I/
/2? /6.
\'ƒ
deliedeu ei Gezanpn
tot privaat gebruik en ten dienste
VAN DE LEDEN DER PROCESSIE
NAAR
\'.ging
,:T RECHT y:\'o otheek
IMPRIMATUR.
Datum Bredce, 6 Aug. 1885.
IP- J. GKA-ERIEIj,
Can. Libr, Censor.
Geliefie Pelpms!
Waarde leta ierKevelaarscteProcem!
Telken jare gaat gij op naar Kevelaar om uw godsdienstzin te voldoen en tijdelijke en geestelijke tveldaden voor u af te vragen. Gij gaat gezamenlijk, omdat gij weet dat, volgens het woord van onzen goddelijken Zaligmaker » waar tivee of meer in mijnen naam vergaderd zijn hen ik in hun middenquot; het gemeenschappelijk gebed de wolken doordringt en Gode des te aangenamer is; gij gaat als leden der Broederschap om de Moeder van Gods Zoon te vereeren.
Het doel dezer Kevelaarsche Broederschap is de vereering der Allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria door godvruchtige werken , gebeden, gezangen enz.; om door die vereering den al-machtigen God en Schepper te verheerlijken en te aanbidden; en door de vermogende voorspraak der Moeder, van haren goddelijken Zoon zegeningen en genaden te ontvangen , en barmhartigheid en ontferming te verkrijgen.
Om lid te zijn dezer Broederschap moet men door een der Broedermeesters zijn ingeschreven en jaarlijks e.ene kleine geldelijke bijdrage storten.
De Broedermeesters geven de lijsten der door hen opgenomene leden aan den Z.E. Pastoor der gemeente om ze in het register der Broederschap in te schrijven.
De Feesten der Broederschap zijn Maria Lichtmis (2 Februari), Maria Boodschap (25 Maart), Maria Hemelvaart (15 Augustus), O. L. Geboorte (8 September), O. L. V. Onbevlekte Ontvangenis (8 December).
De Processie vertrekt telken jare Woensdag invallende na den feestdag van O. L. V. Geboorte, om den volgenden dag Donderdag terug te keer en.
De leden zijn deelachtig aan alle gebeden, goede werken, maar vooral aan de HH. Missen die voor de levende en overledene leden zullen ivorden opgedragen.
Op dan Pelgrims! op ter bedevaart om de H. Maagd Maria als Troosteresse der Bedrukten te vereeren.
Ten dien einde bied ik U dit boekske aan, niets anders vragend dan nu en dan een »Ave Marykenquot; voor den
Veni Creator.
1. Veni, Creator Spiritus, Mentes tuorum visita,
Imple superna gratia,
Quae tu creasti, pectora.
2. Qui diceris Paraclitus, Altissimi donum Dei,
Fons vivus, ignis, Chantas, Et spiritalis unctio.
3. Tu septiformis munere. Digitus Paternae dexterae, Tuquot; rite promissum Patns, Sermone ditans guttura.
4 Accende lumen sensibus, Infunde amorem cordibus, Infirma nostri corporis Virtute firmans perpeti.
2
Hostem repellas longius, Pacemque dones protinus; üactore sie te praevio,
Vitemus omne noxium.
Per te sciamus da Patrem, Noscamus atque Filium, Te utviusque Spiritum Credamus omni tempore.
Deo Patri sit gloria,
Ejusque soli Filio,
Cum Spiritu Paraclito,
Nunc et per omne saeculum. A.
(IN DEN 1\'AASCliïIJD.)
Deo Patri sit gloria,
Et Filio, qui a mortuis Surrexit, ac Paraclito, In saecnlorum saecula. Amen.
rjOZPZ-A-itsra-
Veni Creator Spiritus.
Gewone wijze.
Kom Schepper, kom o Heil\'ge Geest,
Bezoek ons all\' van \'t minst tot meest, Kom en stort Uw genade-kraclit,
In d\' harten door U voortgebracht, {bis)
Gij zijt de Trooster hoog geroemd,
Gij wordt de gave Gods genoemd, De levensbron, de liefdegloed,
De zalving van \'t oprecht gemoed, {bis)
Gij zijt van \'sVaders rechterhand. De vinger, en dat waarde pand. Dat hart en tong zeer rijk begaaft. En met Uw zeven gaven laaft, {bis)
Geef, dat Uw licht onz\' ziel bestraal.
En dat uw liefde in \'t harte daal En daar zoo zoet en krachtig werkt, Dat al wat zwak is wordt versterkt, {bis)
4
Verdrijf den vijand van ons af,
Verleen ons vrede in plaats van straf,
Geleid ons langs de rechte baan,
Opdat wij alle kwaad ontgaan, {his)
Maak, dat ons door U kenbaar zij De Vader, en de Zoon daarbij.
En dat wij U, hun beider Geest, Belijden, dienen onbevreesd, (bis)
Lof zij den Vader, en den Zoon, Die door Zijn dood den dood verwon ;
Lof U, Gij die de trooster zijt,
Van nu af tot in eeuwigheid. (Iris)
GEBEDEN
ONDER
de H. Mis.
VÓÓR DEN AANVANG DER H. MIS.
Daar ik thans, aanbiddenswaardige God, in Uwen tempel getreden ben, smeek ik U allernederigst, verleen mij kracht om U in geest en in waarheid te aanbidden. Verleen mij een waar besef van Uwe grootheid, opdat mijn hart U volkomen moge vereeren. Ik geloof vastelijk, dat de H. Mis het ware Offer van het Vleesch en Bloed Uws Zoons is; ik offer dit U op, in veree-niging met de meening der Roomsch Katholieke Kerk: als een offer van de hoogste aanbidding; — als een dank-
6
offer voor al de van U ontvangene weldaden; — als een sm eekoffer om te verkrijgen en te onderhouden alle zedelijke en natuurlijke behoeften; — en als een zoenoffer tot vergeving der zonden.
Laat mij thans de verhevene waardigheid van dit heilig Misoffer overdenken.
BIJ DEN AANVANG DKR H. MIS.
Aangezien myne zonden, ben ik onwaardig tot Uwen Goddelijken troon te naderen; dan Uwen dienaar, den Priester voor Uw Altaar ziende nedergebogen, vereenig ik mij met hem, en zeg:
Ik beschuldig mij voor U, mijn God, wegens zoo vele zonden waaraan ik mij schuldig bevind. Ik beschuldig mij, in de tegenwoordigheid van Maria, de allerzuiverste van alle maagden, van alle Heiligen en van alle geloovigen, dat ik gezondigd heb met gedachten, woorden en werken; door verzuimenis, door mijne schuld, door mijne allergrootste schuld; daarom bid ik de allerheiligste Maagd en alle Heiligen, om voor mij vergiffenis te smeeken.
Almachtige God! ontferm U over ons. Vergeef ons onze zonden, en verleen ons het eeuwig leven. Amen.
KYRIE ETjEISON.
Heer! voor ü nedergebogen smeek ik U, doe mij het ware kennen en liet goede betrachten. Heb medelijden met het werk Uwer Handen, en laat mij Uwe barmhartigheid ondervinden.
GLORIA. IN EXCELSIS.
Eer zij aan God in den hemel, en vrede aan de menschen op aarde, die van goeden wil zijn! — Wij loven U, Heer! — Wij zegenen U! — Wij aanbidden U! — Wij verheerlijken U! — Dankbaar en allernederigst roemen wij Uwe grootheid! — Gij zijt de Heer, de opperste Koning, de Allerhoogste, de eenige ware God, de almachtige Vader.
Aanbiddelijke Jesus! eenige Zoon des Vaders! God en Heer van alle dingen! Lam Gods, afgezonden om de zonden der wereld af te wasschen! ontferm U over ons, en vestig van het hoogste des hemels, waar Gij met Uwen Vader heerscht, een oog van medelijden op ons, en zalig ons. Gij alleen zijt het die dit doen kunt, omdat Gij oneindig machtig zijt, en oneindig aanbiddelijk, met den Heiligen Geest, in de heerlijkheid van Uwen Vader. Amen.
8
EPISTKL.
Heer! Uwe heilige Schriften leeren ous, dat men de zonde als een serpent moet ontvluchten; dat men zich zelfs voor den schijn der zonden moet wachten, elkanders zwakheden liefderijk verdragen , geduldig de ons aangedane belee-digingen en onrechtvaardigheden lijden, nimmer kwaad met kwaad vergelden, bidden voor degenen die ons vervolgen en kwaad toewenschen, ja hun het kwaad met goed vergelden. O God! prent in ons hart alle deze waarheden; verleen ons de genade om ons gedrag daar naar in te richten.
EVANGELIE.
O Heer! hoe ver overtreft Uwe wijsheid die van deze wereld! — Zoo als Gij spreekt, heeft nimmer een mensch gesproken; ■— Uw woord is het woord des levens. — Laat mij, zonder schaamte, voor de geheele wereld belijden, dat ik Uw volgeling en een betrachter van het
O O gt; lt;f
ware en goede wil zijn; — dat ik niet alleen met den mond Uw Evangelie verkondige, maar dat mijn hart van
9
hetzelve doordrongen zij, en ik door daden van liefde Uwe Goddelijke bevelen betrachte.
CREDO.
Jk geloof in eenen God, den Almach-tigen Vader, Schepper van hemel en aarde. En in onzen Heer Jesus Christus, Zijn\' eenigen Zoon, volmaakt Hem gelijk, heilig, machtig en eeuwig God gelijk Hij. Ik geloof dat de aanbiddelijke Zoon, uit liefde voor ons, mensch geworden is; dat Hij voor ons geleden heeft en gestorven is; dat Hij verrezen is en opgeklommen ten hemel, van waar Hij de menschen zal komen oordeelen, en voortdurend, eeuwig gelukkig zal heer-schen. Ik geloof in den Heiligen Geest, God gelijk met den Vader en den Zoon, en doelende in dezelfde heerlijkheid; bron des levens, oorzaak van der menschen heiligmaking en het licht der profeten. Ik geloof eene Heilige Katholijke Apos-telijke Kerk. Een doopsel, ingesteld tot vergeving der zonden; en vol vertrouwen op de barmhartigheid van mijnen God, verwacht ik de verrijzenis der dooden, en het eeuwig leven. Amen.
10
OFFERTORIUM.
Daar, o God, de vermenging van liet water met den wijn ten zinnebeeld verstrekt van de vereeuiging der Goddelijke met de raensclielijke natuur, en tevens van ons offer met het Offer van onzen Verlosser, wil thans mijn hart als een offer ontvangen; en geef, gelijk de Priester den wijn met liet water ver-eenigt, dat ook in mij de kennis dei-waarheid met de uitoefening van liet goede zich vereenige.
O O
PREFATIE.
Heer! verwijder uit onzen geest al liet aardschgezinde; verhef ons hart boven al het vergankelijke; vervul ons met Uwe liefde; trek onzen geest tot U, opdat wij ook in onze ballingschap ons mogen vereenigen met de gelukzalige geesten, en het gezang aanheffen dat wij eenwig met hen, in het zalig verblijf der rust, hopen te zingen.
Heilig, heilig, heilig is de Heer der heerscharen! het geheelal is met Zijne heerlijkheid vervuld. — De gelukzaligen loven ü in den hemel! Gezegend zij Hij die nederdaalt op aarde: God en Heer, gelijk aan Hem die Hem afzendt.
11
CANON.
Goedertieren Vader! aanbiddeuswaar-dige God! wij smeeken ü, tot verheerlijking van Uwen heiligen naam, als een bewijs van onzen eerbied eu onze liefde aan te nemen, de offerande van het Vleesch en Bloed van Jesus Christus, Uwen Zoon, welke wij U opdragen voor het heil Uwer Kerk, hare Bestuurders, den Paus, de Bisschoppen, geestelijke Herders, en in het algemeen voor allen die het heilig Roorasch Katholijke geloof belijden.
Vervul met wijsheid en ijver de Bestuurders uwer Kerk; dat zij Uw volk tot zaligheid geleiden. — Verleen den Vorsten der aarde vrede en eendracht, zoodat wij U met een gerust hart mogen dienen.
Wij bevelen U in het bizonder. Heer, allen voor wie erkentenis en liefde ons verplicht te bidden; voor allen die bij deze aanbiddelijke offerande tegenwoordig zijn , voornamelijk voor N. N.; en opdat deze hulde U des te aangenamer moge zijn, vereenigen wij onze gebeden met die der verheerlijkte Maagd en Moeder van onzen God en Zaligmaker, Jesus
12
Christus, met die der heilige Apostelen, gelukzalige Martelaren, en alle Heiligen, welke met ons ééne en dezelfde Kerk uitmaken.
ONDER DE OPHEFFING DER H. HOSTIE.
O Jesus, mijn Zaligmaker, waarlijk God en mensch! ik geloof dat Gij wezenlijk, onder de gedaanten van brood en wijn, tegenwoordig zijt. Ik aanbid ü hier uit geheel mijn hart.
ONDER DE OPHEFFING VAN DEN KELK.
Dierbaar Bloed, voor ons aan hot kruis vergoten! ik aanbid U. Genees, zuiver en heilig myne ziel. — Laat, Heer, een droppel van dit genaderoepend Bloed op mijne ziel vloeien, en alle smetten der zonden afwasschen, en ontsteek in mij het heilig vuur Uwer liefde.
VERVOLG VAN DEN CANON.
Wij herinneren ons, o Heer, het lijden en sterven van uwen Zoon, Jesus Christus, Zijne Opstanding en Hemelvaart, en brengen U dit rein en heilig Oöer.
13
Gewaardig U, goedertieren Vader, ons Uwen zegen en Uwe genade mede te deelen. Gedenk ook allen die in de plaats van zuivering Uw goddelijk aanschijn verbeiden. — Gedenk hun, voor wie de plicht van dankbaarheid bizonder van ons eischt te bidden, ook hun die om onzen\'t wille lijden.
Wij bidden U, Vader der barmhartigheid ! laat hen den eeuwigen vrede genieten; dat zij Uwe aanschouwing waardig bevonden worden.
Verleen ook ons, zondaars, die op Uwe barmhartigheid vertrouwen en hopen, U in de eeuwige zaligheid te mogen aanschouwen en aanbidden.
l\'ATEU NOSTEK.
Mijn God! welk geluk is het voor stervelingen, U Vader te mogen noemen! O hoe veel beteekenend is deze naam! Gij zijt onze Vader, en wij zijn Uwe kinderen. Mochten alle menschen U kennen , eeren en beminnen! —■ O Vader der menschen! breid het rijk Uwer genade verder uit, en breng alle volkeren tot Uwe kennis. Laat mij altoos erkennen, dat al wat Gij ons toevoegt, een werk
14
Uwer goedheid en liefde is. Gelaten wil ik mij aan Uwe beschikking onderwerpen , U beminnen en bidden dat niet mijn wil maar de Uwe geschiede. Geef ons brood en onderhoud voor het tijdelijke leven, en voedsel onzer zielen. Uit geheel hun hart vergeet ik hun die mij beleedigd hebben. Vader! vergeef ook mij, gelijk ik hun vergeef. Sterk mijnen geest ten tijde van verzoeking; red eu bewaar mij voor alle kwaad. Amen.
AGNUS DEI.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U over ons! 0 laat Uw voorbeeld ons altijd ter navolging verstrekken. Zend ons Uwen heiligen vrede, dien Gij alleen kunt geven, dien vrede die alle heil aanbrengt.
COMMUNIE.
Wanneer ik Uwe grootheid overdenk, dan gevoel ik te meer mijne nietigheid; dan roep ik tot U: Heer! genees mijne kranke ziel door de kracht van Uw levendmakend brood; sterk mij om mijne plichten te vervullen, om vlijtig te zijn
15
in het goede, en de bekoringen tot zonden te wederstaan.
Heer! ik ben niet waardig, dat Gij tot mij zoudt ingaan; spreek alleen één woord, en mijne ziel zal gezond zijn.
BENEDICTIE.
Zegen, o God, mijn heilig voornemen. Zegen ons allen door de hand van Uwen dienaar; en dat de uitwerkselen van Uwen zegen eeuwig op ons berusten.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.
BIJ HET LAATSTE EVANGELIE.
Heer! wi] bidden U, verleen ons de genade , dat de waarheden van Uw heilig Evangelie tot in onze harten mogen doordringen; dat wij noch de afdwalingen van onze gedachten, noch de hevigheid onzer driften, noch de ongeregeldheden van ons hart mogen opvolgen, maar ons geheel onderwerpen aan hetgene Gij ons beveelt; zoodat wij al onze handelingen niet naar de bedorven gebruiken dezer wereld, maar naar de grondregelen van Uw heilig Evangelie mogen inrichten.
16
NA DE H. MIS.
Zegen, mijn. God, mijne heilige voornemens en besluiten, en laat dezen zegen niet van mij wijken.
Ik dank U, mijn God en Vader, voor de genade- die Gij mij bewezen hebt, de H. Offerande der Mis te mogen bijwonen.
Ik dank U voor al de aan mij be-wezene weldaden, die ik mij bij het aanhooren van deze H. Mis op nieuw herinnerd heb.
Met vreugde wil ik mijne beroepsbezigheden hervatten, en , gesterkt dooide kracht van Uwen Heiligen Geest, dezelve tot Uwe eer volvoeren.
(jebeclcn voor be Bicclit.
GEBEU VAN VOORBKREimNG TOT HET li. SACRAMENT DER. BIECHT.
Schepper van hemel en aarde, Koning der koningen en Heer der heerscharen, die mij naar uw beeld en gelijkenis geschapen en door uw dierbaar Bloed verlost hebt, als zondaar ben ik niet waardig uwen Naam te noemen, U aan te roepen, aan U te denken. Ik bid en smeek U ootmoedig, dat Gij de oogen uwer barmhartigheid op mij, uwen onwaardigen dienstknecht, wilt vestigen. Ontferm U mijner, die U eenmaal ontfermd hebt over de Chananeesche vrouw en over Maria Magdalena; die den Publikaan en den goeden moordenaar gespaard hebt. U, Vader der barmhartigheid, ü belijd ik mijne zonden ; want voor Uw aanschijn kan ik ze, al wilde ik, niet verbergen. Spaar mij, o mijn God! spaar mij, die U langen tijd beleedigd heb door gedachten, door woorden, door werken, en door al datgene waardoor ik als zwak schepsel en zondaar heb kunnen
18
zondigen: \'tis mijn schuld, mijn allergrootste schuld. Daarom smeek ik Uwe barmhartigheid, die ter wille mijner zaligheid uit den hemel zijt nedergedaald, die David van den val der zonde hebt opgericht, spaar mij, Heer Jesus Christus, spaar mij, die ook Petrus, nadat hij U verloochend had, gespaard hebt. Gij zijt mijn Schepper, mijn Verlosser, mijn Heer en Zaligmaker, mijn Koning en mij a God. Gij zijt mijne hoop en mijn vertrouwen, mijn bestierder en mijn helper, mijn troost en mijne sterkte, mijne verdediging en redding, mijn leven, mijne zaligheid en mijne verrijzenis, mijn licht en mijn verlangen, mijne hulp en bescherming. Ik bid en smeek U, help mij, en ik zal zalig worden; bestieren verdedig mij, versterk en troost mij; schenk mij moed en blijdschap, verlicht en bezoek mij. Wek mij op, o Heer! uit den slaap des doods, want ik ben Uw maaksel en Uw werk; verstoot mij niet, die Uw dienstknecht ben , ofschoon wel boos en onwaardig en vol zouden, maar die toch, hoedanig ook, \'t zij goed of boos, altijd de Uwe ben. Tot wien zou ik vluchten, als ik tot U niet komen mag? Indien Gij mij verwerpt, wie zal
19
mij dan in genade aannemen? Indien Gij mij verstoot, wie zal zich mijner dan aantrekken ? Erken mij, die tot U mijne toevlucht neem, ofschoon onwaardig , ofschoon arm en besmeurd met vele zonden, erken mij als den Uwe; omdat Gij mij kunt reinigen, indien ik arm en besmeurd ben met vele zonden; omdat Gij mij kunt verlichten, indien ik blind ben; omdat Gij mij kunt genezen, indien ik ziek ben; omdat Gij mij ten leven kunt opwekken, indien ik dood ben en reeds begraven; want Uwe barmhartigheid is grooter dan mijne ongerechtigheid en Gij kunt meer vergeven dan ik kan misdoen. Gij kunt meer sparen dan ik kan zondigen. Versmaad mij derhalve niet, mijn Heer en mijn God! Sla geen acht op mijne ongerechtigheden, maar ontferm Ü mijner naar de groote mate Uwer ontferming en wees mij armen, maar grooten zondaar genadig. O zeg tot mijne ziel: Ik ben uw heil en zaligheid; Gij, die gezegd hebt: Ik wil den dood des zondaars niet, maar veeleer dat hij zich bekeere en leve; bekeer mij dan tot U, o Heer! en wil niet in toorn tegen mij ontsteken. Ik vraag U, Vader der barmhar-
20
tigheid, en ik bid en smeek U om Uwe groote ontferming, leid mij tot een zalig einde, tot eene ware boetvaardigheid, tot eene oprechte biecht van al mijn zonden, en tot eene waardige voldoening. Amen.
Onderzoek uw geweten. Vraag God het licht om ugt;re zonden te kennen, de genade van een waar berouw om ze te verfoeien en ze oprecht uwen biechtvader te belijden.
GEBED VAN DEN H. THOMAS VAN AQUINE, OM DE VERGIFFENIS DEll ZONDEN TE BEKOMEN.
Tot U, o mijn God, bron van alle barmhartigheid, nader ik arme zondaar. Clewaardig U dan, mij van mijne ongerechtigheden te zuiveren. Zon der rechtvaardigheid, schenk het licht aan eenen blinde. Eeuwige geneesheer, genees mijne wonden. Koning der koningen, bekleed mijne naaktheid. Middelaar tusschen God en de menschen, bewerk de verzoening voor een schuldige. Goede herder, voer een verdwaalde terug op den weg der waarheid. Schenk barmhartigheid, o mijn God, aan een ongelukkige, vergeving aan een zondaar, het leven aan een doode,
21
de rechtvaardiging aan een goddelooze, de zalving der genade aan een ongevoelige. Allergoedertierendste God, roep mij, als ik van U wegvlucht, tot U terug; trek mij tot U, als ik weerstand bied aan Uwe genade; richt mij op, als ik val; ondersteun mij, als ik sta; wees Mijn leidsman op den weg, dien ik bewandel. Vergeet mij niet, als ik U vergeet; verlaat mij niet, als ik U verlaat; verwerp mij niet, als ik tegen U zondig. Door te zondigen immers, heb ik U, o mijn God, beleediufd, den naaste gekwetst, mij zei ven niet gespaard. Ik heb gezondigd, o mij n God! Gezondigd heb ik door zwakheid tegen U, almachtige Vader; door onwetendheid tegen U, eeuwige Zoon, die de wijsheid zijt; door opzettelijke boosheid tegen U, Heilige Geest, die de barmhartigheid zijt; en door dat alles heb ik U, alles overtreffende Drie-éénheid, beleedigd. Wee mij, ongelukkige, hoevele en hoe groote zonden heb ik bedreven, welk kwaad heb ik begaan! U, Heer, heb ik verlaten ; door eene verkeerde liefde geleid, beklaagde ik mij over Uwe goedheid; door eene valsche vrees gedreven, verkoos ik liever U te verliezen, dan te
22
F
ontberen wat ik zoclit; liever U te be-leedigeu, dan my te onthouden van hetgeen ik vreesde. Mijn God, wat al kwaad heb ik niet gedaan door woorden en door werken, door èn in \'t geheim, èn in \'t openbaar, èn met stoutmoedigheid te zondigen! Daarom smeek ik U, wil toch ter wille mijner zwakheid geen acht slaan op mijne ongerechtigheden, maar wel op üwe grenzenlooze goedheid, en vergeef mij vol goedertierenheid, wat ik misdaan heb; schenk mij droefheid over het verleden en eene heilzame en krachtdadige waakzaamheid voor het toekomende. Amen.
Gclieben na be Êieclif.
GEBIOD.
Ik bid U, o Heer, door de verdiensten der allerheiligste Maagd Maria, en aller Heiligen, dat deze mijne biecht U aangenaam en welbehagelijk moge wezen. Dat alles wat mij nu of vroeger aan berouw of aan oprechtheid in de belijdenis heeft ontbroken, aangevuld worde door uwe liefde en barmhartigheid, en gewaardig U daardoor mij volkomener en
23
volmaakter te ontslaan in den Hemel. Amen.
Dankzegging na de Biecht,
getrokken uit de werken van den H. Augustinus.
Ik heb U veel te laat gekend, o waarachtig licht; veel te laat heb ik U gekend. Er was een groote en duistere wolk voor de oogen myner ijdelheid, zoodat ik de Zon der rechtvaardigheid en het Licht dei-waarheid niet zien kon. Daar ik een kind der duisternissen was, wandelde ik in de duisternissen; ja ik beminde de duisternissen, want ik kende het licht niet. Ik was blind en ik beminde de blindheid, en door de duisternis wandelde ik tot de duisternis. Wie heeft mi] er uit geleid, toen ik in de duisternissen zat en in de schaduwen des doods ? Wie heeft mij bij de hand genomen om mij daaruit te trekken ? Wie is Hij die mij verlicht heeft? Ik zocht Hem niet en Hij zocht mij. Ik riep Hem niet en Hij riep mij. Wie is Hij toch? Gij zijt het, Heer, mijn God, Gij die barmhartig zijt en vol ontferming, de Vader der barmhartigheden en de God van alle vertroosting. Gij zijt het, Dien ik belijd uit ganscher harte en Wiens heiligen Naam ik loof;
24
ik aanriep U niet en Gij riept mij. Gij riept met krachtige stem aan het geestelijk oor mijns harten: Dat het licht worde; eu het werd licht; en die groote wolk is verschoven, en de duistere wolk, welke mijne oogen bedekte, is opgeklaard; eu ik heb Uwe stem gehoord en erkend. Waarlijk, Heer! Gij zijt mijn God, Die mij uit de duisternissen en uit de schaduwen des doods verlost, en mij tot het wonderbaar licht uwer kennis geroepen hebt. Ik zie den diepen afgrond, waarin ik gelegen heb; ik ben ontsteld en sta verbaasd, en ik zeg: Wee de duisternissen, waarin ik geweest ben! Wee de blindheid, waardoor ik het licht des hemels niet zien kou! Wee mijne voorgaande onwetendheid, waardoor ik U , o Heer! niet kende. Ik dank ü, mijn Licht en mijn Verlosser; il^ dank Ü, omdat Gij mij verlicht hebt en ik U nu mag kennen. Wil mij steeds meer verlichten , opdat ik U nog beter moge kennen en nog meer beminnen, en niets anders beminnen dan ü alleen, Die voor mijne ziel alleen genoeg zijt, in Wien zij hare rust en vermaak vindt, en door Wiens bezit zij verzadigd zal worden in de eeuwigheid. Amen.
(Scbccicn poor be H. Kommunie
GEBED TAN DEN H. AMBROSIUS.
Tot de tafel van uw aangenaam gastmaal uitgenoodigd, o goedertieren Heer Jesus Christus, sidder en beef ik, zondaar, die mij op mijne verdiensten niets laat voorstaan , maar op uwe barmhartigheid vertrouw, mij daaraan neer te zetten. Want ik heb mijn hart en mijn lichaam door vele boosheden bevlekt, mijne ziel en mijne tong niet met voorzichtigheid bewaard. Daarom, o goedertieren Godheid en ontzaglijke Majesteit! neem ik, ongelukkige, in de uiterste verlegenheid gebracht, mijne toevlucht totU, o bron van ontferming; ik spoed mij tot U om geholpen te worden; ik vlucht onder uwe bescherming, en vurig wensch ik als Zaligmaker te bezitten, dien ik als rechter niet durf afwachten. Ik leg voor uw aanschijn. Heer, mijne zwakheden bloot, en ik vertoon U mijne vreesachtigheid. Ik weet dat mijne zonden, waarvoor ik vrees, groot en menigvuldig
26
zijn; maar ik hoop op uwe barmhartigheid, die zonder mate is. Sla een blik van medelijden op mij, Heer Jesus Christus, eeuwige Koning, God en niensch, die voor ons menschen gekruisigd zijt. Verhoor mij, want ik stel mijne hoop op U; ontferm U mijner, want ik ben overladen met zwakheden en wonden. Gij zult immers de bron uwer barmhartigheid niet laten ophouden te vloeien. Wees gegroet, heiligmakend Offer, voor mij en geheel het mensche-lijk geslacht op het vloekhout des kruises opgedragen. Wees gegroet, edel en kostbaar Bloed, dat uit de wonden van mijnen gekruisigden Heer Jesus Christus vloeiende, de geheele wereld van hare zonden reinigt. Heer, gedenk dan uw schepsel, dat Gij met uw Bloed hebt vrijgekocht. Ik heb berouw over mijne zonden, en verlang te herstellen wat ik misdaan heb. Neem daarom, goedertieren Vader, al mijne zonden en ongerechtigheden van mij weg, opdat ik, naar ziel en lichaam gezuiverd, het Heilige der Heilige waardig ontvange; eu geef mij dat de nuttiging van uw Lichaam en Bloed mij strekke tot vergiffenis mijner zonden, tot volkomen
2
27
uitwissching mijner misdaden, tot verdrijving aller booze gedachten , tot vernieuwing aller goede voornemens, tot heilzame uitwerking van \'t geen U behaaglijk is, en tevens tot eene sterke verdediging van ziel en lichaam tegen de hinderlagen van mijue vijanden. Amen.
GEBED VAN DEN H. THOMAS VAN AQUINE.
Almachtige en barmhartige God, zie, ik nader tot het Sakrament van uwen eeniffceboren Zoon, onzen Heer Jesus Christus. Ik kom als een zieke tot den geneesheer des levens, als een onreine tot de bron der barmhartigheid, als een blinde tot het licht der eeuwige klaarheid, als een arme en behoeftige tot den Heer van hemel en aarde. Ik smeek U dan om den overvloed uwer einde-looze milddadigheid, gewaardig U, daardoor mijne ziekte te genezen, mijne smetten af te wasschen, mijne blindheid te verlichten, in mijne behoeften te voorzien en mijne naaktheid te bedekken; opdat ik U, Brood der Engelen, Koning der koningen en Heer der heerscharen, met zulk een eerbied en nederigheid,
28
met zulk een berouw en godsvrucht, met zoo groote zuiverheid en geloof, met zulk een voornemen ontvange, als voor het heil mijner ziel dienstig is. Geef mij, bid ik U, dat ik niet alleen het Lichaam en Bloed des Heeren nuttige, maar ook aan zijn Sakrament en de kracht daarvan deelachtig worde. O goedertierenste God! laat mij het Lichaam van uwen eeniggeboren Zoon, onzen Heer Jesus Christus, dat Hij uit de Maagd Maria heeft aangenomen, zoo ontvangen, dat ik verdiene met zijn geheimzinnig lichaam verbonden en onder zijne ledematen gerangschikt te worden. O teederst minnende Vader! geef mij. Jat ik uwen beminden Zoon, dien ik als sterveling nu nog verborgen ga ontvangen , eenmaal in de heerlijkheid van aanschijn tot aanschijn eeuwig aanschouwen moge. Die met U leeft en heerscht in eenheid van God den H. Geest in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Sctebcn na bc H. Kotnmunic.
OEFENING VAN DANKZEGGING.
Wat zal ik U wedergeven, mijn Heer en miiii God! mijn Goddelijke Zaligmaker en mijn goede Vader! wat zal en kan ik ü wedergeven voor de onschatbare weldaad, voor de uitmuntende gunst, die Gij mij thans bewezen hebt? Weihoe! het was U niet genoeg, mij uit het niet getrokken, mij vrij gekocht te hebben ten prijze van uw Bloed en van uw leven; het was U niet genoeg, mij met alle soorten van goederen overladen te hebben; — Gij hebt mij, met Uzelven aan mij te schenken, de bron willen geven van alle goederen. Welke hartelijke dankzeggingen ben ik U niet verschuldigd, Heer! voor een zoo onbegrijpelijke weldaad! Maar welke dankbaarheid ben ik in staat U te bewijzen, die aan uwe edelmoedigheid en teederheid tot mij beantwoorde?
Mijne ziel! looft den Heer; al de krachten mijner ziel, vereenigt U om
30
zijnen heiligen Naam te verheerlijken, en Hem eeuwige tuigen voor deze
sprekelijke gnnst. Dat menschen engelen, dat hemel en aarde, dat al de schepselen U voor mij loven en danken, o zaligheid mijner ziel, o mijn God en mijn Al! Uwe goedheid, uwe barmhartigheid, hoe oneindig ook, hebben zich, om zoo te spreken, ten mijnen voordeele uitgeput, door mij uw Lichaam, uw Bloed en geheel Uzelven wezenlijk in dit aanbiddelijk Sakrament te geven.
GEBED VAN DEN H. THOMAS VAN AQUINE.
Ik bedank U, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God . dat Gij mij, zondaar, uwen onwaardigen dienaar, zonder mijne verdiensten, doch alleen uit uwe barmhartigheid, hebt gewaardigd te spijzigen met het kostbaar Lichaam en Bloed van uwen Zoon, onzen Heer Jesus Christus. En nu bid ik U, dat deze heilige Kornmunie mij niet schuldig make tot straf, maar dat zij mij eene heilzame bemiddeling zij tot vergeving. Dat zij mij tot een wapen zij des geloofs, en een schild van goeden wil. Dat zy
dankbaarheid te begroete , deze onuit-en
31
de uitdelging zij mijner misdaden, de uitroeiing der begeerlijkheid en zinne-l\'jkheid; dat zij de liefde en het geduld, dan ootmoed en de gehoorzaamheid, en alle andere deugden in mij doe vermeerderen. Dat zij my eene krachtige verdediging zij tegen de hinderlagen van al mijne zichtbare en onzichtbare vijanden ; dat zij al de bewegingen van mijn vleesch. zoowel als van mijnen geest volkomen tot rust brenge; dat zij mij onafscheidbaar hechte aan U, mijn eenigen en waren God, en eenmaal de
O .....
zalige voltrekking zij van mijne loopbaan op aarde. En dan smeek ik U , dat gij ü gewaardiget, mij, zondaar, eenmaal aan uw onschatbaar gastmaal te doen aanzitten, waar gij met uwen Zoon, en met den H Geest, voor uwe Heiligen liet ware licht, de volle verzadiging, de eeuwige vreugde, de volkomen blijdschap en het volmaakt geluk uitmaakt. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
GEBED VAN DEN H. I\'RANCISCÜS VAN ASSISIE.
Ik bid ü, Heer Jesus Christus, dat de vurige en zoete kracht uwer liefde mijn geest van alles aftrekke wat op
32
aarde is; opdat ik aan de wereld sterve uit liefde van U, die uit liefde, tot liefde van mij, U gewaardigd hebt op het hout des kruises te sterven. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Vcrznchling lol hel Allcrhciligsl Sakramenl. (1)
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus, zalig mij.
Bloed van Christus, verzadig mij. Water van Christus\' zijde, waseh mij. Lijden van Christus, versterk mij. O goede Jesus, verhoor mij.
In uwe wonden verberg mij.
Laat niet toe, dat ik van U worde gescheiden.
Verdedig mij tegen den boozen vijand. Roep mij in het uur van mijn dood. En doe mij dan tot U komen.
de
Opdat ik met Uwe Heiligen ü love In de eeuwen der eeuwen. Amen.
1
300 dagen aflaat voor al de geloovigen, eiken keer dat zij dit gebed met een rouwmoedig hart zullen verwekken; na de H. Kommnnie 7 jaren aflaat; volle aflaat eens in de maand, onder de gewone voorwaarden.
GEBED
met vollen Aflaat.
O goede en allerzoetste Jesus, zie ik werp mij voor uw aanschijn op de knieën neder, en ik bid en smeek U met de grootste vurigheid van mijnen geest, dat gij U gewaardiget in mijn hart te drukken levendige gevoelens van geloof, hoop en liefde, en een waar berouw over mijne zonden en een zeer vasten wil van mij daarvan te beteren; terwijl ik met een groote aandoening des gees-tes en droefheid bij mij zeiven overweeg en in den geest aanschouw uwe vijf wonden, voor oogen hebbende hetgeen de profeet David eertijds van U, o goede Jesus zeide: Zij hebben mijne handen en voeten doorboord, zij hebben al mijne beenderen geteld.
(Ps. XXI. 17, 18.)
LITArVIE
VAN DEN ZOETEN NAAM JESUS.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld. God, Heilige Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Jesus, Zoon van den levenden God, Jesus, luister des Vaders, 9
Jesus, glans van het eeuwige licht, S; Jesus, Koning der glorie,
Jesus, Zon der rechtvaardigheid.
Jesus, Zoon van de Maagd Maria, Beminnelijke Jesus,
Wonderbare Jesus,
Jesus, sterke God,
Jesus, Vader der toekomende eeuwen, Jesus, verkondiger van Gods verheven raad,
Allermachtigste Jesus,
Allergeduldigste Jesus, Allergehoorzaamste Jesus,
Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van hart,
5 cl
O
35
minnaar der zuiverheid,
i, onze liefde,
i, God des vredes,
i, oorsprong des levens,
!, voorbeeld der deugden ,
i, ijveraar der zielen,
!, onze God,
!, onze toevluclit,
Vader der armen, 0
5, schat der geloovigen , 5-
;, goede herder, ^
i, waarachtig licht, 3
i, eeuwige wijsheid, C
i, oneindige goedheid, o
i, onze weg en ons leven , 5
•• Tl ^
3, blijdschap der Engelen, ;, Koning der Oudvaders, s, meester der Apostelen,
i, leeraar der Evangelisten, i, sterkte der Martelaren,
;, licht der Belijders,
s. Bruidegom der Maagden, i, kroon van alle Heiligen,
Wees genadig, spaar ons, Jesus.
Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons, Jesus. Van alle zonden, verlos ons, Jesus. Van uwe gramschap, verlos ons, Jesus. Van de lagen des duivels, verlos ons, Jesus.
36
Van den geest der onkuischheid, verlos ons, Jesus.
Van den eeuwigen dood,
Van het veronachtzamen uwer inspia ken,
Door het geheim uwer heilige ruensch-
wording, lt;
Door uwe geboorte, ÜL
Door uwe kindsheid, S
Door uw allergoddelijkst leven, o Door uwen arbeid, j»
Door uwen doodstrijd en uw lijden, c-. Door uw kruis en uwe verlatenheid, § Door uwe smarten, F
Door uwen dood en uwe begrafenis, Door uwe verrijzenis,
Door uwe hemelvaart,
Door uwe vreugden.
Door uwe glorie.
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer, Jesus. Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
37
LATEN WIJ BIDDEN.
Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: Vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal geopend worden: Wij smeeken U, geef ons, die vragen, den indruk Uwer allergoddelijkste liefde, opdat wij ü uit geheel ons hart met woord en daad beminnen en nimmer ophouden U te loven.
Doe ons steeds voor Uwen heiligen Naam, o Heer, vrees en tevens liefde hebben, omdat Gij nooit ophoudt hen te besturen die Gij in de hechtheid Uwer liefde vestigt. Door onzen Heer Jesus Christus, Uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in eenheid van den heiligen Geest, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITAIVIE
VAN HET
5 c!
o
3
AtaMiiste Hart Tan Jesns.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
(xod, Hemelsche Vader, ontferm U onzer, (iod Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm
U onzer.
Allerheiligst Hart van Jesus, Zelfstandig vereenigd met het Woord o Gods, H
Heiligdom der Godheid,
Tempel der H. Drievuldigheid,
Afgrond van wijsheid.
Oceaan van goedheid,
Troon van barmhartigheid, ünuitputbare schat,
Uit welks volheid wij alles ontvangen hebben,
39
Ouze vrede en onze verzoening, ontferm
U onzer.
Toonbeeld aller deugden,
Oneindig beminnend en oneindig be-
o O
minnenswaardig,
Bron van water springend ten eeuwigen leven,
Voorwerp van welbehagen des Vaders, Verzoening voor onze zonden. Met bitterheid voor ons vervuld, Bedroefd tot den dood in den hof
der Olijven, o
Met versmaadheden overladen, g-
Door liefde gewond, §
Met een lans doorstoken,
Aan het kruis uitgeput van bloed, O Om onze zonden van droefheid ver- o brijzeld, |
Nu nog door ondankbare menschen beleedigd in het allerheiligste Sa-
O O
krament uwer liefde.
Toevlucht der zondaren,
Sterkte der zwakken,
Troost der bedroefden,
Volharding der rechtvaardigen,
O O \'
Heil van hen die in U hopen.
Hoop der stervenden,
Zoete steun van al uwe aanbidders, Wellust van alle Heiligen,
40
Oiize hulp in de kwellingen, die in groote mate over ons neêrkomen, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
tier wereld, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm ü onzer, Jesus. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte.
u. Maak ons hart gelijkvormig aan het uwe.
Gebed.
Heer Jesus, die door eene nieuwe weldaad ü gewaardigd hebt, aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw goddelijk Hart te openen, maak dat wij aan dit aanbiddelijk Hart liefde voor liefde mogen weêrgeven, en door waardige eerbewijzingen den smaad herstellen, waarmede de ondankbaarheid der men-schen het overlaadt. Die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest in de eeuwen der eeuwen. Amen.
41
GEBED VAN DEN H. BONAVENTURA TOT HEÏ GODDELIJK HA UT VAN JESUS.
Allerzoetst et allergoedertierendst Hart van Jesus, doordring mijne ziel en mijne zinnen met de heilige vlammen Uwer liefde; bedwelm mij door de ware, de goddelijke liefde, opdat ik in eene zoete en heilige bedwelming niets begeere dan U, en enkel naar het oogenblik verzuchte, waarop het mij gegeven zal zijn, U te bezitten. Maak, o Jesus, dat ik hongere naar U, Die het brood der engelen en ons dagelijksch brood zijt, naar U, Die aan de heilige zielen de heerlijkste en verrukkendste zoetheden schenkt. De engelen, zalig in Uw aanschijn , kunnen niet moede worden, U te aanschouwen. O mogen mijn hart en mijne zinnen gestadig vervoerd worden door de onverzadelijke begeerte, om U te zien en U te beminnen; moge een brandende dorst mij drijven naar U, bron van leven en wijsheid, brandpunt van eeuwig licht, stroom van het reinste genot. Moge ik U zoeken en vinden, tot U gaan en ü treffen, aan U denken, van U spreken, alles doen tot lof en glorie van Uwen Naam met liefde en
42
ootmoed, met vreugde en volharding. Wees, goddelijk Hart, mijne hope en mijn vertrouwen, mijn lust en mijn vermaak, mijne vrede en blijdschap, mijne spijs en mya heilmiddel, mijn hulp en mijn toevlucht, mijne wijsheid en mijn raad, mijn schat en mijn erfdeel; en dat mijn geest en mijn hart voor immer en onherroepelijk in U gevestigd mogen zijn. Amen.
LITANIE
TOT HKT ALLERZUIVERSTE HART VAN MARIA.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Hart van Maria, allerzuiverst van uwen oorsprong, verwerf ons de genade der goddelijke liefde.
Hart van Maria, vol genade, verwei-f ons de genade der goddelijke liefde.
Hart van Maria, gezegend hoven alle harten, verwerf ons de genade der goddelijke liefde.
Hart van Maria, levend beeld van het H. Hart van Jesus, verwerf ons de genade der goddelijke liefde.
44
Hart van Maria, voorwerp van het welbehagen van Jesus, verwerf ons de genade der goddelijke liefde.
Hart van Maria, afgrond van ootmoedigheid ,
Hart van Maria, zetel der barmhartigheid , lt;
® , .CD
Hart van Maria, oven der goddel. liefde, ^ Hart van Maria, oceaan van goedheid, « Hart van Maria, wonder van onschuld
en heiligheid, a
Hart van Maria, spiegel van al de ^ goddelijke volmaaktheden, ®
Hart van Maria, in wie het Bloed^ van Jesus Christus, de prijs onzer® verlossing, gevormd is,
Hart vau Maria, dat, door uwe vurige amp; verlangens, de zaligheid der wereld ^ verhaast hebt, ^
Hart van Maria, dat voor de zondaars g;
genade verkrijgt,
Hart van Maria, dat de woorden van ^
Jesus Christus getrouw bewaarde, Hart van Maria, met een zwaard van 2, droefheid doorstoken, ®
Hart van Maria, in het lijden van Jesus-
Christus met bitterheid vervuld.
Hart van^Vlaria, met den gekruisteu Jesus aan het kruis gehecht,
45
Hart van Maria, met Jesus Christus in het graf gedaald, verwerf ons de genade der goddelijka liefde.
Hart van Maria, bij de verrijzenis ^ van Jesus Christus, een nieuw leven ^ aannemende, 2
Hart van Maria, bij de hemelvaart o van Jesus Christus, met eene on- 5 uitsprekelijke vreugde overladen , §quot; Hart van Maria, dat bij de nederdaling^ van den heiligen Geest, een nieuwen § overvloed van genaden ontving, §quot; Hart van Maria, troost der bedrukten, g-Hart van Maria, toevlucht der zon-^ daren, _ °
Hart van Maria, hoop en schuilplaats
van allen die u toegenegen zijn, Hart van Maria, hulp en steun der® stervenden, ^
Hart van Maria, vreugde en wellust g-
der engelen en heiligen in den hemel, quot; Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, ontferm ü onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
O
46
GEBKÜ.
O oneindig goede God! die voor de zaligheid der zondaars en voor de toevlucht der bedrukten, aan het vlekkeloos Hart van Maria eene heilige gelijkenis van liefde en barmhartigheid met bet aanbiddelijke Hart van uwen god-delijken Zoon verleend hebt; maak dat wij, de gedachtenis vierende van dat beminnelijke en altoos heilige Hart, door zijne verdiensten, een hart mogen aannemen volgens het Hart van Jesus. Dit verzoeken wij door denzelfden Jesus Christus, die met U leeft en heerscht in de eenheid van den heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
LITANIE
TER EERE VAN DEN H. JOSEPH.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsclie Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ont
ferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, bid voor ons.
H. Moeder Gods,
H. Maagd der maagden,
H. Joseph,
Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
Man naar Gods hart.
Trouwe en wijze dienaar.
Bewaarder der zuiverheid van Maria, Medehulp van Maria,
48
Leidsman en troost van Maria, bid voor ons.
Die om Maria met bijzonder genaden
begunstigd zijt.
Allerreinste in zuiverheid, Allernederigste in ootmoed, Allerzuiverste in liefde,
Allerverlievenste iu beschouwing. Die door den H. Geest zeiven rechtvaardig zijt verklaard.
Die in de goddelijke verborgenheden boven anderen verlicht zijt geweest. Die door den Engel in het geheim 2^ der menschwording onderwezen zijt, ^ Die met Maria, uwe Bruid, naar o Bethlehem zijt gereisd, -•
Die, in de herberg geene plaats vinden- g de, in een stal zijt gaan vernachten, quot; Die waardig geacht zijt Jbij Christus te wezen, toen Hij geboren en in eene krib gelegd werd,
Die met Maria het kind Jesus in den
tempel hebt opgeofferd,
Die op het woord van den Engel met Jesus en zijne Moeder naar Egypte gevlucht zijt.
Die na den dood van Herodes met Jesus en zijne Moeder naar het land van Israël zijt wedergekeerd,
49
Die het kindJesus, te Jerusalem gebleven , met Maria, z^ne Moeder, vol droefheid gezocht hebt, bid voor ons. Die Hem na drie dagen met blijdschap gevonden hebt, zittende in gj het midden der leeraren, ^
Aan wien de Heer der heeren op aarde §
onderdanig is geweest.
Wiens lof in het Evangelie vermeld a wordt,
Onze voorspreker, hoor ons H. Joseph. Onze beschermer, verhoor ons H Joseph. In al onzen nood, help ons H. Joseph, ^ In al onze benauwdheden, ,£■
In het uur van onzen dood.
Door uwe allerzuiverste trouw, = Door uwe vaderlijke zorgen en tee-quot;*
derheid, E
Door al uwen arbeid en zweet, ^ Door al uwe deugden, ®
Door al uwe verdiensten, •■c
Door uw eeuwig geluk,
Wij, die u als beschermer aanroepen,
wij bidden U, verhoor ons.
Dat gij Jesus om vergiffenis onzer zonden wilt bidden, wij bidden ü, verhoor ons^ Dat gij ons steeds aan Jesus en Maria gelieft aan te bevelen, wij bidden ü, verhoor ons.
50
Dat gij voor alle maagden en ongehuw-den de gave van zuiverheid wilt verwerven , wij bidden U, verhoor ons. Dat gij voor de gehuwdeu eene onbevlekte trouw en heilige eendracht wilt verkrijgen,
Dat gij voor alle vergaderingen eene volmaakte liefde en overeenstemming wilt verwerven,
Dat gij de vaders der huisgezinnen in ^ het kristelijk opvoeden hunner kin- fL\' deren wilt behulpzaam zijn, ^
Dat gij alle vergaderingen, die u bi- 0 zonder zijn toegewijd, wilt begun-5^ stigen, ^
Dat gij alle oversten in het besturen ^ der hun toevertrouwden wilt bijstaan, g Dat gij allen, die op uwe hulp be- ^ trouwen, altijd en overal wilt be- § schermen, •\'
Dat gij de geloovige zielen door uwe
voorbede wilt helpen,
Beschermer van Jesus,
Bruidegom van Maria,
Heilige Joseph,
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, spaar ons. Heer, Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
3
51
Lam Gods, dat de zonden der wereld
wegneemt, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
v. Bid voor ons, H. Joseph. k. Opdat wij waardig worden dei-beloften van Christus.
GEBED.
Wij bidden U, Heer, dat wij dooide verdiensten van den Bruidegom uwer Allerheiligste Moeder geholpen mogen worden, opdat wij door zijne voorspraak verkrijgen, hetgeen wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
LITA-ISTIE lcr eere van de HU. Martelaren van Gorkum.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm ü onzer.
God, heilige Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm ü onzer.
H. Maria, Koningin der Martelaren, bid voor ons.
H. Martelaren Adrianus en Jacobus, luister der Orde van Premonstreit, bidt voor ons.
H. Joannes, roem der Predikheeren-Orde, bid voor ons.
H. Nicolaas en Hieronymus, die met uw negen gezellen, de orde van den H. Franciscus verheerlijkt, bidt voor ons.
ireld
53
H. Leonardus en Nicolaas , waardige herders uwer ii toevertrouwde kudde, die met uwe drie gezellen, zoo roemrijk hebt gezegevierd, bidt voor ons. Nederige dienaren des Heeren, Standvastige beoefenaars der gerechtigheid ,
Hechte steunpilaren des geloofs, Getrouwe kinderen der ware Kerk, Uitstekende voorbeelden van kriste-
lijken heldenmoed,
Eerbiedwaardige bloedgetuigen van Christus,
Die de navolging van Christus boven
no
de rijkdommen gesteld hebt, ^ Die de wet des Heeren met getrouw- ^ heid verkondigd hebt, 2,
Die, gevangen genomen en in boeien o geklonken, een voorwerp van be- p spotting voor uwe vijanden waart. Die gedurende vele dagen en nachten op verschillende wijze wreedaardig gemarteld zijt,
Die te midden der grootste smarten nog den lof des Heeren gezongen, en zijne Moeder met lofliederen vereerd hebt,
Die ter bevestiging van het H. Altaargeheim uw leven hebt opgeofferd.
54
Die om de verdediging van het zichtbaar Opperhoofd der Kerk uw bloed gestort hebt, bidt voor ons.
Die nog na uwen dood zoo onwaardig zijt mishandeld geworden,
Die in de oogen der dwazen in smaad gestorven zijt, maar het ryk der amp; hemelen zijt binnengegaan, g
Die door de Kerk Gods om uwen § luisterrijken marteldood onder het o getal der Heiligen geplaatst zijt, m Die nu door alle volkeren zalig genoemd wordt.
Wij, zondaren , wij bidden U, verhoor ons.
Door de voorspraak van de H. Martelaren van Gorkum,
Dat wij naar hun voorbeeld de wereld ^ verachten en ons eeuwig geluk gj boven alle tijdelijke goederen stel- ^ len mogen, B
Dat wij naar hun voorbeeld altijd vanf^ eerbied doordrongen mogen zijn ^ voor het H. Altaar-Sakrament, S_ Dat wij naar hun voorbeeld onzen g H. Vader, den Paus van Rome, ^ altijd mogen eerbiedigen en gehoor- g zamen, 5°
Dat wij naar hun voorbeeld voor de
55
bekeering der ougeloovigen en ketters ons mogen beijveren, wij bidden U, verhoor ons.
Dat wjj naar hun voorbeeld altijd standvastig mogen blijven in het geloof , wij bidden U , verhoor ons.
Dat wij eenmaal bij hen mogen opgenomen worden in den hemel, wij bidden TJ, verhoor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zouden
der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Bidt voor ons, H. Martelaren van Gorkum.
ii. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
GEBED.
God, die den roemvollen strijd voor het geloof uwer Heilige Martelaren, met de onvergankelijke kroon verheerlijkt hebt, verleen ons genadiglijk, dat wij
76
O, onze Meesteresse, onze Middelaresse, onze Voorsprekeresse! beveel ons aan uwen Zoon, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. Maak, o gezegende Maagd, door de genade die Gij hebt gevonden, door liet voorrecht Jat U is gegeven, door de barmhartigheid die Gij hebt genoten, dat Jesus. uw Zoon, onze Heer, ons door uwe tusschenkomst aan Zijn zaligheid en glorie deelachtig make, gelijk Hij door U onze krankheid en ellende heeft aangenomen. Amen.
VOOR HET BEELD TE KEVELAAR.
SMEEKGEBED TOÏ DE ALI.ERH. MAAGD MARIA, KONINGIN ALLEll HEILIGEN.
Ik N., armste en onwaardigste mensch, en grootste zondaar, neem mijne toevlucht tot U, en met een kinderlijk en vast vertrouwen, buig ik mijne zondige kniëen voor uw H. Beeld, met een gebogen harte en bedrukt gemoed, zuchtende weenende en biddende, dat Gij, o ver-hevenste, nochtans ootmoedige Vrouwe, en medelijdenste, liefste Moeder, mij ellendigste en onwaardigste op dit
77
uur en oogenblik in myn allerhoogste benauwdheid wilt verhooren, dat Gij mij wilt wezen tot eene allerkrachtigsto Verzoeneresse bij God den Vader, wiens allergeliefste Dochter Gij zijt, tot de gewenschte voorspreekster by God den Zoon, die TJ niets weigert, want Gij zijt Zijne welgevalligste Moeder, en tot eene hulpverwerfster bij God den H. Geest, want Gij zijt Zijne waardigste Bruid.
Dat Gij, o verhevenste, uit de hoogte des hemels, met een meêdoogend oog wilt aanschouwen, niet mijne zonden, maar benauwdheid, niet mijne verdiende straffen, maar behoefte, niet mijne onwaardigheid, maar uiterste bedruktheid. Dat Gij wilt behouden door uwe sterke hulp hem die anders zou verloren gaan. Dat Gij wilt ondersteunen hem die anders moet vallen. Dat Gij wilt vertroosten hem die, van ieder verlaten, anders zoude wanhopen.
Ach, teederhartige Moeder! tot wie zal ik in deze mijne benauwdheid komen dan tot ü, gelijk een kind tot zijne moeder, als het zijnen vader vergramd heeft.
Tot U, zeg ik. Moeder van Jesus, die de oorzaak onzer blijdschap, het behoud der kranken, de toevlucht der
78
zondaren, de troost der bedrukten, de hoop der kleinmoedigen en de bijstand der kristenen zijt.
O allerheiligste Maagd! Gij kunt mij helpen, Gij wilt mij helpen, ja, ik durf het zeggen. Gij zult mij helpen.
Gij kunt mij helpen: want Gij zijt de vermogeudste bij God, en één zucht van uw maagdelijk Hart voor den zondaar, is in staat hem te redden.
Gij wilt mij helpen: want Gij zijt vol liefde tot de menschen, en vooral tot de zondaren.
Gij zult mij helpen: want wij zijn U aanbevolen.
Gij zult mij helpen: want daar Gij de Moeder zijt van uwen lieven Zoon, die naar de menschheid onze Broeder is , zoo zijt Gij ook mijne Moeder.
Gy zult mij helpen : want Gij hebt meer anderen, aan mij in zonden gelijk, door uwe heilige voorspraak geholpen.
Gij hebt voor zondaars, die tot het laatst van hun leven God lasterden, berouw en leedwezen verkregen.
Gij hebt moordenaars gebracht tot bekeering, ja tot heiligheid; en Gij hebt voor openbare zondaressen een zuiver leven verworven.
79
Gij hebt ongelukkigen, die zich geheel aan satau hadden overgegeven, uit zijne klauwen verlost.
Gy hebt voor wanhopenden vergiffenis en eenc vaste hoop van zaligheid verkregen.
Waarom zoudt Gij mij, alverworpen-ste dan ook niet helpen ? Ik ben geschapen door denzelfden God, verlost door hetzelfde dierbaar Bloed: Gij zijt zoowel voorspreekster en moeder voor mij als voor anderen. Gij zijt dezelfde nu, die Gij waart te voren. Uwe liefde is gelijk, uwe barmbartigheid is dezelfde, uw ijver om iemand te helpen is niet verminderd. Waarom zoudt Gij mij dan niet bijstaan?
Gij neemt geene personen uit die U zouden aanroepen; want iedereen, klein en groot, rijk en arm, rechtvaardigen en zondaars, mogen uwen bijstand vragen. Nooit is het te laat, want gij zijt altijd gereed. Altijd staan uwe armen open om zondaars te ontvangen. Zie dan, o Koninginne, allerreinste Maagd ! hierop mijn vertrouwen stellende, zoo bid ik ootmoedig, hartelijk en standvastig om troost en hulp, bewaring en verlossing, bizonder van deze____ en deze mijne ellende....
80
Ach, allergenadigste! keer uw vrien-ilelijk, gewenscht aanschijn niet vau deze mijne onwaardige gebeden, maar ik bid, verhoor ze ook zonder verdiensten. En laat mij niet opstaan zonder verhoord te zijn, noch van U weggaan zonder troost. Dat ü daartoe bewegen alle blijdschappen, die uw maagdelijk Hart gevoelde bij de Boodschap des Engels, \'t bezoek van uw Nicht Elisabeth, in de geboorte, opdracht en wedervinding van Jesus in den tempel. Heb toch medelijden met mijne tegenwoordige droefheid, door al de onuitsprekelijke weeën, tranen en verlatenheid, welke uwe teedere ziel gevoeld heeft in \'t bitter lijden van uwen lieven Zoon Jesus Christus, eeuwig gezegend. Verheugd mijn nedergedrukt en benauwd hart, met mij te verhooren door al uwe onuitsprekelijke vreugde, door al uwen goddelijken troost, door allen genaden, U ingestort van den Hemel, door al de glorie, waarmede de allerheiligste Drievuldigheid U heeft vereerd; dooide glorierijke Verrijzenis, wonderbare Hemelvaart van uwen Zoon, door het troostelijk afdalen des H. Geestes, en uwe opvoering ten hemel met ziel en
81
lichaam, o verhevenste Koningin. Ik bid, ik roep, ik smeek tot ü, o Maria! Ik verzoek met al mijn liart, geholpen te worden door uwe krachtige voorspraak. Ik verzoek, door al hetgene uw teêr gemoed kan of mag bewegen, door alle liefde van Jesus tot ü en van U tot Hem; ik verzoek door alle gebeden van de Heiligen, door al den lof van de Engelen, door alle dienst, die ü van de menschen wordt aangedaan, die ooit tot uwe eer geschied is, of geschieden zal, ik verzoek en ik bid, met een woord, al hetgene U aangenaam is te hooren.
Dat Gij mij, mistroostige, wilt troosten, en verkrijgen van uwen lieven Zoon, dat ik geholpen worde in mijnen nood. O Maria, ik laat niet af te bidden, want Gij zult mij helpen. Allerheiligste, allerwaardigste, allerverhevenste, allerootmoedigste , allermeêdoogendste en allerliefste! verhoor mij. Ik loof, ik groet en prijs U door den mond van al wie ü prijzen kunnen. Ik wensch U om God alle grootheid, verheffing, en aller gedienstigheid. Dat alie redelijke schepselen U kennen, beminnen en dienen als waarachtige en eenige liefste Moeder van God den Allerhoogsten.
82
Tk verheug mij over al uwe, zoo geestelijke als lichamelijke gaven; en het is mij van harte leed, iemand de eene of de andere U toekomende waardigheid vermindert. Hierom, allerliefste ! Gij die niet een Wees gegroet, tot U gestort, onbeloond laat: ik groet u duizend en duizendmaal; U alle goed en glorie toewenschende, Die nochtans alle goed bezit, en ik verzoek minnelijk door U verhoord te worden.
Waarom wilt Gij langer vertoeven, allertoegenegenste Vorstin V Houden
O O
mijne zonden ü tegen? 0 ze zijn mij van harte leed; ik veracht en verzaak ze met al mijn verstand en wil; hel) ik U te voren traag gediend, zie, ik neem mij voor, U alle dagen te dienen, en iets te doen tot uwen lof.
Aanschouw dan mijn zuchtend hart en mijne goede genegenheid, o Moeder van goeden wille. Zal uw teeder, moederlijk Hart gedoogen, dat ik ellendige ongetroost blijve, dat mijne ziel verloren ga, die Jesus, uw lieve Zoon, zoo duur gekocht heeft? O neen, lieve Moeder! Gij hebt meer liefde tot de meuschen, dan de meuschen kunnen denken.
Welaan dan ! Allerbarmhartisrste! tot
83
ü blijf ik zuchten, ontferm U over mijne ellenden en over mij allerellendigste. Datwensch ik en zal ik blijven wenschen, zoo menigmaal mijn adem ingehaald of uitgeblazen wordt, alle uren, alle oogen-blikken, bij dagen en nachten.
Daarenboven, allervermogendste en mildste Koningin! wijl niemand aan U te veel kan vragen, zoo verkrijg mij door uwe gebeden een levendig geloof, eene standvastige hoop en eene volmaakte liefde tot God, tot U en alle menschen om God.
Verkrijg mij de gave van tranen, voortkomende uit de bron van dezelfde zuivere goddelijk liefde, om voortaan mijneen eens anders zonden te beweenen, en alle zonden te vermijden. Verkrijg mij een volmaakt kristelijk leven, overeenkomstig het onbevlekt leven van uwen lieven Zoon en van ü; verkrijg mij hulp, genade, bewaring en bescherming in al wat mij naar ziel en lichaam op deze wereld overkomt. Verkrijg mij een gelukzalig sterven in uwe beschermende tegenwoordigheid; en alsdan zoo mijne verdiensten te kort komen, wil ze, bid ik U, met de uwe aanvullen, mijne onwetende en vreemde zonden, kwade
84
liiechten en Kommuniën verontschuldigen, mijne helsche vijanden afweren ; opdat mijne arme ziel, uit mijn sterfelijk lichaam vertrekkende, rein in de handen moge komen van Hem die haar heeft geschapen, en moge rusten in vrede, om U, o allerzoetste en minnelijkste Moeder! altijd te aanschouwen met mven liefsten Zoon, van aanschijn tot aanschijn, in de gelukzalige eeuwigheid. Amen.
Dat geschiede, dat geschiede, o Maria!
ver mijne lendigste. rensehen, ehaald of Ie oogeji-
idste en d aan ü frijg mij ? geloof, 3ne vol-en alle
tranen, dezelfde voortaan weenen, bijg mij ivereen-n uwen uj hulp, ig in al 3p deze uj een mende 3 mijne ze, bid mijne kwade
85
GEBED VOOR DE AFGESTORVENE LEDEN VAN HET BROEDE11SC1IAP.
Barmhartige Vader van al uwe kinderen, die in den hemel, op de aarde en onder de aarde zijn, ik bid U voor mijne broeders en zusters, die in het geloof aan uwe vaderlijke liefde ontslapen zijn, en nog niet de volle vruchten huns geloofs genieten. Ik weet, oGod, dat al uwe daden wijsheid zijn; maar Gij zult toch ook mijne bede niet versmaden ; ik mag bidden voor hen die in uwe liefde deze aarde verlaten hebben; (iij zijt nog hun Vader, zij zijn nog uwe kinderen; vrijgekocht door het Bloed van uwen Zoon, bezielt hen het verlangen om zalig te worden. Ach, Vader, ik smeek li bij uwen naam van Vader, ontferm ü over die lijdende zielen, laat hare reiniging kortstondig zijn; vervul haar vurig verlangen naar uw aanschijn: dit bidden wij U om de verdiensten van Jesus Christus, uwen Zoon. Amen.
Bij lief aantjaarben (Ier Pef^rimsrei^c.
Wijze : Nato Deo.
1.
Heil\'ge Maagd! de ü trouwe Broederleden Wenden, vroom van zin, tot ü hun schreden, Om Gods Moeder saam met luister te eeren En zich \'t heil der zielen te vermeeren.
t Maagd! wees ons een sterre Op den weg naar Kevelaar,
Die, met heden.
Onze schreden Nad\'\'ren doe lot de d1 engelschaar!
2.
O Maria, Moeder zonder vlekken!
Heden gaan wij saam met vreugd vertrekken, Om op nieuw de plaats te gaan beschouwen. Waar Ge in wondren heerscht op ons
[vertrouwen
f Maagd! wees ons een sterre, enz.
3.
O! wil ons op dezen weg bewaren Voor den druk van ramp of zielsbézwaren ; Wil de droefheid verre van ons keeren, Om naast Jesus ü blij te vereeren.
t Maagd! wees ons een sterre, enz.
87
4.
Bid bij Jesus, Goddelijke Moeder, Dat Hij ons verstrekk\' tot een Behoeder; Dat Hij onze zonden wil vergeven, En ons brenge tot het eeuwig leven!
t Maagd! wees ons een sterre, enz.
Wend van ons, o Maagd! wat ons kan
[drukken, Tegenspoeden, smart en ongelukken. Ziekte en pijn, en wat ons hart kan kwellen, Of de ziel \'t verderf doen tegensnellen!
t Maagd! wees ons een sterre, enz.
Wil den zwakke sterkte doen erlangen; Doe den kranke zijn herstel ontvangen; Laat den blinde weêr het licht aanschouwen; Help, die op uw gunst en bijstand bouwen, t Maagd! wees ons een sterre, enz.
7.
Blijf m^t ons wanneer wij wederkeeren En met zang, vol dank, uw lof vermeeren; Moog\' de godvrucht uwer gunstgenooten, Bij hun thuiskomst, meêr en meèr vergrooten.
t Maagd! wees ons een sterre, enz.
88
8.
Wil ons dan van uwen Zoon verwerven, üat wij nooit de zucht tot deugden derven En wij steeds ons eeuwig heil betrachten Zoo door woorden, daden als gedachten.
f Maagd! tvees ons een, starre, enz.
9.
Dat uw goedheid onzer staag gedenke. En verbidd\', dat God hot heil ons schenke Om tot aan den laatsten onzer dagen Steeds te leven naar zijn welbehagen
f Maagd! wees ons een sterre, enz.
10.
Smeek voor ons een zalig overlijden Dat wij hierna ons met ü verblijden En met ü, o Moeder, zoo verheven, God aanschouwen in het eeuwig leven!
f Macgd! wees ons ten sterre, enz.
IMLêv-lSriEEIR,
OM DEN
M Eo^enlirans gocloruclifig fe »erricliten.
WUZE: Wees gegroet o Konirginne ! of ook: Jublend luil ik U bezingen.
•voonzAisrQ.
Wees gegroet, o Koninginne, Scliittrend in uw Hemelglans;
Duld, dat U uw Kindren groeten Moeder van den Rozenkrans.
Duld, dat we onze beden strenglen Tot een bloemkrans U ter eer; En zie minzaam op uw Kindren In dit dal van tranen neêr.
I»e Vijf lllijfle Oelieimen.
I. De Boodschap van den Engel Gabriël.
De namen van Jesus, Maria en Jozef zijn gezegend: van nu af tot in eeuwigheid.
Een onze Vader, enz. — Tienmaal het Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
90
GEBED.
O Moeder der goddelijke genade, verkrijg voor mij een zuiver, ootmoedig en minnend hart, opdat ik Jesus, uw Zoon onzen Heer, in mij waardig ontvange en altoos behouden moge. Amen.
\'t Godlijk Woord daalt uit zijn glorie In uw schoot op aarde neer.
Onderworpen bidt Gij needrig: » Zie de dienstmaagd van den Heer.quot;
Teedre Moeder, om het voorrecht. Door uw ootmoed U bereid,
O! verwerf ons van uw Zone Christelijke ootmoedigheid.
11. Dé Bezoeking van Maria aan hare nicht Elisabeth.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
Heilige Maagd en Moeder Gods Maria, wil mij toch dikwijls met uwen Zoon Jesus bezoeken, opdat mijne arme ziel van zonden gezuiverd worde, en mijn geest zich verheuge in God mijnen Zaligmaker. Amen.
91
mm
Goddelijke liefde — vlammend Stortet Gij den boezemgloed,
Die in U voor Jesus brandde, In Elisabeths gemoed.
Kom, o Moeder, en bezoek ook Mijne ziele met uw Kind,
Geef, dat steeds mijn liefde spreke Van Hem die mijn ziel bemint.
III. De Geboorte van Christus,
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
0 Maria! verkrijg voor mij bet geluk, dat Jesus in mijn bart wil verblijven; dat Hij daar wil rusten, opdat mijn bart in Hem moge rusten die alleen de ware rust is. — O allerliefste Jesus! mijn bart is bereid. Amen.
Wees gegroet. Gij, die te Betblem \'t Heil der wereld hebt gebaard;
Door het Wichtjen op het stroobed Schenk de Hemel vreê aan de aard.
0 Maria, om uw vreugde Bij de baring van uw Kind,
Geef mijn hart dien zoeten vrede Dien het slechts in Jesus vindt.
92
IV. \'De Opdracht van Christus in
den Tempel.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
Heilige Maagd Maria! wil mij Jesus, de gezegende vrucht uw licliaams, aanbieden ; verkrijg dat Hij mij genadig zij, en laat mij niet sterven, zonder eerst mijn Zaligmaker te zien, opdat ik Hem in eeuwigheid aanschouwen moge. Amen.
Zaalge vreugde, toen Ge uw Jesus Aan den Heer ten offer bood!
Simeon zag \'t heil der wereld En verbeidt in vreê den dood.
Zuivre Moeder, o verwerf mij Vlekkelooze zuiverheid.
Dat ook ik mijn God aanschouwe, Als mijn ziel van hier verscheidt.
V. De Vinding van het verloren
Kind Jesus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria! allergoedertierendste Moeder, verkrijg voor mijn hart droefheid, en voor
93
mij tie oogen tranen van berouw, om te beweetieu dat ik Jesus door de zonden zoo dikwijls heb verloren. Vergun mij, Hem weder te vinden en altoos te mogen behouden. Amen,
Met wat angst, beminde Moeder, Hebt Ge uw godlijk Kind gezocht;
Maar wie schetst uw Moedervreugde Toen Ge \'t wedervinden mocht ?
Geef dat steeds mijn hart moog wezen \'t Tabernakel van den Heer\'.
Eu zou \'k ooit mijn schat verliezen, Dat \'k rouwmoedig tot Hem keer.
De Vijf nroevige Oelieimen.
I. De henamudheid van Christus in den Hof van Olijven.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
Vergeef, o Jesus! door Uw bloedig zweet al onze zonden, zij zijn ons leed uit den grond onzer harten, omdat wij U daardoor vergramd hebben. Ontferm U onzer! Heer! ontferm U onzer. Amen.
94
, Jesus kampt in bittren doodstrijd, \'t Bloedzweet druipt op de aarde neer; Maar gesterkt, bidt Hij gelaten:
»Slechts uw wil geschiede Heer!quot; 0 Maria, om dien doodsangst.
Die uw Jesus nederboog,
Bid, dat ik den lijdensbeker Onderworpen drinken moog\'.
II. De Geeseling van Christus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz, — Eere zij den Vader, enz.
GKBED.
O minnelijke Jesus! blusch door dit vloeiende Bloed het blakende vuur onzer doodelijke wellusten. H. Maria! Moeder Gods! verkrijg van Uwen Zoon, dat wy, met de banden zijner liefde gebonden zijnde, ook de roede der tijdelijke straffen gaarne verdragen mogen. Amen.
Wreed verscheurd door geeselstriemen, Stort het godlijk Lam zijn bloed;
Purpren stroom op stroom vloeit neder, Zóó wordt, mensch, uw val geboet!
Dierbre Jesas, om uw smarten En uw wreede geeselpijn,
Om de droefheid uwer Moeder Wasch mij van mijn zonden rein!
95
III. De Krooning van met Doornen.
De namen, snz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O Jesus, Koning mijner ziel, leer mij, door Uw voorbeeld, de ijdelheid verachten en de lioovaardij verzaken. H. Maria! bid voor mij, dat Jesus door de verdiensten zijner doornen Kroon mij de Kroon der eeuwige Glorie wil geven. Am.
\'t Godlijk hoofd vanéén gereten
Door de scherpe doornenkroon, \'t Riet ten schepter, \'t purpren spotkleed, Zóó verguist de mensch Gods Zoon. Om den smaad, beminde Jesus,
Dien Gij hier geduldig lijdt.
Schenk ook my die kostbre gaven, Ootmoed en verduldigheid.
IV. De kruisdragijig van C/iristus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O Maria! goedertierene Moeder! verkrijg voor mij, dat ik mijn kruis bereidwillig drage, eu altoos wandele in
Christus
V.
96
le bloedige Toetstappen van Jesus Ghris-us, opdat het leven en lijden van mijnen Zaligmaker mij steeds voor oogen zyn en ii mijn hart gedrukt worden. Amen.
\'t Kruishout torschend kruipt de Godmensch
Hijgend tot Kalvarie\'s top;
Driewerf stort Hij machtloos neder, Driewerf richt de Liefd\' Hem op.
Siet de kruisbalk, maar mijn zonden
Stortten ü ter aarde néér; God vergeving, heb erbarmen!
Oesus, neen geen zonden meerl
V. De Kruisiging en Dood van Christus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
0, Jesus! ik bid U door al uwe smarten en Uwen bitteren dood, door Uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstoken zijde en al Uwe gezegende Wonden, ontferm U mijner, en druk Jw H. Lijden zoodanig in mijn hart, dat mij niets anders meer hehage dan Gij, mijn Jesus ! die voor mij gekruisigd zijt. Amen.
95
III. De Krooning van Christus
met Doornen.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
O Jesus, Koning mijner ziel, leer mij, door U w voorbeeld, de ijdelheid verachten en de lioovaardij verzaken. H. Maria! bid voor mij, dat Jesus door de verdiensten zijner doornen Kroon mij de Kroon der eeuwige Glorie wil geven. Am.
\'t Godlijk hoofd vanéén gereten
Door de scherpe doornenkroon, \'t Riet ten schepter, \'t purpren spotkleed,
Zóó verguist de mensch Gods Zoon. Om den smaad, beminde Jesus,
Dien Gij hier geduldig lijdt,
Schenk ook mij die kostbre gaven,
Ootmoed en verduldigheid.
IV. De kruisdraging van Christus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zjj den Vader, enz.
GEBED.
O Maria! goedertierene Moeder! verkrijg voor mij, dat ik mijn kruis bereidwillig drage, en altoos wandele in
96
de bloedige voetstappen van Jesus Christus, opdat het leven en lijden van mijnen Zaligmaker mij steeds voor oogen zijn en in mijn hart gedrukt worden. Amen.
\'t Kruishout torschend kruipt de Godmensch
Hijgend tot Kalvarie\'s top;
Driewerf stort Hij machtloos neder, Driewerf richt de Liefd\' Hem op.
Niet de kruisbalk, maar mijn zonden
Stortten ü ter aarde neör; God vergeving, heb erbarmen!
Jesus, neen geen zouden meer!
V. De Kruisiging en Dood van Christus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
0, Jesus! ik bid U door al uwe smarten en Uwen bitteren dood, door Uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstoken zijde en al Uwe gezegende Wondeu, ontferm U mijner, en druk Uw H. Lijden zoodanig in mijn hart, dat mij niets anders meer hehage dan Gij, mijn Jesus ! die voor my gekruisigd zijt. Amen.
97
Zie, mijn ziel, daar hangt het Offer
Op het altaar half ontvleescht; Smachtend, troostloos, afgemarteld.
Buigt Hij \'t hoofd en geeft den geest. Eind\'lijk \'t Offer is voltrokken:
Liefde, thans zijt Gij voldaan; O ontvlam me in wederliefde,
Neem mijn hart ten offer aan.
Ue vijf Olorierijke (ïielieimen.
1. De Verrijzenis van Christus.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
0 Maria allergelukkigste Moeder! ik bid u door de blijdschap die uw moederlijk Hart gevoeld heeft, toen Gij Uwen beminden Zoou van den dood verrezen zaagt, verkrijg voor mij, dat mijne ziel met Hem geestelijker wijze verrijze tot het leven der genade en nimmer meer den dood der zonde sterve. Amen.
O Maria, juich en jubel,
Nu uw Jesus zegepraalt;
Dood en afgrond ligt verwonnen.
O O ï
Zijner Godheid glorie straalt!
98
üw Verrijz\'nis, mijn Verlosser,
Worde mij ten onderpand; Dat ik heerlijk eens verrijze Tot het hemelsch vaderland.
II. De Hemelvaart van Christus,
De namen, em. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
Verwerf mij, o goedertierene Moeder en Maagd Maria! dat ik uwen Zoon Jesus Christus die nu vol glorie ten Hemel geklommen is, met een vurig verlangen uit ganscher harte moge navolgen. Amen.
Nog één blik, een laatste zegen: Triomfeerend stijgt Gods Zoon
Van deez\' aard ter hemelglorie.
Zetelt thans naast \'s Vaders troon.
Hopend blikken wij naar boven, Jesus, tot uw Majesteit;
Wil ons daar een troon bereiden In de zalige eeuwigheid.
III. De NederdaUng van den H. Geest.
De namen, enz. — Onze Vader, — Wees gegroet, enz, — Eere zij den Vader, enz.
5
\'È
99
lt;
f
GEBED.
Kom, o H. Geest! vervul mijn hart en ontsteek het door liet vuur Uwer liefde, opdat ik ü vol zaligheid moge kennen, vurig beminnen en vol behagen dienen. H. Maria! verkrijg mij deze gave. Amen.
Niet als weezen blijven ze achter,
Troost en kracht is hun beloofd; Hoor daar druischt het, in den vuurgloed
Daalt de Geest, die harten rooft. Daal in mij, o Geest van liefde,
Kom, vertroost mijn dor gemoed; Sterk het door uw hemelbalsem En ontvlam het in uw gloed.
IV. De Hemelvaart van Maria.
De namen, enz, — Onze Vader, — Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, em.
GEBED.
0 Maria, Moeder der barmhartigheid! tot ü roepen wij, balling-kinderen van Eva; tot U zuchten wij, treurende en weenende in dit dal der tranen, 0 onze Voorspreekster! wend uwe barmhartige oogen tot ons, en toon ons na deze ellende Jesus, de gezegende Vrucht uws
r
100
licliaams, opdat wij van Hem vergiffenis verwerven en het eeuwig leven bekomen mogen. Amen.
Englenreien voeren jublend,
Jesus\' Moeder tot haar God;
Thans, Maria, moogt Gij smaken
\'t Al te lang verbeid genot.
Moed, mijn ziel, bier kamp, hier lijden,
Ginds een eeuw\'ge zegepraal!
Moeder, bid, dat \'k hier volhardend. Eens de lauwerkroon behaal\'!
V. De Krooning van Maria in den Hemel.
De namen, enz. — Onze Vader, — quot;Wees gegroet, enz. — Eere zij den Vader, enz.
GEBED.
Ik offer U, allerzuiverste Maagd en allerglorierijkste Moeder Gods, Maria, in vereeniging met al Uwe deugden, verdiensten en volmaaktheden, deze geestelijke kroon der gebeden en groe-tenissen; gewaardig U die aan te nemen met al de lofzangen, die U ter eere zoo op de aarde als in den Hemel gedaan worden; verkrijg voor mij en voor al degenen voor wie ik verplicht ben te bidden, van Uwen lieven Zoon de genade om wel te leven en zalig te sterven. Amen.
101
Met de zonnenglans omhangen, \'t Sterrenheir ter gloriekroon, \'t Zilveren maanlicht aan haar voeten,
Zetelt Zij naast Jesus\' troon. Glorievolle Koninginne,
Moeder, liefderijk en teêr,
Blik steeds van uw gloriezetel Gunstig op Uw kinderen neer.
LiT-A-nsriiB
VAN
O. £. van £o^etl\'o.
Kyrie eleison.
Christe eleison.
Kyrie, eleison.
Christe, audi nos.
Christe, exaudi nos.
Pater de ccelis, Deus, miserere nobis. Fili, Redemptor mundi. Deus, miserere nobis.
Spiritus Sancte, Deus, miserere nobis. Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis.
Sancta Maria, ora pro nobis. 0 o 0 Sancta Dei Genitrix, rn-»
Sancta Virgo Virginum , i -lquot; É
Mater Christi, i § 0
Mater divinae gratiae, S- a »
_ _ O 7 J3 2.
Mater punssima, s- S -
Mater castissima, g 5-J.
Mater inviolata, §quot; g- g
Mater intemerata, a Squot;
Mater amabilis, i- Ü a Mater adiuirabilis,
Mater Creatoris,
103
Mater Salvatoris,
Virgo prudentisshua, Virgo veneranda,
Virgo praedicanda,
Virgo potens,
Virgo clemens,
Virgo fidelis,
Speculum justitiae,
Sedes sapientiae,
Causa nostrae laetitiae, Vas spirituale, Vas honorabile, Vas insigne devotionis, Kosa mystica,
Turris Davidica,
Turris eburnea,
Domus aurea,
Foederis area,
Janua ooeli,
Stella matutina,
Salus infirmorum, Refugium peccatorum, Consolatrix afflictorum, Auxilium Christianorum, Regina Angelorura, Regina Patriarcharum, Regiga Prophetarum, Regina Apostolorum, Regina Martyrum,
ogt; o
SL8quot;! ^ o- S
S-Squot;-3\' o o
a a 03 amp;
o ®;
5 ^ £
a amp;
u
Ij: li
g o ö p O- Cl
104
Regina Confessorum,
liegina Virginum,
Regina Sanctorum omnium,
Regina, sine labe originali concepta, Regina Sacratissimi Rosarii.
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi,
paree nobis, Domine.
Agnus Dei, qui tollis peccata muudi,
exaudi nos, Domine.
Agnus Dei, qui tollis peccata mundi,
miserere nobis.
Christe, audi uos.
Christe, exaudi nos.
Sub tuum praesidium confugimus, sancta Dei Genitrix, nostras deprecationes ne despicias in necessitatibus nostris; sed a periculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriosa et benedicta; Domina nostra, Advocata nostra, Mediatrix nostra, tuo Filio nos reconcila, tuo Filio uos commenda, tuo Filio nos repraesenta. v. Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix. a. Ut digni efficiamur pro missie nibus Gbristi.
105
OREMUS.
Gratiam tuam, quaesumus, Domine, mentibus nostris infunde, ut qui angelo nvmtiante Christi Filii tui incarnationem cognovimus, per passiouem ejus et crucem ad resurrectionis gloriam perducamur. Per eumdem Christum Dominum nostrum. Amen.
NAZANG.
Hoor, o Moeder, deze beden Van Uw kindren minzaam aan;
Bied ze aan Jesus, en verwerf ons, Dat wij op de levensbaan
Veilig onder uwe hoede
Voortgang maken in de deugd,
Eu U eenmaal zalig prijzen,
In des Hemels eeuw\'ge vreugd.
GEZANGEN TIJDENS DEN TOCHT
naar KEVELAAR.
I
w ijze : Mijn stem 7iu laat u zoetjes hoor en.
Kom, Gorkum! laat uw vreugde blijken Verhef uw\' stem;
En Gij ook, Tielsche Katholijken, Komt, zingt met klem!
Want de tijd is nu weer daar Dat Gij in Processieschaar Samen trekt naar Kevelaar.
Eert en groei, eerl en groei, eerl en groei Maria.
Heft thans, o pelgrims, uw banieren Ook fier omhoog,
En laat uw vaandels statig zwieren Ten Hemelboog:
Want gij trekt zoo menig jaar Vreugdevol naar Kevelaar;
Eert om strijd Maria daar.
Eerl en groei, enz.
Komt, Katholijke tochtgenooten, Met broedermin,
Onz\' pelgrimsvreugd op reis vergrooten Door godsdienstzin;
107
Snelt met ons naar Kevelaar, Biddend in Processie-schaar, Als gebroeders met elkaar;
Ecrl cn groei, enz.
Komt, Priester, landman, stedelingen,
Verheugd en blij,
Vereend in broêr- en zusterkringen, Op dit getij.
Broeders! zusters 1 zwijgt nu niet. Zingt te saam dit pelgrims-lied, Kevelaar is in \'t verschiet!
Ziogl cn groei, zingl en groei, ziuol en groei Maria.
Komt, laten wij Maria smeeken,
Op dezen grond;
Zij zal voor ons ten beste spreken, In dezen stond.
Broeders, Zusters, zwijgt toch niet, Vergeet Maria\'s grootheid niet;
Zij is het, die ons hulpe biedt.
Smeeklcn groei, smeekt en groei, smeekl en groei Maria.
Komt, danken wij Maria samen
Voor al het goed\',
Dat wi) uit hare hand bekwamen In overvloed.
Broeders! Zusters! zwijgt toch niet. Vergeet Maria\'s goedheid niet;
Zingt met dankgevoel dit lied.
Dankl en groei, dankt en groei, dankt en groet Maria.
108
Zijn er zondaars in ons midden In dezen stond,
Laat ons te saam Maria bidden Op dezen grond;
Want zij is een toevluchtsoord Voor een elk die wordt bekoord, Of naar ziele werd vermoord.
Bidl cd groei, bidl en groei, bidl en groei Maria.
Zijt gij bedroefd om uwe zonden,
Voor God begaan,
Of zijn uw hart en ziel met wonden Als overlaan,
Broeders! Zusters! toeft dan niet, Gaat tot Haar die troost u biedt, Troost\'res der bedrukten hiet.
Gaal en groei, gaal en groei, gaal en groei Maria.
Hebt gij met smart en leed te kampen. Staag in uw huis;
Zijt gij gedrukt door zorg en rampen , Of ander kruis:
Neemt uw toevlucht dan tot Haar, Zek\'re bijstand in \'t gevaar Voor een elk, te Kevelaar.
Smeekl en groei, smeekl en groei, smeekl en groei Maria.
Hebt gij te huis familie-leden In zonde of smart,
Gedenkt gij dierb\'re dooden heden, Met droevig hart:
109
Wendt tot Haar uw\' vuur\'ge beön, Smeekt, dat Zij hun hulp verleen\', Drooge uw\' tranen en geween.
Grnet en bidt, gml en bidt, groei en bidt Maria.
Breng maagdenrij, met zuiv\'re handen, Het offerlicht,
Laat het hier voor Maria branden. Die \'t God\'lijk Wicht Heeft als moeder-maagd gebaard, \'t Eeuwig Licht schonk aan deez\' aard\', Satan pletterde in zijn vaart.
Groet met licht, groet met licht, groet met licht Maria.
Brengt, priester, man-en vrouwen scharen, Met kindermin.
Uw\' hulde nog een reeks van jaren. Zeer blij van zin.
Aan de Moeder van den Heer, Die haar kind\'ren mint zoo teêr. Ziet op haar vereerders neêr.
Eert en groet, eert en groet, eert en groet Maria.
Laat ons te saam Maria eeren,
Zij is zoo groot!
Haar eerbied, trouw en liefde zweren , Tot in den dood;
Zij is de uitverkoren Maagd,
Die der Godheid heeft behaagd, — God voor ons genade vraagt!
Eert en groet, bidt en groet, smeekt en groet Maria.
110
!n, Gegroet, o reine Maagd en Moeder, a.\', | Vol van gena!
Gezegend van den Albehoeder iria. Bjj \'t woord van »Ja,quot;
Boven heel de vrouwenschaar; — ien En gezegend is, voorwaar!
Christus, onze Middelaai.
Wees gegroet, weesgegroet, wees gegroet, Maria.
O Bid voor ons, gij Heil\'ge Moeder d\', Van God den Zoon;
Verkrijg voor ons bij d\'Albehoeder [pjg Het eeuwig loon;
Weer Gods gramschap op den duur; en Bid voor ons in \'t stervensuur;
\' Eed ons van het helsche vuur!
Wees gegroet, wees gegroet, wees gegroet Maria
■ia. ia.
li.
Wijze: Creator alme sidernm.
Wij groeten ü, o zuiv\'re Maagd! Door wie ons \'t heillicht is gedaagd; Wij groeten (J op Uwen troon, O Moeder van Gods een\'gen Zoon!
O reine Maagd! o ed\'le bloem! Vol hemelgeur, der Maagden roem! Als kristallijn, zoo schitt\'rend rein, O smettelooze heilfontein!
Ill
O zetel, waar de Wijsheid straalt, Waar \'t eeuwig Woord is neergedaald, Die door Zijn Geest de waarheid leert En in Zijn Kerk steeds triomfeert.
Geen wereld- of geen hellemacht, Of wat er opstond uit den nacht, Heeft ooit de waarheid haar ontroofd. Want Jesus blijft haar god\'lijk Hoofd!
Gij zijt die onbevlekte Maagd,
Wier moederbeê aan God behaagt; Die, al verwinnend in den strijd. Der Kerk eene trouwe toevlucht zijt.
Gij, oorzaak onzer zielevreugd,
Wier komst heel de aarde heeft verheugd, Ontvang uit kinderlijk gemoed, O Moeder, onzen liefdegroet.
Beveel ons aan Uw godlijk Kind, Dat ons ten eind\' toe heeft bemind, Dat in den smartelijksten dood Voor ons Zijn laatste bloed vergoot.
O Davids Toren van ivoor!
Wijd schitt\'rend in den zonnegloor. Door goddelijke hand gesticht,
Waar alle wapenmacht voor zwicht,
Gij, Arke van het nieuw Verbond! Op U is mijne hoop gegrond, De Serafijnen daalden neer Om \'t gulden Huis van d\'Opperheer.
112
O Hemelpoorte 1 rijk en schoon,
Door ü kwam de ongeschapen Zoon, Hij, \'t eenwig Woord, flij werd uw Kind, Zoo teeder heeft Hij ons bemind!
O Morgensterre! lieflijk-zacht,
Na zulk een eeuwenlangen nacht: Gij kondigt \'t blijde heillicht aan, Dat voor het aardrijk op zal gaan.
Gij, Toevlucht der verloren ziel, Die jammerlijk van God verviel! O Troosteres in allen nood!
Gij redt ons uit den eeuw\'gen dood.
O Hulp van \'t Kristelijk gezin, Gij aller Heil\'gen Koningin!
Ach toon in onzen jongsten strijd, Dat Gij ons aller Moeder zijt!
Hoor; Moeder! op hun pelgrimsbaan, Hoor de U gegeven kind\'ren aan; Uw Zoon heeft hunne schuld geboet. Wees, goede Moeder! wees gegroet.
Gegroet, Gods Dochter, op Uw troon! Gij Moeder van Gods eeuw\'gen Zoon! Gij Bruid van God den Heil\'gen Geest! Die vóór en na zijt Maagd geweest!
IM tij aankomst te Keveiaar.
Wijze: Komt, Roomsche Katholijhen.
Weest welkom, Katholijken! In \'t vreedzaam Kevelaar;
Doet uwe godsvrucht blijken Als in het vorig jaar!
-j- Heft nu, met vreugde en Mem,
In gehed en zang uw stem;
Valt ,Testis hier te voet;
Zegt: Maria, ivees gegroet!
Hier mag men zonder schroomen, Vrijmoedig, ongestoord,
De geestdrift uit doen komen, Zoolang in \'t hart gesmoord.
f Heft nu, met vreugde en klem, enz.
Hier vreest men geen bedillen, (reen hoon of spotternij:
Elk doe, wat hij moog\' willen, Hier is de Kristen vrij!
j Heft nu, enz.
Hetzij wij ons vereenen In lofzang en gebeên,
Of eenzaam zuchten, weenen, Ons aller doel blijft een. f Heft nu, enz.
114
Gods Moeder te vereeren, Is aller wil en wensch;
Haar voorspraak te begeeren, Betaamt den Kristenmensch
f Heft nu, enz.
Strak wordt door maagdenhanden Het offer aangebracht,
Dat Haar ter eer zal branden, Bij dagen en bij nacht.
f Heft 7iu, enz.
Wij brachten, in gebeden, Dat offer van ons hart:
Zij troost in tegenheden. Zij lenigt ramp en smart.
f Heft nu, enz.
Moog\' luid ons loflied schallen. Der Moedermaagd ter eer:
Het klink\' ten welgevallen Van Christus onzen Heer!
f Heft nu, enz.
Dat we alzoo statig trekken Straks rond het bedehuis,
En later d\'optocht rekken Tot aan het roode Kruis.
■{■ Heft nu, enz.
115
Weest welkom, Katholijken,
Weest welkom, pelgrimschaar, Doe kier uw\' geestdrift blijken: Wij zijn te Kevelaar!
f Beft nu, enz.
üitioÉpEMMaan Maria.
Wijze: Mijne stem nu laat u zoetjens hoor en.
Komt, spoedt u, komt Maria prijzen;
Zij is zoo groot:
Met snaar en stem Haar eer bewijzen Tot aan den dood.
f Broeders, zusters, zwijgt toch niét, Zwijgt Maria\'s grootheid niet, Maar verheft haar in dit lied. Wees gegroet, weesgegr., weesgegr. Maria!
Lokt uit uw speeltuig zoete klanken;
Zij is zoo goed.
En laat uw stem Haar, zingend, danken. Met blij gemoed.
f Broeders, enz.
Vlecht,malden,om Haar waardig te eeren
EefT leliekrans:
Eens zal uw leliewit verkeeren In hemelglans.
f Broeders, enz.
0, mi Gij ki
t 1
(rij m! Zij Z£
t J 0 joi Zij n
t Wan
Dan t
En, Bezi t
116
O, moeders, uwe zuigelingen
Zijn Haar gewijd;
Gij kunt Haar zorgen veilig zingen; Zij waakt altijd.
•j- Broeders, enz.
Gy mannen, schoon vermoeid van werken,
Zingt Haar ter eer:
Zij zal door bidden u versterken; Wat wilt gij meer?
f Broeders, enz.
0 jongling, wijd uw\' schoonste jaren
Aan deze Maagd;
Zij redt uw\' onschuld uit gevaren, Als gij dat vraagt.
f Broeders, enz.
Wanneer de schapen veilig grazen
In klaverwei.
Dan moet de herder \'t loflied blazen Op zij ii schalmei.
f Broeders, enz.
En, zeeman, komt na \'t stormgeklater
De kalmte weer.
Bezing dan vrij, voor lucht en water, Maria\'s eer.
f Broeders, enz.
117
Wanneer de dagtoorts met haar stralen
In \'t Oosten glimt, 0, dat dan steeds tot Haar drie malen Het Ave klimt.
f Broeders, enz.
En spreidt de zon in \'t heete zuiden
Haar glans en gloed, Dan moet de bedeklok weer luiden Tot \'s Engels groet.
f Broeders, em.
Maar zinkt het licht naar de avondlanden,
En komt de nacht.
Heft dan tot Haar uw hart en handen; Groot is Haar macht.
f Broeders, enz.
Gaan wij als Jesus\' leerelingen
In deugden voort.
Zij leidt ons, als wij Haar bezingen. Naar \'s Hemels oord.
f Broeders, enz.
Di
Wij gi Mari Gii die Mari
0 Hei Liet Bid 0 1
SGe on Mar Hij da Mai 0 He \\
Gij gi
Mai En h( Ma:
0 He
Gij h Ma Te B Ma 0 II
,L.y.
De vijf blijde Geheimen.
Wij groeten ü, o reine Maagd! Maria, bid voor ons;
Gij die Uw Schepper hebt behaagd, Maria, bid voor ons.
0 Heilige Maria! o Heilige Maria! Lieve Moeder van gend,
Bid voor ons, Maria !
O Maria, bid voor ons. (bis)
Ge ontvingt in U des Vaders Zoon, Maria, bid voor ons;
Hij daalde in U van \'s Hemels troon, Maria bid voor ons.
0 Heilige Maria! enz.
|
Gij gingt een langen weg te voet, Maria bid voor ons;
En hebt Uw blijde Nicht begroet, Maria, bid voor ons.
0 Heilige Maria! enz.
Gij hebt den Redder dezer aard, Maria, bid voor ons;
Te Bethlem in een stal gebaard, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! enz.
en
lalen en
den, ien;
119
Ootmoedig naar Gods Huis gegaan,
Maria, bid voor ons;
Boodt gij uw Zoon ten offer aan, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! enz.
Drie dagen trok Gij zoekend rond,
Maria, bid voor ons;
Eer Gij Uw Jesus wedervondt, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! enz.
De vijf droevige Geheimen.
O droeve Moeder vol van smart,
Maria, bid voor ons;
Wat diepe wonden droeg uw hart! Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria! o Heilige Maria! Lieve Moeder van gend,
Bid voor ons, Maria !
0 Maria hid voor ons. {bis)
0 Moeder! welk een zielewee!
Maria, bid voor ons;
Bij \'t bloedzweet in Gethsemané!
Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
120
3 Moeder! welk een foltering!
Maria, bid voor ons;
Fesus, wreede geeseling!
Maria, bid voor ons.
0 Heilige Maria, enz.
[) Moeder, welk een pijn en boon!
Maria, bid voor ons;
(Jw Jesus draagt een doornenkroon! Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
0 Moederhart, opnieuw doorboord,
Maria, bid voor ons;
Uw Jesus sleept zijn kruishout voort, Maria, bid voor ons.
0 Heilige Maria, enz.
0 Moeder! welk een marteling
Maria, bid voor ons;
Toen Hij aan \'t kruis te sterven hing! Maria, bid voor ons.
0 Heilige Maria, enz.
De vijf glorierijke Geheimen.
Verheug U, na die lange smart,
Maria, bid voor ons;
Verrukt de vreugd Uw Moederhart, Maria, bid voor ons.
mm
121
O Heilige Maria! o Heilige Maria! Lieve Moeder van gend,
Bid voor ons, Maria!
O Maria, bid voor ons! (bis)
Verrezen is des levens Heer,
Maria, bid voor ons;
Maria ziet Haar Jesus weer,
Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
Uw Zoon ging in Zijn heerlijkheid, Maria, bid voor oas;
Waar Hij ook ons een plaats bereidt, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
Toen is Zijn Geest op aard gedaald, Maria, bid voor ons;
Die met Zijn licht Gods Kerk bestraalt, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
Uw Zoon zendt U een Englenrij, Maria bid voor ons;
En juichend voert ze U aan zijn zij, Maria, bid voor ons.
O Heilige Maria, enz.
Uw Z Mar
Nu hc Mar
0 He
122
Uw Zoon geeft U de gloriekroon,
Maria, bid voor ons;
Nu lieerscht Gij op uw hemeltroon, Maria, bid voor ons.
0 Heilige Maria, enz.
AVE MARIA.
Wijze; Angelus, of Pelgrims van Lour des.
Wij brengen, als de Engel,
U, Moeder zoo zoet, Met teedere liefde
Den dierbaren groet: Ave, ave, ave Maria, {his.)
Zoodra in bet oosten
Het morgenlicht daagt,
Looft, \'t kleppen des Ang\'lus
U Moeder en Maagd: Ave, ave, ave Maria, {bis.)
Weer klinkt op den middag
Die bede zoo zoet.
Zendt de aarde aan Maria
Den minlijken groet: Ave, ave, ave Maria, {bis.)
6
123
En daalt weer de scheem\'ring
Van \'t avonduur neer,
Door \' duister nog ruischt het
Gods Moeder ter eer: Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Door dalen en wouden,
Langs bergen en vliet, Klinkt de eer van Maria In \'t Hemelsche lied; Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Aanvaard dan de hulde,
O Moeder zoo goed. De hulde uwer kind\'ren;
Aanhoor onzen groet; Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Zoo blijf, o Maria,
In vreugd en in smart, In leven en sterven
De kreet van ons hart; Ave, ave, ave Maria, {bis.)
Die groet zij de laatste
Door \'t hart nog geuit. Wanneer in het sterveu
De mond zich reeds sluit; Ave, ave, ave Maria, (bis.)
124
Maar dan door Maria
Geleid tot haar Zoon, Herhalen wij eeuwig
Geschaard om haar troon; Ave, ave, ave Maria, {bis.)
LM termvan O.LVjai let H. Hart.
Wijze : Pitié rnon Dieu.
Hoor ons, o God! Hoor! Vader 1 onze beden I Ter neörgeknield met harten, vol van rouw, Barmhartig God! verstoot ons niet op heden; Wij zweren ü van nu af eeuwig trouw.
(Refr.) O Lieve Vrouwe
Van \'t Heilig Hart! Op Urust ons vertrouwen In voorspoed en in smart.
Naast O, o Heer, gaan wij tot onze Moeder, Door ü geplaatst op glorievollen troon; Met macht bedeeld door U, o Albehoeder! Draagt Zij èn staf èn Koninginne-kroon. (Refb.) O Lieve Vrouwe, enz.
125
O Rijks Vorstin! als legerscharen machtig, Die elk verwint, wie tegen U genaakt; Nooit was een held, een vorst, als Gij, zoo
[krachtig, Die met uw voet den draak onmachtig
[maakt!
(Refr.) 0 Lieve Vrouwe, enz.
Denk aan die macht in deez\' benarde tijden. Waarin de vorst der duisternis regeert; Denk aan den strijd, aan het verscheurend
[lijden,
Waarin de Kerk, de Bruid uws Zoons,
[verkeert. (Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
O Moedermaagd! kunt gij het nog gedoogen, Kunt Gij \'tnog zien, dat lijden, zoo geducht? Draal langer niet! Aanhoor ons in den hoogen. Hoor onze beê, der kind\'ren harte-zucht. (Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
Onstuimig zijn de hooggezweepte golven.
En dreigen ons met eenen wissen dood; O Ster der Zee! als reeds in \'t graf bedolven. Zien wij met troost uw licht in onzen nood. (Refr.1) O Lieve Vrouwe, enz.
Spreek slechts, o Vrouw! Beveel aan Jesns
[harte
ü is het recht. Gij hebt Het voortgebracht. Zeg aan uw Kind: Gedoog niet meer de smarte. Red uwe Kerk, verdelg der duiv\'len macht. (Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
12G
Doch Moederlief! o Koningin verheven 1
Denk ook aan mij, die U als Moeder mint. \'k Ben ook uw kind, door Jesus ü gegeven, Hoor nog zijn stem: O Vrouw, ziedaar uw
kind!
(Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
En zoudt Gij dan de stem van \'t kind versmaden,
Dat tot ü bidt, aan U het harte biedt? Neem aan dat hart, dat toonen zal door daden, Dat het in U zijn lieve Moeder ziet. (Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
Wees welkom dan! wil in ons midden leven!
Aanvaard den troon, neem uwen zetel in! Wij wenschten ü een gouden troon te geven. Maar geven toch d\' onwrikb\'re hartemin. (Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
Maak van deez\' aard een kweekschool voor
[hierboven,
En Iaat niet toe, dat iemand hier verga! Laat ons met U het Hart van Jesus loven, In \'t eeuwig blij, in \'t zoet alleluia! (Refr.) O Lieve Vrouwe, enz.
127
DAT JESUS LEEV
Dat Jesus leev\'!
Dit is de kreet des harte.
Dat Jesus leev\'! de leeraar aller deugd. Naam, dien ik nooit van mijn lippen laat vloeien. Zonder de liefde in mijn hart te doen groeien, Dat Jesus leev\' 1 bis.
Dat Jesus leev\'!
Dit is de kreet der dapp\'ren,
Die \'t trouwe volk tot zijne vanen roept, O ij, Jesus, zijt al mijn schat, al mijn leven \'k Volg ü, waarheen ook Ge ü moget begeven, Dat Jesus leev\'! bis.
Dat Jesus leev\'!
Dit is de kreet der hope Voor \'t schuldig hart, dat zijne misdaad voelt Hij zet den boetling meer moed bij en sterkte; Hij kroont het gqed, dat Zijn hulp in hem werkte. Dat Jesus leev\'! bis.
Dat Jesus leev\'!
Op dezen kreet der sterkte Vlucht ver van ons het helsche leger weg, Jesus, Uw naam, aan Uw dienaars zoo teeder. Ploft in den afgrond de duivelen neder. Dat Jesus leev\'! bis.
God,
k Wee \'k Wil
Ze i Zoo ik Dan m
Die Wijl \'1 Zoo v
128
Dat Jesus leev\'!
Dit is de kreet der liefde.
God, die voor \'t oog slechts brood op \'t altaar
[schijnt,
\'k Weet, \'t is alleen om mijn\' liefde te winnen; k Wil van nu af ü met warmte beminnen. ^ Dat Jesus leev\' 1 bis.
oe!enfi Dat Jesus leev\'!
oeienj 2ijn\' lieve Moeder leve!
Ze is moeder ook van \'t uitverkoren volk. |Zoo ik Haar min als een kind zijne moeder, Dan min ik Jesus, Haar Zoon, mijnen broeder. Dat Jesus leev\'! bis.
)ept, quot;
even 1; Dat Jesus leev\'!
even, Triomf! dat zegepralend
Die naam verwinn\' wat kwaad en boosheid
[heet.
Wijl \'k door dien naam eens den Hemel moet
[erven,
roeit, ^00 00\'£ voor Hein leven en sterven,
fkte. Dat Jesus leev\'! bis.
rkte,
weg, sder.
129
Het H. Mart can Sesus.
Voor \'t Hart van Jesus zinge Mijn hart op blijden toou O dat mijn lofstem dringe Tot in der Heemlenwoon.
(Rkfr.) O Hart van Jesus zoet!
Wees liefdevol gegroet Gegroet van op deez\' aarde Gegroet in eeuwigheid.
O Hart! voor mij gebroken Op \'t kruis in diepen druk, Met eene lans doorstoken Voor mijn zwaar zondenjuk. (Refr.) O Hart, enz.
O Hart laat mijn hart gloeien! Van \'t zuiver liedevuur!
Wil het aan \'t Uwe boeien Tot in het stervensuur.
(Refe.) 0 Hart, enz.
Wil \'t mijn naar \'t Uwe vormen, O Toonbeeld aller deugd! Om eens na \'s levens stormen Met U te zijn in vreugd.
(Refr.) 0 Hart, enz.
130
Aan \'t AHcrlmfi^sfc Mart ran Icsus.
Wijze : I\'itie mon Dieu.
0 God van liefde, hoor het biddend smeeken
Van \'t harte, voor Uw troon in \'t stof geknield 1 Voor mij liet Gij uw Hart aan \'t kruis doorsteken, Voor mij werdtGij doorwond, voor mij ontzield!
(Refr.) God van genaden,
Ontferming, Heer!
Met gunsten overladen, 1 ^ Bedroef ik U nooit weer.]
Uw minlijk Hart, van liefdegloed omgeven,
Zegt door dat vuur, hoezeer Gij mij bemint; Gij roept en vraagt verlangend: » Voor mijn leven Geef mij, geef aan uw God uw hart, mijn
[kind!quot;
(Eepii.) Gad van genaden, enz.
Uw Harte, met een doornenkrans omwonden. Zegt mij, wat Ge in uw liefde voor mij leedt; En \'t kruis, waaraan Gij stierft voor mijne
[zonden.
Vraagt dat ik nooit Uw bitt\'ren dood vergeet. (Refr.) God van genaden, enz.
131
Nieuwe Wijze.
Maria, mijne Moeder,
Mijn troost, mijn toevluchtsoord, üw Zoon is mijn behoeder. Die immer U verhoort.
(Refr.) \'k Wil eeuwig U beminnen o Groote Koningin,
Prent in ons hart en zinnen U en uwen Jesus in.
ü zoeken te gelijken
Is plicht, voor wie U mint. Met uwe deugden prijken Is eigen aan uw Kind.
(Refr.) \'£ Wil eeuwig, enz.
o Beeld der schoone liefde,
Maria, Josefs bruid.
Als ooit een leed ons griefde,
Goot gij uw balsem uit.
(Refr.) Wil eeuwig, enz.
Wij vallen aan uw voeten Neem ons genadig aan.
Ontvang ons laatste geoeten Eer dat wij scheiden gaan.
(Refr.) \'k Wil eeuwig, enz.
132
Als wij eeus zullen sterven, Kom ons dan te gemoet, Doe ons den Hemel erven Bij God, het hoogste Goed. (Refr.) \'k Wil eeuwig, enz.
Maria OnMeB Oatvaap.
Lieve Moeder van den Heer!
Laat ons om Uw zetel dringen,
Laat Uw kind\'ren U ter eer, \'t Zielverrukkend feestlied zingen; \'t Moet weêrklinken luid en blij ï 1 »• Moeder, onbevlekt zijt Gij! | ls\'
\'t Heeft reeds \'t wijde wereldrond En herscheppend overklonken,
\'t Woord door Pius\' mond verkond; En Uw kind\'ren vreugdedronken Jub\'len op Uw feestgetij; , ■ Moeder, onbevlekt zijt Gij! IS\'
Neen, dat loflied zwijgt niet meer; Tot aan \'s werelds verste palen
Zullen, met het hemelsch heer. Al Uw kind\'ren \'t luid herhalen, \'t Woord van \'t zalig Jubeltij: \\, Moeder, onbevlekt zijt Gij! J t4.
133
Eu we voegen dank en beê Aan de blijde feestgezangen;
Wie, wie dankt niet met ons mee Voor al \'t heil door U ontvangen, In het zalig Jubelgetij? 1.. Moeder, onbevlekt zijt Gij! j IS\'
Zonnezuiv\'re Moedermaagd!
Om de glorie ü gegeven,
Hoor ook, wat ons hart U vraagt: Dat we, na een schuld\'loos leven, Eeuwig jub\'len aan Uw zij\': 1 .. Moeder, onbevlekt zijt Gij! J ls\'
Wonderschoon, prachtige, Wondergroot, machtige, Lieflijk, volzalige, hemelsche Vrouw! Wie \'k mij, als teeder kind, Liefdevol toe verbind.
Ja, mij met ziel en met lichaam vertrouw Goed, bloed en leven,
Wil ik U geven;
Alles, ja al wat ik ben, van af nu, Geef ik met vreugde, Maria, aan LT.
134
Sterren omglansen ü,
Zonnen omkransen U, ïroosteli]ke ster in de nachtlijke vaart! Voor de betreurende, \'t Menschdora besmeurende, Zondesmet heeft u Gods Almacht bewaard. Zalige Moeder!
Jesus onz\' Broeder,
Heiland en Redder van Adams geslacht, Hebt gij uit Sion op aarde gebracht.
Hemelsche Koningin! \'s Eeuwigen voedsterin. Wonderbaar Moeder en Maagd te gelijk! Sterkte der strijdenden.
Zalving der lijdenden,
Levende bron in vertroostingen rijk! ü, o getrouwe,
Machtige Vrouwe!
Schouwen wij hopend en rouwmoedig aan. Moeder! ach, voer ons op zekere baan
Gij zijt en heil en troot,
Voor \'t U steeds minnend kroost. Vorstin des Hemels en Moeder van God! Spiegel der zuiverheid,
Bijstand der Kristenheid Ark des Verbonds en geleidster tot God!
135
Werp op mij neder,
Moeder zoo teeder;
Moeder! ja werp toch uw oogen op mij! Leer mij in ootmoed zoo waud\'len als Gij.
In lijden geoefende Kent gij bedroevende Rampen en pijnen en innige smart. Niemand verlaat gij ooit; Kind\'ren verstoot gij nooit; Niemand veracht ooit uw moederlijk hart. Troost ons in \'t lijden Sterk ons in \'t strijden,
Bid ook voor ons uwen Godlijken Zoon, Als Hij ons roept voor zijn eeuwigen troon.
TER EERE VAN MARIA.
(Solo.) o Beeld der schoone liefde, Maria, Josephs Bruid! Gij vraagt mij wederliefde En stort uw gunsten uit. (Choro.) \'k Wil eeuwig U beminnen, o Groote Koningin!
Prent diep in hart en zinnen Mij uw\' gedacht\'nis in.
136
(Solo.) o Joseph\'s bruid, mijn Moeder!
Mijn troost, mijn toevluchtsoord! üw Zoon is mijn behoeder. Die immer u verhoort. [Choro.) \'k Wil eeuwig enz.
(Solo.) 0! had ik zooveel monden. Als sterren in de lucht. Ik zou uw lof verkonden Met innig zielsgenucht. [Choro.) \'k Wil eeuwig enz.
{Solo.) 0! Had ik zooveel zielen,
Als korrels zijn op \'t strand, Als immer druppels vielen, \'k Schonk ze U met milde hand. {Choro.) \'k Wil eeuwig enz.
(Solo.) Hoe moet ik mij beklagen. Daar ik , armzalig mensch , U zoo niet kan behagen, Gelijk ik vurig \'t wensch! {Choro.) \'k Wil eeuwig enz.
{Solo.) Ik zal mij alle dagen,
Tot uwe vreugde en eer, Godvruchtiger gedragen
O O o
En dienen mijnen Heer. (Choro.)\\ Wil eeuwig enz.
MARIA! WEES GEGROET.
(Allen.) Maria! weesgeg., Maria! weesgeg.
. f Kom, nog een tweede maal, ^ \\ Kom, nog een honderdmaal:
(Allen.) Maria!weesgeg., Maria! weesgeg. Welaan nog duizendmaal.
Neen zonder eind of paal: (1) Van eiken serafijn.
Van eiken cherubijn; gt;;
Van gansch het Eng\'lenkoor g-\'t Klink\' heel den Hemel door: •. Van ieder steen, hoe klein, ^ ^ Van ieder korengrein: a1
g Van \'t bloempje langs den stroom, g-g Van \'t blaadjen op den boom: -2 Van \'t kleinste spiertje gras ^ ^ Van \'t diertje uit \'t kleinste ras:g | Van heel het vog\'lenheir,
H, Van \'t kleinste vischje in \'t meer: Kortom! van al wat leeft, 3
Van alles wat er zweeft:
Van ieder aardsche vrucht, § Van water, vuur en lucht:
\'k Laat u ook kiezen vrij,
Wat U behaagt in mij:
Dan hoop ik na mijn dood Te zingen in uw schoot:
(Allen.) Maria! wees geg., Maria! wees geg.
1
Na elk: herhalen allen; Maria! Wees gegroet.
AVONDGROET TOTJARIA,
Maria\'s beeld, te midden Van vroolijk scliitt\'rend licht, Noodt om te komen bidden Bij \'t altaar Haar gesticht. Zij roept, tot Haar te komen, De hand vol zegenstroomen: Maria! Maria, Moeder, zegen ons Wij vallen aan uw voeten, Neem ons genadig aan; Ontvang ons laatste groeten Voor dat wij huiswaarts gaan; Dan gaan we blij te moede. Vertrouwend op uw hoede. Maria! Maria, Moeder, zegen ons Wij wijden u onz\' harten,
Voor \'t goede, dat ge ons doet In blijdschap en in smarten, In voor- en tegenspoed.
Steeds willen we u vereeren, En uwen roem vermeeren. Maria! Maria, Moeder, zegen ons O Stort, met moederhanden, Uw zegen op ons neêr; Verbreek des zondaars banden. En breng tot God hem weêr; Dan ziet Ge ons morgen weder O Moeder goed en teeder! Maria ! Maria, Moeder, zegen ons.
Maria leev\'! wat glans en luister meng\'len Zich in dit Hart, van alle vlekken vrij! Maria leev\'! de Koningin der Eng\'len, De Moedermaagd aan\'t hoofd der Maagdenrij,
Maria leve.\' met God, Haar kind!
Leve Maria! die ons als moeder mint.
Maria leev\'! komt, laat ons vóór Haar knielen;
Ze is dochter Gods, Gods moeder, Godes bruid, Maria leev\' 1 Ze is \'t heilverbond der zielen; Door Hare hand stort God Zijn gunsten uit. Maria leve! enz, {bis.)
Maria leev\'1 zou \'k immer Haar verlaten?
\'k quot;Was liever dood en lag in \'t duister graf. Wat, zonder Haar, wat zou mij \'t leven baten? Neen, God, breek eer den draad mijns levens af Maria leve! enz. {bis.)
Maria leev\'! laat me in Haar liefde leven,
Met Haar vereend,vreesiknoch dood, noch pijn; De laatste zucht, die op mijn lip zal zweven, Zal liefdezucht voor U, Maria, zjjn.
Maria leve! enz. {his.)
lao
140
O MOEDER GODS.
O Moeder Gods!
O reinste Maagd!
Naar \'t voorbeeld onzer vad\'ren, Vertrouwen wij,
Nooit vruchteloos U smeekende te nad\'ren, (bis.)
Wij bidden U, O Koningin!
Wend minzaam toch Uwe oogen Van \'t glorielicht, Waarin Gij troont, Op ons in \'t stof gebogen. (Ins.)
Wij zuchten in Dit tranendal, Van noodgevaar omgeven, En moeten vaak In druk en smart En bange zorgen leven, (bis.)
Maar Gij, o troost, O hulp in nood. Wil onzer U erbarmen;
En berg ons, voor \'t Gevaar beschut, In Uwe Moederarmen, (bis.)
141
De duivel zoekt Ons ten verderf Zijn strikken uit te zetten.
Maar Gij, o kom,
Wil met Uw voet Zijn helschen kop verpletten, bis.
De wereld tracht Door schijngeluk Ons aan de deugd te onttrekken; Maar geef, dat wij Nooit onze ziel Door \'t aardsche slijk bevlekken, his.
Het vleesch is zwak, En steeds geneigd, Bedrogheil na te jagen;
Maar bid, dat wij,
Als \'t hoogst geluk, God zoeken te behagen, lis.
Maria bid.
Bid Uwen Zoon,
Dat wij, hoezeer omgeven
Van zonde en kwaad.
Tóch immer rein Voor Godes aanschijn leven. bis.
142
O bid, dat wij Aan \'s levenseind In Jesus\' liefde sterven,
En na den dood Met u vereend,
Het rijk des Hemels erven. bis.
bis.
ïrcile Tan Maria\'s Men.
(Refr.) Kinderen van Maria, Zwaait de zegevaan, Zingt blij: Alleluia;
Nooit ku ut gij vergaan!
\'s Hemels rijksten zegen
Stort zij op u neêr;
Doch Gods bliksems tegen \'s Afgronds vloekbaar heer.
(Refu.) Kinderen, enz.
Moeder door Uw blikken.
Vol van Majesteit,^ Doe den duivel schrikken, Die ten afgrond leidt.
143
(Refr.) Kinderen, enz.
Op de woeste baren
Van dit vreemde strand,
Red uit de gevaren,
Toon ons \'t Vaderland.
(Refr.) Kinderen, enz.
Licht in duisternissen, Lievelijke Maan!
Kan men \'t voetpad missen, \'t Oog op U geslaan?
(Refr.) Kinderen, enz.
Mild in zegenstralen,
Zonne der natuur!
Moeder! kom ons halen In ons stervensuur.
(Refr.) Kinderen, enz.
LOFZEG ES OPDRACHT m DET H. HART V4fi MARIA.
O Maagd, o schoonheid, nooit volprezen, O Moeder van \'t Oneindig Wezen,
Wat luister schittert van üw\' Troon! De Seraf, aan zich zelv\' onttogen, Juicht, voor Uw grootheid neergebogen: O Koningin, wat zijt Gij schoon! bis.
144
Al mist, Maria! \'t aardsche duister Het schouwspel van Uw\' grootschen luister,
Ons koestert toch Uw liefdegloed.
Ja, de Engel roeme Ow\' heerlijkheden. Wij juischen, jub\'len hier beneden: O Moedermaagd, wat zijt Gij goedl bis.
Dank, dank voor zoo veel liefdedaden, Voor zoo veel duizende genaden.
Gevloeid door Uwe liefdehand!
Ontvang, voor al die zegeningen,
Maria, van Uw lievelingen
Hun hart tot eeuwig onderpand, bis.
O Moeder! altoos even teeder,
O, zie met welbehagen neder
Op \'tOffer van Uw dierbaar kroost! Schrijf in Uw\' hand ons aller namen, Neem in Uw hart onz\' harten samen; Dan,Moeder lief, zyn wij getroost! bis.
Dan mogen vrij de winden tieren. De bliksems door het luchtruim gieren,
En monsters jagen door de zee;
Vergeefs hun razen, hunne woede, Wij zeilen onder Uwe hoede Beveiligd naar de hemelree! bis.
Daar zal geen vrees ons hart meer klemmen. Daar zingen wij met blijder stemmen.
Geschaard om Uwen zegen troon, Uw\' Naam tot lof en God ter eere: Maria, Moeder van den Heere,
Wat zjjt Gij goed! wat zijt Gij schoon 1 bis.
145
Koor.
MARIA TROOST ONS.
Koor. Moeder des Heer en ,
\'k Wil ü vereeren ,
O, Troost voor \'t hart In smart.
Beste der moed1 ren,
Schenk me alle goederen,
Wat zijt Gij goed ( , .
En zoet. j ls\'
Solo.
Gj) schenkt troost aan \'t bedroefd geweten, Gij komt tot ons in angst en nood.
Gij slaakt des zondaars ijz\'ren keten, En redt hem dus van d\' eeuw\'gen dood.
Koor. Moeder des lleeren, enz.
Solo.
Uw zoete hand droogt af onz\' tranen . Uw naam zoo zacht geneest ons wee;
Ja, zelfs üwe ijv\'rige onderdanen Doen blij op \'t kerkhof hunne beö.
Koor. Moeder des Heeren, enz.
solo.
Uw teed\'re ziel kan \'t geenszins lijden, Dat iemand ooit ellendig zij;
Gij komt met ons in \'t sterfuur strijden, En voert tot God ons naast Uw\' zij.
U wijd D d \'k Welt; Wijl
Koor.
Heuv Vloec Doet Va
Beek Van Vog€ Zi
Zing Scho Maa E
146
Koor. Moeder des Heer en, enz.
f-, \' J i if ; ■ ; squot;1\' / !■\'
Solo.
ü wijd ik dus wat me ooit moog\' kwellen,
D draag ik al mijn kruisen op;
\'k Weet dat mij niets dan kan ontstellen, Wijl \'k zoo de bron van weemoed stop.
Koor. Moeder des Heeren, enz.
OUD MEI-LIED.
Heuvels, dalen, bosschen, velden. Vloeden, wilt den lof vermelden.
Doet den prijs der deugden gelden, Van Maria morgenschoon, bis.
Beekjes, met het lief geklater Van uw zilverkleurig water.
Vogeltjes, met zoet geschater.
Zingt Maria \'t loflied toe. bis.
Zingt, o Moeder-koninginne,
Schoonste Maagd en Rijks vorstinne, Maak, dat ik U steeds beminne; Eer aan God, wijl Hij u schiep! bis.
7
147
Gij zijt door Uw\' liefdestralen Eene zon der hemelzalen;
Niets kan bij Uw\' reinheid halen, O, Gij maan van \'t hemelrijk! bis.
Geur verspreidt Gij als de rozen, \'t Hoogste schoon moet voor U blozen, Lelie onder vlekkeloozen,
Toonbeeld van lieftalligheid! bis.
God ziet onder duizendtallen ü, de ootmoedigste van allen, \'t Is met eind\'loos welgevallen,
Dat Hij op Uw\' schoonheid ziet, bis.
Heilige Maria, Moeder,
Dochter van den Albehoeder,
Wees Uw\' kind\'ren immer goeder. Bij Uw\' Jesus, bij Uw\' Zoon. bis.
148
MEIMAAND.
Nieuioe Wijze.
In deze maand van bloemen, In deze maand zoo schoon;
Laat ons Maria roemen, De Moeder van Gods Zoon!
De velden, bergen, dalen,
Zijn in bun vollen glans;
o. Gaat daar bloemen halen En vlecht ze tot een krans!
(Refrein.) In deze maand van bloemen, In deze maand zoo schoon, Laat ons Maria roemen De Moeder van Gods Zoon !
Maria, onze Moeder,
Maria, onze troost!
Bekom van d\' Albehoeder Steeds zegen voor uw kroost.
Van alle zielsgevaren.
Van allen ramp en druk
Blijf ons toch vrij bewaren, Bevestig ons geluk.
(Refrein.) In deze enz.
Gij zijt zoo goed, zoo teeder, Maria, Moeder zoet;
Zie gunstig op ons neder. Wij liggen aan uw voet.
149
Als satan ons wil vangen
In \'t schandig zondennet, Verhoor ons smeekgezangen, Verhoor ons smeekgebed. (Refrein.) In deze enz.
Bij \'t einde van ons leven,
Als God ons voor Zich daagt, o, Doe de hel dan beven, Wanneer zij ons belaagt; o. Kom ons dan ook halen.
Bewogen met ons lot;
Breng ons in de eeuw\'ge zalen, o, Breng ons dan bij God! (Refiiein.) In deze enz.
\'Mulde en hede aan Maria. Nieuwe wijze.
Komt! heffen wij een loflied aan,
Luid klimm\' het op van de aard\'. Tot voor den troon, waar de Eng\'len staan;
\'t Zij met hun lied gepaard. Wij zingen op den toon van \'t stof.
En knielen voor U neêr. Wij staamlen dankbaar Uwen lof,
O Moeder van den Heer!
Dat onze lof U niet mishaag\',
O Hemelkoningin!
Al is de toon van \'t stof te laag, Hij di\'ing\' ten hemel in.
Wat s Wa Nooit O
üw ( Zo( Dat 1 En 0 M Hr [De I
o
Ilt; Verb Or lt; Verb Or I Toen De I Hoe W 1 Uw O
Hoe V, Toei In Het E Het U
150
Wat sterv\'ling, die zoovéél vermocht,
Wat haalt er bij Uw\' eer:
Nooit is Uw\' hulp vergeefs gezocht, O Moeder van den Heer.
Uw ootmoed was zoo gadeloos,
Zoo min\'lijk in Gods oog,
Dat U Zijn Zoon tot Moeder koos
En neêrkwam van omhoog; 0 Morgenster der zaligheid!
Hij daalde op aarde neêr, De Redder, eeuwenlang verbeid, O Moeder van den Heer.
Verbaasd en woedend was de hel
Om \'t heil van ons geslacht,
Toen U de Aartsengel Gabriël De hemelboodschap bracht; Hoe Satan dreig\' bij eiken tred.
Wij vreezen hem niet meer; Uw Zoon heeft hem den kop verplet, O Moeder van den Heer!
Hoe lieflijk klonk der Eng\'len toon
Voor de eeiste maal op aard\'.
Toen Gij, o zuiv\'re Maagd! Gods Zoon
In Bethl\'em hebt gebaard; Het hemelkoor juichte in ons lot
En daalde om \'t kribje neêr: Het zag — een menschgeworden God! U — Moeder van den Heer!
151
Wij roepen nóg met heel de Kerk
Door de eeuwen heen U aan:
Heeft Jesus \'t eerste wonderwerk
Niet op üw beê gedaan?
Ach, zie beschermend van omhoog
Hier op Uw kind\'ren neêr; Aanschouw ons met meêdoogend oog, O Moeder van den Heer!
Toen Jesus aan het kruishout hing,
Ons \'t eeuwig heil verwierf.
Gaf Hij U aan Zijn\' lieveling.
Eer Hij voor allen stief;
Gij werdt Zijn Moeder, Hij Uw Kind,
Wij deelen in die eer:
Ach, dat Uw voorspraak ons dan redd\', O Moeder van den Heer!
Uw Moeder is Zij, Pelgrim schaar!
Die U getrouw bemint;
Zeg, zeg in alle zielsgevaar:
Ach, Moeder! hoor Uw kind! Zie, lieve Moeder, vol gena!
Zie op Uw\' Pelgrims néér: Uw\' liefde heeft geen wederga, O Moeder van den Heer!
Ach, Moeder van barmhartigheid!
Onttrek Uw\' hulp ons niet;
Als ons de wereld lokt en vleit En Gij ons wank\'len ziet.
152
Of Satan ons zijn strikken zet Door wellust, goud of eer:
Ach, dat Uw\' voorspraak ons dan redd\', O Moeder van den Heer!
Wanneer behoefte ons dreigt of drukt,
Of ramp bij ramp ons slaat.
Als wat we ook pogen, wreed mislukt,
Ons alle hoop vergaat.
Als ons deze aard\' geen troost meer biedt.
Zie Gij dan op ons neêr,
En weiger ons Uw\' hulp toch niet, O Moeder van den Heer!
Als \'t albeslissend sterfuur slaat,
En \'s levens licht verdwijnt Voor de eeuwigheid, die opengaat
En aan de ziel verschijnt:
Ach, dat ik dan mijn brekend oog.
Mijii Moeder, tot ü keer\', Uw zoeten blik ontmoete omhoog, 0 Moeder van den Heer!
Bescherm Uw Pelgrims op hun baan
En waak aan onze zij;
Hoor, Moeder! hoor Uw kind\'ren aan
En blijf ons altoos bij.
Wat lot ons in dit leven beid\',
U zingen wij ter eer,
U zingen we eens in eeuwigheid, O Moeder van den Heer!
153
MARIA, Mp in allei mi
Wijze: O, vijf werelds Mare lichten.
GEINIGE STEMMEN.
Wie kan hier de ramp ontvluchten?
Wie, wie moet niet pijnlijk zuchten? Ja, hier is \'t een tranendal,
Waar men altijd weenen zal.
Wie zal ons beschermen?
ALLKN.
f Pelgrim, staak dat bitter klagen, Ga Maria hulpe vragen,
Smeek, vertrouw; want Haar gebed Heeft zoo menigeen gered.
Zij zal n beschermen!
WEINIGE STEMMEN.
Wend ik landwaarts mijne schreden,
Zoek ik \'t welzijn in de steden. Overal is ramp en druk.
Overal is ongeluk.
Wie zal ons beschermen?
ALLEN.
f Pelgrim, enz.
154
WEINIGE STEMMEN.
Ginds zijn kreup\'len, lammen, blinden, Hier is ziekte en smart te vinden; Werwaarts ik mijne oogen wend, \'k Zie niets anders dan ellen d\'. Wie zal ons beschermen?
ALLEN.
•j- Pelgrim, enz.
WEINIGE STEMMEN.
Ook de dood doet tranen vloeien,
Doet het heer van rampen groeien. Schoon hij waarlijk eindpaal is Van de smart en droefenis.
Wie zal ons beschermen?
ALLEN.
•j- Pelgrim, enz.
WEINIGE STEMMEN.
Had ik hier slechts ramp te vreezen, 0, het zou nog draaglijk wezen; Dan de duivel briescht ook rond, Dreigt mijn\' ziel op ied\'ren stond. Wie zal ons beschermen?
ALLEN.
f Pelgrim, enz.
155
WEINIGE STEMMEN.
Hier door \'t wulpsche vleesch geprikkeld, Daar in oogenlust gewikkeld,
Ginds in \'s levens hoovaardij; Nimmer van bekoring vrij.
Wie zal ons beschermen?
ALLEN.
f Pelgrim, zicijg, houd op met klagen, Ga Maria, enz.
WEINIGE STEMMEN.
Welke stem gebiedt mij \'t zwijgen? Zal ik troost en hulp verkrijgen,
Als ik ze aan Maria vraag,
Zwijgend bid en niet meer klaag? Zal Zij mij beschermen?
ALLEN.
f Veilig kunt gij uw vertrouwen, Pelgrim, op Haar\' voorspraak houwen. Smeek, enz.
156
jSMEEKLIED TOT JAARIA.
Wijze: Maria, wij vallen U te voeten.
Wij buigen ous met diep verneêren,
O Troosteres in smart en pijn;
Nooit eindend zullen wij TJ eeren, O, laat ons U bevolen zijn!
-j- Wanneer we iets smeeken Tot zaligheid,
Dat Ge onheziveken
Dan voor ons pleii1:
O, hrenq ons, Moeder,
Tot zaligheid!
Och, dat Gij, Moeder,
Steeds voor ons pleit\'!
Wij bidden uit den grond des harten,
O Troosteres enz.
Wij smeeken bij Uw zeven smarten, O, laat ons enz.
-}• Wanneer tve iets smeeken enz.
Wil ons gestaag Uw\' bijstand geven,
O Troosteres enz.
Zoolang bet stof ons blijft omgeven, O, laat ons enz.
j Wanneer we iets smeeken enz.
157
Wi] roepen tot ü, rijk en armen, 0 Troosteres enz.
Wij bidden U, wil ons beschermen, O, laat ons enz.
f Wanneer we iets smeehen enz.
Bevinden we ons in groote zonden, 0 Troosteres enz.
0, berg ze weg in Jesus wonden, 0, laat ons enz.
quot;f Wanneer zve iets smeeken enz.
Geef, dat we in rouw de zonden duchten, O Troosteres enz.
En \'t minste struikelpad ontvluchten, O, laat ons enz.
•{■ Wanneer we iets smeeken enz.
En zijn we op \'t ziekbed neêrgegleden, O Troosteres enz.
Gedenk ons dan met Uw\' gebeden, O, laat ons enz.
f Wanneer we iets smeeken enz.
O, sterk ons in het voorbereiden, O Troosteres enz.
Om zuiver van deze aard\' te scheiden, O, laat ons enz.
f Wanneer we iets smeeken enz.
158
En dekt de doodskleur onze kaken, O Troosteres enz.
0, wil dan met Uw Zoon genaken, O, laat ons enz.
■jquot; Wanneer we iets smeeken enz.
Ach, kom ons dan de hope geven, 0 Troosteres enz.
Dat heil ons wachte in \'t eeuwig leven, O, laat ons enz.
f Wanneer we iets smeeken enz.
0, laat ons dan aan de aard\' niet hangen, 0 Troosteres enz.
En ook geen aardsche zorg ons prangen, 0, laat ons enz.
f Wanneer we iets smeeken enz.
En als de ziel van \'t vleesch gaat scheiden, 0 Troosteres enz.
Ach, wil haar dan ten hemel leiden, 0 , laat ons enz.
f Wanneer we iets smeeken enz.
Ach, help ons dan in \'t reekning geven, 0 Troosteres enz.
Aan uwen Zoon, van heel ons leven, O , laat ons enz.
f Wanneer we iets smeeken enz.
159
Toon dan te wezen onze Moeder,
O Troosteres enz.
Bij uwen Zoon, den Aardbehoeder, 0 , laat ons enz.
j Wanneer we iels smeeken enz.
Opdat wij Jesus mogen loven.
En U, o steun in smart en pijn, Met alle Heiligen daar boven,
0, laat ons enz.
f Wanneer toe iets smeeken enz.
160
Vereenng der Vijf Wonden.
Wijze: O Vijf werelds klare lichten.
Vijftal klare wereldlichten,
Waar de helmacht voor moest zwichten, Weert van ons der zonden nacht, Schenkt ons tegen Satan kracht.
f Heer, ontferm ü onzer! O, Maria! Koninginne,
Moeder van de zuivre minne,
Die ter zij van \'t moord hout stond, Waar de zonde Uw\' Zoon aan hond, Bid voor ons, Maria!
Trouwe panden van den Heere, Vol van liefde, vol van eere,
Ik zou Thabor laten staan.
Mocht ik hier mijn tent opslaan!
f Heer, ontferm U onzer! enz.
Jesus, Uwe purpre wonden,
Tolbetalers onzer zonden.
Groeten wij in heil en smart. Groeten wij met mond en hart •f Heer, enz.
161
Deze vijf getrouwe vaten,
Storten uit met volle maten Olie, lionig, kostb\'ren wijn.
Om te zalven onze pijn.
f Heer, enz.
Wees gegroet, o vijftal bronnen, Voor de ziel nooit leéggeronnen; Waar gaf ooit het Paradijs Zoeter drank of beter spijs? f Heer, enz.
Alom waar deez\' wouden stralen, Is de beste druif te halen.
Zag de mensch wel ooit geplant Beter wijngaard op zijn land?
f Heer, enz.
Och, ware ik in deze wonden, Vastgeklemd en vastgebonden.
Deze kerkers gaven mij,
Vrijdom van mijn slavernij! f Heer, enz.
Die daar wonen met hun zinnen. Die daar krank zijn, die daar minnen. Die daar werden als een lijk.
Erven \'t eeuwig Hemelrijk.
f Heer, enz.
162
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt, -En Zijn\' Moeder, altijd Maagd! f Heer, enz.
Looft, o Krist\'nen, t\' alle tijden Jesus Christus bitter lijden;
Laat zoo lang uw hart toch slaan. Als de wonden open staan!
f Heer, enz.
Wilt met uwen zang begroeten Zijne handen. Zijne voeten;
Eert de wonden van Zijn\' zij Met een vrome melodij.
f Heer, enz.
Deze voeten, deze handen,
Zijn uw toevlucht, zijn uw panden; Daar, gevloden aan Zijn\' zij.
Zult gü wezen altijd vrij.
f Heer, enz.
Lieve Jesus! tot Uw\' krachten Zijn mijn zuchten en gedachten; Maak toch zuiver, maak toch licht, Al mijn zonden, heel mijn plicht, f Heer, enz.
163
O, dat daar de druppels vielen, Ook op de allerbooste zielen, En bizonder op de mijn\',
Hoe zou ik veranderd zijn!
f Heer, enz.
Komt dan, Krist\'nen, herwaarts snellen, Om uw harten te herstellen;
Deze wonden zijn n \'t bad Van het zondewasschend nat!
f Heer, enz.
Hier zijn schatten, hier zijn mijnen Van saffieren, van robijnen;
Hier zijn paarlen, hier is \'t al Wat de ziel versieren zal
•f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt, — En Zijn\' Moeder, altijd Maagd!
f Heer, enz.
Ziet, de zon is opgerezen!
Gaan wij in ons boek nu lezen.
Welks begin is Bethlehem,
En het eind Jerusalem.
f Heer, enz.
164
Vroeg was \'t boek des eersten vaders, Wien de dood op vijgebladers Onze namen had geprint Met den allerzwartsten int.
f Heer, enz.
Maar, o\'liefde! ons is het leven Weer met Jesus bloed geschreven. Toen de nagels, toen de spies Ging door \'t heilig vleesch en vlies.
f Heer, enz.
Koolzwarte inkt was de eerste zonde, Rooden inkt geeft Jesus wonden. En de nagel is de stift Voor het Godd\'lijk lijdensschrift.
f Heer, enz.
Krist\'nen, wilt dan \'t boek ontsluiten. Blank van binnen, rood van buiten; Elke regel, dien ge er vindt,
Leert, hoe God den mensch bemint, f Heer, enz.
Weg dan, breede boekenkamers! \'s Lijdens naag\'len, doornen, hamers, Jesus handen, voeten, zij\'
Zijn het beste boek voor mij. f Héér, enz.
165
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijfbal wonden draagt, En Zijn\' Moeder, altijd Maagd!
f Heer, enz.
Wil dan, Jesus, wil gedoogen.
Dat ik hef tot U mijne oogen. Dat ik, als \'t verloren kind, Ga tot U, die mij bemint, f Heer, enz.
Ik ontwaar üwe open armen:
Woudt Ge er mijner in erbarmen! Dat onschatbaar liefdeblijk Maakte mij deze aard te rijk.
f Heer, enz.
Weest gegroet, doorwonde handen,
Gadelooze hemelpanden:
O, wat held\'re diamant Is in elke palm geplant!
f Heer, enz.
Liefste Jesus, laat deez\' handen.
Aan mijn\' ziel toch zijn twee banden, Opdat worden vast en stil Mijn verstand en hart en wil! f Heer, enz.
166
Handen, ach! zoo wreed doorslagen Ach, ik moet mij zeiven vragen. Wie kon zoo die naag\'len slaan, Als mijn\' zonde \'t heeft gedaan ? f Heer, enz.
Handen, die van mirre vloeien. Wilt mijn\' ziel er meé besproeien; Open handen, laat mijn hart Weenen bij de lijdenssmart!
f Heer, enz.
Komt dan, zielen! komt hier halen Baat en troost voor alle kwalen; Komt hier vinden medicijn Tegen \'t eeuwig doods venijn!
f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt. En Zijn\' Moeder, altijd Maagd!
f Heer, enz.
Liefste Jesus! mocht ik groeten Waardig Uw\' gewijde voeten, En ze kussen vol van vreê, Zoo als Magdalena deê!
f Heer, enz.
167
Heilige doorwonde Voeten,
Waar de nagel in dorst wroeten, O, wat gingt Ge ons rustloos voor Op het steile hemelspoor!
f Heer, enz.
Gingt Gij niet in alle hoeken Om \'t verloren schaap te zoeken? O, wat heeft het zweet gekost, Eer het menschdom werd verlost! f Heer, enz.
Waar ge, o Heil\'ge Voet! mocht komen, Werd den dood zijn macht benomen: Doof- en blind- en stomheid vlood, \'t Lijk ontsnapte aan wreeden dood. f Heer, enz.
Gij rust moê op de fonteine.
Om te wachten eene onreine. Een\' Samaritaansche vrouw,
Van wie Jesus drinken zou.
f Heer, enz.
Hij laat zich van \'t onze drenken. Maar wil beter water schenken; Hg geeft \'s hemels volle vat Voor één druppel oogennat.
t Heer, enz.
168
Voeten! ach, zoo wreed doorslagen,
Ach, ik moet mij zeiven vragen: Wie kon zoo die naag\'len slaan, Als mijnquot; zonde \'t heeft gedaan? f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt. En Zijn\' Moeder, altijd Maagd! f Heer, enz.
Heil\'ge zij, nooit leêggevloten,
Waar een speer die wond kwam stooten. Waaruit bloed en water vloot,
Toen Longinus \'t oog ontsloot! f Heer, enz.
Open zijde, waar de vonken
Van des Heilands Hart door blonken, Werd ik, ach, door dezen brand Een volkomen offerhand\'!
f Heer, enz.
\'t Menschdom schouwt door deze wonde
De eerste zaalge levensstonde: O, Waarachtig Pelikaan,
Zie toch Uwe jongen aan!
f Heer, enz.
169
Wees gegroet, doorstoken borste, Hartewond, waarnaar ik dorste Als een jonggeboren kind,
Dat aan \'s moeders borst zich vindt! f Heer, enz.
Waar\' mijn\' ziel dat heil beschoren Van den hnlplooz\' eerstgeboren!
Laafde ik aan Uw Hartebloed, Jesus, mijn verzengd gemoed! f Heer, enz.
Kom, mijn\' ziele, leer hier minnen, Kom met Elzearus binnen;
Baar vooral dit Godd\'lijk Hart Door de zonde geene smart!
f Heer, enz.
Geef, o Jesus, Welbeminde.
Dat mijn hart aan \'t Uw\' zich binde; Voor dien band geef ik den schat, Dien de wereld kostlijks had!
f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen !
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt, En Zijn Moeder, altijd Maagd!
f Heer, enz.
170
Wees gegroet, o vijftal wonden, Berge voor der wereld zonden, Leidstar in de duisterheid,
Haven, die ten hemel leidt!
f Heer, enz.
Vijftal, ark in watervloeden,
Waar het duifje heen zal spoeden; Regenboog van \'t heilverbond, Waar de hoop niet op verzwond! f Heer, enz.
Goudmijn zijt gij, heil\'ge Wonden, Waar nooit grond van is gevonden; \'t Anne hart, dat ü betrouwt, Wordt van aarde louter goud! f Heer, enz.
Lazarus, leg hier uw leden;
Koelheid treft hier nooit uw bede; Als men klopt aan deze deur.
Staat zij open voor getreur. f Heer, enz.
Leert mijn hart de wreedheid voelen. Nagels! waar gij mee wilt doelen; Zeg mij, lans, hoe diep gij gaat, Zeg, hoe diep uw wonde slaat!
f Heer, enz.
8
171
Leer ons meer en meer doorgronden \'t Bitter lijden van Zijn wonden; En de maat van al de pijn Zal die onzer liefde zijn.
f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen Hem die \'t vijftal wonden draagt, Eu Zijn\' Moeder, altijd Maagd! f lieer, enz.
Eer de laatste zonnestralen In het westen nederdalen.
Vallen wij met droef gemoed Jesus wonden weêr te voet. -}■ Heer, enz.
Alle boosheid moet verdwijnen;
Jesus\' licht zal ons beschijnen, Hoe de Satan \'t lengen tracht Van der zonden zwarten nacht, f Heer, enz.
Heil\'ge Maagd, dat ons die wonden \'t lleinigsbad zijn onzer zonden; Maak, dat ons Zyn dierbaar Bloed Aan de hemeldeur ontmoet\'! f Heer, enz.
172
Opdat wij Hem eens daar boven In der eeuwigheid gaan loven,
Waar Hij voor Zijns Vaders troon Deze wonden stelt ten toon.
f Heer, enz.
Lof zij God in drie Personen!
Laat ons liefde en eerbied toonen
Hem die \'t vijftal wonden draagt,_
En Zijn\' Moeder, altijd Maagd!5 f Heer, enz.
SmeeM voor ie OverMenen.
Wijze : O vijf werelds, enz.
Uit de diepe boetekolken Dringt de noodkreet door de wolken Van hen die, in straf en pijn, In de plaats van zuiv\'ring zijn: f Heer, ontferm U hunner!
O Gij, Moeder der genade, Kom hun in den nood te stade; Wil hun toch behulpzaam zijn, Ach, verlicht, verkort de pijn: Bid voor hen, Maria!
173
Aan deze aarde nu ontvloden,
Kust hun\' asch in \'t rijk der dooden; Maar hun\' zielen rusten niet Voor Ge ontfermend op hen ziet:
Heer, ontferm U hunner! enz.
Sinds de dood de boei wou slaken Om uit \'s levens droom te ontwaken, Kennen zij geen heilgenot Dan in Uw bezit, o God!
■j- Heer, ontferm U hunner! enz.
Hoe het blaak\'rend vuur ook jage, Hoe de wroeging duurzaam knage, Ver van hunnen God te zijn, Is hun grootste straf en pijn: -j- Heer, ontferm ü hunner! enz.
Hulploos wringen zij de handen; Want, gekneld in kerkerbanden, Smachten zij vergeefs naar God; Ach, hoe schrikk\'lijk is hun lot:
•j- Heer, ontferm U hunner! enz.
Of zij zuchten, weenen, kermen, Bidden, dat Ge ü moogt ontfermen. Ach, tot laaf nis in \'t verdriet, Baat hun al hun bidden niet:
f Heer, ontferm U hunner! enz.
174
In hun weerloos onvermogen Zien ze op ons met smeekende oogen Ons hun troost en toeverlaat, In hun deernisvollen staat:
f Heer, ontferm U hunner! em.
Moog\'lijk zijn zij, die daar klagen, Ach, onze ouders, vrienden, magen; Ach, wie weet, of van hun pijn, Wij misschien niet de oorzaak zyn
f Héér, ontferm U hunner! enz.
Door gevoel van plicht gedreven. Bidden we U, hen te vergeven; Eindig hunner zonden straf,
Wisch geheel hun\' smetten af: f Heer, ontferm U hunner! enz.
Dat zij die Uw dienst beminden.
Toch bij U ontferming vinden; Om het lijden van Uw Zoon,
Plaats hen om Uw hemeltroon:
f Heer, ontferm U hunner! enz.
Geef hun, die van liefde blaken, Dat zij haast de plaats genaken.
Waar Uw Goedheid zich onthult En der zielen wensch vervult: f Heer, ontferm U hunner! enz.
175
Ach, vergeef hun hunne zonden Om des Heilands dierb\'re wonden; Maak hen van de straffen vrij, Maak hen eeuwig, eeuwig blij:
Heer, ontferm Ü hunner! enz.
Diep voor ü in \'t stof gebogen, Smeeken we U, heb mededoogen; Ach, wij bidden \'t U zoo zeer, Heb erbarmen. Hemelheer! f Heer, ontferm U hunner! enz.
Afscheidslied van \'Kevelaar.
Wijze: Adieu, adieu wij scheiden. Vaarwel vaarwel, wij scheiden.
Vaarwel, o Kevelaar;
Langs heuvel, dal en heide Keert onze Pelgrimschaar!
f Blijv Moeder Gods ons bij, Dat Ge ons aW ten voorbeeld zij;
Help ons in allen nood.
Maar bizonder in den dood!
Maar schoon wij huiswaarts keeren.
Ons hart en ziel blijft daar;
Gods Moeder te vereeren.
Boeit ons aan Kevelaar.
f Blijv\' enz.
176
Och, mochten velen kenneu,
Wat heil ons hart hier draagt; Zij zouden zich gewennen,
Aan Uwe dienst, o Maagd! f Blijv\' enz.
Wij zullen het vertellen,
Aan eiken Kristen vriend, Aan buren en gezellen,
Hoe Gij hier wordt gediend, f Blijv1 enz.
Langs velden en langs stroomen.
Zij steeds Uw naam vereerd, En als wij wederkomen.
Zij ons getal vermeerd.
f Blijv\'\' enz.
Dat velen \'t harte gloeie
Van zuiv\'re Godsdienstmin; Dat in Uw\' dienst steeds hloeie Elk Kristen-huisgezin.
f Blijv\' enz.
Vaarwel, vaarwel, wij scheiden,
Vaarwel, o Kevelaar; God moog\' ons weer geleiden Naar hier het volgend jaar! f Blijv\' enz.
177
7« le Mis m MtaaM.
Wijze: Nato Deo.
Heil\'ge Maagd! de plaats van onze woning
Ziet ons weêr van onze huldetooning; \'t Altaar vindt üw Pelgrims hier te samen; Dankbaar dat ze in welstand wederkwamen
(Refrein) Gij waart onze Stevre
Op den afgelegden tocht,
Toen ons harte \'t Aardsche tartte En alléén Uw eere zocht!
Heil\'ge Maagd en Moeder! hoor ons heden, Neem ze liefd\'rijk aan, de warme beden. Die ons uit den gloei\'nden boezem wellen En het vurig danklied vergezellen.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
Koningin der zaligen en Eng\'len!
Keur ons staamlen waard om zich te
[meng\'len Met de reine tonen, die daar boven ü in eeuw\'ge melodieën loven.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
178
Hemelsch vat van uitgelezen deugden, Waar zich de aarde en hemel in verheugden!
Breng ons danken willen en ons wenschen Voor den hoogen troon des Zoons der
[menschen.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
Troosteres der zondaars, ia wij danken, Diep geroerd, ofschoon in stamelklanken,
Dat wij om als Mid\'lares U te eeren, Gingen, baden en behouden keeren.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
Moeder Gods! verlevendig ons streven, Om in Uw dienst waardiger te leven.
Doe dat de ons door ü verleende gaven Zaden zijn voor weel\'ge pelgrimstaven.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
Moeder Gods, o, zegen onze schreden, Blik op ons in vóór- en tegenheden.
Help ons steeds het oog naar ü te richten. Wil ons pad door \'t zondendal verlichten.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
Heil\'ge Maagd en Hemelkoninginne! Dat ons hart in vuurgen ijver winne:
Laat het steeds in dankgevoel vermeêren In het uur van heilvol wederkeeren.
(Refrein) Gij waart onze Sterre, enz.
179
Na de Is fan DaÉlaaM.
Maria in den Hemel.
Wijze: Nato Deo.
Laat ons hoog Gods lieve Moeder eeren,
Die haar oogen wis naar ons zal keeren; Als wij Haar in diepen ootmoed bidden, Zendt zij zegen neder in ons midden.
t Moeder Gods verheven,
Ach, verwerf ons hij Uwy Zoon, Als wij sterven,
Dat wij erven,
Namaals ook des hemels loon!
Door Gods hulp ten hemel opgevaren, Zit Gods Moeder boven de Eng\'lenscharen Naast Haar Zoon, in eeuwigdurend juichen, Ons ten schuts, die voor Haar nederbuigen.
t Moeder Gods verheven, enz.
Daar, gekroond met onverwelk\'bre bloemen. Om Haar schat van deugden, niet te noemen. Zal Zi) wis de zondaars niet vergeten. Die Haar dienen met een rein geweten.
f Moeder Gods verheven, enz.
180
Had de Hemel Haar eens uitverkoren, Dat een Godmensch werd uit Haar geboren, Wat zal ons de Heiland dan niet schenken Als Zijn\' Moeder onzer blijft gedenken!
f Moeder Gods verheven, enz.
Ja, daar kan men zeker op vertrouwen, Dat, wanneer men \'toog omhoog blijft houOn En Gods Moeder waardig houdt in eere. Zij voor ons zal spreken bij den Heere!
t Moeder Gods verheven, enz.
Laten wij den Heer met hart en zinnen Jesus en Zijn\' lieve Moeder minnen. En door vroom den Rozenkrans te lozen Tevens ook den weg der zonden vreozen.
t Moeder Gods verheven, em.
Looft Haar, de Verhoorster van ons smeeken. Die voor ons bij God met vuur blijft spreken; Zij den Vader, zij den Zoon geprezen. En den Heil\'gen Geest, drieëen van Wezen.
t Moeder Gods verheven, enz.
181
SmeApM aai ta H. M
Heil\'ge Josef! trouwe hoeder Van mv godlijk Voedsterkind, Die uw Jesus heel uw leven Onuitspreek\'lijk hebt bemind : (his.)
Heil\'ge Josef! vraag
Hem beminnen zooals
Heil\'ge Josef! die uw\' Jesus In uw stulpje met u hadt,
Vaak van d\'arbeid tot Hem opziend, Stil en innig Hem aanbadt: [bis.) Heil\'ge Josef vraag dat wij 1 , Jesus dienen zooals gij. J ls\'\'
Heil\'ge Josef! door Gods Zone In uw ned\'rig werk verlicht!
Daar Maria \'t oog vol liefde Op haar Kind en Bruigom richt: (bis.) Vraag dat in hun aanschijn wijl ,, . , Ons verblijden zooals gij. J ^ 2S\'\'
Heil\'ge Josef! die in de armen Van uw Bruid en Pleegkind stierft. En voor uw getrouwe liefde \'t Loon der eeuwigheid verwierft: (bis.)
Heil\'ge Josef! vraag Zalig sterven zooals a
182
LOFLIED AAN EEN ïï. JOSEE,
als Patroon der H. Kerk.
Nu rij ze op heel liet wereldrond,
Als in de hemelsfeer,
Een nieuw gezang uit aller mond,
o Josef, u ter eer. (bis.)
Want u, Maria\'s Bruidegom
En Hoeder van Gods Zoon, U vroeg \'t geloovig volk alom Ten dierb\'ren schutspatroon, {bis.)
Al \'t Vadertal van \'t Vatikaan,
Het drong met \'s Heereu volk Vereend op Uw verheffing aan
Bij Gods onfeilb\'ren tolk; (bis.) En Pius, in wiens vaderhart
Men \'t uwe wedervindt,
Hoe heeft hij in zijn vreugde en smart, o Josef! u bemind! (bis.)
Uw Onbevlekt Ontvangen Bruid
Heeft hij met eer gekroond,
En op haar Feestgetij ook luid
Zijn liefde aan u getoond; (bis.) Hij gaf u op dat dubbel Feest Tot schutspatroon der Kerk,
Opdat nu tegen Satans geest
Uw vadermacbt haar sterk! (bis.)
183
o Gy, eens zwoegend in een stulp
En toch zoo vorst\'lijk groot!
o Reik der Kerk die vaderhulp,
Die ge in haar oorsprong boodt. (bis.) Toen gij Maria en Gods Zoon
Zoo trouw hier hebt behoed,
Wees, koninklijke Schutspatroon!
Wees van Gods Kerk gegroet, (bis.)
Tot u roept zij vervoerd van min,
Wijd over \'t gansch heelal,
Tot u, o Hoofd van \'t Godsgezin!
Met dankbaar lofgeschal, (bis.) Die in Maria en Gods Zoon , De Kerk reeds hebt behoed :
Wees, Patriarch en Schutspatroon! Wees, Josef! wees gegroet, (bis.)
o Vader! zie ons tot u gaan
Met Pius (Leo) , met Gods Kerk, En hoor \'t eenparig smeeken aan. Voltrek, voltrek uw werk! {bis.) Gij die des Opperkonings Zoon,
Zijn Moeder hebt behoed: o Patriarch en Kerkpatroon !
Wees, Josef! wees gegroet, (bis.)
184
EEREBOETE-LIED
IN VERKENIGING MET
ONZE H.H. MARTELAREN VAN GORKUM.
Jesus! OSer van \'t altaar,
U door \'t ongeloof bestreden , U door Gorkums Heldenschaar Tot hun jongsten snik beleden: Jesus! U zij lof bereid, (^ Nu en tot in eeuwigheid. J
U in \'t Heilig Sakrament
Ons ten gastvriend, spijs en leven,
U door \'t ongeloof miskend.
Door Uw Mart\'laars hoog verheven
Jesus! ü \'/ij lof bereid, 1 ^
Nu en tot in eeuwigheid. J
\'s Vaders en Maria\'s Zoon! Ach! wat al ondankb\'ren steken Zoon en Moeder naar de kroon; Wij dan met uw Mart\'laars spreken U en haar zij lof bereid, \\ ^ Nu en tot in eeuwigheid. )
185
Hemelkoning! ook gehoond In de U dierb\'re vriendenkringen, Die Gij met Uw glorie kroont;
Hoor ons met üw Mart\'laars zingen: U en hun zij lof bereid, | ^
Nu en tot in eeuwigheid, j
U, gesmaad in \'t Heilig Hoofd Der vereende Kristenscharen, ü in hem door \'t bloed geloofd . Onzer trouwe Martelaren:
U en hem zij lof bereid,
Nu en tot in eeuwigheid, ƒ 6\'
Jesus! in uw Kerk bespot.
Met haar macht, haar leer en leven,
U haar Bruidegom en God!
Door uw Mart\'laars luid verheven;
U en haar zij lof bereid, quot;K.
Nu en tot in eeuwigheid, ƒ ls\'
U, voor wien zich alle knie
Over \'t gansch heelal moet buigen,
Dat het U dan hulde biê
Met uw Heil\'ge Bloedgetuigen;
ü zij aller lof bereid,
Nu en tot in eeuwigheid. J quot; \'
186
SMEEKLIED
tot onze ixorkumscfye Martelaars,
als beschermheiligen voor een zaligen dood.
Klink\', Neêrlands Kerk! uw feestgeschal
Voor Innd\'ren van uw grond;
Voor Gorkums Heilig Broedertal
Klink\' luid uw lofzang rond! Ten derden maal kwam \'t Eeuwgetij
Van hun roemruchten dood,
Toen voor \'t geloof die Heldenrij Zich God ten offer bood.
Verhef, mijn Kerk van Nederland!
De glorie ons geschied;
Want neen! volmaakter offerand\'
Dan \'t leven is er niet.
En niet een vluchtig oogenblik
Schonk hun de zegekroon:
Eerst lange, bange stervensschrik Verwierf hun \'t hemelsch loon.
Maar daarom is hun marteldood
Zoo kostbaar in Gods oog,
Spreekt nog die liefdedaad, zoo groot. Voor ons bij Hem omhoog;
187
Voor óns, want de ónzen waren zij,
Van landaard, taal en bloed; En daarom, Neêrlandsch Heldenrij!
Neem onze hulde en groet.
-sa oefl oi * :8öani Bxiinfqs JiWJnxo iS Maar vraag ook, dierb\'re Broederschaar!
Dat, om uw martelpijn,
God ons voor alle kwaad bewaar\'
En we eenmaal mét n zijn;
Die in \'t geloof zijt voorgegaan,
Trouw tot den folterstrik.
Vraag, dat ook wij onwrikbaar staan Tot d\' allerlaatsten snik!
En daar gij eerst na strijd op strijd
Uw zegepralen wont En nieuwe Schutspatronen zijt
Voor \'s levens jongsten stond: O vraagt dan, om uw Jubeluur,
O vraagt bij Jesus troon,
Voor ons een zalig stervensuur En \'t eeuwig glorieloon.
188
I.
MAGNIFICAT.
Magnificat * anima mea Dominum.
Et exultavit spiritus meus: * in Deo sa-lutari meo.
Quia respexit humilitatem ancillae suae: * ecce enim ex hoc beatam me dicent omnes generationes.
Quia fecit mihi magna qui potens est, * et sanctum nomen ejus.
Et misericordia ejus a progenie in progenies, * timentibus eum.
Fecit potentiam in brachio suo; * dispersit superbos mente cordis sui.
Deposuit potentes de sede, * et exaltavit humiles.
Esurientes implevit bonis, * et divites dimisit inanes.
Suscepit Israël puerumsuum, * recordatus misericordiae suae.
Sicut locutus est ad patres nostros, * Abraham, et semini ejus in ssecula.
Gloria Patri, et Filio, * et Spiritui Sancto.
Sicut erat in principio, et nunc, et semper, et insHecula sseculorum. Amen.
189
II.
O SANCTISSIMA.
1 O sanctissima, — o piissima, — dulcis
Virgo Maria!
Mater amata, — intemerata, — ora, ora pro nobis!
2 Tu solatium, — et refugium, — Virgo
Mater Maria!
Quidquid optamus, — per te spe-ramus, — ora, etc.
3 Ecce debiles, — perquam flebiles, —
salva nos, o Maria!
Tolls languores, — pelle dolores, —
ora, etc.
4 Virgo respice, — Mater aspice, —
audi nos, o Maria!
Tu mediciuam — prsebes divinaru,— ora, etc.
5 Tua gaudia — et suspiria — ju vent
nos, o Maria!
In te speramus, — ad te clamamus,— ora, etc.
190
|
1 Stabat Mater dolorosa Juxta Crncem lacrymosa. Dim pendebat Filius. 2 Cujus animam gementem, Contristatam et dolentem, Pertransivit gladius. 3 O quam tristis et aiSicta Fuit ilia benedicta Mater Unigeniti! 4 Qüie mcerebat, et dolebat, Pia Mater, dum videbat Natl poenas inclyti. 5 Quia est bomo, qni non [fleret, Matrem Cbristi si videret In tanto supplicio? 6 Qiiis non posset contristari, Christi matrem contemplari! Dolentem cum Filio ? 7 Pro peccatis suse gentis Vidit Jesum in tormentis, Et flagellis subditum. 8 Vidit suum dulcem Natum Moriendo desolatnm, Dum emisit spiritum. 9 Eja mater, fons amoris. Me sentire vim doloris Fac, ut tecum lugeam. 10 Fac ut ardeat cor meum In amando Christum [Denm, Ut aibi complaceam. |
11 Sancta Mater, catud agas, Crucilixi fige plagas Cordi meo valide. 12 Tui Nati vulnerati, Tam dignati pro me pati, Pcenas mecum divide. 13 Fac me tecum pie flere, Crucifixo condolere. Donee ego vixero. H Juxta Crucem tecum stare, Et me tibi sociare In planctu desidero. 15 Virgo virginum prseclara, Mihi jam non sis amara, Fac me tecum plangere. 16 Fac ut portem Christi [mortem, Passionis fac consortem, Et plagas recolere. 17 Fac me plagis vulnerari, Fac me cruce inebriari, Et cruore Filii. 18 Flammis ne urar succensua Per te, Virgo, sim defensus In die Jndicii. 19 Christe,cumsithiucexirc. Da per Matrem me venire Ad palraam victoriae. 20 Quando corpus morietur, Fac ut animae donetur Paradisi gloria. Ameu. |
191
t. Ora pro nobis, Virgo daloriesima.
e. üt digni efflciamur promissionibua Christi. v, Tunm ipsius animam doloris gladijs pertraosibit. R. üt revelentur ei multis cordibus cogitationes.
Oremus. Interveniat pro nobis, qutcsumus, Domine Jesa Christe, nunc et in hora mortis nostra apud tnam clementiam B. Virgo Maria Mater tna, cujus sacratissi-mam animam in hora tuse passionis doloris gladins pertransivit. Per te, Jesa Christe, Salvator mundi, qui cnm Patre et Spirita Sancto vivis et regnas in asccula scecalorum. Amen.
Ps. CXXiX voor de Overledenen.
De profandis clamavi ad te, Domine: Domine, exaudi vocem meam.
Piant aures tuse intendentes: in vocem deprecationis mese.
Si iniqnitates observaveris, Domine: Domine, quis sus-tinebit.
Quia apud te propitiatio est: et propter legem tnam Suatinui te, Domine.
Sustinuit anima mea in verbo ejus: speravit anima mea in Domino.
A custodia matutina usque ad noctem: Speret Israël in Domino.
Quia apud Dominum miscricordia: et copiosa apud eum redemption
Et ipse redimet Israël: ex omnibus iniquitatibus ejus.
Requiem seternam: dona eis Domine.
Et lux perpetua: Inceat eis.
t. Pater noster. r. Et ne nos, etc.
v. A porta inferi.
e. Erue Domine animas eorum.
v. Requiescant in pace. k. Amen.
v, Domine exaudi orationem meam,
e. Et clamor meus ad te veniat.
sr Dominns vobiscum. b. Et cum Spiritu tuo.
192
Obemus. Fidelium Deus omnium conditor et Redemp-tor, animabus famnlorum famularamque tuarum remia-ibit. sionem cunctomm tribue peccatorum; nt indulgentiam, quam semper opstarerunt, piis suppUcatiombus conse-)omine qnantur. Qui vivis et regnas in saecula steculorum-ï taam Amen.
■atissi- v. Requiem seternam dona eis Domine.
jladins e. Et lux perpetua luceat eis.
li, qni v, Requiescant in pace. B. Amen.
ssccula
HYMNUS VAN DEN H. BERNARDUS
TER EEKE VAN BEN ZOETEN NAAM.
|
1 Jesu dulcis memaria, Dans vera cordi gaudia: Sed super mei, et omnia. Ejus dulcis prasentia. 2 Nil canitur suavius. Nil auditur jucundius. Nil cogitatur dulcins, Quam Jesus Dei Filius. |
i 3 Jesu, spes poenitentibus. Quam pius es petentibnst Quam bonus te quairenti-[bus! Sed quid invenientibus 1 j 4 Nee lingua valet dicere, Nee littera exprimere: Expertns potest credere. Quid sit Jesum diligere. |
5 Sis, Jesu, nostrum, gaudium, Qui es futnrus pramium; Sit nostra in te gloria.
Per euneta semper ssecula. Amen. Sit nomen Domini benedictum.
Ex hoc nunc et usque in sseculum.
193
M^thinus nan ben H Thomas ran Aqutne
TER EERE VAN
HET ALLERHEILIGSTE SAKRAMENT.
Adovo te devote, latens Deitas,
Quae sub his figuris vere latitas;
Tibi se cor meum totum subjicit.
Quia te contemplans totum deficit.
Ave, Jesu , Pastor fidelium ,
Adauge fidem omnium in te credentium,
Visus, tactus, gustus in te fallitur; Sed auditu solo tuto creditur:
Credo quidquid dixit Dei Filius;
Nihil hoe verbo veritatis verius. Ave, Jesu.
In cruce latebat sola Deitas:
At bic latet simul et humanitas.
Ambo tameu credens atque confitens, Peto quod petivit latro poenitens. Ave, Jesu.
Plagas, sicut Thomas, non intueor, Deum tameu meum te confiteor: Fac me tibi semper magis credere, In te spem habere, te diligere. Ave, Jesu.
194
O memoriale mortis Domini,
Panis vivus, vitam prsestans homiui: Prasta meaj meuti de te vivere, l Et te illi semper dulce sapere. A ve, Jesu.
Pie Pellicane, Jesu Domine, Me immundum munda tuo Sanguine; Cujus una stilla salvum facere ïotum mundum quit ab omni scélere. Ave, Jesu.
Jesu, quern velatum nunc aspicio, Ora fiat illud quod tam sitio:
Ut te revelante cerneus facie,
Visu sim beatus tua3 gloria?. Amen. Ave, Jesu.
v. Panem cceli dedit eis.
e. Panem angelorum manducavit homo.
Oremus. Sancti Nominis tui, Domine, timorem pariter ac amorem fac nos habere perpetuum : quia nunquam tua guberua-tione destituis, quos in soliditate tuie dilectionis instituis. Per Christum Do-minum nostrum. Amen.
9
195
BENEDICTIO,
waonccr de Zegen mei bel Allerbeiligsle gegeven wordl.
Tantum ergo Sacramentum Veneremur cernui;
Et antiquum documentum Novo cedat ritui:
Praestet fides suppleiueutum Sensuum defectui.
Genitori, Genitoque Laus et jubilatio:
Salus, honor, virtus quoque Sit, et benedictio:
Procedenti ab utroque Compar sit laudatio. Amen,
v. Panem de ccelo prsestitisti eis. a. Omne delectamentum in se habentem.
Oremds. Deus qui nobis sub Sacramento mirabili passionis tuae memoriam reliquisti: tribue, quscsumus ; ita nos Corporis et Sanguinis tui sacra mysteria venerari, ut redemptionis tuae fructum in nobis jugiter sentiamus. Qui vivis et regnas Deus in ssecula sseculorum. Amen.
196
TE DM LAÜDAMÏÏS.
{Lofzang van den H. Ambrosius en den H. Augustinus om God te bedanken voor de ontvangene weldaden,)
|
Te Deum laodanaus: te Do- ; ininum coufitemur Te leternum Patreio * omnis : ! terra veneratur | Tibi omnes Aiigeli, tibi coeli, ; ! et aniversae potestates, Tibi Cherubim et Seraphim incessabili voceproclamant: Saiictus, Sanctus, Sanctus, Dominus Deus Sabaoth. Pleui sunt coeli et terra roa-jestatis glorisc tua;. Te gloriosus Apostolorum chorus, Te Prophetarum laudabilis «umerus. Te Marty rum candidatuslau-dat exercitus. Te perorbem terrarum sancta confitetur Ecclesia: Patrem immensse majestat\'s, Venerandum tuum verum et uuicum Filium, Sanctum quoque Paraclitum Spirit um. |
U, o God, loven wij; U, o Heer, belijden wij. U, o eeuwige Vader, vereert geheel de aarde U roepen alle Engelen, de hemelen en al de Machten, De Cherubynen en Serafy uen onophoudelijk toe: Heilig, Heilig, Heilig is de Heer de God der heerscharen Hemel en aarde zijn vervuld van de majesteit uwer glori e Het heerlijke koor der Apostelen, Het lofwaardig getal der Profeten, Het schitterend heer der Martelaren looft ü. U belijdt de heilige Kerk over geheel den aardbodem: Als den Vader der onmetelijke heerlijkheid. En uwen waarachtigen en eenigen aanbiddenswaardi-gen Zoon, Alsmede den Heiligen Geest den Vertrooster. |
197
|
Tu Rex glorifc, Christe. Tu Patris sempiternus es Filins. Tu ad liberandum susceptu-rus hominem, non horruisti Virginis uteram. Tu, devicto mortis aculeo, aperuisti credentibus regna coclorum. Tu ad dexteram Dei sedes, in gloria Patris. Judex crederis esse venturus. |
Gij, o Christns, zijt de Koning der glorie. Gij zijt de eeuwige Zoon des Vaders. Gij hebt, wanneer gij dt meusehheid zoudt aannemen, om den mensch te verlossen, den schoot eener Maagd niet geschroomd. Gij hebt, na den schicht des doods verwonnen te hebben, den geloovigen het rijk der Hemelen geopend. Gij zit aan de rechterhand van God, in de heerlijkheid des Vaders. Wij gelooven.dat Gij eenmaal als Rechter zult komen. Miseren misere I Fiat mis np RU\' |
Het volgende vers wordt knielende gezongen.
|
Te ergo qurcsumus, tuis fa-mnlis subveni, quos pretioso Sanguine redemisti, .ZEterna fac cum Sanctis tuis in gloria numerari. Salvum fac populum tuum, Domine: et benedic hrere-ditati tuaï. Et rege cos et cxtolle illos, usque in tcternum Per singulos dies beuedici- mus Te. Et laudamus nomen tuum in sseculum, et in saiculum Bfcculi. |
Haarom smeeken wij ü, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door Uw dierbaar Bloed hebt vrijgekocht. Geef dat zij allen in uwe heerlijkheid ouder het getal uwer Heiligen worden gerangschikt. Heer, maak uw volk zalig: en zegen uw erfdeel. Eu beslier hen en verhef hen, tot in eeuwigheid Dag aan dag prijzen wij ü. En wij loven uw naam in de eeuwigheid, en in de eeuwen der eeuwen. |
198
|
Dignare, Pomine, die isto, sine peccato nos eustodire. Miserere nostri, Domine, miserere nostri. Fiat misericordia tna, Domine, super nos, quemadmo-dam speravimas in Te, In te, Domine, speravi: non confundar in feternum. v. Benedicamus Patrem, et Filium, cumSanctoSpiritn. r. Laudemus et super exal-temus eum in saecula. Deus, cujus misericordkc non est numerus, et bonita-tis infinitus est thesaurus, piissimrc Majestati tua; pro collatis donis gratias agimus: tuam semper clementiam exoraiites; ut qui petentibus postulata concedis, eosdetn non deserens, ad prtcmia futura dispouas. Per Christum Dominum nostrum. R. Amen. =\'j «Jl lanne- I ich te \' eener 1 nd. it des ; heb-i het pend. rhand kheid |
? Gewaardig U, o Heer, ons | dezen da^ zonder zonden lt; te bewaren. | Ontferm t) onzer. Heer, ont-j ferm U onzer. Laat, o Heer, uwe barmhar-^ tigheid over ons komen, | zooals wij op ü gehoopt l hebben. Op U, o Heer, heb ik ge-5 hoopt: in eeuwigheid zal ■ ik niet beschaamd worden, v. Laat ons prijzen den Va- ? der, den Zoon, en den H. ^ Geest. ■ r. Laat ons Ffem loven en s verhetfen in eeuwigheid. | laat ons bidden. O God, wiens barmhartig-1 heid grenzeloos, wiens goed-j heid een onuitputbare schat J is, wij danken Uwe welda-\\ digste Majesteit voor de ver-| leende weldaden; en smee-\\ ken ten allen tijde Uw goe-| dertierenheid, dat Gij, die | het U gevraagde huu die er om smeeken, verleent, hen niet verlatende, tot de toe-j komende belooningen wilt j gereedmaken. Door Chris-j tus onzen Heer. \\ r. Amen. |
1
insriE-ïOXJID.
bladz-
Lofzang, Veni Creator .... 1
Lofzang, Veni Creator .... 3
Gebeden onder de H. Mis... 5
Gebeden vóór de Biecht ... 17
Gebeden na de Biecht .... 22
Dankzegging na de Biecht. . . 23
Gebeden vóór de H. Kommunie . 25
Gebeden na de H. Kommunie . 29 Verzuchting tot het Allerheiligst
Sacrament.......32
Gebed met vollen aflaat. ... 33
Litanie van den Zoeten Naam Jesus 34 Litanie van het Allerheiligste Hart
van Jesus.......38
Litanie van het Allerzuiverste Hart
van Maria.......43
Litanie ter eere van den H. Joseph 47 Litanie ter eere van de HH. Martelaren van Gorkum .... 52 Godvruchtige oefeningen op den
H. Kruisweg.......57
Te Kevelaar. Gebed tot Maria voor de levende leden.....75
200
Bladz.
Smeekgebed tot de Allerh. Maagd 76 Gebed voor de afgestorven leden. 85 Bij het aanvaarden der Pelgrimsreize 87 Manier om den H. Rozenkrans godvruchtig te verrichten ... 89 Litanie van O. L. V. van Loretto. 102 Gezangen tijdens den tocht naar
Kevelaar........106
Lied bij aankomst te Kevelaar . 113 Uitnoodiging tot lof aan Maria . 115 Loflied op O. L. V. van den Rozenkrans .........118
Ave Maria........122
Lied ter eere van O. L. V. van het
H. Hart ........124
Dat Jesus leev\'......127
Het H. Hart van Jesus. . . . 129
Aan \'t Allerheiligste Hart van Jesus 130
Aan Maria........131
Maria onbevlekt ontvangen. . . 132
Hulde aan Maria......133
Ter eere van Maria.....135
Maria! Wees gegroet .... 137
Avondgroet tot Maria . . . . 138
Maria leev\'........139
O Moeder Gods......140
Vreugde van Maria\'s kinderen . 142 Lofzang en opdracht aan het H.
Hart van Maria......143
201
Bladz.
Maria troost ons......145
Oud Mei-lied.......146
Meimaand........148
Hulde en bede aan Maria . . . 149
Maria, hulp in allen nood. . . 153
Smeeklied tot Maria.....156
Vereering der Vijf Wonden . . 160
Smeeklied voor de Overledenen . 172
Afscheidslied van Kevelaar. . . 175
Vóór de Mis van Dankbaarheid . 177
Na de Mis van Dankbaarheid. . 179
Smeekgebed aan den H. Joseph . 181
Loflied aan den H. Joseph. . . 182 Eereboetelied in vereeniging met
onze HH. Martelaren van Gorkum 184 Smeeklied tot onze Gorkumsche
Martelaars.......180
Magnificat........188
O Sanctissima.......189
Stabat Mater.......190
Ps. CXXIX voor de Overledenen. 191
Hymnus van den H. Bernardus 192 Rythmus van den H. Thomas van
Aquine........193
Benedictio........195
Te Deum Laudamus.....196
INO
■ -
jó •
■ ■ l\'
■ 1- !\' )gt;u(gt;
■
r.JTC!/ nKP
.!■■ ■ ja ■; ■■ ■ ■■ i\'i
\' . f-
. ■ \\ f-i; -/\'■ ■ ■ I.
^ ; ■ : : ■ . ; ^ /
. ; , -ih; 1 : -ui/ f-i
-
, ii . ■■■■ i ■
1 tn I i.\'.- \'t : .lil\'
■.i:,-- ■ ivii■ M(-
. ■ -ov 7:vi:/ •
, . il ■■gt;!, . ï ,■ .• (T , H ü .Ji i:;;v quot;• ■ ■ W
, : i ! Uj \' /gt;
\'I !
bi-1 d !•! \' : r
| |
quot;Vgt;
\'4
(l()I
. J.
i
\'■ {
ï8l.
| •*
\' H ■ i
______•
li