-ocr page 1-

ver::i.ag-

AANGAANDE

m ONDERZOEK i DÜITStHLMD EN OOSTE*\\uiJk

ii\' AAR

\\ IK HlVALIA

«UOK K SESCHIEBENIS

V,\'\\ iv.

nederland

DOOR

Du P. J. BLOK,

HOOGLEERAAR TE :.-W

lOOS.

\'S-GUAVEPillAGE.

A\'-GEMÉENE LÜ\'DSDRÜKKEHIJ. 1889.

-ocr page 2-

/

yi

S. oct.

4045

-ocr page 3-

/o^

VERSLAG

AANGAANDE

EEN ONDERZOEK IN ÜUITW1 EN OOSTENRIJK

NAAR

ARCHIVALIA

BELAHSRIJK VOOR BE GESCHIEDENIS

VAN

NEDERLAND

DOOR

Du P. J. BLOK,

HOOGLEERAAR TE GRONINGEN.

■\\J

a\\

\'S-CRAVENHAGE.

/v/\'vquot; w

vivL. i v\'^V-

s,\'gt;/„Vvgt;V

ALGEMEENE LANDSDRUKKERIJ. 1889.

1078 4597

-ocr page 4-

\' quot;i v

-ocr page 5-

INHOUD.

Jiladz.

1. Emden. A. Rathbaus........................1

1.---B. Grosse Kirche............

1 .---G. Vaterlündische Gesellscliaft......3

2. Aurich, Staatsarchiv............^

3. Oldenburg. A. Staatsarchiv..........10

3 .----B. Landesbibliotbek.........14

4. Göttingen. Universitütsbibliotbek........15

5. Emsbüren................

6. Berlijn. Kön. Gebeimes Staatsarchiv.......18

7. Praag..................29

8. Weeuen. A. K. K. Hof-, Haus- und Staatsarchiv . . 30

8. ----B. Filiale.............45

8.---C. Kriegsarchiv...........49

8.---D. Bibliotheca Palatina........53

8 .---E. Universitittsbibliothek........5()

9. München. A. Reichsarchiv..........57

9.----B. Gebeimes Staatsarchiv.......64

9.-----c. Hofbibliotbék..........64

10. Baierische Kreisarchive...........68

-ocr page 6-

IV

Bladz.

11. Stuttgart. Kiin. quot;Württembergisches Staatsarchiv . . 71

12. Constanz. Stadtarchiv............73

13. Heidelberg. Bibliotheca Palatica........74

14. Darmstadt. A. Grosherzogliches Staatsarchiv.... 70

14 .----B. Hofbibliothek..........76

15. Frankfurt am Main. Stadtarchiv........78

16. Straatsburg. A. Stadtarchiv..........79

10.-----B, Universitiltsbibliothek......80

17. Cobleuz. Staatsarchiv............81

18. Trier. A. Stadtbibliothek...........84

18. ----B. Dombibliothek...........85

19. Aachen. Stadtarchiv............86

20. Partikuliere archieven............88

-ocr page 7-

V O O U li E D E.

Het slot van mijne onderzoekingen in de Duitsche archieven wordt hierbij door de zorg onzer Regeering ouzen geschiedkundigen aangeboden. quot;Wie zou meenen, dat na dit slot verder deze archieven voor onze geschiedenis niets meer konden opleveren , zou zich schromelijk vergissen: afgezien nog van de omstandigheid, dat hier en daar een enkel stuk of een enkel boek aan mijne aandacht ontsnapt kan zijn, valt het niet te betwijfelen, dat in tal van akten en oorkonden nog menige bijzonderheid kan schuilen , die voor onze geschiedenis van belang is. Maar wie zou willen eischen, dat ik b.v. alle papieren van de Pruisische koningen had doorzocht om er uit te lichten, wat op onze geschiedenis betrekking had? Dergelijke speciale onderzoekingen blijven over voor degenen , die een speciaal onderwerp wenschen te behandelen op zulk eene wijze , dat na hen over de behandelde zaak niets meer is te vinden. Het is mij genoeg voor de beoefening onzer geschiedenis nieuwe banen geopend te hebben , op de beteekenis van tot nu toe onbekende of onvoldoende gekende bronnen opmerkzaam gemaakt te hebben. Thans laat ik aan anderen de taak de gevonden mijnen te ontginnen.

Tot nu toe is mij niet ter oore gekomen, dat ik belangrijke collectiön had verwaarloosd behalve die, welke ik met opzet onbesproken had gelaten. Onder deze laatste noem ik de archieven van de Wendische en Pruisische Hansasteden en de bibliotheken te Breslau en Koningsbergen. Wat de eerste aangaat, ik bezocht ze niet, omdat het mij na mijn bezoek te Lübeck (zie het verslag voor 1888, blz. 234) en te Hamburg en Bremen bleek, dat de belangrijke stukken uit die archieven óf reeds gepubliceerd waren óf weldra zoo ver zouden komen. Breslau en Koningsbergen beloofden — zoo als mij uit een voorloopig

-ocr page 8-

voorrede.

onderzoek duidelijk werd — te weinig om den grooton omweg daarheen te maken.

Voor hen, die belang stellen in de geschiedenis van den lateren koning Willem I, wijs ik nog op de aanzienlijke menigte stukken, die het archief te Marburg bevat betreffende de werkzaamheid van dien vorst als Prins van Oranje-Fulda.

vi

En hiermede sluit ik deze mededeelingen , verheugd over de belangstelling, die mijne onderzoekingen ten onzent en in andere landen mochten vinden , dankbaar voor den steun, dien ik allerwege genoot; in de eerste plaats voor de zeer gewaardeerde hulp, mij verleend door onze Regeering, door Z. M. gezantschap te Berlijn en door den heer Referendaris de Stuers , zonder wiens levendige belangstelling en energieke medewerking misschien van de geheele zaak niets gekomen zou zijn. De aangename herinnering aan zooveel welwillendheid van alle kanten ondervonden vloeit samen met de reeks van aangename, neen grootsche indrukken, door mij in deze jaren opgedaan bij onderzoekingen , die mij iederen dag in aanraking brachten met het rijke leven van ons voorgeslacht. Aan dat voorgeslacht wijd ik met diepon eerbied deze studiön , die zooveel kunnen bijdragen tot de vermeerdering van onze kennis omtrent zijn leven en streven , zijn lief en zijn leed, zijn roem en zijne vernedering.

P. J. BLOK.

Groningen, 6 Juni 1889.

-ocr page 9-

REGISTER.

De bladzijden van de Verslagen van 1887 en 4888 worden eenvoudig door het nummer aangewezen, die van het Verslag van 1889 met bijvoeging van het eijfer II.

A.

Aa, Philip van dor. 491.

Aalten. 204 vlg., 200.

Aardenburg. 225.

Ahbema. 155.

Abcoude. 230.

Abdinghof. 190, 209.

Addinga, Havo. 199 vlg.

Aduard. 172, 194 vlg., 220 vlg.

Agricola . Rudolf. XI, 53, 55, 6G.

Ahous. 284, 210.

Aitzema, Poppe van. 234; II, 30.

„ Lieuwe van, 212, 222,234.240,254. Aken. 20, 29, 138 vlg., 148, 162, 247 vlg.;

II, 30, 47, 82, 86, 87.

Albemarle. 16.

Aldegonde. Zie Marnix.

Aldenrode, Johannes van. II, 39,

Alberda, Egbert, 185,

Alexander VI, Pans, 11.

Aldenburg, graaf en gravin van. II, 13. Alen(jon. Zie Anjou.

Alkmaar. 8. 107 vlg., 12« 122, „ Johannes van. II, 54.

Almelo, 212.

Altenburg. 278.

Alting, Menso. II, 3, 7. 67, 89.

Altona , Dirk van. II, 35.

Alva. 14, 21, 82, 84, 87 vlg.. 181, 223,

235; II, 11 , 48, 60, 71,

Ameland. 11 , 219, 222.

Amersfoort. 37, 148; II, 25, 49.

Ammers. II, 60.

Ampring , Conrat van , II, 45.

Amstel, Gijsbrecht van . II. 35.

Amsterdam. 21 . 36. 37, 42. 92, 95, 97 vlg., 2\'8, 22o vlg., 226, 227, 244, 247 vlg.. 275. 292; It, 21 vlg. . 32. Amsterdam. Johannes van. II. 65.

Anhalt. 278; II. 89.

Anjou, Frangois d\'. 21, 184, 185.

Annaland (St.). II, 89.

Antwei-pen. 0 , 21. 36, 82, 119, 133, 211,

221 . 289 ; II. 09 , 91.

Appingadam 59. 192 vlg., 220 ; II, 4, 8. Aquilius , Henrious, 254.

Archcm. 201.

Archiefwezen. 1 vlg.. 10, 20. 25 , 189, 238 vlg.. 256. 258, 284, 288; II, 17, 30 , 57 vlg.. 81 , 88 vlg.

Arernberg. 181.

Arkel. 5; II, 42.

„ Arnold van . 209.

„ Jan van 35.

„ Otto van. 33.

Armada. 185.

Arminius. II, 60.

Arnemuiden. II, 54.

Arnhem. 5, 25, 36. 93, 107. 130, 202 vlg.; 246; II . 43.

Arros, d\'. 251 vlg.

Asseln , von. II, 12.

Assen. 194.

Aubespine. d\'. 147.

Augsburg. II, 15.


-ocr page 10-

vm

Aurich. II. 6.

Aylva , Hans Willem van. II, 52 . 5i. Aymle , Jacob van. 203.

n.

Bncliom, Gerhard van, 203,

Baflo, 192 vlg-.

Barl.aeus, II, 66.

Batavia. 10, 143.

Batenburg. 15. 59; II. 90.

„ , Dirk van. 33.

„ , Jacob van. 50. „ • , Maximiliaan van. 15, Baudemontius, Franciscus. 240.

Bauer. 172.

Bayreuth, Friedrich van. II, 08.

Bazel. 273.

Beieren, hertogen van. II, 59 vlg. Zie Holland.

Beka , Johannes de, 7 , 254, 255. Belgiojoao. 119 j II, 33.

Bellingwolde 52, 199; II. 8.

Belm op \'t Loo. 202.

Bemmel. II, 38,

Benninga ,Benninge. I9J, 194; II, 4, 5,14. Benthoim. 11, 60, 201, 216;II, 80, 90, 91. Bentinck, graven van. 129, 135. 241 vlg.;

II, 13, 27,

Berchem , Wilhelmus de. 255 ; II, 66 , 67. Berckel, F. F. van. 101 vlg., 248 vlg.; 11,

20 vlg.

Bore, Simon. 228.

Bérenger. 105 vlg.; II, 24.

Berg. 29.

„ Adolf van. 202 ; II . 30 , 50. „ Willem van don, 26, 33, 291; II, 41. Bergen op Zoom. 38, 1 19, 247; II, 46.

52, 65.

Bergnes , Adam de. 293.

Bergum. 225.

Berlekom, Jan van, 18.

Berlepsch , von. 70, 81.

Bennantvelde , Johan van. 203.

Bernouilli. 282.

Beuckelair, Thomas. 205.

Beza, II , 60.

Bicker. 155,

Biervliet. II, 43.

Biessen. II, 41.

Bilandt, Otto van. 21,

„ Peter van. 33.

„ Theodorus van. 206.

„ Willem van. 33. Zie Bylandt. Bildt, dc. 12.

Bing, Simon. 180,

Bisdom, Dirk Rudolph Wijckerheld. 141 , 151.

Blankenheim. 7,

Bleiswijck, van. 97 vlg.; 245 vlg. Blomaort. II, 8.

Blomendael, Johannes. 8.

Bocholt. 202.

Boendale. II, 56.

Boerhaave , Hermannus. 8 ; II, 55. Bogherman . Reynerus. II, 4,

„ Johannes. II, 5.

Bolswart. 48 , 60 , 220 . 221 , 227.

Bomolius , Henricus. 229: II, 75.

Bommel. 18; II, 13, 84.

Bommelerwaard. II, 34, 35.

Bonifacius. 232.

Bonn. 27.

Bonnard. 141.

Borch, van der. 106, 121 vlg.

Borculo, Borclo. 189, 190, 201 vlg. „ Godfried van. 200,

„ Gijsbrecht van. 33 , 208 , 283. „ Hendrik van. 206.

„ Ludolf van. 200.

,, Otto van. 204,

Zie Bronkhorst.

Borkum. II, 2.

Born. Walraven van, II, 39 vlg. Borselen, Floris van. II , 41 vlg.

„ Adriaan van. II, 43.

Bourgondië , Anna van. 43.

„ Karei van. 221; II, 47, 48,86, „ Maria van. II, 80. „ Margaretha van, II. 53. „ Philips van. 187; II, 40 vlg. 47 , 48 , 8«.

Boxtel, Willem van. II, 40,


-ocr page 11-

IX

Brabant. 27, 11, 15, 16. 34 vip., 48, 61.

„ hertogen van. 187 ; II, 35 v!g., 80. Branilenburg-, 17, 21.

„ Hans van. CO. Zie Pruisen.

Brandt, Geraert. II, 07.

Brantsen. 113 vlg.; 245.

Brantsenburg. Zie van Lijnden.

Brasser. 2s!.

Breda. 43. 128, 135, 140, 146, 149; 11,40.

„ Wilhelmus de. II, 85.

Brederode. 43, 180; II, 40.

„ heeren van. 31, 33.

„ Pieter van. 22, 236. Bredevoort. 190, 202 vlg.; 210, 212. Bremen. 217 vlg.

Brest. 101 vlg., 124, 145.

Brielle. 36, 153.

Brienen , Hendrik van. 204.

Brinckerinck, Johannes. 30, 254. Bronehorst, F red er ik van. 208.

„ Gijselbrecht van. 33 , 203 vlg.,

200 vlg.

„ \' Joost van. 208.

Otto van. 204 , 208. ,, Willlem van. 203 , 207. Zie Borculo.

Brouwershaven. II, 42.

Brugge. 0,41.

Bruining. II, 9.

Brunswijk. 21, 59, 235,

„ Julius van. 180 , 240.

Ludwig Ernst van. 97 vlg., 238 vlg., 204 .vlg.. 279; II, 19 vlg., 31 vlg.

Brussel. 44, 48; II, 42.

Bülow, Johann Heinrich von. 276.

Buren. 190, 209, 210.

„ Maximiliaan van. 76 , 82 ; II. 47. Burgstorff, von. 257.

Burmania. II, 47,

Busch , Johannes. 19.

By landt, van. 110. Zie Bilandt.

Cnillard. 168,

Calear , Henricus van. II, 53.

Calonne 169.

Capellen van de Marsch , van der. 173.

Cardona. II, 33.

Carlowitz , U ans van. 02.

Carondelet. 43.

Carpoua. II, 36.

Cassel. 14.

Ceylon 10.

Chantonay. 235.

Chesterfield. II. 52.

Christiaan IV (van Denemarken). II, 54. Citters , van. 156 , 243.

Cleve. 8J 26, 28, 29, 37 , 155 . 202 , 201, 271.

» Dirk van. 202; II, 35.

„ Johan van. 202.

„ Philips van. II, 74.

Cohurg, Josias van. II, 53.

Coenrode. II, 40.

Coëtloën. 161 vlg., 175.

Coevorden. 23 , 55, 190, 200 vlg.. 210; II, 90.

„ Reinout van. 200. Zie Bronehorst en Borculo.

Coligny , de. 85.

Colinus. II, 00.

Cantor. II. 12.

Coornhert. II, 06.

Cormaillon. 162.

Cornput (familie). II, 75.

Corvey. 24.

Cöte, de la. 168, 176.

Cracaw. 86.

Cronstrom. II, 52. 04,

Culemborg. 19, 29, 43, 190, 209. 210; II, 44.

„ Johannes van. 209.

„ Poter van. II, 40.

Cunaeus. II, 00.

».

Diiehne. 252.

Dalen. 252.

„ Henricus de. 202.

Danckelmann , freule van. 97; TI, 23.


-ocr page 12-

Danzig1, tö.

Datheuus , Petrus. ïl , 204.

Dedet. 124.

Dehn , vou. 240.

Delft. 36, 37, 40, 42. 153 . 174.

Delfzijl. 53 , 220; II, 2, 8.

Deneken van Nicnlande. 210.

Denemarken. 14, 05; II, 13.

Deseartes. II, 80.

Dessau. II. 89. Zie Anhalt.

Deventer. 37, 40. 00 vlg , 194, 201 , 218

vlg., 224, 227; II, 81.

Diepenheim. 202.

Dietz. 289. ,

Dillenburg. 79, 280 vlg. . 294.

Dinxperloo 202, 203, 210.

Dockum. 219 , 225 vlg.

Doggersbank. 07.

Dolliain. 203.

Dollart, de. 200; II, 8.

Donop , Lieven van. 180.

Dordrecht, ü. 32. 30. 37, 42. 43. 100. 110. lil . 13S ; II. 87. „ Petrus mui. II , 55.

Dorp, Arent van, 202,

Dousa , Franeiscus, II. 00.

Draschwitz , Philips von. 15.

Drenthe. 117, 153; II, 14, 89, 00.

Driel 204.

// Allart van. 203.

Dumoulin. 112 vlg.. 120, 124 13i. 2/17 vlg Dnvenvoerde. Willem van. II, 37. Dyvaeus, Petrus. 229.

K.

Ebel, Heinrich. 21.

Eberstein, Georg van. 40 vlg-.; 11,45.

Echten, Kudolf van, 200.

„ Volcker van. 206.

Echtenrevene. 200.

Edam. 293.

Eemsland. 190.

Egmond. 230, 231.

„ Kloris van. II, 7. „ Lamoraal van. 82, 180 , 287 ; 11, 55, 71.

Egmond, huis. van. II, 75. Zie Buren

„ kroniek van. 230.

Ehem , Dr. 181.

Eichelkamp. 273.

Elsz , Dr. Joh. 100 vlg.

Emden. 58, 00. 198 ; II, 2 vlg.

Emmerik. 202.

Emmius, übbo. 10; II, 5, 7, vlg., 06,07. Engeland, koningen en koninginnen van.

20, 27, 184, 185, 236, 242 ; II, 38. Enkhnizen. 00, 220, 223, 293.

Enschede, Thidericus de. 203.

Entens. Barthold. 223.

Episcopins. It, 07.

Erasmus. 11,2.

Eaens , Balthazar va.i. II, 12 Essen. 30,201,211,294.

Esterno. 160, 172.

Everstein. 5.

Ewsum , Ulrich van. II. 4.

Eze, Evert van. 212.

F.

Fagel. 110 vlg.; 129, 131, 151, 241 vlg.;

II, 28, 34.

Farmsum. 192, 104, 222, 224.

Falkenstein, graal\'van. II, 32. (Jozef II). Finckenstein, von. 100 vlg., 174; II, 25 vlg.

Fivelingo. II, 4.

Forestus , Petrus. II, 06.

Fradama. 103.

Franeker. 140.

Frankfurt. 15, 22; II, 09.

Frankrijk. 97 vlg.

„ koningen van. 97 vlg.; II, 37, 38. Frederik III. keizer. 44, 204; II, 48. Frensvvegen. 210; II, 80.

Friesland. 10 vlg., 38, 44 vlg,, 09, 104, 110 , 115 , 1 17 . 140 , 152 , 175 , 181 , 183 , 101 vlg. , 218 vlg.,\' 242 , 24 7 , 255 , 284 vlg. ; II, 4 , 10 , 20 . 48 , 00 vlg., 70. „ kloosters in. 7 , 12, 30 , 225 vlg. Fnchs. 201.

Fuchs, Ncith. 51 vlg.

Fulda. 82.


-ocr page 13-

XI

n.

Gaall, Margaretlia van. \'20 i.

Gaill. II, 40.

Galen, Chriatoffel Bemhard van. 189, 205. Gameren. 190, 209.

Gang-olt. II, 31) vlg.

Garrelsweer. 197.

Garshuizen. 107.

Geertruiilenberg\'. 14. 43.

Geervliet. 3S , 45, 50; II, 00.

Gelder, Gelderland. 5, 0,8, 10, 25 vlf?., 45 vlfr., 101, 104, 1 10, 120. 123, 129, 132 vlg., 110, 153 vlg., 174 vlg., 183, 190, 227, 255, 295; II, 3. 9, 15, 20, 31, 47, 04, 00, 72,77,80. ,, voogd van. 0.

„ hertogen en hertoginnen van. 18, 20 vlg., 32 vlg., 14, 51 vlg., 2u2 vlg., II, 35 vlg., 44 vlg. , 77, 79.

Gelenius. 0.

Oelria, LamberUw do. 11, 53.

Gemappe. 48

Geinen , Hendrik van. 204.

Gemert. II, 41.

Guinpt. II, 41.

Gent. 27, 30, 41, 44, 182; II, 30.

„ Willem van. 250.

Geusau, von. 177.

Geuter. 230 Gevers. 171, 173.

Gilles. 134.

Goeie. II, 42.

Goens, B. van. 151; II, 20.

Goerle. II, 41.

Goes, II, 00.

Goltz , August Friedrich Ferdinand \\on. 101

vlg., 201; II, 24.

Gorinchem. 190.

„ Henrieua de. 8, 48; II. 84, 85.

Görlz , Johann Kuslach von. 178, 209; II. 23. Goslinga, Sicco van. II, 91.

Gosse, 122.

Gotha. 279.

Oouda. 32, 38 , 42 , 153 , 221.

„ Henr. de. 19.

„ Ilermannus de. 229, 231.

Gouda, Theodorious de. II, 78.

Gouiville. 230.

Granvelle. 84, 180. 289; II, 15, 47, 71. Grave. JI. 43 vlg.

\'s Gravenhage. 37, 102, 111, !20, 149.

153 vlg., 172; II, 03.

Grebbe 144.

Gregorius XIII, Paus. II, 81. Grevelingen. II, 81.

Groenloo. 180, 201 vlg., 200 vlg.

Groet, Groot, Grote, Groess, Grerhnrlus. 8, 19. 30, 255; II, 53 vlg., 00, 83. Zie Magnus.

Groot, Hugo de. 255. 282; II, 13, 55, 00.

„ Pieter de. 11,7,9.

Groningen. 30, 48 vlg, 120. 123, 129.

132 , 133 , 140 , 153 , 159, 190 vlg., 218 vlg., 227, 229, 255; II, 4 , 7 vlg., 14, 14. 45, 07, 89.

„ Johannes de. 30.

Gronsl\'e\'t, 204.

Grovestins 241.

Grumbach. 279.

Gruterus II, 00.

Gnjpskerli. 197.

Guise. 73.

Giilik. 5. 17, 25 vlg.. 187 vlg., 235. 285 ; II. 39 vlg., 08.

„ hertogen van. 26 vlg., 32 vlg., 187, 202, 207; II. 39 vlg., 42, 43. Gulpen. II , 30 , 38.

Gijselaor, Cornelis de. 100 vlg.. 251; II, 20 vlg.

II.

Haaften. 190 , 209 ; II, 43.

Haarlem. 29, 30, 37, 42, 48, 104, 121,

218, 252; \'II, 78.

Hackfort, Berend van. 200; IF. 13. Haeften , van. 108.

Haenichen. 252.

Haas , de. II, 05.

Hall. 204.

Halifax. 242.

Hamburg. 30, 92. 280, 225 vlg,; II, 48 Hames, Nicolas do. 14 , 230.


-ocr page 14-

XII

Haraptoncom-t, Ï70.

Hansa. 6, 11 , 32 , 34 vlg , 217 vlfr.; II,

13 vlg.

JfanlcnberjT. II, 2. 90.

Hardensteyn, Fredericus. 194.

„ Johanna. 195 Harderwijk. 5. 35, 219.

Haren, Onuo Zwier van. 09 , Ï42. Harltens. II, 8.

Harlingen. II; II, 2, 19.

Harras , graaf van. 43.

Harris, James 135 vlg.; II, 26.

Harst, Carl. 27 Hartsinok, Andries. 99 vlg.

Heda. 255.

Heeckeren van Suideras, van. 246,

Heede. 200.

Heemstra, II, 45.

Heerion. II, 40.

Hees, van. 105 vlg., 129, 137 , 251 vlg.:

II, 20.

Heespen , van. II, 9. •

Heidelberg. 182.

Heinsberg, Johan van. 187; II, 42.

„ heeren van. 3H ; II, 86. Heinsius. 255; II, 08.

Henegouwen. II, 37 , 48 , 59 vlg.

„ Jan van. II , 37.

Hengelo. 202.

Herlaer, Jan van. 35,

Hormalen. Fioris. 16,

Hertogonboscb, \'s. 5, 35, 37, 98, 112, 140, 142, 149, 165, 221, 247, 271, 276; II 35 vlg. , 42 , 44 , 49 , 72 , 87. Hertzberg, Ewald Fried rich von. 97 vlg.,

277 ; II , 18 vlg.

Herwaarden. II, 84.

Herwert, Honricus. II , 55.

Hese, Johannes de. 19; II, 53.

Hess, 172.

Hessen, landgraven en keurvorsten van, 12 vlg,, 20 vlg., 02 vlg., 85, 180 vlg., 285 , 294; II, 59 vlg., 70.

Heteren. 203.

Heusden. 230 ; II, 337 vlg.

„ Jan van II, 37 vlg,

Heyden, van. 97 vlg., 106 vlg., 129.

Hilvarenbeek. II, 42.

Hinlopen. 60.

Hirne, Johan van. 204.

Hoekschen. 10.

Hoemen., Arnold van. 6.

Hogerbeets, It, 06.

Hogguer. II, 48.

Hohenlohe, 15, 145 , 185.

Hell, Holla, Georg von. 62 vlg.. 235. 286. Holland. 5 . 38 , 53 vlg. , 98 vlg. ; II . 48 , 53; 55 vlg-., 64 vlg.

graven en gravinnen van. 26, 31 vlg., 53 vlg., 72, 202; II, 36 vlg., 40 vlg., 55 , 59 vlg. , 72 , 84.

Holland, Neu-. 261.

Holstein , Adolf van. 90 vlg.

Hongarije, Maria van. 27; II, 7, 47,i69, 71. Hooft. 19, 161.

Hoop, Joan Cornelis Van der. 133 vlg.; 250 vlg.; II, 19 vlg.

.. Zwarte. 12.

Hoorn. 175,293.

Hoorne, graaf van, 73, 82, 180, 187 :

II, 55.

Hop. 92, 241; II, 32.

Hope, 137.

Horstmar. 102,

Hottinger. 112.

Hoya. 235.

„ Maria van der, 208.

Hultman. 274.

Hulst. II, 52.

Hiimmersum , Hummerke. 103 vlg, Huneken. 234.

Hunsego. 220 ; II, 4.

Husdune. 31.

Hussen G-erardus de. II, 66.

Iluygens , Constantin, II, 67.

J.

Jaski, Isfael. 283.

Jaureguy II, 05.

Java. 16.

Jeannin. 255.

Jemmingen. II, 11.

Jenitz. 14 , 63 vlg., 85.

Jever. II, 10 vlg.


-ocr page 15-

XIII

Joris, St., (Orde). 27.

Jozofll, keizer. 97 vlg.; It, 31 vlg.

K.

Knap de Goede Hoop, de. 18, 19. Kalhreuth. 271.

Kampen. 35, 37, 54 , 91 , 201, 218 vlg.,

2-24, 227.

Karapeneer, Jacques de. II, 91.

Kampatra. II, 45.

Karei IV, keizer. II, 38 vlg., 69 vlg. Karei V,\' keizer. 231; II, 8, 10, 15

vlg. , 44 , 47 , 77.

Katers, Bauwe. 193.

Katwijk. 37.

Kauderbsch. 15, 10, 92.

Kaunitz, Wenzel Anton von. II, 31, 47. Kedichem. 190.

Keil. 173.

Kempen , Kempis , Thomas van , a. 8,9,

30 ; II, 04 , 60.

Kempten. 11, 45 , 70.

Keppel, Geert van. 204.

Kessel. II, 36 , 43.

„ Henricus van , II, 30.

Keulen. 5 , 0 , 7, 8 , 13 , 14, 21, 26 vlg., 32 vlg., 70, 88 vlg., 187 vlg., 2Ü2 vlg., 285, 294, 290; II, 46, 60, 78. Kindlinger. 189 vlg.

Kinsbergen, Jhr Jan Hendrik van. 100. Kinschot, Lodewijk van. 22.

Kniphausen. II, 8 , 13, 89 vlg.

Knuttell, Wilhelm. 03 vlg.

Knijflquot;. 198.

Koning. 199.

Kram, Pranz. 13.

Krithe, Johannes. 190.

Knik. 29 ; II, 44.

„ heeren van. II. 35, !I8 , 44.

I..

Lawijc , A rut. v. d. 207, 209.

„ Jan v. d. 209.

Lagnasco. 15.

Lalaing, Anthonie van. 81 , 223.

Lalaing, Charles de, II, 13.

Lambert, Gaston de, 22.

Lampadius. 230,

Lamy. 201.

Langen , heeren van. 204.

„ Otto van, 41 vlg.; II, 45. Languet. 14, 23.

Lannoy. 92.

Lansbergen. 124 vlg.; II. 82.

Larrey. 109 vlg., 120 , 107 vlg., 241; II, 19,

Laseo , Johannes a, II, 2 vlg.

Leek, Otto van der, 35.

Lecka , Peter van dor 299.

Leckum, von. 28.

Leens. 195.

Leerdam. II 28.

Leermens. II, 5.

Leeroort. 192.

Leeuwarden. 11 , 51 , 225 , 247.

Leicester. 222.

Leiden. 36, 37.42, 111 , 123, 126, 138

149 , 278.

Lennop. 190.

Lent, Dirk van. 203.

Leo, Sibrandus. 16.

Leoninus , Elbertus. II, 55.

Leuven. 43.

Levinus, Antonius. 21.

Lewe. 147; II, 89-Leyden, van. 143.

Lidlum. 197.

Lillo. 117.

Limburg. 28, 187 vlg.. 211; II, 16,34

vlg. , 48 , 04 , 72 , 82 , 80.

Lingen. 198.

Lintelo , heeren van. 203.

Lippe , Simon van dor. 202 , 230.

Lipsiua, Justus\' 255. ,

Lith. II, 43.

Lochem. 208.

Lodewijk IV , keizer. 20: II, 59 vlg. Loeu. 210.

,, heeren van. 33, 187; II, 38. Zie Heinsberg.

London. 16.

Lontze, Henricus. 197.


-ocr page 16-

XIV

Loo, het. 101 vlg., 265 I 211.

lioppcrsum. 192 vlg.

Loquard. II , 1.

Lorich. 15.

Louis Napoleon. 275.

Lübeok. 15, 92; II. li.

Ludger , S. 191 , 232.

Ludolfi. 101.

Luik. 25, 144 vlg.; II, 37 vlg.. 44.

Luxemburg. II, 64.

Luzac, Jean. 100, 151.

Lynden , van. 109 vlg., 129, 151, 245 vlg.;

II, 32.

M.

Maasdam , van. 130, 147, 150.

Maastricht. 5, 19, 23, 84, 91 . 135 vlg , 184, 211, 251, 271, 270; II, 35 vlg. , 47 , 51 , 68 , 87.

Madrid. 21.

Maerlant, Jacob van. 8. 18, 255; II, 50,04.

Magnus, Gerhardus. 8 . 9.

Maillcbois. 134 vlg., 252.

Malcontenten. 290.

Mandesloe , Ernst van , 2*23 , 293.

Mann. 23.

Manzon. 122.

Marcelis. 92.

Marcli, F. A, van der. II, 19.

Marienfrede. 30.

Mariengaarde. 107.

Markof. 100, 109.

Marnix van St. Aldegonde. 21, 184; II, 07, 89. Marsdiep. 35.

Martango, de. 134.

Martena , Hessel. 12.

„ Uuco van. 223.

Martfeld. 120.

Maximiliaan I, keizer, 10 vlg., 20, 38,

41 vlg.; IÏ , 45, 04 vlg,, 81 , 80. Maximiliaan II. keizer. 181 vlg., 235 vlg.;

II, 74.

Mechelen. 43 , 50 , .r)7.

Medeinblik. 48; II. 41.

Meer. II, 40.

Meerhusen. II: 1.

Meerlandt. 211.

Meghen , Jan van. II, 37 vlg.

Meiningen , hertog Ludwig Ernst van. 281 Mekern, heeren van. 203 , 204. Meliskerke. II. 41.

Mendoza, Bernardino de. 211.

Menterna. 194 vlg., 200.

Meppel. 153.

„ Cornelia. II, 07.

Mepsche, Johannes de. 195, 197.

Mersche , heeren ten. 204.

Meteren . Emanuel van. 18; II, 60.

Meurs , graven van. 202 vlg.; II, 40. Middelburg. II, 15, 43, 54, 94, 172,221 „ Abbo de. 8.

„ Paulns de. II, 00.

Middelstum. 196.

Midinant, de. 108.

Millen. II. 39 vlg.

Minema , Frans. 12.

Miraeus. 229.

Mirabella. II 33.

Moersbach . Johan van. II. 38.

Mollerus. 151.

Mollwitz. 203.

Monjoye. Zie Valkenburg.

Monnikendam. 203.

Mens. 287.

Montecucculi. II. 49 vlg.

Montfoort. 1 1,44,45; II . 45.

Montfort. 204.

Mossel, Kaat. 245.

Muelen, Johannes Baptistus van der. II, 54 Muiden. 99.

Muller. II, 0.

Mumme , Albert. 194.

Munster. 0, 11 vlg., 59, 189 vlg.; II 3 , 83.

Munte , ter. Zie Menterna.

Mijnden, heeren van. 210.

it.

Naaldwijk. 11.

Napoleon I, keizer. 274 vlg.

Nassau , Adolf van. 286.

,, Ernst üaslmir van. 236


-ocr page 17-

XV

Nassau . Hendrik van. 211.

„ Hendrik Casimir van. ii. „ Jan van. 21. 03. 70 vlg,, 180

vlff. . 270 , 280 . 288 vlg. „ Johan Manrits van. II. 8 . 18. ,, Johan van. 22 ; II, 54, 75. „ Lodewijk van. 20 vlg\'. , 03 vly. . 180 vlg., 211. 223, 286 vlg., 201 vlg. II, 70.

„ Willem van. 187, 280. „ Willem Lodewijk van. 15, 22, 185, 205 ; II, 00. Nassau-Weilburg. 247 , 288.

Natterden. 203.

Nede. 20i.

Nederhetuwe. II 42, 43.

Negapatnam. 108, 113, 110, 125. Nettesheim. 20.

Neuenhans. II. 8.

Neufville, de. 237.

Neurenberg. 27.

Nieuwenaar, Wilhelm graaf van. 21. 180. 187.

Nienweschans. II, 8.

Nicuwpoort, slag bij. 15. 24; II , 75.

Noordwijk. 37.

Norden. II, 8.

Nothaft. II, 02 vlg.

Nunez, don Eanuro. 21.

Nyevelt, II, 0.

Nijmegen. 5, 20, 29 vlg., 30, 30, 133, 203. 210, 201; II, 25 vlg., 35, 47, 51 , 70.

O.

Oborgum. 107.

Obrecht, Jacobus. II. 55.

Oeco Scarlensls. 15, 18.

Odenkircher. Arnold van Hoornen , burggraaf van. 6.

Oesendorp . Gerhard van. 100.

Oetingen . Jan de Mol, heer van. II. 40.

Olbeke. 104.

Oldarabt. 52; II, 7.

Oldehove. 103 vlg.

Oldeklooster. 103.

Oldenbarnevelt. 103, 236 ; II, 13, 35, 66.

Oldenbarneveldt, J. II gen. Witte ïullingh. 250.

Oldenburg. II, 10 vlg.

Oldenzaal. 91, 194, 24)1.

Oldenzijll. 103.

Oldersum. II. 1 , 12.

Olivarez. II , 51.

Olst. 201.

Ommelandan. 12. 53 vlg.. 192 vlg. Oostenrijk , hertogen van. II . 61 vlg. , 70. „ Albrechtvan. 22, 198; II, 2,147. „ Ernst van. 22; II, 47, 54. „ don Jan van. 21, 94 vlg., 183;

II. 40.

„ Leopold van. 17. „ Margaretha van. 106, 223. „ Matthias van. 05, 294; II, 46. 55.

Oostergo. 49 vlg., 220; II. 45,

Oosterhout. II. 37.

Oostfriesland. 17. 19. 52 vlg.; II, 1 vlg. „ graven van. 52 vlg., 194,

223 , 285; II. 1 vlg.. 0 vlg.

Ootnmrsum 201.

Opitz, Martinus. 283.

Oranje , Amalia van. 257.

„ Anna van. 12 vlg., 62 vlg., 203; II. 15.

„ Carolina van. 242, 288. „ Frederik van. 273 vlg.; II. 40 vlg. „ Frederik Heidrik van. 18, 22, 23,

257 ; II, 49 vlg.

„ J\'ohan Willem Friso van. 22; II, 19. „ Maria Loima van. 243; II, 19. „ Maurits van. 17, 22 vlg., 185,

259 , 279 ; II, 74 vlg. , 79. „ rhilips Willem van. 183 , 294 ; ÏI, 46.

„ Wilhelmina van. 07 vlg.. 241 vlg.,

256 . 265 vlg.; II. 19 vlg. „ Willem I van. 12 vlg., 21, 62 vlg., 180 vlg., 223, 286 vlg., 223, 286 vlg.; II, 15 , 40 , 48 , 77 , 70. „ Willem II van. 22, 256, 259; II. 13.

„ Willem III van. 22 , 259 vlg.; II , 18 , 82.


-ocr page 18-

XVI

Oranje, WillemIVvan. 22vlg..262; II, 52. „ AVillem V van. 97 vlg.. 241 vlg. ,

205 vlg. ; II, 19 vlff. , 52 , 82. „ Willem Frederik van. 253. 274 vlg. Orde, Duiteche. II, 71.

Ostende. 22; II, 5i.

Oterdum. 52.

Ovcrbetuwe. 26 , 29 , 203.

Overkwartier. 34 vlg.

Overmaas. 141.

Overijsel. 104, 115, 117, 120,134,140, 153 vlg., 190, 201 vlgquot;., 210; II, 3, 20. Oy , hoeren van. 204.

P.

Paderborn. 209.

Pallant,, hoeren van. 204; 1.1. 14. 43, 00. Paltz , de. 21 , 22 , 180 vlg.

Paltsgraven. 21 , 74 vlg. , 183 vlg. , 211 ;

II, 48.

Paoli. 235.

Parma , Alexander van. II, 47.

« Margaretha van. 197, 235, 290 vlg.; II, 48.

Paul, Andreas. 14.

Paulus, Pietor. 151.

Pauli, Dr II, 9.

Pedeland. II, 40.

Pekelburg. 5i.

Perweys , Dirk van. II. 37 vlg.

Pfeffinger. 13, 00.

Pflug. II. 12 vlg.

» Siegmund. 51 vlg.

Philips I (van Spanje). 11, 20, 41 vlg. ,187. Philips II (van Spanje). 17, 73 vlg., 181

vlg., 188, 235; II, 48, 54 vlg., 70. Piccolomini. II, 52-Pilgrim, 21.

Polanen, Johan van. II, 40.

Praag. 275.

Preys , Cornelius. 7.

Procurator, Wilhelmus. 230.

Prott. II, 12. 13.

Pruoschink. 41.

Pruisen, koniugcii van. 18, 97 vlg., 150 vlg.. 250, 201 vlg.. 200 vlg.; II, 19 vlg.

Purmerend. 122, 193.

Putton. 209 , 210.

Quadt, do. 130.

Quix. 19.

H.

Baadt, Willem de. 240.

Batheuow. 258.

Ravensberg, Otto van. 202.

Ravestein. 27; II, 44.

• Anna van. II, 43.

Rayneval. 172 vlg.. 200.

Rechteren , graaf van. 23 ; II, 08. Rodemptiedorpen. 127.

Rees. 24.

Réfugiés. 10.

Rogensburg. 27 ; II, 9, 50 , 01 , 05. Reinhardt. 10.

Reischach. 118 vlg., 217, 251; II, 31 vlg. Rendorp, Jonchira. 97 vlg., 158 vlg., 247;

II, 27 . 32 vlg.

Rengers, Ditmar. 194. 197 vlg. » Edzard. 197.

lt; Jolian. 192, 190.

Requesens. 17, 223; II, 11 , 71.

Reuwijc , Rutger van. 20.

Rcydt, Everhard van. 184.

Reynst. 101 ; 102.

Rheode , van. 109 vlg.; II, 19 vlg. Rhenon. 210.

Riohwin , Johannes. 195.

Riemsdijk , Jacob van. 204.

Rign. 112.

Ringenburg . hoeren van. 203.

Bipperda . Hayo. 222 , 227.

» Ilnico. 198.

Rodenbach. II, 77.

Roermond. 93; II, 84 vlg.

Rosendaal . Jan van. 33.

Rossem , Maarten van. 27.

Rosweyde. II. 00.

Rotterdam. 32, 42. 92, 104, 1 1 1, 128 ,

131 . 140 , 147 . 153 , 172 , 1 74 ; II, 78. Rottum. 191,193,191.


-ocr page 19-

XVI

Rudolf II, keizer. 17, 94, -236 ; II,i|46

vlg\'. , 54 vlg.

Rusland. 100. vip.

» Alexander I van 275.

Rusbruc of Euysbroek, Johaanes. 8 , Rijnberk, 17, 185.

Rijssel. 48 ; II, 15.

Rijswijk, vrode van. II, 49 ,\'82. 83.

8.

Saksen. 10 vlgv. 17, 21 , 180,

» hertoofen van. 10 vlg., 18, 41 vlg., 02 vlg-., 181 , 284 vlff.; 11, 7 vlg , GO. Salland. 201.

Salm, Friedrich rijngraaf van. 133 vlg.;

251 vlg.; II, as.

Sandweer. 193.

Santen, Johan van. 185.

Sardinië. II, 33.

Savoye , Eugenius van. II, 49 vlg.

Sayn , Adolf zu. II, 81.

« Otto von. 203.

Searlensis, Ocoo. 10, 18.

Schaden, Johan. 190.

Schaffhausen. II, 05.

Scharmer. 192, 194.

Schaumburg . Wilwoldt von. 51 vlg\'. Sehenk, Maarten. 21.

Schepperua, Cornelia. 188.

Scherpenzeel, Willem van. 210.

Schiedam 149.

quot; Ledewe van. II, 85. Schiermonikoog. 227.

Schletzer, von. 251.

Schlözer , August Ludwig von. 2 47. Schmaus. 237.

Sehoenhofia. Johannes de. II, 84.

Scholtey, Georg von 182.

Sohomberg. 294.

Sehöning, vou. II. 19 vlg.

Schrijvers , Cornelius. II, 53.

Schuilenburg. II, 8.

Schwartz, Jacob. 293.

Schwartzenburg, Gunthor van. Gsi vlg. ,

180, 183, 235 , 294.

Schwendy , Lazarus von. II, 79.

Sieberg, 105 vlg.

Selm. 204.

Selwert. 10, 195, 197; II, 5. Sémonville. 274.

Servatius abdij, St. (te Maastricht). 19.

Sevenberghe . Arend van. II, 42.

Sevilla , traktaat van. 15.

Shelburne. 114.

Sibrandus, Leo. 10.

Siegon. 203; 11, 09.

Sigismund, keizer. 51; II, 00.

Silezië. 15.

Silo. 198.

Silvold. 202.

Simons, Menno. 10.

Sittard. II, 47 , 87.

Sluis. 48 . 117 . 135, 225 ; II , 54.

Smetius , Dr.. 11, 75.

Smit, Dirk. 20.

Sneek. 51.

Snoy, Reinier. 7.

Soestdijk. 114, 173.

Solms . graven van. II, 88.

Sonoy. 292.

Sont, de. 14.

Spa. 135.

Spanje. 14 , 223.

Sparendam. 38.

Spiegel. 19.

» Laurens Pieter van de. 253. Spiers. 205.

Spinola. 212.

Stitdtetage. 0.

Stamfort. 270. 274; II, 47.

Staveren. 53 vlg., 221 , 225 vlg. Steenderen. 202.

Steinlurt, graven vau. 200, 210.

Stell , Simon van der. 19.

Stermond. 113.

Steyn. 131 , 241 vlg.

• , klooster. 232.

Steynbergen . Henric van. 33.

Stipel. II, 8.

Stockem. 85.

Stockholm\'. 144.

Strahlendorff, Leopold von. 14 , 15. Stromberg , Johan van. 203.

Stuerman. II, 9.


-ocr page 20-

XVIII

Suehteleu , van. H2.

Susteren. 1.

SuthwaUla. 200.

Swieten , Dirk van. 33.

I/ Q-erard baron van. II, 55.

T.

Taffin. Jean. 292.

Talleyrand. 274.

Tulleken. 15.

Tecklenburg. 182.

Teisterbant. 28.

Tomminck. 100, 247.

Ternant. de. 171.

Terschelling\'. 11, 219.

Tessel. 99 , 111; II. 32.

Theodorns Arnoldi. II, 53.

Thesinge. 193.

Tholen. 18.

Thugut, Franz Maria von. II. 40 vlg. Thulemeyer , Heinnch von. 18. 97 vlg., 209

vlg. , 270 ; II, 18 vlg.

Tiel. 18 ; II, 43 , 84.

Tielcrwaard. II, 35. 43.

Tilly. 180.

Tollius. 274.

Trajectum. 19. Zie Utrecht.

Traos , Antoine des. 21.

Trier. 14 , 17 ; II . 81 vlg.

Trimunt. 194.

Tromp, Cornelia. II, 07.

Tuul. 209.

Twente. 55 , 210.

Twyckel, Adriaan. 190.

I\'.

tiding , Gerhard. II, 8.

Uffenbach , Zaelmriaa Conrad von. 228 vlg.

Ulfl\'t, Evert van. 34.

Uphara. 199.

Upstalhoom. II, 8.

Uskwerd. 191 , 194 vlg.

Utenhove. Charles. 292.

Utrecht. 10, 10, 28. 30 vlg., 59, 101.

194 , 115 , 118 , 120, 124 , 130 ,

134, 141, 140, 150 vlg., 170, 173 vlg., 190 , 201 , 211 , 216 , 218 vlg., 223, 237, 229 vlg., 240 vlg., 295; II, 7, 8, 12, 15, 20, 34, 53 , 78.

Utrecht. bisschoppen van. 31, 51, 201; II, 35.

» Unie van. 295 vlg.

Uthara. 199.

Uthwirde. 195.

Utthuus. 198.

Uyttenbogaert Johannes. II, 07.

V.

Vaals. II , 84 , 87.

Valkenburg. II. 15, 35 vlg., 87.

„ heeren van. 32 . 80 ; II, 31!,

39 vlg. . 87.

Varel. II, 13 vlg.

Vargas . Balthazar de. 84.

Varsseveld. 202.

Vaughuyon , de la. 97 vlg.; 280 vlg. Veere. 23 , 237.

Veeteregister. 0.

Veluwe. 210; II, 43.

Venloo. 29, 93, 276; II, 44.

Venray , Rutgerus de. II, 53.

Verac. 136 vlg.; II, 26 vlg.

Verdugo. 223.

Vergennes, Charles Gravier de. 100 vlg.

Verheull, Karei Hendrik. 274.

Versailles. 97 vlg.

Verschuor. 130.

Vianen , hoeren van. 33 , 44.

Vighe , Johan. 203.

Viglius. Zie Zuichem.

Vilvoorde. 48.

Visscber. 100.

Vlaanderen. 117, 231; II, 64.

n graven van. II . 30, 39.

Vlissingcn. 18 , 23 , 237.

Vondel. II, 07.

Vorberch, Johannes. 8.

Vossius. II, 00.

Vragharen. 901.

Vreden. 212.


-ocr page 21-

XIX

Vroenlioven, 141.

Vucht. II, 39 vlg-.

W.

Wachtel. 14.

Wageningeu. 205.

Walcheren. II, 41 vlg\'.

Waldeck. 170. 170, 201.

Wallmoden. 270.

Wangeroog. II, 12.

Wassenaar, heeren van. 102, 113, 143, 241

vlg.; II, 7, 03;

Wedde. 199.220,247.

Wederdoopers. 16, 20, 193.

Weoner. 194.

Weert. II, 47.

Weimar , hertogen v. Saxen-. 282, 284 vlg. Weinsberg. G.

Wclderen , Bernhard vun. 110 vlg.. 170.

Wentworth. 97.

Wenzel. keizer. II. 01.

Werninck, Q-erhard, 190 vlg.

Worth. 209.

Werthen. 28 , 30.

Werven. 257.

Wesel. 27, 27, 242; II, 7 . 40.

Wesenbeke. 202.

Wcssem. II , 42.

Westendorp. George. 223; II, 2.

Westergo. 49 Tig., 210 vlg., 225 vlg.;

II , 45.

Westernyelandt. 197.

WesterwolJe. 100, 190 v)g., 210; II. 8. Westerwytwerd. 100.

Westfalen. 0 , 17 , 21 . 201.

Westsouburg. II, 41.

Wetzlar. II, «0.

Wezertol. II, 12 vlg.

Wiemken , Edo. II, 10.

Wicht, von. II, 5..

Wickerade . heeren van. 33.

Wicquefort. 22, 230; II, 18.

Willebrord. 232 ; II, 85 Wiltperg, Heinrich von. 04 vlg,, 83. 280 vlg. Windesheim. 8, 10, 232, 255; II. 70, 84. Winschoten. II. 17,

Winterswijk. 202, 210 vlg.

Wirdum , Ulricus a. II, 14.

Witsen. 223.

Witt, de. 101.

ii Johan en Oornelis. 28 , 09 , 223 ; II, 07.

Wittem. 84.

Wittewierura. 197.

Wittgenstein. 291.

Woerden. 44 . 45 . 48 , 00.

Woeringen. 0; II . 48.

Woltersum. 107.

Workum. 48, 227.

Wormb, Batthasar. 13 . 02 vlg.

Worms. 180,

Wullens, Hieronymus. II, 55,

Wulft\'te, 109.

Wurtemberg, 21,

« hertogen van. 73. 182; 11,71.

Wijk bij Duurstede, 170.

Wijn, Johannes van. 203.

Wijnckelhusen, van. 200,

Wijndesem. Zie Windesheim,

Wijsch , heeren van, 33 , 203 vlg.

■J.

IJerseke, 7,

Yorke, 113 vlg,, 242.

IJpenburen. 198,

Urthe, 201.

IJsendern , heeren van, 33,

Z.

Zeeland, 38, 123, 174 vlg.. 243, 271 ; 11,00, Zevenwolden, 11; II, 45.

Zierikzee. 10. 35. 48, 03 ; II, 00. Zoutman, 101 , 202.

Zuichem , Viglms van. 103; II. 4 , 0. 15. 47 . 00.

Zutphen. 5 . 25 . 20, 20. 37. 93. 202 vlg.. 240; II, 9, 70. Zie Gelilor. « Ger. de. 0; II. 00.

Zwartsluis. 257.

Zweden. 275.

Zwin. 221.

Zwitserland. 113.

Zwolle. 5 , 37 . 201 , 220, 224,


-ocr page 22-

ERRATA.

biz. 242 staat\'. Holdeinesse, lees: HoMernesse. » 244 » arbeid » arbeidt.

» 38 ii0. 4fi staat: Hendrik lees: quot;Wenzei. » 40 » 82 » Jan » Johanna. jgt; 41 » 87 » Jan » Johanna. » 41 » % » Jan » Johanna.

-ocr page 23-

VERSLAG

AANGAANDE

EEN ONDERZOEK IN DUITSCHLAND EN OOSTENRIJK

NAAK

ARCHIVALIA

belangrijk voor de geschiedenis van Nederland 1888.

I. EMDEN.

A. Jialhhaus.

In doze stad, die vooral van de 15de tot do 18io eeuw in zulk eeno nauwe betrekking tot do Nederlandsche gewesten stond — van de dagen der eerste graven van Oostfriesland (145i) tot de opheffing der Nederlandsche bezetting in 1744 —kon ik wel oeulg positief resultaat verwachten van een onderzoek naar archivalia, belangrijk voor onze geschiedeuis. Onder de oorkonden en akten van vöor 1500 behoefde ik niet te zoeken , daar Friedlaender in zijn Ost/riesischcs Urkundcnbuch alle eenigszins belangrijke stukken van dien tijd reeds had afgedrukt. Evenmin meende ik veel aandacht te moeten wijden aan de stukken, in de 17de eeuw gewisseld tusschen de Staten-Generaal en de twistende stenden en graven van Oostfriesland: ik wist, dat in het Rijksarchief te\'sGravenhago , behalve eene collectie verbalen betreffende Oostfriesland en stukken , dat gewest betreffende (1530—1530), eene gansche kast vol schrifturen over Oostfriesland te vinden was, eene nog weinig onderzochte massa, die eerst in verband met de evenzoo talrijke stukken te Aurich en Émden op hare wezenlijke waarde geschat kan worden. Ik begon daarom mijn onderzoek in den uitstekenden Catalogus van oorkonden op het Hathhaus teEmdenmet het jaar löOO en vond daarin nog enkele stukken, die voor ons eenig belang hadden. Do welwillende gezindheid van den heer Oberbürgermeister Fürlrinyer vergoedde mij het gemis van oen stodelijkeu archivaris.

1. N0. 48. 26 September 1510. Esse van Oldersum vermaakt aan de dochter van Victor Frese te Loquard 50 diemt land in Meerhuseu (in Groningen).

-ocr page 24-

2

2. fi0. 58—60. 27 Maart 1534. Verdrag met Karei van Gelder en daarbij belioorondo stukken.

3. N0. 89. 5 Maart 1503. Gravin Anna schenkt aan Willem Gnaphaeus voor bewezen diensten 24 grazen ingedijkt land bij Norden.

4. Nquot;. 122. 15 Juli 1595. Overeenkomst van Delfzijl.

5. ISquot;. 126. 22 Februari 1596. Verbod van aartshertog Albrecht aan Emden om de opstandelingen in de Nederlanden te steunen.

6. N0. 126. 16 Maart 1596. Vrijgeleide van aartshertog Albrecht voor Emder schepen.

7. N0. 143. 29 April 1COO. Albrecht erkent do neutraliteit van Emden en Oostfriesland.

8. N0. 268. 1 Februari 1791. Overeenkomst van Emden met de admiraliteit te Harlingen over het vuurlicht te Borkum en de bebakening en betonning van do Eerns.

9. De menigte van stukkon over de bovenvermelde twisten begint, geregeld, eerst met 1(503.

Leverden de oorkonden niet veel belangrijks op, evenmin de akten, beschreven in het «Repertorium für die alte Magistratur bis 1749.quot;

Hierin lagen; Acta over de twisten bovenvermeld , sedert 1574 ; Acta over de Hollandscho garnizoenen, 1603—1744; Acta over de moeilijkheden wegens het opbrengen van Einder schepen tijdens de Engelsche oorlogen,

B. Grosse KircAe.

Van het Rathhaus, een merkwaardig gebouw uit het einde der lOdo eeuw, zeer goed gerestaureerd en beroemd door de goed voorziene Rmlkammer, waar men o. a. de-wapenrusting van Lodewijk van Nassau , bij Jemmingen gedragen , meent te kunnen aanwijzen , begaf ik mij tot voortzetting van mijn onderzoek naar de oude Groote Kerk. Inden omtrek dezer kerk, op do markt en elders zag ik nog menig gevdltje geheel in oud-hollandschen trant, dikwijls versierd met het in Groningen en Leeuwarden zoo dikwijls voorkomende schelpornament.

De welwillendheid van den heer Kirchenrath Fresemann Viiilor, die mij niettegenstaande zijn hoogen leeftijd zoo herhaal lelijk te Emden voorthielp , maakte mij mijn onderzoek in de zeer belangrijke bibliotheek der » Grosse Kirchequot; gemakkelijk, terwijl ook de medewerking van mijn geachten vriend en ambtgenoot dr. ReHsr.ia mij dikwijls te stade kwam. De bibliotheek dagteekent voor oen groot deel uit do eerste helft der 161e eeuw. De beroemde WwoXaog Al bert us Ilardenbsrg, tijdgenoot en vriend van Erasmus en Johannes a Lasco, was eertijds do bezitter van een g-root aantal der hier bewaarde boeken, die, nu behoorlijk gecatalogiseerd en onderhouden , zoowel om hunnen inhoud als om hunne oude en nog weinig onderzochte banden do belangstelling van lederen oudheidkundige verdienen. In eene uitgave van do Rudimenta Ilchraïca van Reuchlin vond ik eeno aanteekening van Hardenberg, d it hij, in 1537 te Mainz protnoveerende, dit boek van Erasmus had gekregen.

-ocr page 25-

3

Hij schrijft in liet boek dan ook Lij Erasmus\' aanteekening: » Sum Erasmi nee muto dominumquot;,

de zijne:

» Nunc Alberti nee dominum mutoquot;.

Hij toekende er 10 jaar later te Bremen in aan, dat Johannes a Laseo met Erasmus een contract gesloten had, waarbij de eerste » a vivento jam tum Erasmo totam bibliotliecam emit, si eontingeret ei ilium esse superstitem De voorwaarde i?\' vervulden zoo kreeg Johannes a Laseo de bibliotheek van Erasmus; later ging zij waarschijnlijk — tenminste voor een deel — aaa Hardenberg over. De mogelijkheid is dus niet uitgesloten , dat deze boeken, als men ze nauwkeurig nagaat . nog een en ander kunnen opleveren voor de kennis van het wetenschappelijke leven van Erasmus en Johannes a Laseo, twee mannen, die ons Nederlanders zoo na aan het hart liggen. Eene voorloopige kennismaking met deze bibliotheek is voor iedereen mogelijk, daar de Catalogus is uitgegeven door haren verJienstelijken bibliothecaris, genoemden Kirchenrath Victor.

De iiier bewaarde handschriften zijn voor ons van weinig gewicht, met uitzondering misschien van eene Munstersche kroniek (Nachtrag, ,, 9 en 10) uit den tijd vau den voormaligen Utrechtschen bisschop Floris van Wevelinkhoven, die haar liet opstellen tot 1392; na zijn dood werd zij voortgezet tot 1424. Voor Geldersehe en Overijselsche toestanden valt hieruit oen en ander te leeren. De bekende geleerde Möhlmann vervaardigde deze copieön naar origineelen in de bibliotheken te Wol-fenbüttel en Gottingen, het eerste in het Latijn, het tweade in de landtaal.

Behalve de bibliotheek is ook de Groote Kerk zelve, met hot merkwaardig gedenkteeken van den Oostfrieschen graaf Enno II en de gedenktafel boven het graf van Albrecht van Saksen, bezienswaardig. De consistoriekamer bevat tal van portretten van Emder predikanten uit de IGde en 17de eeuw, onder wie ook verscheidene voorkomen , die in de Nederlandsche kerk eene rol gespeeld hebben (Menso Alting, Hardenberg, enz.)

C. Vaterliindlsche Gescllschafl.

Emden is de zetel van eene vereeiüginlt;?, genaamd: » die Gesellschaft für bildenle Kunst und vaterlilndische Alterthümerquot; (te Emden bekend onder den titel: » die Kunstquot;), die zich de beoefening derOostfriesche geschiedenis en oudheidkunde ten doel stelt. Over deze vereeniging, haar Jahrbuch en baar Museum deelde ik een en ander mede in de Nederlandsche Spectator van 1885 n0. 14. Zij mag zieh nog altijd in de algemeene belangstelling der Oostfriezen verheugen en verkreeg van de Kegeering te Berlijn onlangs eene flinke som tot oprichting vaneen nieuw gebouw voor haar museum en voor hare bibliotheek. Bezit het eerste eenige schilderijen van Nederlandsche meesters, de laatste mag bogen op vele belangrijke manuscripten, waaronder ook voor onze geschiedenis van bctcekenis; beide verzamelingen zijn het thans naar do eischen

-ocr page 26-

4

der moderne wetenschap ongeveer voltooide gebouw ovenvaardig. De ijverige en bekwame bibliothecaris, de heer De Vries, gaf mijn vriend Keitsma en mij de gelegenheid de voorloopig nog in eene donkere kast geplaatste manuscripten na te gaan. Dankbaar voor do verleende hulp, beijverden wij ons gebruik te maken van de aangeboden gelegenheid tot nader onderzoek. Ik teekende er aan:

Nquot;. 11. Een manuscript van Sic/ie BenninqMs kroniek (uitgegeven door Feith , Werken Hist. Gen. N. U. n0. 48). Ht t manuscript is in 1674 afgeschreven ten behoeve van Ulrich van Ewsum uit de » aengevangen ende niet ten halven uytgeschreven historie van Sicco Beninga in \'t Ommelander Huys berustendequot; — een mij niet bekend exemplaar.

Dit manuscript komt overeen met de in mijne voorrede voor genoemde uitgave aangewezen manuscripten C tot F.

Nquot;. 18. Eene Friesche kroniek, in het einde der 17de eeuw »up het vlytigste uth anderen Chroniken tho saemen getragen uud bey een ander vergadertquot;, vooral voor Oostfriesland van belang.

K°. 19. Een deel der kroniek van Benninghe, beginnende met het tweede deel — een verminkt exemplaar, zooals ik beschreef in mijne voorrede pag. xix en xx, tevens verhollandscht; tot dezelfde serie van manuscripten behoorende als nquot;. 11.

N°. 22. Eene Friesche kroniek, als n0. 18.

K°. 514. Besatzung der Generalslaalen in Einden und Leerorht,kurtzer und grundlicher Bericht, aus wass für Ursach eingefüret(17de eeuw).

IS0. 56. Dal Friese Landrecht, lien manuscript 16do eeuw in twee af leelingen, waarvan de eerste, behalve de zeven Magmiskeuren , de 17 leesten en 24 landrechten, ook het landrecht van Hunsingoo en Fivelingoo , den zeentbrief van Hunsingoo enz. bevat; de tweede bevat zijl-en dijkrechten van Groningerland, den buurbrief van Appingedam, extracten uit warfsententiën enz. enz. Alles is geschreven ± 1580 in Groninger landtaal.

Isquot;. 64\'. Summlung guter Lehre niederd. Sprache, 14de eeuw, uitgegeven in het Jahrb. der Gesellsch. für Niederd. Sprachforschung.

]S0. 80. Stadboek van Groningen 1560. Op den ouden band staat 1. R.

1N\'°. 111. »Eulogium seu testimonium irrefragabile de origine Frisiorum et nominibus eorundem. Item de loquela frisionica. Adagiorum appendix , mirabilem tam legalem quam naturalem, tam philosophicam quam historicam et poeticam continens suavitatem. Hinc potissima demonstratie, quod Frisones non sunt orti, ut quidam lallant, ex illis perditissimis Judaeis,quorum triginta in destructionellierosolimitanaeurbisemebantur uno numismate, sed ex gentibus nobilissimis Trojanis, Graecis et Romanis stemmatibus, per Reijnerum Doccimamm alias Boghcrman, legum doc-torem, ex diversis pulveribus olympicis seu magisscripturarumfragmentis diligenter collectum.quot; Afschrift van Muhlmann uit de bibliotheek te Got-tingen, Tom. xi mss. Zuichemiorum. Het manuscript bevat bij de friesche eigennamen tal van aanteekeningen, o. a. bij Hert (pag 21): » Hert Friso Hertetus Romanus fuit. Hujus quoque nominis fuit olim abbas quidam diclus Hertetus in Hyerusalem Thrisiae, alias Garx-

-ocr page 27-

doester, ubi et fratrem germanum liabui priorem, Joannem Dockumanum

cognomento Bogherman, cujus anima requicscat in sancta pacequot;.....

Bij den naam Donna: een liedje, dat men zong in Leermens: » Di goede siute Donatus,

A.1 uth fan Leremens,

Di friath sinte Wolburcli In de Saesclie Grijns.

Hi baed har waex,

Hi baed har flaex,

Hi baed paenyon.

Nae , qua sinto Wolburcli,

lek wol naet maenyen, Kyrioleisson,quot;

Op pag. 23 begint de collectie adagia in de friesche taal, midden ICde eeuw.

Pag. 23. Mijn Moer ha my friesck leerd Dat tour ick spracbe onferfeerd.

Dat riuchte lauwe luer us di paus ,

Deerom sids ick goed, Gloria laus.

Pög. 24. De fide\':

Ken batter gued Dan lauwe int Mued,

Bute tliecht syocht nen eech,

Bute dan lauwe nen wirek deecli-.

lEaepi, lyaffte ende werek Mettye dan lauwe sterek.

Pag. 26. Als di hwag inne hus holke schullej.

So rout hem nen hasze inne mulle.

Pag 31. Ut des presters mulle benedijir Aessche God sijn loft altijt.

Di prester syonckt uth goads mulle Deerom schil nemmen mei hen tule.

Gods prester is wart wijn end biaar;

Ite is prester een fennynich diaar.

Kquot;. 139. Deel der kroniek van gt;Sicka hemiinghe-, loopende tot 1477, het einde van het tweede deel. Zie mijne inleiding voor de uitgavo Feith, blz. xix en xx. Het exemplaar behoort weder tot de serie C—F;

In denzelfden band volgt eene beschrijving der Zeelanden en eeno studie daarover door R. R. Von Wicht, uit de bekende familie van historici\'.

Nachtrag, Landrecht van Sauwerd einde\' 18de eeuw, opgeteekend door Herman van Moesel (uit do nalatenschap van mr. Hooft van Iddekinge).

Eindelijk vindt men hier nog enkele manuscripten van Emmius-werken, zooals blijkt uit do lijst van Handschriften in den Kalalog dei-Bibliotheek.

-ocr page 28-

G

AVItlCll.

Konigliches Staalsarchiv.

Het oudo grufelijko nrcliief van Oostfrieslaiul wordt ook thans nog1 liewaarJ in de oude landelijke hoofdplaats van het graafschap, waar het grafelijke kasteel nog thans getuigenis aflegt van de macht zijner vroegere bewoners. Dit archief is tot nog toe het meest stiefmoederlijk bedeelde van alle Pruisische Staatsarchieven, die ik bezocht: in particuliere woningen opgepakt, ligt het verward en zoo goe 1 als on bruikbaar door elkander, jaren lang reeds tot wanhoop voor de elkander snel opvolgende archivarissen. Van deze heeft vooral Ar. Friedlaender, thans te Berlijn, zich ten opzichte van het archief groote moeite getroost bij het samenstellen van zijn belangrijk Oslfnosisrhes ürkun-denbuch, dat zoo goed als alle hier en elders aanwezige üostfriescho oorkonden tot 1500 bevat. Na hem vond de overleden dr. Herquet hielde stof voor zijne Miscellen mr Oeschichte Ostfrieslands. De leden van de reeds onder Emden genoemde Gesellschaft maakten, zoo goed en zoo kwaad als dat ging, ijverig gebruik vnn het archief tot het samenstellen van hunne studiön over üostfriesche geschiedenis, wier beste kenner thans do Generalsuperintend\'nt Barlels te Aurich mag heeton. De tegenwoordige Staatsarchivaris dr. Vou Eichcn, pas sedert korten tijd hier geplaatst en bekend door zijne Geschichte und System der mitlelallerlichen Weltanschauung, ziet eindelijk de vervulling nabij van den wensch, zoo lang gekoesterd door allen, die dit belangrijke archief van naderbij konden : een nieuw gebouw wordt ten behoeve van het staatsarchief opgericht.

Het is duidelijk , dat mijn onderzoek onder do tegenwoordige omstandigheden — en het zal nog wel eenige jaren duren, eer (Ie orde in dezen chaos is gekomen — niet zeer gemakkelijk was en weinig afdoende resultaten kon opleveren. Ook de catalogi en inventarissen beantwoorden , naar het schijnt, niet aan de eischen , die men thans daaraan zou kunnen stellen ; bij den toestand van het archief, op zolders en in kleine kamertjes opgestapeld, was het maken van behoorlijke inventarissen immers zoo goed als ondoenlijk ! Wat er van dien aard was, kon ik echter, dank zij de vriendelijke hulp van den heer Rechnungsrath Mithersdorf — die mij bij afwezigheid van den Staatsarchivaris ter zijde stond — en den gewaardeerden steun van mijn vriend, professor Reitsrna, in korten tijd tdliter qualiter nagaan. Van inzien der stukken was geen sprake.

Repertorium I. Abth. Privilegia,

IS0. 41. Aunotatio do quibusdam antiquis Frisiorum privilegiis.

-ocr page 29-

7

Y

N°. 93—96. Stukken over liet Harrière-tractaat en de heerschappij over het Overkwartier, 1708—1715.

Abth. Vcrlrüge.

ISquot;. 21. Laudum des Herrn Floris von Egmoud, Gouverneurs in 1 den Niederlunden, wegen der Streitigkeiton zwischcn dem Bischoir zu

Bremen, Christopher, und Grafon Enno, a0. 1529. t K0. 22. Verdrag tusschen Karei van Gelder en graaf Enno, 1535.

N0. 23. Verdrag tusschen Maria van Hongarije, landvoogdes der Nederlanden , en do Ooslfriesche graven.

^ Hierin natuurlijk weder zeer veel over do twisten tusschen de stenden

en den graaf.

Abth. Ostfricsische Historie.

N0. 3. Oude kroniek van Friesland (1148—1392), geschreven 1512.

Nquot;. 4 en 5. CopieSn daarvan.

IS0. G. Collectanea Historica, door Emmius meest eigenhandig verzameld.

N0. 14. Brieven van Menso Alting, waaronder een aan Emmius (van 15 Juli 1G07) over Oostfriesche zaken.

Abth. Generalstaaleu.

Stukken over eene leenin»- ten behoeve van graaf Enno, 1G24.

N0. 17. Brieven van de Staten-Generaal en den amirant van Arrngon aan Wezel over de religie , 1598 en 1599.

Tal van stukken over de bemiddeling der Staten-Generaal tusschen de stenden en den graaf, 17de eeuw.

N0. 31. Relationes van den Oostfrieschen agent to \'sHnge, Pieter de Groot, beginnende met 1G51.

Abth. Groningen.

N0. 1. Chronicon ab anno 1200 usque ad annum 1514, betreffende Groningen.

N°. 2. Nachrichten, over de heerlijkheid Wedde.

N3. 5. Stukken over ettelijke dorpen bij de grens in Oldambt, waarop de Oostfriezen 1420 aanspraak maakten.

N°..14. Acta, dio Groninger Unruhen mit Hertzog Albrecht und Georg betreffend, van 1500 en volgende jaren.

N0. 15. Brief van hertog Georg aan graaf Edzard over Groningen, 1501.

N0. 16. Copio van het 1501 tusschen Groningen en de Saksers gesloten verdrag, waarbij Utrecht bemiddelend optrad.

N0. 17. Aanstelling van Edzard tot stadhouder in de Ommelanden 1 met 2000 g. rh. inkomen (1505).

N0. 18. Overeenkomst tusschen Georg en Edzard over het bezetten van Groningen (1506).

Ü K0. 19. Verdrag van Groningen met Edzard bij de overgave in 1506.

N°. 20. Rekening van onkosten wegens het bouwen van den burcht te Groningen, 1506.

N0. 21. Obligatie van Groningen voor Edzard ten bedrage van 100 g. rh., 1507.

N°. 22. Idem van 250 g. rh., 1509,

-ocr page 30-

8

N0. 23. Brief van Groningen over het proces teoren Utrecht to Rome (1510).

N0. ?4. Acta van het keizerlijk gezantschnp te Neuenhaus (1511), gezonden tot beslechting1 van de twisten tussclien Goorgo en Èdzard.

Nquot;. 25. Qnitantie van voogden van het H. G. huis to Groningen wegens 400 phil, gulden, door Edzard in 1511 betaald.

N°. 26. Brief van Groningen aan Edzard over den burcht (1514).

N0. 27. Aanstelling van Edzard door Karei V als stadhouder van Groningerland (1517).

N0. 26\'/». Dria Groninger abten en vier edelen onderwerpen zich aan Edzard , Christoflel en Johan en vragen copie ten behoeve van de stad Appingedam van de to Upstalboom toegestane vrijheden; de brief, dien zij te A. hadden, w.ts door ouderdom vergaan (1558—1566).

N0. 27\'/g„ Ettelijke Groninger hoofdelingen vergunnen Edzard om 600 tot 800 man krijgsvolk voor de Ommelanden te werven (1518).

N°. 28. Instructie van Karei van Gelder voor Edzard, betredende Groningen (1536).

N0. 29. Acta betreffende goederen bij Bellingwolde, toobehoorende aan het Oostfriesche klooster Barthe.

N0. 31. Overeenkomst tusschen Groningen en Oostfriesland over de grens (1636).

N0. 32. Stukken over eene leening van Groningen bij graaf Ulrich (1636) en over de vervreemding van Bonder Nieuwland.

N0. 33. Acta betreffende den uit Groningen verbannen predikant Hamer (1658 en volg.).

Nquot;. 36. Item betreffende dr. Ilarkens en Gerhard Uding (1663).

Nquot;. 37. Klachten van Groningen over den graaf van Kniphausen (1676).(

Nquot;. 38. Acta over buitendijksche landen bij Niouweschans.

N®. 44. Acta betreffende de door Groningen uitgeleverde brieven enz. van Ubbo Emmius (1706).

]S0. 48. Overeenkomst over de grens aan den üollart (1723).

IS0. 49. Smeekschrift van de graven Edzard en Johan aan den Keizer over de bevestiging van Delfzijl door Alvn.

N0. 50. Grensbepaling van Wcsterwolde bij Dunnebroek (1521).

N®. 51. Acta betreffende Schuilenburg (1661).

Nquot;. 52. Acta van het redgerrecht in Groningerland (1720)

K0. 54. Copiöen van acta betreffende Groningen (15de en 10de eeuw).

Itepertorium II, Correspondenzsachen.

Hierin liggen do eorrespondentiën mot do agenten in Amsterdam en den Haag.

N0. 18. Met den agent Blomaert te Amsterdam (1636—1638).

N» 29. Met den agent Stipel aldaar (1640-1649).

Nquot;. 48. Met Prins Johan Maurits van Nassau (1666).

K0. 112. Hangische Gorrespondenz (1630—1638).

Nquot;. 114. Dito 1637,

N0. 115, Dito 1640.

-ocr page 31-

9

N0. 117. Met den a^ent van Nyoveldt in den Haag (1647—1648).

K0. HS\'/j. Dito (1655).

N0. 119. Dito met Pieter de Groot (1658).

N0. 121. Ontslag van Nyeveldt als agent (1657).

N0. 122—127. Kelationes van de Groot(1657—1660 en 1664—1668).

K0. 128. Relationes van dr. Pauli (1675).

N0. 129. Berichten\'van den gezant Müller in den Haag (1666). M. i36. Haagisclie Correspondenz (1682).

N0. 138. Dito (1686).

Inquot;. 213. Correspondentie met den agent Stuerman (1699—1700). N0. 214-234. Dito (1701-1744.)

IS0. 234. Dito, ook met den Wurttemb. gezant v. Heespen.

ISquot;. 236. Dito , wegens eene leening , (1721—1722).

N0. 2-37. Dito, ook met den kanselier Bruiuing (1717—1720).

N0. 238. Dito (1723—1724).

N°. 239. Acta , hierbij behoorende.

N0. 438. Correspondentie van graaf Johan en gravin Anna met Viglius (1551-1557).

IN\'quot;. 448. Correspondentie met den agent Stuerman etc.

Onder de Reichssachen.

K\'. 12. Neutraliteitsedikt van Graaf Edzard, (1572).

Kquot;. 28. Acta van den rijkslag te Regensburg over de Vereenigde Nederlanden , met name over Gelder en Zutphen met betrekking tot de j ui isdictie.

In Repertorium 111 o. a. allerlei stukken over grenstwisten aan de zijde van Groningen.

-ocr page 32-

10

OliDEKBlTRC.

A. Groszherzoglichcs Slaatsarchiv.

Oldenburg ligt zoo dicht bij onze grenzen en heeft met Oostfriesland en de Friezen in het algemeen sedert de vroege Middeleeuwen in zulk eene nauwe betrekking gestaan , dat ik niet mocht nalaten te onderzoeken , of hier voor onze geschiedenis ook iets van beteekenis te vinden was. Ree ls dadelijk bevond ik , dat behalve het eigenlijke Oldenburgsche archief, ook dat van Jever en dat van Varel hier bewaard werden , welke omstandigheid de kansen op vondsten van eenig gewicht vermeerderde. De handelsbetrekkingen der Nederlanders met Koordduitsih-land in de 17de eeuw waren , zooals mij bekend was, belangrijk geweest , zoadat ook in dit opzicht hier wel wat te wachten zou zijn.

Ik ondiirzocht vooreerst:

I. Het archief van Jever.

In 1530 was de toestand der toen nog onafhankelijke heerlijkheid Jever niet rooskleurig. De Friesche hoofdeling Edo Wiemken had zich en zijnen nakoraelingeii hier eene onafhankelijke heerschappij weten te verschaffen (2de helft 14do eeuw) tot ergen.is natuurlijk der latere graven van Oostfriesland , die het gansche Friesche land tusschen Hems en Wezer, ja tusschen Lauwers en Elbe, aan hunne macht hadden willen onderwerpen. In Jever zelf — waar de oude Edo Wiemken een burcht had gesticht — waren in het begin der 16do eeuw personen te vinden, die, ontevreden met de heerschappij van den gelijknamigen naneef van genoemden hoofdeling, do plannen van den Ooslfrieschen graaf Edzard in de hand werkten en niets liever wilden dan diens gezag in de heerlijkheid te doen erkennen. Bij den dood van Edo Wiemken den jongeren , die in 1512 stierf met achterlating van een jongen zoon Christoffel, reeds iu 1517 overleden , kwam het land aan zijne drie minderjarige dochters, freule Anna, freule Maria en freule Dorothea, en werden de kansen van den Oostfries grooter, vooral toen de tijdens de minderjarigheid der freules aangestelde vijf regenten hem zeer genegen bleken te zijn, daar hij zich kon beroepen op keizerlijke leenbrieven voor de heerlijkheid Jever , hem en zijn vader reeds vroeger verleend. Graaf Edzard vormde het plan om de drie jonge freules met zijn jonge zonen te doen huwen; wel stierf een dor laatsten maar de Leide anderen verschenen in 1527 in Jever en gedroegen zich daar als hoeren en meesters, zonder zich om de voorgenomen huwelijken verder te bekommeren. Do ergernis der verongelijkte juffers was groot, te meer toen de Oostfriesche troepen in het landje verschenen. De freules-vonden echter een verdediger in den hoofdeling Boing van Oldersum , die hulp zocht bij Keizer Karei V. Deze stelde niet alleen als Keizer

-ocr page 33-

■11

belang in du lotgevallen der heerlijkheid maar meende ook als kooper der roehten van hertog George van Saksen op Friesland, dus als hertog van Brabant, kraehtens de verdragen van 1515 belang bij den gang van zaken in Jever to hebben. Ook Karei van Gelder trachtte natuurlijk zijne aanspraken in het Noorden hier te doen gelden. Zoo was Jever een van alle zijden begeerd goed geworden.

Granf Enno van Oostfriesland , in 1528 zijn va Ier , Edzard den Groote, opgevolgd , trachtte zicli in 1531 met geweld van Jever meester te maken en belegerde het slot, dat door Doing van Oldersum en freule Anna inet kracht verdedigd werd , totda1: zij \'s Keizers bescherming verkregen door dezen 8 Mei 1532 als opperheer te erkennen, \'s Keizers stadhouder in Friesland, Schenk van Toutenburg, kwam uu tusschen beiden en liet beleg werd in Nov. 1532 opgeheven. Voorloopig werd de heerlijkheid door den Keizer onder sequestralie gesteld en weldra een proces aanhangig gemaakt, dat — zooals te verwachten was — (26 Jan. 1534) ten nadeele van Oostfriesland werd beslist: de freules werden als rechtmatige bezitsters van Jever erkend en erkenden den Keizer — als hertog van Brabant — als haren leenheer. Zoo kwam Jever voor goed, hoewel Oostfrieslan 1 nog lang tegenstribbelde, onder opperleenheerschappij van Bourgondië, wat zoo bleef tot de Fransche Revolutie , in weerwil van de in de 17de eeuw telkens hernieuwde aanspraken der Staten-Generaal , die dit voor den handel op de Wezer zoo uiterst geschikt gelegen stuk lands — waar thans het sterke Wilhelmshaven ligt — gaarne aan zich hadden gebracht.

Maria van Jever vermaakte het land in 1575 aan Oldenburg; bij het uits\'erven van het Oldenburgsche huis in 1667 kwam het aan het huis van Anhalt-Zerbst, waaruit het in 1793 aan Catharina II van Rusland overging. Sedert het begin onzer eeuw behoort het aan Oldenburg.

Van do stukken uit dit archief teekende ik ann:

(i. Lehnsacten der Grafschaft Jever, 1532—1793.

1. Acta betrefFende de verhouding van Jever tot Bourgonliö en het Rijk, in de dagen van Alva, en wel na den slag bij Jemtningen , ten gunste van Bourgondië beslist (1552—1569). Jever werd opgrond van het verdrag van 1532 en van dat van 1548 to Augsburg van allo rijkscontributie bevrijd.

2. Copie van een brief van Requesens (Antwerpen, 29 Maart 1575) aan den Keizer, tegen de aanspraken van Oostfriesland gericht.

3. Acta over de competentie van het Rijkskamergericht in Jever als leen van Brabant.

9 en 10. Acta over de beleening van Oldenburg met Jever door de regeering te Brussel tijdens Requesens (1575 en 1570).

11. Acta over de beieening tijdens Albrecht en Isabella, 1599 en 1600. Verder tal van stukken , betrekking hebbende op de aanspraken van Bourgondië , Denemarken , Munster, Oostfriesland en de Stateu-Generaal op Jever (l6do en 17de eeuw).

24. Stukken over de aanspraken der Staten-Generaal (1600—1667).

-ocr page 34-

12

29. Acta betrofiendo liet plan van Albrecbt en Isalieila (1G14) om den oorlog; tegen de Nederlanden van Jever uit te hernieuwen. Het hoofdpunt van aanval zou Wangeroog- zijn, van waar in verbond met Hamburg en de Oostzeesteden de handel van de Republiek en Bremen kon benadeeld worden.

Hierbij liggen ook stukken betreffende de poging van Philips II in 1576 om door zijn gezant Dr. Westendorp den graaf van Oldenburg te noodzaken volgens de verdragen van 1517 (zie beneden) 10 ruiters op eigen kosten te onderhonden ten behoeve van de Spaansche regeering; Jever moest daarvoor 50 ruiters en 500 voetknechten gereed houden. De graaf verzocht van dezen plicht ontslagen te worden, daar hij te veel bloot stond aan aanvallen van Holland uit, waarop de zaak tegen betaling eener som gelds werd afgekocht.

5. Oorkondenarchief Jever.

Da oude oorkonden van voor 1500 zijn bi] Friedlaender, Oslfriesisches Urkundenbvch, afgedrukt.

1. 26 Nov. 1531. Karei van Gelder verzoekt freule Maria van Jever zijn afgezant Bornd van Hackfort te erkennen bij do onderhandelingen met Balthazar, heer van Esens.

2. 1532. Oorkonden betreffende de onderhandelingen tusschen Oost-friesland en den Keizer te Utrecht en den Haag.

3. 25 Maart 1532. Boing van Oldersum wordt\' door Anna en Maria van Jever met volmacht bekleed om met den Keizer te onderhandelen.

4. Tal van oorkonden over de boven geschetste twisten en overdrachten.

II. Oldenburgsche archief.

a. Oorkondenarchief Oldenburg.

De vroegere oorkonden weder bij Friedlaender.

1. 15 Aug. 1507. De graaf van Egmont, stadhouder van Holland, Zeeland en Friesland, sluit een verdrag met graaf Johan van Oldenburg over de bestaande moeilijkheden wegens den handel; onderlinge vrijheid van verkeer zal voortaan gelden.

2. 13 Aug. 1507. Johan van Oldenburg en Delmenhorst belooft hertog George van Saksen te zullen dienen en zijne sloten voor dezen te zullen openen.

3. 1515 — 1517. Johan van Oldenburg treedt op dezelfde wijze in dienst van Bourgondiö. Tal van ontwerpen hieromtrent.

b. Missionsakten.

Hierin verschillende stukken over gezantschappen naar de Nederlanden over den Wezertol, Jever enz.

2. Gezantschap van den kanselarij-secretaris Joh. Contor naar Holland (1587), over het optreden van een Hollandschen admiraal op de Wezer.

5. Zending van kapitein van Asseln naar den Haag over de leen-kwestie van Jever, de verschijning van Holl. oorlogschepen in de Jahde enz. (Juli 1611—Oct. 1612.)

6. Zending van de hecren Prott en Pflug over dezelfde zaken (Oct. 1612).

-ocr page 35-

13

7 cn 8. Gezantsclirtpscorrespondentie over den Wezcrtol, liet proces van Oldenbarneveldt en de Groot, do godsdiensttwisten enz.

12. Dagboek van de gezanten Protton Pflug, 9 Nov.—HDeo. 1019. Zij waren vooral gezonden om over den Wezertol te spreken en onder-liandolden met verscheidene leden der Staten-Generaul en andere in-yloedrijke personen. De uitvoerige beschrijving van hun wedervaren is zeer merkwaardig.

61. Zending van v. d. Osten naar Willem 11 van Oranje, die in Aug. en Sept. 1648 te Groningen was. De zending betrof militaire belangen en den Wezertol.

67. Zending van Heilersieg naar den frieschen Stadhouder Willem Frederik over den Wezertol (1650).

De Wezertol is ook bet hoofdpunt in de correspondenlie met de naaiden Haag gezonden personen en de daar aanwezige Oldenburgsche agenten. Ik noem nog de zendingen van Mylius in 1638 , 1639 en 1647 en de correspondentie met den agent van Kinschot (± 1650).

WcsPTZoIldhtoi»

N0. 7. Pogingen van de Staten-Generaal (1616 —1623) om den (ol\'e doen opheffen , waarin de Nederlanden gesteund werden door Bremen on de andere Hansesteden. Overigens natuurlijk eene groote collectie stukken over dien tol.

d. Bilndnisse.

Onderhandelingen (1649) over een verbond tusschen de Staten-Gencraal en Denemarken , benevens over de opheffing van de tollen in Sont en Belt, sterk tegengewerkt door de Hansestedeu en Zweden.

e. Krieffssachen.

In Scrinium VIII, N*. 129, ligt een aantal stukken uit den tijd van Graaf Johan XVI van Oldenburg, vooral van belang voor de krijgs-gebeurtenissen in 1599, toen de Spaansche overste Charles de Lalaing, heer van Haschicourt, Oldenburg wilde noodzaken zijne neutraliteit op te geven.

III. Archief Varel-Bentinck.

Het is bekend, dat het geslacht Bentinck door het huwelijk van graaf Willem van Bentinck-Uhoon (1704 —1773) met Sophia Charlotte , gravin van Aldenburg, dochter van den graaf van Aldenburg (uit oen morganatisch huwelijk geboren zoon van den laatsten graaf uit het oude Oldenburgsche huis), in het bezit kwam van Varel (1733) en Kniphausen (sedert 175i ; het was evenals Jever een leon van Brabant). In dit archief komen hoofdzakelijk stukken voor over de kwestie der leenroerigheid van Kniphausen en Varel.

Onder de Extranea vindt men nog enkele stukken over de rechten der Benünck\'s op Doorwerth. Christina van Aldenburg, de echtgenoot van bovongenoemden graaf van Aldenburg en geboortig uit het huis de la Trémouille, heeft op den Doorwerth gewoond en ter her -innering aan haar veelbewogen leven — veelbewogen vooral, toon haar

-ocr page 36-

14

eclitgenoot overleden was en zij nan de vervolgingen harer fiimilic wns blootgesteld — belangrijke Mémoires geschreven , die eerlang door den heer dr. Mosm, Oberbibliothecar der Landesbibliothek te Oldenburg, uitgegeven zullen worden.

IV. Bomarchirf van Lulech.

Dit archief en eenige daarmede verwante Lübeclcer archieven worden hier te Oldenburg gevonden ten gevolge van de omstandigheid, dat sedert 1586 het bisdom Lübeck onder zijne vorsten vele graven van Oldenburg telde en in 1802 zelfs geheel aao Oldenburg kwam. Onder de hier bewaarde stukken (de oude oorkonden zijn uitgegeven) komen vele voor betreffende in dienst van de Staten-üeneraal staande troepen (18de eeuw) en veider de acta van den Kiedersilclisischen Kreis, voor ons van eenig belang voor den tijd van den 80jarigeu oorlog en dien van Willem 111.

B. Landesbibliothek.

N0. 115. Kroniek van Siche Benninghe. Volledig exemplaar van de meestal voorkomendé serie, waartoe ook de door mij in de inleiding op do uitgave van Feith met C—F genummerde mss. behooren (18deeeuw).

IN0. 112. Ulrici a Wirdum Discursus politicus de causis motae ac 1660 Ostfrisiae.

K\'. 122. Stadboek van Groningen van 1C99, met de keurwetten voor burgemeesters enz van 1668.

K0. 123. Landrecht tan Drenthe 15 Febr. 1014, met fianteekeningen, ook met het procesrecht en tal van formulieren (ms. 17de eeuw).

-ocr page 37-

15

ClUITilVGElV.

Universilatsbibliotheh.

Toevallig vernam ik , dat in deze rijke boekerij zich een deel van du nalatenschap van den beroemden Viglius van Zuichem bevond. Ik wendde mij onmiddellijk tot den Libliothecaris, die mij met de meeste vriendelijkheid de noodige inlichtingen verschafte. Het bleek mij toen, dat die verzameling, bij de stichting der Universiteit (1734) reeds in hare boekerij gekomen uit die van den Geheimr. VivCa.. J. Il.xon Bulow, voor onze geschiedenis vrij wat opleveren kan, nog meer voor die van Belgiü.

Volgens de mededeelingen , mij welwillend verstrekt door den Custos Dr. Schcmann, omvat deze verzameling de Cod. Hist. 636—657, dus 22 deelen, wier algemeene inhoud hier volgt:

I. Hierin o. a. 60 authentieke brieven van den Bisschop van Atrecht (»postmodum Cardinalis Granvellaniquot;) aan Viglius.

II. Stukken over het muntwezen in de Nederlanden.

III. 14. Sommaire de la lettre du Roy do France a Guillaume de Nassau, 9 Mars 1552.

34. Granvelle\'s rede op den Rijksdag, 5 Febr. 1543.

V. Stukken over den afstand van 1555 en de Joyeuse Entrée van 1514, »cum variis additionibus.quot;

VI. Verdragen en stukken over Brabant, de Universiteit van Leuven, de prelaten van Brabant, het ambt van Gouverneur in de steden Leuven, Brussel, Antwerpen, den Bosch, Maastricht en het ambt van Grand Veneur de Brabant.

VIII. 23. Memorie over de vestingen en sterkten in Valkenburg.

IX. Muntwezen van do Nederlanden , met allerlei privilegiën en regelingen dienaangaande door de oude graven.

XI. De origine, r.ominibus et proverbiis veterum Phrysionum. (Zie onder Emden).

XII. 8. Bulla apostolica super translatione Dominii temporalis Episcopatus Trajectensis , 13 Kal. Sept. 1529.

Xill. 40. Brief van Gerardus Mercator aan den bisschop van Utrecht, 1546.

XIV. 77. Quaedam privilegia ducum Gelriae, saeculisl3, 14, 15.

XIV. Brieven, voornamelijk van de Rekenkamer te Rijssel, 1539.

XVI. 27. Overeenkomst van Middelburg met de Schotten, 1502.

XVII. 6. Twee brieven van Granvelle aan do landvoogdes, 1550.

12. Jac. Huckelii epistola ad Annam Egniontiam, (Spiris, 20 Doe. 1543).

17 — 62. Stukken over do onderhandelingen, dio geleid hebben tot

het verJrng van Aiusburg.

-ocr page 38-

10

Ci. Secrcte inquisilio , penomon nan de Edolo cn Lande vnn Limburg. G5—G6. Stukken over de voogdij van Brabant.

XVI11. Stukken over de Nederlandsche bezittingen van koningin Maria van Hongarije.

XX. Plakkaten van Karei V en Klaximiliaan I.

XXI. Plakkaten van Philips II.

Onder do andere mss. bevinden zich nog:

Cod. GG2. Eyn brief, darnae hem alle scheepen in do dienst van do voreeuichde Oostind. Comp. sullen hebben te reguleeren.

Cod. GG3. Acten bij den gemeene stenden van Vriesland, opt stuck van een annael ofte landtboeck te doen maeken, 1539.

-ocr page 39-

17

V. EMgBilREV.

In 1863 werd in den gemeenteraad van Winschoten door den heer Mr. W. C. J. J. Cretners een en ander medegedeeld omtrent het gerucht, dat stukken uit het archief der gemeente aanwezig zouden zijn te Emsbüren in het Hannoversche , waarheen zij , hetzij in 1672, hetzij later, zouden gevoerd zijn. Met het oog op de schaarschte aan oude bescheiden in het gemeeute-archief werd besloten zich te wenden tot het bestuur van Emsbüren ter verkrijging van inlichtingen omtrent dit punt. Een schrijven aan dat bestuur bleef echter onbeantwoord en men liet de zaak verder rusten.

Op deze onzekere gegevens voortbouwende stelde ik persoonlijk te Emsbüren een onderzoek naar die stukken in. Ik wendde mij daartoe tot de voornaamste en oudste inwoners van het dorp, onderzocht het archief van hot Standcsamt met vriendelijke hulp van den in 1863 daar fungeerenden Bürgermeister en raadpleegde met pastoor en onderwijzer , maar het mocht mij niet gelukken iets te ontdekken van bedoelde stukken. Zelfs de brief, in 1863 uit Winschoten gezonden, was niet te vinden. Ten laatste verwees men mij naar den heer Domproost dr. Berlage te Keulen, die reeds vele oude bescheiden uit deze streek bijeenbracht. Ook hij echter kon mij omtrent deze zaak geene inlichtingen verschaffen. In de Staatsarchieven te Munster, Osnabrück en Aurich zocht ik ook te vergeefs.

2

-ocr page 40-

48

VI. BERLIJSr.

Kon. Geheimes Slaatsarchiv.

In mijn vorig Verslag (blz. 267, noot, en blz. 277) wees ik op het belang van de papieren van den Pruisischen minister Von Hertzberg, ook voor onze gehsciedenis. Daar mijn weg mij dit jaar weder naar Berlijn voerde, besloot ik het Staatsarchief aldaar, dat reeds zooveel voor mijn doel opgeleverd had , nogmaals te bezoeken ten einde in de eerste plaats den ^Nachlassquot; van Von Hertzberg, in de tweede dien van den gezant Von Thulemeycr nader te beschouwen. Gelijk gewoonlijk bewezen de beambten van het Staatsarchief, — voornamelijk de heer Dr. P. Bailleu, wiens studiën hem met deze papieren meermalen in aanraking brachten — mij de meest mogelijke welwillendheid, die ik niet nalaten wil ook ditmaal te roemen

a. Voordat ik mij met de papieren van Hertzberg nader bezig hield, onderzocht ik een bundel papieren, gemerkt en getiteld:

R. 34, Nquot;. 161, Nassau-Corrcsponclenzen, waarin in de eerste plaats de Correspondent init Fiirst Joh. Morilz von Nassaw mijne aandacht trok. Deze correspondentie bevatte enkele brieven van belang, door Joh. Maurits aan den Groeten Keurvorst gericht.

1. 1 Juli 1047 (den Haag). De vijanden van Wicquefort » hatten das geschrey ausgestreucht, als were er gefalliertwat evenwel volstrekt onwaar is. »Es scheint wohl, ich bin geboren um andere zu dienen, führ mich selber aber ist nichts zu thun; nach alter weise pflecht niemant im Haus zu drehen als der mester undt das kann gaan; in meinem Haus aber drehen sio alzu mahl undt ich nicht quot;....

2. 13 April 1655. De koning van Portugal heeft zich tot Joh. Maurits gewend met klachten over hem door de Republiek aangedane beleedigingen, waarop deze met een Amsterdamsch Regent en met de Witt gesproken heeft. Hij verwacht nu, dank zij dezetusschenkoinst, de teruggave van zijne eigendommen in Brazilië, ter waarde van \'/j millioen gulden.

3. 20 October 1655. Johan Maurits toont aan, dat het door hem gewenschte ambt van veldmaarschalk der Republiek niet onvereenig-baar is met het ambt van stadhouder in Kleef en Mark en dat do Keurvorst niet behoeft te vreezen voor zijn partijdigheid in zake de erfenis van den Prins van Oranje.

4. 26 September 1668. De Prins van Oranje heeft hem verzocht naar den Haag te komen, ten einde hem in de gelegenheid te stellen zijn oordeel uit te spreken over de gediagslijn van den Prins ten opzichte der heerschende partij. Later was het verzoek gekomen om naar Bergen op Zoom te reizen, ten einde niet door een plotselinge

-ocr page 41-

10

verschijning in den Haag » ombragequot; te wekken. Jülian Maurits is toen op reis gegaan, maar te Bergen op Zoom overvallen duoreeue benauwdheid, die hem buiten staat had gesteld raad te geven.

In dezen zelfden bundel liggen nog:

5. Stukken over den twist tusschen Johan Willem Friso en de Ommelanden over het stadhouderschap (1708).

6. Jauuari 1722. Verzoek van den Lutherschen predikant te Har-lingen aan prinses Maria Louisa om hulp ten behoeve van de noodlijdende Luthersche gemeente aldaar.

h. Hertzbergsche Nachlass. Rep. 92. N0. 21.

In dezen bundel bevinrien zich een groot aantal brieven, door Hertzberg gewisseld met den luitenant bij de Marine der Republiek, Von Schöning; met den fiscaal der Admiraliteit te Amsterdam, J. C. Van der Hoop; met Prinses Wilhelmina zelve; met den gezant Von Thulemeyer; met den secretaris van den Prins, Larrey; met de invloedrijke hofilame der Prinses, freule Von Danckelmann; met den Staatschen gezant te Berlijn, VanReede; met den bekenden hoogleeraar F. A. Van der Marck. Uit deze namen alleen blijkt reeds het gewicht van deze verzameling, die nog belangrijker blijkt te zijn, wanneer men weet, dat Von Schöning sedert Jan. 1783 als tusschen persoon tusschen Hertzberg en de Prinses optrad. Von Schöning was uit de Mark afkomstig, vermoedelijk uit Nordhausen bij Königsberg in de Neumark. Sedert 1783 kwam hij herhaaldelijk te Potsdam, waar hij in 1784 zelfs voor goed gevestigd was, naar het schijnt om schulden uit Holland geweken. Hij bleef te Potsdam, altijd als tusschenpersoon tusschen Hertzberg en de Prinses, werkzaam en werd door den Prins van Oranje betaald voor de diensten aan zijn Huis bewezen. In het begin van 1785 liet de Prins, wien de onkosten van zijn verblijf te Potsdam wat groot werden, hem door Van der Hoop den post van majoor bij het Nassausche rijkscontingent aanbieden. Verscheidene brieven van Van der Hoop namens de Prinses aan Von Schöning tot inlichting van HertzI,erg geschreven, worden in dezen bundel gevonden.

Behalve dezen geheimen agent van de Prinses, zwierven in Berlijn soms ook andere eenigszins dubbelzinnige persoonlijkheden om Hertzberg rond, b. v. » majoorquot; Helldorff, die in den zomer van 1784 bij hem kwam namens Van Berckel en De Gijselaar om te onderzoeken, wat de Koning zou doen ten opzichte van hertog Lodewijk liinst van Brunswijk. Verder vinden wij nog meldii\'g gemaakt van zekeren Hannoverschen baron , Von Grothaus , die blijkens een brief van Van der Hoop aan Von Schöning, dd. 13 Juli 1784, ook in Holland als l emid-delaar opgetreden was tusschen de Prinses en de Patriottenpartij.

De brieven van Van der Hoop zijn in den regel geschreven »p«rordre de Madame laPrincesse d\'Orangequot; en beginnen met het einde van 1783. Ook Van Reede en Larrey laten zich soms als tusschenpersonen tusschen Her zberg en de Prinses gebruiken. Frederik H was in het algemeen btrkend met het bestaan dezer geheime verbindingen en ontving b. v. in December 1784 verscheidene brieven van de Prinses langs dezen weg,

-ocr page 42-

20

aooals wij zien zullen, niet don eenigen geheimen, langs welken de brieven der Prinses te Berlijn kwamen, üe brieven van Van der Hoop zijn dikwijls in cijferschrift gesteld (de oplossing er bij); die in lettorschrift zijn vol grove fouten tegen de Fransche grammatica en spelling.

1. 8 Dec. 1783. Van der Hoop aan Hertzberg. De »Ministro d\'Amsterdamquot; (Van Berckel) is »intègrequot; maar hij mist »sagesse, connaissance du coeur humain , douceur, aflabilitó , manières et modestiequot;....

2. 26 Dec. 1783. Dezelfde aan denzelfde. Het is zeer moeilijk Prins en Prinses steeds samen te doen gaan maar » nous y travaillons autant qu\'il est possible .

3. 11 Febr. 1784. Van der Hoop aan Von Schtining. » Jesuisprié de vous engager amp; faire observer h Son Excellence, que la conduite de S. A. S. est calculée et fondée sur les principes que ce Seigneur (de Witt) h posé De Prins is voor Engeland, om dezelfde reden als J. de Witt, die gezegd heeft: » quand le Diable même regneroit dans ces Isles, il faudroit tocher d\'être bien avec luiquot;. Toch weet hij , dat » S. A. S. auroit vivement désiró de pouvoir agir avec plus de vigueur dans la guerre , qui vient de finir , si tous les moyens nécessaires ne lui eussent manquó Deze brief is geschreven » avec la connoissance de S. A. S. et R. Het is zeer duidelijk , dat alies hier verkeerd gaat: » il nous manque un centre avoué , oü toutes les affaires peuvent être examinées et se terminer

4. 2 Aug. 1784. Van der Hoop aan Von Schüning. »Je ne connaitpas personnel lement Mr. van Goens mais je sai, que c\'ost un hom me de beaucoup d\'esprit____ Je doute qu\'il est de la cabale du Due quot;----

5. 19 Augustus 1784. Dezelfde aan denzelfde. » J\'ose vous assurer qu\'au fond de l\'élme S. A. S. et la Cabale pensent de même sur le P. L. de B., que tous deux nedésirent point I\'influence du Due dans les affaires et au contraire désireroient l\'éloignement, mais il pensent différament sur les moyens: la Cabale veut les moyens mème de violence, le Prince ne connoit pas des bons moyens.... Au reste je puis vous dire en confidence, que S. A. S. est terriblement poursuivi et maltraité par le P. L. de B. et Mr. van Hees; qu\'ils lui font des reproches assez amères sur la conduite foible mais impossible pour soutenir le P. L. de B. Je puis vous dire plus, que j\'ai vu S. A. S. de l\'humeur contre eux et les condamnant. S. A. S. a aussi refusé la proposition d\'écrire une lettre aux Etats Généraux pour le soutenir. Je crois bien, que S. A. S. fera quelques insinuations aux membres des autres Etats , mais j\'ose me flatter qu\'il ne le soutiendra pas publiquement quot; ....

6. 26 Aug. 1784. Dezelfde aan denzelfde. Van sommige brieven van Von Schöning geeft hij extract aan Prins of Prinses en deelt dan zijne gedachten omtrent den inhoud mede. Grothaus en Heldorff zijn niet bepaald »autorisósquot; door Von Berckel en De Gljselaar, maar staan toch met hen In verbinding.

7. 30 Aug. 1784. Van der Hoop aan Hertzberg. De hoofdzaak is , dat een bekwaam en vertrouwbaar Raadpensionaris ontbreekt. »L\'ln-hablllté absolue de tous les rainistres est un mal terrible , car le Prince

-ocr page 43-

21

w

a tellement perdu et offusqué ses bonnes qualités, qu\'il faudra une peine terrible pour les faire renaitre et revivre. Mais ce n\'est pas impossible quot;.....

8. 2 Sept. 1784. Dezelfde aan denzelfde...... » Mon frère la

généralquot; is hier sedert eenig-e weken »par Ia direction de S. A. R., pour aider S. A. S. dans les affaires militaires, arrangement qui a étó d\'une utilitó excessive pour tranquilliser S. A. S. au sujet de laperte

du secours du P. L. de B. et qu\'Si eet efl\'et a parfaitement réussiquot;___

Brunswijk heeft den generaal ontboden , » on se flatte pour nögocier la retraite... En second lieu S. A, S. commence, mais commence seule-

( ment, ft, être convaincu qu\'un bon travail est tres nécessaire et que ce-

1ft est impossible sans changement dans Ie ministère.quot; Ook de hoofden der »Cabalequot; zijn daartoe wel te brengen maar het is nog »un ouvrage terrible, celui d\'engager le Prince ft, un travail actif et bienordonné, mais ce n\'est pas impossiblequot;, als ook de »Cabalequot; maar te bewegen is tot eene schikking omtrent de te kiezen personen.

9. 23 Sept. 1784. Dezelfde aan denzelfde. Er zijn drie partijen: 1°. »la partie du Prince... bien petite et il n\'y a aucune harmonie, aucune confiance raisonnable , aucune activitó bien calculée et bien ^ concertée . ..; 2°. Ia partie des Régens de tranquillité et de modération ... trés mécontente de I\'esprit actuel du gouvernement et du despotisme des pensionnaires.. . elle n\'a pas encore Ia force de faire Ie changement dans Ie ministère , qu\'elle désire ...; 3°. Ia partie du peu-ple; mais celle Ift est divisée en deux parties; ft Utrecht, Overyssel et

la Gueldre le peuple veut avoir elle mêrne Ia force et les mains dans les travails de Ia Régencequot; .. . zeer sterk is dit vooral in Utrecht; in Gelderland steunt de regeering vooral op den kommandant van Arnhem , terwijl te Zutfen en Nijmegen wel voel ontevredenen zijn, maar het gevaar nog niet groot is. Holland is zeer gehecht aan de pensionarissen , maar ook daar zou de toestand beter worden , als het bestuur maar beter werd. In Zeeland zijn twee steden geheel in de macht der

Ïiensionarissen, maar op de personen is daar nog zeer goed te werken, n Overijsel en Groningen is lang niet alles verloren. In Friesland is nog veel te winnen met » activité étonnantequot; en »impartialité décidée et tres bien calculéequot;. Alleen in Utrecht, Overijsel en Gelderland staan aristocratie en democratie scherp tegenover elkander. Hooft te Amsterdam wil de familiën van vóór 1747 en 1748 weder op het kussen brengen; de magistraat aldaar echter is zeer tevreden met de tegenwoordig heerschende familiën.

10. 1 Nov. 1784. Dezelfde aan denzelfde. De Rijngraaf » a fait du bien ft S. A. S. et R. et occasionné deux conférences entre le Prince, Van Berckel et De Gijselaer, qui ont bien réussiquot;, maar hij is niette vertrouwen.

11. 21 Febr. 1785. Dezelfde aan denzelfde. De onderhandelingen met den Keizer zijn door Bisdom zeer goed gevoerd ; ook de zaken van de Marine gaan goed; » depuis que S. A. S. est bien secourue dans ce détail, il n\'y a plus de plainte et de disputes et ce détail tra vaille dans

1

-ocr page 44-

22

l\'obscurité et sans bruitquot;. Als er maar een goed ministerie was, zou alles zich schikken

12. 24 Febr. 1785. Dezelfile aan dmizelfie. De klachten over slechte organisatie van het Kabinet des Prinsen zijn gegrond.

13. 6 Aug. 1786. De Koning aan Hertzberg .... gt;Ne croyez pas que j\'aye besoin de vos yeux pour lire les relations du Sr. de Thul. Yous auriez pu me dispenser la lecture et k vous la peine du rapport, relatif k cela, que vous m\'avez fait en date du 4 de ce mois. On ap-pergoit aisément le mal mais les remèles sont difficiles amp; trouverquot; ....

Overigens zal men in de studie van Dr. Bailleu , Hist. Zeitschr. 42, S. 448 f., een en ander vinden over de toestanden in de Republiek, in hoofdzaak geput uit dezen en do volgende bundels.

14. In dezen bundel ligt o. a. nog een overzicht van den omvang der st dhouderlijke rechten in verschillende tijdperken, opgemaakt door Van der Hoop.

Comparaison des droits du Stadhouder.

Règiement de 1674. Avant 1651. Règlement Réforraatoir.

1. Conseillers élus.__

Etablissement directe, L\'approbation Election entre deux

la continuation ou d\'une personne élue. personnes présentées. discontinuation tous les trois ans.

_2. L\'ordre des Nobles.__

Établissement directe. \' Simple approbation. Election entre deux

personnes présentées.

3. Ville et villes.

Etablissement directe. Election entre deux Election entre deux

personnes. personnes.

_4. Grandufficier de police et les maréchaux.___

Etablissement directe. Election entre trois Election entre trois

personnes. personnes.

__5. Secrétaires d\'Etat. _

Etablissement directe. Nihil. Election entre trois

personnes.

_ _6. Charges militaires._

Etablissement directe En garnison avec Comme en 1674. en campagne et approbation des Etats.

garuison.

-ocr page 45-

23

7. Cour do justice provinciale.__

Election entre trois Etablissement simple Election entre trois personnes. par uue nomination personnes.

des Etats.

8. Intendant des finances._

Etablissement directe. Nihil. Election entre deux

personnes.

_9. Biens Ecclésiastiques.___

Libre disposition. Nihil. Seule disposition sur

les vicairies, les autres la disposition de la Province.

In een bijgevoegden bundel, gemerkt Ai 21 nog eene dubbele collectie copieön van de brieven van Van der Hoop f1784 en 1785) en een uitvoerig stuk van denzelfden, getiteld; Idéé générale de la forme présente du Gouvernement de la Rópublique, 1784.

De correspondentie is 62 biz. quarto groot, geheel volledig opgenomen; in het geheel bevat zij 6ö brieven, loopende van 11 Februari 1784 tot 31 Maart 1785. Talrijk zijn de brieven vooral in het voorjaar van 1785.

De omstandigheid, dat hier eene dubbele collectie copieën bef.taat, maakt het gebruik van dezen bundel huiten het Staatsarchief gemakkelijk.

N0. 22 bevat de door Dressier en Bailleu ijverig gebruikte briefwisseling van Hertzberg met Friedrich Wilhelm II, Von Goertz e. a. over de aangelegenheden der Republiek.

Hierin zag ik o. a. nog:

15. 1 Juli 1787. Freule Von Danckelmann aan Hertzberg. De Prinses is nu gelukkig te Nijmegen terug. De Rijngraaf had haar naar Utrecht willen voeren en zich daartoe naar Öchoouhoven begeven, waar de vrijkorpsen hem niet hadden willen toelaten.

N0. 24 is voor ons nog veel belangrijker. Dit nummer bevat de meestal zeer geheime briefwisseling van de Prinses met Hertzberg. Vol. I loopt van 1783 tot Juli 178(5; vol. II tot 1 Aug. 1790.

1. 21 Jan. 1783. Hertzberg aan den postmeester Von Weiier te Wesel. De postmeester gelieve in het diepste geheim een postbeambte met den bijgaanden brief aan de Prinses te zenden. De beambte moet zich vooral niet aanmelden bij den gezant Von Thulemever maar onmiddellijk bij freule Von Danckelmann.

2. 7 Dec. 1783. De Prinses aan Hertzberg.... quot;Je sais d\'ailleurs a qui je parle et puis m\'expliquer avec franchisequot;... Zij legt hem in een langen brief den ganschen toestand open, vooral met betrekking tot Frankrijk.

3. 8 Jan. 1784. Hertzberg aan de Prinses. Antwoord op den brief van 7 Dec. met een »lettre ostensiblequot; eu een »lettre secrettequot;,

-ocr page 46-

24

wiiiu\'in liij wijst oj) zijne werlczanniheiil ten gunste der Prinses, vooral met betrekking tot Frankrijk. De Koning onderhoudt met Von Goltz te Parijs nog » une correspondance secrette et particullère.quot;

4. 5 Febr. 1784. De Prinses aan Hertzberg. Antwoord op den brief van 8 Jan. op dezelfde wijze met een »lettre ostensiblequot; en een » lattre secrettequot;. Zij tracht vooral de terugroeping van den gevaarlijken Bérenger te bewerken. Wat den Hertog aangaat, ss\'il est vrai (ju\'tl a été attaché i la Maison d\'Autriche, il ne 1\'est pas moin qu\'il est rennemi personnel de l\'Urnpereur , qui lui a essentiellement manquó lors de son voyage dans co païs.quot; Zij doet eene poging om Hertzberg te overtuigen van de noodzakelijkheid om een buitengewonen gezant naar de Republiek te zenden.

5. 29 Febr. 1784. Hertzberg nan de Prinses. Hij zendt haar copie van den door Pruisen aan de Staten-Generaal afgezonden en door hem zeiven opgestelden brief. » C\'est tout ce qu\'il y a h obtenir peur le présent.

On peut en espérer davantage des tems futures.....J\'ai glissé dans la

lettre aux K. G une autorisation indirecte pour Mr. de Thulemeyer de leur parler un peu hiiut en cas de besoin.... V. A. R. verra aussi par men rapport au Roi, que je lui ai touché quelque chose pour l\'engager de faire travailler au rappel de Bérenger. 11 ne m\'a point répondudi\'i-dessus; je ne sais pas, s\'il aura écrit ii Mr. de Goltz, cequeV. A.R. a désiré.... II est sur que le Roi seroit trés piqué, s\'il observoit le molndre penchant pour I\'lSrapereur, qui est une fuis rennemi jure ie la L\'russe .... quot;

G. 23 Mei 1784. De Prinses aan Hertzberg. Zij verheugt zich zeer over de te verwachten komst van Hertzberg en bespreekt uitvoerig de kans van slagen in zijne zending. »Vous trouverez chez le Prince de tres bonnes intentions et uii jugement fort droit, mais un malheu-reux penchant i\\ la méfiance , qui fait un tort inflnie ii lui même et au bien des affaires; il voudroit tout faire par lui même et comme cela est impossible, quoiqu\'il travaille beaucoup, les dépêches sontsouvent retardées, la confusion devient extréme et trés souvent l\'ouvrage de détail absorbe le tems, qui devroit être consacré aux graudes affaires. Si le Prince trouvoit du secours dans le ministère de la République, avec lequel il devroit nnturellement travailler, nous aurions beaucoup gagné. J\'oserai presque dire que dans ce cas les choses n\'en seroient jamais venues au point, oü elles sont. Mais malheureusement ce ministère est on ne peut pas plrs mal composé: il consiste en quatre ministres complètement désunis entre eux ; l\'avis du Cons. Pension-naire y prévaut d\'ordinaire, mais celui-cy avec de l\'esprit et quelque capacité n\'a pas du tout de caractère fixe et est une vraie chirouette , qui change comme le tems: il suit toujours le parti prépondérant; maintenant il est aveuglement soumis aux volontés de quelques pen-sionnaires des villes de Hollande, qui ont trouvé moyen de s\'arroger le pouvoir et décident des délibérations de cette Province.... L\'entrée d\'un seul hom me de tête et de probité dans ce ministère avanceroit bion uotre besogne. LFn autre malheur est, qu\'il n\'y a point d\'ensemble

-ocr page 47-

25

parnii les amis du Prince et de sa Maison ; lo nombre est encore considerable , s\'ils étoient unis entre eux et s\'ils iravailloient d\'après les inêmes principes, mais point de système flxe, point d\'union, chacun travaille sa manièra . ... Quelques amis voudroient tout emporter par la violence...; d\'autres redoutent une résolution et sont convaincus, qu\'elle seroit funeste au pais et !\\ la bonne cause; il voyent la possi-

bilité de ramener les choses par la douceur; ceux-cy..... différent

encore beaucoup quand aux moyens a employer. Un trés petit nombre de vrais amis se sont associés et travaillent sourdcment vers le bien d\'après les mênns régies mais justement par ce secret ils ne peu-vent avancer qu\'imperceptiblement ... 11 n\'y a qu\'un point sur lequel tous les amis se réunissent, c\'est sur la nécesMté que le Prince se forme un conseil , mais sa raéfiance naturelle et la difficulté du choix des personnes qui le composeroient et les différens projets de nos amis, qui tous viennent Tassaillir et veulent chacun Pamener fi ses idéés sont autant de difficultés i\'i surmonter. Vous estes eet égard notre dernière ressource. Le parti opposé est aussi composé de têtes trés cbaudes, qui veulent tout mener a l\'extrêr-.e, et d\'autres effectivement modérés , qui ne sont pas préeisément amis du Prince mais qui ne veulent pas le renversement de la constitution ; pamü ceux-cy il y en auroit peut-ötre qu\'on pourroit ramener. Je crois, Monsieur, que c\'est principalement sur leurs esprits que vous devriez travaillerquot; ... De hoofdzaak ia »ininer le pouvoir despotique de ces g\'ens violens, encourager les timides, convaincre les personnes modérées . . . arréter la fougue des gens violens de notre parti, leur montrer qu\'une révolution ne nous convient pas . . . Ce sei-a surtout ü Amsterdam, que vous trouverez de ces Régens modérésquot;. Von Thulemeyer is onvertrouwbaar.

7. In de volgende brieven van dit jaar, tot November toe, wordt herhaaldelijk gezinspeeld op de verwachte komst van Hertzberg. De Prinses schrijft hem geheel buiten den Prins om, eene omstandigheid, die de waarde dezer correspondentie van de verstandige vorstin buitengewoon verhoogt. De briefwisseling loopt gereg ld voort tot 1 Aug. 1790 en is dus eene hoofdbron voor de kennis van den tijd der patriotsche bewegingen. Ik nam nog enkele stukken over uit den tijd van de reis der Prinses naar Holland en deed zoo een kleinen greep in den schat van mededeelingen, die in deze correspondentie vervat is.

8. 28 Juni 1787. »(4 heures du matin). (Nimègue). Monsieur. Vous serez fort surpris d\'aprendre que je pars l\'instant pour la Haye : ce voyage est le fruit da mes propres réflexions et m\'a été instiguée par personne. L\'idée m\'en est venue après plusieurs conférences Amersfoort sur ce qu\'il y avoit de mieux h faire et j\'ai eu le bonheur d\'étre aprouvé de tout ceux , que j\'ai consulté, tant ici qu\'i\\ Amersfoort et iï la Huie. L\'entreprise est peut être au dessus de mes forces mais je suis convaincue, quand j\'examine tout Pensemble, que c\'est ce que je puis faire de mieux. Je devrois entrer pour cela dans trop de détails , si je voulois vous le démontrer el cela ne se peut dans ce moraent. Je mo flatte que vous ne désaprouverez pus mon idée. . . .

-ocr page 48-

26

9. 10 Juli 1787. . . Je suis des plus sfinsibles tout ce que vous elites i\\ ce sujet et surtout fort aiss , que vous ayez aprouvé les motifs de men voyage. . . .

10 13 Juli 1787. . . Vous sentez que l^ grand point est amp; présent de profiter du moment pour en tirer tout le parti possible et pour le diriger de la manière la plus utile. Ce que je pense amp; ce sujet est renfermé dans un Mémoire que j\'envoie aujourd\'hui au Roi et dont je vous adresse une copie , que vous pouvez cummuniquer sous main aux ministres pour

préparer le terrain, car je me llatte que le Roi les consultera.....

Thulemeyer fait un tort infini . . ; il ne peut être utile, par ce que le mépris universel, qu\'il s\'est atliró, empêche tout le bon effet de ce qui vient de sa part ... Je crois qu\'il n\'y a que lui et le Cons. Pens. d\' Hollande, qui ö eet égard se trouvent dans le mêrae cas ....

P. S. (secret). J\'espère que Ton ne se ravisera pas actuellement, cela seroit mortel pour la gloire des uns et les intéréts des autres. J\'écris au Cte de Finckenstein , sous l\'adresse de R , celii m\'a parue convenable dans les circonstances présentes après l\'intérêt, qu\'il a manifesté lors de la nouvelle de mon aventure ...

11. 16 Juli 1787. La decision actuelle du Roi décidera notre sort; s\'il mollit, il n\'y a plus d\'espoir, maiss\'il veut, il yeni tout sauver ...

12. 16 Juli 1787... J\'ai cru que dans les circonstances présentes on ne seroit pas faché de voir ti Berlin un homme (Stamfort), qui y est connu et qui peut parler pertinamment sur ce pais-ci et en particulier sur notre situation. 11 peut vous donnertous les détails et les élucidations, que vous désirerez, principalement sur la disposition des esprits et sur les moyens de tirer parti de la circonstance.

13. 22 Juli 1787.... Quant ii M. de Thul. vous me permettrez de ne pas ètre de votre avis: il n\'a pas tiré le parti qu\'il auroit du des ordres du Roi; il n\'y a qu\'4 comparer la lettre, dont le Roiaenvoyó la copie au Prince, avec son mémoire pour s\'en convaincre. Je ne suis pas prévenue contre lui, mals les faits parient et ce que j\'en dis est au nom de toute la République: personne no peut avoir confiance dans eet homme. Je sais bien qu\'il a de l\'esprit et qu\'il sait se retourner pour amalgamer une justification telle quelle, lorsqu\'on lui montre ses torts , mais plus ni moin un ministre, qui n\'est estimé de personne, ne fait pas honneur ó, son maitre et ne peut le servir utilement Ne croyez pas non plus, que mon avis est l\'effet de quelque insinuation désavantageuse a Mr. de Tfa., faite par ses ennemis et que (quoiqu\'il puisse dire peut-être) j\'accorde ma confiance fe do jeunes écervellés et que c\'est ft leur instigation que je parle. Rien ne seroit plus faux: je n\'en juge que par moi-même et tout le public....

14. 3 Aug. 1787... Si le Roi laisse M. de Th. ö, la Haye, je souhaite qu\'il satisfasse et qu\'il contente autant le Due de Brunsvic et Mr. Harris qu\'il confentera Mr. de Vérac et les patriotes. Quand

moi, je regretterai de ne pouvoir mettre aucune confiance dans le ministre de mon frere et je ne lui écrirai qu\'autant que la bienséance l\'exigera.

-ocr page 49-

\'27

15. 17 Aug. 1787 (Clèves)... Je m\'étois rendue ici pour la (n. ], les conditions de la satisfaction) communiquer auparavant au Due, qui Ta entièrernent aprouvé...

14. 21 Aug. 1787... Si nous pouvons parvenir ö, un bon arrangement dans le cabinet du Prince, je ne désespère pas encore-, quoique nous soyons bien mal; fermeté, activité, sagme —telle doit être notre devise phis que jamais....

16. 14 Sept. 1787 ... G\'est le moment d\'en profiter et d\'assurer une bonne fois le sistème sur une base solide.... Le Sr. Chomel est un homme dangereux, sur lequel on ne peut faire fond...

17. 12 Nov. 1787... La Magistrature d\'Amst. entrevoyoit avec peine que le jeune Comte de Bentinck de Rhoon put être nommé com-missaire pour le changement h effectuer dans la Régence...quot; De Hertog meldde dat maar »une des villes d\'Hollande ayant expressément demaudé M. de Rhoon comme commissaire pour changer sa régence, 11 venoit de s\'acquitter avec aprobation de sa commission et sollicita avec des instances si fortes..Meerens was toen naast hem geplaatst om hem in toom te houden.

18. 15 Nov. 1787 . .. Zij heeft Z. M. weder geschreven » par le Canal du Due; c\'est la suite d\'une longue conversation, que j\'ai eueavecce dernier la veille de son départ. Le Due l\'a parfaitement aprouvé, je n\'ai pas voulu manquer de vous mettre entièrernent au fait de cecien vous priant de rti en gar der le secret.

19. 16 Nov. 1787... J\'avois souhaité que le Due choisisse un autre (als Kalkreuth n. 1.) pour commander les troupes, je crains que celft n\'ira pas..; eet homme a de l\'esprit et je le crois bon militaire mais il a encore plus de présomption et un esprit tourné h l\'intrigue, qui je crains nous donnera dea besognes.

In de latere brieven staat zeer weinig over de binnenlandsche toestanden ; zij betreffen voornamelijk de moeilijkheden bij het tot stand komen der verdragen met Engeland en Pruisen (1788).

e. Von Thulemnjersche Nachlass. Ook in deze verzameling zijn sommige nummers van belang , bijv. een gansche bundel over de Gewapende Neutraliteit, een tweede over den Amerikannsch\' n oorlog, een derde over de O. I. Compagnie. In bundel nquot;. 9 bevindt zich een collectie brieven o. a. van Prinses Wilhelmina, die sedert 1783 ook met hem in correspondentie stond en met hem en Rendorp bijv. in Juni van dat jaar overlegde. Deze correspondentie der Prirses werd gevoerd met medeweten van den Prins en was vooral druk van 1785 tot 1787. Na November 1787 komt geen brief van de Prinses meer voor. De antwoorden van ïhulemeyer zijn er bijgevoegd. De gansche collectie is nog door Thulemeyer zei ven bijeengebracht en in een bundel bijeengebonden. Evenals de »Nachlassquot; van Hertzberg is ook die van Thulemeyer onmiddellijk na den dood van den eigenaar verzegeld en daarna in het Staatsarchief overgebracht. Deze correspondentie is — zooals te verwachten was na de brieven der Prinses aan Hertzberg over hare verhouding tot en hare meening omtrent den gezant baars broeders — vooral

-ocr page 50-

28

in 1787, lang\' niet zoo belaugrijk als die met Hertzberg. Ik nam uit den bundel een paar brieven over, een van Salm, e-)u van de Prinses;

1. 3 Sept. 1785. (Paris). De Rijngraaf van Salm aan Tliulemeyer. Klachten over den » gazettier de Clèves , notoirement pensionné par le Due Louis de Br.quot;, die hem, Salm, betrekt in den aanslag van Aken op de papieren van den hertog. » Vous connaissez mon idolatrie ainsi que mon attachement sincère pour S. A.S. la Princesse Alles wat Manzon schrijft, is leugen, zooals Thulemeyer, die hem al 20 jaar kent, weet.

2. 30 Juni 1787. (Leerdam). De Prinses aan Thulemeyer. »Vous serez suns doute informé de ce qui vient de m\'arriver... Le plus vif désir de tacher par mon intervention de prévenir les malheurs d\'une guerre civile et de trouver quelque moyen de pacifier les troubles rn\'avoit fait prendre la résolution de me rendre ö, la Haie secrètement afin d\'empècher toute imprudence de la part du peuple qu\'une joye incon-sidórée auroit pu occasionner. Jusqu\'au dehi de Schoonhoven notre voyage fut heureux, mais après cette ville plusieurs détachemens des corps francs entourèrent nos voitures et nous obligèrent de n\'avancer qu\'au pas; le nornbre augmentait mesure que nous avangions; enfin undéta-chement de cavallerie nous signifia qu\'il avoit ordre de ne laisser passer persanne. En vain représentïimes-nous ö, l\'officier commandant, que tel ordre ne pouvoit nous concerner; tout ce que nous pümes obtenir fut, qu\'il nous conduiroit au village le plus prochain et qu\'il nous seroit permis d\'attendre dans une maison le retour d\'un exprès qu\'il envoya h Woerden demander de nouveaux ordres. Je proposal, qu\'un des Messieurs de ma suite se rendit avec l\'officier h Woerden pour donnet connaissance du fait; ce dernier le refusa, mais j\'envoyois cependant par l\'exprès un billet ouvert au commandant de Woerden pour témoigner ma surprise.quot; In het naaste dorp, in het huis van den vrijkorpskommandant werd zij bewaakt, » sentinelles devant et derrière la maison qui ne laissoient sortir personne et l\'offlcier ne bougea pas de la chambre oü j\'étois. Au bout de quelques heuresje regus la visite de la commission des Etats de Hollande qui réside i» Woerden. Ces messieurs débutèrentquot; met de reden te vragen van hare reis, maakten daarna excuses, wijzende op hunne bevelen, en eindigden met te zeggen »qu\'ils avoient dépèché un exprès aux Etats peur demander des ordres ultérieuresquot;, waarop zij zou wachten te Woerden of te Schoonhoven; niet te Gouda, uit vrees voor oproer! Te Schoonhoven kreeg zij maar geen antwoord, o ik niet op hare eigene brieven aan Bleiswijk en Fagel over de aanhouding. De Staten-Generaal deden nog bij Holland vergeefsche moeite om haar door te doen reizen. Daarop ging zij naar Leerdam met het plan om van daar naar Nijmegen te gaan. Zij vraagt, dat Thul. aan Z. M. kennis zal geven van de zaak. Haar plan was »conQue absolament de mon propre mouvement.quot;

-ocr page 51-

29

VII. PRAAI*.

Noch in de bibliotheek van het beroemde Praemonsfratenser klooster Strahow, noch in het stedelijk archief, noch in het landesarchiv vond ik iets, dat voor onze geschiedenis of onze letteren van belang was. Ik mag niet verzuimen mijn innige dankbaarheid uit te spreken voor de vriendelijke hulp, mij bij mijne onderzoekingen verleend door Prof. von Celafiowsky, professor in de rechtsgeschieilenis aan de Czechische Universiteit en tweeden archivaris der stad Praag; evenzoo voor de inlichtingen, mij verstrekt door Prof. Gindely, den bekenden geschiedschrijver van den 30jarigen oorlog, die van heinde en verre zijn ontzaggelijk materiaal heeft bijeengebracht en daarbij ook een en ander heeft verzameld over de politieke betrekkingen van de Republiek gedurende dien reuzenkamp. Uit een en ander zal mettertijd zijne plaats vinden in de sedert jaren door Prof. Gindely aangevangen bewerking van alle eenigszins belangrijke stukken uit dit tijdperk, de groote Geschichle des 30 jahrigen Kriegs.

In de Universiteitsbibliotheek bevindt zich een brief van Rudolf Agricola aan Jacobus Barbirianus, de formaudo studio, 1484.

-ocr page 52-

30

VIII. wki:M:\\

A. K. K. Hof-, Ilaus- und StaalsarcMv.

(Hofburg, Batthyany-Treppe , geopend 10-3 uur).

Dit onder de leiding van Zijne Excellentie Ridder A. von Arnelhgovdi georganiseerde en met groote onbekrompenheid voor het studeerende publiek geopende archief is sedert langen tijd reeds een rijke mijn voor geschiedkundige studiën gebleken. De Directeur heeft zich niet alleen de dankbaarheid van de geschiedkundigen verworven door de vrijzinnige opvatting van zijn taak als bestuurder, maar ook door de uitgave van tal van bronnen voor en studiën over de geschiedenis van het Habsburgsche huis , voornamelijk in de 18de eeuw. Het deed mij leed, dat ik slechts even in de gelegenheid was den heer Von Arneth zeiven mijn dank te betuigen voor de vriendelijke wijze , waarop ook mij toegang werd verleend tot de schatten van het archief; de hulpvaardigheid van de heeren dr. F dg el, dr. Winter en dr. Nadudvar vergoedde mij echter het gemis van de voorlichting, die de heer Von Arneth mij gaarne had willen schenken, wanneer niet juist bij mijne komst zijn verloftijd was aangebroken.

De laatste Nederlandsche geschiedkundige, die vóór mij te Weenen in het archief gewerkt had, was mijn ambtgenoot, dr. P. L. Muller, die in 1868 — dus twintiq jaren geleden! — de »Hollandicaquot; van de 16de en 17de eeuw tot 1634 onderzocht. De resultaten van dit onderzoek werden gedeeltelijk gepubliceerd in de uitgaven : Foppius van Aitzevia te Regensburg (Programma gymnasium Leiden, 1870); Nederlands eerste betrekkingen met Oostenrijk, 1()58-1673 (Amst. 1870), Werken Kon. Akad ) en Wilhelm III von Oranien und G. F. ton Waldeck, (Haag, 1873-1889). Vóór hem was Bakhuizen van den Brink in het archief te Weenen geweest — in 1845 , dus weder ongeveer 20 jaren vroeger — en had er een paar deelen met handschriften onderzocht (zie Studiën en Schetsen IV, 1-72). Zou liet nu weder 20 jaren moeten duren , voordat een Nederlander de schatten van dit archief tracht te exploiteeren voor zijn doel ? Ik hoop, dat mijne mededeelingen omtrent datgene, wat hier te vinden is, binnen een kortereu tijd anderen aanleiding geven ook hier te komen arbeiden.

Hoe dit zij, zeker is het, dat in dien tusschentijd vau 20 jaren , sedert het bezoek van den heer Muller verloopen , door vreemdelingen nog wel iets gedaan is aan de beoelening van de geschiedenis der betrekkingen van ons land met Oostenrijk. De heer A. Beer schreef o. a. over het tijdvak van den Oostenrijkschen Succcessieoorlog en gaf in

-ocr page 53-

31

1871 uit: Avfzcichnungen des Grafeu IV. Bcntinck ühcr Maria Thernia (zie Brill in Versl. Kou. Akad. II, 341); Onno Klopp gebruikte de «Hollandicaquot; uit het einde der 17(le en liet begin der 181e eeuw bij de bewerking van zijn Fall des Ilauscs Stuart; Von Noorden bewerkte met hulp daarvan zijne, helaas onvoltooide, Europii sche (feschichte im XVIII Jahrhundert; Von Arneth eindelijk deeMe in zijn l\'rvnz Eugen, zijn Maria Theresia, enz. onk een en ander mede , dat op onze gesehiedenis betrekking had; in den laatsten tijd werd door versi\'hil-lende personen gewerkt in de papieren van baron de Lisula, den tijdgenoot en medestander van Willem III.

a. Ik vestigde dan ook het eerst het oog op de verzameling »Holland ica quot;, voor zoover deze de 18de eeuw betreffen. Deze verzameling bevat de gezantschapscorrespondentiën rier Keizerlijke gezanten bij de Republiek en is chronologisch geordend in bundels, prijkende met den titel »Hollandica de anno . . . .quot; Ik onderzocht verscheidene van die bundels maar bevond , dat deze over de 18de eeuw veel minder belangrijk waren dan voor den tijd van Willem 111. Men zal dan ook moeten erkennen, dat de toenmalige Oostenrijksche gezanten , vooral de beide barons Reischach , met mannen als bijv. Lisola niet te vergelijken zijn, dat zij zelfs bij de toenmalige Pruisische en Fransche gezanten , bij Von Thulemeyer, Vaughuyon , De Vérac en Rayneval; bij de Engel-sche, als Yorke en Harris, achterstaan : de Oostenrijksche berichten, ofschoon zij misschien hier en daar nog belangrijke mededeelingen hunnen bevatten, schenen mij al zeer mager toe, wat de jaren betreft, die ik onderzocht (1747-1750 en 1781-1785), hoewel juist in die jaren de briefwisseling van eenige beteekenis had kunnen zijn bij de ontstaande of bestaande verwikkelingen. Pamfletten en resolutiön komen in deze bundels in grcoten getale voor; hier en daar ook enkele origineele brieven. Kenschetsend voor de weinige be\'eekenis van deze berichten is het feit, dat daarbij zeldzaam gebruik wordt gemaakt van het bij de toenmalige inrichting der posterijen zoo noodige cijferscbrilt. Zelfs de «Hollandic.i de annis 1781-1785\'\' wijzen weinig cijferscbrilt aan , hoewel juist toen do verwikkelingen met de Republiek ernstig werden.

Ik noteerde enkele zaken uit de correspondentie van 1781 en 1783.

1. 23 Maart 1781. Reischach aan Von Kaunitz. De correspondentie van Frederik II met Prinses Wilhelmina duurt voort. De Prins deelt onvoorzichtiglijk alles , wat hij verneemt, aan den Raadpensionaris mede, die het dan weder overbrieft aan Amsterdam (dit in cijferschrift).

2. 21 Juni 1781. Brunswijk aan Reischach. «Monsieur. La démarche aussi inattendue et odieuse (van Amsterdam) est connue !\\ Votre Excellence. Je n\'ai cependant pas voulu manquer de lui donuer con-naissance , qua je viens de faire une demarche publique, »n. 1. het adres, waarvan hij hem een exemplaar voor den Keizer zal doen toekomen. «J\'aurois ardemment désiré le bonheur suprème de ponvoir me mettre en personne aux pieds de ce Monarque mals j\'ose me flatter, que S. M. J. daignera considérer que les circonstances no me permetfent pas d\'oser m\'absenter de la Haye dans la criso actuelle . . . .quot;

-ocr page 54-

3. 24 Juni. Dezelfde aim denzelfde. Hij zendt aan Reischacb de vertaling met verzoek »cette pièce ei\'\' en geen afschrift aan den Keizer te zenden. Hij hoopt op \'s Keizers bescherming.

4. 26 Juni. Jozef II aan Reischach. » Vous ferés de ma part im compliment trés poli au Prince Louis de W. en l\'assurant du regret que j\'avois des circonstances désagréables, dans lesquelles Ilse trouvoit, et combien je désiruis, qu\'elies se terminassent promptement et k sa satisfaction.quot; Hij vindt dit antwoord op de «impertinents Mémoiresquot; van Amsterdam vol «modération et j\'avouequej\'.y auroisré-pondu d\'une autre encre en faisant sentir h tous les Etats l\'ambition et la prédomination que cette ville soufflée sous main s\'arroge.quot;

Hij wil naar Holland komen »pour avoir seuleraent vu le matériel et les objets les plus intéressants, que la Hollande fournit. quot; Zal hij zich als »comte de Falkenstein quot; ook bij den Prins laten voorstellen ? Of zal hij dit nalaten »dans ces momants de troublesquot;? Hij wil er 10 of 12 dagen incognito blijven en vraagt Reischach een reisplan.

5. 28 Juni. Brunswijk aan Reischach. De Keizer doet met zijne komst een goede daad, maar hij dient te bedenken, dat zoowdl Pruisen als Frankrijk tegen hem zullen intrigeeren , gelijk zij tot nu toe steeds gedaan heuben , zoodat de natie hem haat. De Keizer moet een of ander der «matadorsquot; wijzen op de noodzakelijkheid van aansluiting bij Engeland tegen de plannen van Amsterdam. Het reisplan is goed en de vorst moet vooral bij Tessel »notre soi-disante flottequot; gaan zien. Aan den Helder vindt hij den voortreffelijken gen. majoor Van der Hoop als bevelhebber.

6. 28 Juni. Dezelfde aan denzelfde. De gematigdheid van zijn brief aan de Staten -was het gevolg van de eigenaardige toestanden hier. Z. M. dient zich tegenover Hop sterker uit te laten , daar hij (Br.) toch » Feldmaréchal de ses armées et de celles du S. Empire Remain quot; is, en eene schitterende voldoening voor hem teeischen. Hij vraagt steun als »un homme qui bien malgré lui et amp; son plus grand chagrin a été arrachó de sa cour, ö, laquelle il s\'étoit voué pour la vie et ö, la quelle ii appartenoit par tant de titres (de gemalin van Karei VI was zijne tante)quot;. Hij durft zich niet openlijk naar R. begeven of dezen bij zich ontvangen.

7. 30 Juni. Reischach aan Jozef II. »11 y avoit autrefois dans cette République des grands hommes, qui par leurs seules grandes qualités extraordinaires la gouvernoient et la menoient selon leurs grandes vues patriotiques. Je n\'en connois présentement pas un de la force d\'Ame ó, mener cette Barque délabrée h un port heureux et sur.quot; Het is goed, dat de Keizer overeenkomstig het verzoek van den hertog aan Hop zegt, dat hij ontevreden is over die »Ievée de boucliers de M. d\'Amst. contre le Due.quot;

8. 6 Juli. Brunswijk aan van Lynden van Hemmen. Hij is niet tevreden met de voorgenomen resolutie , die nog te veel schaduw werpt op zijn gedrag.

9. 3 Aug. Reischach aan Von Kaunitz. Rendorp heeft getracht een

-ocr page 55-

33

afzonderlijken vrede met Engeland te bewerken. Ue Koning van Sardinië heeft vergund , dat zijne gezanten in den Haag en te Londen , Mirabella en Cardona, officieus de zaak ter sprake brachten in Engeland. Toch is de onderhandeling afgesprongen , hoewel hier nog weder eene poging schijnt gedaan te zullen worden.

10. Uit andere brieven blijkt, dat Eendorp met Eeiscbacb in betrekking stond en zelfs van den Keizer brieven ontving.

11. 20 Juli 1784. Eeischach aan Von Kaunitz. Brunswijk heeft zich uitgelaten , dat bij niet zal vertrekken, tenzij men hem veroordeelt, en dat hij , als men hem al zijne waardigheden ontneemt, als Keizerlijk veldmaarschalk overal in uniform zal verschijnen. Wat moet de gezant in zulk een geval doen ?

12. 21 Juli. Brunswijk aan Eeischach. Lang heeft bij geaarzeld om hem weder te schrijven maar nu vraagt hij op grond van de overeenkomst bij zijn vertrek , vóór 34 jaren, den steun en de hulp des Keizers.

PS. De zaak moet diep geheim blijven , vooral voor Thulemeyer.

»C\'est lui et son Maitre, qui sont mes plus grands persécuteurs de tout tenis: la raison vous la dévinerés aisément, ce dont je me fais gloire. ... II seroit bon ausamp;i, que ni le Prince ni aucun de la Cour sache, que je vous aye écrit.quot;

13. 12 Juli. Eeischach aan Brunswijk. Hij heeft een expres naar Belgiojoso , den gezant te Brussel, gezonden , met verzoek om Kaunitz te vragen, wat te doen staat.

14. 19 Aug. Brunswijk aan Eeischach. Moet hij zich ook aan S. M. J. zelf richten? Eu aan Kaunitz?

15. 21 Aug. Eeischach aan Brunswijk. Hij heeft nog geen antwoord en kan dus niets doen. Hij heeft instructie om zich niet in de binnenlandsche zaken der Eepubliek te mengen. Brunswijk moet maar naar Weenen schrijven, als hij wil.

16. 22 Aug. Brunswijk aan Eeischach. Nieuwe bede om hulp.

17. 23 Aug. Eeischach aan Brunswijk. Nog altijd geen antwoord gekomen !

18. 8 Oct. Brunswijk aan Eeischach. Bij den gespannen toestand zal hij onmiddellijk zijn ontslag uit den Staatschen dienst nemen en daarna de bevelen des Keizers vragen. Eeischach gelieve dit den Keizer te melden.

Andere brieven vond ik in de gansche correspondentie van Eeischach uit die jaren niet; de aangegevene zijn echter voldoende om te doen zien , welke houding Brunswijk aannam en hoe weinig de Keizer gezind was hem krachtdadig te helpen.

h. Eene andere afdeeling is de Gesandtschajtliche Correspondent, aan den Keizer gericht en naar de landen ingedeeld. Ook deze was niet van veel beteekenis voor de jaren, die ik onderzocht. Toch zou degene, die bijv. den Oostenrijkschen Successieoorlog of de verwikkelingen met Keizer Jozef (1781-1785) bestudeerde, goed doen met deze correspondentie na te gaan, hoewel Von Arneth baar in zijne werken heeft gebruikt; allerlei bijzonderheden verkrijgen in haar verband met andere, van elders be-

3

-ocr page 56-

34

kende, misschien grooter gewicht. Daar evenwel zulk eene nauwkeurige studie met mijne plannen niet strookte, begaf ik mij niet op dezen weg. Ik teekende uit 1747 slechts één zaak aan, die mij belangrijk scheen, n.1. een bericht over een gesprek , door (den ouderen) Reischach met Fagel gehouden.

1. 30 April 1747. Fagel hoopte, dat de Geallieerden Zeeuwsch-Vlaanderen door eene beweging naar die zijde zouden redden. Hij vreesde niet onmiddellijk voor een afzonderlijken vrede van de Republiek met Frankrijk, daar de gelden voor een krijgstocht reeds waren opgebracht en afhankelijkheid van Frankrijk een vermoedelijk gevolg zou zijn, wat velen deed terugdeinzen. In Holland heerscht echter consternatie , evenals in de daarmede samenwerkende gewesten Utrecht en Gelderland , wat voor den afzonderlijken vrede gunstig werken kon, vooral als de Geallieerden bleven niets doen. De zienswijze van dezen »sehr gut intentionirten quot; minister is volgens Reischach van gewicht. Men vreest eene revolutie in Zeeland en dan ook elders.

c. Van particuliere correspondentiën tusschen de Oranje\'s en den Keizer zooals die, welke ik te Berlijn vond, schijnt te Weenen geen spoor voorhanden te zijn. Trouwens de verhouding tusschen het Habsburgsche huis en de Oranje\'s was niet gelijk aan die tusschen de laatsten en de Hohenzollern\'s. In de Hofcorrespondenzen vindt men alleen felicitatie- en condoleantiebrievea De uitgegeven briefwisselingen van Maria Theresia, Jozef II en Leopold II wijzen geene brieven der Oranje\'s aan. Een herhaald onderzoek, mij ten gevalle door de heeren ambtenaren ingesteld, bracht ook niets van dien aard voor den dag, hoewel eene correspondentie van politieken inhoud tusschen Keizer Leopold I en Koning Willem lil volstrekt niet tot de onmogelijkheden zou behooren.

d. In het K. K. Hof-, Ilaus- und Staatsarchiv vindt men ook niet de papieren van Von Eaunitz, waarin misschien veel voor onze geschiedenis van belang zou zijn , of die van andere Oostenrijksche staatslieden uit de 18de eeuw. Zij schijnen zich nog in de particuliere archieven der nakomelingen van die staatslieden te bevinden.

e. Zeer merkwaardig en voor onze geschiedenis van veel belang is eene groote collectie oorkonden, behoorende tot het (voormalige) archief van de kanselarij der Hertogen van Brabant. In 1794 namelijk, bij de nadering der Franschen, is een groot deel van het hertogelijke archief van Brabant door de Oostenrijkers naar Weenen gevoerd. (Zie Bakhuizen v. d. Brink, 1.1. IV, 4). Bij de vorming van het Koninkrijk der Nederlanden in 1815 zijn deze archieven niet teruggegeven maar na 1830 heeft de Belgische regeering herhaaldelijk op de teruggave aangedrongen,, waaraan door de Oostenrijksche ten laatste voor een gedeelte voldaan is (ik meen 1855-1875; zie Bakh. v. d. Brink , 1.1. IV, 12 , over de in 1846 daaromtrent bestaande plannen). Aan België uitgeleverd is ten minste, naar het schijnt, alles, wat betrekking had op de thans bij België behoorende gewesten. De oorkonden betreffende Noordbrabant , Nederl. Limburg, het Overkwartier enz. zijn daarentegen te

-ocr page 57-

35

Weeneu gebleven en worden er in eenige groots laden bewaard onder de hoofden »Niederlande und Lotliringenquot; en »Nachtrag Nieder-lande und Lotliringenquot;; daarin vond ik ze, in grauwe omslagen gewikkeld en met stof bedekt, in een toestand , die dringend voorziening behoeft, wil men de zegels niet zien afbrokkelen en de papieren zelf niet op den duur zien verstikken.

De groote beteekenis dezer verzameling zal gemakkelijk zijn na te gaan uit de regesten, die ik in het ruw samenstelde. Een nauwkeurig onderzoek van ieder stuk dezer misschien ten getale van 4 of 500 voorhanden origineelen en copieön, zou een arbeid van weken vereischt hebben , iets , wat met mijn doel — het verzamelen van algemeene gegevens omtrent elders voorbanden oorkonden en akten , voor onze geschiedenis van belang — moeilijk te vereenigen geweest zou zijn.

1. 1202. Otto van Gelre belooft aan Hendrik van Brabant 2500 Mark losgeld te zullen geven en geeft tot pand het land tusschen Maas en Waal, Tieler- en Bommelerwaard. Gijzelaars zullen zijn twee zijner zoons en 25 zoons zijner leenmannen (Sloet, Oork., N0.400).

2. Sept. 1222. (Tiel). Verbond tusschen bisschop Otto van Utrecht en Hendrik van Lotharingen, waarbij als getuigen ; »Albertusde Kuc, Theodoricus de Altona, Giselbertus de Amestelle, Wilhelmus Vulpes, Arnoldus de Wal hem , Walterus Clusinck , Johannes Brune , Arnoldus Jobannis, Hubertus deEverdinck, Swederus de Thincketh , aliis quam plurimis.quot;

Orig. perk. met zegels.

3. 25 April 1229. Oorkonde van den Hertog van Brabant omtrent bet recht van bemuring en bevestiging van Maastricht.

Vidimus van 1542.

4. 19 September 1233. Hendrik, roomsch-koning, geeft tolvrijheiid aan die van \'s Bosch (copie 16de eeuw).

5. 20 Juni 1245. Oorkonde omtrent de rechten van Brabant en Luik op Maastricht, gegeven door »Godefridus villicus, Henricus sca-binus, Thilotnannus scabinus, Johannes scabinus , Renerus miles , Godefridus filius Ose, Godefridus Seman, Godefridus Kencken, Gode-fridus de Lartem , Balduinus de Molendinis, Henricus Carus, Renerus Conradi et Gerardus Bosment. quot;

Vidimus van 31 Dec. 1521.

6. 21 Febr. 1249. Otto, graaf v. Gelre, belooft Hendrik van Brabant bij te zullen staan tegen ieder en in alles (Sloet, N0. 615).

7. 9 Febr. 1252 (Compendium). Otto, graaf v. Gelre, verklaart dat Aubertus de Angest schuldig gebleven is 4000 libr. par., te betalen aan den Koning van Frankrijk »pro relevio et homagio comitatus de Pentium.quot;

8. 22 Sept. 1258. Theodoricus en Theodoricus, zoons van den graaf van Cleve , onderwerpen zich in hun strijd met Gelre aan de uitspraak van hertog Hendrik van Brabant, uls de aartsbisschop van Keulen en de bisschop van Utrecht niet op den bepaalden dag te Nijmegen komen

-ocr page 58-

36

(Sloet, Oork., N0. 811).

9. 2 Jan. 1260. Walram van Limburg belooft 60 Mark te zullen betalen aan den ridder van Carpona, omdat deze hem gehuldigd heeft.

10. 8 Sept. 1267. Theodoricus van Valkenburch belooft zijn best te doen om den hertog van Brabant in bet bezit van Maastricht te herstellen (copie 16de eeuw, Sloet, N0. 903).

11. 21 Sept. 1279. Henricus «quondam comes Kesselensisquot; bekent zijn graafschap en kasteel Kessel voor 1500 Mark gouds verkocht te hebben aan Reynout van Gelre (copie 16de eeuw , zie Sloet, n0,1007).

12. Febr. 1283. Rechten, die den hertog van Brabant en den bisschop van Luik in Maastricht toekomen (copie 1552).

13. 17 Febr. 1283. Keizer Rudolf geeft nan Jan van Brabant voor 3000 Mark de inkomsten der munt te Aken in pand, ook de villa Aken benevens het gerecht aldaar.

14. 2 Dec, 1286. Overeenkomsten tusschen Walram van Valkenburch on Reynout van Gelre over het burggraafschap van Limburg (Sloet, n0. 1117),

15. 29 Mei 1287. Adolf van den Berg draagt al zijne rechten op Limburg over aan Jan van Brabant (Sloet, n0. 1132).

16. 28 Febr. 1288. Nieuwe overeenkomst als op 2 Dec. 1286 (zie Sloet, n0. 1144).

17. 23 Mei 1288. Reynout v. Gelre verkoopt Limburg en de kasteden Limburg, Rode, Spremunt, Herne , Dusburga , Gulpene c. a. aan Henricus en Walramus van Luxemburg voor 4000 mark den. brab. (zie Sloet, n0. 1149),

18. Maandag na H. Bonifacius 1292 (Biervliet).

Wi Floreins , Grave van Hollant, maken cont allen denghenen , die dese lettre sien selen ende horen, dat wi enen edelen man ende enen hoghen Janne, bi der gratiën ons heren hertoghe van Lothringen, van Brabant ende van Lijmborch , hebben ghelovet ende gheloven in goeder trouwen quite ende scadeloes te houdene van allen dien vor-waerden, die hi vor ons hevet ghelovet, als van dien dat wi ons hebben verbonden jeghen enen edelen ende enen hoghen man, onsen here Guy, Grave van Vlaendren ende marckgrave van Namen, dat wi tusschen nu ende den andach van Onser Vrouwen daghe in halven oechste, die mest toecoemt, heme selen gheven lettren van der sekerheid van der manscap, die wi heme sculdich sijn, alsoe alser gbesproken is, ende te Ghent in te common ende van daer niet te scedene, wi en hebben ghenuech ghedaen van dosen lettren, ende dat onse neve die hertoghe, die hier vore es ghenoemt, eneghen cost ofte scade hadde om dese stucken, daer af gheloven wi ne scadeloes ende quite te houdene. In orconden van desen lettren, die gheseghelt sijn met onsen seghele. Dit was ghegheven te Biervliet, in ons heren jaren dusentech twee hondert ende neghentech, des Manendaghes op den andach Sente Bonefaes. Or. Perk., zegel geschonden.

19. 1 Sept. 1292. Keizer Adolf bevestigt hertog Jan van Brabant

-ocr page 59-

37

en Limburg in alle door zijne voorgangers geschonken rechten, inzonderheid die door keizer Frederik geschonken zijn.

20. 14 Aug. 1297. Vidimus over het scheidsgerecht van koning Philips van Frankrijk tusschen Brabant en Gelre , van 15 Oct. 1289. Daarbij Vidimus van de belofte van den graaf van Gelre van zich aan de uitspraak te zullen houden en van zijne renunciatie van de betwiste landen, beiden van denzelfden datum.

21. 13 Juni 1306. Suffrance entre le conté de Flandre et le Due de Brabant d\'une part et le Comte de Haynnaut et de Hollande d\'autre. (Zie Muller, Reg. Hannon.)

22. Maandag na St. Lambertus 1306. De schepenen van den Bosch doen ten behoeve van den hertog van Brabant afstand van het recht om 7 schepenen en 7 gezworenen te kiezen (copie 16de eeuw).

23. 12 April 1307. Verdrag tusschen Utrecht, Brabant, Holland en Namen. (Zie Muller, Reg. Hannon.)

24. 21 Oct. 1322. Huwelijkstraktaat van Johanna van Brabant en Willem, oudsten zoon van den graaf van Henegouwen, (Zie Muller, Reg. Hannon.)

25. 10 Juni 1325. Drie brieven betreffende de schuld van Jan van Heusden en andere edelen aan Martin de Crahyh.

26. Donderdag na St. Jan te Middesomer 1325.

Ic Willaem van Duvenvoerde, camerlinc sGraven van Henegouwen ende van Holland , make cont ende kenlic allen lieden , dat ic gheloevet hebbe ende ghezekert in goeden trouwe, als dat van minen huyse, dat ic hebbe doen maken tot Oesterhoute, minen lieven here, den hertoghe van Lottringhe, van Brabant ende van Limburch , en ghene scade noch deringhe comen en sal, hem noch sinen lande sonder alrehande arghelist, ende hebbe ghebeden minen lieven heer, haren Willaem , Grave van Henegouwen , van Holland , van Zeeland ende hero van Vrieseland, dat hi omme die meerre zekerhede op mi desen brief mede bezeghelen wille. Ende wi Willaem , Grave van Henegouwen , enz.

Orig. Perk. met zegel.

27. 8 Juli 1325. Schuldbekentenis van Jan van Heusden en andere edelen aan Martin de Crabyh.

28. 26 Sept. 1329. Jan, heer van Heusden, belooft binnen zekeren tijd te \'s Bosch te komen ten einde heer Jan van Meghen de som te betalen, die hij dezen schuldig is.

29. 12 Oct. 1329. Jan van Heusden belooft hetzelfde binnen » feriam tertiam.quot;

30. 1331 — 1379. Verschillende stukken over den koop van Heusden doot Brabant van Dyederic van Hoeru, heer van Perweys.

31. 11 April 1331. »Scabini, jurati et consilium opidi de Busco-ducisquot; beloven den hertog 1200 pd. gr. tur. te zullen betalen bij het huwelijk zijner dochter.

32. 23 Juni 1332. Uitspraak van koning Philips van Frankrijk in den twist tusschen den hertog van Brabant en den heer van Valkenburch.

33. 4 Jan. en 6 Febr. 1334. Quitantiën van Jan v. Henegouwen voor

-ocr page 60-

38

1500 livres, door hem aar. Jan van Brabant geleend en nu teruggegeven.

34. 30 Aug. 1334. Jan van Lotharingen en Brabant belooft zich to zullen onderwerpen aan de uitspraak van koning Philips te Amiens tusschen hem en zijne verbondenen en Adolf van Luik.

35. 3 Sept. 1334. Nadere verklaring van koning Philips omtrent zijne uitspraak tusschen Brabant en Valkenburg.

36. 8 Sept. 1334. Scheidsgerecht van denzelfden in den twist tusschen Jan van Brabant en zijne bondgenooten Willem van Holland , Reynout van Gelre en Adolf van Luik.

37. 12 Juli 1337. Eduard van Engeland belooft den graaf van Henegouwen , Holland en Zeeland tegen al zijne vijanden te zullen verdedigen.

38. 30 Juni 1340. Bertha van Kuik draagt een goed te Hoeven, in de parochie Haeps, op aan den hertog van Brabant.

39. 13 Jan. 1343. Beleening van Jan » die men heit Grave van Meghen ende Willem, sijn outste sonequot; met den burcht van Megen c. a. door den hertog van Brabant.

Vidimussen van 1453 en 1458.

40. 7 Mei 1343. Overeenkomst tusschen Dirk , grave van Loen, en Jan van Brabant.

Vidimus van 1554.

41. 1345—1399. Stukken over de aflossing eener erfrente op de tollen van Gulpen en Bemmel.

42. 27 Maart 1345. Johan van Moersbach draagt voor 200 pd. tourn. benevens 20 pd. \'sjaars zijn goed in leen op aan Brabant.

Vidimus van 1498.

43. 27 Febr. 1349. Privilegie voor alle onderdanen van Brabant (vrijstelling van vreemde jurisdictie) gegeven door Karei IV.

Vidimussen van 1542 en 1553.

44. 16 April 1349. Twee bullen van paus Clemens VI, waarbij aan Reynout van Gelre en zijne gemalin vergunning verleend wordt zich een biechtvader te kiezen.

Notarieele akte 1363.

45. 25 Juli 1349. Karei IV bevestigt den hertog van Lotharingen en Brabant in alle rechten , 12 Nov. 1204 door koning Philips geschonken.

46. 25 Juli 1349. Karei IV benoemt Hendrik van Lotharingen en Brabant tot zijn » vicarius-generalis citra Alpes

Met zegel.

47. 25 Juli 1349. Bevestiging van de tolvrijheid, 6 Juni 119() door Hendrik VI aan \'s Bosch gegeven.

Met vidimussen van H15 en 1444.

48. 21 Maart 1350. Alard van Os, proost in Leuven, staateenige huizen in den Bosch af aan zijn natuurlijken zoon.

Vidimus van 10 April 1364.

49. 16 Maart 1356. De heer van Perweys draagt zijne rechten op Heuaden aan den hertog van Brabant over.

-ocr page 61-

39

50. 25 Juli 1356. Wenzel van Brabant wijst zijne zuster Maria van Gelder Turnhout als eigendom toe.

51. 18 Juli 1358. Walraven van Valkenburg verbindt zich in zijn twist met Gulik over zijoe heerlijkheid met hertog Wenzel en den graaf van Loon.

52. 17 Maart 1359. Leenrevers van Joh. Usgin van Aldenrode ten behoeve van Wenzel van Brabant.

53. 4 April 1359. Karei IV doet uitspraak in den strijd tusschen Valkenburg en Gulik.

Vidimus van 26 April 1364.

54. 22 Maart 1360. Eduard van Gelre doet uitspraak in den strijd tusschen Walraven van Bom en Hendrik van Vlaanderen en Philippa van Valkenburg over het bezit der heerlijkheid.

55. 20 Juli 1361. Leenbrief van Wenzel van Brabant voor Willem van Gulik als heer van Valkenburg, met processtukken over het bezit der heerlijkheid.

56. 23 Dec. 1362. Karei IV doet uitspraak in den strijd tusschen Walraven van Born en Philippa van Valkenburg over de heerlijkheid.

57. 29 Sept. 1363. » Wy scepenen, geswoerne rentmeesteren, dekene van den ambachten, een deel der goeder knapen ende die ghemeene stat van Tshertoegenbossche quot; verordenen , dat alle burgers binnen 6 weken na hunne opneming als zoodanig binnen de stad moeten komen wonen; in oogsttijd , lente en herfst mogen zij 6 weken achtereen buiten wonen. Met goed zegel.

58. 11 Maart 1364 Verkoop van Valkenburg aan Wenzel door Philippa van Valkenburg, vrouw van Hendrik van Vlaanderen.

Vidimus.

59. 24 April 1364. Karei IV bewilligt als leenheer in dezen verkoop.

60. 10 Mei 1364. Karei IV bewilligt ook in dien van de rechten der gebroeders van Brederode op Valkenburg.

61. 12 Mei 1364. Dirk van Brederode en zijne zoons verkoopen hunne rechten op Valkenburg aan Wenzel van Brabant voor eene jaarlijksche rente van 900 oude gouden schilden.

62. 29 Aug. 1364. Eduard van Gelre verpandt aan Jan van Meurs slot en stad Gangelt, Millen en Vucht.

Vidimus van 1386.

63. 10 Dec. 1364. Willem van Gulik verklaart, dat hij den hertog van Brabant binnen eene maand de toestemming van zijne vrouw in den verkoop van Valkenburg zal verschaffen.

64. 1 Mei 1365. Maria van Valkenburg , abdis te Maubeuge, stemt toe in den verkoop.

65. 30 Juni 1365. Walraven van Valkenburg belooft den lands-vrede te zullen bewaren.

66. 9 Juli 1365. Hendrik van Vlaanderen stemt toe in den verkoop.

67. 10 Juli 1365. Philippa van Valkenburg verklaart, dat Walraven zich niet storen wil aan de uitspraak des Keizers betreffende Valkenburg.

-ocr page 62-

40

68. 16 Juli 1365. De stad den Bosch verklaart, dat Ravestein een vrij allodium is.

Vidimus van 1454.

69. 18 Juli 1365. Karei IV keurt de overeenkomst tusschen den Bosch en quot;Walraven van Born omtrent den landvrede g-oed.

70. 19 Juli 1365. Overeenkomst tusschen Wenzel van Brabant en Walraven van Valkenburg omtrent de heerlijkheid.

71. 8 A,ug. 1365. Uitspraak krachtens den landvrede in den twist tusschen Walraven van Born en hertog Wenzel.

Vidimus.

72. 1365. Stukken over onderhandelingen, te Maastricht gevoerd tusschen den hertog van Brabant, als kooper, en Walraven van Born , als erfg\'erechtigde dor voorkoopei\'s, van stad en heerlijkheid Valkenburg.

73. 10 Mei 1366. Afstand van Heusden door hertog Wenzel van Brabant aan Willem van Beieren »le tocsin réservé.quot;

Copie.

74. 5 Jan. 1367. Willem van Boxtel draagt zijn goed Coenrode in leen op aan Brabant en verkrijgt daarentegen Goerle als vrij eigendom,

75. 25 Maart 1367. Peter van Culeuborch, heer van Meer, en zijne vrouw dragen de hofstad Meer aan Brabant in leen op.

76. 28 Dec. 1367. Schuldbekentenis van hertog Wenzel ten bedrage van 4000 g. voor Johan van Polanen, heer van der Lecke en Breda.

77. 16 Maart 1368. Hertog Wenzel verklaart den lombarden van den Bosch 100 mottoen schuldig te zijn.

78. 28 Sept. 1371. Hertog Reynout van Gelre geeft aan Johan van Meurs Gangelt, Vucht en Millen als erfleen.

79. 27 Mei 1372. Karei IV beveelt Mechteld van Gelre hertog Wenzel en de zijnen vrij te laten.

80. 27 Mei 1372. Karei IV verklaart de door hertog Wenzel en de zijnen aan Gelre afgelegde eeden voor nietig.

81. 21 Juni 1372. Uitspraak van Karei IV in de twisten tusschen hertog Wenzel van Brabant en hertog Willem van Gulik.

82. 16 Aug. 1372. Jan van Brabant staat aan Maria, hertogin van Gelre, de jacht op snippen, konijnen enz. in Pedelant toe.

83. 19 Aug. 1374. Overeenkomst tusschen Wenzel van Brabant en Albrecht van Beieren over de grenzen tusschen Heusden en den Bosch.

Copie I6de eeuw.

84. 1378. Een aantal stukken over den verkoop van Heerlen aan Brabant door Johan van Wickerade. Evenzoo over dien van Millen , Gangelt en Vucht door Frederik van Meurs.

85. 7 Juni 1385. Reynout van Brederode en Gempt verklaart de burcht van Gempt van den hertog van Gelre in leen te hebben.

Copie en Vidimus.

86. 15 Febr. 1386. Jan van Brabant draagt aan Philips van Bour-gondië alle rechten over op Limburg, Rode, Dolhain, Kerpen, Spremont

-ocr page 63-

41

en Wassen berg;, tegen betaling- van de 15294 oude schilden , waarvoor die plaatsen aan zijne schuldeischers verpand zijn.

87. 1386 en 1387. Stukken over den twist tusschen Jan van Brabant en Willem van Gulik; scheidsgerecht van Albrecht van Beieren.

88. Einde 14de eeuw. Tal van stukken over verkoop van eigendommen op Walcheren (Westsouburg, Meliskerke).

89. 17 Aug. 1389. Verpanding van Valkenburg, Millen, Gangelt en Vucht aan Philips van Bourgondië.

90. 28 Sept. 1390. Verdrag omtrent de rechten van Bourgondië op Brabant.

91. 12 Oct. 1391. De kommandeur der Duitsche Orde te Biessen verklaart, dat de hertog van Brabant het te bouwen slot van Ghemert steeds als zijn open huis zal mogen beschouwen.

92. 19 Febr. 1392. Huwelijksverdrag tusschen Antoine van Bourgondië en Johanna van Luxemburg.

93 1 Maart 1395. Johan van Loen, heer van Heinsberg, belooft voor 1000 rh. g. \'sjaars de landen tusschen Maas en Rijn voor Bourgondië te zullen verdedigen.

94. 28 Febr. 1396. Huldiging van hertog Philips van Bourgondië door Millen , Gangelt en Vucht

95. 19 Juni 1396. Jan van Brabant draagt alle nog voorbehouden rechten op eenige steden en sloten in Limburg voor 8000 livres aan Bourgondië over.

96 11 Juni 1399. De hospitaalmeesters te Valkenburg verkoopen aan Bourgondië het huis aldaar, geheeten de Munt.

97. Collectie van origineele verdragen betreffende den overgang van Brabant aan Bourgondië.

98. 1402—1420. Collectie van bevelen van betaling, quitantiën, aanteekeningen over rekeningen enz., alles afkomstig van Floris van Borselen, tresorier van Holland en baljuw van Middelburg.

99. 9 Juli 1406. Huwelijksverdrag tusschen den dauphin van Frankrijk en Jacoba van Beieren.

Vidimus 1423 van den maire en de schepenen van Abbeville over een Vidimus van koning Karei VI van Frankrijk.

100. Collectie stukken over verkoop van goederen op Walcheren aan Floris van Borselen.

101. 1415. » Coste van den huyse van Medemblic in te nemenquot; met rekening van het verblijf aldaar, einde des jaars.

102. 1 Aug. 1417. Belofte van Jacoba van Beieren om hertog Jan te huwen, als hij de pauselijke dispensatie binnen een bepaalden tijd kan verkrijgen.

103. 2 Febr. 1418. Aanwijzing van 1000 holl. schilden als mansleen ten behoeve van Adolf van Berg door Jacoba van Beieren.

Vidimus van 1450.

104. Collectie stukken over het huwelijk van Jan en Jacoba.

105. 3 Febr. 1418. Willem van Berge wordt voor zijne vordering aangewezen op de eerste bede van Heusden.

-ocr page 64-

42

106. 6 Febr. 1418. Bevel van Jan van Brabant om den rentmeester Willem van Berge,heer van Orbais, de achterstallige lijfrenten te betalen.

Copie.

107. 13 Juni 1418. Jan van Brabant benoemt Floris van Borselen tot dijkgraaf van de Westwatering op Walcheren.

108. 12 Febr. 1419. Jan van Vianen , drost in Arkel, verklaart het tekort in zijne rekening zelf te zullen dekken.

109. 7 Mei 1419. Overdracht van Heusden aan Arend van Seven-berghe.

110. 1419—1431. Stukken over de verpanding van slot, stad en land Limburg aan den graaf van Virneburg.

111. 1420, Stukken over de onderhandelingen met den heer van Heinsberg betreffende de inlossing van Millen , Gangelt en Vucht. Üe heer van Heinsberg wordt drost van die plaatsen

112. 7 Dec. 1420. Verpanding van Valkenburg voor 9000 rh. g aan Frederik van Meurs.

113. 1423. Stukken over het patronaat der kerk van Goeie.

114. 6 Maart 1424. Volmacht voor Floris van Borselen om een baljuw aan te stellen in Brouwershaven.

115 9 Maart 1425. Philips van Buurgondië stelt Floris van Borselen aan tot zijn rentmeester Beooster-Schelde.

116. 18 Maart 1425. Hij bevestigt Floris in alle vroeger verkregen rechten.

117. 11 Oct. 1426. Schepen van \'sHertogenbosch verklaren, dat Oyen » in der mayerien van den Bosch quot; ligt.

118. Circa 1430. Collectie stukken betreffende de verhouding van Heusden tot Brabant en Holland, gedeeltelijk afkomstig van Dirk van der Merwede, rentmeester en kastelein van Heusden.

119. 26—28 Dec. 1435. Verpanding van Valkenburg voor 31000 g.rh. aan Meurs.

120. 4 Febr. 1436. Adolf van Gulik en Arnoud van Gelre vragen Philips van Bourgondië vrijgeleide voor de Gelderschen en Gulikers, die den dag te Sittard zullen bezoeken.

121. 1 Juni 1436. De Minderbroeders te \'s Hertogenbosch beloven eene jaarlijksche mis te zullen lezen voor Philips van Bourgondië.

122. 28 April 1438. Philips van Bourgondiëgeeft aan zijne gemalin : Valkenburg, Hertogen rad e, Wassenberg, Bergen en andere plaatsen tusschen Maas en Eijn.

123. 30 April 1439. Hechten en vrijheden , door Arnoud van Gelre aan de Neder-Betuwe gegeven.

124. 8 Juli 1439. Collectie stukken over de aflossing van Valkenburg door betaling van 31000 g. rh. aan den graaf van Meurs.

125. 1 Sept. 1441. Volmacht der schepenen van Hilvarenbeek voor eenigen hunner om naar Brussel voor den Raad te gaan.

126. 5 Juni 1442. Het kapittel van St. Servaes te Maastricht belooft zich te zullen houden aan de uitspraak van Brabant en Luik in den twist met de stad.

Copie.

-ocr page 65-

43

127. 7 Oct. 1442. Notarieele akte over de mondelinge onderhandelingen tusschen Philips van Bourgoudiö en Frederik 111 over betwiste bezittingen in het Kijk.

128. 15 April 1444. Philips van Bourgondië bevestigt de graven van Heinsberg in hunne voogdij over Millen , Gangelt en Vuoht.

129. 27 Juli 1446. Margaretha van Palland en hare zoons beloven het tekort op de rekening van haren man , drost van Valkenburg, te z.ullen betalen.

130. 30 Aug. 1446. Brief van Arnoud van Gelre over den tol te Lith.

131. 13 Nov 1446. Leenstatuten van Philips van Bourgondië.

132. 1447. Collectie stukken over Valkenburg , o. a. inventaris van het daar op het slot voorhanden ijzerwerk.

133. 25 Juni 1466. Aflaatbrief van Jodocus , vicaris van den bisschop vaa Utrecht, voor hen , die het beeld van den Verlosser te West-Souburg bijzonder vereeren.

134. 31 Mei 1481. Aanwijzing van Anna van Ravenstein op de inkomsten van Zeeland door Maximiliaan.

135. 4 Mei 1484. Overeenkomst tusschen Anna van Ravestein en Adriaan van Veurhoute over de nalatenschap van Adriaan van Borselen, heer van Brugdam , diens vrouw Maria van Cats en Beatrix van Borselon.

136. 1485 — 1488. Rekeningen van den rentmeester van Sint-Annaland.

137. 11 Juni 1493. Anna van Bourgondië, vrouwe van Ravestein, natuurlijke dochter van hertog Philips van Bourgondië , beschikt over de heerlijkheden Sint Annaland , llarmevosdijk en Monggershil aan de Oosterschelde ten behoeve van hare broeders en zusters.

Vidimus van Burgem. en Raad van Middelburg.

138. 2 Febr. 1498. Baljuw en Raad van Middelburg erkennen de rechten van Anna van Ravestein.

138. 11 Dec. 1498. Philips van Bourgondië staat aan die van Biervliet eene som op de bede van Vlaanderen toe tot herstel der sluizen.

139. 28 Dec. 1499. Vonnis van schepenen van Sint-Annaland (panding).

140. Stukken over de bezittingen der Vrouwe van Ravestein in Zeeland.

141. Collectie origineele verdragen met Gelder.

142. 1506 en 1507. Inventaris der stukken betreflende Brabant, die te Rijssel bewaard worden.

143. 15 Sept 1507. Als n0. 138.

144. 1 Mei 1508. Karei van Gelre neemt het kerspel Haeften in zijne bijzondere bescherming.

145. April 1509. Oorkonden betreffende de privilegiën van Bommel ten opzichte van het beheer van Bommeler- en Tielerwaard.

146. 10 April 1509. Getuigenis van schout en schepenen van Grave, dat het graafschap Kessel altijd wordt bestuurd door ambtlieden en drost van Terhorst.

147. 18 April 1509. Stukken over de verhouding van Arnhem tot de Veluwe.

148. 29 April 1509. Schout, burgemeesters en raad van Tiel verklaren , dat ambt en land Nederbetuwe seder 200 jaren bij de stad

-ocr page 66-

44

behooren en de inwoners dezer streek daar hunne toevlucht nemen.

149. Collectie stukken betreffende du verhouding van Brabant tot Gelder (vooral 15de eeuw).

150. Collectie quitantiën en rekeningen van Valkenburg.

151. 11 Febr. 1516. Karei van Bourgondië verklaart, dat den bisschop van Luik geenerlei rechtspraak over Maastricht toekomt.

152. 1516. Verhooren van do na de plundering van Nieuwpoort gevangen Gelderschen over deze plundering.

153. 23 Nov. 1519. Stukken over eene dagvaart te öittard , waar over een verdrag tusschen Karei van Bourgondië en Gulik gehandeld zou •worden

154. 12 Aug. 1525. Reglement op de regeering van \'s Hertogenbosch.

155. 8 Maart 1528. Karei van Gelre roept de inwoners van Groningen op hem krachtig te steunen in den oorlog,

156. Juni 1533. Collectie stukken betreffende den overgang van Ravestein aan Kleef.

157. 1533—1536. Collectie brieven van steden en heeren in Brabant en Holland tot bevestiging van bet verdrag van Gorkum van 3 Oct. 1528.

158. 20 Maart 1537. Maastricht trekt de volmachten in van de personen, die de stad bij het Rijkskamergericht vertegenwoordigen.

159. Collectie stukken over de onderhandelingen met Gelder.

160. 1541. Beleening van Palland met Culemborch.

161. 1542. Stukken over den strijd tusschen Maastricht en het kapittel van St. Servaes,

162. 1543. Collectie huldigingsoorkonden van Geldersche steden , edelen en landen.

163. 1543. Collectie bevestigingen van het verdrag van Venloo door de Geldersche steden enz,

In den Nachtrag nog o. a.

164. 1 Juni 1196. Vrijdom van tol op den Rijn voor de bewoners van het «novum oppidum quot; \'sHertogenbosch , door keizer Hendrik VII aan hertog Hendrik van Lotharingen geschonken als belooning voor bewezen diensten.

165. 1202. Verdrag tusschen Hendrik van Lotharingen en Otto van Gelre.

166. 2 Sept. 1214. Hendrik van Brabant ontvangt van keizer Frederik II Maastricht in leen.

Copie van Vidimus van Karei IV, 25 Juli 1349.

167. 24 Juni 1323. Otto van Kuik geeft aan Jan van Brabant Grave in leen voor 5000 pd. zware grooten.

168. 4 Maart 1324. Otto draagt het gansche graafschap Kuik in leen op aan keizer Lodewijk, behalve Grave.

169. 6 Juni 1378. Reynout van Valkenburg verklaart, dat de goederen, die zijn broeder Walraven hem bij den burcht van Ravestein heeft gegeven , Brabantsch leen zijn.

170. 6 Nov. 1397. Adolf van Kleef verklaart, dat zijn leen Ravestein bij Brabant behoort.

-ocr page 67-

45

171. Collectie oorkonden over de rechten van Arnoud van Egrnoml en Gerhard van Gulik op Gelre.

172. 1556. Collectie huldigin^sbrieven van Nederlandsche edelen , landen en steden aan Philips II.

173. 13 Mei 1560. Keizer Ferdinand 1 beleent Philips II met Gelre, Zutfen, Lotharingen, Brabant, Limburg, Luxemburg, Vinanderen, Bourgondië, Holland, Zeeland enz.

Ik merk bij deze lijst op , dat ik slechts de voornaamste der talrijke oorkonden inzag en dat zij dus verre van volledig is.

Filiale des K. K. Hof-, Haus- und Staatsarchivs {Ilofburg, Josephsplato b/d Hofbibliothek, geopend van 10—3 ure)

De manuscripten iu boekvorm , tot het K. K. Hof-, Haus- und Staatsarchiv behoorende, zijn in eene onderafdeeling van dat archief bijeengebracht, terwijl bovendien nog eene menigte andere stukken daar bewaard worrien. Onder zijne Excellentie Von Arneth heeft ür. G. Winter hier de leiding. Ook hem breng ik mijn hartelijken dank voor de moeite, die hij zich mij ten gevalle heeft getroost.

Ik onderzocht hier;

а. de Maximiliana (1,1477—1489; en verdere bundels), waarin zicb enkele interessante zaken bevonden.

1. 18 Dec. 1483. Maximiliaan geeft aan den burggraaf van Mont-foort, krachtens den zoen van Utrecht, Monfoort terug

2. 31 Juli 1492 (Nijmegen). Karei van Gelder betuigt den Koning zijn dank voor de zending van graaf Ladron de Gebare.

3. 28 Sept. 1492 (Coblenz). Vrijgeleide van Maximiliaan voor Karei van Gelder en diens gevolg.

4. 1492. Lijst van ridders van het Gulden Vlies.

Over de Friesche zaken in Nov. en Dec. 1494 vindt men in den bundel 1494 allerlei stukken, concepten , brieven, enz., o. a.:

5. 4 Oct. 1494. Maximiliaan heeft klachten over Groningen ontvangen van Lenegk Kampstra, Tacko en Reneyko Hembstra. Hij beveelt de stad deze heeren niet meer te benadeelen.

б. 11 Nov. 1494. Instructie voor Otto von Langen, Georg von Eberstein en Cunrat von Ampring, ten opzichte van Groningen en Oostergoo.

7. 12 Nov. 1494 (Antwerpen). Maximiliaan belooft Oostergoo niet te zullen scheiden van Westergoo en Zevenwolden, maar dat het aan het Rijk » unmittel underworffen und zugehörig sein (soli), nit abge-sundert oder gescheiden.quot; Hiervoor betaalt.Oostergoo den commissarissen Otto von Langen en Georg von Eberstein een tribuut, waarvan Oostergoo eene koninklijke quitantie ontvangt. Alles overeenkomstig het te Kempten bepaalde.

8. Eed aan Groningen en Oostergoo door deze commissarissen opgelegd.

9. 27 Dec. 1494. Brief van Maximiliaan aan zijne gezanten (Bergen op Zoom). De eed is in Westergoo en Zevenwolden afgenomen, nu moeten ook Groningen en Oostergoo tot rust worden gebracht, liefst langs den

-ocr page 68-

46

weg- van onderhandeling, in allen gevalle nog niet met geweld, zooals Eberstein begeerde. Maximiliaan keurt het lichten van 1000 knechten tot onderwerping der ongehoorzamen streng af en beveelt, dat de gezanten zich zullen houden aan hunne volgens de overeenkomst te Kempten ingerichte instructie; de reeds bijeengekomen troepen moeten naar Bergen-op-Zoora gezonden worden, waar Maximiliaan ze zal ontvangen.

h. Kriegsakten. In dezo verzameling, een gansche reeks van bundels, bevinden zich onder cene menigte andere zaken tal van gegevens, belangrijk voor die tijdperken in onze geschiedenis, waarin de aangrenzende deelen van het Duitsche Rijk en de Keizer zelf (vooral na 1702) eene rol hebben gespeeld. Daar het onmogelijk geweest zou zijn al deze bundels in betrekkelijk korten tijd na te gaau , onderzocht ik er slechts enkele van en wel:

1. Bundel 29. (1577 bis Februar).

Tal van stukken over den Kreistag te Keulen , Dec. 1576 , brieven van de verzamelde Kreisfürsten en van de Keurvorsten des Rijks. Gezanten der Staten-Generaal waren hier Jan de Mol, heer van Oetingen, en Joh. Wamesius, dr. jur., Prof. te Leuven. Hierbij eene briefwisseling met don Jan over de schending van Rijksgebied.

2. Bundel 30. (Marz bis Dec. 1577).

19 Febr. De Prins van Oranje betuigt den Keizer zijn dank voor de zending van dr. Gaill.

20 Febr. Brief van den Prins aan \'s Keizers gezanten over de houding der Staten tegenover don Jan.

25 Oct. Bericht uit Keulen over de vlucht van Matthias. » Der Ertzh. von Oesterreich , der K. M. Brueder, ist den 21 huius selbst vierten mit ainem Gutschywagen ankhumen und bey D. A.dam Khnauf . . . betberbergt, unwissent, das es der Ertzh. gewest; ist den anderen tag heraus gegangen unnd ist zu sannct Gereon in die Khirchen khumen , daselbsten herr Constantin von Lijszkhirchen , Canonicus, unnd dan andern personnén einen gekhent, der von Pannewitz benent. . . »De kanunnik noodigde het gezelschap uit en bij die gelegenheid had Matthias als knecht de gasten bediend. Den 23sten was hij met acht paarden naar Maastricht gereden.

3. Bundel 31. (1578 und 1579 bis Juni).

27 Febr. 1578. Matthias vraagt den Keizer om een secretaris voor de Duitsche correspondentie.

In dezen bundel heel wat over de onderhandelingen te Keulen o. a. Dver het plan om den graaf van Buren stadhouder van Holland, Zeeland en Utrecht te maken (voorstel Terranova).

4. Bundel 209. (Friedrich Wilhelm Prinz von Oranien, Feldm. Lieut., dann Feldzeugm., Comm. General des Kais. Armee in Italieu , Nov. 1798-1799).

Hierin correspondentie met den Minister baron Thugut.

15 April 1796. De Prinz aan Thugut, met dankbetuiging voor het overbrengen van mededeelingen aan den Keizer, met name van twee

-ocr page 69-

47

Memorie\'s des Prinsen over de verdediging van Tirol en Opper-Oostenrijk.

12 Nov. 1796. Vragen aan Thugut, hoe de Prins moet handelen tegenover den Conseil de guerre, met groote zelfstandigheid behandeld.

1798. Hij schrijft belangrijke brieven over den oorlogstoestand en dringt herhaaldelijk aan op oorlogsverklaring en daarna onmiddellijk offensief optreden ten einde Napels te redden. Onder zijne adjudanten vindt men den uit onze geschiedenis van dien tijd bekenden Stamfort, die op verzoek des Keizers naar Pruisen werd gezonden om den Koning tot aansluiting bij Oostenrijk te bewegen. De antwoorden van Thugut zijn ook belangrijk.

c. Friedensakten (1579-1600) bevatten eene bijna geheel volledige collectie stukken over de pogingen des Keizers tot bemiddeling in den strijd van Spanje tegen de Nederlanden ; tal van brieven van den Keizer en de Staten , van Parma en de aartshertogen Ernst en Albrecht enz.

d. Zeitungen aus den Niederlanden — de gewone Zeitungscorres-ftondenz, die in bijna alle Duitsche staatsarchieven gevonden wordt.

e. Correspondentie tusschen Kaunitz en Bur mania, Aug. 1765.

1. 7 Aug. 1765. Burmania aan Kaunitz met klachten over de maatregelen ten opzichte van de visscherij in de Zuidelijke Nederlanden , ten nadeele der bewoners van de Republiek.

2. 13 Aug. Kaunitz aan Burmania. Hij antwoordt, dat de belangen der beide landen hier tot zijn spijt tegenover eikander staan. Het is tijd, »que les provinces, qui déjö. trop longtemps ont gémi sous le joug de la politiquequot;, eindelijk eens hare rechten handhaven.

f. Manusoriften.

1. Nquot;. 30, Bd. 3. Gróote collectie, waarin brieven van Karei F en Maria van Hongarije aan Qranvelle, van Max. van Egmont, Viglins enz (copieën).

2. N0. 630. Brieven van Rudolf II aan zijne broeders, aan Parma, von Schwendi enz. 1580.

3. N0. 631, 5. Die Herzöge von Burgund und die Niederlande (18 Blatter) — een oorkondenregister van de stukken over de betrekkingen van de hertogen van Bourgondië tot ons land, door Chmel afgedrukt.

4. N°. 645, 4. Diplomata Gelriae, extantia alibi quam in Cancel-lariae Ruremondensis Camera — regesten van oorkonden over Gelder, 878 — 1549 (95 blz.)

Hierin ook een register van de steden en heerlijkheden, die te Aken appèl zochten, waaronder Nijmegen, Wessem, Weert, Sittard, Loen. In Maastricht haalden de volgende rechtbanken appèl te Aken: »d0 Bischthumbs oder Lutger Banck, die elff (?) Banck von St Servaesz daselbst zue Mastricht, Der Vronhoff alda zu Mastricht.quot;

Uit deze collectie blijkt, dat Maastricht, de Loensche Bank en Sittard zich tegen het oude gebruik gedurende eenigen tijd met hunne vonnissen naar elders hebben gewend. Uit de 16de eeuw vindt men echter weder beroepen uit Maastricht dd. 14 Juni 1509, Nov. 1514, 14 Maart 1533 , 21 Nov. 1562 door de schepenen »von der Saelequot;; van het Vroonhof: 22 Juni 1503, 15 Oct. 1522 , 22 Sept. 1546, 8

-ocr page 70-

48

Maart 1572; van Sittard; 1422, 1425, 1450, 1451, 1453, 1454, 1459, 1503, 1504, 1513, 1519, 1520, 1522 enz. tot 1556.

5. N0. 655. Copialbuch eines Theiles der Correspondenz Alva\'s in Angelegenheiten der Span. Niederlande mit Philipp //uud der Herzogin Margaretha van Par ma. (1567—Paschen 1568) 268 fol. Dit ms. is iu Nov. 1845 door Bakhuizen van den Brink onderzocht en afgeschreven met het doel om de correspondentie uit te geven (Stndiën en Schetsen IV, 1—72, passim.)

6. N0. 656. Briefwisseling van Margaretha van Parma en den Prins van Oranje, Juli—Oct.. 1566, met de antwoorden van den Prins. Bakhuizen van den Brink onderzocht ook dit ms. in Nov. 1845, maar stond de door hem gevonden brieven af aan Gachard, die ze drukte in zijne » Correspondance de Guillaume le Taciturnequot; (zie Bakh. v. d. Brink, Studiën en Schetsen IV, 4—17, passim.)

7. N0. 679. Kroniek van Holland, (het Goudsch Kronijksche) getiteld » Coronikei van Holland\'\' en beginnende » Hier begint die coronikel van Hollant, hoe tlandt begrepen is. Langs so is mi gegeven, dat ic woude beschriven die historie van Hollant.quot; Het einde is » Ende hoe dattet gedadinct wordt, dat en weet ic niet. Et sic est finis de ista.quot; Het ma. is 60 folio groot; het laatste blad is slechts half beschreven. Ieder blad bevat twee kolommen. Het dagteekent uit de 15de eeuw, is georneerd met roode initialen en ro wie strepen en loopt tot 1456. Op een der laatste bladzijden staat aangeteekend; » disen boeck hoert toe Grietken Andermans.quot; In denzelfden band een in 1646 te Brussel gedrukt verhaal over » Den strijt ende slach van Woeringen.quot;

8. N0. 686. Chronicon Ducum Brabantiae, van Dynter.

9 Nquot;. 896. Nederl. Wapenboek (16de eeuw) met gekleurde wapens.

In het Supplement:

10. N0. 11. Onderhandelingen tusschen Philips van Bourgondië en Albrecht van Oostenrijk, 1448 te Brussel gevoerd.

Dit ms. bevat gelijktijdige afschriften van de beleening van Philips den Goede door keizer Frederik III (met bevestiging van diens neef Albrecht, 20 Sept. 1447) met P. Lotharingen, Brabant, Limburg en Antwerpen; 2°. Holland, Zeeland en Friesland; 3°. Henegouwen; 4°. Bourgondië en Vlaanderen. Verder een dergelijk afschrift van het verbond van Philips en Karei van Bourgondië met Albrecht van Oostenrijk, ook namens Frederik III, als hertog van Oostenrijk, en Sigismund, zijn oom; volgens dat verdrag zal Albrecht huwen met Maria van Gelder nicht van Philips

11. \'N0. 12. Copie van het voorgaande.

12. JS°. 383. Copialbuch der Rdationcn der Residenten der Verein. Niederl. in Hamburg slmóxq Generalstaaten. — Volledige verzameling gezantschapsberichten 1774—1793, tot den dood van Hogguer in Maart van het laatste jaar, zeer belangrijk vooral voor de kennis van de geschiedenis van onzen handel in dit tijdvak, toen de concurrentie der Hansesteden weder toenam.

13. N0. 383, 5. Collectie van stukken over de Nederlanden, pam-

-ocr page 71-

49

fletten Hde on 18de eeuw, vooral over de O. I. C., in het Fransch en het Spaansch. In Bd. 6 stukken van denzelfden aard, waaronder een en ander over den vrede van Rijswijk. In Bd. 30 stukken uit de Hol-landsche residentuur te Constantinopel, 1688 en 1741.

C. Kriegsarchixt.

(Kriegsministeriurn , Am Hof).

Door de groote welwillendheid van Oberstctm Wetzer, Directeur van het Kriegsarchiv , en Oberstlieutenant baron von Mühlwert, zijn plaatsvervanger, werd mij de toegang geopend tot deze rijke verzameling archivalia, uitvoerig en goed gecatalogiseerd, die betrekking hebben op de bewegingen der Oostenrijksche legers sedert de 15de eeuw.

De geschiedenis van het Oostenrijksche krijgswezen wordt in Oostenrijk met grooten ijver bestudeerd, zooals blijkt uit de talrijke monographieën in de Oesterreichische Militarische Zeitschrift, waaronder ook vele, die voor ons van beteekenis zijn, en vooral uit de monumentale uitgave: Feldzüge des Prinzen Eugen, een werk , dat nu tot eene collectie van 14 deelen is geklommen en onder de voortreffelijke quot; leiding van bovengenoemde heeren met kracht wordt voortgezet. Het tijdperk van Prins Eugenius en dat van Napoleon I zijn het meest bearbeid, maar wat over den tijd vóór het einde der 17de eeuw en na den dood van Prins Eugenius tot de Fransche Revolutie voorhanden is — eene kolossale menigte stukken — is nog weinig gebruikt, behalve de stukken over den 30jarigen oorlog, waarin de onvermoeide Gindely arbeidde; de laatste onderzocht vooral het Wallensteinsche Feldarchiv en het Piccolomini-arcMv zeer nauwkeurig.

Zeer belangrijke toevoegselen tot deze menigte van Akten bevatten ook de in het Kriegsministeriurn bewaarde Protokollen, belangrijk vooral, omdat bij de akten de bijlagen meestal ontbreken. Gelijk bijna overal de bijlagen bij de rekeningen — in de oogen van vroegere archivarissen onnutte ballast voor het archief 1 — zijn ook hier deze bijlagen grootendeels vernietigd.

W-.t hier ligt, zijn vooreerst de Feldakten , samengesteld door de bevelvoerende officieren onmiddellijk na de handeling; verderde Hof-kriegsrdthliche Akten (na 1744), ook op de oorlogsoperatiön betrekking hebbende en vooral belangrijk voor de kennis van de samenstelling der legers. Een derde groep van stukken wordt gevormd door de verzameling Kriegsmssenschaftliche Memoiren, in 28 afdeelingen. Een vierde is de voornamelijk uit de nalatenschap van Prins Eugenius voortgekomen collectie: Kriege freinder Machte. Eindelijk volgt de afdeeling Manuscripten , waaronder die van den beroemden graaf Raimund Mon-tecucculi, den grootsten Oostenrijkschen veldheer uit de 17de eeuw (1)

(1) Baron von Mühlwert-Gartner houdt zich vooral met de geschiedenis van dezen grooten veldheer bezig, die indertijd in het gevolg vnn koningin Christina van Zweden ons land bezocht. In 1654 schreef

4

-ocr page 72-

50

Veel merkwaardigs moet ook te vinden zijn in de Registratur des Kriegsministeriums , eene onmetelijke verzameling\', welker duizenden bundels weinig geordend en daarom voor het oogenblik zoo goed als onbruikbaar zijn. De Nederlandscbe zaken daarin zijn bij\'eengebraclit in de afdeeling Niederliindische Generalcommandantur, maar ook in de overige afdeelingen moet nog veel voorkomen, wat op de Nederlanden betrekking heeft.

Zonder het voortreffelijke Repertorium ware er voor mij niet aan te denken geweest in deze reusachtige collectie den weg te vinden. Voorgelicht door bovengenoemde heeren en mot het Repertorium in de hand viel het mij gemakkelijk een overzicht te verkrijgen van datgene , wat hier voor onze geschiedenis van belang is, terwijl de bij iedere afdeeling van het Repertorium gevoegde aanteekeningen omtrent in de Oest. Mil. Zeitschr. verschenen monographieën mij meermalen ook van groot nut waren.

Uit de 15de eeuw is niet veel voorhanden. Het materiaal uit de 16de is fragmentarisch. De groote massa begint eerst met den Dertigjarigen Oorlog eu dan eerst wordt de verzameling ook voor ons van belang. Met uitzondering van de stukken uit den tijd van Prins Eugenius, die, voor zoover zij van beteekenis zijn , in bovengenoemde uitgave zijn opgenomen, teekende ik de Nederlaiidsche zaken allen aan.

1. 1624. Berichten omtrent een voorgenomon verhond van de Re/pu-bliek met den Paltsgraaf.

2. 1629. Memoire Raimund Mnnleeucculïs über den Feldmg des Prinzen von Oranten , getiteld : Annotazioni, ritratte dalla campagna del Principe di Oranges l\'anno 1629, — korte aanteekeningen omtrent den loop van den veldtocht.

1. »Riconoscere non solo le piazze di Lingen , Wesel, Bois le Due ma anche la schiazione, il terreno et tutto il contornoquot;, waardoor het geheim van den tocht zelfs voor de zijnen volkomen bewaard bleef.

2. Rendez-vous op 25 April.

3. Legersterkte: 244 komp. inf. (24000 man) en 36 komp. kavalerie (4000 man).

4. Aanval op den Bosch, beronning door de kavalerie.

5. Verdeeling der armee in kwartieren, geposteerd » alle principal i avenute

6. Garnizoen: 3000 man inf. en 4 komp. ruiterij. Mislukte poging van van den Bergh tot ontzet. Daarna Monteeucculi tot Amersfoort doorgedrongen , moet terug wegens de inneming van Wesel.

7. Schipbruggen op karren bij de legers van van den Bergh en Monteeucculi.

8. De circumvallatie-lijn was 50000 schreden; die tegen de stad

Montecucouli zijn Viagyio di Fiandra (onuitgegeven ms. N0. 219 der mss., Abth. 28 der Wissensch. Memoiren). Beroemd is zijn Traltalo della Guerra (het eerst uitgegeven te Stettin , 1641). Zijn er hier te lande nog mss. van dezen veldheer ?

-ocr page 73-

51

wat korter. Msluiting door Fred. Hendrik van twee rivieren, binnen de retranchementen geleid en tot overstrooming van de omgeving ingericht. Bovendien maakte hij twee dijken , zes voet boven het water , 40 voet breed , de eerste 1500 , de tweede 3000 schreden lang, ten einde over het overstroomde land te kunnen komen.

9. 14 Sept. Overgave, 17 Sept. uittocht van het garnizoen, waarbij de Prins omringd was door tal van Fransche en Engelsche edelen en üuitsche vorsten , onder welke de koning van Bohemen was, dien hij bet eerst door den Gouverneur liet begroeten.

3. 1032. Pappenhei\'iii s Üperationcn in Norddeutschland.

Aanteekeningen van Montecucculi over het beleg van Maastricht.

1. Warfusé , namens van den Bergh in den Haag, vraagt 100000 kronen voor ieder der saam gezworenen , verder gouvernementen enz. Zij ontvangen te Venlo het geld en stellen nu het beleg van Maastricht voor.

2. Legersterkte: 17000 man inf. en 4000 man lichte kavalerie met 6 stukken » de batteriequot;, 6 halve kanons, veldstukken enz. Rendezvous met Pinksteren te Nijmegen.

3. De infanterie wordt verdeeld in drie troepen, waarbij voortdurend afwisseling tusschen voor- en achterhoede plaats had, lederen dag elkander vervangend.

4. De kwartieren verbonden door tranehées van 9 voet hoogte met diepe en breede gracht.

5. Tegen het talrijke garnizoen dienden eenige corps de garde, op bepaalde afstanden opgesteld, en een groote linie wachtposten om de approches te verbinden.

6. Wegens de omringende hoogten, » qui dominaient un peu ttos quartiersquot; (de schrijver was dus ooggetuige !), liet de Prins forten maken » sur les dominantesquot;, ieder met 4 bastions , een wal van 6 voet hoogte , een parapet van 5 en een gracht van 18 voet breedte en 8 voet diepte. Deze forten waren allen door liniön met de kwartieren verbonden.

7. Alle nachten liet de Prins zijne infanterie gedeeltelijk bultende kwartieren langs de liniën in bataille opstellen, gesteund door de geheele kavalerie en 4 veldstukken.

8. Die van de stad werden gedekt door mijnen vóór hunne con-trescarpe, zeer lastig voor den belegeraar.

9. Om de vestinggracht te overschrijden Werd een buitengewoon middel gevonden, nooit te voren gebruikt. » Chez chaque approche l\'on fit !Ï l\'entrée de la cor.trescarpe deux grands puits de 20 ou 25 pieds en diamètre et profonds de 6 pieds plus que le fond du fossó, avec des degrés pour y pouvoir descendre. Du fond des puits nous commencions nos galleries et passions par dessous le fond de leurs fossés. L\'on soutenoit la terre avec des bois faits en ferme de gibets è trois pieds l\'un do l\'autre et couverts de planches: de cette fagon avec un extreme labeur nous parvinmes jusques a la muraille.quot;

10. De hertog van Neuburg was altijd bevreesd voor Pappenheim, waarom do Prins zijne (N\'.s) retranchementen \'/, voet liet ophoogen.

11. De bres was moeilijk te bereiken, daar de vijandhoogerstond.

-ocr page 74-

52

12. De markies de Lede kwam bij den uittocht den Prins begroeten; deze ontving hem met alle eerbewijzing.

13. Voorstellen van den hertog van Aerschot tot bevrediging der Zuidelijke Nederlanden.

14. Vredesvoorstellen van Spanje worden beantwoord met eenigszins wat aanmatigende tegenvoorstellen, bijv. betreffende het vertrek van alle Spanjaarden uit de Zuidelijke Nederlanden.

4. 1636. Operatiën van Piccolomini en Werth in de Nederlanden.

5. 1637. Operatiën van Piccolomini in de Nederlanden.

6. 1636. Stukken over de voorgestelde neutraliteit vnn de Republiek.

7. 1645. Aanteekeningen van Montecucculi over het beleg van Hulst.

1. » La fagon, dont l\'on parloit du Prince, de ce qu\'avec une si puissante armée 11 n\'avolt rien entrepris de consideration jusqu\'a ce temps, 1\'offensa tellement, qu\'il aima hasarder une affaire difficile et quasi hors de raison que de se voir décrier.quot;

2. Vóór Hulst op den kant van de gracht der contrescarpe gekomen , besloot hij deze te passeeren en liet drie batterijen van zes stukken opstellen om eene brug over de gracht te werpen.

3. Hij liet nu soldaten oproepen om met takkebossen de gracht te vullen, hetgeen 20 deden voor wat geld, en wel in ééne nacht.

4. Bij de capitulatie liet hij het leger in slagorde langs den weg opstellen om tegen wanorde te waken.

5. Hij ontving de Kolonels en den Gouverneur bij het voorbijtrekken zeer vriendelijk.

8. Over de veldtochten van 1672 en de volgende jaren, zelfs over schijnbaar ver liggende onderwerpen als de verdediging van Holland in 1672, vindt men talrijke gegevens. Veel minder belangrijk zijn die over den oorlog van 16N9—1697.

9. 1747 en 1748. Van grooten omvang is ook de collectie stukken over de krijgsgebeurtenissen van die jaren. Over den val van de verschillende vestingen is veel voorhanden. Correspondentie tusschen generaal van Aylva en den Maréchal de Saxe.

10. Hofhriegsrathliche Akten der kk. Aliirten Armee 1747, waarin eene » Schilderung der hollandischen Armeequot;, natuurlijk niet zeer vleiend! Berichten over den voorraad van krijgsmateriaal ten onzent. Voor 1748 vindt men hierin de protokollen van de conferentie tusschen Cumberland , den Prins van Oranje en den Oostenrijkschen generaal Bat-thyany. Stukken over het beleg van Maastricht. Verder correspondentie van den Prins van Oranje , Hessen-Philipsthal, Chesterfield, Cronstrom , Brunswijk-Wolfenbuttel enz. over militaire zaken. Journaal van het beleg van Bergen op Zoom.

De beide veldtochten van 1747 en 1748 zijn in de Oesterr. Milit. Zeitschrift behandeld.

11. 1793. Colurgische Feldakten, waarin o. a. eene Memorie van den Prins van Oranje over een gemeenschappelijken aanval tot ontzet van Willemstad. Verder stukken over de medewerking der Staten-Generaal bij de verdediging der Nederlanden en over de weigering van den

-ocr page 75-

53

Erfprins om over de Sambre te trekken.

12. 1794. Origineele Memorie van Cohurg over do veldtochten in de Nederlanden. Over deze veldtochten zijn ook monographieön in de Oesterr. Milit. Zeitschrift opgenomen.

Nadere inlichtingen omtrent bepaalde punten worden gaarne verstrekt door don heer Oberstlieutenant baron mn Mühlwert-Oiirtner.

D. Bïbliotheca Palatina Vindohonensis.

(Josephsplatz, geopend 10—3 uur.)

De voortreffelijke gedrukte catalogus van de Hof bibliotheek maakte mij hot onderzoek hier zeer gemakkelijk; de 14000 of meer nummers vaii handschriften alhier bevatten ook verscheidene voor onze geschiedenis en letteren belangrijke stukken.

1. N0. 517. fol. la—12a. Eenficus Galcar, Chronicon Priorum Ovdinis Carthusiensis (1110—1367.)

fol. 12i—23a. Henricus Galcar, Ortus et decursus Ordinis Carthusiensis (1398). Het ms. behoorde gedeeltelijk aan de Cartusia Agglauensi^, gedeeltelijk aan het Carth. klooster Porta Beatae Mariae te Anspach.

2. N0. 51. Nomina eorum qui interfuerunt torneamentis habitis Compendii annis 1238, 1340, 1396, 1402 (van den heraut Gelre; zie Muller , Lijst, blz 23).

3. N0. i530, 2. Q er har dus Groet, Propositiones 24 praesertim contra clericos concubinarios (ms. begin 15de eeuw).

4. N0. 2557. Cornelius Schrijvers, Elogium vitae , mortis,actionum heroïcarum Margaretlm Burgundiae Austriacae, imperatoris Maximiliani filiae (1523), mét beeldtenis en grafschrift, fraai uitgevoerd, Latijnsche verzen.

5. N0. 3091 , 13. Rud. Agricola, Praefatio versioni latinae Isocratis Orationum ad Dem. proposita.

6. N°. 3220. Rutgems Venray, Carmen ad Arnoldum Bostium.

7. N0. 3381. fol. 140a—141«. Catalogus comitum Hollandiae (ms. KJde eeuw). Deze catalogus is it 1530 te Maintz samengesteld uit andere boeken. Bovendien staat in dit ms. nog een dergelijke catalogus der bisschoppen van Utrecht, evenmin van belang.

8. N3.40r)4,10. Henricus Caïcar, Ortus et decursus Ordinis Carthusiensis, (zie boven).

9. JNquot;. 4350, 2. Gerardus Groet, Epistola ad quendam sacerdotem.

10. N0. 4547. In dit ms. weder werken van Gerardus Groet.

4. Thema de focaristis ad clerum Trajectinensem.

12. Epistola ad quendam presbiterum provincie fMaguntine.

11. N0. 4575. Lamhertus de Gelria , Commentarius in 12 prophetas minores, en andere werken van denzelfde.

12. Nquot;. 4758, fol. 140 —147. Johannes de Hese, Itinerarium ad Jerusalem.

Op het schutblad Latijnsche verzen over bijbelsche geschie

(15de eeuw) met Nederlandsche en Latijnsche glossen.

-ocr page 76-

54

Begin : Incipit itinerarium Joh. de Hese presbiteri trajectensis dyocosis ad Jhrlm per diversas muudi partes. Anno dom. 1389 Joh. de Hese presbiter trajectensis dyocesis fuit in Jbrlm in Maio visitando ibidem sancta loca....

Einde: .... Qualiter autem ibidem et in locis circumjacentibus sit dispositum, plures conscripserunt, unde sit deus benedictus in eternum. Amen. (Zie mijn eerste verslag , blz. 19).

13. N0. 4768 , 5. G er ar dus Groet, Sermo de focaristis.

14. N0. 4902, 2. Joh. de Alhmaria , Abjuracio in concilio Constanti-nopolitano facta , quodlaïci non debent auferre bona temporalia a clericis.

15. N0. 4923 , 26. Gemrdus Groet, Ex dictis contra focaristas loei selecti.

16. N0. 4923, 28. Gemrdus Groet, Epistola de schismate.

17. N0. 5032 en TST0. 5050. Arnoldus Theodorus Hollandus de Rotterdam , Repertorium Juris.... ad cancellarium ducis Brabantiae, Johannem Bontium , I et II. — Een juridisch woordenboek in twee dikke deelen, ± 450 folia, rijk georneerd en goed geschreven (VII Nov. 1464 — Pen. Oct. 1466.)

18. N0. 5685 , g , 2. Historia belli inter reges Hispaniae et Septem Provincias Unitas Belgii gesti ab anno 1599. (Spaansch).

Het begint: »Assentado la Paz entre el Catli. Rey Don Phelippeel segundoquot; ..., met talrijke verbeteringen.

19. Nquot;. 5737. Le convenienze inconvenienti, relatione succincta delli stati generali delle provincie unite delli Paesi bassi, mandata da un secreto ministro ad un principe d\'Italia (1672).

20. N0. 6024 , 88, fol. 262a—267a. Narratio Burgundica Excellenti comiti Olivarensi, impressa Madriti a0. 1624.

21. N0. 6257, 17. Instructie van Philips II voor aartshertog Albrocht bij diens vertrek naar de Nederlanden.

22. N0. 6582 , 2. Joh. de Nassau, Proposta fatta agli stati d\'Olanda in nome del duca di Savoja, 1614.

23. N0. 6820 , 6, Verhaal van het beleg van Ostende en Sluis.

24. N0. 7193. 11. v. Aylva, Relation du Siege de Maestricht, dd. Juni 1748.

25. Nquot;. 7249 , 23. Relatio germanicarum rerum bellicarum , ab Alberto Austriae Archiduce Julio 1600 in Belgio gestarum.

26. N0. 7798 et 7799. Joh. Bapt. v. d. Mueïen, Descriptie quinque itinerum diversis temporibus partim ex aula Imp. Maj., partim vero ex Belgio in varias Europae regiones (22 Dec. 1565 - 1582), collata ad Theatrum Mundi Abr. Ortelii; bevattende lijsten van bezochte plaatsen met opgave van afgelegde mijlen en verwijzing naar kaarten van Ortelius.

27. N°. 8353, 2. Verhaal van het beleg van Middelburg en Arne-muiden , 1574.

28. N0. 8676 , 18. Acta Legationis Christierni IV regis Daniae ad ord. Belgii foederati, a*. 1597.

29. N0.8801, 1. Berichten uit de Nederlanden van 1577 ,1578 ,1592.

30. N0.8895. Demonstratie conpendiosa data in Holl. e clero novatores

-ocr page 77-

55

ac imprimis Jansenistas (1090).

31. N\'. 8932- -8937. Nog kbs exemplaren van N0. 25 met eene dedicatie aan keizer Rudolf 11, 1587.

32. N0. 9048. Diversa diversarum rerum scripta hinc inde missa guber-nalore et capitaneo generali provinciarum Belgicarutn Matthia archiduce Austriae existente (1577—1582); verzameld door zijn kamerheer Hiero-nymus Wullens, eene zeer belangrijke collectie.

33. N0. 9099,1. De morte Florencie comitis Hollandiae la—2«, 2 folia, beginnend: »Furiasam proh dolor detractionem, quam sceleratissimi homicide , latrones Juda archiproditore peiores, mendosi meudaciorumque primates ab eorum latrociniis beu jam cogniti, factiosi de Heemstede, Henricus de Worden , solo nomine milites , ac G. de Velsenquot; . . Einde: Quod omnibus propalandum duxi, quatenus rei certitudo ad dictorum lalro-num exterminium pateat universis. A.. D. 1286 vel circa (sic!)quot; Daarachter nog eene kleine kroniek uit de abbatia Maurimonasteriensis, 814—1288. Alles ms. 17de eeuw (Muller, Lijst, blz. 28.)

34. N0. 9107, 2. Rede van Matthias tot de Staten-Generaal, 11 Aprquot; 1579. In dezen zelfden band nog redevoeringen van Matthias , Elbertus Leoninus enz. *

35 N0. 9336. Brieven, verslagen, resolutiën enz. tijdens het verblijf van Matthias iu 1578 en 1579. (Zie Bakh. v. d. Brink, Studiën en Belgae Schetsen, IV, 12).

36 N0. 9349. De jure belliBelgici adversus Philippum II oratio nobilis ad Christiani orbis principes, 1598.

37. N0. 9629. Rud. Agricolae, Paraeneticae Isocratis per epitomen e graeco in latinum translatae.

38. Nquot;, 9737, z, 14—18. Henricus Ilerwert epistola ad Hugonem Blotium , even zoo van Jan de Groot Van Blotius is hier zeer veel , alle brieven sedert 1566.

39. N0. 10100,4. Beschrijving van den dood van Egmont en Hoorne.

40 N0, 10364,21. Stukken over de veroordeeling van Oldenlarneveldt

en Ilufio de Groot, satiren, pamfletten, sententiën enz.

40. Nquot;. 11169—11173. ) Brieven en dictaten van Boerhave, voor-

11184—11190. gt; namelijk uit de nalatenschap van v. Swieten.

11214-11221. \\

41. N0. 11778. Nederlandscbe missen , waaronder van Josquin des Prés en Ockeghem.

42. N0. 11799,6. Patrus Dordracensis, Epistola ad eccl. praelatos satyrica contra clericos et monachos, vulgo Luciferi epistola.

43. N0. 11883, 6 en 12. Jacobus Obrecht, Missa l\'homme armé, vierstemmig ; eene mis, driestemmig. In dezen zelfden band verscheidene Nederlandscbe missen van Josquin, Winters, tóeverdonck, Faber, Carlir , Notens , Stickels , enz.

44. N0. 13033,11, fol. 62. Chronicon Hollandiae, een uittreksel uit de Divisiekroniek einde 16de eeuw. » Sommighe dinge uut dy hollantsche cronijck geteyckent.quot;

45. N0. 13690. Preeken, Nederl. uit de 2de helft der 17de eeuw. »Desen

-ocr page 78-

56

boek is geschreven iu den tijt der regeringhe van onse eerwaarde Mater, vrouwe Joanna van Blitterswijk.quot;

46. N0. 13708. Het bekende ms. van Maerlanfs Spieghel Historiael, waarin ook Boendale, brieven van Gerhardus de Groete, vertalingen in bet Nederlandscb en Notitiae Historicae , 1302—1400. Van Groete o. a. »Quincquepuncta, quae sermocinatus est coram populo Traj., incipiunt

»»alle priesteren ofte biscoppe.....expl. 1393 op den 19den dacb in

boymaende.quot; quot; Alles ms. ± 1400.

E. Unmrsitamp;tshihliothek.

(Universitüt).

De mss. dezer inrichting, vooral de historische, zijn niet zeer talrijk. Ik vond er slechts een, dat voor onze letteren van belang was, en wel;

Ms. II, 21 , zijnde zes bladzijden , afschrift uit deze eeuw van oen geestelijk lied uit de 15de eeuw,

Capitel LI.

Een suverlik liedeken vol devocien, welk alle devote herten mogen singhen op die selve moote of wise datmen singhet: »Mot vrouden willen wi singhen end loven die triniteitquot;.

Die brudegom secht:

1. Och edel ziele merke ende hertelick bokinne,

Dins soeten brudegoms werke,

sin ongemeten minne.

Hoeveel ic bebbe geleden al oem die minne din,

Dit solde u wel bereeden Te don den wille min.

2. Hemel, locht ende eerde heb ic ghemaket om di;

Des hemels borgers weerde sin alle don dieners mi.

Die beesten op eertrike,

die voghelen in der locht,

Die bloemkens desghelikon ,

Die boemen ende alle vrucht.

Die middeler secht:

Zoo volgen 21 coupletten , waarvan het laatste is:

21. O ziele, hort min karmen,

Waer o soe vliet ghi van mi,

Laat u doch minre ontfarmen,

want ic u schepper si.

Min ermen sin ontloeken,

Min hoeft geneicht tot u,

Min leden om u gebroken,

Gomt min bruit ende kust mi nu.

-ocr page 79-

57

IX. ]« VN CHEN.

A.

Reichsarchiv.

De betrekkingen van sommige deelen van ons land, n. 1. de graafschappen Holland en Zeeland, tot het Beiersche huis in de 14de en 15de eeuw gaven mij aanleiding mijn onderzoek in dit belangrijke archief vooral in die richting uit te strekken. Ik had daarbij het voordeel te kunnen rekenen op de zeer belangstellende medewerking van den beroemden Directeur van dit archief, prof. dr. Von Löher, wiens studiën zich langen tijd op dit gebied bewogen, getuige zijn Jakobiia von Bayern en andere studiën over hetzelfde tijdvak. Juist met het oog op de werkzaamheid van den Directeur van dit archief vreesde ik , dat er weinig nieuws over dezelfde zaken te vinden zou zijn ; het bleek mij echter, dat het Reichsarchiv na den tijd, waarin de heer Von Liiher\' zijne geschriften bewerkte, met tal van stukken over het tijdvak onzer Beiersche graven verrijkt was en een vrij goede oogst hier dus nog te verwachten viel. Met dankbaarheid erken ik de diensten mij bij het binnenhalen van dien oogst bewezen door den onvermoeiden hoewel reeds hoogbejaarden Directeur en den heer Archivrath Primbs, die beiden reeds lang vooraf hadden bijeengebracht, wat mij te stade zou kunnen komen. Dit bijeenzoeken werd mogelijk gemaakt door de goede inrichting der catalogi, een onderwerp, dat ik niet mag aanroeren zonder te wijzen op de belangrijke i\'esultaten van het beheer des heeren Von Löher, wiens Archivalische Zeitschrift zoo rijk is aan allerlei aanwijzingen op het gebied van het archiefwezen en hier te lande door onze archivarissen nog veel te weinig bestudeerd wordt

Daar ik te weinig in de gelegenheid was om de inrichting der Beiersche archieven door autopsie nauwkeurig te leeren kennen , durf ik mij over de deugden of gebreken van het hier gevolgde stelsel niet uitlaten. Wat ik daarvan weet, berust voornamelijk op de officieele verslagen , uitgegeven in de Archivalische Zeitschrift, die voor ieder belangstellende toegankelijk zijn. Ik mag volstaan met te wijzen op drie zaken, die bijzonder mijne aandacht trokken.

Vooreerst wijs ik op het streven — ook hier te lande in de laatste jaren sierk merkbaar — om de archivalia daar bijeen te brengen, waar een onderzoeker die het allereerst zal verwachten : de lokale zaken op de plaatsen , waar zij thuis behooren; de algemeene in het centrale depót. De heer Von Löher is overtuigd, dat » für historische Forschungen nichts hinderlicher ist, als wenn wichtige Schriftstücke unbekanntan Orten stecken, wo Niemand sie vermuthetquot; (Jahresber. 1882 u. 1883 Bd. IX der Arch. Zeitschr., S. 57 van den afz. afdruk), eene waarheid, waaraan wij ook ten onzent de ruilingen te danken hebben , die in den

-ocr page 80-

58

laatstee tijd tusschen de depóts der Rijksarchieven hebben plaats gehad. Het ware te wenschen , dat ook de stedelijke archieven dit goede voorbeeld volgden, evenals onze groote bibliotheken, waar nog veel zit, dat eigenlijk in de archieven thuis behoort.

Ten tweede wensch ik de aandacht te vestigen op den nauwen band, die in Beieren bestaat tusschen het Allgemeine Reichsarchiv en de Kreis-archive , die onder toezicht van den Reichsarchiv-Director staan en door hem ieder jaar worden geïnspecteerd. Hpt voordeel van dezen samenhang is niet alleen, dat daardoor de meestal jongere beambten in de Kreis-archive eene heilzame leiding ontvangen, maar ook dat zekere uniformiteit wordt verkregen, iets wat van beteekenis is bij inrichtingen, die zoo in werkzaamheid overeenkomen. Ik wensch over dit punt niets meer te zeggen dan alleen dit, dat ook ten onzent de *algemeenc Rijksarchivarisquot; dezen titel m. i. eerst ten volle zou verdienen , wanneer ook hem het toezicht over de provinciale depóts werd opgedragen en wanneer verder die depóts — gelijk de Beiersche Kreisarchive — eenvoudig » Filialen in der Provinzquot; (zie aangeh. Jahresbericht, S. 37 afz. afdr.) waren.

Het derde punt, waarop ik opmerkzaam wilde maken, is de opleiding van archivarissen. In hoeverre het raadzaam zou zijn, ook voor dezen tak van bestuur staatsexamens in te stellen , zooals zij sedert 1882 in Beieren bestaan, is eene vraag, die ik in dit bestek niet meen te moeten behandelen. Het komt mij voor, dat ten onzent deze examens niet bepaald noodig zijn , zoodra aan de Universiteiten wat meer aan de beoefening van dit deel der historische wetenschap wordt gedaan. Zeer gewenscht vooral schijnt het mij, dat ddar — aan de Universiteiten — gelegenheid besta tot het bekomen van onderricht in de eerste beginselen der diplomatiek en archiefkennis, gelijk prof, Von Löher te München geeft in zijne »Archivschuloquot;, waar tal van studenten elkander in de daarvoor beschikbare ruimte verdringen (zie aangéh. Jahresbericht, S. 27 afz. afdr.). Het is waar, dat in dit geval de studie der geschiedenis aan onze Universiteiten anders behoorde ingericht te worden dan thans , nu dit belangrijke vak geheel als een onderdeel van »taal en letterenquot; wordt behandeld en bij de examens de taalkundige vakken zoodanig op den voorgrond komen, dat de historici zich alleen kunnen ontwikkelen, wanneer de hoogleeraren inde Nederlandscheen de klassieke talen de noodzakelijke tekortkomingen der jonge geschiedkundigen door de vingers willen zien. Eerst dan, wanneer de geschiedenis meer als zelfstandig vak, aan de Universiteit kan optreden, gelijk zij het aan het Gymnasium en de H. B. S. feitelijk reeds lang—maar naar mijne overtuiging in te sterke mate — geworden is; eerst dan kan grondige voorbereiding van aanstaande historici ook in de/.e hulpvakken worden verkregen , eene voorbereiding die aan ons archiefwezen ten goede zou komen. (1)

(1) Ik bedoel hiermede niet, dat ik de historici geheel buiten letterkundige studie wil houden; integendeel deze zou m. i. grondslag voor hunne verdere ontwikkeling moeten zijn.

-ocr page 81-

59

Maar deze beschouwingen leiden mij reeds te ver af van datgene, wat ik in de eerste plaats wilde geven , een overzicht over de voor onze geschiedenis belangrijke stukken in het Reictisarchiv te München buiten die, welke de heer Von Löher reeds uitgaf of uitvoerig behandelde.

Dat overzicht volge hier.

I. Oorkonden. In den bundel 1, getiteld: Bayerische Succession in Holland, Seeland, Friesland, Henegau (1428-1477, waarbij valt op te merken , dat hierin bijna geen stukken zijn over den tijd 1400-1430) te vinden in zaal XV, kast 4, lade 4.

1. Vidimus van Henricus, bisschop van Regensburg, dd. 25 Maart 1477, van een aantal stukken over het huwelijk van Koning Lodewijk en Margaretha, dochter van graaf Willem III van Holland enz. De ge-vidimeerde stukken zijn :

a. 1. Aug. 1323 (Bamberg). Lodewijk stelt Chunradus de Gun-dolfingen , provinciaal der Duitsche Orde in Frankenland , en Ulricus de Luthenberg aan tot procuratores voor het sluiten van het huwelijk.

h. 15 Aug. 1323 (Colonia). Gerhard, graaf v. Gulik , en Adolf, graaf van den Berghe , verklaren, dat in tegenwoordigheid van hen en andere edelen graaf Willem beloofd heeft zijne dochter aan Lodewijk uit tequot;\' huwen op de in het stuk gemelde voorwaarden.

c. 4 Jan. 1324 (Frankfurt). Lodewijk belooft de huwelijksvoorwaarden te zullen nakomen met toestemming van hertog Adolf van Beieren , voor zich en zijne broeders Rudolf en Rupert.

d. 4 Jan. 1324 (Frankfurt). Lodewijk belooft zijne bruid vóór St. Jan in het bezit te zullen stellen van de beloofde huwelijksgift en de in te ruimen kasteelen.

e. 4 Jan. 1324 (Frankfurt), Adolf, Rudolf en Rupert van Beieren stemmen toe in de huwelijksvoorwaarden.

f. 28 Jan. 1324 (Hacbemberg). Lodewijk belooft de kinderen uit zijn huwelijk met Margaretha gelijk te zullen stellen met zijn andere kinderen.

g. 28 Jan. 1324 (Hachemberg). A.dolf, Rudolf en Rupert van Beieren stemmen hierin toe.

h. 6 Juni 132G (Chuba). Lodewijk belooft de toegezegde kasteelen niet aan anderen te zullen verpanden.

i. 6 Juni 1326 (Chuba). Lodewijk belooft de op die kasteelen aangestelde kasteleins niet te zullen afzetten, mits zij aan Margaretha eeuwige trouw beloven.

2. Woensd. voor St. Jan 1351 (Mechelen). Albrecht verklaart zich te zullen houden aan de overeenkomst met zijne broeders omtrent »de erfscippe ende mombaerscippe van Holland, van Zeiand ende vau Vrieseland quot; (zie van Mieris 111, 47).

3. 5 Juni 1358. Lodewijk de Romein doet afstand van zijne rechten op Holland, Zeeland, Friesland en Henegouwen.

Co pie.

4. 1367. Overeenkomst tusschen de Hertogen Albrecht en Otto omtrent de aanspraken van den laatste op Holland , Zeeland , Friesland en Henegouwen.

-ocr page 82-

60

5. Zaterd. voor Marg. 1374. Vidimus van een brief van Karei IV over de overeenkomst van Wenzel van Saksen en Lauenburg met hertog Albrecht, graaf van Holland enz., omtrent de tollen te Geervliet en Ammers.

6. 11 Nov. 1376. Wenzel doet afstand van eene jaarrente uit de tollen van Geervliet en Ammers, geërfd van zijne moeder Jutte, » die eyne erebijnne was zu Henegowquot;, ten bedrage van 500 M. Keulsche penningen , voor 1500 goede boh. en hong. guldens

7. 1417. Overeenkomst tusschen Keizer Sigismund en hertog Jan van Beieren over de landen van hertog Willem van Beieren.

Copie.

8. 6 Aug. 1477. (Landshut). Hertog Lodewijk van Beieren schrijft aan den magistraat te Zierikzee over zijne rechten op Holland en Zeeland.

9. Idem aan Goes

10. Idem aan de Staten van geheel Zeeland.

11. Idem.

12. Idem aan de Staten van Holland, Zeeland, Friesland en Henegouwen.

13. Vidimus (1477) van de volgende stukken :

a. Zond. voor St. Gallen 1354. (Middelburg). Willem van Beieren draagt zijn broeder Albrecht het bestuur in zijne landen in Nederbeieren op.

b. 5 Juni 1358. Afstand door Lodewijk den Romein van zijne rechten op Holland enz.

c. 1367. Overeenkomst tusschen Albrecht en Otto.

d. 9 Oct. 1397. Albrecht draagt de regeering in zijne Beiersche landen op aan zijn zoon Johan.

e. Dinsd. na Mariageb. 1398. Bevel van Albrecht aan zijne onderdanen in Beieren om Johan te gehoorzamen.

In den bundel 25, getiteld: K. Ilaus- und Familicnsachen.

14. 17 April 1361. Overeenkomst tusschen Lodewijk den Romein en den hertog Albrecht, gesloten door bemiddeling van paltsgraaf Ruprecht en markgraaf Lodewijk van Brandenburg.

15. 19 Maart 1369. (Posonii). Verbond van Lodewijk van Hongarije, Keizer Philips van Constantinopel en Karei van Durazzo met hertog Albrecht van Beieren , graaf van Holland enz.

16. 1369. Overeenkomst tusschen Albrecht en Leopold van Oostenrijk eenerzijds en Steven, Albrecht, Steven den jongere, Frederik en Johan van Beieren anderzijds, over Tyrol enz.

In Fase. 21.

17. 16 Oct. 1357. Karei IV machtigt paltzgraaf Ruprecht om te onderhandelen tusschen Karei en hertog Albrecht.

18. 1 Jan. 1358. Karei IV verklaart, dat hij met Albrecht een verdrag heeft gesloten, waarbij overeengekomen is, dat zij geen vesting, stad of goed zullen koopen in elkanders landen.

19. 21 Mei 1357. Verdrag tusschen Albrecht en Steven van Beieren.

In Fase. 23.

20. 17 April 1361. Overeenkomst tusschen Ruprecht, Albrecht,

-ocr page 83-

61

Lodewijk den Romein en Lodewijk van Brandenburg.

In Fase. 24

21. 17 Juli 1364. Verbond tusschen Albreeht en Steven en de hertogen van Oostenrijk.

In Fase. 26.

22. 6 Juli 1370. Uitspraak van Karei IV omtrent de huwelijksbelofte van zijn zoon Wenzel aan Anna, dochter van hertog Albreeht.

In Fase. 36.

23. 9 Oct. 1397. Albreeht draagt aan zijn zoon Willem Henegouwen , aan zijn zoon Albreeht den jongere een stadhouderschap in Neder-beieren op. Ook in Vidimus.

In Fase. 40.

24. 1402. Johan van Beieren geeft Nederbeieren tor regeering aan zijn neef, landgraaf Johan den Oudere.

25. 25 Nov. 1403. Bevel van hertog Johan om den landgraaf in Nederbeieren te gehoorzamen.

II. Naast de verzameling oorkonden betreffende de Nederlandsche bezittingen van het Beiersche huis komen in aanmerking de Cartularia of Copialbücher.

In Copialb., fol. 116.

Nota, wie es besten sol zwischen hert \'.og Ludwigs des Romers und hertzog Albrechts umb pfleg hertzog Wilhelm von Holland , der von sijrmen kam , und ob Ir ainer on erben abgieng , ist ein entschaidbrief darumb geben des 14 tags Junü Anno 1358 ; wie sy , namlich leut von Holland , Seeliind , mit dem rechten darumb entschaiden haben.

Fol. 118-121. Sententia lata inter dominum Ludovicum Romanum et dominum Albertum ducem Bavarie fratres pro successione dominiorum Hannonie, Hollandie , Selandie et Frysie.

In Copialb. 6.

Fol. 9-17, 36, 79, 93. Stukken over den twist tusschen hertog Johan van Beieren en de stad Regensburg.

In Copialb. 19.

Fol. 128. Das ist der brief, als hertzog Hainreich hertzog Wilhalm von Holland geschriben und geklagt hat vou meinem hern hertzog Ludwigen.

Ibid. Das ist dy antwort, dy mein her hertzog Ludwig hertzog Wilhalm van Holland , seinem Vettern , auf hertzog Hainreichs verschreiben alzer hertzog Wilhalm von Holland getan bat.

Fol. 186. Ista est responsie quam dominus Ludovicus, Comes Palatinus Reni et Bavarie dux, dedit domino duci Hollandie super literam , quam dominus Heinricus Bavarie dux scripsit ipsi duci Hollandie, querendo de domino duce Ludovico et petendo , quod ipse dux Hollandie scribere vellet domino nostro propter questus apprehensionem per dominum Ludovicum contra ipsum fratrem et ad Romanam deductam curiam revocare vellet et anniclülare etc.

In Copialb. 33.

-ocr page 84-

62

Seite93. Zondag voor Hemelvaart 1408. Overeenkomsttusschen hertog; Johan en zijne neven in Beieren.

III. Prmlegiënbilcher.

In Bd. 18.

Fel. 3. Vrijdag na St. Gallen 1392. Vidimus van een fragment van den brief, waarbij Lodewijk de Romein voor zich en zijne broeders; Lodewijk van Brandenburg, Ruprecht den Oude en burggraaf Johan van Neurenberg, afziet van do aan quot;Willem en Albrecht toebedeelde stukken van Nederbeieren en van de Nederlandsche bezittingen,

Fol. 61. Maandag na St. Jan. 1381. Huwelijksverdrag tusschen Albrecht van Oostenrijk en Johanna , dochter van hertog Albrecht.

Fol. 74. Revers van Albrecht van Oostenrijk omtrent dit huwelijksverdrag.

In Bd. 20.

Eene reeks van oude copieën , 14de eeuw , van de verdeelingsver-dragen in het Beiersche huis en de overeenkomsten van Karei IV met Albrecht en Willem van Beieren :

a. Zaterdag na St. Jan 1351. (Praag). Karei geeft hun de Nederlandsche bezittingen in leen , mits zij hem als Roomsch-Koning erkennen.

b. Maandag na St. Maria Magd. 1353. (Passau). Verbond tusschen Albrecht en Karei IV.

c. Aposteldag 1353. (Passau). Nieuw verbond tusschen Albrecht en Karei IV.

d. St. Michiel 1356. (Stauffen). Overeenkomst tusschen Albrecht en Karei IV omtrent roovers in beider landen.

e. Corp. Christi 1370. (Chamonaten in Henegaw.) Overeenkomst tusschen Karei IV en Albrecht omtrent het huwelijk van Wenzel en Johanna.

Fol. 27. Sententia lata 24 Juni 1358.

Fol. 43. Zondag voor St. Gallen 1354. Hertog Willem benoemt zijn broeder tot regent zijner Beiersche landen.

Fol. 44. Decoll. St. Joh. 1351. Willem hertog in Beieren , graaf van Holland , van Zeeland , heer in Friesland , » wartter quot; van Henegouwen , belooft in zijn deel van Nederbeieren niets te doen buiten raad van Ruprecht en Albrecht.

In Bd. 38.

Hierin fol. 56—fol. 67 eene afdeeling Holland, waarin de omstreeks 1500 in het archief aanwezige stukken betreffende de Nederlandsche graafschappen zijn opgeteekend en een overzicht wordt gegeven van de geschiedenis der Nederlandsche linie van het huis Wittelsbach.

IV. Een belangrijke bron voor de geschiedenis van de regeering van het Beiersche huis in de Nederlanden is het archief der familie Nothaft, waaruit de bekende staatsdienaar van hertog Jan van Beieren gesproten is. Dit familie-archief bevindt zich sedert 1882 in het Reichsarchiv.

Hierin vond ik de volgende oorkonden:

1. N0. 234. Maandag na Kerstmis 1409. » Wiv Johann von Gottes gnade etcquot; verklaren, dat wij voortaan in Beieren niets zullen doen » umb

-ocr page 85-

63

plleg, gerecht, mautt, zoll, ungelt,quot; buiten »unser vitztumbquot;, Nothaft.

2. N0. 235. Vr. Lichtrn. 1409 (Luik). Benoeming van Nothaft tot »Vitztumb quot; in Nederbeieren.

3. Nu. 236. Johan van Beieren verklaart aan Heinrich Nothaft wegens zijne diensten als »vitztumbquot; schuldig te zijn 200 gulden en 99 hong. gulden , » so er pey unserm vitztumb ambt genomen hatt vou demWeinachttag anno octavo pis auf den Ernttag nach Nikolay anuonono.

4. Nquot;. 248. Zaterd. voor ü. Vr. dag 1412. Johan verklaart, dat er geen sprake geweest is van eene afzetting van Nothaft of eene reis (les hertogen naar Beieren en dat men Nothaft als te voren moet gehoorzamen.

5. Nquot;. 265. Woensd. vóór St. Kath. 1414. Verrekening met Nothaft.

6. N0. 294. 10 April 1418 (Dordrecht). Jan v. Beieren benoemt Nothaft tot ziju tresorier in Holland, Zeeland en Henegouwen.

7. N0. 293. St. Barb. 1418 (Rotterdam). Bevestiging van Nothaft als » Vitztumb quot; in Nederbeieren.

8. N0. 295. 1418. Aanstelling van Nothaft als tresorier met volledige omschrijving van het ambt. De hertog zal: 1°. » alle diensten , ampten , scependomme ende gerechtenquot; in overleg met hem bezetten ; 2°. hem toestaan alle onbruikbare ambtenaren af te zetten ; 3°. hem alles mededeeleu , wat een tresorier aaugaat; 4°. hem het grootzegel en het signet afstaan, mits hij het grootzegel niet buiten weten van den hertog gebruikt; 5I). hem de inning van alle inkomsten en het doen van allo uitgaven vergunnen; 6°. hem niet afzetten zonder schadeloosstelling.

9. N0. 304. 1 Aug. 1420 (Haag). Jan vaü Beieren machtigt Nothaft om » alle dyensten, die \\vy hebben hetzy in onsen huse of dair buten in onsen lauden voirscr.quot; te » setten ende ontsetten, alsoe dick alst hem nut ende orber sal duncken» Oic mede sal onse getruwe voirsz. onse lande ende lude over alle berichten ende regeeren ende dair in doen , dat redelic syquot;.

10. N0. 314. 27 Nov. 1421 (Haag). Belofte van hertog Jan om Nothaft en de zijnen , die hij uit Beieren ontboden heeft, op den tocht hierheen te beschermen.

11. N0. 315. Allerzielen 1422 (Haag). Bqudijn van Zwieten en Jan Vos, schout van den Haag, verklaren, dat Nothaft hun op afkorting van het verschuldigde aan heer Lodewijk den Bastaard » roerende van den huyse in den Hagequot; betaald heeft 100 ling, nobelen , 8Beier-sche guldens en 4 leeuwen.

12. N0. 317. 29 Maart 1422 (Dordrecht). Jan van Beieren, Raden en steden van Holland treden op als scheidslieden in den twist tus-schen Jau van Egmont en Nothaft.

13. N0. 319. Maandag na St. Geertrui 1422. Nothaft wordt weder belast met de regeering in Nederbeieren.

14. N°. 323. 9 Mei 1422. Hendrik van Wassenaer verklaart, dat Nothaft het huis van Lodewijk den Bastaard heeft gekocht voor 900 Eng. nobelen.

-ocr page 86-

64

lb. Nquot;. 324. Psintsdag (sic) na St. Paul 1423. Jan van Beieren belooft Nothaft schadeloos te zullen houden voor diens reis naur Luxemburg:.

16. N0. 325. Donderdag na St. Paul 1423. Jan van Beieren belast Notbaft met het finantieel beheer van Luxemburg en Chiny.

B.

Zoowel in het Geheime Staatsarchiv als in het Hausarchiv bevinden zich geene stukken , belangrijk voor de geschiedenis van Nederland.

C.

Hofhibliotheh.

Deze rijke bibliotheek bevat tal van handschriften, voor een groot deel afkomstig uit de kloosters in de Rijnpaltz.

a. Cod. Germ.

1. N0. 41. Maerlant, Alexander\'s Geesten — het bekende ms.

2. Nquot;. 262. fol. 244-263. Imitatio Christi (15de eeuw). «Dijszbuch liat gemacht bruder Thomas von Swollis regulirer ordens des heyligen Augustin Dit afschrift werd gemaakt »per mi Johaunem Krebs de Nuremberge anno dm. MCCCC LXIXmo

3. N0. 1217. Verhoor van generaal Cronstrom, 1749.

4. N0. 1218. Ilistoria et familiae Comitum et Ducum Hollandiae.

Dit ms., afkomstig uit Tegernsee en in de 16de eeuw geschreven,

bevat verscheidene kroniekjes:

fol. 1. Comités Hollandie, Seelandie, domini Frisie, duces et principes Aquitanie, tot fol. 44.

Deze kroniek is deels in het Latijn , deels m het Hoogduitsch geschreven en begint: »Chilpericus qui tutorio nomine rexit Franciarn loco Theodorici Junioris fllii Dagoberti secundi....quot;; zij eindigt met de opgave der titels van Maximiliaau. Het stuk na Jan II is geheel in het Duitsch.

Fol. 44—45. »Von dem anfang des Launds von Hollandt findt man in der Cronicke von Englandt und in der Cronick von Utrich , der Erst hier Graf Dietrich , ain frumer furst,... kunigin Hemma, die Graff Dietrichs . . . was und gab im darzue geschriben freyhait und hanndtfest, besegeit mit seinem guldein fingerlein , anno VI1IC und LXVlll tercio die Aprilis.quot;.

Fol. 45—73. Brevior historia comitum Hollandie, Selandie etc. Begin : » Theodericus primus eius nominis, filius Sigeberti principis Aquitaniequot;; einde: gt;et ultra pileam senectutem utrinque perducaturquot;, ook tot Maximiliaan, gedeeltelijk Latijn , gedeeltelijk Hoogduitsch.

Dan volgen fol. 73—fol. 118 de geschiedenissen der graven van Vlaanderen, der hertogen van Brabant en Limburg, der graven en hertogen van Cleve en Mark.

Fol. 118—fol. 135. Familia comitum Gelrie, nunc vero ducum et comitum Zutphanie. .

-ocr page 87-

65

Begin: »Item anno VI1IC LXXVIII unnder der Regieruug Kayser Karl des Cain Einde met Maxirailiaan eu wel zoo:

»Kayser Maximilian fuert die hochste kron,

»Er wirt geben den posn irn verdienten Ion ,

»Wiewol er von Natur ist gutig und tugnhafffc

»Wirt im Got geben macht und krafft,

»Das vil verreter und poswicbt werden gestraft.

Het ms. is dus na 1493 en 1519 geschreven, waarschijnlijk met een dergelijk doel als de door prof. von Löher uitgegeven Cod. Tegerns., ten einde de Beiersche vorsten in te lichten omtrent de geschiedenis van de Nederlanden , waarop zij rechten meenden te hebben (zie Bolhuis van Zeeburg in Fruins Bijdragen N. R. VII, blz. 362): dan is het-ook duidelijk, waarom Holland en Zeeland met do meeste zorg behandeld worden. De kronieken schijnen weinig anders te zijn dan uittreksels uit Beka en andere geschriften.

5. IN0. 1313. Ada van den Rijksdag te Regenshurg (1541), waarin stukken van Melanchton , Luther, Johannes Amsterdamus enz.

6. N0. 1317. Fol. 137—143. Verzen van Joh. Holland\'m hst \\lvog-duitsch ter eere van liet tournooi te Schaffhausen, 1511.

7. N0. 1333. Collectanea met liederen en versjes , waaronder Neder-landsch-j uit de 17de en 18de eeuw. Hierin op fol. 147 :

Veel honden was de Haes sijn doot Gebleeckeu int convoieren van de vloot.

Door een liefhebber des Vaderlands.

A0. 1672.

8. N0. 1571. Genealogie van de heeren van Bergen op Zoom, een perkamentrol met wapens door Peter Janssen en Petrus de Nerff, 1770.

9. Nquot;. 1952. Wapens met rijmspreuken door Holland, tijdens mijn bezoek uitgeleend.

10. N°. 4534. Joh. Is. Ilollandus, Alchymica (17de eeuw).

11. N0.4821. Uitvoerig Duitsch bericht over den aanslag van Jaureguy.

12. Nederlandsche gebedenboeken, meer dan 20 in getal (14de en 15de eeuw).

13. N0. 5915. Gebedenboek met calendarium (15deeeuw); achteraan eenige Nederlandsche spreekwijzen, in het Latijn vertaald.

lek salt m dat wel peperen.

Hij holt altijt den achterpoort open.

Alst kind verdronken is , soe deckt men dye puut.

Hij spot met my.

Dat sold men met handen wel fassen.

Hij heiït sijn sack genomen (Rudem accepit).

Den enen bant was den ander.

Der dynen geen twe cassen in een kerek.

14. N0. 591G. Collatièn (15de eeuw).

b. Onder de Codices Latini vindt men:

In Tom. I, pars 4 van den Catal.

-ocr page 88-

60

15. N0. 479. Vila Pelrarchac per Rod. Agricolam Frisium ad Ant. Scrofinium Papiensem illustrata a0 1477.

1G. N0. 2106. Grooto collectie Irieven van Daniol Heinsius, Gruterus, Grotlus, Franciscus üousa, Roswcyde, Cunaeus, UbboEmmius, Nico-laas Heinsius, Vossius onz., allen afschriften.

In Tom. II, p. 1.

17. N0. 988, Joh. de Kempis quondem coci in domo Florencii devotum exercitium. Alphabetum devoti monachi Thomae Kempis.

18. K0. 997, fol. 93\') en 95, Gherardi Cfroess epistola pro ammo-nitione noviter conversi.

19. N0. 1003. Paulus de Midclhurgo, insupersticiosuin vatemlucubracio.

20. N0. Wilhelmi da Berchem, rectdris par. eccl. de Nyell Duyfflic, Chronicon Geliiae. Dit afschrift is door Cornelius Valerius Vonck, consul Noviomagensis, aangeboden aan don paltsgraaf.

Hierin nog een tweede kroniek van Gelder (878 tot hertog Adolf), geschreven door Nelis van Mecholen, presul coll. Mechl. univers. Lovaniensis.

21. Nquot;. 1504. Luciani libellus, non esse credendus delation!, cum praef. Rad. Aqricolae ad Joanuem comitem Wirdenberge, episcopuni Augamp;b.

In Tom. II, p. 3.

22. N°. 143, Gerardus de ITusscn, sermo de compassione B. Virginia.

23. N°. 1378. fol. 73. Gerardi de Zulphania liber de ascensione cordis in deum.

24. In deze zelfde afdeeling eene menigte mss. van werken van Thomas d Kempis.

25. Nquot;. 1568. Gerardus de Zulphania, de reparatione hominis lapsi (ook. in nquot;. 1785).

26. N0. 1993. Hystoria de comitibus Ilollandie, qualiter Philippus dux Burgundie factus fuit primus tutor Hollandie et postea comes Hol-landiae(ook nquot;. 19487, fol. 12—134). De bekende Codex Tegeruseënsis, uitgegeven door prof. von Lciher in zijne Beitrdge.

Collectio Camerariana.

27. Cod. Lit. 10354, Epislolae autographae magnorum et doctissi-morum virorum maximam partem Belgii foederati, verzameld door Hartsoecker ± 1750.

Behalve brieven aan Alva, Viglius, Floris van Pallandt, Petrus Forestus (aan Plancius , 10 Oct. 1584), van Cunaeus (aan Barlaeus , 11 April 1634), van Buza (aan Vorstius), van v. Meteren (aan Paludanus, 1602) eene van

20 Mei 1587 van Willem Lode wijk aan de classis van Sneek over laster tegen zijn persoon en zijn huis.

Verder brieven van Oldonbarnevolt; van Hogerbeets aan de Groot; van Sibrandus Lubbertus aan Malvinus over de voorbereidingen tot do Synode; een van Coornhert zonder datum; een vers van Heinsius in obituin Arminii; 14 Juni 1637, van Descartes aan Colinus ; verscheidene brieven van de Groot: 6 Aug. 1598 (aan zijn vader), 3 Aug. 1614, 8

-ocr page 89-

07

Juni 1614, 13 Sept. 1613, 3 Sept. 1G13 (alle vier aan Uyttonbogaert), 27 Aug. 1611 en 17 Nov. 1619 (beide aan zijn vrouw), 11 Juli 1610 (aan Helmichius); drie latijusche dubbele disticha van de Groot; verscheidene brieven van Appelbom aan de Groot, van 1643 ; 25 Juni 1598 , Iloogerbeets aan Uyttenbogaert; 25 Maart 1609, Arminius aan denzelfde; 16 Febr. 1630, Episcopius aan zekere gemeente ; een gebed van Uyttenbogaert; Jan aan Corn, do Witt uit Loevestein , 5 Aug. 1650; een ms. vers van Vondel »ten versoecke van Geraert Brantquot;, »op een marmerbeelt van Koning David quot; ; Joh. de Witt aan een onbekende over de voogdij van den Prins, 1 Sept. 1062; C. Tromp en Meppol aan de Staten-Generaal over den slag, 6 Aug. 1666 uit de Wielingen; een gebed van Huygens »over des Heeren avontmaelquot; enz. enz.

28. God Lat. 10352. Kerkordening van Groningen 1648 (fol. .\'J8!)-412) en andere kerkelijke zaken. Fol. 434 verscheidene brieven van Hcydanus aan Camerarius.

29. God. Lat. 10359. Brieven van Emmius, Marnix, Alting, Hommius enz. enz.

30. Verspreide Brieven in bijna ieder der 78 volumina dezer collectie, allen 16de en 17de eeuw.

31. God. Pal. Manh. 434. Kroniek van Bcrchem. Begin; » Fait quidam rex nobilisquot;. Einde » Gatharinam Karoli ducis Borbonie regni Francie fillam ac Joh. ducis Modani germanamquot;. „

-ocr page 90-

08

X. BAIERISC1IE HREISARCH1VK.

Door do vrieiulelijke hulp van Prof. Dr. von Loher mocht hot mij gelukken inlichtingen te verkrijgen over de stukken in de kleinere Staatsarchieven in Beieren, die onze geschiedenis in meerdere of mindere mate ton bate konden komen. Het bleek mij toen , dat dergelijke stukken te Spiers niet aanwezig waren; te Bamberg, Nürnberg, Wünhurg en Neuburg worden eenige oorkonden en akten betrelïende de Neder-•landeu bewaard.

A. Bamberg.

I. Brandenburger Urkunden. In deze verzameling bevinden zich vier oorkonden betreffende de jaarlijksche lijfrente, die markgraaf Friedrich van Bayreuth ontving van zijne doopvaders, de Staten-Generaal (1(516—1634). Verder eene oorkonde dd. 26 Maart nSS , over het subsi-dietractaat tusschen de Staten-Generaal en den markgraaf van Bayreuth gesloten.

II. Historischer Catalog, N0. 481.

a. Antwoord van de Staten-Generaal aan de gezanten des Keizers, die in Mei 1600 in den Haag kwamen\'ter bespreking van de Oostfriesche zaken. [Responsio etc.)

b. Een stuk over de mislukte vredesonderhandelingen van Sept. 1612.

c. Promemoria voor den Graaf van Rechteren, betreffende zijn gezantschap aan de Rijks-Kreitsen , dd. 27 Sept. IT 09.

III. Miscellanem.

In Bd. 1 dezer verzameling 2 bladen in folio getiteld: »Wahrhafftiger und lustiger Inhalt, wie wir durch gottes gnadt zum iNiederlaudi-schen frieden sein kommenquot; (1648).

IV. Eene groote collectie stukken in de Reichstaasakten Ansbacher Serie. In het algemeen vestig ik de opmerkzaamheid onzer geschiedkundigen op de Reichsta^sakten , deze tot nog toe hier te lande zoo goed als geheel verwaarloosde bron van kennis der geschiedenis van de Nederlanden in de 15de, I6de en 17de eeuw. Eerst uit de nauwkeurige bestudeering van de overal verspreide Reich stagsakten toch zal men kunnen zien , hoe de ontwikkeling heeft plaats gehad der gebeurtenissen , die de gewesten van ons land voorgoed hebben gescheiden van het groote Duitsche Rijk. Een deel der Reichstagsakten van de 14de en 15de eeuw is reeds uitgegeven.

B. Nürnberg.

Van ouds een met de Nederlanden in betrekking zijnde handelspkiats , waar daarom wel wat te verwachten was.

-ocr page 91-

69

n. In het StaatsrecMlichc Material.

1.. Brief van Keizer Fredei\'ik III aan den Raad van Nilrnberg over den rijksban, in 1453 uitgesproken over de steden Luik, Hoei, St. Truyen , Hasselt en Maastricht.

2. Brief van Maria van Hongarije , landvoogdes der Nederlanden , aan den Raad van Nürnberg met verzoek om wapenen en kruid (1542 en 1543).

3. Stukken betreffende de Spaansche furie te Antwerpen.

4. Onderhandelingen l.e Frankfurt over de bevrediging der Nederlanden en de verdediging van den Westfaalschen Kreits (1594—1607).

b. Nürnherger Briefbücher.

Hierin verschillende brieven met Nederlandsche steden en gewesten gewisseld , over handelszaken.

c. Religionssachcn.

Hierin stukken over de godsdienstige toestanden in het vorstendom Ansbach en de rijksstad Kürnberg, waarin ook herhaaldelijk de Nederlanden ter sprake komen.

d. Reichstags — und KreisaMen.

Ook hierin is ook veel betreffende de Nederlanden te vinden (zie boven).

C. Würzhurg.

a. In de eerste afdeeling van dit archief.

1. Keizerlijke Rescripta aan Julius, bisschop van Würzburg\', betreffende de vredesonderhandelingen in de Nederlanden (1578 — 1580).

2. Stukken over de te Keulen ganomen besluiten en het vertrek van bisschop Julius uit Keulen (1579).

3. Verzoek van Gulik, Berg en Kleef om hulp des Rijks in die gevaren , waarmede de Nederlandsche oorlog hen bedreigde (1591).

4. Onderhandelingen over een subsidietraktaat met de Staten-Generaa! (1749)i

5. Evenzoo over het subsidietraktaat en de hernieuwing der Groote Alliantie (1749—1750).

6. Correspondentie tusschen verschillende leden des Rijks over de opvolging van Brandenburg-Ansbach in Bayreuth-Culmbach en over de alliantie met de zeemogendheden (1749^1752).

7. Zending van den vrijheer von Bibra naar Hannover naar aanleiding van deze zaken (1750 en 1751)

8. Reichs- en Kreistagsakten na 1577 (zie hoven).

b. In de tweede afdeeling :

1. Bericht van Ernst, graaf zu Solms , kreitsoverste van den Oberrhein, over zijne verrichtingen te Keulen betreffende den oorlog in de Nederlanden (1590).

2. Stukkeu over hot optreden der Hollandsche troepen in Duitschland tegen Spanje en don Keizer, de plundering van Wetzlar, den aanbal op Siegen enz. (1629).

3. Stukken over de deelneming der rijksstenden aan de Groote Alliantie (1702-1711).

-ocr page 92-

70

4. Votum van Darmstadt over do Grooto Alliantie, 4 Sept. 1709.

5. Overeenkomst van den Keizer, Frankrijk, Engeland on de Republiek over de opvolging iu Gulik en Berg (1738).

D. Neuburg.

Voor ons van belang vooral met betrekking tot den Gulikschen successieoorlog.

1. Eeichstagsakten van Kempten (zie boven).

2. Serie stukken over de erfopvolging in Gulik.

3. Erfverdrag tusschen de huizen Oostenrijk en Bourgondie (1511).

4. Een stuk over de vredesonderhandelingen in de Nederlanden. (1595).

5. Stukken over den inval van Spaansch krijgsvolk in het Guliksche (1598 en 1599).

6. Idem, 1598.

7. Idem, 1599.

8. Geheime instructie van Philips II voor zijn zoon Philips III.

9. Correspondentie over de reis van erfprins Wolfgang Wilhelm van Paltz-Nouburg naar Düsseldorf (1G00).

-ocr page 93-

71

XI. STVITGART.

Kön. Würitemhergisches Haus-und Slaatsarchiv.

quot;De oorkonden en akten in dit archief aanwezig , die op onze gescbiedenis betrekking hebben , zijn niet talrijk en evenmin belangrijk , wat niet te verwonderen is bij de weinige betrekkingen, die Württembergmot ons land had. Eene uitzondering dient echter hierbij gemaakt te worden ten opzichte van het hier berustend archief van do Duits^he Orde, die ook ten onzent aanzienlijke bezittingen kan aanwijzen.

а. Wat de eerste categorie van stukken betreft, vindt men hier:

1. Correspondentie van hertog Christoffel van Württemberg met de landvoogdes Maria , Granvelle , Egmont enz., voornamelijk bestaande uit brieven ter begeleiding van geschenken, vogels, honden ,,enz., 1551-1565.

2. Meerendeels offlcieele correspondentie van hertog Lodewijk van Württemberg met Alva , Requesens , don Jan en Parma , bevattende berichten omtrent overwinningen , het aanvaarden van het bewind enz. 1572—1592 , evenmin van belang.

3. De gewone Zeitungscorrespondenz , 1572—1602.

4. Gezantschap van Ven Brawinghausen, door hertog Frederik in 1598 naar de Nederlanden gezonden , voornamelijk over handelsbetrekkingen , belangrijk maar reeds gedrukt.

5. Stukken betreffende het aandeel van hertog Johan Frederik in de oprichting der W. 1. C.

б. Berichten omtrent den oorlog van 1672—1679.

7. Berichten van hertog Ferdinand Wilhelm van Württemberg over zijne krijgstochten in de Nederlanden tijdens Willem III.

8. Stukken betreffende het gezantschap van Schönhaar (1758) naar de Nederlanden, vooral over handel.

9. Gezantschapscorrespondentie van Württembergscbe gezanten en residenten in de 17de en 18de eeuw.

10. Subsidieverdragen van de St. Gen. met Württemberg, van 1704 en 1786.

h. Van veel meer beleekenis is do tweede categorie, die de acten , cartularia en oorkonden van de Uuitsche Orde bevat. Naar de Vice-Director van het archief Dr. Von Schlossherger mij mededeelde , was do verzameling evenwel zeer onvoldoende gecatalogizeerd, zoodat het moeilijk viel een geregeld overzicht te verkrijgen. Ik teeken daarom slechts een en ander uit de Repertoria aan ;

1. TolprivilegiCn voor de üuitsche Orde, gegeven door Floris IV (1232), Floris V (1279), Jan I (1297), Willem J1I (1304, 1323),

-ocr page 94-

72

Willem IV (1338), Margaretha (1340, 1350), Willem V (1356) enz.

2. Tolprivilegiën voor de Duitsche Orde , gegeven door de hertogen van Limburg en Brabant, door Walraven van Limburg (1221 cn 125(5), Jan 1 (1280 en 1282), Jan 11 (1297), Johanna (1388, 1395), Antonie (1409), Karei den Stoute (1471), don Jan (1577).

3. Tolprivilegiën enz. gegeven door de graven en hertogen van Gelder, door Gerhard III (1224), Otto 11 (1269), Reinout 1 (1317), Reinout II (1331), Reinout III (1350), Eduard (1352) enz.

4. Stukken, cartularia en oorkonden betreffende de Commenden Gemert, Haren, Maastricht, Weert,quot; Geleen, Meersen, Valkenburg, enz. Noch dit archief noch het waarschijnlijk veel belangrijker centrale archief der Duitsche Orde te Weenen zijn door den heer Jhr. J. J. do Geer tot Oudegein gebruikt voor zijn monumentaal werk, Archieven der Duitsche Orde, Balye van Utrecht (Utrecht, Kemink 1871).

-ocr page 95-

73

XII. CONSTANZ.

I

Stadtarchiv.

Het archief dezer stad bevatte volgens mededeeling van den archivaris niets, dat voor onze geschiedenis van belang was. De mogelijkheid evenwel hier nog iets te vinden is niet geheel uitgesloten, daar het archief nog zeer weinig geordend is en telkens tal van oorkonden, wier bestaan niet bekend was, hier worden gevonden. De ijverige archivaris. Prof. Ruppert, kan door zijne betrekking bij het gymnasiaal onderwijs slechts weinig tijd aan het belangrijke archief wijden, waardoor de ordening zeer langzaam voortgaat.

-ocr page 96-

74

XIII. lIElDELBSRCr.

Bïbliotheca 1\'alatina.

Het is overbekend, dat deze rijke bibliotheek, vooral in de 16der eeuw door de letterlievende Paltzgraven bijeengebracht, na de nederlaag van Paltzgraaf Frederik in Boheraen grootendeels naar Romo werd gevoerd en dat in 1815 slechts een deel der handschriften van daar naar Heidelberg terugkeerde. Het scheen mij van belang ook deze verzameling te onderzoeken, te meer daar ik verwachtte hier een en ander te vinden over de Nederlandsche vluchtelingen, die in de 16d0 eeuw in zoo grooten getale te Frankenthal en elders in de Paltz hun zetel opsloegen. Omtrent dit laatste punt deelde dr. Wille, bibliothecaris , mij mede, dat hij van plan was de geschiedenis dezer Nederlandsche koloniën, waar o. a. Datheen een groote rol beeft gespeeld, te onderzoeken en reeds veel materiaal daarvoor had verzameld. Ik richtte derhalve het oog allereerst op de Duitsche mss. der Bibliotheek en vond hier o. a.;

1. N0. 120. Album van Frederik IV v. d. Paltz, met tal van wapens en zinspreuken , de laatste eigenhandig door personen uit den vor-stelijken en geleerden stand geschreven. Van Prins Maurits vond ik hier dd. 1593:

Nihil magis principem decet quam magnanimitas.

Nihil magis principem laudat quam Humanitas.

Nihil magis principem dolet (sic ?) quam vera pietas.

Maurice de Nassaw.

2. N0. 124. Philifpi, Kriegswissenschaft (1587), waarin » Ueber-blick der Kriegsgeschichte der Niederl. Unruhen 1566—1586.quot;

3. N0. 129. Philipp van Cleve, Kurtzer Bericht der furnembster Mittel, Weg und Ordnungen vom Kriege zu Land und zu Wasser — dem Kaiser Karei V im Anfang seiner Regierung gegeben. Nwlich aus franz. Sprach inn di Teutsche verfast (84 BI.) 1562. — Zeer belangrijk krijgskundig geschrift van den beroemden veldheer (zie de Jongo, Gesch. v. h. Nederl. zeew. I, blz. 59, noot 1).

4. Ne. 132. Hetzelfde (fol. 1—151).

5. Nquot;. 150. Reisboek naar O. I. met beschrijving van alle landen, Begin : » Als men ghepasseert is de cabe van bon esperanga, tes te segghene de cabe van goeder hoopenquot; (192 bl., ms. eerste helft 16de eeuw).

6. JN0.155 (fol. 199). Lalijnsche brief, dd. I April 1566, van verscheidene ongenoemde Nederl. theologen aan keizer Maximiliaan II, met verzoek om zijne tusschenkomst in de Nederl. zaken (Oratio Ecclesiarum Christi). Zie o. a. Langeraad, Guido do\' Bray, blz. 130 vlg.

-ocr page 97-

75

7. N0. 305. Lofrede op prins Maurits door Christoffel Sturm van Werden aan paltzgraaf Frederik IV gezonden, vooral over den slag bij Nieuwpoort (1601).

8. N0. 814 en 828. Brieven van dr. Smetius, die weldra door een predikant uit Hannover zullen worden uitgegeven: hierin veel belangrijks over de jaren 15C6—1572.

9. N0. 839 (fol. 558). Lijvig stuk over den toestand van het huis van Eginont in het einde der 16de eeuw.

Fol. 585. Brieven van graaf Jan van Nassau, 10 Juli en 26 Sept. 1592 , over den toestand van het huis van Oranje.

10. N0. 841. Brieven van de familie Cornput uit de 16de en 17damp; eeuw, in het Hollandsch en Franseh , over familiezaken, theologie enz.

11. N0. 844 (fol. 105). Prognostica van Willi. Phrijs, 1558.

Onder de Mss. Lat.:

12. N0. 1914 (fol. 189). Henrici Bomelii, Bellum Trajectinum. Het begint met: »scripturus exitiale ... bellumquot; en eindigt: »civesque in quiete agere jussitquot;. Het vers: Descnptio UUrajectinae Regionis, dat er op volgt, heeft hier bij den titel nog »per D. Gerardum Listrium ad Philippum Burgundiae episcopumquot;.

-ocr page 98-

76

XIV. DARMSTADT.

A.

Qroszherz. Ilaus- unci StaatsarcMv.

De welwilleude steun van Dr. Freiherr Schenk m Schweinslerg, Staatsarchivar, maakte het mij mogelijk in korten tijd tot de ervaring te komen, dat dit archief voor onze geschiedenis weinig belangrijks bevat; misschien is er nog iets te vindon in de zeer omvangrijke Kriegsakten van Landgraaf Christiaan van Hessen en in andere Kriegs-akten in dit archief, evenzeer omvangrijk en niet gemakkelijk te onderzoeken, hoewel zij chronologisch geordend zijn.

B.

llofbihliothek.

De Catalogus van de verzameling mss. is zeer slecht in orde, wat het onderzoek hier zeer moeilijk maakte, daar het toch niet aanging de ongeveer drie duizend handschriften een voor een te bestudeeren. De Directie der Bibliotheek is evenwel sedert eenigen tijd begonnen met eene nauwkeurige beschrijving der voorhanden manuscripten en incunabelen , een werk van langen adem, dat echter reeds nu tot belangrijke ontdekkingen heeft geleid. Zoo vond Dr. Schmidt een tot nog toe onbekend ms. van het gedicht » Van den vos Reinaerdebevattende ongeveer 250 verzen: het maakte deel uit van den band van een Brusselschen incunabel en zal door Prof. Martin te Straatsburg bewerkt worden. Een groot deel der handschriftenis afkomstig uit de boekerij van St. Jacob te Luik, waaruit veel in het bezit van baron Hüpsch te Keulen was gekomen, een verzamelaar uit het laatst der 18de eeuw^ de Hofbibliothek kocht bii den verkoop van de verzameling Hüpsch veel aan.

Van de mss. zag ik:

1. N0. 493. Constitutiones capüvli generalis Windesemensis (ms. 17de eeuw in fol. op papier).

2. N0. 912. Cronicon Frisiae libri tres (ms. 16de eeuw in 4°, 107 blz., papier). Dit zijn de eerste drie boeken van Worp van Thabor. Het werk is hier getiteld: » Cronicae Phrisiae libri tres nuper inventi nondum editi, tractantes et docentes primo de quantitate ac qualitate terrae Phrisiae ac moribus Phrisiorum; secundo quomodo, quando et per quos primum Christiana fides predicata sit in Phrisia, ac deinde de praeliis Phrisiorum cuna comitibus Hollandiae ac episcopis Trajecten-

-ocr page 99-

77

sibus gostis, incerto quodam authore.quot; Hier on daar zijn aanteekeningen gemaakt mot een zcstiende-eeuwscho hand, wut o. a. blijkt uit eene op fol. 93 verso over hongersnood in 1558: » ego quidem vidi unum panem in civitate venditum decern stuferis atque panem hordeacenum octo stuferis.quot; Het boek eindigt op blz. 192 der uitgave üttema : » non tarnen sine gravi sui exercitus damuo.quot;

3. Nquot;. 1965. Gehedsnhoek met zeer fraaie miniaturen, behoord hebbende aan » Frederick van Rodenborch,quot; wiens genealogie er instaat. Hij gaf het boek blijkens een versje op de laatste bladzijde in 1575 aan zijne nicht Adriana van Meerten »ter lieften van pater Nicolaes Roeck.quot;

4. N0. 2767. Varia uit den tijd van Karei V , o. a.:

6 Dec. 1521. Consultation pour L\'impériale Majesté de Charles V Caesaris, touchant les pays de pardeca y denommez.

29 Sept. 1538. Memorie van Jan. Majeun, secretaris van Brabant, voor Karei V over de rechten des Keizers op Gelder, opgemaakt daags nadat de tijding van den dood van Karei van Gelder te Brussel gekomen was. Dit boek heeft behoord aan een Nederlandsch verzamelaar uit de 17de eeuw, die er een inhoudsopgave voor schreef; ik meende de hand van Scriverius te herkennen.

5. K0. 2787. Discours du meurdre commis en la personne du tres illustre prince d\'Orange en 1583 (sic !, 24 blz. fol.) — een afschrift van het » Discoursquot; van Villiers c. s.

6. Bralantica seu Batavica, afkomstig van den Paltzischen theoloog Lang, vol fraaie gravures bij eene beschrijving van den SOjarigen oorlog; onder de gravures verscheidene zeer zeldzame. Duitsche tekst.

7. Belgica I en 11, eene verzameling van denzelfden aard over de jaren 1595—1605, met tal van even fraaie gravures, voorstellende voorname personen, veldslagen, belegeringen, met bijgebonden Duitsche berichten daarover; verscheidene platen zijn gekleurd. Duitsche tekst.

-ocr page 100-

78

XV. FRA1VHFÜKT am MAIV

Stad tar chiv.

De catalogus van dit archief is in wording: Grote fend, de vroegere archivaris, gaf eon eerste deel uit van den Invalt ar des Frantf. Stadt-archivs (Abth. Reichssachen , bis 1500). Een tweede deel is in ms. aanwezig en loopt tot 1600. Deze verzameling is natuurlijk voor onze geschiedenis niet zoo belangrijk als die te Keulen. Enkele kleine handelszaken van weinig omvang worden hier genoemd.

Uit de jaren 1546 en 1547 vond ik nog een en ander over de troepen van den graaf van Buren, die hier toen schandelijk huishielden. Over de bezetting onder Buren is ook het een en ander te vindon in de Frankfurter Chroniken der Reformatiotiszeit, uitgegeven door den tegen-woordigen archivaris dr. Jung. In den tweeden bundel van den catalogus vond ik nog een en ander over flnancieele zaken met de Nederlanden in 157G, ook enkele brieven van de Btaten-Generaal van gemengden inhoud.

In het Carmeliter Ar chiv, Kreis: Alemannia Inferior, vond ik nog enkele voor ons belangrijke stukken , n. 1. onder Keulen :

1. N0. 759. 30 Nov. 1306. Reinout v. Gelder schenkt aan den prior provincialis het patronaatrecht zijner kapel »in Gelren prope castrum suum quot;.

2. N0. 644. 9 Juli 1521. Verklaring van de Carmelieten te Haarlem over hun toekomende renten uit het legaat van prior Cornelius Petrus.

3. N0. 524. 28 Mei 1532. Nicolaas Audet, prior generalis, benoemt Theodoricus do Gouda tot provinciaal in Alemannia Inferiore.

4. N0. 971. 30 April 1534. Proces, te Oostveen in Utrecht gevoerd , over een stuk grond van Arend Pieck.

5. IS0. 648. 4 Mei 1534. De Carmelieten te Utrecht verklaren volgens het testament van Theodoricus de Gouda een en ander te moeten betalen aan die te Keulen.

6. N0. 990 en

7. N0. 991. Stukken over het te gronde gaan van het Carmelieten klooster St. Anna te Rotterdam dd. 5 Mei 1550.

Van beteekenis is ook hier eene Nederlandsche kolonie van vluchtelingen, gesticht in do 16de eeuw. In 1885 werd daarover eene populaire studie uitgegeven door dr. Bedient, Geschichte der von Antwerpen nach Frankfurt verp/lanzlen Niederl. Gemnnde Augsh. Confession. Deze zaak verdient een meer kritisch onderzoek , waarvoor zeker gegevens le vinden zijn, evenals over eene dergelijke kolonie ia Ilamu.

De Frankfurter Stadsbibliothek bevat gecne inss. voor ons van belang.

-ocr page 101-

79

XVI. §TllA.AT§BIJRO.

A. Stadlarchiv.

Van het arcliief dezer stad bestaat een zeer uitvoerig- clironolog-isch ingericht Register, Summarischer Imentar des Communal-Archivs der Stadl Strasshurg vor 1790 , door J. Brucker , Archivar, 1878—1882 {Invetilaire sommaire etc.)

Uit dit register bleek mij , dat zich te Straatsburg belangrijke gegevens bevinden voor de kennis onzer geschiedenis en wel in de volgende manuscripten :

1. A. A. 661. Tal van berichten over de gebeurtenissen in de Nederlanden , aan de stad gezonden door Frederik van de Paltz en loöpende over de eerste jaren van den opstand tegen Spanje. Deze berichten zijn daarom van zooveel belang, omdat zij grootendeels afkomstig zijn van den bekenden Lazarus von Schtvendy.

2. A. A. 662. Correspondentie van denzelfden aard en grootendeels uit dezelfde bron , loopende tot 1576. Hieronder ook van 1573 : Rdflexions (par Lazare de Schw.) sur Vélat des choses dans les Pays-Bas.

3. Ook in de volgende bundels bijzonderheden over het verzamelen van troepen door Oranje, graaf Lodewijk , graaf van Eberstein , hertog Wolfgang van Paltz-Tweebruggen, enz.

4. A. A. 682. Stukken over de tusschenkomst der rijkssteden ten behoeve van de verdrukte Nederlanders, 1567.

5. A. A. 688. Correspondentie over de Nederlanden met graaf Gremp von Freudenstein.

6. A. A. 689. Correspondentie over den burgeroorlog in Frankrijk , waarin ook Oranje en Lodewijk eene rol speelden , 1569 en 1570.

7. A. A. 690. Dergelijke correspondentie over 1567 en 1568.

8. A. A. 705. Hierin tal van orgineele- brieven over de toestanden in de Nederlanden, o.a. een van Schwendy aan Dr. Botzheim over den moord van Zutfen in 1572.

9. A. A. 707. Brieven van Schwendy over den oorlog in de Nederlanden, 1572-1575.

10. A. A. 1797. Relations de lïi villo de Strasbourg avec les Pays-Bas — vermoedelijk niet van belang, meerendeels brieven van de Staten-Gcneraal om linancieelo hulp ter betaling van de troepen , zooals verscliil-lende Protestantsehe rijkssteden ze meermalen ontvingen. Hierbij nog een brief van Prins Willem (1577) tot aanbeveling van zijn zoon Muurits bij do Staten van Holland en Zeeland; ook brieven van Karei van Gelder en de stad Nijmegen om hulp tegen Bourgondiö (1505).

-ocr page 102-

80

B. UiiiversitatsUlliothcl.

Hier bevindt zich de bibliotheek van het voormalige klooster Frenswegeii in het Bentheirasche; de vorst van Bentheim schonk haar aan Straatsburg\'s Universiteit iu 1874. Hoogstwaarschijnlijk zal men daarin vrij wat kunnen vinden over de beweging der » moderne devotiequot;. De brand in het oude klooster zal echter nog wel een en ander vernietigd hebben van de belangrijke verzameling boeken en handschriften, die daar eenmaal aanwezig was , maar door slecht beheer veel had geleden (Zio Acquoy, Windesheim 11, 199, noot 6).

-ocr page 103-

8t

XVII. 4 0KI..F]V%.

Slaatsarchiv.

Hot vooriiaamsto godeelto van do liier bewaarde verzameling\' is liet archief van het voormalige keurvorsten lom Trier, waarbij dan nog komen do archieven van do kleinere staatjes, die hier indertijd inden omtrek op den linker 1!ijnoever en aan den Moezel lagen.

De betrekkingen van de Noordelijke Nederlanden tot het keurvorstendom Trier waren nooit zeer innig, zoodat a priori reeds niet veel kon verwacht worden , dat voor ouzo geschiedenis van belang zou zijn. Nog kleiner werd mijne verwachting, toen ik bevond, dat ook hier had plaats gehad, wat in de moeste geestelijke landen gebeurde: do aartsbisschoppon hadden zich weinig moeite gegeven voor hunne archieven en die hunner voorgangers , die immers alleen als zoodanig tot hen in betrekking stonden. Xij lieten toe, dat do archieven dier voorgangers door do hetrekkingen van deze laatsten werden medegenomen — wanneer die betrekkingen ten minsto holang stelden in de papieren nalatenschap, meestal samengesteld nit stukken, lt;!io hen weinig aangingen. Was or geen belangstelling bij do verwanten , dan werden de archieven verwaarloosd on g-ing-en op den duur verloren. Geestelijke stiften, die door hunne ligging eene belangnjko rol speelden, hadden belang bij het bewaren va.i de voornaamste oorkonden betreffende verdragen met andere machten; maar wat beteekende Trier in dit opzicht, daar Keulen aan den Beneden-liijn hot meest had in te brengen? Alleen als Duilscho grensstaat kwam het voor de Zuidelijke Nederlanden in aanmerking.

Wat ik dan ook weldra vermoedde , was het geval: dit archief was voor mijn onderzoek van weinig beteekenis. lis doorzocht er menigen bundel , maar vond weinig, uit do Middeleeuwen zelfs niets, iets uit do 16de , 17de en 18do eeuw.

I. Archief Sayn-Altenkirchen.

Hierin een bericht van Adolf m aan zijn vader over zijne lotgevallen bij do Spaansche armee in do Nederlanden onder Pieter Ernst van Mansfeld in 1557, vooral ook betredende den slag bij Grevelingen.

II. Archief KiirJ\'ilrstenthum Trier.

a. IJr kimden.

1. 3 Febr. 1503. Verbod van Keizer Maximiliaan aan Trier om Karei van Egmond te ondersteunen.

2. 23 Sept. 1572. Bevel van paus Gregorius XI11 om mede te werken tot onderdrukking van de ketterij in do Nederlanden.

G

-ocr page 104-

82

3. 30 Aug. 1578. Bevel van paus Gregorius XIII om mede to werken tot het herstel van den vrede in de Nederlanden.

4. 12 Mei 1G89. Do Staten-Generaal nemen den aartsbisschop op in de Groote Alliantie tegen Frankrijk.

5. 7 Nov. 1701. Brief van Koning Willem III aan Trier met aanzoek om zich aan te sluiten bij de Alliantie.

G. 8 Juni 1702. Opneming van Trier in de Alliantie.

7. 12 Aug. 1716. Overeenkomst van het domkapittel van T.-ier (sede vacante) met den jood Lüvve over vorderingen van den Keizer en de Staten.

b. (jesandlschafftscor respondent.

1. Afd. Holland, n°. 4i). Acta miscellanoa, bevattende drie brieven van Prins Willem V aan den aartsbisschop over de gebeurtenissen van 1787, van officieelen aard.

2. 20 April 1795. De Nederl. gezant van Lansborge aan den keurvorst, uit Mergenthoim ; » Votre Excellence peut s\'inmginer la situation et position désagréable, oü je me trouve. Je vois touts ces change-ments dans mon Pays mais par centre la Rópublique declare no pas fttro conquise mais commo auparavant et toujours libre et indépen-dante, L. H. P. confirmées dans leurs dignitós et functions. Je trouve dans 1\'Assemblee des Etats les mèmes noma, coinmc Edickinge, Hars-holte et autres do nos families les plus respectables, qui formeront toujours cotte Assemblée. Tout ceci .sont autant des énigmes pour moi, ü qui comme individu et simple serviteur il n\'appartient pas de voulloir approfundir des choses, oü je ne verrois peut-être pas plus clair encore. Ainsi ayant regu dans la forme usitéa sousle möme seeau de l\'État les ordres comme auparavant, je ne dois hésitor de les trans-mettre tols que je les ai reouquot;. Zij bevatten de mededeoling, dat de stadhouder afgezet, is en alle ambtenaren ontbonden van den afgelogden eed ; verder dat H. H. M. mot alle volkeren vrede willoii bewaren.

3. N0. 48. Onbelangrijke correspondentie met den Trierschen ngent Baussay in den Haag en met Lansbergo.

c. Verhdltnisse m Kaiser und Reich. (Kurf. Trior, Oeh. Cabinet 3), Hier in bundel 9 en 10 diplomatieke briefwisseling over de gebeurtenissen 1670—169G en 1673—1679 , van weinig betoekenis.

d. Krieqswesen.

1. N°. 6a. Zeitungscorrespondenz over do Nederlanden, 1568—1592. Hierin brieven van den Keizer over de neutraliteit, van de Staten over de onderhandelingen in 1578.

2. K0. 7. Klachten van de keurvorsten bij Luik over moeilijkheden van de stad Aken ten gevolge van den oorlog.

3. N0. 8. Stukken over den inval der Spanjaarden uit Luxemburg in het gebied van Trier (1599 — 1607), ook over het garnizoen Jer Spanjaarden in Limburg.

4. N0. 9. Stukken over dezelfde zaken.

5. N0. 10. Stukken van deuzelfden aard (1G07).

-ocr page 105-

83

6. N0. 17. Stukken over den inval der Spanjaarden in het Triersche in lö\'iS en 1029.

7. Nquot;. 27—2i). Brieven van de Fransche afgevaardigden bij de onderliandelingon te ,M Qnster.

8. Nquot;. 37. Aeta miscellnnea, de oorlogen in Europa betreffende (1677-170(1), waarin stukken ovor de door de Republiek aan Trier verstrekte subsidiön.

9. N0. 43. Bi\'richten van den legatiesecretaris Despret te Brussel over den oorlog in do Nederlanden (1692—1696).

10. N0. 44, Berichten van den «gent in den Haag, Kaysersfeld, over den vrede van Rijswijk.

11. IN0. 45. Acta niscellanea over den Spaansclien Successieoorlog (1700—1709)

12. IS\'0. 47 en 47ii. Gezantschapsberichten van Kaysersfeld uit den Ihing (1703—1711), van weinig belang.

13. IS0. 55. Stukken over subsidiön (1717—1722). Hierin ook een en ander over tollen op den Rijn en over den Rijn handel, waaromtrent nog valt op to nierken , dat do geestelijke keurvorsten aan de,n Rijn sedert 1648 herhnaldelijk overlegden over eene mogelijke verbetering van den bijna geheel vervallen Rijnhandel waartoe ook de Staten-Generaal wel wilden medewerken.

-ocr page 106-

84

XVIII. \'fRIKU.

A.

Stadthilio the/i.

Doze rijk voorziene bibliotheek in voornamelijk samongesteld uit de bibliotheken der bier tijdens de Fransche Revolutie opgeheven en geplunderde kloosters. Tot op onzen tijd echter is de verzameling vrij zorgeloos beheerd , zoodat verscheidene liandschriften spoorloos zijn verdwenen. Gelukkig bezit de bibliotheek thans een degelijken beheerder in denbeer Dr. Max Kcuffcr, die reeds een aanvang gemaakt beeft, niet een uitvoerig Vencichniss der Handschriften der Sladtbihliothek zu \'frier, waarvan het eerste deel — »die Bibelbandscbriftenquot; bevattende — in 1887 is verschenen. Ik behoef hier de aandacht niet te vestigen op het beroemde 15vangeliaiium van Egbert van Holland , aartsbisschop van Trier op Let einde der 10de eeuw. Den heer Keuff\'cr en den heer dr. Sauerland dankte ik raenigen wenk omtrent de hier bewaarde handschriften.

1. In een der Evangeliaria bevindt zich een tollijst van de 11de eeuw voor voorbij Coblentz varende schepen. Onder de plaatsen van herkomst dezer schepen worden Hommel, Tiel, Herwaarden en Deventer genoemd, terwijl telkens aangegeven is , welke opbrengsten in niitu-ralibus de schepen moeten betalen. Onder de naturalia worden genoemd : zalmen, haringen, kaas, boter enz. ür. Sauerland zal deze lijst eerlang uitgeven in de Monumenta Gennaniae (Zie latere tollijsten bij Sloet).

2. K0. 24. Evangeliarium van Egbert.

3. N0. 147. Henricns de Gorcnm, Quaestiones.

4. N0. 203. Joaimis de Schoenhofia, pi ioris Ord. Reg., epistolae duae.

5. N0. 507. Collationes der Heil. Kerkvaders , geschreven in 1489 door Willem van Vaals uit Gelder.

0. N0. 511. Gesla praeclara illustriuin virorum priorum etfrathun antiquorum in Windeszem , — geschreven in 1458 door Johannes Pijlter , plebanus in Sydinchusen, Padeborn dioc., uit eon boek van don dominus de Bodeken, die het had van den librarius van Evorhartscluse bij Trier. Het boek is 100 folia groot. Na het einde: » vinea enim dei est sempi-terna et idoo Windesem appellataquot; volgt do verklaring van deze sententie: vin (ea) de (i) sem (piterna), benevens eenige verzen.

7. Nquot;. 512 en 513. Afschriften hiervan.

8. N°. 658. Historica relatio duodecim martyrum Carthnsianorum qui Ruremunda in ducatu Gelriae A0 1572 agonein suum folicitor compleverunt, auctore V. P. D. ArnoMo Havensio , descriptum Rurem. A0 1573, 21 Juli. Dit boekje in klein oct. is 82 bi/,, groot. Het begint met de beschrijving van den »Origo Carthnsianorum Rurem.quot;, de besclirijving loopt van prior Henrlous Kalckar af.

-ocr page 107-

85

9. N0. 665. Vita Beati Vaiua Dionysiia Ryckel, Cartusiani Doctoris exstatici in Ruraemunda.

10. N0. 685. Wilhelmus de Breda , Cartus., Tractatus de pluralitate benefeciorum, en

Henricus de Gorkum , de venerabili sacramento.

11. N0. 686. Henricus de Gorkum, de observatione festorum etc.

12. N°. 719. Joannes de Schoenhofia, verdediging van Ruysbroeck tegen Gerson.

13. N0. 745. Gerardus, ord. Praed., Tractatus de doctrina cordis.

14. NS 771. Epistola Gerardi Groet ad quendam sacerdotem, etc. Hierin ook Visio Elisabeth , abb. in Schoenauw , Ord. Cisterciens.; Vita S. Willebrordi enz.

15. Nquot;. 821 en 822. Gcledcnhoeken (15de eeuw) in het Nederlandscli.

16. N0. 1185. Aurea Legenda in het Nederduitsch {15de eeuw) beginnend : » Langetijt bin ich versucht gewest unde gebeden sere umme us dem latyne int duytsche zo machen eyn hoick, dat men in latyne heischt Aurea Legendaquot;. Hierin ook de legende van »Lede\\ve van Schedan in Hollantquot;.

17. Nquot;. 1257. Kegels van S. Benedictus in het Nederduitsch- (14de eeuw). Dit boek was niet te vinden.

18. K0. 1881. J Alter ae Pair is Joh. de Schoenhofia.

19. Kquot;. 1209. Hierin spotgedichten en vlugschriften over de Neder-landsche toestanden in de 16de en 17de eeuw.

20. K0. 1237. Berichten over de Nederlandsche Reformatie door uitgezonden Jezuieten aan hunne colleges (einde 10de eeuw), mij door dr. Sauerland aangewezen.

21. Nquot;. 1378. Vita S. Willebrordi, door Theofrid (Muller, Lijst, blz. 1).

B.

Bomhibliotheh.

Hier bevindt zich eene zeer merkwaardige collectie oude handschriften, natuurlijk ook van theologischen inhoud, leutvens verscheidene incunabelen. De Hoogw. heer Domproost was zoo goed mij vergunning te verleenen dezen schat te onderzoeken. -

Belangrijk voor ons is hier:

K0. G4. »IIijr sint de namen van Synte Franciscus ghesellen, de ersten van ein geropen ende vort an beghunnen een gestelick leventquot; geschreven door jgt;Dietrich van Roermonde a/d Maas 1469 , leyenbroeder lo Daelhemquot;.

Ook in de Seminarlibliothrk , die ik tot mijn spijt tijdens mijn verblijf te Trier niet kon bezoeken, is waarschijnlijk nog wel een en ander te vinden , dat voor onze kerkgeschiedenis van belang is.

-ocr page 108-

XIX. AAC1IEK.

Stadtarchiv.

Do toestand van dit belangrijke archief is inderdaad treurig1 te noemen , ofschoon de verdienstelijke sedert korten tijd hier werkzame archivaris, de heer- R. Piek , gesteund door liet Aachmer Geschichts-vereiii, zich veel moeite geeft om daarin verbetering; te brengen. Een betere lokaliteit is in allen gevalle voor dit archief een der eerste behoeften. Een uitvoerige catalogus, die echter lang niet datgene is, wat men thans van zulk een werk mug verlangen , bewees mij bij het onderzoek naar voor onze geschiedenis belangrijke stukken eenigen dienst.

Ik vond in dezen catalogus (tegen hot inzien der stukken zei ven bestonden bezwaren van lokalen en tijdelijken aard) de volgende nummers:

A v. Diplomata Du.mm Burgundiae.

1. 1399. Vrijdom van tol citra Mosam voor de Akenaars.

2. 1399. Bevel van den hertog van Bourgondië aan zijne onderdanen om dien vrijdom te erkennen.

3. 1399. Grensbepaling tusschen het gebied van Aken en aet hertogdom Limburg.

Hierbij bevestigingen van deze oorkonden , uit lateren tijd.

A vi. Diplomata et Literae Ducmi Brabanliae.

IN0. 7. 1310. Vrijdom van tol tusschen Maas en Rijn voor de Akenaars , verleend door hertog Jan van Brabant.

Verscheidene latere bevestigingen hiervan.

N0. 22. 1387. Zoen tusschen Reinout van Valkenburg (enSittard) en Aken.

amp; N0. 26. 1412. Grensbepaling tusschen het gebied van Aken en

het hertogdom Limburg.

K0. 43. 1478. Maximiliaan en Maria bevelen den Limburgers die van Aken te laten bij hun recht » de nou evocando ad judicium extra murosquot;.

N0. 49. 13C5. Hertog Wenzel vergunt den Akenaars het hout uit zijne bosschen op hunne grenzen te gebruiken voor oorlogswerktuigen.

A vu. Geldzaken met de hertogen van Gelder en Gulik, 14de en 15de eeuw.

A vin. Literae Dom. de Heinsherg (over geldzaken, 14de en 15de eeuw).

A ix. 1275. Walraven en Jutta van Limburg geven den Akenaars voor 100 mark jaarlijks vrijgeleide en vrijdom van tol in hunne landen tusschen Maas en Rijn.

-ocr page 109-

87

A X. Literae Dom. de Valkenburg et Montjoie.

1. 1284. Vrijdom vau tol voor de Akenaars in deze landen.

2. 1310. Overeenkomst over het schoutambt van Aken.

A. xi. Literae TJucum Geldriae et Cliviae.

1. 1280. Reinout v. Gelder en Hendrik van Luxemburg erkennen de overeenkomst, waarbij Aken aan Adolf vau JBledenstein 3000 M. zal betalen.

Het Aktenarchief alhier was nog in groots wanorde en niet toegankelijk. In afdeeling W nog Brieven. Hierin komen enkele brieven voor vau de steden Maastricht, Dordrecht, Sittard, den Bosch enz., meestal over zaken van weinig belang: erfenissen, handelsmoeilijkhedeu enz., 14de en 15de eeuw.

In het archief der Gereformeerde Gemeente te Aken zag ik eene correspondentie met verschillende gemeenten in de Nederlanden (17de ee.uw) en eenige stukken over den band tusschen de gemeenten te Aken en te Vaals.

-ocr page 110-

88

XX. PAnTIKULlERE ARCHIE: 1E1V.

In vroeger en later tijden heeft menig lid van de vorstelijke en riddermatige familiën in Duitschland deelgenomen aan het bestuur en de oorlogen in de Nederlanden, zoodat het niet te verwonderen is, dat in het familie-archief van menig thans nog bloeiend vorstelijk en ridderlijk geslacht een en ander te vinden is, dat voor onze geschiedenis van belang kan zijn.

Het zou voor mij eeu te veel omvattende taak geweest zijn om alle archieven van dezen aard te onderzoeken. Ik teekendeechter een en ander aan, wat mij ter oore kwam omtrent zaken, die in sommige dezer archieven bewaard worden. De voornaamste huisarchieven der thans nog regee-rende vorstenhuizen onderzocht ik nauwkeuriger, zooals uit mijne drie verslagen blijkt. Een enkel familie-archief van een niet regeerend vorstenhuis werd om de eene of andere reden met belangstelling door mij nagegaan.

quot;Wat de eerste categorie betreft, wijs ik hier op het archief Solms-Braunfels, op het slot Braunfels bij Wetzlar bewaard, waar zich de dagboeken bevinden van graaf Heinrich van Solms, den vriend van Willem III, die dezen vorst o.a. bij zijn tocht naar Engeland in zijn ge-

gevolg had. Ook het archiefevolg had. Ook het archief Solm^-Solm^ op het kasteel Anhlilt bij de eldersche grenzen schijnt nog wel iets voor onze geschiedenis te bevatten. Uit het belangrijke boek van Graf Otto zu Solms-Eödelsheim over Friedrich Graf m Solms-Laulach, 1574-1635 (Berlin, 1888) blijkt, dat de archieven der vorsten en graven van Solms nog veel belangrijks voor onze geschiedenis kunnen leveren ; in dit boek vindt men o. a. een en ander over den slag bij Nieuwpoort, het beleg van Ostende en de Guliksche Successietwisten.

In het algemeen verdient het aanbeveling, zoodra men te doen beeft met zaken , waarin leden van Duitsche vorstelijke familiën eene eenigs-zins belangrijke rol hebben gespeeld, zich spoedig tot de bezitters der respectieve familie-archieven te wenden.

Van particuliere achieven onderzocht ik dat van den graaf van Kiüp-hausen en dat van den vorst van Bentheim, terwijl de welwillende directeur van het Fürstembergsche archief te Donaueschingen mij omtrent zijne collectie eenige mededeelingen verstrekte.

Hoexeel belangrijks de archieven der regeerende vorstenhuizen nu en dan kunnen leveren, bewezen mijne vondsten te Berlijn en te Wolfenbüttel. Men moet zich echter in dit opzicht niet tehooge illusiën

-ocr page 111-

89

maken en zich niet voorstellen elders altijd even gelukkig te zijn als mijn vriend en ambtgenoot prof. P. L. Muller in Waldeck-Pyrmont met betrokking tot zijn lield, Georg Friedrich von Waldeck , of als do heer Jhr. van Sypestcyn , die indertijd te Dessau tal van stukken omtrent het huis Oranje vond (Veegens, Levensbericht van jhr. J. W. van Svpesteyn in Levensb. der Maatsch. van Letterk. 1869, bladz. 252), later uitgegeven door mijn geachten ambtgenoot Prof. dr. J. A. Wijnne in zijn werk » De gescliilleu over de afdanking van het krijgsvolk. 1649 en 1050quot;, Werken Hist. Gen.

In de meeste gevallen zijn de voor de politieke geschiedenis belangrijke oorkonden, brieven en andere manuscripten uit de Huisarchieven in do Staatsarchieven overgebracht, zoodat de eersten slechts brieven van condoleanlie, felicitatie enz. bevatten; het voorbeeld van Berlijn (zie mijn vorig verslag, blz. 253) bewijst echter, dat deze scheiding niet overal volledig is geweest.

Vóór langen tijd reeds had ik met groeten lof hooren spreken over de verzamelingen van den graaf van Kniphausen op zijn slot Lütets-Imrg bij Norden. Op mijn tocht door Oostfriesland bezocht ik in ge-zelschap van mijn ambtgenoot Prof. Reilsma, die mij ook hier bereidwillig ter zijde stond, het slot, -waar de eigenaar ons met de grootste welwillondhcid zijne schal ten openlegde. Met bewondering aanschouwden wij de menigte van oudheden, die hier bijeengebracht zijn en waaronder do familieportretten der ook in de provincie Groningen gevestigde en mot Noderlandsche geslachten verwantschapte hoeren , baronnen en graven van In- und Kniphausen eene eereplaats innemen. Het slot bewaart de herinnering aan menig Nedorlandsch geleerde, die er lijdelijk vertoefde: aan Marnix van tSl. Aldee/onde, die er zijn Byencorf voltooide, aan Menso Althui, wiens medaillonportret een sieraad der portretverzameling uitmaakt; aan JTardenberg enz. Merkwaardige staaltjes van kunstnijverheid , oude wapenrustingen en wapenen, oude meubelen en tegels, gebrande glasruiten en snuisterijen , trekken overal de aandacht; ook curiositeiten als een oud «portretquot; van Radboud, vervaardigd door een middelmatig schilder in ik weet niet welke eeuw. Ook de keurig onderhouden en in een » Zettelcatalogi beschreven boekerij verdient ten volle de aandacht. Onder de handschriften zag ik behalve de familiepapieren vooreerst eenige Utrechtsche oorkonden van de 14de en 151e eeuw, die mij weinig belangrijk toeschenen (beschreven in het Osflr. Monatsblatt, 1883) en drie handschriften, voor onze rechtsgeschiedenis van beteekenis.

1. Stadboek ran Groningen, ms. 15de eeuw in houten band, geschreven door Guert lierman Lewe, wiens naamteeken voor ieder der negen boeken staat. Daarachter nog eenige aanteekeningen, ten getale van 28, loopende van 1440—1468, omtrent stedelijke besluiten.

2. Eon ms. met Drentsche rechten (16de eeuw) en enkele oorkonden

-ocr page 112-

00

betreffende do familie van Cloostev, mot de Kniphausens verwant. Eene aauteokeuing -/.ogt: »l)it boeok hoert Gorrit Schopoler.quot;

3. Een ins. met Drentsc/it rechten, waaronder het » Ordelboeck des ghemenen landes van Drenthe endo begripot in sich alle do ordele, (lie by oyn yd er drosten ende den 24 ottcn slandes gewesen sint, 141(5—1447, daerinne oecllt; anghetekent sint allo amptmaune, die bijnnen den voorsz. jaeren op den hnese tot Couvorden by namen ende toenamen geresideert hebben, als nabesereven volghetquot;. Verdeeling van do schatting aan Karei V over geheel Drente 154(i. «Dit is des holts willekoerquot; (van Roden). Aanteekeinngen omtrent de rechten van deu jiroost van Drente en zijne verplichtingen tegenover den bisschop. Enkele losse ordelen, enz. enz. Ms. 15do eeuw.

De graaf, die zich meer in het bijzonder bezig houdt met de geschiedenis van zijn beroemden voorvader, den veldmaarschalk van Kniphausen, bezit eene groote collectie stukken over dezen beroemden krijgsman uit de dagen van Gustaaf Adoll\' en menig ander lid van zijne familie, liet familie-archief van den Hollandsdien tak is door den heer Commissaris des Konings in Groningen, Jhr.Mr. van Panhuys, thans bezitter van het huis do Nienooid, grooten-deels in bruikleen afgestaan aan het Hijksarehief 1(\\ Groningen; onder de familiepapieren bevinden zich ook twee deelen van een verhaal der onderhandelingen, tlie geleid liebben tot den vrede van Utrecht, opgemaakt door een der ou \'erhundelaars, George Willem van Kniphausen.

Van den inhoud van hol archief der vorsten van Benlheim bad ik groote verwachtingen , die evenwel in rook opgingen, toen ik naar dat archief nader onderzoek deed.

In 1795 heeft namelijk Vandamine het slot van Bentheim, waar het archief bewaard word , gebombardeerd en voor een groot deel in de vlammen doen opgaan , een ramp , waarbij het belangrijkste gedeelte der verzameling verloren ging. Wat er overbleef, onderging nog eene belangrijke vermindering, doordat bij de mediatisatie van het vorstendom en zijne inlijving in Hannover (1815) do stukken van politieken aard werden overgebracht naar Osnabrück, waar zij ook thans nog berusten (zie mijn vorig verslag, blz. 21(5). Thans bestaat dit archief, behalve uit het overblijfsel der familiepapieren van do liniön Bentbeim-Bentheim (uitgestorven in 1lt;S();!) en Bentbeim-Steinfurt (de thans te Bentheim en Steinfurt resideerende oudste linie van het huis), uit stukken over de thans nog in het bezit der familie zijnde goederen , meestal in den omtrek van Bentheim en Steinfurt gelegen. Een nader onderzoek met welwillende toestemming van den vorst nog te mijnen gevalle ingesteld door den heer Geheimrath dr. Schüsgt;ler, wien ik bovenstaande inlichtingen meerendeels te danken heb , en de heeren Domflnenrathe Meyer en Lorentz, leidde tot een negatief antwoord op mijne vraag , of er misschien nog een enkel stnk betreflende vroegere Nederlandsche bezittingen van het huis Bentheim voorhanden was.

Met groote belangstelling nam ik kennis van de op het oude slot

-ocr page 113-

91

te Sleinfurt en in liet daarbij gelegen Museum bewaarde oudheden en schilderijen , waaronder veel afkomstig is van het geshicht Hoorne, uit welks bezittingen o. a. Batenburg aan liet geslacht Bentheim overging. Vooral op de schilderijen vestig ik de aandacht van onze kunsthistorici , die hij den vorst zeker dezelfde vriendelijke medewerking zullen vinden , die ik mocht ontmoeten en waarvan ik de moest aangename herinnering bewaar.

De bibliotheek der beroemde in 1588 te Burgsteinfurt gestichte school, het Gymnasium Arnoldiuum, bevatte tal van incunabelen en oude boeken maar geen handschriften ; den heer Prof. Ilcucrmann bon ik dank schuldig voor zijn vriendelijk geleide door deze belangrijke bibliotheek.

in het vorstelijk Filrslcmhergsche archief en de daarbij beboerende rijke bibliotheek des vorsten te DonaucscMngen zijn behalve de » Mémoires de Sicco de Goslingaquot; (ms. 18de eeuw) geen handschriften voorhanden, die op onze geschiedenis betrekking hebben.

Bij de behandeling der in particuliere handen berustende archieven dient ook gesproken te worden van de verzameling handschriften en archivalia van het Gtrmanischc Ahilionalmuseum te Nürnberg. Volgens mededeeling van den Director Prof. Hssenwein, zijn de Nederlanden in deze verzameling slechts zeer zwak vertegenwoordigd. Gene correspondejitie van Neurenberger kooplieden te Antwerpen met hunne verwanten in de vaderstad belooft niet veel voor de geschiedenis van onze gewesten. Zeer geringe fragmenten van Nederlandsche gedichten uit de Middeleeuwen en eindelijk eene collectie aanteekeningen van theologischen en historischen aard, in 1011 samengesteld door Jacques de Kampeneer ten behoove van zijn zoon , in het Latijn, Nederlandsch, Fran,sch en Spaausch , zijn do eonige stukken, die op de Nederlanden betrekking hebben. De laatste stukken zijn reeds onderzocht door een Nederlandsch geleerde.

-ocr page 114-

7 lt;0(0 V - C\'

O o ü T

-ocr page 115-