^cp ^2
■gt;
. -k.
-n
\' ......• - .
Vak 88
^ 1W111U «nVDERRICHTINGEN
■ EN
GEBEDEN
VOOR
HETJUBILÉVAN 1886,
DOOE
P. M. J. LURASCO, R. K. Pr. Met Kerkelijke goertkenringr.
■ ■-v
Amsterdam,
• DE JONG, 1886.
Vale 8
KORTE OiMDERRICHTiXGEN
EN
GEBEDEN
VOOli
HET MM FAN 1886.
DOOR
P. M. J. LUEASCO, li. K. Pr.
Met Kerkelijke goedkeuring\'.
Amstertlam.
S N S^ O^bM
\'anoo isia
IMPRIMATUR,
A. M. C. VAN COOTH, Libr. Cens.
I.
OVER HET Jl\'BILÉ li\\ HET ALGEHEEL
WAT IS EEN JTTBÏLÉ?
Eeu Jubilé is een voile fiftaat-vergezeld van vele gunsten en voorrechten, welke geschonken wordt door Z. H. den Paus aan de geloovi-gen, die de door Hem voorgeschreven voorwaarden vervullen.
WAT 18 EEK TOLLE AFLAAT?
In het Sacrament van de biecht worden aan den geloovige, die dit Sacrament waardig ontvangt, de tchuld der zonde en de eeuwige straffen der hel, zoo hij die door zijne zonde verdiend had, kwijt gescholden, doch hoogst zelden wordt de tijdelijke atïaiïgeheel kwijtgescholden, welke straf men dan ook of in dit leven door werken, die hiereoor voldoening geven, öf na den dood in het vagevuur moet af boeten. De Kerk bezit echter eeu onuit-puttelijken schat, bestaande in den oneiudigen overvloed der verdiensten van Christus, waarbij nog komen de verdiensten der Heiligen. Het uitdeelen van dien schat is door Christus toe-
■
4
vertrouwd aac Zijn Plaatebekleeder op aarde, den Paus van Eome.
Derhaive kan de Paus op eene ruimere of meer beperkte wijze deze schatten uitdeelen en toepassen, voor de levenden als kwijtschelding, voor de overledenen bij wijze van voorbede, indien namelijk de levenden bevrijd zijn van de schuld hunner zonden en van de eeuwige straf, en de overledenen in Gods liefde gestorven zijn. Deze toepassing van den schat van verdiensten ter kwijtschelding van tijdelijke straffen is de Aflaat
Een volle aflaat is de volle en algeheele kwijtscheldicg der tijdelijke straffen, die wij voor G-od verdiend hebben door de zonden, die wij hebben bedreven.
TvAAÜIN VBRBCIULT EEN JtTBILÉ TAW ANDEliE VOLLE AFLATEN ?
Een Jubilé is niet enkel een volle aflaat, maar die aflaat is vergezeld van bijzondere gunsten en voorrechten, welke andere volle aflaten niet vergezellen, b. v. de bijzondere macht, die den biechtvader verleend wordt, om voor de goede werken, die tot het verdienen van den aflaat als noodzakelijk zijn voorgeschreven, andere in de plaats te stellen enz. Hierin vooral bestaat het verschil tus-schen een Jubilé en eeu gewonen vollen aflaat.
5
Bovendien, zooals Paus Leo XII ?.egt, „als „het gebed van heb geheele Cii risten volk ten „hemel stijgt, zal de erbarming van den Heer, „verzoend door de boetvaardigheid, op allen zekerder en in ruimer mate nederdalen.quot;
Wijl ook de viering van een Jubilé gewoonlijk vergezeld gaat van buitengewone godsdienstige oefeningen-, Missiën enz, waardoor wij opgewekt worden tot boetvaardigheid en godsvrucht, zullen de meeste christenen in den tijd van het Jubilé beter dan andera voorbereid zijn oni aan de gunsten van een vollen aflaat geheel deelachtig te worden.
Iedere vijf-en-twintig jaar wordt te Rome een Jubilé gevierd, dat een geheel jaar duurt, en daarom het Jubilé van het heilige jaar genoemd wordt. Als dit heilige jaar, waarin het Jubilé alleen voor Rome geldig is, ten einde is, wordt het Jubilé over de geheele wereld uitgebreid. Dit Jubilé van het heilige jaar noemt mea een gewoon Jubilé.
Het buitengewone Jubilé wordt niet met dezelfde plechtigheden als het gewone te Rome gevierd en keert ook niet op vaste tijden weder. De Pausen schrijven het uit, wanneer zij zulks om bepaalde redenen nuttig oordeeien.
Zulk een buitengewoon Jubilé is het Jubilé van 1886.
6
II.
Over het buitengewone Jnbilé van i88(».
Dp redmon, die Z.H. Paus LpoXIII bewogen hebben dit buitengewone Jubilé uit te schrijven, zijn duidelijk uitgedrukt in de Bulla, wasrbij dit Jubilé wordt afgekondigd. Een ieder kau ze daar lezen.
Dit Jub\'lé duurt bet geheele jaar 1886. Van 1° Januari tot 31 December kan men den vollen aflaat verdienen en meu is voor het vervullen der gestelde voorwaarden aan geene week of geene maand gebonden. In iedere parochie zullen gedurende eenige dagen van dit jaar bijzondere oefeningen gehoudpn worden; voor het verdienen van den aflaat is het niel. noodzakelijk, dat men die oefeningen bij\' wone. of gedurende den tijd dier oefeningen alle of ook maar één der gestelde voorwaarden vervulle. Toch moet het een ieder, dien het ernst ia den aflaat te verdientn; dringend aangeraden worden die oefeningen, zooveel het hera mogelijk is, bij te wonen, en gedurende deu tijd dier oefeningen de voorgeschreven werken te verrichten of althaas de reeks dier werken te besluiten met eene goede biecbt en eene waardige H. Communie.
DE VOLLE AFLAAT.
1. De volle aflaat van dit Jubilé kan ook
aan de geloovu/e zielen worden toegevoegd. „ Wij willenquot;, zegt Z. H. in Zijne Bulla van afkondiging, „dat deze aflaat ook aan de zielen, welke „met God in liefde vereenigd uit dit leven verscheiden zijlij bij wijze van voorbede kan worden „toegevoegd.quot;
2. De volle aflaat van dit Jubiié kan tweemaal of meerdere malen worden verdiend, mits men tweemaal of meerdere malen al de voorgeschreven werken verrichte. Aldus is op last van Z. B. Leo XIII verklaard in eene Declaratie van de H. Poenitentiarie den 15 Januari 1886.
DE VOOR WA ARDEN, DIE WIJ VEUTULLEN MOETEN, OM DBNquot; VOLLEN Ai\'LAAT TE VERDIENEN.
1. Z. H. de Paus heefc het verdienen van den vollen aflaat afhankelijk gesteld van het verrichten der werken, die Hij heeft voorgeschreven. Eene dwaling, ook ter goeder trouw, die oorzaak is, dat wij ook maar één der gestelde voorwaarden niet vervullen of ciefc zoo vervullen als Z. H. heeft voorgeschreven, ia tevens 00\'zaak, dat wij den aflaat niet verdienen.
8
2. Men is voor het verrichten dervoorgeacbre-ven werken niet aan eene plaats of een Bisdom gebonden, men kan zelfs de eene voorwaarde in bet eene, de andere in een ander Bisdom vervullen, doch men moet zich bij het verrichten van het voorgeschreven werk (b. v. het kerkbezoek) regelen naar de voorschriften, die gelden voor de plaats, waar men zich bevindt.
3. Er is geen bepaalde volgorde voorgeschreven bij het vervullen der gestelde voorwaarden. Toch zal men in de meeste gevallen goed bandelen als men de reeks der werken sluit met de H. Communie. Want:
4. Bij de volbrenging van het laatste der voorgeschreven werken verdient men den aflaat van het Jubilé, en, hoewel men trachten moet alle werken in staat van genade te verrichten, wordt voor het verdienen van den aflaat alleen maar vereischt, dat men bij het verrichten van het laatste werk in slaat van genade zij.
5. Volgens den geleerden Paus Benedictus XIV kan een aflaat niet verdiend worden door een werk. waartoe men op andere gronden reeds verplicht is, tenzij hij, die den aflaat geeft, uitdrukkelijk verklaart, dat men door zulk een werk den aflaat verdienen kan. Daarom kunnen wij door die werken, waartoe wij reeds op andere gronden verplicht zijn, niet voldoen aan de voorwaarden van het Jubilé, b. v. door onze Paasch-Communie, onze verplichte jaarlijksche
biecht; wij kunnen dus ook niet als kerkbezoek laten gelden het bijwonen der H. Mis op Zon-of Feestdagen, waardoor wij aan onze verplichting van mis-hooren voldoen,-
§ I. HET KEEKJiEZOEK.
1. Men moet zes maal eene kerk bezoeken.
2. Tot het verrichten der voorgeschreven kerkbezoeken kunnen ook aangewezen worden kapellen, mits zij voor den openlijken eeredienst beutemd zijn en er gewoonlijk de H. Mis wordt opgedragen.
3. Het kerkbezoek geschiede met godsvrucht.
4. Men moet bidden in de kerken, die men bezoekt, volgens de meening van Z H. d.i. voor het heil en de verheffing der katholieke Kerk en van den Apostolischen Stoel, voor de uitroeiing der ketterijen en de bekeering aller dwalenden, voor de eendracht der Christen Vorsten en den vrede en de eendracht van geheel het geloovige volk.
5. Een gebed met voortdurende en vrijwillige verstrooidheid verricht is niet voldoende. Men moet bidden met het hart maar ook met de lippen; een met den mond icitgesprokon gebed is vereischte.
6. Het bidden van vijfmaal het Onze Vader en vijfmaal het Wees gegroet bij ieder bezoek is voldoende.
10
7. Men kan het kerkbezoek verrichten op verschillende dagen of op één dag. Zelfs wanneer de bezoeken tot eene kerk bepaald zijn, kaD men die kerk zesmaal op één dag bezoeken. Om eene kerk meermalen te bezoeken is het genoeg, dat men de kerk uitga en haar telkens weder binnentrede.
8. WELKE EEKKEN MOET MEK BEZOEKEN?
a. In plaatsen waar slechts ééne kerk is, moet men die kerk zesmaal bezoeken.
b. Zijn er iwee keiken dan moet men beiden ieder driemaal bezoeken.
c. Zijn er drie kerken dan moet men ieder tweemaal bezoeken.
d. Waar meer dan drie kerken zijn moet men drie kerken ieder tweemaal bezoeken. De drie kerken, welke men daar bezoeken moet, zijn volgens voorschrift van Z, H door de Bisschoppen aangewezen. De Bisschoppen van Nederland hebben hieromtrent de volgende bepalingen vastgesteld:
Z. D. 11. De Aartsbisschop van Utrecht. „In „plaatsen waar meer dan drie kerken zijn zal „men zijne \'parochiekerk en de twee, aan de „parochiekerk naastgelegene, kerken elk twee-„maal bezoeken.quot;
Z. D. H. de Bisschop van Haarlem: „Waar „meer dan drie kerken zijn, moet men drie
11
„kerken tweermcd bezoeken, te weten zijne ,.parochie7cetk en twee kerken, die het digst bij „die parochiekerk gelegen zijn.quot;
Z. 1). 11. de Bisschop van \'s Bosch; „In die „plaatsen (onder deze benaming wordt hier en „vervolgens door Ons verstaan iedere locaüteit: „stad, dorp, gehucht enz.), waar vier of meerdere „parochiale ot rectorale kerken, of ook zooge-„naamde kapellen en bidplaatsen — mits dezen „aan de openbare eeredienst zijn toegewijd en de „ H. Mis daarin gewoonlijk wordt opgedragen— „aanwezig zijn, zullen de geloovigen, die niet „om wettige reden door den biechtvader onthe-„ven zijn, tweemaal bezoeken hunne parochie „kerk, alsmede twee andere der voornoemde „kerken of kapellen, welke voor hen betrekke-„lijk het meest nabij gelegen zijn, of althans „als zoodanig door hen beschouwd worden.quot;
Z. D. II. de Bisschop van Breda: „1. In de „Bisschoppelijke stad Breda zullen de geloovi-„gen de Kathedraal en de twee andere parochiekerken elk tweemaal bezoeken. — 2. In „Roosendaal zullen zij hunne parochiekerk en „de hulpkerk der Eerw. Paters Eedemptoristen „elk driemaal bezoeken. Efeneens zullen zij „in Oosterhout hunne parochiekerk en de „kerk der Eerw. Paters Jesuiten; — en in „Bergen-op-Zoom de parochiekerk en de al-„gemeene hulpkerk van den H. Josef ieder „driemaal bezoeken. — 3. In de overige paro-
12
„ehiën moeten de geloovigen hunno paro-„chiekerk zesmaal bezoeken.quot;
Z. D II. de Bisschop van Roermond; „Voor „het bezoeken der kerken zal men in de steden „en andere plaatsen, waar binnen de kom der „gemeente of op slechts korten afstand twee „of drie kerken of openbare kapellen zijn, „de voorechriften van de Eneykliek volgen. „Waar slechts eene kerk is bezoeke men de-„zelve zes keeren. Waar op een afstand van „een halve uur tevens eene auxiliaire is zullen „de Q-eloovigen, die tot de auxiliaire behooren, „vijfmaal hunne kapel en eens de parochiekerk „bezoeken en omgekeerd de andere vijfmaal „de parochiekerk en eens de auxiliaire.quot;
§ IT. BE YASÏENDA.aEH\'.
Volgens de Bulla van Z. H. moeten wij „vasten en daarbij alleen onthoudingsspijzen „gebruiken, op twee dagen, buiten die dagen „om, voor welke in de Veertigdaagsche Vasten „geenerlei dispensatie verleend wordt, of die „op andere tijden des jaars als even strenge „vastendagen volgens kerkelijk gebod te beschouwen zijn.quot;
1. Wij moeten dus twee vastendagen houden.
2. Op deze dagen moeten wij, volgens de bepalingen van de Bulla, waarin het Jubilé wordt afgekondigd, zwaridag houden d. i, yasten als op Goeden-Vrijdag.
13
3. Doch de H. Poenitentiarie heeft op last van Z. H. Leo XIII den 15 Januri 1886 verklaard, dat de Bisschoppen het gebruik van zuivel en eieren kunnen toestaan. Zoodat men in een bisdom, waar de Bisschop van de hem verleende macht gebruik heeft gemaakt en toegestaan heeft op de vastendagen voor het Jubilé zuivel en eieren te gebruiken, aan de gestelde voorwaarde van te vaaten voldoet, wanneer men twee gewone vastendagen houdt d. i. zich van vleeechspijzen onthoudt en slechts eenmaal op den dag zijn nooddruft neemt.
4. Op welke dagen kan men door te vasten niet voldoen aan de voorwaarde, die gesteld is voor het verdienen van het Jubilé?
a. Op Góeden-Vrijdag;
l. Op de quatertemperdagen, (volgens verklaring van de H. Poenitentiarie 15 Jan. 1886).
5. Als door den Bisschop verlof is gegeven, om zuivel en eieren te gebruiken op de vastendagen voor het Jubilé, kan men dan die vastendagen houden op dagen, waarop men volgens de vasten-wet verplicht is, zich te onthouden van vleeschspijzen en slechts eens op den dag zijn nooddruft te nemen b. v. op quot;Woensdag, Vrijdag of Zaterdag in de vasten, op de Vigeliedagen, die vastendag zijn, enz.?
Wij gelooven, dat zulks niet voldoende is. Waar het gebruik van eieren en zuivel op de vastendagen voor het Jubilé is toegestaan
14
bestaat het vasten voor het verdienen van den aflaat vereischt, alleen in het derven van vleesch-spijzen en het slechts eenmaal nemen van zijn nooddruft. Op dagen eu als Woensdag, Vrijdag er. Zaterdag in de vasten enz. is men reeds door de onthoudings- en de vastenwet verplicht tot het derven van vleeschspijzen en het slechts eenmaal nemen van zijn nooddruft. Houdt men dus op dergelijke dagen de vastendagen voor het Jubilé dan doet men nieü meer dan hetgene, waartoe men op die dagen reeds door de gewone onthoudings- en vastenwet verplicht is.
Wijl wij nu, volgens de leer van Benedictus XIV, niet voldoen aan het vervullen der voorwaarden van een Jubilé door het verrichten van een werk, waartoe wij op grond van andere wetten reeds verplicht zijn, zoo meenen wij, dat men daar, waar het gebruik van zuivel en eieren op de vastendagen voar het Jubilé door den Bisschop is toegestaan, niet voldoet aan de voor het Jubilé voorgeschreven voorwaarde van te vasten, als men die vastendagen houdt op een Woensdag, Vrijdag of Zaterdag in de vasten of dergelijke vastendagen.
§ III. HE AALMOES.
Volgens de woorden van Z. H, den Paus moet „ieder naar zijn vermogen, en na den
irgt;
„raad des biechtvaders te hebben ingewonnen, „een aalmoes geven voor eenig goed werk, „dat ten doel heeft de voortplanting en den „bloei van hei) katholieke geloof.quot;
1. Een aalmoes. Een ieder is hiertoe ver plicht. Zij, die niets bezitten moeten vragen, wat zij tot het geven vaneen aalmoes noodig hebben, b v. kinderen aan hunne ouders, religieusen aan hunne overheden, armen aan hen, die rijker zijn. Zoo iemand geen aalmoes kan geven, moet hij aan zijn biechtvader verandering vragen.
2. Ieder naar zijn vermogen. Men moet den zin dezer woorden niet al te streng opvatten. De bedoeling ia: een burgerman moet meer geven dan een arme, een welgesteld burger meer dan iemand, die minder welgesteld is, een rijke meer dan een welgesteld burger.
3. Na den raad des biechtvaders te hebben ingewonnen. Over de bedoeling dezer woorden is de H. Poenitentiarie geraadpleegd en heeft zij op bijzonder en uitdrukkelijk gezag van Z. H. Leo XIII den 30 Januari I856 het volgende antwoord gegeven. „De raad des „biechtvaders moet ingewonnen worden door „hen, die twijfelen hoe groot hunne aalmoes „zijn moet. De hoegrootheid van de aalmoes „moet in dien zin aan ieders vermogen beant-„woorden, dat wat voldoende ia voor armen „niet voldoende is voor rijken.quot;
16
Niet iedere geloovige dus is verplicht zijn biechtvader over de aalmoes te raadplegen, maar slechts diegene, die over dit punt een gegronden twijfel heeft.
4. „Voor eenig goed werk, dal ten doel heeft „de voortplanting en den hloei van het katholieke „geloof
Door een aalmoes aan de armen gegeven voldoet men derhalve niet aan de gestelde voorwaarde.
Z H. de Paus heeft geen goed werk bepaald aangewezen, waaraan wij verplicht zijn onze aalmoes te geven, toch worden door Z. H. twee goede werken bijionder aanbevolen n. 1. „de bijzondere scholen voor kinderen en de Seminanën voor Geestelijken.quot;
Hoewel men ook aan andere goede werken, die ten doel hebben de voortplanting en den bloei van bet katholieke geloof, geven kan, hebben H.H, D.D. fl.H. de Bisschoppen van Nederland de volgende goede werken bijzonder aan hunne geloovige aanbevolen.
Z. D. H. de Aartsbisschop van Utrecht: de bijzondere lagere scholen en het Seminaire.
Z. D. H. de Bisschop van Haarlem: de Kntholieke jongensscholen.
Z, D. H. de Bisschop van \'s Bosch: de bijzondere scholen en het Seminarie,
Z. D. H. de Bisschop van Breda heeft zich de bestemming der aalmoezen, gestort in de
17
bussen, die tijdens de bijzondere oefeningen voor het Jubilé in de kerken van zijn bisdom geplaatst zullen zijn, voorbehouden.
Z. D, H. de Bisschop van Eoermond beveelt bijzonder aan de in Zijn bisdom gevestigde St. Joseph- Vereeniging.
§ IV. DE BIECHT EN DE H. COMMUNIE.
Door de biecht, die wij volgens de geboden der Kerk verplichi; zijn eens in het jaar te spreken, endoor de H. Communie, waarmede wij aan onzen Paasch-plicht voldoen, kunnen wij niet den aflaat van het Jubilé verdienen.
B.
Voorrechten en gunsten aan het Jubiié verbonden.
\\. Om aan deze gunsten en voorrechten deelachtig te kunnen worden moet men de meening hebben om den aflaat van het Jubilé te verdienen en het voornemen de daarvoor voor-geschr ven werken te verrichten.
2 Is men eenmaal aan die gunsten en voorrechten deelachtig geworden dan blijven zij van kracht, al zou men dan ook later zijne meeninc; om den aflaat te verdienen laten varen Jaartoe gevorderde werken niet vol-
rengen.
3. Aan de gunsten en voorrechten, in zoo-
18
verre deze door den biechtvader op ons moeten worde:; toegeosst, kunnen wij alleen in de biecht deelachtig gemaakt worden.
4. Slechts eenmaal kunnen wij die gunsten en voorrechten in de biecht genieten.
5. Volgens eene verklaring van de H. Poe-nitentiarie van 30 Jan. 18b6 zijn hier twee gevallen van uitgezonderd.
a. De biechtvader kan voor denzelfden persoon meermalen een of meerdere der voorgeschreven werken om voldoende reden in andere werken veranderen.
b. De biechtvader kan kinderen, die hunne eerste H. Communie nog niet gedaan hebben, meermalen dispeuseeren van de H. Communie.
Zoodat ook zij, die een of meerdere der voorgeschreven werken niet kunnen verrichten, ^b. v. zieken), en kinderen, die hunne eerste R. Comruunie niet gedaan hebben, toch meerdere malen den aflaat van het Jubilé kunnen verdienen.
Wat deze gansten en voorrechten zelve betreft, meenen wij te kannen volstaan mer. de woorden van Z. H. Leo XIII hier ta herhalen:
1. „Wij staan ook toe, dat zeevarenden en „reuenden, wanneer zij in hunne woonsteden „of elders in eene bepaalde verwijlplaats ge-„komen zijn, door het zesmaal bezoeken der
19
„hoofdkerk of parochiekerk en het waardig „volbrengen der boven voorgeschreven werken, „denzelfden aflaat kunnen verdienen.
2. „Ins^i-lijks voor de regulieren van beider „geslacht, ook voor hen, die altijd in het kloos-„terslot verblijven, en zonder uitzondering „voor alle anderer quot;loo leeken als geestelijken, „setulieren of regu.ieren, die door gevangen-„schap, ligchamelijke zwakheid, of eenige „andere regtraatige oorzaak verhinderd wor-„den om de vermelde werken ofeeuigedaar „van te volbrengen ; vergunnen Wij. dat de „Biechr.vader deze in andere werken van gods-„vrucht vermag te veranderen.
3. „Terwijl wij hen bovendien magtigen, „om ten opzigte der Communie te dispenseer en „voor de kinderen, die nog riet lot de eerste „Communie zijn toegelateu.
4. „Bovendien aan allen en iederen geloo-„vige, zoo leeken als geestelijken, seculieren en „regulieren, van iedere, anders ook bijzonder „op te noemen Orde of Instelling, verleenen „Wij magtiging om zich voor dat doel eiken „priester tot biechtvader te kiezen, die seculier of „regulier, daarvoor de noodige goedkeuiing verkregen heeft; van welke magtiging ook gebruik „kan gemaakt worden door de kloosterzusters, „novicen eu andere vrouwen, die binnen het „kloosterslot wonen, mits de biechtvader voor „de kloosterzusters goedgekeurd zij.
20
5. „Aan de biechtvaders verleenen Wij, „alleen voor deze gelegenheid en gedurende „den tijd van dit Jubilé, al diezelfde magti-„gingen, die door Ods gegeven zijn bij Onzen „ Apostoliechen Brief van den 15 Februari 1879, „welke begint „Pontifices Maximiquot; evenwel „altijd met uitzondering van hetgeen in den-delfden Brief door Ons uitgezonderd is.quot;
GEBEDEN
voob het jubilé bij het kehkeezoek.
Men moet in iedere kerk, die men bezoekt, godvruchtig bidden volgens de meening van Z. H. den Paus, d. i. voor het heil en de verheffing der Katholieke Kerk en van den Apostolischen Stoel, voor de uitroeiing der ketterijen en de bekeering aller dwalenden, voor de eendracht der Christen vorsten en den vrede en do eendracht van geheel het geloovige volk.
Het is voldoende bij ieder bezoek voor deze intentie te bidden vijfmaal het Onze Vader va. vijfmaal het Wees gegroet.
Men kan er de volgende gebeden aan toevoegen.
gebed.
Jesus, mijn Zaligmaker, ik i^eet en ik geloof, dat IJwo goedheid aan de kerk een rijken
21
schat van aflaten geschonken heeft ten voor-deele der geloovigen. Ik weet, dat bij gelegenheid van dit Jubilé de kerk hare geestelijke rijkdommen uitstort over hen, die de voorgeschreven werken goed verrichten. Daarom kom ik dan ook ü in deze kerk bezoeken en TJ bidden, in vereeniging met de meening van Uw Stedehouder op aarcie, Z. H. den Paus, voor het heil en de verheffing der Katholieke Kerk en van den Apostolischen Stoel, voor de uitroeiing der ketterijen en de bekeeriag aller dwalendec, voor de eendracht der Christen vorsten en den vrede en de eendracht van geheel het geioovige volk. Ik hoop, dat ik aau den aflaat moge deelachtig worden en daardoor kwijtschelding verwerven van alle tijdelijke straffen, die ik voor mijne zonden verdiend heb,
(Als men den aflaat aan de geioovige zielen wil toevoegeu, bidde men):
Dierbare Zaligmaker, als ik waardig ben den aflaat van het Jubilé te verdienen, bied ik TJ dien aflaat aan voor de lalenis dier overledenen, voor wie ik bijzonder verplicht ben te bidden om redenen van rechtvaardigheid, van dankbaarheid of van naastenliefc-(pf: bied ik U dien aflaat aan voor de lafenis van alle geioovige zielen, of van de ziel van N. N.); gewaardig U dien aan te nemen als voldoening voor hetgeen zij nog aan Uwe
22
rechtraardigbeid schuldig zijn; verhaast het oogenblik van hunne bevrijding uit het vagevuur en van hun intocht in den Hemel.
Heer! ik bid U voor de H. Kerk, uwe Bruid en onze Moeder. G-edenk, dat Gij voor haar CJw bloed hebt vergoten, opdat zij zonder smet of rimpel zou wezen. Zuiver en heilig haar door alle ergernis en alle zonden uit haar weg te nemen. Laat niet toe, dat zij geminacht en vernederd worde. Leid haar, bestuur haar, verhef haar voor het oog aller volkeren, en breid haar uit over de geheele aarde, üt Eccles\'am tuam sanctam regere et conservare dit/n er is. Te. rogamus audi nos. Dat Gij ügewaardige ütoe Heilige Kerk te besturen en le bewaren. Wij hidden U, verhoor ons.
Onze Vader. Wees gegroet. Glorie zij den Vader.
Heer, heb medelijden met het Christen volk. In den akker, waarin Gij en Uwe Apostelen het zaad des Evangelies hebt uitgestrooid, heeft üw vijand, die ook de vijand der men-schen is, aller wegen het onkruid der dwalingen gezaaid. Hoevele volkeren, hoevele rijken zijn besmet met het gift der ketterij. Wie anders dan Gij vermag dat onkruid uit te roeien, dat hoe langer hoe meer hel zaad der waarheid dreigt te verstikken? Verneder
23
daarom den hoogmoed van de ketters en van alle vijanden der H. Kerk. Geef dat allen, bevrijd van iedere dwaling, zich wenden tot U en ia één levend geloof vereenigd zich nooit meer in iets verwijderen van datgene, wat Uwe H. Kerk te gelooven en te doen voor-gclirijft, Vt iwmicos sanctae Ecclesiae himiliare digneris Te rogamus, audi nos Dat gij U ge-waardige de vijanden der 11. Kerk te vernederen. Wij hidden U verhoor on*.
Ome Vader JVeei gegroet Glorie zij den Vader.
Beer! toen Gij op de wereld kwaaiut, hebt Gij den vrede aan de wereld gebracht, en door deu mond der Engelen dien vrede den menfchen aangekondigd. O, wij hebben zoo zeer behoefte aan dien vrede, vorsten en volken, tioewel niet in openlijken oorlog, staan gewagend tegenover elkander; de vrede in het maatschappelijk leven wordt door verdoolden en misleiden overal bedreigd. Koning des vredea, schenk den Christen vorsten den geest van eendracht; maak hen één, zoodat zij door de banden der christelijke liefde vereenigd, den heiligen Katholieken godsdienst tegen zijne vijanden beschermen en hunne onderdanen met wijsheid besturen. Ut regibus et priucipibus christianis pacem et veram con-cordiam donare digneris. Te rogamus audi nos. Bat Gij ü geioaardige, den Christen koningen
24
tn vorsten vrede en ware eendracht te geven. Wij bidden U7 verhoor ons.
Onze Vader. Wees gegroet. Glorie zij den Vader.
O Jesus, opperste en eeuwige Eerder, ik bid U voor Uwen Plaatsbekleeder op aarde, onzen H. Vader den Paus.
Laat ons bidden voor onzea Paus Leo.
De Beer beware bem en spare hem in het leven, en make hem gelukzalig op aarde, en Jevere hem niet over aan den wil zijner vijanden.
laat ons bidden.
Almachtige, eeuwige God, ontferm U over Uwen dienaar, onzen Paus Leo, en bestuur hem volgens TJwe goedertierenheid op den weg van het eeu wig heil, opdat hij door Uwe hulp begeere wat Ü behaagt en het met alle kracht volbrenge.
Onze Vader, Wees gegroet. Glorie zij den Vader.
8\'