Compleet in ongeveer 15 All. a f 0,95 per all.; het meerdefe gratis.
BIOGrRAPHISCH
WOORDENBOEK
der
NOORD- EN ZUIDNEDERLAND8CHE
LETTERKUNDE,
door
Or. W. J. (, UUSEilTS, W. A. EliERTS en F. Joz. P. Vkll OEN BMIIOEII
Leden van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde te Leiden.
Tweede vermeerderde druk»
deventer,
A. J. van den SIGTENHORST.
1887.
Zle a.chterzl]4le.
\' ■ ■ ■ ■ f
■ , \'
\'•■/.... quot;\'; , ■ ...-J , , . ■ .v ; V ■ , /■ . • - v - v , , . , V • - V . .-•• ! v,
• vquot;\' \\ •V , * \' \' • \' • v . » .• • \\ \' \' i \' 1
\' : • 0. v . . : . . 1 ■ \\■ vv ygt; .yf 1 \\ r\'x
;; „ - ■ \' • \' . ^ ■ \' ■ ■■
\'« ïcV : v\' ■ \'V, S •- „ ;. ;:gt;/ quot;? •/. :
.. ■ \' , \'v - ^ ■\'.gt; v.\'
■ \'-:v \'v ■ J, \'lt;\'-v,:-• ■■ - - \'■ •\' ■■■■
\' • .. ■ ,V J. ... ï\' gt;■.
,
|
y |
-\'k •: {■gt; V V,;. ^ \' l\'r\'yj |
\'i\'/V-.\' r . ^ |
|
■ . |
\'v • | |
|
^\'\' * |
i?^:i V | |
|
\'Vi;;v |
i?,\': B v»1; gt; ■) \' •» - .v. |
7 |
v: ;y.
rgt;;
S\' ï \' ,; quot; \'i j\' \'\'.\'»1\'\'1 ■ v \' \'M k \' r v. ■
l;: v ■\'
• \\ v . • , v --C - ■•gt;,.•» . , : \' : • V r \'T ■ \'V^ V •/ •; i ■ Yt.
\' •
\' -
r ■ ■
■■ lt;•*} \' \\\' r \' ■ ■ Ifr, ■ quot;
• r , ■
|
f:\'.; \'-.-VV \'\' | ||
|
f : r \' \' | ||
|
W - |
quot;gt;■•: .-.v;: | |
|
■1 / gt;■ |
v quot;v. : - , v--v. w, - v,- v, , v; v\' - \' v .\'^ -v^V-;
Ar) r- \'v---t- -\'V A. ^
:Vcs::;u^v:
\'È- \'s \\ ;siï\'\' fv;V
.MVi\':\' - ;-■■■gt;.- ■■■ -■. :. .\': , ■\':• v-
gt; . ( —-—--- -
C \'c
V ,
A-
|
A« (Comeh\'s van (ley) [1749 — 1810] geb. te Leiden, boekhandelaar te Haarlem en daarna te Utrecht, ijverip; aanhanger van Willem V, in 179() óm politieke redenen veroordeeld tot vijf jaar tuchthuisstraf, in 1799 op vrije voeten gesteld, daarna boekhandelaar te Utrecht, overleden te Amsterdam. Hij schreef de volgende werken: Handboekje der Vudcrlandschc Geschiedenis, (i dln., Dordrecht 180i; Geschiedenis ran den Jonf/sfge\'éin-dij/den oorlog tot op het sluiten ran den r rede van Amiens, 10 dln. met pl„ Amst. 1802—8; De Geschiedenis der Vereenigde Nederlanden en derzélver buitenlandse/ie bezittingen , 25 dln. metpl., Dordrecht 1811; Geschiedenis van het leren, character en loigerallen van Willem V, 5 dln. met porti1., Amst. 18116-9; De doorluchtige vorsten uit den huize van OranjeNassau en derzelrer uitmuntende daden, \'s Hage 1814; De Tirannijen der Fransehen in den jare 1747, 1785—1813, in de Nederlanden gepleegd, Amst. 1814; Verslag van de gebeurtenissen in Amsterdam en Woerden in Nor. en Dec. 1813, 2 stukjes, Amst. 1814. Aa (Pierre Jean Baptiste Charles van der) geb. te Haarlem, 31 üct. 1770, was advocaat te Amsterdam en een ijverig voorstander van de staatsomwenteling in 1795. In 1790 werd hij baljuw van Amstelland; tien jaar later vatte hij de praktijk weer op te Leiden. Uit haat tegen de vreemde over-heersching wilde hjj noch onder L. Napoleon, noch onder den keizer dienen en onderhield hjj zijn talrijk gezin niet de opbrengst van zijne praktijk en van zijne pen. Hij schreef of vertaalde vele werken o. a.: Handboek voor de jongelingschap of lessen voor het maatschappelijk leven , Amst. 1802; Aanspraak in dichtmaat ter gelegenheid van het heugelijk vredefeest, Amst. 1802; Kedevoering, over den minst geachten stand in den Burgerstaat] Amst. 1802; Kleine gedichtjes voor zeer jonge kinderen , Amst. 1803. Voorts een groot aantal Juridische werken. Hij is de vader van de twee van der Aa\'s, die onmiddellijk volgen, en overleed 12 Mei 1812. |
Aft (Christiaan Petrus Eliza Itobidé van der) geb. te Amsterdam 7 Oct. 1791, studeerde en promoveerde te Leiden in de rechten, bekleedde in den Fransehen tijd verschillende betrekkingen, werd in 1818 procureur te Leeuwarden , vestigde zich tien jaar later, na zijn tweede huwelijk, metterwoon op den Hemelschen berg bij Arnhem, in welke stad hij het rechterambt bekleedde, en stierf 14 Mei 1851 aan den kanker in hel aangezicht, na de dïie laatste jaren van zijn leven aan de gevolgen van eene hersenziekte geleden te hebben. Robidé van der Aa heeft zich doen kennen als dichter van vele huiselijke en gelegenheidsgedichten , wier opsomming ons minder doelmatig voorkomt, doch waarvan er verscheiden te vinden zijn in de Muzen Almanakken of in die van net Schoone en Goede waarvan hij een reeks van jaren redacteur was. Hij schreef waarschijnlijk de Duivelin, tooneel\'sp., Leiden 1810; verder werd hij door de maatschappij tot N. v.\'t A. met goud bekroond voor zijn Gevolgen van huiselijke achteloosheid, wanorde en verkwisting, 18J24. Voorts zijn van hem: Losse bladen in het groote levensboek , 2 dln., Amst. 1832; Veldviooltjes, Amst. 1834; De zoon der Natuur en de zoon naar de wereld, 2 dln., Amst. 1830 (onder medewerking van Ds. O. G. Heldring): de Rijn in afbeeldingen en taf er celen geschetst, 2 dln , Amst. 1837 (vrij naar \'t Engelsch van Tomblesons\' Views on the lihine); Volksverhalen en Legenden aan |
1
2
|
de Rijnoevers verzameld, 2 dln., Amst. 1839 (vrij naar \'t Hoogduitsch van Reimonts lilieinlaitds Sayen); Oud-Nederland in de uit vroeger dagen overgebleven burgten en kastee-len, 2 din., Nijm. 1S41. Van der Aa heelt zijn grootsteu roem te danken aan zijn stukken in den Volksbode, een tijdschrift door hem en bovengenoemden Heldring uitgegeven, Arnhem IK!!)-47, in hetwelk hij tegen het misbruik van sterken drank en andere volksgebreken met kracht te velde trok. üns bestek gedoogt niet een lijst te geven van ai de verhandelingen, evenmin als van de kinderwerkjes door hem in \'t licht gegeven. |
Ai» (Abraham Jacobus van der) geb. te Amsterdam 6 Uec. I7f)2, werd aanvankelijk opgeleid voor geneesheer, doch het overlijden zijns vaders en de conscriptie deden hem in 1812 de studie vaarwel zeggen : hij verkoos den zeedienst boven den landdienst, in de hoop van alzoo scheepsdokter te worden, \'t Schip, waarop hij diende, werd door de Engelschen genomen en de bemanning krijgsgevangen gemaakt. Door de omwenteling van 1813 kwam hij op vrije voeten en nam dienst als tamboer bij eeii korps Hollanders,quot; te Yarmouth verblijf houdende. Hij maakte den veldtocht van 1815 mede, woonde den slag van Waterloo bij, doch verliet in 1817 den dienst, omdat er voor hem weinig uitzicht op bevordering was. Hij vestigde zich als boekhandelaar te Leuven, doch onbekendheid met den handel en dientengevolge achteruitgang in zijne zaken dwongen hem in 1819 zijn handel aan kant te doen. Nu zocht hij zijn bestaan als onderwijzer en werd op eene bloeiende kostschool te Savre Moulin geplaatst, welke inrichting later te Vilvoorden gevestigd was. Van 1825 — 30 was van der Aa particulier secretaris van den Auditeur Militair te Antwerpen, doch de Belgische opstand dwong hem als Hollander Antwerpen te verlaten, met achterlating van al het zijne; hij vluchtte naar Breda, stelde zich ter beschikking van den gouverneur dier vesting en bewees het vaderland in die hachelijke tijden menigvuldige diensten; onder anderen ondernam lü], op last van hooger hand, een tocht naar Antwerpen, waar hij herkend werd en op staanden voet zou doodgeschoten zijn, zoo zijne tegenwoordigheid van geest hom niet gered had. Na het vredestractaat met België in 1839 vestigde zich van der Aa metterwoon te Gorinchem, om met des te meer gemak de uitgave van zijn groote woordenboek te kunnen besturen. Hij overleed aldaar den 21 Maart 1857, na de beide laatste jaren veel geleden te hebben aan de ziekte (kanker), die zijn ijzerslerk gestel langzaam ondermijnde. De werken van dezen schrijver zijn: Het metalen kruis, vaderl. blijspel met zang, Amst. 1832; Aardrijkskundig ivoordenboek van Noord-lirahand, Breda 1832; Herinneringen uit het gebied der geschiedenis, betrekkelijk de Nederlanden, Amst, 1835; Ue-knopt Anrd. Woorden!)., één dl., Gor. 1835; Aardrijkskundig Woordenboek der Nederlanden, Gorinchem 1836 —51, met bet aanhangsel 13 dln.; Nieuwe Herinneringen uit het gebied der geschiedenis , betrekkelijk de Neder-lunden, Amst. 1837; Geschied-en Aardrijkskundige beschrijving van het Koningrijk der Nederlanden en het Groothertogdom Luxemburg Gorinchem 1841; Nieuw Biographisch, antho-logisch en critisch Woordenboek van Neder-landsche dichters , kunnende dienen als aanhangsel op P, G. Witsen Geysbeeks woordenboek van Ned. dicht., 3 dln., Amst. 1844—46; Geschiedkundige Beschrijving van de stad Breda en hare omstreken, met pl. en facs., Gorinchem 1845; Nederl. Oost-lndië, met pl., 4 dln., Amst., later Breda 1846—57 bevat alleen tie beschrijving van \'t eiland avn); Beschrijving van den Krimpener- en Loopikerwaard, Schoonh. 1847 ; Nederland , handboekje, voor reizigers, met kaartjes, Amst. 1819; Lotgevallen van Willem Heen vliet, ook 0)] Borneo en Bali, met pl. en k. , Amst. 1851, (waarin hij zijn eigen lotgevallen, tijdens zijne militaire loopbaan beschreef); Biographisch Woordenboek der Nederlanden , Haarlem Is50-o7. Uit Woordenboek bewerkte van der Aa tot het artikel Coehoorn; \'t is na zijn dood voortgezet door van Harderwijk en Schotel en thans geheel voltooid. Voorts gaf v. d. Aa nog een Bloemlezing van van Lffens Hollandsche Spectator in \'t licht, 2 dln., in \'t klassiek letterkundig l\'antheon van H. A. M. Koelants, Schiedam 18\')5; Parelen uit de letterkunde van Nederlandsche dichteressen, Amst. 1856; Ons Vaderland en zijne bewoners (prachtwerk, met fraaie lithographiön en houtgravures tusschen den tekst), Amst. 1855—57. Eindelijk was lij] redacteur van den Zuid- en Noord-llollandschen Volksalmanak en leverde hij onderscheiden bijdragen in verschillende tijdschrifien, als in het Letterlievend Maandschrift , de Vaderlaiulsche Letteroefeningen, Vriend des Vaderlands, Algeineene Kunsten Letterbode, Maria en Martha, Astrea, de Globe, de Navorscher, enz. enz. Aa (Martinus Wilhelmus van der) geb. te Amsterdam den 10 Maart 1830, waar hij ook gevestigd is, schreef onder het pseudoniem van Henry van Meerbeke: Waarnemingen en waarheden, Amst. 1859; Nog iets over Klaasje Zevenster, Amst. 1866; Zoo wordt men lid van de Tweede Kamer, een Hollandsche verkiezingsroman, Amst. 1869. |
Aa—AbeelC.
3
|
A« (Pieter Jan Batist Card Unhide van der), zoon van O. I\'- E. Robidé van der An, geb. te Oosterbeek bij Arnhem \'il! Mei 1832, studeerde aan hét Luthersche Seminarium te Amsterdam, doch vestigde zich later te \'s Gravenhaae, waar hij zich op aardrijkskunde en koloniale wetenschappen toelegde. Onder hetpseudoniem van Robrecht van Peene schreef\' hij van 1860—1862 een wekelijkscli overzicht\' der politiek in het Zondagsblad, daarna in de Nieuwe Itotter-damsche Courant. Voorts bijdragen in de Koloniale Jaarboeken, de Gids, de Neder-landsche Spectator (waarvan hij mede-oprichter was), Handelingen van het Indisch Genootschap , Bijdrar/en, uitgegeven door het Koninklijk Instituut ran Taal-, Land- en Volkenkunde, enz. Ook bezorgde hij eene uitgaaf der reisbeschrijvingen van dén natuuronderzoeker C. B. H. von Rosenburg en schreef hij eene brochure getiteld: Afri-kaansche Studiën. Koloniaal bezit en particuliere handel op de Westkust van Afrika, \'s Hage 1*71; De groote Bantamsche opstand in het midden der vorige eeuw, bewerkt naar meerendeels onuitgegeven bescheiden uit het oud-koloniaal Archief, met drie officiëele documenten als bijlagen, \'s Hage 1881. Abbemn (Andries Sybrand) geb. teReenen 19 Febr. studeerde en promoveerde in de rechten, was eerst advocaat, later raad in de vroedschap van Utrecht. Van 1785 tot 1795 leefde hij ambteloos, waarna hij lid van den Raad van State en eerste voorzitter van het Comité tot de zaken van het bondgenootschap te lande werd. Later bekleedde hij de betrekkingen van directeur der militaire 1\'mantiën, lid der nationale rekenkamer, agent der finantiën en lid van den raad van linantiën. Hij overleed \'28 Mei 18Ü-2. Hij schreef: Mijm bevindingen , gedachten en bedrijven , gedurende mijne Sessie in de vroedschap der stad Utrecht, 4 dln. fo. en 8 dln. bi)lagen, Utrecht 1775—1788, Abbing [Cornelis Alard) werd geboren te Hoevelaken 11 October 180U, studeerde te Utrecht in de theologie en later in de letteren. Tijdens zijn promotie was hij reeds werkzaam als conrector te Hoorn. Van 18\'26 tot 1868 was hij rector der Latijnsche scholen aldaar. Hij vestigde zich in 1868 metterwoon te Heeze in Noord-Brabant, waar een zijner zonen predikant was, en overleed aldaar \'26 Juni 187:2. A. schreef behalve eenige Latijnsche werken; Beknopte Geschiedenis der stad Hoorn en Verhaal van de stichting, vóltooijing en verfraaijing ran de groote Kerk tot op den brand die haar vernielde op den Men Augustus 1833, Hoorn 183ii; Geschiedenis der stad Hoorn, hoofdstad van Westvriesland, gedurende het grootste, gedeelte, der XVII en X VIII eeuw, of vervolg op Velius\' Chronijk, beginnende met het jaar 1630, met aanteeke-ningen en bijlagen, quot;2 dln.. Hoorn 1811 en 4-i; Letterkundig leren ran Marcus Tullius Cicero, in zijne kindschheid en eerste jonge-lingsjaren, Hoorn 1880. Voorts schreef hij het levensbericht van Thade Pan achter dé Handelingen van do Maatschappij der Nederl. Letterkunde te Leiden, 1860. |
Abbink (Johannes Jacobus), geboren te Amsterdam 28 Juli 1802, was beëedigd trans-lateur bij de Arrondissements-Rechtbank aldaar. Hij overleed 26 Dec. 1870 in zijn vaderstad. Behalve vele vertalingen uit het Engelsch en het Hoogduitsch schreef hij: (vermoedelijk onder liet psdnm Geratinus) het zangspel W. van Teisterkoord of de gebroken domper Amst. 1826; Leven van koning Willem II, Amst. 1849; Proeve van staat-en staathuishoudkundige fabelen, Amst. 1849. Ook schreef hij enkele losse gelegenheidsgedichten bij dén dood van Willem 11 en de komst van Willem 111 te Amsterdam in 1850. Abbriiig* (Hermannus Johannes), geb. te Groningen 2 Jan. 1788, ging in den krijgsdienst bij de genie en bracht het tot kapitein , in welken rang hij in 1826 gepension-neerd werd; hij overleed 14 April 1874. Hij schreef; Maurits van Werdenberg of de \' vrijgeest. Gron. 1832; Weemoedstoonen uit de geschiedenis van mijn leven of mij nereis naar Curacao en vlugtige beschouwingen van hetzelve, gedurende mijn tienjarig verblijf op hetzelve, Gron. 1834; Fragmenten uit mijne aanteekeningen , 2 dln., Gron. 1836; Het dal Kerah of de pelgrimsoogst, Ken Perziaansch verhaal, 2dlii., Gron, 1836—37; Geron of de Oude op den berg, een boek voor ingewijden, 2 dln., Gron. 1837; Keur van kleine geschiedenissen en verhalen, 2 st.. Utrecht 1838—39; Het Heelal of beschouwing van den sterrenhemel tot opwekking van godsdienst en gods-vereering, Amst. 1849. Abbruggo (M.) leefde in de 17e eeuw; hij schreef; Mengelmoes van verscheidene gedichten, in nieuwe Minnewijzen, \'s Hage 1669. Aboonw (C. J.van), schreef; De man van de wereld, of de verfranschte zeden blijspel. Amst. 1834; De twee Neven, een verhaal uit den vijftienjarigen vrede, Amst. 1835; Schetsen en Phantasiën, Amst. 1837. Ahcclc (Achior ran den), schreef; Den Weg der Verga11ckelgkheyd, Haarlem 1717, behelzende overdenkingen bij ziekte, dood en graf. Voorls; Stichtelijke Gedichten waarin een jongelings Pelgrimagie beplant met gedichten en\' gezangen over verscheyde voorwerpenv |
4 Abecle
Ackcr.
|
Haarlem 1718. Nog zond hij in \'l licht Weereldlyke Alarm, 1719 en Christelijke Iluis-hondhig, 1740. Abcele (Albijn van den) geh. Ie SinlMar-tens-Laathem bij Gent, \'27 Augustus 1835, was in zijne geboorteplaats lid van den gemeenteraad en burgemeester, terwijl hij er thans schepen is; bij dit alles oefent hij het bedrijf van landbouwer uit. Hij schreef: Geschiedenis van Sint-Martens-Laaihem, 18(53; Geschiedenis der stad Dcinze. 18ii5. Karei en Theresia, eene schets uit het Vlaamsche dorpsleven, 18()(); Het jaar zestien (1816), eene schets uit het werkmansleven, 1869; Hef Hof-ter-Heken, eene schets uit het leven der Vlaamsche landbouwers, 1873; Een dorpsbe-schaver, schetsen uit het maatschappelijk leven, 1874. Al deze werken worden te Gent gedrukt. Ablaing ymi lt;4ichhciihurjj ( Willem Jan Baron rf\'J geb. te Amsterdam den 1 Juli 1812, was achtereen volgens referendaris bij den Raad van State, lid van den Hoogen Raad van Adel, referendaris bij het Uep. van Binnenl. Zaken en Raad Adviseur bij het Dep. van Justitie;, hij woont thans ambteloos te \'s Hage. Hij schreef Begtma-tiyheid van schadevergoeding voor afgeschafte Heerlijke Beaten, \'s Hage 1849; De Dnitsehe• \'Orde of beknopte geschiedenis, indeeling en statuten der broeders van het Dnitsehe Huis van St. Marie van Jeruzalem, \'s Hage 1857; De Bidderschap ran Veluwe of geschiedenis der Veluwsche jonkers met pl. van wapens, \'s Hage 1859; Nederl. Gemeentewapens, \'s Hage 1862; Wapenboek der Bidders van de Dnitsehe Orde, Balije van Utrecht, \'s Hage 1871. Ablaing van ««U\'HHC\'iilnirt» [Itudolf Caret Baron d\') geb. te Amsterdam \'26 April 1826, is sedert 1851 boekhandelaar in zijn geboortestad onder de firma R. G. Meijer Hjj schreef Zedekande en Christendom, voorloopig antwoord op den open brief van J. B. en B. C. Meijer (pseudoniem Rudolf Charles) Amst. 1859; Origineelen en zonderlingen, Farijsche typen, een reeks artikelen uit 0»i»/6»s overgedrukt. Amst. 1871; Wat eischt de Vaderlandsliefde in zake de voorgestelde uitbreiding van ons militair defensiewezen, Amst. 187ü; Curiositeiten van allerlei aard, 44 nommers Amst. 1874—8; Algemeene dienstplicht, Amst. 1882. Voorts verschillende boekbeoordeelin-gen, artikelen inde Verzamelaar Amst. 1851, in de Dageraad, sommigen geteekend Rudolf Charles, andere onder zijn eigen naam (1856—67), al de ongeteekende artikelen in de Dageraad van 187\'.)-1882; artikelen geteekend R. C. in Beeld door Zee Amst. 1882-4, in het verbond der vrije gedachte Amst. 1859, in de Omnibus Amst. 1865 ge-teekend R. G., L. Dabinga, D. A. V. G., Aërobaat. Jan Rechtuit, Karei en Gaper. Hij heeft nog onderhanden een werk in de Fransche taal over de ontwikkeling der godsdienstige begrippen in Palestina. |
Ablijcn {Cornells) notaris te Antwerpen , waar bij in de 16de eeuw leefde. Hij schreef; De nieuwe Werelt der landschappen ende eglanden die tot hier toe allen ouden weereltbeschr ij veren onbekent geweest syn, Antwerpen, 1563. Abraliainxcn (Isaak) geb. te Vlisslngen 15 Aug. 1663, was krankbezoeker in zijne geboortestad en overleed aldaar 4 (Jet. 1714, Behalve eenige stichtelijke werkjes schreef hij Kronyk-Begister van de voornaamste Kerkélyke en Wereldlijke Geschiedenissen van den beginne des Werelds enz., Middelb. 1713, meermalen herdr. Ackcr Straling (G.). Zie Straling. Aoker (August ran), geb. te Eekloo den 22 Maart 1827, was eerst werkman, daarna notarisklerk en vervolgens werd hij 4 Juli 1859 benoemd tot secretaris der stad Eekloo, wolk ambt hij heden nog vervult. Eerst schreef hij losse gedichten, waarvan er verscheidene\' bekroond werden. Den 1 April 1849 werd hij opsteller van het weekblad: De Eeclnonaar en in Juli 1867 stichtte hij een ander weekblad: De Gazette van Eecloo en het District. Als prozaschrijver leverde hij: Jan en Lotte, novelle uit het leven mijner ouders (bekroond door het Willemsfonds), Gent, 1872; Tonia, novelle, Eekloo, 1874; Martje Martens, novelle (bekroond door Het Vlaamsch Volk), Antwerpen, 1876, Tevens gaf hij in het licht: Merkweerdige Extracten uit de Besolutiehoeken der stede, Keure en de Vrijheid van Eecloo, uit de Besolutie-registers der Municipaliteit van het canton Eecloo, van den Begeeringsraad eu den Gemeenteraad dei-stad Eecloo, (1655—1859), Eekloo, 1864. Acker (Leopold Johan van), broeder van voorgaande, insgelijks te Eekloo geb. 21 November 1832, was eerst notarisklerk, doch later, gedurende vier jaren, hulponderwijzer in zijne geboortestad. In 185ü kwam bij als loteling bij het leger, waarbij hij bevorderd werd in 1862 tot onderluitenant, den I Januari 1868 tot luitenant en den 25 Juli 1877 tot Kapitein bij het lüe Linieregiment. Thans is hij bestuurder der regimentschool te Philippeville Verspreide gedichten en letterkundige bijdragen van hem verschenen in liet Nederlandseh Tijdschrift, in Meiloover, de Gazette van Eekloo, De Toekomst van Yperen, De Toekomst van St. Nicolaas, De Eendracht van Luik, enz. Ook maakte hjj |
Ackere—Acquoy.
5
|
vrije vertalingen van zes en dertig no-veilen, welke te Eekloo verschenen. Met zijn vriend luitenant V. van de Weghe gaf hij eene Nederlandsche vertaling van Belgische krijgsreglementen, enz. Alleen zond hij tevens in hel licht; De SohkUenschool, Antw. 1874. Ackcrc (Maria ran, geboren Doorlaei/he), goh 25 October 1803, dochter van een polte-hakker uit Dixmuiden, die te Iperen in eene zusterschool Fransch en Vlaamsch leerde en daarna hij hare ouders aan huis les in het rekenen nam van zekeren Petrus Johannes Gheysen. Deze ontdekte bij haar het eerst eene natuurlijke dichtgave, waarna zij onder bescherming genomen werd door den notaris L. van Roo , die haar niet de meeste dichters van haar vaderland in kennis bracht. In 182() werd zij te Iperen bijeen prijskamp met goud bekroond. Zij stond in hoog aanzien bij den dichter Prudens van Duj\'se, die haar verscheiden zangen wijdde. Onder hare beste gedichten hehooren An)i de Bel-gische Dichters, gedrukt in de Nederduitsclie Letteroefemnqen van October 1833 ; Dichtstuh hij de inhuldiging rem den nieuwen steenweg ran Dixmude op Pervysen, den 24 Juni 1840, opgedragen nan het stedelijk bestuur van Dix-mude. 1840; MadAieeen, Dixm. 1840; Palfijn (uitvinder van den f\'orceiis), raderlandsch gedicht. Gent 1848; St. Godeliere, legende uit de XI eeuw, dichtwerk, 1S4!); De arnndlam)), dichtbundel, 1S50, waarin haar schoon gedicht Hnirelijksheil, geschreven na haar huwelijk (in 18:3(;) met van Ackcre, verloskundige uit Kortrijk; Den weledelen Heerede ISreyue-I\'eéllaert, herkozen als burgemeester der stad Dixmude, üixm. 1865; De. schoone kunsten in België, prijsraers, bekroond in 1857 te Gent; Xetternani, 1857; Winterbloemen, dichtb\'iiulel, Gent, 1S()8; Ncijaarsrruchten, dichtbundel, 18(i9; PetronellaMnenu, Ihillands blinde dichteres, Antwerpen, 1872; Vreemde harpen, vertalingen. Gent. 1873; Nieuwe dichtbundel, Gent, 1873; Hare Vereen if/de Dichtwerken verschenen te \'s Gravenhageln 1870. De dichteres overleed 7 April 1S84 te Dixmuiden en van baar verscheen dan nog: Jongste Dichtbundel met het portret van de-schrijfster op S0-jarigen ouderdom, Roese-lare, 1884. Aokci\'NiUjk (Willem Cornelis) geb. te \'sHertogenbosch 12 Dec. 1700, studeerdeen promoveerde in de rechten te Utrecht, werd advocaat in zijne geboortestad, en ua 1807 te Utrecht. Van 1811 — 20 was hij vrederechter in laatstgenoemde plaats; sedert dien tijd leefde hij als ambteloos burger te Rotterdam Hij stierf den 7 Febr. IS43. |
Behalve als rechtsgeleerde muntte A. insgelijks uit als letter-, geschied- en oudheidkundige, waarvan talrijke opstellen in de werken van verschillende genootschappen cfin tijdschriften kunnen getuigen. Acht bijdragen van zijne hand vindt men in de werken van de Maatschappij der Nederl. Letterkunde ie Leiden, waaronder zijn; Geschiedkundig Onderzoek omtrent Herman de liuyter van \'s Hertogenbosch , zijne inneming en verdediging van de vesting Loevestein en de omstandigheden daartoe betrekkelijk. Afzonderlijk beeft hij uitgegeven : Korte beschrijving van het dorp Lommei en deszelfs omtrek, mitsgaders On-derrigt omtrent het Noorder-kanaal, ondernomen tot vereeniging van de rivieren de Ithijn, de Maas en Schelde, Nijm. 1808, zijnde de geschiedenis der Eugeniaansche gracht, die de infante Isabella Clara Eugenia in 1026 wilde maken, ten einde Hollands handel te fnuiken; Aanmerkingen omtrent de Nederlandsche taal, bijzonder met betrekking tot de zuidelijkeprovinciën (Nederlandsch en Fransch naast elkander), Antw. 1822. ArkcrNilijk (Jan), zoon van den voorgaande, werd te \'s Hertogenhosch geb. 22 Oct. 1790, studeerde in de rechten te Utrecht en vestigde zich aldaar als advocaat. In 1815 maakte hij als vrijwilliger den veldtocht tegen Napoléon mede; in 1817 werd hij benoemd tot subst. officier bij do rechtbank van eersten aanleg te Utrecht, in 1825 tot hoogleeraar te Luik en na 1830 te Utrecht, welke betrekking hij tot Juni 1860 waarnam. Hij stierf 13 Juli 1861. Als eene bijzonderheid van dezen geleerde vermelden wij zijn onverzadelijken lust tot reizen: bijna alle landen in Europa zijn door hem bezocht van westelijk Ierland tot Kazan in Rusland en van Lapland tot Palermo. Hij schreef; Verhaal eoner reis in Rusland, gedaan in 1835, 2 dln., Gron. 1840. Voorts vindt mfen proeven uit zijn reisjournalen in de Vriend des Vaderlands. Op oeconomisch gebied gaf A. verscheiden brochures uit. Ackelt; (Jan) leefde in het laatst der 17de , eeuw te Brugge, waar de Rederijkerskamer ,.de Drie Sanetinnenquot; op 15 Februari 1700, een treurspel van hem opvoerde, getiteld: Clarinde, l\'rincesse van Mantua of de ramp-spoedighe liefde, Brugge, 1700. Verder is nog van hem bekend; Gelukkige en ongélukkige minnestrijd, zangspel, Brugge, 1706. Acqnoy (Johannes Gerhardus Rijk), geb. 3 Jan 1829 te Amsterdam, promoveerde in de theologie, was achtereenvolgens predikant te Eerbeek, Koog a/d Zaan en Zalt-Bommel, en werd in 1881 kerkelijk hoog-leeraar te Leiden. Behalve losse stukken in den Kalender voor de Protestanten in Nederland, 1856, vlgg., en in de Geschiedenis der Christelijke kerk in Nederland in tafereelen, |
Acronlut* - Adrinensen»
6
|
Amst. 1864, schreef hij: Jlerman de liuyter, naar uitgegeven en onuitgegeven authentieke documenten, \'s Bosch 187«; Jan ran Venray (Johannes Ceporinus) en de word inn en vestiging der Hervormde gemeente te viel, id. 1873; Het klooster te Windesheim en zijn invloed (uitgegeven tloor hot Provinciaal Utrechiscli genootschap van kunsten en wetenschappen, dat den schrijver met goud bekroonde), 1ste deel. Utrecht 1875, Me deel 1876, 3de deel 1880; Kerkgeschiedenis en geschiedenis van het Christendom; Bede-voering, Leiden 188a. Onder het pseudoniem van Johs. Jacohi schreef hij een dramatisch gedicht: Mattathias de Chasmoniër, Amst. 1866. AcroniuH (Daniel) schreef: Geschiedenis der Steden, 1651. Admna vmi SrlicltiMiia [C. .7.). Zie SolieKcmna Admiraal (Aart) geh. te Goedereedo 13 October 1833, werd. opgeleid voor onderwijzer, doch ging ;n 1860 bij de telegrafie over. Sinds 1869 was hij directeur bij de rjjkstelegrafie te \'s Hage,\' later te Schoonhoven, waar hij 13 Nov. 1878 overleed. Hij schreef van 1856—65 opstellen in de Dageraad; voorts zonder zijn naam: Ideën over Mullatidi, Amst. 1861; Hoe hij koning werd, Dord. 1863; De vijand der niantschap/)ij, 1865;\' Het leven in Doortrek (iu het Tijdschrift Nederland): De laatste Hollandsche Minnezanger, 1865; Het kransje te Wemeldingen m een Vraag, twee Novellen, Delft 1860; De godsdienst des volks, 1867 (psd. lloto van dei-Maas) ; Een schoofje distels, Arnh. 1874; I)r. A. Knijper is geen vertegenwoordiger ran het Nederlandsche volk. Een woord ten gunste der kinderen en gemeentekassen , Schoonhoven 1875; Ken ander schoofje, \'s Hage 1876; iï\'ei; badreis (Lippspringe, herstellingsoord voor longlijders), Schoonhoven 1877; Krisje de Gier, een kleine roman, \'s Hage 1878; Ver-hranden en hegraven (uit de nagelaten papieren), \'s Hage 1880. Wijders vele bijdragen er. opstellen met zijn naam of ónder de psd. van B. v. d. M.. een Oud-Ondermeester en Jb. van der Zande, in de Nederlandsche Spectator, Vaderlandsche Letteroefeningen, Tijdspiegel, Gids, Omnibus, enz. Adolfg (Jan). Zie Hckkcr (Balthazar) Adriaans Zie Kngclbregt (A. C.). Adriacna (Jan) geboren Ie Gouda omtrent het begin der 16e eeuw, schreef: Een gouden Cyhorie des weerdigen H. Sacraments des outaers. In welcke dat allen sitnpelen lt;nde onqheleerden menschen geloont wort, diewar-achticheyt ende weerdigheyt des heylighen Sacraments, opgeniaekt ende tsatnen vergadert van broeder Jan Andriaens van ter Goude, Minnebroeder tot Mechelen. Nemet in dancke F. J. G. Antw. 1553. |
AdriapiiH (Hendrik) werd te Antwerpen geboren in de eerste helft der 16e eeuw. Toen hij weduwnaar was geworden, begon bij zijne geestelijke studiën aan de Hooge-scbool te Leuven en in Maart 1586 werd hij pastoor van het St. Elisabethsgasthuis zijner geboortestad. In 1601 werd hij kapelaan der Autwerpsche hoofdkerk, in welke betrekking hij 521 Mei 1007 stierf. Zijne nagelatene werken verschenen onder de titels: Catho-lieke Sernioonen ofte verclaringen op cdle de Jl. Evangelien van de Sondaghen, Antw. 1592; Nieuwe Legende, ofte \'t leven , iverckcn, dood ende miraciden ons liefs Heer en Jesu Christi, met syne lieve Heilighen, Antw. 15ü3enl609. AdriaciiHPn (Jan Baptist Cornells) geb. Ie Brussel ^0 October 1847, ontving zijne opleiding in de normaalschool te Lier, werd in 1867 onderwijzer aan de gemeenteschool te Leuven en twee jaren later aan do staatsmiddelbare school te Antwerpen. Sedert 1.^80 is hij schoolopziener voor het kanton Lier. Hij schreef in tijdschriften en dagen weekbladen bijdragen in proza en soms ook hekelverzen onder het pseudoniem Jan Jans. Afzonderlijk gaf hij uit: Het eerekrins, tooneelspel met zang, 1868; Meester zijn, tooneelstukje, 1868; Moeders naamfeest, tweespraak , 1868; Mietje Strik, tooneelstukje in éen bedrijf, 1868; De zee, groot zingdicht. 1868 ; De zuster van liefde, cantate (bekroond) 1869; Zwingein, lustspel met zang in één bedr. 1869; Kompernnl, idem, 1869; Snoepen en Sparen, idem, 1869; De kr oliebol, alleenspraak , 1869 ; Verloren Maandag of de ge-volgen van spel en drank, 1869; Het kinden de bedelvrouw, samenspraak, 1870; Madame van Grollegom , kluchtspel, 1870; Eene Aalmoes, tooneelspel, 1870; Fransen Eniiel, geschiedenis van twee gebuurkinderen, 1871; Vivat ons dorp ! lustspel met zang , 1871 ; Sus Trotselaar, tooneelspel, 1871; Jan de knecht, alleenspraak, 1871; Oost west, \'t huis best, tooneelspel met zang, 1871; Liever t\'huis, tooneelspel, 1871; Werk, talent en kapitaal, cantate, 1b72; 1\'ieter Pauwel Rubens, zijn tijd en zijne tijdgenooten, 1871\'; Zindelijk Netje, alleenspraak, 1872; De kwakzalver, id., 1872; Berijmde fabels en andere gedichten, 4 reeksen, 1873; Pachter Noest, of werken is zalig, tooneelsp in één bedr., 1873; Het melkboerinnetje, alleenspraak, 1873; De geschiedenis van een potlood, 1873; Van Dijek en Jor-daens, 1873; Berijmde fabels en gedichten , Antw. 1873; Anton Wiertz, leven, en werken. Lier, 1873; David Teniers, leven en werken. Lier, 1873; De Fortuna, lyrisch diorama |
AdriHCiiBCiiM—Aelflt*
7
|
Anlw. 1875. De tooneelslukjes, voor kinderen geschreven , zijn allen pe teek end met Ja als pseudoniem en te Lier gedrukt. Verder gaf hij eenige schoolboekjes uit voor het rekenen. \' AdrlaenNciiH [Adriaan] omstreeks het jaar 1530 te Antwerpen geboren, trad in 1547 in de orde der Jezuïeten te Leuven en stierf aldaar 18 October 1581. Hij schreef; Enten G)ieestelijeken Berch die alle mettsehen pro-fijteliiclc, ivt cort hegrypende reel poincten claeiii/rk wlgheleyt. die in menigherley hoeex-kens verduystert hesehreven Klae.it, eu door-ffaens van godtvruchtighe herten qnalijch ver-staen, ende niet siltnde soirel na lichaem als nae der zielen beoeffent worden, ghemaecH hy den Eerweerdighen Heereende Meester Adriaen Adriaens van Antwerpen, Priester der So-cieteyt Jesn, de tireede Editie, Leuven 1508 en 1569; Dry suyverlijche Tractaethens, allen ntensehen gheestelyrke ende treerlyclee seer nut ende profytelyek, Leuven 15(i7; \'Iqhehet des IIeer en, dwelck nten ghenteynlyck nnentt Den Pater noster, met zijn der verclaringhe, glte-nomen irt die het/lif/he Sehriftuere, ende i)oe-tooren der iteyligher Kercken, phemaecthy den Eerweerdighen lleere ende Meester Adriaen Adriaensens van Antwerpen, Leuven. 15(17; Van des Cloostersen leven, oorspronck ende vomisf/anek, van over duysent jaren voor Christus ghéboorte tot hedensdaechs toe, alson hesehreven dat alle mensehen prof jteljrk can weser,, Leuven, 1570; Van d\' Inspreken des Ileeren, Inhoudende nlderhande troostelijeke vaste, leeringhen der diseretien, soaieel weer-lyeke als gheestelyeke ntensehen, na ziele ende liehaem prnfi/teh/ck, Leuven, 1570; Versehey-den gheestélijeke ende stichtelueke. Traetaten, ghemaeckt door den Eerweerdigen lleere ende Meester Adriaen Adrietensz. van Antwerpen , Priester der Societeyt Jesn , D\'eerste van Dins-preecken des Ileeren, Psalm SI, lek sal hon-ren ivat die lleere Godt in my spreeckt want hy sal vreede spreecken, Leuven. 1570; Van Evangelische armoede, Leuven, 1571; Van Evangelische snyverheyl, Leuven, 1571; Van ghehoorsaeniheyt ende hoe een ondersaet hem tot zijn overste ende een overste tot zijn ondersaet hebben sal, Leuven, 1571 ; Een sityver-lye lioecxken van der liiechten, hoe corte, salighe. rolmaeckte biechten spreken sal, Leuven, 1573. Aili iniii (Marcus Jan] geb te Oterdum, 28 Febr. 1771 , werd in 1794 pred. te Aengwirden en eei\'st 18C9 te Oude Pekel-A. Hij, stierf aldaar den 5 Dec. 1845. Twee zijner verhandelingen, de eerste over de geschiedenis van Jezus, de tweede over die der Apostelen zijn door de Maatsch. totN. v.\'t Algem. bekroond. Zijne overige werken zijn; Redevoering ter nagedachtenis van A. Wester, |
Gron. 182^; Iltdde aan de Nagedachtenis van Graaf Adolf rein Nassau door M. J. Adriani en II. /1. Spandaw (redevoering bij de ent-hulling van \'t eerste monument ter nagedachtenis van graaf Adolf niet ver van Hei-ligerlee in 1820), Gron. 1827; De Prosodiet of Woordenlijst voor de Uitspraak, Gron. 2e Dr. 1827. Adrinni lt; Rkii. [IScrtHird Jaeoh) geboren te Bolsward, 7 October 1823. Vroeger predikant teütlerloo, Waddinksveen, Haarlem, Utrecht, Rotterdam, en sedert 1862 te Amsterdam. Hij schreef: Stille Uren. Liederen en overdenkingen op den wea des lijdens. Haarlem 1855 ; 2e druk Amsterdam 1864; Op weg naar huis. Iets voor bekende en onbekende reisgenooten. Utrecht 1858; 3e druk Amsterdam 1872. Zondagavondstonden, 2 doelen, Utrecht 1861 en 1802; Voor het huisgezin. Proeve van een handboek voor de huiselijke godsdienstoefeninq, Amsterdam 1864; Gave der liefde. liaad en bestuur voor jeugdigen in jaren die. belijdenis des gdoofs hebben afgelegd. Amsterdam 1805, 2e druk 1871; M. Goszner\'s gulden spreuken voor el-ken dag des jaars. Den Christenen in Ne-deriand aangeboden Amst. 1865; Liefelijke paden van vroege godsvrucht, Amst. 1867; Woorden op het ziekbed. Evangelische blaadjes voor Kranken. Amst. 1809 ; johan Albrecht Bengel; naar het Hoogduitsch van Dr. O. Wachter, Amsterdam 1869; De opstanding der dooden. Een paaschgave, uit het Hoogduitsch , Amst. 1871; Renata, hertogin van Terzara in haar leven en lijden Amst. 1873. Voorts: Afscheidsrede te Haarlem 1850; Afscheidsrede te Utrecht 1859, en Bijbel/raar-deering en Bijbelverspreiding, Toespraak bij het openbaar verslag der Amsterdainsche Afdeel in (/ van hel Nedetiandsche Bijbelgenootschap. Amsterdam 1876. Aolbrook (Jan Lodewijk van), geb. te Sottegem 31 October 1755, overleden 29 October 1846 te Gent, waar bij lid van den \'gemeenteraad en lid van de provinciale staten van Oost-Vlaanderen was. Hij schreef: Memorie nopende de oorzaken der geweldige overstroomingen en stilstand der wateren op de. tneirschen en leege lauden , gelegen langs de Lege, Opper- en Nederschelde, gedurende de jaren 1816 en 1817, Gent, 1817; Werk-daclige landbouickiwst der Vlamingen, verhandeld in zatnenspraken tusschen eenen grondeigenaar en zijnen pachter, Gent, 1823, met platen. Aclxt (Willem van) omstreeks 1600 geb. te Antwerpen, waar hij schoolmeester was en in 1659 overleed. Van hem zijn bekend: De eerste boeken der Nederlandsche oorloghen. |
Aeneve—Altzciun.
8
|
bescreven door den Eenv. Pater Faminianus Slrada, priester der Maetschappi/ van Jesus, aenvanghende met het vertrech van Keijser Kar el V tot het begin der regeringhe wm Alexander Farnesius, hertog ran I\'arnia en Place nee n , op nieuw in \'lt; latgn overzien en verbetert ende verciert met de voornaemste personagien, seer constig naer Y leven in H coper gesneden. Het tweede deel begint met het stadthonderschap ran Alexander Farneze, enz. van het jaer MDLXXVIJI tot het jaer MDXC, Amsterdam, 1049. De eerste uitgave van dit werk verscheen te Antwerpen in 1634. De Eensaemheydt van Philagia dienende tot gheestelylee oeffeningen in de eènsaemhei/dt, Antwerpen, 1()4(;; De Liefde Godts, door den saligen Franciscus de Sales, Antwerpen, 1051. Aeneite (B. W. Schultetus). Zie Solml-tetus Acneae» Acrde (.ƒ. ran) schreef Treurspel ran de vier uyterste des menschen oft vertooninge van het leste oordeel, afgebeeld in de Christelijke standvastighegd van Ellas en Enoch. Ronsse 1790 (?) Aerlebout (Petrus) leefde in de 17e eeuw en dichtte; Onweer op zee van God gesteld door het aanlichten van. den vreede tusschen Enfieland en de Nederlanden, hetwelk gedrukt is in den Lagchenden Ajjoj 11, 1-J5. AcrU (Philips) te Gent geboren, leefde in het laatst der Ifide en in do eerste helft der 17de eeuw; hij werd 15 Juli 1004 als prediker bevestigd én ging met Ü. van Male als gezant van den Aartshertog Albert, naar Engeland, waar hij twaalf jaren bleef. Teruggekeerd werd hij onderprior te Gent en later Ï)rior van het klooster te Yperen. Hijover-eed te Moerbeke 24 Juli 10.57. Hij schreef: )rior van het klooster te Yperen. Hijover-eed te Moerbeke 24 Juli 10.57. Hij schreef: Gheestelgken schat van de derde orde St. Do-minici, soo wel voor cloosterlych als voor die. in haerlieder bgsondere huijsen en ootmoedige penitentie leren willen. Inhoudende de i)istel-linge, voortganck, gratie, privilegiën, regel ende eenige historie», der wytrennaerde per-soonen van de derde orde. Bijeen vergadert ende uyt verscheiden talen overgezet door den Eer tv. Philippus Aerts, Gent 10220, 2e dr, 1035 , 3e dr. 1003. Afriighom (Willem van) oen dichter uit de 13e eeuw. Zijn eigenlijke naam is onbekend, want de\'naam van Afflighem is die eener abdij in Brabant, waar hij in 1295 abt was. Later werd hij prior in de abdij van Frausnes in Henegouwen, waar hij overleed. Hij schreef Het leven der II. Ludgar-dis, een gedicht. |
AfniHii (Engel) schreef De bankroetier of de ontvluchting in een wijnmand. Een tooneeltje uit het volksleven des tegenwoordigen tijds. Kluchtspel, Purmerende 1S75. A gat lui. Zie de lt;itoojcgt; AgatliopliiliiN. Zie Camniingu (Chris-tiaan). Agliina (Josephus Joannes) gob. 8 Aug. 1822 te Alkmaar, studeerde in de medicijnen , was van 1855 tot 1802 geneesheer te /waag en sedert dien tijd te Hoorn, waar hij nog woont. Hij schreef behalve eenige losse dichtstukjes iii jaarboekjes, enz.: Een hedendaagsch duel, blijspel in 2 bedrijven, Purmerende 1858; Het stereoskoop e\'u het stereoskopisch zien. Hoorn, 1803; In d\'ouden Dik, Westfriesche Novelle, Hoorn 1868; Toespraak tot de Vereeniging voor volksvermaken te Hoorn, bij hun vijftigjarig bestaan. Hoorn 1875. Agricoln. Zio Mcijlcr (IV. de). A gr on (Pierre), schoolonderwijzer te Amsterdam en oen der redacteurs van de stadscourant in \'t laatst dor vorige en \'t begin van deze eeuw. Hij gaf uit Eenzaam tijdverdrijf in dichtstukjes, Amst. 1794. Hij was met Landré en Weiland bewerker van den vroeger zeer bekenden Dictionaire portatif. Aillict (Jan) Thieltsche dichter dor ISo eeuw. Zijne kenspreuk was: Zonder Liefde niet. Omstreeks 1733 schreef hij: Kef er eg n tot Lof der lieden-Rgeke Gulde-broeders van den Ileyligen Joannes Baptista binnen de stede van Thielt, roerende voor kenspreuk: Gebloeyt in \'t Wilde, door Joannes Ailliet insignis poita. Aitzcina (Lieuwe van), een Friesch edelman , goh. te Dokkum 19 Nov. 1000, resident der Hanzesteden te \'s Gravonhago en aldaar overleden 23 Fobr. 1069. A. is bekend door zijn historisch werk, getiteld: Saken van Staet en Oorlogh tn ende onitrent de Vereenigde Nederlanden, 15 dln. in 4\'\', \'s Hago 1005—71: tweede druk 1009—72, 7 dln in fol., waaraan is toegevoegd ; Verhaal van de Nederlandsche vredehandeling (van Munster) en Herstelde Leeuw |
Aken—Alberdiiigh Thljm.
»
|
ofte Discours over het yepasseerde in de Ver-eenigde Nederlanden in \'tjaer 1050 en 1651. Het werk bevat eene rijke verziimelint\' van staatsstukken voor liet roemvolle tijdperk onzer geschiedenis van 1021 tot 1668(vrede van Aken). Aken {Hein van). waarschijnlijk gel), te Brussel, pastoor te Gorbeke, tusschen Leuven en Brussel, leefde in de dertiende eeuw. Hij vertaalde uit het Pransch in Neder-landsche verzen le Hontau de la Rose door Guillaume de Lorris begonnen en door Jean de Meung voltooid. De vertaling is waarschijnlijk omstreeks 1200 gemaakt en Dr E. Verwijs bezorgde er in 1808 een uitgave van. Van hem is nog Hur/o van Tabnrien of Dit es van Saladiin insgelijks uit het Fransch vertaald. Het gedicht is uitgegeven door van den Berg in de werken van de maatschappij flov T ion/. I I Aken (Fransvan), geboren te Amsterdam, was geruimen tijd hnrologiemaker te Leiden waar hij o. a. in 1770 huwde, Later vestigde hij zich waarschijnlijk weder te Amsterdam, waar bij overleed. Hij is de vervaardiger vim VaderlandsaJie Zanyen voor de jeugd Arnst., 1786, waarin hij in berijmd proza zijn patriotscbe ideeën neerlegt. Hij schreef ook: De matroos door list, blijspel, Amst. 1783; De. bedriegster gestraft, klucht-blijsp., Amst 8785; Do wapeninr/ der laiid-lieden, li,spel, Amst. 1785; De aristocraten, treursp., Amst, 1785; De aristocratie ont-momd , door een vriend des volks, 1785; De ivatdioop der heerschzueht, of het Tlaagsche Moordrot verstrooid, tooneelst, 1786;\' De edelmoedige aanbieding, tooneelsp. 1780; Elise, opera, Amst. 1786; De zeldzame man, Amst. 1788. Aken (,ƒ. it/quot;, ran) schreef:1 Bezint eer gij begint, blijsp. Purmerende 1886. Akcrlneokcii (Barthold van) geboren Ie Dordrecht, was licentiaat in de rechten en advocaat te Zevenbergen. Hij overleed in 1646. Zijne geschriften zijn; Genealogie der Hertoghen van Gelre. Gnlicl:, Cleve. Berghe en Graven van der Marde: Midtsde Keysers, Coninghen, ITertoc/hen , Prinsen, Graven, en van verschegden andere door alliancien van deselve nfdaelende 10^7, 2e druk Nijmegen 1655; Het Beeht der Graven van Kymond, op het Hertogdom Gelderland. Akerlapokcn (Marie Maiy/aretiia) d och ter van den voorgaande, gaf den tweeden druk van het eerstgenoemde werk haars vaders uit Verineerdert ende met liijnien verciert, waarvoor zij van de regeering te Nijmegen eene belooning ontving. Ook schreef zij: |
Cleefsche Pegasus, inhoudende den lof der Keurvorsten en der Princen van Oranje, Nijmegen, 1054 AIikth (Frans) omstreeks den aanvang der XVIe eeuw geh. te Brussel; trad in de orde van Sint Dominicus, en toen bij een indrukmakend kanselredenaar was geworden, ging hij over tot den Lutherscben godsdienst. Daarom tor dood veroordeeld, vluchtte hij naar Oldenburg, waar hij aalmoezenier van den regeerenden Vorst werd. Zoodra de nieuwe geloofsbelijdenis zich openlijk begon te uiten in de Nederlanden, kwam Alaers derwaarts en predikte beurtelings in Brabant en in Friesland. In Mei 1500 vestigde hij zich in Antwerpen, en opnieuw vervolgd, verkondigde bij er het woord Gods in eene schuur. Bij de komst van Alva vluchtte bij het volgende jaar naar Holstein, alwaar hij overleed 10 September 1578. Zijne bekende en in druk verschenen werken zijn: Ken cort vervat van alle menschel gelee insettinghen der roomsche Kercke, beghinnende van Christus tiglen af tot nu toe, f/henomen meer dan nit XXII autloren, (Antwerpen) 1500; Een heerlicke troostbrief van des menschen leven ende wesen, door Francois Alardts, (Antwerpen 1507); Die. catechismus op vraqe en de andtwoorde gestelt, door Franciseum Alardum, pastoor tho Wilster, eertiglspredicant t\' Hant-werpen in de sclinere. 1568. Dit werk werd later herdrukt met den titel; Catechismus, dat is: ondenri/singhe van de voornaemste hoofdstucl-en der christelycher leere, op vrage ende antivoort qhestelt door Franciscum Alardum , eertgts dienaer des godlyken icoorts tot Antwerpen in de sclinere, Antwerpen, 1585; Beioi/s mjt Godes icoord ende den schriften D. Lntheri, dak de. Krfsonde niet «ƒ/ der menschen wesen, syn seel en lijf, Lubeck, 1576. llliHiln (Bruno Lieuwes van) geb. 11 Dec. 1792 te Maastricht, doch weinige weken na zijne geboorte reeds mot zijn ouders naar Leeuwarden gegaan, wijdde zich aan den onderwijzersstand, werd in 1S16 hoofdonderwijzer tb Oudehildtzijl, en in 1828 te Wor-kum, waar bij in 1800 gepensioneerd werd en 27 Jan. 1877 overleed. Hij schreef eene menigte schoolboekjes, en vele bijdragen in 7 Archief van Nederd. taalkunde door Dr. A. de Jager. In 1875 kwam te Groningen van hem uit: Uit de Oude en Nieuwe doos, en Herinneringen uit de school en het leven van een 80-jaririen oud-hoofdonderwijzer. Ernst en luim. Voor ziju schoolboekjes werd hij door de Provinciale commissie in Friesland een paar malen bekroond. jllbcrdingh Tliijin f Joannes Franeiscus) geb. te Amsterdam 22 October 1788, koopman en fabrikant aldaar, was medearbeider |
Alberdingk Tliijm.
10
|
aan het Spectatoriale tijdschrift van Anton Cramer De Arke Noach\'s (1S27-34). De mnziekbeoordeelingen daarin en eenig mengelwerk in proza en verzen zijn van zijne pen, gelijk de redactie van den laatsten jaargang, na Cramers dood, ten gerieve van de weduwe door hem bezorgd is. Hij overleed in zijne geboorteplaats 15 April 18i8. De ond-Amsterdamscbe naam van ïbijm werd, met machtiging des Konings, door hem en zijne kinderen (waartoe de drie volgenden behooren) aangenomen in 1835. Albcrdingk Thi.|m (Josephus Albe ft us) geb. te Amsterdam, 13 Angustus 18-20, knop-man, drukker en uitgever aldaar, door Hendrik Harmen Klijn en Witbuys tot dichter ontwikkeld, en groot vereerder van Bilder-dijk. Hij is thans hoogleeraar aan de Academie van beeldende kunsten in zijne geboortestad. Het eerste wat van liem in druk verscheen waren aesthetische opstellen in de Kunstkronyh (psd. M), Voorts schreef hij: Over tie spelling van de hastaartivoorden (psd. M.) 1843; Drie gedichten . Utr. 1844; Viooltjens en grover geoloeinte, 1844 (niet in den handel); De Klak van Delft, eenroman-tiesch verhaal , Utr. 1846; Legenden en Fan-taiziXn 1847; De Nederlaitdsche spelling in haar beginsel, haar wezen en eischen beschouwd / Utr. 1847; Palet en Harp, Eoman-tiesch dichtwerk in vaerzen en proza 1849; Karolingische verhalen 1851 (nieuwe bewerking 1873); Gedichten uit de verschillende tijdperken der Noord- en Zuid-Nederlandsche literatuur, 1150—lfi55, 2 dln. 1850—hi ; Oude en nieuwere kerstliederen, enz. met de melodiën, bewerkt in vereeniging met L. J. Alb. Thijm , 1852; Volksalmanak voor Neder-landsche Katholieken , 1852—70 ; Geertruide van Oosten, 1853; Het voorgeborchte en andere gedichten, 1853; Een lees- en zangboehjen voor de jeugd, 185\'i; Magdalena van Vaerne-wijck; een ware geschiedenis (onder het psd. Pauwels Foreestier, Bnikslooter) , 1854; Mejuffrouw Leclerc. Iets uit de jongste, „Oude tijdquot;, 1854 ; De la littérature neerlan-daise a ses d iff (\'rentes époques, 1854; De Dietsche Warande. Tijdschrift voor Neder-landsche oudheden en nieuwere kunst en letteren: 1855—7() (te beschouwen als een vervolg van het door hem met S. .1 van den Bergh en anderen bewerkt tijdschrift: De Sjiektator, Kritisch en Historisch Kunstblad, eerst te \'s Hage, daarna te Utrecht uitgegeven van 1843—50); De Heilige Linie,proeve over de Oostwaardsche richting van kerk en autaar als hoofdbeginsel der kerkelijke bouwkunst (vermeerderde overdruk uit de Hra-rande), 1858; Portretten van Joost van den Vondel. liene laatste aflevering tot het werk van Mr. Jac. van Lennep, 1876. Zijne in onderscheiden tijdschriften verspreide verhalen verschenen 1879—Si te Amsterdam, in 4 dln. onder den titel van Verspreide verhalen in proza. Voorts een menigte van vlugschriften , verslagen, artikelen in Neder-landsche en Fransche tijdschriften, dag- en weekbladen, enz. De werken waarbij geen plaats is vermeld zijn te Amsterdam uitgegeven. |
Alberdtngk Tliijm (Lamhertus Joannes), broeder van den voorgaande, geb. te Amsterdam 30 Sept. 18\'i3, en aldaar overleden I December 1854, medewerker, inzonderheid voor het muzikale gedeelte aan den Spectator (1843—50) en aan den bundel O. en N. Kerstliederen , bewerkte behalve eenige vlugschriften over muziek , de vertaling van De volks-t evelje, Amst. 1852, met een voorrede van Pauwels Foreestier d. i J. A. A, Th. Allicrdlngk Tli IJ in (Petrus Paulas Maria), jongste broeder van de beide voor-gaanden , geb te Amsterdam 21 October 1827, studeerde aan het athenaeum te Amsterdam , promoveerde in de letteren te Utrecht, was van 1864—70 leeraar aan het, gymnasium en de Hoogere Burgerschool te Maaslricht en is sedert Hoogleeraar te Leuven. Hij schreef: Een Studiebeeld in nintrek, 1852 (jaarhoekje Dorcas); Louis en Jan, 1855 (Amslerdamsche studenten-Almanak); Iets over Magn. Aur. Cassiodorus Senator en zijne eeuw, twee drukken, 1857; Geschiedenis der kerk in de Nederlanden, als; 1, Wdlibror-das, apostel der Nederlanden , Amst. 18fil. en II , Karei de Groote en zijne eeuw, Amst. 18(17; Schets der algenieene geschiedenis, voor scholen, sgsteinatisch opgesteld, Amst. 1870; De gesch iedschrijver Gfrörer en zijne werken, Haarlem, I87Ó; Een blik op de aloude Vlaamsche Lettervruchten , Leuv. 1875; De vroolijke Historie van Marnix van St. Alde-gonde en zijne vrienden, eene zedenschets, opgedragen aan alle zijne, bewonderaars, Leuv. 1876. Iets over Vlaamsche kunst en nijverheid, Leuven, 1876 ; Spiegel van Ne-derlandsche letteren , bijzonder bestemd voor Belgische scholen. Leuven, 1877; De gestichten van liefdadigheid in België, van Karei den Groote tot lt;ian de XVJ eeuw. (Bekroond), Brussel, 1883. Voorts artikels van historisch-litter, en aestbetischen aard in de tijd-schriflen: Spektator (Kritisch en Historisch kunstblad), Dietsche Warande, in de Katholieke Nederlandschc Jlrochuren-rereeni-ging en de daaruit ontsproten Wachter (sedert 1874, Onze Wachter) in De Vlaamsche School, in de Werken van het Davids fonds, in ee«iige inlandsche Fransche en in versclieiden buitenlamlsche tijdschriften. Albcrdingk Thijm (Joannes Carolus) zoon van de hoogleeraar J. A. Alb. Th, geb. |
Alberdlngk Thljm—Alewijii,
11
|
te Amsterdam 3 Juni 1847 ontving zijne opleiding aan de HBS. te Rolduc en dé semi-nariën van Warmond en Kuilenburg, en werd als priester gewijd in de orde der Jezuïeten. Hij is thans werkzaam als leeraar te Mariëndaal en schreef behalve bijdragen in katholieke tijdschriften Levensschets van Joannes Philippus Boothaan, qeneraal der Sociëteit van Jezus. Amsterdam en Brugge 1S85. \\ Iherdliigk Tiiijm (Catharina Louisa Maria), dochter van den hoogleeraar J A. Alb. Th geh. te Amsterdam 20 Nov. 1848, legde zich aanvankelijk op hot onderwijs toe, en deed daarvoor eenige examens; daarna bracht zij verscheidene jaren door in Engeland, Duitschland, Polen, België en Frankrijk , en wijdde zich sedert 1881 voornamelijk aan de letterkunde. Zij was eenigen tijd Directrice van het Museum der internationale kunstvereeniging te Amsterdam, doch sedert 1885 vervult zij deze betrekking niet meer. Zij richtte in 188i! het weekblad voor meisjes Lelie- en Vozeknoppen op, waarvan zij nog hoofdredactrice is Zij schreef: In vrijen tijd, Oorspronkelijke verhalen voor de jeugd, Amst. 1883, 10dln.bevattende: 1. De. ive.es, quot;1. Ware en valsche. vriendschap, f!. De clown, 4. Dc wraak, 5. Terugrjevonden. (i. De redder, 7. De weduwe ran den soldaat, 8. Henriette , 9. De verzoeninn, en 10. Europa; Lucratieve betrekkingen eoor Vrouwen uit den beschaafden stand, Gouda 1884; De godsdienst in het onderwijs der meisjes, Rotterd. 1885; Galathca, Schiedam 1885; met Louise Stratenus schreef zij Dwaallichtjes, een bundel novellen; In één dag verwelkt; Schetsen en novellen gevoegd bij een verzameling gedichten van haar vader; De huistiran, Amst. 188«, en een bundel Novellen. Verder schreef zij veis bijdragen in Duitsche en Fransche bladen , en een aantal tooneelstukjes, waarvan er twee bekroond werden. Albortlln{rk Thljm (Karei Joan Lode-wijle) zoon van den Hoogl. J. A. A. Th., geh. te Amsterdam 22 Sept. 18()4, waar hij werkzaam is voor de journalistiek: Hij schreef: Ken wederwoord voor Dr. II. J. A. M. Schaepman , Amst. 1882. In 1883 werd van hem gespeeld een tooneelspel Wederzien getiteld, dat echter niet werd uitgegeven. Verder Over Literatuur, Amst. 1880 (psdnm Lodewijk van Degssel). Hij schreef in de Dietsche warande vele artikelen onder de pseudon. Jlovius, Duyrcant en van der I\'unt, en in de kunstkronyk als van Hom. Albert (Isidoor Antonn) 3 April 1804 geh. te Gent, bezocht de Normaalschool zijner geboortestad, waar hij van 1883 tot 1885 gemeenteonderwijzer was; sedert is hij onderwijzer te Beirveide. Hij gaf uit: |
\'s Levens Kweekschool, gedichten voor de. jeugd, 1885; Langs naakte Dreven, schellen en gedichten, 1886, en Rouw en Troost, tooneelspel in twee bedrijven, 1886. Al berth» inn (Ttohertus) geb, te Groningen in 1690 en predikant aldaar. Behalve zijn theologische werken heeft hij uitgegeven.-Bijbelpoezie, Gron., 1730: Liederen ter on-derwijzing der godgeleerdheid, Gron., 1754 en Mengeldichten, Gron. 2 dr. 1754. Hij stierf 12 Jan, 1772. AlberUz (Hendrik) schreef May-gift van verscheide vogelen aan alle eerbare jongelieden, waer agter bijgevoegt is het kinderspel, Amst. Alcmner (J. C. van) dichtte een Meuw schriftuerlijck liedeboexken, Hoorn 1631. AlderNhoff (Willem Gcrrit) geb. te Groningen 9 Febr. 1856,werd voor het onderwijs opgeleid en is thans hoofdonderwijzer te Delfzijl. Hij schreef; de kleine George, 1883; \'Peter de baanveger, nf God verlaat de zijnen niet. 1883 ; Ecu kerstnacht in de gevangenis , 1884, alles te Delfzijl gedrukt; Hoodc Kasper en De zoon van den houthakker. beiden te Harderwijk , 1886. Aldcrwerelt zie J. K. H. dc Hoo viui Aldcrwcrclt. Alcvrljn (Abraham) \'leefde in het laatst der 17e en \'t begin der 18e eeuw te Amsterdam , waar hij als rechtsgeleerde eenigen naam had. .Als dichter stond hij bij zijne tijdgenoojen gunstig aangeschreven. In 1713 kwam van zijn Zede-, Harp-en Herderszangen op noten een derde druk in 4°. in \'t licht; ter will vroeger van hem verschenen Amaril\' lis, hlij-eindend treurspel, Amst. 1693; Har-dersspel 1696; Hardersspel ter eere van Corn. Pruimer, 1702, De bedrooge woekeraar, blijspel 1702; Latona of de verandering der boeren in kikvorschen, met pi. 1703, een satire op de boerenrederijkerskamers van zijn tijd; Philippgn, Mr. Koppelaar, blijspel, 1707; Beslikte Swaantje en drooge Tóbert of de Boe rerech thank, blijspel, 1715; De Puiter-veensche Helleveeg of beslikte Swaantje aan den top, blijspel 1720; beiden tot 1760 op het tooncel gebleven ; Jan Los of den be-droogen Oosfindievaér, blijspel 1721 ; De he-droogen Woekeraar, blijspel 1737 ; Orpheus Hellevaart om Euridice, musickspél met pl. z, j. Al zijne werken zijn te Amst, uitgegeven. Atewijn (Zacharias Hen rik) heer van |
Al kcnindc—AUart.
12
|
Mijnden en de beide Loodsrechten geb. te Amsterdam in rle eerste jaren der vorige eeuw, studeerde en promoveerde in de rechten en was schepen en raad in zijne geboortestad, waar hij in April 1788 overleed. Hij was medeoprichter van de Maatsch. der Ned. Letterkunde te Leiden. Hij leverde eenige taal- en letterk- bijdragen in de werken van de Maatsch. der Ned Letterk. te Leiden , waaronder zijn Verdeclt-ffing orcr lt;/lt;■ roornnamstc rlichtcrlijle vrijheden. Als dichter deed bij zich kennen door zijn parodie op Vondels Geuze-Vesper, ol\' krankentroost voor de -24, gotileld: Kraii-kenfroost voor de vijanden ran de Nationale Synode. Alkpnindc {Cornelis ran) geb. te Noord-wijk 11 Mei l()n4, bekleedde gedurende verscheiden jaren de betrekking van eersten commies ten Gomptoire vnn Convoyen en Licenten te Rotterdam Hij overleed 19 Mei 1737. Niettegenstaande zijne drukke ambtsbezighedpn vond bij tijd en gelegenheid om zijne historische en oudheidkundige nasporingen met betrekking tot Nederland voort te zetten, en de resultaten dier na-sporingen in verschillende werken neer te leggen. Daartoe behooren: Behandeling van \'t Juinipreclif, (/\'(Kdonde en opperste Rechtsvof-derinn voor den Hove van Holland onder de eerste y fa een , Delft, 1609; Mant der Graven ■ran Jidllaml, Delft, 1700 ; Inleidimj tot het Ceremonieel en de plechtigheden der her/rare-nissen, Delft, 1713; liotterdanische Heldendaden of Jonker Fransen oorlog, Rotterd,, 172-1. Met zijn schoonzoon van der Schelling gaf hij tezamen uit: Beschrijving van de steid Brielle en den lande van Voorne 2 dln., Rotterd. , 17211 en Nederlands disclmlechtigheden 3 dln., Rotterd, 1732—1735. Ook bezorgde van Alkemade een nieuwen druk van Melis Stoke\'s rijmkroniek. All an (Francis) geb. te Helvoirt, 12 Oct. 1826 . waar zijn vader onderwijzer was, werd opgeleid voor de koopvaart, voer eenige jaren ter zee, doch door den dood zijns va- i ders veranderde hij van loopbaan en koos I het vak van onderwiizer. Na van 1850—02 hoofdonderwijzer op bet eiland Marken geweest lo zijn , werd A. in dat jaar leeraar aan \'s Rijks kweekschool voor onderwijzers te Haarlem. Behalve een paar leerboeken schreef bij tusschen 1850— 58; Het eiland Marlen en zijn heironers. Onder denzelfden titel beschreef hij Vlieland, Url, IVieringen, Texel en Schiennonnikoog, allen ie Amst. uitgegeven, Voorts: De stad Edam en hare Geschiedenis, Edam, 1857 en onder diergelijken titel verscheen van hem eene beschrijving van Enkhuieen, Scbagerbrug, 1857, van Utrecht, Amst., 1857 en van \'s Graven-hage Amst. 1857 , terwijl bij thans met die van Haarlem bezig is, waarvan acht a tien ad. het licht zien. Voorts Zeeman Schoolmeester, een verhaal, Amst. 1858; Uitliet leren, drie oorspronkelijke novellen, Wagenin-gen, 1859. |
A Hard (Herman Jozef Petrus jrago)geh. I April 18\'iO te Geertruidenberg, ontving zijne wetenschappelijke opleiding in Relgië en werd in 1801 te Leuven tot priester gewijd. Hij was eertijds gedurende een aantal jaren leeraar in geschiedenis, letterkunde en oude talon nan \'t Gymnasium te Katwijk a/R en aan\'t Seminarie te Kuilenburg, en is thans hoogleeraar in de kerkelijke geschiedenis te Maastricht aan een bijzondere inrichting voor hooger onderwijs. Hij schroef, als medearbeider van de Studi\'én op godsdienstig, wetenschappelijk en letterkundig gebied: Vondels gedichten op de Societeit van Jezus, toegelicht en voorafgegaan van eene hj\'clrage tot zijne hekeeringsgeschiedenis 1808; Chnrlotte Flandrina van Nassau en Lnuize Ifollandina van linheme ISfi\'.); Petrus Berlins, hoogleeraar te Leiden, 1870; Petrus Engel-raere, predikant te Boskoop, en Maria de Combé, geb. ran Zijs, 1872,• De II. Jacohus Lacops, een der XIXmartelaren van Gorcuni, 1872; „Een geniequot; en ^slechte manieren in de letterkundequot;, 1873; De eerste oudroomsche en eerste ondkatholieke bisschopskeuze en bis-schopsugt;ijding, 1873; Mafhias Zeihorst, predikant te Hengelo in Gelderland, 1875; Johan Bodewijk ran Nassau-Hadamar, 1875; Johan de jongere ran Nassaii-Siegen, 1877. Al deze studiën verschenen te .s-Roscb bij W. van Gullek Nog schreef hij: Vondel en demoeder des Heeren, Utrecht 1809; Vondel en de J\'aus, Amst, 1869; J\'((ter Adrianus Poirters S. J., Amst. 1877; Pater Adrianus Cosijns S. J. een histoi isch letterkundige schets, Amsterdam 1873; Antonius van Oils en de kerkelijke gebeurtenissen van zijn tijd, \'s Bosch 1875 ; De verspreide gedichten van J. Koets, verzameld en ingeleid door JI. J. Allard, Amst. 1870; Philips II, naar het Duitsch van li. Baumstark door H. v. If., met een voorrede. en aanteekeningen van II. J. Allard, \'s Bosch 1876. Behalve een aantal opstellen in de Dietsehe Warande, in de Bijdragen voor de geschied, van \'t bisdom ran Haarlem, in Onze Wachter, leverde hij in den Volks-Atm. voor Ned. Kath, in 1870 Br. Daniël Seghers S. J., in 1871 Pater Cornelius Ha-zart S. J, in 1877 de Catacomben van Geul-hem onder Dergh-Tcrbljt. Een drama in proza getiteld Ilermenigitd of de. zegepraal der godheid ran Christus verscheen in 1875 in het Jaarboekje voor Katholieken, Amst. Het beleg en de zoogenaamde verwoesting van |
Allebé—Alplien.
13
|
Maastricht in 1579 door A. F. Haakman en 11. ./. Allard, Roermond 1877\'; \\Laurens en Vondel, beheerder en bekeerling, Ulr. 1885. Allart (Abraham) dichter le Amsterdam in \'t begin der vorige eeuw. Hij gaf uit. De yroote Herschepper der waereld ofte de Monarch des levens, een lenen ran Jezus in XIV historische en zinnebeeldsche kunstprenten, Amst. z. j. Ailart (Johannes) geb. te Amsterdam, was uitgever in zijn geboorteplaats en overleed in Nov. 1815. Hij schreef: De vrijheid, 3e dr. Amst. 178J; De vrijheid aan de Xeder-landschejeugd, aid. 1784; rfc Waereld, (naamloos) aldaar 1786. Allcbé (Gerardus Ar noldus Nicolaas), geb. ie Amsterdam Ü\'J Mov. 1810, promoveerde in de medicijnen, en vestigde zich toen in zijne geboortestad , waar hij nog practisee-rénd geneesheer is en de betrekking bekleedt van Secretaris en lid van den geneeskundigen raad van Noord-Holland, honorair directeur van het Amsterdamsch genootschap tot bevordering der koepokinenting, enz. enz. Behalve oen paar Lat. werken schreef hij: De ontwikkeling van het kimt, handhoek voor moeders, Amst. 18i5, (ie dr. 18S(gt;; Het kind in zijne ontwikkeling Amst. 1851 (uitgegeven van wege de Maatsch. tot Nut van \'t Alg.) Hij leverde vele bijdragen in de Gids, de Schat der gezondheid, bet Neder-landschc weekblad voor geneeskunde. Allebranili (Pauli Albert us) zie Sïecf Paul. AlleplaH (Mr. Abraham van) schreef de twee volgende werken: Digtlievende Bedenkingen over \'s Heilands leven, Arnst. 1774-; en Opwekking aan Meêrlands volk tot tvare verootmoediging onder Gods gevoelige tuchtroede, Rotterd. 1781. Alof zie Mcelcr Vx. (A.). Alplicu (Hierongmus van) geb. den 9 Mei 1700 te Amsterdam was achtereenvolgens predikant te Nieuw Loosdrecht, Leeuwarden en Amsterd., waar hij s!-2 April 1758 overleed. Behalve enkele godsdienstige werken, schreef hij : Honderd geestelijke Liederen , in digtnmat bebragt naar de zangwijze van eeltige der berijmde Psalmen Davids. In den siden druk van dit werk, Amst. 1748, vindt men ook nog Eenige reisgezangen van zijne hand. |
Aliilicn (Hierongmus van) werd geb. te Gouda 8 Aug i74(), waar zijn vader Raad in de Vroedschap en Schepen der stad was, studeerde in de rechten te Utrechten te Leiden en werd in eerstgenoemde stad in 17(38 tot Mr. in de heide rechten bevorderd. Daarna vestigde zich onze dichter als advocaat in de oude bisschopsstad; in 1780 werd hij benoemd tot procureur-generaal hij den Hove van Utrecht; gedurende de negen jaar dal hij dit ambt bekleedde, deed zich van Alphen als een ijverig aanhanger van het Oranjehuis, in de politieke twisten van die dagen krachtig gelden. Toen echter na de interventie der Pruisen de Patriotten, vooral in Utrecht en Friesland, verbannen en hunne goederen verbeurd verklaard werden, \'t geen v, Alphen zeer tegen de borst stuitte, omdat zijue pogingen tot verzoening miskend en verijdeld werden, verkoos hij de gerechtelijke nasporingen niet meer te helpen uitvoeren, en nam de minder voordeelige betrekking van Raad en Pensionaris van Leiden aan (1789). Hij woonde in die stad tot hem in lld\'.i de onderscheiding te beurt viel van tot Thesaurier-generaal der Unie benoemd te worden; slechts anderhalf jaar diende hij zijn land in deze hooge betrekking, toen de omwenteling van 1795 alle aanhangers van den stadhouder uit hunne ambten ontzette en van Alphen dus in het private leven terugkeerde. De laatste acht jaren van zijn leven sleet onze dichter in werkzame rust te \'s Gravenhage, waar hij ^ April 1803 aan de gevolgen van een aanval van beroerte overleed. Zijn tweede vrouw en eenige dochter kwamen bij den ramp van Leiden om (li Jan. 1807); terwijl hem slechts een zoon uit zijn eerste huwelijk overleefde. Zijne werken zijn de volgende; Proeve van Stigtelyke Mengelpoezg, Utrecht 177\'i, uitgegeven met zijn vriend P. L. van de Kasteele. De beide jonge mannen waren groote bewonderaars .van de toenmalige Hoogduitsche dichters ;gt; Over den eed der Utregtsche Bis-schoppen (Werken van Letterk.), 1174; \\\'er-handeling over de verdiensten , uit het Hd. , Utr. 1777; Gedigten en Overdenkingen, Utr. (1777); Riedels Theorie der schoone kunsten en wetenschappen, \'2 Dln. Utr. 1778—80; Digt-knndige Verhandelingen, Utr 1783. In de beide laatstgenoemde werken legt hij de resultaten zijner overdenkingen neer omtrent alles wat hij bij vreemden en landgenooten over \'t begrip van kunst en bijzonder van dichtkunst had gelezen. Voorts Nederlandsche Gezangen, 1771), by gelegenheid van het tweede eeuwfeest der Unie van Utrecht, Kleine Gedigten voor kinderen, Utr. 1781, tallooze malen herdrukt; Mengelingen in proza en jgt;oezg met Gedigten voor Elise, (minnedichten aan zijne latere tweede vrouw Elisabeth van Valkenburg), en met de Cantaten : de Doggersbank, de Starrenhemel en de Hoop der Zaligheid Utr. 1783—18U\'2: Over de kenmerken van het ware en valsche vernuft (Werk. v. Letterk) Leiden 1785; De waare |
Aljdieii—Altlng.
14
|
volksverlichting, Utr. 179H, Proeve van liederen en Gezangen voor de openbare Godsdienst, \'s Ha},re, 1801—2, van welke er verscheiden in verschillende gezangbLindels zijn opgenomen ; Nagelaten Schriften, UIr. 1813, Voorts verscheiden werken van stichtelijken of theo-logischen inhoud. De volledige dichtwerken van H. van Alphen zijn voor het eerst uitgegeven in 1838 in 3 dln., \'2e druk 1857 ti dln. 3e druk door Mr. J. 1. D. Nepveu, ISV\'i, met een uitvoerig levensbericht. A]|ilicii (Daniel Francois ran) geh. te Utrecht 30 Aug. 1774, zoon van den voorgaande, dieude eerst als tweede luile-nant lui de marine, werd in 17t)(i om zijn Oranjegezindheid ontslagen , terwijl hij zich op Java bevond. Een jaar later trad hij in dienst van het Indisch-Hollandsche gouvernement en werd resident van Soerabaja. Doch in I8US verliet v A Java omdat hij \'t gezag van Daendels niet erkennen wilde. Na Noord-Amerika bezocht te hebben, vestigde hij zich metterwoon in Gelderland. Na de vestiging van net Koninkrijk der Nederlanden was hij lid van de \'Iweede Kamer tot aan zijn dood. Hij stierf op Stadwijk onder Voorschoten 10 Oct. 1840. Van liem zien het licht; Ids over armoede en het gebrek aan arbeid, in betrekking tot huishoud- en staatkunde, Leid. 18*20; Èede-voering over het ontwerp van wet der geld-leening ten behoeve van de overzeesehe bezittingen (uitgesproken in de \'2e Kamer), Leid. 1 ÖO« Aliiheu (Petronélla Cornelia van) (1763— 1833) geb. en oveil. te Rotterdam, gaf in 1810 Gedichtjes voor de. jeugd te Rotterdam uit, die destijds veel opgang maakten. Ook in üylenbroek\'s Kleine Dichterlijke Handschriften vindt men eenige stukjes van hare hand. Alplien (Jhr. Daniël Francois van) geb. te Londen 13 Mei 1813, promoveerde in de rechten en was van 1830 tot 1862 rechterlijk ambtenaar bij de Arrondissements-rechtbank te Leiden. Thans woont hij ambteloos te \'s-Hage. , Hij schreef; Londen , zijne omstreken en het eiland Wight. Handboek voor reizigers, Leiden (18()\'2); eene bijzondere uitgave hiervan verscheen in hetzelfde jaar onder den titel ; Londen, zijne omstreken en het eiland Wight. Toer naar en uit Schotland (uitstap van Liverpool naar Dublin); Dooi\' Zwitserland, Savoi/e en het noorden van Italië, langs de Middellandsche zee en door Frovence Reisverhalen en indrukken. Dagboek met aan-teekeningen, Leiden 1804; In de grot van llan en door het noordoosten van Zwitserland |
Bodensee, Via mala, Had Pfdfers en Glarus, Nieuwe reisverhalen en indrukken. Dagboek met aantcckeningen, Leiden 1804; Beisver-halen en indrukken uit Ierland, \'t Noorden van Wallis, enz. Een dagboek met aanteeke-ningen, \'s-Hage 1809; lïeisverhalen van een herinnering aan een togt via Harwich, London en Weymouth, naar de Normandischeof Kanaaleilanden Jersey en Guernsey, \'s-Hage 1871 ; Reisverhalen en indrukken van en tocht via /ienthem (Miinster), Hannover, Hamburg , Kiel en Korsör naar Kopenhagen {In brieven aan een vriend in Nederland medegedeeld) Met aanteekeningen, \'s Gravenhage 1874. Dagboek met aanteekeningen van een vierden togt naar Londen [Heenreis uit \'s-Gravenhage via Ostende en Dover, terug over Harwich en Botterdam, 17—23 Aug, 1874, Haarlem 1870. (Niet in den handel). Altena [Adrianus van) geb. 11 Nov. 1788 te Dordrecht, ging in den krijgsdienst, en diende bij het Fransche leger tijdens Napoleons regeering; later was hij boekhouder op eene suikerrallinaderjj in zijne geboortestad , waar hij \'21 Oct. 1801 overleed. Hjj schreef: De Hollander onder de Fransche Cohorten, of mijne lotgevallen als Conscrit door Adrianus van Altena, gewezen sergeant-majoor bij de 88ste Cohorte 181\'2 en 1813, Dordr. 18\'27. Althiiyzen (Jan), geb. te Franeker in 1715, was predikant op de Joure en stierf aldaar 9 Aug. 1763, lli| gaf twee bundels gedichten in de landtaal uit, getiteld: Friesche Rij miery, Leeuw. 1755. Alting (Joannes Hendrik Carp entier), geb. \'20 Juni 18ü\'2 te Werkendam, ontving zijne opleiding te Kampen, waar zijn vader predikant was, Hij studeerde in de theologie te Leiden en werd toen predikant te Puimerland , waar hij 15 Aug. 1857 overleed. Hij schreef: Hendrik en Maria. De I\'rotes-tantsche en Boomsch-Catholieke jonge lieden in wederzijdsche betrekking. Ken verhaal uit den tegenw. tijd, Amst 184\'2; Het huisgezineener weduwe, Amst. 1843; Broeder en zuster, Amst. 1844; Het Christendom in Nederland, hist, roman, \'2 dln., Amst. 1840; De erfenis, een oorspr. Nederl. verhaal door A. van de Werken, (psd.). Alkmaar 1847; De Maleier in Nederland, of hoe een vreemdeling oordeelt, Amst. 1849; Rome en de wereld, oud en nieuw in de geschiedenis en. het dagelijksch leven, \'2 dln , Tiel 1851; Onze kerkgebouwen, in hunne betrekking tot de geschiedenis, de maatschappij en het persoonlijk gelui, , Furrn. 1851; Episoden uit het leven van Filips van Montmorency, graaf van Hoorne, enz,, Furrn. 185\'2; Jutte van \'c Eiland en eenige verspreide novellen, na G. A.\'s dood uitgegeven dooi\' |
AIÜuh—Amelry.
15
|
Alb. van Toornenbergen, Purm. 1858. Behalve de drie laatstgenoemde werken, werden ze allen anon, of pseudon. uitgegeven. Alting (Alberhis Samuel Carpentier), zoon van den vorige, geb. ;iU Uec. 18li7 te Furmer-land, werd na zijne studiën volbracht te hebben in 1862 predikant te Golmsehate bij Deventer en in 1805 te Dokkum , Thans is hij sedert eenige jaren predikant in Ned. Indië. Hij schreef: De beteekenis der Nieuwere Bijbelbeschouwing in voorbeelden aangewezen, üev. 18Ü7; Ken apostel der hu-maniteit, (Lessing), huisbibliotheek , 18(i7; Het huwelijk (volksvoordracht). Altist. 187U; Uesduedenis van den Duivel, vrij bew. naar G. Hoskoff, üron. 1873, Verder gaf hij eenige theol. brochures, vertal., opstellen en verhand, uit, en was hoofdredacteur van Oos-tergoo, Alg. Nieuwsblad, waarin de hoofdartikels over staat- en letterkunde meest allen van zijne hand zijn. Sedert 1807 was hij ook hoofdredacteur van het te Dokkum verschijnende tijdschrift de Nieuwe Richting in het leven. Bovendien schreef hij artikelen in het Godsd. Album, het Morgenlicht, de Jaarb. der Maatschappij van Weldadigheid, het Jaarb. van den jS\'ederl. Vredebond, enz. AUIun of Aeltlim (Godeschalcus), geb te Harderwijk, waar hij ook studeerde, werd in 1G01 predikant te Wilp: hij werd in 1005 predikant te Bolsward, en in Ugt;*2!) te Arnhem waar hij in 1049 overleed. Hij schreef: Querela pacis, dat is vrcden-clacht, aen die vereenichde Nederlanden, waerinne de vrede haer beclaecht datse onder den schijn van vrede ofte trevis, beyde uijtdie Kerkelijc-ke ende Burgerlijcke regcringlie wort verdreven ende verbannen. Tot navolginghe des ghe-leerden en wiit beroemden D. Erasmi liotero-dami, aldus ghestelt, ende op den teghenwoor-dighen tijt gepast, ter eeren Uodes, ende waer-schouwinghe des Vaderlandts. Leeuwarden 1012; Speculum veritatis ofte antwoordt op twee theologische vraghen rakende het herte van de politie de ziele van de theologie, 1037; Gelrica dat is Gelders trompet voor desen ge-noemt speculum veritatis spieyhel der waarheid, Arnhem 1014. AltiuM (^1.) was predikant en schreef: llogheliedt Salomo nis, overgezet ia verscheidene Nederlandsche gedichten, Arnhem 1081. |
Altorffcr {Johcm Coenraad) geb. te Middelburg 18 April 1814, is in zijne geboortestad boekdrukker en boekhandelaar. Hij schreef een grout aantal bijdragen in proza en poëzie in jaarboekjes en tijdschriften, waarvan de voornaamste zijn: Een duinliedje ; 24 Sept. 1860, gedicht op den Tollensavond ; Een liedeke van de oranjezon; De weeklagende jonkman; In de Meimaand van 1870; De emancipatie der vrouw, alles overgedrukt uil de Liefdebode; Tien jaren 1805— 75, Uit het oude in het nieuwe, in de verslagen van de Vereeniging „uit het volk — voor het volk;quot; Uit den vreemde, een viertal vertaalde gedichten overgedrukt uit de Bibliotheek voor het huisgezin; Zeeland, Proeve eener lijst van beschrijvingen van plaatsen, oudheden en zeden van dat gewest, 1860; De Vlissingsche poort te Middelburg , 1868; Vorsten uit het huis van Oranje te Middelburg 1814—74, 1874; Het L\'rins Hendrik dok, 1870, in het Zeeuwsch Jaarboekje. Af-zonderlijK werden gedrukt de volgende gedichten : \'21 Sept. 1800, Middelburg i) en 10 Juli 1807, een spoorlied; In mentoriam. wijlen den heer F. V. van Lissa toegewijd 21 Sept. 180i); Uit de Congresdagen 2—0 Sept. 1872; Uit het hart, het lied der Weezen, 1875, Berusting en herinnering ter nagedachtenis van F. V, Beunke, 1874; Tollens, eene. herinnering, enz. In proza werden nog afzonderlijk \'gedrukt: Rede bij het vijftigjarig bestaan der Af deeling Middelburg van de kunst en wetenschap bevorderende Maatschappij V. IK, van welke A. voorzitter is, de Overduin, herinneringen van een Congreslid 0 Sept. 1872, Over de invoering van de boekdrukkunst te Middelburg, 1873. AlutariiiH (Henricus) geb. in de laatste helft van de 10e eeuw, werd in 1012 predikant te Blankenham, in 1010 te Ouderkerk a/d. Amstel, in 1019 te Woerden, in 1027 te Botterdam en in 1032 Gorinchem, waar hij in 1034 overleed. Hij schreef: Spiegel, ofte proefsteen der genaemde Lutherschen. Daenn betoont wort le dat D. Mart. Lutherus, als oock det onveranderde Aagsburgsche confessie accorderen met de Ghereformeerde kereke; 2e dat de hedendaegsche ghenoemde Lutherschen niet en accordeeren met D. Luthero. Amst. jtmelry {Frans), bachelier in de godgeleerdheid en prior van, het klooster der Karmelieten le Ypereu in de 16e eeuw , schreef: Een seer schoon Hoinelie oft sermoen uijtye-gheven bg den grooten Baselius erdtsbisschop van Cesarien enz., Antw. 1513; Een vruchtbare wtlegghinge, op dat 11. Evangelie van den rijeken vrecke ende den armen Lazaro, Luce int X VI cap. Wtghegeven biden Gheieerden ende religiose broeder Fransoys Amelrg, carmelijt Typeren, Antw. 1544; Een cleen traectaetken van de waerde des helieh Sacraments, Yperen, 1548; Veel schoone beweghelike ende vierighe ghebeden, Ghemaeet by broeder Fransoys Amelry, bacularius in de Godheyt en prior van den Carmeliten Tgpren, Antw. 1549 en 1552; Een schoon ende profitelycke |
Amelsc—Amstel,
16
|
ivtlegghinyhc, oft declaratie opteii CXlIIpsalm ran David, Ghcmaect by B. Fransoys Ainelry (met portret van den schrijver), Antw. 1551: Een Dyalogus oft tsamensprekinge van die Kersten si etc ende haer scoetvrouwe scriftuer-lyc onderwijs, Ghemaect by Ji. Fransoys Amelry, prior van den Carmeliten Typreii, Antw. 1551; Een zeer cortelic ende wtnemende troostelic hantbouxkin, inhoudende diversche sermoenen, ende bedynglien, Ghemaect by broeder Franchoys Ametry (met portret van den schrijver), Yperen, 1548, Antw. 1551 en Yperen 1552; Een dialog as aft tsamensprekinge der sielen ende scrit\'tuerlyck heirys, die siele tot kennisse ran /nireji Bniydegom treckende, Ghemaect by den eerweerdiglien heere broeder Fransoys Amelry, Antw. 1551; Een devot boecxken leerende hoe men God-dienen sal, door den gheleerdenpaler broeder Fransoys Amelry, Antw. 1551 en 1552. AiiicIhc (C.) schreef behalve schoolboeken, liet Heelal, een dichtstuk, Anist. 1835. AincrHfuordt (Hendrik) gel), te Amstei\'-den 30 Mei 1790, studeerde in de letteren te Leiden, werd in 1818 rector der Lat. scholen te Sneek en overleed aldaar aan eene beroerte 8 Mei 184;}, Hjj gaf uit met zijn vriend\'Hans Willem Gornelis Anne Visser pred. te Ysbreehtum een Archief voor Yaderlandsche en inzonderheid Friesche Geschiedenis, Oudheid en Taalknnde, Leeuw. 1824—28 , 3 St. Hij was mede oprichter van bet Froeinciaal Friesch Genool-schap ter beoefening der Friesche Ondheid-Geschied- en Taal kunde. Het laatste werk dat hij met zijn vriend Mr. Everts in het licht zond was eene vertaling van een La-tijnsch handschrift, berustende onder den heer Everts, getiteld: Verhaal van de ver-rigtingen der Jezuïten m Friesland door l\'ater Willehrordus van der Heyden, lid van het zich noemende gezelschap van Jezus, Leeuw. 1845. AiucrMfuonlt (Jacob Paidus) geb. te Amsterdam 4 Juli 1817, studeerde en promoveerde te Leiden in de rechten en letteren, was advocaat in zijne geboorteplaats, daarna burgemeester van den Haarlemmermeerpolder en woonde aid. op zijn buiten. Badhoeve genaamd, waar hij 1 Febr. 1885 overleed. Van zijne band verschenen: llerinneriny aan Maria voor (dien die haar bemind hebben (niet in den handel), Anist. 1850; Oe droogmaking van lictllaarlemniermeer, leerdicht,Purm. 1857; l)e JCilbentaling v den Haarleinmernieer-polder, een opstel over het verbeteren van de waterstanden in Haarlemmermeer, door droogmaling van het lage en bevloeiing van het boojje land, in verband met een verbeterde eind-opmaling van het boezemwater, 1809; Het Haarlemmer-Meer, oorsprong, geschiedenis, droogmaking, wegen en vaarten , wijze van bestuur van waterschap, kuituur van den grond, twee voordrachten in de afd. Koophandel der maatschappij Felix Meritis gehouden 1857; Willem Bardes, tooneelspel in 5 bedrijven, Amst. 1858; Verzamelkaart van spoorwegplannen, ontworpen door verschillenden , tusschen IJ en Maas, aantoonende hoe al deze plannen te zamen overeen te brengen zijn, uitgewerkt door A. Hui\'t. Voorts gaf hij een beschrijving van Badhoeve, en leverde hij bijdragen over verschillende onderwerpen in de 1\'urm. Cour., Ac, Landbouw Cour., hei Haarlemmer-rneerweekbl. en in de tijdschriften de Volksvlijt, het Vaandel enz. |
Amorie van der llocven zie IIoctcii. Amiit (Anna Adriana Everdina Ilenriette) geb. te Nijmegen 3 Jan. 18u2, sedert 1854 gehuwd mét den heer T. W, Steens Zynen, woonde te Tiel, waar zij 5 Maart 1885 overleed. Zij schreef onder het pseudoniem Anna de volgende werken: De bruid van An-grogna, Jlomantische episode uit de geschiedenis der Waldenzen, Nijmeg. 1854; Schaduwbeelden uit Suriname, Amst. 1858; nieuwe uitgave, Dordr. 1862 ; Tafereelen uit de geschiedenis der lijdende kerk, 18t)2, gedrukt in de Evangelische Bibliotheek ; Verspreide gedichten, 1879 (niet in den handel); bovendien vertaalde zij nog een paar werkjes uit het Engelsch. i\\a haar dood werden nog Novellen gedrukt, doch deze zijn evenmin in den handel. Amiixiiig (Samuel) geb. te Haarlem in 1591 (V) en predikant in zijn geboortestad. Aldaar overleden 29 Juli 1032. Hij schreef: Beschrijvinge en de lof der stad Haarlem in Holland, in rym bearbeyd, Haarlem 1028. Voorts een liijm-Katechistnus, Leid. 1024; Bijbel-poezye, Leid. 1024; Christen Hoogh-tyden , Leid. 1025: enkele losse gedichten , zooals: Westindischc triumphbazuin op de verovering van de zilveren vloot, Nussausche laurenkrans op de verovering van \'s Hertogenbosch, Haarl. 1629; Catoos koppeldichten van de Seden; Tooneel van Europa; Theod, Schrevelii, janibi morales oft sedendichten Haarlem en Harderwijk 1029—32. jtmMliolt\' (Muurits Albrecht) geb. 3 Sept. 1801 te Ulsen (gr, Bentheim), studeerde te Groningen in de godgeleerdheid en werd in 1825 predikant te Hall, in 1827 te Huisen, in 1830 te Franeker, in 1832 te Groningen , en vroeg zijn emeritaat in 1805. A. ging te Zutfen wonen , waar hij 25 Maart 1874 overleed. Hij schreef: Jlerinnoring aan de godsdienstige feestvreugde der Wtjarige |
AniNtel—Andrene.
17
|
Evangeliebediening op \'25 Nov, 1838 van J. J\'. Amshojf\', Koevorden 18139; Moed en volharding, toespraak in het Gron. Onthoudings-genootschap, (iron, 1815; Zendbrief van Amalia Sieveking aan hare vrienden onder de behoeftigen, Gron. 1840; Nordenwj, Brieven hij een badbezoek geschreven in 1851, Gron. 1852, en verder een groote menigte preeken, godsdienstige toespraken en redevoeringen , bijdragen in theologische tijdschriften ; hij gaf met VV. Muuriing de iiij-dragen ter bevordering van het christelijke leven, 1840—49, uit, en bewerkte met C. P. L. Rutgers en E. J. Diest Lorgion nog een ander godsdienstig tijdschrift. AniNtel (yl. van den) zie Venman (J. G) Anoona (O. J. d\') boekverkooper te Amsterdam , schreef; Gedichtjes voor de Nederl. jeugd, Amst. 184U; Zvdekundigschouiotooneel voor de Nederl. jeugd, le dl. Ie st., Amst. 1840; Een Amst. standje, boertig dichtstuk, Amst. 184(1; Luilekkerland, boertig dichtst., Amst. 1840; Nieuwjaarsgedichties voor kinderen aan hunne betrekkingen , Amst 1812 ; Verzameling van 250 toasten voor alle bruiloften en festiviteiten, Amst. 18i2 ; Allereerste kindergedichtjes, Amst. 1843; Hymen, bruiloftsliederen , Amst. 1813; Verjaargedichtjes voor kinderen aan hunne betrekkingen, Amst, 1843; Honderd toasten voor vrolijke bijeenkomsten , Amst. 1844; Kluchtige bruilofts- en gezelschapsvoorlezingen (proza en noezie), Amst. 1844; De Echtscheiding, boert, dichtst., Amst, 1845; Nieuwe verzameling van ^00 toasten, Amst. 1845; I\'jjrainus \'en Thisbe, waarbij de rusie op de vischmarkt, boert, dichtst.. Amst. 1845; Jantje lach en Jantje huil, Amst. 1840; Bruiloftsvreugde, Amst. 1847; üe Flesch, dichtst., Amst, 1848; Een standje op den Dam in Maart 1848, boert, dichtst., Amst, 1818; Verlovingspredikatie, Amst. 1848. Andcl [Adriaan van) geb. 30 Juni 1823 te St. Laurens (Walcheren), was in 1857 eerst predikant der Duitsch Gereformeerde gemeente te Pesth (Hongarije); hij werd in 1804 predikant te Praag in Boheinen en is sedert 1871 bij de Schotsche Zendingskerk te Amsterdam werkzaam. Behalve een aan tal werken in de Hoogduitsche taal schreef hij: Israels zending onder de volken, Amst. 1872; Wachter! wat is er van den nacht? Amst. 1873; Heis door liusland, Nijkerk 1877. |
Andcl (Jan van) geb. te \'s Hertogenbosch 11 Uct. 183U , studeerde in de godgeleerdheid , werd predikant bij de Christelijke Gereformeerde gemeente te Zutfen , later te Heusden, en staat sedert 1879 te Leeuwarden, Hij schreef: liet koningschap dermen-schen, Kampen 1873; De bestemming der vrouw, Kampen, 1875; De avondster, (maandschrift , 2 jaargangen) 1870—7; De morgenstond van Jezus\'\' leven, Heusden 1878; Jezus\' laatst vaarwel, Heusden 1879; De kleine m o-feten, Heusden 1881 ; Van Adam tot Abraham, Heusden 1882 ; De Mozaïsche wet, Heusden 1883; Jezus\' leer, Heusden 1883; l\'au-lusy Evangelie, Kampen 1885, Andcl (llelenus Man\'us van) geb. 7 Sept, 1859 te Batavia, was scheepsbouw- en werktuigkundig ingenieur der Marine , doch overleed reeds 23 Juli 1880 te Delft. Hij schreef in den Delftschen studentenalmanak onderscheiden bijdragen en gaf afzonderlijk uit: Een onkruidzaaier, Purm. 1883. AndcrNou (Anna Maria) geb. te \'s Gra-venhage, 2 Aug. 1842, is zonder betrekking en woont te Wiesbaden. Zij schreef onder het pseudoniem van Mevrouw Quarles de volgende werken: Schetsen naar het leven, Amersfoort 1880; Een Christen uit Holland, en andere novellen , Arnhem 1881; Aquarellen , Arnhem 1881 ; Zoo zijn er, \'s Graven-hage 1881; Clebitius Nachtegaal, hist, roman, Arnhem 1882; Cgriacus de kloosterling, hist, roman, Arnhem 1882; Sabine, hist, roman, Gouda 1882; Een roman naar het leven, Gouda 1883 ; Hebron, hist, roman, Almeloo, 1884 ; Dc ruiter met het rosse paard, hist, roman, \'s Hage 1884; Aphorismen, Beverwijk, 1885: Zij schreef onder eigennaam ol\' pseudoniem eehige tendenz- en philoso-phische brochures en vlugschriften, en een e menigte kleine verhalen, stukken en artikelen in verschillende tijdschriften en couranten. Andrcac (Arnoldus Johannus) geb, te Kollum-30 Januari 1815, is notaris in zijne geboorteplaats; hij schreef: Kollumerland en Nieuw-Kruisland, geschiedkundig beschreven, Kollum 1884 ; Oudheidkundige plaatsbeschrijving van de gemeente Kollumerland en Niéuw-Kruisland, 1ste ged, Kollum 1885. Andrcac (Johan Henricus Beucker) geb. te Leeuwarden den 20 Oct. 1811, studeerde te Utrecht in de rechten en vestigde zich in 1843 als advocaat te Leeuwarden; in 1851 benoemde hem de koning tot burgemeester van die stad, welk ambt hij tot aan zijn dood bekleedde, die den 3 Maart 1805voorviel. Behalve eeno Latijnsche dissertatie over de geschiedenis van het Friesche muni-cipaalrecht schreef hij: Eenige brieven uit Moved en Athene, Utr. 1843; Herinneringen aan Italië, Leeuw, 1850, Voorts leverde hij bijdragen, critieken en rapporten, o. a. in hét Lettert Maandschrift, in de Friesche Volksalmanak, in het Nederl. Jaarhoekje voor Vrijmetselaren, enz. |
Andreae — Andrienseii.
18
|
iludrcac (S. J. FocJicme) zie Foolieinc Andreac. AndripNHcn [Andreas) geb. te Axel in 1098 (?) predikant te Veere, alilanr overl. 12 Jan. 1768. Hij was de aanleidende oorzaak van de betere Psalmberijming, die in im in de Hervormde Kerk werd ingevoerd. In 1.745 sprak A. in zeker gedicht met minachting over de psalmberijming van Dathenus tot groote èrgenis van den Middelbnrgschen boekverkooper Petrus Dathenus, die in rechte lijn van den bekenden Hervormden predikant afstamde De boekdrukker besloot deswege den Veerschen predikant in geschrifte aan te tasten , doch werd in zijn voornemen door den dood verhinderd. Desniettemin gaf A. zijn stuk in \'t licht, geheel in den stijl van Dathenus, onder den titel van : Aanmerkingen op de psalmheryming van F. Dathenus, Middelb. en Amst. 1750. Het gedicht maakte opgang en verhaastte de uitvoering eener betere berijming. Overigens was A. een middelmatig dichter ; behalve eenige prozawerken bestaat van hem ; Katechismus in dichtmaat, Middelb. 1755; Dichtlievendc uitspanningen , Middelb. 1755 en Jliskia, in drie zangen, Middelb. 1700. Zijn zoon AndricftNcn (Jacob Joh an) vermoedelijk geb. te Veere in Juni 17U0, waar hij in 1755 schepen werd. In 1707 werd hij burgemeester aldaar en bekleedde dit ambt afwisselend met dat van schepen tot in \'t laatst der eeuw. Jaar en plaats van overlijden zjjn ons onbekend. Zijne Gedichten, /.ede- en Mengelstoffen werden in 1792 te Middelburg uitgegeven. AudriGNtten (Jacob), geb. tü Haarlem 11 Oct. 1785. was onderwijzer te \'s Hage, waar hij 19 Juni 1859 overleed. Hij schreef; Verzameling van opstellen met fouten tegen de taal, spelling, woordvoeging, enz, van de Nederlandsche taal, \'s Hage i8\'21, waarvan tal van herdrukken verschenen ; De waarheid in een narrenkleed , boertige behandeling der lïomeinschegeschiedenis, 3dln., \'sHage; Morgenwandelingen door \'s Gravenhage, \'s Hage 18!.i2; Deugd in godsdienstzin of taf e-reelen uit de geschiedenis en uit het leven van bijzondere personen, \'s Hage 18\'ili; Kinderbrieven, een leerboek voor de scholen tot oefening in den briefstijl, \'s Hage 18119. AiidrieMNcn (Johannes Cornelis ter Brum-meler) geb. te Gouda 9 Oct. 1809, studeerde in de godgeleerdheid en werd in 18I2 predikant te Ooslmond bij Medemblik, in i8\'t-2 te Hoorn en woont na in 1881 zijn emeritaat gevraagd te hebben op Hypolitushoef op het eiland Wieringen Hij schreef; Mr. W. iUldcrdijks eerse h uwelijh naar zijne briefwisseling met vrouw en dochter (178-1—1807) |
Medegedeeld door zijn aangehuwden kleinzoon, Leiden 1873. AndricHHOi (Pieter Jncob) geb. te \'sHage den 17 Dec. 1815, waar zijn vader institu-teur was In 18W werd hij tot hoofdonderwijzer te Amsterdam benoemd, welke betrekking door hem met ijver tot 1872 werd waargenomen, toen hij zijn eervol ontslag vroeg en verkreeg om zich voortaan geheel aan letterkundigen arbeid te wijden. Hij overleed te Amsterdam 19 Maart 1877 en werd te Diemerbrug begraven, waar 19 Juni 1877 een gedenkteeken voor hem onthuld werd. Onder het pseudoniem van Pieter Jacobus gaf bij uit de romans Adolf of de. Verloren zoon , \'s Hage 18i8; De Minnezanger van Gramnne Ada, 2 din., \'s Hage 1843; De schoondochter, 2 dln. 1*50; Nieskruid, 4 novellen 1800. Voorts schreef A. voor kinderen ; Tong en Armand, Amst. 1849; Marie en Pauline , Amst. 1852; Adolf en Clara , Amst. 1859; De zoon van den Zeeroover, Amst. 1860; De weezen van Vlissingen, Amst. 1861 ; De Zeeman tegen wil en dank, Amst. 1862; De Schildknaap van Oijsbrecht van Amstel, Amst- 1802; De Prins en Johan de Witt, Amst. 1803; De Deserteur, Amst. 1803; Het Huisgezin van den Raadpensionaris, Amst. 1805; De kinderen van den Zoetelaar, Amst. De Tamboer hij Quatre Bras en Waterloo , Amst. 1805; Koning en Stadhoudet , Amst. 1800; Ken zoon van Friesland, Amst. 1807; Erlo of de Heidenknaap, Amst. 1869; Het begin van den strijd, Amst. 1871; De Hepubl. in woeling en strijd, Amst. 1872; De Bataafsche Republiek en Leiden in 1573 en 1574. 1873. Al deze romans zijn werkjes voor kinderen op\'t gebied der vaderlandsche Historie. Aan de Pransche Historie ontleende hij zijn; Val van een koningshuis, Amst. 1866; De dageraad ran een keizerstrook, Amst, 1807; De kolossus der 19e eeuw, Amst. 1869; Achttienhonderd zeventig , Amst. 1871 ; De kinderen van den Hugenoot 1872. In de Pruisische geschiedenis vond hij de stof voor zijn: Een onderdrukte kroonprins, 1871 en Vorst en Didder , 1872. In zijn Columbus , 1873 behandelt hij de ontdekking van Amerika. Op aardrijkskundig gebied schreef A. Iets anders, Dev. 1871; Land of Water, Dev. 1872 en Insulinde, 1872; op letterkundig gebied : de Muiderkring, Amst. 1808 en de Suppoost aan de bank van leening, Amst. 1869. Voor meisjes; Emma. van Bergen of Wereldzin en Christendom, Amst. 1803; Albe/-/inn of zelfverloochening, Amst, 1808 en Eva, Dev. 1873; De ral van een koningshuis of het eerste tijdperk der Fransehe revolutie, Amst. 1873 (in de schoolbibliotheek). Twee groote vorsten uit vroeger tijd, verhalen aan de geschiedenis van Engeland en Frankrijk ontleend, id 1873 (in de schooibibliotheekj j |
I—Angillifi»
1Ü
Andrlenneii
|
De leerschool der dieren, Prettige en leerrijke fabelen, Arnh. 1873; Li na, Leid. 1873; Oranje Nassau, Leven en heldendaden van de vorsten uit dat stamhuis, Arnh. 1873; Voor oud en jong, Leiden in 1573 en 1571. Uit het daghoek van Martha Jon?zoon Urou-wer, Amst. 1873; Lanr/s doornen en distelen. Een verhaal. Dev. 1874; LottvisseMngen op den troon. Twee bladzijden uit het boek der geschiedenis, Amst. 1874; De held van Duinkerken of hoe een visschersknaan een edelman werd, Amst. 1874 (schoolbihliotheekl; De reis om de wereld in 80 dagen, in den Am-sterdamschen schouwburg, Amst. 1875; De tocht naar liusland of het begin van den red van \'t keizerrijk in 1812, Amst. 1875; Op Markestein. Een bock voor meisjes, Amst. 1875; Door het kreupelbosch tot den troon. De jeugd van prinses Elisabeth Koningin van Engeland, lb33—1558, Amst. 187B; Dora en Eduard, Amst. 1875; IVat groeit er op de aarde en waarvoor? Amst. 1875; Wat zich onder de aarde bevindt en wat men daarmede doet, aid. 1875; Panorama van Neêrlands verleden, Dev. 1875—77 (van dit werk is later een tweede druk verschenen); De Hollandsche Jiobinson Crusoë. Een leerzaam en prettig verhaal voor de Nederlandsche jeugd, Zwolle 1870; De moedige knaap en drie andere verhalen , Amst. 187(5; Juultjeen Toosje en haar poesje en de geschiedenis van Daniel en zijn kunstezel, aid. 187(1; De dochter van den fabrikant. Een verhaat uit onzen tijd voor meisjes, Amst. 187(5; De reis naaide maan , Amst. 187(); Voor \'t jonge volkje (met houtsneefiguren tussuhen den tekst), \'s Hage 187(5. Nog leverde hij bijdragen in de Nationale prentcboekcn en gaf drie gedichten uit van P. A. de Genestet onder den titel van; Een twaalfjarig dichter, Amst. 187(5. Van zijn hand verschenen nog in 1877 Arme Lena en drie andere verhalen., Arnh.: De Dierentuin te Amsterdam. Voor de jeugd, Amst ; De trouwe Turk en hoe een arme knaap een geacht man werd, Arn. Voorts zijn nog van hem de volgende navolgingen (geen vertalingen) uit den vreemde: Ee)i Engelsche. jongen op een Hollandsche kostschool, Amst. 18(14; Hein Versteeg, Amst. 18(5(5; De Zilveren Schaatsen, Amst. lN(i7; De koopman van Antwerpen, Amst. 1871; De Appeljongens en Moeder de Gans, Amst. 18(55: Esther en Agatha. Amst. 1873. Ook heelt A. veel bijdragen geleverd in de hato, \'t Leeskabinet eh de Nieuwe liecensent, van welk laatste tijdschrift hij vijf jaar lang 1858-(gt;3 hoofdredacteur is geweest. Zijn Geillustreerde Almanak voor de jeugd, Amst. 18(55 en (i(i beeft slechts fwee jaar bestaan. Behalve de genoemde werken heeft A. nog eenige schoolboekjes vervaardigd. AiidrieMMCii (Simon Jacobus), geb.2April |
1831 te \'s Gravenhage, studeerde iu do theologie, en is thans predikant te Oosl- en Westgraftdijk; hij gaf behalve bijdragen in tijdschriften, Nederlandsche bewerkingen in het licht van de Hamlet van Brachvogel, Andersons Sprookjes, Kleine vossen van Mevrouw Beecner Stowe, Een ziel gered van Mevr. Hillern-Birch, enz, AnilrieHNCii [Susanna Maria), docliter van P. J. Andriessen, geb. te Amst. 1(5 Jan. 1850, waar zij zonder betrekking thans nog woont. Zij schreef: Augusta, 188U; Het Klaverblad, 1880; Constance de Wild, 1880; Elsje van den bezembinder, 1880; Greta iMcto, 1880; Een dagje bij vrouw Aaltje, 1881; Heide en veld, 1881 ; De familie van Herpen, 1883; De Savoyaard en zijn aapje, 1883; Een brutaal meisje, 1883; \'Klimop, 1883; Op de Kostschool, 1883; allen verhalen voor meisjes. Verder Binnen- en buitenshuis, verhalen uit van Lenneps Lievelingsboek, 1883; Prettige uurtjes, 188i; Vertellingen over alles, 1884; allen te Amsterdam gedrukt; Warech, geschiedkundig verhaal (jedurende den eersten kruistocht. Leiden, 1885; Guido de Vioolspeler, Amst. 188(5. AmlricHNCiiM schreef Alena van Dilbeek, Legende uit de 7e eeuw in 7 zangen, Meer-horst 1882. Angelkot (Hermanus) te Amsterdam (1058—1713), gaf twee dln. Tooneelpoczg mi, waarin een oorspronkelijk kluchtspel getiteld Vechter, 1679. De vertaalde daarin voorkomende en berijmde stukken zijn: Misantrope van Molière, 1(582; Soliman, 1(589 ; De buitensporige herder, 1714; Don Cwsar of de broederlijke minnaar, 1717 Achter deze tooneelpoëzie komen Mengeldichten van hem voor. Voorts berijmde hij verhalen uit Fransche werken. Zijn zoon Hermanus Angelkot dc jonge gaf,\' behalve eenige vertalingen, metP. Lan-gendijk in 1715 Addisons Cato uit en een kluchtspel \'t Vrouwtje van Ephesen, 1721. jingclo (Philip) was kunstschilder en graveur, die in het midden der 17e eeuw waarschijnlijk to Leiden woonde, waar by kort na 16(55 overleed. Hij schreef Lof der Schilderkunst, Leiden, 1042. AngilliN (Angelus August Eugeen) geb.in April 1830, was notaris van Humbeke en archivaris van Hoeselare; hij overleed in eerslgenoemde plaats 3U Nov. 187(1. Hij gaf uit (met Edw. van Even): Liederen cener onbekende kloosterlinge uit de 13e eeuw, voor de eerste mael uitgegeven naer een hs. der Burgondische Bibliotheek, Thielt, 1854; alléén gaf luj uit: Geschiedenis der Jious-selaersehc Eedergkeiskamer „de zeegbare |
Anker—Anglljiu
20
|
Herten, Thielt, 185i; Dnj lexjendcn uit Wesf-Vlacnderen, Roeselare, 1856; Rumbeeksche Avondstonden, Roeselare, 18r)ti—H; Over de Rederijkkamer „ Altoos doendequot; te Leffinyhe, Roeselare, 1857; Over cenir/c Zuid-Neder-landsche dichteressen, Antw. 1858. Verder gaf hij een aantal bijdragen in tijdschriften en dagbladen. Anker (Sijbrand van den), geb. 16 Juli 18i!lt;! te Uselsteyn, is sinds 1861 leeraar aan het seminarium te Kuilenburg Hij schreef: Verdediging van het tijdelijk bestuur des Pausen of de geneesmiddelen door Lord Derby, Disraeli en de la Guéronière tot herstel van den Kerkdijken Staat voorgeschreven te laat aangekomen, door een It. C. Priester, Amst. 1850; De onschendbaarheid van den Kerkelijken Staaf, Amst. 1859; Eene ergernis voor onze eeuw of de Zaligverklaring van een bedelaar door S. A., Amst 1861; Leven van den II. Aloysius aan Gomaga, beschermheilige der katholieke jeugd., Amst. 38(11 , :2e druk, 1864; Leven van den zaligen Joannes Berchmans, Amst. 1866, ie druk 18157 ; Leven van den II, Stanislaus Kostka, Amst. 1868; De opheffing van de tempeliers, \'s Bosch 1868; De Harmonie tusschen Hcde en geloof, \'s Bosch 186\'.t; Het naturalisme in den Staat door den Paus gedoemd als ongerijmd en goddeloos, \'s Bosch 1870; Het adres der, katholieken aan Z. M den Koning, \'s Bosch, 1871; Waar ligt Europa\'s toekomst? Amst. 1871; De St. Bartholomcusnacht, \'s Bosch 1870, !2e druk 1872; De Farjsche commune, eene consequente toepassing van het liberalisme, \'s Bosch 1872; Over de opvoeding der kinderen, voor christelijke ouders en opvoeders, Amst. 1872 ; De 1\'iusdagen, \'s Bosch 1872 ; Wie zijn voor, wie tegen de kloosterwet te Home ? (anoniem), \'s Bosch 1873 ; Europa\'s onzekere toestand , \'s Bosch 1873; liet eigendomsrecht, \'s Bosch 1871; De onderwijsquas-tie in Noord-Amerika, \'s Bosch 1875. AnkerMinit Wzn. (Jan Hendrik) geb. te Deventer 1 Juli 1825 en koopman aldaar. Deels door zelfonderricht, deels tengevolge van zijn omgang met Dr. van Vloten, Dr. van Eyk, Didymus en anderen vormde hij zich lot letterkundige. Hij overleed te Deventer 9 Dec. 1876. Aanvankelijk schreef hij anoniem vele politieke en andere artikelen in 7 Deventer Weekblad. V\'oorts verschenen van zijne hand de volgende werken: Alva, Een geschiedkundig karakter, tooneelmatig voorgesteld, Dev. 1857 Het geweten, dramatisch fragment , (naar Schillers Riiuber), Dev. 1861; Willem IVillemsz, een bladzijde uit Deventers beleg en ontzet in 1813 eu 14, gedramatiseerd, aid. Achtereenvolgens verschenen nog eenige vertalingen, zooals Vader cn Zoon (naar Laube), Zwolle 1862; Graaf |
Struenzee (naar Laube), Dev. 1866; Piet ra (naar Mosenthal): Pauline, Dev. 1869 en Richelieu, Dev. 1870 (naar \'t Engelsch van Buhver) en Ahasuerus (naar \'t Hoogduitsch van Dr. Aug. Klingeman), \'t laatste werk in vijfvoetige jamben gedicht, Dev. 1873: De aeshetische voordracht (vrij bewerkt naar het Hoogduitsch van Roderich Benedix) , Dev. 1873; Het aesthetisch gebarenspel (vrij naar het Hoogduitsch van Oscar Guttmann), 2 All., Utr 1876. Bij de viering van het Aprilfeest in 1872 verscheen van zijne hand: Koppestok, de wakkere veerman op Rozenburg, volksdrama. Nog gaf hij uit Deventer Ketterjacht, Zw 1867 ; een pleidooi ten behoeve van den hoogleeraar Dr. van Vloten, toen deze zich met ontslag van zijn post aan het Deventer Athenaeum bedreigd zag. Anna. Zie Ani|it (A. A. E. H). Annui|iic (J. IS.) geb. ie Gent 11 Doe. 17911, was eerst professor aan de katholieke Universiteit te Leuven, daarna pastoor te Oordegens (O.-Vlaanderen), waar hij 9 Dec. 1862 overleed. Hij schreef: Geschenk aen de jeugd op den dag har er eerste communie-. Christelijke gedachten voor eiken dag van de maend; Kort begrip der heilige geschiedenis, gevolgd door een kort verhael en het leven van Jezus Christus, Gent; Kerkelijke geschiedenis. Gent; Tweede spelboek ten gebruike der Cat-holieke scholen; Devotie ter eere der zeven deugden en de zeven smarten van den H. Joseph, Gent, 1856. AnitnynniH HutnviiH. Zie Verwer [A.) Anri (Pol) geb. te Gent 20 April 1865, is onderwijzer bij de opperlagere jongensschool zijner geboortestad. Van hem verschenen: De ondergeschikte Dienstbode. blijspel met zang in éen bedrijf. Gent, 1881); Judas wint, blijspel met zang in éen bedrijf, Antwerpen, 1885; Blauw en Grauw, poëzie, Gent, 1886; Aan Strand terug, zangspel in éen bedrijf, Antwerpen 1886; De Waterzoo en het Jubilee, blijspel in éen bedrijf\', Gent, 1886. AiiHelmut). Zie Bwars (./. yl.) AiiHlijn (Nicolaas) geb. te Leiden 12 Mei 1777, legde zich eerst op het schilderen toe, doch door don dood zijns vaders in 1789 was hjj verplicht naar een voordeeliger werkkring om te zien. Zoo werd hij eerst verlakker, daarna boekbinder, in 1801 onderwijzer op eene stadsarmenschool te Amsterdam en in 18U7 hoofdonderwijzer op eene dergelijke school te Haarlem. Hij bekleedde die betrekking met den grootsten lof tot 1819, toen hij wegens zijn zwakke gezondheid zijn ontslag moest nemen, en verder slechts huisonderwijzer bleef. Hij ging later |
AnBliJn—Anapach»
21
|
bij zijn zoon Pieter Daniel (die volgt) hoofdonderwijzer te Alkmaar wonen en overleed aldaar IS! Sept. 1838. Zijn meest bekende werken zijn: De brave Hendrik, een leesboekje voor jonge kinderen, waarvan in 1844 reeds de ITe diuk verscheen ; Le arntcjacoh. Leiden 18-23, en Systematische beschrijving der voor ons meest belave/rijke roonrerpen uit de drie rijken der Natuur, Leiden 1822. Behalve deze schreef hij: Letterhladen.hnAcw, Bijbelsche voorbeelden ter bevordering van Godsvrucht en deugd. Leiden 1810; Aanleiding tot de Nederlandsche spraakkunst voor eerstheginnenden, Leiden; Nederdnitsche spraakkunst voor eerstheginnenden, Leiden 1815; Nieuw spel- en leesboekje, Leiden 18^8; Verzameling der merknaardigste ontdekkingen betreffende onze aarde, derzeher bewoners en voortbrengselen, Leiden 1817; Belangrijke onderiverpen uit de Nat. Geschied, en aardrijksbeschrijving, 3 stukjes, Amst. 1810; Karaktertrekken uit de Algemeene en Vader-landsche Geschiedenissen, quot;2 stukjes, Leiden ; liaadgevingvn en onderrigtingen voor kinderen, i stukjes. Leiden ; Leesboek tot oefening in het kunstmatig lezen, !2 stukjes, Leiden 1820; De brave Maria, Leiden; Leesboek voor de tweede klasse ten dienste der scholen. Leiden; Maria Welmoed en hare kinderen, Amst. 1821; Natuur- en Aardrijkskundige Mengelingen ter bevordering van algemeene kundigheden, 4 stukjes, Leiden 1821 ; Handleiding tot de kennis der artsenijgewassen, (i stukjes, Leiden 1822; Aardrijkskundig leesboek, 2 stukjes, Leiden 1824; Schets der Nederl. Geschiedenis. Kaart 1825; Handleiding om de kinderen het lezen te leeren. Leiden 1827; Leesboekje voor eerstheginnenden, Leiden 1828; Keur van Nederlandsche Dichtstukken, Leiden 1829; Nederlandsche voorbeelden van deugd, 3 stukjes. Leiden, Merkwaardigheden betreffende de Natuur- en Aardrijkskunde, 4 stukjus, Leiden ; Adolf en Slentje, 3 stukjes. Leiden; Beschrijving derWasiiing-tons- en Sandwicheilanden, benevens die van het Pitcairn-eiland, een leeshoek voor jonge lieden, die hunne kennis ten aanzien van landen en volken wenschen uit te breiden, Leiden; en bovendien nog eene menigte reken-, lees- en andere sehoolhoekjes en prenten voor zijne werken, welke hij zelf op steen teekende. AiiHlijn {Pieter Daniel) geh. in 1802 to Leiden, legde zich op het onderwijs toe; was reeds in 1828 onderwijzer te Alkmaar, later Directeur in het fundatiehuis van de Vrijvrouwe van Renswoude te Utrecht. Hij overleed aldaar 11 Juni 1865. Hij schreef: Vaderlandschc tafereelen uit de ïflp en 17c eeuw, Zaltbommel 1834; en behalve dat nog eene menigte schoolboekjes, en bijdragen in paedagogische tijdschriften; Leesboek voor de jeugd ter vorming van het zedelijk gevoel, I en II, Leijden 1828 en 1830; Leeshoek betreffende de voornaamste personen en gebeurtenissen in ons Vaderland, 3 stukjes, Leyden 1830— 31; Theoretisch onderrigt in de toepassing van de hoofdregelen der Ileken-knnde, Leyden 1833; Leesboek voor de hoogst» klasse, 2 stukjes, Zaltbommel 1833. |
AiinIo {Beinier) een zoon van Reyer Glaasz Anslo, aldus genaamd naar de siad Anslo, thans Christiania in Noorwegen, geb. te Amsterdam in 1626, maakte zich als La-tijnpch en Nederlandsch dichter beroemd. Zijn ouders waren burgermenschen, die tot de Doopsgezinde gemeente behoorden. In 1()47 of 48 echter ging hij over tot de Roomsche kerk, zonder dat daarvoor de reden met genoegzame zekerheid bekend is. \'t Jaar daaraanvolgende begaf onze dichter zich naar Rome, alwaar hij den geestelijken stand schijnt omhelsd te hebben en secretaris werd van den kardinaal Caponi. Hij stierf Ie Perugia Ui Mei 1669. Zijn Nederlandsche gedichten , eerst hier en daar in afzonderlijke dichtbundels verschenen, zijn door F. de Haes in 1713 verzameld en uitgegeven, waaronder bekend zijn: J\'arijsche bloedbruiloft, treurspel , 1647 of 48; De Pest te Napels, een beschrijvend gedicht; Martelkroon van St. Steven; Zegetempel aan Frederik Hendrik; Afscheid aan Amsterdam, 12 Sept. 1649. Voorts bestaan er nog van hem CL V Bijbelsche printverbeeldingen mot een versje onder iedere plaat, Amst., in 8o. Anslo was een dichter die zich Vondel tot model stelde, AiihIoo {Johan van) schreef; Liederen en versjes, Artist. 1876; Het lief hebber ijtooneel voor britilofsgasten en feestgenooten; Nieuwe verzameling van. klachten, kamerstukjes en blijspelen voor 1, 2 en meer personen, Oostburg 1880, inhoudende de volgende stukjes, die echter afzonderlijk verkrijgbaar zijn: De historie van een brand, kluchtspel met zang; Tu-ee honden vechten om een been enz., kamerstukje: Geschoren, kluchtspel met zang: Een huwelijksadvertentie, kamerstukje; Het middagslaapje v. mijnheer Bombazijn, klucht; Jlij is jaloersch, kamerstukje met zang; De Nachtwacht, komieke scène; Dik en Dun; De molenaar van \'t dorp, kluchtspel; De oude vrijer of het gestoorde bruiloftsfeest, kluchtspel mei zang; De schalk , vroolijke rijmen en dichten. In- en uitvallen voor lachers en denkers. Leeluttr op reis en in de huiskamer, tevens geschikt ten voordracht in gezellige kringen. Dieren 1884; Vrij en blij, luimige voordrachten, komische scènes, Dieren 1884.\' AiiN|iach (Jan Adolph), geb te Amsterdam |
\\iihuh—Antonldcs van der Ooea»
22
|
8 Nov. 1801?, promoveerde te Leiden in de theologie, werd in 1829 predikant te Zalk en Veecaten en twee jaar Inter naar Deventer beroepen, waar hij tot 1870 werkzaam was en 10 Oct. 1885 overleed. Hij schreef behalve eene Latijnsche dissertatie en leerredenen : Woorden van rermaninn en raaiJ-geving inzonderheid voor jeugdige menschen, Dev. 1853. Voorts bijdragen (meestal onder de eindletters N. H. H.l in liet Nederlandsche Tractaatgenootschaj), de Kerkelijke Courant, de Morgenster, de Evangeliespiegel, de Evangelische Almanak (o. a. een gedicht op Kevelaar) in het Dagboek bij den Bijhelschen Almanak, in Christophilus, in de Fakkel, Evangelisch Christelijke .Huisvriend, Christelijke Volksalmanak, enz. Aiihiih (Jan), bekend onder den bijnaam van de. Smid van Ihti/sse, alwaar hij werd geboren omstreeks het midden der XlVe eeuw. Van hem verschenen drie voorzeggingen, waarvan de oudste moet gedrukt zijn ten jare 1553. Eene andere uitgave is getiteld: Dc Notabel ende waerachtiqe prophetic van den Smet van Hugsse, gheheeten Jan Ansus. Qhedruckt in \'tjaer ons Heereu MDLXXXII. Zii werd verscheidene malen herdrukt; doch de meest-verspreide is: De notabel prophetic van den Smet van Hugsse, mitsgaders die van Abacuch, gepropheteert binnen Ghendt in de jaren 137(1 en 1391. Naer eene copie gedruckt in \'tjaer ons Ileeren 1582, Gent, omstreeks het einde der XVÜIe eeuw. Antliciiii 1h (Jakob Jan), gel), te Gent omstreeks 1750, overleed aldaar in het begin der 19e eeuw. Hij studeerde to Gent en te Douay, en nam deel aan den opstand tegen Keizer Jozef 11, waardoor hij genoodzaakt was een tijd lang naar Frankrijk te vluchten, en zijn verblijf te Parijs, Maubeuge en Hijsel te houden. Hij schreef: De protocole Jakobs, soone Johans, soone Balthasars, die de vryhegd der Gauïen ende de goede ui/tvoering hunner wetten lief heeft. Gent 1799. Dit was een tijdschrift gericht tegen de knevelarijen der keizerlijke commissarissen. Daarin kwam onder anderen een scherp artikel voor van zijne hand, getiteld: De Legende der Neder-landsche Roffianen en Stroopers. AndieuniH (Gentil Theodoor), schoonzoon van H. Conscience, geh. te Oudenaarde |
9 Sept. 1810, was van 1859 tot 1860 leeraar in het college zijner geboortestad en in 1801 leeraar te Dendermondo. Vervolgens studeerde hij aan de Hoogeschool van Gent, promoveerde in 1860 en werd I Januari 1808 vrederechter te Oost-Rozebeke. Van daar ging hij in dezelfde hoedanigheid naar Thourout. Den 15 Juli 1877 werd hij vrederechter te Halle en vervolgens te Brussel, waar hij zijn ambt nog uitoefent. Hij schreef in verschillende dagbladen en tijdschriften liederen en gedichten, waarvan er onderscheidene door Willem Uemol op muziek zijn gezet, onder anderen: Lentelied, Ik ken een lied. Droeve tijden Bethlehem, enz. Zij zijn allen ver-eenigd in éen bundel 187:!. In 1874 werd hij door de Antwerpsche Rederijkkamer de Olijftak bekroond vooreen Minnelied. Verder gaf hij nog in het licht: Uit het hart. Liederen en gedichten, Dendermonde en Leiden, 1875; Liederkrnns, uit de Loverkens van lloff-maun van Fallersleben, met muziek van G. Antheunis, Geut 1877; Leven, lieven en zinr/en, Geut, 1879. AiidioniHNcii {H.), schreef: Bemoediging en Hoop. Dichtregelen opgedragen aan Z. K. II. den Hertog van Brabant, 9 April 1853, Brussel 1853. Aiithonn (Juliaan) , geb 27 Januari 1832 te Cruybeke (Oost-Vlaanderen), genoot zijne opleiding aan de normaalschool te Lier. In 1850 werd hij hulponderwijzer te Temsche, in 1850 gemeenteonderwijzer te Hamme, alwaar hij overleed op 2i October 1881. Hij plaatste bijdragen in proza en poëzie in bet Jaarboekje van Gent, in het Taalverbond van Antwerpen, enz. Hij schreef Hozen en Doornen, roman geplaatst als feuilleton in het Antwerpsch Handelsblad Om het straatgezang te verbeteren, vervaardigde hij vele liederen, welke allen in druk verschenen, en in de Vlaamsche provinciën veel gezongen worden b.v.: Zingt FranscU of zivijgtl — Rust noch Vrede! — Het bloe-ineken mijns harten. — De Poelenier! — Meilied. — De wereld draait. — Kerstliederen. — St. Ni/colaas. — De Leurders, enz. Gelegenheidsgedichten , redevoeringen, lijkredenen enz. werden velen van hem in \'t licht gegeven. In 1877 gaf hij eene voordracht over de beschaving in Afrika, welke veel bijval vond. jt uloiiiilOH van rtcr Uoch (Johannes) geb. te Goes 3 Mei 1047 uit burgerouders, die zich in 1051 metterwoon te Amsterdam vestigden. Zij gaven hun zoon eene goede opvoeding en bestemden hem voor apotheker. Hij leerde dus Latijn en maakte in die taal zulke vorderingen dat hem de lust bekroop Latijnsche verzen te maken. Door het lozen van Vondels gedichten geprikkeld, wijdde hij zijne grachten aan de Nederland-sche muze en schreef een treurspel Trasil of overrompeld Sina, lOOd-. Toen Vondel, die zich met de behandeling van dezelfde stof, de overheersching van China door de Tartaren, onledig hield (Zunchin), gewaar werd dat Antouides met dat werk bezig was, ging hij den jongeling opzoeken en maakte |
Antontdes—Appellus.
23
|
kennis met hem en zijn gedicht, Sedert dien tijd ontstond er eene innige vriendschap iusschen heide mannen Intusscheu ging A. op den ingeslagen weg voort en toonde zijn dichterlijken aanleg door het maken van Zegezangen. zooals de Zeetriomf der Venetimen, 1660; de Teems in brant, 1067 en vooral Bellona aen bant (op den vrede van Breda) dat een verhazen-den opgang maakte, en waarvan Vondel verklaarde dat hij er zijn naam wel onder zetten wilde. In 1(171 verscheen zijn Ustroom in vier zangen. Inmiddels geraakte hij in kennis met een vermogend man, Diederik Buisero genaamd, een eersten voorstander der edele poëzie, die den talentvollen dichter de middelen verschafte om te Utreclit in de medicijnen te gaan studeeren en die hem na zijn promotie eene ruim bezoldigde betrekking bij de Admiraliteit van de Maze bezorgde, itij huwde in 1078 met Susanna Bormans, doch zijn echtgeluk was niet van langen duur; hij stierf aan eeu bloedspuwing den 18 Aug. I(i84. ïe vergeefs had men zich met een gedicht van grooten omvang gevleid naar aanleiding van zijn belofte in de voorrede van zijn JJstroom uitgesproken ; dat werk van „stichtelijke ernsthaftigheidquot; zou een heldenzang zijii ter verheerlijking van den Apostel Paulus, doch het kwam er niet toe, omdat de dichter vreesde godsdienst-quaestiën te moeten aanroeren, waaromtrent groot verschil van meening bestond en die hem aan „schampere pennenquot; zouden blootstellen. Dit zeggen doelde op Joachim Oudaen, die zich ongunstig had uitgelaten over het groot aantal goden en godinnen, welke in den Ustroom optreden. A. is nog gedurende eenigen tijd een werkzaam lid geweest van hel dichtlievend ge-genootschap Nil volentibus arduiim; de treurspelen Agrippa of honin;/ van Alba en Oroon-dates en Statira heeft hij helpen vertalen en berijmen. Later geraakte de dichter in onmin met zijn medeleden, deels omdat hij hunne slaafsche navolging der Franschen afkeurde, deels omdat zij naijverig op zijn talent waren; hij maakte zelfs een hekeldicht op hen, Marsyax getiteld. Zijn gezamenlijke gedichten zijn uitgeg. door zijn vader in 1088 en vijf maal herdrukt. W. Bilderdijk bezorgde er insgelijks een uitgave van met aanteekeningen, li dln., Leiden 1827. Van den Ustroom bestaan verscheiden afzonderlijke uitgaven ; de laatste is die van Witsen Geysbeek , 1838. AnfoniilcM (Theodorus) predikant te Wes-terwijtwert en Menkeweer, gaf behalve eenige theologische werken uit: Orer de Olynijrische spelen der Grieken nagebootst van de liomeynen , Gron. 1732. |
Antonlu. Zie Buren Schele {van). Anlireriien (Barent Dirhsz. van) schreef; De behouden onnozelheid, Amst. 1012. A|)él [Kavel Frederik Ternooij) geb. te Vreeswijk 20 Januari 1829, studeerde te Leiden in de theologie en werd predikant te Rokange; sedert 1800 is hij predikant te Amsterdam. Hij schreef: Hei verlangen naar de bevrediging onzer lichamelijke behoeften , Gron. 1801 ; Feestrede op den gedenkdag van Neerland 50-jarige onafhankelijkheid, Amst. 1803; Feestrede bij het Ta-jarig bestaan van het Nederlandsch zendelinggenootschap IT Juli 1ST2, Amst. 1873; Godsdienst en Maat-schappelijk leven , Amst. 1876 ; Toespraak bij zijn 25-jarif/e Evangeliebediening in de hoofdstad des Rijks, Amst. 1885. Verder gaf hij tal van godsdienstige toespraken in het licht, en schreef artikelen in het Vliegend blad over het socialisme, in de Vrijheid, de Wekstem, Christelijk Album, Evangelische Volksalmanak, enz. A pél (Mari Jacobus Ternooij) zoon van den vorigen geb. te Amsterdam 15 Juni 1807; waar hij werkzaam is op een kantoor. Hij schreef onder de pseudoniem van J/. j. van Dalbergen en Mita: Een ster in den naeht. Novelle, Amst. 1885; Willem Jacobszoon Hofdijk op zijn 70-jarigen geboortedag herdacht. Gedicht, Amst. 1880 ; Kinderen der liefde. Gedichten, Amst. 1880 (niet in den handel); Letterkundige scheurkalender 1887; Emelie Tooneelsp. Amst. 1887; verder ver-s billende gedichten in de Portefeuille. Afdrukken van indrukken in de Graafscheips-bode (Deutinchem) getiteld: 1. Arm Grietje, 2. Zijn eerste xverhloon, en 3. Zijn laatste gang. Voorts gaf hij onderscheiden artikelen en gedichten in het Bijbelsche dagschrift, de Evangelische Volksalmanak, enz. Apppltcrc (Johan Christiaan van) geb. te Gorinchem, in Dec. 1704, student in de rechten aan de hoogeschool te Leiden, gaf, ofschoon pas een en twintig jaar oud zijnde, blijken van meer dan middelmatigen dichterlijken aanleg. Hij heeft ons een dertigtal stukjes medegedeeld in het Taal-, Dicht- en Letterkundig Kabinet van G. Brender a Brandis. Hij stierf te Gorinchem den 8 Jan. 1780, A]icltcrii [U. van). Zie Engelen (A. W). A|iiieIiiiM [Jean Henri), geb. te Middelburg in 1707, studeerde te Leiden in de rechten en promoveerde in 1780, waarna hij zich als advocaat te Middelburg vestigde. In 1795 werd hij Pensionaris van Zeeland, in 1803 raad van Finantiën , in 1801 lid van |
Aqunrliift — Arendaz.
|
den Staatsraad ; Koning Lodewijk benoemde hem in 18U9 tot minister van Finantiën, en Napoleon in 1810 tot Staatsraad te Parijs. Na zijn terugkeer in het vaderland benoemde koning Willem I hem tot Directeur-Generaal der indirecte belastingen , in 18quot;i0 tot Minister van Staat, belast mot de algemeene directie der ontvangsten, en in 18l24 tot Minister van Finantiën. Hij overleed te \'s Hage 12 April 1K\'24. Hi) schreef: De staatsomwenteling ran 1795 in haren aart, loop en uevolgen heschoiurd, Leiden 1801, welk werk anoniem verscheen. Aqnarins, Zie Inndrc {A. L. J.) Arnndn (Hmmaimel (V) een Bruggeling van Spaansche adellijke afkomst, geboren in 1612 en in zijne geboortestad overleden omstreeks 1G86. Hij onderscheidde zich als reiziger, historieschrijver en dichter. Zijne voornaamste pennevruchten zijn echter in hel Fransch geschreven. In het Neder-landsch leverde hij enkel het dichtwerk: Den lachende, ende leerende Waerseggher, Brussel, 1G79. Arcnbcrgli (Frans van) geb, te Leuven den 11 Maart 1811 , studeerde in het groot seminarie te Mechelen en was, na zijne priesterwijding (Ui Juni 18l!5) professor in . het college van Gheel, In 1M4. bij de herinrichting van het college van Lier , werd bij bestuurder van het zelve, doch na een paar jaren moest hij, om gezondheidsredenen , van het bestuurderschap afzien Hij vestigde zich dan in zijne geboortestad, alwaar hij overleed op 5 October I81ö. Zijn poezie verscheen onder den titel: Gedichten van Frans ran Arenherglt, bijeenverzameld »» met lerenshericht en eenige noten uitgegeven door L. IK Sch. pr. Leuven, 1881. Arend [Johannes Fieter) geb. te Amst. G Nov. 1790 uit burgerouders, bracht zeven jaar op een Duitsch handelskantoor door, alwaar hij den grond legde voor zijne uitgebreide kennis van nieuwere talen. ^Vandaar naar Hoorn vertrokken, zette hij ziju studie in de oude talen voort bij den rector Swaan. In 1824 werd hij tot lector in do nieuwere talen aan het Athenaeum te Deventer benoemd , welke betrekking hij in 1KS7 verwisselde met die van Leeraar in \'t En- felsch en Spaansch aan hetkoninklijk Marino-nstituut te Medemblik. Hij bleef hier tot 1850, toen het. Instituut naar Breda verplaatst werd en hij een benoeming aan het Gymnasium te Amsterdam ontving. Hij bekleedde deze betrekking slechts een jaar toen hij op zijn verzoek eervol ontslagen werd om zijn tijd ongehinderd aan de bewerking van zijneelsch en Spaansch aan hetkoninklijk Marino-nstituut te Medemblik. Hij bleef hier tot 1850, toen het. Instituut naar Breda verplaatst werd en hij een benoeming aan het Gymnasium te Amsterdam ontving. Hij bekleedde deze betrekking slechts een jaar toen hij op zijn verzoek eervol ontslagen werd om zijn tijd ongehinderd aan de bewerking van zijne Geschiedenis te kunnen wijden. Niet lang echter had hij genot van zijne werkzame rust; eene ziekte van slechts weiuige dagen sleepte hem in \'t graf den o Oct. 1855. |
Behalve vele verhandelingen, vertalingen en stukken van geschied- en letterkundigen aard, schreef hij; Het 2e eewvfee.st van de stichting der Doorlachte school te Derenter, l(i Fchr. 1830, Deventer 18l!0; Geschiedenis der Dichtkunst cn fraaije Letteren in Europa, waarvan het eerste deel, loopende tot net jaar 1160, genoegzaam geheel afgewerkt werd (de Proeve eener geschiedenis der Dichtkunde onder de Angel-Saxen maakt hiervan een gedeelte uit) Amst. 1843; Fint/al naar het Gaelisch ran Ossian, voorafgegaan door een onderzoek naar de echtheid der gedichten van Ossian, Amst. 184,\'quot;); Richard Savage, een bijdrage tot de geschiedenis der letterkunde en die van het menschelyk hart. Delft 1852. De voortzetting van dit werk staakte hij in 183!) tengevolge van eene uitnoodiging om een Algemeene Geschiedenis des Vaderlands te schrijven, welke bij aannam, Dit werk verscheen sedert 1810 te Amst. geregeld in afleveringen en hij was daarmede gevorderd tot het jaar 1585, toen de dood hem verraste. Het is daarna voortgezet eerst door den hoogleeraar van Hees, later door Prof. Brill, en toen door Dr. J. van Vloten, die hot vervolgde tot 1742 ( Deel V, 1ste stuk, 12e all.); na den dood van den laatste schijnt hot niet te worden voortgezet. In 1852 kwam ei\' te Deventer nog van hem uit Bloemlezing uit de werken van Pater Abraham van Sint Clara. ArpndN (Roelof) de Jonge te Dordrecht, van wien ons geen levensbijzonderheden bekend zijn, dan dat hij in 1787 in geen gunstige omstandigheden overleed. In 1757 gaf hij te Amsterdam een bundel Gedichten in hot licht van gemengden inhoud. In 1772 gaf bij te Dordrecht nog een tweeden bundel van dergelijke Gedichten uit. Voorts Vader-landsche Kermisvreugd, Dordrecht 1782, en eenige vertalingen. \' Ook is van zijn hand Zegepralende liefde ter cere van de egtver-bintenis van den prins van Nassau-Wcilburg en. de prinsesse KaroUne 5 Maart 1760. Staat-en Zinnesjjel Amst. 1760. ArcndNz [Thomas) geb te Amsterdam 6 Juni 1662, uit geringe ouders, makelaar in zijn geboortestad. De burgemeester Johannes Hudde, een groot minnaar der dichtkunst, zijn a.inleg ziende, moedigde hem aan en vereerde hem met zijne vriendschap. Hij stierf 12 Jan. 1701. Hij was een verdienstelijk lid van \'t genootschap N/7 volen-tibus arduuni en hoeft verscheiden tooneel-stukkon uit het Fransch op rijm vertaald, zooals de Mithridate, Amst. 1662 en de Ra- |
Arkstee—Arrenberg.
25
|
jazetk, Amst. 1682, beide van Racine, de Roeland, Amst. 1685, de Amrdis, Amst. 1687, de Cadmus en Hennionc, treurspel in maatzang:, Amst. 1687, de scliijnheilif/e vrouw met de uitvaart van Jan Jaspersen, 1691. het school voor vrouwen van Molière, Amst. 1707. Joan Galeasso, dwingeland van Milanen, treurspel, Amst. 1718, de Sertorius van Corneille; de Iféaenia van Banm, Amst. 1722, enz Zijn Mengelpoëzie verscheen te Amst. in 1724. ArkNtce (Hendrik Cornelis) schreef; Nijmegen, de oude hoofdstad der Batavieren in dichtmaat beschreven en met aant.; de Oudheden van de stad en die van het quartier van Nijmegen betreffende, opgehelderd, \'s Gra-venhage 1738. Arnlicni {Johan van), heer van Roosendaal, geb. 12 Mei 1636 te \'s Gravenhage, was een gunsteling van Willem III en drost van de Veluwe en overleed den 12 Dec. 1716. Hij was een zeer godvruchtig man, die ons een dik kwarto-deel met Gedachten en (ledigt en , geestelijke en zedelijke, Leiden 1707, heeft nagelaten. Arnold, zie Wijiintok. Arnold (Johannes Hudol/gt;h), geh te \'s Gra-venhage 13 Januari 1849, werd voor het onderwijs opgeleid, en was eerst hoofd der openbare school te Harmeien, daarna te Hilligersherg, waar hij nog is. Behalve bijdragen in de Familiebode, de Huisvriend, Nederland, Astrea en Jong Nederland, schreef hij Blikken en grepen van een schoolmeester. Schoonhoven 1879. Arnlz (Jacobus), geh. 15 December 1816 te Milligen bij Nijmegen, was van 1843 tot 1847 leeraar in de wijsbegeerte en wiskunde aan het seminarium te Kuilenburg, waarna hij in 1848 tot priester gewijd werd; van 1849—52 leeraar in de natuur- en wiskunde, daarna in de kerkelijke geschiedenis en het kerkrecht te Maastricht, van 1H62—5 wederom leeraar der wis- en natuurkunde te Kuilenburg en na dien tijd in de üostersche en Nieuwere talon. Hij schreef; Savitri, eene episode uit de Maha-liharata, uit het Sanskriet vertaald en toegelicht, een aanhangsel op de Blikken op Indien van F. Jfegnen, Rott. 1870. God, natuur en eeredienst, eene keus van zangen uit de Jiig-Veda-Sanhita, studiën op godsdienstig, wetenschappelijk en letterkundig gebied, \'s Hert. 1H71. ArntzcniuH (l\'ieter Nieolaas) geh te Dell\'t en gest. te Amsterdam, (1745—99). Hij was een verdienstelijk rechtsgeleerde en beoefende de Latijnsche en Nederlandsche poëzie, van welke laatste men proeven vindt in de |
Kleine Dichterlijke Handschriften van Uylen-broek. bijv.; de lierzang aan de Eenzaamheid. [n 1792 droeg hij in het\' Letterk. Genootschap Concordia et Li bert ede, eene levensschets vcor van don beroemden philoloog Pontanus, weike door zijn zoon Robert A., later in \'t Vaderlandsch Magazijn van Wetenschap Kunst en Smaak is geplaatst. ArntzoniiiH (Robert Hendrik) geh. te Amsterdam 19 Dec. 1778, vestigde zich als advocaat in zijne geboortestad . bekleedde van 1814—20 den post van advocaat-fiskaal voor de middelen te lande in N.-Holland; toen deze betrekking door eene verandering in \'t flnantiewezen des rijks verviel, benoemde de koning hem tot rijksadvocaat. De beide laatste jaren van zijn leven was hij lid van de Tweede Kamer. Zijne veelvuldige bezigheden gunden hem weinig tijd voor de beoefening der letteren, zoodat hij ons slechts weinig gedichten heeft nagelaten, meest huiselijke stukjes. Hij overleed te Haarlem 20 Nov. 1823. Van hem vindt men eenige stukjes in de Kleine Dichterlijke Handschriften van Uylenbroek en in de Muzenalmanakken. Voorts Dichtlievende Uitspan-ningen, Amst. 1801 en Nar/elaten Gedichten, 2 dln., Haarl. 1825. ArnfzcnluN (Pieter Nieolaas), zoon van R. H. Arntzenius, tjeb. te Amsterdam 21 Juli 1802, studeerde in de rechten, werd na zijne promotie commies-griffler, en in 1828 substituut-gritfier bij den Hoogen Raad; in 1841 advocaat-generaal bij dit collegie, en overleed te \'s Hage 20 Juni 1857. Hij schreef een gedicht en een voorrede voor de Nagelaten gedichten zijns vaders. Arj» (\'Jan van), lid van de kamer In liefde bloeiende, te Amsterdam, vervaardigde eenige weinig beteekenende tooneelstukken als; Hel-levaert van Juno, 1631; Chitnon, op de Ree-ghel: Door Liefde verstandigh treur-bly-egn-(lent spel, 1639; Tólimond, Prince ran Rod es, op de Heeghel: Door \'t gejilbeminnen, dooien de sinnen, 1640; I\'rixus, Prins van Theben, 1611); Singhende klucht van droncke. Goosen, op de Reeghel: Selden raecktmen in de li/. Of men isser selver bg, 1640; Boertige ducht van Claes Kliek; en\' nog enkele eeredichten op bruiloften; allen te Amsterdam uitgegeven. Arrenberg (Reinier), geb. te Rotterdam in 1733, en overleden aldaar 21 Juli 1812. Hij was boekhandelaar, uitgever en redacteur van de Rotterdamsche Courant (1764— 1812) Hij schreef; Verdediging voor den ongelukkigen kapitein Andries de Bruyn; Naamregister van de Nederduitsche hoeken welke sedert het jaar 1600 tot 1761 zijn uit- |
2f) Arum—Asschenbcrgh.
|
gekomen, enz. Voorheen uitgegeven door van Ahkoudc, hoehverkooper te Leiden. Nn overzien, verbeterd en tot in het jaar 1772 vermeerderd door 1\\\'. Arrenbero; De koophandel van Amsterdam, 10e druk, verrijkt met nieuwe hoofdstukken, n a. met een over Amerika ; Historiën en zonderlinge gevallen, uit geloofwaardige, schrijvers bijeenverzameld, en uitgegeven om den leeslust in de jeugd op te wekken (in later lijd doorrlen boekhandelaar F Bohn te Haarlem gedeeltelijk op nieuw uitgegeven); Verzameling ran Historiën, door de Maatschnppii T. N. v. \'t A met den zilveren eereprijs bekroond (1S0H); Nieuiv Nederduitsche speldeboek, opgesteld tot onderwijs der vorstelijke kinderen van Nassauiv — Weilbiirgli (voor de vervaardiging hiervan ontving hij een zilveren koffiekan ten geschenke). Voorts leverde hij opstellen in de Vaderlandsehe Letteroefeningen (1791—18(11); memoriën voor het Boekverkoopers-Gilde, enz. en vertolkte eenige reisbeschrijvingen en geschiedkundige werken in onze taal. Ariim {Petrus Hanou van), geb. te Beverwijk in 1790, was te Amsterdam tot 18H0 klerk op een notariskantoor, toen werd hij rijksschatter bij do Directe belastingen aldaar, en eindelijk praktizijn. Mij overleed te Amsterdam lil Mei IHt;!. Hij werkte als letterkundige veel anoniem voor zijn broeder, die uitgever was; onder zijn eigen naam schreef hij: Als liet n belieft, een kleinigheid voor de kinderkamer, Amst. 18\'3; Floris van der Zaan. F.en berijmde vertelling voor mijne kinderen, Amst. 1838; Chris-tianns reis rondom de wereld, Amst IHti; De kleine. Diiitsche familie van Gr oendal in een nieuw Ilollandseh gewaad gebragt, Amst. 1810. Van 1831 —30 was hij redacteur van den Almanak voor Uollandsche blijgeestigen. AncIi van Wijk (Jhr. Hubert Matthijs Adriaan Jan van) geb. te Utrecht H Oct. 1774, was advocaat in zjjne vaderstad; na de omwenteling van 1813 werd hij advocaatfiscaal voor de middelen der provincie Utrecht. In 1 SL2l2 nam hij zitting in de Tweede, latei\' in de Eerste Kamer. Vijf jaar daarna benoemde de koning hem tot. burgemeester van Utrecht, welke betrekking hij in 1839 om der wille van zijn gezondheid neerlegde. Hij overleed 1(gt; Juli 1843. Als letterkundige is hij bekend om de volgende werken: Proeve over den ouden loop van de rivier de Eem m de vroegere toestand der landstreek aan haar boorden gelegen, 1832; Gesehied-kundige beschouwing van het oude handelsverkeer der stad Utrecht, 4 St. 1838 4(1; De stad Utrecht in hare betrekking tot de Hooge-school in dezelve gevestigd, IS\'il; Levensschets van Hendrik Moreelse burgent. van Utrecht van 1662—64, 1844. Al zijne werken zijn te Utrecht uitgegeven. |
AhoIi vnn Wijk (Jhr. Anthony Michael Cornell\'s) geb. te Utrecht 21 Aug 18(18. waar hij in de rechten promoveerde. Hij was réchter in do Arrondissements-rechtbank zijner geboortestad, waar hij 20 Januari 1876 overleed. Hij schreef: Plegtige intrede van Keizer Karei V in Utrecht in 1540, Utr. 1838: Driejarige oorlog tusschen Maximili-aan van Oostenrijk en de stad Utrecht, Utr. 1842: Plegtige intrede van Philips II binnen de stad Utrecht in 1549, Utr. 1846; De Schut of Schuttengilden in Nederland, Utr, 1849—51; Geschiedenis van het ambtsqébed in de Nederlanden van den tijd der Hervorming tot aan den tegenwoordige», Utr. 1852. Voorts gaf hij uil: Archief voor kerkelijke en wereldlijke geschiedenis van Nederland meer bepaaldelijk van Utrecht, 3 dln., Utr, 1850 54, zijnde een vervolg op het Archief door wijlen J. J. Dodt van Flensburg uitgegeven. AMiuodec. Zie Vrlen (J. de). AHpercn (Pieter van), geb. te Leeuwarden 4 September 1843, waar hij ambtenaar ter provinciale Griffie is. Hij schreef een bundel Poëzie. Vruchten van letterlievenden arbeid in vrije uren, Leeuw. 1875. \'t Werd uitgegeven ten voordeele der nagelaten betrekkingen van visschers uit Pernis, die 21 Oct. 1874 in de Noordzee verongelukten. AhhcIio [Jozef van), te Gent geboren 7 September 1829, werd in 185(1 notaris te Asper en sedert 1872 bekleedt bij dit ambt in zijne geboortestad. Van 1851 tot 1858 leverde hij Poëtische Bijdragen in de tijdschriften De Eendracht, hel Neder duit sch Letterkundig Jaarboekje, en het Leesmuseum van Gent, en in liet Taalverbond en De Vlaamsche School van Antwerpen, Afzonderlijk liet. hij verschijnen: De minderjarigheid in haar gansche tijdperk, voorgedragen. Geut, 1855, en Handboek van den notaris, Gent, 1865 -1874, 4 deelen: tweede uitgaaf 1883. AftHolicnbergli (Harmanus) geb. te Amsterdam 22 Apr. I7i6. Zijn bloeitijd valt te zamen mei dien der dichllievende en letteroefenende genootschappen, van enkele van welke hij een werkzaam lid was: hij overl. 18 Novi 1792. Hij werkte mede aan de psalmberijming bekend onder den naam van Lans Deo, salus populo. Hij vertaalde voor den Amsterdamschen schouwburg verscheiden stukken van T. Gorneille, Destouches, Sedaine, Desforges en anderen als Climeene, 1747: de graaf ran Essex, 1758: de Wispelturige, 1762; Het drievoudig huwelijk, uit |
AMClljl
27
|
het Fr. van Destouches, 1770; Albert dn eerste, of de edelmoedige keizer, 177S; .S7Z-raau, zantrspol naar het Fransch van Mar-montel, 17fi3; De uitmuntende minnaar, 1780; De twee jonge Savoyaards, blijsp. uit het Fr. 1700; allen te Amsterdam nitjjefte-ven; ook had hij dn hand in de vertalingen van het dichtprenootsehap Oefening beschaaft de kunsten. Zijn zwanenzang was een oorspronkelijk stuk getiteld ; De deugdzame. snnn en de edelmoedige vrienden, too-neelsp. 179l2. Zijn gedichten zijn uitgegeven door zijn vriend P. ,1. Uyleribroek, Amst. 1793, behelzende grootendeels vertellingen en anecdoten op rijm [n 1809 verscheen ev te Rott. oen nieuwe druk van zijn vertelsels en puntdichten. Met H. .1. Roulland gaf hij uit de optimist of alles wel, tooneelsp. u. h. Fr. 1790. AxMelijn {Thomas), geh. te Amsterdam, bloeide in de tweede helft der 17e eeuw. Hij leverde eenige tooneel- en treurspelen n m.: Broederschap der schilderkunst, ingewijd door schilders, beeldhouwers en des zelfs begunstigers, \'21 October 105i in Amsterdam, 10)5t; Ó/)- en ondergang van Mas Anjello of Napelscne beroerte. 1069, 1075, 1701; Den grooten liurieen of Spaanschen bergsman, 1009; De moort tot Lunlc door den graaf ran Warfusé aan den burgemeester de la Ruelle, 1071; Dc dood van de graaven Eg-mond en Iloorne, 1085 ; Juli aan de Medecis, 1091; De belegering en hongersnood ran Samaria, 1095. Zijne kluchten zijn tot aan \'t begin dezer eeuw op het tooneel gebleven. Zij zijn : Jan Claesznon of de gewaande dienstmaagd, KiSJ; Het kraambed of Kandeelmaal van Saartje Jans, vrouw van Jan Klamzen en De Stief moer, 1081; Echtscheiding van Jan Klaaszen en Saartie Jans, 1085; De Stiefvaêr, 10(.)0; De scheinheilige vrouw met dc Uitvaard van Jan Jaspersen, 1091; Melchior, baron de. Ossekop, 1091 ; De Schoorsteenveger door Liefde, 1692; de Kwakzalver, 1092; de. Spilpenning of verkwistende vrouw; Gasman de Alfarache of de door-sleepene bedelaars, 1093; Zoo, zoo. De geestdrijvende. so, so, of de klucht van \'t nickers-praetjen. Gedrukt voor die so, so beminnen. Keerorn, de klucht die zal beginnen. Onder al deze kluchten worden de Sticfmoêr, de Stief vaêr en de Spilpenning voor de beste gehouden. Al zijn dramatische werken zijn te Amst. uitgegeven. AhhcH [Jan van) leefde in de eerste helft dor 10e eeuw te Oudenaarde, flij dichtte, bij gelegenheid van de geboorte van Filips II, oen Spel van Sinnen. dat door de rederijkerskamer „de Bloeijende Jeugdquot; te Oudenaarde werd opgevoerd. |
Anhcii (Cornells Jacobus van) geb. te Har-lingen 25 Aug. 1788, studeerde te Franeker in de rechten, vestigde zich als advocaat te \'s Hage (1810) en werd in 1814 secretaris van prins Frederik. In 1820 bevorderde hem de Koning tot Referendaris bij den Raad van State; het volgende jaar werd hij te Leiden hoogleeraar in de rechten, welke betrekking hij tot 1859 waarnam ; hij overleed te Velp 13 Sept. van dat. jaar Onder zijne werken noemen wij: Het Beeld van Ariadne in de Beeldengalerij te Parijs fin het tijdschrift Mnemosyne) 1812; Opgave der verzameling van standbeelden en andere voorwerpen van oude Beeldhouwkunst in het paleis van de Louvre te Parijs (Mnemosyne) 1815; Hulde aan Christian Oottloh Hegne, Amst. 1810; ,7. M. Kemper, Redevoering over de lotgevallen van onzen leeftijd, [uit het Latijn vertaald) Amst. 1810; Verhandeling over de beste leerwijze op de. Latijnsche scholen, bekroond door do Maatsch. van Wetensch. te Haarlem, 1818; Perikles van Athene (twee voorlezingen in de Maatschappii der Neder-landsche Letterkunde). Delft 1819; Over de begrippen van kiesehheid bij de ouden 1820; Twee voorlezingen over het staatsbestuur vólgens Cicero, 1823 en 25; Twee voorlezingen over de vrijheid van spreken en schrijven te Athene, en te Home (geplaatst in \'t Magazijn van v. Kampen) 1829; Wenken, herinneringen en aanteekeninr/en uit de dagen van Nederlands herstelling, 2 st. 1830; Verhandeling over de uitdrukking der smart in de beeldende kunsten, 1833; Romeinsche rechtspleging en Romeinsche zeden (voorlezing in de openbare zitting van de 3de klasse van het Koninklijk Nederlandsch Instituut) 1835; Voorlezing oyer J 11. van der Palm (Nieuwe weiken van de Maatsch. der Ned. Letterk.) 1813; Aanmerkingen op Mr. J. v. Ijennep\'s Proeve van verduitsching der Nederlandsche Grondwet; De Taal der Grondwet, 2 st. 18M en 1817; Over alliteratïên in onze moedertaal (iVienw Nederlandsch Taalkundig Magazijn 1851); Over leven, geluk en dood, naar dc begrippen der Ouden (Werk der Holl. Maatsch) Leiden 1850. Voorts een menigte rechtskundige verhandelingen en ongedrukte stukken. Ahhcii (Antoonij van) geb. 11 Jan. 1822 te Leeuwarden, was vroeger lid van de Prov. Staten van Friesland en lid van den gemeenteraad en de kamer van koophandel in zijne geboortestad, woont thans als par-tikuher te \'s Hage. Hij schreef: Hervorming van ons belastingstelsel, Amst. 1807; Wat nu? Amst. 1808; De roeping van de. liberale partij in Nederland, Amst. 1870; Politiek, pluksel, Amst, 1878; Geen zelfregeering in Indi\'i, Amst. 1879; De Nederlandsche bank, \'s Hage 1879; De Nederlandsche bank tegen- |
de Botimluart.
28
Asueii—Auzon
|
over den slaaf, den handel en de oredietin-sfellingen, \'s Huge 1S81. Niet in den handel zijn een paar redevoeringen getiteld: Willem 1 en het gedenhteeken van 1863, 1801$ en Waterloo, 1865; verder schreef\'hjj nog eenige vlugschriften over staatkundige en staathuishoudkundige onderwerpen. (Pi der van) geb. te Leeuwarden 20 Febr. 184i, werd aan de Mil. Acad voor den dienst opgeleid en in 186;i \'2e Lt. hij de Infanterie; hij klom op tot kapitein, in welken rang hij in 1880 gepensionneerd werd; van 1867—71 en 187li—75 was hij in Indië. Hij woont thans te Hasselt inOver-ijsel. Hij schreef; /s eenig verband tusschen het Nederlandsche en JSederUnuUch Oost-Indische leger wenschelijk en mogelijk, Leeuw. 1872; Vermakelijke geschiedenis der vechtkunst voor kenners en leeken, geïllustr Amst. 1878—71». jlNNcndclft (Adriaan van) geh. te Haarlem 18 Sept. 173(1 en gestorven te Leiden als predikant 6 Jan. 1809. Onder zijne medewerking kwam in 1785 de oprichting tot stand van het Haagsche genootschap ter verdediging tan de Christelijke Godsdienst tegen deszelfs hedendaagsche bestrijders. Vele stukken van zijne hand zijn in de werken van dit genootschap opgenomen. Als dichter, genoot hij in zijne dagen een niet onverdienden roem ; de meeste zijner gedichten zijn geplaatst in de Haagsche en Leidsche dichtgenootschappen van dien tijd, onder anderen zijn Heilgroete der Leidsche Zaïig-godinnen aan ZD. 11. Willem V; ook schreef hij een zinnebeeldig tooneelstukje: Lcemcendaal in vreugde, 1755. AiNcncdo (Diederik van), van wien ons geen andere bijzonderheden hekend zijn dan dat hij \'s Graven klerk was in het stadje van dien naam. bij Sas van Gent, en waarschijnlijk in 1293 overleden is, vertaalde uit het Fransch de Florgs en Blansefloer. AHHer {Tobias Michel Card) geb. 28 Apr. 1838, studeerde en promoveerde in de rechten en is thans hoogleeraar aan de hoogeschool te Amsterdam, schreef: Verhandeling over het staathuishoudkundig begrip der waarde , bekroond door de faculteit der regtsgeleerd-heid aan de hoogeschool te Leiden , Amst. 1858; Het bestuur der buitenl. betrekkingen volgens het Nederlandsche staatsregt, Amst. 1860; Handelsregt en handelsbedrijf (Inwijdingsrede) 1862 ; Schets van het Nederl. handelsrecht ook ten dienste van het mid. onderwijs , Haarl. 1873. Schets van het internationaal privaatrecht, Haarlem 18b0; De Scandinavische wisselwet van 1880, vergeleken met het Duitsche, het Nederlandsche en het Belgische wisselrecht, \'s Hage 18S0. |
Ahniiin (,7, van) schreef een roman getiteld; De Schilder, 2 dln., Amst. 1835, Hierop volgde: Licht en donker uit het werkelijk leven, 2 dln. Gorinchem 1850. Aiilnii* dc Boiirnouill [Johan barend\') ^eh. 9 April 1850 te Groningen , studeerde in de rechten en vestigde zich na zijne promotie in 1874 als advocaat te Amsterdam; spoedig daarop werd hij commies aan het Departement van Finantiën te \'s Gravenhage en in 1878 hoogleeraar der rechtsgeleerde faculteit te Utrecht. Hij schreef: Het inkomen der Maatschappij, (Academisch proefschrift) Leiden 1874; Het kathedersocialisme, rede bij de aanvaarding van het hoogleeraars-anibt, Utrecht 1878; Het hedendaagsche socialisme, Amst. 1886; en verder vele stukken in het rechtsgeleerde tijdschrift Themis. Onder de vele van hem uitgekomen brochures zijn o. a vermeldenswaard: De motie-Schaepman en de bezuiniging van de rijksuniversiteiten , Utrecht 1883 én Encycliek en sgllabns over vrijheid van godsdienst en druk-pers, \'s Hage 1883. Autodidaotux. Zie Vuyeiin {Franciscus Ludovicus). Aun-eglicin (Karei van) leefde in de XVIe eeuw te Gent, waar hij gedurende de troebelen bijzonder werkzaam was. Hij was in 1578 een der bestrijders van Datheen en Hembyze, tegen wélken laatste hij in 1584 een gedicht schreef, hetwelk in 1839 nog herdrukt werd. Auwern [Jan Peter van der), 29 Juni 1810 geb. te Leuven, waar bij eeruimen tijd stadsontvanger, lid van den Provincialen-en Stadsraad en bestuurder der burgerlijke godshuizen was, en overleed op 8 Mei 1881. Zijne werken verschenen als volgt: liedevoering, uitgesproken bij de opening van het Xle Nederl. Taal- en Letterk. Congres te Leuven, den 6 September 186!), door J. 1\', van der Auwera, voorzitter der Regelings-Commissie, Leuven 1869; Frans van Mieris, penningkundige, voordracht, gehouden op het XIIe Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres ü Middelburg, den i September 1872, Leuven 1873; Over den Dichter Jakob Duym, van Leuven , gevestigd te Leiden op het einde der 16e eeuw, voordracht gehouden op het XIV Nederlandsch Taal- en Letterkundig Congres te Middelburg op 25 Augustus 1875, door 1\'. van der Auwera , onder-voorzitter der 2e afdeeling van dit Congres, Leuven 1875. Auzon de UoiHuiiiiart (Willem Fietcr d\') |
Arontraodt.
|
eeb. te Maastricht, Dec. 1775, ijverig aanhanger van het huis van Oranje, trad in den krijgsdienst en nam in 181\'.) ais majoor der infanterie zijn eervol ontslag. Sedert dien tijd leefde hij te Ysselstein in werkzame rust, tot 18-23 toén hij op nieuw als administrateur van kleeding en wapening in dienst trad en naar Maastricht ging Zijn heesch-heid van stem maakte hem voor hoofdofficier minder geschikt. Een jaar later werd hij commandant van het Invalidenhuis te Leiden. Twintig jaar later (184i) nam hij zijn eervol ontslag en vestigde zich te Utrecnt waar hij Ü Jan. 1870 overleed Hij schreef: Herinneringen uit den veldtoyt \'Mn Itusl., \'s Hage en Amst. 1824; Gedenkschriften (1788 18i8), 3 Dln. 1841—15; Proeve eener herhaalde beschouivinc/ over het wenschelijke der stichting van een asyl voor ontslagen oudgediende krijgslieden, Utr. 185!); Krijgsmansdeugd aangewezen in een viertal edele voorbeelden, Utr. 1859; De gedenkdag van Waterloo, beschouwd in het licht der geschiedenis en van het nationale pligtgevoel, Utr. 18ül; de Nederlandsche vlag, (proeve van onderzoek onder welke driekleur onze vaderen tegen Spanje gestreden hebben) Utr. 18(1-2; Een waardige stichting, Hotterd. 18113; Herinneringen van een oud officier uit het tijdvak van 1793 tut en met 1815, Amst 18(13. Voorts nog verscheiden vlugschriften en opstellen, \'t zij afzonderlijk uitgegeven, \'t zij in tijdschriften en couranten geplaatst. |
Avontroodt {Willem Juliaan) geb. op 4 Januari 1878 te Lier uit zeer geringe ouders Hij dankte zijne ontwikkeling aan een aardrijkskundig werk dat hij in \'t najaar 1785 op den weg vond ; zich daarin willende oefenen, trok hij de aandacht van den kanunnik Buyens, die voor zijn onderricht verder zorgde. De jonge student had het plan zich op de artsenijkunde toe te leggen; doch zijne studiën werden afgebroken, door den inval der Fransche republikeinen. Hij trad op zijn achttiende jaar in dienst der rnuni-cipaliteit van Lier\'en weid bureeloverste, belast met het houden van den burgerlijken stand. Echter werd hij spoedig genoodzaakt met het Fransche leger on te rukken. Hij toog langs den Hijn, door Zwitserland, Savoie en Hiemont, terwijl hij den Generaal Loison als bijzonder secretaris van dienst was. Vervolgens maakte hij ook den veldtocht van Italië, om bij den aanvang der XLKe eeuw langs het zuiden van Frankrijk terug te keeren in het vaderland, waar hij uit den krijgsdienst werd ontslagen. Aanstonds vestigde hjj zich nu weder te Lier en hernam daar, in 1802, zijne vroegere betrekking. Na den val der Franschen werd Avontroodt door de nieuwe regeering zeer gewaardeerd. In 181(1 ontving hij de benoeming van stadssecretaris en achtervolgens werd hij lid van den bestuurraad der kweekschool en van de commissie tot verbetering van het onderwijs, schoolopziener en waterschout der beide Nethen. Van al deze ambten mocht hij, na de omwenteling van 1830, slechts het laatste behouden. Aldus tot werkeloosheid veroordeeld, begon de ijverige man eene reeks werken te schrijven, welke nog niet allen waren gedrukt toen hij overleed op 8 Maart 18(14. De werken welke in druk werden uitgegeven verschenen als volgt: De Furie, of Lier op Ji October 1505 door den vyand verrast en door de burgers van Antwerpen en Mechden hernomen , Lier, 1840; Verhandeling over den Maïs, Lier, 1841; Ierland beknoptelgk afgeschetst, Lier, I8\'i4 ; Zeetafereel, Lier, 1845; De Maïs of Spaansche tarwe en derzelver nuttigheid, en bebouwing, beknoptelgk verhandeld , ten diensteder Neder-duitsche landbouwers in België, Lier, 18; De Kollegiuie kerk van Lier, Lier, 1851. Verders leverde hij bijdragen in het Liersch advertentieblad, Den Nethebode, Den Liere-naer, en in de tijdschriften De Middelaer, het Brabantsch Museum, enz. |
13
|
Haan (Joost van der), werd geb. te Zie-rikzee Ü4 Augustus 1808, was hoofdonderwijzer aan de openbare school te Zaamslag van 1880—üli, en woont thans te Wolfaarts-dijk Hij schreef: Geschiedkundige Jieschou-wing van Zaamslag met geslachtsi\'eqister en facsimile\'s, Neuzen 180!).; Het geslacht Alvarez, Neuzen 18i\'gt;3; l\'hi/siologische Beschouwing van de letter G., id. 181)3; Wolf aartsdijk, geschetst als eiland en ambachtsheerlijkheid als burgerlijke en kerkelijke gemeente, met geslachtsregisters. Goes 1866; liet legaat van Agatha Porrenaar, gcsehiedkundige bijdrage voor de diaconi\'ón der Hervormde gemeente in Zeeland. Middeib. 1873. Voorts verscheiden geschiedk. bijdragen in periodieke werken. linarda (Dirk Johannes), werd gel), te Leeuwarden 18 September 1807, was vroeger hotelhouder, later commissionair en overleed 19 April 1855 Zijne Nagelaten Rijmen verschenen te Leeuwarden 1855, Itna rcM (Tetrus), geneesheer te Leeuwarden, leefde in bet midden der 17e eeuw. Hij maakte de navolgende dichtwerkjes: 1\'riesche Triton over \'t geluckich veroveren van de stereke stad Olinda, met alle de forten in Fernamhucq 1030; Deughdenspoor, in de Ondeughden des Werelts affgebeetdt, met pl. Üe druk, Leeuw. 1645, waarvan de eerste druk onder den titel van Neb ulo Nebulonum in 1034 verscheen en welk boek sedert herbaalde malen herdrukt is. Voorts; Wapenrok, gesneden op \'t Jtaliaansch, op \'t Duitsch geborduurd enz, Leeuw. I()47; Friesche Jioerepradica in \'t Oud-Friescb, eene navolging van Viigilius\' Georgka. UaArnlioIt (Frans van) schreef: De wraak van den Veneliaan, \'s Hage 1877. |
Baart (Elize), geb, te Middelburg, 20 Juni 1854, hield eerst voorlezingen in gezelschap van Mej. Mina Kruseman. Later huwde zij met den heer B. 1J. Korteweg en overleed tegelijk met haar echtgenoot te Groningen, 13 Oct. 1879. Zij schreef: Fen oude jonge-juffrouw, Middeib. 1874; Mathilde van Molenbeek, novelle, Antw. 1877; Drie novellen, Rotterd. 1878. Hnas (B.) schreef: De gestoorde, feestvreugde . Blijspel met zang in 1 bedr. Amst. 1878. Kaolilene (Willem Albert), geb. te Leerdam , 24 Nov, 171-2, was predikant bij de garnizoensgemeente van Namen en daarna te Kuilenburg. In 1748 werd B. benoemd tot predikant in bet leger te velde, doch na den vrede keerde hij naar Kuilenburg terug. Zijn verblijf in deze gemeente duurde tot 1759,\' toen hij als predikant naar Maastricht vertrok, waar liem levens de betrekking van hoogleeraar in sterre- en aardrijkskunde aan de lllustre School werd opgedragen. Hij stierf 6 Aug. 1783. Van zijne band bestaan : Heilige Geographic of Aardrijkskundige Beschrijving van het Joodsche land, alsmede der andere landen in de 11. Schrift voorkomende. 3 dln. met 1-2 landk., Utrecht 1763—68; Kerkelijke Geographie, 5 stukken met landk., Arnst. 1768; Beschrijving der Vereenigde Nederlanden, zijnde een vervolg op A . 1\'. Buschings Geographie, 5 dln., Utrecht 1773; Nieuwe Kerkelijke Geogra-phische Zak- en Reisatlas in 13 kaarten, Amst. 1780; Beknopte Beschrijving der X zoogenaamde Óostenrijksche Nederlanden, Amst. 1785; Geographische en Historische Beschrijving van Staats- Vlaanderen en Staats-Brabant, 2 st., Amst. 1794, Ook bestaat er van hem |
HaokeN Hndun.
31
|
een veel vermeerderde druk van J. Hübners Algemeens Geographie, 6 dln. 1709. Backer (Jan Attkes), koopman te Har-lingen in de tweede helft der vorige eeuw, zag zich, door het verachteren zijner zaken genoodzaakt broodschrijver te wórden Hij reisde van stad lot stad, vervaardigde too-neelstukken, gelegenheidsgedichten, vertaalde romans enz. Dat hij op deze wijze zijn niet ongelukkigen dichterlijken aanleg vermoordde, behoeft nauwelijks gezegd te worden. Zijn oorspronkelijke wei-ken zijn: Proeve van dichtlievemU mengelingen , 3 (iln. ultgeg. te Hoorn in 1774 en 1781 en te Amst. 1793; Agnes de Castro, treursp. Hoorn 1775; De beloonde deugd, treursp. Amst 1785; Alanlus of de Zelfmoord der liefde, treursp. Amst. 1780; Het ontdekt bedrog, Herderszangspel, Amst. 1787; De Moerbeziënboom, herdersz.; De jonge reiziger door Nederland, 3 dln. Amst. 1792; Petrareha en Laura, een fragment met hist, aant, Amst. 1793; Mengelingen uit mijn portefeuille in l\'roza en Po\'ézij, Amst. 1794. Voorts eenige vertalingen uit het Fransch en Hoogdnitsch. Hacker (Theodoor de), geb. in 1839, overleden 17 September 1872 te Gent, waar hij leeraar aan de Kijks Middelbare school was. Hij schreef: Volksgezondheidsleer of handboek van openbare en bijzondere gezondheidsleer, met platen. Gent, 1866—67. Backer llirkti (J. J.), zie Uirkit. (J. J, Backer). Backore (Peter de), geb. te Gent in de eerste helft der 16de eeuw, was in 1560 inquisiteur, verder was hij eenige jaren prior van het Predikheerenkloosler te Gent, en daarna te \'s Gravenhage, waar hij vooral bevriend was met Johannes van der Does. In 1574 werd hij naar Leuven verplaatst, in 1577 naar Gent, van waar hij hij een oproer verbannen en zijn beeltenis verbrand werd. Hij nam de viucht naar Kamerijk. In 1580 \'ging hij, als afgevaardigde van \'de kloosters van Néder-Germanië, naar de vergadering der Dominikanerorde te Home; in 1584 werd hij prediker in de St. Bavokerk te Gent, van 1592—fHi was hij prior van het klooster van Calcar bij Kleef, en naar Gent teruggekeerd, stierf hjj aldaar lii Februari 1601. Hij schreef: Den scilt des gheloofsghe-maect by broeder Jan van den Jlundere, van de Predicaren or din., ondersuc\'cer des II. Christen gheloofs, teghen \'t fAünich ghescut Joannis Anastasii Veluani, Gent, 1557; Sum-mighe vriendelieke ende zeer hertelicke minne-briefkens tusschen de leerende ziele en Alethia, Gent, 1558; Vriendelieke tsamensprekinghe tusschen de Christen zielen ende de Waerheyt haer meesterse, zeer bequame om te lesen, Gent 156(gt;, 2de druk 1576, 3de druk Brussel, 1586; Corte verhandelinghe over hetghe-bedt des Heet en, Gent, 1599; Gedicht ter etre van den voorschepen Philip Triest, heer van Auioeghein en hel magislraet van der Keure, in May 160U, Gent, 1()00. |
Backx (Peter Jozef), den 30 September 1833 geboren te Antwerpen, genoot zijn eerste onderwijs aan de gemeenteschool én deed vervolgons vier jaren studie aan het atheneum zijner geboortestad. Van 1852 tot 1870 was hjj klerk in het leenkantoor van Antwerpen; tevens was hij aan de nijverheidsschool leeraar van staatkunde, geschiedenis en gezondheidsleer. Van 1870 tot 1880 was hij bestuurder van de Ant-werpsche vischniijn en thans staat hij aan het hoofd eener lijsten- eu spiegelmakerij. Hij was medestichlei\' van het weekblad het Vrije Woord, dat van 4 Februari 1865 tot 29 December 1867 verscheen. Verder leverde hij iu Antwerpsehe bladen artikels over vraagpunten van maatschappelijken aard. Afzonderlijk verscheen van hem: Algemeene Geschiedenis van het Menschdom (drie volksvoordrachten), Antwerpen 1814, en: Vijf en twintig jaren uit de geschiedenis van Antwerpen, 1861—1880, Antwerpen, 1887. Bacot (Garrit Jacob George), geb. te Doornik (1747V — 1818?) waar zijn vader predikant bij de Staatsche troepen was. in 1770 predikant te Eenrum; overig patriot zijnde, week hij in 1787 uit, doch keerde iii 1795 na de omwenteling terug, werd al spoedig lid der Nationale Vergadering, vervolgens lid van het departementale Gerechtshof te Gronfhgen en stierf als Raadsheer in het hoogë gerechtshof te \'s Hage. Deze man, ofschoon meer wijsgeer en rechtsgeleerde dan dichter, schreef de volgende dichtstukken: De zedelijke natuur in verband met de burgerlijke maatschappij (zonder naam) Amst 1770; Proeve op de gezelligheid, in 4 zangen (zonder naam), Gron. 1787; Gods wijsheid in zijne werken, met goud bekroond door \'t Leidscbe dichtgenootschap: Kunst wordt door arbeid verkregen; Het ijdele des waans omtrent de grootheid en bestemming der menschelijke kenvermogens, 4 zangen, welke stukken met meer andere te vinden zijn in zijn Wijsgeerigeen Dichtlievende Mengelstoffen, Gron. 1811. Voorts vindt men van hem nog eenige verspreide gedichten in verschillende andere werken. IIiidnii (Johannes), geb. te Leiden 1706 en overl. te Vlaardingen in 1790, waar hjj Haad en Burgemeester en Ontvanger der Gonvooien en Licenten was, was gehuwd met Ot hij beu (Klara). Zij beoefenden te zamen |
Uitdoii Uliijben—Uaerle.
32
|
de poëzie en na haar dood gaf hij hun beider dichtstukken uit onder den titel van: Mengeldichten van K. Ghijben en J. Badon, Dordrecht 1756; Mengeldichten en Bijschriften van J. Badon, Leiden 1783. JKailon CthiJbCH (Jan Karei) geb. te Arnhem 123 Sept. 1805, achterkleinzoon van den hierboven genoemden Badon, conrector te Hoorn, later te Arnhem. Deze uitstekende geleerde sloeg somtijds de hand aan de lier, doch was moeilijk te bewegen zijn dichterlijke producten algemeen te maken. Bekend zijn: Op een slapend hind (Drentuche Almanak) 18iJ9; Chassé aan de zijnen en het vaderland teruggegeven 1833; en in proza; De val van het Kasteel van Antwerpen, Hij stierf te Arnhem 18 Febr. 1813. HndU (Hendrik Augustijn dé), geb. te Poperinge op 10 December 1H37, studeerde als geestelijke en werd onder-pastoor der Onze-Lieve-Vrouwenkerk te Brugge. Hij schreef een Latijnsch werk, leverde bijdragen in het West-Vlaandersch tijdschrift Rond den Ueerd en gaf afzonderlijk uit: Leven van den heiligen Job, voorbeeld van allergrootste verduldigheid en bijzonderen patroon tegen allerhande gezwellen en zweereu, Kort-rijk, 187\'2. Bneldon (Hendrik Desideer) te Bulscamp, bij Veurne, geboren op 29 October 1851, studeerde de burgerbouwkunde aan de Hoo-geschool van Gent en bekwam met zijn diploma van burgerlijk ingenieur het ambt van ondersektie-overste bij den staatsspoorweg te Antwerpen. Hij leverde bijdragen in de studenten-almanakken en schreef: Galilei, dramatisch gedicht, Gent, 1874, De Priester in het Huisgezin, dramatisch gedicht. Gent, 187ö, Var li de Zanger, drama in drie bedrijven en in verzen, Gent, 1881; Christina Borluut, drama in vijf bedrijven en in verzen. Gent, 1886. Baerdt v»n Sminia (Hobbe) geb. 30 Sept. 1797 te Leeuwarden, studeerde in de rechten te Groningen, werd grietman van Tietjerksteradeel en beoefende de aloude geschiedenis van Friesland. Hij overleed 25 Juli; 1858, Hij schreef: Geschiedenis van de onlusten tasschen de Schieringers en Vetkoopcrs in Vriesland door A. v, H. (Hobbe V Smini A), 1827; Meuwe Naamlijst vau Grietmannen, met geschiedkundige Aanteekeningen van de vroegste tijden af tot 1795, Leeuw. 1837; Wandelingen van mijnen oud-oom den op-zigter door een gedeelte van de provincie Friesland, bevattende eene plaatselijke en geschiedkundige beschrijving van de merkwaardigheden der Grietenij Tietjerksteradeel. Uit de nagelaten pupieren van een Dorpspredikant, bijeen verzameld door H. van liollema (psd.), Leeuw. 1841. Voorts leverde hij bijdragen voor geschiedenis en oudheidkunde in de Leeuw. Cour., in den Frieschen Volksalmanak en in de Vrije Vries. |
Bacrlanil (Michiel van) was secretaris van zijne geboortestad Goes. Hij gaf twee dichtbundeltjes in \'t licht: De Ui/tmuntende Dorimena; uytsingende Verschegde Mengel-rijmtjes, ter eere van de Goesche Terpsichore, Dordrecht 1662; Mengeldichten, Dordrecht 1658. Bacrlc (Kaspar van) of Casparus liar-laeus geb. te Antwerpen H Febr. 1584, waar zijn vader griflier was, doch die zijne woonplaats verliet na de verovering van die stad door Parma (1585). De oude van Baerle vestigde zich te Zalt-Bommel, waar hij het rectoraat aan de Latijnsche scholen bekleedde en zijn zoon de eerste opleiding genoot. Op nog jeugdigen leeftijd trok de jonge van Baerle liaar Leiden, waar hij als leerling van het Statencollege onderwijs genoot in de godgeleerdheid. In 1609, na volbrachte studie, kreeg hij een beroep als predikant te Nieuwe \'longe; drie jaar later werd hij tot onderregent in het Statencollege te Leiden aangesteld, aan welke betrekking in 1217 die van hoogleeraar in de Logica aan de hoogeschool werd toegevoegd. Intusschen had hij in de geschillen tus-schen Remonstranten en Contra-remonstranten de zijde der eersten gekozen en dezen met zi)ne pen verdedigd. Dit kostte hem in 1618 het verlies van zijn beide betrekkingen. Van Baerle trok nu buitenslands, legde zich op de medicijnen toe, en werd te Caen in Normandië tot doctor in de geneeskunde bevorderd. In 1623 vinden wij hem weer te Leiden, zich generende met het les geven in philosophic en andere wetenschappen, tot dat hij eindelijk in 1631 als hoogleeraar in de wijsbegeerte en welsprekendheid aan de doorluchtige school te Amsterdam werd benoemd. Hier was hij de rechte man op de rechte plaats; hij nam zijn ambt met ijver en nauwgezetheid waar, tot aan zijn dood 14 Jan. 1648, na de beide laatste jaren van zijn leven aan hypochondrie geleden te hebben. Van Baerle heeft zich vooral een grooten naam gemaakt als Latijnsch dichter; zijne niet zeer talrijke Nederlandsche gedichten, gedeeltelijk te\' vinden achter de Nederlandsche vertaling van zijn Gratiën, gedeeltelijk in andere dichtbundels verspreid, zijn in 1835 bijeengebracht en uitgegeven door Samuel Schuil onder den titel van Poëzie van C. van Baerle, met een levensbericht, Zie-rikzee, 1836. |
—Bitke»
Mners
33
|
HacrN {Joannes) geb. t,e Bergen op Zoom, werd in 1005 predikant te Scherpenzeel, in 1610 te Fjjnaart en in Kil!) te Vreeswijk. Op verzoek van de West-Indische Compagnie ging hij in lOfö als predikant naar Pernam-bueo in Brazilië. Na zijne terugkomst in l()Hj2 werd hij predikant te Zoest tot 1045. Hij stierf in 1(153. Hij schreef: Olinda ingenomen, Amst. lOMO, Cornn copiue d i. een hoek van allerlei materiën te Amst. gedrukt tot host en last van den Autheur, 1018. Hacrt (Laureis), geboren te Brugge en aldaar in 1550 overleden, was in zijn tijd een bekend dichter, doch de meesteri zijner werken zijn verloren geraakt, in 1539 verschenen evenwel te Antwerpen twee zijner godsdienstige gedicliten Leijsen getiteld. Haort [Pascal) Minderbroeder te Gent, schreef Reizen naar het heilige land en Home. Gent, 1807. litidcn (Jan) te Turnhout geb. 5 September 1817, bezocht de Latijnsche school aan het college zijner geboortestad en werd 19 September 1840 tot priester gewijd. Daarna volgde bij de hoogere studiën aan de Hoogescnool van Leuven, waar hij 29 Juli 1844 tot licentiaat in de godgeleerdheid werd bevorderd. Vervolgens toog hij voor een paar jaren naar Rome en vestigde zich toen te Antwerpen als onderpastoor der hoofdkerk. Als geestelijke bekleedde Baeten voorname ambten ie Antwerpen en te Mechelen, alwaar hij als pastoor der O. Ij. V. Kerk overleed op i December 1883. Van hem zag het licht: Verzameling van naamrollen betrekkelijk de Kerkelijke ge-sehiidenis eau het aartsbisdom eau Mechelen door J. Jl. Mechelen, drie deelen. ItactN (Peter de), te Gent geb. Februari ISiT), studeerde aan de Hoogescbool zijner geboortestad en werd advocaat bij het Hof van Beroep te Gent In 1854 werd hij gekozen tot lid van den gemeenteraad , doch nam zijn ontslag In 1857. Het arrondissement (Jent koos hem in 1801, 1804, 1870 en 1874 ook Int lid der Kamer van Volksvertegenwoordigers, waar hij de Vlaamsche Zaak moedig verdedigde tot hij te ({ent 1 November 1875 overleed. Oe Baets schreef tal van artikels in dagbladen en tijdschriften, als het Taalverbond en de Almanakken van het Willemsfonds. De voornaamste zijner bijdragen zijn : In eene Dijs-selcheeze naar Leiarne, en Binst de. Vaeantie. Behalve eenige vertalingen gaf hij afzonderlijk uit: Iets over het Jirood, Gent, 1854 en De vrtegemroordiging der minderheden, GenI, 18.5. Ónder het bestuur van Dr. J. F. J. Heremans, lJ. de Baets en Edw. Campens verscheen ook het Leesmuseum, tijdschrift voor letteren, wetenschappen en kunsten. Gent, 1856—59, 7 dln. |
HacfH [lierman de), zoon van den voorgaande, werd te Gent 8 September 1856 geb. en is thans advocaat bi) het Hof van Beroep zijner geboorteplaats. Van hem verscheen : Wetboek van rechtspleging in strafzaken. Voorafgaande, titel. Wet van 17 April 1878, niet de Nederknidsche vertaling. Gent, 1878 en Het Belgische herziene Wetboek van koo/ihandel, met de. Nederlandsche vertaling, Gent, 1879. itaolHlé (Desideer), 5 September 1828 te Evergem, in Oost-Vlaanderen geb. en op 18 October 1885 overleden te Gent, leverde in het Fondsenblad der genoemde stad als mengelwerk: Verhalen van Reistochten en in Noord en Zuid en de Vlaamsche School tal van bijdragen, waarvan eenige enkel met de beginletters zijner namen zijn onderteekend. Itagelanr (Johan) gaf uit: De ware Gereformeerde. Kristelijkc Katechismus, in 52 klinckdichten, 1094. Hake [Laurens) Heer van Wulverhorst, (1050?—1714) een zoon van Justus B. aid., den bekenden zwager van P. C. Hooft, gaf uit te Amst. in 1082 liijbelsche Gezangen; terwijl zijn Mengelpoczij na zijn dood in 1737 te Amst. het licht zag door de zorgen van Ij. van den Broek. Bake was lid van bet kunstgenootschap, onder den zinspreuk In magnis voluisse sat est, dat zich hoofdzakelijk mot tooneelpoëzie onledig hield en schreef daarin Gloorroos en Adelgond, herders-verjaarspel , Amst. 1748. Kakè (John), geb. te Leiden 1 September 1787, studeerde en promoveerde in zijn geboortestad in de letteren, waar hij reeds in 1815 tot buitengewoon en in 18i7 tot gewoon boogleeraar in de letteren werd aangesteld; in 1857 vroeg en verkreeg hij een eervol emeritaat, en overleed te Velp 20 Maart 1864. Hij schreef alléén of in ver-eeniging met anderen een aantal werken in \'t Latijn, waardoor zijn roem als geleerde zeer verbreid werd. (n het Nederlandsch schreef bij: Gedachten over de publieke schuld, Leid. 1844; Brief aan Y. D. C. Suermondt over eenige vragen betreffende ons muntstelsel, Leid. 1845; Over de vertegenwoordiging der wetenschap. Leid. 1846; Brief aan C.A.den \'Tex over de graanwet. Leid 1847; Over Attisch staatsrecht, Amst. 1852; Over de methode van onderzoek naar de echtheid of de onechtheid run de op naam van Cicero gestelde eerste Catilinaria, Amst. 1859. De beide laatste geschriften zijn overdrukken uit de. |
Bake -Bakker.
34
|
Verhancldinypn der Koninklijke Academie van Wetenschappen. Bake [Alexander), ^eb. to Leiden in 1791, rector le Leeuwarden en daarna in zijn geboortestad, waar hij in 1844 overleed. Hij schreef Over den roem van het voori/eslacht met betrekking tot de nakomelingschap, IS\'ii ; Lessen over de Redekunde, bekroond door de Maatsch. tot N. van \'t Alg. 18^8. Bake (Ttadolph Willem Jan Cornells), geb. te Zntlen 18 Mei 1811, studeerde in de rechten en ^iug na zijne promotie naar üost-lndië, waar hij in 18\'!8 eerste gezworen klerk bij den Raad van Justitie van Soerabaya werd; achtereenvolgens was hij zulks bi] het Hootf Gerechtshof van Nederl. Indië, in 184-2 advocaat en procureur bij den Raad van Justitie van Samarang, in -184() te Soerabaya, in 1854 procureur bij het Hoog Gerechtshof in Nederl. Indië, en werd in 1800 eervol ontslagen, waarna hij naar Nederland terugkeerde In datzelfde jaar werd hij Nederl. Consul te Leipzig en in 186t als zoodanig op verzoek eervol ontslagen ; van 1872 tot 1874 was hij Nederl. Consul te D.jeddah (Arabië) en overleed te Groesbeek 8 November 1874. Hij schreef: De doorgraving der landengte van Suez en hare j/evolgen voor Nederland en zijne koloniën , Amst 1857; Verhandelingen over dén hedendaagschen opstand in liritsch-Indië, \'s Hage 1858; voorts verscheiden brochures over vrijen arbeid op Java, over verhooging van plantloon en andere O. I. aangelegenheden alsmede over de politiek van den dag. Bakhiiijzen (H. G. van de Sande) zie Mande Bakliiiijzen {II. G. van de). Haklinljzeii (W. G. van de Sande). Zie Mande Bakhiiijzen ( W. G. van de). |
Bakliiiizen van ilcn Brink [Heinier Cornells) geb. te Amst. i8 Febr. ISO!). Na volbrachte studiën in de letteren, sleet hij vele jaren in \'t buitenland , met name in België om de archieven te doorzoeken. In 1840 teruggekeerd werd hij vier jaar latei-tot Rijks-Archivaris benoemd. Hij was de herschepper van ons geheele archiefwezen, en genoot als zoodanig niet alleen grooten naam in ons vaderland, doch ook in het buitenland. Hij overleed te \'s Gravenhage den 15 Juli i8l)5 Bakhuizen was met Potgieter, Heye, Pol en anderen stichter, en lot 184;! medearbeider van het tijdschrift de Gids, dat in 18:}7 voor \'t eerst in \'t licht kwam. Later werkte hij mede aan de Kt listen Letter!). de Ned. Spectator (1858 -65), de Tesselschade, de Voorlezingen over filosofie en de Muzen. Hij schreef Het Huwelijk van Willem van Oranje met Anna van Saksen , historisch-kritisch onderzocht, Amst. 185:5; Overzicht van het Ned. Rijks-Archief, le stuk, \'s Hage 1854; Piseatio , Pêcherie, Visscherij. De ware heteekenis dezer woorden gehandhaafd tegen Prof-M.de Vries, \'s Hage 1858; Verzameling van onuitgegeven oorkonden en hesluiten (nitgeg. met L. Ph. C. van den Bergh en J. K. J. de Jonge) le dl., \'s Hage 1857; Studiën en schetsen over Vaderl. Geschiedenis en Letteren, le dl., Amst. \'18()0 CS. Isaac le Mn ire, een voorlezing , Amst. 18G5; Rede ter nagedachtenis van Mr. John Bake, Amst. 181) 1. Voorts vele bijdragen in de (rids, zooals Trudeman en zijn wijf, Vondel met Roskam en Rommelpot , Cartons voor de Ned. Geschied, enz. Van zijn Studiën en Schetsen gaf hij zelf Dl. I in \'t licht, 18G0; Potgieter Dl. H in 1870 en P. A. Tiele Din. HI en IV , 1875—77. Bakker (Pieter Huizinga) (1713 -1801) geb. te Huizinge in Groningerland en overl. te Amsterdam, waar hij een zeer geacht koopman was. Eerst op zijn zestigste levensjaar trad hij als dichter op met een kleinen dichtbundel , die negen jaar later door een tweeden gevolgd werd en waaraan hij in 171)0 (allen te Amst ) nog een derde deel toevoegde, allen onder den eenvoudigen titel van Poëzij van P. Huizinga Bakker, waarin onder anderen voorkomen: Bespiege-linq der Vaderlandsehe stroomen; Amsterdam; Schets van het geschapene en zijne hekeldichten : Hippus, de kerkpedant; Aan den Hol-landschen Scriblerus; de Bruiloftspoëzie verdedigd. In proza gaf hij uit; Hei leven van Jan Wagemar (zijn zwager), Amst. 177(5en Beschouwing van den ouden gebrekkelijken en sedert verbeterden trant onzer Nederduitsche Verzen (V Dl. der werken van Letterkunde). Bakker [Job Augustus), geb te Rotterdam 4 Sept. l7iK) en aldaar ongehuwd overleden 7 Juni 187(5, was schilder en leeraar in het teekenen bij het genootschap Hierdoor tot hooger gedurende meer dan een halve eeuw. Zijne letterkundige geschriften zijn de volgende; Proeve in het vak der geschiedenis, wijsbegeerte en letteren, Holt. 1825; Beschouwing van de staatkundige instellingen der oudheid in derzelver toepassing op de hedemlaagsche maatschappijen. Rolt. 1825; Voorlezingen over de geschiedenis der beeldende kansten hij de oude volken, Ü dln., Roti. •1833; Verhandeling over de Socratische gesprekken of beantwoording der Prijsvraag: Welke zijn di kenschetsende eigenschappen door welke de. Socratische Gesprekken zich onderscheiden ? Waarin bestaat derzelver voortreffelijkheid? En in hoeverre is die. schrijfwijze der Ouden ook thans nog bij de behan- |
Bakker—Balen»
35
|
deling van wijsgeeriije onderwerpen aan te prijzen (mei zilver bekroond), Leid IHSi\'; Verhandeling over de Daitsche Wijsbeiieerte sedert de laatste vijfliy jaren, Ulr. 1835! Wijsgeerige verhandelingen over de. bovennatuur-, zedekunde en redegodsdienst, Rolt. 1837; Is dc teysbegeerte teregt gewezen door het geschrift van j. J Doedes , het regt des Christendoms tegenover de wijsbegeerte iiehaiid-haafd, Leid. en Amst. HvT. Met J. van Harderwijk Hz. en G van Reyn gaf hij uit: Euthymia Bijdragen uit het gebied der zede-en letterkunde, quot;1 stukken , Hott. 1837. Ook was B medewerker aan de Tijdspiegel. Bakker (Th. II), schreef: Clara de Chanteuse, 1881. Bakker liorlf Hoogebuom (Geer-truida Johanna) geh. te Leiden ÜWov 1810, wijdde zich eenige jaren aan hel onderwijs, doch huwde in ISliti den heer Joh. B. K. met wien zij thans te Amsterdam woont. Onder het pseudoniem Bernarda schreef zij kleine novellen in het Leeskabinet, Europa, de Huisvriend, enz. Later schreef zij de volgende romans, allen te Schiedam uitgegeven: Een jongste zuster 1S82. Augusta\'s roeping, 1883, Taco Vaalsma , 1885. Bal (Hendrik) een Zuid-Nederlandsch dichter, die iu het midden der löe eeuw te Mechelen leefde. In ging hij met zijne gezellen naar Lier, waar hij m den Ommegang op de groote Markt, zijn Spel van St. Goimnar vertoonde Ook op het Liersche Landjuweel van 146G werden onder zijne leiding nog drie andere zijner Gedichte Spelen opgevoerd, waarvoor hij van stadswege beloond werd. BaldaeiiH [Philippus) eigenlijk Filippus Baelde, geb. te Delft in Oct. l()3ü, eerst pred te Batavia, later te Point de Galle op Ceylon. Daarna veldprediker gedurende den tocht van Rijklof van Goens op de kust van Malabar. Later was hij predikant te Jaffanapatnam op Ceylon. In 1066 keerde hjj naar \'t vaderland terug, werd predikant te Geervliet en stierf aldaar in l(i7-2. Hij schreef: Beschrijving der Oost-Indische kasten Malabar en Coromandel, benevens het eiland Ceylon, Amst. 107^ met pl. Achter dit werk treft men eene Malabaarsche spraakkunst en een zoogenaamde Ontdekkiwi van de afgoderij der Heidenen aan, waarin vele fabelen uit de Mahbdharata, de I\'oerana\'s en de Bamayana gevonden worden. |
Balen JaiiNz. (Matthi/s) geb. te Dordrecht 1 Oct. IHll legde zich toe op de Neder-landsche taal en dichtkunst. Hij overleed 30 Maart 16\'JI. Zijne gedichten zijn nooit bijeen verzameld, maar verspreid in andere boeken. Hij gaf uit eene Beschrijvinge dei-stad Dordrecht, vervat inde haar begin, opkomst , toeneminge en verdere Staat, Dordr, 1677. Balen (Johan Hendrik van) geb. te Ki a-lingen 8 Sept. 18quot;)1 is ambtenaar hjj \'s Rijks Waterstaat te \'s Gravenhage, doch woont te Voorburg, Hij is een der vruchtbaarste schrijvers van den laatsten tijd, die het hinderlijk vindende dat onze jongens voortdurend boeken uit den vreemde moeslen hebben als van Cooper, Verne, Aimard, enz. zelf besloot aan \'t werk te gaan; daarom verschenen achtereenvolgens: Onder de Mooren, avonturen van twee officieren in Marocco. (Binnen 3 weken werden er 1000 ex. van verkocht) 187\'J; Stuurman Tromp, wonderlijke avonturen en omzwervingen door de Poolzee en Siberië 1880; De roode Paradijsvogel. Eene handelsreis naar Nederlandsch Guinea, 1880; In Columbia. Het land van den Vampier en den Brulaap, 1880; De krankzinnige violist, óf de reis door Afrika, 1880, en de Vliegende Hollander. Van zee tot zee, 1880. Elk van deze ze» werkjes, die te Rotterdam uitkwamen, werden geïllustreerd met 12 teekeningen van Gh. Ro-chussen, en gaven aan den schrijver den naam van den Hollandschen Jules Vernej deze werken kwamen ook uit onder den gezamenlijken titel van Avontuurlijke reizen door alle werelddeelen. Daarna verschenen te Amsterdam sedert 1881 onder den gezamenlijken titel van De Nederlanders in Oost en West, te water en te land, de volgende twaalf werkjes: 1. De adelborst van de Hol-landia of de tveg naar de Oost (lö\'Jö—1597); 2. De Aoentnriers. De grondleggers van den Nederhandschen handel en de eerste vestiging in de Oost (1598—•1()03); 3. De trompetter van Admiraal Spilbergh. De eerste Nederlander op Ceglon (1601—KiOt); 1, De scheepsjongen van Willem Barends. De Nederlanders aan de Noordpool (1591—1097); 5. De avonturen van Jacob Everts. Olivier van Noort. De eerste reis der Nederlanders om de wereld (1598 — 1601); 6. De twee Musketiers. liet beleg van Malakka. De Nederlanders in de Molukken. (1608—1608); 7. Lorenzo de Silva. De avonturen van Tho-linx en Hwjdeeoper. De Nederlanders in de Molukken en de verovering van de Banda-eilanden en Batsjan (1608—1610); 8. De kolonisten. De stichting van de Kaapkolonie door Johan Anthong van Riebeek (1652—1654); 9. De Schipbreukelingen. De avontuurlijke reizen van kapitein Willem IJsbrandtsz. Bontekoe (1618 -1650); 10. De Valkeniers De Nederlandsche Walvischvangers van Sneeuwen-burg op Spitsbergen. (1612—1639); 11. De verovering van Sumatra, Pieter van den, |
Hall—Bnnck.
36
|
Broeck in Azië. Jan Pietersz. Coen en de stichting van Batavia. (1(118—101!)); 12. Een ruiter van de Compagnie. De EnyeUchen op Antboina. Het beleg van Batavia. Hierna verschenen : hvan Korsakoff, wonderlijke avonturen van twee ontsnapte nihilisten in Midden-Azië, \'s Hage \'1883, geil-lustreerd door Schmidt Grans; De dadels van Khartoem. Reizen en avonturen in het land van den Mahdi, 188t; De Slavenhaler, \'l\'oo-neelen van Afrika\'\'s Westkust en reis naar het land der poreis, 1885; De koning dei-tijgers. Reis- en jachtavonturen in liritsch-Indië, 188Ö; Ond\'r de zeeroovers en andere verhalen, IHSli; Arabische vertellingen en sprookjes, \\886 ; Berentnnd, het opperhoofd der Sioux, 18S5; De Panterkat, de beste krijger der Siminolen; een verhaal uit Florida, 1886; allen te Amsterdam uitgegeven. Verder schreef hij nog: De wereld in. De avonturen van twee speelmakkers, Gromngen, 1886; De landverhuizers. De groote „Trekquot; der Kaapsch e boeren in 1836, Tiel , 1886. Ook was hij werkzaam op romantisch gebied en schreef: Adda, de lotgevallen van een slaaf, roman onder liet pseudoniem „Kapitein Hendrik Verveenquot;, Schiedam 187\'.); Ui ram, Geschiedkundige roman uit de laatste regeeringsjaren van kóninu Theodoras van Abhgssinic, -2. dln., Schiedam, 1880; Jane, Tiel, 1883. Zijne wetenschappelijke werken zijn: De zoogdieren van Nederland, Arnst. 1877; De vogels van Nederland, Groningen 1882; Onze vogels of de vogels van Nederland, Gron. 1880 In 1881 werd liij redacteur van het Neder-landsch Magazijn\', hetwelk hij in de beide jaren, dat hij er aan werkte, geheel hervormde. In 188! richtte hij het Album op, een tijdschrift aan letteren en kunst gewijd, welk werk echter niet slaagde. In 1881 schiep hij het Jonge Nederland, geillustreei\'d tijdschrift voor jongelieden, dat nog bestaat. In 1885 werd hij redacteur van het Moederland, weekblad voor de Nederlanders in den vreemde, dat slechts één jaar bestond. Hij gaf vele bijdragen in het Leeskabinet, Nederland, Humoristisch Album, Halo, voor \'t Jonge Volkje, Kindercourant, Lelie-en rozeknoppen, Ligen Haard, Album der Natuur, Zondagsblad, Avondpost, de Hol-landsche Afrikaan, enz. Hall (Antje), geb. 18 Februari 1833 te Zoutelanüe (Walcheren), was sedert hare geboorte blind. Zij woont te Middelburg en dichtte Gesehiedk. en andere dichtstukjes, Midd. 1850; Gedichten voor kinderen, Midd. 1857. |
Hnlléc (Jan), schrijver van het bekende gedicht: De Meuschelgke Wijsheyd, of den ■weg des Fortugns waer in dagdelgk word aengetoont hoe ider mensch een vergenoegd en gelukkig leven genieten kan, in nederdagt-sche verssen, door Joannes Bailee, konst-greffier der ondvermaerde en wijdberoemde vrije Reden Gilde der flnj Sunetinnen, binnen de stad Brugge, Brugge, 1769. Hnliieu (Jan) in de vorige eeuw schoolmeester te Antwerpen, schreef: Nederduit-sche spel- en spraekkanst, waer in niet alleen de ivaere zugvere spelling deezer taele op vaste gronden geleerd, maer ook de negen deelen der rede zeer naeuwkeurig verhandeld, de wgs om de naemwoorden te krggen, en de tgdvoegingen der werkwoorden te maken aen-gewezen wordt, Antw. 17\'l\'2. Hg voegsel van nadere bemerkingen op de grondregels der Nederdugtsche spel- en spraekkanst, Ant. 17i)\'2. IIiiIhoim (Ni colaas Cornelia), geb 19 Nov. 183» te \'s Bosch, studeerde te Leiden in de godgeleerdheid, en werd eerst hulpprediker te Dordrecht, van waar hij in 1865 beroepen werd tot predikant te Lan-gezwaag; hij overleed aldaar 3U Maart 188\'t. Hij was voor de rubriek „buitenlandquot; medewerker aan De Hervorming, en redacteur van Mannen van beteekenis, waarin van zijne ham. verschenen , de levens van IJ. F. Strauss, Kingsleg, Buckle, Fr, Deak, Groen van Prinsterer, Gortschakoff, Gam-betta, George Eliot, Garfield, Melikoff, Alexander ft, e. a Na zijn dood verscheen van hem: Dichterleven en leoenspoezie. Haarlem, 1881. (Anatole), geb. te St. Truyen, 29 April 18 J8, studeerde en promoveerde in de rechten, schreef behalve eenige Fransche werken: Hel wereldlijk gebied der pauzen, Leuven, 1861; De toestand van België, Leuven, 186-.\'; en was verder medewerker aan tal van binnen- en buitenlandsche bladen en tijdschriften. Uan (Joan Albert) was een bekwaam toonkunstenaar te Haarlem in \'t begin der 17e eeuw. Hij gaf een dichtbundeltje uit in 1613, te Amsterd , getiteld ; Zang-Bloemsel. Hnnok (John Eric) geb. te Soerabaya 3 Nov. 1833, werd voor zijne opvoeding naar \'t moederland gezonden, studeerde en promoveerde in de rechten te Leiden, deed eene reis naar Java en vestigde zich daarna in den Haag. Hij schreef in 1858: de Komeet, een zang des t ij (Is, Ainst. 18.\'gt;8; Mondig, een lied deii prins van Oranje, toegezongen, Leiden, 1858; Zeepbellen. Lgrische dichtproeven-, Amst. 1859 ; Verspreide Gedichten , \'s Hage , 1868; Alex jacta est ! Een laatst woord aan de leden der eerste kamer der .S\'lt;. Generaal, \'s Hage 1872; Atchins verheffing en vul, met hist, lijdt-. en een oud kaartje der reede van Atchin, Rott. 1873. |
Hange—Unrbaz»
37
|
Hnnge (Jean Jaques), geb. Ie Amsterflam 2 Januari 1784, studeerde te Götlingen, was eerst twee jaren hulpprediker liij de Evang. Luthersche gemeente te Amsterdam, daarna achtereenvolgens predikant te Wil-dervank , Delft en Sappemeer, waar hij 15 December 185!) overleed. Hij schreef; Hebben onze afgestorvenen kennis van en invloed op ons lot op aarde, Gron. 1825: Bloemlezing uit Hoogduitsche dichters in Nederlandsche verzen overgebracht, Gron. 1832 (quot;la druk, Yalt-Bomm. 183(1); liet boek der natuur opengeslagen voor alle vereerders van God en Godsdienst, Gron. 1841; Tafereelen uit de ondervinding van een dorpspredikant, Gron. 1844; Vroolijke Lectuur, gedichten, Gron. 185(1; Onsterfelijkheid en wederzien, Gron. 1859. llange (Jacobus Johannes Henricus), zoon van den voorgaande, geb. te Wildervank i) April 1816, was eerst Evang. Luthersch predikant te Leerdam en is thans als zoodanig werkzaam to Sappemeer. Hij schreef: De Komeet van 1858, Veend. 1859; Mijn staf op den levetmveg, Gron. 18(14; Onze Christelijke feestdagen , Gron. 1867 ; Levensbeeld van prof. C. F Gellert, in den vorm eener novelle, Gron. 1870; De luchtvaart in hare wording en ontwikkeling, Gron. 1875. Voorts nog een vertaling uit het Hoogd. Baniiing (Henricus Adrian us) geb. te Utrecht 45 Aug 1818, was vroeger werkzaam aan de redactie van het Dagblad de Tijd, doch is sedert 18(17 Hoofdredacteur der Katholieke illustratie, en sinds 187(1 Directeur-Hoofdredacteur der Maatschappij van dien naam. Behalve een aantal novellen in verschillende tijdschriften schreef bij: De beeldstormer en zijn dochter 18()\'2; Ko Folkes een Amsterdamsche geschiedenis 18(17; De heks van de Amersfoortsche. heide 18(17 ; Jgt;rie eeuwen geleden . 1898 ; Passiebloemen in Kenneimrlnna geplukt 4 dln. 18(18 (bekroond); enz Onder den algemeenen titel van Gezamenlijke novellen en vertellingen van II. A.\' Banning zijn reeds vier deelen verschenen , waarin opgenomen zijn: 1. Uit het verleden, Utrechtse/ie novellen ; 4. Oude kennissen , vier novellen; 3. De familie Walkes. Hen kijkje in de hedendaagsehe samenleving ; 4. de Heks; 5. Ko Folkes-, (1. Twee zusters; 7. Cecile, eene bladzijde uit het boek der revolutie; 8. Drie eeuwen geleden ; 9. De beeldstormer en zijn dochter; 10. De beeldstormers van \'s Hertogenbosch, Met, nog zes deelen zal deze uitgave kompleet zijn, Al de boven-stannde weiken werden te\'s Hertogenbosch gedrukt. |
Uara (Jan) leefde in de tweede helft der 17e eeuw te Amsterdam en schreef vier tooneelstukken: de herstelde vorst of gelukkig ongeluk, Amst. 1(150; Galteno en Al in,ene of verdoemde ontrouw, Amst. 1050; Hel en Hemel, Amst. 1658; Ik ken je niet, kluchtsp , Amst 1004; \'t Verslingert Moekroesje, Amst. 1608. Vooris zond hij in \'t licht: De godvruchtige verklikker met andere dichte,i, Amst. 1050. Zijne tooneelwerken zijn hei-drukt in 1747 te Amsterdam. Barbax (Abraham Louis) geb. te Amst. in 1770 en aldaar gestorven 14 Juli 1833, waar hij boekhouder van bet nachtwezen was. Hij schreef behalve vele vertalingen van werken uit het Fransch de volgende oorspronkelijke werken, allen te Amsterdam uitgegeven: Philoctetes op het eiland Lemnos, Treursp. n. h. Gr. van Sofokles, Amst. 1793; De nieuwsgierige, bliisp. 1793; de Vrede, dichtst. 1794; de Gelijkheid door den burger A. L. II. blijsp 1795; Vaderlandsche lierzangen op de omwenteling in den jure Ï7\'.)!gt; ; de Tempel der Vrijheid, in 3 zangen, 1790; he Scythen , treursp. n. h. Fr. van Voltaire 1796; Elmire de Villarez, treursp. 1799; Lierzang op de landing en den aftogt der Engelschen en Russen, 1799; Washinqtons overgang ter onsterfelijkheid, lofzang i800; Andromaché, treursp. 1800 ; liarnewel, too-neelsp. uit, hel Eng. 1800; O/is, treursp naar het Fr. 1800; Herzilia , treursp, 1800; Makin of de ontd. ran Madera, tooneelsp. 1800; de Huwelijksliefde of de ware grootheid, tooneelsp 1801; Fabelenen Vertelsels, 1804; De triomf van den poëet of de verrassing, blijsp 1801; Blanca en Montcassin of de Venetianen. treursp. naar het Fransch van Armand 1804; ^1«» Bonaparte, bij gelegenheid van den algemeenen vrede, 1804; de Mensch , *naakt en gekleed, 1803; de Wijsgeer of de\'edele Mensehenhater, tooneelsp, 1803; de Ahderiten of de drift tot het Schouwtoo-neel, 1804; de Zegen des menschdonis dooide Koepok-inenting, dichtstuk 1805; Kosro\'és koning van I\'erzië, naar het Fransch , Offerande der vrouicen aan de zindelijkheid, dichtstuk, 1805; Het tooneelvermaak, hekeldicht , 1806 , 4e dr 1845; Campagne des trois Empereurs, Fr. en Holl, 1806; de Ligtzin-nige of de gevaren der onbedachtzaamheid, blijsp. 1807; Amsterdam hij nacht beschouwd, boertig dichtstuk, 1807; De hoovaardige, blijsp. naar het, Fransch van Destouches , 1808; De waardigheid der Hollandsche natie, in tegenspoed, met betrekking tot kunsten, wetenschap en fraaije letteren, dichtstuk , 1808; De oorlog om twee letters, boertig heldendicht, 1809; De tooneeldiehtkunst, in 0 zangen, 1810; \'s Werelds bedrog op het Zedelijk Blanketsel, hekeldicht, 1810; Mengelwerken in Xederd. en Fr. verzen 1810; de Bediller, blijsp 1814; Sigismimdus of het leven is een droom, treursp. 1813; Helena of |
Barbonuti —Barueth.
38
|
ih\' oorsprong des Trojaanschen Icrijgs, treursp. 1811; De ahjemeene Vrede, oorsprong ran Nederlands gelul-, lierdicht, 1814 ; Tooneel-parodiën of hekelspellen, dln. 1810; Orer-zigt ran den staat des Schouwburgs in ons Vaderland, 1816 ; Wandeling langs den Ykant te Amst., dichtmatig tafereel, 181(1, üe dr. 1828; Nieuwe Fabelen, 1816; Don Louis de Vargas of de edele wreker, treursp, 1816; de Logenaar, hlijsp. 1818; het Feest van Thalia, 1818; Dichterlijke Bloemhof, 1818; Johanna, Koningin ran Napels, treursp. u. h. Fr. 1818; Osnar, koning van Grenada, 181!); Saul, eerste koning ran Israël, treursp. 1819; Hulde aan het Opperwezen, Fr. en Holl. 1820; Vergelijking der Nederd. en Fr. talen , met betrekking tot de fraaije letteren , 1821; Lof van Neerïands burgerstand, dichtstuk , 1821 ; W echiquot; en Verral of Amsteld. Parijs, hekeldicht 1825; Apollo of de geestenoorlog, hekeldicht in 12 zangen, 1825; Gedenkzuil roor Neerïands grootste Tooneel-kunstenares Wattier Kiezen is, 1827; Mas-Aniello of Napels in de war, hoertig heldendicht in 10 zangen , 1828; Gedenkzuil roor A. Snoek, 1828; Ernst en boert of verzameling ran losse dichtstukken , 1830. Onder zijne goede vertalingen hehooren de Fabelen en Vertelsels van Florian (uitgeg, met P. G. Witsen Geysheek); de Jaargetijden naar St. Lambert en de llenriade van Voltaire. In-1812 verscheen zijne Nieuwe Tooneelpo\'ézie, 4 dln., en in 1825 zijne Dichterlijke Herfstvruchten. BarbonuM (Johannes) vereerde Frederik Hendrik op zijn verjaardag in 164C met LXll Morale Sinne Beelden , enz. Makende alsoo, ugtdruckende ende begrijpende het getal deser Sinne-Beelden, het getal syner jaren. Het hoekje bevat vrij aardige plaatjes, waaraan ter verduidelijking Latynsche spreuken en Nederlandsclie versjes zijn toegevoegd. Barhonus was zeer bevreesd dat de prins zijn 63e jaar niet ten einde zon brengen , want hij geloofde aan moordjaren. Zijn voorgevoel werd in dit geval bewaarheid : de Prins stierf in Kil?, oud 63 jaar en i\'i dagen. Bardln (August, Mich iel) te Brugge geb. 11 Augustus 1828, was secretaris der stad Blankenberghe en overleed te Antwerpen op 5 Juli 1876. Hij schreef een vijftal Fran-sche werkjes en gaf in het Nederlandsch uit; Verhandeling over den oorsprong en de geschiedenis der stad Blankenherghe, Brugge, 1863. BarcntHz (J.) schreef een tooneelstuk getiteld: Buchelioen, \'t kaboutermannetje, 1665. Burger (Johan), geb. te Amsterdam S |
December 1853, studeerde aldaar in de theologie en is thans predikant Ie Garnwerd en Oostum. Hij schreef: Bloesems en Knoppen, Amst. 1875. Barklcy (11. C.) schreef; Uit mijn jongensjaren , Gouda 187!). Barni-vclilt (mogelijk een pseudoniem) schreef: Een eenig kind. Schets uit het dagclijksch doen, Bolt. 1851; De sluijer. Twee verhalen , Hott 1852. Baron (Johannes Zacharias) letterzetter te Leiden, in \'t midden der 17e eeuw, zond de volgende tooneelstukken in het licht: Bododaphnée ofte Persiaensche lleldinne, treursp.. Leiden 1651; Klucht ran Lichthart en Aersgat zonder zorg, Leiden 1653; Kon-stunt ij n en Elisea, treur-, blij- endendspel, Leiileu 1656; 11 rt beleg van Legden, Leiden 165!); Klucht van Kees Louwen of de geschoren boer, Leiden 1667. Harlelink (Anthong) leefde in de tweede helft der 18e eenwen schreef: Enkhuizen.of Grondsteen tot vrijheid, gelegd door de lleeren J\'. Ij. Bagskes, I\' J. Semegns, J. D. Brouwer en anderen , die den 21 Mag 1572 d\'haringmaagd van het Jok van Spanje verloste, op het tweede Eeuwgetyde, plegtig zoo van Stadswegen als by de Bargery geviert den 21 Mag 1772 en in tooneeldigi gebragt, Enkhuizen , 1772. Barlclink (Jan) een broeder van den voorgaande l?) gaf eene beschrijving van de Deemster kermis in 2 zangen , Leyden 1774, in den trant van Rotgans\' Boerenkennis. Barljont* (Willem) geb. te Amsterdam in 1550 (?) heeft zich door zijn cijferboek een grooten naam gemaakt, en was van 1618 tot 1638 Fransche schoolmeester te Zwolle waar hij in dit laatste jaar overleed Hij schreef van tijd tot tijd versjes, die echter niet verzameld zijn. Voor K. van Manders Schilderboek (1618) vindt men er een van. Bartocn (Jan) , Zuid-Nederlandsch dichter der 15e eeuw. In 1482 schreef hij: Clachte op de doodt van Anthonis de Roovere, gestelt hg wjlent Jan liartoen , zijnen incde-gheselle, in tijde voorleden. Dit stuk is opgenomen door Willems in zijn Belgisch Museum , D. IX , blz 1!I5. BaruHIi (Joan) geb. te Breda in het jaar 1708, was predikant te Hoogwoude, te Charlois en te Dordrecht, waar hij den V7slen Aug. 1782 overleed. Zijn onaangenaam, heftig humeur veroorzaakte hem veel onaangenaamheden en wikkelde hem in |
Km—Bast» 39
|
nienigen pennestrijd, vooral op godgeleerd gebied. Van zjine talrijke werken zullen wij alleen slechts (lie opnoemen, welke in den engeren zin des wnnrds tot letterkunde kunnen gebrncht worden; Historie rem het utadhouderschap der lleeren Pr ineen ran. Oranje, hoogstnoodig tot heivarinfi ran de rrijlieid in de Kerk en Burgerstaat, Dordr. 1765; De Historie ran den Heiligen Diaken Stephanus in XXVII kerkredenen. Met bij-geroegde Aanmerkingen uit de Historie en Letterkunde , Dordr. 1770 ; Hollands en Zee-lands Jubeljaar of Twee honderdjarige Gedachtenis der heuchelijke verlossing ran het Spannsehe jok en grondlegging ran Neerlands republiek in hef jaar MDLX1I, onder het wijs beleid ran Willem I, Prins ran Oranje, met eene plaat, Dordr. 1772. Kun (Francais de) geh. te\'s Ilage lO Sept. 1840, werd voor den krijgsdienst opgeleid en in 18(10 tot officier bij de cavallerie aangesteld; hij doorliep de verschillende officiersrangen en is sedert 1885 Majoor-en-Chef van den slat\' bij den Inspecleur van zijn wapen. Hjj schreef; Het oordeel ran den heer de Boo ran Aldewerelt omtrent de cavallerie ivederlegd door eenige huzarenofficieren, \'s Hage 1868; Opwekking tot de tactische oefeningen op de kaart, \'s Hage •1869; Het stadsreinigingstelsel ran Liernur en zijne uitroerbaarheid in Nederland , \'s Hage 1870: De organisatie der car aller ie bij de wettelijle regeling onzer strijdkrachten, \'s ïlage ■1872; liet korps rijdende Hcn\'c (psdniem Ajax), \'s Hage 1877; Prins Frederik der Nederlanden en zijn tijd, \'s Hage ISHi en volgende jaren üil laatste werk, dat eigenlijk de Nederlandsche geschiedenis der laatste honderd jaren bevat, zal in vier deelen com-pleet zijn. Hij schreef een werk in het Fransch over den Deenschen oorlog in 1864 en een in het Engelsch (niet in den handel) over het reproduceeren van kaarten en platen ; vorder vertaalde hij een paar krijgskundige werken uit hel Engelsch en Hoog-duilscli. Ook schreef hij een groot aantal artikelen in den Nederlandschol Volksalmanak , dan Militairen Spectator, in de Verslagen der rereeniging tot beoefening der krygsiretenschap, Eigen Haard, Gids, In-dischen Gids, Huisrriend, in de werken van het Historisch Genootschap te Utrecht, Economist, \'Tijdschrift ran het Aardrijkskundig genootschap. Tijdschrift ran het kadaster, en in een paar Fransche en Hoogduitsche tijdschriften. w«Kfi (ir. li. Senn ran) schreef: Schetsen uit Siam, Anist. 1880. UHNcler (Willem) leefde in het midden der 17e eeuw te Leuven , zijne geboorteplaats. |
Bij gelegenheid van het jubelfeest van het H. Sacrament maakte hij een zinnebteldig tooneelspel, dat door zuiverheid van ta;»! en schoonen versbouw uitmuntte; het was getiteld: Segheprael der onwinbre Kercke, gegrondvest op den onbrekelgeken pilaer der diepe rerholenthei/t van het iraeraehtich lichaeiii en hef tvaerachflch bloef ran God mensch geworden , berustende in schgn ran brood en wijn. Op de drye-hondertjarighe feeste ran hef 11. Sacrament ran mirakel, in de Kercke der Kerw. P. P. Augustijnen binnen Loven, Leuven, 1674. HaNi-IIiiN (Jakub) was predikant te\'s Her-togcnbosch. Vermoedelijk is bij de eerste predikant te Vlissingen geweest, van waar hij naar Vlaanderen ging om er de hervorming te prediken; allhans hij was in 1584 te Brugge. Later ging hij naar Enkhuizen, Leiden , en in 1586 naar Voorschoten, en eindelijk naar Bergen op Zoom. Behalve een Latiinsch werk over hel beleg der laatste stad, schreef hij: Historisch rerhaal, inhoudende zekere notable exploiten van oorlog in de Nederlanden , sedert hef oprichten ran de Compagnü\'n der Gourerneurs en Ritmeesters Pauliis en Marcelis Bax, Breda 1615. KhhcIIiih (Jacobus) zoon van den voorgaande , werd te Leiden geboren en in 164(1 predikant te Kerkwerve, waar hij in 1661 overleed. Behalve een Latijnsph werk over de Hervorming, schreef hij: Nederlands merkwaardigste Gebeurtenissen sedert hef jaar 1000 tof keizer Karei V, 2 dln., Amst. 1753. Stnnne^(Elisa) zie Mather. UuNNeoour t\'nan {Jhr. J. J. de la). Zie Cann {de la Bassecour). Bant (Amand Fidelis de) geb. te Gent in 1782, was ambtenaar bij het provinciaal bestuur van Oost-Vlaanderen en overleed in zijne geboortestad 9 Juni 1818. Hij leverde Geschiedkundige beschrijviiiq ran het oude Sassche kanacl, 6enl, 1827 ; Historische beschrijving van het paleis der hoogeschool te Gent. Belegering der stad Gent, 1644, in het Belgisch Museum, 184quot;); Minnewraek, romantisch rerhael uit de Gentsehe geschiedenis, in de Vaderlander van 1848. Bant {Martimis de) geb. te Gent 12 Oct. 1753 en aldaar overleden 11 April 1825, was pastoor van de St. Nicolaaskerk in zijne geboortestad en kanunnik van de St. Pha-rahilde en St. Bavokerken aldaar. Hij was een oudheidkundige en geschiedschrijver; zijn meeste werken echter werden in het Fransch opgesteld; overigens was hij een |
Bastcrt—Uuiit ken.
40
|
zeerwelsprekend man, van wien verscheidene Redevoeringen in het Nederlandsch te Gent ten jare 1788 en 4804 afzonderlijk gedrukt werden. linxfcrl (Christiaan Nicolacis) gestorven 10 Juni 48(J() te Amsterdam in den hloei zijner jaren, deed zich het eerst als dichter kennen door zijne gelegenheidsdichten. Spoedig werd hij opgemerkt als een jongeling van voor-treflelijken aanleg Er zijn van hem negen dichtstukjes voorhanden in Uylenbroeks Kleine Dichterliihe Handschriften. Voorts het dichtstuk Kunst en Vriendschap, de waardige Genoegens voor den redelijken tnensch, Amst. 4800 en Aan Corn. Loots, op zijn lierzang: de voortreffelijkheid van den inenseh, in de beoefening der schoone kunsten , Amst. 4806. itaNiid (Philip Clodius) priester en organist te Mechelen in de XVlIe eeuw. Hij schreef: lilij-eijndend Treurspel ran het leren ende /rondere daden van den H. lloinbont, patroon van Mechelen in sijn neqenste nulde, Mech. I()80. Droevige Tragedie, Antwerp. 1680; Het verloste Nieuwpoort van de belegering, geschied 148!), speelsgewijs vertoont binnen dezelve stad op den 24 en 30 Junj 16S1, ÏJrugge, HiSl ; Jirus-selsche Heerljjckheydt ofte honderdjarige Ju-bilé van het allerheiligste sacrament van Mira--kelen, Brussel, 4ü85. nnfaille (/lt;\'. J.) schreef; Dierik Martens of de taelzuil ran Aelst en Aide van het Ni seriand, Gent, 184-8; Arnold en Clara van Aelst, historisch tafereel uit de XIV eeuw. Aelst, 481-9. Knlcn {Karei) Gentenaar uit het laatst der 4(ie en het begin der 47e eeuw, een geneesheer, die tijdens den opstand tegen Spanje de vlucht nam, doch later terug keerende zich te Dordrecht vestigde. Hij schreef: Van de siele des inenschen, ende van de ouster ffelickheydt des inenschen ziele, Dordr. 1604. |
liandarliuH {Wilhelmus) geb. I8denFebr. 4565 te Deinze in Vlaanderen Zijne ouders beleden den Hervormden godsdienst en verlieten daarom bij Alva\'s komst de Nederlanden, om zich naar Engeland te begeven, waar zijn vader kwam te sterven. Toen er rustiger tijden aanbraken, in 1577, vestigde zich B. niet zijne moeder te Gent en bezocht hij in 4585 de Hoogeschool van Leiden en later die van Franeker. Na eene korte uit-landigheid werd B. predikant te Kampen , daarna te Lisse, eindelijk Ie Zutfen en onderscheidde zich als een heftig aanhanger van de Contra-Remonstranten. Op de synode van Dordrecht benoemd zijnde lot een der vertalers van den Bijbel, vestigde bij zich in 4626 metterwoon te Leiden. Bij stierf in 1640. Behalve veel theologische werken schreef hij: Hrugloftspiegel doe Graeff Lodewijck Gunter van Nassau te Arnhem t ronde jiiina Mar gr iet a , Gravinne van Mim-derschegt, nagelatene iveduwe ran den Grave van lirouck, 4604; Historisch Verhael van den aenslach en het innemen der vlecke doch niet des Casteels van Brede voort door den Spaenschen oversten Gnillelmo de Verdugo, 4694 ; Morgenicekker der vrije Nedeiiandsche J\'roviiiticn , naderhand in een ander formaat en onder een anderen titel: Spieghel der Jeucht, herdrukt 1610; Ei/gentlycke Beschry-vinge Der Vrge Nederlantsche Proiintiën, Arnhem 1615 (zijnde de om werking van Jeanle Petit\'s Nederlandsche Uepublgckc); IVieghe off te afbeehlinge hoe de Spuensche en J\'aepsche I rincen door luiere listicheyt alle Coningen en Trincen in slacpe wiegen (in rijm gemaakt) 4645; de Nassaiische Oorloghen, deurgaens met copere plaeten, Amst. 4646; Memorgen, ofte cort Verhael van de Gedenckwcerdigste so kerckliche als wereldlicke Geschiedenissen, 1 dln. fol. 4624; Vela u\'s Vastelavontspel, off te cort verhael van den Allarm die op Vastelavont in de Velau (Veluwe) i/eweest is, 4624 V oorts nog eenige rymeii offte verssen op het Nederlantsche Caertgen bij Jodocum Bondium gesneden en gedrukt; Hymen op do plaeten van de llistorye Josephs. Uaudet {Pierre Joseph Henry) geb. te Zwolle 4 April IS24, was van 4854 tot 1866 leeraar, later Directeur van de technische school te Utrecht; in het laatstgenoemde jaar werd hij leeraar aan de Rijks Hoogere Burgerschool te Utrecht, waar hij 16 Mei 4878 overleed. Hij schreef: Leven én werken van Willem Jansz. Jllaeu (door het Prov. Utr. Genootschap met goud bekroond) Utrecht 1871 ; Beschrijving van de Azorische Eilanden, en geschiedenis van hunne volkplanting uit Belgisch oogpunt beschouicd (door liet Aardrijksk. genootscb. te Antwerpen met goud bekroond) Antwerpen, 4879. Baiiduin {Ilippoliet Karei) 7 Mei 1806 geb. te Brussel, waar hij bestuurder was van hel krijgshospitaal. Hij leverde vele bijdragen in bladen en tijdschriften en gaf afzonderlijk uil: Ons Vlaamsche Vaderland 183U—187U, De Sleden, Gent, 4877. Maulkcii (Lieven), was in de eerste helft der 16e eeuw kapelaan van de Rederijkerskamer St. Barbara te Gent. Hij schreef een gedicht getiteld : De waerachtighe gheschiedc-nisse van alle ghelooficeerdighe saken van den alderonverin\'nlycksten ende aldevmoghensten Keyset1 run /{ooinen , Cu rol us 1\', Con i nek ran üpangnien , enz. met allen gheschiedenissen die |
Unuirens -Beaumont.
41
|
binnen onsen tyden hier endein anderelanden gheschiet zijn , beginnende ran den jure 1500 tot den jare 1561, Gent, 1564. HaiiweiiM (Cornel is A.) in 1779 gcb. in Sas van Gent, vestigde zich vroegtijdig te Liei-, waar hij stadsonderwijzer werd en overleed op 23 Augustus 1824. Gedurende de Fransche overheersching steldehij ijverige pogingen in het werk om het Nedeiiandsche tooneel en de dichtkunst te doen bloeien. Onder zijne treurspelen zijn hekend : Cleomire, ersteld Phenici\'én of de zegepralende Godsdienst; Gabinia; Adelson en Salvinie; St. Gonial-; De Furie; Constant ia , en de blijspelen: Anselmus en Pasquin, en J)e dwaes-heyd der Minnaers. Hij was stichter van hot genootschap: „Kunst en wetenschapquot; te Lier. HniiwrnN (Isidoor), 9 Maart 1855 geh. te Aalst en aldaar sedert 1880 gevestigd als doctor in genees-, heel- en verloskunde. Gedurende zijne studietijd aan de llooge-school van Leuven, leverde hjj dichtstukjes in de Letterrruchten van „Met tijd en Vlijtquot; en schreef hij een uitvoerig Verslag over de werkzaamheden ran het Stadentciu/enootsclia/), 1877—1878, Leuven, 1878. Verder gaf bij uit; Ta win ran Aalst, geschiedkundig r er-haal (1128), Aalst, 1880; naar hetwelk hij bewerkte: Inwin ran Aalst, groot hjrisch drama in drie bedrijven, muziek tan Gmtaaf I\'aepe, dat herhaalde male ten schouwburge dor stad Aalst werd opgevoerd. Havrgpin (Jan Baptist ran), geb. 1 Augustus 1801 te Baesrode (Oost-Vlaanderen). ging in den geestelijken stand; hij werd pastoor te Zwijndrecht, in het bisdom Gent, en bestuurder van het college te Dender-monde , en was later pastoor te Beveren in \'t land van Waas, waar hij 21 Mei 1877 overleed. Hij schreef: Lerenssehets van den K. Heer Michiel Frans Cop, pastoor ran Xirijn-drecht door de Jaeobijnen verzonden in ballingschap na de Guyane, iraer hij is beztvelen , 18(X); Ilansken de pakkedrager, of dagregister der roornaemste voorvallen in Vrank-rijk en in Jielgiën van 170!) lot 1801, 4d1n.; Martelaersboek der Belgische geestelijkheid tijdens het bestuer der Jacóbynen van 17\'J2 tot 1802 , 2 dln.; Register der voornaemste voorvallen en Dekreten van 178!) tot 1801, Mechelen. Ma* [Dirk) geb. te Rotterdam 17 Febr. 1793, was achtereenvolgens predikant te Eek en Wiel, Brielle en Zullen. In April 1837, te Botterdam gelogeerd zijnde, kwam hij Jammerlijk om bet leveu. Waarschijnlijk te bed liggende, schijnt bij, al lezende, \'te zijn ingeslapen met dat gevolg dat zijn kloe-ren door de vlam van de kaars in brand geraakten. Zijne Nagelaten Gedichten vormen een kleinen bundel in 1838 te Zutfen uitgegeven. |
Stcaufort {Lieve of Liovinus Ferdinand de) geb. 9 October 1075, in het fort St. Anne, in \'t land van Hulst, stamde af van een geslacht herkomstig uit Anjou. Hij was eerste pensionaris van het Vrije van Sluis, later van Tolen , gecommitteerde Raad en Baad ter Admiraliteit wegens Zeeland. Overleden te Middelburg 9 November 1730. Hij schreef: liet leren van Willem de L, prins van Oranje, graaf vnn Nassau, stadhouder en hapitein-generaal van Holland, Zeeland , Utrecht en Vriesland , enz. enz. enz. 3 dln., Leiden en Middelb. 1732; Verhandeling over de vrijheid in den Burgerstaat, Amst. 1737 (beide na zijn dood en zonder zijn naam uitgegeven). llrnnfort {,Thr. ]\\\'iltem Hendrik de) geb. 19 Maart 1845 op den huize de Treek, gem. Lensden bij Amersfoort, studeerde in de rechten Ie Utrecht, en promoveerde in 1868 op eene dissertatie getiteld: De verhouding van den slaat tot de verschillende kerkgenootschappen. Gedurende drie Jaren was hij als advocaat te Amsterdam gevestigd ; na eene reis door Palestina en Egypte woonde hij sinds 1873 op den huize de Treek, waarbij zich met letterkundige en geschiedkundige studiën bozig hield Hij was tot 1880schoolopziener in het district Reenen ; voor Tiel werd hij lid van de 2e kamer der St. Gen,; toen hij niet herkozen werd, werd bij in 1884 lid der 1ste kamer en het volgende Jaar voor Amsterdam wederom lid der 2e kamer. Ook is , hij mederedacteur van de Gids en commissaris in verschillende finantieele ondernemingen. In de Gids van 1885 verscheen van zijne hand 1\'rins of Koning, dat in 1886 afzonderlijk te Utrecht werd uitgegeven met zincographiën van A. G. A. Rappard. liviiujeaii (Sebastiaan Willem) geb. te Looz-la-Ville, in Limburg, 10 Juni 1837, was eerst onderwijzer in zijne geboorteplaats en vervolgens hoofdonderwijzer te Borgloon. Hij schreef: Nederduitsch taalboek voor de hoogste klassen dei\' lagere scholen voor scholen van volwassenen en voor heilager middelbaar onderwijs. Tongeren, 1880. llenunuint (Simon ran) geb. te Dordrecht in 1574, was een beroemd rechtsgeleerde en staatsman. Hij bekleedde achtereenvolgens verschillende gewichtige betrekkingen, was afgevaardigde wegens Zeeland ter alge-meene vergadering, buitengewoon gezant naar Zweden en Polen, afgevaardigde naar Friesland tot demping der aldaar gerezen |
Beaumout—Beokerlng,
42
|
niiliisten en van ■1634—49 pensionaris van Rotterdam, toen liij zijn eervol onlslap verkreeg . met behoud van zijn wedde en zijn titel. De laatste vijf jaren van zijn leven lieeft liij waarschijnlijk te \'s Hage in werkzame rust doorgeliracht. Hij stierf den \'2(1 Juli 1(154. Wat Scheltema in zijn Staatkundig Nederland aangaande zijne oneerlijkheid vertelt t berust op een misverstand; niet hij, maar S. van Beaumont Govertsz, werd door den keizer met Ameland heleend en ten koste van anderen venij\'-t. Ter verpoozing van gewichtiger bezigheden beoefende hij de dichtkunst en schreef, behalve eenige losse stukjes in de Zeeuwsche Nachtegaal, verscheiden verzen, die, lijdens het leven van den vader, door zijn zoon werden verzameld en uitgegeven onder den tilel van: Horae Succissirae. Tytsnippevingcn, Rijmen en Verz\'n, Ie dr., \'s Hage 1638, Üde 1610, In den laatsten duik worden ook Fransche en Lalijnsclie verzen aangetroffen, benevens enkele fabeldichlen , een genre, dat in zijn dagen weinig of geen beoefenaars vond. Beniiniont {Abraham ran) schreef Stichtelijke Mengeldichten, Haarlem 1743, waarbij ook de Ueidelbergsche- Catechismus op rijm. Boolit (11. G.) schreef: De mesmerische tooverlantciarn. Kene hlarhijde uit mijne praktijk, aan \'t puhtiek medegedeeld, Enschede •1870. «eek (Frans de), geb. te Geeraardsber-gen in Oost-Vlaanderen, 13 Oct. 1810, was opsteller der Gentsche dagbladen Journal des Flandres en Constitutionel des Flandres, werd lid van den Provincialen Raad vanüost-Vlaanderen; van 1843 70 kantonaal opziener der lagere scholen , sedert 1840 vrederechter te Zottegem en van •187()lid van den gemeenteraad dier plaats, alwaar hij overleed op G December \'1879. Van hem zijn de volgende gedichten uitgegeven: Geeraerdsberg lin het Nederduitsch Letterkumlig Jaarboekje voor ■1851); De Doofstomme, Zottegem, 1853; Het Vaderland, Zottegem, •18(i(); Slechte. T//d, Gent, ISOO. Voorts een aantal Kerstliederen, van welke er bijkans elk jaar één werd in het licht gegeven. Zij verschenen onder den titel; Dertig Kerstliederen en andere gedichten, Zottegem, 1852--1877 Hot grootste gedeelte van zijne poezie is nog in handschrift. Ten jare 1880 werd er te Gent een boek uitgegeven Ter nngedachtenis ran wijlen den heer Frans De Beek (1810—1879) binnen zijn leren rrederechter ran het kanton Zottegem. |
Hcrkcr (Joannes Franciscus), geb. 7 Maart \'1838 te Maastricht, is leeraaraan het seminarium te Kuilenburg. Hij schreef: Ttirksch Fatalisme, 1871 ; Galilei, 187\'2; De veroordeeling ran \'t systeem ran Copernicus geregtraardigd, 1872 ; De grenzen der ervaring , 1873; Joseph de Maistre, 1875; De gemoedsaandoeningen van den mensch en de dieren , 1875; De hypothesen in de wetenschap, 1870 ; al deze werten werden te\'s Hertogenbosch gedrukt. Hij gaf ook onderscheiden bijdragen in het tijdschrift Onze Wachter. Broker (Gillis de) te Grimbergen, in Brabant, geb. 20 April 1798 en 19 Februari 1869 als pastoor-deken overleden te Merch-tem, gaf in het licht: Korf verhael van het mirakuleus beeld ran Maria ter Nood , genoemd O. Ij. Vrome van Merchtem, tcitye-geren ter gelegenheid van den vijfhonderdjarigen jubilé in 1855 , Brussel, 1855, Boeker (Frans Robrecht de), geb. 23 Maart 1823 te Kortrijk-Dutzel (bij Leuven), is thans pastoor te Droogenbosch. Hij schreef: Handboekje run den lerenden rozen-krans, Mechelen, 1853; Handboek der Die-naers en dienaressen der onbedekte Maegd Maria, of het offeraltaer des gebeds ; volledig gebedenboek ran alle staten en ten allen tyde gebruikelyk, gevolgd van godvruchtige oefeningen voor eiken dag der maend Mei, Mechelen, 1857 ; Godrruchtig handboek voor eiken christen, Mech. 1855; Het godrruchtig kind van Maria , orericegende de onbedekte ontvangenis zijner hemelsche moeder, Mech. 1855; De maend Mei aen de onbedekte Moeder Gods toegewyd, enz. , Mech. 1856 ; Kerkelijke almanak voor het jaer 1862 , ten gebruik e der kerkbedienden en geloovigen, Mech. 1802; Zedelijke verhalen en roorbeelden, niet printen versierd, tot stichting der geloovigen verzameld, Leuven, 1865; Korte lerens-bèsehrijring van den gelukzaligen Joannes Berchtnans, Leuven, 1864; De familierriend of keus run zedelijke verhalen, roorbeelden , gelijkenissen , spreekwoorden, enz. tot stichting der geloovigen verzameld, eerste jaar, Leuven, 1865. De parochiale kruisweg, gevolgd van mis-, lof- en andere gebeden , Leuven, 1870; Handhoekje ran den koster in de bediening der IIII Sacramenten en andere kerkelijke diensten rolgens het ritu\'éelboek, Leuven, 1872. Hij gaf van 1865 tot 1868 den Volksalmanak te Leuven uit, werkte mede aan de vertaling der Christelijke zeddeer der Erangelische waarheden van Pater Frans llunolt in 24 dln., Leuven 1867, en vertaalde nog eenige andere werken uit liet Hoogduitsch. Bcokeriiig (Johannes) geb te Gron. 12 Feb. •1821 was boekverkoopersbediende op onderscheiden plaatsen; hij vertrok in 1855 naar Gron. waar hij 24 Aug.\'van dat jaar overleed, ündcr het pseudoniem van Bndnses schreef hij Jephta en zijne dochter , gevolgd door een riertal gewijde tafcreelen Gron, 1844 ; Lessen |
Beekerlug Viuokerg—Bookman.
43
|
van levenswijsheid ten dienste van jongelingen Gron. ISii; Uit het leven. Schetsen en verhalen, Gi\'on. 1848; Tafcrcelen uit de geschiedenis van de stichting en vestiging der Christelijke kerk, Gron. ISd-\'t; Schetsen uit het Christelijk leven in de drie eerste eeuwen dei-kerk, Gron. 1849; Avondstonden. Drietal verhalen ran een grijsaard, Gron. 1849; De Grijsaard onder de kinderen. Viertal verhalen voor de jeugd, Gouda 4851; Herinneringen uit het leven. Nieuwe schetsen en heelden , Zaandijk 1852 ; Barend de zeeman of die God bewaart is wel bewaard Een verhaal voor de jeugd, Schiedam 1852; Gid-livers reis naar Lilliput, Purmerende 1853; De mensch in omgang met God en. zich zeiven, Zalt-Bommel 1854; Kinderleven. Schetsen van goede en slechte jongens, Schoonhoven 4856, en verder een groot aantal werken vertaald uitliet Fransch, Hoogduitsch en Eng. Mockcrlng Viiickorn^,/.^. Zie Vlnoker§. Bceckinnn (Benedictus Emmanuel Leo), (i December 4789 gel), te Dendermonde, werd priester te Brugge en overleed te Brussel op 25 December 1805. Hij schreef eenige Pransche werken en gaf in hetNederlandsch uit: Lijkredcn uytgesproken in de\'parochiale kerke van den heyliycn Aegidiiis te Brugge, ter gelegenthei/d der begravinge van den eerweerden heer Mr. Constantinus Watteeuw, priester en leermeester in het hisschoplgk col-legie te Gent, den 2 Maerte 1818, door BB..., priester , Bi\'ugge , 1818; Nieuwjaersgift aen de hooge geestelykheyd ran Vlaenderen voor 1846, Brugge, ■1846; Nieuwe contributie ten profyte der geestelijkheid van Beh/iV, Brugge, 1847. BcorkmHii (\'Abraham Faure), geb. te Soerabaya 4 Oct. 1797, was vroeger predikant te Kamperveen, te Kuisen, te Voorst en in \'t gesticht Meerenberg, en woonde als emeritus predikant te Sundpoort bij Haarlem, waar hij 22 Fcbr. 1886 overleed. Hij schreef: Geschenk aan den ouderdom , quot;s Hage 1851 ; Het huisgezin van Doorenbos. Een verhaal (bekroond door het Amsterd. Malig-beids-fienootschap), Amst. 1851; Joan Four-ney en zijn non of de lotgevallen der Hervormden te Antwerpen ten jare 11)60, Tiel 1852; Jenever erger dan oorlog Eene voorlezing, Amst. 1858 ; lets over de zelfsach ting, in tafereelen ontwikkeld, Haarl. 1874; De baarheidsliefde. Schetsen, Haarlem, 1875; Cornelis Hoek en zijne Zutfensche vrienden. Eene belangrijke bladzijde uit den tachtig-jarigen oorlog, Haarl. 1875; De Fransche Furie in Antwerpen, aid. 1875. Voorts een paar stichtelijke wer kjes. Anoniem gaf hij uit: Patei\' Gozewien en de twee huisgezinnen, Amst. 1840, en de Gouverneur van een Eu-ropeeschcn prins, Amst. 1845. |
Heck (Johannes Albertus van) geb. te Amersfoort 10 April 1836, werd aar; het Seminarie der Oud-katholieken in zijne geboortestad voor den geestelijken stand opgeleid en in Oct 185S kapelaan te Utrecht. Hij weid in 1862 pastoor te Dordrecht en in 1875 te Rotterdam, waar hij nog is. Hij schreef in vereeniging met andéren o. a. Catechismusboekje, Oud-Kath. gezangboek en een Scheurkalender. Hij gaf verder; (met H. J. Hooykaas) Overzicht van de geschiedenis der Hollandsche kerk sedert de invoering der Hervorming en de oprichting van het aartsbisdom Utrecht en van de bisdommen van Haarlem en Deventer onder Paus Baldus IV 12 Mei 1059, Rotterd. 1869 , 3e druk 1886; y.(d de paus op het aanstaande, concilie onfeilbaar verklaard worden? Dordr 1809; Ueschoiiwingen over de pauselijke onfeilbaarheid, Dordr. 1809; Handboek van gebeden voor kinderen voor huiselijk en kerkelijk gebruik, Rott. 1870; Handbook voor Katholieken voor huiselijk en kerkelijk qebruik, Rott. 1879. . J J Heek (Albertus Willébrordus Karei ter) geb. 24 Juli 1840 te Vlissingen, werd na eene militaire opleiding officier der Infanterie hij bet leger in O.-l waarbij hij sedert 1879 kapitein is. Hij was tijdelijk gedetacheerd bij het 5e Heg. te Nijmegen, en is thans weder in Indië. Hij schreef: De vier eerste jaren van den Atjeh-oorlog, met 10 kaarten \'s Hage 1883. Ileekc (Bernardas) leefde in \'t midden der vorige eeuw. Van hem is slechts een kluchtspel bekend: De jaloerse minnares of de bedvoogen vrek, 1756. neehiiiHii (Johannes) geb. te Leiden uit burgerouders en notarisklerk aldaar, zond bij gelegenheid van den watersnood in 1809 een vers in \'t licht getiteld: Aan \'t volk van Nederland, onder bet motto Een gans klapt onder de zwanen. We zouden vati dit rijmwerk geen melding gemaakt hebben, ware het niet, dat dit stuk den jeugdigen poëtaster aan de bespreking van velen blootstelde, zoodat de dichter met rijmen en gedichten als \'t ware bestrooid werd. Er verscheen zelfs te Leiden een: Lauwerkrans voor den onvolprezen dichter Johannes Beekman , ge-rlochten door eenen beminnaar van echte dichterlijke verdiensten , Leiden 1809, waarin de schrijver vergeleken wordt met van Boozen, een Leidsch dichter uit de vorige eeuw. Rohide van der Aa is , zegt men , de vlechter van dien krans geweest. Keekmnii (Martinus) schreef: beschrijving van Asperen , Utrecht 1745. Jteekninn (Anton Albert) geb. 5 Juni |
Beeldftnijtlcr vnn Voshol—Beer Poortugnel.
u
|
-ISöi te Amsterdam , kreeg zijne opvoeding aan de Mil. academie te Breda en werd in •1873 officier bij de Gfnie. In 1880 vroeg hij zijn ontslag toen hij benoemd werd tot leeraar aan de H, B. School en het Gymnasium te Zutfen. Hij schreef: Schetsen en novellen, \'s Hage 1881 ; Kederhmd als l\'ol-de.rland (?) Zutfen 1884; Hollanders in Politiek en Uniform . met teekeningen van W. Staring, Zutfen 1880. neeldHiiijdcr *aii VohIioI (Jhr. Gerard Johannes), geb te Amsterdam 30 Mei\'1791. Hij leefde ambteloos eerst op den huize Rnpelmonde aan de Vecht, later te Utrecht, waar hij lid der Ridderschap en der Provinciale Staten werd. Hij hield zich onledig met het verzamelen van prenten , portretten en handschriften vooral tot opheldering der vaderlandscbe geschiedenis. Overleden te Utrecht 19 April 1853. Met behulp van geleerde vrienden gaf B de volgende werken in het licht: Verbond- en smeekschrift der Nederl. Edelen ran den heer liaron d\'Yrnij ran Mi/drecht, ven,werd. met aan*, en rerrijkt ■niet bijna alle de fac-simiUs, Utr. 1833; Facsimiles ran omiitgegevene brieven en andere belangrijke stuiken ran. beroemde mannen , (5 afl , Utr. 1837; Iht Album ran Johannes Narsius ran Dordrecht, lijfarts en geschiedschrijver van Gustarus Adotjihns, Koning van Zweden, Utr. 1837 en drie stukjes geplaatst in de Kronijk van het Hist. Genootschap te Utrecht, 1851. Koelo» (Adrianus) geb. te\'s Gravenhage iW Nov. 1798, ijverig lid van het Dichtgenootschap Kunstliefde spaart neen vlijt (later de afdeeling \'s Hage der Holl. Maatsch. van Fraaie Kunsten) was eerst werkzaam aan \'t Ministerie van Justitie, daarna Onder-Bibliotbecaris der Koninklijke linekerij, toen Lector aan \'t Marine Instituut te Medeniblik tol 1850. Hierop vestigde liij zich metterwoon te Amst. en werd hij in 1857 Inspecteur van \'t Lager Onderwijs in N Holland. Hij overleed te Amsterdam i Oct. 1878. Hij schreef: Bethlehems kindei moord, \'s Hage 1811; Maria Tesselschade Visscher op het slot te Maiden, hlijsp., Amst 1819; Toon cel- en Meniielpoez j\', Delft I8i20; Nederland in gebed tot God, 2 Dec., Medemblik 1832; Frankrijk, Engeland en Nederland, Leeuw. 1833; Gedichten, \'s Hage en Amst. 183(1; \'s Gravenhage, een berijmd verhaal, \'s Hage 1818; De instelling der orde, van St. Jacob, door graaf Floris V in 1279, Amst. IMo; Gods oordeelen, naar aanleid in;/ der jongste gehenr-tenissen in Frankrijk en elders, Amst. 1848; 1572, 1()72, 1772, een gedicht, voorgedragen bij het feest der 7be vergadering van het Dichtgenootschap te \'s Huge, Leiden 1818; N. Holland en de N. Hollanders in den vrijheidsoorlog tegen Spanje, Haarl. 1852, proza; Geschiedenis des Vaderlands voor jonge, lieden, Amst. 18B6, 2e dr. 1860; Verspreide en onuitgegeven gedichten , Amst. 1873. Voorts afzonderlijke verzen in almanakken, tijdschriften , enz. |
UcelH l\'lettTuz. (Pieter), geb. in 1704 studeerde in de godgeleerdheid en was Doopsgez, predikant te Zaandam, waar hij 14 Mei 1813 overleed, schreef behalve pree-ken: Korte verhalen voor kinderen, 2 dln., Dordr. 1800, en De vriend der jeugd, 3 dln. met pl., Amst. 1800. Becm {J. A. van) schreef; Adversaria uit de geschiedenis van de Nederlanden, Gorinchem 1873. UeciiM (Adriaan Baldijn) geb. te Breda in 1H47, predikant eerst te Putten, daarna te Buurmalsen en aldaar gestorven 2 Juli 1731, Hij schreef een rijmwerk in twee dln.: Inleiding tot de rijf eerste hoeken des Bijbels en Inleiding tot, de twaalf historie-boeken des Bijbels, Utrecht 1737. Beer {Peter de) eenBrabantschemonnik, gaf in 1G57 te Antwerpen uit: Gheestlijcke Rgmkonste, Beer {Taco Ilajo de) geb. te Maarseveen 18 Nov. 1838, leeraar aan de H B School te Goes, en sedert 1877 aan deH.B.School met 5-jarigen cursus le Amsterdam schreef (onder het psd. Taco) De gelukzoeker, kamersp., Utr. 1864; Mirt en lauweren , id. Gor. 1865; Losse bladen uit de Geschied, der tvereld, Amst. 1867; Kunstmiskenning, Zaand, 1868; Toch getrouivd, Zaand. 1899; Dagbladen-kritiek en reclame , Arnhem 1876 ; Letterkundige geschiedenis van Duitschland. Arnhem 1879. Voorts vele vertal. in de Klassieken der wereld, oorspr. novellen in verschillende tijdschriften. Schoolboeken voor het Engelsch en Hoogduitsch onderwijs, bloemlezingen, enz. Hij redigeert onderscheiden tijdschriften en richtte o. a. de volgende met of zonder medewerking van anderen op: Bibliotheek van Buitenlandsche schrijvers, Taalstudie, de Portefeuille, Onze volkstaal, Noord en Zuid, De Nieuwe tijd, Weekblad de Amsterdammer , enz. Beer {Pieter Leonard den) geb. te Schiedam 3 Oct. 1771 . was een geruim aantal jaren ontvanger te Zwolle, waar bij overleed, 5 Jan. 1830, Zijne verzen vindt men verspreid in den Nedet landschen Muzenalmanak. Beer Poorlugael {Jacobus Catharinus Cornells den), broeder van den voorgaande, geb. te Schiedam 12 Febr. 1775, ijverig voor- |
Poortugael—Bee ra.
45
|
stander van de staatsomwenteling van 1795, bekleedde verschelden aanzienlijke Magistraatsposten en overleed 15 Maart \'1813 als lid van de stedelijke regeering van Gouda. Hij was dichter eiigafuit: Mijne ledige uren, Arnst. 1793; Lierzang aan het volk ran Nederland, Atnst. \'17i)5; Dichtpogingen, Amst. •1799; waarin zijn eersteling De deugd in drie zangen is opgenomen ; Aan den koning en het vaderland, 1809; Nagelaten Gedichten en Verhandelingen, \'s Hage 182(5. Heer Poortngacl (Diederih Jacob den), geb. IC April WHJ te Leiden (zoon van lJ. L. den Beer en vader van J. C G. den Beer Poortugael), ging in den krijgsdienst en was 1ste Luit. aan de Kon. Militaire Academ., daarna kommandant der vrijwillige jagers der Leidsche Hoogescliool, in welke hoedanigheid hij den eersten steen voor het ge-denkteeken van den gesneuvelden student Beekman legde. Daarna werd hij rijksontvanger te Brummen, toen te Delft, waar hij talrijke afdeelingen van onderscheiden genootschappen hielp oprichten , evenals te Sneek, waar hij later een vrij sterk scherpschutterskorps in helleven riep Hij woonde na zijn pensioen gevraagd en gekregen te hebben, te \'s Gravenhage, waar hij 10Juni 1879 overleed. Hij schreef: Vaderlandsche gedichten. Leid. 1832; Gedichten, Leid. 1838; Verhandeling over het tvenschelijke ran eene meer ligchainehjlce opvoeding in Nederland, Doesburg 1811 ; De Aeneis ran Virgilins, uit een krijgskundig oogpunt beschouwd, Doesb. 1845; j. van Vondel uit zijne kleine gedichten geschetst, Amst. 1850; llelangstellend woord omtrent de bestemming der Groote of zoogenaamde Loterijzaal op het Binnenhof te \'s Gravenhage, \'s Hage 18()i; Verspreide ge-dichten van vroeger en later. Kampen 18()(); Een winstgevend vroawelijl handwerk voor alle standen aanbevolen, Utr. 1870. Voorts gaf hij onderscheiden bijdragen in deu Jlel-gischen Muzenalmanak, den Almanak voor Blijgeestigen, hol Jaarboekje voor de Maatschappij van Weldadigheid, enz. |
Keer l\'oortiiguol (Jacobus Catharinus Camelia den), geb. te Leiden 1 Pebr. 1832, ging in den krijgsdienst en werd in 1852 2de luitenant bij de infanterie, in 1850 1ste luitenant en in 18(;2 kapitein. Daarna overgeplaatst bij den Generalen staf was hij sedert 187\'i majoor-directeur van de stafschool, de tegenwoordige Krijgsschool voor Ofllcieren te Breda. Later tot Generaal opgeklommen, werd hij in 1879 Minister van Oorlog, in 1883 Gouverneur der. Kon. Mil. Academie te Breda, en in 1885 Inspecteur van het Militair Onderwijs. Toen deze betrekking werd opgeheven, werd hij in 188(1 op nonactiviteit gestold. Hij schreef: De krijgsgeschiedenis der Ouden , Breda 1859; Hoe moeten de Schutterijen in Nederland worden samengesteld en ingericht, \'s Hage 1862; Neèrlands legervorming bij vermeerdering van militie , \'s Hage 1807; Dilitschlands legeraanvoering in 1870, Breda 1871; Het oorlogsrecht. Breda 1872 (2e dr. 1883); Onze Kustverdediging, Breda 1875; Neêrland\'s belang hij de Conferentiën te Brussel en St-Petersburg, Breda 1875; Amsterdam in staat van beleg, \'s Hage 1878; Levensschets van 1). J. den Beer Poortugael (in de werken der Maatschappij der Ned. Lelterk. te Leiden) 1880; De militaire jurisdictie, 1881; Grondwetsherziening urgent, \'s Hage 1883; Krijgsgebruiken in den oorlog te land en de rechten der neutralen, Breda 1880; over de Onschendbaarheid van den bijzonderen eigendom ter zee en Trochu\'s rede in 1870, artikelen N. Rolt.-Cl.; voorts verscheiden bijdragen in den Militairen Spectator. Ten gevolge van zijn werk over het Oorlogsrecht, werd hij in •187i te Genève verkozen tot Membre auxi-liaire van het [nstitut.de droit international. In de werken van het Instituut over 1875 vindt men door hein in de Fransche taal geschreven bijdragen over de Brnsselsche Conferentie omtrent de rechtsregelen in den van oorlog. Hccrnacrt [Adolf August), geb. 13 Dec. 1825 te Evergem in Oost-Vlaanderen, vestigde zich als notaris te Alveringern, in West-Vlaanderen, waar hij overleed op 13 Juli 1883. Hij schreef: Verlaten Veldbloemen, Gent, 1851; Mijne ledige Uren, Gent, 1863; \'taal des Harten, Gent, 1877; Schetsen en Beelden, gedichten. Gent, 1878; Knnstdroumen, Gent, 1880,; b\'antazie en Leven, gedichten. Gent, 1882, en verder tal van bijdragen in liet Vlaamsche Taalverbond , de Eendracht, de Vlaamsche School en het Nederduitsch letterkundig Jaarboekje. itccrN (Jan van) geb. te Antwerpen 22 Febr. 1821. Hij deed zijne Latijnsche studiën en zijne philosophie in het klein Seminarie te Mechelen, legde zich eerst op de Fransche poëzie toe, maar verliet die weldra, om zich aan de Nederlandsche te wijden Gedurende een jaar was hjj leeraar aan het stadscollegie te Mechelen, doch moest wegens oogziekte voor deze betrekking bedanken. Van 18H tot 1849 bekleedde hij het ambt van onderbibliothecaris der stad Antwerpen, Van 18W) tot 1800 was hij leeraar aan de staats Normaalschool te Lier, en sedert 1860 professor aan het Koninklijk Atheneum te Antwerpen, eene plaats welke hij tot heden toe (1887) nog bekleedt. Van 1800 tot 1875 was hij ook leeraar van Nederlandsche voordracht bij de Muziekschool. Sedert 1875 is Jan van Beers tot gemeenteraadsheer van Antwerpen ge- |
Ucergteoher Kpctn.
■46
|
kozen. Hij schreef; Graef Jan vanChhnay, eene geschiedenis uit de XVe eeuw, Antwerpen, 1846; Frans de Hahkelaer, Antwerpen, 1849; Hij den dood van, Hare Majesteit de Koningin, gedicht, Antwerpen, 18quot;vl; Jonge-lingsdroomen, Antwerpen, 1853; De Minde, Utreelit, 1854 ; Blik door een Venster, Amsterdam, 1855; Zijn ^(pa«e»,z(mo,Antwerpen, \'1855; Lykkrans voor Tollens, Amsterdam, 1856; Bij de 25e verjaring van \'s Konings inhuldiging, (bekroond door hel staatsbestuur), Brussel, 1857; /yceensieeWt\'/j,Amsterdam, 1858; I)c Stoomsleper (bekroond door de Academie van België) Brussel, 1859; Martha deZinne-looze, Amsterdam, 1859; Jacob van Maerlant, (bekroond door hel staatsbestuur) Gent, J86Ü; Gevoel en leven, Amsterdam, 1869; Jan van Beers\' Gedichten, prachtuitgave. Gent en Amsterdam, 1873, 2 deelen; Jan van Heers\' gedichten, volksuitgave, Amsterdam, 1879; Een Droom van \'t Paradijs, Antwerpen, 1883; Rijzende blaren, Foezie, niet penteekeningen van Jon van Beers zoon, (bekroond door het staatsbestuur met den vijfjaarlijkschen prijs) Gent en Hollerdam, 1883; Jan van Beers\'gedichten , volksuitgave, Gent en Botterdam, 1884; Feestzang hij het openen der Werdd-tentoonsteHinij, Antwerpen, 1885; Toespraak hij de onthulling van Hendrik Consciences standbeeld op 13 Augustus 1883 te Antwerpen l Antwerpen, 1883 üp onderwijskundig gebied leverde van Beers; Nederlandsche spraakleer, Lier , 1852 ; Handleiding tot het onderricht der Nederlandsche spraakleer, Brussel, 1864; Grondregels der Nederlandsche spraakleer, Brussel, 1864; Oefeningen op de grondregels der Nederlandsche spraakleer, Brussel, 1864; Keur van proza- en dichtstukken, Tweede lees- en leerboek voor de studie van den Nederlandschen stijl, Gent en \'s Graven hage , 1872; Het Vlaamsch in hel onderwijs. Redevoering uitgesproken in den gemeenteraad van Antwerpen, Antwerpen, 1876; Het hoofdgebrek van ons middelbaar onderwijs, Gent, 1879; Keur van proza- en dichtst likken. Eerste lees- en leerboek voor de studie van den Nederlandschen stijl, Antwerpen, 1880; Voorhof der letterkunde. Lees-en leerboek voor lager en middelbaar onderwijs , Antwerpen, 1885. |
Beeritteoher (Louis Henri), ge\'i. 15 November 1H36 te Amsterdam, waar hij van 1850 tol 1H55 werkzaam was bij de redactie van liet Handelsblad, van 1856 lot 1857 was hij hoofdredacteur van den Standaard des Volks, later eenigen tijd van de IJ- en Am-stelbode, en sedert 1863 lot nu toe is hij bij de redactie der Nieuwe Rotterdamsche Courant. Zijn eerste pennevnuhlen verschenen in 1852 in de Keur van Mengelingen te Amsterdam. Daarna gaf bij verschillende bijdragen in tijdschriften, opstellen in dag- en weekbladen, deels novellen , deels historische bijdragen , in den regel naamloos of onder het pseudon. van Nemo. In 1854 was hij mede-oprichter van het tijdschrift Volks-be-sehaving—Volksheil, Tijdschrift ter bevordering dor zedelijke en verstandelijke belangen des volks en zijner beschaving duor het verspreiden van nuttige en aangename lectuur, 5 jaargangen , Amst. 1854—1858. Hij schreef ook; De Klok, Isfc serie I — 16c gelui, 1858, 2« serie 1 Vie gelui, 1859, Amsterdam; wel te onderscheiden van de Klok, welke in 1854, doch slechts tot het 7e gelui uitgegeven , en aan Mr. J. van Lennep toegeschreven werd. In 1861 gaf hij verschillende vlugschriften over het looneel, verder; De penvoerder der koloniale reactie, Een woord tot voorlichting der publieke opinie; De staatkundige horoscooptrekker, opgedragen aan den lieer F. A. van Hall; Openbare brief aan Commissarissen van het Nieuw Dagblad van \'s Ha ge naar aanleiding hunner advertentie tot verdediging van den hoofdredacteur der Courant. Allen te Kampen in 1862 gedrukt; Vliegende blaadjes. Politiek van den dag, 1ste serie, 16 November; De koloniale kwestie in verband met de verwerping der eerste kamer van hoofdstuk IX der Staats-begrooting, 1863; Nederland onder den constitutioneel monarchalen regeeringsvorm, over-zigt der staatkundige geschiedenis van ons land sedert 1813, 3 stukken 1864; Rede en regt, Tijdschrift, gewijd aan de verspreiding van denkbeelden van vrijheid en vooruitgang, 1866; Beschouwingen over sociale en politieke onderwerpen, 1867. Onder zijn eigen naam gaf hij uit; De staatsinrichting in Nederland. Handleiding tot zelfonderricht, Kampen 1875. Bccrta Jr. (Jacob), gaf in 1778 te Groningen een bundel gedichten uit, getiteld; Proeven van Gedichten. Bceteinc (Willem) geb. te Tienen 17 April 1837 ; was vroeger paler-aalmoezenier in het Ursulinenklooster te Lochem en is thans priester te Antwerpen. Behalve eenige Fransche werken schreef hij; De martelie van sint Ursula en hare elfduizend maagden, naar de laatste opzoekingen opq steld. Een Westvlaamsch geschiedkundig verhaal, Brugge, 1873. Beet» (Mr. Johun), een bloedverwant van den bekenden Rombout Hogerbeets, wiens gevangenschap op lioevestein hij dikwijls door zijn bijzijn opvroolijkte , geb. te Hoorn in 1600, promoveerde in 1626 m de rechten, was eerst Fiskaal op de kust van W.-lndië, later Ordinaris Advocaat der Admiraliteit van West-Friesland en het Noorderkwartier te Hoorn, waar hij in 1668 overleed. Fran-Qois Adriaansz. Piëns gaf zijn gedichten uit; |
Itcet* IteetN.
47
|
Dichtkunst van verschelde stoffen, Hoorn 161)8. Dit werk beval eerst twee tooneel-spelen Daphne en Melissa, dan Mengelrijmen, waaronder Droonisinbeeldinu verschenen in den slaap, toen ik hij Neef Hoogerbeets op Loevenstein zat. Daarop volgt; Voijaiie na de kust van IV. I. doen hij als Fiskaal voer op d\'Admiraal Geul. Pater, en eindelijk; Liedt-boeck van verschelde stoffen. |
BeetN (Nicólaas) geh. te Haarlem 13en Sept. 1814, promoveerde te Leiden in de theologie, werd in 1840 pred. te HeeniKtede (waar hij tweemalen eene beroeping als Hoogleeraar in de godgeleerdheid van de Kaapkolonie tot hem gekomen , afwees) en in 18ó4 te Utrecht. Sedert dien tijd is hij in die gemeente werkzaam gebleven, totdat hij in 187i aldaar tot hoogleeraar in de kerkhistorie aan de hoogeschool werd aangesteld. In 1884 werd hij emeritus en bleef sedert te Utrecht wonen. Hij be^on zijne dichterlijke loopbaan met een liik-zang op Mevrouw Bdderdijk in den Muzenalmanak van 1831, leverde vervolgens vertalingen uit Byron en Walter Scott in Westermans Verzameling van Uitheemsche Vernnften. Sedert IS\'ii verschenen van hem de volgende werken: Jose, een Spaansch verhaal, Haarl 1834; de Masquerade [S) Febr. 1835), Haarl.; Kuser, een verhaal, Haarl. 183G; Guy de Vlaming, een verhaal, Haarl. 1837; Spreken , lets ten voordeele van het Groninger Instituut cour Doofstommen, Haarl. 1838; ,V. Anslljn Nz , Een woord aan allen die den Uraven Hendrik gelezen hebben, Haarl. 1838; Gedichten, Haarl. 1838, (3edr. 1855); liymbijbel, Haarl, 1839, {herdr. 1862); Cumera obscura, onder het psd. Hildebrand, Haarl. 183!), (14e dr. Royaal 8vo. 1886). Dit werk is geheel of gedeeltelijk in bet FVansch Engelsch en Hoogduilsch vertaald. Proza en Poezy , Verzamel in / van verspr. oust, Haarl. 18t(); Ada van Holland, een gedicht, Haarl \'18iO; Leven en karakter van J. II. v. d. Palm, Leiden 18W (ti\'s aangehuwde grootvader); Een Paaschgezang, Haarl, 1815; Troost der armen, een lied, Haarl. 1845; Herinneringen en indrukken van een kleinen uitstap naar Londen in Mei 18i7, Amst. 18K); Dichterlijke. Verhalen en Navolgingen van Huron, 2 din , Haarl. 1848; Korenbloemen, Haarl. 1853; I\'aidus in de gewichtigste oogeublikken van zijn leven en werkzaamheid, Haarl. (1ste druk 1853 , 3e druk 1859); Ver-voozingen op letterkundig gebied , Haarl. 1851, (2e dr. 1873, 3e dr. 1883); Nieuwe Gedichten, Haarl. 1857, (herdr 1873|; Verscheidenheden, meest op letterkundig gebied, een \'rijdschrift op onbepaalde tijden Haarl 1858—71 ; Gesprek met Vondel, naar aanleiding van\'t hem toegedachte standbeeld, Haarl. 1861; Ver-Strooide Gedichten uit vroeger en later tijd (1831—61), 2 dln., Haarl. 1862; Aan mijn landaenooten op den IHdeu Juni 1865, Utr. 1865; Een vaderlandsch lied op het veld hij Heiligerlee, Utr. 1868; Madelieven, nieuwe Dichtbundel, Haarl. 1869; Jacob van Lennep, in \'t 4de St. der Verscheidenheden, Haarl. 1869 ; Feestcantate bij de onthidling ran het Nationaal gedenkteeken van 1813, Utr 1869; De onthulling van het monument te Heiligerlee, Gron. 1873. Geschenk aan jonge lidmaten der gemeente van Christus, Utr. 1872 (4e dr. 1886); Gezangen van Geka. Utr, 1872; Op den dag der bevestiging, Utr. 1872; De kinderen der zee, gedichten bij gravuren naar J. Israels, Amst. 1872 ; De kruiswoorden , 7 lijdenspreeken , Amst. 1873; Een woord der schrift over rijken en armen , Amst. 1873; Tc Alkmaar 3 Oct. 1873, redevoering, Haarl 1873; Gesprek over letterdieverij, nivvlging en oorspronkelijkheid, en andere opstellen, Haarl. 1873; Kerstavond, Troost dquot;r armen , Amst, 1873; Kerstzegen, Amst. 1873; Gedichten in Neêrlands nieuwe kunst (in vereeniging met Hasebroek, ten Kate, Laurillard e. a.; Amst, 1873; Pansch-vreugde, Amst. 1874; Tabitha, Utr. 1874; Een berijmde, vertaling der godsdienstige en zedelijke zangen voor kinderen van Is. Watts, Utr. 1874; De wijsheid die van boven is, Utr. 1875; Karakter, karakterschaarschte, karaktervorming , redevoerig, Utr. 1875; Zelfsver-heer lij king , Utr. 1875; Ter gedachtenis van Otto Gerhard Heldring, Utr. 1876; Groote mannen en ware grootheid., redevoering, Utr. 1878; Lectuur voor het ziekenvertrek. Amst. 1879 ; Al de gedichten van Anna Roemers Visscher, 2 dln., Utr 1881; Sparsa, Verzameling van verstrooide opstellen en geschriften , Amst. 1882; ie moet veranderen? Amst. 1882 ; Orgelinwijdinr/ op Paasc/imorgen in de Buurkerk, Utr. 1883; Nog eens Najaarsbladen (1880—4) Gemengde gedichten, Leid. 1884, Gedenkboek, Leid. 1885; Feestcantate bij de viering van het 250-jarig bestaan der Utr. Hoogeschool, Utr. 1886. Voorts gaf B. een viertal preekbundels en andere stichtelijke werken uit, waaronder het tijdschrift Stichtelijke Uren , waarvan een herdruk ver-sclieen in 8 dln., Amst. 1873, en bezorgde hij een nieuwe uitgave van Starings en Bo-gaers\' Gedichten. Zijn gezamenlijke dichtwerken (1834 ■ 1884) waaraan zijne verspreide en onuitgegeven gedichten wer en toegevoegd , zijn in 1885 te Leiden en Rotterdam uitgegeven1 HccIm (Piet er) geb. te Pnrmeiende, 26 Aug. 1827 .predikant bij de Hervormde gemeente te Zijbekarspel. Hij schreef de volgende werkjes voor rederijkers: De Hurg-rrouw van Alencon, Historisch dramatische Schets, Nieuwe Niedorp 1863; Brinio, Hist, dram. Schets (.Vaar van Lennep\'s Onze Voorouders), N. Niedorp 1864; Het hooge verlaagd |
Beguen—Beijcrmmi.
48
|
en het laf/e verhoogd, N. Niedorp 1865; Het morgenrood van den vrijheidsdag of De Overgang van Enhuizen in ligt;72, N. Niedorp 18t)5; Vergelding, N. Niedorp 18()5; Zes nulsvoorlezingen, N. Niedorp 1808; Eendracht maakt macht, Hist. Dram. schets, Enkhuizen 1872; Strijd- en Zegepraal of het ontzet van Alkmaar , 1873; Treilde, de Pandoeroverste, Gouda; De Petroleumhoeve, Gowda.-, De molen in het Schwarzwald en een edelmoedig man. Twee verhalen voor de jeugd, Gouda 1880; De ring der hertogin, Gouda 1880; De zilvervloot., Een geschiedk. verhaal, Gouda 187!); Feestcantate bij gelegenheid der landbouwtentoonstelling te Purmerende 1885. Verder vertaalde hij eene menigte werkjes voor de jeugd uit het Fr, en Hoogd. SègncM (Lambert le). Zie Megutn (Th. J T). Beguin (Theodore Jean Pierre) gel), te Amsterdam 1 Juli 18:!!), vertaalde onder het pseudoniem Lambert le Bègues verscheiden tooneelstukken en schreef\'onder zijn eigen naam*. Michael Kohlhaas en Godfried van Polioen (tooneelstuk) Amst. 1871. Hij overleed 27 Febr. 1869. Ueliucgcl (Pieter) geh. te Tliieit in West-Vlaanderen, \'28 Aug. 178;); eerst wilde hij monnik worden, doch huwde en werd prl-vaatleeraar te Vive St. Bavo in West-Vlaanderen , daarna kostschoolhouder te Thou-rout, waar hij eene inrichting vestigde, welke door geheel België spoedig beroemd en zeer gezocht was. Reeds in 1807 was hij tot bestuurder van eene normaalschool voor onderwijzers benoemd, doch had hiervoor bedankt. Hij stond in hoog aanzien bij Willem I, vooral wegens zijn eerst te noemen werk. In 1836 werd hij hoold-steller van een tijdschrift voor onderwijzers, cn bleef dit tot 1852 Hij overleed te Brugge 11 December 1857. Behalve eenige werken over Latijnsche en Fransche taal schreef hij: Neder day tsche spraekkunst, 3 deelen , Brugge, 1817 ; Korte verhandeling over de deelen der rede, getrokken ugt zgne Fransche spraekkunst, Brugge: Theodor, of den deugdzamen scholier , Brugge, 1835 ; Tgd-wgzer voor het schrikkeljaer 181*2, waerby gevoegd zjn de honderd figuren der geheugenis-\'kunst; Tydwyzer voor het Jaer 1813, enz.; Antwoorden van den Mechelsehen Katechismus; Verhandeling over de Vlaemsche spelkunst, byzondetiijk ingerigt ter beslissing van de geschilpunten der geleerden omtrent de spelling, Brugge, 1838; Tijdschrift voor ouder-wyzers, uitgave onder het toezigt van het staetsbestuer , Brugge 1812—52; Drie boek-deelen van beredeneerde leerwijze; Drie boek-deelen van bijdragen; Drie boekdeelen van officieel gedeelte. |
Bcijer (G er rit), verdienstelijk lid van het genootschap Kunstliefde spaart geen vlijt te \'s Hage, liet ten behoeve van zijn vrienden in 1771 te \'s Hage een dichtbundel drukken, getiteld: Dichtgewyde Mengelingen voor zijne vrienden, bestaande meestal uit gelegenheidsverzen. iieijt\'r (J. C.), was in der tijd leeraar aan de Militaire Acad te Breda en woonde later te \'s Hage. Van zijne hand verscheen: Gedenkboek van Neêrlands watersnood in 18^5, 2 dln , \'s Hage 1826; Krijgskundige Aardrijksbeschrijving, 3 dln., Nijm 1834-37; Handleiding tot den Nederlandsehen stijl, 2o dr., Rott. 1825, 5e dr., 1854; Geschied- en Aardrijksk. Beschrijving van het Koningrijk der Nederlanden enz., Dev. 1813 ; Leerboek der Algemeene Aardrijksbeschrijving, \'s Hage en Amst. 1816. Voorts eenige schoolboeken. Ueijcrcii (Ernestine van). Zie Tornaar (Mej.). Hpijcruian (Hugo) gel). 5 Febr. 1791 te Rotterdam, studeerde in de rechten en letteren te Leiden, deed eene reis naar N. Amerika, om aldaar een proces te voeren, keerde twee jaar later terug, werd advokaai in zijn geboortestad , doch legde in 1827 zijne praktijk neer en vestigde zich metterwoon op \'den Boekhorst in Gelderland. Twee jaar later benoemde de koning hem tot leeraar voor geschiedenis nn aardrijksbe: schrijving aan het Kon Instituut der marine te Medemblik. In 1831 zeide hij deze betrekking vaarwel voor het hoogleeraarsambt in taal en geschiedenis aan het Atheneum te Deventer, van waar hij in 1889 naar Amsterdam vertrok , om den hoogleeraar van Kampen op te volgen; hij was er tot 1865 werkzaam. Vier jaar later trok hij metterwoon naar \'s Gravenhage, waar hij 13 Juni 1870 overleed. Zijne werken zijn: Over het schrijven van de geschiedenis der Nederlanden, \'s Hage 1831; Óver de noodzakelijkheid, om de studeerende jongelingschap reeds vroegtijdig eene grondige kennis mede te deelen van de taal, letteren en geschied, des vaderl, Dev. 1830; Redevoering ten betooge. dat het geenszins de Engelschen zijn, zooals Montesquieu zegt, maar de Nederlanders, die ter zelfder tijd de drie gewichtige zaken, de godsdienst, de vrijheid \'en den handel ten meesten maat-schappelijken nutte wisten aan te wenden, 1839; Met wat hart hebben de Staten van Holland cn Oldenbarneveld den graai\' van Leycester in 1585 uit Engeland verwelkomd, in deVad Letteroef., 1846; Oldenbarneveld, de Stalen van Holland en Leycester in 1585 en 1586, Dev. I8i.7. Voorts nog verscheiden redevoeringen, verhandelingen en voorlezingen in den Overijselschen Alm. voor O. en |
Beijcniiaii—Bckker.
49
|
L., in de Vad. Letteroefeningen , in de jaarboeken van het Kon. Inst, cn in de Werken der Maatsch. tot Nut van \'t Algen. lleijprinaii (Hugo), geb. te Deventer 19 Sept. 183(), die in den krijgsdienst trad en in 1856 \'2o luitenant bij de arttillerie werd. Twee jaren daarna werd hij 1ste luitenant en in 18(i7 kapitein bij de rijdende artillerie, terwijl hij daarna toegevoegd werd aan Z. Iv. li prins Alexander der Nederlanden Thans is bij als Lt, kolonel gepensioneerd. Van hem werd onder het psdniem Glnuor in 1871! te Rotterdam opgevoerd een looneel-spel in 4 bedrijven Uitgaan getiteld , en in 1874 te Amsterdam Zijn Geheim, .drama in drie bedrijven. In de Gids voor 1871 schreef hij Beisherinneringen. II i\'i j I (Hendrik Zeger de) geb. te Garderen o/d Veluwe iJ7 Jan. 184!), werd voor het onderwijs opgeleid en was achtereenvolgens hoofd der bijzondere school te Zwartsluis en te Nieuwenbrug a,\'d Rijn, daarna gouvernements-onderwijzer in N. Indië eu thans met verlof hier te lande te Elburg. Hij schreef: Leren cn bedrijf der Oranjevorsten, Amst. 1874; tussch\'en 1874 en 77 verschillende kinderwerkjes voor school en huis; De Houtberg, Harderwijk 1882; Moeder en zoon, Sneek 18ft2; üe hut ran den scheper, Amst. 188ö; Hannes de zinger, Amst. 1885; allen Veluwsche novellen. In 1880 en 1881 gaf hij geregeld wekelijksche bijdragen meest kunst en politiek betreffende in de Indische Polichinel, welke onder redactie van Mr. IJ. Brooshooft te Samarang verscheen, doch na \'t vertrek van dezen laatste naar Europa, opgeheven is, Bcijncn (Gijshertus Johannes Willem Koolemans) geb. 2\'2 Mei 1848 te \'s Gravenhage, genoot eene militaire opvoeding en is tegenwoordig kapitein der Infanterie in garnizoen te Nijmegen. Hij schreef: De kenmerken van desertie. Eene militair-rechterlijke studie, Breda 1882; Desertie. Antwoord op de kritiek van den hoogleeraar H. ran der Hoeven, Breda 1884; Handleiding ten dienste van het onderwijs in het militair recht voor aanstaande, officieren van de landmacht hier te lande en in Aederlandsch Indië, Breda 1885. |
Jtfijnigt;ii (Laurens Iteinhart Koolernans) geb. 11 Maart 1852 te \'s Gravenhage, broeder van den vorige, ontving zijne opleiding bij de Marine, maakte als Luitenant 2e kl. de reizen naar de Noordpool mede met liet Engelsche schip „Pandora.quot; Hij ging daarna naar O. Indië, waar hij op de reede van Macassar 11 Nov. 1879 overleed. Hij schreef reeds in den almanak der Adelborsten in 1877 eene bijdrage, getiteld: Hen groot man. Herinnering aan den Vice-Admiraal Jan Evertsen, gesneuveld in ICIütJ. Na zijn tochten met de „Pandort«,quot; gaf hij uit: De reis der Pandora, naar de Noordpoolgewesten in den zomer van 1875, Amst. 1871) en als bijblad van hel Tijdschrift van het Aardrijksk. Genootsch.: De reis der Pandora in den zomer van 1870, Amst. 1877. Hem werd kort daarna do leiding van de tochten met de „Willem Barentsquot; naar het Noorden opgedragen; hij schreef toen eene voorrede voor een Engelsch werk over de reizen van W. Barents in de Itie eeuw, en als bijblad van bovengenoemd lijd-schrifl: Uitrusting cn reis van de Willem Barents in den zomer van 1878, Amst. 1879. In de Gids van 1879 verscheen van zijne hand : In \'t kraaiennest. Mckc (D. van) schreef: Den lof der letteren, door raadselen voorgesteld, Middelb. 1725. itekker (Balthazar) \'geb. te Metslawier in Friesland 2ü Maart 1034, studeerde te Groningen en te Franeker en was achtereenvolgens predikant te Uoslerliltens, Franeker, Loenen aan de Vecht, Weespen Amsterdam, waar hij in 1692 ontslagen werd. Als ijverig aanhanger van Descartes had hjj veel onaangenaamheden te verduren; doch dit schrikte hem niet af in het bestrijden van allerlei bijgeloof en vooroordeelen. Met dat doel schreef hij onder het pseudoniem: Jan Adolfs een werk getiteld: Waare oor-spronck des Satans, Leeuwarden, en daarna onder zijn eigen naam De betooverde wereld, Leeuw. 1091, verscheiden malen herdrukt, \'t laatst te Deventer 1790, waarin hij den invloed des duivels op den mensch ronduit ontkende, en het bestaan van spoken en tooverheksen bestreed. De uitgave van dit boek kostte hem zijne betrekking: hij werd als predikant afgezet, doch behield zijne wedde. Hij stierf te Amsterdam 11 Juni l(i98. Behalve vele godgeleerde werken, met wier opnoeming wij ons niet zullen bezig houden, bestaat er van dezen man nog eene Gerijmde Kinderleer of Kort Begrip van den Nederlandschen Catechismus tot behulp der memorie, voor de kinderen en eenvoudigengerijmd, te vinden achter zijn Eriesche godgeleerdheid. Voorts vindt men nog eenige verzen van Bekker in de Rijmwerken van, Dirk Schelte. itekker (Elisabeth) geb. te Vlissingen 24 Juli 17:18, trad uog zeer jong zijnde in den echt met den Heemster predikant A. Wolff, dien zij in 1777 door den dood verloor. Na dien tijd leefde zij te zamen met hare vriendin Aagje Deken, eerst in de Rijp, later in de Beverwijk, op het aangenaam gelegen £ |
Belga—Bclknni.
50
|
buitentje Lommerlust, Gedurende de noodlottige burgertwisten der jaren 1785—87 kozen de beide vrouwen de zijde der Patriotten , ten gevolge waarvan zij, na de komst der Pruisen, den vaderlandschen bodem ontweken en naar Trevoux in Frankrijk togen. Gedurende liet Schrikbewind van Robespierre liep E. Gekker, onder meer inwoners van Trevoux, gevaar haar hoofd onder de guillotine te verliezen, doch hare tegenwoordigheid van geest en gevatte antwoorden redden haar het leven. Bij de omwenteling van 1795 keerden de béide vriendinnen in liet vaderland terug, inaar een valsche vriend, wien zij bij haar vertrek haar niet onaanzienlijk vermogen toevertrouwd hadden, had dit tijdeni hare uitlandigheid ontvreemd. Zij vestigden zich nu in den Haag en moesten met schrijven en vertalen haar sober brood verdienen. Na do drie laatste jaren met ziekte en pijnen geworsteld te hebben, stierf Getje 5 Nov. 180i, in de armen van hare boezemvriendin eu word, volgens hare begeerte te Scheveningen begraven. Deze dichteres en romanschrijfster gaf do volgende werken in \'t licht: liespie-(jdingen over het genoegen, leerdicht met een aanhangsel van vijf dichtmatige brieven, aanwijzende de weg tot het ware genoegen, Hoorn 17(1 i; Bespiegelingen oner den slnqt der Hechtheid, den Val eu den gerullen mensch. Hoorn 17(15; YValcheren in \\ zangen, Hoorn 17(511; Proeven ran Mengeldichten, Hoorn, 17Ü9; Lier-, Veld- en Mengelzangen, Hoorn 1772. Voorts twee poëtische brieven; Jacoba can Beijeren aan Frank van Horstelen, Hoorn 1773 en Arnold Oeesteranus aan Marie van Reigersbergen, Hoorn 177.quot;gt;. De hekeldichten : Onveranderlijke Santhorstsche Geloofsbelijdenis waarachter do Mennet en Dn-mineéspraik (beide zonder naam) eu Aan mijn geest, Hoorn 1774; Beemster Winler-Baitenleven, Amst. eu\'s Huge 1778; Proeven van JJichtlievende kleinigheden en uits/xmninc/ van den geest, \'s Hage 1781); De Natuur is mijn zanggodin, \'s Hage 17811; Mengelpoezie, 3 dln., Amst. 1785; Vertrouwde brieven, \'s Hage 18UU en Geschriften eener bejaarde vrouw, Ü dln., \'s Hage 180:2 Gezamenlijk met hare vriendin Aagje gaf zij uit Oecono-mische liedjes, ;i dln., \'s Hage 1780, zijnde gezangen voor deu dienstbaren staud, meerendeels van Aagje ; Brieven over verscheidene ouder werpen, li dln., \'s Hage 1780; Historie van Jufvrouw Sara Burgerhart, i dln., \'s Hage 178:2, 4e dr. 1880; XL stuks fabelen, met even zooveel plaatjes, \'s Hage 178i; historie van den heer Willem Leevend, 7 dln., met een 8sto dl. als aanh., \'s Hage 1784; Brieven van Abraham lilankaarl, 3 dln., Breda 1788; Gesprekken met Emilia, Breda 1788; Dichterlijke Wandelingen door Bourgondii, \'s Hage 1789; De gevaren van den Laster in brieven. \'s Hage 1792; Fabelen voor de Nederlandiche Jeugd , \'s Hage en Amst. 179*2; Historie van Cornelia Wildschut of de gevolgen der opvoeding, 6 dln., Amst. 1793—90; Gedichten en Liedjes voor het Vaderland, \'s Hage 1798; Poëtische werkjes, 6 stukjes. Utrecht 181)1; Iets voor ouders en kinderen, Leyden 1805. Bovendien vertaalden zij vele\' werken uit het Fransch, En-gelsch en Hoogduitseh, en schreven vele losse gedichten, vooral naar aanleiding van de gebeurtenissen van den dag. |
llclga (Ensebius) ZieTijilemnii (H.W.) Hcliiifnnto (Jozef Justus) werd geb. te \'s Hage, 11 Maart 1812; hij bekleedde geen publieke betrekking, maar wijdde zich van zijn vroegste jeugd aan de létteren, de geschiedenis en de staatkunde, inzonderheid aan do buitenlandsche politiek (Jok beoefende hij de nieuwe talen met name het Fransch. Jaren lang schreef B. de buitenlandsche politiek in \'t Handelsblad en in \'t liaagsche Dagblad (vóór 1803), en bewerkte hij uitsluitend het politieke overzicht van Nederland in de Annuaire van de Revue des deux Mondes. Hij overleed te \'s Hage 2 Dec. 188-2. In 1810 verscheen te \'s Hage van hein een Leven van Mich iel Adriaansz. de Rugter, 2 dln met pl. Jlerinnerinqen, openbaarmaking van het verhandelde in de vergaderingen der St. Generaal, \'s Hage 1880 (niet in den handel). Voorts vindt men van B. verschillende letterkundige studiën zijner jeugd in de werken van Oefening kweekt \' kennis. Ook op koloniaal gebied vindt men van hem bijdragen in het Fran-sche tijdschrift: Moniteur des Indes Orien-tales ei Occidentales, \'s Hage 18i0 -49. Bclinfnnte (Jozef Cohen) geb. te Amst. 20 September 1830, was eerst klerk op een dagbladbureau, daarna typograaf, medewerker van het Amst. Handelsblad, de Haagsche Courant, van 1873-83 hoold-redakteur van het Weekblad voor Israëlieten. Thans is hij sinds 1880 redacteur bij Reuters telegram-compagnie en sedert 1871 medewerker aan net Paleis van Justitie Hij schreef: Kijkjes in de rechtszaal. Verhalen ontleend aan de buitenlandsche rechtspleging. Amst. 1883. Verder vertaalde hij een paar romans uit het Fransch en gaf een aantal artikelen in periodieke geschriften. Bel kuin (Klaas van) geb. te Leeuwarden 13 Juli 1811, was eerst bakker en is thans koster der Groote Kerk aldaar. Bovendien is hij geëxamineerd Godsdienstonderwijzer. Hij schreef behalve vele brochures eu werken op theol. gebied : De christelijke bode, schetsen uit het leven, Leeuw. 1854; De kerken onder het kruis, schetsen en beelden uit |
JBclIitmy—Hemden.
51
|
de gesch. der Fransche protestantsche kerk, Leeuw. 1857; Geloof, Hoop en Liefde, vhris-telijke wouwenheelden uit de geschied. der kerk, Üe dr. 18n8 ; Anekdoten of geschiedk. bijzonderheden uit het leven ran beroemde mannen ten tijde der kerkherrorming, Leeuw, 1861; Uit het leven , Schetsen uit de achterbumien, Leeuw 18ü9, Lie dr. 187!2 ; Schetsen uit het leren (vervolg op de achterbuurten), Leeuw, 1872; Een blik op den Rijn, zijn boorden, bergen en dalen (Reisherinnering), Leeuw, 1873. _ Hcllamy (Jacobus) gel), te Vlissingen 12 Nov. 1757 uil onaanzienlijke ouders; zijne moeder reeds vroeg weduwe zijnde, wilde van haai\' zoon een bakker maken. De hoogleeraar Te Water en nog eenige andere lettervrienden den gunstigen aanleg van Bellamy opgemerkt hebbende , gaven hem een betere opleiding ; hij leerde Latijn en kwam daarna aan de hóogeschool té Utrecht als theol. student. Hier geraakte hij in kennis met vele jonge lieden van kunde en smaak, waaronder de bekende J. P. Kleyn. Gedurende zijn verblijf aan de academie had B., die ook lichamelijk sterk ontwikkeld was, de roekeloosheid een pennemes door te bijten en het ongeluk het stuk door te slikken. Dit veroorzaakte hem aanvankelijk veel pijn, en ofschoon hij er later niets meer van gevoelde, heeft dit stuk pennemes hoogst waarschijnlijk zijn dood bespoedigd. Anderen schrijven zijn dood toe aan de gevolgen van het schaatsenrijden (11 Maart 178(i). Na eenige bijdragen in de l\'ost van den Neder-Rhijn en in de Vad. Letteroefeningen geleverd te hebben, gaf hij de volgende werken uit: Vaderlandsche Gezangen ran Zdandus, 1782; Gezangen mijner jeugd, Amst. 1782; Gezangen van J. Bellamy, Amst, 1785. Voorts vindt men nog menig dicht- en prozastukje in de Vroeven voor het verstand, den smaak en het hart, 3 st., Dordr. 1791 en in het Taal-, Dicht- en Lettcrk. Kabinet van G. Brender a Bran^is, Amst, 1781—84, In 181(1 gaf A. Loosjes te Haarlem zijn Gedichten uit, waarvan in 1842 een 3e druk verscheen. Helle (Jan van) onderwijzer te Haarlem, in de eerste helft der 18e eeuw, legde zich bijzonder op het Nederlandsch toe en maakte eene zonderlinge spraakkunst op rijm , get.: Korte Wegwijzer ter Spel-, Spraak- en Dichtkunde tot gemak voor t geheugen van Ouden en Jongen in Nedcrdi/i/tsche Dichtmaat gebracht, Haarl, 1718. Nog beslaan van hem: Davids Psalmen berijmd, Haarl. 1733; Korte Schets der Nederd. Spraakk., Haarl. 1755; Eenige gedichten , nagelaten door ./■ run Helle, uitgeg. door eenige liefhebbers der dichtk unde, Haarlem 1750. |
JBellemant* (Daniel) 1G40 geb. te Antwerpen en 12 Februari 1074 overleden óds pastoor te Horsen. Hij heeft twee bundels met liedekens nagelalen, get.: liet Cgtherken van Jezus, speelende sestigh nieuwe Liedekens op het groot Jubille van het 11. Sacrament tot Brussel, Brussel, 1070; Den lieffelijken Parad gsvogcl tot Godt omhoog vliegende, 1683, Ode dr., Brussel, 1080. llelIeiiM (Peter Jacob) kundig muzikant en meest geliefde gelegenheidsdichter der stad Lier, waar hij geboren werd in het jaar 1800 en overleed op 28 September 1858. In druk verscheen van hem: G laf ar en Zaida, of de bouwvallen van Babyloniën, geschiedkundig looneelspel in verzen, Lier, 1840; Broeder- en Zusterliefde, historisch looneel-stuk in vijf bedrijven. Lier, 1841; De ware vlijt, bekroond looneelstukje in één bedrijf. Lier, Mil; Gedichten voor de jeugd, Lier, 1842; Dicht- en Prozastukken, Lier en Brugge. Bellet (Jan) in de eerste helft der 17e eeuw boekdrukker te leperen , waar hij in 1020 factor was der Rederijkerskamer De Rosieren. Hij schreef de tooneelspelen: Wenceslas , 1032, David en Betsabée, 1035; en de blijspelen: Francasso en Florette, en Monsieur Lappe en Juffrouw Warmoes. Helmoiite (B. E. C.) schreef: Neerlandsch West-indië in zijn belangen en Dr. W. R. van Hocvell in zijn Slaven en Vrijen, Leid. 1855; Over de hervorming van het regeerings-stelscl in Nederl. West-lndië, Leid. 1857. Bemtlen (Jaak van den) geb, te Antwerpen, 21 Februari 1828, waar hy reeder en vischhandekar is. Hij nam van jongsaf deel aan de Vlaamsche Beweging en schreef onderscheiden novellen in den Volksalmanak, welke door het „Vlaamsch gezelschapquot; te Antwerpen werd uitgegeven, In dien voor 1856 vindt men b.v. Eene ongelukkige familie: Het Taalverbond bevat van hem: De Ramp, 1854, Van 1870 tot 1872 zetelde van den Bemden in den gemeenteraad zijner geboortestad en sedert 8 Juli 1884 is liij Senator voor het arrondissement Antwerpen. Jl(■■uilen (Jan Jacob Philips van den) geb. te Antwerpen 21 October 1841, ontving zijn onderwijs aan de middelbare school en het atheneum zijner geboortestad, waar hij thans sedert 1850 expediteur is, terwijl hij zich in zijne vrije uren bezig houdt met het doen van geschiedkundige nasporingen. In het Antwerpsche tijdschrift: De Vlaamsche School leverde hij bijdragen en afzonderlijk gaf hij uit: De Familie Galle, plaetsnydèrs van het laetst der X Vle en de eerste helft der XVUe eeuw, Antwerpen, 1803, |
Koine I in huh —Hciininok.
52
|
BciiioIinaiiH (Peter Jozef\') geb. 10 November 1785 te Overpelt, in Limburg, werd krijgsintendant en overleed le lirussel op 1 Jimi 1836. Van hem verscheen: 1k-mint elkander, Brussel; on Bemint God boven al. Eenvoudige vertelsels, Roeselare, ISliO. ucinincl Suyok (Cornells Johannes van) geb. te \'s Gravenliage 3U Nov. 1839, was eerst predikant te Welsum bij Olst en staat thans te Keppel. Hij schreef als student onder hel pseudoniem van Marius losse gedichten , als: Vrouwenliefde en vrouwenleed, Een dag op den Karmel, gedicht, Leiden 1882, en onder zijn eigen naam: De Horse, een Roman, Arnh. 1872. BcinnicI (Abraham van), geb. tejAmers-foort in 1703, was klerk ter secretarie aid. en overleed in 1781.. Hij schreef: Beschrijving der stad Amersfoort, Ütr. \\Hrl, 2 dln. met pl. Mciiimclcu (Johannes van) (1755 — 1808) geb. te Uell\'t, kostschoolhouder te Leiden, waar hij overleed. Behalve veel schoolboekjes \'gaf hij verscheiden gelegenheidsgedichten in \'t licht, waarvan men een opgave kan vinden in den catalogus der Maatscn. der Ned. Letterk. I p. 301. Ucininelcn (Abraham van) geb. te Delft 27 Mei 177\'J, was predikant te Ankeveen j Loosduinen en Oosterhout. Overl. 28 Juni 18i2. Behalve vele leerredenen gaf hij uit: Geschiedenis der Goddel. Openb. des Bijbels, Rolt. 1827 (2e dr. lSi7); De geschiedenis der Maccahcérs in hare veelzijdige belangrijkheid voorgesteld, Dordr. 1837, (2e dr. 1845). Voorts vele beoordeelingen in de Jaarb. der Wetensch. en Kunst in het Koningrijk Holland, de Bibliotheek van Theolog. Letterk., de Boekzaal en de Vad. Lett er oef. Ucminclcn (Pieter van) geb. te Almelo 4 Juni 182«, eerst rechter te Alkmaar. toen te Nijmegen, daarna te Leiden en later lid van de internationale rechtbank te Cairo. Hjj schreef behalve een paar juridische brochures: De Bijbel en de doodstraf, Alk. 1805; De doodstraf populaire voordragt, Leid. 1805; De doodstraf, wetensch. bijvoegsel, Leid. 1805; Doodstrafpolemiek, Alkm. 1800; /w»i-burg, Luxemburg en het Congres te Londen van 1867. Het belang van Nederland en de bemoeijingen zijner diplomatie, \'s Hage 1809; Een politisch vredebeginsel, Utr. 1809; De oorlog van 1870, Frankrijk en Duitsehland, onze verhouding tot beiden, Nijm. 1870, November gaf hij uil: De Nederlandsche Vredebond , \'s Hage 1808. |
IBciupde (Jordaan van den) omstreeks 1034 te Doornik geb. en le Brugge 11 Maart 1071 overleden. Hij was geestelijke van de orde der Dominikanen en schreef een zededicht: Den Moedigen Goeden Vrijdagh verdeeldt in XII weendichten, Loven, 1070. Kcnodcn (Laureis van) in de tweede helft der 10e eeuw te Grimbergen geboren, was pastoor te Laken en overleed in 1038. Hij schreef; Historie van de Kercke van Christus gewijdt, beelt, draet ende machtiuhe irencken der soete moeder Godts tot Laken hij Brussel, Brussel, 1024. Itcnjainiii (Hendrik) leefde in \'t laatst der 15e eeuw. Hij was tooneeldichter en schreef Felicia, Amst. 1090, De minnaar van zijn vrouw, Amst. 1692; Krispijn Baron en Afslager, Amst. 1094; De Koppelaar van zijn vrouw, Amst. 1698, die allen op den Amsterdamschen schouwburg zijn vertoond. lleniiet (Roelof Gabriel), gel), te Groot-Zundert 20 Maart 1774, trad in 1785 als adelborst in dienst, had vele ontmoetingen en wederwaardigheden gedurende den tijd van de overheersching der Franschen , werd na de omwenteling van 1813 kapitein en onder-directeur aan het Nieuwe Diep, doch moest wegens ongesteldheid zijn eervol ontslag uit den dienst verzoeken Hij vestigde zich toen metterwoon te Hattem en schreef met den kostschoolhouder J. van Wijk Rz in verschillende maandwerken stukken ter verdediging van Neerlands eer op het veld der ontdekkingen. In vereeniging met dezen aardrijkskundige behaalde hij in 1825 bij het Prov. Utrechtsch Genootsch. van Kunsten en Wetensch. eene gouden medaille voor het schrijven van een Verhandeling over de Nederlandsche ontdekkingen in Amerika , Australië, de Indien en \'de Poollanden en de namen tvelke weleer aan dezelve door Nederlanders zijn gegeven. Voorts zond hij in \'t licht: Nederlandsche Zeereizen in het laatst der zestiende, zeventiende en het begin der achttiende eeuw naar de oorspronkelijke journalen of gelijktijdige herigten opnieuw uitgegeven mei aanteekeningen en ophelderingen vermeerderd, 5 dln., Amst. 18i8—32 ; De eer van den Nederlandschol reiziger J. Hogge-reen gehandhaafd tegen het Examen Critique van C. J\'. Claret Fleurien, Amst. 1829. Zijne laatste levensmaanden bracht hij te Ede in Gelderland door, waar hij in Febr, 1829 overleed. ■Ivniiinck (Karei) in 1804 te Brugge geb. en aldaar 12 April 1847 overleden. Hij was voorzitter der Maatschappij „IJver en Broederminquot; in zijn geboortestad en schreef! Uitgalmingen, Brugge, 1828. |
nciiiiingli—Berokcnlioff,
D3
|
Hciinlngli {Johaii Bodechcer) (IfiOfi - 1642), geb. te Loosdrecht, hoogleeraar in de wijsbegeerte aan de Leidsche hoogoschool. Hij overleed krankzinnig. Van hem zien het licht Leydsche Oorloi/dayheii of Kedcrdiiylsche Gedichten, Amst. 1630; Dido of Heyllooze Minnetocht, treursp., Leiden 1634. Bcnnlnk .laiiNHoniiiH. Zie JaiiMNoniiiH» Iti\'iKiit (Peter) te Harlebeke, bij Kortrijk gel), den 17 Augustus 1S34 Hij bezocht eerst de lagere school zijner geboorteplaats, terwijl z\\jn grootvader, die een soort van volkswijsgeer was, hem na de schooluren onderhield over natuurwetenschap, kunst en vaderlandsche geschiedenis. Zjjn vader gaf hem onderricht in de muziek en zijne moeder, die als tooneellielhebster optrad in de Harlebeeksche Rederijkerskamer, leerde haren jongen de werken kennen van dramatische schrijvers. Tot knaap opgewassen, bespeelde hij reeds verschillende instrumenten , en zelfs waagde hij het, muziekstukken te schrijven voor de kerk en de fanfarenmaatschappij zijner gemeente. Toen hij op vijftienjarigen ouderdom de gouden medaille in het lager onderwijsblad verworven , bracht zijn vader heni naar de normaalschool vaii Lier, ten einde hem aldaar tot koster-schoolmeester te laten opleiden, Echter weigerde hij zijn toelatingsexamen af te leggen en verklaarde niets anders dan muzikant te willen worden. Het volgende jaar smaakte zijn vader het genoegen den hartstochtelijken muziekminnaar te laten studeeren aan het Conservatorium van Brussel, waar de bestuurder Fetis zich zijner bijzonder aantrok. Daar behaalde hij onderscheiden voorname prijzen en in 1857 ook den zoogenaamden prijs van Rome, welke triomf hem de middelen verschafte om in Duitschland , gedurende drie jaren , zijne studiën te gaan voortzetten. Vervolgens bleef de jonge toondichter eenigen tijd te Parijs; doch weldra keerde hij in zijn vaderland terug, om er op te treden ais voorstander der nationale toonkunst. Sedert 3 Juli 1867 is bij bestuurder der Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen en door zijne aanhoudende verdediging van het nationalisme in de toonkunst en het schrijven van eigenaardige vaderlandsche muziekwerken, als: Lnciler, De Schelde, De Oorloy, enz , is meester Peter Benoit de erkende hoofdman geworden der Vlaamsche muzikale beweging. Ter verdediging der nationale kunstbegrippen hield hij in verschillige steden voordrachten en schreef hij blieven en artikels in De Eendracht, Le guide musical, Ij art universel. De Vlaamsche Kunstbode, De Zweip, De Nedertandsche Dicht- en Kunstholle, enz. Zijne afzonderlijk verschenen schriften in de Nederlandsche taal zijn: De |
Vlaamsche Muziekschool van Antwerpen, hare inrichting en strekking, Antw. 1873; Een broederhand tnsschen de Kunstenaars van Noord en Zuid. Antwerpen. 1875; Verhandeling over de nationale toonkunde, Antw. 1875 en 1877, l dln.; De oorsprong van het Cos-mopolitisme in de Muziek, Antw. 1876; De musikale opvoeding en opleiding in België, Antwerpen, 1876; Het Droombeeld eener muzikale wereldkunst. Antwerpen, 1876; Het C\'os-mopolitisme in de muziek. Antwerpen, 1876; Conservatoriums en Muziekscholen. Antwerpen, 1877; De Vatriarchen der muzikale be-ireffing in België (1820—1870.) Onze heden-daagsche nationale niuziekbeweoim/ {180(1— 1878), Antwerpen, 1878; Over Schijn en Blijk in onze muzikale Vlaamsche Beweging, Antwerpen, 1878; Onze nationale muziekheweging op drumatisch gebied. Antwerpen, 1879; Ee\'n Koninklijk Vlaamsch Conservatorium te Antwerpen , Antwerpen, 1879; Onze Niewwjaar-wensch op muziekaal gebied, Antwerpen, 1881; 0gt;ize Nederlandsche muzikale Eenheid, Antwerpen, 1884; Brieven over\'Noord-Nederland, Antwerpen, 1884. Beo zie l\'ilkenx (J. A.) en Perepateticiis. Kont (\'./««^leefde te Hoorn in do eerste helft der 18e eeuw. llij schreef: Rijmgedachten over het leven van Jezus Christus, Hoorn 17*26; Het Kersfeest, in 3 boeken, Amst. en Hoorn, 1739. licroliniaiiH (J. D.) Zie vrouwe Court-niniiH» McrckclneiY\'./nn van) een Antwerpenaar, die in het nydden der XVIe klerk van de kranen zijner geboortestad was, gaf in het licht: Ah cl iets. Den Strijt enele dat Leven van der vromen Campioenen, naervolghers van den aider vroomste Capiteyn onzen Heere Jezus Christus gebeneeliit, der glorieuser mannen die twaelf apostelen. .. \'door Jan van Berckelaer, Clerk van den Crauen binnen Hautwerpen, Antwerpen, 1567. lierckcnlioir (lierman Leonard) werd 28 April 1850 geb. en was Bijkstelegrafist te Purmerende. Thans is bij Secretaris van bet Ned. Tooneelverbond te Botterdam. Hij schreef altijd onder het pseudoniem Leonard de volgende stukjes voor het tooneel of voor liefhebberijgezelschappen: De nieuwe landheer, Amst 1868; Een ongeluksvogel, Amst. 1859; Eene verepssing, Amst. 1869; Een huis te koop, Amst. 1870; De advocaat der Armen , Amst. 1870 ; De schoolmeester-schoonzoon , Amst 1871; Drie puntdichten, Amst. 1871; De twee dooven, Amst. 1872 (2e dr. 1876); De twee schoolmeesters, Amst. 1872; Heerschzucht, Purmerende 1872 ; Dr. Treuwedd, Purm. 1872; Drie hoeden, Purm. |
Merckmann—llcrg.
54
|
1872; Een heroemd man, Amsl. 1873; Ver-kiezing en hmvelijksnegotio., Amst. 187:!; T)e f/elieimzinnige brief, Amst. 18715; Hoogstraat No. 11. Purm. 1873; De wijnproef, Pnrm. 1873; T)e gestolen rok. Purm. 1873; Ja of neen, Purm. 1873; Nimrod of de, nssessor-jaoer, Amst. 1874; Bnrgemeesterspruik, Amst. 1874 (\'2e dr. 1885); De hoed van den horlogie-maker, Amst. 1874; Lerend verbrand, Amst. 1874; Een lastige naam, Purm. 1874; Kond, wit en hlaini\', Purm. 1874; Een vreeselijke moordgeschiedenis. Purm. 1874; Mijn onbekende weldoener, Purm. 1871 ; Antiquiteiten, Purm. 1875; Verstrooid, id. 1875; De zonderlinge ziekte, id. 1875; Genezen, Amst. 1875; De zwarte, kapitein, Purm. 1875; Hercules, Purm. 187G; De eer van een koopman, Amst. 1878. HerckinaiiH {Florin Jan Xaveer) geb. te Lier, waar hij in 1039 notaris en in 1669 schepen was, overleed ook aldaar 7 Juni 1694. Zijn titel was „heer van den Laethove van der Borcht te Lier, Raed. Rentmeester en Overdeken der Lakenhallequot;. Hij was prins der Rederijkerskamer de. Ongeleerden. Van 1636 tot 1688 voerde deze kamer veertig stukken van Berckmans op, van welke de voornaamste zijn-; Dido en Hgarha, Jephta ende si/ne dochter, Alphonsus, Captas koninck van Lemha , Anion, Absalon, Suavi-tas, Stabilitas, Joseph Cara, Edisscd, \'De coninghinne Esther, Constans. Pithias ende. Philotis, Li sar dus ende lacintha. Berg vim UiiNHCn .Tïiiilkerk {.Ihr. 1(7/-lem Ernst Johan] gel), te Amsterdam \'27 Juli 1813, studeerde in do rechten en promoveerde in die fnculleit, waarna hij zich te Amsterdam vestigde; hij was aaar latei-wethouder , lid van de Staten van Noord-Holland, en woont er thans nog zonder betrekking. Hij schreef: De Réfugiés in de. Nederlanden na de herroeping van het Edict van Nantes, Eene proeve van onderzoek naar den invloed welke hunne overkomst gehad heeft op handel en nijverheid, letteren, beschaving en Zeden. Eerste dl. Handel en Nijverheid, Amst. 1815, en in de Gids naamloos eenige artikelen. en onder zijn eigen naam een stuk getiteld: Bijdrage tot de geschiedenis onzer kolonisatie in Noord-Amerika, 1848. Berg {Ahasuerus van den) geb. te Dordrecht, 20 Pebr. 1733. predikant te Arnhem en aldaar overleden 6 Jan. ■1807. Hij heeft zich bij het vervaardigen van de nieuwe Psalmberijming (1773) en bij het uitkiezen en verzamelen des Évangelischen gezangbundels (1807) verdienstelijk gemaakt. Hij schreef; Proeven van geestelijke Oden en Liederen, 3 dln.,Utr. 1779; Levensbericht van. J. F. Martinet, Amst. 1796; Gedachten over Geestelijke Oden en Liederen , Utrecht 1802, met een vervolg, 1803. Met Martinet gat\' hij uit Geschenk voor de jeugd, 12 st., Amst\'1781; Nieuw geschenk voor de jeugd, 6 st-, Amst. \'1792. |
Ucrg {Jacob van den) geb. te Utrecht 5 April 183 ., werd voor het onderwijs opgeleid en in 1860 hoofd der school te Haeften. Sedert 1863 was hij in dezelfde betrekking te Zoelmond en van 1867 tot nu toe te Beusichem, terwijl hij tevens leeraar aan de normaallessen te Kuilenburg is. Hij schreef: De Graven van Nassau, gedicht ter gelegenheid van de onthulling van het standbeeld van Adolf van Nassau, 1870; Drie liederen ter herdenking van de inneming van den Uriel, 187-2; Vier liederen hij gelegenheid van het 25-jarig kroningsfeest, 1874; Vier liederen voor \'oud en jong, 1874; Vier liederen bij gelegenheid van het huwelijk des konings, 1879 ; al deze gedichten verschenen te Kuilenburg ; De Nntslezer, korte novellen, schetsen en gedachten, Tiel 1»78. Ongedrukt zijn Dirk Spaan, oorspronk. tooneelspel, eene vrije vertaling van een tooneelspel Marie, van Le. médecin malgré lui, en een Bundel Schetsen en Leekerijmtjes. Hij schreef ook enkele artikelen in tijdschriften als de Oefenschool, de oude Tijd, de Wekker, enz. Berg (hodewijk Willem Christiaan van den) geb. le Haarlem 29 Oct 1845, studeerde en promoveerde in 1868 in de rechten te Leiden, ging het volgende jaar als ambtenaar naar Indië, waar hij in 1 »70 benoemd werd tot griffier bij den raad van Justitie te Se-marang. Hij was achtereenvolgens Iste kommies, hoofdkommies en referendaris van het Dep. van Binnenl. bestuur te Batavia, en in 1878 hoofdambtenaar voor de beoefening der Indische talen en adviseur der Ind. regeering, welke betrekkingen hij nog bekleedt Behalve een tal van rapporten en adviezen aan de regeering, schreef hij een groot aantal stukken inde Bijdragen voor Land-, \'Paul en Volkenkunde van Ned. Indic, het Tijdschr. voor Ind. taal. Land-en volkenkunde\'v. h. Batav. Genootschap, het Ind. Weekbl. voor het Hecht, de Handelingen der Ned. Ind. Juristenvereeniging, allen handelende over Mohammedaansche rechtspleging of rechtsgebruiken, en land- en volkenkunde van den Indischen archipel. Afzonderlijk gaf hij uit: de beginselen van het Mohammedaansche recht volgens de Imêm\'s, Aboe Hanifah en Sjafi\'i, Batavia 1874, 2e dr. 1878, welk werk onderscheiden beoordeelingen en tegenschriften in verschillende tijdschriften uitlokte; J)e Mohammedaansche neestelijkheid en dc geestelijke goederen op \'Java en Madura, Bat. 18^1, 2e dr. 188-2; en verder nog een paar in het Fransen ge-schreven werken over Mohammedanisme en kolonisatie. |
II crgli.
35
II erg—
|
Berg (Jan Cornélis ran den) geb. te \'t Woud bij Delft 27 Juli 1847, werd in 1871 leeiaai\' aan de Hoogere Burgerschool te Gorinchem, twee jaar later aan die te Winterswijk, in 1875 te \'s Gravenhage, en is sedert 1880 aan die te Heerenveen werkzaam. Hij schreef: Ada van Holland. Eene vertellinr/ uit den lijd der hruistoditen, Heerenveen 1885 en vertaalde een werk van F. von Hellwald in 3 deelen, de Werelddeelen getiteld, Haarlem 1880. Merg (G. ran den) schreef: De Jonker ran Adrichetn. Verhaal uit de laatste lerens-dagen van Prins Willem I, \'s Bosch, 1874, Merg (N. P. van den) schreef : De ninnt-(juaestie met betrekking tot Indi?,, Batavia, Amst. 1874; Het tooneel te Bataria in vroe-geren tijd (niet in den handel), Batav. INK). Mergen (David ran) of David Montanus, zooals hij zich gewoonlijk noemde, was een Antwerpenaar van geboorte en werd in 1C53 predikant te Maartensdijk in de provincie Utrecht, van waar hij een jaar later naar Sluis in Vlaanderen vertrok. Hier overleed hij in 1687, Behalve zijne prozawerken op theologisch gebied , schreef hij : Bundelken Myrrhe ran den lijdende en strijdende Christus, berattende sijnen Uitgang uit de stad Jeruzalem. Orergavg orer de heke Kedron. Ingang in den Hof Gethsemane. liloedigen ziel- en selfstrgt aen den Olgfberg. Mitsgaders een voorrede orer de noorden , Hooglied 1: 13 Mijn liefste is my een bondelken Mi/rrJie dat tussshen mipie horsten vernagt. Met een voorsprake der Heilige Dichtkunst. In rijm en Bijméloos tsamen geknoopt, Botterd. 1684 ; Bethlehems Stallicht Voor, in en na Kersnacht verschenen , Ofte Geboorte, onses Heijlandts. Tot een Nieio-Jaer-Gifte Aen de Christenhegt, Middelb. (z. j ). Mergen (Janus Montanus gezegd ran), misschien wel een bloedverwant van den voorgaande, was student te Leiden, daarna te Utrecht, leefde er zeer los, ging als matroos naar de West, nam dienst op een oorlogsgalei van Malta, hield zich eenigen tijd te Bome op en keerde toen arm en berooid naar het vaderland terug. Zijn geboorte- en sterfjaar zijn onbekend. Hij schreef: Oorlog der Philosophen of een beroemde veldslag geslagen tusschen den verniaerden Aristoteles en den grooten Descartes, berijmd door Janus Montanus, gezegd van Bergen, Nullius el Artis Fumatoriae Doctor, te vinden achter het 6\'«-mengelde Parnasloof, 2o dr., Amst. 171(1 bij Job. van Leeuwen. Tijdens zijn verblijf te Leiden schreef hij Lof der Tabak en het Studentenleven. |
Mergen (Edward ran) geb. te Antwerpen fi Sept. 1853, studeerde ann het Atheneum zijner geboortestad, werd daarna klerk op een handelskantoor, was van 1 April 1877 tot 1 April 1881 overste van de politie der kaaien, en werd toen secretaris van liet Weldadigheidsbureel te Antwerpen. Van hem verschenen: De Vlctamsche Beweging, 1872; Bregdel en de Coninek, 1873; De On-tretendheid, 1873; De Grondwet, 1873; De Geuzen, 1875; Eenige punten uit de Geschiedenis ran Bome, 1875; De Spaansche Furie, 187(1; zijnde zeven volksvoordrachten welke te Antwerpen werden gedrukt. Nog leverde hij: F Hips ran Marnix ran Sint Aldegonde, eene lerensschets , bekroond door de Antwerp-schc Rederijh-h anier rde Olijftakquot;, Antw. 1875; Catharina Beersmans. levensschets, Amst. 1876; De Sjmansche Furie of Antwerpen in 1576, historisch drama in vijf bedrijven en zes tafercelen, Antw. 1876 ; Victor T)rlessens, levensschets, Amst. 1877; Hubens\' Jeugd, tooncelspel in écu bedrijf, \'s Gravenhage, 1877; Schijn bedriegt, tooneelsptl in (\'en bedrijf, Brussel, 1871); A noniein., tooneelspel in i\'en bedrijf, (met Vr. A. de la Montagne), Brussel, 1880; Pekdraad en geldzak, tooneelspel in een bedrijf. Antw 1882; Vreemde Bloemen, Antw. 1882; Twee vaderlnndsehe martelaars: Anneessens—CJiapuis, Brussel, 1883; Historische schetsen roor het volk, Brussel, 1883; Eene Vlaamsclie dichteres: Mevrouw van Aekere—Doorlaei/he, Antw. 1883; Wat de vrouw wil, tooneelspel in een bedrijf, Antw. 1884. Verder leverde hij bijdragen in De VI. Kunstbode, De Bescharing en De Nederl. Dicht- en Kunsthalle, Hij was ongeveer een jaar opsteller van het weekblad Recht door zee en thans is hij opsteller van het weekblinl Het Anticerpsch tooneel. Mergen (Aiu/ust II\'. van) schreef: Nationaal gedenkboek , 1572, 1772 , 1872, Amst. 1872 ; Het modernisme gewogen, maar te licht bevonden. Een woord naar aanleiding der Brochure van dhr. Mr. J. de Bosch Kemper, getiteld: „Het toezicht op deerangelieprediking door kerkbesturenquot;, Amst. 1873. Mergen (Dr. F. 31. ten). Zie «eljde (Ka- rel van der). Mergen (Maria van). Zie Fergudon (M. C.). Mergeyk van 1IiiIn(. Zie telyvelt (M. J.). Mergh (Aufjust) schreef: de. Montfordts. Familiedrama in 5 bedr., Purm. 1875. Mergh (Jacobus Adrianus de) werd geb. te Boksmeer 6 Juli 1844, was ambtenaar |
50 II er gli.
|
aan het ministerie van Financiën en adjunctcommies ter kanselarij der beide Ned. ridderorden. Later woonde hij te Amsterdam waar hij werkzaam is aan het bureel der Amsterdamsche Courant. In IHSfJ deed hij eene reis om de aarde. Hij schreef onder het pseudoniem van Francois Colline: Tante Saarkes testament, Noordhrahanchche Novelle 1872; Het geheim van Anna; David Rizzio; Verhandeling over de neuzen; Niitsveryade-rituj ten platten lande; Over spreekwoorden ; De laatste ure. van reu Jaeohijn 1873; .Inl-werpe.n en het XllJe Ned. \'raai- en Letter-handig Congres, 1873; De miljoenen-Erfenis of het driemanschap , Tooneelspel in acht tafe-reelen , 187(5; De l\'unw\'s Luehtreise, verhaal uit den luchtballon van 8 Juli en G Aug 187G door zijn medereiziger, 1876; Een nachtfeest of een rouwfeest voor de justitie iji den Hang, 1877 ; Het wapen des konings en des liijks , thans geroerd is in strijd met de. wet, üe dr. 1880; Nieuwjaarswensch van Thomasvaer en Pieternel, uitgesproken in den Haagschen schouwburg \'il Jan, 1881; Hangsclie l\'enne-hrassen in afleveringen ; in 18S-i waren er reeds 50 verschenen; Pcnnckrassen uit den Haag, wekelijks voorkomende in hot Indisch vaderland te\' Semarang. In de, Amsterdammer, weekblad voor Nederland, kwamen wekelijks causeriën voor onder den titel uit de. Hofstad; in 188i reeds No. 110 Terugblik op \'s Gravenhage in 1880, 1881. Ifrrgh {Dartel ran), van hem is een treurspel bekend: Aja.r en TJlyssus, 1654. Uergrli (Adriaen van den), van wien twee treurspelen bekend zijn: Jeronimo Marschalck van Spanje, Amst. 1621, 2e dr, 1638, 3e dr. 1641 en Polidoor, Amst. 1622. Bcrgli {G. van den). Zie Olaniiin [H.). |
Itcrgli (Laurent Philippe Charles van den), geb. te Uusseldorp, 20 Juni 1815, studeerde en promoveerde te Utrecht in de rechten. Na in ondergeschikte betrekkingen aan het Rijks-archief te \'s Hage verbonden geweest te zijn, werd hij na den dood van Bak-huyzen van den Brink tol Rijks-archivaris aangesteld, welke betrekking bij nog bekleedt, Hij schreef: Het Baskische meisje in den burgeroorlog van 1834 - 5. Romance, Utrecht 1885; Jlloemlezing uit de dramatische werken van Shakespeare in Nederduitsche dichtmaat overgebragt, Amsterd 1834; De leer der enkele en dubbele vokaalspelling in het Nederlandsch, onderzocht en opgehelderd , Rotterdam 1836; Ncderlandsche volksoverleveringen en godenleer, verzameld en opgehelderd, Utrecht 1836; Gedenkboek van het ticeede eeuwfeest der Utrechtsche lloogeschool, Utrecht 1839; De Ncderlandsche volksromans. Ecne bijdrage tot de geschiedenis onzer letterkunde, Amsterdam 1838; Verslag der historische nasporingen op gezag van het gouvernement in 1838 in Frant rijk gedaan , Arnhem 1840 ; Verhandeling over de oude ■wijze van strafvordering in Gelderland, Holland en Zeeland, voornamelijk, in de 13e en 1 ie eeuwen , Leiden 1842; Gedenkstukken tot opheldering dei\' Ncderlandsche geschiedenis, opgezameld uit de archieven te Itijsael, en on gezuig van het Gouvernement uitgegeven. Leiden 1842—47, 3 doelen ; de beide laatste doelen onder don titel van Correspondance dc Marguerite d\' Autriche , enz,; Gedachten over armoede, over bevolking en kolonisatie, Leiden 181-6; Proeve van een kritisch woordenboek der Ncderlandsche nujthologie, Utrecht 1846; Grondtrekken der Neder-landsche wapenkunde. Leiden 1847, (3e dr. 1861); lionum van Heinric en Margriete van Limhorch, gedicht uitgegeven door L. Ph. C. v. d. li. (werken van Letterkunde) Leiden 1847; \'s Gravenhaagsche bijzonderheden , \'s Gravenhage 1857—9, 2 stuks; Handhoek der Middel-Ncderlandsche geographic, naar dc bronnen bewerkt, Leiden 1852; Nog een woord over Leidens regt op het Ihiarleniinernieer, Leiden 1851; Register van Hollandsche en Zeeuwsche oorkonden die in dc Charterboeken van Mieris en Kluit ontbreken, Ie Afd., Amsterd. 1861; Keur uit de werken van Jacob Cats verzameld door, enz., Leiden 185:;, 8o. Mot Bakhuyzen van don Brink en de Jonge gaf hij uit: Het Ncderlandsche Rijks-archief, verzameling van onuitgegeven oorkonden en besluiten voor de geschiedenis des Vaderlands, \'s tiraveuhago 1857. Verder geeft hij nog in afleveringen sedert 1868 uit: Oorkondenboek voor holland en Zeeland. (Uitgegeven van icegc de koninklijke Akademie van wetenschappen). \\ste Afd. tot aan het einde van het Hollandsche huis, Amst. en \'s Hage; Het proces ran Oldenbarnevelt, getoetst aan dc wet, \'s Ihige 1876; Nijmeegsche bijzonderheden, Nijm, 1881. Itergli (P. F. Helvetius van den). Zie llelvvliiiH van lion BBeryli Jtfrjjli (Samuel Johannes ran den) word to \'s Gravenhage gob. 10 Jan. 1814 en opgeleid tot drogist ten einde wijlen zijn vader in de zaak op te volgen, die reeds moor dan honderd jaren door de familie van den Bergh gedreven was. Dit gebeurde in 1810 en van nu af leefde hij mot, ijver voor zijn vak en voor de poëzie. Hij stierf onverwachts 24 Dec. 1868. Hij is do stichter van het go-nootschap Oefening kweekt kennis en schroef: Oden van Anacreon (met ten Kale) Gron. 1837; Uitheemsche. Bloemen, Utrecht 1839; Dc gevangene op den Kaukasus naar Pusch- |
Uergh—BcrghudH.
57
|
hin, \'s Huge 1840; Trudesinde, een legende (niet in den handel), 1841; Godgewijde Zangen naar Th. Moore, Utr. 1842; Eric XIV O)) Grijpsholm, \'s Hage 1841 ; liet Licht ran den Harem, naar Th. Moore, 1843; De Zee-roover naar Lord Huron. Haai\'l. 184.\'i: Edmunds Mnndoline {Miuiieliede.rcii) Haarl. 1844; Lara naar li gr on, 1845; Remndrukken . herinneringen en ontmoetingen op een uitstapje)! naar België, 184(1; Een dichthundel voor mijn vaderland, Haarl. 1848; Ilalladen en gedichten , Schied. 18.quot;)2 ; Mijn nitstapjen naar Engeland, Arnh. 1854; De Nachtegaal en het Lijstcrtjen, Gouda 1854; Erangeline naar Jjongfellow (bew. met H. Ph. de Kantel), Haarl. 1856; Micmre Gedichten , Schied. 185(1; Fantasg en Leren, Schied. 1850; Merkte, mannen. Schetsen voor jongens, Rolt. 18(10; Longfellmvs Gedichten, Haarl 1801; Geest en Hart, liederen (Duitsche dichters nagez), Utr. 1861; Leren en Lieven, (idem), Utr. 1862 ; Heden en Verleden , Schied. 1864 ; De Geazen , E/iiesch gedicht (naar Seyffard), Dev. 1864; Heintje dc Vos (naar \'t Hoogd. van Harlman), Ulr. 1865; Uit mijn zomer, Schied. 1868; Henoch Arden naar Tenngson, \'sHage 1869. Met W. Hofdijk gal\' hij uit: Gedenkboek der oprichting van het monument ter herinnering aan den volksgeest in 1830 en iil, Amat. 1856. Horgli [Willem Joannes Nikolans van den), gel). 10 Sept. 1829 te \'s Hage, was aldaar van 1857 tot 1861 anotheker, reisde daarna ongeveer vier jaren door Engeland en Frankrijk en is sedert 1gt;65 leeraar in vreemde talen te Parijs. Behalve een aantal dichten prozastukken in periodieke geschriften , als in de Muzenalmanak, katholieke almanak enz., schreef hij: Andreas Hof er, treursp., \'s Hage 1855; Schetsen enpoezg, Hotterdam 1855; Vrouwendeugd en de lieinplacants, twee novellen , Rotterdam 1856; Dichtbundel, llollardsche . Eransche, Engelsche en Duitsche oorspronkelijke gedichten , Antwerpen 1864. ncrgli (Pi eter Annanius ran den) gel), te Maassluis 25 Aug. 1825, was aanvankelijk bestemd voor de studie in de godgeleerdheid , doch bepaalde zioh later tot administratieve werkzaamheden bij \'s Hijfcs belastingen; hij was daarbij achtereenvolgens werkzaam te Schiedam, Delft en \'s Hage, en is thans ambtenaar bij de Algemeene Rekenkamer. Behalve eenige dichtstukken in de jaarboekjes Dorcas en Holland en in dat voor Rederijkers, schreefhij Herderszangen en Minnedichtjes (Naar het Fr. metaan-teekeningen) \'s Hage 1851 ; een gedicht Johannes in den Christeljken familiekring, en De vorsten en hewindvoeraers van al de oude en nieuwe staten der wereld, met geschied- en aardrijkskundige mededcelingeu , mitsgaders opgave ran al de voormalige en nog bestaande geestelijke en wereldlijke Ridderorden, le Afd. Haarl. 1871 : Land-en volkenkundig woorden-hoek der heilige schrift. Met inleiding van J. 11. Gunning Jr., Amst. 1877. |
llpr{r|i van Kynluga {Marie Henri Philip ran den) werd geb. te Schiedam 24 Dec. 18119, was ambtenaar bij het departement van Binnenlandsche zaken afd. Nijverheid en overleed te \'s Hage 26 Jan. 1876. Hij schreef: Bijdrage, tot de bevolkingsstatistiek der gemeente \'s Gravenhage, \'s Hage 1868 en leverde bijdragen in de verslagen van de \'s Gravenhaagsche Vereeniging tot heseher-ming van dieren en in het Tijdschrift voor gezondheidsleer. Hij had in bewerking: Een geschiedenis der Duitsche Letterkunde, doch wegens zijn overlijden is het werk niet uitgegeven. ■Iprgli (Frans van den) 29 Maart 1852 geboren te Mechelen , waar hij leeraar is in Nederlandsche taal aan het atheneum. Afzonderlijk verscheen van hem; Mina de Vonddinge, Mechelen, 1886; Novellen, Mechelen, 1886. K erg he (Adolf van den) te Willebroek gevestigd, schreef onder een pseudoniem: De Rupelschans te Klein-Willebroek, eene bladzijde uit den strijd onzer vaderen in de XVle eeuw, door B. liuaqeling, Willebroek, 188:1. Bcrghe (Edward Maria Jozef van den) te Brugge geb in December 1858, studeerde voor het onderwijs en werd in 1880 benoemd tot regent bij de middelbare school van Laken. In de. \'Toekomst, De Kunstbode van leperen en bet jiurgeneelzijn van Brugge, leverde hij bijdragen onder het pseudoniem Albrecht ten Daele. Afzonderlijk gaf hij uit: Het Dichterlijke, Brussel, 1881. ■ llrrgluiiH (L,aminert) werd geb. te Visvliet, gemeente Grijpskerk, 30 Oct. 1803 en was schipper en logementhouder te Noordbroek. Hij stierf te Helpman, gemeente Haren, 4 Dec. 1870 Van hem verschenen liloentpjes uit mijn jeugdigen leeftijd, Gron. 1851; Wilde Rozen, Gron. 1855; Nieuwe Hloempjes, Gron. 1859; Avondzangen, Gron. 1871. Bpi\'^IiiiIn (Johannes) geb. 8 Mei 1845 te Noordbroek, werd voor het onderwijs opgeleid, en is sedert 1870 hoofd der openbare school te Helpen bij Groningen. Hij schreef: Schelpjes (4e dr.) Iste deel 1883 , 2e deel 188quot;), Groningen; Het opstel, Gron. 1879; Vertelselboek voor school en huis, Gron. 1882. |
Berghuis—Bcrkliey.
58
|
Verder novellen in Eigen Haard, de Tijdspiegel en de Nederlandsche Spectator. llrrgliuiH (Willem Derk) geb te Gron. 17 Nov. 185:2 waar liij onderwijzer en boekhouder is. Hij schreef; Een lastige stiefmoeder. Tafereel uit het Groninger dorpsleren. Oorspronk, tooneelsp. in vier bedrijven, Gron. 1879. Bergman (Jean Theodore) preb. te Vlis-singen 24\' April 1795, Hij promoveerde in de theologie en in de letieren en was van 1857—(15 eerst Onder- en verv. Tweede Bi-bliothekaris aan de Leidsche Hooiiescliool, en overleed te Leiden Üi November 187(). Behalve zijne acad. proefschriften en vert., schreef hij Levensschets ran F. A. Bosse wet aant., Haarlem 1841; Inleiding en aanteeke-ning of een herziene uitprave van den ouden Legdschen Patroon of derden Octobers Banket, Leiden 1867. Voorts een paar stukjes over het Hoog, Ondenv. en verschillende bijdragen en levensberichten in de werken en mede-deelingen van de Maatsch, der Nederl. Let-terk, te Leiden, waaronder: Proeve eener geschied, der Maatsch der Ned. Letterk., 18f)(i. Bcrgiiiann (Franciscus Johannes Emilius ran Zinnicq) geh, 10 Nov, \'1807 te Lier, in de provincie Antwerpen, studeerde in de rechten aanvankelijk te Gent en promoveerde te Leiden in 1832. Vier jaar later werd hij rechter-plaatsvervanger te Amersfoort, op het einde van 1836 rechter in de rechtbank van Eersten Aanleg te \'s-Herto-genbosch on in 1838 raadsheer bij het Provinciaal Gerechtshof van Noord-Brabant, Sedert 1866 was hij lid van de Tweede Kamer, en overleed te \'s Bosch \'24 Febr, 1879. Hij schreef; Het voormalig Hertogdom Brnbravt, Geschied- en regtskundig onderzoek naar den staatkundigen toestand van dat land, bepaaldelijk ook met betrekking tol Noord-Brabant, de Meijerij en stad \'s-Hertogenbosch, \'s-Bosch 1874. Voorts schreef hij over den oorsprong van het Tiendrecht, over het recht van Col-at ie, over de Salische Wet, enz. Bcrgmnnn (Anton) geb. te Lier 29 Juni 1835, studeerde te Gent onder de leiding van J. F. J. Heremans, voltooide zijne studiën in de rechten aan de Vrije Hooge-school te Brussel en werd advocaat te Lier. Beeds aan de Gentsi he Hoogeschool stichtte hij met Jul Vuylsteke het taalminnend ptudentengenootscnap \'t Zal icel gaan en leverde bi) in het jaarboekje voor 1855, de eerste proef zijner pen. In de Gentsche studenten almanakken en in do Gentsche jaarhoekjes leverde hij vele bijdragen onder het pseudoniem Tong, als: Fragment; De eerste UPfde van Frans; Eenc ware Geschiedenis; Eene schoone partij, enz, Voorts in |
Noord en Zuid, 1856: Op de kermis; en afzonderlijk : Philips ran Marnix. Plundering der Hoofdkerk van Lier, 1857; Ttoee Ehijn-landsche Norellen, 1870; Geschiedenis der stad Lier, Antw. 1873; Ernest Staas, advocaat, Schetsen en Beelden door Tong, met sterk-ivaterplaten door Willem Geels. Gent, 1874 en 1875 (Bekroond met den vijfjaarlijkscben prijs); Verspreide schetsen en novellen door Tong. Gent, 1875. Anton Bergmann overleed in zijne geboortestad op 21 Jan. 1874 Berkliey (Johannes le Franq ran) werd geb. te Leiden 23 Jan. 1529, waar zijn vader wolhandelaar was. Opgevoed door zijn grootvader vnn moeders zijde, den kunstbandelaar Berkhey, werd de jeugdige Johannes voor den handel in schilderijen en rariteiten bestemd, doch al spoedig ontwaakte in hem een groote liefde voor de ontleedkunde. Hij legde zich dus op de studie der geneeskunde toe, promoveerde in 17(gt;l tot doctor in de medicijnen on werd in 1773 tot lector in de natuurlijke Historie aan de Leidsche hoogeschool benoemd Tusschen de jaren 1780—87 was onze dichter een warm voorstander van den stadhouder en diens stamhuis. Zijn gehechtheid aan \'t Oranjehuis wikkelde hem in een kostbaar proces, waarbij zijn klein vermogen te gronde gmg. Na 1795 van zijn lectorschap ontslagen , woonde hij nu eens te Leiden, waar zijn woning in puin stortte bij de bekende ramp van 1807, dan le \'s Hage, totdat de dood in zijn ge* boortestad aan zijn veelbewogen leven een einde maakte (13 Maart 1812), Zijn afzonderlijk uitgegeven werken zijn de volgende; V Bataafsche Athene, in drie Herderskouten, Leiden 1760, 2e verm dr. 1766; Claudius Cirilis, Hersteller der Bataafsche vrijheid, treursp., Amst. 1764; Het Rhjnlandscn Wedspel in verscheiden Landgezangen, ter gelegenheid van de Intreede van Z. D, H. Willem V binnen Legden, aid, 1766; Huwelijk van Telemachus \'en Antiope in Ithaka — ter gelegenheid van de luisterrgeke receptie van den Prins en de Prinsen van Oranje en Nassau in Amsterdam , blijsp., Amst. 1768; Hekeldigt voor den Heere J. Nomsz, ter afgedwongen ■verdediging van Ij, F.v.J}., 1769; nog een paar stukjes betreffende zijn twist met Nomsz. Voorts Natuurlijke Historie van Holland, 6 dln., met pl., Amsterdam 1766—78; Leydens Bnrgertraanen op de grafzerken der Edele Groot Achtbare Ileeren vaderen Mr. Joh an van der March, enz.. Leid. 1771; De lof der dankbaarheid, bekroond door Kunstliefde spaart geen vlijt, 1773; Het verheerlijkt Legden hij het tweede, eeuwgetijde van deszelfs hcuchhjk Ontzet 1774, aid. 1774, met welke dichterlijke redevoering hij zijn naam als dichter vestigde; Het vernedert en verheerlijkt \'s Gravenhage, eeuwzang, |
Berkhout—Bernaer(8«
59
|
Amst. 1776; Gedichten, 2 dln., Amst. 177fi— 79; De lof der christelijke Weldadigheid, Amst. en Leiden 1778; Depoetische Snapper, 1778; Zinspelende gedigtjes op de geestige prentjes, qe\'étst door 1\'. de Mare, Leid. 1779; Gouden Jubelzang, Leid. 1779; Vaderlijk afscheid en getrouiven raad van een ivélmee-nend eendragtsburger aan zijn zoon, gereed om voor \'t land, vrijheid en godsdienst op \'s lands rloot van oorlog te dienen, Amst. 1781 ; Eerbare proefkusjes aan Vaderlandsch Na\'if en de Arlcadische vrijerijen van Dichtlief en Gloorroos, Amst. i78\'2 , in den trant van Heemskerks Arcadia; De Zeetrilonph der Balaafsche Vrijheid op de Doggersbank, 2 dln., met pl., Amst. 1782; Oróngle dei-stad Legden, 1783; Vaderlandsche Bijzonderheden, 3 dln., Amst. 1785 87: Verzameling van Lei/dsche Keur en lleheldigten van een echten vrank en vrijen ouwerwetschen Patriot met een bekorte sleutel van 1783—88, Leid. 1785; Het feestvierend Legden, a\\A. 1793; Jok en Ernst, akademische Vertellingen mijner jeugd, Leid. 1798; BataafscheMenschelijkheid of de gevolgen der Tweedracht, betoogt uit de rampen van het Vaderland in 562 scherp dichterlijke sluitvaersen en rondborstige vrae-gen naar de rechten van den mensch voor de tribune der eendracht (onder den naam van Janius Laconicus Franco Batavius) met pl, Leid. 1791; Ernstige en boertige, (dichtmatige) Vertellingen mijner jeugd, ware origineelen, Leid. 1804; Natuurlijke Historie van het Rundvee in Holland, (i st., met pl., Leid. 1805 11; Lijkqedachtenis van Z. D. H Prins Willem V, ISOl), door Rilderdijk beschaaf d; Oud Hollands Vriendschap, f/evolgd van Utrechts Eeuwschets, Leid. 1807 ; Nagelaten Gedichten, Haarl. 1813. Voorts een menigte losse verzen, naar aanleiding van de ge-beurtenissen van den fel bewogen tijd, waarin hij leefde, verspreid of\' opgenomen in de werken van diehtlievende genootschappen , waaronder de bekende Proeren van het vermogen der Nederduitsche Dichtkunst, om de Maatklanken op allerleye onderwerpen te schikken en naar bijzonderégeluiden te buigen, te vinden in de werken van het Leidsche Dichtgenootschap Kunst wordt door arbeid verkregen. Onder het pseudoniem Frank de Vrij, schreef\' hij; de Politieke Koemarkt. llcrkliout (Arend Jan) (1777 — 1857) geb. te Schermerhorn, predikant te Woudrichem, later te Zaandijk, en ijverig voorstander van het Lager ünderw. Het meeste wat hij schreef, heeft betrekking op kerk en school. Zijne bijdragen, redevoeringen en gedichten werden anoniem of met zijne initialen in de Recensent ook der Recensenten, in van Kampen Mag. van Wetenseh. Kunsten en Letteren , in de Vriend des Vaderlands, enz. geplaatst. Voorts Gezangen bij Jezus\' \' dood en begrafenis. Zaandijk 1824-; Gezangen op Jezus\' hemelvaart, Zaandijk 18M; Proeve eener beknopte geschiedenis van het L. 0. in ons Vaderland, Amst. 1852. |
Herkliout (Anton Maurits) geb. te Velzen 17 Mei 1813, werd pred. te Vlaardingen, doch moest om der wille van zijn zwakke gezondheid zijn ambt neerleggen en stierf (i Jan. 18i5. Zijn verzen zagen hel licht in de jaargangen van den Muzenalmanak en dien voor Y Schoone en Goede. Her kin» (Hendrik van) pastoor te Schoonhoven in \'t midden der vorige eeuw, gaf een Nauwkeurige Beschrijving van de Watervloeden en Dijkbreuken, veroirzaakt door den Rhjn, de Maas, Waal en Lek, Gouda 1757. Na zijn dood verscheen nog van hem een Beschrijving van de stad Schoonhoven enz., Gouda 1702. llerkum (llendrikus van) geb. te Wans-werd 3 Nov. 1811 was predikant te Walsum, te Stiens en te Nieuwe Beerta, waar hij 5 Nov. 1870 overleed; hij schreef: Lof der domheid, Gron. 1834; Gedichten, Sneek 1837; De togt naar Ameland, een dichterlijk verhaal, Leeuw. 1850; De Lahadie en de La-badisten, een bladzijde uit de geschiedenis der Ned Hen. kerk, 2 dln., Sneek 1851; Antoinette Burignon, een beeld uit de kerkelijke geschiedenis der 17c eeuic, Sneek 1853 ; Schor-tinghuis en de vijf nieten, een bladzijde uit de geschiedenis van het kerkelijke leven inhet Olaambt 173Ü—50, Utr. 1859. Voorts vertaalde hij eenige werken over kerkgeschiedenis. ncrkufli {Johannes van) goh. te Wanswerd in Ferwerderadcel 22 Aug. 1821, was eerst predikant te Warns en Schare, daarna te Wolsum en Westhem in Wijmbritseradeel. Hij overleed aldaar 22 April 1854. Van hem verscheen een werk, bevattende negen verhalen onder den titel van : Zonde en geloof of ontmoetingen en verhalen uit mijne Evangeliebediening, Snoek 1853. Herinii( (Jakob) in 1796 te Brugge geb., legde zich op de schilderkunst toe en overleed in zijne geboortestad in 1845. Hij schreef: De, spelonk van Strozzi of de wraek door minnenijd. Treurig tooneelstuk in 3 bcdr. \'t zaïnengestcld uit de Italiaensche geschiedenissen, Brugge, 1812; Liedergk bggenaemd de Buck, eerste forestier van Vlaenderen, Too-neelsp. in 5 bedr., Brugge, 1845; Margareta van Maele, gravin van Vlaendcren, ïooneelsp. in 5 bedr.. Brugge. HemnertH (Jan) geb. in 1508 te Meche-len , waar hij advocaat in den grooten Kaad |
60
|
was, nadat hij zijn studiën to Leuven onder Justus Lipsius geëindigd had. Hij overleed te Meclielen 1(5 December 1(101. en schreef: Leren en Hart die ran Maria Staart, Antw. 1588. Hrrnagic (Picter). {jeneesheer en later hoogleeraar in de Medicijnen aan liet Atheneum te Amsterdam eii aid. 28 Nov. 1096 gest., schreef 15 tooneelspelen (alle uitgegeven te Amsterdam), waarin hij de zeden en gewoonten van zijn tijd schildert. Het zijn: De, Amst. Apotheek, 1082; tie Huwelijken staat, 1084; de, belachelijke Junker, 1084 ; het betaald fiedrop , 1084; Het Frane-ker studentenleven, 1084 (alle kluchtspelen) ; Constantinm de proote, eerste christen-keyzer, treursp., 1084 ; de ontrouwe kantoorknecht en de lichtvaerdif/e dienstmaagd, kluchtsp. 1685; de Romanzieke Jufl\'er, kluchtspel, 1085; Paris en Helene, treursp. 1685; Het Huwelijk slui/ten . hlijsp., 1085; De ontrouwe Vooftd; de Goê Vrouw. i! kluchtspelen, li\'80: Ayminius, beschermer der Duytsche Vrt/heit, 1686; De Debauchant, hlijsp-, 1680; Voorspel can de Burr/enieesteren en Begeerders der stadt Amsterdam. Zijue tooneelpnëzie is uitgegeven in 5 dln Zijn lielacheljken Jonker en zijn. Huirelyken Staat hehhen zich lang op het tooneel slaande gehouden. Ucrnliardi [Jean Louis) gel). 13 Sept. 1811 te Utrecht, waar hij klerk was aan het provinciaal Archief; hij overleed aldaar 4 Mei 1873. Hij schreef behalve eenige werken van gewijden inhoud: Antwoord op den opoi brief\' van M. Verheul te Botterdam; Zamen-spraken over den oorlog in Jtali\'éii tusschen eenige bezoekers No. I , Ütr. 1850; Het geheim van den oorlog in 1870, Utr. 1870; De veerman van den Uriel, een verhaal voor ouders en kinderen: de gebeurtenis van 1 April 1572 door een Geus verteld, Gouda 1872; Een nooit gehoorde preek van Dr. Martin Luther, Gouda 1872; Eenvoudige dichtregelen, Gouda 18711; De Zeeuwsche vrijbuiter bij het beleg van Leiden , of nauwkeurig verhaal van Lci-dens beleg en ontzet in 1571, Gouda 1874. licroniriiiH (Petrus Johannes), hield zijn verblijf in \'t laatst der 17e eeuw te Middelburg : hij was een man van buitengewonen aanleg en groote kennis, doch leidde een slordig en zedeloos leven. Hij verdiende zijn kost met schoorsteenvegen en scharen-slijpen , doch was zeer bedreven in \'t Latijn, Grieksch, Italiaansch, Fransch en Én-gelsch. Hij stelde weinig prijs op zijne Latijnsche gedichten: die er bestaan zijn uit zijn mond opgevangen. B. smoorde in een waterplas bij Rotterdam Van hem is het Latijnsche gedicht Gconjarchontomachia enz., of Boeren en Overheidsstrijd (zijnde een verhaal van een aanval der boeren op Middelburg in 1672). P. Rabus bezorgde daarvan eene vertaling in het Nederlandsch, 1691, met plaatjes van Luiken. |
Itcrlrnin (.ƒ. ]\\), geb. te Amsterdam 23 Sept. 1777, onderwijzer in den godsdienst en prediker in hel werk- en gevangenhuis aldaar, schreef eenige gedichten van gods-dienstigen of huiselijken inhoud, zoo als: Gezangen , Amsl. 1811; Dichtvruchten in gewoekerde uren gekweekt, Amsl. 1819, benevens eenige godsd. werkjes. Hij overleed 2 Nov. 1834. Hcrfranil (Lodnvijk) geb. 15 Jan. 1850 te Sint Jans-Molenbeek, is steenhouwer te Brussel. Behalve eene menigte Fransche vlugschriften en bijdragen in socialistische tijdschriften in België, Duitschland , Frankrijk, Italië en Engeland, schreef hij: De Vlaamsche lantaarn, (Almanak) Gent, 1878—80; Vooruit! (Almanak) Gent, 1880—1. Betoiiw (Johannes in de), geb. 7 Januari 1732 te Nijmegen, studeerde in de rechten te Leiden en vestigde zich als advocaat in zijne geboortestad. Aan hem werd met nog zés anderen in 1798 door het Bataafsche gouvernement de vereerende taak opgedra-\'gen een burgerlijk wetboek te vervaardigen. Hij was een ervaren geschied- en oudheidkundige en verzamelde bijna alle Romeinschc oudheden, die in zijn tijd in of om Nijmegen gevonden werden B. overleed 20 Nov. 1820. Hij schreef onder zijn naam of onder dien van zijn zoon Mr. G. G. in de Betouw; Uitlegging der opschriften op altaren en gedenksteenen der Romeinen binnen en omtrent Nijmegen uitgegeven , Nijm. 1787; Beschrijving en Chronijk van Nijmegen, aanvankelijk opgesteld door Joh. Smetius tot 1300, gebragt door diens zoon tot 1592, vervolgd met a((nteekeningen en vermeerderingen tot 1785, Nijm. 1792: Lotgevallen en einde-lijke ondergang van den van ouds alom vermaarden Burgi binnen Nijmegen, 2 st. Nijm. 1818; Kerken en godsdienstige gestichten te Nijmegen, aid. 1818; Nijmegen verdeeld in wijken en streken boven en beneden de stad, aid. 1818; Vervolg der Kronijk van Nijmegen tot 1818, aid. 1818. Voorts zijn door hem verscheiden Lat. werken, handvesten en charters uitgegeven. ilctM (Pheodoor Boodenbosch), geb. en overleden te Antwerpen, waar hij in de eerste helft der 17e eeuw leefde. Voor de rederijkerskamer de Violiere, schreef hij een tooneelspel getiteld: Deuchts Violierencrans. uetH (Petrus Vincentius) geb, te Tienen |
Aetteng—Beunte»
«1
|
(in Brabant) 22 Januari 1822, was vroeger onderpastoor te Rebecq-Regnon en in St. Jacobs te Leuven, daarna pastoor te Neer-iinter en thans is hij pastoor-deken te Zout-Leeuvv. Hij schreef verscheidene godsdienstige werken in het Fransch en in het Neder-landsch: Geschiedenis der (jcmeente Neerlinter, naer wettir/e en meestal omiityegeven stukken, Leuven, 18(58; Geschiedenis der gemeente Op-linter, Bunsheek en Hauthem, als ook der abdij van Oplinter, Tienen, 1870; Geschiedenis der (jemeente en mirnkuleuze kerk van Hakendover, Tienen, 1873; Leven van den heiligen Joseph en van den heiligen Antonius a Padua, \'lienen, 18ö(); Geschiedenis der gemeenten Wommersom en Esemaal, fienen , 1873; Bedevaart naar de vermaardste heiligdommen van Frankrijk, Parijs, Issoudun, Lourdes, de Heilige Suelonk, Salette, Ars, Parcuj-le-Monial, enz. Tienen, 1874; Veldtogt der Franschen en der Hollanders in België, ten jare 1635, enz., Leuven, 1854; De Pacificatie of bevrediging van Gent, beschouwd in hare wording, wezen, voorstanders en verdrukkers , Tienen, 187f), (2e dr. 1877); Zout-Leeuw, Beschrijving, Geschiedenis, Instellingen, Tienen, 1877. Verder menigvuldige artikels in tijdschriften, waaronder in \'t „Brabandsch Museumquot; De scholen van Thie-nen in den voorlijd; — Bijzonderheden over de bejaarden van Thienen;— Gebeurtenissen in Thienen ten jare 1075; — Keuren van Thienen in de XlVe en XVe eeuwen,—enz. UettcnH (Michiel) loefde in de 17e eeuw te Brussel. Hij schreef een treurspel, getiteld : De Martelie der seven Maccabe\'én, dat den 13 October 1797 te Brussel werd opgevoerd. Bcuoker (Jan Ignatius de) te Viersel, in de Antwerpsche Kempen, geb. 1 Febr. 1827, genoot zijn onderwijs in de dorpsschool en moest zijn vader als kind reeds behulpzaam zjjn in het broodbakken en klompenmaken. Vroegtijdig ontstond in hem de lust om in de natuur te werken en hij werd hovenier. In 1842 trad hij in dienst op een rijkemanshof te Eekeren en twee jaren later in eene voorname hloetnkweekerij te Antwerpen. Daar werd zijne leerzucht zoo groot, dat hij door zelfonderricht bijzondere natuurkennis opdeed en een uitstekend man werd in zijn vak. Een zijner werken Over de ziekten der Planten werd in 185G bekroond, en het volgende jaar werd hij medewerker in het Landbouwblad. In 1858 stichtte hij het Antvverpsch Kruidkundig genootschap, in welks tijdschrift hij bijdragen leverde, terwijl hij kosteloos\' lessen gaf over de ijlanteii- en boomteelkunde. Tevens bewerkte hij toen de Antwerpsche analytische Flora, inhoudende de beschrijving van alle Planten, welke in de provincie Antwerpen in de vrge valuer groeyen of\' er algemeen gekweekt worden. door Henri van lleurck en J. I. de Beuc-ker, Eerste deel, Antvv. , 1861. In 1867 werd de Bencker naar Watergraafsmeer, bij Amsterdam, geroepen, om er, in de koninklijke tuinbouwschool, gedurende drie jaren, als leeraar lessen te geven. Sedert lSi7 is hij als bloemist en koopman in zaden te Antwerpen gevestigd. Van 1879 tot 1886 zetelde hij in den Raad der provincie Antwerpen én hij neemt eeu werkzaam deel aan do Vlaamsche Beweging. |
Heiioker Andreae (./. //.]. Zie Aniircae. Heudckcr (Ghristoffel), woonde \'s winters te Amsterdam en des zomers te Soelen, bij Utrecht. Hij was penningkundige en dichter, en zond ten behoeve van hei Evangelisch Lnthersch kerkgenootschap in het licht: De CL Psalmen des Konings en Profeets Davids op nieuw in \'t Nederdaitsch berijmt; Benevens een getal van honderd in negentig Lofzangen en Geestelijke liederen uit verscheiden Hoog-duitsche Gezangboeken vertaalt en berijmt, Amst. 1738, 3e dr. 1669; De sprekende Kunstkamer, vertoonende het regte gebruik der boeken , konsten en natuurkundige wetenschappen in zedige gedachten voorgesteld, (tledrukt voor den auteur) (Amst ) 174:4. B. stierf in 1723. Uciikcnia (Jacob Pieters) geb. te Ulrum 23 Aug. 1782 werd voor onderwijzer opgeleid en was hoofd der school te Leens, waar hij 8 Maart 1859 overleed. Hij schreef een Beknopte plaatselijke en geschiedk. beschrijving tier stad Groningen, (iron. 1821. Kcuknia Jz. [K), landbouwer in het kerspel Zontdijk, gemeente Leens, verhuisde in 1835 naar de Vereenigde Staten vanNoord-Amerika en schreef: Brieven aan mijn achtergelaten familie, 2 st., Gron. 1836, llcimic [Jan Baptist de) ten Jare 1718 geb. te Roozendaal, vestigde zich van zijne jeugd te Antwerpen, waar hij als geneesheer werkzaam was en overleed 25 Februari 1793. Ue Academie van idelgië, van welke hij tot lid werd benoemd op II April 1773, bekroonde in 1771 zijne werken, getiteld: Antwoord op de vrage: Welk zyn de pro-fgtelgkste planten van dit land, ende ivelk is hun gebrugk, zoo in de medecgnen als in andere konsten, door d heer Joannes -Bap-tista de Beanie, licentiaet in de medicijnen , Brussel, 1772 ; en: Antivoord op de vraege: Welk is de beste ende onkostbaerste maniere van vlasse-gaeren en de andere vegitabile stoffen swert te verwen, so dat de verw de stoff\'e |
Menningen—Key li «tl.
62
|
doordringt, en de dat zij resiteert am den sleet, sonder nogtans grootelyhx de qualityt te rerminderen, gelijk dit seer wel op de animale stoffen geschiet, Brussel, 177:2. BtMiiiingrii [Coenraad van), geb. te Amsterdam -1G22, studeerde te Leiden in de rechten en weid in 1(113 na zijne promotie secretaris zijner geboortestad; in i6B0 verliet hij eensklaps zijne omgeving en gaf zich gedui\'ende een geheel jaar over aan godsdienstige bespiegelingen ten huize van den bakker Oudaan te Rijnsburg bij Leiden. Toen hij te Amsterdam terug keerde werd hij Pensionaris van Amsterdam en lid der Staten van Holland. Hij werd meermalen als gezant naar Zweden, Denemarken, Frankrijk , enz gezonden , en bewees den lande gioote diensten, vooral in 1072, toen zijn voorbeeld in de Staten het land van Fransche overheersching redde, in \'t laatst van zijn leven beroofden hoogloopende twisten met Willem 111, ongelukkige spe-culatiën in fondsen der U. I. Compagnie en godsdienstige dweepzucht hem van zijn geestvermogens : Hij stierf in 1693 te Amsterdam. Hij schreef: Alle brieven en schriften tsedert eenigen tijd opgesteld bij den gewezen JUir-gemeester Coenraad van liauningen, Ende na zijn Ed. oopenlik ingericht om de Christenen en alle menschen , door het herstellen ran het eeuwigh Evangelium soudt menschelyke nit-legginge, met malcander te vereenigen. Ende de tvegh te banen tot het langh verwachte rijck, Christi onze Zaligmaker op aerde in vorighe tijden bi/ alle Christenen en tsedert bg vele verwacht. Amst. 1089. Bciiningcn {Willem «■««) geboren te Har-lingen 2 Nov. 1811, was vroeger predikant te Rouveen en later te Ameide en Tienhoven. Na in 1882 zijn emeritaat verkregen te hebben, ging hij zich metterwoon vestigen te Utrecht, waar hij nog woont. Hij schreef: Brieven over geestelijke goederen, Arnh. 1863; Uet geestelijk kantoor van Delft, Arnh. 1870. Beunke {Henry Eduard) geb. te Middelburg 14 Sept. Ï851, studeerde in de Pol-school , en toen hij in 1876 Civiel Ingenieur werd, kreeg bü ee\'ne betrekking als ambtenaar aan de Staatsspoorwegen te Zutfen. Behalve bijdragen in den Üelftschen studentenalmanak, in den Nutsalmannk 1879, (Gevonden en verloren) en de Gids 1879 {Dina) schreef hij onder het psdniern Heins: Walchersche schetsen en vertellingen, Pur-merend 1875 en Uit het Walchersche Hoe-renltven, en tweetal Schetsen, Amst. 1877. BeiiM-koin (E. F. van) schreef: Allerlei, verzen en verhalen, Amst. 1838; Drie No-Vellen. Ida, Amst. 1839. |
Hevol (P. W.) geboren te Leiden 22 Juli 1814, hoogleeraar te Gent, schreef Vrijheid en Vaderland. Toepasselijke nitboezeming, Gent, 1860. Hij was medewerker in de Broedermin, Be beurzen Courant, de Stad Gent, enz. Hcverwijok {Jan van), geb. te Dordrecht 17 Nov. 1594, bekwaam geneesheer in zijne geboortestad en bovendien groot voorstander der fraaie letteren. Hij bekleedde verschillende aanzienlijke betrekkingen in zijne vaderstad en werd onderscheiden malen afgevaardigd ter vergadering van de Staten van Holland. Hij stierf 19 Jan. 1647. Als schrijver heeft hij zich een naam gemaakt, behalve door zijne medische werken, door De Spaensche Xerxes, ofte vergelykinge en beschryvinge van den scheepstrydt, tusschen de groote koningen van Persim en Span jen, de verbande Grieken ende Nederlanders, Dordr. 1639 , 2e dr. 1640; Den Hertog van Al va , Geessel van Nederlandt ende Port ugal, Dordr., 1642; Van de uytnementheyt des Vrouwélyken Geslaghts, Dordr. 1643. \'t Is in drie boeken verdeeld en wemelt van aanhalingen uit allerlei dichters en schrijvers, terwijl er ook van hem zeiven gedichten in voorkomen. MeyerlincU (Laurens) geb. te Antwer-■ pen 12 April 1578, waar hij kanunnik, aartspriester en boekkeurder was. Hij over-leed in zijne geboortestad op 7 Juni 1627. Behalve e\'enige Laüjnsclie werken en twee Nederlandsche over controversie : Catholycke antwoorden aen de gewone vragen van die van de zoogenoemde Religie, Antwerpen, 1609 en 1617 , schreef hij: Het leven ende mirakelen van de heylige Bisschoppen Eligius, Willebrordus, Norhert us, apostelen van dese Nederlanden, ende principoehjck der stadt Antwerpen , met oock een kort verhael van het beginsel van de religie derselver stadt, beschreven naer vele geloof weer digen schrijvers. Door Laurentius Begerlinck, Antwerpen, 1651. UvyniH (Jhr. Petrus Johannes van) geb. te Leeuwarden 11 Mei 1839 studeerde in de rechten en werd na zijne promotie in 1863 griffier bjj het kantongerecht te Beesterzwaag, in 1867 subst. officier van Justitie teSneek, in 1870 officier van Justitie aldaar, in 1876 refendaris bij het penartement van justitie, en is thans\' sedert 1885 secretaris-generaal Wj genoemd departement. Hij schreef: De liijkspolitie in Nederland. Haar geschiedenis en tegenwoordige inrichting, Sneek 1872; De voorschriften op de dienst van, en het toezicht op de rijksveldwachters, systematisch gerangschikt. Bijlage behoorende bjj het vorige werk. Sneek 1872. Beynen (Laurens Bijnhart), geb. te |
Biben-Hle.
03
|
\'s Hage 29 Sept. 1811, in -1838 praeceptor en sedert 1802 rector aan het gymnasium aldaar. Hij werd op zijn verzoek in 1878 eervol ontslagen, en bleef toen ambteloos in zijne geboortestad wonen. In genoemd jaar \'genoot hij de eer van door Z. M. den Koning te worden aangewezen om onze aanstaande Koningin in de lïederlandsche taal onderwijs te geven. Van zijne hand verscheen: Mr. I. da Costa en de Referent zijner voorlezin-gen, \'s Hage 18i\'7 ; Gallaits lijhen van Egmond en Hoonie heschouwd, met pl., \'s Hage 1H54; De 17e November, Feestrede, \'s Hage 1803 ; Kort overzicht van de staatsregeling van ons vaderland, \'s Hage 1801 (0e druk 1882); Historische schetsen en beelden. Een leesboek. Amst. 1874; Stemmen en beschouwingen over Christendom m beschaving, \'s Hage 1H7Ö; Voorts vele stukken over kunst, godsdienst en geschiedenis in de vroegere jaargangen van de Kunst-Kroniek en \'t Album der schoone kunsten, en \'t lloll. Schilder- en Letterk. Album en in \'t Scheffer Album, in Voor Driehonderd jaar, 1872 en in in Me-moriam. Haarl. 1873. Bovendien nog bijdragen in de Aurora, Magdalena, Almanak voor Y Schoone en Goede, Vereenigim, Christ. Stemmen, Stemmen voor Waarheid en Vrede, enz. Bibeu [Abraham), geb. te Leiden 10 Febr. 1798, was predikant te Edam en schreef verscheiden werkjes, waarvan de vier volgende door de maatschappij tot N. v. \'t A. met goud bekroond: Zondagsboek voor de Huisgezinnen der mingeoefende Christenen, Amst. 1835; liet dorp aan zee of het heilzame van Gods beschikking in het verborgen der toekomst, Amst.; Wenken voor ouders uit den minvermogenden stand, Amst.; Tafercelen uit het leven van dienstbaren, Leiden, 18i0. Voorts schreef hij nog: De neer van Meerwijk en zijne zonen of het Verderfelijke der Sterke Dranken, Amst. 1839 ; Oud-Hollands deugd in hare waardij geschetst of Zet de tering naar de nering, Edam 1839, en eenige vertalingen. Hij overleed te Edain 20 Nov. 1849. Hiilloo (Lambert), geb. te Amsterdam 29 Aug. 1033, was apotheker van beroep en een zeer geleerd man. Hij stierf II Juni 1724. Behalve eenige theol. geschriften, heeft men van zijne hand Gedagten over het schoon Zaisoen des jaars, 1718 en daarachter Liefde der Ouderen tut hunne kinderen boven de menschelijke reden, Amst. 1719; Jlginuus prosodiacas, Lofzang op het verheerlijkt Zaisoen der jaren 1722 c/i 17i\'!; l\'anpoeticum liatavam of Kabinet, waarin de afbeeldingen van voorname Nederlandsehe dichteren, verzamelt en konstig geschilder t door Ar nol t van Halen, onder uitbreiding en aanmerking der |
Hollandsche Rijmkonst geopent, Amst. 1720 ; Verwoesting des Joodschen volks aanvangende met den afval der tien stammen onder Jeroboam en eindigende met dezen tegenwoordigen tijd, 3 dln., Amst. 1725. Uidlon (Gerard), broeder van den voorgaande, geb. te Amsterdam 12 Maart 1049, legde zich met ijver op de geneeskunde toe en werd, na een tijdlang lector in de Ontleedkunde aan de Leidsche Hoogeschool geweest te zijn, belast met het oppertoezicht over al de militaire hospitalen. In 1094 benoemden de curatoren hem tot hoogleeraar te Leiden in de ontleedkunde, welke betrekking hij tot 1701 waarnam, toen Koning Willem 111 hem tot zijn lijfarts benoemde en naar Londen ontbood. De vorst gaf het volgende jaar in Bidloo\'s armen den geest. Na \'s konings dood aanvaardde bij op nieuw het hoogleeraarambt te Lelden, alwaar hij 30 Maart 1713 stierf. — Behalve zijne ontleedkundige werken, heeft B. ook gedichten en tooneelstukken geschreven, die na zijn dood verzameld en in 3dln uitgegeven zijn. Zijn Tooneelpo\'ézie, Leiden 1719, bestaat uit de treurspelen; De brandt van Trojen; Semi-ramis; Karei, Erfprins van Spanje (\'t meeat bekende) Amst. 1079; Fabius Sever us en de Dood van Pompejus, naar \'t fr. van Gorneille 10S1 en uit de Zinne-, blij- en voorspelen: Comma, Punctum en Parentesis of de May-terj en Nederlaag van M das of Koning Onverstand, zinnesp.; de prachtige minnaars, blijsp.; Ariadne, zangsp.; Opera op de zinspreuk: Zonder S/jjs en Wijn , Kan geen Liefde zijn ; Vertooningsp. op den Vreede; Het zeegenpraalende Oostenrijk of Verovering van Of en; Voorspel hij Vondels Faëton; Voor-, tusschen- en naspel bij Vondels Sal-moneus. Nog schreef hij Komst van Zijn Majesteit Willem IU in Holland, \'s Hage 1691 en Verhaal der laatste ziekte en overlijden aan Willem Hl, Leyden 1702. Bie {Cornells de) geb. 10 Februari 1027 te; Lier, waar zijn vader kunstschilderwas; hij genoot eene zeer goede opvoeding , en was achtereenvolgens notaris, procureur , griffler der militaire audientie, en deken der Lakenhal, door welken laatsten titel hij deel uitmaakte van den magistraat. Hij kwam dikwijls te Antwerpen en was daar zeer bevriend met de meeste kunstenaars dier dagen, wier leven hij beschreef in zijn dichtwerk: Het galden cabinet van de edele vrije schilder-co nst , Antwerpen, 1001. De schrijver schijnt tenjare 1711 te zijn gestorven. Het getal zijner werken is verbazend groot; zijne tooneel-vverken alleen beloopen een getal van ruim vijlen veertig. L)e Bie\'s voornaamste schriften zijn: Het gulden cabinet van de edel vrg-schilder-const, inhoudende den lof van de ver- |
Hie—UijiiH.
04
|
maerate schilders, architecten, beeldthouwers ende plaetsnijders ran dese eeuw, Antwerpen bij Jan Meyssens, constvercooper, Itiül; Faeins wceryahn der ncdcrdmjtsche po\'êsi ran Cornelia de Bic, tut Lyer, uyt sjjnen tijds overschot rrijmoedelijck voorgeslett op de domme waensKcht des wereldts, yhenuemt Werelts-Sots-Cup, rol zedige nioraliteyten en sinne-heelden , Mechelen, 1(170. Van zijne taliijke tooiieelgevvrocliten zijn liet nieést bekend de treurspelen: Alphonsus en Thebasile ofte herstelde onnooselheyt, Antwerpen, 107;); Den grooten hertoyhe van Moskoeien oft ghewel-diyhe hecrsclutppye, Anivverpen 1(gt;7Ü; Den heuligen Ridder (ionimarus, patroon der stadt Lier, oft gewiüighe verduldiyhetjt, Antwerpen, 1()70; Lijden zonder wraeh, of de armoede van grave Florellus, bontgenoot van Vranckrijclc; De comedie der Liersche Furie, of de kettersche verraderij op den 1-1 October 1595; De commedie van Mas Aniello in de beroerte van Napels; en de kluchten; Huns llolleilok, geiisen l\'redicant, Brussel, 17(0; Het Vlacmsthe masker van Colonel Spindeler; Klachtivijse commedie van de ontmaskerde liefde, Antwerpen, I70S; duchten van Jan (ioethals, en Griet, zijn wijf, enz. Bijna al des schrijvers werken zijn geteekend met de kenspreuk; Wacrheyt baert nijdt, ol\' in het Latijn; Fert,odia verum, ^ Mie (llencdictus de) geb. te Westmalle 3 Februari ISiO, studeerde aan de Hoogeschool van Leuven, en vestigde zicli als geneesheer te Liehtaart, waar hij overleed op 4 Januari 1885. Hij gaf uit; Honderd Fabelen van de la Fontaine, nagerijmd door Dr. li. de Bie, Herenthals, 18«!. Bicgclaur (Henricus Johannes) geb. te Amersfoort 17 Juli 183;!, werd voor den geestelijken stand opgeleid, en was dienstdoend H. K. Geestelijke in verschillende gemeenten van Nederland; thans houdt hij zijn verblijf te itouie om zijne studiën vooii te zetten. Hij schreef; Fer uwen rader en uwe moeder, \'s Bosch 18(33; De aalmoes, \'s Bosch 18()4; De Hemel, \'s Bosch I8(5i; Een zestal bedenkingen op „Rome en het Evangeliequot;, Amst. lnot); Overzicht ran de geschiedenis der bouwkunst (overdruk uit de Kunstkronijk ISü\'.iJ; Ook een tuiltje viooltjes en anemonen, Leiden 1885!. Verder bijdragen in Caecilia, Algemeen muzikaal tijdschrift, Achttien brieven in de Kunstbode 1880 - l; ruim honderd brieven in liet Vaderland en vorder tal van bijdragen in onderscheiden tijdschriften, enz, itU\'IcvcIt {Hendrik) geb. te Groningen 14 Januari 1790 eu overleden te Utrecht 15 Dec. 1871, was godsdienst-onderwjjzer in de cellulaire gevangenis te Utrecht. Hy schreef; |
Het Evangelie een bron van troost en bemoediging onder de bezwaren van het menschelijk leven. quot;2 stukjes Utr. 18^9; Bij het lezen ran \'s Konings woorden in den Staatsraad: Mijn lot is daarboven beslist; Utr. 18^0 (anoniem); Bij het overlijden van den WelEerw. Zeergel. Heer l)s. J. A. D. Molster, Utr. 1850; Steun in nood. Vijf dichtstukjes, Utr. 1854; Het Cellulaire Gevanyenstelsel in zijn belangrijkheid - voor de zedelijke verbetering der gevangenen, Utr 1850; Van het ziekbed. Losse dichtstukjes, I )ev. 18ü\'2; In den Kerker. Schetsen naar het leven. Voorts nog een paar kleine geschriften op theologisch gebied. Bicn* (Cornelis l\'ietersz.) wonnde le Enk-huizen in de eerste helft der 17de eeuw en rijmde Profytelyck Cabinet voor den Christe-lijcke jongelingh , Enkh. Kli\'!, Üe dr. Ui4!2; Tragedie van jfyramis en Thisbe, Enkh. 1023 ; Handtboecken der Christelycke Gedichten , Sinnebeelden ende Liedekens tot troost en vermaeck der Gelooviger zielen, \'2e dr. Hoorn 1035; \'t Stichtelyck Cabinet -met den Aenwas van \'t selve begrijpende den Landman, Steeman ofte Borger ende den Zeeman , Enckh. 1040; Aendaclitige en Vrolycke Hymen, Enckh. 1944. ilit\'Hbi\'ouok (Edward van) geb. te Malde-gem 1 April 18^0, was kantonaal schoolopziener en overleed te Langemark i\\ Jan. 1872. Hij schreef: Elisa, gevolgd van eenige andere verhaeltjes, Thielt, 1840; De twee zusters (Vlaemsche stem), Wid; De\'bosch-wachter van Lommerdale (Vlaemsche stem), 1840; De gravin van Treurenhurg (Neder-duitsch Letterkundig Jaerboekje), 1847 ; Het Meerlennest (Vlaemsche stem), 1847; Roosje, Kerel en F reetje Bierman (Muzenalbum), 1848 ; Het lager onderwijs beschouwd als eene echte bron van volksgeluk, leperen, 1859, UicNCii (/ƒ, van der) schreef; Eenige schriftmatige gezangen, Utrecht 18:25. IticMfkviiH (Nicölaas) schreef: Claas Kloet, 3 dln,, 1019. Mijl [Edward) geb. te Antwerpen en aldaar overleden 5 April 1009. Hij studeerde voor den geestelijken stand en trad op ^O-jarigen ouderdom als predikheer in een klooster zijner geboortestad, waar hij vele jaren bestuurder van het zangkoor was. Niet zonder bijval beoefende hij de dichtkunst en leverde do volgende werken: Legende der levens ende gedenckweerdige daeden van de voornaemste heylighe, salige ende lofiigt;ecrdighe maeghden ende weduwen, susters van de orden der penitentie van den 11. Dominicus, Antwerpen, 1001; Blyde boodschap van den engel Gabriel ghedaen aen |
- l\':, vgt; vlt;\'; \\Vi
•V.V ] \\
■m^m mm rM\'
I., Ji,,^. -ïWmM
\\Xs
\'-\'ri.
,Vgt;
■\'r.y.
vW I
Vquot;quot;\'v\'
, j:\'-
\'W •; v \' \'\'\' \'
. V.quot; •
\' \'gt;i imM
■ m s
w ■ Uquot; • .\' —-—----
WmV\' --v ■ ■quot;■/\'■V\', ••;■;, ■ V ;■ ■: ;gt; ,^»1
\' .\' • \' ■■•.■ J
\'■-, •\'■\'quot;■■y,\' U\' ■\' ■ *\'.■■\'■. \' \' ■ - \'■v;:\'\' ,-• \'\' * v ■■ \' ■!
■ -\'■•■• ■ ■ V 1 ■ -- . .■■■gt;■ ■;. , • • • ^ 1 . , Vv . , , , , quot;\' ■ . c. ■- ■•\'quot;
\\ ■:\':■■ . -■ \\ \' . \' , UvS . • ■ ■ -r-r-.^rn
W •-\'V\'v\'.,:- . ^u|||||^||^h
\'\' \'•■ \'.■■■ ;r.
/■; .gt;■ \' . . \'• ^ V. gt;\'^ ;: ■,-\'\'r :
\' /■ V \'■ quot; - ■ ■ • . ■ \'■ , ...,:.
■ ■;,/ .\' \',\'V ,. , \' •.., .;. • •,. ■ ■
. ■-\' : \' . .; \'v- •;
-1.-;-vquot; v 7 • V\' \' 1 gt; \' \'■ : i ,
!,v ^..v ..\'t., ■. / ^ \'• ■■ \'. , \'■ . , lt;, ■ ;■ . -■
. ■•.\'• . \' ■ •; , \'-■■ • ■ gt;
■■ A,- ^ ■
v:;- ■.( • ; ■• ■. c
1 V : . ■ ■■■ .-.■ . \' . ■■ ,
,.\\.r : ■ - ■ - .■ l\' 1 •: v\'-/y
.: ■ quot; i. : ^ ■ \' ■ \' \' ■ ■ .) , .
\'^v\'-V ; ■: ;■ , : ,r, „■
. ^v : \'v- quot; vJ;, v1 . . ;■ ,• ■ .. ■ , .; ■, •\' , lt; ■., • :• I
lt; • ■\'- \' ; ■■ 0. ■ V-, ;, - . ■ •,\\
ïy. ,/■gt; quot;,r-.. . J- x -.quot;\' 1
-■ - ■ • . gt; quot;\'N V :• - ; ./ . y • .-■•■■ - . : \\ ■ \' • \\ \' ■• - .... ■\'•V ,ü
■ . : -.... -■ \' \'V
.
.^v.; ,, , h
l\'óë. .. - . \',
v \'
K .: . \'7:. l\'% .......
.
■ , „ ^ :
quot;• ■ . . \' .V ,. - : .
■ \' ■ • v r .\' gt;,quot;, \' \' v.v ; \'yi ■ gt;\'/•- ■ •■.•quot;\' .OJ: ■■ quot; v \'W
■ ■ I. \'/ 1- - ■■*lt; -, \' 1\'.. . • - . .-W . - ■ , -\\ , ■ .\'■,, , . V. :l • . ., A ■ •. ■ , ,,
..... . \' ./ . ! .,quot;■. ■ t ■ quot;j. . quot; \' * \' ■ V -quot;■■■■gt; , ,., . \'■quot; \'. /\'
. ■ quot; ■ \' ■ :- y- .-. . ; . . /
• V 1 -
:;| kV: ■ quot; \' s\' •\'quot;V\'quot; \' \'!V t%r •\'\' \' ■ \' V\'gt;• .-■ \' . - . • ; !\'W - v \' \'y-^\'S J
-------
BERICHT VOOR BEN EERSTEN DRUK.
Bij de verschijning der eerste aflevering een enkel woord, waarmede de onder-geteekenden hun werk bij \'t publiek willen inleiden, en dat tevens dienen moet tot captatio henevolentiae indien hun verwijten van onvolledigheid of onnauwkeurigheid naar \'t hoofd worden geslingerd. \'Het habent sua fata libelli komt hier vooral te pas met het oog op alle lotgevallen, die onze correspondentie te doorloopen had met de H.H. letterkundigen, over hetgeen elk van zich wenschte opgenomen te zien; onvolledig is daarom ons werk zeker, omdat velen niet antwoordden, onnauwkeurig is het ook wijl enkelen niet in genoeg bijzonderheden traden, en wie zal het wraken dat een werk van zulk een omvang nog vele leemten heeft, welke geheel voor Onze rekening moeten komen. Wij roepen daarom beleefd maar dringend nogmaals de hulp in van allen, die een steentje kunnen aandragen om ons het gebouw te helpen voltooien; wij trachten toch een boek te geven dat zooveel mogelijk alles bevatten zal wat in Noord- of Zuid-Nederland op bellettristisch gebied in den uitgebreidsten zin geschreven en gewreven is, met enkele bijzonderheden nopens de schrijvers, zóówel vroegere als thans nog levende; en tegen dit laatste vooral meenden wij dat geen bezwaar koh bestaan , omdat wij ons voornamen eene strikte onzijdigheid in acht te nemen en nergens, in welken vorm ook , eenige critiek uit te oefenen.
\'t Is onze wensch dat ons boek der volledigheid zoo veel mogelijk nabij kome, om als legger te dienen voor elkeen, die belang stelt in onze letterkunde, en \'t is dus, hopen wij, geen ijdele wensch, dien wij uiten, dat elkeen, die ons helpen kan, ons zijne meening rond en open, liefst per brief mededeelt. Het qui ciio dat bis dat is hierbij een behartigenswaardig spreekwoord, opdat wequot; na \'t voltooien van het boek geen groot supplement behoeven te geven.
BERICHT VOOR DEN TWEEDEN DRUK.
Toen de eerste aflevering van den i,u\'quot; druk van ons Woordenboek verscheen, deden wij niet te vergeefs een beroep op onze landgenooten in Noord en Zuid om ons het gebouw te helpen voltooien; zeer gewaardeerde bijdragen werden ons van alle zijden toegezonden ,. gewenschte inlichtingen gegeven en opmerkingen gemaakt; weinig hadden wij durven hopen dat ons werk zóó gewaardeerd zou worden, dat reeds weinige jaren later een twe\'ede druk,zou noodig zijn. Bij het verschijnen van de eerste aflevering dier uitgave dóen wij opnieuw een beroep op de welwillendheid onzer landgenooten en hopen dat zij ons hunne zeer gewenschte bijdragen niet zullen onthouden, ten einde het werk daardoor aan volledigheid en nauwkeurigheid winno.
Geholpen dbor bibliographieen, trachtten wij zooveel mogelijk al diegenen op te nemen, die zich op letterkundig gebied in den uitgebreidsten zin bewegen; hartelijk hopen wij dat onze arbeid ondersteuning vinde en men zelfs ongevraagd pns die opgaven verschaffe, noodig om een werk van grooten omvang zoo goed en degelijk mogelijk tot stand te brengen.
Dr. W. J. A HUBERTS, I z //
W. A. ELBËRTS, ( te ZW0Ue-
F. Joz. P. VAN DEN BRANDEN, te Antwerpen.
VOORWAARDEN VAN INTEEKENING.
Het werk zal verschijnen in Afleveringen van 4 vel royaal 8° of 6i pag. druks, gelilkstaande met 240 pag. gewonen letterdruk; elke aflevering zal slechts 96 Cent kosten.
Zoodra het werk compleet is zal men beginnen met een Supplement samen te stellen.
Eene Naamljjst van Inteekenaren zal aan het werk worden toegevoegd, waarom men beleefd duidelijke opgaaf van, naam en kwaliteit verzoekt.
Het geheel wordt geraamd op ongeveer 15 afleveringen, die elkander, voor zoover dit met eene goede bewerking övereen te brengen is, zoo spoedig mogelijk zullen opvolgen. Mocht het werk de raming van 15 afl. te boven gaan, dan zal het meerdere gratis worden geleverd.
Telkens na de uitgave van drie afleveringen, wordt over het verschuldigde beschikt.
Voor dit werk zijn daarbij passende BANDEN vervaardigd a /0,85 in geheel linnen en idem in rood miirokko rug a /1,85.
Compleet In ongeveer 15 All. a f 0,95 per all.; tel meerdere gratis.
BIOGrEAPHISOH
WOORDENBOEK
DER
NOORD- EN ZUIMEDERLANDSCHE
LETTERKUNDE, .
DOOR
AMSTERDAM — L. J VEEN 1887.
Zie aohtcrzUde»
r- ■■■■ ■ ■■ \' ■ U v :
gt;\' jf ^ \' v , • : , :
I f! ■ -V . \'■ . • : ■ .■ - : ; ■/ , ; ,1 ■ • ■ \'f-V , ,,
•ti A\'Hvr\' \\ \'•,%»,\'V.l • - •gt; ■ ■ \'• ft -H-
;■ quot;.■■■,.....•: gt; / - . ■ •
:rquot;i ..lt;gt; r ■ .. - • . . . \' ... . w\' ,•
V ■. - \' \' , ■
•^3/\':• 1 ■!■ -Vv%;
::. € ; /■.; ï^^ v,iV ■; gt;iï;;
•■ ■ 1 1 \' ■ fr. ■ ■ / • - ■ r ■ ■
■fe;\': \' ■ , \' : V;i ; quot;- ■
. , V
■. •. , • ■ ■ ■ • ,
: a;;\'1!quot;\'.\'- • -•■ . • -V^ ■ -V\' , ■/ ^ \' V\'v, .v : • ;. •, ,, \'\'V .■
• \'x- vf -4:\';.■quot;■Vt : ■/, v !\'Vv •A-CS.\'\'\'V\' \' ■■
U .u .x.-irv
-- . , ■•,:; : v.
«\', :ir\' • :y:\';.
\'
■Vv
Vx*
I
|
pv vr-,• ,gt; •.,ƒ(- | |
|
gt;J* | |
|
,;feV | |
|
l^hh /{, \'J | |
|
;4p3i |
■l\', \'•»•;\'■ |
^ V;yv quot;\'/i-\'h vx:
1 y ■ \' s ■ ■ ■■ . \' / \' \' , •
■, - .\'^v- ^r;v %
■ ■ V. ... \'c ,, ■ , ■ , ■ , ^
\' ■ •: ■ h. h :■ ■ \' -■ \' , quot; .-; : , ,: •5v.\'gt; ,;v, ■\' :r\' :ÏH
\' . lt; ■.) • :■ rb \' A*. %\'iV^ ;•:.•■ quot;, ■\' •\'■ i ■•. •\' ■ ,:\' Ï v quot; : . , V ittyz
\'S:quot;:.- fy\'PS \'■ \'■\'\' j ■ S i- - v-rV \'\'\'
gt;\'iV \'i. : ■; .■ :.quot;. •■• ^vA V •\'\'■ V; «c ^ ^ ^■\':.^.;;l;-ft/\'-.■.V\'i\'r.. ./■:
: quot;v, / - ■ :, - \' •• : . • \'■ ; ■■■\' \' :;v. ■quot; ■ : ■ *, ■-..:.--;.1
/■\' lt;/ ■ ■■ .,■-/•■; lt; ■ \' J ,. J V i. ■\'•■lt; \\\\é\' -.!lt;W \' \' ■ -W. quot;
/ ■ _ -
i
.gt;i V vf\' f -
\'■«v-iy-
i k?t K ;
li
|
•y ■ .c- gt; \'■ | |
|
\' Xvrfv\'-- . gt; 4%; ;gt;5quot; |
s^H |
|
(V | |
|
\'■ v \' | |
|
■ | |
|
■ ^ i-- |
V |
Bijna»
65
|
Maria, poetischer wijse beschreven , Antw. 16ii2. Nog houdt men hem voor den schrijver van een Vlaamsch gedicht over de geboorte van Christus, insgelijks verschenen te Antw. in 1608. |
Mijquot;» (Anna) de gevierde dichteres, was dochter van een kousenmaker en werd, volgens hare eigene verklaring, ten jare 1494 te Antwerpen geb. in het huis de kléine Wolvinne, thans nummer 46 op de Groote Markt. Van drie kinderen was Anna het jongste; haar broeder Marten, de eerstgeborene der drie, werd schoolmeester, welk ambt ook onze dichteres zou uitoefenen. Gedurende hare beste jaren had zij geleefd van de erfenis harer ouders; maar omstreeks het einde van 1536 was zij genoodzaakt onderwijs te gaan geven. Zij betaalde toen 2 schellingen 6 grooten óm in het schoolmeestersgilde te worden aanvaard en begon hare lessen te geven in haar huisje het Roosterken, dat nu in de Keizerstraat het nummer 61 draagt. Onmogelijk kon hare school druk bezocht worden; want de begaafde meesteresse woonde en gaf hare lessen in een der kleinste huizen van de stad Antwerpen. Alhoewel zij met het onderwijzen der jeugd zoo min als met hare dichterlijke pennevruchten fortuin maakte, werd zij op haar zeven en veertigste jaar toch eigenares van het door haar bewoonde huisje het Roosterken. Den i24n Mei 1541 kreeg zij het te erven van Meester Jan van Severdonck, priester en kapelaan der Onze-Lieve-Vrouwenkerk van Antwerpen. Dat Anna Bijns veel levensgeluk genoot, is te betwijfelen. Zij leefde tot op haren ouden dag alleen en hare kenspreuk luidde: Meer suers dan soets. Niettemin verwierf zij als dichteres veel roem. In haren tijd noemde men haar de Brabantsche Sa/j)w. Stellig bekleedt zij den eersten rang onder de dichters die vóór en in hare eeuw het licht zagen. Hare beeldrijke taal is, voor dien tijd, bijzonder zuiver en zoo gespierd en ingrijpend, dat zij den hedendaagschen lezer nog in vervoering brengen kan. Tevens had zij eene levendige en echt dichterlijke verbeelding. Hare verzen waren geen rijmend proza, zooals bij vele der toenmalige rijmelaars van Jihetorica, maar zij hadden eenen eigenaardigen en goed volgehouden kadans, waarbij het rijm steeds ongekunsteld en soms met kwistlgen overvloed gebruikt wordt. Anna Bijns was eene overtuigde Hoomsch-Katholieke. Tegen de in haren tijd opkomende hervormers en vooral tegen hun aanvoerder Maarten Luther, valt zij dan ook hevig uit in een referein, dat niet ten onrechte voor haar meesterstuk wordt gehouden. Hare kundige pen schijnt tusschen de jaren 1520—1540 het meest werkzaam te zijn eweest. Niettemin leefde zij nog lang na-ien, want op 26 November 157;) verklaart zij „alnoch ongehulict, out omtrent LXXX jaerenquot; te zijn en maakt zij haar gansch vermogen aan zekere echtgenooten Adolf Stollaert en Anna Boots, op voorwaarde haar gansch te onderhouden, daar zij is „een oude vrouwe ende nyet en soude connen gewesen, deur heure outheyt, sonder jonewyve.quot; Eerst op den hoogen leeftijd van tachtig jaren hield Anna Bijns op aan de jeugd hare lessen te geven. 2!ij ging toen in de Lange Nieuwstraat, bij cle familie Stollaert, op lijfrente wonen. Échter mocht zij niet lang van hare rust genieten ; want reeds den 10 April 1575 werd zij, met een „schellijkquot; of allergeringsten burgerlijkdienst, in het Onze-Lieve-Vrouwenkeridiof begraven. Was de geniale dichteres , de onverschrokken wreekster van het oude Roomsch-Katholiek Geloof, in dien tijd van zegepraal der Hervorming, bijna als vergeten ten grave gedragen , hare meesterlijke refereinen zouden niettemin de onsterfelijkheid genieten. Do eerste bundel barer gedichten, welken zij in den vollen bloei harer jeugd schroef, verscheen onder den langen eigenaardigen titel: Dit is een schoon ende snver-lijc boec.rken inhoudende veel scoone constige refereinen rol scrifturen ende doctrinen van diveersceu materiën na wtwisen der regelen als hier int register narolr/en seer wel ge-maect van der eersame ende ingeniose maecht ■ Anna Bijns subtilic ende retorijckelic refu-terende inder warachtichegt alle dese dolingen ende grote abusyen eoniende iet de vermedeaide JAder ice seete, de ivélehe niet alleene van allen doctoren ende universitegten mer ooc vander Keyserlijcke maiesteyt rechtverdelyc gecondemneert is. Gheprint Tantwerpen op dge Cameypoortbrugghe. Inden schilt van Artoys. Bi nuj Jacob ran Liesvelt. Intjaer ons heer en M.CCCCC. XXV111 den IX duch in Oostmaent. Deze dichtbundel werd herdrukt te Antwerpen In de/i gnlden Eenhoren buyten die Canierpoorte bi/ mi Willem Vorster-m\'an. Int jaer ons heren M.CCCCC. ende XLI, den acht sen dach ran September, cum gratio et J\'rivileyio. In 1548 verscheen het onder den gewijzigden titel: Het yerste boecl. inhoudende veel scoone constige refereinen, enz. Gheprint Thantwerpen in den gulden Eenhoren, buyten die Camerpoorte by Marten, Nuyts. Meteenen verscheen toen: liet tweede Uoeck rol schoone ende constige Referegnen vol scrifturen ende leeringhcn veen menig her-ha nde sa/een na wtivijscn der regiden die hier int register navolghen seer suhtijlijck ende liethoryckelijck ghemaeckt ran dei\' eersame ende verstandighe maecht Anna Bijns seer trejlijck straffende alle Ketterijen ende dolinghen van desen onsen tijde. Gheprint Thantwerpen in den gulden Eenhooren by |
-Hijnterbon—Kilderdijk.
Gfl
|
Marten l\\uyts gheswooren printer by Keyser-UjcLe grade ende Privilegie. Terwijl deze gedichten in lüüi en 15(15 herdrukken beleefden, verscheen liet derde gedeelte der Refereinen onder den titel; Een seer scuon ende suyver boeclc, verclarende die mogentheyt Gods, ende Christus ghenade, over die son-dighe menschen. Daer boven die warachtighe oorsake can der plaghen groot die wy voor ooghen sien, met veel scoone vermaninghe, totter duecht, bewijsende dat een oprecht ghe-loove, met een nieu leven in Christo is, den rechten iveeh, ogt;n Gods toorn van ons te keer en, hier pays ti vercrighen ende [hierna-maels het eewich leven, ghemaecl met grooter const, door die eerwerdige Godvruchtige Ca-tholijcke, ende ser vermaerde mag het Anna Bijns, in den oprechten Gheest Christi, seer hooghe verlicht woonende binnen Antwerpen ende die Jonckheyt instruerende in het oprechte Catholyck ghdoove. Na eerst int open-baer gebracht door li. Henrioh Fippinck, Minister l\'rovinciael, van deser Nederdnyts-landen, tot Christus eere, ende salicheyt der menschen, alle te samen. Gheprint Tanhvcr-pen by l\'eeter van Keerberghe op onzer Vrauwen Kerchof in de gulden Sonne. Anno M.D.LXV1I. Nog andere herdrukken der gedichten van Anna Bijns verschenen te Antwerpen in do jaren itiüi, Kill, lli-iO, 1Ü*23, 1640 en lü(j8. Daarna werden zij eerst in onzen tijd heruitgegeven onder den titel: Hefereinen van Anna Bijns, naar de nalatenschap- van Mr. A. Bogaers, uitgegeven door Dr. IK L. van Hellen, Rotterdam, J. 11. Dunk, 1875. üe laatste uitgave van gedichten der beroemde Antwerpsche dichteres bezorgde do Maatschappij dor Vlaam-scho Bibliophilen met den titel: Nieuwe refereinen van Anna Bijns, benevens enkele andere Rederijkersgedichten uit deX Vle eeuw, uitgegeven dour ivijlen Dr. IK. J. A. Jonck-blóet en Ur. IK L. van Hellen, Eerste stuk, Gent, 1886. JliJgtcrboM {Johait Christian) gob. to Ivam-pon 16 Aug. 1814, promoveerde in de rechten to Utrecht on was aclitereenvolgens, advokaat en archivaris zijner geboortestad, lid van gedeputeerde Staten van Overijsel en griffier dier Staten. Sedert 1876 leeft hij in werkzame rust te Zwolle. Van het véle dat B. in het Ned. schreef, noemen wjj: Een woord over gemeene of burgerweiden, Uov. 1866 (z. n.): Levensbericht van J. N. J. lleerkens, Leid. 1868; Levensbericht van Mr. G. A IJssel de Schepper, Leid. 1869; liet pesthuis te Kampen, thans stadsziekenhuis; Advies over depreilik. traktementen te K. Niet in den handel, 1870; Bede bij de opening van de vijftigste vergadering der Vereen, tot beoef. van üverijsselsch recht en geschiedenis, (Zw. Ib8\'2), waarvan hij oprichter en bijna van het begin af voorzitter was en in welks werken vele zijner studiën opgenomen zijn, waaronder een paar stukken uit do nagelaten papieren van Mr. J. N. J. Heerkens, zooals de Hof te Zwolle en de Stadbrief van Zivolle van Hl Aug. *1230. |
Mik (F. Vreede). Zie Vrceilc Mik (Pieter). ■til il er il ij k (Izaak) goh. teAmst. in\'1720, studeerde te Leiden in de medicijnen en vestigde zich als geneesheer in zijne vaderstad. In den beginne had hij eene uitgebreide praktijk, doch zijn vurigo liefde voor het huis van Oranje en het ongegronde vermoeden dat hij tot do partij dor Doelisten behoorde haalden hem veel onaangenaamheden op den hals. Zijne praktijk verliep en de prinses-gouvernante benoemde hom tot Inspecteur (Controleur) hij de belastingen, welke betrekking hij in 1787 nog bekleedde. Hij overleed 5 Maart 1798. flij schroei: Atria en 1\'aetus treursp. Amst.; Het valsch vooroordeel of de Triompherende vrouw, blijsp. naar hot Fransch gevolgd, Amst. 1762; Tomyris of de dood van Cyrus, treursp., naar het Fransch, Amst. 1763. Onder het psdniem van Philalethes Hatavus Secundus schreef hij: De gelasterde deugd gewroken zonder pl. en jaar. Bildcrdijk (Willem) zoon van den voorgaande , word gob. te Amsterdam 7 Sopt. 1756. Op zijn zesde jaar trapte hom een. zijnor speelmakkers op den voet, ten gevolge waarvan hij twaalf jaar van do buitenlucht en buitenwereld uitgesloten werd. Gedurende dat lange, huiszittende leven legde hij de gronden van die uitgebreide, veelom-yattonde kennis, die later ieders bewondering opwekte. Boeken over natuurkunde, geschiedenis, logica, metaphysica, geneeskunde, wiskunde, bouwkunst, vestingbouw-kunde. enz., enz,, werden allen, om zoo te zoggen verslonden. Ofschoon in zijne jeugd veel neiging hebbende voor den krijgsdienst, moest hij hiervan afzien om zijn verminkten voet en hij besloot in de rechten te stu-deeren. Na een tweejarig verblijf aan de Loidsche academie zotte Bilderdyk zich in 1783 als advocaat te \'s Gravenhage neer. Hjj genoot weldra door zijne verknochtheid aan de Oranjepartij hot vertrouwen van don stadhouder Willem V en maakte zich bij de komst dor Pruisen in 1787 yerdienstolijk door do voorlichtingen, die hij, op verzoek van don stadhouder, aan den hertog van Bruns-wijk verstrekte ton opzichte van de rechten en privilegiën dor verschillende steden en gewesten Bij de omwenteling van 1705 vorderde de nieuwe regeering der Bataafsche Republiek van de praktizijns voor de Hoven een eed, inhoudende uitdrukkelijke alzwe- |
BllderdIJk.
67
|
ring van het stadhouderschap en erkenning der zoogenaamde Rechten van den Mcnsch. Zulk een eed af te leggen was den vurig Oranjegezind en Bilderdijk onmogelijk. Hij ontwikkelde zijn bedenkingen tegen dien eed in zijn vermaard Adres aan de Vergadering der Provisioneele Representanten can het volk van Holland, üat rekwest had een aanzegging van den Procureur-Generaal ten gevolge, waarbij hem gelast werd den Haag binnen 2t uur en het grondgebied der lle-publiek binnen acht dagen te ruimen. • Bilderdijk begaf zich naar Engeland, waar hij in zijn levensonderhoud voorzag door het geven van onderwijs in talen , wetenschappen en teekenen. Zijne echtgenoot Rebekka Catharina Woesthoven volgde hem niet in zijne ballingschap , zoodat hij zich gescheiden van haar beschouwde en te Londen een tweede hu welijk aanging met Catharina Wil-helmina Schweickhardt, dochter van den kunstschilder Schweickhardt, aan wie onze dichter les in het teekenen gaf. Inmiddels vloeiden Hilderdijks bronnen van bestaan zoo karig , dat hij met zijn gezin naar Bruns-vvijk trok, welks hertog hem eene kleine jaarwedde toelegde. In 1808, ten gevolge van de algemeene amnestie, keerde de balling naar den vaderlandschen bodem terug en vond er een gastvrij onthaal bij koning Lodewijk Napoleon , die zijne talenten wist te waardeeren en hem eené ruime jaarwedde schonk. De inlijving van Nederland in het groote Fransche keizerrijk bracht Bilderdijk in de grootste ongelegenheid; zijn pensioen werd ingetrokken en hadden eenige beproefde vrienden en zijn vast vertrouwen op Gods wijsheid en liefde in het bestuur van\'s men-schen lotgevallen hem niet staande gehouden, hij zou in die jaren onder den last van lijden en kommer bezweken zijn. Bij den terugkeer van het geliefde Oranjehuis werd ook de oude lijder en strijder voor Oranje niet vergeten. Koning Willem 1 legde hom een ruime jaarwedde toe, die hij tot aan zijn dood toe belneid, doch zijne \'pogingen om met het hoogleeraarsambt in de vader-landsche geschiedenis en letteren aan het Amsterdamsche Athenaeum begunstigd te worden, mislukten voornamelijk door den tegenstand van twee hoogleeraren, die Bil-derdijks staatkundige beginselen afkeurden en zijn invloed op de studeerende jongelingschap vreesden. Het gelukte hun den nieuw opgerichten leerstoel door oen ander te doen bezetten en Bilderdijk, diep in de ziel gekrenkt, vestigde zich op nieuw te Leiden en opende aldaar een collegie over Vaderland-sche Geschiedenis, dat door de uitstekendste jongelieden der academie mot groote belangstelling werd bijgewoond. Zijne eenzijdige beschouwing van wereld en menscheii, en zijn strijden tegen den tijdgeest vermeerderden het getal zijner vijanden, en deze, in plaats van zijne begrippen omtrent vermaarde personen en belangrijke feiten te bestrijden of te logenstraffen, wat zeldzaam gebeurde, scholden en schimpten op don genialen man, of dichtten hem de gevaarlijkste en ongerijmdste plannen toe. Geen wonder dat Bilderdijk zijn wrevel in zijne dichtbundels lucht gaf en dat zulk een ponne-strijd zijne overtuiging niet wijzigde of veranderde. Hij verliet Leidon (1amp;!7) en vestigde zich metterwoon te Haarlem, waar hom in i8.\'10 zijne echtgenoote ontviel, die vier en dertig jaren lang lief en lood met hem gedeeld had. Dezen slag overleefde hij ruim een jaar; zijn dood viel voor 18 Dec. 18:3i. Hun stoffelijk overschot rust in de groote kerk te Haarlem. Bilderdijks werken zijn de volgende: Bijschriften op de taferee-leu uit Josephs leven (in de Vaderl. Letteroef.) afz. gedr. in 1830; Edipus, koning van Thebe, troursp., het oorspronkelijke van Sophocles nagevolgd, waarbij gevoegd is een voorafspraak over het tooneelspel der Ouden en Hedendaagschen, dit treurspel betreflende, Amst. 17/9; Brief aan den navolger van Sophocles\' Edipus, Amst. 1780, herdr. 1830; Mijne Verlustiging, Leid en Amst. 1781; Vertelling voor de minnedichteren en hunne lezeren, 1781; Xayelatcn Gedichten van Jonk-vrouwe J. C. de Lannoy; C ver het verband der dichtkunst en welsprekendheid met de wijsbegeerte , 1783; De Geuzen door O. Z. van Haren met ophelderingen en aanteekeningen, 2 Din.; (2e dr. 182()) ; Bloemtjens, Amst. i785, 2e dr. 1831); Deukalion en J\'grrha, tooneelst., Amst. 1785; Tgrtéus krggszangen (\'t oorspronkelijk Grieksch gevolgd), Amst. 1787; Lijcidas, ter verjaar feest van Princes Wil-helmina, 1(87; Geboortegroet aan den Erf-prins vat). Oranje, 1787; Eliiis, romance in 7 zangen , Amst. 1785 ; Vertoogen van Salomo, (een dichterlijke uitbreiding van den Prediker) Amst. 1788; De dood van Edipus, troursp., (het oorspronkelijk van Sophocles nagevolgd) Amst. 1780; Ode, 1791 ; Rede-roering over de voortreffelijkheid van de schilderkunst , in derzelver voorwerp beschouwd , \'s Hago 1794; Treurzang van Ibn Dureid, in Nederduitsche dichtmaat overgebracht, \'s Hage 1795, 2e dr. 1808; De intocht der Franschen in 1795, Leipzig 1795; Mengelpoezy, 2 Dln., Amst. 1799; (2e dr. Bott. 1823); Lijk-gedaehtenis van Z. D.H. Prins Willem George Frederik van Oranje, Brunswijk 1709; Het Buitenleven in I zangen naar Delille, Amst. 1803, 2o dr. Rolt. 1821; Poezg, 4 Dln. (met vrouwe K. W. B.), Amst. 1803—7 (2e dr. Bolt. 1822); Mengelingen, 4 Dln., Amst. 1804—8 , 2e dr., \'s Hage 1828; Vaderland-sche Oranjezucht, Amst. 1805 (herdr. 1841); Verhandeling over de geslachten der naam-woordun in de Nederduitsche taal, Amst, |
Bllderdtjk.
68
|
1805, (2e vermeerderde druk Amst 18-18), Fingal, in zes zangen naar Ossiaan gevolgd, \'2 Dln., Amst. 1805; Konlath en Óithonn, Amst. 1805; Napoleon, Ode, \'s Hage 18G0 (herdr, 1824); Nieuwe Mengelingen . 2 Dln., Amst. 1800, (2e dr. Gron. 1K17); Zeestukjes, (in do Vaderl. Letteroefeningen) IHOti (2e dr. 1S17); Prins Karei Napoleon, \' 1807; Aan den honing hij den dood can zijn zoon, \'s Hage 1807; Zegefeest, Ode, id. 181)7; De ziekte der geleerden in zes zangen , 2 Dln., Amst. eu \'s Hage 1807, (2e dr. Rott. I8.\'8), op nieuw uitgegeven met aanteekeningen door prof. J. David , Leuven 1818; De mensch in tier zangen , Pope\'s Essay on man gevolgd, Amst 1808 ;2e dr. Rolt. 1829); L^k-zang ter pedachtenis van Mr. J. Hinlopen, 1808; Kallimachus\' Lofzangen, Amst. 1808; Lijkzang op Sebald Fulco Johannes Rail, Haarl. LSO-\'; Legdensramp met afbeeldingen, Amst. 1»08; Vreugdezang op de verlossing van 11 M. de Koningin Hortense, \'s Hage 1808; Odilde, \'s Hage 1808; Floris V, treursp., Amst. 1808 (2e dr. Rott. 1828), (zijne andere treurspelen zijn: Willem I van Holland, Kormak en eene vertaling van Gorneilles Cinna); Najaarsbladen, 2 Dln., \'s Hage 1808—9; \'s Konings komst tot den troon, feestviering (met vrouwe K. W. B.) Amst. 1809; Aan de Wed. des kunstschilders Scheffer, 1809; Wapenkreet, 180!); Jiath /ter-nomen, 1809; Treurspelen en verhandeling over het treurspel, 3 Dln. (met vrouwe K. W. B.), \'s Hage 1809, (2e dr. Utrecht 1836); Gedachtenisrede op v. Pestel, Leiden 1809; Verspreide Gedichten, 2 Dln., Amst. 1809; Hulde aan Z. K. en K. Majesteit, 1810; Echt viering van Keizer Napoleon , Amst 1810; Hulde aan J. de \\rries, Amst. 1810; Het sijsje, 1810; Winterbloemen, 2 Dln., Haarl. 1811; Kort verhaal eener aanmerkelijke luchtreis en Nieuwe Planeet Ontdekking, uit het Russisch vertaald, Gron. 1813 (B\'s denkbeelden omtrent het bestaan van sommige planeten in de nabijheid en in gemeenschap van dampkring niet onze aarde); Krijgsdans, 1814; Hollands Verlossing, 2 Dln. Haarl. 1813 (met vrouwe K. W. B.) herdr. Leiden Affodillen (grafbloemen) 2 Dln. Haarl. 181 i; Wapenkreet , lierzang, Amst. 1815; Willem Frcde-rih koning der Nederlanden, Amst. 1815; Vaderlandsche Uitboezemingen (met vrouwe K. W. H.j Leiden 1815; De vrijgeest op het sterfbed, 1815; De Dieren, dichtstuk, Amst. 1817; Nieuwe Uitspruitsels, Rott. 1817; Gedenkdag der zege van Waterloo, 1817 ; Wit en rood, 2 Dln. (met vrouwe K. W. H.), Rott. 1818; Nieuwe Dichtschakeering, 2 Dln. (mot vrouwe K. \\V. B ), Rott. 1819; Ter nagedachtenis van JulitisWillem LSilderdijk (met vrouwe K. W. R., S. 1. VViselius en 1. do Costa\\ Leidon • 1819; Van het Letterschrift, Rolt. 1820; Onhe-Stendigheid der vrede, 1S20; De ondergang der |
eerste Wareld I—V zang (onvoltooid), Amst. 1820, herdr in Leeuw, 1834en op nieuw uitgeg. met aanteekeningen door l. de Gosta, Leeuw., 18t7; Persius\' Hekeldichten vrij en in toepassing op onzen tijd nagevolgd; Zedelijke Gispingen , Rott 1820: Oe Muis- en Kikvorsch-krijg, Homorus nagezongen , 1821, 2e dr. Utrecht 1835; Taal- en Dichtkundige verscheidenheden, 4 dln. Rott. 1820; Echte Stukken, betreffende de uitzetting in Maart 1795, 1821; Verhandelingen, Ziel-, Zeden- en Rechtsleer betreffende. Leid. 18 \'A ; Sprokkelingen , Rott. 1821; Ter uitvaart van den W.Éerw. heer Nic. Schotsman, Leid. 1822; Geslachtslijst der Nederduitsche naamwoorden op stellige taalgronden gevestigd, 2 dln. Amst. 1822 i2e dr. 3 dln. Amst 1832—34); Krekelzangen, 3 dln. Kott. 1822 , (2e dr. Amst 1835); Dij-dragen tot de Tooneelpoezg, Leiden 1823; Bezwaren tegen den geest der eeuw van Mr. I. de Costa toegelicht, Leiden 1S23 ; De derde October, Leid. 1823; Spreuken, een kleine verzameling zedelessen en leefregelen, Leid. 1823; Hoofts gedichten met aanteekeningen, 3 dln., Leiden 1823; Over een oud Amst. volksdeuntjen , Leiden 1824; Rotsgalmen , 2 dln., Leiden 1824; Op den moord van den hertog van Knghien, Leiden 1824; Aan Legden op den 12den van Loumaand, 1824; C. ITuggens\' Korenbloemen met ophelderende aanteekeningen, Odln., Leiden 182\'i. 25; Nieuwe Taal- en Dichtkundige Verscheidenheden , 4 dln., Rott. 1824—25; Bij de feestviering der Legdsche Hoogeschool, Leiden 1825 ; Chassi-nei-versjen, id. 1x25; Nederduitsche Spraakleer , \'s Hage 1820; Navonkeling, 2 dln., Leiden 1820; Oprakeling, latere dichtstuk/ens, Dordr 1820; Nieuwe Oprakeling, Dord 1827; Afscheid aan Legden, Leid 1827; De voet in \'t Graf, Leid. 1827; Jongste gedichten, Rolt. 1827; Gedichten van Johannes Antonides v. d. Goes met ophelderende aanteekeningen, 2 dln , Leid. 1827; Naklank, gedichten, Dord. 1828; Avondschemering, Bruss. 1828; Vermaking, Bott. 1828; Spreuken en voorbeelden van Muslih Eddin Saai, getrokken uit zijn Rozengaard, Rott 1828; de Cgeloop, een saterspel naar het Grieksch van Euripides, Amst. 1828; H. L. Spiegels Hertspiegel in nieuwe taal en dichtmaat overgebracht, Amst. 1828; Korte aanmerkingen op Uugdecopers Proeve van Taal- en Dichtkunde, Amst. 1N28; Nieuwe Vermaking, Rott. 1829 (2e dr. Zult\'. 1833); Schemerschijn, Gent 1829; Ter nagedachtenis van Mr. J. Hinlopen, Bolt. 1829; Uitzicht op mijnen dood, 1829 (niet in den handel); Proeve eener navolging van Ovidius\' Gedaanteverwisselingen, Amst 1829; Woordenboek voor de Nederduitsche spelling, \'s Hage 1829; Nasprokkeling, Brussel 1830; Beginsels der Woordüorsching, Leeuw. 1831. Aa zijn dood verschonen nog een overzetting van de Redevoering des heiligen Oudvaders Chnj- |
69
|
aostomns, 1833; Nagelaten opstellen, Nalezingen , 2 din.; Nagelaten Gedichten van godgeleerden enzedekundigen inhoud, 2 dln,, Amst. 1834; Mengelingen en Fragmenten , nagelaten door B., Amst 1835; Verzameling van Brieven , 5 dln., uitgeg. door da Costa en Mes-schert, Rolt. 1836 on 37; liet Nicotiaansche kruid achter den nieuwen druk van het Uitzicht op mijnen dood, voorafgegaan door een lerenshericht des Dichters (door H. Ma-rouier), Rotterd. 1833; Geschiedenis des Vaderlands, 12 dln. Hot 13do in 2 st. is van de hand des uitgevers H. W ïydoman, Amst. 1833- 39; Briefwisseling tnsschen IF, Bilderdijk met de Hoogleeraren M en li. JK Tgdeman, 2 dln., Snoek 1866 en 07. Zijne dichtiverlcen zijn onder toezicht van Mr. 1. da Costa in 16 dln. Haarlem 1856 — 59 uitgegeven , waarrvan het laatste afzonderlijk verkrijgbaar is gesteld, omdat de uitgever daarin eeno beschouwing van zijn vriend on loermeostor als mensch en als dichter, ten beste geeft. Hot spreekt van zelf dat deze Ijjst zijner werken verre van volledia is; van dezen grooten dichter zijn eeno menigte verzon en losse gedichten verspreid in de werken dor dichtlievende genootschappen dor vorige of in de almanakken en jaarhoekjes van deze eeuw, wier opsomming, zoo al mogelijk, ongeschikt zoude zijn voor de go-bruikers van dit woordenboek. Nog gaf B. te zamen met M. Siegonbook uit: Leydens ramp, 1807 en met zijne echtgenoot on S. Iperusz Wiselius en 0. van Marlo: Nieuw Liederhoekje tol opwekking van Vaderland-schcn moed en gepaste vreugde, Amst 1813. Voorts nog eenige werken op \'t gel lied van geologie, theologie, perspectief on Latijnsche verhandelingen. nildcrdijk (Catharina Behekka), geb. Woesthoven. Zie quot;Woestliovcn. Bilderilijk (Katharina Wilhelmina) gel). Schweickhardt. Zie Scliwcicklmrdt. Bilderdijk (Louise Sibilla) dochter van Willem Bilderdijk en zijn eerste echtgenoot (1. R. Woesthoven. werd te\'sHagegeboren 7 \' Sopt. 1780, huwde met den geneesheer W. E. Burckhaidt, en overleed 7 Aug, 1832 !\\a haar dood zond de hoogleeraar H. W. Tydeman een Imndolljp proza en poëzie van haar in \'t licht onder don titel van: ]roor de vrienden en hetreklcingen ran L. S. B.; later ook herdrukt in de Bijlagen tot de Gedenkzuil voor Bilderdijk. Billet (Justus) geb. te Gent in 1592 en aldaar overleden 2 Oct. 1082; hij bekleedde in zijne geboortestad eene aanzienlijke ambtenaarsbetrekking, en vervaardigde, op last van het gemeentebestuur, een werk getiteld: |
Politieboek, dat eene kroniek van Gen* en vele bijzondorheden over Vlaanderen, zoowol in proza als poëzie, bevat. Villlet (Lodiwijl) 31 Augustus 1826 geboren te Sint-Nicolaas, waar bij schoolopziener is. Hij werd voor zijné gedichten meermalen bekroond, en toen zulks voor de tiende maal geschiedde, werd hij op 12 April 1858 in zijne geboortestad feestelijk ingehaald. Hij schreef: Jubelzang aen Sir. P. Parein ingehuldigd als Burgemeester van St. Nicolaes, Sint-Nicolaas, 1855; Driezangstukken; De moeder des Konings, \'s Konings soldaet, \'s Konings trommelaer, Leopold de eerste. Koning der Belgen; Belgïi\'s vrijheid, hij de XXVe verjaring van \'s Konings inhuldiging St. Nik. , 1857 ; Vaderlandschezangen, Sint-Nicolaas, 1857; AV» uitmuntende Belg, Sint-Nic. 1858; 29s^ verjaardag van \'s Konings inhuldiging , vaderlandsch lied , 1860; Philip Verhe jen, huldezang, St. Nik. 1802; liet (/las, romance, 1802; De tandentrekker, gedicht, 1862; Bedellied, Sint-Nicolaas, 1862; Frans van Borsel in \'t Kasteel van liupelmonde, Sint-Nicolaas, 1864; Treurzang, hij het afsterven van Z. K 11. den Hertog van Brabant, Belgies erfprins,Gent, 1869; Mercator, Huldezang voorgedragen hij de plechtige inhuldiging van Mercatores standbeeld, te liupelmonde, den l-l Mei 1H71, Sint-Nicolaas, 1871 ; Over de rhetorieakamer De Goudbloem van Sint Nikolaas, Het Geld, en andere Gedichten. Itilliet (Paul Jacques Finile) gei), te Antwerpen 14 Febr. 1838, was van 1858 tot 1802 medeopsteller van bet dagblad De Grondwet en is sedert 1863 opsteller van het dagblad De Koophandel van Antwerpen. Van 1881 tot 1883 maakte hij deel van den provincialen*\'raad van Antwerpen. Hij begon zijne\' letterk. loopbaan mot vertalingen uit hot Fransch en Duitsch en gaf\'vervolgens verscheiden romances en liederen uit, als: Aan mijne Lieve; De Baad eener moeder; De arme dichter; Dauwdropjes en Tranen ; Door het Spleetje van \'t gordijn; De eerste, kus der liefde; Geuzenlied; Wen/ De Schipbreuk, koor; Nacht en Morgen, cantate; Egmont en Iloorne; cantate. Ver-dor gaf bij uit: Help u zei ven , blijspel in éen bedrijf, Antwerpen, 1800 (2e dr. 1873); De vergissing, zangspel in éen bedrijf, Antwerpen, 1867; Belofte maakt schuld, kluchtspel in éen bedrijf, Antw., 1872; Lie-derik, de rentmeester, zangspel in 3 bedrijven, Antw., 1875. Itilt I.» motie (Cornells van Erlachvan der) geb. te \'s Hortogenbosch, 18 Aug. 1829, werd aangesteld bij eene Engolsche maatschappij , die zich ten doel stelde indijkingen te bewerkstelligen op Zuid-Beveiand; doch |
70 niiigcii
Blnglugi
|
rlfi maatschappij p;ing failliet. Sedert leefde hij met ouders en zuster van de opbrengst zijner pen ; doch dat Rinp1 moeilijk en een aanbieding hij de Redactie van de Nieuwe JRofterdamsche Courant was hem zeer wolkom. Geldgebrek dwong hem over te gaan bij het Ilaarjsche Dagblad. Maar ook hier ging hot niet. Later deed hij reizen door Nederland en België voor een wijnkooper. Eindelijk werd hij redacteur van de liozen-daalsche Courant. Hij overleed aan typhus 8 Aug. 18()8. Hij schreef Het oude Hui* en een Vertelling roor meisjes, twee norenen, \'s Hertogenb. 1855; Ken kcrkgang te Tilburg, Fantasi\'én op een thema uit helleren, \'s Hage •1855; de Hainan ran Blijdenhoeve, henevens andere verhalen en gedichten, Tie) KSi?; Jara, Schetsen en Omtrekken, vit de portefeuille ran C. L. il/ ran der Does, Dordr. 1858 ; Hen mandeling op de Delftsche tentoonstelling ran Oudheden, \'s Hage, 18(i3. Voorts een menigte opstellen, novellen en recensiën geplaatst in de Vad, Letteroef., Gelderland, Nederland, Europa, Muzenalmanak, Alman. roor \'t Schoone en Goede, Holland, Cadsandria (Zeeuwsch Jaarhoekje), Geïllvstr. Almanak, Lectuur voor de Huiskamer , Hrang. Penningmag. Zijn Recensiën in de Vad. Letteroef. meestal onder hot pseud. L — e. Hingen (\'Antonie van.) Zie I. oenen mrardnet (J. van.) lllngpr (Hi/man) geb. te Amsterdam 28 Maart 1S24, studeerde eerst in de geneeskunde , doch werd door zijn vader . die boekhandelaar en uitgever was , in diens zaak opgenomen. Hij is daarin gebleven en is thans hoofd der firma gebroeders Binger. Hij schreef onder het pseudoniem van Grootvader Herman : het Kleinzoontje van Klein-Duimpje, een herijmd vertelseltje, Amst. 1S53. Verder onder zijn eigen naam: Het lied van de Duinwaterleiding, ter gelegenheid van de onthulling der hoofdfontein op den Dam 27 Aug. -1850, Amst. 185(); 18 October MDCCCLXVI1. Vondels standbeeld onthuld. Feestzang op muziek gezet door G. A. Heinze, Amst. 1860; Gedenkboek der feestviering van het vijftigjarig bestaan der Vereeniging ter bevorder int/ van de belangen des hoekhandels op 12, 43 en 14 Aug. 1807; Amst. 1868. Verder eenige gedichten in Kunst en Poëzie, Utrecht 1868, Apollo en de Hazen, wedstrijd van liedertafels hij gelegenheid van het Hi jarig feest der vereeniging ter herordering van de belangen des boekhandels Bovendien nog bijdragen in verschillende tijdschriften en jaarhoekjes. Binger heeft zich vooral verdienstelijk voor de letterkunde gemaakt door zijn prachtuitgave van Vondels werken, waaraan hij met den bewerker, Mr, J. van Lennep, ijverig heeft gearbeid. |
KiiiNhrrgrn (Johannes Frederikus van) geb. in 1808 werd in 1833 predikant te Schore en Vlake en in 1854 te den Hoek bij Aksel. Sedert Nov. 1886 emeritus en woonachtig in Terneuzen. Bijschreef; Korte geschiedenis der kerken en gemeenten van Schore en Vlake op Zuid-Beveland, Zierikzee 1845; Een drietal verhalen uitgegeven ten roordeelc van het Nederlandsch Mettray bij Zutphen, Schoonh 1851. Van hem verschenen ook vertalingen uit het Fransch. HInncIio|gt; (Willem) geb. te \'sGravenhage 12 Nov. 1827, was achtereenvolgens leeraar aan het Gymn. te Dordrecht, prorector te Leitien, leeraar aan \'s Rijks Middelh School te Leeuwarden eu is thans Directeur der H. B. School te Delft. Hij gaf in \'t lichi Handwoordenboek voor de spelling der IIoll, taal, door P Weiland, 2de verm, en verb, dr., Dord. 1857; Justus van Effen, geschetst in zijn leven en werken , Utrecht 1859 ; De woelingen iter Lej/cestersehepartij binnen Leiden, 1:)86 87 , Leiden 1867 ; De slag bij Jleiliqer-lee , Leeuw 1868; Keur uit de gedichten van Tollens, Leeuw. 4868. Met, Ëlcoo Verwijs gat bij uit Gedichten van Willem van Hilde-gaersberch, \'s Hage 1870. Voorts kleine stukjes in de Taalgids, Konst-en Letterbode, de Jagers Archief en in de Hand. der Maatseh. der Ned. 1 .etterh. Een ivoordenhoek op Vondels werken is nog in handschrift en onuitgegeven. »lvé (W.) Zie Eyk (Dr. W. B. J. van:) Klannw Azn. (Klaas) geb. 2 Oct. 1824 te Graft (Noordeind). was aldaar landbouwer, en overleed er 28 Nov, 1886. Hij schreef; De^niagnetiseur, blijsp. in 2 bedr.j Zaandijk llladel {August van) Zie Snleiler» (/).) nlanckacrt (Alexander) een Gentenaar, die in 1548 te Keulen eene Nederduitsche vertaling van den Bijbel uitgaf; hij overleed 31 December 4555. BlaNinN (Johan) waarschijnlijk 13 April 163!) te Leiden geboren , was advocaat te Amsterdam, waar hij vermoedelijk in 1673 overleed. Hij schreef de volgende stukken ; De edelmoedige vijanden, blijsp. Amstordam 1659 (20 dr. 1671); Mengeldichten, Amst. 1661; Fvlamants kusjes, minnewijsen en bij-rijmen aan Celestine, Amst. 1663; Lysander en Kaliste, blij-eindend trsp., Ie \'eu 2e dl., Amst, 1663; Het Huieeljk van Oroondates en Statira , id , Amst. 4670; Dubbel en Enkel, jok- en ernstspel, Amst. ■|()7(); De Edelmoedige Vijanden, blijsp., Amst. 1671 ; De Malle Wedding, blijsp., Amst. 1671; Geslagthoom |
Cnte—Kloek. 71
Blaupot (en
|
der Tlei/densche Goden en Godinnen met hij-gevoegde Mengeldigten, Leyd. Of alléén, of \'mol\'S. Engelbrecht, L. Koenerding en F. Asselpin schreef hij onder de letters E. B. I. S. K. A. De Grielcsche Antigone, Treursp. niet een voor- en nabericht tegen de dichtkunstige onderzoekers, Amst. 1070; Po\'êtae. heau-tontumeroiimenni of pennehrijgh fusschen de reformateurs der fioezy en IJ. B. T, S. K. A. z. pl, 1070. nlauiiut ten C\'«lt;e (S.) Zie Cate (Blau- 2)ot ten). Mleeker (Daniel) was koopman te Amsterdam , alwaar hij 27 Apr. \'1803 overleed, maakte eenige losse gedichten, waaronder de Tempel der Gezondheid, een allegorische droom . uitgeg. in de Kleine Dichterlijke Handschriften , benevens een treurspel: Titns Manlius Torquatns of de zegepraal der krijgstucht, Amst. lilccker (Pieter) gnb. te Zaandam 10 Juli 4819, ging als officier van gezondheid naar Indie en doorliep alle rangen tot dien van kolonel. Bij zijne vele werkzaamheden vond hij den tijd om te Batavia op te treden als redacteur van het Tijdschrift voor Taal-, Land- en Volkenkunde van X. Indië, en als hoofdredacteur van hot Tijdschrift der Natuurkundige vereeniging, welke redacties hij tot 1858 waarnam. Hij keerde in 1S00 naar Nederland terug. Na zijn ontslag gevraagd to hebben ging hij eerst te Leiden , daarna te \'s Hage wonen , waar hij 21 Jan. 1878 overleed. De koning benoemde bom tot staatsraad in buitengewonen dienst. Behalve vele (210) ichthyologische werken en bijdragen in Indische tijdschriften , in de Gids. het Tijdschrift van Nederl. Indie, en in (]e]\\rerkeii der Academie van wetenschappen, schreef hij: Seize door de Minahassa enden Molukschen Archipel enz , 2 dln., Batavia 1857. Dit werk was het gevolg van eene reis, welke hij met den Gouv.-Gen. Duymaer van Twist maakte. Klerenu (Stanislas Peter Alexander) geb. te Antw. 31 Maart lyll, was notaris te Capellen en toen hij van zijn ambt had afgezien, vestigde hij zich weder in zijne geboortestad, alwaar hij overleed op 13 Mei 1877. Hij gaf met dé Laot en Conscience de Noordstar uit, in welk tijdschrift hij plaatste: Moed en geduld, 1840; De dood van Filips de Tweede, pliantastisch tafereel, 1810; Eene zedenschets, 1841; liet geluk eener Koningin, een historisch verhael, 1841; De dooden spreken niet meer, verhael (1009), 1842. Verder schreef hij: De echte Sinjoor, in den Muzenalmanak van 1843, en De slag van Austruweel in de Vlaamsche Letterbode van 1844. |
Bleu (Francois Ie) geb, 1020 (?) te Leiden , schreef: Minnevlam brandende in \'t hart van Thyrsis om de schoone Amaril, Leiden 1042 , 2e dr. Amst. 1059. IlleyHwIjk (Dirk rvan) geb. te Delft in 1040 gaf uit een Beschrijvinge der stad Delft, enz., voorafgegaan door een beschrijvinge van Delfland enz.. Delft 1007. Als eene verbeterde en vermeerderde uitgave van dit werk kan beschouwd worden Beschrijving der stadt Delft door Reinier Boitet in 1729 aldaar uitgegeven. Hlieck (Francis Jozef) geb\'24 December 1805 te Werwick (West-Vlaanderen) was van 17 Januari 1842 tot 4 Augustus 1857 notaris te Isoghem en daarna te Beveren. Den 21 April 1858 nam hij aldaar zijn ontslag, om op zijne rust te gaan leven te Iseghem. Sedert 1802 woonde hij in zijne geboorteplaats, alwaar hjj overleed op 28April 1880. Hij schreef: De triomf der nationale onafhankelijkheid. Het lot des vaderlands, dichtstuk te Brussel bekroond in September 1834, Kortrijk, 4834 ; De knagingen van een boos geweten, bekroond met den gouden eerpenning door de Koninklyke Maet-schappii van raderlandsehe tael en dichtkunde te Oostende, Kortrijk. 1830; Mengelpoëzy. Ie deel, Kortrijk, 1839. 2e deel, Boesélare, 1850, en 3de deel, 1803 ; Proeve van vertaling in vrye dichtmaet van het Psalmboek, Ani-werpen, 1854; Geschiedenis der Werwieksche rederykkamer oudtyds genoemd „Drooghers1\' Roeselare. 1850; Lentetuiltje, met biographi-sche aenteekeningen, Werwick, 1873. lllock (,ƒ. A.) was geneesheer te Schoonhoven in de tweede helft der 18e eeuw. Hij schreef: Beschrijving der stadt Schoonhoven, vroeger uitgegeven door II. van Berkum, thans herzien en vermeerdert door J. A. B. M. D., Gouda 1702. ^ lllock (Bruno) geb. 20 Februari 1828 te Gent, waar hij eerst onderwijzer ann de stadsschool en daarna leeraaraan de Middelbare school was. Thans is hij kantonale schoolopziener van Ledeberg en leeraar van Nederlaudsche voordracht bij het conserva-torium te Gent. Hij schreef; Jan Ilyoens, historisch drama in 4 bedrijven, Gent, 1849; Oorspronkelijke samenspraken en. tooneelstukjes voor prijsuitdeelingen, Gent, 1853; Springt niet verder dan uw stok lang is , blijspel met zang in édn bedr., Brussel, 1853; De ouders, tooneelspel in 3 bedr., Antw. 1800; De zoon die zijn vader onthooft, hislovisch drama in 5 bedr , Gent, 1800; Dry honden aan een been , bijspel met zang in 4 bedr., Antw. 1807; Eene zuster, drama in 4 bedr., Gent, 1807; De modeziekte, tooneelspel in 2 bedr., Gent, 1807; Een man van |
Block—Blom»
72
|
eer, drama in 1 hedr , Antw. 1868; Over eemge dwalingen en vooroordeelen hij het volk (voordracht). Gent, 180,S; Mijnheer Ryhzucht, blijsp. met zang in 1 hedr., Antw. 1868; De jonge lieden, tooneelspel in 4 hedr,, Antw. ■18G8; Zielenadel, tooneelsp in 1 bedr., (met Paul van Kien) Antw.-1809; Over den Tabak (roordrdclit), Gent, 1800; Lodewijk van Nevers, historisch drama in 3 hedr., Antw. 1870; De iritte kaproenen, hist, drama in 5 hedr., Antw. 1870; Bijvoegsel aan het tooneel-stuk: De witte kaproenen, Antw. 1870; Nijd en hoogmoed, tooneelsp. in 4 bedr. (met Paul van Elen), Antw. 1871; IIcl sparen tooneelsp. in \\ bedr. voor meisjes, Gent, 1872; De stiefdochter, tooneelspel in 4 bedr. (met Paul van Elen), Antw, •1872; Typen, tooneelspel in 3 bedr., Gent, 1874; liet Geld en de Mode, blijsp. in 1 bedr., Gent, 1875; De Koopman van Antirerpen drama in 4 bedrijven naar den roman van II. Conscience, Gent, 1878; De twee vondelingen, drama in B hedr., Gent 1878; Liefde tot orde, (voordracht), Gent, 1879; De zonder Naam niet zonder Hart, gelegenheidstukje in 1 hedr.,, Gent, 1881. Block (Jozef Willem de) geh. te Hal, in Brabant, G Maart -1800, stiuleerdo in de geneeskunde en werd hoogleeraar in dat vak aan de Gentsche HoogescFiool. Later werd hij burgemeester van Bouchoute ; hij was lid van den Senaat, waar hij dikwijls in de bres sprong om de Viaamsche belangen en de Nederlandsche taal te verdedigen. Behalve een geneeskundig werk over de cholera schreef\' hij veel artikelen in dagbladen en tijdschriften. Hij overleed te Gent 8 Aug. 1862. Blookliiiyg (Jozef) op 3 Mei 1825 te Vorselaar geboren, studeerde aan de Normaalschool van Lier en was te Schaarbeek onderwijzer tot 4864, toen hij opsteller werd van het Antwerpsche dagblad De Koophandel, dat hij in 4860 verliet, om te Antwerpen koopman in steenkolen te worden. Blockhuys was ook opsteller van het tijdschrift De Toekomst en van hel weekblad De Klauwaart. Hij schreef of vertaalde eenige werken over opvoed- en onderwijskunde en leverde; Een handel splinternieuwe tooneelstakken voor kinderen , en die grooten ook nattige lezingen zullen rerseliaffen, Brussel, 4862; De mislukte patriot, üiest, 1865; Telnat! Diest, 1805; Vijf-en-twintig liederen, Dendermonde, 1800; De Lintworm met zeven koppen , Dendermonde , 1808 ; Over opvoeding en onderwijs, door ,/. II. Hits, met aanmerkingen , Antwerpen . 1868; Een bundel liederen, Antwerpen, 1870; De oorlog, gedicht, Antwerpen, 1870; Geloof en liefde, Antwerpen , 1880. |
Bloemanrt (Hendrik) zoon van den schilder Abraham Bloemaart geh. in 4603 , beoefende de schilder- en de dichtkunst te Utrecht. Hij vertaalde uit het Italiaansch: Den getrouwen herder, herdersch bly-eindend treursp. van Gio. Bapt. Guarini op nieuw uit het Italiaansch vertaald en gerijmd , Utrecht 4050 en maakte nog een tooneel-stuk Hannibal, den manhaften veldoverste triumpheerende in de stad Capua idem Utrecht, 1070. Hij overleed in 1080. Blok (Petras Johannes) geh. 10 Jan. 1855 te Helder, studeerde en promoveerde inde letteren te Leiden , was van 1879 tot 1884 leeraar aan het Gymnasium te Leiden , en sedert dat. laatste jaar boogleeraar te Groningen. Hij schreef: Een Hollandsche stad in de Middeleeuwen , \'s Huge 1883 ; Ken Hollandsche stad onder de Bourgondisch-Oosten-rijksehe heerschappij, \'s Hag\'e 1884 ; Het doel van de beoefening der geschiedenis (redevoering) \'s Hage 1884, en verder talrijke bijdragen in de Bijdragen van Nijhoff, Ned. Spectator, enz. Blokbergcn (Johannes) geb. te Groningen 4 Maart 1841, is huis-en decoratieschilder in zijne geboortestad. Hij schreef: Ke-fereinen. Gron. 1870; Ledige uren, Gron. 1873 (beide uitgegeven met een liefdadig • doel). Voorts bijdragen in den Vriend des Huizes en den Almanak voor Hollandsche Blijgeestigen. Blom (domei ia) geb. te Woubrugge 2 Febr. 1712, stond in 1740 als predikant te Zierikzee en werd van daar vier jaar later naar Leeuwarden beroepen , waar hij rustig had kunnen leven zoo zijn ijver voor do rechtzinnigheid der kerk hem riiet tot schrijven verleid had. Bij gelegenheid dat de beroemde hoogleeraar L. 0. valckenaai\'eene Latijnsche oratie hield over de voormalige en hedendaagsche verandering der Ned. zaken, gordde zich Us. Blom ten strijde en schreef een berijmd paskwil: Veldbloemen met een prikneusje daaronder aan Momusgestroyd in en bugten de Academiekerk te Franequer, 1749; Valckenaar antwoordde niets op dat geschrijf, doch anderen stelden den recht-zinnigen leeraar aan de kaak , waarop hij een tweede stuk in proza liet volgen: Bericht wegens mijne onnozele Veldbloemen, waarop nog een Tweede Bericht. De twist liep met een vermaning van de klassikale vergadering ten einde. In 1703 wikkelde zich Ds. Bi. weer in moeilijkbeden bij hol beroepen van een predikant,\' waarin hij zich onbetamelijk uitliet tegen de Vroedschap en tot eene geldboete , met schorsing van dienst I werd verwezen. Overleden 28 Sept. 4780. |
Blom —Blommnert.
73
|
Blom (Abraham Hermanns) geb. te Rotterdam 16 Jan. ISIB, studeerde en promoveerde in de theologie, en werd in 1841 predikant te \'t Woua; in 1815 ging hij in dezelfde betrekking naar Dordrecht, waar hij, sinds hij in 1866 emeritus werd, bleef wonen. Behalve een groot aantal preeken en godsdienstige werken, meestal vnn exe-getischen aard, schreef hij in het Byhelsch woordenboek voor het Christelijk gezin , Amst. 1812! -9 de helft der artikelen betreffende de Biografie van het Oude Testament, en van de letters H tot Z de meeste artikels van Geographischen inhoud Verder werkte hij mede aan de Synodale verfalinc/ van het N. Testament , 1868. Blom {Jan Gelinde van) werd geb. te Harlingen 2 Januari 1796, was notaris te Dragten en overleed aldaar 29 April 1871. Hij schreef: De opkomst van het vlek Dragten in de provincie Friesland, vermeerderd met geschiedkundige aanteekeningen en bijlaften , Leeuw. 1840; Proeve van het Harmonische in de Friesche dichtkunst, Leeuw. 1840; Blom-mekoerke oanbcan van sijn lanzluje, üokkum 1869. Blomlicrt (Johan) geb. te Zalt-Bommel in 1694, studeerde te Utrecht en te Leiden en was in 1718 predikant te Haaften en in 1737 te Knik. Daar overleed hij 24 Dec. 1738. Hij is de schrijver van: De geschiedenissen van het Vereenigde Nederlandt zedert hare eerste opkomst tot op deese onze dagen , hoe \'t selve verlost, verhoogt en bewaerl is door wonderen van Gods voorzienigheit onder \'t Bestuur der Fr in een van Oranje en Nassau enz. Utrecht 1730, 6e Dr. 1750 P. leGlercq en A. Rotterdam hebben er ieder een vervolg op geleverd. |
Blommnert (Jonkheer Philip Marie) geb. te Gent 27 Aug. 1809, overleden aldaar 14 Aug. 1871, promoveerde ten jare 1829 in de rechten , en zette zich te Gent neder na eene groote reis door Duitschland en Italië gemaakt te hebben. Hij bekleedde in zijne vaderstad onderscheidene aanzienlijke betrekkingen , en was een der oprichters van het gezelschap de Vlaamsche Bibliophilen. Hij schreef: Aenmerkingen over de verwaer-lozing der Nederduitscfe tael. Gent, 18.\'!\'2; Landtacl van Belgie, Gent, 1834; Liederik de Buck, in driezangen, Gent, 1834; Theophilus, gedicht der XIV eeuw, gevolgd door drie andere gedichten van hetzelfde tijdvak, Gent, 1836 eii 2e uitgave 1858; Beknopte geschiedenis der kamers van lihetorica te Gent, Gent, 1838; Oudvlaemsche gedichten der XII, XIII en XIV eeuwen , Deel I 1838; II 1841, III 1851 , allen te Gent: Vlaemsche kronyk of dagregister van al hetgene gedenkweerdig voorgevallen is binnen de stad Gent, sedert 15 Julg 1566 tot 15 Jung 1585, onderhouden in \'t Latijn, door Ph. de Kempenare, overgezet door J. P. van Male pastoor va)i Bove-kerke, thans voor de eerste mael uitgegeven door Ph. Blommaert, Gent, 1839; Kronyk van Vlaenderen van t jaer 580 tot 1647, uitgegeven door Ph.Bloemmaert en C. P.Serrure; Het beleg van Gent ten jare 965. Het heel ach van joncheer Jan van Hemhyze. gedicht der XVI eeuw, 1839; deze drie werken werden door de Vlaamsche Bibliophilen uitgegeven; Gedichten van Jakob van Zevecote, voor de eerste mael verzameld uitgegeven, Gent, 1840; Over de ambachtgilden of neringen te Gent, Gent, 1840; Het leven van Philippus den Stauten, hert och van Horgonien, en de van Margarita van Male, Gravinne van Vlaenderen, bijeenvergadert uyt verscheyden gheloofweerdighe autheurs ende aude geschreven memorien ende monumenten, door Broeder Bernaert De Jonghe,, Priester predicheer van het convent van Ghent, Gent, 1841; Het leven van Joannes den Onbevrecsden, hertoch van Borgonien, Graef van Vlaenderen, byeen vergadert uyt verscheyden geloofweerdighe autheurs ende aude geschreven memorien ende monumenten, door Broeder Bernaert De Jonghe, Priester predicheer van het convent van Ghent, Gent, 1841 ; Knopjes en bloemen, Liederen en andere kleine gedichten, in den hoog- en nederduitschen tongval, ter vergelijking beider nevens elkander gesteld. Nevens eenige bemerkingen over verscheidenheiden derzelve door B. en Van Vogt, Gent, 1812; Iwein van Aelst, (1128) Gent, 1842; Leven van St. Amand, patroon der Nederlanden, dichtwerk der XI Ve eeuw van Gillis de Wevel, Gent, 1842—3; Der Vrouwen-heimelijkheid, Gent; De Grimbergsche oorlog, ridderdicht uit (.le XlVe eeuw (met G. P. Ser-rure). Gent, 1852—4; Geschiedenis der rederijkkamer de. Fonteine te Gent gesticht den S December 1448, Gent, 1847; Aloude geschiedenis der Belgen of Nederduitschers, Gent, 18 i9; Einhard, Leren en wandel van keizer Karei de Groote. Voor de eerste mael in het Nederduitsch uitgegeven door Ph. B., Antwerpen, 1819; Beschrijvinghe van hetghene dat vcrtoocht wierdt ter incomste van d\' exellentie des prineen van Oraengien binnen der stede van Ghendt. den XXIX Decembris 1577, Gent, 1852; Volu-Spa of voorzegging der Pries-terin , Antw. 1851; Hilda , Aiitvv\' 1852 ; Gedichten, Gent, 1853; Levensschets van Lucas d\' Heere, kunstschilder te Gent (XVI eeuw). Gent, 1853; Chronologische handleiding van de geschiedenis der Nedersaksische letterkunde, Borgerhout, 1855; Petrarcha\'s reis naer België, Gent, 1855; Nederlandsche begravings-wijze en grafsteden, Gent, 1857; Dietsche Lucidarins, Leerdicht der XlVe eeuw, Gent, 1858; Graf- en gedenkstukken der provincie Oost-Vlaanderen, Gent, 1856—67 |
Blon—Boohoveiu
|
De Neflerduitsche schrijvers van Geut, Gent, IRfil; De Vlaenische tael in zaken van he-stuer, Gent (z. J.) Oeiroonlen, vri/heden en priviler/iën der siad Sint Truyen, Gent (z. J.); Politieke balladen refereinen, liederen en spotgedichten der XVle eeuw, Gent (z. J.) Blon (.7. Le) leefde in bet, midden der 17e eeuw en was oen ftroot vriend van Gii-tharina Qnestiers: in den Lnuirerstrijt Ins-schen deze en Cornelia van der Veer, 1(565, komen onderscheiden verzen van hem voor. Xtlnndopl (Talentijn promoveerde in de rechten te üli\'echi en seln eef Beschrijrinu der stad Utrecht, hehelzende derzelrer op-kowxt en voornaamste lotgevallen enz., Utr. 1757, met platen. Itlonfrork (Hendrik) np 25 \\nvrinhei\' 1836 frehoren te Leke, in West-Vlaanderen, vestigde zicli als onderwijzer te Laken en paf\' in het licht: Beley en verovering des kas-teels ran Antwerpen , Brussel, 1S76. Hij is medewerker aan onderscheiden tijdschriften. nliimc {Carl Ludipig) jjeh. te Brunswijk 29 Juni I7S!), was hoogleeraar en directeur van \'s Riiks herbarium Ie Leiden en stierf aldaar 3 Febr 1Sfi2 Relialve vele Botanische werken (meestal in het. Hndnitsch) schreef hij met D. J Veefrens het, tijdschrift De Indische hij, ter herordering van de kennis der Nderl. volksplantingen en derzelrer belangen. Leiden 1842—18 4, 4 St.; Hijdra-gen tot de kennis van het landschap Bantam mitsgaders tot de kennis van de Bandonis, een Sundaschen volksstam. nliiNNe (Abraham) gel), te Dordrecht 10 Febr. 1726, waar hij de stichter was van de bekende boekhandelaarsfirma van dien naam. Hij stierf te Dordrecht, 4 Febr. 1808 Behalve eenige gelegenheidsgedichten, die onder den titel van Herders- en Veldzangen en onder dien van Huwelijkszangen verschenen, plaatste hij zes gedichten in de Proeve van Zedepoezy van \'t Dordsche genootschap Concordia et lahore ; Veezorg , herdersklacht over de runderpest, \'1755; De opstanding en het laatste oordeel, in de\'wer-ken van \'t Haagsche genootschap Kunstliefde spaart geen vlijt. 1771; De beste opvoeding der jeugd en Bespiegelingen hij een on tred er, 1770; Eerspoor aan de Nederlanders ter verdediging ran hit line Vrijheid en \'/.ee-vaardije, 1781. ook te vinden in de Lan-werbladen ran de zonen der vrijheid, waarin mede geplaatst zijn; Tafereel van Vaderlandsliefde en Menschenmin en Dordrechts Burgerij aan haare Regeerders. Voorts gaf hij uit: Iets dichtmatigs, 1784; Jubelzang van het Dordsche genootschap: Lust tot zingen , 1707; Drie godsdienstige verhandelingen en gedichten, 1800; Proeve van Gereformeerde Kerkgezangen , 1804; Mozes\' Zegelied, 180G. |
Mo (Leonard Lodewijk de) geb. te Beve-ren op de Leie, in West-Vlaanderen, 27 September 1826, studeerde aan het college te ïbielt en genoot daarna in het groot seminarie van Brugge zijne opleiding voor den geestelijken stand. Ten jare 1851 werd hij tot priester gewijd. Gedurende een twintigtal jaren was hij professor in de Rhetorika aan bet Sint-Lodewijkscollege te Brugge. Vervolgens was hij pastoor te Elverdinghe, te Ruisselede, en te Poperinge overleed hij als pastoor-deken op 25 Augustus 1885. Behalve een paar Fransche werken, schreef hij: Pie /X in 1862, Gent, 1862; De Moedertaal, Gent, 1864; Kleine nederduitschespraakkunst voor Vlamingen, Brugge, 1809 en 1874; Westvlaainsch Idioticon , Brugge, 1870—73 ; Gedichten, Brugge, 1874; Beschrijving van een uitmuntend mirakel, geschied te Poperinghe den 14 Maart 1479, aangaande een misdragen kind, dat na drie dagen hegraven geweest te zijn , den vierden dag het leven en het. H. doopsel ontving, enz., Poperinge, 1879; herdruk van een ond boek door de Bo overzien en verbeterd. De Bo leverde bijdragen in De Katholijkquot;. Zondag, in Rond den Heerd, in De Toekomst en in de Handelingen dei-gilde van Sinte-Luitgaarde, waarin twee redevoeringen van hem voorkomen, lo. Over de dialectische woorden en wendingen die burgerrecht in de schrijvende taal verdienen , en 2o. Il\'aarom er geene eloquentie in het letterkundig Nederlandsch is, Brugge, 1874 en 1875. Holx-lilijk (Pieter) geb. te Oosterblokker 7 Mei 1827, onderwijzer te Twisk, schreef: Licht en donker, Dichterl. bijdragen, Me-demblik 1867, en eenige losse gedichten. noclmrt (Eugene Ignace Albert) geb. te Oostende 15 Augustus 1819 was schoenmaker te Brussel, waar bij lid van den gemeenteraad werd en 5 Mei 1877 overleed. Hij schreef een menigte werken in hetFransch, zoowel in proza als poëzie , en in het Nederlandsch: Vadeiiandsche perels der Belgische jeugd, Brussel, 1859; Volksvoordracht gegeven te Antwerpen, 30 Mei 1870, Brussel, 1870. Itorliovcn (Francois van) geb. te\'s Hage in 1051, advokaat le Dordrecht en overl 4 Juli 1733, schreef: Een bundeltje uitgeknipte geestelijke Gezangen (4de dr.. Dev. 1721); Nederd. en Lat. keurdichten, waarin zijn Uitvaart van Joh an Hailing, in zijn leven burgemeester en raad van Dordrecht; Lijkge-dachtenis op Johan van Broekhuizen , achter diens gedichten; Nagelaten Stichtelijke Gedichten, 1734. |
Bookx—Baeokx.
75
|
Bockx (Dominicm) geboortip van Antwerpen , stierf in 1674 als monnik in de abdi) van St. Bernard. Zi)ne werken kwamen uit onder den titel: Gedichten, in onderscheiden deelen , en bevatten onder anderen : Uitleggingen or er do zedelycke Koppeldichten aen Cato toegeeygent. Bocquacrt (L.) onderwijzer te Hansbeke, in Oost-Vlaanderen . schreef: Sint-NiMaas-avond, gevolgd van Rozel-en en Mietje, Gent, 1880. ItofldHort (Piet er) peb. te Middelburg 6 Juli 1094, president in het Hof van Vlaanderen aldaar , waar bü quot;21 Jan. 1759 overleed. Hij schreef met J. Sleengracht en 1\'. de la Rue: Dichtlierende Tijdlortingen , he-staande in gedichten ran rerscheide «toffe en rijmtrant, 2dln., Leiden 1717—18; een vertaling van Oebillons Atrens en Th gestes, in \'t zelfde Jaar (met de la Hue). Afzonderlijk van hem verschenen : Stichtelijke Gedichten, 4 bundels, 172(1. herdrukt in 1738 en in 1741; in 1752 verscheen daarvan nog een vervolg; Nagelaten Mengeldichten en Lerensheschrijring, door zijn zoon uilgegeven, 1701. Door zijn zorg verschenen de Kage-laten Gedichten van Vroutre Anna Rethaen. 1730 en die van Mr. Joh an Moorman , 1745. Nog is van zijne hand de beschrijving van Zeeland en Staats-Vlaanderen in de Tegenwoordige Staat der Vereeniqde Nederlanden. Voorts een paar godgeleerde werken. JKniI(Inert .Junior (Pieter) kleinzoon van den voorgaande, geb. te Utrecht in Oct. 1760 , was advocaat te Amsterdam en dichter. Hij gaf uit: Verzameling ran Gedichtm 2 St., Utrecht 1790, (meest van erotischen aard); Gedichten uit de gevangenis (z. n.), Utrecht 1792; Molstein en Kroondorp, too-neelsp. 1794. Daarna gaf hij zich aan een zeer losbandig leven over, misbruikte zijn talent tot het maken van allerlei, meestal in kroegen en bordeelen geïmproviseerde gedichten en werd het slachtoffer van zijne uitspattingen; hij stierf te Amsterdam aan de gevolgen van een val in het half dicht gevrozen water , waarbij bij zijn been brak (9 Maart 1805). Na zijn dood werden zijne verzen verzameld en uilgegeven onder don titel van Nagelatene poëtische en prozaïsche portefeuille van Mr. J\'. Boddaert, Amst. 1805. JBodilarrt (Marie Agathe) geb te Middelburg 0 Febr 1844, is sinds 1877 weduwe van den heer J. Gelderman , 1ste luit. der Infanterie Zij schreef tot nog toe geen afzonderlijke werken , doch plaatste een aantal dichtstukken in de tijdschriften Nederland 1885—6, Gids, 1885—0 en Spectator 1886. Onder het pseudoniem Lactor schreef zij ook prozastukken in eerstgenoemd tijdschüft, Jaargang 1884. |
lïortdo ( A) schreef: Gedichten, uitgegeven ten voordeele van Ierland, \'s Hage 1S47. «quot;«Ie (MattJiijs) werd omstreeks het jaar 1675 geboren. Hij gaf onder toezicht van den hoogleeraar Petrus Francius vertalingen van Horatius in \'t licht, 1690, die gevolgd werden door: Orestes en. I\'glades of Iphiqenie in Tauris, treursp., bet Fransch nagevolgd, Amst. 1702; Polj/xena, idem, Amst, 1703; Oorlogszang en Poj\'zgzang, Amst. 1706. Zijn losse gedichten zijn opgenomen in de Nieuwe Verzameling der Nederduitsche Mengeldichten. llodrl VypiilmiN {Johannes Tiberius) geh. te Amsterdam 23 Nov. 1797, promoveerde in de rechten te Leiden en was een werkzaam deelgenoot van de boekhandelnars-fiyma Lnchtmans aldaar. Na de ontbinding dier zaak in 1850 hield hij zich met letterkundige en historische studiën onledig en verzamelde eene uitgebreide kunst- , kaart- en boekenverzameling. Mij overleed 8 Januari 1872 Van zijne band verschenen : De algemeene kaarten van de prov. Friesland, verzameld, beoordeeld en gesehiedk. beschreven (met W. Eekholf), Leid. en Leeuw 181(5; Topographische lijst der plaatsbeschrijvingen van het koningrijk der Nederl. Amst. 186-2 ; Uibliijgrapliie der plaatsbeschrijvingen van het koningrijk der Nederl , \'s Hage 1868 Voorts maakte hij een supplement en table des ma-tières op de Archives van Groen van Prin-sterer, en had hij een werkzaam aandeel aan het samenstellen van het Repertorium der verhandelingen en bijdragen betreffende de geschied, ties Vaderl in mengelwerken en tijdschriften tot op 1860 verschenen. Leid. 1863, en gaf ook bijdragen in den Konst- en Letterbode , den Narorscher enz. llodcMlitf (Paul), zie Vccu Aan. {Jan van der). Jtopck (Jan de) was in de vorige eeuw monnik in het klooster der Minderbroeders te Brussel en gaf zijne gezamenlijke werken uit onder den titel: Processie-dichten, etc., gergint, geplackt ende hijeen verzamelt door, enz. Itocrkx {Bartholnmeus) leefde te Lier van 1570 tot 1611 eu was aldaar Prins der Rederijkerskamer „de Ongeleerdenquot;. Hij was der hervorming toegedaan. Op de Bourgon-dische bibliotheek te Brussel bestaat een bundel Liederen van zijne hand \'sMans kenspreuk was-: In lijden verduldich. Uoeckx (David) een te Antwerpen op |
Boekel—Boele tad Hensbroek»
76
|
25 Februari 1800 freboren doofstomme, kwam of) 1 October 1871 in het Aniwerpsch gesticht voor doofstommen en ontving daar zijn onderricht, terwijl hij nok het ambacht van schoenmaker leerde. Thans is hij als bediende aan de posterijen te Brussel gevestigd. Afzonderlijk gal\' hij nit: Huldezang aan di Menschlievende Maatschapjnj voor Doofstomme» te Antwerpen, Antwerpen, 1880; en; 1854—187!), 25-jarig Jubelfeest van het Onderwijs in het gesticht voor Doofstommen te Antwerpen, Antwerpen, 1879. Boekel {Keispar Hendrik ran) ten jare 1811 geboren, was medeopsteller van de te Gent verschijnende Beurzencourant en van de dagbladen De Vaderlander, De Broedermin en Het Werkverbond. Toen hij op 13 Januari 1870 te Gent overleed was hij hoofdopsteller van den Gentschen Mercurius en van het Volksblad. Hii schreef: Nieuwe niaend ran Maria, naer het Fransch van Muzzarelli. De Jeuqd van Goethe, tooneelspel in één bedrijf; Bertrand van Rains, naer het Fransch van baron Jules de Saint-Genois, Gent, 1842; Arnold van Hummen of Loon en Luik in de XIVe eeuw, Gent, 1847; De heer van Fra-zegnies, historisch-romantisehe episode uit den eersten kruistogt. Gent, 1847 ; Het Davidshof op den Amandsherg, veld-trilogie. Gent, 1855; Louisa Maria, Nieuwjaerswensch aen de Ui/ken , in naem der armen en der behoeftige werklieden, Gent, ISïifi. Sedert 1845 gaf hij te Gent de Vlaemsche Volksalmanak uit. Boekcl (Pieter) geb. te Zaandam 30 April 1832, is hoofdonderw. te Ahbenes in do Haarlemmermeer. Hij schreef behalve een paar kleine stukjes, Geschiedenis ran het Haarlemmermeer, in schetsen en tafereelen, Amst. 18(58; Het Haarlemmermeer, wat het was en wat het is, Amst. 1S70; Een avond bij Cruquius, Amst. 1878; Herinnering aan de voltooide droogmaking van het Hanrlem-mermeer op den Isten Juli, haar 25-jarigen gedenkdag, Amst. tK77 ; Bijgeloof en Natuurkennis, Koog a/d Zaan 1884. Bockcren (Rinse Koopmam vanjgeh.tc Groningen 17 Januari 1832; achtereenvolgens pred. te Giethoorn, Eelde, Harlingen en Leiden. Hij schreef veel onder het pseudoniem Frans Tiuarlo. Zijne werken zijn: De oude tolbaas, Gron. 1859 , (5e druk 1873); Schoenen op keur, Arnh. 1805; Knutselwerk (Frans Tinarlo), Leeuw. 1805; Mensch en ezel, Schied. 18Go; In de kooi, Amst. 1800; Eene weduwe met negen kinderen , Leid. 1867; Strooiavonden. Leid -1^07; De Schepen van Dorenkamp , Haarl. 1808; (onder het pseudoniem J- L. iV. Wiegman Bzn.) Zangen des tijds. Aan Lidewyde bij mijne terugkomst tut het vierde taal- en letterkundig congres. |
Leid, 1808; Graaf G err it van Groenestein, Leid. 1809; Jan Koster, Leid. 1869; De graaf de Monte-Christo, Schied 1869; De veldwachter van Laterveer, Leid. 1870; Voor en na de Pauze, Arnhem 1871; Robbert de Moor, Arnh. 1871 ; Kappipo, Leid. 1871 ; Jurriaantjes, Leid. \'1871; Hoe het poesje te Amsterdam ging. Dev. 1873; Ik kan \'t niet helpen , Rotterd. 1876; De kleine, spring in \'t veld, Zwolle 1877; Aan den booze verkocht, roman 2 dln., \'s Hage 1877; Aan den rand des afgronds, Leid. 1858; Uit mijn vroeger jeugd. Herinneringen aan den ouden tolbaas, Zwolle 1879; Mela-nie, Arnh. 1880; Een merkwaardig tijdperk, (vervolg van „Uit mijn vorige jeugdquot;), Zwolle 1881; Op eigen beenen (vervolg van het vorige), Zwolle 1882; De reis der Snipsemaatjes (psdnm Hajo Schuurstro) Kampen 1882: Kikkerstudie, Beverwijk 1884; Kathederkout, \'s Ha^e 1884. Behalve de genoemde werkjes gaf hij nog eenipe kleinere kinderboekjes en kinderpreeken uit. Boekliolt (Ballus) boekhandelaar te Amsterdam, schreef: Minnedichten, Amst. 1(567; De wonderlijke en rampzalige vri/agien doelt bhj-egndiqc trouwgevallen ran dese tijdt tusschen Arantus en Rosemondt. Amst 1008; Alle de werken van W. G. V. Focquenburgh (sic) bg den andere versamelt... door B. li. Amst 1675 2 dln. (3 drukken). Kort vertoog van Hollands bloedige oorlogen met hare naburen sedert de grondvesting van haren staat tot op der, tegenwoordigen tijd, uit geloofwaardige schriften enz. zamengesteld, met pl. Amst. 1689. Boekliolt (Johannes) broeder (?) van den voorgaande, insgelijks boekhandelaar te Amsterdam en dichter. Hij gaf uit: Ugtspan-ningen of Uytbreyding van \'t Hoogliedt en een\'ige Psalmen Davids, Amst. 1668; \'lt; Geopende herte naar Jezus in XV Zinnebeelden, door J. B. B. S Amst. 1693. Bocle *«n IlenHbroek [Pieter Andreas Martin) goh te \'s Gravenhage 23 Jan. -1853 is boekbandelaar en uitgever in zijne geboortestad bij de firma M Nijhoff. Hij schreef: De beoefening der Oostersche talen in Nederland en zijne overzeesche bezittingen 1800 — 1874, Leiden, 1875; Ludovico Guicciardini\'s descrittione di tutti i Pa\'ési Bassi; de oudste beschrijving der Nederlanden in hare verschillende uitgaven en vertalingen beschouwd. Bibliographische studie, \'s Hage 1878; Amor en Psyche, gedicht in zes zangen, poëtisch vertolkt ran R. Hamerling, Uott. 1884; Gedichten, Nijmegen 1885, en vele bijdragen in de Gids, Ned. Spectator, Nederland, de Portefeuille, de Leeswijzer, de Indische Letterbode , de Indische Gids , het Centralblatt fiir Bibliothekwissenschaft, enz. |
Boelen Jhz.—Boetes.
77
|
Boelen Jhz. (Jacohus) peb. 16 Mei 1791 te Amsterdam , ging reeds jong ais cadet bij de Fransche Marine in dienst. Hij werd door de Engelschen gevangen genomen, en kwam na de restauratie in zijn vaderland terug; hij trad weder bij de marine in dienst, doch maakte van een verlof gebruik om een paar groote reizen te ondernemen, welke hij in het onderstaande werk beschreef. Van 18:i0-3 kommandeerde hij een divisie kanonneerbooten voor Bath. Üe heer Boelen was vóór dien tijd plm. 4 jaar chef van het loodswezen. In 1851 werd hij als kap. ter zee met den rang van Schoutbij-Nacht benoemd lot lid van het Hoog Militair Gerechtshof te Utrecht, uit welke betrekking hij, nadat hem in 1868 de titulaire rang van vice-admiraal verleend was , eervol ontslagen werd in 1869. Hij bleef te Utrecht wonen en overleed aldaar 10 April 1876. Hij schreef; Hei ze naar de Oost- en Westkust van Zuid-Amerika en van daar tiaar de Sandwiehs- en Philippijnsche eilati-den, China, enz. in de jaren 1826 —29 met het koopvaardijschip Wilhelmina en Maria, 3 dln, met pl. en k., Utr. \'1835 - 36. Boelen (Hendrik ÏViporfonfs^ geb. te Amsterdam 21 April 1825, waar hij cargadoor en scheepsreeder is, en aan hel hoofd slaat der firma de Vries en Cie. Hij gaf onder het pseudoniem N. Donker het volgende te Amst, uit: Onder de menschen, 1851; Tiree neven , 1851; Een parelsnoer, 2 dln., 1859 ; Eind goed al goed, 2 dln., 1862, allen romans. Verder novellen in Nederland, het jaarboekje Holland enz. en twee drama\'s: Gravin Olga en haar lijfeigene, 185/(.; Maria van Utrecht, weduwe van Oldenbarneveld, 1873; Mijn broer de minister, blijsp. 3 bedr. Amst. 1875; Keizerin en moeder, drama, Amst. 1877, beiden onder zijn eigen naam. Onder dien naam is hij ook redacteur van den tooneelalmanak, 1877 Verder schreef hij nog Humaniteit. Open brief aan den h-eer F. C. de Brieder., Amst. 1877; Lachen, lieven, lijden. Gedichten, Haarlem 1883. Boelen» (A.) schreef onder de letters A. B., De klucht van de oneenige trouw, Amst. 1648 en Klacht van de hedroogen vrijer, Amst. 1649, 2e dr. 1672. BoclenH {Boelardus Augustinus Dfl!«)geb, in 1722, schreef een dichtstuk in 3 zangen, getiteld de Winter, dal hij in 1749 voltooide. Een zijner vrienden bezorgde er in, 1754 builen zijne voorkennis eene uitgave van te Leeuwarden, waarbij de naam des dichters verscholen bleef achter hel pseudoniem van B. Bornius Alvaarsma Frisius. In 1765 bezorgde de auteur er eene verbeterde uitgave van in de Honigbye, een belangrijke verzameling van uitgegeven en onuitgegeven gedichten, 6 dln.. Leeuw. 1765—71. Hij stierf te Hardegarijp 9 Nov. 1777. |
BoelciiH (Ambrosius Agzo van) zoon van den voorgaande, geb. 19 Maart 1769, was grietman van Opsterland en overl. 30 Nov. 183K Hij schreef een gedicht: Aan mijn vaderland, Leeuw. 1814 Boelen (Pieter) geb. te Ferwerd in Friesland 4 Maart 1795, studeerde te Groningen in do theologie en was achtereenvolgens predikant te Fingjum en Zurich 1817, te Noordlaren 1825, te Noorddijk 1827. In 1850 werd hij theol. doctor honoris causa en twintig jaar later emeritus; hjj vestigde zich metterwoon te Groningen, waar hij 26 April 1875 overleed. Hij schreef: Wenken , raadgevingen en herinneringen over den omgang met het vrouwelijk geslacht, de keus eener echtgenoote, verloving, het huwelijk en den oni/ehuwden stand, Gron. 1823; Hebreeuw-sche vertellingen verzameld en vertaald uit de schriften der aloude Hebreeuwsche wijzen, benevens eene verhandeling over de ongewijde letterkunde der Hebreeërs door Hi/man Ilur-wits, uit het Etigelsch met aanm. 2 dln. Gron. 1831; Over staatsregt, hervormd kerkbestuur en Separatismus. Xaar aanleiding van het geschrift van Mr. G. Groen van I rinsterer : De Maatregelen tegen de Afgescheidenen aan het staatsregt getoetst, Gron. 1838; liet beleg en de bevrijding van Groningen in 1072; Leerrede met geschiedkundige aanteekeningen, Gron. 1838; Stemmen uit Home over zonden in Rome. Eene bijdrage tot waardeering der getuigenissen van Maria Mank, Tiel z. j. Voorts leerredenen, vertalingen, brochures enz. B\'s ■ lievelingsstudie was de vergelijkende taalstudie. Alle Hom iansche, Ger-maansche en Noordsche talen had hij zich door onverdroten studie eigen gemaakt; na 1857, toen hij zijne beide oudste zonen in de kracht huns levens verloor, trok hij zich rheer en meer uit de maatschappij in het studeervertrek terug. Onuitgegeven, maar geheel voor de pers gereed, is een uitgebreid glossarium Groninganum of vergelijkend woordenboek van den Groningschen tongval. BueleH (Jetzo) zoon van den vorige, geboren te Fingjum It Aug. 1818, promoveerde in de theologie en in de letteren, en werd predikant te Hornhuizen en Kloosterburen in 1841 en in 1853 te Warfhuizen, waar hij 14 Sept 1857 overleed. Behalve twee Latijnsche dissertaties en eenige leerredenen in de Evangelische preken , schreef hij over Collatieregt en landstractement, Gron. 1856 en eenige oudheidkundige bijdragen in den Groninger Volksalmanak, |
Uoenles Jr.—Boer.
78
|
ItnelcN Jr. (Petrus) broeder van den vorige, geb. te Pingjum, lüOct. ISiO, werd predikant in zijn geboorteplaats in 1847, Hij overleed er 30 Uct. 1857. Hij schreef: liet 250jari(j bestaan der Hervormde Gemeente te Noorddijk, Leerrede met aaiiteekeniwjen, bij-lagen en een plaat, (iron. 181-0. Voorts nog enkele leerredenen afzonderlijk uitgegeven of in de EvanyclUche Stemmen teyen Home geplaatst. BucIcn (Willem Boele Sophias) broeder van den vorige, geb. te Noorddijk \'2 Oct. 1832, promoveerde in de rechten en vestigde zich eerst als advocaat te Groningen; van 1863-(iö was hij rechter te Sneek; van 1805 —70 te Asseii, van 1870 -70 raadsheer aldaar en nu is hij vice-president van het Gerechtshof te Leeuwarden, Hij gaf uit: JBeschriji ing van de, maskarade welke door de studenten leden der vereeniying Vindicat at-que Poiit den 12 Oct, 1854 te Groningen zal yehouden worden, Gron. 1854; De geestelijke goederen in de provincie Groningen van de vroegste tijden tot op heden. L\'en geschiedkundig onderzoek, Gron, 1800; Levensschetsen der Groninger hoogleeraren. (Als bijlage tot het gedenkboek der hougeschool te Groningen door Dr. Jonckbloet) Gron. 1804; Frieslands hougeschool en het rijks Atteneuin te Frane-ker, Leeuw. 1578; De patriot J. IV. Swil-dens, publicist te Amsterdam, daarna hoogleeraar te Franekcr. Zijn arbeid ter volksverlichting geschetst, Leeuw. 1883. Voorts; \'t Levensbericht van ür. M. J. Noordewier in de handelingen van de Maatschappij der Ned. Letterkunde te Leiden ; verscheiden verhandelingen opgenomen in de Bijdragen tot de geschedenis en oudheidkunde, inzonderheid van de provincie Groningen, 1804-73 en eenige brochures over staatsrechtelijke onderwerpen. Voorts bijdragen in het Gron. jaarboekje, Drentsche Volksalmanak, Archief van Prof, Moll, de vrije Fries, enz. Bocnilitle (Jan) gezegd Jan de Klerk. Ueze dichter werd geb. in het gehucht boen-daie bij Tervueren, omtrent I28O. Reeds in den\'aanvang der XlVe eeuw vestigde hij zich te Antwerpen, waar hij stads-secretaris werd, welk ambt bij meer dan 40 jaren tot zijn dood bekleedde (1351 of 1305). Tot in onze eeuw bestonden zijne werken slechts in handschrift, doch thans zijn ze uitgegeven onder den titel: lo. De Brabantsche Veesten of Rym-krongk van Braband, door Jan de Klerk, van Antwerpen, uitgegeven door J. F. Willems, Brussel 1839 en 1843. -2o, Die Lekenspieghcl, leerdicht van den Jure 1330, door Jan Boendale, gezegd Jan de Clerc, schepenklerk te. Antwerpen, uitgegeven door M. L)e Vries, Leiden, 1844. —\'óo.Jans Testcye of dit is van Woutere endevan Janne. |
4o. Van den Derden Eduwaert, coninc van Engelant, Rym-kronyk geschreven omtrent het Jaer 1347, door Jan de Clerc, van Antwerpen, uitgegeven door J. F. Willems, Gent, 1810. Boer (Willem Richard) geb. te Rotterdam 4 April 1818; hij was vroeger advocaat en wethouder te Utrecht en sedert 1878 Burgemeester van Utrecht. Hij vertaalde; F. Bastiat, staathuishoudkundige drogredenen, 1840 en 1848; id. Dat verwenschtegeld, 1841); id. Kapitaal en interest, 1841); Guizot, Over de volksheerschappij in Frankrijk, 1841), \'2 drukken, alle vier te Utrecht uitgegeven. Verder schreef hij; Denkbeelden over pauperisme en armenverzorging, Amst. 1850. Sedert 1801 was hij met G. H. Betz en P. F. Hubrecht redacteur van de Bijdragen tot de kennis van helstaats-, provinciaal-, en gemeentebestuur in Nederland, Rotterdam, en later met J. A. Fruijn en J. F. Buijs, toen dit tijdschrift te Utrecht werd uitgeven; met D. Grothc, J. W. Gunning, ü. van Rees en J. P. de Bordes van Pantheon, Tijdschrift ter verspreiding van nuttige kennis. Utrecht 1856. Verder schreef hij: Over plaatselijke belastin-yen, eenestaatlhustioudkundigeproeve, U trecht, 1S.quot;)0; De arbeid. Handboek voor volkshuishoudkunde ten dienste van het Middelbaar onderwijs, Amst. 1805; Huishoudkunde, Leiden 1870; LeerpUchliyheid en schooldwang, Li trecht 187Ü; De arbeid Handboek voor volkshuishoudkunde volksuitgave, Amst, 1880. Boer (Francijntje de) geb. te Harlingen 18 October 1784, betoonde reeds vroeg veel lust tot studie en oefening, doch haar ouders, met dertien kinderen gezegend en van middelen ontbloot, konden dien lust niet bevredigen. Zij leerde lezen en schrijven en werd op haar 15e jaar reeds dienstbaar en stierf als huishoudster bij den heer S. ïuij-melaar te Heerenveen 7 Maart 1852. \'Ai\\ schreef; Dichtproeven, Haarlem 1815; Nieuwe Dichtproeven, 1821; Gedichtjes voor kinderen, Amst. 1822, die zeven drukken beleefden; Gedichtjes voor behoeftige kinderen, Amst. 18J3; Laat ons leven tot elkanders nut en genoegen; Ned. verhalen en eenige nieuwe dichtproeven , Leiden 185U. Boer (Pieter Anthonic de) geb. te Nijmegen in 1818, ging in 1813 in den krijgsdienst en werd vier jaren daarna luitenant bij de Artillerie. Hij overleed 12 Nov. 1847 te Amersfoort, waar hij toen bij de rijdende Artillerie diende. Hij schreef: krijgs- en geschiedkundig overzicht van den Punjab, der natie der Seiks en hel rijk van Lahore in 1841) te \'s Huge door zijn vader, die kolonel bij de artillerie was, uitgegeven. |
Uucr—ÜogHerd.
79
|
Boer (Lambertus Martinus de) geb. 4 Nov. 18t0 te Minnertsga\', studeerde te Groningen in de üodgeleerdhoid , werd in I8li7 predikant te UiUuüstenneden, in 1875 te Niehove en in 18S(j te Britswerd en Wieuwerd, waar hij thans is. Hij schreef; Stemmen der Natuur en des harten dichtlmndel (iron. 1881; Prins Willem 1 en zijn tijd, Vaderlandsche historiezangen, Sneek 188i; Fritti/ofssaga metrische vertaling van E. fegner, Sneek 1880. Verder bijdragen in de Landbouwcourant , waarin een menigte schetsen uit het leven van planten en dieren verschenen ; ook schreef hij in Bate, de Huisvriend, het Brood des levens, en in andere tijdschriften en almanakken. Hocrinau (A. E.) schreef: Godsdienstige mengelingen in proza en po\'ézy, Dorde. 1800. Bocrit (Benjamin), gel), te Utrecht 11 December 18U.i, was predikant bij de Hervormde gemeente van Kensvvoude en Mid-delharnis, sedert 187:2 evenwel eraeritus. Van 1838—1857 was hij schoolopziener in het Ce district van Zuid-Holland en sedert 1858 in het UJe. Hij woonde te Brlelle, waar hij 1 Nov. 1878 overleed en schreef; Beschrijving van Goedereede en Overjlakkee, Sommelsdijk 1815. In de Handelingen van Letterkunde gaf hij Levensbericht van ür. Jacob Tichler, )8(i(). Uocn «z. (Jan) geboren te Purmerende 21 April 1829, was vroeger hoofdonderwijzer te Wormer en is thans als zoodanig werkzaam in zijn vaderstad. Hij schreef een Cantate, De intocht van Willem 1 te Scheve-ningen in 1813, ojj muziek gebracht door Jb. Kwast. Voorts schoolboekjes en artikelen in nieuwspapieren, vooral in schoolbladen. Itoëxekcn (Susanna Maria) geb. te Lanteren in Gelderland li Maart 1821, huwde met den heer van Veltliovea, kapitein ter koopvaardij, met wien zij in Wil naar Cheribon vertrok waar zij den 23en Jan. 18ü(i overleed Zij schreef; Twee. gevangenen op het slot van den ttergh, \'s Hage 1818; Alcmenon, Een geschiedh. verhaal, Schiedam 1851 ; Ui lieg oude , Oorspronkelijk Nederlandsch verhaal uit den grafelijken tijd, Amst. 185\'2. Verscheiden tijdschriften hebben novellen van haar opgenomen en hare losse gedichten zijn voornamelijk geplaatst in de Evangeliespiegel, Maria en Martha, Gelderland en Tijdstroom. |
HocHckcn (Mijnoldina Adriana Antoi-netta) zuster van de voorgaande, geb. te \'s Heerenberg, 12 Juni 1825, was eerst als pleegzuster werkzaam en daarna adjunctdirectrice in de cellulaire gevangenis te Amsterdam. Zij overleed den 23en Nov. 1871 aldaar. Zij schreef; De pleegzuster, \'s Hert. 1851; Judas de Maccabeër, \'s Hert. 1850; Geeskc van den Elzenpas, Amst. 18(.gt;2; Een verhaal op waarheid gegrond, Amst. 18Ü2. Voorts vindt men van naar verscheiden losse stukken en gedichten inde Maria en Martha, Evangeliespiegel en Tijdstroom. llueuO\' (Cornells Willem de) geb. te Bommel, 4 Aug. 1821, onderwijzer te Langerak bezuiden de Lek, schreef; Verspreide en onuitgegeven poëzg, Tiel 18(57. JUocy of Boy (Cornelis) geb. te Zierikzee, was advocaat-fiskaal en procureur-gen. over Holland, Zeeland en Friesland. Hij dichtte in \'t Latijn en in \'t Ned.; Psalmen Davids volgende de N. overzetting, Hott. 1648; herdrukt te Ijoiden lli59; onder den titel; Het nieuw Werck der Psalmen van den Koning David. Voorts vele verspreide verzen, vooral in de werken van J. van Beverwijck , de Brune en G. Huyghens. Bocy (Timon) geb. te Zierikzee in 1713, studeerde en promoveerde in de rechten, werd secretaris van het Hof van Holland, Zeeland en VVestfriesland, en in 1755 substituut-griflier; hij bleef zulks tot 1777 en is vermoedelijk in dat jaar overleden. Hij schreef; Bedenkingen over de Oudheit. Aanzien en Gezag van den Hove van Holland onder de Grafelyke regering, \'s Hage, l/tiü; Oudheid van den Hove van Holland, nader ontdekt uit de oppennacht der Staten met de Grave, \'s Hage, 1701; Woordentolk of verklaring der voornaamste Onduitsche woorden in de Hedendaagsche en Aloude Rechtspleging voorkomende\'s Hage, 1773. Bocyc (Andries de) te Veurne in 1571 geboren en ten jare 1()50 als Jezuïet overleden te Antwerpen. Van hem werd in onzen tijd gedrukt; Het leven van onze eerste vaders Adam en Eva, alsook dat van hunnen zóón Abel, Gent; Kort verhael van het won-deiigk leven van Sinte Aldegonde, patroones van Maubeuge en Mcspelaere, Dendermonde; Kurt verhael van het wonderlijk leven der Engelsche tnaegd Sinte Aldegonde, Aalst, 18130. Bo^ucrd (Karei) geb. te Kalken in üost-Vlaanderen 21 October 1831, was vroeger Statieoverste aan den spoorweg Eekloo —Gent, later werktuigkundige in eene fabriek te Langerbrugge. Sedert 1875 was hij te Eekloo ambtenaar aan den spoorweg Eekloo— Brugge en sinds 1880 is hij ambtenaar bij het ministerie van openbare werken te Brussel. Hij schreef; De drie zangers: Willems, Le-deganck, van Dugse, Vaderlandsche trilogie, met een voorzang, Gent, 18Ü1; Bloemen in |
Brugge—Bogaert»
itogaerde van ter
80
|
het wilde gegroeid, Gedichten, Gent, 1861; Adolf en Ltidwina , Romantisch dichttafereel, Gent, 1802; Bede voor Zijne Majesteit Leopold I, Koning der Belgen, en deszelfs vorstelijk stamhuis, pent, 1863; Stemmen des gevoels, Gedichten, \'Gent, 1864; Voor de noodlijdenden. Romance, Gent, 1866; Verstrooide hinderen. Gedichten, Gent, 1867; Gedichten van K. A. Vervier, verzameld door K. Bogaerd, Dende-monde, 1878; Zomerkrans, gedichten, Gent, 1876; Vooruitgang, dichterlijke tafereden. Gent, 1879, 2e druk 1880. Ook is hij medewerker van verscheiden Vlaamsche tijdschriften en jaarhoekjes. Bogacrde van (er Hrugge (Jhr. André Jean Louis Baron van den) gei), te Gent 7 Juli 1787, was burgemeester van Gent en daarna districts-commissaris van het Land van Waes. In 1820 benoemde de Koning hem tot Gouverneur van Noord-Brabant, welken post hij tot 1842 bekleedde. Hij sleet zijne overige dagen in werkzame rust op zijne goederen te Heeswijk en Dinther en stierf 12 Januari 1855. Zijne uitgegeven geschriften zijn; Het district van St. Nico-laas, voorheen Land van Waas, beschouwd met betrekking tot deszelfs Natuur-, Staat-en Geschiedkunde, gevolgd door eene bijzondere beschrijving van elke stad, dorp of gemeente in hetzelfde gelegen, 3 din., St. Nico-laas, 1825; Proef op de aanmoediging- en uitbreiding der linnenweverijen, in Oost-Vlaanderen, gevolgd van de tienjarige, optelling van al de op de markten van Oost- Vlaanderen verkochte lijnwaden, Gent; Vlugtig overzigt der geschiedenis van België en die van Polen, toegepast op de tegenwoordige gebeurtenissen tot 1 Jan. 1831 , \'s Bosch, 1831; Proeve over de belangrijkheid van den handel, de scheepvaart en de nijverheid in de gewesten die van 1813 —\'80 uitmaakten het koningrijk der Nederlanden, \'s Hage, 1845, oorspr. in \'t Fransch uitgegeven. Voorts werden zijne redevoeringen, waarmede hij de zomervergaderingen der prov. Staten opende, op hun verzoek in \'t licht gegeven. |
BogacrH (Adrianus) geb. te \'s Hage, 6 Jan 1795, was eerst adv. te Hoorn, daarna te Rotterdam; van 1830 - 51 bekleedde hij het ambt van rechter in de Arond.-Rechtb. in laatstgenoemde stad. Den llden Aug. 1870 stierf hij te Spa in België aan longontsteking. B. begon zijn dichterlijke loopbaan in 1832 met een\' dichtstuk getiteld: Volharden feen aanmoediging tot volhouden in den strijd tegen België), waarop volgde Jochébed 1835, (voor zipi vrienden) in 1861 in den handel; De togt van Heemskerk naar Gibraltar, 1837 (openlijk uitgegeven 1860); Adam\'s eerstgeborene, 1843, (in de werken van \'t Kon, Ned. Inst.); Balladen en Romancen, 1840, waarvan een vermeerderde openlijke uitgave verscheen in 1862 onder den titel van Balladen en andere dichtstukjes; Dichtbloemen uit den vreemde, 1852; Het Metalen Kruis, 27 Aug. 1856; Tollens (bij den dood van Tollens), 1857; Gedichten, 1859; 1813— •1863; Jubelzang. Op lateren leeftijd legde hij zich bijzonder op de taalkunde toe en verrijkte hij hot tijdschrift de Taal-Gids mei vele bijdragen. Zijn Lierzang op den dood der Belgische koningin Louise werd in België met goud bekroond, 1851, Voorts bestaat er van zijne hand een Verhandeling over de Uiterl. Welsprekendheid, 1840, die evenals zijn Heemskerk togt naar Gibraltar door de Heil, Maatsch. voor Fraaie Kunsten bekroond werd. U\'s Gezamenlijke Dichtwerken, met eene Inleiding, zooveel mogelijk naar tijdsorde gerangschikt, zijn uitgeg\'in 2 dln. door N. Beets, Haarl. 1871, en .zijn Taalkundige opstellen door Prof. Brill, Rott. 1872. Hogncrt (Abraham), in -1663 geb. te Amsterdam , kwam als opper-chirurgijn te Batavia , werd later koopman aldaar, \'deed eene reis naar Bengalen, Ceylon, de kust van Malabar en de Molukken, keerde in 1706 naar \'t vaderland terug en vestigde zich als apotheker te Amsterdam, waar hij in 1727 overleed. Van hem zijn ons bekend; Satijra VIII of Achtste Berispdicht in Ncderd. vacr-zen vertaelt en met aanteekeningen voorzien, onder de zinspreuk Proficit et Recreat, Amst. 1693; Alexander de Gi\'oote, treursp., naar Hacine, Amst. 1693; de Pleiters, blijsp., idem , Amst. 1692 ; S. Schynvoets Muntkabinet der Roomsche keizers en keizerinnen in vaarzen beschreven, Amst 1695; Keurstoffen van Aloude Griekse en Romeinse Grootmoedigheden in Bijschriften en Puntdichten, Amst. 1697; C. Suetonius Tranquillus van de XIIkeizers, uit het Latijn verduitscht, Amst, 1699; Julius Cesars Aanteekeningen der Gallische Burgerlijke, enz. Oorlogen, Idem 2 Dln., Amst 1709; De ge waande Droes, kluchtsp. Amst. 1711; Hist. Reizen door d\' Oostersche deden van Asia, 1711, (of die reizen door hem zeiven gedaan zijn valt te betwijfelen) 2e Dr. Rott 1730; Rhadamistus en Zenobia, treursp. Amst. 17i3; Historie van de grondlegging der Nederlandsche vrijheid, Amst. 1719; Valerius Maximus Gedenkwaardige voorheelden, zoo der Romeinen als der Uit-heemsche volken (uit het Latijn vertaald), Amst. 1721 ; Gedichten, Amst. 1723, 2e ür. Leiden 1729, waarin het dichtstuk Geuzen-velt; Phocion, treursp. Amst. 1733; Mgrrha treursp. Amst. 1743. Sommigen schrijven nog aan B. toe Het nieuwsgierig Aegje, kluchtsp,, Amst 1679 en De Buitensporige Jaloerse, idem 1691, doch deze stukken zijn van Anthonie Tan Bogaert van wien ons geen bijzonderheden bekend zijn. |
Hogeriimiu
UogaerU—
81
|
Hogncrt (l\'roxper) schreef: Verhandeling over de Nederlandsche stenographie, of wijze om de woorden met dezelfde snelheid, als die uitgesproken worden te schrijven, Gent, 1830; Toegepaste spreekwoorden. Een boek voor het volk, Gent, 1852. Kogncrt (Ja/t. van den) een Sint Michielsheer , die te Antwerpen in lüli2 werd ge-horen en aldaar overleed den 14 October 1()78, vervaardigde het volgende dichtwerk: Den Spieghel der Deughden van Jesus, Maria, Joseph, voon/hekelt in liijm-versen. Door F. Joannes Gerlacus van den Bogaert, der orden van Praimonstreyt in Sinte Michiels tot Antwerpen, Antwerpen, 1670, met platen. Hogaert {van den) Zie Slecokx (,/. L. ]).) Sogaerts (Peter Geeraard) II April 1803 geh. te Antwerpen en aldaar op i) December 1877 overleden als pastoor der Sint Augus-tinuskerk, gat\' uit: Levensschets van den groo-ten mirakeldoener den JI. Nicolaus van To-lentinen , uit het order der Eremyten van den H. Augustinus, Antwerpen, 1848. UogaerlH (Felix Gnillaume Marie) geb. te Brussel quot;2 Juli 1805, studeerde aan de Gentsche Hoogeschool en werd in 18:28 leeraar aan het college van Meenen. Tengevolge der omwenteling van 1830 verloor hij deze betrekking, doch in 1834 werd hij professor in de geschiedenis en aardrijkskunde aan het Atheneum van Antwerpen, alwaar hij overleed op 16 Maart 1851. Meestal schreef hij in het Fransch, doch in het Nederlandsch\'hebben wij van hem: De goede oude tgd in Jlehjïê, Antwerpen, 1814; Historische litanïén der heiligen van België, Antwerpen, 1848; Geschiedenis van OpSig-norken , inden: Almanak van Han Vincent ius a Paula, Antwerpen, 1849; De Antwerpsche Sancho-Pan$a. Verzameling van 7(10 spreekwoorden , uitdrukkingen en vergelijkingen, die dagelijks onder het volk voorkomen, Antwerpen, 1850. SognertH {Petrus Carolus Constantinus) te Lier geb. Ü\'2 Januari 1819, studeerde voor geestelijke en werd tot priester gewijd op \'23 September 1843. Hij was eerst professor en daarna voorzitter van het groot Seminarie en werd op 24 November 1860 benoemd tot vicaris-generaal van het bisdom vanMochelen. Hij schreef een paar Fransche werken en vervaardigde ook het Huldedicht opgedragen aan de Eenv. Moeder Antonia Diehen, den 4 Augustus 1875, ter gelegenheid van de vijftigste verjaring harcr intrede in het klooster der Grauwzusters te Hasselt, Hasselt, 1876. |
llognertg {Konstantijn Jozef) 31 December 1812 geh. te Pael, in Limburg, werd vicaris-generaal van het bisdom van Luik. Hij leverde bijdragen in de Middelaer en de Nieuwe School- en Letterbode, terwijl hij afzonderlijk uitgaf: Over onze oude Neder-duitsche Kanselredenaers, Leuven, 1841; Dicht- en prozastukken uit Noord- en Zuid-Kederlandsche schrijvers verzameld, Sint-ïruiden, 1844; Algemeene vergadering der maetsciwppijen van Nederduitsche letteroefening op het stadhuis te Brussel, den 11 February 1844, Sint Truiden, 1844; Geschiedenis van het oud en nieuw Testament, tot leering en stichting. Voor onderwijzers, gevorderde leerlingen en huisgezinnen , Sint-Truiden, 1844—1847; De bloemenkrans van Maria. Oefeningen en gebeden voordemaend Mei, Hasselt, 1847 ; Meditatiën , oefeningen en gebeden, Hasselt, 1847 ; Schat der kinderen van Maria, Hasselt, 1848; Geschiedenis van het H. Sakrament van Mirakel, voorheen te Herckenrode, nu te Hasselt, Hasselt, 1848. UogncrtN (Ainatus Adrian us) te Gent-Oostakker geb. 27 Januari 1859, studeerde aan de normale school en is thans onderwijzer te Gent. Sinds .1882 is hij hoofdopsteller van het onderwijskundig tijdschrift De Lagere School, waarin van hem verscheidene Kindergedichten en Kindernovellen verschenen. Tevens schreef hij: Lessen over Natuurwetenschap, Gent, 1882 ; en : Jlet opstellen in de volkscholen, Gent, 1883 , 5 deelen, Voor het tooneel leverde hij: George Stephenson , in éen bedrijf; De Zoon van den Metseldiener, in éen bedrijf; De Dweepster, in twee bedrijven, en De zwarte Schilder, in éen bedrijf, allen te Gent uitgegeven en bekroond door den liond der Werkersge-nootschappen. Het staatsbestuur bekroonde van hem Het Elfenwoud, cantate. Een ander koordicht: Het Lied van den Stroom werd bekroond door het Brusselsch kunstgenootschap De Distel. Bogprnian (Reijnier) geb. te Dokkum in de 2de helft der 15de eeuw , een bekwaam rechtsgeleerde, werd doctor in de rechten, en in 1498 secretaris en organist van Kampen, welke betrekking hij tot 1514 bekleedde. Daarna werd hij advocaat bij den Hove van Holland, later secretaris en syndicus der stad Groningen, waar hij waarschijnlijk tot 1534 bleef. Toen zond Karei V hem als gezant naar Luneburg. In 1540 weid hij te Kampen wederom tot secretaris aangesteld en bleef dit tot 1553. Daarna vertoefde hij te Amersfoort en Aken. Het Jaar van zijn overlijden is onbekend, doch ilit was na 1556. Hij stelde voor de Kamper Vroedschap een Repertorium samen, waarin hij statuten, rechten, privilegiën verzamelde in twee afdeelingen met oen uitvoerig register, ö |
Bogerinan—Holng.
8iJ
|
Verder schreef hij eene Kroniek 1503—1512 en lötö—1547, welke door de vereeni^iii}? tot beoel\'. van Vad. Recht en Geschied, werd uitgegeven, en een werk uver den oorsprony der Friezen, hunne voornamen en spreek-morden, dat ongedrukt bleef. Uugeriunn (Jo(t«)!cs)afstammeling van den vorige geb. teOpleeuwert in Oost-Friesland, in 157G , pred. te Snoek , Enkhuizen en Leeuwarden, was in l(il8 en 1619 voorzitter van de synode te Dordrecht, en werd in 1(133 hoogleeraar in de godgeleerdheid te Franeker, waar hij 11 Sept 1637 overleed. Hij schreef behalve eenige Latijnsche tractaten en vertalingen uit het Latijn; Verhandeling over het ketterdoden, uit het Latijn vertaald van Theod. Beza, met aanteekeningen verrijkt, Franeker lüól; Spiegel der Jesuiten ofte Cathegismus van der Jesuitenaecte en leere, waarvan het Iste gedeelte uil het Fransch vertaald, doch het 2e door Bogerman zeiven geschreven is , Leeuwarden 1608 ; Het Christelijk overlijden van den Doorl. prince Mauritius van Nassau, prince van Orangïén , Utr. 1625, laatste dr. Amst. 1841. lloghout (Jan Frans van) geb. 0 Maart 1830 te Antwerpen, waar hij bouwmeester is, en van 1873 tot 1875 in den Provincialen Raad zetelde. Hij schreef: Xy was moeder, vervlaamscht drama in één bedrijf, 1851 ; Jonker van lloderycke, volksdrama iii 4 bedr., 1856; Fhpken, romance, 1857; Moederdroom, romance op muziek van Hyp. Gorlël, 1847; Het weesje by het doodsbed zgns vaders, romance op muziek van L. Abadi, 1857 ; Martha, dichtstuk , 1850; Jan Jier-trand of de Tooneelspeler uit liefhebberij, tooneelspel in 3 bedr., 1859 (bekroond); De mand en de korf, I860; Walter de toonkunstenaar, drama in 3 bedr., I860, 2e druk 1869, 3e druk 1886: De Tweelingbroeders, blijsp. in één bedrijf, 1865: De Knorrepot, karakterschets in éen bedr. 1869; Zonneschijn na regen, tooneelsp. in écht bedr. 1869; Aan de Vlamingen, brugge, 1872; Historiek der feestbetooging van 4 Februari 1872, door het Huls van Antwerpen aan den Heer Victor Jacobs, volksvertegenwoordiger en oud Minister van Financiën, 1874. Op één na werden al deze werken te Antwerpen uitgegeven, |
Uohl (Joan) geb. te Zierikzee, 8 October 1836. Aanvankelijk voor den handel opgeleid , bewoonde hij met dat. doel, gedurende vele jaren, verscheidene hoofdsteden van Europa , doch wijdde zich daar meestentijds aan de beoefening van geschiedenis , letteren en talen. Vóór zijn vertrek uit Nederland verschenen sedert Augustus 1851 zijne eerste novellen in liet te Rotterdam verschijnende tijdschrift: De Encyclopédie. De meesten dezer kleine verhalen werden later verzameld in vier bundeltjes, onder den alge-meenen titel; Geschiedkundige, werken, novellen en gedichten van J. ISohl J, Gz. Verder schreef \\u] Hemeltelg en IVereldling, \'s Bosch 1858; Blijf bij ons, \'s Bosch 1859. Onder het pseudoniem Quos Ego: Waarom ? 2 deelen, riel 1863. Onder dat van Hendrik Smits: Het Handschrift, Rott. 1856; Oom Adriaan, Rott 1867; Najaarsbladeren, Rott 1807; onder dat van Constantijn Ager: Koningin Bertha van Conrad van Bolanden. Onder verschillende namen, als: J. Bold Jr., J\' Bohl J.üz., Viodorus B. of Joan Bohl verschenen van hem een aantal novellen en andere werken in de tijdschriften: Museum voor de Jeugd, Europa, De Tijdstroom, \'s Levens Leerschool, Nederland, Vader-landsche Letteroefeningen, De Wachter, enz. Alsmede in de Vaderl. Lett. Oef. eene vertaling uit bet Italiaansch van De Nachtwaken van Torquato Tasso; uit hetSpaansch: Anne Dolores en Simon Verde van Fernan Gaballero. Zoo ook de werken derzelfde schrijfster: Spaansche Novellen , La Oaniota, Lagrinias, Lucas Garcia ; allen Rott,; Elia of Spanje dertig jaar geleden , Haarlem 1874 ; De Ster van Andalusie, Haarl. 1875. Hij vertaalde van Ida gravin Habn-Hahn : Twee Zusters, Leiden 1864. — Den 2 Februari 1865 werd bij aan de Hoogeschool te Leiden lot Doctor in de Rechten bevorderd, met eene burgerrechterlijke verhandeling: Beschikkingen ten behoeve der armen, Roll. 1865; en eene strafrechterlijke: Misdrijven ran post-beambten, Leiden 1865. Hij heeft zich toen als advocaat te Amsterdam gevestigd , waarna van hem het licht zag: De godsdienst uit staat- en rcgtskundig oogpunt, Amst. 1871; (vertaald als Die religion vom politisch-jaridischen standpunkte, Deutsch be-arbeitet von Ferd. Grimmelt, Paderborn 1874;) Daide Alighieri, de goddelijke komedie, in Nederlandsche verzen vertaald met verklaringen en geschiedkundige aanteekeningen, Eerste Lied:De Hel; Haarlem 1876; Tweede Lied: Het Vagevuur, 1878; Derde Lied: Het Paradijs, Amst. 1883; Canzonen , Amst. 1885. Bulm geboren Beet* [Dorothea 1\'etro-nella) geb. te Haarlem 13 April 1813 en aldaar overleden 16 April 1864, schreef: Onze buurt, door een ongenoemde, Haarlem 1861, 2de druk (met voorwoord van baren bewerker Nic. Beets), 1871; Die gelooft gaat niet verloren in de Aurora van 1864, later achter den tweeden druk van bet vorige werk gevoegd. Boing {Dirk) geb. in 1748, zilverkashouder te Amsterdam, later commissaris bij de honderdsteen tweehonderdstepenningkamer, |
Boiauiinart—Holle»
83
|
daarna bestuurder van Je Onderwijzers-Kweekschool, opgericht door het eerste Amsterdamsche Departement der maatschappij tot N, v. \'t A. Hij stierf in 1811. Onder de prijsverhand . der Maatsch. tot N. v. \'t A. vinden wij van zijne hand: Schets van den braven man in het gemeen burgerlijk leven, 1789; l\'ligten ran handwerkslieden en dienstboden, 1701 ; Brief aan de schoolhouders in Nederland. 1791; Schets va n den voor- en nadeeligen invloed van \'t gedrag des werknians op den bloei en de welvaart der fabrijken, 18(H. Voorts eenige Volksliedjes en de Opwekking des jongelings te Natn, zangstuk. BolHininart (W. 1\'. d\'Auzon de). Zie Aiizuii do HolMininarl. UolMHevttin (Charles) geh. to Amsterdam, 28 Oct. 1842, is redacteur van \'t Algemeen Handelsblad, waarin hij vele art. o. a. Brieven op reis uit Zwitserl. schreef; verder schreef hij Ierland en de oorzaken, van het Fenianisnie, Amst. 18()8: De Arpanjak, Amst. 1877; Onder de kastanjeboomen , Haarlem 1880; In \'t behouden huis. Herinnering aan \'t verleden, voor de bezoekers der tentoonstelling , Amst. 1881; Van \'t Noorden naar \'t Zuiden. Schetsen en indrukken van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, Haarlem 1881—2. Voorts Gidsartikelen, zooals: Iets over poezie; Letterk. Stud.; Geuzenliederen ; Slechte manieren in de Letterk. , enz. Mok (.7. IK.). Zie Kyk [W. B. J. van). Mok (C,) schreef de volgende werken : De hut aan de grenzen of de grijskop, eene belangrijke Nederl. familiegeschiedenis, 2 dln , 1827; De wachtmeester Aarhus of liefde zoekt list, 1828; De witte paal uf Jeune, eene op waarheid gegronde Noord-Uollandsche geschied., 1828; Het Heidensche bosch of het gestolen kind, 18i9; De roebel van Czaar Peter, 1830; Twee vrienden of de gevolgen van partijzucht, 1832; Frederik Linde, een ■ tafereel van mensehelijke lotgevallen, 1836 Al die romans zijn te Amst. uitgegeven. Mokkel [Loden-ijk Jan Willem ten) werd geh. te Amsterdam 13 April 1814, was eerst hulpprediker en daarna predikant te Noord Scharwoude. Hij overleed als zoodanig te Amsterdam 25 Sept. 1857. Hij schreef; Bemoediging, dichtstuk, öchagerbrug 1860; Deugd en ondeugd, volksverhalen, Amst. 1850; Lentebloempjes ter bevordering van deugd en goede zeden. Amst. 1859; De oude holland-sche matroos aan den wal, en veilig weer te huis. Ken tweetal bekroonde dichtstukjes, Amst. 1855; Verspreide Novellen. Amst 1857. Voorts bijdragen en gedichtjes in jaarboekjes. |
kinderwerkjes, vertalingen enz, Met S. J. van Rijsoort gaf hjj uit Mengelingen in proza en poezie. Alkm, 1852. MoIIuiIh (Lainbertus van) geb. te Groningen 20 Nov. 1741 studeerde in de godgeleerdheid, en was sedert 17(;ü achtereen/ol-gens predikant te Marsum, Noorduijk, Oost-wolde , Leeuwarden en Groningen , waar hij in 1823 emeritus werd en 2(1 Aug. 1820 overleed. Behalve eenige leerredenen schreef hij; Beknopte aanleiding tot de kennis der spelling, spraakdeelen, en zinteekenen van de Nederduitsche taal ten dienste van mingevorderden naar den nieuweren smaak ter uitgave opgesteld door Klaas Stijl, na des schrijvers tusschenvallenden dood uitgegeven, Gron. 1770; Beknopte Nederduitsche spraakkunst Gr. 1793. Naamloos kwam van hem uit: Grammatica of Nederduitsche Spraakkunst, uitg. door de Bat. Maatsch. tot Nut van Y Alg. Leid. 1814. MollmiH (Joan Hugo van) geb. 20 Dec. 1805 te Baambrugge, werd doctor in de letteren te Utrecht, praeceptor aan de Lat. school aldaar en in 1839 lioogleeraar voor Nederlandsche taal- en letterkunde en geschiedenis aan de militaire academie te Breda. Hij verloor zijn leven in een tweegevecht 1 Febr. 1844. Zijn werken zijn: de Noormannen in Nederland, geschiedenis hunner invallen gedurende de 9c, We en He eeuw, met opgave van dezelver gevolgen. Utrecht 1834; het volg. jaar met bijlagen en bijvoegsels vermeerderd. Proeve eener geschiedenis van het kasteel Vredenburg, eene bijlage tot de kennis der Spaansche overheersehing, Utr. 1838. Voorts vindt men bijdragen van zijne hand in het Utrechtsch \'Tijdschrift en in Nij-hofs Bijdj-agen voor I \'ad. Gesch en Oudheidkunde. Al die bijdragen zijn na zijn dood door Dr. G D. J. Schotel uitgegeven onder den titel van Verspreide letterarbeid, Utrecht 1845. MolliuiN van Xcebnrgli (Jan). Zie 5Ecc-burgli (Jan Bolhuis van/ Holincrt (Samuel) schreef in 1669 te Middelburg een rederijkersstuk, getiteld; \'t Nederlandsche treurspel, synde de vercrachte Belgica vertoonende de Onheglen daei- in voorgevallen \'t sedert 25 Oct. 1555 tot 10 Jnlg 1584, 2 dln., vermeerderd en verbeterd door Arend Koggeveen , Middelb. 1669. Mulle (Bernard) op 22 Mei 1862 geb, te \'s Gravennage, thans diamantslijper te Antwerpen . liet op zijnen naam verschijnen; De zoon van den Dronkaard, tooneelspel in drie bedrijven en een voorspel, vrij gevolgd naar Grenier\'s Deine Men, Amsterdam, 1880; Nathan Mirzach, tooneelspel in oen bedrijf, |
Moliner—Hon»
84
|
Amsterdam, 188\'2 ; De Inkwartiering bij Jaap Beiersch, blijspel in éen bedrijf, Arnhem, •1880; De Sabbatsvrouiv, tooneelspcl in éen bedrijf, Antwerpen , 1880. Holmer (Josephine Geerfruida) geb. te Amsterdam 7 Oct. 1831, waar zij zonder betrekking woont. Zij vertaalde metrisch Les-sings Nathan de Wijze, Amsterdam 1875. Uologninu [Willem] 18 Maart 1590 geboren te Antwerpen, werd in 1008 uitgeroepen als derde der wijsbegeerte, waarna hij professor in dit vak werd aan het College De Valk te Leuven. Op 15 October 10-27 ontving hij zijne benoeming als pastoor der Sint-Joriskerk te Antwerpen en werd in diezelfde stad op 5 December 1042 kanunnik gradueel. Omstreeks 1055 had eene ziekte in zijn hoofd hem getroffen, doch hij herstelde nog om later geheel krankzinnig te worden en in dien staat op October 1069 binnen zijne geboortestad te sterven. De werken die hij schreef zijn ; Claer wederleyh van den versierden ouderdom des Calvinisten O dove, Antwerpen, 1030; Den Gheestelijcken leeuwerker vol godtvruehtiyhe liedekens ende Legssenen, Door II. Guil, Holognino, Cann-nic van de Cathedrale Kercke tot Antwerpen, Antwerpen, 1045 BoIh {Jan) geb. te Wechter (hij Leuven) 9 Februari 18iL2, studeerde in de godgeleerdheid en was sedert I October 1800 leeraar in het Sint-Romboutscollege te Mechelen , waar hij lessen in Dichtkunde en Nederlaudsche letteren gaf. In 1870 werd hij bestuurder van het Sint-Josephscollege te Aarschot, en den 28 December 1885 ging hij terug naar Mechelen als pastoor van de Sinte-Kate-lijnekerk. Zijne werken zijn, behalve tal van bijdragen in tijdschriften; Over de wel-luidendheid der Nederlandsche taal, Leuven , 1873; Een Reisje in Zwitserland, Mechelen, 1874\'; Over volksspraak en lioekentaal, Brugge, 1870; Over het aanleeren van den Catechismus in de moedertaal, Leuven, 1879; Verschil in uitspraak tusschen de zuivere en gemengde c en o, Leuven , 188:!; Regeltjes om den Viaam-schen studenten hunne moedertaal te leeren schrijven en uitspreken (door Jan Bols en Jan de Ruysseher) , Mechelen, 1883; De taal van het godsdienstig onderwijs in Pruisisch Polen en in ]rlaamseh België, Leuven, 1884; Nederduitsche Bloemlezing, (met Jacob Muyl-dermans,) Mechelen, 1880. ItolHHic (Frans Eng een) 2 Juli 1822 geboren te Antwerpen, was vele jaren te Leuven gevestigd en bewoont thans weer zijne geboortestad. Hij gaf uit; Leuven het onderste boven, overzicht in acht tafereelen, Leuven, 1805; ho de Geus, geschiedkundig drama in vijf bedrijven, Leuven, 1874; Het Jaar 1789, drama in vijf bedrijven en zes tafereelen , met de medewerking van F reder ik Lints, Leuven, 1875. Verder leverde hij ook bijdragen in verschillende dagbladen. |
Holt (Jacob) geb. te Groningen in 1720 en boekhandelaar aldaar, hij beoefende de dichtkunst; zijn gelegenheidsverzen zijn niet in een bundel verzameld , wat ze wel verdienen. Hij overleed 17 Januari 1799. Hom (Arnold) uitgever te Delft, schreef Delfs Cupidoos schigtje, behelz. veele geestige nieuwe liedjes. Tot Delf, by Arn. Bom 1052. Tweede Delfs Cup. schigtje. Aid. 1056. En andere gedichten, meest onder zijn spreuk; Bon is goed of Bon n\'est jamais mauvais of Al even wel Bon. HomhofT Hz. (Derk) geb. te Vaassen \'2 April 1792, was vele jaren huisonderwijzer in talen en beëedigd translateur te Zutfen en overleed aldaar den 1 Jan. 1800: Behalve vele schoolboeken en woordenboeken ten gebruike bij hot onderwijs, schreef hij: Nieuw handwoordenboek van de spelling der Nederduitsche taal verrijkt met eenige daizende woorden die in dagelijksch gebruik zijn en in woordenboeken niet voorkomen, Zalt-Bommel 1840, (2e dr. 1852); Nieuw (/root woordenboek der Ned. taal waarin alle gebruikelijke /voorden opgenomen, hunne verschillende beteekenissen verklaard en waar zulks noodig is, met vooibeelden gestaafd. Met een voorherigt van L. A. te Winkel, Voorburg (later\'s Hage, Leiden en Arnhem) 1852—57. Voorts leverde hij vele bijdragen in het Mag. van Ned, Taalkunde enz. HoniDicI vmi Vloten (IF. van). Zie Vloten (W, van Bommel van). Hou (Frans) geb. \'29 October 1791 teDen-dermonde, overleden te Brussel 28 Augustus 1852. Na te Fai\'ijs gestudeerd te hebben vestigde hij zich te Antwerpen , waar hij eene kostschool oprichtte, en zich bijzonder op de beoefening der Vlaamsche taal en letterkunde toelegde. Aanhanger van het oude spellingstelsel van Des Roches streed hij met meer hardnekkigheid dan kennis tegen Wil-lems. Behalve vele vlugschriften en in tijdschriften verspreide artikels schreef hij : Vlaemschen leeshoek, volgens de spelling der Vlaemsche spraekkonst aengenomen vóór het athenaeum en de stadsschoolen der hoofdstad, Brussel bg den opsteller, 1841; Eersten Vlaemschen leesboek, volgens de spelling der Vlaemsche spraekkonst aengenomen voor het athenaeum en de stadsschoolen der hoofdstad, Brussel, 1841 ; Jiortbondige Vlaemsche spraekkonst , volgens het taelstèlsel van Des Roches, |
liojudnni—JBouiiiIiiiIn.
85
|
Ter Bruggen , M. Visschers, priester, enz,, Brussel, ix41 ; Vlaewsche spraékkomt vólgens het Belgisch taelstelsel, door eenige oefening van spraekkonstige ontleding gevolgd, Brussel, 1811; Verhalen, tafereelen , beschrijvingen en vergelijkingen, Brussel, -1844; Vlaemschen Pantheon ten gebruike der kollegieii en schooien , getvjidegeschiedenis, Brussel, 1814; Handleg-ding voor het onderwijs in het lezen , hejiael-delgk ingerigt om eten kinderen in korten tgd het lezen te leeren, ten gebruike der kollegiën en schooien, Brussel, 1844, Tevens gaf hij in het licht: Sgnoptieke tafereelen welkedc ovcr-trelfelgkhegd onzer Vlaemsche tael op de Uollandsche klaer aendayden .... en: Bewgzen van de overtrcffelykheyd der Vlaemsche tael op de Uollandsche.... Bontlam [Pieter] geb. te Kampen 2G Dec. 1727, studeerde te Franeker in de rechten en de letteren, verwierf\' zich in 1741) het doctoraat in laatstgenoemd vak en werd daarna conrector in zijne geboorteplaats. Van hier ging hij naar Zuti\'en in dezelfde betrekking, die hij spoedig met het rectoraat verwisselde. In 1763 werd hij tot hoogleeraar in de rechten te Harderwijk beroepen en tien jaar later te Utrecht. Hij overleed aldaar 0 Febr. 1800. Van zijne hand hebben wij de redevoering op het eeuwfeest der ütrechtsche Unie, in \'t Lat. opgesteld en uitgesproken, doch door zijn zoon vertaald en uitgegeven. Voorts Verzameling van onuitgegeven stukken tot opheldering der Vad. Hist., 5 din., Utr. 1779-81; Charterboek der Hertogen van Gelderland en dei-graven van Zutphen , 4 dln. fol. Utr. 1783. \'Eenige redevoeringen en brieven in \'t Latijn. ItoiuK {Beinier de) geb. te Leiden in 1576 waar hij hoogleeraar in de natuurkunde, later in de geneeskunde was Onder anderen heeft de Bondt geschreven: Belegering en ontzetting der stad Legden , treurblijeind-spel, vercierd met schoone figuren en al de vertoningen zo voor in als na het spel, Amst. (zonder jaart), meermalen herdr. \'t laatst met pl , Utrecht 1750. BoneroniiiH (J.) schreef: Pancharis of Minnedichtjes, Gron 1724. Bun^nrdt (B er nar dus Jacobus) in 1728 geb. te Middelburg, \'t laatst pred. te Hoorn, waar hij in 1771 overleed, Hij schreef Troont-zang of liijmkatechisnius in LIV psalmen, voor Davids Huis, geschikt naar Ursinus\' leerwijze en Datheens Zingtrant bij de zoogenaamde Waare Geref. Batavieren om ver-hgsterde Kristenen te recht te brengen of te koesteren in de Moederschoot der Heilige Katholieke Ki istclijke Kerk , Hoorn 17(32. |
Wool (Hendrik Johannes) geli. te Schoon-dijke (Zeeland) 27 Februari 1828 studeerde en promoveerde in de rechten, was vroeger Directeur van Financien en van Openbare Werken, en is thans wethouder te Leiden. Hij schreef; Dc 11e Juni 1850 binnvn Leiden , Brief aan eenen vriend door H. J. B., Leid., 1850, Het wettelijk armwezen Z.-Bommel 1852 (zonder naam); Eenige bijzonderheden omtrent de Staatsinstellingen ran Engeland door H.J. B Middelh. 1851; Dc Luxeni-hurgsche coup. d\'état Devent. 1857 (zonder naam); Het Jtegcringsreglement ran Ned, Indie m, auntcek. Z.-Bommel 1870 (2e dr. -1870); Statistiek van Leiden. Leid 1884 met jaar-lijksche vervolgen. Verder artikelen in tijdschriften, als Economist, Tijdspiegel,Indische Gids enz. en in dagbladen. Hoorn (J. A. G.) schreef een Geogr. handboek van Europa , 2 st met een kaart, Amst, 1819, benevens eenige schoolboeken over aardrijksk. Itoom (Harm) geb.. te Gramshergen 1 Dec. 1810, was eerst (1848—50?) verbonden aan de redactie van de Nederlander, Nieuwe Utr. Courant en daarna redacteur van de Provinciale, Di entsche en Assener courant sedert 1856, waarin hij vele politieke overzichten leverde, en schoolopz. te Assen, waar hij 12 Juni 1885 overleed, Hij schreef anoniem; Drie dagen op reis of Bentheim en Steinfurt door een Dr entsche bril bekeken , Dev. 1843; Drenthe in vlugtige en losse omtrekken geschetst door drie podagristen (A. L. Lestur-geon , H. Boom en D. H. van der Scheer) Koev. \'2 dln. 184\'2—47; Een Drentsch gemeente-assessor met zijn twee neven op reis naar Amst, in het voorjaar van 1843, (H. Boom en\'A. L. Lesturgeon) Gron. 1844—53; Wandelingen in en om Zirollc door een neef van den Drentsch en assessor, Zwolle 1846; Wat een Utrechtenaar zag en hoorde hij de beursinwijding te Amsterdam en verv. te Kampen , Zwolle, Deventer , Zutphen en Arnhem, Kamp. 1846; Mijn reisportefeuille of omzwervingen door Overijssel door een neef van den Drentschen assessor, Zwolle 1847; 2 stn. m. pl. noom (Dignus Jacobus) geb. te Maastricht 12 Dec. 1847 , werd voor den Marine opgeleid en is thans officier en Instructeur in scheepsbouw en tuigkennis aan het Kon. Instituut te Willemsoord. Hij schreef: Zee-mans Woordenboek ten gehruil e ran zeeofficieren t gezaghebbers en stuurlieden der koopvaardij , ingeneurs van scheepsbouw, machinisten , fabriekanten , reeders en assuradeuren, \'s Hage 1879. Hetzelfde werk verscheen ook in hot Fransch en Engelsch. UooinliuyM (Jan) beoefende in de vorige |
Boonhitinp—Boonemmer.
80
|
eeuw de dichtkunst te Amst. en leverde veel dichterlijke vertalingen. Van hem bestaan Roem cn Eigenbaat, naar \'t fr. van Frederik K , te vinden in Uylenbroeks Kleine Dicht, Ilandschr, en een gedicht Op het overlijden ran den dichter Lucas Pater. Met zijn vriend Uylenbroek gaf hij Racine\'s Esther in Ned. verzen uit, Amst. 1771. Hij stierf\'21 Dec. 1797. lloomkaiiip {Gjshert) leefde in de vorige eeuw te Alkmaar, schreef eenige hist, en andere werken . waaronder: Beschrijving van den dorpe Egmond, Amst. 1741; Aanmerkingen oner Alhmaars stederecht, Alkni. 1741; Alkmaar en desze\'fs geschiedenissen uit de nagelaten papieren van Simon Eikelenberg en veéle andere ech\'e stukken en bescheiden, Rott. 1747, waarvan het eerste Dl. door Eikelenberg zelfgeschreven is, het tweede door H. en het derde Dl. onvoltooid bleef door B.\'s dood (11 Juni 1755). Hij beoefende ook de dichtkunst en gaf uit Stephanus den Diaken, 1743. llooiiiM (Gernrdus Petrus) geb. te Maastricht \'29 Oct. 182i, werd in 185(1 kapitein, in 1803 majoor, in 1809 kolonel, in 1871 minister van oorlog, e.n is in dit zelfde jaar wegens zwakke gezondheid eervol ontslagen met den rang van generaal-majoor. Later is hij herbenoemd tot chef van den geire-raleri staf en in 1S73 voor goed gepensioneerd , waarna bij te \'s Rage bleef wonen. B. maakte in 1851 den oorlog met de Fransche troepen mede tegen Klein-Kabylië in Afrika. Rij schreef, behalve een Fransch werk over den oorlog op Bali, Veldtocht ran het Fransch-Afrikaanscheleger tegen Klein-Kabglie, in de eerste helft ran 1851, \'s Hert, 185i2; Oostenrijk en Zuid-Duitschland in den oorlog van 1800 tegen Pr nissen. Krijgslc. Schets, Schied 1807; Kissingen. Eene episode uit den oorlog van 181)0 in Duitsehlana, Schied. 1870; Éen maarschalk van het tweede keizerrijk en eene Fransche kolonie, Studiën over Algiers, \'s Rage 1878; De eerste. Atjehsehe expeditie en hare enquête. Historische kritiek, Amst. 1881. Hoon (Klaas) geb. te Edam 26 Mei 1807, studeerde in do godgeleerdheid en was predikant te Berkbout: voor weinige jaren emeritus geworden vestigde hij zich metterwoon te Hoorn. Hij schreef De dood van Prins Willem J, Dramatische schets voor rederijkers bewerkt, (dichtstuk), Amst 1801); De gestoorde dichter, blijsp. in cén bedrijf, Alkmaar 1804\'; Docter Focquenhrock, blijsp. in 5 af deelingen, (dichtstuk), Nieuwe Nie-dorp 1865; 1815 Herinneringen aan Wtder-loo. Dramatische schets in drie tafereden, (dichtstuk). Nieuwe Niedorp 1805; De familie. Kolzinsk of liefde en wraak. Dram. schets in vijf afd., Nieuwe Niedorp 1866; Het loon der deugd of het gedrag van een eerlijk man. Een wenk voor het leren. Tooneelstuk in vijf afd., Hoorn 1878; De gebaren of de zonderlinge afspraak, [ilijsp. met. zang in één bedrijf, Hoorn 1879; Lotwisselingen of een blik m het maatschappelijk leven. Tooneelsp. in drie afd.. Beverwijk 1870; Schijn bedriegt, Tooneelsp. in vijf afd., Beverwijk 1879. |
Hoon (Cornelis) geb. te Rott. 1680, gest. ongeveer 1750, was Baljuw van Heen-vliet cn Leenman van den lande van Voorne. Zijne gedichten zijn de volgende: Heidensche Grootmoedigheden, Rott. 1704; Gedichten en Tooneelpoezg, 2 Dln., Delft 1724, (2de dr. Leid. 1732); de laatste bestaat uit de treurspelen Mirra, Dido , Leiden verlost, Timon, Kosmus de Media\'s, Amintas (naar Tasso), welke later ook nog afzonderlijk werden uitgegeven, en het Eewspel op het treursp. van Arminius toegepast, Leiden 1700. Gezamenlijke. Dichtwerken zijn door hem zeiven in 17H0 uitgegeven. Hij bewerkte voor het tooneel Dor inde harderspel, (naar Guarini), \'s Hage -1735. Itoonc [Felix Marie Alfons) geb. 8 Maart 1821 te Gent en aid. overl. 31 Dec. 1870; was eerst slotenmaker, dan drukker te Brussel en daarna te Gent, waar hij later hoofdopsteller werd van het dagblad de Broedermin. Hij schreef: Mijn eerste blik in de wereld. Gent, 1847; De treurwilg, Antw. 1847; De. schoone vrouw van\'het veldbal, Antw 1848; Zannequin, hist drama in rijf bedrijven , bekroond te Gent in 1848 ; Bergenkruizc, Gent, 18t!); De arme jongen , Gent, 1850; ï)e landbouwkunst in de Nederlanden , Gent, 1867 ; Mast en Dan-neéls, en De tooverdrank, Gent, 1869. Verspreide werken (verzameld en uitgegeven door Nap. Destanherg), Gent, 187\'t. Koonemmer [Jan Tjerk Auke Wijtzes) geb. 8 Juli 1823 te Grouw, gem. Idaar\'dera-deel, was jaren lang huisschilder. doch leeft thans ambteloos te Hardegarijp. Van 1862 — 4 sprak bij in vereeniging met den Frieschen schrijver Jentje Sytema op het Fryska Winter-joune-nocht, en van 1860 tot 1874 reisde en werkte hij met den volksschrijver W. Dykstra op ditzelfde Winter-joune-nocht. In \'1874 hield hij op die wijze o. a. 74 voordrachten. Rij schreef: Dejoun-praters, Tma Nuts foartêsingen, Franeker 1855, (\'2e druk 1886); De swartespegel, Franeker 1856; Baes Flip, Leeuwarden; In ivunderlike tdde hear, 1862; It oar de hoask, Leeuw. 1805; It doarpke oan 7 spoar, Franeker 1876; De schoolmeester in \'t laatst der vorige en \'t begin dezer eeuw, voor en na het |
Honncn—Horolu
87
|
verbeterd onderwijs ran IHCO, Leeuwarden 1884, en verder eon groot aantal stukjes in Friesche jaarboekjes. Itooncn (J) schreef\' Sapor, treutsp., Amst. 1713, herdr. 1737. Soonzajcr {Cornel is G er ar dus) gel), te Gorinchem 15 Aug. 1788, notaris en wethouder in zijne geboortestad en aid. overl. 4 April 1803 . schreef met J. G. W. Merkus van Gendt: Geschiedkundiye Aanteekeningen betreffende het slot Loevestein, Gor. 1840. Hij liet vele gedichten in handschrift na. Hooren (Elias ran) goh. te Leidon 98 Fehr. 17i?S, was schoolmeester aldaar. Hij schreef\' Het Tweehonderdste Jubels Vreugt Verhaal, meede ter Gedagtenis beschreven en op lieim (jemaekt enz., Leid. 1774. Hij overleed 14 Jan. 17i)7. Boot (Gerhard) goh. te Gorinchem in lf;04, studeerde en promoveerde in de medicijnen , vestigde zich omstreeks 1630 metterwoon te Londen en werd lijfarts van koning Karei I. Na hot onthoofden van dezen rampspoedigen vorst ging B. naar Dublin, waar hij in 1050 overleed. Van hem verscheen oen werk getiteld: Vrolycke Uwen, 1630. Ook beoefende hij zoowel de Latijnsche als Nodorlandsche dichtkunst. Boot (Johannes Cornells) geb, te Leur 20 Juli 1761 , was predikant te Nieuwenhoorn en daarna te Arnhem. Zijn Opwekking ran Lazarus werd in 1785 door \'t Haagsche Dichtgenootschap bekroond , evenals zijn Tot lof der Weldadigheid. Hij is de vervaardiger van Goz. 168, op den Oogst. Men vindt oenige fragmenten van zijn gedichten inge-lascht in de Wandelingen in een gedeelte, ran Gelderland van I A. Rijhof}\' en in de Gel-dersche Arcadia. Hij stierf Ó Juli 1834. Boot (Gerardus Wilhelmus) broeder van den voorgaanden geb. \'21 Mei 1763 te Leur bij Breda, stierf als rector te Gorkum 6 Sept. 183*2. Hij maakte van tijd tot tijd een gedicht in een of ander tijdschrift waaronder Bij mijn terugkomst van de begrafenis mijner dochter. Boot (liastiaan Cornells Moerkerk) goh. te Randwijk bij Wageningon op Ü\'2 Jnni 1834, studeerde in de theologie en werd in 1860 predikant te Bahr en Lathum, in 1867 te Joure en in 1871 te Lent bij Nijmegen, waar hij nog staat. Voor een weldadig dool gaf hij in 1878 te Nijmegen nit: Lentsche bloemen, en verder eenige novellen in do tijdschriften Europa en Los en Vast, als Ji\'ene oude vrijster, Belialsman en de familie de Linge. |
Booth (Arnold ?) van wien ons met zekerheid niets anders bekend is dan dal hij in 1627 secretaris was bij een gezantschap dat naar Zweden wei d gezonden, om don vrede tusschon dat rijk en Polen to bewerken. Hij schroef toen een werk alleen mei de letters A. B. geteekend: Journael van de legatie gedaen in de jaren 1(127 en 1628 hy Sochus ran den Honaert, Andries Bicker ende Simon van Beaumont, Amst. 1632. Booth (Everard) schroef: Dagelijksche aanteekeningen gedurende het verblijf der Franschen \'te Utrecht in 1672 en 1673. Bor (Pi eter Christiaansz.) geb. te Utrecht in 1559, woonde op verschillende plaatsen en booefonde het vak dor geschiedenis. In 1615 legden de Staten van Holland aan Bor eene jaarwedde van 600 Gl. toe, om zijn geschiedkundig work te vervolgen. Later word hij tot Haad en Rontmeester-Generaal van Noord-Holland benoemd. Hij overleed te Haarlem 1G Mei 1635. Hij schreef: De Oorspronck, begin ende vervólgh der Neder-landsche oorlogen, beroerten en Burgerlijke oneenichegden, beginnende mot den afstand van Karei V en eindigende met den dood van Willem I, later voortgezet tot het jaar 1600. De eerste uitgave is in 6 Dln. Leiden 1621 en volg. jaren; oen tweede druk is van 4 Dln. van 1679 met een bijvoegsel. Voorts schroef hij nog hef zesde deel der Chronyche Carionis, loopende van 1576—1619, Ainst. 1632; Geleqentheyt van \'s Hertogen-Bosch vierde Hooftsladt van Itrahandt, lifter oorspronck , fundatie ende vergrootinge, ver-scheyden harer belegeringen ende eyndtlijke overwinninge, verrassinge en inneminghe van Wesel enjle meer andere geschiedenissen des jaars 1629, 3Dln., \'sGravenh. 1630; Voorts twee tragicomediën in prosa, d\' eene Appol-lonitis prince ran Tyro en Appóllonius en zijne dodder Tarsia, \'s Gravonh. 1617. Als dichter gaf\' hij uit: de oorspronck, begin en aanvang der Xed. oorlogen, gedurende de regering van de hertoginne van Panna, des hertoqs van Alba en grooten commandeur in Lidekens, 1617. Bor (L. ran den) schreef: Schets der Ned. geschied., op rijm gebragt en met de noodige zangwijzen voorzien, Arnh. 1857; Schets van de geschied, der Nederl in den O. I. Archipel, Arnh. 1857; Berijmde schets der bijbelsche geschied., Arnh. i8(i0. Borch (Oesina ter) zuster van den be-roemden schilder Gerard te B., word geb. te Deventer Nov. 1633, en ovorl. te Zwolle 16 April 1690. Zij beoefende niet alleen de toeken- en schilderkunst, maar ook de toon-en dichtkunst. Onder haar nagelaten go- |
Borohgra ve—B orger.
88
|
dicliton, thans in het Rijks-Museum te Am-sterdiim, komt een tooneelspel voor, getiteld; he Triomf der Schilderkunst. Haar spreuk was: „Deugt maackt schoonheyt.quot; In druk is niets van baar verschenen. lloroligravc (Peter Joost de) op 1 April 1751 geboren te Wacken (West-Vlaanderen) studeerde aan het College te Kortrijk en wijdde zich daarna aan de geschiedenis en de dichtkunst. Echter werd hij spoedig ontvanger der directe helas-tingen in het kanton Wacken, in welke hediening hij bleef tot zijn dood, die voorviel op 13 October 1819. De Borchgrave maakte deel der Uhetorica-kamer van Wacken , welke in I78i; te Oudenaarde den eersten prijs behaalde met het treurspel JMlo-rophon, waarin hij de hoofdrol vervulde. Ook in andere to\'oneelstukken speelde hij met talent; doch verwierf zijn roem in de talrijke wedstrijder, van poëzie, waarin hij schier altoos den palm behaalde. Zijne voornaamste stukken zijn: Een berijmde brief aan de Nederhiiuhche dichteresse Petrondla Mucns, 1788; De barbaarsche Zceroovers, 1789; De vriend der dichter en, 1780; Ode aen de vrijheid, 1790; De Belgen, 1810; De vrede, 1810; Abraham\'s offer, 1811 ; De sla;; van Friedland, 18 r2; Ode op het huwelijk van Prins Frederik run Oranje, 1816 en Dood en Onsterflijkheid, 1819. Met veel bijval werd van dezen schrijver vertoond hét blijspel De rruf/telooze bewaeking, 178Ü en het treurspel Nelson of de beproefde liefde , 1795. Schrijvers gezamenlijke pennevruch-ten verschenen onder dén titel; Gedichten. Met portret en andere platen, en eene voorrede van Mr. J, de Borchgrave, Gent, 1801. Borolit (Willem van der) geb. te Brussel in 1022, schreef; Guiïhelmi van der Borcht, Brusselsche.n Blom-hof van Cupido, ghedeylt in dry deelen , waer van het eerste Veel zijn Minne-Klaghten: Het tweede vreughdighe Her-ders-ghesanghen : liet derde Boertighe Liet-jens. Te samen heduydende de aenkomste der Liefde, de Weder-minne, ende de bekomen gunste, met ei/ndelinghe voor het tweede boeck \'de Hancken van cupido, Brussel, 1011, met koperplaten van Jan van der Borcht (Juan a Gastro) broeder van den dichter; Guil. van der Borcht, Sedighe Sinnebeelden op den aerdt der gheplnymde, vier-voetighe, waterighe, ghekorven oft bloedeloose dieren, Bruss. IÓ42; Spier/hel der eyghenkennisse, bestaende in tesaemghehonde mal- ende treurdichten in-ghe-knoopi het eonterfeijtsel des wereldts, tot ver-beternisse deses Eeuwsfeylen ende narrigheydts onderrichtinghe, versiert door Willem van der Borcht, Brussel, 1643; met portr. des schrijvers op 21 jarigen leeftijd. W. van der Borcht: Rosiinunda, treurspel, ghespeelt tot eene af-scheydt van de Lief-hebbers der Rijmers-konste binnen Brussel op het stadt-liuys. Mitsgaders eene antwoorde op de vrage (wat oft heter is peys oft oorloghe?) uytghe-sonden van tveghen den Hoofiman van onse L. Vrouwe Kranskamer binnen Brussel in \'t /(ter 1050 door den selven Autheur, Brussel, 1051. |
UnnlcM (Jan Philip de) gnb. te Amsterdam 7 Juni 1817, vroeger kapitein bij de genie, later hoofdingenieur bij de spoorwegen op Java, thans woonachtig te\'s Hage, schreef; De doorgraving van de landengte van Suez, Zutf. 1850; De verdediging van Nederland in 1029, Utr. 1850; De spoorweg Samarang- Vorstenlanden , \'s Hage 1870. Mét G. A. van Sypesteijn te zatr.en schreef hij De ^ Verdediging van Nederland in 1672 vn KiTtf; Bijdrage, tot de staats- en krijgsgeschiedenis van het vaderland , 2 dln. \'s Hage 1850. Horcl (George Frederik Willem) geb. 1quot;! Aug. 1837 te Maastricht, werd voor den krijgsdienst opgeleid , en in 1857 luitenant bij de Artillerie; hij was een tijd lang in Indië gedetacheerden is thans Majoor bij het l!e Heg. Veldartillerie. Hij schreef; Onze vestiging in Atjeh critisch beschouwd, \'s Hage 1H78; Drogredenen zijn geen waarheid. Naar aanleiding van het werk van den Li. Gen. ran Swleten over onze vestiging in Atjeh, \'s Hage 1879. \' Uorgcr (Elias Anne) geb. te Joure in Friesland 20 Febr. 1784, waar zijn vader koopman en brander was. Heeds als kind gaf hij blijken van grooten aanleg en vlijt, waarom zijne ouders hem voor de studie bestemden, wat zij eerst niet van plan waren, üp zijn 17e jaar werd hij student te Leiden en op zijn 23e doctor in de theologie. De curatoren der Leidsche hooge-school, beducht dat ze een jong mensch van zulk een schitterenden aanleg door een beroep naar elders zouden verliezen, benoemden hem tot Lector in de gewijde uitlegkunde, welken post hjj bekleedde tot 1811 , toen hem, na de inlijving van Nederland de titel van professeur adjoint gegeven werd. In 1814 werd hem het hoogleeraars-ambt in de godgeleerdheid opgedragen, welke betrekking hij drie jaar later verwisselde met die van lioogleeraar in Grieksche letterkunde en algemeene geschiedenis. Toen hem in Febr. 1820 zijne tweede vrouw Cornelia Scheltema door den dood ontrukt werd, verviel hij in eene soort van gevoelloosheid ; van dat oogenblik af kwijnde hij tot aan zijn dood (12 Oct 1820). Behalve twee bundels leerredenen, eenige verhandelingen |
Borger—Bormnn».
89
|
en Latijnsehe geschriften , schreef hij: De Leydsche Weezen aan de Ln/dsehe Burgerij, hij den aanvang des jaars 1811; idem, \'1813; T)e Vaderlander, Leid. 1814; Iets aan mijn hind, Leid. 1815, \'t, laatste met het vers Aan den Rijn herdrukt onder den titel van; Bnrgers Boezem-klagt bij de araven zijner geliefde panden, \'s\' Grav. 1845!; Op de hé-valling der prinses van Oranje, Leid. 1817; Ter gedachtenis aan Hendrik Albert van der Palm, heiA. 1819 Zijne verspreide gedichten zijn na zijn dood in één bundel verzameld en uitgegeven onder den titel van : Dichterlijke Nalatenschap, ten deele nooit ge-druht, Leid. en Utr, ISIiG; Zijn leven en eenigedichtvruchten, Amst. 1850;\' Dichterlijke. Nalatenschap, 6e vermeerd. druk, Schied. iq/;O Borger (Pier Annes) broeder van de vorige, geb. in 1780 te Joure, was eerst wijnkooper, daarna wijnkoopersknecht. Naderhand was hij voorzanger en voorlezer in de Hervormde kerk te Joure, en eindelijk hofmeester op een stoomboot. Hij overleed te Joure 7 Febr. 18(i0. Hij schreef Dichtkransje, Heerenveen 1826. BorgOHiiiN {Hendrik Goeman) geb. te Slochteren 11 Jan. 18i7, studeerde en promoveerde in de rechten, was eerst leeraar in de Staatswetenschappen aan de H. B. S. te Sneek, in 1870 te Arnhem, en daarna redacteur van hei Vaderland. Sedert 1877 is hij lid van de 2e Kamer der St.-Generaal. Hij schreef: Schnlze-Delitzsch en zijne cre-dietvereenigingen, Arnhem 1872; Drankbestrijding en drankwet. Ken woord tot het Ned. volk, Haarlem 1882; O eer eoiiperatiere voorschot-vereeningen, Utrecht 187!!; De rechtspersoonlijkheid der coöperatieve vereenigingen, Utr. 1874; De coSperatiewet en hare toepassing, \'s Hage 1877. BorgliHoliot (J. M. K.) schreef: Willem Harmsen in California. Zijn avonturen en ontmoetingen. Met een voorwoord van P. J. Andriessen, Amst. \'1874. Borglit (Jan Arnold ran der) alias .lunn Hel Casfro , dichter, schilder en muzikant, waarom hij zich den drijdubbelen artist noemde Van der Borght was een der zonderlingste personen van zijnen tijd. Hoewel hij slechts een rijmelaar was, waande hij zich een der grootste genieën, waarom men hem overal voor den gok hield. Zoo dikwijls hij maar do gelegenheid vond, declameerde hij zijne ronkende verzen met krachtige stem en overdreven gebaren. Hij was in 1772 geboren te Weert (Limburg) en verdronk bij toeval in de stadsvest te Antwerpen 22 Oct. 1842. De voornaamste van \'s mans talrijke dichtwerken zijn ; Den wanhoopenden en raezenden Napoleon; Parnasgalm hg de wederkomst der oude kunsttaf ereélen van Jielgenland, Antwerpen, 1815; De Bestorming van het Kastel van Anticerpen , Antwerpen, 18l!2; De inneming van het kasteel van Antwerpen, Antwerpen, 1832; Lofrede van Rubens, Antwerpen, 1840 en De Maen-wereld, Antwerpen |
Burglit (Jan Krans van der) omtrent het einde der XVII eeuw te Lier geboren, was stadsschoolmeester aldaar; en werd eerst Factor en later Deken der Kamer De On geleerden. \'s Mans kenspreuk was: Sender Masker. Zijn eerste treurspel Den doodeli/ken strijd tusschen leven en dood werd opgevoerd in 1735. Zijn treurspel Urbina (1738) verwierf buitengewonen bijval en werd tot in deze eeuw vertoond. Buiten de hierboven genoemde werken zijn van dezen schrijver bekend: Jan Baptist (1735); Soph//rus en Cod rus (1738); Judith (1740); Martellus en Larunda (1742) ; Jeruzalem (1744); Romeo en Julietta; Mutius en Maranta; Dorides en. Clorinia; fdoneu (alle vier zonder jaartal) en Tarchon en Phillida (1763). Borlnut (Willem) te Gent geb. ten jare 4535 en aldaar overleden in 1580 Hij sproot uil een adellijk geslacht, studeerde in de rechten en werd advocaat bij den Raad van Vlaanderen te Gent. In 1557 werd bij genoodzaakt, om redenen van godsdienst-beroerten , zijn vaderland te verlaten Hij vestigde zich in behoeftigen toestand te Lyoh; later in het vaderland teruggekeerd werd hij Raad-Pensionaris der stad IJamme. De volgende dichtwerken zagen van dezen schrijver het licht:,. Ghesneden figuren rugten ouden testameute naer \'t latine met huerlier bedietsele. Duer Guilliame Borluijt, burgher der stede van Ghendt, Lyon , 1557 ; Ghesneden figuren vuyten nieuwen testameute naer \'t leveiw met huerlier bedietsele. Duer Guilliame Borlugt, burgher der stede van Ghendt, Lyon, 1557; Excellente figueren ghesneden vuyten uppersten po\'ète Ovidius vugt vyfthien boucken der veranderinghen met huerlier bedietsele. Duer Guil-liaume Borluit, burgher der stede van Ghendt, Lyon, 1557. Deze drie werken zijn opgeluisterd met 501 houtsneèplaten. BorinaiiM (Jan Hendrik) geb. te St. Truiden, 17 November 1801, werd in 1818 professor aan het kleine seminarium te Luik, in 1821 aan het koninklijk college aldaar, in -1825 professor in de Rhetorica te St. Truiden, in 1834 directeur van het college te Hasselt, het jaar daarna buitengewoon hoogleeraar te Gent, en in 1837 hoogleeraar aan de Hoogescbool te Luik, in welk ambt hij overleed op 4 Juni 1878. Bormans onder- |
Boun ee trier—Borre.
90
|
scheidde zicli gedurende zijnen langen levensloop als een talentvol verheerlijker dei\' Nederlandsche letterkunde. Behalve verscheidene Fransche werken , eene menigte artikels in het Belgisch Museum , de Mid-tlelaer en de School- en Letterbode, verhandelingen enz., schreef of gaf hij uit: lieinaert de Vos. episch fubeldieht van de twaelfde en dertiende eemv, met aenmerkingen en ophelderingen, vanJ.l\'. Willems, Gent, 1836; Aen-teekeningen op eenige der oude stukken , uitgegeven in het Belgisch Museum, Gent, 1837; Uittreksel uit het verslag over de Taelkundige prijsrraeg, Gent, 1839; Verslag orer de verhandelingen , ingekomen hg het staetshestuer van België, ten gevolge der taelkundigeprys-rrneg, voorgesteld hij koninglijk besluit van 6 September 1S36, Gent, 18\'iï ; Mijn verslag, Leuven, 1842; Ontdekking, lotgevallen, nadere hesehrijvinn en een paer uittreksels van \'t Hs. bevattende de ouddietsche berijming der levens van de II. Lutgardis en de II. Christina, Leuven, 1843; Ih ware lezing van \'t Leven van Jliezus, door G. J. Meyer uitgegeven, na er \'t handschrift hersteld, tot nader kennis en juister schatting van dat Hs., Leuven, 1843; Onze Letterkunde, Sint Truiden , 1844; Aen den Heer W. Van West-Pluymers, boekdrukker te Sint Truien , Sint Truiden , 18i4; lt?(/ is in ons nederduitseh eil in H fransch de y wanneer zij met eene vokael verbonden is? Sint Truiden , 1845; Brief aen den uitgever van het Belgisch Museum orer de Elnoncnsia en de Oud-Kederlandsche vers-ma et, Gent , 1846; Leven van Sinte Christina de Wonderbare, in ouddietsche rijmen, naer een perkamenten handschrift uit de XIVc of XVe eemv , met inleiding, aenteekeningen en andere aenhangsels en facsimile, Gent, 1850; Der naturen illoeine, ran Jacob van Maerlant, met inleiding, varianten van handschriften, aenteekeningen en glossarium, op gezag van het Gouvernement voor de eerste ma el uitgegeven, Brussel, 1852 ; Het leven van Sinte Lutgardis. Een dietsch gedicht, ten laelste van de tweede helft der XIV eemv, naer het oorspronkelijk handschrift van broeder Geraert uitgegeven, Amsterdam, 1857; SinteServatius, legende van Heynrgck van Veldeken, naer een handschrift uit liet midden der XVe eeuw voor de eerste mael uitgegeven, Maastricht, 1858; De Brabantsche Veesten of Rymkro-ngk van Braband. Zevende hoek, derde deel, Brussel, 1809 ; Ouddietsche fragmenten van den Parthonopeus van Blogs, grootendeels bijeenverzameld door wijlen professor Ferdi-nandus Deijcks, en verder in orde geschikt en kritisch uitgegeven door J. H. Bnrmans, Brussel. 1871; Spieghel der ivyshnt of leeringhe der zalichede van Jan Praet, westvlaemsche dichter van \'t einde der X lilde eeuw, voorde, eerste mael uitgegeven, Brussel, 187ri; Kavel ende Elegast, Brussel, 1873. |
Konnecster (Abraham) leefde in het midden der 17e eeuw te Amsterd. (?) en schreef vier kluchtspelen : Klucht van Doeden, Amst. 1643; herdr. onder den titel van Doeden, kluchtig hlijsp., Amst. 1735; Infi-delitas ofte ontrouwe. Dienstmaegt, Amst. 1644, (12e druk 1678); Sytje Fohers in klucht gespeeld op de Amst. schouwburg, Amst. 1643, onderscheiden malen bedrukt; \'tNieuwsgierig Aagje, Amst, 1664 en 1669. Horn {Johan van) geneesheer te Amsterdam, schreef; Stichtelijke Rijmspreuken, 1639; Diemermeet, Weerclts Doolhof ende Echtspa-radijs, Amst. 1642; Vreughde-koets of Heerlijk. Jaarstooneel, Amst. 1612; Amsterdam, en Goudc Vrijeheit, Amst. 1645. Born {Henricus van) een zoon van den voorgaande (?), geb. te Amsterdam 6 Mei 1636, Luthersch predikant te Alkmaar en daarna te Amsterdam , beoefende de dichtkunst, doch zijn verzen komen in de werken van anderen voor, zooals een Lijkklagt, te vinden in de Eer en krans. gevlogten ter gedagtenis aan den heer J. E. Bloem, 1683; en de gedichten die van hem voorkomen in de Papiere snijkunst van J. Koerten. Hij overleed 21 Juni 1701. Born {Honorius van den). Zie IMitennun. BorniiiM Alvaarxma FrUlnx (B) Zie BocIciih (H. A. van). HornniniiiiiiH (Henricus Gualterus) gest. in Dec. 1779, rector te Nijmegen, schreef een vers getiteld: Aan de loffelijke Burgerij der stad Doesburg, te vinden in A. Huygens Beschrijving van Doesburg, Borrc (Pieter) den 28 Juni 1826 geb. te Veurne, van welke stad hij ontvanger en archivaris werd en waar hij overleed op 1 Juni 1881. Met Frans de Potter en Edmond Bonse schreef hij; Geschiedenis der stad en Kastelnij van Veurne, Gent, 1873— 75, 2doelen ; en; Geschiedenis van het Sint-Scbas-tiaansgilde van Veurne, Gent, 1874. Alleen gaf hij in het licht; Beschrijving der feesten gevierd in de koninklijke maatschappij van Rhetorica, arm in de beurs en van zinnen jong, te Veurne, ter gelegenheid der inhul-diiig der heer en A. de Ceunynck als hoofdman en Karei Claereboudt als Prins. Veurne , 1867; Jaarboeken der maatschappij van lihe-torika, arm in de beurs en van zinnen jong te Veurne , bevattende de naamlijst der 1\'rin-cen i Hoofdmannen, Dekens, Koningen, Koninginnen, Proosten, Facteurs, Klerken enz. sedert de vereeniging in 1830 tot 1869, Veurne , 1868; Beschrijving van Sint-Sebas-tiaansgilde van Adinkerke, Avelgem , 1873. |
I—Bo*.
91
Borre
|
Borre (Laevinus van den) misschien een kleinzoon van L. v. d. Borre, die als predikant te Selioonhoven in 1010 overleed. Hij schreef onder de zinspreuk „Al ver-liesende win ick quot; : Consilium Musarum , dat is: Hoedt der Musen. Over het kiezen van een ander Hoeder, overmits Apollo , ghe-trout zijnde met Minerva, verzocht ontslanhen te zijn. Poëtischer wyse beschreven. Arast. 1030. Borrcbagh (H.) in \'t midden der 17e eeuw , geneesheer te Utrecht, schreef Christelijke Gezangen en uythreydinge v. des men-sclien val...\', (fret. H. R.)\'s Grav. 1087; Uj/t-spanningen, behelzende cenigc opmerkelijke materiën op rijm te zamen gestelt, Utr. 1088. BorreinmiN (Nicolaas) geh. te Amst. was Remonstrantsch predikant te Nieuwkoop en later te Maasland tot 107!), toen hij zijn ontslag kreeg wegens aanhoudende ziekelijkheid. Van hem vindt men eenige gedichten in den Bloemenkrans ran verscheiden gedichten door eenige liefhebbers der Poezi/ bijeen rer-zamelt, Amst. 105!). Ook vertaalde hij een hist, werk van Matthaeus Vossins uit het Latijn in \'t Nederlandsch, getiteld: Jlistori srhe jaerhoechen van Holland en Zeeland, Gor. 1(377 , (van graaf Dirk I tot aan Jacoba van Beieren), en verschillende andere god- Êeleerde werken onder de letters Aeleerde werken onder de letters Ar. li. A. [ij verzamelde en gaf uit Gedichten van Gerard Brandt, de Jonge door K. B. A. Rott. 104!). Borriax (Wouter G err it) geb. 10 April 1833, werd voor het onderwijs opgeleid en was van 1859 tot 1807 hoofd der openbare school te Wageningen, en sedert het laatste jaar tot nog toe als zoodanig te Arnhem \'werkzaam. Hij schreef: Werkmanslied, ge-paraphraseerd, Arnh. 1875; Rijmpjes ter geheugenoefening en ter aanleiding tot gesprekken met de kleintjes in bewaarschool, voorbereidingsklasse en huis, Arnh. 1878; Gedichtjes voor kinderen. Arnh. 1878; Jongensspelen en meisjesleven. Gedichtjes voorkinderen , Arnh. 1878; en verder bijdragen in Tijdspiegel, Bato, Castalia, Flora, Kindercourant, enz. enz Borftboom (Hendrik en Cornells) twee broeders, wonende te Valkenburg bij Leiden, maakten een gedicht getiteld Schets van Valkenburg, dat echter niet in den handel kwam (1714). Van de exempl., aan hun vrienden uitgereikt, trachtten zij zich later weer meester te maken, omdat zij in de poëzie hunner jongelingsjaren te veel zondigs vonden, liet boekje is dus hoogst zeldzaam. H. H. stierf in 1745. BorMki [Gerard van Wicringen) geb te |
Vleuten 2!) Jan. 1800, rector der Lat. scholen te Delft, en aldaar aan eene beroerte3 Febr. 1809 overleden. Hij schreef Handleiding tot de Mi/thologie, Zier. 1840, (5e dr. 1845). Handleiding tot de theoretische beoefening van den Ned. prozastijl3st. Delft 1853—57; Handleiding voor de praktische oefening in de zinsontleding naar de \'ie verb, en verm. uitg. van het werk ran den hoogl. T Eoorda: Over de deelen der rede en de rede-ontleding, Delft 1850, (2e dr 18(10). Over Roorda\'s Log. Analyse voerde hij een warmen strijd tegen dr. L. A. te Winkel en den hoogleeraar J. Pijnappel Gz. Voorts leverde B. bijdragen in het Taalk. Magazijn en schreef hij eenige taalk, schoolboeken. BorNHiiiu UnnlkcN (G. H. van) Zie IVnnlkVH (6\'. II. van Borssnm). HornKcIcn (Philibert van) Burgemeester van Tolen en in 1025 Rentmeester te Zie-rikzee, waar hij overleed op 17 Januari 1027. Van hem zijn bekend: Galmdicht ofte min-naersklaclde over de ■ wreedheijdt zijner beminde van hem langhe ter eeren vervolqed. (Verschenen in den „Zeeuwschen nachtegaalquot;) Amsterdam 1033; en: Strandeoftghe-dichte van de schelpen, kinckhornen ende andere wonderlicke zee-scepselen, tot lof van den schepper aller dingen, enz., Haarlem 1011. Dit werk werd herdrukt te Amsterdam inquot; 1014 en te Antwerpen in 1838. Naamloos schreef hij: Den Binckhorst ofte het lof des gelucksalighen ende gerustmoedighen handlevens. Amst. 1013. Bortcl (Melchior Balthazar van) geb. te Lier 8 September 1081. Van 1715 tot 1744 was hij notaris in zijne geboortestad, waar hij ook prins werd van de tooneelgilde Den Groeienden Boom. Zijne kenspreuk was; ylrx radicosa viret. Vier treurspelen zijn van hem bekend, namelijk: Conrardus, Cosmo-philuH, Sylvia en het Leven van St. Goinmar. Hominkcl (Comelis) dichter te Amsterdam , schreef Dichtkundige bespiegelingen over de zinnebeeldige sieraden in de Oosterkerk te Amsterdam, bij gelegenheid van het eerste eeuwgetij der inwijdinge van dat Godsgebouw op den vierden van Wijnmaand 1771, Amst. 1722 , benevens eenige verspreide gedichten. Boh [Salomon) geb. te Amsterd. 8 Nov. 174!), was koopman aldaar, doch verloor in den Engelschen oorlog zijn meeste schepen. IJverig patriot zijnde, hield hij van 1787—95 zich buiten alle zaken, doch bekleedde na dien tijd verscheiden aanzienlijke betrekkingen: van 1805 -10 was hij directeur van het Lands Zegel. Na de inlijving werd hij, misschien wel om zijne anti-Fransche |
Bos—Boaeh,
92
|
gevoelens verplaatst naar Beverwijk als ontvanger. alwaar hij is gestorven IS Nov. 183-2. Hij schreef eenige tooneel- en zangspelen in poëzie: onder anderen: llrf feest (Ier Hriiniiiiiieii, zangsp , Amst. 17i)8; Oheron, zangsp. die door hel publiek zeer gunstig werden opgenomen. Hon [J. ,ƒ,) schreef Het Huisgezin van Beihunie, dichtstuk, Utr. 18W. Hon (Fitter Roclf) gel) 19 Fehr. 1847 te Groningen , werd voor hei onderwijs Opgeleid: hij was eerst onderwijzer bij het lager onderwijs, later leeraar aan de Rijks Hoogere Burgerschool te Warffum , en thans sedert eenige jaren aan die te Groningen. Hij schreef: Leerboek der Aardrijkskunde, 1875; Beknopt leerboek der Aardrijkskunde, 1876; Aardrijkskunde voor de volksschool, 1878; De plaats der aardrijkskunde in het si/steein der wetenschappen, 1878; De Globe, Aard-rijlskundir/ schetsboek voor school en huis, 1880; De lauden en rolken der aarde. Handhoek voor laud- en volkenkunde, ISSS. Al deze werken zijn te Groningen gedrukt; van de drie eersten zijn reeds onderscheiden herdrukken verschenen. Behalve deze werken gaf hij nog onderscheiden atlassen , wandkaarten en aardrijkskundige schoolplaten uit. Mo* (ƒ/. v. d.) zie HoncIi (L. v. d ) JloNbooni-ToiiNMnint (Anna Louisa Geer-trui da) geb. te Alkmaar 1G Sept. 1812, huwde in 1851 met den schilder J. Bosboom en vestigde zich metterwoon te \'s Graven-hage, alwaar zij 13 April 188() overleed. In 1837 trad zij voor het eerst op met eene novelle getiteld: Aliua(/ro, die gevolgd werd door De Graaf van Devonshire, liomant. Epis. uit de jeugd can Elisabeth Tudor, Amst. 1838; Emjelschen tel/ome, Hom. Epis. uit de regering van Paus Sixtus V, 2 dln., Amst. 1830; Het huis Lauernesse, 2 dln., Amst. 1840, (3e dr. 1852); Een kroon voor Karei deu Stouten, Amst. 1842 . (2e dr. 18(15); Verspreide Verhalen , Amst. 1843; Xhnenes — Alba , — Orsini. Drie Novellen uit Spanje, 2 dln., Amst. 1842; De Graaf ran Leicester in Nederland, 3 dln., Amst. 1846; Negen Norellen, \'s Hage 1816; Diana, Amst. 1847; Mejonkvrouwe de Mauléon, \'s Haj;e 1847; Fantasieu in Dec. 1818, Haarl. 1818; Gedenkschrift van de inhuldiging des konings Willem Jll binnen de hoofdstad des rijks, 12 Mei 1840, met portr. en pl.. Haarl. 1849; Het huis Honselaarsdnk in 1638, Hst. Nov., 2 dln., Amst. 1849; De vrouwen uit het Leg-cestersche tijdvak, 3 dln., Amst. 1849 - 50; Moedervreugde en moedcrlyden. Eantasiën , Alkm, 185Ó; Eenige schetsen, Amst. 185U; |
Media-Noehe. Een tafereel uit den Nijmeeg-scheu m\'cdehandel (1678), 2 dln., Haarl. 1852: Don Abbondio, Utr. 1853; De Alkmaarsehe ■wees en eenige andere, novellen, Amst. 1854; Gideon Florensz. Hist. Horn. Epis. uit het laatste tijdperk van Leycesters bestuur in Nederland, 4 dln. in 5 st., Amst. 1854—55; Historische Norellen. Haarl. 1857; Een Legdsch student in 1593, Amst. 1859; Graaf Pepoli. De roman van een rijk edelman, 3 dln., Arnh. 1860; De triomf van Pisani, Amst. 1861; De bloemschilderes Maria van Ooster-wijk, Leid. 1862; Dc terugkeer van Golgotha, Amst. 1862; liet laatste bedrijf van een stormachtig leven. Amst. 1864; De verrassing van Hoe.g in 1595 , 2 dln., Amst. 1866; Frits Millioen en zijue vrienden. Eene vertelling, 2 dln,, Amst. 1869; De Delftsche wonderdokter, 3 dln., Amst. 1870—71 , (2edr. 1872); Majoor Frans, Amst. 1877; Langs een omweg, Amst. 1879; Bagmond de schrijnwerker, Amst. 1880. Eenige van hare novellen vonden eerst eene plaats in de Gids of in Nederland en andere tijdschriften en jaarboekjes. Voorts gaf mevr. B.-T. nog onderscheiden novellen en losse geschriften in het lic ht in tijdschriften en jaarboekjes verspreid. Eene gezamenlijke uitgave van al haar romantische werken verschijnt sedert 1884 te \'s-Hage. BonoIi (Maria) (1741—19 Nov. 1773) geb. te Amsterdam, vriendin van Aagje Deken. Deze gaf na haar dood een bundel uit:. Stichtelijke Gedichten van 31. Bosch en A. Deken, Amst. 1775 in het licht. MohcIi (Bernardus) geb. 4 Sept. 1746 te Deventer, was achtereenvolgens predikant te Spanbroek, Ondkarspel, Vollenhove en Diemen. Hevig patriot zijnde vluchtte hij bij de komst der Pruisen uit Diemen en richtte met zijn vriend Brender ii Brandis te Amsterdam een dicht- en letteroefenend genootschap op, dat in korten tijd twee dikke deelen poëzie uitgaf\'. Toen hen) het verblijf binnen Amsterdam ontzegd werd, zwierf hij op verschillende plaatsen rond, totdat hij door de revolutie van 1795 in beter omstandigheden kwam en het volgende jaar zelfs lid van de Nationale Vergadering werd. Zijn staatkundige loopbaan duurde echter niet lang; in 1798 werd hij met meer andere representanten op het Huis in \'t Bosch gevangen gezet en wel is waar twee maanden later ontslagen maar met verlies van zijn ambt. Sedert dien tijd leefde hij in kommervolle omstandigheden en stierf ten huize van den heer Oosthuijzen, die hem edelmoedig onder zijn dak had opgenomen, op het buitengoed Zelden Bust aan den Schevening-schen weg (I Dec. 1803). Hij schreef Dathcniaanschc eerzuil opgericht door Dathe- |
Uwaoh.
93
|
naria Hoorn 1775; de Eigenbaat, dichtst, Amst. 1785; Batarus hij den dood van Jacoh Bellamy, Zelandus, gest. 11 Maart 1780. Utr. 1786; Het vorstelijk \'s Gravenhac/e haar lot beklagende. Op de wijs: Adieu schoone Jiosa-linde door Batavus 1787?; De vrijheid van drukpers door Batavus, gedrukt, aan \'t Y 1787; Ernstige dichtluim aan myne landgenooten (gest. Batavus) Amst. Z. pl (s. 1787); de Vrijheid der drukpers, dichtst., Amst. 1787; Aan den getrouwen en standvastigen vader des vaderlands 11. Hooft Danielsz. 13 van Grasmaand 1788 door Batavus; De weelde in Nederland, poezy door Batavus, Dordr 1790, met aanteekeningen herdrukt in 1794; Aan Nederlands Erfstadhouder door Batavus, Haarl. 1781; Eerzang aan den nooit volprezen burgervriend, den W. E. Groot A. H. Mr. Abraham d\'Arrest, burgem. der stad Wesep door Batavus (z. j. o! pl.): De kin-deragtige daaden v.e. Admiraal Generaal, dooi1 Batavus Z.pl. en jr. (1784); Onze verpligting om tot nut van \'t algemeen te werken en de voordee-len die daaruit voortvloeien, dichtst., Zaand. en Amst. 1791 ; (onder liet pseudoniem Vrijhart) Aan het volk van Nederland over de tvare Constitutie in Holland 1793; Nederland op het einde der achttiende eeuw aan Prins Willem V Botterd. z j.; Batavus aan zijne landgenoten ter gelegenheid dat eene nieuwe Constitutie voor het volk van Nederlang werd vervaardigt, Amst. 1790; Batavus aan zijne landgenooten, Amst. 1798; Napoleon Buonaparte, lierzang,\'s Hage 1799; De Baatzucht, \'s Hage 1801; Gedichten, 3 dln, Leiden 1803. Voorts schreef hij leerredenen en was medewerker aan de tijdschriften van dien tijd : de Burger Politieke Jilixein en Janus 1801, Janus Januszoou.. Met M. Nieuwen-huizen schreef hij : de Menschenvriend 1787 —98, 10 stukken. BonoIi {Mattheus van Heyningen) geh. te Groningen 13 Nov. 1773; sedert 180(1 schrijver en uitgever van de Provinciale Groninger courant tot aan zijn dood (^7 Dec. 18:21). Hij schreef veel schoolboekjes, waaronder de, kleine Kindervriend, Gron. 1804, dat in 1801 den 45en druk beleefde. De gestolen kers-sen. tooneelsp. voor jonge lieden, Gron. 1804. Zijn Nagelaten Gedichten zijn uitgegeven door Jaii ten Brink, Gron. 18quot;i4. BohoIi {Leonard Eduard) geh. te Utrecht 27 April 1792, was sedert 1833 tot aan zijn dood stadscourantier aid. Overl. te Zeisi 3 Mei 1805. In de laatste jaren liet hij de hoofdredactie en de materieele belangen van het Utr. Dagblad aan zijn zonen over en bleef hij zijn vrijen tijd aan de beoefening van Utrechts oude geschiedenis toewijden. Hij gaf uit: De Willemskazerne, voorheen de WUtevrouwen-abdij te Utrecht, Utr. 1829; |
De kompagnie vrijwillige jagers der Utr. hoogeschool, Utr. 1831; lets over I\'aus Adriaan VI, Utr. 1835; Gedenkboek der Utr. schutterij, Ook was B. sedert 1834 uitgever en sedert 1841 redacteur van den Utr. Volksalmanak, BohoIi (Gerardus Balthazar) broeder van den voorgaande, werd geb. te Utrecht 4 Sept.. 1794, en overleed oi) Leeuwenstein bij Arnhem l April 1837. Hij was predikant op het eiland Curacao en deed van daaruit reizen in Zuid- en Noord-Atnerika. Behalve eenige preeken schreef hij: Reizen in IVest-Indië en door een gedeelte van Noord- en Zuid-Amerika, 1 dl., Utr. 1829, 2edr. 183G, 3e 1843. HohoIi (Pieter) 21 Dec. 184ö te Gent geboren en aldaar op 15 Jan. 1809 overleden aan de longtering. Hij werd onderwijzer aan de Gentsche lagere scholen en was als letter-kundige werkzaam in verscheidene tijdschriften, maar vooral in „De Toekomstquot; van Frans de Gort. Al zijne pennevmehten werden verzameld en uitgegeven door Jan Bouchery, onder den titel ; Nalatenschap van Pieter Bosch , Gent, 1872. HoncIi (Anton) schreef: De twee vrienden, blijsp., Helder 1879. HohoIi (F.) schreef: De listen der liefde, blijsp., Amst. 1879. jbonoIi (Hernardus de) geb. te Arasterdam 28 Maart 1709 en aldaar wonende, was de vriend en beschermer van jeugdige dichters, die aan zijn huis vaste bijeenkomsten hielden. Hij .schreef DichtlieveJide Verlustigingen, 4 dln,, Amst. 1741—85, en Taal en Dichtkundige Aanmerkingen ter verbetering zijner Dichtlievende Verlustigingen in de werken van de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde. Voorts zijn van zijne hand vele vertalingen der psalmen van\'t kunstgenootschap La us Deo, Salus Popnlo, eenige kerkliederen bij de Doopsgezinden in gebruik, en de meeste fabelen van Gellert. De dood verraste hem 27 Oct. 1780. Hogoh (Jeronimo de) of ■lieronimus JBoaohiiiH, neef van den voorgaande, geb. te Amsterdam 23 Maart I/W, waar zijn vader en grootvader een beklante apotheek hadden. De zoon werd mede voor dit vak opgeleid en leerde daarom de Oude talen oj) de Latijnsche school zijner vaderstad, waar de conrector W. F. van der Wilp bij den knaap den sluimerenden lust voor dé studie wist op te wekken, zoodat hij de school verliet met het houden eener redevoering over de ware dapperheid, die men het druk- |
Uoaoh Kemper—Uoseh of Boh»
94
|
ken waardie keurde. Hij zette nu zijne studiën aan liet Atheneum voort, en meer en meer ontwikkelde zich in hem een bijzondere smaak voor Latijnsche poëzie. Öp zijn twintigste jaar werd hij apotneker, doch de regeering zijner vaderstad begrijpende dat iemand met zooveel kennis een werkkring moest hebben , meer overeenkomstig met zijn smaak, benoemde hem na den dood van J. Wagenaar in 1773 tot Eersten Klerk ter stedelijke Secretarie. Deze betrekking nam hij nagenoeg veertig Jaar waar. Hij stierf algemeen geacht 1 Juni 1811. J de Hosch heeft zich een grooten naam gemaakt als Latijnsch dichter. Zijne werken in \'t Nederlandsch zijn de volgende: Degelijkheid der menschen en de pligten daaruit voortvloeijende, dichtst., Amst. 17i)4. (Het oorsp, is door de B. in \'t Latijn gedicht: de vertaler heet J. G. Doornik). In 1777 bekroonde de Maatschappij der Nederlandsche Letterkunde zijne verhandeling Orer de ver-eischten ran een lofrede (vertaald door L. van deu Bosch) in de werken der maiit-schappij opgenomen. Zoo won hij insgelijks het eeremetaal bij Teylers godgeleerd genootschap met zijn verhandeling over de vraag: Hoedanig was het gevoelen der oude Wysgeeren van Thales en Pythagoras af tot op Seneca toe, loegens hef leren en den staat der zielen na den dood des ligchaams (in de werken des genootschapsopgenomen). Nog-, maals bekroonde Teylers tweede genootschap zijn antwoord op de vraag : Welke zijn de beste en duidelijkste kenmerken van zoodanige regelen , die, omdat zij in den aard van \'t onderwerp te vinden of met den vorm van \'t gekozen dichtstuk verknocht zijn, niet mogen noch kunnen veronachtzaamd of te buiten gegaan worden en Welken invloed heeft de Dichtkunst, voornamelijk in de vroegere eeuwen op de beschaving van het menschelijk verstand gehad, door \'t genootschap in quot;t licht gegeven in 17H3 en 1804. Nogmaals bekroonde dit genootschap zijne verhandeling over de Inhoud van de Ilias van Homerus, als een volmaakt voorbeeld van Dichterlijke navolging aangeprezen , 1788. Voorts gaf hij uit de lofredenen in het genootschap Concordia et Libertate uitgesproken op 11. G. Oosterdijk, Amst. 1795 en op J. li. heiman, Amst. 1808. Voorts verscheidene redevoeringen en verhandelingen in het Kieuw Algemeen Magazijn van Wetenschap, Kunst en Smaak. Het hoofdwerk van de Bosch waarmede hij zich 25 jaar onledig hield is zijn Anthologia Graeca cum versione lat/na 11, Grotii, 4 dln., 1795—1813 Het 5de dl. is door D. J. van Lennep bezorgd. UohoIi Hemiier [J. de). Zie Kemper (J. de Bosch). SomcIi (Cornells) of van den Bosch, ook |
wel Sylvius genaamd, werd in 1615 hoogleeraar in de rechten aan de hoogeschool te Leiden, doch de Remonstrantsche gevoelens toegedaan zijnde was hij in 1G19 genoodzaakt zijn ontslag te nemen. Hij vestigde zich mi metterwoon te \'s Gravenhage en oefende de rechtsgeleerde praktijk uit. Hij gaat door voor den schrijver van Historie van het Leven en Sterven van heer Johan van C Idenbarnevelt, Ridder, Heer van den Tempel, lierkei, Itodenrijs, Advocaat e)i Groot Zegel-Bewaarder van Holland enz., 1048, (zonder naam van plaats). liuMcli of Boh (Lambert van den) (1010— 98) geb. te Dordrecht en rector der Latijnsche scholen aldaar, werd wegens misbruik van sterken drank door den Ruwaard Cornells de Witt afgezet, op wien hij in zijn Reijsende Mercuur hevig gescholden heeft. Hij schreef en vertaalde veel, ook onder den naam van Sylvius. Van hem zijn bekend; Poetische Bet ragt ingen, zijnde de The-baidos, Belgiados en Mauritates, Amst. 1040; Batavias of Batavische Aeneas spreekende van, de Hollandsche beginselen, Amst. 1048; Der Poeten Lustprieel of Dichtkunst, Amst. 1049; Het Vorstelijk treurtoneel, 2 dln., Amst. 1660; Homeri Batrichomyomachia, ofte Ned. oorlogen uytgebeeldt door den Seltsamen strijdt der kikvorschen en inuysen. Vert, door L. J. !2e dr. Dordr. 1660; Historie van Z. M. koning Karei II, Dordr. 1060; Britannias of Herstelde Majesteyt, beidend., Dordr. 1001; Goddelijke Voorzienigheid en Rijm-Atlas of Sphaera mun-di, Dordr 1062; Wilhem of gequetste Vrijheijt, treursp. met pl , Dordr. 1662 ; Gillis Neering, 1062; Kerkgeneimenis in rijm, Dordr. 1662, Dordrechtsche Arcadia, bevattende oude en nieuwe zoo binnen- als buytenlantsche geschiedenissen , verschiet van verhandelingen staet en wijskunde, minnerg en poësy, ver-maek en nut, Amst. 1063; Oude nieuws der ontdeckte weereldt door L. v. B. Amst. 1067 12o; De Reysende Mercuur, Amst. 1674; De Spaansche Mercurius, 2 dln., Amst. 1074; Toneel des Oorlogs opgerecht in de Vereenigde Nederlanden , door de wapenen van de koningen van Vrankrijk en Engeland, Keulsche en Munstersche bisschoppen enz. tegen de Staten der Vereenigde Nederlanden enz. sedert 1669, 4 dln., Amst. 1665 ; Leven en Daden der doorluchtighste Zeehelden, en ontdekkers van landen dezer eeuwen, beginnende met Chr. Columbus en eyndigende met M. A. de Rwyter, Amst. 1070; Treurstof dezes tijds, Amst. 1076; Krachtige antwoordt op de flaemsche t\'samenspraek tuss. de Duyvel en de eerste Paus van Roomen [(iel. Li v. B.H, Antw. 1083; Leven en daden der doorluchtigste zeehelden, beginnende met de tocht na Damiaten in 1217, en eindigende met M. A. de Ruyter, vertoonende alle da |
KohoIi—Hoadljk.
95
|
voornaamste zeehelden der Hollanders en Zeelanders , door L. V, D. B., Amst. 1683; Korte doch noodiye regels der Engelsche taal, door V. D. li., Rotterdam, z. p.; Historiën onzes tijds feeii vervolg op Ail-zema), 3 dealen, met pl. in tol , Amst. 1685—99 waarvan het 3e dl. na zijn dood het licht zag; Praaltooneel der Doorlugtige Mannen, 3 dln., Amst \'1691 ; Toneel der ongevallen, met pl , Amst. 1692 ; Leven en bedrijf van Willem III, 2 dln., Amst. 1694; Leven van Maria Stuurt koningin van Schotland ; Treurtoneel van Doorlugtige Mannen , Amst. 1698 en verscheiden \'vertalingen uit het Engelsch, Spaansch en Ualiaanscn. Hij teekende zijne werken dikwijls met de initialen L. S. (Lambert us Sylvius.) MohcIi (Johannes van den) of van den Bo» , directeur van den Lombard en koopman te Leeuwarden , schreef: De heeren stadhouderen van Vriesland, zedert denjare 800 volgens Hoogstderzelaer Successen, korte-lijk beschreven, Leeuw. 1770, fquot;.; Naauw-keurige Beschrijving der Doorluchtige Heeren Graven en Prinsen van Oranje-Nassau, beginnende met denjare 6S\'2 tot 1771), Leeuw. 1780. Moaeli (Heter van den) , geboren te Amsterdam , was achtereenvolgens Remon-strantsch predikant te ZegwaarI, en Soeter-meer, te Oude Wetering, te Zwammerdam en te Leiden. Hij was een ijverig medearbeider aan de Algemeene Oefenschool en maakte zich eenigen naam als dichter. In 1783 zijn emeritaat verkregen hebbende, vestigde hij zich metterwoon te Soetermeer , zijn eerste standplaats, doch vond er vier jaar later jammerlijk zijn dood op de vol- Pende wijze. Hij stond bekend als een warm \'atriot; toen nu in September 1787 de Pruisen kwamen, mishandelde het verbitterde gemeen den man zoozeer dat hij om aan de handen zijner moordenaars te\' ontkomen zich eerst met zijn vrouw verborg in de snijding tusschen twee huizen, blootgesteld aan een zware regenbui met donder. Op het gezicht echter der voorbijtrekkende Pruisen sprong hij, door angst gedreven , in het water en verdronk. Zijn lijk, door \'t gepeupel schandelijk mishandeld, bleef vijf dagen lang in \'t water liggen, aan een schuit gebonden en werd eindelijk ongekist begraven. En om de maat vol te meten eischte de Baljuw van de ongelukkij»e weduwe dat zij den bode een som van vijftig dukaten betaalde. In de werken der maatschappij der Nederlandsche Letterk. komen van hem voorende wijze. Hij stond bekend als een warm \'atriot; toen nu in September 1787 de Pruisen kwamen, mishandelde het verbitterde gemeen den man zoozeer dat hij om aan de handen zijner moordenaars te\' ontkomen zich eerst met zijn vrouw verborg in de snijding tusschen twee huizen, blootgesteld aan een zware regenbui met donder. Op het gezicht echter der voorbijtrekkende Pruisen sprong hij, door angst gedreven , in het water en verdronk. Zijn lijk, door \'t gepeupel schandelijk mishandeld, bleef vijf dagen lang in \'t water liggen, aan een schuit gebonden en werd eindelijk ongekist begraven. En om de maat vol te meten eischte de Baljuw van de ongelukkij»e weduwe dat zij den bode een som van vijftig dukaten betaalde. In de werken der maatschappij der Nederlandsche Letterk. komen van hem voor de Twaalfde der Olgmpische lierzangen van Pindarus un dichtmaat.) nagevolgd-,\'De ware dichtkunst altijd eenvoudig (in dichtmaat). Voorts schreef hij Beschrijving der plegtigheden bij het Tweede Eeuwfeest vin de Legdsche Academie, Leyd. 1775, en Leeft hij vertalingen en enkefe losse gedichten gemaakt. |
BohcIi (Jan Graaf van den) geb. te Herwijnen 2 Febr. 1780, vertrok in 1801 als genie-officier naar de Oost en klom tot kolonel op, toen hij in 1808, wegens oneenig-heden met den generaal Daendels zijn eervol ontslag nam. Na het herstel onzer onafhankelijkheid kwam v. d. B. weer in dienst, en in 1829 benoemde koning Willem 1 hem tot gouverneur-generaal van Neerl. Indië. Na zijne terugkomst in 183i werd v. d. B. minister van koloniën, welke betrekking hij in 1839 neerlegde. Drie jaar later nam hij zitting in de Tweede Kamer. Hij stierf den 28 Januari 1814 aan een hevige ziekte. Van zijne geschriften noemen wij: Nederl. bezittingen in Azi\'é, Amerika en Afrika, in der-zeloer toestand en aangelegenheid voor dat rijk, wijsgeerig, staatkundig en geographisch beschouwd, \'surav. en Amst. 1818; Verhandeling over de mogelijkheid, de beste wijze van invoering en de belangrijke voordeelen eener algemeene armeninrigting in hel rijk der Nederlanden door het vestigen eener landbouwende kolonie in deszelfs noordelijk gedeelte, Amst. 1818 (Aan dit werk heeft de Maatschappij van Weldadigheid haar oorsprong te danken). Voorts nojj eenige brochures van staathuishoudkundigen aard. In 1861 verscheen te Amst. een werk getiteld: van den Bosch, Mijne verrigtingen in Indië (zijnde een rapport van v. d. Bosch aan zijn opvolger in Indië, den gouv. gener. J. G. Baud, en loopende over de jaren 1830 —33.) HohoIi (Hendrik van. den) te Antwerpen geboren 24\'October 1848, ontving zijn onderricht \'aan het atheneum zijner geboortestad , waar hij thans handelaar in granen is. De volksvoordrachten door hem in het Antwerpsche Willemsfonds gehouden en uitgegeven zijn: De geschiedenis van het Vlaam-sche volk, 1872; Robrecht de Fries, 1874; Canossu, 1878. Ónder het pseudoniem Volkman gaf bij afzonderlijk uit: Marnix van Sint Aldegonde, door de Rederijkkamer De Olijftak met den tweeden prijs bekroond, met voorrede door IJr. J. van Vloten, en portret op hout gesneden door een onzer beste kunstenaars, Antwerpen 1875. BoHolunan, een predikheer te Gent, die in de laatste helft der 15de eeuw leefde, schreef eene Historie van Vlaenderen, loopende tot 1468. UoHdiJk (Jacques Francois) geb. te Goes 29 Nov. 1812 ( was touwfabrikant te Schoonhoven , ging in 1846 naar Amsterdam wonen |
ItoMiuan—IluHHoliH.
90
|
en hield zich daar uitsluitend bezig met het schrijven voor de peis, Hij overleed aan de gevolgen van zijn overspannen werken, 2(j Febr. 1850. Hij schreef: Nederland gedurende den opstand der Belgen, Goes 1833; Honderd en een Raadsels, Winterswijk en Kampen 183,-); Dichterlijke Boogontspanning, Schoonh. 1837; Lierzang, den schrijver ran den Pleegzoon en de Hoos van Dekema toegewijd , Schoonh. 1837; Tweede en derde honderdtal Raadsels, \'2 st. Schoonh, 1839; C. Fabricius ran Rome met den Nederl. Fahri-cius der 13e eemr en C. en U. Fabricius der 19e eeuw vergeleken 1839; Agitata van Krui-ningen, geschiedkundig romantisch tafereel uit\'den tijd van graaf Flor is V, Amst. 1839; I)e Waardin. Èen verhaal uit het midden der 17« eeuw, l dln,, niet vignetten, Amst, 1839 40; De Koning heerscht niet meer! De Koning heerscht! Harptoonen voor Oranje en Nederland, na den overgang der kroon, Schoonh. 1840; Het jaar der dwaasheid. Een geschiedkundig verhaal uit de Me eeuw, (io-rinchem 1840; Het Paaschfeest. Bespiegeling 1840; De spiegel der natuur of dagiterotijpen, 1810; De Zeeuwsche Balling. Een geschiedkundig verhaal uit de grafelijke regeering, met pl., Oor. en Amst. \'1K41; De intriganten fPsdniem L. M. Ernst Koning), 1841; De. stem des bloeds of de natuurlijke zoon, -IMl; Brieven over \'t Noorden, 1811; De Kaleidos-koop (psdniem Jonas) 1841; Ignatius, Geschiedkundig Romantisch verhaal uit het tweede tweede tijdperk van het Christendom, \'2 dln., Amst. 1841; Vierde honderdtal Raadsels, Zier, 184-2; Mijne reisontmoetingen op den Grooten Oceaan, Amst. 1843; Het beleg en de verdediging van Haarlem in ir)7-2 en \'73, 3 dln., niet pl., Schoonh. 1843 en 44; Belangrijke stukken voor Geschied- en Oudheidkunde, zijnde bijlagen en aanteekeningen betrekkelijk het beleg en de verdediging van Haarlem in 1572—73; Schoonh. 1844; (deze beide werken verschenen onder het pseudoniem van ,/. van de Capelle); Bloemen en Vruchten, Haarlem 1846; De Amsterdamsche plantaadje, Amst. 184-(); De Bruid van den doode. Een familietafereel uit den tijd van Lodewijk XV, Amst. 1846; Klaverblad van vieren, Zier. -1816 (beide laatsten onder het psd. van C. F. van de Velde)-, De zeeslag van Reimerswaal (28 Jan. 1574), Amst. 1847; Het beleg en de moord van Oudewater in 1575, 2 dln., Amst. 1847, (psd. J. v. d Capelle) ; Hoe men hef verst komt. Een blik op het leven en de maatschappij in onzen tijd, Utr. 1848; Üchout Foppens en Aecht Jafies. Historisch-Romantisch tafereel uit den tachtigjarigen oorlog, Amst. 1848; (psd. J. v. d. Óapelie;) De Amsterdamscheplantagie, Amst. \'18\')8; Negen brochures uit één pen. Amst. 1848; De goude eeuw, Amst. \'1848; Gewichtigst tijdperk uit het leven van een groot man, 1848; Gedenkschrift der inhuldiging van Z. M. Koning Willem /// in de Nieuwe Kerk te Amsterdam, 12 Mei 1840; Haarlem en Amst. 1849; Achter de schermen. Een verhaal uit den laatsten tijd, Utr. 1849; Een laatste koning en een eerste wereldontdekker, 2 dln., Amst. 1849, (onder het pseudoniem (.ƒ. van de Capelle); Mijne oude vrienden uit verschillende standen in onzen tijd. Bijeenverzamelde verheden en schetsen, Maarssen 1850; Voorts vertaalde B. veel werken en leverde hij dichterlijke bijdragen in onderscheidden jaaroekjes. |
HoNinan (Willem) geb. te Utrecht 12 Jan. 1G72, trad zeer jong in dienst van de W. 1. Comp. eerst als opperkoopman van Axim en later als zoodanig op het kasteel St. George d\'Elmina. Gedurende zijn veertienjarig verblijf aan die kust, bezocht B. alle merkwaardige plaatsen en gaf daarvan na zijn terugkeer in \'t vaderland eene beschrijving, getiteld ; Nauwkeurige Beschrijving van de Guinese, Goud-. Tand- en Slavenkust enz., Amst. 1704 (2e dr. 1709). UoNiiian (Johannes Machiel Hendrikus), geb. te Zutfen 10 Oct. 1822, werd voor het onderwijs opgeleid en is sedert 1846 hoofd der openbare school te Druten. Hij schreef: Nederland en zijne bewoners. Schoonhoven, 1868; (in samenwerking met Eshatz); Ons verleden. Schoonhoven 1869; De mensch in omgang met de dieren, Tiel 1869 ; De voortijd, Meppel 1872; Historische kijkkast , Meppel 1873; verder een aantal schoolwerkjes meestal leerboekjes voor de lagere school, als: Leerboek voor de Volksschool 8 stukjes, Breda 1860; In huis en buiten 3 stukjes. Roermond 1868 ; Rood, wit en blauw 4 stukjes, Tiel 1873 ; Veelkleurige bloemen 4 stukjes, Tiel 1876 ; De Kaleidoskoop , Meppel 1878; Zaadkorreltjes 4 stukjes, Tiel 1880; en Dc eerste stap 8 stukjes , Tiel 1885. üiiHinniiH (Theodoor Lodewijk) 11 November 1815 geb. te Kijmenam, studeerde als geestelijke en werd leeraar van godsdienst aan het Atheneum van Antwerpen, alwaar hij overleed op 15 Juli 1874. Hij gaf uit: Praktische leerwgze om de kinderen te onderrigten in den kleinen en grooten Mechelschen catechismus, Brussel, 1863; Bg-helschc lezingen ten gebruike van lagere scholen met oefeningen voor den onderwijzer. Oud-Testament. Handboek des meesters, Lier, 1872. BoNNclia (Herman) geb. te Leeuwarden 18 Maart 1755, ontving eene geleerde opvoeding en was achtereenvolgens rector der Latijnse,he scholen te Franeker en te Deventer. In 1787 om zijn politieke gevoelens ontslagen, werd hij in 1795 hoogleeraar aan |
UoMMoha—BogHOlm .Ir.
07
|
de Harderwijksche hoogeschool in Geschiedenis, Grieksche taal en Welspiekendlieid, en in 1801 vertrok hij als hoogleeraar naar Groningen; twee jaar later verwisselde hij zijn ambt met dat van rector der Latijnsche scholen te Amsterdam, werd nog in datzelfde jaar hoogleeraar aan hev. Atheneum aldaar en slierl 1-2 Aug. I.SIO. Hij schreef eene Geschiedenis der Nederlanduche Staatsomwenteling in 1813 , 2 din., in t st. met portr,, Amst. 1814—17 en vertaalde uit het Grieksch Plutarchus\' levens ran doorluchtige Grieken en Romeinen, onderling vergeleken, 13 dln. mot pl.. Amst. 1789—1809 on uit het Engelsch Blair, Lessen neer de redekunst en fraaije letteren, 3 dln., Amst. 1788. Met Mr. J. M. Kemper en prof. J. ten Brink gaf hij te Amst. lïlt;01—8: Bibliotheek van oude letterkunde le deel (Naamloos). Aan het volgende deel werkte hij niet meer mede. Voorts schreef hij Latijnsche werken en gedichten. iioNNclia (Petrus), zoon van den voorgaande , geb. te Deventer 21 Oct. 1789, studeerde aan liet Atheneum te Amsterdam, en promoveerde in 1810 aan de Academie te Harderwijk in do rechten. Hij werd wel als advocaat bij het Keizerlijk gerechtshof te \'s Hage ingeschreven, doeii geen praktijk hebbende nam hij de opvoeding van twee zonen van aanzienlijken huize op zich. In 1815 werd hij beroepen als rector te Dordrecht maar in \'t zelfde jaar benoemd tot hoogleeraar in oude letteren en geschiedenis te Deventer; in 1854 werd hij honorair hoogleeraar, en bleef van dien tijd af privaatlessen geven. Hij overleed in zijn geboortestad (j Jan. 1871. B beoefende vooral de klassieke talen, waarvan zijne talrijke redevoeringen, Latijnsche verzen, uitgaven van Lat. schrijvers en der nieuwere Lat. dichters de bewijzen dragen. In het Nederlandsch schreef hij: Aan Nederlands dappere jongelingschap hij haren zegevierenden terugtogt uit het leger naar de onderscheiden hoogescholen, Dev. 1831; Lierzang bij de inly ving van 1810; Feestzang hij den inlogt van Napoleon te Amsterdam; Vader-landsche zegepraal, 1815; Het tweede Eeuwgetijde van het Athenaeum lllustre te Deventer, gedicht voorkomende achter het door hem en prof. G. Fransen van Eek onder den-zelfden titel uitgekomen boekje. Dev. 1X33; Dichterlijke inwijding van de gehoorzaal in het nieuwe gebouw ten dienste van het Atthe-naeum illustre te Deventer op 2 Oct. 1S3S; Vijftigjarig jubilé van het Dep Deventer der M. t. N. v. \'t A. 1847; Dank van Nederland aan. Z. M den Koning in Maart 1818, Dev. 1818. Al deze gedichten zijn nimmer tot een geheel verzameld. Behalve ook bijdragen in den Uverijs. Almanak en in de geschriften der Vereeniging tot beoef, vanOverijs. |
regt en geschied, schreef hij; Geschiedenis van oostelijk en noordelijk Europa gedurende het. merkwaardige tijdvak van 1687- 1716; opgehelderd uit onuitgegevene brieven en andere oorkonden van nederl. staatsmannen, Zalt-Bommel 1860. UoHMolin (Johannes), broeder van den voorgaande, geb, te Harderwijk 19 Maart 1797, studeerde te Amsterdam en promoveerde te Utrecht in de letteren. Na eerst praeceptor aan de Latijnsche scholen te Amsterdam on te \'s Hage geweest te zijn, benoemde de koning hem in 1828 tot hoogleeraar aan de Miht. Academie te Breda, van waar hij in 1839 als hoogleeraar aan het Atheneum le Amsterdam beroepen werd. Van 1853-1858 was hij lid van de 2e Kamer der St.-Generaal en van 1858—61 minister van Hervormden Eeredienst; na dien tijd leefde hij ambteloos te \'s-Hage, waar hij 9 Dec 1874 overleed. Hij schreef: Neêrlands heldendaden te land. van de vroegste tijden tot in onze dagen met een algemeen register en met kaarten , 8 dln.\'. Leeuw. 1830—50. Vnn dit werk verscheen een 2de druk; liet leven van Willem 11, Koning der Nederlanden en Groothertog van Luxemburg met plannen en kaarten, Amst. 1852 , 3e druk 1805; De Belgische li evolutie, uit des schrijvers werk getiteld; Neêrlands heldendaden, enz.. Leeuw. 1856. Voorts schreef B. een; Schets der algemeene geschiedenis en die des vaderlands, die 18 drukken beleefde, en de politieke brochures; Kroon en ministers, Amst. 1803; Het grond wettig verbond, Amst. 1864; Pruissen en Nederland, Amst. 1866, en Willem de Clercq herdacht, \'s-Hage, 1834 (niet in den handel.) Naamloos schreef hij: Wolferd vair Borssele, Treurspel, Amst. 1865. IIriHHclia (Maria Gesina) dochter van P. Bosscha, geb. te Deventer 17 Juni 1826, schreef onder het pseudnm ^1«»« Marie: Een Kerstsprookje , l\'iel 1873. iSoNHoha (Henriette Frederika) zuster der vorige, geb. te Deventer 20Jan. 1831, waar zij met hare zuster woont, schreef onder het pseudnm Herfrida de volgende werkjes : Een teedere snaar. Open brief cian alle beschaafde vrouwen in Nederland, Dev. 1869; De zendeling en de Kastanjeboom, Tiel 1893; Margaretha en Evert met de bloemen . Tiel 1873; Een ongeluk, wat toch een geluk was, Tiel, 1873 ; De liefde eener vrouw. Dev. 1878, en verder bijdragen en novellen in tijdschriften. jbonncIih .Ir. (Johannes) zoon van den hoogleeraar Joh. Bosscha, geboren te Breda 18 Nov. 1831 , studeerde te Leiden in de philosophie en promoveerde in 1854; in dat |
7
UoMHohc—Bouberccl.
98
|
jaar werd hij assistent aan het natuurkundig kabinet der Leidsche Hoogeschool, in ISOÜ Hoogleeraar en Directeur van het wiskundig onderwijs aan de Milit. academie te Breda, in 1865\'inspecteur van het Middelbaar onderwijs , en in 187ü hoogleeraar-directeur aan de Polytechnische school te Dellt, en secretaris der internationale Metercommissie te Parijs. In -1885 bij zijne benoeming lot Secretaris der Holiandsche Maatsch. van wetenschappen te Haarl. legde hij de laatste betrekking neder. Hij bleet\'evenwel te \'s-Hage wonen Hij schreef; Blikken in het leren der natuur, Populair tijdschrift ter bevordering van natuurkennis , onder redactie van J. Bosscha Jr., li. S. Tjaden Modderman en W. F. li. Su-ringar, Leeuw. 1855— 62, 8 jaargangen; Het hchond van arbeidsvermogen in den galra-nischen stroom. Voorlezing, Leid. 1858; Voorrede voor het Bock der uitvindingen , Leid. 1857—62; 3e dr. Leid. 1864-69; Een vrije bewerking van het Leerboek der natuurkunde en hare voornaamste toepassingen door A. Boutan en J, Chr. d\'Ahneidc, Leiden , 1865—74, Verder bijdragen in proza en poëzie in den Lcidscken Studentenalmanak , en in onderscheiden tijdschriften. UoNNoliu (F. J. van den) geb. 1793, gest. 24 Juni 1858, was advocaat te Aalst in Oost-Vlaanderen en schreef eene Verhandeling over de Vlaemsche tael in vergelijking niet de Holiandsche, Aalst, 1845. ItoKNou (Abraham de) doctor in de medicijnen, schreef: Dichtkundige Akademisc/ie uitspanningen, 2 st., Leid. 1771 en 1780; De nationale opvoeding der jeugd, beschouwd in drie zangen, Amst. 1780. üonnoii (Paulus Joseph us de) geboren te Dordrecht 24 Jan. 1793, was apotheker en chemist aldaar en stierf in zijn geboortestad 1 Juli 1866. Van hem verschenen : De Heldendood van Beinier Claaszoon, Dordr. 1831; De Kersnacht; De Mensch; Petrus\' uitredding uit de gevangenis, en meer losse verzen. Voorts liede en Openbaring in twee zangen, Dordr. 1861; Een woord van hulde aan de nagedachtenis van Johannes Tant, 1861; Een bezoek aan de cellulaire gevangenis te Dordrecht, 1864; De laatste dag van een ter dood veroordeelde, 1865 ; Het 200-jarig bestaan van het gezelschap Pharmacia et Concordia te Dordrecht, 1866. jUohwcI (George Henrg John Elliot), geb. te Amsterdam 17 Febr. 1830; sedert 1865 was hij refendaris bij het Dep. van Koloniën en overleed 18 Juni 1874 op den huize Viscli-vliet bij Voorburg. Zijn eerste verspreide Gedichten zijn later door hem in één bandje uitgegeven,\' \'s Hage 1863 , 2e druk 1866. |
Later verscheen te Leiden in 1876 nog een uitgave onder den titel van Gezamenlijke gedichten. Uotli NIcoIohhz (Johannes de) gaf in 1703 een staats-spel in \'t licht getiteld; Het Huwelijk van Mars met de Vrede. Sloth Jmi .IhciiIinzii. (Jacob) geboren den 21 Oct 1819 te Vreeswijk (Utrecht), was vroeger commissionnair, doch schreef of vertaalde in later tijd bloot voor het too-neel. Hij schreef : Altijd hooger, 1869 ; Nooit te weden, 1871; Oom Bankman of de nicht van den menschenhater, 1872; Een toornig oogenblik, 1873, oorspronkelijke tooneelspe-len, allen te Amsterdam gedrukt. Verder gaf hij naar het Fransch gevolgd één opera, één opera comique, 9 operettes, 8 kleinere dito, en meer dan 70 drama\'s, toonsel- en kluchtspelen. Hij overleed te Amsterdam 25 Oct. 1875. ]1o(h (Petrus Martinus) geb. 21 Nov. 1852 te Nieuwkoop bij Alfen a;d Kijn, werd tot R. K. Pr. gewijd en was achtereenvolgens kapelaan te Voorburg, den Helder, Alfen a cl R. en Rotterdam waar hij nog is. Sedert Nov. 1885 is hij medewerker aan het dagblad de Maasbode. Hij schreef: De oude kloosters en abdijen van het tegenwoordige bisdom van Haarlem. In alphab. volgorde met korte toelichtingen, Rijsenburg 1883. In de Bijdragen voor de geschied, van het bisd. Haarlem schreef hij: De parochie Voorburg geschiedk. verhandeling, 1880, en De parochie Nieuwhoop, geschiedk, schets, 1884. In de Katholiek gaf hij David en zijn tijd, 1881; Goethes Faust in zijn ongeloof, 1883, en De zoon van Vondel, 188i. In het Zondagsblad der 11. Familie schreef hij in 1885 én volgende Jaren Godsdienstleer. Botlings geb. Weveke (Isabella Anna Maria) geb. te Velzen 6 Febr. 1841, hoofdonderwijzeres aan een school voor voorbereidend onderwijs en handwerken, eerst te Hallum, thans te Amsterdam, schreef Vrije uren, Gedichten, Dokkum 1867. Zij heefteen nieuwen bundel gedichten voor de pers gereed, waaraan zij den titel zal geven van Stille uren door Maria. Itoiiberg WilMun-UieHO (Josephine Mar-garetha) geb. te \'s Hage .quot;gt; Sept. 1856, schreef: Licht en schaduw, \'s Hage 1878; Lentestormen, Amst. 1880; In het strijdperk, Sneek 1882; De kring der van Dugvensteins, Sneek 1886; De dochters van den Componist, \'s Hage 1880. Bunbcrcel (Cornelis) was priester te Antwerpen en schreef onder de letters 6\'. li, b. l. het volgende werk: De kristelijken vader |
Houdewijim»
Uoneliaute—:
|
brekende het geestelijk brood om de kinderen ofte uytlegginyen ran alle de Evangeliën, die door het geheel jaar in de kerke aan de géloo-vige voorgelezen worden. Getrokken uit JI.U, Vaderen en Kerkelijke schrijver* en gesteld op vragen en antieoorden in vier deelen, Amst-, 1744, 3 dln. Uonoliantc {Lieven Frans van) geb. fl April IfiGS te Gent, en aldaar overl. J4 Nov. 17l!9. In 171)4, toen hij zijn werk : Tafereel der Penitentie, historieivgs opgehaelt, te (Jent uitgaf, noemde hij zieii op den titel: Canonink regulier der ahdi/e ran Drongen en Pastor in Baerle. Het bovengenoemde werk, dat zeer lijvig is, bevat, onder anderen een Treurspel van Joseph. De geheele titel er van is : Tafereel der Penitentie, historieivgs opgehaelt, in het welke getoont morden verseheydene sonda-ren, hun verschillig leven en ei/nde, naer den zin van het geschreven woord Gods, in gedichten en zedestoffen gebracht door L. Fr. lion-chautius Gandavensis, Gent, 1734. Kauolicry (Jan) geboren te Gent KiNov. \'184li, was eerst gediplomeerd onderwijzer te Gent, in 1H71 werd hij eerste onderwijzer te Halle bij Brussel en sedert 1883 is hij leeraar te Antwerpen, waar hij ook boekhandelaar is. Hij schreef: Vergeet-mj-niet, Dichtbloeinme voor mijne vrienden Pi eter Bosch en Theofiel van Hoeeke, in leven onderwijzers te Gent, Gent, 1870; Nalatenschap van Pieter Bosch, vergezeld van een dichtstuk. Gent, 187^; Geld! waarheden uit onzen tijd, een verhaal, Gent en Halle, 187-2; Philips van Artevelde, cantate. Gent, 1872; Geschiedenis der stad Halle (met medewerking van Leop. Everaert, hoofdonderwijzer te Halle), Gent en Halle, 1873; De Zee, cantate, 1873; De Hoos uit de Duinen, novelle, in het Jaarboekje van den Zetternamskring, \'1873; Geschiedenis der oude Vrijheid hembeek, (in samenwerking met. L. Everaerts) Antw., 1874; Geschiedenis der gemeente Dworp (id) Antw., 1875; Geschiedenis van Klein- Waalsch Brabant (id.) Antw., ■187ü; Levensschets van Jan Frans I Villeins, Antw., 1876 ; Levensschets van F A. Snel-laert, Antw., 1877; Willem. — De Naamlooze Brief, twee novellen, Antw., 1880; De gebroken Kruik, vertelling, Antw., 1881; ]lt;je)i zonderling Huisgezin, humoristische schets, Antw , 1884; Broederliefde, cantate, Antw., 1880. Verder bijdragen in poëzie en proza voor letterkunde, enz. in de tijdschriften: Neder-duitsch letterkundig Jaarboekje van J. Hens, in Meiloorer (gedicht onder het pseudoniem slachthalle), in het Jaarboekje van het Kersouwken, in het Jaarboek, en den Volksalmanak van het Willemsfonds, in de Vlaamsche School, de Vlaamsehe Kunstbode en de Toekomst. Vroeger was hij hoofdopsteller van het thans niet meer verschijnend weekblad Het Vlaamsehe Volk. Thans is hij opsteller-uitgever van de Vlaamsehe Kunstbode en van het dagblad : Allemansblad. Op onderwijskundig gebied leverde hij zes Leesboeken, welke van 1875 tot 1880 herhaalde-malen te Lier en te Antw, werden uitgegeven, benevens Oefeningen op de Neder-landsehe spraakleer en Zinbouw en stijlleer, te Mechelen en Antwerpen van -1883 tot 1880 uitgegeven. |
JBouckart (Jan) geboren omstreeks 1620, schreef: De nederlaag van Hannibal, treursp., Amst, 1653; De ballingschap van Scipio Afrikanus, Amst., 1658; Thomas a Kempis\' Navolging Christi berijmd, Amst., 1663. Homoquillon (Bruno Jozef) geb. te Kortrijk 2 April 1816, studeerde ter Academie van Antwerpen, waar hij zich als schilder vestigde en overleed op\' 27 April 1878. Een groot aantal zijner gedichten zijn in tijdschriften en jaarboekjes opgenomen, zelfs eenige daarvan op muziek gezet; als; Ik noem haar niet; De Ridder en het Meisje; De Vaandrig van Navaren; Belgie\'s heil; De Scheiding-, Haar alleen ! God bescherme den Koning, enz. Een boekdeel zijner werken verscheen onder den titel: Westvlaam-sehe Gedichten en Legenden, Antwerpen, 1877. Iloudcwijn , Zie Vliet (J. L. van der), IIoii(lewijiiH (Michiel), op 16 October 1591 geb. te Antwerpen, waar bij als geneesheer eene Europeescne vermaardheid verwierf en aan eene beroerte overleed op 2!) October 1681. In zijne vrije uren beoefende hij de Latijnsche én de Nederlandsche poëzie. Over zijn vak schreef lijj verscheidene Latijnsche werkenquot;en in het Nederlandsch gaf hij uit: Dienstigh en ghcnuchelgck tijdverdryf voor sleeken om ghesont te worden en voor ghe-sonden om niet sieck te zgn; handelende van alle die menschen de welcke in een sieck-hugs van noode zgn , namentlyck de sieck-maerten, of die hun dienen en oystaen. Tot troost en onderwijs van den krancken beschreven in vloeijende redenen, en tot lichter onthouden, en vennaeek van de selve met veel fraeye kortbondighe spreuken, geschiedenissen en dichtiens doorvlochten, Antw., 1654. BouilcwijMH (Catharina) leefde te Brussel op het einde der XVIe en het begin der XVlle eeuw. Zij was de gade van Nico-laas de Zoete, advocaat en geheimschrijver van den Uaad van Brabant, doch werd al vroeg weduwe met onderscheiden kinderen, waardoor zij in nood schijnt gekomen te zijn. De gravin van Arenberg werd hare beschermster , waarom zij deze in 1587 haar |
Homlicr—Uoiiruoiiill.
-100
|
werk opdroeg, getiteld; Het Priedken der gheestelyclcer Wellusten, inhoudende reel schoone en gheestelycke Liedekens, Lei/senen, lieferei/nkens, ende andere gheestehjeke spelen, Jirussel, 1587. Dit boek werd lierdrukt in In 1507 vertaalde zij ook een Spaansch werk onder den titel: \'Een schoon trac-taet, sprekende van der excellent er Deucht der Discretien, zeer nootelyck en profyteh/c voor (die memchen die hegeren te coaten oft te geraken totier Christelyeker perfectien of te volmaectheyt. Gemaeckt by den Eerw. vader in Gode heer Seraphin de Fermo, in synder tyt een excellent gheleert Predicant, enz. Brussel, 1588. Uouilicr (Hendrik Petrus) gob. te Waalwijk 3 Sept 1850, is handelsreiziger en agent van binnen- en buitenlandsche handelshuizen te Amsterdam. Hij schreef: Een gedwongen huwelijk, tooneelsp. in 3 bedr., Amst. 1883. Antonia, tooneelsp. in I bedr. (in de Arnhemsche Courant van 188\'i.) Hij vertaalde tal van stukken uit het Fransch en Hoogduitsch, o. a. Daniel Bochat, Le monde oü l\'on s\'ennuie, enz. Itoiiimin (Klaas Harms), geb. le Krops-wolde 2 Maart 1785, begon reeds als boerenknecht te Noorddijk.de poëzie te beoefenen. Aangemoedigd door Driessen, Spandaw, Sannes en Modderman, vormde hij zich geheel door eigen oefening tot dichter. Sedert 18:21 was liij te Groningen kruidenier, later deurwaarder van de Dir. belastingen, en na 185i leefde B. ambteloos te Beerta, waar hij 7 Maart 1870 overleed. Zijne bundels zijn : Heidespruitjes, Gron. 1820; Verspreide gedichten of vruchten van ledige avonduren , Gron. 183\'t: Herfstvruchten. Gron. 1855, JHoiiiiian (llermannus), geb. teYdaardin Friesland 11 Febr. 1789, waar zijn vader predikant was. Deze, in 178Ü naar Harderwijk beroepen, deed zijn zoon aldaar de lessen aan de Hoogoschool volgen , waarop de jonge B. weldra tot predikant te Oostermeer en Eestrum beroepen werd (1812). Van hier vertrok hij in 1814 naar Finsterwolde en in 1823 als hoogleeraar in do godgeleerdheid naar Utrecht, welk ambt hij tot 18511 waarnam. Hij overleed 14 Mei •18()i. Hij gaf de volgende geschriften uit: Tweetal redevoeringen ter aanbeveling van het Bijbelgenootschap door H. B en M. Corstius, Gron. 1819; Nu of nooit, Vaderl. Ontboezeming na het ontstaan van. het oproer in een gedeelte van België, Utr. 18?0; Thans meer dan ooit, Moed en kracht met vertrouwen op God alleen, Utr. 1830; Jodocus Heringa als voorstander van het Vaderland, enz, geschetst, Utr. 1840; Geschiedenis van de voormalige Qeldersche Uoogeschool en hare hoogleeraren, 2 dln., Utr. 1844 en 47 ; De. godgeleerdheid en hare beoefenaars in Nederland , gedurende het laatste gedeelte der vorige en den loop der tegenwoordige eeuw (Gemengde bist. herinneringen) , Utr. 1802. Voorts vele Latijnsche Oration en Geschriften , boekbeoordeelingen in verschillende tijdschriften, enz, |
Hniimun (Jacobus) geb. te Beemster, 20 Jan. 1799, was veehouder en veefokker, kaas- en botennaker (boer) aldaar, en overleed (gt; Jan. 1877. Hij schreef: Bijdragen tot de Vaderl. Staathuishoudkunde, 4 st. in één band, Purm. 1818; Bedijking, opkomst en bloei van den Beemster, voorafgegaan door een beschouwing van den vroegeren toestand van Noord-Holland, Purm. 1857; Grootvaders Memorieboek , Schetsen uit den tijd der Fransohe overheersching in Noord-Holland, Purm. 18(13 ; De Volkstaal in Noord-Holland (Een woordenboek met voorwoord van P. Leendortsz). Purm. 1871. Voorts vele hij-dragen in tijdschriften. Zijne Dichterlijke Uitspanningen op het land zijn nog in handschrift. Itoiiman (Harmannus) geboren 19 April 1822 te Groningen, werd voor onderwijzer opgeleid en werd in \'1845 hoofdonderwijzer te Sellingen (Westerwolde). In 1840 ging hij in dezelfde betrekking naar Beerta, van waar hij in 1870 benoemd werd tot Directeur van do\' gemeente-kweekschool voor onderwijzers en onderwijzeressen te Amst., waar hij nog werkzaam is. Hij schreef; De vormleer in de lagere school , 1858; De vormleer in geregeld opeenvolgende opgaven en oefeningen, 1804; De eerste trap van het leesonderwijs, met handleiding bij \'t gebruik van 12 platen voor aanschouwelijke oefeningen in drie leesboekjes, 18GG; Het schoolverband en de arbeidersvraag, -1872; Opvoeding en onderwijs gegrond op der menschen lichamelijke en geestelijke ontwikkeling, 1873; Gulden Kinderboek. Eerste leesboek voor huisgezin en school, 187U; Handleiding tot de kennis van opvoeding en onderwijs, 1877 ; De eerste schooljaren, 1880; al dozo werken zijn te Groningen uitgegeven. Met Dr. M. Salyerda was hij de oprichter van het tijdschrift de Schoolbode. lion rgoingnc (Antoon van) een Vlaamsch edelman, schijnt tot den geestelijken stand behoord te hebben en gaf in 1631 te Antwerpen een boekje met verzon en plaatjes in het licht, getiteld: Ghebreken der tonghe ende de middelen om die. te verbeteren, ugt-gebeeldt door Aid. van Bourgoingne, Antw., 1031. Hoiirnuuill (Mr. J. baron d\'Aulnis de) zie Auluig de Uuuruuuill (Mr, J. baron d\'J. |
lIoiiNqiiet—Ho.vlionu
101
|
BoiiHquct (Jan Car el), geb. te Amster-dam 12 Maart 1782, vestigde üicli als advocaat te \'s Gravenhage en twee jaar later (1808) te Amsterdam, waar lijj 5 Aug. 1828 overleed. Veel van zijn letterkundigen arbeid is niet in druk verschenen. Van hem zien het licht: Over de vraag in welke op-zigten de Welsprekendheid en dc Poëzi/ onder-litiff verschillen, Amst. ISSC); Amsterdam in i()72 , oorspronkelijk vaderlandsch treurspel, Arast. 1822; de liuiter te Syracuse, treursp., Amst. 1828. Voorts nog éenige verspreide gedichten. Hout (Joost) zie lirarlit (T. J, van). Kouvacrt (Jan Balthazar) in godsdienst en als dichter bekend onder de namen Gode-fridus Bouvaert, werd 7 October 1685 te Antwerpen geboren. Zijne bemiddelde ouders lieten hem voor den geestelijken stand studee-ren. In 1705 trok hij de monnikspij aan, inl709 werd hij priester gewijd en na lange dienstjaren werd hij Prelaat der vermaarde abdij van Sint Hernaards bij Antwerpen. Op li Mei 1755 vierde hij zijn vijftig-jarig jubelfeest als kloosterling en hij schijnt nadien nog ettelijke jaren te hebben geleefd. Bouvaert was een luimig en vruchtbaar dichter. Zijne meeste pennevruchten zijn echter in handschrift bewaard gebleven onder den titel: Versehyde Gedigten , bestaende in historiën , beseltryvingen , hruyloft-digten, liedekens, invallende gedagten , enz. door Mynheer Gude-fridiis Bouvaert, Religieus ven Sint Bernard, 5 din. Niettemin verscheen van hem in druk : Onrechte heschryviny der vermaertsten toren VAntwerpen, door G. Bouvaert der Abtdye van S. Bernards, Antwerpen, 1723; Aenspraek van eenen Boer uyt Duytsland gedaen binnen Bnomen voor ontrent 300 liaets-Ileeren, in 7 Jaer Christi 140, Overgezet uyt Antonii de Guevara 1014, Antwerpen; Jouffrouwen van den Zwier, Antwerpen; Geloonde Diverey, In Nederduitse/ie Hymen overgeset door Godefridus Bouvaert, Briester der Abdye van S. Bernaerts hy de Schelde; Diogenes van desen tyd ; Den .l/ovlogie-maker in de Kist; Dc wyzc Antwoord van Daniël den Gek binnen Keulen; Tafel-Dichtjen op de Juhil-Feest van den Idagtigen Signer Joannes Balthazar van Antwerpen in d\'e abdye, van Sinte Bernards , genoemt Godefridus Bouvaert in het 70. jaer van syne gehorte, het 50. van syn kloosterlijk leven, het 40. van syn Priesterdom , het ;itï. van syn iiytteiringe, en het 33. van syn Boekzael-bewaeidersclidp, 11 Mcy 1755. Gerymt voor \'t grootste deel ran over twintig jaeren door suster Theresia Bouvaert Beggyntje saligcr, Antwerpen, 1755; Historie, regels ende bemerkingen wegens de Nederduytsche Bynikonst. Door ccnen Liefhebher der zelve Kunst, Antwei\'pen, 1773. |
Een zijner laatste gewrochten: Den Lof van den Ezel, werd opgenomen in den: Cotnp-toir-Almanack voor \'t schriclceljaer var. ons Heere Jesu-Christi, Antwerpenj 1770. llomvciiH (Bejnier Leendert), geboren te Amsterdam in 1755, was Raad en Vroedschap aldaar. Na het herstel van den stadhouder in 1787 werd hij uit Holland en West-Friesland verbannen, omdat hij bij de nadering dor Pruisen in dat jaar, bevolen had dat men de schutdeuren in den Westerbeer buiten de Haarlemmerpoort zoude openzetten. In 1795 keerde B. terug en werd benoemd tot lid van het Gommité van Justitie en een der 29 leden van do commissie tot onderzoek naar het politiek en flnan-tieel gedrag der ministers van het vorige bewind in Holland. Deze commissie werd 21 Jan. 1790 ontslagen en B. zich met dit ontslag niet kunnende vereenigen, schreef een werk getiteld: B. L. Bouwens aan zijne commitenten, inzonderheid gericht tot de burgers van Amsterdam. Hij overleed in 1798. HoiiwniocHter (Johannes Cornell\'s) geb. te Edam 14 Jan. 1845, werd voor \'t onderwijs opgleid, en is sedert 1872 hoofd der openbare school te Zelhem. Hij schreef mijn leeren is spelen, 5 dln. proza en poëzie, leesboek voor de lagere school. Zwolle 1880 — 1 , verscheidene malen herdrukt. Biet Draaiers en andere verhalen Zwolle 1881, Vele bijdragen in het tijdschrift „ons Genoegenquot;. Mowciim (Jacob) werd op 5 Juni 1729 geboren te Ostende, in welke stad bij ongehuwd stierf in Dec. 1787. Hij bekleedde het ambt van .schepen zijner stad en werd ook raadsheer \'van den prins van Thurn en Taxis. Grooten roem verwierf hij nochtans enkel door zijne geschiedkundige opsporingen, waaruit hij zijn werk opstelde: Nauwkeurige heschryriny der oude en beroemde zeestad Oostende, gelegen in Oostenri/ksch . Vlaenderen, van hoeren oorsprong, gelegent-heijd, haven , kom , veranderingen , zcevaerd, voorregten , opregtingen, koophandel-genootschappen , assurantie-kamer, wissel-bank, visch-vancjst, belegeringen en andere merk-iveerdige geheurtmissen van de vroegste tyden af tot het jaer 1787 \', op de wyzc van jaer-hoeken, 2 dln. llnxlioni (MarcusZuërius run) geb. in l012 Ie Bergen op Zoom, waar zijn vader predikant was, onderscheidde zich weldra door zijne bedrevenheid in Grieksch en Latijn, en werd in 1633 hoogleeraar in de welsprekendheid te Leiden. Te vergeefs trachtte hem de toenmalige Zweedsche gezant Oxenstierna naar Stokholm te lokken; hij bleef te Lei- |
Hoxuinii—Br Aam.
102
|
den, werd in 1645 met het onderwijs in de geschiedenis en staatkunde belast, en overl. aid. 3 Oct. 1653. B. heeft voel geschreven; meer dan zestig zijner werken, kleine en groote, (vele in \'t Latijn) zagen het licht, waaronder: Chronijch ran Xrrlanclt, eertijds beschreven door d\'lieer Jnhan Reygers-heri/cn, nu verbetert ende vermeerdert door M. Z. ran Boxhorn, l dln., Middelh 1644; Historiën, 1ste boerh, behelzende de eerste veranderingen in den godsdienst en de lecrc, nevens de harde vervolgingen daerdoor ontstaan in de Nederlanden voor ende tot de ti/den van Keizer Karei V, Leid. 1644 (driemaal herdrukt en vermeerderd, \'t laatst in 1753); Bedieninge van de tot noch toe onbekende afgodinne Nehalennia over ettelike honderd Jaren onder \'t sandt begraven ende on-langhs ontdeekt op het strandt van Walcheren, met pl.. Leid. 1047; Aidivoordt op de vrage, voorgestelt over de bedieninge van de Afgodinne Nehalennia, in welke de geinegne her-koniste van de Grieeken, Bomeynen, ende. Dugtsche tale ni/t de Schythcn dugdelick bewesten ende versèhcgden oiltheden ontdeckt ende verklaert worden. Leid. 1018; Chroni iele van Holland, Zeeland en Westfriesland door Vel-denaar, voor omtrent 200 jaren geschreven , uitgegeven ende met Aenmerkingen als ook verschelde Gravelijke Brieven, rakende de oudheden ende saken van de gedagte Landen, Leid. 1050. Koxmun (Abraham), geh. te Gorinchem 17 Oct. 1796, promoveerde in de rechten te Leiden (1816), en werd achtereenvolgens wethouder, hurgemeester van zijn geboortestad, lid der Provinciale Staten, lid der 2o, later der le Kamer, en stierf 26 Maart 1850. Behalve een menigte gedichten in versch. alman., in hel Alg. Letterl. maandschrift en in de Letteroef. geplaatst (soms onder het pseudoniem Braccander), verscheen er een bundel Gedichten van hem in 1823. Zijn Dichterl. Nalatenschap, 2 dln., is uitgegeven in 1862 le Middelburg dooi\' Ds. J. J. L. ten Kale. Boxtel (Jozef van) Brusselsche dichter der 17e eeuw, schreef: Beklagh en troost-ghedieht van sekeren Persoon over sync beminde huysvrouwe, Brussel, 1075. BoymniiH (Johannes Andreas baron) zoon van den bekenden stichter van het Museum Boymans te Rotterdam, geh. te Utrecht in \'1788, studeerde en promoveerde in do rechten en overleed op een buiten bij Venlo 4 Mei 1832. Hij schreef de twee vólgende werkjes; Bijzonderheden op eene rei ze van Brussel naar Parijs van April— Juni 1823, Dordr. 1823; De Garde d\'Jiun-neur of de Episode der regering van Napoleon Buonaparte, Zulph. 1823. |
Bozon (Jan Hendrik) goh. te Maastricht •14 Maart 1812, was, na iti België genaturaliseerd te zijn, onderwijzer te Canne in Limburg , alwaar hij 8 Doe. 1840 overleed. Behalve handleidingen voor schrijf- en leesmethode, schreef hij; Rijmboekje of vermakelijke aardrijkskunde van België voor kinderen, te huis en op school. Tongeren, 1870. Brnakc (Henricns Hermannus te) geh. 21 Juni 1829 le Groenloo , studeerde aan het Seminarium te Kuilenburg en werd in 1861 te Leuven tot priester gewijd. Eerst was hij leeraar aan het seminarium te Kuilenburg en aan het collegie te Sittard, later hoogleeraar in de wijsbegeerte eerst aan genoemd seminarium, later in dezelfde betrekking aan eene bijzondere inrichting van hooger onderwijs te Velp bij Grave en thans te üudenbosch. Hi| schreef in de Studiën op godsdienstig, wetenschappelijk en letterkundig gebied, die te \'s Bosch worden uitgegeven\', de volgende schetsen ; in 1871 Natuurkunde en godsdienstige begrippen, in 1872 De levensbeginselen der planten , in 1873 De zinnelijke \'kennissen lt;ds organische verrichtingen, in \\KIl Dierenverstand, in 1875 De levensbeginselen der redelooze dieren, in 1870 De wijsbegeerte der ervaring op de leerstoelen der wijsbegeerte, te Utrecht en te Groningen, in 1877 De Eindoorzaken, in •1878 De vrijheid, van den menschelijken \'wil, in 1879 De zedelijkheid naar Dr. Canne giet er, in 1881 Onze natuurlijke kennis Gods, in 1882 Een verderfelijk bock, (Diltes-Wendels, Schets der opvoed- en onderwijskunde), in 1883 Geestelijk of stoffelijk?, in 1884 De. qroote wereldraadsels, Een syllogisme van den II. Thomas, en in 1880 Philosophia Lacensis, onze zinlijke neigingen. Bi-nnin (Pieter van), geh. te Vianen 22 Dec. 1740, was eerst voor de studie bestemd doch door het ontijdig overlijden van zijn oom Willem van Braam, die zijn vaders boekwinkel waarnam , genoodzaakt in den boekhandel te gaan, dien bij te Dordrecht tot aan zijn dood (28 Sept. 1817) toe dreef. Behalve zijne Latijnsche gedichten bestaat er van hem een gedicht getiteld; De. opvoeding der jeugd ten nutte ran dit gemeenebest, bekroond bij Kunstliefde spaart geen vlijt, 1755. Voorts nog eenige vertalingen waaronder Voltaire\'s Marianne, treurspel, Dordr. 1774. Met Immerzeel gaf hij uit; Eeuwzangen bij den aanvang der lode eeuw, Dordr. 1801. \'in Ewald Kist\'s Lofrede, op Pieter van Braam vindt men ook eenige van zijne gedichten. In \'t laatst van zijn leven schreef hij nog; Sociëteitsfeest 18 Juni 1810, ter inwij- |
Hraiiin Hoiickgeetri—UfaIm.
103
|
ding van hd verheterd lokaal, on Gedachtenis van den slag hij Waterloo- Een schoone ver-tuling van hot Stcibaf mater van zijne hand komt voor in de Mnemosyne van Mr. H. W. Tydeman, 3e stuk 1817. Branm HoiiokgceNt (Andreas Everard van) geb. to Westhoven 1 Nov. ITii\'J, werd voor den zeedienst opgeleid en deed examen ais officier, maar verliet den dienst en wijdde zich aan don handel. In 1788 werd hij opperhoofd van den Chineeschen handel te Canton. In 1704 was hij in \'t gevolg eener ambassade naar Peking. Hij overleed 8 Juli 1861 te Amsterdam. Hij schreef; Beizoi van het gezantschap der JÏollandsche O.-I. Compagnie naar den keizer van China in 1794 en 1795 , 2 dln., Amst. 1850. Braambeek (Johannes van) gel), te Heukelom 3 Oct. 1816, was hoofdonder-wijzer te Puttershoek, vervolgens kostschoolhouder te Geertruidenherg en later te Elburg. Daarna leefde hij ambteloos te Amsterdam, waar hij 4 Oct 1878 overleed. Hij gaf uit; Werkelijkheidsdichten, Amst. 1869. Brabant (Jan van) zie HeiifT l.zii, (J. A.J Brabant» {Frans Emmanuel) te Berlaar, in de provincie Antwerpen, geboren op 3 Februari 1828, studeerde voor notaris en werd als zoodanig aangesteld te Berchem in 1869. Don 5 Maart 1877 werd hij tot notaris benoemd te Antwerpen, alwaar hij 7 Januari 1885 overleed. In de Antwerpsihe Hede-rijkerskamor de Olijftak las hij eenige romantische werken, waarvan alleen verscheen: Emma, roman, Antw., 1857. Braccander, zie Buxman , I ) Kracht (Tieleman van) schreef: Christus in het Vleesch, Ugthreiding van het Hooglied Salomons en Psalm XLVberijmt, Delft, 1719, Tuingedachten in zes zangen, Dordr. 1754. Bracht (Hendrik van) heeft zich als too-, neoldichter bekend gemaakt. Hij schreef; Fedra en llippolgfits, treursp. (naar Racine), Amst. 1715; Valentiniaan, treursp., Amst. 1716; Herstelde Vrijheid, zinnesp., Amst. -1718. Bracht (Tieleman Jansz. van) gob. te Dordrecht 20 Jan. 1625, studeerde in letteren en godgeleerdheid, en werd in 1648 in zijn geboortestad lot Doopsgezind predikant beroepen ; hij overleed 7 Oct. 1664 bij Moordrecht. Hij schreef: Schole der zedelijcke deugd, geopent voor de Christen jeugd, Dordr. 1657 (meer dan 25 malen herdrukt); Het hloedigh tooneel der Doopsgezinde en tvereloose Christenen die om de getuggenissc Jesu haeres |
Salighmakers geleden hébhen en gedoodt syn, van Christi tijd af, tot dese onse laatste tyden toe: Begrepen in twee Hoeken synde eene vergrooting van de voorgaendeMartelaers-spiegliel, ugt vele. geloofiraerdige Chronycken, Memorièn, Getnyhenissen, enz. \', Dordr. 1660, (2e dr. 1665 2 dln ); .loont Bont gaf or een uittreksel van onder den titel van \'t Merg van de historie der martelaren. Alles inliet kort bijeengetrokken uyt de Groote Martelaars spieghel der Doopsgezinden van T.J. v. Hraght, Haarl. 1671 (4 malen herdrukt). Bracht schreef ook nog een gedicht Gewichts krui wagen tot opvoering der stad Dordrecht. Na zijn dood werden in 1669 nog oen vijftigtal preken van hem uitgegeven. Braeckman (Peter) in het begin der XVHIo eeuw goh, te Erembodegem bij Aalst, schreef; Zegen-prael van den H. Petrus, Prince der Apostelen ende zyne doodt onder Domitius Nero. in rijm gebragi door P. Braeckman, Gent, 1701. BraeiiM (Gustaaf) goh. te Gent, 8 Juni 1839. was in eene handelszaak werkzaam, en overleed in zijne geboortestad 9 Mei 1872. Behalve een paar Fransche stukken schreef hij het blijspel De broek van mijnheer, Gient, 1860. Bract (P.) bestuurder eener kostschool, gaf in het licht; De wonderbare dag. Verhalen uit het maetschappelyk leren, Eocloo, 1800. en Na Igden komt verblijden. Een tafereel uit de helgische omwenteling van 1830, Brugge, 1862. Brakonlcr— de Wilde (Catharina). geb. te Woudrichom 17 Sopt. 1688, trad in 1708 in \'t huwelijk met Abraham Josua Brakonier, predikant te Utrecht. Zij gaf uit; Eerzame overdenkingen geschikt na fijds en lands omstandigheden, door G. P. „eene liefhebberesse der dichtkunstquot; dr., Amst. 1747. Bespiegelingen over Gods kerk- en wereldbestier betrekkelijk op het beloofde vrouwenzaad in zeren zangen nevens zielsverlustiging in het Beschouwen van Aarde, Lucht en Sterrenhemel, Amst. 1751 (2e druk aid. 1756); Opwekke-lijke Nasporingen bij het genot van\'t eenzaam Buitenleven ; Lettervruchten en Stille dagen en andere stichtelijke gedichten, Amst. 1754, (2e dr. 1760). Ernstige nagedachten over de algeineene tvaterschuddinge en aardbevingen atomme bespeurd in den jare 1755, Amst. 1750 (2e dr. 1760); Vervolg van stichtelijke gedichten op verscheiden onderwerpen, aid. 1757. (2e dr. 1773). De drie laatste werken gaf zij uit onder de letters vrouwe C. P. BralH (Jan) geb. 27 Febr. 1838, werd voor het onderwijs opgeleid en in 1864 onder- |
Urand—Uruiidcn.
|
wijzer aan de normaallessen te Assen, kort daarop aan de Twentsche industrieschool, in 1S60 aan de Handelsschool te Amsterdam en in 1877 aan de Rijks Hoojjere Burgerschool to Assen, waar hij nog is. Hij schreef: Handhoek der Algemeene geschiedenis, \'s Hage, 188\'2; Del,■nopte handleiding lij \'t ondenvijs in de (dg- rjescli., \'s Hage, 18K(), en verder sedert 1877 tal van hoofdartikelen in Handelsblad en iïicutvs v. d. Dag. liranil {JoJuiu Arnold), geb. te \'sHage in 178G, was aldaar advocaat in zijne geboortestad, daarna in 1828 officier bij de voormalige rechtbank van eersten aanleg te Leiden, en later president van het Prov. Hof van Zuid-Holland. Zijne bezigheden hielden hem niet terug van de studie der letteren, getuige zijne door bet Nut bekroonde verhandeling Over de roortreffeljkheid ran den mensch, 1813, en zijne Hulde aan M. A. de liuiter, \'s Gravenh. en Amst. •18\'27. Hij stierf 19 Aug. 1849 op zijn buitenverblijf Hoogwerf onder Loosduinen. Urnmlc CF. ian den) pastoor te Vilvoorde schreef: Korte heschryving der kerk ran Vil-rorden, volgens de hestaende schriften, bezorgd door den eerw. heer F. V. 1gt;. li, Mechelen, 18r:(). Hrandcler (Martinus van den), Med. Doctor, geboren te Dordrecht den 13 Dec. 1790 en aldaar overleden den 18 October 18119. Hij werd te Leiden in 1814 tot Medi-cinae Dcictor bevorderd en vestigde zich te Dordrecht, waar hij de geneeskundige praktijk van 1824 tot 18B5 uitoefende. Hij was lid van den Raad van Dordrecht van 1837 lol 1851, Curator der Latijnsche Scholen aldaar van 1824 tot 1839 en van het Gymnasium van 1838 lot 1856, enz. Als lid van het Medisch-Physiscb Genootschap te Hoorn : Vis unita fortior, leverde hij in de werken van dit genootschap eenige bijdragen. Ondanks zijne uitgebreide praktijk wist hij nog menig uur aan de studiën der klassieke Grieksche en Latijnsche schrijvers te wijden en was niet alleen vertrouwd met de moderne talen, maar bad zich zelfs op rijperen leeftijd bet Hebreeuwscb eigen gemaakt. In de Godgeleerde Bijdragen van 184(5 lol 1850 treft men verscheiden exegetisclie opstellen van zijne hand aan, onder de pseudoniemen van Ale-thophilus en l\'hilalctlies. Van de door hem vervaardigde gedichten en gelegenheidsverzen zagen slechts twee bel licht, als een: Trpog tov vrivov, in 1838, zijnde eene Grieksche vertaling van hel bekende gedicht van E. Borger, en een Latijnsch op den dood van zijn vriend, den lieer mr. 11. 11, Voc-keslaert. in 1840. |
Urnndelcr (Julian Jacob van den), broeder van den vorige geb. te Dordrecht 6 Dec. 1791, was advocaat en later rechter in de rechtbank van eersten aanleg aldaar. Hij beoefende de Latijnsche en Nederlandsché poëzie, ofschoon van de laatste slechts bet volgende in druk verscheen: Uifboezeming hij het afsterven van Ewaldns Kist, in leven predikant te Dordr,, Dordr. 1822; én Tranen, en Bloemen op het graf van mijnen vriend Mr. Hendrik Melchior Voekestaert, in leven officier bij de Arrond. liegtb. te Dordr., Dordr. 1810. Sommige zijner gedichten verschenen onder naamletters in Daphné. Hij stierf aan eene beroerte 14 September 1847. Hrandclcr (Pieter van den), geboren te Dordrecht 27 Februari 1816. Te Leiden in 1839 lot Doctor in de beide rechten bevorderd, vestigde hij zich te Dordrecht als advocaat. Hij was Secretaris van Dordrecht van 1847 tol 1870 en lid van bet collegie van Regenten over bet Huis van Arrest aldaar van 1849 tot 1870 In de berichten van hel Historisch Genootschap te Utrecht (Serie II, Deel II. eerste slulO, leverde bij e. a.: Eene geschiedkundige bijdrage over het jaar 1490, en in de kronijk van dat Genootschap (jaargang -1867) eene beschrijving en critiscbe beschouwing van den Oudsten Voorregtsbrief\' der stad Dordrecht van Juli 1220. Het archief der stad Dordrecht werd door hem georderd en geïnventariseerd, welke Inventaris, in drie gedeelten uitgegeven, in de jaren 1862—1869 in het licht verscheen. Hrniiilcii (Geeraard van den) dichter en tooneelschrijver, geb. te Antwerpen waar bij leefde in dé eerste helft der XVIIe eeuw. Hij was een der beste Antwerpsche poëten van zijnen tijd en nam een krachtig deel aan de werkzaamheden der Rederijkerskamer de Olijftak zijner stad. Hij voerde voor kenspreuk : Brandt in Liefde. In 1631 verscheen te Antwerpen van hem Het leven van den deugdtsamen ende seer godvruchtighen Joannes van den Bosch, in nederduitsche rgrnen gesteld en opgedragen aan des overledenen zoon, die Prins was der bovengenoemde Kamer. Dr. Heremans gaf in zijne Neder-landsche Dichterhalle van dezen schrijver een lied getiteld: Moedigenimfe van vele verkoren ! Verder schreef hij: Het leven van de H. Maghet Rosalia van Palermo, patronersse van de peste, in dicht glmtelt, Antw. 1629; Poëmata ofte Ghedichten van O. van den Brande, vervattende soinmighe Liedekens. Itef-feregnen ende Sonnetten, Antw. 1631 ; Kosa-linde, Hertoginne van Savoyen, treurspel, vertoond door den Olijftak, Antw. 1641 ; Gieten Leepoog, klugtspel, Antw.; Dorothea Maget en Martelares.se, speehvys vertoont enz. Antw, 1641 ; La Gitanilla, ghenaempt het Spaens Heidinneken, blgegndigh treurspel, vertoont ojt |
Brniiden—Hi\'ondt.
105
|
de Reden-rijcke Camerde Goud-blom, in rijm-conste door v. d. li., Antw. 1049; Lofdicht aen Mr. Quintoi Matsijs over si/n hooyh-hcroemde schilder conste, Antw. 1Ó48. Urnndcn (Serafijn van den) geboren lo Brugge in lt\')58 en overl. te Brussel 11 Maart 17*28. Hij was een Kapucijner-monnik van het klooster van Tervuren \'en schreef in verzen : Geschiedenis van de II. Moeget endc macrtelaeresse Maria, genaemt de Kliendiqhe, patronersse van S. Lamhrechts Woluive, i702. IIranden (Frans Jozef Peter van den) geboren te Antwerpen den 14 Juni 1837, vestigde zich van 1851 lot 1855 te Brussel om er de werktuigkunde te leeren, welk vak hij in zijne geboortestad uitoefende tot 1863, toen hij beambte werd bij bet stedelijk bestuur. Sedert 1865 is bij adjunctarchivaris der stad Antwerpen en leeraar van Nederlandsche voordracht bij de Muziekschool. Hij schreef; De Dtocdicet, een volksverhaal, Antw., 1802; Kunst- en Kladschilder, blijspel met zancj in éen bedrijf. Antw., 18(13; Soort hij soort, tooneclspel in écu bedrijf, Antw., I8G3; Spiritisme, tooneelspel ineen bedrijf, Antw., 18(15; Het Erf deel van Matant, tooneelspel in éen bedrijf, Antw., 1806; De Joncje Kunstmaar, dramatisch gedicht, (bekroond) , Amst., 18(1(1; Ken Nieuwbakken Rijke, comedie. in drie. bedrijven, Antw., 18(17 ; Tusschen twee Vuren , tooneelspel in éen bedrijf, (bekroond), Antw., 18(17; Geschiedenis der Academie, van Antwerpen, bekroond in den prijskamp door de Regeering der stad Antwerpen uitgeschreven, ter gelegenheid van het tweehonderdjarig bestaan der Academie van Beeldende Kunsten, Antw , 1857; Huiselijk Wel en Wee, drama in vier bedrijven en rijf tafereelen, Antw, 18(17; lluwelijl-s-speculatie, tooneelspel in éen bedrijf, Antw. en Amst., 1868; Bedrogen ! tooneelspel in éen bedrijf, Antw., 1808; Baas Gansendonck, tooneelspel in drie bedrijven, naar Conscience\'s zedenschets, Antw., 1868; Frans Wouters, Kunstschilder, 1012-1659; Antw., 187-i; De Val van Antwerpen , geschiedkundig drama in zeven tafereelen, (bekroond) Gent, 1873; Eenigc bladen uit dc geschiedenis, ran het onderwijs te Antwerpen\', Antw., 1874; Mijnen vrienden Jan van Beers en Ilendrika Mertens op hunne, zilveren bruiloft, gedicht, Antw., 1875; Willem van Nieuwelandt, Kunstschilder en Dichter, 1584—1635, Gent, 1875; Beknopt verslag over het gebruik der hoofdletters in de familienamen, gedurende dezes laatste eeuwen, Antw.. 1875; Fugeen Zettemain, Volksschrijver, 1826—i855; Antw., 1876; Adriaan de Brouwer en Joos van Cracsbceek, Haarlem, 1881 en Antw., 1882; Geschiedenis der Ant-werpsche Schilderschool, bekroond met den eersten prijs in den wedstrijd geopend door dc Regeering der stad Antwerpen, Antw., 1883; Toespraak bij de onthulling van het marmeren borstbeeld run l\'eter Bowlt, herstichter der Vlaainsche Muziekschool, Antw., 1886. |
llraiidligt ((!.) schreef Geschiedk. beschouw. van de wcdvischvisscherij, Amst. 1843. Krandt (Geeraert), geb te Amsterdam ;!5 Juli 1626, werd tot bet vaderlijk beroep van horlogiemaker bestemd, doch zijn zucht voor de poëzie en zijn liefde voor Susanna van Baerle (dochter van den Amsterdam-schen hoogleeraar Gasper van Baerle), waren oorzaak dat bij zich op de theologie toelegde; hij was achiereonvolgons Remon-strantsch predikant te Nieuwkoop, Hoorn en Amsterdam. In den herfst van 1085 zijne kinderen te Rotterdam bezoekende, werd bij aangetast door buikloop; bijkomende koortsen sleepten hem te Amsterdam ten grave (12 Oct.) Hij schreef het volgende: De veinzende Tonjnatus, treursp., 1043, (le dr. 1733 In 1657 begon bij aan zijn Historie der Refonnaticf, waarvan bij eerst een Kort verhaat gaf, dat vijf drukken beleefde. Van zijn groote werk verscheen te Amsterdam het le dl. in 1671, het 2e in 1674 en het 3e en 4o in 1704 door de zorg van zijn jongsten zoon ; Stichtelijke Gedichten waaronder de vreedzame Christen, 1665; Historie der vermaarde zee- en koopstad!. Enkhuisen , Enkh. KMO; Leven van 1\'. C. Hooft. geplaatst voor een nieuwe uitgave van diens Nederlandsche Historiën , 1677; Leren van J. van den Vondel, geplaatst voor de nieuwe uitgave van diens Poëzg, 2 dln., 1(1S2; Leven en bedrijf van den Heere Michiel de Rui/ter, Hertog , Ridder etc,, Ij.-Admiraal-Generaal van HoMandt en \\f estfrieslandt, Amst. ,1687; Dagwijzer der Geschiedenissen , Amst., 1689 ; Historie van de regtspleging gehouden in den jaere 1618 en 1619 omtrent de dril gevangene Heeren Mr. Johan ran Oldenbarnercld, Mr, Rombotit Hoogcrbeets en Mr. Hugo de Groot, Rott. 1708 , 3e dr. Rott. 1723; Pofzg, 3dln., Amst. 172.\'quot;). De 3e druk van Hugo de Groot\'s Heicjs van den waren godsdienst verscheen te \'s Hage z j. met aanteek. van G. Brandt. Men houdt hem ook voor den dichter onder de spreuk „Prudenter.quot; itranilt (Kaspar), oudste zoon van den voorgaande, geb. te Nieuwkoop 25 Juni 1653, was achtereenvolgens Remonstr. predikant te Schoonhoven, Hoorn, Warmond, Alkmaar, Rotterdam en Amsterdam, waar bij 5 Oct. 1696 overleed. Behalve vele predikatiën is na, zijn dood uitgegeven zijne Poëzg, Amst. )7(is, later herdrukt met die van zijn broeder Johannes, Amst. 1724, en het Leven van Huig de Groot, vervolgd door |
Urmidt—Brcdcnbcrg.
106
|
A. rem Cattenhura, 2 flln., met pl., Amst. 1730. Voorts schreef hij nog in \'t Latijn het Leven van Annimus, Amst. ITSl. Krandt (Geeraert), broeder van den voorgaande, geh. te Nieuwkoop (i April 1657, was Remonstr. predikant te Schoonhoven en Rotterdam. Hij stierf aldaar 21 Dec. 1688. Rehalve drie bundels predikatiën bezitten wij van hem Tiveejarif/egeschiedenissen,roor-geraUeu in de jaren 1(174\' en 1675. Amst, 1678. HrnniK (Johannes). broeder van de voorgaanden, geb. te Nieuwkoop 6 Juli 1660, was achtereenvolgens Remonstr. predikant te Warmond, Hoorn, \'s Hage en Amsterdam. Hij overleed KJ Jan. 1708. Van hem zien het licht: Leren en dood ran Maria Staart, konin-l/inne ran Engeland, met de Lijkreden, Amst. 1095; Het leren ran den Apostel Paulus, \'sHage, 1695; Mengeldichten, Amsl. 1701, herdrukt met die van zijn broeder Kaspar, 2 dln, Amst. 1724; Brieven en gedichten, gewisseld met A. Moonen. Voorts verscheiden predikatiën. Urnmll (Kaspai ), zie Wlnklcr I\'rliiHf./. j Brandt (Jonker lierman Frans ran den) licentiaat in de beide rechten, geboren te Antwerpen in de 170 eeuw, noemde zich lid van het kunstgenootschap ; Acta viros /gt;ro-hant en schreef, onder de kenspreuk dóór Liefde komt Brand: Barrahas, de rykejoode ran Malta; Hela, prins ran Hongari/en, treurspel, I67N; Venveirde Sothuiis ran Antwerpen, 1678; Bh/eindige Belgica, enz. 1679; HeUevaert van den Groot en Visier, klsp. 1684; Eertijds maer en tegenwoordig, klsp., 1681 ; Godrruchtige zielsgedachten orer het hitter lijden en sterren des Zaeligmaeckers, heneffens den Vaeder Onze, Antw., 1(186; De llerstellinge ran de Hoomsche Ueligie binnen .de stadt Antwerpen (in 1585), blij-eind. treur-triumphspel, Antw. en Amst. 1685; Korte hesehnjringe ran de trimnph-arLen en alle andere vreugdeteeleenen die te zien zyn binnen de stadt Antwerpen, opgericht en vertoont ten opzichte ran de honderdjarige gedachtenis ter eere van de H. Maegt Maria, Antw, 1085. Hrandt lUmiH (6\'.) schreef: Gedichten, 2 st., Amst. 1836 - 38. JiraiiN (Jan) geb. te Amsterdam 27 Dec. 1796, was directeur van de middelbare school te Brugge en stierf aldaar 13 Nov. 1862. Hij gaf uit: Nieuwe bijdragen roor onderwijs en opvoeding, ten dienste der onderwijzers, iiitge-geven onder de bescherming van het Goarer-neinent en het provinciaal bestuur van Oost-V taande ren, Brugge, 1852—7; Nieuw tijdschrift voor opvoeding en onderwijs, ten dienste der lagere scholen met medewerking van verschei-denen persoonen zeer bevoegd in het vak van onderwijs en opvoeding der jeuyd, Brugge, 1858 en 1859. |
UraiiN (Jan Matthijs) te Asch, in Limburg geboren den 2n October 1853, ontving zijne opleiding aan de Staatsnormaalschool van Lier. In 1874 ontving hij zijn diploma. Opvolgenlijk was hij onderwijzer te Bree en te Sint-Gillis en sedert 1880 is hij leeraar van Nederlandsche taal bij de stadsmiddelbare school te Brussel. Behalve bijdragen in tijdschriften en bladen gaf hij in net licht: Limhnrgsche schetsen, Roeselare, 1883. lirantH (Karei Gomwar) geboren 15 Maart 1856 te Sint Jans-Molenbeek bij Brussel, was student in de medicijnen aan de Hoogeschool van Leuven. Hij gaf bijdragen in bladen en tijdschriften en leverde: Volksboek uitgegeven door de Volksmaatschappij De Neder-duitsche Burgerkring met kenspreuk: Geen Moedertaal, geen Vaderland! Leuven, 1875 en 1876. Verder hield hij in verschillende steden voordrachten, waarvan eenige gedrukt zijn. UraNHinga (Andreas Jacobus), geb. 8 Jan. 1818 te Fokshol onder Hoogezand, onderwijzer en organist te Saaxumhuizen, schreef: Dichtproeven, Winsum 1806. Hratn Vocda zie Courier dit Unbionrt (yt. M.) Knniwcr (Marijn) gaf doopsgezinde liederen uit, t w- : De Schahneye, inhoudende, vele geestelijke Liederen, Haarl. 1611 ; Lied-hoexke, genaamd het Otterken, Haarl. 1616. Hrauwcro van Steeland (J.C.H Nolet de). Zie Nolet de llrauwere van Steeland (./. C. tl.) llray (Salomon de) (1597—1664), schilder te Haarlem, schreef Minnezuchtjes, uytgedrukt in liedekens, Klinckvaersen en andere Rijmen, daarachter, Bijiiezochte Minnetochten, Amst., 1627. Hreda (Michiel van) schreef; Lubbert Lubbertz., kluchtsp.; Krispijn, Poeet en Officier, kluchtsp., Amst. 1685; Themistocles, treursp., Amst, 1686. Hredenberg (Jan Fredrik Georgij) geb. 16 Jan. 183\'i- te Amsterdam, was van 1849 tot 1872 eerst volontair en daarna boekhouder op een handelskantoor, thans handelsagent te Loenen a/d Vecht. Hij schreef Elize Pover (Psdniem E. R. B. F. Gubden) inliet Leeskabinet van 1877, en in de kunstkro- |
Urcderodc—Hrccmcii»
107
|
nijk van 1880 Slechts fcnc uiterste wilsbe-schïkhing. J)e Medeplichtige, Leiden,\'1880, en De familie I\'aardekoopcr, Tiel, 1884. Hrcdcroilo (A. M. ran) Zie VrU-H (J. de). Hrcilcroö (Gerhrand Adriaensen), geh. te Amsterdam 10 Maart 1585, legde zich in zijne jeugd op het schilderen toe, doch scheen later meer smaak in do beoefening der letteren te vinden. Zijn stad-genooten benoemden hem tot vaandrig dor schutterij. Hij was een werkzaam lid van de kamer In liefde bloeiende te Amsterdam. Dientengevolge kwam hij in aanraking met de voornaamste letterkundigen van zijn tijd, onder anderen met Roemer Visscher, wiens schoone dochter Anna Tesselscha hij ten huwelijk vroeg , maar de oude Visscher wees zijn aanzoek af Een poging om een jonge weduwe tot echtgenoote te krijgen, liep even vruchteloos af en de dichter, om zijn zinnen te verzetten , gaf zich aan allerlei zingenot over. Wel is waar kwam hij spoedig van dit uitspattend loven terug, doch een ziekelijke droefgeestigheid had zich van zijne ziel meester gemaakt; hij sloeg tot een ander uiterste over, schuwde alle genot en verlangde naar hot uur van zijn dood, dat roods den \'2li Aug. 1018 voor hem sloeg. Hij schreef: Roderick ende Alphonsits, 1011, 1016; Boerehlucht ran Tennis de Hoer 1012, 1017, 1633, 1642 en 1663; Oriane 1612 en 1016; Klucht van de //oc 1012, 1010; liet spel rnn Tijsken can der Schilden 1013,1015 en 1042; Klucht van den Molenaar, 1013 en 1029; hij dit laatste kluchtspel voegde hij een leerdicht l^of ran den rijekdom getiteld , en in 1014 volgde een ander leerdicht Lof der armoede, welke beide gedichten bij de rederijkers van die dagen zeer gezocht waren; Lucelle 1014 en 1010; Moortje („waerin hij Terentii Eunuchum hooft nae-ghevolghtquot;) 1015, 1017 en uitgave van A. G. Oudemans 1859; Symen sonder soetichei/t 1015 en 1029; Jerolimo de Snaensehe lirahander IC 17, 1018, 1033, 1002, 1720, 172!) en uitgave van E. Verwijs 1869; Stommen Ridder 1618 en 1045; Angeniet, hiervan schreef B. slechts de\'3 eerste bedrijven, de beide laatste werden door Starter voltooid in lOili, Op Brederoó\'s naam werden reeds in de oudste uitgave (1022) opgenomen Klucht ran den Iloog-dui/tschcn (juaeksalver m Schijn-hei/lic/h, doch dié kluchten zijn niet van hem. Hij schroef zijn stukken allen onder de spreuk: \'t Kan verkeeren. Verder maakte hij nog een aantal liedjes en gezangen, die na zijn dood uitgegeven zijn onder don titel van Bcertigh amo-reus en aendachtigh Liedt-boeck, 1022. Deze liederen zijn in 18S0 te Haarlem door prof. Dr. H. E.Moltzer op nieuw uitgegeven onder don titel van Brederoó\'s Liedt-boek. Een uitgave van zijn gezamenlijke werken verscheen in 1038, en een andere in 1044 onderden titel van Alle de Werken, Tooneelspelen, Gedichten, Brieven en Kluchten ran den Oheestenrijcken Poe\'êt Gerbrand Adriaonsz. Brederoo. Al zijn werken zijn te Amsterdam uitgegeven. |
Bij gelegenheid van Brederoo\'s driehonderdjarig geboortefeest werd oen volledige uitgave zijner werken naar de beste oude driikken bezon/d en opte^elderd d#or Pi\'ot. Dr ,1. ton Brink , Prof. Dr. H. E. Moltzer , Dr. G. Kalff, Dr. R. A. Kollewijn. J. J._W. Unger, en Dr. J. te Winkel, Amst. 1885. llmlKOC (Simon), geb. 10 April 1855 te Bolsward , werd voor het onderwijs opgeleid, was ook eerst onderwijzer, doch houdt zich thans slechts mot letterkundigen arbeid bezig. Hij schreef klucht spel. Ziorikzee, *1881; Ken verhaal en een vers, 1883; Opgeloste vragen, 1883; Voordrachten en gedichten op wetenschappelijk godsdienstig terrein 1884, alle drie te St. Anna Parochie uitgegeven; Vijf en twintig zangen , Gron. 1880; Het Socialisme, een fata morgana, Amst. 1887. Hróc (Matthijs Ignatius ran) word 22 Fobr. 1773 goh. te Antwerpen, waar hij schilder werd en als Bestuurder der Academie van Beeldende Kunsten overleed op 15 Dec. 1839. Hij was een warm voorstander der Noderlandsche taal en bleef zich van deze bedienen voor bot geven zijner vermaarde lossen van ontleedkunde, ondanks het Fransch dwangbehoor er zich tegen verzette. Was hij beroemd als spreker, ook als schrijver had hij verdiensten on leverde hij: De dood run Bciling, treurspel in 5 bedr. ; Alphons van Breuseghem of de Antwerpsche Mxlrtekier, drama in 5 bedr.; liet Geldhuwelijk, tooneelspol in 3 bedr.; Brouwer\'s gevangenis op het kasteel ran Antwerpen, \'hlijsp. in 2 bedr., Antw. 18«), uitgegeven door Emm. Rosseels, Brccmnii (.ƒ.) Liefde zocht list, toonoel-spel, Kampen , 1885. Hroomcn {Bertus Hendrik ran), gob. 13 April 1852 te Amsterdam , studeerde in de theologie doch volbracht zijn studie niet. Na een tweejarig verblijf in don Oranje-Vrijstaat koerde hij naar bot vaderland terug, waar hij optrad als hoofdredacteur van het Nieuwsblad roor Nederland; later werd hij redacteur van de Amsterdamsche Courant en do A vondpost, en is thans uitgever-redacteur van de Rijm Courant. Hij schreef: I-dicht, Y-rijm en andere rijmen, Amst. 1880; Schetsen en beelden uit Zuid-Afrika, Amst. 1882; De Groentjes, hlijsp. Amst. 1882; Het verdraaide hoofd, hlijsp. Amst. |
llrecn—Hrcugcl.
108
|
18S3; Ken haddolier, Zutf. IS83; De hou van (luizend gulden, Zutt\'. 1881-: ])c hoed ran den kolonel, lilijsp. Zutf. 1884; verder gedurende een jaar dat hij medewerker aan het Handelsblad was voor de Engelsche kroniek , onderscheidene oorspronkelijke en uit hel Engelsch yertnalde feuilletons. Hij vertaalde ook eenige Engelsche romans on paf bijdragen in den Speetator, yederhmd, Weekblad de Amsterdammer, Europa, enz. Hrevn (Joost rein), was waarschijnlijk onderwijzer in di slunrmiinskunst en gaf, behalve werken over zijn vak, de volg. kluchtspelen te Amst. uit: Galgenschrift voor Olivier Croniwel, dat raerenaes , iveleer ti/ran van. de drie kon\'nujh-ryeken Jingelandt, Schot-landt en Yslandl (onder de spreuk ,al rollendequot;), Amst.. KioO; De liedroge. Jalousi/, 1652; De klucht van \'t Kalf, 1650; Klucht van Jean de la Hou of d\'Ingebeelde Rijke, 1665; De Ziende Blimlenian en de Swarte Minnaers. HrckcngceNl {Sgmon C\'ornelisz) schreef de Chroni/cke ran de geschiedenissen in Hol-landt, y.eelandt, Vrieslandt eude ran de Jiis-schoppen ran Utrecht door S. C. li. T\'saerdain, Alkmaar, 1648. Bremer (Johannes), was Rem. pred. te Amersfoort, later te Rotterdam, waarbij 17 Juli 1713 overleed ; hij vervaardigde een dichtstuk Amersfoortse Teinpe. Hij maakte ook Lat. verzen. lirondcr A llraiidiH f G er rit), geb to Leiden i!l Maart 1752, was onderwijzer in de wis- en sterrekunde: voorts examinator van stads maten en gewichten en wijnroeier te Amsterdam. i\\Ta 17(J5 werd hij secretaris dor municipaliteit van Ainstordam en lid van bet comité van justitie Uoven-dion was hij algem. secretaris der Maatschappij tot Nut v. \'t Algemeen en lector van de Amsterdamsche Maatschappij Felix Meritis. Hij stierf 23 Juni 1802. Behalve zijne wiskundige werken zagen van hem hellicht: De schilderhunst in lil zangen, Amst. 1780; Lierzang aan de Britten, hij fiele;ienheid dat zij oj) den Isten Jan. 1780 het\'Hollands con-vooij onder \'t bewind ran Oen Schout hij Nacht O rare ran Hglandt aanrandden, Amst. 1780; Het vonnis naar wensch. lllijsp. naar het Fransch van Sedaine; Verhandeling over de dichtktmdige vergelijking, Amst 178i; De irare Heilgezant, den Professor (gt; ■ J Xa-huijs toegezongen, Amst. 1781 ; Abraham op Maria, godsdienstig zangspel (naar\'t hoogd. van A. H. Niemeijer) 1781; Taal-, Dicht-en Letterkundig Kabinet of verzameling van Verhandelingen de. Taal-, Dicht- en Letterkunde betreffende; benevens eenige Dichtstukken, ten nutte onzer dichtlievende landgenooten bijeenvergadert en uitfiegeven. 6 dln., Amst. 1781—81; Jeau Calas, treursp. (naar\'t hoogd, van G. F. Weise), Amst. 1782; I\'hilotas, treursp (naar G. E. Lessing), Amst. 1783; Het Oorlog, Amst 1783; Aan Jiurgemeester Hugghens, Amst. 1783; De rechtschapen Burgerrader, Amst. 1783; De vernederde enver-he rljkte Heiland, Amst. 1783; Aan Amst els Burgerij, Amst. 178t; Taal-, Dicht- en Letterkundig Magazijn, 2 dln, Amst. 1785 — 87; Vaderlandsch Kabinet ran Koophandel en Zeevaart, 3 sl. met pi, Amst. 1786 ; De Gouden Bruiloft van Kloris en Uoosjen, blijsp. met zang, Amst. -171)1 ; De Ouderliefde, zangsp, (naar \'t Fransch van G. A. Dumons-tier), Amst 1799, herdrukt in 1813; Het vernietigd Verdrag, zangsp. (naar \'l Fransch van Marsollier), Amst. 1799; Proeven van Geschied- en Letterkundige Oefeningen zooicel den Koophandel en de Scheepvaart als de Dicht- en Letterkunde betreffende, Haarl. 1801; Het ware doel dtr Maatschappij tot Nut van \'t Algemeen, |
■trendiiiN zie Mruyu (Servaas dé). UrcHMcrH (Adolf) gob te Tilburg 5 Jan. 1835, is kunstschilder en schreef: Lcsjeuncs Ti/rolienncs, in het Vlaemsch en Fransch, blijsp.. Gent, 1803; Pierrot 1c Wall on, of dde\'/s na vastenavond, blijsp. in2bedr.. Gent, 1863; Een vriend voor drie franken daegs. Gent, 1863 ; De dronkaerd, treursp. in 3 bedr., Gent, 1863; (met Aug. van Assche): De Kerken der Middeneeuwen en haar sgmbolismus, door A. H., kunstschilder, en A. V. A., bouwkundige, Brugge, 1865. KrcNter Az. (Jan), goh. 7 Mei 1805 te Amsterdam, koopman en overleden aldaar 4 Nov. 1862. Zijn gedichten zijn verspreid in verschillende jaarboekjes en na zijn dood door de zorg zijner vrienden gezamenlijk uitgegeven onder den titel van Verspreide en nagelaten gedichten, Dev. 1863, waarin zijn IJstukjes ook opgenomen zijn. «roiiKel (Caspar van), geb. te\'sHagell Maart 1752, weid in 1781 secretaris van \'s Herlogenbosch en daarna \'s lands ontvanger der gemeene middelen in de kwartieren Oislerwijk en Maasland. In 1794 bevond bij zich te Parijs ter bevordering van de vredesonderhandelingen. In 1795 nam hij zijn ontslag als ontvanger en trad eerst na ISüi in dienst van do Bat. Republiek in verschillende betrekkingen bij de bolasling on\'l kadaster. Hij stierf te Haarlem 30 Mei 1833, en schreef Memorie en beschreven staat der vier kwartieren van de Mejerij; Het regt en eigendom der llerv. gemeente te \'s Hertogen-bosch op derzclver kerkgehouwen tegen het |
nreug^cl UoiigliiH-Brink»
IU9
|
Soomsche genootschap verdedigd uit oorspr. stukken, \'s Bosch 1SU0. Voorts schreef hij een werk in hel Fransch over de vredesonderhandelingen mot Frankrijk in 1704 en stelde hij verscheiden rapporten en verslagen over verschillende zaken, Breugel lloiigln» {Robbert van), zoon van den voorgaande , geb. te \'s Hertogenbosch 20 Juli 1791, was lid van den Raad van State en overleed te \'s Hage 23 Nov. 1873, schreef Herinnerinqen uit 1815. Jiuor een Frieschen vrymlligenjager, Leeuw. ISfili; Over het adelsregt in di\' Nederl., \'s Hage 18(57. Breuk [Hendrik Roelof de), geb. te Haarlem 25Sept. 18U, promoveerde in deletteren en vertrok in 18\'i0 naar Zwolle als docent voor de oude talen aan het stedelijk instituut van den heer L. G. Gnopius. Twee jaar later vestigde hij zich te Leiden als boekdrukker. Toen zijne zaken niet vooruitgingen verliet hij Leiden in 1850 en vestigde zich te Uselstéin weer als docent. In 18()\'2 kreeg hij een benoeming als leeraar aan \'t gymnasium te Gouda, doch stierf aldaar 24\' Sept van datzelfde jaar. De Br. leverde bijdragen in de Hand. der Maatsch. der Ned. Letterk. in de Kronijk van \'t Hist. Genootschap van Utrecht, in het Jaarhoekje voor Christ. Weldadigheid enz. Hij was oprichter en redacteur van de \'tijdschrift de Rederijker, tokkelde soms de \'lier en heeft zich eenigen naam gemaakt als improvisator. Breutteglit\'iii (Prosper van) zie; Brocck (Prosper van den). Bricdcr (Frederik Christiaan de), geb. te Almeloo, 11 Oct. 1830 . was hoofdredacteur der Amsterdamsche Courant en sedert 1 Jan. 18(55 redacteur der Hollandsche Illus-stratie. Hij schreef eerst in het Utrechtsche Dagblad, daarna artikelen in lt;le Vad.Letteroefeningen , in de Gids en de Amst. Courant. Afzonderlijk, zagen van hem het licht: Brieven uit Parijs ütr. 18(52. Sedert 18(59 schrijft hij wekelijks stukken over het tooneel in de Amsterdamsche Courant. Brikkcnaar (Joannes Uaptista) leefde in de eerste helft der vorige eeuw en was o. a. in 1724 pastoor te üudorp. Hij had veel bekwaamheid als oogarts. Men hield hem voor den schrijver van hel gedicht Ontzwagtelde val ran Heli of wolf in de schaapskooi, waartegen te Mechelen een stuk verscheen, getiteld ; de vermomde wolf in het schaapsvel. Brikkenaar schreef tegen dit vuilaardig stuk eene Verdediging, die te Alkmaar gedrukt werd, en wederom twistgeschrijf uitlokte. |
Brill ( Willem Gerard) , geb. te Leiden 10 Oct. 1811, studeerde en promoveerde aldaar in do lelloren en was korten lijd leeraar aan hol Leidsche gymnasium. Van 1840—185\') bekleedde hij die zelfde betrekking aan het gymn. te Zullen. Van 1859 lol 1881 was hij Hoogl. in de letteren te Utrecht, waar hij na emeritus te zijn geworden nog woont. Van zijne hand verschenen : Hollandsche Spraakleer, Leiden 1846 ; Hollandsche Spraakleer ten gebruike bij inrichtingen van honger onderwijs, Leiden 1849, (3e dr. I860), Israel en Egypte., Utrecht 185(5; Kritische Aanmerkingen over de. Fran-sche Spraakkunst aan onderwijzers en examinatoren opgedragen, Leiden 1^56; Opmerkingen op het gebied der Engelsche Spraakkunst, Leid. 1838; Voorlezingen over de Geschiedenis der Nederlanden. 1 dl.. Leid, 1801 —0(5, 2e dl., 2 stukk., 18159—71; Nederl. Spraakleer van den volzin , ten vervolge van de Neder-landsche Spraakleer ten gebruike bij inrichtingen van hooger onderwijs, Leiden 1863; Sti/lleer, (Rhetorica, Letterkundige Encyclopedie en kritiek) ten vervolge van de Neder-landsche Spraakleer-ten gebruike bij inrichtingen voor onderwijs, Leid. 1866. Voorlezingen over de geschiedenis der Nederlanden 3 dln., Leid. 1872 -4; Bijbelstudi\'én, 2 dln.. Leiden 1870; De geschiedenis der volken, in schetsen 2 dln., \'s Hage 1881; Rijmkroniek van Melis Stoke, 2 dln.. Utrecht 188(5. Sedert 1854 heeft prof. B. zich voor korten tijd belast met de voortzetting van Arends Geschiedenis des Vaderlands. In 1851 bekroonde Teyjers genootschap zijne verhandeling over Rijm en Maat. Voorts verschenen van hom in \'t licht een reeks van toespraken bij de jaarl. opening der Acad. lessen; eene verklaring van Goeth\'es Faust, tweede ged., artikelen in de Gids en andere tijdschr. en brochures. Brink (Wühelmina Louisa) geboren te Amsterdam 8 Juni 1861, woont zonder betrekking in haar geboorteplaats; zij schreef Meta, roman, Arnhem 1885. Brink (Jan ten), geb. te Amsterdam 8 Sppt. 1771, studeerde in de letteren te Leiden en promoveerde in 1794. Ijverig patriot zijnde nam hij een werkzaam doel aan de bevordering van den intocht der Fransch en. Nog vóór hot einde echter van \'t jaar 1796 vinden wij hom als praeceptor der Latijn-sche scholen te Harderwijk, in 1799 als rector en in 18üi als hoogloeraar aldaar in historie, welsprekendheid en Griokscho let-terkunde. Na de opheffing der Geldersche academie in 1812 . werd hij rector der Latijn-sche scholen te Haarlem en in 1815 hoogleeraar der oude letterkunde te Groningen , alwaar hjj 2 Oct. -18\'i9 overleed. Ten Brink is vooral bekend om zijne vertalingen uit |
llrtiik—Brink.
no
|
het Grieksch en Latijn: onder andere de Medea van Euripides, de Krito van Plato, de Apologie van Socrates, de Gedenkwaardigheden van Xenophon, Leven van den ouderen en Veldtochten van den jongeren Cyrus, de Catilinaria van Cicero , enz Ook in de Bibliotheek van Oude Letterk. vindt men vertalingen van zijnn hand. In ISM gaf hij te Amst. een hundel Gedichten nit; tevens bezorgde hij do uitgave van de Nagelaten Gedichten van Helmers, i! dln , Haarl -1814 en die van van Heyningen Bosch, Gron. 18^i. Naamloos gaf\' hij te Amst. in 181\'2 een gedicht uit; Aan Napoleon Keizer der Franschen, en onder de letters J. d. J/. S. [Jan de Regt Secundus) een vers getiteld; Ken Noord-Nederlander aan de oproerige Zuid-Nederlanders, z. pl. 1830. Wijders leverde hij bijdragen in het Vaderlandse/ie Magazijn ran wetenschap, kunst en smaak, waarvan hij zelf langen tijd redacteur was, in de Recensent ook der Recensenten en in het Tijdschrift van Kunsten en Wetenschappen. Brink (Barend ten), zoon van den voorgaande , geb. te Harderwijk I Nov. 1803, was van 18i!8—54 rector \'te Appingadam , vervolgens praeceptor aan het gymnasium te Utrecht tot 18ü8, toen hij zijn ontslag nam, en er als privaut docent bleef wonen. In 1874 vestigde hij zich metterwoon te \'s Gravenhage j waar hij 21 Jan, 187.quot;) overleed. Behalve vele philologische stukken, schreef hij een Levensbeschrijving van Rijklof Michael van Goens (Werk. van \'t Prov. Utr. Gen.) 1869 en leverde hij vele bijdragen in de Gron. Stud. Alm., Gron. Volksalmanak, Mnetnosgne, Letterbode, Kunstkronijk, Nederland, Utr. Dagblad, enz. |
Xtrink (Jan ten), zoon van den voorgaande, geb. te Appingadam 15 Juni 183t, promoveerde in 18(10 te Utrecht in de godgeleerdheid , vertrok in datzelfde jaar naar Batavia om de opvoeding van eenige jonge lieden op zich te nemen, keerde mol hen in \'t begin van 1862 naar \'t vaderland terug en werd kort daarop tot leeraar voor het Nederl., de Geschied, en Aardr. aan \'t Haag-sche gymnasium benoemd, welke betrekking hij drie jaar later verwisselde met die van leeraar in Staatswetensch., Vad. Gesch. en Nederl. aan de H. B. S. aid. In 1884 werd hij benoemd tot Hoogleeraar in do Ned. letterkunde aan de Universiteit te Leiden, welke betrekking hij thans nog bekleedt. Hij schreef: Gerirand Adriaensen Jlrederoo, Hist, aesthetische studie van het Nederl. blijspel der 176 eeuw, Utr. 185!); Dirck Volekertsen Coornhert en zijn Wellevenskunst, Amst. 186Ü; Op de Grenzen der Preanger, Reisschetsen en Mijmeringen, Amst. 1861 ; Drie Üayen in Egypte, herinneringen uiteen mail-reize in Juni-Aug., Rott. 1862; Brandts leven van de Rugter,\' Bloemlezing, Arnh. 1864; Oost-Bid. Dailies en Heeren, vier bijdragen tot de kennis van de zeden en usanti\'én der Kuropeesche maatschappij in Neêrlands Bidi\'ê, Arnh. 1866; Schels eener geschiedenis der Nederlandsehe Letterkunde, 3 afl., loopende tot het midden der 17e eeuw., Leeuw. 1867—69; Vier bladzijden uit de Geschiedenis der Kransche Revolutie, Utr. 1868; Vondel bekroond door het dankbaar nageslacht, Kene herinnering aan de oprichting van het standbeeld en tie Vondelsfeesten in de hoofdstad, Arnh. 1868; Het Vuur dat niet wordt uitge-bluscht, een Novelle uit het provincieleven, Arnh. 1868; De Man van Bruinaire en de Man van December, Nijm. 1871; Haagsche Bespiegelingen, Eehoos uit den Oorlogstijd, Arnh. 1871; De Schoonzoon van Mevrouw de Roggeveen, 2 dl. 1872-71 (2e dr. 1875); Nederlandsehe Dames en Heeren , Novellen , Leiden 1873; Kene geschiedenis uit eene dorpsschool, Leid. 1873; Bulwcr Lytton. Hiogra-fie en kritiek, Haarl. 1873 ; (in medewerking met anderen) Leerzame verhalen. Leiden 1873; De eerste liefde van Gerbrand Adriacsen Hvederoo, te zamen met verhalen en gedichten van anderen gedrukt, Utr. 1874 ; Letterkundige schetsen, le dl. 1874, 2e dl. 1875, Haarlem; Drie volksliederen, Leiden 187i; Voorrede voor W. Chambers\' geschiedenis van Frankrijk door M. ü. van Lessen, Amst. 1874 ; Dietsche gedachten. Nieuwe Haagsche bespiei/elingen 3 bundis. 1872—6, Leid. 1875—8 Slachtoffers en helden der Kransche revolutie. Leiden 1875; (in vereeniging met anderen) Schetsen bij etsen van het Rijksmuseum te Amsterdam door J. A. Boland, Haarl. 1875; De opstand der Proletariërs, geschiedenis der omwenteling van 18 Maart 1871, Amst. 1870; Bloemlezing uit Ned. Dichters, 6 stukken , Amst- 1876 — 82. (2de druk 1886); Jean nette en Juanito, Leid. 1877; (met anderen) Fantasia, nieuwe bundel proza en poëzie, Amst. 1878; De ongelukken van den Heer Montaland, novelle in den 3den bundel van Landjuweel, verzameld door A. J. Berman, Amst. 1878; Kmile Zola, Letterkundige Studie, Nijmegen 1879; Het verloren kind, Leid. 1879;_ Van den Haag naar Parijs, Reisgeheuaenissen, \'s-Hage 1879; De familie Muller-Belmoiite, Leid. 1880; Een schitterende „Carrièrequot;, Leid. 1881; Prins Frederik der Nederlanden, \'s-Hage 1881; De eerste jaren der Nederlandsehe Revolutie (1555—1568), Rotterd. 1882; Onze hedendaagsche letterkundigen in aüev., \'s Hage 1882; Kleine Geschiedenis der Ned. Letteren, Haarl. \'1882; Liltera-rische Schetsen en Kritieken, Leid. 1882; Nieuwe Romans, Alphonse Daudet, George Kbers, Emile Zola, II. J. Schimmel en Ferd. Fabre, Haarl. 1883; De geschiedenis der Ned. Letterkunde en hare leerwijze, |
Ikrlnk -Uroeokaert»
111
|
(rede bij het aanvaarden van het Hoog-leeraarsambt, li Juni •1884); \'s Hage 1881; Causeri\'én over moderne romans, Leid. 1884; Dr. Nicolaas Heinsius Jr. Eenc studie orer den Ilollandschen schelmenroman der Tie eemr, Rotterd. 1885; Mevrouw A. L. G. lioshoom-Toussaint, volksuitgave, Amst. 188(3. Van zijne romantische werken verschijnt sedert 1885 eene eerste volledige uitgave in 30 afl., Leid. 1885 vlgg. Voorts komen er stukken voor van zijne hand in de Gids, Neder-landsche Spectator, Vaderlandsche Letteroefeningen, het weekblad de Amsterdammer en in het tijdschrift Nederland. Brink (Albert Jan ten), broeder van den voorgaande, geb. te Appingadam 30 Jan. 18;i0, was vóór 18(58 eenige jaren gouverneur bij verschillende familiën , doch werd in dat jaar rector te Oolmarsum, en is sedert 1870 rector en directeur der Hoogere Hurgerschool te Enkhuizen. Hij schreef: Sophocles\' treurspel Antigone, in Nederl. verzen vertaald, Hnarl. 1861; Tivaalf gedichten, Utrecht 1801; Een ziel na den dood, komedie van Heiberg, in Nederl. verzen vertaald. Utrecht 18G5; De Noordsche Don Juan of heer Kregels liefdesavonturen (onder het pseudoniem de literator Epimetheus) Ironisch-episch gedicht in (J zangen, Leiden 1868; Willem van Harpens\'leerjaren, novelle. Enkhuizen 1871; 11. W. Longfellow. Eene bloemlezing en waardeering. Beverwijk 1873; Eerzucht en Liefde, hlijsp. in 2 beur.. Puimerend 1874; en verder vele stukken in onderscheiden tijdschriften. Brinkman (N, C.) zie Strcek-Brink- man {N. O. van). Brit (Gesina), geb. te Blokzijl in Over-jjsel, was een dichteres, die behalve eenige verspreide verzen, afzonderlijk heeft uitgegeven; Uiterste wil van een moeder aa)i haar kind, 1698. Brocquy (Jan Hendrik le) in 1790 geb. te Gent, waar hij gedurende vijftien jatvr professor was van het Atheneum. Nog voor 1830 werd hij advocaat, later rechter, hetgeen hij bleef tot\'kort voor zijn dood. Hij overleed te\' Gent 2 Mei 1858. In het Fransch vertaalde hij Siegenbeeks Geschiedenis der Nederduitsche Letterkunde. In 18^0 stichtte hij het Letter- en Staatkundige Dagblad, dat evenwel slechts zes maanden bestond. |
Brooqny (Peter le) broeder van den Voorgaande, geb. te Gent 1 Februari 1799 en overleden le Nijve) \'i Februari 1864. In zijne jeugd legde hij zich toe op de rechtsgeleerdheid en werd later dagbladschrijver, om in 1830 de omwenteling hardnekkig te kunnen bestrijden. In 1839 werd hij hoogleeraar in de Germaansche talen te Gent, en van 1852—54 leeraar in de Latijnsche rhetorica bij het college van Nijvei. Hij schreef een groot aantal Fransché verken , waaronder vooral uitmunt Analogies linguis-tiques. Du flamand dans ses rapport» avec les a ut res idiomes d\'origine teuton!que, Bruxelles, 1845. In het Nederlandsch verscheen van hem: De dulle Griet, Vlaein-sche liedekens op den tijd, door eenen waren volksvriend, Gent, 184Ó. Brwcck (Peter ran den) te Antwerpen geboren omstreeks 1584 verliet reeds in het volgende jaar zijne geboortestad , daar zijne ouders, na de overgaaf van Antwerpen aan Panna, naar Noord-Nederland weken en zich te Amsterdam vestigden. Peter v. d. B. bestemde zich voor de zeevaart en deed verre en gewichtige reizen. Na gedurende 17 jaren in Oost-Indië\' een aanzienlijk amlit te hebben bekleed, keerde hij naar Holland terug. Ben 8 Juli 1630 kwam hij aan te Amsterdam en de toenmalige stadhouder Frederik Hendrik schonk hom namens de Oost-Indische Maatschappij eene gouden ketting van 200 gulden voor dien-slen den lande bewezen. Ten jare 1640 liet van den Broecke zich overhalen om terug te keeren naar Indië, alwaar hij het volgende jaar bezweek bij het belegeren van Malakka. Als schrijver is hij bekend door zijn werk; Journaelsehe aentyohening van hetgeen mij op mijne reizen zoo van Cabo-verde, Angolo, Guinea en Oost-Indië voorgevallen is, Amsterdam; en: Curieuse beschrijving van de zeden en ommegang van rerschegden Oost-Indische gewesten, inzonderheid van Golkonda en Pegu, Rotterdam, 1677. B\'roeck {Judo van den) den 24 Januari 1834 geb. te Antwerpen, waar hij goudsmid is. Hij leverde vele volksliedjes in het tijdschrift Noord en Zuid, in de Vriendschap en in het weekblad De Werker, terwijl hij van 1809 tot 1870 het bladje Lucifer uitgaf. Eenige zijner schriften verschenen ónder den titel: Van alles Wat, luimige dichtstukjes door Judo, Antw., 1869. Eveneens gaf hij uit: De Zondvloed, hekeldicht op onze tijden toegepast, door Judo, Antw., 1870, Broeck (Prosper ran den) zoon van den voorgaande , den 1 Maart 1869 geboren te Antwerpen, waar hij evenals zijn vader goudsmid is. Hij schreef: De Schat van den Uitwijking, geschiedkundig ruman, door Prosper van Breuseghem, Antw. 1887. Brucokacrt (Kavel) geh. te Gent in 1767 en overl. 11 Aug. 1826 te Aalst, waay |
Krocokacrt—Brock.
|
hij griffier van het vredegerechl was. Bij den eersten inval der Franschen gaf hij het dagbladje uit: Dadelijks Nieuws ran Vader Boeland, Gent, Van 1799—1800 gaf hij uit: De Syssepanne ofte den estami-net der ouderlingen , Gent. Mot den aanvang der 19e eeuw werd zijn gedicht Over den laster te Brugge bekroond en in 1806 bezong hij \'s Menschdoms Val en Verlossing. Hij den ondergang van het eerste Fransche keizerrijk gaf bij zijn harte lucht in vadeilandsche poëzie. Voorts schreef bij: Wederkomst van het ontstolen tafereel SI. liochus ran 1\'. I\'. lliibens, aan de stad Aalst teruggeschonken in 181(); Gedicht ter gelegenheyd der Jubelfeest van den heer C. de Uuddere, Jnhile-rende koning der Catharinisten in Aelst ten jare 18i 1; Minst moeit best, gezelschapslied 18^8. In proza schreef hij in de Dobbele Schapers Almanakken van de jaren 1815—17 kleine stukken. waaronder de vermaarde volksromans Jellen en Mietje, Oentsche vrijage en Het avondpartijtjen, of die niet verliezen wilt, mag niet meè spelen ; en Meester Naei/er, of men moet he.t nazien , alle na zijn dood te Gent in 1841 uitgegeven. Hrucokncrt (Jan) geboren te Wetteren (Oost-Vlaanderen) 13 Febr. 1837. Hij was eerst gemeentesecretaris en ontvanger van het bureel van weldadigheid en dor godshuizen in zijne geboorteplaats; tegenwoordig is hij aldaar griffier van het vredegerecht. Hij schreef; De volkstaal, dichtstuk, (bekroond), leperen, 1858; Geschiedenis van Wetteren,gevolgd van eene historische schets der omliggende gein\'enten. Gent, 18(iiJ; Historische schets der gemeenten Overmeire en Uitbergen, Brussel, I8I5Ü; Beknopte Geschiedenis der Toonkundige maatschappij van Wetteren, Wetteren, 1803; Over de namen der gemeenten van het arrondissement Dendermonde, Denderm. 1803; Eene bijdrage tot de geschiedenis van het onderwijs, Antw., •187(); Burggraef Hipp. Vilain XIV, Wetteren, ■187\'2; Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost- Vlaanderen, (met medewerking van Frans de Potter), Gent, ISüï! - 80. Dit werk wordt nog voortgezet en bestaat reeds uit 32 deelen. Statistische verhandeling over de gemeente Nazareth (met denzelfden), bekroond door de Kon, Acad, van Brussel, Brussel, 1809; Antoon van Dijck, door Fr. do Potter en J. Broeckaert, bekroond door de Kon. Acad. te Brussel, Brussel, 1873; Geschiedenis ran den Belgischen lioerenstand (met F. de Potter) bekroond door de Academie, Brussel, 1880; Over de letterkundige bewening in Vlaanderen tijdens de verledene eeuw, Gent, 188Ü ; Koninklijke Gilde van St.-Sebas-tiaan te Wetteren, Wetteren, 1881; Redevoering , uitgesproken ter gelegenheid der prijsuitreiking aan de bekroonde maatschaji-pijen en tooneelisten in den wedstrijd , uitgeschreven door den tooneelkring: Voor Taal en Vaderland, te Wetteren den \'26 Maart 1883, Wetteren, 1883; De Brug over de Schelde te Wetteren, Wetteren, 1880. |
Broccklioff (Joh an Pi eter), geb. te Keken tusschen Zevenaar en Kleef, leerde den handel te Amsterdam en vestigde zich als koopman te Emmerik. Hij schreef: Dichten Redekundige Zinnebeelden en Bespiegelingen, met pl., Amst. 1770 en behaalde bij Kunstliefde spaart geen tijd een zilveren medaille met zijn gedicht Lof der Dankbaarheid (1773). Itrocokx (Cornelis) geb. te Antwerpen 1 Juni 1807 en aldaar 3 Nov. 1809 overleden. Hij studeerde te Leuven en vestigde zich als geneesheer in zijne geboorteplaats. Behalve talrijke Latijnsche en Fransche werken , schreef bij ook in het Nederlandsch; Levensschets van doctor Lazarus Marcquis, geneesheer cn vriend van P. 1\'. Rubens, Antwerpen, 1854; Levensschets van doctor Willem Marcquis, gezworen geneesheer der stad Antwerpen, geneesheer van St. Elisabeths-gasthuis, enz., Antwerpen, 1856; Levensschets van Mich iel Boudewyns, doctor in de wgs-begeerte en geneeskunde, leeruur, enz., Antw. 1^56; Levensschets van Willem Jan Stevens, doctor, enz., Antwerpen, 1857; Geschiedenis van het collegium medicum van Antwerpen, Antw. 1858; Johan Ferreuli, boekbeminnend geneesheer in de XVIe eeuw, Antw. 1862. Het was op Broeckx\' aandringen dat de Koninklijke Academie van België het besluit nam om in de letterkundige wedstrijden naast bet Fransch en Latipi ook het Nederlandsch toe te laten. Hrocdclct {Jacobus Salomon), geb. te Voorburg 15 Januari 1844, werd kadet aan de Militaire Academie en in 1864 2e Luit. bij de genie in O.-lndië; in 1870 werd hjj 1ste Luit. en in 1874 kapitein. Weinige jaren daarna gepensioneerd zijnde, vestigde hij zich als wijnhandelaar te \'s Hage, waar hij nog is. Hij gaf een metrische vertaling van Korners Rosamunda. Met een woord tot inleiding van J. A. Alberdingk Thijm, \'s Hage 1876. Broek (Johan Jacob Le Sage ten), geb. te \'s Hage m l74\'2, promoveerde in de Wijsbegeerte aan do hoogeschool te Groningen, werd predikant eerst te Lippenhuizen, later te Werkendam en de Werken, en in 1769 hoogleeraar in de philosophie aan de Groninger hoogeschool. Acht jaren later beriep de Hotterdamsche gemeente hem als herder en leeraar, wolk beroep hij aannam. Om zijn patriotsche gevoelens in 1787 van zijn |
Uroek—Brocklioll\' Hz.
413
|
ambt ontzet zijnde, leefde hij ambteloos tot 1795, toen de revolutie hem in zijne bedie-ning herstelde. Le Sage ten Broek overleed te Rotterdam ÜO Jan. 1823, na het jaar te voren emeritus te zijn geworden. Behalve zijne godgeleerde twistschriften en kerkelijke redevoeringen, schreef hij; Reilc-voerhir/ over de verdraagzaamheid, Hott. 171)7; Redevoering over de i\'hiloaophU\', Uott. en gaf hij eene vertaling met aanmerkingen van D. van de Wijnper se., Onder/rijs in de redekunde met aanmerkingen van J. J. Le Sage ten Broek, quot;1 dln.. Rolt 178Ü. Hrock (Joachim George Le Sage ten), zoon van den voorgaande, geb. te Groningen in 1775, was notaris te Naaldwijk. Hij ging in 181G tot het Katholieke geloofover, en schreef daarop een boekje, getiteld: De voortrclfelijkheid van de leer der lioomsch-Katholieke kerk geschetst, Amst. 181(5, dat eenige drukken beleefde en tot veel twistgeschrijf aanleiding gaf. Hij legde in 18^9 zijn betrekking neer wegens steeds toenemende blindheid en stierf le Grave II Juli 1847. Van zijne werken noemen wij: Dichtproeven, Rolt. 1808. Hij was redacteur van het tijdschrift de Godsdienstvriend en van het weekblad de üatholieke Stemmen. li rock [Lambert us van den), schreef in \'t einde der 17e en in \'t begin der )8e eeuw onder het psdniem. Paludamcs; Min-date Amst. lC8i en Beleg en ontzet van Weenen, Amst. 1()84 (beide blijeind-trsp.); Bijbelstoffen en Zangen 170J; Lombardgn, of de bedriegelijke Procureur (naar \'t Fr.), blijsp., 1714; De verraderse Medeminnaar, of t gehikte huwelijk door bedrog, blijspel , 1715; De Vrijer Kamenier en de kneclit Minnemoer of de gelukte liefdelist, kluchtsp., Amst. 17:20; De triumpheerende Liefde (naar \'t Fr. van de la Font), Amst. 174U; Milton\'s Paradijs verloren (naar \'t Eng.) Amst. 1740; De huwelijken bij geval of het vermogen der liefde, blijsp. Amst. 1742; De nieuwsgierige regzigers naar het campement, kluchtsp. naar \'t Fr van Dan-court, Amst. 1742; De dood des Admiraals de Coligng, trsp. (naar \'t Fr. van Voltaire), 1743. IIroek (Lambrecht van den) le Rotterdam 31 Aug. 1805 uit geringe ouders geboren, kreeg hij in zijne jeugd weinig en slecht onderwijs. Door zelfopoffering zich ontwikkeld hebbende, werd hij op voorspraak van zijn begunstiger, den predikant llox, op een handelskantoor geplaatst. In 1824 plaatste v. d. Br. zijn eerste vers in den Muzenalmanak, welks uitgever. Immerzeel, sedert dien tjjd de leidsman van onzen dichter werd op zijne letterkundige loopbaan. B. overleed 1(5 Deo. 1803. Van zijne hand verschenen: |
De reis naar Java, dichterlijk tafereel, Roti. IKÜi!; De Batavieren, in 4 zangen. Leeuw. 1833; Vaderlandsche Poezg, Amst. 1834; Nieuwe Gedichten, Rott. 1834; Ernst en Luim, Poelische Verscheidenheden, Relt. 183(5; De ondergang van Jeruzalem , Dichtstuk, Rott. 183(5; Nederlands Verlossing in ISPi herdacht, feestzang, Amst. 1838; Feestzang ter inwijding der nieuwe beurs van, Amsterdam , Amst. 4845; liet Coelibaat, JL\'en schets naar het leven, Amst. 1840; Lied in de lente van 1846, Amst. 1840; De bededag, 2 Mei 1847, dichtst.. Kolt. 1847; Herinneringen aan Nederlands verlossing in 1813, dichtstuk, Rott. 1847 ; Proeve van gedichtjes voor kinderen van alle standen , Amst. 1847; De schipbreuk, dichterlijk tafereel, Rott. 1847; Bloemen, Leid., Olijfbladeren, Evangelische dichtstukjes voor de jeugd, Hott. 1850; De jaargetijden , Luim en Ernst, Haarl. 1851; Schetsen en Omtrekken, Luimige (Humoristische) dichtstukken, Rott. 1852; Oost West, \'thuis best, poëzie en proza voor de jeugd, Warmond en Amst. 1853; Veertien Photograph iën, Wijk bij Duurst. 1854; \'Kleine gedichtjes voor jonge kinderen (5 tientallen), Rott. 1854—55; Een schipbreuk, de loods en de visscher, drie zcctafer., \'V\\e\\ 1855; Dichterlijk Mozaïk, Alkm. I85(5_; Geïllustreerd Album voor de jeugd, Dichtstukjes en Gezangen , Rott. 4856; Gedichten, Amst. 1857; Vaderlandsche Muze, Nieuwe Gedichten, Rott. 1857; Kindergedichtjes, (3 stukjes) Leid. 185K; Kleine gedichtjes, Leid. 18o8 ; Stoute jongens en meisjes, een prente-boek , Leid. 1859; Versjes en vertelsels voor jongens en meisjes, Arnh. 1859; Proza en poezg voor jongens en meisjes, Arnh. 4859 ; Nacht en Dageraad of Nederland en Spanje, dram.-alle.gor. voorstelling, Amst. 18(51; Bloemen iwi bladeren geplukt en geschikt, Amst. 1801; Souvenir, Poezg voor Hollands Schoonen, Leid. 1802; Zomergroen , Gedichtjes voor de jeugd, Leid. 18(52; Biiitenlust, kleine landelijke vertellingen, Haarl., 18(52. Voorts nog vele losse verzen en kinderboekjes. Zi)11 Nagelaten en Verspreide Ge-\'dichten met eene aanprijzende voorrede van A, Bogaers en een schets van \'s dichters leven door H. Maronier zijn uitgegeven le Hott. 1864. V. d. Broek was ook medewerker aan het Humoristisch Album onder het psd. Celibatarius. Anoniem gaf hij uil: Grootvader Peter Kras, Praatjes van een ouden Zeeman , Rott. 1859 en Prof. Celibatarius , zijne redevoeringen, kamergedachten, enz., Rott., 1802. ■trovklioft\' jiïi, [Jacobus) geb. te Enk-lunzen 25 Dec. 1839, was eerst kantoorbediende, later verificateur bjj\'s Rijksbelastingen te Schiedam en te Amsterdam en thans ontvanger der directe belastingen te Guyk, |
8
i
Jtrockliiilzen —UrocH»
114
|
Hij schreef anoniem of onder hel psdniem van Javo, meest voor rederijkers; De schiihlbe-hentenis, trsp. (vrij naar hel Fr.), Zaandijk 1808; De vloek van Galilei, trsp., Zaandijk 18(i0; Onteerd, oorspr. trsp.. Zaand. 1870; Wie ben ik, blijsp. (naar \'t Hoogd ), Zaand. 1870; Een stoute daad, hist. trsp. (1573), Gor. 1870; Naar Parijs, bijjsp. Gor. 1871, 1(572; GeschiedL. dram. episode, Gor. 1871; Het Godsgericht (dit en de volgende onder zijn eigen naam), trsp.. Hoorn. 1871; Wie is de vader, hlsp., Hoorn 1871; Ken les voor jonggehuwden, blijsp., Hoorn 1871; Zoo als het meer gaat, blijsp., Zaand 1X71; Schoenmaker, hond u bij uw leest, blijsp., Zaand. 1871; Ken oude vrijer bedrogen, blijsp., Gor. 187:2; De man met het doodshoofd , bist. dram. schets, Kampen 1872; Geld of het testament eens gierigaards , oorspr. trsp., Hooin 1872; \'Iwee broeders, dram. schels (vrij naar het Eng.), Purm. 1872; Joost Uilenspiegel, blijsp , Zaandam, 1872; Dc giftmenger of het offer eens vaders, dram. schels, Zaand 1872; Inkwartiering, blijsp. Purm. 1873; Twee broeders, dram. schels , id, Voorts nog De instrumentmaker van Rotterdam, novell.. Hoorn, en DeSehout Papegaai, vertell.. Hoorn; De eer eens vaders, oorspronkelijk drama, schets in 4 bedr. Zaandijk, 1875;\' De drie werkstakers of de raven brengen geen brood, blijsp. id.; De onbekende sehoone, blijsp., id.; Kene hutce-lijksadvertentie of de geplaagde schoolmeester, blijsp., Hoorn, 1875; Specaleeren of misdadig uit kinderliefde, tooneelsp. in 4 bedr. id.; Twee zusters, tooneelsp. in 5 bedr. Zaand., 1878; Jochem Uilenspiegel, oorspr. blijsp., Zaandijk, 1883; De verstrooide Notaris, oorspr. blijsp., Zaandijk , 1885. JUruckliiilzGii {Johan van) zag het levenslicht te Amsterdam 20 Nov. 1649 , was eerst leerling in een apotheek, ging later in den krijgsdienst en bracht het lot kapitein-hiite-nant. Hy woonde den veldtocht van 1072 bij, maakte met zijn regiment den zeetocht van de Ruyter naar Amerika in 1074mede, kwam na den vrede van Nijmegen in 1(378 te Utrecht in bezetting, alwaar hij zich de vriendschap verwierf van den hoogleeraar J. G. Graevius. Tijdens zijn verblijf aldaar was hij als secondant bij een tweegevecht tegenwoordig , dal noodlottig afliep en hem als medeplichtige insgelijks hel leven zou gekost hebben, ware niet zijn vriend Graevius voor hem in de bres gesprongen; door zijn invloed verkreeg B. gratie van den stadhouder. Naar Amsterdam verplaatst zijnde, werd hij aldaar lid van een dichtgenootschap. Na l(3\'.l? werd hij gepensionneeru en vestigde hij zich metterwoon onder Amstelveen, zicli geheel aan de beoefening der Latijnsche en Nederduitsche poezie wijdende. Hij overleed aid. 15 Dec. 1707. Zestig jaar later liet Mr. A. Galkoen te zijner eer in de kerk te Amstelveen een gedenkteeken plaatsen. Zijn Nederduitsche Gedichten zijn te Amst. in 1712 door D. van Hoogstraten uitgegeven. Zijn gedichten zijn het laatst uitgegeven door Dr. K. A. Kollevvijn, Amerfoort, 1883. |
Mruer» {Cornell\'s), geb. te Amsterdam 18 Nov. 18U3, was eere-kamerheer van Z. H. Paus Pius IX, kanunnik van de Kathedrale kerk te Haarlem en hoogleeraar aan het Seminarium te Warmond, alwaar hij overleed 28 Dec. 18()0. Hij schreef: De terugkeer can Hugo de Groot tot iiet Katholiek geloof, \'s Hage, 1856 Verder vele hoofdartikelen in het tijdschrift de Katholiek van 1842 tot aan zijn dood ; van een onafgewerkt heldendicht, getiteld Constanstijn , zijn drie zangen in genoemd tijdschrift geplaatst. Voorts nog eenige vlugschriften. .Broeri* (Hendrik Jan), geb. te Utrecht 9 Oct. 1815, was geneesheer in zijn vaderstad van 1839—1872. Wegens toenemende zwakheid van gezicht, welke met blindheid eindigde, legde hij zijn praktijk neer en ging als particulier te Pulten wonen. Hij overleed 20 Januari 187(). Behalve vele genees-en verloskundige werken en bijdragen in tijdschriften , schreef hij; Twee causerien , Utr. 1857; Losse volksblaadjes over vader-landschegeschiedenis, 2 seriën, Utr, 1855—08. Bijdragen tot de geschied, van het Ned. zeewezen , 4 st, Utr. i807 09, Utr. Historische wandelingen, Utr, 1874; De vogels. Iets uit de na tuur l. historie aan mijne kinderen verteld, Middelb. 1875, Voorts schreef hij vele bijdragen in tijdschriften en jaarboekjes, zoo als in Nederland, de Bibliotheek van het Huisgezin, de Schat der gezondheid, Almanak van het sehoone en goede en was verscheiden jaar een der redacteurs van de Tijdstroom. Hi\'och {Petrus), geb, te Amsterdam 9 Juli 1720, was achtereenvolgens predikant te Velp, te Nieuw-Loosdrecht, te Vlissingen, te Haarlem en te Amsterdam, en stierf aldaar 20 Oct, 1790. Hij is de schrijver van een stichtelijk werk : De peinzende Christen of bundel van stichtelijke gedagten voor de eenzaamheid , 4 st,, Amst. 1784, dat in 1863 een 8sten druk beleefde. UrocH (Broiiërim), zoon van den voorgaande , geb te Velp in 1757, was eerst predikant te Vuren en Dalem, daarna te Vlissingen en toen hoogleeraar in de theologie te Leiden, schreef een gedicht Ow den heilzame// invloed der dichtkunst op den Godsdienst, door \'t Haagsch Genootschap met zilver bekroond, alsmede een ander: Over de liefde tot de vijanden, te vinden |
HriieN —UruuNliuofi,
115
|
in de derde proeve over \'t Evangelie van Mattheus. Voorts Eeuwzang op het WO-jarig feest der Leidsche lloogeschuol, geoierd den Hsfen van Sprokkelmaand 1775. Hij stierl\'te Leiden •ii Febr. 17!gt;9. UrocM (Wilhelm), broeder van den voorgaande, geb. te Amsterdam 19 Oct. 17ü(), stond achtereenvolgens als predikant te Voorschoten, Zutfen, Leiden en Amsterdam (1804). In laatstgenoemde stad was h ij \'A\'i jaar werkzaam, toen legde hij wegens lichaamsverzwakking het predikants-ambt neer en sleet nog 20 jaar in werkzame rust. Zijn dood viel voor 7 Jan. 1858. Onder zijn werken noemen wij: Geschiedk. onderzoekingen over de vereeniging der Protestanten in de Nederlanden, door een leeraar bij deafd. der Hervormden, \'s Hage 18i2; De Kerk en Staat in wederzijdsche betrekking volgens de geschiedenis, 4 din., 5 stukken, Amst. 1810; Philips van Marnix, Heer van St. Aldegonde, hijzonder aan de hand van Willem 1, .i dln., Amst. 18^8—40; De eerste kerkvergadering te Jeruzalem gehouden voor Christelijke vrijheid-Een voorbeeld voor elke latere kerkvergadering, (zonder naam) Zutfen 1843; Charlotte \'de Bourbon, aan het ziekbed van Willem 1, Prins van Oranje, 1850. Voorts verschenen van hem Leerredenen, de Bijbel uit God, de Textenrol en andere godsdienstige werken. Hrom (Eduardus Theodoras Joannes), geb. 20 Juli 18(i\'i te Amsterdam, is werkzaam op het Assuradeurskantoor van zijn vader. Hij schreef: Een bundel Gedichten, met een voorrede van prof. Alberdingh Thijm, Amst. 1880. Bromininok (Joris). Zie LvNiiinaNHe (A. F. H. de). lintniH (Carl Edward), geb 17 Maart 1841 te Amsterdam, waar hij hoofd is eener handelsfirma. Hij schreef: Daniël Hjort, trsp. uit het Zweedsch, Amst. 1S77; 7 Kan niet, blijsp. uit \'t Zw , Amst. 1884; Een Liederkrans, Poëzie, Haarl. 1884. Hij plaatste vele bijdragen in het tijdschrift „Nederlandquot;, waarvan hij sedert 1885 mede-redacteur is. llroiigcrMiiin (Titia), geb. te Dokkum in de eerste helft der 17de eeuw, woonde waarschijnlijk te Groningen. Zij schreef: De Bronzwaan of Mengelgedichten, bestaande in lof-gedichten, geestelijke stoffen, gezangen, afbeeldingen, verjaar-gedichten, lijk-klachten, bruylofts-zangen, enz , Gron. KiSü. In dezen bundel komt onder anderen een gedicht voor, getiteld: Lof op \'t hunebed, of de ongemeene opgestapelde steenhoop te Borger in Drenthe, |
UroiiHvcId (Andries Willem), geb. te Harderwijk 16 Jan. 1839, predikant eerst te Ophemert (18(1^), daarna te Gharlois (18G6), te Haarlem (18H8), en thans te Utrecht. Hij schreef: Rijmpjes, 1861; Bloemlezing uit de gedichten van Joel. Lodenstein, met inleiding en woordenlijst, Rott. 1867; Voor hart en huis, Verscheidenheden wit de werken van Dr. E. L. Mallet, Haiderw. 1809; Ons middelbaar onderwijs. Wenken en wenschen, Amst. 1873; Schetsen uit het Godsd. en Kerkelijk Leven in de vorige Eeuw, Amst. 1873; Enkhnizen\'s bevrijding, Wagen. 1873; Leiden in 1074. Utr. 1874; Jan Ar entszoo n, Utr. 1874; Toespraak bij de opening der Christelijke school te Haarlem voor den werkenden stand op 16 Sept. 1875, Amst. 1875; Gedichten, oude en nieuwe, Amst. 1870; Het lied der gemeente, Utr. 1885; lieisfantaziën, Utr. 1885. Voorts opstellen en recensies in het maandschrift Stemmen voor waarheiden vrede, Amsterdam 1864—73. Uroonian (Lodewijk) Vlaamsch en La-tijnsch dichter, geb. te Brussel, naar allen schijn in 1591, en aldaar overleden tenjare 1667 Hij bekwam den f;raad van doctor in de rechten en was gunstig bekend als dichter en taalkundige. Van hem verscheen: De Brieven van P. Ovidius Naso, Ghenaemt in \'t Latijn epistolae hero\'idum, Over-yheset in onse Nederduytsche Taele, door L. B., Brussel, 1659, Antw. 166-A llrooHhooff (I\'ieter), geb. te Giessendam bij Gorinchem, 18 Oct. 1845, promoveerde in 1874 in de rechten te Leiden, was als student twee jaar medewerker aan het Leidsche Dagblad, van 1874 tot Dec. 1875 hoofdredacteur van het Letterkundig Tijdschrift Onze Tolk, sedert Juli 1876 hoofdredacteur van het weekblad: de Liberaal en een tijd lang hoofdredacteur van een Indisch blad te Batavia. Na eenigen tijd hier te lande te hebben doorgebracht is hij thans weder als redacteur in Indie werkzaam. Hij schreef: Beschouwingen over \'Thor-becke, naar aanleiding van zes volksgesprekken op 5 Juni 187-2 onder het pseudoniem van Pébé (P. B ), Leid. 1872; Multatidi, de Natie en Thorbecke, brochure (omstreeks 1873 het eerst verschenen in de Vox Studiosorumj; Academische Dissolving Views (waarvan drie afleveringen verschenen). Leid. 1875; Herinneringen in proza en poëzie aan het 300-jarig gedenkfeest van de stichting der Leidsche Academie, Arnh. 1875; Geeft Indië wat Indie\'s is. De „bijdragequot; ah sluitpost verdwijne van de Indische begrooting Het Indisch „batig slotquot; uit de Nederlandsche schatkist. Koloniaal-staatkundige beschouwingen , Sarnarang 1878; De kinderen van baron van Batenberg, roman in ïi dln., Arnh, 1830; Zijn meisje\'komt uit |
Hroueke—:
116
Brouwer.
|
oorspr. Indisch blijspel in 3 bedr., \'s-Hage 1883; Gedenkt te sterven. Tafereel uit den Indischen Choleratijd, Ulr. 188i; Plicht, roman, Amst. 1880 Voorts losse gedichten en stukken als bijdragen in verschillende tijdschriften, dagbladen enz. Bronoke (Jan van den) geb. te Ostende 21 Maart 1783, verloor vroegtijdig zijnen vader en moest een ambacht ieeren; zoo werd hij kleermaker te Brugge, waar hij op 4 April 1855 overleed. In 1842 werd hij bekroond voor eene verhandeling over Het voordeel hetwelk een geschikt redenaer uit de moedertael trekken kan. Verder schreef hij: Het wonderbeeld of het geesteneiland, tooneel-suel met zavg in dry bedr., in 1845 bekroond; De doortogl naar Vlissinge, of de Sauve qui peut, in het jaer 1H09 aen de Dampoort te Brugge, bh/spel met zang in een bedrgf, 1845; De verwarde schaking, of de tiveeling-zusters en de tweeling-broeders, blijspel met zang in twee bedrijven en drie tafereelen, Brugge, 1848. Urouckd (Karei van den) , zoon van den voorgaande, geb. te Brugge 8 Mei 1824, was aldaar kleermaker evenals zijn vader. Hij won onderscheidene prijzen, en schreef onder anderen: Bertha, of nood en heldendaed (1577) vaderlandsch zangspel in twee bedrijven, (met Jan Godefroy), Brugge, 1854; De wraek te middernacht, of 15 jaren later, topneelspel met zang in vier bedrijven, Brugge, 185(). Brouerlud Tan Niedek. Zie Xlcdck. Broiiwenanr (Jan Frans) , geb. te Vlis-singen 15 Juli 1815, legde zich te Brussel, bij Geefs, op de beeldhouwkunst toe, en trok later naar Amsterdam, om naar een prijs te dingen. Hij spande zich daarvoor zóó in, dat z\\jne geestvermogens eenigszins gekrenkt werden; hij stelde zich voor dat hü geen prjjs winnen kon , en wilde zich meermalen het leven benemen. Toen hem de eerste prijs toch toegewezen werd , stierf hij, ïi4 Sept. 1849, te Amsterdam. Van zijne gedichten zijn de meest bekende: Het klokkenlied, opgenomen in het Vaderland, 1845; Lodewyk XIV in de Nederlanden en Michael Angela, naer Chênedolle, beiden in de Vlaam-sche stem 1817—1841); Manfred, naer Byron en Het oprukken van het Vereenig de Kruisleger onder Godfrieds opperbevel naer Jerusalem. Slot des len zangs van Tassoos „Geru-salemme liberataquot;, beiden in het Taelverbond van 1848 en I85U. In 1855 verscheen zijn Dichterlijke Nalatenschap te Middelburg. Brouwer (Ilendrik), achtste Gouv.-Gen. van Neèriancls Indië van 1632—35. Zijn bestuur leverde weinig merkwaardigs op. |
In 1041 zond de W. 1. Compagnie hem naar Z.-Amerika om de inboorlingen van Chili tot opstand tegen de Spanjaarden aan te zetten, doch hij stierf in 1043, zonder zijn last volbracht te hebben. Het Journael van (zijn) reyse is in 1046 uitgegeven. Brouwer {II.), schreef: Het helegh van Legden , trsp., en Het outset van Legden , blijeindend trsp., Amst. 1083, Brouwer Az. (Kornelis), geb te Rotterdam (?), maakte door den druk gemeen: Dichtlievende Oefeningen, Amst. 1782, en Gods Wijsheid in de Werken der Natuur en andere Zede- en Mengeldichten, Amst. 1791; Ncrlands wekker eii toestand dezes tegenw. tijds, door K. A. B. 17 Aug. 1793. Brouwer Vx, {Petrus), geb. te Tjallebert in 1749, was predikant te BI ei a en Hooge-beintum en overleden te Ternaart 19 Mei 1830, schreef met W. Eekhoff: Nasporingen betrekkelijk de geschiedenis der voormalige Middelzee in Friesland, Leeuw. 1831. Brouwer (Paulus Wilhelmus), geb. te Arnhem in 170U, was achtereenvolgens predikant te Sleeuwijk , Dreischor en Maassluis, waar hij 28 Febi-. 1834 overleed. Van zijn pennevr\'uchten noemen wij: Feestzangen op het Hervormingsfeest en gedrukt bij zijne Korte schets van de Geschiedenis der Hervorming , voorgedragen in eene godsdienstige redevoering den 2 Nov. 1S07. Voorts nog I eenige leerredenen en godsdienstige werken. Brouwer (Petrus van Limburg), geb. te Dordrecht 30 Sept. 1795, werd voor geneesheer opgeleid, en vestigde zich, na zijne promotie tot doctor in de medicijnen te\'1 iel en toen te Rotterdam. Doch B. gevoelde alras dat hij veel meer hart voor de oude letteren dan\' voor de medicijnen bezat. In 1820 doctoreerde hij in de letteren en werd, na vijf jaar conrector, eerst te Alkmaar en daarna te Rotterdam te zijn geweest, in 1825 bevorderd tot hoogleeraar in de Oude Letteren te Luik. Na de Belgische omwenteling werd hij in diezelfde betrekking overgeplaatst naar Groningen, waar de dood hem 21 Juni 1847 wegrukte. Zijn werken zjjn de volgende: Proeve over de zedelijke schoonheid der poezg van Homerus, en den im loed der denkbeelden aangaande God en Gods bestuur op dezelve, Leid. 1825; Proeve over de zedelijke schoonheid der poezg van Pindarus, Amst. 1820; Proeve over de zedelijke schoonheid der poezg van Eschylus, Amst. 1827; Gedachten over het verband tusschen de zedelijke en Godsdienstige beschaving der Egyp-tenaren, Amst. 1828 (met een aanhangsel); Char kies en Euphorion, een verhaal van |
Brouwer—;
-Brouwers»
117
|
Clearchus de» Ci/priër, Gron. 1831; Proeve over de zedelijke sclinonheid der poezij van Sophocles . Gron. 1332; idem over Euripides, Gron. 1833; Verhandelingen en losse ije-schriften, Gron. 1836; Dinphanes, 2 dlii , Gron. 1838 ; Gesprekken der dooden , Gron. 1839; Handhoek der Grieksche Mythologie, Gron. 1841; T)( Concordaten , een uitvloeisel van de genadige goedertierenheid des If Vaders Een kloostergesprek aan gene zijde der bergen gehouden, Gron. 1841 ; Een Ezel en eenig speelgoed, Gron. 1842 ; Overzigt van de geschiedenis der allegorische uitlegging van de Grieksche mythologie, Arast. 18Ï3; Cesar en zijne tijdgenooten , 4 dln., Gron. 1844 - 46; Schoonheden uit de Grieksche treurspeldichters, Gron 1845; liet leven ran Mr. H. I. Wiselius (zijn schoonvader), Gron. 1846; Brief over de nieuwe philosophic aan een orthodoxen Hagenaar door een regtgeloovigen Amsterdammer, Gron. 1816; Het Leesgezelschap te Diepenbeek, Gron 1847, 2e dr. 1848, 15e dr. 187!). Voorts nog eenipe redevoeringen en vertalingen, onder welke laatste De Verloofden (een roman van Manzoni), 3 dln., Gron. 1835 en Het leven van Beiwenuto Cellini, Elorentijnsche goudsmid en beeldhouwer, door hem zeiven beschreven (beiden uit het Ital. vertaald). Zijne Romantische Werken werden in 1871 uitgegeven bij A. W. Sijtbofl\' te Leiden. Voorts een paar Fransche\'Werken. Brouwer (Petrus Abraham Samuel van Limburg), zoon van den voorgaande, geb. te Luik 15 Nov. 1829, studeerde in de rechten te Groningen en werd in 1856 bij het rijksarchief aangesteld. Van 1861—66 was hij lid van de Tweede Kamer. Een tering-ziekte, die vier jaar lang zijn krachten sloopte, maakte een einde aan zijn werkzaam leven. Hij stierf te \'s Hage 13 Febr. 1873. Historie, letteren en wijsbegeerte waren zijn geliefkoosde studiën. Vele van zijn beoor-deelingen en beschouwingen vindt men in de Gids (van welk tijdschrift hij geruimen tijd mede-redacteur was, evenals van de Spectator), over Savonarola, Frans 1 en Karei V, over de anti-revolutionaire school, en over Spinoza. Zijne studiën strekten zich uit over het Sanskrit, Hebreeiiwsch , Arabisch en Chineesch , en de bewijzen van zijne bedrevenheid in alle deelen der Sans-krit-letterkunde heeft hij neergelegd in de XV laatste jaargangen van de Gids en in zijn Akbar, een Oostcrsche roman, \'s Hage, 1872 , 2e dr. 1873. Brouwers (Jan Willem), geb, te Margraten bij Maastricht 1 Jan. 1831 , was van 1854 tot 1863 professor te Roermond, daarna tot 1870 rector van het St. Bernardsgesticht te Amsterdam en mede-hoofdredacteur van de Tijd, en is thans R. K, pastoor van de |
Bovenkerk to Nieuwer-Ainstel. Hij schreef; van den Vondel, dichtwerk met letterkundige en orographische aanteekeningen; Een groot Nederlander, Hoogleeraar en stichter van Hoogescholen , groot schrijver en groot redenaar in Duitschland, in Italië, in Polen , en groot burger, Canisius, Redevoering, Gent; Voor Vondels standbeeld-. Redevoering gehouden bij het Vondelsfeest te Roermond, met pl., Roermond, 1862; Neê.rlands keizerlijk kapittel, Neêrlands eerste Christenkerk, Neêrlands oudste kathedraal met haar XIXc eeuwsche muurschilderingen , Amst,, 1863; Nederland en Pi us IX, 1865—66; Punten van aanraking tusschen de wetenschap en de schoone kunsten ; Wetenschap en schilderkunst (1813-1863); Antwoord aan de 63; De twee bekroonde ontwerpen, binnen- en buitenslands beoordeeld door zeventien hoogleeraren van Nederland in de kwestie van den dag, Amst., 186S; De Nederlanden en de gevierden te Heiligerlee, Amst., 1868; Antwoord aan den heer Groen van Prinsterer, No, I en 11; Weder-antwoord aan den heer B. ter Haar Bzn. in ,Nieuw en Oudquot; ; Wat nu te doen? Een broederlijk, woord aan mijne synodale en anti-synodale medehurgers met een aposto-lischen brief van Z. H. Paus Pius IX aan alle protestanten en niet-katholieken; Fruin in de Gids, Jonckbloet in de Tweede Kamer en Groen in zijne derde brochure over Heiligerlee ; Mengelingen op staat- en letterkundig gebied, Iste deel; Nederland aan Pius IX op 11 April 1869; De oorlog (koning, veldheer, soldaat), redevoering, 1870; Neêrlands Katholieken aan Pius IX bij zijn XX V jarig opper-priesterschap ; Konstitutioneele Neder-landsche wedstrijd op 1 April 1872; Marnix van St. Aldegonde te Breda, Verdediging mijner spreekbeurt tegen de Brcdasche Courant, Amst,, ,1877 ; Staatkundige harmonieën van Neerlands grondwet. Amst, 187«; Iets nieuws over Vondel, Amst., 1879; Te Delft. Een woold van hulde aan Prins Hendrik, Haarlem , 1879, Kronwern (Peter Jan Huibrecht), geb. 6 Aug. 1831 te Stokheim , aan de Maas, in Belgisch Limburg, Hij was vroeger onderwijzer aan de lagere school, daarna leeraar aan het stedelijk college te Tienen, en dan opziener van het lager onderwijs te Leuven. Thans is hij hoofdopziener van het lager onderwijs in West-Vlaanderen. Hij schreef: Lentebloempjes, gedichten , Tienen , 1852 ; Een winteravond te Stoekheim, twee berijmde volkssagen, Tienen , 1853; Arme Trienken , een ware geschiedenis, Tienen , 1853; Heer Laurens Stark, eene karakterschildering naar het Hoogduitsch van Engel. Gent, 1854; Schoone Geertrui, zedenverhaal. Tienen, 1855 ; XXVste Verjaardag der inhuldiging van Z. M, Leopold, Koning der Belgen, dicht- |
OUruggliciu
11«
Uruclicriia—:
|
Stuk, Tienen, 18G0; Jacob ran Maerlant, lierdicht, Tienen, 18(10; Blik in de hewaar-school, dichterlijke bespiegeling. Tienen, 1861 ; Meiloover, een bundel gedichten, Tienen , 1802; Lijkkrans roor Mejuffrouw van Heteren, enz., Tienen, 18(18; lioza, eene berijmde ver-telling. Leuven , 1809; Zomerbloei. gedichten, Leuven, 1809 ; G er mania, broederzanu, Leuven, 1871 ; Schiller\'s lied ran de klok, Leuven , 1873. Onder hol pseudoniem D/et-scherdal gaf hij met D. Glues (pseudoniem Diedcrik) uit: De \\nnnmsche volkszanger, nieuwjaarsboekje roor 1801!, en evenzoo voor ^Oi, beiden te Tienen gedrukt. Onder het pseudoniem J. Hubcrtz, schreef\' hij met denzelfden ; Nieuw leesboek voor volksscholen, voor verschillende klassen, in vier deeltjes, Tienen, Hasselt en Leuven, 1800 — 73. Verder eene Beknopte Belgische geschiedenis, Tienen en Leuven, 1800—73; Trapswijze ontworpen stijloefening, Tienen, 1860; Nederlandsche Taaloefeningen, Tienen, 1872; Hartelust, gedichten, Leuven, 1874; Verslag over de werksaainheden des hoofdbestuurs van het Davids-Fohds, gedurende het jaar 1875, Leuven, 1870. BniclieriiM (Ileino Hermannus), geboren te Tjamsweer in de Ommelanden 9 Febr. 17iH, pred. te\' Lettelhert, later te Appin-gadam waar hij 30 Mei 1797 overleed, schreef: Gedenkboek van Stad en Lande, in zig behelzende een naamlijst van predikanten dezer jjrovincic, met aanteekeningen en kerk-bijzon-derheden, enz., Gron., 1792; Geschiedenis van de kerkhervorming in de prov. Groningen tot aan het jaar 1694, gevolgd door de geschied. van de vestiging der herkherr. in dezelfde prov. tot aan de synode van Dordrecht, Gron., 1821. II in cl {Jan Baptist van den) geboren 23 Jan. 1797 te Heist-ten-Berge en overl. 12 Aug. 1803 te Haecht, waar hij pastoor was. Van hem verscheen : Beschrijf der dorpen van het kanton Haecht, over hunne oudheden, kerken, kapellen, kasteden, geestelyke en wereldlgke besturen , Leuven, 1801. MniggcnmiiH (Adrianus), geboren te Rijswijk hij \'s Hage , 13 Oct. 1703, sleet het grootste gedeelte van zijn leven op een kantoor te Dordrecht en besteedde zijn ledige uren aan de beoefening van taal- en letterkunde. Hij overl. te Dordrecht 0 Oct. 1841 en schreef: Montoni of het kasteel van Udolpho, tooneelsp. n. h. Fr. Amst., 1799; l\'eter Alexowicz, czaar ran Biesland of de samenzwering in Moscow, tooneelsp. n. h. Hoogdnitsch , Dord., 1800; De beproeving of de jonge echtgenooten, blijsp. Amst., ISdl , Tafereelen uit het menschelijk leven, 4 dln., Dord. 1805; Lektuur voor zwaarmoedigen, of keur van luimige en verlustigende verhalen; Dord 1810; Keur van belangrijke en onderhoudende verhalen, 2 dln., 1817; Afwisselende lektuur of gemengde verhalen, Dordr. 1820 • Victor en Julien, of vriendschap en argwaan, een tafereel van de vervolgzucht uit de tijden der Fransohe onwenteling, 2 dln., Dordr. 1821; Belangrijke verhalen, Dordr. 1829; Merkwaardige levensschetsen, Dordr, 1830; Levenstafereelen, Dordr. 1838. Voorts heeft deze schrijver veel romans en tooneelstukjes vertaald , waarvan de Kluizenaar op het eiland Formentera het bekendst gebleven is. |
Briiggcn (J. van), schreef Willem van Oranje, geschetst voor het Nederland der lOeeiuc, ( iü Juli 1584—10 Juli 1884), Heus-den 1884. Hniggen {Jan Abraham ter) 2 Oct. 1755 geh, te Utrecht, werd op 13 Juni 1787 poorter van Antwerpen, waar hij zich voor goed vestigde als schoolmeester\' en overleed 12 Sept. 1819. Men beweert dat hij mede-arbeider was aan het Woordenboek van Jan Des Roches. Ter Bruggen gaf in het licht: Nederdugtsche spraekkunst ten ge-brugeke der schooien , 2 dln., Antvv. 18l5; en Nieuw spel-boeksken tot nutte en ver-maekeli/ke onderwijzing in de gebruykste woorden van vier en vyf letteren , Antwerp. Verder gaf hij verscheidene dicht- en prozabijdragen in den Antwerpschen ahnanach van Nut en Vermaak voor het jaer, \'18lS, 1810 , 1817, 1818 en 1819, uitgegeven door het Tael- en Dichtlieveml Genootschap, onder zinspreuk Tot nut der Jeugd, waarvan hij lid was. llrliggen (Edward Geeraard Antoonter) kleinzoon van den voorgaande, ^eh. 29 Febr. 1820 te Antwerpen, waar hl) op 15 Maart 1870 overleed als griffier van het vredegerecht. Hij schreef: Herinnering aen den Gentschen Prijskamp, bevattende Alva\'s Ge-heimschryver of de Burger van Gent, de Bekroonde Verwachtingen, gélegenheidsblyspel, en een Verslag van den tooneeïkundigen IVed-stryd, geopend te Gent in 1841 , door de maetschappy van Rhetorica, gezegd de Fon-teinisten, Antw. 1842. liriiggcncalc llprmz. {G err it ten), geb. 23 Maart 1803 , gest. 0 Maart 1853 te Almelo , waar hij handelaar in kruideniers- en koloniale waren was. Zijn gedichten , verspreid in jaarboekjes en maandschriften, zijn later in één bundel Gedichten, \'s Hage 1838 verzameld. Hrngglu\'ii (Guillaumc Anne run der) , geboren te Uhbergen 3 Febr. 1848 studeerde |
Hriigghcii van Lauwcurcolit—Mrniii.
110
|
in de godgeleerdheid te Groningen, waar hij in 187^ candidaat werd; hij was eerst predikant te Eist, daarna (1S79) te Boxmeer en Samheek , waar hij nog staat. Hij schreef: Homiliën, uitf/esproken te Eist in de Tieler-loaard, Amst. 1876. .. Hriiffglirn van Lauwcnrcclit (d/ir. Card Theodorns van der), geboren 19 April 1812, te Utrecht, studeerde aldaar in de rechten, in welke (\'aculteil hij promoveerde Na 2.-) jarigen dienst als kantonrechter vroeg hij zijn pensioen en vestigde zich te Amsterdam, waar hij op verzoek van den stadsschouwburg stukken van Benedix, J. Rosen, Mevr. Birch-Pfeiffer en Alfred Touroude voor het Nederlandsche tooneel bewerkte, waarvan de voornaamste zijn; Lief onder elkaar (van Benedix), Fijne politiek (van Rosen). Wie is zij? (van Birch-Pfeiffer). de Bastanrd (van Touroude), enz. Voor hel overbrengen dezer stukken in onze taal, kreeg hij van genoemde schrijvers de toestemming. Behalve een Fransch rechtskundig werk en bijdragen iu Nederlandsche en Fransche tijdschriften schreef hij nog; Gexchiedeiiis der St Pieters-JcerL (Widekerk) te Utrecht, Utr 1848; J\'apa gaf permissie, blijspel, Amst, 1874. Verder was hij jaren lang mede redacteur van het Tijdschrift voor geschiedenis, Oudheden en Statistici: van Utrecht, dat in 18li8 werd opgericht. Hriignian (Jan), geboren te Kempen bij Keulen, in \'t laatst der lie eeuw, was een Franciskaner monnik, die in 1461 te Amsterdam kwam en daar, in spijt van de regeering en\'de geestelijkheid, onder oen grooten toeloop van volk predikte. Van hem is \'t spreekwoord afkomstig „Al kun je kallen als Brugmanquot;. Hij was ook dichter, getuigen de twee overgebleven liederen, het, eene met het bekende referein Och ewich is so lane, later opgenomen in enkele verzamelingen van gezangen, en ; Ie heb c/ejaecht miin leven lanc, geplaatst in de Hora! liel-c/ieae van Hoffmann von Fallersleben. Brugman stierf te Nijmegen in li73. nruginan (P. Inschreef: Christ\'iiclce hedencHmjhe over het wei-gereformeerde Christel. geloof te samen ghevoeght vyt het O. en N, Test , ende poëtischer wyse roorgestelt door Mr. P. J. V. II. jur. v. d. Harderwijk 1657. |
KriigHina (Berend), geb. te Groningen 16 Sept. 17117, was eerst hoofdonderwijzer en later, sedert 1861 , directeur van \'s Rijks Kweekschool voor onderwijzers; gestorven 8 Sept. 1868. Hij schreef; Jiort ovrrzigt der leer ran de opvoeding en het onderwijs, Gron. 1835, (7e dr. 1863); llrieven orer een reis naar Oldenburg, Jlremen , Hannover en Osna-hrnch, met opmerk., bijzonder ten aanzien van het L. Onderwijs, Gron. 1836; Opvoeden onderwijskunde, opmerkingen gemaakt op een reis in de Pruis. Uijn-prorincie,in Jiïassau en Frankfort, Leid. 18!3t); Opmerk, en wenken betrekkelijk onderwijs oi tucht, 2 st., Gron. •1840. Voorts was hij medewerker aan het Ned. Tijdschrift voor onderwijs e/i opvoeding, en verschenen van zijne hand eenige schoolboeken en vertalingen. Hrnijii (O. J. L. de) schreef; Iland-woordenhoek voor de spelling der Nederduit-sche taal. Meer hijzonderjngericht ten dienste van het leger, Arnh. 1875. Kruin (Pi et er), geb. te Amsterdam 24 Mei 1828, studeerde aan het Doopsgezind Seminarium te Amsterdam en later te Leiden, werd in 1854 predikant te Bottevalle en Witveen in Friesland, en in 1855 te Alkmaar. Zeven jaar later legde hij zijn ambt neer. vestigde zich metterwoon eerst te Leiden, toen te Velp en verbond zich in 1860 als redacteur aan de Prov. Overijsselsche en Zwolsche Courant. Eenige jaren later vestigde hij zich te Amsterdam metterwoon. Sinds 1862 is hij medewerker aan de Tijdspiegel, Ned. Spectator, Ér/ds en het modern-theologisch tijdschrift Oud en Nieuw. Van 1866—08 leverde Inj geregeld maandelijks letterkundige artikelen over lovende buiten-landsche schrijvers onder de rubriek Losse schetsen in de Vad. Letteroefening. In 1809 verscheen er te Zalt-Bommel van hem een bloemlezing uit deze en andere artikelen onder den titel van Letterkundige schetsen, die in 1871 te Rotterd. onder den gewij-zigden titel van Letterk. Silhouetten zijn verschenen. Dit is echter geen herdruk maar een nieowe titeluitgave. Hjj was eenige jaren\'mederedacteur van hel tijdschrift Nederland en schrijft, thans nog jaren lang reeds de Amsterdamsche kroniek en Onze leestafel in de Zwolsche Courant. Hrnin (Claris), geb. te Amsterdam 20 Febr. 1671 , was tot aan zijn dood (28 Dec. 1731) boekhouder op een kantoor aldaar. Hij legde zich op taal- en dichtkunde toe eh schreef de volgende werken die allen te Amsterdam zijn uitgegeven; David en Jonathan, treursp. 1713, herdr. in 1737 onder den titel van: Spiegel van edelmoedige vriendschap ; De grondlegging der Roomsche vrijheid, treursp., 1713; Lucius Junius lirutns, Grondlegger der lioomsche vrijheid, 1713; De dood. van Johan en Garcias of de onzijdige Reqts-pleeging van Cosmos de Medicis, treursp., 1715; Aarnout en Adolf ran Egmond, Hertogen run Gelderland, treursp., 1716, 2e dr. 1730; De deugdzame Tloreling, treursp. 1720, 2e dr. 1712; De verhinderde wraak van Cajun |
Kruin Itriiin Jr.
|
Martins Coriolanus, treursp., IT^O, \'2e dr. 1766; Dr dood van Willem I, prins van Oranje, treursp., 17:21, herdr in 172(). 174(1 en 1781, De f/rootmoedigheid ran Epami-nondas, treursp , 17\'22. Behalve al die treurspelen schreef Bruin nog het volgende; Kleefsche en Zuid-Hollandsche Arcadia of daf/-rerhaal van tiree reizen in en omtrent die gewesten gedaan, in dichtmaat uitgehreid en rcr-rijkt met aanteekeningen ran den Hcere L. Smids, 1714, 2edr. 1730; Noord-Holhmdsche Arcadia, verrijkt met aanteekeningen van den Heere O-, Schoenmaker en vereiert met printverbeeldingen, 1732; Digtmatige uitbreiding va:i het Onze Vader, herdr. in 1765; Zededigten, \'2 dln., 1713, 3e dr. 1712; De zegepralende Vegt of de berijming ran honderd van deszelfs fraaiste geziglen, 1719; Korte schets van het leven en sterven der Martelaren, met 152 platen, 1720, 2e dr. 1730; Honderd leerzame Zinnebeelden, 1722; De Lustplaats Zoelen berijmt, 1723; Bijbelsche tooneelpoezg, bevattende; De vlucht ran Mozes uit Egypte, De dood van koning Haal, Abraham\'s offerhande, De edelmoedigheid van David aan Saill, De gestrafte hoogmoed van koning David, De verlossing van Sadraeh , Mesach en Abednego, allen tooneelspelen, 1724, 3e dr. 1741; Aanmerkingen op Ottovan Veen ; Zinnebeelden der goddelijke liefde, met (iO pl., 1726; Stigtelijke aanmerkingen over de. Siek-tens, 1727; Minnespiegel der deugden,, 172S; XL Saamen- en alleenspraken uit het N. Verbond, met pl. van J. Luiken, 17211; Het leven van den Apostel l\'aulus in dichtmaat af geheeld, bevattende de volgende tooneelspelen; De bekeering van Soulas, het lijden van Pauhis en Silas, l\'aulus voor Felix en Drusilla, Het bloeddorstig voornemen van Saulus, 1734, 3e dr. 1743; Bijbelsche Historie, met pl., 1740; Digtmatige gedagten over CL VI Bijbelsche Prentverbeeldingen , met pl., 1710; Verzameling der overgeblevene Bijbel-, Zeden-en Mengelpoezg, 1741; Historie, der vrome Martelaren, die. om de Getuigenis der Eran-gelisehe Waarheid, ter Dood gebragt zijn, vermeerderd onder gdere Printverbeelding met een korte uitlegging in IIgm, Leid. 1747. Met P. Langendijk gaf hij uit; Tafereel der eerste Christenen, Amst. 1721; 2e dr. 1741. llniin (Cornelis de), geb. te \'s Hage omstreeks 1624, had van zijne jeugd af een onverzadelijken lust tot het bezoeken van vreemde landen, en om met vrucht te kunnen reizen legdo hij zich op teeken-eii schilderkunst toe. De Amsterd. Burgemeester, Nicolaas Witsen, bood hem de behulpzame hand ter volvoering van zijne reisplannen. Van zijne reizen teruggekeerd sleet hij den avond van zijn leven te Utrecht, waar de dood hem omstreeks 17H overviel. De beschrijving van zijne reizen vindt men in de volgende boeken ; Reizen door de termaard-ste deel en ran Klein-Azië, de eilanden Rhodus, Cgpras, Metilino, Stancho, enz.. Mitsgaders de voornaamste steden ran Egypte, Syrië en Palestina, verrijkt met meer als 200 kopere. kunst pl., enz.. Delft 1698; Reizen over Mos-kovië door Persië en Indië, verrijkt met 300 kunstpl., Amst. 1711 {2e dr. 1714); Aanmerkingen over de print-verbeeldingen van. de overblijfselen van het oude Persepolis, uitgegeven door de Heer en Chardin en Kaempfer. |
Mrniii (Servaas de), geb. te Schoonhoven II Febr 1821, letterkundige te \'s Hage, schreef behalve eeu Eng -Holl. woordenboek en tal van Leercursussen tot eigen oefening om zonder meester Fransch, Engelsch, Duitsch, Zweedsrh, Italiaan sch, Spaansch enz. te leer en, een Historisch Geographisch woordenboek, Leid. 1862 en vervolg. Voorts schreef hij (pseudoniem, anoniem of onder eigen naam) omstreeks ander-half honderd boekdeelen van verschiilenden inhoud, waaronder een dozijn oorspronkelijke en drie ii vier dozijn vertaalde romans. Wij noemen; Groote lotgevallen. eener kleine familie. Amst. 1846; Een voogd en twee pupillen, Tiel 1847; Kraakamandelen voor lagvhers en denkers of variation op het alphabet, Arnst. 1864; List van vrouwe)!, oorspr. bfijsp., Gor. 1865; Onze vriend uit Friesland , Harl 1868 ; De Huwe-Ijks-adnertentie, blijsp. idem; De Notarisklerk, Kamp 1899, 2e dr. 1871, 3e dr. 1878; 11\'«/ is verkieslijk , conservatief of\'liberaal, en waarom? Zalt-Bommel 1869; Geldwinnen zonder werken of de natuurlijke gevolgen eener gebrekkige beschaving, Amst. 1871; Een lieve jongen, een boek om te lachen (zeer vrij naar hetHoogd.), Amst. 1871; Geenschoondochter of zij moet van adel zijn , (pseudoniem Bren-dius) \'s Hage 1871; Nieuwe Amsterdamsche Mercnrius of maandboekje voor de hoofdstad. Redacteur Brendius 2 dln. Amst. 1847 8 ; 2(1 Satiren op de beteekenis van werkwoorden , Sliedi\'. 1876; Üd nieuwe Satiren (vooral ook bestemd ter mondelinoe voordracht) Lemmer 1876; De huwelijks-advertentie, oorspronkelijk kluchtsp., Noordbroek 1877. Voorts schreef hij onder het psd. Justus Argus het tijdschrift, de Criticus, 2 dln., Amst. 1847, en 1-3 all. 1818. Bruin .ïr. [Dirk de), geb. te Dedems-vaart, 29 Aug. 1852, werd voor het onderwijs opgeleid, was vroeger hoofd der school te Kommerzijl en leeraar aan de Rijksnormaalschool té Grijpsterk; thans is hij hoofd der school voor uitgebreid lager onderwijs te Hattem. Hij schreef: Groeien en bloeien, gedichtjes voor huis en school. Kampen 1880 en Ik heb u lief\', gedichtjes voor huis en school, Kampen 1883. |
Uruliivlfu
121
Bruine—;
|
Bruine {J. dé), schreef: De Jonilsche. f/e-schiedenis en die ran Abraham in 7 hijzonder heschouwd, Amst. 1791; Jfonie, onder ver-scheidene reijeerimisvormen beschouwd, Amst. 1794. Briiinlng [Hermanns Adrianus), geb. Ie Rotterdam \'15 Nov. 1738, was achtereenvolgens predikant te Kolhorn, Workum, Bolsward en Veere Hij was met M. Tyde-man, Z H. Alewijn en A. Kluit oprichter var. het dichtgenootschap te Utrecht Dulces ante Omnia Musae. Hij overleed te Veere 7 Jan. 1811. Behalve zijne theologische werken schreef hij: Proeve ran Bijbel- en Mengelpoezij, Veere 179:2; voorts leveide hij bijdragen in de Taal- en Dichtkundige Bijdragen, 1758—62, in dn Proeve ran Öudheit, Taal-en Dichtkunde, uitgegeven dooi\'hoven-genoemd genootschap en was medewerker aan de Vad. Bibliotheek van. wetenschap, kunst en smaak. In den bundel der Evang. Gez. vindt men zes liederen door hem gedicht. üok hoeft B. nog een tweetal leerredenen uitgegeven. Bruliiing (Gerbrand), geb. te Gorredijk !28 Juli 1764, werd in 178.quot;) rector te Joure, doch een ijverig patriot zijnde, week hij bij de komst der Pruisen naar St. Omef in Frankrijk. In 1789 keerde hij naar Amsterdam terug, schreef voor de pers en studeerde aan het seminarium dor Remonstranten. Een jaar later werd hij Remon-strantsch predikant te Bleiswijk , daarna te Berkel en eindelijk te Nieuwkoop en Zevenhuizen. In 1811 legde B. het predikwerk neer en vestigde zich metterwoon te Leiden, waar hij zich met werken voor de drukpers onledig hield en sedert Mei 1817 Bibliothecaris der boekerij van Thysius was, toon hij in 1833 aldaar overleed. Hij schreef onder anderen: Een nieuw gevoelen aangaande de grondvestiging der Assi/t ische heerschappij. Rolt. 1794 ; Dichterlijke uitweidinq over den watervloed, Leid. 1798; De geschiedenis der nude, godsdienstleer uit de, ra\'inen, waarin Volney haar misvormd heeft, herboiued, Rott. 1S02 ; Ontwerp van eene volledige geschiedenis der oude Oostersche wereld. Leid. \'1807; Beschrijving en geschiedenis van het Prinsdom Oranje en de Oranje-vorsten, Ijoid. 1814; llereeniging van het Belgische en reeds vereende. Nederland onder het glorierijke Oranjehuis in February 1814, Leid. 1814; Oud-Nederlandsch heugelijk herleven, Rott. 1814; Bona/)arte\'s laatste ondernemingen en der zeiver naaste gevolgen 6 st., Holt. 1815; België, het Luxemburgsche, Luik en andere bezittingen beschreven , met een kaart. Breda 1815; Geschiedenis der Nederlanden van de vroegste tijden nopens het Zuiderdeel des rijks even volledig als ten opzigte van deszelfs |
noorderdeel, onpartijdig en reelal uit de bronnen, \'i dln., Amst. 1815; Het verheugde Nederland bij de aankomst van het jeugdige vorstenpaar in de Noord, en Zuid. prov., Leid, 1817 ; Bijbelgenootschappen en Jeznïten-orde , in beider nut en schadelijke strekking , Amst. 1817; De Nederduitschc synoniemen , of woorden die. eikanderen somwijlen vervangen kannen, doch somwijlen niet; taalkundig en ten deele ook etgmolooisch behandeld. 2 dln., Rott 1820; Algemeen aardrijkskundig woordenboek, naar de nieuwste berigten en landverdeelingen, 2 dln., 4st., en supplement met eene. kaart, 2 dln., 4 st., Rolt. 1821; De Wijsheid van Pruissen in het navolgen van, den hardinnal Bichelieu aan het einde van I8-i9, Delft 1829; eindelijk gaf hij zijn eigen levensbeschrijving onder den titel van Herinneringen, met betrekking tot de omwenteling in slaat en kerk, gedurende mijn levensloop, Dordr. 1830. Voorts heeft B. verscheidene schoolboeken en theologische werken geschreven en was hij modewerker aan Weiland\'s Nederduitseh Taalkundig woordenboek, II st., Dordr. lamp;ll, dat van de letter O af bijna geheel alleen door hem bewerkt is. Hriiiiino (Franfois de), schreef eene berijmde kronijk, sietileld: Opkomst, voortgank en einde, van \'t Wijd-beroemde en Hoogloffelijk Huis van Oranje, mitsgaders der Prin-ce.lyke en Koninklijke daden van Willem den Derde, Koning van Engeland, Schotland, \' Vrankr jk en Urland , Hersteller en beschermer des Geloofs, Utr. 1702. ItruliiH (Frederik), gob. 20 Sept. 1836 te Bellingwolde, werd voor hol onderwijs opgeleid en was van 1851 lot 1861 hoofdonder-wijzgr te Drouwenermond (gom. Borger), c\\aarna hoofd van verschillondo scholen voor gewoon en voortgezet lager onderwijs te Groningen, en sedert 1871 leeraar aan de Rijks kweekschool voor onderwijzers aldaar. Hij schreef: Driemaal den aardbol om, 1873; Het wereldrond, leesboek, der aardrijksbe-schrijvinc/ voor schoolaehruik en eigen studie, 3 dln., 1878—80; Wij en de wereld, 1883; Onze moederaarde, 2 dln., 1881 ; De practise//c taalmeester 4 stukjes, 1873 Verder is hij mederedacteur van Schoolbode nn. Gids voor den onderwijzer, schreef stukken in Pestalozzi, oenigo kleine schoolboekjes, eene vertaling van Millers work: Alcohol zijne plaats en zijn vermogen, on gaf bovendien nog een schoolatlas uit. Al zijn werken zjjn le Groningen gedrukt. ItruiiiNCN (A. G ). Zie Bcckcring (J. J.) HnilnvlM (Cornetis P/eter), geboren 5 Juli 1799 te Alkmaar, waar Inj apotheker was. Hij overleed in zijne geboortestad 16 Mei |
Hm in vin—Bril nc.
-122
|
1S73, en schreef: Beschrijving drr schilderijen , enz. in het Burgerweeshuis te Alkmaar, met toegevoegde geschiedkundige bijzonderheden , Alkm. •1870. HniinvlH (Cornclis Willem), zoon van den vorige, geboren te Alkmaar 26 Juni 1829, is evenzeer apotheker in zijne geboortestad , waar hij van ISöi) tol \'1865 lector aan de Geneeskundige school was. Sedert 1865 is hij lid van den geneeskundigen raad van Noord-Holland, en sedert 1874 lid van den gemeenteraad te Alkmaar. Zonder naam gaf hij in 1851 een Catalogus van het l\'en-ninghahinet ran G. van Orden. Hij schreef: Inventaris ran het Archief te Schagen , voor een groot deel afgedrukt in de kronijk van het Historisch Genootschap 1857 ; Alkmaar in 1560. VolkèvOorlezing, Alkm. 1186; Catalogus der tentoonstelling van oudheden en gedenkstukken hetr. Holland, Zeel. enz. Alkm. 1861; Bijschriften op gezichten op Alkiiinar, 1862; verder gaf hij geschiedkundige bijdragen in de jaargangen 1852 en 18n;i van Alkm aars Jaarhoekje, vele stukken in de 17 eerste jaargangen van den Navorscher, enkele in de beide eerste jaargangen van den Ouden Tijd, sedert 1854 enkeie hoofdartikelen en ingezonden stukken in de Alkmaarsche Courant en in 1S72—4 de moeste hoofdartikelen in de Jleidersche en Nieuivediepsche Courant. Hrull (A. de) wiens spreuk was: „Je brusle en Dienquot; schreef gedichten in \'tyl»;-steldams Minne-hoeckie 1645, in \'l Utrechts zangprieel 1649 en mogelijk ook elders. It rii in meier (Mevrouw ter) , De familie ran David Förster, Leiden 1879. Briiniinclcr AiidriGNNcn (J. C. ter) Zie AiidricNHcn (J. C. ter Brummeler). llriiiniiipIkHinp (Anthoni/), geb. te Amsterdam 14 Oct. 1811, was\'eerst predikant bij de Ned. Herv. Gemeente te Hattem en is thans hoogleeraar te Kampen aan de Iheol. school ter opleiding van predikanten voor de Christ. Afgesch. gezindte (opger. in 1854). Hij schreef, behalve eenige theologische geschriften: Holland in Amerika of de Holl. kolonisatie in den Staat ran Michigan, Arnh. 1846; Landverhuizing of waarom bevorderen mj de volksverhuizing naar Noord-Amerika en niet naar Java, Amst. 1846 (4e dr. 1847); 1\') 17 \'en 7867, De roeping der theol. school te Kampen, Kamp. 1867. Itru in nieIKa inp (Johannes), zoon van den voorgaande, geb te Hattem 24 Oct. I8:i7, pred. bij de Ned Herv. gemeente te Veenen-daal, thans te Amsterdam, schreef: Morgenrood, gedichten, Kamp. 1860; verder nog enkele gedichten in jaarboekjes, waarvan de voornaamste zijn: Fall/carpus. De Bartho-lomeiisnacht, Charlotte Óordag, enz. |
Hriiiiiinid (Jan Frederik Gerrit), geb. te Amsterdam 29 Aug. 1814, was predikant te Soerakarta, en overleed te Malang aan eene leverontsteking 12 Maart 1863. Hij schreef: Berichten omtrent de evangelisatie van Java, Amst. 1854; Indiana, verzameling van stukken van onderscheiden aard over landen , volken i oudheden en geschiedenis van den Indisch en Archipel, 2 st. , Amst. 1852 -54; Fragmenten mijner reize door Minahassa, Bat. 1856; Fragmenten mijner reize door de Molukko-s, Makjan en Batjan, Bat. 1856; Het volksonderwijs onder de Javanen (bekroond door de Maatschappij tot Nut. van M, Algemeen in Oost-Indië), Bat. 1857; Schetsen eener mailreize van Batavia naar Maastricht op reis en te huis, Amst en Bat 1862 Voorts vele bijdragen in het Tijdschrift voor Nederlandsen indiè. Hrima (Hendrik Magdcdenits) geb. 8 Juli 1848 te Hasselt (O.), studeerde in do godgeleerdheid en is thans predikant te Pur-merende. Hij is sedert 1877 hoofdredacteur van liet Evang. Zondagsblad en schrijft sedert 1876 de hoofdartikelen in \'t Zaanlandsch Advertentieblad; verder redigeert hij Eekhoffs Almanak van Landbouw en den Landbonw-Scheurkalender, Gorinch.; behalve onderscheiden vertalingen en stukken in tijdschriften en jaarhoekjes schreef hij onder het|pseud. Vaganus: Wolfskampen-Dine Nijm. 1872. Hriinc (Johan de), geb. te Middelburg jn 1589, bekleedde verschillende ambten in zijne vaderstad en in de provincie Zeeland en werd in 1649 raadpensionaris van die provincie Hij stierf in 1658. Behalve zijne godgeleerde werken schreef hij ook dichterlijke , zooals: Emblemata of Zinne-werck, voorghestelt in Beelden, ghedichtenen breeder ugtleggingen, tot ngtdruckinghe en verhete-ringiie van verschei/dene feglen onser eeuwe, Anist. 1624, 2e dr 1661; Nieuwe wijn in oude leclerzaclcen , bewijzende in spreeckwoorden het vernuft der menschm ende \'t gel nek van onze Nederland sche Taele, Midd. Ifi36; De CL l\'salmen Davids, uyt de Hebreeuwsehe in de Nederlandsche tale woord tot woord over gesel (in gemeeten onrijm)\' Midd. 1661; 2e dr. onder den titel Davids l\'salmen, gedicht aan d\' eene zgde door I\'. Dathenum , aan d\' andere zgde door J. de BrUne, enz,, nu met de tweede druck, van veers tot veers, geheel verbetert en op een vloegende mate naar de oude wijzen gestelt, Amst. 1650. Ilrinic [Joan de), de Jonge o( Janus Bru-naeus, een Zeeuw van geboorte in het begin |
Urimeel—Bril yl Aiitn*
123
|
der 17o eeuw, legde zich op de rechtsee-leerdheid toe, doch stierf op betrekkelijk Jeugdigen leeftijd in 1(149. Hij schreef: Veirzjes, Amst. \'1639; Wetsteen der vernuften oft Èequaam Middel om van alle voor ral-lende zaken aerdiglijk te loeren spreken. 1 dln, Amst. 1044, 2e dr. 1652. In het tweede deel van den laatsten druk is veel geplaatst dat niet door de Brune is geschreven. Wijders Jok en Ernst, d. i. allerlei] Deftige Hofredenen , Quinkslagen, Hocrteryen, liaadsels, Spreuken, Vragen, Antieoorden, Oelikenissen, en al wat dien gelykvormig met den naam ran Apophihegmata verstaan vort, gevonden en gesproken ran Prinssen, Mevrouwen, Geletterden en andere staatspersonen die al H samen dicht hij onse tijden geleefd hehhen of nog tegenwoordig leven, Amst. 1644; De Honig-hge-Kusjes, Amst 1644. Zijne gezamenlijke werken zijn uitgegeven onder den titel van Alle volgeestige werken van Jan de Ilrune de Jonge, Harl. 1665, 2 dr. Amst. 1681. Brmicel (Domien) werd geh. to Brugge, waar hij in de XV He eeuw geneesheer was. Zijne uitgegevene werken zijn: Den Roed der Wijsheid ofte de noodsaekelgke sinspreu-ken van Salomon , Brugge, 1685; Den zeghe-praelenden Diederick van Elsaten, XVIGraef van Vlaenderen , Brugge, 1609. UruniiigH (Pieter Frederik) , geboren te Antw, 7 April 1820, werd voor den krijgsdienst opgeleid en doorliep alle rangen lot dat hij in 18H0 als Luitenant-kolonel gepensioneerd werd, schreef: \'s Krijgsmans lief en leed in vrede. Kamp. 1857; Nevel en Zonneschijn , Kamp. 1858; \'s Krijgsmans lief en leed in oorlog , Kamp. 1859; Jonkvroiiwe ran Sterrcburg, een verhaal ,1 dln. , Kamp. 1861; De gravin , novelle , Leid. 1864; De Gouverneur, novelle, Arnh. 1804; De twee Broeders, Episode uit het jaar 1600, tooneelsp., Kamp. 1865; De verloren Zoon, hist., nov. Leid. 1865. Naar dezen roman gaf hij in 1873 onder denzelfden titel te Kamp. een tooneelsp nit; Een klaverblaadje, Kamp. 1865: Een Rendezvous, Kamp. 1865; De Gouvernante, nov., Arnh. 1805; De vergelding, tooneelsp., Zwolle, 1868; Distels en lauweren, militaire schetsen, 1869,3e dr. Arnh. 1873; Wildrich, een roman, 2 dln., Amst. 1870. Twee novellen. 2 dln., Dordr. 1872; Een Spelevaart over den Oceaan, 2 dln. Kamp. 1873; Een vrouwenhater , 2 dln. Amst. 1874; Twee verhalen, \'s-Hage, 1875; De jagerkoningin , \'s-Hage, 1870; Bella, een novelle, \'s-llage, 1877; De drie vrienden. Kamp. 1878; De Valkenburgen, \'2 dln. Amst. 1879; Over bergen en door dalen , vluchtige reisindrukken , Kamp. 1880 ; Alice, roman, Alkm. \'1880; Susanne , blijsp., 2 bedr. \'s-Hage 1881 ; De twee oude vrijers en andere novellen , \'s-Hage, 1882 ; Mijn vriend |
Parelman, Haarl. \'1884; Mijn vriendin, \'s-Hage, 1884; Een llollandsche jongen. Haarl. 1884; Mik en zijn element. Haarl. 1884; De schilder, roman, Haarl. 1885. Voorts leverde hij vele bijdragen in bet militaire tijdschrift i/rt Vaandel, in do Tijdspiegel, Castalia , enz. Briin» (Hendrik), conrector te Hoorn in \'t midden der 17e eeuw, beoefende zoowel de Lalijnsche als de Nederduitsche poëzie. Van hem verscheen in \'t licht: Davids Psalmen, na de nieuwe oversettingen op even veel versen op deselfde wijsen als van Dathe-nus en geheel op noten gestelt, Amst. 1656; Piiblii Virgilii Maronis Eclogue ofte. Har-derskouten in Nederdugtsche rijm vertaelt, Hoorn 1658; Het boek Jobs, den Prediker, Spreuken en llooghe Liedt Salomons, mitsgaders de Klaegliciteren Jeremiae , Hoorn 1658; Ovidii Wapen-twist van Ajax en Ulysses in Nederdugtsche rijm vertaelt, Hoorn 1659; Thomas Morus ofte verwinnige van geloof en standvastighegdt, eerstin\'t Eransch buiten rijm gemaeckt door Purget de Serres, naederhandt in, \'t Nederlandts overset door W. V. S. ende nu in rijm gehraght, Hoorn 1660; Varia poëmata of Mengel-moes van ver-schegde Gedichten , Leid. 1660. Hruiio zie Igt; A. de Brnyiu\'. BniHNcI (Felix van) overleden te Wet-teren 26 Jan. 1866, in den ouderdom van 55 Jaren Hij was decoratieschilder en beoefende in zijne vrije uren de dichtkunst en de too-neelkunst. Vooral in het luimige muntte hij bijzonder uit met zijne werken : Legende van St. Mareharius; — Jubilé; — //.\' hou het met de Fran/, en ; — Mijn Baard; — Op het grgf mijner ouders; - Beschouwing; — De .Godslasteraar; en - De Broosheid van het aardsch geluk. ■irnylHiiiH (Jan Philip Leopold) geboren te Antw. ;i0 Sept. 1834, studeerde aan de Normaalschool van Lier en werd 18 Nov. 1854 benoemd tot onderwijzer der gemeentescholen van Antwerpen , uit. welk ambt bij in 1859 zijn ontslag nam. Sedert 1865 was hij opsteller van het Antwerpsche dagblad De Koophandel, in welke betrekking hij overleed 24 Nov. 1876. Met Konstantijn Simillion schreef bij: Burgemeester van Stralen , raderlandsch geschiedkundig drama in zes bedr-, Antw. 1858; en afzonderlijk: De Nederlanden ouder Filips den Tweeden, 1555 1558, Gent 1856; Het Erfdeel, of het geweten van eenen Advokaat, dramatisch volkstafereel in 5 tijdstippen. Gent, 1869; Fredolien, volksdrama in vijf bedr. Antw. 1855; De Martelaar der kunst, drama in rijf bedr., Antw. \'1865; Een man die de kas houdt, blijsp. in een bedr. Antw. 1805; De, |
Bruyii—BSolmer»
124
|
Nieuwjaarsdoos, hlijsp. in een bedr,, Antw. 1800; Mina de Zinnelooze, volksdrama in 8 taf er eden ; Jieid en Martelaar. i/esehiedkun-difj drama in drij hedr.; Sirooikentrelc, tooneelsp, in een bedr.; Be kosff/asten, hlijsp. in een hedr.; De Vrijers van Betteken , hlijsp. in een hedr.; De laatste stuwer, hlijsp. ineen bedr.-, allen gedrukt te Antwerpen. Kruyn (J.) schreef Anmtiiis, treurspel Amst. 1760. Urn yii (Caspar Adam Laurens ran Troos-tenburg de) geb 24 Febr. 18i!) te Winterswijk, studeerde in de godgeleerdheid, en was achtereenvolgens in 1850 hulpprediker te Dordrecht, in 1857 predikant te Rembang , in 18(51 te Solo. in 1868 te Gheribon , in 1898 te Poerworedjo en Bngelen, in 18711 te Saniarang. in 187(i te Salatiga, in 1877 te Poerworedjo, in 1H78 te Soerahaija, in 1881 te Batavia en in 1885 te Erichem (Gelderl.) waar bij nog is H,j schreef: De Hervormde kerk in O.-fndie onder de O - Indische, cnm-pagnie (1602 — 1795), Arnh. 1884; in hs. bestaan er nog een bioc/raphiseh woorden-hoek der O.-I. Predikanten , en Een alpha-hetisehe naamlijst ran O.-I ziekentroosters of krankbezoekers. Bruyn {G err it Willem run Oosten de), geb te Amersf. 17 Oct. 1727, rechtsgeleerde tn Haarl . schreef Latijnsche werken en gedichten ; voorts lgt;e stad ran Haarlem en haare geschiedenissen, le dl , Haarl. 1765. Het tweede deel , schoon reeds tot 1577 voortgezet, is nooit in \'tlicht verschenen. Hij overleed op zijn buiten Randenbroek bij Amersf., 10 Juli 1797. llriiyn (Jacob ran Oosterwijk) geb. le Amsterdam 28 Febr. I7!)4-, was makelaar aldaar en overleed er 23 Nov. 1874. Hij gaf uit; Luimige dichtstukjes, 2 dln , Amst. 1824; Vaderlandsche zangtoonen hij den reldtogt in België in Aug. ISiil, Amst. 18:11; Jioertige Zangster, Amst. 1837 (0e dr. \'1877 le Dev.); Vele zijner dichtproeven zijn ongedrukt gebleven, waaronder eeiiige treur- en blijspelen zonder vrouwenrollen, bijzonder geschikt voor liefbebberij-tooneelen en rederijkerskamers (Hannibal, de slotvoogd van Calais, het Misverstand , de Speculanten , enz) Anoniem gaf hij uil: Jan Jacob of de Regietabak, Treurspel-parodie in 2 hedr. Amst. z j. JBruyn (Willem van Oosterwijk) goh. Ie Amsterdam 10 Mei 182!), woont zonder betrekking te Zeist schreef; Isaac da Cost a, een goed krijgsknecht ran Jezus Christus, voor het Nederlandsche volk geschetst, 2e dr., Sneek 1876; Dichtbloemen van hart en leven, Zeist 1876. Hij is redacteur van de Jongelingsbode , die sedert ruim 30 jaar uitgegeven wordt van wege het Nederl. Jongelingsverbond. |
Hruyn Uo|in (Jacob Leonard de) werd geb. te Haarlem 22 December 18i!2, promoveerde iu de rechten en werd in 1850 Lid der Provinciale Stalen, in 1851 commies bij hel Depaiiemenl van financiën, daarna hoofdcommies, in 1860 lid van den Raad van toezicht op de spoorwegdiensten, in -1864 boogleeraar te Delft en vier jaar later lid van de 2e Kamer. Hij schreef; Aan Mr. J. da Costa na het lezen ran zijn dichtstuk 1048 en 1S48, Haarl. 1848; Beginselen der staathuishoudkunde, Amst. 1850, (5e dr. \'1873); Stukken der grafelijke tijden uit het archief der stad Haarlem, Haarl. 1850; Eenvoudige gezondheedsleer. Een Boekje voor allen, Amst. 1856. Voorts vele geschriften over armwezen, gemeentebelasting, statistiek, enz. De Bruyn Kops is redacteur van dc Economist , tijdschrift voor alle standen tot bevordering\'van volkswelvaart, Amst. 1852 en vlgg. jaren. Hriiyuc (Jan Anthony de) geb, 30 April 1856 te Zierikzee, was achtereenvolgens leeraar in Geschiedenis en Aardrijkskunde aan de Hoogere Burgerscholen te Górinchem (1877) en te Schiedam (1878) en van 1881 lol nu toe leeraar in Gesch. en Staatswetenschappen aan de H. H. S. le Zierikzee. Hij schreef; Uit het leven der aarde. Geografische studiën en fantasieën Schied 1881; Maria Koningin van Schotland. Oorspronk. treurspel iri 5 bedr (psdnm Drunn), Schied. 1882; Algemeene Geschiedenis ten gebruike. van het Mid. en Gym. onderwijs 4 dln. Schied 1833 - 4; Overzicht der Alg. Gesch\'. voor H. B. met driejarigen cursus, 2 dln. Schied. 1885. Itrynliildo. Zie Haigliton (Elise A.). lliicliiicr (Adelaide Johanna Anna), geb. liaiinogiONNcr, zag het levenslicht te Vlis-singen 0 Febr, 1799, huwde met wijlen den zee-officier George Bücbner en woonde daarna le St. Anna bij Nijmegen, waar zij 5 Juni 1883 overleed. Zij schreef: Verhalen, Kamp. 1851. liiiclincr (Frederik Willem), geb. le Amsterdam 22 Jan. 1845, is builenlandsch commissionair en schreef de volgende too-neelstukjes: De Huishoudster van twee. oude heeren, 1858; Een gewetenszaak, 1808; Emte verwarring, 1808; Een schoonvader, Neen ! 1872; Een liefdespionier , 1872; Het proces, 1875; Dc Grootmoeder, 1875; De brieven van Eduard, 1870; Een minnaar zonder jas, 1881); allen te Amsterdam uitgekomen; de 3 eerste stukken verschenen alleen onder zijn naamlellers. |
i.
Buck—Biidilingli.
|
Buck (Adriaan de) is do met lof vermelde dichter van Veurne (Vlaanderen), waar hij in XVüe eeuw leefde en kanunnik Norbertijn was. Hij schreef; Consolatio Philosophiae ofte troóst-medecyne-bouck der sedighe wysheyt, in Y latyne voornlaels yhc-maeckt door A. \'J\'urquatiis Bo\'êtius, en JJeii. Geestelicken Maeghdesanck der christeliche ziele. Buck een jezuïet-bollandist, die 24 April 1H17 te Oudenaarde werd geboren en te Brussel op 528 Mei -1876 is gestorven , liet de volgende werken na; Gedachtenis der maend vagt;i Maria eu der krooning van het beeld van O. L. V., moeder der bermhertig-heyd, plechtiglijk gevierd in de parochiale kerk van U, L. V. ter Kapellen, te Brussel, in het jaer O. II. 1843, Brussel, 1843; Historie van O. L. V. ten Kerselaer, binnen de parochie Edelaer , by Audenaerde, Brussel , 1844; Passieboeksken of woorden, werken en lijden van O. U. Jesus-Christus, Brussel, 1851; O. L. Y. ten troost te Vilvoorden, o/ korte geschiedenis van het klooster en van het beeld, onder dien naem bekend, Brussel, 1853, De christene onderrigt in zijnen godsdienst, Brussel, 1854; Werken en lijden van den \'wonderdadigen martelaer Andreas liobola, priester der Societeit Jesii, zalig verklaerd door Z. 11. den Paus Pius IX, Brussel, 1854; Het ehristelyk Houlaert of Hoolaert toegewyd aen God, aen Maria en aen andere Gods lieve Heiligen, Brussel, 1855 ; Geschiedenis der zalige maegd en martelares Maria ran Woluwe, gemeenelyk genoemd Lenneke-Mare, en der mirakuleuze kapel van Onze- Lievevrouw , tvaerin zij rust, Brussel, 1855 ; Levens der heilige Anna, Clemens, Cornelius, Eligius, Hubertas, tSebastiamis, Adrianas, Antonius, Rochus, Barbara, Lucia, Philo-mena, Adeleidis van Schaerbeek, Maria van Woluwe en Joannes Ruijsbroeck, Brussel, 1855; De eer weerde Heer Sterckendries, paf-toor te Hoolaert, of eenvoudige lijkrede uitgesproken gedurende zijnenplegtiyen zieldienst den 12 September 1804 , Brussel, 1804; Leven van den 11. Jacobus Jacops, geboortig van Oudenaerde, kanonuk der orde van Pr\'emon-streit en een der negentien martelaren vUn Gorcum, Brussel, 18(j8; Geschiedenis dfir marteldood van de H. Ursula en hare elf duizend gezellinnen door J. llilligeer, Geut 1808; Historie van de hertogelijke kerk vagt;i Alsemberg en van \'t wonderbeeld van Onze-Lieve- Vrouw aldaar bewaard, Brussel, 1809. Buddingh (Derk), geb. te Driel 18 Dec. 1800, was eerst bijzonder onderwijzer te \'s Gravenhage, later werd lijj leeraar en bibliothecaris aan de voormalige Kon. Aka-demie te Uelft. Sedert de opheffing dier inrichting woonde hij te Utrecht, waar hjj |
Bi April 1874 overleed. Van lezen schrijver is het denkbeeld uitgegaan eencr vereeniging van onderwijzers tot nut van \'t Onderwijs en \'t Schoolwezen te stichten. Onder zijn voorzitterschap kwam de zoogenaamde moe-dervereeniging tot stand en werd de ofticieele erkenning van het onderwijzersgenootschap bij Koninklijk besluit van 15 Maart 1844 verkregen. Hij schreef; Aanleiding tot de kennis der leiterk. geschiedenis der Nederlanden , \'s Hage 1825; Verhandeling over den aard der Noordsche godenleer, Utr. 1837; Kddaleer of handboek voor de noordsche mythologie, Utr. 1837; Over oude en latere drinkplegtigheden, vooral der Scandinavi\'éri, Gemanen en Sederlanders, \'s Hage 18i2; Geschiedenis van opvoeding en onderwijs, met betrekking tot het bijbellezen en yodsd. onderrigt op de scholen , \'2 st., \'s Hage \'1843 ; Verhandeling over het West land, ter opheld. der Loo- en Woerden en Hoven, benevens de natuurdiensten der Friezen en Batavieren, Leid. 1844; Mirakelgeloof en mirakelen in de Nederlanden, Hist. Leiterk. Proeve naar aanleid, van het be eeuwfeest van het H. Sacrament van mirakel Ie Amsterdam b Maart 1845, \'s Hage \'1844; Geschied- en letterkundig Archief, \'s Hage 1852; De kerk, school en wetenschap in de Vereenigde Staten van Noord-Amerika, 3 st. , Utr. 1852-53; Dietse hf taal en poezy met betrekking tot de alge-ineene , kerkelijke en staatkundige gesteldheid gedurende de middeleemven , Gorinchem 1859; De Dietscher Jacob van Maerlant, Arnh. \'18U9; Wandelingen door de Betuwe, ter opsporing van Germaansche, Balaafsche en Romeinsche Oudheden (1854-60), l\'iel\'1861; idem , Nieuwe Wandelingen, enz. Tiel 1865. Voorts schreef of vertaalde hij vele werken ten behoeve van het onderwijs, de statistiek enz., benevens een werk over het Boftregt, bevattende een onderzoek naar den oorsprong en de naambeteekenis van het geslacht Buddingh (Delft 1863) en plaatste hij bijdragen van allerlei aard in verschillendequot; tüdschr. en jaarboekjes. Budilin^li (Steven Adriaan), geb. aan de Kaag bij Leiden , 26 Maart 1811, promoveerde in de theologie te Leiden en ging in 1833 naar Oost-lndië als gouverneur bi) eene geachte familie, doch werd reeds in 1836 predikant te Batavia. In 1852 maakte hij een inspectie-reis naar de gemeenten in de buitenbezittingen, welke reis vijf jaar duurde , keerde daarop naar Nederland terug en sleet zijne laatste levensjaren Ie Arnhem. Hjj stierf te Katwijk 29 Juli 1869, waar Inj was heengereisd tot herstel van gezondheid. Hjj schreef onder meer andere werken : liijmelary, Leid 1833: Cantate en gezangen bij de inwijding der Willemskerk te Batavia, Bat. 1839; \'Allerlei, verzameling |
BiipIcmh—JHiiliijiiok.
|
van onderscheiden in het tijdschrift van Nederl. Indi\'ê geplaatste stukken, Bat. Ie dl, 1840, 2e til. ISW, (bevattende proza en poëzie); Indisch Archief. Tijdschrift voor de. Indien, i dln., Bat. 1811) 50; Nederlandsch Oost-l)idië, Reizen over Java , Madura , Makasser, enz , 3 dln.. met pl., porti\', en krtn , Rott. 1859 61. Zijne verzen zijn in verschillende jaarboekjes verspreid , of rusten nog in albums en portefeuille. HucIciih {.hui Baptist) werd te Antw. geb. 3 Nov. 1788 en overl. aldaar op 17 Jan. 18(i8. Hij werd priester en vestigde zidi in zijne geboortestad, waar hij ook opsteller werd van het nieuwsblad De Ant-werpenaer. Toen Willems getuigde dat de taalstudie in Zuid-Nederland verwaarloosd werd sedert de afscheuring van Noord-Nederland , trok Huelens tegen die bewering te velde en daardoor ontstond de bekende: Briefwisseling tusschen J. F. Willems, schrijver van het werk: Tael- en letterkundige verhandeling , opzigtelgk de Zugdelgke provintien der Nederlanden, en B huelens, Antw, 18\'2\'1. Huelens was ook een dergenen, die geene eenheid va\'i spelling voor bel Hol-iandsch en het Vlaamsch dulden , meenende dat daardoor het Protestantisme de Katholieke gewesten zon binnendringen. Hij schreef nog; Saemenspraeken over den Zegeprael ran het krutjs, Antw. 1821; Saemenspraeken waerin de geloofsstukken der Catholgke kerk gepredikt door den Vic.-Gen. F. C. Verheylewegen en day ster en verward voorgesteld, met klaerhei/d worden uytgelegd dóór J B. Huelens, Antw. 1821; Antwoord op het Sermoon gepredikt in de Kerk van den 11. Unmoldus door den Z. E. Ilr. F. Cr. Verheylewegen, den Men der Lentemaend 1821, Antw. 1821; Brief aen den Weledelen en hooggeboren Ridder XXX over den eigendom der kerkyebouwen door B. R F., Antw. 1820; Brief aen den Weledelen en hoogeboren Ridder XXX waerin hewezen wordt dat het tooneelspeeldersberoep eerloos is , en dat lien , indien zij zonder den theater te hebben afgezworen, sterven, de kerkelijke beyraevenis , de gewyde aerde, enz. enz., moeten ontzegd worden , Antw. 1820; Brief aen den Weledelen en hooygehoren Ridder XXX, waerin yetoond word dat het sonde is de hedendaeysche tooneelstukken by te wonegt;i, Antw. 1820; Over het eerloos Tooneelberoep en het zondiye by wonen der hedendaeysche schouwspelen, Antw. 1827; Beknoopt onderrigt vóór de Deelgenooten van het Broederschap van den 11. Nicolaus in Antwerpen, door J. B. B , Antw. 1836. Vlaemsche tael- en letterminnende protestant, Antw. 1842; De Heilige Dymphna, eerste matgd en martelares der Brabandsche Kempen, Antw. 1837; liet leven van St. Nicolaes. |
jUulion (Jan), een bekendtooneelspeler, wiens vrouw en dochter in de vorige eeuw ook aan het tooneel te Amst. verbonden waren, en die te Amst. in 1791 overleed, schreef onder de letters J. B.: De verliefde Arlekijn, of Arlekijn getransformeerd in verschcyde gestaltens, Dordr. 1719 Ariaas getrokken uit de opera: De Kamenier van Fortuin , Amst. 1772. Hiilirmaiiu (Frans Christiaan), geb. te Amst. 17 Mei 1830, boekhandelaar aldaar, schreef; De Geschiedenis can ons vaderland, met een voorwoord van W. J. Hofdijk, 1867 enz, De jonge Heldin of Haarlem in 1304, 1868; De Franseh-Pruisische oorlog, 2 dln. niet pl. 1872; Parijs onder de Commune, 1873; De Geschiedenis der Watergeuzen, 1873: Het leven van M. A. de Ruytcr, Brandt naverteld, 1873. De Russisch-Turksche oorloy van 1877. Naar authenthieke bronnen beschreven 1877. Al zijn werken zijn te Amsterdam uitgegeven. IfuiH A.) zie FubiiiN (A. N, J.) liuijH (M.) schreef; Overzicht van de geschiedenis der fraaie letteren in Nederland. Naar Hofdijks geschiedenis der Nederlandsche letterkunde bewerkt. Amst. 1876. Hij bewerkte ook in het Ned. Samuel Smiles, Beheersch u zei ven, en de 3 laatste deelen van Wehers Handboek der Aig. Geschiedenis. Buil (Abraham Johannes de), geb. te Amst, 11 Dec. 1823, opgeleid voor den handel , wijdde later zijne krachten aan de dagbladpers en was tot voor weinige jaren-Redacteur van de Amst. Cour. Hij schreef: Ken. beeld der toekomst, Romant. Gedicht, \'s Hage 1849; De val van Jeruzalem , treursp. (met J. van Lennep), \'s Hage 1850; Verspreide Gedichten , \'s Hage 1853 (3e dr. 1862); Novellen, Utr 1853; Naar de natuur, verspreide novellen en schetsen, Haarl. 1853; Binnenhuisjes, Haarl. 1861; Velerlei .gedichten , oud en nieuw, Haarl. 1863. Van zijn gedichten is een goedkoope uitgave verschenen, 2 dln., Schied 1871. Velerlei novellen en gedichten. Kompleete uitgave 2 dln, Schied. 1876 ; Gedichten met 16 staalgravuren. Schied. 1882 -3. Voorts is of was de B. medewerker aan versch. tijdschr., zooals Tijdspiegel, Gids, Kunstkronijk, enz, HiiUijiiok (August Victor) geb. 9 Jan. 1841 te Knesselare (Oost-Vlaanderen). Tot in het jaar 1864 verbleef hij in zijn geboortedorp, waar hij het bakkersbedrijf uitoefende. Daarna ging hij te Gent studeeren, met het doel om later in den handel te gaan. Met hetzelfde doel verbleef hij negen maanden (1864—65) te Antw., van waar hij door zijne ouders werd teruggeroepen. Sinds dien tijd was hij te Knesselare werkzaam als notaris- |
Hu in a Iturhni\'C
de AVcxeiibeek.
|
klerk; maar in 1874 kwam hij weer naar Antw. om er mede-opsteller Vim het Handelsblad te worden. In 1878 verliet hij deze betrekking, om te Gent opsteller te worden van het Fondsenblad, welk ambt hij thans nog vervuld. Buiten de bijdragen in tijdschriften uitgegeven, verscheen van hem een bundel; Liederen en andere Gedichten, Gent, 1809. Een tweede dichtbundel verscheen van hem onder den titel: Stemmen des Gevoels, Liederen en Gedichten, Antw. 1878. Verslag over de feestelijke betooging ter eere van I\' rans de Potter en 11. Claei/s, oji 22 November 188(1, door A. Bultijnch, secretaris der Gentsche afdeeling van het Davidsfonds, Gent, 1887. Biimn (Johannes Acronius van), geb. te Wageningen, was predikant te Loenen en daarna te Beekbergen, waar hij in 1705 is gestorven. Hij dichtte : Bethlehemsche Mengelingen— eeltige Psalmen Davids, 1681 ; Christus in den hof Gethsemane, schreef in dichtmaat en eenige Lat. verzen en theol. boeken. Buma (Johannes), goh. te Leeuwarden in 1094 , waai\' zijn vader apotheker was. Hij zelf zou hetzelfde vak gekozen hebben, hadden hem daartoe bij den dood zijns vaders de middelen niet ontbroken; een familiegeschil veroorzaakte een kostbaar proces, zoodat de apotheek moest verkocht worden. Sedert legde B. zich op het schilderen en de letteren toe. Hij stierf \'28 Juli 1750. Van hem zijn in \'t licht verschenen : Hofgedachten op de vier getijden des jaars, Leeuw. 1731; Nassansche Lauwerkrans, Leeuw. 1748; Israel\'s verdrukking in Eggpten, Leeuw. 1751; De Leerredenen van Us. Ph. Lud. Statins Muller (Lijkrede op Willem IV) in Digtk. Verzen gebragt. Leeuw. 175:2 ; Reis door de Elizeesche velden, waarin zeer vele zeldzame gevallen van de Hoeren van den Degen, Pen en Tabbaart worden gemeld, Leeuw 1753; lioere-lirniloft op het Huwelijk van Moddeworst en Griet Beerdberg, met geschiedk. aanin. en kop pi. (met titelvignet). Leeuw. 17, 1; Schrik niet, te Knollendam, ten dienste, der Bruiloftsgasten, Leeuw. 1707, Uuma (Albertus), theol, student en later schooldirecteur te Lippehuizen , gaf uit: De Heidelbergsche Catechismus, of onderwijzinge in de Christ. Leere, in rijm gestelt door K. Meijer (pred. te Harhajurn van 1029—74) ende nu na netter spellinge geschikt, Leeuw. 1710. Uuma (Anna Elisabeth), geb. te IJsbrech-tum 10 Dec. 1751) en overl. te Leeuwarden 23 Aug. 1825; in den Frieschen Volks-Alrnanak van 1802 vindt men van haar; Dichtproeven. Voorts vertaalde zij een En-gelsch werk. |
Kii ma (Wiardus Willem) geb. te Leeuwarden 11 Oct 1802 en aldaar overl. 10 Sept. 1873, promoveerde te Groningen in de rechten en was achtereenvolgens advocaat, lid der Gedeputeerde Staten , raadsheer en eindelijk president van \'t Prov. gerechtshof van Friesland. Behalve zijn brochures van kerkrechterlijken aard, was B. een ijverig medewerker in het tijdschrift de Frije Fries, waarin van zijne hand o a voorkomen: Hulptroepen uit Harlingen naar Zweden gezonden in 1(100, Geene heerlijkheden in Friesland of Dr. Sikke Dekenia en Mammema Stede te Jellum (beide zijn mededeelingen uit het journaal of uil de resolutien van Gedep. Staten, met inleidingen van zijn hand) Voorts De oude Friesche drinkhoorn van den Patroon van lioordahuizum beschreven en toegelicht; Des ilisschnps eerste gerecht of Alef van Alewa en Anne van Deeckeina, met inleid, en opm.; Ephemerides Leovardienses of Leeuwarder aanteekeningen van den notaris Anthonius Joostz., 1566—08 (uit de letterk. nalatenschap vanGabbema); Wgbe Saeckles, schepen van Leeuwarden, door het Hof veroordeeld tot den zwaurde 1516 (uit hel sententieboek van het Hof); Over den oorsprong van de Hervorming; Het moordjaar van het lgt;3e levensjaar; Wandeling langs de Friesche kust, kort na den watervloed van 1820; Schiermonnikoog — de Louwera — de Scholbalg, enz. Itnu iiijr [Arnold Weruineus) geb. te Uithuizen (Groningen) 21 Januari 1810, werd in 1861 als adelborst geplaatst op het Instituut voor de Marine te Willemsoord, doch was wegens gezondheidsredenen reeds in 1876 verplicht zijn pensioen als Lt. 2e klasse aan te vragen. Nadat hij dit verkregen had woonde hij eerst in zijne ge-bootteplaats en daarna te \'s-Gravenhage, waar hij Directeur werd van de modelkamer op het Museum van Marine. In 1885 werd hij benoemd tot Directeur van het Museum van land- en volkenkunde te Rotterdam, waar hij thans nog woont. Hij schreef; De erfenis van den burgemeester. Eene vertelling, Leid. 1875; (met J. A. Kruyt) Met de Hollandsche mail naar Indi\'é en terug, Gids voor de reizigers met stoomschepen van de Maatschappij Nederland, Amst. 1878 , 3e dr. 1885; Marineschetsen, \'s Hage 1880; Onze autre Kokkert, zijn leven en lotgevallen gedurende zijn verblijf aan den vasten wal, \'s Hage 1882. Hnr/burc \'\'p WcMcnbcck (Ridder Leo Philips Mui{\' \\e) geb. te Dendermonde, 16 Aug. 1812, ik/W zijne Latijnsche studiën bij Pater de Vos, oud-religieus der alidij van Affligem, en eindigde zijne humaniteiten in het Icon. college van Gent. Later voltrok |
Miiroligrriive —Kuren Schele.
128
|
hij zijne studiën aan de Gentsche Hooge-school en werd ten jare 18.\'}-2 doctor in de rechten. In 1815 kwam hij van Dender-monde naar Antwerpen, waar hij van 1855 tot 1801 administrateur was der Academie. In dit kunstgesticht rangschikte hjj do archieven der Sint Lucasgiide, welk gewichtig werk hij ook belangloos verrichtte voor de archieven der O L.V. kerken van Uender-monde en Antwerpen, buiten Fransche geschiedkundige werken over kunst en kunstenaars schreef hij in het Nedorlandsch: Toestand der beeldende kunsten te Antwerpen omtrent 1451, Antw. 1854; Jan van Ockeghem, zijne yeboorteplaats en verblijf in Antwerpen, Uendermonde, 1858 en 18(18; Jtescltrtjrinye ende beginsel van \'t clooster Waehvyck, gekend te Antwerpen onder den mem van Spinsters. Naer een handschrift der XVllIe eeuw, Antwerpen, 1859; Chronologische lijst der Ammans van Antwerpen, Antw. 1871; Lijst der Schepenen van Antwerpen, voor de XVt eeuw, Antw. 187*2; De Antwerpsche ommegangen in de XlVe en XVf eeuw, naar gelijktijdige handschriften uitgegeven, Antw. 1878. Als toondichter verheerlijkte Ridder de Burhure onze taal door het vervaardigen van Vlaamsche cantaten, koren en liederen , als: Inhuldigingskoor voor het praalgraf van den dichter J. 1lt;\'. Willems, 18i8; De slag bij Doggersbank, 1850; De Hoop van Belgi\'é, 1853; Hulde aan de kunst, 1851 ; Lena, 1855; Vlaamsch Schilderslied, 1855; Het AntwerpscU Meisje, 1855; enz. Bnroligrnve [Peter Jacob de) geb. te Passchendaie in \'169(j en te Wervick overleden 1 J\\ov. 1764. Hij was school- en heelmeester , en tevens gelegenheids-dichter, doch deze driedubbele betrekking schijnt den man geene fortuin te hebben aangebracht. In den jare 17-J() en 1730 gaf hij te Wervick, met zijne schoolkinderen, openbare vertooningen, waar \'s mans eigene stukken werden opgevoerd. Hij schreef: St. Cecilia, treursp.; Martial, Prins van Majorca, versiersel; Clodoveus en St, Clotisdis, eersten coninek en coninginne van Vranckryck; Albion of Alboin, fondateur van \'t rgek van Lom-hardien, en liosamonde sgnc hmjsvrouwe; St. Medardus, Wervycks patroon, schauspel. |
Burohourn (Isaiic) of Uurgliuurn, boekdrukker te Leid., later te \'sHage,beoefende de poezie. Hij gaf uit: Witten Enyd , uytwg-sende het Hoofsche Mom-Aensich\'., Leid. 1035; Batrachomyomachia, ofte df-i ^idt/iycken Veld-slagh timehen de Muy.J*(quot;\'\'\'„de de Kick-vorschen, Leid. I(i3{\'); Vreu eeJ\'-sanyli over de treffelyke overwinninge van de stereke stad Breda, Leid. 1037; Smarten Dugvel ,verthoo-nende wonderhjeke grillen des werelts, \'s Hage 1011 ; Nieuwe werélt vol gecken op-gepronckt met een selfs-bedriegelijck onverstandt, enz., \'s Hage lOfl; Den verkeerden hemel voor de Deur-waarders, Uoere-plagers, Bloet-sugpers en andere (made Christenen, enz., \'s Hage 1641; Klugthoofdige snorre-pupen, quaeken en quinck-slagen, enz , \'s Hage 1014. Onder zijn initialen J. B gaf hij uit: Een staeltjen van d\' andere werelt, aenwgsende de gevende schuylplaets der vervoerde geesten, \'s Hage 1640. BiiroklinnU (L. S.). Zie Ulldcrdljk (L. S.). Huren (li. van). Zie ItuedeH (Ar. D.) Huren (Marnis van) schreef ook in de letterkunde van B. den roman Beproefdgoud Arnhem 1870. Huren Schele (Anne Dieder ik van), geb. te Amst. 1!) Juli 1801 , was eerst tabaksfabrikant en landbouwer, doch leefde na 1832 zonder speciaal beroep. Hij woonde in het laatst van zijn leven te Amerongen, waar hij 10 Oct. 1874 overleed. Hij schreef de volgende romans: Magdalena Moons of het beleg van Leiden , Ainst. 1835; Het slot te VoÜenhove of vrijheidsmin en heldendeugd, Amst. 1830; De roovers in de rotsvesting of het meisje aan de Arno, Amst. 1837; De Angel-Saxische bruid of de veldslag aan de monden van den Rijn, Amst. 1838 ; De Rinaldo van het Noorden of\' de Uooverbruid, Amst. 1840; Episode uit het leven van M. A. de Ruijter, quot;1 dln., Amst. 1810 —41; Adolf van Gelder, 2 dln, Amst. 1812; De wilde jager, 2 dln., Dordr. 184); Keur van gedenkwaardigheden uit de geschiedenis van Nederlands Oost- en West-Indische bezittingen met pl., Amst. 1844; De Bastaarddochter, Amst. 1845; De Keizersdoehler of de hut in het Ligarische gebergte, Amst. 1817; Het verlovingsfeest of de gevolgen van den burgerkrijg in 1350, 2 dln., Amst. 1851—52; Armando Dias of twaalf jaren van misdaad en wraak, 2 dln\', Amst. 180-2; De gemsjager of de grot van Castelluzzo, Amst. 1854; Het Vaderland en Oranje, Oud en Nieuw. Hulde aan Z. M. Willem lil, Utr. 1854; De Russische spion of de belegering van Sebastopol, 2 dln., Amst. 1850; De Leeuw van de Appenijnen, Amst. 1857; De Oude van het duin en de Zeeuwsche vrijbuiters of de grondvesting van Nederl. vrijheid, Wag. 1857; De Grielc Sainos of de val van Sebastopol, \'2 dln., Amst. 1858; Maria Stuart, 2 dln., Amst. 18Ü5 , De Rinaldo der 19c eeuw of de roovers in Napels en Sicilië, Tiet 1806; Onder het het pseudoniem Antonio schreef hij: De vrijwilliger in het Pruisische leger. Een verhaal uit den laatsten oorlog, Dev. 1866; De erfoom van zes millioen of het |
li
■ i • i
-i
gt;• ;.. • • ..... ..... \'••• ■ •1 ■ \' ■
i® ■és. \' gt; :\'W m
\'■\\ i\'i- •\';. • • \' .vquot;? ■ , . • ,■:• Z1 - . V-.\'. ^ •, \'quot; \' : • •. V
|
■ ■ • ■\' • V- : quot; Uquot;: ■ . M-:; • •• 1■\'}■\'. - ? V ■ -V . •r: \' ; \'J t / \'i V\'. \' \'»\'• f1: \' /. \' \'• -v^-.V- *-.•.••\'\'( . \'l l r\' ■\'y vv\' •1 • •\' gt;;• . ■ . ♦v\'*! v,;:.-...-, -V . ■ .■■■■. - -V\'r-, /•-Ar \'i t\' \'fi.\' - , ,...: \' . ■m.,\' ■ .....\'y.X K\'. ï.lJ r-v.\'-v\'\'? if-kï ^ ■ i\'\'\'5j.. ■ 1 , W-V y-r: .\'i- :■ , . ^. •* |
■1 -, ■ ■ • \' (■ \' •quot; ^ ■. ■.. vv \'-a ,...•. v gt; .• ■ \'. ■; \'-V :r.^v:: ■ \' y. \' ■\' : o\' r ; . quot; :-,A \' v\'\'t ■ Vi ■ • .... , ■: •gt;,-•l- i \' gt;• , ■\' , . .■■.■■■■ ■,r1 ■ It/l |
■ A;,
|
•gt; \' |
M vi■ ( rgt; ■ KN-\'r- | |||
|
\\ |
Jquot;\'ï;^•\'\'quot; ■\' \' .\' *1\'\'quot; j -4 amp; | |||
|
V\' -.i\'1 |
(;• . rj[ • ^ v v. quot;v \'■-■ ■ ■ v. • v -V ■ • gt;-« [/ v\'\'. gt; | |||
|
s ... ; . • , \' .■\'•■ ■ . |
y\'^K \'amp;*%x-K-f :i\'; |
• V;\';, \' . |
\'\' \' . quot; quot; . 1 . -i \' | |
|
-v, ,r |
v. f1 ■, - ■ \' \' |
■ \' gt;5
|
■v, ;.-V | |
|
A-^ | |
|
ii |
...
\' - ■#PiP
.•■./\'•• •..•■ • • r\' ■quot; v ■\'!•\'• - ••
\'quot;\'v\'
-\'•Vl \'
. -
•M:
.
v! ;.i :0\' lt; V, v ■ quot;i
. t \'/\'i\' • ■ • \' Sgt;.V- \\ \'\' ■ V
|
a ii-Mm mm, mivms:xm «asjfVRi ;. \'... ; . S •: ■■ ^Ir ;,i, r%ï quot;„\'\'t ■\'■ r t\' |r;j; v,,.\', ■;■ S\' \' • Vi k \'\' Ö- i\\\'r -M i : ■ ■. - ^,: ■ \' •■■■ ■ ■\' ■ ■ V ;•, |
Pm i ; V v- ■•• ••,«■ v \'Nk v f- ■\'v W\'a Si |
\' \'vM
«s
:;Sf,
Aquot; • !,;•
■, - 1 ■:. \'t\'y ■\' \'W ■ ■
■ ■v ;-V ^\'V/^
■ ■ . tquot;\' quot; a ■
ré1 ■ ■
wMi A
\' ■. ; v \' •
lük\'amp;^WgVy\'^
::v-,r-r • h ■
,\'■ \'■ •/ 1\' \'\'■ .x ; ■ \' ■ /■ ■
__
BERICHT VOOR DEN EERSTEN DRUK.
Bij de verschijning der eerste aflevering een enkel woord, waarmede de onder-geteekenden hun werk bij \'t publiek willen inleiden, en dat tevens dienen moet tot captatio henevolentiac indien hun verwijten van onvolledigheid of onnauwkeurigheid naar \'t hoofd worden geslingerd. Het Jiabeni sua fata lihelli komt hier vooral te pas met het oog op alle lotgevallen, die onze correspondentie te doorloopen had met de H.H. letterkundigen , over hetgeen elk van zich wenschte opgenomen te zien; onvolledig is daarom ons werk zeker, omdat velen niet antwoordden, onnauwkeurig is het ook wijl enkelen niet in genoeg bijzonderheden traden, en wie zal het wraken dat een werk van zulk een omvang nog vele leemten heeft, welke geheel voor onze rekening moeten komen. Wij roepen daarom beleefd maar dringend nogmaals de hulp in van allen , die een steentje kunnen aandragen om ons het gebouw te helpen voltooien; wij trachten toch een boek te geven dat zooveel mogelijk alles bevatten zal wat in Noord- of Zuid-Nederland op bellettristisch gebied in den uitgebreidsten zin geschreven eh gewreven is, met enkele bijzonderheden nopens de schrijvers, zoowel vroegere als thans nog levende; en tegen dit laatste vooral meenden wij dat geen bezwaar kon bestaan , omdat wij ons voornamen eene strikte onzijdigheid in acht te nemen en nergens, in welken vi rm ook, eenige critiek uit te oefenen.
\'t Is onze wensch dat ons boek der volledigheid zoo veel mogelijk nabij kome, om als legger te dienen voor elkeen, die belang stelt in onze letterkunde, en \'t is dus, hopen wij, geen ijdele wensch, dien wij uiten, dat elkeen, die ons helpen kan, ons zijne meening rond en open , liefst per brief mededeelt. Het qui cito dat Us dat is hierbij een behartigenswaardig spreekwoord, opdat we na \'t voltooien van het boek geen groot supplement behoeven te geven.
BERICHT VOOR DEN TWEEDEN DRUK.
Toen de eerste aflevering van den isten druk van ons Woordenboek verscheen, deden wij niet te vergeefs een beroep op onze landgenooten in Noord en Zuid om ons het gebouw te helpen voltooien; zeer gewaardeerde bijdragen werden ons van alle zijden toegezonden , gewenschte inlichtingen gegeven en opmerkingen gemaakt; weinig hadden wij durven hopen dat ons werk zóó gewaardeerd zou worden, dat reeds weinige jaren later een tweede druk zou noodig zijn. Bij het verschijnen van de eerste aflevering dier uitgave doen wij opnieuw een beroep op de welwillendheid onzer landgenooten en hopen dat zij ons hunne zeer gewenschte bijdragen niet zullen onthouden, ten einde het werk daardoor aan volledigheid en nauwkeurigheid winne.
Geholpen door bibliographieön, trachtten wij zooveel mogelijk al diegenen op te nemen, die zich op letterkundig gebied in den uitgebreidsten zin bewegen; hartelijk hopen wij dat onze arbeid ondersteuning vinde en men zelfs ongevraagd ons die opgaven verschafife, noodig om een werk van grooten omvang zoo goed en degelijk mogelijk tot stand te brengen.
Dr. W. J. A. HUBERTS, ) t y „
W. A. ELBERTS, j te Zwolle-
F. Joz. P. VAN DEN BRANDEN, te Antwerpen.
VOORWAARDEN VAN INTEEKENINQ.
Het werk zal verschynen in Afleveringen van 4 vel royaal 8° of 64 pag. druks, gelijkstaande met 240 pag. gewonen letterdruk; elke aflevering zal slechts 95 Cent kosten.
Zoodra het werk compleet is zal men beginnen met een Supplement samen te stellen.
Eene Naamlijst van Inteekenaren zal aan het werk worden toegevoegd, waarom men beleefd duidelijke opgaaf van naam en kwaliteit verzoekt.
Het geheel wordt geraamd op ongeveer 15 afleveringen, die elkander, voor zoover dit met eene goede bewerking overeen te brengen is, zoo spoedig mogelijk zullen opvolgen. Mocht het werk de raming van 15 afl. te boven gaan, dan zal het meerdere gratis worden geleverd.
Telkens na de uitgave van drie afleveringen, wordt over het verschuldigde beschikt.
Voor dit werk zijn daarbij passende BANDEN vervaardigd a /0,85 in geheel linnen en idem in rood marokko rug a /1,85. 1
,P| iJ-,
\'
.
\'
BE
Bij de versch geteekenden hun w captaiio benevolent naar \'t hoofd woi pas met het oog met de H.H. letter onvolledig is daaro is het ook wijl enl dat een werk van rekening moeten hulp in van allen , voltooien; wij tra zal wat in Noorc zin geschteven eii zoowel vroegere al geen bezwaar kor acht te nemen en
\'t Is onze wer om als legger te c dus , hopen wij, g( ons zijne meening is hierbij een bel boek geen groot si
Toen de eerste deden wij niet te ons het gebouw t alle zijden toegezoi. weinig hadden wij reeds weinige jaren de eèrste aflevering onzer landgenooten onthouden, ten eir Geholpen doo te nemen, die zi hartelijk hopen w , ons die opgaven V( degelijk mogelijk ti
a Vvi-. ■\'!
vo
Het werk za druks, geliikstaar slechts 95 Cent kc Zoodra het \' samen te stellen.
Eene Naamli, waarom men bek Het geheel } voor zoover dit n mógelijk zullen c gaan, dan zal het Telkens na d beschikt.
Voor dit we geheel linnen en ii
BEÏ