-ocr page 1-

HET EENIG NOODIGE

r . O1\'\'

3k 88

A N\'

1 wat een Christen

Al 011\'

K\'i\'KN, G KI OOVKN UN DOKN OM V.ALia TK WOKDKN

KV 01,(JU

oor tniiiip imiltuTicliliiiirii mi icYimsrugels

PU\'.NSTKÏ

VOOR ALLE STATEN.

Ivc\'rkol i j k 5X1 n \\ 1; / c\' k c ^ u r 11.

r.tp (tviik, voor rrlrmng .VI iVnfnrr.iir iJrn H Vin-.oniius a Vaulo, Pau-.l,ir van ^rn H Joaiwcs ie lt; Hciiogeuboscb.

i o n (1 O lil \\ ;i 11 ,1 r n s (• h r ij \\ C r.

■v. M O S M A N S.

or,

I

iMiamcrstraat C. öS.

231

O.

V

-ocr page 2-
-ocr page 3-

HET EEN1G NOODIGE -K

\'

OF

ROKT BEGRIP

VAN .

al wat een Christen

MOET

WETEN, GEXOOVEN EN DOEN OM ZALIG TE WOEDEN.

GKVOLGD

floor eeiie oiitoicliliiigeii en leveiisrepls

DIENSTIG

VOOR ALLE STATEN. \'lt;■ \'^9^

Kerkelijk goedgekeurd. i*.-

f

Tweede druk voor rekening der Conferentie vtfh den H. Vin- v centius amp;. Paulo, Parochie van den H. Joannes te \'s-Hertogenbosch.

E-igendom van den Sc-ltr ij ver.

~ 0$5SS$Ïgt;—C--

W IJ ■ \' ! \' l ■-:-

quot; \' A. MOSMANS, -Uitgever,

\'s-Hertcgenbogch, Hinthamerstraat O. 68.

1 8 8 6.

-ocr page 4-

Goedkeuring van den Isten druk. IMPRIMATTJK.

ui sub benedicticme coelesti uberrimos fructus ferat.

Datum in Haareu, hac 15ta Martii 1865.

J. CU Y TEN,

Praes. Sem. Busc. Libr. Cens.

Goedkeuring vau den 2den druk. BEIMPEIMATUB,.

Buscochici, hac 24 Maji 1886.

J. J. VEESTEEEEN, Eector.

ad hoc delegatus.

Zonder het geloof, is het niet mogelijk aan God te hehagen. (Ad. Hebr. XI,6.)

Vrees God, en onderhoud zijne geboden, dit is geheel de mensch I (Ecclesiast. XII, 13.)

God gebiedt het onmogelijke niet; maar, door te gebieden, wil Hij van u, te doen wat gij kunt — te vragen wat gij niet kunt, en — dan helpt Hij u om het te kunnen doen. (Syn. Trident, Sass. VI, 11.)

De vrede Gods gaat alle genot te boven.

(Ad. Philipp, IV. 7.)

In al uwe werken, denk aan uwe uitersten, en in eeuwigheid zult gij niet zondigen. (Eccl. VII, 40.)

-ocr page 5-

KORT BEGRIP

VAN AL WAT BEN CHRISTEN MOET WETEN, GELOOVEN EN DOEN.

0:n t(3 kunrien zalig worden, moet een ieder noodzakelijk weten ;

1°. Da\' er is één God.

2°. Dat er zijn drie Goddelijke personen: de Vader, de Zoon en de B. Geest.

3°. Dat God de Zoon voor ons is mensch geworden en gestorven, en

4°. Dat God is Looner van het goed en StrafiFer van het kwaad.

1. Er is maar één God; dat is, een hoogste Wezen, door hetwelk alles wat bestaat, voortgebracht, en aan hetwelk alles ondergeschikt is; meer kunnen er niet zijn. God is zonder begin en zonder einde. Hij is een zuivere geest; Hij heeft geen lichaam; men kan Hem in dit leven niet zien ; maar Hij ziet alles. Hij is overal. Hij kent alles, zelfs onze geheimste gedachten. God is almachtig, oneindig goed, rechtvaardig, heilig; in één woord. Hij bezit alle volmaaktheden.

3. Er zijn in God drie van elkander onderscheidene personen, zoo dat de eene de andere niet is: de eerste, de Vader; de tweede, de Zoon; de derde, de H. Geest. De Vader is God, de Zoon is God, de H. Geest is God: nochtans zijn zij geene drie Goden, maar drie personen, in alles gelijk, die maar één God zijn, omdat zij hetzelfde goddelijk wezen en dezelfde goddelijke nstuür hebben. God de Vader komt niet voort, of wordt door niemand voortgebracht, maar is van zich zeiven. (rod de Zoon wordt

-ocr page 6-

4

voortgebracht door God den Vader. God de Heilige Geest komt voort van God den Vader en van God den Zoon te zamen. Dit wordt het Mysterie der H. Drievuldigheid genoemd.

3. God heeft hemel en aarde en al wat er in is, geschapen; Hij heeft ze door zijnen enkelen wil van niet gemaakt. Hij heeft de engelen geschapen: eenige hebben door hoovaar-digheid gezondigd, en zijn in de hel; de overige, aan God getrouw gebleven, zijn gelukzalig in den hemel. God heeft aan elk van ons eenen dezer engelen gegeven, om ons te beschermen, die engel-bewaarder genoemd wordt. De mensch is geschapen om God op deze aarde te kennen, te beminnen, te dienen en hierdoor het eeuwig geluk te bekomen.

4. Adam en Eva, (zoo heeten de eerste man en de eerste vrouw) werden in eenen lusthof geplaatst, en zij moesten nooit sterven; maar, ongehoorzaam aan God geworden zijnde door het eten der vrucht, die Hij bun had verboden, zijn zij uit het aardsch paradijs gejaagd, en met hunne nakomelingen, tot den arbeid, het lijden en den dood verwezen. Ter oorzake dezer ongehoorzaamheid, komen wij met de erfzonde besmet op de wereld, hetwelk genoeg is om ons uit den hemel te sluiten, en slaven van den duivel te maken.

5. God had medelijden met het menschdom; on om ons van de slavernij des duivels te verlossen, en ons het recht tot het hemelsch erfdeel weder te geven, is de tweede persoon der H. Drievuldigheid, God de Zoon, voor ons mensch geworden. Hij heeft een lichaam en eene ziel, gelijk aan de onze, aangenomen. De

-ocr page 7-

5

Zoon Gods mensch geworden zijnde, wordt Jesus Christus genoemd.

6. De Zoon Gods is mensch geworden, en te gelijk God gebleven. Da Vader is niet mensch geworden, noch de H. Geest. De Zoon Gods ia eeuwig God geweest gelijk de Vader en de H. Geest; maar hij is niet altijd mensch geweest Hij is eerst mensch geworden voor ruim achttien honderd jaren.

7. God de Zoon heeft een lichaam en eeno ziel in den schoot der allerheiligste Maagd Ma • ria, door werking van den H. Geest aangenomen. (Onzer Lieve Vrouwe Boodschap.) Dit noem. men het Mysterie der Menschwording. De H. Maagd, Moeder van God geworden, is Maag l gebleven. De Zoon Gods is (Kersnacht) in eenen armen beestenstal geboren. Hij werd den achtsten dag besneden en Jesus genoemd, hetwelk Zaligmaker beteekent. Hij heeft bijna drie en en dertig jaren in armoede, in vernedering, in uitoefening aller deugden geleefd. Hij verkondigde de evangelische waarheden, dead zei r vele mirakelen om zijne Godheid te doen zien: en al de voorzeggingen, waardoor God hem aan de menschen had aangekondigd, zijn in zijnon persoon letterlijk volbracht geworden.

8. Hij is voor onze zonden vrijwillig aan eim kruis (Goeden Vrijdag) gestorven: Hij heeft als mensch geleden, en als God eenen oneindige n prijs aan zijne smarten gegeven. Hij heeft ons door zijn lijden en zijnen dood van de eeuwige straffen verlost; dit wordt het Mysterie der Verlossing genoemd. Hij is van den dood (Paasch-dag) verrezen; Hij is door zijn eigene macht, veertig dagen na zijne verrijzenis, (Onzes Heeron

-ocr page 8-

6

Hemelvaart), ten hemel geklomraen. Tiendvgen na zijne Hemelvaart, heeft Hij (Pinkslordag) den 11. Geest tot zijie Apostelen gezonden. Op het einde der wereld zil Hij wederom komen om te oordeelen de menschen, die allen vmh den dood zullen opstaan. Hij zal den hemel aan de rechtvaardigen geven; maar al die in doodzonde sterven, zal Hij ter hel verwijzen. De hel zoowel als den hemel, zullen eeuwig duren, dat ia zonder einde. Wij kunnen niet zalig worden dan door de verdiensten, dat is, door de Mensch-wording, het Leven, Lijden en den Dood van den God-Mensch Jesus Christus. Die verdiensten zijn van oneindige waarde, en meer dan voldoende om ons en alle menschen den hemel te doen ingaan: doch, om aan die verdiensten deel te hebben, moeten zij ons toegevoegd of toegeëigend worden: zonder dat, baten zij ons niets. De toevoeging dier verdiensten kan niet geschieden zonder onze medewerking: wij moeten er deel aan verkrijgen door het geloof, het gebed, de boetvaardigheid, de goede werken en bijzonder door het waardig ontvangen der H. Sakramenten, welke als zoovele kanalen zijn waardoor de verdiensten van Jesus Christus in onze ziel vloeien en waarover hier onder n0.12 gehandeld wordt.

9. De H. Kerk is de vereeniging der geloo-vigen, die onder de gehoorzaamheid van onzen H. Vader den Paus van Rome en van de wettige zielenherders de godsdienst door Jesus Christus ingesteld, belijden en aan zijne H. Sacramenten deel nemen. Er is maar eene waarachtige Kerk: deze is de katholieke, apostolieke en roomsche Kerk. Men moet gehoorzamen aan

-ocr page 9-

degenen, die dezelve door het gezag van Jesus Christus bestieren, dit is te zeggen: aan de Bisschoppen en bijzonderlijk aan den Paus, die als zichtbaar opperhoofd dor H. Kerk, opvolger van den H. Petrus en plaatsbokleoder van Jesus Christus, het gezag heeft over al de Bisschoppen en geloovigen. Dit is het eenigste middel om in een geeue dwaling te vallen, want alléén door de leering der H. Kerk weten wij met zekerheid hetgeen wij moeten gelooven, omdat die Kerk, volgers de beloften van Jesus Christus, altijd bestuurd wordt door den H. Geest, die de geest der waarheid is en dus niet falen kan in hetgeen zij ons voorhoudt. Buiten deze H. Kerk is er geene zaligheid te bekomen. Buiten haar vindt men geen goddelijk geloof, maar alleen een menschelijk goeddunken. Hare leer wordt ons onmiddelijk verkondigd door de Pastoors en Priesters, welke in gemeenschap moeten blijven met den Bisschop, die hen wettig gezonden heeft, en de Bisschop in gemeenschap met den Paus.

De H. Kerk, in eenen uitgestrekten zin, bevat niet alleen de geloovigen die op aarde leven, maar ook de zielen die in het vagevuur lijden, en de Heiligen die in den hemel heerschen. Wij hebben deel aan de verdiensten der Heiligen en geloovigen, en wij kunnen de zielen in het vagevuur door onze gebeden, goede werken en door toevoeging der aflaten helpen: dit wordt de gemeenschap der heiligen genoemd

Al deze waarheden zijn begrepen in de twaalf artikelen des geloofs: ,/Ik geloof in God, enz.quot; Men moet deze artikelen vastelijk gelooven, niet op het woord der menschen, die ze aankondigen;

-ocr page 10-

8

maar omdat Grod de eeuwige waarheid is, die dezelve geopenbaard heeft.

10. Om zalig te worden, moet men niet alleen vastelijk al wat God geopenbaard heeft en de H. Kerk voorhoudt, gelooven, maar nog christelij\'c leven, dat is, de geboden Gods en der H. Kerk onderhouden, de bijzondere plichten van zijnen staat nakomen, de zonde vlucliteu en de deugden oefenen.

Er zijn tion geboden Gods, Het eerste gebiedt ons God te beminnen boven alles. Hem alléén te aanbidden, en onzen evennaaste gelijk ons zeiven, om de liefde Gods te beminnen. Het tweede gebiedt ons zijnea heiligen naam. te eeren, en verbiedt ons denzelven door zwerea of vloeken te onteeren. Het derde legt on» op den dag des Heeren te vieren, en verbiedt ons dan slafelijken arbeid te doen. Het vierde gebiedt ons onze ouders en overheden te gehoorzamen. Het vijfde verbiedt het dooden van en bet kwaad doen aan den evennaaste, of den wil te hebben van hem kwaad te doen; het verbiedt ook haat te dragen en wraak te nemen, en het gebiedt ons aan allen vergiffenis te schenken. Het zesde verbiedt alle onkuischheid, en alles wat er aanleiding toe geeft. Hot zevende verbiedt eens anders goed te nemen of te houden, alle onrechtvaardigheid, en aan niemand eenige schade te veroorzaken. Het achtste verbiedt de valsche getuigenis, de leugentaal, het lichtvaardig oordeel, den achterklap en de eerschending. Hat negende verbiedt het verlangen der kwade werken door het zesde veroordeeld en het toestemmen in alle oneerbare gedachten. Het tiende verbiedt eens anders goed onrechtvaardiglijk te begeeren.

-ocr page 11-

9

ie

De H. Kerk gebiedt bijzonderlijk vijf zaken: m \' ten eerste de gebodene heiligedagen te vieren ; [e | ten tweede, op de gebodene heiligedagen en op i\'c Zondagen Mis te hooren ; ten derde, te vasten ■k op quatertemperdagen, op sommige vigiliedagen, in dat is, daags voor sommige heiligedagen, en ge-r- durende de veertigdaagsche vaste ; ten vierde, ten minste eens \'sjaars zijne biecht te spreken ; It ten vijfde, ten minste eens \'sjaars in zijne pa-n rochie omtrent Paschen ter H. Tafel te naderen, is i» Het verbod van \'s Vrijdags en \'s Zaterdags, at zonder verlof, vleesch te eten, wordt begrepen i, in het derde gebod nopens de vaste. 3- 11. Maar om aan God en de H. Kerk te gein hoorzamen, hebben wij volstrekt de genade of ,n gratie Gods noodig, en om deze te bekomen, moet It men ze door ootmoedige en vurige gebeden, in i. den naam en door de verdiensten van JesusChris-d tus vragen. Het gebed des Heeren, omdat Jesus u Christus zelt dit aan ons geleerd heeft, is bij uitstelt kendheid het beste. Het is ook zeer voordeelig de It H. Engelen en de Heiligen des hemels te eeren, .e omdat zij de vrienden van God zijn, en ons door i- hunne tusschenkomst veel kunnen helpen. Men is i moet viornamelijk eene bijzondere godsvrucht t- en betruuweu hebben in de allerheiligste Maagd, te die door hare voorspraak almachtig bij God is. - Het gebed dat men haar gewoonlijk toestiert, 1, is het : «Wees gegroet Maria, enz.quot; ie 12. Jesus Christus heeft de Sacramenten in-gt;r gesteld om ous zijne gratie te geven en deel-le achtig te maken aan de verdiensten van zijn is lijden en zijnen dood. Er zijn zeven Sacramen-; ten ; het Doopsel, het Vormsel, het H. Sacra-i ment des Altaars, de Biecht, het H. Oliesel,

-ocr page 12-

10

het Priesterschap en het Huwelijk.

Er zijn er drie, die men bijzonder moet kennen, te weten : het Doopsel, de Biecht en het H. Sacrament des Altaars.

13. Het Doopsel is een Sacrament, zonder hetwelk niemand kan zalig worden. Iedereen mag doopen, zoo er gevaar is van sterven. Om dit te doen moet men natuurlijk water op het hoofd gieten ; het moet over het vel loopen, en niet over het haar ; dezelfde pers.oon moet zeggen als hij het water uitgiet: Ik doop u in den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Het Doopsel wischt de erfzonde uit, geeft ons het leven der gratie, en maakt ons kinderen van God en van de- H, Kerk.

14. Het Sacrament van Boetvaardigheid of de Biecht is ingesteld om de zonden, die na het Doopsel bedreven zijn, te vergeven. Maar om door dit Sacrament de vergiffenis zijner zonden te bekomen, moot men ze alle, ten minste de dooilzonden, die men na een naarstig onderzoek van zijn geweten indachtig is, aan den Priester belijden en er rechtzinnig leedwezen of berouw over hebben, hetwelk men altijd zal bekomen als men het aan God vraagt. Men moet het vast voornemen maken van ze niet meer te bedrijven en do gelegenheden te schuwen, die ons in dezelve doen vallen. Men moei ook bereid zijn de herstellingen en de penitentie, die de Priester ons oplegt, te volbrengen. Indien men eene van deze voorwaarden verzuimt, dan bedrijft men eeue heiligschending of sacrilegie.

15. Het Sacrament des Altaars is het allerwaardigste der H. Sacramenten, omdat Jesus Christus er gansch en al met Godheid en Mensch-

-ocr page 13-

11

heid, met ziel en lichaam tegenwoordig is. Onder de Mis, op het oogeublik dat de Priester deze woorden over het brood en den wijn spreekt: z/Dit is mijn lichaam, dit is mijn bloed,quot; verandert het brood in het lichaam en de wijn in het bloed van den Godrnensch : Zoodat, als het H. Sacrament op het altaar is uitgesteld, of in het tabernakel rust, Jesus Christus, zelf er wezenlijk tegenwoordig is, die aanbeden moet worden. Als men te commuuie gaat, dan ontvangt men Jesus Christus, om het geestelijk voedsel onzer ziel te zijn. Dus is het geen beeld noch figuur, gelijk bij roorbeeld een krucifix is, dat men daar ontvangt, maar het is Jesus Christus zelf, dezelfde Zoon Gods, dezelfde Jesus Christus, die geboren is uit de H. Maagd Maria, die voor ons aan het kruis gestorven is, die verrezen en ten hemel is opgeklommen. Hij is onder de gedaante der H. Hostie zoo waarachtiglijk tegenwoordig als hij in den hemel is. Om waardiglijk te communiceeren, mag men geene aan ons bekende of in de biecht vrijwillig verzwegene doodzonde op de consciëntie hebben. Communiceren als men eene dergelijke doodzonde op de conscientie heeft, is eene heiligachending; men eet alzoo, zegt de H. Paulus, zijn eigen vonnis en zijne verdoomenis. Men moet nog nuchter zijn, dat is sedert twaalf uren des nachts niets gegeten noch gedronken hebben : nochtans is dit geene verplichting voor do menschen, die, in stervensnood zijnde, de H. Communie ontvangen.

16. Door het Vormsel ontvangen wij den H. Geest en eene bijzondere kracht om het geloof standvastig te belijden, aan de vijanden onzer

-ocr page 14-

12

zaligheid te wederstaan, en, voor zooveel de menachelijke krankheid toelaat, volmaakte christenen te worden.

Het H. Oliesel is ingesteld om de zieken in den uitersten nood te verlichten en te helpen.

Het Priesterscliap geeft de macht om kerkelijke bedieningen uit te oefenen en do gratie om dezelve op eene heilige wijze te vervullen.

Het Huwelijk geeft aan degenen, die dit Sacrament waardig ontvangen, de gratie, die «ij noodig hebben om in eene heilige vereeni-ging te leven en kinderen tot Gods glorie op te brengen.

17. Alle menschen moeten sterven. Het oogenblik van onzen dood is ons onbekend. quot;Van dit oogenblik hangt ons eeuwig geluk af; de hemel of de hel zi\\ voor altijd ons deel zijn, volgens den staat van gratie of van doodzonde, waarin wij sterven. Laat ons hier wel op nadenken.

18. De voornaamste deugden van eenen christen zijn : het geloof, de hoop en de liefde, die men noemt goddelijke deugden.

Het geloof is eene deugd door dewelke wij vastelijk gelooven al de waarheden, die God geopenbaard heeft en die de H. Kerk ons voorhoudt om te gelooven.

-■ De hoop is eene deugd door dewelke wij met een vast vertrouwen het eeuwig levan verwachten en de gratie om het te bekomen, door de verdiensten en do beloften van den Godmensch Jesus Oliristus.

De liefde is eene deugd door dewelke wij God boven alles beminnen om Hom zeiven, en onzen naaste gelijk ons zeiven om God.

-ocr page 15-

13

Alle christenen zijn verplicht de akten van geloof, hoop en liefde te verwekken, zoo haast zij het gebruik der rede bezitten, dikwijls in het leven, en wanneer zij in gevaar van sterven zijn.

De drie goddelijke deugden zullen ons het oefenen der zedelijke deugden vergemakkelijken. De bijzonderste der zedelijke deugden zijn de ootmoedigheid, de voorzichtigheid, de rechtvaardigheid, de sterkte eu de matigheid. Deze moeten wij vooral uitoefenen, o r dat zij de bron zijn van de andere deugden.

19. Het teeken van den christen is het heilig Kruisteeken. Het dient tot eene openbare belijdenis van ons geloof, het is een kort gebed tot God en het jaagt van ons den duivel met al zijn bedrijf.

VEREISCHTE GESTELTENIS

om eene goede biecht te spreken.

Eéue doodzonde alleen is genoeg om den-gene, die ze bedreven heeft, in de hel te storten, indien hij er voor zijnen dood geene vergiffenis van bekomt. Bij gevolg is er niets ter wereld wenscheiijker dan die vergiffenis te bekomen, als men het ongeluk gehad heeft van doodelijk te zondigen. Jesus Christus heeft het Siicrament van Boetvaardigheid ingesteld, om de zonden die na hot Doopsel bedreven zijn, te vergeven. Zie hier de gesteltenis, die

-ocr page 16-

14

er verzocht wordt om het Sacrament van Boetvaardigheid waardiglijk te ontvangen :

1. Het berouw is het uoidzakelijkste deel der Biecht. Het is eene droefheid des harten en eene verfoeijing der zonden, ten minste der doodzonden, welke man bedreven heeft, met het vast voornemen van er in de toekomst geene meer te bedrijven. Zonder het berouw vergeeft God nooit aan iemand. Het wordt verdeeld in volmaakt en onvolmaakt berouw. Het volmaakt berouw is eene droefheid van God vergramd te hebben, omdat hij oneindig goed in zich zeiven is. Het onvolmaakt berouw is eene droefheid van God vergramd te hebben, die gemeenlijk voorkomt uit het overwegen van de leelijkheid der zonde, of uit vrees van de straffen der hel. Door het volmaakt berouw verkrijgt men vergiffenis zijner zonden, zelfs zonder het Sacrament van de Biecht, als men den wil maar heeft van het te ontvangen. Het onvolmaakt berouw rechtvaardigt door zich zeiven den zondaar niet, maar het bereidt hem om van God de rechtvaardiging in de Biecht te bekomen.

2. Het berouw moet eeue inwendige droefheid zijn. Het is dus niet genoeg eene akte van berouw te zeggen: men moet een ware droefheid, een waar leadwezen des harten hebben, omdat men gezondigd heeft.

3. Deze droefheid moet bovennatuurlijk zijn, dat is: door den H Geest verwekt en gegrond op beweegredenen, die het geloof ons inl)oezemt. Dus, als men de zonde alleenlijk verfoeit, omdat zij eenig tijdelijk ongeluk, eene straf, eene ziekte, een verlies van gouderen veroorzaakt heeft, dan is dit geen genoegzaam berouw om

-ocr page 17-

15

vergiffenis te bekomen ; maar men moet leedwezen hebben ten opzichte van God, omdat de zonde God vergramt. Men kan zich tot leedwezen opwekken met te denken op de straf, die de doodzonde na zich sleept, op het verlies van den hemel, en op de hel. Men moet ook aanmerken dat men door de zonde eenen God vergramd heeft, die onze opperste Meester is, aan wien wij moeten gehoorzamen ; een God oneindig goed, onze Schepper, onze Vader, een God Zaligmaker, die ons door zijn dierbaar bloed heeft vrijgekocht. Deze beweegredenen moet mea zorgvuldiglijk overdenken, om zijn hart tot eene ware droefheid op te wekken, zonder dewelke God de zonde niet vergeeft.

4. De droefheid over de doodzonde moet alle andere droefheid overtreffen; want de doodzonde is het grootste kwaad, omdat zij God vergramt en ons het grootste ongeluk toebrengt. Men moet er dus met den redelijken wil meer bedroefd over zijn, dan over eenig kwaad ter wereld. Het gedrag van den boetvaardige geeft dikwijls te kennen of idjti berouw alles overtreft.

5. Deze droefheid over de doodzonde moet algemeen zijn, dat is te zeggen, dat zij zich moet uitstrekken over al de doodzonden, waaraan de zondaar pliehtig is; indien er eene is, over welke hij deze droef lieid niet heeft, zal God noch deze noch de andere vergeven ; want ééne doodzonde alleen trekt Gods gramschap op ons.

6. Men moet een vast voornemen hebben van liever te sterven dan nog eeae doodzonde te bedrijven. Indien men dit voornemen riet heeft, dat is een bewijs dat men geen waar berouw heeft; want als men ten uiterste over

-ocr page 18-

16

eene zonde droevig is, dan zal men zekerlijk een vast voornemen maken van er niet meer in te vallen, om welke redenen het ook moge wezen.

7. Als dit voornemen sterk is, dan verlaat men zoo haast mogelijk, alle naaste gelegenheden van doodelijk te zondigen; want, wie zich daaraan vrijwillig blootstelt, zondigt alreeds. Men verandert dan ook zijne inwendige en uitwendige levenswijze; men voldoet zoo haast mogelijk aan Gods rechtvaardigheid door boet-plegingen eu goede werken, en men herstelt, zoo goed als men kan, het ongelijk en de schade, die men den evenmensoh heeft toegebracht.

8. Men moet zijne zonden biecbten, ten minste de doodzonden, aan eenen priester, door den wettigen Bisschop goedgekeurd. De wettige bisschoppen zijn degenen, die door het zienlijk hoofd, onzen H. Vader den Paus, zijn aangesteld en die hem getrouw blijven. Men moet aan zulken priester al zijne doodzonden ootmoedig belijden zonder er eene van te verbergen, en daarbij voegen het getal en ten minste de omstandigheden, die den aard der zonden veranderen. Daarom moet men zijn geweten of conscientie met groote zorg onderzoeken. De priester, die de plaats van Jesus Christus bekleedt, kan alsdan, volgens de gesteltenis van den boetvaardigen zondaar, oor-deelen of hij zijne zonden moet vergeven of wederliouden. De beste wijze om zijn geweten to onderzoeken, is te overwegen de X geboden Gods, de V geboden der H. Kerk de Vlï hoofdzonden, de plaatsen waar men geweest is, en

-ocr page 19-

17

de personen met welke mea omgegaan heeft.

9. De absolutie of oatbiading, door welke de oprecht boetvaardige zondaar vergiffenis van zijne zonden verkrijgt, wordt alleenlijk ontvangen als de priester, ua geheel de belijdenis gehoord te hebben, de woorden heeft uitgesproken, welke men sacramenteel noemt, en welke alleen aan de wel bereide zielen de gratie van het Sacrament ran Boetvaardigheid toebrengen.

Als de boetvaardige zondaar nog niet bereid is, dan geeft de priester enkel den zegen, dien men geenszins voor de absolutie mag nemen, en stelt de absolutie voor eenigen tijd uit, opdat de zondaar beter zich bevinde.

10. Men begaat eene groote zonde, men bedrijft eene heiligschenderij, als men vrijwillig eene doodzonde in de biecht verzwijgt. Men onteert het FL Sacrament, men krijgt geeue vergiffenis van de zonden eu men maakt zich nog meer plichtig. Men moet dus openhartig en volkomen al zijne doodzonden belijden, en niets verbergen of bewimpelen voor dengene, die de plaats van Jesus Christus in het H. Sacrament der Biecht bekleedt.

11. Geene goede biecht, zonder berouw. Daarom, wanneer men enkel dagelijksche zonden te biechten heeft, en het berouw veelal te wen-schen overlaat, is het raadzaam een nieuw en oprecht leedwezen te verwekken over eene of andere zware zonde uit het vorige leven, en die in \'t algemeen, doch rouwmoedig bij de beschuldiging te voegen, ten einde alzoo de geldigheid van het H. Sacrament der biecht te verzekeren. Men zorge echter dat dit niet uit enkele gewoonte geschiede: want in dit geval

-ocr page 20-

18

zou het niets baten. Ook moet die aanhaling

en beschuldiging van vroegere zonden niet verhinderen, Ja men, zooveel men kan, zich op-wekke tot e-quot;n bebouw over do tegenwoordige.

13. Rij het berouw, de belijdenis en de absolutie, moot uog de voldoening gevoegd worden, welke bestaat in het volbrengen der peniientie, die door den biechtvader wordt opgelegd, en in het herstellen der bedrevene zonden door goede werken.

DE fiEWONE GEBEDEN

EENS CHRISTENS.

HET MORGENGEBED\'.

In den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.

1. Mijn Heer en mijn God, ik aanbid uwe opperste Majesteit. Ik bedank u voor alle weldaden, bijzonder dat Gij mij dezen nacht bewaard hebt.

2. Ik offer u op mijne ziel, mijn lichaam, en al wat ik bezit; ik draag u op al de go ede werken die ik dezen dag zal verrichten. Ik wil die doen tot uwe eer en glorie, en tot zaligheid mijner ziel en om de aflaten te verdienen die daaraan zijn verleend. Ik wil die opdragen voor de geloovige zielen aan welke ik bijzonder verplicht ben,

3. Ik maak een vast voornemen van dezen dag christelijk door te brengen ; ik wil liever duizendmaal sterven dan U vergrammen.

-ocr page 21-

19

4. Barmhurtige Got], genf mij de genade om dit voornemen wel te volbrengen. H. Maria, Moeder Gods, bid voor ons. H. Joseph, bid voor ons.

Mijn K. Engel-bewaarder, bid voor ons. H. N... mijn patroon (of mijne patrones), bid voor ons.

Alle H. Engelen en lleiligen, bid voor ons.

HET ÖEBED DES HEEBEN.

Onze Vader, die in de hemelen zijt:

1. Geheiligd zij uw Naam.

2. Ons toekome uw rijk.

3. Uw wil geschiede op de aarde als in dea hemel.

4. Geef ons heden ous dagelijksch brood.

5. En vergeet ons onze schulden, gelijk wij ver

geven onzen schuldenaren.

6. En leid ons niet in bekoring.

7. Maar verlos ons van den kwade. Amen.

DE ENGELSCHE QROETENIS.

Wees gegroet, Maria, vol van gratie: de Heer is met u; gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jesus. Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur onzes doods. Amen.

DE TWAALF ARTIKELEN DES GELOOFS.

1. Ik geloof in God, den Vader almachtig.

Schepper van hemel en aarde ;

2. En in Jesus Christus, zijn eenigen Zoon, on

zen Heer;

3. Die ontvangen is van den H. Geest, geboren

uit de Maagd Maria;

-ocr page 22-

20

4. Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven ;

5. Die nedergedaald is ter helle; ten dorden dage verrezen van de dooden;

6. Die opgeklommen is ten hemel, zit ter rechterhand van Gcd den Vader almachtig;

7. Van daar zal Hij komen oordeelen de levenden en dooden.

8. Ik geloof in den H. Geest;

9. De H. Katholieke Kerk, Gemeenschap der Heiligen;

10. Vergiffenis der zonden ;

11. Verrijzenis des vleesches ;

12. Het eeuwig leven. Amen.

HET AVONDGEBED.

In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.

1. Mijd Heer en mijn God, ik aanbid uwe opperste Majesteit. Ik bedank U voor al uwe weldaden, bijzonder dat Gij mij dezen dag bewaard hebt.

2. Kom, o H. Geest, verlicht mijn verstand opdat ik kenne waarin ik heb gezondigd, en geef mij de genade van een oprecht berouw.

H. Maria, Moeder Gods, bid voor ons. H. Joseph, bid voor ons.

Mijn H. Engel-bewaarder, bid voor ons. H. N... mijn patroon (of mijne patrones), bid voor ons.

Alle H. Engelen en Heiligen, bidt voor ons.

3. Overdenk hier hoe gij den dag hebt doorgebracht ; — denk aan de Tien gïboden Gods en di Vijf geboden der H. Kerk, of gij daartegen niet kebl gezondigd en om die noodzakelijke

-ocr page 23-

21

punten niet te vergeten. Sla tevens acht op de bijzondere plichten van vv.en staat, die achter in dit hoefcje zijn aangerieven

4. Bid daarna neten van Geloof, Hoop, Liefde en Berouw.

DE TIEN GEBODEN GODS.

1. Boven al bemin eenen God.

2. IJdeHjk zweer noch spot.

3. Vier de Heiligedagen al te gader.

4. Eer vader en moeder.

5. Met wil of met werken sla niemand dood.

6. Doe geen overspel of oukuischheid ooit.

7. Wacht u van stelen en onrechtvaardig leven.

8. Gij zult geenegetuigenis der valschheid geven.

9. Begeer niemands echtgenoot.

10. Noch onrechtvaardig iemands goed, hetzij klein of groot.

DE TUF GEBODEN DER H. KEBK.

1. De geboden Heiligedagen zult gij vieren.

2. En dan ook Mis hooren met goede manieren.

3. Geene geboden vastendagen zult gij breken.

4. Ten minste eens \'sjaars den Priester uwe

biecht spreken.

5. En nutten omtrent Paschen het lichaam des

Heeren.

AKTE VAN GELOOP.

Ik geloof in éénen God, drievuldig in personen, één in Wezen. Looner van het goed en Straffer van het kwaad. Ik geloof dat God de Zoon voor ons allen is mensch geworden en gestorven. Deze Mysteriën, en al hetgeen de H. Kerk mij voorhoudt te gelooven, geloof

-ocr page 24-

22

ik vaptelijk omdat Gii, mijn God, de eeuwige w aarhe id zijt, d e h( s zelf eeoj^enbaird tuibt. Ivi en voor dit geloof wil ik leven en iderven.

AKTE TAN HOOP.

O barmhartigf God ! ik hoop mot een vast betrouwen, door de verdioLstcD van onzen Zaligmaker Jesus Christus te bekomen het eeuwig leven en al de middelen die daartoe noodig zijn, omdat gij zijt oneindig goed tot ons, almachtig en getrouw in uwe beloften. In deze hoop wil ik leven en sterven,

AKTE VAN LIEFDE.

Mijn Heer en mijn God! ik bemin u boven al uit geheel mijn hart; omdat gij het opperste goed zijt in U zelven. Ik bemin mijnen evennaaste gelijk mij zelven om u, en wensch dat alle menschen u beminnen. In deze liefde wil ik leven en sterven.

AKTE VAN BEEOUW.

Mijn Heer en mijn God! het is mij leed uit den giond van mijn hart, dat ik uwe goddelijke majesteit en goedheid, die ik boven al bemin, vergramd heb door mijne zonden, ik haat en verzaak die uit liefde tot u en maak een Tast voornemen van voortaan niet meer te zondigen, de gelegenheden te schuwen en liever te sterven dan u te vergrammen. Amen.

Dat de Heer ons gelieve te zegenen, tegen alle kwaad te beschermen, en tot het eeuwig leven te geleiden; en dat de geloovige zielen door de barmhartigheid Gods in vrede rusten. In den naam des Vaders enz.

-ocr page 25-

(Het is zeer raadzaam bij hft maten van het kruisteekei! \'s morgens en \'s ;■ \'onds gebruik te maken van gewijd water.)

LEVENSREGEL.

Vrtde en larmhartiglitid aan allen die deztn regel zullen volgen.

Die als een braaf cliristen wil leven, in de nauwkeurige onderhouding van de geboden Gods en der H. Kerk en de vervulling der plichten van zijnen staat, kan niets nuttiger doen, dan dagelijks eene geregelde manier van leven te volgen, zooveel als zijn staat zulks gedoogt.

Wat men met orde doet, doet men spoedig gemakkelijker, beter, getrouwer; men krijgt allengs meer kracht om het kwaad te bestrijden en het goede te doen, en vindt weldra zijn zoetsten troost, zijn waar geluk in de oefeningen en gebruiken van een godsdienstig leven, die voor een mensch zonder regel lastig of ondoenlijk schijnen.

Daarom, geliefde Christenen, stellen wij u eenige leefregels voor :

1. Zoo haast gij des morgens ontwaakt, stier uwe eerste gedachte tot God. Zeg hem ten minste inwendig: Mijn God, ik schenk u mijn hart; ik draag u op al de werken van dezen dag. Vergun mij de genade u van daag niet te vergrammen. Maak het teeken des H. Kruizes, het kenmerk van den christen mensch. Vervolgens zult gij u haastig en zediglijk aankleeden.

Vergeet nooit uw morgengebed te doen; indien gij het niet kunt doen als gij opstaat, in

-ocr page 26-

24

de tegenwoordigheid misschien van gezellen die er mede spotten, verkies dan de eerste gelegenheid op den weg of aan het werk; maar laat het nooit geheel achter.

Geef den Heer de eerstelingen van den dag.

(Joan. Climax.quot;)

2. Denk, vooral des morgens, aan het einde waartoe God u heeft geschapen, aan de kortheid van dit leven, aan uwe groote zaak boven alle zaken: het bereiken uwer eeuwige zaligheid. Zoo als de H. Bernardus moet gij u soms afvragen ; Waartoe ben ik gekomen ? Waarom schenkt de goede God mij dezen dag ? Van die korte overweging zult gij onder Gods zegen de schoonste vruchten plukken.

Geheel de aarde is bedorven en woest omdat er niemand is, die rijpe overdenkingen maakt.

(Jerem. 12.)

3. Overweeg vooral dikwijls de H. Mysteriën van het leven, lijden en sterven ; der verrijzenis en hemelvaart van onzen Heer en Zaligmaker Jesus Christus en prent diep in uw geheugen, dat alle geluk van den mensch en de ware godsdienstigheid alleen te vinden is ; in de navolging van uw goddelijk Voorbeeld, door het onderhouden der geboden van God en van de H. Kerk, door de nakoming der plichten van uwen staat en de volbrenging van den wil Gods, volgens de leiding en den raad dar Biechtvaders en oversten, die u in Gods plaats besturen. Alle godsvrucht, die zich niet toelegt op deze geboden en plichten, is valsch en be-driegelijk.

Zoo gij het leven wilt ingaan, onderhovd de geloden. (Matth. c. Six 17.)

-ocr page 27-

25

Niet allen die zeggen Heer! Heer! zullen ingaan in het Rijk der Hemelen, maar die den ml doen van mijnen Vader. (Matth. vu, 21.)

4. Wel gelukkig en bevoorrecht zijt gij, zoo het u gegeven is dagelijks in het H. Sacrificie der Mis te kunnen tegenwoordig zijn; Woon het dan altijd bij met de betamelijke eerbiedigheid en aandacht. Begeef u vervolgens met ijver tot de bezigheden van uw beroep, met inzicht om God te behagen.

De vogel is gemaakt om te vliegen en de mensch om te werken. (Job. v, 1.)

Ledigheid is de moeder van alle ondeugden.

(Eccl. xxxiTi, 29.)

Hetzij gij eet, hetzij gij drinkt of iets ander* doet, doet alles tot meerdere eer van God.

(1. Cor. x. 31.

5. Verzuim nimmer vóór en na het morgenmiddag- en avondeten een Onze Vader en Wees gegroet te bidden, zoo als alle christenen doen.

Allerheilzaamst zal het u zijn zoo gij de gewoonte aanneemt om meermalen door den dag uw hart tot God te verheffen, om Hem door een kort schietgebed genade en bijstand te vragen of uw werk op te offeren, bijv. Mijn God ik offer mij geheel aan u, ik draag u mijn werk op in vereeniging met den arbeid en het lijden van Jesus, enz. Daardoor zult gij gemakkelijker uwe kwade neigingen en driften bemeesleren en in alles beter doen naar het voorbeeld van onzen goddelijken Zaligmaker.

V lucht de zonde even als eene slang,

(Eccles. xxi. 2.)

nik hib u een votrleeldgrgtven opdat gij zoudt doen zoo als ik gedaan hel.quot; (Joann. xiil. 5.)

a

-ocr page 28-

26

6. Als u eens óf meermalen eene fout zal zk ontsnappen, in weerwil uwer goede voornemens, va moet gij u niet ontrusten of ontstellen, O neen, ]cU rua;.:r verneder u amuitonds voor den goeden

God; vraag Hem vergevii^g en maak het voor- in

nemen van beter op uwe hoede te zullen wezen. be

Indien gij echter het ongeluk had in doodzonde to(

te vallen, ga dan zoo spoedig mogelijk eene en

rouwmoedige biecht spreken.

Waak, icant yij Keet noch dag, noch uur. bli

(Matth. xxt. IS.) Je

Zalig zijn zij, vier ongtrecMiglieden vergeven w;

en wier zonden ledekt zijn. (Ps. 13.) vvi

7. Als gij voorbij eene kerk komt en u

niet moet haasten naar uw werk, of \'s avonds Spi

als gij gedaan hebt, ga dan eens binnen om da

Jesus in het A. H. Sacrament te aanbidden. Zo:

Dit kerkbezoek vooral van iemand, die den eei

ganschen dag heeft gearbeid, verheugt het hart m(

van Jesus, die zoo dikwijls alleen is in ce kerk, m;

waar Hij nochtans den troon zijner genaden an

gesticht heeft om die aan de menschen uit te op deelen. Daardoor kunt gij vele fouten herstellen, terwijl de Heer u nieuwen moed en bijstand zal geven volgens uwe behoeften.

n Komt allen tot mij, die belast en heiaden zijt tel

en Ik zal u opleuren,quot; (Matth. xi; 28.) ve

8. Als christen en mensch van eer zult gij vo steeds zorgvuldig alle vloekwoorden (ook de ge: zoogenaamde halve of bastaardvloeken, waarbij ste in alle geval de naam van God ijdel genoemd te en veeltijds ontstichting gegeven wordt) en alle nu eenigzins oneerbare of dubbelzinnige gezegden be vermijden. Altijd, maar nog bijzonder in de zij tegenwoordigheid van kinderen en onschuldige Jn

_ k

-ocr page 29-

27

zielen, moet gij u inet omzichtigheid onthouden van gesprekken of gebaren, die hen zouden kunnen ergeren.

9. Verwaardig u nimmer een voet te zetten in kdffijliuis of tapwinkel, waar het vloeken of bezigen van oneerbare taal geduld wordt. Hoe toch is het mogelijk, dat een menach van deugd en opvoeding zich kan verlustigen in plaatsen, waar de naam des Allerhoogsten ieder oogen-blik gehoond wordt, waar de Kerk, zijne Moeder, wordt gelasterd en ten spot gesteld, of waar zedelooze taal de ocren kwetst van al wie nog een weinig eerbare schaamte bezit!

Zoo gij ten gepasten tijde eene eerlijke uitspanning, een geoorloofd vermaak neemt, welnu, dat het zij met blijgeestigheid en matigheid zonder van den nacht uwen dag te maken. Door een bedrukt aangezicht en een streng voorkomen moet gij zwakke zielen niet afschrikken, maar maak uwe godsvrucht beminnelijk en laat anderen door uwe zedige opgeruimdheid worden opgewekt tot liefde voor den dienst des Heeren.

Verhtug v, doch in den Heer. (Philipp. iv, 4.)

Be Heer is altijd voor mijne oogen. (Ps. 70.)

10. Draag uwen evenmensch eene ware christelijke liefde toe. Dan zult gij alles trachten te verhoeden, wat schadelijk zoude kunnen wezen voor zijne goederen, voor zijne eer, voor zijne gezondheid en leven en vooral voor zijne onsterfelijke ziel, en gij zult hem het goed trachten te betounen, wat gij aan u zeiven wenscht. Wij moeten door goede werken onzen roep tot den hemel verzekeren ; ieder moet die doen volgens zijnen staat. Daarom moet gij de armen en hulpbehoevenden bijstaan door aalmoezen en

-ocr page 30-

28

diensten naar uw vermogen. Zoo gij zelf behoeftig zijt, kunt gij toch anderen helpen, hetzij door mededeelirg van een stuk brood, hetzij door troostgeving, onderrichting, het uitsteken van eene behulpzame hand, of in alle geval door voor hen te bidden. Bid en ijver voor de zaligheid der zielen, voor de bekeering der zondaren en vergeet ook de geloovige overledenen niet.

11. Heilig de zon- en feestdagen met de goddelijke diensten bij te wonen, indien gij niet wettig belet wordt. Herinner u dat gij groote-lijks en op doodzonde verplicht zijt Mis te hooren, tenzij gij u in de onmogelijkheid zoudt bevinden het te kunnen doen. Uw staat al» werkman ontslaat u geenszins van dezen plicht. Ga altijd het sermoon bijwonen, en de andere diensten zoo dikwijls mogelijk. Voeg daarbij de lezing van een godvruchtig boek/ raadpleeg dikwijls uwen CatechismuB en herlees ook dit werkje. Let, bij het kiezen van boeken, altijd op de kerkelijke goedkeuring en vraag soms aan uwen biechtvader, welke lezingen het meest geschikt voor u zijn, want gelijk alle goede spijzen of geneesmiddelen niet dienstig zijn voor alle ligchaamsgestellen, evenzoo zijn alle goede boeken nog niet nuttig voor alle personen.

13. Nader tot de H. Sacramenten op al de hooge feestdagen van on?en lieven Heer Jesus Christus en van zijne H. Moeder Maria. Ala gij meer aan het kwaad zijt blootgesteld, hebt gij meer sterkte noodig om te wederstaan, en waar zult gij die bekomen tenzij in de H. Sacramenten ?

1*. Heb een groot vertrouwen jegens de Al-

-ocr page 31-

S9

lerheiligale Maagd ; aanroep haar dagelijks in

al uwe noodwendigheden en gevaren, opdat zij u moge beschermen; aanroep ook dikwijls uwen Engelbewaarder, den H. Joseph en uwen Patroon.

14. In uwe ziekte, roep dadelijk eenen priester als er eenig gevaar is, om in tijds de H. Sacramenten te ontvangen. Verzuim niet dezelfde gratie aan uwe bloedverwanten en vrienden te bezorgen; dit is de grootste dienst, welke gij hun kunt bewijzen : van dit laatste oogenblik hangt voor u en voor hen eene gelukkige of ongelukkige eeuwigheid af; beschouw nooit gelijk eenige onwetende christenen, het H. Oliesel als eene voorbode des doods, dewijl het een punt is van ons geloof, dat dit Sacrament is ingesteld om de zieken naar lichaam en ziel te verlichten.

15. Ga nooit slapen zonder een avondgebed te doen, met het onderzoek van uw geweten en eene akte van berouw. Gij kunt des nachts door den dood verrast worden : hoe velen zijn plotseling overleden? En welk ongeluk voor u, indien gij voor God verschijnt zonder uwe zonden verfoeid le hebben ! Het gewetensonderzoek, dat gij alle avonden doet, zal u de biecht gemakkelijk maken en uwe gebreken helpen verboteren.

BUZOKDEEE EESEIS 7Ü0B OKHDMEK.

Terwijl gij in den ongehuwden staat leeft, geliefde christenen, moet uwe voornaamste zorg

-ocr page 32-

80

zijn, om uw hoogste goed, den kostbaren schat uwer onschuld, oagesciiomlen te bewaren. Daarom moet gij alle gevaarlijke gelegenheden vermijden, steeds waakzaam zijn op uwe zintuigen en neigingen en dagelijks bidden om uw hart en lichaam rein te behouden.

1. Onderhoud de matigheid en betamelijkheid in het gebruik van spijs en drank. De gulzigheid en dronkenschap zijn de rampzalige oorzaken van ontelbare zonden, doch op de eerste plaats doen xij de zuiverheid ten onder gaan en maken onbekwaam tot weerstandbiading.

2. Schuw het gezelschap van ongelijke en losbandige personen. Slechte gezelschappen bederven de goede zeden en die met pik omgaat wordt er mede besmet.\'\' (Sirach 13, 1.) Onder slechte gezelschappen en vermaken moeten vooral gerekend worden, die dansver-gaderingen, schouwspelen en nachtelijke partijen, die heden zoo veelvuldig zijn en steeds in ijdel-heid en dartelheid toenemen; waar alles tot wulpacliheid opwekt: gezelschap, kleeding, blikken, gesprekken, liederen, muziek, drank, dans enz. De eerste stap tot eene dansplaats is voor velen de eerste stap lot de verleiding.

3. Ga niet lichtzinnig om met personen van het ander geslacht. Vertrouw niet op de onschuldigheid uwer neiging voor een persoon, want die neiging is blind en maakt blind. Wacht u steeds van onvoorzichtigheid in oogslagen, in woorden en manieren. Niet te vergeefs bad David: ,/Heer, wend mijne oogea af opdat zij geene ijdelheid zien.quot; Wees jegens iedereen, volgens uweu staat, beleefd en vriendelijk, doch altijd eerbaar en zedig. Van anderen eene goede

-ocr page 33-

31

gedachte te hebben, zonder te onderzoeken wat gij niet verplicht zijt, is een middel om vele bekoringen te vermijden.

3. Vlucht de ledigheid, die alle soort van kwade gedachten doet opkomen; het lezen van ontstichtende boeken, couranteu en liederen; de kwade droefheid en mismoedigheid, die u de lust beneemt voor het werk en den moed voor de deugd, en die slechts voordeel geeft aan den duivel om u in gevaarlijke bekoringen te wikkelen en tot eene treurige toestemming over te halen.

4. Vlucht de eerste zonde; vrees de eerste gedachte, de eerste beweging: verwijder alles wat de eerbare schaamte kwetst, ofschoon het u dunkt dat het maar eene kleinigheid is. Wat klein is kan soms groot worden en wat groot is zal ras maar klein meer schijnen.

5. Bewaar den eerbied voor u zeiven en voor uwen evenmensch, want wij zijn de tempels van God en naar zijn beeld geschapen. Meer nog, bewaar den eerbied voor God, die, alomtegenwoordig, al onze daden en gedachten ziet; de gedachtenis aan Jesus-Christus, aan zijn lijden en dood en aan zijne onbevlekte Moeder, die gij dikwijls moet aanroepen.

6. Kies een ijverigen Biechtvader, wien gij een vol vertrouwen schenkt, en gehoorzaam hem als een Vader. Onderhond, voor zooveel uw beroep toelaat, de oefeningen, die in den Leefregel hier voor zijn aangewezen, en gij zult vrede en geluk smaken te midden van den strijd dezes levens, gij zult in de maagdelijkheid volharden, of, zoo gij tot het huwelijk geroepen zijt, zal uw braaf leven daartoe de beste voor-

-ocr page 34-

32

bereiding zijn, en God zal hulp en genade schenken om dien gewichtigen staat te kunnen aanvaarden en beleven voor uwe zaligheid.

REGELS

VOOR AL WIE DEN HUWELIJKEN STAAT CHRISTELIJK ZOEKT AAN TE GAAN.

1. Een braaf en zuiver leven van zijne jeugd af, eene eerbare verkeering met toestemming lijner ouders begonnen, het gebed en het dikwijls ontvangen der HH. Sacramenten — ziedaar do beste weg om tot een gelukkig huwelijk te komen.

2. Verlangt gij in het huwelijk te treden, bid dan vooral om te weten of gij door God daartoe geroepen zijt, en of gij do plichten en lasten, aan dien staat verbonden, zult kunnen volbrengen. Verwijder van u alle kwade inzichten, en heb niets anders voor oogen dan de verheerlijking Gods en uwe eigene zaligheid. Ga met de grootste omzichtigheid te werk in de keus van uw toekomenden echtgenoot; zie niet zoo zeer op goederen en vergankelijke hoedanigheden als op deugd en godsdienstige gevoelens. Bid God vurig dat hij u gewaar-dige te verlichten; vraag aan uwe ouders, aan brave personen, maar vooral aan uwen geestelijken vader om raad, vóór dat gij eenig besluit neemt, en denk verder dat het geluk, de zegen van uw huwelijk zal afhangen van de wijze, waarop gij u tot de ontvangst van dat verheven Sacrament zult voorbereid hebben.

-ocr page 35-

33

3. Als tot het huwelijk besloten is, moet gij u bijtijds naar uwen pastoor begeven, om over de christelijke leer en over al wat het huwelijk aangaat ondervraagd te worden, en de noodige vermaningen en inlichtingen te ontvangen.

4. Het onderzoek dat men bij den pastoor zijner parochie te ondergaan heeft, betreft drie dingen, te weten; lo. Wat men moet weten en doen uit noodzakelijkheid des middels; 2o. Hetgene men moet weten uit noodzakelijkheid des gehods-, 3o. Al wat de beletsels van het huwelijk aangaat, lo. De woorden uit noodzakelijkheid des middels beteekenen dat er artikelen des geloofs zijn, welker kennis en geloof zoodanig noodige middelen ter zaligheid zijn, dat men zonder die te kennen en te gelooven niet kan zalig worden. Er zijn vier dusdanige artikelen, te weten; ten eerste, dat er een\' eenige God is; ton tweede dat er drie goddelijke personen zijn : God de Vader, God de Zoon en God de H. Geest; ten derde, dat God de Zoon voor ons is mensch geworden en gestorven, ten vierde, dat God Looner is van het goed en Straffer van het kwaad. 3o. De woorden uit noo zakelijkheid des gehods beteekenen, dat er zaken zijn, die men weten moet uit kracht van een stellig gebod van God of van de H. kerk. Hetgene men noodzakelijk weten moet uit noodzakelijkheid des gebods, wordt in dezar voege opgenoemd : het Onze Vader, de twaalf artikelen des geloofs, de tien geboden Gods, de vijf geboden der H. Kerk de zeven H. Sacramenten, bijzonderlijk die men wil ontvangen, en voorts, al de plichten die ieder volgens zijn staat verbonden is te kennen. 3o. De H.Kerk

-ocr page 36-

34

heeft pronte redenen s;ehad om beletsels van huwelijk iti te stellen. Men verstaat door zulke beletsels al hetgene dat, zoo lang als het bestaat, twee personen belet met elkander te trouwen, en waardoor, indien het niet eerst was weggenomen, hun huwelijk ongeoorloofd of zelfs van geene waarde zou zijn. Weinige menschen zijn genoegzaam met die beletselen bekend om daarover geenen raad van noodete hebben. Het is daarom dat de pastoor verplicht is nauwkeurig te onderzoeken, of er tusschen hon die zich ten huwelijk aanbieden, het een of ander beletsel niet bestaat. Hetgene zij hier bijzonder te doen hebben is rechtzinnig te antwoorden op al de vragen, welke hun gedaan worden of door den pastoor zelf, of, -als hij belet is, door den priester, die zijne plaats vervangt. De personen die te voren welen, dat er tusschen hen een dier beletsels is, moeten vooral hunnen pastoor raadplegen, om te weten, of zij volgens hot kerkelijk recht, genoegzame redenen hebben om er vrijstelling (dispensatie) van te bekomen, en opdat zij dan ook in tijds dezelve aan de bevoegde macht zouden kunnen vragen; en, was het onmogelijk dispensatie te bekomen, opdat zij dan dadelijk van dit opzet van huwelijk zouden afzien.

5. Wanneer het blijkt uit het onderzoek der beide verloofden, dat tot dan toe niets hen belet het huwelijk met elkander in te treden, kan tot de verplichte kerkelijke afkondiging van het aanstaande huwelijk, of de zoogenaamde roepen worden overgegaan. Sedert dit oogenblik, en gedurende geheel den tijd dat de roepen gedaan worden, hebben de verloofden eenige

-ocr page 37-

35

plichten te kwijten, waaraan zij niet mogen ontbreken. Ten eerste, zij moeten zicli meer dan ooit wachten van alle zonden, als ook van gedurende die dagen oader hetzelfde dak to vernachten; ten tweede, zij moeten dan bijzonder huune gebeden eu goede werken verdubbelen ; ten derde, zij moeten, ten minste, drie j dagen voor hun huwelijk, tot de H. Sacramenten naderen; ten vierde, zij moeten het huwelijk, zonder uitstel, op het gestelde tijdstip aangaan, ten ware zij zich door noodzakelijkheid of goede redenen tot verschuiving gedwongen vonden.

6. Men ziet dus, dat, terwijl de roepen voortgaan, de verloofden door een waar christelijk gedrag, tot het ontvangen van het H. Sacrament des huwelijks zich moeten bereiden Bijgevolg, gaat men eenige dagen vóór dat het huwelijk moet plaats hebben, te biechten ; men doet of eene gewone biecht, of zelfs, indien het de biechtvader raadzaam vindt, eene algemeene biecht: maar in alle geval, eene ootmoedige en rechtzinnige biecht, eeue biecht vergezeld van eene ware droefheid over zijne zonden, en V bekwaam om de zegeningen des Heeren over zijne echtvereeniging te trekken. Nadat men de H. absolutie ontvangen heeft, doet men eene vurige communie, en dan houdt men zich zorgelijk in die gelukkige gesteltenis, om alzoo op den trouwdag zeker het ü. Sacrament des Huwelijks in staat van gratie te ontvangen. Ifad men zich op dien dag nog ongelukkiglijk eene doodzonde te verwijten, dan zou men nog voor het plechtig oogenblik des huwelijks, van die doodzonde de absolutie moeten ontvangen.

-ocr page 38-

36

7. Men moet vermijden den trouwdag te stellen gedurende het tijdstip op hetwelk de H. Kerk dit niet toelaat, te weten, van den eersten Zondag van den Advent tot op den dag van Drie Konijjgen, en van aschwoendag tot op den Zondag van Beloken Paschen, die dagen er mede in begrepen: en, als het huwalijk niet kan uitgesteld worden, heeft men de noodige dispensatie te vragen.

Het behoort ook op de vastendagen niet te trouwen, en indien het anders niet zijn kon, moet men zich herinneren dat men daardoor niet ontslagen is van het gebod der H. Kerk nopens het vasten en vleesch derven.

8. Het is niet genoeg zich tot het Sacrament des huwelijks allerchristelijkst te bereiden, en het ia staat van gratie te ontvangen. Men moet ook den dag van zijn huwelijk in de vrees des Heeren doorbrengen, anderen door zijn gedrag niet ontstichten, en zich wel wachten van door onbehoorlijke bruiloftsfeesten ot kwade voorbeelden aan zijne bloedverwanten en vrienden gelegenheid te geven God te vergrammen, hetgeen jammerlijk maar al te dikwijls plaats heeft.

ONDERRICHTINGEN

voor cheis1ene echtgenooten.

1. Dewijl ieder mensch door God geschapen is om Hem te kenceu. Hem te dienen, te beminnen en zalig te worden, zoo zijt gij, christen echtgenooten, ook ia den huwelijken staat ge-

-ocr page 39-

37

treden, om God gezamenlijk te dienen en uwe zaligheid te bewerken.

Gij moet dus elkander met woorden en goede voorbeelden tot de liefde Gods, tot het onderhouden zijner geboden, tot den vrede, de rechtvaardigheid, het geduld en andere deagden aanmoedigen.

2. De echtgenoot moet zijne vrouw als zijne medehelpster en niet als zijne dienstmaagd aanzien. Ten andere moet de vrouw haren man in al wat goed is gehoorzaam wezen. Christene echtgenooten moeten elkander oprecht beminnen, goed van elkander denken en spreken. Dewijl van den vrede en de eendracht de zegeu van God en het dierbaar erfdeel van Jesus Christus afhangt, moet de eene voor den anderen, om den vrede te bewaren, gaarne wijken en toegeven in alles wat niet strijdt tegen Gods wet: moeten beiden, tot den dood toe, elkanders gebreken geduldig verdragen .en met eene christelijke standvastigheid in den H. huwelijksband volharden.

3. Als (rod uwen echt met geene kinderen zegent of ze weder uit de wereld neemt, moet gij u niet bovenmate bedroeven, maar u gelaten aan zijnen H. wil onderwerpen. Wat God doet is wel gedaan, «Heer uw wil geschiede 1quot;

4. Heeft God u kinderen geschonken, dat dan steeds uw voorname zorg zij om die kostbare panden, welke Hij u heeft toevertrouwd en die Hij eenmaal van u zal afeischen, tot deugdzame christenen op te brengen. Waak voor hunne gezondheid, hun leven, doch vooral voor hunne ziel. Draag zorg dat zij tijdig het H. Doopsel ontvangen, vooral als er gevaar is,

-ocr page 40-

38

en kies ^eenR personen tot Peter en Meter die riet ffopde christenen zijn.

5. Zoodra zij verstand beginnen te krijgen,

leer hun God, hunnen Schepper, kennen, de zoete namen van Jesus en Maria uitspreken, vervolgens de vier punten, die een christen weten moet om te kunnen zalig worden en die op de eerste bladzijde van dit boekje vermeld staan ; verder het teeken des H. kruis, het Onze Vader, de Wees gegroet, enz. Zoodra zij den ouderdom van 7 jaren bereikt hebben moet gij waken, dat zij op Zon- en feestdagen met eerbied de H. Mis bijwonen, waartoe zij op doodzonde verplicht zijn, tenzij eene wettige verhindering dit belette ; dat zij geregeld naar de christelijke leering gaan; \'s morgens en \'s avonds nimmer het gebed verzuimen en niet omgaan met andere kinderen of personen, van welke zij kwaad zouden leeren.

6. Dikwijls, geliefde huisvader en huismoeder, moet gij uwe kinderen over God en goddelijke zaken spreken, hun smaak voor het bidden inboezemen, hen ondervragen uit den Catechismus; het moet u eeue aangename uitspanning zijn u des Zondags aldus met uwe t lieve kinderen een half uurtje ten minste bezig te houden, om te weten of zij de noodzakelijke waarheden kennen, of zij smaak beginnen te krijgeu in de deugd. Vooral als de tijd daar is, dat zij zich lot do eerste H. Communie moeten voorbereiden, zult gij alles doen wat in uw vermogen is om hen te helpen en aan te sporen dit allorverhevenst werk waardig te verrichten.

7. Zeud hen ook vlijtig naar eene katholieke

-ocr page 41-

39

school en laat lion een eerlijk handwerk of beroep leereti, opdat zij later in staat mogen zijn hun onderhoud te verdienen, doch let vooral op de winkels en fabrieken waar gij hen henen zendt, en brengt toch nooit de onschuld, misschien de zaligheid van een kind ten offer, , door het om een hooger loon, een handvol geld, te plaatsen of te laten in een werkplaats of huis, waar ongestraft slechte taal wordt gesproken en geloof en deugd aangerand of bespot worden.

8. Tracht, geliefde vader of moeder, in alles een goed voorbeeld te geven. Indien gij zelf eene kwade gewoonte hebt, bijv van te vloeken,

oneerbare gezegden, ongodsdienstigheid enz. dan

zullen uwe kinderen, die ongemerkt navolgen, uwe lessen zullen niet baten, omdat gij zelf zo\' niet beoefent. Duizendwerf gelukkig bet gezin waar vader en moeder stichtende voorgangers zijn, waar ouders en kindeien in \'t begin quot;\'an eiken dag de eerste hulde brengen aan hunnen Schepper, en waar geen avond voorbij gaat, die niet door het gezamenlijk hidden van den \'Rozenkrans en andere gebeden wordt besloten. i Het voorbeeld der ouders is de beste onderrichting der kinderen en de schoonste spiegel in huis. 0

9. Daarom zult gij ook geea voor do goede zeden gevaarlijk spel of gedans toelaten, en oneerbare liederen, prenten of onsfichtende boeken en nieuwspapieren uit u-v huis verbannen.

10. Duld niet dat kleine kinderen door moeder, voedster of andere personen te bed genomen worden, opdat zij door zulke onvoorzichtigheid misschien niet de oorzaak worden van hunnen

-ocr page 42-

40

dood. Vooraleer zij een jaar oud zijn, is dit toogst gevaarlijk.

Maar gij moogt ook volstrekt niet toelaten dat kinderen, die hun zesde jaar bereikt hebben, in het ouderlijk bed slapen of bij kinderen van het ander geslacht, om het gevaar van verergernis.

Hwlaas! door misbruiken in deze gewigtige punten zijn zoo vele ouders de oorzaak van het bederf hunner kinderen.

11. Prent diep in de harten uwer ouder geworden kinderen, de noodzakelijkheid van zich waardig tot eenen levensstaat te bereiden door het gebed en de zuiverheid der zeden. Zeg hun dikwijls, dat het tijdelijk en eeuwig geluk of ongeluk gemeenlijk afhangt van de goede of kwade keus. Laat hen niet gaan naar verderfelijke dans vergaderingen en andere gevaarlijke bijeenkomsten, die men met recht leerscholen des kwaads en huizen van den duivel zou mogen noemen. Veroorloof vooral aan uwe dochters geene kennis met personen van het ander geslacht, geen uitgaan bij avond of nachttijd, geene wandelingen op eenzame wegen. Is de tijd daar dat zoon of dochter met uwe toestemming een huwelijk zal aangaan, wees dan op uwe hoede en vraag aan uwen geestelijken vader, welke plichten gij ten dien opzichte hebt te vervullen.

Helaas! zoovele ongelukken en rampzalige huwelijken zijn het gevolg van lichUiauige en gemeenzame verkeeringen,

12. Eindelijk, christene ouders, volgt den H. man Job na : offert gelijk hij, lederen morgen aan den Heer een gebed op voor uwe kinderen.

-ocr page 43-

41

Indien gij hen dikwijls aan God aanbeveelt, vooral in de H. Mis; zoo gij hen daarbij met woord en daden voorgaat in de deugd, dan moogt gij de blijde hoop koesteren, dat zij ook braaf zullen worden en gezegend zijn op deze wereld, en na hunnen dood met u de glorie des hemels zullen binnengaan.

Plichten van dienstboden en werklieden jegens hunne Meesters en Oversten.

Dienstboden, knechten, werklieden moeten hunne meesters eerbiedigen, met getrouwheid dienen en gehoorzamen in alles wat oiet strijdig is met de wet van God.

Geliefde dienstboden ! bij aldien de vernederingen, de werkzaamheden, de ontberingen aan uwen staat verbonden, u soms hard en grievend vallen, zij het u steeds ten troost te gedenken, dat het God is, dien gij dient en niet de men-schen, dat Jesus zelf hier op aarde heeft gearbeid eu geleden om uwen stand te verheffen en ten voorbeeld te zijn, evenzoo zijne allerheiligste Moeder, die zich de nederige dienstmaagd noemde en de H. Joseph, zijn voedstervader, die ofschoon van koninklijk geslacht, den roem en de gemakken der wereld niet beminde, maar de eer en \'t geluk van, als eenvoudig handwerksman, met en vóór zijnen God te leven.

God dienen is heerschen. Gij zult heerschen wanneer gij als goede dienaren uwe plichten nakomt, die wij in \'t kort gaan aanstippen: 1°. Kob eerbied voor uwe mfiesters en oversten. uBat de dienaren hunne meesters beschomo n als zijnae huune eer- en cerbiedbetooningen waar-

-ocr page 44-

42

dig\'\'\' zegt de H Apostel Paulus en de H. Apostel Petrus vermaant: nDienaren, weest onderdanig aan moe meesters met alle soort van eerbied, niet slechts aan die goed en zacht zijn, maar aan degenen die hard en spijtig zijn.quot; Groot zal uwe verdienste wezen als gij u, zoo niet om uwe meesters, dan took ten minste om God, altijd binnen de palen van den eerbied weet te houden.

2°. Gij moet uwe meesters dienen met ge-iroutoheid. Getrouwheid in het behartigen en voorstaan van hunne belangen, in niet te dulden dat zij verongelijkt worden in hunnen goeden naam, in hunne kinderen of betrekkingen. Trouwe zorg in het bewaren en gadeslaan van hunne goederen. Niets gebruiken of wegschenken tegen hunnen wil en niet dulden dat anderen het doen, wanneer aan u het opzicht is bevolen. Goede zorg vooral voor hunne kinderen als deze u worden toevertrouwd ; dat zij geene schade bekomen in hunne gezondheid, doch bovenal dat zij nimmer van u of van anderen iets ziea of hooren wat hunne onschuldige zielen zou besmeuren. Eenmaal zoudt gij daarvan strenge verantwoording moeten geven

3°. Zijn er in de woning of werkplaats onder uwe medemakkers die zich schuldig makan aan het spreken van Godslasteringen en vloeken, aan oneerbare gezegden of vertellingen, aan het zingen van slechte liederen of anders grove zonden, berisp hen dan vrijmoedig en zag: dat gij verplicht zult zijn aan uwen Heer of Overste daarvan kennis te geven zoo het andermaal mocht gebeuren. En die aanklacht moet gij werkelijk doen, en zonder verschooning, wanneer de schuldige zich aan uwe broederlijke

-ocr page 45-

43

waarschuwing niet heeft willen storen, daardoor zult gij wellicht verhinderen, dat hij lansrer tot ergernis strekke voor anderen. Helaas! de laffe toegevendheid van oudere dienstboden, vooral van meesterknechts, is meestal oorzaak, dat zedelooze tongen alles durven uitbraken, dat de fabriek of werkplaats eene school van boosheid is, waar jeugdige en reine harten voor altoos worden bedorven. Zoo echter uwo aanklacht zoo wel als uwe vermaning nutteloos zou wezen, zult gij wel doen met die dienst te verlaten, bij aldien het zonder merkelijke schade kan geschieden. Ten minste moet gij allen onnoodigeu omgang met de schuldigen af breken en uw hart dikwerf tot God verheffen, om uwe eigene ziel te behouden.

4°. Gij moet uwen meesters gehoorzamen in alles wat uiet strijdt tegen Gods wetten. Gehoorzaam en werk met een goed hart, als voor God en niet voor de memchn; in de eenvoudigheid des harten en de vreeze des Heer en, wetende dat gij van Hem uwe voornaamste belooning zult ontvangen, eene eeuwige belooning : het .erfdeel zijner kinderen.

Als een onrechtvaardige en slechte meester of meesteres u iets gebood wat strijdig is tegen de geboden van God of van de H. Kerk ; als zij u voor werken van boosheid wilden doen dienen, denk dan dat men God meer moet gehoorzamen dan den menschen. Spreek tegen, bid; verlies den eerbied niet, maar bied wederstand ; vlucht ea vertrek uit dat huis, zoo als de kuische Joseph vluchtte. Verlies liever alles, ook het leven, liever dan uwe ziel te verliezen. In al uwe gevaren neem uw hoogsten

-ocr page 46-

44

toevlucht tot God, en Hij, voor wiens aanschijn gij godsdienstig en braaf zult leven in uwen stand, zal voor u zorgen in deze wereld en eenmaal uwe opofferingen met eene eeuwige belooniug vergelden.

Plichten van Huisovaraten en Meesters

opzichtens hunne dienstboden en werklieden.

Meesters, Meesteressen, Bazen, Oversten moeten hunne dienstboden, werklieden en onder-hoorigen behandelen met zachtaardigheid en billijkheid Zij zullen dit gereedelijk doen, wanneer zij overwegen dat, louter door Gods onverdiende beschikking, dienstboden en werklieden in dien afhankelijken en nederigen staat, en zij in overheid geplaatst zijn. Zij behooren zorg te dragen voor hunne onderrichting, nauwgezet hun loon te betalen en naar vermogen waakzaam te wezen en bezorgd voor hunne ziel en zaligheid vooral betrekkelijk degenen, die onder hun dak wonen. Nadat de H. Apostel Paulus de dienaren vermaand heeft! «Gehoorzaamt aan uwe meesters,quot; zegt hij tot de laatsten; «En gij, meesters, bewijst aan uwe dienaren wat de rechtvaardigheid en de billijkheid ver-eischen.quot; Welnu, de rechtvaardigheid, de billijkheid, de godsdienst vorderen van u :

1°. Dat gij uwo dienstboden en werklieden behandelt met zachtheid, zij zijn uwe gelijken naar de natuur, uwe broeders volgens de gods-

-ocr page 47-

45

dienst. Die arme dienstknecht is kind van God zooals gij, verlost door het bloed van eenen God, herboren in dezelfde wateren van het H. Doopsel, aanspraak hebbende op het koningrijk der Hemelen zooals gij en bemind van ons aller Meester, die ook voor hem eene eeuwige be— looning heeft bereid. Wees niet gelijk aan een woedenden leeuw in uw huis, zegt de wijze Man, alles over hoop werpende, uwe bedienden overstelpende met scheldwoorden, vloeken, sarrende behandelingen en die ongelukkigen, die de Voorzienigheid aan uw gezag heeft onderworpen, doende zuchten onder een ijzeren juk. Maak u dus niet gewoon om op eenen harden, verachtenden tnon tegen Len te spreken, zelfs de billijke bestraffing, die gij zoudt mee-nen te moeten toepassen moet door liefde en medelijden worden gematigd, en altijd moet gij u binnen de palen van zekeren eerbied trachten te houden. Hebt gij een trouwen bediende, bemin hem als uwe ziel, zegt de wijze Man, en behandel hem als uwen broeder. ^2°. Dat gij zorgt voor de onderrichting, die zij behoeven om hun vak wel te beoefenen, doeh bovenal dat gij hen behoorlijken tijd geeft om ten minste op Zon- en feestdagen de H. Mis en het christelijk onderwijs te kunnen bijwonen en tot de HH. Sacramenten te naderen. Bijzonder moet gij jeugdige leerlingen die soms op^ werkdagen nog verplicht zijn naar de christelijke leering te gaan daarvan niet afhouden; integendeel gij moet hen daartoe opwekken, nagaan of zij er trouw tegenwoordig komen en, wanneer zij bij u inwonen of ouderloos zijn, hen nu en dan ondervragen om te weten of

-ocr page 48-

46

zij de praten, die ter zaligheid noodzakelijk zijn kennen. Zno dit niet het geval ware zoudt gij verplicht zijn hen die te leeren.

Door woord er. voorbeeld moet gij uwe on-derhoorigen stichten. Indien zij u zien onderworpen aan slechte gebruiken, zoo zij u met minachting hooren spreken van God, van de H. Kerk, van den Paus, de priesters, de predikatiën, van godsdienstzin en deugd, zal uw voorbeeld, uwe taal een verderfelijken invloed op hen uitoefenen, en gij zult eenmaal bij God verantwoorden voor hunne zielen. Zoo meesteVy zno knecht. De kleinen vormen zich naar de grooten, diensvolgens, zoo gij in woord en werken deugdzaam zijt, zullen uwe ondergeschikten van lieverlede genoopt worden om uwen zaligen voorgang na te streven.

3°. Dat gij aan uwe dienst- en werkboden nauwkeurig Mm loon hetaalt. Gij moet hun loon, hunne huur ten volle betalen, zonder uitstel en op den bepaalden lijd. Dat is een plicht van rechtvaardigheid en een voorschrift, dat God onder de verschrikkelijkste bedreigingen heeft afgekondigd. «Het loon van den daglooner blijve niet tot den volgenden morgen in uwe handen(Levit.) //Betaal aanstonds het loon aan dengenen, die voor u gewerkt heeft.quot; (Tob.) Hij, die een ongelukkigen beroofd van het brood, dat hij in het zweet zijni aanschijns verdiend heeft, is gelijk aan hem die den dood geeft. Hij, die menschelijk bloed vergiet en hij die den daglooner bedriegt, zijn bro iders. Zie daar de taal der H. Schrift.

Behalve het loon, moeten de meesters aan hunne huisselijke bedienden eene voldoende

-ocr page 49-

47

voeding geven. Er staat geschreven : //Den os, die voor u werkt zult gij den mond niet sluiten,quot; met hoeveel meer reden den evoDmeusch niet, die zich voor u afslooft ? Meer nog moet gij bezorgd zijn voor lijdende of zieke bedienden. Dat is een plicht van liefde eu zelfs van rechtvaardigheid, want het is vermoedelijk voor u dat zij tot dien sukkelenden staat vervallen zijn, in uwen dienst hebben zij hunne krachten versleten.

De rechtvaardige en medelijdende man bemint de dieren, die oud geworden zijn in zijnen dienst en erkent hunnen (gedanen)arbeid. (Prov.) Men ziet personen, teerhartig voor den ouderdom van een paard, van een getrouwen hond; en zou men voor oude dienstboden dan ijzeren ingewanden hebben ! (Prov.)

4quot;. Dat gij waakt op de zeden en het gedrag van uwe onderhoorigen! Gij moet hun verbieden te komen in kroegen, slechte bijeenkomsten en gevaarlijke gezelschappen. Als gij dienstboden hebt van verschillend geslacht, waak dan met de giootste nauwlettendheid op de verkeering, die tusschen hen zou kunnen aangeknoopt worden.

Een huisvader of overs\'® moet in zijn huis en werkplaats geen vloekers dulden, geen Godslasteraars of losbandigen, die een schandelijk gedrag leiden en slechte gesprekken houden. Hij behoort op die punten eene strenge tucht in te voeren en den meesterknechts of opzichters eea nauwkeurig toezien te gelasten. Door den overtreder de eerste maal streng te bestraffen zal hij wèl doen, doch zoo dit niet helpt moet hij hem zonder verschooning wegzenden

-ocr page 50-

48

opdat hij niet langer tot ergernis strekke van anderen. De onachtzaamheid opzichten» deze gewichtige regels is oorzaak, dat zoovele fabrieken onzer dagen ontaard zijn in kweekscholen van allerlei kwaad: waar de ondeugd der ouden wordt overgeplant op de jongen; waar onschuldige kinderen, pas voor de eerste maal terugkeerende van de H. Tafel, geheel argloos en rein, door behoeftige ouders ter kostwinning gezonden, reeds in de eerste dagen van hun leertijd, door den verpestenden adem van een zedeloozen mond aan den geestelijken dood worden overgeleverd. Vrees dus niet, door ontslag uit de dienst, een schuldige met zijn gezin van brood te berooven of eenige staking in uwe werkzaamheden te brengen, maar vrees voor de rekenschap, die gij zult moeten geven aan den Opperrechter. G en medelijden hel)hen is in dit geval plicht. Uw medelijden moet zijn voor de zielen, voor welke Jesus-Christus is gestorven (1 Cor. 8. 11.) en die aan uwe hoede zijn toevertrouwd.

Een braaf Meester of Overste, die zijne plichten behartigt, zal reeds hier op de wereld beloond worden: door zijne onderhoorigen zal hij geëerbiedigd en bemind worden; goede dienstboden zal hij altijd vinden, zij zullen gaarne bij hem zijn; den zegen Gods zal hij aftrekken over zijne zaken en van den Meester der meesters zal hij eenmaal eene onvergankelijke be-looning verwerven.

BESLUIT.

Geliefde christenen, het onderhouden dezer raadgevingen zal u misschien iu het begin eenige

-ocr page 51-

49

moeite kosten, maar het zal u weldra gemak» kelijk en aangenaam worden indien gij er asu getrouw blijft. God zal alles do ir zijne genade verzoeten. Hij is een zoo noede Vader, voor al die oprpcht fijn kind wil zijn. O indien gij eens levendig koudet beseffen hoe gij door een arbeidzaam leven in de onderhouding van Gods wetten, aangenaam zoudt zijn aan God en stichtend voor den evenmensch, hoeveel onrust en smart gij u zult besparen en hoeveel vrede en troost in uwen kommer vinden, hoe gij uwen dood zult verzoeten en uw vagevuur bekorten, hoeveel verdiensten vergaderen en dus uw eeuwig loon vermeerderen, dan zou het onderhouden uwer plichten u eene vreugde zijn, en de arbeid, het lijden zelfs van het langste leven, u als niets schijnen, vergeleken bij de vergelding, die er op volgen zal.

Geliefde vader of moeder, werkman of dienstbode, uw last is dikwijls drukkend : uw toestand vol kommer ot gevaar, maar verlies toch den moed nooit; oifer dagelijks dien arbeid, dat lijden, dien strijd aan God op, wedersta met kracht aan alle verzoekingen tot zonde, strijd als een dapper soldaat, en bijaldien gij soms struikelt door zwakheid, geef u aan moedeloosheid niet over, maar verneder u voor God, en schep meer moed dan van te voren. Zoek dikwijls uwen troost en sterkte in het waardig ontvangen der HH. Sacramenten. Jesus uw Heer en God noodigt u aan zijne tafel om zich aan u te geven, om uwe wonden te genezen en u met de schatten zijner genade te verrijken. O indien gij zoo flauw en krachteloos zijt tegen de aanvallen der bekoringen,

-ocr page 52-

50

indien gij onder den last van uwen staat als bezwijkt, \'t is omdat gij weigert u te voeden met deze goddelijke spijs, die het leven uwer ziel is en alle wellusten iu zicli bevat; het is omdat gij nalaat licht en sterkte te zoeken in het gebed. Herinner u dikwijls aan de tegenwoordigheid van God, die uwen strijd aanschouwt, die al uwe zuchten telt en de zweetdroppels, die gij stort, en denk dat het lijden, de arbeid van uw kortstondig leven., niet vergeleken kan worden bij de toekomstige hnerlijk-heid, die u zal gegeven worden, als gij uit den mond van den Opperrechter deze aller-blijdste woorden zult hooren : «Kom goede en getrouwe dienaar, (dienares) omdat gij in kleine dingen getrouw geweest zijt, zal ik u over vele stellen; treedt binnen in de vreugde van uwen Heer; bezit het rijk dut u van het begin der wereld bereid is.quot;

Verwerf u liet eeuwige leven! (i Tim. vi, 12.)

GEBED OMDEE DE H. MIS,

Eeuwige Vader, ik offer U het Sacrificie op dat U Jesus, uw welbeminde Zoor, aan het Kruis van zich zei ven opdroeg, en dat Hij op dit oogenblik op het altaar vernieuwt. Ik offer het U op in den naam van alle schepselen, met al de Missen, die reeds gelezen zijn en die nog zullen gelezen worden in de geheele wereld, met het inzicht om U te aanbidden, om U de eer te geven, welke Gij verdient, om U ook

-ocr page 53-

51

de dankzeggingen te doen U verschuldigd voor uwe ontelbare weldaden, om Uwe gnimschap te bedaren, ontstoken door onzo tallooze zonden en U hiervoor eene waardige voldoening te schenken, eindelijk om U te smeeken voor mij zeiven, voor de H. Kerk, voor de geheele wereld en voor de zielen in het vagevuur.

(Aflaat van 3 jaren eens per dag. Pius IX.)

Vermaard gebod van Pater Zuechi, tot de Allerh. Maagd en Moeder Gods.

GEBED.

O mijne Vorstin! o mijne Moeder! ik offer mij geheel aan u op, en om u mijne liefde te betoenen, wijd ik u van daag toe mijne oogeu, mijne ooren, mijnen mond, mijn hart, geheel mij zeiven. Dewijl ik u dus toebehoor, o mijne goede Moeder, bewaar mij, bescherm mij als uw goed en uw eigendom.

Verzuchtingen.

O mijne Vorstin ! 0 mijne Moeder! gedenk dat ik u toebehoor.

Bewaar mij, bescherm mij als uw goed en uw eigendom.

Wees gegroet Maiia enz.

Door onzen H. Vader Paus Pius IX ia verleend „• aan alle geloovigen, die \'s morgens en

-ocr page 54-

52

\'s avonds, met vurigheid, en met een rouwmoedig Lart, een IVtfs met het bovenstaand gebed en de verzuchtingen zuilen bidden, om van de Allerli. Maagd de overwinning der bekoringen af te smeeken en bijzonder van die tegen de kuischheid, een aflaat van 100 dagen, ééns daags te verdienen. Voor die het dagelijks doen, gedurende een maand een vollen aflaat op een dag naar verkiezing onder voorwaarden : biecht, communie en bezoek eener kerk of openbare bidplaats om er eenigen tijd te bidden volgens de intentie van zijne Heiligheid.

Daarenboven een aflaat van 40 dagen voor iedereu keer dat men ten tijde der bekoring de korte verzuchting doet {JJecr. 5^«^ 1851.)

-ocr page 55-

I. Kort begrip vau al wamp;t een christen moet

weten, gelooven en doen ... 3

II. Vereischte gesteltenis voor eene goede

Biecht..............13

III. Do gewone gebeden eens christens. 18

IV. Levensregel........23

V. Bijzondere regels voor ongehuwden. 29

VI. Regels voor die den huwelijken staat

christelijk wenscht aan te gaan . 32

VII. Onderrichtingen voor christece echtge-

nooten.........36

VIII. Plichten van dienstboden en werklieden

jegens hunne Meesters en Oversten 41

IX. Plichten van Huisoversten en Meesters

opzichtens hunne dienstboden en werklieden..........44

X. Besluit..........48

XI. Gebed onder de H. Mis en gebed van

Pater Zucchi tot de A. H. Maagd en Moeder Gods.......50

-ocr page 56-

Bü den (Jitter dezes is mede versclieneii

A. If. KLUIJTMANS, MAANDROZHNLIEDEREN, eere vau het H. Hart van Jesus, met zang en beg ding van Orgel. (Kerkelijk goedgekeurd.*

Partituur/ A. H. KLUIJTMANS, MAANDROZEN-LIEDEREN ter eere van liet H, Hart van Jesus, met zang en begeleiding van orgel . . . Zangboekje-A. H. KLUIJTMANS, MAANDROZEN-LIEDEREN ter eere van het H. Hart van Jesus, met zang en begeleiding van orgel. (Kerkelijk goedgekeurd.)

Tekstboekje, 2e druTc, per 100 • VIER LIEDEREN ter eere van Jesufi\' II. Hart. (Kerkelijk goedgekeurd.) per 100 / 0.76, per 1000 ■

De melodie dezer liedereu komt voor in Kluijt-mans, Maandrozen-Liederen. Patituur.

H. VAN KRUGTEN, DE ZOETE L1EVP\' VROUW

VAN \'s HERTOGENBOSCH. ƒ 0.20, in tinnen land ■ H. VAN KRUGTEN, LEVEN VAN ZUSTER MARIA ROSALIA, vroeger Hofdame, later Redempto-ristin . 2e druh ƒ 0.25, met twee photographiën • GEBED TOTHET H. HART VANJESÜS, bijzonder iu de rampspoedigste tijden. Opgesteld door

Z. H. Paus Pius IX, Z. G......per 100 j

JESUS IN HET H. TABERNAKEL. Gedachten van den eerbiedwaardigen Pastoor van Ai-s.

(Kerkelijk goedgekeurd.)......pev jqoj

LITANIE ter eere van O. L. V van Lourdes in

Frankrijk......per 100/1.—. per lOOG

PRACHTVOL chromo prentje, voorstellende de verschijning van het H. Hart aan de Gelukz. Margaretha Maria; op de achterzijde de beloften door O. H. J. C. gedaan aan de Z. Margaretha Maria, ten voordeele dergenen, die zijn H.Hart eeren • .......per 25 ƒ 1.-, per 100