-ocr page 1-

ZUID-AMERIKA.

EENE BIJDRAGE TOT DE GESCHIEDENIS DER ZUID-AM ERIK AANSCHE ONAFHANKELIJKHEIDS-OORLOGEN.

Naar het Spaansch van Generaal ANTOïilö GUZMAN BLANCO,

DOOR

wjw

•Jrt

w{w

E. RITTNER BOS.

-

-kok—

AMSTERDAM. — 1885. — M. M. OLIVIER.

-ocr page 2-

S. oct.

4609

-ocr page 3-

{ \' /

DE BEVRIJDER

VAN

ZUID-AMER1K A.

EENE r.IJDRAGE TOT DE (i ESCHI EDEN IS DER ZUID-AM ERIK AANSCHE ONAFHANKELIJKHEIDS-OORLOGEN.

Naar het Spaansch van Generaal ANTONIO GUZMAN BLANCO,

DOOR

E. RITTNER BOS.

----K30ÖI-

AMSTERDAM. — 1885. — M. M. OLIVIER.

-ocr page 4-

Stoomdrukkerij Roeloffzen amp; llübner. — Amsterdam.

rijksuniversiteit te utrecht

2492 601 0

-ocr page 5-

Aan

ZIJNE EXCELLENTIE Generaal ANTONIO GUZMAN BLANCO,

Gevolmachtigd Minister der Vereenigde Staten van Venezuela,

te Londen,

-ocr page 6-

wordt deze Ncderlandsche bewerking van ZE arbeid over

SIMON BOLIVAR, den Bevrijder van Ziiid-Araerika,

met hoogachting en eerbied opgedragen door

E. RITTNER BOS.

Amsterdam, 20 September 1885.

-ocr page 7-

DE ZUID

BEVRIJDER

VAN

- A M E R I K A.


zamelen der historische gegevens ter overtuiging, niet van de wereld, wier overtuiging reeds welgevestigd is, maar van den heer Lamas, die ondanks zijne grondige geleerdheid niet schijnt te weten dat Bolivar, en niet San Martin, de Bevrijder van Peru en Bolivia is geweest, kwam mij een werk in handen van een volkomen bevoegd landgenoot, hetwelk ik afzonderlijk in het licht denk te geven; en daarmede —- voor zoover mij betreft — een einde te maken aan dezen onverkwikkelijke!!

quot;\'ERWIJL ik mij bezig hield met het ver

strijd.

Intusschen zal ik in deze regelen, in groote trekken, de geschiedenis der Zuid-Amerikaan-sche onafhankelijkheidsoorlogen beschrijven; zooals ik die geleerd heb, en zooals die ook

-ocr page 8-

6

uiteengezet wordt door bijna allen die er aan hebben deelgenomen, ooggetuigen en geschiedschrijvers, van af den inboorling Tupac-Amaru tot den beroemden üuitschen reiziger Humboldt; van af den Granadiër Restrepo tot den Peruaan Paz Soldan, en van af de Spanjaarden Torrente en Montenegro tot Cantü en Gervi-nus, de jongste en meest betrouwbare schrijvers op het gebied der algemeene geschiedenis; om niet te spreken van Baralt y Diaz, Larra-zabal^ Yanes, Austria en andere Venezolanen, en Blanco, Azpurüa en O\'Leary; de werken der beide eersten bestaan uit 18 lijvige boekdeelen, en omvatten alle officieele documenten, die betrekking hebben op de Zuid-Amerikaansche bevrijdingsoorlogen, terwijl die van laatstgenoemden in 26 deelen de particuliere briefwisseling tusschen Bolivar en zijne generaals, zijne overige ondergeschikten en al zijne medewerkers voor het nageslacht bewaren.

Dat San Martin de bevrijder zou zijn geweest van het land der Incas, is een geheel nieuw denkbeeld, dat, hoewel reeds overvloedig gelogenstraft door de feiten, moet strekken om de geschiedenis te vervalschen, en het oordeel van volgende geslachten op een dwaalspoor te voeren.

-ocr page 9-

7

Reeds in het jaar 17, te midden zijner grootste tegenspoeden, electriseerde Bolivar zijne volgelingen tot vaderlandsliefde en roem, door zijne bekende olympische toespraak te Casacoima, waarin hij hun met het vuur des geloofs en der geestdrift den toekomstigen horizon ontvouwde van een groot vaderland, dat hij in zijne verbeelding aanschouwde, van den Orinoco tot de Plata-rivier; eene ware openbaring van den God der vrijheid.

Van Roscio en Madariaga, de helden van den igden April 1810, tot Anzoategui, den held van Boyaca; Cedeno, Necochea, Córdova, de helden van Carabobo, Junin en Ayacucho; tot San Martin, den held van San Lorenzo, Chaca-buco en Maipü, en honderd andere helden; zij allen zijn sterren die aan het firmament der Amerikaansche glorie schitteren, in het licht dat van Bolivar afstraalt.

Bij de beschouwing der wereldsche gebeurtenissen, en de betrekkelijke beteekenis van de groote dienaren der menschheid, moet men er zorgvuldig voor waken dat men niet het geheel aan de onderdeelen, noch de einduitkomst aan de détails ondergeschikt make. Of de onafhankelijkheid verkregen zij door de vaderlandsliefde der Zuid-Amerikanen, en dat elk der

-ocr page 10-

8

bevrijders het zijne hebbe bijgedragen tot het quot;Toote werk — niemand zal kunnen zelt;rsfen

O O O

dat onder die allen niet Bolivar de man is geweest, die zich geheel met de zaak vereenzelvigde, die de plannen ontwierp, de veldtochten leidde, en het verheven werk der bevrijding van eene geheele wereld volbracht.

San Martin en O\'Higgins worstelden in het uiterste zuiden van het vasteland; en Bolivar trok, nadat de onafhankelijkheid van het geheele noorden was verkregen, hun tegemoet op de grenzen van Columbia. Beiden, hetzij zij elk voor zich zich machteloos gevoelden, hetzij uit zelfverloochening, droegen hem den post van opperbevelhebber op, en daarmede aanvaardde hij de verantwoordelijkheid voor den beslissenden veldtocht. Bolivar drong onmid-delijk in Peru door, overwon reusachtige bezwaren, stelde zich aan het hoofd der Chileensche, Argentijnsche en Columbiaansche legers, overwon den onderkoning La Serna, en daarmede het overtalrijke leger van allen die hem tot nog-toe het hoofd hadden geboden.

Leve het vrije Amerika! riepen met Bolivar de overwinnende legers.

En geheel Amerika was vrij.

Zóó is de geschiedenis.....

-ocr page 11-

9

Columbia, Peru en Bolivia constitueerden zich tot onafhankelijke, souvereine en voor altoos vrije natiën; en van Avila tot Potosi gaven steden en volken aan Bolivar, als toppunt van allen menschelijken roem, den eernaam van Bevrijder, waarmede de overwinnende legers hem reeds lang genoemd hadden, en die bevestigd was srcworden door de constitueerende

O O

vergaderingen der vrijgevochten natiën.

Zóó zijn de feiten, die nog heden in onver-doofden glans schitteren.

De feiten, zooals zij door de tijdgenooten tot waarheid zijn gestempeld.

De feiten, zooals zij achtereenvolgens dooide nakomende geslachten zijn overgebracht.

De feiten, eindelijk, die door de traditie en door de geschiedenis zijn geboekstaafd.

Laat ons die feiten uitvoeriger beschouwen.

Ik zal de lange reeks der glorierijke daden van Bolivar beginnen met Juan Tupac-Amaru, de verpersoonlijking van het noodlot en de laatste afstammeling van het geslacht der Incas.

Reeds te Buenos-Ayres sprak hij tot Bolivar:

„Indien het de plicht is van de vrienden van het land der Incas, wier nagedachtenis ik innig-

\'O O

vereer en eerbiedig, den held van Columbia en Bevrijder der uitgestrekte landen van Zuid-

-ocr page 12-

IO

Amerika geluk te wenschen, zoo heb ik een dubbele aanleiding om mijn van verheven blijdschap vervuld gemoed uit te storten, daar ik tot den leeftijd van 86 jaren ben gespaard geworden, in weêrwil van tallooze moeielijkheden en doodsgevaren, en het mij nog gegeven is het groote en rechtvaardige werk voltooid te zien, dat ons in het bezit onzer rechten en onzer vrijheid zal stellen; daartoe werkte mede José Gabriel Tupac-Amaro, mijn beminde en vereerde broeder, martelaar van de Peruaansche heerschappij ; wiens bloed de aarde besproeide en vruchtbaar maakte voor de gulden vruchten, die de Groote Bolivar met zijne dappere hand en vol verheven edelmoedigheid zou komen inzamelen; daartoe werkte ook ik mede, en hoewel mij de eer niet is te beurt gevallen het bloed der Incas, mijne vaderen, dat in mijne aderen vloeit, te mogen vergieten, zoo zijn toch veertig jaren gevangenis en ballingschap het loon geweest voor de rechtmatige pogingen, die ik in het werk stelde om de vrijheid en het bezit der rechten te verkrijgen, die de dwingelanden ons zoo onbeschaamd hadden ontnomen; ik voor mij en in naam van mijns broeders geheiligde nagedachtenis, wensch den Genius der Eeuw van Amerika geluk; dit is de eenige offerande

-ocr page 13-

die ik kan opdragen op het altaar der dankbaarheid, dat reeds vervuld is van zegenbeden voor den zoon, die de roem zijner vaderen heeft weten te zijn.quot; i)

San Martin drukt zich als volgt uit in een brief aan Bolivar, die weggelaten is in het geschrift van den heer Lamas:

„Maak u geene illusiën, generaal. De voorstelling die gij u maakt van de koninklijke strijdkrachten, is onjuist; deze troepen bestaan in Opper- en Neder-Peru uit meer dan 19000 veteranen, die binnen twee maanden bijeengetrokken kunnen worden. Het patriottendeger, door ziekte gedecimeerd, kan op zijn best 8500 man op de been brengen, en daarvan is een groot deel recruten.... 2)

Verder voegt hij er bij:

„Voor mij zou het het toppunt van geluk zijn geweest, als ik den onafhankelijkheidsoorlog had mogen ten einde brengen onder de bevelen van een veldheer, aan wien Zuid-Amerika zijne vrijheid te danken heeft.quot;

En in een brief uit Mendoza schreef hij hem: „Ik hoop dat gij den Peruaanschen veldtocht zegevierend ten einde moogt brengen, en dat

1) Brief van 15 Mei 1825.

2) „ „ San Martin aan den Bevrijder, dd. 29 Augustus 1822.

-ocr page 14-

12

deze landen de weldaden mogen waardeeren, die gij hun bewijstquot;, i)

O\'Higgins, de Chileensche held, herhaalt wat door den Argentijn San Martin reeds is gezegd: „Ik heb met de grootste voldoening het Opperste Gezag der Republiek zien opdragen aan de zore van den veldheer die Columbia heeft bevrijd; voor mij bestaat er geen twijfel of de Peruanen, wijs geworden door de ondervonden rampen, zullen met des te meer volharding en beleid op de baan voortschrijden, die tot de onafhankelijkheid voert. Wanneer zij daartoe vast besloten zijn, zal dit hun nieuw leven en volhardende standvastigheid inblazen, en hen opwekken uit den staat van zedelijke vernietiging, waartoe zij door verdorven en verraderlijke schurken gebracht zijn; nimmer vereischte het vaderland eene zoo groote offervaardigheid als thans! Maar de Genius der Overwinning, dien de oorlogen van het dankbare Columbia ons hebben geopenbaard in hunne legers, beroemd door hunne dapperheid en hunne standvastige trouw, zal ons beschermen! 2)

O \'

Bij eene andere gelegenheid schrijft dezelfde O\'Higgins:

1) Brief van 3 Augustus 1823.

2) „ „ 24 Februari 1^24.

-ocr page 15-

13

„Ik herhaal mijn voorstel om u te vergezellen, en onder u te dienen als een vrijwilliger, die streeft naar een leven met ecre of een roemrijken dood, en die de zegepraal van Generaal Bolivar beschouwt als de eenicre dageraad

o ö

der onafhankelijkheid van Zuid-Amerika.quot; i)

Ziedaar de zienswijze van den laatsten Inca, die van den Argentijnschen en Chileenschen held; en wij zien die bekrachtigd door een Spaanschen geschiedschrijver, hun tijdgenoot, en een even onverbiddelijk als heftig vijand van den Bevrijder. Aldus Torrente:

„Het is onbegrijpelijk hoe de opstandelingen in zoo weinig tijds er in geslaagd zijn een zóó talrijke strijdmacht op de been te brengen, en wel op een geregelden en welingerichten voet, die alle respect verdient. Er is overvloed van krijgs- en mondbehoeften, bewapening, kleeding, middelen van vervoer en alle andere militaire benoodigdheden, die onmisbaar zijn om een zóó belangrijken veldtocht te kunnen beginnen.quot; 2) Nog duidelijker laat Torrente zich ten opzichte des Bevrijders uit in deze paragraaf:

„De troepen van Bolivar trokken de vreese-lijke bergpassen der Andes over met zoo-

1) lirief van 29 Mei 1824.

2) Geschiedenis der Spaansch—Amerikaansche Omwenteling.

-ocr page 16-

H

veel volharding en zelfverloochening\', dat het onrechtvaardig zou zijn de groote verdienste te willen ontkennen, die zij zich in dezen veldtocht hebben verworven.quot; i)

En nog sterker in dezen volzin:

„Anderdeels hadden zij op hun eigen grondgebied een geduchten vijand, namelijk Bolivar, die gewapend was met al den glans van het oppergezag van Columbia, en met de toover-macht van zijn naam .. .2)

Canterac, bevelhebber van het Spaansche leger, schreef aan Don Manuel Vallejo:

Volquot;- het voorbeeld van den Markies de Torre Tagle, van Berindoaga, der Aliagas, van Granados, in het kort, van allen die te Lima der omwenteling waren toegedaan, en zich aan onze zijde hebben geschaard, omdat zij hunne dwaling hebben ingezien ; als Peru gelukkig zal zijn en zijn ouden voorspoed terugkrijgen, dan moeten wij allen, Spanjaarden en Peruanen, één zijn, en ons aaneensluiten om met den booswicht Bolivar af te rekenen.. . 3)

En aan Don Atanasio Guerra schreef hij, om

1) Geschiedenis der Spaansch—Amerikaansche Omwenteling.

2) llelzclfde werk.

3) Brief van 14 Maart 1S24.

-ocr page 17-

15

hem te beweg-en de zijde des Konings te kiezen, het volgende:

„ . .. . U zult dan mijne oprechtheid op prijs stellen, en niet volharden in het verdedigen eener zaak die te nauwernood verdedigers telt; daar Bolivar, het eenige bendehoofd dat zich nog in Peru bevindt, en wiens troepen belangrijk geringer in getal zijn dan die welke ik tegen hem kan in het veld brengen, zich overhaast zal moeten terugtrekken, of onherstelbaar verslagen worden.quot; i)

Deze getuigenissen van vijandelijke zijde worden bevestigd door de Congressen van Peru, Bolivia en van Argentina zelf.

Peru verleende hem de meest uitgebreide macht, en den titel van President; bekleedde hem dadelijk met de Dictatuur, en verklaarde daarenboven, dat het land zijn politiek bestaan te danken had aan den bevrijder en diens heldhaftig leger; het beval de vervaardiging eener medalje, die op de ééne zijde het bor tbeeld van den Bevrijder met de inscriptie: „Aan den Bevrijder Simon Bolivarquot; zou dragen; verordende de oprichting van een ruiterstandbeeld te Lima, ter vereeuwiging der heldhaftige

i) Brief van 3 Maart 1824.

-ocr page 18-

i6

wapenfeiten, waarmede hij aan Peru vrede en vrijheid had gegeven; besloot dat in de hoofdsteden der provinciën op de openbare pleinen een gedenksteen zou worden geplaatst met een opschrift, houdende dankbetuiging aan den Bevrijder voor de redding der republiek; dat zijn portret met alle plechtigheid in de raadhuizen zou worden opgehangen, en dat hij levenslang de eerbewijzen zou genieten, verbonden aan den rang van President der Republiek.quot; i)

Bolivia riep hem uit tot Vader des Vaderlands, bekleedde hem met de opperste uitvoerende macht, zoolang hij op het grondgebied des lands zou vertoeven, en bepaalde dat hij steeds de eerbewijzen zou genieten, aan den rang van Protector en President verbonden; beval dat zijne beeldtenis zou worden geplaatst in alle nationale rechtbanken, raadhuizen en andere openbare bureaux; verordende dat in elke provincie een ruiterstandbeeld voor hem zou worden opgericht, en dat na zijn overlijden de jaardag zijner geboorte als een openbaar feest zou worden gevierd. 2) De vergadering sprak, bij

1) Besluit van 10 Sept. 1823. Besluit van 10 Febr. 1824. Besluit

vnn 12 Febr. 1S25.

2) Notulen lt;ler vergadering van Opper-Peru, gehouden te Chuquisaca den iolt;lun Juli 1825.

-ocr page 19-

17

monde van haren President, Don Mariano Serrano, tot den Bevrijder onder anderen;

„Zonder twijfel heeft de wijze Vooraenig-heid gewild, dat wij ons zuiverden van de vlekken waarmede wij in den vuilen poel der slavernij bezoedeld zijn geworden, alvorens wij den heiligen tempel der vrijheid konden binnentreden : dat wij als een laatste les de schande der dienstbaarheid zouden gevoelen om onze bevrijding op des te hooger prijs te stellen, en dat het groote werk onzer zegepraal ten einde werd gebracht door een zoo doorluchtigen held als Uwe Excellentie, die ons zal leiden tot de vervulling onzer wenschen.quot; — „Ziedaar, Exellentie, wat onze Vergadering u heden wenscht te zeggen. Tevens stelt zij zich geheel in de beschermende handen van den Vader van Peru, den Redder der volken, den eerstgeboren zoon der Nieuwe Wereld, den onsterfelijken Bolivar,. i)

En het Algemeene Constitueerende Congres der Argentijnsche Republiek, het vaderland van San Martin, wenschte hem geluk in naam der natie, bij besluit van 9 Mei 1825, ingediend door Generaal Alvear en Dr. Diaz Velez, in de volgende bewoordingen :

1) Mettedeeling van rlen President der Vergadering te Chuqtiisaca.

-ocr page 20-

i8

„In erkenningquot; der groote en buitengewone diensten, die gij aan de zaak der Nieuwe Wereld hebt bewezen, wier vrijheid en onafhankelijkheid gij voor altijd hebt bevestigd, en tevens als uiting der oprechtste gevoelens van dankbaarheid en erkentelijkheid, waarmede de provinciën der Unie bezield zijn voor de heldhaftige en edelmoedige bemoeijingen van het bevrijdingsleger.quot; i)

Na deze getuigenissen van Tupac-Amaru, den vertegenwoordiger der inboorlingen van Peru en Bolivia, van San Martin, den Argentijnschen held, van O\'Higgins, den Chileenschen held; na de bekentenissen van Torrente en Canterac, na de besluiten der Congressen van Peru, Bolivia en Argentina, die voor den geschiedschrijver altoos van beslissend gezag zullen zijn, zullen wij zien wat achtereenvolgens gezegd is door beroemde tijdgenooten, uit elke der natiën die door Bolivar uit den chaos der oude koloniën zijn gered geworden, met uitzondering der landen, die Groot-Columbia uitmaakten ;

Doctor Funes schreef uit Buenos-Ayres: „De patriotten van het jaar 10 hebben eene volksdemonstratie uitgelokt; zij plaatsten het

i) Redevoering van Generaal Alvear bij de aanbieding zijner ge-loofsbrieven aan den Bevrijder, den lóden October 1825, te Potosi.

-ocr page 21-

19

borstbeeld van den Bevrijder Bolivar op een triomfwagen, . . . hij sprak de ontzachelijke volksmenigte toe op de wijze zooals gij zult ontwaren uit bijgaand gedrukt stuk, en daarop stelde de optocht zich in beweging naar het Plein der Overwinning, onder aanhoudend gejuich, etc. etc.quot; i)

De Argentijnsche kolonel Don Juan Lavalle schreef aan Kolonel Diego Ybarra :

„Als de Bevrijder niet komt, gaat het land ten onder. Dit is zoo onomstootelijk waar, dat er geen denkend mensch is die daarvan niet overtuigd is. De Regeering is te slap ; in het leger is noch tucht noch eenheid; alle hoofden willen promotie maken, en er is in hen geen geest die het land zou kunnen redden.. .. kortom, waarde vriend, de fortuin biedt den Bevrijder de schitterendste gelegenheid aan om bij al zijne onsterfelijke titels nog dien van Bevrijder van Peru te voegen, etc. etc.quot; — „Gaarne zou ik over dit onderwerp nog veel langer schrijven, ware het niet dat ik de Columbianen ken, en weet dat men hun niet behoeft te zeggen wrat zij doen moeten om nieuwe lauweren te behalen.quot; 2)

1) Brief van 16 Mei 1825 aan Generaal Sucre.

2) Brief van 29 Maart 1823.

-ocr page 22-

De beroemde Argentijn Don Bernardo de Montc-agudo schreef hem :

„Het is aan geen twijfel onderhevig, Generaal, dat gij te worstelen hebt met bezwaren en hinderpalen die gij vroeger niet gekend hebt. Er zullen zich omstandigheden voordoen waarin gij u boven u zeiven zult moeten verheffen om zoovele tegenstrijdige belangen te verzoenen, andere die niet minder sterk zijn, bestrijden, en eene oplossing zoeken voor de ingewikkelde vraagstukken van een dubbelen, binnen- en buitenlandschen oorlog, en van een politiek wier grondslagen bij elke schrede veranderen. Evenwel, zoolang gij aan het hoofd der zaken staat, blijf ik een verstokte optimist, en geloof ik stellig dat ik altoos zal kunnen zeggen; tout est pour le mieux.quot; i)

De Argentijnsche edelman Don Manuel Sarratea schreef aan den Bevrijder uit Buenos-Ayres:

„De zegepralen die uwe wapenen hebben bevochten, zijn verheven boven alles wat ik over hunne belangrijkheid zou kunnen zeggen, en boven allen lof, dien zelfs de meest oprechten aan het genie dat ze wist te verwerven zou

i) Brief van 24 October 1S23.

-ocr page 23-

21

kunnen toebrengen; Hier zijn zij gevierd geworden met een voorbeeldelooze geestdrift; ik zal niet uitweiden over den stroom van ee-lukwenschen en loftuigingen die zich heeft uitgestort; ik voeg mij bij mijn vriend. President Clay, en vereenig mij met de welverdiende hulde die hij aan den naam van U. E. bracht op het openbare feest aan den Markies La Fayette. De eervolle bewoordingen waarin dit uitstekende lid van het Huis der Afgevaardigden en

O ö

ijverig voorvechter der Amerikaansche zaak, over u sprak, zijn meer waard dan alles wat nog gezegd zou kunnen worden nadat de overwinning de daden van den Columbiaanschen krijgsheld in Peru bekroond heeft.quot; i)

De Argentijnsche Generaal Alvear schrijft: „Het is tijd dat het eergevoel der Amerikanen zich doe gelden, en dat de Bevrijder van Columbia en Peru de sterke arm worde, die zich belast met den nationalen Qfeest zoodanig

O O

te leiden, dat het naburige hof genoodzaakt worde af te zien van eene gedragslijn, die even oneerlijk als strijdig met zijne eigene belangen is.v 2)

1) Brief van 17 Mei 1825.

2) Redevoering bij het aanbieden zijner geloofsbrieven aan den Bevrijder.

-ocr page 24-

22

Generaal Alvarado, die San Martin opvolgde in het opperbevel over het Vereenigde Leger gedurende den veldtocht die te Moguehua eindigde;

„De roemrijke veldtocht dien Uwe Exc. zoo gelukkig in Peru ten einde hebt gebracht, legt den bewoners van dat land een plicht der dankbaarheid op die zonder weerga is. Uwe Exc., die hun bevrijder zijt geweest, waart ook de mijne....quot; i)

Generaal Tomas Guido, die Minister was onder het Protectoraat:

„Ik hecht er weinig aan. Generaal, hoe andere menschen over mij denken; maar er is mij zeer veel aan gelegen uwe gunstige opinie te mogen behouden; tot u zie ik op, niet zoo als de domme menigte, maar met die bewondering, die de eenige Beschermer der Amerikaansche onafhankelijkheid verdient.quot; 2)

Dezelfde:

„Toen Uwe Exc. de stranden van Peru in bezit naamt, brak de dageraad der ware onafhankelijkheid aan .... Wie heeft meer aanspraak dan Uwe Exc. op de warme aanhankelijkheid van eiken echten Amerikaan? Zal ik mij doen schrappen van de lijst der welgezinden, om mij

1) lirief van 6 Januari 1825.

2) „ „16 Maart 1824.

-ocr page 25-

23

te doen inschrijven op die der rampzalige afvalligen? Zal ik na veerden jaren lang smaad te hebben geleden voor de onafhankelijkheid van Amerika, dankbaarheid ontzeggen aan hem, die haar bevochten heeft, hem die ons een Vaderland, rust van binnen en aanzien naar buiten heeft geschonken ? . ..

Verder:

„Mijn eenige wensch, Excellentie, is het geluk van Amerika; en hoewel ik in mijn openhaar leven nooit aan iemand ondergeschikt ben geweest, is het behoud van Uwe Exc. aan het hoofd der Republieken die hun bestaan aan u te danken hebben, de alles beheerschende begeerte van mjjn hart; ik zie daarin het eenige voorbehoedmiddel tegen de onberekenbare rampen die altoos eene politieke kindsheid bedreigen, en ik beschouw Uwe Exc. als dengene onder de helden der Nieuwe Wereld, die de erkentelijkheid onzer bevolkingen het best verdienen i)

Doctor Diaz Velez, Argentijnsch Gevolmag-tigd Minister, schreef:

„Anderdeels, als de demonstratiën die Brazilië in de nabijheid onzer grenzen doet, iets betee-

4) Brief van 6 December 1825.

-ocr page 26-

24

kenen, zou de onmiddelijke tegenwoordigheid van Uwe Exc, hier noodig zijn, daar uw naam den aanvaller in bedwang houdt, en hem zal verhinderen iets te ondernemen tegen de schepping van uw hart. Ik weet dat hij, als hij het beproefde, verpletterd zou worden, maar ik weet ook dat hij het niet doen zal als de Man van Amerika in de nabijheid is.quot; i)

Laat ons nu overgaan tot een overzicht van hetgeen de verlichte Chileenen, behalve O\'Hig-gins, dien ik reeds aanhaalde, over dit tijdperk dachten.

De vermaarde D. Joaquin Campino schreef aan Kolonel Heres :

„Ik durf u gerust te zeg-gen, dat mij de toestand van den Bevrijder, toen hij Guyaquil verliet om zich aan het hoofd te stellen der legers en der Reoeeriny van Peru, oneindiöf yevaar-

O O \' O O

lijker toeschijnt dan toen hij uit Cayos de San Luis trok met driehonderd man, om Morillo met zijne 20.000 soldaten te verslaan ...quot;

„Ik beschouw Generaal Bolivar als den laatsten van de veteranen der omwenteling; en mijne belangstelling in zijn persoon, die vereenzelvigd is met de Amerikaansche zaak, doet

I) Brief van 27 Febr. 1826,

-ocr page 27-

25

mij wel eens vreezen dat Peru het graf van zijn roem zal worden.quot; i)

Admiraal Blanco Encalado laat zich als volgt uit:

„Ik hoop dat uw tocht voorspoedig moge zijn, opdat wij spoedig het doel onzer wenschen, vrede en rust, mogen bereiken. De fortuin, die altoos als grillig en trouweloos wordt afgeschilderd, heeft die hoedanigheden afgelegd, opdat gij de hinderpalen zoudt kunnen overwinnen, die nog een spoedigen en gelukkigen uitslag voor Amerika in den weg staan, en een einde zoudt kunnen maken aan de heldhaftige worsteling om de vrijheid, en aan de binnen-landsche rampen die hun ontstaan hebben aan gebrek van verlichting en den poel der ondeugden.quot;

„De Republiek Chili beseft eiken dag meelde onverbiddelijke, noodzakelijkheid van den invloed van den held van Columbia, tot herstel van haar verloren evenwicht, en om te geraken uit een toestand, die haar van reactie tot reactie onvermijdelijk ten grave zou brengen..2) Dezelfde schreef, ter zake eener medalje, die de Peruaansche Regfeerinor hem had verleend :

O O

1) Brief van i November 1S23.

2) „ „ 23 Mei 1825.

-ocr page 28-

26

„Ik ontving haar met dubbelen trots, eensdeels om de wijze waarop zij mij werd aangeboden, en anderdeels om de vleijende woorden, waarvan Uwe Excellentie de onderscheiding deed vergezeld gaan ; ik ontving haar ook rnet dubbel genoegen, omdat zij mij het beeld van den beroemden man te aanschouwen geeft, den grondlegger der onafhankelijkheid en der toekomstige grootheid van Amerika....quot; i)

Don Manuel de Salazar:

„Hij (Bolivar) is alleen daardoor reeds groot, ■ dat hij ons de vrijheid heeft verschaft...quot;

„Ik heb altoos ik weet niet welk onbestemd voorgevoel gehad, dat ik nog eenmaal het voorrecht zou hebben hem te zien, en ik hoop, dat het moge verwezenlijkt worden, evenals dat hetwelk ik voor eene dwaze gril hield, dat hij de grondlegger der onafhankelijkheid van Amerika zou worden. ..quot; 2)

Don Miguel Zahartu:

„Niets van hetgeen onze held gewrocht heeft kan anders dan grootsch wezen— „Tot heden bevestigd de uitkomst deze overtuiging.quot; 3)

1) Brief van 6 Mei 1826.

2) „ aan Kolonel O\'Leary, dd. 8 December 1825.

3) „ van 21 December 1829.

-ocr page 29-

27

Ik ga nu over tot het getuigenis van beroemde Peruanen en IJolivianen.

Generaal Portocarrero sprak na eene lange rede o. a.:

„Deze hulp is de voornaamste, de krachtigste en de eenige die het vaderland der Incas redden kan. De tegenwoordigheid alleen van den bevrijder Simon Bolivar zal de wolk wegvagen, die Peru\'s schoonen bodem verduistert., .quot;i)

De gecommitteerden J. Francisco de Mendoza en de Markies de Villa Fuente bevestiofen dit

O \'

gezegde:

„dat zij, zonder zijne tegenwoordigheid alhier, alle pogingen, die de Zuidelijke Staten mochten aanwenden om het Spaansche leger te verslaan, voor nutteloos hielden.quot; 2)

En Olmedo, als vertegenwoordiger van het Peruaansch congres:

„Mocht Uwe Exc. alle banden verbreken, die haar terughouden van het slagveld. Na verloop van zoovele eeuwen schijnt het dat de orakelen hebben willen voorspellen, dat de volken, verbonden tot gemeenschappelijke wraak-

1) Mededecling van Generaal Portocarrero, Gezant van Peru, gedateerd 18 Maart 1823.

2) Mededeeling van den Secretaris des Bevrijders aan den Secretaris voor Oorlog van Columbia, gedateerd 28 April 1823.

-ocr page 30-

28

oefeninoquot;, niet zouden kunnen overwinnen zonder de hulp van een Adelaar.quot; i)

Don H. Unanue:

„Aan den bevrijder der Republiek Columbia, Hersteller en Oppersten Gezaghebber van de Republiek Peru, Grondlegger van Bolivia, werd de roemrijke titel van Beschermheer van Argentina aangeboden; en de tijding daarvan bereikte de hoofdstad van Peru tegelijkertijd met een gezelschap hooggeplaatste mannen, vluchtelingen uit Chili, die tot hem kwamen om zijne hulp en zijne bescherming in te roepen.quot;

„ ... . en de doorluchtige Bolivar is, te midden der glorierijke namen der vrienden van de vrijheid der volkeren, het genie dat gebiedt van de landengte (van Panama) tot kaapHoorn.quot;2) Luna Pizarro :

„Toen ik, na eene langdurige omzwerving waartoe ik genoodzaakt was, zoo ik mij niet wilde onderwerpen aan de partijschappen, die het land verscheurden, en gedurende welke ik de rampen van mijn vaderland van verre beweende, weder den voet op mijn geboortegrond zette, richtte zich mijn blik onwillekeurig op den eerstgeboren zoon van Zuid-Amerika,

1) Redevoering.

2) Brief van 15 November 1825.

-ocr page 31-

29

die mij mijn lang- afgesmeekt vaderland heeft geschonken, en aan wien ik het te danken heb, dat ik nog behoor op den grond waarop ik geboren ben. Nimmer adem ik de lucht van mijn geboortegrond in, zonder dat mijne ziel ontroerd wordt door de heftigste aandoeningen van bewondering en dankbaarheid jegens den held, die, nadat hij Columbia had geschapen ten spijt van reusachtige moeielijkheden en door zware offers, naar Peru snelde om den genadeslag toe te brengen aan een vijand, die nog altoos machtig genoeg was, niet alleen om dat land in eene noodlottige dienstbaarheid g-eke-

O O

tend te houden, maar bovendien datzelfde Chili te bedreigen, wraar ik een schuilplaats had gevonden gedurende het woeden van den storm . . . en dagelijks zegen ik den Oppersten Beheer-scher der Staten, dat hij ons een waardigen volger van Washington heeft geschonken, die ongetwijfeld de eerste plaats zal innemen in de geschiedboeken van Zuid-Amerika, en het afgunstige Europa zal doen zien, dat de grond, die bevlekt is door de Almagros en Pizarros, niet minder gelukkig is dan die, welken de deugdzame Penn bevolkte/\' i)

Larrea Y Loredo :

i) Brief van 28 Septembes 1825,

-ocr page 32-

„Mocht de hemel mij goedgunstig naar mijn vaderland terugvoeren, opdat ik aldaar mijn leven lang den roem kunne verkondigen van den Weldoener van Zuid-Amerika!quot; i)

Generaal La Mar :

„Ik ben, Generaal, een Amerikaan en een man van eer, zonder andere eerzucht dan te mogen bijdragen tot het geluk en de onafhankelijkheid van Amerika, die zijn toevertrouwd aan den machtigen arm van Uwe Exc.quot; 2) Dezelfde:

„Groot is de onderneming; groot zijn de daden, die Uwe Excellentie roemrijk volbracht heeft in eene worsteling van dertien jaren met de onderdrukkers des vaderlands ... en even groot, ja nog grootscher, is de veldtocht, die reeds door Uwre Excellentie is aangevangen in het land der Incas; zóó zullen ook de lauweren zijn, en de eeuwige dankbaarheid van dezen ontheiligden grond. 3)

Don Manuel Vidaurre, in het vaste vertrouwen op de overwinning te Junin :

„Vader des Vaderlands, stichter van Amerika, de vogels eten en drinken met graagte, de

1) Brief van 2 November 1S29.

2) „ „11 Juli 1S23.

3) „ „ 23 November 1S23.

-ocr page 33-

3i

musschen verkondig-en de zegepraal, de hemelen vertoonen onbedriegelijke teekenen ; ik meen te zullen sterven van vreugde in de eerste dagen der komende Augustusmaand, i)

Dezelfde;

„Ik heb mij getroost met de tijding van den roem dien Uwe Excellentie zich op nieuw heeft verworven. Zij is een vader voor een jong, vrij volk. Zij is de stichter eener Republiek, die niet bestaan zou hebben als Uwe Excellentie haar niet de ziel had ingeblazen die haar ontbrak. U geef ik de eer der onafhankelijkheid van dezen staat (Bolivia), die door zijn lijden het mededoogen van den held heeft gewekt; maar ook aan Columbia, dat de moeder van andere republieken is geworden. 2)

En verder in hetzelfde stuk ;

„God wilde zijn macht toonen door het scheppen van een man, en hij schiep Uwe Exc.quot;

Don Cayetano Freyre :

„Een welwillende blik van Uwe Excellentie is het eenige waarop ons geluk is gebouwd ; het tegendeel zou een onheil zijn voor Peru, en ik geloof, dat Uwe Excellentie den ondergang van Peru niet met onverschilligheid zou

1) Brief vnn 5 Juli 1824.

2) „ „16 November 1825.

-ocr page 34-

32

kunnen aanzien. Wij zijn Uwe kinderen, en onze Vader zou niet kunnen toelaten, dat wij ten onder gingen ; Uwe Excellentie zal dus luisteren naar de roepstem van hen, die hem het aanzijn te danken hebben.quot; i)

Don Santiago Tabara :

„Geen Amerikaan draagt een roemrijker naam dan den Uwen; en hier in Europa ontwaar ik, dat de naam Uwer Excellentie hoogver-eerd en tot in de wolken verheven wordt. Gij zijt de toevlucht der ongelukkigen, de hoop der bevrijden en de schrik der dwingelanden. De laster is tot zwijgen gedoemd, en geheel Europa verwacht van Uwe Excellentie de grootste weldaden voor het menschelijk geslacht.quot; 2).

Don José Ribadeneira:

„Gelukkig het volk, dat bloeit onder de wijze wetten, die de vader van Amerika het geschonken heeft!\'\' 3)

Don Mariano Alvarez :

„Ik ben overtuigd dat ons aller wenschen dezelfde zijn, en getuigen van eenzelfde gevoel jegens den onsterfelijken held, die, door zijne

1) Brief van 26 Januari 1830.

2) „ »gt; ïS September 1825.

3) „ jgt; ïS Derember 1826.

-ocr page 35-

33

zegepralen de onafhankelijkheid van Peru en van geheel Amerika heeft bevestigd, en aan millioenen menschen een vaderland geschonken.quot; i)

Sanchez Carrión:

„Ik ben bovenmate gelukkig in de vriendschap des Bevrijders van Columbia; zij vervult mij met trots, omdat niemand van al degenen, die men helden heeft genoemd, zich met hem heeft kunnen meten, noch wat betreft zijne overwinningen voor de ware vrijheid der volken en zijne geestdrift om die tot stand te brengen, noch wat aangaat de hoedanigheden van zijn har t, even teeder en gevoelig voor zijne vrienden als groot en edelmoedig; even volhardend en edel als onverzettelijk en onweerstaanbaar, en zóó weergaloos en zóó éénig als alleen Generaal Bolivar weergaloos en eenio- zijn kan!quot; 2) \' quot;

Veldmaarschalk Luzarrao-a •

ö *

„Maar toen zag Peru, dat eene reeks vreese-lijke rampen had te verduren gehad, den Be-\\ rijder van Columbia ter luilpe aansnellen, en van dat oogenblik af veranderde alles, overal roem en zegepraal, die de kroon zetten np den

1) Rrief van 18 April 1S26.

2) » » i Februari 1824.

-ocr page 36-

34

arbeid van vijftien jaren, en de vrijheid van het geheele vaste land bezegelden.quot; i)

Don Casimiro de Olaneta (een Boliviaan): „Het is mij steeds eene g-roote vreugde Uwe Exc. te hebben mogen leeren kennen, de hand te kussen, die vier Republieken bevrijd heeft, haren bodem te bevochtigen met tranen van dankbaarheid, en eindelijk: den Bevrijder der Nieuwe Wereld te begroeten.quot; 2)

Generaal Facundo Infante:

„Uwe Exc. heeft eene wereld gesticht zonder ooit te kort te doen aan de bestaande wetten, en de drie door U opgerichte republieken zullen den weg der orde betreden, dewijl Uwe Exc. het groote geheim bezit om de menschen te regeeren, en tevens de instellingen die zij zich zelven gegeven hebben, te eerbiedigen.quot; 3) Dezelfde:

„Uwe Exc. kome te midden harer Bolivianen, die vervuld zijn van dankbaarheid, omdat zij uwe bevoorrechte zonen mogen wezen.quot; 4) Generaal Pérez de Urdininea: „De afwezigheid van Uwe Exc. heeft hare

1) Brief van i Juli 1S25.

2) 16 Februari 1825.

3) Brief van 12 Mei 1826.

4) ,, 27 Mei 1826.

-ocr page 37-

35

dochter Bolivia veel schade gedaan; bezield door diepe erkentelijkheid jegens haren Vader en Bevrijder, kan zij niet anders dan hare fouten betreuren; maar als zij denkt aan de macht ten goede van den Vader des Vaderlands, de liefde die hij haar steeds heeft betoond, dan kan zij zich daarop slechts verhoovaardigen.quot; i) Generaal Santa Cruz;

„Generaal of soldaat, het is mij onverschillig, mits ik slechts strijden kunne aan de zijde van den Bevrijder van Amerika.quot; 2)

Dezelfde als President van Bolivia: „Gij hebt overwonnen, en uw roem, grooter dan van alle vrije mannen, is als eene zon die iedereen aanschouwt, en zelfs uwe tegenstanders gevoelen in uwe afwezigheid de overtuio-ino-, en ook wel een te laat berouw, dat hunne handelingen ons berooven van den besten steun der Amerikaansche vrijheid.quot; 3)

Dezelfde, mede als President van Bolivia, aan den heer Juan Francisco Martin:

„Ten vervolge op de vroegere mcdedeelingen, door U gedaan aan de Regeering, aan wier hoofd ik de eer heb te staan, en volgens welke

1) Brief van 6 Juli 1828.

2) „ „ 22 Januari 1824.

3) Mededeeling van 15 October 1S30.

-ocr page 38-

36

de Bevrijder aan zijn bemind Columbia een laatst bewijs zijner genegenheid heeft willen geven door het de medaille te vermaken, die de Vergadering der Natie eertijds, in de volheid harer dankbaarheid jegens den Bevrijder, Grondlegger der Republiek, heeft doen vervaardigen, heeft de Regeering besloten.... tot aanvaarding van dit erfstuk, dat voor de Boli-vianen groote waarde heeft als zichtbaar aandenken aan hunnen Vader, en als een der zege-teekenen, die na de borst van Z. Ex. te hebben versierd, aan Bolivia terugkeert om de ge-sjchiedenis des lands op te luisteren, en ten spoorslag te strekken aan deze jeugdige natie om den weg der eer, der glorie en der wijsheid te betreden, waarop het gedragen is door den verheven man, wiens verlies wij thans betreuren, wiens verlies een reden tot rouw is voor geheel Amerika.quot; i)

„Is Bolivar al of niet de Bevrijder van Zuid-Amerika ? Is Bolivar al of niet de schitterende zon van onzen roem, die het middelpunt vormt van helden als San Martin en Sucre, O\'Higgins en Santander, Paéz en alle anderen die aan den hemel der onsterfelijkheid in ons Amerika prijken ?quot;

l) Mededeeling van 29 December 1832.

-ocr page 39-

37

Als zoodanig is hij evenzeer geproclameerd door de beroemdste mannen der beschaafde wereld, te beginnen met den uitstekenden Daniel Webster, J. H. Perkins en Joseph Story, die in naam der Associatie voor het monument aan Bunker Hill zeiden:

„Wij hebben met bewondering de schitterende en wonderbare loopbaan van Uwe Exc. gevolgd, van af hare eerste overwinningen aan de oevers der Magdalena Rivier, en de roemrijke dagen van Boyaca, Carabobo en Pichincha, tot aan het huidige oogenblik harer weêrga-looze verheffing tot Hoofd van drie Republieken, die hare onafhankelijkheid, nevens de hulp der Voorzienigheid, aan het beleid, de dapperheid en de volharding van Uwe Exc. te danken hebben. Als wij het oog slaan op de groote offers van persoonlijk vermogen, de kalmte in moeielijke oogenblikken, de uitoefening zonder misbruik van eene meer dan keizerlijke macht, de herhaalde weigering der Dictatuur, de eenvoud van gewoonten en den eerbied voor de constitutie en de wetten, waardoor de loopbaan Uwer Exc. zich steeds heeft onderscheiden, dan meenen wij het beeld van onzen vereerden —-Washington te zien herleven.... Wij die allen zijne deugden bewonderen en vereeren, gevoe-

-ocr page 40-

38

len ons door groote sympathie gedwongen gelijke eer te bewijzen aan den Held en Bevrijder van het Zuiden.quot; i)

Martin van Buren, Regeerings-Secretaris en later President der Vereenigde-Staten van het Noorden :

„Welk schitterender toonbeeld van mensche-lijken roem zou men zich kunnen denken dan dezen grooten veldheer, die nadat hij met goeden uitslag een vreemden aanval had weerstaan, en de inwendige beroeringen had sfestild, ook

O O O \'

de zwakheden wist te overwinnen waaraan edele harten te allen tijde onderhevig zijn geweest?quot; 2)

Murray, Engelsch Vice-Admiraal;

„Ik hoop dat ik gedurende den tijd dien ik hier zal hebben door te brengen eene gelegenheid zal mogen vinden om Uwe Exc. persoonlijk mijn eerbied te komen betuigen, en den held te leeren kennen, aan wiens ontembare dapperheid en nimmer wankelende standvastigheid geheel Zuid-Amerika zijne vrijheid te danken heeft.quot; 3)

1) Document, de dato 11 September 1826.

2) Mededeeling van Van Buren aan Thomas Moore, den 12 December 1829.

3) Brief van 5 April 1827.

-ocr page 41-

39

Tomas de Malings aan boord van de „Cambridgequot; :

„Lord Byron heeft mij zijn grooten spijt betuigd, dat de staat zijner gezondheid hem niet veroorlooft het voorrecht te hebben Uwe Exc. te komen begroeten. Evenwel ziet hij van zijn voornemen niet af, maar hij hoopt het genoegen en de eer te hebben den Bevrijder van Zuid-Amerika zijne opwachting te maken, wanneer hij binnen weinige maanden hier zal zijn teruggekeerd. Intusschen verzoekt hij mij zeer dringend Uwe Exc. zijne eerbiedige groeten over te brengen.quot; i)

Toen de groote Lafayette den Bevrijder namens de familie Washington een medaillon aanbood, waarin het portret van den stichter der Noord-Amerikaansche Republiek, en die van dat oogenblik af de eenige decoratie was die hij om den hals droeg, sprak hij :

„Bij het aanschouwen van dit sprekend gelijkende afbeeldsel, gevoel ik mij gelukkig bij de gedachte dat mijn vaderlijke vriend het onder alle levende groote mannen, en zelfs onder die der historie, aan niemand liever dan aan Generaal Bolivar zou hebben geschonken.

i) Brief van 18 Maart 1825.

-ocr page 42-

Wat zal ik noo- meer zeggen tot den Grooten Burger, dien Zuid-Amerika met den naam van Bevrijder heeft begroet? Een naam, bevestigd door twee werelden: een man, die, begiftigd met cene macht die slechts door zijne belangeloosheid geëvenaard wordt, de liefde tot de vrijheid zonder eenig voorbehoud, en tot de Republiek in hare volle kracht in het hart draagt.quot; i). üe welsprekende de Pradt:

„Een groote faam stijgt op in Zuid-Amerika: het heeft thans niets meer te benijden aan de Vereenigde Staten, en Columbia kan zijn Bolivar .stellen niet alleen naast Washington, maar boven dezen.... Tusschen deze mannen is even zooveel afstand als tusschen Zuid-Amerika en de oude Staten der Unie. Vergelijkt men de medestanders van Washington, de Franklins, Adams, Jeffersons, met de strijdmakkers van Bolivar; vergelijkt men de bevolking van Noord-Amerika, bestaande uit Engelschen, gelijk aan de Engelschen uit Engeland, met die van Zuid-Amerika, dan zijn de door hem behaalde uitkomsten oneindig orooter dan die

O O

welke de Vereenigde Staten uit hun oorlog verkregen.quot;

i) Brief van r September 1825.

-ocr page 43-

4i

„Heeft Washington clt jaren met de wapenen in de hand gestaan, zooals liolivar, die ze al dien tijd niet heeft afgelegd ? Heeft hij zooals deze den degen gevoerd met de ééne hand, terwijl hij met de andere wetten en verordeningen gaf? Heeft hij een naburig land vrijgevochten met de troepen van zijn eigen reeds onafhankelijk vaderland, zooals Bolivar gedaan heeft? Heeft deze bondgenooten gehad, zooals Frankrijk en Spanje? Heeft hij niet de eenmaal betreden loopbaan voortgezet met een onoverwinnelijke dapperheid, ten spijt der bedreigingen van Europa?

De geschiedenis zal eene afzonderlijke bladzijde wijden aan de verdiensten van Bolivar; zoo er één benijdbaar lot is, dan is het dat van een man, die het in slavernij zuchtende Amerika de vrijheid heeft gegeven, die het ontdaan heeft van de windselen der kindsheid om het den mantel van den mannelijken leeftijd om de schouders te hangen ; die tien jaren lang. als krijgsman, wetgever en overwinnaar, vrij van alle willekeur en van alle uitspatting, in plaats van zich zeiven te plaatsen op den top der pyramide, die zijn arbeid had opgetrokken, geen andere eerzucht kende dan het zwaard en de eereteekenen der heerschappij aan de

-ocr page 44-

42

voeten daarvan neer te leggen, en zich tevreden stelde met te volgen en gade te slaan hoe eene gansche wereld voortschrijdt op den weg, dien zijn overwinnende arm haar heeft geopend. Waarlijk dit is schoon, grootsch, bewonderens-waard en benijdbaar, en belooft den sterveling, die zoovele wonderen heeft gewrocht, de hoogste plaats die ooit eenig mensch onder zijns gelijken heeft ingenomen.quot; i)

Martin de Nancy :

„Het heilige vuur zal niet worden uitgebluscht, zoolang Bolivar leeft. Hij heeft een nieuwen weg geopend, dien de natiën gaarne zullen volgen, en zijne banier is het vaandel geworden van het geheele menschelijk geslacht.quot; 2)

Laat ons dit hoofdstuk besluiten met eenige gezegden van den onvergelijkelijken Humboldt: „Te midden der groote en edelmoedige daden van Uwe Exc., die de bewondering der beide wereldhalfronden uitmaken, is uw hart altijd toegankelijk gebleven voor de roepstem der vriendschap. De brieven van Uwe Exc. hebben mij dat bewezen; ik bewaar die als een kostbare herinnering aan U Exc. welwillendheid

1) Geschrift, getiteld : Congres van Panama.

2) Brief van 6 Januari 1826.

-ocr page 45-

43

jegens mij, zooals de hoogste roem van een leven, gewijd aan een kamp met zwakke wapenen, is de vooruitgang- der verlichting en eener voorzichtige vrijheid. Eene inwendige stem zegt mij, dat wij elkander in dit leven zullen wederzien, en wel op dit vasteland, dat zijne vrijheid minder aan den roem uwer wapenen dan aan de edele gematigdheid uwer ziel te danken heeft, en waar ik mijne laatste dagen hoop te slijten.quot; i)

Wij zullen thans overgaan tot het mededeelen vaneenige blijken van Bolivar\'s welsprekendheid. Niet alleen als staatsman, als krijgsman, als wetgever en als apostel der vrijheid was hij een groot man, maar ook, en vooral niet minder, als redenaar. Het grootsche der gedachten, de kracht, de juiste keuze en de schoonheid zijner beelden, het verhevene zijner doeleinden, zijn allen kenmerkend in zijne plechtige redevoeringen en schoone toespraken: in zijne pro-clamatiën schittert het vuur der verhevenste inspiratie ; en in zijne particuliere brieven wordt men bekoord door het fijne gevoel en door de oorspronkelijkheid en helderheid der uitdrukking.

Ziehier eenige staaltjes van het eerste:

3) Brief van 21 Maart 1S26.

-ocr page 46-

44

In zijne toespraak tot het Congres van Angostura zeide hij :

„Toen Amerika zich losmaakte van de Spaansche heerschappij, bevond het zich in een toestand gelijk aan dien van het Romeinsche rijk, toen deze ontzachelijke staat inéénstortte te midden der oude wereld . .. Het volk lt;gt;inof

O O

gebogen onder het driedubbele juk der onwetendheid, der dwingelandij en der ondeugd; noch kennis, noch macht, noch deugd waren wij in de mogelijkheid geweest te verkrijgen; . . . Meer noquot;- door bedroef dan door de over-

O O

macht werden wij beheerscht. Wij waren nog meer door de ondeugd verlaagd dan door het bijgeloof! De slavernij is eene dochter der duisternis: een onwetend volk is het werktuig van zijn eigen ondergang: het houdt de losbandigheid voor vrijheid, het verraad voor vaderlandsliefde, de wraak voor gerechtigheid. Gelijk aan een sterken blinde, die in het bewustzijn zijner kracht voortschrijdt met de zekerheid van een ziende, en zich aan elke hindernis stoot, kan het niet in de rechte baan blijven. De vrijheid is eene heerlijke spijze, maar moeielijk verteerbaar. Onze zwakke medeburgfers moeten hun geest nog

O O O

zeer versterken, voordat zij het gezonde en

-ocr page 47-

45

voedzame brood der vrijheid kunnen verdragen. Hunne leden zijn gekneusd door de ketenen, hun gezicht is verzwakt in de duistere gevangenisholen; en vernietigd als zij zijn dooiden pestwalm der slavernij, hoe zullen zij in staat zijn met vasten tred op te trekken naar den verheven tempel der vrijheid? Zullen zij in staat zijn hare schitterende stralen te bewonderen, en zonder beklemdheid den zuiveren ether die hier heersch\': in te ademen ?

„Vele oude en nieuwere volken hebben het juk des verdrukkers afgeschud; maar weinige hebben de kostbare oogenblikken van vrijheid zich ten nutte weten te maken; de meeste zijn weder vervallen in de oude staatkundige ondeugden, waardoor de volken, nog meer dan de Regeeringen, de dwingelandij uitlokken. De gewoonte der onderdrukking maakt hen onvatbaar voor de roerselen der eer en van het nationaal welzijn, zij beschouwen met onverschilligheid den roem van in eene vrijheidsbeweging te leven, onder bescherming der wetten, die zij zichzelven hebben gegeven. De wereldgeschiedenis bevestigt deze betreurenswaardige daadzaak.quot;

Toen hij de bekrachtiging verlangde van

-ocr page 48-

46

hetg-cen hij verordend had ter zake van de vrijmaking der slaven, sprak hij:

„De wreede en goddelooze slavernij bedekte met haar zwarten mantel den Venezolaansrhen grond, en onze hemel was bedekt met onweerswolken, die met een stortvloed van vuur dreigden. Ik bad om bescherming tot den God der mensch-heid, en onmiddelijk was de storm bezworen. De slavernij verbrak haar boeien, en Venezuela ziet zich omringd door nieuwe zonen, van erkentelijke zonen, die de werktuigen hunner dienstbaarheid tot vrijheidswapenen hebben omgesmeed. Ja, zij die eertijds slaven waren, zijn nu vrij; zij die eertijds als vijanden stonden tegenover eene stiefmoeder, zijn nu verdedigers van een vaderland. U de billijkheid, de noodzakelijkheid en de weldadigheid van dezen maatregel voor te houden, is onnoodig wanneer gij de geschiedenis kent van de Iloten, van Spar-tacus en van Haiti; wanneer gij weet dat men onmogelijk vrij en slaaf kan zijn tegelijk, zonder ook tegelijk de wetten der natuur, der staatkunde en der burgerlijke rechten te schenden. Ik laat de wijziging of herroeping van al mijne verordeningen en besluiten aan uwe soevereine beslissing over; maar ik smeek u om de bekrachtiging van de algeheele vrijverklaring der

-ocr page 49-

47

slaven, zooals ik om mijn leven en het leven der Republiek zou smeeken.quot;

Sprekende over de toekomstige grootheid zijner schepping, zeide hij:

„Wanneer ik de vereeniging- van dit onmetelijk grondgebied aanschouw, verheft mijne ziel zich tot de hoogte van waar zij het einde-looze vergezicht dat dit verbazingwekkende tafereel aanbiedt, kan overzien. Denk ik aan komende geslachten, dan blijft mijne verbeelding stilstaan bij de toekomstige eeuwen, en wanneer ik dan om mij heen zie, met bewondering en zelfvoldoening, en aanschouw den voorspoed, de macht, het leven die dit uito-e-strekte land zijn te beurt gevallen, dan gevoel ik mij medegesleept, en meen ik het reeds te zien in het hart van het heelal, zich uitbreidende buiten zijne reeds zoo ruime grenzen, tusschen die oceanen die de natuur had gescheiden en die ons vaderland vereenigt door lange en ruime kanalen. Ik zie deze landen reeds dienen als middelpunt, als stapelplaats voor het menschelijk geslacht; ik zie hen de voortbrengselen van den grond, de schatten zilver en goud die hunne gebergten bevatten, overal heen verzenden; ik zie hen, door de goddelijke voortbrengselen hunner flora aan de

-ocr page 50-

48

lijdende mcnschheid van het oude wereldrond gezondheid en leven hergevende; ik zie hen hunne kostbare geheimen mededeelen aan de wijzen, die nog niet weten hoe de resultaten der verlichting meer waard zijn dan de som der rijkdommen, waarmede de natuur hen kwistig heeft bedeeld; ik zie dit land, gezeten op den troon der vrijheid, den schepter der gerechtigheid grijpen, en met roem bekroond, aan de oude wereld de majesteit der nieuwe toonen.quot; i)

Op het Congres te Cucuta;

„Ik gevoel de noodzakelijkheid om de hoogste functiën in de Republiek op te dragen aan hem, dien het volk aanwijst aan den Bevelhebber van zijn hart. Ik ben een zoon des oorlogs; de man dien de strijd aan het gezag heeft gebracht; de fortuin heeft mij den hoogsten rang doen bereiken, en de overwinning heeft mij daarin bevestigd. Maar dit zijn niet de gewenschte titels tot de gerechtigheid, het geluk en den volkswil. De degen die Columbia heeft bestuurd, is niet de balans van Astrea, maar een zweepslag van den genius des kwaads, dien de hemel van tijd tot tijd naar de aarde doet afdalen tot kastijding der tyrannen en tot straf der volke-

i) Redevoering in het Congres 1c Angostura.

-ocr page 51-

49

ren. Deze degen is tot niets meer nut op den dag- van den vrede, en deze dag zal ook de laatste dag- mijner macht zijn; want dat heb ik bij mij zeiven gezworen, ik heb het aan Columbia beloofd, en er is ook geene republiek mogelijk waar het volk niet in volkomen veiligheid zijn eigen wil kan ten uitvoer leggen. Een man als ik is een gevaarlijk burger in eene volksregee-ring, en eene onmiddelijke bedreiging voor de volks-souvereiniteit. Ik wil burger zijn, om vrij te wezen en opdat allen het zijn mogen. Ik verkies den naam van burger boven dien van Bevrijder, omdat deze voortspruit uit den oorlog, en gene uit de wet. Verwissel mij. Heer, al mijne waardigheden tegen den naam van goed burger.quot; i)

Tot het Peruaansche Congres sprak hij, toen hij de dictatuur neêrlegde:

„Wetgevers! Terwijl ik hiermede aan het Congres het Oppergezag teruggeef dat het aan mijne handen had toevertrouwd, zij het mij vergund het volk geluk te wenschen, dat het zich heeft bevrijd van hetgeen het vreeselijkst is in de wereld; van den oorlog door de overwinning van Ayacucho en van het despotisme

i) Redevoering in liet Congres van Cüciita.

4

-ocr page 52-

door mijne aftreding. Schaft voor altijd, ik smeek het u, deze uitgebreide macht af, deze macht die het graf van Rome gedolven heeft.quot; i) lui tot de wetgevers van Bolivia: „De vrijheid van heden zal voortaan in Amerika niet meer vernietigd kunnen worden. Men zie slechts de wilde natuur van dit vasteland, die alleen reeds de gedachte aan een monarchaal beginsel uitsluit: de woestenijen prediken de onafhankelijkheid. Hier vindt men geen rijke edellieden, geen hooge geestelijken; onze rijkdommen zullen nooit veel beteekenen en op dit oogenblik hebben wij zelfs zoo goed als niets. Hoewel de kerk den haar toekomenden invloed heeft, is zij verre van naar de heerschappij te streven, en stelt zij zich tevreden met te behouden hetgeen zij heeft. Zonder deze steunpilaren kunnen de tirannen zich niet lang staande houden; en als deze of gene eerzuchtige het mocht wagen een troon te willen oprichten. dan kan het lot van Desalines, Cristobal, Yturbide, hem leeren wat zij te wachten hebben. Geene macht is moeielijker in stand te houden dan die van een nieuwen vorst. Bonaparte, de overwinnaar van alle legers, kon dezen regel.

i) Redevoering in het Congres van Peru.

-ocr page 53-

5i

die sterker is clan alle keizerrijken, niet overwinnen. En als de Groote Napoleon zich niet heeft kunnen staande honden teg-en de verbonden republikeinen en aristokraten, wien zal het dan gelukken in Amerika monarchiën te stichten op een bodem, gloeiende van de scliit-terende vlammen der vrijheid, die de planken der koninklijke moordschavotten hebben verteerd? Neen, wetgevers, vreest niet voor de kroonpretendenten : zij zullen voor uwe hoofden het zwaard zijn dat boven Dionysius hing. De schitterende vorsten, die zoo gaarne tronen zouden oprichten op de puinhoopen der vrijheid, zullen grafgesteenten oprichten voor hare asch, die aan de komende eeuwen zullen verkondigen hoe zij hunne noodlottige eerzucht stelden boven vrijheid en roem.quot; i)

In dezelfde redevoering zeide hij over de slavernij ;

„Ik heb de wet der wetten: de gelijkheid, ongeschonden bewaard ; zonder haar zijn alle rechten en vrijheden van korten duur. Aan haar moeten wij alle offers brengen. Aan hare voeten heb ik de schandelijke slavernij, met eerloosheid overdekt, ter neder geworpen.quot;

i) Rede tot de wetgevers van Bolivia.

-ocr page 54-

52

„Wetgevers: de slavernij is de overtreding van alle wetten ; het zou een heiligschennende wet zijn die haar zou goedkeuren. Welk recht is er aan te voeren tot haar voortbestaan ? Van welke zijde ik deze misdadige instelling ook beschouw, ik kan niet begrijpen dat er één Boliviaan zou zijn, zóó verdorven dat hij de meest onbeschaamde schennis der mensche-lijke waardigheid zou willen verdedigen. De ééne mensch bezeten door den anderen! Een mensch eigendom! Een evenbeeld Gods onder het juk gespannen als een dier! Men zegge ons, waaraan degenen die zich rechten over hunne evenmenschen aanmatigen, hunne aanspraken ontleenen ? Guinea heeft ze ons gezonden, dewijl Afrika, verwoest door broedermoord, niet anders dan misdaden te aanschouwen gaf. Nu de overblijfselen dier afrikaansche stammen naar hier zijn overgeplant, welke wet of macht zal de heerschappij over deze slachtoffers kunnen bevestigen? Het voortzetten en doen voortduren van deze misdaad, vermeerderd met pijnigingen, is een schreeuwend onrecht. Een beginsel van eigendomsrecht te willen gronden op de onmenschelijkste misdaad, kan niet in iemand opkomen zonder alle grondslagen van recht omver te werpen, zonder alle be-

-ocr page 55-

53

grippen van plicht g-ehecl en al te ver valse hen. Niets kan het heilige leerstuk der gelijkheid omverwerpen. En hoe kan er slavernij bestaan waar de gelijkheid heerscht? Eene dergelijke tegenstrijdigheid zou nog meer ons verstand dan onze rechtvaardigheid tot schande strekken; wij zouden nog meer voor zotten dan voor overweldigers worden uitgekreten. Als er geen God was, die de vrijheid en de onschuld beschermt, zou ik het lot van een edel-moedigen leeuw, heerschende in de woestijnen en bosschen, verkiezen boven dat van een dienstknecht van een laaghartigen dwingeland, welke als medeplichtige van diens misdaden, den toorn des hemels op zich zou laden. Want God heeft den mensch voor de vrijheid geschapen, en beschermt hem opdat hij zijn eigen vrijen wil zou uitoefenen.quot; i)

Willende bewijzen dat in eene staats-consti-tutie de godsdienst niet uit den Staat moet worden verbannen, zeide hij :

„De godsdienst is de wet van het geweten. Elke wet omtrent haar vernietigt haar, omdat, wanneer men de noodzakelijkheid boven den plicht plaatst, men de verdienste ontneemt aan

i) Dezelfde redevoering.

-ocr page 56-

54

het edoof, dat de trrondslatr is van den «quot;ods-

\' o ö o

dienst. De afeheiliüfde voorschriften en leer-

O O

stellingen zijn nuttig\', heerlijk en van boven-zinnelijken aard; wij allen moeten die belijden, dit is onze zedelijke, en niet staatkundige plicht. Anderzijds, welke zijn de rechten die de mensch aan de godsdienst ontleent? Deze zijn niet van deze aarde; in den hemel zetelt de rechtbank die de verdienste beloont en gerechtigheid oefent naar de wetten die de Groote Wetgever heeft gegeven. Al dit behoort tot de goddelijke gerechtigheid, en het schijnt mij op den eersten blik eene heiligschennis toe wanneer wij onze verordeningen gaan vermengen met de instellingen van het Opperwezen. Den godsdienst te verbannen past dus den wetgever niet; omdat hij zelf straf bedreigt tegen de overtreding der wetten opdat die geene bloote voorschriften zouden blijven. Wanneer er geen wereldlijke straffen zijn noch rechters die ze opleggen, houdt de wet op, wet te zijn.

De zedelijke ontwikkeling van den mensch is het eerste doel van den wetgever; naarmate deze ontwikkeling voortschrijdt, wordt de zedelijkheid der menschen gegrondvest op de geopenbaarde waarheden, en belijden deze metterdaad den godsdienst, die des te vaster wortelt

-ocr page 57-

55

naarmate hij verkregen is tengevolge van eigen onderzoek. Voortaan kunnen de hoofden der huisgezinnen hunne godsdienstplichten jegens hunne kinderen niet meer verwaarloozen. De geestelijke herders zijn verplicht de kennis der hemelen te onderwijzen; het voorbeeld dei-waarachtige discipelen van Jezus is de welsprekendste leermeester zijner goddelijke zede-leer ; want de zedelijkheid laat zich niet bevelen; hij die beveelt is nog geen meester, en bij het Sfeven van raad moet «-een geweld gebezigd

O O O O _ O

worden. God en zijne dienaren zijn de gezaghebbers in de godsdienst, die werkt door uitsluitend geestelijke middelen en werktuigen, maar nimmer het wetgevend lichaam, dat de openbare macht uitoefent voor zuiver wereldlijke doeleinden.quot; i)

De vreugde die hij gevoelde toen men zijn naam had gegeven aan de nieuwe Republiek, drukte hij als volgt uit;

„Wat beteekent de naam Bolivia ? Eene overweldigende liefde voor de vrijheid, die toen uwe dapperheid haar verworven had, de wedergade uwer onversaagdheid nimmer had aan-

O O

schouwd. Toen uwe geestdrift geene uitdruk-

i) Dezelfde redevuering.

-ocr page 58-

56

king- wist te vinden die geëvenredigd was aan uwe hooggestemde gevoelens, deedt gij uwen naam verdwijnen en gaaft gij den mijnen aan uw geheele nageslacht. Is dit feit ongeëvenaard in de geschiedenis der eeuwen, het is dit nog meer in die der verheven zelfopofferingen. Deze trek zal door alle tijden heen verkondigen dat gij den Eeuwige voor oogen houdt, hem van wien gij het herkrijgen uwer rechten hebt afgesmeekt, die bestaan in de vrije uitoefening der staatkundige deugden, het verkrijgen van verheven talenten, en het genot van mensch te zijn. Deze trek, ik herhaal het, zal tot bewijs strekken dat het uw ernst is dezen zegen des hemels: de souvereiniteit des volks, het eenige wettige gezag der natiën, te verwerven.quot; i)

Laat ons eenige zijner proclamatiën hier mededeelen ;

Aan de Granadiërs van Angostura:

„Reeds dekt onze voorhoede met hare schitterende wapenen enkele provinciën van uw grondgebied, en deze zelfde voorhoede zal, wanneer zij goed ondersteund wordt, de ver-woesters van Nieuw-Granada in de zee dringen. De zon zal het tijdperk van haren tegenwoor-

x) Dezelfde redevoering.

-ocr page 59-

57

dig-en omloop niet volbrengen, zonder over uw geheele grondgebied altaren te hebben zien oprichten aan de vrijheid.quot; i)

Aan het leger, na Boyaca:

„Soldaten! Gij waart nog niet tweehonderd sterk toen gij dezen merkwaardigen veldtocht aanvingt: heden, nu gij duizenden telt, is geheel xA.merika het — voortaan te kleine — schouw-tooneel uwer dapperheid. Ja, soldaten, in het Noorden en Zuiden van dit wereldhalfrond zult gij de vrijheid brengen. Zeer spoedig- zal de hoofdstad van Venezuela u voor de derde maal binnen hare muren zien, en haar dwingeland zal zelfs niet den moed hebben u af te wachten. En het rijke Peru zal overdekt worden door de Venezolaansche, Granadasche, Argentijnsche en Chileensche banieren. Lima zal wellicht spoedig binnen zijne muren de bevrijders ontvangen, die de roem zijn der Nieuwe Wereld.quot; 2) Tot de Spaansche troepen en de lieden van Pasto na de capitulatie van Garcia:

„Spanjaarden! De wedergeboorte van uw vaderland belooft ons de beëindisrinof van dezen

O O

oorlog, dien gij hebt gevoerd met eene bewonderenswaardige dapperheid.

1) Proclamatie van i Augustus 1818.

2) ,, „ 26 Augustus 1819.

-ocr page 60-

58

Mannen van Pasto ! gij zijt Columbianen, en als zoodanig mijne broeders. Om uwentwil zal ik niet alleen uw broeder, maar ook uw vader zijn.....

Uitg-ewekenen te Pasto! keert terug in den schoot uwer gezinnen, om hen te troosten over weduwschap en verweesdheid. Omdat gij Colum-bianen zijt, zijt gij daardoor alleen reeds beveiligd tegen vervolging.

Spaansche soldaten! de capitulatie die een einde aan uw lijden gemaakt heeft, geeft u de keus tusschen twee vaderlanden, Columbia en •Spanje. Kiest; zoo gij een vrij, rustig en vruchtbaar land wilt, wordt dan Columbianen, maar indien gij wenscht dat uw asch ruste in het graf uwer vaderen, is Spanje vrij en moet gelukkig zijn.quot; i)

Tot de Columbianen, bij zijn intocht binnen Pasto:

„Columbianen, uw schoon vaderland is thans geheel vrij. De overwinningen van Bombona en Pichincha hebben het werk van uwen heldenmoed voltooid. Van af de oevers der Orinoco tot aan de Andes in Peru, heeft het verlossings-

i) Proclamatie van 5 Juni 1822.

-ocr page 61-

59

leger op zijn zegetocht geheel Columbia met zijne beschermende wapenen overdekt.quot; i) Na den veldslag van Jumn:

„Peruanen! zeer spoedig zullen wij de wieg van het Peruaansche rijk en den tempel dei-zon bezoeken. Cuzco zal op den eersten dag zijner vrijheid meer vreugde en grooter roem genieten, dan onder de vergulde regeering zijner Incas.quot; 2)

Na den slag van Ayacucho:

«Soldaten! gij hebt Zuid-Amerika de vrijheid gegeven, en een vierde gedeelte der wereld is het gedenkteeken van uwen roem. Wien hebt gij niet overwonnen ?

Zuid-Amerika is overdekt met de zegetee-kenen van uwen moed, maar Ayacucho, gelijk aan den Chimborazo, verheft het trotsche hoofd boven alles.

Soldaten! Columbia is u den roem, dien gij dit land pas geschonken hebt, Peru het leven, de vrijheid en den vrede verschuldigd; La Plata en Chili danken u evenzeer onmetelijke voordeelen. De goede zaak, de zaak der rechten van den mensch, heeft met behulp uwer wapenen haar vreeselijken strijd tegen de onderdrukkers

1) Proclamatie van 8 Juni 1822.

2) » j} 13 Augustus 1824,

-ocr page 62-

6o

gewonnen: aanschouwt de weldaden, die gij door uwe heldhaftige opofferingen aan de menschheid bewezen hebt.

Soldaten! Ontvangt de onbegrensde dankbaarheid, die u uit naam van Peru wordt toegebracht. Ik verzeker u evenzeer, dat gij beloond zult worden, zooals gij het verdient, vóórdat gij naar uw schoon vaderland terugkeert. Maar neen .... nooit zult gij waardiglijk beloond worden: uwe diensten zijn niet te vergelden.

Peruaansche soldaten! Uw vaderland zal u altoos tot de eerste redders van Peru rekenen.

Colurabiaansche soldaten! Honderden over-winnintren zullen uw leven verlengen tot aan

O O

het einde der wereldquot; i).

Tot de Columbianen sprak hij, toen hij hun gebied op nieuw betrad, na den Peruaanschen veldtocht:

„Columbianen! Het gedruisch uwer twisten drong door tot mijne ooren in de hoofdstad van Peru, en ik ben gekomen om u een olijftak te brengen. Aanvaardt die als eene arke der redding. Hoe, heeft Columbia geene vijanden genoeg? Zijn er geen Spanjaarden meer

i) Proclamatie van 25 December 1824.

-ocr page 63-

6i

op de wereld? En al ware ook de creheele aarde onze bondgenoot, dan nog zouden wij onderdanige dienaren der wet moeten blijven, en vereenigd door waarachtige broederliefde.

Ik bied u andermaal mijne diensten aan: de diensten eens broeders. Ik heb niet willen weten aan wien de schuld ligt, maar ik heb nimmer vergeten dat gij mijne broeders en strijdmakkers zijt. Ik bied u den broederkus en mijne beide armen om u te vereenigen aan mijn boezem: in het diepst van miin hart zal ik u dragen, Granadiërs en Venezolanen, rechtvaardigen en onrechtvaardigen: allen strijders van het bevrijdingsleger, allen burgers der groote Republiek.

In onzen strijd is slechts één schuldige, en die ben ik. Ik ben niet te rechter tijd gekomen. Twee bevriende republieken, dochters onzer zegepralen, hebben mij teruggehouden, overladen met betuigingen van dankbaarheid en onsterfelijke belooningen. Ik bied mij aan als zoenoffer; ontlast op mij dan uwe schuld; ik neem die gaarne op mij, indien uw wrok daarmede voldaan wordt.

Columbianen ! Ik betreed den bodem van het vaderland; dat van dit oogenblik af het schandaal uwer twisten, de misdaad uwer verdeeld-

-ocr page 64-

62

heid ophoude: er zij geen Venezuela, geen Cundinamarca meer; laat ons allen Columbianen zijn, of dat de dood de wildernissen vervulle nadat de anarchie daaruit verdreven zal zijnquot; t).

In de volgende woorden gaf hij aan de Peruanen rekenschap van zijne afwezigheid naar Peru :

„Columbianen! Het is vijf jaren geleden dat ik uwe hoofdstad verliet om aan het hoofd van het Bevrijdingsleger uit te trekken, van de oevers van den Cauca tot aan de sneeuwtoppen van Potosi. Een millioen Columbianen, twee zusterrepublieken, hebben hunne onafhankelijkheid verkregen onder uwe banieren, en de wereld van Columbus heeft opgehouden Spaansch te zijn. Dat heeft onze afwezigheid tot stand gebracht.quot; 2) Toen hij het herstel van den binnenlandschen vrede aankondigde, na de noodlottige twisten van 1826, sprak hij:

„Laat ons het jaar 1826 in den nacht der vergetelheid verzinken: mogen duizend eeuwen het van ons scheiden en het voor altoos in de diepste duisternis doen verdwijnen. Ik heb niet geweten wat er gebeurde. Columbianen, ver-

1) Proclamatie van Guaquil, van 13 September 1S26.

2) Proclamatie te Bogota, dd. 23 November 1826.

-ocr page 65-

63

geet wat gij van deze treurige dagen geweten hebt, en dat hunne herinnering in stilzwijgen worde uitgewischt.quot; i)

Ik zal deze breedvoerige studie besluiten met eenige brieven uit zijne particuliere correspondentie. Deze geeft eene zeer belangwekkende zijde te zien van de verbazende superioriteit van Bolivar. Na hetofeen men reeds Qfelezen heeft, en dat den omvang en de verhevenheid van zijn talent, en zijne oorspronkelijkheid, warmte en sierlijkheid van uitdrukking • als publiek persoon en als Bevrijder eener wereld doet uitkomen, zullen wij zien hoe fijngevoelig zijn hart was, hoe hij in zijn bijzonder leven zijn gevoel uiting gaf jegens zijne intieme vrienden, zijn onderwijzer, zijn opvoeder en zijne zuster.

Aan Generaal Santander schreef hij, naar aanleiding van het plan dat hem was voorgelegd voor zijne krooning:

„Dit voorstel beleedigt mij meer dan al de hoon mijner vijanden, omdat het in mij eene alledaagsche eerzucht en eene eerlooze ziel vooronderstelt, die op gelijke lijn zou staan met die van Yturbide en andere ellendige overvvel-

i) Proclamatie van 3 Januari 1S24. te Pto. Cabello.

-ocr page 66-

64

digers. Volgens deze heeren kan niemand groot zijn dan op de manier van Alexander, Cesar en Napoleon. Ik wil hen allen overtreffen in zelfverloochening ..,i)

En aan Generaal Paez :

„Ik ben geen Napoleon, en wil het ook niet zijn; evenmin wil ik Cesar navolgen, en nog minder Yturbide; zoodanige voorbeelden acht ik mijn roem onwaardig. De titel van Bevrijder is meer waard dan alle andere die de mensche-lijke hoogmoed heeft uitgedacht: en bijgevolg wensch ik dien niet te verlagen ....

.... De Republiek heeft het land tot roem en voorspoed gebracht, en het wetten en vrijheid geschonken. De gezaghebbers in Columbia zijn noch Robespierres, noch Marats. Het gevaar is geweken zoodra de hoop begint te herleven, en daardoor juist is er geen enkele noodzakelijkheid voor zoodanigen maatregel. Het zijn allen Republieken, waardoor Columbia omringd is, en Columbia is nooit een koninkrijk geweest. Een troon zou door zijne hoogheid en zijne schittering de gemoederen beangstigen; de gelijkheid zou verbroken zijn en de Colum-bianen zouden al hunne rechten zien verloren

i) lirief van 21 Februari 1826.

-ocr page 67-

65

gaan door het ontstaan van een nieuwe aristocratie.quot; i)

Aan Generaal O\'Leary:

„Ik geloof niet dat het ooit mog-elijk zal zijn een koningschap te vestigen in een land, dat inwendig democratisch is, omdat de lagere en meest talrijke klassen dit voorrecht met onbetwistbare aanspraken eischen. De gelijkheid voor de wet is onmisbaar, waar physieke ongelijkheid heerscht, om in zekeren zin de onrechtvaardigheid der natuur te vergoeden.quot; 2) ■

Aan Generaal Sucre:

„Ik beantwoord den brief dien Escalona mij heeft overhandigd, met eene uitdrukking van Rousseau, toen de minnaar van Juliette zich beklaagde over beleedigingen, die zij hem aandeed, voor het geld dat hij haar zond: „dit is het eenige wat gij ooit in uw leven gedaan hebt zonder talent.quot; Mij dunkt dat uw verstand niet zoo helder moet zijn geweest als gewoonlijk, toen gij gedacht hebt dat ik U zou hebben willen beleedigen. Ik ben zeer terneergeslagen over uwe smart, maar ik kan volstrekt niet inzien dat ik u zou hebben beleechVd ....quot;

cquot;gt;

Deze prikkelbaarheid, deze praatjes van het

1) Brief vrin 6 Maart 1S26.

2) Brief van 1S29.

5

-ocr page 68-

66

gemeene volk zijn uwer onwaardig: de roem bestaat in groot en nuttig te wezen.quot; i)

Aan den Dictator Francia schreef hij, om de invrijheidstelling van den beroemden Bonpland te verzoeken, als volgt:

„Het behage Uwe Exc. te luisteren naar de stem van vier millioen Amerikanen, die vrijgemaakt zijn door het onder mijne bevelen staande leger, en die allen met mij de goedertierenheid van Uwe Exc. inroepen ter wille der mensche-lijkheid, der vrijheid en der rechtvaardigheid: ter wille van den heer Bonpland.quot;

„De heer Bonpland kan Uwe Exc. bezweren, dat hij, nadat hij uw grondgebied zal hebben verlaten, zich in de Provinciën van de Plata-Rivier niet zal ophouden, zoodat het hem op geenerlei wijze mogelijk zal zijn eenig nadeel toe te brengen aan den staat Paraguay; in-tusschen zal ik hem verwachten met den angst van een vriend en den eerbied van een leerling; en ik zou in staat zijn naar Paraguay op te trekken alleen om den besten der menschen en den beroemdsten der reizigers te verlossen.\' 2) Aan zijn onderwijzer. Don Simón Rodriguez, schreef hij, toen hij vernam dat deze in Columbia

1) Brief van 4 September 1824.

2) Brief van 23 October 1823.

-ocr page 69-

6;

was teruggekeerd na eene afwezigheid van vele jaren:

. Niemand weet beter dan ik hoezeer gij ons geliefd Columbia bemint. Herinnert gij u, toen wij op den Monte Sacro te Rome waren, en op dien geheiligden bodem de vrijheid des vaderlands bezwoeren? Zekerlijk hebt gij dien dag van eeuwige glorie voor ons niet vergeten, den dag waarop, om zoo te zeggen, een profetische eed vooruitliep op de verwachting die wij toen reeds koesterden.

Mijn waarde meester, hoe dikwijls moet gij mij in den geest bij u gezien hebben, hoewel ik mij op zoo verren afstand bevond ! hoe be-begeerig zult gij mijne schreden gevolgd hebben, wier richting te voren door u zeh-en was aangegeven. Gij vonndet mijn hart voor de vrijheid, voor het rechtvaardige, het groote, het schoone. Ik heb het pad gevolgd, dat gij mij hebt gewezen. Gij waart mijn loods, hoewel gij u

rustig op het Europeesche strand bevondt____

Kortom, gij hebt mijn doen en laten gadegeslagen, mijn geschreven gedachten gelezen, mijne ziel op het papier afgebeeld gezien, en gij zult u niet hebben hunnen weerhouden te zeggen: dat alles is mijn werk! ik heb deze plant gezaaid, ik heb haar begoten, ik heb haar gesteund

-ocr page 70-

68

toen zij zwak was: nu is zij sterk, gezond en vruchtdragend, en ik zie hare vruchten; zij be-hooren mij; ik ga ze genieten in den tuin dien ik geplant heb, ik ga uitrusten in de schaduw zijner vriendenarmen, want ik heb onvervreemdbare rechten .... ouder dan alle andere.quot;

Ja, geliefde vriend, gij zijt bij ons; duizendmaal gelukkig de dag, waarop gij de stranden van Columbia weder betreden hebt. Een wijze, een rechtvaardige te meer, kroont het voorhoofd van het trotsche hoofd van Columbia. Ik ben verlangend te weten welke meening, welke denkbeelden gij hebt over alles; ik verkeer in een onbeschrijfelijken toestand van ongeduld nu ik ii niet in mijne armen kan drukken: waarom kan ik u niet tegemoet snellen; kom gij tot mij: gij zult niets verliezen. Met verrukking zult gij het onmetelijke vaderland aanschouwen, dat in de rots van het despotisme is uitgehouwen door het overwinnende staal der bevrijders, uwe broeders. Üw oog zal niet moede worden de schilderachtige en reusachtige natuurtafereelen, de schatten, de geheimen, de wonderen te aanschouwen, die het prachtig Columbia bevat. Kom naar den Chimborazo. Ontwijd met stoutmoedigen tred de Reuzentrap, de kroon der aarde, de onneembare tinne van het nieuwe heelal. Van die

-ocr page 71-

69

hoogte zult gij om u zien, en wanneer gij dan hemel en aarde en de wonderen der aardsche schepping aanschouwt, dan zult gij kunnen zeggen: Twee eeuwigheden zien mij: tie ver-ledene en de toekomstige, en deze troon der natuur, zijn maker gelijk, zal even duurzaam, onverwoestbaar en eeuwig zijn als de Vader van het Heelal.quot;

„Waar is de plek, waar gij na dezen datzelfde met zooveel rechtmatigen trots zult kunnen zeggen. Als vriend der natuur kunt gij haar hare jeugd, haar leven en hare krachtige sappen ontleenen. Gij hebt in gene bouwvallige wereld niets anders gezien dan de reliquiën en de rechten der zorarende moeder. Daar sfinds Qfaat

lt;—gt; Cgt; O

zij gebukt onder het gewicht der jaren en der gebreken, en van den verpesten adem der menschen; hier is zij eene ongerepte maagd, schoon, en getooid door de eigen hand des Scheppers. Neen, de ontheiligende aanraking van den mensch heeft hare goddelijke schoonheid, hare wonderbare bevalligheid, hare onaangetaste zegepraal nog niet bevlekt.quot; i)

Aan zijne zuster, Maria Antonia, schreef hij na den Peruaanschen veldtocht:

i) Brief van 17 Januari 1824.

-ocr page 72-

„ .. . Het komende jaar zal mij ongetwijfeld nader brengen tot mijn wensch, oin in teruggetrokkenheid en te midden der genoegens eener rustige huiselijkheid te leven. Reeds is Amerika vrij, en mij blijft niet veel te doen over. Het gezag verveelt mij, de onrust van het openbare leven is mij gehaat, en de aanleiding die mij het zwaard deed opvatten, is verdwenen. Te Caracas, te Anauco of in elke andere plaats zal ik tevreden leven...quot; i)

Ik kan hier gevoegelijk eindigen; zóó was Bolivar, zóó is de Bevrijder van Zuid-Amerika. Zóó kennen hem zijne volken, van den Orinoco tot de Plata; zóó verkondigen hem al de dui-zenden roemrijke dienaren der groote zaak^ van Venezuela in het Noorden, tot Buenos-Ayres in het Zuiden, beginnende met Paez en eindigende met San Martin; zóó getuigen het alle beroemde mannen van dat schitterende tijdvak; zóó verklaren het de Congressen der Zuid-Amerikaansche Republieken; zóó bevestigen het luide de toenmaals beroemde mannen van Noord-Amerika, zoowel als de geleerden in Europa; zóó herhalen het de overlevering en de geschiedschrijvers; zóó erkennen hem de drie geslachten

I) Brief van 1825.

-ocr page 73-

7i

die hem hebben opgevolgd; zóó is hij tot het nageslacht gekomen, waartoe wij behooren.

Hulde aan tien Bevrijder!

Eeuwige dankbaarheid den Vader ties Va-derlands!

Eer aan Bolivar!

Laat ons zijn roem verheffen naarmate Amerika vooruitgaat in faam en grootheid!

Dat is onze plicht, en zal altijd ons zeiven tot eer en roem strekken.

Guzman Blanco.

-ocr page 74-
-ocr page 75-

B IJ L A G E N.

-ocr page 76-
-ocr page 77-

B IJ L A G E N.

Parijs, 6 Maart 1SS5, 17 Av. Carnot.

Aan den heer Generaal Guzman Blanco.

Londen.

Geachte Heer,

Ik heb de eer u een exemplaar van eene historische novelle te overhandigen, getiteld Silvia, die ik in het licht heb gegeven.

De vermaarde éénheid van Amerika moet bevestigd worden in wederzijdsche rechtvaardigheid op historisch en politiek gebied.

Mijn boek heeft ten doel, Bolivar en San Martin, de twee voornaamste aanvoerders van den bevrijdingsoorlog, de plaats te geven die hun toekomt binnen de wettige grenzen van hunnen roem.

Ik veroorloof mij, uw oordeel te vragen over de strekking van mijn geschrift, en teeken met de meeste hoogachting

Uw zeer eerbiedige Dienaar P. S. LAMAS.

-ocr page 78-

76

Legatie van Venezuela.— Hastings, 20 Maart 1885.

Den There P. S. Lamas.

Geachte heer en landgenoot,

Ik heb de eer gehad een exemplaar te ontvangen van de novelle Silvia, die gij zoo beleefd waart mij toe te zenden, met verzoek mijn oordeel te vernemen over de strekking van uw even vaderlandslievenden als kundigen arbeid.

Ten opzichte van het americanisme van mijn Vaderland, der geschiedenis van Zuid-Amerika, en den roem des Bevrijders, heb ik, zooals gij wel zult begrijpen, mijne denkbeelden met zoodanige nauwgezetheid gevormd, dat het mij niet mogelijk is in te stemmen met deze nieuwe geschiedenis, deze nieuwe uitkomsten, noch met de roemrijke twee-éénheid, die uwe novelle ten tooneele voert in de personen van Bolivar den Groote en San Martin.

Den Argentijnschen held komt ongetwijfeld zijne glorie toe, in de loopbaan die hij doorliep. — Bolivar heeft de zijne in de veel grootere sfeer, die zich uitstrekt tusschen Avila en Potosi, van waaruit hij, als schitterende sterren, vijf onafhankelijke en souvereine Republieken grondvestte, wier onafhankelijkheid en souvereiniteit de nationaliteiten van Chili en Argentina bevestigden.

Dit is de geschiedenis, de ware geschiedenis.

Opdat de roem van San Martin kunne schitteren in zijn vollen glans, moet men dien niet uit het Zuiden willen halen .... De zon van den evenaar is zóó gloeiend, dat onder zijn bereik, tusschen de keerkringen, elk ander licht verduisterd wordt.

Bolivar is breedsprakig, zegt gij.... ; Hoe!. . .. Bolivar! .... De grootste redenaar van Amerika! .... Het is

-ocr page 79-

77

niet mogelijk dat gij hebt willen zeggen wat ik verstaan heb. Als gij het veroorlooft, zal ik uit Venezuela de verzameling proclaniatien, redevoeringen, brieven en dagorders van Bolivar ontbieden; als gij die met aandacht gelezen hebt, zal ik gaarne uwe opinie als bekwaam letterkundige vernemen.

Alles toont aan dat men het er op toelegt ons Amerika te verdeelen. Met geweld worden landen onderworpen, nationaliteiten vernietigd, en er staan mededingers op naar den roem van volbrachte heldendaden, en naar eene glorie die even buitengewoon als onuitbluschbaar is! Welk een schande! Hoe toornig zouden onze vaderen, de bevrijders van het vasteland, deze snoodheid wederleggen!

Misschien doe ik verkeerd met deze ontboezemingen hier neder te schrijven.

Doch het is zeker verschoonbaar in mij, daar zij tot u, een zoo verlicht landgenoot, gericht zijn, en ik daarmede den plicht vervul der beantwoording van een brief die mij in zekeren zin vereert.

Kon ik dien onbeantwoord laten? Kon ik dien beantwoorden met iets te zeggen dat in strijd is met mijne meening? Deze te verzwijgen of te verbergen zou meer dan onwaardig zijn.

Houd mij dezen brief ten goede, en geloof mij

Uw toegenegen vriend en landgenoot GUZMAN BLANCO.

-ocr page 80-

78

Parijs, 24 Maart 1SS5.

Den Hecre Gxnercial D. Guzman Blamo,

Gcv olm. Minister van Venezuela.

Londen.

Zeer geachte heer en landgenoot,

De hoogc politieke beteekenis van uw persoon, uw welverdiende letterkundige faam, uwe familiebetrekkingen tot medestrijders in de veldtochten van Simon Bolivar, geven aan uwen brief van 20 dezer, die mij zooeven ter hand is gekomen, een bijzonder karakter, dat al mijne aandacht vereischt.

Uw gezaghebbend woord bewijst, dat mijn boek te rechter is verschenen; en bekrachtigt ten volle uw gezegde als zou er voor de Amerikanen van cl Guayas tot het Noorden, zonder Bolivar geen amerikaansche emancipatie zijn geweest.

Volgens u, generaal, heeft Bolivar niet alleen vijf republieken gesticht, maar ook de Chileensche en Argentijnsche autonomie gegrondvest.

Volgens u, is dit de geschiedenis: de eenige ware geschiedenis.

De geschiedenis zooals ik die verhaal, is anders; fantastisch en sterk gekleurd zonder twijfel, daar u haar als onjuist verwerpt, met de bijvoeging, dat uw geweten de nieuwe uitkomsten, waarvan ik melding maak, evenals de roemrijke tweeéénheid die in mijne novelle wordt toegekend aan Bolivar den Groote en aan San Martin, niet erkent.

Volgens u, moet men den roem van San Martin niet uit

-ocr page 81-

79

het Zuiden, dat wil zeggen uit Argentina en Chili, willen halen, omdat die tusschen de keerkringen verduisterd zuu worden door het schitterende gesternte van den evenaar, dat Simon Bolivar is genaamd.

Dit is nu juist die historische stelling, generaal, die mijn boek wenscht te bestrijden.

Gij schrijft, leen en onderwijst eene geschiedenis die uil-sluitend gevoed wordt door Boliviaansche dweepzucht; Bolivar is voor u een godsdienst, een leerstuk, een geloofsartikel, zoo onaantastbaar en absoluut, dat het noch discussie, noch verschil van meening toelaat; elke andere roem die zich wil verheffen tot de hoogte der wapenfeiten van uwen eenigen en legendarischen held, moet beschaamd en vernederd worden.

Niemand bewondert Bolivar meer dan ik, generaal, noch erkent met meer overtuiging, dat hij behoort tot de reusachtige figuren in de geschiedenis. Op zijn eersten honderdjarigen gedenkdag zal, te midden der lofzangen die de vrije mannen zullen aanheffen ter eere des verheven bevrijders, ook uit mijn ontroerd gemoed eene stem der herinnering aan zijne onsterfelijke heldendaden, als een gering blijk van bewondering en eerbied, oprijzen tot de spheren waar hij thans vertoeft, en die naar het volksgeloof bewaard blijven aan de apostelen der vrijheid.

Maar, al vereeren wij zijne nagedachtenis, zoo behooren wij daarom nog niet te vergeten, en kunnen wij ook niet vergeten, generaal, dat het de eerste plicht is van den burger, den geschiedschrijver, den bevelhebber, zich in hunne vergoding en in hunne beoordeelingen tot het strikt rechtvaardige te bepalen, ten einde niet door bovenmatige overdrijving de grootheid van den buitengewonen held te schaden, wiens geschiedenis in de Amerikaansche historie blad-

-ocr page 82-

8o

zijden beslaat, zóó schitterend, dat zij allen menschelijken roem en glans verduisteren.

Heeft generaal Bolivar het noodig, dat hetgeen hij heeft tot stand gebracht gedurende twintig jaren van strijd, van opofferingen, van tegenspoeden en vruchtbare overwinningen, overdreven wordt voorgesteld?

Is het geene beleediging voor Bolivar, als men zijn voorhoofd gaat tooien met lauweren, die men heeft ontfutseld aan het voorhoofd der andere helden van den vrijheidsoorlog ?

Is niet juist deze houding eene erkenning, dat Bolivar grooter zou kunnen zijn dan hij werkelijk is, dewijl men, om hem te verhoogen, zijne toevlucht neemt tot het op listige wijze verkleinen van San Martin, en tot het uiterste van hem op den ladder des roems de plaats aan te wijzen die de beroemdheden van den tweeden rang innemen?

Is het niet het toppunt der usurpatie wanneer men beweert, dat de held van Maipü niet alleen geen deel heeft gehad aan de bevrijding van Peru, maar dat ook Chili en de Argentijnsche Republiek de bevestiging hunner onafhankelijkheid, een werk, dat tot dusverre steeds van korten duur was geweest, aan generaal Bolivar te danken hebben?

Ik houd mij overtuigd, Generaal, dat de Bevrijder, in de verheven spheren der onsterfelijkheid, waar zijn geest rust van de ondankbaarheid der wereld, siddert van verontwaardiging tegen hen, die in plaats van hem groot en verheven te vinden in hetgeen hij gedaan heeft, zich bezig houden met hem te versieren met eereblijken die men ontweldigd heeft aan dien anderen onsterfelijken veldheer, die door zich zei ven, in de Amerikaansche geschiedenis, het levende en schitterende beeld zijner overwinningen en zijner deugden blijft.

-ocr page 83-

8i

Laat ons kalm en met onderzoekenden geest beschouwen, Generaal, wat er aan liet licht wordt gebracht door hen die zich bezighouden met eene eerlijke reconstructie van het verleden; laat ons eens zien hoe de zaak der revolutie er uitzag in die noodlottige maanden van 1822.

Sucre, verslagen, bijna op de vlucht, verhaast door middel van dringende brieven, het aanrukken der strijdkrachten van Trujillo, bijeengebracht door Generaal Arenales van de Argentijnsche Republiek. Bolivar, in een hopeloozen strijd gewikkeld met de strijdkrachten die hem den bergpas van Guaitara betwisten, ziende dat zijn leger verzwakt en zijn gesternte zich opnieuw verduistert, doet eene wanhopige poging, en wint zich de lauweren van Bombond, ten koste van veel edel bloed. Hij komt voor de poorten vanPasto; zijn leger is een overblijfsel, een puinhoop van een leger; nauwelijks duizend man houden met hem den roemrijken standaard van Columbia omhoog. Aymerich trok hem aan het hoofd van een talrijk en geoefend leger te gemoet; zou Generaal Bolivar, Pasto in den rug latende, den aanval der troepen van Aymerich hebben kunnen weêrstaan ? Zeer zeker niet; de overwinnaar van Boyaca zou hier hebben moeten bezwijken, en met hem wellicht de vrijheid van Columbia. Wie verhinderde de ramp? Sucre was het, krachtig bijgestaan door de divisie Santa Cruz, de Peru-aansche divisie, de grenadiers van San Lorenzo en Maipü, die de veldslagen van Rio Bamba en Pichincha won, en de legioenen van Generaal Aymerich op de vlucht joeg of krijgsgevangen maakte.

Laat ons nu eens vooronderstellen, Generaal, dat San Martin niet te Lima ware gekomen, en de Spanjaarden zich dus, in 1822, in het bezit van geheel Peru hadden bevonden. Wie zon dan, in de.plaats van het Argentijnsch-

-ocr page 84-

82

Peruaansche contingent, aan Sucre de overwinningen van Rio-Bamba en Pichincba hebben bezorgd, terwijl Laserna aan Aymerich een hulpleger van 10 a. 15 duizend veteranen had kunnen zenden ?

Wat zou er van Bolivar zijn geworden ? Wat van de vrijheid van Columbia?

Laat ons vóór alles rechtvaardig zijn, Generaal Guzman Blanco; laat ons de geschiedenis met onpartijdigheid beschouwen, en aan iedereen de eereplaats geven die hem toekomt in den kamp der vrijheid.

Aan Bolivar komt een zeer groot deel der glorie toe, maar aan San Martin een evengroot deel, in dat gewichtig tijdperk der bevrijding.

En geloof mij. Generaal, Amerika zal het nimmer brengen tot de broederschap, waarvan wij allen droomen, waarnaar wij haken met klimmende begeerte, wanneer wij niet kunnen besluiten aan ieder onzer groote helden zijne verdiende plaats aan te wijzen binnen de grenzen zijner waarachtige werkzaamheid.

Ik doe een beroep op Uw helder oordeel en Uwe erkende liefde voor Amerika, opdat deze uiterst teedere penncstrijd Llijve binnen de grenzen der wellevendheid, waar de hartstochten zwijgen, en rede en rechtvaardigheid haren vrijen loop mogen hebben.

Zeer vele boeken zijn er in het Zuiden over dit onderwerp geschreven; deze boeken zijn ongetwijfeld ook naar Venezuela gekomen; die welke in Venezuela zijn geschreven geworden, zijn wij niet in de gelegenheid geweest te leercn kennen.

Wonende in het algemeene middelpunt dat Parijs heet, vanwaar het licht uitstraalt naar alle deelen der aarde, heb ik het geluk gehad dat mijne historische novelle de aan-

-ocr page 85-

«3

dacht heeft getrokken van inboorlingen en vreemdelingen; zij zal gelezen worden van Mexico tot de Plata, wij zullen de verschillende meeningen hooren, die mijne door ü wederlegde beweringen zullen uitlokken, en zoodoende zal zich, in den strijd der denkbeelden en der opiniën, eene algemecne Amerikaansche overtuiging vormen over de verdienste der groote mannen uit den bevrijdingsoorlog.

Het is dus een nuttig werk dat ik heb ondernomen; nuttig voor allen, dewijl noch U noch wij kunnen nieenen dat onze opinie een eindoordeel is in onze eigene zaak, die in nauw verband staat met den graad van schittering van den stralenkrans, die het hoofd onzer nationale helden omgeeft, en met het drama der bevrijding van het vasteland.

Ik heb eerbied voor de woordenrijkheid des Bevrijders ... de woordenrijkheid sluit de welsprekendheid niet uit, zij is er juist een noodzakelijk bestanddeel van. Bolivar was een groot redenaar: niemand betwist hem deze verdienste, hoewel zijn stijl somtijds te hoogdravend was. Het werk dat gij mij aanbiedt, en dat ik gaarne zal aannemen, zal wellicht in laatstgemeld opzicht mijne meening wijzigen.

Alvorens te eindigen zij het mij vergund, Generaal, U mijne instemming te betuigen met den banvloek dien gij slingert tegen de politiek vau verovering en overweldiging van den Amerikaanschen grond. Gij, die alles vermoogt in Uw land, moest al Uwe krachten inspannen om het denkbeeld der scheidsrechterlijke uitspraak als middel om alle internationale kwestiön te beslechten, te doen zegevieren ; voor eenigen tijd heb ik voorgesteld, te Parijs, als onzijdig terrein, een Amerikaanscli congres bijeen te roepen, alleenlijk tot dit doel. Wees zoo goed. Generaal, eens over dit punt na te denken. Als de oorlog is afgeschaft, is het met de verovering van grondgebied van zelf gedaan.

-ocr page 86-

84

Geve God, dat wij in onze pogingen slagen ! Geve God desgelijks, dat vele onzer volkeren zich niet meer mogen tevreden stellen met den schijn eener volkssouvereiniteit, maar vast besloten voortschrijden op het vruchtbare pad des vredes en der democratie, die de natiën sterk en eerbiedwaardig maken !

Als steeds noem ik mij

Uw zeer toegenegen vriend en landgenoot PEDRO S. LAMAS.

c.SJA?

-ocr page 87-
-ocr page 88-

Stoomdrukkerij Roeloffzen amp; Ilübner, Amsterdam