-ocr page 1-

Vak 87

1

:3^-

N-

34— 3*-

HET

Biecht- en Communieboekje

-4« -4« —?£

-5lt;e

H»E -?E

-^E

~lt;e

H* —»5

—^6

-^5 -4lt;e

-gt;5

-H H*

-^6 ^•ï -^€ -^«E —^6 -4«

-4« —!•£ -^5 -?«5 -^E H»6

-r* -^6 -^E

5^-K,—

3^-iS\'r- ■ 3^-

3^-

it it

!3«r-

»r-

3^-3^-3quot;^-3^-

3^-

Nquot;

3^-3^-3^-3^-3^-3^-3^-9^-3^-3^-3^-3*-

R-

3^-3^-3^

3^—

NA HUNNE

r\\ r ,

•jyut

idcrs.

ZSTvlO?

m

G. MOSMANS ZOON,

MARKT A 14.

HERTOGENBOSCH.

DOOR

H. J. M. EVERTS,

Pastour.

j^ERSTE j-J. COMMUNIE,

TWEEDE VERMEERDERDE UITGAAF.

v/em-Cen voor huane

KINDEREN

402

VOOR

-ocr page 2-
-ocr page 3-

nu» i

BIECHT- EN COKIIIIUNIEBOEKJE

VOOR

KINDEREN

na hunne eerste H. Communie. -S—f-

c)Uzt ccmi\'^c ivattflaM vcoi fmniK ,

DOOU

H. J. M. EVERTS,

Pastoor.

TWEEDE VERMEERDERDE UITGAAF.

\'s-HEETOGENBOSCH, G. MOSMANS ZOON,

Groote Markt

-ocr page 4-
-ocr page 5-

4 tt^ ,

Als ge een kind hobt, dat zijne eerste H. Communie heeft gedaan, gelieft dan deze wenken met aandaclit te lezen.

De godsdienstige opvoeding van uw kind is voor u ongetwijfeld eene taak van vele en groote zorgen, maar ook van vele en groote verdiensten. Door de eodsdienstigo opvoeding van uw kind bewerkt gij, zooveel in u is, zijn tijdelijk en eeuwig geluk, bevordert gij Gods eer en glorie, vervult gij liet vurigste verlangen ran Jesus Christus, verschaft gij steun en vreugda aan onze Moeder de H Kerk. Znu dan het behartigen van de godsdienstige opvoeding v.-in uw kind nietzeer verdienstelijk voor deu hemel zijn ? Ja, hoe meer gij doordrongen zijt van het hooge belang der godsdienstige opvoeding, hoe grootere verdiensten gij moogt verhopen ; want dos te grooter zal uwe bezorgdheid zijn, des te meer zult gij voor de godsdienstige opvoeding van uw kind overhebben.

Het is een deel va 1 ie godsdienstige opvoeding, dat gij niet o ^ toeziet of, maar ook

-ocr page 6-
-ocr page 7-

ijht jU ï $,

Als ge een kind tobt, dat zijne eerste H. Communie heeft gedaan, gelieft dan dezo wenken met aandacht te lezen.

De godsdienstige opvoediüg van uw kind is voor u ongetwijfeld eene taak van vele en groote zorgen, maar ook van vele en groote verdiensten. Door de srodsdienstigo opvoeding van uw kind bewerkt gij, zooveel in u is, zijn tijdelijk en eeuwig geluk, bevordert gij Gods eer en glorie, vervult gij liet vurigste verlangen van Jesus Christus, verschaft gij steun en vreugde aan onze Moeder de H Kerk. Zm dan het behartigen van de godsdiensiige opvoeding van uw kind nietzeerver-dienstehjk voor deu hemol zijn ? Ja, hoe meer gij doordrongen zijt v;tn het hooge belang der godsdienstige opvoeding, hoegrootere verdiensten gij moogt verhopen ; want des te grooter zal uwe bezorgdheid zijn, des te meer zult gij voor de godsdienstige opvoeding van uw kind overhebben.

Het is een deei van die godsdienstige opvoeding, dat gij niet alleen toeziet or, maar ook

-ocr page 8-

hoe uw kind zijtio godsdieuslige plichten vervult, en dat gij hot hij de vervulling dier plichten lehulpzaam zijt. TLv kind moet bidden : — maar gij moet toezien en helpen, dat het op zijn tijd bidt, en bidt gelijk liet behoort. Gij moet niet alleen zorgen, dat uw kind op Zonen Feestdagen naar de kerk gaat; maar ook toezien, dat hot zich in de kerk eerbiedig gedraagt. Zoo moet gij niet alleen waken, dat nw kind op zijn tijd da Hiï. Sacramenten ontvangt; maar gij moet het nog zoo weinig nadenkende kind helpen, dat het die groote, verhevene geheimen met don vereischten eerbied, met eeno gepaste voorbereiding ontvangt. Op elke H. Communie kan men deze woorden van do H. Schrift toepassen ; Er moet eena woonplaats bereid worden, niet voor ren mensch, maar voor God. Of men nu voor dou eersten keer of voor den tweeden of voor den honderdsten keer do H. Communie ontvangt, men ontvangt immers altijd het Lichaam en Bloed ran Jesus Christus, denzelfdeyi God en Zaligmaker. Zou dan niet voor elke Communie een zorgvuldige voorbereiding vereischt worden ?

Toen uw kind tot zijne eerste H. Communie zou worden toegelaten, hadt gij wel te zorgen,

-ocr page 9-

maar niet veel: — de Pastoor toch nam het grootste deel voor zich : gij hadt hem slechts in die langdurige en moeitevolle taak te ondersteunen. Maar na de eerste Communie behoort uwe zorg veel grooter te zijn. In den eersten tijd zal de Pastoor afkondigen wanneer uw kind de HH. Sacramenten ssl moeten ontvangen, en hij zal het kind wel aan de noodzakelijke voorbereiding herinneren eii daarbij behulpzaam zijn, maar langzamerhand zal hij die zorg voor eene gepaste voorbereiding meer aan liet kind, en san u, Ouders, moeten overlaten. En zou hij niet op u mogen rekenen ? Wat zal er bij uw kind van eene gepaste voorbereiding komen, als gij or niet naar omziet? Dit Boekje wordt uw kind sr,«geboden, om het bij zijne voorbereiding van dienst te zijn. Maar dat is niet genoeg. Gij, Ouders, behoort u van eene goede voorbereiding te verzekeren ; gij moet alweer hier toezien en helpen. Ge vindt in dit Boekje, eenige bladzijden verder, een Eegel voor eene (je.pasta voorberei-dinff, welken uw kind dient te onderhouden : ziet toe en helpt uw kind dat alles onderhouden. Helpt door te herinneren, helpt door op te teek-ken, helpt vooral door goed voor te gaan. Als

-ocr page 10-

— 6 -

de kinderen, die v:in nsturo geneigd zijn, om te oordeolen, gelijk zij Yador en Moedor hooren sproken, en om te doen g-. lijk zij Vader en Moedor zien bMiuWon, — sis de kinderen hooren hos ernstig de Ouders over het ontvangen der HH. Sacramenten voor zich znlven donken, en zien met hoeveel zorg zij zeiven tot de HH. Sacramenten naderen; moet dit niet van mich-tigen invloed zijn op het gevoelige kinderhart? O, mochten tnch nile Ouders wel beseffen van welk belang het voor hen is, dat hunne kinderen altijd waardig de HH. Sacramenten ontvangen! \'t Is niet aiieen eene zwtire verplichting der Ouders daarvoor naar hun vermogen te zorgen, maar \'t is ook hun eigen voordeel en quot;e-luk. Heilige Siechten on heilige C immunicn moe* ten noodzakelijk bravo, godsdienstige tinderen vormen, en brave, godsdienstige kinderen zijn de kroon en da vreugde htmner Ouders.

Ziolang elke maand de Biechtdag voor uw kind door den Pastoor wordt bepaald en afgekondigd, hebt gij toe te zien, dat uw kind op dag on uur in do kerk is. Maar als de Biechtdag niet meer wordt afgekondigd, hebt gij te zorgen, dat uw kind om de maand te biecht gaat. Door

-ocr page 11-

vroeger maandelijks den Bieehtdag voor uw kind vast te stellen, heeft men het willen gewennen, om elke maand de HH. Sacramenten te ontvangen. Geschiedt die afkondiging niet meer, dan kan dit niet beteekenen, dat eene maandelijkgche Biechten Communie niet meer verlangd wordt.Im-mers als die groote bronnen van genade door Gods barmhartigheid en lisfde den mensch geschonken zijn, om hem in den strijd tegen zijne booze neigingen te versterken, en hem tegen het bederf der wereld te behoeden, is het dan niet duidelijk, dat in volgende jaren eer eene veelvul-diger Biecht en Communie zijn aan te bevelen?

Doch het is voldoende, a!s de Ouders zorg dragen, dat hunne kinderen getrouw omjie vier of vijf weien te biecht gaan, een veelvuldiger gebruik der H. Sacramenten aan het oordeel van den Biechtvader der kinderen overlatende.

Leest dan met aandacht en tracht iu uw geheugen te prenten den Eegel door uw kind te onderkotiden gedurende de week voor en op den dag der U. Communie. Volgt uw kind na zijne eerste H. Commnuie dezen Regel, \'t is te verwachten, dat het deze orde van voorbereiding zich voor lateren leeftijd tot gewoonte zal ma-

-ocr page 12-

ken. En gij Ouders, zult ook licht in dezen Regel eene of andere aanwijiing vinden, die u bij uwe voorbereiding tot het ontvangen der HH. Sacramenten tot nut zal verstrekken.

Die twee bronnen van genade staan ook voor u open, om daar licht en sterkte, raad en bemoediging, troost en zielevrede, \'t ware en ec-nige geluk des menschen, hier op aarde, te putten; maar om er dat alios in te vinden, moet gij de HH. Sacramenten waardig ontvangen, en hoe grooter uwe zorg is, om u daartoe voor te bereiden, des te milder zal u Gods genade toevloeien. Weet ge het niet bij ondervinding ? O, gelukkig de huisgezinnen, als de Ouders» hunne kinderen voorgaande, zich dikwijls en op eene God behaaglijke wijze aan dezelfde heilige bronnen komen verkwikken ! In die huisgezinnen zal het geloof lerendig, de liefde sterk, de vrede duurzaam zijn ; daar zal Jesus Christns, uit wiens zoet Hart die zegenrijke bronnen zijn ontsprongen, de Heer, de Beschermer, de Vergelder zijn, die eenmaal Ouders en kinderen in de eeuwige liefde, in de eeuwige heerlijkheid zal vereenigen I

GELOOFD ZIJ JESUS CHRISTUS! AMEH.

-ocr page 13-

Tot uwe eerste H. Coramunie hebt gij u langen tijd tevoren met veel zorg voorbereid. Zou er nu bij uwe volgende HH. Communiën geene zorg, goene voorbereiding van u gevraagd worden ? Denkt eens even na. Gaat ge niet denzelfden Jesus Christus, uwen God en Zaligmaker, ontvangen, dien ge bij uwe eerste H. Communie hebt ontvangen ? Moet uw hart ook thans niet zuiver zijn ? Zoudt go uwen liefderijken Jesus, die weer tot u komen wil, met minder eerbied, met minder dankbaarheid, met minder liefde mogen te gemoet gaan ? Integendeel ; gij zult erkennen, dat uw goddelijke Zaligmaker het volste recht heeft, om bij elke volgende Communie telkens meer van u te verwachten. Immers met het toenemen der jaren behoort gij des te \'beter te begrijpen en te gevoelen wat verhevene handeling eene H. Communie is ; en terwijl de goede Jesus door elke Com-

-ocr page 14-

— 10 —

munie de bawijzen zijner liofds vermenigvul.lisrt, zij\'t gij telkens tot vuriger dankbaarheid en groo-ter wederliefde gehouden. Do Priester des Hee-ren, door u mot zooveel zorg voor te bereiden tot uwe eerste H. Communie, hoeft u niet alleen bij die verhevene handeling willen helpen, maar u ook willen inprenten voor gansch uw leven, dat gij immer mot groote zorg u dient voor te bereiden tot de H. Communie; en tevens heeft hij u willen leeren hoe gij later zon-der zijnen bijstand die voorbereiding behoort ta doen. Zoolang gij nog don Catechismus bijwoont, zal hij u aan die voorboroiding herinneren en u den weg wijzen. Wijl de tijd ontbreekt, kan die voorbereiding niet meer zoo htng en zoo geregeld zijn als bij uwe eerste H. Communie ; maar wat aan den tijd ontbreekt, zoekt dat goed te maken door meer ijver en vurigheid. Dit Boekje intusschen zal u tot veel nut verstrekken bij uwe voorbereiding tot uwe volgende Commu-men, als gij getrouw zijt aan deu Regel, dien wij u gaan voorstellen.

-ocr page 15-

— 11 —

REGEL,

te onderhouden gedurende de week voor

en op den dag der H. Communie.

1. Wanneer ge Zondag tevoren in de H. Mis hoort afkondigen, dat het den volgenden Zaterdag uwe beurt is van biechten: draag dan aanstonds die H. Mis aan God op, om van zijne barmhartigheid door de verdiensten van Jesus Christus de gratie eener heilige Biecht en ee-ner heilige Communie af te smeeken. Maak ook aanstonds het voornemen, gedurende deze weak met bijzondere aandacht over u zeiven te waken, meer ingetogen te zijn en zorgvuldiger alle kwaad te vermijden.

2. Bid eiken avond 5 Ome-Vaders en 5 Weet-gegroeten voor de genade van eene goede Biecht en Communie. Bid ook \'s avonds hot Rozenhoedje, en kunt ge in de week eens of meermalen de H. Mis bijwonen, doe dat alles tot dezelfde intentie. In die H. Mis zult ge de Misgebeden uit dit Boekje gebruiken.

3. Tracht tijd te vinden om de groote Kruit-icegoefening uit dit Boekje te bidden als eene sehoone akte van berouw.

-ocr page 16-

— 12 —

4. Neem, van Zondag af te rekenen, nu en dan dit Boetja in de hand, om uio geweten te onderzoeken en gevoelens van berouw in u op te wekken door aandachtig te lezen de Oefeningen, die daarvoor zijn ingericht.

5. Als ge biechten gaat, dan zult ge do orde volgen, die ge zult vinden aangewezen.

6. Na uwe Biecht, \'a avonds thuis, zult ge eene godvruchtige lezing doen uit de Oefeningen voor de H. Communie, om u nader voor te bereiden. Zoo zult go op passende wijze u bezig houden met het groote werk, dat al uwa aandscht en belangstelling verdient, en ge zult geest en hart met die gedachten en met die gevoelens vervullen, welke aan Jesus Christns zeer aangenaam en voor u zeer voordeelig zullen zijn.

7. Met bijzondere eerbiedigheid ea aandscht zult ge uw avondgebed doen. en voor naar bed te gaan niet vergeten den mond te spoelen.

8. Met de gedachte aan uwen God en Zaligmaker in zijn H. Sacrament zult gij u ter rust begeven en trachten in te slapen» Wordt ge voor uwen tijd wakker, denk weer aan den goeden Jesns, aan zijne liefde, aan het groot geluk, dat u bereid is, en tracht zoo weer den slaap te vatten.

-ocr page 17-

9. Is het tijd geworden, sta blijde op, kleed u zedig aan, doe uw morg eng el ad met devotie, vermijd alle onnoodige verstrooiingen, en houd, thuis en op weg, geest en hart bezig met Jesus Christus in zijn aanbiddelijk geheim, vooral een groot vertrouwen en een vurig verlangen in u opwekkende.

10. Als naaste vooïbereiding in de kerk, lees aandachtig de Communiegebeden in uw Kerkboek en nader met eerbied tot de Communiebank, en, ga weer ingetogen naar uwe plaats, duidelijk toonende, dat, hoe ouder gij wordt, gij meer doordrongen zijt van het levendige geloof, dat gij waarlijk uwen God en Zaligmaker in do H. Communie ontvangt. Houd u bezig met uw goeden Jesus, om Hem te aanbidden. Hem te danken, Hem te verzekeren, dat ge met meer zorg het kwaad zult vermijden, beter zult oppassen, om Hem meer te behagen. O bid en smeek Hem, dat Hij u in zoovele gevaren bescherme, en niet toelate, dat gij door de doodzonde ooit van Hem gescheiden wordt. Kunt ge uit u zeiven niet meer bidden, volg dan aandachtig de gebeden na de H. Communie in uw Kerkboek. En gelijk ge ten minste een kwartier voor uwe voorbereiding be-

-ocr page 18-

— 14 —

hoort te besteden, besteed ook zoo ten minste een kwartier voor uwe dankzegging.

II. Vergeet niet na de H. Commuaie voor el-ken vollen aflaat, dien ge bij uwe Biecht reeds voorgenomen hebt te verdienen, 5 Onze-Vaders en 5 Wees-gegroeten te bidden volgens de intentie van onzen H. Vader, den Paus, gelijk ter plaatse zal herinnerd worden.

] 2. Op den dag, dat ge wederom uwen God en Zaligmaker in het geheim zijner oneindige liefde hebt ontvangen, zult ge zeker wel blijde mogen zijn ; maar vermijd met alle zorg al datgene, wat uw goeden Jesus zou kunnen mishagen, en uwe vreugde, uw geluk storen. Wat verlangt de minnelijke Zaligmaker van u ten dank voor zoovele HH. Communiën, voor zoovele bewijzen zijner goedheid en liefde? Hij verlangt dat ook van u kunne gezegd worden, wat van zijne kinderjaren in het H. Evangelie geschreven staat; Hu nam toe in wijsheid en jaren, en in genade bij god en men8chbn (Luc. IT, 52). Het moge zoo geschieden!

GEIOOPI ZIJ JESUS CHRISTUS! AMEN.

-ocr page 19-

gedurende de week van voorbereiding voor oena heilige Biecht en waardige Communie.

S *-#•quot; 2\' MORGEXGEBE».

Behoorlijk geWeed en gereinigd, knielt ge voor een Kruisbeeld neder, om uw gewoon Morgengebed te duen. Voeg daarbij het volgende:

Met een erkentelijk gemoed, hemelsche Vader, begroet ik blijde dezen dag, welke mij een dag naderbrengt tot mijne Biecht en Communie; moge mijn hart, geholpen door uwe genade, ook met dezen dag eene schrede naderkomen tot die zalige gesteltenis, welke Gij in my verlangt.

Ik neem voor, o lieve Heer, vandaag, zoo stipt mogelijk uwen heiligen wil te volbrengen. Ik zal mijn best doen om veel en vurig te bidden. Ik hoop U vandaag door niets te bedroeven. Vandaag geene ongehoorzaambeid, geene leugentaal, geene onmatigheid, geen

-ocr page 20-

twist of gramschap. Zelfs alle luidruchtigheid en ruwheid in het spolea wil ik vermijden, en mij verwijderd houden van alle gezelschap, dat hinderlijk zou kunnen zijn voor dien geest van ingetogenheid en godvruchtigheid, welke voor eene goede voorbereiding zoo gewenscht is. O barmhartige God, herinner mij steeds aan deze goede voornemens, ea help mijne zwakheid, opdat ik tot uwe eer en mijn geluk daaraan getrouw blijvo. Amen.

* Ieder oogenblik zij het allerheiligste en allergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

* Zoet Hart van mijn Jesus, maak, dat ik U immer meer beminne.

H. Engelbewaarder, mijn H. Dooppatroon en H. Patroon dezer Gemeente, gelieft voor mij te bidden on mij te helpen bij mijne voorbereiding.

Jesus, Maria, Joseph, in uwe handen beveel ik mij vandaag, bescherm mij tegen alle kwaad, en wek mij op tot het goede, opdat ik door uwe hulp mij waardig voorbereide tot eene heilige Biecht en eene waardige Communie. Amen.

-ocr page 21-

— 17 —

AVONDGEBED.

Bij het gewone Avondgebed voegt men het volgende:

O mijn God, mijn Schepper en mijn Verlosser, ik dank TJ, dat Gij mij geschapen hebt naar uw beeld, geschapen voor den hemel. Ik dank U, dat Gij voor mij zijt mensch geworden en gestorven. Ik dank U voor de instelling van uw allerheiligste Sacrament. Ik dank U voor al de weldaden, welke ik vandaag van uwe goedheid heb ontvangen. Maar hoe heb ik aan zooveel liefde beantwoord ? O H. Geest, verlicht mijn verstand, om mijne fouten te mogen kennen; raak mijn hart, opdat ik ze oprecht beweene.

Gewetensonderz oek.

Heb ik mij niets te verwijten wegens het opstaan dezen morgen? Ben ik niet traag geweest? Heb ik by het opstaan eu aankleeden aan God en mijnen Engel gedaolit?

Heeft er niets aan mijn morgengebed ontbroken?Heb ik mijne oefeningen op den dag verzuimd? of zonder goeden wil gedaan?

Ben ik ongehoorzaam geweest? onmatig of snoepachtig? te luidruchtig in mijne blijdschap? heb ik te ruw gespeeld?

Hoe heb ik mij jegens anderen gedragen? Heb ik iemand beleedigd ? ontsticht door mijne woorden, door mijn slecht voorbeeld?

Heb ik ook eenig ander kwaad of ongetrouwheid tegen den goeden God begaan?

Oefening van herouio.

O barmhartige Jesus, hoe dikwijls vergeet

3

-ocr page 22-

ik het, dat ik mij voorbereid voor de H. Com-munie. Dezen dag wederom, hoevele onnauwkeurigheden, hoevele fouten ! Had ik niet meer ijver kunnen toonen ? vuriger kunnen bidden ? O minnelijke Zaligmaker, ik vraag u ootmoedig om vergeving. Ik betreur, dat ik zoo ondankbaar ben, ü zoo weinig liefde toon. Vergeef mij dit alles volgens uwe barmhartigheid. Ik maak het vaste voornemen den dag van morgen met uwe goddelijke hulp beter te besteden, meer op mij zei ven te letten, mij meer geweld aan te doen, en dat alles ter liefde van U, o zoete Jesus, en om het geluk eener waardige Communie. Amen.

*Ieder oogenblik zij het allerheiligste en aller» goddelijkste Sacrament geloofd en gedankt.

*Zoet Hart van mijn Jesus, maak dat ik U immer meer beminne.

-ocr page 23-

GEBEDEN ONDER DE H. MIS,

Om van God de genade eener heilige Biecht en eener waardige Communie af te smaoken.

Voorbereiding.

O almachtige en eeuwisje God, ik ga met uwen Priester U opdragen het onbevlekte Olïer van het Lichaam en Bloed van uwen goddelij-ken Zoon onder de gedaante van brood en wijn:

— om uwe oneindige majesteit en opperheerschappij over al het geschapene te erkennen,

— om U, mijn Vader in den hemel, allervurigst te danken voor de menigvuldige weldaden, dio ik naar ziel en lichaam van uwe goedheid heb ontvangen, — om aan uwe rechtvaardigheid eene waardige voldoening aan te bieden voor al mijne zonden en schulden, — en om uwen goddelij-ken bijstand en zegen af te smeeken over mij en allen, die mij dierbaar zijn, zoo levenden als overledenen.

In \'t bijzonder ga ik IT dit H. Misoffer opdragen, om van uwe vaderlijke goedheid te verkrijgen de genade van eene heilige Biecht en

-ocr page 24-

— 20 —

van eene heilige Communie, als datgene wat ik deze dagen het meeste noodig heb en ook het vurigste verlang : eene heilige Biecht te spreken en eene heilige Gommvnie te doen, it toch elke maand mijn voornaamste werk, mijne grootste zorg, mijn hoogste geluk.

Help mij, lieve Jesus, gedurende deze H. Mis met eerbied en aandacht bidden. H. Moeder Gods, H. Joseph, H. Engelbewaarder, H. Dooppatroon en H. Patroon dezer Gemeente : vereenigt uwe gebeden met de mijne, opdat ik van den barmhartigen God do genade verwerve, dat de Biecht en de Communie, welke ik voornemens ben te doen, heiliger mogen zijn dan de vorige.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Van het begin der H. Mis tot het Kyrië eleïson.

OEFENING VAN BEEOUW.

O oneindig heilige God, wanneer ik gedenk, dat ik mij hier bevind voor uw heilig Altaar, voor den troon uwer aanbiddelijke Majesteit, dan gevoel ik mij met diep ontzag, met eene groote vrees vervuld. Van schaamte moet ik met den Priester het hoofd buigen en rouwmoedig op

-ocr page 25-

mijne borst slaan; want\'t is mijne schuld, mijne schuld, mijne allergrootste schuld, dst ik U zoo dikwijls beleedigd heb. .la, ik belijd het voor U, almachtige God, dat ik, nog zoo jong, helaas reeds veel kwaad voor uwe oogen bedreven heb ; ik belijd het voor de H. Maagd Maria en voor het gansche hemelscbe Hof; ik zal het met alle oprechtheid ook belijden voor uwen Priester in het H. Sacrament der Biecht, vast vertrouwende, dat Gij, barmhartige Gori, al mijne ongerechtigheden zult vergeven. — Intusschen smeek ik U de genade van mijne zonden wel te kennen, de genade van zo met een oprecht berouw te verfoeien en met alle rechtzinnigheid te belijden.

Bij het Gloria in oxcolsis.

OEFENING VAN AANBIDDING.

Glorie in de hoogste hemelen aan God, en op aarde vrede aan de menschen van zijne goedwilligheid I — Ja, eere, eeuwige eere zij aan U, groote God in den hemel, voor uwe barmhartigheid en liefde jegens ons ! Wij prijzen U, wij loven ü, wij aanbidden U, wij danken U voor al uwe weldaden. Van ons H. Doopsel af tot nu toe, hoevele malen hebben wij uwe goedwilligheid mogen ondervinden ! Jesus Christus, Zoon des Vaders, onze God, onze Heer, onze Ver-

-ocr page 26-

— 22 —

losser! wat gaat uwe liefde voor ons doen? Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, Gij gaat woer onze zonden wegnemen ! Goddelijk Paasclilam, Gij gaat U weer aan onze ziel tot spijs geven! Ja, ü moeten wij loven en prijzen met dan Vader en den H. Geest iu de eeuwen der eeuwen. Aman.

Van het Gloria tot het einde van het Evangelie.

OEFEMNG VAN GELOOF.

Ik geloof, dat Jesns Christus wezenlijk geheel en al tegenwoordig is in het allerheiligste Sacrament; ik geloof, dat zijn goddelijk Lichaam en Bloed in de H. Mis als een waarachtig Sacrificie aan God wordt opgedragen; ik geloof dat de Priester de macht heeft om door de heilige woorden dor Consecratie brood en wijn te veranderen in het Lichaam en Bloed van Jesus Christus, gelijk hij ook de macht heeft om de zonden in het H. Sacrament der Biecht wezenlijk te vergeven. Dat alles geloof ik, o mijn God, zonder den minsten twijfel, omdat Gij de eeuwige waarheid zijt, die dat alles hebt geopenbaard.

Deze waarheden van mijn heilig Geloof zijn wederom deze dagen mijn troost en mijn geluk.

-ocr page 27-

23 —

Ik heb helaas opnieuw mijne zwakheid ondervonden. Wat ik bij mijne laatste Biecht had voorgeno-nomen, hob ik niet alles trouw volbracht. Ik heb weer gezondigd ; maar mijne zonden zult Gij, mijn God, volgens uwe barmhartigheid vergeven door het H. Sacrament der Biecht. Ik heb het kleed mijns Doopsels bevlekt; Gij zult het afwasschen in het Bloed, dat, eens aan het Kruis gestort, nog dagelijks voor het heil der wereld op het Altaar vloeit. Ik ben zwak en ellendig, ik verkeer in eene wereld vol besmetting: maar Gij, mijn liefderijke Verlosser, zult mij spijzigen met uw goddelijk Lichaam en Bloed, om mij tegen de besmetting te bewaren en mij op den weg naar den hemel kracht en moed in te storten.

Na het Evangelie tot het einde der Prefatie of Sanotua.

OEPEKIMa TAN DANKBAARHEID.

Ja, \'t is wel billijk en rechtvaardig, dat wij U, heilige, almachtige en eeuwige God, altijd en overal loven en danken; omdat uw Zoon, Jesus Christus, door de instelling van het H. Sacrament der Biecht ons zulk een gemakkelijk middel heeft aangeboden, om ons na de zonde met U te verzoenen; omdat Hij door de instelling van het allerheiligste Sacrument des Altaars

-ocr page 28-

altijd in ons midden wil wonen, ons eens onbevlekte en altijd U behaaglijke Offerande heeft achtergelaten en ons eene goddelijke Spijze voor onze zielen heeft geschonken. Gij biedt ons vergiffenis van onze zonden ; Gij wilt ons oprichten zoo dikwijls als wij gevallen zijn : o barmhartige God, wij danken U daarvoor duizendmaal. Gij noodigt ons tot het Gastmaal der Engelen, niet ééns, maar zoovele malen, om ons te voeden met het goddelijk Lichaam en Bloed van uw eeniggebo-ren Zoon : o liefderijke God, hoe zullen wij TJ daarvoor genoeg kunnen danken. Daarom vereenigen wij onze zwakke stemmen met de lofzangen der hemelsche Geesten, die U onophoudelijk toezingen :

Heilig, Heilig, Heilig is de Heer God der Heerscharen. Hemel en aarde zijn vervuld van uwe heerlijkheid.

Glorie den Vader, Glorie den Zoon, Glorie den H. Geest!

Geloofd zij Jesus Christus!

*Ieder oogenblik zij het allerheiligste en aller-goddelijkste Sacrament geloofd en gedankt.

Voorbereiding tot de H. Consecratie.

Aanstonds zal de H. Consecratie plaatshebben: korte, maar de heiligste en kostelijkste oogenblikken van den dag. Gedurende de H. Consecratie leest men niet; men sluit zijn Boekje en het hoofd met den diepsten eerbied

-ocr page 29-

buigende, denkt men, dat de hemel opengaat en Jesus Christus in persoon, met zijn Lichaam en Bloed, omtre-ven door zijne Engelen, op het Altaar iu de handen \' priesters neerkomt. Bij de opheffing is men gewoon hoLïiM te maken: denk daarhy, dat de Priester opheft

hof bi iaaim; ,aan let Kruis gehangen heeft,

hetzelfde Bloed, dat aan het Kruis gestort is; eti daar. om zeg hij de eerste opheffing:

Goede Jesus, ik aanbid uw allerheiligste Lichaam, dat GiJ voor mij aan \'t Kruis geofferd hebt.

bemfn Ullk Sel00f la U\' JeSU9, ik hoop 0P U\' Je8Us. ^ Goede Jesus, ik aanbid uw allerheiligste Lichaam, dat G\\j voor my aan \'t Kruis geofferd hebt.

Bid hij de tweede opheffing:

Jesuaanbid uw allerheiligste Bloed, dat Gij voor mij aan t Kruis gestort hebt.

bemfn ü|ik 8el00f in U: Jesus\' ik hooP 0P D; Jesus.ik

Goede Jesus, ik aanbid uw allerheiligste Bloed, dat Gy voor mij aan \'t Kruis gestort hebt.

Zoo dan, wanneer het laatste teeken vóór de H Con-secratie gegeven is sluit men zijn Boekje en wacht men w „e \'uv}8 houding en met het levendigste geloof brengt86 hemel zeiven in verrukking

Na de H. Consecratie.

SMEEKGEBED.

O hemelsche Vader, zie met welbehagen neder op het Offer van uwen beminden Zoon. Zijn Bloed roept genade voor ons. Ik bid en smeek U om de verdiensten van het aanbiddelijk Lichaam en Bloed van uwen goddelijkeu Zoon, hier op het Altaar tegenwoordig.

-ocr page 30-

-ae-

Zegen mij, zegen mijn lichaam en mijne ziel; geef mij de genade van een goed berouw, van eene rechtzinnige Biecht, van eene waardige Communie.

Zegen mijne dierbare Ouders voor hunne goeds zorgen, voor hunne opofferende liefde.

Zegen onzen heiligen Vader den Paus, Jesus\' Stedehouder; zegen onzen Hoogwaardigen Bisschop; zegen den beminden Herder dezer Gemeente.

Zegen mijn Biechtvader; verlicht hem, om mij wel te kennen en te bestieren.

Zegen onze weldoeners; zegen onze goede vrienden.

Zegen de H. Kerk, zegen ons Bisdom, zegen onze Gemeente.

Onze Vader, die in de hemelen ....

Na hot Pater noster.

OEFENING VAN VERLANGEN, OOTMOEDIGHEID EN VEETROUWEN.

O minnelijke Jesus, Gij biedt uw goddelijk Lichaam en Bloed tot spijs en drank voor onze ziel. Aanstonds zal de Priester U mogen ontvangen, en zie, ik leef in de blijde verwachting van weldra datzelfde onwaardeerbare geluk te genieten. O zoete Jesus! hoe vurig verlang ik

-ocr page 31-

— 27 —

naar dat zalige oogenblik! Maar, mijn liefderijke Verlosser, mijn hart is nog niet bereid, ik ben overtuigd van mijue onwaardigheid. En daarom bid ik TJ, o Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U mijner: neem al mijne zonden weg door de verdiensten van uw goddelijk Bloed. O Vader, verstoot uw kind niet, dat van TJ is afgedwaald; ontvang mij in liefde, ofschoon ik het niet verdien; geef mij den kus des vredes door eene heilige Biecht; kleed mijne arme ziel met het scboone Bruiloftskleed uwer goddelijke genade, om waardig aan uw allerkostelijkst Feestmaal te mogen aanzitten.

DOMINE NON SUM DIGNUS.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts een woord, en mijne ziel zal gezond worden.

Bij de Communie des Priesters.

O zoete Jesus, ik dank TJ, dat ik spoedig U ook zal mogen ontvangen. Ik verlang vurig TJ te ontvangen. Ik vertrouw van uwe oneindige barmhartigheid, dat ik TJ niet onwaardig zal ont-rangen. Ja, barmhartige Jesus, geef mij de genade van eene heilige Communie te mogen doen.

H. Moeder Gods, H. Joseph, H. Engelbewaarder, H. Dooppatroon, H. Patroon dezer Ge-

-ocr page 32-

— 28 —

meente, gij allen stelt het grootste belang in mijn geluk; o verkrijgt voor mij de onschatbare genade van eene waardige Communie. Amen.

Dankzegging.

Ik dank U, barmhartige God, voor de groote gunst, dat ik deze H. Mis, het onbloedig Offer Tan uwen goddoüjkeu Zoon, heb mogen bijwonen. Ik dank U voor al de goede gedachten en gevoelens, die Gij in mij hebt opgewekt; ik dank U voor de genade, welke mij als de kostbare vrucht dezer vlekkoloozo Offerande is toegevloeid. Help mij vandamg deze gensde bewaren en ze tot heil van mijne ziel aanwenden. Dat de genade van deze H. Mis mij den gansohen dag verlichte en venterke, om met moed en vertrouwen de voorbereiding tot mijne volgende H. Communie voort te zetten. Moge ik, o mijn God en Zaligmaker, U eiken dag meer behagen ! Amen.

Bij den zegen des Priesters.

In den Kaam des Vaders en des Zoons en des H. Geeites. Amen. Zegen mij, almachtige God, gedurende den ganschen dag; zegen den Priester, zegen al degenen, die hier tegenwoordig zijn ; zegen mijne Ouders, weldoeners en vrienden. Schenk mij en hun allen de genade, om altijd

-ocr page 33-

— 29 —

wel voorbereid tot de HH. Sacramenten te naderen. Mogen tncli al onze Biechten, al onze Communiën heilig zijn ! Amen.

GEBED II DE 1. MIS,

voorgeschreven door Z. H. Pan s Leo XIII.

Laat ons God bidden voor zijne Heilige Katholieke Kerk door de voorspraak van Maria.

Driemaal het WEES GEGROET. Daarna: Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid ;

Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.

Tot u roepen wij, ballingen, kinderen van Eva. Tot U smeeken wij, zuchtend en weenend in

dit dal van tranen.

Daarom dan, onze Voorspreekster, sla op ons

uwe zoo barmhartige oogen.

En toon ons, na deze ballingschap, Jesus de

gezegende vrucht uw3 lichaams. O goedertieren e, o meêdoogende, o zoete Maagd Maria.

v. Bid voor ons, H. Moeder Gods.

R. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

-ocr page 34-

— 30 —

Laat ons bidden.

O God, ouzo toevluclit en onze kracht, verhoor de godvruchtige gebeden uwer Kerk, eu geef dat wij door do voorspraak der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moedor Gods Maria, van den heiligen Joseph, van uwe gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus eu alle Heiligen, datgene mot der daad mogen verwerven, wat wij in de tegenwoordige behoeften ootmoedig vragen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Z. H. verleent goedgunstig 800 dagen aflaat aan hen, die deze gebeden doen.

Dagelijkschc Opdracht.

Heer Jesus Christus, in vereeniging met die goddelijke moening, waarmede Gij zelf op aarde door uw allerheiligste Hart God verheerlijkt hebt, en nu voortdurend in het allerheiligste Sacrament des Altaars op alle plaatsen der wereld tot de voleinding der eeuwen verheerlijkt: draag ik U gedurende deien geheolen dag, geen enkel oogenblik uitgezonderd, in navolging van het allerheiligste Hart dor gelukzalige en altijd onbevlekte maagd Maria, al mijne meeningen en gedachten op, al mijne neigingen en begeerten, al mijne werken en woorden.

Z. H. Leo XIII heelt, by Deer. van de H. Congr. der Aflaten van 19 Dec. 1885, aan allen, die deze Opdracht

fodvrnchtig bidden, voor iederen dag een Aflaat van 100 agen verleend.odvrnchtig bidden, voor iederen dag een Aflaat van 100 agen verleend.

-ocr page 35-

IE1IQE GEBEDEN,

01 zici pflyrnclitiE tiezii te lionflen, als men daartoe gescMEten tüüeefl.

m\\[ dta ^aawi

(Eenige, door Z. H. Paus Pius 12 goedgekeurde Litaniën van den allerheiligsten Naam Je5us.)(i) Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Jesus, hoor ons.

Jeans, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, o

God, H. Geest,

H. Drievuldigheid, één God, ^

Jesus, Zoon van den levenden God,

Jesus, glans des Vaders, ^

Jesus, klaarheid des eeuwigen lichts, §

Jesus, koning der glorie, SS

Jesus, zon der gerechtigheid.

(1) Ofr Responsa nd Quaest. Dioec. Busc. 1876. Pag. 43. — Eev. Theol. 1S62—C3. Pag. 398.

-ocr page 36-

— 32 —

Jesus, zoon der Maagd Maria, ontferm XJ oneer.

Beminnelijke Jesus,

Verwonderlijke Jesus,

Jesus, sterke God,

Jesus, vader der toekomende eeuw,

Jesus, Engel des lioogen Raads,

Allermachtigste Jesus,

Allergeduldigste Jesus,

Allergehoorzaamste Jesus,

Jesus, zachtmoedig eu nederig van harte,

Jesus, minnaar der zuiverheid,

Jesus, onze minnaar,

Jesus, God des vredes, §

Jesus, oorsprong des levens,

Jesus, toonbeeld der deugden, g

Jesus, ijvoraar der zielen,

Jesus, onze God, ^

Jesus, onze toevlucht, i

Jesus, vader der armen, ^

Jesus, schat der geloovigen.

Jesus, goede herder,

Jesus, waarachtig licht,

Jesus, eeuwige wijsheid,

Jesus, oneindige goedheid,

Jesus, onze weg en ons leven,

Jesus, vreugde der Engelen,

Jesus, Koning der Patriarchen,

Jesus, Meester der Apostelen,

Jesus, Leeraar der Evangelisten,

Jesus, sterkte der Martelaren,

-ocr page 37-

— S3 —

Jesus, licht der Belijders, ontferm U onzer.

Jesua, zuirerheid der Maagden, ontferm U onzer.

Jesus, kroon van alle Heiligen, ontferm U onzer.

Wees genadig, spaar ons, Jesus.

Wees genadig, verhoor ont, Jesus.

Van alle kwaad, verlo* ons, Jetus.

Van alle zonde.

Van uwen toorn,

Van de lagen des duivels,

Van den ^eest van onzuiverheid.

Van den eeuwigen dood.

Van de verwaarloozing uwer ingevingen.

Door het geheim uwer heilige MenscWording, §

Door uwe geboorte, 5*

Door uwe kindsheid, ^

Door uw allergoddelijkst leven, »

Door uwen arbeid, *

Door uwen doodstrijd en lijden, gj1

Door uw kruis en verlatenheid, p

Door uwe krankheden.

Door uwen dood en begrafenis.

Door uwe verrijzenis.

Door uwe hemelvaart.

Door uwe vreugden,

Door uwe glorie.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Jesus.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Jesus.

-ocr page 38-

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer, Jems.

Jesus, hoor on*.

Jetus, verhoor ont,

LAAT ONS BIDDEN.

Heer Jeaus Christus, die gezegd hebt, vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gy zult vinden, klopt en u zal geopend worden; wij bidden U, geef ons, dat wij, die de waarachtige genegenheid uwer liefde vragen, U van ganscher harte met woorden en met werken mogen beminnen en nimmer ophouden, U te loven.

Maak, o Heer, dat wij altijd uwen Heiligen Naam mogen vreezen en tevens beminnen; want nimmer onttrekt Gij dengenen uwe leiding, die Gij bevestigt in bestendige liefde jegens U. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Qeestes, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

(Aflakt van 300 dagen.)

* Aanroeping,

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, maak mij zalig.

Bloed van Christus, maak mij dronken.

Water der zijde van Christus, wasch ray.

Lijden van Christus, versterk mjj.

-ocr page 39-

— 35 —

O goede Jesus, rerhoor mij.

Binnen uwe wonden, verborg mij.

Laat niet toe, dat ik van U troseheiden worde. Tegen den boozen vijand, bescherm mij. In het uur van mijnen d(X)d, ropp mij. En beveel mij tot ü to komen.

Opdat ik U met uwe Heiligen love.

Door de eeuwen der eeuwen. Amen. (Een Aflaat van 300 dagen voor iederen keer, dat men deze Aanroeping rouwmoedig en godvruchtig bidt.)

*GeM tot Jesus in liet AMeiligste Sacrament.

Wees altijd en voor eeuwig gedankt en gezegend, mijn dierbare Jesus, verborgen in het H. Sacrament, liefde, alle hcmelsche en aardsche liefde overwaardig, — die ü door overmaat van liefde voor mij, ondankbaren zondaar, bekleed hebt met onze menschelijke natuur, bij de smartelijke geeseling uw allorkostbaarst Bloed hebt vergoten en voor ons slier zaligheid zijt gestorven op het smadelijk Kruis. Door een levendig geloof voorgelicht, smeek ik U thans met al den aandrang mijner ziel, met al den gloed van mijn hart, allernederigst door de oneindige verdiensten van uw smartelijk lijden, mij kracht en moed te schenken, om alle booze driften, die mijn hart beheerschen, ten on-

-ocr page 40-

der te brengen, om U te zegenen in mijne bitterste kvrellingen, om ü te verheerlijken door de volmaakte vervulling van alle mijne plichten, om elke zonde met den grootsten afschuw te hateu en mij ten slotte te heiligen.quot;

(Aflaat van 100 dagen.)

*Het TANTUM ERGO met GeM.

Aanbidden wij dan, smeekend neergebogen, dit zoo verheven Sacrament: de eeredienst der oude wijke voor dien der nieuwe Wet; het geloof vuile de onmacht der zintuigen aan.

Lof en jubelzang, zaligheid, eer, kracht en zegening zij den Vader en den Zoon en gelijke hulde aan den H. Geest, die van beiden voortkomt. Amen.

v. Gij hebt hun een brood uit den hemel gegeven.

R. Dat alle verkwikking in zich bevat.

Laat ons bidden.

O God, die ons in dit wondervol Sacrament de gedachtenis van uw Lijden hebt achtergelaten ; geef, bidden wij U, dat wij de heilige Geheimen van uw Lichaam en Bloed zóó mogen vereeren, dat wij de vracht nwor Verlossing voortdurend in ons ondervinden. Dieleeft en heerscht door de eeuwen der eeuwen. Amen.

(Aflaat van ioo dagen.)

-ocr page 41-

— 37 —

*Voor ile Beeltenis van MH. Hart van Jgsüs.

OPDRACHT.

Ik .... , om U mijne erkentelijkheid te toonen, en alle mijne on^etrouwheden te herstellen, schenk U mijn hart en wijd mij geheel aan IJ toe, o mijn beminnelijke Josus ; en met uwe hulp neem ik mij voor, niet meer to zondigen.

(Afl. van 300 dagen eens per dag.)

Onze Vader. — Wees gegroet.

*Jesus, zachtmoedig en ootmoedig Tan Harte, maak mijn hart gelijk san het. dwo.

(Aflaat van 300 dagen eens per dag.)

Onze Vader. — Wees gegroet.

*Zoet Hart. van mijn Jesus, maak dat ik ü immer meer heminne.

(Afl. van 300 dagen voor iedereu keer )

Onze Vader. — Wees gegroet.

*Bemind zij ove\'-il h»t H, Hart vnn Jesus !

(Afl. van 100 dagen eens per dag.)

-ocr page 42-

quot;Litanie van O.-L.-V. van Lorette.

(Zóó de Litanie te leersu bidden, en als ge alleen bidt telkens te herhalen bid voor ons.)

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer ontferm ü onzer. Christus hoor ons. Christus, verhoor ons.

God, hemelscho Vader, ontferm U onzer God, Zoon, Verlossar der wereld, ontferm U Onzer.

God, Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm TJ onzer.

H. Maria, hid voor ons.

II. Moeder Gods,

H. Maagd der Maagden,

Moeder van Christus,

Moeder der goddelijke genade,

Allerreinste Moeder, S;

Allerzuiverste Moeder, ^

Ongeschoudene Moeder, |

Onbevlekte Moeder, ^

Minnelijke Moeder, a

Wonderlijke Moeder, ?

Moeder des Scheppers,

Moeder des Zaligmakers,

Allervoorzichtigste Maagd,

-ocr page 43-

_ 39 —

Eerwaaidige Maagd, hid voor ons.

Lofwaardige Maagd,

Machtige Maagd,

Goedertieren e Maagd,

Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid,

Stoel der wijsheid,

Oorzaak onzer blijdschap.

Geestelijk vat.

Eerwaardig vat,

Schoon vat van godsvrucht,

Geestelijke roos.

Toren van David, ^

Ivoren toren, S;

Gulden huis. §

Ark des verbonds, ^

Deur des hemels, g

Morgenster, ?

Behoudenis der kranken,

Toevlucht der zondaren.

Troosteres der bedrukten.

Hulp der Christenen,

Koningin der Engelen,

Koningin der Patriarchen,

Koningin der Profeten,

Koningin der Apostelen,

Koningin der Martelaren,

Koningin der Belijders,

Koningin der Maagden,

Koningin van alle Heiligen,

-ocr page 44-

— 40 —

Koningin zonder vlek ontvangen, hid voor ons. Koningin van den allerheiligsten Eozenkrans,

bid voor ons.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm TI onzer.

v. Bid voor ons, H. Moeder Gods.

*. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden.

Verleen ons, bidden wij TJ, o Heer, dat wij, uwe dienaren, een voortdurenden welstand van ziel en lichaam genieten, en door de verhevene voorspraak der H. Maria, altijd Maagd, van de tegenwoordige droefheid bevrijd worden en de eeuwige vreugde smaken. Door Christus onzen Heer. Amen.

Volgens Apostolische Breve van Z. H. Leo XIII, ge-aateerd den 24 December 1883, behoort de Litanie van Lorette aldus gebeden te worden; terwyl in de Raccolta de Litanie sluit met Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer! zonder eenige bijvoeging. Die de Litanie van Lorette rouwmoedig en godvruchtig bidt» kan lederen keer 300 dagen Aflaat verdienen, — en die de gewoonte heeft van ze dagelgks te bidden, kan een vollen Aflaat verdienen op de vijf voornaamste Feestdagen van O. L. V. (Onbevlekte Ontvangenis, Geboorte, Boodschap, Zuivering en Hemelvaart); mits men waardig biechte, oommuniceere, eene openbare Kerk bezoek© en bidde tot intentie van Z. H.

-ocr page 45-

— 41 —

Men Is anders gewoon de Litanie te sluiten op ie volgende wijze: achter het laatste Lam Gods-.

Heer, ontferm U onzer.

■Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Onze Vader.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, U. Moeder Gods, versmaad onze smeekingen niet in onze noodwendigheden; maar bevrijd ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd; oaze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.

Bid voor ons, H. Moeder Gods.

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden.

Wij bidden U, o Heer, stort uwe genade in onze harten, zoodat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zij lijden en Kruis tot de glorie der verrijzenis mogen geraken. Door denzelfden Christus onzen Heer.

Amen.

-ocr page 46-

42 —

De Engel des Heeren.

(te bidden \'s morgeni, \'s middags en \'s aronds, wannéér de klok daartoe het teeken geeft, of omtrent dien tijd, als men de klok niet hooren kan. Te bidden, al» het Bevoegalijk kan, geknield, uitgezonderd Zaterdag-avond en Zondag, wanneer men staande bidt.)

De Engel des Heeren heeft Maria geboodschapt, en zij heeft ontvangen van den H. Geest. quot;Wees gegroet Maria, enz.

Zie de dienstmaagd des Heeren, mij geschiede naar uw woord. Wees gegroet Maria, enz.

En het Woord ia vleeseh geworden, en heeft onder om gewoond. Wees gegroet Maria enz.

v. Bid voor ons, H. Moeder Gods.

B. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

Laat ons bidden.

Wij bidden ü. Heer, stort uwe genade in onze harten, zoodat wij, die door de boodschap des Engels de menschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en Kruis tot de glorie der verrijzenis mogen geraken. Door denzelfden Christus onzen Heer.

In den Paaicht^d, dat it: van Zaterdag-middag vóór Paschen tot Zaterdag-middag na Pinksteren, zegt men in plaats van De Engel des Beeren het volgende gebed staande :

-ocr page 47-

— 43 —

Koningin des hemels, verblijd u, Alleluia.

Want Hij, dien gij verdiend hebt te dragent Alleluja.

Is verrezen, gelijk Hij voorzegd heeft, Alleluja.

Bid God voor ons, Alleluja.

v. Verheug en verblijd u, Maagd Maria, Alleluja.

r. Want de Heer is waarlijk verrezen, Alleluja.

LAAT ONS BIDDEN.

O God, die U gewaardigd hebt, door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus, de wereld te verblijden, geef bidden wij U dat wij door zijne Moeder, de allerheiligste Maagd Maria, de vreugde van het eeuwige leven mogen verkrijgen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.

Opmerkine- Alle geloovigen, die *s morgens of \'s middags of \'s avonds, bij het luiden der klok, fi Engel des Eeeren godvruchtig en geknield zullen gebeden hebben, kunnen onder de gewone voorwaarden, elke maand ééns, op een dag naar verkiezing een vollen Aflaat verdienen. Op de overige dagen des jaars kunnen alle geloovigen, die De Engel des Heeren op gezegde wijze waarlijk rouwmoedig bidden, zoo dikwijls zij dit doen, een Aflaat verdienen van honderd dagen.

-ocr page 48-

— 44 —

*GeM tot Maria, M MEMORARE poeM.

Gedenk, o allergeuadigste Maagd Maria, dat het nooit gehoord is, dat iemand die tot ü zijn toevlucht, nam, uwen bijstand verzocht, of uwe voorspraak inriep, door u is verlaten geworden.

Aangemoedigd door dit vertrouwen kom ik tot u, o Maagd der maagden, mijne Moeder, en zuchtende onder het gewicht mijner zonden snel ik tot u; versmaad mijne woorden toch niet, Moeder des Woords, maar aanhoor ze goedgunstig, en verhoor ze. Amen,

(Afl. van 300 dag»n voor iederen keer.}

*Vóór ccne Bceiteiiis der H. Maagd.

Allerheiligste, onbevlekte Maagd en mijne Moeder Maria, tot u, die de Moeder van mijnen God zijt, de Koningin der wereld, de Voorspreekster, de Hoop, de Toevlucht der zondaren, neem ik, de ellendigste onder allen, op dit oogenblik mijne toevlucht. Ik vereer u, o groote Koningin, en ik bedank u voor alle mij tot hiertoe geschonken genaden, in het bijzonder, dat gij my hebt bevrijd van de hel, zoo herhaaldelijk door mij verdiend.

Ik bemin u, mijne allerbeminnelijkste Mees-

-ocr page 49-

— 45 —

teres, en bij de liefde, die ik u toedraag, beloof ik u altijd te willen dienen, en al mijn best te doen, dat gij ook door de andere men-schen wordt bemind.

Ik stel op u al mijne hoop, al mijn behoud, neem mij aan voor uwen dienaar, en verberg mij onder uwen mantel, gij Moeder van barmhartigheid. En daar gij zoo vermogend zijt bij God, bevrijd mij van alle bekoringen, of verwerf mij ten minste de kracht die tot aan mijn dood toe te overwinnen. Van u vraag ik eene ware liefde tot Jesus Christus. Van u verhoop ik een zaligen dood. Ü mijne Moeder, bij de liefde, die gij aan God toedraagt, bid ik u, mij altijd bij te staan, maar meer bijzonder in mijn stervensuur. Verlaat mij niet, tot zoolang gij wij behouden in den hemel ziet, om daar, geheel de eeuwigheid door, u te zegenen en uwe barmhartigheid te zingen. Zoo hoop ik, zoo zij het!

(Afl. van 300 dagen voor iederen keor.)

*amp;eW tot liet H. Hart van Maria.

O Hart van Maria, Moeder van God, en ook onze Moeder, allerbeminnelijkst Hart, Toor-werp van het welbehagen der aanbiddelijke Drievuldigheid, alle vereering en teederheid der engelen en menschen overwaardig. Hart het meest gelijkvormig aan dat van Jesus, waar-

-ocr page 50-

— 46 —

van gij het volmaakt*te evenbeeld zijt. Hart vol goedheid en vol medelijden jegens onze ellenden, gewaardig u het ijs onzer harten te ontdooien, en maak, dat zij ïich geheel en al vasthechten aan dat van onzen goddelijken Verlosser. Stort in hen de liefde tot uwe deugden, ontvlam ze door dat heilig vuur, waarvan gij zonder ophouden brandt. Besluit in u de H. Kerk, bewaar haar, wees haar immer eene zoete wijkplaats en haar onneembare toren tegen eiken stormloop harer vijanden. Wees onze weg om tot Jesus te gaan, en het kanaal, waardoor wij alle genaden ontvangen, ter onzer zaligheid noodzakelijk. Wees onze toevlucht in den nood, onze verlichting in de verdrukking, onze versterking in de bekoringen, onze schuilplaats in de vervolging, onze hulp in alle gevaren, maar bijzonder in den laatsten strijd van ons leven, in ons stervensuur, wanneer de gan-sche hel zich tegen ons zal ontketenen, om ons onze ziel te ontrooven in dat verschrikkelijk uur, in dat vreeselijk oogenblik waarvan onze eeuwigheid afhangt. Ach ! laat ons dan, o ge-nadigste Maagd, de zoetheid van uw moederhart ondervinden, en de kracht van uw vermogen op Jesus\' Hart, door ons in de bron der barmhartigheid zelve eene veilige schuilplaats te openen, vanwaar wij er toe kunnen komen. Het met u in den hemel te zegenen door alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 51-

— 47 —

Lof aan Se HH. Harten yan Jesns en Maria.

Gekend, geprezen , gezegend, bemind, gediend en verheerlijkt zij ten allen tijde en overal het goddelijk Hart van Jesus en het onbevlekt Hart van Maria Amen.

(Afl. van 60 dagen eens per dag voor Gebed met Lof.)

LITANIE VAN DEN H. JOSEPH.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, een God, ontferm U onzer. H. Maria, Joseph\'s Bruid, bid voor ons. H. Joseph, Maria\'s Bruidegom, o-

Beschermer en Voedstervader van Jesus, ^ Man naar Gods hart, §

Getrouwe en vrome dienaar, S

Bewaarder der zuivere Maagd Maria, lt;=

Geleider en troost van Marin, ?»

-ocr page 52-

— 48 —

Allerzniyortte in maagdelijkheid, hid voor ons. Allerdiepste in ootmoedigheid,

Allervurigste in liefde,

Allerverhevenste in beschouwing.

Die door de getuigenis van den H. Geest

als een rechtvaardig man zijt bevestigd. Die in de heilige Geheimen boven alle anderen zijt ingewijd geweest.

Die over het heilig Geheim der Menschwor-

ding door den Hemel zijt ingelicht.

Die met Maria uwe getrouwe Bruid naar

Bethlehem zijt heengereisd.

Die, geene plaats in de herberg vindende, in

een stal zijt gaan vernachten, ^

Die bij Christus geweest zijt, als Hij in de« kribbe werd gelegd, §

Die het goddelijk Kind, bij zijne besnijdenis, 0* met den naam Jesus hebt genoemd, g Die met Maria het Kind Jesus in den tem-quot;

pel des Heeren hebt opgeofferd.

Die, door den Engel vermaand, Jesus in uwe armen hebt genomen, en met zijne Moeder naar Egypte zijt gevlucht.

Die na Herodes\' dood met het Kind en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd.

Die,toen het Kind Jesus in Jerusalem gebleven was, Het met Maria, zijne Moeder, in droefheid hebt gezocht,

Die Hem na drie dagen, zittende in het midden

-ocr page 53-

— 49 —

der leeraren, blijde hebt teruggevonden, lid voor ons.

Wien de Heer der Heeren op aarde onderdanig

was, bid voor ons.

Wiens loftitel in het Evangelie is : Man van Maria, uit \'wie Jesus geboren is, bid voor ons. Onze Voorspreker, hoor ons, H. Joseph.

Onze Beschermer, verhoor ons, H. Joseph. In al onze bekommeringen, help ons, H. Joseph. In al onze wederwaardigheden,

In het uur van onzen dood, ►a\'

Door uwe vaderlijke zorg en trouw, g

Door uwen allerzuiversten echt, S°

Door uwen arbeid en zweet, ^

Door alle uwe deugden,

Door uwe hoogste eer en eeuwige gelukza-

ligheid, ^

Door uwe meewarige tusschenkomst, ?quot;

Wij, uwe beschermelingen, wij bidden ut verhoor ons.

Dat gij uwen beminden Voedsterzoon JeausJI. om vergiffenis onzer zonden gelieft te ^ bidden, a:

Dat gij ons altoos aan uwen goddelijken Pleeg- g\' zoon en uwe allerliefste Bruid gelieft aan a te bevelen, «

Dat gij voor alle maagden en gehuwden de ^ zuiverheid naar hunnen staat wilt ver-1 werven. ~quot;

Dat gij alle gemeenten eene volmaakte lief- g

-ocr page 54-

-BO-

de en eendracht wilt doen erlangen, wij hidden u, verhoor ons.

D»t gij alle vorsten en oyerheden in het besturen hunner onderhoorigen wilt bijstaan, Dat gij alle hniivader* in het christelijk opvoeden hunner kinderen wilt behulpzaam^, wezen,

Dat gij allen, die zich op uwe beseherming

verlaten, gelieft te hoeden,

Dat gij alle vereenigingen, die uwen dienst s zijn toegedaan, gelieft gunstig te zijn, -s Dat gij met Jesus en Maria in het uur des g doodi ons bijstand en hulp gelieft te ver-verleenen, §

Dat gij alle geloovige zielen door uw ge- 0 bed en voorspraak wilt helpen, p

Eerbare Bruidegom van Maria,

Getrouwe Voedstervader van Jesus,

H. Joseph,

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Beer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Christus hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onier.

-ocr page 55-

— 51 —

Onze Vader.

v. Bid voor ons, H. Joseph.

K. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.

LAAT ONS BIDDEN.

God, Gij die den H. Josepli tot Bruidegom der heilige, altijd onbevlekte Maagd Maria en tot beschermer en Voedstervcder van uwen beminden Zoon, onzen Heer Jesus Christus, hebt uitverkoren; wij smeekon U ootmoedig, dat Gij ons onder lijne hoede genadiglijk wilt ver-leenen zuiverheid naar het lichaam en naar do ziel, ten einde wij, vrij van alle smet en met het bruiloftskleed der onschuld getooid, tot den hemelschen feestdisch mogen worden toegelaten. Door denzelfden Jesas Christus onzen Heer, uwen beminden Zoon, die met U leeft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

TOT BEI 1. JQSEPl,

onzen gids en leidsman.

O H. Joseph, gij die Jesus Christus in zijne kindsheid ils vader aan de hand gevoerd, en in zijne teedere jeugd op alle paden der aardsche pelgrimschap trouw gehoed en geleid hebt, o wees ook voor mij een gids en leidsman op

-ocr page 56-

— 52 —

de vresmdelingsreize door dit leTen en duld niet, dat ik ooit van den weg der heilige Geboden Gods afwijke. Wees in wederwaardigheden mijn schild, in bekommering mijn troost, totdat ik het lacd der levenden eenmaal bereikt hebbe, waar ik mij met u en uwe allerheiligste Bruid Maria en alle Heiligen, voor eeuwig in Jesus, mijnen God, Verlosser en Zaligmaker, verheugen moge. Amen.

TOT DES H.JOSEPH.

Pnts\'ooa: cüt\'i\' vssrige Coinmnnie.

O H. Joseph, welke genade is u Tan God ten deele geworden, dat gij ïijaen eengeboren Zoon, naar wiens komst zoovele koningen te vergeefs zoo vurig verlangden, niet slechts in het vleesch aanschouwd, maar Hem vaderlijk in uwe armen ontvangen en aan uw van liefde brandend hart gedrukt hebt; — o, mocht ik, door uw voorbeeld aangevuurd en door uwe voorbede gesteund, mijnen Heer en Zaligmaker Jesus Christus met even zulke liefde in het allerheiligste Sacrament des Altaars ontvangen, ten eindo waardig te worden, om Hem, na dit vergankelijk leven, met u voor eeuwig in den hemel te bezitten. Amen.

-ocr page 57-

— 63 —

TOT DEI i. JQSEPi,

Patroon van een zaligen dood.

0 H. Joseph, gij, die in de liefdevolle om-helzing van uwea Voedsterzoon Jesus en van uwe allerheiligste Bruid, de Moedermaagd Maria, dit aardsche leven verlaten hebt; kom mij, o heilige Vader, met Jesus en Maria to hulp, voornamelijk wanneer de dood mijn leven eindigen zal, en verwerf mij dan, — dit smeek ik u ootmoedig, — de genade en troost, dat ook ik in de teedere omarming van Jesus eu Maria mijne ziel aan God terug moge geven. In uwe handen beveel ik bij loven en sterven mijnen geest, o Jesus, Maria, Joseph. Amen.

*T0T DES 1. JQSEPI.

Patroon der onschuld en zniverheld.

O H. Joseph, Vader en Beschermer der Maagden, aan wiens getrouwe bescherming Christus Jesus de onschuld zelve, en Maria, de Maagd der Maagden, zijn toevertrouwd, ik smeek en bezweer u, door Jesus en Maria, die twee u zoo dierbare panden, behoed mij voor alle onreinheid en maak, dat ik met een on-besmetten geest, met een zuiver hart en een

-ocr page 58-

— 54 —

kuiscli lifiliiam Jesus en IL\'.m steeds in de grootste reinheid diene.

(Afl. van 100 dagen eens per dag.)

*GEBED TOT 0E1 1. IWYSIUS.

Patroon der heilige deugd.

O Heilige Aloysius, met eugelenzeden versierd, ik, uw alieronwaanligste vereerder, beveel u op heel bijïondere wijze de zuiverheid van mijne ziel en van mijn licbaam aan. Ik smeek u door uwo engelacbtige reinheid, mij aan het Lam zonder vkk\', Jesus Christus en aan zijne allerheiligste Moeder, de Maagd der Maagden, aan te bevelen, en mij tegen elke zware zonde te betioedan. Duld niot, dat ik mij bezoedele met do minste vlek van onzuiverheid ; maar 2iot gij mij in bekoring of in gefaar van te zondigen, verdrijf dan uit mijn hart alle onreine gedachten en neigingen. Wek alsdan in mij de herinnering op aan de eeuwigheid en aan don gokruisten Jesus, prent het gevoelen Tan de heilige vreez ; Gods diep ia mijn hart, en ontgloei mij van het vuur der goddelijke liefde, opdat ik, door u op aarde na te volgen, waardig worde met u God te genieten in den hemel. Amen.

Onze Vader — Wees gegroet. — Glorie rij don Vader.

(Aflaat van 100 dagen eens per dag.)

-ocr page 59-

*PHAK.TISCHE WIJZE

om den Kruisweg te houden.

SKDeze korte Kruiswegoefening is genomen uit de Ne-crduitsohe Overzetting der RACCOLTA, en kan dienen in de eerste dagen der Voorbereiding, terwijl men de volgende groote KRUISWEGOEFENING- liever zal houden alsKDeze korte Kruiswegoefening is genomen uit de Ne-crduitsohe Overzetting der RACCOLTA, en kan dienen in de eerste dagen der Voorbereiding, terwijl men de volgende groote KRUISWEGOEFENING- liever zal houden als naaste Voorbereiding voor de H. Bieobt.)

Men verwekt vooraf eene Akte van berouw.

Eerste Statie.

Jesus wordt ter dood veroordeeld.

v. Wij aanbidden U, Christus, en loven ü.

b. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Ach, mijn Jesus, door dat onrechtvaardig doodvonnis, zoo herhaaldelijk onderschreven door mijne zonden, — bevrijd mij van het vonnis van den eeuwigen dood, door mij zoo dikwijls verdiend.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm ü onzer. Heer.

Ontferm U onzer.

(Let op de Waanchuwing bladz. 64 onderaan.)

-ocr page 60-

— 56 —

Bij het ffaan van de eene Statie naar de andere zegge men:

Heilige Moeder, bewerk dat de wonden van mijn gekruisten Jesus diep in mijn hart gegrift zijn.

Tweede Statie.

Jesus wordt hdaden met het Kruis,

t. Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.

b. Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Gij, mijn Jesus, die bereidvaardig het zware Kruis, door mijne tonden gemaakt, op uwe schouders hebt genomen, — doe mij de zwaarte dier zonden kennen, opdat ik ze, zoolang ik leef, beweene.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer.

Ontferm U onzer.

Derde Statie.

Jesus valt voor de eerste maal onder het Kruis.

v. Wij aanbidden TJ enz.

Het groote gewicht mijner schulden, o mijn Jesus, deed U beswijken onder het Kruis. — Ik haat en verafschuw ze, ik vraag U steeds meer om vergeving ervan, en, geholpen door

-ocr page 61-

— 57 —

\' uwe genade, wil ik ze in het vervolg nooit meer bedrijven.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer.

Ontferm U onzer.

Vierde Statie.

Jesus ontmoet zijne Heilige Moeier.

v. Wij aanbidden U enz.

Allerbedroefdate Jesus! Maria, Moeder vol van smarten ! Zoo ik in het verleden door mijne zonden de oorzaak ben geweett van uwe pijnen en smarten; — met de goddelijke hulp zal het niet aldus zijn voor het vervolg van mijn leven, maar ik zal u tot aan mijnen dood toe getrouw beminnen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer.

Ontferm U onzer.

Vijfde Statie.

Simon van Cyrene helpt Jesus het Kruis dragen.

v. Wij aanbidden U enz.

Gelukkige Simon van Cyrene, mijn Jesus, die U het Kruis hielp dragen. — Gelukkig zal ik ook zijn, zoo ik U het Kruis help dragen, door ge-

-ocr page 62-

— 58 —

duldig en bereidwillig die kruisen te verdragen, welke Gij mij in den loop van mijn leven zult overzenden ; maar Gij, mijn Jesus, geef mij daartoe de genade.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer.

Ontferm U onzer.

Zesde Statie.

Veronica droogt Jesus\' Aangezicht af.

v. Wij aanbidden ü, enz.

Mijn goedertierenste Jesus, die ü hebt ge-waardigd, het beeld van uw H. Aangezicht af te drukken in den doek, waarmede Veronica U reinigde, ach ! — druk, smeek ik ü, in mijne ziel de aanhoudende herinnering aan uwe allerbitterste smarten.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm ü onzer. Heer.

Ontferm U onzer.

Zevende Statie.

Jesus valt ten tweeden male onder het Kruis.

v. Wij aanbidden U, enz.

Mijne herhaalde zonden, o mijn Jesus, deden U opnieuw onder het Kruis ter aarde vallen ; —

-ocr page 63-

— 59 —

aci! help mij die middelen aan te wenden, welke de kracht bezitten mij voor herval in de zonde te behoeden.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer.

Ontferm U onzer.

Achtste Statie.

Jesus troost de vrouwen van Jerusalem.

v. Wij aanbidden U enz.

Gij, mijn Jesus, die de godvruchtige vrouwen van Jerusalem hebt getroost, toen zij op het gezicht uwer wreede smarten over ü weenden . — vertroost mijne ziel met uwe barmhartigheid, waarop ik alleen wil vertrouwen, en waaraan ik altijd wil beantwoorden.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm enz.

Negende Statie.

Jesus valt ten derde male onder het Krui».

t. Wij aanbidden U enz.

Door de smarten, die Gij leedt, o mijn Jesus, bij den derden val onder het Kruis, — maak, bid ik ü, dat ik niet opnieuw in zonde valle. Ja, mijn Jesus, eerder sterven dan opnieuw zondigen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm enz.

-ocr page 64-

— 60 —

Tiende Statie.

Jesus wordt ontkleed en met gal gelaafd.

v. Wij aanbidden U enz.

Gij, mijn Jesus, die van uwe kleederen beroofd en met bittere gal gelaafd werdt, — onthecht mij van de genegenheid van hetaardsche, en maak dat ik alles verafschuwe, wat naar wereld en zonde zweemt.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm enz.

Elfde Statie.

Jesus wordt aan het Kruis genageld.

v. Wij aanbidden U enz.

Door de krimpende pijnen, die Gij uitstondt, mijn Jesus, toen Gij aan handen en voeten met wreede nagelen aan het Kruis werdt geklon-maak dat ik mijn vleesch altijd krui» sige door den geest eener christelijke versterving.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm enz.

Twaalfde Statie.

Jesus sterft aan het Kruis.

v. Wij aanbidden ü enz.

-ocr page 65-

— 61 —

Gij, mijn Jesua, die na drie uren van aller-hardsten doodstrijd op het Kruis voor mij gestorven ïijt, — nch ! laat mij eerder sterven dan dat ik nog in de zonde zou hervallen; en moet ik blijven leven, dat ik enkel leve, om U te beminnen en getrouw te dienen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm enz.

Dertiende Statie.

Jesus wordt van het Kruis genomen en gelegd in den schoot zijner allerheiligste Moeder.

v. Wij aanbidden U enz.

Maria, Moeder van smarten, ach! welk zwaard van droefheid moat het voor U zijn geweest, uwen lieven zoon Jesus dood induwen schoot te aanschouwen: — ach 1 verkrijg gij voor mij, dat ik altijd de zonde verafschuwe als de oorzaak van zijnen dood en van uw overgroot lijden, dat ik in het vervolg als een waar christen leve en zalig worde.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm enz.

Veertiende Statie.

Jesus ivordt in het graf gelegd.

v quot;Wij aanbidden U enz.

ïk wensch altijd met U gestorven te blijven, mijn Jesus; en zoo ik leef, wil ik leven voor

-ocr page 66-

— 62 —

ü, om met U hierna in den hemel de vruchten te genieten van uw lijden en van uwen smartvollen dood. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm enz.

Laat ons bidden.

O God, die de Banier van het levendmakend Kruis door het kostbaar Bloed van uwen eengeboren Zoon hebt willen heiligen; — geef, bidden wij ü, dat zij, die hunne vreugdestellen in de verheerlijking van datzelfde H. Kruis, zich ook overal in uwe bescherming mogen verheugen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

Men kan sluiten met een Onze Vader, Wee» gegroet en Glorie zij den Fader, volgens de meening van Z. H. den Paus.

-ocr page 67-

KRUISWEGOEFENING

als foortersiiliiii tol eene ptie BiecU.

Zorg ten minste eens den tijd te vinden, om met aan-dacht deze Kruiswegoefening voor uwe Biecht te doen, als eene schoone Akte van berouw. Voorziet ge, dat ge in de week de gelegenheid niet zult hebben, volbreng dan deze oefening Zondag te voren.

Voorbereidend debed.

Goddelijke Verlosser, ik aanbid U hier in uw allerheiligste Sacrament als denzelfden Jesus, die eenmaal den bloedigen weg des lijdens zijt opgegaan, beladen met den zwaren Kruisbalk, om, daaraan vastgehecht, al nw Bloed stortende, in de uiterste pijnen en schande te sterven, te sterven voor mij en alle mensohen. Minnelijke Jezus, ik ga in mijne gedachte dien bloedigen weg volgen, om uwe goddelijke smarten en uwe onbegrijpelijke liefde te vereeren, en om mij tot een oprecht berouw over mijne zonden op te wekken. Verlicht mijn verstand,

opdat ik duidelijk zien moge wat Gij voor mjj en wat ik tegen U gedaan heb. Beweeg mijn hart om u te beminnen en mij zeiven te ver»

-ocr page 68-

— 64 —

foeien. Doordring mijne ziel met het ïoete vertrouwen, dat bij ü barmhartigheid en overvloedige verlossing te vinden is.

|g| Ik bied U, barmhartige God, deze Kruiswegoefening mede tot lafenis der geloovige zielen in het vagevuur, en \'t is mijne meening de Aflaten, aan deze oefening verbonden, volgens uwe barmhartigheid toe te voegen aan al de zielen, welke bij haar leren gewoon waren met de meeste zorg zich voor te bereiden tot de H. Communie.

H. Maagd en Moeder Gods Maria, o hoe dikwijls en met welke gevoelens hebt gij den bloe-digen weg gevolgd, waarop uw goddelijke Zoon onder uwe oogen zooveel smarten en schande, en in \'t eind den grnwelijksten dood gevonden heeft. Dien weg wil ik nu ook volgen, maar liefst aan uwe hand geleid. O Heilige Moeder, geef mij goede gedachten en ïalige gevoelens in, opdat ik met vrucht deze heilige oefening moge doen.

O Engel Gods, die mijn bewaarder zijt, aan wien ik door Gods goedheid ben toevertrouwd, gelief mij te verlichten, te bewaren, te geleiden en te bestieren. Amen.

Opmerking. Vergeet niet bij elke statie van plaats te veranderen, om u van de eeue Statie naar de andere te begeven. Opstaan en op dezelfde plaats weer knielen, is niet voldoende. De KRUISWEG veronderstelt een VOORTGAAN, een gang van plaats tot plaats. Om dé Aflaten te verdienen moet deze voorwaarde onder-bonden worden, \'t Is prijzenswaardig, als men anderea waarschuwt, die men aan deze voorwaarde niet zret voldoen.

-ocr page 69-

— 65 —

I. Statie.

Jesus wordt ter dood veroordeeld.

Wij aanbidden U, Christus, en loven u.

Omdat gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Minnelijke Zaligmaker, ik zie ü hier staan voor de rechtbank van Pilatus als waart Gij een boosdoener; en toch Gij zijt de heilige God, het Lam zonder vlek, dat niet de zonde gedaan heeft, maar gekomen is, om de zonden der wereld weg te nemen. Gij laat het toe, dat men U tegen alle recht en menschelijkheid veroordeelt, om ons een genadig oordeel bij uwen hemelschen Vader te verwerven. Gij neemt vrijwillig het vonnis des doods aan, om ons van den eeuwigen dood der hel te bevrijden.

Onschuldige Jesus, ik bedank U voor uwe liefde, en ik verzoek U de genade, dat ik mij deze dagen moge oordeelen, gelijk ik verdien ; dat ik al mijne zonden, die ik voor uwe oogen gedaan heb, moge kennen, en dat ik ze alle rechtzinnig voor uwen Priester moge belijden, om door uwe verdiensten volkomen kwijtschelding daarvan te bekomen. Amen.

(♦) Onze Vader. — Wees gegroet.

(*) Wanneer de gebeden te lang voorkomen, kan men liet Onze-Vader en Wees-gegroet overslaan. Zij zijn voor \'den gewonen Kruisweg in de Kerk geen vereischte,om de Aflaten te verdienen, evenmin alsde zesOnze-Vaders en Wees-gegroeteu op het einde.

5

-ocr page 70-

— 66 —

Ontferm u onzer, Heer, ontferm U onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

II. Statie.

J sus neemt zijn Kruis op.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Minnelijke Zaligmaker, Gij neerr.t vrijwillig het zware Kruishout op uwe schouders, en met het Kruis allo boosheden dor wereld De mensch heeft gezondigd, en Gij, mijn Jesus, draagt de straf, om hem voor de eeuwige straf der hel te bewaren.

Liefderijke Zaligmaker, met uw Kruis hebt Gij ook mijne zonden op ü genomen ; want hoe jeugdig ik ben, ik heb reeds gezondigd. Door het heilig Doopsel was ik op eene bijzondere wijze gehouden U boven alles te beminnen, en ik heb zoo dikwijls de geloften mijns Doopsels geschonden. Door de stem van mijn gevreten wist ik wat U mishaagde, en ik heb het toch gedaan ; ik wist wat u behaaglijk zou zijn, en ik wilde het niet doen. O mijn God, herinner mij deze dagen al mijne overtredingen ; laat mij inzien hoe ondankbaar, hoe ontrouw, hoe vermetel ik jegens U geweest ben ; laat mij door uwe goddelijke genade degeheele boosheid mijner zonden gevoelen, opdat ik ze beweene en verfoeie gelijk zij het verdienen, en het vaste voornemen

-ocr page 71-

— 67 —

make U, mijn Heer ea mijn God, nooit meer te beleedi^on. Amon.

Onze Vfutev. — Wees gegroet,.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

III. Statie.

Jesus valt onder het Kruis.

quot;Wij aanbidden U, Cbristus, en loven L.

Omdat eij door uw heilig Kruis de wereld verlost hel)t.

Ach. zoete Jesns, uitgeput van vermoeienis an pijnen siort Gij ne»ier onder den zwaren last van uw Kruis. O w;it felle smarten kostU die vernederende val! Ik herinner mij, mijn God, dat Gij den eersten mensch in het paradijs hoog hebt verheven, om hem te doen heer-schen over al het geschapene ; Gij hadt hem zelfs eene plants bereid in den hemel ouder uwe Engelen. Maar de mensch is neergestort van id die grootheid door zijne schuld, door de overtreding van uw gebod. De\' koning der schepping is slaaf geworden des dui?els, en heeft helaas 1 alle meuschen, die na hem zouden komen, in zijn noodlottigen val meegesleept. En Gij nu, mijn God, zijt uit den hemel gedaald, om door uwe boete, door uw heilig lijden den gevallen mensch op te richten. Eeuwige dank, o mijn God, voor uwe liefde !

-ocr page 72-

— 68 —

Allerzoetste Jesus, in het heilig Doopsel hebt Gij mij uit do ellende der erfzonde opgeheven ; maar ach door mijne schuld, door mijne eigene zonde beu ik op nieuw gevallen. Doze dagen wensch ik, hoop ik uit mijne zonden op te staan ; doch ik kan het niet zonder uwe hnlp. Help mij dan, lieve Josus, door de rerdienjten van uwen smarteüjken val, en ik zal mot den verloren zoon opstaan, tot U gaan en U zeggen: Vader, ik heb tegen den Hemel en tegen U gezondigd ; ik vordion niet uw kind genoemd te worden; ma^r neem mij toch aan in uwe liefde ; ik zal U riet meer verlaten. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

IV. Statie.

Jesus ontmoet zijne Moeder.

Wij aanbidden ü, Christus, en loven TJ.

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Droevige ontmoeting ? Goddelijk Hart van Jesus ! allerheiligst Hart van Maria! reine, zoete, elkander zoo teer beminnende Harten ! Wie kan het denken, hoeveel Gij geleden hebt bij deze ontmoeting ? Zóó groot als uwe liefde tot elkander, zóó groot was uw medelijden. En wat was de oorzaak van dat ondenkbaar zieleleed ? De

-ocr page 73-

— 69 —

zonde. Ach, dan ben ik ook de schuld van al dat lijden? Ach, hoe menigmaal en hoe diep heb ik beide harten gegiiefd ! Heilige Harten, weest mij genadig!

Heilige Maagd, in u was nooit eenigezonde, en toch hebt gij veel geleden. Gij hebt willen deelen in de smarten van uwen goddelijken Zoon, om met Hém te boeten veor de zonden der wereld. Zoo hebt gij dan ook verdiend de Moeder van alle menschen en de toevlucht der zondaren te worden. Allerheiligst en onbevlekt Hart van Maria, ik wend mij dan ook tot u met het grootste vertrouwen. Toon, H. Maagd, vooral deze dagen, dat gij mijne Moeder zijt, en door uwe machtige voorspraak bekeer mijn zondig hart; verander het, zuiver het, vernieuw het, opdat het bij mijne Communie eene waardige woonplaats zij voor het allerzoetste Hart van uwen en mijnen Jesus. Amen.

Onze Vader. — quot;Wees gegrnet.

Onferm ü onzer. Heer, ontferm Ü onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

V. Statie.

Simon van Cyrene helpt Jesus zijn Kruis dragen.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat gij door uw heilig Kruis do wereld verlost hebt.

-ocr page 74-

— 70 —

Minr.filijko Zdis;maker, Gij kunt niet langer uw Kruis dragon, en een vreemdeling wordt gedwongen U te heipon. ÜVo voorzienigheid, o mijn God, bRschikte dat zoo, om ons te lee-ren, dat, al hebt Gij door uw lijden volkomen voor ons voldaan, wij echter met U en volgens uw voorbeeld ook nog moeten lijden, om aan de vruchten uws Jijdous deelachtig te worden. Hebt gij geboet voor onze zonden, wij moeten ook nog zolven boeten, en \'t is door de oneindige verdiensten uwer boete, dat onze geringe boete ons de vergiffenis der zonden en de kwijtschelding der «tmlFan bij uwon hemelsclien Vader kun doen verwerreu.

Zoete Verlosser, ik heb s:ezoudigd; maar ik hoop deze dagen op vergiffenis en kwijtschelding. Ik moet dan ook boete plegen. Gij hebt zooveel voor mij geledou ; ik wil dan ook volgaarne iets met U lijden. Allo moeiten en opofferingen, die tot eene goede voorbereiding voor mijne H. Communie vereischt worden, wil ik U mat liefde tot boote roor mijne zonden opdragen. Ik zal dikwijls denken aan den H. Aloysius, die enkele lichte fouten zijner eerste jeugd zijn geheel leven lang heeft beweend en zoo zwaar geboet. Niets mag mij dan deze dagen te veel zijn; over niets zal ik klasen. Help, o lieve Jesus, mijn geheugen om mijn goed voornemen niet te vergeten, en. heilig door uw lijden, al wat ik deze dagen tot

-ocr page 75-

boete mijner zonden U opofferen zal. Amen.

Onze Vader. — Weea gegroet.

Ontferm U onzer, Hoer, ontferm U onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

VI. Statie.

Veronica zuivert hel aangezicht van Jesus.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Op het gevaar af van door de ruwe soldaten te worden teruggestooten, bespot en mishandeld, dringt eene kloeke vrouw, door medelijden gedreven, tot U door, o zoete Jesus, om uw van zweet en bloed druipend gelaat met een zuiveren doek af te drogen. Hoe aangenaam is U deze liefdedienst! Te midden van uwe smarten vergeet gij niet haar medelijdend hart te beloonen: Gij Iaat het afdruksel van uw minnelijk wenen in den doek achter. Gelukkige vrouw, met wolk eene zorg hebt gij sedertdien heiligen doek bewaard ? Hoe dikwijls, en telkens met welke dankbaarheid en liefde hebt gij de bloedige beeltenis van uwen goddelijken Verlosser aanschouwd ?

Het heett U behaagd, mijn God, uw beeld in \'s menschen ziel te prenten; maar de mensch was zoo boos van door de zonde uw beeld te schenden en te bevlekken ; en Gij, o minnelijke

-ocr page 76-

— 72 —

Jesus, hebt door nw heilig lijden de goddelijke beeltenis in \'s monschen ziel hersteld. Bij mijn heilig Doopsel, o hoe schoon was toen uw beeld in mijne ziel; maar »edert heb ik uw beeldiu mij weer ontsierd en bevlekt. O zoete Jeius, wagch deze dagen opnieuw mijne ziel in uw goddelijk Bloed, opdat uwe goddelijke beeltenis rein en schoon als te voren in mij schit-tere; en verleen mij de genade, om mijne ziel voortaan met meer zorg van de vlekken der zonde te bewaren. Moge ik dikwijls gedenken wat liet uwe liefde gekost heeft, om uwe beeltenis in mijne ziel te herstellen. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

VIL Statie.

Jesus valt voor de tweede male onder het Kruis.

Wij aanbidden ü, Christus, en loven U.

Omdat gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

O minnelijke Zaligmaker, in welke diepe vernedering aanschouw ik U hier ? Gij stort opnieuw onder uw Kruis, met het aanschijn ter aarde, machteloos kruipende als een verachtelijk wezen, vertreden onder de voeten der beulen t Moet gij dan zóó boeten voor \'s menschen trots, die ïich stout tegen den Hemel durft verzetten

-ocr page 77-

— 73 —

door de zonde ? De mensch had rordiend, even als de hoovaardige Engelen, tot liet diepst der hel vernederd te worden ; maar om hem die eeuwige allervreeselijkste vernedering te sparen, onderwerpt Gij U aan de uiterste verguizingen !

O liefderijke Jesus, hoe klein ben ik nog, en hoeveel trots bezit ik reeds ? Ik wil mij boven anderen verheffen ; en op hoevelen zie ik met minachting neer ! Berisping en bestraffing kan mijn hoogmoed niet verdragen : ik verzet mij tegen mijne kameraden, tegen mijne Ouders en andere Oversten, ik verzet mij zelfs tegen U, mijn God, door niet te ■willen doen wat uwe heilige wet mij voorschrijft. O zoete Jesus, ik vraag U vergiffenis voor al het kwaad, dat mijne booze eigenliefde mij heeft ingegeven. Help mij mijnen hoogmoed bedwingen, vooral deze dagen mijne eigenliefde overwinnen. Ik ben bereid, om mij zeiven door eene rechtzinnige Biecht voor U te vernederen, en alle berispingen, die ik deze dagen, verdiend of onverdiend, zal ontvangen, tot boete van mijnen hoogmoed en uit liefde voor U geduldig te verdragen. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

-ocr page 78-

— 74 -

VIII. Statie.

Jesus troost de weenende vrouwen.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Deze vrouwen, uit innig medelijden met uwe smarten, weenen over ü, minnelijke Jesus, zonder U geheel te kennen, zonder te weten waarom Gij zooveel smand en pijnen te verduren hebt. Die droefheid, die tranen zijn U aangenaam, en gij kunt die medelijdende schare niet voorbijgaan, zonder haar eenige vriendelijke woorden toe te spreken: «Dochters van Jerusalem, weent niet over mij, maar over u zeiven en uwe kinderen. Gaat het zóó met het groene hout, wat zal dan mot het dorre geschieden ?quot; Ja, mijn zoete Verlosser, lijdt Gij zooveel, die, als het groene hout, vol van goddelijk leven, vruchten van heiligheid voortbrengt, hoe zal het dan vergaan met de zondige ziel, die als het dorre hout, zonder vruchten, zonder leven, dood en afzichtelijk in Gods oogen is ?

Lijdende Jesus, ik weet wie Gij zijt: — de Zoon Gods, mijn God en Zaligmaker. Ik weet waarom Gij lijdt: — om de zonden der wereld, ook om mijne zonden. En ik ween niet!.... Moet ik dan ongevoelig blijven bij het aanschouwen uwer smarten ? Ach, liefderijke Jesus, breek mijn

-ocr page 79-

— 75 —

gemoeil, stort in mijn hart emie oprechte droef, hpid over mijno zonden, dio de oorzaak zijn van uwe smarten. Help mij door uwe barmhartigheid, nu deze dagen vooral, mijne zonden boweenen, voor mijno overtredingen boeten, om de vreese-lijke s1r»ffen to ontgaan, die ik reeds bij uwe goddelijke rechtvaardigheid verdiend heb. Ik ben een dor hout: geef mij helleven terug en doe mij vruchten voortbrengen, die U behagen. Amen.

Onze Vader. — quot;Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

IX. Statie.

Jems valt voor de derde male onder het Kruis\'

Wij aanbidden TJ, Christus, en loven U.

Omdat gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Zoo stort Gij dan, mijn goede Jesus, voor de derde maal onder den zwaren Kruisboom ter aarde neder! Zou het wezen, om door uwen herhaalden val op eene bijzondere wijze te boeten voor de trouweloosheid van zoovele ondankbaren, die, door uwe liefderijke hulp uit de zonden opgestaan, al te spoedig hunne betuigingen van trouw en dankbaarheid vergetende, zoo dikwijls in hunne boosheden hervallen ?

Minnelijke Jesus, ook ik heb zoo dikwijls

-ocr page 80-

- 76 —

mijne goede voornomens vergeten en gebroken. Hoe menigmaal heb ik lierhaald, dat ik liever wilde sterven dan ü vergrammen ? En niettemin, wat is er gebeurd? Ja, uu zie ik mijne schandelijke ontrouw jegens U. Voor uwen Priester, als ware het voor uw aanschijn, zal ik al mijne ongetrouwheden bloot leggen, in de zoete hoop, dat Gij door de verdiensten van uw heilig lijden mij die alle zult vergeven. Ik maak nu het vaste besluit, dat ik U nooit meer zal beleedigen, dat ik liever sterven wil dan XJ door eene doodzonde vergrammen. Door uwe genade, allerliefste Jesus, zegen en versterk mijne goede besluiten ; help mij ze nooit vergeten en daaraan tot mijnen dood getrouw blijven. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

X. Statie.

Jesus wordt ontkleed en met gal gelaafd.

Wij aanbidden TI, Christus, en loven ü.

Omdat Gij door uw heiig Kruis de wereld verlost hebt.

..Gansch uitgeput van vermoeienis en pijnen, zijt Gij eindelijk, mijn minnelijke Zaligmaker, ter strafplaats gekomen. Hier wilt gij sterven uit liefde voor den mensch: naar deze plaats, naar dit uur hebt Gij gansch uw leven verlangd ; en

-ocr page 81-

— 77 —

toch, o wat schande en pijnen wachten U hier, mijn zoete Jesus ? Eerst proeft Gij een afschuwelijk bitteren drank tot boote van alle gulzigheid en ■ onmatigheid in spijs en drank. Daarna begint men ü te ontkleeden, en het onderkleed, dat in de wreede wonden der geoseling is vastgehecht, trekken do onmenschelijke beulen U uit, over liet met doornen gekroonde hoofd heen ; terwijl Gij van schaamte en smarten als wegzinkt. Zóó dan, allerliefste Jesus, wilt Gij boeten voor alle onzedigheid on onzuiverheid, voor alle zonden, verboden door het zesde en negende gebod.

O minnelijke Jesus, Gij hebt dan ook voor mij geboet: doer dion bitteren gal voor mijne gulzigheid, voor mijnen snoeplust. Maar vooral, wat do zedigheid betreft, hoe dikwijls heb ik vergeten, dat uw heilig oog mij zag, dat een Engel aan mijne zijde stond ? Is dat kwaad zóó strafwsardig volgons uw rechtvaardig oordeel, dat Gij daarvoor zóó zwaar hebt willen boeten ? Ik wil dttn ook een deel der verdiende boete dragen. Tk wil, wat het ook koste aan mijne eigenliefde, met rechtzinnigheid aan uwen Priester openbaren al datgene,waarover ik mij nu schaam. Allerzoetste Jesus, ik wil zelfs van die zouden, welke mij het meeste wroeging en schaamte veroorzaken, mij het eerst voor uwen Plaatsbe-kleeder beschuldigen. Help mij, o goede Jesus, door uwe goddelijke genade, dat ik toch niets verzwijge van hetgeen ik meen te moeten biech-

-ocr page 82-

— 78 —

ten. Bswaar mij tocli voor het grootste ongeluk wat mij overkomen kan: vooreene lieiligsohen-nende Biecht en eene heiligschennende Com-munio. Amen.

Ouze Vader. — quot;Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

XI. Statie.

Jesus irordt aan het Kruis genageld.

Wij aanbidden U, Christus, on loven U.

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Daar ligt Gij nu, onbevlekt Lsm Gods, op uw Kruis als op uw Altaar uitgestrekt, om voor de zonden der wereld te gaan sterven. Gij steekt op het bevel dor beulen uwe heilige handen en voeten uit, om ze op don Kruisbalk te laten vastnagelen. Gij eerbiedigt in de bevelen der beulen de beschikking uws Vaders in den hemel, en zoo zijl Gij dan gehoorzaam tot den dood, ja tot den dood des Kruises. Zóó zwaar wilt Gij, mijn goddelijke Verlosser, boeten voor dien geest van weerspannigheid, die reeds in het aardsche paradijs den eersten men sch vervoerde, om het gebod van zijn Schepper te verachten.

Ach, minnelijke Zaligmaker, hoeveel heb ik mij op dat punt te verwijten? Hoe dikwijls heb ik mij weerspannig getoond tegen uwe heilige

-ocr page 83-

wet? Hoe dikwijls heb ik mij verzet tegen het gezag diergenen, die hier op aarde uwe plaats bekleed en ? Hoe zal ik tellen al de ongohoor-zaamheden jegens mijne Ouders, aan wie ik na U alles te danken heb ? Hoo dikwijls heb ik hen door mijne gedragingen bedroefd? Zoete Jesus, door do verdiensten ran uwe volmaakte gehoorzaamheid bij uwe pijnlijke kruisiging, smeek ik ü vergiffenis van al mijne ongohoorzaamheden, en zegen mijn voornomen van voortaen san U en aan mijne Ouders on andere Oversten ia alles to gehoorzamen. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzor. Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

XII. Statie.

Jesus sterft aan lid Kruis.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

O allerbeminnelijkste Jesus, daar verheven aan het Kruis, hangt Gij tusschen hemel en aarde om God met de menschen te verzoenen. De bitterste bespottingen, d.uivelsche godslasteringen folteren uwe ziel; en uw heilig Lichaam, van het hoofd tot do voeten, lijdt do ijselijkste pijnen. Het Bloed stroomt uit uwe wonden tot den laat-aton druppel. Gij sterft....

-ocr page 84-

— 80 —

Gij sterft, zoete Verlosser, vrijwillig, uit liefde voor den mensch ! Gij sterft ook voor mij, o allerliefste Jesus, ik aanbid en dank uwe oneindige liefde 1.....

Gij sterft, zoete Verlosser, voor de zonden der wereld! O hoe gruwelijk is de zonde! Ik haat en verfoei za uit geheel mijn hart!....

Lam Gods, dst de zonden der wereld wegneemt, neem al mijne zonden weg ! Spaar mij, red mij, ontferm TJ mijner !

Kostbaar Bloed van mijn Verlosser, kom over mijne ziel! In de heilige Biecht, die ik ga spreken, wisch al mijne zonden uit; wasch mij, reinig mij van al!e smetten der zonde, opdat ik met een engelrein gemoed tot de heilige Tafel moge naderen. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm TJ onzer.

God, wees ons, zondaars, ganadig.

XIII. Statie.

Het Lichaam van Jesus xordt van het Kruis afgedaan.

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld yerlost hebt.

O heilige Moeder van mijn Jesus, hoe groot is uwe droefheid ! Het aanbiddelijk Lichaam van uw goddelijken Zoon rust op uwen schoot. Met

-ocr page 85-

welk een droevigen oog*lag aanschouwt gij het mismaakte, doorwonde, gansch bebloede en helaas ! ontzielde Lichaam van uw beminden Jesus ! Wij ïien, o Moeder van smarten, uwe overvloedige tranen ; maar wie kan zich voorstellen de droefheid, welke uw moederlijk Hart met een zwaard doorboort ?

Ach, bedroefde Moeder, wie gevoelt geen medelijden met u ? Welke zondaar kan u aanschouwen, zonder de zonde te haten en te verfoeien ?

O Moeder van smarten, ik heb ook de zonde gedaan ; maar ik wist niet gelijk nu, wat de zonde is. Nu haat ik, nu verfoei ik uit gansch mijn hart al het kwaad, waardoor ik mijn God vergramd, mijn Jesus gekruist en uw teeder Hart zoo gegriefd heb. Onder het Kruis, heilige Moeder Gods, zijt gij ook onze Moeder geworden. Daarom stel ik mij onder uwe moederlijke bescherming. Verwerf voor mij de genade, dat ik mijne zonden oprecht voor God beweene. Help mij eene heilige Biecht spraken, om mij met uwen Jesus te verzoenen. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

-ocr page 86-

— 82 —

XTV. S t a t ie.

Het Lichaam van Jesu» wordt in een nieuw graf gelegd

Wij aanbidden U, Christus, en loven U.

Orodat Gij door uw heilig Krui» de wereld verlost hebt.

Inderdaad, het ontiielde Lichaam van mijn gekruisten Verlosser wordt begraven ... O mijn zoete Jesus, deze laatste vernedering hebt gij ook nog vrijwillig voor ons ondergaan : Gij laat uw heilig Lichaam in een graf bergen, als ware daarvan, even als van andere lijken, afzichtelijkheid en besmetting te vreezen ! En ach, wat eene smart te meer voor uwe heilige Moeder, nu zij ook nog van dat kostbare pand, het laatste wat h»ar van (J overblijft, uw goddelijk Lichaam moet scheiden !— O Jesus, o Maria, ik verfoei en betreur mijne zonden als de oorzaak van die laatste vernedering en droefheid !

Doch, minnelijke Zaligmaker, terwijl ik, in mijne verbeelding, door eerbiedwaardige mannon, uw heilig Lichaam daar in een nieuw graf zie neerleggen, en Het nu nog daar zie rusten, gedenk ik, dat binnen kort uw Priester datzelfde heilige Lichaam, maar niet dood en mismaakt, maar levend en verheerlijkt, in zijne hand zal nemen, om Het op mijne tong neer te leggen, en — dat Het aal rusten in mijn hart. En

-ocr page 87-

— 83 —

acli, mijn Jesus, zal mijn hart zuiver zijn gelijk het graf, waarin Gij na uwen dood gerust hebt? Ik hoop het, o zoete Jesus, maar alleen van uwe barmhartigheid, ik hoop het door do verdiensten van uw goddelijk Woed.Uwe genade alleen kan mijn hart zuiveren en nieuw maken ; en wat van mijnen kant noodig is, ik wil het doen. Help mij door een naarstig onderzoek des gewetens tot in de duistere hoeken van mijn hart doordringen, om alles op te sporen wat aan uwe heilige oogen zou kunnen mishagen ; — help mij door een oprecht berouw alles, wat ik afschuwelijks of ook maar onbehaaglijks vinden zal, met een heiligen haat breken en vermorzelen ; help mij door eone rechtzinnige Biecht dat alles uit mijn hart uitwerpen ;—opdat mijn hart, gansch gezuiverd en gereinigd, een nieuw hart moge geworden zijn, waardig om uw heilig Lichaam in de H. Communie tot rustplaats te verstrekken. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm u onzer.

God, wees ons, zondaars, genadig.

SLUITGEBED.

O minnelijke Verlosser, ik dank U voor de genade, in dit uur van uwe barmhartigheid ontvangen. Ik dank U voor hetgeen ik op den bloe-digen weg des Kruises heb geleerd ; namelijk

-ocr page 88-

— 84 —

uwo onbegrijpelijke liefde en mijne afschuwelijke ondankbanrheid zijn mij geblekan. Ik weet nu, o mijn God, wat ik misdaan heb; maar ik weet ook, o zoete Jesus, hoezeer Gij mij lief hebt. Ik dank U voor ds gayoelens, die Gij mij hebt ingestort. Ik verfoei mijne zonden en ik vertrouw op uwe barmhartigheid. Bevestig mij, liefderijke Zaligmaker, in deze gevoelens. Help mij mijne goede voornemens uitvoeren. Schenk mij de genade van eene heilige Biecht, opdat ik daardoor den weg vinde tot eene heilige Communie. Ik smeek U die genade door de verdiensten van die onbeschrijfelijke smarten, die Gij voor mij op uwea bloedigen Kruisweg hebt geleden. Amen.

O Heilige Maria, Moeder van smarten, ik ben het kind, dat u zooveel droefheid veroorzaakt heeft. Help mij door de verdiensten van uwe diepe droefheid al mijne zonden oprecht bewee-nen, om mijn hart van alle vlekken der zonde te zuiveren. O mocht ik spoedig door eene goede Biecht en eene heilige Communie uw minnelijk Hart verblijdeu. Amen.

Ik smeek U, barmhartige God, de Aflaten, welke ik door deze Kruiswegoefening verdiend heb, toe te voegen, gelijk mijne meening was., aan al die zielen in het vagevuur, welke bij haar leven gewoon waren zich met de meeste zorg tot de H. Communie voor te bereiden, opdat zij in de verlichting harer pijnen eene be-

-ocr page 89-

— 85 —

looning vinden van haren eerbied voor liet aanbiddelijk Sacrament, en opdat ik door deze liefdedaad van uwe banrhartigheid de genade ver-werve van ook deze dagen met den grootsten eerbied, in de beste gesteltenis, het hoogheilig Sacrament te ontvangen. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet. — Glorie zij den Vader.

vijfmaal ter eere der Vij ■Wonden van Jesus en ééns voor Z. H. dsn Paus.

♦Ieder oogenblik zij het allerheiligst en aller-goddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

öelooffl zii tosCMstus! In eeuwigMi. Amen.

O—•—-£gt;

-ocr page 90-

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN,quot;\'

in de jougd aan te leeren, om ze altijd te blijven onderhouden.

Te Yoepn bü m pwoon lorpmeliefl.

1. Ter eere dpir H. Drievuldigheid.

Aflaat van 100 dagen eiken dag ééns. Zondag driemaal. Toepasselijk aan de geloovige zielen.

2. Ter eere van \'t H. Sacrament.

Aflaat van 100 dagen eiken dag ééns, eiken Donderdag driemaal. Toep. aan de gel. zielen.

*iieilinr, Heilig, Heilig, Heer God dor legerscharen : de aar-do is vol van uwe glorie. Glorie den Vader, glorie den Zoon, glorie den H. Geest.

■quot;Ieder oogeablik zij het allerheiligst en allergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.


(1) De Gebeden, inpt een * ïeteeliem!, zijn letterlijk genomen uit de RACCOLTA of VBRZAMKLING van Ge-beden en godvruchtige werken. Hollandsche overzetting met goedkeuring van de H. Congregatie der Aflaten en R®ll(iuieëu- Alle Aflaten d^r Gebeden uit de RAC-C-ULIA kunnen aan de geloovige zielen worden tod-gevoegd.

-ocr page 91-

S.Voor het Apostolaat des Gebeds.

Aflaten toepasselijk aan de geloovi-ge zielen.

4. Voor \'t Broederschap van het H.Hart van Jesus.

Afl. toepasselijk aan de gel. zielen.

5. Voor de heilige deugd van zuiverheid.

Afl. ioo dagen ééns voor \'s morgens en \'s avonds. Afl. toepasselijk aan de ge!, zielen.

(Gebed van Pater Zucchi, aanbevolen in het Zondagsblad derH. Familie. 1887. BI. 69, 75 en 84.)

6. Ter eere van \'t H. Hart van Maria.

Afl. 300 dagen el-ken keer. Afl.toepass. aan de gel. zielen.

O Jesus, ik offer U op, door \'t onbevlekte Hart van Maris, de gebeden, de werken en het lijden vau dezen dag, in ver-eeniging met de inteatiën van uw H. Hart.

Onze Vader ... Wees gegroet ... Ik geloof in God den Vader almachtig ... Zoet Hart van mijn Jesus, maak dat ik U immer meer beminne.

*Wees gegroet... O mijne Meesteres, o mijne Moeder 1 ik draag mij geheel aan uop, en om u mijne godsvrucht te toonen, wijd ik u heden toe mijne oogen, mijne ooren, mijn mond, mijn hart, geheel mij zeiven. Daar ik aldus de uwe ben, o goode Moeder, zoo bewaar en bescherm mij, als uw goed en uwe bezitting. Amen

*Zoet Hart van Maria, wees mijn heil.


-ocr page 92-

— 88 —

7. Tot onzen Engelbewaarder,

Afl. loo dagen el-ken keer. Afl. toep. aandegeloov. zielen.

*EngelGods, mijn bewaarder, verlicht, bewaak, geleiden bestuur mij, die door Gods liefde aan uwe zorg ben toe-rertrouwd. Amen.


Opmerking. Door deze Gebeden by zyn Morgengebed en de Tolgende bij zijn Avondgabed te voegen, onderhoudt men dagelijks de meest »angeprezene en neilzaamste devoties, bidt men de gebeden van de voornaamste Broederschappen, verdient men vele gedeeltelijke Aflaten, en zal men bij elke H. Communie verscheidene volle Aflaten kunnen verdienen; want een volle Aflaat onder de gewone voorwaarden is verleend elke maand ééns op een dag naar verkiezing :

N. 1. 1

N. 2. ( als men eene maand lang N. 6. i het dagelijks ééns bidt: N. 7,1

N. 3. i als men, in die Broeder-

N. 4. ( sohappen ingeschreven

N. 8. i zijnde, de gestelde voor-

N. 9. } waarden onderhoudt.

Voor \'t gebed onder

Voor \'t gebed onder N.5. als men eene maand lang het morgens en \'s mond* bidt;

/ XT O

Voor de Broederschappen onder

Onxe Vader. groet...

Te mm öö nw AyoMptt

8. Tot uitroeiing der godslasteringen, verwen-Behingen en ontuchtige gesprek-k»n. Geestelijk verbond.

Afl. van loo d.voor die leden, Afl. toep. *an de gel. zielen.

Wees ge-

-ocr page 93-

— 89 —

9.Tot voortplanting des Geloofa. Broed. v. d. H. Franc. Xav.

Afl. zoo d. voor de leden. Afl. toep .aan de gel. zielen.

10. Voor onzen H. Vader denPaus. St-Pieterspenning

Afl. 7 jaren 7 qua-drag,dagelijks voor de leden. Afl. toep. aan de gel. zielen.

6. Voor de heilige deugd van zuiverheid.

Afl. ioo dagen ééns voor\'s morgens en *s avonds. Afl. toepasselijk aan de gel. zielen.

6. Ter eere van \'t H. Hart van Maria.

Afl. 300 dagen el-kenkeer.Afl.toepass. aan de gel. zielen.

(Geloofd zij Jesus Christus! Amen.)

Onzs Vader.... Woes gegroet ... H. Franciscus, bid voor ons.

Onze Vader .... Wees gegroet .... Glorie zij den Vader .... Ik geloof in God den Vader almtchtig . ..

*Wees gegroet.... O mijne Meesteres, o mijne Moeder ! ik drasg mij geheel aan u op, en om u mijne godsTrucht tetoo-nen, wijd ik u heden toe mijne oogen, mijne ooren, mijn mond, mijn hart, geheel mij zeiven. Daar ik aldus de awe ben, o goede Moeder, 200 bewaar en bescherm mij, als uw goed en uwe bezitting. Amen.

*Zoet Hart van Maria, wee» mijn heil!


-ocr page 94-

— 90 —

7. Tot onzen Engelbewaarder.

Afl. ioo dagen eiken keer. Afl. toep. aan de gel. zielen.

11. Vooreen goeden dood.

Afl. 300 d. eiken keer. Afl. toep. aan de gel. zielen.

(Vergelijk defran-sche Overzetting.)

*Engel Gods, mijn bewaarder, verlicht, bewaak, geleid en bestuur mij, die door Gods liefde aan uwo zorg ben toevertrouwd. Amen.

Jesus, Maria, Joseph! ik geef u mijn hart en mijne zie!.

Jesus, Maria, Joseph. ! staat mij bij in mijn laatsten doodstrijd.

Josus , Maria , Joseph 1 moge ik in uw gezelschap in vrede sterven.


Opmerking, Neem de gewoonte aan, van \'a mor-gens by het opstaan en \'s avondg bij het slapen sraan uw Schapulier te kusien.

GEBEB ¥11 0ES lOIElKMlS.

(Zóó den Rozenkrans te leeren bidden en demyst^ nën er altijd bij- te noemen.)

f In den Naam des Vaders ....

Ik geloof in God den Vader almachtig .... Glorie zij den Vader en den Zoon en den H. Geest.

-ocr page 95-

— 91 —

Gelijk het was in het legin e» nu en altijd, en

in de eeuwen der eeuwen. Amen.

De Namen van Jesus, Maria en Joseph zijn gebenedijd.

Van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader ....

Ik groet u, Dochter van God den Vader. Wees

gegroet....

Ik groet u, Moeder van God den Zoon. Wees gegroet----

Ik groet u, Bruid van den H. Geest. Wees

gegroet.....

Glsrie zij den Vader.....

De Namen van Jenus ....

Rozenhoodje der blijde mysteriën.

I. Onze Vader.... Da boodschap des Engels

aau Maria.

Tienmaal quot;Wees gegroet...

Glori» zij den Vader.

De namen van Jesus ....

II. Onze Vader ... Het bezoek der H. Maagd

aan hare nicht Elisabeth.

Tienmaal Wees gegroet...

Glorie zij den Vader....

De Namen van Jesus....

III. Onze Vader____De geboorte van Jesus in

den stal te Bethlehem.

Tienmaal Wees gegroet...

Glorie aij den Vader ...

-ocr page 96-

— 92 —

De Nnmou van Jesus ...

IV. Onze Vader.... De opdracht van Jeaus in

dea Tempel.

Tienmaal Wees aregroet....

Glorie zij den Vader ....

De Namen van Jesus ....

V. Onze Vader... Da vinding vau Jesus in den

Tempel.

Tienmaal Wees ifegroct....

Olorie zij don Vader.

De Namen ran Jesus ....

Rozenhoedje der droevige mysteriën.

I. Onze Vader. Do benauwdheid van Jesus in

den Hof van Olijven. Wees gegroet enz. ah hoven.

II. Onze Vader. De geeseling van Jesus. Wees

groet enz.

III. Onze Vader. De kroning van Jesus met

dorens. Wees gegroet enz.

IV. Onze Vader. De kruisdraging van Jesus

naar den berg van Calvarië. Wees gegroet enz.

V. Onze Vader. De kruisiging en dood van

Jesus. Wees gegroet enz.

Bozenhoedje der glorieuss mysteriën. I. Onze Vader. De verrijzenis van Jesus. Wee» gegroet enz.

-ocr page 97-

II. Onze Vador. Do hemelvaart van Jesu».

Wees gebrost enz.

III. Onw Vador. Da nciderdaling van den H.

Geest over de Apostelen. Wees gegroet enz.

IV. Onza Vador. D.i opneming van Maria ten

hemel. Wees gegroet enz.

V. Oiiïo Vader. Da Kroning van Maria in

don hemel. Woes gegroet enz.

Op merk ing. Als men dagelijks slechts één Rozenhoedje bidt, is het goed tot meerdere devotie die mysteriën te kiezen, welke met den Feestdag die aanstaande is of gevierd wordt, of met den tijd van het kerkelijk jaar overeenstemmen. Zoo neemt men in den Advent de blijde mysteriën, in de Vasten de droevige, in den Paaschtijd de glorieuse, om in de overige tijden van het Jaar ze alle bij afwisseling te overwegen: maandag en donderdag de blijde mysteriën, dinsdag en vrijdag de droevige, woensdag en zaterdag en ook Zondag de glorieuse. Nu zult ge begrijpen, waarom men bijv. met Driekoningen en O. L. V. Lichtmis liever neemt de blijde mysteriën, met H. Sacramentsdag en O. L. V. der Zeven Weeën de droevige, met Maria-Henulvaart de glorieuse.

2. \'t Is zeer goed, als men zich gewoon maakt, voor het Rozenhoedje te denken: Ik ga dit Rozenhoedje hidden. .. (voor mij of voor dezen of genen, om die gunst te verkrijgen); — maar \'t is nog veel beter, als men zich gewoon maakt, het Rozenhoedje te gelijk te doen strekken tot lafenis der geloovige zielen, door er by te denken : en de Aflaten van dit Rozenhoedje toil ik toepassen aan de ziel van .. . Immers aan het Rozenkransgebed z\\jn, «n der zekere voorwaar den, behalve vele volle Aflaten, voor elk Rozenhoedje vele gedeeltelijke Aflaten verleend, die toepasselijk zijn aan de geloovige zielen. OhoeTele zielen in het vagevuur kunnen wij alzoo door de christelijke gewoonte, van dagelijks een Rozenhoedje te bid-

-ocr page 98-

den. verkwikken en verlossen! — Die ingeschreven is in \'t Broederschap van den H. Rozenkrans, kan nog meer Aflaten verdienen — Indienraen gezamenlijk bidt, knnnen allen die meebidden, de Aflaten verdienen, ofschoon hij alleen die voorbidt, zijn gewijden paternoster in de hand zon hebben; maar zeker is het beter voor de aandacht, dat elk zijn paternoster gebruikt. — By het bidden van den Rozenkrans moet men de mysteriën (van de boodschap des Engels aan Maria enz.) herdenken ; vandaar \'t gebruik van bij elk tientje het mysterie te noemen. Ieder trachte alzoo naar zijn vermogen al biddende bij elk tientje godvruchtig aan het mysterie te denken.

\'*S 2*\'

SCHIETGEBED11.

I. Om zijn hart tot God te verheffen.

* f In deu u.-iam des Vailoru .... (\' t gewone kruiiteeken.) Jflaat 50 day.; met wipoater lOOrf.

f In den Naam des Vaders die mij geschapen heeft, en des Zoons die mij verlost heeft, en des H. Geostes die mij geheiligd heeft. (Vooral op de Zondagen ter eere der H. Drïe-vuldigkeid.j

Mijn Heer en mijn God!

Mijn God en mijn AI!

O mijn God, hoe schoon moet Gij ïijn 1 Glorie zij Jen Vader en don Zoon en den H. Geest!

*Josus, mijn God, ü bemin ik bovenal! Aft. 50. d.

-ocr page 99-

— 95 —

Jesus, ik geloof in U; Jesus, ik hoop op U ; Jesus, ik bemin U, nu en ia de eeuwigheid.

Zoet Hart van mijn Jesus, maak dat ik U immer meer beminne,

0 H. Hart van Jesus, ik vereenig mij met U en uwe heilige intentiën.

*Hemelfche Vader, ik bied U het allerkostbaarste Bloed van Jesus Christus aan tot voldoening voor mijne zonden en voor de behoeften der H. Kerk. Jfl. 100 d.

* Jesus ! Maria! Joseph! ik geef u mijn hart en mijne ziel. Afl. 100 d.

II. Als men hoort vloeken of den Naam

van God of den H, Naam van Jesus misbruiken.

Geloofd ïij Jesus Christus ! Amen.

De Naam des Heeren zij gebenedijd!

III. In bekoringen tegen het geloof.

O mijn God, ik geloof; vermeerder mijn geloof.

O mijn Jesus, ik geloof uw heilig Evangelie.

Gij, o Hoor, hebt de woorden des eeuwigen levens.

O mijn God en Zaligmaker, ik geloof alles wat uwe H. Kerk mij voorhoudt te gelooven.

-ocr page 100-

IV. In bekoringen tegen de heilige

deugd van zuiverheid,

Jesua ! Je»us!

O mijn Jetus ! laat niet toe dat ik van IJ gescheiden wordo.

* Jesus ! Maria! Afl. 35 d.

Jesus ! Maria! Joseph!

Maria, mijne Moeder! sta mij bij.

O zoet H»rt van Jesus ! verborg mij in uwe heilige wonde.

* Zoet Hart van Maria! wees mijn heil. Afl. 300 d.

* O mijne Meesteres! o mijne Moeder I gedenk dat ik de uwe ben. Bewaar mij, bescherm mij als uw goed en uwe bezitting. Ave Maria etc. Afl. 40 d.

(Heilzaam is de gewoonte van in de bekoring iets uitwendigs er bij te voegen, ten minste bij hevige bekoringen, bijv. van het kruisteeken te maken of zijn Schapulier te drukken of te kussen, zoo vooral dei nachts. In\'t byzijn van anderen kan men zelfs nog iets doen, bijv. met den duim een kruis maken op zijn hart of met de hand drukken op zijn Schapulier, terwijl men een schietgebed tot Maria stiert.)

V. Verzuchtingen van een rouwmoedig hart, vooral op Vastendagen

on in de week voor zijne Biecht.

Heer, wees mij zondaar genadig.

* Mijn Jesus! barmhartigheid ! Afl. 100 d.

-ocr page 101-

— 97 —

Jesus, zoon van David, ontferm u mijner. Ontferm U mijner, o God, volgens uwe groote barmhartigheid.

Mijn hart is bereid: Heer, wat wilt Gij dat ik doe?

VI. In bekoringen van kleinmoedigheid en wantrouwen op Gods barmhartigheid, en in de week voor de H. Biecht.

O mijn God, Gij zijt oneindig goed en barmhartig.

O mijn God, ik hoop op TJ; in de eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.

O zoete Jesus, ik hoop vergiffenis mijner zonden door de verdiensten van uw heilig lijden en sterven.

Heilig Bloed van mijn Verlosser, wasch mij, reinig mij van mijne zonden.

O Heer, wanneer Gij wilt, Gij kunt mij zuiveren.

O goede God, menigvuldig en groot zijn mijne zonden, maar oneindig groot is uwe barmhartigheid.

Ik zal opstaan en tot mijnen Yader gaan.

VII. AJs men in gevaar naar \'t lichaam

verkeert.

*Mijn Jesus ! barmhartigheid I Ajl. 100 d. H. Moeder Gods, bescherm mij. {Met de hand op het Schapulier.)

7

-ocr page 102-

H. Engel, red mij.

VIII. Als men eenig ongemak of ziekte, moeielijkheid of tegenspoed te

lijden heeft.

O God, geef mij de genade van geduldig te lijden.

Zoete Jesus, ik vereenig mijn lijder met uwe smarten.

Heer, uw wil geschiede.

Gelijk liet den Heer behaagd heeft, zoo ia het geschied.

God gaf, God nam: de Naam des Heeren zij gezegend 1

*Dat de allerrechtvaardigste, allerhoogste en beminnelijkste wil Gods in alles geschiede, geprezen en verheerlijkt worde in eeuwigheid. Ail. 100 d.

IX. Als men eene vernedering of beschaming door teleurstelling, terechtwijzing

of bestraffing ondergaat.

Het is goed, o Heer, dat Gij mij vernederd hebt.

U alleen, mijn God, zij de eer en mij de schande.

Wat is dat bij de eeuwigheid ? o mijn God, als ik maar niet in de eeuwigheid beschaamd worde.

-ocr page 103-

— 99 —

Zoete Jesus, ik offer U deze vernedering op tot boeto voor mijne zonden.

Kastijd mij hier, o barmhartige God; maar spaar mij in de eeuwigheid.

X. Tot onze HH. Patronen.

H. Joseph, Bruidegom van Maria, bid voor mij.

H. Joseph, Voedstervader van Jesus, bid voor mij.

H. Joseph, Patroon van een goeden dood, bid voor mij.

H. Joseph, Patroon der H. Kerk, waak over de H. Kerk, bescherm en troost onzeu H. Vader.

H. Engelbewaarder, bid voor mij.

H. Engel, sta mij bij, bescherm mij, red mij.

H. . . . , mijn Patroon (Patrones), bid voor mij.

H.....Patroon onzor Parochie, bid voor

ons.

Opm erk in g. Men vordere van de kinderen,niet dat zij a ?deze schietgebeden vanbniten kennen,maar eenige daarvan zich eigen maken; b. v. dat zij kunnen antwoorden op deze vragen: Noem eens enkele schietgebeden om zijn hart tot God te verheffen.—Welk schietgebed zoudt gij bij n zeiven zeggen, als ge iemand Gods heiligen Naam hoordet misbruiken ? — In eene bekoring tegen het geloof ? Enz.

Wegens het gebruik der Schietgebeden prente men den kinderen deze drie punten in :

-ocr page 104-

— TOO —

1. \'t Is verkeerd te denken, dat wij allen hebben te bidden op die plaatsen en tijden, welke door het christelijk gebruik zijn bepaald; bijv. als men in de kerk is en te huis \'s morgens bij \'t opstaan, en \'s avonds bij het gemeenschappelijk gebed en bij het slapen gaan, voor en na het eten. Als men op die gestelde tijden behoorlijk bidt, dat is zeer goed, maar mag het daarbij blijven? Wij behoorennog behalve op die bepaalde tijden, buiten kerk en huis, te bidden. Wat lezen wij van de Christenen der eerste eeuwen ? Om slechts iets te noe-inen:Tertullianus,een getuige der tweede eeuw, verzekert ons, dat te zijnen tijd bij de geloovigen de gewoonte bestond van voor elke bezigheid het kruisteeken te maken. En hoe juist komen hier de woorden van den H. Joannes Chrysostomus te pas, toen hij in een sermoon tot het volk, sprekende van het gebod des Heeren, dat wij altijd moeten bidden, reeds voor 1400 jaren eene tegenwerping bestreed, welke nog tegenwoordig zoo licht gemaakt wordt! Niemand zegge, zoo sprak de heilige Bisschop tot het volk, dat een mensch uit de wereld, vol drukten buitenshuis, door den dag niet altijd lean hidden. Dat kan hij wel, en zeer gemakkelijk. Overal waar ge zijn moogt, kunt ge uw altaar oprichten. Al buigt gij de knieën niet, al heurt gij de handen niet ten hemel, als ge slechts met vurigheid uwen geest tot God verheft, dan hebt gij volmaak*, gebeden. Bid dan, waar ge u ook bevindt. Gij zijt zelf een tempel : ge hebt geene plaats te zoeken om te bidden. God ij altijd dicht bij u.quot; Zoo bewees die groote Kerkleeraar, dat menschen uit de wereld, hoe druk ook bezet met bezigheden, altijd en overal kunnen bidden, zeker niet met lange gebeden, maar met vurige korte gebeden, welke wij Schietgebeden plegen te noemen. Onthoudt het dan, kinderen: een Christen kan ook buiten de kerk enbui-ten zijn huis bidden, op den weg, op den akker, op den winkel, gaande, staande, werkende, alleen en in gezelschap. Als ge eenige van de opgegevene Schietgebeden vanbuiten leert, dan zal het u gemakkelijk zijn, om overal en altijd te bidden, door nu en dan een of ander echietgebed met een eenvoudig en oprecht hart tot God of zijne Heiligen te stieren.

2. Kinderen, ge kent gelukkig nog zoo weinig van de booze wereld; maar toch, ge moogt wel weten, dat er ach zoovele slechte, ja goddelooze menschen gevonden worden, die helaas het zoo gemakkelijk htbhen,om, waar ze ook zijn en alle uren van den dag, te vloeken en

-ocr page 105-

— 101 —

den goeden God te lasteren. Ik vraag het u, zouhetdan ons 200 moeieUjh vallen, om, door den dag en waar we ook zijn, nu en dan eens te zeggen: Jesus mijn God, ik bemin V hoven ai?Zij vervloeken God op straat.onder han werk, kunnen wij dan op straat, onder ons werk ook niet eens zrggen ; Geloofd zij Jesus Christus?

3 Schietgebeden zijn gemakkelijke en krachtige redmiddelen in de bekoringen. Door een vurig schietgebed keuren wij af, verwerpen wij wat ons door de bekoring wordt voorgesteld, en roepen wij den bijstand in van God of zijne Heiligen, die voor ons zullen strilden.

Kinderen, als ge deze drie punten goed begrepen hebt, dan vertrouw ik, dat ge uw best zult doen, om vele van deze schietgebeden in uwen geest, (en beter nog) innw hart te prenten. Neemt nu reeds de gewoonte aim van eiken dag eenige schietgebeden godvruchtig tet God, tot de H. Hoeder Gods en uwe HH. Patronen testieren. Door deze heilzame gewoonte in uwe jeugd aan te nemen zult gij later, wanneer de booze vijand en uw eigen vleesch u een geweldigen strijd zullen aandoen door bekoringen, die u thans onbekend zijn, van zelf aanstonds het beste wapen bij de hand hebben om met kracht alle aanvallen op uwe deugd en op uwe onsterfelijke ziel af te slaan. Een soldaat heeft zijn wapen gereed en oefent zich daarmee lang vóór den strijd.

-ocr page 106-

BIJZONDERE GEBEDEN

voor eiken dag op een geschikt oogenblik : in de kerk vóór, onder of na do H.

Mis, of tehuis, wanneer men aich eonigo oogenblikken kan afzondoren.

Om de genad: van eene roaardige Communie te verkrijgen.

Tot Jcsms Chrlstns.

Minnelijke Jesus, mijn God, mijn Verlosser, tot welk een geluk roept Gij mij. Gij wilt mijne kranke ziel woderora spijzigen met uw goddelijk Licliaam en Bloed ! Voorzsker, ik mag mij wel eenige dagen voorbereiden, om U, mijn Heer en mijn God, op eene waardige wijze te ontvangen. Ik weet, dat ik zander den bijstand uwer genade in dit verheven werk niet kan slagen. Help mij dan ook, zoete Jesus, door de verdieasten van uw goddelijk Bloed. Ik wil doen,liefderijke Zaligmaker,al watGij verlangt, opdat Gij ook doen moogtwatik verlang; mij de genade schenken vsn eene waardige Communie.

-ocr page 107-

— 103 —

Ja, zoete Jesus, zuiver mijn hart, versier mijn hart, bereid mijn hart. om U waardig te ontvangen. Amon.

Tot dc n. Maagd Maria.

O H. Moeder van Jesus en ook mijne Moeder, uw kind wacht wederom het geluk eener H. Communie. Ik kom uwe vermogende voorspraak inroepen; want dit werk gaat boven mijne krachten. Help mijne ziel zuiveren en versleren, opdat zij haren goddelijken Bruidegom moge behagen. Bid voor mij. Aan u ktn Jesus niets weigeren; want gij zijt zijne Moeder; — maar ook kunt gij mij niets weigeren ; want ik ben uw kind. Maak mij gelukkig door uw gebed bij uwen goddelijken Zoon. Dankbaar zal ik u zijn in tijd en in •eeuwigheid. Amen.

Tot den H. Joseph.

O H. Joseph, Voedstervader van Jesus, Bruidegom van Maria, ik vereer u als den Patroon der waardige Communie. Deuzelfden Jesus, dien ik in mijn hart ga ontvangen, hebt gij zoo dikwijls aan uw hart gedrukt, en o met welk eene

-ocr page 108-

— 104 —

zuivere liefde! O ware mijn hart ook zóó zuiver, brandde het ook zóó van liefde alg het uwe! O H. Joseph, leer mij Jesus bemin-men ; help mij Jesus beminnen. Herinner mij gedurig san uwe liefde voor Jesus, opdat ik deze dagen alles doe ter liefde van Jesus. Bid Jesus voor mij, dat Hij in mijn hart zijne liefde storte, dat ik hem eiken dag meer bemin-ne, opdat ik Hem bij de H. Communie met de innigste liefde omhelze. Amen.

Tot mijn Engelbewaarder.

Heilige Engel, mij door God toegezonden reeds bij mijne geboorte, ik vereer u als mijn vriendelijken beschermer. Gij waart de blijde getuige van mijn H. Doopsel. Gij waart de blijde getuige, ook mijn raadsman, mijn helper bij mijne eerste H. Communie. Ik kom thans wederom uwen bijstand inroepen bij mijne voorbereiding. Help mij, H. Engel, mijne ziel zuiveren van do smetten, die haar aankleven ; ik wensch ze zóó zuiver temaken al» ze was bij mijn H. Doopsel, opdat mijn zoete Jesu», ais Hij door de H. Communie mijn hart wederom zal binnpntreden, er niets in vinde, wat aan zijne heilige oogen kunne mishagen. Amen.

-ocr page 109-

— 105 —

Tot mijn H. Dooppatroon.

O groote vriend van God, bij mijn heilig Doopsel ben ik door mijne goede Ouders onder uwe machtige bescherming gesteld, en ten teeken dezer plechtige toewijding draag ik sinds dat uur uwen heiligen naam, een naam dis mij uit dankbaarheid voor uwe liefderijke bezorgdheid immer dierbaar zal wezen. Ook deze dagen verhoop ik veel van u. De Biecht en de Communie, waartoe ik mij voorbereid, stel ik met een bijzonder vertrouwen onder de hoede uwer liefde, opdat deze Biecht en Communie heilig, zeer heilig mogen zijn. Gij hebt getoond alles te kunnen met de goddelijke genade, die u versterkte. Moge ik ook met de goddelijke genade ijverig medewerken, opdat ik met Gods bijstand mijne zwakheid, mijne onwetendheid, mijne verkeerde neigingen overwinne. Ja, H. Dooppatroon, leer mij door uw voorbeeld, help mij door uwe voorspraak, wat kwaad is, kloek bestrijden, wat goed is, ijverig beoefenen, opdat eene goede Biecht en eene waardige Communie mij nieuwe krachten schenken voor eene ware godsvrucht, die tot alles nnttig is, dewijl zij de belofte heeft van dit leven en van het toekomstige. Amen

-ocr page 110-

— 106 —

Tot den SI. Patroon der Gemeente-

O heldhaftige Strijder van vroegere dagen, nu gekroond in den hemel met de kroon der overwinning, door Gods goedertieren beschik-king zijt gij gekozen als de machtige beschermer dezer Gemeente. Wil het gedenken : hier wordt uw geheiligde naam op eene bijzondere wijze aangeroepen, hier klinkt voortdurend de lof uwer deugden. Uier viert men jaarlijks een blij en plechtig feest tot hulde uwer heiligheid en tot erkentelijkheid voor uwe liefderijke bescherming. O H. Patroon, als kind dezer quot;Parochie vereer en bemin ik u dan ook, vooral deze dagen, nu ik meen met een groot vertrouwen, mij tot u te mogen wenden, om uwen machtigen bijstand af te smeeken. Gij weet wat ik noodig heb. Vraag voor mij bij God de genade van een oprecht berouw, van eene rechtzinnige Biecht, van eene waardige, allerheiligste Communie. Amen.

-ocr page 111-

OEFENING OK ZIJN GEWETEN

TE ONDERZOEKEN.

Herinner u deze punten wegens het ondersoek vc-n geweten:

1 Het onderzoek van geweten moet nu en altijil gedaan worden naarstig, met zorg, langzaam, bedaard,

zonder geweld, zonder vrees van iets over te slaan ot

te vergeten. Als men een goeden wil heeft, en alzoo zijn best doet, om alles zich te herinneren, wat men ver-■nlicht is te biechten, dan moet men voorts onbekommera zijn of er misschien iets overblijft, dat met te binnen

jien is verplicht te biechten al datgene wat mon voor ilooilzonite aanziet, zoodat het onderzoek wegens dat soort van overtredingen de meeste zorg vereischt, en hier het getal zoo nauwkeurig mogelijk moet bepaald worden Wat men voor geene doodzonde houdt, en tooi wil biechten, behoeft niet met diezelfde nauwgezetheid te worden nagegaan; en het is voldoende te onderzoeken of men dat kwaad slechts enkele keeren, of wel dikwijls gedaan heeft of daarvan eene gewoonte gehad heeft of nog heeft. „ . ,

3. Wanneer men kwaad seilaan heeft in de meening, dat het doodzonde was, ofschoon men later heeft geweten, dat het geene doodzonde is; dan ismen verplicht die zonde te biechten, er hij verklarende, dat en hoe dikwiils men dat kwaad in die verkeerde meening gedaan heeft. Lichtelijk heeft dit plaats met ruwe woor-nen en kleine dieverijen. , , __,,

4. Bij het gébruik van den hieronder volgenden Biechtspiegel bedenke men, dat niet alle overtredingen, daar vermeld, doodzonden zijn. Zonder juist te willen oordee-

-ocr page 112-

— 108 -

len wat doodzonile is, antwoorde men hij elke vraag te goeder trouw in hoeverre menschuldigis,nauwkeuriger zijnde in het onderzoek, waar het kwaad grooter voorkomt. Ook niet alle overtredingen zijn iu den Biechtspiegel opKenoraen, maar slechts de voornaamste: daarom, na het onderzoek wegens elk gebod, kan men zich in \'t eind afvragen, of men nog buiten het vermelde zich van eenige merkelijke overtreding tegen dat gebod hewust is.

5. Bij het onderzoek van geweten is het goed zi3h zeiven geheel af te zonderen, zich te stellen in Gods tegenwoordigheid en zijn machtigen bijstand in te roepen. Men denke, dat men met (jod alleen is, die all.es gezien en gehoord heeft; die bereid is ons alles te vergeven, zoo wij ons rechtvaardig oordeelen.

Gebed voor het onderzoek des gewetens.

O mijn God, ik geloof, dat Gij hier tegen-woordig zijt. Gij ziet mij ; tot in het diepat mijner ziel dringt uw oog. Gij kent mij juist gelijk ik ben. Gij weet al het kwaad, dat ik voor uw heilig aanschijn heb durven bedrijven. Ook ik wensch de bedorvenheid van mija hart te kennen ; aide zonden te weten, waardoor ik U bedroefd en mijne ziel bevlekt heb. Verlicht door uwe godde-lijke genade mijn verstand; help mijn geheugen om mijne overtredingen mij te herinneren; wapen mij tegen mijne eigenliefde, opdat ik mij niet verschoone, maar mijne volledige schuld er-kenne. Ik wil door dit onderzoek van geweten U de eer geven die U toekomt, en mij de schande die ik verdiend heb. Terwijl ik zoo dikwijls mijne

-ocr page 113-

— 109 —

schuld, mijne groote scliuld zal moeten etken-uen, geef mij, o barniliartige God, reeds een oprecht leedwezen over mijne zonden ; opdat ik, mijne boosheid ziende, zo aanstonds verfoeie uit liefde tot u. O mijn Jesus, mijn minnelijke Verlosser, wees mij, arm zondaar, genadig door de verdiensten van uw goddelijk Blued.

Heilige Maiia, Toevlucht der zondaren, help mij door uwe vooTsprnak mij zdven oordeelen. Dat ik door de verdiensten uwer onbevlekte heiligheid mijne zouden moge kennen, om ze door een oprecht berouw en eene rechtzinnige belijdenis te vernietigen!

H. Bewaarengel, getuige mijner zonden, help mijn verstand, mijn geheugen, mijn wil, om te weten en te erkennen en te verfoeien wat ik tegen den goeden God misdaan heb. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

(1) Onderzoek des gewetens.

JSieclitspieerel.

WEGENS DE V0RI6E BIECHTEN.

Heb ik eenige ongerustheid wegens de vroegere Biechten ? Zoo ja, waarom ?

1

\'t Is eeer dienstig, vóór dit Onderzoek des gewetens de Opmerkingen te lezen op hlads, 107.

-ocr page 114-

— 110 —

Heb ik ooit vrijwillig verzwegen, wat ik meende te moeten hiecliten ? Wat heb ik verzwegen ? Hoe dikwijls verzwegen ? Heb ik die slechte Biechten reeds hersteld of niet? Hoe dikwijls heb ik ten gevolge van dat verzwijgen eene heiligschennende Communie gedaan ? Misschien eene heiligschennende Paaschcommunie ? Heb ik misschien ook het H. Vormsel heiligschennend ontvangen ?

Heb ik iets onvrijwillig vergeten ? wat ?

Heb ik de opgelegde penitentie vrijwillig achtergelaten of voor een groot gedeelte verwaarloosd ?

WEGENS DE GEBODEN GODS.

Eerste Gebod.

Boven al bemin éénen God.

Heb ik mijn Morgen- en Avondgebed dikwijls achtergelaten ?

Ben ik dikwijls oneerbiedig en vrijwillig verstrooid geweest onder het gebed?

Heb ik dikwijls in de kerk, in de tegenwoordigheid van Jesus Christus in het Tabernakel, mij oneerbiedig gedragen, zelfs onder de H. Mis en het H. Lof?

Heb ik ongodsdienstige gesprekken gehouden, uitgelokt of met genoegen aangehoord ?

-ocr page 115-

_ 111 —

Heb ik boeken tegen het geloof gelezen? Heb ik geestelijke pexsonon of heilige zaken

belasterd of bespot ?

Heb ik vrijwillig aan een geioofspant getwijfeld ? aan welk ? __ . , - n a Heb ik gezondigd door bijgeloovigheid . op

welke manier ? , gt; ^ t i

Heb ik niet gespot niet de godsvrncat o. ce

deugd van vrome menschen ?

Heb ik niet toegegeven aan wanhopige gedachten ? Al heeft men niet toegegeven, is het toch raadzaam aan zijn Biechtvader te zeggen, dst men met dergelijke gedachten geplaagd wordt. Heb ik niet uit wanhoop mij aan do zonde

overgegeven? 1

Heb ik niet lichtvaardig kwaad geaaan ; ornaat ik dacht, dst God zoo gemakkelijk de zonde

vergeeft? _ ^ ,

Weet ik nog iets anders tegen dit (xeboa gedaan to hebben ?

Tweede Gebod.

IJdelift zweer nog spot.

Meen ik ooit een valschen eed gedaan te hebben? met welke woorden? _

Heb ik dikwijls woorden in deu mond, die op een eed gelijken ? welke zijn die ?

*

-ocr page 116-

— 113 —

^Heb ik dikwijls vloekwoorden uitgesproken ?

Welke heb ik voor groot kwaad gehouden ? Hoe (likv/^ Vl, i\': .ü.-. gcïogd ? Welke heb ik voor klein kwaad aangezien? Ilob ik eeno gewoonte van die woorden ?

Gebraik ik dikwijls in mijaeJgespTokken den van God? den aanbiddelijken Naam Jesus ? of een uitroep, dio daarop gelijkt ? Is dit cok eeue gewoocte van mij ?

Oo.l c f zijne Heiligen beloofd

en niet volbracht ?

ooi ik nog iets anders togen dit Grebod misdaan te hebben ?

Derde Gebod.

T ier de Heiligdagen altegader.

Hierbij voegen wij do twee eerste Geboden der H. Kerk :

lie gehoden Heiligdagen zult gij vieran

Dan ook Mis hooren met goede manieren.

Heb ik op Zondagen of geboden Feestdagen door mijne schuld zonder wettige reden de H. Mis verzuimd? Hoe dikwijls?

Beu ik door mijne schuld te laat gekomen ? kwam ik veel te laat ? hoe dikwijls ?

Heb ik door spelen of praten of vrijwillig verstrooidheid een gedeelte eener Mis van ver-

-ocr page 117-

— 113 —

plioliting Terwattloosd ? was dat gedeelte mer» kelijk ? Ho« dikwijls ?

Hob ik scluild, dat anderen op Zon-of Feest-dsgen of geen Mis hooren of te laat kwamen of onder de H. Mis Torstrooid werden ? hoeve-len ? hos dikwijls ?

Heb ik op Zon- of Feestdagen zonder wettige reden van dio werken gedaan, welke op die dagen verboden zijn ? Welke werken ? toe lang heb ik mij daarmede beziggehouden ? hoo dikwijls ?

Weet ik nog iets ander» tegais deze Geboden misdaan te hebben ?

Vierde Gebod.

JJer Vader en Moeder,

Ben ik dikwijls ongehoorzaam geweest aan mijne Ouders eu Oversten ? Is hot ooit gebeurd in eene zaak van groot gewicht

Heb ik hun ook stijfhoofdigheid getoond, en hen dairdoor zeer boos gemaakt ?

Heb ik hen door mijn slecht gedrag zeer bedroefd ?

Heb ik inwendig tegen hen gemord?

Heb ik hen uitwendig veracht, van hen kwaad gesproken, met hen gespot ? in hun bijzijn, dat ze \'t konden hooren of zien ? of in hunne afwezigheid, hoe dikwijls is dat erg geweest ?

Heb ik hen ook geslagen ? of willen slaan ? of met slagen bedreigd ? hoe dikwijls ?

-ocr page 118-

— 114 —

Heb ik hun kwaad toegewensclit en welk

kwaad ? Heb ik damp;t gemeend ? hoe dikwijls ?

Heb ik met mijne Broeders es Zusters dikwijls getwist, hen beleedigd\'of mishandeld? Heb ik heu verwenscht ?

Heb ik hen aangezet tot ongehoorzaamheid of tot eenig ander kwaad?

Heb ik hen v?.ï: ■\'•.slijk lr,ticat ? Mij verheugd, als zij bos\', aft werden ?

Heb ik de dienstboden beleedigd door hen te schelden )ftp) thandelen ofte Terwenschen, of valsch te beschuldigen of kwaad van hou te spreken ?

Weet ik nog iets anders tegen dit öobod mis-daun te hebben ?

Vijfde Gebod.

Met wil of met werken sla memand dood.

Tegen den evanmensch. Heb ik et3a ander gehaat, gescholden, geslagen, gekwetst, op onrechtmatige wijze aan een ander bestraffing of nadeel veroorzaakt?

Heb ik een ander verwenscht ? met welke ver-wensching ? heb ik dat gemeend ?

Heb ik aan anderen kwaad geleerd, hen tot kwaad doen aangezet, of ben ik op eenig manier schuld geweest, dat een andar zonde bedreef ?

Tegen mij zeiven. Heb ik mij bezondigd door gulzigheid in spijs ? door onmatigheid in drank ?

-ocr page 119-

— 115 —

Heb ik mij aan snoeplust overgegeven ?

Heb ik mijzelven door lievige gramscliap laten vervoeren ? met welke gevolgen ?

Heb ik mijzelven door n ijue scliuld aiek gemaakt of gekwetst ?

Heb ik mij vrijwillig in \'t gevaar v»n een ongeluk gebraclit, bijv. door te baden, door op gevaarlijk ijs te gftan, door gevaarlijke spelen of andere roekeloosheden ; terwijl ik wist, dat mijne Ouders dst streng zouden afkeuren? erger, wanneer ze \'t mij reeds streng verboden hadden.

Weet ik nog iets anders tegen dit Gebod misdaan te hebben ?

Zesde en negende Gebod.

Doe geen overspel of onkuischheid ooit.

Begeer niemands echtgenoot.

Heb ik mij vrijwillig met slechte gedachten bezig gehouden? daarin behagen geschept?

Heb ik de begeerte, den wil gehad om slechtigheid te zien of te doen ? de gelegenheid daartoe gezocht ?

Heb ik vrijwillig naar slechte dingen gezien ; bijv. slechte platen of beelden bekeken, aan anderen slechte platen of teekeningen getoond ?

Heb ik slechte boeken gelezen ? aan anderen geleend of aanbevolen ?

Heb ik slechte liedjes gelezen of gezongen ? aan anderen gegeven of geleerd of tot het zingen

-ocr page 120-

— 116 —

daarvan aangezet ?

Ben ik nog in \'t bezit van slechte prenten, boeken, blaadjes, liedjes ?

Heb ik over slechte dingen gesproken ? diarover nieuwsgierig uitgehoord ? daarvan aan anderen geleerd ?

Heb ik onzedige spelen, vertooningen of dansen bijgewoond ?

Heb ik omgegaan met personen, die onzedig waren ?

Heb ik zelf iets tegen de zedigheid gedaan, met anderen of alleen ?

Weet ik nog iets anders tegen deze Geboden misdaan te hebben ?

Kinderen, \'t kan voor u moeielijk zijn te welen, welke omstandigheden gij moet uitdrukken en hot gij die moet uitdrukken; doch geen zwarigheid. Gij hebt niets anders te doen, dan met zedige woorden zoo kort mogelyk aan den Biechtvader te zeggen, wat uw geweten bezwaart. Weet gij u niet naar wensch uit te drukken, geeft dit aan den Biechtvadertekennen; hijzal u gaarne helpen. Toont uwe bereidwilligheid, en antwoordt op de vragen, die de Biechtvader u doet,met alle openhartigheid en wel zóó. als gij dat op uw sterfbed zult wenschen gedaan te hebben. Hebt gij op zijne vragen rechtuit geantwoord, gelijk gij op dat oogenblik raeendet de waarheid te zijn, dan hebt gij u omtrent de Biecht niet ongerust te maken. Immers mocht gy later bevinden, dat gij u in uwe antwoorden niet opzettelijk,maar onschuldig hebt vergist, of uwe zonden nietnaar behoorenhebt uitgedrukt, dan is nogtans de Biecht niet heiligschennend geweest, en het is voldoende, dat gy dit bij een volgende Biecht aan den Biechtvader openbaart.

-ocr page 121-

— 117 —

Zevende en tiende Gebod.

Wacht u van delen en onrechtvairdig levn.

Begeer onrechtvaardig niemand» goed.

Heb ik aan mijne Ouders iets ontuomen ? geld van hen achtergehouden ? iets zonder hunne toestemming weggegeven ? buiten hun weten verkocht ? vernield of beschadigd of zook gemaakt ? door verzuim van leeren of door grof spelen of door groote slordigheid mot mijue kleêren hot geld mijner Ouders verkwist ?

Heb ik het goed van anderen weggenomen, vernield of beschadigd ? voor hoeveel waarde ? in hoeveel keeren ? Heb ik het gestolene teruggegeven ? getracht de schade te herstellen ?

Heb ik den wil gehad om te stelen ? hoeveel ? hoe dikwijls ?

Heb ik geene kleine dieverijen gedaan of willen doen in de meeniug, dat het groot kwaad was? hoe dikwijls ?

Weet ik nog iets anders misdaan te hebben tegen deie geboden ?

Achtste Gebod.

Gij zult geen getuigenis der vahchheid geven.

Heb ik dikwijls gelogen ? met hardnekkigheid mijne leugen# volgehouden ? hoe dikwijl» heb ik

-ocr page 122-

— 118 —

gedeclit daar groot kwaad mee te doen ? Heb ik de gewoonte van lieijea ?

Heb ik aan andoren aangeraden te liegen ? hen tot liegen gedwongen ?

Heb ik zonder voldoende reden iemand van kwaad verdacht, bijv. van diefstal ? ook daarvan beschuldigd ? waarom ? met welk gevolg ?

Heb ilc van een ander kwaadgesproken ? des te erger zoo het niet waar was. Heeft dat ook slechte gevolgen gehad ?

tteet ik nog iets tegen fdit gebod misdaan te hebben ?

Derde Gebod der H. Kerk.

Geen gaoden vastendagen zult gij breken.

Heb ik, zonder door wettige raden verschoond te zijn, op vrijdag of zaterdag of geboden vat-tendagen wetens en willens verboden spijs gebruikt ?

Heb ik anderen aangezet om zulks te doen, of op eenige manier schuld gehad, dat zij het lt;leden ?

WEGENS DE HOOFDZONDEN.

1. Hoovaardigheid.

Ben ik trotsch geweest op mijn lichaam ? op mijne kleêren ? op mijn verstand?

-ocr page 123-

119 —

Heb ik mij beroemd op mijne afkomst? op mijnen stand ? op mijn leeren ? op mijne gods-

dienstieheid ? , ; ,

Heb ik anderen veracht, omdat ik hen zooveel minder beschouwde ? Q .

Heb ik gespot met arme ? eenvoudige ? misvormde ? oude menschen ? hen geplaagd of be-

^Heb ik aan ongeduld of haat of wrok toegegeven, omdat mij eene aanmerking of verwijt of berisping gedaan werd ?

Heb ik uit hoovaardigheid niet willen bekennen, dat ik ongelijk had?

Heb ik mij goed gedragen alleen, om daarvoor geprezen te worden ? . , * Heb ik mij beroemd op mijne gebreken o slechte daden ? misschien op iets dat ik met gedaan heb ?

2. Gierigheid.

Ben ik erg gesteld op geld? Heb ik daarom

getracht het op onrechtvaardige wijze te verkrijgen ? Heb ik daarom valsch gespeeld.

Ben ik ongevoelig jegens arme menschen geweest? Heb ik het noode gezien, dat Vaderen Moeder iets of zooveel aan arme menschen ot tot een godsdienstig einde gaven ?

3. Onkuischheid.

Deswegens reeds onderzocht bij het zesde en

negende Gebod.

-ocr page 124-

— 120 —

4. Nijdigheid.

Heb ik toegegeven aan het gevoel van nijd of afgunst, als een ander geprezen of beloond werd ? Hem daarom barsch behandeld of gezocht hem te benadeelen ? kwaad van hem gesproken of hem valsch beticht?

Heb ik behagen geschept in het ongeluk of leed van een ander, dien ik niet goed kan lijden ?

5. Gulzigheid. 6. Gramschap.

Deswegens bij het vijfde Gebod.

7. Traagheid.

Heb ik uit luiheid \'g morgens niet willen opstaan, als ik geroepen werd ? of als ik wist dat het tijd wat ?

Heb ik uit luiheid mijne godsdienstige plich» ten (van morgengebed, Tan Mis hooren, van arondgebed) verzuimd ? of het opgelegde werk achtergelaten ?

Heb ik mijn werk slordig en in haait afgedaan r

Heb ik mij ziek gehouden, om uit do kerk of uit de school te kunnen blijven ?

-ocr page 125-

— 121 —

(1) WEGENS DE PLICHTEN VAN STAAT.

Bid ik getrouw mijn morgen- en avond gebed? Bid ik het met aandacht en geknield ? Laat het »oms veel te wenschen over? Wil ik mij cp dat punt verbeteren? Heb ik soms het Rozenhoedje \'savonds niet goed willen meebidden?

Ben ik op Zon- en Feestdagen, uit afkeer van den godsdienst, maar ééns in de kerk geweest ? Ben ik niet ongehoorzaam geweest aan mijne Ouders en heb ik hen niet bedrogen, door bulten hun wil en weten het Lof en andere kerkelijke diensten te verzuimen? Bedenk ik wel wat de gevolgen voor lateren leeftijd zullenztjn, als ik reeds in mijne jeugd afkeerigheid toon van hot gebed en de godsdienstige plechtigheden ?

Heb ik verzuimd mij behoorlijk voor te berei-den tot het H. Sacrament der Biecht? Hebir mij schuldig gemaakt aan iets onbetamelijki voor, bij of na mijne hatste Communie ? Hoe heb ik mij op den laatsten Gommuniedag gedragen ? Heb ik den goeden God beleedigd op denielfden dag, dat Hij mij in de H. Gommume

1

De Schrijver ging uit van de veronderstelling, dat de Priester met het onderricht der kinderen belast, dezen Biechtspiegel in zijn geheel mettde11quot;quot;g®r.eI1 z°Sdat traan om hun het gebruik daarvan te leeren, — enaat hii wat hier geschreven is de plichten van staat

vooral zou benuttigen, om deu kinderen hunneplichten, hunne gewone aïwijkingen en verkeerde onder het oog te brengen, en alzoo hen van bet kwaad af te trekken en tot de deugd te vormen.

-ocr page 126-

— 120 —

4. Nijdigheid.

Heb ik toegegeven aan het gevoel van nijd of afgunst, als een ander geprezen of beloond werd ? Hem daarom barsch behandeld of gezocht hem te benadeelen ? kwaad van hem gesproken of hem valsch beticht?

Heb ik behagen geschept in het ongeluk of leed van een ander, dien ik niet goed kan lijden ?

5. Gulzigheid. 6. Gramschap.

Deswegens bij het vijfde Gebod.

7. Traagheid.

Heb ik uit luiheid \'g morgens niet willen opstaan, als ik geroepen werd? of als ik wist dat het tijd wai ?

Heb ik uit luiheid mijne godsdienstige plichquot; ten (van morgengebed, Tan Mis hooren, van avondgebed) verzuimd ? of het opgeleede werk achtergelaten ?

Heb ik mijn werk slordig en in haait afgedaan ?

Heb ik mij ziek gehouden, om uit do kerk of uit de school te kunnen blijven ?

-ocr page 127-

— 121 —

(*) WEGENS DE PLICHTEN VAN STAAT,

Bid ik getrouw mijn morgen- en avondgebed? Bid ik het met aandacht en geknield ? Laat het toms veel te wenschen over? Wil ik mij cp dat punt verbeteren ? Heb ik soms het Kozenhoedje \'savonds niet goed willen meebidden?

Ben ik op Zon- en Feestdagen, uit afkeer van den godsdienst, maar ééns in de kerk geweest ? Ben ik niet ongehoorzaam geweest aan mijne Ouders en heb ik hen niet bedrogen, door bulten hun wil en weten het Lof en andere kerkelijke diensten te verzuimen ? Bedenk ik wel wat de gevolgen voor lateren leeftijd zullen sijn, als ik reeds in mijne jeugd afkeerigheid toon van het gebed en de godsdienstige plechtigheden ?

Heb ik verzuimd mij behoorlijk voor te bereiden tot het H. Sacrament der Biecht? Heb ik mij schuldig gemaakt aan iets onbetamelijks voor, bij of na mijne Isatste Communie ? Hoe heb \' ik mij op den laatsten Communiedag gedragen ? Heb ik den goeden God beleedigd op denzelfden dag, dat Hij mij in de H. Communie

(«) De Schrijver ging uit van de veronderstelling, dat de Priester, met het onderricht der kinderen belast, dezen Biechtspiegel in zijn geheel met dekinderen zou nagaan, om hun het gebruik daarvan te leeren; - en dat hii, wat hier geschreven is Wtgeus de plichten van staat vooral zou benuttigen, om den kinderen hunnepliohten, hunne gewone afwijkingen en verkeerde neigingen onder het oog te brengen, en alzoo hen van het kwaad af te trekken en tot de deugd te vormen.

-ocr page 128-

— 122 —

zijn allerheiligste Lichaam geschonken heeft ? Heb ik dien dag, waarop ik iedereen moest stichten, ook aan iemand soms ergernis gegeven ?

Neem ik de grootste zedigheid in acht bij het aan- en uitkleeden, reinigen enz. ? ook als ik gansch alleen ben ? Ga ik zedig in bed, mij neerleggende op de rechterzij en de armen gekruist over de borst, na^eerbiedig mijn schapulier gekust te hebben ? Sta ik ook zedig op, na een kruis te hebben gemaakt en mijn schapulier te hebben gekust ? (Ge begrijpt, dat slapen op de rechterzij met de armen gekruist, zijn schapulier kussen en zoo meer, geene verplichtingen, maar •lechts heilzame gewoonten zijn, die ge u behoort^ eigen te maken, \'t Is goed van tijd tot tijd zich af te vragen of men dergelijke prijzenswaardige gewoonten getrouw blijft onderhouden, al is het verzuim daarvan geene zonde.)

Als ik met een ander slaap, jonger of ouder, heb ik dan alle zorg om geene ergernis te geren ? om nooit iets onbetamelijks te zien of te dulden? Vermijd ik slapen gaande alle onnoodige woorden en tracht ik al biddende in te slapen ?

Onderhoud ik op den dag overal en altijd de zedigheid, ook in de eenzaamheid? Denk ik er wel genoeg aan, dat overal en altijd Gods alziend oog op mij gevestigd is ? dat mijn heilige Engel overal bij mij is? Wend ik de oogen af en verwijder ik mij aanstonds van al wat ik onbetamelijks zou kunnen ontmoeten ?

-ocr page 129-

_ 123 —

Heb ik ook gezondigd, en op welke wijie, tegen deu eerbied en de liefde, verschuldigd aan mijne Ouders? aan mijne Broeders en Zusters\' aan de dienstboden? aan den Pastoor ot andere Priesters ? aan den Onderwijzer ef andere Oversten ? , , . ,quot;i

Heb ik door mijne schuld den bmsehjKen vrede gestoord?

Heb ik mij tegen mijne Ouders of Oversten verzet in hetgeen zij recht hadden van mij te vorderen of te verlangen ?

Heb ik mijn beet niet willen doen om in de school of in den Catechismus te leeren . of

om mij tot een beroep of ambacht te bekwamen.

Heb ik alzoo, behalve den kostbaarsten leertijd, het geld verkwist, \'t welk dit aan mijne Ouders

gekost heeft? , , .

Heb ik mij ontevreden getoond over het eten en drinken? met ergernis van andere huisge-nooten ? met beleediging van Ouders of Oversten.

Ga ik soms slordig en vermeiend met mijne klecren te werk ? Heb ik mij ontevreden getoond over de klecren, die ik van mijne Ouders ontvang ? Dring ik zonder reden aan op nieuwe en mooiere kleêren tot verdriet en schade van

mijne Ouders ? , i j i

Heb ik aan uitspanningen of spelen deelgenomen, die gevaarlijk zijn voor het ^haamof de ziel ? die mij misschien reeds door Ouder» ot Oversten verboden waren ?

-ocr page 130-

— 124 —

Heb ik of lees ik ook eenig boek tegen het geloef of de goede zeden ? oi een boek, dat ik erkennen moet, dat voor mij niet goed is P lees ik in het geheim, d#ar ik wel weet, dat Ouders of Oversten zulk een boek zouden verbieden ? Leen ik uit of prys ik dergelijk boek ook san een ander aan P heb ik door raad of daad geholpen, dat een ander zulk een boek in handen kreeg ?

Ben ik in huizen of op plaatsen geweest, waar ik volgens den uitdrukkelijken wil mijner Ouders of Oversten niet mocht komen ?

Heb ik met kamaraden omgegaan, die ik weet, dat mij niet passen ? tegen de waarschuwing of het verbod van Ouders of Oversten ? Hoe strenger het verbod was, des te grooter de schuld. Men bedenke wel, dat Ouders en Oversten in geweten verplicht kuunen zijn, om zeker huis of zeker gezelschap of den omgang met een zeker persoon streng te verbieden, zonder daarom gehouden te zijn tot het opgeven der redenen, waarom zij zulks verbieden ; ja dat zij sornt Av juiste reden van het verbod niet kunnen oj\' mogen zeggen.

Kindereu als gij dexen Biechtspiegel met aandacht doorloopende op de gestelde vragen niet een oprecht gemoed voor God hebt geantwoord, zult gij eene menigte van fouten in u hebben opgemerkt, grootere eu Kleinere vele miBschien waaraan gij zonder dit onder-zoek met eens zoudt hebben gedacht, \'t Biykt ook niet, al hebt gy dit of dat gedaan , wat iu dezen Biechtspiegel voorkomt, \'t blijkt niet, dat gy daardoor den goedes

-ocr page 131-

— 125 —

God hebt beleedigd. Immers om eene zonde te doen, die den mensch wordt aangerekend, moet de booze daad met kennis en vrijen wil gesteld zijn. Hoe znlt gij lt;lan na eene aandachtige lezing van dezen Biechtspiegel uwe Biecht opmaken?

I. Vraag u af; Aan welke doodzonde of doodzonden weet ik nu of vrees ik plichtig te zijn ? Biecht deze nauwkeurig met getal en omstandigheden. En die zonde wel het eerst, welke gij voor de grootste houdt, vooral als gij een strijd gevoelt om ze te biechten. Weet gij niet juist hoe die zonde uit te drukken en hoe daarmee te beginnen, zeg maar : Vader, ik heh eene oonde te biechten\', maar ik w$et niet hoe ik het moet zeggen. De Biechtvader zal u dan wel helpen, als ge maar oprecht wilt antwoorden.

II. Wat de dagelijktcht eondtn betreft, hetzij gij eene doodzonde hebt te biechten of niet, beschuldig u van die dagelijksche zonden, welke gij als de voornaamste aanziet en welke gij zeker vrijwillig bedreven hebt; beschuldig u daarvan met een oprecht leedwezen en met den oprechten wil van u te beteren. Kn hebt gij buiten die dagelijksche zonden gelukkig geen doodzonde te biechten, noem daarbij eene grootere zonde van vroeger, waarover gij groot berouw gevoelt, uwe Biecht zoo fluitende: -EVquot; ik beschuldig mij nog van die zonde. . . die ik vroeger gedaan heh, of van alle zonden, die ik vroeger tegen de deugd van ... gedaan heb.

III. Nu zullen nog velezeer kleine overtredingen overblijven, ook nog vele fouten, waarvan gij zelfs niet weet of ze voor u zonden zijn geweest of niet: maar die ge toch bij het lezen van den Biechtspiegel in u zult hebben opgemerkt. Juist ook daartoe moest dit onderzoek dienen, om n van jongs af te doen letten op die kleine driften, weike in nw jeugdig hart schuilen, en u reeds, misschien thans nog zonder erg, eenige fouten doen begaan, driften die zoo vroeg mogelijk moeten bestreden worden, nu ze nog klein zijn, om n voor groote afwijkingen te bewaren. Het komt hier niet op aan, om dat alles te biechten; het voornaamste is, dat gij, door u zeiven zóó te onderzoeken, uwe slechte neigingen leert kennen, om bij elke Biecht het vaste voornemen te maken,dat gij met Gods hulp die booze genegenheden zult bestrijden, vooral die welke n de meeste fouten doet begaan en daarom uw hoofddrift mag genoemd worden.

-ocr page 132-

— 126 -

Denk nu nog eens even na wat ge te biechten hebt en hoe ge dat biechten zult, om het in uw geheugen te prenten. Bid daarna vurig het volgende

Ocltcd na het Miadcrxock tics gewetens.

O heilige God, ik ben boschaamd mijao oogoa tot U op te heffen. Ik ben zoo jong, eu ik heb helaas ! reed» zooveel zonden gedaan ; zoovele zonden, die ik moet bekennen voor uw heilig aanschijn bedreven te hebben ; en hoevele misschien zijn er nog bij te voegen, die mij ontgaan zijn? Ach, mijn God, hoe groot is uwe barmhartigheid ; Gij zaagt mij het kwaad doen, en Gij hebt mij gespaard. Ik schrik, wanneer ik denk waar ik nu zou zijn, zoo uwe goedheid mij niet gespaard had. Uwe goedheid gaat zoover van mij de vergilïenis mijner zonden aan te bieden. Ik heb U beleedigd, en Gij biedt mij den vrede. Minnelijke Jesus, zoete Verlosser, vermurw mijn zondig hart. opdat ik mijne boosheid verfoeie en met alle rechtzinnigheid voor den Priester ver-klare, om uit zijnen mond door de verdiensten Tan uw goddelijk Bloed het woord van verzoening te vernemen, dat mij de zuiverheid des harten, de rust des gewetens zal terugschenken. O Jesus, wees mij, zondaar, genadig!

Heilige Maria, Toevlucht der zondaren, bid voor mij veel deze dagen, verkrijg voor mij de

-ocr page 133-

— 127 —

genade van een opreolit berouw, van eene heilige Biecht, Lieve Moeder, red uw kind ; maak uw kind gelukkig.

H. Engel, help mijn geheugen om mijne zonden te onthouden, er dikwijls met een oprecht leedwezen aan te denken en ze rechtzinnig te biechten. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

-ocr page 134-

— 128 —

OEFENING OM ZICH TOT BEROUW OP TE WEKKEN.

HERINNER U DEZË PUNTEN WEGENS HET BEROUW:

1. Wyi hetberonw het voornaamste deel ie der Biecht, moet onze grootste zorg ook zün een goed berouw t« hebben.

a. By het berouw toekt men geene uitwendige droefheid, maar eeneinwendige,wezeniyke, oprecht gemeende ■put. Uit het hart is de zonde voortgekomen, het hart moet gebroken worden. Volgt er eene uitwendige droefheid, zoodat men tot tranen toe bewogen is; dat is goed; dank God voor die tranen. Zyt ge zonder uitwendige droefheid, meent ge maar geen berouw te gevoelen, denk daarom niet, dat ge geen berouw hebt. Als ge om de genade van een goed berouw veel hebt gebeden en uw best hebt gedaan om een goed berouw in u op te wekken, wees dan volkomen gerust, al meent ge geen berouw te gevoelen. Spijt het u wezenlyk, doet het u leed, dat ge zoo ongevoelig zyt, \'t is een zeker teeken, dat ge wezoniyk berouw hebt en dat uw berouw goed is.

8. Het berouw moet zyn bovennatuuriyk in zyu oorsprong. Het berouw is eene gave gods. God zelf moet ons het berouw instorten. Zonder Gods hulp kunnen wy geene goede Biecht spreken. Om ons dis hulp te ver-zekeree, moeten wij derhalve veel en vnrig bidden. Die zulks doet, kan gerust zijn, dat God hem de genade van e»n deugdelijk beronw geven zal: want Jesus Christus heeft beloofd, dat wy lullen verkrijgen al wat wy vragen, Zoo WÜ bidden geiyk het behoort. Daarom zult gij, totdat ge de Absolntie des Priesters zult hebben ontvangen, al uwe gebeden en al uwe werken opofferen, om de genade van een goed beronw te verwerven. Met deze meening zult gy de H. Mis by wonen, den Kruisweg doen, het Rozenhoedje bidden. Door den dag zult gy. een of ander schietgebed tot God stieren, om de genade van een goed berouw af te smeeken. By voorbeeld.

-ocr page 135-

— 129 —

O iarmhartige God, geef mij de genade van een goed le rouw. Beer, ontferm V mijner volgens uwe groote barmhartigheid. God, wees mij, zondaar, genadig. Mijn Jesus ! larm-hartigheid ! Waseh mijne ziel in uw H. Bloed. 11. Maria, Toevlucht der zondaren, bid voor mij. Verkrijg voor mij eeti berouw als dat van den H. Atoysius. II. Engel, smeek gij voor mij voor mij om genade. IlII. Fatroneu, bidt voor mij, arm zondaar. .. , , ,

4. Als wij goed gebeden hebben, zijn -wi.i zeker, dat de goede God de genade^des berouws ons aanbiedtmaar nu moeten wij met die genade medewerken ; dit wil zeggen: dat wij gevoelens van berouw in ons moeten trachten op te wekken : en wij doen dat niet met de gewone akte van berouw alleen met den mond en niet met het hart op te zeggen en te herhalen Immers\'t berouw moet uit het hart voortkomen. Wij kunnen dat berouw opwekken door langzaam, oplettend en welgemeend de gewone akte van berouw te bidden, of door langzaam verschillende daartoe geschikte beweegredenen bij ons zelven te overdenken, die het Geloof ons aangeeft. Kerst trachten wij ons met vrees vcor Gods oordeelen en met vertrouwen op zijne barmhartigheid te bezielen, om langzamerhand in ons de liefde, zoo mogelijk de volmaakte liefde tot God op te wekken; want wij moeten er ons op toeleggen, om ons berouw zoo groot en volmaakt te doen zijn, als het met Gods genade in ons vermogen is. Lees daarvoor zeer langzaam de volgende Overdenkingen, en tracht u van de waarheden, daar voorgesteld, en van de gevoelens, daar uitgedrukt, geheel en al te doordringen. _________

Overdenkingen om zich tot berouw over zijne zonden op te wekken.

(1) Gebed tot Toorbca\'citliaeg.

O groote, Mmachtige God, hemel en aarde vervult Gij met uwe goddelijke tegenwoordig-

9

1

Men lean deze Overdenkingen op verschillende iijden doen. Bij hervatting zal men dit gebed tot voorbereiding herhalen. Als men den tijd niet heeft, om alle Overdenkingen aandachtig te lezen, dmn late men toch nooit de derde en vierde Over* denking achter.

-ocr page 136-

— 130 —

lieid; ook ïijt Gij hier tegenwoordig. Ik kniel voor uwe ontzaglijke majesteit neder, en aanbid ü met mijn heiligen Engel. Ik durf mijne oogen tot U niet opslaan; want ik heb kwaad, «ch zeer veel kwaad voor uw heilig aanichijn bedreven ; en daarom moet ik uwe strenge gerechtigheid vreezen. Maar, o goedertieren God, ik weet ook, oneindig is uwe barmhartigheid, en daarom wend ik mij met een groot vertrouwen tot IJ. Ik kom al mijne overtredingen voor U beweenen. O barmhartige God, breek mijn hart door uwe goddelijke genade. Laat mij zien hoe boos, hoe vermetel, hoe ondankbaar ik jegens U geweest ben ; opdat ik al mijne zonden uit den grond mijns harten verfoeie. O minnelijke Jesus, door de verdiensten van uw aoddelijk Bloed, geef mij de genade van een goedi berouw.

H. Maria, help mij mijne zonden beweenen. H. Engel en HH. Patronen, o bidt voor mij om genade bij God. Amen.

Onze Vader. — quot;Wees gegroet.

Eerste Overdenking;.

1. Be dood is de ttraf der zonde.

Door de zonde ia de dood in de wereld gekomen. Adam heeft gezondigd, en om die ééne zonde moeten alle menschen sterven.....

Wat is de dood?

-ocr page 137-

— 131 —

Verbeelden wij ons to staan op het kerkhof. Mochten wij den grond opgraven en eene kist openen van eene onzer kennissen, die voor een paar maanden gestorven is. Wal zouden wij zien? Een lijk, onkennelijk, afzichtelijk.....Duizenden wormen doorknagen van alle kanten het

rottende vleesch..... O wat een verpestende

stank stijgt uit die vuilnis..... Ik huiver reeds

bij de verbeelding ; hoe zou ik in werkelijkheid het gezicht van zulke afschuwelijkheid kunnen verdragen ?

Zoo neemt de dood, op Gods bevel, wraak over het zondige lichaam des meuschen; en als eene zonde genoeg was, om alle menschen eenmaal te doen sterven en hunne lichamen in de afzichtelijkste verrotting te doen vergaan, o hoe afschuwelijk moet de zonde dan zelve zijn !.....

En ik, o mijn God, heb de zonde durven doen, zoo dikwijls durven doen 1 Ik heb afschuw van een rottend lijk, en ik zou geen afschuw hebben van de zonde, die alleen de oorzaak is van zulke afschuwelijkheid ? O gerechtige God, ik verfoei al mijne zonden ; ik maak het vaste voornemen van voortaan niet meer te zondigen. Ik dank U, dat uwe goedheid mij tot hiertoe in \'t leven heeft gespaard, om mij den tijd te geven van voor mijne zonden te boeten. Ik haat de zonde en bemin U, o mijn God ; mocht ik ze haten en U beminnen tot den dood toe, om met den haat tegen de zonde en met de zui-

-ocr page 138-

— 132 —

verste liefde tot U in het hart van deze wereld te scheiden ! Amen.

Or.ze Vader. — Wees gegroet.

2. De doodzonde opent de hel.

De almachtige God heeft in zijne gramschap een vuur ontstoken, dat eeuwig zal branden, om de zielen der boozen reeds na hunnen dood en, na den laatsten dag des oordeels, ook hunne lichamen te tuchtigen.

Dalen wij mst onze verbeelding in dien vuurpoel ï.f. Kunnen wij met ons oog de breedte, de lengte meten, de diepte peüon ? \'t Is jds eene vuurzee, waarin de zielen der verdoemden gedompeld liggen, en waarin ook eens hunne lichamen zullen neergestort worden, om eeuwig — eeuwig te branden, zonder rust, zonder verkwikking, zonder hoop van verlossing. . ..

Wat wil dat zeggen : eeuwig branden in de ziel, in het lichaam, in al zijne ledematen?

Durf ik eene minuut lang den top mijn» vingers houden in de vlam eener kaars ? En ach, wat is eene kaarsvlam bij den vuurpoel der hel ? Wat onderscheid : nu mijn vingertop in de vlam of later eens heel mijn lichaam rondom in de vlammen der hel ? Wat is eene minuut hier nu bij die vreeselijke eeuwigheid, die door geen tal van millioenen jaren kan uitgedrukt worden ?

Ach, hoe vreeselijk is dan de hel met haar

-ocr page 139-

— 133 —

eeuwig vuur ; — maar ook hoe gruwelijk moet de doodzonde zijn, al» de rechtvaardige God die hel tot straf voor de doodzonde heeft geschapen ?...

Ach, mijn God, ik vree* uwe gerechtigheid. Heb ik slechts ééne doodzonde gedaan, dan heb ik die eeuwige hel verdient. Sterf ik met ééne doodzonde op het geweten, dan stort ik in dien vreeselijken vuurpoel neder, waar geen redding mogelijk is. Ach, mijn God, barmhartigheid! Uwe goedheid heeft mij zeker gespaard, om mij nu mijne zonden te vergeyen. Ik haat, ik verfoei al mijne zonden ; ik zal ze met alle oprechtheid biechten. Kost het mij moeite, om mijne schande voor uwen Priester te openbaren, hoe weinig beteekent het, als ik daardoor uwe rechtvaardigheid kan voldoen en de vreeselijke straffen der hel afkoopen ? Gij laat mij nu kiezen tus-schen de eeuwige hel en eene oprechte Biecht met een oprecht berouw. Vreeselijk is uwe gerechtigheid, maar veel grooter nog en onbegrijpelijker uwe barmhartigheid, Ja, ik dank U, barmhartige God ; ik kies eene oprechte, rouwmoedige Biecht; ik haat eu verzaak al mijne zonden en ik ben bereid alles te biechten, wat ik meen te moeten biechten, en op alle vragen van mijn Biechtvader naar mijn beste weten te antwoorden. Barmhartige God, moge ik de hel nooit meer verdienen ; maar vooral spaar mij voor het grootste aller ongelukken : in de doodzonde te sterven en daarmee ter helle te varen. O zoef©

-ocr page 140-

— 134 —

.Tesu?, mijn Verlosser, spaar mij toch ! — laat het rifit toe, dat ik eeuwig van U gescheiden worde! H. Maria, mijne Moeder, laat uw kind niet verloren ^aan. H. Engel, HH. Patronen, bewaart mij, beschermt mij, vooral in het uur van mijnen dood. Auien.

Onze Vader. — Wees gegroet.

3. De dnodzondi sluit den hemel

De goode God heeft voor den mensch een schoonen he\'iiel geschapen, opdat hij daar met God en zijne Engelen eeuwig gelukkig zoude zijn. De hemel is zóó schoon, zoo prachtig ; de genoegens zijn daar zóó aangenaam en zoet, dat wij ons het geluk des hemels in onze Terbeel-ding niet kunen voorstellen. God zeiven zullen wij daar aanschouwen. God zeiven bezitten en genieten en dat in alle eeuwigheid, zonder tus-schenpoozing, xonder vermoeienis, zonder vrees van dtt zidige geluk ooit te verliezen.

Voor dat geluk ben ik door God ook bestemd ; maar wat kan mij van dat eeuwige geluk berooven ? De doodzonde alleen. Heb ik slechts ééne doodzonde gedaan, dan heb ik het recht op dien schoonen hemel verloren ; en sterf ik in die zonde, dan ben ik voor eeuwig buiten den schoonen hemel gesloten, om van God eeuwig gescheiden te zijn. Wat een gruwel is dan de doodzonde, die den mensch eeuwig buiten den

-ocr page 141-

hemel sluit? En hoe billijk is Gods beschikking ? Die de boosheid liefhebben, kunnen niet met de heilige Engelen wonen, welke alle boosheid haten. Die God niet willen liienen, kan God niet loonen, niet gelukkig maken. Ach, mijn God, hoe dwaas ben ik geweest met de zonde te doen en voor eene nietigheid dien schoo-nen hemel te verkoopen ? En o, hoe goed zijt Gij, o mijn God, dien ik beleedigd heb, dat Gij mij nog het verloren recht wilt terugschenken? O, hoe gelukkig ben ik, dat ik het recht op den schoonen hemel kan terug bekomen ! En wat is daarvoor noodig ? O barmhartige God, hoe weinig vraagt ge! Ik moet mijne zonden oprecht verfoeien, mijne zonden oprecht biechten zou ik het niet doen ? O mijn Heer en mijn God, ik haat en verzaak al mijne zonden uit den grond van mijn hart; \'t is mij leed, dat ik uwe goddelijke majesteit vergramd heb. Ik verfoei alles, wat mij van U, van den hemel kan verwijderen ; ik bemin U en alles wat mij tot U, tot den hemel kan brengen : de zonde wil ik haten, de deugd wil ik beminnen, om door het vluchten der zonde en het beoefenen der deugd den schoonen hemel te verdienen, waar ik hoop, eenmaal, in het jrezehchap van alle Engelen en alle Heiligen, U te aanschouwen, U te beminnen, en door U, met ü en in U eeuwig gelukkig te zijn. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

-ocr page 142-

— 186 —

God, wees mij, zondaar, genadig.

*Ieder oogenblik zij het allerheiligst en aller-goddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

Tweede Overdenking;.

1. Gruwelijk is de zonde, omdat de zondaar het kaad pleegt op het oogenblik, dal God het ziet en hem straffen kan.

De mensch is nooit alléén. Wanneer de zondaar het kwaad doet, is God er bij ; God ziet h.et en God kan den zondaar straffen, gelijk hij verdient. O, wat een onbegrijpelijke vermetelheid te zondigen onder het alziend oog van den almach— tigen God 1

O alwetende en vreeselijke God, ik ben zoo vermetel geweest. Gij hebt mij uwe wet gegeven, en die wet heb ik zoo dikwijls overtreden. Toen ik het kwaad deed, hoorde ik de stem van mijn geweten, die mij waarschuwde, dat ik dat niet moest doen, en toch had ik de stoutheid de zonde te bedrijven. En gij, mijn God, hebt dat gezien, en Gij kondt mij straffen. Ach, hoe boos was ik, en hoe goed waart Gij, dat Gij mij toch gespaard hebt! En nu nog, hoe barmhartig zijt Gij ! Ik heb het vaste vertrouwen, dat Gij mij alles wilt vergeven, zoo ik mijne zonden slechts verfoei en ze rechtzinnig belijd. Dat zal ik doen, o goedertieren God; ik

-ocr page 143-

— 137 —

wil door mijne vernedering mijne vermetelheid jegens ü boeten. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

2, Gruwelijk is de zonde, orhdat de zondaar

den gotden God met zijne eigene weldadm heleedigt.

De mensch. heeft zichzelven niet gemaakt ; maar God is zijn Schepper. Alles wat de mensch bezit, heeft hij van Gnd ontvangen, om dat te gebruiken tot zijn tijdelijk en eeuwig geluk. Maar de mensch, die zondigt, gebruikt de gaven Gods zelf, om Hem, zijn Schepper en Weldoener, te beleedigen. Wie begrijpt zulke ondankbaarheid ? Ach, ik ben zelf zoo ondankbaar geweest! De goede God heeft mij met verstand begaafd, opdat ik mijn Schepper zouda kunnen kennen en alles leeren, wat mij nuttig is ; en ik, ik heb mijn verstand gebruikt, om dingen te leeren, die mij niet dienstig en voor God beleedigend waren. Hoe dikwijls heb ik nieuwsgierig dingen zoeken te weten, die ik niet mocht weten ? Hoe dikwijls heb ik met behagen blijven denken op slechte voorwerpen en handelingen ? Barmhartige God, vergeef mij mijne ondankbaarheid. Vergeef mij toch alle zonden, die ik door mijn verstand, door mijne rampzalige nieuwsgierigheid, door vrijwillige slechte gedachten en verbeeldingen tegen U bedreven heb.

-ocr page 144-

— 138 —

Do goede God heeft mij een hart geschon-°ni Je beminnen ; om God te beminnen als mijn Vader, mijne Ouders te beminnen als mijne grootsfe weldoeners na God, mijne Broeders en Zusters te beminnen als mijne eerste vrienden, alle menschen te beminnen als kinderen van een en denzelfden Vader, die in den hemel is. En wat heb ik gedaan ? Ik heb dat hart, van God ontvangen, tegen God zeiven en zijne heilige inzichten gekeerd. Ik heb God niet bemind maar bedroefd ; — mijne lieve Ouders bedroefd, mijne Broeders en Zusters bedroefd, mijn evennaaste zoo dikwijls veracht en belee-digd. Ik heb bemind, wat ik niet mocht beminnen ; ik heb mijn hurt aan verboden dingen gehecht; ik heb zoo dikwijls, wat zondig was, begeerd, gezocht, gedaan. O goede God, zóo\' beantwoordde ik uwe goedheid. Mijn hart was «w hart; Gij had het gemaakt, het behoorde U toe met al zijne bewegingen; maar ik heb . , U ontroofd. Ik heb mijn vermaak gezocht, met bij U, maar ver van U, in de zonde. O mijn God, vermurw dit schuldig hart; laat het boeten voor zijne ondankbaarheid; vernieuw het door uwe goddelijke genade; ontdoe het van zijne verkeerde geneigdheden; trek het van de schepselen af en trek het tot U, opdat het voort-aquot;° ®„e.en P beminne en alles, mijn God, wat Gy bemint: U boven alles en al het overige met eene zuivere liefde juist gelijk Gij mij

-ocr page 145-

— 139 —

dat gebierlt of van mij verlangt,: zóó mijne Ouders, zóó mijne Broeders en Zusters, zoo alle menschen. O liefderijke God, ik geef U mijn hart; ik geef het U voor altijd. O mochte ik nooit meer zoo boos en ondankbaar zijn van het terug te nemen en aan de zonde te geven! O barmhartige God, spaar mij voor dat ongeluk door uwe goddelijke genade.

De goede God heeft mij een lichaam gegeven met al zijne ledematen, niet om ze te gebruiken gelijk ik zou goedvinden, maar alleen om tot zijne eer en mijn eigen nut en geluk een goed gebruik daarvan te maken, \'t Is mij duidelijk, dat ik niet alles mag zien, niet alles mag zeggen, wat ik wil; en als ik nieuwsgierig met behagen bezie, wat mij a geweten mij verbiedt te zien, en als ik woorden spreek, die ik weet niet te mogen spreken; dan gebruik ik die oogen en die tong, welke God mij geschonken heeft, om God zeiven te beleedigen. O welk eene ondankbaarheid ! En toch wederom, ben ik aan zulke ondankbaarheid schuldig. Al mijne ledematen heb ik van God ontvanger; zijne goedheid bewaart ze mij eiken dag; zonder zijnen bijstand kan ik ze niet bewegen : en hoe dikwijls heb ik niet met diezelfde ledematen den goeden God beleedigd ? Hoe dikwijls heb ik vrijwillig naar slechte dingen gezien ? — hoe dikwijls naar slechte woorden of ontstichtende getprekken geluisterd ? — hoeveel kwaad heb ik

-ocr page 146-

— 140 —

wel gedaan met mijue tong, door leugentaal kwaadspreken, schelden, venvenschen, vloekwoorden, onzedige taal, slechte liedekens ? — hoe dikwijls heb ik kwaad gedaan met mijne handen door mishandeling, dieverijen ot beschadiging van eens anders goed, door te vrije, onzedige, slechte aanrakingen ? . Ach, mijn God, hoe ondankbaar beu ik geweest! ik heb uwe eigene gaven tegen IJ gekeerd; en hoe barmhartig zijt Gij geweest, want Gij hebt mij gespaard 1 Op het oogenblik, dat ik mijne ledematen misbruikte, had Gij mij zoo gemakkelijk in mijne ledematen kunnen straffen. Gij hadt mijne oogen met blindheid, mijne tong met stomheid, mijne handen met lamheid kunnen slaan. Gij hebt het niet willen doen, o mijn God ; omdat, al is de monsch boos, Gij toch goed en barmhartig blijft. O goedertieren ate God, de beschouwing uwer barmhartigheid geeft mij ook het vaste vertrouwen, dat Gij mij het zondige gebruik mijner ledematen zult kwijtscholden. O js, goede God, ik smeek TJ, vergeef mij door uwe oneindige barmhartigheid al wat ik tegen U misdaan heb door mijne oogen, door mijne ooren, door mijne tong, door mijne handen, door mijne voeten, door al mijne zintuigen, door al mijne ledematen. Ik maak het vaste voornemen niets meer vrijwillig te doen, wat ik weet TJ temis-hagen ; en vooral zal ik trachten alle verkeerde gewoonten af te leggen. Gelief mijn ganschlichaam

-ocr page 147-

— 141 —

te zegenen, en al (ie bewegingen mijner ledematen te bestieren tot uwe eer en tot mijn eeuwig geluk. Help mij deze dagen altijd eene eerbiedige houding in het gebed en overal eene bijzondere ingetogenheid en zedigheid bewaren; bestier mijne tong in het gebed, bestier ze in het spreken van eene oprechte Biecht, opdat die strafwaardige tong, door de boete van eene rechtzinnige belijdenis gezuiverd, het geluk hebbe het goddelijk Lichaam en Blood van J. C. op eene waardige wijze te ontvangen. O minnelijke Verlosser, zuiver mijne tong, zuiver miju hart. Amen.

Onze Vader. quot;Wees gegroet.

God, wees mij, zondaar, genadig.

*Ieder oogenblik zij het allerheiligst en al-lergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

(*) Derde Overdenking.

Voor eene afbeelding van den gekruisten Zaligmaker.

O mijn Gcd en mijn Verlosser, ik kom voor uwe voeten nederknielen, om in de bitterheid mijner ziel mijne vroegere jaren te herdenken. Geef mij, zoete Jesus, het levendig besef van uwe goedheid en barmhartigheid en liefde tot mij; maak mij beschaamd en bedroefd tot in het

(♦) Déze en dê volgende overdenking nooit achter te laten.]

-ocr page 148-

— 142 —

diepst der ziel, dat ik uwe goedheid, o besec Vader in den hemel, met zooveel ondankbaarheid bejegend heb. Toon mij hoe beminnelijk Gij zijt, opdat ik voele hoe groot kwaad ik gedaan heb\' met U niet te beminnen. Geef mij uwe liefde, o God, eene volmaakte liefde ; dat ik U be-minne boven alles uit geheel mijn hart, metal de krachten mijner ziel. O allerminnelijkite Je-sus, moge ik U veel beminnen, opdat het ü behage mij ook veel te vergeven. Ik weet, dat net minste zoowel als het grootste bovennatuurlijk berouw van uwe goedheid komen moet, en ik zal met het kleinste genoegzame berouw\'tevreden zijn en U daarvoor danken; maar ik weet ook, dat het U even gemakkelijk is, hot grootste als het mimto berouw mij in te storten- o allerzoetste Jesus, geef mij dan uit loutere goedheid de genade van een volmaakt berouw. Zoo Gij wilt. Heer, Gij kunt mij zuiveren, op het oogeublik zuiveren ; o zuiver mijne ziel nu reeds geheel en al van de vlekken der zonde, voordat de Priester het woord van rerzoeninar over mij uitspreekt.

H. Maria, lieve Moeder, uw kind heeft zoo-veel gevraagd; ach, spreek gij een goed woord voor mij.

H. Engel, HH. Patronen, verkrijgt voor mij de genade van een goed, van een volmaakt berouw Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

-ocr page 149-

— 143 —

God de Zoon is voor mij mensch geworden, om door zijne lessen en zijn voorbeeld mij den weg naar den hemel te toonen. Ja, minnelijke Jesus, Gij, Zoon van God en zelf God van eeuwigheid met den Vader en den H. Geest, Gij zijt in uwe liefde een kind geworden, om mij het voorbeeld van alle deugden te geven. Gehoorzaam waart Gij aan Maria en Joseph, om mij boven alles de gehoorzaamheid in te prenten; en ach ik heb uw voorbeeld niet willen opvolgen! ik was ontelbare malen ongehoorzaam, oneerbiedig, stijfhoofdig jegens mijne Ouders en Oversten. Ach, minnelijke Jesus, hoe spijt het mij tot hiertoe uw goddelijk voorbeeld te hebben miskend! Ach, zoete Jesus, vergeef het mij; ik zal voortaan op uw voorbeeld gehoorzaam en onderdanig zijn.

Jesus Christus heeft vrijwillig onnoemelijke pijnen geleden, om te boeten voor de zonden der menschen, ook voor mijne zonden. O minnelijke Jesus, wat eene liefde in U en wat eene ondankbaarheid in mij! Gij stierft voor de zonde, en toch heb ik de zonde bemind! Gij zijt voor de zonde zoo wreed gegeeseld, met scherpe doornen gekroond, aan een schandelijk Kruis genageld ; en ik heb al die vreeselijke smarten, dien gruwelijken dood, uwe oneindige liefde niet geteld ! In al uwe ledematen zijt gij gepijnigd; ik ben de schuld daarvan ; omdat ik met al mijne ledematen heb gezondigd ; door mijne zonden heb ik U gekruist. Ach, liefderijke Jesus, wat heb ik

-ocr page 150-

— 144 —

toch gedaan ? Hoe ondankbaar, hoe boos .hoe wreed ben ik geweest; en nog heeft uwe goedheid mij gespaard ! Zoo ik nu mijne zonden niet verfoeide, zoo ik nog de zonde wilde bedrijven, weikeu naam zou ik verdienen ? Neen, mijn lieve Jesus, nu in de eeuwigheid geene doodzonde meer ! — en slles, wat ik tegen uwe liefde misdaan heb, dat verfoei ik met al de krachten mijner ziel,

O, hoe zal ik uwe barmhartigheid en lankmoedigheid begrijpen ? Ik zondigde, en Gij hebt dat verdragen; (üj hebt mij niet gestraft; Gij hebt mij afgewacht tot nu toe, opdat ik mijne boosheid zoude inzien en U vergiffenis vragen ; en nu zijt Gij bereid mij alles te vergeven op voorwaarde, dat ik een waarachtig berouw hebbe over mijne zonden en ze oprecht aan uwen Priester belijde. Ach, mijn God, zon ik geen berouw hebben ? Zou ik ze niet oprecht willen biechten ? O zoete Jesus, Gij kent mijn hart; Gij weet, dat ik berouw heb ; maar vermeerder mijn berouw ; het kan niet te groot zijn ; ik ben bereid mijne zonden rechtzinnig te belijden ; maar Gij, O minnelijke Zaligmaker, help mij door de verdiensten van uw goddelijk Bloed. O ja, laat dat Bloed uit uwe heilige Wonden over mijne ziel vloeien, om ze van alle vlekken te zuiveren.

O allerbarmhartigste Jesus, uwe barmhartigheid is zoo groot, dat Gij mij gebiedt met een vast vertrouwen op vergeving te hopen. Veel

-ocr page 151-

— 145 —

kwaad heb ik gedaan ; maar ook den grootsten doch oprecht rouwmoedigen zondaar schenkt Gij in liefde vergeving; ja, zoo goed zijt Gij, liefderijke Verlosser. Daarom zal ik niet met angst en benauwdheid, maar met een groot vertrouwen gaan biechten. Goedwillig zal ik alles belijden, wat ik meen te moeten zeggen ; goedwillig zal ik op alle vragen antwoorden ; en ik weet, lieve Jesus, dat Gij met mijn goeden wil zult tevreden zijn en Gij niets meer van mij eischt. En als dan uw Priester de heilige woorden der Absolutie over mij uitspreekt, dan zal ik denken, ■dat Gij, mijn zoete Jesus, mij den kus des vredes geeft. Dan zal ik juichen, dan zal ik U blijde danken, barmhartige Jesus ; en Gij, wat zult Gij doen ? O, ik weet het; dan zult Gij mij roepen, en mij aan uwe heilige Tafel uw goddelijk Lichaam te eten geven, opdat uw goddelijk Lichaam en Bloed spijs zij voor mijne ziel. O mijn God ! mijn God ! hoe ver gaat uwe liefd# ? Gij wilt in persoon, met uwe Godheid en Menschheid, tot mij komen, en wel in mij, om mij ziel aan ziel te omhelzen ! Zóó hebt Gij mij lief, o mijn zoete Jesu»; en ik ? ach, ii| ik heb U niet bemind, ik heb U kunnen belee-

digen, uw liefderijk hart zoo kunnen bedroeven. Mijn God I mijn God ! ik moest wegzinken van schaamte; mijn hart moest verbrijzeld worden van spijt; ik moest sterven van berouw. O aller-minnelijkste Jesus, ik verfoei al mijne zonden

10

-ocr page 152-

— 146 —

om de onbegrijpelijke liefde, die Cij mij toont in uw allerheiligste Sacrament. O mija Goden mijn Verlosser, Gij weet, dat ik U nu bemin; maar Termeerder dexe liefde; bewaar deze liefde altijd in mijn hart, opdat ik U beminne totmijn dood, beminne in de eeuwigheid. Amen.

Vierde Overdenking.

Akte van Liefde.

Mijn Heer ea mijn God, ik moet U beminnen, omdat Gij zoo goed zijt Toor mij: — omdat Gij mij geschapen hebt naar uw beeld en gelijkenis,^mij nog dagelijks bewaart en verzorgt; omdat Gij voor mij zijt mensch geworden en aan het Kruis gestorven; omdat Gij mij in de H. Communie uw goddelijk Lichaam en Bloed «uit geven; omdat Gij mij het zoetste geluk ia den schoonen hemel bereid hebt. Daarom moet ik U beminnen, maar daarom bemin ik ü niet alleen. Ik bemin ü ook, omdat Gij het opperste goed zijt in U zalven; omdat Gij oneindig schoon sijt. Hoeveie schoonheden zijn er in de natuur; maar Gij «elf zijt de Schepper van al die schoonheden: hoe schoon moet Gij dan zelf niet zijn P Door al de schoonheden der natuur wordt myn hart getrokken; zou mijn hart dan tot ü niet getrokken worden? Ik zie ü niet, o mijn God; doch \'t is mij genoeg door het geloof te weten»

-ocr page 153-

— 147 —

dat Gij schooner zijt dan alle schoonheden te zimen, die op deze aarda kunnen gevonden worden ; dat Gij schooner zijt dan alle Engelen en Heiligen in den hamel met al hunne heerlijkheid vereenigd; dat alle schoonheden, vergeleken bij uwe schoonheid, niets zijn ; wijl uwe schoonheid oneindig is. Omdat Gij dan, o mijn God, oneindig alles te boven gaat in beminnelijkheid, daarom bemin ik U boven alle» wat er op de aarde en in den hemel beminnelijk kan zijn. Ik bemin U uit geheel mijn hart, met al de krachten mijner ziel. Met uwen bijstand wil ik voor U alle» verlaten, alles opofferen, ook het leven ; liever aan alle n:» ischen mishagen dan U mishagen. Ik ben bereid uwen heiligen wil in alles te volbrengen, nu en altijd, op de aarde en in den hemel; want uw heilige wil moet door alle schepselen geëerbiedigd en geprezen worden, nu en in du eeuwigheid; — Ü alleen, o God, zij de glorie in uwe aanbidddelijke Drie-eenkeid, den Vader en den Zoon en den H. Geest, door de eenwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader. — Wee» gegroet.

God, wees ons allen genadig.

♦Ieder oogenblik lij het allerheiligst en al-lergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

-ocr page 154-

OP DEN DAG,

DIE VOOE DE H. BIECHT BEPAALD IS.

Opmerling. Men zorgt bijtijds in de kerk te wezen. Men begeeft zich niet in den Biechtstoel zonder eene naaste voorbereiding. In de kerk komende, neemt men bij den Biechtstoel plaats. Zonder zich met anderen te bemoeien, wacht men, steeds in eerbiedige lionding, geduldig zijne beurt af. Intusschen bereidt men zich voor tot het waardig ontvangen van het H. Sacrament der Biecht door de volgende oefeningen.

GEBED.

O barmhartige Go.l, die zijt mensch geworden en gestorven aan het Kruis, om de wereld van de zonde te verlossen, ik dank U voor de instelling van het H. Sacrament der Biecht, waardoor de verdiensten van uw goddelijk Bloed op den zondaar worden toegepast. Ik dank ü in \'t bijzonder, dat door uwe goedheid het oogenblik gekomen is, waarop ik dat groote Sacrament zal mogen ontvangen. Help mij door uwe goddelijke genade, dat ik mij mijne zonden wel moge herinneren, ze door een nieuw berouw verfoeien en ze met alle openhartigheid voor uwen Priester belijden. Verdrijf van mij alle verkeerde vrees; geef mij een groot vertrouwen in den Priester, die uwe plaats bekleedt, opdat ik

-ocr page 155-

— 149 —

zonder de minste achterhouding alles bekenne wat ik meen te moeten zeggen of te antwoorden.

Jesus, Maria, Joseph, in uwe handen beveel ik op dit uur mijne ziel.

H. Bewaarengel, H. Dooppatroon, H. Patroon dezer Gemeente, staat mij bij ; onder uwe bescherming stel ik deze heilige Biecht.

Maak hier uwe intentie, om met deze Biecht «n Communie een of meer volle aflaten te verdienen. Herinner u welke aflaten gij verdienen kunt. Bijvoorbeeld :

1. Wegens het gehed: Zie mij hitr, o goede en allerzoetste Jesus... (dat ge nooit zult verzuimen na de H. Communie voor eene afbeelding van den gekruisten Zaligmaker te bidden). Toepasselijk aan de geloovige zielen.

2. Wegens uwe Brobdbrschappkn ; hetzij het een

dmg is, waaraan voor de ingeschrevenen een volle aflaat ia verbonden, hetzij gij een maandslijkschsn vollen aflaat verdienen kunt voor het getrouw nakomen der voorwaarden. Zie bladz. 88. ..

8. Wegens de Gbbbdbn, welke gij gewoon zijt bij uw Morgen- en Avondgebed te voegen, als aan het dagelijksüh-bidden van die gebeden een metandelijksche volle aflaat is verleend. Zie bladz. 88.

4. Wegens het gebed: De Engel des Heeren etn maan-delijksche volle aflaat. Zie bladz. 43.

5. Wegens het dagelijksch bidden van akten van geloof,, hoop en liefde een maandelijksche volle aflaat, toepasselijk a«n de geloovige zielen. Raccolta bladz. 20.

6. Wegens de Novbbn, die ge voor een Feest gehouden hebt of wegens andere tilels, bijv. op een uer v^f voornaamste Feestdagen der H. Maagd voor het dagelijksch bidden van de Litanie van O.-L.-V. van Lorette (Zie bladz. 40) of ala som» een volle aflaat in de kerk is afgekondigd, enz.

Ga even na, welke volle aflaten gij het zekerst kunt verdienen, omdat ge bijv. deze of gene oefening het trouwst hebt volbracht. Let er ook wel op of de aflaten toepasselijk aan de geloovige zielen zijn, gelijk kier en op bladz. 86 enz. is aangegeven. Maak daarna uwe intentie: volgender wijze;

-ocr page 156-

— 150 —

Ik wil met d* Bibcht sn Comcuir», wblks zk tookmb-

mkms bbn tb dobh, tbrdibmbn i

z. Wkgbns hbt gbbbd: Zit mij Mier, o goedé en alleruoeU

Ste JeSUS .... bbn vollbn avlaat voor ....

2. Wbgbns .... bbn vollbk aflaat voo* ....

En *00 Yoort, bIs ge meer volle aflaten wilt toepasiem.

Hier herhaamp;lt men in GocU tegenwoordigheid zijne Biecht. Men herinnert zich nog eens al datgene, wat men meent te moeten biechten, en met diewoorden#als men bepaald heeft alles aan a\\jn Biechtvader te verklaren. Daarna vernieuwt men zijn berouw door,naar gelang van tyd. eenige van de voorgaande Overdenkingen langKaam te herhalen. Men kiest daaruit datgene, wat bij de vroegere lezing het meest getroffen heeft, en men tracht in «ijne ziel de vernieuwde gevoelens van berouw en vertrouwen levendig te houden, totdat de beurt van biechten gekomen is. Heeft men niet veel tyd over, dan zhI men met een vurig en rouwmoedig hart bidden de volgende

Oefening van Berouw.

Mija keer en mijn God, ik verneder my yoor uwe oneindige majesteit. Ik heij myn geweten onderzocht; en zie, aan hoerele zonden berind ijk mij wederom plichtig! en hoerele misslagen zullen mij nog ontgaan zijn !

O myn God, het is mij leed uit den grond ran mijn hart zooveel kwaad reeds te hebben gedaan.

Ik heb tegen U geaondigd, mijn Vader in den hemel, die mij uit loutere goedheid geschapen hebt, die mij met zooveel weldaden overladen hebt. O goede Vader, wil mij myne ondankbaarheid vergeven.

Ik heb tegen U gezondigd, liefderijke Jesua, die voor mij zijt mensch geworden, die voor mij zijt gestorven aan het Kruis, ja, die ter liefde

-ocr page 157-

_ 151 —

T»ft mij uw aanbiddelijk Sacrament hebt ingesteld, om mijne ziel met uw allerheiligste Lichaam te Tooden. O hoe heb ik U, allerlieftte Jesus.ioo dikwijls kunnen bedroeTen ? O Jesus, barmhartigheid ! Vergeef mij al mijne ronden door de yerdiensten Tan uw goddelijk Bloed.

Mijn God en mijn zaligmaker, lie mijn hart ligt toot U open. Uwe genade heeft mij met droefheid OTer mijne zonden en met een groot Tertrouwen op uwe barmhartigheid TerTuld. Gij weet alles, o mijn God, gij weet het, dat het TTvij leed is ü Tergramd te hebben ; — Gij weet het, dat ik ü bemin, bemin uit geheel mijn hart, bemin boven alles wat in de wereld is, niet alleen, omdat Gij zoo goed zijt Toor mij, maar ook omdat Gij zijt het opperste goed in ü zeiven, schoon en beminnelijk, oneindig Ter boTen alle schepselen. Ik wenschte van ganscher harte, dat alle menschen U mochten kennen, U boven alles eeren, prijzen en beminnen. Ik maak het vaste voornemen voortaan getrouw uwe heilige geboden te onderhouden, en liever te aterTen dan U ooit door eene doodzonde te Tergrammen. O barmhartige Jesus, geef mij lt;lat ik door uwe genade in dit heilige Toor-nemen tot mijnen dood toe moge volharden! Amen.

-ocr page 158-

— 162 —

Herinner u deze punten wegens het biechten.

I. Om zich, wat de belijdenis betreft, in eene goede Btemming te brengen, verbeelde men zich, dat in den Biechtstoel niet een mensch, maar Jestts Christus ztlf gezeten is; want de Priester heeft zijne macht ontvangen van Jt-■us Christus; in den naam van Jesus moet hij den zondaar van zijne zonden ontslaan, en den zowdaar be-handelen met dezelfde liefde als Jeaus het doen zonde, di» hier op aarde met zooveel goedheid en liefde de zondaars opzocht, aansprak en hen in genade aannam. Is men daarvan doordrongen, dan zal men van zelf zich m den Biechtstoel begeven en zijne zonden belader.

L niet gevoelens van diepe ingetogenheid en nederigheid,van innige droefheid en herouio ; want wij zijn overtuigd van

onze schuld, en wij moeten verschijnen voor Jesns Christus, dien wij door onze zonden bedroefd hebben; —

II. met gevoelens van de grootste openhartigheid, zonder d# minste gedachte van iets te willen verzwijgen of be-bewimpelen ; want Jesus Christus is de alwetende God,, dien wij niet misleiden kunnen; —

III. met gevoelens van het grootête vertrouwen \\vr$i,YïiJWUB Christus is de goedheid en de liefde zelve. Derhalve zonder benauwdheid, zonder angst. Hebben wy geen vree» ▼an door den Biechtvader bekeven of onvriendelijk behandeld te worden ; want dat zal niet gebeuren. Komt by ons de gedachte op \'• »Wat zal de Biechtvader wel zeggen,. j,wat eml hij denken als ik dat biecht ?\'* — passen W^ dan op; want die gedachte komt niet van ons zeiven, nog minder van God ; maar houden wy die gedachte voor eene inblazing des duivels, om ons bevreesd te makea en tot eene onoprechte en kwade biecht te verleiden. En daarom, hooren wy die vreesaanjagende stem in ons binnenste, antwoorden wU dan: „Ga weg. Satan, ik zal dat xteél biechten en wel juist het eerste biechtenquot; Zijn wy Ter-zekerd, dat de Biechtvader, hoe groot en hoeveel kwaad Wij ook biechten, ons met het innigste medelijden, met de grootste vriendelijkheid en liefde zal hooren en toespreken, en zijn beet zal doen om ons te troostec. en on* vertrouwen op Gods barmhartigheid in te boezemen. Hebben wy ook geen vrees van iets te vergeten. Wy moes-tel by het onderzoek van geweten geen overdrevens-

-ocr page 159-

— 153 —

vr«es hebben van iets over te slaan; en nu gaan wij biechten, moeten wij kalme zorg, maar geen angstige vrees hebben van eenige zonde, die ons door het onderzoek bekend is geworden,in den Biechtstoel te vergeten. De goede God wil slechts, dat, als wij onze zonden biechten, wij met een goeden wil alles belijden, wat wy op dat ooynblik weten te moeten zeggen. Vergeten wij iets, dat gebeurt zoo licht, al wa« het in onze verbeelding nog zoo groote zonde, dat is niets. Wanneer wij op het oogenblik, dat we biechten, maar niet vrijwillig ver-zwijgen of merkelijk verkleinen iets wat we meenento moeten zeggen, dan is de Biecht zeker goed. Hebben wij iets te goeder trouw vergeten, dat wij meenden te moeten biechten, of hebben wij ons merkelijk vergist, dan biechten wij dat bij of herstellen onze vergissing. Is het vergetene of de vergissing niet merkelijk, dan gaan wij daarvoor niet terug. Zoo dan, voor eene goede Biecht is alleen noodig een goede wil: die inderdaad eent goede Biecht wil spveTcen, kan volkomen gerust wezen, dat mijne Biecht goed zal zijn,

2. Is onze beurt gekomen van te biechten, dan staan w\\j op, en wy verzoeken de H. Maagd en den H. Joseph en onze HH. Beschermers ons naar den Biechtstoel te geleiden en ons te helpen in dat gewichtig oogenblik. Ingetogen, bedaard gaan wij den Biechtstoel binnen, en, neerknielende voor den Priester, verbeelden wy, dat diar Jesus Christus zelf voor ons gezeten is, de barmhartige Jesus, de vriend der zondaren, die uit liefde voor de zondaren gestorven is; —- dat de H.Maagd, onze allerliefste Moeder, daar staat aan onze rechterhand; de H. Joseph, de goede leidsman der jeugd, aan onze linkerhand; onze H. Engel, onze H. Dooppatroon en de H. Patroon der Parochie achter ens. \'t Zij allen onze eerste en beste Vrienden, die het meeste belang stellen in ons geluk; zij staan d^ó-r om voor ons te bidden en eng te helpen; zouden wij dan niet vertrouwen ? Zij verwachten van ons eene goede oprechte Biecht; zouden wij hen niet willen verblijden? Twijfelen wy niet, zy zullen nog blijder zijn dan wij, zoo wij hetgeluk hebben van eene goede Bieckt te doen.

3. Wanneer de Priester den zegen gegeven heeft,begint men de Voorbiecht. Men belijdt voorts zijne zonden. Men ■preekt zachtjes, maar duidelijk; niet haastig, maar bedaard; niet op een vertellenden toon, maar met den toon van iemand aie zich zei ven beschuldigt en zijne schuld

-ocr page 160-

— 154 —

gevoelt. Men luistert eerbiedig en aandacbtisr naar de Tragen en vermaningen des Biechtvaders. Heeft men niet goed verstaan, dan geeft men dat te kennen. Ook luistert men goed naar de penitentie, welke de Biechtvader oplegt; of men vraagt er naar, wanneer ze verf e-ten wordt of niet goed begrepen is. Bij de H. Absolutie des Priesters, bidt men zeer langzaam en eerbiedig, zoo oprecht mogelijk, eene gewone akte van berouw. Heeft d« Priester geëindigd, dan staat men op, en begeeft men zi«b even ingetogen en bedaard naar zijne plaats.

4. Van zijne ieugd af leere men ordelijk biechten.Eene ordelijke Biecht bestaat uit vier of vijf punten ; welke zUn :

I. De Voorbiecht.

II. Opgaaf van tijd, sedert de laatste Biecht verstreken, door te zeggen . .. zooveel weken geleden; of met het Feest wan ... of den eooveelsten van die maand.

in. De zonden biechten, die men sedert gedaan heeft.

.IV. Als men aan geene merkelijke zonde zich pilch-tig bevindt, zich nogmamls beschuldigen van een 01meer zonden uit het vorige leven, en wel van die zonden, «rtior-•ver men het meeste berouw heeft. En dat is licht te doen; Want het il niet noodig getal of bijzondere omstandigheden hier by te voegen. Als de Biechtvader u eens heeft geholpen wat en hoe ge uit het vorige leven kunt biechten, onthoud dat, en doe het zóó voortaan; maar vergeet niet vóór de Biecht aan die zonden te denken en er een oprecht berouw over te verwekken.

V. De Nabiecht

Ziehier de woorden, waarmede men elk der vijf punten begint:

Ik belijde mijne schuld ...

Mijne laatste Biecht is geweest..,

ïk beschuldig mij, dat ik,,,

Eh ik beschuldig mij nog van alle Bonden, die ik vreeger tegen de deugd van .., gedaan heb.

Van deze en al mijne zonden ...

5. Men gewenne zich den Priester t» niet aan te spreken als buiten den Biechtstoel, en dus niet têl-këns te zeggen : Mijnheer of mijnheer Pastoor of mijnheer Kapelaan; — maar altijd VADER, gelijk men in de Vtor-biecht begonnen is: en u, Vader.

i. Na de Biecht laat men niet aanstonds z\\jnegedachten gaan over hetgeen men in den Biechtstoel gezegd en gehoord heeft. Valt ons in, dat we iets vergeten

-ocr page 161-

— 155 —

hebben, zonder onderzoek «etUn wij (l»t op zijds tot l»ter. Ons ««rate werk na de Biecht is one in God ta Terblijden en Hsm voor zijne barmhartigheid t« danken Zijn wij in staat dat met eigene woorden ta do«n, dan ie dia dankzegging de beste : wijl z\\] dei te zekerder uil het hart voortkomt. Vervolgens hernieuwe men lijn» goede voornemens, om 6od g«trouw«r te dienen.

Gebed kort voor de beurt van biechten.

Ik zal opslaan en tot mijnen Vader gaan. Vader, ontvang in genade uw ondankbaar kind, dat rol berouw met een groot vertrouwen tot U terugkomt.

Jesus, mijn barmhartige Verlosier, wees mij, zondaar, genadig. Gij alleen kunt mijne nel xui-Teren ; wasch mij van mijne zonden in uw goddelijk Bloed.

H. Maria, H. Joseph, neemt mij bij de hand en brengt mij tot Jasus. HH. Beschermers, geleidt mij, bidt voor mij, staat mij bij.

Dankzegging na de Biecht.

O barmhartige God, ik dank U voor uwe onuitsprekelijke goedheid. In de stem des Priesters heb ik de stem uwer barmhartigheid gehoord. Ja, Gij hebt mij mijne zonden vergeren; Gij hebt uw weerspannig kind in genade aangenomen; ik ben een van uw meest geliefde kinderen geworden. Nu durf ik met veel meer vertrouwen U mijn Vader noemen. O mijn Vader, die in de hemelen z|jt, Gij bemint mij en

-ocr page 162-

— 156 —

ik bemin U. O, hoe voel ik mij nu gelukkig Mijne ziel ig ontheven van den laat der zonden, die jnij bevreesd maakten voor uwe gerechtigheid. Nu gevoel ik mij gansch verlicht en getroost, opgeruimd en blijde. Ik ben met U verzoend ; ik mag opzien naar den schoonen hemel als het mij toekomend erfdeel. Moeit ik nu op dit oogenblik sterven, gerust zou ik den dood «fvrachten ; des te spoediger, o mijn Grod, zou ik bij ü zijn in den hemel. En dien zoeten vrede des gemoeds, dat vertrouwen, dat geluk heb ik alleen aan uwe barmhartigheid, o mijn Jesus, mijn Zaligmaker, alleen aan uw# oneindige verdiensten te danken. Is mijne ziel nu rein en zuiver geworden, \'t i», omdat zij gew isschen is in uw heilig Bloed. Ik betuig U Jan ook, allerliefste Jesus, mijn innigsten dank voor het geluk dezer heilige Biecht; zij is het werk uwer genade. Moge ik immer U daarvoor dankbaar blijven !

O. H. Maria, ik dank ook u voor uwen machtigen bijstand : gij hebt, lieve Moeder, voor uw weerspannig kind gesproken, en uw woord heeft uw kind gered. Nu is uw kind gelukkig, en daarvcor is het u dankbaar.

H. Joseph, H. Engel, HH. Patronen, ik dank u ook voor uwe voorspraak en voor uwe liefderijke zorgen. Ben ik nu gelukkig, \'t it niet tonder uwe fusichenkomst. Zijt in eeuwigheid daarvoor geprezen. Amen.

-ocr page 163-

— 157 —

Hernieuv/ing van het goede voornemen-

In tegen\' oordigheid van uwe aanbiddelijke majesteit, o H. Drievuldigheid, wil ik mijne gemankte voornemens hernieuwen ; en tot mijne getuigen verkies ik de heilige Maagd Maria, mijne Moeder, — den H. Joseph, mijn leidsman,— mijn H. Engel, die mij bewaart, — mijn H. Pooppatroon en den H. Patroon dezer Gemeente. Ik neem het vastelijk voor, o mijn God, ik wil ü niet meer door de zonde beleedigen : — God de Vader, die mij geschapen hebt, ik wil U ge-hoorzamen ; — God de Zoon, die voor mij zijt mensch geworden en gestorven, Jesus Christui, mijn zoete Verlosser, ik wil U beminnen ; — God de H. Geest, die mij heiligmaakt, ik wil U niet meer bedroeven. Ik zal de zonde schuwen, de gevaarlijke gelegenheden vermijden, mijne booze neigingen bevechten ; ik wil de deugd beoefenen, ik wil ijverig zijn in mijne godsdien-ste plichten, eerbiedig in de kerk, vooral onder de H. Mis en het H. Lof, — gehoorzaam jegens mijne Ouders en Oversten, — eendrachtig en toegevend met mijne Broeders en Zusters, -— vriendelijk en minzaam met mijne makkers, — zedig in mijne handelingen, overal uwe goddelijke tegenwoordigheid gedenkende. En ik zal dit «lies doen, o mijn God, om TJ te behagen, om

-ocr page 164-

— 158 —

mij dankbaar te toonen en U mijne wederliefde te betuigen ; — ik zal het doen, om mijnen Ouders eenigen troost en genoegen te geven voor hunne liefderijke zorgen ; — ik zal het doen, om mij zelven voor tijd en eeuwigheid gelukkig te maken. Maar, barmhartige God, ik heb mijne zwakheid en mijne boosheid leeren kennen; ik kan in mijne voornemens niet standvastig blijven zonder den bijstand uwer genade. O steun mij dan door uwe hulp ; verlicht mijn verstand, om de gevaren der zonden bijtijds te kennen ; voorkom door uwen goeden raad mijne onervarenheid en onbezonnenheid ; herinner mij dikwijls al deze goede voornemens en geef mij kracht tegen uwe en mijne vijanden, opdat ik door ü de inblazing des duivels, de verleiding der wereld en mijne eigene booze hartstochten overwinne. ü zal ik daarvoor glorie geven hier en in de eeuwigheid. Amen.

Onze Vader. — Weesgegroet.

Wit da gesprokene Biecht betreft:

1. Herinnert men cich iets te hebben vergeten, en is het niet van «root belang, dan laatmendatzoo, en men gaat niet lerng ; — komt het ons echter gewichtig voor, en heeft mem hu, terwijl men in de kerk is, nog eens gepaste celegenheid, dan zal men aanstonds het verge-tene bijbieohten of zijne vergissing herstellen; anders stelt men uit en washt men, zonder vrees ofbekomme-ring, eene betere gelegenheid af. Zoo ook, komt later nog iets in het geheugen, dat men gaarne zoude biechten, men biecht dat te gelegener tijd. Hebben wUgt; na een gepast gewetensonderzoek, in den Biechtstoel oprecht en rouwmoedig gezegd, wat we meenden te moeten zeggen, dan is o*ze Biecht niet zoodig, niet heiligschennend geweest. Dit zij by gevolg een vaste regel:

-ocr page 165-

— 159 —

hebben wij den oprechten toil gehad om goed te biechten, dan moeten wy ons niet ongerust maken om hetgeen ons soms na quot;e Biecht in het geheugen komt; dan zün meestal dergelijke gedachten, welke ons over de Biecht eenige bekommering verwekken, bekoringen des duivels, die, door onrust in ons geweten te brengen, onze godvruchtige voorbereiding tot de H. Commnnïe tracht te storen.

2. Men herinrert zich de vermaningen e* waarschuwingen des Biwchtvaders, en men maakt het vooi\'Memen die to onthoud\' ii eu na te komen.

3. Men herinnert zich de opgelegde penitentie en men maakt het voornemen die nauwkeurig op tijd te volbrengen. Is er geen tijd bepaald, dan volbrenge man aanstonds, wat men gevoegelijk daarvan nu nog volbrengen kan. Heeft men zijne penitentie niet verstaan of vergeten, dan gaat men in den Biechtstoel terug, om ze te vragf \\

4. Men verlaat de kerk dankbaar en blijde ; maar men zorgl dat die blijdschap niet uitgelaten zij. Men heeft wel ledtn, om opgeruimd en blijde te zijn, en iedereen mag dat gerust kunnen zien; doch door ingetogenheid moet de godvruchtige stemming bewaard worden, die door luidruchtigheid zou verloren gaan. Men zij nu vooral op zijne hoede, om zich voor alle kwaad, ook het minste, te wachten, opdat ons hart met Gods genade nu zuiver blijve. Ja, wij moeten ons best doen om onshart nog steeds meer te reinigen en aan God behaaglijker te maken, door dikwijls een akte van berouw en van liefde te verwekken, door dikwijls tot Jesus Christus om zijne genade te verzuchten.

Sluitgebed-

Ik vertrouw, barmhartige Jesus, dat mijn hart mi voldoende gezuiverd is, om U in uw H. Sacrament te mogen ontvangen. Help mij nu, minnelijke Jesus, mijn hart zuiver bewaren van alle zovele, ook van de minste. Reinig my nog meor eu meer van de overgeblevene vlekken, en versier mijn hart met die deugden.

-ocr page 166-

— 160 —

welke U het meest behagen. Het gelukkige uur is nabij, dat ik U wederom in de H. Communie zal mogen ontvangen. Moge ik des te nauwer op mij zeiven letten en mijnen ijver verdubbelen ! Moge ik mij godsdienstig, gehoorzaam, matig, ingetogen en zedig gedragen! Moge ik veel aan U denken, allerminnelijkste Jesus, en onverschillig zijn voor al het overige! Help mij, zoete Jesus; bereid mijn hart; vul aan wat mij ontbreekt; ik ben gansch afhankelijk van uwe goedheid. Daarom zal ik dikwijls tot U verzuchten; Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek alleen een woord, en mijne ziel zal gezond worden. Amen.

Onze Vader. Wees gegroet.

*Ieder oogenblik zij het allerheiligst 3n al— lergoddelijkst Sacrament geloofd en gedaakt.

Geloofd zij Jesus Christus!

In eeuwigheid. Amen.

-ocr page 167-

OEFENINGEN, OM ZICH NADER VOOR TE BEREIDEN TOT DE H. COMMUNIE.

(TV lezen den avond voor den Communiedag.)

Opmerking. Al het bklden der vorige dagen, al uwe zorg voor eene goede, heilige Biecht was voorbereiding tot eene heilige Communie. Maar nu, na uwe Biecht met de bpsle meening gesproken te hebben, zult gij meer bepaald en uitsluitend aan het geluk uwer H. Communie denken. Wees nog meer ingetogen, trek geest en hart af van het wereldsche/waak nauwlettend over uwe zinnen, vooral over uwe oogen, en, naar gelang gij den tijd kunt vinden {di# wil, kan veel), zult gij \'a avonds eene godvruchtige lezing doen uit de volgende Oefeningen, om geest en hart met die gedachten en met die gevoelens te vervullen, welke aan Jesus Christus zeer aangenaam en voor u zeer voordeelig zullen zijn. Jesus Christus weet, dat gij morgen op dat uur tot Hem zult komen, om Hem in de H. Communie te ontvangen. Hij weet dat niet alleen, maar Hü verlangt dat ook. Hij denkt gedurig aan u en uw geluk. En gij, gij zoudt aau Hem niet denken ? u onvergchillig toonen ? ... Hoe aangenaam zal het voor Hem zijn, als gij ook verlangende zijt, als gij veel aan Hem denkt, om naar uw vermogen het seheim zijner oneindige liefde te overwegen. Daarenboven : hoe bater gij zijt voorbereid, hoe meer genade gü door de H. Communie zult ontvangen; hoe meer gij het wereldsche uit uw hart verwijdert, hoe meer plaats er in n zal zijn voor het hemelsohe; hoe meer gij voor Jesus Christus overhebt, hoe meer Hij voor u zal overhebben : boe meer honger gij gevoelt naar die godde-

11

-ocr page 168-

— 162 —

lijke spijze, hoe meer smaak en kracht gij er in zult vinden ; want het hehaagt den barmhartigen God da hongerigen met goederen te vervullen. Lees dan aandachtig en godvrnchtiE eenige der volgende Oefeningen.

Verffeet nift uit den Lbvemsregkl blad2. 12 van .V. 6 tot X. 12 te lezen en te onderhouden.

Opwekking tot geloof.

Wie is tegenwoordig in het H. Sacrament des Altaars ? Het heilig Geloof antwoordt: Jesus Christus zelf, met Ziel en Lichaam, met Godheid en Menschheid, gelijk Hij verheerlijkt in den hemel is. Wat vóór de H. Consecratie eenvoudig brood en wijn was, is door de H. Consecratie wezenlijk veranderd in het Lichaam en Bloed van Jesus Christus; zoodat er na de Consecratie geen brood of wijn meer ii. Onder elke gedaante is Christus geheel tegenwoordig: onder de gedaante van brood met zijn Lichaam ook siju Bloed, en onder de gedaante van wijn met lijn Bloed ook zijn Lichaam, en onder elke gedaante ook zijne Ziel; want Christus, eens gestorven en verrezen, sterft niet meer: zijne Ziel kan niet van zijn Lichaam, zijn Bloed niet van zijn Vleesch gescheiden worden. Daarom ook, zoo de gedaante van brood of wijn wordt gedeeld, dan is Christus geheel onder elk deel tegenwoordig. En omdat in Jesus Christus is één persoon, de goddelijke Persoon, de tweede Persoon der H. Drievuldigheid; en twee naturen, de goddelijke en de menschelijke natuur; eens en voor

-ocr page 169-

— 163 —

altijd onafscheidelijk met elkander vereenigd, daarom is in het H. Sacrament des Altaars ook do Godheid met de Menschheid, van Jesus Christus tegenwoordig. Jesus Christus, God en Mensch, gansch en al, gelijk Hij verheerlijkt in den hemel zit aan de rechterhand van God den Vader, is waarachtig tegenwoordig in het allerheiligste Sacrament; maar onzichtbaar voor onze lichamelijke oogen.

Dat gelooven wij ; waarop steunt ons geloof? Op het onfeilbaar woord van Jesus Christus, die op den avond voor zijn lijden dit aanbiddelijk Sacrament heeft ingesteld. Hij heeft brood in zijne heilige handen genomen, dat gezegend en zijne Apostelen aangeboden, zeggende : «dit //is mijn Lichaam.quot; En eveneens den kelk nemende, die met wijn gevuld was, zegende Hij dien en gaf hem aan zijne Apostelen, zeggende : //dit is mijn Bloid.quot; Jesus Christus, God en Mensch, de eeuwige waarheid zelve, verzekerde, dat wat Hij gaf, zijn Lichnsm en zijn Bloed wa»; wie zal het niet gelooven ? «Doet dit //te mijner gedachtenis,quot; voegde Jesus er bij, en zoo schonk Hij aan de Apostelen en in hen aan alle Priesters van het Nieuwe Verbond de macht, om, gelijk Bij gedaan had, brood en wijn te veranderen in zijn goddelijk Lichaam en Bloed. Zóó heeft de H. Kerk het door alle eeuwen heen geleerd.

En wat volgt nu uit ons geloof aan de waar-

-ocr page 170-

— 164 —

achtige tegenwoordigheid van Jesus Christus in het allerheiligste Sacrament?

Dat wij het H. Sacrament overal en altijd den hoogsten eerbied moeten bewijzen ; want het H. Sacrament is JesusChristus zelf, onze Schepper en Verlosser. Onze Engelen, wanneer zij met ons in de kerk komon, waar het H. Sacrament in het Tabernakel rust, vereeren het Sacrament met deuzelfclen eerbied, waarmede de Engelen in den hemel Jesu» Christus in de hoogste heerlijkheid aanbidden ; en waarom ? Omdat in den hemel en in het Tabernakel dezelfde Jesus Christus is. O, mochten wij onze heilige Engelen in hunnen eerbied navolgen! Hoe eerbiedig zouden wij ons gedragen onder de H. Mi», vooral onder en na de H. Consecratie ; onder het H. Lof; ja, zoolang wij ons in eene kerk of kapel bevinden, waar het aanbiddelijk Sacrament aanwezig is, geborgsn in het Tabernakel, waarvoor de Godslamp Jesus ter eere en ons ter herinnering altijd branden blijft 1 Zelfs als wij eene katholieke kerk voorbijkosien of in de verte slechts eene katholieke kerk zien, dan moeten wij reeds tot eerbied gestemd worden ; want in die kerk woont Jesus Christus als in zijn paleis en van uit die kerk ziet Hij ons. Hoe aangenaam voor Hem, al» wij dan ook aan Hem denken en Hem den eerbiedigen groet toeetie-ren: nGeloofd zij Jesus Christus!quot;

-ocr page 171-

AKTE VAN GELOOF.

O mijn allerzoetste Jesus, ik geloof, dat Gij wezenlijk tegenwoordig zijt in het allerheiligste Sacrament. Ik erken en aanbid U diiar als mijn God, als mijn Schepper : Gij hebt hemel en aarde geschapen; Gij regeert en bestiert door uwe voorzienigheid al het geschapene; Gij zijt Heer en Meester van al wat bestaat; — Gij zijt ook mijn Schepper, mijn Heer, mijn God. Ik erken en aanbid ü ook als den Verlosser en Zaligmaker der menschen : Gij hebt de menschelijke ratuur aangenomen ; dezelfde zijt Gij, die voor de zaligheid der menschen aan het schandelijk Kruis zijt gestorven. Hetzelfde Lichaam, dat aan het Kruis gehangen heeft; hetzelfde Bloed, dat Gij aan ket Kruis gestort hebt, vereer en aanbid ik in het H. Sacrament. Gij zijt ook mijn Vetlosser; mijn Zaligmaker, dezelfde, die in den hemel verheerlijkt wordt en mij dien hemel geopend en beloofd hebt. Ik geloof uwe wezenlijke tegenwoordigheid in uw H. Sacrament tegen de getuigenis van mijne zintuigen ; tegen alle opwerpingen mijner rede ; ik geloof zonder den minsten i twijfel, afgaande op uw onfeilbaar woord. Ik heb dat leerstuk geloofd, zoo spoedig als mijn verstand bekwaam was dat te gelooven ; maar helaas I ik heb mijn geloof niet altijd door mijnen eerbied voor uwe aanbiddelijke tegenwoordigheid getoond. Aan hoevele oneerbiedig-

-ocr page 172-

— 166 —

heden jegens uw H. Sacrament ben ik schuldig ? onder de H. Mis ? onder het H. Lof? op andere tijden ? Kwam ik in de kerk, dan diende ik mij te herinneren, dat Gij, mijn Jesus, daar in persoon tegenwoordig zijt ia uw H. Sacrament; maar ik vergat het zoo dikwijls ; en wat heb ik gedaan ? ... Gij hebt alles gezien, en Gij hebt nog gezwegen!.. O minnelijkste Jesus, ik Traag U ootmoedig om vergiffenis. Het spijt mij U zoo dikwijls door mijne oneerbiedigheden bedroefd te hebben. Voortaan zal ik mij steeds eerbiedig toonen voor uw heilig aanschijn, vooral wanneer Gij in de H. Mis tegenwoordig komt op het Altaar of Gij ter aanbidding wordt uitgesteld. Doch, minnelijke Verlosser, Gij kent mijne lichtzinnigheid ; help mijn geheugen ; herinner mij, wanneer ik in de kerk kom, dat Gij daar zijt en wie Gij zijt, opdat ik, te zamen met mijm goeden Engel, U de eer geve, die TJ toekomt, en ü als mijn God en Zaligmaker vereere en aanbidda. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

♦Ieder oogenblik zij het allerheiligst en al-lergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

Opwekking tot dankbaarheid-

Het allerheiligste Sacrament wordt terecht Eucharistie genaamd; wat beteekent eene goede

-ocr page 173-

_ 167 —

gave of genade. Kan de almaclitige God ons uitstekender gave of genade doen ? Het geschenk is zoo groot als God zelf; want door het H. Sacrament bezitten wij Jesus Christus, die God is; wij bezitten den uitdeeler van alle goede garen, de onuitputtelijke bron van alle genaden. In onze kerken hebben wij den waren Emmanuel, die voor eeuwen door God aan de aarde beloofd was j want Emmanuel beteekent God met om. God is in waarheid met ons; Jesus Christus is in onze kerken dag en nacht; daar kunnen wij Hem vinden, Hem aanbidden. Hem raad en troost en sterkte vragen. Welke dankbaarheid zijn wij den minnelijken Jesus voor het onwaardeerbaar geschenk van zijn aanbiddelijk Sacrament dan schuldig I Als een Vader te midden zijner geliefde kinderen, zóó wil Hij met ons wonen : mochten wij Hem ook als dankbare kinderen immer in zijn H. Sacrament vereeren 1

Behalve het voortdurend gezelschap van Jesus bezitten wij nog in het allerheiligste Sacrament het onbloedige Sacrificie van de Nieuwe quot;Wet. Gelijk Jesus Christus zich zeiven eenmaal aan het Kruis op eene bloedige wijze heeft opgedragen aan zijnen hemelschen Vader, zoo doet Jesus Christus dit nog op eene onbloedige wijze in elke H. Mis. De H. Mis toch is het onbevlekte Offer van het Lichaam en Bloed van Jesus Christus, die zich door de tusschenkomst desPriet-ters aan zijn hemelschen Vader opoffert. Als ie-

-ocr page 174-

— 168 —

der jaar maar ééns en slechts op ééne plaats do H. Mig mocht geschieden, hoe dankbaar zouden wij ouzen minnelijken Zaligmaker voor die wld-zame herhaling van het goddelijk Offer zijn# Lichaams en Bloeds moeten wezen! Maar hoe groot moet dan onze dankbaarheid zijn, nu duizenden Priesters OTer de gansche aarde verspreid, eiken dag het allerheiligste Misoffer opdragen, en wij dagelijks daarbij mogen tegenwoordig zijn f Mochten wij onder elke H, Mis bij de H. (Consecratie denkei, gelijk het in waarheid is: wat op den Cslyarieberg gebeurde, geschiedt nu hier op het Altaar; Jesus Christus offert zijn goddelijk Lichaam en Bloed aan zijn hemelschen Vader, om Hem voor ons op de volmaaktste wijze te rer-eeren. Hem voor ons te danken. Hem voor ons te voldoen, Hem voor ons alle zegeningen af te smeeken I Welk een dankbare eerbied zou ons op dat oogenblik bezielen!

Dit is nog niet alles. Waartoe moet die kostelijke gave van Jesus\' Lichaam en Bloed nog dienen P Tot spijs en drank van onze ziel. vEet,quot; heeft Jesus Christus gezegd, dit it mijn Lich~ „aam; — Drinkt, dit i» mijn Bloed. Voortvaar, Ik zeg m, zoo gij het vleetch van den nZoon de* mensehen met eet en tijn Bloed niet „drinkt, zult gij het leven in « niet heblen. „Die mijn Vleetch eet en mijn Bloed drinkt, „heejt het eeuwig leven, en Ik zal hem opicek-n^en ten jongtte dage. Want mijn Vleetch it

-ocr page 175-

— 169 —

«waarlijk spijs en myn Bloed is waarlijk „drank.quot; Aanbidden wij de onbegrijpelijke ba-schikking van Jesus\' oneindige liefde. De minnelijke Zaligmaker vermenigvuldigt zich millioo-nen en millioenen malen, om zoovele zielen met zijn goddelijk Vleesch en Bloed te spijzigen! En zie, mij roept Hij ook; niet lang meer en ik zal wederom aanzitten aan zijn aanbiddelijk Feestmaal, ook ik zal wederom op mijne tong ontvangen zijn goddelijk Vleesch en Bloed. Ach, mijn zoete Jesus, hoe zal ik ü danken!

akte van dankbaasheid.

O allerminnelijkste Jesus, hoeveel wonderen van goedheid hebt Gij in uw aanbiddelijk Sacrament vereenigd ! O God mijns harten, hoe dickt heb ik U bij mij! Ik weet waar ik U vinden kan, U spreken kan. Gij woont in onze kerk; dag en nacht verblijft Gij daar. Van dtór riet Gij mij overal en altijd, om over mij te waken. Motht ik dikwijls door den dag, al ben ik buiten de kerk, mijne oogen en mijn hart dankbaar tot U richten in uw H. Sacrament! Vooral wil ik het mij tot eene gewoonte maken, wanneer ik te huis mijn Morgen- en Avondgebed zal doen, mij tot ü te keeren, tot uwe heilige woonplaats. En ook wil ik mij gewoon maken, zoo dikwijls ik in de kerk kom of de kerk verlaat, uit dankbaarheid dit kort gebed te spreken;

•Ieder oogenblik zij het allerheiligst en al-

-ocr page 176-

— 170 —

lergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

Help mij, minnelijke Jesus, om het niet te vergeten. Mijn eerste en laatste groet zij immer:

*Ieder oogenblik zij het allerheiligst en al-lergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

Ik dank U ook, dierbare Verlosser, voor de buitengewone genade van 200 dikwijls het H. Misoffer te mogen bijwonen. Ik ben overtuigd, dat het eene groote gunst is bij het allerheiligste Offer van uw goddelijk Lichaam en Bloed tegenwoordig te zijn. Mochte ik, door uwe goddelijke genade geholpen, deze overtuiging bewaren, en mijne dankbaarheid U blijven toonen, door steeds gaarne naamp;r de H. Mis te gaan en door met aan» dacht en eerbied daarbij tegenwoordig te wezen I Eindelijk, allerliefste Jesus, hoe zal ik U danken voor het overgroote geluk, dat Gij mij bereid hebt in de H, Communie. Ik zie het, mijn zoete Verlosser, Gij wilt mij gelukkig maken ten koste van U zeiven; Gij wilt, dat ik uw goddelijk Vleesch en Bloed zal ontvangen, ja her» haaldelijk ontvangen tot voedsel mijner ziel. Gij wilt wederom tot mij komen en U geheel en al aan mij geven. O minnelijke Zaligmaker. w«t xal ik nu reeds doen, om U mijnen dank te betuigen? Ziedaar, ik geef U geheel mijn hart. Ik cal uit dankbaarheid mijn ijver verdubbelen, om mijne ziel zoo waardig mogelijk tot uwe komst voor te bereiden. Help mij, zoete Jesus, door uwe genade. Am«n.

-ocr page 177-

— 171 —

Onze Vader. — Wees gegroet.

•Ieder oogenblik rij het allerheiligst en al-lergoddelijkst Sacrameat geloofd en gedankt.

3. Opwekking tot ootmoedigheid.

Toen de H. Maagd Maria, na de boodschap des Engels, het huis van hare nicht Elisabeth binnentrad, riep deie vol verwondering uit: „Vanwaar geichiedt mij dit t dat de Moeder mijnt „Eeeren tot mij komt!quot; — O die heilige vrouw, lij kende zich onwaardig de allerheiligste Moeder Godi in hare woning te ontvangen. Wat moet ik dan nu reeds denken en gevoelen, nu ik weet, dat niet de Moeder van God, maar God zelf, Jesus Christus in persoon, niet ons huis, maar mijn lichaam en mijne ziel zal binnentreden door de H. Communie ? Moet ik, overtuigd van mijne onwaardigheid, niet van Ter-bazing uitroepen : o mijn God, mijn Zaligmaker, vanwaar geschiedt mij dit, dat Gij zelf met uwe Godheid en Menschheid tot mij, in mij wilt komen? Wie zijt Gij, en wie ben ik ?

Jesus kwam naar de Jordaan tot den H. Joannes, en wilde door hem gedoopt worden ten teeken, dat Hij met de zonden ook de boete voor de zonden der wereld op zich nam; maar Joannes, zijn God en Zaligmaker erkennende, riep in \'t besef van zijne onwaardigheid met ver-

-ocr page 178-

— 172 —

wondering uit: „Ik moet door U gedoopt war— „den, en Gij komt tot mij ?quot;

Bij het laatste avondmaal, vóór de instelling Tan het allerheiligite Sacrament, stond Jesus op, nam een linnen doek en goot water in een bekken. Maar wanneer de Zaligmaker tot Petrus kwam en zich gereed maakte, om hem de voeten te wasschen, stelde zich deze verschrikt daar tegen. „Heer !quot; riep hij uit, „Gij mij de voeten „tcattchen? Gij zult mij de voeten niet wanchen, „mi eeuwigheid /quot;

Ziedaar twee groote dienaren Gods, door God zeiven gekozen om de hoogste ambten bij Jesun te vervullen, de een als zijn Voorlooper, om den weg voor Jesus te bereiden, de ander als het Hoofd der Apostelen, om Jesus\' plaats te bekleeden en zijne Kerk te bestieren. En toch zij beiden ontstellen bij den voorslag van Jesus; zij weigeren de eer, die Jesus hun wilde aandoen; zóó innig waren zij van hunne onwaardigheid overtuigd. Petrus erkende zich onwaardig in het gezelschap Tan Jesus te wezen. „Heerquot; zoo bad hij bij een andere gelegenheid, \')BaB ! want ik ben een zondig mentchquot; En de H. Joannes, wat erkende dezeP „Ik hen waardigquot; zeide hij, „voer Rem (Jesut) ^neervallende de riemen zijner tchoenen tt ont-„btnden.quot;

Ach, als die twee groote dienaren Gods zóó dachten, hoe diep moeten wij dan onze onwaar*

-ocr page 179-

— 178 —

digheid gevoelen! Wie ben ik toch vergeleken bij hen ? Hoe klein hoe ellendig ben ik, die daarenboven den goeden God zoo dikwijls be-leedigd heb ! En niettemin wil de liefderijke Jesus mij met de grootste eerbewijzingen overladen; Hij roept mij tot zijn Feestmaal, om mij te spijzigen met zijn goddelijk Vleesch en Bloed. Ach, moet ik niet ontstellen, niet schrikken bij deze gedachte ? Wat zal ik doen ? Ik zal dikwijls in ge-moede de betuiging mijner onwaardigheid herhalen met de schoone woorden van den ge-loovigen Hoofdman des Evangelies: Heer, ik hen niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak.

Deze Hoofdman of Kapitein had een kneeht, die op sterven lag en van wien hij veel hield. Hij had gehoord van Jesus\' wonderbare genezingen en erkende daarin zijne goddelijke macht. Wat doet Hij ? Hij zendt de aauzienlijksten der stad tot Jesus, om de genezing van zijn knecht te verzoeken. Jesus gaat met hen mede. Doch als nu de Hoofdman hoorde, dat Jesus daar aankwam, zond hij van zijne vrienden tot Hem, zeggende : „Heer, neem de moeite niet ; want „ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn „dak. Daarom heb ik ook mij zeiven niet waardig geacht, om tot U te komen; maar spreek „alleen een woord en mijn knecht zal gezond wor-„den.quot; Jesus prees zeer zulk een diep ootmoedig geloof, en de knecht is op hetzelfde uur gezond geworden. En de H. Kerk heeft de nede-

-ocr page 180-

— 174 —

rige betuiging van den geloovigen Hoefdman als de schoonste akte van ootmoedigheid vóór de H. Communie aanbevolen Zij heeft voorgeschreven aan de Piiesters, vóór de H. Communie in de H, Mis en ook vóór het uitreiken der H. Communie aan de geloovigen, altijd driemaal het nederige gezegde des Hoofdmans te herhalen , om Priesters en geloovigen alzoo tot diepe ootmoedigheid op te wekker. Daarom zal ik, met de gedachte aan de H. Communie, die ik ga ontvangen, dikwijls uit innige overtuiging tot Jesus verzuchten: Heer, ik len nirt waardig ^ dat Gij leomt onder mijn dak ; maar spreek alleen, een woord, en mijne ziel zal gezond worden.

AKTE VAN OOTMOEDIGHEID.

O minnelijke Jesus, met hoeveel waarheid mag ik uitroepen: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dok ?

Alle priesteis irtittigen itr deH. Miruw god-__

delijk Lichaam en Bloed; maar zij, ofschoon door de heilige zalving geheiligd, zuchten eerst driemaal tot TJ, rouwmoedig op hunne borst kloppende: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak. Eveneens leggen de Bisschoppen, de Prinsen der Kerk, vóór hunne H. Communie driemaal de verklaring af van hunne onwaardigheid. Ja, zelfs uw Stedehouder, het Hoofd der Kerk, onze H. Vader, de Paus, hij

-ocr page 181-

— 175 —

slaat op zijne borst en betuigt het ook uit het het diepste zijns harten driemaal: Heer, ik ben niet waardig. En ach, lieve Jesus, wat ben ik, ellendig kind, vergeleken bij een Priester, bij een Bisschop, bij den Paus, uw Plaatsbekleeder op aarde ? En toch in de H. Communie zal ik niets minder ontvangen dan uwe gezalfde Dienaren, te weten : uw zelfde goddelijk Lichaam en Bloed. Met hoeveel recht moet ik mij dan niet voor U vernederen, op mijne borst slaan en roepen en zuchten : Heer, ik ben niet waardig ?

Neen, Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak. Ik heb het te duidelijk gezien door het onderzoek van mijn geweten, door mijne belijdenis voor den Priester. O alwetende Jesus, Gij kent mijne onwaardigheid. Gij weet het, dat het geen ijdele woorden zijn, als ik zucht: Heer ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak.

Ach, een H. Aloysius, een H. Stanislaus hebben ook voor hunne HH. Communiën zoo menigmaal gezucht: Heer ik ben niet waardig... Hoe moet ik dan treuren en zuchten over mijne onwaardigheid! Ach, mijn zoete Jesus, help mij toch; ik gevoel mijne onwaardigheid niet genoeg; laat mij mijne ellende, mijne nietigheid, mijne zttndigheid beter kennen; opdat ik mij dieper voor U vernedere.

H. Maria, o nederige dienstmaagd des Heeren, bid voor mij, opdat ik, door Gods genade ge-

-ocr page 182-

— 174 —

rige betuiging van den geloovigen Hoefdman als de schoonste akte van ootmoedigheid vóór de H. Communie aanbevolen Zij heeft voorgeschreven aan de Priesters, voor de H. Communie in de H, Mis en ook vóór het uitreiken der H. Communie aan de geloovigen, altijd driemaal het nederige gezegde des Hoofdmans te herhalen, om Priesters en geloovigen alzoo tot diepe ootmoedigheid op te wekken. Daarom gal ik, met de gedachte aan de H. Communie, die ik ga ontvangen, dikwijls uit innige overtuiging tot Jesus verzuchten: Heer, ik ben niH waardig., dat Gij komt onder mijn dak ; maar spreek alleen een woord, en mijne ziel zal gezond worden.

AKTE VAN OOTMOEDIGHEID.

O minnelijke Jesus, met hoeveel waarheid mag ik uitroepen: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dok ?

Allo priester» nuttigen in de H. Mi» uw goddelijk Lichaam en Bloed; maar zij, ofschoon door de heilige zalving geheiligd, zuchten eerst driemaal tot U, rouwmoedig op hunne borst kloppende: Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak. Eveneen» leggen de Bisschoppen, de Prinsen der Kerk, vóór hunne H. Communie driemaal de verklaring af van hunne onwaardigheid. Ja, zelfs uw Stedehouder, het Hoofd der Kerk, onze H. Vader, de Paus, hij

-ocr page 183-

— 175 —

slaat op zijne borst en betuigt het ook uit het het diepste zijns harten driemaal: Heer, ik ben niet waardig. En ach, lieve Jesus, wat ben ik, ellendig kind, vergeleken bij een Priester, bij een Bisschop, bij den Paus, uw Plaatsbekleeder op aarde ? En toch in de H. Communie zal ik niets minder ontvangen dan uwe gezalfde Dienaren, te weten : uw zelfde goddelijk Lichaam en Bloed. Met hoeveel recht moet ik mij dan niet voor U vernederen, op mijne borst slaan en roepen en zuchten : Heer, ik ben niet waardig ?

Neen, Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak. Ik heb het te duidelijk gezien door het ouderzoek van mijn geweten, door mijne belijdenis voor den Priester. O alwetende Jesus, Gij kent mijne onwaardigheid. Gij weet het, dat het geen ijdele woorden zijn, als ik zucht: Heer ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak.

Ach, een H. Aloysius, een H. Stanislaüs hebben ook voor hunne HH. Communiën zoo menigmaal gezucht: Heer ik ben niet waardig... Hoe moet ik dan treuren en zuchten over mijne onwaardigheid! Ach, mijn zoete Jesus, help mij toch; ik gevoel mijne onwaardigheid niet genoeg; laat mij mijne ellende, mijne nietigheid, mijne zondigheid beter kennen; opdat ik mij dieper voor U vernedere.

H. Maria, o nederige dienstmaagd des Heeren, bid voor mij, opdat ik, door Gods genade ge-

-ocr page 184-

— 176 —

holpen, mij voor mijn Jesus in zijn hoogheilig en goddelijk Sacrament dieper en dieper ver-ootmoedige. Door uwen diepen ootmoed hebt gij zoo groot behagen gevonden bij God; o moge ik ook ondervinden, dat God aan de oot-moedigen overvloedige genade scLenkt. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

*Ieder oogenblik zij het allerheiligst en al-lergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

4. Opwekking tot vertrouwen.

Wij zijn voorzeker niet waardig het allerheiligste Sacrament te ontvangen, en geen mensch kan het ooit waardig zijn. Maar bedenken wij, dat de minnelijke Zaligmaker ook zijn H. Sacrament aan don Christen niet geeft om zijne waardigheid, om zijne deugd, om zijne verdiensten. Neen, Hij doet ons die onuitsprekelijke gave uit loutere goedheid en liefde en wel juist om onze zondigheid. Het allerheiligste Sacrament is geene belooning ; maar in de bedoeling van Jesus een middel om te genezen, te versterken, te bewaren. Daarom geeft on* Jesus zijn aanbiddelijk Sacroment als eene spijze : onze ziel moet uit kracht van dat hemelsche voedsel leven, gezond blijven en sterker worden. En zie, dit juist moet ons vertrouwen opwekken. Wij moeten niet met schrik of angst de H. Communie ontvangen. Jesui Christus kent onze onwaardigheid en zondigheid veel beter dan wij; en nu, dit wetende.

-ocr page 185-

— 177 —

wil Jesus door zijne onhegijpelijke liefde ons voeden met zijn goddelijk Vleesch ea Bloed, opdat wij sterker zouden worden tegen onze booze neigingen, moediger op den weg der deugd ; in een woord, omdat wij op verre na niet heilig ziju, wil Hij onze ziel lieiligen door zijn goddelijk Lichaam en Bloed.

Jesus Christus stelt ons slechts ééne voorwaarde tot het ontvangen van zijn aanbiddelijk Sacrament, namelijk, dat wij zuiver zijn van alle doodzonden. Hij verlangt onze ziel wel zooveel mogelijk gezuiverd van alle zonden, ook de minste ; en daarom moet het ook onze zorg zijn onze ziel zooveel mogelijk van alle vlekken te zuiveren, maar dat eisM Hij niet als eene noodzakelijkheid. Jesus vergt niets moer dan dat wij alle vijandschap tegen Hem hebben afgelegd door het verwijderen van alle doodzonden uit ons hart. Heeft derhalve een zondaar, hoe schuldig ook, eene goede Biecht gesproken, dan mag hij gerust tot de H. Communie naderen. En waarom dat? Omdat Jesus in zijne goedheid niets meer eischt.

Het besef van onze onwaardigheid; de herinnering van de vele groote zonden, die wij gedaan, maar door eene rouwhartige oprechte Biecht uitgewischt hebben; de overtuiging dat er nog vele dagelijksche zonden in ons overblijven, het gevoel van onze booze neigingen, versterkt misschien door kwade gewoonten: dat

13

-ocr page 186-

— 178 —

alles is niet genoeg, om ons van de H. Communie te weerhouden. Wie daarom zou weigeren het allerheiligste Sacrament te ontvangen, zou de goedheid en liefde van Jesu* Christus weerstreven, die, ondanks dat alles, verlangt tot ons te komen, juist met het doel, om door de kracht van zijn H Sacrament en onze medewerking ons hart nog meer te zuiveren en, wat er boos of onvolmaakt in is, te bestrijden on te verbetoren. Jesus roept ons toe in zijn H. Sacrament; Komt allen lot Mij, die heiast en he— laden zijt, en Ik zal u verkioikken. En als die minnelijke Jesus ous zoo vriendelijk uitnoodigt, moeten wij dan niet met vertrouwen tot Hem gaan ?

De H. Joannes weigerde eerst don Zaligmaker te doopen ; omdat hij zich daartoe onwaardig gevoelde : dat was goed ; — maar toen Jesus zijn verlangen andermaal te kennen gaf, deed hij het aanstonds : dat was nog beter. Petrus wilde eerst niet toelaten, dat zijn goddelijke Meester hem de voeten zonde wasschen; omdat hij meende zulko vernedering van zijn God en Heer niet te mogen dulden : dat was goed; — maar toen Jesus zijn wil uitdrukkelijk herhaalde, liet Petrus den Zaligmaker gerustelijk begaan: dat was nog beter. Zoo ook, vóór de H. Communie moeten wij erkenken, dat wij niet wf.ar-dig zijn Jesus Christus te ontvangen: dat is goed ; — maar nu wij weten, dat de liefderijke

-ocr page 187-

— 179 —

Jesus verlangt ii! ons te komen door de H. Communie, naderen wij met vertrouwen tot de H. Tafel: dat is veel beter. Toen de Zaligmaker het verzoek des Hoofdman s rernam, ran niet naar hem toe te komen, omdat Lij niet waardig was Jesus in zijn huis te ontvangen ; is de Zaligmaker niet gegaan ; maar zoo het nu Jesus behaagd had, evenwel naar hem toe te komen, zou dan de Hoofdman uit besef zijner onwaardigheid de deur voor .Tesus gesloten hebben ? O neen, hij zou zijn Zaligmaker met de grootste blijdschap onder zijn dak ontvangen, en, Hem op zijne knieën aanbiddende, met de innigste erkentelijkheid bedankt hebben voor het onwaardeerbare geluk, dat hem en zijn huis geschied was. Met diezelfde gevoelens moeten wij onzen goddelijken Verlosser in de H. Communie ontvangen. Eoepen wij met volle overtuiging uit gelijk de Hoofdman des Evangelies, herhalen wij het dikwijls met diepen ootmoed : Heer, ik hen niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, Matr wetende, dat Jesus toch verlangt tot ons te komen, gaan wij met blijdschap Hem te gemoet. Is onze ziel krank, Hij is onze Geneesheer ; Hij wil in persoon ons komen genezen; geven wij onze ziel met het grootste vertrouwen in zijne handen over. Wij hebben Hem beleedigd, ja; en nu roept Hij on» in zijn H. Sacrament, dat wij tot Hem zouden komen : — zal het wezen, om ons te kastijden, om ons te berispen ?

-ocr page 188-

— ISO —

O neon, om otis te omhelzen ; om ons te toouen, dat EIJ ons allss vergeven heeft. Een kind, dat weet zijne lieve moeder beleedigd te hebben en daarover berouw gevoelt, o, wanneer demoeder, liet berouw van haar kind ziende, het vriendelijk roept om het, to oirihelzen ; zal het kind niet getroost en blijde zijne lieve moeder in de armen vliegen ? 7.66 moeten wij het ons in de H, Communie voorstellen. Wij moeten denken, dat Jesüsons omhelst en wij Jesus ; — wij omhelzen Jesns met tranen van berouw, met tranen van liefde ; Jesns omhelst ons ten bewijze, dat Hij verzoend is, dat Hij ors, ondanks alles wat er vroeger mooht gebeurd zijn, liefheeft met veel grootere liefde dan eene moeder haar kiud kan liefhebben.

aetk van vertrouwen.

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, dat Gij komt in mijne ziel door de H. Communie. En toch wilt Gij tot mij komen, ondanks mijne onwaardigheid; zóó -jroot is uwe goedheid, o minnelijke Jesus, zóó hebt Gij mij lief! Gij wilt, dat ik ü de deur opene mijner ziel, opdat Gij met uw goddelijk verheerlijkt Lichaam zoudt kunnen binnentreden en in mij wonen. Wat zal ik doen? Neen, ik zal niet weigeren U te ontvangen uit reden mijner onwaardigheid ; ik weet, het zou uwe liefde bedroeven. Ik zal zelfs niet met schrik en angst

-ocr page 189-

U ontvangen; want ook dat zou uw liefderijk Hart leed doen. Gij wilt, dat ik met een ^root vertrouwen U in het huis mijner ziel opneme. Gij wilt, dat ik in de H. Communie uwe grootheid, uwe gerechtigheid, uwe oneindige majesteit vergete, om alleen to denken aan uwe goedheid en liefde. Daarom, o allerliefste Jesus, verbergt Gij ook zorgvuldig in uw aanbiddelijk Sacrament al de teekcnen uwer grootheid; Gij maakt U zoo klein en dekt U met het eenvoudigste kleed; wat is toch nietiger dan de gedaante van brood, waaronder Gij ü met uwe Godheid en Menschheid verschuilt? Uwe liefde heeft al die voorzorgen genomen, opdat ik niet door vrees zoude weerhouden worden, maar met vertrouwen ü zoude ontvangen. Eens, barmhartige God, hebt Gij de menschelijke natuur aangenomen. Gij hebt als menech hier op aarde gewoond, eenvoudig gekleed gelijk andere meu-schen, ja zóó zocht Gij de zondaren op, en, om hen te winnen, aat en dronkt Gij met hen. En nu, allerzoetste Jesus, maakt Gij U nog kleiner, om gemeenzamer met da zondaren om te gaan; — om door hen gegeten te worden! O mijn Zaligmaker, hoe groot is uwe liefde! Moet ik dan niet met een groot vertrouwen U in uw allerheiligste Sacrament ontvangen? Ja, minnelijke Jesus, ik gevoel het, uwe goedheid geeft mij moed, uwe vriendelijkheid beneemt mij alle bevreesdheid, uwe liefde trekt mij tot U. Vind

-ocr page 190-

— 182 —

ik in mij niets, dat mij Tertrouwen inboezemt, in U zie ik enkel goedheid en liefde, zoodat ik bijna mijne eigene omvaardiarlieid vergeet. Ja, mijn allerzoetste Jesus, op U hoop ik, op U vertrouw ik, Gij zijt mijn God, mijn Zaligmaker. Amn.

Onze Vader. — Wees gegroet.

*Ieder oogenblik zij het allerheiligst en al-lergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

5. Opwekking tot liefde.

Wij mogen vertrouwen, dat door de vorige Oefeningen met den bijstand der goddelijke genade reeds eenige gevoelens van liefde tot Jeius Christus in ons hart zullen zijn opgewekt. Laat ons trachten die gevoelens in ons te bewaren en zoo mogelijk nog te versterken. Kunnen wij Jesus Christus ooit te veel, ooit genoeg beminnen ? Een hart vol van liefde is het behaaglijkste offer, dat we Jesus in de H. Communie kunnen aanbieden. Wie toch doet de heiligste Communie ? Niet degene, die het minste kwaad gedaan heeft, maar die Jesus op het oogenblik het meeste bemint. Meent gij veel kwaad en groot kwaad gedaan te hebben ; tracht slechts voortaan Jesus des te meer te beminnen. Zoudt gij vreezen, dat ge van alle kinderen het meeste

-ocr page 191-

— 183 —

kwaad gedaan liadt en derhalve de grootste zondaar onder hen waart 5 toch kunt gij niet alleen eene heilige, maar de heiligste Communie Tan allen doen : waart gij rroeger de laatste, gij kunt nu de eerste worden. Moet u dat niet een groot vertrouwen inboezemen ? Welaan dan, met een groot hart, met klimmenden moed uwe taak voortgezet; uwe onmacht erkennende, verwacht met onwankelbaar vertrouwen alles van de goedheid van God, van de liefde van Jesus Christus. Het gelukige uur der H. Communie is voor u weer nabij; verdubbel uwe pogingen ; u w minnelijke Jesus in zijn H. Sacrament met zijne oneindige liefde moet u gedurig voor den geest zweven. Bid veel, verzucht veel tot Hem ; stort uwe liefde in vurige schietgebeden uit; treur over uwe ongevoeligheid, vraag Hem aanhoudend zijne liefde; immers vergeten wij niet, dat Hij zelf de liefde in on» hart moet storten en vermeerderen.

Om Jesus te beminnen is hel niet genoeg, dikwijls te zeggen : lieve Jesui, ik bemin U. De liefde moet zich door de werken bewijzen. Wat moeten wij dan doen, om te toonen, dat wij Jesus beminnen? Wij moeten doen al wat Jesus verlangt. En wat verlangt Jesus van ons, in deze omstandigheden ? Wat is Hem het meest behaaglijk? Dat wij Hem een zuiver, nederig en ge\' hoorzaam hart aanbieden. Hoe reiner, hoe ootmoediger, hoe gehoorzamer wij zijn, hoe meer

-ocr page 192-

— 184 —

wij Hem zullen behagen. En zie, nu wij toch gedurig Jesus Christus iu zijn H. Sacrament voor oogen hebben, zal ons deze oefening gemakkelijk vallen; want wij zullen zien, dat Jesus Christus in zijn aanbiddelijk Geheim ons die deugden herinnert, of, om zoo te spreken, zelf oefent ter liefde van ons.

De sneeuwwitte, de lelieblanke kleur van de gedaante des broods, die heldere witheid van do H. Hostie herinnert ons gedurig aan de vlekke-looze heiligheid van Jesus Christus, die het Lam is zonder vlek. \'t Zij ook eene herinnering voor ons, dat wij ons hart steeds meer en meer moeten zuiveren van de vlekken der zonden ; want de zuivere Jesus bemint de zuiveren van harte. Hoe zuiverder ons hart is, hoe meer wij Hem behagen. Daarom, hebben wij al onze ziel door eene goede Biecht gezuiverd; er kunnen nog vlekken van dagelijksche fouten zijn overgebleven. Trachten wij die uit te wisschen door een hernieuwd berouw. Verfoeien wij het minste kwaad, leggen wij alle verkleefdheid aan de zonde af, en bidden wij den zuiveren Jesus, dat Hij ons meer enmeerreinige van onze fouten en gebreken.

Het tweede, dat wij in het H. Sacrament opmerken, is de diepe vernedtring, waaraan zich de zoete Jesus te onzer liefde onderwerpt. Wie is Hij, die in het aanbiddelijk Sacrament tegenwoordig is ? En daarentegen wat zien onze oogen ? Klein was Jesus, toen Hij als een pasge-

-ocr page 193-

boren Kind lag in de kribbe te Bethlehem ; maar hier toont Hij zich noquot; veel geringer en nietiger ; onder de kleine Hostie verschuilt Hij zich, en \'t is alleen uit liefde tot ons, dat Hij zich zoo klein mnakt. O, hoe zal het Hem behagen wanneer wij ook ons zei ven klein maken ter liefde van Hem ; Hij toch heeft de kleinen, de nederigen van harte, lief. Eeno nederige Maagd was zijne moeder; de nederige Joseph was zijn Voedstervader ; de eenvoudige herders van Bethlehem werden het eerst bij zijne kribbe geroepen. Zijn wij ootmoedig, wij zullen behagen vinden in zijne oogec. Verbannen wij dan alle trot-sche gedachten ; verheffen wij ons niet boven anderen. Denken wij alleen aan ons Zflven, aan onze eigene nietigheid, gelijk de nederige publi-kaan van het Evangelie, die, alleen aan den barmhartigen God en zijne eigene ellende denkende, rouwhartig op zijne borst sloeg, zuchtende : „ God, icees mij, zondaar, genadig!quot; Ja, vernederen wij ons dikwijls voor Jesus Christus in zijn H. Sacrament, zuchtende : lieer, ivie zijt Gij en wie ben ik ? Heer, ik ben niet waar\' dig, dat Gij komt onder mijn dak. Overtuig mij nog meer van mijne onwaardigheid ; dat ik tte«d% kleiner worde in mijne oog en!

Ten laatste bewonderen wij nog die stipte gehoorzaamheid, waarmede zich Jesus Christus in zijn H. Sacrament aan den wil der menscheu onderwerpt. Op het woord van den Priester komt

-ocr page 194-

— 186 —

Jesus Christus onder de H. Mis op het Altaar tegenwoordig, en dat op het woord v»n eiken Priester welkdanigen ook, en dat altijd zonder ooit te weigeren en dat aanstonds zonder een oogenblik te wachten. Jesus Christus laat zich in het H. Sacrament door den Priester nemen, dragen, opsluiten of geven, gelijk de Priester goedvindt. O, wanneer de minnelijke Jeiuu, ter liefde van ons, zoo gehoorzaam is aan dea wil des Priesters, laat ons dan ook, ter liefde van Hem, stipt gehoorzaam zijn aan den Priester die gesteld is om ons te bestieren. Laat ons gehoorzaam zijn aan onze Ouders door te trachten hunne wenken te raden. Laat ons gehoorzaam zijn aan Jesus Christus door niet het minste te doen wat Hem zou kunnen mishagen. Zóó is het dat wij Jesus waarachtig zullen beminnen; want wij bewijzen onze liefde door onze daden,

AKTE VAN LIEFDE.

O mijn minnelijke Jesus, ik bemin U als mijn God en Zaligmaker boven alles met de innigste liefde. Wat zou ik ondankbaar, wat zou ik ongelukkig zijn, zoo ik TT niet beminde ? Ja, mijn God, Gij weet, dat ik U liefheb; maar Gij verlangt, dat mijne liefde zich door de werken toone. Allerbillijkst is uw verlangen, o lieve Jesus, en daarom roep ik met volkomene bereidwilligheid tot ü:

-ocr page 195-

— 187 —

Heor Jesus, spreek, wat wilt Gij dat ik doe ?

Gij wenscht een zuiver hart van mij. In de heilige Hostie, in die lelieblanke gedaante, aanbid ik U als het Lam zonder vlek, maar ook als het Lam, dat do zonden wegneemt. Heilige God, Gij bemint de zuiverheid, maar Gij schenkt ook de zuiverheid. O barmhartige Jesus, delg Gij al mijne boosheden uit; wasch mij af in uw goddelijk Bloed, wasch mij meer en meer van mijne ongerechtigheid, schep in mij een zuiver hart. Ik vertrouw het, barmhartige Jesus, door de heilige Biecht hebt Gij reeds mijne ziel gezuiverd ; maar daarom is zij nog niet gansch zuiver. O, die overgeblevene vlekken wenschte ik, tot de laatste toe, uitgewischt. O zoete Jesus, spreek slechts een woord, en mijne ziel zal rein worden, als zij geweest is bij mijn H. Doopsel. Zeg alleen tot mijne ziel: „Ik wil het-, „word gezuiverdquot;; en mijne ziel zal, van de laakte vlek der nrtslaatschheid gezuiverd, witter worden dan sneeuw. Ja, minnelijke Jesus, ik verlang die engelreine zuiverheid des harten; ik verfoei alle zonden tot de allerkleinste, om des te meer U mijne liefde te toonen, U des te meer te behagen.

Heer Jesus, spreek, wat verlangt Gij nog van mij ?

Gij verlangt van mij een nederig hart; want Gij weerstaat den hoovaardigen, en verleent uwe genade aan de ootmoedigen. Zou ik met een

-ocr page 196-

— 188 —

hoovaardig gemoed U durven naderen, ah ik zie hoe Gij ü, ten wille van mij, in het H. Sacrament uwer liefde vernedert ? Den luister van uw verheerlijkt Lichaam, ds mpjesteit uwer Godheid omsluiert Gij door de nietige gedaante van brood en beperkt Gij in eeue kleine Hostie. Ja, ik begrijp U, minnelijke Jesus, Gij leert mij ootmoedig van harte te wezen ; maar met uw goddelijk voorbeeld schenk mij tevens uwen god-delijken bijstand, om ootmoedig te kunnen zijn gelijk Gij verlangt. O nederige Jesus, maak mij klein in mijne eigene oogen. Laat mij duidelijk zien wat ik ben, dan zal ik ongetwijfeld van mij zeiven wel nederig denken, nederig gevoelen. Mocht ik vóór uw H. Sacrament, in het bewustzijn van mijne eigene nieligheid, wegzinken als een offer voor de liefde, waardoor Gij U zoo diep in uw aanbiddelijk Sacrament vernedert!

Heer Jesus, spreek, wat verlangt Gij nog meer van mij ?

Gij verlangt van mij ook een gehoorzaam hart. O, uit liefde voor ons zie ik U in uw uw H. Sacrament altijd zoo stipt gehoorzaam zijn aan den wil de» Priesters: ik zal mijn best doen, om door mijne stipte gehoorzaamheid U mijne wederliefde te betuigen. In den wil, in het verlangen des Priesters, die mij bestiert, in den wensch mijner Ouders zal ik uwen wil, uw verlangen, uwe wenschen erkennen, en door hun te gehoorzamen en hen te voorkomen zal ik

-ocr page 197-

— 1S9 —

tnichten U te behagen, allerliefste Jesns. Ik zal nauwkeurig op roij zclven letten, om tocli niets te doen, wat U zou kunnen bedroeven. Maar Gij, bamliartige Josus, lielp mij na zwak-lieid, buig rniju hart, al mijne neigingen naar uwen aanbiddelijken wil, opdat, als Gij, mijn Jesus, uwe intrede zult doen in mijn hart, Gij er niets in inoogt vinden, dat met uwe heilige liefde in tegenspraak ia, en wij te zamen slechts één hart en ééne ziel mogen uitmaken. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

*Ieder oogenblik zij het allorheiligst en al-lergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

6- Opwekking tot een vurig verlangen-

Wij hebben reeds ons vertrouwen en onze liefde opgewekt tot Jesus Christus in zijn H. Sacrament: dat vertrouwen, die liefde moet aangroeien tot een vurig verlangen, \'t Is de beste gesteltenis, die wij kunnen aanbrengen, alleraangenaamst voor Jesus Christus en aller-voordeeligst voor ont.

Jesus geeft ons zijn H. Sacrament al» eene spijs voor onze ziel. Wanneer wij, op etenstijd aan tafel gezeten, geen trek gevoelen om te eten; het zal wezen, omdat onze maag ongesteld is of

-ocr page 198-

— 190 —

om dat de opgediende spijs ons siet bevalt. Zoo ook, als wij geen trek gevoelen naar die heilige Spijs, die ons is toegezegd, dan is dit een tee-ken, dat of onze ziel ongesteld is, of wij dja hemelsche Spijze niet waardeeren. Integendeel, een gast, die met gretigheid van de opgedischte gerechten gebruik maakt, geeft bewijs van gezondheid, en tevens vereert hij den gastheer door zijne tafel smakelijk te vinden. Zoo ook, eten wij met zekere greiigheid, met een heiligen honger, aan Jesus\' Bruiloftsmaal, \'t zal een tee-ken zijn, dat onze ziel in volkomen welstand i», en dat wij het Feestgerecht roemen als eene Spijze, die kostelijk is en, gelijk de Kerk herhaaldelijk zingt, „alle zoetheid in zich hevtt.quot;

En moeten wij nu eerst dien trek, dien geestelijken honger gevoelen, als het gelukkige uur van aan te zitten zal gekomen zijn ? Wanneer kinderen op een feest worden genoodigd, toonen zij zich dan onverschillig, totdat het uur van het feest gekomen is ? O neen, de uitnoodiging maakt hen reeds blijde ; sedert denken zij gedurig aan de genoegens, die hen wachten ; de uren loepen hun te traag: zóó verlangen zij, dat de dag toch maar spoedig aanbreke, dat het feestuur toch eindelijk moge slaan. Zjo ook moesten wij, ten minste na onze H. Biecht, aan niets liever denken dan aan het groote geluk, dat Jesus\' oneindige liefde ons bereidt.

Beschouwen wij alle andere zorgen en lusten

-ocr page 199-

— 191 —

als zoovele ijdelliedeii. Eene heilige Communie: ziedaar onze aorg, ziedaar ons verlangen ! Met een heilig ongeduld zien wij den dag, het uur te gemoet, dat ons weer zoo gelukkig gaat maken. Maar onze eigene lichtzinnigheid en ongestadigheid vreezende, smeeken wij onzen minnelijken Zaligmaker dat Hij ons helpe om alle wereldsche gedachten uit onzen geest, alle onedele verlangens uit ons hurt te bannen, opdat onze geest en ons hart geheel tot Jesus in zijn H. Sacrament gekeerd blijven, en wij met de zuiverste meening steeds vuriger verlangen naar het hemelsche manna, waarop zijne liefde ons morgen zal onthalen.

AKTE VAN VERLANGEN.

O minnelijke Jesus, wat ben ik blijde, dat mijne ziel weer bij ü ter bruiloft mag gaan. Ik verlang vurig naar den dag van morgen, maar Gij, zoete Jesus, zuiver en heilig mijn verlangen, wanneer eenige wereldsche genegenheid in mijn hart zou zijn binnengedrongen. Verwijder van mij alle zucht naar ijdelen opschik, en maak, dat de gedachte aan uw heilig Gastmaal mij al het overige doe vergeten. Ik verlang naar den dag van morgen alleen om het groote geluk, dat eene H. Communie aanbrengt. Gelijk een zieke verlangt naar de gezondheid, zoo verlangt mijne ziel naar U, liefderijke Jesus ; mijne

-ocr page 200-

— 193 —

ziel is kaank, kom, almachtige Geneesheer, met uw liemelscii geneosiniiiilel mijne ziel genezen. Gelijk een hongerige en dorstige verlangt naar spijs en drank, zoo verlangt mijne ziel na:gt;T U ; kom, o zoete Jesus, mijne hongerige en dorstige ziel voeden en laven met uw goddelijk Lichaam en Bloed. Gij verlangt met mij te zijn, o Bruide-gom mijner zisl, ik ook verlang mot XJ te wezen, ïn uwe liefde wilt Gij mij omhelzen ; i v ook, liefste Jesus, wensch U aan mijn hart ; ;• drukken. Zoovele Profeten van liet Oude V, rbond. wenscliten U te zien, en zij hebben U niet mognn zien. Ik ook verlang U te zien, ea ik zal U zien met de oogen des geloofs, it: zal TJ op mijne tong ontvangen, in mijn hart dragen : ik zal ü, mijn God, mijn Schepper, mijn Verlosser, geheel en al bezitten. O Trijn Jasus, wat zal mijne ziel rijk wezen ! Mijn Engel zal ziek ver-blijdon, en die mij zien, zullen mij gelukkig hee-ten. O mijn Jesus,mochten de nren sneller loopen. Kom ! mijn zoete Jesus, en wil niet toeven. Kom Bruidegom mijner ziel, opdat ik moge zeggen; mijn Beminde is aan mij, en ik ann Hem. Amen.

Onze Vader. — Wees gegroet.

♦Ieder oogenblik zij het allerheiligst en al-lergoddelijkst Sacrament geloofd en gedankt.

OpmerTring. Ge kent immers liet sohoolie boek: De »a-volging van jesus Christus door Thomas van Kempen r t Is geen wonder, dat men bijna in elk katholieU juis-

-ocr page 201-

— 193 —

gezin naaat een Evangelieboek een Thomas a Ktmptn zal vinden. Welnu, tot afwisseling kunt ge ook den avoRd voor uwe H. Communie een of meer Hoofdstukken lezen uit het Vierde boek der Navolging. Ongetwijfeld zal deze godvruchtige lezing u stichten, en u tot eene gepaste voorbereiding strekken.

OP OEN OAG OER H. COMMUNIE.

Onderhoud nauwkeurig wat in den LBVKNSKiGBLbladz. 13 bij N. 9,10 en 12 is aangewezen. Wegens N. 11 nog deze opmerking:

1. Men nadert tot de H. Communie met de intentie, om die volle aflaten te verdienen, welke men reeds voorde Biecht bepaaldheefttewilleu verdienen. Zie bladz. 149,

2. Als men de H. Communie ontvangen en zijne dankzegging gedaan heeft, dan bidt men, roor eene afbeelding van den gekruisten Zaligmaker geknield, rouwmoedig en godvruchtig het volgende :

Gebed met eenen Vollen Aflaat,

na eene rouwmoedige Biecht en heilige Communie,

vóór eene afbeelding van den gekruisten zaligmaker.

(Volgen» dt authentieke overzetting der Eaccolta of ^ er zameling van gebeden en godtrucMige Kerken.)

Zie mij hier, o goeda en allerzoetste Jesus; voor uw heilig aanschijn werp ik mij op mijne knieën neder, en smeek U met den grootsten aandrang mijner ziel, levendige gevoelens van

13

-ocr page 202-

— 194 —

geloof, hoop on liefde, Ttn waarachtig berouw over mijne zonden met een Ysst voornemen mij daarvan te beteren, in mijn hart te willen drukken, terwijl ik met groote liefde en droefheid uwe\' HH. vijf Wonden in den geest beschouw, en mij voor oogen stel wat de Profeet David reeds ran U, o goede Jesus, voorlegde : Zij hebhen mijne handtn en voeten doorboord; zij hebben al mijne heenderen geteld. [Ps. XXI, 17 en 18.]

Daixna bidt meu volgens meening van Z. H. den Paus vijfmaal Onze Vader, Wees gegroet. Glorie zij den Vader, om d«n vollen aflaat van dit gebed te verdienen

en toe te passen. a i-j

Vervolgens bidt men weer volgens dezelfae meening Vijfmaal Onze Vader en Wees gegroet (,of eene Litanie) voor eiken vollen aflaat, dien men heeft voorgenomen te verdienen en toe te passen.

-ocr page 203-

lt;■ -f

Vier elk jaar met eene godsdienstige blijdschap de Verjaardagen van uw H. Doopsel, van uwe eerste H. Communie en van uw H. Vormsel als zoovele Feestdagen, ea onderhoud de christelijke gewoonte v»n op die dagen of Zondag te voren tot de HH. Sacramenten te naderen, om den goe— God voor de ontvangen genade vurig te danken, en met alle oprechtheid u zeiven opnieuw aan zijneu dienst toe te wijden.

|B1

■lt;Sgt;* ElX

-ocr page 204-

iP^-

SCHOONSTE LEVENSDAGEN.

Ik heb ontvangen :

Het H. Doopsel den......................

De eerste H. Communie den ...

Het H. Vormsel den

-ocr page 205-

IMPRIMATUR.

BUSC., 13 Julii 1888,

J. J. VERSTERREN,

RECTOR

ad hoc delegatus.

-ocr page 206-

_ 198 —

Verlicterlngeii.

op bladzijde 30 staat Z.H. otc

men leze . , a

Z. H. verleent goedgunstig 800 dagen aflaat aan hen, die deze gebeden na de H. Mis geknield met den priester doen.

blz. 36. gebed Laat ons bidden staat aflaat van

100 dagen .

men leze aflaat van 100 dagen eons per dag

blz. 87. staat

afl. van 100 dagen ééns per dag men leze afl. van 100 dagen.

blz. 98. Staat afl. 100 dagen

men leze afl. 100 dagen eens per dag.

blz. 100 staat: \'t is verkeerd te denken dat wij allen hebben te bidden etc. .. ,i /-

Men leze \'t is verkeerd te denken dat wij alleen heihen te hidden etc.

-ocr page 207-

INHOUD.

Aan de Ouders........S

Aan de Kinderen.......9

Regel te onderhouden gedurende de week

Toer en op den dag der H. Communie 11

Morgen- en Avondgebed.....15

Gebeden onder de H. Mis .... 19

Litanie van den Zoeten Naam ... 81

Gebeden tot Jesus Christus .... 34

Litanie van O.-L.-V. van Lorette . . 38

De Engel des Heeren......4lt;2

Gebeden tot de H. Maagd .... éi

Litanie van den H. Joseph .... 47

Gebeden tot den H. Joseph .... 51

Gebed tot den H. Aloysius .... 54

Korte Kruiswegoefening.....55

Grootc Kruiswegoefening als voorbereiding tot eene goede Biecht ... 63

-ocr page 208-

— 200 —

Godvruchtige oefeningen, in dc jeugd

aan te leeren........86

Gebed van den Eozenkrans .... 90

Schietgebeden........94

Bijzondere gebeden, voor eiken dag . 102 Oefening om zijn geweten te onderzoeken. 107 Oefening om zich tot berouw op te wekken. 128 Op den dag die voor de H. Biecht

bepaald is.........148

Oefeningen om zich nader voor te bereiden tot de H. Communie . . .161

-ocr page 209-

Van denzelfden Schrijver, verkrijgbaar:

Dichtkransje het Kindje Jesus tereere 60 ct.

Liederen Toor de H. Kindsheid uit het Dichtkransje........c\'-

Catechismus der H. Mi* S ct; per 100 2 gl,

Ondericht over het bijwonen der H. Mis 5 ct.

Novene voor de eerste H. Communie 15 ct.

De groote dag en zijn vooravond . . 10 ct.

Melodiën op de Feestliederen van de

eerste H. Communie.....10 ct.

Het biecht- en Communieboekje voor kinderen na hunne eerste H. Communie 2 druk gecartoneerd in linnen 60 ct.

Het Vormboekje of Voorbereiding tot het H. Vormsel.......10 ct.

Catechismus der Feestdagen. ... 16 ct.

De kleine Frentenbijbel van het Oude

Testament.........20 ct.

De naaste voorbereiding voor het hu-

w olyk .... ..«. • » 8 ct.

Noveen voor het Huwelijk .... 30 ct.

Gids voor Katholieken op den weg des

Huwelijks.........\'40 ct.

-ocr page 210-

Onze Kerken. Over Kerkgebouw, Kerkgemeubelte, Kerkgereide, Kerk-versiering enz. In netten linnen band...........1

-ocr page 211-
-ocr page 212-
-ocr page 213-
-ocr page 214-

Bij denzelfden uitgever zijn verschenen de navolgende werkjes van H. J. M. Everts, Pastoor.

De Groote dag en zijn Vooravond.

Prijs 10 cent. 1\'er 50 exempl. f 4.25, per 100 ex. f 7.50. Catechismus der H. Mis.

Prijs 8 cent. Per iö ex. f\' 0.65, per 50 ex. f 1.—, per 100 ex. /\' 1.50.

Onderricht over het bijwonen der H. Mis.

Prijs 5 cent. Per •25 ex. /\' 1.25, per 50 ex. f 2.25, per 100 ex. f 4.—

Novene voor de eerste H. Communie.

Prijs 10 cent. Per 25 ex. f 2.25, per 50 ex f 4.25, per 100 ex. /\' 8.—

Het Vormboekje of voorbereiding tot het

H. Vormsel.

Prijs 10 cent. Per 25 ex. f 2.25, pev 50 ex. f 4.25 per 100 ex. f 8.—

Catechismus der feestdagen.

Prijs 15 cent. Per 25 ex. f 3.50, per 50 ex, f 0.25, per 100 ex. f 12.—

De naaste voorbereiding voor het Huwelijk.

Prijs 8 cent. Per 12 exemplaren f 0.85.

Gids voor de Kath. op den weg des Huwelijks.

Prijs 40 cent. Per (i ex. f 2.20, per 12 ex. ƒ 4.20.

Noveen voor het Huwelijk. 2e. drnk. Prijs 20 cent, per 12 ex. /quot;2.-, per 25 ex. /\'8.75, per 50 ex./\'6.-, per iOO ex/\'10.—

Het Biecht- en Communieboekje voor kinderen na hunne eerste heilige Communie. 2e druk.

Prijs 30 cent. Per 25 ex. a /\'0.25, per 50 ex. f 0.22 , per 100 ex. a f 0.20.

In net linnen bandje 15 cent hooger.