_
iét
S2...
-------^ £
ïXï\'amp;ïamp;yamp;i
riiiiiuiiiiiiiiitiiiiiiiiiiiiiniiiiiiiiiitiiiiiiiiiiiiiiiiiMiiiiiniiiiiiiiiiiniiiiiiiiiiiiiiiiii:
ir^-
DE
\'c =
ir
BIDDENDE IN DES GEEST
nnon
Alexander, Prins van Hohenlohe
i\\. k . p n i e s t e u
ae; ja
B b z
^fa
m
XLÜ1,. \'IPJK
W. ~V xi Gr ix 1 i c Ie SINGEL 21)3
AMSTERDAM _j4
-fJ
t
w
TAF-ET^
^ a —
DER VERANDERLIJKE FEESTDAGEN.
|
C!gt; |
25 |
7*. |
|
d |
W |
cs |
|
Q |
32 | |
|
td | ||
|
o |
CO lt; |
ss |
|
c_ |
|
18S6 i8R7 1888 1889 |
c b a ? f |
10 maan 23 fel r. 15 febr. 0 maart. |
2 5 a p ril 10 april. 1 april. 21 april |
13 jui i. 29 mei. 20 met. 9 juni. |
|
£ 18lt;M) 1891 1802 1893 |
e d c b a |
19 febr. 11 febr. 2 ninarl. 15 febr. |
lt;gt; april. 29 maart. 17 api il. 2 april. |
25 mei. 17 mei. 5 juni, 21 mei. |
|
1894 1895 1890 1897 |
u-/ e d c |
\' 7 febr. 27 febr. 19 febr. 3 maart. |
25 maart. 1 4 a, ril. 5 april. 18 april. |
13 mei • •2 juni. 24 mei. 6 juni. |
|
lb98 |
b |
23 febr. |
10 april. |
29 mei. |
|
___:_D |
ERINNERING
VAN
MORGENGEBED
«205
at ik U, o God, mol gclioel mijno ziel, uit al mijne krachten, boven al liefheb, zegt U elke klopping van mijn hart: dit is hel, wat bij het ontwaken bet eerst mijne gedachten bezig hondl ; en van heilige liefde doordrongen, roep ik tot U : mijn lieer en mijn (iod ! Vader van onzen Heer Jesus Christus, iu wien wij ons bewegen en zijn , noem bel gebed van een u liefhebbend schepsel aan. Ik dank U, onbegrijpelijk wezen , eeuwige Godheid in drie Personen, Vader, Zoon en H. Geest, dal uwe vaderlijke goedheid mij we-clerom eenen dag geschonken heeft,
MOItGElSüElSE»
1((
waarop ik, mei vernieuwde krachten, liet werk mijner zaligheid kan voortzetten ; dat ik nogmaals een\' dag tot uwe eer en lot heil van mijne onster-t\'elijke ziel kan besteden. Geel\' dat ik heden en altijd niets denke, niets spreke, niets onderneme, dan heigeen uwen lof, uwe verheerlijking kan bevorderen. Vader! ik geef mij geheel aan U over. Mijn vrije wil, al mijn doen en laten zij ü gewijd : ik betuig zulks voor uw aanschijn. Elke nieuwe dag, dien Gij mij nog schenken zult, zal mij nader tot L\' en lot mijne bestemming brengen. Aanhoudend zal ik pogen, beter, volmaakter ie worden; want dit is uw heilige wil, en mlji e verhevene bestemming als mensch en als Christen. O mogt mijn geest zich steeds meer en meer ontdoen van dc banden , waarmede aardsgezindheid mij geboeid houdt I Mogle ik toch, hoe langer, hoe meer, van alle zwakheden cn zondige gewoonten, die mij, bij de
-h^ « **^ **-K- *-H--I
MUUÜLNütBEÜ
ï vervulling mijner pliglen, zco zeer lunderen en mijne toeneming in de deugd beletten, vrij, onafhankelijk worden! o. goddelijke (ieesl, beslier mijn hart; dat ik mijne begeerten en hartstogten bebeersclie, mijn geweten rein beware, en U, heilige God ! eenmaal beziite. De leerzame en heilrijke gedachte aan uwe alomtegenwoordig-quot;heiden alwetendheid vergezellc mij, ook heden, overal. Ik wil er mij niet slechts op toeleggen, goed te schijnen, maar inderdaad goed te zijn: dewijl
Gij, huichelarij verachtende, alleen in waarheid en opregtheid welbehagen hebt. — Ik smeek t\' om dit alles in den naam van uwen eeniggeboren Zoon, onzen lieer en Zaligmaker Jesus-Christus, die geloofd zij in eeuwigheid !
lieer, heilige Vader! almagtige, eeuwige God, zend een\' uwer heilige Kngelen van den Hemel, om mij in dit leven te beschermen en te bewaren.
GD
■O \'
MORGENGH\'.E»
Geef dat ik sieeds op uwe wogen wan-delc, door Josus-ClirisLus, onzen lieer.
11. Maria, onbevlekte Moeder van Jesus, gezegende onder do vrouwen ! ik beveel mij aan uwe moederlijke bescherming, opdat ik, door uwe ai-lesvermogende voorspraak , niels doe dan wat uwen Zoon aangenaam, en mij lot zaligheid mijner ziel diensügis.
Heiligen Gods 1 bidt voor mij, dat ik deel hebbe aan de verdiensten van Jesus-Christus. Amen.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Gecstes. Amen.
cr
AVONDGEBED
KOOTE (;oil! Vader I oorsprong cn omlcihoudtr van mijn leven 1 ik prijs en dank U voor al de weldaden, die ik, met al uwe kinderen op aarde, dagelijks uit uwe vaderhand ontvang. Ach ! hadde ik mij derzelver waardig gemaakt! ach, hadde ik uwen heiligen wil in alles slipt nagekomen I ach, hadde ik mij beijverd, U hehagelijk tc wezen, Jesus uwen zoon na te volgen en in zijn heilig Evangelie al mijnen troost en mijne vreugd te zoeken ! Maar, Vader! wat zegt mijn geweten mij, als Ik hetzelve raadplege ?... Ach ! van schaamte meet ik blozen, als ik
■! 1 M 1 1 i 1 \'f] ^ AYOKDCEBED
U
mij den afgelesden dag liorinncr. Ik hen in de kennis van uwen liciligcn wil niet gevorder.l, maar veeleer acli-leruit gegaan. Aclil dat ik, onzinnig, kon geloovcn, niet in U. maar in de zonden genoegen te zullen vinden! Heb ik mijnen evennaaste niet liefdeloos en niet geslrengUeid beoordeeld V — Hoe zeer is de eigenliefde in mijnen in- en uitwendigen menscli heer-scliendc \'? — Zondige ondankbaarheid jegens U, regtvaardige en heilige God. vervuil mijne ziel. O God, welk een wankelmoedig schepsel ben ik ; bij eiken uitwendigen indruk word ik modcgeslecpt, van L\' vervreemd, van uw liefderijk vaderhart verwijderd. Mijn God, ik bid ü, laat het n)ij erkennen, dat ik nog zoo ver, zoo oneindig ver van U verwijderd ben ; want hel verlangen om beier te worden, is de eersle staji dor bckco-ring ; dat ik loeh eenmaal beginne in te zien, hoe verre ik nog van hot ware
[■MM!
AVONDGEBED
X-X-X-Aiv*»:
Heer, onz.cGod, onU\'crm U onzer. •Icsus-Christus, Zoon Gods, ontferm U onzer.
God, U, Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, onltenn 11 onzer.
H. Maria, gezegende Moeder des llee-ren, bid voor ons.
Wij zijn zondaren, ach, spaar ons. Heer.
Uoor boetvaardigheid worden wij niet U verzoend , ach, help ons, o God.
Voor alle verdere overtreding van uwe heilige geboden, bewaar ons, o God.
Van zondige liglzinnigheid, van ondankbaarheid en trotschheid, verlos ons, o God.
Van de verleiding en alle aanlokking tot zonde, verlos ons. o God.
17
AVONUGEliED
Van den i;óesl van onbarmhartigheiil
verlos ons, o God.
Van oorlog, geweld en alle lig-
chaamskwalen,
Van duurte en van besmetlclijke ziekten.
Van een spoedig en onvoorzien
sterven in onze zonden.
Van den eeuwigen dood Door uwe vaderlijke liefde.
Door de liefde van uwen eenig-
geboren Zoon Jesus-Christus,
Door al, wat Gij, o Jesus, voor ons
geleden hebt,
Door uwen smartelijken dood aan
het kruis,
Door uwe heilige en roemrijke
verrijzenis,
Door de ncdcrdaling van den heiligen Geest den Trooster,
Door de heerlijkheid, in welke Gij aan de regterhand uws Vaders zijl gezeten,
18
AVONDGEBED 1!»
In olko aangelegenheid van ons hart, ach, help ons, o God.
Als ons niemand kan helpen dan Gij, help ons, o God.
Wij, arme zondaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat onze zwakke gebeden lol voor uwen iroon opklimmen,
Dal Gij uwe heilige, ziglbare, op Pelrus gebouwde Kerk zegenen, bewaren en uilbreiden will,
Dal Gij hel ziglbare opperhoofd g; uwer H. Kerk, alle Bisschoppen, ^ Priesters en Leeraars in de waar- g heid van uw woord en in eenen p reinen levenswandel bewaren ^
Cf
Wilt, 3.
Dal Gij, door uw heilbevorderend o Evangelie, de wereld verlichten -en verbeteren wilt, =
V.
Dat Gij de dwalendcn en zwakken • van geest op den regten weg, welke van alle verdeeldheid verwijderd is, wilt brengen,
quot;777:::::::: 11:
20 A\\OSDüEBED
siorl in alle lijdende harlen Irooat en verkwikking, wij bidden U, verhoor ons.
i.eid eu beslier het harl van onzen koning, opdat wij in eendragt en vrede U, onzen (iod, mogen loven en dienen,
Zegen allen, die, door de banden des bloeds en der liefde, dierbaar zijn aan ons hart, ~Z
Bescherm en zegen ons dierhaai- =-vaderland, ïï
jr Geef aan de moeders en aan hare c-zuigelingen voorspoed, kracht en leven, ?
Bewaar de jeugd in uwe heilige 5 vreeze, -
Red en bevrijd de verdrukten, § Ontferm U over de zieken en veria-tenen.
Wees, o God! de voorzorger van de
weduwen en weezen,
lireng onze vijanden lot inkeer, en
-■ilJ
AVONDf.EUEI)
vergcof liun, wij bidden U, verhoor , ons.
Zegen alle menschen, onze broeders en zusters, wij bidden IJ, verhoor ons.
Geel wasdom\' aan de vruchlen der aarde, wij bidden U, verhoor ons.
haal ons ootmoedig smeeken tot U komen, wij bidden U, verhoor ons.
O Jesus-Christus, Zoon van God, ont-ferm L\' onzer.
O Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Hoer. :
(• Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.
(i Lam Gods, dal de zonden dei-wereld wegneemt, geef ons uwen ï heiligen vrede.
Heer, verhoor ons, en ontferm U onzer.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
É Jj
öLjc. v quot;rquot;ïquot;ï^quot;quot;\' ^ r*nquot;i—^
AVONDGEBED GEBED.
God, onze tocvlugt, onze helper en redder in al onzen nood ! verhoor genadiglijk het gebed van uw volk , dal II om genade smeekt, en laat ons onl-ferming voor uw aangezigt vinden, opdat wij alles verkrijgen, waar wij, in vertrouwen op uwe vaderlijke goedheid, U om bidden.
Bewaar ons, o Heer! voor alle gevaren naar ligchaam en ziel, en laat ons, op dc voorspraak der allerheiligste Maagd Maria, op de voorbede van uwe heilige Apostelen Petrus en Paulas en van alle Heiligen, dooruwe vaderliefde beschermd en gezegend, in rust en vrede leven. Amen.
lt;; E B E: D E X
ontler de
HEIL I GE M IS
r.EBED TER VOORBEREIDING.
godsdienstige afzondering wil ik mijne gedachten alleen met mijnen Verlosser bezig houden ; wil ik mij voorbereiden, om naar vermogen het heilige, onbloedige Offer van het nieuwe Verbond, hel altoosdurend gedenk-teeken van het bloedige Offer, dat Gij, o Jesus-Christus ! aan hel kruis vol-bragt hebt, bij te wonen; om bij de H. Mis tegenwoordig te zijn, welke
GEBEDEN
een Offer genoemd wordl, naardien in dezelve uw ligctiaam en bloed, o Heer! op hel allaar, aan uwen hemelsclien . Vader worden opgedragen. — Gij, eeuwige Hoogepricster.zijtdc insteller dezer Offerande ; want loen Gij nog op de aarde onder de mensclien wandel-del, naam\'. Gij, daags vóór uw lijden en sterven, brood en eenen kelk met wijn gevuld, en die beide gezegend hebbende, zeidel Gij ; Dit is mijn lig-chaam, en van den kelk ; Dit is de kelk van hel nieuwe Verbond en mijn bloed, en gaaft een en ander aan uwe :: leerlingen lor nuttiging, zeggende : Hoet dit ter mijner gedachtenis. Gij hebt deze offerande ingesteld, opdal er in de, door u geslichle, ziglbare Kerk, lol aan het einde der lijden, j een wezenlijk en eigenlijk Offer zou beslaan; opdat eene alloosdurende gedachtenis van uwen bloedigen offerdood op het kruis zou bewaard blij ■ ven, en om ons, alzoo, een onderpand
OMIER DE H. MIS
van uwe oneindigo liefde na ie laten. Hier. bij deze allerheiligste Oflei-ande, heeft liet grooie wonder uwer liefde plaats, waardoor Gij U zeiven. op eene onziglbare wijze, door de handen van den Priester, voor ons zigtbaar nnn uwen eeuwigen Vader opoffert. En wat doen uwe gezalfden, uwe Priesters, anders, dan hetgeen Gij gedaan hebt ? Zij brengen voor U dil li. Offer, om uwe opperheerschappij en uwe magt over al het gescha- . pene te erkennen; om U, o God ? voor de oneindige weldaden, waarmede uwe vaderliefde ons zegent, te danken ; om voor ons, zondaren, verge- ;; ving onzer misdaden Ie verwerven, en om U le smeeken, ons, verder, uwe v genade te willen schenken, dal wij ; onze zaligheid bewerken.
Ja, waarlijk een offer van lof- en . dankzegging, een verzoenoffer, een smeekoffer — wordt U opgedragen. -
O welke genade ! welke zegen kan
25
GEBEDEN
en zal mij door liet waardiglijk bijwonen der heilige Mis ten deelc vallen ik wil geen deel dorzclve onopletlend laten voorbijgaan. Niet alleen ligcha-nielijk, maar mot geheel mijne ziel, wil ik bij dezelve legenwoordig zijn ; ik wil de heilige Mis met aandacht] eerbied , aanbidding, godvruchtig hooren. Bij de voornaamste doelen van dezelve, bij het Evangelie, bij do Offerande, Consecratie en Nmiiging, wil ik al het grootc en heilige, dal die bevatten, met allen ernst overwegen. Met al den eerbied, die mij mogelijk is, op mijne knien ncérgebogen, na mij met hol. teeken des heiligen krui-ses, dat zegetoeken van don Christen, geleokond te hebben, zal ik deze H. Offerande bijwonen. Ik zal «laan bij het Evangelie, voor de genade dos lichts en voor de kennis dos gelool\'s dankende; ik zal aanbidden en mij in het slof nodorworpen bij de opheffing van het allerheiligste l.igehaam en
ONDER DE II MIS
Illocd mijns Verlossers; ik zal ulle verstrooidheden uil mijne ziel verdrijven, met uwen Priester in den geest, Lquot; in mijn harl opnemen, op U alléén. Zoon van God ! het oog gevestigd houden. Verleen mij, goede God ! daartoe uwen bijstand en uwe genade. Amen.
lilJ HET UEGIN DEU MIS.
Tot ü, o God ! verheit zich mijne ziel! tot U klimmen mijne rouwmoedige smeekingen om genade en ont- ■; terming. Ach, Heer ! zie met liekle en ontfermend op mij neder ! Verhoor genadig het gesmeek van uw kind om vergeving, hetwelk uit de volheid zijns harten roept : Heer! ik erken mijne ï-schuld, mijne grooie schuld, mijne : menigvuldige misdrijven, mijne ontelbare overtredingen. Ontferm U mijner, Heer! vergeef mij mijne zonden 1 bied mij uwe hulp, en verlos mij van J; do vijanden mijner ziel! leid mij naar i; uw welbehagen ! Heer ! ik erken II!
O
c
(■.EISE[)E^
(ioil, ik prijs ü ! heilige Cod ! almag-ligc God 1 eeuwige God 1 Vader van onzen Heer Jesus-Christus !
UIJ DEN\' LOFZANG DER ENGELEN (GLORIA).
U, o God, in den hoogen, zij lot\', prijs en cere\' Barmharlige Vader, zie op ons, uwe kindoren, neder! Op U alleen stellen wij onze hoop. Geef ons uwen vrede, oenen vrede, dien do \'H wereld niet. geven kan. Geef ons een rein hart, opdat wij kunnen uitroe-£ pon: Glorie zij God in de hooge He-imelen en vrede op aarde aan de men-: sclicn die van goeden wille zijn. Nu, o i- God! zal hol niet zijn, gelijk hol was, -i- toon do herders dos voids IJ kwamen t aanbidden in de kribbe, maar Jerusalem\'s inwoners van verre bleven ; wij ; willen paan en ons geheel aan U over-i geven. God, wees mol ons, en uw t vrede make ons gelukkig in al onze t wogen? — lleere ! ouzo God. verhoor , hol ootmoedig gebod, heiwolk, wij, in
R
0 fV -----rr;— _, jQ Q
rtt ■ I \'Hquot;! I\' I\' 1 \'i-\'H-H\'-H\'TTTTT . . T •
ONDER DE H. MIS 29
vertrouwen op U en op uwen 11. Geesl, lol U opzenden! Zie in liefde op uwe slrijdende kinderen —op uwe H. Kerk neder, waarvan Gij de goede en zachtmoedige Herder zijl; ontsteek in ons hart het vuur der goddelijke liefde, -i-geef ons kracht en sterkte tot al het goede; doe ons wandelen, Ilecre, in reinheid des harten en in heiligheid \' des levens, opdat wij in eene heilige r vreezc, die uit liefde ontslaat, ons heil betrachten, cn hetzelve, door Jesus-Christus, uwen veelgeliefden Zoon, mogen vinden. Amen.
BI.1 DEN EPISTEL.
(Do eerste brief van den II. Apostel Johannes, het tweede hoofdstuk.)
1.) Mijne kinderen! ikschrijl\'udil., npclal (jij niet zondigel : indien ie-mand echter mog/e hebben gezotidigU, 7- wij hebben eene voorspraak, bij den Vader , Jesus-Chrislns , den Regl-i vaardige.
GEIÏEDEN
; 2.) En Hij is ccne verzoening vour onze. zonden : en niet alleen voor de onze, maar ook voor de zonden van de geheele wereld.
5.) En hieraan welen wij, dal wij Hou kennen, indien wij zijne geboden onderhonden.
•i.) Die zegt, dut hij Hem kent, en :: zijne geboden niet onderhoudt, is een leugenaar, en de waarheid is met in hem.
5.) Maar, die zijn woord onderhoudt, in di-n is waarlijk de liefde Gods volkomen : en hieraan weten wij, dat wij in Hem zijn.
6.) Die zegt, dat hij in Hem blijft, moet ook zelf aizoo wandelen, gelijk Hij gewandeld heeft.
7.) Geliefden! ik sehrijve u geen ¥ nieuw gebod voor, maar een oud gebod, hetwelk gij van den beginne fl/
j gehad hebt. En dit oude gebod is hel Woord, hetwelk gij van den beginne afgehoord hebt.
30
one
ONDER DE H. MIS
8.) En cchle.r in het een nieuw gc-hud, dal ik u voorsdmjve, dal in xich zelve cn in u waarachtig is; want de duisternis is verdwenen en het waarachtige licht schijnt na.
9.) Die zegt dat hij in het licht ü en zijnen .broeder haat, die is nog altoos in de duisternis.
10.) Die zijnen broeder lief heeft, blijft in hel licht, en hij heeft geen nood van te struikelen.
CIJ HET EVANGELIE.
Bij hel aanhooren van uw H. Evangelie, o Heere! wordt in mijne ziel de herinnering opgewekt aon de eerste elirislene gemeenten. Welk een ootmoedig, in liefde werkdadig geloot\' was bij deze te vinden 1 Welke kracht van geest, om voor uw Evangelie blijmoedig in den doodle gaan, geen acin slaande op de wijze, noch op het verschrikkelijke der folieringen van hun sterven ! Hoe broederlijk \\va-
ol
ï I
W;
ÜEIiEDEN
ns
i
ren zij onderling gezind, en hoe bo-minden zij elkander, als kinderen van een en dcnzelfdcn Vader, als broeders van een en clenzelfden Middelaar, als deelgenooten aan oen en denzell\'den (\'.eest! Ach! wat zij,met uwe genade, vermogten, dat vermogen, dal kunnen, . dat moeten wij ook. Ontvang daarvoor, goddelijke vriend mijner ziele! mijne vernieuwde doopbelofte ; onder uwen standaard te blijven, L\' te dienen, voor U te strijden, en in dien strijd te vol-: harden tot aan het einde loe. Wees (jij : mijn leidsman, ik wil ü allerwege vol-:gen. Ik zal... maar wil ik dit inderdaad met geheel mijn hart? Uaar toch, als quot; de mensch onder den standaard \\ an •!- Christus strijden zal, hot er slechts op aankome, ol\'hij zulks met geheel zijn $ hart wil. Ja, ik wil met geheel mijn t hart niet enkel uw woord hooien, maar, watmeerzegtuwen heiligen wil 1: steeds in alles volbrengen; verleen ■, mij, o Jesus ! daartoe uwe genade.
o-pfeo------
1 H\'1 -1 ■! \'1 -H-H-H-H-v
ONDER DE II. MIS
? t Iil.1 DEN CIIEDO
Ikgeloofaan U, Drieënig God, Vader, f Zoon en heilige Geest. Ik geloof aan X .lesus-Chrislus, aan zijne Godheid en menschheid. Aan U, o Jesus! geloot\' ik, en aan al wat Gij geleerd hebt. Ik geloof dat Gij zijl do Zoon des Vaders t en de Zaligmaker der menschen. Ik \' geloof aan uw woord, want hel is Gods woord ; aan uwe daden, want hol zijn werken Gods; aan uwe leidingen, want ; hel zijn Gods leidingen. Ik geloof, dal ; uw loven het schoonsle voorbeeld van heiligheid te onzer navolging, dal uw dood de oorzaak van onze zaligheid is.
Ik geloof, dal Gij uit het graf verrezen en tol uwen Vader teniggekeerd zijl.
Ik geloof, dal Gij aan de regterhand mvs vaders zijl gezeten, en aldaarvoor ¥ ons, uwe broeders, woningen hebl t bereid.
t
Ik geloof, dat Gij eens zult wederkomen en ons tot II opnemen.
Ö ..V i
°nc \'1 i\'! H-l-H-H I \'1\' I \'1 ! ! !■■!■■!■ 3 -
öl GEBEDEN
i 5: Ik geloof, dat Gij de doodcn zuil opwekken cn alle menselien oordcelen.
Ik geloof aan U cn aan den heiligen ï Goesl Ik geloof al, wal Gij ons door uwe heilige, ziglbare, op Petrus gebouwde, kalholijke cn apostolische Kerk voorhoudt Ie gelooven. Ik geloof al wat uwe heilige Apostelen, als uw woord, verkondigd hebben, cn in uwe heilige Kerk, van hare stichting af, tol ; op den dag van beden, als uw woord is bewaard gebleven , het moge bc-:;si;hreven of overgeleverd zijn.
Ik geloof aan eenc heilige, triomfc-Tcnde gemeente in den Hemel, dio ;:zich in uwe heerlijkheid verheugt. Ik --geloof aan cene gemeenschap der Heiligen.
Ik geloof, dal er bij U, door bcrouw ■J;en boetvaardigheid, vergeving der li;zonden is te bekomen, cn dat wij, op ;:;ecne eeuwige vereeniging met U, o ^ Jesus! na dit leven, mogen hopen. Amen.
(t
- I v-I- v -I- v 4- v-r4-. [ -
\' Ui---—
Ipè- ! 1 ! 1 ! ! 1 I [ 1 I I i ■! £2C T
i c
ONDER DE H. MIS 35
BIJ DE OFFERANDE.
1 4- T*
-
Heer,God,hcmclsche Vader! ikoficr t mij zelven aan U op, met uwen Priester, en smeek tot U : almagtige God I neem het onbevlekte offer, ter voldoening voor onze zonden, ter verwerving van alle hemolsche kracht en genade; lol welvaarten ter verheerlijking uwer strijdende Kerk, en ler verkrijging van de eeuwige rust, voor allen, die ons op den weg van alle vleesch zijn vooruitgegaan, goedgunstig aan.
liet wordt ü opgedragen door uwen /oon Jesus-Christus. Amen.
i, o U
ONDER DE PREFATIE.
Eeuwige God en Vader , maak onze harten en onze begeerten van al, wat aardsch is,l03;0pdat al ons verlangen naar U, naar den Hemel gericht zij; opdat wij L\' alleen beminnen, aan U alleen denken, van U alleen spreken; opdat ons leven aan hel leven van uwen
SO-H- -H-H-I--H- HU-U II11 ! IW gt;\'-4-:
)-—-—------ \'iVj j
i
---- Tn o
i 1\' 1 I 1 I 11 M I H-l-111 !■! i 1 : l\'a§r 1:1
nX
30 GETtEDEN
goddelijken /.oon galijkvormif; worde v en wij eenmaal U eeuwig bezitten. Laat, o Heer! daar de oogenblik nadert, t waarop Gij, wondordadiglijk, op dit\' T uw geheiligd Altaar zult tegenwoordig |! J komen, ons gebed tot U opklimmen! $ Neem, o God, onze dankzeggingen t aan, voor uwe onbegrensde liefde en i ontferming, voor dat Gij ons in de t volheid des tijds uwen Zoon geschonken hebt; daar wij, met de koren der y zalige Geesten on Engelen, van gan-j; scher hartejuichen: Heilig, heilig,hei-lig is de God der heerscharen ! Hemel X en aarde zijn vol van zijne heerlijkheid ! Eere zij God den Vader, den % ¥ Zoon rn den H. Geest! Amen.
*r quot;f*
4* T
DIJ DEN CANON.
X T
J liegeef u, in verbeelding, naar Gol- x $ golha\'s heuvel, mijne ziel, en breng u t ï te binnen al wat de God-menseh voor -i t u heeft geleden, hoe Hij onderdo ban- T i den van vermetele zondaars, bij onuit- (
r[j;\' • - w
pp
ONDER DE H. MIS 57
: sprekelijke smarten, den schandelijkeii £ dood ondergaan heeft, om u van de
banden der zonden los te maken en ;; voor den eeuwigen dood te behoeden.
Ja, goddelijkeZaligmaker! al wat daar :: : groot, eeuwig gedenkwaardig is voor-
■ • gevallen, wordt thans op dit altaar, op
eene geheimzinnige wijze, vernieuwd.
Gods Engelen zweven, onzigtbaar, 2
door deze heilige plaats. En Gij, Jesus- • ■
Christus, verwaardigt U, nadat do ;;
Priester, in uwen naam, de woorden t
der instelling van dit aanbiddelijk J
■ geheim heeft uitgesproken, onder de $ gedaante van brood cn wijn, in het J-
: geheim der liefde Ü te komen verber- ;;
:: gen — waarin ik U, door de oogon des ;:
geloofs, aanschouw, met cene heilige r. ontzetting uwe zaligmakende nabij-
heid ontwarende ; terwijt ik mij voor -r
U, o Allerheiligste, nederwerpe, cn, ::
verbaasd cn opgetogen, U aanbidde— ;;
t U, Jcsus Christus! waarachtig God cn inensch I
\'r - \'
öü GEÜEDEN
::: Heer! in vertrouwen op uwen Zoon, : smeek ik om de verheerlijking uwer heilige Kerk, om verlichting cn iieili- :i: 8\'no voor onzen Opperherder — bid ik voor onzen Bisschop — voor uwen dienaar, onzen koning, om het lijdelijk A t cn eeuwig welzijn van mijne geliefde ouders, broeders, zusters, dierbare vrienden, cn van uilen, voor wie ik ^ verpligt bin te bidden. Verhoor mijn ± gebed en geel, dat ik, als Gij verschij-■ nen zult, U naar behooren in geost cn waarheid aanbidde, vcrhcerTijkc cn prijze.
1SIJ DE ELEVATIE DEK H. HOSTIE.
Wees door ons aangebeden, Jesus-1 Christus, onderdegedaantevan brood, met uwe godheid en menschheid, met uw vleesch en bloed, waarlijk tegenwoordig! Waarachtig brood, dat van ■ den Hemel zijt nedergedaald, cn allen die gelooven, het eeuwig leven gec-ft\'
ISji» i
ONDER DE M. JUS. 39
k geloof in U, ik hooii op U, mijn Jesus ! ik bemin U , in dood en leven blijf ik de uwe. Och, dat dil geschiede 1
HU DE ELEVATIE DES KELKS.
Jesus-Christxs! die voor ons aan hel kruis zijl gestorven, en uw dierbaar bloed voor ons hebt vergoten,, reinig ; mij van de zonden , door uw heiligjquot; Bloed, dat in dezen kelk wordt opgeheven. Ontsteek mijn hart met het vuur der hcmelscho liefde, opdat ik uit al mijne krachten U beminne, lo\\e en aanbiddc. Amen.
\' NA DE ELEVATIE.
Hemelsche Vader! lof, ecrcen dank: zij U toegebragt, voor de onuitsprekelijke liefde, waardoor Gij uwen eenig geboren Zoon, ter zaligheid van ons incnschen, op aarde zondt. Hij nam voor ons en om onzen wil hel sterfelijk hulsel der menschheid aan; was U
•H-H-T-J- \'2;
ff
GEBEDEN
gelioorzaam lol in den dood des lu-ui-ses, in alles uwen heiliyen wil vervui lende; den billeren kelk des lijdens dronk !lij lol den bodem uil; vergooi aan liel kruis zijn dierbaar bloed , verlosle door zijnen dood bel men-scbelijk geslachl, en vervulde, alzoo, al de voorzeggingen des ouden Ver-bonds, aangaande zijnen Persoon. Moe kan ik U, heilige, eeuwige Jod, voor dat alles naar bebooren danken ? Hoe kan ik uwe oniiermende liefde en al, wat Gij voor mij gedaan bobt en nog onophoudelijk voor mij doel, vergelden ? Met een ootmoedig hart breng ik U mijne dankzegging en mijnen lot\'. Doe ons, arme zondaren, hierop aarde genade en vrede verwerven, en schenk ons een zalig sterfuur.
IUJ DE GEDACHTENISHOl\'DING DEK OVERLEDENEN.
Almagtige God 1 voor wiens aanblik
-fr-quot; W-H-H- W- 5
.10
1 -i-
ONDER DE li. MIS -41
Hemel cn aarde beven , de Engelen J
;; sidderen, cn zelfs dc opperste serafs J \' terug huiveren, ik versloul mij U met vertrouwen te naderen , U Vader te
noemen, cn, in don naam van uwen ; ; eeniggeboreu Zoon Jesus-Christus, te
■ ■ smeeken om genade en eeuwige rust •
voor allo christen geloovigen, die ons --in den dood zijn voorgegaan. Heere 1
; Gij hebt zc van ons weggenomen, die J
dierbaren, welke door de banden des ;;
j; bloeds, der liefde en der vriendschap ;;
£ zoo naauw met ons verbonden waren! ;;
|ï —wij gevoelen desmarl derscheiding; ..
maar wij hebben ook kracht van l! ontvangen, om uil le roepen ; Heer 1 -: t uw wil geschiede ! zij zijn ons ontno- ■ ± men — cn of zij reeds in de klaarheid -: uws lichts zijn, is aan l!, algoede ^ t Schepper, alléén bekend. — Wij bevelen allen, die zich in staat der zuive-t ring bevinden, uwer barmhartigheid t aan. Verlos hen, lieer 1 om hol bloed van uwen Zoon, Jesus-Chrlstus. Amen.
4
GEBEDEiN BIJ HET AGKUS DEI.
ham Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, lieer! Lami:\' Gods, verhoor ons! Lam Gods, ontferm L\' onzer. O God, Vader, van U komen
alle heilige gewaarwordingen; uituwc
genade ontspringen alle deugdzame besluiten ; in uwe genade vindt al het verdienstelijke van onze werken alleen zijnen oorspiong; door uwe genade komt vrede in de ziel ; een vrede, welken de wereld niet geven, niet ontnemen kan. Geef ons dien vrede , schenk oks uwen vrede ; opdat wij naar uwe heilige geboden wandelen, uwen heiligen wil volbrengen, en in zalige vreugde en in eendragt leven,ij door Christus, onzen Heer.
BIJ DE NUTTIGING DES PRIESTEÜS.
t j
Liefderijke .lesus ! kom in mijn treurend hart. Kom op eene geestelijke :
iquot;!
•fquot;
ONDER 1)E II. MIS -15
wijze lol mij, dewijl mijne zonden mij onwaardig doen zijn, U le naderen. O kom, en slorLlroost in mijn hart, kom en vervul mijn binnenste met hemel-sche vreugd I Laat mij inzien, dat in niets van de aarde, maar alleen bij U zaligheid is le vinden ; bij LT, die ons, zondaren, lot kinderen Gods maakt. Ik wil op nieuw U zelfverbetering beloven ; ik wil in mijne zelfvoimaking niet blijven s\'il staan, maar verder voortgang maken ; opdat, als de heilrijke oogenblik zal gekomen zijn, dat ik uw vleesch en bloed, in dit allerheiligste Geheim, zal ontvangen, ik U, .; op oene waardige wijze, tot heil mijner ziele moge ontvangen ; opdat ik eeu- ; wig met U blijve, en eens, in gemeen-schap met de zalige Geesten, U lol\', ; eere en aanbidding toebrenge.
ÜIJ DEN ZEGEN DES PRIESTERS.
Goederlieren God, zogen mij door
11 GEBEDEN ONDER DE II. MIS
lt;lo hand mvs Priesters, zegen mij naar \'■ ligchaam cn ziel; zegen al de mijnen, zegen mijn beroep.
De zegen des Vaders, des Zoons en ;l; des H. Geestcs ruslc nu, en allijd, op t mij en op ons allen. Amen.
CEDED KA DE H. MIS.
Ik dank U, o God ! voor de genade, dat ik weder do heilige offerande der j; Mis heb mogen bijwonen. Geef, dat de- 4 : S; zelve, onder uwen zegen, honderd- J ■: voudigc vruchten in mij voortbrenge. J T Geef, dat mijn geloof steeds werkza--i- mer, mijne liefde tol U cn tot al hel goede steeds reiner en vuriger , mijne deugd steeds ijveriger cn volmaakter, - dat de overwinning van mijne neigin- 1 j; gen cn hartstogten mij steeds gemak-j kclijkcr worde. Geef, dat ik, met t standvastige trouw, tot aan het einde :: $ mijns levens de uwe blijve. Amen.
—iP
---iCLo
/sr o
i
■H- i I ! 1 I M 1 1
BIECHT GEBEDEN
voor de biecht.
an de voelen van cenen be- ; voegden Pricsler wil ik mij ncdenverpen, en met be- ;; rouw en leedwezen, voor U, alwetende God! en voor uwen Plaalsbekleodcr belijden, dat ik een zondaar, een rampzalige zondaar ben, die uwe liefde en genade, geheel onwaardig is. Gewigtig werk, heilzaam genademiddel, waardoor de geloovige christe- ï non, in naam van den driecenigen God, door een Priester der H. Kerk, de zonden vergeven worden, mits men
10
m
•iC I1IECHT-GEBEDEN
ogt; , - ere\'
cr oen hartelijk, opregt berouw over -hebbe, een inwendig leedwezen over zijne schuld, over zijne zonden ge-voele, dezelve oolmoedig en mel de grootsle opregthcid belijde, en besloten hebbc, om voor dezelve boetvaardigheid Ie plegen, zijn loven verbete-rende. Dit door U, o Jesus, ingestelde heil- cn genademiddel is een bewijs van uwe liefde voor ons menschen, uwe broeders. — Gij, eeuwig Woord des Vaders, hebt liet heilig Sacrament van boetvaardigheid ingesteld. Toen Gij, na uwe heerlijke verrijzenis, met uwe geliefde Leerlingen verkeerdet om hun den twijfel te ontnemen. t welke hun nog belette, uwe zaligma-kende verlossing, dat werk Gods, te : begrijpen, toen spraakt Gij, vol goddelijke zachtmoedigheid en macht, de voor alle tijden eeuwig gedenkwaar-dige woorden tot uwe Apostelen (Joan. XX, 22, 23.) : Ontvangt den H. Geest,
wiens zonden gij vergeven zult, dien
f6
X
H ! t t 111 11 1 1 M Mquot;!\'!quot;!quot;!quot;!1! Iquot;!-:.-^jr BIECHT-GEIIEDEN iT
xijn zij vergeven, cn wiens zonden gij houden zuil, dien zijn zij gehouden. En deze aan uwe Apostelen verleende magl zal nimmer le niet gaan in den schootuwerApostolische Kerk. — O zaligmakend Oeloof 1 — God heeft het gezegd, en wat Hij zegt, is eeuwig waar. De Priester kan, cn zal mij, in den naam van God, van mijne zonden ontbinden, als ik, van mijne zijde, niet in gebreke blijve, omtrent al hetgene, wat lol ccne waardige biecht vereischt wordt. En zouden die vereischtcn mijne kracht te boven gaan ? Voorzeker neen ! slechts ooi-moed, berouw, liefde, leedwezen en een ernstige wil ter zelfverbetering worden door U, o (lod, gevorderd, als voorwaardelijke vereischtcn, om tot eenegecstclijke verandering tc komen. Waar ootmoed is, daar is zelfkennis, eenc kennis, die mij in de binnenste plooijen van mijn hart leert zien; mij met mijne zouden cn wereldsche ge-
\'! ! ! 11 ! quot; ! ! ! ! ! I ! ! \' ! I I ! I ! !ï\'~
lt;8 BIECHT-GEBEDEN
zindhcid bekend maakt, en al het j jammer en de ellenden leerl beseffen, waarin do zonden en mijn volharden in de zonden mij storten. — Waar j-deze zelfkennis voor handen is, daar ontstaat,— uit den aandrang van het ;H hart, hehvelk door bet goddelijk liclit (ach ! bestraal mij met hetzelve) van boven verlicht wordt — het erkennen i-van do menigte en van do grootheid der zonden; ontstaat eene droefheid, een inwendig, bovennatuurlijk leed- ;l; wezen, dat men U, God der liefde, i;! door de zonden beleedigd heelt. Uit het gevoel van dat leedwezen,hetwelk uit liefde tot Uvoortkoml, ontstaat een ernstig en onwankelbaar voornemen, het kwaad te verlaten, van de zonden afstand te doen en, met uwe heiligma-kende genade, ren beter Christen tc $ worden Aldus moet mijn inwendig, :• geestelijk leven gesteld zijn, wil ik bet, lot heil der menschheid, door Christus ingesteld Sacrament van boetvaardig-
ÜIECHT-GEIIEDEN W
lieiii, waardiglijk en met vruchl ontvangen. Als deze eigenschappen de mijne zijn, dan verdwijnt alle beschaamdheid , alle bloohartigheid, alle trotschheid uit mijne ziel, daar deze mij slechts zouden benadeelen, en in derzelver plaats treedt eene rouwmoedige en opregte bekentenis der zonden. Nu weet ik, wat het zegt, waardiglijk Ie biechten ! Ja, liefderijke God! ik wil vol vertrouwen, uwen II. Geest aanroepende, dit heilzaam werk beginnen !
Kom, H Geest, bestierder der harten, verlicht het duistere in mijne ziel. Gij die de Trooster genoemd wordt, kom met uwe zevenvoudige gaven, en leer mij, mijne zondige gesteldheid inzien en erkennen; geel\' dat mij al mijne zonden in hare grootheid kenbaar worden; kom, o Geest der waarheid ! schenk mij uw genadelicht lot eene behoorlijke zelfbeproeving.
Ik sla in driederlei betrekking, en wel: i
lilECflT-CEBEDEN
a.; lot God.
ii) lot mijnen cvcumcnsch ; cn c.) tot mij zeiven.
a. God schiep mij lot het eeuwig loven. Heb ik Hem mol geheel mijn hart bemind ? Heb ik getracht zijnen naam te heiligen ? Hield ik mij door ware, hartelijke godsvrucht steeds aan Hem vast? Üad ik dikwijls en gaarne en was liefde de drijfveer van mijn gebed ? Heb ik alle bezigheden, welke mijn beroep medebrengt, in zijnen naam begonnen en voleind ? Was ik aliijd dankbaar jegens Hem? Woonde ik de godsdienst gaarne bij? Of moet ik mij deswege van flaauwhar-tigheid beschuldigen? Of heb ik die niet zelf schandelijk verwaarloosd ? Hoe heb ik de dagen des Heeren geheiligd ? Heb ik de heilige Offerande der Mis met aandacht, met verheffing van geest en aanbidding, in geest en ■waarheid bijgewoond ? Was het voor mijn hart behoefte, hel woord Gods
o p| c---
(J I : ■!- -:•-!•
c,
BIECHT-G ElïEDEN
flan lehoorcn? Of verzuimde ik zulks, onder beuzclaclilige voorwendselen\'? KM\' verzuimde ik zulks uit zondige eigenwijsheid, die uit hoovaardij ontspruit—alsof deze ofgene Prediker mij ■Gods woord niet welsprekend genoeg voordroeg? Onteerde ik den adel mijner ziel niet door schandelijk vloeken en ontheiligen der allerheiligs\'e geheimenissen ? Beijverde ik mij, om mijne godsdienstige kennis uit te breiden, met de leer der Kerk meer en meer bekend te worden — en die ootmoedig en geloovig aan te nemen? Of was ik, door ijdelen waan, vermetel genoeg aan mijn geloof eene, mijne zinnelijkheid vleijende gedaante op te dringen ? eene zonde, die bij de gebreken onzer eeuw in de zoogenaamde beschaafde wereld veel plaats grijpt.... AVcrd ik door den stroom des ongeloofs, welke in onze dagen verwoestend voortrolt, niet medege-•slcept ? Naderde ik godvruchtiglijk
St:
BIECHT-GEBEDEN
± cn in behoorlijke gemocdsgesteUe-nis tot de heilige Sacramenten der IMecht en des Altaars? Trachtte ik naar vermogen de kennis van God onder de mijnen te verbreiden? Gaf ik nooit, door godsdicnstbelcedigonde ; gesprekken, anderen ergernis ?
is.) Pligten jegens mijnen evcn-; mensch.
a.) Jegens mijne ouders en bloed-± verwanten.
b.) Jegens mijne geestelijke cn wereldlijke overheden.
c.) Jegens mijne onderhoorigen.
Gij zult vader en moeder eeren, opdat gij lang moogt leveni en het u
i .\'i- welga op aarde, zegt God de Heer. Was ik mijne ouders in alles gehoorzaam ? Vereerde ik hen, als mij hel dierbaarste naast God? beloonde ik hunne menigvuldige moeiten en zorgen met kinderlijke liel\'de en dankbaarheid? Hen ik bereid, hun in hunne toenemende jaren tot steun en troost te zijn?
W-W-4-H- -H-1 ! 1 1 ! ! ! M 1 1 ! 1 :
CIECIIT-GEBELEN .quot;i.quot;)
1 raclit ik hunnen ouderdom te veraangenamen ? Bedroefde ik hen niet door onbehoorlijke handelwijs? I!ad ik wel om hen nog le mogen behouden ?... Beminde ik, met ware broederliefde, mijne broeders en zusters ? Gaf ik hun een stichtelijk voorbeeld ter navolging, door heiligheid van wandel en vroomheid van han ? Heb ik hen, gaarne en ijverig, als ik mij in gunstige omstandigheden zag geplaatst, geholpen ? Was ik voorkomend en toegevend, zachtzinnig en geduldigomtrent hunne gebreken en misslagen ? Verkwistte ik mijn erfdeel niet I Of deetl ik mijne broeders en zusters in hunne regten nooil te kort? Openbaarde ik geenc familiegeheimen, die moesten verzwegen blijven en mij heilig zijn ? X Zocht ik niet het zaad van tweedragtl onder de mijnen te slrooijen cf \'le •onderhouden ?
b.) Jegens mijne geestelijke en we t reldlijke overheden.
m
lUECIlT-GEUEDEN
:i; Cewccs ik hun de achting en den eerbied, die ik hun schuldig ben Eerde ik in hen de plaalsbekieeders van Christus? Sprak ik-met verschuldigde hoogachting van hen ? Bad ik God om hunne heiligingen versterking in hel geloof\' en in al het goede ? Hield ik nooit ten hunnen opzigte ecr-roovende gesprekken \'? Onteerde ik nooit hunnen heiligen stand? En zocht ik nooit liefdeloos hunne gebreken bekend te maken? Bewees ik aan de over mij gesielde wereldlijke overheid de verschuldigde gehoorzaamheid ? Beloonde ik mij niel wederspannig tegen de verordeningen des Staats ? Trachtte ik, zoo veel in mijn vermogen was, hel algemeen wèlzijn van don Staal te bevorderen ? Sta ik in geene betrekkingen tegen den Slaat strijdende ? Bewees ik hun, die over mij in hoogheid en gezag gesteld zijn, gehoorzaamheid en achting ?
c ) Jegens mijne onderhoorigen.
m
BI ECHT-GEDE DEN a»
Gal\' ik hun gcono crgenis door gedrag of woorden ? Spooi\'de ik licn tol godsvrucht en godsdienstigheid aan ? Onthield ik hun nooit het loon van hunnen arbeid ? Was ik nooit hard en liefdeloos jegens hen? Heb ik nooit iemand van hen ligtvaardig verdacht? nooit mishandeld ?
e.) Pligten jegens mij zeiven.
Erken ik de grootheid van het geluk, dal mij te beurt viel, van tot het ware Geloof te zijn geroepen? Erken ik de groote weldaden, die God mij, van mijne kindschhnid af, tol op dezen oogenblik bewezen heeft ? Dank ik er Hem dikwijls voor meteen erkentelijk hart ? Deed ik mijn best om mijn versland, mijne geestvermogens, al de krachten mijns ligchaams en mijner ziel, naar hel voorschrift van mijnen goeden Schepper, ie zijner vereering, lot welzijn van mijnen evenmensch, en tot bevordering van mijn eigen heil aan te wenden ?
lïIECHT-GEBEDEN
56
Dacht ik cr dikwijls aan, hoe duur ik ben gekoclit, dat ik door het bloed van Christus verlost ben ? Nam ik de waarheid lor harte, dat het mij oen heilige pligt is, geheel voor mijn\'Verlosser te leven? Heb ik mijn verstand, mijne tijdelijke goederen en mijn aanzien niet ten nadeelc van mijnen naaste misbruikt? Had ik hier of daar nicl meer kwaad kunnen tegenwerken, niet moer goed kunnen doen of bevorderen? Zijn mij alle soorten van zonden hatelijk? Heb ik mij ernstig en christelijk over mijne begane misstappen bedroefd? Heb ik mij moeite gegeven, mijne gebreken, zooveel mij slechts mogelijk was, te verbeteren? Tot welke zonde ben ik, wegens mijne ligchaamsgestcldheid, het meeste geneigd ? Aan welke bekoringen ben ik, van wage mijne opvoeding, of van wege mijnen leeftijd en stand, hel moest blootgesteld ? Hoe heb ik die bekoringen wederstaan, cn hoeverbeb
BIECHT-GEBEDEN ;gt;7
ik hel in do beheersching: mijner zon-lt;lige driften pcbrügl? Ileliik, niet veel meer uit vrees voor schande en straf, dan uit liefde tot God en mijnen Verlosser, en op hoop van eeuwige, he-melsche vergelding, het kwaad gelaten, en zoo veel goed gedaan, als in mijn vermogen was ? Gaat mij de nood van armen en ellendigen wel terharte ? Heb ikhetmijne bijgedragen om hunnen druk te verligten, om bchoefiigen te verheugen, bedroefden te troosten? IIoo heb ik mij gedragen in lijden en ■wederwaardigheden, die God mij tot mijn welzijn had toegezonden? Droeg ik met gelatenheid wat God mij oplegde, en erkende ik, dat Hij mij uit vaderliefde kastijdde? 01\'was ik ontevreden, ongeduldig, en zondigde ik door morren tegen God en menschon?; Heb ik geduld met de gebreken en zwakheden van hen, die mij omringen, en leg ik er mij op toe, hen met iiefde en zachtmoedigheid le verbe-
ÜIECHT-GEHEDEpï
leren ? Oflieb ik hen, doorongopaslen loorn, nog ei-ger doen worden ? Vergeef ik al mijne vijanden en boleedi-gers? Was ik, in den ganschen zin van het woord, een Christen ?
Deze zijn de vragen, die Gij, heilige (iod! door de waarheid predikende stem van mijn geweten, aan mijn hart doet. — Ach! hoe ontrust mij de overweging van dit alles! God! ik erken het, ik ben nog zoo ver van U verwijderd, de zonde houdt mij nog sleeds van U vervreemd. Tot hierloe kon ik ligtzinnig in de zonden vermaak zoeken terwijl daarin geen vermaak is te vinden. Ja, nu besel ik het volkomen, waarom ik, in eenzame uren, zulk eeno onrust in mijn hart gevoel. Gij waart het voorwerp mijner liefde niet, dit erken ik, en dat mij dit diep, zeer diep ter harte gaat, is reeds een blijk van uwe vaderlijke liefde en genade. Deze genade. Heer! wil ik mij dan ook ten nutte maken : ik zal met
BIECHT GEUEDEN aO
dezelve ijverig, rrgt ijverig medewerken ; een ernslig voornemen Ier verbetering wil ik opvallen; Heer, anders heler zal liet van nu voortaan met mij worden; ik zal U getrouw zoeken, en Gij zult mijn zoeken beloonen ; ik zal U vinden ; Gij zult mij uwe vaderarmen oiienen, en uw verloren, doch door boetvaardigheid wedergevonden kind vaderlijk omhelzen. O zalig ver-1 rouwen, dat Gij in mijn hart hebt verwekt? Mijn Zaligmaker is gekomen om te zoeken lieigeen verloren was. Ik gevoel in mijne ziel een hartelijk berouw over mijne veelvuldige misdrijven ; een berouw, hetwelk uil de liefde omstaat, waarmede ik wenscli geheel en al aan U verbonden te wezen; een berouw over mijne zonden, opdat ik U. o mijn goede dierbare Vader t door dezelve heb beleedigd. Dan mijne ziel is niet slechts van berouw7 en leedwezen doordrongen, neen, die heilige gewaarwordingen gaan vergezeld vangt;
«O BIECHT-GEBEDEN
ccncn crnsligen wil, om uwe heilige geboden niel meer le overtreden, van i een ernslig voornemen, om uit den slaap der zonden op te staan, en, met uwe heiligmakende genade, een nieuw geestelijk leven le gaan beginnen. lt;\'•0(1! uwe medewerking zal mij ondersteunen; want ik bid in den naam van uwen eeniggeboren Zoon Jesus-Clirislus.
Neen, Heer 1 ik heb thans niet huichelende tot U gesproken; want wat ■/.oude mij zulks ook balen ? En nu zal
;i: ik hetbcgonnen werk der boetvaardigheid, door eene opregtc belijdenis, gaan voltrekken; ik zal al mijne zonden, met ware ootmoedigheid des harten, aan eencn wettigen Priester belijden, ik zal zijne onderriglingen en vermaningen leerzaam aannemen, en dezelve, niet uwe genade, nakomende, doorde sacramentcelcontbiii-. ding volkomene vergeving van U erlangen.
U1ECHT- liElïEDEN
GEBED NA DE BIECHT.
Wees welgemoed, mijn zoon ! uwe zonden zijn u vergeven. O ja, dil lioop ik, vol vertrouwen, o God! Ook lot mij zijn die troostrijke woorden gesproken ; ook ik ontwaar hemelschen vrede in mijne ziel; en rr.ijn ontlast geweten doet mij uit de volheid van mijn hart uil roepen ; God! groot, oneindig groot is uwe onlfenning ! Gij hebt mij weder tot uw kind aangenomen. Hoe opbeurend is voor mij de ;\'gedachic, dat ik weder deel heb aan uwe vriendschap ! Geef, o Heer! dat elke dag, die nog voor mij zal aanbreken, deze rust, deze zielenvrede mijn deel zij. Hoe heilzaam zou dit voor mij wezen! Ja, goede God ! ik heb dc gelofte afgelegd, van niet meer te zullen zondigen. IJdelheid, wellusten wraakzucht zal ik met alle inspanning tegenstand bieden; ik wil mij losrukken van mijne geliefkoosde zonde, die in mijn hart, helaas! zoo diepen wortel
(il
O nc--
G j-**■ 62
heeft geseholen. Ik wil mij aan li vast-liou ien, en goenc wereld zal mij van U wéér scheiden. De kelenen der zonden zal ik verbreken, ik zal lol U gaan, o God! en zeggen : Vader! ik wil uw ■kind zijn, en dan zult Gij mij liefderijk in uwe vaderarmen onlferrnendopne men, cn mij, door de kracht en de genade van hel H. Sacremenl, voor alle ondeugden verder bewaren. Dikwijls zal ik er aan denken, ja, gedurig zal het mij voorden geest zweven, dat Gij, o Gou ! i-iefde, dat Gij mijn al zijt. Amen.
COHMIMEGEBEDEN
VOOR HE II. COMMIME,
oou dal ik hel heilig allaar nader, om uw heilig Lig-chaam en Bloed le omvangen, wil ik de bedoeling, waarmede hol aanbiddelijk Sacrament des Altaars, door U, o mijn goddelijke Zaligmaker, is ingesteld, met diepen eerbied overdenken. Gij, IleerJesus! spraakl ; Neemt en eet, dit is mijn Ligehaam, hetwelk voor u wordt overgeleverd; zoo dikwijls gij dit doet, zoo doet het ter mijner\'gedachtenis. Drinkt allen nil den kelk des nieuwen Verbonds; want dit is de kelk mijns bloeds van
•i-i COMMUME-OEBEDKN
het nieuwe en eeuwige Verbond , ge-lieim des gelool\'s , hetwelk voor u en voor velen zal Vergoten worden. AIzoo spreekt Gij, tot onze ziel, duidelijke woorden, die, wel overwogen, volkomen geschikt zijn, om hel geloovig gemoed tot godsvrucht te stemmen ; dat uw heilig Lichaam, door mij, waardiglijk ontvangen worde. O, ik wil die woorden overwegen, en daardoor mijn hart het reinste en zaligste ■ genoegen doen smaken , een genoegen, hetwelk van den llcmcl afdaalt, \' en de aarde niet kan geven. Ja. Heer Jesus-Christus, (jij zijt de onze in het Allerheiligste Sacrameni des Altaars; uw Itloed is het onze, want het werd voor ons vergoten; uw leven is het onze, wam het werd voor ons tot on-; zen losprijs geofterd; uw Ligchaam is ; het onze, want het werd voor ons \' nedergelegd in cene kribbe, aan het kruis geklonken en in het graf neder-gelaten. O, welke liefde! — Och I dal
4^
O
COMMUNIE-CEUEDEN
ik alloos dit geheim der liefde, waardiglijk en heiliglijk, met dankbaarheid en aanbidding, boetvaardiglijk en berouw hebbende, mei ootmoed en godsvrucht, in eene U welbehagelijkc gcmoedsgcs!ellenis, mogle ontvangen! Het is het Li\'gchaam van mijnen Zaligmaker; het is het Bloed van mijnen Verlosser; hot is het zegel des Verbonds en het onderpand mijner onsterfelijkheid ! O ! welk eene naauwkeurige zelfbeproeving wordt ervan mij gevorderd? Hoe noodig is het, dat ik met eenen waarheidminnenden en scherp-ziendenblik mijn binnenste beschouw, dat ik mijne zonden erkenne, en ï rouwmoedig op mijne borst sla, mij verootmoedigende voor het aangezigt van mijnen God. In uwe tempels is uw maaltijd, eiken Zon- en Feestdag, ja, dag aan dag, aangeregt, en hoe dik- t wijls bleef ik van verre slaan en hield ik mij van mijnen Vei-losser verwijderd ! O, en ik heb U toch zoo zeer nm/Hrr •
5
rBr-
COMML\'ME-GEliEDLN
want Gij zijl genadig cn barmharlig jogens allen, die zich in uwe armen werpen; en zonder U, o mijn God, ;;; wat is het leven ? treurigzonder eenige vreugde. Maar zalig is het lot van hen, die U in hot 11. Sacrament waardiglijk ontvangen ; daar verkrijgen zij het vooruitzigt, om erfgenaam van het • eeuwig leven le worden. Met geloof cn vertrouwen nader ik, o Heer, tot uwen maaltijd. Och? dat ik U waardiglijk . mogte ontvangen , cn dat van nu, voortaan mijn leven aan U alleen ware toegewijd; och, dat ik alzoo tot uw ï kind herschapen werdc! Ilccrl ik heb ■- uwe minnelijke uitnoodigende stem •i- gehoord; ik wil komen, en met U, t voor altijd cn eeuwig, een verbond v van vriendschap aangaan.
O Gij, Lam Gods, dat de zonden der j wereld wegneemt, ontferm U mijner! A t Kom cn noem uw verblijf in mijn U ï ;; teederminnend hart.
Kom, Ilcer Jesus, kom haastiglijk ;
ei è
O Ü\'
COMMUNIE-GEBEDEN 137
blijf bij mij in eeuwigheid. Voor U lco( il;, voor U slcrl ik !
In leven en in dood ben ik de mvo. Amen.
NA DE I1EIUGE COJUIL\'M\'.
Zoo is dan aan al de wensclien cn aan al do verlangens van mijn hart voldaan : zoo lieb ik II, mijn Heer cn mijn God ! in waarheid ontvangen. Zoo heb ik uw Vleesch en ISlocd, in dit heilig geheim dor liefde, waarlijk genoten. Met kinderlijken ootmoed bidt mijn hart ü aan ; .Icsus ! goede herder! Jesus, mijne liefde I Jesus, vreugde mijns harten 1 Jesus, mijne sterkte ! Jesus , mijne eenige hoop ! Jesus, mijn eonig verlangen ! Jesus, mijn troost en mijne gelukzaligheid ! Mijn geest verliest zich in uwe ontferming — mijne long verstomt!
Gij zult echter mijn stamelen niet versmaden. Gij zult uw kind niet, verwerpen, dat woorden zoekt om U
3 jcT\'; : : v H :
on
COMMUNIE-GEBEDEN
te aanbidden, cn hclwolk de liefde woorden doet vinden, om te kunnen uitroepen :
Geef mij een hart dat welgezind, U, boven alles, alles mini,
Kn steeds in kommer en verdriet, Alleen tot U om uitkomst vliedt,
floe zondig ook en hoe onrein.
Ja, hoe nic4swaardig ik moog zijn. De liefde, die mij \'t hart doorgloeit, Maak dat uw lof mijn mond ontvloeit.
Mijn\' ziel vermeldt de zaligheid, Hem, reeds op aard, ten deel bereid. Die al zijn heil cn al zijn vreugd Slecbtszoektingodsdiensten indeugd.
Uw spijs wekt altoos nieuwen lust. De dorst naarU wordt nooit gebluscht; Want Gij, o Heer, en anders geen, Verkwikt en laaft de ziel alleen.
¥ Neem, o Jesus ! mijn hart cn mijne gevoelens, neem mijnen wil, neem mijn geheel wezen aan ; want uwe
G8
COMMUNIE-GEBEDEN
liefde alleen is mijn gewin. God, U beminnen, alle menschen als mijne broeders le beminnen, zal, zoo lang ik nog op aarde leef, mijne ruslclooze poging zijn. Ik wil, o Jesus ! gezind worden zoo als Gij ; in reinheid wandelen, zoo als Gij gewandeld hebt; want uwe gezindheid is Gods gezindheid, en uw wandel voert lol God, lol U. Dit heilige vreugdefeest, dit heilig genot geve mij een\' voorsmaak der hemelsche vreugde, welke ik eenmaal hier boven hoop te smaken , hier boven, waar geene duisternis, geen dood, geene zonde, geene el-lende, geene vergankelijkheid mij meer van U zullen scheiden ; maar waar het licht van God allo duisternis, de liefde Gods alle zonden , waar uw vrede alle onrust, waar een eeuwig leven den dood zal vervangen. Alleluia 1 lof zij U, Zoon van God, Jesus-Christus ! lof en dankzegging lot in eeuwigheid ! Alleluia !
^H-
70 COMMUNIE-GEBEDEN
t
GEBED VOOR KINDEKEN li IJ HUNNE EERSTE ii, COm.ME,
c-0 -O-o
Met de diepste ontroering verschijn ik heden voor uw altaar, dierbare, goddelijke Verlosser I om l\' lol\', dank cn verheerlijking loc te brengen, voor den zogen, dat (!ij mij den zaligen, plegiigen dag van heden hebt laten beleven, waarop ik U voor de eerste maal, bij het genot van mv heilig l.igchaam en bloed, in do heilige gemeente der geloovigen opgenomen cn van al do voordeden verzekerd worde, die aan do belijdenis en de beoe-: lening van uwe zaligmakende leer zijn verbonden. Hoe gewigtig, hoe plegtig is deze dag I Gij roept, cn ik kom, ik
COM MC ME-GEBED EN 71
kom gelijk een kind lol. zijnen goeden vader, gelijk een leerling tol zijnen waarden onderwijzer. Ik breng U een nog onschuldig harl len offer. Ach ! dat hel eeuwig U welbehagelijk zij. Voor dat ik hel heilig altaar nadere, om aan het grootste geheim uwer liefde deel te nemen, Irede ik nog eenmaal in mijn binnenste ; ik wil mijnen geest ingetogen houden , cn hart cn handen mol liet innigste gevoel van dankbaarheid lot u verheffen. Wees geloofd, geprezen cn aangebeden, heilige God ! dat Gij mij van christelijke ouders hebt doen geboren worden , welker vurigste , eenigste streven het was, mij in het Geloof cn in de leer van Jesus-Christus, uwen Zoon, op te leiden cn bevestigd Ic zien; en dal ik eenmaal, mei waarheid, zou kunnen zeggen ; ik leef en sterf voor U, de oorzaak, de bewerker mijner zaligheid. Heer! Gij hebl hel gebed mijner geliefde ouders vei boord.
~i COMMUNIE-GEBEDEN
daar Gij mij onderwijzers gaaft, die mij de overtuiging diep in hol hai l hebben geprent, dat de godsdienst, welke ik belijde, alleen geruststellend, zaligmakend, goddelijk — alleen de ware godsdienst is. Ik smeek U, vader! zegen hen, die mij met zooveel geduld en liefde hebben onderwezen — zegen mijne goede ouders, mijnen dierbaren vader, mijne lieve moeder! Jesus, mijn Lecraar, mijn Middelaar, mijn God! ik zweer U heden eeuwige trouw en verkleefdheid aan uwe heilige geboden. Mijn roem en vreugde zij, van nu voortaan, de belijdenis en beoefening van uw heilig Geloof. Zoo lang ik leef, vergete ik nimmer wat ik U lieden belool\'. Dat ik uwe heilige leer altoos nakome ; want zij is de alleen zaligmakende. Hare voorschriften zijn de voortreffelijkste en heiligste ; hare beloften schenken rust. De heiligste genademiddelen en Sacramenten geven moed en kracht, geheel
COMMUNIE-GEBEDEN\'
73
hel leven door. Laai uwe leer sleeds do gezellin mijns levens, de beschermengel mijner deugd zijn. Bewaar en bescherm mijne onschuld door de zaligmakende genade van uwen god-delijken Geest 1 Bewaar en bescherm de reinheid van mijn hart, tot aan mijnen dood. Geef, dat ik volbrenge, wal ik ü thans, met geheel mijne ziel, belove, en dat, als vroeg of laat het uur komt dat Gij mij uit dit vergankelijk leven zult wegnemen, ik naar waarheid kunne zeggen ; ik heb hel geloof behouden, den edelen strijd gestreden, mij is weggelegd de kroon der reglvaardigheid, die de Heer bestemd hccfi voor allen die Hem getrouw blijven. ]k bid U, almaglige God, dat dit geschiede in den naam van uwen veelgeliefden Zoon, Jesus-Chrislus, mijnen Zaligmaker, wiens Ligchaam en Bloed ik heden, dooi\' uwe genade, voor de eerste maal het geluk zal hebben te ontvangen.
7-i COMMUNIE-GEBEDEN
Ziel van Christus, heilig mij! Ligchaam van Christus, wees mijne spijs ?
Bloed van Chrislus, wees mijn drank ! Water, dal uil de zijde des Verlossers
viool, wees mijne reiniging !
Lijden van mijnen Verlosser, wees
mijne sterkte!
Dood van Jesus-Chrislus, wees mijn leven!
Verhoor mij, goede Jesus 1 Berg mij in uwe wonden !
Laat niets mij van U scheiden !
Wees mij ten schilde Tegen de magt des boozen \\ijands. Doe mij, in mijn laatne uur.
Uwe stem hooren : Kom lol mij ! Geel\'dal ik, met alle Heiligen, t U ecuwig love I Amen.
GEBED.TOT JESUS-CHRiSTUS
in het allerheiligste
SACRAMENT DES ALTAARS
elk eene vreugde smaakt mijn ha.\'t, zoo dikwijls ik in uwen tempel mag verschijnen, om U mijne be
langen voor le dragen, en geheel mijn hart voor ü uit te storten ; voor U, oJcsust
die hier in het allerheiligste Sacia-ment tics Altaars waarachtig tegenwoordig zijt. O heilige nabijheid van mijnen God, hoezeer ontwaart mijn? ziel U 1 — Gij zijt hier tegenwoordig, alraagtige God, Schepper van Hemel en aardel In aanbidding verzonken,
JTTl
76 geiieu TOT JESUS
wil ik dit heilig geheim overdenken, en in mijne ziel al het groote en zegenrijke overwogen, dat mij door dit H. Sacrament is ten deel geworden. Die overdenking zal mij beter, god-vroezender maken.
Door de zonden van den eersten mensch waren wij van U afvallig, van uw vaderlijk hart vervreemd geworden. Gij onfermdet U over ons, men-schen, uwe kinderen, en gaaft ons uwen Zoon Jesus, die, door zijne menschwording, door zijne leer, door zijn lijden , door zijnen dood en door zijne opstanding ons het leven des geestes heeft terug gegeven. En dat leven des geestes in ons voort te zetten, is een van do oogmerken dei-instelling van het allerheiligste Sacrament des Altaars. Ach ! hoe zeer wordt de geest dier instelling, hoe zeer wordt dit onderhoudend voedsel dei-ziel, in onze dagen, door velen miskend, die, te dwaas, uw heilig Sacra-
IX HET H. SACRAMENT 77
menl lot een blool herinneringsmaal vernederen ! Neen, het is een maal der innigste vereeniging met U, geen bloot herinneringsmaal ; want even als het voedende en versterkende van het ligehamelijk voedsel zich met hot ligchaam vereenigt, zoo worden wij, door het genot van dit H. Sacrament, opnieuw met U, o Jesus ! en mot onzen evenmensch in U veroonigd. Gij zijt voor mij op hot heilig altaar tegenwoordig; Gij zijt hot brood des levens, waarvan hot waardig genot mij lot hot Hemelleven versterkt. Dit heilig geheim is mede eene gemeenschappelijke en plochtige belijdenis van Jesus, den gekruisigde; is eene verheerlijking, eono huldo, welke ik niet met woorden kan uitspreken, maar slechts door de kracht van uwen H. Geest in staat bon te beseffen. Voor U te leven in geest en waarheid; voor U te sterven mot allo bereidwilligheid, en uwen dood in mijn loven te ver-
eft
8 GIBED TOT JESUS
kondigen lot aan uwe wederkomst, . is mijne ccnigsle betrachting. Dit ge-j heim uwer liefde is, al verder, een levend onderpand van mijne opstanding en van mijn eeuwig leven aan gene zijde van hel graf. Geef, o Jcsus! geef hel eeuwige leven aan allen, die zich aan U overgeven ; Gij zijl de goede Herder, wien niemand zijne schapen kan ontweldigen, wijl Gij ze even zoo vast houdt, als de magt des Vaders met U cén is. O laat loch, Heere ! de geest uwer liefde zich in mijn hart uitstorten, om mij, naar de volheid uwer ontfermingen, eensgezind met U le maken, nadat Gij, in uw heilig altaargeheim, mijne ziel met het broed des levens zult hebben verzadigd Mijn versland onderwerpt zich gewillig aan hol Geloof, en door het oog der oot-moedigheid aanschouw ik ü in het allerheiligste Sacrament, als God en mensch, met vleesch en bloed. Hoe
.y ■; geruststellend is dit geloof voor mij !
Tfl
IS HET II. SACRAMENT
la eiken nood, ja. als niemand uilkomst kan geven, vlied ik tol U, en Gij neemt mij goedwillig aan : treffen mij rampspoeden, Gij zijl liet die mij toeroept ; Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijl, en Ik zal u verkwikken. Als de dood dierbare panden van mijne zijde wegrukt, dan vlied ik lot den voel uws Altaars, en verkrijg van U kracht en sterkte, om te kunnen uitroepen : Gij hadl ze ons gegeven. Gij hebt ze ons ontnomen; uw heilige wil geschiede 1 Als lust lol zonde in mij ontstaat; en snoode hartstogten opwellen, dan zijl Gij hot, die mij in het goede doel volharden, den strijd togen de zonden moedig doet voeren. Als mijne zonden mij diep nederdrukken, dan is hel uwe zaligmakende nabijheid in hel IT. Sacrament, die mij oprigt, cn, bij ; berouw en boetvaardigheid, vergeving belooft. Wees daarom geloofden aangebeden, nu, en altijd, in hel
£=* -h-H n I I 111 I 11 ■ i •\' I • t:: I I rir~f 3
jc» v.:--------------- 1.1\'- L... quot;-i—--2UO
m ;:Qr
r
VERNIEUWING
allerheiligste Sacrament des Altaars.
Vcnunmiiiifl ter pinifilitloftcu.
Met liet heilig Doopsel hebt Gij mij regtop den Hemel gegeven; bij het ontvangen van dat heilig Sacrament, ben ik in de Kerk van Christus ingelijfd, en heb ik de verpligting op mij genomen, uwe leer, o Jesus, na te komen. Groot is de genade, waaraan ik door den heiligen doop ben deelachtig geworden, maar ook groot is do veri ligting, welke ik op mij heb genomen. Ik wil de onuitsprekelijke genade overwegen, die mij bij het ontvangen ; van dit H. Sacrament ten deele is gevallen. — Afgewasschen, gereinigd van al mijne zonden, van de erfsmet, en dat uit genade, o God! — zonder eenige verdienste; algewasschen in uw bloed, o Jesus! dat van het kruis vloeide tot verzoening van het gevallen menschelijk geslacht, bekwam ik de heiligmakendc genade, werd ik
80
4-
-fl?
c
DEK DOOPBELOFTEN
KI
een nieuw schepsel, uw kind; jn, wat meer is, uw erfgenaam, o Jesusl niet meer lot de rampzalige kinderen van Eva behoorende. — Ik ben een He-meiburger geworden, en lieb bet zekerste regt op bet eeuwig leven bekomen. 0, ik zal dit voorregt, mijne booge waarde, niet verwaarloozcn, ik zal die niet prijs geven door te zondigen; ik zal die noch voor aardsche goederen, noch voor een vluchtig genot prijs geven. Neen, Hcere! geene moeite zal mij te groot, geen lijden le bitter zijn, om dezelve altijd ongeschonden le bewaren; en — daar mij, door den heiligen doop, do toegang tot alle genadescbatten der H. Kerk geopend is, en ik hel regt bekomen heb, om deel te nemen aan al de heilige Sacramenten, zal ik die genademiddelen lol zaligheid mijner ziel aanwenden : opdat ik kracht bekome, om aan mijne doopbeloften gelrouw le blijven. Heilig en onverbrekelijk zi.l
C
82 DANKZEGGING VOOR HET
mij die belofte, welke ik onder den slandaard van Christus heb gezworen. In den naam van den drieëenigen God, waarin ik gedoopt ben, wil ik denken, spreken en handelen lot zijne eer en tot zaligheid mijner ziel, om alzoo door dien naam het eeuwige loven in te gaan; ik wil in den naam van Christus ootmoedig wandelen; in geloof, in godsvrucht en in lielcle volharden, tot de lieer mij zal kroonenen zalig maken met eindelooze vreugd. Amen.
Paiikjcjnina ihhu !ic ncmiK, ioor M 1} S\'ucramtnt gt;cs IVrmscls ontmnigcn.
Hoe i)legtig, o God! hoe gezegend voor de eeuwigheid was mij de dag, dal ik, door het waardiglijk ontvangen van het H. Sacrament des Vormsels, kracht en sterkte van den H. Geest verwierf, en ik in het geloof aan het goddelijk Woord van uwen Zoon, dal in uwe H. Kerk ons bewaard wordt,
H. SACIlAMENT DES VORMSELS 83
bevestigd bon geworden. Heer! met de warmste godsvrucht dankt U mijn hart voor die genade. Op nieuw nam ik aistoen de verpligting op mij, uwe heilige geboden, o God, getrouw te volbrengen — mij geheel aan uwe heilige dienst te wijden. — Uw heilige Geest, die al het goede uitwerkt, schenke aan mijn zwak mcnscbelijk willen goddelijk volbrengen. — Goede (iod ! hoe menig vrolijk uur hebt Gij mij in mijne jeugd doen beleven 1 hoe liefderijk deedt Gij mij in alles onderwijzen, wat mij lot de kennis uwer leer kan opleiden. — Ten bewijze van mijne hartelijke dankbaarheid voor al uwe weldaden, bied ik U, onder vreugdetranen, geheel mijn hart aan. Gij zult mij, ook in de volgende jaren mijns levens, voor d\'c wekstem van mijn geweien, door don roep van do heilige godsdienst, kracht en moed verleenen, bij de gevaren, waaraan mijn geloof aan U,Zoon Gods, in deze
8 t DANKZEGGING VOOR HET VORMSEL
wereld is blooigostckl, cn niel dulden, dat het wankele. Door het geloof versterkt, wil ik eeuwig de uwe blijven, den weg der waarheid kiezen, uwen wil volbrengen, steeds heiliger en U welbehagelijker worden, U nimmer verlaten. — Niets zal, niets kan mij van U scheiden; want Gij alleen blijft mijn God, mijn toeverlaat. — Gij zijt eeuwig getrouw. Geef, dat ik, op mijne beurt, ü altijd getrouwen gehoorzaam blijve, en dat helgene ik, bij het ontvangen van het H. Vormsel, gezworen heb, eeuwig zij. Ik beloof dit plrgtig voor uw aanschijn en voor dat van al de Engelen en Heiligen des Hemels, die, door de kracht des geloofs, heerlijk de haan voleind hebben, om welke te bewandelen. Gij hen van eeuwigheid hadt geroepen. Amen.
DE ZEVEN BOETPSALMEN
PSAIgt;M C.
VCHTIG mij niet, Heer, in
Suwen toorn ; en kastijd mij niet in uwe verbolgenheid !uwen toorn ; en kastijd mij niet in uwe verbolgenheid !
Ontferm U mijner. Hoer! want ik Ijen verzwakt (ik kwijne weg); genees mij. Heer! want mijn gebeente is geheel ontsteld.
En mijne ziel is zeer beangst: maar (lij. Heer! hoe lang (zult Gij mij in dezen onverdragelijken toestand nog laten) ?
Keer U tot mij. Heer! en red mijn leven : behoud mij om uwe barmhartigheid.
Want in den dood is niemand uws gedachtig, en wie za! in de hel ü loven ?
f ■-
80 DE ZEVEN
Ik ben afgemat van zuclven ; alle nachten wasch ik mijne legerstede : met mijne tranen zal ik mijne rustplaats besproeijen.
Mijn oog is van verdriet doorgeknaagd : ik ben verouderd van wege al mijne vijanden
Gaat weg van mij, gij allen, die on regt pleegt, want de Heer heeft de slem van mijn geween gehoord.
De lieer heeft mijn smeeken gehoord, de Heer heeft mijn gebed aangenomen.
Dat al mijne vijanden beschaamd en zeer verschrikt worden: dat zij haastc-lijk tot inkeer komen en zich schamen.
Eere zij den Vader, en den Zoon en den H. Geest : gelijk het was van den beginne, zoo nu en alloos, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
PSALM 51.
Gelukzalig zijn zij, wier overtredingen vergeven, wier zonden bedekt zijn
Gelukzalig demensch, wien de Heer
ISOETPSAUIEN
de zonden niet toerekent, en die geene bedriegelijke, boozc voornemens in zijn hart over heeft.
Omdat ik zweeg (dewijl ik heb nagelaten mijne zonden ootmoedig en opregt voor U te belijden), is mijn gebeente verteerd ; terwijl ik den ganschen dag kermde.
Want dag en nacht is uwe hand op mij ; in mijne ellende heb ik mij lot U gekeerd, terwijl ik met doornen (van knagend zellverwijt) werd gestoken.
Ik heb mijne zonden beleden, en mijne schuld heb ik niet verborgen.
Ik sprak : mijne misdaad zal ik tegen mij zeiven voor den Heer belijden, en Gij hebt de boosheid mijner zonden vergeven.
Daarom zal ieder Heilige lot U bidden, in den tijd dat er genade is te vinden.
Want als er groolc watervloeden zijn, zullen zij tot Hem niet geraken.
DE ZEVEN
(ii,i zijl mij eene wijkplaats in de verdrukking, die mij omvangen heeft, mijne vreugde zijt (Jij. Verlos mij van hen, die mij omringen.
Ik zal u onderwijzen (zoo spreekt (üj. o God! to\' uwen dienaar), en u di\'n weg leeren, dien gij moet gaan; ik zal mijne oogen op u gevestigd houden.
Wees (o mensch!) een paard of muilezel niet gelijk, die geen verstand IHjben.
Kn die men muilbandt met breidel en loom, omdat zij anders niet willen luis\'eren noch tot n komen.
Vele smarten wachten den godde-looze; doch hen, die op den Heer hopen, zal barmhanigheid omringen.
Verblijdt u in don Heer, en verheugt u, gij rechtvaardigen ; en juicht in Hem, allen die oprecht van harte zij\'.
Ecre zij den Vader, enz.
•SS
fp
BOETPSALMEN
89
PSALM 37.
Hcerc! l.uclilig mij niet in uwen toorn : en kastijd mij niet in uwe verbolgenheid.
Want uwe pijlen zijn diep in mij gedaald, en Gij hebt uwe hand op mij doen nederzinken.
Er is geene gezondheid meer aan mijn vleesch, van wege uwen toorn : er is geen vrede meer in mijne beenderen, van wege mijne zonden.
Want mijne ongeregligheden zijn tot boven mijn hoofd gestegen ; en gelijk een zware last drukken zij mij.
Mijne wonden zijn verouderd en gansch vervuild van wege mijne dwaasheid.
Ik ben ellendig geworden, en ga gebogen, diep gekromd (onder den last van mijn lijden); ik ga den ganschen dag bedroefd.
Mijn binnenste is aangetast van eene schandclijkü kwaal : en niets gaafs is er meer aan mijn ligchaam.
DE ZEVEN
O
Ik. bon gebroken en bovenmate verguisd : mijn hartcleed breekt los in angstgehuil.
Voor U, o Heer! ligt alles open, wat .ik wenschte; mijn zuchten zelfs is voor U niet verborgen.
Mijn hart is ontroerd : mijne kracht heeft mij begeven, hot licht mijner oogen — ook dat is weggeweken.
Mijne vrienden en mijne naasten zijn togen mij opgekomen en opgestaan.
Die te voren voor mij waren, bleven van verre : en die naar mijn leven stonden, deden geweld.
En die kwaad tegen mij zochten, spraken verderving : en smeedden onophoudelijk listen.
Doch ik, als een doovc, hoorde niet: en als een sprakelooze, deed ik mijnen mond niet open.
En ik was als een mensch, die niet hooren kan, en die geene togenrede heelt in zijnen mond.
BOETPSALMEN
Want op U, o Heer! heb ik gehoopt. Gij, Heer, mijn God! zult mij ver-hooren.
Daar ik bad : dat mijne vijanden zich toch nimmer over mij mogtcn verblijden, naardien mijn wankelen hen trotschclijk tegen mij zou doen spreken.
Want ik ben tolde kastijding bereid, en mijne zonde (de oorzaak van mijne smart) is mij altoos voor oogen.
Want ik zal mijne euveldaad bekennen, en bekommerd zijn van wege mijne zonden.
Doch mijne vijanden leven en zijn mogtiger dan ik ben : zij, die mij ten onregt haten, zijn vermenigvuldigd.
Die kwaad voor goed vergelden, lasterden mij, omdat ik het goede najaagde.
Verlaat mij niet, o Heer, mijn God ! wijk toch van mij niet af, haast U tot mijne hulpe, Heer, God mijns heils !
Eere zij den Vader, enz.
lt;J2 DE ZEVEN
PSALM 50.
Ontferm U mijner, o God ! naar uwe groote goedertierenheid.
En, naar de menigte uwer ontfer-iningcn, delg mijne boosheid uit.
Wasch mij volkomen van mijne on-geregtigheid, en reinig mij van mijne zonde.
Want ik erken mijne ongeivgtig-held : en mijne zonde is altoos voor mijne oogen
Voor U alleen lieb ik gezondigd : voor uw oog deed ik dat kwaad was. (Jij wordt in uwe raadsbesluiten regt-vaardig bevonden, en behoudt regt, als Gij geregl houdt.
Zie, ik werd in ongeregtigheid geboren; en in zonde heeft mijne moeder mij ontvangen.
Zie, Gij bemint de waarheid (het op-rrgte hart). Do verborgenste geheimen uwer wijsheid hebt Gij mij geopenbaard.
Bcsprerg mij met hijzop, en ik zal rein worden ; wasch mij, en ik zal witter worden dan sneeuw.
Doe mij de blijde boodschap hooren (dat mijne zonden mij vergeven zijn); dan zullen al mijne beenderen, hoe verbrijzeld zij nu ook zijn, wederom van vreugde opspringen.
Wend uwe oogen van mijne zonden af, en delg al mijne euveldaden uit.
Schep in mij, o God ! een rein hart. En vernieuw in mijn binnenste den regten geest.
Verwerp mij niet van uw aangezigt, en neem uw\' H. Geest van mij niet weg. Geel\' mij weder de vreugd uws heils, en versterk mij met oenen geest, die ten goede bereid is.
Dan zal ik de goddeloozen uwe wegen leeren, dan keeren de zondaren tot U terug.
Bevrijd mij, o God! van de bloedschulden, God, Gij God mijns hcils! en
ÜE ZEVEN
mijne tong zal uwe geregligheicl verheerlijken.
Ontsluit, o Heer! mijne lippen, en mijn mond zal uwen lof verkondigen.
Bijaldien Gij aan offerande lust had-det, hoe gewillig zou ik U die opdragen! In brandoffers hebt Gij geen behagen.
Hot offer, dal U aangenaam is, is een verslagen geest; een verbrijzeld en rouwbetoonend hart zult Gij, o God! nimmer versmaden.
Doe, naar uwe goedgunstigheid, aan Sion verder wel; opdat de muren van Jerusalem weder opgebouwd worden.
Dan zultGij wederom in schuldeloozc offers uw welbehagen vinden, in danken brandoffers : dan zullen er wederom op uw aliaar offerdieren rooken.
Kere zij den Vader, enz.
PSALM 10!.
Heer! verhoor mijn gebed, en mijn geroep kome tot U.
BOETPSALMEN
Keer uw aangezigt van mij niet af, len dage dat ik verdrukt worde, neig uw oor lot mij.
Op wat dag ik U aanroepe, verhoor mij liaastelijk.
Want mijne dagen zijn vergaan als rook : en mijn gebeente is dor geworden als verdroogd hout.
Ik ben verslagen als hooi : en mijn hart is uilgedroogd ; zoodat ik vergeten heb mijn brood te eten.
Van wege het geluid mijns zuch-tsns, kleeft mijn gebeente aan mijn vleesch.
Ik ben den pelikaan der wildernis gelijk geworden ; ik ben geworden als de nachtrave in een huis.
Ik ben zonder slapen : en geworden als de eenzame musch op het dak.
Den ganschen dag beschimpten mij mijne vijanden ; en die mij prezen, spanden legen mij te zamen.
Ik at aseh als brood : en mengde mijnen drank met tranen.
o;;
DE ZEVEN
Om uwe gramschap cn veibolgcn-heid : omdat Gij mij verheven cn weder neèrgoworpen licht.
Mijne dagen zijn als ecne schaduwe vervlogen : en ik ben verdord als hooi.
Maar Gij, o Heer! blijft in eeuwigheid, en uwe gedachtenis van geslacht lot geslacht.
Gij zult opslaan, en ü over Sion ontfermen : want het is tijd dat Gij U harer ontfermt, de tijd is gekomen.
Want hare steenen behagen aan uwe dienaren : en zij hebben deernis met haar puin.
En de volken zullen uw\' naam vrcezen. Heer ! en alle koningen der aarde uwe heerlijkheid.
Als de Heer Sion heeft opgebouwd : en in zijne heerlijkheid gezien zal worden.
Hij heeft acht gegeven op hot gebed der ootmoedigen : cn Hij heeft hunne beden niet versmaad.
90
BOETPSALMEN
Men schrijve deze dingen voor het volgende geslacht : en het volk, dal geschapen zal worden, zal den Heer loven.
Naardien Hij uitzijn hoog heiligdom heeft nederwaarts gezien : de Heer heeft uit den Hemel nedergezien naaide aarde.
Om het zuchten der gevangenen te hooren : om de kinderen der gedoo-den in vrijheid te stellen.
Opdat zij den naam des Hoeren verkondigen in Sion, en zijnen lof in Jerusalem.
Als de volkeren zich zullen verzamelen, en de koningen om den Heer te dienen.
Hij heeft mijne krachten midden op mijnen levensweg doen afnemen.
Doch ik heb gezegd : neem mij niet weg ter helft van mijne dagen : uwe jaren zijn van geslacht tot geslacht.
In den beginne licht Gij, Heer! de 7
97
08
—
HE ZEVEN
aarde gegrondvest, cn de Hemelen zijn het werk uwer handen.
Die zullen eens vergaan ; maar Gij blijft altoos : zij zullen als een kleed verslijten.
En als een gewaad zult Gij ze verwisselen, cn zij zullen verwisseld zijn.
Maar. Gij blijft dezelfde ; cn uwe jaren zullen nimmer eindigen.
De kinderen uwer dienaren zullen woningen (bij U) hebben ; cn hun kroost zal in eeuwigheid beslaan.
Ecre zij den Vader, enz.
PSALM 129.
Uit de diepte heb ik tot U geroepen: o Heer, Heer, verhoor mijne stem
Dat uwe ooren opmerkzaam zijn op do slem mijner smeeking.
Zoo Gij. Heer! dc misdrijven gade-sl-aal. Heer! wie zal dan bestaan?
|
ïl |
vc |
|
tl |
i; 8 |
|
d | |
|
4-1 | |
|
gt;{. 1 | |
|
quot;i* i |
h |
|
•r 1 |
1c z |
Omdat er bij U genade is, cn om uwe wet (waarin hulp beloofd wordi), o Heer! heb ik U verbeid.
iUF
BOETPSALMEN 99
Mijne ziel heeft op zijn woord zicli verlaten ; mijne ziel beeft op den Heer gehoopt.
Dat Israël op den Heer hope, van den morgenstond af iot den nar.ht toe.
Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing.
En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongegtigheden.
Eere zij den Vader, enz.
PSALM 1 i-2.
Heer, verhoor mijn gebed, leen het oor aan mijne smeekingen, om uwer waarheid wil (om de waarheid uwer beloften) : verhoor mij volgens uwe regtvaardigheid.
En kom niet in het geregt met uwen dienaar; want niemand leelt, die zich voor mv aanschijn kan regtvaardigen.
(Verhoor mij !) want mijn vijand heeft mijne ziel vervolgd; hij heeft -• mijn leven ter aarde vertreden.
-
1)E ZEVEN
v Hij doel mij leven in duis\'crc liolcn, als degenen, die voor lang dood zijn ; en mijn gecsl is in mij beangsl, mijn hart is in mij ontsteld geworden.
Toen ben ik indachtig geweest de oude tijden, en overwoog al uwe daden : do werken uwer handen overdacht ik.
H: Mijne handen heb ik voor U uilge-breid : mijne ziel is voor U gelijk aan eene landstreek zonder water (is dor-: stig naar de stroomen uwer gena-± de).
Verhoor mij haastelijk, Fleer! mijn geest is bezweken.
Keer toch uw aanschijn van mij niet , af, 01\' ik word hun gelijk, die ten grave dalen.
Doe mij vroegtijdig (eiken morgen) de stem uwer barmhartigheid hooren: want op U heb ik gehoopt.
100
j Maak mij den weg bekend, welken ik te gaan heb; want tot U heb ik mijne ziel opgheven.
|L
m
H-1 1 1 1 1 I 1 1 I li\' H-l-H-H\'-H-H-i- 3
BOETPSALMEN 101
Verlos mij van mijne vijanden, Heer! want Gij zijt mijne eenigslc toevlugt : leer mij uw welbehagen doen, want Gij zijl mijn God.
Uw goede geest zal mij geleiden op den reglen weg: omuws naams wille, Heer! zult Gij mij doen leven naar uwe regtvaardigheid.
Gij zult mijne ziel uit de verdrukking trekken ; en in uwe barmhartig-heip zult Gij mijne vijanden uitroeijen.
Gij zult ze allen ten onder brengen, die mijne ziel beangsligen, want ik ben uw dienstknecht.
Eere zij den Vader, enz.
L1TAME
VAN
ALLE HEILIGEN
EF.n, ontferm U onzer. Chrislus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer, Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. 11. Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods, bid voor ons.
litame van alle heiligen 105
II. Maagd der Maagden, bid voor on?. H. Michaël,
H. Gabriel-,
H. Raphael,
Alle H. Engelen en Aartsengelen,
Alle H. Koren der zalige Gecslen, II. Johannes de Dooper,
H.Joseph,
Alle li. Aartsvaders en Profeten, H. Petrus,
H. Paulus, Hquot;.
H. Andreas. amp;
H. Jacobus (de meerdere), g
II. Johannes,
H. Thomas, §
II. Jacobus (de mindere), H. Philippus,
II Bartholomeüs,
H. Matlheüs,
H. Simon,
H. Thadeüs,
H. Matthias,
H. Barnabas,
H. Lucas,
lot LITANIE
H. Marcus, bid voor ons.
Alle H. Apostelen en Evangelisten,
Alle H. Leerlingen des Heeren,
Alle H. Onschuldige Kinderen,
H. Stephanus,
H. Laurentius,
II Vincenlius,
H. Fabianus en Sebaslianus, H. Johannes en Paulus,
H. Cosnias en Damianus, H. Gervatiusen Prolasius,
Alle H, Martelaren,
H. Silvester,
H. Gregorius,
H. Ambrosius,
H. Auguslinus,
H. Hieronymus,
H. Martinus,
H. Nicolaus,
Alle H. Bisschoppen en Belijders, Alle H. Leeraren der Kerk, H. Antonius,
H. Benedictus,
H. Bernardus,
H. Dominicus,
VAN AI.LE HEILIGEN
H. Franciscus, Jjid voor ons.
Alle H. Priesters en Levieten,
Alle H. Monniken en Kluizenaars, H. Maria Magtlalena,
H. Agatha,
H. Lucia,
H. Agnes,
H. Cecilia,
H. Catharina,
H. Anaslasia,
Alle H. Maagden en Weduwen,
Alle Heiligen Gods,
Wees genadig, spaar ons, lieer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer.
Van alle kwaad, verlos ons, Heer.
Van alle zonden.
Van uwe gramschap,
Van eenen haastigen en onvoorzie
ncn dood.
Van de listen des duivels. Van gramschap, haat en allen kwa den wil.
Van den geesl der onkuischheid. Van schadelijk onweer,
ff
LITANIE
Van den gccscl van aardbeving, verlos ons, Heer.
Van pest, hongersnood en oorlog, Van den eeuwigen dood.
Door het geheim uwer mensch-
wording,
Door uwe komst,
Door uwe geboorte, g
Door uw heilig doopsel en vasten, g Door uw kruis en lijden, V
Door uwen dood en uwe besrafe- 3
0 O
nis,-
Door uwe opstanding.
Door uwe wonderbare hemelvaart.
Door de komst van den II. Geest,
den trooster.
Op den dag des oordeels. Wij. zondaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons wilt sparen, wij bidden U,
verhoor ons.
Dat Gij onze zonden kwijtscheldt, wij
bidden ü, verhoor ons.
Dat Gij ons tol eene ware boelvaar-
106
VAN ALLE HEILIGEN 10\'
dighcid wilt brengen, wij bidden U verboor ons.
Dat Gij uwe bciligc Kerk wilt bestieren en besehermen,
Dat Gij den Paus en alle kerkelijke overheden in de heilige Godsdienst wilt bewaren,
Dat Gij de vijanden der heilige Kerk ^ wilt vernederen, ^
Dat Gij de christene koningen en £ vorsten vrede en eendragt wilt =-geven, =
Dat Gij aan de geheele christenheid P vrede en ware eenheid wilt ver- g leenen, g-
Dat Gij ons in uwe heilige dienst o wilt bevestigen en bewaren, o Dat Gij onze harten tot hemelsehe y-
begeerten wilt opwekken,
Dat Gij al onze weldoeners met de eeuwige goederen wilt vergelden.
Dat Gij onze zielen en de zielen onzer broederen, vrienden en
LITANIE
weldoeners voor de eeuwige verdoemenis wilt behoeden, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons de vruchten der aarde wilt geven en bewaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dal Gij aan alle overledene geloovigen de eeuwige rust wilt geven, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons gebed wilt verhooren, wij bidden U, verhoor ons.
Zoon Gods, wij bidden ü, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm L\' onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
108
van ai.le heii.igen 109
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
En leid ons niet in bekoring,
Maar verlos ons van den kwade. Amen.
Psalm G9,
O God ! wees opmerkzaam op mijne hulp; lieer! haast U om mij bij te staan.
Dat zij beschaamd en bevreesd worden, die mijne ziel zoeken.
Dat zij terug wijken en zich schamen, die mij kwaad willen.
Laat hen schielijk, met schaamte, afdeinzen, die met mijne verdrukking den spot drijven.
Laat allen, die ü zoeken, zich in U verheugen en verblijden, en laat hen, die uw heil beminnen, \'gedurig zeggen : de Heer zij hooggeloofd.
Doch ik ben ellendig en arm : o God ! help mij.
i
.ITAME
Want Gij zijt mijn helper en verlosser ; Heer, vertoef niet.
Eere zij den Vader, en den Zoon, en ;i den H. Geest : gelijk liet was van den beginne, zoo nu en altoos, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Haak uwe dienaren zalig.
Mijn God, die in U hopen.
Heer! wees ons een sterke toren, j (Stel ons, Heerl in eene hooge wijkplaats.)
Tegen onze vijanden. (Tegen hen, ï die opstaan tegen ons.)
t l-aat onze vijanden niets tegen ons vermogen. (Dat geen vijand ons ver-drukke.)
En laat de zoon der boosheid ons :: gieen nadeel toebrengen. (En dat geen booswicht ons benaauwe.)
lieer, handel niet met ons naar onze zonden; en vergeld ons niet naar onze boosheden.
t I.aat ons bidden voor onzen Paus N....
no
w
VAN AI.I.E HEILIGEN
I)c Heer behoede hem, spare zijn leven, doe hem gelukkig wezen op aarde, en.geve hem nimmer zijne vijanden ten prijs.
Laat ons bidden voor onze weldoeners.
Heer, verwaardig U, allen, die ons weldoen, om uws naams wille, met het eeuwige leven te vergelden. Amen.
Laat ons bidden voor de geloo\\i-gen, die overleden zijn.
Heer! geef hun de eeuwige rust, en het eeuwige licht verlichte hen.
Dat zij rusten in vrede. Amen.
Voor onze broeders, die afwezig zijn ; mijn God, maak uwe dienaren, die in U hopen, zalig.
Zend hun hulpe van uit uw heiligdom.
En bescherm hen uit Sion.
Heer! verhoor mijn gebed ;
III
En mijn geroep kome tot U.
vi
JlD
: [\'v I\'l\' I\' M-\'Iquot;!\'v\'Iquot;!quot;!\' r-H-v-i-v-Mquot;!quot;!quot;!\'\'\'\'
LITANIE
LAAT ONS BIDDEN.
0 God! wien het eigen is altijd barmhartig te zijn en te sparen, verhoor onze ootmoedige bede, opdat wij, en al uwe dienaren, die met de ketenen der zonden gebonden zijn, door de ontferming uwer goedertierenheid genadig ontbonden worden.
Wij bidden ü. Heer ! verhoor do gebeden dor ooimoedigen, en spaar hen, die hunne zonden belijden; opdat wij en vergeving en vrede van uwe goedertierenheid mogen verwerven.
lieer! verheerlijk aan ons genadig uwe onuitsprekelijke barmhartigheid: maak ons van alle zonden vrij, en scheld ons tevens de straffen kwijt, die wij er door hebben verdiend.
O God! die door zonden bclec-digd, doch door boelpleging verzoend wordt, zie genadig neder op de geboden van uw volk, dat zich voor U verootmoedigt, en wend van ons af
$
11-2
VAN ALLE HEILIGEN 115
de geosels uwer gramschap, die wij door de zonden verdienen.
Almagtige, eeuwige God, ontferm U over uwen dienaar, onzen Paus N., en geleid hem, volgens uwegoedertie-renheid, op den weg des eeuwigen levens; opdat hij, door uwe hulp, hetgeen U behaagt, begeere en met alle kracht volbrenge.
O God, van wien de heilige begeerten, goede voornemens en alle rogt-vaardige werken voortkomen, geefuwe dienaren den vrede, welken de wereld niet kan geven ; opdat onze harten uwe geboden zijn toegedaan, en wij geene vijanden meer te vreezen hebbende, onder uwe bescherming in rust mogen leven.
O Heer! ontvonk onze nieren en harten door het vuur van den heiligen Geest; opdat wij U met een zuiver ligchaam dienen en door oen rein hart behagen.
O God, Schepper en Verlosser van 8
O
LITANIE
Cj
f
lil
alle geloovigen, vericon aan de zielen van uwe dienaren en dienaressen vergeving van alle zonden : ten einde zij de kwijtschelding, waarnaar zij aKoos verlangd hebben, door godvruchtige smeeldngen mogen verwerven.
Wij bidden U, o Heer ! voorkom al onze werken door den invloed uwer genade, en voltrek deze door uwe medewerking, zoodat al ons bidden en werken altijd van U beginne, en, alzoo begonnen, door U voltrokken worde.
Almagtige, eeuwige God ! die over levenden en dooden hcerscht, en U ontfermt over allen, die Gij te voren weet, dat door geloof en goede werken de uwen zullen zijn ; wij bidden ü ooimoedig, dat degenen, voor welke wij ons hebben voorgenomen te bidden, hetzij zij nog in deze-wereld leven, of reeds, door den dood, van hier zijn wegge\\oord, op de voorspraak
m
b-US -
VAK ALLE HEILIGEN 115
van al uwe Heiligen, naar uwe barm-harligheid, vergeving van al hunne zonden mogen verkrijgen ; door onzen Heer Jesus-Christus, uwen Zoon, die met U leeft en hcerscht in de eenheid des heiligen Geestes, God in alle eeuwigheid. Amen.
Heer ! verhoor mijn gebed,
En mijn geroep kome tot U. Do almagtige en barmhartige Heer verhoore ons. Amen.
En dat de geloovige zielen door €ods barmhartigheid in vrede rusten. Amen.
f
UTANM OP Al DE DAGEN DER WEEK
x-x-x\'-A.rvxje:
van de
ii. igt;itii:x i i.igt;i(iiii:iigt;
(op zondag)
eer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God Vader, uit wien alle dingen zijn, ontferm U onzer. God Zoon, door wien alle dingen zijn,
ontferm U onzer.
God heilige Geest, in wien alle dingen zijn, ontferm U onzer.
\' . . vB
1
LITANIE DER H. DRIEVULDIGHEID 117
Heilige en ondeelbare Drievuldigheid,
één God, ontferm U onzer. Onbegrijpelijke Jlajcs\'eit,
ünbeperlue Magt,
Oneindige Wijsheid,
Onuitputbare Goedheid,
Heer der heerschappijen.
Eeuwige Wet,
Eeuwige Waarheid,
God, almachtige Koning, c
Die alleen God, en één God zijl, ^ In wien wij leven, ons bewegen en § het aamvezen hebben, Jl
Wiens Majesteit de aarde vervult, g Aan wien alleen de eer en de glorie n
toekomt.
Die ons troost in onze droefenissen. Die alléén groote wonderen doet, Die zij(, en waart, en wezen zult, Regtvaardig en verschrikkelijk in
uw oordeel.
Heerlijk en wonderbaar in uw rijk. Die alleen de onsterfelijkheid bc-
LITANIE
J zit cn het ongenaakbare licht bewoont, ontferm U onzer.
Eeuwige Vader, ontferm U onzer. Eeniggeboren Zoon, ontferm U onzer. H. Geest, van beide voortkomende,
ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, cdn God, ontferm
U onzer.-Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wees genadig, verhoor ons, Heer. quot;Wees genadig, verlos ons, Heer. Van alle kwaad,
Van alle zonden,
Van alleongcloovigheid en dwaling, Van de overtreding uwer geboden, ^ Van het veronachtzamen en mis- §■ bruiken uwer genade, ^
Van de venvaarloozing der heilige =
dingen, \'
Van den eeuwigen dood, g
Door uwe almacht, quot;
Door uwe wijsheid,
Door uwe oneindige goedertierenheid,
118
VAN ÜE H. DRIEVULDIGHEID
Door uwe overgroolc barmharligheid,
verlos ons, Heer.
Door uw geduld en uwe langmocdig-
heid, verlos ons, Heer. Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dal Gij ons de genade wilt verlee-nen, om allijd en overal te belijden dal Gij de ware God zijl,
Dat Gij ons de genade wilt verleenen, om U tc vereeren, eenen God in J, de Drievuldigheid van Personen, — en de Drievuldigheid in de één- g heid vanuw Wezen Ie aanbidden, g Dal Gij ons de genade wilt verlee- c nen, om U, uit geheel ons hart, ^ lief te hebben, g.
Dat Gij het volk, hetwelk uwen hei- g ligen Naam is toegeheiligd, wilt ^ behouden en zalig maken.
Dat Gij de dwalenden op den weg dergeregtigheid wilt terugleiden, Dat Gij U verwaardigt ons te verhoeren,
119
LITANIE
H. Drievuldigheid, verlos ons. H. Drievuldigheid, maak ons zalig. H. Drievuldigheid , maak ons levend.
Heer, onlferm U onzer.
Christus, onlferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
v. Laat ons loven den Vader, den Zoon en den heiligen Gecsl.
i\\. Laat ze ons loven en verheerlijken in alle eeuwen.
v. Wees geloofd, Heer ! in het uitspansel des Hemels.
R. Zeer geprezen en verheerlijkt, en hoog verheven in eeuwigheid.
v. Dat (iod ons zegene ! God, onze God, zegene ons!
it. Dat de gansche aarde Hem vreeze.
v. Poer, verhoor mijn gebed, R. En mijn geroep kome tol U.
I quot;20
VAN DE H. DUIEVUI.DIGHEID \'121 LAAT ONS BIDDEN.
Almagtige, eeuwige God, die aan uwe dienaren dc genade verleend hebt, door het licht van het ware geloof dc heerlijkheid uwer eeuwige Drievuldigheid te erkennen cn in uwe opperste Majesteit hare eenheid te aanbidden ; verleen ons, dat wij door de kracht van daizelfde geloof ten alle tijde voor alle kwaad mogen bewaard worden, door Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, die,\'waarachtig God, met U leeft en heerschappij voert, inde eenheid des H. Geestes, in eeuwigheid. Amen.
VAN DEN HEILIGEN amp;EEST
(op maandag)
eer, onlferm U onzer.
Christus, onlferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God Vader, in den Hemel, onlferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, God H. Geest, o
H. Drievuldigheid, 66n God, =1 H. Geest, die van den Vader en 3 den Zoon voortkomt, ^
Geest der waarheid, die alle waar- o heid leert, |
Geest van wijsheid en verstand,
Geest van raad en sterkte,
LITANIE VAN DEN H. GEEST 123
Geest van wetenschap en godsvrucht,
ontferm U onzer.
Geest van de vreeze des Hoeren,
Geest van liefde, blijdschap en vrede,
Geest van lankmoedigheid, weldadigheid en goedhartigheid,
Geest van zachtmoedigheid, trouw
en matigheid.
Geest van eerbaarheid en reinheid. Geest dos Heeren, die de gansche °
aarde vervult,
H. Geest, die in ons woont, g
Geest van genade, ^
Geest van heiligmaking, 0
Geest van kracht en wijze gema- •=
ligdheld,
li. Geest, door wiens ingeving de heilige Godsmannen hebben gesproken,
11. Geest, die de dolende zondaren
te regt brengt,
H. Geest, die al uwe ware geloovi-gen één van hart en ziel maakt,
LITANIE
H. Gees!, die ware vrijheid verleenl,
ontferm U onzer.
H. Geest, die de dubbelhartigen en de veinsaards ontvlugt, en niet \\voonl in een ligchaam, dat aan de zonde is onderworpen,
H. Geest, die aan onzen lieer Jesus-Chrislus, zonder mate, gegeven zijt,
TI. Geest, ziel van hel ligchaam der
Kerk van Christus, g
H. Geest, die ons het duistere der heilige Schrifiuurdoordconfeil- | bare Kerk verklaart, c
H. Geest, die alleen ons Gods wet 2 kunt doen volbrengen, S
H. Geest, die zelf de gever van het •
bidden zijt,
H. Geest, die zelf voor ons en in ons met onuitsprekelijke verzuchtingen bidt,
H. Geest, die ons hart van droefheid en kwellingen bevrijdt, H. Geesl, die de liefde Gods uit-
\\~2i
VAN DEN H. GEEST 12igt;
stort in onze harten, ontferm U onzer.
H. Geest, die in uwe geloovigen als
in uwe tempels woont,
H. Geest, die uit uwe geloovigen stroomen van levend water doet voortvloeijcn,
H. Geest, door wien wij nu niet meer slaven zijn, maar kinderen en erfgenamen Gods, c
H. Geest, door wien wij niet meer 3 in gedurige vrees voor welver- ff diende straf leven, maar zoo als 3 kinderen hun vader uil liefde c eeren en dienen, §
H. Geest, die ons doet zuchten naar o de volkomene bezitting van het voorregt der aanneming tot kin-ren,
H. Geest, die, in ons wonende, onze sterfelijke ligchamen zult levend maken,
H. Geest, die ons in onze zwakheid te hulpe komt,
5D0 f-
H. Gocsl, die onze harten door het geloof reinigt, ontferm U onzer. H. Geest, Trooster, tiie met ons blijtt
in eeuwigheid, ontferm U onzer. Wees genadig, spaarons, H Geest. Wees genadig, verhoor ons, H. Geest. Wees genadig, verlos ons, H. Geest. Van den geest der dwaling.
Van den geest der onkuischheid, Van den geest der godslastering, Van alle verhardheid in de hoosheid en van alle vertwijfeling, Van alle laatdunkendheid en van o hel bestrijden der geopenbaarde o _ -waarheden des Christendoms, o ^an alle boosaardigheid en van S
zondige gewoonten,
Van het krenken der broederlijke c liefde, g
Van onboetvaardigheid, vooral in quot;
ons sterfuur.
Van allen kwaden geest,
LITANIE
\\an allen geest, die maar eenig-zins met U strijdig is,
i
KXJs
VAN DEN II. GEEST
Door uwe eeuwige voortkomsl van den Vader en den Zoon, verlos ons, H. Geest.
Door uwe .onzigibare zalving.
Door de volheid der genade, waarmede Gij de H. Maagd Maria steeds hebt begiftigd.
Door den invloed van heiligheid, waarmede Gij de Moeder des ^ Hoeren, bij de ontvangenis des S-Woords, als oveis roomdel.
Door uwe heilige Verschijning bij § den doop van Cbrislus, \'
Door uwe heilrijke nederdaling ■_ over de Apostelen, o
Door de onuitsprekelijke goedheid, f-waarmede Gij Gods Kerk bes\'uurt, de overheden doet eensgezind zijn, de Martelaars versterkt, de Leeraren verlicht en de geestelijke orden instelt.
Wij, zondaren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat, gelijk wij in den geest leven, wij
127
LITANIE
alzoo ook naar den geest wandelen, wij bidden ü, verhoor ons.
Dat wij de werken van het vleesch door den geest dooden, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij U nimmer bedroeven,
Dal wij U, o Geest dergenade, gecne
versmading aandoen.
Dat wij altijd trach\'.en de eenheid des geestcs, door den band van ^ vrede, te onderhouden, ^
Dal wij naar U leven,en de begeer- £1 lijkheden des vleesches niet 2 involgen,
Dal wij allo geesten niet gelooven, ■quot; maar beproeven of zij uiiGod zijn, jf Dat wij, steeds gedachtig dal wij uw §quot; tempel zijn, vreezen ons zeiven 2 te schenden, 0
Dat wij degenen, die tot misdrijf iquot; zijn vervallen, met den geest van zachtmoedigheid te regt brengen. Dat nij in U zaaijen en van U hel eeuwig leven inoogsten.
128
VAN DEN 11. GEEST
Dat het U behoge ons oen nederig gevoelen van ons zelven tc doen hebben, en onze harten van den rijkdom los tc maken, wij bidden U, verhoor ons.
Dat het U behage, ons zachtmoedig
te doen worden.
Dat het U behage, ons de genade van eenc zalige droefheid en boetende, heiligende tranen tc ver-leenen, J.
Dat het U behage, ons hongerig en ^ dorstig naar de gerrgtighcid te g doen worden, g
Dat het U behage ons ware gevoc- X lens van liefde en barmhartig-heid in te boezemen, 2
Dal het ü behage, in ons een zuiver 5 hart te scheppen, en den reglen s geest tc vernieuwen, §
Dat wij vredelievend en waardig zijn den naam van kinderen Gods tc dragen.
Dat wij alle vervolgingen om dc 9
1-29
LITANIE
gcregligheid kloekmoedig en standvastig verduren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij vri j zijn van do zonden, welke noch in deze noch inde toekomende wereld vergeven worden, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij nimmer van ons wijket, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij U nimmer wederstaan, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij ons, tot hot einde toe, in hot goede leven wilt bevestigen, wij bidden U, verhoor ons.
Geest Gods, wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, stort uwen heiligen Geest over ons uit.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, zend over ons den beloofden Geest des Vaders.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef ons den goeden Geest.
150
VAN DEN H. GEEST
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
De genade des H. Gecstes verlichte onze zinnen en harten.
LAAT ONS BIDDEN.
151
O God ! die de harten der geloovigen door de verlichting van den heiligen Geest onderwijst, verleen ons uwe genade, opdat wij door dien zelfden Geest loeren verstaan wat goed is ; — ons verstand verlicht, ons hart gereinigd worde, en wij ons ten allen tijde over zijne vertroostingen verheugen, door Jesus-Chiistus, uwen Zoon, onzen lieer, die met U enden H. Geest, een eenig God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.
OmjCTTsm
LITANIE
ALLERHEILIGSTE^ NAAR! JESÜS
(OP DINSDAG)
(300 dagen aflaat aan hen, die deze litanie lezen.)
\'j\' cj
EER, ontferm U onzer. Christus, ontferm L\' onzer. Heer, ontferm U onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons. God hemelschc Vader, oniferm ü onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God II. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
LITANIE VAN DEN (I. KAAM JESUS 103
Jesus, Zoon van den levenden God,
ontferm U onzer.
Jesus, schitterend licht des Vaders,
Jesus,-glans van het eeuwige licht,
Jesus, koning der heerlijkheid,
Jesus, zon der regtvaardigheid,
Jesus, Zoon van de Maagd Maria,
Minnelijke Jesus,
Wonderlijke Jesus,
Jesus, sterke God,
Jesus, Vader der toekomende tijden,
Jesus, verkondiger van Godsverhc- o \' , n s
ven raad, tz
AUermagtigste Jesus, ■ 3
Alierverduidigste Jesus,
AUergehoorzaamslc Jesus, o
Jesus, zoet en ootmoedig van harte, Jesus, minnaar der zuiverheid, Jrsus, onze minnaar,
Jesus, God des vredes,
Jesus, oorsprong des levens,
Jesus, voorbeeld der deugden, Jesus, ijveraar der zielen,
Jesus, onze God,
l.ITAKIE
Jesus, onze loevlugt, ontferm ü onzer. Jesus, vader der armen,
Jesus, schat der gcloovigen,
Jesus, goede herder,
Jesus, waar licht,
Jesus, eeuwige wijsheid,
Jesus, oneindige goedheid,
Jesus, onze weg en onj leven, £ Jesus, blijdschap der Engelen, = Jesus, koning der Aartsvaderen, 3 Jesus, meester der Apostelen, jl Jesus, leeraar der Evangelisten, 0 Jesus, .«■terkte der Martelaren, g Jesus, licht der Belijders,
Jesus, zuiverheid der maagden, Jesus, kroon van alle Heiligen,
Wees genadig, spaar ons, Jesus.
Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons, Jesus. Van alle zonde, verlos ons, Jesus. Van uwe gramschap,verlos ons, Jesus. Van do listen des duivels, verlos ons, Jesus.
Van den geest van onkuischheid, verlos ons, Jesus.
151
VAN DEN H. KAAM JESUS 13b
Van dm eeuwigen dood, verlos ons, Jesus.
Van de veronachtzaming uwer inspraken,
Door het geheim uwer heilige
menschwording,
Door uwe geboorte,
Door uwe kindschheid, rf
Door uw allergoddelijksl leven, o Dooruwen arbeid, o
Door uwen doodstrijd en uw lijden, jquot; Door uw kruis en uwe verlating,
Door uwe smarten, =
C/2
Door uwen dood en uwe begrafenis, \'
Door uwe verrijzenis.
Door uwe hemelvaart.
Door uwe vreugden.
Door uwe heerlijkheid.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jesus.
-5r^o
H-H-vv
15Ü LITANIE VAN DEN H. KAAM
■H-H ! gt;aè=:
Jesus, hoor ons.
Jcsus, verhoor ons.
J- j\' i
LAAT ONS HIDDEN.
Heer Jesus-Christus, die gezegd liebt . Vraagl, en gij zult verkrijgen; zoekt, en gij zult vinden; klopt, \'en u zal open gedaan worden, wij bidden U, verleen ons op onze smeekingen het gevoelen uwer allergoddelijkste liefde, opdat wij U, uit gansch ons hari, door woorden en werken mogen beminnen en nimmer ophouden van U te loven.
Maak, o Hoer, dat wij te zamen de vrees en de liefde van uwen heiligen Naam in eeuwigheid mogen be-zitlen, omdat Gij nooit van uwe bc-; sliering berooft alwieGij U gewaardigt in de kracht uwer liefde tevesligen. Uooquot; onzen Heer, enz.
.XoIX.
--ÖLJo
LIT^TNTIE
lcr ecre
VAN DE HEILIGE ENGELEN
(op woensdag)
eer, ontferm U onzer. Clirislus, ontferm U onzer. Heer, onlferm U onzer. Christus,,hoor ons.
Christus, verhoor ons. God, Vader in den Hemel, ontferm U onzer.
Cod Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.
Cod 11. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, dén God, ontferm
U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
li. Moeder Gods, bid voor ons. li. Maagd der maagden, bid voor ons.
rn—- )n.c
1Ö8 l.ITANIE
H. Maria, koningin der Engelen, bid
\\oor ons.
H. Michaël,
H. Gabriel,
H. Raphael,
H. Cherubijnen,
H. Serafijnen,
H. Troonen,
H. Heerschappijen,
H. Overheden,
H. Mag\'.en,
H. Krachten, c
H. Aartsengelen, • -■
H. Engelen, S
H. Engelen, die Gods verheven
troon omringt.
Die ten allen tijde hel aanschijn des
Vaders aanschouwt. Die onophoudelijk God bet driemaal heilig toezingt.
Die \'s Heeren bevelen volvoert, Die aan ous menschen den godde-
lijken wil bekend maakt,
Dieu overonzeboelpleging verblijdt.
VAN DE If. ENGELEN
Die lot onzn diensl wordl uitgezonden, bidt voor ons.
Die ons bewaakt en in bescherming neemt,
Dio ons leert en onderrigt.
Die ons vergezelten leidt,
Die ons waarschuwt en vermaant, Di\'j onze gebeden aan God opdraagt,
Die voor ons bidt, E
Die de geboorte des Zaligmakers amp; aan de herders bekend maak let, g Dio bij de geboorte van den Verlos- ° ser, den Allerhoogsle met gejuich i en gezang verheerlijktet, •quot;
Dioden Heer inde woestijn diendet, Dio in sneeuwwitte kleederen bij het graf van den verrezen Middelaar waart neergezeten, Dio, onmiddelijk na de hemelvaart van den Zoon Gods, aan de Apostelen verseheent.
Die eenmaal, met verschrikkend bazuingetchal, allo menschen
159
LITANIE
zuil dagen om voor den roglcrstocl van Christus to versehijnen, bidt vooi\' ons.
Die den Zoon des menschen zult omringen bij zijne plcgiige komst ten oordeele der wereld,
Die bij de algemeene opstanding S der dooden de uitverkorenen zuil verzamelen, o
Die de werken der geregligheid ^ van het koningrijk van den Zoon = des menschen zult inzamelen, H. Engelen Gods,
Alle koren der zalige geesten,
Jesus, vreugde der Engelen, wij bidden U, verhoor ons ootmoedig smeeken.
Van alle rampen en gevaren, verlos
ons, lieer.
Van alle lislen en lagen des duivels,
verlos ons, Heer.
van alle scheuring, ongeloof en ketterij, verlos ons, lieer.
Van eenen onvoorzienen dood, behoed ons. Heer.
VAN DE H. ENGELEN
Wij, zondaren, wij bidden U, vcihoor ons.
Dat het U behage ons, door uwe heilige Engelen, voor dc lig-chaams- en zielsgevaren tc behoeden, waaraan wij gedurig zijn blootges: eld.
Dat het U bchage, door uwe heilige __ Engelen, in al onze behoeften te voorzien; — ons bijstand te ver- g; Iconen, §;
Dat het U behage, ons door uwe § heilige Engelen in uren van beko- a ring te ondersteunen, opdat wij, ^ slaande blijvende, verwinnen, S. Dat het U behage, ons door uwe § hcillige Engelen lot ware boet- ^ pleging op tc leiden, a
Dat het U behage, ons door uwe quot; heilige Engelen in onze drocfe-nissen en rampspoeden, onderwerping, Iroost en bemoediging tc doen verwerven.
Dat het U behage, door de veelvcr-
141
LITANIE
mogende voorbidding uwer heilige Engelen, uwe rcgtmaligc verbolgenheid van ons af te wenden, wij bidden U, verhoor ons.
Ual het ü bchage, door uwe heilige Engelen, ons op ons doodsbed verkwikking en lafenis te doen bekomen, wij bidden U, verhoor ons. Dat hot U beliage onze zielen, na het verscheiden, door uwe heilige Engelen te doen opnemen, en lot U ten Hemel te voeren, wij bidden U, verhoor ons.
Jesus, vreugde der Engelen, wij bidden U, verhoor ons.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, lieer. Lam Gods, dat de zonden der wereld i j- wegneemt, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer.
Heer. ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, oulferm U onzer.
VAN DE If. ENGELEN
Onze Vader, enz.
Looft den Hoer, gij al zijne Engelen !
Gij, sterke helden, die zijn woord volbrengt, gehoorzaamt aan de stem van zijn gebod.
l.ooft den Heer, gij al zijne heerscharen!
Gij, zijne dienaars, die, wat Hem behaagt, volvoert.
God heeft zijne Engelen van wegens u bevolen, dat ze u bewaren in al uwe wegen.
De Engel des Heeren zal zich legeren rondom degenen, die Hem vreezen ;
En Hij zal hen uit allen nood rukken.
In de tegenwoordigheid der Engelen, zal ik U, o mijn God ! lof zingen.
Ik zal, naar uwen heiligen tempel gekeerd, U aanbidden. Hoor! en uwen naam verheerlijken.
U5
\'5quot;n 9
Tl
vo j
Ui LITANIE VAN DE It. ENGELEN
Hoer, verhoor mijn gebed,
En mijn geroep kome tol U.
LAAT ONS BIDDEN.
i quot;H
Almagtige God 1 onuitsprekelijk liefderijke Vader! die U verwaardigt uwe Engelen, ten dicnsle van ons, zondige menschcn, uit te zenden! geef dat wij ten allen tijde hunne bescherming en bijstand, liet vermogen, de kracht van hunne voorbidding ontwaren, en eenmaal door de verdiensten van Jesus-Chrislus, in hunne zalige gemeenschap, U en uwen welbeminden Zoon altoos en eeuwig dankbaar verhceilijken. Amen.
LITANIE
VAgt; HET
HBILIO- SA.CK.A.IvIEKrT (op donderdag)
eer, ontferm u onzer.
9 Christus, ontferm ü onzer. Meer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, ontferm ü onzer. Meer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God, Vader in den Heme), ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, God H.Geest, §
H. Drievuldigheid, één God, =-
Levend Brood, uil den Hemel ne- 3 derdalende, c
Verborgen God, onder ziglbare ge- g
daanle schuilende,
Tarwe der uitverkorenen,
10
Wijn, die maagden voortbrengt, ont
ferm U onzer.
Voorlreffelijk brood en lekkernij
der koningen,
Gedurig offer,
Heine spijs-offerande.
Onbevlekt Lam,
Allerreinste Tafel,
Engelen-spijze,
Verborgen manna,
O
Gedenksluk van Gods wonderen, s liovennaluui\'lijk brood, §
Vlecscbgcworden Woord, onder 5 ons wonende, c;
Heilig Ofler, 2
Drinkbeker der zegening, o
Troostvolle verborgenheid van ons geloof,
Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament,
Allerlieiligslc offerande,
Zoenoffer voor levenden en doo-den,
flemelsch behoedmiddel, waardoor
VAK HET II. SACRAMENT 14
wij voor dc zonden behoed wor den, ontferm U onzer.
Wonder vun Gods wonderen, Allérheiligsle gedachtonis van hot
lijden des Heeren,
Geschenk dat alle volheid te hoven gaal,
Voorlreffelijk gedenkteeken dei-
goddelijke liefde,
Overvloeijende bron van Gods mild- 0 dadigheid, =
Doorluchtig, overheilig geheim, jf\' Krachtige spijs der onsterfelijkheid, 3 Levendmakend, aanbiddelijk Sa- a crament, §
llrood, dat door de almog?mlheid « desWoords zijtvleesch geworden, \' Onbloedig, rein offer van het nieuwe verbond,
Tafelgeregt en gas.heer,
Allerheiligsle maaltijd, waarbij Engelen tegenwoordig zijn en dienen,
Teeken van genade.
LITANIE
Band van liefde, ontferm U onzer. Hoogepricsler, die zelf hel offer zijl,
ontferm U onzer.
(iecslelijkc spijs van verkwikking onzer zielen, ontferm U onzer. Teerpenning dergenen, die in den
Heer sterven, ontferm U onzer. Onderpand der toekomende glorie,
ontferm U onzer.
Wees genadig, spaar ons, Heer.
Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van het onwaardig nuitigen uws lig-chaams en bloeds, verlos ons. Heer. Van de begeerlijkheid des vlee-schcs.
Van do begeerlijkheid der oogen, o Van de grootschheid des levens, §* Van alle twijfeling, ongeloovigheid, o verblindheid des harten en ket S terij, =
Van alle oneetbiedigheid en mis- 2 bruik met opzigt tol dit hooghei-lig Sacrament,
Van alle zwakheden en zonden, die
148
VAN HET H. SACRAMENT 119
de heerlijke uilwcrkseleii van (lit aanbiddelijk Sacrament kunnen verminderen en tegenhouden, verlos ons. Heer.
Van alle gelegenheden tot zondi-gcn,
Door de groote begeerte die Gij hadl, om dit Paasehlam met uwe leerlingen te eten,
Door den diepen ootmoed, waar-metle Gi,| de voelen van uwe leerlingen hebt gewasschcn, lt; Door dc onuitsprekelijke liefde, g. waarmede Gij dit hoogheilig Sa- * crament hebt ingesteld, ■= Door het dierbaar Bloed, dat Gij \'= voor ons op het Altaar hebt nage- g laten,
Door de vijf kruiswonden, welkeGij in het allerheiligste Ligchaam, dal Gij voor ons hebt aangenomen, hebt ontvangen. Wij, zondaren, wij smeeken U, verhoor ons.
loO LITANIE
Dal hot U bchacfc, in ons ge loof, eerbied en godsdienstige gemoedsstemming ten opzigte van dit wonderbaar Sacrament to onderhouden en te vermeerderen, wij smeeken U, verhoor ons.
Dat hot U bohage, ons, dooreene opregte belijdenis onzer zonden, tot hot dikwijls nultigen dezer jS. geestelijke spijs voor te berei- S den, |
Dat het U behage, de onschatbare, gquot; hemclsche vruchten van dit aller- 3 heiligste Sacrament in ons over-vloedig uit te storten, »
Dat het U behago, ons, in het uur o van onzen dood, met deze hemel- ° spijs lot de reis naar de eeuwig- § heid te versterken.
Zoon van God,
Lam Gods, dal de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
VAN HET H. SACHAMENT liil
Lam Gods, dat de zonden der won ld
wegneemt, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, oniferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Heer, verhoor mijn gebed,
Kn mijn geroep kome tot U.
LAAT ONS BIDDEN.
Heer Jesus ! die ons in dit wonderbaar Sacrament cene altoosdurendc gedachtenis van uwe liefde en van uw lijden en sterven hebt nagelaten, geef . dat wij dc geheimenissen van uw Lig-chaam en liloed met zulk eene ware godsvrucht \\ereeren, dat wij al den zegen, al de heilrijke gevolgen van onze verlossing onophoudelijk mogen ontwaren. Gij, die met den Vader en den H. Geest, éön eenig God, leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.
LITANIE
VAN HET LIJDEN VAN CHRISTUS
(op vrijdag)
Ïeereer. ontferm u onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Fleer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Jcsus, die, na het H. Avondmaal, dat eeuwig gedenkstuk van uwe oneindige lielde, ingesteld en den lofzang gezegd te hebben, van Jeruzalem,
1,IT. VAN IIET LIJDEN VAN CHRISTUS ibö
over do bekcCcdron, naar den Olijfberg uitgingt, om uw gebed te doen, ontferm U onzer.
Jesus, die, door het voorgevoel des smaads en der smarten, en ook van de diepe vernedering der menschelijkheid, waarvan Gij hel slagtoffer wezen zoudt, bedroefd en diep beangst werdt,
Jesus, die, tot het lijden bereidvaardig, U aan den wil van g uwen hemclschen Vader onder- = wierpt, 3
Jesus, die, bij uwen afmattenden c lijdensstrijd, door een Engel ver- | sterkt werdt, S
.lesus, die door Judas, een van uw ^ geliefkoosd twaalftal leerlingen, werdt verraden,
.tcsus, die door ecne bende huurlingen werdt geboeid,
Jcsus, die door al uwe leerlingen
werdt verlaten,
Jesus, die geboeid naar Annas en
134 LITANIE VAN HET LUIEN
Caïphas wordt gebragt, onlfcm onzer.
Jcsus, die van eenen dienaar een kaakslag omving t,
•lesus, die door valsclie getuigen
werdt beschuldigd,
Jcsus, die, geluigcnis der waarheid gevende, als een gods-lasieraar ten dood wordt veroordeold,
Jrsus, die Petrus, nadat hij U had verloochend, door een blik van medelijden en ontferming be-keerdei,
•lesus, die aan Pilalus, een heiden,
werdt overgeleverd,
Jcsus, die, voor Horodes gebragt, door dezen en door zijn hofgezin bespot werdl,
Jesus, die gesteld wordt achler den oproerigen moordenaar Barra-bas,
Jesus, die wrccdcl jk werd quot;■cce-seld,
Jesus, die ter bospotliug mot een\'
VAN CHI\'.ISTl\'S
purperen mantel werdt omhange ontferm U onzer.
Jesus, die ter bespotting met doornen werdt gekroond,
Jesus, wien men ter bespotting een riet tot schepter in do liand gaf, •lesus, wiens kruisdood door de joden onder een ontzettend geschreeuw geëischt werdt,
Jesus, die door Pilalus tot den kruisdood veroordeeld en aan de woede der joden overgeleverd werdt,
Jesus, die bij het dragen van den kruisbalk, onder den zwaren last diep gebukt gingt,
•lesus, die als een schuldeloos lam
ter slagling geleid werdt,
Jesus, die van uwe kleederen ontbloot werdt,
Jesus, die voor onze boosheden
gewond werdt,
Jesus, die, vol versehoonende liefde, uwen Vader om vergeving voor
lüG LITANIE VAN HET LIJDEN
uwe vijanden cn moordenaars baill ontferm U onzer.
Jcsus, die met de booswichten
werdt gelijk geacht,
■Icsus, die nog aan het kruis gelasterd en bespot werdt,
Jcsus, die den geloovenden en be-rouwhebbenden moordenaar in genade aangenomen cn hem het Paradijs beloold hebt,
Jcsus, die uwe Moeder aan den hei - 2 ligen Johannes hebt aanbevolen, ~ Jcsus, die, aan het kruis hangende, 5 uitriept : Mijn God! mijn God! G waarom hebt Gij Mij verlaten? o Jcsus, die in uwen dorst met gal cn § edik gelaafd werdt, quot;
J( sus, die betuigdet, dat alles vol-bragt was, wat wegens ü stond gcschrcven,
Jcsus, die stervende uwen geest in de handen uws Vaders hebt bevolen,
Jcsus, die, uw hoofd buigende, on-
^03
VAN CHRISTUS 157
dei\' ccn luid geroep den geest gaafl. onlfcrm U onzer.
.1 eblis, door wiens sterven do lion-derdste man en velen uit het volk bekeerd werden,
Jesus, wiens zijde met eene speer
door.-token werd,
•lesus, uit wiens doorstokeno zijde
water en bloed vloeiden,
Jesus, wiens ligchaam door twee 0 eerwaarde mannen van hel kruis E afgenomen en begraven werd, 5\' Jesus, die na uwen dood neder- -daaldet ter helle, om de zielen c: der afgestorvene regtvaardigen lo 3 troosten en te verlossen, 2
Jesus, die op den derden dag na uwen dood vol heerlijkheid uit het graf zijl verrezen,
Jesus, die levenden en dooden zuil
komen oordeelen.
Wees genadig, spaar ons, Jesus.
Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons, Jesus.
iü8 LITANIE VAN HET LIJDEN
Van alle zonden, verlos ons, Jesus. Van eenen haastigen en onvoorzie-
nen dood,
Van gramschap, haat en allen kwaden wil.
Van delistendes duivels,
Van hel eeuwige verderf, v
Van ]]?s!, hongersnood en oorlog, 2 Door uwen doodstrijd en bloedig g 7. weeten, g
Door uwe geeseling en ondergane .
mishandelingen, ggt;
Door uwe doornen kroon, S
Door uw kruis en lijden.
Door uwen dorst, door uwe tranen
en naaktheid.
Door uwen dood en uwe begrafenis. Door uwe opstanding.
Op den dag des oordeels. Wij, zondaren, w\'.j bidden U, verhoor ons.
Dat wij de dwaasheid van het kruis hooger achten dan alle menschelijke wijsheid, wij bidden U, verhoor ons.
VAN CHUISTUS
Dal wij cr naar streven, U, o Josus-Christus, vooral als gekruist en ge-slorven voor onze zonden, te kennen, wij bidden U, verhoor ons. Dat wij, liet voorbeeld van uw lijden ons voorstellende, uwe voet-stappen navolgen,
Dat wij dagelijks ons kruis opnemen en U volgen, ^ Dal wij, daar Gij onze zonden op liet kruishout in uw ligchaam 5quot;. hebt gedragen, aan de zonden afgestorven zijnde, voorde gereg- quot; tigheid leven, ^ Dal wij op U, o aanvoerder en vol- q trekker van ons geloof, steeds het gquot; oog gevestigd houden, S Dal wij, naar uw voorbeeld, als wij g gescholden worden, niet weder- V schelden; als wij beleedigd worden, niet dreigen, maar het aan U overlaten, die regtvaardig oordeelt,
Dat het verre van ons zij op iels an-
100 LITANIE VAN HET LIJDEN
ilei\'s dan op uw kruis, o Heer Josus te roemen, wij bidden II, verhooi ons.
Dat, uit liefde tot U, do wereld voor ons gekruisigd zij, en wij zulks voor de wereld zijn,
Dat wij, heigeen ons tot winst was, om uwen wil, voor schade schat-ten, |
Dat uw bloed ons van alle doode g werken reinige, om U, o levende c God, te dienen,
Dat wij, die zoo duur gekocht zijn,
U in ons ligchaam verheerlijken, 5 Dat wij ons vleesch met deszells hartstogten en begeerlijkheden § kruisigen, quot;
Dat, gelijk wij deelgenooten uws lijdens zijn, wij ook der vertroosting deelacluig worden.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Jesus.
Vx\\N CHRISTUS 101
Lam Gods, dat do zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer, Jesus. Jesus-Christus, hoor ons. Jesus-Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, onlferni U onzer.
Heer, onlferm U onzer.
Onze Vader, enz.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep kome tot U.
LAAT ONS lïlDDEN.
Laat, o Heer Jesus-Christus! aide zegeningen van uw lijden en sterven over ons komen. Verwek in ons den levendigsten afkeer tegen de zonden. Verleen ons uwe genade, dat wij de zonde, welke ons zoo diep verlagen, den Hemel ontrooven, envan U scheiden, die uw bloed voor ons vergoten hebt, in ons geheel en al uilroeijen. Verleen ons het vertrouwen, dat onze zonden, om uwent wille, die tot onze verzoening zijt gestorven, genadig zijn
oHs/S\' .......% \'r-•--L:-uê)
O
571°
1(1-2 LITANIE VAN HET LIJDEN 0. II.
!£ «PI
vergeven. Schenk ons uwe hulp, opdat wij heilig worden ; maak ons getrouw, en sterk ons in alle beproevingen van dit vergankelijk leven; geef rust en verkwikking aan ons hart in dagen van droefheid en lijden. — O Gij, die ons tol uw eigendom gekocht hebt, wees ons genadig : en daar Gij zelf, goddelijke, dierbare Verlosser, met den dood geworsteld hebt, zoo verlaat ons niet in ons sterfuur. Laat, zoo lang wij hier op aarde leven, het denkbeeld ons steeds vergezellen, dal hot onze zonden zijn, die U ter neder-velden, verwondden en aan het kruis bragten. Laat ons zalig in hoop van hier gaan, en doe ons, in ons laatste uur, uwe stem hooren : « Heden zult gij met Mij in bet Paradijs wezen. » Ja, Amen.
x^xoc^iccvxdg:
ter eere
VAfj DE HEILIGE lüAAamp;D I^ARIA
(OP ZATURDAG)
\'
EEii, ontferm U onzer.
Chrislus, ontferm U onzer.
lieer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Vader in den Hemel, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
Rod H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods, Jjid voor ons.
H. Maagd der maagden, bid voor ons.
101 LITANIE
Moeder van Christus, bid voor ons. Moeder der goddelijke genade, Allerreinste Moeder,
Allerzuiverste Moeder, Ongeschondene Moeder,
Onbevlekte Moeder,
Lieftallige Moeder,
Wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Allerwijsste Maagd, H
Roemwaardige Maagd. Vereerenswaardige Maagd, §
Veelvermogende Maagd, o
Goedertiere\'nc Maagd, p
Getrouwe Maagd,
Spiegel der geregtigheid.
Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk vat,
Eerwaardig vat.
Uitmuntend vat van godsvrucht. Geheimzinnige roos.
Toren van David,
!! I !! I ! ■! ■K-H-! \'11 1 ■! \'1 H111 \'1
yfTfamp;^-rTTT.........I ■ ■: n : ■ • 111 -4-^^
.............. o %gt;
VAN DE II. MAAGD MATIIA IG:»
Ivoren toren, bid voor ons.
Gulden huis,
Ark des Verbonds,
Deur dos Hemels,
Morgenstar,
Behoudenis der zieken.
Toevlucht der zondaren.
Troosteres der bedroefden,
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen, =-
Koningin der Aartsvaders, g
Koningin der Profeten, ^
Koningin der Apostelen. p
Koningin der Martelaren,
Koningin der Belijders,
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder vlek ontvangen,
Koningin van den allerheihgslen
Rozenkrans,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Ê I
quot; I i^r ,
ICG
- O
-ITANIE VAN DE H. MAAGD JIAHIA
Lam Gods, dal de zonden der wereld
wegneemt, onlferm U onzer.
Heer, onlferm U onzer.
Christus, onlferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jcsus-Clirislus, hoor ons. Jesus-Christus, verhoor ons.
Wees gegroet, Maria, enz.
LAAT ONS BIDDEN.
1
Heer Jesus-Christus ! die U verwaardigd heht mensch, ja een zoon des menschen Ie worden, U eene vrouw lot Moeder op aarde verkiezende, die God tot Vader hebt in den Hemel, wij bidden U, geef dat wij uwe hei\'ige Moeder, altoos Maagd, zoo vereeren, dat die vereering U welbehagelijk zij, die met den Vader en den H. Geest, waarachtig God, in eeuwigheid leeft en regeert. Amen.
r\'-
ida
--t\'iLx
G jf—........
t);rect)iUcnic fitanicii cn Ccluïcu
LITANIE
VAN BET
MK. «X.t »5\'X- gt;lirAnsr .TTJESilCSt
eeu, ontferm u onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm ü onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, zelfstandig vereenigd met het Woord, ontferm U onzer.
LITANIE
Hart van Jcsus, lieiligdom der God
hcid, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, lerr.pel der H. Drievuldigheid,
Hart van Jesus, afgrond van wijsheid,
Hart van Jcsus, zee van goedheid,
Hart van Jesus, troon van barmhartigheid, g Hart van Jesus, onuitputhare £ schat, S Hart van Jesus, uit welks volheid ^ wij alles ontvangen hebben, o Hart van jesus, onze vrede en onze 5 verzoening, ^ Hart van Jcsus, voorbeeld aller
deugden.
Hart van Jesus, dal oneindig be-¥ mind wordt en oneindig bemin-nenswaardig zijl.
Hart van Jesus, bron van water, dal ; : lot het eeuwige leven vloeit,
Hart van Jesus, voorwerp van het
Ili8
VAX HET II. HART VAN JESUS
welbehagen des hemelschen V dcrs, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, verzoening voor
onze zonden,
Hart van Jesus, ter oorzake van ons
niet bitterheid vervuld,
Hart van Jesus, in den hof der Olijven tot den dood bedroefd.
Hart van Jesus, met smaad verzadigd,
Hart van Jesus, door liefde gewond. Hart van Jesus, met eene lans doorstoken.
Hart van Jesus, aan het kruis uitgeput van bloed.
Hart van Jesus, om onze zonden
van droefheid verbrijzeld,
Hait van Jesus, nu nog door de menschen beleedigd en versmaad in het allerheiligste Sacrament uwer liefde.
Hart van Jesus, toevlugt der zondaren,
Hart van Jesus, sterkte der zwakken,
I.ITANIE
Hart van Jesus, Iroost der bedrukten, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, volharding der regt-vaardigen, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, zaligheid van hen die in U hopen, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, hoop der stervenden, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, gewenschte steun van al uwe aanbidders, ontferm Uonzer.
Hart van Jesus, genoegen van al uwe Heiligen, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, onze hulp in de groote rampen, die op ons zijn nederge-stort, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
170
VAN HET II. IIAIIT VAN JESUS 171
Heer, ontferm U onzer, enz.
v. Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte,
R. Maal; ons hart gelijkvormig aan het uwe.
LAAT ONS BIDDEN.
lieer Jesus, die (loer eene nieuwe weldaad U gewaardigd hebt aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw hart te openen, maak dat wij aan dit aanbiddelijk hart liefde voor liefde kunnen wedergeven, en, door waardige eerbewijzingen, den smaad herstellen, waarmede de ondankbaarheid der menschen hetzelve vervult.
Almogende en eeuwige God, sla uwe oogen op het hart van uwenallerlief-ste\'n Zoon, aanzie de voldoening welke Hij U voor alle zondaars aanbiedt; aanhoor de lofzeggingen, die Hij U voor hen bewijst; door zijne goddelijke eerbewijzen bevredigd, vergeef onze zonden en wees ons barmhar-
Iff
172 L1ÏAXIE VAN HET H. HART
lig, in den naam van denzelfden Jesus-Chrislus, uwen Zoon, die met U leeft en hcerscht in de eenheid van den ^ II. Geest, God in alle ecuwen der ï eeuwen. Amen.
Toewijding aan hel H. llarl van Jcsus,
Aanbiddelijk Hart van mijnen Verlosser, in aanzien der oneindige liefde die Gij voor alle menschen gehad hebt; in aanzien van het kostbaar bloed dat Gij voor onze zaligheid hebt willen vergieten; in aanzien uwer barmhartigheden, wijd ik U van daag ;!: toe alles wat ik ben, alles wat ik be-zil, mijn ligchaam, mijne ziel, mijne \\ gedachten, mijne verlangens, mijne woorden, mijne werken, mijn lijden; maar nog meer in het bijzonder wijd ik U mijn hart met al zijne geneigdheden toe. Aanvaard mijn offer, o goddelijk Hart van Jesus! zuiver mij, heilig mij, ontvlam mij door het hei • \'ig vuur uwer liefde. Amen.
Éllfllf
P
LITAHSTIE
ter eeue
VAN MT HEILIG HART VAN MARIA
eer, onlferm u onzer. Clirislus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsehe Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
Cod H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Hart van Maria, zonder vlek ontvangen, bid voor ons.
Hart van Maria, vol van genade, bid voor ons.
1 ~i LITANIE
Hart van Maria, onder alle harlen
zegend, bid voor ons. Ootmoedigste Hart van Maria, Zuiverste Hart van Maria, Minnelijkste Hart van Maria,
Hart van Maria, heilige rustplaats van de allerheiligste Drievuldigheid,
Hart van Maria, zeer gelijkvormig aan het allerheiligste Hart van Jcsus,
Hart van Maria, tabernakel van God, menschgeworden op den dag uwer boodschap,
Hart van Maria, met nieuwe genaden vervuld in uwe bezoeking, Hart van Maria, woonplaats van Jesus,
Hart van Maria, overgoten met blijdschap in degeboorle van Jesus, Hart van Maria, vol van bewondering in de aanbidding der Wijzen,
Hart van Maria, doorsloken met het
VAN HET H. HART VAN MARIA 17.)
zwaard van droefheid in dc voorzegging van den H. Simeon in uwe zuivering, bid voor ons.
Harl van Maria, vol van zorg en
angst in de vlugt naar Egypte,
Hart van Maria, bedrukt om liet verlies van Jesus, on wederom verblijd om zijne vinding in den tempel.
Hart van Maria, bevangen door droefheid met dat van Jesus in *_ den hof van Olijven, S
Hart van Maria, wreedelijk ver- o scheurd in zijne geeseling, ~ Hart van Maria, inwendig met door- =
0 r/ï
nen doorstoken in zijne krooning, \' Hart van Maria, vol angst en be-naauwdheid in de ontmoeting van Jesus, dragende zijn kruis,
Hart vanMai ia, deelnemende in alle
pijnen en smarten van Jesus,
Hart van Maria, met Jesus aan het
kruis genageld.
Hart van Maria, overgoten met
16
17Ö
LITAME
(Irocfhcicl in den dood van Jesus, bid voor ons.
Harl van Maria, met Jesus in het
graf gelegd.
Hart van Jlaria, verrezen lot dc blijdschap in dc verrijzenis van Jesus,
Harl van Maria, verrukt door liefde in dc verschijning van Jesus, i Hart van Maria, vervuld door eene
onuils-prekelijke vreugd in dc £; hemelvaart van Jesus, ^
Hart van Maria, door eenen nicu- g wen overvloed van genade gc- ^ heiligd in dc nederdaling van S den H. Geest,
Hart van Maria, boven alle geluk-i zaligen verheven op den dag :i- uwer hemelvaart,
f Hart van Maria, gesteld aan de reg-j: terhand van Jesus in den Hemel, j Hart van Maria, loevlugt der zon-daren,
Hart van Maria, bescherming der
van het h. hart van maria 177
reglvaardigen , bid voor ons. Hartquot;van Maria, wellust der maagden, bid voor ons.
Hart van Maria, troost der bedrukte
en zieke menschen, bid voor ons. Hart van Maria, hoop der stervenden,
bid voor ons.
Hart van Maria, blijdschap der Engelen en der Heiligen, bid voor ons. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, onlferm U onzer, v. O H. Maagd 1 gedoog dal ik u love, r. Geef mij sterkte tegen uwe vijanden.
laat oks hidden.
H. Maria, Moeder van onzen Heer Jesus-Christus, en koningin der wereld ! die niemand verlaat noch verstoot, beschouw mij met een oog van 12
\'o T ~
178 l.ITAME
barmhartigheid : o verhevene vrouw, vei krijg voor mij bij uwen Zoon ver-giflenis van al mijne zonden, opdat ik nu in den geest met alle mogelijke liefde den loten de verdiensten van uw heilig en onbevlekt Hart overwegende, hiernamaals de kroon der eeuwige zaligheid verkrijge ; door onzen Heer Jesus-Chrislus, die leeft en heerscht met God den Vader, in de eenheid des H. Geestes, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
GEBED TOT HET H. HART VAN MARIA.
O Hart van Maria ! Hoeder van God en onze Moeder! zeer minnelijk Hart, voorwerp van het welbehagen der aanbiddelijke Drievuldigheid, waardig van de Engelen en van de rnenschen geiierd en bemind le worden ! Hart, bet gelijkvormigsle aan dat van Jesus, waarvan gij bet volmaaktste afbeeldsel zijl! Hart vol goedheid en zoo medelijdend met onze ellenden ! gowaardig
. , .=■30 D o-U£gt;---
VAN HET H. IIAU\'r VAN MARIA 179
onze koude harten ie verwarmen, maak, dat zij alleenlijk met het Hart van hunnen goddelijken Zaligmaker zich bezig houden, stort daarin de liefde uwer deugden, ontsteek ze door het zalig vuur, waardoor het uwe onophoudelijk verslonden word. Ontvang de H. Kerk, hewaar haar, wees hare verzekerde achuilplaats, wees haar onverwinbaar schild tegen alle bestormingen barer vijanden. Wees onze weg om tot Jesus te gaan, en de bronader, door welke wij alle genaden, ter zaligheid noodig, mogen ontvangen. Wees onze bijstand in onze noodwendigheden, onze troost in onze kwellingen, onze sterkte :in de bekoringen, onze toevlugt in de vervolgingen, onze hulp in alle gevaren, maar bijzonder in den laatsten strijd onzes levens, in het uur des doods, als de gansche hel zich tegen ons zal ontketenen om onze zielen te rooven, in dien vervaarlijken oogenblik, van wel-
180 CEDED TOT HET H. HART VAN MARIA
■ ■
ken onze eeuwigheid afhangt. Ach, laat ons dan, o medelijdende Maagd, smeeken wij u, laat ons dan de zedigheid van uw moederlijk hart en de kracht van uw vermogen op dat van Jesus gewaar worden, met ons in de bron van barmhartigheid eene verzekerde schuilplaats te verleenen, opdat wij, door een reglzinnig leedwezen, een levendig geloof, eene vaste hoop, cene brandende liefde, dien zelfden Jesus met u in den Hemel mogen zegenen in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
jLXXv^rwxjG
ter eere
i
VAN DEN HEILIGEN JOSEPH
_ i!
eer, ontferm U onzer.
Christus, onlferm U onzer.
Heer, onlferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God Vader, in den Hemel, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, onlferm j; U onzer.
H. Jlaria, bruid van Joseph, bid voor
ons.
. JI
oXJS\'--
,, 133
LITANIE
H. Joseph, bruklogom van do maagd
ilaria, bid voor ons.
Zorgvader van Jcsus,
Man naar Gods harte,
Getrouwe en voorzichtige dienaar 4- des Heeren,
Bewaarder der maagdonreinheid
van Maria,
Medegezel en troost van Maria, S Allerzuiverst in maagdenreinheid, Allernederigst in ootmoed, §
Allervurigst in liefde, 2
Allerverhevenst in beschouwing, g Die door de getuigenis van den H. Geest zeiven regtvaardig verklaard zijt.
Die, aangaande de goddelijke verborgenheden, boven een iegelijk zijt verlicht geworden.
Die, met betrekking tol de heilige verborgenheden van de mensch-wordingdesWoords, vanuit den Hemel zijt ingelicht geworden. Die met Maria, uwe bruid, die be-
±1
-~iE!o
II
n
rb
O
VAN DEN II. JOSEPH 185
vrucht was, naar Belhlchcm zijl opgegaan, bid voor ons.
Die, daar er voor u gceno plaats was in dc herberg, in ecnenstal uwen intrek hebt genomen.
Die zijt verwaardigd tegenwoordig te mogen zijn loon Christus ter wereld kwam, en, in doeken gewonden, in de kribbe werd nedergelegd, _
Die den Heer bij zijne besnijdenis =;
Jesus genoemd hebt, g
Die met Maria het kind Jesus in den o
tempel aan God hebt opgedragen, ö
Die, in deji droom, door een Engel ^ j aangemaand, om mei hel Kind en zijne moeder naar Egypte te vlugten, des nachts met deze . daarheen gereisd zijt.
Die, toen Herodes gestorven was, mei het Kind en deszelfs moeder naar het land van Israël teruggetrokken zijt.
Die den te Jeruzalem achlergeble-
IS1 LITANIE
ven Zoon, drie dagen mei zijne moeder, vol angst gezocht hebt, bid voor ons.
Die Hem na drie dagen in den tempel, zittende in het midden der leeraars, met blijdschap weder- _ gevonden heb\', amp;
AanwiendeHeerderlleerenopaar- g de onderdanigheid getoond heeft, S. Die in het H. Evangelie lof wordt 2 toegebragt, p
Bruidegom van Maria, uit welke
Jesus geboren is,
H. Joseph, onze voorspraak, hoor ons. H. Joseph, onze beschermheilige, verhoor ons.
v
In al onze nooden, kom ons met uwe
voorbidding Ie hulp, H. Joseph.
In al onze kwellingen, kom ons met uwe voorbidding te hulp, H. Joseph. In het uur van onzen dood, kom ons t met uwe voorbidding le hulp, H. Joseph.
Om uwe kuischheid, kom ons met uwe
VAN DEN H. JOSEPH
voorbidding to hulpe, H. Joseph.
Om uwe vaderlijke zorg on Irouw, kom ons mei uwe voorbidding tc hulp, H Joseph.
Om al uw arbeiden en zwoegen, kom ons met uwe voorbidding tc hulp, H. Joseph.
Om al uwe deugden, kom ons met uwe voorbidding te hulp, H. Joseph.
Om uwe overhooge verhevenheid en eeuwigdurende zaligheid, kom ons met uwe voorbidding te hulp, heiligen Joseph.
Wij, uwe beschermelingen, wij bidden u, verhoor ons.
Dat gij u gewaardigt, onze ootnioe-dige smeekingen om vergiffenis \'tr bij uwen geliefden voedsterzoon S Jesus tc ondersteunen, gquot;
Dat gij u gewaardiget, ons le allen 5 tijde aan uwe overdierbare hei-lige bruid aan te bevelen, 2.
Dat gij de gaven van reinheid allen o gehuwden en onschuwden wilt
186
OQ\'
#
O
LITANIE
venverven, wijbiddenu,verhoor ons. Dat gij voor alle getrouwden huwelijkstrouw, huiselijken vrede en eendragt wilt afsmeeken,
Dat gij alle huisvaders in de christelijke opvoeding hunner kinderen met uwe voorspraak wilt te ^ hulp komen, ^
Dat gij alle genoolschappen en g broederschappen, die zich in het §■ bijzonder aan uwe vereering, 3 hebben toegewijd, met uwe voor- -e bidding wilt begunstigen, 3_
Dat gij allen, die op den bijstand o uwer voorbidding hun vertrou-wen stellen, allijd en overal met § uwe voorspraak wilt bescher- quot; men.
Dat gij alle overledene geloovigen door uwe veelvermogende voorspraak wilt te hulp komen, Lam Gods, dat wegneemt do zonden
der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt do zonden
4-
t
I Tquot;
1
t
i
II
t ■i-i
m
.......
VAN DEN II. JOSEPH 187
der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wgneemt do zonden
der wereld, onlferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, onlferm U onzer, enz.
Onze Vader, enz.
Bid voor ons, H. Joseph!
Opdat wij der helofien van Christus mogen waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
Wij hidden U, Heer! dat wij, om de verdiensten des Bruidegoms uwer allerheiligste Moeder mogen geholpen worden, en wij door zijne voorspraak mogen verwerven, hetgeen wij door onszelvon niet kunnen bekomen. Gij die leeft en regeert met den Vader en den H. Geest, in de eeuwen der eeuwen. Amen.
XjIT-A-TSTTIE
van de
II. martelaren van Gorcum
ter dood gebragt te Brielle den 0\' juli 1572
■
eer, oniferm u onzer.
Chrislus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
«cd Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
LITANIE DER H. MARTEL. VAN GORCUM 18lgt;
H. Maria, koningin der Martelaren.
bid voor om.
Heilig negentiental Martelaren van Gorcum,
H. Martelaren Leonardus en N\'ico-laas, Pastoors van Gorcum, met nog drie wereldlijke Priesters, II. Martelaren Adrianus en Jacobus, Religieuzen van de Orde van Premonstreit, en Johannesvan de Orde van den H. Dominicus, 5quot;. II. Martelaren Psicolaas en Hierony- ^ mus, met nog negen Minderbroe- g ders, _ _ 3
II. Martelaren, die noch pijnigingen, = noch den dood ontzien hebt voor quot; de zaak van Christus, H. Martelaren, die kloekmoedig eenieder aanmoedigdet om standvastig te blijven in het Geloof, II. Martelaren, die gevangen genomen, en in eenen duisteren, verpestenden kerker werdt geworpen.
LITANIE VAN DE
H. Martelaren, die door verwalen krijgsvolk bespot, geslagen en mis-handekl wordt, bidt voor ons. H. Martelaren, die, eene geladen pistool in den mond gestoken zijnde, gevraagd werdt, of\'gij bereid waart voor het geloot\' te sterven,
H. Martelaren, die kloekmoedig antwoorddet : ja, en liet schot verwachtende, uitriept: Heer, in tiwe gez-egencic handen beveel ik mijnen geest! quot;Z
H. Martelaren, die voortgesleept, o gesleurd, geslagen, en met eene o koord omhoog getrokken zijnde, v halfdood bleeft hangen, H. Martelaren, die, afgenomen zijnde, daarna nog kloekmoediger dan te voren uwe medegezellen tol volharding aanmoedigdet, H. Martelaren, die men met brandende kaarsen aangezicht, mond, ooren en neus verbrandde.
II. MARTELAREN VAN GORCUM 191
II. Martelaren, die voor dertig stuivers
geveild werdt, bidt voor ons. H. Martelaren, die na vele bespottingen, slagen en versmadingen verduurd tehebben, half naakt in een vaartuig geworpen, naar Dordrecht gevoeld werdt, H. Martelaren, die, voor geld ten toongesteld zijnde, van groot en klein bespot werdt, _
II. Martelaren, die, te lirielle aan- =; gekomen, wederom vele bespot- J tingen ondergaan hebt, S
H. Martelaren, die niet ophieldt, ó onder aide mishandelingen, voor « uwe vijanden te bidden, H. Martelaren, die door Lumey, met alle vinnigheid, verraders en afgodendienaars genoemd werdt, 11. Martelaren, die, op zijn bevel, voor hem op de knicn moest ne-dervallen,eu vervolgens, meteene vaan vooralgegaan, Ier bespotting rondom eene galg geleid werdt,
LITANIE VAN DE
H. .atu\'telaren, die men door honger, dorst en andere kwellingen beproefd heeft van liet geloof te doen afvallen, bidt voor ons. H. Martelaren, die, voor den raad der nieuwgezinden gebragt zijnde, uw geloof aan de wezenlijke tegenwoordgiheid van Jesus-Christus in het allerheiligste Sacramentdes Altaars onverschrokken beleden hebt,
H. Martelaren, die na deze belijde- amp;• nis, terstond ter dood veroor- £ deeld zijt, terwijl men eenparig g uitriep ; Hangt hen op! hangt % hen op! o
H. Martelaren, die twee aan twee p uit de stad geleid wordende, elkander tot den marteldood aan-moedigdet, zeggende : Heden zullen wij bij God en het Lam om verheugen,
H. Martelaren, die, geheel ontkleed, in eene schuur opgehangen.
VAN GORCUM
kloekmoedig voor het geloof zijt gestorven, biddende en u zeiven in uwen strijd aan God bevelende, bidt voor ons.
II. Martelaren, die na uwen dood nog onmenschelijk mishandeld werdt, daar de wreedheid uwer • moordenaren nog niet verzadigd was,
11. Martelaren, die, uit groote vervolgingen gekomen, uwe kleederen in het bloed van het Lam g gewasschan en gezuiverd hebt, S1 daarom nu voor den troon van S God Hem dag en nacht ono/j-houdelijk zijt dienende, §
II. Martelaren, allerkloekraoedigste quot;
strijders voor Jesus-Christus, H. Martelaren, beschermers van het katholiek geloot\'in ons vaderland, H. Martelaren, levende offcran-deu,
H. Martelaren, die na uwen dood aan eenige godvruchtige zielen 15
195
J 91 LITANIE VAN DE 11. MARTELAREN
verschenen zijl in witte, blinkende kleederen en met gouden kroonon op het hoofd, bidt voor ons. I.am Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dal de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
r.liristns, ontferm U onzer.
Hoer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
v. Die heerlijke manhen hebben op ccne heerlijke wijze hun bloed voor den Heere vergoten. Zij hebben in bun leven Christus liefgehad en zijn Ilcm nagevolgd in hun sterven.
u. En daarom hebben zij zegekroo-nen behaald.
v. Één Geest en één Geloof bezielden hen.
VAN GORCUM
R. En daarom hebben zij zegeUroo-ncn verworven.
v. Bidt voor ons, heilige Martelaren van Gorcum!
it. Opdat wij in liet belijden des Ge-loofs u mogen navolgen.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die den roemrijken strijd van den H. Nicolaas en zijne gezellen voor het ware Geloof met den lauwertak der eeuwige heerlijkheid verheerlijkt hebt, geef ons genadiglijk, dat wij, hier op aarde strijdende, eenmaal gelijk zij mogen gekroond worden in den Hemel. Door onzen Heer Jesus-Ghristus, enz. Amen.
ficlioil lol de II Marlclaron van Gorcum.
Heilig negentiental Martelaren van Gorcum, en alle heilige Martelaren, die ooit in ons vaderland het ware Geloof door uwen marteldood beves-
193
190 l1tame van de h. martelaren
tigd cn tol luister verstrekt hebt, slaat uweoogen nogmaals op ons vaderland, en bidt den almagtigen en goedertieren God voor ons, dat Hij zijne goddelijke barmhartigheid aan deze landen gelieve te verleenen, opdat dezelve den gewenschten vrede en de vruchten der eendracht mogen genieten, en dat de verdwaalden op den regten weg der zaligheid mogen komen, cn de regt-geloovigen in het goede meer en meer mogen aangrocijen, cn dat wij allen hier God zoo mogen dienen, dat wij Hem hierna eeuwig in den Hemel mogen aanschouwen, door Jesus-Christus, onzen Heer. Amen.
Imprimatur.
J. BRINKMAN, Lib. Ccns.
Amstelodami, 1! Aug. IS.\'io.
LITANIE
ter ekke
m DES H. AKTOMS VAS PADÜA
eer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Vader in den Hemel, i ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm II onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid , één God, ontferm U onzer.
H. Maria, moederlijke beschermster van den H. Franciscus, vaderlijke onderwijzer van den H. Antonius van Padua, bid voor ons.
I
UTAME
II. Antonius van Padua, bid voor ons. Zalige vruchl van Spanje,
Lichlcnd licht van italic,
Apostel van Frankrijk,
Bazuin van het Evangelie,
Lelie van reinheid.
Kostbare parel van armoede,
Heldere ster van gehoorzaamheid. Spiegel van .boetvaardigheid.
Roos van lijdzaamheid,
\\ lam van liefde, ~
Vat van heiligheid, ~
Pilaar der H. Kerk, §
Ai ke des Vei bonds, ó
Schatkist der II. Schriftuur, p
Lecraar der waarheid.
Sieraad der serafijnsche orde, Uiiroeijer der zonden,
Verwoester der ketterijen,
Gccsel der ketters.
Roede der tirannen,
Schrik der ongeloovigen,
IJveraar voor hot heil der zielen, Trooster der bedroefden
108
VAN DEN H. ANTOMUS VAN 1\'AHA 199
Genezer der zieken, bill voor ons. Opwekkcr derdooden,
Wonderdoener,
toeverlaat bij verliezen. Hartenkenner, S
Navolger der Patriarchen en Profe- ~ ten, §
Afbeeldsel der Apostelen, J
Smachtverlangend naar den mar- g
teldood,
Uiistekend onder de leeraars,
llOL\'m der Heiligen,
Lieftallige vader eu beschermer.
Wees genadig, spaar ons. Heer.
Wets genadig, verhoor ons, lieer. Van alle zonden en van alle kwaad,
verlos ons. Heer.
Van de listen des duivels, ^
Van pott, oorlog en hongersnood, 5-Van den eeuwigen dood, o
Door de verdiensten van den heili 5
gen Antoniusvan Padua,
Door zijne vurige lietde, g
Door zijnen ijver voor de bekee- ^
LITANIE
ring der zon(larcu,verlosons, Heer Door zijn brandend verlangen naar
den marleldood,
Door zijne volharding in het volbrengen zijner belofte van vrij- S willige armoede, zuiverheid en jÉquot; gehoorzaamheid, „
lK)or zijn onvermoeid arbeiden, ^ Door de menigte en verscheiden-lieid van de door hem bewerkte g wonderen, ^
Op den dag des oordeels,
\\Vij, arme zondaren, wij bidden U,
verhoor ons.
Dat Gij ons tot ware boetvaardig- lt;.
heul wilt brengen, tl
Dat Gij het vuur van liefde tot U in H.\'
onze harten ontsteken wilt, o Dal Gij ons deelachtig wilt maken JI. aan de verdiensten van den hei-lt; ligen Antonius, 2.
Dat Gij ons vaderland in de veree- g ring van den H. Antonius wilt 3 lt;!oen volstandig zijn, S
200
VAK DES H. ANTONILS VAN PADL A 201
Dat (Jij aan allen, die de voorspraak van den H. Anlonius inroepen, gezondheid naar ligchaam enzielver-■ Iconen wilt, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wij, door do verdiensten van den H. Anlonius, in alle deugden mogen toenemen, wij bidden ü, verhoor ons.
Dat Gij allen, die den II. Anlonius ver-eeren en aanroepen, met uwe zegeningen gelieft te begunstigen, wij bidden U, verhoor ons.
Dat Gij U verwaardigt ons te verhoo-ren, wij bidden U, verhoor ons.
Jesus-Christus. Zoon van den levenden God, wij bidden U, verhoorons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, lieer.
Ltm Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Ilerr. ontferm U onzer.
202 I.1TANIE VAN DEN H. ANTOMÜS
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
bid voor ons, H. Antonius!
Opdat wij der beloften van Christus mogen deelachtig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
O Heer Jcsus-Christus, die op den Goeden Vrijdag op liet altaar van uw kruis hebt willen verheven worden, en vervolgens uwen geest in de handen uws hcraelschen Vaders hebt bevolen ! wij bidden U, door uwe verdiensten eu door die van den heiligen Antonius, wiens ziel ook op eenen vrijdag van de wereld is gescheiden, dut wij de vrucht en zalige gevolgen uws tijdens, op de voorspraak van dien Heilige, door uwe genade, altoos in ons mogen ontwaren. Gij, die met den Vader in de gemeenschap des H. Gees-tesleeft en regeert ia alle eeuwen der eeuwen. Amen.
litanie
ter eere van de
HEILIGE MOEDER ANNA
eer, ontferm l\' onzer. Christus, ontferm ü onzer. . Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God Vader, in den Hemel, ontferm U onzer.
Coil Zoon, Verlosser tier wereld,
ontferm U onzer.
Cod H. Geest, ontferm U onzer H. Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods, bid voor ons. H. Maagd der maagdon, bid voor ons H. Anna, bid voor ons.
204 LITANIE
Moeder van do H. Moeder Gods, bid
voor ons.
Grootmoeder des Zaligmakers,
Wortel van Jesse,
Vruchtbare boom,
Vruchtdragende roede. Van koninglijke afkomst,
Dochter der Patriarchen,
Room der Profeten, Vruchtbaarmakende wolk.
Lichtende wolkkolom, g;
Doorschijnende wolk, ^
Vat vol genade, o
Spiegel van gehoorzaamheid.
Spiegel van lijdzaamheid, Pgt;
Spiegel van barmhartigheid.
Spiegel van godsvrucht,
Bolwerk der H. Kerk.
Tocvlugt der zondaren,
Hulp der christenen,
Bevrijding der gevangenen, Vertroosting der gehuwden,
Moeder dor weduwen.
Leidsvrouw der maagden,
VAN DE H. MOEDEU ANNA iO.quot;)
Veilige haven der reizigers, bid voor ons.
Weg der vreemdelingen,
Genezing der zieken, ^
Gezondheid der kwijnenden, ~
Licht der blinden, g
Tong der sprakeloozen, o
Oor der dooven, y5
Troost der bedroefden,
H. Anna, hulp van allen, die u aanroepen, wees onze voorspraak.
LAAT ONS BIDDEN.
Almagtige, eeuwige God, die de II. Anna verkoren hebt om de moeder te wezen van haar, die uwen eenigen Zoon gebaard heeft, verleen ons, dat wij, die met waren eerbied hare nagedachtenis vereeren, om hare verdiensten en voorspraak tot de glorie des eeuwigen levens mogen geraken. Door Jesus-Christus, onzen Heer. Amen.
o-O lt;rO
VERSCHILLENDE GEBEDEN
(Cclub uim bc f). flrrli.
armhartige God! verleen aan uwe heilige, apostolische Kerk uitbreiding en welvaart, opdat al hare ledematen in do kennis der waarheid, in geloof aan U en aan uwen Zoon, Jesus Christus, gestadig voortgang maken. Doe, o Heer! den blijden dag spoedig dagen, dat alle volken het Evangelie van uwenZoon geloovig zullen aannemen; dat alle geslachten, onder één herder, 6éne kudde zullen worden. Laat de kennis der eeuwige waarheden tot onze dolende broeders komen, die, doorzucht tot nieuwigheden verblind, aan uwaltijd onfeilbaar Woord vreemd zijn geworden. — Voer hen terquot;quot; quot;
VEltSCIIIl.I.ENDE GEBEDEN
quot;207
Hoer, in den heiligen Moederschoot mver Kerk ! Verheerlijk uwe Kerk! geef haar waardige voorstanders, waardige Bisschoppen en Priesters! Schenk haargetrouwe leeraars! Zegen Imnambtenimnne bediening! Schenk hun licht, waarheid, deugd en liefde! Zegen hunne pogingen, en laat hun woord, hetwelk uw woord is, op goede aarde vallen ! Geef ook aan ons, o Heer! wijze en godvruchtige Priesters, getrouwe leidsmannen. Priesters, die hetgeen zij lecren, door daden en levenswijze doen zigtbaar zijn! Laat hun gezegend onderwijs ons verheugen. Doe ons uw woord, hetwelk zij op den leerstoel der eeuwige waarheid en in at hunne gewijde betrekkingen voorhouden, in ons hart bewaren; geef dat, als zij ons vermanen, verzoeken en waarschuwen , wij hen bereidwillig volgen. Bewaar en bestier het zigtbare hoofd uwer Kerk, opdat hij de hulk van Petrusnotjlanabcsture; datuwekracht
YEUSCIIII.LENDE
m-
1
cn uw invloed steeds aan hemziglbaar zijn. Bewaar en zegen onzen Kerkvoogd, opdat wij, zijne roepstem volgende, goede schapenyan den goeden Herder, Jesus-Chi\'istus, mogen wezen. Beloon al do moeite, al het zwoegen, al de opofferingen van onze dierbare zielzorgers ; laat ons hen nog lang behour den, en uw zaligmakend woord met vrucht hooren verkondigen. Amen.
(Scbti uun ouïtrs iumt ljunnc kinticrc».
De kinderen die Gij mij gegeven hebt, o Godl zijn uw eigendom, zijn de beste gaven waarmede uwe vaderlijke liefde mij zegende. Bewaar ze, Algoede! — help mij ze voor opvoeden ! Geef mij, om dit naar be-hooren te doen, geduld, wijsheid, moed en kracht. DeeJ mij een straal van uw goddelijk licht mede, opdat ik hen beminne, zoo als het behoort, quot;quot; i\'mine gebreken liefderijk berispe.
GKliEDEN
200
opdat ik len region lijdc bcloone cn straffe. Schenk aan mijne kinderen, bij hot leeren, ijver cn lust; schenk hun liefde tot U en lot al liet goede 1 bewaar hen voor trotschheid, eigenzinnigheid en vcrderfelijken lediggang! Geleid hen, Hoer! Uevestig hen in ons allerheiligste Geloof! Mogen zij U, goede God! in al de betrekkingen huns levens vooroogen houden,altoos -de slem van hun geweten nakomende. Laat hun hart alléOn voor deugd cn rcglvaardigheid kloppen! Doe mij aan al de kinderen, welke Gij mij geschonken hebl, vreugde beleven! Vorm hen tot ware Christenen, die niet alleen in naam, maar ook in waarheid aanbidders zijn van uwen Zoon Jesus-Chris-lus. Heer! ik wil hen, ten eenigen tijde, den stand laten kiezen, waartoe Gij hun krachten en aanleg hebt gege-ven, opdat ik, door hot goede, dat zij in dien stand eens mogen bewerken, in mijne oude dagen, zoo Gij mij die
U
VERSCHILLENDE
1
tTo
mogtet schenken, troost en vreugde beleve. Ik begrijp, o Godl wat er toe behoort, om kinderen wel op te voeden, en ik gevoel hoe weinig vermogend mijne krachten daartoe zijn. Dan, ik wil alles doen, wat in mij is, om dien zoo heiligen pligt in gemoede te vervullen. — Zegen mijnen wil, doe mij dien volbrengen ! O, hoe geruststellend zal het voor mij op mijn sterfbed zijn, te kunnen zeggen : Goede God ! Gij hebt mij kinderen geschonken : ik heb die mij toevertrouwde panden zorgvuldig bewaard — ik geef ze U weder : ik heb hen tol ware christenen gevormd, öpdat zij burgers van het eeuwige leven zouden worden. Zoo handelende, mag ik de toekomst met gerustheid te gemoet zien, en met vertrouwen dagelijks om meerdere genade bidden. Zegen mijne kinderen, zegen mij en al de mijnen met uwen vaderzegen — in den naam
ryo
GEBEDEN
1
211
de? Vaders, en dos Zoon?, en des H. Gcestes. Amen.
©du-s mm luiim-ii uont Ijuu\'.k intScrs.
Lieve Vader in den Hemel 1 Gij hebt mij goede ouders geschonken, die voor mij naarligchaam en ziel zorgen, mij onderwijs,kleeding,spijsen drank verschaffen. Ik weet dit, en gevoel mijn kinderlijk hart diep getroffen, als ik bedenk, welke moeite mijne goede ouders, van mijne geboorte af lol op dit uur, met mij hadden. O, hoe be- ■ minnen zij mij! Hunne liefde kan ik nimmer vergelden 1 Ik kan nogtans, uit geheel mijn hart, U, Vader! en dan mijne lieve ouders danken, voor al de liefde en zorg aan mij betoond, en voor zoo vele slapclooze nachten, welke zij om mijnent wille hebben doorgebragt. Ik betuig het voor U, mijn God! uit geheel mijn hart wil ik müno reders bemiimen; ,1quot;n
onderdanig cn gehoorzaam zijn, nooit henvoorbedachtelijk bedroeven; over eiken misslag spoedig berouw beloo-ncnde,wil ik volgaarne gehoorzamen aan al wat zij mij bevelen. Nooit wil ik hen tegenspreken, maar mij naar hun verlangen schikken, hunne zwakheden stil en geduldig dragen. Ik wil hen eeren, totdat de dood henmij ontrooft. Ilcerl beloon hen, laat het hun hier op aarde altoos welgaan. Goede, hemelsche Vader! beloon hen reeds hier door een langen gelukkig leven, door een leven vrij van zorgen; — ik wil hun tot steun in hunnen ouderdom zijn. — Gelijk Tobias zijnen vader verzorgde, zoo wil ik mijne ouderen met kinderlijke liefde verzorgen, en wanneer het uur komt, dal Gij hen tot ü roept,- laat mij dan hunne oogen zacht sluiten en voer hen op naar de eeuwige zaligheid, welke Jesus-Chris-tus, uw Zoon, ons beloofd heeft.
gebeden
(öcluli min oimriuuun uuor Ijuniun ^diiing.
Domine snlvum fac Rcr/cm, clr.
v. Heore! behoed onzen Koningovquot; :y n. En verhoor ons oji den dag, dat wij U aanroepen.
v. Heerc ! verhoor mijn gebed, u. En dal mijn goroei] tot U kome.
quot;X
gebed.
±
Heer, open de ooren uwer bann-liarligheid voor de geboden van hen. die U sraeeken, en opdat Gij ons verleent helgeen wij begeeren, geef dat wij van U vragen wat U behagelijk is. Dooi1 onzen Heer .lesus-Christus, die niet U leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen.
(Sctuii nji ccncii naamïrrtj.
Ik draag, o God\', den naam van een (eenc) uwer geliefde Heiligen. — In
213
2 li YERSCnilJ.ENDE
den H. Doop isinij dien naam gegeven, opdat ik in de voetstappen van hem (haar), die denzelven heeft gedragen, zou treden, en levende zoo als hij (zij) geleefd heefl, zou worden wat hij (zij) nu is. (Overweeghierquot;tmerkwaardigste der voornaamste deugden uit hel leven van uwen heiligen Pairoonof van uwe heilige Patrones.) Onder het getal Heiligen, die uw aanschijn aanschouwen, bespeur ik zwakke stervelingen, die uwe genade, o God! met moed en kracht toerustte; zondaren, welke uwe genade op hot pad der deugd terug-bragt; jongelingen, die het kostbare sieraad der onschuld ongeschonden bewaarden; maagden, die door reinheid van leven het Lam volgden; grijsaards, die den last van hoogejaren met christelijke gelatenheid droegen ; marlelaren, die voor de zaak van Christus bloed en leven met vreugde prijs gaven, dit ellendig leven met de kroon der eeuwige heerlijkheid ver-
GEBEDEN
215
wisselden; liisschoppen en Priesters, die liet rijk van uwen Zoon en van zijn Evangelie verbreidden; monniken en kluizenaars, die in heilige ingetogenheid degenoegens der wereld verzaakten, om bij de besehouwing van dc hcmclsehc dingen, die aan gene zijde van hetgrafvoorons bewaard worden, hel eenige noodzakelijke en blijvende, U en uw rijk, Christus en zijne leer en zijnen dood, nooit uit het oog te verliezen. O ! hoe vele voorbeelden stelt mij, Jesus, uwe Bruid, dc Kerk, met uwe Heiligen ter navolging voor! Heer! in geest en waarheid wil ik mijnen naamdag vieren, door met kinderlijke opregtheid de geloften af te legg\'1!!, van mijnen heiligen Patroon (mijne heilige Patrones) gelijkvormig, en juist daardoor U welbehagelijk te worden. Bid voor mij, heilige X., opdat dit om dc verdiensten van Jesus-Christus mij geschiede. Amen.
one ^—-----------
^10 VERSCHILLENDE GEBEDEN ©fticïi bij liet lurkirKii tun fciun staat.
Mijn God cn Vader! met kinderlijk vcrlrouwen wend ik mij lot U; ik wil zalig worden. Dit is mijn vurigste wenscli; on om zulks te worden, ben ik bereid alles te doen. Wat wilt Gij dan dat ik doe? Geef mij uwen heiligen wil te kennen. Ik weet, dat alles in het onderhouden uwer geboden ligt opgesloten. Veel is er echler aan gelegen, welken staat men kiest om in denzelven uwe geboden 1o onderhouden en uwen wil te volbrengen. Laat mij derhalve den staat kennen, dien Gij voor mij bestemd hebt. Spreek, Heer! uw dienaar (dienares) hoort; ik ben bereid de geliefkoosde neiging mijns harten op te offeren. Verhoor mij in deze zoo gewigtige aangelegenheid, door Jesus Christus. Amen.
OEFENINQ
van de
GODDELIJKE DEUGDEN
oefening van gei.oof.
k rjelool\' cn belijd dat er slechls den God is, een in wezen en natuur, maar drievuldig in t\'ersonen. God do Vader, God de Zoon en God do H. Geest; dat God een oneindig volmaakt Wezen, een Belooner van het goed en Straffer van het kwaad is; dat de Zoon Gods voor ons is mensch geworden, onbeschrijfelijk veel geleden heeft, cn aan het kruis voor onze zonden is gestorven ; dat de ziel van den mensch onsterfelijk en de genade Gods ons ter
218 OEFENING
zaligheid onmisbaar is. Ik geloof voorts met een ootmoedig hart al wat God geopenbaard heeft, en ons door de heilige, katholijke Kerk voorgehou den wordt te gelooven. Ik geloof dit alles, omdat het uw woord en uwe leer is, o God 1 die de eeuwige waarheid en wijsheid zijt, die niet bedriegen kunt noch bedrogen kunt worden. In dit geloof wil ik, met uwe genade, leven en sterven. Heer, vermeerder mijn geloof.
OEFENING VAN HOOP.
Almagtige God! aüerbarmbartigste Vader! ik hoop, met vast vertrouwen door uwe genade, en om de oneindige verdiensten van .lesus Christus, vergeving mijner zonden, kracht om uwe geboden te onderhouden, en eenmaal het eeuwige leven te zullen verkrijgen. Dit hoop ik, dewijl Gij het beloofd hebt. Gij, die oneindig
VAN DE GODDELIJKE DEUGDEN 219
good zijt, wilt ons geven, waar wij om bidden, Gij zijt ook almagtig en kunt hot ons geven, Gij zijt getrouw en zult het ons geven. Versterk mij, o God, in deze hoop.
OEFENING VAN LIEFDE.
Mijn God! ik bemin U uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, boven alles, dewijl Gij alleen waardig zijt boven al bemind te worden ; dewijl Gij de oorsprong van al bet goede, de inhoud aller volmaaktheid, en in U zeiven het hoogste, beste wezen zijt. Ontsteek, o God! in mij meer en meer het vuur uwer liefde. Uit liefde tot U is het mij leed, dat ik ooit tegen U gezondigd heb. Liever wil ik sterven, dan U immermeer, voorbedachtelijk, door de zonden te beleedigen. Bevestig mij in deze liefde.
OEFEKIKG
OEFENINJ VAN BEUOUW.
Mijn Heer en mijn God! liet is mij leed, ja. het berouwt mij uit den grond van mijn liart, dat ik U, goede Vader, welken ik boven al hartmoeten beminnen, door de zonde, die U, als bet heiligste en volmaaktste Wezen, zoo zeer mishaagt, heb beleedigd. Ik verfoei, uil den grond mijner ziel, al de zonden, welke ik ooit heb bedreven. Zie niet op mijne vroegere zonden, niet op hetgeen ik uit onwetendheid heb misdreven of nagelalen, maar zie op uwe barmhartigheid! zie met een oog van barmhartigheid op mij! Ik vat ernstig het voornemen op mijn leven te verbeteren, boete te plegen en alles in het werk te stellen, wat mij uwe liefde en vriendschap kan doen herkrijgen. Geef, oGod!aan mijnen wil het volbrengen. Amen.
2-20
ZIELSVERLANGEN NAAR GOD.
Laai, wicn het ook lust, buiten God (iets beminnen; Ik wijd Hem, voor eeuwig, mijn hart (en mijn zinnen. [Üj \'t hijgendst verlangen. Met droefheid bevangen. Smacht, liefderijk Schepper, mijn ziel (steeds naar U!
Wat kan ons in liefde zoo hevig ont-(gloeijen,
Of \'t harte zoo zalig en eindeloos (boeijen. Als quot;t geen wat Gods goedheid Daar boven ten toon spreidt Voor hem, die den lleerc getrouw (heeft gediend.
O gij, die te dwaas, ja als waar\' het (van waarde. Zoo zwoegt en zoo tobt om het heil dezer aarde!
i
222 LIEI\'DEVERZUCIITINCEN\'
Geen\' vrede des haricn,
Neen, onrust en smarten,
Is \'t al wat do wereld ons immer (verschaft.
Hoe lang zult gij nog, bij dat rusteloos (streven,
De dingen verbeuren van \'t eeuwige leven
Ach, mogtge beginnen Uwquot; God te beminnen! Wat heilstaat, wat zegen vielu dan ten
(deel
Spreekt, Christ\'ncn, in god\'lijken geest-
(drift ontstoken. Heb ik bij mijn zang niet de waarheid (gesproken ? Getuigt, welk een\' vreden,
liecds nu, hier beneden.
De deugd en de Godsdienst ten deele (doen zijn.
Wat naamlooze vreugde, wat zalig (ontroeren
IJEFDEVERZLCIITlKGEN 225
Zal \'1 zijn als gc u eens naar den Hc-(mel ziet voeren! Een eeuwig verblijden ■ Vervangt dan uw lijden; Kn, juichend, maait gij, \'t geen werd (weenend gezaaid.
Ach dat ik mijn leven nog eens mogt (beginnen,
k Zou leven alléén om mijn God te (beminnen ; Maar \'t geen van dit leven Mc is overgebleven.
Dat word\', van dit uur, aan Hem pleg-tig gewijd.
liehaagt U mijn willen, o liefderijk
(Vader!
Dan treed ik, vertrouwend, U kinderdijk nader. En geef mij dan krachte,
Dat \'k niets meer betrachte, an \'tgcen wat uwe eer en mijn zaligheid geldt.
Hi LIEFDE VERZUCHTING EN
(iij liobt mij bemind eer ik U kon beginnen;
Gij waart het, die \'t eerste mijn hart (zocht tc winnen, Voor mij hebt Ge uw leven Ten beste gegeven.
En nu, nu behoor ik voor eeuwig U toe.
SM ACHT VERLANGEN NA AII DEN HEMEL.
Naar U, llccrl is mijn verlangen!
Maar den Hemel wil ik toe! \'s Werelds kommervolle gangen, \'t Aardsche tobben ben. ik moê. Wrange smart verleert mijn dagen ;
Ach ! ik kan het niet meer dragen, Heere, van U af te zijn.
Doe de hooii m\'in\'t harte dalen : Dat \'k haast wone in do schoone Hemelzalen. —
LIEFDEVEUZUCÏITIKGEN \'2
Wat kan ons de wereld bieden?
Schijngeluk en ijdlen waan : Vreugd, die bij \'t genot gaat vlieden,
Ja, weldra, heel is vergaan. Ach ! dat zulke beu/.elingen.
Meesttijds, God in\'t hart verdringen Wordt door mij gestaag beschreid.
Daarom is mijn grootst verlangen. Nog van heden te betreden Hemelgangen.
Wat ook gij ooit (oe moogt deelen.
Wereld, gij verlokt mij niet!
Moge uw heil den dwaze streden.
Dien gij in uw kluister ziet;
Ik blijf naar iels eediers haken.
Dan uw\' grootheid en vermaken, Ik veracht wat gij gebiedt,
En smeek : ware mij gegeven, Van de zonden gansch ombonden \'tHemelleven!
15
t
l.IEFDEVERZUCMTINGEN
Schoon verblijf der homellingcn !
Waar Gods guns\' den sler\'ling loont! Waar geen ncevlcn meer omringen \'t Licht waarin dc Godheid woont. O wanneer toch zal ik sterven, Uw bezit, o God! verwerven,
Daör, waar Gij verheerlijkt troont? — Vreugdetranen, vloeit bij beken,
Eens aanschouw ik, dit vertrouw ik, \'s Hemels streken.
4-
4.
A
LIEFDE TOT JESUS.
O God, van wicn de liefde stamt! Jlijn hart geheel in liefde ontvlamd. Zij U, mijn Heiland, toegewijd,
U, die de Liefde zelve zijt! Wie is in liefde aan U gelijk?
Gij kwaamt lot ons, van uit uw Rijk, Verborgt uw\' Majesteit als God;
Had deernis met des menschcn lot.
I.IEFDEVEUZUCHTIKGEN 227
Gij boodt ü zelf tot Mid\'laar aan, Zocht op \'t geen zon verloren gaan; En sleet uw dagen in ellend Tot aan uw smart\'lijk levensend.
Wie maolt uw\' teed\'re liefde ons af, Daar Gij de ons opgelegde straf, Hoe zwaar en smart\'lijk hebtgeleên; Dc hel en haar gewold bostreên.
Do Olijfberg zag U neergestrekt Ter aard, met bloedig zweet bedekt, En hoe, tot lijden gansch bereid, Gij dronkt den kelk der bitterheid.
Met liefde. Heer! gingtGij tor dood, En tussehen moordenaars ontbloot, Met doornen allerwreedst gekroond, SliorftGij, mishandeld en gehoond.
Met uwe beulen zelv\' begaan, Rieptom genade uw\' Vader aan. Zoo gloeit van min nog\'t laatste woord, O Jesus! uit uw\' mond gehoord.
228 LIEFDE VERZUCHTINGEN
Zoo slicrf\'t onschuldig, god\'Iijk Lam Dat onze zonden op zich nam. Hoe tecdcr mindet Gc mij, Heer! En, ach! hoe luttel min ik weêr !
Zie ncêr op mijn verbroken hart; Zie op mijn\' tranen, op mijn smart! quot;k ncsef met een verslagen gecsl, Hoe snood ik altoos ben geweest.
Neem me in genade, Ontfermer
(aan
Ik blijf U, Heer! van nu voortaan, U, die mij alles, alios zijt,
Tot in mijn sterven toegewijd.
AAN DE ALLERHEILIGSTE MAAGD.
O Maria! wees gegroet.
Die vol van genade zijt!
Maagd der Maagden, wees gegroet Ons gezang is u gewijd.
Heel dc Kerke noemt u ; groot! Hoven \'t vrouwelijk geslacht,
Looft en prijst uw\' Jlaagde-schoot, Die ons lieil heeft voortgebragt.
Maagd, verheerlijkt voor Gods (troon 1
Sta ons bij in eiken nood; Ach! beveel ons aan uw Zoon, Toch vooral in onzen dood.
AAN DE H. MOEDER GODS.
Aan u zij lof en] eer, gezegendste
(der vrouwen Zie neder, hoe ons hart van liefde (voor u brandt; Wij vallen u te voet, mei kinderlijk (vertrouwen; En wat ons hier nog beid\', wij stellen \'t in uw\' hand.
2Ö0 LIEFDE VERZLCHTIKGEN
O Moeder steeds door zucht naar ons (geluk gedreven! Die ons zoo menigmaal op \'t liel\'d\'rijkst (bijstand boodl, Verlaat ons nimmermeer in dit ramp-(zalig leven,
Wil onze voorspraak zijn in \'t uur van (onzen dood.
VerheerelijkteMaagd! voldoeonsziels (verlangen ;
Verwerf van uwen Zoon, door uwe (bedekraeht.
Dat Hij ons in zijn rijk genadig wil (ontvangen.
Als onze pelgrimsreize op aard\' zai (zijn volbragt.
ÖYERÜESKINGEN EN GEBEDEN OP DE VOORHAAiTiSTE FEESTDAGEÜ
!
Op den laalslcn dag des jaars.
(Ook op eiken dag tot ecne avond-overdenking te gebruiken.)
oo is dan wederom ccn jaar voorbij, en den volgenden
morgen begin ik wederom
een nieuw jaar tc beleven.
Wonderbaar cn liefderijk hebt Gij mij ook in het afgeloopen jaar geleid! Elke dag leverde hel nieuwe bewijs op, dat Gij, o Gotl! voor mij en voor alle menschen een Vader zijl. Weiken dank, welke pleg-tige aanbidding bon ik U niet schuldig, en hoe zal ik het aanleggen om die gewaarwordingen uit te drukken.
232 OVERDENKINGEN EN GEBEDEN
welke do herinnering aan de menigte en aan de grootheid uwer weldaden, in mijne ziel verweklV O, hoe beschaamd maakt mij deze herinnering, als ik bedenk, hoe dikwijls ik in die vervlogen jaren ondankbaar jegens L\' ben geweest; hoe dikwijls ik mijne pliglen, waartoe ik mij door uwe vaderliefde had moeten laten aansporen, verzuimd heb. Heden, op den laalslen dag des jaars, wil ik nog eens voor uw aangezigt het verloopen jaar in mijn geheugen terug roepen — wil ik ernstig aan mijn geweien vragen : l.)l!en ikbeterofsleehlergeworden? 1.) Ben ik in de kennis der zaligheid gevorderd of achteruit gegaan ?
5.) Hoe zou ik voor Gods oordeel gestaan hebben, indien Hij mij door den dood van deze wereld hadde geroepen?
O God 1 hoe besehamd maakt mij het terugzien op het verloopen jaar? Maar het zal anders, het zal beter
OP DE FEESTDAGEN 255
worden. Heden (ik neem U, alwetende God, lot geuüge van mijne gelofte, vat ik erns;ighct voornemen op, geduren-dchet te beginnen jaar geenen enkelen dag te laten voorbijgaan, zonder mijnen geest en mijn hart, door kinderlijke gebeden, tot U te verheffen.
Naauwkeurig en gemoedelijk wil ik al de pligten vervullen, welke mijn heilig Gelool mij oplegt.
boor werken van liefde zal ik mijn geloof aan den dag leggen.
Nimmer zal ik bij het streven naaide volmaaktheid stil staan, maar altijd voorwaarts trachten te geraken.
Dit wil ik. — Dit wil ik ernstig; Gij mijn God! zult mij bij het ten uitvoer brengen van dezen mijnen wil versterken. ,1a, in dit nieuwe jaar zult Gij ook weder mijn Vader wezen. Schenk mij en allen, die mij dierbaar zijn, of met mij in bloedverwantschap bestaan, gezondheid en sterkte. Geef mij, wat ik dagelijksnoodig heb. Geef alle men-
25i OVEKDENKIKGEN EK GEBEDEN
schcn, mijne broederen, geluk, heil en zegen. Laai mij bij al het lijden, dat mij zou mogen treffen, nooit vergeten, dat Gij allo lotgevallen der mcnschen wijssclijk bestuurt, en dat in uwe wereld niets geschieden kan, wal GijnietjOpeeneheerlijke wijze, tot mijn welzijn kunt doen verstrekken. Ook in rampen en lijden geeft Gij mij gelegenheid, om U, vol verrlouwen, als mijnen besten Vader te vereeren. Geef, dat niel alleen de dag van morgen, maar al de toekomende dagen van mijn leven voor de eeuwigheid gezegend zijn. Doe mij steeds gedenken, dal zij allen onherroepelijk voorbijgaan, en ik weet niel of ik morgen nog wel zal leven. Aan ü beveel ik mij zeiven en al mijne geliefde panden. Gij alleen weet, wat heilzaam en nuttig voor mij is Geef mij, hetgeen U behaagt, om de liefde van uwencenig-geboren Zoon Jesus-Chiistus. Amen.
OP DE FEESTDAGEN 23:
Ovn\'dciikingen en gebed gedurende den Advent.
t
Hoe eerbiedwaardig, hoe heilig zijn mij do dngen, die door de H. Kerk bestemd zijn, om ons, bij ingetogenheid en ernstige overdenking, voor te bereiden tol de pieglige gedachtenisviering, dal Jesus-Christus, in de volheid des lijds, uit eene maagd werd geboren, ten einde ons lot kinderen Gods tc verheffen. Mogle deze Advent voor mijne ziel heilrijk, van de hoogste aangelegenheid zijn! Heilige tijd, waarin wij de komst des Heeren te gemoet zien,cn waarin ik de barmhartigheid van God, bij het doen verschijnen van zijnen Zoon in het \\lecsch wil overwegen. Deze gebeurtenis, mij zoo onuilsprekeiijk heilrijk, verdient mijne gansehe opmerkzaamheid, mijnen oolmoedigen dank.... Ik
25() OVERDENKINGEN EN GEDEDEN
wil deze dagen lot zaligheid mijner ziel besteden. Met ernst wil ik het al ter harte nemen, wat in de schriften des nieuwen Verbonds omtrent die gebeurtenis staat geschreven. De overweging daarvan zal mijne ziel tol vreugd, mijn hart tot troost verstrekken. Ik begin met, in ootmoedig geloof, het eerste hoofdstuk van den heiligen Johannes te lezen:
« Tn den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en hel Woord was God.
« Dit was in den beginne bij God. Alles is door hetzelve gemaakt, en zonder hetzelve is er niets gemaakt van hetgene er gemaakt is.
« In hetzelve was het leven, en het leven was het licht der mensehen. En het licht scheen in de duisternis, maaide duisternis heefl hetzelve niet begrepen.
« Van God werd een mensch gezonden, wiens naam was Johannes. Deze
r
OP DE FEESTDAGEN
kwam om getuigenis ie geven van het licht, optlat allen door hem zouden gelooven. Hij zelf was het licht niet, maar hij kwam om getuigenis van het licht Ie geven. Dit was het ware licht, hetwelk allen menseh verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam in zijn eigen, maar de zijnen namen Hom niet aan. Xogians aan allen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij magt gegeven om kinderen Gods te worden, aan degenen, die in zijnen Naam gelooven; die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil eens mans, maar uit God geboren zijn. — En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid als die van den eeniggeboren Zoon des Vaders, vo van genade en waarheid. »
238 overdenkingen en gebeden
Zoo spreekt .lohatmcs, de bpmin-nenswaardige, welken de Heer, toon Hij als mcnseh op aarde omwandelde, met zijne bijzondere vriendschap vereerde. Zoo spreekt de leerling, welken .lesus lief had. O ! welke woorden van eeuwig leven bevat dit Evangelie. Op-gelogen, vervuld met den II. Geest, verliest hij, even als ik, een zoon des slofs, een adem van God, verliest hij zich in de diepte der eeuwigheid, in de diepte van het Wezen aller wezens.
— In den beginne van eeuwigheid was het Woord bij God, hot was God zolf.
— (lij, o Jesus! zijt de waarheiden het leven ! Johannes XIV, ü. Gij zijt de wijsheid des Vaders, zijne eeuwige, wezenlijke gedachte; zijn eeniggebo-ren Zoon, in des Vaders schoot ! Alles is door hetzelve gemaakt, en zonder hetzelve is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. Niet slechls zijn alle dingen door het Woord geschapen ; zij beslaan ook door hetzelve.
OP DE FEESTDAGEN
230
— Alles hoftaal door Hem, zcgl mv Apostel. Kol. I, 17. — « Ja, hctzolve was het leven, cn het leven was het licht dermenschen. En het licht scheen in do duisternis ; maar de duisternis heeft hetzelve niet begrepen. » — Verder lees ik in het negende vers : « Dit was het ware licht, hetwelk allen mensch verlicht die in de wereld komt. » Gij, Heen; Josus, hebt mij de goddelijke straal van verstand gegeven, de vermanende klopping des gewetens. Al wie zich door U laat be-siuren, brengt Gij tot den Vader. Alles wat ik bezit, heb ik van U : « In Hem loven wij, en bewegen wij ons, en zijn wij. » Hand. XVII, 28 Maar voor hoe vele gedoopte goloovigen blijft Gij oen onbekende God ! O,\'op hoe velen van ons die in uwen naam gedoopt zijn, kan men toepassen, hetgeen de Evangelist zegt: « Hij kwam in zijn eigen, maar de zijnen namen Hem niet aan. » Ach, dat trolschheid
2-iO overdenkingen en gereden
cn zinnelijkheid toch nimmermeer mijne ziel dermate bedwelmen, dat de uitspraak van den Profeet ook op mij wijze, als Hij zrgt; Uwe boosheden scheiden u en uwen God van elkander, en uwe zonden verbergen u zijn aangezieht. Isaïas LIX. 2. Uw licht schijnt altijd ; want Gij zijl de zon der regtvaardigen, die van geen ondergang weet. Doch, hoe dikwijls onttrok ik mij aan uw licht! Ik moet van trotschheid en zinnelijkheid afstand doen. Zult Gij, o Jesus! mijne oogen openen, en mij bij den genade-glans van uw goddelijk licht, don weg en de waarheid doen ontdekken, die tot U geleiden.
« Nogtans aan allen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij macht gegeven, om kinderen Gods te worden: aan degenen die in zijnen naam gc-looven. » Tot welk eene hooge waardigheid verheft Gij mij, mijn Zaligmaker \' Schepselen, die met den \\loi k
OP DE FEESTDAGEN
van God beladen waren, verheft Gij, o Jesus 1 lot kinderen Gods. Welk eene genade! Zonder U vormogen wij niets; Gij alleen zijt de sterke, dc magligo ! O, onuitdrukbare liefde ! van dc lieerlijklieid uws troons, waarvan de aarde dc voetbank is, en die zich door het gansche uitspansel uil-strekt ; van de hoogheid uwer Godheid vernedert Gij U tot de mensch-heid !
Van de hoogte dier heerlijke openbaring daalt Johannes, de leerling, welken dc Heer lief had, neder tot de herinnering aan de zalige jaren, welke hij met het menschgeworden Woord oii aarde geleefd had. « En heL Woord is vlccsch geworden, en heeft onder ons gewoond. En wij hebben zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid als van den eenig-geboren Zoon des Vaders, vol van genade en waarheid. »
10
211
2i2 OVERDENKINGEN EN GEDEDEN
Als ik dczo Schriftuurplaatsen lees, hoe word ik dan door weemoed bevangen ; hoe onlstaat dan in mij het vu rig verlangen, dal ik den tijd beleefd hadde, toen Gij, Zoon Gods ! op do aarde woondet. Ach, wat zijn al do genoegens der vriendschap, der reinste en innigste liefde, die in alle gevallen nog door U tol stand moeten komen en duurzaamheid verkrijgen ; wat zijn zij, in vergelijking van den hemelschen wellust, welken uwe Discipelen in den omgang met U genoten ! in den omgang met U, die hen heiligde), en hun kracht verleendet, om zulk eene vreugd te kunnen dragen. Doch gaarne wil ik ootmoedig mij te vreden stellen, en, mijne onwaardigheid levendig beseffende, het woord, dat Gij tot Thomas spraakt, keer op keer overwegen : Omdat gij gezien hebt Thomas ! hebt gij geloofd. Zalig zijn zij, die niet zien en toch gelooven. Johannes xx, 29. Ja, met onwankelbare trouw, geloofik
01\' DE FEESTDAGEN
aan uw woord, cn wil cr eeuwig aan gclooven. Hoe veel stof lot overweging biedt mij dit Evangelie! In mijn hart wil ik het prenten. Ik wil, gedurende denquot; heiligen tijd van den Advent, de volgende vier punten mij voor oogen stellen, en totondenverp mijnor overdenking maken:
1.) Wat zou hot menschdom zonder Jesus zijn ?
2.) Wat is het door Jesus reeds geworden ?
3.) Wat kan het door Jesus nog worden ?
■i.) Wat zal het door Jesus zeker eens worden ?
GEBED.
Zonder uwe komst in deze wereld, heilige, goddelijke Verlosser! rustte de vloek uws Vaders nog op ons ontaard geslacht, daar wij door de, zonde afvallig van God waren geworden. Induisternislagde aarde verzon-
2-i-i OVERDENKINGEN EN GEBEDEN
ken, de ware kennis van God was door afgoderij verbasterd; toen kwaamttiij Zaligmaker der wereld, Jesus-Clirislus, eeuwige Zoon dos Vaders, Gij God van God, licht van licht, geteeld en niet gemaakt. Toen kwaamt Gij in de gedaante van een\' mensch, om ons mei uwen Vader te verzoenen; GiJ,op wien de Oudvaders en Profeten zoo verlangend hadden gewacht! Schenk mijden geest der ware boetvaardigheid, het noodige licht om mijne zondige gesteldheid te kennen, op den weg der deugd en geregtigheid terug te keeren, en alzoo met vrucht uwe komst in het vleesch te vieren, en, rein van ziel en hart,U te loven cn te aanbidden. Amen.
Gebed np hel II. Kersfeest.
4-
•
De voorzeggingen, o God ! aangaande den rijkdom uwer ontfermingen, zijn vervuld; Gij hebt uwen eenigge-boren Zoon, Jesus-Christus, ons ge-
r
mm
OP DE FEESTDAGEN
zonden. — Hier ligt Hij in tic krib.
In het slof gebogen, aanbid ik dit groole geheim der liefde, en zeg met kinderlijk gevoel en vol geloof :
« Hel Woord is vlecsch geworden cn het lieeft onder ons gewoond. »
Het Woord! — daarmede erken ik uwe Godheid :
Is vleesch! — daarmede erken ik den Zoon des menschen :
Geworden ! — Ik erken inU, mijnen Godl in Christus, mijnen \\erlosser !
Wees met innige liefde aangebeden. Zoon van God ! Ik aanbid U en den Vader! Op U, Menschenzoon, die in alles aan ons zijt gelijk geworden, uitgenomen inde zonden, opU stel ik a mijnvertrouwen. Uwe leiding, o Heer! wil ik volgen; want uw Geest maakt mij tot een kind Gods, en in leven en dood wil ik trachten dien eernaam waardig te wezen. Verleen mij, o jesus! daartoe uwe genade. Amen.
2i 5
J iü-Ö
CQ
24G OVERDENKINGEN EN GEBEDEN
OïcrdenUng on gelgt;cd gedurende de 11. Vaste.
Voor ons hart is er geen aandoen ■ lijker, voor onzen geest geenc meer verheffender beschouwing, dan echte, reine deugd, met wederwaardigheden, legenkantingen en rampen van allerlei aard, te zien worstelen.
Nooit verschijnt de deugd zoo luisterrijk, dan als zij zegepralend uit den strijd terugkeert. Nooit vertoont zich de grootheid, de adel, de kracht, de standvastigheid van \'s menschen geest in helderder licht, dan als hij, omgeven van tallooze hindernissen, geeno inspanning, geene moeite ontziende, dergoede zaak standvastiglijkgetrouw, zijnen pligt het smartelijkste offer brengt. En nooit toonde zich die strijd, de strijd der reinste, dor heiligste deugd, heerlijker dan . bij het lijden van mijnen goddelijken Verlosser, Jesus-Chrislus.
OP DE FEESTDAGEN 217
In dezen door onze Moeder, de ka-Iholi.jke Kerk, beslemden tijd van de heilige Vaste, wil ik met een gcloovig hart het lijden en sterven van onzen goddelijken Zaligmaker meer van nabij beschouwen, met innig gevoel overwegen. Ernstig en afgetrokken, wil ik mij met mijnen liefderijken Verlosser bezig houden, en in mijn hart nagaan, wat Hij ter mijner behoudenis heeft geleden. Op elk dezer heilige dagen zal het aandenken vanJesusmij bovenal dierbaar zijn; ik zal, in gewijde beschouwing. Hém op zijne lijdens-baan voet voor voet volgen, mij dagelijks een nieuw gedeelle zijner smarten voor oogen stellende. Daarbij zal ik er mij op toeleggen, zijnen wil stiptelijk te vervullen, zijn heilig beeld die]) in mijne ziel prentende. Steeds zal Hij mij vooroogen zweven; overal mij vergezellen, en mij. als met geweld, in dankbare liefde tol Hem, mijn goddelijken Weldoener, ontste-
248 OVERDENKINGEN EN GEBEDEN
ken. En, eens ontvlamd door de overweging van Jesus lijden, zal ik gaarne zijne roepstem volgen. Het zij dus mijn onwankelbaar besluit, gedurende deze Vaste, geen dag te lalen voorbij gaan, zonder eene schrede voorwaarts te doen in de beschouwing van het groote verlossingswerk. Ik zal bijzonder in deze dagen het voorbeeld van den Apostel volgen, die do weienschap van Jesus lijden als de eerste en ge-wigtigste van allo wetenschappen bovenal beoefende. Werkeloos wil ik bij die overweging niet blijven, zij zal mijne aanbidding van kinderlijke liefde lot Jesus vermeerderen ; zij zal mij de zonden, om welke Hij zijn liloed vergooi, in hare geheeïe afschuwelijkheid doen zien; zij zal mij met moed en gelatenheid in lijden en in elk donker oogenblik op mijne pelgrimsreize loerusten; zij zal mij met ijver bezielen, om mijn moeije-lijk dagwerk getrouw te verrigten,
OP DE FEESTDAGEN 2i!)
cn om voor het welzijn mijner brooderen gccnen arbeid Ie ontzien. — Zoo zal ik door eene opmerkzame beschouwing van het lijden onzos goddelijken Verlossers, volgens zijn oogmerk, voorzeker beter cn godvreezonder worden.
Ik begin de lijdensgeschiedenis van Jesus, gelijk die in de heilige Evangeliën beschrcvcn staat, met opmerkzaamheid te overwegen.
Ik leer bij hot lijden cn sterven van Jesus kennen ;
1.) Verschillende karakters van menschen.
2.) Het schoonste voorbeeld van don Zoon Gods, tegelijk een Zoon des menschen.
5.) Hot eeuwige raadsbesluit dos hemelschen Vaders.
-2oO OVERDENKINGEN EN GEBEDEN
Memchcn.
Ik leer menschen kennen ;
a. Uit de groote wereld, en
b. Uit don nederigen kring van Jesus.
a.
Menschen uit de groote wereld.
Ik leer kennen :
a.) In de Moogeprieslers, die Jesus ten dood veroordeeld hebben, on-regtvaardigheid, uit haat, afgunst en heersehzucht.
b.) In Herodes en zijn hofgezin, onregtvaardigheid, uit ligtzinnigheid en spollust.
c.) In Pilatus, onregtvaardigheid, uit menschenvrees, daar hij op het dringend aanhouden der Iloogoprics-ters toegaf.
OP DE FEESTDAGEN 231
Monschcn uit den nederigcn kring van Jesus.
a.) Do oen verraadt don Heer.
b.) Een anderen verloochent Hem.
c.) Anderen weder, ja allen, begeven Hem lafharlig.
11.
Ik leer \'s menschen en Gods Zoon ke n n e n:
a.) In zijne gehoorzaamheid jegens den hemolschon Vader.
b.) In zijne liefde tot de menschen.
c.) In zijne onderwerping en lijdzaamheid tot het einde too.
III.
Ik leer de raadsbesluiten des eeuwigen Vaders kennen.
Hot lijden en sterven moesten volbracht worden.
252 OVERDENKINGEN EN GEBEDEN
a.) Den Verlosser.
b.) Den Verlosser van het zondige mensehdora.
O mijne ziel ! neem hel lijden en sterven van uwen goddelijken Verlosser wel Ier harte, en word toch eenmaal geheel doordrongen van de verheven, zalige gedachte : Jcsus heeft om mijne zonden geleden.
Heb ik mij die genade wel waardig gemaakt ?
Den ik, even als Jesns, in alle be-trekkinge\'n des levens, mijne pligten als mcnsch en als christen getrouw nagekomen ?
Heb ik mij zelven loeren kennen zoo als ik waarlijk ben ?
lieb ik mij door de bedriegelijko wereld en door het genot der zinnen niet laten verleiden ?
Is liefde, heilige broederliefde, de drijfveer van al mijn doen en laten ?
Kan ik hoon en smaad met christelijke gelatenheid verdragen ?
OP DE FEESTDAGEN 235
Vind ik in mij hel verlangen : met de waarheden des heils, — van het zaligmakend Evangelie der liefde , meer en meer bekend te worden, en daarin ware wijsheid te zoeken ?
Is mijn geloof overeenkomstig met de leer der zigtbarc, door Jesus gestichte Kerk? Want zij alleen is de zuil en het fondament der waarheid.
Hoe dikwijls heb ik het edele spraakvermogen misbruikt door mijne me-dechristenen te verkleinen, te lasteren \'!
Zoo is het, helaas ! lot nu toe geweest. bil zegt mij luid de waarheidsprekende slem mijns gewetens.... Maar, zoo zal het niet blijven. Ik wil opstaan, en met den nieuwen mensch aangedaan, een beter christen worden, mij, o Jesus! uws lijdens en dood waardig gedragende. Moedig en onwankelbaar wil ik mijne bestemming trachten te bereiken. Ik wil in de wereld, maar niet met de wereld, al
2o4 OVERDENKINGEN EN GEDEDEN
do gaven, welke uwe vaderlijke goedheid mij zoo mildelijk ten deel heeft doen vallen, dankbaar aannemen, en de lasten cn bezwaren van mijnen stand blijmoedig dragen, in do vaste hoop, dat uwe liefde eens het al in blijdschap zal veranderen. En — mogl do moed mij soms begeven, dan zal ik op U, goddelijke Verlosser, mijne oogen vestigen, op U, verhevonste voorbeeld, cn zal beschaamd loeren inzien, hoe voel grooter uw lijden geweest is dan hot mijne immer kan wezen.
Ik wil mot moed inuwevoelstappen treden, Gij zelt spoort mij daartoe aan : Zoo iemand achter Mij wil komen (zoo spreekt Gij), die neme zijn kruis op en volgo Mij! Door lijden, oJcsus! zijt Gij uwe heorlijkheid binnen gegaan, en alleen door lijden zal ik ook tot do, eeuwigo hoerlijkhoid geraken. Ik zal al do dagen mijns levens, maar vooral in dezen, door mvo Kork
OP DE FEESTDAGEN 2bó
daartoe bestemden lijd, uwe lijdensgeschiedenis lezen, en bij dat lezen U zoeken. — Ik zal U in mijn hart opnemen, en mij nimmermeer van U verwijderen, lol dat de dood mij bij L\' brengt, o mijn Heer cn God, daar ik hope, aan het einde mijner baan, onder liet getal der uwen opgenomen te zullen worden Amen.
Gebed pp den liciligen Paaselniag.
Op den derden dag na uwe begrafenis zijl Gij, o eeuwige, eeniggeboren Zoon van den levenden God, door uwe goddelijke kracht opgestaan uit de dooden; Gij zijl opgeklommen ten Hemel in de heerlijkheid Gods, en zit aan de regterhand uws vaders, van waar Gij zult komen om levenden cn dooden, reglvaardigen en onregtvaardigen te oordeelen. Uwe verrijzenis, o Jesus! is de groote, voor Hemil en aarde evenzeer gewigtige gebeurtenis.
2o6 OVERDEKKIKGEN EN GEBEDEN
welke uwe Kerk de geloovigen doet vieren met al de vreugde, waarvoor het dankbare hart vatbaar is. — uwe verrijzenis heeft onze verlossing voltooid : Alleluia zij ü, Zoon van\' God, Jcsus-Chrislus! — Door uwe verrijzenis hebt Gij ons van de banden des doods los gemaakt. Gij leeft bij den Vader, en Gij leeft er ook voor mij, en voor allen, welke Gij met uw bloed gekocht hebt. Hoe kan ik U mijnen innigen dank, mijne diepste aanbidding beter bewijzen, dan door mij, in Geloof, Hoop en Liefde, geheel aan U over te geven. Hoer! doe ons de uwen zijnen blijven. Niets scheidemij van U. Ik wil voor eeuwig geheel de uwe wezen. Gij die leefc en heerscht met den Vader ca.dcn heiligen Geest, God, hooggeprezen in eeuwigheid. Amen.
-1203
g\'. In
OP b£ FEESTDAGEN
Cebed op dc heilige Pinkslerdugon.
Welk een vreugdevolle en zegenrijke dag is de dag van heden, dc dag dat Gij, Jesus-Chiistus, door dc zending van den heiligen Geest op de Apostelen, uwe ziglbare Kerk, wier hoeksteen Gij zelf\' van eeuwigheid zijt, gevestigd hebt. O, welk een allcr-gewigtigste, welk een heilige dag! Uwe goddelijke grootheid, o dag, wil ik in mijn hart overwegen : — Nadat Gij, o Heer van het Heelal! van de aarde naar den Hemel waart opgeklommen, door uw sterven de wereld met den Hemel verzoend, den dood verwonnen hadt, en, met uwe Godheid en menschheid vereenigd, aan de regterhand uws Vaders waart verheven geworden, bewoog U uwe liefde tot ons, menschen, om den (leest te zenden, die van eeuwigheid één is met U en den Vader. O liefde, oneindige liefde mijns Verlossers! in 17
2b7
J O
2o6 OVERDENKINGEN EN GEBEDEN
welke uwe Kerk de geloovigen doel vieren met al dc vreugde, waarvoor het dankbare hart vatbaar is. — .la, uwe verrijzenis heelt onze verlossing voltooid ; Alleluia zij U, Zoon van God, Jesus-Christus! — Door uwe verrijzenis hebt Gij ons van de banden des doods los gemaakt. Gij leeft bij den Vader, en Gij leeft er ook voor mij, en voor allen, welke Gij met uw bloed gekocht hebt. Hoe kan ik U mijnen innigen dank, mijne diepste aanbidding beter bewijzen, dan door mij, in Geloof, Hoop en Liefde, geheel aan U over te geven. Heer! doe ons dc uwen zijnen blijven. Niets schelde mij van U. Ik wil voor eeuwig geheel de uwe wezen, Gij die leeft en heerscht met den Vader ea.dcn heiligen Geest, God, hooggeprezen in eeuwigheid. Amen.
or DE FEESTDAGEN
(Jebed 0|) de heilige Piiikslerdagen.
Welk een vreugdevolle cn zegen-rijko dag is de dag van heden, de dag dat Gij, Jesiis-Christiis, door de zending van den heiligen Geest op do Apostelen, uwe ziglbarc Kerk, wier hoeksteen Gij zelf van eeuwigheid zijl, gevestigd hebt. O, wolk een aller-gewigligste, welk ccn heilige dag! Uwe goddelijke grootheid, o dag, wil ik in mijn hart overwegen : — Nadat Gij, o Hoer van het Heelal! van do aarde naar den Hemel waart opgeklommen, door uw sterven de wereld met den Hemel verzoend, den dood verwonnen hadt, cn, met uwe Godheid en mensehheid vcrocnigd, aan de regterhand uws Vaders waart verheven geworden, bewoog U uwe lici\'de tot ons, mensehen, om den Geest to zenden, die van eeuwigheid één is met U cn den Vader. O liefde, oneindige liefde mijns Verlossers! in 17
2;j8 OVERDENKINGEN EN GEBEDEN het stuf gebogen, aanbid ik U I .la, zij •/ijn vervuld de beloften, welke Gij aan uwe geliefde Leerlingen hebt gedaan ; fiij hebt hun den Geest der waarheid gezonden, die hun alle waarheid zoude leeren. En hoe werden zij met moed bezield, hoe deed die Geest in hen, aan de verbaasde menigte, het vermogen van uwe goddelijke Godsdienst en de magt der toekomende wereld len klaarste zien! Het was slechts weinig beteekenend, dat Cij hun talen deedt spreken, welke zij nooit geleerd hadden, dat zieken genazen, waarop de schaduw van Petrus in het voorbijgaan viel, dat zij dood ter aarde stom en, die legen hem, dat is tegen den H. Geest, waarvan i Pc trus vervuld was, hadden gelogen ; dat die Apostel lot den lammen bedelaar, die voor de deur des tempels lag, kon zeggen : Zilver mi goud heb ik niet; maar wat ik heb, dat geef ik u, in den naam vah Jesus van Xaza-
JGc:\'
OP DE FEESTDAGEN 2o9
rclli, sla open wandel. Hoe liooy ook die magt uwe Apostelen boven al het menschelijke verhief, zoo waren nop-tans al die wonderen niet meer dan schaduwen, in vergelijking met do scheppingen, die, als hot geloof ons : verlicht, de hoop des eeuwigen levens in ons opgaat, en de liefde, die ziel van de Godsdienst van Jesus-Chrislus, : ons ontvlamt, in \'s menschen liaite gewrocht worden. Door de kracht van den U Geest versterkt, gingen uwe eerste belijders voor uwen naam met ^ vreugd in den dood. Hoe velen vergoten hun bloed voor uwe heilige leer! Al wie uwe genadestem volgden, werden door den II. Geest verlicht, cn kromden zich gedwee onder uw zacht juk. Geheel barhaarsche volken werden regtvaardige, zedige, mededoo-gende en beseliaalde menschen. Tee-dere maagden loofden U onder do ; ijselijkste folteringen, buizende cn
260 OVERDENKINGEN EN GEBEDEN
(luizende belijders van uwe heilige leer irotseerdcn demagt van tirannen, verheerlijkten U, en baden voor hunne beulen.
Zoo werd door U, II. Geest, de Kerk van mijnen Verlosser gegrondvest, die Kerk, waarvan Gij, eeuwige Zoon des Vaders voorzegd hebt : « dat de poorten der helle haar niet zullen overweldigen. » Ja, uwe H. Kerk bestaat en zal bestaan tot dat.Gij komen zult. O troostrijk geloof, wees diep in mijn hart geprent. Met vertrouwen mag ik ook bidden : « Vader! geef mij den H. Geest! » den geest der ge -nezing, dat Hij reinigc al hetgeen in mij onrein is, dat Hij in mij het vuur uwer goddelijke liefde ontsteke. Geest der waarheid, leer mij wandelen op het pad der geregiigheid! leer mij de deugd boven alles schatten. Geest der sterkte, geef mij de kracht om de verleidingen van het vleeseh en van den satan moedig te wèderstaan. Geest dei\'
OP DE FEESTDAGEN
261
wijsheid, leer mij de gevaren kennen, die hier op aarde het eeuwige heil mijner ziel bedreigen; — doe mij, door U verlicht, in zelfvolmaking toenemen. Geest deronverschrokkenheid en s\'anclvasligheid, stort in mijn hart de vaste overtuiging uit, dat godsdienstigheid en deugd de grootste eer en room van den mensch zijn. Goddelijke Geest, verlicht de verblindheid mijner zielbij de menigvuldige dwaalwegen van dit leven ; waarschuw mij als ik in gevaar ben. Bat mijn vleesch nimmermeer de overhand op den geest behale. tireng mij totzelfkennis; neem alle traagheid van mij weg. Geef mij lust tot het gebed: onsteek in mijn binnenste het vuur uwer liefde tot God en den naaste, doe r.1 mijn doen en laten, naar Gods heiligen wil, verstrekken lot zaligheid mijner ziel.
Ifquot;
iO\'ü OVEIiDENKlNGES EN GEBEDEN
Op (ic fci\'Slda^cn \\an Maria.
O Maria, gezegende, uitverkorene! — Koningin des Hemels, die uil de jammeren dezer aarde in den Hemel /.ijl opgenomen, welk eene verandering, welk cene verwisseling! gij, ook een menschenkind, nederig en arm, en toch zoo voortreffelijk voor Gods oog, zoo bemind, zoo geëerd, zoo gezegend door den Allerlioogstc. Gij, eene dochter van Israël! werdt dc Moeder van den Verlosser der wereld, werdt de Moeder van Hem, wiens rijk geen einde, wiens magt geene beperking heeft. Gij, H. Maria! zoo god ■ vruchiig van zin, zoo heilig van wandel lol aan het einde uws levens, — hoe heerlijk zijl gij voor Hemel en aarde. Welk een hartelijk deel naamt gij aan hel lij/len van uwen Zoon; met hoe veel lijdzaamheid droegt gij
OP UE FEESTDAGEN 203
aide kwellingen van dit leven! Ook voor u sloeg een uur dat gij van alle lijden, naar ligchaam en ziel, verlost werdl. dat al uwe iranen werden afgedroogd, en uw hart met onuit-spreckbare vreugde word vervuld. Ja, gezegendste der vrouwen! gij waart de eersie en voornaamste christen vrouw, de ootmoedigste vereerdster van den Verlosser; de moederlijke vriendin dergencn, die uwen Zoon beminden ; en daarom loven u alle geslachten der aarde. De aanbidders van uwen Zoon verecren u ; de Kngelen des Hemels dienen u ; de zamenkomsten der ge-loovigc christenen roemen u, o lot voor den troon van God verheerlijkte — de liefde des Allerhoogsten is met u ; des Hemels vreugde is uw loon en deel in eeuwigheid 1
Zoo heeft God uwe trouw beloond : hooggezegende Maagd! zoo heelt God uw geduld, welk tot het einde toe stand hield, vergolden. Heilige God
3
hm
.-r-H-j-H-H
264 OVERDENKINGEN EN CKIIKDEX
hoe groot zijt gij! hoe heerlijk isMaria!
— O Maria 1 heiligste van al de vrouwen, die ooil geleefd hebben, hoe zalig, hoe onuiisprekelijk zalig zijt gij
— zult gij eeuwig zijn ! Maria ! Moeder der barmharligheid! bid voor mij, zondaar, nu en in het uur van mijnen dood. Amen.
Aan Maria, de van droefliciil overslelpli! Moeder.
Verwerf mij, o Maria! hoogbegena-digde! gezegende boven al de vrouwen ! Moeder Gods, door uwe voorbidding toegang lot uwen geliefden Zoon .lelt;us, welken gij ons gebaard hebt, opdat Hij mij genadig zij. De onbevlekte reinheid van uw liefderijk hart verwerve mij, naar ligchaam en ziel, de gave van zuiverheid. Uw ootmoed, aanGoVl zoo welbehagelijk, doet
i
OP DE FEESTDAGEN SGii
mij cenen zoo oolmoodigen geest verwerven, dat mijn levenswandel nooit door trotschheid worde bevlekt. Om de gezegende vrucht uws ligchaams, bid \\oormij. om vruchtbaarheid in alle deugden en in verdienstelijke werken, die mij kunnen doen beliage-lijk worden aan uwen Zoon. Om de genade, welke gij bij God gevonden hebt, bid voor mij om genade en ver-gevingvoor mijne menigvuldige zware zonden. Om uw slandvastig geduld in lijden en bij het kruis van uwen beminden Zoon, bid voor mij om een vast en onwankelbaar vertrouwen op God bij alle wederwaardigheden. Uwe ingetogenheid, godsvrucht en leerzame gezindheid, waarmede gij elk woord uit den mond van uwen goddelijken Zoon geloovig aannaamt, verwerven mij de genade, dat ik een ijverig hoorder van zijn goddelijk woord worde. Uw liefJerijk moederhart, dat gij allen
^66 OVERDENKINGEN EN GEBEDEN
betoom, smceke voor mij om vurige liefde tot God en dc mcnschen. Om uwe menigvuldige tranen, bij het kruis van uwen Zoon gestort— en om de lievige smarten, welke gij bij zijnen dood liadt te lijden — smeek voor mij om bijstand en sterkte in liet uur van mijnen dood, wanneer vreeze voor het oordeel mij zal beangstigen. Ach! blijf toch voor mij eenegoede, liefderijke voorspreekster in leven en in sterven. Amen.
i-o-Hquot;
GEBEO VAN DERTIÜ DACES,
welk men kan bidden ter eere van het lijden onzes Heeren JeRUR-Christus en van de H. Maagd Maria, zijne Moeder, om voor zich of voor anderen de genaden en de geestelijke of tijdelijke vertroostingen te bekomen, welke men noodig heeft.
W
i
EiLiCE Maria,Maagd der maag-
den, Moeder der genade, Moeiler van barmhartigheid en do vaste hoop der bedrukten door hot zwaard van weedom, dat uwe ziel doorstak, wanneer uw eenige Zoon Jesus-Christus, onze Zaligmaker, den dood des kruises onderstond; door de kinderlijke liefde, die Hem deed medelijden hebben met uwe moederlijke smarten — door de zorg, welke Hij
333
■^n
GEBED
nam, om al stervenden te bevelen aan zijnen welbeminden Leerling, erfgenaam van zijne gevoelens voor u : gewaardig u gevoelig te zijn en hulp loe te brengen aan de pijnen, smarten, ellenden en treurige noodwendighe den, welke ik beproef. O gewisse selmilplaatsder ongelukkigen 1 o zoete verlosseres dergenen, die in gevaar of lijden zijn ; aanzie de tranen, welke mij de rampen afpersen, die ik om mijne zonden te lijden heb. Tot wie zal ik in do onrust en de verlegenheid, in welke ik gedompeld ben, mijne toe-vlugt nemen, ten zij tot u, magtige beschermster. Moeder van den Zaligmaker der wereld en van den hersteller der rampen, die het menschdom kwellen? Ach, H. Jlaagd, aanhoor met die teederheid, welke u eigen is, het ootmoedig gebed, dat ik u toestier.
Ik smeek uwe hulp af door de liefde en barmhahigheid van Jesus. uwen
2G8
1
VAN DERTIG DAGEN
2C9
I
-Q
aanbkldelijken Zoon — door de naauwe vereeniging, welke Hij mol de menschelijke natuur hoeft aangegaan, wanneer Hij, mot onze sterfelijkheid bekleed, zich gewaardigde in uwen zuiveren schoot te rusten en uit u geboren te worden, om onder ons te wonon — door de vrees, hot verdriet, de droefheid en don wreedon dood-angst, welke diogoddolijkoZaligmaker in den hof van ulijvon heeft geleden, wanneer Hij, zijnen Vader smeekende, Hem van do bitterheden zijns lijdons te verlossen, zich nogtans met eene volkomone ovorgoving aan zijnen heiligen wil onderwierp — door do kloekmoedige getrouwheid, mot welke gij Hem tot den dood gevolgd zijt — dooide onuitdrukkelijke smarten, welke u de smaad, de pijnigingen en al wat Hij van do woede zijnor vijanden te lijden had, veroorzaakt hebben — dooi\' de banden, waarmede men Hem gebonden hoeft — door zijn geduld en stil-
270 GEBED
zwijgen te midden der mishandelingen — door zijne wreede gceselintr en ontelbare wonden , waarmede zijn ligchaam word overdekt — door de doornen kroon, die zijn hoofd doorboorde — door de gal en den azijn, waarmede Hij werd gelaafd — door het kruis, waarmede men Hem beladen heeft — door de migelen, waarmede Hij daaraan gehecht werd — door de beschimpingen en pijnigin- gen, die Hij aan het kruis geleden heeft — door de lans, die zijne zijde v opende — doorliet bloed en water, die ;■ er uit gevloeid zijn, en die voor ons eene bron van genaden zijn geworden — door de barmhartigheid, well?e ; Jesus aan den boetvaardigen moorde-i naar- beloonde — door deze goddelijke j woorden, welke Hij in het middenvan ;; zijne smarten lot zijnen hemelschen ;■ Vader slierde: Vader, vergeel\' hel hun, ï want zij welen niet ivat zij doen ; en door doze, die zijne offerande eimlig-
H-rv-H-v-i-r-H- ■ I I .quot;i\'-;-yy-r j Y! -:--
271
ïCC 1?
VAN DERTIG DAGEN
t\\
den : Mijn God ! mijn God ! waarom hclH Gij Mij vertalen ? Alles is volbragl... Mijn Vader! in uwe handen beveel, ik mijnen geesl! door de wonderen, uitgewerkt ten tijde van den dood van dezen God-menscli, wanneer het voorhangsel des tempels scheurde, de aarde beefde, de zon verduisterde, de steenrotsen barstten, de dooden verrezen — door de neder-daling van Jesus in het voorgeborgt der hel, en door de vreugd, welke de regtvaardigen, die Hem afwachtten, verrukte — door de glorie van zijne zegepralende verrijzenis — door de verschijningen , waarmede Hij u , H. Jlaagd, alsook de Apostelen, de Leerlingenen de heilige vrouwen vereerd heeft — door zijne glorierijke hemelvaart, wanneer Hij in hunne tegenwoerdigheid zich ten Hemel verhief — door de gaven van den H. Geest den vertrooster, welke Hij over u en hen op den Pinksterdag deed neder-
i:*! O
dS
m
GEBED
dalen, en die Hij naderhand over do ^eheele aarde verspreid heelt — door zijne tweede komst in deze wereld en door het verschrikkelijk oordeel, ■welk Hij over de levenden en dedooden zal uitspreken — eindelijk, H. Maagd ! door de smarten, welke gij gestadig met uwen goddelijken Zoon deeldet, en door de vreugd en het onuitsprekelijk genoegen, waarmede Hij uwe ziel op den dag uwer hemelvaart vervulde en eeuwig zal blijven vervullen : ik smeek u, o teerhartigste Moeder ! loon dat gij waarlijk mijne Moeder zijt; heb medelijden met mijne ellenden ; verhoor mijn ootmoedig gebed, hetwelk uit het levendigste betrouwen voortkomt.
Noem hier de hnl/j en de genaden, welke gij verlangt le bekomen.
O Maagd, vol van goedheid ! overtuigd van het vermogen, welk gij bij
272
VAN DEllTU; DAGEN
uwen almagtigon Zoon hebt, tlurf ik door uwe krachtigevoorspraak de hulp en de verlroosling verhopen, welke ik vraag volgens het welbehagen van mijnen God, die beloofd heelt den wil te zullen volbrengen van hen, die Hem vreezen, en de verlangens hunner harten te zullen verhooren. Zie teeder op mij neder, o mijne Moeder 1 aanzie mijnen nood, en kom mijne krankheid te hulp.
Bovenal gewaardig u, van uwen lieven Zoon, voor mij te bekomen een levendig geloof, eene vaste hoop, eene brandende liefde, een opregt berouw over al mijne misdaden, eene bron van heilige tranen, eene ootmoedige en regtzinnige belijdenis mijner zon den, eene genoegzame voldoening, eene naauwkcuiige waakzaamheid over mij zeiven, eene volstrekte onthechting van al wat aardsch is, eene ware liefde tot God en den even-18
GEBED VAN DEIITIG DAGEN
menseh. Gewaardig u, mij de genade te verwerven Jesus in zijn leven, in zijn lijden en in zijnen dood na te volgen ; in alles mijnen wil te schikken naar den wil van God ; te wandelen in zijne tegenwoordigheid; te denken, te verkeeren en te handelen volgens zijnen geest; te volharden in zijne dienst, in zijne liefde, in de oefening der goede werken : eindelijk door eenen heiligen en voor zijne oogen kostbai en dood het eeuwige leven te verdienen, in hetwelk ik liet geluk zal hebben mijnen God te aanschouwen, te loven en te bezitten, en mij bij u, o H. Maagd 1 te bevinden, en met de Engelen en de Heiligen, met mijne zalige ouders en vrienden deel te hebben in de he-melsche belooningen. Amen.
3prtgt;
VEREEUING VAN DEN ENCEL-EEW. 275
VERCERING VAN DEN HEILIGEN ENGEL BEWAARDER.
Gij, afgezant des Heeren, ter mijner bewaring mij toegevoegd! H. Engel-Bewaarder! hoe verblijd ik mij inden Heer, die u aan mijne zijde gesteld heeft. O, hoe treft mij het zeggen van Jesus, dat gij. Engelen, over eenen zondaar, die boetvaardigheid doet, meer vreugde hebt dan overncgen-en-negentig;egtvaardigen. Uwe liefderijke deelneming aan mijne volmaking, aan mijn streven naar verbetering, spoort mij aan om nimmer bij die gewigtige bezigheid stil te staan. Uw beroep : Gods wil te volvoeren, zij mij oen voorbeeld ternavolgingin alle betrekkingen des levens. Even als Gij wil ik altijd den heiligen wil van mijnen liefderijken God trachten na te komen. Help mij, H. lieschenn Engel, door uwe voorbede dit besluit ten uitvoer te brengen. Ja, ik wil al mijne krachten inspannen om den wil van mijnen God
ÏCLo
VEREERING
en Heer op aarde tc volbrengen zoo i: als de Heiligen in den Hemel. Gij, Engelen dos Heeren ! zijt door den goeden hemelsehen Vader lot bewaarders van ons, menschen, aangesteld ; dit vervult mij met dank jegens U, H. God 1 leei\'t mij mijne waarde als mensch kennen. O, waailijk! dc menseh moet iels groots zijn, wijl gij, zalige Geesten ! hem ten dienste zijt bestemd. O ! de vereering, welke ik u. mijn H. Engel-Bewaarder, wijde, zij mij-eene aansporing om moedig den : strijd tegen het kwaad te voeren, want gij, zalige Geesten I strijdt met mij. Wees aan mijne zijde in het uur der bekoring; smeek voor mij om genade en ontferming, vooral in het uur van mijnen dood. Voer, na dit leven, mijne ziel opwaarts voor den troon des Ai-lerhoogsten, en verwerf mij, zondaar, t genade en barmhartigheid, door J.-C. Amen.
I)ER HEILIGEN
VEREERING DER HEILIGEN.
Groo\'e God! wees geprezen in uwe Heiligen ; Gij zijt het, die hen gesclia-pen en zoo boog begenadigd hebt. Gij kendet de waarde van elk uwer vrienden, en kwaamt hen steeds voor met uwen rijken zegen. Gij hebt hen vóór het begin der wereld als uwe lievelingen vooruiigezien. Gij hebt hen uit de wereld verkoren, door onderscheidene beproevingen lol U gebragt en hun hemelschen troost in de ziel gestort. Door uwe kracht versterkt, verkregen zij volharding in het goede. — Hoe zegenrijk werd hunne deugd door U, gekroond ! Met welke onbeschrijfelijke liefde bemint Gij hen! .la, heilige, ondoorgrondelijke ! U loof ik in uwe Heiligen. Gij, o Heere Jesus-Christus, hebt hen van duisternis, zonde en dood verlost, en in uw rijk — in bet Rijk des lichts, der liefde en dei levens overgevoerd.
278 VEREERINC DER HEILIGEN
Gij, o Heiligen! prijkt in Gods Paradijsals allerschoonste bloemen, waarin de genade Gods en de geest van den Verlosser zich verheerlijken. O zalige, vereeuwigde gemeente Gods •\' gij aanschouwt, gij bemint, gij bloeit in Gods oneindige vreugde! Gods goedheid houdt u opgetogen. Reeds nu wenschte ik daar boven bij u mijne woonplaats te hebben. In den geest wil ik de aarde verlaten, mij in uwe Koren mengen, en met u, één van hart en ziel, Gods lof vermelden.
Daarheen wend ik mijne oogen ! Derwaarts verheft zich mijn hart; — tot u, Heiligen Gods! stijgt mijn ge-; bed. O, mogte het eenstemmig met uwe eeuwige Alleluia\'s klinken !
Uwen en mijnen God — uwen en mijnen Verlo-.ser — uwen en mijnen H. Geest zij eer, lof en dankzegging — God en liet Lam van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
BIJ HET VERDIENEN VAN EENEN AFL. 279
GEBED BIJ HET VERDIENEN VAN EENEN AFLAAT.
God, H. Vader 1 die de regtvaardig-heid zelve zijt, voorwien niels zondigs kan bes\'aan ; die de gebreken en misdaden der menschen niet ongestraft laat, en vol ontferming en liefde te allentijdeuwe vaderarmen openhoudt om rouwmoedige zondaars weder aan te nemen, zoo zij ware vruchten van boetvaardigheid, vruchten der bekeering waardig, voortbrengen; vergeef mij, om de verdiensten van Jesus-Christus, uwen Zoon, die voor ons, zondaren, zijn bloed vergoten en zich in den dood overgegeven heeft, liarni-harligeGod, in hel binnenste van mijn hart gevoel ik leedwezen over al de zonden van mijn gansche leven, liij de bitterste gewaarwordingen, besef ik maar al te levendig, welke straffen ik er door heb beloopen; nogtans hoop ik met vast vertrouwen, datGij mij om
281) GEBED RIJ HET VERDIENEN
de oneindige verdiensten van mijnen gocldelijken Verlosser, uwen geliefden Zoon, genadig en barmhartig zult zijn. Jesus-Cliristus, Zoon van God, die van don Vader alle magt over ons hebt ontvangen. in uwe Kerk hebt Gij eenen Opperherder gesteld, opdat hij de kudde, welke Gij door uw dierbaar bloed gekocht hebt, zoude behoeden en besturen. Door uwen gocldelijken Geest geleid, heeft hij heden voor alle rouwmoedige, regtgeloovige zondaren in uwen allerheiligsten Naam, kwijtschelding van alle verdiende straffen verkrijgbaar gesteld. O .lesus, mijn oenigeMiddelaar bij uwen hemelschen Vader, moge ik onder het getal der waarachtig boetvaardige zondaars worden gesteld 1 moge ik aan dezen genadeschat van vplkomcne kwijtschelding aller verdiende straffen deelachtig worden ! In geloof en vertrouwen op uwe oneindige vaderliefde to ons, mensehen, bid ik om de uil-
t 11-
i. Si
VAN EENEN AFLAAT
281
breiclingenverlieerlijkinguwerheilige Kerk. Verwijder van haar alle rampzalige verdeeldheden cn tweedragt; laat al de ledematen uwer Kerk eensgezind zijn; laat, H. r.od ! hel licht van uw Evangelie over al de volken dolaarde opgaan ! — Verlicht en versterk met de volheid des heiligen Geestes het Opperhoofd uwer Kerk, den Paus van Home NN., alsook al de andere Bisschoppen cn zielzorgers, opdat zij, door heiligheid van leer en wandel, alles bevorderen, wal aan de uitbreiding van hol christelijk katholiek geloot\'dienstbaar kan zijn. Geef ons den vrede, dat kostbaar geschenk uwer genade. Doe de harten en gemoederen van alle koningen en vorsten één zijn; opdat zij lot geluk en zegen van uw volk regeren, en wij allen in vrede en ecndragl U loven cn aanbidden, nu en ceiiwiglijk. Amen.
ONDERHOUD MET GOD
VOOR ZIEKEN
on. Schepper, Vader, en Gij, Verlosser, die düar boven in liet Rijk derzaligheid eeuwig woont en heerscht, ik verhef mijn geest tot en stort met kinderlijk vertrouwen mijn hart voor U uit.
Nog ver van U verwijderd, wandel ik hier in het verderfbaar bekleedsel, en heb, gebogen onder den Inst dos levens, met lijden te kampen. Zwak, ziek en ellendig, lig ik op mijne legerstede, en weet niet wanneer mijn laatste uur zal slaan, wanneer de dood mij uit deze wereld zal wegnemen.
m
ONDERHOUD MET GOD, VOOR ZIEKEN 285
Uat uur is aan U alleen bekend, alwetend God! Maar wanneer hel ook kome, laat hot een gelukzalig uur voor mij \'zijn. Als ziel en ligchaam van elkander zullen scheiden, neem dan mijne ziel tot U, want Gij heht haar voor ü geschapen, en doe mijn ligchaam, tot op den dag der opstanding, vreedzaam rusten in het graf.
Dit is mijn wensch, dit is mijne bede. Vader, verhoor ze : Vergeef mij, al wat mijn hart heeft misdreven en gezondigd. Wees niet gedachtig de onbezonnenheid mijner jeugd. Vergeef de misslagen van mijne rijpere jaren. Werp over al de zonden van mijn leven den sluijer uwer genadige verschooning en barmhartigheid.Een rouwmoedig en verbroken hart leg ik, o Vader! voor uwe voeten neder. Versmaad het niet om Jesus-Christus, uwen Zoon, die ten zoenoffer voor mij aan het kruis is gestorven. Mijne smarten met de smarten en het ster-
28i ONDERHOUD MET COI)
- ■
ven von Josus verccnigd, breng ik L\'. o God! ten offer, opdat ik gereinigd, L\' wclbehagelijk, voor uw aangezigt verschijnen moge. O ! ho^ heilrijk zal het voor mij zijn, als ik lot mijn laat-sten ademtogt,in boelvaardigheid volstandig, in geduld standvastig, en in christelijke onderwerping aan uwen heiligen wil onwankelbaar zal zijn g weest! Mot betrouwen op uwe vaderlijke goedheid en barmhartigheid zal mijn geest, bevrijd van de banden des slots. tot U, mijn Schepper, opvaren :.de aarde met den Hemel, bet dal der tranen met het oord der vreugd en zaligheid verwisselende.
Dan zullen geene rampspoeden mij meer bedroeven ; geene smart, geene
- ziekte mij meer treffen ; dan zal geene verleiding mij meer verlokken, geen zielsgevaar mij meer doen beven;
ij; niets, volstrekt niets, wat onaangenaam is, mij meer bejegenen. Bij U, mijn God, zal ik zijn 1 U zal ik van
VOOH ZIEKEN
285
aangezigt tot aangezigt aanschouwen ; mij met ilc Engelen in die aanschouwing verblijden. Uwe voor mij, hier beneden, dikwijls duistere en verborgene wegen, uwe heilige, on-doorgrondelijke raausbesluiten, verordeningen en toelatingen, die ons, stervelingen, zoo dikwijls toeschijnen met uwe wijsheid cn liefde te strijden, zal ik als goed, als wijs, als heilig leeren kennen en prijzen. U, o God en Vader, zal ik bezitten, in onuit-sprekelijkeblijdschap bezitten, en aan dat bezit zal nimmer een einde zijn. Gij geeft uwe schapen het eeuwig leven en niemand zal ze uit uwe handen rukken (Johann. X, 28). Eene zaligheid wacht mij, die niet slechts eindeloos zal zijn, maar wat meer is, die al do verwachtingen wenschenvan het hart zal te boven gaan. Geen oog heeft het gezien, geen oor heelt het gehoord, en in \'s menschen hart is hot nooit opgekomen, hetgeen God be-
ONDERHOUD MET COD
reid heeft voor degenen, die Hem lief hebben (1. Con. II, SU.
O schoone Hemel! o heerlijk Vaderland 1 o onuitsprekelijke zaligheid! hoe zou ik om uw bezit niei alles, alles geduldig dragen? Door mijn lijden christelijk te verdragen, kan ik uw bezit verwerven. Ik wil dus met Gods genade volharden, en strijden lot het einde toe; opdat ik de- kroon ontvange, die mij door den regt-vaardigen Regter is toegelegd (II. Tim. IV. 8.).
Ach! nog veel meer wil ik lijden uit liefde tot U, o Jesus! die voor mij zoo veel hebt geleden. Ja, al wat ik reeds geleden heb, wat ik nog lijde, en verder zal te lijden hebben, zal ik naar uw begeeren, ter uwer liefde lijden. « Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat gij mijne voetstappen zoudt navolgen (Johann. XIII, lö. Marc. VIII, 54,1. Petr. II, 31.).
Ik volg uwe stem, goddelijke Ver-
280
VOOR ZIEKEN
287
losser! ik neem mijn kruis op en vol;: L\' na. Gijzelf moesl doorlijden in uwe heerlijkheid ingaan. (Luc. XXV1I.20.). Uw lijden was van langen duur, was smartelijker dan het mijne, en Gij droegthot toch gewillig; Gij waart gehoorzaam tot den dood, ja lotden dood des kruises (Philip]). II, 8.). Daarom ook heeft de Vader U eenen naam gegeven, die hoven alle namen verheven is, opdat in uwen naam al de kniën zich buigen dergenen, die in den Hemel, op de aarde en onder de aarde zijn (Philip. II, 9-10.). Ik volg U na, en hoop na lijden bij U inde vreugde te komen. Jesus, geef mij moed en kracht tot de uitvoering van dit christelijk besluit; slerk mijn zwak geduld; bevestig mijne wankelende standvastigheid ; ondersteun mijne gebrekkige zwakheid. Bind mij, krachtelooze wijnrank, aan U vast, opdat ik, in leven en sterven, in U vruchten ten
■288 ONDERHOUD MET GOD
eeuwigen leven voorlbrenge. Zonder U vermag ik niets, word ik moede, bezwijk ik. — Ik vereenig mij dus geheel met U! Jesus, voor U leel\' ik! Jesus; voor ü lijd ik! Jcsus, voor U sterf ik 1 Jesus, ik geloof aan U 1 Jesus, ik hooji oi) U! Jcsus, ik bemin U! Heer! vermeerder mijn geloof! Verlevendig mijne hoop! Ontvlam meer en meer mijne liefde! Laat het heilige vuur in mij niet verdooven ; Iaat mijn geloof niet wankelen, mijn verlangen naar U niet verminderen, mijne standvastigheid in lijden en strijden niet moede worden. Jesus, ik geef mij geheel aan üover! in leven en in dood wil ik de uwe zijn! Geloofd en gezegend zij uw allerheiligste Naam in eeuwigheid. Amen.
Ccbeil in zidlc.
Ucer ! uw wil geschiede! ik aanbid
VOOR ZIEKEN
uwe alwijze beschikkingen. Gaarne en geduldig wil ik lijden. Ik wil mij in den gloeijcnden oven des lijdens doen zuiveren, vast geloovende, dat al, wat van uwe hand komt, dienstbaar is aan het heil mijner ziel.
bat Gij, o Vader! op mijn kinderlijk gebed mij do gezondheid weder zult verleenen, mag ik nogtaus van uwe goedertierenheid en liefde hopen. Ik smeek U om bijstand, o God ! Zegen de geneesmiddelen, welke ik tot herstelling gebruik. Verlicht mijnen geneesheer, opdat hij, bij do behandeling van mij, de beste middelen aanwende. Ue zegen en de goede uitslag komen allöön van U.
Als ik op mijn ziekbed nederlig; nachten lang slapeloos doorbreng; alle rust mij ontvliedt, o geef mij dan, hemelsche Vader! kracht, dat ik niet kleinmoedig worde. Ik wil U beminnen, in liefde tot U vol-
idor !llO, dus ik! r ü
511S, ü ! rle-leer lige nijn gen ijne den mij ood ezc-. in
ibid
ONDERHOUD MET GOD
harden. Wat zal mij van uwe liefde .scheiden ? — Noch droefheid, noch angst, noch kommer, noch lijden, noch de dood zelf. Welligt dat mij dit lijden overkomt, om de zonden, welke ik heb begaan. Christelijk wil ik dit lijden dragen. Leer mij ook hier uwen heiligen wil erkennen en naauwkeuiig nakomen. Uit smeek ik U, in den naam van Jesus-Christus, uwen geliefden Zoon. Amen.
G E n E I)
vnn con zieke liij hel onlvangcn un hel heilig Sacraineiil des Oliesels.
O, hoe dank ik U, goddelijke Zaligmaker, dat ik in den schoot uwer heilige, alléén zaligmakende Kerk ben geboren, welke Kerk, als eenc teederlievende Moeder, den mensch
290
:srrp
VOOR ZIEKEN
van af zijne geboorte tol aan zijnen dood, met teedere zorgvuldigheid verzorgt. Door het heilige doopsel werd ik als een nieuwgeboren kind in Christus, U, Verlosser der wereld ! in de armen gelegd en tot een heilig leven ingewijd. Door het heilig Vormsel werd ik, zwakke sterveling, lot den strijd tegen liet ongeloof en de zonde gezalfd; in het heilig Sacrament van boetvaardigheid werd ik, zoo dikwijls ik het ongeluk had door overtreding van uwe heilige geboden U, o goede God ! te beleedigen, met U, verzoend, en in het heilig Sacrament des Altaars met goddelijke spijze lot een heilig leven gevoed en versterkt, en nu komt zij, de liefderijke Moeder, mij, zieke, te hulp, mij tot den laatsten strijd zalvende.
O goddelijke Godsdienst van mijnen liefderijken Jesus! Gij zijt van tien Hemel neêrgedaald op de aarde om ons, in leven en in sterven, te heili-
i\' ^1
291
I
T
i
Ji
H-HH
ONDERHOUD MET GOD
gen. Uwe genade, o Heer! is onuil-puttelijk. Gij versterkt mij, vol van smarten op mijn leger uitgestrekt, thans met hot H. Sacrament des Oliesels, waardoor ik. inwendig gerust gestold, met U, Josus, naauwer vor-eenigd, en met moed tot den laalsten strijd uitgerust word. Hoe troostrijk is de groetenis des Priesters hij het binnentreden : Vrede zij dezen huize, en allen, die er in wonen! Hoe hartelijk is zijn gebed voor mij, in den naam der H. Kerk!
Heer Jesus! Gij hebt door uwen Apostel Jacobus gezegd ; « Is iemand onder u ziek, zoo late hij de Priesters der Kerk tot zich roepen, en dat zij over hem bidden, hem met olie zalvende in den naam des Heeren, en het gebed des geloofs zal den zieke behouden : de Heer zal hem verkwikken ; en zoo hij in zonde is, ze zullen hem vergeven worden (Jac. v, 11-15.). »
292
VOOR ZIEKEN 293
Ik smeek U ootmoediglijk, dat Gij mij door dit heilig Sacrament tegen alle verzoekingen der hel versterket en loeschermet, mij mijne zonden vergevet, en is liet met uwe eer en met de zaligheid van mijne ziel over een le brengen, de gezondheid des ligchaams wederschenket! Zie, o God! op mij, arm, zondig menseh, die door ziekte gedrukt wordt, ontfermend neder. Verkwik mijne ziel : want (iij hebt haar geschapen. Laat ze door uwe bezoeking verbeterd worden, \\ernietig in mij alle magt der hel, in den naam van God den Vader, den Zoon en den H. Geest, door de oplegging der priesterlijke handen, onder aanroeping van al de H. Engelen, Aartsengelen, Aarls-vaders, Profeten, Martelaren, Belijders, Maagden en van alle Heiligen. Zegen mij, o Heer! door de hand van uwen Priester. Do zegen van God den Vader, die mij gescha- j pen heeft, de zegen van God den
IPquot;quot;quot;quot;quot;quot;............
294 ONDERHOUD MET GOD
Zoon, die voor mij aan hot kruis is gestorven, de zegen van f!od den H. Geest, die door het H. Doopsel in mij is uitgestort, beware mijn ligchaam, make mijne ziel zalig, verlichte mijn verstand, besture mijne zinnen en geleide mij tot het eeuwige leven, door Christus, onzen Heer. Amen.
1
Gebed nu limlel ccncr zieUc.
« Loof, mijns ziel, den Heer, en al wat binnen mij is, zijnen H. Naam. Loof, mijne ziel, don Heer, en vergeet zijne woldaden nooit. » Zoo zong David, die man naar Gods hart; zoo roep ik ook tot ü, hoiligsie God! en draag U de hulde van mijne lof- en dankzegging op. Voor uw alziende oog leg ik de gelofte af dat ik alleen tot uwe eer de mij teruggcschon-
-ramp;ffq
VOOR ZIEKEN
kcnc gezondheid en de kracht mijner ledematen zal aanwenden; getrouw cn stiptelijk zal ik de door ü mij\' opgelegde beroepspligten vervullen ; ik zal ze nakomen tot zaligheid mijner ziel en tot welzijn van mijnen evenmensch. Ik zal arbeiden voor uw rijk, voor uwe eer, voor mijne eeuwige zaligheid, cn voor het heil van mijne broederen. Ik zal de her-kregene gezondheid bewaren door matigheid en ingetogenheid, en mij zorgvuldig wachten voor alles, waardoor ik die zou kunnen krenken.
Deze heilige stemming, dit dankgevoel, deze innige, hartelijke dankerkentenis, eeuwige, barmhartige Weldoener ! zij de hoofdstemming mijns gemoeds in dit uur. Met slechts in dit uur, maar eiken dag van mijn leven, wil ik ;
Uwe eer verbreiden.
Jesus Naam verheerlijken.
29;i
amp;
ONDERHOUD MET COD
U, o God ! beminnen.
Elk oogenblik wèl besteden.
Aan de eeuwigheid denken.
Do zonden vlieden.
De deugd vereeren.
Waken — bidden — strijden,
Om alzoo met uwe hulp te verwinnen. Amen.
VERTROUWEN OP GOD.
(Naarden 11. Augustinus.)
Verwek in mij, o God! een vurig verlangen naar U. Dat ik veeleer alles dan U vergete. Schenk mij liefde tot U. Doe de lust tot het kwaad in mij verzwakt en onderdrukt worden. De zonde heersche niet meer in mij. Wat schuld en berouw na zich sleept, ■worde door mij niet meer bejaagd, worde door mijn hert steeds veracht. Geef aan mijne oogen tranen, aan
290
297 behoefti-
gen, welke Gij mij toezendt. IIolp mij mijne neigingen en hartstogten verwinnen. Versterk mijne ziel, opdat zij kracht verkrijge, om, uit liefde tot U, het smartelijkste, het wreedste te ondergaan ; het zwaarste te doen; zich het aangenaamste, als het onregt-vaardig is, te ontzeggen. Geef mij een levend geloof on eeno onwankelbare hoop. Dat mijn hart zich nooit aan het vergankelijke hechte. Laat matigheid mijne deugd zijn, en geef, dat ik de aardsche dingen altijd mot matigheid gebruike. Dal mijn hart zish alle verwijfdheid en wellust ontwenne. Geef, dat ik altijd te vrede zij. Argwaan, list, vleijerij, hardheid, gierigheid, nijd, toorn en wraakrucht zijn verre van mij. Zachtmoedigheid zij mijn eigendom. Ik wil toegeven waar ik mag, vergeven waar ik kan, kwaad met goed vergelden en opregt handelen. Niemand anders dan den vriend
vv\'\'quot;•\'
VOOR ZIEKEN.
mijne hand giften voor do
I
i98 OK\'ILUHÜUD MET GOD
der onilcugd wil ik mijden en vlieden. Jlijn hart luis,ere dadelijk als pligt en deugd spreken; volbrengc welgemoed hetgeen zij gebieden; het vereere wat Gij, o God! heiligt, en verwerpe wat Gij, o God! haat. Dank vervulle mijn harl, als Gij het mij laat welgaan; zegening en tevredenheid, als Gij mij door lijden beproeft. Laat mij, zelfs bij het hardste lot, het geloof en vertrouwen op uwe voorzienigheid niet verliezen. De aarde zij mij stof, de tijd een oogenbllk, en het doelwit van al mijn verlangen en van al mijne pogingen oene zalige onsterfelijkheid, en het bezit van U, o God! Amen.
-
LIT^-IsTI
van de
t
AFGESTORVENE GELOOVIGEN
eer, onlferm ü onzer. Cliiislus, ontferm U onzer. Heer, oniferm U onzer.
.Icsus, hoor ons.
.lesus, verhoor ons. God, Vader in den Hemel, ontferm U over de afgestorvene geloovigen.
God Zoon, Verlosser der wereld, ont-l\'erm U over de afgestorvene geloovigen.
God H. Geest, onlferm U over de afgestorvene geloovigen. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U over de afgestorvene geloovigen. H. Maria, bid voor hen.
H. Moeder Gods, bid voor hen.
3
r
m
LITANIE
H. Maagd der maagden, bid voor hen. Moeder der barmhartigheid, Gocdcrtiercne Maagd,
H. Engelen, die door God aan de afgestorvene gcloovigen tot bewaarders op aarde zijl toegc-schikt geweest,
Alle H. Engelen en Aartsengelen,
Alle H. Koren der zalige Geesten, £quot;■ Alle H. Aartsvaders en Profeten,
Alle H. Apostelen en Evangelisten, g Alle H. Leerlingen des Heeren, 2. Alle H. Onschuldige Kinderen, ra Alle H. Martelaren,
Allo H. Bisschoppcji en Delijders,
Allo H. Leeraren dor Kerk,
Alle H. Priesters en Levieten,
Alle H. Monniken en Kluizenaars,
Alle H. Maagden en Weduwen,
Alle Heiligen Gods,
Wees genadig, vergeef hun, Heer. Wees genadig, verhoor ons. Heer.
Door uwe oneindige barmhartigheid, verhoor ons, Heer.
500
J.iLS
voon DE AFGESTORVENEN ÖOl Door uw allersmartelijkst lijden, verhoor ons, Heer.
Door uwe heilige wonden, verhoor
ons, Heer.
Door uwe luisterrijke opstanding,
verhoor ons. Heer.
Door uwe heerlijke hemelvaart, verhoor ons. Heer.
Wij, arme zondaars, wij smceken U
oolmoeilig, ach, verhoor ons.
Dat het U behage de zielen der-genen, die in U ontslapen zijn, ^ van alles te reinigen wat nog—: onrein er aan mogt wezen, en = voor het hemelsehe leven nog g ongeschikt mogt doen zijn, g Dat het U behage don tijd hunner i-reiniging kortstondig te doen wezen, g. j;
Dat het U behage, hun lijden door S
J 0
hemelschen troost te verzacn- ^
ten, P
Dat het U behage, hun smachtver-\' langen naar U te vervullen,
ét n
30^ LITANIE VOOR DE
Dat het U behage, hot eeuwige licht voor hen te doen opgaan, en hen in vrede te doen rusten, wij smee-ken U, verhoor ons.
Dat het ü behage, hen haastelijk le stellen in het bezit van het vaderlijk erfdeel, hetwelk hun in den Hemel bewaard wordt, „ Dat het ü behage, hen tot de aan- ==: schouwing van uw aangezigt toe g te laten, • |
Dal hot U behage, hen te laven en ^ te verkwikken uit de stroomen 3 van uwe onvergankelijke goe-dertierenheid, g
Dat het U behage, hen met de on- 5-uitpultelijke goederen van uw o huis te verzadigen, ó
Dat het U behage, al hun smacht- S
verlangen te vervullen,
Dat het U behage, U te ontfermen over de zielen van degenen, die in de wereld geene bijzondere voorbidders hebben, en aan wie
tp
AFGESTORVENE GELOOVIGEN Ö05
niemand gedachtig is, wij smeeken U, verhoor ons.
Dat het ü behage, U te ontfermen over allen, waarmede wij in dit leven doorde banden van bloedverwantschap , liefde, vriendschap of dankbaarheid naauw verbonden zijn geweest, s
Dat hetU behage, deze alles gena-dig te vergeven, wat zij uit men-schelijkezwakheid, ja, misschien uit al te groote liefde voor ons verzuimd, misdreven en gezondigd hebben.
Dat het ü behage, aan de afgoslor-vene geloovigen de II. gt;]is-offer-anden en waardige Communiën, die voor hen aan uwe goddelijke Majesteit worden opgedragen, voordeelig te doen zijn.
Dat het U behage, al de afgestorvene geloovigen aan hi\'t lijden en sterven van uwen lieven Zoon haastelijk te doen deelachtig
S ;
ÖOi LITANIE VOOR DE
worden, wij smcckcn U, verhoor ons.
Dat het U behage, ze allen zalig te maken, en door uwe heilige Engelen uit den staat der zuivering, naar het land der levenden, hot hemelsch Sion, te doen overbrengen, wij smeoken U ootmoedig, ach, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat do zonden der wereld wegneemt, geef hun rust.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef hun rust.
Lam Gods, dal de zonden der wereld wegneemt, geef hun de eeuwige rust.
Jesus-Christus, hoor ons.
Jesus-Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
AFG1ST0RVENE GELOOVIGEN Ö05
En leid ons niet in bekoring.
Maar verlos ons van den kwade. Amen.
Heer, verhoor mijn gebed.
En mijn geroep komc tot U.
Ï.AAT ONS BIDDEN.
O God, Schepper en Verlosser van alle geloovigen I verleen aan de zielen van uwe dienaren en dienaressen vergeving van al hunne zonden ; opdat zij de kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangden, op ous ooimoedig smee-ken, mogen verwerven, Amen.
GEBED VOOR BE AFGESTORVEN GELOOVIGEN.
Dat wij elkander liefhebben, en voor elkander bidden, dat is, o God! uw wil, welken Gij ons door uwen lieven Zoon, onzen Heer en Zaligmaker, geopenbaard hebt. Uit liefde stieren 20
500 GEBED VOOR DE
wij onzo gebeden hemelwaarts voor de geloovigen, die in U ontslapen zijn : vol vertrouwen, bidden wij voor hen om eeuwige rust. Laat hen, o Jesus! dooruwdierbaar. aan hetkruis vergolen l)loed, vergevinghunner zonden verwerven. Delg al hunne zwakheden, al hunne schulden uit. Wees uwe kinderen, die in berouw zijn afgestorven, genadig. Verschoon, vergeef, vernietig al hunne zonden; Gij toch zijt een God van langmóedigheid en ontferming. Voer hen, na doorgestane beproeving, in de woningen des vre-des, der rust en des eeuwigen lichts. Voer hen, o God! in de eeuwige vreugde, zoo zij zich nog in den staat der zuivering mogten bevinden : mijne geliefde ouders, mijne broeders en zusters, mijne weldoeners, mijne vriendenen al degenen, voor wieliefde en dankbaarheid mij verpligtcn te bidden, bevoel ik U bijzonder aan. Vast is het trooslelijk geloofin mijne ziel ge-
AFGESTORVEN GELOOVIGEN 307
vcsligd : « Met wijsheid en goedheid voert Gij al uwe kinderen tot hunne eeuwige bestemming — want Gij zijt hun Vader! » O gij, afgestorven geloo-vigen! eens zie ik u weder ! Weiligt zal ik ook spoedig het tijdelijke niet het eeuwige verwisselen; want gelijk eenebloem bloeit en verwelkt,zoo vergaat mijn leven. Maar dat uwe ligcha-men vrij vergaan ! uwe ziel is eeuwig, onsterfelijk, en gij hebt toch als heilige reisspijs\'t onderpand van ons eeuwig leven, hel vleesehen bloed van Jesus-Christus in het allerheiligste Sacrament des Altaars ontvangen, gij hebt het mede op weg genomen, dal brood des Hemels, bij welks waardig genot de dood in eeuwigheid niemand kan schaden.
Mogten mijne in ootmoed tot den Vader in den Hemel opgezonden gebeden u te stade komen! Ik draag voor u het offer des nieuwen Verbonds op, ik offer ook voor u op al de werken van
508 GEBED VOOR DE AFGESTORVEN
barmhartigheid , waartoe God mij sterkte en genade zal verleenen. — Verhoor mijn gebed, o God ! voor de arme zielen, vooral voor de ziel van Laat mij haar, dïi\'ar boven, bij U wedervinden en met haar hereenigd, mij verblijden in het eeuwige leven. Wanneer zult gij komen, heerlijke dag ! dat ik met mijne afgestorvene broeders hereenigd, voor den troon van God zal verschijnen, en door de ; genade van Jesus-Chrls\'.us geregtvaar-digd, in den glans van het eeuwige licht, in glle eeuwigheid het Lam lot, eer cn roem zal toebrengen 1 Amen.
quot;TrirQ
(iji aomfitj
|
v. O God ! wees opmerkzaam op mijne hulp. n. Heere ! haasl ü om mij te helpen. (I\'s. i.xix, 2.) Eere zij den Vader, en den Zoon en den H. Geest. Gelijk het was van den beginne, zoo nu on altoos, on in alle eeuwen der eeuwen. Am. Alleluia, of : l.ol\' zij U, Heer! Koning |
v. Deus in adjn-torium meum in-tende. u. Domino, ad adjuvandum me festina. Gloria Patri et Filio, el Spiritui Sancto. Sicnt erat in principio, et nunc et semper, et in stecula sa^culo-rum. Amen. Alleluia, of : l.aus tibi, Domine, Rcx \',1 .U~o |
VESPEUPSAL5IEN
der eeuwige heer- sctcrnsc glorioe. lijkheid.
PSALM 109.
|
Dc Heer heeft gesproken lot mijnen Hoer ; Zit aan mijne regterliand. Tot dat ik uwe vijanden stelle tot cenc rustbank uwer voeten. Dc Heer zal den : schepter uwer magt uit Sion doen komen ; lieerseh in liet midden uwer vijanden. Bij U is liet vorstendom op den dag uwer kracht, met vollen luister van heiligheid ; |
Dixit Dominus Domino meo: Se-dc a dextris meis. Donec ponatn inimieos tuos sca-bellum pedum tu-orum. Virgam virtulis tuaieniiitct Dominus ex Sion, do-minarc in medio inimieorum tuo-rum. Tecum princi-pium in die virtulis tua?, in splen-doribus sanctorum : ex utero |
1
OP ZONDAG
511
|
voor den tlageraad heb ik ii uit den school voorlgc-bragt. De Heer heeft gezworen, en hot zal Hem niet be-rouwen : (iij zijt Priester in eeuwigheid naar de ordening van Mel-chisedech. Do Heer is aan uwe regterhand, Hij heeft, ten dage zijns toorns, koningen verslagen. Hij zal geregt oefenen onder de volken ; Hij zal do verwoestingen vermeerderen : Hij zal de hoofden ante luciferum genui te. |
Juravit Domi-nus, et non pceni-tebit eum : tu es sacerdos in ceter-num secundum ordinem Melchi-sedcch. Dominus a dex-tris tuis ; confre-git in die ira; suse reges. Judicabitin na-tionibus, implebit ruinas : conquas-sabit capita in terra multorum. |
VEsrEr.psAi.jio
van vele landen verdelgen.
Hij zal op den De lorrento in weg uit de beek via bibet; propte-drinken; daarom rea exaltabit ea-zal Hij hel boold put.
omhoog heffen.
Eerc zij den Va- Gloria Patri, etc. dor, enz.
PSALM 110.
Ik zal U loven, Confilebor tibi.
Heer! van gan- Domino, in toto schor harte in den corde meo : in
raad der regt- consilio justorum
vaardigen en in et congregatione. dezamenkomsten.
Groot zijn de Magna opera
werken des llec- Domini: exquisita
ren : uitgelezen inomnes volunta-
volgens zijnen wil les ejus.
en zijn welbehagen.
51-2
OP ZONDAG
515
|
Zijn doen is lofwaardig : en zijne- goroglighcid duurt in alle eeuwigheid. Hij heeft eene gedachtenis van zijne wonderen geslicht,de genadige, barmhartige Heer; Hij hoeft gespijsd, die Hem vreezen. Hij zal eeuwig aan zijn verbond gedenken : Hij zal de kracht zijner werken aan zijn volk bekend maken. Door hun de erfenis der volken te geven : de werken zijner handen |
Confessio et magnilicenlia o-pus ejus : et jnsti-tia ejus manet in sxculum sa1cnli. Memoriam fecit mirabilium suo-rum misericors et miseralor Domi-nus; escamdedit timenlibus sc. Memor erit in sreculum tesla-menti sui : virtu-lem operum suo-rum annuntiabit populo suo. Ut del illishrere-ditatem gentium; opera manuum ejus, Veritas et ju- |
PTf?
VESPERPSALMEN
31-i
|
zijn waarheid cn regl. Al zijne bevelen zijn getrouw, on-wrikbaarvoorceu-wig : zij zijn gemaakt in waarheid cn billijkheid. Hij heeft verlossing gezonden : Hij heeft zijn verbond in eeuwigheid geboden. Heilig en geducht is zijn naam : de vreeze ties Hecren is hel beginsel der wijsheid. Goed is het verstand voor allen, die er zich naar gedragen: zijn lof dicium. |
Fidelia omnia mandata ejus, coiiflrmata in sa3-cuium stectdl ; facta in veritate et a?quitatc. Redemptioncm misit populo suo : mandavit in aL\'ter-numtestamentum suum. Sanctum et ter-ribilenomenejus: initium sapientise timor Domini. Intellcctus bonus omnibus facien-tibus eum: laudatio ejus manet in |
ei
b-Ui
-gr?
■ li
01\' ZONDAG 515
beslaat in alle speculum sscculi. eeuwigheid.
Eere/.ij den Va- Gloria Patri,
der, enz. enz.
PSALM Hl.
|
Welgelukzalig de man, die den lieer vreest : die grooten lustin zijne geboden heeft. Zijn kroost zal vermogend zijn op aarde : het geslacht der opreg-ten zal gezegend worden. In zijn huis zal eer en rijkdom zijn ; en zijne regtvaardigheid duurt in eeuwigheid. In de duisternis |
Beatus vir qui timet Dominum; in mandatis ejus volet nimis. Potens in terra erit semen ejus : gencratio rocto-rum benedicetur. Gloria et diviti® in domo ejus ; et justitiaejus manet in steculum sa;-culi. Exortum est in |
YESPERPSAl.MEN\'
ölG
|
gaatvoordeoprog:-tcnhelliehl op: ilo genadige, barm-harligc cn rogl-vaarclige. Welbchagelijkis aanGod dcmensch die weldoet en uitleent : hij zal zijne gesprekken met oordeel inrichten; terwijl hij in eeuwigheid niet zal wankelen. i)e rogtvaardigc zal in een eeuwig gezegend aandenken blijven : hij behoeft voorgeene kwaadsprekendheid te vreezen. |
Met bereidvaardigheid vertrouwt lenebris lumen rcctis : miserieors et miserator et justus. Jueundushomo qui miseretur et commodat, dispo-net sermones suos inju\'licio : quia in ;eternuin non eommovebitur. In memoria ie-terna eritjustus: ah auditione mala non timebit. Paratum cor ejus sperare in |
01\' ZONDAG
517
|
zijn hart op den Heer : zijn hart is versterkt : hij zal niet ontroerd worden tot dat hij nedcrziet op zijne vijanden. Hij strooit uit en begiftigt de armen : zijne regt-vaardigheid duurt in eeuwigheid, zijne magt zal met luister verheven worden. üe goddelooze zal het zien en zich vertoornen ; hij zal op zijne landen knarsen en (van spijt) verleren : hetverlangen der goddeloozen |
Domino, conlir-matum est oor ejus; noncommo-veljilur donec despieiat inimi-cos suos. Dispersit, dedit paupeiibus, justi-tia ejus manet in sseculum sceculi, cornuejus exalia-biturin gloria. Pecealor videbit et irascetur den-tibus suis fremet et tabescet ; des-i-derium peecaio-rum peribit. |
VESPER PSALMEN
zal te niet gaan.
Eero zij den Va- Gloria Patri, etc. der, enz.
PSALM 11-2.
518
|
l.ooft den Heer, gij dienaren : looft den naam des Heeren. De naam des Heeren zij geprezen ; van nu at\'tot in eeuwigheid. Van den opgang der zon tot haren ondergang, zij de naam des Heeren geloofd. De Heer is verheven boven alle volken : en boven de Hemelen is zijne heerlijkheid. |
Laudate, pueri, Dominum : laudate nomen Do-mini. Sit nomen Do-mini benedietum, ex hoc nunc et usque in siccu-lum. A solus ortu usque ad oceasum, laudabile nomen Domini. Exeelsus super omnes gentes Do-minus, et super coslos gloria ejus. |
-r_5j0C
01\' ZONDAG
319
|
Wie is gelijk de Heer, onze God, die.in het hoogc woont, en het nederige in den Hemel en op de aarde gadeslaat? Die den behoeftige uit het stof oprigt, en uit den drek den arme oplrekt. Om hen te doen zitten bij de vorsten ; bij de vorsten van zijn volk. Die de onvruchtbare in een talrijk hulsgezin doet wonen ; als eene blijde moeder van kinderen. |
Qnis sicut Do-minus Deus nosier, qui in altis habitat, et humi-liarespicitincoelo et in terra? Susci tans a terra inopem, et de stercore erigens pauperem. Ut coiloeet eum cum principibus : cum principibus populi sul. Qui babi tare facit sterilem in domo, matrem filiorum Isetan-tem. |
ïÜo
i
YESPEIirSALMEN
520
Eere zij den Va- Gloria Palri,etc. der, enz.
PSALM 11 ö.
|
Toen Israël uit Egypte toog ; het huis van Jacob uit een vreemd volk. Toen werd het joodsche \\olk aan God toegehciligd ; Israël werd zijne heerschaiipij. l)e zee zag het en vlood : de .lor-daan week terug. Do borgen huppelden als rammen : cn de heuvelen als lammeren der schapen. Wat was het, o |
In exiiu Israël de -Egypto : domus Jacob de populo barbaro. Facia est Judma sancliticatio ejus: Israël potestas e-jus. Marevidit et 1\'u-git: Jordanis con-versus est retror-sum. Montes exulta-verunt ut arietcs : et collt s sicut agni o\\ ium. Quid est tibi, |
-HH
01\' ZONDAG
ö^l
|
zeo! datgij vlootliV en wat was hot, Jordaau, dat gij lenig weekt? Bergen, dat gij huppeldet als rammen, en gij, heuvelen, als lammeren der schapen\'! De aarde beefde voor het aangezigt des Heeren ; voor het aangezigt van den God van Jacob. Die den harden kei veranderde in overvloedige wateren, en de rots in waterbronnen. Mot ons, Hoer! niet ons, maargeef 21 |
mare, quod fngis-ti? et tu Jordanis, quia conversus es relrorsum? iMontes exultas-lissicutanetos^t cotles sicut agni ovium ? I A facie Domini mota est terra, a facie Dei Jacoh. Qui convertit petram in stagna a qua rum, et ru-pom in fontes a-quarum. Non nobis, I!o-mine, non nobis. ± |
p-rre
VESI\'ERPSALMEN
5-2-2
|
cere aan uwen naam. Om uwe barm-harligheid en waarheid : opdat de heidenen nooit zeggen : Waar is hun God ? Onze God is in den Hemel : Hij doet al wat Hem behaagt. De afgoden der volken zijn zilver en goud : werken van \'s menschen handen. Zij hebben ee-nen mond, maar spreken niet : zij hebben oogen, maar zien niet. Zij hebben oo-sed nomini luo da gloriam. |
Super miseri-cordia tuaet veri-tate tua : nequan-do dicant gentes: Ubi est. Deus co-rum? Deus autem noster in coelo : omnia quaeeum-que, voluit, fecit. Simulacra gentium argentum et aurum : opera manuum homi-num. Os habent, et non loquentur ; oculos habent, ei non videbunt. Aures habent, et |
OP ZONDAG
|
ren, maar hooren niet : zij hebben een\'en neus, maar ruiken niet. Zij hebben handen, maar tasten niet : zij hebben voeten, maar gaan niet ; zij maken geen geroep met hunne keel. Dat zij, die ze maken, hun gelijk worden : en allen, die er op vertrouwen. Het huis van, Israël heeft gehoopt op den Heer: Hij is hun helper en beschermer. |
Het huis van A:\\ron heeft ge-non audient : na-res habent,et non odorabunt. Manus habent, et non palpabunt; pedes habent, et nonambulabunt: non elamabuntin gutture suo. Similesillisflant qui faciunt ca;, et omnes qui conti-duntineis. Domus Israël speravit in Domino : adjutor eo-rum et protector corum est. Domus Aiiron speravit in Do- |
on; —
|
52-i hoopt op den Heer ; Hij is hun helper en beschermer. Degene, tlie den Heer vreezen, hopen op den Heer ; Hij is hun helper cn beschermer. De Heer is onzer gedachtig geweest cn Hij heeft ons gezegend. Hij heeft gezegend het huis van Israël ; Hij heeft gezegend het huis van Aaron. Allen, die don Heer vreczen, heeft Hij gezegend : geringen no : adjutor co-rum et protector eorum est. |
Qui timent Do-minum, sperave-runt in Domino : adjutor eorum et protector eorum est. . Dominus racmor fuit nostri, et be-ncdixit nobis. VESPERPSALMEN Benedixil domui Israël ; benedixit domui Aaron. licnedixil omnibus, qui timent Dominum : pusil-lis cum majori- |
b-üi
OP ZONDAG
|
zoo wel als aanzienlijken. De neerzegene u meer en meer : u en uwe kinderen. Gezegend moogl gij zijn door den Heer, die den Hemel en de aarde gemaakt heeft. De hoogste Hemel is voor den Heer : maar de aarde heeft Hij gegeven aandemen-schenkinderen. De dooden zullen L\' niet loven, Heer! noch zij die in het grafdalen. Maar wij, die le-bus. |
Adjiciat Doini-nus super vos : supervos et super tilios vestros. Benedicti vos a Domino, qui fecit cadum et terrain. Coelumcoeli Domino ; terrain au-tcm dedit liliis hominum. Non mortui lau-dabunt te, Domi-ne, no que omnes qui descendunt in infernum. Sed nos qui vivi- |
VESPERPSALMEN
tó
Ó2C
ven, wij prijzen vimus, bencdici-
|
clen lieer af tot in held. Eere zij den Va der, enz. : van nu eeuwicr- |
mus Domino, ex hoc nunc et usque in sseculum. Gloria Patri, clc. |
LOFZANG VAM MARIA.
LUC. 1, iO.
|
Jlijno ziel verheft don Heer. En mijn geest juicht Gode, mijnen Zaligmaker. Hij sloeg de nederigheid van zijne dienstmaagd gade ; zie, van nu aan zullen alle volken mij zalig noemen. Hij, de Magtige, |
Magnificat anima mea Domi-num. Et exultavit spiritus mens, in Deo sahüari meo. Quiarespexithu-militatem ancillns su®; ecceenimex hoe bcatam me dicent omnes gc-nerationes. Quia fecit mihi |
OP ZONDAG
|
liceft groote din-gen aan mij gedaan, zijn naam is heilig. Zijne barmhartigheid slrekt zich uil door alle ge-slachlen over hen, die Hem vreezeh. Maglvol werkt zijn arm : Hij ver-slrooil hen, die, in de verbeelding van hun hart, zich iels Helen voorstaan. Hij stiet magti-gen van den troon, en verhief nederi-gcn. liehoeftigen gaf Hij goederen volop, rijken zond Hij ledig weg. |
magna qui potens est, et sanctum nomen ejus. Et misericordia ejus a progenie in progenies, timen-libus eum. Fecit potentiam in brachio suo : dispersit superbos menie cordis sul. ücposuil polen-les de sede, el e\\-xillavil humilcs. Esurientes im-plevitbonis, cl di-viles dimisit ina-ncs. |
528
VESPERPSAUIEN
|
Hij heeft Israël, zijnen dienaar, opgenomen, indachtig zijner ontfer-mende goedheid. Welke Hij heeft loegézegd aan onze vaderen, aan Abraham en zijn nakroost lot in eeuwigheid. Eere, enz. |
Suseepit Israël puerum simm, re-cordatus miseri-cordioe siuc. Sicutloculus est ad patres nostros. Abraham et semi-ni ejus in ssecula. Gloria Patri, etc. |
VESPERPSALMEN
op de Fecsldagcn.
Op Kersdag en onder het octaaf, de drie eerste Psalmen van den Zondag, de vierde is :
PSALM 129.
Uit de diepte De profundis heb ik tot U ge- clatnavl ad te, Do-roepen, o Heer! mine, Domine!
ik
or DE FEESTDAGEN 329
Heer! verhoor mij- exaudi voeem
no stemme. meam.
Laai uwe ooren Fiant aures tuse
opmerkzaam zijn intendentes, in
op de stemme mij- voeem deprecatio-
ner smeeking. nes mea;.
Zoo Gij, Heer! Si iniquitales
de misdrijven ga- observaveris, Do-
deslaat, wie zal mine, Domine,
dan bestaan? quis sustinebit?
Omdat er bij U Quia apud te
genade is, en om propitiatio est et
uwé wet (waarin propter legem
hulp beloofd tuam sustimü te,
wordf), o Heer! Domine.
heb ik U verbeid.
Mijne ziel heeft Sustinuitanima
op zijn woord zich meainverboejus:
verlaten : mijne speravit anima
ziel heeft op den mea in Domino. Heer gehoopt.
Dat Israël op den A custodia ma-
550 VESPERPSALMEN
|
Hoor hope, van den morgenstond af tol den nacht loc. Want bij den Heer is barmhartigheid : en bij Hem is overvloedige verlossing. En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongeregtig-heden. Eere zij den Vader, enz. |
tutina usque ad noctem. spercl Israël in Domino. Quia apud Do-minum misericor-dia : el copiosa apud cum re-demptio. El ipse redimet Israël ex omnibus iniquitalibusejus. Gloria Patri,cle. |
De. vijfde psalm is : Memento, Domi-ne! David.
Oii Nieuwjaarsdag, de Psalmen als op de Feestdagen van de II. Maagd Maria.
Op Driekoningen, Paschen, Pinks te-
OP DE FEESTDAGEN
rm en TI. Drievuldigheidsdag, de Psalmen van den Zondag.
Op \'s Heeren Hemelvaart en op den zondag onder het Octaaf, de vier eerste Psalmen van den zondag; de vijfde is : Laiulate Dominum, omnes gonlcs. Zie blz. .quot;öö.
Op H. Sacramentsdag, de twee eerste Psalmen van den zondag, de derde-is : Crcdidi, blz. 3öi; de vierde ü :
PSALM 127.
5Ö1
|
Wel gelukzalig zij, die den lieer vrcezen en in zijne wegen wandelen. Wantgij zultvan den arbeid uwer handen eten; ge-lukzaligzijtgij, en liet zal u welgaan. Uwe huisvromv |
lieati- omnes, qui timent Dominum : qui ambulant in viis ejus. Labores manu-um tuarum quia manducabis, bea-tus es, et bene tibi crit. Uxor tua sicut |
fTTt--
VESPEUrSAI.MEN
|
zal gelijk een vruchtbare wijnstok zijn, aan de zijde uws huizes. Uwe kinderen zullen zijn als jonge olijfplanten rondom uwe tafel. Zie, alzoozal de ■ mensch gezegend worden die den Heer vreest. De Heer zegene u uit Sioh, en dat gij zien moogt liet goede van Jerusalem, al uwe levensdagen. Zie ook uwe kindskinderen; vrede over Israël. |
vitisabundans, in laterlbus domus tuac. l\'iiii tui sicut novel\'se oliva-rum, : in circuitu mensse lu?e. Eccesicbcncdi-cetur homo : qui timet Dominum. Benedicat tibi Dominus exSion: et videas bona Jerusalem, omnibus diebus vitaj luas. Et videas fdios filiorum tuorum; pacem super Is-racl. |
ik
-eLi
|
Ecre zij Vader, enz. |
den Gloria etc. |
ÏTSffll 535 Patri, 01\' DE FEESTDAGEN |
De vijfde : Lauda, Jerusalem, Domi num. Zie verder.
Op de Feestdagen der Apostelen en Evangelisten, in de eerste Vespers, de vier eerste Psalmen van den Zondag ; de vijfde is :
V. PSALM 11G.
|
Looft den Heer, alle volken : prijst Hem, alienation. Want zijne goedertierenheid is over ons bevestigd : en de trouwe des Hoeren duurt tot in eeuwigheid. Eere zij den Vader, enz. |
Laudato, Domi-num, omnes gen-tes, laudato eura omnes populi. Quoniam con-firmata est super nos misericordia ejus : et Veritas Domini manet in oeternum. Gloria Patri, enz. C 3 1 1 |
■ AH
VESl\'EUrSALMEN
In de tweede Vespers, op de feesldagen der Apostelen, de twee eerste Psalmen van den Zondag, daarna de drie volgende :
111. PSALM 11 o.
Ik heb geloofd, Credidi, propter
daarom heb ik ge- quod locutus
sproken : ik werd sum : ego autem
bovenmate ver- humiliatus sum
drukt. nimis.
Ik sprakingeest- Ego dixi, in ex-
vervoering , do cessu mee, omnis
menschen zijn al- homo mendax. len bedriegelijk.
Wat zal ik den Quid retribuam
Heer vergelden Domino ; pro oin-
voor al wat Hij mij nibus, qua! retri-
verleend heeft\'? buitmihi?
Ik zal den beker Calieem saluta-
der verlossing op- ris accipiam : cl
nemen , en den nomen Domini
naam des Hoeren invocabo. aanroepen.
öai
OP DE FEESTDAGEN
ooa
|
Ik zal den Heer mijne geloften betalen in tegenwoordigheid van al zijn volk : kostelijk is in de oo-gen des Heerende dood zijner Heiligen. O Heer lomdat ik uw dienstknecht ben, uw dienstknecht, zoon van uwe dienstmaagd. Daarom hebt Gij mijne banden losgemaakt : ik zal U een ofl\'er des lofs offeren ; en den naam des Hoeren aanroepen. Ik zal den Heer mijne geloften betalen in tegen- |
Votamca Domino reddam coram omni populo ejus; pretiosa in con-spectu Domini mors sanctorum ejus. O Domine, quia ego servus tuus, ego servus tuus el filius ancillse tu;c. Dirupisti vincula mea ; tibi sacrili-cabo hostiam lau-dis : ct nomen Domini invocabo. Vota mea Domino reddam in con-spectu omnis po- |
ff
VESPERPSALMEN
556
|
■woordighcid van al zijn volk : in de voorhoven van het huis des Heeren ; in uw midden, o Jerusalem. Eere zij den Vader, enz. |
pnli ejus: inatriis domus Domini, in medio tui, Jerusalem. Gloria Patri, etc. |
IV. PSALM m.
|
Toen do Heer do gevangenen Sion\'s deed wederkee-ren : toen werden wij geheel vertroost. Toon werd onze mond metvreugde vervuld ; en onze tong met gejuich. Toen zeide men onder de heidenen : de Hoer |
In convertendo Uominus caplivi-tatom Sion ; facti sumus sicut con-solati. Tune repletum estgaudio os nostrum ; et lingua nostra exultatio-ne. Tune dicent inter gentcs : mag-nificavit Dominus |
OP DE FEESTDAGEN
heeft groole din- facerc cum eis. gen aan deze gedaan.
Groote dingen Magnificavit Uo-heefi de Heer aan minus facere noons gedaan : wij biscum : facti su-zijn verblijd ge- mus lactantcs. worden.
Heer! doe onze gevangenen terug keeren als de regen uit liet zuiden.
Die mei tranen zaaijen, zullen met gejuich maaijen.
Zij gingen onzeker, weenden,
en wierpen hun zaad.
Maar komende.
Venientes aulera kwamen zij met venient, cum ex-gejuich, dragende ullatione, portan-2-2
^ ! i ; i : M !■■!-!■ H-H-H i : 1 1 I \'-rf 3
~.quot;T
Converte, Do-mine , captivita-tem nostram : si-cuttorrens in aus-tro.
Qui seminant in lacrymus : iu exultatione metent.
Euntes ibant ct flebant: mittentes ï semina sua.
gpp 338
~tM5y
VESPER PSALJIEN
|
hunne garven. Eere zij den Vader, enz. |
les manipulos suos. Gloria Patri , etc. |
PSALM 1Ó8.
Domino , pro-basti me et cogno-visti me : tu cog-novisti sessionem meam, et resur-rectionem meam.
Intellexisti co-gUationesmeasde longe : semitam meam et fenicu-lum meum inves-tigasti.
Heer! Gij doorgrondt en kent mij ; Gij weet mijn zitten en mijn opslaan.
Mijne gedachten verstaat Gij van verre : mijn pad en de maal van mijnen weg spoort Gij na.
En al mijne wegen hebt Gij vooruit gekend : ofschoon ik geen woord sprak. Zie, Heer ! Gij
Et omnes vias meas praividisti : quia non est ser-mo in lingua mea.
U
Ecce, Domine,
—nSf
sm
OP DE TEESTDAGEN
559
|
weel het alles, zoowel het loe-komende als het vcrlecicne : Gij Iiebt mij gevormd en legt uwe hand op mij. Al tc wonderbaar is mij uwe liennis : zij is le hoog, en ik kan ze niet bereiken. Waar zal ik heen gaan voor u-wen geest ? en waar zal ik heen vlieden voor uw aangezigt ? Vaar ik ten Hemel, daar zijt Gij; of daal ik in den afgrond, Gij zijt er. |
Nam ik de vlcu-tu eognovisti omnia novissima et antiqna , tu for-masti me, et po-suisti super me manum luam. i Slirabilis facia est scientia tua ex me ; confortata esl, et non potero ad cam. Quo ibo a spi-ritu tuo, et quo a facie tua fugiam. Si 1 Si ascendcro in Coelum, tu illic es : si descendero ininfernum, ades. sumpsero |
VESPERPSALMEN
540
|
: selcn \'\'fquot;8 dagc-raads, cn ging ik wonen aan het uiterste der zee. Ook daar zal uwe hand mij geleiden ; en uwe regterhand mij houden. Ik zeidc ; mogelijk zal de duisternis mij bedekken : maar ook de nacht ontdekte ... .. . mij in mijne wel- lusten. Want de duisternis is voor U niet donker, en ■f de nacht is voor U zoo helder als de dag : de duisternis van den nacht en het licht van |
pennas mcasdilu-culo : et habita-vero in extremis maris. Etenim illue manus tua dedu-cet me : et tcnebit me dexlera tua. Et dixi, forsüan tenebroe concul-cabantme;etnox illuminatio me in delieiis meis. Quia tenebroe non obscurabun-tur a te, et nox sicut dies illumi-nabitur: sicut loe-nebra ejus, ita est lumen ejus. |
01\' UE FEESTDAGEN
iP
ill
|
den dag zijn dén bij ü. Gij toch hebt mijn binnonslc gevormd, en mij uit den schoot mijner moeder genomen. Ik zal U loven, omdat Gij U op eene eerbiedwekkende wijze hebt verheerlijkt; wonderbaar zijn al uwe werken, mijne ziel beseft dit vod komen. Mijn gebeente, dat Gij, voor het oog verborgen , gevormd hebt, is voor U niet verholen, noch liet |
Quia tu posse-disti renes meos, suscepisti me de utero matris meofi. È Contitebor tibi, terribiliter mag-nifleatus es : mi-rabilia opera tua, et anima meacog-noscit nimis. Non est occul-tatum os meum a te, quod fecisti in oculto : et substantia mea in in-ferioribus terne. |
YESPEUPSAL5IEN
5i2
|
donkere graf zal mijn ligchaam voor uw oog verbergen. Toen ik nog niet volmaakt was, zagen uwe oogen mij; en in uw boek worden zc allen opgeschreven, die dagelijks gevormd worden, en waarvan nog geen aanwezig is. Uwe vrienden, o God, zie ik toch zeer hoog geëerd : v hunne heerschappij is bovenmate magtig geworden. Zoude ik ze tellen ; zij zijn meer dan het zand; ik ontwaak en ben |
Imperfectum meum viderunt oculi tui et in li-bro tuo omnes scribentur, dies formabuntur ct nemo in eis. Jlilii autem ni-mis honorati sunt amici tui, Deus, nimis confortatus est principatus co rum. Dinumerabo e-os : ct super are-nam multiplica-buntur :cxiirrexi. |
fcXr-
OP DE FEESTDAGEN
543
|
nog bij U. Dewijl Gij, o God! do booswichten zuil doo-deh, zoo laai af van mij, gij, mannen des bloeds. Want gij zegl in uw hart : te vergeefs zullen zij uwe sleden verkrijgen. Heer! haatte ik niet hen, die U haatten: en leerde ik niet uit om u-wer vijanden wil\'? Ik haatle hen met volkomen haal; zij zijn mij vijanden geworden. Doorgrond mij. |
et adhuc sum tecum. Si occideris. Deus, pcccatores; viri sanguinura dcclinali a me. i t T Quia diciles in cogitatione ; acci-pient in vanilale civilales tuas. ISonne qui ode-runt te, Domine, oderam : et super inimicos luos la-bescebam ? Perfecto odio oderam illos : et inimici facli sunt mihi. l\'roba me Deus, |
o üs
|
o God! en ken mijn hart; beproef mij nu enken mijne palen. En zie of een weg van ongereg-tiglieid bij mij is, en geleid mij eeuwig op den regten weg. Kere zij den Vader, enz. |
etscilo cormeum: interroga me et cognosce semilas maas. VESPERI\'SALMEN Et vide, si via inquitatis in me est : et deduc me in via seterna. Tatri, Gloria etc. |
Op dc Feestdagen der Martelaren, in de eerste Vespers, gelijk als in dc eerste Vespers der Apostelen, zie bl. 535, in de tweede Vespers dezelfde, behalve den vijfden, die is : Credidi, zie bladz. 534.
O/; de Feestdagen der Belijders in dc eerste Vespers, gelijk op Hemelvaart; ook in dc tweede Vespers; doch op dien van eenen Bel ij der-Bisschop
t
01\' DE FEESTDAGEN
is, in de tweede Vespers, de vijfde Psalm cielijk volgt:
V. PSALM 131.
|
Gedenk, o Heer! aim David, en al zijne zachtmoedigheid, Hoe hij den Heer gezworen heeft en den God van Jacob gelofte heeft gedaan. Ik wil do woning mijns harten niet ingaan, noch mijne legerstede beklimmen. Ik wil mijne oo-gen geenen slaap vergunnen, noch mijne oogleden cenige sluimering. Noch mijn hoofd |
Memenlo Domino David : et om-nis mansuetudi-nis ejus. Sicut juravit Domino : votum vovit Deo Jacob. Si introiero in labernacujum domus mese ; si as-cendero in lectum slrati mei. Si dedero som-num oculis mois : el palpebris meis dormilationem. Et requiem tem- |
£ Tp........
546 VESPERPSALMEN
ter rust nederlcg-gcn : tot ik eene plaats voor den Heer heb gevonden ; eene woonstede voor den God van Jacob.
Zie, wij hebben van haar te Ephra-ta gehoord : wij hebben haarop de velden des wouds gevonden.
Wij zullen tol zijne woning ingaan : wij zullen aanbidden lor plaatse, waar zijne voeten gestaan hebben.
MaakUop, Heer!
ter uwer rust: Gij en de Verbonds-
poribusmcis: donee inveniam locum Domino, ta-bernaculum üco Jacob.
Ecce audivimus cam in Ephrata : invenlmus earn in campis silvoe.
Inlroibimus in tabernaculum e-jus; adorabimus in loco, ubi stele-runt pedes ejus.
Surge, Domino! in requiem tuani, tu et area sancli-
OP DE FEESTDAGEN ö-iquot;
kist uwer heilig- ficationis tuse. lieid.
Dat uwe Priesters met gcregtig heitl bekleed worden ; en uwe Heiligen juichen.
Wend toch, om uwen dienaar David, het aangezigt van uwen gexalfde niet af.
De Heer heeft aan David de waarheid gezworen, en Hij zal ze niet verijdelen ; ik zal ec-nen van de vrucht uws schools op uwen troon doen zitten.
Sacerdotes tui induantur justi-tiam ; etsanctitui exultcnt.
Propter David servumluuni,non avertas faciem Christi tui.
JuravitDominus David veritatem, et non frustrabi-tuream; dcfructu ventris tui ponam super sedem tu-am.
Si custodiennt filii tui testamen-tum meum : et testamonia mea
Indien uwe zonen mijn verbond houden, en de getuigenissen, wel-
Jt
PTT?quot; ^
\'D
|
uwen troon gesteld zijn. Want de Hzer heeft Sion uitverkoren en begeerd tot zijne woning. üitis mijne rust-plaaiseeuwiglijk : hier zal ik wonen, want ik heb hel verkoren. Ik zal zijne weduwen rijkelijk zegenen : en zijne behoeftigen met brood verzadigen. 1 k zal zijne Pries-eos. |
Et filii eorum usque in saïcu-lum ; sedebunt super sedem tu-am. Quoniam eligit Dpminus Sion : elegit earn in ha- habitationemsibi. Hicc requies mea in saeculum saiculi : hie babi-labo, quoniam e-legi eam. Viduamejusbe-nedicens benedi-cam : pauperes ejussaturabo pa-nibus. Sacerdotes ejus öi8 VESPERPSALMEN ke ik hun zal Ice- litcc, quaj docebo ren. En ook hunne kinderen dit lot in eeuwigheid doen : zoo zullen zij op |
ïfe
—cxiU-o
3P^quot;
OP DE FEESTDAGEN 319
Iers met heil be- induam salutari :
ïTT\'?
|
klecden Heiligen groolelijUs chen. Dnar zal ik het huis van David doen groot worden : ik heb reeds voor mijnen gezalfde eenen troonsopvolger bestemd. Ik zal zijne vijanden met schaamte bedekken : maar op hem zal mijne heiliging blooijen. Eere zij den Vader, enz. en zijne zullen jui- |
et sancli ejus exultatione exul-tabunt. 111 ue produam cornu David : pa-ravl lucernam chiisto meo. Inimicos ejus induam confusio-ne, super ipsum autem efllorebit sanctiflcatio mea. Gloria Patri, etc. |
Op hel Feest eener Kerkwijding, al de Psalmen van den zondag, behalve den vijfden Psalin, die zijn moet :
ft
vi
gt; \' • /-S
— ^JjLo
VESPERPSALMEN
o-rrji-
m
ff
3H0
Lauda, Jerusalem, Doniinum. Zie verder.
Be Yespcrpsalmcn op de Feestdagen van de H. Maagd Maria, ook gebruikelijk op de Feestdagen der Slaagden cn andere hciiige Vrouwen.
De twee ccrsle Psalmen in beide de Vespers zijn : Dixit Dominus, zie bi. ölO.e,-! Laudatejpueii.Dominum, bi. 318, de drie andere zijn deze :
III. PSALM 121.
Ik was verheugd over heigeen wat mij gezegd werd :
wij zullen ingaan in het huis des Heeren.
Onze voeten stonden in uwe voorhoven, o Jerusalem.
Laita\'os sum in his, qusc dicta sunt mihi : in do-mum Domini ihi-mus.
Stantcs crant pedes nostri : in atlriis tuis Jerusalem.
OP DE FEESTDAGEN
551
|
Jerusalem is opgebouwd als ccnc slad, die wèl te ■/.amen is sevorgd. Want derwaarts gingen de stammen des Heeren op : het is eene wTet voor Israël den naam des Heeren te loven. Want dö3r waren de stoelen des geregts : dc reg-tcrstoelen van David\'s huis. Bidt om den vrede voor Jerusalem : en dat er overvloed zij over allen , die U beminnen. Vrede becrsche rfV—-n a Ui\'— |
Jerusalem quse ocdificaturut civitas: cujuspartici-patio ejus in idip-sum. Illue enim as-cenderunt tribus, tribus Domini r testimonium Israël ad confiten-dum nomini Do-mini. Quia illuc sede-nmtsedesinjudi-cio : sedes super domum David. Rogate (juas ad paeem simt Jeru-salum : et abun-dantia diligenti-bus te. Fiat pax in vir- ti-H-i-r-H-H-H |
VESPERPSAI.MEN
|
in uwe muren : en overvloed in uwe paleizen. Ommijner broederen en mijner naasten wfl, sprak ik U van vrede. Om het huls van den Heer onzen God, zocht ik voor L\' het goede. Eere zij don Vader, enz. |
tule tua: etabun dantia in terribus luis. Propter fratres meos, et proximos meos, loquebar jiaeem dc te. . Propterdomum Domini Dei nos-tri, qusesivi bona tihi. Gloria Patri, etc. |
IV. PSALM 120.
liijaldien de Nisi Dominus
Heer het huis niet aedificaverit do-
bouwt, zoo arbei- mum ; in vanum
den de bouwlie- laboravcrunt qui
den te vergeefs. edificant eum.
Indien de Heer Nisi Dominus
dc stad niet be- eustodierit civita-
333
or DE FEESTDAGEN
|
waart, le vcrgoefs waakt de wachter. Gij slaat te vergeefs op, eer het dag is ; slaat op, nadat gij hebt uitgerust, gij die het brood der smarte (die uw brood in bet zweetuwsaan-gezigls) eet. NVanneerll ij zij-iien lieveling rusl zal geven, ziet, dim zullen kinderen een erfdeel des Heeren zijn; en de vrucht des lig-chaamseengunst-geschenk. Als de pijlen in de hand eens 23 |
tem : frustra vigi-lat, qui cuslodit earn. Vanumestvobis anle lucem surge-re : surgile jiost quam sederitis , qui manducalus panem doloris. i Cüm dedcr di-leclis suis som-num:ecceheredi-tas Domini lilii : merces fructus ventris. fieul sagilte in manupotenlisrita |
wi ^ te
-tD
VESPER PSALMEN
sterken, zoo zullen zijn de kinderen clergcnen,die verjaagd worden.
Gelukzalig dc man, die daarin zijn wensch vervuld ziethij zal niet bcscliaamd staan, als hij zijne vijanden zal toespreken voor het geregt.
Eere zij den Vader, enz.
Beatus vir qui implevit deside-rium suum ex ip-sis : non confun-detur,eumloque-tur inimicis suis in porta.
Patri,
Gloria etc.
V. PSALM UT
filii excursorum.
|
I.oof den Heer, o Jerusalem! prijs uwen God, oSion! Want Hij heeft dc grendels uwer ft |
Lauda, Jerusalem, Dominum ; lauda Deum tu-ura, Sion. Quoniam con-forlavlt seras por- |
Or ÜI2 FEESTDAGEN 553
|
poorten versterkl: Hij heeft uwe kin-doren en u gezegend. Hij heeft uwe landpalen in vrede gesteld : en Hij verzadigde u met de bloem des korens. quot;ij zendt zijn woord uit op de aarde: zijne bevolen zijn snel. Hij doet de sneeuw als wolle vallen, en strooit den nevt 1 als asch uit. Hij werpt zijn ijs daarheen als slukken : wie kan larunt tuaium : beneilixit liliis luis in le. |
Qui posuit lines tuos paccm : et adipe frumenti saiiat lo Qui emiitetolo-quium suum tor-roe: velociter cur-ritsermo ejus. Qui dat nivem sicut lanam : ne-bulam sicut cine-rem f-pargit. Miititcrystallum suum sicut buc-cellas : ante fa- |
VESPERPSALMEN
|
zijne koude verdragen? \' \' Hij zendt zijn woord uit, en smelt het : zijn wind waait, en de waters vloeijen. Zijn woord maakt !lij aan Jacob, en zijne rog-ten aan Israël bekend. Zoo deed Hij aan geen ander volk, noch maakte liun zijne regten bekend. Eere zij den Vader, enz. |
ciem frigoris ejus. Emittet verbum suum et liquefa-cietea : flabitspi-ritusejus, et fluent aquaï. Qui annniiciat verbum suum Jacob, justitiasetju-dieia sua Israël. Non fecit taliter omni nalioni : et judicia sua non manifestavit eis. Gloria Patri, etc. |
LOFZANG; T£ DEUM LAIIDAMS.
U,o God! loven Te Deum lau-wij : U, o Heer! mus:te Dominum
OP DE FEESTDAGEN OOI
|
prijzen wij, U, eeuwige Vader, vereert de gansche aarde. \' U loven alle Engelen, alle Hemelen, alle mag-ten. U roepen de Cherubs en Serafs onophoudelijk toe : Heilig, heilig, heilig is de Heer, God der Heersrha-ren! Hemel en aarde zijn vol van de heerlijkheid uws Naams. U looft het heerlijke koor der Apostelen, U prijst de lof-confitemur. |
Te seternum Patrem, omnis terra veneratur. Tibi onmes An-geli, tibi co\'li, et universce potesta-tcs. Tibi Cherubim et Seraphim in-cessabilivocepro-elamant; Sanctus, Sanc-tus, Sanclus, Do-minus Deus Sa-baoth. Pleni sunt coeli ct terra majestatis glorias tuse. Te gloriosus Apostolorum chorus, Te Prophetarum |
|
o58 i.ofz waardige schaar der Profeten, U roemt het luisterrijke heer van Bloedgetuigen, II erkent de heilige Kerk over do gansche aarde, U, Vader der oneindige hoer lijkheid. En uwen wa ■ ren,cenigen, aan-biddenswaardi-gon Zoon, Alsmede den heiligen Geest, den Trooster. Christus!Gij zijl de Koning der heerlijkheid. |
ang : laudabilis numerus. Te Martyrum candidatuslaudat exercitus. Te, per orbem terrarum, sancta tonfitelur Ecclesia. Patrem immen-sas majestatis. Venerandumlu-um verum et unicum Filium. Sanctum quo-que Paraclitum Spiritum. Tu Hex gloria1, Christe. |
TE DEUM I.AL\'DAMUS
|
Gij zijt (lo CCU-^Yigc Zoon des Vaders. Gij hebt loen Gij, om don mensch te verlossen, de menseh-lieid zoudt aannemen, den schoot eener maagd niet geschroomd. Gij hebt den prikkrl des doods verwonnen, en den geloovigen hot Hemelrijk geopend. Gij zijl gezeten ter rogtorhand Gods, in de heerlijkheid des Vaders. Wij gelooven, dat Gij eenmaal |
Tu Patris sem-pitenuiset Filius. Tti, ad liheran-dum susceptums hominem, non homiisti Virginis nterum. Tu, devictomortis aculeo, ape-ruisti credentibus regna ccelorum. Tu ad dexteram Dei sedes, in gloria Patris. Judex crederis esse venturus. |
SCO LOFZANG :
als Rogier zult wederkomen.
Daarom (bij deze ïu ergoqunesu ■
woorden knielt mus, tuis famulis
men neder) bid- subveni , quos
den wij ü, kom pretioso Sanguine
uwe dienaren te redemisti.
hulpe, welke Gij met uw dierbaar Bloed verlost hebt.
Laat hen allen, iElerna lac cum
in uwe eeuwige Sanctis luis in
heerlijkheid, on- gloria numerari. der uwe Heiligen geteld worden.
Heer! behoed Salvum fac po-uw volk, en zegen pulum tuum, Douw erfdeel. mine, et benedic hereditati tuse.
Hecrsch over Et rege cos, et
hen, en verhef ze exlolle illos us-
tot in eeuwigheid, que in seternum.
Dagelijks loven Per singulos
TE DEÜS1 LAUDAMUS
ÖGI
|
Wij U. En piijzen wij uwen naam in eeuwigheid, en in eeuwigheid der eeuwigheden. Gelief ons, o Heer! heden voor allo zonden te bewaren. Ontferm U onzer, lieer! ontferm U onzer. Laatons,oHeer! uwe barmhartig-heidontwaren,gelijk wij oi) U vertrouwd hehben. Op U, o Heer! heb ik vertrouwd; en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden. |
dies benedicimus te. Et laurlamus nomen tuum in saeculum,etinsïB-culum sicculi. Dignare, Domino, dio isto, sine peccato nos eus-dire. Miserere nostri, Dom ine, miserere nostri. Fiat misericor-dia tua, Domine, super nos, que-madmodum spe-ravimus in te. In te, Domine, eperavi: non con-fundar in a\'ter-num. ■O-o |
GEBEDEN ONDER HET LOF
lUlfluLjïT.!!
OXDERlMlllINd MET JESUS-CIIRI i\'IL\'S l.\\ HET ALLERIItlUGSTB SACIIADS.NT
Komt tot Mij allen, die belast en beladen zijt, en Ik zal u verkwikken. Matth. xi, 28.
elk ccn liefdevol en verkwikkend woord, waardoor Gij, mijn Heer en God, van dit allaar, waarop hetgeloof met aanbidding U legen-woordig erkent, alle men-schen zoo vriendelijk uitnood igt, om in hunnen nood met vertrouwen lot ü hunne toevlugt ie nemen, en mij in het bijzonder toeroept, om bij U verzachting in al mijn iM\'in\'i ie komen zoeken.
GEBEDEN ONDER HET LOF Ö03
« Kom! » zPRUüj lot mij. Maar kan het wel mogelijk zijn, lleerel dat Gij U verwaardigt op mij acht te slaan, dat Gij aan eon schepsel, zoo nietswaardig als ik bon, gedachlig zijt, on dat uwe goedheid zoo verre gaat, mij lot U te roepen, om in al mijne behoeften te voorzien.
« Kom ! » gebiedt Gij mij. Maar, o ontzaggelijke God ! hoe zon ik durven voorU to verschijnen \'! Hemel en aarde sidderen voor uwen aanblik. Zelfs de opperste Serafs huiveren terug voor den stralondcn glans, die U omgeeft, en ik zou dien durven verdragen ?
« Kom ! » Maarikkon mij zelven aan duizende misdaden schuldig, daar ik uwe goddelijke geboden op veelvoudige wijzen bob overtreden. Geheel mijn leven was niets anders dan eone aaneenschakeling van ongeregtigho-don, van zonden. Hoe zou ik, schuldige, mij dan vermeten voor U, mijn Regter, te verschijnen ?
§1 --
CEDEDEN
« Kom ! » Maar, Hcore, ik kan niei. Mijne voeten weigeren mij hunne dienst; en gebukt onder den zwaren last mijner begeerlijkheden, word ik door de ketenen van zondige neigingen wederhouden.
« Kom! » dus spreekt Gij : « dit bevel zal u de noodige krachten ver-leenen, om het na te komen; dewijl gij in Mij geen God zult aantreffen, wiens Majesteit schrikwekkend doet ijzen, noch degenen, die zijn troon naderon, doet bezwijken; maar een God, wiens goedheid-allen, die lot Hem vlugten, oneindig troost; geen\' Regter, gereed om uwe misdaden te straffen, maar een\' Vader, die u, na al uwe dwalingen, aan zijn hart wenscht te omvangen- »
« Kom ! » hel is uw Koning, uw Meester en Heer, — hel is uw Go\\i, die het u gebiedt! het is uw Verlosser, uw Vader! de vriend uwer ziel, die hel u verzoekt. Geven al deze onderschei-
501
^r
ONDER HET LOK
dene Ijctrelikingen Hem geenc genoegzame bevoegdheid, om gehoorzaamheid van U tc verwachten ?
« Kom ! » dewijl ik liet begeer: want ofschoon ik u in geenen deelc beboer, naardien ik in mij zeiven den oorsprong van alle mogelijk geluk vind, heb ik u cehler al zoo lief, dat het mij oneindig aaiigenaam is, n bij mij te zien en in mijne zaligheid te doen deden.
c» Kom 1» dewijl ik opzettelijk uitden Hemel op dit altaar ben neêrgedaalcl, om mij met u te onderhouden, mij van al mijne heerlijkheid heb onldaan, om genaakbaar voor u te zijn, mij in ee-ncn geheimzinnigen sluijer heb gehuld, om uwe zwakheid tegemoet ie komen. Kunt gij dus, na dat alles, niet van u verkrijgen, slechts eenigc schreden Ie doen, om bij mij te wezen?
n Kom ! » op dit altaar verwacht ik u. Vrees niet dat ik mij zal verwijderen, zoodra ik ii zal zien naderen, dat
503
tl 4* | 1* •r !
IÜ-o
ii,-
GEBEDEN
ik ii de vrijheiti van te spreken zal ontzeggen, als gij voor mij zult zijn verschijnen, om mij uwe belangen voor te dragen. Ik Ijen den grooten der aarde nietgelijk, waartoe dc toegang vecllijds zoo moeijelijk is, en bij welke men soms niet dan met veel moeite zicb gehoor kan bezorgen. Ik heb op dit altaar oenen bewegingloo-zen ttand aangenomen, om u te overtuigen dat ik hier ten allen tijde ben te vinden, en neem het diepste stilzwijgen in achl, opdat u geen de minste twijfel zoude overblijven aan mijne bestendige bereidvaardigheid, om altoos naar u te luisteren.
«Kom 1 » daar zulk een vrije toegang-tot mij u nog openstaat: niet al ijd welligt zal u die verleend worden; er kon een tijd komen, dat gij vuriglijk zoudt verlangen, u tot mij te wenden, zonder dal u dit vergund zou wezen; verwaarloos derhalve de gelegenheid mei, die gij or nu nog toe hebt.
51)6
ONDER HET LOF
« Kom! » naardien ik u cenc cei\' aandoe, welke ik aan ontelbare volken heb onthouden. Hoe vele duizenden leven er op aarde, die mij niet willen erkennen. Hoe schuldig zoudt gij dus zijn, met deze eer te verroekeloozen !
« Kom 1 » Wat toch kan u weder-houden ?beuzelachtig vermaak, ijdcle eer, vergankelijke bezittingen of eene rampzalige verbindtenis? Doch, kunt gij om zulke nietswaardige dingen een God wederstaan, die u roept, en u zeiven aldus van do onberekenbare zegeningen berooven, waarmede Hij u wil overladen ?
« Kom! « dewijl cr bij mij alleen heil is te vinden ; elders zult gij niet dan verraad, trouweloosheid, onvermogen, ongevoeligheid , smart en ellende aantreffen. Ik ben de eenige, op wien gij u kunt verlaten, en van wien gij trouw, troost en hulp moogt verwachten.
« Kom tot mij ! daar ik niets an-
ÖÖ7
w~
33
GEBEDEN
508
tiers bedoel clan uw gelul;, niels vuriger wenseh dan uwe zaligheid. Gij hebt lot nu toe hen nagejaagd, die enkel op uwen ondergang, op uw verderf uit waren ; die u overheersch-ten, benadeelden, enteerden, wondden, in ketenen kluisterden en eene eeuwigdurende straf berokkenden. Erken\' uwe dwaling en verlaat hen onverwijld, om lot mij te vlieden, die niets beoog dan hetgeen u heilzaam tot vrede kan dienen.
« Kom tot mij!» dewijl gij in mij alles zult vinden, wat gij met mogelijkheid kunt verlangen ; mogt honger u prangen, ik ben liet Brood uit den Hemel; mogt dorst u kwellen, ik ben de bronwel des levenden waters ; mogt duisternis u omgeven, ik ben het licht der wereld ; mogt armoede u kwellen, ik ben de allesvervullende rijkdom ; mogt zwakheid u ter nederdrukken , ik ben de kracht zelve ; mogt de dood u bedreigen, ik
Ö-U-S) J -
ONDER HET I.OF
ben do opstanding en hol leven.
« Kom lol mij, on Ik zal u verkwik-l.on ! » ik zal u ontheffen van al do rampen, die u drukken, en waarvan gij te vergeefs u traclit te ontlasten. Ik zal u ontheffen van dim last uwer begeerlijkheid, die u bij eiken stap tor neder drukt. Ik zal u ontheffen van de kelenen der zondige neigingen en hebbelijkheden, die u schandelijk boeijen, en u beletten de wegen dos Homels ie bewandelen ; ik zal u ontheffen van bel juk der wereld, die door hare grondregels, wetten, ge-bruif en, raadgevingen en aanlokse-len, bedriegclijk verleidt, en lot de dienst der zonde poogt tc verlokken.
« Ik zal u verkwikken, » onder do afmattende vermoeijonissen, bij het hevig, onophoudelijk strijden met uwe vijanden, die noch list, noch gewold onbeproefd laten om u lever-derven.
« Ik zal u verkwikken ! » bij de
569
570 GEBEDEN
mocijelijklicdcn en k\\v( Hingen, welke gij in de vervulling uwer pligten en in de beoefening der deugd zult ontwaren. Ik zal u kracht verlecnen, die u boven alles zal verheffen. Ik zal u eindelijk verkwikken bij aide gestadige tegenspoeden dezes levens, waarin armoede, versmaadheid, ligehaams-kwalen en tallooze andere smarten u geene rust, geene verademing gunnen, doch wier schadelijk vermogen ik zal verbreken, daar ik ii kracht zal geven, om ze zoodanig te dragen, dat zij u eeuwigen room, ja eene hemcl-kroon verwerven.
Ach, daar Gij mij clan zoo liefderijk tot U roept, dierbare, goddelijke Verlosser! vlied ik, arme en doemwaardige zondaar, met mijn diep bedorven hart, met mijne groote schuld lot U. — Goedwillig verbreek ik eiken omgang, die mij van u kan terug houden, die mijn opperste goed, mijne ecnigste hoop en mijn troost zijt.
ONDER HET LOF Ö7I
Ik kom aan uwe voeten den on-torschbaren last mijner zonden ne-derleggcn, en smeek U ootmoedig nu-noch immer met mij, wegens denzel-ven in het geregt te willen treden.
Ik kom bij U kracht zoeken, om mijne inwendige vijanden te verwinnen, om mijne begeerlijkheid ten onder te brengen, om mijne driften te overmeesteren, en van mijne zondige gewoonten afstand te kunnen doen.
Ik kom aan uw heilig, vriendelijk Hart eene schuilplaats zoeken legen do verleiding dezer zedelooze eeuw ; tegen den rampzaligen invloed, welken mensehenvrees, de tijdgeest, de zon dige gebruiken, kwade voorbeelden en verderfelijke raadgevingen der wereld, gelijk mede de aanlokselen van de rijkdommen, van de vermaken on van de grootschheid dezes levens op mij uitoefenen.
Ik kom mij in uwe armen werpeu om daiircene vrijplaats te vinden legen
Ö72 GEBEDEN ONDER HET I.OF
mijne vrcesclijke,onzigtbare vijanden, die onophoudelijk rondom mij heen zweven, om mij te verderven, en aan wier magt en kunstgrepen ik geen wederstand kan bieden.
O mijn Jesus ! Gij die mij zoo liefderijk tot U geroepen hebt, zult Gij mij afwijzen nu ik, door de kracht uwer teerlere liefde aangemoedigd, in vertrouwen op de onfeilbaarheid uwer belofte, tot U vlugt? Ach ! wat zal er van mij worden als Gij mij verlaat! — Ik werp mij in uwe armen, aan uw oneindig liefderijk Hart. — Ach, verstoot mij niet, neem mij aan I Duld niet dat mijne ziel zich in het eeuwig verderf nederstorte ! Heb medelijden met mij 1 Ach, wees mij genadig; maak mij zalig. Kom, Heer Jesus! Amen. ,Ia, kom haastclijk. Amen.
GEDURIGE AANBIDDING
e Brocdcrschiip der Gedurige Aanbidding is in de collrgiaic kerk van St. Martin, in de slad Luik, don iquot; augustus 17ü3, door Zijne Looi luchtige Hoogwaardigheid, Karei, prins bisschop van Luik, op-gerigt, en den -l0 december daaraanvolgende, door Z. H. Clemens XIII bevestigd. Hoe zeer de gemelde Broederschap aan God behaagt, heeft der-zelver wonderbare voortgang bewezen. Naauwclijks was zij opgei igt en door Z II. bevestigd, of zij werd in de voornaamste bisdommen ingevoerd en weldra door geheel Europa verspreid.
Het doel, lot hetwelk dezelve is in-
OTT- \'
ÖTi GEDURIGE
gestelei, is : opdat Jesus in hol allerheiligste Sacrament, op alle tijden van liet jaai\', zoo wel bij dag als bij nacht, or eenigen zoude hebben, die Hem in dil H. Sacrament aanbidden, en alzoo eenigzins dc beleedigingen en ver-smaadheden zouden hersteld worden, welke Hem in hel Sacrament der liefde, zoo door ongeloovigen, als slechte christenen, dagelijks worden aangedaan.
Om, ter bereiking van een zoo zalig oogmerk, degeloovigen ten krachtigste lot het aannemen van dit liroeder-■ schap op te wekken, en dus de godsvrucht lot het allerheiligste Sacrament onder dezelve te vermeerderen, heeft ■/. H. milddadig de onuitputbare schatten van de H. Kerk geopend, cn aan de ledematen van voornoemde Liroederschap dc volgende aflaten vergund, welke ook aan de nog lijdende zielen in hel vagevuur kunnen worden toegevoegd :
a
AAKBIDDING
Vollen aflaat aan oen\' ieder die op den dag van zijne inschrijving zal gebiecht, gecommuniceerd en gebeden hebben lot de gewone bedoeling van onze Moeder de H. Kerk.
2. Vollen aflaat op de volgende dagen, te weten : op don zondag onder de octave van bet H. Sacrament; op den zondag onder de octave van alle Heiligen; op Drie-Koningendag; op den eersten zondag van den Advent en van do Vaste; op Witten-Donder-dag; op den eersten zondag van de maand mei; op onzes Heeren Hemelvaart: op den feestdag van den H. Lambertus, den W september, mils men dan biechte, communicere en bidde ter meening van Zijne Heiligheid.
ö. Vollen aflaat op den dag, op welken men zijn jaarlijksch biduur volbragt heeft; zoo noglans, dat men op dien dag of immers in de week van denzdven biechte, communicere en
Oio
Off?-
Ö7G GEDURIGE AANBIDDING
biddc lot bcdooling van onze Moeder de H. Kerk. Hierbij moet nogtans opgemerkt worden, dat men in staat van genade moet zijn, om eenigen aflaat ie verdienen, en gemelde aflaat aan den dag geliecht is, waarop men jaariijksch biduur volbragt heelt.
4. Vollen allaat alle maanden eens te verdienen, mot één uur in de kerk te bidden voor liet allerheiligste Sa-crament. Om dezen aflaat ie verdienen, is het niet noodig te biechten ol\' le communiceren, echter te zijn in staal van genade.
Eindelijk ten ö. Vollen aflaat in het uur des doods, wanneer men alsdan gebiecht en gecommuniceerd heeft; of, dit niet kunnende doen, met een opregt berouw over zijne zonden, zoo men niet kan met den mond, ten minste met het hart, den naam Jesus god-vruchiig zal aangeroepen hebben.
GEBEDEN
YOOR DE GEDUKIflE AANBIDDING I.
Hij hec.fl de smachtcnde ziel verzadigd en de hongerige ziel vervuld met goederen. Ps. cvi. 9.
Wees grgroel, o levend Brood, dat uit den Hemel zijl nedergedaald, en aan de wereld het leven geeft! Wees gegroet! Naar U, o zon der regtvaar-digheid! wenden, gelijk zonnebloemen, zich alle godminnende zielen; zonder ophouden zijn hunne oogen op U gevestigd, tot U alleen verzuchten zij, in getrouwe liefde, want zoo alsdc zigtbare zon de bron is van alle licht, bij hetwelk onze ligchamelijke oogen zien, zoo zijl Gij do onziglbarezon van ons gemoed, in wier licht alles is begrepen, dat lol begrijpen bekwaam is
ÓT8 GEBEDEN
en waaruit alle deugden onstocstralen. Als in een brandpunt ontslaken zich de Heiligen van alle eeuwen lot U in serafijnsche liefdevlammen. In U, o levend Brood! vindt de ziel, welke de gehi\'ele wereld niet in staat is te bevredigen, volkomen verzadiging; hier wordt hare dorst gestild ; hier worden al hare verlangens goddelijk bevredigd. Gij alleen, o Jesus,Gij,oneindige Holde ! kunt haar oneindig verlangen bevredigen. TotU, bron dei\' zaligheid, ijlden, doorallc eeuwen, verbroederd, die zielen, die naar geregtigheid hongeren en dorsten ; want hier verzadigt Gij ze, terwijl de kinderen der wereld, bij hunne nietige genoegens, nooit voldaan, eeuwig hongeren.
O, wat ware de wereld zonder U, genadezon! — Eene onoverzienbare, beangstigende woestijn! overdekt met schaduwen des doods, zonder licht, zonder warmte! Eene onoverschrijd-bare kloof zou ons van den Vader der
rS L
K=1M :-! i-Min:::: 1:1:111:11; :-c—
H
VOOR DE GEDURIGE AANBIDDING 379
liefde scheiden : al ons verlangen zou worden te leur gesteld, onze wil, vol zondige zwakheid cn krachlcloos, zou zonder deel cn hulp wezen, cn gccnc ziel zou zich kunnen voeden met \'het lü\'ood des eeuwigen levens.
Doch, hoe oneindig is uwe liefde, o God, hoe onnaspeurlijk uwe wijsheid !
f.ij geeft U zelven ten onderpand onzer eeuwige heerlijkheid. Gij zeil zijl de hand, die alle uitverkorenen aan U verbindt, daar Gij U zei ven met \'s menschen ziel vereenigt, en ons lot U verheft. Hoe liefderijk roept Gij, tot aan het einde der tijden, een iegelijk toe ; « Komt allen lot Mij, die belast en beladen zijl, cn Ik zal u verkwikken.» O zalige verkwikking! Hc-mcisch vertroostend bezoekt Gij hier de zieken; versterkt Gij de zwakken; heft Gij de gevallenen op; troost Gij de bedroefden; bemoedigt Gij de klein-moedigen; onderwijst Gij de on weten
GEBEDEN
den; brengt Gij de verdwaalden tcrrgl; spijst Gij de hongeiigen cn verwarmt (;ij de laauwen door uwe liefde Gij geneest ens hier met eigene handen van alle gebreken en biedt ons niet minder tol artsenij dan uw allerheiligste Weesch en bloed. O goede Herder! hoe trouw vervult Gij hier do beloften, welke Gij ons door uwen Profeet hebt gedaan : « Ik zal mijne kudde doen grazen, en ik zal ze doen nederliggcn. Het verdoolde zal ik opzoeken, en het weggedrevene zal ik wederbrengen. » EZECH. XXIV. 15, l(i.
Bovenmate liefderijk handelt Gij met een\' iegelijk, die liefdehonger naar ü, o hemelseh Brood, heeft. Dan, wie toch is deze oneindige genade, deze wonderbare vereenigingmet U, oGod! waardig? — Geen schepsel is zoover-beven; geene verdienste is in den Hemel of op de aarde voldoende, om dit onuitsprekelijk geluk te verdienen. Het is uwe oneindige ontferming
380
VOOR DE GEDURIGE AANBIDDING 581
alleen, die het ons toedeelt, terwijl niemand uwer genade waardig is. Ontvang mij dus, o liefderijke Jesusl in genade. Reinig in uw dierbaar lüood mijne ziel; versier mij met uwe deugden; geef mij kracht van uwe kracht.— Uwe liefde ontvlammo mij, vcrleenemij godsvrucht, heilige tranen van berouw en ecu U welbehagelijk leven; opdat ik hot pad der deugd standvastig bewandelende, U, nrijn God en mijn alles, tot het einde vaii mijn leven, dikwijls waardiglijk ont-vange, eens in den lleniel aanscliou we, cn met uwe uitverkorenen eeuwig mij in U verblijde. Amen.
11.
Zoo dikwijls als (jij dit brood zuil eten, cn dezen kelk, drinken, zult (jij den dood des Hcercn verkondigen.
i. con. xi. 2G.
ü wonderbaar verborgen God en Zaligmaker! zie noder van den iroon
GEBEDEN
582
uwer onlfcrming op hot verlangen va» mijn harl, op mijn innig verlangen, om U leloven en uwe oneindige barmhartigheid te prijzen, die zich zoo onuitsprekelijk liefderijk jegens ons menschen beloont. Wat kunt Gij, o Vader der barmhartigheden ! voor ons doen, dat Gij niet hebt gedaan? en waar is een harl, zoo verstaald, dat door zulke onschatbare weldaden niet tol do innigste wederliefde zou worden aangespoordquot;? O zegel der eeuwige liefde, aUerheiligsIe Sacrament, waar-mode Jesus, onze Heer, hot werk van onze verlossing heeft bezegeld, en waarin Hij, lot hel einde der wereld, bij de kinderen der menschen blijft. Wees geprezen, liefderijke Jesus! niet als weezen hebt Gij ons achtergelaten; want Gij, onze God en Hoer! verlooft, als eene nimmer uildroogende bron van troost, bij ons; daar Gij geen smeekonde Iaat staan, maar eon\' iegelijk, die tol ü zijne loevlugt neemt.
VOOR DE GEDÜIIIGE AANBIDDING ÖSÖ
welken nood hij horfl te duchton of to lijdon, oen helpend Vriend en Broeder zijf. O HeerJesus! die door mvondood U zelvon aan ons tot zielospijs hebt gegeven, opdat wij tot hetceuwigeleven zonden geraken, steeds uwe liefde zouden gedenken, en nimmermeer vergeten, wat Gij voor ons hebt gedaan en geleden, nooit zal ik in staal zijn, l\' naar waarde te danken, en uwe liefde te vergelden, zelfs dan als geheel mijne ziel zir.h in liefde ontbonde.
Diep gevoel ik hot, dat alleen oneindige liefde in staat is zulke oneindige liefde te vergelden; doch daar ik volstrekt niets ben, niets bezit, dan hetgeen, wat ik door uwe genade ben on heb verkregen, zoo dank ik U, o Jesus! door U zeiven, en naar uwen heiligen wil uw lijden on sterven gedenkende, offer ik UaanU zeiven op.
Ik offer 11 opdooneindigeliefde.met welko Gij, o God van onmeetbare Majesteit, voor mij mensch zijtgewor
GEBEDEN
081
den, cn drie cn dertig jaren in verdrukking, in leed op deze aarde hebt geleefd. Ik offer U op uwe droefheid, uw bloedigzweeten en uwen doodstrijd in Geitisemani. Ik offer U op uw brandend verlangen om voor onze zaligheid te lijden, toen Gij U zeiven vrijwillig aan uwe vijanden overgaaft, om ten zoenoffer voor ons opgeofferd te worden. Ik offerU op de banden, mot welke Gij voor ons gebonden werdt; de lusleringen, den smaad en de slagen, die Gij in den verschrikkelijken nacht, welken Gij in het huis van Annas en Gaïplias doorbragt, moest verdragen. Ik offer U op de diepe ootmoedigheid, het onoverwinnelijk , geduld, methetwelkGij hebt toegelaten dat moedwillige krijgsknechten U met doornen kroonden, met eenen purperen mantel omhingen, U bespotteden, op uw allerheiligste hoofd met eenen riotstok sloegen. Ik offer U op de afgematheid en vermoeidheid, met welke
Gij, onder het zware kruis gebukt, den
rk bXi9-
VOOR DE GEDURIGE AANBIDDING 385
bai\'g van Golgotha zijt opgeklommen. Ik offer U opdconverdragelijke pijnen, welke Gij hebt geleden, toen men uwe heilige handenen voeten aan het kruis vastnagelde, uwe heilige ledematen uitrekte, en uw heilig bloed bij beken uit uwe diepe wonden vloeide. Ikoffer U op de zachtmoedigheid, waarmede Gij voor uwe beulen bad t, on delastcrin-gen van uwe vijanden aanhoordet, die het hoofd schuddeden en U bespotte-den. Ik offer U op de onbegrijpelijke smarten,die uweallerheiligste ziel had te lijden, toen Gij, in droefheid weggezonken, verlaten, aan de felstekwel-lingen ten prooi, en van allen troost f beroofd, tusschen twee misdadigers aan het kruis hingt. Ik offer U op den onuitstaanbaren dorst, die U bij uw sterven kwelde; den ootmoed en den eerbied, met welken Gij het hoofd boogt, uwe ziel in de handen van uwen hemelschen Vader aanbevelende. Al ;• dat lijden offer ik U op, gelijk ook het
%
586 GEBEDEN
aandcd aan de eeuwige zaligheid, hetwelk Gij daardoor voor mij hebt verworven. Dat alles offer ik U op, liefderijke Jesusl ter voldoening voor mijne ontelbare zonden enmisdrijven; voor mijne traagheid in uwe dienst; cn smeek van uwe barmhartigheid, dat Gij door uw bloed mijne ziel zuivert, opdat ik, behoorlijk voorbereid, dit Sacrament van liefde waardiglijk ontvange, cn alzoomet U, het doelwit van mijn naamloos verlangen, op het naauwste vercenigd worde.
Ik offer U eindelijk op, omijnJesus! de verzuchtingen, de tranen van : godsvrucht, hel brandendeverlangen, |2 (ie vreugde des harlcn, de hemelsche verlichtingen van alle godminnende zielen, die U, in dit allerheiligste :t Sacrament, van af deszelfs instelling hebben aangebeden en lot het einde der wereld zullen aanbidden. Ik offer U op den lof en de dienst der Engelen, die U in dit allerheiligste Sacrament
ile5
VOOR DE GEDURIGE AANBIDDING 587
omgeven, en U in eeuwigheid prijzen, beminnen en verheerlijken.
U loven alle volken, alle longen roemen uwen aanbiddolijken, honig-zoeten naam; alle harten zullen gedurig U gedenken; want Gij zijt onze-fiod, onze hoop, onze blijdschap, onze liefde, nu en in eeuwigheid.
III.
Komt, cd mijn brood cn drinkt den-wijn, dien ik voor u {/emengd iuh.
SPR. ix. o.
Omhoog, mijne ziel! op vleugelen van verlangen, naar boven, naaruwen hemelschen I!ruidcgom,die onder hot omkleedsel van brood verborgen, u roept. Zie de wonderen van zijn hart, welke Hij tot een blijvend godenktce-ken van zijne liefde voor u daarstelde. Wel zag dit de konmglijkc Proleet in, als Hij, met hel oog op de verre toe-
— J|
GEBEDEN
588
konisl, profeliseh uitriep : « Hij lieefl ecne gedaehlenis van \'zijne wonderen gesticht, dc genadige, barmhartige Heer : spijze heeft Hij gegeven aan degenen, die Hem vreezen; Hij zal aan zijn verbond eeuwig gedenken. » I\'s. cx. i-.quot;). Hier ziet gij de vervulling van het verbond, dat de Heer in de tijden, die zijne Kerk verbeelden, met de vaderen heeft gesloten, wanneer de geheimzinnige priester Melchisedech den dapperen strijder Abraham, den vader van alle geloovigen, met geheimzinnig (mystiek) brood en wijn spijzigde: hier ziet gij de waarachtige verbondsark, waarin, niet meer vreeselijk en verschrikkelijk, maar liefderijk en genadig, onder de gedaante van brood, de beloofde Godheid in persoon schuilt; hier ziet gij het, door eene lange rij van eeuwen, afgebeelde Paaschlam, het ware Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt; hier dauwt hemelsch manna
VOOU DE GEDURIGE AANBIDDING Ö89
voor allen, die in do woestijn van dit aardsche leven zwerven. » Dit is het. Brood, hetwelk uit den Hemel is neder-gédaaald. Niet zoo als de vaders het manna hebben gegeten en gestorven zijn; maar wie dit Brood eet, die zal leven in eeuwigheid. » Niet het afbeeldende, ongezuurde toonbrood, maar het lirood des levens, welks genot leven, hoopen eeuwige zaligheid doetvorwer-ven, het lirood der Kngelen, hetwelk de woestijn dezer wereld in een paradijs van hemelschen wellust verandert.
Naar boven dus, mijne ziel \\ zweef als eene bij over al de bloemen v;in dezen besloten lusthof, vertoef in overdenking op elk van dezelve, en verzamel zoeten honig der liefde en eeuwige lekkernij, opdatgij u doordien hemelsehen dauw verkwikket en u nieuwe krachten vergaderet, om den wegnaar het hemt Ischevaderland met moed in te slaan en te betreden.
Zie hoe voedend dit lirood der Enge-
0M?:: $1^
390
len is. Het herstelt do vei lorene krachten ; versterkt don door de zonden verzwakten wil ;doct den honger naar zingenot en genoegens te niet; verwekt en onderhoudt met bovenaardsehe zoetheid de liefde Gods. Overdenk, mijne ziel, hoe vriendelijk, hoe lieftallig Jesus, de eeuwige liefde, eenieder ontvangt, die tot Hem komt; hoe Hij zich aan allen overgeeft; hoe vurig Hij begeert alles voor allen te zijn, en leer van Hem, die zachtmoedig en nederig van harte is, zachtmoedigheid en liefde jegens alle mensclien, met welke gij omgaat, uitoefenen. Zie, hoe Hij hier zich zeiven als geheelvernie-tigt, en zijne Godheid en menschheid omsluijert. Loer van Hem ootmoed, u zeiven versterven, en een inwendig godzalig leven leiden. Neem de leliewitte blankheid van dit Brood in aanmerking, en word het Lam behag\' lijk, hetwelk rein en \'kuisch, reinheid en kuischhi id boven alles bemint; hebt
-----------------iZ ;
GEBEDEN
ik
VOOR DE GEDURIGE AANBIDDING 591
gij het gewaad van uwe ziel bevlekt, wasch dan uwe kleederen in het bloed van het Lam. Gedenk dat het uw God is, die, uit oneindige liefde vooru, in deze beperkte ruimte der gedaante van brood zich besluit; en verlevendig uw gevoel, opdat gij Hem beminnet, zoo al met geene oneindige liefde, dan toch zoo vurig als uw hart in dit ster-lelijk leven het vermag. Hij alleen is hoogst beminnenswaardig, zeer schoon,zeer liefderijk, onuitsprekelijk wonderbaar, bovenal heerlijk en mag-tig, onbegrijpelijk, oneindig en onmetelijk. Hij is de eeuwige liefde — eeuwige zaligheid van allen, die Hem liefhebben.
O goddelijke, dierbare Verlosser, welke taal zal ik tot U spreken ; met welke woorden zal ik uwe grooiheid verkondigen; met hoedanig een hart U beminnen \'i O, kom mijn onvermogen te hulp; schenk mij een nieuw hartom
\'EEP ---------—-----
W.......
592 GEtEDEN
U te beminnen; vei leen mij degenacle U altcos lief te htljben, U altoos te dienen, altoos in U alleen mij te verblijden; in U alleen te lusten; wakende en slapende aan U te denken ; dal ik altoos de uwe zij, en Gij de mijne! Amen.
IV.
Onze Vader, die in de Hemelen zijl, geheiligd zij inu naam. Matih. vi. ü.
ü Jesus! onze Vader! Vader van allen, die Gij op hel kruis hebt wedergeboren, en in betallerhciligsleSaera-ment zoo vaderlijk bemint, vertroost, voedt, en als eene klokhen hare kiekens ondermve vleugelen dekt, beschermt en behoedt, opdat geen van hen verloren ga, neig uw oor tot mij, en verhoor het kinderlijk gebed van allen, die totU, onzelielderijkeVader, smeeken. Zie, ons hart smacht naarU, die in de Hemelen zijt; want ofschoon
bLit\'JOV\'\'vquot;\'\'vquot;!quot;l\'quot;\'\'vvv\'7quot;quot; ■-quot;■••-■quot;.-H-!quot;-;;...... !:
VOOTl LE GEDiniGE AAKBIDDIKG o93
Gij in dit hcoiihcilig Sacrament op deze aartlc woont, zien onze oogen U toch slechts raeleenensluijeromtogen, en verzuchten wij, zonder ophouden, om uw beminnelijk aangezigt in des-zelfs volle schoonheid te aanschouwen. « Geheiligd zij uw naam ! gt;gt; Zoon Gods! door al do Engelen, die U, onder de gedaante van broed, aanbiddend omringen, deor al de menschen, die Gij tot dit hemelsch gastmaal noodigt, door alle schepselen in de zigtbare en onziglbare schepping, die van U het bestaan hebben verkregen, en met het afschijnsel van uwe schoonheid zijn versierd. O opperste heerscherl « Uw Rijk toekome! » het rijk uwer hemcl-sche heerlijkheid, het voorwerp van ons verlangen, hel doelwit van onze hoop, de haven van onze zaligheid : hel rijk, waarin wij U, onzen Vader eu Koning, in den glans uwer heerlijkheid zullen aanschouwen en eeuwig loven. Intufschen komc, al vast, het rijkuwer
GEBEDEN
genade! Dat de kraclil van dit allerheiligste Sacrament de raagt der duisternis, der wereld en dor zinnelijkheid verdrijve, die ons onder haar juk willen huigen. Zwaai den schepter uwer vaderlijke niagt over ons allen! « Uw wil geschiede op de aarde zoo als in den Hemel; » want uw wil vervult en verblijdt den geheelen Hemel. De gansche natuur gehoorzaamt eeuwig aanuwc wetten: alle Engelen en zalige geesten dienen ü onwankelbaar metde hoogste liefde; want zij zijn versterkt door uwe genade, en nimmermeer verkeeren zij in gevaar van U, hun God en hunne liefde, af te wijken. Maar wij, o Heer! die nog in dit tranendal leven, en zwak zijn van harie, smeeken met diepen ootmoed dat uw aanbiddelijke wil ookin ons geschiede; dat; wij, naar uw welbehagen, standvastig; in geloof, eer-
VOOR DE GEDURIGE AANBIDDING 393
del, zachtmoedig en rein van zeden mogen wrzen ; volgaarne beleedigin-gen verdragen ; vreedzaam met onze brocdere verkeeren; U, onze God, van harte liefhebben, als onze Vader, als onze hoogste Gebieder, vreezen, en uwe liefde, boven alles, alles waarderen; daar Gij, om onze liefde te winnen, zoo onuitsprekelijk veel hebt willen lijden. Geef ons daartoe kracht, o Jesus\'. al de dagen \\an ons leven. « Geef ons heden ons dagelijksch brood. » Geef ons hel brood des levens, hetwelk onze zielen voedt, versterkt en kracht verleent tot het goede. Geef ons het brood der Engelen, hetwelk wij ootmoedig aanbidden, opdat wij voortaan alleen door ü iiiUonvoorll leven. Vergeef, o « vergeef, liefderijke Jesus, ons onze schulden, gelijk ook wij vergeven onze schuldenaren; » want Gij zijt het Lam Gods, dat do zonden dor wereld wegneemt; ter
396 GEDEDiN
onzer verzoening verlocft Gij, als eone onuitputlelijke bron van genade, bij ons, en leen ons, door woorden voorbeeld te vergeven; ja, Gij bedreigt ons zelfs, ons geene vergiffenis te zullen schenken, als wij onze vijanden niet van harte vergeven. Daarom, o Jesus! wil ik uit liefde lot ü mijne vijanden vergeven en hen beminnen ; wil ik geen kwaad met kwaad vergelden, maar ben met liefde bejegenen, goed van hen spreken en hen naar mijne krachten ondersteunen : verleen mij uwe genade, daar ik zonder deze niets vermag. Gij kent de menschelijke natuur ; Gij weet welk een strijd er in mijn binnenste plaats beeft; Gij kent de vijanden, waarmede ik onophoudelijk heb te kampen. De zwakheid van ons liartis II bekend.« Leid ons (alzoo) niet in bekoring, » neen, kom ons te hulpe, o Heer! op U hopen wij, laat ons niet bezwijken ! « maarverlos ons van den kwade; » verlos ons van de
voor de c.lidurige aanbidding 597
ongeregelde driften van ons hart, van alle zonden. Verleen ons uwe genade, opdat wij onze zinnelijke begeerten \' dooden, ons zeiven afsterven, en alleen voorU leven, voor ü, onze Vader, onze Koning en Heerscher, ons opper-sie Goed! Verleen mij, o Jesus! verlangen mijner ziele, dat ik in ü blijve, in U ruste, en geenen roem, geene andere vreugde zoeke dan U, mijne zaligheid in eeuwigheid. Amen.
V.
..
Gij hebt uw volk gespijzigd met spijs dev Engelen en hun bvood van den Hemel gegeven, hetwelk allen smaak in zich beval. li. d. Wijsh. xvi, 20.
Hoe groot, hoe overgroot is de liefelijkheid, o Jesüs! welke Gij in dit Sacrament der liefde voor degenen bereid hebt, die U getrouw in geloof des harten belijden, daar Gij voor hen eeuwig verborgen blijft, die geen bon- ■: eer naar uwe liefde gevoelen. Met een
geloovig hart aanbid ik U, o Brood der Engelen ! en belijd de almagt van uw wonderbaar vermogen, hetwelk meer vermag uit te werken dan Engelen en c« menschen in eewigheid in staat zijn te begrijpen. Geene nienschelijkemagt stelde U daar; niet de uitvinding van een mensehelijk hart riep U tot het aanwezen; uw goddelijk Hart, Verlosser, vermogt alleen dit wonderbaar middel uit te vinden, om ü zelvcn zoo naauw met \'s menschen ziel te vereenigen. Al de bevallingskracht der Engelen schiet te kort bij dit hoogverheven Geheim, hetwelk zij in liefde en eerbied aanbidden. Hoe zou ik, nietswaardige zondaar, ik, stof en asch, het bestaan in dit allerheiligste Geheim te dringen, en hetzelve te willen doorgronden !
Bovenal goed zijt Gij, o Heer! daar Gij, ten gevalle onzer zwakheid, U vernederende, slechts geloof en een deugdzamen levenswandel, geen be-
pffc\'.
VOOK DE GEDURIGE AANBIDDING Ó99
grijpen of doorgronden uwer goddelijke geheimen van ons vordert. Hoe ook zouden wij, kinderen van éénen dag, begrijpen wat boven ons is, daar wij niet eens ons zeiven, noch wat onder ons is, begrijpen I Met den eenvoudige wandelt Gij, o God ! den kleine schenkt Gij kennis ; den reine en ootmoedige openbaart Gij den regten geest, en verbergt uwe genade voor nieuwsgierigen en hoogmoedi-gen. Want de wijsheid dezer wereld Is dwaasheid voor U ; zij bedriegt hen die op haar vertrouwan ; doch uw woord bedriegt in eeuwigheid niet, en nimmer dwaalt hij, die op U vertrouwt. Ik gelooi\'dus onwrikbaar, en vast staal mijn vertrouwen op U, o eeuwige Waarheid, want Gij zelve zegt; «Ik ben het Brood des levens, dat levende Brood, hetwelk uit den Hemel is nedergedaald. Mijn vlcesch is waarlijk spijs; wie van dit Brood eet, die zal leven in eeuwigheid. w!n
el
GEBEDEN
mijn vlcesch cetcn mijn bloed drinkt die hoeft het eeuwige leven, en ik zal hora opwekken ten uitersten dage. » in den diepston eerbied aanbid ik U, wien do heilige Engelen in den Hemel aanbidden, en houd mij, bij hot licht des geloofs, tevreden, tol dat do dag der eeuwige klaarheid aan-breekt, en do schaduwen der beelden wijken. Liefderijk zorgt Gij intusschen voor mijne zwakheid, want U in uwe goddelijke gedaante te aanschouwen, daartoe zijn mijne sterfelijke oogen niet in staat; kunnende geen sterfelijk wezen voor den schitterenden glans uwer heerlijkheid bestaan.
Dank zij U, o mijn Verlosser! dat Gij mij in deze aardsche vreemdelingschap niet treurig en Iroosteloos hebt achtergelaten, en mij in de woestijn dezes levens, zoo als weleer het volk van Israël, in eene wolk voorafgaat, welke den glans des dags omhult, en den gloed der zonne matigt, die mij
400
VOOR 1)E GEDUKICE AANBIDDING 401
hier beneden den weg ten Hemel aanwijst. In liefde volg ik, mei al de eeuwen uwer Kerk, U, Heer der uitverkorenen ! want wie U niet volgt, die wandelt in de duisternis, en weet niet waarheen hij gaat. Deze allerheiligste wolk verlicht den weg, die ten leven leidt, verlicht het pad van oot-moed en geduld, van zachtmoedigheid cn ontferming, verlicht het pad, waarop Gij ons zijt voorgegaan, ver-ecnigt op eene wonderbare wijze, in dit verheven Sacrament, geloof, liefde ru werken. Wel wonderbaar is de verborgene kracht van dit hemelsche bondzegel, hetwelk de ziel met genade vervult, de verloren onschuld hernieuwt en aan de ziel de door zonden verloren deugd terug geeft. In U bestaat de hoop cn de verdiensten van alle verlosten; Gij, o allerheiligste Sacrament, zijt onze heiliging en verlossing, do troost der reizenden, de eeuwige genieting van alle Heiligen.
2C
GEBEDEN
i02
Dank zij U, o Schcpper en Verlosser der mcnschcn, dat Gij, om mve grenzelcoze liefde aan de wereld te openbaren, een zoo groot gaslmaal liebl aangerigt, waarbij Gij al uwe getrouwen verheugt cn met den kelk des heils laaft; een gaslmaal, hetwelk al do wellusten van het Paradijs in zich beval. Door het H. Sacrament voert Gij uwe uilveikorenen van klaaiheid tot klaaiheid, tot in het gelukzalige vaderland, hetwelk Gij voor ons met uw bloed hebt gekocht, waar allen zonder ophouden zich in uwe liefderijkelegenwoordigheid verheugen, en in den afgrond uwer Godheid wegzinkende, U, het eeuwige Woord des Vaders, dal in den beginne was en in der eeuwigheid blijft, on-gesluijerd aanschouwen en beminnen in eeuwigheid. Amen.
- 5)^-0
:-5r
iCn-T?
VOOll DE GEDUUIGE AANBIDDING 403 VI.
Gelijk Hij de zijnen had liefgehad, die in de wereld waren, x-oo heeft Hij hen lief gehad lol het einde toe.
Jon. xiii, 1.
O bovenal liefderijke, overdierbare Verlosser, wien ik, onder do sneeuwwitte gedaante van brood, met een vast gelool\', met eeiie zalige boop en met al de liefde, waartoe mijn hart in staat is, aanbid, verlicht mij, opdat ik den diepen zin van de woorden over-deuke, welke do door ü beminde leerlinguit een br andend hart vernam, en tot troost van al en, die ü liefhebben, als een bemelseh pand uwer liefde, heeft te boek geslcld. « Daar Jesus de zijnen bemind had, die in de wereld waren, zoo heeft Hij ben tol het einde toe bemind. » Waar is de mcnsch, die zich niet door verrukking voelt weggesleept als hij bedenkt wie ons bemint? — En wie toch is het, die
GEBEDEN
404
dat doet? Gij, o eeuwige Zoon Gods, de heerlijkheid, de eeuwige liefde en zaligheld des hemelschen Vaders ; het eeuwige licht van het eeuwige licht; de ongescliapen opperste glans zijner heerlijkheid! Wanneer de liefde van een magtig.; dezer aarde ons gelukkig maakt, en ons hart lot hoogmoed verheft, wat zal uwe boven alles groote liefde, o oneindige God, in ons hart dan niet bewerken ? Zal zij niet het gevoel van den diepsten ootmoed en van onuitsprekelijke vreugde in ons verwekken, ons niet lot de innigste wederliefde doen ontvlammen , en ons hart niet boven alle aardsche liefde tot U verheffen V En wie zijn het, o eeuwige Zoon Gods, welke Gij lief hebt ? — Schrpselen, welke Gij uit het s:of lot U hebt verheven, en eerst zelf de gaven hebt moeten verleenen om U, oneindige Majes\'eil, te kunnen beminnen; diepgezonken zondaars, die U, den eeuwigen God, beleedi^d, uw
VOOll DE GEDURIGE AAKBIDDING iOS
vloek op zich gelrokkcn haddon. En hoe bemint Gij hen ? — Zoo als nllren de Godheid kan beminnen metoncin-dige liefde. Uwe majesteit vergelende en uwen hemeltroon verlatende, daaldet Gij op aarde, werdt mensch, en na als de laatste van idle menschen door \'Ie diepe zelfvernedering, c\'en vorst der duisternis gevonnisd, diens rijk omvergeworpen, en ons het volmaaktste voorbeeld van allo denkbare deugden nagelaten te hebben, ver-scheurdet Gij op het smadelijke kruis den schuldbrief, waarbij wij ons aan de hel hadden verkocht.
O ondoorgrondelijke Liefde! met het volste regt noemt Gij uwe uitverkorenen, die U met al de liefde van hun hart beminnen, de uwen; want oneindig is de prijs, voor welken Gij hunne liefde hebt gekocht, en oneindig de liefde, waarmede Gij hen bemint, want Gij bemint hen tot het einde toe. Met slechts uwe leerlingen hebt Gij lot
40G GEBEDEN
hot einde van uw leven op aarde bemind ; tol in den dood, tol het einde der lijden draagt Gij allen, die door uw woord in II geloovig worden, ia uw hart, en smeekt tot uwen hemel-schen Vader voor alle toekomende geslachten. Ja, niet alleen lot aan het einde der wereld bemint Gij, goede Herder, al de lammeren van uwe kudde, die bier, verre van U, in de woestijn van dit leven dolen ; Gij roept ieder bij zijnen naam, en Gij zijl zelf de weg, bel voedsel van het leven van allen, die uwen heiligen naam belijden; in eeuwigheid bemint Gij hen, en zult Gij hun de heerlijkheid en do wellusten doen toekomen, die geen sterfelijk oog gezien, geen oor gehoord heeft, en nooit in \'s menschen hart zijn opgekomen.
Helaas ; dat bij deze verrukkende gedachten mijn hart niet van vreugde smelte; dal mijne oogon zich niet in Iranen van liefde uilstorlen ! Heilige,
VOOR DE GEDURIGE AANBIDDING i07
dierbare Verlosser! zie, ik ben ook een lam van uwe kudde; ach, verwerp mij niet van uw heilig aangezigt. Voed ook mij met dit heilig Brood, en laat de bron des levenden waters ook voor mijn smachtend hart stroomen! Laat mij niet hongerende in de woestijn des levens terug keeren, opdat ik niet krachteloos op den weg bezwijke, maar blijmoedig tot de bezigheden terugkeere, welke uwe Voorzienigheid mij hooft opgelegd. Geef, dat ik uwer liefde steeds godachtig, U hier en in eeuwigheid love en prijze! Amen.
Hierna kan men bidden de litanie van den allerheiligsten Naam. Jesns, bl. 155, de litanie van het heilig Sacrament, bU. i-l\'j.en den lofiang: Te Deum laudamus.
|
e |
i j: |
|
n |
IT |
|
Jj| |
ïL |
|
amp; |
LIJ-O
Pf/TcXquot; •.
It
HEILIGE KRUIS WE 3
voorbereiding
ijn God ! het is mij van harte leed, dat ik U, mijn opperste goed. ooit vergramd heb..... Tot uwe meerdere eer en tor mi jner zaligheid, offer ik ü deze heilige oefening op, ten einde al de aflaten te verdienen, die er aan vergund zijn, zoo voor mij als ; voor de zielen in het vagevuur, bijzo ndorlijk voor de ziel van N.
1quot; STATIE.
Jesus wordt tol den dood des krmses
-r
veroordeeld.
v. Wij aanbidden en loven U, Christus!
_
«TE:
f
tOtgt; kruis
II. KRUIfWEC,
r. Omdat Gij door uw heilig do wereld verlost hebt.
O Jrsus ! mijne misdaden hebben het onrrgtvaardige doodvonnis togen 11 beroepen. Ik zon moeten van droof-hoid over mijne zonden sterven. Geef mij genade, opdat ik niet ophoudc dezelve tc beweenen.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.
God, wees ons, zondaars, genadig. II\'\' STATIE.
Jcsits nmnt het kruis op zijne xchouders.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus, die den zwaren boom des kruises op uwe verscheurde schouders hebt gewaardigd lo nemen, verleen mij genade, om met verduldigheid de kruisen te dragen, welke uwe Voorzienigheid mij overzendt.
ehl
JüS)
410 H. KRUISWEG
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
111« STATIE.
Eerste val van Jestis onder hel kruis.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus, die, beladen met den zwa ren last mijner zonden, vermoeid on der uw kruis ter aaide zijt nederge-vallen ! ach, laat niet toe, bid ik ü, dat ik in dezelve nog hervalle.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
7 T
IV» STATIE.
Jesus ontmoet zijne Moeder.
v. Wij aanbidden, enz.
O allerbedruktste Moeder! bekom mij van uwen lieven Zoon tranen van eene ware boetvaardigheid over mijne zonden, die de oorzaak van zijn en
uw lijden waren____ Sta mij bij in al
de ellenden van dit leven.... Verlaat mij niet in het uur des doods.
p-ppo,——r:.........
H. KRUISWEG
Ouze Vader. Wees gegroet, enz. Ontferm U onzer, enz.
STATIE.
Simon van Cyrenen hclpl Jesus hel kruis dragen.
v. Wij aanbidden, enz.
ü Jesus, geef mij sterkte, om met liefde het kruis mijns lijdens op le nemen, en om U met kloekmoedigheid na te volgen.... Ik zal mij gelukkig achten U in iets te gelijken, en uwe smarten door de mijne te eeren.
Onze Vader. Wees gegroet, enz. Ontferm U onzer, enz.
VIC STATIE.
Veronica droogt het aangezigl van Jesus af.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus! druk de gedachtenis van uw smartelijkste lijden zoo levendig in mijn hart, dat ik hetzelve gedurig over-
If
«Jl
(É
il2 H. KRUISWEG
woge, cn aangemoedigd worde nm invebloedigevooistappen op te volgen. Onze Vader. Wees gegroet, enz. Ontferm (J onzer, enz.
VIIe STATIE.
Tweede va! van Jesus onder hel kruis.
v. Wij aanbidden, enz.
OJcsus ! mijnehoovaardigheid hei ft U onder den last des kruises ncderge-worpen. Ach! loer mij zoetaardig en ootmoedig van harte zijn. Ik wil alle verootmoedigingen en versmadingen verduldig lijdon, opdat ik, U navolgende in uwe vernederingen, mot U in de heerlijkheid moge deel hebben. Onze Vader. Wees gegroet, enz. Ontferm ü onzer, enz.
VIII\' STATIE.
Jesus troost de wecnende vrouwen.
v. Wij aanbidden, enz. lt; \' O Jesus, geef eene bron van t:anen
H. RRLISWEG
aan mijne oogen, opdat ik mijne zonden dag en nacht beweene... Ach, ge-waardig mijne ongercgtighoden meer en meer uit ie wissclien en m\'j \\an mijne zonden to reinigen.
OnzeVader. Weesgegroet, enz.
Ontferm ü onzer, enz.
IX^ STATIE.
Derde val van Jesus onder hel krui*.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus! reik mij eene helpende hand toe in het midden der gevaren, aan welke ik ben blootgesteld, opdat ik niet in zonde valle.... Verdedig mij tegen de vijanden mijner zaligheid, opdat ik niet onder het geweld hunner bekoringen bezwijke.
Onze Vader. Wees gegroet, enz.
Ontferm U onzer, enz.
i*
H. KRUISWEG
X1\' STATIE.
Jesus wordt van zijne klccdcren onl-blooi, en met edik en gal gelaafd.
v. Wij aanbidden, enz.
ü Jesus ! geef dal ik al mijne booze gewoonten anegge ; mijn hart van al wat aardsch ca vergankelijk is, onthechte ; mijn dartel vleesch kaslijde; mijne zinnen versterve, en gaarne met U uit den bitleren kelk des lijdens drinke.
Onze Vader. Wees gegroel, enz. Ontferm U onzer, enz.
XI. STATIE.
Jesus wordt aan het kruis gehecht.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jesus! hecht mij met U aan het kruis : ik wil met U, gelijk Gij, en om U lijden ; opdat ik in uwe liefde leve, iijde en sterve, en eeuwig met U en door U moge gelukkig zijn.
II. KRUISWEG
Onze Vader. Wees gegroet, enz. Onlfeim ü onzer, enz.
Xll\'\' STATIE.
Jcsus s/erft aan hel kruis.
v. Wij aanbidden, enz.
O Jcsus! door de bitlere smarten, welke Gij voor mij aan het kruis hebt geleden, bijzonderals uwe ziel uit uw gezegend ligchaam is gescheiden, ontferm U over mijne ziel, als zij van deze wereld zal scheiden.
Oi;ze Vader. Wees gogroi t, enz. Ontferm L\' onzer, enz.
XllK STATIE.
Jcsus wordt rati hel kruis afgedaan. v. Wij aanbidden, enz.
O Maria! laat mij toe, dat ik mijnen gekruisten Zaligmaker, uwen lieven Zoon, tusschen uwe armen aanbidde
cn mijne tranen met do uwe menge.
door uwe magiige voor-
1
410
H. KRUISWEd
spraak van het ongeluk, uwen Jesus door mijne zonden weder te kruisigen, cn dus uw moederlijk hart met een nieuw zwaard te doorsteken.
Onze Vader. Wees gegroet, enz. Ontferm U onzer, enz.
XIV^ STATIE.
Jesus wordt in het (jraj gelegd.
v. Wij aanbidden, enz.
Ik zal eens sterven cn begraven worden gelijk Gij, o mijn Zaligmaker! gewaardig IJ, in mijn sterfuurmij door - uwen kruisdood te vertroosten, ,cn mijn ligehaam, wanneer Gij het weder zult opwekken, met uwe heerlijkheid te versieren.
Onze Vader. Wees gegroet, enz. Ontferm U onzer, enz.
Yijfmaal het Onze Vader, vijfmaal \' het Wees gegroet, en zoo veel maal Eere zij den Vader, ter eere van de vijf \'—vden van Jesus, en één OnzeVader
JU
tÜo
H. KRUISWEG 417
en Wees gegroet mei Eere zij den Vader, ter meening van den Pans van ■ JRume.
DANKZEGGING KA DEN II. KRUISWEG.
O Heer Jesus-Christus, die gezegd hel)l : Wie mij wil aanhanr/en, die neme zijn kruis op zieken volfje mij! Zie, ik volgde U slap voor stap op den weg uws kruises en overdachl oj) den-zelven al de geheimen van uw lijden. Ik dank U voor deze groote genade, en bid U, laat de oneindige verdiensten van uw lijden niet aan mij, arme zondaar, verloren zijn. Wasch mijne ziel in uw kostbaar bloed, en verleen mij, die U op aarde naar don Kalvarie-berg volgde, U eenmaal op den berg Sion, in den Hemel, te aanseliouwen. Amen.
| ,^T Vi\' nrarr:
H. ROZENKRANS
N den naam des Vaders, enz. Ik geloof in God, enz.
Eere zij den Vader, enz. Onze Vader, enz.
Ik groet u. Dochter van God den Vader. Wees gegroet, enz.
Ik groet u. Moeder van God den Zoon.
Wees gegroet, enz.
Ik groet u. Bruid van God den II. Geest. Wees gegroet, enz.
;; Eere zij den Vader, enz.
DE VIJF BLIJDE GEHEIMEN.
I. Dc houdschnii des Engels. De namen van Jesus, enz.
Onze Vader, enz.
i. De H. Drievuldigheid heeft toegestemd in de menschwording van Christus. Weesgegroet, enz.
--m
H. ROZENKKUAKS il9
2. Maria is totdc Mocdervan Christus verkoren. Wees gegroet, enz.
ö. De Engel Gabriel brengt Maria de blijde boodschap.
4. Maria was in do eenigheid in haar gebed.
De Engel zegde : «Wees gegroet, vol van genade, de Heer is met u! »
C. Maria was verbaasd als zij den a Engel hoorde.
C/Cj
7. De Engel zegde ; «Maria, wil niet vreezen, want gij zult ontvangen 5 door den H. Geest! » ~
8. Maria zegde : « Zie de dienst- § maagd des Hoeren, mij geschiede ^ naar uw woord. »
9. Maria is van den H. Geest overlommerd geworden.
10. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond.
Eere zij den Vader, enz.
li. UOZENKUANS
II. De bezoeking van Maria aan hare nicht Elisabeth.
De namen van Jesus, enz.
Onze Vader, en/..
\\. Maria gaat uit ootmoed hare nicht Elisabeth bezoeken. Wees gegroet.
2. Maria bestierd dooi\' den H. Geest.
5. Maria, met alle haast opstaande, gaat over hel gebergle.
4. Maria wordt met veel liefde door hare nicht Elisabeth ontvangen. ^
5. De H. Johannes is gezuiverd en g van blijdschap opgesprongen in.^\' zijns moeders ligchaam. £
6. Elisabeth zegde : « Gezegend is 3 de Vrucht uws ligchaams! » ~
7. Maria heeft uitgeroepen;«Mijne § ziel maakt groot den Heer! »
8. Elisabeth zegde : « Wat geluk geschiedt mij, dat de Moeder dos Heeren tot mij komt? »
ö. Heihuis van Zacharias is door de |l ....................
420
II. ROZENKRANS
komst van Jesus cn Maria gezegend. Wees gegroet, enz.
10. Maria heelt ïiare nicht drie maanden met veel liefde gediend. Wees gegroet, enz.
Eere zij den Vader, enz.
III. Dc ycbcor/c van Christus.
De namen van Jesus, enz.
Onze Vader, enz.
1. Maria heeft gebaard en zij is maagd gebleven. Wees gegroet, enz.
2. Maria heeft Jesus in eenen stal gebaard cn in doeken gewonden. ^
5. Maria heeft Jesus met veel liefde lt; en bewondering aanschouwd, g
i,Maria hecfi Jesus omhelsd enquot;\'\' aan haar hart gedrukt. ^3
ü. Maria heeft Jesus met hare hei- g. lige borsten gevoed. „
6. Maria heeft Jesus in eene krib s gelegd.
7. Jesus lag oji hooi en stroo tus-schen os en ezel.
.i-21
II. ROZENKRANS
8. De Engelen hebben gezongen : « Eere zij God in het allerhoogste, en op aarde vrede aan de menschen die van goeden wilzijn! «Weesgeg.
9. De herders zijn het Kind komen bezoeken. Wees gegroet, enz.
10. De drie Koningen zijn het Kind komen aanbidden en hebben hunne giften gcolterd. Wees gegr.
Eere zij den Vader, enz.
IV. De opdvachl van Christus in den tempel.
De namen van Jesus, enz.
Onze Vader, enz.
\\. Maria gaat om haar heilig Kind te offeren. Wees gegroet, enz.
2 Jesus en Maria onderwerpen zich aan de wet van Mozes. Wees gegr.
5. Maria gaat door moeijlijke wegen naar Jerusalem. Wees gegroet, enz.
4. Maria heeft Jrsus rp hare armen gediagen. Wees gegroet, enz.
5. Maria vervordort al biddende
422
U. ROZENKRANS
haren weg. Wees gegroet, enz.
6. Maria heeft Jesus in den tempel geofferd.
7. Maria heeft aan de wet voldaan met de offergift der arme men- ^ schen. g
8. Anna, de profetes, loofde God voor de verlossing van Israël. o
0. De oude Simeon heeft Jesusom- g helsd en op zijne armen geno- S men. g
10. Simeon zegde : « Heer! laat r4 uwen dienaar gaan in vrede naar uw woord, ji Eere zij den Vader, enz.
V. De vinding van het verloren Kind Jcstis.
De namen van Jesus, enz.
Onze Vader, enz.
f. Maria heeft haar lief Kind verloren. Wees gegroet, enz.
2. Maria heeft haren Schat gemist. Wees sesroet. enz.
424 H. ROZENKRANS
5. Maria heeft Hem met veel droefheid gezocht. Weesgegroet, enz.
4. Maria is Jesus langs alle wegen en straten gaan zoeken.
5.Maria heeft Jesus na drie dagen gevonden. lt;
(i. Maria vindt Jesus in den tempel. 2
7. Jesus, twaalf jaren oud zijnde,\'-g leerde de Doctoren. 3-3
8. Maria zegde : « Zoon. waarom ? hebt Gij ons bedroefd? »
9. Jesus is met ben afgegaan en p was hun onderdanig.
10. Maria bewaarde al de woorden in haar harl, die Jesus tot haar sprak.
Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria, allcrgoedertiercnste Moeder! verkrijg mijn hart droefheid en mijne oogen tranen van berouw, om te beweenen, dat ik Jesus door de zonde zoo dikwijls heb verloren ; gun
H. ROZENKRANS -iüö
mij Hem weder Ie vinden en altijd le behouden. Amen.
DE VIJF DROEVE GEHEIMEN.
I. De bcnaaiiwdhcid vein Christus in hel hofje.
De namen van Jesus, enz.
Onze Vader, enz.
1. Jesus gaat naar liet hofje van Olijven. Wees gegroet, enz.
2. Jesus valt plat ter aarde neder. 5. Jesus volhardt in het gebed.
-i. Jesus is bedroefd tot den dood 5*
toe. 3
5. Jesus zweet water en bloed. era G. Jesus stelt zijnen wil in den wil^ van zijnen hemelschen Vader, g
7. Jesus vermaantzijne Leerlingen om te waken en le bidden. g
8. Jesus wordt van zijnen Apostel; door eenen kus geleverd.
!). Jesus wordt van zijn bemind volk gevangen.
H. ROZENKRANS
10. Jesus wordt wreedelijk gebonden cn gesleurd van don eenen regter tot den anderen. Weesgegroet, enz.
Hoe lief heeft God den mensch gehad, dat Hij zijnen eenigenZoon niet gespaard, maar Hem geleverd heeft ten dood, ja tot den dood des kruises.
III. De geeseling van Christus.
De namen van Jesus, enz.
Onze Vader, enz.
1. Jesus wordt van de joden aan de heidenen overgeleverd. Wees gegr.
2. Jesus wordt bij Pilatusvalsche-lijk beschul digd.
3. Jesus wordt door zijn volk ach-ter Barrabas gesteld. ra
D O
4. Jesus, alhoewel onschuldig ver-^ klaard, wordt geleverd om ge-^ gecseld te worden. g
o. Jesus kleederen werden uitge-5. rukt. g
6. Jesus stond daar naakt en bloot. ~
7. Jesus aan eene kolom gebonden.
426
H. ROZEKKRAKS 427
8. Jesus wordt wrcedelijk gegceseld. Wees gegroet, enz.
9. Jesus bloed vloeit langs de aarde. Wees gegroet, enz.
10. Jesus is gewond om onze zonden.
Wees gegroet, enz.
Hoe liel\' heelt God, enz.
111. De krooning van Christus.
De namen van Jesus, enz.
Onze Vader, enz.
1.De soldaten hebben Jesus eene doornen kroon bereid. Wees gegr.
2. Zij hebben de doornen kroon in Jesus hoofd gedrukt. ^
5. Jesus hoofd langs alle kanten g doorwond. m
4. Jesus hoofd zijpende van het^ bloed. 3
5. Jesus met oenen purperen man--quot; tel bespol. g
6. Zij hebben Jesus een riet voor ^ sche er in de hand gegeven.
H. ROZENKRANS
T. Zij hebben met het riet op het gekroond hoofd van Jesus geslagen. Wees gegroet, enz.
8. Zij hebben in Jesus gezegend aan-gezigt gespuwd. Weesgegroet, enz.
9. jesus is verzaad van versmaadhe-den. Wees gegroet, enz.
10. Pilatus heeft Jesus aan het volk vertoond, zeggende : « Aanziet den mensch ! » Wees gegroet, enz.
Hoe lief heett God, enz.
IV. Dc kruisdraging van Christus.
Do namen van Jesus, enz.
Onze Vader, enz.
1. Jesus werd veroordeeld om gekruisigd te worden. Wees gegroet.
-2. Jesus heeft zijn kruis met liefde omhelsd. Wees gegroet, enz.
5. Jesus heeft zijn kruis op zijne doorwonde schouders gedragen. Wees gegroet, enz.
■i. Jesus wordt tusschon twee moordenaren opgeleid. Wees gegroet.
5. Jesus bezwijkt onder het kruis
4-28
li. ROZENKRANS -i29
omonze zonden. Wees gegroet, enz. C. Jcsus, geladen met zijn kruis, ontmoet zijne bedroefde Moeder.
7. Jesus wordt beweend door de ^ godvruchtige vrouwen van Je- o rusalem. cg
Jesus zegde haar ;« Handelt men zoo met liet groone hout, wat zal § aan hot dorre geschieden? » quot;m 9. Niemand wilde Jesus zijn kruis S
helpen dragen.
10. Jesus klimt voor ons op den
berg van Calvarië.
Hoo lief heeft God, enz.
V. De kruisiging van Christus.
De namen van Jesus, enz.
Onzevader, enz.
1. Jesus wordt wreedelijk op het kruis uitgerekt. Wees gegroet, enz.
2. Jesus handen en voeten doorna-geld. Wees gegroet, enz.
5. Jcsus wordt aan het kruis opgeregt,
430 H. ROZENKRANS
en zijne wonden vioeijen van hel bloed. Weesgegroet, enz.
-i. Jesus bidt voor zijne vijanden.
5. Jesus belooft den moordenaar het paradijs.
G. Jesus beveelt den H. Johannes aan zijne Moeder. lt;
7. Jesus, dorst hebbende, is met quot; gal en edik gelaafd. quot;g
8. Jesus heeft uilgeroepen : « Mijnquot;-? God! waarom hebt Gij Mij veria- £ ten? » ra
9. Jesus zegde : « Alles is vol- ^ bragt. »
10. Jesus heeft zijnen geest gegeven, en zijn hart voor ons laien openen.
Hoe lief heeft God, enz.
GEBED.
O Jesus, ik bid U door al uwe smarten en uwen bitteren dood, door uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstokene zijde, en al uwegeze-
ll. ROZENKRANS
quot;i o B I\'
gendc wonden, onlferm U mijner, en , druk uw heilig lijden zóó in mijn hart, dat mij niets anders behage, dan Gij, mijnJesus! die voor mij gekruist zijt. Amen.
]
DE VIJF ROEMRIJKE GEHEIMEN.
I. Dc verrijzenis van Chris lus.
De namen van Jesus, enz.
Onze Vader, enz.
1. Jesus is den derden dag heerlijk verrezen. Wees gegroet, enz.
2. Jesus heeft dood en hel overwonnen. ^
3. Jesus heeft de Oudvaders ge- o troost en\'verlost. cr Jesus verblijdt zijne heilige^ Moeder. ro
5. Jesus, als een hovenier, ver-
schijnt aan Maria Magdalena. g fi Josus vertoont zich aan Petrus. \'
m
452 . II. UOZENKRAEsS
TTI
7. Uc Leerlingen van Emails zegden ; « Waren onze harten niet bran-dende van iiefde, als Hij tot ons ; sprak ? » Wees gegroet, enz.
8. Jesus staat in het midden van zijne Leerlingen en .wenscht hun allen den vrede. Weel gegroet, enz.
0. Jesus loont zijne roemrijke wonden aan den H. Thomas.Wees gegr.
10. Thomas roept uit ; « O mijn Hoer en mijn God ! » Wees gegroet, enz. Geloofd en gedankt zij ten allen tijde het allerheiligste en goddelijk Sacrament!
II. Dc hemelvaart van Christus.
De namen van Jesus, enz.
Onze Vader, enz.
1. Jesus vaart roemrijk ten Hemel. Wees gegroet, enz.
2. Jesus klimt op door zijne eigene magt. Wees gegroet, enz.
3. Jesus scheidt van zijne lieve vrienden. Wees gegroet, enz.
H. ROZENKRANS
lelijke kroon van gebeden en groole-nissen : gewaardig dezelve te ontvangen mot al die lof/.angen, die u op de aardeen inden Hemel gedaan worden, en verkrijg voor mij en al degenen, voor welke ik gehouden ben te bidden, van uwen lieven Zoon de genade om wel te leven en zaliglijk te sterven.
Ëén Onze Vader, tot dankbaarheid, dat God ons de genade gedaan heeft van ons den II. Rozenkrans te laten lezen. Onze Vader, cm-.
Één Wees gegroet, opdat Maria ons verstand opdrage aan den hemelschen Vader, en wij in eeuwigheid Gods barmhartigheid mogen gedenken. Wees gegroet, en ï.
Één Wees gegroet, opdat Maria ons geheugen opoffere aan haren Zoon, en wij gedurig deszelfs leven en bitter lijden indachtig zouden mogen wezen. TTras gegroet, enz.
Één Wees gegroet, opdat Maria onzen wil aan don 11. Geest toeëisene.
437
II. ROZENKRANS
en die Geest gedurig in ons van liefde moge branden. Wees cjcgroet, enz.
Hel Geloof zullen wij bidden, opdat ons gebed aan God moge aangenaam wezen, dat het moge strekken lot zijne meerdere eer en glorie, lol welstand van de H. Kerk, lol bekeering der zondaren en afgevallene christenen en tol welstand der gemeente. Ik rieloof in God, enz.
ANDEREMVMEK
Men kan ook om zich gemakkelijk het geheim indachtig le maken, dat mei elk tientje overeenkomt, hetzelve in de engelsche groelenis uitdrukken. Aldus, na deze woorden : Gebenedijd is de vrucht nws ligchaams, Jcsnx, zal men zeggen :
Blijde geheimen.
)-■ lienlje. Dien gij, maagd blijvende, ontvangen hebt.
438
H. ROZENKRANS 4olJ
■2\'- Dien gij, Elisabeth bezoekende, gedragen liebt.
ö- Dien gij, maagd blijvende, ter wereld gebragt hebt.
41\' Dien gij in den tempel aangeboden hebt.
5lt;\' Dien gij in den tempel onder de leeraars hebt gevonden.
Droeve geheimen.
1\'\' Die voor ons bloed heeft gezweet.
2\'\' Die voor ons is gegeeseld.
Zquot; Die voor ons met doornen is gekroond.
4\'\' Die voor ons zijn kruis heeft gedragen.
5quot; Die voor ons is gekruist.
Glorierijke geheimen.
lc Die van den dood is veriezen. Die ten Hemel is opgeklommen.
5quot; Die den H. Geest heeft gezonden.
4\'\' Die li in den Hemel heeft opgeno-men- „ , ,
5\'\' Die u in den Hemel heeft gekroond.
BLADWIJZER
Morgengebed. Bl. 9
Avondgebed 13
Lilanie. 1quot;
Gebeden onder de H. Mis. 23
Biecht-gebeden. 45
Communie-gebeden. C3 Gebed voor kinderen bij hunne
eerste H. Communie. 70 Gebed tot Jesus-Chrislus in liet allerheiligste Sacrament des Altaars. 75 Vernieuwing der Doopbeloften. 80 Dankzegging voor de genade, door het heilig Sacrament des Vormsels ontvangen. 82 De zeven Boetpsalmen. 85 Litanie van alle Heiligen. 102
litaniën op al de dagen der week.
Op zondag. Litanie van de H. Drievuldigheid. 116
-li.
BLADWIJZER
Op maandag. Litanie van tien H.
Geest. 122
Op dingsdag. Litanie van den allerheiligsten Naam Jesus. 132 Op woensdag. Litanie ter eere van
de heilige Engelen. 137
Op donderdag. Litanie van het
H. Sacrament. 14S
Op vrijdag. Litanie van het lijden
van Christus. )igt;2
Op zaturdag. Litanie ter eere van de H. Maagd Maria. 165
VERSCHILLENDE LITANIËX ES GEREDEN.
Litanie van het li. Hart van Jesus. 167 Litanie ter eere van het H. Hart
van Maria. 175
Gebed tot het H. Hart van Maria. 178 Litanie tereere van den H.Joseph. 1H1 Litanie van de H. Martelaren van
Gorcura. 188
Gebed tot de H. Martelaren van Gorcum. 195
u\\
BLADWIJZER
Litanie Ier eere van den H. Anto-
nius van Patina. 197
Litanie ter eere van de H. Moeder Anna. 203
VERSCHILLENDE GEBEUEN.
Gebed voor de H. Kerk. 200
Gebed van ouders voor hunne
kinderen. 208
Gebed van kinderen voor hunne
ouders. 211
Gebed van onderdanen voor
hunnen koning. 213
Gebed op eenen naamdag. 213
Gebed bij het verkiezen van eenen
staat. 216
Oefening van de goddelijke Deugden. 217 Zielsverlangen naar God. 221 Smachtverlangen naar den Hemel. 224 Liefde tot Jesus. 220 Aan de allerheiligste Maagd. 228 Aan do H. Moeder Gods. 229
4i2
BLADWIJZER üquot;)
Op den laalslon dag des jaars. 231 Overdenking en gebed gedurende den Advent 235 Gamp;bcd op hel H. Kersfeest. 244 Overdenking en gebed gedurende
de H. Vaste. 240
Gebed op den II. Paaschdag 255
Gebed op de H. Pinksterdagen. 2.quot;gt;7 Op de feestdagen van Maria. 232 Aan Maria, de van droefdbeid
overstelpte Moeder. 2G4
Gebed van dertig dagen. 207
Vereering van den H. Engelbewaarder. 275 Vereering der Heiligen. 277 Gebed bij liet verdienen van eenen
aflaat. 279
Onderhoud met God voor zieken. £82 Gebed in ziekte. 288
Gebed van een zieke bij \'t ontvangen van het H. Sacrament des Oliesels. 290
Gebed na herstel eener ziekte. 294 Vertrouwen op God. 290
■Wl BLADWIJZER
T.itanie voor de afgestorven geloo-
vigen. 299
Gebed voor de afgestorven gcloo-, vigen. \' quot; so;;
Vesper-Psalmen op zondag. 508 Vesper-Psalmen op de feestdagen. 528 Lofzang : Te Deum laudanms. 556 Gebeden onder het Lof. 302
Gedurige aanbidding. 575
Gebeden voor de Gedurige Aanbidding. \' 577 H. Kruisweg. 108 H. liozenkans. .üs
Imprimatur.
Mechliniie, 29 novembris 18G0.
J. 15. VAN HEMEL, VIC.-GEN.