MAUI A ONZE MOE DEK.
Ilommti •(« mir alle, öit il)ï müljfilig btlaitm fcib, mib tdr iniU md) erijuickm.
J am the mother of fair- iove.and of fear,and of Knowledge,and of holy hope Eccii. XXiv. 24-,
-
fix //ƒ
\'; ■ ^ : ^ / Ï. i ■;
. . ■ ■ ■ X ■ -\' ■ i \' A
■ ,
V
• - ;•: -.-r ^ \'V. ,.
\' i ■ \'
. ______________________ ■__
^ //gt;
O Si
1AEIA OIZE10EDEE.
HANDBOEKJE
IKK OODVRI\'C\'IITKtE K.N HKILZAMK VTEKTXr;
D ER
meimaand,
TEVENS
3en gebedenboekje voor alle ware vereerders van maria.
DOOK
H. J. DE JONG-,
Pastoor te Dei.dhn.
DERDE VERMEERDERDE UITGAVE.
Kerkolijlc (ToedgekeunI.
\\
liturgi^f^sg^--Aartst
Vo!a
ti m ^
a lmelo,
. soivimek. ISSO.
oeniging
cht
■wk-
D|sciom UT
Marhtig is h;vro bescherming, ontelbnnr /.ijn hare weldaden; niemand wordt behouden, niemand van do kwalen dezes levens verlost, niemand verkrijgt genade, niemand wordt der goddelijke barmhartigheid deelachtig, dan door haar.
ii. German us.
HEliJCIIT VOOK DP: DliUDK UITGAVK
Sedert geruimeii lijd reeds was dc tweede uitgave uitverkocht, telkens kwamen nieuwe aanvragen naar dit eenvoudig, kort en prac-lisch Meimaandhoekje, zoodal de Uitgever zich verplicht zag een derden druk op te leggen. Om deze uitgave echter te verbeteren, zonder den prijs van het hoekje te ver-hoogen, hehben wij eenige overwegingen meer uitgebreid, de liederen ter eere van Maria, waarvan in elke parochie ruime keuze voor-hande is, weggelaten en het aantal der Gebeden aanmerkelijk vermeerderd, zoodat het tevens een vrij volledig gehedrnbnekje voor alle ware. vereerders van Maria geworden
VT
is. Moge dus deze- nieuwe uitgave haren weg vinden. Maria\'s verheerlijking bevorderen, hare getrouwe vereerders slichten en medewerken tol godvruchtige viering der Schoone Maand van Maria.
DU SCHRIJVKU.
D K L IJ E N ,
ü L. Yr. van den Rozenkrans.
1885.
O P D E N V O O RAVO ND
DIÏR
MAAND MEÏ.
UUZUNDER AAN DE VEREERINCi CEWIJD Mill
AliMIÜIIKIlKiSTE HAAIill MARIA.
De doodscbe winter is voorbij, de natuur herleeft, de velden prijken in jeugdig groen: bloemen, planten en boomen ontwikkelen eene oogbetooverende bloesempracht, lustig zingen de vogelen des Hemels, de lieve Meimaand is daar! Maar boe schoon die ontluikende natuur onze oogen ook trefte, hoe zoet en opbeurend het zingen en kvveelen der vogelen onze ooren streele, ééne is er onbeschrijfelijk schooner dan die gansche natuur, ééne, wier Naam onvergelijkelijk zoeter en liefelijker klinkt aan onze ooren en harten, dat is Mama, Jesus lieve Moedeu. Te recht hebben de kinderen der Kerk daarom deze schoonste der maanden aan de vlekkelooste der Maagden toegewijd. Gij zijl geheel schoon, mijne vriendin en er is geen vlek in Li.
8
(Hoogl. IV. 7.) Immers in wat sneeuw witten bloesemglans straalt niet hare vlekkelooze ziel en haar zuiver lichaam ? Is zij niet de uitverkoren lelie midden onder de doornen? Welk een lieflijk viooltjen van ootmoed en bescheidenheid is niet die nederige dienstmaagd des Heeren ? Moet niet de gansche schepping Maria prijzen als de prachtvolste roze eu wij allen haar beschouwen als den gezegen dsten akker, waaruit de hoop van ons heil voortsproot, en even als in de Meimaand de zon reeds meer licht en warmte verspreidt, evenzoo zullen in deze maand harer bijzondere vereering ook rijker genaden en zegeningen uit haar hart en hare handen uitstralen. Ja, boe meer allen wedijveren om Maria te vereeren, des te meer zal Maria, ■— de uitdeelster van alle genaden des Hemels, — zich nimmer in grootmoedigheid laten overwinnen ; maar aan allen : grooten en kleinen, rijken en armen, ouders en kinderen, rechtvaardigen en zondaren in uiilden overvloed heil en genade mede-deelen, opdat allen wassen en bloeien en vruchten dragen voor bet eeuwig leven.
O, ijlen wij dus allen tot Maria en vieren wij met en bij baar de schoonste Meimaand; niemand die met vertrouwen haar nadert, zal ooit ongetroost en onbe-
deeld van haar weggaan. Gij, die droef en treurig daar henen gaat, bid tot Maria, zij zal u troosten ; gij, die door lijden en rampen wordt neergedrukt, roep Maria aan, zij zal balsem gieten in uwe wonden ; gij, die onder zware bekoringen verzucht, neem tot haar uwe toevlucht, zij zal uwe kracht, uwe sterkte zijn: zondaar, die diep in \'t zondenslijk verzonken ligt, werp u in de medelijdende armen van Maria en wees verzekerd, zij zal barmhartigheid en genade voor u verwerven. Neen, niemand zal haar ooit onverhoord verlaten. Maar nadert tot haar met vertrouwen, met liefde, want Jesus zelf stervende aan het kruis heeft haar ons tot moeder gegeven. 0 Maria onze Moede)\'! en wel de beste der moederen, die ons hartelijk liefheeft en door woord en voorbeeld en door hare machtige tusschenkomst ons allen wil redden en gelukkig maken !
Zoo zij en blijve Maria onze Moeder, die wij beminnen, op wie wij om verlrou-wen stellen en die wij willen navolgen.
Dit heilig voornemen is het schoonste meimaand-geschenk, dat wij aan Maria kunnen brengen. Zoo zal die schoone maand ook ons immer dierbaar en gedenkwaardig blijven, wijl Maria alsdan door hare machtige voorbede bij Jezus tot een nieuw
1*
10
leven ons opwekken, met onvergankelijke schoonheid van deugden ons sieren en eens met eeuwige heerlijkheid ons kronen zal. Dat kunnen duizenden bij ondervinding bevestigen, voor wie de vereering van Maria in de Meimaand eene rijke bron van zegen in tijd en eeuwigheid geworden is.
Daarom keurde de H. Kerk de devotie der Meimaand niet alleen goed, toen zij in het midden der vorige eeuw \'t eerst le liome gehouden werd en zich van daaruit van lieverlede over de gansche Katholieke wereld uitbreidde ; maar zij bevorderde die tevens door haar met geestelijke voorrechten en aflaten te begunstigen, als blijkt uit het besluit van Z. H. Paus Pius VII, van 21 Maart 1815, waarbij; »aan »alle geloovigen, welke openlijk in de «kerk, of te huis in den kring der hun-«nen, gedurende de Meimaand, de aller-))heiligste Maagd door hunne hulde, hunne «gebeden en andere oefeningen van deugd ))vereeren, verleend wordt voor eiken dag «dezer maand een aflaat van 300 dagen gt;)en eenmaal in die maand, op den dag «namelijk, waarop zij het H. Sacrament «der Biecht en de H. Communie ontvan-«gen en voor het welzijn der Kerk vol-«gens de meening zijner Heiligheid bid-
»clen, een volle aflaat, welke aflaten ook »lnj wijze van voorbede aan de geloovige ■gt;)zielen in het vagevuur kunnen worden «toegevoegd.quot;
Welaan dus, niet vertrouwen, met liefde, met vreugde, die schoone, die blijde Meimaand te gevnoet gesneld. Zooals de natuur herleeft bij de nadering der maand Mei, zoo herleefde de menschheid bij Maria\'s intrede in de wereld. De zonde had den mensch het ware leven ontnomen ; overal heerschte nacht, duisternis en - dood. Daar kwam zij, van wie geschreven staat:»wie MS zij, die daar optreedt als het dagend ygt;morgenrood?quot; (Hoogl.: (5). En met haar, met Maria, kwam de levenwekkende zon der gerechtigheid, Jesus Christus, Gods Zoon, die door zijn licht de duisternis verdreef, de zonde uitwischte, den dood overwon en het nieuwe leven der genade aan de menschheid wedergaf.
O Maria, oorzaak onzer vreugde, kom en bezoek mij, opdat ook in mij een nieuw leven ontwake en vreugde en blijdschap mijn hart vervulle!
Oefening. Maak eene bijzondere intentie voor de viering van deze Meimaand.
Schietgebed. Trahe me, post te curremus. 0 Maria, trek mij tot U, wij willen u overal volgen.
12
GEBED. ^
O Maria, Vreugde der gansche wereld,
bloem vol hemelsche geur! üwe wondervolle schoonheid trekt mij tot U ; ik wil Uw kind zijn, wees gij mijne moeder, en help mij, dat ik ook als gij in den hof 1 Gods, in de H. Ke) k, bloeie als een welriekende bloem tot uwe eer, en tot welbehagen van uw goddelrjken Zoon. Amen.
t
i;i
O J\' I) R A C II T
UEK
MEIMAAM) AAN MAKJA. \')
O Maria! Moeder Gods en ook mijne Moeder, hulp der Christenen en toevlucht der zondaren, werp, bid ik ü, op mij een blik van liefde en genade, daar ik vast besloten ben, deze scboone maand door de teederste godsvrucht en vereering U toe te wijden. Ik wil in deze maand dagelijks de verhevene voorrechten van genade en deugden uws levens overwegen, in uw voorbeeld mij stichten en er mij met allen ijver op toeleggen, om U in leven en sterven tot aan den Hemel na te volgen. O, sla dan uwe barmhartige oogen op mij neder en wees mij eene Moeder van genade en heil. Beveel mij aan uwen Zoon, die mij in alles, wat ik ter uwer eer zal ondernemen, wel zal
1 j Uit gebed zal men meermalen in do Meimaand herhalen.
M
willen zegenen. Sta mij bij in alle bekoringen, opdat ik een goeden strijd strijde o en een.s zegevierend over wereld en zonde \' v mij ter eeuwige rust nederlegge. O goe- s dertieren, o zoete en liefdevolle Maagd ^ z Maria! Amen. \' n
Korte aanwijzing om deze overweging s
met vrucht te doen. j „
d
L)e overweging in \'t algemeen is een v.
bedaard, ernstig en oplettend nadenken n
over de eene of andere waarheid onzer gt; 1
heilige godsdienst, waardoor wij opgewekt b
en bewogen worden, om de zonde meer en w
meer te verafschuwen en te vermijden, de ti
deugd ijveriger en volmaakter en beter te gi
beoefenen en zóó altijd aan onze verhevene in
bestemming beter te beantwoorden. Over U
den grooten zegen, welken de overweging bf.
aanbrengt, zegt de H. Bernardus het vol- 01
gende: «Niets aangenamers wordt er in v(
tdit leven gevoeld, niets heerlijkers ge- ^ pt
ssmaakt, niets trekt zoozeer den geest van | w
»de ongeregelde liefde tot de wereld af, te
sniets sterkt zoozeer tegen de bekoringen, : ki
«niets spoort den mensch zoo krachtig aan ^ lu
»en helpt hem tevens tot elke goede in- hc sspanning en deugd als de genade van
^godsdienstige overweging.quot; vv(
15
Kn zou dan inzonderheid de dagelijksche overweging in de Meimaand, over liet leven van Maria, zonder vrucht, zonder verdiensten, zonder zegen zijn? Integendeel, zij zal al die uitwerkselen, welke de H. Ber-nardus aan de overweging in \'t algemeen toeschrijft, in de ruimste mate en in uitstekenden zin voortbrengen. Daarom zullen wij de verhevene voorrechten van genade, de schitterende deugden van Maria overwegen, d. i. bedaard, ernstig, godvruchtig nadenken over al het groote. wat God aan Maria gedaan, hoe Maria in de verschillende betrekkingen haai\'S levens daaraan beantwoord, nu deze dan gene deugd voor-treffelijk beoefend, en God daarom zijne getrouwe dienares hier met genade, ginds met onsterflijken luister gekroond heeft. Uit elke meditatie zullen wij.,trachten eene bepaalde en bijzondere vrucht te trekken, ons-zelven O]quot;) dat bepaalde punt aan Maria\'s voorbeeld te spiegelen tn nopens die bepaalde deugd, met berouw over onze afwijkingen, betere en krachtigere voornemens te maken voor de toekomst; alles, om ons krachtig op te wekken, Maria onze Moeder, lief ie hebben, op baar le vertrouwen cn baar na le volgen.
Wilt gij dan, lieve lezer, uit de overwegingen die volgen, groot nut trekken
16
voor uwe ziel, bedenk dan, wat gij vooral te behartigen hebt:
I. Vóór de. overweging ;
1° Keer in u-zelven.
\'2° Bid om verlichting van uw ver-lt;«• stand, om verteedering van uw
hart en volgzaamheid van uwen wil.
3° Stel u het onderwerp der overweging levendig voor den geest.
II. Gedurende de overweging:
1° Overdenk de bijzondere waarheden, die het onderwerp der meditatie uitmaken.
2° Pas ze op u-zelven toe.
3° Maak dienaangaande heilige en vaste en bepaalde voornemens.
III. Na de overweging:
lu Dank God en ook Maria voor alles, wat gij nu goeds en heilzaams hebt leeren inzien en erkennen.
2quot; Draag hun uwe goede voornemens op.
3° Bid Maria om hare voorspraak, opdat God u daarbij zegene.
Waarbij het tevens is aan te bevelen, zich na de overweging eene korte spreuk te herinneren, die op het gemaakte voornemen eenige betrekking heeft, en dikwerf door den dag het een of ander schiet-
17
gebed, ter volharding in \'t streven naar volmaaktheid, tot God oi\' Maria op te zenden.
Gebed vóór elke overweging.
Liefdevolle Jesus. heiligste Zoon van de beste der Moeders, vol berouw en leedwezen over de zonden, waardoor ik U ooit bedroefde, stel ik mij in uwe goddelijke tegenwoordigheid, om de verhevene genaden en deugden uwer allerheiligste Moeder te overwegen, mij aan haar voorbeeld te stichten en tot hare navolging op te wekken. O, verlicht dan, lieve Jesus! mijn verstand, om die heerlijke deugden te erkennen ; verteeder mijn hart, opdat het door liefde daartoe ontstoken worde ; beweeg mijn wil tot de heiligste en vaste voornemens en geef mij dan door uwe goddelijke genade kracht en sterkte om ze ten uitvoer te brengen. O Maria! mijne lieve Moeder, zegen, door uw machtigen invloed bij Jesus, de heilige voornemens, die ik koester, om U lief te hebben en na te volgen, opdat ik in leven en dood uwe moederlijke bescherming tot zaligheid mijner ziel ondervinden moge. Amen.
18
Gebed na elke overweging.
Ik dank U, barmhartige en goedertieren God! voor alle genade en verlichtingen, voor alle opwekkingen ten goede, die Gij mij in deze overweging verleend, voor alle goede voornemens, die 6ii mij hebt in \'t hart gestort. Ik bid U, door de voorbede der nooit volprezen Moedermaagd, geef mij kracht en genade, om de gebreken, die ik in mij ontdekt heb, te verbeteren, mijne goede voornemens te volbrengen, Maria\'s deugden na te volgen, om eens met haar in de eeuwige heerlijkheid te deelen. Amen,
OVEJiWEUlNdEN
VOOlt ELKKN !)Alt;; DEK HKOIAAN».
J. DAG.
Maria\'s onbevlekte ontvangenis.
Maria, Jesus\' liefste Moeder, is zonder erfemet ontvangen. Door een bijzondei\' en cenig voorrecht van den Almachtigen God, reeds in het eerste oogenblik van hare ontvangenis van alle smet der erfschuld vrij bewaard, kwam zij in staat van onschuld en heiligheid uit de handen haars Scheppers te voorschijn. Die staat van heiligheid, die volheid van genade beantwoordde aan de hooge waardigheid van Moeder Gods, waartoe zij was uitverkoren. Zij was heiliger dan de Engelen zeiven, wijl hare waardigheid haar ver hoven dezen verhief. Op haar vinden de woorden der H. Schrift hunne volle toepassing : Gij zijl (jehed schoon, en er is geene vlek in u ! Hoogl. IV. 7. Daarop wijzen al hare beeltenissen henen, inzonderheid de af heel-
20
ding hearer onbevlekte ontvangenis, die Maria voorstelt staande op den aardbol, waarom eene slang zich kronkelt, die een appel in den mond houdt, en wier kop zij met den eenen voet vertrapt, terwijl zij onder den anderen de maan heeft. Zij slaat cle oogen hemelwaarts en houdt de handen of wel tot een vurig gebed gevouwen of zij houdt in de rechter eene lelie, terwijl de linker op haar hart rust, of wel zij houdt beide handen naar beneden, waaruit stroomen van zegeningen neêrstralen, terwijl eene kroon van twaalf sterren haar hoofd siert, — alles om ons hare weergalooze reinheid en heiligheid voor te stellen ; hare weêrgalooze reinheid, eene reinheid haar alléén eigen onder alle kinderen van Eva. «Gelijk de ))lelie onder de doornen, zoo is die veelbeminde onder de dochteren.quot; (Hoogl. 11. 2.) «Volstrekt immers betaamde het, dat de Eeniggeborene, gelijk Hij in den Hemel een Vader had, dien de seraphijnen als den driewerf Heilige verheffen, zoo ook op aarde eene Moeder had, die nooit den glans der heiligheid heeft gederfd. »6een wonderquot;, zegt de H. Ambrosius, »dat Hij, de Heer, die de wereld zou verlossen, zijne werking met Maria begon, zoodat zij, door wie aan allen het heil werd bereid, zelve
21
eerst de vrucht des lieils uit den losprijs genoot«op Maria dan heeft Christus den ganschen prijs der verlossing toegepast.quot; (H. Bernardus). Van haar mag men dus zeggen: Vele (lodderen hebben zich schatten vergaderd, maar Gij hebt ze allen overtroffen. Hoe kon dit ook anders? Maria zou door haren goddelijken Zoon over alle menschen, over alle koren der zalige geesten verheven en als koningin des Hemels en der aarde gekroond worden. Nu ligt toch aan een goeden Zoon niets meer ter harte, dan de eer zijner moeder, Hoe kon dan Jesus, die de reinheid en heiligheid zelve is, toelaten, dat zij, die Hij tot zijn moeder had uitverkoren, uit wie Hij onze natuur zou aannemen, al was het ook maar een enkel oogenblik, eene slavin der zonden en des duivels zou geweest zijn ? Neen, dat nooit. Daarom heeft Jesus haar voor alle erfsmet vrij-be waard.
O hoe groot, hoe vol van genade, boven allen verheerlijkt is dus Maria! Hoe hoog vereert haar de drieëenige God door dit uitstekend en eenig voorrecht der onbevlekte ontvangenis, terwijl Hij daardoor tevens Hemel en aarde tot hare vereering uitnoodigt!
22
Maar hoc hob ik dan Maria tot hiertoe ver- Waai\' oenl ? .. I lob ik haar steedsrnjjn vertrouwen, mijne ■, liefde, mijne teederheid, mijne godsvrucht go- \'
wijd?... Heb ik mij wel altijd beijverd, om hare Oncle deugden, vooral hare weergaloozo reinheid en kuischheid, zooveel in mij is, na te volgen ?... Ü, dat vooral zal dan in deze sohoono Meimaand mijn eenigst streven zijn. Zoolang ik leef wil ik Maria vereeren, haar liefhebben, op haar mijn vertrouwen stellen, mij op de navolging barer deugden toeleggen.
Spreuk : Alles tol (jroolere oereerimj van Maria !
Schietgebed: O Maria, zonder erfsmet ontvangen, bid voor ons, die tot u onze toevlucht nemen !
G E B E 1).
O Maria, mijne lieve Moeder ! ik geloof met de gansehe H. Kerk, dat gij door een eenig voorrecht van Gods genade reeds in het eerste oogenblik uwer ontvangenis voor alle smet der erfschuld zijt vrij bewaard ; ik vereer U als de altijd reine en vlekkelooze, de schoonste, heiligste en volmaaktste onder alle Heiligen, door God boven allen uitverkoren, om de Moeder te worden van zijn goddelijken Zoon. O mocht ik, lieve Moeder! in die engelachtige reinheid U eenigszins gelijkvormig worden! Uit geheel mijne ziel betreur ik alle zonden, I
ziel
geva gans te ee opre en i
as
waardoor ik ooit de reinheid mijner ziel, de zuiverheid mijns harten bezoedeld heb. Onder uwe moederlijke bescherming maak ik heden het heiligste voornemen, om mijne ziel en mijn lichaam zuiver te bewaren, de gevaren van zonde te vluchten, U deze gansche maand kinderlijk en vertrouwvol te eeren, om door U geholpen, mijn Jesus oprecht lief te hebben, getrouw te dienen en mijne zaligheid te bewerken. Amen.
II. DAG.
Geboorte van IViaria.
Maria is geboren. — Met welk eene vervoering der zaligste vreugde zullen de Engelen des Hemels die geboorte wel be-i groet hebben, de geboorte van haar, die de Moeder des Verlossers^ de Koningin van He-j mei en aarde zijn zou ! Immers met Maria\'s | geboorte zagen zij al die verheerlijking te ge-moet, welke door haar en door hare tusschen-komst aan hun God en Schepper zou worden gegeven. Zij zagen in de verloste Moeder den Verlosser en zijne verlosten. Zij zagen de zonde geboet, den dood ver-; wonnen, den vorst dezer wereld veroordeeld, het rijk Gods komen op deze aarde. Zij zagen die van genade blinkende Maagd
24
onze aarde, in alle duisternis verzonken, intredende als een rijzende dageraad, scboon als de maan, uitgelezen als de zon, verschrikkelijk voor den vijand als eene welgeordende heirsehare! (Hoogl. VI. 9).
Maria\'s geboorte, de vreugde der Engelen, is ook de vreugde der gansche aarde. Zij is de dageraad van ons geluk, het begin onzer verlossing. Nu zal de duisternis van dwaling en afgoderij worden verdreven, bet heerlijkst licht der waarheid zal doorbreken, de macht van Satan verbroken, de wereld met God verzoend, het Eijk van genade en zegen op aarde gesticht worden. O kinderen der menschen, geeft Ü dus over aan de levendigste vreugde bij de geboorte van Maria ; want ongehoorde wonderen zal de Hemel voor U gaan uitwerken. Uw verlossing is nabij.
Maar die geboorte van Maria, wat was zij ook eene onschatbare hemelgave voor Joachim en Anna! Welk een kostbaren schat vertrouwde God in Maria aan die vrome ouderen toe ! O, dat aanminnig kind, klein, onaanzienlijk misschien voor de oogen der menschen, hoe groot en kostbaar is \'t niet in de oogen van God 1 Zij is onschuldig, vlekkeloos, heilig, tot de hoogste waardigheid, die op aarde denkbaar is, geroepen O met hoeveel liefde, eer-
25
bied en teederheid namen Joachim en Anna dit kind niet. op de armen ? Hoeveel moeite en opofteringen hebben zij zich niet getroost, hoeveel rustelooze zorgen niet aangewend, hoezeer waren zij er immer niet eenig en alleen op bedacht, om dat kind, door God hun geschonken, ook voor God te bewaren, te volmaken, te heiligen ?
O, hoezeer treft mij het gezicht van dit beminnelijk kind, wanneer ik mij daarbij mijne dierbare ouders voorstel, aan wie ik eenmaal door Gods vaderlijke goedheid werd toevertrouwd, Ook zij zagen in mij een geschenk des Hemels, en namen mij toen inzonderheid als zoodanig met heilige liefde en eerbied op, toen ik door de watereu des Doopsels herboren, onschuldig, rein, heilig, als kind van God en erfgenaam des Hemels aan hunne dankbare vreugde werd weergegeven. 0, hoe kostbaar is een gedoopt kind in de armen van vrome, christelijke ouders! Immers, waartoe is dit kind niet geroepen, wat is niet zijne verhevene en heerlijke bestemming? Als kind van God zal de Christen trachten volmaakt te worden, zooals de hemelsehe Vader volmaakt is, en daardoor eens in liet eeuwig Vaderhuis des Hemels binnengaan.
26
Ach 1 heb ik tot hiertoe de groote genade van het H. Doopsel, dat groote geluk van kind Gods en erfgenaam des Hemels te zijn, wel naar waarde geschat ?.. . Leefde ik steeds als kind der « Kerk gehoorzaam aan hare voorschriften, vol gehechtheid en liefde aan die beste der moederen\'!... Ben ik steeds dankbaar aan God voor die groote genade, van tot het ware geloof geroepen te zijn ? . . . Beantwoordde mijn levenswandel immer aan mijne verhevene bestemming?... . Ja, voortaan o mijn God, wil ik, getrouw aan mijne verhevene roeping, in onschuld en heiligheid des levens wandelen, slechts U dienen, LJ behagen, de H. Kerk met onwrikbare liefde en trouw aanhangen en zalig worden.
Spreuk. Tot iets hoogers ben ik geschapen, clan om een slaaf der wereld en der zonde te zijn. God is mijn Vader, de Hemel mijn erfdeel I
Schietgebed. 0 Maria! bid voor mij, dat ik toch niet verloren ga.
G E B E D.
0 Maria! met de Engelen des Hemels, met de gansche H. Kerk verheug ik mij in uwe heilaanbrengende geboorte, die de dageraad onzer verlossing geweest is. Ik dank God voor al de genade en voorrechten, waarmede Hij u reeds voor en bij de geboorte versierde, en dat Hij ook mij zoo spoedig reeds na de geboorte in
27
de wateren des Doopsels afgewasschen en geheiligd, tot kind der Kerk en erfgenaam van liet rijk des Hemels heeft aangenomen. Eéne gedachte, ééne vrees slechts beangstigt mij, dat ik den kostbaren schat, der heiligmakende genade nog weêr ooit zou kunnen verliezen. Ach ! liever wil ik den dood sterven, liever alles verliezen dan de vriendschap, de liefde van mijnen God. In dien angst neem ik daarom tot uwe machtige bescherming mijne toevlucht, beveel ik mij met ziel en lichaam u aan. 0, wend toch alle gevaren van mij af, die mij dien grootsten allsr schatten zouden kunnen doen verliezen ; versterk mij in den strijd tegen myne vijanden, die mij daarvan willen berooven, bewaar in mij eene heilzame vreeze en voortdurende waakzaamheid, doe mij volharden in \'t gebed en in uwe kinderlijke liefde en vereering, opdat ik het kindschap Gods nimmer verlieze, maar waardig worde eenmaal in den Hemel mijn eeuwig erfdeel in bezit te nemen. Amen.
IIL DAG.
Naam van Maria.
En de naam der Maagd was Maria, zoo schrijft de H. Evangelist Lucas 1. 27.
28
Maar wie beschrijft ons, wat de geest van dien heiligen man Gods gedacht, wat zijn hart gevoeld heeft, toen hij dien heiligen naam Maria neerschreef? Hoe vol van be-teekenis is die gezegende naam! Hij duidt zoo kort en schoon al hare voortreffelijkheden in genade en in deugd, geheel het leven dezer onovertroffen Maagd aan. Hij spreekt het uit, wat zij was en is en in eeuwigheid zijn zal. Maria beteekent immers ster. O, die beteekenis alleen levert ons stof tot de schoonste en heerlijkste overwegingen. Maria eene ster! Ja, dat was, dat is immer Maria : zoo hoog verheven als de sterren wegens hare waardigheid van Moeder Gods, zoo heerlijk stralend in schitterglans als de sterren door hare deugden, zoo zeker en veilig ons leidend en voorlichtend, als de sterren, op het pad door Gods heiligen wil ons afgebakend. Ja, zij is een heerlijk licht, een schitterend voorbeeld. Daarom verkozen alle Heiligen haar tot leidsvrouw, noemden allen haar hunne Koningin 1 En wie kan alle andere namen en eeretitels van Maria optellen, waardoor de naam Maria immer treffender nog verklaard werd? Nu eens noemt men Maria : Moeder Gods, dan eens : Maagd der Maagden, dan : Spiegel der gerechtigheid. dan : Zetel der wijsheid, dan weer:
20
Guldenhuis, Ark des Verbonds, Beur des Hemels, kortom, in alle betrekkingen baars levens kreeg Maria bare eeretiteis, die, als de stralen der sterren, boe langer zij schijnen des te helderder lichtglans verbreiden.
Ook ik draag een naam, die hoog verheven is, den naam van Christen. Die naam is vol van beteekenis. Hij zegt mij, wat ik ben en in alle betrekkingen mijns levens zijn moet : verloste, leerling, volgeling van Jezus Christus.
Heb ik dien verheven naam immer met eero gedragen ? .. . Welk zijn mijne bijnamen en eeretiteis. die ik door mijn gedrag mij verworven heb\'? . . . Was ik, als Christus mijn Meester, vol ijver voor de glorie Gods\'?.., zachtmoedig en ootmoedig v.in harte ? . .. geduldig in kruis en lijden, in smaad en vervolging? .. liefdevol en weldadig jegens den evenmensch ? ... kuiseh en zedig in woorden en daden. overal een geur van deugden en goede werken van mij gevende?. . . Helaas! hoeveel stof tot berouw en tranen! Waartoe zal dus de naam van Chfiüen mij van nu ai\' aan krachtig aansporen \'?
Spreuk. Wijl ik Christen ben, wil ik ook als Christen leven.
Schietfjehed, 0 Maria verwerf door uwe voorbede mij de genade, dat ik, naar t voorbeeld van uw goddelijken Zoon en van U, ook mijn licht voor de menschen late schijnen en een goeden geur van deugden van mij geve.
30
G E li E ü.
O Maria! na den naam van Jezus is er geen zoeter, krachtiger, heiliger en heilzamer naam dan de uwe. Gij wordt Heerscheresse genoemd, want Jesus zelf, alle Engelen en Heiligen en millioenen van Christenen gehoorzamen u en brengen u hunne hulde. O Maria ! heerseh over mij en al het mijne, voor eeuwig wijd ik mg met geheel mijne ziel aan uwe heilige dienst toe. •— Gij heet zeestar. Ik wil op de zee dezer wereld door storm en onweêr geslingerd geen oogenblik mijne oogen van uw helderen glans afwenden. Als de stormen der bekoringen mij naderen, ais ik op de klippen van lijden en kwelling stoot, dan wil ik opzien naar die sterre en u, Maria ! aanroepen. In gevaren, in nood, in angst en wederwaardigheden, in smaad en vervolging zal ik uwen zoeten naam : Maria ! aanroepen. Nimmer zal hij van mijn mond of uit mijn hart wijken. O Maria ! wees mij op mijn levenspad een helderlichtende ster, een toevluchtsoord, een machtige hulp en bijstand Uw naam beteekent eindelijk ook bedroefde, als de moeder van smarten en de troosteres tevens aller bedrukten. O wees dus mijn troost in lijden, mijne op-
31
beuring in smarten, mijne sterkte in den strijd, opdat ik hier met Jesus en U geduldig lijdende, eens eeuwig in den Hemel mag verheerlijkt worden. Amen.
IV. DAG.
Opoffering van Maria in den Tempel.
Maria werd door hare vrome ouders aan den goeden God opgedragen O, die brave ouders! Zij bezitten slechts een eenig kind, en dat kind wijden zij den Heer toe. Dit offer brengt ook Maria zelve, zoodra zij in staat is, om de be-teekenis daarvan te begrijpen. Reeds in de prilste jeugd wijdt zij uit vrije liefde geheel haar leven aan den dienst van God. Zie dat jeugdig kind, verrukkelijk aanminnig ! als in een licht treedt het van de menschen uit, uit het ouderlijk huis naar Gods tempel heen, om in zijne voorhoven te gaan wonen, en hare ziel verzucht: »Hoe liefelijk zijn uwe woontenten, lieer «der legerscharen ! mijne ziel verlangt en «versmacht naar de voorhoven des Heeren... «Uwe altaren ! o mijn Koning en mijn God ! «Welzalig die in uw huis wonen, Heer ! »in de eeuwen der eeuwen zullen zij ü «loven !quot; (Ps. 83). O gelukkig kind! Zoo
vroeg reeds mocbt dan dit bevoorrecht schepsel zich geheel den Schepper toewijden, om Hein gedurende geheel haar leven, en altijd met steeds grooter heiligheid en volmaaktheid te dienen ! Ach hoe jammer is \'t toch, dat wij ook slechts een enkel oogen-blik aan den dienst van God onttrekken, van God, wien te. dienen, heerschen is! Al den tijd, waarin gij aan of over God niet gedacht hebt, beschouw dien voor u als verloren, zegt de H. Barnardus. Hoe kostbaar is niet de tijd in \'t algemeen, maar in \'t bijzonder de tijd der jeugd. Dat is de zaaitijd. Wat de mensch zaait, zal hij ook maaien. De tijd is zooveel waard als God zelf, zegt dezelfde H. Eernardus, wijl in den wel besteden tijd het bezit van God verworven wordt. Den weg, welken men in zijne jeugd heeft ingeslagen, daarvan zal iemand ouder geworden zijnde ook niet afwijken. Spreuk. XXII. 6.
Hoe maakte ik mij den rijd mijner kindsheid en vau mijne jeugd ten nutte?.\'.. Was \'t iet hiertoe mijn lust, om God te dienen. Wijdde ik Hem de schoonste jaren mijns levens ? ., . Of moet ik misschien met smart en leedgevoel op mijne vroegere jaren terugblikken? . . . Moet ik misschien treurig terugzien op vele uren, dagen en jaren en klagend uitroepen : zij zijn verleren! ... Niets is koslbaordcr. zegt nog de II. Bornardus, dan de tijd. En dat woord zal ik
33
lieden en dikwerf in mijn leven tot leering en opwekking tevens herhalen.
Spreuk. Niets is kostbaarder dan de tijd.
Schietgebed. 0 Maria! leer mij toch de waarde van den tijd erkennen, opdat ik dien steeds nuttig bestede.
GEBED.
O Maria, mijne lieve Moeder, die u reeds van de prilste jeugd onherroepelijk aan den dienst van God hebt toegewijd, naar uw voorbeeld wil ik mij zeiven met alles wat ik ben en wat ik heb volgaarne den Heer onzen God ien offer wijden. Reeds in het H. Doopsel heb ik Hem eeuwige liefde en trouw gezworen en die belofte sedert dikwerf hernieuwd. Draag gij mij nog vandaag opnieuw aan den Drieëenigen God op en verkrijg mij de genade, om Hem door een levendig geloof, vertrouwvolle hoop en vurige liefde aan te hangen en te dienen alle dagen van mijn leven. Maar neem mij daarbij tevens op onder \'t getal uwer toegewijde dienaren en dienaressen, die steeds uwe moederlijke bescherming ondervinden. Ach! ik betreur het, dat ik tot hiertoe den kostbaren tijd mijns levens zoo slecht besteed, niet geheel in den dienst van den lieven Jesus en van
2*
34
u, goede Moeder ! heb doorgebracht. Onder uwe bescherming en door uwe machtige voorbede geholpen, zal daaraan voortaan geheel mijn leven zijn toegewijd. Voor den Hemel, voor u, voor God wil ik leven en sterven. Amen.
V. DAG.
Jeugd van Maria.
Ileer ! wal wilt Gij, dat ik doen zal ? — zoo bad Maria, zoo was zij voortdurend in den tempel in gebed en overweging verslonden, in dat tijdperk haars levens, dat vooral over hare toekomst moest beslissen. Niet, zij zelve, maar God zou bepalen, welken bijzonderen levensweg zij te verkiezen had. Zij erkende den wil Gods, die haar tot de hoogste volmaaktheid riep. Daarhenen was dan ook al haar streven gericht. Zij vermijdtalles, wat haar in \'t streven naar volmaaktheid, kon hinderen en grijpt alle middelen ter zaligheid aan. Door engelachtige reinheid, door maagdelijke kuischheid aan God verbonden vlucht zij de wereld, veracht zij hare goederen, wil zij van hare eer en vreugde niets weten en leefde zij afgezonderd in gebed en overweging en de beoefening van alle deugden. Zoo vormde
en bereidde Maria zicli voor tot die hooge waardigheid, waartoe zij door God was uitverkoren. — En ik, koos ik ook den staat mijns levens onder biddend navorsehen naaiden heiligen wil Gods ? Als ieder mensch ben ook ik tot iets groots geroepen : ik moet zalig en heilig worden. Maar welke stand is door God mij bijzonder aangewezen, waarin ik mijne zaligheid \'t best zal bewerken ? Ziedaar gewichtige levensvragen, die onze ernstige overweging verdienen.
Was mijne jeugd zoo vol geloof en godsvrucht en deugd, dat zij eene geschikte voorbereiding kon zijn voor den staat mijns levens ?. .. Bad ik (iod vurig om verlichting cn genade ? . . . Heb ik de verschillende levensstaten slechts met die bedoeling onderzocht, opdat ik met meer zekerheid dien staat zou kiezen, waarin ik \'t beste aan Gods wil beantwoorden en het zekerst mijn heil bewerken zou?... Leef ik thans overeenkomstig mijne roeping, naar den staat, waarin God mij geplaatst heeft, of waartoe ik met zijne hulp hoop te komen?.,. Zoo niet, o Uod vergiffenis en ontferming ! voortaan wil ik slechts uw wil volbrengen.
Spreuk. Gods wil geschiede!
Schietgebed. Laat mij, o Heer! uw wil kennen en zoodra ik dien erken, hem ge-reedelijk volbrengen.
GEBED,
O Maria ! die den schoonsten tijd des
levens volhardend in den Tempel in gebed en overweging, in de innigste vereeniging met God hebt doorgebracht, ik biel U, vraag God voor mij om vergiffenis voor de vele misstappen mijner jeugd, waardoor ik God bedroefd en mij voor mijn levensstaat zoo slecht heb voorbereid. Bid uw lieven Zoon voor mij, dat ik alleen met het oog op mijn eeuwig geluk dien staat kieze. waarin Hij wil, dat ik Hem mijn gansche leven zal dienen, of dien reeds gekozen hebbende, van nu af aan waardig, heilig, volgens zijn aanbiddelijken wil beleve. Bid voor mij, dat ik bij al mijn doen en laten voortaan niets anders beooge, dan God te dienen, TJ na te volgen en mijne heerlijke bestemming, de eeuwige zaligheid, te bereiken. Amen
VI. DAG,
Verioving van iVlana.
Maria en Joseph, welke toonbeelden van heiligheid en lievelingen Gods, in wier daden en leven, ■— als de heerlijkste bloemen in een schoon en lusthof, — de schitterendste deugden bloeiden ! God zelf had die beiden verbonden ; dat was eene ver-Lintenis van hemelschen aard. Maria zou
den Zoon des Allerlioogsten van den Heiligen Geest ontvangen ; maar volgens den heiligen wil Gods zou dit aanbiddings waardig geheim niet zoo terstond bekend worden, wijl de aardsgezinde menschen het nog niet begrepen, ja, zij zouden de maagdelijke Moeder des Heilands gelasterd en vervolgd hebben. Daarom weet ?ijne goddelijke wijsheid het zoo te leiden, dat Josejjh tot bescherming van Maria en van haar goddelijk kind zich aan haar verlooft. Gods Engelen zien met verrukking op die verbintenis neder, terwijl God zelf daaraan in de rijkste volheid zijn zegen schenkt. O aanbiddenswaardige wijsheid Gods ! hoe wondervol voert gij de menschen samen !
Heb ik dat wel ooit recht bedacht ?... Zocht ik hot verkeer n et de menschen steeds met zoo heilige bedoeling, als Maria en Joseph . Was mijn wandel, mijn omgang steeds zoo onschuldig, /00 rein, zoo heilig?... Lot ik bij de keuzo mijner vrienden vooral op braafheid en deugd? .. Is mijne vriendschap stichtend en nuttig ol misschien gevaarlijk en heilloos 7 ... lien ik voor allen, die met mij verkeereu, tot bescherming en steun, evenals Joseph voor de Bruid des JJe-mels ? . . V oortaan, o mjjn God ! zal mijne vriendschap stichtend, heilig, U welgevallig zijn.
Spreuk. Allen ten heil, niemand tot aanstoot!
Schietgebed. O Maria en Joseph, beschermt nnjenbidt uwengeestook over oaij af.
ns
GE BED.
O Maria, kuische en vlekkelooze Moeder, die in uwe verloving door Gods Vaderlijke Voorzienigheid aan de teedere bescherming en verzorging van den if. Joseph zijt toevertrouwd ; ik bid u, verkrijg voor mij, dat ik in mijne vriendschap steeds de bevordering der deugd betrachte, dat ik met een hartelijk berouw over mijne ongeregelde gehechtheid aan gevaarlijke en slechte vrienden, voortaan in al mijn omgang steeds stichtend, heilig en zuiver wandele, alle gevaarlijke gezelschappen en lichtzinnige personen ontvluchte en in eene bovennatuurlijke en heilige liefde tot den evenjnensch IJ en uwen goddelijken Zoon behagen moge. Amen.
VII. DAG.
Boodschap des Engels aan Maria.
Wat hemelsch schouwspel ontwikkelt zich daar voor onze oogen m Maria\'s nederige woning te Nazareth, wat ongekende woorden treffen daar ons oor ? Maria, de reinste der maagden bidt, en daar verschijnt haar een Engel des Hemels, een gezant Gods, die haar begroet met de
30
woorden: oWees gegroet, gij vol van ge-»nade ; de Heer is met u, gezegend zijt »gij onder de vrouwen.quot; Is er grooter lofspraak voor Maria denkbaar ! Een engel noemt haar vol van genade ; van eeuwigheid is zij uitverkoren tot de volheid der genade, die reeds gebleken is in hare onbevlekte ontvangenis, die in haar uitschijnt door het bezit der deugden, welke de H. Geest in haar instortte, en die zij zelve aanhoudend vermeerderde; vol van genade inzonderheid, als voorbestemd, om de Moeder Gods, de Moeder des Verlossers te wezen. De lieer is met U in den volsten zin des woords, bij uitnemendheid, met u: door zijne kracht, zijne liefde, zijne bescherming en bevoorrechting. Gezegend zijt gij onder de vrou wen, bij uitstek gezegend, boven alle andere met alle zegeningen van genaden, gunsten en voorrechten overladen. Een Engel des Hemels kondigt baar aan, dat zij in de eeuwige raadsbesluiten des heroelschen Vaders is uitverkoren, om moeder te worden van zijn eeniggeboren Zoon, dien zij Jezus, redder, verlosser zal noemen. Maria ontstelt bij dat gezicht, bij die boodschap, maar van Gods wege gerust gesteld, geeft zij ter liefde van God en van de; menschheid dat verheven antwoord : ))Zie de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar
10
uw woord !\'\' 0 machtig en wondervol woord, Itet geschiade ! Op dut woord wordt Gods Zoon menscb, wordt bet eeuwig Woord vleesch, wordt Maria de moeder van den Heiland der wereld.
Wat wonderen van liefde verbazen bier gebeel mijne ziel! De Vader geeft zijn eenigen Zoon, Maria onderwerpt zieb aan den wil des Vaders en de Zoon Gods wordt menscb, wordt gehoorzaam tot — aan den dood des kruises ! Alles, alles geschiedt echter slechts ter liefde van de zondige nienschbeid, ter liefde van mij ! O, thans begrijp ik de woorden van Jezus; ))Zoo szeer heeft God de wereld bemind, dat »Hij zijn eenigen Zoon niet gespaard beeft, smaar Hem voor ons allen heeft overge-sleverd!quot; en ik, die met eene eeuwige liefde door God bemind werd, ik zelf beminde zoo weinig ! .... beminde zoo laat! —
Uegrijp ik in dit geheim do voorzichtigheid van Maria, — zij ontstelde, — hare nederigheid en hare liefde voor de maagdelijke reinheid ?... Besef ik vooral de eeuwige liefde des Vaders, die zijn eenigen Zoon het mensehelijk vleesch laat aannemen, om te lijden en te sterven ter verlossing van den zondigen raensch ?... En zou ik die eeuwige liefde niet met dankbare wederliefde vergelden?... Zou ik mijn Jesus niet lief-liebben. die zioh voor mij zoo diep vernederde, dat Hij inensch, dat Hij slaaf werd, om mij tot God, tot den Hemel op te voeren ?....
11
Spreuk. God is liefde en zou de liefde dan niet bemind worden !
Schietgebed. Maria, bid toch liefde, vurige liefde voor mij af!
GEBED.
Heb dank, o God, eeuwigen dank, dat Gij op de ellende van uw volk hebt neergezien, U over ons ontfermd, en uw eeni-gen Zoon de menschelijke natuur hebt doen aannemen om ons te redden en te verlossen. Eer en lof zij u, allerheiligste Maagd ! wijl gij door uwe gehoorzaamheid, door uwe liefde tot God en de mensehen ons eene tweede Eva, eene ware moeder der levenden geworden zijt. Bid toch voor mij, dat ik aan de eeuwige liefde Gods, die in dit groote geheim doorstraalt, door een levendig geloof, kinderlijk vertrouwen en standvastige en vurige liefde beantwoorde ; dat ik uw diepen ootmoed, uwe heilige voorzichtigheid, uwe liefde voor de kuisehheid en volledige overgeving in den aanbidde-lijken wil van God navolge, opdat ik de vruchten der verlossing overvloedig in mij gewaar worde. Amen,
VUT. DAG.
Bezoek van Maria bij hare nicht Elisabeth.
Het grootste wonder van Gods ontferming over het menschdom had reeds een begin genomen, toen Maria op de boodschap des Engels had geantwoord: Mij geschiede naar uw woord ! Maria kende al de gevolgen van dit veelbeteekenend woord en wist, dat zij als Moeder des Verlossers een groot aandeel zou hebben aan zijn lijden en sterven. Maar zij beminde haren God oprecht en voor de liefde valt niets te zwaar. De ware liefde tot God denkt immer : alles voor God ! en handelt daarnaar ook dan, wanneer er groote, zeergroote offers gevraagd worden. En hier trad met de liefde tot God ook de liefde tot den naaste samen. Het was toch der allerheiligste Maagd niet onbekend, waarnaar geheel het menschdom zoo reikhalzend verlangde. Toen zij dus uit den mond des Engels het woord Jesus, Verlosser hoorde, die haar Zoon zou worden, toen doorgloeide, methetoogop den zegen der redding van geheel het men-schelijk geslacht, de liefde voor dien Verlosser zoo vurig hare ziel, dat zij oogen-blikkelijk en met vreugde uitriep: »mij
43
geschiede naar uw ivoonl! En nauwelijks heeft zij den Heiland der wereld ontvangen, of andermaal uit heilige naastenliefde snelt zij over het gebergte naar Hebron, om Elisabeth en Zaeharias en zelfs den H. Joannes in haar geluk, in hare vreugde en ook in hare begenadiging te doen deelen.
En zie, nauwelijks had zij hare nicht begroet, of Elisabeth, ingelicht van omhoog, riep in vervoering uit; «gezegend zijt gij »onder de vrouwen en gezegend is de vrucht «uws lichaams. En van waar komt mij dat »geluk, dat de moeder des Heeren tot mij «komt ? Want zie, zoodra de stem van uwen »groet in mijne ooren klonk, sprong het kind «in vreugde op in mijnen schoot; en zalig «gij die geloofd hebt; want vervuld zal het «worden, wat u gezegd is van den Heer.quot; Zoo werd Moeder en Zoon, Elisabeth en Joannes bij de komst van Maria geheiligd en van den H. Geest vervuld. Zoo beoefende Maria dus bij het bezoek van hare nicht een verheven werk van naastenliefde. Zoo is de liefde tot God en den naaste steeds innig met elkander verbonden.
lloo was \'t steeds, hoe is \'t nog met mijne naastenliefde gesteld?... Lien ik altjjd bereid en wel uit liooger brgiusel. namelijk om God, den even-mensch met woord en daad naar mijn best vermogen te helpen?... Tracht ik overal, evenals Maria in liet huis van Zaeharias. zegen on heil te vei-
44
spreiden, overal wel te doen. te raden, te troosten ?.. Wat wenseht, wat voelt mijn hart, wanneer het mij beter dan anderen, of omgekeerd andoren beter dan mij gaat ?... Wat zegt dan mijn mond ? .. . Wat toonen dan mijne daden ? .. . —
Spreuk. Bemin God boven alles en den naaste als u-zelven.
Schietgehed. O Maria, verwerf mij ware liefde tot God en den evenmensch.
G E B E I).
0 ! Maria, die door bet bezoek aan uwe niebt Elisabeth heil en zegen en genade in het huis van Zacharias hebt aangebracht, zoodat de H. Joannes de Dooper reeds in den schoot zijner moeder geheiligd werd ; o, verwerf mij toch door uwe machtige voorspraak eene ware en oprechte liefde tot den e\\nenmensch, dat ik immer bereid zij den droevige te troosten, den ongelukkige te helpen, den onwetende te leeren, den twijfelmoedige goeden raad te geven, overal blijdschap, vreugde, geluk en zegen te verspreiden ; verwijder van mij alle gevoel van liefdeloosheid, van nijd en afgunst jegens den naaste, en dat alles om u, rcu\'ne lieve Moeder en uw goddelijken Zoon te behagen, om Hem mijne liefde te toonen en te verheerlijken met de zoele hoop van Hem eens eeuwig te bezitten. Amen,
45
IX. DAG.
Reis van Maria naar Bethlehem.
Van hare nicht Elisabeth naar Nazareth teruggekeerd bleet\' Maria in de beoefening van alle deugden de geboorte van haar goddelijk kind afwachten. Die tijd naderde reeds met rassche schreden, en zie, daar ging een bevel uit van Keizer Augustus tot eene algemeene volkstelling, waartoe ieder zich in de plaats zijner afkomst moest laten opschrijven. Het statnoord van Maria en Joseph, haar maagdelijken Bruidegom, was Bethlehem, de stad Davids, van wien beiden afstamden. Hoevele verschooningen zou Maria niet hebben kunnen inbrengen tegen eene zoo moeilijke reis? Maar zij weet, dat alle macht van God komt en erkent daarom in het bevel des Keizers den heiligen wil Gods, wiens wil te volbrengen haar lust en leven was. In die heilige gehoorzaamheid begeeft zij zich op reis en of het jaargetijde ongunstig, de afstand ver, de weg moeilijk, de bezwaren groot zijn, zij verdraagt alles gaarne en met vreugde ter wille der heilige gehoorzaamheid. En zie : hier, te Bethlehem baarde zij haren goddelijken Zoon ; hier schonk zij het le-
46
ven aan Dengene, die leven geel\'t aan al wat ademt; hier daalde de Hemel als \'t ware op aarde neder ; hier werd God mensch; hier deed zij dus eene der grootste voorzeggingen des Ouden Verbonds in vervulling gaan, dat namelijk de Heiland der wereld te Bethlehem zou geboren worden. Zoo draagt de heilige gehoorzaamheid immer zoete vruchten voor het tijdelijk en eeuwig leven ; maar de ongehoorzaamheid is de troebele bron van alle ongeluk, want zonder gehoorzaamheid geen zegen.
lieb ik lt;Ie gehoorzaamheid wel immer beoefend?.. . Was ik steeds met eerbied, met liefde, met vreugde onderdanig aan mijne ouders, aan mijne geestelijke en wereldlijke overheden?... Zag ik in hunne bevelen en voorschriften wel altijd den heiligen wil van God ? .. . Hoeveel heb ik misschien op dit punt te betreuren, hoeveel te verbeteren voor de toekomst ? .. .
Spreuk. Spreek, Heer ! uw dienaar hoort.
Schietgebed. O Maria, bid voor mij om den geest eener kinderlijke gehoorzaamheid.
G E B E D.
O Maria! die, om in het gebod dei-oversten den wil des Vaders te volbrengen, u zonder bedenken de moeilijkste en lastigste reis getroost hebt, verwerf voor mij de genade, om steeds met heilige nauw-
47
gezetheid de geboden van God en van de 11. Kerk te vervullen. Geef dat ik in den wil mijner ouders en oversten steeds den heiligen wil van God erkenne en mi) daaraan ootmoedig, uit liefde en gehoov-zaamheid aan God onderwerpe; dat ik in alles, wat mij overkomt zijne goddelijke beschikking of toelating bescbouwe, en mijn wil volmaakt met den zijne vereenige. Offer aan God mijne bereidvaardigheid op, om aan Hem in alles onderworpen te zijn en verwerf mij de genade, om al mijne gedachten, woorden en werken naar Gods wet in te richten en met al mijn doen en laten, in mijn lijden en mijne ontmoetingen Hem steeds het offer mijner algeheele onderwerping te brengen. Amen.
X. DAG.
Geboorte van Christus.
Maria heeft den Verlosser der wereld, de verwachting der volken, den Koning der Koningen gebaard, maar niet in een paleis, niet van schitterenden glans en den rijkdom dezer wereld omgeven, maar in de diepste armoede. Een stal is de plaats zijner geboorte, eene kribbe de eenigste legerstede, waarin zij haar goddelijk Kind
48
kon neêrleggen, arme windsels zijn het eenige, wat zij heeft, om zijne teedere ledematen te bedekken. Maar geene klacht komt van hare lippen, geene pijnlijke zuchten ontschieten aan heur hart, dat zich te midden dier armoede over rijk ongelukkig gevoelt; te meer, daar de Engelen des Hemels luide den lof zingen van haar goddelijk Kind: «Glorie aan God in den allerhoogste en vrede op aarde den men-schen van goeden wille!quot; Moet zij dan al de goederen dezer aarde derven, zij bezit toch haren God en floilcmd en met Hem alles ! O hoe dikwerf kan men bij de armoede zulken rijkdom aantreffen? En toch dat is rijkdom, dat is waar geluk, als men zijn God en Heiland mag bezitten ; maar daar is armoede, daar is waarlijk ongeluk, waar men zonder God, zonder den godde-lijken Heiland leeft. Hoe dikwerf toch is de rijkdom dezer wereld niet oorzaak van die geestelijke armoede, van dat wezenlijk ongeluk, terwijl daarentegen de armen dezer wereld dikwerf rijk voor God zijn 1 Immers de Heiland zelf prijst de armen zalig en roept een vreeselijk wee over de rijken af, die hun hart aan de goederen dezer aarde gehecht houden.
Wat ben ik ?... Arm voor do wereld en rijk voor (iod ? .. . ol\' rijk misschien voor de wereld
40
on arm voor God?... Is mijn liart inderdaad ontlieolit aan de aardsche goederen ?.. . los van liet vergankelijke?... van eer en aanzien, van den lof en do toejuicliingen dor inenschen, van gold en goed, van de vreugde en vermaken dezer wereld, zoodanig dat bij mji altijd en over al God boven alles gaat?... Zoo niet, onthechten wij ons dan, naar \'t voorbeeld van Maria, aan al het vergankelijke, om al onzen rijkdom alléén in (iod !e stellen.
Spreuk. O mijn God en mijn al!
Schietgebed. O Maria, verwerf mij de onthechting van het aardsche, om alleen naar het hemelsche te haken.
G E li E D.
O Maria, die uw goddehjken Zoon in de grootste armoede gebaard hebt, maar in \'t bezit van Jesus u-zelve allerrijkst en gelukkig gevoeldet, verwerf mij van God de genade, dat mijn hart nimmer aan de aardsche goederen gehecht, dat ik in mijn staat volkomen tevreden zij en de goederen dezer aarde immer gebruike volgens den heiligen wil Gods ; verwerf mij door uwe voorbede, dat wat ik heb, mij genoegzaam, dat ik met het verdiende spaarzaam en met mijn overvloed milddadig en gul zij ; verwerf mij liefde voor de eenvoudigheid, verachting van opschik en weelde. Bewaar mij voor al te groote nn nutte-
50
looze zorg voor hel tijdelijke en verkrijg mij een onwrikbaar vertrouwen op God. O Maria, eenmaal arm en verborgen voelde wereld, maar nu rijk en hoog vereerd in den Hemel, geef mij deel aan den overvloed uwer genadeschatten, verkrijg mij Gods liefde en genade, dan ben ik rijk genoeg en verlang niets meer op aarde.
XI. DAG.
De H. drie Koningen.
Welk eene vreugde moet het moederhart van Maria niet gevoeld hebben, toen zij de vrome herders voor de kribbe des Zaligmakers zag neerknielen, om Hem het offer hunner liefde en aanbidding te brengen ! Maar hooger nog steeg de vreugde haars harten, toen groote, machtige, rijke en geleerde mannen uit het verre Oosten kwamen, om hunne knieën te buigen voorden Verlosser der wereld, om in dit feeder wicht den goddelijken Heiland te aanbidden en alles, wat zij edels en schoons hadden. Hem op te offeren. Voorzeker groot waren de offers, die de drie wijzen hadden moeten brengen, om zóóver te geraken. Zij hadden hun vaderland, hunne haardsteden, hunne bloedverwanten en vrienden, alles, wat hun dierbaar was, moeten verlaten, zich alle
51
moeilijkheden en lijden van eene lastige en onzekere reis op onbekende wegen moeten getroosten, zonder te weten, waarheen de ster hen geleiden, waar de eindpaal van hun pelgrimstocht zijn zou, en toen zij eindelijk te Bethlehem aankwamen, vinden zij in een dierenstal een am kind in doeken gewikkeld op stroo in eene kribbe en daarbij eene niet minder arme moeder. O goddelijk geloof der Wijzen! In dat arm kind erkennen en aanbidden zij den Heer van Hemel en aarde, zij openen hunne schatten, offeren Hem goud, wierook en myrrhe, om Hem als waar-achtigen Koning, als God en mensch te huldigen en wijden zich-zelven met al het hunne onherroejjelijk aan den dienst des Heeren toe, al te gelukkig, dat zij Bethlehem bereikt en Jesus gevonden hebben. Ja, dat waren waarlijk Wijzen, die begrepen, alles te moeten opofferen, om alles, om Jesus te winnen; maar dwaas is hij, die de offers schuwt, die voor het heil dei-ziel gevorderd worden. Het rijk dei-Hemelen toch lijdt geweld en alleen die geweld gebruiken, nemen het in. Het leven voor God, voor den Piemel is een leven van sacrificie, een leven van opoffering, maar ook het loon, het gewin is groot, is heerlijk, is alles !
52
(lob ik tot liiortoc allo offers gebracht, welke do weg naar Bethloliora. naar .losus, mijn Verlosser. van mij vorderde ?... Offers van tijd ? Offers van mijn vermogen, van mijne tijdelijke goederen1? .. . Offers van vermaak en genoegens, die zoo gevaarlijk waren voor mijne onsterfelijke ziel?,., llob ik het niet reeds ondervonden, hoe rijk de lieve Jesus reeds aan inwendig genoegen en aan ware zielevreugdo de offers be-\' loont, die men met een blij en gul hart voor zijne eer en het heil onzer ziele hem opdraagt ? Welaan dan 1
Spreuk, Zonder oller geen Christen, geen volgeling van Jesus Christus. Het rijk der Hemelen toch lijdt geweld.
Schietgebed. O God! maak mij los van mij-zelven en geef mij aan TJ, Niets 74] \'t mijne, alles \'t Uwe.
G E B E D.
0 Maria, die bij het bezoek der Wijzen uit het Oosten u grootelijks verheugd hebt in de verheerlijking, die daardoor uw god-delijken Zoon bewezen werd, verwart mij naar \'t voorbeeld dier Wijzen eene groote bereidvaardigheid tot alle offers, welke God van mij verlangt; dat mjj niets te lief, niets te dierbaar zij, wat ik niet gaarne wil opofferen, geld, vermaken, vrienden, gehechtheden, wanneer het voor de glorie van God, voor de zaligheid mijner on-
stei\'llijke ziel gevorderd wordt. Verwert mij, dat ik overal en in alles de roepstem van God bereidvaardig volge, dat ik in al mijn doen en laten aan de leiding der goddelijke Voorzienigheid mij vertrouwvol overgeve, in de vaste overtuiging, dat ik dan Je,sus vinden en mijne heerlijke bestemming in den schoonen Hemel bereiken zal. Amen.
XII. DAG.
Maria-Zuivering.
Maria onderwerpt zich, veertig dagen 11:1 de geboorte van haar goddelijk Kind, aan de wet der zuivering. Welk een stichtend voorbeeld ! Om niemand aanstoot te geven, volbracht zij een voorschrift der wet, waartoe zij, — de allerzuiverste der maagden, die daarenboven den Heilige der Heiligen ontvangen, onder haar hart gedragen en gebaard heeft, — niet in \'t geringste verplicht was. Maar meer nog deed zij dit ter liefde van die schoone deugd van ootmoed, waarvan Jesus reeds bij zijn geboorte liet voorbeeld gegeven had. sLaeii »van mij, dal ik zachtmoedig en oolmoediy »oan luuie ben.quot; Matth. XI. 29. Uie les, welke Jesus later leerde, bracht Maria nn
54
reeds in beoefening. Evenals Hij stelde ook zij zich in de rij der zondaren, die door \'t brengen van offers de goddelijke gerechtigheid moesten bevredigen. Ootmoedig dus in de onderwerping aan eene wet, die haar niet kon verplichten, bracht zij tevens in diepen ootmoed het offer der ootmoedigen, der armen ; een paar tortels of jonge duiven.
Leeren wij hier van Maria de deugd van ootmoed, zonder welke men aan God niet behagen, zonder welke geene andere deugd bestaan kan. God wederstaal den hoovaardige, maar geeft den ootmoedige zijne genade. (I Pelr. V. 5.) Ootmoed is de wortel, de stam en de voltooiing aller deugden. De ootmoedige bemint God boven alles, is dankbaar voor zijne gaven, nauwgezet in het volbrengen der geboden, bereid tot elk offer. Hoe klein de ootmoed ook schijne voor het menschelijke oog, is hij nochtans de grootmoedigste, verhevenste en edelste der deugden, hij is het sieraad der deugd en heeft de rijkste en heerlijkste beloften.
Was ik, naai\' \'t voorbeeld van Maria, immer ootmoedig-?,., immer bereid, ter liefde Gods ook daar oen olfor te brengen, waar ik cr, streng genomen, niot too verplicht was?... Welke waren mijne gevoelens, als men mij beleedigde, tegensprak, voorbijging, mot min-
nc.liting bob.amlelde ? ... Heb ik niet al ia verhevene gedaclite van mij-zelven, van mjjne bekwaamheden?... Spoelt de eigenliefde in al mijne, zelfs goede, werken nog niet oene groote rol ?... Zie ik al mijne gebreken niet te veel over \'t hoofd ?... Tracht ik ze niet door alle voorwendsels te verontschuldigen en te vergoeljjken ? .. . O Lieve Jesus ! ontferming dan en verbetering; naar uw voorbeeld wil ik ootmoedig van harte zijn.
Spreuk. Waar ootmoed is, daar is wijsheid. (Spreuk XI. 12).
Schietgebed. O Maria, bid voor mij, dal ik ootmoedig van harte zij !
GEBED.
O Maria, verhevene, genadevolle en levens allerootmoedigste Maagd, die in uwe onderwerping aan de wet der zuivering ons het schoonste voorbeeld van den diejjsten ootmoed hebt nagelaten ; ach, verkrijg toch voor ons, dat wij ook waarlijk ootmoedig van harte zijn, dat wij onze gebreken inzien en erkennen, onze fouten en zonden betreuren, eene geringschatting van ons-zelven, maar eerbied en hoogachting hebben voor anderen, dat wij de tegenspraak, die wij soms ondervinden, de minachting, waarmede wij misschien behandeld worden, uit liefde voor God grootmoedig en geduldig verdragen, opdat wij de genade van
56
Jesus, y.ijno lieftle en goddelijk welbehagen in tijd en eeuwigheid over ons aftrekken. Amen.
XIII. DAG.
Voorzegging van Simeon.
Wat is \'t niet smartelijk en treurig plotseling uit eene groote vreugde in eene niet minder groote droefheid verplaatst te worden ; want juist de voorafgaande vreugde vergroot nog het pijnlijke der opvolgende smart; dit heeft Maria in den hoogsten graad ondervonden. In jubel der ziele had zij haar goddelijk kind gebaard, in heilige verrukking in hare armen genomen en zoo dikwerf reeds aan haar maagdelijk moederhart gedrukt. Zij had den lof- en jubelzang der Engelen gehoord, de hulde en aanbidding der herders en koningen gezien en dat alles had hare vreugde ten top gevoerd, Maar toen zij veertig dagen na Jesus\' geboorte naar den tengel ijlde, om haren goddelijken lieveling den Hemelschen Vader op te dragen, ach! toon werd al hare moedervreugde in diepe smart, hare zalige vervoering in bittere droefheid veranderd. Daar toch voorspelde haar de vrome Simeon, dat Jesus gesteld was tot val en tot op-
57
standing van velen in Israël en dat een scherpsnijdend zwaard van droefheid ook haar moederhart zou doorboren. En met die smart van Maria kan de smart van geene andere moeder ooit vergeleken worden. Die smart was zoo groot, als het getal der zondaren, voor wie het bloed van haren goddelijken Zoon te vergeefs zou vergoten worden, voor wie de genade der Verlossing krachteloos zou verloren gaan. — Ach! de ongelukkige zondaar! hij is en blijft zonder genade, zonder heil, zonder zaligheid. Ach, mocht toch iedere zondaar het beseffen, dat de zonde hem van al de verdiensten van Jesus berooft; dat er slechts één wezenlijk kwaad is voor tijd en eeuwigheid : de\'zonde, dat de zondaren telkens dooide zonde Jesus op nieuw kruisigen in hunne harten en het moederhart van Maria weder met een snijdend zwaard doorvlijmen.
Heb ik ook missoliien liooi\' de doodzonden .(o-sus in mijn hart gekruist, Maria\'s hart op wreede wijze doorstoken ?. .. Leef ik misschien nog in zware zonde voort 1.... in gevaren in
naaste gelegenheden T .... in den omgang mot slechte, ongodsdienstige lieden ? .... in ongeoorloofde vermakenEn zou ik in dion toestand kunnen en willen volharden ? .. . , ik dio zondebanden niet willen verbreken?... Zou Jesus ook voor mij ten val zjjn? .... Zijn goddelijk bloed ook voor mij te vergeefs zjjn vergoten ?.. . O; neen, mijn Jesus I
3*
58
Spreuk. Liever sterven, dan. te zondiijen.
Schietgebed. O Maria, bid voor mij, dat ik toch nooit meer zondige !
GEBED.
0 Maria, diep bedroefde Moeder,- wier ziel reeds bij de voorzegging van Simeon met een zwaard van droefheid doorstoken werd, toen gij hoordet, dat zoovele zondaren de liefde van Jesus tot hunne zwaardere veroordeeling zouden misbruiken, ach ! verwerf mij toch door uwe machtige voorbede een eeuwigen haat tegen de zonde, die de wreede oorzaak is van het lijden en sterven van Jesus. O bewaar mij toch voor de zonde, vooral voor de afschuwelijke doodzonde en wanneer ik ooit mijn Jesus met zware zonde beleedigd heb, of ooit ongelukkig nog mocht beleedigen, o, dat ik dan oogenblikkelijk die zonde uit het diepste mijns harten betreure, verfoeie, verzake en ontvluchte, dat ik alle zondebanden verbreke en voortaan zoo voorzichtig, zoo matig, zoo verstorven en heilig wandele, dat ik nooit mijn lieven Jesus en u, goede Moeder! meer bedroeve, maar Hem en u diene en liefhebbe in eeuwigheid. Amen.
XIV. DAti.
Vlucht naar Egypte.
Een ander tooneel van smart en angsten ontwikkelt zich hier voor mijne oogen: Maria en Joseph niet het goddelijk Kind op de vlucht naar Egypte, een verafgelegen afgodisch land. En waarom dit? Omdat koning Herodes het goddelijk Kind zoekt te dooden. Helaas ! de voorzegging van Simeon begint reeds in vervulling te gaan. Bij de smart harer ziel, wijl het kostbaar bloed van haren Jesus voor zoovele zielen vruchteloos zou vergoten worden, voegde zich reeds eene tweede, dat een heerschzuchtige en bloeddorstige koning den Verlosser zelfs wilde ombrengen. Herodes vervolgt Jesus en Jesus vlucht! Ach, wat is Herodes en zijn gansche rijk zonder Jesus, den Verlosser, dat Hij den Heiland ons wil ontnemen ? Wat bezit Herodes, wat kan hij zijnen dienaren aanbieden, als hij hun Jesus ontrooft ? Dat ondervinden wij nog heden, als wij bedenken, wat ook nu nog Jesus en wat de wereld ons geeft. Ja, de wereld geeft vreugde; maar die het hart onbevredigd laat. De wereld geeft eer, maar die vluchtig en ijdel is als de rook. De we-
60
reld geeft goederen, maar die, helaas! zoo kortstondig, zoo vergankelijk zijn en met zooveel bitterheid genoten worden; ja, de wereld vergaat met al hare lusten. Waar is thans Salomon en al zijne heerlijkheid? Waar is de rijke brasser met al zijne slemppartijen ? Waar is Herodes zelf met zijne aardsche grootheid ? — De geringste genade daarentegen, die Jesus aan zijne dienaren verleent, overtreft oneindig alle vreugden, alle eer, alle schatten en goederen dezer wereld! De wereld heeft nog niemand gelukkig, maar integendeel al hare slaven ongelukkig gemaakt. Jesus nu geeft zijne genade en zijn heil aan allen, die Hem geloovig aannemen. Maar niemand kan twee Heeren dienen. Of Jesus dus of de wereld. Die niet met mij is, die is tegen mij. (Luc. XI. 23). Wie dus Jesus wil dienen, moet do wereld niet najagen, maar verachten en ontvluchten. Wil lock de wereld niet beminnen, noch dat, wat in de wereld is. (1 Joan. II. 15).
Wien hob ik tot liiovtoo aangehangen? Jesus ot\' do wereld ? .. . Heb ik misschien om de gunst ilor menschon lo bejagen, mjj voor de deugd en godsvrucht geschaamd ?,. . Heb ik misschien op \'t gevaar af van mijnen Jesus te verliezen, de eer, de vermaken, de genoegens en goederen dezer wereld nagejaagd ?. .. Kwam ik altijd en
(gt;1
overal en in elk gezelschap ei\' vooi\' uit, dat ik ijverig Christen, waar leerling en onverschrokken belijder van Jesus wenschte te zijn ? ... Zoo niet; dan vandaag nog vastelijk besloten, om voortaan de wereld te verachten en Jesus alleen aau te hangen.
Spreuk. Hoe verachtelijk schijnt mij de aarde, als ik Jesus aanschouw.
Schtelgebed. Jesus! voor U leef ik, voor IJ sterf ik. In leven en dood ben ik de uwe.
GEBED.
O Maria, die met uw goddelijk Kind en den H. Joseph naar Eg3rpte gevlucht zijt, om dien onschuldigen Jesus aan den bloeddorst van den goddeloozen Herodes te onttrekken, en die dus in dien staat van ballingschap van de gansche wereld verlaten, uw lieven Jesus getrouw bleeft; leer mij toch door uw voorbeeld cn uwe voorbede mijn hart losrukken van de wereld, hare goederen, vermaken en genietingen, leer mij toch het onbestendige en nietige van al het aardsche inzien, om alleen Jesus aan te hangen. Hem te dienen, Hem lief te hebben, Hem getrouw te blijven, ook dan, wanneer de gansche wereld ons schijnt te verlaten. Leer mij met Jesus strijden en volharden, om eens door Hem gekroond te worden. Amen.
XV. DAG.
Verblijf in Egypte.
Hoe treurig zou zonder Jesus Maria\'s loven geweest zijn in dit vreemde oord, waar de bloeddorst van Herodes haar zoo lang verbannen hield? Verwijderd van haar vaderland en het huis haars vaders, van hare vrienden en betrekkingen is Jesus hier al haar troost, al haar vreugde en verzoet Hij het bittere harer ballingschap. Als de droefheid haar hart vervult en de angst haar neêrdrukt, o, dan werpt die teedere moeder een blik op haren Jesus, stiert zij een woord, een zucht naar zijn minnend harte en alle angst, alle droefheid is verdwenen. En zoo is \'t ook heden nog met ons. Ook wij leven op deze aarde als in een ballingsoord, ver verwijderd van ons waarachtig vaderland en het huis des Vaders. Reizigers, pelgrims, vreemdelingen zijn wij hier beneden en hebben hier geene blijvende woonplaats. Hoe dikwerf worden wij in ons leven niet door bange zorgen, door lijden, wederwaardigheden en droefheid gekweld ? Maar Jesus is ook in deze ballingschap ons nabij. Zijn beeld blikt ons overal, in kerk en huis, troostend en opbeurend tegen. Een oogslag
63
ilits op Jo.sus, eeno vurige verzuchting lot zijn allerheiligst. Hart zal troost en verkwikking, lafenis en zalving aanbrengen. Meer nog. Hij /.elf wil onder ons wonen, leeft voortdurend in ons midden in zijn EL Tabernakel. Daar troost Hij, waar geen mensch meer troosten kan, daar brengt Hij nog hulp en bijstand, waar menschelijke hulp niet meer kan baten. Ja, waarlijk in dit oord van ballingschap is Jesus onze Vertrooster zonder weerga, de vreugdestichter en onze beste Vriend in leven en in sterven !
En ik, besoliouwdo ik wel immoi\' deze aarde ais oen tranendal, een oord van ballingschap en van beproeving, waar ik mij eenig en alleen voor mijne eeuwige bestemming, voor mijn waarachtig Vaderland te bereiden heb Zocht ik in alle lijden on rampen, in leed cn droeflieid misschien troost bij de schepselen, of, zooals het behoorde, bij .lesus, den waaruchtigen Vertrooster, die alleen waren en af\'doenden troost on hulp cn bijstand kan aanbrengen?... Stelde ik op llem alleen al mijne hoop, al mijn vertrouwen Ja voortaan, o mjjn Jesus! stol ik op ü alleen al mijn vertrouwen en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
Spreuk. Jesus is mij alles in tijd en eeuwigheid.
Schietgebed. 0 Jesus, in U geloof ik, op U hoop ik, U bemin ik, ontferm IJ mijner.
()4
GEBED.
O Maria, onze lieve Moeder ! wat was \'t in uwe treurige ballingschap in Egypte een troost, een balsem voor uw hart, als gij telkens een blik van vertrouwen, van teederheid en liefde mocht werpen op uw goddelijk kind ! 0, verwerf ons ook door uwe voorbede, dat wij, in de ballingschap dezes levens, immer al ons vertrouwen stellen op uw goddelijken Zoon, dat wij in lijden en nood, in droefheid en smarten, in angst en verlatenheid tot Hem vluchten, bij Hem opbeuring en troost, lafenis en zalving vinden. — Ja, lieve Jesus ! zoolang wij leven willen wij ons-zelven als vreemdelingen beschouwen op aarde en eenig en alleen naar den Hemel, ons waarachtig Vaderland verzuchten ; maar geleid ons dan op dien moeilijken pelgrimstocht, bewaar ons voor alle afdwalingen, bescherm ons in alle gevaren, help ons in den strijd, opdat wij zegevieren en zalig worden. Amen.
XVI. DAG.
Terugkeer naar Nazareth.
Welk eene zielevreugde vervulde het hart
(55
v:in Maria, toen Joseph haar de boodschap des Engels bekend maakte, van uit Egypte naar \'t vaderland terug te keeren. Sla Oji en ija naar het land van Israël (Matth. 1L 20), zoo sprak de Engel tot Joseph, zoo Joseph tot Maria, en oogenblikkelijk werd aan die stemme des Hemels gehoorzaamd. Welk een zalig gevoel doorgloeide niet beider harten, toen zij den dierbaren geboortegrond en het huis huns vaders weerzagen ! Welk een gloed van dankbaarheid en liefde zullen die beide heilige zielen voor God niet hebben uitgestort ? — En in dat woord des Engels : sta op en keer terug naar hel land van Israël, vernemen ook wij, die dit lezen, eene stemme des. Hemels, waardoor zijne vaderlijke barmhartigheid ons, arme zondaren, in zijne vaderarmen terugroept, ons tot waarachtige bekeering en verbetering des levens opwekt. Ja ! ook mij roept God in deze oogenblikken toe; sta toch op uit den slaap der zonde, die u zoolang reeds van mijn vaderhart verwijderd houdt; sta op, verbeter u, keer terug, zie, hoe ik mijne armen heb uitgestrekt, om u daarin op te nemen. — En ik, ik zou die liefdevolle uitnoodiging van God verachten ! De Vader roept, Maria, mijne Moeder roept, Gods Engelen roepen : sta op, bekeer u, doe boetvaardigheid ! en ik, ik
66
zou dool\' blijven voor dien liefderoep V — O. zalig geluk der heilaanbrengende boetvaardigheid ! Terwijl alle deuren van genade en glorie zich sluiten voor den zondaar , opent zich voor den boetvaardige de gansche Hemel. Zno gij geene hoelvaar-digheid doet. dreigt Jesus alle zondaren, zidt gij allen gelijkelijk vergaan (Luc. XIII. 5): maar doet gij boete, laat Hij aan de rouw-moedigen zich hooren, dan is het rijk der Hemelen u nabij. Den boetvaardige weigert God niets ; dat kunnen Petrus, Magdalena, de moordenaar aan \'t kruis zelf getuigen.
Ook ik heb gezondigd, dikwerf, miascliion zelfs zwaar gezondigd. Wie weet of ik nog op dit oogenblik wel allo zondebanden verbroken, wel mijne zondige gewoonten hob afgelegd 7 En zou die stem van God : sla op en lieer teruy naar \'t land van Israël, dan te vergeefs raijn oor getroffen hebben ? () neen, lieve .losus ! ik wil mijne zondebanden verbreken, mijne booze gewoonten afleggen, de gevaren en gelegenheden vluchten : ik wil met Petrus mijne zonden betreuren en boete doen, overtuigd als ik ben, dat er geen heilzamer, zoeter en troostrijker tranen zijn. dan die, welke over onze afdwalingen en zonden gestort worden.
Spreuk. Ook voor mij zonder boete geene genade, geene zaligheid!
Schietgebed. O Maria! bid, dat ik mijne zonden oprecht betreure en ware vruchten brenge van boetvaardigheid.
67
GEBED.
O Maria, onze lieve Moeder, die evenals uw goddelijke Zoon niets vuriger verlangt, dan dat de zondaren zich bekeeren, dat zij van hunne booze wegen terugkomen, en door berouw en boete hunne misstappen uitwisschen, o, verwerf voor mij en voor alle ongelukkige zondaren de genade eener oprechte bekeering; dat wij eindelijk onze zondebanden, onze zondige gehechtheden verbreken, ons hoofdgebrek bestrijden, onze hartstochten onderdrukken om door rouwmoedige belijdenis van zonde en schuld, door berouw en tranen en waarachtige boetvaardigheid tot een nieuw leven te worden opgewekt. O, bid voor ons, lieve Moeder, dat wij eenmaal tot God teruggekeerd en met 11 cm verzoend. Mem nimmermeer door eene doodzonde verlaten, maar Hem getrouw blijven en volharden mogen tot aan den dood. Amen.
XVII. DAG.
Bedevaart naar Jerusalem.
Toen Jesus twaalf jaren oud was trok de heilige familie in vrome bedevaart op-
(is
vvaarts naar Jerusalem. Met angstvallige zorg waakt het rusteloos moederoog over het goddelijk Kind. Ook geen enkel oogeu-blik ontgaat haar de lieveling heurs harten. De moeder geleidt, bewaart en bestiert en het kind volgt met liefde en vreugde de moederlijke leiding. Zoo togen zij opwaarts naar Jerusalem ter viering van het heerlijkste feest. — O Christen 1 Wie is \'t hier op aarde, die als die teedere moeder u wil leiden en opwaarts voeren naar het hemelsch Jerusalem? Dat is de heilige Katholieke Kerk; zij is de moeder aller geloovigen en wij zijn hare kinderen. Het doel, waarheen zij ons leidt is de schoone Hemel. Met het oog naar boven waakt en leert en werkt zij aan ons heil van de wieg af tot aan het graf. Met hoeveel moederlijke liefde en zorg onderwijst zij de jeugd in huis en in de kerk, brengt zij de dwalenden terecht, waarschuwt zij de afgedwaalden, troost en versterkt zij de zieken, zoekt zij alles voor allen te worden om allen voor den Hemel te winnen. O ! welk een geluk en troost in die heilige Katholieke Kerk te kunnen leven en sterven ! Zij alleen heeft Heiligen voortgebracht; buiten haar geen heil. Wie da Kerk niet lot Moeder heeft,kan ook God niet tot. Vader hebben. H. Cypr.
fis
0 mijn God! hoo zal ik U immer naai\' waarde danken voor dat groote geluk, die onschatbare genade van tot die zaligmakende Kerk te be-hooren, die mij nimmer verlaat, die mij overal veilig den weg wijst en naar den sclioonen Hemel opvoert? Ach I was ik daarvoor wel immer dankbaar?... Luisterde ik immer mot kinder-lijke volgzaamheid naar hare wijze lessen cn heilaanbrengende voorschriften?.... Was ik steeds ijverig in \'t gebruik harer genademMde-len, die mij do liefde Gods en eens den schoonen Hemel moeten aanbrengen?. ... Was hot leed en het lijdon der Kerk steeds het mijne 1.... Bad ik steeds vurig voor hare uitbreiding en verheffing, evenals een rechtgeaard kind steeds innig deelt in al het lijden, maar ook in alle vreugde en glorie zijner Moeder? .... Jal heilige Kerk van Jesus, mijne Moeder 1 U vereer. IJ bemin ik. U wil ik kinderlijk volgen, naar U luisteren, uwe geboden mot heilige nauwgezetheid vervullen, in U wil ik leven en sterven.
Spreukquot;. Buiten de Kerk geen heil.
Schietgebed. Bid toch, Maria! dat ik als waar Katlioliek leve en starve. Amen.
GEBED.
0 Maria, die door uwe vrome bedevaart naar Jerusalem ons een voorbeeld geeft van liefde en ijver voor de plechtigheden van den heiligen godsdienst, verwerf mij door uw voorbeeld eene innige verknochtheid, kinderlijke gehoorzaamheid en vurige liefde tot onze Moeder, de H. Kerk, de grondzuil
on steun der waarheid, de Bruid van Jesus Christus, die haar in zijn bloed zich verworven heeft; bid voor mij, dat ik hare leer met geheel ruijne ziel aanneme, hare geboden en voorschriften kinderlijk opvolge en hare genademiddelen waardig en godvruchtig ge-bruike. En gij, lieve Jesus ! kom vooral in deze dagen van strijd en vervolging de H. Kerk, uwe vlekkelooze Bruid, door uwe krachtige genade te hulp. Bescherm haar in den strijd tegen de vijanden van waarheid, gerechtigheid en deugd, laat haar zegevieren over de gansche aarde, opdat zij hare kinderen in rust en vrede opvoere naar het hemelsch Jerusalem. Amen.
XVIII. DAG.
Verlies van Jesus.
Maria heeft Jesus, haar goddelijk Kind verloren. Welk eene smart, welk een doo-delijke angst! Hoe bang moet het haar zonder Jesus om \'t harte geweest zijn ? Welk eene ontroostbare droefheid moest hare gefolterde ziel overstelpen ? Ach! zonder Jesus te zijn, welk een onuitstaanbaar lijden voor eene godminnende ziel ! Maria weent, haar hart bloedt, dat verlies schijnt haar onherstelbaar toe. En toch is
71
zij gelieel onschuldig. Haar eenigst verlangen was en is nog de innigste vereeni-ging met haven God en Heiland. Die smart van Maria strekt aan alle vrome zielen tot troost, wanneer zij in beur streven naar volmaaktheid dergelijke verlatenheid en zie-lesmart ondervinden. Moe dikwerf toch gebeurt het niet, zelfs aan de braafste zielen, die vast besloten hebben, slechts God lief te hebben en in de innigste vereeni-ging met Hem te leven, dat zij verlatenheid en dorheid des harten ondervinden, alsof God haar verlaten, zich van haar gescheiden had, alsof zij haren Heiland verloren hadden. Dat is eene beproeving, welke God over die zielen laat komen, opdat zij den graad hunner liefde tot God toetsen, die bewaren en versterken zouden. Maar hij, die bij het verlies van Jesus deze kwellingen niet ondervindt, of liever, die geheel ongeroerd blijft, wanneer hij zijn God en Heiland, en wel door eigen schuld heeft verloren, die werkelijk in ongenade van God rustig, zonder zorg of angst voorleeft, helaas ! diens toestand is verschrikkelijk, die verkeert in het grootste gevaar van eeuwig verloren te gaan.
Leof ik misschien ook rustig\'en onbekommerd in ceu gcvaarljjlven toestand voort?.... Is \'t mij misschien ook onverschillig of ik innig met
7-2
God veroenigd. of door lesas verlaten in zon de voortleef?.... Is ormisseliieneenegehechtheid aan zekere vrijwillige, dagolijksclie zonde, die ik voortdurend onbestreden laat en die niij in traagheid, in lauwheid en onverschilligheid in den dienst van Jesus doet vervallen 1.... Kn is die verfoeilijke lauwheid niet walgelijk voor God, niet allergevaarlijkst voor de toekomst?.... Voort die eindelijk niet tot de grootste zonde en tot volslagen ongodsdienstigheid ? . . . . üp dan ! met moed en kracht ons aangegrepen cn liever alles gedaan, alles geledon, dan Jesus te verliezen en den dienst van God te verlaten 1
Spreuk. God verloren is alles verloren.
Schietgebed. Bewaar mij toch, Maria, dat ik nimmer door de zonde mijn Jesus verlieze.
G E B E D.
0 Maria, Jesus liefste Moeder, die den bittersten angst hebt doorgestaan, toen Ge uw goddelijk kind in Jerusalem verloren hadt, o verkrijg voor mij de genade, dat ik mijn Jesus toch nimmer verlieze, dat ik mijne hartstochten onderdrnkke, mijne verkeerde neigingen bestrijde, goene enkele gevaarlijke gehechtheid aan personen of zaken in mij onbestreden late, op\'t gevaar af van in lauwheid en onverschilligheid te vervallen, en mijn lieven Jesus te verliezen ; verwerf mij eene rustelooze waakzaam-
73
held over al mijne nelgingen en zinnen, om elk opkomend kwaad reeds in den beginne uit te roeien. Maar bid vooral ook voor die ongelukkige zondaren, die Jesus door de doodzonde reeds verloren hebben, bid om verlichting van hun verstand, om vermorzeling van hun hart, opdat zij hun gevaarlijken toestand inzien, hunne zonden erkennen, belijden en beweenen, bid, dat zij Jesus weervinden, Hem dan nimmermeer verlaten, maar tot aan hun dood getrouw blijven. Amen.
XIX. DAG.
Angstig zoeken van Maria naar Jesus.
Maria treurt over het verlies van haren Jesus, bare ziel is doodelijk bedroefd; maar zij wanhoopt niet, zij laat het hoofd niet moedeloos in den schoot nederzinken : integendeel zij spant al hare krachten in, om Hem weêr te vinden ; rusteloos loopt en zoekt zij overal rond onder de bloedverwanten en vrienden, op alle wegen en straten; zij verdubbelt baren ijver, zij onderzoekt en vraagt en hoort; zij bidi en smeekt of niemand haren Jesus, de vreugd baars harten, gezien heeft; al ha-
4
74
ren tijd, al hare rust offert zij op; zij bespoedigt hare schreden, oor en oog heeft zij overal op alles gevestigd, om Jesus te vinden; één vraag, één woord slechts komt overal, bij elk, dien zij ontmoet, haar van de lippen: hebt gij mijn kind, mijn Heven Jesus niet gezien? — O, welk een voorbeeld voor ons ten tijde van beproeving, als God ons schijnt verlaten te hebben. Verdubbelen ook wij dan onzen jjver, om Jesus terug te vinden iu ootmoediger gebed, in vuriger godsvrucht, in rusteloozer waakzaamheid, in volhardend streven naar innige vereeniging met God, en wij zullen veel zuiverder, veel inniger met God vereenigd, veel volmaakter uit deze beproeving te voorschijn treden; dan heeft die bekoring, die verlatenheid ons waarlijk ten heile gestrekt. Zóó handelen ook alle ware Godminnende zielen ; zij wanhopen niet, worden niet moedeloos, niet neerslachtig, want zij weten, dat wij hier beneden eene leerschool hebben, waarin onze deugd op velerlei wijze moet beproefd en geoefend worden. Daarom leggen zij de wapenen des heils nimmer af; daarom staan zij immer gereed in de wapenrusting Gods, vol geloof, vol liefde, vol geduld, vol vertrouwen. Zij strijden als krijgers Gods on blijven hunnen Koning
75
en zijn kruisvaan steeds getrouw. Be bekoring moge nog zoo geweldig, zoo aanhoudend, de strijd nog zoo heet zijn, zij deinzen niet terug, zij geven het niet op, maar blijven voor de goede zaak op bloed en leven strijden.
lien ik ook zulk een dappere strijder Gods ?... Wel ben ik in de rijen van Jesus\' strjjderen opgenomen, wel heb ik aan zijn kruisvaan trouw gezworen, wel beloofde ik hem telkens eeuwige liefde en trouw : maar ben ik die beloften wel altjjd nagekomen ?... Hen ik in de bekoringen niet telkens moedeloos, versaagd, neerslachtig geworden, niet telkens bezweken ?... Schond ik dan om mijne driften en hartstochten te bevredigen, om aan mijne eigeidiefde, mijne winzucht, mijne zin-neljjkheid. mijne wellust te voldoen, niet de eeuwige liefde en trouw, die ik aan mijn.lesus gezworen had ?... Spande ik da^i misschien zelfs met de vijanden van Jesus samen tegen de deugd en hare beoefenaars?... Zoo ja. ach I lieve Jesus! vergiffenis en ontferming, kracht en sterkte smeek ik U af, om U voortaan in eeuwigheid getrouw te bljjven.
Spreuk. Strijden, overwinnen, gekroond worden !
Schietyebed. Bid voor mij, Maria, dat ik mijn Jesus tot in den dood getrouw blijve.
76
GEBED.
Ü Maria, die met rusteloozen ijver drie dagen lang in onverpoosde volharding naar uw lieven Jesus gezocht hebt, verkrijg voor mij de genade, dat ik in langdurigen strijd en bekoring niet moedeloos worde, dat ik in dorheid en verlatenheid van mijne gewone oefeningen van godsvrucht niets achterlate, maar integendeel mijne gebeden verdubbele; dat ik alsdan des te nederiger en vuriger en volhardender tot God mijne toevlucht neme, en door zijne goddelijke genade gesterkt, strijde, volharde en overwinne. O, bid toch voor mij, dat ik die eeuwige liefde en trouw, die ik mijn Jesus zoo dikwerf gezworen heb, nimmer schende, zijne banieren nimmer verlate, om tot zijne vijanden over te loopen. O neen, lieve Jesus ! dat nooit; maar met U strijden, voor ü lijden, door U zegevieren! Amen.
XX. DAG.
Wedervinden van Jesus in den tempel.
Zonkt en gij zuil vinden. (Mattli. VII. 7). Dit onbedrieglijk woord des Heeren ging heerlijk aan Maria in vervulling. Onver-
77
rnoeid zoekt zij haren Jesus, overal klopt /.ij aan, overal vraagt zij om inlichting, bidt zij om uitkomst en zet haar zoeken één, twee dagen voort, totdat zij Hem eindelijk op den derden dag in den Tempel te midden der verbaasde leeraars in blijden jubel baars harten wedervindt. Alle smart is verdwenen, al de angst en het lijden van drie zoo pijnlijke dagen is vergeten : zij is buiten zich zelve van vreugde, nu zij het hoogste goed baars levens weer bezit en met zich naar Nazareth kan voeren. O bemelsch geluk, ongekende vreugde, niet te malen blijdschap en zaligheid ! — En wij ook, kunnen ook wij in ons leven zulke zalige oogenblikken van een hemelsch geluk niet vieren, wanneer wij ongelukkig onzen Jesus verloren hebben ? Kunnen ook wij Hem in den tem -pel, in de vierschaar van boetvaardigheid in berouw en tranen daar niet wedervin-den ? K\'uHt Hij daar niet in het H. Tabernakel, altijd bereid, om onze zonden-vlekken af te wasschen, onze tranen te droogen, ons te troosten en aan zijn hart te drukken, ons op de innigste wijze met Hem te vereenigen ? Daar vonden Hem alle zondaren, die Hem ooit met een oprecht hart gezocht hebben ; daar smaakten zij een geluk, als dat van den verloren
78
Zoon, tucii hij in tie armen zijns vaders nedeiiag, als dat van Magdalena, toen zij tranen van berouw, tranen van liefde en opbeuring weende aan de voeten van Jesus ; als dat van Zachaeus, toen de Heiland der wereld bij hem zijn intrek nam; als dat van Joannes bij het laatste Avondmaal, toen hij aan het hart van den lieven Jesus mocht rusten. O welk geluk, welke zaligheid hier beneden voor den rouwmoedigen zondaar»! Neen, geen gelukkiger oogenblik hier op aarde voor-de boetvaardigen, dan in den biechtstoel en aan de tafel des Heeren. Dat is oen zalig wedervinden. De goede Herder vindt zijn afgedwaald schaapjen en het dwalend schaapjen zijn zorgvollen Herder terug.
Ach zondaar, hobt gij iiior in don tempel wel vaak gebeden, wel dikwerf fyejot7if, wel dringend uangcklopt ? .. . Ach, bid dan, zoek dan, klop dan aan en Jesus zal U verhoeren en zich laten vinden. Helaas! hoe dikwerf bob ik niet mijn .lesus, maat\' wel de schijngoederen, vermaken en genoegens dezer wereld gezoclit en ik zag liet diepe ongeluk niet in, mijn Jesus verloren te hebben: ik spando allo krachten niet in om Hem door \'t verbreken der zondebanden, door gebed, door berouw on boetvaardigheid in zijnen tempel weer te vinden ? U lieve Jesus voortaan zal ik U alleen zoeken, U vasthouden, U nimmermeer verliezen.
Spreuk. Jesus gevonden, is alles gevonden.
70
Schiehjehed. O Jesus dat ik U vincle, en dun blijf bij mij in eeuwigheid.
GE B E ü.
O Maria, die in de zaligste vreugde uws harten uw goddelijk Kind in den Tempel mocht wedervinden, o bid toch voor de bekeering der ongelukkige zondaren, voor wie Jesus zijn dierbaar bloed vergoten heeft, verkrijg door uwe voorbede, dat zij eindelijk door het licht der genade getrotten en door de liefde van Jesus overwonnen, het afschuwelijke der zonde, hunne ondankbaarheid en boosheid mogen inzien, dat zij moeds genoeg bezitten, om hunne zondige gewoonten te verbreken, door warme tranen van berouw en liefde die uit te wissehen en ze in ootmoed des harten te belijden, om daardoor Jesus, hun Eedder en Verlosser weêr te vinden. Laat hen ondervinden, hoe zoet de Heer is, en met God verzoend, oen geluk, eene vreugde en zaligheid des harten smaken, waarbij alle genoegens dezer wereld nietig en ijdel zijn; verwerf hun eindelijk de genade der volharding, opdat zij dat groote geluk, dat er in den dienst van God, in zijne liefde en genade gelegen is, nimmermeer ver-
HO
iie/.cn, maar daarin leven en sterven mogen. Amen.
XXI. DAG.
Huiselijk leven te Nazareth.
Beschouw eens de Heilige Familie te Nazareth. Hoe rechtvaardig is de vrome Joseph, hoe godvruchtig Maria, hoe heilig haar Kind ? Welk «ene orde en regelmaat heerscht er niet in deze heilige woning? Gebed en arbeid wisselen elkander af, gaan dikwerf zelfs met elkander gepaard, heilige vrede en de vreeze des Heeren vervult er de ruimte en de een sticht er den andere. Deze heilige familie is slechts één hart en ééne ziel. De band der reinste liefde houdt allen omsloten.
Geheel bun leven is eene onophoudelijke godsvereering, wijl pleegvader en moeder on kind naar den heiligen wil Gods steeds in gerechtigheid en heiligheid wandelen. Alles tot grooter eer van God, alles volgens zijn heiligen wil, alles ter liefde van Hem, dat is er de eerste en voornaamste huisregel. — Zoo moeten ook alle chris-Lelijke buisgezinnen worden ingericht naar \'t voorbeeld van de Heilige Familie van Nazareth. Dan zijn het kweekscholen van
SI
deugd en heiligheid, plaatsen van geluk, waarover God zijn zegen uitstort. De huizen der christenen moeten huizen Gods, kerken zijn, waarvan de ouders de priesters en zielzorgers, de kinderen de ge-loovigen zijn. Ouders en kinderen, wilt dit toch beseffen en behartigen.
Heerscht er ook in mis huisgezin zulk een ware christelijke goeat ?.. . Heerscht daar liefde, vrede en zachtmoedigheid?... Doen daar allen hun best, om God te dienen?... Stichtdaarde een den ander ? . .. Zijn allen er één hart on ééne ziel ? .. . Was ik steeds in het huisgezin, wat God van mij verlangde er te zijn ? Zachtaardig, geduldig, toegeeflijk, stichtend en vroom, altijd bedacht om door woord en voorbeeld de eere Gods en liet heil der huisgenooten te bevorderen?.. , Nog eens dan, lieve Jesus, medelijden, vergiffenis en ont-fern ing I Versterk mij in mijne goede voornemens, om voortaan door een heilig levensgedrag mjjnu vroegere ontstichting te herstellen.
Spreuk. Ons huisgezin moet eene kerk zijn.
Schietgebed. O God, zegen mij en do mijnen, opdat wij allen aan uw heiligen wil beantwoorden.
G E B G ü.
O Maria, die met uw goddelijk Kind en den vromen Joseph in de stille woning van Nazareth ons het schoonste voorbeeld van alle deugden hebt nagelaten, verwerf\'
4*
on« de genade, dat wij onze huisgezinnen naar den heiligen wil Gods godsdienstig inrichten, dat godsvrucht, vrede en liefde daarin wonen, dat wij elkanders gebreken geduldig verdragen, elkander met liefde in alles helpen en bijstaan, elkander stichten door heiligheid en deugd, in lijden elkander opbeuren, in droefheid elkander troosten, in lief en leed, in vreugde en smart alles met elkander deelen. Bid voor ons, dat de glorie van God en de zaligheid onzer zielen steeds het doel van onze handelingen, ons eenigst streven zij, opdat God in ons midden wone, zijne H. Engelen ons bewaken en beschermen en eens ons binnenvoeren in de eeuwige woningen des Hemels. Amen.
XXII. DAG.
Dood van den H. Joseph.
Hoe zoet en kostbaar in Gods oogen was do dood van dezen rechtvaardige! IIjj stierf zalig in de armen van Jesus en Maria. Ja! Jesus en Maria, die hij in zijn leven steeds bemind, die hij zoo trouw bewaakt en verzorgd, die hij nimmer verlaten had, verlieten ook hem in het uur van sterven niet. Ja ! zóó zalvend.
zóó zoet en zalig waren die troostwoorden van Jesus en Maria by bet sterfbed van den H. Joseph, dat hij niets vreesde, alles hoopte en met blijdschap en vreugde zijn geest wedergaf. Maar wat zou ook die heilige Joseph op zijn sterfbed kunnen vreezen? Een blik in het verledene kon hem niets anders dan troost verschaffen, wijl hij steeds in gerechtigheid geleefd bad ; het tegenwoordige, het zien van den naderenden dood moest hem eveneens geruststellen, wijl hij zijn dagwerk gelukkig volbracht zag, en een blik in de tcekoimt, in de eeuwigheid moest hem met ongekende vreugde vervullen, wyl hij de Engelen des Hemels hem een zegekroon zag vlechten. Zoo was zijn sterven een heilige, feestelijke avond en zijn dood de overgang naar de zalige rust in de eeuwige vreugde des Heeren. Sterven was hem zaligheid. -Ook ik moet eens sterven. Dat is zeker. Mocht ook mijn dood de dood der rechtvaardigen zijn! Dat zal van mij zeiven afhangen. Zooals het leven is, zoo is ook de dood. De dood is de weerklank des levens. Is het leven goed, dan zal ook de dood gelukkig zijn. Geheel ons leven moet dus eene voorbereiding zijn .tot sterven.
Ben ik bereid van daag nog, op dit oogenblik
84
to stei ven?. .. En zoo ik op dit oogenblik moest sterven, wat zou ik dun wensclien gedaan to heltben ? . . . Wat zou ik dan liet meeste betreuren ? . . . Wat zou dan mijn grootste troost zijn *?.., O! wat ik dan zou betreuren, wil ik nu oogen-blikkelijk verbeteren, wat ik dan zou wensclien gedaan te hebben, wil ik nu voortdurend doen : wat mij dan bet moeste zal troosten, dat wil ik thans en alle dagen van mjjn leven behartigen, opdat ik ook eens bij mijn versclieiden in de armen van Jesus en Maria mjjne ziel zuiver aan God moge wedergeven. Amen.
Spreuk. De dood is de weerklank des leveus.
Schietgebed. 0 Jesus en Maria ! bewaar mij voor een plotselingen en onvoorzienen dood.
GEB E D.
0 Maria, mijne goede Moeder, die uw kuisehen Bruidegom, den H. Joseph, op •/.ijn sterfbed zoo liefderijk verpleegd, zoo zalvend getroost hebt, dat hij, in uwe armen en in die van Jesus, vol zalige vreugde den geest gaf, o, bid toch ook voor mij, bid voor ons allen, dat wij /.co rechtvaardig, zoo heilig leven, dat wij eens den dood der rechtvaardigen sterven. O sta ons bij in die laatste oogenblikken des levens, versterk ons dan in de bekoringen, laat dan het gezicht onzer misstappen on.s niet tot wanhoop vervoeren, maar inle-
85
geniieel omh tot hartelijk leedwezen, tut levendig berouw opwekkeu. Verwerf ons door uwe voorbede en die van den H. Joseph, dat wij toch niet sterven, alvorens met ware godsvrucht en vurige liefde de H. Sacramenten ontvangen te hebben, opdat wij met Jesus in het hart en met de zoete namen van Jesus, Maria, Joseph op de lippen, vertrouwvol inslapen in den dood, om tot een nieuw leven van eeuwige vreugde te ontwaken in den Hemel. Amen.
XXIII. DAG.
Maria op de bruiloft te Cana.
ïe Cana in Galilea werd eene bruiloft gehouden. De gehuwden waren minvermogende lieden. Ook Jesus en Maria, daarbij uitgenoodigd, lieten zich daar vinden en verheerlijkten door hunne tegenwoordigheid het feest der nieuwgehuwden. Zeker waren het verwanten van Maria, en met denzelfden geest als deze bezield, zoodat kinderlijke godsvrucht, heilig geloof, en godgevallige deugd hen sierde; anders zonder twijfel, al waren zij ook de rijksten geweest, hadden zij die groote eer niet verworven. — Mochten toch alle gehuwden
8(!
in dien geest liunne bruiloft, vieren, dan zal het een schoon en eervol feest zijn, en door den zegen des Hemels verheerlijkt worden. — Maar, wat zien wij hier op deze bruiloft te Cana gebeuren ? Al spoedig is er gebrek aan wijn en Maria, die als eene zorgvuldige moeder die verlegenheid terstond opmerkt, is oogenblikkelijk ter hulp gereed. Haren goddelijken Zoon toch is niets onmogelijk en aan zijne goddelijke almacht paart Hij eene even grenzenlooze liefde. ïot Hem, den geliefden Zoon, wendt zich met moederlijke eenvoudigheid die bezorgde Moeder : Zij hebben geen wijn ; (Joan. II. 3) en zou dat Kind die moederbede verstooten ? Zou Hij Maria niet ver-hooren, als zij diezelfde handen, die Hem zoo dikwerf gedragen, zoo liefderijk verpleegd hebben, tot een nederig smeekgebed samenvouwt? O zeker! En al geeftJesus haar ook te kennen, dat zijn uur nog niet is gekomen, twijfelt zij nochtans geen oogenblik aan de verhooring barer bede en vertrouwvol spreekt zij daarom tot de dienaren ; Voet alles, wat Hij u zeggen zal. En de dienaren volgen haren raad, en haar gebed werd verhoord, en de nood werd verholpen. Jesus had het water in kostbaren wijn veranderd. — Evenzoo is Maria nog heden bereid, onze hulp in allen nood
ö7
te zijn ; zij is de hulp dor ChristcHm. Nemen wij daarom in allen nood, in leven en in sterven onze toevlucht tot die liefderijke Moeder ; maar volgen wij ook haren goeden raad, die zjj in die schoone woorden ons geeft: Doet alles, wat Jesus u zeggen zal; volbrengen wij zijne H. geboden en voorschriften, leven wij volgens de leer van zijn H. Evangelie, o dan verzuchten wij nimmer te vergeefs tot Maria, dan zullen wij op hare voorbede immer door God verhoord worden.
Had ik wel altjjd een onbepaald vertrouwen op de goedheid en liefde van MariaHeb ik in droefheid en lijden, in kwelling en nood, in ziekte en tegenspoed, in vervolging en in de bekoringen, haar steeds kinderlijk, vertrouw vol aangeroepen ? Hel) ik mij door een deugdzaam leven de bijzondere bescliorming van Maria steeds waardig getoond?... Ja, voortaan, lieve Moeder ! zal do teederste godsvrucht en het volste vertrouwen op uwe machtige voorspraak mij immer bezielen, overtuigd als ik bon, dat gjj uw kind niet zult verstoeten.
Spreuk. Maria is mijne hulp.
SchieUjebed. Maria, toon dat gij inijne Moeder zijt.
G E B E D.
O Maria, ons aller goede Moeder, die uwe moederlijke bezorgdheid voor de uwen
88
on de kracht uwer voorspraak bij uw goddelijken Jesus op de bruiloft te Cana zoo troostend en zegenend hebt aan den dag gelegd, o verwerf mij toch, hoe onwaardig ik het ook ben, een onbeperkt vertrouwen in uwe moederlijke bescherming. Helaas! ik betreur het, dat ik u tot hiertoe te weinig bemind, uwe liefde en bescherming zoo weinig gezocht en mij daardoor van een der krachtigste hulpmiddelen ter zaligheid beroofd heb. Maav voortaan, lieve Moeder, wil ik u kinderlijk liefhebben, op u zal ik mijn vertrouwen stellen en, zooveel in mij is, bewerken, dat ook anderen u liefhebben, u vereeren en dienen. 0, toon dan immer, dat gij mijne Moeder zijt, sta mij bij en bescherm mij in allen nood, in strijd cn gevaren, opdat ik nimmer bezwijke en verlaat mij niet in het uur van mijnen dood. Amen.
XXIV. DAG.
Maria bij het lijden van Jesus.
Sedert de voorzegging van Sitncun kleefde het zwaard van droefheid in het hart van Maria. De wonde, die toen geslagen werd, bloedde voort en de lijd zelf, die gewoon-
lijk \'s mensehen droefheid lenigt, zijn lijden verzaelit en die wonden geneest, vermeerderde nog altijd üare smarten. Hoe langer zij met Jesus leefde, des te meer naderden de vreeselijke voorzeggingen van het lijden baars Zoons hare laatste vervulling. Alles toonde thans aan, dat die verschrikkelijke tijd daar was. Keeds had Judas, door lage geldzucht gedreven, zijn goddelijken Meester verraden. Eeeds was Jesus na den bloedigen doodsangst in Gethsemane als een boosdoener geboeid van den eenen rechter naar den anderen gesleept. Eeeds worden de kruisbalken inéén geslagen en hoort men door Jerusalems straten dien goddeloozen kreet weergalmen ; Hij is den dood schuldig! Kruisig Hem ! Kruisig Hem ! — Maar waar is thans Maria ? Zij is met de vrome vrouwen, in angstige verwachting van hetgeen gebeuren zal, in aanhoudend gebed vergaderd en ofschoon lichamelijk van haren Jesus gescheiden, is zij nochtans in den geest met Hem ver-eenigd. Zij denkt slechts aan Hem, zij lijdt met Hem, zij voelt als \'t ware haren Jesus van allen verlaten en verstoeten. Zij hoort daar, dat Judas Hem verraden, dat Petrus Hem verloochend heeft, dat alle Apostelen gevlucht zijn. Vreeselijk is voor haar de treurmare, dat haar Zoon, de
Koning ties vretles, als rustverstoorder aangeklaagd en na eene bloedige geeseling en pijnlijke krooning tot den kruisdood veroordeeld is. Onmogelijk is \'t voor die teedere Moeder nog langer van haren Jesus gescheiden te blijven. Neen ! zij wil Hem zien, Hem troosten, Hem helpen. Maar Jesus is zijn lijdensweg reeds ingetreden. — Maria ijlt Hem na, de moederliefde geeft vleugelen aan haren gang en doet haar den kortsten weg kiezen, om de plaats te bereiken, waar de treurige stoet moest voorbijtrekken. Daar blijft zij staan en de liefde haars harten afwachten. Maar, mijn God ! wat hoort, wat ziet zij daar ? Zij hoort het woest getier, het vloeken en razen en spotten en lachen van Jesus\' vijanden. Zij ziet de foltertuigen zijner marteling, die de beulkneehten Hem reeds vooruitdragen ; zij ziet eene onafzienbare menigte, die den ongelukkige bespot en verguist, maar geen enkele, die medelijden heeft met zijne smarten ; zij ziet eindelijk haar goddelijk Kind, maar, helaas\'. hoe deerlijk misvormd ? Geboeid, aan touwen voortgesleept, geheel zijn lichaam met wonden en bloed overdekt, zijn aangezicht met slijk en speeksel bezwalkt, zijn hoofd met scherpe doornen gekroond, ziet zij Hem neergedrukt, onder den last van zijn
!) 1
vloekhout! En geen zwaard vim ili-oolhcid zou haar moederhart doorboren V Zij \'zou niet lijden, niet grievend, folterend lijden, terwijl zij de onschuld zelve zoo folterend lijden zag? Ja! hier is zij waarlijk do Moeder van smarten, de Koningin der martelaren geworden. — O ziet dan uwe Moeder aan. Onder zulk lijden is zij ons aller Moeder geworden, in smarten heeft zij ons gebaard. O, bemin haar dan, die uit liefde voor ons, voor onze zaligheid zooveel, zoo bitter geleden heeft. Evenals zij onder \'t kruis \'t naaste stond bij haren goddelijken Zoon, evenzoo heeft zij ook na Jesus het meeste tot onze verlossing bijgedragen. Ach zoudt gij haar dan ooit uwe liefde kunnen weigeren ?....
ilob ik het lijdon van dezen tijd uit liefde tot •losus en Maria wel met geduld, met vreugde verdragenIfeb ik die Moeder vnn smarten wel steeds hartelijk bemind voor de liefde, die zij ons betoond, voor het lijden, dat zij voor ons ondergaan, voor hot groote aandeel, dat zij geluid heelt in het werk onzer verlossing ?... Ilcb ik, evenals zij, innig raedeljjden met hot lijden van Jesus; haat ik, als zjj, do zomle als de oorzaak van dat lijden : bid ik voor de bekeering der zondaren, opdat (Jod niet langer beleedigd, maar zijn Naam verheerlijkt worde in eeuwigheid.\'... Spreuk. Maria is en blijft mijne Moeder. bchietgebed. O Maria! bid voor mij, dat ik mjjne zonde betreuve, die u en uw lieven Zoon zooveel gekost heeft.
G E BED.
ü Maria, diepbedroefde Moeder! wier teeder moederhart bij het lijden van Jesus zoo pijnlijk gefolterd werd, o bid toch, dat wij innig medelijden hebben met uwe smarten en met die van uw goddelijken Zoon, maar verwerf ons vooral een gloeien-den haat tegen de zonde, de oorzaak van al dat lijden ; bid, dat wij voortaan ons medelijden, onze liefde vooral daardoor toonen, dat wij onze zonden met geheel onze ziel betreuren en verfoeien, en die voortaan met heilige nauwgezetheid vermijden. O neen, lieve Jesus, geene zonde meer ! Neen ! geene zonde meer, o Maria ! maar voortaan willen wij u en uw lieven Jesus liefhebben, hartelijk liefhebben alle dagen van ons leven. Amen.
XXV. DAG.
Maria bij den dood van Jesus.
Eeuwig gedenkwaardig blijft de sterfdag des Heeren. Na mateloos lijden, na de folterendste smarten, in Loon en bespotting en verlatenheid roept Jesus aan \'t kruis: liet is volbracht. Hij neigt zijn hoofd en sterft.....En Maria, die Moeder van
S)3
smarten, staat daar onder \'t kruis van Jesus, zij ziet daar al dat lijden, zij lioort al dien hoon en spot, zij voelt die pijnen, die verlatenheid, zij ziet haar lieven Zoon hier sterven, en zelve, zij wil .... maar ach ! zij mag niet met Hem sterven! liet lijden van cJesus is ten einde ; niet zoo het lijden van Maria. Zij moet zijn hart nog zien doorboren, zijn kil en,afgestreden lichaam nog in hare armen, nog op haar schoot ontvangen. Ach ! menschenkinderen, roept die diepbedroefde Moeder ons toe, ach ! ziet, of er eene smart is gelijk aan mijne smart, ach ! ziethier het ontzielde lichaam des Verlossers, — den losprijs voor uwe zonden, — o mensch, wat zijt gij kostbaar in de oogen van God, tot wat duren prijs zijt gij vrijgekocht, wat hebt gij mijnen Jesus en mij niet gekost ? «Verhef u,\' mijne ziel,quot; roept bij het zien van dit offer de H. Augustinus uit; «zooveel zijt gij waard, tot zulken prijs quot;heeft Jesus u gekocht. Tel de uren van quot;zijn drieëndertigjarig leven, de zuch-»ten, die Hij geslaakt, de tranen, die Hij «gestort, de gedachten, die Hij gevormd, »de woorden, die Hij gesproken, de glasgen, die Hij ontvangen heeft, de doornen, »die zijn hoofd doorstoken, de nagels, die \'\'zijne handen quot;en voeten doorboord heb-
94
»ben, de druppelen bloeds, die Hij rergo-»ten beeft; beschouw het kruis, waaraan »Hij gehangen, het verlossingswerk vol-»bracbt, zijn leven geëindigd en zijne ziel »voor uwe ziel gegeven heeft; dat alles ))zegt u: Zóóveel zijt gij waard ! Zóóveel »is de prijs, die Jesus voor u betaald »lieeft.quot; Niet door vergankelijk goud of zilver, maar door hel dierbaar bloed van Chrislus zijn wij vrijgekocht. (1 Petr. I. li))-O, hoe kostbaar is dus mijne ziel! Hemel en aarde kostten God bij de schepping slechts een enkel woord, maar voor mijne ziel heeft de Vader zijn eenigen Zoon, en de Zoon zijn bloed en leven gegeven.
Heb ik die hooge waarde mijner ziel wol altijd begrepen en gewaardeerd?.. Heb ik wel alles gedaan. alles geleden, om die kostbare ziel te redden, mijne eenige ziel. die. eenmaal verloren, altijd, onherstelbaar, voor eeuwig verloren is?... Is mij niets te lief, niets te dierbaar, geen offer te groot, om die ziel rein en vlekkeloos te bewaren, te heiligen, te volmaken, opdat het bloed van ■lesus, de prijs van hare verlossing niet vruchteloos voor liaar vergoten zij ? . .. Ja, voortaan, lieve Jesus I zal dit mjjn vurigst verlangen, mijn cenigst streven zjjn, om mijne kostbare ziel te redden.
Spreuk. Wat baat het mij de gansche wereld te winnen, indien ik mijne ziel verlies.
Schielgebed. Ach Jesus! laat toch mijne /.iel niet verloren gaan.
95
G E B E D.
Heb dank, goddelijke Jesus, dierbare Verlosser! dat Gij wildet lijden en sterven, om mijne kostbare ziel te redden. Heb dank, lieve Moeder van smarten, dat gij in al liet lijden van uw lieven Jesus wildet deelen, om mij te toonen. hoezeer gij mij bemindet, hoe kostbaar ook voor u mijne onsterflijke ziel is. 0. bid dan voor mij, dat ik die kostbare ziel tocb redde ; die ziel, door \'t bloed van een Godmensch vrijgekocht ; die ziel, die eenmaal verloren, voor mij onherstelbaar verloren is. O ! voor mijne ziel wil ik dan voortaan arbeiden, voor mijne ziel wil ik lijden ; ik wil alles vermijden, alles ontvluchten, wat die ziel zou kunnen schaden ; ik wil alles doen, alles opofleren, alles aanwenden, om mijne ziel te zuiveren, te volmaken, te heiligen, opdat het lijden en sterven van Jesus voor mij niet vruchteloos zij. Sterk mij dan, o Maria door uwe krachtige bescherming in deze heilige voornemens, opdat ik deugdzaam leve en zalig sterve. Amen.
90
XXVI. DAG.
Maria bij de begrafenis van Jesus.
Met welk eene wreede zielesma-rt ging Maria niet bij het lijk van baren Zoon. toen men bet tegen den avond ten grave bracht. Hare oogen stortten bittere tranen. Vol van eerbied, langzaam en zwijgend ging de lijkstoet, dien de Engelen treurend omzweefden, den Calvarieberg af en kwam in den hof, waar hij zou rusten. Met betraande oogen legden de leerlingen hun dierbaren Jesus in \'t graf en wentelden een grooten steen voor den ingang. Daar lag nu haar Jesus, haar schat, haar Al in \'t kille grafgesteente, met ziel en lichaam aan hare oogen onttrokken. Eenzaam, verlaten, gemarteld, afgestreden staat zij daar aan den avond van een zoo vreeselijken dag, verzonken in eene zee van bitternis, met eene leegte, een weedom in \'t hart die met geene pen te beschrijven, door geen hart te voelen is. Maar ook in die overstelping van smarten liet die heilige Moeder den moed niet zinken. Zij geloofde in Jesus en zijn woorl had zijne opstanding, zijne verrijzenis voorspeld. Dut heilig geloof
97
troostte haar dus met de boop van een blij wederzien. Zoo scbonk Jesus aan zijne lieve Moeder, bij de smart van \'t graf, rijken troost in \'t geloof aan eene heerlijke verrijzenis. — En dien troost geeft het geloof ook aan ons bij den dood onzer dierbare betrekkingen. Ach! die scheiding valt ons zoo hard. Hoe menige traan bevochtigde niet het graf onzer dierbare ouders, onzer lieve kinderen, onzer onvergetelijke vrienden ? Maar het heilig geloof troost ons. Die dierbaren, die in \'t geloof en in den vrede der Kerk gestorven zijn, slapen slechts, om op den morgen der opstanding heerlijk te ontwaken. Maar ik weet niet of de zielen der dierbaren, die ik beween, geheel zuiver en vlekkeloos, vrij van schulden en straffen, voor Gods rechterstoel verschenen zijn, om oogenblikkelijk tot de heerlijke aanschouwing van God te kunnen worden toegelaten? Ook in dien twijfel troost mij het heilig geloof, daar het mij leert, dat ik die zielen door gebeden, misoffers en goede werken kan behulpzaam zijn, om het oogenblik harer zegepraal te verhaasten. O, zalig geloof, troostvolle hoop van den waren Christen! O, vergeten wij dus de lijdende zielen niet, bidden, offeren wij voor haar; eenmaal
5
OS
in den Hemel zullen zij ons eeuwig dankbaar zijn. Maar denken wij ook aan ons eigen graf. . . , leven en sterven wij zóó, dat eens onze nagelatene betrekkingen zich bij ons graf in het geloof aan een zalig wederzien kunnen troosten.
Denk ik wel ooit aan mijnen dood . Druk ik do gedachte aan mijn sterven 7.00 diop en levendig in mijn hart, dat zij mij krachtig aanspoort, om braaf en deugdzaam te leven?... Wat zal \'t mij baten als ik sterven moet, of de mensehen mij geëerd en geprezen, de wereld mij hoog geschat, de boozen mij gevleid hebben, of ik geld en goederen verzameld, vermaken en voldoening genoten, mijne gebreken verschoond, mijne hartstochten ingevolgd, mjjne driften voldaan en mjjne sehoone, kostbare ziel verloren, mijn God be-leedigil, mijne eeuwigheid verschrikkelijk en rampzalig gemaakt heb ? Ik zal dus hier vaak denken aan den dood, om eens eeuwig gelukkig en zalig te leven.
Spreuk. Men leert goed sterven, als men goed heeft leeren leven. (H. Aug )
Schietgebed. Heer, geef aan de zielen der geloovigcn de eeuwige rust. — En dat het, eeuwige licht haar verlichte. Amen.
GEBED.
O Maria, die, bij de droefheid dei-scheiding van uw lieven Jesus, bij de treurige eenzaamheid, de pijnlijke verlatenheid, die gij na zijne begrafenis ge-voeldet, door een levendig geloof aan zijne
99
glorievolle Verrijzenis werclt getroost en opgebeurd, o sterk ons ook door uwe voorbede bij den dood onzer dierbare betrekkingen, vertroost dan onze ziel, verlevendig dan ons geloof, om bij die vreese-lijke slagen kinderlijk, gelaten en tevreden in Gods heiligen wil te berusten in de troostvolle hoop van een zalig wederzien aan gindsche zijde van het graf. Maar verwerf ons ook daarbij eene teedere liefde voor de lijdende zielen in het Vagevuur; dat er geen dag voorbij ga, zonder dat wij ze door gebeden en goede werken te hulp komen, opdat zij, van hare smarten verlost, Jesus aanschouwen en bezitten en niet ophouden met bidden, vóórdat zij ook ons met zich in den Hemel ver-eenigd zien. Amen.
XXVII. DAG.
Maria bij de Verrijzenis van jesus.
De blijde mare, het zielverrukkend Alleluja van \'s Heeren verrijzenis wekt Maria voor immer op uit den nacht des lijdens, om haar in de zaligste vreugde te verplaatsen. Zij ziet Jesus weder levend en Verheerlijkt als den eerst opgestane uit de dooden, als Verwinnaar van dood en
100
graf en hel. In wat verrukkelijke gestalte zal Jesus na zijne verrijzenis niet \'t eerst aan zijne lieve Moeder verschenen zijn? Alleluja ! roept bare ziel in beilige geestvervoering den Verrezene tegen. Als verwinnaar van zonde en dood viert Hij eene eeuwige zegepraal en is Hij in dien verheerlijkten toestand voor Maria een voorwerp van des te grooter vreugde, daar zij in Hein het voorbeeld en bet onderpand tevens ziet van de verrijzenis der zijnen, van de eeuwige hemelsche verheerlijking van alle uitverkorenen. Welk een heerlijk Paascbfeest zal op den algemeenen dag der opstanding door de rechtvaardigen gevierd worden ! Wat ongekende vreugde zal de glorierijk verrezenen dan in eeuwigheid vervullen ! Maar ook wat schrik en ontzetting voor de zondaren, wanneer de bazuin van \'t wereldgerecht ook hunne lichamen uit de graven zal opwekken ! 0 ernstige waarheid, die al mijne behartiging verdient. Eens zal mijn lichaam weer verrijzen ; dan zal ik voor de gansche wereld zoodanig verschijnen, als ik werkelijk voor God ben. Geene misleiding is daar meer mogelijk. Mijn lichaam zal er dan zoodanig uitzien, dat-men bij den eersten opslag in mij een uitverkorene of een verworpeling zal er-
101
kennen. —• Maar hoeveel eerbied moet ik Jan niet hebben voor mijn lichaam en al zijne ledematen, wijl het eens in de verheerlijking der ziel zal deelen? Hoezeer moet ik niet vreezen, het door eene zonde te bezoedelen ? 1 loezeer eert de li. Kerk de lichamen niet ? Zij zegent ze, wijdt en zalft ze als tempels van den II. Geest en legt ze in gewijde aarde. Hoezeer vereert niet de H. Kerk de lichamen der Heiligen, wijl die ook met de ziel ter verheerlijking Gods hebben medegewerkt ?
ilob ik wel dikwerf ernstig overwogen, dat ook mijn lichaam eenmaal zal opstaan uit liet graf, om tot eene zalige ol\' rampzalige eeuwigliokl te verrijzen ? ... Heb ik daarom immer eerbied voor mijn lichaam, zoowel in do eenzaamlieid als in gezelschappen?. .. Dewaar ik mijn lichaam zuiver van alle kwaad, of wordt het misschien al te veel door mij gekoesterd ?... Onderdruk ik zijne zinnelijke neigingen en begeerten, opdat het onderworpen zij aan den geest en de geest aan üod ?... Leef ik zóó, dat ook eens mijn lichaam heerlijk, glorievol zal verrijzen totgrooter vreugde van jesus en Maria?... Zoo niet, wat is in mij vooral nog\' te versterven, te verbeteren en te vernieuwen ?
Spreuk. Die hier met Christus lijdt, zal eens met hem verheerlijkt worden.
Schietgebed. 0 God ! geel\' dat ik toch heilig leve, zalig sterve en glorievol ver-rijze. Amen.
102
G E C E lgt;.
O Maria, wier teederminnend harte bij de Verrijzenis des Heeren met een ongekende vreugde vervuld werd, o bid voor ons, dat ook wij nu aan de zonde sterven, om tot een geestelijk leven van genade en liefde tot God te verrijzen ; versterk door uwe voorbede ons geloof aan de verrijzenis des vleesches, opdat wij onze lichamen steeds beschouwen als tempels van den H. Geest en voortaan rein en vlekkeloos bewaren tot aan den dood; dat wij den ouden mensch der zonde in ons overwinnen, onze hartstochten onderdrukken. onze booze neigingen bestrijden, oui in nieuwheid des levens te wandelen en eens verheerlijkt tot eene zalige eeuwigheid te verrijzen. Amen.
XXVIII. DAG.
Maria\'s sterven.
Nog mocht Maria na \'s Heeren Verrijzenis herhaaldelijk met haren goddelijken Zoon verkeeren, nog mocht zij Hem heerlijk zien ten Hemel varen, en zijne plechtige belofte, dat Hij den H. Geest, den Vertrooster zou zenden, over zich en
103
Je Apostelen zien in vervulling gaan; nog mocht zij zich verheugen in de prediking der Apostelen, in den bloei der pas opkomende Kerk ; nog mocht zij de leerlingen. wier middenpunt zij was, troosten en versterken, de eerste geloovigen onderwijzen en voorlichten, toen zij eindelijk haar dagwerk verricht, hare loopbaan zaligend volbracht had. Gods stem riep haar uit dit leven, of liever brandende van verlangen, om haren verheerlijkten Jesus weêr te zien, ontvlood hare heilige ziel aan de banden haars lichaams, om zich in den Hemel met Hem te gaan vereenigen. — Maar wie aan God en de menschen welgevallig is, diens aandenken blijft ook op aarde in zegening. Uit zien wij in Maria bevestigd. Eeeds achttien honderd jaren zijn verloopen, sedert zij deze aarde verliet en nog is haar aandenken, hare liefde en vereering op aarde niet uitgewischt. Waar ooit op aarde de knieën gebogen worden voor Jesus, daar wordt ook de naam van Maria met eerbied uitgesproken. Aan millioenon is zij reeds ten voorbeeld voorgesteld en haar heilig leven, werken en lijden met bewondering herdacht. En mogen er nog eeuwen en eeuwen voorbijsnellen, zoo zal nog tot aan het einde der tijden met de aanbidding
104
van Jeaus ook de vereering van Maria verbonden, haar na:iui met eerbied uitgesproken en baar aandenken in zegening gehouden worden. 0 Christen ! leer dan Maria navolgen, leer van haar zóó leven, werken, lijden, dat ook uw aandenken immer in zegening blijft. Aan een ieder wijst God hier beneden een werkkring aan, waarin bij goed stichten en zegen verbreiden kan. Ue een als priester, een ander als vader of moeder, een derde als leermeester, geneesheer of overheidspersoon. Of ambachtsman of soldaat of landbouwer, allen kunnen zich door hunne deugd in de harten der menschen een zegenrijk aandenken vestigen, dat niet spoedig zal worden uit-gewiseht. Maar, helaas ! hoe menigeen is spoedig vergeten ? Men tracht zelfs zijn beeld zoo spoedig mogelijk uit het geheugen te verbannen. Waarom ? Omdat hij zoo slecht geleefd, zoovele ergernissen gegeven, zoo weinig troostvolle verwachtingen heeft nagelaten. Oordeel dus u-zelven met een heiligen ernst, of gij met een goed geweten in uw oogenblikkelijken toestand, uit uwe tegenwoordige loopbaan van hier scheiden en de eeuwigheid zoudt durven ingaan.
Loef\' ik zóó, dat ik aan do verwachting van üod, die mij geschapen hoeft, van do Kerk. die mij tot haar kind heeft aangonomen, van
105
mijne ouders uu betrekkingeii. vim mijne overlieden en onderdanen, van mijne luiiagenootcn en allen, die mij zijn aanvertrouwd, beanlwoord?... Bon ik allen tot een goed voorbeeld, tot stichting, tot hulp en bijstand, tot troost en goeden raad ? ... Zijn al mijne schreden door liefde, door zachtaardigheid, door toegeeflijkheiden door weldaden gekenmerkt ?... Leef ik zóó, dat eenmaal mijn dood kostbaar zijn zal voor het aanschijn van God?... Kostbaar is voor het aanschijn des üccren
de dood van zijne Heiligen. (Ps. 115. vs. 15).....
dat eenmaal ook mijn aandenken in zegening blijven zal?
Spreuk. Hij, die aan God en de inen-eiclien behaagt, diens aandenken blijft in zegening.
Schietgebed. Heer, laat mij liet goede doen zoolang ik leef tot uwe glovie en \'s naasten heil!
GEBED.
O Maria, mijne lieve Moeder, wier kostbare ziel, — na een leven van de schitterendste deugden, van de vurigste liefde en hoogste heiligheid, — uit sniachtver-langen naar uw goddelijken Jesus aan de aarde ontvlood, om zich in de eeuwige vreugde weêr met Hem te vereenigen ; o bid toch voor ons, dat geheel ons leven zoo vol van geloof en hoop en liefde, zoo rein en vlekkeloos voor God, zoo liefdevol, weldadig en nuttig zij voor den even-
106
mensuh, dat wij eunuiaal den dood der rechtvaardigen sterven; ja, bid voor ons, dat wij steeds zoo leven, dat eenmaal ons aandenken in zegening blijve en onze reine ziel, aan de aarde ontvloden, zich in de vreugde des Hemels eeuwig verheugo. Amen.
XXIX. DAG.
Ten Hemel Opneming van Maria.
Nauwelijks is Maria\'s reine ziel aan haar lichaam ontvloden, of de gansche ILemel snelt haar jubelend tegemoet, om haar in zegepraal in te halen. Met lichaam en ziel treedt zij de glorie des Hemels binnen. Haar lichaam, waaruit het Woord des Vaders het menschelijk vleesch had aangenomen, zou op deze aarde niet achterblijven. Zooals het begin van Maria\'s aanzijn door een bijzonder genadevoorrecht van hare onbevlekte ontvangenis verheerlijkt was, zoo zou dit ook haar einde wezen. Haar dood was tevens ook het verheerlijkt worden van haar heilig lichaam. Haar is het heerlijk lot ten deel gevallen, dat voor den mensch bestemd was, zoo hij niet gezondigd had; heilig naar ziel en lichaam, werd zij ook met lichaam en ziel in de glorie des Hemels opgenomen, als
107
Koningin der Heiligen gekroond. En hoe schitterend is die opneming, dat kroningsfeest ? »Wie kan, zegt de H. Anselmus, ))de vreugde en jubel beschrijven, waarsmede alle koren der zalige Geesten juiuh-»ten, toen zij de Moeder huns Hoeren «zagen opvaren en den Heer zeiven bereid szagen, om zijne lieve Moeder in al den »glans zijner gansche heerlijkheid te ont-»vangen ? God zelf snelt haar te gemoet »en geleidt haar van duizendmaal duizend »Engelen en Heerscharen omgeven opwaarts, «verheft haar boven alle Hemelen en plaatst shaar op haren troon aan zijne zijde. O «bewonderenswaardige dagquot;, zoo gaat de H. Anselmus voort, swant die dag heeft niet u-alleen, o gezegende Vrouwe ! boven alle uitdrukkingen verheven, maar ook den Hemel, die u opnam, met alles wat hij bevat, met een nieuwen glans en onuitsprekelijke glorie verheerlijkt.quot; Daar in den Hemel, van alle Engelen en Heiligen omgeven, is nu Maria \'t naast bij den troon van God. Haar ter eere viert de Hemel een eeuwig jubelfeest. De gansche Hemel is als een lusthof Gods, wiens eindelooze grasperken met de heerlijkste bloemen en de schoonste bloesems versierd zijn. Daar golft eene onafzienbare zee van sneeuwwitte bloesems van kinderen, die in onschuld
108
gfcstorven zijn ; duur iliit lelieveld van reine maagden, die purperroode rozen van martelaren, die gulden sterre-bloemen van heilige leeraars, en die schaar van alle Heiligen, en de ontelbare Engelenkoren stemmen haar oen eeuwig loflied in. O hoe warm wordt ons het hart, hoe vurig ons verlangen naar dien schoonen Hemel, als wij aan die eeuwige vreugde denken. Voorzeker de Hemel is alles waard ! O gelukkige eeuwigheid, zalige vreugde des Hemels ! wat moet men niet opofferen om u te winnen ?
Maar ik, lieb ik tot hiertoe dc glorie ilcs llomcls verdiend?... Heb ik voor God gearbeid, vooi\' God golodon, voor God gestreden, om eens dat heerlijke loon, do roemrijke zegepalmen te kunnen verwerven ?... lien ik misschien nog aan do aarde, aan hare goederen, vermaken en eerbewijzen gehecht, zoodat ik nog weinig-naar den Hemel verlang?... O, die noodlottige verblindheid! Wat, zoo ik eens voorden selioo-non Hemel verloren ging? Ach, lieve Jesns, voortaan zal ik met siddering en vreeze aan mijne zaligheid werken!
Spreuk. De Hemel is alles waard !
Schietgebed. Maria 1 bid voor mij, en houd niet op met bidden, vóór dut gij mij in don Hemel ziet.
GEBED.
O Maria, Koningin des Hemels, die met
109
licbaam en ziel in de eeuwige glorie opgenomen door God zeiven boven alle Engelen en Heiligen verheerlijkt, zijt, o, ik verheug mij in uw geluk, in uwe vreugde, in uwe onbeschrijfelijke heerlijkheid. O, aan de rechterhand iiws Zoons gezeten, houdt gij niet op, onze Moeder, onze voorspraak, onze hoop en troost en toevlucht te zijn, help ons dus in de gevaren van dit leven, versterk ons in den strijd en in de bekoringen, troost en bemoedig ons in het lijden, opdat wij duivel, wereld en vleesch overwinnen. Maak ons hart los van deze aarde, ontsteek daarin een vurig en brandend verlangen naar den Hemel, opdat wij voor God slechts leven, voor Hem strijden, met Hem zegevieren en in de eeuwige glorie met U vereenigd worden. Amen.
XXX. DAG. Het Rozenkransfeest.
Groot was te allen tijde sedert de instelling van den H. Kozenkrans de zegen, dien hij van den Hemel aftrok. De 11. Üominicus leerde bij het begin der dertiende eeuw hem \'t eerst bidden en wel als behoedmiddel tegen de vreeselijke verwoesting, welke de ketterij der Albigenzen toen aan-
no
riuhUe; on de Katholieken weiden dunr-door niet alleen in\'t geloof versterkt, maar ook, zooals geloofwaardige schrijvers verhalen, werden door dezen Heilige meer dan honderdduizend afgedwaalden tot de ware Kerk teruggebracht. Onder den H. Paus Pius V behaalde het leger der Christenen eene schitterende zegepraal over de Turken juist op den dag, dat de broederschappen van den H. Rozenkrans over de gansche wereld dit schoone gebed ten Hemel zonden, ter gedachtenis waarvan Paus Gre-gorius XllI het feest van den Eozenkrans instelde. Onder Keizer Karei VI werd een vreeselijk heirleger van Turken andermaal verwonnen, toen de leden van den H. Eozenkrans te liome door dit voortreffelijke gebed in plechtigen optocht den zegen des Hemels over de wapenen der Christenen hadden afgesmeekt; weshalve Paus Clemens XI het feest van den H. Eozenkrans over de geheele H. Kerk uitbreidde. — En inderdaad dit gebed zoo eenvoudig maar krachtig tevens bevat alles, wat ons troosten en opwekken kan. Het herinnert ons de blijde, smartelijke en glorievolle geheimen van Jesus\' leven, lijden en sterven en zijner verheerlijking. Het bevat alles, wat in eon gebed edels, verhevens en heiligs kan govvenscht worden. Het wekt ons
Ill
goloot\' op on bevestigt ons in de lioot\'d-waarheden van onzen H. Godsdienst, daar het met de geloofsbelijdenis der Apostelen aanvangt; het bevat de krachtigste, schoonste en heerlijkste gebeden, die ooit van \'s men-schen lippen kunnen vloeien: het gebed des Heeren, door Jesus de eeuwige wijsheid ons geleerd, de groet des Engels, door den Aartsengel Gabriël, de H. Elisabeth en de H. Kerk uitgesproken en dat herhaald, dat aanhoudend, dat vertrouwvol smeeken en roepen is een heilig geweld, dat men den Hemel aandoet, dat telkens door eene schoone lofprijzing van de aanbiddelijke Drieëenheid wordt afgewisseld : Glorie zij den Vader enz. Ja dit gebed is voor alle tjjden, alle plaatsen, alle standen, alle personen, voor geleerden en ongeleer-den, het is waarlijk algemeen : Katholiek. O bid dan gaarne, godvruchtig, dikwerf, dagelijks den Eozenkrans, denk daarbij aan die groote geheimen van ons geloof, bid dien met groote godsvrucht, met liefde en vertrouwen, en hij zal in leven en sterven zoeten troost, rijke genade en zegeningen over u aftrekken.
Heb ik waarlijk eerbied, devotio voor den 11. Rozenkrans, waardoor God zoovele wonderen gedaan heeft ?... Bid ik dien dikwerf\', dagelijks ten minste een gedeelteBen ik lid van de broeder-
112
schiij) van den levenden Kozenki\'ans ?... Urengik daardoor dagelijks aan niijne lieve .Moedor eene kleine hulde mijner eerbiedige liefde ?... Draag ik misschien voortdurend een gewijden Rozenkrans bjj mijO, dat aller; zal een bewijs zjjn, dat ik mij gaarne aan haar herinner, aan haar donk, met haar spreek, haar loof en prijs en vereer, en zal hare machtige bescherming in leven en dood over mij aftrokken.
Spt\'c-iik. God heeft het kleine en geringe (den Eozenkrans) dikwerf uitgekozen, om liet groote te beschamen.
Schiehjehcd. Geef, lieve Moedei\', dat ik U dagelijks een lio/.enkrans vlechte van de innigste en teederste beden.
GEBED.
O Maria, die ook door den H. Rozenkrans u steeds eene machtige beschermster der Kerk tegen al hare vijanden getoond hebt, o kom ook in onze dagen de H. Kerk te hulp, verdedig haar tegen alle aanslagen, waarmede de vijanden van uw god-delijken Zoon haar met zooveel verwoedheid bestrijden, bid voor onzen H. Vader den Paus, bid voor alle bisschoppen en priesters, opdat zij waarheid, gerechtigheid en deugd onverschrokken handhaven en verdedigen tegen de goddeloozen dezereeuw, die in ongeloof en boosheid met helsche
113
woede tegen den Ileei\' on zijnen Gezalfde samenspannen. Jiid, dat die verdwaalden eindelijk hunne verblindheid inzien en zich met levendig geloot\' en wanne tranen van berouw in den schoot der liefdevolle moeder nederwerpen, om vergiffenis, genade en heil te erlangen, opdat die H. Kerk in zoeten vrede al hare kinderen beware en besture en naar den schoonen Hemel op-voere. Amen.
XXXI. DAG.
Feest van het H. Hart van Maria.
Evenals in den kring der feesten des lieeren het leest van het allerheiligste Hart van Jesus het laatste is, zoo is \'i ook in den feestkring van Maria. Laat ons dan ten slotte van die lieve Meimaand het heilig hart van Maria beschouwen, om daardoor nog eens ons te binnen te brengen al het groote, wat God aan Maria, wat Maria aan ons gedaan heeft, om daardoor nog sterker te worden opgewekt veel voor God, voor Maria, voor onze onsterfelijke ziel te doen. Stel u levendig voor, hoe dit Hart van Maria met een krans van witte rozen omvlochten, met een zwaard doorboord is en vlammen van liefde uitslaat-
114
Die krans van witte rozen herinnert u aan hare onbesmette reinheid, het zwaard aan haar lijden, de vlammen baars harten aan hare liefde tot God en den naaste. Zoudt gij dan aan het allerzuiverste Hart, dat u zoo gloeiend bemint, uwe liefde kunnen ontzeggen ? Ook Maria roept ons toe : mijn zoon, mijne dochter, geef mij uw hart. (Spreuk XXIII, 26.) Zij beeft ons uit geheel haar hart liefgehad en wij, wij zouden die beste der Moederen ons hart weigeren V O vereeren, beminnen wij dus bet allerheiligst en onbevlekt Hart van Maria, wijden wij het ons hart, onze liefde toe. Hoevele zegeningen en genade beeft de vereering van dat H. Hart op de wereld niet afgetrokken? Wonderen van genade, wonderen van bekeering ; zondaren, die reeds aan den rand van den eeuwigen afgrond waren ingeslapen, werden door aanroeping van dit H. Hart nog opgewekt, gered en bekeerd. De broederschap van dat allerheiligst en onbevlekt Hart, dat zich vooral de bekeering der ongelukkige zondaren ten doel stelt, is reeds over de gansche aarde uitgebreid; duizenden en duizenden roepen daarin dagelijks met kinderlijk vertrouwen de liefde en tussehenkomst van dat allerheiligst Hart voor de bekeering der ongelukkige zondaren in. En wij ook zullen dat allerbemin-
1 15
nelijk.st Ilart bewonderen, liefhebben en aanroepen, opdat dat rampzalig ongeloof, zede-bederf en ongodsdienstigheid verdwijne en genade, heil en vrede onder ons wone.
Maai\' heb ik dit tot hiertoe wel altjjd gedaan; liet Hart van Maria bewonderd en liefgehad\'.\'... Heb ik mijn hart aan de lieve moeder geschonken, hare vurige liefde met waarachtige wederliefde beantwoord ?... Heb ik mij thans voor eeuwig aan hare liefde, aan hare vereering, aan hare dienst toegewijd?... Behoor ik thans onherroepelijk aan haar toe? .. . Wil ik hare deugden navolgen, hare devotie bevorderen, kind van Jesus, kind van Maria zijn?... Ja lieve Moeder! ik bon de uwe, mijn hart behoort u toe, het zal voor u slechts kloppen. Gij zult na Jesus het eerste voorwerp mijnor liefde en van al mijne teodeiheid zijn.
Spreuk. O, Maria ! toon dat gij mijne Moeder zijt!
Schielgehed. Gelooid, bemind en verheerlijkt zij altijd en overal het allerheiligst en onbevlekt Hart van Maria. Amen.
GEBED.
O Maria ! ik vereer en prijs u om de vurige liefde tot God, waarvan uw allerheiligst Hart steeds gloeide en om de reinheid en verhevene heiligheid, waarin het steeds geschitterd heeft. Verwarm mijn hart door den gloed van uw liefdevlammend Hart, laat uwe reinheid en uw deugden-
1 16
glans ouk iu mijn hart weèrstralen en den IF. Guest bewegen, om in mij zijne aange-name en genaderijke woning te nemen. Ik dank u voor het medelijden, dat uw Hart voor ons mensclien vervult en beveel mij heden opnieuw aan uw minnend Harte ter liefdevolle verzorging aan ; geheel en voor eeuwig wijd ik mij aan u toe, u dringend smeekende, mij cnder het getal uwer liefste kinderen aan te nemen. Geef, dat ik u nimmermeer bedroeve of mij uwer moederlijke teederheid onwaardig make, maar door liefde tot Jesus en u ontgloeid, mij als een waar kind van God en leerling van Jesus toone, dat ik u meer gelijkvormig worde en in heiligheid en deugd aan wasse tot aan het einde mijns levens. Amen.
MORGENGEBED.
Bij het opstaan.
In den nn,am des Vaders ■]-, die mij geschapen heeft, en des Zoons -J-, die inij door 7.ijn dierbaar bloed heeft verlost, en des Heiligen Geestes -j-, die mij geheiligd heeft, sta ik op; Hem, den Drieëenigen God, zij eer in alle eeuwigheid. Amen.
Na het aankleeden.
Hemelsche Vader! voor uw heilig aangezicht, kniel ik, uw kind, hier neder en zeg TJ hartelijk dank voor den verkwik-kenden slaap en de weldadige rust, die Gij mij hebt laten genieten. Gij, Heer over leven en dood, hebt mij dezen dag weer in gezondheid laten beleven en mij voor ieder gevaar bewaard. Dezen dag wil ik dan geheel toewijden aan TI, hem alleen ter uwer eer en volgens uw welbehagen doorbrengen. lederen polsslag van mijn hart, iederen blik mijner oogen, iedere beweging
118
van mijne banden en voeten, ieder woord van mijne tong wijd ik U toe. U te verheerlijken is het eenig doel van al mijne gedachten, woorden en werken.
Ik ga nu aan mijn werk en wil al mijn arbeid, al mijne bezigheden slechts uit liefde voor U volbrengen. Geef daaraan uw goddelijken zegen, opdat zij wel mogen slagen. Van U toch daalt hierbeneden alle zegen, en elke goede gave af. Gij wilt, dat ik niet alleen mijn werk met ijver verrichte, maar tevens ook mijne ziel heilige ; maar dit kan ik niet zonder uwe goddelijke genade. Ik ben arm en ellendig, help mij, o mijn God en Vader! Verlicht mijn verstand en versterk mijn wil ten goede; bestier mijne bedoelingen en leid ze naar uw goddelijk welgevallen. Als de bekoring mij overvalt, snel mij dan te hulp en geef mij kracht, om die teoverwinnen. Ik wilgeene, geene enkele zonde bedrijven, al zou het ook mijn leven kosten. Gaarne wil ik het verbond vernieuwen, dat ik het geluk bad, in het H. Doopsel met U, mijn God en Heer! te sluiten. Ik verzaak den boozen vijand met al zijne werken en al zijne hoovaardij. Ik geloof aan U, als aan de eeuwige waarheid, ik hoop op Ü, als op de oneindige barmhartigheid, ik bemin U als het hoogste en beste goed.
119
Sta mij bij, dat, ik dit. verbond niet brake en uwe heiügraakende genade niet verlieze. Geef\' mij in lijden en wederwaardigheden zachtmoedighsid en geduld ; help mij, dat ik mij jegens allen, die met mij omgaan, liefdevol gedrage, niemand door woorden of daden hindere, en mijn arbeid niet ijver verviille. Maar voor alles, geef mij eene brandende Helde tot ü, help mij dat ik den dag, dien ik in liefde tot U begin, ook in uwe liefde mag eindigen. Amen.
Bijzonder voornemen.
Mijn hart, o beste vader in den Hemel, is de zetel van vele booze neigingen, maar bijzonder ééne neiging is er, (denk hier na, welke die is,) die mij reeds zoo dikwerf tot zonde vervoerd, tot overtreding van uwe heilige wet verleid heeft. 01 hoe gaarne zou ik die verkeerde neiging overwinnen, hoe gaarne zou ik daarvan bevrijd zijn ! Ik neem mij voor en beloof U, mijn God en Heer, dat ik die neiging niet toegeven en U niet beleedigen wil. Ik wil zorgvuldig waken en iedere gelegenheid vermijden, die mijne ziel kan in gevaar brengen. Kom dan mijne zwakheid te hulp, opdat ik getrouw blijve aan
120
mijne goede voornemens en de zege over mijzelven behale; daarom bid ik U, o beste Vader, door uwen Zoon onzen Heer. die met U leeft en heerseht in eeuwigheid. Amen „
Allerheiligste maagd Maria, mijne lieve Moedei-, trek U uw kind aan, en breng mijne bede voor den troon Gods, opdat zij verhoord worde. Ik voel te zeer mijne onwaardigheid, om zooveel genade van God te erlangen ; want te vaak heb ik reeds gezondigd, te vaak mijne goede voornemens verbroken en den besten Vader in den Hemel beleedigd; maar door U hoop ik dat mijne bede gunstig worde aangenomen. Ik bid U, beste Moeder, wees zoo goed in de oogenblikken van gevaar mij nabij te zijn, mij te bewaren en te beschermen, opdat ik toch eens mijne belofte nakomen en de zege over mijzelve behalen moge. O barmhartige Moeder! Gij verlangt zelve zoo vurig, dat ik een Godewelgevallig leven leide, dat ik zuiver blijve van zonde, mijne ziel met deugden versiere en door goede werken verrijke; sta mij dus krachtig bij, dat ik dezen dag vrij blijve van zonde, en alle gedachten, woorden en werken naar den heiligen wil van God inrichte en vol-brenge in den naam van uw goddelijken
12 I
Zoon Jesus die met den Vader en den H. Geest geloofd en geprezen zij in eeuwigheid. Amen.
En gij, mijn Engelbewaarder, door God in zijne eindelooze goedheid mij ter zijde gesteld, leid mij heden bij al mijn doen en laten en bewaar en bescherm mij in strijd en gevaren. Herinner mij dikwerf aan het goede voornemen, dat ik zoo even gemaakt heb en sta mij bij, om het ten uitvoer te brengen tot verheerlijking van den drieëenigen God, wiens aanschijn gij moogt aanschouwen, en wiens Majesteit gij met de scharen uwer broeders eeuwigen lof zingt. Amen.
Mijn H. Patroon N. vergeet ook gij mij niet en bid voor mij, dat de H. Geest mij steeds een vurig verlangen naar een braaf en deugdzaam leven instorte en mij de genade verleene, om uwe voetstappen te drukken en heilig te worden, zooals gij door zijne genade geworden /.ijt. Amen.
Jesus, Maria, Joseph! Ik geef U mijn hart en mijne ziel.
Jesus, Maria, Joseph ! Sta mij bij in den doodstrijd.
Jesus, Maria, Joseph! laat. mij met U in vrede sterven. Amen.
G
A V O N D G E B E D
!
O goedertieren God en Vader! Weêr is een dag mijns levens voorbij. Weêr hebt, Gij mij heden naar ziel en lichaam met, gunsten overladen, rajj van spijs en drank en kleeding voorzien, mij voor kiekte en gevaren bewaard en mij vele kostbare uren geschonken, om die tot uwe eer en mijne zaligheid te besteden. Gij wordt niet moede mij weldaden te bewijzen, ofschoon ik mij zooveel goedheid dikwerf onwaardig maak. Hoe zal ik in staat zijn, U naar waarde te danken, uwe onuitsprekelijke goedheid te prijzen en uwe ondoorgrondelijke barmhartigheid te loven? Gaarne wil ik in ootmoed erkennen en belijden, dat ik door U slechts leef, alles aan U te danken heb, dat ik zonder U in het niet zou terugzinken, waaruit uwe goedheid en almacht mij getrokken heeft. Neem, liefdevolle Vader deze belijdenis tot dank aan voor alles, wat Gij mij geschonken hebt en trek uwe vaderlijke hand van mij niet terug. — Thans begeef ik mij tor rust, bewaar mij
las
dezen nacht in gezondheid en behoed mij tegen alle gevaren. Die rust offer ik ü op en stel mijn lichaam en mijne ziel in uwe handen ; daar zijn zij zoo veilig, als een kind in de armen zijner moeder. Maar wijl ik niet weet, of deze nacht misschien de laatste mijns levens is en mijne ziel voor uw oordeel wordt 023ger0epen, wil ik niet nalaten met mij zeiven in \'t gerecht te treden. Eeeds veel kwaad heb ik voor uw aanschijn gedaan en geen dag gaat voorbij, waarop ik niet struikel of U op eene of andere wijze beleedig. Zend daarom uw heiligen Geest over mij af, opdat Hij mij verlichte, dat ik al mijne fouten en gebreken, waaraan ik mij heden weêr heb schuldig gemaakt, levendig inzie en erkenne; opdat Hij mijn hart bewege en treffe, om mijne ongetrouwheden hartelijk te betreuren en mij kracht verleene, om mij ernstig en oprecht te verbeteren.
Onderzoek hier nauwkeurig uw geweten, zie of\' gij het bijzonder voornemen van dezen morgen volbracht, togen uwe hoofdneiging gestreden hebt. Zoo ja, dank er God voor en hernieuw dat voornemen : zoo neen, onderzoek dan, toaaroni gjj weder gevallen zjjt, verootmoedig U voor God. betreur van harte uwe zwakheid en maak beter en krachtiger voornemen voor den dag van morgen.
124
Na het onderzoek des gewetens.
Acb, mijn God en Vader! Schaamte en berouw grijpt mij aan, wanneer ik zie, dat er geen dag voorbijgaat, waarop ik U niet door gedachten, woorden en werken of door nalatigheid bedroef en nwe weldaden en genadegaven met ondank vergeld. Ach, wie ben ik toch, o God, dat Gij mijner nog gedenkt en bet verdraagt, dat ik de trouw die ik ü gezworen heb, nog zoo dikwerf verbreek? Ik kan mij niet verontschuldigen; met innig leedgevoel, met waarachtig berouw moet ik bekennen, dat ik door eigen schuld U weêr heb vergramd. Zult Gij mij nog weêr vergiffenis schenken ? Ik zou het niet durven hopen, zoo Gij zelf niet gezegd hadt, dat Gij den dood des zondaars niet wilt, en dat er bij U erbarming is en overvloedige verlossing. Daarom roep ik tot U, o Vader in den Hemel en smeek U, wil mij om de verdiensten van uw goddeljjken Zoon vergeven en mij weder als uw kind aannemen. Met zijn dierbaar bloed heeft die goddelijken Zoon mijne schuld betaald, en dat heilig bloed offer ik ü op tot voldoening en verzoening.
Goddelijke verlosser Jesus Christus! Uw allerheiligst Hart staat immer open voor
125
ilc zondaren, opdat zij daar hunne toevlucht en vrede vinden. In dat liefdevolle Hart sluit ik mijne ziel op, opdat zij daar, gereinigd door uw heilig Bloed, veilig ruste voor de aanvallen van den boozen vijand, die mij reeds zoo dikwerf heeft doen vallen en die niet ophoudt mij te belagen. Ik wil geene zonde meer bedrijven, van nu af aan wil ik een heilig en zuiver leven leiden, U navolgen en U trouw dienen, lieve Jesus, alle dagen mijns levens. Geef mij kracht, o mijn God, dat ik mijn voornemen nakome en een goeden strijd strijde, nm de kroon te erlangen, die Gij aan uwe trouwe navolgers beloofd hebt.
Ü mijne liefderijkste, beste Moeder Maria! ik kan, ik mag mij niet ter ruste begeven, zonder ook U hartelijk te bedanken voor uwe moederlijke zorgvuldigheid, die Gij immer voor mijne ziel hebt betoond. Hoevele genaden heb ik aan uwe machtige voorbede niet te danken? Wat zou er van mij geworden zijn, zoo gij mij niet op bijzondere wijze hadt beschermd ? 0, onttrek mij toch uwe liefde niet en bewaar mij ook dezen nacht. Vol vertrouwen werp ik mij in uwe moederlijke armen en ik smeek U, behoed mij voor alles wat zondig is, en wanneer mijn laatste uur in dezen nacht mocht aanbreken, dan, o lieve
12ii
Moeder verlaat mij niet en red mijne ziel van het eeuwig verderf.
Heilige Engelbewaarder, trouwe wachter mijner ziel, en Gij, al mijne Patronen, bidt voor mg en al mijne inedemenschen, inzonderheid voor de armen, zieken, lijdenden en stervenden, dat geen onheil ons dezen nacht overkome en wij allen veilig en in vrede rusten in de hand des Vaders, 7 die ons geschapen, en des Zoons, quot;]• die ons verlost, en des H. Geestes, quot;j* die ons geheiligd heeft. Amen.
Maria met uw zoet Kind zegen mij !
Jesus, Maria, Joseph ! Staat mij bij!
Jesus, in uwe handen beveel ik mijnen geest 1 Amen.
UE13EDEN HIJ DE IJ. ]\\11S.
VÜOll UE U. MIS.
Ü God, homelsche Vader, Gij, die mij naai\' uw beeld geschapen hebt ; o God, do Zoon, Gij, die om mij te verlossen de menschelijke natuur hebt aangenomen, uw H. Bloed voor mij vergoten en den bitteren dood geleden hebt; o God, Heilige Geest, Gij, die my in den H. Doop geheiligd en tot het ware geloof geleid hebt; o Gij, allerheiligste Drievuldigheid, geel\' mij uwe genade, dat ik dit H. Misofier aandachtig bijwone en het met den priester aan uwe goddelijke Majesteit ten offer brenge: «
1. Tot roem en eer van uwen H. Naam, om te belijden, dat Gij de eenige, hoogste God en Heer over ons mensehen en alle schepselen zijt, wien alléén dit offer toekomt.
\'2. Tot gedachtenis, o Jesus, van uw bitter lijden en sterven, tot welk einde Gij dit H. Offer hebt ingesteld.
128
3. Tot dankzegging voor alle mij bewezene genaden en weldaden.
4. Tot voldoening voor al mijne zonden en misdaden.
5. Tot verwerving der goddelijke hulp en bijstand in al mijnen nood.
6. Voor mijne geliefde ouders, bloedverwanten en vrienden, voor mijne geestelijke en wereldlijke overheden en al mijne weldoeners, bepaaldelijk voor ....
7. Voor de zielen van alle in Christus afgestorvenen, bepaaldelijk voor.....
Neem, o barmhartige God en Heer, dit offer genadig aan; laat dit mijn voornemen U welgevallig zijn en verhoor mijn gebed, door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des Heiligen Geestes, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
BIJ DE BELIJDENIS.
O Jesus, hoe groot is uwe goedheid en barmhartigheid jegens mij! Het is U niet genoeg geweest, voor mij mensch te worden, te lijden en te sterven ; maar Gij hebt ook bij uw verscheiden uit deze wereld dit H. Offer ingesteld, waarin Gij U-zelven aan uwen hemelschen Vader voor mij opdraagt. Hoe zal ik, o allergoedertierenste
120
Jesus, die liefde genoegzaam erkennen en zoeken te vergelden ? Ach, in plaats van ü te danken, houd ik niet op U dagelijks te vergrammen. Daarom beschuldig ik mij zeiven en spreek ; ik, arme zondaar, belijde voor God, den Almachtige, voor de allerheiligste Moeder Gods en altijd Maagd Maria, voor den H. Aartsengel Michaël, voor den H. Joannes den Dooper, voor de HH. Apostelen Petrus en Paulus, voor alle Heiligen, en voor u, mijne broeders, dat ik al te zeer gezondigd heb door gedachten, door woorden en door werken, met lujjne schuld, mijne schuld, mijne meeste schuld ; dus bid ik de allerheiligste Moeder Gods en altijd Maagd Maria, den II. Aartsengel Michaël, den H. Joannes den Dooper, de HH. Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u, mijne broeders, den Heer, onzen God, voor mij te smeeken.
Bij het Kyrie eleison zegge men met den priester :
Heer, ontferm ü onzer {driemaal).
Christus ontferm U onzer {driemaal).
Heer, ontferm U onzer {driemaal).
BIJ HKÏ (tLÜRIA
{wanneer het gebeden wordt).
Eere zij aan God in den allerhoogste,
li*
130
en vrede op aarde den menschen van goeden wille. Wij loven U; wij prijzen U; wij aanbidden U; wij verheerlijlfen U ; wij danken TJ om uwe groote glorie. Heer God, hemelsche Koning, Almachtige Vader, 1 Teer Jestis Christus, eengeboren Zoon des Vaders. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Die wegneemt de zonden der wereld, verhoor onze gebeden. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm U onzer. Want Gij zijt alleen de Heilige, Gij-alleen de Heer, Gij-alleen de Allerhoogste : Jesus Christus, met den Heiligen Geest, in de heerlijkheid van God den Vader. Amen.
BIJ DE COLLECTE, DEN EPISTEL EN HET GRADUAAL. »
Hoor, o hemelsche Vader, naar het gebed uwer H. Kerk, waarmeê zij uwe goddelijke Majesteit in den Naam van onzen Heer Jesus Christus ootmoedig toespreekt, on uwe hulp en bijstand in allen nood voor hare geliefde kinderen nederig inroept. Wend uw vaderlijk aanschijn niet van ons af, maar zie met genadigen blik op ons neder, ten einde wij, van allen ramp bevrijd, U welbehagelijk leven, zalig sterven, en uw rijk en heerlijkheid verwerven mogen, door Christus onzen Heer. Amen,
131
Verwek hier uit geheel uw hart de oeteningen van Geloof, Hoop en Liefde.
BIJ HET EVANGELIE.
Hart en ziel heffen zich, o Christus Jesus, in uw H. Evangelie, tot U op ; o Heilige Geest, zend uw licht van omhoog, opdat ik de blijde boodschap des hemelschen Vaders en zijn H. Woord door U, o Jesus, zijnen eengeboren Zoon, verkondigd, wel versta, en er de genade van erkennen moge. Ontsteek mijnen wil, o Gij, eeuwig vuur, opdat ik het nieuwe gebod der liefde met lust en begeerte ontvange en volbrenge. Voer ook mijn hart tot de volmaaktheid der evangelische vermaningen, opdat ik met de kudde uwer uitverkoren schapen, die uwe herderlijke stem hooren, in dit leven zóó vereenigd worde, dat ik eenmaal ten jongsten dage, met hen aan uw rechterhand staande, de troostvolle woorden verneme : komt, gezegenden mijns Vaders, en bezit het rjjk, dat voor u bereid is van den beginne der wereld.
BIJ LiE GELOOFSBELIJDENIS.
Ik gelpof in éénen God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en van aarde,
132
van allo zichtbare en onzichtbare dingen.
En in éénen Heer Jesus Christus, Gods eengeboren Zoon, en uit den Vader vóór alle eeuwen geboren. God van God, licht van licht, waarachtig God van den waar-achtigen God ; voortgebracht en niet gemaakt, van éóne zelfstandigheid met den Vader, door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen en om onze zaligheid is nedergedaald van den hemel. En is vleesch geworden dour den Heiligen Geest, uit de Maagd Maria en is mensch geworden. Hij is ook gekruist voor ons onder Pontius Pilatus. Hij heeft geleden en is begraven, en Hij is ten derden dage, volgens de schriften, van den dood weder opgestaan ; en Hij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vaders, en zal wederkomen, in heerlijkheid, om te oor-deelen de levenden en de dooden ; wiens rijk geen einde zal hebben.
Ik geloof in den Heiligen Geest, den Heer en levendmaker, die uit den Vader en den Zoon voorkomt; die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en mede verheerlijkt wordt; die door de profeten gesproken heeft.
En ééne Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel ter vergeving van de zonden. En ik verwacht de opstan-
133
ding der dooden, en het leven der toekomende eeuwen. Amen.
BIJ DK OJj\'i\'JSBANUJS.
O God, hemelsche Vader, tlij, die deze allerheiligste offerande des Nieuwen Ver-bonds door Jesus Christus, uwen eenigge-boren Zoon, hebt ingesteld; die zich daarin zelf, door de handen uws priesters, voor ons opdraagt, evenzeer breng ik mij zeiven hiermede ten offer aan uwe goddelijke Majesteit. Neem deze onbloedige offerande genadig aan ; ik wijd U daarbij mijn lichaam en mijne ziel, ja, alles wat ik ben en bezit. Laat dit al te zamen vereenigd zijn met de bloedige offerande, welke Jesus Christus eens aan het kruishout voor geheel het menschelijk geslacht, U, o almachtige God, heeft opgedragen. Met Jesus en zijne eindelooze verdiensten begeer ik mij in al mijn doen en laten eeuwig te verbinden; in Hem en in zijn bitter lijden en sterven berust mijne hoop en mijn vertrouwen ; op Hem is mijn geloof gegrond en gevestigd ; Hij is de bron mijner liefde en van mijn heil in eeuwigheid.
Ik breng U hiermede, o hemelsche Vader, ook al mijn lijden en geluk, mijne ouders
134
on vci\'wiinten, mijne naasten en mijne beminde vrienden op aarde, ootmoedig ten oiler. Laat mij en al de mijnen U een welgevallig offer zijn, en neem ons allen op in uw rijk, waar wij U, en uwen Zoon, onzen lieer, tegelijk met den Heiligen Geest altijd en eeuwig zullen loven en prijzen. Amen.
BIJ DE PllEFATIE.
Tot U, o God, verheffen wij onze harten en zeggen uwe goddelijke Majesteit dank. In waarheid, het is betamelijk en billijk, plichtmatig en heilzaam, dat wij U, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God, altijd en overal dankzeggen door Christus onzen Heer, door wien de Engelen en Aartsengelen uwe Majesteit loven, de Heerschappijen U aanbidden, de Machten voor U sidderen, en de Hemelen, met de krachten der Hemelen, gelijk ook de gelukzalige Serafijnen U, in eenparige vreugde, verheerlijken. Vergun, bidden wij U, dat ook onze lofzangen met deze worden toegelaten, terwijl wij in ootmoed belijden: Heilig, heilig, heilig, is de Heer, de God der heerkrachten. Hemel en aarde zijn vol van uwe heerlijkheid. Hosanna in het allerhoogste! Gezegend Hij, die komt in den
135
naam des Hoeren ! Hosanna is het allerhoogste.
J3IJ HB/r MKMENTO, OF DE GEDACHTENIS DE 11 LEVENDEN.
Barmhartige God en Heer, zie op mij en allen, die tot glorie van uwen grooten Naam bij deze heilige offerande tegenwoordig zijn, genadig neder; en opdat mijn gebed te krachtiger zij, zoo wil ik het vereenigen met de voorbede der allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, de heilige Apostelen, Martelaars en Belijders, Maagden en van alle Heiligen. Laat, o hemelsche Vader, deze offerande, waarin uw eengeboren Zoon zich op eene onbloedige wijze opdraagt, mijner ziel ten eeuwigen leven verstrekken. Ik bid U, o Heer, dat gij uwen dienaar onzen Paus, alle Bischoppen, Herders en Zielzorgers, verlichten en besturen wilt, opdat degenen, die hun aanbevolen zijn, door hunne leer en hun voorbeeld met uwe uitverkorenen mogen ver-eenigd worden.
Dat Gij de vorsten der aarde, de chris-(,en-mogendhedon en prinsen, die de eer van uwen goddelijken Naam tegen alle boosaardig vergrijp beschermen en bevorderen, in hunne macht gelieft te versterken,
136
en in genade, vrede en «enigheid, welke de wereld niet geven kan, te bewnren.
üat Gij mijne geliefde ouders, bloedverwanten, vrienden, weldoeners, en alle hier op aarde nog om wandelenden, voor wie ik verschuldigd ben te bidden, tijdelijke en eeuwige welvaart wilt verleenen. Geef hun, o Heer, door uwe milde goedheid, wat zij begeeren, wanneer het met uwe eer niet strijdig, en hun heilzaam is.
Verder bid ik U, dat Gij alle zondaren tot ware boetvaardigheid brengen, en allen, die in zware bekoring zijn, met uwe krachtige genade sterken, en voor den val behoeden wilt.
üat Gij alle in het geloof dwalenden, Heidenen en Joden, tot de kennis van het ware geloof wilt roepen en brengen. Gedenk, o hemelsche Vader, dat uw eenge-boren Zoon Jesus Christus ook voor deze allen den bitteren dood heeft geleden, en vooral om de zondaren in deze wereld gekomen is; leid ze allen tot de gemeenschap der geloovigen, opdat zij uwe vaderlijke genade en goedheid deelachtig worden, en uw Naam te meer in eeuwigheid zij geprezen. Door denzelfden onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U en den Heiligen Geest leeft en regeert. God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
137
liU UK OPHEFFING VAN DE Jl. HOSTIK.
Wees gegroet, o Gij, mijn Verlosser en Zaligmaker, Jesus Christus, mijne hoop en toevlucht. Gij zijt het eeuwig woord des Vaders, Gij, mijn God en mijn al. 0 Jesus, Gij, die aan het heilig kruishout U-zelven aan uw hemelsehen Vader hebt opgedragen, geef mij deel aan uw H. Lijden, aan uw waarachtig lichaam en bloed in dit H. Sacrament, nu en in de ure van mijnen dood. Amen.
BIJ DE OPHEFFING VAN HET II BLOED.
Wees gegroet, o Gij waarachtig en levend bloed, dat uit de heilige wonden mijns Heeren Jesus Christus gevloten en met zijn H. Lichaam in dit H. Sacrament vereenigd zijt. O dierbare schat, o edele badstroom van het kostbaarste en zuiverste bloed, wasch en reinig mij van al mijne zonden, genees en versterk mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
GEBED NA DE CONSECRATIK.
O allerbeminnelijkste Jesus, met een onwrikbaar geloof belijd, vereer en aanbid ik U, onder de hier tegenwoordige gedaanten
138
van brood en wijn. Ik smeek ootmoedig, laat mij ten jongsten dage U onverhuld met een vroolijk oog aanschouwen, bij het aantal uwer uitverkorenen medegeteld worden en in de hoogste vreugde uwe liefelijke stem hooren : kom, gij gezegende ! — Ontferm U mijner, o Jesus, en laat uw bitter lijden en sterven voor mij niet verloren zijn; laat uw kostelijk bloed voor injj niet te vergeefs vergoten wezen, maallaat het mij, gelijk al uwe uitverkorenen, tot eeuwige vreugde en zaligheid verstrekken. Amen.
DE QJSUACUÏKNIS DEK OVERLEDENEN.
Gedenk ook, genaderijke Jesus, allen, die in het ware geloof uit dit leven zijn verscheiden, vooral de ziele van.....Laat de
kracht en uitwerking dezer allerheiligste offerande en de voorbidding uwer H. Kerk hun te hulp komen; geef hen deel aan uwe eindelooze verdiensten. Stort den mil-den zegen der genade van uw heilig bloed overvloedig op hen neder. Neem ze op uit dc tjjdelijke strafplaats in de eeuwige rust en zaligheid, opdat zij met alle Heiligen (en na mijn verscheiden ook ik met hen) in uw Ejjk U loven en prijzen mogen. Gij, die met den Vader en den Heiligen Geest
139
leell en logeert, God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
lilJ HET PATER NOSTEll.
Bid hier het Onze Vader en zoy daarna :
Verlos ons, bidden wij TJ, o Heer, van alle kwaad dat verleden, dat tegenwoordig, dat nog aanstaande is, en verleen ons, door de voorbede van de zalige en roemwaardige, altoos Maagd en Moeder Gods Maria, van de heilige Apostelen Petrus en Paulus en Andreas eu alle Heiligen, genadig vrede in onze dagen, opdat wij, door den bijstand uwer barmhartigheid geholpen, ten allen tijde vrij mogen blijven van zonden en gerust zijn van alle kwellingen. Door den-zelfden Jesus Christus onzen Heer, uwen Zoon, die met U en den Heiligen Geest leeft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
De vrede des Heeren zij en blijve altijd met ons. Amen.
liJJ HET AGNUS DEI.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer.
140
Lam Gods, dat ile zonden der wereld wegneemt, geel\' ons den vrede.
VOORHEUEIDING DEJ! GEHSTBLIJKE COMMUNIE.
Zaelitmoedigste en allerootmoedigste Jesus, daar Gij ons bij U roept met de woorden : Komt allen tot Mij, die vermoeid en beladen zijt. Ik wil u verkwikken, zoo treed ik met een rouwmoedig hart, maar vol vertrouwen U nader, begeerig om zooveel mogelijk aan Uw H. Lichaam en Bloed bij dit H. Offer en Sacrament deelachtig te worden, en deze Engelenspij.s geestelrjkerwijze te kunnen genieten. Kom, o Jesus. kom binnen in mijn hart, verkwik en vervul het met uwen geest en uwe genade. O Gij, zoete vreugd mijns harten, o Gij, leven mijner ziel, schenk mij de vergiffenis van al mijne zonden en gebreken ; neem alles van mij weg. wat mij van U af keerig maakt. O dierbare Jesus, leid mij tot U en regeer over mij, bereid U eene aangename woning in mijn binnenste, zoodat Gij steeds blijven moogt in mij en ik in U, die leeft en regeert met den Vader en den Heiligen Geest van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
O Heer, ik ben niet waardig, dat gij ingaat onder mijn dak, maar spreek slechts
141
één woord, en mijne ziel zal gezond worden, {drie maal.)
Denk hier, dat, gij mei den Priesler com-iimniceerl, rn zeg: Het lichaam onzes Heeren Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
DANKZEGGING NA T)H GEESTELIJKE COMMUNIE.
O Jesus, licht mijns harten, vreugde en blijdschap van mijne ziel, U zeg ik dank in eeuwigheid, II loof ik uit al mijn vermogen, dewijl Gij mij, uw onwaardig schepsel, met uw H. Lichaam en Bloed geeste-lijkerwijze hebt gespijzigd. O Gij, mijn Zaligmaker, mijn God en mijn al, neem door deze uwe onbegrensde liefde alles van mij weg, wat U mishagen kan ; vernieuw mijnen geest in mijn binnenste, en vervul mijne ziel met uwe genade; onsteek mijnen wil met het vuur uwer liefde, en maak dien geheel en al gelijkvormig en ondergeschikt aan den uwe, opdat ik voortaan zeggen moge : Ik leef, doch niet meer ik, maar Christus leeft in mij.
BIJ DE LAATSTE COLLECTEN.
Hoe zal ik U, o beminde Jesus, voor do groote weldaad danken, dat gij mij
149
deelachtig hebt gemaakt aan dit allerheiligste offer, waarbij ik de gedachtenis van I uw bitter lijden en sterven vernieuwd heb! O Jesus, alles wat in mij is, zal uwen H. Naam in eeuwigheid loven en prijzen. Ach, mocht ik steeds de kracht en werking van dit allerheiligst Sacrament ontwaren ! Verleen mij genadiglijk, o Jesus, dat ik aan het einde mijns levens, met dit en de andere II. Sacramenten voorzien en gesterkt, in het ware Geloof, in de troostvolle Hoop en in de volmaakte Liefde, deze wereld verlate, en U, mijnen Heer, te samen met den Vader en den Heiligen Geest, eeuwig loven, prijzen en dankzeggen moge. Amen.
BIJ 1)KN ZEKEN.
Zegen, o God mijne heilige voornemens ; zegen ons allen door de hand van uwen dienaar, en dat. de uitwerkselen van uwen zegen eeuwig op ons rusten.
In den Naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
EVANGELIE VAN DEN H. JOANNES.
Tn den beginne was het Woord ; en het Woord was bij God, en het Woord was God. Dit, was in den beginne bij God.
143
Alle dingen zijn er door gemaakt ; en zonder dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. Daarin was het leven, en het leven was het licht der menschen; en het licht scheen in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet begrepen. Er was een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht legeven, opdat allen door hem gelooven zouden.
Hij zelf was het licht niet; maar om getuigenis van het licht te geven. Dit was het waarachtig licht, hetwelk alle menschen verlicht, die in deze wereld komen. Hij was in de wereld, en dc wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam onder de zijnen, doch de zijnen hebben Hem niet aangenomen; maar allen, die Hem aangenomen hebben, heeft Hij de macht gegeven, om kinderen Gods te worden. Dengenen, die in zijnen Naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wille des vleesches, noch uit den wille des mans, maar uit God geboren zijn. En hel woord is vleesch gc-worden, en het heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijne heerlijkheid gezien, eene heerlijkheid, als van den eengeborene des Vaders, vnl genade en waarheid.
14i
NA DE H. MIS.
O hemelsche Vader, neem van mij aan ilit U verschuldigd dienstoffer, dat ik U door de bijwoning dezer H. Mis heb toegebracht, cn vergeef mij alle daarbij be-drevene zonden, verstrooiing en nalatigheid. Ik beveel mij U aan, nu en ten allen tijde, terwijl ik mij in de hand uwer goddelijke barmhartigheid geheel en al overgeef. Laat uw heilige wil steeds aan mij voltrokken worden, en moge ik eenmaal, na een zaligen dood, uw eeuwig Rijk en eindelooze heerlijkheid verwerven. Dit bid ik voor mij en al de mijnen door de verdiensten van uwen eengeboren Zoon Jesus Christus, en door de voorspraak der zaligste Maagd Maria, zijne allerliefste Moeder. Amen.
GEBED,
volgons pauselijk Dec voet van G Januari 1884 na iedere
gelozene If. Mis geknield te verricliten, waaraan Z. II. l\'aus Leo XIII eene aflaat van 300 dagen heeft verleend.
Driemaal het sWees gegroet.quot;
Wees gegroet, o Koningin, Moedor van barmhartigheid ;
Ons leven, onze zoetheid en onzo hoop, wees gegroet.
1 45
Tot U roepen wrj, ballingen, kinderen van Eva.
Tot U smeeken wij, zuchtend en wee-nend in dit dal van tranen.
Daarom dan, onze Voorspreekster, ach, sla op ons uwe zoo barmhartige oogen.
En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams.
O goedertierene, o meêdoogende, o zoete Maagd Maria.
v. Bid voor ons, H. Moeder Gods.
li. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, onze toevlucht en onze kracht, verhoor de godvruchtige gebeden uwer Kerk, en geel\', dat wij door de voorspraak van de glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Joseph, van uwe gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen datgene met dei-daad mogen verwerven, wat wij in de tegenwoordige behoeften ootmoedig vragen. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
7
JU E (! H T G E BE DEN.
VOORBEKKIDINGSGEBED.
O mijn God en Vader! Gij hebt. mij door Jesus, uwen eeniggeboren Zoon tot uw kind aangenomen en mij beloofd, zoo ik uw heiligen wil volbracht, eenmaal den schoonen Hemel te zullen binnengaan. Maar helaas, die heerlijke bestemming heb ik uit het oog verloren, ik heb met uwe goddelijke genade niet meêgewerkt, maar die veeleer misbruikt; als de Verloren Zoon, heb ik U, goede Vader, verlaten en uwe gaven verkwist. Maar evenals die ongelukkige heb ik ook geene rust gevonden ; treurig en bedroefd is mijne ziel wegens den ondank, waarmede ik U, den besten der Vaders, heb behandeld en wegens de zonden, die ik voor uw goddelijk aanschijn heb bedreven.
Ofschoon ik uwe gerechte straf had verdiend, hebt Gij met onuitsprekelijke lang-moedigheid en geduld mij nog gespaard en
14Ï
terwijl ik zondigde, mij nog met weldaden overladen. Ach, hoe onbegrijpelijk goed en barmhartig zijt Gij, o Vader, en hoe boos en zondig ben ik ? Nog wacht Gij mij af, nog wekt Gij mij op, om den weg der zonde t-e verlaten en met berouw en tranen tot ü weêr te keeren. Ja, beste Vader, ik wil die roepstem uwer barmhartigheid volgen, als de verloren zoon wil ik tot U terug-keeren, o laat mij vergeving vinden en weêr uw kind worden. Ter liefde van uw god-delijken Zoon, die zich voor mij aan het kruis heeft opgeofferd, ontferm U over mij en neem al mijne misdaden weg.
O Maria, Moeder van barmhartigheid en toevlucht der zondaren, bid voor mij, dat ik de genade verkrijge, om waardig te biechten, en weêr een kind te worden van God den hemelschen Vader. Amen.
AANKOEPING DES H. GEESTES.
Goddelijke, heilige Geest, die reeds in het H. Doopsel bezit van mijn hart genomen hebt en mij zoo dikwerf vermaand, gewaarschuwd, onderwezen en tot een braaf en deugdzaam leven hebt opgewekt, ontferm U mijner en vergeef mij, dat ik U zoo dikwerf bedroefd, zoo vaak zelfs uit mijn hart verbannen heb. Thans er-
148
ken ik het, dat ik niets vermag zonder uw goddelijken bijstand, en dat ik wis verloren ga, zoo Gij mij verlaat. In den diepsten ootmoed, vol vertrouwen op uwe liefde en goedheid zucht ik tot U, Geest der waarheid en wijsheid, verlicht mijn verstand, opdat ik duidelijk moge inzien, welke zonden ik bedreven heb, en hoever ik van ü ben afgedwaald. Zonder uw licht en genade zal ik mijne zonden en afdwalingen nooit goed inzien, erkennen, betreuren en verfoeien. O kom dan, o H. Geest, zend een straal van uw goddelijk licht in mijn verstand en het vuur uwer liefde in mijn hart, opdat ik mijne zonden, als Petrus en Magdalena, beweene, en als üavid oprecht en rouwmoedig be-lijde, opdat ik vergeving erlange en met uwe genade een nieuwe mensch worde. Amen.
GEWETENSONDEUZOEK.
Onderzoek nu met alle oplettendheid uw geweten volgens de tien geboden Gods en do vijf\' geboden der 11. Kerk. Denk ook na over de hoofd- en vreemde zonden, en zie hoe, en hoe dikwerf gij door gedachten, woorden, werken of verzuimenis tegen de plichten van uwen staat gezondigd hebt. Let bijzonder op uw hoofdgebrek, hoe vaak gij aan die booze neiging weêr hebt toegegeven, on khag u daarover bij-
I4!t
zonder mui. Wees nauwgcüet iu tlil utidorzouk waarvan zooveel afhangt voor eeno goeilu en volledige biecht.
OVEllWKGING OM EEN WAAll BEROUW TE VERKRIJGEN.
Hoe groot, hoe onuitsprekelijk groot is de goedheid van God jegens mij ! God heeft mij uit het niet geroepen, en in zijne 11. Kerk opgenomen. Hij heeft mij goeds ouders gegeven, die mij in het Katholiek geloof lieten onderrichten. Hij heeft mij de gezondheid, voeding en kleeding gegeven en voor duizend gevaren mij bewaard. Hij heeft de krachten van ziel en lichaam in mij onderhouden en armoede, nood en vervolging van mij afgewend! Als een kind heeft Hij mij in zijne armen gedragen en mij meer meegedeeld, dan ik noodig had ! Hij heeft mij meer bemind, dan een vader zijn kind ! — En dien goeden, dien besten Vader heb ik belee-digd, bedroefd, vergramd, veracht, al zijne goedheid met ondank vergolden ! Helaas ! wat heb ik gedaan!
En nog strafte Hij mij niet terstond, nadat ik zondigde, nog liet Hij mij niet in den afgrond des verderfs neerzinken, zooals ik verdiend had; maar Hij spaarde
150
mij nog, had geduld met mij, vvachLte mij af ter bekeering en overlaadde mij intussehen nog met weldaden.
Op bet oogenblik, waarin ik zondigde had ik kunnen sterven, en wat zou er dan van mij geworden zijn? Duizenden, die gezondigd hebben, zijn reeds veroordeeld en verworpen, en ik — ik leef nog ! Misschien heb ik reeds lang de hel verdiend, en ik — ik leef nog! De verworpelingen in do hel hebben hunne bekeering uitgesteld, de reddende hand Gods afgewezen en zijn verloren voor eeuwig; maar ik leef nog en God reikt mij zijne hand tot opbeuring en redding. O, hoe barmhartig is de Heer, en hoe boos ben ik! —
Voor de verworpelingen is het bloed des Heeren te vergeefs vergoten, voor hen zijn alle verdiensten des Verlossers verloren; voor mij vloeit dat bloed nog, aan mij worden die verdiensten nog toegevoegd. O God, welke gunst, welke groote genade voor mij!
Maar, helaas, hoe vaak heb ik dat heilig bloed mijns Verlossers met voeten getreden, hoe dikwerf zijne verdiensten afgewezen, hoe dikwerf mijn Heiland opnieuw gekruisigd !
151
BEROUW UN VOOBNEMEN.
Ach! beste Vader in den Hemel! Ik heb gezondigd tegen den Hemel en tegen U, ik ben waarlijk niet meer waard, uw kind genoemd te worden. Heemeer goed Gij mij gedaan, hoe liefdevoller Gij mij behandeld, met hoeveel meer erbarming Gij mij gespaard, hoeveel meer genade Gij mij bewezen hebt, des te ondankbaarder was ik, des te meer heb ik gezondigd, des te schandelijker heb ik U beleedigd. Gij hebt mij reeds zoo dikwerf vergiffenis geschonken, reeds zoo dikwerf weêr onder het getal uwer kinderen aangenomen, en toch heb ik telkens weêr gezondigd. Mag ik nu hopen, dat Gij mij nog zult vergeven en mijne zonden van nüj zult wegnemen ? Groot is mijne schuld, talrijk zijn mijne misdaden, maar grooter nog is uwe barmhartigheid, grooter nog uwe onuitsprekelijke liefde. Daarom, mijn God en Vader, werp ik mij in ootmoed, in berouw en leedgevoel over mijne zonden voor U neder ; ik belijde oprecht, dat ik ze verfoei en verafschuw. Slechts éóne zaak bedroeft mij, ééne zaak doet mij leed, éóne zaak betreur ik, namelijk, dat ik U beleedigd, uw vaderhart bedroefd, uw heiligen wil wederstaan, uwe liefde versmaad heb ! —
152
O barmhartige Vader, ontferm U mijner en vergeef mij, om Jesus uws Zoons wille, al mjine misdaden. Voor mij heeft iïij zijn allerheiligst bloed vergoten ; dat heilig bloed en zijne oneindige verdiensten offer ik U tot boete voor mijne zonden op. Ik bid U, wil mij daarom al mijne zonden en fouten vergeven, al mijne misdaden uitwisschen. Nooit wil ik ü meer bedroeven, oprecht beloof ik U, voortaan uw heiligen wil getrouw te vervullen. In het bijzonder neem ik mij vast voor, die zonde, waarin ik reeds zoo dikwerf hervallen ben, nooit meer te bedrijven, ik wil iedere gelegenheid daartoe vermijden en alle middelen aanwenden, om mij waarlijk te beteren. Ik wil bidden, waken, vluchten, strijden; sta mij slechts bij met uwe goddelijke genade, en verlaat mij armen zondaar niet.
O mijne barmhartigste Moeder Maria! Gij hebt geen vuriger verlangen, dan dat ik een welgevallig kind zij van den hemel-sohen Vader, o bid voor mij, dat Hij mij alles vergeve, mij weêr als zijn kind aanneme en mij versterke, opdat ik mijne heiligste voornemens en mijne plechtigste beloften nauwgezet en trouw moge vervullen. Amen.
Biecht oprecht en berouwvol al uwe zonden, open zonder de minste terughouding geheel uw
153
hart aan uw biechtvader; toon hem al uwe wonden, ontdek hem uwe twijfelingen en laat u nooit dooi\' valsohe schaamte bewegen, om ooit iets te verzwijgen of te bemantelen.
Na de H. Biecht.
O mijne ziel, loof den Heer, wiens erbar-mingen zonder tal en wiens liefde grenzeloos is. Weêr hebt Gij, barmhartige Vader in den Hemel, al mijne misdaden vergeven ; weêr hebt G-ij, goddelijke Verlosser, mijne ziel door uw heilig bloed gereinigd ; weêr, ik hoop en vertrouw het, hebt Gij, o heilige Geest, uw intrek genomen in mijn hart. Hoe kan ik dan o, allerheiligste Drievuldigheid, U naar waarde loven, U danken voor deze overgroote genade, die ik niet verdiende, die eene loutere gave is van uwe liefdevolle, eindelooze erbarming. — Weêr hebt Gij mij tot uw kind aangenomen; ik mag U weêr Vader noemen ; ik ben weêr levend lid van de gemeenschap der Heiligen, en Gij ziet weêr met welbehagen op mij neder. Van ganscher harte zeg ik U dank voor die gioote genade en ik smeek U, wil mij die bijzondere gave verleenen, dat ik uwe liefde door geen enkele zonde meer verlieze en ü trouw blijve tot aan den dood. Ach, vrees en angst overvalt mij, wanneer ik bedenk, hoe dikwerf ik mijne
7*
154
voornemens reeds verbroken, hoe dikwerf ik mijne booze neigingen weêr toegegeven en U beleedigd heb. — Thans echter wil ik ernstig met de zonde breken ; ik wil uwe liefde niet meer verliezen, uwe gerechte wraak over mij niet meer aftrekken, ik verfoei, ik haat de zonde, vooral die zonde, waardoor ik U, het hoogste goed, zoo dikwerf reeds bedroefde. O, kom mijne zwakheid te hulp. Sterk mij, opdat ik de gelegenheid tot zonde vermijde en sta mij bij, opdat ik wake, bidde en strijde, om in de bekoringen, die mij zullen overvallen, niet te bezwijken.
O mijn goddelijke Heiland, Gij hebt uw goddelijk hart laten openen, om mij en alle arme zondaren daarin een veilig toevluchtsoord te bereiden, laat mij dus in uw liefdevol Hart veiligheid en bescherming vinden tegen alle vijanden mijner zaligheid ; deel mij mede van dat goddelijk liefdevuur, waarvan uw allerheiligst Hart ontstoken is, opdat ik uit liefde tot U, alleen daarnaar streve, om uw hemelschen Vader door een heilig en deugdzaam leven te behagen.
En gij, mijne trouwe en liefdevolle Moeder Maria, die mij, armen zondaar, niet verlaten, en door uwe voorbede genade en verzoening voor mij bewerkt hebt, o sta
155
mij bij, dat ik van nu af aan inijno goede voornemens volbrenge en volharde in de trouw, die ik aan uw goddelijken Zoon gezworen heb. Bid voor mij, dat ik ILeiu nu moge navolgen, de deugd beoetenen en door Hem en in Hem zalig worden. Amen.
COMM UNI E-OEFEN1N GEN.
0 Jesus, ueniggeboren Zoon des Almach-tigen Vaders! Ifoning der Kuningen on I teer van Hemel en aarde, Gij wilt tot mij komen en mijne arme ziel bezoeken. Hoe is \'t mogelijk dat Gij ü zoo diep vernedert ? Was liet voor uwe liefde nog niet genoeg, voor mij aan bet kruis te sterven? Wie zou het kunnen gelooven, dat Gij uw allerheiligst vleescb en bloed tot spijs geeft aan de uwen, wanneer Gij zelf het niet gezegd, en in het laatste Avondmaal werkelijk gedaan hadt. Gij toch hebt verklaard : «neemt en eet, dit is mijn lichaam.quot; Gij zelf hebt gezegd: «wie dit brood eet, zal leven in eeuwigheid.quot; Uwe woorden zijn waarheid, o Heer, en ik geloof ze vast en ontwijfelbaar. Ja, Gij wilt tot mij komen onder de gedaante van brood, met vleescb en bloed, met godheid en menschheid, met ziel en lichaam ; maar ben ik uw bezoek wel waard, mag ik wel aanzitten aan uwe heilige tafel ? Wanneer ik mijzelven beschouw, moet ik uitroepen: »o Heer, ga van mij, want ik ben een zon-
157
dig mensch.quot; Maar, wat zou er van mij komen, zoo Gij mij verliet ? Hoe kan ik leven zonder U ? Hoe kan ik heilig en zalig worden zonder U ? Ik moet tot U gaan, want Gij zijt de weg, de waarheid en het leven, en is mijne ellende ook groot, nog grooter is uwe liefde, die mij roept en bemoedigt om tot uwe H. Tafel te naderen, ofschoon ik daartoe geheel onwaardig ben. — Deze uwe oneindige liefde en goedheid geeft mij hoop en vertrouwen, dat ik genade zal vinden in uwe oogen, ofschoon ik zondaar ben. Daarom dan nader ik vol vertrouwen als een kind tot zijn vader. Ach ! mocht mijn hart toch zoo koud niet zijn, mocht ik U toch met meer kinderlijke liefde beminnen ! Wie geeft mij die liefde, om U met innige godsvrucht, met brandend verlangen te gemoet te snellen. Ik wil U liefhebben, hartelijk liefhebben en slechts U alléén. O, mocht ik den liefdegloed bezitten der Engelen en Heiligen, om U met een vurig hart te ontvangen. O Jesus, bron der liefde, zend toch alvorens tot mij af te dalen, een straal uwer liefde in mijn hart, opdat het ontvlamme en van innig berouw verteerd worde, want veel kwaad heb ik vóór U gedaan, allerlei smaad heb ik U toegevoegd, uw allerheiligst Hart zoo dikwerf bedroefd en al uwe liefde met
158
ondank vergolden. O mijn Jesus, om uw lijden en sterven ontferm U over mij en geel\' mij vergiffenis. Spreek slechts één woord en mijne ziel zal gezond worden. Slecbts in eene reine ziel wilt Gij uw intrek nemen, slechts met eene reine ziel kunt Gij U vereenigen. O, reinig dan, zuiver en heilig mijne ziel door uw heilig bloed en kom en versier haar met uwe genadegave. Zie, mijn hart verlangt naar U, bevredig dat verlangen, neem mijn hart in bezit, het behoort U toe, nu en voor eeuwig.
GEBED TOT MARIA, DE MOEÜBll DEK SCHOONE LIEFDE.
O, allerzuiverste, allerheiligste Maagd ! hoe vurig heeft uw hart niet verlangd naaide komst des Verlossers en wat eene zoete verrukking doorstroomde niet uwe ziel, toen Gij van den Heiligen Geest uw Verlosser ontvingt. Uwe engelreine zuiverheid, uwe hemelsche liefde, de glans uwer deugden heeft Gods eeniggeboren Zoon behaagd en Hem afgetrokken in uwen schoot. Die groote genade, die ü ten deel is geworden, zal ook ik heden ontvangen. Ook tot mij wil Jesus, uw goddelijke Zoon, komen; Hij wil mijne ziel bezoeken en zijn
150
intrek hij mij nemen. Wanneer nu Gij, de genadevolle des Hoeren, U zulk eene genade onwaardig bieldt, lioe durf ik dan wagen toe te treden tot de Tafel uws Zoons den Heilige der Heiligen en het allerheiligst lichaam te ontvangen van dengene, dien zelfs de Engelen niet rein genoeg zijn te genieten. Ik zie in mij zeiven slechts armoede aan deugden en goede werken en onreinheid, en wat mij nog het meeste verontrust en bedroeft, liefdeloosheid en koudheid des harten. De oneindige liefde van uw goddelijken Zoon noodigt mij uit aan zijne tafel. In zijne eindelooze barmhartigheid wil Hij zelf het voedsel mijner ziel zijn, en toch is mijn hart zoo koud, zoo ongevoelig voor Hem, de bronwel aller liefde.
Zie, lieve Moeder, mijnen nood aan, hoor mijn klagen en kom mij te hulp. Gij zijt de Moeder der schoone, heilige liefde, want Gij hebt het leven gegeven aan Hem, die de liefde zelve is. O wanneer Gij voor mij wilt bidden, dan zal ik zeker de genade verkrijgen, dat mijn koud hart ook door het vuur der liefde ontstoken worde, en dan durf ik hopen uw goddelijken Zoon te behagen en mij met Hem te mogen vereenigen. Liefde is het, die Jesus van mij verlangt, liefde, die al mijne gebreken moet
IGO
goed maken; liefde, die den weg baant tot het allerheiligst Hart van uw goddelijken Zoon, liefde is het ook, die Hem beweegt tot mij, armen zondaar, af te dalen. 0, help mij dan. Moeder der liefde, om uwen Zoon boven alles lief te hebben, deel mij mede van die liefde, die uw hart verteert en bid voor mij de genade af, dat ik met zoo innige godsvrucht en volledige toewijding der ziel Uw Zoon in het allerheiligste Sacrament moge ontvangen, als Gij Hem van den Heiligen Geest ontvangen, na de geboorte in uwe armen genomen, aan uw hart gedrukt hebt en Hem nu eeuwig bezit, geniet en verheerlijkt in den Hemel. Amen.
VERZUCHTINGEN
onmiddellijk vóór de II. (\'Oinmiiuic.
O mijn Jesus! ik ben dat schaapje, dat vrijwillig is afgedwaald, wijl het zich van U, o mijn Heiland, verwijderde; maar Gij zijt de goede Herder, die zijn leven gegeven heeft, cm mij te redden. Zoek mij op, mijn Jesus, en verlaat mij niet. Zoek mij op en leg mij op uwe schouderen. Want zie, ik neem mij nu vast voor, U te dienen en U lief te hebben zooveel ik maar kan.
Kil
O mijn God, ter liefde van Jc.sus, vergeef mij al mijne zonden, zoowel de zware als de dagelijksche zonden. Vergeel\' mij al mijne nalatigheden ; ik betreur ze alle, wijl ik daardoor U, o oneindige goedheid, heb bedroefd. Ik bemin U, beminnenswaardig en hoogste goed, ik bemin U boven alles, en beloof U, dat ik liever wil sterven, dan U vrijvviliig ook maar in het minste te mishagen. O mijn Jesus, uw lijden en sterven, het bloed voor mjj vergoten, vervult mij met de zoetste hoop, met het vaste vertrouwen.
0 dierbare Heiland, vermeerder mijn geloof en laat mij erkennen en gevoelen, dat Gij het zijt, dien ik in het allerheiligst Sacrament ontvang. Ik bemin U, o God mijner ziel, ik bemin U, mijn Heiland, mijn Verlosser, die uw leven voor mij hebt opgeofferd.
O mijn Jesus, ik erken, dat ik volstrekt onwaardig ben, om tot U te naderen en U in mijn hart te ontvangen, wegens de menigte mijner fouten en overtredingen en wijl de reinheid en heiligheid des harten mij ontbreekt. Daarom roep ik tot U : ygt;lieer! ik ben niet waardig!quot;
Keinig dus, beminnenswaardige Heiland, mijn hart, en bewerk in mij datgene, waartoe Gij gekomen zijt. 0, kom in mijne
ziel en heilig liaiir; neem bezit v;in mijn h;iri, en reinig en zuiver het meer en meer ; kom iu mijn lichaam en bewaar het heilig en onbesmet, en laat mij nooit weer gescheiden worden van uwe goddelijke liefde. Amen.
VERZUCHTINGEN mi de II. (\'ommiinie.
O mijn Jesus, Gij zijt nu bij mij, ik bezit ü in mijn hart; ach ! wat ben ik en wat zijt Gij? Ik een arm zondaar; en Gij, de allerheiligste ; ik een onreine en Gij de reinheid zelve; ik een arme bedelaar, en Gij de hoogste Majesteit; ik een schepsel, een aardworm, stof en asch, en Gij de Schepper van Hemel en aarde! . . . . Hoe zal ik U, uwe oneindige goedheid naar waarde loven, hoe U huldigen en aanbidden ! Helaas, daartoe is mijne tong te zwak, mijne taal te armzalig, mijn geringheid te groot.
O welken dank ben ik U niet schuldig voor uwe onbegrijpelijke vernedering! . . . Gij hebt mijne ziel, die U zoo dikwerf be-leedigde, bezocht; mijn hart, dat zich zoo vaak van U afwendde, met uwe goddelijke tegenwoordigheid vereerd .... Wat zal ik
1 (Jo
U daarvoor wedergeven ? Zie, ik oiler mij zeiven geheel aan IJ op ; inijzelvon wijd ik geheel en al aan U toe. Mijn leven behoort aan U. Wees Gij van nu af aan mijn leven ! Gij zijt de mijne, ik ben de uwe, de uwe wil ik blijven in eeuwigheid. Nooit meer zal ik de goedheid en barmhartigheid vergeten, waarmede Gij mij hebt overladen. O mijn Jesus ! de liefde heeft U tot mij gebracht, zou ik ü dan niet liefhebben? Ja, ik bemin U, ik bemin U met al de krachten mijner ziel; o kon ik U toch liefhebben, zooals Gij het verdient! Ik geloof, dat Gij nu met ziel en lichaam in mijn hart zijt; Gij woont in mij met uwe oneindige Godheid en wilt mij één maken met U ; ik aanbid U, ik loof en prijs U met alle Heiligen; ik verheerlijk U met alle Engelen des Hemels. 0 Maria! help mij met geheel het hemelsch Hof uwen en mijnen Jesus loven en prijzen; help mij Hem beminnen met geheel mijne ziel.
O mijn Jesus! Gij weet, hoe arm en ellendig ik ben, o, gewaardig U mijne armzalige hulde aan te nemen. De gansuhe Hemel, alle scharen tier Engelen eu Heiligen, alle schepselen der aarde zijn niet in staat, uwe verhevene Majesteit te loven, «we oneindige goedheid te prijzen, voor
104
uwe onmetelijke liei\'de naar waarde te (Janken ; hoe zal ik het dan vermogen, ik het armzaligste van al uwe schepselen?... O Jesus! niets anders kan ik U geven dan mijn hart; o, neem het aan, en behoud het als uw eeuwig eigendom; het behoort U toe. O, bind het aan U met onverbreekbare liefdebanden ! Jesus! voor U leef ik. Jesus! voor U sterf ik. Jesus ! ik ben de uwe levend en dood. Amen.
BEDE.
O, oneindig rijke en barmhartige Verlosser, wiens allerheiligst Hart eene onuitputbare bron is van alle genade, waaruit ik naar hartelust mag putten ; zie, ik werp mij in den geest voor U neder, en bid U in diepen ootmoed, deel mij mede van uwe liefde, ontsteek mijn hart door uw goddelijk liefdevuur, opdat ik U en U alleen uit geheel mijne ziel beminne ! Ach ! zonder liefde ben ik niets ; zonder liefde vermag ik niets; zonder liefde word ik niet heilig en zalig. O Jesus, om die eeuwige liefde, die Gij mij hebt toegedragen, maak, dat ik U hier, zoolang ik leef en in alle eeuwigheid beminne ! Geef mij dan ook de genade, dat ik mij geheel overgeve aan U en niets anders zoeke
1G5
dan uwe eer on uw goddelijk welbehagen. Verdrijf daarom uit mijn hart alles wat U niet aangenaam is; neem alle liefde en geneigdheid tot de schepselen daaruit weg, en trek al mijn verlangen tot TJ. Laat mij erkennen, dat alles in de wereld ijdel en vergankelijk is, en dat ik in U alléén ware vreugde, waren troost, waren vrede kan vinden .... Gij kent mijne zwakheid ; Gij weet, hoe dikwerf ik reeds de beste voornemens gemaakt, maar altijd weêr verbroken heb ; mijn strijd en bekoringen, de gevaren, die mijne ziel bedreigen zijn ü bekend, en Gij weet, hoe dikwerf ik reeds in zonden gevallen ben. 0 goedertieren Heiland en machtige Heer! Ontferm U mijner en houd mij staande door uw machtige hand ; laat mij in uw allerheiligst Hart mijne toevlucht vinden en help mij mijne bekoringen overwinnen en de zonden vermijden, waarin ik tot hiertoe reeds zoo dikwerf gevallen ben. Helaas ! ik zie het vooruit, zoo Gij mij niet bijstaat, goedertieren Heer, zoo Gij mij niet ondersteunt en helpt, dan zal ik weder vallen en als een andere Judas U verraden. Geef mij daarom de genade, dat ik mij zeiven steeds wantrouwe en al mijn vertrouwen slechts op U stelle. Gij zegtquot;. ))al wie volhard zal hebben tot het einde toe, zal zalig worden.quot; O, hoe
Ififi
gaarne zou ik volharden, uwe genade nooit meer verliezen, maar U trouw navolgen en zalig worden. Maar dit vermag ik alleen door uwe goddelijke genade; o verleen mij dan, lieve Jesus, deze genade, alvorens met uwe wezenlijke tegenwoordigheid van mij te scheiden. O Jesus, Gij wilt dat ik heilig worde ; maar ik kan het niet zonder II. O maak mij dan heilig, opdat ik eens zalig in den Hemel U loven en prijzen moge in eeuwigheid. Amen.
GEBED TOT DE H. MOEDER GODS.
O allerheiligste Moeder, zie, degene, dien Gij in Bethlehem\'s stal gebaard en op uwe handen gedragen hebt; dien gij, staande onder het kruis, voor mij hebt zien sterven en na zijne verrijzenis in zijn verheerlijkt lichaam aanschouwd hebt, — Jesus, uw goddelijke Zoon rust in mijn hart. O verheug U met mij en help mij Hem aanbidden en loven, help mij Hem dank brengen voor de onuitsprekelijke eer, mij door zijn bezoek bewezen. Vergoed,-heilige Moeder, door uwe liefde, door uwe aanbidding, door uw lof en dank, wat ik niet vermag te doen, en verwerf door uwe voorbede voor mij de genade, dat ik verhooring vinde bij uwen Zoon. Veel
ir,7
heb ik reeds van Hem gevraagd ; maar heb ik wel goed gebeden ? Ik ben daarenboven een arme zondaar, onwaardig door mijne zonden om verhooring te vinden, wijl ik zooveel genade reeds misbruikt heb. Maar zoo Gij, lieve Moeder, U over mij erbarmt en voor mij bidt, dan vertrouw ik vast, dat ik verhoord zal worden. Uw Jesus weigert U niets ; bid hem dus, lieve Bloeder, om de genade van in mijne vorige zonden en oude gebreken niet meer te hervallen; dat ik toch eens beginne Hem van harte lief te hebben, dat ik mij zeiven en mijne verkeerde neigingen over-winne, uw goddelijken Zoon trouw navol-ge, de heilige deugden van ootmoed en zachtmoedigheid, van gehoorzaamheid, geduld en kuischheid met ijver beoefene en in de onderhouding van Gods heilige geboden volharde tot het einde toe. Amen.
MEMORARE VAN DEN H. JOSEPH.
Gedenk, o kuisehte Bruidegom van Maria, mijn goedertieren Beschermer, heilige Joseph, dat het nooit gehoord is, dat iemand uw voorspraak ingeroepen en U om hulp gesmeekt heeft, zonder vertroost te zijn geworden. Met dit vertrouwen nader ik tot U, en kom mij met allen aandrang
168
U aanbevelen. Versmaad mijne beden niet, Pleegvader mijns Verlossers, maar neem die genadig aan. Amen.
300 \'dagen afl. Pius IX 20 Juni ISG3,
O, TI. Joseph, onze leidsman, bescherm ons en de II. Kerk.
60 dagen afl. Pius IX 27 Jan. 1803.
GEBED OM DEN ZEGEN.
Zegen mij, Heer Jesus ! met den vader en den H. Geest, en verleen mij uwe overvloedige genade, om altijd en in alles, nu en in het uur van mijnen dood, uw allerheiligsten wil te volbrengen. Amen.
GEBED MET VOLLEN AFLAAT.
Al wie, na gobiocht en gecommuniceerd te lieb-bon, het volgende gebed godvruchtig voor eenio beeld van hen oekruiste leest en daarenboven eenigen tijd naar de meening van Z. 11 den Paus bidt verdient een vom.ex aelaat, welke ook aan do zielen in hot Vagevuur kan worden toegevoegd. (Door Paus l\'ius IX bekrachtigd, :!l \'Juli 1858).
109
GH8ED.
Zie, o goede en allerzoetste Jesus, ik worp mij voor uw aangeziclil op mijne knieën neder en bid en smeek LI mot al den gloed mijner ziel, dat Gij levendige gevoelens van geloof\', hoop en liefde, een waar berouw over mijne zonden en een vasten wil, om zo te verbeteren, in mijn hart wilt drukken; terwjjl ik met groote aandoening en smart uwe vijf wonden bij mij zeiven overdenk en in den geest beschouw, voor oogon hebbende, wat reeds de profeet David, van U, o goede .le-sus, in den mond nam : Zij hebben mijne handen en mijne voeten doorboord, zij hebben al mijne beenderen getold. (I\'s. XXI, 17—18.)
8
A F L A A T - G E 15 E D E N.
VOORBEEETDEND GEBED.
Almachtige en eeuwige God, ik betrouw, dat mijne zonden mij in het Sacrament van boetvaardigheid zijn vergeven, wat de schuld en de eeuwige straffen betreft. Maar daar ik aan uwe rechtvaardigheid wellicht nog door tijdelijke straffen voldoening moet geven neem ik mijne toevlucht tot den schat dei overvloedige voldoeningen van onzen Heei Jesus Christus, de H. Maagd en de Heiligen. Uwe Kerk, die daarvan de uitdeelstei is, veroorlooft mij heden uit die onuitputtelijke bron te genieten, om aan te vullen wat aan mijne werken ontbreekt. Laat mij deelen, o barmhartige God, in dien kost baren aflaat, welken ik afsmeek. Ik verfoei opnieuw mijne zonden en ik neem mi.] vast voor, met de hulp uwer genade, daari niet meer te hervallen.
171
GEBED TOT GOD DKN VADER.
VOOR DE VERHEFFING DER 11. KERK.
Gedenk, o eeuwige Vilder, uwe Kerk, welke Gij vnn den beginne hebt bezeten. Verheerlijk haar als de Bruid van Jesus Christus, uw eenigen Zoon, die al zijn bloed voor haar gestort heeft. Wil, bid ik U, haar verheffen, met zulk een glans van heiligheid doen schitteren en met zulk een overvloed van genade vervullen, dat zij in haar strijden en lijden steeds overwinne e,n meer en meer haren goddelijken Bruidegom gelijkvormig worde. Geef, dat al hare kinderen U door een levendig geloof kennen, U met een vast betrouwen aanroepen en met altijd toenemende liefde beminnen.
Onze Vader; Wees gegroet ; Glorie zij den Vader.
GEBED TOT GOD DEN ZOON.
VÜÜll DE UITROEIING DER KETTERIJEN.
O Jesus, waarachtig licht, dat allen mensch, die in deze wereld komt, verlicht, ik smeek U de duisternis, de dwaling en de scheuring te doen verdwijnen. Geef, dat allen het licht der waarheid volgen en zich haasten in den schoot der Kerk terug te keeren. O goede Herder, breng de ver-
m
dwaalde schapen tot den schaapstal terug, opdat er maar ééne kudde en één Herder zij.
Onze Vuder; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.
GEBED TOT DEN II. GEEST.
VOOR DEN VREDE TUSSCHEN DE CHRISTENVORSTEN.
O goddelijke Geest, Geest van liefde en vrede, die zoovele volken in de eenheid des geloofs hebt vereenigd, stort de volheid uwer genade uit over de vorsten en hunne dienaren. Vervul hunne harten met dien geest van liefde, welken Gij op deze aarde gebracht hebt. Geet, dat zij zich nooit door eenigen hartstocht laten vervoeren ; dat zij nimmer iets ondernemen tegen uwe glorie en de eensgezindheid uwer Kerk, maar zich integendeel beijveren, om de volken, die Gij hun hebt toevertrouwd, naar de vreugde des eeuwigen levens te geleiden.
Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.
GEBED TOT DE It. DRIEVULDIGHEID.
VOOR DE VERBREIDINfl DKS UEI.OOFS.
H. Drievuldigheid, Vader, Zoon en H.
173
_ Cleest, gedenk, tlat de zielen der ongeloo-vigen het werk uwer handen zijn en Gij ze naar uw beeld hebt geschapen. Dat uw rechtvaardige toorn bevredigd worde door de gebeden der godvruchtige zielen en der H. Kerk. Maak een einde aan hunne blindheid, zend tot de heidensche volken apostolische mannen, die zich in uwe liefde beijveren om het geloof onder hen te verbreiden, U te doen aanbidden en beminnen.
Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.
GEJ3ED VOOR ONZEN II. VADEll, DEN i\'AUS.
0 God, Herder en Bestuurder van alle geloovigen, zie op uwen dienaar N., dien Gij tot Herder uwer Kerk hebt willen aanstellen, genadig neder; geef\' hem, bidden wij U, dengenen over wie hij gesteld is, door woord en voorbeeld tot heil te verstrekken, opdat hij samen met de hem toevertrouwde kudde tot het eeuwig leven moge geraken. Door onzen Heer, Jesus Christus, uwen Zoon.
Onze Vader; Wees gegroet; Glorie zij den Vader.
m
NOVENE TE li EEKE VAN MAlilA
ONÜKR 1)EN*ÏIÏEI. VAX
0. 1.. Vrouw vim altijddiirenden liijstaiid.
Um dooi- cenc Novene iets bijzonders dooi\' Maria\'s voorspraak te verkrijgen, bidde men gedurende negen dagen eiken dag : 1quot; het gebed vóór elke overweging bl. 8, \'2o één der 31 overwegingen bl. 11 en volg, 3d bet gebed na elke overweging bl. to do Litanie van Loretto bl. 1UO of de I litanie van hot Heilig Hart van Maria bl. 1(53 en ten slotte het volgende
GEBED.
O Maria, O. L. Vrouw van voortduren-ilen bijstand, met verhoogde vreugde begroe-t ik U heden onder een titel, die voor uw en voor mijn hart zoo dierbaar en zoo nuttig is in mijnen nood en ellende. Laat mij ten allen tijde en overal uwe voortdurende hulp ondervinden. Verleen mij die bijzonder in de bekoringen, of wanneer ik op nieuw in mijne gewone fouten en gebreken hervallen ben, bij alle moeilijkheden in de dienst van Uod, in alle bekommeringen mijns levens en vooral in het uur van mijnen dood. Ik bid U ook
175
uui ile genade van Ü liaiLclijker, vuriger, met meer grootmoedige liefde te beminnen dan weleer. En wijl God U niets weigert, verhoor goedgunstig mijn gebed gedurende deze negendaagsehe oefening en verkrijg voor mij, wat ik zoo vurig van God verlang ........ üe lieve Jesus is immer
bereid U te verhooren, en uw hart kan geene hulpe weigeren aan hem, die zich met vertrouwen tot U wondt. O Maria, tot U neem ik mijne toevlucht, heb medelijden met mij en verhoor mijne bede. Amen.
Kinderlijk gebed van den H. Franciscus van Sales tot de allerheiligste Maagd Maria.
Ik groet ü, zeer zoete Maagd Maria, Moeder van God, en kies U voor mijne lieve Moeder; ik bid U, gelief mij voor uwen zoon ea dienaar (of dochter en dienares) aan te nemen. Ik begeer geene andere Moeder en Meesteres dan U. Ik smeek U dus, mijne goede, goedgunstige en zoete Moeder, dat het U moge behagen indachtig te wezen, dat ik uw zoon (uwe dochter) ben, dat Gij zeer machtig, en dat ik een arm, nietig en zwak schepsel ben. Ik smeek ü ook, zeer zoete en lieve Moeder, mij te bestieren en te beschermen bij al mijne verrichtingen, want zie, ik ben een arme, behoeftige en hulpbehoevende, die uwen heiligen bijstand en voorspraak noodig heb. Welaan dan, allerheiligste Maagd, mijne zoete en lieve Moeder, ik bid U, maak mij deelachtig aan uwe goederen en aan uwe deugden, voornamelijk aan uwe
177
heilige ootmoedigheid, aan uwe uiUuunlende zuiverheid en vurige liefdadigheid ; maar verwerf voor mij vooral de genade eener ware en rechtzinnige boetvaardigheid; (verder hier in te voegen zijne eeuwige en lijdelijke belangen) ; zeg mij niet, liefderijke Maagd, dat Gij het vermogen niet bezit, want uw Zoon, uw lieve Zoon, heeft U alle vermogen, zoowel in den Hemel als op de aarde, gegeven: zeg ook niet, dat Gij het niet verschuldigd zijt te doen, want Gij zijt de algemeene Moeder van alle arme kinderen van Adam en bijzonderlijk de mijne. Aangezien dan, lieve en zoete Moeder, dat Gij vermogend zijt, wat zoude u kunnen ver-schoonen, indien Gij mij uwe bescherming niet verleendet ? Zie dus, lieve Moeder! zie dus, hoezeer Gij verplicht zijt, mij te verleenen, wat ik afsmeeke, en mijne verzuchtingen te verhooren ; wees dan verheerlijkt onder de Hemelen, o lieve Moeder Gods, Maria! en schenk mij door uwe vermogende voorspraak al de goederen en al de genaden, die behagelijk zijn aan de allerheiligste miiEëKNUEiD : den Vader, Zoon en Heiligen Geest, het voorwerp van al mijne liefde, voor den tijd en voor de eeuwigheid. Amen.
8*
178
Gebed tot de Moeder van Zeven Smarten.
(in g r o o t c droefheid en nood).
O allerheiligste Maagd en bedrukte Moeder Gods Maria! ik..... allergrootst en onwaardigst zondig mensch, neem mijne toevlucht tot U, en met een kinderlijk vertrouwen buig ik mijne knieën voor uw beeld, en bid met een bedrukt gemoed, al zuchtende, kermende, weenende, dat Gij, o verhevenste, nochtans ootmoedigste Vrouw en medelijdende Moeder, mij, arm schepsel, op dit uur in mijne benauwdheid verhoort; wees dan voor mij eene allerkrachtigste Verzoenster bij God den Vader, wiens beminde Dochter Gij zijt; eene gewenschte Voorspraak bij God den Zoon, die U niets weigert, als zijne teedere Moeder; eene krachtige Middelares bij God den Heiligen Geest, die U tot zijne waardige Bruid verkozen heeft.
Beschouw, o verhevene, uit het hoogste des Hemels, met een meêdoogend oog, niet mijne zonden, maar den druk mijns harten ; niet mijne verdiende straffen, maar mijne noodwendigheid; niet mijne onwaardigheid, maar mijnen akeligen toestand ; behoed mij dan, die anders moet verloren gaan; ondersteun mij, die anders moet vallen; troost mij, die van een ieder verlaten ben.
17!»
Auh, liefdevolle Moeder! tot U zal ik mij in mijne bedruktheid wenden, als een kind tot zijne moeder, wanneer de vader vergramd is. Ja, tot U, als de oorzaak onzer blijdschap, het heil der zieken, de toevlucht der zondaren, de troost der bedrukten, de hoop der kleinmoedigen en de hulp der Christenen!
0 allerheiligste Maagd ! Gij kunt iinj helpen, Gij wilt mij helpen, ja, ik hoop, Gij zult mij helpen.
Gij kunt mij helpen; want Gij zijt de machtigste na God, en één zucht uit uw maagdelijk hart voor den zondaar doet meer af dan de gebeden der andere Heiligen; Gij wilt mij helpen : want Gij zijt vol liefde voor de menschen en bijzonder voor de zondaren.
Ik hoop. Gij zult mij helpen, want dit is U altijd bevolen.
Ik hoop, Gij zult mij helpen, als zijnde onze Moeder.
Ik hoop. Gij zult mij helpen, daar Gij zoo uwnigen zondaar geholpen hebt en daar is niets, o machtige Koningin van Hemel en aarde, of Gij kunt het tot ons welzijn verkrijgen.
Waarom zoudt Gij mij, nietigen aardworm, dan ook niet bijstaan? ik ben mijn aanwezen aan denzelfden God verschuldigd,
ISO
en door hetzelfde dierbaar Bloud verlost; Gij zijt zoowel de voorspraak en Moeder voor mij als voor anderen. Gij zijt nu dezelfde die Gij altoos waart, uwe liefde is onveranderd, uwe barmhartigheid jegens het menschdom is niet afgenomen, uwe bereidvaardigheid tot hulp is niet verminderd; waarom zoudt Gij mij dan niet bijstaan ?
Gij zondert geene personen uit; iedereen, klein en groot, rijk en arm, rechtvaardigen en zondaars mogen uwen bijstand vragen. Nooit is het te laat, want Gij zijt altijd gereed. Altijd staan uwe armen open, om de zondaars te ontvangen. Ziedaar dan, o Koningin, allerreinste Maagd ! waarop ik mijn vertrouwen stel, terwijl ik nederig bill om troost, hulp, bijstand en verlossing, in en van deze mijne ellenden.....
Ach, allergenadigste Maagd, keer uw aanschijn niet van deze mijne gebeden af, maar verhoor ze, ofschoon ik zonder verdienste ben, en laat mij niet ongetroost heengaan. Moge de blijdschap U hiertoe bewegen, die uw maagdelijk hart in de boodschap des Engels, in de bezoeking van uwe nicht Elizabeth, in de geboorte, opdracht en vinding van Jesus in den tempel, gevoelde!. Heb toch medelijden met mijne tegenwoordige droefheid, door al uwe onuitsprekelijke smarten en tranen, die uwe
1S1
lüotlere ziel geleden heelt in de nooit gehoorde mishandelingen, uwen Jesus aangedaan. Verheug mij, o Maria, door al de glorie, waarmede U de allerheiligste Drievuldigheid heeft vereerd in de heerlijke Verrijzenis, de wonderbare Hemelvaart, do troostrijke nederdaling van den Heiligen Geest, in uwe opneming ten Hemel met ziel en lichaam, en uwe verhevene krooning; ik bid, ik zucht, ik smeek, o Maria! ik verzoek uit geheel mijn hart geholpen te worden, door de liefde van Jesus voor ü, en door uwe liefde voor Hem. 0 Maria, ik houd niet op met bidden, of Gij zult mij helpen. Allerheiligste, allerverhevenste, allerootmoedigste, allermeêdoogendste, allerliefste Moeder! verhoor mij: ik loof, groet en prijs U. Dat alle redelijke schepselen U kennen, beminnen en dienen. Ik verheug mij over al uwe zoo geestelijke als lichamelijke gaven, en verzoek van U minnelijk verhoord te worden.
Waarom zoudt Gij langer vertoeven V Weerhouden u mijne zonden? . . . Ach ! deze zijn mij van harte leed, en ik verzaak die niet al mijn verstand en mijnen wil. Heb ik U voorheen te flauw gediend ? Zie, ik neem mij voor, U al mijne overige levensdagen getrouw te dienen.
Aanzie dan mijn bekneld hart. Zal uw
182
iiiooderlijk hart gedoogen, dat ik, ellendige, ongetroost blijve 1.... En dat mijne ziel buiten het Hemelrijk gesloten worde ? . O, neen, lieve Moeder, dit strookt niet met uwe grenzenlooze liefde.
Ik blijf dan tot LI zuchten, o Maria!,... ontferm U dan ten laatste over mijn rouwmoedig hart. Verwerf mij, door uw voorbidden, een levendig geloof, eene standvastige hoop, eene volmaakte liefde tot God, tot ü en alle menschen om God ; verkrijg voor mij een volmaakt christelijk leven naar het onbevlekt leven van uwen lieven Zoon en het uwe ; doe mij genade, bewaring en bescherming in alle voorvallen naar ziel en lichaam vinden; verwerf mij de deugd van volharding en alle goed, tot het einde mijns levens ; bewerk voor mij een gelukzalig sterven in uwe beschermende tegenwoordigheid, opdat mijne ziel U voor eeuwig bij uwen Zoon moge aanschouwen. Amen.
Z E V E N GEB E I) IC N T O T 1) E H, MAAGD
VOÜli, KLKKN DAG UKR Wlil\')K.
Ucze gebeden zijn getrokken uit de werken vim den
II. ALIMIOM IIE LUiUOIM.
Paus l\'i us Vil lioelt, den Junij
1808, de volgende aflaten verleend aan allen, die op eiken dag der week met een lierouwvol hart een der volgende gebeden zullen verrichten en driemaal het Wees Gegroet er bijvoegen, tot vergoeding van den smaad, die door de ongeloovigen, de ketters en slechte Christenen der II. Maagd wordt aangedaan.
1°. Een aflaat van honderd dagen, eenmaal daags.
2°. Een vollen aflaat eenmaal in de maand, op een dag naar goedvinden, aan allen, die gedurende eene maand die gebeden zullen verricht hebben, mits zij biechten, communiceeren en volgens de meening der H. Kerk bidden, üeze aflaten kunnen ook aan de geloovige zielen worden toegevoegd.
184
GEBEDEN.
I. ZONDAG.
* GEUED 031 VERGEVING DEIl ZONDEN.
Zie, o Moeder Gods, hier voor uwe voe-Len geknield een ellendigen zondaar, die tot U zijne toevlucht neemt en op U zijn geheel vertrouwen stelt. Ik verdien zelfs niet een uwer blikken, maar ik weet dat uw hart, sedert Gij uwen Zoon voor de zondaren zaagt sterven, vurig verlangt hen bij te staan. O Moeder van barmhartigheid ! beschouw mijne ellende en wees mij genadig. Ik hoor U door allen de toevlucht der zondaren, de hoop der ongelukkigen en wanhopenden, den steun der veriatenen noemen ; wees dan ook mijne toevlucht, mijne hoop en mijn steun ; het is aan U, om mij door uwe bemiddeling te redden. Help mij om de liefde van Jesus Christus ; reik uwe hulpvaardige hand aan een ongelukkige, die na zijn val zich aan U aanbeveelt, opdat Gij hem zoudt opbeuren. Ik weet, dat Gij er vermaak in schept een zondaar te helpen, indien zulks mogelijk is; help mij dan nu, wijl het in uw vermogen is. Ik heb door mijne zonden de goddelijke genade en tevens mijne ziel verloren; maar zie.
185
lieden werp ik mij in uwe urmen ; zeg mij, wat ik doen moet, om die goddelijke genade weder te vinden, en zonder verwijl zal ik \'t volbrengen. Het is, de Heer-zelf\', die mij tot U zendt, opdat Gij mij zoudt bijstaan. Hij wil, dat ik tot uwe barmhartigheid mijne toevlucht neme, opdat ik, in de groote zaak mijner zaligheid, niet alleen door de verdiensten van uwen Zoon, maai\' ook door itwe gebeden zou geholpen worden. Welaan, ik neem mijne toevlucht tot U ; bid voor mij uwen goddelijken Zoon, en toon mij al het goede, dat Gij hen bewijst, die op U vertrouwen ; ik durf hopen door U verhoord te worden. Amen.
Hierna leze men driemaal een Ween (jegroet, tot vergoeding van den smaad, die de II. Maagd wordt aangedaan.
II. MAANDAG.
* GEliEÜ OSl VOLHAKD1NG IN \'ï GOEDE.
0 allerheiligste Maria, Koningin des Hemels! weleer was ik een slaaf des duivels, maar nu kom ik mij voor altijd aan uwe dienst toewijden. Ja, zoolang ik leef, zal ik U vereeren en beminnen : neem mij tot uwen dienaar aan en verstoot mij niet, zooals ik zou verdienen. 0 mijne Moeder, ik
180
hub op U ui mijno hoop gevestigd ! Ik Jank den lieer, die mij, in zijne barmhartigheid, znlk een groot vertrouwen op U heeft ingestort. Het is waar, vroeger was ik ongelukkig in de zonden vervallen, maar ik hoop door de verdiensten van Jesus Christus en uwe gebeden daarvan reeds vergeving te hebben erlangd. Maar, o mijne teedere Moeder, dit is niet voldoende!... De gedachte pijnigt mij, dat ik op nieuw de heiligmakende genade zou kunnen verliezen. De gevaren duren voort, mijn vijand sluimert nooit, en nieuwe bekoringen zullen mij bestormen. Ach, bescherm mij daarom ; ondersteun mij tegen de aanvallen der hel, en gedoog niet, dat ik ooit weder zondige of uwen goddelijken Zoon op nieuw beleedige! Neen, laat ik mij nimmer blootstellen, God, den Hemel en mijne ziel te verliezen! Dit is de genade-die ik ü, o Maria, afsmeek : dit begeer ik en hoop ik door uwe voorspraak te verwerven. Amen.
Driemaal een Wees yogroel, als boven.
III. DINSDAG.
* GEBED TEli VERKRIJGING VAN EEN ZALIGEN DOOD.
O allerheiligste Maagd Maria, Moeder
w—
.
187
van goedheid en barmhartigheid! wanneer ik mij mijne zonden voor den geest roep en aan \'t oogenblik van mijn dood denk, — dan bevangt mij eene inwendige huivering. Moeder vol van goedheid, al mijne hoop berust op de verdiensten van Jesus Christus en op uwe bemiddeling. 0 troost der bedroefden, verlaat mij niet in dat oogenblik; houd niet op mij in die groote droefheid te troosten. Indien de wroeging, de onzekerheid der vergeving, het gevaar van in de zonde te hervallen en de strengheid van Gods oordeel mij reeds nu zoozeer beknelt, — hoe zal het dan in die laatste oogenblikken zijn ! Verwerf mij genade, vóór dat de dood nadert; verwerf mij een innig leedwezen over mijne zonden, eene waarachtige verbetering en standvastige trouw aan God gedurende al de overige dagen mijns levens... En wanneer ik mijne laatste stonde zal bereikt hebben, o Maria, mijne hoop! help mij in de wreede benauwdheden, waarin ik mij dan zal bevinden; versterk mij, opdat ik niet tot wanhoop vervalle bij den aanblik mijner overtredingen, die de duivel mij steeds voor oogen zal houden; doe mij U steeds aanroepen, opdat ik onder het uitspreken van uwen heiligen Naam en dien van uwen godde-lijken Zoon mijn laatsten adem uitblaze.
188
De/,o genade hebt Gij door uw machtige tusschenkomst aan een groot deel uwer getrouwe dienaren verleend : ook ik begeer haar vurig en hoop haar door ü te verwerven. Amen.
Driemaal een Wees gegroet, als boven.
IV. WOENSDAG.
GEUED OM BBVK1.IDING VAN ÜE VERDOEMENIS.
Allerheiligste Maagd Maria, Moeder Gods ! hoe dikwerf heb ik door mijne zonden de hel verdiend! Mogelijk zoude mijne eerste zonde reeds het eeuwig vonnis over mij gebracht hebben, zoo Gij in uwe goedheid het goddelijk oordeel niet van mij hadt afgewend. Vervolgens hebt Gij de verstoktheid van mijn gemoed verwijderd ; Gij hebt mij op U doen vertrouwen : en ach! wie weet, hoe dikwerf ik in de zonde hervallen zou zijn, te midden der gevaren, die mij omringen, zoo Gij mij niet door uwe voorbede bewaard hadt! Maar, o mijne Meesteres, waartoe zouden uwe overvloedige gunsten en gaven mij baten, indien ik toch eenmaal ter helle gedoemd werd. Mocht ik U vroeger niet bemind hebben, — van heden af zal ik U, naast God, bovenal
189
liefhebben. Ach! duld niet, dat ik ü ontrouw worde, dat ik de dienst des Heeren verlate, die mij door U zoovele genaden toekent; laat niet toe, o mijne beminnelijke Meesteres, dat ik ü in de hel voor eeuwig
zou moeten haten en vervloeken.....Zoudt
Gij gedoogen, dat een uwer dienaren ooit verloren ging? En toch zal het geschieden, indien ik U verlaat. Dan, wie zou U kunnen verlaten, wie zou eene liefde als de uwe kunnen vergeten? Neen, hij zal niet verloren gaan, die zich aan U aanbeveelt, die tot ü zijne toevlucht neemt! Ach, teedere Moeder, laat mij niet aan mij-zelven over, want dan zou ik verloren gaan : laat my altijd met vertrouwen tot U vluchten. Red mij. Gij, die mijne hoop zjjt, red mij van de hel, en vooral behoed mij tegen de zonde, die er mij alleen toe zal brengen. Amen.
Driemaal een lVees gegroet, als boven.
V. DONDERDAG.
* GEBET) OM BES HEMEL TE VERWERVEN.
O Koningin des Hemels, die boven al de koren der Engelen verheven, het naast bij den troon van God staat! uit den afgrond van dit tranendal, durf ik, ellendige
190
zondaar, U mijn nederige lofzangen toebrengen, en U smeeken een medelijdenden blik op mij te werpen. Bedenk, o Maria, in hoevele gevaren ik mij thans bevind en zoolang ik leef, zal bevinden, onafgebroken blootgesteld, mijn God, mijne ziel en den Hemel te verliezen. Op U heb ik al mijne hoop gevestigd, ik bemin U, en smacht naar het oogenblik, waarop ik U in in \'t Paradijs zal kunnen aanschouwen en verheerlijken. Ach, wanneer zal die dag komen, waarop ik, verzekerd van mijn eeuwig geluk, mij aan uwe voeten zal bevinden Wanneer zal ik die hand kussen, die over mij zoovele weldaden heeft- uitgestort !. . . O mijne teedere Moeder ! het is waar, dat ik gedurende mijn leven zeer ondankbaar jegens U geweest ben, maar wanneer ik den Hemel mag verwerven, zal ik nimmer ondankbaar meer zijn ; gedurende de geheele eeuwigheid zal ik IT zonder ophouden beminnen, en mijne vroegere ondankbaarheid door oneindige lofzangen en dankbetuigingen herstellen. Ik dank den Heer, die mij zulk een groot vertrouwen op de verdiensten van \'t Bloed des Verlossers en op uwe machtige voorspraak heeft ingeboezemd. Uwe ware dienaren hebben al deze goederen verbeid, en geen hunner is ooit in zijne hoop bedrogen geworden : ook ik zal
191
het niet zijn. O Maria! bid uwen Zoon Jesus Christus door de verdiensten van zijn lijden, evenals ik ook van mijne zijde zal bidden, dat Hij zonder ophouden die hoop in mij vermeerdere. Amen.
Driemaal een Wees Gegroet, als boven.
VI, VRIJDAG.
^fiECF.D OM RENE VURIGE LIEFDE TOT DE
II. MAAGD EN TOT HAREN GODDEIJ.TKÉN ZOON .IESUS TE BEKOMEN.
O Maria, Gij zijt de edelste, de verhe-venste, de zuiverste, de schoonste, de heiligste van alle schepselen ! Ach, mochten alle menschen U kennen en beminnen, zoo als Gij \'t verdient! Maar ik troost mij met de gedachte, dat zoovele gezaligden en Heiligen in den Hemel, dat zoovele rechtvaardigen hier op aarde, bij \'t gezicht uwer goedheid en schoonheid, van liefde tot Ti blaken. Ik verheug mij vooral, dat God zelf ü meer bemint, dan alle Engelen en menschen samen. Ik, ongelukkige zondaar, bemin U, maar mijne liefde is veel te gering. Ik begeer ü vurig en teeder te beminnen, en die liefde kunt Gij mij verwerven, want ü te beminnen is het voorteeken der zaligheid, en eene genade, welke
192
God aan heu vedeeut, die Hij wil behouden. Van den anderen kant beken ik, mijne teederste Moeder, dat ik de allergrootste verplichtingen heb jegens uw goddelrjken Zoon, en dat Hij eene onbegrensde, eindelooze liefde verdient. O Gij, die niets anders begeert, dan Hem bemind te zien, verwerf mij eene brandende liefde voor Hern ! Alles kunt Gij van God erlangen: deze is dan de genade, die ik U smeek, voor mij te verbidden. Ik vraag van ü geene goederen der aarde, geene eer, geene rjjkdommen ; ik smeek slechts, dat ik God moge beminnen, \'tgeen Gij evenzeer vurig begeert, Kan het mogelijk zijn, dat Gij een verlangen, \'t geen u zoo aangenaam is, niet zoudt willen toegeven? Neen, zonder twijfel. Eeeds ondervind ik, dat Gij mij te hulp snelt, reeds bidt Gij voor mij. Bid dan, bid, o Maria, en houd niet op met bidden, voor dat Gij mij den Hemel ziet ingaan, waar ik zeker zal zijn mijn God en U, mijne teedere Moedor, altijd te mogen bezitten en beminnen. Amen.
Driemaal een Wees rip.cp\'nni, als boven.
193
VII. ZATERDAG.
*GEBBD OM DU BESCHERMING DER U. MAAGD TE VERWERVEN.
O Maria, allerheiligste Moeder Gods! wanneer ik de genade herdenk, die Gij mij verworven hebt, en den ondank waarmede ik die vergold, dan zie ik in, dat de ondankbare uwe nieuwe weldaden onwaardig is; en evenwel wil ik aan uwe barmhartigheid niet wanhopen. 0 Gij machtige beschermster, heb medelijden met mij! Gij zijt de uitdeelster van alle genaden, die God ons toekent, en Hij heeft U zoo machtig, zoo rijk en zoo goed gemaakt, opdat Gij ons zoudt bjjstaan. Ik wil mij voor \'t verderf behoeden, en daarom stel ik mijne ziel en eeuwige zaligheid in uwe handen. Ik wil tot het getal van uwe ijverigste dienaren behooren; verstoot mij daarom nieL Gij zocht immer de ongelukkigen, om hen te troosten, verlaat dan geen ellendigen zondaar, die tot u zijne toevlucht neemt; gewaardig U, in zijn voordeel te spreken, flw goddelijke Zoon is steeds bereid, om te doen al wat Gij verlangt. Neem mij onder uwe bescherming, en die alleen is mij voldoende, want wanneer Gij mij beschermt, zal niets mij kunnen verschrikken: noch
9
194
mijne zonden, omdat ik door U vergeving hoop te erlangen; noch de duivel, oindal Gij machtiger zijt dan al de krachten dei hel ; en, ik nader mijn eeuwigen Rechter uwen Zoon Jesus Christus, met meer ver trouwen, omdat een enkel uwer gebedel voldoende zal zijn Hem tot genade te stem men. Bescherm mij dus, o mijne Moeder en verwerf mij de vergeving mijner zonden liefde tot Jesus, de heilige volharding, een zaligen dood en eindelijk de vreugde des Hemels. Het is waar, dat ik die genade niet verdien, maar ik zal ze verwerven wanneer Gij er den Heer om verzoekt; ge-waardig u dus bij Jesus mijne voorspraak te zijn. O Maria, mijne Koningin, al mijn vertrouwen berust op 11 ; in de hoop op 13 vind ik mijne rust, begeer ik te leven en te sterven. Amen.
Driemaal een VV(?es gegroet, als boven
UÉ1! D
ik
en
Mi
• IEHEDEN TOT DE GEZEGENDE MOEDERMAAGD IN VEUSÜ1ÏILLENDE AANGELEGENHEDEN.
(JoIkmI vim don Kerw. Paler /ncclii toiïcn ilc hekoriiig\'eii tegen de II. dciiird van kiiisclilicid.
O allerzoetste Moeder, heilige Maagd Maria! zie, ik, uw pleegkind, neem in alle bekoringen tot zonde tot uwe bescberniing mijne toevlucht. Ik wijd U mijne oogen, mijne ooren, mijne tong, mijne handen en mijn hart toe, opdat Gij ze voor elke bezoedeling moogt bewaren. Help mij, o Moeder, dat ik Jesus, uwen Zoon, mijnen God en Heer nimmer beleedige. Wanneer ik bekoord word, zal ik oogenblikkelijk tot U verzuchten en roepen : allerheiligste Maagd, ik word bekoord, kom mij te hulp! Ik behoor aan Jesus en Maria toe, aan wie ik mij voor eeuwig geschonken heb.
Ilid nu driemaal hot wees gegroet en zog: Door uwe allerheiligste maagdelijkheid en uwe onbevlekte Ontvangenis, o reinste Maagd, zuiver mijn hart en mijn lichaam
19ü
in den naam des Vadersen des Zoons en des Heiligen Geestes, •]- Amen.
Ueliod «mi de kaiscltlicid te bewaren.
O mijne Meesteres ! o mijne Moeder! ik oti\'er mijzelven geheel en al aan U op en om te toonen, dat ik U geheel wil toe-behooren, wijd ik heden mijne ooge.n, mijne ooren, mijnen mond, mijn hart, mij zeiven geheel en al toe. Wijl ik dus de uwe ben, o goede Moeder, behoed en bescherm mij daarom als uw eigendom.
of korter :
O mijne Meesteres, o mijne Moeder, gedenk dat ik de uwe ben en bewaar en bescherm mij dus als uw eigendom.
Dit gebed na de Engel des Ileoren geboden, 100 dagen aflaat dagelijks en eons in de maand na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, volle aflaat, die men ook aan do zielen in \'t vagevuur kun toevoegen. I\'ius IX 17 Oct. 1851.
(ielied van christelijke ouders lol Maria voor hunne kinderen.
O Maria, gelukzalige Moeder van het goddelijk kind, zie, met bekommerd harte wend ik mij tot TI vol vertrouwen op do kracht uwer voorbede en van uwe barmhartigheid en ik bid U, wil\' voor mijne
i:»7
kinderen cone goede, trouwe moeder zijn en hen beschermen in zoovele gevaren, die hunne ziel bedreigen. Ik weet, dat de he-melsche Vader mij die kinderen als een kostbaar pand heeft toevertrouwd ; ik weet, dat hunne zielen voor den prijs van het kostbaar bloed van Jesus uwen Zoon zijn vrijgekocht; ik weet, dat zij medeërfgena-men zullen worden van zijn rijk en wil ze daarom gaarne met allen mogelijken ijver en met de grootste zorgvuldigheid voor God en den Hemel opvoeden ; maar ik ben overtuigd, dat ik dit zonder goddelijke hulp en hooger licht niet vermag. Daarom verzucht ik tot U, lieve Moeder en trouwe hulp van alle bekommerde zielen, om de liefde, die Gij uwen goddelijken Zoon hebt toegedragen en om de smarten, die Gij voor Hem verduurd hebt, gelieve voor mij de noodige kennis en kracht af te smee-ken, om de zielen mijner kinderen voor alle zonde te bewaren, hun eene innige liefde tot God en tot U in te prenten en hen tot een waarlijk christelijken en vromen levenswandel op te voeden. Het is mijn eenig en innigst verlangen, dat geen van miine kinderen ooit den weg des verderfs bewandele, maar dat allen den weg gaan, door Jesus uw goddelijken Zoon ons aangewezen en eenmaal daar aanlanden, waar
108
Gij, verhevene Moeder, thans zijl. waur Jesus, uw Zeon, onze God zegevierend troont, in den Hemel. Amen.
(icbcd van een kind voor zijne ouders lol de gezegende Moeder Miiria.
ü liefderijke Moeder Maria! aan U is het onuitsprekelijk groote geluk ten deel gevallen, dat het allerheiligst kind, wat ooit op aarde geleefd heeft, dat de eenig-geboren Zoon Gods zelf U zijne Moeder noemde en U bereidwillig gehoorzaamde, zie, ik, uw arm, hulpeloos kind zou aan mijne lieve ouders gaarne alle weldaden, alle zorgen en bekommernissen aan mij besteed, vergelden en hun toonen, hoezeer ik hen liefheb en hoogsehat; maar mij is dit niet mogelijk. Daarom smeek ik U, liefdevolle Moeder, gelieve U mijne ouders aan te trekken, en uw goddelijken Zoon te bidden, dat Hij hen immer zegene, voor alle leed beware en hun al dio genaden meêdeele, die zij noodig hebben, om het eeuwig leven te verwerven. Smeek voor mij ook de genade af, dat ik het schoone voorbeeld van uw goddelijken Zoon na-volge, en aan mijne ouders steeds gehoorzaam en onderdanig zij en dat aan mij en mijne ouders eenmaal dat groote geluk ten deel valle van in den Hemel elkander
1 w
weer te zien en suiueii met U en alle I lu\'ügen Gods heerlijke BUijesielt le loven en te prijzen in alle eeuwigheid. Amen.
(icbed lot Maria voor zieken en stervenden.
O barmhartige Maagd en Moeder Gods Maria, U noemt de H, Kerk het behoud der zieken en de hoop der stervenden en wekt ons daardoor op, tot U in onzen nood onze toevlucht te nemen. Met hetzelfde vei trouwen, waarmede eenmaal Maria Mag-dalena tot uw goddelijken Zoon naderde, wenschte ik lieden tot U te roepen: Zie, lieve Moeder, hij, dien gij liefheb!, is ziek. Ja, uw kind N is zwaar ziek; groot zijn zijne smarten, zwaar is zijn lijden, o goe-dertierene Moeder, kom hem te hulp en bid voor hem, dat hij, gesterkt door de genade van uw goddelijken Zoon, zijn lijden geduldig verdrage en zoo het Gode behaagt, de gezondheid terugkrijge. Mocht echter uw goddelijke Zoon anders besloten hebben en hem tot zich wi\'len roepen, o sta hem dan bij. machtige hulp, in zijn laatsten strijd, troost hem, verdrijf den bekoorder en help hem, dat hij met het volste vertrouwen en met overgeving aan Gods heiligen wil sterve, een genadig oordeel en de eeuwige zaligheid erlange. Amen.
Gebed tot Maria onze Moeder.
O Maria ! heilige Moeder, hoe is \'t mogelijk, dat ik, die eene zoo heilige Moeder heb, zoo bedorven blijf; dat, ik, die eene Moeder heb, altijd brandende van liefde tot God, nog altijd het schepsel aanhang en bemin; dat ik, die eene Moeder heb zoo rijk in deugden, daaraan zoo arm ben! O beminnelijke Moeder! het is waar, dat ik niet verdien, uw zoon (uwe dochter) te wezen; mijn slecht gedrag heeft mij deze gunst geheel onwaardig gemaakt; ik vraag U dus, neem mij slechts aan als den ge-ringsten uwer dienaren. Verbied mij echter niet, U mijne Moeder te noemen; die naam vertroost, verteedert mij en herinnert mij de verplichting, die ik heb van U te beminnen ; die naam moedigt mij aan, om mijn vertrouwen op TJ te stellen. Wanneer ik terug schrik bij het zien van mijne zonden en bij de gedachte aan de goddelijke gerechtigheid, dan voel ik mij bemoedigd en versterkt, als ik denk, dat Gij mijne Moeder /.ijl. Ach! laat ik U dan
201
nooiiion: nnjne Moeder, mijne liove Moeder! zoo wil, zoo zal ik U altijd nooinen. Na uw goddelijken Zoon zult Gij altijd mjjno hoop, mijne toevlucht, mijne liefde zijn in dit tranendal, en stervende hoop ik U nog toe te roepen : o mijne Moeder, mijne goede Moeder, kom mij te hulp, heb mede lijden met mij en versterk mij. Amen.
Dagelijksch qebed tot de H. Maria en Joseph.
II. Maria en Joseph! Gij, aan wie God vergund heeft, zijn eenigen Zoon Jesus Christus hier op aarde te bewaken, te bestieren en te verzorgen ; neemt mij, bid ik U, hoe onwaardig ik ook ben, onder het getal uwer beschermelingen op, en verwerft mij de genade, dat ik U steeds zoo moge gehoorzamen en lief hebben, als uw eenige Zoon Jesus U gehoorzaamd en lief gehad heeft. Neemt mij aan tot uw zoon, en gewaardigt U mij heden en al de dagen mijns levens zoo te geleiden en te bewaren, dat ik elke doodzonde zorgvuldig vermijde, de heilige zuiverheid ongeschonden beware, de gehoorzaamheid aan ouders en oversten beoefene, en naar vermogen mijn staat volmaakt beleve. Helpt door uwe voorspraak
9*
202
de zwakheid van uwen dienaar, opdat ik mij dagelijks meer bevestige in een chris-(.elijken wandel, getrouw de deugden van geloof, hoop en liefde beoefene, en stipt de H. verplichtingen volbrenge, die ik bij de toewijding aan uwe dienst op mij genomen heb.
Eindelijk doet steeds in mij meer en meer de liefde tot Jesus uw Zoon ontbranden, opdat dit H. liefdevuur mij versterke om een leven te leiden, dat C-rode waardig is. Amen.
Gebed tot Jesus. Maria en Joseph.
Jesus, Maria, Joseph ! Gjj leefdet op aarde als geringe, arbeidzame lieden, onbekend en ongeacht bij de wereld, in een nederigen stand, in stille rust; en nogtans waart Gij de heiligste personen op aarde. In U zie ik, dat de heiligheid niet bestaat in buitengewone, groote of gerucht makende daden, maar in, naar uw voorbeeld, den wil Gods en de plichten van mijnen staat getrouw te vervullen, de zonde te vluchten en de deugd te beoefenen. Ook in mijnen staat kan ik U navolgen en Gode behagen. Elke nuttige of noodzakelijke arbeid, elke plichtsvervulling of liefdedienst -om God verricht is tevens eene vereering
203
Goils. liet verrichten der huiselijke bezigheden kan met de ware godsvrucht zeer goed bestaan : bidden en werken kan ver-eenigd zijn, ja, het behoort zelfs bij elkander, terwijl de handen arbeiden, moet het hart aan God denken. Onder den arbeid wil ik bij mij zeiven zeggen: «Mijn God! sik doe dit, wijl Gij het wilt, en zóó Gij »het wilt; ofschoon mijn werk zwaar is, »en door de menschen slecht beloond wordt, «ziet en beloont Gij het toch; aan U ofler »ik mijn werk op; Gij zult het zegenen.quot; Indien ik zoo denk en bid, dan geschiedt alles met meer moed en vlijt, en mijn werk gaat voorspoediger. Op deze wijze dien ik tegelijk God en de menschen, win ik mijn dagelijksch brood en den Hemel. Jesus, Maria, Joseph ! in U zie ik, dat rijkdom, aanzien en welvaart bet ware geluk niet uitmaken ; want dit alles heeft God, hoe dierbaar Gij Hem ook waart, U niet gegeven. Gij hadt veel gebrek, rampen en vervolging te lijden, en echter waart Gij vergenoegd, tevreden en gelukkig. Dat kan ik ook zijn, indien ik een zuiver geweten, een kinderlijk vertrouwen op God heb, indien ik gaarne arbeid, indien ik tevreden ben met betgeen Gij mij voor mijne vlijt gelieft te schenken, en mijn grootst geluk in het andere leven zoek ; indien ik
2(14
tien vrede bemin, on tlüor zachtmoedigheid, voorzichtigheid en dienstvaardigheid inij geacht en bemind maak bij mijne mede-menschen. Jesus, Maria, Joseph ! het uitmuntend voorbeeld uwer deugden zvveve allen kinderen, ouders, echtgenooten en al uwen vereerders steeds voor oogen en spore ons tot navolging aan, opdat uw naam in het uur des doods dankbaar en tot troost door ons moge genoemd worden. Liefde en eendracht wone in alle huizen, gelijk ze in uwe zielen woonden. Dan zal overal de zegen nederdalen, totdat wij eindelijk bij U in den hemel komen en eeuwig gelukkig zijn zullen. Amen.
Gebed voor onzen H. Vader den Paus.
Onze Vader, die in de Hemelen zijt, zie neder op uwe kinderen, die met gevouwen handen en een hart vol droefheid voor U liggen neergeknield. Jesus, uw Goddelijke Zoon. heeft aan zijne H. Kerk een plaatsvervanger op aarde gegeven, te weten: onzen H. Vader den Paus, den Vader onzer zielen en den Herder van alle geloovige Katholieken. O, almachtige God, werp een oogslag op dien heiligen Herder; zie, zijne ziel is bedroefd tot den dood toe, zijne pauselijke kroon is eene kroon van doornen
205
gewonlen ; ondankbare kinderen zijn tegen hoiu opgestaan on de machtigen der aarde komen hem niet te hulp. Beschouw in hem den vertegenwoordiger van Jesus, uwen eenigen Zoon. Gelijk die goddelijke Verlosser, bewandelt ook hij den pijnlijken weg des kruises. O, gewaardig U hem in zijne benauwdheden te versterken, en hem op den stoel van den H. Petrus nog gelukkige en rustige dagen te geven, door de ootmoedige onderwerping van al zijne kinderen. Eeuwige Vader, verhoor ons kinderlijk gebed, verhoor bet door de verdiensten van uw goddelijken Zoon, die tijdens zijn sterfelijk leven de kleine kinderen zoo liefderijk bij zich riep en zegende. Verhoor ons, eeuwige Vader, en ter liefde van Jesus, ter liefde van de Onbevlekte Maagd Maria, geef den vrede aan de kerk, geef den vrede aan de wereld. Amen.
Wij vcrlecnen 40 dagen aflaat aan allen, die dit rjchcd godurucldicj zullen bidden.
f J. ZWIJSEN,
Aai\'lsbisseiiup van Ulrecht, Aposl.
Admin, van \'s DoboIi.
Huize üerra onder llaaren. den 15 Julij
206
Gebed tot het H. Hart van Maria (*).
ü Hart van Maria, Moeder van God en onze Moeder, minnelijkst Hart, voorwerp van het welbehagen der aanbiddelijke Drievuldigheid, waardig van de Engelen en menschen geëerd en bemind te worden ! Hart het meest gelijkvormig aan dat van Jesus, van wien gij het volmaaktste afbeeldsel zijt! Hart vol goedheid en zoo medelijdend met onze ellenden, gewaardig u onze koude harten te verwarmen; bewerk, dat zij alleen met het Hart van hunnen goddelijken Zaligmaker zich bezig houden; stort daarin de liefde uwer deugden, ontsteek ze door dat zalig vuur, waardoor het uwe onophoudelijk gebrand heeft. Waak over de H. Kerk, verdedig haar, wees hare toevlucht en bescherming tegen alle aanvallen harer vijanden. Wees onze weg om tot Jesus te gaan, als de bronader, waardoor wij al de genaden, die ter zaligheid noodig zijn, moeten ontvangen. Wees onze bijstand in onze noodwendigheden, onze steun in onze kwellingen, onze sterkte in de bekoringen, onze toevlucht in
i*) Pius Vil heeft bij rescript van 18 Augustus 1X07 en I Kebr. 181(i, verleend 100 dagen aflaat eenmaal daags aan hen, die dit gebedgodvruchtig zullen bidden; toepasselijk aan de geleuvige zielen
\'207
do vervolgingen, onze hulp in al tie gevaren, maar bijzonder in den laatsten strijd onzes levens, het uur des doods, als de gansche hel, als ontketend, onze zielen zal trachten te rooven; dat vreeselijk oogenblik, waarvan onze eeuwigheid afhangt! Ach, laat ons dan, o medelijdende Maagd, de goedheid van uw moederlyk Hart en de kracht van uw vermogen op het Hart van Jesus gewaar worden, met ons in de bron van barmhartigheid eene heilige reddingsplaats te openen, opdat wij tot Hem mogen komen, eu Hem met U in den Hemel zegenen, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Gekend, geloofd, bemind, geëerd en verheerlijkt zij altijd en overal het goddelijk Hart van Jesus en het onbevlekt Hart van Maria! Amen.
Uitbreiding van het Memorare voor alle vereerders van Maria.
Gedenk, o goedertierenste Maagd Maria, hoe het nooit is gehoord, dat iemand, die tot CJ zijne toevlucht nam, uwen bijstand verzocht, of uwe voorspraak inriep, door U is verlaten. Bemoedigd door dit vertrouwen, snellen wij eenparig tot ü, o Maagd der Maagden, en zuchtende onder
208
liet gevviclil onzer zonden, werpen wij 011« rouwmoedig voor uwe voeten neder. O Moeder van liet eeuwige Woord! versmaad onze vereenigde gebeden niet, maar neem die genadig aan en ge waardig U die te verhooren. Duizende en duizende stemmen gaan er over de geheele aarde in zoo vele vereenigingen eenparig tot U op; 0 barmhartige Moeder, zult gij zulk een gebed verstoeten?... Verwerf ons dan, 0 toevlucht der zondaren! bij uwen God-delijken Zoon vergiffenis van al onze zonden, en de genade van in zijne heilige liefde te volharden ten einde toe. Bewaar ons in ons leven voor alle kwaad, en verkrijg ons den goddelijken zegen over al onze handelingen. Draag Gij daarom, 0 lieve Moeder! al onze gedachten, woorden en werken, ons leven en onzen dood, als een offer op aan uwen Goddelijken Zoon, tot glorie van zijnen Naam, tot herstel van alle oneer Hem aangedaan en tot zaligheid van onze en alle ongelukkige zielen. Met broederlijke gebeden komen wij tot uwen Zoon, die onze Broeder geworden en voor ons aller zaligheid aan het kruis gestorven is; met broederlijke gebeden komen wij tot U, die aan allen tot Moeder zijt gegeven, opdat ons gebed, in zoo krachfige vereeniging ge-
I
\'20!l
.stort, aan uwen Gocklelijken Zoon des te behagelijker moge wezen, en voor allen genade, vergifl\'enis en volharding verwerve. Laat dan niet toe, o goede Moeder! dat één onzer verloren ga, of door een haastigen dood worde verrast; maar bid voor ons, dat wij in het stervensuur den zoeten troost der H. Sacramenten mogen ontvangen; o Jesus, Maria, Joseph! dan vooral, en nu reeds stellen wij onze zielen in uwe handen, want o! hoe beangst zullen wij wezen in dat allerbeslissendst oogenblik. Als dan de helsche vijand eene laatste poging op onze ziel zal wagen, wanneer wij op het punt staan van voor Gods vreeselijken rechterstoel te verschijnen, o Moeder! o lieve Moeder! verlaat ons dan niet, maar spreek voor ons, dat wij met de zoete namen van Jesus, Maria, Joseph op de lippen, den laatsten adem geven, en onze ziel in de blijdschap des Hemels worde opgenomen, om met U en alle Engelen en Heiligen zijne barmhartigheid in eeuwigheid lof te zingen. Amen.
210
Maria I k /ie uw Zoon aan i bloedig kruishout hangen, 1\' zeveuinaal gewond, aan zijne voeten staan.
Gij sloudt daar, 0111 voor \'t laatst zijn zuchten op te van-
(gen,
Zie, Moeder! naar uw Kind, Hij ziel IJ stervend aan.
O Vrouw, zie daar uw Zoon ! o Zoon, zie daar uw Moe-
(der!
Zoo sprak Hij; en zijn oog daalt zeegnend op ons
(neer.
T, Moeder! gaf 11 ij ons; zich zei ven ons tol Broeder: Helaas I wal geven wij voor zoo veel liefde weer ?
Toen, Moeder! hebt Gij ons lol kindren aangenomen. O draag met ons Hem op, wat \'1 dankend harte
(biedt.
Zie, duizenden lot IJ, bij duizendlallen stroomen. Versmaad, o teedre Maagd, ons aller bede niet.
W il, Moeder, bij uw Zoon voor ons gena verwerven. Ons troosten in den nood, ons sterken in den strijd ; Kn in ons stervensuur; denk, hoe Ge uw Kind zaagt
(sterven,
Maria, loon ons dan, dat Ge onze Moeder zijl !
\'ill
Gebed tot Maria voor rie overledenen.
O Maria! Moeder van barmlmrüghoiil, wij bidden ook met vereende harten voor onze afgestorvene broeders, die nog in de plaats van zuivering worden opgebonden; want wij weten dat de band der liefde, die ons op aarde verbond, door den dood niet is verbroken. Uit de diepte klagen zij ons toe: Ontferm u onzer, ontferm u onzer, ten minste gij, onze vrienden, want de hand des Heeren heeft ons getroffen. O Moeder ! hunne en onze Moeder ! sla een meêdoogend oog op hun pijnlijk lijden, zij verlangen zoo vurig om uwen Goddelijken Zoon te aanschouwen; gedenk, hoe zij in hun ieven uwe kinderen waren, en tot het einde huns levens U getrouwelijk hebben bemind en gediend. Zij hadden een zoo groot betrouwen op U; laat hunne hoop niet beschaamd worden, maar verwerf voor hen, dat zij spoedig uit hunnen kerker verlost, en door het eeuwig licht verblijd mogen worden; stel te dien einde aan uwen Goddelijken Zoon voor, al wat Hij op aarde uit liefde tot ons heeft geleden, zijn bloedig kruis, zijne wijdgeopende wonden. Ach! dale zijn kostbaar bloed, in overvloed voor allen gestort, op hunne dorstende zielen af; dan,
212
ij lieve Moeder! zullen zij in hunne s mailen verkwikt, van hunne schulden gc-| zuiverd -wezen; dan, o lieve Moeder! .snellen zij de glorie des Hemels binnen om met ü en alle Heiligen, het Lam zon-\' der vlekken te aanbidden en in eeuwigheid te loven. Amen.
O, leedre Moedermaagd! klimt tot U in den hoogen I Der zielen roepstem niet om laafnis in beur straf? 1 1 leb, Moo.der! zuchten zij, heb. Moeder! mededoogen, 1 En sla door uwe bec de kluisters van ons af.
Zie, Moeder! hunne smart, — hoor. Moeder! hoe
(zij smeeken,
Jloc blijde noemden ze IJ, hoe eerden ze U op aard : O, laat een straal van licht hun kerkernacht doorbreken .. .
Hebt Gij, bij \'t kruishout niet in smarten hen
(gebaard V
JJlaria, zijn ze IJ niet tot kinderen gegeven.
Toen \'t zevenvoudig zwaard IJ \'t moederhart doorkneed ?
En, nu Gij naast nw Zoon ten zetel zijt verheven. Neen Moeder!,., \'t kan niet zijn, dat Gij hen nu
Gebed
(vergeet.
Hoor, Moeder, dan de beè vereend IJ toegezongen. En voeg er de uwe bij; uw Zoon versmaadt U niet ; Gecind is dan hun smart, hun boeien zijn ontbonden. En juichend zingen zij het eeuwig vreugdelied.
•213
ar- Gebed om zich de H. Maagd tot besohertn-ster te kiezen.
Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, ofscboon ik geheel onwaardig ben, mij onder het getal uwer dienaren te plaatsen, zoo vertrouw ik echter op uwe onbeperkte goedheid. Ik nader dan tot ü met een brandend verlangen om II te dienen, terwijl ik heden, in tegenwoordigheid van uw kuischen bruidegom den H. Joseph, van mijn Engelbewaarder en van alle Heiligen, U tot mijne Moeder, beschermster en meesteresse verkies. Ik maak het vaste voornemen U voor geheel mijn leven te loven, te dienen, na te volgen en door woorden en daden anderen tot uwe heilige dienst op te wekken. O, moelit ik kunnen bewerken, dat ieder U vereerde, zooals Gij het verdient! Heiden smeek ik U ootmoedig, goedertieren Maagd, door het H. Bloed, \'t welk uw goddelijke Zoon Jesus Christus, onze lieer, ook voor mijne zonden aan \'t kruis vergoten heeft, dat Gij mij onder de schare uwer kinderen wilt opnemen, en mij bij God de genade verwerven, die ik behoef, om al mijne gedachten, begeerten woorden en werken naar zijn heiligen wil in te richten, om naar de veredeling en
214
volmaking mijns harten te streven. Leer mij God en U meer en meer beminnen, en ontdaan van de gehechtheid aan al hel aardsche, mijn eenig uitzicht op den Hemel vestigen, opdat eenmaal mijn hoogst verlangen vervuld en ik welbehagelljk voor \'t oog van God en voor het uwe moge worden. Geleid mij aan de hand op den weg, dien ik moet bewandelen; laat mijl geen enkel oogenblik alleen, maar ondersteun mij nu en in het uur van mijnen dood. Amen.
Toewijding aan Maria.
O mijne Moeder, beschermster en meesteres, allerheiligste Maagd Maria! ik geel mij onbepaald aan uwe bijzondere bescherming over; ik draag mij zeiven, mijne ziel en mijn lichaam, al wat mijn hart bemint, al wat ik bezit, geheel aan U op. Wees mijne sterkte in den strijd des levens, mijn troost in de droefheid, mijn balsem in de pijn. Schenk mijner ziele eene heilige vreugde, wanneer God mij zegen en barmhartigheid doet gevoelen ; eene onbeperkte gelatenheid te midden van ongeluk en tegenspoed. Verwijder van mij de lauwheid in het geloot, in \'t vervullen mijner godsdienstplichten ; verwarm mijn hart, wan-
215
neer bet koud is voor God, voor deugd eu plichtbetrachting, en stort in mij een onverdeeld vertrouwen op de goddelijke genade, bijstand en barmhartigheid. Zie, mijn geluk en mijne ellende, mijn leven en mijn dood wijd ik U toe, opdat door uwe alles vermogende voorbede en door uwe verdiensten, mijn smeeken verhoord worde, en opdat mijne werken mogen strekken ter verheerlijking Gods, tot verheffing van uwen II. Naam, tot heil en stichting mijner naasten en ter bevordering van mijne eigene zaligheid. Amen.
Alles tot meerdere eer van God en tot lof der verhevene Koningin des Hemels, Maria!
214
volmaking mijns harten te streven. Leer mij God en ü meer en meer beminnen, en ontdaan van de gehechtheid aan al het aardsche, mijn eenig uitzicht op den Hemel vestigen, opdat eenmaal mijn hoogst verlangen vervuld en ik welbehagelijk voor \'t oog van God en voor het uwe moge worden. Geleid mij aan de hand op den weg, dien ik moet bewandelen; laat mij geen enkel oogenblik alleen, maar ondersteun mij nu en in het uur van mijnen dood. Amen.
Toewijding aan Maria,
0 mijne Moeder, beschermster en meesteres, allerheiligste Maagd Maria! ik geef mij onbepaald aan uwe bijzondere bescherming over ; ik draag mij zeiven, mijne ziel en mijn lichaam, al wat mijn hart bemint, al wat ik bezit, geheel aan U op. Wees mijne sterkte in den strijd des levens, mijn troost in de droefheid, mijn balsem in de pijn. Schenk mijner ziele eene heilige vreugde, wanneer God mij zegen en barmhartigheid doet gevoelen ; eene onbeperkte gelatenheid te midden van ongeluk en tegenspoed. Verwijder van mij de lauwheid in het geloof, in \'t vervullen mijner godsdienstplichten ; verwarm mijn hart, wan-
neer het. koud is voor God, voor deugd en plichtbetrachting, en stort in mij een onverdeeld vertrouwen op de goddelijke genade, bijstand en barmhartigheid. Zie, mijn geluk en mijne ellende, mijn leven en mijn dood wijd ik U toe, opdat door uwe alles vermogende voorbede en door uwe verdiensten, mijn smeeken verhoord worde, en opdat mijne werken mogen strekken ter verheerlijking Gods, tot verheffing van uwen H. Naam, tot heil en stichting mijner naasten en ter bevordering van mijne eigene zaligheid. Amen.
Alles tot meerdere eer van God en tot lof der verhevene Koningin des Hemels, Maria!
l r r a n i k
TEH HERE FJEI!
ALLElilIEELIOSTE MAAGU MARTA.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm ü onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, H. Geest, ontferm U onzer. 11. Drievuldigheid, één God, ontferm II onzer.
If. Maria, bid voor ons.
11. Moeder Gods,
H. Maagd der Maagden, to
Moeder van Christus, ^
Moeder der goddelijke genade, g
Allerreinste Moeder, 2
Allerzuiverste Moeder, g
Ongeschonden Moeder, 7
Onbevlekte Moeder,
■2\\1
Beminnelijke Moeder, bid voor ons Wondervolle Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
j Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid.
Oorzaak onzer blijdschap, j Geestelijk vat,
| Eerwaardig vat,
Uitmuntend vat van godsvrucht,
Geheimzinnige roos,
Toren van David,
Ivoren toren,
Gulden huis,
Ark des Verbonds,
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoud der kranken,
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten,
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen
Koningin der Aartsvaderen,
Koningin dei\' Profeten,
U
LITANIE
TER KIÏRE DER
ALLERHEILIGSTE MAAGD MARTA.
Heei-, ontferm ü onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, H. Geest, ontferm ü onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der Maagden, td
Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade, g
Allerreinste Moeder, °
Allerzuiverste Moeder, o
Ongeschonden Moeder, 5°
Onbevlekte Moeder,
217
Beminnelijke Moeder, bid voor ons.
Wondervolle Moeder,
Moeder des Scheppers,
Moeder des Zaligmakers,
Allervoorzichtigste Maagd,
Eerwaardige Maagd,
Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd,
Goedertierene Maagd,
Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid,
Zetel der wijsheid, 2-
Oorzaak onzer blijdschap.
Geestelijk vat, §
Eerwaardig vat,
Uitmuntend vat van godsvrucht, §
Geheimzinnige roos.
Toren van David,
Ivoren toren.
Gulden huis,
Ark des Verbonds,
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoud der kranken,
Toevlucht der zondaren.
Troosteres der bedrukten.
Hulp der Christenen,
Koningin der Engelen,
Koningin der Aartsvaderen,
Koningin der Profeten,
10
218
Koningin der Apostelen, bid voor ons. Koningin der Martelaren, w
Koningin der Belijders, ^
Koningin der Maagden, %
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder erfsmet ontvangen, g Koningin van den allerheiligsten Bozen- 5° krans.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, oiifferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o H. Moeder Gods. verstoot onze gebeden niet in onzen nood; maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze middelares, onze voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
1\'id voor ons, H. Moeder Gods. — Opdat wij waai dig worden de beloften van Christus.
•219
LAAT ONS lilUUlïN.
s
^ Wij bidden U, Heer, stort uwe genade l in onze harten, opdat wij, die door de ; boodschap des Engels, de menschwording gt; van Christus, Uwen Zoon, hebben leeren kennen, door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis mogen geraken. Door r denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
L 1 T A N 1 E
VAN
HET HEILIGE HAKT VAN M AIM A.
■%.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer.
220
Hart van Maria, allerzuiverst van af uwen oorsprong, verwerf ons de genade der goddelijke liefde.
Hart van Maria, vol genade,
Hart van Maria, gezegend boven alle harten,
Hart van Maria, levend beeld van het
H. Hart van Jesus, lt;i
Hart van Maria, voorwerp van het wel- | behagen des Heeren, ®
Hart van Maria, bron van ootmoedigheid, ^ Hart van Maria, zetel der barmhartig- § heid,
Hart van Maria, vuur der goddelijke ® liefde, a§
Hart van Maria, oceaan der goedheid, § Hart van Maria, wonder van onschuld a en heiligheid, g-
Hart van Maria, spiegel van al de god- ~ delijke volmaaktheden, o
Hart van Maria, waarin het bloed è van Jesus, de prijs onzer verlossing, ^ gevormd is, 3
Hart van Maria, dat, door uwe vurige verlangens, de zaligheid der wereld % hebt bespoedigd, ®
Hart van Maria, dat voor de zondaars
genade verwerft.
Hart van Maria, dat de woorden van Jesus getrouw bewaardet,
2-21
Hart vim Maria, met een zwaard van
droefheid doorstoken,
Hart van Maria, door het lijden van
Jesus met bitterheid vervuld,
Hart van Maria, met den gekruisigden ^ Jesus aan het kruis gehecht, 4
Hart van Maria, met Jesus in het graf ^ gedaald, . . g
Hart van Maria, bij de verrijzenis van Jesus een nieuw leven aan- a-
nemende, aq
Hart van Maria, bij de hemelvaart g vau Jesus met eene onuitsprekelijke |, vreugde overstelpt, ^
Hart van Maria, dat bij de nederda- ® ling van den H. Geest een nieuwen ^ overvloed van genade ontving, ^
Hart van Maria, troost der bedroefden, g Hart van Maria, toevlucht der zondaren,
Hart van Maria, hoop en schuilplaats ^ van allen, die U toegenegen zijn, g* Hart van Maria, hulp en steun der
stervenden,
Hart van Maria, vreugde en genoegen der Engelen en Heiligen in den Hemel,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei
wereld, spaar ons, lieer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, verhoor ons. Heer.
10*
22\'i
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verboor ons.
Wees gegroet, enz.
GEBED.
Voor
Oneindig goedertieren God, die tot za- Dc n ligheid der zondaren en tot troost der be-droefden aan de gelukzalige Maagd Maria Kovt een Hart gegeven hebt gelijkvormig aan i vvl dat van uw goddelijken Zoon, verleen aan diegenen, die dit zuiver en onbevlekt Hart vereeren, de genade van, door hare voor- Oï spraak en verdiensten, gelijkvormig te worden met het H, Hart van Jesus. Amen. L ,}
Vi ha II.
IMPRIMATUR.
Zwollak, hac 12 Aprilis, 1886.
OTTO ANÏ. SPITZEN, Libe. Cbnsoe,
ve lie
III.
lai te
IV.
P« to
V.
lij
or
VI.
zo G VII
INHOUD.
BI adz.
Voorrede................
De maand Mei, bijzonder aan de vereering gewijd der Allerheiligste Maagd Maria ... 7
Opdracht der Meimaand aan Maria.....13
Korte aanwijzing om deze overweging met
vrucht te doen......... ... 14
Gebed vóór elke overweging.......17
Gebed na elke overweging........18
Overwegingen voor clkcu dag der Meimaaiid.
I. i)Acf. — Maria\'s onheoleMe OntDaiHienis. — Vrucht: verlangen naar grootero reinheid des harten. — Gebed.............
II. Dag. — Geboorte van Maria. Vracht: verlangen om de genade des Doopsels, de liefde Gods uiet meer to verliezen. — Gebed 2o
III. Da«. — Naam ran Maria.— Vrucht: wev-langen om den naam van Christen waardig
te dragen. Gebed..........27
IV. Dag. — Opoffering van Maria in den Tempel. — Vnic/if: opwekking om den tijd wel
te besteden. — Gebed......... 31
V. Dag. — Jeagd van Maria. — Vrucht: heilige voorbereiding tot of beantwoording aan onze roeping. — Gebed........34
VI. Dag. — Verloving van Maria Vrucht: zorg voor eene ware en heilige vriendschap. — Gebed..................
VII. Dau. — Boodschap des Engels aait Maria, —
ir i miorigt;,
lilmlz
Vrucht: Liofcte tot God. — Crebed . . . - 38
VIII. Dag. — Bezoek eau Maria hij hare nicht EUsaheth. — Vracht : liefde tot den naaste. — (rebed...............■tS
IX. Dao. — Hein van Maria naar Ji:l}ileheni.— Vracht: gehoorzaamheid. — Gebed .... 45
X. Dag. — Geboorte nan Christus. — Vrucht: onthechting aan de goederen dezer aarde. — Gebed...............
XI. Dag. — De 11. Drie Koningen. — Vracht: bereidvaardigheid om die otters te brengen, welke God van ons vordert. — Gebed . . . 50
XII. Dag. — Uaria-Zuiveri»;/. — Vracht: ooi- _ moed. — Gebed...........53
XIII. Dag. — Voorzeyginy can Simeon. — Vracht: haat tegen de zonde. -- Gebed . . 50
XIV. Dag. — Vlucht naar Egypte. — Vracht: gehechtheid aan Jesus en verachting dor wereld. — Gebed...........
XV. Dag. — Verblijf in Egypte. Vracht; vertrouwen op Jesus. Gebed......62
XVI. Dag. — Terugkeer naar Xazureih. — Vracht: bekeering en boete. Gebed. . . (4
XVII. Dag. — Bedevaart naar Jerusalem. — Vrucht: kinderlijke gehoorzaamheid en liefde jegens de H. Kerk. — Gebed......67
XVIII. Dag. — Verlies ran Jesus. - I rucht:
\' vrees van Jesus ooit door de zonde te ver- _ liezen. — Gebed....... \' • \' \' \'
XIX Dag. — Angstig zoeken can Maria naar
\' Jesus. — Vracht\': volhardende moed in strijd _ en bekoring. — Gebed 73
XX. Dag. — Wed er vind en van Jexn* m don tempel. — Vracht: vreugde der zondaren, die zich bekeeren. — Gebed . ■ • • • • • \'6
XXI. Dag. — Huiselijk lecen te Mizareth.
\' Vracht: godsdienstzin iu de huishouding.-
Gebed..........quot; quot; 8(1
XXII. Dag. — Dood van den Jl. Joseph. — Vrucht: verlangen naar een zaligen dood. —
«Gebed...............
1nhoup. ij j
Kliidz.
XXTTT. Dag. — Ma, \'ia op (Je bruiloft te Cd na. — Vrucht: kinderlijk vertrouwen op Maria\'s machtige voorbede. — Gebed......85
XXIV. Dag. — Maria hij het lijden ran Jesns. — Vracht: medelijden met de smarten van Jesus en Maria en haat tegen de zonde als oorzaak van dat lijden. — Gebed........88
XXV. Dag. — Maria hij den dood van Jesas. — Vrucht: erkenning van degroote waarde onzer ziel. — Gebed............92
XXVI. Dag. - Maria hij de heyrafeni* ran Jesas. — Vracht : geloovige onderwerping bij den dood onzer dierbaren en ijver om aan de zielen der afgestorvenen te hulp te komen. — Gebed...........IMS
XX VII. Dag. - Maria hij de Verrijzenis van Jesus. Vrucht: verlevendiging van ons geloof in de verrijzenis des vleesches. — Gebed.....\'..........91)
XXVIII. Dag. — Maria\'s sterren. \\rrucht: opwekking om steeds zoo te leven, dat ons aandenken in zegening blijft. Gebed . . 102
XXIX. Dag. Ten, Hemel Opnenüng can Maria. — Vrucht: verlangen naar den Hemel. — Gebed............106
XXX. Dag. — Het Jiozenl\'ransfeest. Vrucht: devotie tot de II. Maagd, als machtige verdedigster der Kerk tegen hare vijanden.
Gebed...........\' . . . . 109
XXXI. Dag. Feest ran het II. Hart can Ma, ■ia. Vrucht: wederliefde en toewijding aan Maria. — Gebed.........J Ui
Gebeden.
Morgengebed............117
Avondgebed.............J22
Gebeden bij de II. Mis........127
Bieohtgebeden. . •.........I4(i
Coimminie-oofeningen.........156
Aflaat-gebeden............170
inhoud.
liladz.
Novene ter eere van Maria onder den titel
van O. L. Vr. van al tij dd u renden Bij stand. 171 Kinderlijk gebed van den H. Franciscus van
Sales tot de allerheiligste Maagd Maria. . 170 Gebed tot de Moeder van zeven smarten in groote droefheid en nood ....... 178
zeven gebeden tot de h. maagd voor elken dag der week.
I. Zondag. - Gebed om de vergeving der zonden...............181
II. Maandag. — Gebed om volharding in \'t goede...............185
III. Dinsdag. - Gebed ter verkrijging van een zaligen dood...........180
IV. Wolnsdag. — Gebod om bevrijding van
de verdoemenis...........188
V. Donderdag. — Gebed om den hemel te verwerven.............181)
VI. Vrijdag. - Gebed om eene vurige liefde tot de 11. Maagd en tot haren goddelijken zoon Jesus te bekomen........11)1
VII. Zaterdag. — Gebed om de bescherming der II. Maagd te verwerven......193
gebeden tot de gezegende moedermaagd in verschillende aangelegenheden.
Gebed van den Eerw. Pater Zncchi tegen de bekoringen tegen de H. deugd van kuisch-
heid...............195
Gebed om de kuischheid te bewaren . . . 19() Gebed van Christelijke ouders tot Maria voor
hunne kinderen...........190
Gebed van een kind voor zijne ouders tot de
gezegende Moeder Maria.........198
Gebed tot Maria voor zieken en stervenden. 199
Gebed tot Maria onze Moeder......2(K :ï
Dagelijksch gebed tot de H. Maria en Joseph. 20\'
Gebed tot Jesus, Maria en Joseph.....2lt;
Gebed voor onzen H. Vader den Paus . . . 204
iv
Gebec Ui tbr.
eerlt; Gebec Gebec Ugt; \\ Toew Litani Litani
INHOUD.
«. r. . _ . Bladz.
Cxebed tot het H. Hart van Maria. . . . 200 4 Uitbreiding van het Memorare voor alle vereerders van Maria..........207
() Ulebed tot Maria voor de overledenen . . .211 Gebed om zich de H. Maagd tot beschermster
g I te kiezen..............213
\'Toewijding aan Maria........ 214
i Litanie ter eere der Allerheiligste Maagd Maria. 21(gt; | Litanie van het H. Hart vaii Mar in ^ . . .211»
gt;1 gt;8
gt;5 M)
)(gt;
)8 1
Ml
K
)*. \' h )4