-ocr page 1-

GIDS

voor de bezoekers

VAX IF KT

jji t il 111 a ii it 5 r !| li\' u 5 r u nj

VOOR

GESCHIEDENIS EX KUXST,

noon

Pavid van der Rellen jJr,

TWEEDE EHUK.

A MS TE I! D AM. SEYFFARDT\'s HOEKHAXDEL.

PRIJS /quot; 1.~

-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

y/g ■/ y

GIDS

M : : , \'/C?

\' j. .1 / • t1

i (;\'■

voor de bezoekers

X c il e r I ii 11 il 511| ji\'r u s c u ii| ƒ

VOOR

GESCHIEDENIS EN KUNST,

JDayid van der Rellen ^r.

TWEEDE DEUK.

RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

1600 0014

AMSTERDAM, SEYFFARDT\'s BOEKHANDEL.

BIBLIOTHEEK RIJKSUNIVERSITEIT UTRECHT

-ocr page 6-

Gedrukt bij K. F. SEYFFARDT, 13 Overtoom, Nikuwer-Amstel

-ocr page 7-

VOORWOORD.

Zoolang het Nederlandsch Museum niet in zijn geheel geopend is, kan aan het zamenstellen van een officiëeten Catalogus niet gedacht worden.

De bezoeker evenwel wenscht een handleiding, een wegwijzer, uitvoeriger dan de reeds bestaande, die hem wijst op het meest merkwaardige, die hem meedeelt, uit welken tijd de voorwerpen dagteekenen en \'tgeen daarvan verder te zeggen valt.

In deze behoefte wordt door dezen Gids voldaan, waarvan het reeds spoedig verschijnen van. een tweeden druk het beste bewijs is.

-ocr page 8-
-ocr page 9-

Wanneer men vóór eti naar het Museumgebouw gekeerd staat, heeft men den ingang naar het Museum van schilderijen en het Prentenkabinet aan de rechter- die naar het Nederlandsch Museum aan de linkerhand. Tusschen die heide ingangen ligt de doorrit. Breede trappen voeren van het ééne Museum in het andere.

Tn de ruime vestibule is de vestiaire geplaatst, waarboven als een trouwe wachter het beeld van den reus Goliath, ruim vijf meter hoog, vergezeld van zijn schildknaap, terwijl David gereed staat den steen uit zijn slinger naar het hoofd van den reus te werpen.

Deze groep, naar men wil door den bekenden Vincken-brinck vervaardigd, stond vroeger in het zoogenaamde Doolhof, een der geliefde plaatsen van uitspanning voor de Amsterdamsche jeugd.

Daartegenover vindt men het model in hout van de Muiderpoort te Amsterdam.

Eenige trappen hooger in dezelfde vestibule ontmoet men de modellen van de groote sluizen te Vreeswijk en van de tegenwoordige Beurs van Amsterdam.

Wij gaan de vestibule ten einde en dalen naar de overdekte Binnenplaats af langs een breede trap, waarop de twee modellen van den geprojecteerden toren van de Nieuwe Kerk geplaatst zijn. Geen van beiden is ooit uitgevoerd, ofschoon wel in 1647 de eerste steen gelegd werd voor den bouw van waarschijnlijk het grootste model. {Zie daarover den groenen roemer in de vitrine van Amsterdam in zaal 157).

-ocr page 10-

6

Op de Binnenplaats gekomen, zullen wij dadelijk het pad inslaan aan de linkerhand, waar wij aan de ééne zijde een nog onbezette ruimte vinden, die later door de verzameling wapenen, aan de gemeente Amsterdam toebe-hoorende, zal worden ingenomen, terwijl in eene groote vitrine een aantal modellen van geschut enz. op de stedelijke geschutgieterij gegoten, zullen gevonden worden. Verder een belangrijk werktuig tot het boren van het geschut. Aan de rechterzijde vinden wij een tiental groepen in nationale kleederdrachten, vervaardigd voor de Internationale Tentoonstelling in 1878 te Parijs, die in toepasselijke decoratieve omgeving zijn geplaatst. Zij stellen voor;

1. Marker binnenhuis, man, vrouw en kind.

2. Meisje uit Dordrecht en boerin uit de omstreken van Breda.

3. Winter op Zuidbeveland.

4. Volendammer visscher en zijne moeder.

5. Scheveningers.

6. Bruid en Bruidegom van Nunspeet.

7. Botboer uit Huizen en vischvrouw van Zand voort,

8. Leeuwarder dame en Haagsch weesmeisje.

9. Vrijer en vrijster van Walcheren.

10. Evang. Luthersch weesmeisje, in costuum van voorheen en een burgerweesmeisje.

Op de zoldering daarboven twee Gapers, zooals men die vroeger en ook nog wel voor de winkels der Amsterdamsche drogisten ziet staan.

Daartegenover vindt men de afdeeling marine-artillerier t.w. verschillende soorten van geschut zoo los als op rolpaard en affuit, een aantal daarvan in batterij en voor do geschutpoorten gesteld. Onder de tafels projectielen en kruit-kisten enz.

Een der glazen kasten bevat uitsluitend sloten en slagtoestellen. Bovenin werktuigen tot versperring en verdediging-van zeegaten.

-ocr page 11-

7

De tweede kast bevat meest handwapenen, revolvers en andere pistolen, sabels, enterbijlen en pieken enz., modellen van militaire hoofddeksels, verdei\' kleinere geschutmodellen, rolpaarden en affuiten. Geheel bovenin eenige aarden stinkpotten, die ontstoken, een bedwelmenden stank verspreiden. Zij werden te Vlissingen opgegraven, waarschijnlijk bij het bombardement door de Engelschen daarin geworpen.

Een viertiental scheepsgeweren en toebehooren zijn afzonderlijk bijeengesteld.

Langs een rek, waaraan een aantal zware walbussen uit de 17e en 18e eeuw zijn bevestigd, met rad- lont- of vuursteensloten, komt men in do afdeeling soude wapenen,quot;

Onder de wapenrustingen werd vroeger één beschouwd als aan de Ruijter toebehoord hebbende, \'t is echter geen harnas van een zeeman, maar van een speerruiter.

Die in den linkerhoek staande, heet van Piet Hein afkomstig te zijn, onmogelijk is het niet, doch met meer zekerheid mag die zwart geverfde in den rechter hoek, als die van den admiraal Jacob van Heemskerck beschouwd worden; zij werd in de Oude Kerk te Amsterdam gevonden, waar ze waarschijnlijk boven zijn graf heeft gehangen. Heemskerck sneuvelde in 1607 bij Gibraltar, een schot verbrijzelde zijn linkerbeen en dus ook het linkerdijstuk van zijne rusting, dat dan ook hier ontbreekt.

Onder de verdere wapenen zijn er anders geene, die als historische herinneringen kunnen- genoemd worden. Zij zijn echter als bijdragen voor de geschiedenis der wapening van belang.

Eén rek is gevuld met musketten, snaphanen en verdere geweren uit de 17e en 18e eeuw, met rad- lont- en vuursteensloten. De wanden zijn behangen met hand- en voetbogen uit de 16e eeuw, met seizen, hellebaarden, spontons, pieken, degens en sabels, een verrejager, een schild, bestaande uit een schildpad, waarop het portret van Prins Fredrik Hendrik te paard is geschilderd..

-ocr page 12-

8

maliënkolders, grootere en kleinere donderbussen enz. enz., terwijl daarboven eenige vaandels uit den tijd der republiek (einde der 17e eeuw en later) hangen, waarvan de meeste het wapen der vereenigde provinciën, of dat van Willem III aan de ééne, het wapen der provincie, die het regiment bekostigde, aan de andere zijde dragen. Enkele ervan zijn uit het laatst der vorige eeuw.

In eene vitrine zijn meer uitsluitend prachtwapenen geplaatst, ook jachtwapenen, als geweren, degens, hartsvangers, kruithoorns, een zeldzame patroonbandelier enz. Daarbij een fraai jachtgeweer met verguld montuur, door Prins Willem V. vereerd aan den schout-bij-nacht Zoutman na den slag bij Doggersbank. Onder de trommen vindt men er één uit de 17e eeuw en één van de Amsterdamsche schutterij uit de 18e eeuw met opschrift »Stads rust is ons lust.quot;

De oudste stukken, die men in deze afdeeling vindt, zijn de slangen en voghelaars, grootendeels uit de 15e en het begin der 16e eeuw, die, zooals men ziet, losse kamers hadden, welke met een spie werden vastgezet. De vrij gave voghelaar op nieuw roodgeverfd voetstuk, naar oude teekeningen gevolgd, werd bij de droogmaking der Haarlemmermeer gevonden. Uit de 15e eeuw zijn ook de kleine handkanonnen, de voorloopers der geweren, die echter zonder slot zijn en eenvoudig met een lont moesten ontstoken worden.

Buitengewoon fraai is het kleine bronzen rijk versierde kanon op raderen, afkomstig van de Cannenburg, met opschrift »Fredelant ben ick genamt 1533.quot; Niet minder ook het grootere bronzen prachtstuk met sierlijke verguld zilveren ornementen en getrokken loop. Uit het wapen van Saksen, dat het draagt, zou men opmaken, dat het een geschenk is geweest, door een der koningen van Saksen aan Willem III gemaakt.

Verder vindt men hier een aantal lansen, afkomstig van

-ocr page 13-

9

de lanciers, waaronder met zijden vlaggen, zooals in der tijd de kroonprinses Anna Paulowna ze aan het eskadron schonk,*) geweren en karabijnen, de laatste van de marechaussees, sabels, kurassen en helmen van de kurassiers van lateren tijd, trommen, trommelstokken, sabels en bandelieren van de tamboer-majoors van onze schutterijen, eindelijk een jenevervaatje waaruit door de marketenster van liet 4 Bat. 4 Komp. Infanterie, Jantje van Varik, bij den slag van Waterloo getapt is, enz. enz.

In de platte vitrine vindt men 4. een verzameling opgegraven dolken, en ander ijzerwerk, 2. eenige repro-dukties van gedreven rondassen en dolken uit de 16e eeuw, 3. een vrijheidshoed, waaromheen de gelukkige burgers van Hagestein gedanst zullen hebben, 4. een tinnen bord, in de straat van Magellaan gevonden, aan de wal aan een paal gespijkerd en volgens het daarin gegrifte, aldaar in 1616 door het Amsterdamsche schip »de Eendrachtquot; achtergelaten, 5. Vuurslagen in den vorm van geweersloten enz.

Boven dit alles wapperen een aantal veroverde Engelsche scheepsvlaggen, verderop gevolgd door eenige Spaansche.

Het vertrek, dat wij thans aan de rechterhand hebben bestaat uit overblijfselen van het zoogenaamde »Hoogerhuisquot; bij Amersfoort, gebouwd en bewoond door den beroemden Jacob van Campen, die naar men wil, ook het daarin aanwezig decoratieve schilderwerk heeft vervaardigd. In het middenvak leest men de Spaansche spreuk »E1 todo es nada.quot; (Alles is niets). In dit kamertje is eigenaardig het model van van Campen\'s meesterstuk, het stadhuis van Amsterdam geplaatst.

De beide ijzeren versieringen, die hierbovenop staan, uit bliksemschichten zaamgesteld, zijn ook van dat huis afkomstig. De verdere kruisen, windwijzers en de andere ij/.or-

c) De drie aanwezige exemplaren zijn gesoiienken van den gepens. generaal C. L. Scheidier List.

-ocr page 14-

10

werken komen eveneens van oude huizen en kerken zoomede de pomp, liet balkonhek en de fraaie ijzeren armen, waaraan een lantaarn en een uithangbord sd\'haringbuysquot; hangen.

De groote lantaarn, die men op de vroeger genoemde vitrine ziet staan, werd te Haarlem bij begrafenissen bij avond gebruikt.

Bij het ijzerwerk kunnen wij nog voegen de verzameling haardplaten en fragmenten van kachels, met historische of mythologische voorstellingen, waaronder vooral belangrijk één uit de \'16e eeuw, waarop de belegering van Bethulië en de dood van Holofernus is voorgesteld.

Aan de bontheid der geschilderde meubelen weet elk, dat we thans te Hindeloopen zijn, de groep in de kamer overtuigt ons daarvan door de eigenaardige kleederdracht der moeder, baker en\'t kindje.

Met een aantal andere meubelen uit Hindeloopen staat er buiten dat vertrek ook een model van een Friesche boerderij uit het begin dezer eeuw, (een geschenk van Mev. de Wed. de Clercq-Stinstra,) benevens een prachtexemplaar van een Noord-Hollandsche kaaspers uit de 17 eeuw. *)

Van hoeveel meer smaak getuigt dit laatste nietige voorwerp dan de vorstelijke Karos (berliner) van koning quot;Willem I, die in de nabijheid staat, of dan het burgerlijk sleepkoetsje, daar tegen den muur, in \'t welk Nijmegen\'s jeugd of oudjes zich tot in 1848 lieten sollen. Sierlijk daarentegen is het tweede sleepkoetsje uit de ie helft der vorige eeuw, niet minder het kinderwagentje, de beide sjeezen en het jachtrijtuig, dat zoo kwistig met verguldsel en schilderwerk van Aart Schouman is beladen.

De draagstoel uit \'t laatst der \'17e eeuw doet ons op eens aan de Heeren en Dames van Molière\'s tijd denken, aan dien tijd van opgeblazen ver wijfheid.

0) Wellicht zijn bij het verschijnen van dezen tweeden druk deze twee laatste voorwerpen vervangen door een fraaien boerenwagen van voorheen. r

-ocr page 15-

11

Liever vertoeven wij bij de ar uit het einde der 17e eeuw en bij de verdere ijssleden, die zeker hier niet mochten ontbreken en die dan ook door fraaie exemplaren vertegenwoordigd zijn, gedeeltelijk nog uit de 17e en de verdere uit de 18e eeuw.

En nu, hoeden af voor onze Barendsz en Heemskerck en voor de relieken, die zij na hunne overwintering op Nova-Zembla 1596-1597 daar achterlieten. De eerste liet zijn leven op den terugtocht, van den tweede werd het gespaard, om liet 10 jaren later voor Gibraltar te verliezen. (Zie pagina 7.) De nummers op de voorwerpen met de daarbij hangende lijsten maken hier een nadere beschrijving onnoodig.

Wij zijn thans tot de afdeeling Marine genaderd.

Daar de meeste voorwerpen nummers dragen, vergemakkelijkt dit onze taak.

Zooals men ziet, wordt hier als\'t ware een gang gevormd, waarvan wij het eerst de rechterzijde zullen beschouwen.

In eene vitrine No. 30. Kielkade van \'s Rijks-werf te Willemsoord met het fregat «Prins FrederikderNederlandenquot; dat overwonden wordt, om de kiel te kunnen nazien en repareeren.

1091. Kielkade, waarvan de bekleeding is weggenomen om het inwendige te doen zien.

78. Werkladder, die uitgeschoven kan worden.

988. Korvet,op smeer staande, gereed van stapel te loopen. 1368. Kalkbak, troffel, schootsvel, schietlood, enz. gediend hebbende bij \'t leggen van den eersten steen aan. de Zeedokssluis te Vlissingen.

1249. Kalkbak en troffel, tot hetzelfde doel gediend \' hebbende bij het droogdok te Willemsoord.

18, lO, 20 en 989. Houtstoven tot het drogen van \'t liout, de laatste met ketelgebouw. 1363 Scl^eepskap te Vlissingen.

-ocr page 16-

12

16, 17 en 1076. Scheepskappen en verschillende wijze van bedekking.

1073 Draaibrug over het N.-Hollandsch kanaal bij Alkmaar.

1074 Vlotbrug.

18. Brug over de haven van de werf te Rotterdam.

5. De groote Zeedokssluis te Vlisssingen.

2. Droogdok aldaar, van 1783.

4. Droogdok te Toulon van 1778.

6. Drijvend droogdok van Fransche vinding van 1787. 12. Doorsnede van een droogdok van Amerikaansche

vinding van 1849.

Daarnaast drie kameelen of scheepslichters.

Hierboven langs don geheelen wand loopt een stelling, waarop fragmenten van scheepsbouw en werktuigen van allerlei aard, meest alleen van belang voor den zeeman.

Nog hooger een serie geschilderde portretten van bewindvoerders der O. I. Compagnie (Rotterdarnsche kamer.)

Nog eens denzelfden weg makende, vinden wij aan de linkerhand:

Een reddingsboot met riemen enz. 52 Een Archimedische schroef voor leegmalingen, Een reddingsboei.

1183. Model van een Hollandschen Schokker.

31—37. Groote mastbokken en kranen, kiellichters, enz 21. Kameel of scheepslichter. Uitgevonden in 1690 door Meeuwis Meindertsz. Bakker, voornamelijk om de zwaargeladen koopvaarders uit de Zuiderzee over het Pampus in het Y te lichten. 15 Achtergedeelte van een scheepskap van de grootste soort.

41—48. Heitoestellen, heikranen enz.

5903. IJsbreker voor binnenkanalen.

27 Moddermolen, dooi\' paarden gedreven vroeger op

het IJ in gebruik.

28. Baggermolen.

-ocr page 17-

43

4090. Baggervlot.

26. Baggervlot, omstreeks 4800 in de haven van Helle-voetsluis gebruikt.

4043. Halftnodel van een schip, dat met raderwerk wordt bewogen.

4302. Een der zijden van het lichttoestel op liet eiland Schouwen.

4081. Reddingsboei met verlichtingstoestel.

4209. Het droogdok te Willemsoord uit 1866. 829. De Yan Speijk\'s vuurtoren te Egmond aan zee. Aan den muur hierboven en verder verspreid zijn opgehangen : Afbeeldingen van verschillende factorijen der O.-I. Compagnie, audienties onzer afgezanten aan Oostersche hoven en andere schilderijen.

De reeks vlaggen daarboven zijn allen op zeeroovers veroverd.

In de ruimte tusschen de beide trappen:

502. Een tweedeksschip van de O.-I. Compagnie staande op kameelen, van welke de bekleeding is weggenomen. 4422. Twee droogdokken van 4836 en 4878 op de fabriek van Paul van Vlissingen gemaakt, voor den dienst in O.-Indië. Het tweede is te Onrust geplaatst. 4. Reliefplan van \'s Rijkswerf te Hellevoetsluis met

een gedeelte der stad en vestingwerken. 7. De beide achter elkaar liggende droogdokken aldaar. Model van de Oosterdoksluizen te Amsterdam.

Verder: Reliefplan van het eiland Decima in Japan. Wij zullen thans de afgeschoten zaal binnengaan, die rondom behangen is met halve modellen van schepen, naar de soort, waartoe zij behooren, in groepen verdeeld. De namen van de soorten zijn door êtiquetten aangegeven.

De grootste geheele modellen zijn in drie rijen geschaard, waarvan de middelste de navolgende schepen bevat, beginnende bij den ingang:

654. Linieschip van 70 stukken, gebouwd op last van de

-ocr page 18-

14

admiraliteit van Zeeland, en opgetuigd onder toezicht van den Vice-admiraal Cornelis Evertsen den jonge in 1(398.

Of dit model ooit uitgevoerd is geworden, is onzeker, doch \'t is een type van de vroegere oorlogschepen, die aan sierlijkheid van vorm en rijkdom van versiering, kracht en soliditeit paarden.

(558. Compagnieschip ,.de quot;Vergelijkingquot; van 40 stukken uit 1780, voorzien van donderkettingen en blik-semscherm.

? Linieschip (de Hoop?)

508 Linieschip „Koning der Nederlandenquot; (vroeger de Nephunus) van 84 stukken. In tweeën gedeeld, om het met buitengewone zorg bewerkte inwendige van het schip te doen zien.

Op Vas der ware grootte, in 1842 voltooid.

499. Engelsch schip van 40 stukken uit het midden der vorige eeuw.

De rij links bestaat uit:

603. Fregat „Euridicequot; van 32 stukken uit het begin der tegenwoordige eeuw. Dit model diende bij het onderricht aan de adelborsten te Feijenoord.

Kruisbark uit 1774. (Eigendom van het Kon. Oudh. Genootschap).

1257. Linieschip „Chattam.quot;

1235. Ramtorenschip „Buffel.quot;

1239. Monitor „Tijger.quot;

508. Tweede helft van het linieschip „Koning der Nederlanden.quot; Zie hierboven.

498. Schip van 40 stukken uit 175C.

De rij rechts:

652. Linieschip „Mercuriusquot; van 58 stukken van 1747.

661. Linieschip van 70 stukken uitliet laatstder vorige eeuw.

1210 Koopvaardijschip „de Witte Oliphant,quot; uit liet midden der 18° eeuw.

-ocr page 19-

15

■950. Oorlogskotter van 18 stukken.

665. Fregat „Prina Frederik der Nederlandenquot; (vroeger

I.Tssel) van 44 stukken.

497. Schip van 54 stukken op stapel, uit 475\'2.

Verder in den rechterhoek bij den ingang:

504. Een Linieschip van 74 stukken van 1797, in een

glazen vitrine, waarop ■889. Het model van een in 1822 te Capelle (Noord-Brabant) opgegraven schip, waarschijnlijk uit de 17e eeuw.

In den linkerhoek;

500. Linieschip „de Vrijheidquot; van 1782.

Langs de wanden der zaal loopt een reeks tafels, waarop de navolgende modellen zijn tentoongesteld.

Beginnende rechts van den ingang:

503. Fregat van de O.-Indische Compagnie. 1140. Ontwerp voor een gepantserden koepel voor de

stoombatterij »de Ruijter.quot;

4141. Helft van een gepantserden koepel. (Ontwerp) 4150. Helft van een blokhuis voor scherpschutters op de drijvende batterij »de Ruijter.quot;

123. Plaatsing der verschansingplaten voor schroefstoom-schepen van de 4 klasse.

4153—1154. Ontwerpen voor de sluiting der geschutpoorten

der drijvende batterijen.

4156. Ontwerp voor onderwalervaartuigen, bestemd ook om als torpedo te dienen. Voorgesteld onder koning Willem I.

1)55. Driemastschip, in 1779 te Amsterdam op het Bikkerseiland voor rekening van particulieren gebouwd en onder Fransche vlag in zee gestoken.

Aan den wand zijn hier opgehangen twee modellen van forten, opgericht aan de rivier de Commewijne in Suriname, gebouwd door Lotsy.

511. Eerste veerstoomboot voor het veer van de Moerdijk.

-ocr page 20-

16

1165. Ontwerp voor een stoomverdedigensvaartuig van 1865. 101 en 102. Hekverschansingen.

Een aantal Schegsieniden.

514. Hol van een Markerwaterschip.

1089. Marker waterschip voor het sleepen van zeeschepen over het Pampus en andere ondiepten.

678. Loodsvaartuig van 1836.

675. Boeier, zooals koning Willem I in 1816 er een aan

den Keizer van Rusland heeft geschonken.

676. Hengst, zooals er een steeds gereed lag aan het

Strijensche Sas tot overvoer der Vorstelijke familie naar de Moerdijk.

677. Loodsrinkelaar van 1836.

515. Vlissingsche loodskotter No. 9.

1180. Visschersboot.

1371. Fregat van 45 stukken.

662. Amerikaansch fregat ))la Heroinequot; van 1793.

667. Oorlogskotter van 20 stukken.

654. Brik »de Pijlquot; van 1778.

659. Fregat «Zeepaard.quot;

679. Galei voor de vaart op den Don au en de Kaspische

zee, voor Czar Peter den Groote in Holland gebouwd.

674. Polakker.

664. Transportschip »Prins Willem Frederik Hendrikquot;

van 10 stukken, uit 1832.

656. Linieschip »Hectorquot; van 44 stukken.

660. Brik »de Pijlquot; van 14 stukken, uit 1785.

653. Fregat «de Eendragtquot; van 24 stukken, uit 1776. 1370. Fregat »Thetisquot; van 24 stukken. 671. Nederlandsche Roeikanonneerboot van 1830.

668. Fransche kanonneerschooner.

669. Zweedsche kanonneerboot.

4157. Kustvaartuig uit den Franschen tijd. 1025. Kanonneerboot. Groot model.

-ocr page 21-

17

1117. Verdedigingsvaartuig „Pro patria.quot; 673. Nederlandsche Gafl\'elkanonn eerboot van de grootste

soort uit 1835.

672. Nederlandsche Gaffelkanonneerboot van de kleinste

soort uit 1835.

507. Kanonneerboot of uitlegger met 6 stukken. 1088. Landingsboot.

666. Kanonneerboot «Zeeduivelquot; uit 1799. 1213. Ramtorenschip «Prins Hendrik.quot; 1236. Ramtorenschip »Stier.quot;

1238. Monitor »Heiligerlee.quot;

1405. Kanonneerboot van Krupp.

1279. Ramtorenschip »Guiiiea.quot;

1244. Halve toren van het Ramtorenschip «Prins Hendrik.quot; 1121. Stuurboordhelft van de drijvende batterij ))Nepthunus.quot; 1159. Wijze van verandering der stoombatterij ))de Ruijter.quot; 505. Linieschip sChattamquot; van 90 stuk uit 1802.

104. Half achterschip van het fregat «Admiraal van

Wassenaar.quot;

105. Schip in zijne spanten.

100. Achterschip van het fregat »Prins van Oranjequot; van 60 stukken uit 1840.

De wijze van mortierstelling van de Proserpina, de Hekla en de Medusa.

501. Amsterdamsch schip van 54 stukken uit 1784, Aan deze zaal grenzen drie kleine vertrekken, waarin glazenkasten, gevuld met onderdeelen van de uitrusting der schepen en met verschillende hulpmiddelen en gereedschappen voor de zeevaart.

Boven den ingang van het . eerste vertrek prijkt het gekleurde houten borstbeeld van Piet Hein.

De eerste kast in dit vertrek bevat vuurtorens en verdere toestellen voor kustverlichting en seinen, voor redding van schipbreukelingen, enz.

De tweede en een gedeelte der derde kast: stoommachines,

2

-ocr page 22-

18

waarvan er twee grootere in\'t midden van\'t vertrek staan.

De derde kast: voorwerpen voor betonning en bebakening, scheepsfilters, enz. enz.

In de eerste kast van het tweede vertrek; roeren, noodroeren en andere stuurinrichtingen, kombuizen, enz.

In de tweede: sloepen enx.

In de derde: ankerspillen.

Aan de wanden opgehangen, rondhouten, marsen, zalings, ezelshoofden enz.

In \'t midden van dit vertrekje; een model van een sloep van het roode kruis, met doelmatige inrichting tot het ontladen der gekwesten op hun brancards.

De eerste kast in het derde vertrek bevat meetwerktuigen, de tweede telegrafen en verdere seintoestellen, pompen, stoppers, knijpers enz., de derde kast ankers, dreggen, tuigdeelen, enz. terwijl in\'t midden van\'t vertrek eenige sloepvallen zijn geplaatst.

Wij zouden thans de zaal kunnen verlaten, zoo niet aan de wand tegenover den ingang het kolossale wapen van Engeland moest besproken worden.

\'t Is een gedeelte van den spiegel van het schip, in 1655 onder Cromwell gebouwd en toen »the Nasebyquot; gedoopt.

De scheg was versierd met het beeld van den trotschen protector te paard, een zestal natiën, waaronder ook een Hollander vertrappende, welke beelden door de matrozen weggekapt werden, toen na zijn dood dit schip, herdoopt in »the Royal Charlesquot; den nieuwen koning Karei II te Scheveningen kwam afhalen. Het was het grootste en fraaiste schip van de Engelsche vloot, \'t geen echter niet verhinderde, dat de Hollanders het in 1667 bij den toclit naar Chattam mee naar huis namen. Waarom het in 1673 gesloopt werd, weet men niet, alleen de spiegel werd nog lang bewaard, thans is er niet meer van over als het hier tentoongestelde gedeelte.

Buiten de zaal tegenover den ingang staat het model

-ocr page 23-

49

voor liet te Batavia opgerichte of op te richten monument gewijd aan de grondleggers van het Nedcrlandsch gezag op Noordelijk Sumatra 1873—1880, vervaardigd door Bart van Hove.

Daarvóór is het model van de buste van wijlen Prins Hendrik geplaatst als een rechtmatige hulde aan den geliefden vorstelijken zeeman.

Aan zijn linkerzijde vindt men een aantal lilla\'s en ander veroverd Indisch geschut, waaronder opmerkelijk een klein stuk, achterlader, met drie loopen en evenveel kamers aanéén, dus een soort van mitrailleuse, verder een groot stuk, waarvan de monding eindigt als de kop van een monster. Een ander is omwonden met bamboes, waarschijnlijk ter vergemakkeling bij het vervoer.

Aan de andere zijde een aantal Europeesche stukken, de meeste dragen het merk der Oost-Indische Compagnie, en dagteekenen van de 17o en 18e eeuw, slechts twee zijn opgegraven stukken uit de 46B en 17quot; eeuw.

Daarboven hangen weder eenige veroverde Zweedsche vlaggen, waarschijnlijk uit den strijd onder Wassenaar in 1658. Als verdere zegeteekenen kunnen wij nog noemen de beide groote scbeepslantaars op de hoeken van den voorgevel van de zaalbetimmering geplaatst. Men meende ze vroeger afkomstig te zijn van de Spaansche onoverwinlijke Vloot, ze zijn echter jonger, de stijl van versiering doet echter wel aan Spaanschen arbeid denken.

Daaronder merken wij vier vlaggen op van de nationale kleuren. Eén daarvan, een zijden, dragende in gulden letteren de woorden 11 Juli 1863 en aan de andere zijde die van »Simonoseki,quot; 4, 5 en 6 September 1864, werd door Z. M. den Koning aan het schip de Medusa geschonken, als bewijs van erkenning van het heldhaftig gedrag, van bevelhebber en bemanning, toen die bodem onder bevel van den kloeken de Casembroot niettegenstaande het verschrikkelijk vuur der Japanners, op eerstgenoemden datum

-ocr page 24-

20

alléén de straat van Semonoseki forceerde. De oorkonde bij dit geschenk gevoegd, besloten in een verguld zilveren koker ligt onder de vlag op een tafeltje.

De drie andere vlaggen zijn die van de schepen »de Amsterdamquot; sde Djambiquot; en «het Metalen Kruisquot; die in 1864 met de Medusa en in vereeniging met Fransche, Engelsche en Amerikaansche eskaders op nieuw die straat instevenden. de batterijen vernietigden en de Japanners tot openstelling der straat noodzaakten.

Naast genoemde oorkonde vindt men een zilveren drinkschaal door de vereeniging sliet Metalen Kruisquot; aan het schip van dien naam geschonken, een zilveren beker door Prins Hendrik aan den admiraal de Rijk vereerd, benevens de vlag, die bij het bombardement van Algiers in 1816 door den commandant onzer vloot, den vice-admiraal van der Capelle gevoerd werd.

Tot opluistering van den voorgevel der binnenzaal strekken nog twee koperen lezenaars, afkomstig van de O.-I. Compagnie, een serie portretten van gouverneurs-generaal van Indië, hangende onder de vroeger genoemde van bewindvoerders der Compagnie. Aan de linkerhand daaronder drie gezichten van bezittingen in Braziliën, geschilderd door Post, voordat die ons door de Portugezen in 1655 ontnomen waren, en een teekening van C. T. Reimer, voorstellende de audientie door den gouverneur van Ceijlon aan de gezanten van den koning van Candia 1772.

Nog is, hoewel niet tot de Marine in bqjtrekking staande, merkwaardig de groote schilderij, voorstellende het paard van den bij den slag bij Nieuwpoort in 1600 krijgsgevangen\' gemaakten Admirant van Arragon, dat aan prins Maurits ten geschenke gegeven en door I. de Gheijn geschilderd werd.

Van den tegenhanger, het zwarte paard, is niets bekend.

Nog blijft slechts over het stukje geschut in een vitrine geplaatst, dat uitmunt door pracht en fraaie bewerking. Zonder bewijs werd het genoemd als van de Ruijter

-ocr page 25-

21

afkomstig, alleen vindt men gemeld, dat het door een Javaansch Prins aan de Hooginogenden was vereerd.

Het maakte deel uit van het Kabinet van zeldzaamheden van Prins Willem V, door de Franschen buit gemaakt, die het, grootmoedig als ze waren, met enkele andere voorwerpen aan de Biitaafsche natie ten geschenke gaven, en het in statigen optocht en onder opgeblazen redevoeringen aan de vergadering van de vertegenwoordigers der natie verleerden, die opgetogen en dankbaar de gestolen geschenken aanvaarden.

In dezeltde vitrine bevinden zich verder nog vier fraaie kleinere stukjes geschut op raderen, uit de \'17e eeuw.

Wij verlaten thans\' de binnenplaats langs de trap tegenover die, welke wij zijn afgedaald. Op de borstwering dier trap staat een model van den toren van Breda.

Wij bevinden ons thans in de kerkelijke afdeeling.

Zaal No. 176, (Karolingische stijl)

die in haar bouw gevolgd is naar de door Karei den Groote (dus omstreeks het jaar 800) gestichte kapel aan de Westzijde van de St. Servatiuskerk te Maastricht.

Van het in deze zaal geplaatste altaar, wordt het origineel gevonden in de crijpte of krocht (onderaardsche kapel) door bisschop Monulphus in de 6e eeuw gebouwd onder de St. Servaaskerk.

Het schilderwerk boven het altaar bestaat gedeeltelijk uit vrije navolgingen van miniaturen uit manuscripten. Het bovengedeelte, de verheerlijking van Christus, is uit een evangelarium uit de 2° heltt der 10° eeuw, vroeger in de abdij te Egmond — de vier evangelisten daaronder komen voor in een evangelarium uit de 9® eeuw in de kerk te Susteren. Het benedendeel is eene vergroote navolging van het patroon van een zijden Oostersche stof, gevonden bij de overblijfselen van St. Servatius, als bisschop in het laatst der 4e eeuw gestorven.

-ocr page 26-

22

Naast en op het altaar staan eenige afgietsels van fragmenten van bouwversiei ingen uit de kerk te St. Odiliën-berg bij Roermond.

Als liet meest merkwaardige in deze zaal kan beschouwd worden het stuk beeldhouwwerk in rooden steen, dat eens als tijmpaan of boogtrommelvuUing boven de deur der St. Adelbertuskerk van de Benedictyner abdij te Egmond, door graaf Dirk II in het laatst der 101\' eeuw gesticht, stond. Daarop is de apostel Petrus voorgesteld als de bewaarder van de sleutelen des Hemels, terwijl de beide kleine figuren in biddende houding waarschijnlijk kunnen beschouwd worden als de portretten van den stichter en zijn vrouw.

Het patroon van het daaronder hangend gordijn is genomen naar stof uit de 8U eeuw, berustende in het aartsbisschoppelijk Museum te Utrecht, \'twelk gevonden werd bij de overblijfselen van Bonifacius, gestorven in de 2e helft der 8e eeuw.

Origineel zijn verder de vijf doopvonten. Dat voor het laatst genoemd gordijn geplaatst is uit de il® eeuw, afkomstig uit Groenlo. Van het kleinere daarnaast is de afkomst niet bekend.

Het daaropvolgende uit de 14® eeuw werd gevonden te Kuinre, het zuiver gothische daarnaast te Amerzoded. Het vijfde eindelijk komt uit Nichtevecht.

In het midden van de zaal vindt men een afgietsel van het fraaie beeld van St. Servatius uit de 15° eeuw, staande in de meer genoemde kerk.

Verder de afgietsels van twee grafzerken, de een uit 1341 in de kerk te Rinsumageest, de andere koperen is uit de kerk van Breda. Deze dekt de overblijfselen van den Priester Willem van Galen, in 1539 gestorven.

De vloer is gevolgd naar een fragment in de galerij van den Dom te Aken, door Karei den Groote gebouwd.

Konden wij ons van uit deze zaal rechtstreeks naar de-

r

-ocr page 27-

23

bovenverdieping begeven, zoo brachten wij daar een bezoek aan de zoogenaamde Keizerszaal No. 336 juist boven de kapel gelegen, even als dit in het origineel te Maastricht het geval is. Met wijziging der afmetingen is die gekoepelde keizerszaal hier getrouw gevolgd. Men vindt die copie tus-schen de Rembrandt\'s zaal en die, waarin de schilderijen der buitenlandsche meesters geplaatst zijn.

De volgende

Zaal 175

voert ons in de \'lle en \'t begin der 12® eeuw. Uo-maansche stijl.

Het gewelf en de deuropening met bogenfries zijn genomen naar die in de abdij te Rolduc, die in 1108 gewijd werd.

De 2e deuropening naar een in dat gedeelte van de St. Servaaskerk te Maastricht in 1025 gewijd, uit welk gedeelte ook de motieven zijn ontleend voor de gewelfdecoratie. Het verdere decoratief is genomen uit verschillende monumenten van dien tijd.

Belangrijk is hier het afgietsel van de «Noodkistquot; (chasse), die de overblijtselen van St. Servatius bevat, \'tls een uitmuntend kunstwerk uit de 12e eeuw, dat waarschijnlijk door een Maastrichtsch goudsmid vervaardigd, en met émail en edele steenen versierd is.

Zaal 174.

De halfcirkelvorm in de gewelven en bogen der Romaan-sche bouwkunst gaat thans over in de spitse vormen. Wij bevinden ons thans in de eerste, de eenvoudigste en reinste periode van den gothischen of spitsbogenstijl, d. i. in de 2e helft der 12e en de le der 13e eeuw.

In dit gedeelte zijn de gewelven, zuilen, kapiteelen, vensters en vloer, ook het decoratief der gewelven ontleend

-ocr page 28-

24

aan de Cisterzienser O. Lieve Vrouwe Munsterkerk te Roermond, welke kerk in -1218 gesticht werd door Gerard van Nassau, graaf van Gelder, die dan ook met zijne vrouw Margaretha van Brabant in die kerk begraven licht. Een afgietsels van de graftombe, waarop hunne afbeeldsels, waarvan de origineele figuren geheel verguld zijn, zien wij hier voor ons.

De sterkgekleurde glazen aan de zuidzijde werden aan het Museum ten geschenke gegeven door de firma Champignuelle te Parijs, het zijn navolgingen van het beroemde venster in de O. L. Vrouwekerk van Ghartres en stellen voor, de verzoeking van Christus door den duivel en de bruilott van Cana.

Het aan den muur hangende houten beeld (van Maria?) meer belangrijk dan fraai, past geheel in deze periode.

Zaal 173. Gothieke stijl van het midden der 13r: eeuw.

Hier strekte de Domkerk van Utrecht, gesticht door Hendrik van Vianden (1254-1267) tot voorbeeld voor het gewelf, de zuilen en de vensters.

De vloer naar een fragment in de Munster te Roermond.

Het glaswerk naar modellen in de Domkerk te Keulen.

Voor het altaar hangt één origineel antipendium, altaar voorhangsel, uit de 15e eeuw, waarop Joachim en St. Anna onder de gouden poort van Jerusalem, de blijde boodschap aan St. Anna, de geboorte van Maria en . .. .? \'t Is noch niet opgelost, door welke oorzaak de letters van de inscriptie hier verkeerd staan. Waarschijnlijk onkunde van de vervaardigers.

Boven het altaar een afgietsel van een Christus aan het kruis in de O. /. V. Munster te Roermond. Het houten origineel is uitgehold en heeft als reliekhouder gediend.

De schoone koperen lezenaar, in den destijds veel gebruikten vorm van een pelikaan, waarvan hier een afgietsel te zien is, berust in het Seminarium te Roermond.

Onder de houten groepen, allen van omstreeks 1500,

-ocr page 29-

25

wijzen wij op «Christus met de leergrage Maria en Ae werkzame Marthaquot; -— het laatste avondmaal. — Christus met de Emausgangers — de graflegging — de St. Ursala. volgens de. legende bij Keulen met haar bruigom, den Paus en de haar verzeilende 41000 maagden vermoord, het schoone bisschopsbeeld op het altaar, en daarnaast de St. Dorothea vooral belangrijk om hot costuum — de groep »Anna en Maria,quot; waaraan het Christuskind ontbreekt. — Het enkele beeldje «Maria? in rouwquot; bizonder fraai en iets jonger dan de andere, verder staat hier een standaard, waarin afbeeldingen van gebouwen enz. uit dien tijd zijn opgehangen.

Zaal 172 (Gothische stijl van de 14e eeuw).

Gewelven, zuilen, vensters en profielen naai- de St. Wicolaas of Bovenkerk te Kampen, waarvan de bouw is aangevangen in 1369. De baldakijnen, waarónder, en de kraagsteenen, waarop de 4 fraaie beelden: de H. Maagd, de 2 bisschoppen uit Mainz en een ander heilige zijn geplaatst, zijn naar die in de St. Janskerk te \'s-Hertogen-bosch gevolgd, de daarachter geschilderde Tapijten naar dergelijke in de Sint-Bavo te Haarlem. De geschilderde apostelfiguren aan weerszijden van het venster, St. Petrus en St. Andreas, gevolgd naar die in het afgebroken koor der Parochiekerk te Sevenum.

Het glas in de vensters naar fragmenten van vensters, waarschijnlijk door het gild der beenhouwers aan voornoemde kerk te Kampen geschonken.

Gedeeltelijk doorloopend in het volgend vertrek bevinden zich eenige gothische koorbanken uit do 15° eeuw. uit de gesloopte O. L. Vrouwekerk, door de gemeente Edam in bruikleen gegeven. Eveneens werd in bruikleen ontvangen het tusschen die banken geplaatste altaarstuk, uit de kerk te Kiederich afkomstig, dat geopend zijnde, de gekleurde houten beelden vertoont van St. Anna, Johannes

-ocr page 30-

26

den dooper en van St. Longinus, den Romeinschen hoofdman, die met zijn speer in de zijde van Christus lijk stuk en bekeerd werd, toen hij het bloed zag vloeien.

Daaronder geschilderd twee engelen, die de Doek van quot;Veronica uitgespannen houden. Op de vleugels van het altaarstuk zijn van binnen voorstellingen geschilderd uit het lijden van St. Stefanus.

Op het altaar een houten kruis met zilver overtrokken. Achter de banken zijn twee stellingen aangebracht tot plaatsing van beeldhouwwerk, nagenoeg alles uit de 2e helft der 15u en de eerste der 16e eeuw.

Naar het altaar gekeerd staande, vindt men aan de linkerhand boven op de stelling

1. St. Dominicus. (een zeer goed beeld.)

2. De afneming van het kruis.

Eene heilige met boekentasch. (fraai.)

4. Weder een afneming van het kruis.

5. Apostel met boek.

6. Heilige zonder kenteekenen. (vrij goed)

Op de ic\' plank.

7. Maria met het kind. Uitmuntend.

8. De verdrijving uit het Paradijs. Zeer goed rond hautrelie£.

9. Anna, Maria en het kind.

10. Maria met het kind.

11. Graflegging.

12. Een der drie koningen, Uitmuntend.

13. S. Dorethea.

14. Fragment van een groep, de vlucht naar Egypte.

15. Een Paus op zijn troon.

Op de 2e plank.

16. Maria met het lijk van Christus op den schoot.

17. Christus met de slapende discipelen in Gethsemané.

18. De geboorte van Christus. Omlijst hautrelief staande

tusschen

19 en 20. twee losse figuren uit een groep.

-ocr page 31-

27

21. De besnijdenis.

22. S. Michel.

23. Uitmuntend fragment van een groep, de gang naar

den kruisberg voorstellende.

Daartegenover: aan de rechterhand.

2-4. S. Anna, Maria en het kind.

25. Een heilige met boek.

Het boek is over het algemeen het symbool van geleerdheid. Bij vele heiligen komt het als zoodanig voor, zoodat daaruit alleen moeielijk op te maken is, wie met den voorgestelde bedoeld is.

26. Een heilige met boek in een tasch.

27. Een heilige met kelk.

28. S. Anna, Maria en het kind.

29. Heilige met boek (Catharina v. Alexandrie?) :?0. Maria met het kind.

31. Groote groep, de graflegging. Van uitvoering beneden het middelmatige.

Op het altaar twee fraaie koperen kandelaars (\'15° eeuw) rustende op drie leeuwtjes.

Verder vóór bet altaar twee ijzeren standaards, waarop een aantal kaarsen geplaatst en een adelaar, in hout, waarvan de vleugels toegeslagen kunnen worden. Dit voorwerp diende om, tijdens den preek voor liet H. Sakra-ment geplaatst, dit aan het oog der geloovigen te onttrekken, die naar den preekstoel gekeerd, den rug naar het H. Sakrement gewend hadden.

Bovenop de stelling staan de volgende groepen en beelden.

16. Heilige met de zalfbus. (Maria Magdalena?) Een zeer

schoon beeld.

17. Eene Heilige zonder attributen.

18. Eene met boek en de Pauselijke Tiara.

19. Maria in zwijm, fragment van een groep, de kruisiging.

-ocr page 32-

28

\'20. St. Hubertus met het hert.

21. Maria met bet kind.

22. St. Anna met Maria en liet kind, dat gretig grijpt

naar het boek in St. Anna\'s handen.

23. Maria mot het kind.

24. Twee traaie mansfiguren, fragment van een groep.

25. St. Christophorus het Christuskind over den Jordaan

dragende.

20. Een kruisdraging.

27. St. Anna, Maria en het kind.

28. Een engel, een banderol in de handen houdende. Fraaie

figuur.

Tegen de buitenzijde der stelling hangen:

29. Een relief, de wegvoering van een gevangene.

;10. Een der drie fraaie reliefs, afkomstig uit de Groote kerk te Gouda, van omstreeks 1530. Over \'tgeen hierop wordt voorgesteld is men het nog niet eens.

31. Maria met het kind, den duivel vertrappende.

32. Schoon fragment uit een kruisiging.

33. Het tweede der onder No. 30 genoemde reliefs, voor

stellende den doop in den Jordaan.

34. Twee personen, door een water wadende. De ont

vluchting van Petrus?

35. St. Anna op een fraaien zetel gezeten, met Maria en

het kind op den schoot, aan \'t welk zij een boek voorhoudt.

36. Het derde der genoemde reliefs, voorstellende de aan

bidding door de drie koningen.

37. Relief, Maria in zwijm gevallen.

Onmerkbaar zijn wij inmiddels reeds gekomen in

Zaal No. 171. (Gothische stijl van omstreeks 1400)

Gewelven, vensters en profielen genomen uit de St.

Michaëlskerk te Zwolle, in 1356 voltooid.

-ocr page 33-

29

De vloer naar fragmenten uit de Zuidzijde van de St. Servaaskerk te Maastricht.

Het schilderwerk van de gewelven naar motieven uit de St. Nicolaas of kruisheeren kerk te Venlo. De Engelen en de boodschap aan Maria naar een muurschildering in de St. Maartenskerk te Venlo, de boom van Jesse naar een epitaphium uit de St. Pieterskerk te Lübeck.

Het in de vorige afdeeling besproken altaar ziet men hier aan de achterzijde, waar daarop geschilderd is een voorstelling van Hemel en Hel. De poorten van den hemel door Petrus bewaakt, geven den gelukkigen zielen den toegang tot den Hemel, terwijl de verlorene gedreven worden naar de hel, zooals gewoonlijk voorgesteld door den wijd geopenden muil van een monster. Daaronder een niet alledaagsche voorstelling van het lijk van Christus aan den voet van het kruis. Op de altaarvleugels aan de binnenzijde, de blijde boodschap, de engel op de eene, Maria op de andere deur.

Links van dit altaar staan op de plank achter de kerkbanken :

38. Monnik, toonende zijne gewonde (verbrande?) handen.

Lazarus van Constantinopel?

39. St. Joris den draak doodende.

40. Maria met bet lijk van Christus op den schoot.

41. Een Engel, houdende een banderol, waarop »Maria

gratia plena.quot;

42. Christus, biddende in den hof van Gethsemané.

43. Weder een Engel met banderol, waarop dezelfde woor

den, als op No. 41.

Daartegenover op de stelling:

44. (Naast No. 6.) Heilige met boek.

45. St. Lukas.

46. St. Justina ?

47. Christus gebonden, fragment.

48. Heilige met boek. Uitmuntend uitgevoerd.

-ocr page 34-

30

Op de le plank.

49. (Naast No. 23) Christus fle wereld zegenende.

50. Fragment. Gang naar den Kruisberg.

51. St. Justinia ?

52. Heilige familie.

53. Christus gebonden.

5-4. St. Anna en Maria, naast elkaar gezeten, de laatste met het Christuskind op den schoot.

55. Maria met het kind.

Op de 2e plank.

56. (Naast No. 0) Maria in zwijm.

57. Maria met het lijk van Christus.

58. Heilige familie.

59. Het laatste avondmaal.

60. Maria met het kind.

61. Biddende üguur.

62. De verschijning van Christus tijdens de mis.

Onder deze groepen en beelden zijn er eenige, die eigenlijk

geen aanspraak kunnen maken op den naam van kunstwerken. De meeste echter dragen het kenmerk, dat was ook al in den maker de kunstenaar noch weinig ontwikkeld, liefde en eerbied voor het onderwerp hem bezielde. Onder het vele middelmatige is evenwel ook veel fraais op te merken. Uitmuntend b. v. is het snijwerk, afkomstig van het orgel uit de kerk te Naarden, dat wij aan de buitenzijde der beschouwde stelling kunnen zien. Onberispelijk van teekening, uitvoerig eu smaakvol zijn die gewapende mannenfiguren, sierlijk de hen omringende opengewerkte nissen. Daar het meer dan waarschijnlijk is, dat wij hier met Hollandsch werk te doen hebben, pleit dit zeer voor de bekwaamheid van het voorgeslacht reeds in den aanvang der 16° eeuw.

In dezelfde zaal bevindt zich een tweede altaar, voor \'twelk weder een antipendium, geheel in den geest van het

-ocr page 35-

31

vroeger genoemde, is gespannen, waarop Maria is voorgesteld gezeten tusschen eenige der meest bekende bijbelselie personen. In de linkerhoek een knielende non, waarschijnlijk de vervaardigster en de schenkster van deze borduurwerken.

Verder hangt voor het altaar een merkwaardig buitengewoon fraai stuk snijwerk, in drie afdeelingen, voorstellende, in het midden: het sterfbed van Maria, aan de zijden: de opdracht in den tempel en de aanbidding dooide wijzen. Verder staat op het altaar een krucifix van weinig beduiding en een paar koperen kerkkandelaren.

Eindelijk op 2 stellingen twee beelden van Heiligen, en twee groepjes, beide den gang naar den kruisberg voorstellende. Het bovenste behoort onder het fraaiste snijwerk. Zooals men bemerkt zal hebben, is al \'tgeen, dat tot ameublement in deze zaal behoort, ongeveer van een eeuw jonger dagteekening, dan de bouw zelf.

Overgaande tot de

Zalen No. 166 en 167 (Gothiek der 15® eeuw)

komen wij voorbij een orgineel stuk muurschildering van de 14\': eeuw, uitgezaagd uit de gesloopte St. Janskerk te Gorinchem, voorstellende Noach met zijne zonen. — Daarboven een fraai beeld van een bisschop lFgt;e eeuw. — Daarnaast de koperen versieringen van de grafzerk van Gijsbert Willemsz. de Raet, priester te Gouda en aldaar in 1505 in de door hem gestichte kapel van het H. graf van de St. Hieronymus-broederen begraven. In het midden de Engel der opstanding, houdende in de rechterhand een wapenschild, waarin de miskelk en twee palmtakken, (het priesterschap) in de linker het wapen van Jerusalem en de marteltuigen van St. Catharina, als herinnering aan zijn bezoek aan Jerusalem en het op den berg Sinai gelogen St. Catharine-klooster. Op de hoeken de symbolen der vier Evangelisten.

-ocr page 36-

32

Zooals men bespeuren zal, hebben deze twee zalen vier ge-■vvelven, die gedragen worden door een middenpijler, zooals die in de in 1414 gestichte kerk te Wouw voorkomen, De vorm van gewelven, kapiteelen, kraag steenen en profielen komen vóór in de kerk van S. Lebuinus te Deventer. De teekeriirg van den vloer is gevolgd naar die van de Cathedraal te Sint Omer. Het Decoratief van het eerste gewelf, dat waaronder de preekstoel staat, is genomen uit de St. Luciakapel in de parochiekerk van St. Maarten te Venlo. De genoemde preekstoel uit het einde der 15e eeuw stond vroeger in de kapel van het Brigiti-nessenklooster te Uden. De daarnaast hangende schilderij van omstreeks 1560 voorstellende de opstanding der dooden, werd door het Rijk van de gemeente Tholen gekocht. Het daaraansluitend gewelf heeft beschilderingen als de Parochiekerk te Blitterswijk. Het venster werd genomen naar een in de kerk te Hulst. De muur is beschilderd met een navolging van een muurschildering van 1337 in de kerk van het voormalig Predikheerenklooster te Maastricht. Bovenaan de verheerlijking en kroning van Maria, waaronder de legende van de 10,000 christenjongelingen, die door Maximinus gemarteld werden, wijl ze weigerden den afgoden te offeren, waartoe hij hen wilde dwingen om zeker te zijn van hunne getrouwheid aan de Romeinen bij hun inval in België. Hij liet hen op een rots brengen en in een doornbosch werpen, anderen werden op andere even wreede wijze gemarteld. Hunne zielen werden door de engelen ten hemel gevoerd. Onder dit tafreel in drie rijen scènes uit het leven van S. Thomas van Aquina.

Hier staat verder een beeld van Keizer Hendrik IV, stichter van de St. Mariakerk te Utrecht. Dit beeld van de eerste helft der 16e eeuw stond vroeger op het dak dier kerk.

Hieronder weder een heilige met een boekenzak en een tweede, zijne gewonde handen toonende. S. Felecianus?

-ocr page 37-

33

Een doorgang in dezen muur voert ons in Zaal 168,

die ons een denkbeeld geeft van den kerkelijken baksteen bouw van de 13® eeuw, een trouwe copie, alleen gewijzigd in de afmetingen, van de nog bestaande kerk van de Cister-sienser-abdy van Aduard, gebouwd in het begin der 13° eeuw.

De daarin aangebrachte groene geëmailleerde tegels met verheven bloemversieringen verdienen opgemerkt te worden.

De vloer is genomen naar motieven uit de kapel van de abdy van La Grasse.

De deur naar eene in de kerk te Gannat.

De schildering van het houten tongewelf komt voor in de kerk van St. Martin-des-Champs te Parijs, de engel boven de Oostelijke deur in de St. Gereonskerk te Keulen, de Apostelen en verder schilderwerk zijn genomen naar voorbeelden in de St. Machaelikerk te Hildesheim en in de kapel van het Nonnenklooster te Gurk.

Op het altaar een erusiflx van de 16® eeuw, koperen kandelaren en twee groepen, waarvan de ééne onder de fraaie werken van omstreeks 1500 mag geteld worden.

Wij keeren thans terug naar de vorige zaal, waar wij naast het tweede venster, genomen naar een in den toren van de kerk te Ransdorp, een steenen kastje uit de 15® eeuw vinden, bestemd tot\'het bewaren der H. Olie.

Het schilderwerk in het gewelf van dit gedeelte der zaal komt voor in de St. Nicolaas of Bovenkerk te Kampen, dat in het vierde vak vindt men in de St. Jacobskerk te Utrecht. De teekening van den vloer is gevolgd naar die van de Gathedraal te St. Omer.

Onder de Heiligen-beelden is dat van St. Hubertus uit de kerk te Halle een der fraaiste, \'t Is echter slechts een afgietsel. Doch ook de St. Rochus en de andere heilige aan beide zijden van den eerste mogen genoemd worden. Verder komen nog hier een aantal groepen en beelden

3

-ocr page 38-

34

voor, o. a. een zeer goed beeld van S. Sebaldus, zij zijn allen uit het begin der 16e eeuw.

In deze zalen zijn vier toonkasten geplaatst.

In de eerste twee priester-casuifels met fraai borduurwerk uit den aanvang der 46e eeuw.

In de tweede een dalmatiek, benevens een stoeltje uit denzelfden tijd. Waarschijnlijk is het van Italiaansch maaksel. Naar men wil, komt het uit de Domkerk te Utrecht en had daar den naam van ^Bisschopsstoel.quot;

In de derde een reeks koperen kandelaren, meest voor kerkelijk gebruik, uit de 15e en 16°, enkele uit de 47e eeuw. Hieronder munten uit die met de beelden van St. Sebastiaan en van S. Christophorus.

Eene verzameling wierookvaten, lie en 15e eeuw.

Eenige wijwaterbakjes, benevens een koperen sprenkelaar, om in plaats van met een kwastje het wijwater te sprenkelen. Dit voorwerp zooals ook de meeste bakjes is van \'t einde der 15® eeuw.

Een geëmailleerde pixis of hostiedoos. 14e eeuw.

De vierde toonkast bevat verschillend kerkelijk gereedschap. Zilveren en vergulde monstransen, kelken, crusi-flxen enz. nagenoeg alles uit de eerste helft der 15e eeuw. Veel daarvan is helaas niet meer in zijn oorspronkelijken staat, veel ervan heeft restauraties ondergaan.

Gaaf en fraai echter is de kan (aquamanille) in den vorm van een leeuw, de groote wijwaterketel en het lantaarntje met sluiting om het licht te kunnen verbergen.

Zaal 165.

Hier nemen wij afscheid van de middeleeuwsche kerkelijke kunst en verplaatsen ons in een protestantsche kerk uit de 17e eeuw, gebouwd in den geest der kerken, zooals Hendrick de Keijser ze in de eerste helft dier eeuw bouv/de.

Tot heden is deze zaal leeg en koud bij gebrek aan het noodige ornement, dat slechts bestaat uit een paar stoel-jes.

-ocr page 39-

35

door de Herv. gemeente van Edam en een offerbus door die van Wageningen in bruikleen gegeven.

Een model van het graftnonument van M. H. Tromp, gesneuveld 10 Aug. 1653, in de Groote kerk te Delft, een ■wapenbord van het graf van Luitenant Laurentius de Blou, in 1664 bij de belegering van Grave gesneuveld en ■een gezangbord van omstreeks 1650 en nog eenige andere wapenborden allen uit de kerk te Edam, verlevendigen nog eenig/.ins de naakte wanden, waarop als decoratief schilderwerk twee georneerde lijsten, waarin bijbelspreuken zijn aangebracht, gecopiëerd naar die in de kapellen van Cosmus en Damianus, de patroons van het gild der barbiers en chirurgijns en van Severus, den patroon van de Wolwevers, in de Groote of St. Laurentiuskerk te Rotterdam, uit 1573. Twee fraaie lichtkronen dragen het hare bij tot meubileering van deze zaal.

Het gebrande glaswerk in het venster aan de buitenzij stelt Prins Maurits voor, geknield biddende voor Jehovah, \'t Werd door dien Prins vereerd aan het convent van de kruisheeren van St. Agatha, door welke het thans weder aan het Museum is geschonken.

Het tweede venster zal later de gebrande glazen uit de kerk te Oostburg ontvangen, voorloopig zijn thans daarin geplaatst eenige zeer geschonden glazen uit de Oosterkerk te Amsterdam, voorstellende het wapen der stad.

Het venster tegenover het eerste is een voorstelling van den slag op de Zuiderzee in 1573, waarbij de Spaansche admiraal Bossu geslagen én gevangen te Hoorn binnengebracht werd.

Het onderschrift luidt:

3n Ijet XVC bvi m LXXste jaer ^ceft |3ossu ien Strijt wodorrn ©ttobfr ben III b (atj) tjeitljtibc Ie Slorpt ÏJo..........ren.

-ocr page 40-

36

Dit venster is afkomstig uit rle Oosterkerk te Hoorn evenals het tweede, waarop het wapen vau Alkmaar, waarschijnlijk een geschenk door die stad aan de kerk te Hoorn vereerd. Het laatste is slechts een fragment en verkeerd in elkaar gezet.

Waarschijnlijk is hier de belegering van Alkmaar op afgebeeld geweest, \'tgeen eenige niet op hun plaats gezette fragmenten en het onderschrift

SUcmoria IJiflris 1573

doen vermoeden.

Zaal 163-164.

Schepenzaal van een Raadhuis uit het einde der 14e eeuw.

De schoorsteen met de voorstelling van St. Christo-phorus is een afgietsel op die van het Raadhuis te Bergen op Zoom, die uit het Markiezenhof, vermoedelijk door heer Jan van Glimes- in \'t midden der 15quot; eeuw gebouwd, daarheen is overgebracht.

De zoldering is getrouw gevolgd naar die van het Raadhuis van Sluis, in 1396 gebouwd, de kraagsteenen zijn op de origineelen afgegoten.

De paneelbetimmering is uit het laatst der 15° eeuw.

Het fraaiste meubel in dit vertrek is de groote eikenhouten kast uit de 14° eeuw, afkomstig van een der Utrechtsche kapittelen. Een uiterst zeldzaam stuk. Op deze kast staan vier hoogst belangrijke beeldjes in hout, voorstellende graven en gravinnen van Holland, afkomstig van het verbrande Stadhuis te Amsterdam.

De beide andere gothische kasten zijn eveneens fraaie exemplaren, de een echter is geheel modern, ofschoon trouw naar een oude gevolgd, de andere is zeer gerestaureerd.

Aan den muur boven een der ingangen een interessant relief uit denzelfden tijd, voorstellende de vlucht naar

-ocr page 41-

37

Egypte, waaromheen voorstellingen, waarin Joseph bezig met de uitoefening van zijn handwerk. Vermoedelijk afkomstig van een gild der timmerlieden, wier patroon St. Joseph is.

De fraaie behangseltapijten zijn wel ruim 100 jaar jonger, d. i. uit het midden der 17e eeuw. \'t Is Vlaamsch werk, met voorstellingen van landelijke vermaken, het balspel, do dans enz.

In dit vertrek bevinden zich zes toonkasten, geheel gevuld met kannen, kruiken enz. Twee daarvan zijn het eigendom van Jhr. J. P. Six, die de fraaiste verzameling van dit aardewerk hier te lande bezit. De inhoud van de derde toonkast behoort aan het Kon. Oudheidk. Genootschap.

In vroegeren tijd werd dit aardewerk algemeen met den naam van Grès de Flandre betiteld, de latere onderzoekingen hebben aan het licht gebracht, dat het grootendeels in Duitschland werd vervaardigd.

Daar de naam van de plaats der fabrieken bij de verschillende groepen is aangeduid, behoeven wij niet elk voorwerp afzonderlijk te behandelen.

De fabriek van Siegburg geeft meestal geheel grijs aardewerk. De fraaiste stukken zijn de zoogenaamde snellen of flapkannen van nagenoeg cylindrischen vorm, versierd met bijbelsche of mythologische voorstellingen, vervaardigd tusschen 1550 en 1600. — De vaas (in de kast van het K. O. Genootschap) is een allerzeldzaamst exemplaar.

De fabriek van Eaeren geeft veel bruin goed met voorstellingen van wapenschilden, keurvorsten, soldaten, dooden-dansen, de geschiedenis van Susanna, of enkel inscripties op banden enz.

Verder zijn hier evenzeer de fabrieken van Frechen en die van Nassau ruim vertegenwoordigd.

Zaal 161-162,

Schepenzaal, van een Raadhuis in de IS0 eeuw, Schoorsteen, de kastjes daarnaast en de zoldering zijn

-ocr page 42-

38

getrouw gevolgd naar die op het Raadhuis te Zwolle in 1447 door Mr. Berend gebouwd. De kraagsteenen dei-balken van de zoldering met hunne potsierlijke figuren zijn op de origineelen afgegoten, die gesneden zijn door Mr. Johan van Campen en beschilderd door Thomas den Maelre. De zonnen en manen op de balken zijn in 1451 gesneden. De fijne muurkastjes, hier bedriegelijk nagebootst, werden in 1449 door Mi\'. Johan van Lubeke vervaardigd, het ijzerwerk door Mr. Herman van Campen en de opengewerkte compassen gesneden door Mr. Berend.

De verdere betimmering aan die zijde is grootendeels origineel. Voor den schoorsteen is een soort van balie getimmerd, waarop geplaatst zijn een twaalftal figuren van dieren, slechts één menschelijk figuur komt er onder voor. Elk daarvan houdt een wapenschild, waarop nog bij enkele provinciewapens zijn te herkennen. Het twaalfde, een aap, houdt zich bezig met het stampen in een vijzel, alleraardigst voorgesteld.

Deze figuurtjes uit de 15° eeuw zijn afkomstig uit het door Karei den Stoute gestichte Hof van Holland te \'s Hage.

Van de betimmering daartegenover is weinig echt, alleen de gebeeldhouwde afscheidingen tusschen de bovenvensters alsook de balk, afkomstig uit een huis te Amsterdam uit de le helft der 17e eeuw.

De drie in deze zaal hangende wandtapijten, Vlaamsch werk, zijn uit de 2e helft der 16e eeuw. Zij schijnen met anderen een serie te vormen van voorstellingen uit het leven van een der Romeinsche helden. (Scipio?)

Van de twee kasten is die, tegen den buitenmuur staande modern, doch trouw naar een oude Gothische gevolgd. De andere is echt uit de 2e heltt der 16e eeuw. Op beide staan tinnen kannen, waaruit de eerewijn werd geschonken, op de eerste daarenboven een groep in terra-cotta, door P. R. Xaveri, 1673, voorstellende een aan een rots gekluisterd man in woede zijn mantel verscheurend. Naast hem

-ocr page 43-

39

«en tegen den grond geworpen persoon. Op de tweede kast staat een uitmuntende buste in gebakken klei, in het costuum van de tweede helft der 16e eeuw. quot;Wie ze voorstelt is niet bekend, wel draagt het voetstuk het wapen van Arkel, doch dit voetstuk is uit veel later tijd.

Ofschoon liet niet bewezen is, dat ook bij ons dergelijke kachels in gebruik waren, is er een in dit vertrek geplaatst van Zuid-Duitsch of Zwitsersch aardewerk, waarop het leven van Simson is voorgesteld. In de boven rij sSimson, den oogst der Filistijnen door fakkels aan de staarten van vossen gebonden, vernielende — Simson wurgt een leeuw — Simson met een ezelskinnebakken de Filistijnen doodende — Simson met de poorten van Gaza — Simson en Delila — Simsons dood. 2e helft der 16° eeuw.

Daarnaast hangt een pijpenrek, bestaande uit een goed gesneden adelaar in omlijsting en kroonbedekking. 17e eeuw

en

Een groote ijzeren sleutel uit denzelfden tijd, die waarschijnlijk als uithangteeken heeft dienst gedaan.

In de hoek bij het venster een kapstokje, of liever een reliefje. ))David en Bathsebaquot; tot kapstok ingericht.

Twee leeuwen. Uitmuntend en artistiek op tegels geschilderd. Uit den gevel van een huis te Amsterdam, misschien wel daar vervaardigd. 17® eeuw.

Op den grond een achtkante koffer met ijzeren beslag. 17e eeuw.

Aan den muur eene schilderij van omstreeks 1640 door of als van Bassen, merkwaardig om het costuum der echt Hollandsche familie.

In dit vertrek bevinden zich vier toonkasten.

De eerste bevat uitsluitend koperwerk.

Op de bovenplank.

1. Drie zeer fraai georneerde gewichtdoozen, waarvan een van Maastricht uit 1571 — waarop jachten gegraveerd.

-ocr page 44-

40

De bussen of doozen bevat tien gewichten, die naar hunne zwaarte, opeenvolgend in elkander sluiten. Aan het deksel is een hengsel of handvat.

Behalve de drie groote zijn daar naast drie kleinere geplaatst.

quot;2. Een koperen stijgbeugel, min of meer in den vorm van een schoen.

Daar dit voorwerp voor een stijgbeugel wel wat zwaar voorkomt, is het waarschijnlijk, dat het als uithang-teeken gediend heeft.

;i. Twee kannetjes op voet. Bij beiden op het deksel een vogeltje en aan den mond der tuit een dieren-kopje. 15e eeuw.

4. Een komfoor, wellicht tot het branden van reukwerk gediend hebbende. 45e eeuw.

De tweede plank is bijna geheel ingenomen door

Een uitmuntende serie van vijzels of mortieren.

De oudste met zijn fraaien spiraalvormigen stampei-dateert van 4437, en draagt als opschrift „3I|CSU0. lilarid.quot;

Een van 1498. Opschrift „3c}U0. Plarin. Soljnmirs.quot;

Een van 1532. Opschrift:

„Sn jocr ons l)rrfn m CCCCCXXXI1 liet mi Pirrlt tc iiortljop mahtn.quot;

Een van 1557. Opschrift: ,,^Ur binck t0 bij (Bobt.quot;

Een van 1574. Opschrift: „jU u Ijopcn stel alleen in (5oi)t.quot;

Een van 1582. Opschrift; „^mor nincit omnia.quot;

Een van 1586. Opschrift: „Tiermon Soeniast tu sin Ijoisfvou.quot;

Een van 1519. Opschrift: „Jnu oan kn ffiljcin me fccit.quot;

Een van 1602. Opschrift: „ftif 6obt onn ol.quot;

Een van 1604. Hetzelfde opschrift.

Een van 1605. „(Bedljtn JlUlfers.quot;

Een van 1661. „^ntoni Jüillics me fecit ffntijueae.quot;

Verder nog eenige zonder jaartal. Men zal ontwaren,

-ocr page 45-

41

dat de versieringen van de meeste hoogst smaakvol zijn en men van die zaken veel werk maakte.

Op dezelfde plank een aantal koperen tabaksdoozen, meest uit de vorige eeuw. Gewoonlijk zijn de teekening eu het graveerwerk op dergelijke doozen beneden het middelmatige.

Een gunstige uitzondering maakt de doos, waarop twee dames tusschen rijk en fraai ornement gegraveerd. Deze doos is dan ook van de 17c eeuw.

Een andere van rood koper is gegraveerd en ingelegd met zilver of tin. Dit moge verdienstelijk gedaan zijn, de teekening echter is afsclmwelijk.

Hier komt ook vóór een met acanthusbladeren begraveerde honden-halsband, met het wapen van Nassau en 1689, aan de Moerdijk opgevischt. Wellicht van een hond, die daar met Jan Willem Friso is verdronken.

Op de derde plank, aan de andere zijde:

Eenige koperen keteltjes met hengsels en twee tuiten, zeer gemakkelijk dus in \'t gebruik. De een heeft méér, de andere minder versieringen, één er van draagt een opschrift, doch zóó slecht gegoten, dat het niet te ontcijferen is. Deze allen zijn uit het laatst der 15® eeuw.

Eenige pannen of ketels op drie pooten. Een daarvan met omschrift: »,Tan Fremy mi fecy Ao. 1680. De versiering is echter ouder.

Een eenvoudige kan met tuit, die zich in tweeën splist.

Een kandelaartje, rustende op een leeuw. 15° eeuw.

Verder bevinden zich in deze kast, een groot aantal voorwerpen voor huishoudelijk gebruik. Lantarentjes, kandelaars, blakers, snuiters, strijkijzers, pijpenfondralen, een kunstslot, een paar doosjes in den vorm van schoenen, een rood koperen presenteerblaadje, waarop de Amster-damsche beurs gegraveerd. Bovenal munt uit een gedreven rood koperen keteltje uit het laatst der 17° eeuw. Uit dezelfde eeuw is het meerendeel van deze voorwerpen, slechts enkele zijn iets ouder.

-ocr page 46-

42

In de 2e toonkast.

is alleen ijzerwerk met uitzondering van de 2 bronzei» deurkloppers en het koperen slotplaafbeslag, die onder aan een der korte zijden van de kast hangen.

Vooral de deurklopper, waarin het beeld van Hercules,. Italiaansch werk van omstreeks 1550, is bizonder schoon..

Onder dit ijzerwerk, deurkloppers, sloten en sleutels,, de sierlijke slotbedekkingen, kandelaars, met de eenvoudige veeren, die de kaars klemmen op de spiralen, waar-tusschen de kaars langzaam naar boven wordt gebracht, kistjes van allerlei aard, scharen, roosters, is er veelr waaruit blijkt, hoe hoog de kunst van het smeden in de \'l(5e en \'17e eeuw stond. Met genoegen moeten wij erkennen, dat ook thans die kunst zich weder meer verheft en werkelijk ook thans zeer schoon werk geleverd wordt. Toch kan men nog altijd bij de ouden lessen nemen, vooral ook de slotenmakers zullen met bewondering naar die zoo zaamgestelde sloten moeten zien. \'t Is niet alleen de sleutel, die vol figuren zit, maar diezelfde figuren bevinden zich ook in het slot, terwijl men zich tegenwoordig zeer vergissen kan, wanneer men, rekening houdende met de figuren in den sleutel, meent een veilig zeker slot te hebben,, waarin echter die figuren niet zitten.

De voorwerpen in deze kast behoeven geen verdere beschrijving, \'t is voor een elk duidelijk,\'tgeen hij voor zich heeft.

De derde toonkast

bevat uitsluitend tinwerk.

Daarvan is het oudste, liet kannetje op de bovensteplank gedeeltelijk rond, gedeeltelijk zeskant, op welke zes kanten figuren van heiligen zijn gegraveerd. Het rust op drie leeuwtjes. le helft der \'16e eeuw.

Een tweede kannetje op dezelfde plank van bizonder sierlijken vorm met tuit, eindigende in een dierenkop-Uit het midden 16e eeuw.

-ocr page 47-

43

Een kannetje met opengewerkte figuren, hert enz. De-binnenwand van hout, begin 18® eeuw.

Twee gildebekers van een bakkersgild. Op de een leest men, «Leest dit al die vyt myn komt drinke Wilt bovenal op uwen heer gedenke Want ik ben vervult met sap van edel kruyt Daarom drinkt myn op V gesondheyt vijt Gy sondige mense wilt niet wanhoopen Want Gots barmhartigheyt staat altijd open.quot; «Johannes van Sas. Anno 1722 Meester in der tijd.quot;

Verder het wapen van het gild.

Op de tweede:

«Opdat wij mateleyck en vreedzaam vrolijk zijn, Daartoe is deese dag alsook dees kan met wijn Dog laat ons te saam tarnets voordeel ook betragten Zo blijft ons naam in roem bij veele nageslagten,quot;

en

»Die hem tot backen voegt en doet altijd sijn vlyt Moet wesen vergenoegt al is \'t een slegte tyt. Hij moet ook sijn beroep en neering wel betragten En dan met leijsamliijt den segen Gods verwachten. Anno 1733.

»Die mij berecht of te mijne, die gaet thuys berecht de sijne »Vint hij daar geen gebreck, so komt tot my en siet wat my letquot; Op het deksel «Gerardii Peters van Driel, meester in der tijd 1733.

Op de plank lager, een dergelijke gildekan vaneen wevers-gild, welks wapen op den buik der kan staat met anno 1772. Op den hals leest men:

»0, salig weven — de schietspoel wort verheven. De sphenrocken (\'t spinrokken) wort gekront.

Dat de schietspoel niet wiert gedreven, wat sou het met den armen mensch dan weesen.

Verder een menigte tafelgereedschap, borden, komforen, stellen voor olie en azijn (waarvan één, evenals een

-ocr page 48-

u

peperbus en 2 kandelaren, uit den tijd van Lodewijk XIV) lepels, koelbakken, peperbussen, sauskommen, enz. tabakspotten en theekistjes enz. enz. bijna alles uit de vorige, enkele voorwerpen uit het laatst der 47c eeuw.

De 4° toonkast houdt in, allerlei soort van kistjes, doozen en foudralen.

Op de eerste plank de foudraal van de zilveren flesch van Vlissingen, die wij later zullen zien, benevens een tweede van de een of andere antieke kan. Beiden met geperste en later vergulde ornementen in het leder. 17e eeuw.

In het midden een fraai bruin lederen koffer met vergulde scharnieren en banden, alles met de leliën van Frankrijk. Op het deksel in \'t leder geperst en verguld twee engeltjes, houdende het wapen van Frankrijk. 47e eeuw.

Op de tweede zijn liet meest merkwaardig:

Twee kistjes voor kleinodiën, in den vorm van kussens.

Het een met rood iluweel overtrokken, van binnen ■schildpad.

In het midden een spiegeltje, dat tot deksel strekt aan een der zeven bakjes of doosjes, waarvan de zes andere beschilderde dekseltjes hebben. Einde 4Ge eeuw.

Het tweede is met groen fluweel. Hier bestaan de dekseltjes uit geperst verguld leder.

Een koffertje met geperst leder, waarin de voorstelling van ■een jacht, overtrokken. Opliet gebombeerd deksel een heer ■en dame, eveneens behandeld. Einde i6e eeuw.

Een langwerpig vierkant palissanderhouten kistje. Het deksel is ingelegd met leeuwen, vogels en ranken van zilver en koper en met engeltjes, konijnen en bloemen van perelmoer.

Midden op het deksel een looden medaille, voorstellende Paus Adriaan met randschrift »Mr. Adriaen, van Godge-.koren Paus van Romen te Utrecht geboren.quot;

-ocr page 49-

45

Een geel koperen koffertje, waarop van voren gegraveerd de geneesheer als mensch, als dokter en als duivel naar teekeningen van Goltzius.

Aan de achterzijde de barmhartige Samaritaan, de voorzichtigheid en de hoop. Op de eene korte zijde twee voorstellingen van den vos en den kraanvogel, op de andere een geneesheer met nimbus.

Op het deksel het wapen van Daniel de quot;Vos en 1625 met devies »Bemint Godt boven al.quot;

Twee geperstlederen foudralen, het een voor mes en vork, het andere voor vergrootglazen, die volgens het ingeplakt adres gemaakt werden te Leyden in d\'Oostersche lamp bij Jan van Musschenhroek. Begin dB» eeuw.

Verder een kistje van ebbenhout met zilveren ornementen. Begin 17e eeuw.

Eén dergelijk geheel beschilderd, en twee met geperst leder overtrokken. Allen uit dienzelfden tijd.

Op de derde plank.

Met uitzondering van den boekbewaarder of tasch, van banden voorzien, om hem te kunnen meedragen, zijn hier uitsluitend koffertjes geplaatst met leder overtrokken en met ijzeren sluiting, scharnieren, banden en hoeken.

Nagenoeg allen zijn van den aanvang der 16e eeuw.

Op de vierde plank:

Langwerpig vierkant houten kistje met zware verguld koperen banden, waartusschen laken. Aan de bovenzijde tusschen de banden leliën, in \'t midden een zware lauer-krans, waarbinnen een gedreven zittende leeuw met een granaat in den bek.

Op de zijde granaattakken en dolfijnen, waartusschen het wapen van Frankrijk. Datzelfde wapen als slotplaat aan de voorzijde. Begin 16e eeuw.

Aan weerszijden hiervan, twee fraai gesneden houten kistjes met ijzeren beslag, hengsel enz. le helft der 16° eeuw.

-ocr page 50-

46

Een schildpadden koffertje met zilver gemonteerd. Einde 16e eeuw.

Verder even als op den bodem der kast eenigekistjes geheel van ijzer, anderen van geperst leder, enz. o. a. een doos, beplakt met prenten uit het eind der 16e eeuw, een houten spaarpot, eenige foudralen enz. enz.

In het midden van deze 4 toonkasten een standaard met beweegbare ramen, waarin tal van monsters van borduurwerk en weefsels uit verschillende tijden.

Bij het verlaten van dit vertrek, komen wij voorbij lt;le portretten van Prins Willem \\ en van Princes Carolina, beide in paarsche tegels.

Wij zijn thans gekomen in

Zaal 158

die door twee fraai gesneden van wijde doorgangen voorziene betimmeringen afgesclioten is. Die aan de linkerhand is afkomstig uit een huis aan de groote markt te Rotterdam, dat den naam droeg van «Keulenquot;. In liet begin der 47c\' eeuw was daarin de bekende boekdrukkerij van Waes-berghe gevestigd, waarschijnlijk stond de betimmering de vestibule.

Het belangrijkste in dit vertrek, dat eigenlijk geen bizonder karakter draagt, zijn de boetseersels in terre cuite of gebakken klei, in een toonkast geplaatst, ) als:

Bovenaan:

Model van een graftombe van een krijgsoverste, door J. B. Xavery 1628.

Een mannen- en een vrouwenbuste. Pendanten.

Een vrouwenbeeldje, Flora. Einde i7e eeuw.

Een Christuskop.

0) Waarschijnlijk bij het verschijnen van dezen tweeden druk overgebracht naar Zaal No. 150.

-ocr page 51-

47

Op den bodem:

Een borstbeeld van een Romeinsch Keizer. Einde i7e eeuw.

Buste van Prins Willem I.

Buste van een krijgsman, gemerkt F. M. 17e eeuw.

Een ambaclitsman, zittende op een omgekeerde mand, bezig zijnde pap te eten. Op zijn borst een lap, die met een keten om zijn hals hangt, waarop svoor \'t guylequot; gemerkt met de letters J. S. in elkaar gestrengeld.

Een Nepthunus, borstbeeld. 47e eeuw.

Een borstbeeld van een oude vrouw. Einde \'170 eeuw.

Zittend jong meisje met een schaap, aan \'t.welk zij rozen voorhoudt, door ,1. Schmeltzing te Leiden. Einde i7e eeuw.

Een Christus en een Maribuste.

Twee lachende mannenkopjes.

Beeldje, een dame een hondje dragende, gemerkt Xaviri. 1673.

Pijpekop in gebakken pijpaarde, de buste van een krijgsman door Matthieu Kessels. 49° eeuw.

Maria Magdalena, in wanhoop neergevallen. 17c eeuw.

Een paar marmeren mannenkopjes. Reliefs.

Een groepje kinderen, herder en herderin.

(In bruikleen van den heer J. Ph. v. d. Keilen.)

Dit vertrek heeft verder niets als een koperen sabath-lampje en eenige tableaux van tegels, waarvan wij alleen wijzen op de redding van Mozes uit den Nijl en Christus bij Maria en Martha, beide in paarsche tegels.

Door den doorgang van de tweede betimmering gaan wij naar het vertrek, dat ais een geheel met het vorige kan beschouwd worden en geen afzonderlijk nummer heeft.

Het gelijkt eenigszins op een keuken.

Hier trekt het meest de aandacht de gesneden wenteltrap van Duitschen oorsprong uit de 2° helft der 17(\'eeuw.

Boven de uitgang een aardig stuk snijwerk, dat waarschijnlijk als uithangbord heeft gediend, voorstellende een

-ocr page 52-

48

postwagen uit het laatst der 17® eeuw, die wellicht, ter plaatse waar dit uithangbord hing, afreed of wel zij n aanlegplaats had.

Boven de doorgang een bordenrek met tinnenborden.

De schoorsteen is vrij eenvoudig, met haardplaat, waarop de Hollandsche maagd, met vimrhaal, rooster en \'tgeen verder bij den haard behoort. Verder eenig koperwerk als vischemmer, blakers en een lamp voor 8 pitten, lantaarn, vleeschkroon, houten lepelrek, enz.

Van de tegelschilderijen wijzen wij op het kolossale bloemstuk in \'t blauw en de beide bisschoppen in \'t paarsch als de fraaiste. Zoowel hier als in \'t vorige vertrek zijn beneden in de muren modellen gemetseld van de verschillende tegels, die men op die wijze als lambrizeering aanwendde. Daaronder zijn die, waarop de krijgmansstand is afgebeeld, recht artistiek geschilderd. Al het genoemde is uit de 17e eeuw.

Wij gaan thans door het moderne artistiek-gesmede ijzeren bek en betreden de eigenlijke schatkamer van het Nederlandsche Museum

Zaal 157,

waar -svij bij het binnentreden, aan de linkerhand een der fraaie Middelburgsche tapijten, voorstellende de overwinning der Zeeuwen op 23 Spaansche oorlogschepen bij Lillo op 30 Mei 1574, vinden.

De beide anderen zullen wij verder in deze zaal ontmoeten.

Zij werden omstreeks 4591 vervaardigd door Jan de Maecht te Middelburg, alwaar zij de wanden van de zaal in de abdy, in welke de Staten van Zeeland vergaderen, versierden.

De overige vier zijn nog aldaar aanwezig.

Bij \'t binnenkomen heeft men aan de rechterhand een glazenkast voor zich, waarin een aantal dameskleederen uit den tijd van Napoleon en verder uit het eerste vierde gedeelte der tegenwoordige eeuw.

-ocr page 53-

49

Daaronder bevinden zich de curieuste modellen, waar men thans hartelijk om lacht, doch die wanneer vrouw mode ze weder aanbeveelt, door onze dames even gaarne zullen aangenomen worden als de tournures en verdere middelen om zich te mismaken.

Hebben wij hiervan genoeg en keeren wij ons tot de glazen vitrine, waarin reproducties van gouden en zilveren kunstwerken, zoo vinden we daarin op de bovenste plank te beginnen, aan de linkerhand:

1. Zilveren kom, waarop gedreven kiiiderfiguurtjes en

bladornament. 17e eeuw.

2. Zilveren kopje van een Johannesbeeld. 13e eeuw.

Schat van St. Servaas te Maastricht.

3. Kroon van den H. Lodewijk, rijk met edelgesteenten,

paarlen enz. versierd.

4. Groote verguld zilveren kan, waarin een groot aantal

Duitsche daalders van de 16e eeuw zijn gesoldeerd. 17® eeuw. Eigendom van den hertog van Saxen-Coburg-Gotha.

2e plank.

5. Verguld zilveren kroes, waarop niet bizonder fraai,

tusschen andere ornementen drie kinderbeeldjes lente, zomer en herfst gedreven zijn. Russisch werk. i7e eeuw.

In het S.-Kensington Museum.

ö. quot;Verguld zilveren kan. Hollandsch werk uit de 17e eeuw. In liet S.-Kensington Museum.

7. Vergulde kan. Duitsch drijfwerk van 1605.

Als boven.

8. Vergulde kop met deksel, versierd met banden gra

veerwerk, betrekking hebbende op de jacht en met banden drijfwerk. Engelsch werk uit 1614.

Als boven.

4

-ocr page 54-

50

9. Vergulde beker en deksel. Op de kuip gedreven de jacht en de wijnoogst, door kinderen voorgesteld. Verder kinderen, die het wapen van Schieland en dat van de familie Hogendorp dragen. Op het deksel een borstbeeld, dat Floris V moet voorstellen. 1657. Behoort aan het Hoogheemraadschap van Schieland te Rotterdam.

10. Verguld zilveren kan. Duitsch 17® eeuw.

In het South-Kensington Museum.

11. Verguld zilveren kan. Drijfwerk van Augsburg uit

het begin der 17e eeuw.

In het South-Kensington Museum.

12. Verguld zoutvat op hoogen voet. Van boven het beeld

van een krijgsman. Engelsch drijfwerk van liet einde der 17e eeuw.

Berust in den Tower te Londen.

13. Vergulde schenkkan met oor en drieschelpigen mond. Hierop gedreven een veldslag. Venetiaansch werk uit

de 16e eeuw.

In het South-Kensington Museum.

14. Verguld rond zoutvat, de rand gedreven met kindertjes,

die wapenschilden houden. Het rust op drie cherubijntjes. Duitsch 16e eeuw.

Als boven

15. Zilveren kop, eenigszins tulpvormig met figuren van

Diana, Lucretia, Judith en verdere prachtige versieringen. De kop gaat door, als het werk te zijn van den beroemden Neurenberger goudsmid Wenzel Jamnitzer (1508-1585) en was vroeger het eigendom van het goudsmidgild van Neurenberg. In het South-Kensington Museum.

16. Driehoekig verguld zoutvat met maskers op de hoeken

en gesteund door drie leeuwtjes. 16e eeuw. Duitsch. Als boven

17. Vergulde lepel uit de 13e eeuw. Rijk versierd met

-ocr page 55-

51

paarlen. Wordt bij de Engelsche kroningsplechtigheden gebruikt.

Berust in den Tower te Londen.

18. Vergulde kan, waarop voorgesteld de triumf van

Nepthunus en Amphitrite, met daarbij behoorenden schotel No. 33. Engelsch werk van 1597.

19. Driehoekig verguld zoutvat, staande op drie bollen,

16e eeuw. Duitsch. In het South-Kensington Museum. ^20. Zilveren kop met medaillons. Wordt genoemd de beker van Cellini. 16e eeuw. Italiaansch.

In het Britsch Museum.

21 Vergulde kroes met deksel. Duitsch van Jacob Marten te Hamburg. 1708.

In het South-Kensington Museum. Ü22. Verguld zilveren beker. Duitsch van het einde der 16e eeuw.

Eigendom van den heer C. Becker.

3e plank.

quot;23. Verguld zilveren schaal met zwellingen op hoogen voet, met geëmailleerde wapens. Rustende op drie granaatappelen. Duitsch van omstreeks 1500.

24. Zilveren beker van 1763 met de wapens der kiesheeren,

van Middelburg.

25. Verguld en rijk met steenen versierde reliekbewaarder

op vier pootjes.

Schat van de St. Servaaskerk te Maastricht.

26. Het origineel is een besneden kokosnoot in verguld

zilver gemonteerd van 1585. Augsburgsch werk. In het South-Kensington Museum.

27. Drinkschaal op voet, waarop Diana en Acteon. Ant-

■werpsch? werk van het einde der 16e eeuw. Als boven.

quot;28. Het origineel van deze kan is in ivoor, met verguld zilveren montuur. Bachantenfeest met Silenus.

-ocr page 56-

52

Duitsch Einde der 16e eeuw.

Eigendom van den heer Elkington te Londen.

29. quot;Vergulde drinkschaal op voet. In de coupe zijn de

deugden voorgesteld in medaillons, waarvan een in het midden en zes daaromheen. Duitsch werk van de \'16e eeuw.

South-Kensington Museum.

30. Vergulde schaal met gedreven vischblaasvormige zwel

lingen. In het midden een wapen in kleuren. Duitsch werk van de eerste helft der 16° eeuw.

Van de Lünenburger schat.

31. Verguld zoutvat. Stervormig, waarvan drie der zes

punten zijn afgerond, staande op drie cherubijnen. Maskers en bloemen tot versiering. 16° eeuw. Duitsch.

32. Een dergelijk, andere versiering, staande op 3 bollen. Als boven. Beiden in het S.-Kensington Museum.

33. Vergulde schotel, behoorende bij de kan No. 18,

waarop zeegoden. In het midden de voetwassching. Engelschwerk van 1597.

34. Vierkant verguld zoutvat, waarop dansende vrouwen

figuurtjes, rustende op vier leeuwenklauwen. Italiaanscliwerk van het einde der 15e eeuw.

35. Rond verguld zoutvat, rustende op 3 maskers. Duitsch.

16® eeuw.

De drie laatste voorwerpen berusten in liet Soutli-Kensington Museum.

36. Zilveren schaaltje met geëmailleerd wapen, waarom

heen een krans van granaatappelen. Van omstreeks 1540.

37. Vergulde schaal met zwellingen op hoogen voet.

In het midden op een geëmailleerde verhevenheid een rustend hert. Einde 16® eeuw.

38. Zilveren kop met twee ooren en deksel. 17® eeuw.

Beneden in de kast,

-ocr page 57-

53

39. Twee vergulde engelen uit de 14e eeuw. Fragmen

ten uit de schat van Sint Servaas te Maastricht.

40. Zilveren peervormig schild uit de 14e eeuw, waar

op de reuzentijd is voorgesteld.

Op dezelfde wijze plaatsen wij ons voor de volgende vitrine, eveneens niet elektrotypische reproducties gevuld. 55. Op de bovenste plank (te beginnen aan de linkerhand.

1. Verguld zilveren meloenvormige ketel met verwar

mingslampje, een en ander op driekant voetstuk. 1732. Het origineel behoort aan de koningin van Engeland.

2. Kan. Bij het origineel, dat zich in het South-Kensing-

ton-Museum te Londen bevindt, is de kan van ivoor met voorstelling van een bachanaal en met verguld zilver gemonteerd. Op het deksel Hercules, die een centaur verslaat. Ze is gemerkt «Bernard Strauss, Golsmidtquot;. 17e eeuw.

3. Driekante Lampenstandaard. Het bovengedeelte ge

dragen door drie vrouwenfiguren en het geheel weder door sphynxen. Italiaansch werk van omstreeks 1520. Het origineel is van verguld brons en berust in het S. Kensingtonmuseum.

2e plank.

4. Verguld zilveren ampulla, waarop gedreven de krui

siging, in liet midden der 17e eeuw te Haarlem vervaardigd. Het origineel behoort aan Pastoor van Born te Amsterdam.

5. Verguld zilveren beker van het Sint Joris of voetboog

schuttersgild te Middelburg. 2e helft 16e eenw. Is in 1880 voor het buitenland aangekocht.

6. Verguld zilveren kan met den daarbij behoorende

schotel. Hollandsch werk van het begin der 17e eeuw. Behoort aan de Oud-Roomsche gemeente te Utrecht.

-ocr page 58-

54

7. Zilveren Beker van St. Maarten, patroon van het

Brouwersgild te Haarlem, gemaakt in 1604 door Jac. Pieters Aikema en den drijver Ernst Jansz. van Vianen naar teekeningen van Golt/.ius. — De groep op het deksel, voorstellende St. Maarten zijn mantel met een arme deelende, is naar liet model van Hendrik de Keyzer.

8. Gedreven zilveren altaarkandelaar, 1° helft der 17e

eeuw. Hollandsch werk. Behoort aan de parochiekerk te Limmen.

9. Gedreven zilveren schaal op voet. In de schaal ge

dreven een oorlogsschip. 1590.

10. Gedreven zilveren kan met den daarbij behoorenden grooten schotel op de derde plank staande. Het rijke drijfwerk, waarschijnlijk te Leeuwarden uitgevoerd, is gevolgd naar teekeningen van Goltzins, en stelt mythologische onderwerpen voor. In het midden van den schotel het wapen der Popta\'s. le helft 17e eeuw.

Beboerende tot de schat van het Popta-gasthuis te Marssum.

12. Gouden beker, gedreven door Paulas van Vianen

1610. Op den beker Diana met hare nimfen door Acteon bespied.

Op het deksel A mor, Ceres en Bachus.

Beboerende aan wijlen prins Frederik.

13. Zilveren kandelaar gedreven door Claes Meinsma te

Leeuwarden. Midden der 17e eeuw.

Behoort tot de Popta-schat te Marssum.

14. Zilveren schotel, op welks rand de werelddeelen gedreven. Waarschijnlijk Friesch werk uit bet midden der 17e eeuw.

Behoort tot de Popta-schat te Marssum.

3e plank.

15. Groote zilveren, rijk geëmailleerde beker. Duitsch

-ocr page 59-

55

■werk uit de 2e helft der 16e eeuw. Zoogenaamde Keurvorstenbeker.

Behoort tot de schat van het Luneburgsche Raadhuis.

16. Gedreven zilveren schaal op voet. In de schaal is

Loth met zijne dochters voorgesteld, 1627, In \'t bezit van den heer van der Hoop te Rotterdam.

17. Schotel behoorende bij No. 6.

18. Gedreven zilveren schaal op voet. In de schaal het

wapen van Zierikzee. 1580.

19. Schaal op vier voeten met nissen, waarin afbeeldingen

van vier der kerkvaders. Duitsch. 1476.

20. Groote verguldzilveren, gedeeltelijk geëmailleerde

beker met deksel. Bijbelsche voorstellingen. Einde 16e. Duitsch werk.

Het origineel te Gratz in Stiermarken.

21. Zilveren schaal op hoogen voet. In het midden St.

Andreas en St. Hieronymus op een groen geëmail-leerden heuvel. Einde 15e eeuw.

De beide laatste nummers behooren tot de Lüne-burger schat.

22. Gedreven schotel, bloemen en verder ornamenten,

Fransch werk. 1698.

In het Sout-Kensington Museum.

23. De schotel behoorende bij No. 10.

24. Gedreven zilveren schaal, door Claas Baardt te Bols-

ward vervaardigd omstreeks 1670.

25. Zilveren beker, geheel in den geest No. 15.

26. Verguld zilveren bokaal bekend onder den naam van

»Pocal mit Jonasquot; van 155 (?)

27. Zilveren schild (Rondas) waarop gedreven een ruiter

gevecht. Uit het midden vani de 16e eeuw. Wij wenden ons thans naar de zeskante draaibare toonkast in den hoek die geheel gevuld is met miniaturen, émaux enz.

Daar bij de portretten de namen zijn gesteld van de voorgestelde personen, zoover die bekend zijn, behoeven

-ocr page 60-

56

wij die hier niet te herhalen en zullen ons dus bepalen met alleen te wijzen op het voornaamste.

Beginnende bij de émaux in het vak No. 1, dat, waarvoor geen gordijntje hangt, als kunnende de invloed van het licht geen schade doen aan de émaux, hetwelk wel het geval is bij de miniaturen, waarvan hier helaas in het verbleken der kleuren de blijken te bespeuren zijn. Vak 1. No. i. Groote vierkante plaat, émail de Limoges van omstreeks 1520.

Op den voorgrond het oordeel van Paris. De drie godinnen Juno, Pallas en Venus, welke laatste als de schoonste den appel uit handen van Paris ontvangt, terwijl Amor zijn pijl op deze richt.

Op den tweeden grond Virgilius in zijn schrijfgestoelte gezeten, schrijvende door een Muze geïnspireerd.

Op den derden grond Jupiter op zijn troon, aan wien door Hébé de godendrank wordt aangeboden.

In het verschiet Carthago, op een eiland gelegen. Aan het strand de drie Schikgodinnen aan haren arbeid.

Een uiterst zeldzaam stuk.

2. Ovale geëmailleerde plaat, voorstellende een

Godenmaaltijd, uit het midden der 16° eeuw. Email de Limoges.

3. Twaalf plaatjes, émail de Limoges, voor

stellende Christus en elf zijner discipelen. Één der plaatjes daarvan is gemerkt H een andere L. I. Uit het midden der 16e eeuw.

4. Zes kleine versiersels, waarschijnlijk van

eenig kerkelijk gereedschap.

De beide eerste van vierkanten vorm, den zegenenden Christus voorstellende en

-ocr page 61-

57

het derde in den vorm van een wapenschild zonder beeld, alleen ornement, zijn en émail cloisonne.

Van de laatste drie zijn twee cirkelvormig en de derde zesbladig. Deze drie zijn en émail translucide (doorschijnend) 42e eeuw.

5. Vier geëmailleerd koperen plaatjes (émail

champlevé), waarschijnlijk gediend hebbende als sluitstukken van de armen van een kruis.

Op het eerste de engel der opstanding.

Op het tweede de opstanding der dooden.

Op elk der beide andere een engel, die op de bazuin der opstanding blaast. Bij elk één der verrezene zielen.

De beide laatste zijn in goud op groenen grond en met witten rand, de beide eerste goud op witten grond, blauwen rand en groenen nimbus. 13° eeuw.

6. Twee geëmailleerde platen, voorstellende de

boodschap aan Maria en de aanbidding door de herders. Duitsche émaux.

Eigendom van het Kon. Oudheidkundig genootschap.

7. Een agaten, medaillon, waaropeenige engel

tjes, die het kruis ten hemel voeren. De omtrekken en schaduwen in de figuren schijnen ingegrift en later met wit émail gevuld te zijn. Zeer artistiek schoon. 17® eeuw.

De kast naar links wendende, vindt men in Vak 2. Een aantal portretten, prinsen en princessen uit ons Vorstelijk Stamhuis, gedeeltelijk miniaturen op ivoor, perkament of papier, gedeeltelijk émail op metaal.

Hieronder verdienen vooral de aandacht:

-ocr page 62-

58

Een geëmailleerd portret in dergelijk lijstje, waarop een doodshoofd en beenderen, waarschijnlijk stelt het Willem Frederik, den Frieschen stadhouder voor.

De beide miniaturen van Frederik Hendrik en van Philips Willem, den oudsten zoon van Willem I. De schelp, waarop het portret van Prins Maurits, wit op lichtviolet gekleurden grond — en een aantal anderen.

Vak 3. Portretten, meerendeels van buitenlandsche vorsten.

Hiervan moeten afzonderlijk genoemd worden dat van Margaretha van Oostenrijk, de zuster van Karei V. 1480—1530, zeer fraai in olieverf op paneel, dat van Lodewijk XIV door Petitót, van Louise, hertogin van Augoulême, enz.

Vak 4. Gedeeltelijk portretten van bekende en onbekende personen.

Onder de geschilderde merkt men op twee door Lundens, dat van Peter Canisins, van den schilder Antoni van Dijk, van den beeldhouwer Francois Duguesnoy, van den raadpensionaris van Bleijs-wijk en anderen. Twee van prins Willem V en echtgenoote uitgevoerd in Wedgewood aardewerk enz. enz.

Verder eenige fraaie fantaisiekopjes, een teeke-ningetje van Ridinger voorstellende seen hert door honden vervolgd.quot;

Een groote miniatuur in kleuren door den abt Ramelli 1726 «Jozef en Potifars vrouw.quot;

Een, voorstellende Maria met het Christuskindquot; enz.

Vak 5. Giootendeels portretten van Engelsche vorsten en grooten, waaronder door de beroemdste miniatuurschilders vervaardigd. Zoo vindt men er door S. Cooper

de portretten van Karei II in bizonder fijn lijstje

-ocr page 63-

59

1665, van Maria Anna Victoria, de vrouw van. Louis d\'Orleans, Dauphin van Frankrijk 1679 en nog één van eene onbekende prinses uit 1643. van John Hoskins de portretten van koningin Elisabeth van Engeland en van Henrietta Maria van Frankrijk, de vrouw van Karei I van Engeland.

Van deze laatste een tweede portretje in prachtig geëmailleerd lijstje.

van Nic. Hillard dat van eene onbekende prinses.

van C. Boitz een fraaie émail, Anna, Koningin van Engeland voorstellende enz. enz.

Vak 6. Uitsluitend Engelsche portretten van denzelfden aard waaronder dooi\' S. Cooper.

James II als kind.

door John Hoskins die van Jacobus I en van Henrietta Maria \'1632.

door P. Oliver dat van Karei I, 1621 en van Georges, hertog van Buckingham,

door Hilliard dat van Koningin Elisabeth,

door Henri Toutin dat van Karei I.

Verschillende van Maria Stuart. Darnly enz. enz.

Rechts van deze draaibare vitrine vinden wij een zilveren gedeeltelijk verguld monument, betretïende de haring-visscherij, dat goed bewerkt, doch geheel doordrongen is van de wansmaak van den tijd. \'t Is een haringbuis van zilver op houten groen geverfde golven, waarboven een soort van koepel gedragen door vier zuilen rijk met bloemen versierd, en beneden eindigende in op bollen staande vogel-klauwen. Zij zijn verbonden door bogen, waarop de vier

-ocr page 64-

60

«lementen. Waar slechts mogelijk zijn versieringen, attri-baten enz. enz. aangebracht.

Het is vervaardigd door Andreas Muller in 1793. Den weg langs de vensters volgende begeven wij ons naar de eerstvolgende vitrine, waarin uitsluitend goud- en •zilverwerk is tentoongesteld.

De bovenste plank het eerst nemende, hebben wij beginnende aan de linkerzijde, wanneer wij met den rug naar de vorige toonkast gekeerd staan.

4. Een zilveren kroesje, waarin elf Saksische munten, de oudste van 1564, gesoldeerd zijn. Daarnaast

2. Een zilveren flesch van Perzisch maaksel. Vanfraaien

vorm en rondom vol schoone ornementen. Zij behoorde vroeger tot liet zilverwerk der stad Vlissingen, die een flesch in haar wapen voert.

3. Zilveren kan van uitmuntenden vorm, waaraan jam

mer genoeg het deksel ontbreekt, \'t Is waarschijnlijk Portugeesch werk van omstreeks 1600. Volgens overlevering behoorde zij tot de schat, met de zilver-vloot door Piet Hein in 1618 buitgemaakt.

4. Verguld koperen klokje, waarop aan de ééne zijde 3

wijzerplaten, op welk de uren, dagen en maanden worden aangegeven. Op de 3 andere zijden gegraveerd een heilige, een riviergod en Abraham\'s offerhande. Boven het klokje verrijst van achter een zilveren balustrade een koepeltje op kolommetjes, tusschen welke een gekleurd zilveren boeket. Op het koepeldak staat een trompetter, die bij het slaan van de klok de trompet aan den mond brengt. Het werk is gemaakt te Straatsburg door Richard Ledertz, 2e helft der 17e eeuw.

5. Een zilveren gedeeltelijk verguld bruidskroontje,geheel

van bloemen en takken zaamgesteld. Het draagt het jaartal 1682, maar is waarschijnlijk iets ouder.

6. Een Scheepje, aan tafel gebruikt voor het ronddienen

-ocr page 65-

61

van specerijen. Waarschijnlijk van Duitsch maaksel. Van omstreeks 1600.

7. Model in zilver van een standbeeld van Gustaaf Adolf?\'

op voetstukje, datmettropeën van wapenen en muziekinstrumenten en verder meteen wapenschild versierd is. 17e eeuw.

8. Vergulde ananasbeker met een kindje op den topT

dat een kan en beker in de handen houdt. Waarschijnlijk Duitsch werk. 17® eeuw.

9. Bruidskoffertje, in den vorm van een geldkist met

traaie sluiting. Aan alle zijden begraveerd, op het deksel de bruid en bruigom, aan de zijden verschillende figuurtjes van heeren en dames, van onderen een rennend hert, van binnen op den bodem een liefkozend paar. Het sleutelgat wordt verborgen door een beweegbaar strookje, waarop »Mie hiel Man. Omstreeks 1600.

10. Bizonder fraai ruiterbeeldje in Romeinsche kleeder

dracht op een steigerend paardje gezeten. De ruiter draagt een kommando-staf in de hand. Het geheel rust op een versierd halfbolvormig voetstuk. Augs-burgsch werk van de 1° helft der 17e eeuw.

11. In het midden op deze plank staat een schoon be

werkte muntweegschaal op ebbenhouten voet. Begin 17e eeuw. Geschonken door den heer I. Ph. van der Keilen.

12. Vergulde boker, bolt-tout, die zonder neer te zetten

gepleegd moest worden, of ook wel dienen kon als schroef ot voetstuk van een bokaal. Deze werd geplaatst tusschen de borst en de armen, die door middel van den schroef, op den rug van \'t beeldje te zien, meer of minder van elkaar verwijderd kunnen worden, al naarmate de omtrek van de bokaal grooter of kleiner is. De figuur heeft de kleeding van

-ocr page 66-

62

een Hongaar en staat bekend onder den naam van Spi-nolabeker. Gemaakt te Neurenburg. Einde 16e eeuw.

Daarachter

13. Zilveren plaatje, gedreven door Paulus van Vianen,

voorstellende een stadsgezicht met brug, toren, rivier en een aantal figuren. 46(17.

14. Verguld zilveren beker, Hansje in den kelder. Bij het

vullen van de kuip, komt uit den omgekeerden bloem, die in het midden daarvan staat, een kinderfiguurtje te voorschijn. Uit zulke bekers werd bet welzijn gedrongen van den aanstaanden wereldburger, die zich nog verborgen onder de dischge-nooten bevond. De kelk wordt gedragen door een mannenfiguurtje in de zwierige dracht van het midden der 17e eeuw.

15. Zilveren gedeeltelijk vergulde kan met medaillons,

waarin de busten van Romeinsche keizers en ornementen van vruchten. Op het deksel een zwaan met uitgeslagen vleugels. Duitsch werk uit de 17® eeuw.

Daarachter

*16. Een rijk gedreven schotel met bloemen enz. 17eeeuw Augsburgsch werk.

17. Verguld zilveren kan en daarbij behoorende schotel,

waarop een groot aantal dieren van allerlei aard, grof en hoekig, doch flink zijn gedreven. Zij dragen de Engelsche merken met de jaarletter 1586.

18. Zilveren bordje met gedreven bloemrand gemerkt

S. W. B. 17e eeuw.

19. Verguld zilveren beker, boit-tout, in den geest van

den Spinolabeker No. 12, doch zonder schroef, in den vorm van eene deftige dame. Uit het einde derl6e eeuw. Duitsch werk.

20. Zilveren gedeeltelijk vergulde ananas-beker, gedragen

-ocr page 67-

63

door een vruchten etenden aap. Op den top een bloemruiker. Duitsch. Omstreeks 1600.

quot;21. Nautilus, schelp gemonteerd met verguld zilver en geëmailleerde sterretjes. De voet van hetzelfde metaal bestaat uit een dolfijn, wiens staart de schelp draagt, en een paar zeegoodjes, gemerkt G. L. Augsburg. Einde 16e eeuw.

tJ\'i. Glazen vaasje, gedragen door 2 verguld zilveren engeltjes op voet. \'17®. Heeft waarschijnlijk tot kerkelijk gebruik gediend.

quot;23. Zilveren schaal op voet, waarin gedreven twee wildemannen, die het wapen van Bergen op Zoom houden met de woorden Tansto numine. Berga Victrix. 3 Oct. 1622. quot;Waarschijnlijk ter herinnering aan het ontzet van Bergen op Zoom.

Thans volgen :

24. Een vijftal gedreven zilveren hautreliefs. Voorstellingen

uit het leven van Hertog Jean Baptiste Spinola. Het eerste: de optocht van een leger, dat op het tweede een vesting belegert, wier inwoners op het derde de sleutels der stad komen aanbieden. Op het vierde houdt de overwinnaar zijn intrede en op het vijfde wordt het huwelijk van den hertog voltrokken. Deze vijf reliefs, behoorende onder het merkwaardigste van \'t geen het Museum bezit, zijn gedreven door Mathias Melin, een Belgisch drijver van omstreeks 1630.

Met de drie laatste voorwerpen zijn wij tot de onderste plank gekomen, waar we nog vinden;

25. Ivoren kistje, belangrijk om zijn zilveren beslag, slot

en hengsel. Het rust op viel- fraaie zilveren leeuwtjes. Uit het begin der 16° eeuw.

26. Rijk met bloem- en bladornement versierde gedreven

boek- (missaal) band uit het einde der 17e eeuw. In een verguld wapen op den rug de naam JOSEPH.

-ocr page 68-

64

Daarachter ligt, niet best zichtbaar.

27. Zilveren mijnwerkersbijl, door Saksische mijnwerkers

aan koning quot;Willem I ten geschenke aangeboden. Daarop komen voorstellingen uit hun wijze van leven voor. Op het handvat zijn verschillende ertsen aangebracht en rondom een rank van lauwerbladen, benevens een optocht van mijnwerkers.

Verder het omschrift »So lang der Bergmann sich mit seinem Schlagel nahrt ist auch dem Hüttenmann dabei sein Brod bescheert.quot;

Als kunstwerk mag dit stuk niet genoemd worden.

28. Zilveren wierookvat met zes contreforten met vensters,

er tusschen. Uit de overgangsperiode van de gothiek op de renaissance.

Het onderstuk is uit lateren tijd.

29. Verguld koperen gedreven vaas met twee ooren uit

het laatst der 17e eeuw. Duitsch werk. In lateren tijd is hierin een uurwerk met porceleinen wijzerplaat aangebracht.

30. Verguld koperen beker met deksel, waar een krijgs

man met vaan in de hand. Wellicht gedeeltelijk modern.

31. Verguld zilveren kan. Op de kuip zijn de gedreven

bloemen onverguld gelaten. Op het deksel wijngaardranken te midden waarvan een zilveren penning op liet huwelijk van Prins Willem II in 1641.

32. Verguld zilveren schaal, op den bodem waarvan gedreven

een binnenhof, waarin een aantal heeren en dames benevens een paar jagers met hunne honden. Op den rand tusschen oorlogstropeeën de busten van zes Romeinsche helden en wijsgeeren. Augburgsch werk uit het laatst der 17e eeuw.

33. Zilveren gedreven kroes, waarop drie medaillons,

waarin de jaargetijden zomer, herfst en winter, voorgesteld door kindertjes en afgescheiden door

-ocr page 69-

65

groepen van vruchten. De kroes staat op drie bollen. Einde i7e eeuw.

Tegenover deze toonkast hangen aan den muur weder vier schilderijen uit blauwe tegels zaamgesteld, allen uit de Rotterdamsche fabriek en door C. Boumeester geschilderd.

Twee daarvan stellen voor woelende zeeën met schepen, één, een Levantsche zeehaven, de vierde een landschap met koeien en herders.

De thans volgende toonkast houdt uitsluitend voorwerpen in, toebehoorende aan de gemeente Amsterdam.

Op de bovenste plank :

In het midden; De zilveren drinkhoorn van het gild van Sint Joris of der voetboogschutters, vervaardigd in 1566.

Bovenop Sint Joris met de geredde maagd in dankende geknielde houding voor zich. De gewonde draak klemt den hoorn tusschen zijne klauwen, terwijl zijn staart zich daaromheen krult. Tusschen de bogen in het voetstuk de Hollandsche Tuin, waarin de leeuw het wapen van de Voetboogschutters dragende.

Deze hoorn komt vóór op de schilderij »de schuttersmaaltijdquot; van B. van der Helst, waarop de kapitein Witss den hoorn in de hand heeft. No. 467 van den catologus van het Schilderij-Museum.

Daaronder op de 2e plank hangt de zilveren halsketen van den Koning van het St. Jorisgild, bestaande uit 26 schakels, die afwisselend uit den Hollandsche tuin en uit enkel ornament bestaan. Onderaan hangt de papegaai, 2e helft 16e eeuw.

De eenvoudige staf van den Schutterkoning van dat gild ligt nog een plank lager.

Naast den eersten hoorn staat die van het St. Sebastiaans— of handboogschutters gild, vervaardigd in 1565, een met zilveren ornementen versierde bufielhoorn, rustende op een zilveren voet, waarop de met pijlen getroffen St. Sebasti-aan tusschen zijne twee beulen. Op den band, die de

5

-ocr page 70-

66

hoorn met den voet verbindt, staat een leeuw, die een schild houdt, waarop aan de ééne zijde het wapen van Amsterdam, aan de andere dat van Jerusalem, door de handboogschutters als het hunne gevoerd.

Even als de hiervolgende keten en staf van den schutter-koning is deze hoorn afgebeeld op de schilderij van B. van dei-Helst, No. 468 van den Catalogus van het Schilderij-Museum.

Daaronder de zilveren keten van het St. Sebastiuansgikl, bestaande in navolging van die van de orde van hét guldenvlies, uit vuursteenen en vuurslagen, welke laatste verguld zijn. Hier en daar met gekleurde steenen versierd, even als de vergulde papegaai, die er onderaan hangt. Van omstreeks 1500.

De staf van hetzelfde gild, die aan de andere zijde ligt, is fraaier dan die van de twee andere schuttersgilden. Ze is met schoone zilveren banden en op den top met een papegaai versierd. Van omstreeks 1500.

\' De derde drinkhoorn is die van het kloveniersgild (haakbusschutters) vervaardigd in 1571, en komt voor op de schilderij van Govert Flink, No. 365 van den Catalogus van het Schilderij-Museum.

Daaronder de keten van liet gild met den daarin meermalen voorkomende klauw (clover = haakbus) het symbool van het gild. Uit het midden der 16e eeuw.

De staf van den schutterkoning is nagenoeg gelijkvormig aan die van het St. Jorisgild.

Op de tweede plank :

Vijf verguld zilveren bekerschroeven of voetstukken, om glazen roemers op te zetten, vervaardigd in 1606 op last der Tresorieren G. J. Wits en Jan ten Grootenhuis.

Door middel van een schroef, onder den voet aangebracht, buigen de beeldjes aan den top zich meer of minder achter- of voorover en klemmen den voet van den roemer, die op dat voetstuk gezet wordt.

-ocr page 71-

67

Het drijfwerk bestaat uit de symbolen van zeevaart en •visscherij, de vier evangelisten enz.

Uitmuntend schoone vergulde kan en schotel, door Adam van Vianen in 1614 vervaardigd.

Op de kan, die buitengewoon fijn en schoon van vorm is, zijn gedreven het beleg van Alkmaar 1572, de slag op de Zuiderzee 1573 en het ontzet van Leiden 1574.

Op den rand van den schotel ziet men voorgesteld met de volgende onderschriften: 1°. scheepstrijt 2 Januari 1574 •en Middelborch 20 February 1574. 2°. Spaansche vloot 7 Augustus 1588. 3°. Breda 4 Martius 1590. 4°. Geer-truidenberch 14 Juny 1593. 5°. Turnhout 24 January 1597. 6°. St. Andries 6 May 1599. Bommel 4 May 1599. 7°. Graef 19 Septembris 1602. 8°. Gibraltar 25 Aprilis 1607. — Een en ander is gescheiden door sierlijke ornementen.

De schotel is verder geheel gevuld met de voorstelling van den slag bij Nieuwpoort in 1600, met een oneindig getal figuren. In het midden is een cirkelvormige verhevenheid, waarin in kleuren geteekend het wapen van Amsterdam, waarop juist de voet van de kan past.

Drie zilveren zoogenaamde bodenbussen, door de boden der stad op de borst gedragen. Vervaardigd in de 2e helft der 16e eeuw.

In het midden het Amsterdamscbe koggeschip, uit het oude wapen, omgeven door een sierlijk gedreven lijst, waarin zes saters voorkomen.

Vier zilveren schilden van het schoenmakersgild van Amsterdam uit 1643.

Dergelijke schilden werden bij begrafenis van gilde-broeders op het lijkkleed gehecht.

Groote groene roemer, waarop als herdenking aan het leggen van den eersten steen voor een toren aan de Nieuwe Kerk de volgende woorden in sierlijke letters zijn gesneden: »Den jongen heer Cornelis Backer, soon van den ouden »heer Willem Backer, burgermeester en president van

-ocr page 72-

68

Amsterdam heeft den eersten steen (a)an (den) toorn van (de) Nieuwekerk geleijt, den 6/3G 1647.quot;

Verder is er een plattegrond van de fundamenten van den toren op gesneden met nauwkeurige opgaaf van de maten.

Eenige doomenstokjes, als ambtsteekenen door schouten van Amsterdam gebruikt.

Op de derde plank:

Weder een lampetkan met de daarbij behoorende er onder geplaatste sch.otel, vervaardigd door J. Lutma bij gelegenheid van de inwijding van het Nieuwe Stadhuis 4655.

Op den schotel de namen der Burgemeesters Jan van der Poll, Joan Huydekooper, Ridder, heer van Maarseveen — Cornelis de Graef, vrijheer van Zuijt Polsbroeck en Hendrik Dirksz Sbiegel. — Op de kan de namen van de Tresorieren Dr. Nicolaes Tulp en Cornelis van Dronckelaer.

Een groote groene roemer, eveneens op die gelegenheid toepasselijk, waarop geschreven:

»Gesegent Raethuijs pronck vant gantse Nederlant Zoo heerelyck versien met mannen van verstant.quot; en daaronder:

»Daer vree gerechticheijt en eendracht vult de saaien. Godt sijn gunstich oogh soo rijcklijck in laet daalen.quot; 1655 Juliüs 29.

v. Buil fecit (meer waarschijnlijk de naam van den glasschrijver dan van den dichter.)

Een kannetje van hoorn? Chineesch werk, met niet zeer oude montuur.

Een eenvoudige zilveren brandewijnskom.

De zoogenaamde bloedbanden, door schout en schepenen gedragen bij het voltrekken van een vonnis.

De sleutels der stad Amsterdam op rood fluweelen kussen. Keizer Napoleon bij zijne intrede in 1811 aangeboden.

-ocr page 73-

69

De lontstokken, waarmede de keizer en keizerin het vuurwerk ter hunner eere, hebben aangestoken.

Verder eenige lepels met gegraveerde wapens.

Een groote buffelhoorn met zilveren montuur en

eindelijk een zestal kopjes en schoteltjes, als merkwaardigheid bewaard, door den heer Masiton uit China aan het bestuur van het werkhuis gezonden als blijk van erkentelijkheid voor het hem gegeven verlof, met zijn troep kunstemakers voorstellingen te geven op het vóór het werkhuis gelegen plein. Hij deed dit serviesje in China, toen hij zich met zijn gezelschap daar bevond, vervaardigen en beschilderen met kunstemakers, \'tgeen de Chinezen op hunne wijze deden. De waarde als porcelein is zeer gering, zoodat het menigeen zal verwonderen, het onder de overigens zoo uitmuntende schatten van Amsterdam tentoongesteld te vinden.

Wenden wij ons thans weder naar het venster, zoo y.ien wij daar:

Een fraaie kist uit omstreeks 1600 waarop verschillende bijbelsche voorstellingen gebrand zijn. De gebrande lijnen zijn donkerbruin, terwijl de grond achter de figuren weggesneden is. Op het deksel drie tafereelen, door eikenhouten lijstjes afgesloten, voorstellende Adam als landbouwer, op het eene met de spade, op het tweede met een zeer primitieven ploeg aan het werk, Eva zit met hare kinderen op een afstand, op het derde ziet men ze met hun gezin in hun hut aan den maaltijd. Van voren en aan de zijden eveneens dergelijke bijbelsche voorstellingen als de Zondvloed, de tocht naar de arke enz.

Aan den muur een lijst met 4 téekeningen met dekverf door van Blarenberghe, voorstellende de 4 jaargetijden.

Daarvoor in een smakeloos modern kastje op een dergelijk voetstuk een uitmuntend beeldje, ronde bosse, gedreven door Paulus van Vianen in 1610, en voorstellende

-ocr page 74-

70

Atlas, de wereld torschende op rijk voetstuk. Fraai van teekening en uitvoering.

Nog fraaier wellicht is het basrelief, dat er onder staat. Argus, in slaap gevallen, is op het punt door Me reu ri us gedood te worden, \'t Zal moeielijk vallen schooner drijfwerk aan te wijzen, \'tis gedreven of het geboetseerd ware.

Beide kunstwerken werden in 1855 aan het Rijk geschonken door wijlen Vrouwe Tirion geboren Steltes.

Aan de muur hangen hier

Een lijst waarin vier miniaturen in dek werf, behoorende tot de tegenwoordig zoo zeer gezochte werken van van Blarenberghe. Zij stellen de vier jaargetijden voor. In twee der landschapjes ontwaart men de stad Doornik in \'t verschiet.

Een tweede lijst, waarin een toetssteenen plaatje, waarop vogels en planten in de manier van Dirck van Rijswijck ingelegd met parelmoer door Jan Yisscher.

De teekening voor een waaier, voorstellende den dood van Dido, stervende op den brandstapel, einde 17° eeuw.

Na nog een blik geworpen te hebben op het latafeltje op pootjes, uit het laatst der 17e eeuw, met verschillende-houtsoorten ingelegd, kunnen wij ons wenden naar de toonkast, evenals de beide vorige geheel met zilveren en andere drijf- en graveerwerken gevuld.

Derde toonkast.

Bovenste plank:

1. Verguld zilveren Hensbeker van het hoogheemraadschap van Voorne. waarop in fraai Hollandsch drijfwerk de gerechtigheid en de onthoofding van een veroordeelde is voorgesteld, aan de andere zijde de gerechtigheid,, die niet voor geld om te koopen is. De voet wordt gevormd door vier geëmailleerde dolfijnen, wier staarten zijn inéén geslingerd. Het deksel, ook ge-

-ocr page 75-

71

deeltelijk geëmailleerd heeft de gedaante van een kroon.

In bruikleen van het Collegie van Hoogheemraden van Voorne.

2. Lederen schoen. Aan de punt een verguld zilveren dolfijn. Aan den mond met een vergulden begraveerden rand omboord, die uit de 16e eeuw dagteekent.

Dergelijke schoenen (poulaines genoemd) met punten, somtijds zóólang, dat ze met kettingtjes aan de knie werden vastgemaakt, behoorden tot de dracht der 14e eeuw.

De hier tentoongestelde schoen kan als drinkgereedschap dienst gedaan hebben, maar meer waarschijnlijk is hij een gildeproef geweest.

8. Gedreven zilveren halskraag van het Sint Sebastiaan\'s-gild te Rosendaal in Noord-Brabant, bestaande uitvier door scharnieren verbonden deelen, op elk waarvan een ovaal medaillon tusschen festoenen van bloemen en vruchten, waarin naakte vrouwenbeelden het geloof, de liefde, de gerechtigheid en de hoop zijn afgebeeld, verder de wapens van Rosendaal en van Oranje en 2 tropeeën van de attributen van het gild.

Aan de binnenzijde leest men;

Arnoldus Adriaensen hooftma(n), Dekens Sebastiaen Melsens en Jacop Cornelissen. Jan Aertsen, Ouderman Christoffel Adriaensen Cril 1611, quot;We(e)cht 53 oneen 5.

Aan zware zilveren ketens hangen twee papegaaien en zes schilden met verschillende voorstellingen en inschriften, waaronder de volgende;

een bakkerij, waarin een bakker voor den oven en een tweede met een brood, waaronder:

Hoe zach men eertijds floreren \'t gild van Sinte Sebastiaen die ras zonder te mankeeren zoo den vogel schiete gaen

-ocr page 76-

72

leder schoot dan met verlangen

Maer Jan Mulders pertinent schoot den vogel van de stange

hij word koning nu erkend hij bakt brooden in den hooven

wijze, gecke, kleyn ea groot ziende, blinde, domme, doove

kan die eten voor den dood. 1674 een tweede schild met versierden rand, waarop een pijl, 1786 en inschrift: D. Kriesel.

Hoe heerelijk is mijne staat

een fiere en mannelijk gelaat al door mijn blikke

een ieder doet schrikke omdat ik schoot omhoog

en den vogel voor mijn boog.

een derde waarop een bijenkorf en het onderschrift. Cornelis Haaks, die schoot kooning

hij is breeker van den hooning Vetweyer en bieman

En voerman van \'t gespan Verkoopt ook alle groente

Dat is zijn gedoente Keersmaken en meelbak

en zo houd hy zyn gemak, 1790 een vierde, waarop een schilder een roos malende en Waar wy zweeven of floreeren

Is God bv ons wie kan ons deeren Was dat niet een groot pleizier Dat ik van schilder Koning wier J. F. Molenschot 1807.

Men ziet, dat deze rijmelarij meer vermakelijk dan wel fraai is.

Behalve nog twee schilden is aan de kraag nog eene /nedaille gehangen, geschonken door mr. J. W.

-ocr page 77-

73

Panneboeter, maire van de stad bij gelegenheid van de publieke feestviering op hooge order gehouden 9 Juni 1812.

4. Onder deze halskraag hangt een groote buffelhoorn., aan

de uiteinden en in \'t midden met zilver gemonteerd, als: tt. aan den mond een zilveren boord, waarop Drie cartouches met schepen en »Die grootschippers Horn is wederom gerepereert anno 1635 door den Magistraat der Hansenstadt Stavoren,quot; verre beneden op den band »L\'an 1538 suis je par les frères du gilde S. Jacque fondes et Fan 95 par les Magistrats de Stavriae renovelles.

b. Op den middenband vier cartouches met schepen en

«anno 1643 hebben de grootschippers der stad Stavoren dezen bandt doen maken.quot;

c. Op de spits ))Deze verandering aan de gildenhoorn is

gedaan door Symon Symonsz Posthumus in \'t jaar 1730 hem in eygendom door meest bieden geworden. Geschenk van wijlen Mevr. de Weduwe Haverkamp geb. Rode.

5. Zilveren scheepje op voet, waarop zeegoden enz.

gegraveerd:

Op den spiegel het wapen van Oranje en omschrift: De schipvaert goet, menich mensch voet.

En door Godts segen ons Landen triomfeeren maer door Godes bevel soo connen sij wel

Van die Zeebaren fel declinneeren. 17e eeuw.

6. Groote verguld zilveren beker, aan den Bewindvoerder

in O.-Indië H. Swaerdecroon geschonken, als erkenning zijner verdiensten bij de koffie-cultuur. De kuip, waarop de triumf van Amphitrite is voorgesteld wordt gedragen door een naakt man, staande op een dolfijn.

Op den voet druiven, rozen en schelpen.

-ocr page 78-

74

Op het deksel vier cartouches.

Opschrift » Vero Nobilissimo. D. Henrici Swaerdecroonquot;

en een Latijnsch vers.

De beker is in 1729 te Amsterdam door J. Lanckhooft vervaardigd.

7. Gedreven gouden beker niet deksel door de admirali

teit te Amsterdam aan den scheepskapitein Corn. Schrijver vereerd sin erkentenisse van de verovering van het Algiersche roofschip »de Oranjeboomquot; Capitein Ben Taback op den 12 Juni 1724.quot;

Op de kuip is genoemd gevecht afgebeeld, waaronder zeevaartkundige ornementen. Op liet deksel verschillend wapentuig.

In bruikleen gegeven door Dr. M. C. Verloren van Themaet te Hoogland.

8. Verguld koperen hostiekelk met zeszijdige kuip, waar

op de afbeeldingen van de 12 apostelen zijn ingesneden.

De voet is zeslobbig met fraai gegraveerd ornement. Het deksel als een dak met vensters. 1°. helft 14° eeuw.

9. Verguld koperen reliekhouder. De glazen cylinder,

waarin zich de reliek bevond, wordt gedragen door vier abten. Op het voetstuk is een Christusbeeld gegraveerd. 14u eeuw.

10. Groote vergulde zilveren beker met deksel. De voet

met acanthusbladeren. Op de kuip een aantal gegraveerde wapens en namen.

Op het deksel een kroon en »\'t Capittel van Sinte Maria de Utrecht, anno MDCLXXXV1.quot;

11. Gedreven rood koperen reliekhouder, \'t hoofd van

een oud geestelijke. Alleen de haren zijn verguld. Een bizonder zeldzaam stuk uit de 15e eeuw.

12. Verguld koperen bisschopstaf, met émail versierd. De

krul, waarin een engel, die een draak (den duivel) doodt, eindigt in een drakenkop. De knop wordt

-ocr page 79-

75

gevormd door acht door elkaar geslingerde draken. Hier en daar met gesteente versierd. i3e eeuw. In het midden dezer le plank. 13. Een zilveren kruiwagentje met steenen beladen, waarop een kalktobbe, een mand en verder metselaarsgereedschap. Aan de ooren van de mand hangt een schildje, waarop gegraveerd »üit Ten geschenke aan \'t metselaarsgilde door Pieter Jacob Clijver, RegeerendeBurgem.enoverdeeken.quot;\'17eeeuw. Afkomstig van het metselaarsgilde van Vlissingen. 2e. plank, te beginnen als bij de eerste. 14 Zilveren kroes, waarop gegraveerde slecht geteekende figuren, de liefdadigheid, de vrede en den trouw voorstellende, tusschen bloemwerk en met het wapen van «Freling (Fraulein) Juliana, geboren gravinne van Holland Brederoode. Ao. 1668.

Geschenk van den heer W. I. Cambier te Vianen.

15. Verguld zilveren beker afkomstig van het metse

laarsgilde van Vlissingen, waarop gegraveerd de wapens en de namen van verschillende dekens van dat gild.

16. Zilveren molenbeker, gedeeltelijk gedreven, gedeelte

lijk gegraveerd. \'17e eeuw.

Door in de afdalende pijp te blazen, zetten de wieken van den molen zich in beweging en met deze de wijzer op de wijzerplaat. De kuip wordt volgeschonken en is die niet leeg gedronken vóór de triolen stilstaat, zoo ziet men op de wijzerplaat aan het nummer, waarop de wijzer is blijven stil staan, hoeveel maal men den beker tot straf moet ledigen.

17. Gedreven zilveren kroesje uit de 18° eeuw, waarop

vogels bloemen enz.

18. Ebbenhouten kistje, rondom met gegraveerde zilveren

plaatjes, waarop zeer fraai gegraveerd de geschiedenis van Jozef. 17e eeuw.

-ocr page 80-

76

19. Zilveren deksel van de zoogenaamde Willebrordusflesch. Waarschijnlijk bezat de stad Vlissingen, als voerende de Willebrordusflesch in haar wapen, onder hare schatten een flesch, die doorging als van Willebrordus afkomstig. Deze zal van glas geweest en gebroken zijn, alleen het zilveren deksel is bewaard gebleven.

^0. Zilveren molenbeker, in den geest van den onder 16 genoemde.

21. Verguld zilveren beker, afkomstig van het metselaars

gild van Vlissingen. Op de kuip zijn drie wapens en namen gegraveerd, met daaronder zinspelingen op die namen als

1°. Cornells Nebbens Beekers, jongste deken.

«Bekers nat is goet, diet niet te veel en doet.

2°. Capt. Jacob Coole, ouden deken.

»Het coolvier suivert gout »alst daer is ingesteken »Heer door uwen geest ssuivert soo Cool\'s gebreken.

enz.

Op den top van het deksel, gevormd door de gekroonde flesch van Willebrordus, een engeltje met een schietlood in de linker- en een troffel in de rechter hand, waarmede het tevens een schild houdt, waarop een wapen met onderschrift »La vertu estum(n?) Beaufort overdeken. 1739.

Pendant van den onder 15 genoemden beker.

22. Zilveren trommeltje met rijken gedreven bloemrand.

2° helft 17e eeuw.

quot;23. Zilveren toren, als zoutvat te gebruiken, in 1629 door Frederik Hendrik aan Pieter Janssen van Vlissingen vereerd ter erkenning van diens moedig gedrag bij de verovering van \'s Hertogenbosch.

De toren bestaat uit vier op elkaar sluitende stukken.

-ocr page 81-

77

Op den top een windvaantje. Rondom den toren:

Hooch loffelicke Prins Keijsers Bloet van Nasov,

Winder van Shertogenbosch slants voorstander getrov Beschermer van Godts Kerck, dwijnger van t-weele(?) Spaingie Boven dit spidts gebov staet tuwer eer Orangie.

Orainge Tuwer eer Die Nimmermeer Vergaet 1st dat Doraingie Vlagh op Vlisfings Toren Staet Vlisfingh Oraingie Lieft quot;Want Dachbaer Magistraten Groeijt Oraingie Jnt Hert Soo Doet Oock Dondersate. Als Wt ShertogenBosch Most Ruijrnen Den Vijandt Een Vlisfings Borger Cloeck Nam Een Vremt Stuk Bij Dhant Pieter Jansen Genaemt Heeft Een Vaendel gedragen Op den Toren gestelt Daert Die Vijanden Sagen Oraingie Streeft En Sweef Opt Kruijs Boven den Haen Twelck Men Twee Maenden Lanck Daer Naer noch Heeft

Sien Staen.

23. Zilveren koelvaatje met ooren en opengewerkte en

gegraveerde ornementen, \'18e eeuw.

24. Zilveren broodmand met ooren en op pootjes. Open

gewerkte en gedreven bloemversiering. Stijl Bodewijk XV.

In bruikleen van den heer C. H. J. Muller te Amsterdam.

25. Eenvoudig zilveren bekertje met kettingje uit de

18e eeuw. Vroeger een geuzenbeuker genoemd.

26. Zilveren beker van Jan Danielse van de Rijn, den

commandeur van den brander Pro patria, die bij den tocht van Chattam 1667 de ketting in de rivier van Rochester gespannen, stuk zeilde. Daar hij daarvoor geene bizondere belooning ontving en men het in de officieële raporten over die gebeurtenis niet eens schijnt geweest te zijn, zou men uit het opschrift, dat op dezen beker staat, nam.:

))A1 die hier komen, om mijn te bescMmpen,

-ocr page 82-

78

die ziet eerst op hem ende op de sijne

Vint hij daer geen gebreeken

soo laat hem komen en dan vrij spreeken,quot;

opmaken, dat hij dezen beker met het oog op die zaak heeft laten maken, te meer daar er ook een afbeelding van dat stukzeilen op den beker voorkomt. Doch tevens lezen wij daarop bij zijn naam ook die zijner vrouw »Aeltje .Toppe Ao. 1668quot; zoodat wij hier bij het woord sbeschempenquot; meer aan onaangenaamheden moeten denken, die hem en zijne vrouw in hun privaatleven betroffen.

127. Pijpenfondraal voor 2 pijpen met fraaie zilveren open

gewerkte montuur. 1616.

128. Zilveren Pixis of hostiedoosje uit het einde der 15eeeuw.

29. Verguld zilveren Ciborium, miskelk, versierd met een

Christusbeeld en die van de vier Evangelisten, waar-tusschen engelenhootden. Uit de 13e eeuw.

30. Verguld zilveren Ciborium met deksel, op welks top

een arend.

In het deksel een geëmailleerde Christusbuste. De kelk rust op drie voetjes in den vorm van monsters. Onder den voet leest men:

Soljes . ottn . leen. tnno5 eci. satunisme bcbit nno bni

M° CCCquot; LXXVK

De beide laatste stukken, afkomstig van de schat van Oud-Munster te Utrecht zijn uniek.

3\\. Verguld zilveren miskelk, op voet van omstreeks 4300. Op den voet tusschen rijke ornementen. Christus aan het kruis Maria en Johannus aan den voet daarvan.

Verder rondom vijf zittende figuren, de eene in bis-schops ornaat, de vier anderen de vier evangelisten. De knoop schoone opengewerkte bloemornementen. Afkomstig van het Nonnenklooster te Wierselo.

-ocr page 83-

79

32. Vergulde miskelk uit het laatst der 45e eeuw. Op den

knoop zes geëmailleerde figuren.

33. Verguld zilveren binnenplaat van een ostensorium.

Hierop twee gedreven geknielde engelen, die elk een wierookvat houden. 14e eeuw.

34. Zilveren kroes, waarop gegraveerd de bekende tocht,

waarbij de schipper Dirk Schei een belangrijke som ter betaling van de Spaansche bezettingen langs den Rijn, die hij uit Keulen onder geleide van de noodige soldaten zou overbrengen, wist te bemachtigen en naar Holland over te voeren. Hij en zijne gezellen mochten den buit behouden, terwijl hij latei-door de admiraliteit van Amsterdam tot scheepskapitein werd benoemd. De geheele tocht is spiraalsgewijze op den kroes afgebeeld. Om den rand het opschrift:

Deze jacht door Gods macht en zijn genadige bant,

hebben wij gebracht bij den Prins in \'t Lant. Dit wilt gejaecht heelt God behaecht en gehaelt al met het Sweert, den Prins en heeft er niet van begeert.

Verder het verhaal bij de gravuren

Doen de Koninck sijn stroomen sloot praktiseerden wij dit exploot met voorbedachten raat beleijt tot \'s Lands welvaert zijnde beleijt.

4626 den 29 December de kloek 12 van Colln gevaren, de clock 3 syn wy gevaren Soens verby.

Comende te Dusseldorp met ,eer Arent Smit sey, Dirck Schey wats u begeer Spreek op vrint legget roer aan een sij Hierop sprack Dirck Schey so furieus Viva Oranje was daer de leus.

-ocr page 84-

80

Te 8 uren quamen wij \'t Keysersweert Sy volgden ons te voet en te peert Maer \\vy roijden met herten bly Het moester evens wel verby,

Te Angeroort seer kleijn geacht

daer hielden sy de beste wacht.

Te 11 uren syn wy Orsoy gevaren verby.

De clock 1 lieten het wy

Rynberck dry ven verby.

(Zij hadden hun schuit met witte zeilen bedekt, zoodat zij tusschen de ijsschollen minder opgemerkt werden.)

Ten 2 uren syn wy Wesel gevaren verby Wy hebben door 5 soldaten vaillant De clock 6 gebracht tot Rees aen \'t lant met namen.

Dirck Schey, Jan Reyersen. Arent Smitt, Gerrit Vier Bom, Engel van Geulen 1626 den 30 december. I R D. V. (de naam van den graveur?

Op de, punt van deze plank bangt een

35. Zilveren doosje (bruidsgeschenk) iin den vorm van

een door twee pijlen doorboord hart, waarboven een kroon, waarin een amortje.

Od de ééne zijde gegraveerd een jong man zijne liefde

liefde verklarende met het onderschrift:

Ey lief ontvanckt mijn brandlich hardt, dat U op trouw

gegeven wordtquot;

Op de andere zijne twee handen, die een hart houden boven een op een tafel liggenden bijbel met ))Aen Godes wedt wy zijn verbonden, sonder dat leven wij in sonden.quot; 17e eeuw.

36. Zeskantig zilveren huwelijksdoosje, waarop gegraveerd

de liefde, de voorzichtigheid, de landbouw, de toonkunst, de bloemteelt enz.

-ocr page 85-

81

Van binnen in het deksel twee handen inéén, (de huwelijkstrouw.) Begin 17® eeuw.

37. Zilveren kan, zeer fraai van vorm met den daarbij be

hoorenden schotel in 1608 te Amsterdam vervaardigd door Jacques Bogaert. Op het verhoogd medaillon in het midden van den schotel is gegraveerd de flesch uit het wapen van Vlissingen en daarop weder het Zeeuwsche wapen.

Behoorde vroeger aan de stad Vlissingen.

38. Zilveren trechtertje, eveneens aan Vlissingen toebe

hoord hebbende.

Op de punt der plank:

39. Een schuttersinsigne van »de schutten van Strein,quot;

waarin een St. Joris met den draak. Hieraan hangt een papegaai op boomstam, waaraan eenige schildjes van schutterkoningen zijn bevestigd. Einde 16e eeuw.

Aan de andere zijde van de kast:

40. Een insigne van een schippersgild.

3e Plank.

41. Gedreven zilveren bruidskoffertje, waarop van voren:

^Susanna door de ousten bespied,quot; met daarboven »Susana\'s kuysheit stralen geeft, zoo werd een reijne echt beleeftquot; — aan de andere zijde Jo^ef en de vrouw van Potifar, met: «Joseph is hier de jeugt een spiegel tot de deugdquot; — aan de derde zijde David en. Bathseba met »als \'t oog het hert verleijt wordt dick te laat beschreijr\' — aan de vierde kant de bruiloft van Cana met »geluckkich moet de bruiloft syn, daar Christus maackt van water wijn.quot;

Op het plat van het deksel twee verbonden handen, waarboven een brandend hart.

6

-ocr page 86-

82

Van onderen staat de naam Trijntie Claes Gloss. Begin der 17e eeuw.

42. Gedreven zilveren schaaltje op voet door Adam van

Vianen.

In het schaaltje gedreven de metamorphose van lö. Het wordt gedragen door een triton, die op een schildpad gezeten is.

Het is een geschenk geweest blijkens het omschrift: An den Meister Hans Wolfl\' Schonal die Lutrische Kirch verehret hat wegen der Orgel wohlgemacht diese Schael zum gutten Gedacht. Rondom de wapens en namen van Hans Jacob Behr, Conrad Hoppe, Jan Hoffgen, Hans Conrad Brechtel, ouderlingen en Otto van Lingen, Christian Eykmeijer en Andreas Pfenning, Diaconen 1649.

43. Verguld zilveren beker van het gild der scheeps

timmerlieden van Vlissingen. Zonder voet. Om den bovenrand staat geschreven:

Eere sy hem, die daer bouwt Allerley schepen vermaert.

Daer het volck sich in betrouwt en de groote see bevaert.

Die van veer en vremde strande brengen alles naer ons wensch Groote schatten in den landen en gerief voor yder mensch. 1644.

Verder vier wapens met onderschriften.

44. Zilveren schuttersbeker. Van boven om den rand:

Desen Reimelaer is gegeven van deze opgeteickende Vrigilt M(ee)sters int gilt, broeders van ons Lieve vrouwe schutteri 1675 de 30 Mey.

De twintig namen en wapens van genoemde gevers zijn op de kuip gegraveerd rondom een ovaal medaillon, waarin Maria met het kind.

-ocr page 87-

83

45. Gedreven verguld zilveren beker met deksel, van de

schuttery van Veere.

Bovenop een lansdrager met het wapen van Veere. Op de kuip gegraveerd twee handen in één en de wapens van Willem III, als markies van Veere en dat van Veere zelf. Daarboven »In alle druc en rouw, malcander bij de hand. — Op den voet een granaat. Verder de namen van de Capiteijnen, Luitenants en Vendriks. van 1623—\'IG59. In den beker een ridder met lans en schild.

In het deksel een tropee van wapenen.

46. Zes zilveren in elkaar sluitende kroezen. In het midden

een zoutvat, waaraan met een schroef verbonden een in vier afdeelingen verdeelde doos voor specerijen, door een deksel gesloten, op \'t welk even als op de kroezen een wapen. Afkomstig van de stad Vlissingen. 17e eeuw.

47. Kokosnoot als beker, in zilver gevat. Afkomstig van

het J ufferstift van ter Hunnep in Overijssel. 16° eeuw.

48. Twee zilveren bekers, waarschijnlijk vroeger het eigen

dom van een der gouverneurs ter kuste van Guinea, later aan de Protestantsche Kerk te St. George d\'Elmina ten geschenke gegeven en daar als avondmaal bekers gebruikt.

Achter de genoemde voorwerpen hangen:

49. Twee bodenstaven van de stad Wageningen met aan

den top het rad uit het wapen der stad.

50. Een roede van gerechtigheid van dezelfde stad.

Door die gemeente in bruikleen gegeven.

51. Twee gedreven zilveren theebussen uit de 18R eeuw.

52. Zilveren brandowijnkom met twee leliën als ooren,

rondom met gedreven bloemen. Op het deksel een kindje, dat aan een tweede te drinken geeft, een derde houdt zich bezig met het vastsnoeren van een wapenschild. 2°. helft der \'17e eeuw.

-ocr page 88-

84

53. Daaromheen ligt een grofgegoten zilveren Schutters-

keten van Strijp. 18e eeuw.

54. Verguld zilveren beker met opengewerkte ornamenten.

18e eeuw,

In bruikleen van Jhr. W. Hora Siccama.

55. Zilveren beker bij de viering van het \'25jarig rectoraat

aan het Gymnasium te Delft aan J. M. van Gent vereerd. 1863.

56. Gedreven zilveren misschel met ring. 17e eeuw.

57. Verguld bovenstuk van een hostiedrager? Onder

een baldakin door 4 zuiltjes gesteund, een kruis-d ragend heilige.

58. Zilveren ampul. 17f\' eeuw.

59. Vergulde miskelk op zesbladigen voet met daarop

gesneden kruis. 16° eeuw.

60. Zilveren Monstrans in het klein, met een Maria en

het kind in het midden. 16e eeuw.

61. Twee miskelken in den geest van 59, tusschen

welke twee

62. Een zilveren agraaf van een priestermantel ligt. Fijne

opengewerkte ornementen, wellicht Spaansch werk. 16e eeuw.

63. Een ampul, pendant van No. 58.

64. Twee gedeelten van een zilveren reliekhouder, waar-

tusschen een stuk been van een of andere vrouwelijke heilige (S. Ursula) gezeten heeft. De voet rust op drie zilveren dybeenderen. Op het bovenstuk het gedreven beeldje van S. Ursula met S. VRSVLAE. V. M. SOCI.

65. Zilveren hostiedoos, waarop gedreven de mannaregen

en de ark met de duif. 17® eeuw.

66. Gedreven zilveren kistje met gebombeerd deksel.

Rondom begraveerd met voorstellingen van de geboorte van Christus. — Christus en de Samari-taansche vrouw — de boodschap aan Maria — de

-ocr page 89-

85

vinding van Mcues. Op het deksel de zomer en de winter. Begin 17e eeuw.

67. Gedreven zilveren drinkseliaaltje op voet. In het

midden gegraveerd een man achter de traliën van een gevangenis, met het opschrift:

»Den 2 Marsy in meenen 1567 dacht due dalve Ghuilliamo Courten te beroven syn leven, maer Godt heeft den 29 Marcy 1567 door syn huysvrouwe Marghueriete victorie ghegevenquot;, Genoemde Courten heeft, ter herinnering aan zijne ontvluchting door behulp zijner vrouw, drie dergelijke schaaltjes doen vervaardigen.

Gelegateerd door wijlen Jhr. Mr. de Witte van Citters.

68. Zilveren drinkschaaltje op,voet. In het midden een

medaillon, waarin het gedreven portret van Karei V? Verder graveerwerk. De rand van \'t schaaltje draagt het inschrift: Christus die sprecht, wie daer dorst die coeme tot mi ende drincke van dat water dat Christus U geft die en sal in der Ewicheit niet mer dorsten. Joan. 7.

69. Zilveren drinkschaal. Hansje in den kelder. Zie No.

14 op pag. 62. Begin 17® eeuw.

Op den grond der kast:

70. Een groote zilveren schotel. Op den rand het merk

der West-Indische Kompagnie. Op den schotel een schip. Op den rand zeven wapenschilden, waar tusschen artillerie-tropeëen en opschriften. Langs den rand »Bewindhebberen van de geoctroyeerde West-Indische Compagnie ter Camer van de Mase 1684. —

Aan de andere zijde

71. Zilveren staf, tot kerkelijk gebruik gediend hebbende,

versierd met vijf knoppen of banden. Op den top

-ocr page 90-

86

een half Christusbeeld in zegenende houding, 16® eeuw, 72. Zilveren trompet door de souvereine vorstin ten geschenke gegeven aan de vrijwilligers van het corps lijfwachten te paard van 1813 en 1814.

Verder zijn in de kast nog een aantal papegaaien en schildjes te vinden, allen van schuttersgilden afkomstig.

We gaan thans over tot de zeskante toonkast, in den hoek geplaatst.

Het eerste en het derde vak worden ingenomen uitsluitend rloor prachtige Oostersche wapenen, krissen, messen, sabels, kruithoorntjes, met gevesten van goud, zilver, bergkristal, sommigen rijk met edelgesteenten bezet. Alleen een hartsvanger met zij mesje en vork in lederen scheede behoort tot het Europeesch werk. Het gevest bestaat uit een fantastisch mannenkopje uit hertshoorn gesneden en is gemonteerd met verguld koper. Begin 18e eeuw.

Het tweede vak bevat uitsluitend Oostersche Lijfsieraden. Het is onnoodig evenals bij de hierbovengenoemde wapenen, er eene beschrijving van te geven.

Het vierde vak\' bestaat uit Europeesche kleinodiën, horloges en verdere kostbaarheden.

Nagenoeg in het midden van dit vak hangt

1. Een haantje, bestaande uit een buitengewoon groote

moederpaarl, in goud gezet en rijk geëmailleerd, uit het midden der 17e eeuw. Duitsch werk. daarboven

2. Portret van Willem IV en profiel. Gedreven, verguld

zilveren basrelief met geëmailleerd ordelint. Lijst met kroon en wapentropee. Vervaardigd door I. Stagman te Amsterdam.

3. Iets lager een portret van denzelfde, nagenoeg als het

vorige, doch in eenvoudig ebbenhouten lijstje, op zilveren voetstuk, waarop »In spem concordiae pacis, que venit en utraque ad est.quot; Stagman fecit.

-ocr page 91-

87

Opeen banderol «Wilhelmus IV prince auras. Anno 1745.quot;

A Daartegenover hangt fle pendant, portret van Anna van Engeland, gemalin van Willem IV, van verguld zilver, gedeeltelijk geëmailleerd. Boven haar een kroon en twee tropeën, op de kunsten betrekking hebbende. Hier en daar bezet met diamanten en paarlen. Op den zilveren rand: Anna, kroonprincesse van Groot-Brittanje, gemalin van Willem IV Prins van Oranje enz. enz.

Op het voetstuk »Regia frisonis conjux. columenque Batavum qua libertatis patriae spem protulit. Anno 1751. 1. Stagman fecit.

5. Onder No. 1. Een dubbel reukdoosje, tevens dienende

tot cachet, dat uit agaat, waarin een korenschoof is gesneden, bestaat. Het doosje zelf is bizonder fraai van zilver gedreven, in den vorm van twee hoornen van overvloed, verder verguld en gedeeltelijk geëmailleerd.

De geëmailleerde stopjes hebben den vorm van hennetjes. Einde 17e eeuw.

6. Weder lager, een haarnaald op veer, fraai geëmailleerd

kopje van een moor, versierd met edelgesteente. Einde 16° eeuw.

7. Naast en boven No. 2 de geëmailleerde kasten van

miniaturen, de twee grootste met gekroonde ineen geslingerde letters. 17® eeuw.

8. Daaronder twee geëmailleerde messenhéftjes uit de

16® eeuw.

9. Al het bovengenoemde is ingesloten door een uitgespan

nen geëmailleerde gouden keten, waaraan een gouden medaillon in gedeeltelijk geëmailleerde Mjst, waarop het borstbeeld van Christianus IV, Koning van Denemarken. Aan de keerzijde de kwartieren van zijn wapen.

-ocr page 92-

88

Hoogstwaarschijnlijk een geschenk door dien koning gemaakt.

In bruikleen gegeven door Jhr. Mr. H. B. van Tets te Zutfen.

Boven deze ketting vinden wij eenige zilveren en gouden horloges, waarvan niet veel te zeggen valt. Van dat aan de linkerzijde is het werk gemaakt door Paulus Braamer te Amsterdam in \'t begin der \'17e eeuw.

Het kleine zilveren in de hoogte met dubbele zilveren kast is door Mathijs Bodreck te Haarlem vervaardigd. Einde 16° eeuw.

Van boven in het midden hangt een horloge met fraaie opengewerkte zilveren kast, die weder door een tweede van schildpad met koperen figuren ingelegd, omsloten is.

Rechts daarvan één met gedreven zilveren kast, waarop een vorst en vorstin op hun troon. Uit \'t laatst der 17e eeuw.

Aan de rechterzijde een horloge met verguld koperen, gedeeltelijk gedreven gedeeltelijk opengewerkte kast. Het werk is van Picard te Kortrijk. Einde 17e eeuw.

Daaronder een met gedreven verguld koperen kast, waarop pen veldheer in Romeinsch costuum, zijn hand waarschuwend tegen een vrouw opheffende. Begin 18° eeuw.

In de bovenhoeken een paar chatelaines van koper,, de een gedeeltelijk geëmailleerd. 18° eeuw.

In het midden nog een geëmailleerde gouden kast voor miniatuur met letters en een krans van viooltjes.

In het beneden gedeelte in het midden van het vak 2 geëmailleerde plaatjes in ebbenhouten lijstjes waarschijnlijk van een horlogekast, op één daarvan is Judith met het hootd van Holofernus voorgesteld. Einde I7e eeuw.

Aan de linkerhand een horloge, vervaardigd ter gelegenheid van het huwelijk van Willem II en Maria van Engeland in 1641.

Prachtige door Henri Toutin geëmailleerde kast. Op de bovenkant een man en vrouw, opziende naar eene godin, die op een door tijgers getrokken wagen door de lucht

-ocr page 93-

89

vaart. Op de onderkant, Nepthunus, die dezelfde twee personen over zee naar den oever voert, waar vijf vrouwen, die de wapens van Holland, Zeeland, Utrecht en Gelderland houden, hen opwachten.

Op de zijden, gezichten op Haarlem en den Haag, gej scheiden door het Prinselijk wapen. Aan de binnenzijde der kast, het huwelijk van dezelfde personen in een kerk—-dezelfde in een tuin met twee amortjes, die hun bloemen aanbieden — eindelijk nog eens dezelfde op een slagveld, in \'t verschiet de tempel van den vrede.

Het werk is van Antoine Masurier van Parijs. Daartegenover aan de rechterzijde weder een horloge met geëmailleerde kast, waarop Paris den appel uitreikende, aan de onderkant de ontvoering van Helena, op de zijden landschappen evenals op het inwendige der kast. Het werk is van M. Riepp.ilt te Regensburg, einde 17e eeuw.

Nog vinden wij hier drie horloges met geëmailleerde kasten, het een heeft op de kast een voorstelling vap Mars en Venus. Op den rand 4 medailjons met landschappen en de namen der makers »les deux frères Huaut les jeunes.quot; Van binnen een landschap met Romeinsche bouwfragmenten. Einde 17® eeuw.

Het tweede heeft op de kast een gehelmde vrouwenbuste op blauwen grond, omgeven door een bloemkrans. Van binnen ornement, zwart en wit, eveneens op blauwen grond. Het werk is van Denis Bordeer. i?\'\' eeuw.

Het derde met gedeeltelijk geëmailleerde kast, voorstellende een. kindje met vogels en verder bloemvullingen. Het werk is van Baillon te Paris. Einde 18° eeuw.

Geschenk van den heer J. J. Bredius.

Verder komen hier nog vóór drie horloges met fraai gedreven gouden kasten, de ééne voorstellende Perseus en Andromeda, het werk door Michiel de Haen te Rotterdam, de tweede »Amphitrite op de zee,quot; terwijl op de derde de Muziek zinnebeeldig is voorgesteld.

-ocr page 94-

90

Alle deze horloges zijn uit het laatst der 17e eeuw.

Ook het zilveren in den linker-benedenhoek met dubbele kast met hare fraaie gegraveerde en opengewerkte ornementen uit het laatst der 16° eeuw, waarvan het werk gemaakt is door D. Kloek te Amsterdam, verdient opgemerkt te worden.

Het lepeltje van jaspis, dat toegeslagen kan worden, met schoon drijfwerk uit het einde der 16® eeuw en het verguld zilveren boekbandje uit de 2e helft der 47e eeuw, waarop de dubbele adelaar, verder met emailwerk en verschillende steentjes versierd, zijn de laatste voorwerpen in dit vak.

Het vijfde vak bevat eenige fraaie drijfwerken.

Van boven aan de linkerzijde beginnende:

1. Zilveren schild van een kuipers- of timmermansgild.

In het midden een ovaal kussen, waarop gesneden een gekroonde hamer in een krans, en »1668quot;. Als tenanten twee goed gedreven kinderfiguurtjes, die het schild kronen met een krans, waarin «Abraham Hermans,quot; te lezen staat.

2. Zilveren schild van een St. Lucasgild. Een schilder

in klassiek costuum houdende in de linkerhand palet, penceelen en schilderstok, in de rechter het wapen van het gild. In den rand »het wapen der confrater-niteit van St. Lucas, gemaakt A0. 1652.quot;

3. Zilveren plaatje, waarop gedreven de aanbidding dooi

de wijzen uit het Oosten en een pendant daartegen over, de aanbidding door de herders. Beide uit het begin der 17° eeuw.

4. Zilveren plaatje in koperen rand, gedreven door Paulus

van Vianen. De Christus op den schoot van Maria, wien door St. Jan een vogel wordt aangeboden. Verder Elisabeth en in\'t verschiet Jozef met nog een heilige. 1611.

-ocr page 95-

91

5. Gedreven koperen medaillon, gedeeltelijk verguld,

waarop een voorstelling van Venus en Adonis in zeer rijk georneerden breeden rand. Uitmuntend van uitvoering, midden 17® eeuw.

6. Zilveren lijstje, bizonder fijn bewerkt, waarin geplaatst

een basreliefje (in steen?) voorstellende Judith met haar dienstmaagd en het hoofd van Holofernus. Midden 16° eeuw.

7. Zilveren medaillon, waarop gedreven het beeld van

Bcllona, rustende met de linkerhand op een wapenrusting; met de rechter het beeld der overwinning opheffende. Aanvang 17® eeuw. Zeer schoon.

8. Gedreven zilveren voet van een kandelaar of iets

dergelijks, een huwelijksgift aan of van Anna Gaeykema, gedreven door den Friescben drijver C. Baardt. 17® eeuw. Rondom engeltjes met fakkels, bloemfestoenen enz. In \'t middenvak vlinders.

9. Gedreven zilveren medaillon, waarop een rustende

Diana met 3 bonden. Aan hare voeten pijlkoker, boog en jachtspies, 1657. Uitmuntend uitgevoerd. 10. Groote zilveren plaat, waarop gedreven de ontvoering van Europa.

Op den voorgrond een riviergod. Op den tweede grond Jupiter met Europa. Aan het strand hare gezellinnen in wanhoop. In de wolken Amor, zijn pijlen schietende. 1662.

Het laatste vak bevat meest ambtsinsignes en gilde-teekenen.

1. Verguld zilveren keten van de schutters van Vlissin-

gen, waaraan een papegaai en verder een musket hangen. Laatst 16° eeuw.

Van de binnen die keten bangende schildjes is weinig verklaring te geven. Zij zijn van weinig belang.

2. Het boven in de linkerhoek hangend insigne is dat

-ocr page 96-

92

van een bode van de Staten van Friesland. Einde i7e eeuw. Daaronder,

3. dat van het turfdragersgüd van Amsterdam »de ge-

saamenlike turfmeters Bos.quot; Daaronder,

4. dat van de Boden van de Staten van Gelderland

17° eeuw. (Naast No. 2.)

5. Begrafenisschildje van? met tombe, doodshoofd en

beenderen. Opschrift «Aanziet het einde.quot; 18e eeuw. Daaronder,

6. Insigne van een meubelmakersgild met de toepasse

lijke attributen.

7. Draagpenning met aan de ééne zijde het portret

van Klaes Klaasen Mooij in zeemanskleeding. 1635. Aan de keerzijde een driemaster in volle zee met omschrift »Clasien Cornelis Moey.quot; Daaromheen een rand van doornen. Daaronder,

8. Insigne van een gerichtsbode van het hof van Gel

derland.

9. Draagpenning. Aan de ééne zijde het portret van

Maximiliaan van Oostenrijk, aan de andere een zittende Johannes bezig met schrijven. Fraai randje met ringen en kettingjes. Links daarvan 40. Insigne van de schutters van Eindhoven. Een toren op een cirkelvormige lijst gesoldeerd met opschrift »Dit. si. die. scuts, van S. Barbara van Eyndoven.quot;

11. Vergulde penning aan ring. Op de ééne zijde een

wapen, op de andere een meisje met doodshoofd op de knie. Op een lint snascendo inorimusquot; Randschrift sSusanna geboren den derden Augusti 1638.

Rechts van de ketting No. 1:

12. Begrafenisschildje als No. 5 met doodshoofd, 1809 en

»biiurt Oldegale.quot;

13. Zilveren schild van een schildersgild. 17° eeuw.

14. Zilveren medaillon aan ring, gekartelden slingerrand.

-ocr page 97-

93

Aan de éénc. zijde gegraveerd de boodschap aan Maria — aan de andere de geboorte van Christus,

15. Insigne der Stadsboden van Wageningen, 17e eeuw. In bruikleen van die gemeente.

Aan de rechterkant van het vak.

16. Insigne van de rederijkerskamer «In reinder jongste

groiendequot; van Schoonhoven, 17e eeuw.

17. Insigne van een weversgild, met spoel, waarop ))dit

hoert den Aemte to. Anno 1587.quot; Op het insigne zelf »Der Wandtmaker kn(e)chte schildt. Anno 1672.

18. Insigne van een bode van de Staten van Holland.

Wij zullen ons thans wenden naar de toonkasten van het glaswerk.

De lste bevat uitsluitend bokalen, flesschen, enz., van verschillend fabrikaat, doch daarin overeenkomende, dat op allen hetzij allegorische of andere voorstellingen, of wel alleen verzen of spreuken zijn geëtst. Die allen te beschrijven, zou hier onnoodig zijn, \'t is voldoende op te geven, \'t geen op elk te zien is.

Op de le plank.

1. Op de eerste bokaal —aan de zijde van het venster,—

de Hollandsche maagd, de moederliefde, de vrede. 1691.

2. Twee liefkozende paren, boven het één staat »Ich

om geit,quot; boven het andere ))Ich om lyeft.quot; 1650.

3. Cilindervormig glas, waarop dansende boeren en

boerinnen. Geschenk van den Heer A. A. des Tombe te \'s Hage.

4. de Hollandsche leeuw en »Pro patriae.quot;

5. de Duitsche adelaar (2 maal).

6. de Paus te paard in vol ornaat en in tegenstelling

daarvan — Christus in zijn eenvoud op een ezel -— met toepasselijke verzen. — Het randschrift luidt

-ocr page 98-

94

sSiet aen lieve Christen desse Belden recht Hier reidt den Heer ende oock den knecht. A0. 1604

7. Portret van Willem III. Met deksel.

8. Portret van Willem III.

9. Scheepjes, sloepen en bruinvisschen 1660. Opschrift

s\' Lands welvaren.quot;

10. Dansende boeren en boerinnen.

l l! De Amsterdamsche maagd tusschen de Y- en Amstel-goden. — verder het Amsterdamsche wapen. »Met de diamant gegraveerd door D. H. de Castro, 1859. Door den maker aan het K. Oudh. Genootschap geschonken.

2° plank.

1. Fluitglas. Portret van Frederik Hendrik.

2. Een landman, die aan een vrouw een glas aanbiedt.

Opschrift «Vriendschap.quot; Gepointilleerd of gestipt. Deze wijze van bewerking werd hier ter lande, wellicht het eerst, in elk geval het best toegepast, vooral door den bekenden Wolf, van daar dat de op die wijze behandelde glazen onder den naam van VVolf-glazen bekend staan.

3. Twee geniussen met een wijnglas. Opschrift »Vriend

schapquot;

4. Een Chinees op een stoel gezeten, eten gevende aan

een papegaai, waarbij een jong Chineesje.

5. Drie engeltjes en het wapen van Oranje.

6. Drinkeboer met een roemer in de hand. Opschrift

saanzien doet gedenken,quot; door T. Grenn 1724.

7. De muziek, heer en dame bij een clavecimbaal. door

Willem Fortuyn 1757.

8. Ornementen en »Ter viering van 25 jarige trouw

dag van DWEDle Heer Barend Statius en Grietje de Groot 1791.

9. Portret van Prins Willem IV door A. Schouman 1750. 10. Twee zeegoodjes, houdende het door een dolfijn ge-

-ocr page 99-

95

dragen wapen van de admiraliteit van Amsterdam, (door W. Sautijn?)

dl. Drie engeltjes met den vrijheidshoed en het Hollandsclie

wapen. Opschrift »Vaderland, vrede en vrijheid.quot; •12. De Hollandsche maagd met den leeuw aan een gepoeierd jongman, met den Franschen haan achter zich, de vredepalm biedende.

13. Zwevend engeltje met een vredetak. Opschrift «Vreede.quot;

14. Flüitglas. Portret van Prins Willem II als kind,

geëtst.

15. Portret van I. van Nuijs Klinkenberg, gepointilleerd.

16. Twee geniussen en een jeugdige Minerva, een Holland

sche leeuw en »Sic oportet.quot; als voren.

17. Drie kindertjes en »L\'Amitiéquot; door .1. van den Blijk.

Als boven.

18. Wijngaardranken en vogels, geëtst.

19. Kannetje, waarop het wapen van... Casimir, door

twee leeuwen gehouden en »Vive Casimir.quot;

20. Cilindervormig. Opschrift »Ootmoet stuit toornquot; 1679

door Willem van Heemskerk op zijn 66ste jaar.

21. Opschrift »Het welvaren van \'t Vaderlandquot; door H.

van Lokhorst 1753.

22. Wapen van Oranje. Opschrift ))De Prins van Oranje.quot;

23. Bloemtakken, vogels, insecten enz.

24. Opschrift „Vrede en vrijheidquot;. Op het deksel „Lang

leve in vreugdquot; geteekend MS.

25. Pendant van No. 20. Opschrift „Ootmoed baert ge

noegenquot; door Willem van Heemskerk.

26. De landbouw.

27. Opschrift „Nearis terra avit artim.quot; Onder den bodem;

Indien de konst elk kost verschaft

Waerom die niet met ernst en kraft

Bevlijt als leeg sijn tijd verlaft.

door Willem van Heemskerk, oud 662/3 1679.

28. Pendant van No. 18.

-ocr page 100-

96

29. Portret en wapen van een Prins van Oranje.

30. Medaillon met portret van prinses Wilhelmina, gemalin

van Willem V, gehouden door een engeltje. Gepointilleerd door Wolf. Opschrift „Hare Koninklijke Hoogheid Princesse van Oranje.quot; (pendant van No. 32.)

31. Mannenfiguur met een kan in de hand. 4751. Door

A. Schouman.

32. Medaillon met het portret van Prins Willem V. Pen

dant van No. 30.

3°. plank. Flesschen en Borden.

1. Flesch (wit) met vertikale banden en gegraveerde

bloemen.

2. Platte groene. Opschrift ,,Zijt noit moede in het goede.\'7

3. Platte witte. Opschrift „Vin dentro, fenuo fuori.quot;

4. Witte met banden als No. 1.

5. Groene platte. Opschrift „Quae kennis teelt schennis.quot;

6. Groene platte. Opschrift sNutriso amp; Extiaquo.quot;

7. Witte met banden als No. 4.

8. Platte witte. Opschrift »Woorden gelden niet.quot;

9. Blauwe met zilveren ring, waaraan een stop gehangen

heeft. Opschrift «Blusch de geest niet uit.quot; Daaronder »Dit \'s Anna Coninks eerste .laertijdt gift van haer schoonvaders oude hand en stiftquot; Willem van Heemskerk oud 73 jaar. 4686.

40. Groene, waarop »Gaep, wanneer men u pap bied.quot; Onder den bodem

»Die achtloos sijn getij verslaept.

Opt pap voorgehouden niet en gaept Goê aangeboden dienst versmaedt Daer vaek om wenst als \'t is te laet.quot;

Willem van Heemskerk oud 70. 4683. Leiden. 44. Witte, waarop »Werk naar kracht.quot; Met zilveren stop. 42. Groene, waarop een dame op de citer spelende, een haar groetend heer, een dansende boer en een nar.

-ocr page 101-

97

Met vergulde stop aan dergelijke ketting. 13. Groene, waarop »Dat te zwaer is laet leggen.quot; Onder den bodem )nvie eerst zijn krachten wikt, zal zich niet licht vertillen, \'t Loopt groot gevaar iets groots lossinnelijck te willenquot; Syracli Cap 3 v. 23. Willem van Heemskerk oud 7\'i1/3 A0. 1685. 44. Blauwe, waarop ))Ist leven bij den dis, daer geene wijn en isquot; Onder den bodem »Werkt iemands tong wat uit bij wijn? Moet in den wijn geschreven zijn.quot; Willem van Heemskerk 753/4 A0. 1688.

15. Groene, waarop »Dese weetzucht hindert wonder, staet

dit gekrast in all\'s niet juist en kant. Denk Heems-kerk\'s oogh veroudert met zijn hand.quot;

16. Groene, waarop «zoekt dat tot den vrede dient.quot; Onder

den bodem, «gedenk mijn kind Gods gunst houd »stede, alwaar men ernstig tracht na vrede.quot; Willem van Heemskerk. Oud 70. Ao. 1682. Leiden. -17. Witte, waarop ))De wijn ontdekt het geheijm.quot;

18. Witte, waarop «Kennis komt uyt ondervindingquot; Van

binnen met kwik belegd.

19. Witte, waarop »Qui a plaisir, il faut panier.quot;

20. Groene, waarop «Bewaar u zelvn klaer,quot; Onder deu

bodem. »A11 wie klaer, dat \'s rein kan houden, zal geluchzalichlijk verouden.quot; W. v. Heemskerk Oud 64 j, 1677.

21. Groene, waarop »De vriendschap is \'s leevens zoutquot; In

den bodem Mr. Petit Schrijfmr. aLeyden. Anno 1687.quot;

22. Groene, waarop »Vermenghd U vreugd met sorge.quot;

23. Witte, waarop »zijt niet wijs, buyten tijdsquot; Syrach cap:

32 vs. 5. Willem van Heemskerk Aes 79, A. 1685.

24. Groene, waarop »Heblust maekt armquot; Onder den bodem :

sd\'Armoe leit minst in \'t ontbeeren.

Maer meer in \'t noyt versaed begeeren,quot;

W. van Heemskerk. Ao. 1676.

25. Groene, met zilveren deksel, op \'t welk het borstbeeld

-ocr page 102-

98

van koningin Christina. Opschrift «gebruik elck ding tot nut.quot;

Onder den bodem »Cathrina volgt uws Vaders raed, wijl \'t nut gebruik van all bestaet, in \'t houden van de mid-delmaet.quot; 71 Ao. 1684.

Op dezelfde plank staan vier glazen schotels of borden. Op het eerste een randschrift »Bestandge noit besweken trouw, werkt lyvelyk en zier behouwet.

In het midden de letters I C A, dooréén geslingerd onder een kroon, waarin I V H A C. — daaronder »Juste et Sincere.quot;

Op het tweede. Randschrift »Voorsicht verselt met wijs beraed. Zijn hegte zuilen van den staet.quot;

Op het derde: »Het boostequaed niet in de vuilste quaen.

Maer in die door et goe vernist bestaen.quot;

Op het vierde: »Geen mensche kan oijt eer behaelen Die smaed met lastren wil betalen.quot;

Op den grond der toonkast bevinden zich eenige opgegraven flesschen. De oxyde geeft daaraan de fraaiste kleuren.

Tegen den buitenmuur hangen hier weder twee schilderijen, uit Delftsche tegels zaamgesteld.

De ééne bestaat uit paarsche tegels en stelt voor sJeptha na zijne behaalde overwinning door zijne dochter ingehaald.quot; Einde 17e eeuw.

Op de tweede in blauwe tegels, een ridder in volle wapenrusting, houdende een vaan met het wapen van Buren.

Onderaan staat »\'t Grafscap Buren.quot; Begin 17e eeuw.

Afkomstig uit een huis in Utrecht, misschien ook wel aldaar vervaardigd.

De thans volgende toonkast is geheel gevuld met Veneti-aansch en Boheemsch glaswerk, wellicht bevindt zich daaronder ook fabrikaat uit de Amsterdamsche fabriek, die zich ook toelegde op het navolgen van het genoemde glaswerk.

-ocr page 103-

99

Een nadere beschrijving van den inhoud dezer toonkast te geven is geheel onnoodig, daar het belangrijke ervan grootendeels ligt in de smaakvolle, fijne, somtijds ook zonderlinge vormen en deze door elk beschouwer zonder beschrijving kunnen worden waargenomen. Alleen mag vermeld worden, dat nagenoeg alles vervaardigd is in de 47e eeuw, voornamelijk in het begin dier eeuw.

De derde toonkast bevat bijna uitsluitend groene roemers, sommigen van bizonder groote afmeting.

Ook hier is het onnoodig, allen te noemen. Daarom wijzen wij alleen op de navolgende.

1°. plank.

De groote cilindervormige Duitsche glazen, waarop geschilderd de adelaar van het sHeilichen Komischen Reich mit sampt seinen Glieder.quot;

Groen rijnwijnglas, waarop geëtst het portret van prins Maurits in een medaillon, waaromheen »Mau(rifs) bij d(e) gra(cie) god(s) gebo(ren) prins v(an) Ora(nge) Grave v(an) nr(ssau),quot; daaronder twee in elkaar geslagen handen. Aan de andere zijde een cartouche door twee Amors gehouden, waarin een gezicht op Dordrecht, met daaronder een vlinder en een papegaai.

Groene roemer, waarop geëtst het wapen van Haarlem en de belegering van Damiate met het jaartal 1644 en gemerkt » E Mquot;.

Groene roemer, waarop geëtst het wapen van Oranje en Nassau en »je maintiendraiquot; 1G08, benevens de wapens van de verschillende provinciën en heerlijkheden van den Prins. Geteekend J. B. G.

Licht groene roemer, waarop, in \'t bruin geschilderd en gebrand de Hollandsche maagd tusschen krijgstropeeën, op den achtergrond de zee met schepen. Een tweede vrouwenfiguur met de vredepalm en den hoorn van overvloed, rust met haar voet op een overwonnene. Verder in kleuren

-ocr page 104-

100

de wapens van de Vereenigde provinciën, van Holland afzonderlijk en van den prins. Laatst der 17e eeuw.

Op de tweede plank

zijn vooral de vier aan de vensterzijde bij elkander staande bokalen hoogst belangrijk.

Het boog cilindervormig groen glas, waaruit volgens overlevering aan Karei V bij zijne intrede te Utrecht door Viglius van Zuychem de eerewijn zou zijn geschonken. Anna Maria Schuurman beeft in sierlijke trekken de volgende woorden er op gegraveerd. ))A1 schijn ick duister, de naem geeft luysterquot; A. M. a Schuurman.

De groene van boven wijduitloopende roemer, waarop een kapel, een kers en een viooltje met de woorden »Vi-nans tunquot; geteekend Anna Roemers.

Groene roemer met bolvormige kuip, waarop »a demain les affairesquot; het devies van Maria Tesselschade.

Kleine groene roemer met diepe kuip, waarop geëtst zeer fraaie bloemen, een vlinder en een hoorntje, waartus-schen «Belle Doi i gentil, Noi vaghi fiori, Da te prendiam ghi honoriquot; geteekend Anna Roemers.

Deze vier glazen, merkwaardig door de daaraanverbonden namen werden aan het Nederlandsch Museum geschonken door wijlen den heer J. Kneppelhout.

Verder het groote ongekleurde rijnwijnglas, waarop de verschillende kunsten zijn voorgesteld, geëtst door Jan Bot. 1638.

Het groene rijnwijnglas, waarop in goud «het wapen van Prins Maurits naast een boom waaronder 1606 en «Tandem fit suvalus arbos.

Een dito, waarop «Die veel bestaat, hem veel ontgaet.quot;

Een cilindervormig glas met deksel, waarop aan de ééne zijde geschilderd een man, goed gekleed met een broek (pumphozen) van konijnen. Over zijn schouder draagt hij een lijmstok, om vogels te vangen, in de andere een kruk

-ocr page 105-

101

met een uil. Boven zijn hoofd leest men »Hola woo her mitt der Leimstangen Ich mein du wolst Vogel vangen.quot;

Onder aan; ))Sieh Liber, sieh wie ein fein Leimknecht bin Ich, mit meijner geschmuckten Leimstangen hab ich Vogel und Hassen gefangen.quot; Aan de andere zijde een dame met haar kind eveneens met lijmstokken en een uil bewapend. Boven haar staat »Ja mein Hans wol mit zu Feilt den Gleich und Gleich sich gern gesellt.quot; Het kind zegt »Mütter sol Ich auch also machen an dihr Narheitt lachen.quot; Onderaan Meines glaichen gegen uberstadt? der Leimstangen branch mich gelernet hatt.quot; 1594.

Verder eenige kannetjes van gekleurd en geschilderd glas, kraamflesjes, enz. enz.

De 3e draaibare toonkast bevat weder zilverwerk, waarbij geen verklaring noodig is.

Het l6 vak — uitsluitend lepels en vorken, meest uit de 17° eeuw.

Het 2® » Chatelaines, kurketrekkers, naaldenkokers, cachetten en dergelijke voorwerpen.

Het 3C » Boeksloten, schoen- en broekgespen.

Het 4e » Kinderrammelaars en bellen, rozenkransen, kettingen enz. 17e en 18° eeuw.

Het fgt;e » Taschbeugels, meest uit de 18° eeuw.

Het 6C » Weder lepels, messen, enz. meest uit 17° eeuw.

Aan de muren van dit vertrek zijn de twee wandtapijten uitgespannen, waarover wij op pag. 48 spraken.

Dat, waar we thans vóór staan, stelt voor, de afbreuk door de Zeeuwen toegebracht aan de verdedigingswerken der Spanjaarden, tijdens deze Zisrikzee belegerd hielden. Anno 1576.

Teruggaande komen wij voorbij een glazen kast, waarin heeren- en dameskleederen van omstreeks het midden dei-vorige eeuw, te zien zijn, een serie, die ook op dezelfde wijze aan de andere zijde vervolgd wordt. In de tweede

-ocr page 106-

102

uitsluitend dameskleederen uit den aanvang van de tegenwoordige eeuw.

Wij zijn intusschen een zeskant kastje voorbijgekomen, rondom een der zuilen getimmerd. Dit, zoowel als het tweede, is bestemd om klein zilverwerk op te nemen.

Tusschen de beide kasten met kleederen hebben wij weder twee toonkasten met glaswerk, minder fijn van aard dan \'tgeen wij vroeger zagen. Het meerendeel is geslepen, meest Hollandsch werk, uit de 17e en 18e eeuw.

Geslepen glas heeft voor de kenners weinig waarde, doch een uitzondering maakt hierop de glazen kroes, van boven iets wijder dan aan den voet, die op de bovenste plank in de le toonkast op een voetstukje staat.

Deze zoogenaamde Hedwig-beker is van de hoogste zeldzaamheid, dagteekent uit de 12e eeuw, waarschijnlijk Oostersch (wellicht ook Italiaansch) werk. de daarin geslepen leeuwen en adelaar hebben geheel het byzantynsch karakter. Slechts vier dergelijke bekers zijn bekend.

Die, welke het Nederlandsch Museum bezit, afkomstig van Oranje-Woud, behoorde vroeger vermoedelijk aan de Friesche Stadhouders. Dat men het glas reeds in 1643 voor zeer oud aanzag, bewijst het onder den bodem gegrifte »alsz diesz Glasz war alt tausend Jahr Pfaltzgrafï Ludwig Philip es verehret war.quot;

A.ls aardigheden zijn te beschouwen de zoogenaamde varkens, bekers in den vorm van een viervoetig dier, de kelk, waaraan een waldhoorn tusschen de kuip en den voet, twee bekers boven elkaar en dergelijke.

Boven de groote tegen den muur staande kist, waarop drie stoelkussens, afkomstig en gebruikt door Dirk Serneyn van Loosen, als bewindhebber in 1729, als Hoofdingeland en Hoogheemraad in 1733 en als Waardyn in 1748, waarvan de teekening van het borduurwerk niet fraai, de frischheid echter buitengewoon is, hangt het derde der genoemde tapijten, voorstellende »de aanval op de Spaansche vloot,

-ocr page 107-

403

onder Sancio d\'Avila door de Zeeuwen tusschen Borselen en Walcheren. 28 Februari 4573.quot;

Weder komen wij voorbij een glazen kast, waarin vooral de geborduurde heerenvesten uit de vorige eeuw onze aandacht trekken als ook de lange wandelstokken met kostbaar edelgesteente als knoppen, de fraaie degen (Chineesch werk) en de zilveren zweepen, prijzen bij hardraverijen.

Wij verlaten thans dit vertrek door den kleinen uitgang, en bevinden ons in

Zaal No. 150.

Dit vertrek dankt zijne groote aantrekkelijkheid voor liet publiek voornamelijk aan het model van de woning van een deftig Hollandsch burger uit de 2e helft der 47« eeuw. \'t Werd, naar men wil, vervaardigd op eene bestelling van Czar Peter. Ook zou het twintig duizend gulden gekost hebben en moet er 25 jaar aan gewerkt zijn. Verder wil men dat het den Czar te duur geworden is en daarom zou zijn Consul Brand, die het besteld had, genoodzaakt zijn geworden, het voor eigen rekening te houden. Wat er van zij, zeker is het, dat liet nooit naar Rusland is opgezonden geweest.

De kast is geheel met schildpad opgelegd, waarin op de meest smaakvolle wijze figuren van tin zijn ingelegd.

Beneden is de keuken, die de kamer van den heer des huizes, waarin de kast met schelpen, een zijner liefhebberijen en zijn daaraan grenzende bibliotheek niet ontbreken, van de huishoudkamer scheidt. Deze laatste heeft iets keukenachtigs, maar men houde in \'t oog, dat de zindelijke huisvrouw, om zoo min mogelijk vuil te maken, zich in \'t dagelijksch leven gaarne behielp, maar toch het kostbaarste porcelein en \'t fijnste glaswerk vindt men hier in de glazenkasten. De slaapkamer met rood zijden garnituur, waarin niets ontbreekt en de zaal of mooie kamer maken de eerste verdieping uit. Daarboven de mangelzolder, kinder-

-ocr page 108-

404

kamer en \'t geen verder bij een fatsoenlijk gezin niet gemist kan worden. (1)

Dergelijke modellen, waarvan de Burgemeester van Amsterdam, het Stedelijk Museum van Utrecht en anderen eveneens exemplaren be/.itten, mogen niet als kinderspeelgoed beschouwd worden, maar zijn zeer nuttig, om ons een blik te doen slaan op het huishoudelijk leven van die tijden. De groote zorg, die men aan elk voorwerpje besteed heeft, geeft ons de zekerheid, dat men hier niet aan de fantaisie vrij spel heeft gelaten, maar dat alles is weergegeven, zaoals het wezenlijk was. De geschilderde plafonds, behangsels, schoorsteenstukken zijn van erkende meesters, de drijfwerken als spiegellijsten, wandblakers enz. zijn ware kunstwerkjes, geen moeite is er aan gespaard, zooals ook blijkt uit het porcelein en \'t glaswerk, dat daarvoor expresselijk gebakken en geblazen is.

Rug tegen rug staat tegen dit model een kolossale kast uit het laatst der 17« eeuw, opgelegd met Italiaansch notenhout, met drie pilasters en twee losse kolommen. Vreemd, maar niet tot navolging aan te bevelen, komen de koperen scharnieren der deuren geheel in\'t gezicht. Ook het overladen met lijsten en profielen als hier is niet fraai.

Bij het venster bevindt zich een ebbenhouten kastje van omstreeks 1600, op welks deuren en laden de gelijkenis van den verloren zoon is geschilderd, waarschijnlijk door een lid der Antwerpsche schildersfamilie Francken of door iemand uit hunne school.

Daartegenover een lage Zeeuwsche kast mei leeuwenkoppen, die koperen ringen in den bek hebben. 17e eeuw.

1

Later zal men dit kunstwerk naar de andere zijde van \'t gebouw verplaatst en vervangen vinden door een buitengewoon fraai kistje, waariu aangebracht zijn kleine kunstwerken van allerlei aard, als émanx, geniraen, miniaturen, snijwerk enz. te Augsburg in \'t laatst der 17e eeuw vervaardigd.

-ocr page 109-

105

De fraaie deur uit het begin der 17e eeuw, het kastje en de met leder bekleede stoelen uit denzelfden tijd behoeven geen nadere beschrijving, evenmin als de sierlijke ITink gesneden gangbank uit de 2°. helft der 17\'\' eeuw.

Wij vinden hier eenige niet onbelangrijke stukken Delftsch aardewerk.

1. Een groote pot met deksel, hoog 75 centimeter. Een

fraaie imitatie van Chineesch porcelein. Gemerkt W K 8. (Willem Kool?)

2. Een kan met oor, eveneens eene imitatie van Chineesch

porcelein, waarop in zeer schoon blauw een aantal groepen Chinezen.

Zeer goed geschilderd.

8. Een plaat, met opstaanden rand voorstellendj den beroemden natuurkundige A. van Leeuwenhoek, geboren te Delft 24 October 1632 en aldaar overleden 26 Augustus 172IJ, bijna geheel gevolgd naar het portret in olieverf door N. Verkolje No. 1535 van den Catalogus van het Schilderij-Museum. Onderschrift: ANTONIE van Leeuwenhoek, lid van de Koninglijke societijd in London.

4. Een dito plaat, voorstellende de Faam, een band in

de hand houdende, waarop Ego musarum sacerdoo. quot;Vóór haar de werken van beroemde schrijvers.

5. Een plaat, waarop een zittend vrouwtje bij een tuin

huis, bezig zijnde met hengelen.

Grof fabricaat.

6. Een plaat, waarop een vrij goed geschilderde hengelaar,

in \'t blauw met gelen geschulpten buitenrand, verder paarsche ornamenten.

7. Een plaat, dienende als adres. Van .boven eenige schepen

en daaronder; »Veelderhande soorten van Delfse porceleinen en ander aardewerk te koop bij Keimpe in de vlasbloem, gemerkt A en J. V. D. B. 3. (Jan van der Buergen of Verburg p. m. 1695.)

-ocr page 110-

106

8. Een plaat met blauwen en violetten rand, waarop Venus

met twee amortjes.

9. Een plaatje, waarop 2 papegaaien in een landschap

in \'t blauw, gemerkt 1 D V.

10. Een plaat, blauw, waarop een fantastisch paleis met ouderschrift: »Salomons paleis 1 Kon. VIL v. 1. 2. 3.quot; 1752.

Onder deze groep hangt nog een fraai basrelief in albast, uit het einde dei- 16e eeuw, voorstellende de wanhopige Calisto na het vertrek van Ulysses.quot;

Aan de zijde van het venster weder Delftsch aardewerk, t. w.

Een paar plaatjes als No. 9.

Twee plaatjes, blauw met de wapens in kleuren van Amsterdam en van Overijsel, het laatste met «Concordia res parvae crescant.quot;

Van meer artistieke waarde zijn de ovale plaat, voorstellende een zeegezicht met het schip Utrecht, 17(\' eeuw, de beide groote tegels, landschappen met figuren uit hef einde der 17e eeuw — het kleine tegenover het venster, waarop schaatsenrijders — en boven alles het zeegezicht met vurende schepen, dat uitmuntend van schildering is. Het laatste in bruikleen gegeven door den heer Garnier Heldewier.

Voor het venster hangen een paar staaltjes van glasschilderkunst als: het portretje van den schilder Nicolaas DelfT, door hem zelf geschilderd, blijkens het opschrift sNicolaas Delfius pinxit aet XXIII A0 D. 1594

Een ruit, waarop Christus gevangen voor den Hoogepriester gevoerd, omstr. 1600 in \'t grauw geschilderd.

Een ronde ruit, voorstellende de liefde. Venus staande onder een baldakin, Amor gezeten voor haar, verder een tuin, waarin drie minnende paren, in 3 kleuren geschilderd. Einde 16e eeuw.

Een ronde ruit, waarop in 3 kleuren een koning aan

-ocr page 111-

107

tafel gezeten, een vrouw liefkozende, verder nog twee vrouwen. Einde 16e eeuw.

Op de Zeeuwsche kast zijn twee gekleurde houten beeldjes geplaatst, bevelhebbers uit de eerste helft der 17e eeuw, meer interessant dan wel fraai. Daarachter tegen de muur een proeve van Hollandsch borduurwerk uit de 17e eeuw, voorstellende de rechtspraak van Salomo.

Aan weerszijden van het venster een 17e eeuwsch toor-denrek, gevuld met tinnen borden.

De gobelins stellen voor een landschap, waarin een boer gevangen genomen wordt. 17e eeuw en het andere waarschijnlijk iets ouder, Darius voor Alexander?

Wij kunnen dit vertrek nu voor gezien houden, na nog even een blik geslagen te hebben op de Noord-Hollandsche klok, gemaakt door Jan Koogies te Wormerveer, 17° eeuw, en gaan door een doorgang, waarvan de fraaie saterfiguur, die de balk draagt, opgemerkt dient te worden, naar

Zaal 150a

een slaapkamer, waarin een ledikant uit het midden der 17e eeuw en een bedstede, de laatste met den schoorsteenmantel afkomstig uit een huis in de Warmoesstraat te Amsterdam, ic helft der 17° eeuw. De haardplaat vertoont een vrouw met een spiegel, de ijdelheid, do blauw delftsche tegeltjes onder den schoorsteen meest herders en herderinnen. Een en ander is vrij eenvoudig, niet zoo echter de groote kast uit denzelfden tijd, waarop een stel delftsch uit de fabriek »de Klauw,quot; staat, die rijk gesneden is met op de kussens de hoofddeugden. Even rijk is de zeeuwsche kast met hare koperen knoppen. Op deze kast ontmoet men weder fragmenten van het reeds bewonderde snijwerk uit Enkhuizen, in zaal 149. Hier is daaruit een hangkastje gevormd.

In een slaapkamer van de 17e eeuw mochten de koperen

-ocr page 112-

108

■bedwarmers, de beddepannen, niet ontbreken er zijn er hier drie.

Op de een is te zien Adam en Eva, op de tweede een wapen in een zesstralige ster, op de derde een door leeuwen gehouden wapenschild met omschrift: ))Als lewen wijllen wij ons weren, ys Godt met ons, wy kan ons deren.quot;

Het kleine huisraad bestaat uit een kapstok, een rekje ■voor handdoeken, een kaarsen- of pijpenlade, een zwavel-stokkentoakje, een kamhuis, een paar broodplanken en een hoekétaehèretje. Van al die zaken is, zooals men ziet zeer veel werk gemaakt, alles is zoo vol ornementen, dat er moeielijk meer bij zouden zijn te plaatsen. Verder nog

Een kleerenknecht, 17° eeuw, (een geschenk van Jhr. B. van Riemsdijk) zeer zeldzaam.

Een uittrektafel, 17e eeuw, zooals er zeker zeer weinige gevonden worden, uiterst rijk en fraai zijn de voet en de poolen besneden, die anders nagenoeg altijd geheel vlak en zonder versiering zijn.

Een eenvoudig hangklokje gemaakt door Samuel Coster, te \'sHage, 1652j waarschijnlijk volgens eene nieuwe vinding, daar hij er privelegie op had.

Een kleerenkist.

Een vogelkooitje.

Een spiegel, met georneerde glazen lijst en twee glazen armkandelaars.

Een schilderij, waarop eenig tafelgereedschap, taarten enz. merkwaardig juist om het voorgestelde.

Een wapenbord.

Onder den schoorsteen een vuurhaal, een paar haard-ijzers en een aardig versierde gekleurde gesmeed-ijzeren standaard, geschikt om daarin een pan of pot te zetten.

Zaal 156.

Deze heeft met hare balken en vloer meer het aanzien

-ocr page 113-

109

van een kamer dan de vertrekken met gewelven. Het wordt hier dan ook dadelijk meer huiselijk.

Voor de eenvoudige eikenhouten muurbetimmering, op wier lijst eenige koperen schotels, zijn twee ingelegde kasten geplaatst.

De eene met fraaie boeketten, engelen enz. ingelegd van verschillende houtsoorten, is geteekend: »Tug Brabant,quot; en uit de 2e helft der 17e eeuw. Zij heeft vier deuren. De twee bovenste geopend zijnde, vertoont zich, tusschen twaalf eveneens ingelegde laden, een vak, aan drie zijden beschilderd, voorstellende een tuin uit dien tijd.

De tweede kast is plomp van vorm, doch de juistheid, waarmede de sterren en verdere figuren van been, ebben-palissander- en notenhout zijn ingelegd, doen die plompheid vergeten. Ze is uit het laatste der 17e eeuw, wellicht iets later.

Hierop staat een stel Delftsche potten uit de fabriek »de porceleinen schotelquot; van Van Duijn, omstreeks het midden der \'18° eeuw.

Een hangkastje, waarin eenig aardewerk van weinig beduiding. Een Zeeuwsche kast, waarop een marktemmertje staat.

Een zestal gesneden planken van een handmangel. Somtijds werden dergelijke ook als slijpplanken gebruikt.

Een geheel koperen hangklokje door David Hubert te London.

Een relief in hout (boven den doorgatig) voorstellende kinderen met een bok spelende.

Merkwaardig is de tegelsehilderij in \'t blauw, voorstellende een Friesche fabriek van aardewerk, waarop de geheele bewerking kan worden nagegaan. Daarboven de wapens van Joh. Tichelaar, Jan Steensma, Herode Jager en Wij be Steensma, met opschrift:

))De stichters van dit werk zijn deese met haar vieren.

-ocr page 114-

410

wiens wapens met haar naam doen deese muer versieren.quot; 1737.

De tweede, eveneens blauw, Adam en Eva in \'t Paradijs, te midden van allerlei dieren. Onderschrift: Netimor, in, vetitum, semper, cnpimusqve, negata.

De vensters zijn versierd met gebrande ruiten, meeren-deels met wapens, sommige met opschriften en namen daarbij, als:

Jan Jansz. Vroetschap. Daaronder:

«Wildernissen, heggen, hagen Ben ick moeijlick doorgegaan.

Hier ist Endt, \'k siet luck daegen Mocht ick over de .Tordaen.quot;

Jan Lambertz. Bruijn.

»Ick siet gurn Silber 1657.quot;

Heinsius de Jonge.

sEfl\'en kwaet treffen.\'

»Psalm 107. v. 23 en 2-4.

Die door de groote see met

kromme kielen varen Die sien Gods groote macht En wondren in de baren Schipper Jacobs Dirksz van Sanen.

»Hollant schoon vermaert gepresen Wat soud\' all luyster wesen Soo met schepen over see Godt niet bracht sijn segen mee. 1652.quot; Marten Pietersz Droogh.

»Altit in Leidtsamheit V trost van Godt verbeyt. 1652.quot; Jan Krul, Vroetschap.

»Godt ist die siet,

Wie recht heeft of niet.quot;

-ocr page 115-

Ill

Pieter Essen 1652.

»Fortuyn het werelts goet dat dyckwils doet den mensclien

bekooren.

Met moey te vergaert met Soi\'gli béwaert, met rouwe verloeren.

Zaal 155.

De prachtige kamerbetimmering en schoorsteen met zijne drie beschilderde paneeltjes, geloof, hoop en liefde voorstellende, uit 1626, zijn afkomstig uit een huis op de Voorstraat te Dordrecht.

Oorspronkelijk behoorde hierbij een gewone zoldering-van balken en kinderbalkjes met gesneden draagstukken. De muren waren eenvoudig gewit. De schoorsteen ging recht naar boven zonder vernauwing. De zoldering hier aangebracht, behoort dus hier niet bij, ze is daarenboven jonger en afkomstig uit de slaapkamer van Princes Maria, gemalin van Willem III, in het stadhouderlijk kwartier te \'s Hage en hoogst waarschijnlijk omstreeks 1678 door Theodoor van der Schuer geschilderd met voorstellingen van den morgen en den avond.

Voor het overige geeft deze zaal een vertrek weer uit de eerste helft der 17® eeuw met zijn ameublement, dat wij hier niet behoeven te beschrijven \'tls natuurlijk dat destijds zulk een kamer niet die groote verscheidenheid van vorm in de stoelen opleverde als hier, evengoed als thans had men heele en halve dozijnen van denzelfden vorm; maaide bedoeling van een Museum als leerschool is zooveel mogelijk verscheidenheid van vormen te toonen, daarenboven wordt het tegenwoordig zeer moeilijk een half dozijn stoelen van één soort te bekomen.

Daar het vrij duister is in deze vertrekken, zou men allicht het geweerrek met zijne vier lontgeweren en het hangkastje met zijn aardewerk ongezien voorbijgaan, wij meenen dus daarop te moeten wijzen, zoo ook op de schilderij, de doop door Johannes den dooper, waarschijnlijk

-ocr page 116-

112

door een navolger van Jan van Scorel in de 2e helft der 16e eeuw geschilderd.

De gebrande ruiten zijn voor een groot deel uit Schoonhoven afkomstig en geven de wapens te zien van «Geerlof Lourisz. heer aertsberge, Burgemeester der stede Schoonhovenquot; -— Gysbrech Matheusz van der liefdel, Oud Burgem. der stede Schoonhoven en de Hoogedijckheem-raed van den Loopecker-Weert. Daniel van Straelen. vroetschap ende Secretaris der stede Schoonhoven ende den Crimperneweert, en van Gerrit Joosten van der Linde out Burgemeester, allen van 1641.

Zaal 154.

Dit vertrek is zaamgesteld uit twee betimmeringen. Die aan de linkerzijde komt uit Brouwershaven uit een huis van den heer F. J. Hallingse, die de betimmering, uit de le helft der 17° eeuw, aan het Rijk ten geschenke maakte. Die aan de rechterzijde is uit een huis te Zalt-Bommel. De eenvoudige schoorsteenmantel met cariatiden behoort geheel in dien tijd.

Met de zoldering (tongewelf) is het als bij de vorige, zij past hier in een burgervertrek niet, wel in een princelijk paleis. Zij versierde dan ook een der vertrekken van Maria Stuart, de gemalin van Willem II op het binnenhof te \'s Hage — ofschoon ze zeker daar reeds bestond lang voorde komst dier Engelsche princes.

Wat de meubels betreft deze geven aan dit vertrek iets recht gemoedelijks en gezelligs. De bijbel op den fraaien lezenaar, de beddepan van 1623 waarop Adam en Eva met »Is Gode met ons, wie kan tegen ons.quot; Het kantkussen, zoo even door de vrouw des huizes verlaten, de citer op de tafel, door een lieve jeugdige hand bespeeld, •—de zware palissander houten linnenkast, hoe groot ook, toch haast te klein, om den voorraad linnen te bevatten, met haar stel

-ocr page 117-

113

Delftsch uit »de porceleinen schotelquot; van Van Duijn — maar ook de zware ijzeren geldkist is niet vergeten.

De gebrande glazen, waardoor hier jammer genoeg de zonnestralen niet kunnen spelen, dragen weder wapens, waaronder er met de namen van Anton van Riebeck 1624 — van Hendrick Jansen van Wageningen Drost van Amerongen 1624 — van Pieter van Gessel en Vreda Baerken zijn huijsvrouw 1635 — van Hendrik van Kempe en Catharina Heydendal zijn huysvrouw, enz.

Zaal 153.

Deze geheele betimmering is afkomstig uit het thans gesloopte huis door Jacob van Campen voor Constantijn Huijgens te \'sGravenhage gebouwd, tusschen 1634 en 1637. Waarschijnlijk echter is deze kamer niet zoo oud, en behoort zij meer in het laatst der 17® eeuw te huis.

Uitmuntend komt hierin het plafond te pas, voorstellende Apollo en Aurora, door Gerard de Lairesse voor een huis te Amsterdam geschilderd. Dit kunststuk werd door den heer W. F. Piek aan \'t Museum ten geschenke gegeven en is een schoone proeve van het talent van den te weinig op prijs gestelden kunstenaar.

Een goed effect ook maakt hier de daar behoorende glazen lichtkroon voor acht lichten. De stoelen zijn eveneens uit de 2e helft der 17e eeuw. Twee schildpadden kastjes en twee van ebbenhout, waarvan een van binnen beschilderd met de schepping en de lotgevallen van Adam en Eva, het andere met de verschillende voorvallen bij de geboorte en de eerste levensdagen van Christus, zijn van ouder datum.

Fraai gesneden is het van een ruit voorzien kastje, op het grootste schildpadden geplaatst, dat diende tot bewaring van de zilveren bekers van het metselaarsgild van Vlissingen, versierd met de wapens in kleuren van de Vriend, Vijfhoek, de Hond, Zekelmee, S. de Groot, Sudswalm, Cloverenten Dracht waarschijnlijk dekens van het gild.

8

-ocr page 118-

114

Als proeve van snijkunst dient ook de schoone barometer, in 1709 door Langkamp vervaardigd, waarop voorkomen de wapens der generaliteit en der zeven provinciën, — een en ander weder besloten in een gesneden vergulde kast met ruit.

Onder de Chineesche porceleinen, die hier op de gesneden en gekleurde étachère in den hoek en verder in vertrek No. 151 geplaatst zijn, komen zeer kostbare exemplaren voor.

Nog hangt aan den wand in een fraaie rococolijst een grisaille op glas, voorstellende Nepthunes, Aëolus, Iris, de Kaap de goede Hoop en het wapen van de O.-Ind. Compagnie.

Zaal 152.

Deze zaal is grootendeels gewijd aan historische herinneringen, voor een deel herinneringen aan de Hollandsche en Friesche Stadhouders. Het plafond was vroeger in het Stadhouderlijk paleis te Leeuwarden.

In de glazen muurkast zijn tentoongesteld:

1. Een zwart vilten hoed en een musketkogel. Bij de

belegering van Roermond werd Ernst Casimir (1573-1632) door een musketkogel, die dezen hoed doorboorde, zoodanig verwond, dat hij drie uren daarna stierf.

2. De kleederen van Hendrik Casimir I, den oudsten

zoon van den vorige. (1611-1640) Bij de bestorming bij een fort bij St. Janssteen niet ver van Hulst werd deze door een pistoolschot in de lendenen gewond. Hij stierf 7 dagen later. In het lederen kolder is het gat zichtbaar, door den kogel veroorzaakt; de verdere kleederen vertoonen de bloedvlekken, terwijl een paar stukjes been, uit de wond gelicht, hier ook aanwezig zijn.

Het zijn deze kleederen, die vroeger als van Prins Willem I afkomstig vertoond werden, met de

-ocr page 119-

115

\'3. Twee pistolen, die echter niet aan Balthaser Gerards, \'s Prinsen moordenaar, maar wel aan Willem Frederik, (1613-1664) behoord hebben, jongsten zoon van Ernst Casimir en broeder van Hendrik Casimir I. Deze prins stierf ten gevolge van een wond, bekomen bij het onverwachts losbranden van een pistool, waaruit hij de laadstok wilde lostrekken.

4. Kamerjapon van paarsche zijde en bloemen van zilverdraad, een wit linnen borstrok en dito manshemd afkomstig van Willem III. Van de beide laatste voorwerpen zijn de rechtermouwen losgetornd, om gemakkelijker den Prins te kunnen verbinden, toen liij met zijn paard over een molshoop gestruikeld, zijn rechtersleutelbeen gebroken had, welke val de oorzaak van zijn dood werd (1702).

In de platte toonkast.

1. G-ouden ring, gedeelte van een zilveren miskelkje met

patena benevens een gedeelte van den staf van Sint Bernulfus. in 1856 in zijn graf in de St. Pieterskerk te Utrecht gevonden.

2. Geuaennapje en geuzeninsignes.

3. Haar uit het graf van Jacoba van Beieren.

4. Haartressen van Willem IV.

5. Schildpadden kistje, waarin aan Prins Wrillem IV het

octrooy der W. Indische compagnie werd aangeboden. Op het deksel in goud het wapen van Willem IV, verder een stuk gouderts, links een knielende neger met een hoorn van overvloed, waaruit het stuk gouderts schijnt te vallen, rechts een zittende negerin. In het verschiet goudzoekers. Aan de zijden gezichten op de koloniën. Gemerkt Thuret.

0. Twee voorsnijmessen, twee kleinere messen en een vorkje afkomstig van Karei V. Op het lemmet van een der eerste, gegraveerd en verguld, Karei V op zijn troon, aan de andere zijde Hercules de wereld

-ocr page 120-

416

torschende door een krijgsman aangesproken. Op dat van het tweede het wapen van Karei V en aan de keerzijde een cartouche met opschrift. De heften van balein met koperen versiering. Itali-aansch werk van de \'le helft der 16e eeuw.

7. Taschje, fraai geborduurd, behoord hebbende aan

Anna Maria Schuurman, wier initialen er op gevonden worden.

8. Scheepsbijbel van M. Ad. de Ruijter.

9. Gouden keten door de Staten aan de Ruijter geschonken.

10. De kroon, door den hertog van York geschonken aan

den koning van Accra op de kust van Guinee, en door de Ruijter, na de herovering van die bezitting buit gemaakt. 1664-1665.

11. Haar en stukken kleedingstof uit het graf van Corn.

Evertsen.

12. Twee zilveren lepels door de Staten geschonken aan de

Commissarissen, die met de verdeeling van/quot; 350000 waren belast tusschen hen, die schade hadden geleden bij het gevecht te Vigos in 1702.

13. Lint, waarop »Vivat Willem Karei Hendrik Friso.quot; .

14. Zilveren zegel en eontrazegel van Wolfertvan Borselen.

15. Kogel in zilver gevat, uit een wond gehaald van den

schout -bij nacht Vlugh.

16. Staf van commando van den bevelvoerder ter kuste

van Guinee.

In de tweede platte toonkast.

17. De rood fluweelen zak, waarin Johan de Witt zijne

staatsstukken naar de vergaderingen liet overbrengen.

18. De hangmat, door Cornelis de Witt gebruikt bij den

tocht naar de Theems.

Geschenk van Mevr. de Wed. de Klopper-Timmermans.

19. De bril van D0. A. Geesteranus.

20. Door de blinde dichteres Petronella Moens gebreide

-ocr page 121-

417

slaapmuts, borstrok en beurs, benevens een haar toebehoord hebbende broche.

21. Brief, gedeelte van de vlag, een stuk hout en een rozetak uit ijzer, alles afkomstig van de in de lucht gesprongen kanonneerboot van J. C. J. van Speijk, wiens portret daarbij ligt.

Melkkan en hamer, gebruikt door Generaal Chassé tijdens de belegering van den Citadel van Antwerpen. 1831.

De stoel, eveneens uit zijn kasemat staat tegenover de toonkast.

23. Sleutel van het fort St. Laurentius bij den citadel

van Antwerpen.

24. Pen, waarmede de aan den muur hangende oorkonden

van het leggen van den eersten steen aan de Oranjesluizen 29 April 1870 en van het openen der haven te Ymuiden op 1 November 1876 zijn geteekend.

25. Truffel en hamer, bij die eerste gebeurtenis gebruikt. Daarbij behoort ook de kalkbak, buiten de kast tentoongesteld, terwijl de kruiwagen en de spade, waarmede op 18(35 de werken voor het Noordzeekanaal zijn aangevangen, onder die kast geplaatst zijn.

Langs den wand zijn opgehangen.

1. Het scheepsklokje van de Ruijter.

2. Een lijst, waarin gedeelten van den mantel van Hugo

de Groot.

3. Een verkleinde copie naar de schilderij van de Baen,

in 1672 door het Dordtsch gepeupel vernield, voorstellende een verheerlijking van Cornells de Witt, na zijn tocht naar de Theems.

4. Portret van Prof. P. Camper door hem zelf geboetseerd.

5. Portret van M. A. de Ruijter geschilderd door of

naar F. Bol.

6. Portret van Prins Maurits. Schilderij in olieverf.

7. Zilveren drijfwerk, huldeblijk aan Willem V. 1788.

-ocr page 122-

118

Verder vindt men hier nog:

8. Een door het springen van het kruitmagazijn te Bergen

op Zoom geheel vervormd geweer.

9. Een roer, volgens overlevering van het turfschip van

Breda. Behoort aan de gemeente Breda.

10. Een gekleurd beeld van Prins Willem II.

11. Stoel uit de gevangenis van Oldenbarneveld.

12. Zwaard, waarmede Oldenbarneveld is onthoofd.

13. Statiestoelen, afkomstig van het Oude Hof van Holland,

vermoedelijk voor de stadhouders, wanneer die als voorzitters de vergaderingen bijwoonden. Daarvan staan er drie in het volgende vertrek. No. 151.

benevens een geheel vergulde stoel van Prins Willem V, afkomstig van het Prinsenhof te Amsterdam.

Aan den muur een gesneden houten wapenrek, afkomstig van den gouverneur-generaal v. N.-Indie. Swaerdecroon.

Dit vertrek met goudleder uit de vorige eeuw behangen heeft een schoorsteen uit een Amsterdamsch huis uit het begin dier eeuw, die door den heer A. B. Geels aan \'t Museum werd geschonken. Het plafond (iets ouder) stelt vóór een vorst, door Mars tot Jupiter gebracht.

Ofschoon uit een historisch oogpunt van geen belang, als snijwerk wekt in de vorige kamer de kast in roccocostijl de algemeene bewondering. Bovenop is geplaatst een gueridon uit denzelfden tijd, afkomstig van het kasteel Popkensburg in Zeeland.

Een onderdeel van vertrek 151 vormt het Chineesche kamertje, vroeger in het Stadhouderlijk paleis te Leeuwarden. Alleen de wanden zijn echt, lambrizeering en plafond zijn Europeesch werk.

Hierin is een kast geplaatst, waarvan de voorzijden der laadjes belegd zijn met geslepen glas met voorstellingen van schepen enz. De beide binnendeurtjes geopend, vertoont zich een gedeelte van een straat met een bordes van ver-

-ocr page 123-

119

schillende houtsoorten ingelegd, dit en het aangebrachte glas doen een zeer aardige werking.

Merkwaardig zijn hier twee Chineesche schilderijen op glas, in sierlijke Europeesche rococolijsten, waaraan twee kandelaars.

Zaal 146.

In de eerste plaats boven de renaissancekast een geschilderd altaarstuk uit 1532 — waarop voorgesteld de steeniging van Stephanus, links Maria Magdalena, rechts Maria Egyptica.

Daarboven een Vlaamsch behangseltapijt, 17e eeuw, een vischvangst voorstellende.

Boven de deur, waardoor we binnengekomen, zijn een gesneden relief, de gerechtigheid, afkomstig van de vroegere rechtbank te \'sHage.

Daarnaast een wapenrek, bekend als aan M. H. Tromp toe behoord hebbende, wiens wapen later daarop is aangebracht.

Niet waarschijnlijk echter is het, dat het aan Tromp behoord heeft, het is toch fabricaat van een der eilanden van den Indischen archipel, waar Tromp nooit geweest is. De wapenen zijn Japansche, andere Turksche, enkele Europeesche, waaronder rijk ingelegde geweren met rad-sloten, degens en sabels, ook pistolen, waarop het wapen van Tromp.

Naast den uitgang een tafeltje uit het laatst der vorige eeuw, waarop een wit marmeren nymf, door Godecharles in de eerste helft der tegenwoordige eeuw gebeiteld, waarboven een goed in hout uitgevoerd wapenbord hangt van Banningk Cock. In het midden zijn naam en wapen. In den rand zijne acht kwartieren.

Verder eene commode, uit de 2e helft der vorige eeuw, ingelegd met verschillende soorten van hout en met fraai koperwerk versierd, waarop geplaatst het beeld van Tromp, zooals dit in \'t groot op zijne graftombe te Delft ligt.

Eindelijk eenige stoelen uit het midden der vorige eeuw.

-ocr page 124-

120

merkwaardig om de lluweelen bekleedsels, waarin geweven een manshoofd in krans.

De toonkast bevat hier bronzen en eenige afgietsels in lood van zilverwerken, bodems van schaaltjes, meest uit het midden der 16e eeuw.

Onder de bronzen vestigen wij de aandacht op de meest zeldzame.

1. het riddertaeeldje te paard, vermoedelijk uit de 13°

eeuw, toebehoorende aan Jhr. Dr. J. P. Six.

2. de beide engelenfiguren, afkomstig uit de schat van

St. Marie te Utrecht, vroeger als heidensche afgoden beschouwd. Over den tijd en plaats van vervaardiging is men het nog niet eens.

3. St. Maarten, een stuk van zijn mantel snijdende.

15e eeuw.

4. Krijgsman, vroeger waarschijnlijk als kandelaar ge

diend hebbende, op klaverbladvormigen voet. Speer en schild zijn nieuw. Laatst dei\' 14e eeuw. In bruikleen van de gemeente Venloo.

5. Mannenfiguurtje uit het laatst der 16e eeuw.

In de rechterhand een handschoen, de linker op de heup houdende.

(i. Leeuw of hond, 14e eeuw.

. Krijgsman in Romeinsch costuum.

8. Euiterbeeldje van Frederik den groote. Door E. Bar-

dou te Berlijn 1779.

Een aantal min of meer fraaie mythologische figuurt jes, waaronder enkele antieke, ook eenige copien.

9. Een bronzen jachtfluit uit de 16° eeuw.

10. Bronzen tafelschel met randschrift »Lof si Godt van alquot; en op den beneden rand sJohann de Fine A01543 me fecit.quot;

11. Een dergelijke met randschrift »Soli Deo Gloria 1661.quot;

12. Een dergelijke, met de boodschap aan Maria en »Ave

Maria Gracia plenaquot; Op den beneden rand, » geghoten in \'t jaer 1551.quot;

-ocr page 125-

121

13. Een vierde, waarop Orpheus onder de dieren. Op den rand »0 Mater Dëi memento mei.quot; 1544.

Zaal No. 147,

waarin uitsluitend voorwerpen of getrouwe copiën er van, uit het laatst der middeleeuwen, dat is uit het einde der 15e en het begin der 16e eeuwen gevonden worden, met uitzondering van de twee schoone en nog geheel in hunne frischheid van kleur bewaarde wandtapijten, die van het einde der 16° eeuw dagteekenen. Zij stellen voor 1°. den priester Achirnélech, die aan David op zijn vlucht naar Nob, de toonbrooden medegeeft. 2°. Waarschijnlijk het uitdeelen van die spijs en drank aan de manschappen, die David vergezellen.

In de eerste plaats vinden wij hier een zandsteenen gepolychromeerd schoorstoenfries met zijne drie medaillons, waarvan het middelste het beeld der Heilige Maagd met het Christuskind vertoont, terwijl de beide anderen met de wapenschilden van twee Utrechtsche familiën gevuld zijn. Het is afkomstig uit een huis in Utrecht en werd door Mr. S. Muller F.zn. aan het Museum geschonken.

De verdere gedeelten van dezen schoorsteen zijn navolgingen.

De architect, getrouw aan de middeleeuwsche gewoonten, heelt door het plaatsen van de woorden uit Psalm 127;

lüocvt ïrnt öie Dm Pat Jjuijs nijtt tn ffipimerkn, so orbfijbcn sij tc ucrgciffs |Jrn tmcron tijmtncren.

een dankbetuiging voor de verleende hulp aan den bouwmeester van \'t Heelal gericht en een erkenning van onmacht zonder steun van hooger.

Daarboven is in kleuren het wapen, door Keizer Maximiliaan aan de kunstenaars geschonken, geschilderd.

De ijzeren haardplaat stelt weder tweemaal de moeder

-ocr page 126-

122

Gods voor tusschen rijke gothische versieringen, waaronder twee klimmende leeuwen.

De wandbetimmering bestaat uit omlijste paneelen met sijmetrische figuren, gedeeltelijk echt, gedeeltelijk uit gips gegoten en wordt bekroond door een overhangende met fleurons versierde kap of lijst, naar bestaande motieven gevolgd.

Verder vindt men in die betimmering drie uiterst fraaie origineele deuren van muurkastjes aangebracht, waarvan zoowel het houten snijwerk als de ijzeren sloten en scharnieren hoogst smaakvol, zuiver en fijn zijn uitgevoerd.

Niet minder fijn zijn de 12 opengewerkte omlijste paneeltjes, tegen de betimmering gehangen, die allen als uitmuntende modellen voor gothische ornement-motieven kunnen dienen.

Het in het midden van het vertrek geplaatste kastje is niet minder rijk. Daar het aan alle zijden besneden is, blijkt liet bestemd te zijn geweest, om in het midden van een vertrek geplaatst te worden. Het werd voor eenige jaren op een zolder in het hofje van Palinck en Foreest te Alkmaar gevonden en voor /\' 300 aangekocht door het Kon. Oudheidkundig Genootschap, \'t welk het met zijn verdere verzameling naar het Museum overbracht.

Tegenover het venster vindt men:

Twee soortgelijke kastjes, doch minder rijk en niet aan de achterzijde besneden. In het midden van de voorzijde heeft elk een nisje, waarin waarschijnlijk vroeger het beeld van den een of anderen heilige stond. Is bij het eerstgenoemd kastje uitwendig niets van slot of scharnieren zichtbaar, ja, is zelfs de wijze van sluiting een geheim, bij de andere daarentegen is een en ander geheel zichtbaar en draagt dat ijzerwerk niet weinig tot verfraaiing van het geheel bij.

Het kleinere kastje, tusschen de twee vorige geplaatst, was waarschijnlijk vroeger gedeeltelijk in een muur ge-

-ocr page 127-

123

metseld, het is eenvoudiger, ofschoon het snij- en ijzerwerk van zijne twee deurtjes toch fraai genoemd kan worden. Op het bovenste deurtje komt een gekroonde adelaar voor. Zijn al de bovengenoemde echt en gaaf te noemen, het Kastje tegen de buitenmuur geplaatst, heeft eenig herstel ondergaan. Het is van een anderen vorm als de andere, ook de orneering heeft andere motieven en bestaat uit gevulde cirkels en verder blad- en bloemversieringen.

De kleerenkist onder het venster heeft soortgelijke panee-len als de betimmering en verder ijzeren slot en scharnieren.

Van de beide stoelen, meubelen, waarvan er uit dat tijdperk bitter weinig zijn overgebleven, heeft die tegenover den ingang het eigenaardige, dat de rug beweegbaar is, even als men dit wel bij banken aantreft, als b.v. bij die op het Museum te Haarlem. Dit dient om, aan welke zijde men zich ook neerzet, steeds een steun in den rug te hebben, zonder daarom genoodzaakt te zijn, het zware meubel te verplaatsen.

De tweede stoel is merkwaardig om zijn slanken en eigenaardigen vorm. Men zit daarin zeer gemakkelijk.

Jaren lang is deze stoel beschouwd geworden, als te hebben toebehoord aan Gravin Jacoba van Beieren, maar het is hiermede als met zoovele dergelijke traditiën, het ongegronde er van behoeft niet eens meer bewezen te worden.

Op een der kastjes vindt men een hoogst zeldzaam handpersje staan. Dergelijke voorwerpen uit dien tijd komen nagenoeg nooit voor.

Op een tweede kastje is een stuk beeldhouwwerk geplaatst, vrij goed gesneden, voorstellende het aanbieden hunner geschenken door de drie koningen in den stal te Bethlehem, waar buiten men de herders op de bergen ontwaart. Waarschijnlijk maakte dit vroeger het middenstuk uit van een huisaltaar.

\'t Is in bruikleen afgestaan door den heer Gamier Heldewier.

-ocr page 128-

124

De beide koperen kandelaren, elk voor twee kaarsen, met op de spil een engel, die eenige der lijdens-attributen draagt, werden voor cenige jaren uit den grond opgedolven in de nabijheid der St. Jacobskerk te\'s Hagetergelijkertijd met de

kostbare koperen lichtkroon, die hier midden in het vertrek hangt, bestaande uit 3 rijen van 6 armen elk, in welker midden de Heilige Maagd in een stralenkrans, en houdende het Christusbeeld op de linkerhand. Genoemde voorwerpen werden vermoedelijk of uit de kerk gestolen óf in den grond geborgen uit vrees voor plundering. Gelukkig heeft Jhr. Dr. Six er dadelijk bij de ontdekking de hand op weten le leggen en ze aan het Museum in bruikleen afgestaan, waarvan ze thans ware sieraden vormen.

Koperen schotels uit hetzelfde tijdperk, waarvan drie met verschillende voorstellingen van Adam en Eva in het paradijs, twee waarop de blijde boodschap van den engel aan Maria, verder Simson met den leeuw, de Heilige Maagd, St. Sebastiaan tusschen zijne beulen, St. Joris den draak doodende, eindelijk het Lam Gods, allen om de voorstellingen zoo merkwaardig, versieren dit vertrek, dat nog verder bevat,

een gesneden relief, voorstellende tusschen twee wapens de beelden van sint Barbara, sint Casper en sint Anthonius met hunne attributen. En wat waarschijnlijk het belangrijkst van alles is, \'t zijn de tien metalen beeldjes van Hol-landsche Graven en Gravinnen, het eigendom der gemeente-Amsterdam en hier op de overhuiving der betimmering gesteld. Niet uitgemaakt is het vanwaar zij afkomstig zijn, ofschoon het zeer waarschijnlijk is, dat zij vroeger in de -abdij van Egmond berustten. Met zekerheid weet men, dat de stad Amsterdam ze omstreeke 1690 van een particulier aankocht en ze reeds toen op hoogen prijs gesteld werden.

Hadde men bij den bouw van het Museum niet met allerlei omstandigheden rekening moeten houden, zoo

-ocr page 129-

125

zouden thans de zalen No. 162-165 moeten volgen, waarvan de bouworde nagenoeg uit denzelfden tijd of gedeeltelijk nog iets ouder is dan het hier behandelde. Hoewel het te bejammeren is, dat de chronologische orde op die wijze verbroken wordt, was dit niet te vermijden.

quot;We gaan dus over naar

Zaal No. 148.

Bij de inrichting van de thans volgende zalen heeft men zich minder getrouw aan een zeker tijdperk kunnen houden dan bij het eerste, en is men verplicht geweest zaken uit verschillende tijden bijeen te plaatsen. In deze zaal b. v. vindt men nog enkele voorwerpen, die, waren er voldoende ruimte geweest, in het vorige vertrek geplaatst zouden zijn geworden.

Het kastje, dat zich bij den ingang daar in \'t donker verschuilt, voelt zich daardoor hier niet te huis. Het is nog geheel gothiek, of liever geheel naar een gothiek voorbeeld gevolgd, \'t Is toch geheel modern.

Zoo behoort ook het Kamerkroontje nog in het vorige vertrek.

In al het verdere echter, met uitzondering van hetgeen zich in de toonkast bevindt, heerscht geheel de renaissance, ofschoon hare verschillende perioden niet streng zijn in acht genomen.

In de eerste plaats hebben wij den schoorsteen, waarvan alleen het friès met zijne 3 wapenschilden echt en uit het laatst der 16e eeuw is. Iets jonger zijn de beelden, die den mantel dragen, \'t Zijn slechts afgietsels, waarvan de origeelen voorkomen aan een ■ schoorsteen in het huis van Maarten van Rossum te Zaltbommel. Zij zijn niet bizonder fraai, het ééne stelt voor Adam, daaronder een voorstelling van de verjaging uit het Paradijs, de andere Eva, die met een verdraaide (wellicht slecht gerestaureerde)

-ocr page 130-

126

hand Adam den appel aanbiedt. De straf der zonde is bij haar afgebeeld.

De haardplaat dagteekent uit 1592, nog iets ouder zijn de roode haardsteenen, die de vormen voor de hier geplaatste leverden, en waarop de door onze voorouders 200 veelvuldig behandelde geschiedenis van Susanna voorkomt. De blauwe Delftsche tegels echter, de helden Hannibal en Scipio voorstellende, zijn weder minstens 30 jaar jonger.

De bronzen pot op drie pooten en van een hengsel voorzien, die onder de vuurhaal op de haardplaat staat, verdient bizondere vermelding door zijn uitmuntende renaissance-ornementen, die als een band om den pot zijn aangebracht. Om den rand leest men:

lliiom Splint en ^lijt lourotrmon sijne Ijinjsoroum. ^nno XVC

Zijn bij het gieten geen nummers achter dit jaartal uitgevallen, zoo hebben wij in dezen pot wel een bewijs, dat de renaissance in het jaar 1500 zich hier te lande reeds zeer ontwikkeld had en veel meer, dan wij over het algemeen wel aannemen.

Uit het zuiver Hollandsch van het omschrift blijft geen twijfel meer over omtrent het land, wnar de pot vervaardigd werd. Hij is zonder kwestie een schoon voortbrengsel van Hollandsch gietwerk.

De twee eikenhouten kasten van de eerste helft der 17e eeuw, zoowel de groote met haar Venusbeeldje als de slanke kleinere op pootjes mogen om haar vorm en levendige uitvoering van het snijwerk als voorbeelden genoemd worden.

Geen wonder, dat het kleine reeds meermalen door onze meubelmakers als model is gebruikt.

Ook de kleerenkist, uit de beste periode der renaissance, is, ofschoon ze veel geleden heeft, nog altijd een schoon jneubel.

-ocr page 131-

427

Een ebbenhouten stoeltje met leeuwenkopjes op den rug en het eikenhouten bankje bekooren door rankheid en fijnheid hunner vormen.

Het hangkastje dankt zijn bestaan alleen aan de fraaiheid van het opengewerkte snijwerk der beide paneelen, die als deurtjes zijn aangebracht, het verdere er van is nieuw.

Origineel daarentegen is de deur van het muurkastje naast den ingang (begin der renaissance), dat meer om het schoone ijzeren beslag dan wel door de fraaiheid van het snijwerk de aandacht trekt.

Een paar goede Medusakoppen, de twee koppen onder één zotskap en de kop van een lachend oud man hebben waarschijnlijk vroeger als architectonische versieringen dienst gedaan.

Meer rechtstreeks tot de rubriek »kunstquot; behoort het verguld houten basrelief, voorstellende de mannaregen in tien woestijn, daarboven op de lijst der betimmering geplaatst, doch dat eene betere plaats verdient.

Het munt uit door rijkheid van compositie, levendigheid in de bewegingen der figuren, goede teekening en fraaie uitvoering. Het behoort werkelijk onder de uitmuntende kunstwerken uit de tweede helft der 16° eeuw.

Groot is het aantal basreliefs in albast, die in dien tijd ook hier te lande vervaardigd werden, veelal uit voor-stellingen uit de gewijde schrift bestaande.

Zoo vinden we hier het laatste avondmaal, in bizonder smaakvolle gekleurde, gedeeltelijk vergulde omlijsting, waarschijnlijk voor een huisaltaar gediend hebbende.

Van boven in dezelfde lijst een tweede relief, Christus in Gethsemané.

Men ziet dat deze reliefs gedeeltelijk verguld, soms gedeeltelijk gekleurd, ja zelfs geheel verguld werden, zooals dat, onder het eerstgenoemde hangende, eveneens het avondmaal voorstellende.

Vergelijkt men beiden, zoo komt men tot het ver-

-ocr page 132-

128

moeden, dat voor zulke voorstellingen vaste tijpen waren aangenomen, die minder of meer verdienstelijk gevolgd werden, al naarmate de uitvoerder minder of meer bekwaam was.

Nog meer springt dit vermoeden in \'t oog, bij de 4 bas-reliefs. in ruitvormige omlijsting, die aan weerszijden van het eerste hangen.

Alhoewel de beide busten van Christus en Maria zeer verschillen van uitvoering, hoewel de beide onderste, veel slechter zijn dan de bovenste, toch zijn zij naar één model gevolgd, de wendingen van het hoofd, de haarlokken, de plooien in de draperies verraden het.

Lager hangen hier nog, de voorstellingen van twee werelddeelen Europa en Azië.

Aan de andere zijde van den ingang vinden wij den doop in den .Tordaan en Mozes, uit de steenrots een bron doende ontspringen.

Lager de aanbidding, die van minder gehalte is, benevens een grooter relief, de opstanding voorstellende.

Onder deze hangt ook een fraai stuk drijfwerk in koper, het lijk van Christus op den grond uitgestrekt omringd door zijne verwanten en volgers. Recht artistiek uitgevoerd in het laatst der 16e eeuw.

Bij dezelfde groep, vindt, men een beschilderd bordje, in vergulde lijst gevat, waarop een oud man geschilderd, voor een ton gezeten, waarop zijn brood en bierkan staan. Vóór hem een man in onderdanige houding, die hem iets schijnt te vragen, waarop als antwoord het volgend omschrift dient:

lek ete op een tonne, ten baet geen nyghen

Ghij en zult uwen voet niet onder de tafel crijghen.

Een juiste blik in een deftig burgergezin van omstreeks 1600 wordt ons gegeven door de schilderij voor den schoorsteen, waarop vader, moeder en een viertal kinderen voor een gedekte tafel, in biddende houding aanzitten.

-ocr page 133-

429

Aan de wanden hangen verder;

le Een paar fraaie gobelins, de eene voorstellende een jacht op leeuwen en tijgers, de andere, nog buitengewoon frisch van kleur, Orpheus door zijne muziek de dieren tot zich lokkende, waarboven een vaas en twee hoornen van overvloed.

2e Een schilderij van 54 tegels, uit de Rotterdamsche fabriek, voorstellende een water met schepen, geschilderd door C. Bouwmeester.

Op de drie koperen schotels op de lijst der betimmering geplaatst, zijn voorgesteld St. Christophorus, het Christuskind over den .Tordaan dragende, op de tweede Adam en Eva onder den boom des levens, terwijl de laatste alleen leliën vertoont en viermaal het opschrift »met recht.quot;

Zij behooren allen nog tot het tijdperk, dat wij in vertrek 147 behandelden.

Opmerkelijk is de diepe koperen bak of kom, op de kleerenkist staande, die waarschijnlijk van Italiaansch maaksel is. Op den bodem ziet men gegraveerd een menigte visschen door elkander zwemmende. Om den rand tusschen verschillende ornementen zes medaillons, in drie waarvan wapens, in de andere drie een vorst met een bokaal in de hand. Ook van buiten drie wapenschilden en een omschrift, dat tot heden noch niet ontcijferd is.

Van den beeldhouwer P. R. Xaveri, 1673 vindt men hier op liet kastje bij den ingang een groepje in gebakken aarde twee zotten, waarvan er een op een mand is gezeten.

Wij kunnen thans overgaan tot de beschouwing van \'tgeen de toonkast inhoudt, t. w. voorwerpen van snij-kunst in verschillende soorten van hout en uit verschillende tijden.

Allen afzonderlijk te noemen, zou Ons al te lang ophouden; wij zullen ons dus slechts met de voornaamste en fraaiste bezighouden, in de eerste plaats met die op de verhevenheid, in de kast staan.

9

-ocr page 134-

130

1. Het buitengewoon fraaie groepje uit het laatst der

15e eeuw, de ontmoeting van St. Joachim en St. Anna onder de gouden poort van Jerusalem voorstellende. Behalve het artistieke schoone in deze groep, moet men ook het fijn gevoel daarin bewonderen. Nooit kan eene omhelzing op kiescher wijze uitgedrukt worden.

2. Niet minder fraai is de blaasbalg uit dezelfden tijd,

waarop de vlucht naar Egypte is afgebeeld. Hoe diep het godsdienstig leven destijds bij ons volk was ingedrongen, blijktookhier weder. Tegenwoordig zal het niemand in het hoofd komen, zulk een nietig rneubelstukje met een bijbelsche voorstelling te orneeren.

3. Van de drie groepjes uit de eerste helft der 16e eeuw,

is dat, voorstellende Christus als kind in den tempel onder de schriftgeleerden, zeker het fraaist.

4. Uit lateren tijd is »de rattenvanger met zijn jongenquot;,

eene voorstelling, die in de 17e eeuw meermalen behandeld is. Wie de maker mag zijn van dit goed gesneden groepje, weet men niet, \'t is geteekend A V S. Uit de wapens op het kistje, dat de jongen draagt, zou men opmaken, dat het in Utrecht vervaardigd is.

5. Drie palmhouten beeldjes op één voetstuk, voorstellende

een Amsterdamsch koorndrager, een meter en een ophouder uit het laatst der 17e eeuw, benevens twee losse beeldjes, koorndragers uit 1712 en 1715.

6. Een palmhouten kopje op voetstuk, een lachend krijgs

man. Als maker staat genoemd Adrianus van der Werff.

Beneden in de toonkast aan de lichtzijde:

7. Maria, als hemelkoningin. 16e eeuw. Uitgesneden relief.

8. Zeven messen, waarvan de heften worden gevormd

door afbeeldingen van geestelijken, waaronder een bisschop, 17e eeuw.

-ocr page 135-

431

1). De zeer fraaie stukken van een schaakspel uit liet einde der quot;IG6 eeuw. Met grooten zorg en uitvoerigheid gesneden, de figuren getrouw in de kleederen van dien tijd.

40. Een lijstje, geheel gevormd uit krijgswapenen, omsluitende het op paarlemoer gegraveerd portret van een bevelhebber uit het midden der 47e eeuw. 44. Een goed gesneden relief, voorstellende de gerechtigheid.

42. Een blaasbalg uit het einde der 46® eeuw. In het

midden van het eene blad een badend meisje in een hoogst smaakvolle omlijsting. Op het andere blad een wapen.

In bruikleen van Jhr. Dr. J. P, Six.

43. Uit de 2e helft der 47e eeuw dagteekent de brutaal

doch toch fraai gesneden kraan, in den vorm van een leeuw. De tap bestaat uit een waternimf.

44. Meer karakteristiek dan wel fraai is de notenkraker,

in den vorm van den geheimden kop van een krijgsman, wiens beweegbare kaken den kraker uitmaken.

45. Een aantal meer of minder goed gesneden snuifdoozen

in verschillende vormen, meest uit het einde der 47e en \'t begin der 48e eeuw. Een er van heeft den vorm van een hond.

46. Twee crusiflxen. met vrij goed gesneden Christus

beeldjes.

Aan de naar den schoorsteen gekeerde zijde:

47. Ebbenhouten staf van den bode van een wijnkoopersgild.

Op den top Bachus op het vat. — Lager Adam en Eva, vóór en na hun val. — Verder het sluiten van een huwelijk en de moederliefde. — Eindelijk een zestal rookende en drinkende mannen, hand aan hand dansende.

Uit het einde der 47e eeuw.

-ocr page 136-

132

18. Dergelijke staf van den bode van de een of andere

liefdadige instelling. Op den top een moeder met twee kinderen. 17e eeuw.

19. Goed gesneden relief, voorstellende een moeder met

een paar kinderen, door engelen gekroond. 17e eeuw.

20, Een kokosnoot, waarop en relief gesneden David en

Goliath, David door Samuel tot koning gezalfd, en David de harp bespelend. Einde van de 16® eeuw. Verder liggen daar tusschen

21. Verschillende ambtsteekenen van brandmeesters van

Amsterdam, ten einde bij brand te worden toegelaten,

22, Een gesneden, gekleurde en vergulde knop van een

staf der brandmeesters van Zaandam, bestaande uit een leeuw, die het wapen van Zaandam houdt, 17e eeuw.

Geschenk van den heer I. Monchen.

23, Een Lazurusklep van Haarlem. De lijders aan melaats

heid waren verplicht, om hunne nabijheid te doen kennen, daarmede te kleppen.

24. Een schoenmakers-voetmaat uit 1662, waaraan aan

het einde een fraai gesneden leeuwtje, terwijl het beweegbaar gedeelte zeer eigenaardig uit een schoentje bestaat.

Links voortgaande vinden wij aan de zijde, die het minst licht ontvangt:

25, een verzameling Italiaansche lazaroni en dergelijk

gespuis uit ivoor, been en hout gesneden, aan welke ongetwijfeld geen toegang tot het Museum zou verleend zijn, zoo ze niet voor jaren reeds een onderkomen in het Koninkl. Kabinet van Zeldzaamheden te \'s Hage hadden gevonden en dus met het verdere van die verzameling naar hier moesten worden overgebracht.

\'t Is walchelijk Duitsch werk uit de vorige eeuw, waaraan men vroeger nog al waarde hechtte. Voor

-ocr page 137-

433

iemand van smaak echter zijn ze onuitstaanbaar.

Aan de vierde zijde der kast, dus tegenover den ingang merken wij de volgende fraaie zaken op:

26. Een kam met, fijne opengewerkte gothische ornementen

uit de 45e eeuw of wellicht van nog vroeger.

Daar op de ééne zijde de opstanding is voorgesteld, mag men opmaken, dat deze kam onder de lithur-gische kammen kan gerekend worden en dus tot het priesterornaat behoort.

De keerzijde vertoont een hert,

27. Een messenscheede, grof snijwerk, met om den mond

een aantal mannenkoppen met lange baarden. De maker heeft in zijn werk hulde aan den prins van Oranje gebracht, zooals blijkt uit de rijmelarij, die wij als curiositeit hier afschrijven.

Door des heeren w.mderlyke cracht heeft Samson soveel te weeghe gebracht dat hij den leeuw mordadich van pracht wiens felheijt is geweest seer onsacht den muijl heeft gebroken dit betracht so doet oock ons edel prince geacht die den wreeden leew der spaenschen jacht den muijl inbrekende door Godes macht

46(49?)

28. Van anderen aard zijn de beide messenscheeden, die

daar iets lager liggen. Zij vertoonen elk tien voorstellingen uit de gewijde schrift in nissen — uiterst fijn gesneden. Op de ééne leest men de les

«Van dat ghy sijt, u zeiven kent »Wat ghy doet, ducht op het endtquot; 4578

De tweede eveneens met soortgelijke voorstellingen, voert de woorden:

-ocr page 138-

134

»Die hier comt om mi te besien snel so hi mi gunt, so moet hem geschien wel sy mochen mi liden ende laten leven di mi beniden ende niet en ghevenquot;.

29. Tsvee pypenfoudralen.

Op het één Adam en Eva onder den boom des levens en de woorden »van den valquot; en rondom ■«De eerste sonden van Adam en Eva heeft....? Verder een jager een haas vervolgend en »Ick hebbe een wilt in mine macht, daarna so tracht ick dach en nacht. Jan Boen ick ter chann? 1739.

Het tweede, waarop eveneens de jacht op een haas voorkomt, is veel artistieker en zuiverder gesneden, de diertjes en \'t geboomte zijn allerliefst.

Wat de op- en inschriften op dergelijke zaken betreft, deze zijn somtijds zóó onverstaanbaar, dat men moet aannemen, dat vele der makers (dikwijls schippers of schaapherders) niet konden lezen of schrijven en slechts werktuiglijk het opgegevene navolgden.

30. Een fraai gesneden palmhouten tondeldoosje, waarop

\' vier engelenkopjes. Met zilveren montuur. 17e eeuw.

31. Een snuifrasp, waarop leeuwen, een adelaar enz.

Uit 1770.

32. Een crusiflx, met een aantal uitholingen, waarin

steen- en aardsoorten van het Heilige land.

33. Een twaalftal palmhouten damschijven, laatst van

17e eeuw, waarop verschillende busten, meest van Romeinsche keizers.

Verder nog een aantal messenheften en andere kleinigheden, waaronder ook oenige proeven van Japansche snijkunst, als een jongen met een hond spelende, een aap op een noot gezeten enz.

Aan den wand een groote snuifrasp, waarop Andromeda aan de rots geketend, goed gesneden naar een prent van Goltzius.

-ocr page 139-

435

Geschenk van Baron von Saurma-Jeltsch.

Op de toonkast.

Twee beeldjes een koorn- en een turfdrager, beiden gekleurd. 17e eeuw.

Zaal No. 149.

Een groot deel van het hier tentoongestelde is afkomstig uit het huis van Maarten van Rossum te Zaltbommel. In de eerste plaats de eikenhouten schoorsteeninantel, waarin vroeger een schilderij moet gezeten hebben, die met de fijnste en zuiverste renaissance-ornementen is besneden. De kraagsteenen en pilasters daaronder eveneens in denzelfden stijl, doch waarin hier en daar nog gothische motieven te herkennen zijn, werden op de origineelen te Zaltbommel afgegoten.

Het gedeelte der kamerbetimmering tegenover het venster komt eveneens uit hetzelfde huis en is geheel in den stijl van den schoorsteenmantel. Een en ander dag-teekent uit het midden der 16e eeuw.

De haardplaat, waarop Christus met de Samaritaansche vrouw bij den put en daaronder de busten van een vorst en vorstin, draagt het jaartal 1541.

De haardsteenen (staande leeuwen en een ster in ruiten) zijn naar oude vormen van de 16e eeuw genomen, terwijl de beide krijgers in Romeinsch kostuum, uit blauw Delftsehe tegels bestaande, tot de 17e eeuw behooren. Zij zijn afkomstig uit een huis te Gorinchem en beter geschilderd dan die onder den schoorsteen in \'t vorige vertrek.

De wandbetimmering tegenover den ingang is zamenge-steld uit fragmenten in Enkhuizen gevonden en hier tot een geheel bijeengebracht. Niets kan sterker getuigen voor de hooge vlucht, die onze kunst-nijverheid in de tweede helft der 16e eeuw genomen heeft dan dit snijwerk en lang nog zal het duren, eer het tegenwoordige geslacht geleerd

-ocr page 140-

136

zal hebben zóóveel frischheid en levendigheid aan goede teekening en uitvoerigheid te paren.

Hoe schoon toch zijn hier niet alleen de architectonische versieringen, maar ook de verschillende basreliefs, tafereelen uit de geschiedenis van Loth, het oordeel van Paris, de bruiloft van Peleus en Thetis voorstellende.

Deze ware kunstwerken behooren aan het Koninklijk Oudheidkundig Genootschap.

Van eenigsins jonger datum is het rijkversierde ledikant, door Jhr. Dr. Six in bruikleen afgestaan, waarvan het snijwerk niet voor het vorige behoeft te wijken. Opmerkelijk zijn hierin de leeuwenfiguurtjes in de kroonlijst. In de versieringskunst komen de hun hier gegeven actiën weinig of nooit voor.

Van het verder ameublement, kleerkist en stoelen, valt weinig te zeggen. De laatste met hunne lage ruggen zijn zeldzaam.

Waarschijnlijk bestaan er geen grooter Delftsebe tegels uit één stuk dan de twee, die wij hier bewonderen, waarvan de één, het landschap, geteekend is F v. Frijtom, een der beste plateelschilders van omstreeks 1660. De andere, naar Wouwerman is waarschijnlijk van denzelfden schilder.

Ofschoon niet geteekend is de Schotel, die gevonden wordt in een der kastjes in de kamerbetimmering, ongetwijfeld eveneens van Frijtom.

De heer Gamier Heldewier is de bezitter van dit fraaie in bruikleen gegeven voortbrengsel der Delftsche fabrieken. In hetzelfde kastje hangen verder twee goed gesneden palmhouten hautreliefs, voorstellende het één Jupiter en Mer-curius bij Philemon en Baucis te gast, met onderschrift: »Chacun doit être content de son Sort.quot;

Het tweede : de dood een man uit de armen van vrouw en kinderen wegrukkende, met het onderschrift;

II faut tout quitter en mourant. 17e eeuw.

Verder drie gekleurde boetseersels in was, het één voor-

-ocr page 141-

137

stellende een oud verkleumd man, zich aan het vuur warmende (de winter) hét tweede een beeldhouwer, het ■derde een meisje met een hond spelende.

Het kastje aan den anderen kant van den doorgang bevat:

1. Een relief in gebakken aarde, voorstellende de opstan

ding, uitheteinde derl6eeeuw. Niet onverdienstelijk.

2. Een gravure in ivoor, eveneens de opstanding voor

stellende, uit het midden der 16e eeuw.

Een waar kunstwerk, alleruitvoerigst.

3. De portretten van Prins Maurits, Oldenbarnevelt, Johan

en Cornelis de Witt; allen verdienstelijk in ivoor gegraveerd. 17e eeuw.

4. Een kastje met glazen ruit, waarop door een bekwaam

meester uit het einde der 16e eeuw eene vestibule van eene galerij met een aantal figuren is geschilderd, die tot voorgrond strekt voor de volgende glazen, waarop de verdere gronden van de galerij, die uitzicht geeft op een tuin, geschilderd zijn.

Geschenk van den heer A. Bredius.

De gebrande glazen voor de beide vensters dateeren van 1652, en zijn vermoedelijk uit een weeshuis gekomen. \'t Is waarschijnlijk geen goed fabriekaat, de verf schijnt niet genoeg ingebrand te zijn geweest, zoodat ze op vele plaatsen heeft losgelaten.

In de toonkast vinden wij snijwerken van ivoor en wel: op de verhevenheid,

1. Een bissehopstaf uit de \'l-4e eeuw.

In de krul is Christus aan het kruis voorgesteld tusschen Maria en Johannes. Aan de andere zijde de Moeder Gods tusschen twee kaarsdragende engelen. De krul wordt gesteund door een knielenden engel. Een der zeldzaamste en schoonste stukken van het Museum.

-ocr page 142-

138

2. Een ivoren kan met deksel en verguld zilveren montuur. Het snijwerk rondom de kan schijnt de triomftocht

van de Godsdienst voor te stellen en is gemerkt A M, Duitsch werk uit het begin der 17® eeuw.

3. Een dergelijke kan uit denzelfden tijd, voorstellende

de triomf van Silenus.

/lt;.. Een derde kan, doch niet gemonteerd. Het snijwerk een Bachantenfeest, heeft tot vervaardiger Bernard Straus. Einde 17e eeuw.

5. Een stuk ivoren snijwerk, dat van boven een bakje

vormt, voorstellende een ruiter met lans en een tweede met een lontgeweer gewapend, de laatste heeft een gevangen naakt meisje op zijn paard achter zich. Op den grond ligt een overwonnen krijgsman.

Zeer primitief wellicht Oostersch werk.

6. Twee ivoren naaldenkokertjes. Het een bestaat uit

een vrouwtje, spelende op een guitaar, terwijl een aapje aan hare voeten op de klarinet blaast. Het tweede is een aapje in dames costuum, geheel in ■ de houding van het eerste vrouwtje, terwijl een tweede aapje met den staart van het andere speelt. Beiden zijn hier en daar zwaar verguld, en waren vroeger waarschijnlijk geheel gekleurd. Zij zijn met goud gemonteerd.

Uit het begin der 18e eeuw.

7. Twee ivoren doodskopjes, waarvan vooral het één

bizonder fraai en nauwkeurig gesneden is.

8. Een Oostersch ivoren doosje met deksel.

Op den bodem der toonkast.

9. Een Mariabeeldje met een leliëntak in de ééne en

het lang niet fraaie Christuskind op de andere hand. 14e eeuw.

11. Een uitmuntend gesneden vrouwenbeeldje in

-ocr page 143-

139

Romeinsch costuum. Vooral de bewerking der draperiën is zeer te bewonderen. Einde der 16e eeuw.

12. Twee basreliefs van Francis van Bossuit, geboren te

Brussel in 1635. gestorven te Amsterdam in 1692. Het eene stelt voor den dood van Adonis, en is afgebeeld in Pools, Cabinet de l\'art de sculpture pl. 23, het andere eene vrouw op de guitaar spelende komt daarin niet voor, ofschoon het toch hoogst waarschijnlijk tot de werken van Bossuit behoort.

13. Een zeer schoon saterbeeldje met een fluit in de

hand door Jean Baptist Xaverij 1729. Het vrouwenfiguurtje met een tamboeryn in de hand vormt daarvan de pendant, doch bezit op verre na de schoonheid niet van het eerste.

14. Een basrelief van Gerard van Opstal 17e eeuw.

Het gezin van een Sater, de man op de pansfluit spelende en de vrouw met een kleine aan de borst op den grond gezeten, verlustigen zich in het spel hunner vijf kinderen.

Fraai, smaakvol van compositie, uitmuntend van uitvoering.

15. Een Christus als kind, houdende de wereld op zijn hand.

16. Een kindje met druiventros in de hand, en een tweede

slapende geleund op een doodshoofd.

17. Een groepje, Hercules met zijn knods twee krijgers

verslaande, gemerkt P H.

18. Een zeer fraai kopje van een sater, wellicht als knop

van een wandelstok gediend hebbende.

19. Twee uitmuntend gesneden groepjes op voetstukjes. Waarschijnlijk messenheften.

20. Groepje van twee Romeinsche krijgers, waarvan de

één ter aarde is geworpen.

Al de laatstgenoemde voorwerpen zijn uit de 17e enkele uit de 18e eeuw.

21. Vier fichesdoosjes van ivoor gedeeltelijk gekleurd.

-ocr page 144-

140

Op elk daarvan is een der elementen, de lucht, het vuur, het water en de aarde gegraveerd, terwijl van binnen op dezelfde wijze in elk een landschapje en aan den onderkant eenige in het voorgestelde element levende dieren zijn afgebeeld.

Als maker vinden wij den naam van Marival le Jeune a Rouen. Einde der 17e eeuw.

22. Een snuifdoos, waarop gesneden de ontvoering van

Europa.

23. Een relief, deksel van een doos, waarop een schoen

maker, die zijne vrouw tuchtigt.

24. Een beeldje, een hansworst met castagnetten aan de

handen, gereed staande te gaan dansen.

25. Twee overhuifde nisjes met beweegbare sluiting, in

het een staat een Mariabeeldje, in het andere een Christus aan het kruis.

Aan de zijde van den schoorsteen :

26. Een taasrelief (half cylindrisch van vorm). De aan

bieding van liet Christuskind door Jozef en Maria en de zegening door God den vader. Onderschrift »Gloria in exceli dec.quot; Uit de laatste helft der \'15® eeuw.

27. Een basrelief in been. Christus aan het kruis, waarbij

Maria en Johannes. Meer interesant dan fraai. \'15e eeuw.

28. Een cirkelvormig relief, waarschijnlijk gediend hebbende

als deksel van een doos, waarop voorgesteld een ridder en een edel vrouw, zich met het schaakspel vermakende. 14e eeuw. Bizonder zeldzaam.

29. Niet minder merkwaardig is het medaillon in fraaien

zilveren rand gevat, met de voorstelling van de koningen uit liet Oosten, het Christuskind hunne geschenken aanbiedende. Van omstreeks 1500.

30. Een a jour gewerkt ovaal relief. De kruisiging, eene

groote compositie met een groot aantal figuren. Geheel gekleurd. 1°. helft der 16® eeuw.

-ocr page 145-

141

31. Twee eveneens a jour gewerkte relieves. Het een

Maria met het lijk van Christus op den schoot, het tweede Christus met zijne discipelen in den hof van Gethsemané voorstellende. 17® eeuw ?

Verder een aantal dij pt, ie ken, trijptieken en enkele bladen daarvan uit de 15e en 16e eeuw, meest met voorstellingen van de kruisiging, de blijde boodschap aan Maria, de verheerlijking van Maria enz. Aan de schaduwzijde de kast;

Hier trekken liet meest de aandacht de schoenhoorns, gebruikt om het aantrekken der schoenen te vergemakkelijken. Men ziet, hoeveel werk men destijds van de nietigste zaken maakte, ze zijn van boven tot onder geheel begraveerd, de één natuurlijk fraaier dan de ander.

32. Schoenhoorn, waarop de gelijkenis van den verloren

zoon in verschillende afdeelingen is afgebeeld.

33. Schoenhoorn, waarop de gedaanteverwisseling van

Acteon, tusschen sierlijke ornementen 1612.

34. Schoenhoorn, waarop afgebeeld 1°. de schepping van

Eva, 2°. Adam en Eva ontvangende het verbod, van den boom te eten en 3 hun val. 1609.

35. Schoenhoorn, waarop Judith en Holofernus, verder

een krijgsknecht te voet en een ruiter op een slachtveld. 1535.

36. Schoenhoorn, kleiner dan de vorige, waarop de ge

lijkenis van den verloren zoon gegraveerd. 1578.

37. Groote hoorn (olifant) uit de 12° eeuw, waarop ge

sneden twee mannen met leeuwen vechtende. Uiterst zeldzaam stuk.

38. Buffelhoorn (jachthoorn), waarop gesneden de Hol-

landsche tuin met den leeuw en de woorden:

Laet een ieder spotten en gekken En vier paerdea eenen wagen trekken Laet die see ebben en vloeien

-ocr page 146-

142

En laet een ieder met hem selven moeien Geit dat stom is Maeckt recht, dat erom is En can die oogen alsoe verblinden Dat sy den rechten wegh niet en vinden.

Verder een jacht op een wild zwijn en het jaartal 1587. 39. Buffelhoorn met koperen mond en beslag.

Midden op den hoorn een wapen, waaromheen de ■woorden:

Jan Everzoon heft mi (gegeven)

Godt gheve hem hel Evvich leven, 1623 Bij den mond in hoogliggende letters;

Al die des hoeren wil besien Soe veel als hi mi ghunt Moet \'t hen gheschien.

Bij de punt lek hebbe . . vercoren ....

Mocht ie wesen bi haer, soe war al min pin ghenesen. Eenige letters en woorden geheel onleesbaar en uitgesleten.

Verder nog aan deze zijde eenige messenhefter:., reliefs,

cachetten, ketting enz., zonder kunstwaarde. Aan de zijde van den ingang;

10. Een cruaifix, waaraan een goed gesneden ivoren Christusbeeldje. 17e eeuw.

41. Een ongemonteerd stuk ivoor voor een kan, waarop

de bruiloft van Cana. (Wellicht modern).

42. Een fraai opengewerkt basreliefje in ivoor, gedeeltelijk

gekleurd, de afneming van het kruis voorstellende. 16e eeuw.

43. Een ivoren basreliefje, voorstellende een veldslag met

ontelbare figuurtjes, einde der 1Gquot; eeuw. In fraai met agaat versierd lijstje.

44. Een kruithoorn uit het einde der 16e eeuw, op welke

-ocr page 147-

143

gesneden een triomfkar, waarop Venus en de drie gratiën, getrokken door twee zwanen. Achter de kar Amor, die zijn fakkel dooft in een beek. Daarboven een jong krijger, gereed op zijn strijdkar te stijgen, die door twee luipaarden of leeuwen getrokken, gemend wordt door een op de lier spelenden amor.

Een paar messenscheeden, het horlogie met ivoren werk, naar men wil aan Koning Lodewijk Napoleon aangeboden en verdere kleinigheden zullen ons niet verder bezighouden.

Het sierlijk lichtkroontje uit de 2e helft der 16e eeuw met een rei van zes, en een van drie armen, merkwaardig door zijn niet gewonen vorm en door het naakt vrouwenbeeldje, dat een vaan in de hand houdt, is afkomstig uit het Raadhuis van Brouwershaven.

De gobelins stellen vóór, het een een jacht op struisvogels, waaromheen een prachtige rand, het tweede het rustuur van landlieden bij den oogst, in den geest van Teniers.

Wij zijn thans weder in Zaal 150 gekomen en moeten dus om den uitgang te bereiken nog eens den weg door de vroeger bezochte vertrekken maken.

-ocr page 148-
-ocr page 149-
-ocr page 150-
-ocr page 151-