger opnieuw bekrachtigd.

-ocr page 94-

92

APPENDIX I.

BULLA

Gkegomi P. P. XVI.

Ad perpetuam rei memoriam

Benedicentes Domino totius consolationis accepimus, quae a dilecto filio nostro Aloysio S. R. E. presbytero Cardinali Lambruschinio nobis perlata fuerunt, de pio quodam exer-citio quod titulo Rosarii Viventis, honori Beatissitnse Virginis Mariae, sedulo atque industria nonnullorum pietas baud ita pri-dem excogitavit. Inde enim, Deo bene juvante, salubriter factum iri confidimus, nedum ut precatio ad eandem quovis loco ac tempore sancte colendam aptissiraa incre-brescat ubique in dies magis ex facilitate ipsa sua, sed ut ex tanta supplicantium consensione majorem quodammodo vim adepta, acceptior feratur ad Deum, qui com muni exoratus prece ad commiserati-onem flectitur et ad gratiam. Quod quidem salutare institutum favore pontificise aucto-ritatis commendare, atque indulgentiarum dispensatione fovere animo decrevimus li-benti, repetentes memoria quidnam utilitatis res catholica universa persenserit, ubi pri-

-ocr page 95-

93

mum coronis in honorem sanctae Virginia compositis prsesens ipsius presidium fidelis populus est coruprecatus. Quare ad Oiuni-potentis Dei gloriam et ad VTirginis sanc-tistimse Marise Geuitricis Dei honorem, ex carta scientia et de nostras potestatis pleni-tudine, omnibus utriusque sexus Christifi-delibus, qui inter cultores Virginis pro usu pise precationis, quam Rosavii Viventis nuncupant, recensentur, primo festo die post susceptum pimn illud opus, dummodo vere poenitentes sacramentis Confessionis et Eu-charistise sese rite expiaverint indulgentiam plenariam, quae etiam pro defunctis applicari possit, impertimur. Insuper preeter indul-gentias, quas pro Rosarii recitatione Romani Pontifices prsedecessores nostri decreverunt, centum dierum indulgentiam, quoties feri-alibus diebus constituta ex pii exercitii praescripto pars Rosarii recitetur; indulgentiam vero septem annorum cum tohidem quadragenis impertimur, si id operis religiose peragatur Dominicis et aliis per annum festis diebus, iis etiam quibus pneceptum audiendi sacrum ademptum est ac per Oc-tavas Nativitatis Domini nostri Jesu Christi, Pascbatis resurrectionis, Corporis Christi, Pentecostes et Assumptionis, nativitatis et conceptionis B. Mariae Virginis, item in

-ocr page 96-

94

festo Sr Apostolorum Petri et Pauli et omnium Sanctorum , ac in tertio cujuslibet mensis Die Dominico, indulgentiam plena-riam, quae pro defunctis applicari possit, impertimur, dummodo, et prsestituta reci-tatio quotidie saltem per mensem, nisi legitima causa quis f uerit prsepeditus, sedulo sancteque prsecesserit, ac memoratis diebus sacramenta Confessionis et Com munionis f ue-rint suscepta, et piae preces in aliqua ecclesia facta; sint; quas tarnen indulgentias eos etiam edicimus lucrari, qui vel ex infirma valetudine, vel justa aliqua causa distenti, sese conferre in ecclesiam nequeant, alio juxta Confessarii beneplacitum opere subrogate, Verum eo nos contendentes, ut studio venerationis, amoris, cultusque erga Vir-ginem Mariam, impenaiore omnium animi inflammantur, propositaque ideo ditissima indulgentiarum mercede stimulos vel curren-tibus admovere dum conamur, illud simul summopere urgemus, ut alia quoque reli-gionis, caritatis et virtutum officia intente omnes obeuntes, moribusque ad christianse disciplinae rationem conformatis, cariores se Matri Sanctissimae exhibeant quae aeter-nam vitam eos babituros pollicetur, qui ipsam elucidare studuerint. Secundos hoe pacto, et optatos exitus nanciscentur con-

-ocr page 97-

95

silia et vota haec nostra, faustumque ac salutare hoe opus accidisse fideli populo gratulabimur.

Decernentes has praesentes literas semper firmas, validas et efficaces existere fore, suosque plenarios et integros effectus sortiri et obtinere debere. In contrarium facien-tibus non obstantibus quibuscumque, prae-sentibus perpetuis futuris temporibus va-lituris.

Datum Romae, apud St. Petrum, sub annulo piscatoris, die 27 Januarii 1832, pontificatus nostri ann lmo.

Pro Dom. Card. Albano.

A. PICCHION1, substitutus.

-ocr page 98-

96

APPENDIX IT.

BULLA

Pn PP. IX.

Ad per pet aam rei memoriarn.

Quod jure haereditario pluries quoque ab Apostolica Sede coiifirmato ad inclytum Fratrum Praedicatorum Ordinem ia Galliis eciam pertinuerat, propagare nempe pium exercitium cui a Rosario nomen in honorem Bm® Mariae Virginis, et sodalitates a sancto Rosario erigere, postliminii jure 1) enixis precibus repetunt Provinciar.jm prse-dicti Ordinis in Gallii consistentium Praï-sides.

Pietate et industria bonae memorias Mariae Jaricot, Lugdini ortum habuit Sodalitas a Rosario vivente nuncupata, cujus sodales, in quindenas dispertiti, singulis per mensem diebus, mysterium ad meditandum deca-demque recitandam sibi unoquoque mense sortiuntur; et sic reliquis deinceps mensibus. Hanc sodalitatem, adscriptorum numero auctam, laudibus prosecutus est, indulgen-

1) Juxta Ferraris, pos/liminium eat; „jus amissae rei recuperandte ab eztraneo, et in statum pristinum restaurand®.quot;

-ocr page 99-

97

tiisque ditavit, fel. ree. Gregorius XVI, Decessor Noster, qui eidem Sodalitati pa-tronum dedit eminentissimum virum Aloy-sium Lambruscliini tune temporis in Galliis Nuntium Apostolicum, fecitque dilectum filiura Betliemps Metropolitanae Ecclesiae Lugdunensis Canonicum ejusdem Sodalitatis Moderatorem supremum, cujus erat Soda-litatum hujusmodi in reliquis Dicecesibus Praesides deligere, ac Zelatores singulis earundem Sodalitatum sectionibus prseficere. lam vero, uno et altero, quibus sancta sedes hnjusce Sodalitatis patronatum et regimen, ut supra, demandaverat, vita functis, et restituta in Galliis Fratrum Praadicatorum familia, cujus tres ibidem Provinciae constitutse sunt, quum praefata Sodalitas, non sine periculo iacturae Indul-gentiarum, primasva constitutione et ordi-natione sua destituta videatur, dilecti filii hodierni trium Dominicani Ordinis Pro-vinciarum in Gallii existentium Praesides, enixe a Nobis postulant, ut supremam Rosarii viventis moderationem Magistro Generali Ordinis supradicti, singularum autem sodalitatum seu societatum liujus-modi regimen et curam Moderatoribus Confraternitatum a S. Rosario quae in

5

-ocr page 100-

98

locis singulis erectso sunt, de auctoritate Nostra coramittamus.

Nos igitur, hisce votis obseeundare, om-nesque et singulos, quibus Nostra- hse litterse favent, peculiari beneficentia prosequi vo-lentes, et a quibusvis excommunicationis et interdicti, aliisque ecclesiasticis sententiis, censuris ac pcenis, quovis modo vel quavis de causa latis, si quas forte iucurrerint, hujus tantum rei gratia absolventes et absolutos fore censentes, Auctoritate Nostra Apostolica, perpetuis futurisque temporibus, munus supremi Moderatoris Rosarii viventis dilecto filio Magistro Generali Ordinis Fra-trum Praedicatorum, demandamus, regimen vero et curam Sodalitatum seu Societatum a Rosario Vivente Prsesidibus seu Mode-ratoribus Confraternitatum a S. Rosario, quae in singulis locis institutae sunt, Auctoritate item Nostra, et perpetuum in modum, committimus.

Decernentes has litteras Nostras firm as, validas et efiicaces existere et fore, suosque plenarios et integros effectus sorfciri et ob-tinere, dictisque in omnibus et per omnia plenissime suffragari, sicque in prsemissis per quoscumque Judices ordinarios et delegates, etiam causarum Palatii Apostolici Auditores, Sedis Apostolica) Nuntios, et

-ocr page 101-

99

vS. R. E. Cardinales etiam de latere legates , et alios quoslibet, quacuiuque pneemiiientia et potestate fungentes et functuros, sublata eis et eorum cuilibet quavis aliter judicandi et interpretandi facultate et auctoritate, judicari et definiri debere, ac irritum et inane, si secus super his a quoquani, quavis auctoritate, scienter vel ignoranter, conti-gerit. attentari.

Non obstantibus Nostra et Caucellari® Apostolicae regula de jure qutesito nou tollendo, cseterisque quamvis speciali atque individua mentione ac derogatione digais, in contrarium facientibus quibuscumque.

Volumus autem ut praesentium litterarum transumptis seu exemplis, etiam irapressis, raanu alicujus Notarii publici subscriptis, et sigillo personse in ecclasiastica dignitate constitute munitis, eadem prorsus iides adhibeatur, quae adhiberetur ipsis praesen-tibus, si foreut exhibitae vel ostensaj.

Datum Romw, apud S. Petrum, sub annulo Piscatoris, die XXII Augusti MDCCCLXXVII, Pontificatus Nostri anno trigesimo secundo.

Loc. f Sig. F. Card. Asquinius.

-ocr page 102-

100

APPENDIX III.

Nos Fit. Josephus Maria. Sanvito Sacrae Theologise Professor ac Vicarius Generalis totius Ordinis Praedi-catorum Omnibus P.P. Provincialibus et SuperioribusCongregationum Ordinis nostri Salutem.

Ut statim in diversis Ordinis nostri Pro-vinciis obtineatur unitas quantum ad mo-derationum Kosarii viventis, quae nuper a SS. D. N. Pio PP. IX per Breve datum die 17 Augusti 1877 nobis commissa est, sequentia declarando ordinamus, quae, per modum regulse directivse, ab omnibus Nostrae auctoritati subjectis observari decernimus: 1° Omnes Rosarii viventis Directores, etiam Generales seu Dioecesani, die 15 Novembris Imjus anni prsesentis existentes, pro confirmatis ad vitam et pro legitimis habendi sunt, non exceptis illis in quorum loco, seu civitate, adest Confraternitas S.S. Rosarii ipsorum regimini non credita.

20 Isti Directores ita confirmati eligere possunt in posterum novos Zelatores, non autem novos Directores.

3° Novi Directores institui non possunt

-ocr page 103-

101

nisi a Rmo Ordinis Magistro, vel a Pro-viucialibus, ex ejus delegatione, qutc jam singulis in sua Provincia commissa est.

4o Omnes Directores locales possunt in-stituere unum , aut etiam plures viros, seu mulieres , qui, cum nomine Prsesidentis, aut alio simili, sub Directoris auctoritate, et in ipsius localitate, pluribus prsesunt Zelatoribus , prout expedire videbitur. Et boo idem facere possunt Provinciales per totam Provinciam, in locis ubi non adest Confraternitas S. S. Rosarii, et nbi non reperitur aliquis Sacerdos idoneus, qui possit et velit partes Directoris suscipere.

5° Provinciales constituent Directores locales, non autem generales v. gr. pro tota aliqua Dicecesi. Quod si forte aliter fieri videatur opportunum, aut necessarium, recursus ad Rmum Magistrum Ordinis ba-beatur. In locis vero ubi talis Confraternitas reperitur, diplomata non concedant, nisi forte ex speciali causa, et babito recursu ad Rmum Generalem.

6° Salva speciali causa, Provinciales libenter Sacerdotibus (aliunde dignis, et idoneis) concedant diplomata petita pro locis in quibus non adest S. S. Rosarii Confraternitas.

-ocr page 104-

102

7° Usee diplomata esse poterunt, sive ad vitam, siye ad tot annos, prout expe-dire videbitur.

8Ü Possunt Provinciales haec diplomata (et etiam diplomata S. S. Rosarii a nobis subscripta) concedere pro locis in quibus nulla extat in praesenti Ordinis nostri Pro-vincia; v. g. in Helvetia, in Algeria etc.

Datum Romse, in Conv. N. S. M. supra Min. die 15 Novembris, D. Alberto Magno O.N. sacro, anno 1877.

Loco f Sigilli.

Fr. JOSEPHUS M. SANVITO, Vic. Generalis Ord. Prsed.

Fr. Hyac. Marohi Prov. et Socius.

-ocr page 105-

103

STJFKEM1 MODERATOBIS

Super Rosahio vivente decl a rationes.

Vix dum squod jure hsereditario pluries »ab Apostolica Sede confirmato ad Ordinem »Nostram pertinuerat (propagare nempe »pium exercitium, cui a Rosario nomen, »in bonorem Bm;e Marise Virginis, et »sodalitates a SSmi Rosario erigerej jure »etiam postliminii (per Breve s. m. Dni »Nostri Pii P.P. IX sub die 17a Augusti »1877)quot; auctum fuit nova prasrogativa, scilicet moderandse pias Sodalitatis a Rosario Viventi nuncupate, nihil babuimus anti-quius quam ut tributa Nobis auctoritate ad asdificationem uteremur; dictamque soda-litatem »quse primasva sua constitutione, non sine periculo jacturae indulgentiarum destituta videbatur,quot; validiori simul ac se-curiori donaremus moderamine, pervarias, quas sub die 15a novembris 1877, ordi-nationes decrevimus.

Quum autem exinde nonnulla suborta fuerint dubia, diversaeque enatae quaestiones, ideo pensatis hinc inde rationibus his dubiis occurrens, atque, experientia duce , quro ambigua videntur, declarare constituimus, eaque omnibus piae huic sodalitati propa-

-ocr page 106-

104

gandaB addictis proponere, et fideliter ob-servanda mandare.

I. Sodalitas cui a Rosario Vivente nomen, cutn ad Confraternitatis rationem minima attingat (non enim habet librum matricu-larem pro nominibus inscribendis, neque ullis sodales addicti sunt publicis exercitiis, sed in quindenis dispertiti singulis per mensem diebus mysterium ad meditandum, decademque recitandam sibi unoquoquo mense sortiuntur) consuetis Confraternita-tum legibus astringi minime censenda est; atque ideo plures hujusmodi societates sub diversis legitimis Rectoribus in eodem loco subsistere licite possunt.

II. Volumes tamen et decernimus, ut omnes et singulas Societates supradictao unum idemque nomen a Rosario Viventi genuinum, absque ullo addito titulo reti-neant; in metbodo vero recitandi consueta mysteria SSmi Rosarii nulla novitas inge-ratur ex qua »autbenticum Rosarium Deo «et Bmse Marise Vigini sacrum autiquare-tur.quot; (Decreta de Libris probib. in Indice

§ IV. 8).

III. Ad lucrandas indulgentias buic so-dalitati non semel concessas, atque in Summario a S. Congregatione sub die 2 Februari 1878 approbate designatas, sin-

-ocr page 107-

105

guli sodales ab aliquo legitimo zelatore admitti necesse habent, atque »uti corona »precatoria de more benedicta per aliquem »Sacerdotem Ordinis PrEedicatorum, ve! sper aliuin Sacerdotem qui a Rmo Ordinis »Magistro Generali facultatem benedicendi »Rosaria obtinueritquot;. (Summ.j

IV. Zelatores seu Zelatrices seque ac illorum Praesidentes per legitimos Directores instituuntur, qui et ipsi tali facultate do-nantur duplici modo; sive titulo locali, sicuti Rectores Gonfraternitatum SSmi Ro-sarii canonice erectarum (Brev. 17 Augusti 1877); sive titulo personali sibi ad vitam concesso a Magistro Ordinis FP. Praedi-catorum Generali, Supremo sodalitatis Moderatore , (Ibidem) vel a Moderatoribus per ipsum delegatis, Prioribus nempe Provin-cialibus ejusdem Ordinis, qui liujusmodi directores, quisque intra suae Provinciae limites, ao etiam extra in locis, in quibus ordo non viget, instituere libere possunt et debent. (Epistola Encyclica 15 Nov. 1877.)

V. Directores titulo personali ad vitam semel donati ubique zelum suum exercere valeant, etiam in locis ubi Confraternitates SSmi Rosarii, vel Conventus Fratrum Prae-dicatorum extant, dummodo mente teneant Rosarium Vivens tyrocinium esse ad per-

-ocr page 108-

106

fectionem Rosarianse devotionis assequen-dam, et aditum ad proprie dictain Con-fraternitatem uberiori aedificationis fructu, atque indulgentiarum thesauro multo locu-pletiore dotatam.

VI. lam a die 5 Noveinbris 1877, qua commissam nobis a S. Sede auctoritatem prima vice exercuimus, atque omnes Di-rectoris, Zelatores et Sodales Rosarii Vi-ventis in officio suo confirmavimus, mens Nostra fuit ut Directores Generales seu Dioecesani facultate, qua prius alios Directores iustituere valebant, deinceps privaren-tur, utpote quse solis Provincialibus Ordinis FF. Prsedicatorum fuerit exinde delegata: atque iterura, prassentium tenore dictam facultatem illis adeptam, istis vero collatam declaramus.

Simul atque per has praesentes Nostras declarationes infirmari intendimus quidquid ipsis consentaneum in pra;cedentibus ba-beatur, quidquid vero consonum conflrmari.

Non obstantibus etc. In quorum fidem etc.

Datum Romse in Conventu No stro Sanctse Marias supra Minervam die V Junii Anno Domini 1879.

Fe. JOSEPHUS MARIA SANVJTO, Vic. Generalis Ordinis Prsedicatorum.

-ocr page 109-

INHOUD.

Bladz.

Voorrede................(3.

De H. Rozenkrans..........9.

I. Oorsprong van den Levenden

Rozenkrans......15.

II. Doel van den Levenden Rozenkrans ........21.

III. Geschiedenis van den Levenden

Rozenkrans van zij n oprichting

tot op onzen tijd. .... 27.

IV. Tegenwoordige inrichting. . 35.

A. De Generaal-bestuurder. 37.

B. De Provinciaal-bestuurder 38.

C. De Bijzondere bestuurder. 40.

D. De President .... 45.

JE. De Zelateur.....48.

F. De Leden.....50.

-ocr page 110-

INHOUD

V. Voorwaarden der aflaten van den Levenden Rozenkrans . VI. Verwisseling der geheimen. . VII. Kerkelijke besluiten aangaande a) het koralensnoer van den

rozenkrans.....

h) liet mondgebed . .

c) de overweging der geheimen VIII. Algemeene gebruiken .

O O

d) de aalmoes.....

h) de feesten.....

c) Godvruchtige oefeningen

d) H.H. Diensten .

IX, Oprichting eener nieuwe Ver eeniging . ....

X. Aflaten. ......

Aanhangsel.

I. Bulla van Gregorius XVI. 11. Bulla van Pius IX . . . III. Besluiten en verklaringen van den Generaal-bestuurder . .

Bladz.

53. 56.

62. 65. 67.

69.

70. 72. 75. 77.

79. 82.

92. 96.

100.

30

31 1

32 1

33 1

34 :

35 \'

-ocr page 111-

QOUDKOBBEIiS.

1 Kleine Maand vaa den H. Joseph.........f 0.1®

2 „ , van Maria..................... • 0.10

3 , « van het H. Hart............ - O.IO

4 Leve Maria..................................... - 0.10

5 De bnrger Zouaven........................... - 0.05

6 Geestelijke Leiddraad......................... - 0.05

7 Herinnering aan het Christ. Huisgezin... - 0.05

8 Het Vagevuur en de Hemel op den Kruis

weg overwogen..............................

9 Aan den voet des Altaars..................

10 Oefening van Godsvrucht tot den H. Jozef

11 De H. Jozef en het Kind, dat zich tot de Eerste H. Comtunnie voorbereidt......

12 De Vriendenstem..............................

13 Kruisleg voor eu na de H. Communie...

14 De Godsvrucht tot den Engelbewaarder...

15 Vergeef ons onze schulden..................

16 Jesus in het Tabernakel.....................

17 Bloempjes ter eere van Maria vergaard...

18 Laten wij tot het Tabernakel gaan.........

19 Een week iu het H. Hart van Jesus......

20 Korte bemerkingen op eenige grondwaarheden van het H. Evangelie............ 0.05

21 Komt allen tot mij! het H. Hart van Jesus wil ons onderrichten en uoosten...... - 0.05

Maria is uwe Moeder.......................

23 Aan de voeten van Maria.................

21 Hebt de waarheid lief.......................

25 Vlucht de Ledigheid...........................

Het Ivruisteeken..............................

27 De Briiid van Jesns...........................

28 Kleine Alaand November. Allerzielen......

29 „ „ December.....................

30 „ » Januari........................

31 Vijftig vaderlijke liefdegiften van den H. An-tonitfs van Padua........................... - 0.10

32 Kleine maand Februari........................ . 0.10

33 Kruisweg ter eere van het H. Aanschijn... - 0.05

34 Met Jesus in zijn lijden..................... . 0.10

35 Testament van den H. Vader Pranciscns... - 0.1O

0.10 0.10 0.05

0.15 0.05 0.10 0.10 0.10 015 0.05 0.05 0.05

0.05 0.05 0.05 0.05 0.10 0.10 0.10 0.10 0.10

-ocr page 112-

De Galerij der Heiligen

verschijnt in Seriën van 10 deel en. Elk deel is op zich zelve compleet en bevat geheel leven.

Elke serie kost bij inteekeninj; f 2..10. Afzonderlijke levens kosten 40 Cents Tien Ex. van eenzelfde leven f 3.SO.

De eerste Serie hevat tie volgende levens: De H. Vincentius a Paulo. — De ?T. Francis Xaverins. -—- De H. Benedictus. — De H. Philomt Dc H. Catharina van Zweden. — De H. Antonins Padna, — De H. Petrus, Apostel. — De H. Ceci De H. Jozef. — De H. Alphousus Maria de Lign

In de tweede Serie zijn verschenen; H. Elisabeth van Hongarije. — H. Aloysius Gonzaga. —■ H Stanislaus Kostka. —- H. Germ! H. Brigitta. — H. Geuoveva. — H. Drie-Koning Gz. Margaretha Maria Alacoque. — Gz, Ben. J Xabre. — H Lodewijk, Koning van Frankrijk.

In de derde Serie zijn verschenen: De H. Ursula en hare elfduizend Maagden — Zus Maria Bernard — H Angela Merici — De H. Aug linns, Bisschop van Kippone — H Johanna ïranci Eremiot de Chantal. — H Philippus Nerius — H. Cl; In de vierde Serie is verschenen; De Vaders der Woestijnen uit het Oosten.

In de vijfde Serie zijn verschenen : De II Barbara — De II. Jozef van Lconissa. De H. Joannes van Nepomuk.

In ieder huisgezin t is de

Tn iedere bibliotheek \'• GfllXRIJ DER HEILIG

In ieder gesticht J onmisbaar.

BREDA. He Vitrj eer,

eduaed van wei