Vak 159
HANDBOEKJE
O VER FT KT
I ON WE DEB
■ ■-v v- J. ■ , ■ ;
tiM
T è
Bevatten do
0?!lt;lerric^liiigeii, IktliotMliniddelcMi en fiebwlon.
f
I
I®
I
Uitgegeten door
J. S A U K if; N,
A£)
m
I
ly Rector nan Iwt St. Mar-a-ï\', \'toe Keuleii
Vrij vertaald dooi
P. S d. M., o. c c
--
quot;tier^el:1^ ^\'oedcatiei. ixL~-
W é I
X k _ i!
f-co
.cA
Jo
Venlo, Wed. II. Tlyttpnhroeck, 1887.
©1
- - ^
:-;..,
sÊrn^m
HANDBOEKJE
OVER IIKT
ON WEDER.
Bevattende
Onderrichtingen, Belioedmiddclen en Gebeden.
Uitgegeven door J , S, A ü R E N
Rector aan het St. Maria-Hospitaal le Keulen. Vrij vertaald door
Vak /59
5quot;
TÊP. S- 5.. o, o- o-
--\'___
goedgekeurd.
Venlo, Wed. H. H. Uvttenbroeck, 1887.
VOORREDE.
Dit hoekje bevat eene korte onderrichting over het onweder, uit een natuurlijk en godsdienstig standpunt, de behoedmiddelen tegen den bliksem en eene vrij volledige verzameling van gebeden, die men gedurende een omveer lt;/e-schikt kan verrichten. Wij meenen door de uitgave van dit werkje eenen nuttigen dienst te bewijzen, vooral voor die plaatsen, waar de vereering van den H. Do nat us weinig of zelfs in het geheel niet bekend is.
Bij het bewerken van dit boekje hebben wij o. a. gébruikt: Dr. Jon. Muller\'s Grund-riss der Physik uud Meteorologie, Braunschweig bij Vieweg 1881; Unsere Erde, Astronomische uud physisclie Geographie door A. Jakob, Freiburg in Br. bij Herder 1883; Stabler, Heiligen Lexikon, Augsburg hij Schmid 1858; Ventura De Raulica, Die Frauen des Evaugeliums, Schaffhamen hij Hurter 1860; Liturgia Sacra door Marzohl,
Lucern hij Raber 1843; Dr. A. Gassnee, Pastoral, Sakhurg hij Ohererl8amp;8; Dr. F. Probst, Kirchliche Benedictionen, Tülnngcn hij Laupp 1857; Martin v. Cochem, Grosser Baumgarten, oude uitgaaf\', Leben des heiligen Donatus enz., uit het Fransch, Kóln 1704; Vollstandiges St. Donatus-Büclilein enz. door Smeddinck, Ar Ion 1851; Neues Luxemburger Donatus -Büchleln door N. Knkip, Luxemburg hij Breisdorff 1882.
Moge het gehruik\' van dit hoekje vele Christenen hij het onweer geruster maken en hun de goddelijke bescherming ruimschoots schenken.
Keulen,
Feest van liet allerheiligste Hart van Jezus •188D.
Schrijver.
I.
Onderrichting over het onweder.
1. Het omveer beschouwd uit een na
tnurlijk standpunt.
zich haastig vormen, vergezeld gaan van eenen hevigen plasregen en van die geweldige natuurverschijnselen, welke wij bliksem en donder noemen.
Zoowel bij helderen, als bij bewolkten hemel, bevat de lucht eene kleinere of groo-tere hoeveelheid el eet ri cite it. De elec-triciteit is bij regenachtig weder gewoonlijk sterker dan bij helderen hemel. Vooral de onweerswolken zijn zwanger van elec-triciteit en wel van aantrekkende en atstootende (positieve en negatieve) electrici-teit. Deze twee soorten van electriciteit bevat ook de aarde. Zijn nu de wolken, die eenen voldoenden graad van electrische spanning hebben bereikt, in de nabijheid
uwe der noemt men de wolken, die
6
van andere wolken of voorwerpen der aarde, waartegen zij zicli kunnen ontlasten, dan ontstaat een onweer. Elke ontlasting is vergezeld van een verschijnsel, dat wij bliksem noemen. Bij het overslaan van den bliksem wordt de lucht met geweld geschokt en deze schokking der lucht noemen wij donder. Wanneer de bliksem een voorwerp van de oppervlakte der aarde treft, noemt men dit het inslaan van den bliksem. Het weerlichten, dat men soms zelfs bij helderen hemel kan zien, is waarschijnlijk slechts de weerschijn van den bliksem van een verwijderd onweer.
Bliksem eu donder ontstaan te gelijker tijd; doch wij hooren den donder later, omdat het geluid zich veel langzamer verspreidt dan het licht. Uit de tijdruimte, die tusschen de waarneming van den bliksem en den donder verloopt, kan men berekenen hoe ver het onweer verwijderd is van de plaats waar men zich bevindt. Verloopt b. v. tusschen de waarneming van den bliksem en den donder éene seconde, dan is de bliksem of het onweer nog ongeveer 1000 voet (333 M.) van den waarnemer verwijderd; dus is de bliksem
*
7
zoo dikwijls 1000 voet van den waarnemer verwijderd als er seconden verloopen tusschen bliksem en donder.
Wanneer en onder welke omstandigheden slaat de bliksem in ?
Indien eene electrische wolk boven den aardbodem zweeft, dan treden de electri-citeit der wolk en die der aarde in werking ; die van de wolk, gelijknamige elec-triciteit, wordt afgestooten ; de ongelijkna-raige wordt echter aangetrokken. Er zijn op de oppervlakte der aarde verschillende voorwerpen welke bijzonder geëigend zijn om electriciteit, die door de electriciteit der wolken wordt aangetrokken, in zich op te nemen. Zulke voorwerpen noemt men goede geleiders der electriciteit. Is nu zulk een voorwerp of geleider sterk genoeg gevuld met electriciteit, dan slaat de bliksem rechtstreeks over tusschen dit voorwerp en de wolk, en dit heet men ,de bliksem slaat inquot;. Van daar komt het, dat alles, wat zich hoog boven de oppervlakte der aarde verheft, vooral is blootgesteld aan het inslaan van den
hlikscm, zoo als boomen, gebouwen, men-schen en dieren. Metalen, menschen en dieren zijn de boste geleiders, d. i. zij nemen liet gemakkelijkst tie electriciteit der aarde in zicli op en trekken het sterkst den bliksem tot zich. Een vereischte tot het inslaan van den bliksem is dus, dat de electrische wolk zich juist boven of in de nabijheid van een voorwerp bevindt, dat voldoende met electriciteit gevuld is.
De uitwerking van den bliksem is gewoonlijk zeer hevig. Wanneer de bliksem in eene kamer slaat, dan worden de meubelen omver geworpen en stuk geslagen, metalen voorwerpen worden uit den muur gerukt en weggeslingerd. Boomen worden door den bliksem gespleten en aan splinters geslagen, doch gewoonlijk kan men van tien top tot aan den voet eene breede en diepe groeve zien van eenige centimeters; de afgeschilde schors en afgescheurde spaanders vindt men ver weggeslingerd en aan den voet van den boom ontwaart men eene groote opening, waardoor zich de electrische vonk in der. grond heeft verspreid. Een stroodak en droog hout verkolen, ja geraken meestal
9
in brand: metalen worden heet, gloeiend en smelten. Mensclien en dieren worden bedwelmd, verlamd, soms zelfs gedood. Slaat de bliksem in eene kamer, waarin zich meer personen bevinden, dan komen de meest verschillende uitwerkingen voor : de een wordt gedood, terwijl de andere dicht aan diens zijde geheel ongedeerd blijft, en een derde slechts bedwelmd of verlamd wordt: ook vinden soms allen te gelijk den dood. Den 30. Juni 1828 sloeg de bliksem in een door twee arme familiën bewoond huis te Tuttlingen in Wurtem-berg en doodde vier van de tien bewoners: de grootmoeder, de moeder, dochter en kleindochter; de eerste was 71, de laatste 8 jaar oud. Dit zeldzaam ongeluk gaf\' aanleiding tot het bekende gedicht van Gustav Schwab: Dm Gewittcr, hetwelk begint met de woorden:
„Urano, Grossmutter, Mutter uurl Kind lu dumpfer Stubc boisammou siudquot;.
2. Het onweer besdiomvd uit een godsdienstig stantlpunl.
Het onweer, dit grootsch, schrikwekkend schoou natuurverschijnsel, is tevens eene
10
duidelijke openbaring van het bestaan van eenen goeden en machtigen God. Het onweer zuivert de lucht van de schadelijke dampen en brengt bij dorheid en droogte den verkwikkenden regen aan de dorstende aarde. Bij een onweer openbaart zich echter ook op gevoelige wijze de onweerstaanbare Almacht van den Schepper en Heer der natuur. Zoodra de menschen en dieren, die in de open lucht zijn, een onweer zien aankomen, zoeken zij eene veilige schuilplaats. Zelfs een onverschrok-kene siddert en de nog niet geheel versmoorde stem des gewetens doet zich in den ongeloovige hooren en zegt hem: er is toch een God. — Heeft niet Jehova op Sinaï te midden van donder en bliksem zijne geboden gegeven, om den Israëlieten in te prenten, dat Hij alleen de almachtige God is, dien men te vreezen heeft? Onder het loeien van eenen geweldigen stormwind en het verschijnen van vurige tongen daalde de heilige Geest over de Apostelen neder en de Vader verklaarde uit eene wolk Jezus als zijnen welbeminden Zoon, dien men moest hooren. Onder het beeld van een onweersstorm en
11
aardbeving schildert de Psalmist in den 17quot; Psalm de almacht van God in de meest levende kleuren : ,,i)e aarde wankelde en beefde, de grondslagen der bergen sidderden, want God was in toorn tegen zijne vijanden ontstoken. Een vreeselijke rook stijgt uit den schoot der aarde op voor liet aanschijn van Gods toorn, en de adem zijner gramschap ontsteekt een vuur dat donder en bliksem vergezellen, en als gloeiende kolen op de aarde nedervalt. Hij boog de hemelen en daalde neder op de wolken. En hij steeg op de vleugelen der cherubijnen en vloog; hij vloog op de wieken dor winden. Eu de wolkeu met donkere watereu vervullende, verborg hij zich achter deze duisternissen, die als zijne tent vormden. Voor tien glans van zijn aangezicht dreven de wolken daar henen die in hagel en donder en bliksem vergingen. De Heer donderde van den hemel en deed zijne stem hooren ouder het kletteren des hagels, terwijl bliksemstralen de lucht doorkliefden. Hij zond zyne pijlen uit en zoo verstrooide hij zijne vijanden, hij vermeerderde zijne bliksems en verwarde hen. Zoo riep God, van gramschap vervoerd, de verborgen water-
12
bronnen te voorschijn en ontdekte der aarde diepste ingewanden.quot; (Vers 9-18). In de heilige iSchritt is zeer dikwijls sprake van bliksem en donder als een teeken van Gods almacht. Zoo b. v. „In storm en sneeuw wandelt Hij daarheen en wolken zijn het stof zijner voetenquot; (Nahum. 1-3); „Hij doet zijne stem weerklinken en eene menigte van wateren verzamelt zich onder den Hemel. Hij trekt de uitwasemingen op van de uiteinden der aarde, maakt de bliksem tot regen en voert den wind te voorschijn uit zijne schattenquot; (Jerem. 10, 13); „Uwe bliksems schitterden over de aarde dat zij daverde en beefdequot; (Ps. 76, 1 8).
De onweders hebben niet zelden verschrikkelijke gevolgen; door bliksem, storm, hagel en overstrooming brengen zij dikwijls aan menschen, dieren en velden dood en verderf. Zoowel de Heidenen als Christenen hebben van af de vroegste tijden in het onweer een schrikwekkend tuchtmiddel erkend in de hand der toornige en straffende Godheid. De heidensche Grieken en Romeinen verklaarden den bliksem en donder als eene onmiddellijke werking van Jupiter (den hoogsten der afgoden). De
13
bliksem was voor hen een der voornaamste voorfceekens, waardoor de godheid hare genegenheid oi haren toorn te kennen gaf. Een bliksem rechts b. v. was bij de Grieken een teeken van geluk, doch links eenteeken van ongeluk. Werd een voorwerp door den bliksem getroffen, dan was dit een zeker teeken van de vertoornde godheid, die men dan door het oprichten van altaren, door offers en gebeden zocht te bedaren. De getroffen voorwerpen, plaatsen en menschen werden beschouwd als door de godheid gehaat, en ook als dusdanig behandeld. Ook de Joden beschouwden het onweer als eene straf van den vertoornden God, zoo als wederom duidelijk blijkt uit vele plaatsen van de heilige Schrift. Als bewijs voeren wij nog het volgende aan : „Daarom spreekt zoo God, de Heer: Ik wil in mijnen onwil eenen stormwind doen uitbreken en een hevige plasregen zal komen iu mijne gramschap, in mijnen toorn hagelsteenen verdelgendequot; (Ezech. 13, 18); „Evenals vuur het woud afbrandt en eene vlam de bergen verschroeit, zoo vervolg hen in uwen storm, en verwar hen in uwen toornquot;
u
(P.s. 82, 1-1): . Verlicht door bliksem, opdat Gij hen verstrooit, schiet uw pijlen uit. opdat Gij hen verschriktquot; { Ps. 143, 7): „Den Heer zullen vreezen zijne vijanden, over hen zal Hij donderen in den Hemelquot;, (i Kon. 2, in); .Voor uw schelden zijn zij gevlucht, voor de stem van uwen toom verschrokken zijquot; (Ps. 103, 8). In de Litanie van alle Heiligen worden behalve pest, hongersnood en oorlog, ook bliksem en onweer als bezoekingen Gods opgenoemd. Hier moet bemerkt worden, dat God bij ile uitvoering van zijn strafgericht zich van de Engelen bedient, zoowel van goede als van kwade engelen. Het oude Testament geeft vele voorbeelden van deze waarheid. Wat de kwade geesten of\' duivels betreft, deze hebben sedert den zonden-val der menschen eene groote macht over de natuur bekomen. Zoolang de menscli tie heerschappij voerde over de natuur, kon deze den duivel niet onderdanig zijn ; nadat hij echter door de zonde die heerschappij had verloren, begon de duivel op de natuur invloed uit te oefenen, tot lichamelijk en geestelijk verderf der menschen, natuurlijk altijd binnen de hem
15
door God gestelde grenzen. Wij hebben dus, volgens de verzekering van den Apostel, niet alleen te strijden tegen vleescli en bloed, mtuir ook tegen de li wade geesten in de lucht. Dat nu de duivels ook werkelijk verschrikkelijke onweers verwekken ten nadeele der menschen, volgt uit de gebeden der Kerk, waarin wij (iod aanroepen tot bescbenuing tegen de dui-velsche invloeden bij liet onweer, alsook uit de zegeningen en bezweringen, waardoor de macht des duivels bij het onweer moet worden gebroken. Vervolgens weten wij uit de heilige Schrift, dat ook deu goeden Engelen wordt bevolen, stormen te verwekken en te stillen, onweders te doen ontstaan en te verdrijven. „Ik hebquot;, schrijft de heilige Joannes in zijne openbaring, , vier Engelen gezien aan de vier uiteinden der wereld, die aan de vier winden hebben verboden over de aarde te waaien.quot; Hij spreekt over de vier hoofdwinden, die, volgens het bericht van Plinius, de eeuige waren, welke de ouden kenden en onderscheidden. Hierop bemerken de uitleggers der heilige Schrift, o. a. Cornelius a Lapide, dat, zoo als er niets onzekerder is
16
in de orde der natuur dau de oorzaak van de winden, er ook niets zekerder i.s in de orde der genade dan de wijze leiding der goddelijke Voorzienigheid, die ten minste van tijd tot tijd zich bedient van den dienst der Engelen, om stormen te verwekken en dus langs den weg van angst-aanjaging den zondaar tot den rechten weg terug te voeren. In het hoek van den pater Jezuïet De la Cerda, over de verhevenheid der Engelen, vindt men een schitterend voorbeeld, dat hij van Frans Himenes, Patriarch van Jeruzalem, overneemt. .Een jeugdig, adelijk heerquot;, zoo schrijft hij, .kon niet nalaten, ofschoon hij zijnen Beschermengel zeer vereerde, somwijlen slechte gezelschappen op te zoeken, waarin hij zich aan uitspattingen overgaf, die eenen Christen onwaardig zijn. Als hij eens op eene plaats van losbandigheid slechts dacht aan de wijze waarop liij zijne ongelukkige neigingen zou bevredigen, ontstond een onweer, vergezeld van storm, bliksem en van eenen zoo verseh rik kei ij ken donder, dat hij zijnen Beschermengel te hulp riep, overtuigd zijnde, dat de Hemel zich over hem vertoornde, en in de stellige
17
meening, dat het hem het leven zou kosten. Op dit oogenblik dreunde de hemel nog heviger dan te voren. De wolk scheurde en de bliksem sloeg met zulk een geraas in, dat de adelijke heer half dood bleet\' liggen. Zijn Beschermengel, die juist dezen storm had verwekt, om hem van de gevaarvolle klip te verwijderen, waarop hij zich bevond, draalde niet, hem te hulp te komen. Want op het oogenblik, dat de bliksem insloeg, verscheen hij hem en sprak met eene schrikwekkende stem: , „Gij verdient niet mijnen bijstand, maar wel de straffen volgens uwe schuld; doch ik heb mij laten bewegen door uwe tranen en gebeden. Belijd dadelijk oprecht aan den priester uwe zonden, welke u in Gods oogen zoo afschuwelijk maken en hoop op vergiffenis. Stel niet uit, het onweer loeit nog ; kiest Gij niet aanstonds de boetvaardigheid, dan zult gij onmiddellijk door den bliksem worden getroffenquot;quot;. De edelman dacht niet lang na, hij beloofde zich aanstonds te bekeeren en legde zoodra mogelijk eene goede biecht af\'. Daarna leidde hij een heilig leven, werd Patriarch van Aquileja en stierf zalig in den Heerquot;.
II.
Behoedmiddelen tegen den bliksem en het onweder.
ftoolMig het onweer boven onze hoofden ^ hangt, bevinden wij ons in groot gevaar. Er is dan geene plaats, waar wij tegen den bliksem geheel beveiligd zijn; noch op den berg, noch iu het dal, noch in de open lucht, noch in huis. Wij zijn dan voortdurend aan een groot levensgevaar blootgesteld, maar geheel zonder bescherming zijn wij dan echter niet; immers en de wetenschap èu de Godsdienst hebben ons verschillende middelen aan de hand gegeven, die geëigend zijn ons eene, zoo al niet volledige, dan toch zoo groot mogelijke veiligheid aan te bieden tegen bliksem en onweer.
1. Natuurlijke belioedmUhlelcn.
Het beste natuurlijke behoedmiddel tegen den bliksem is de bliksemafleider; dit is
19
eene spitse metalen staug, die boven de gebouwen in de lucht reikt, verbonden met eenen goeden geleider, welke de stang met eene vochtige plaats in den aardbodem verbindt. De ondervinding heeft geleerd, dat een bliksemafleider, aangebracht volgens de voorschriften der voorzichtigheid, de geheele omgeving van ongeveer 80 voet beveiligt. De voorzichtigheid wil dan nog, dat men zich gedurende een onweer verwijderd houde van elk metalen voorwerp binnenshuis; dat men zich niet plaatse in de nabijheid van de kachel: dat men geen groot vuur ontsteke, wijl de rook die uit den schoorsteen opstijgt den bliksem aantrekt; ook moet men de nabijheid vermijden van metalen kroonkandelaars en draadgeleidingen, groote spiegels wier belegging uit metaal bestaat, en dakgoten; men moet zich dan ook niet langs de muren plaatsen maar in het midden van een vertrek en zoo het kan in de onderste verdieping; men opene daar ook een venster, om vrije lucht in de kamer te hebben. Buitenshuis stelle men zich niet aan gebouwen en deuren, vooral niet onder boomen, zelfs niet onder een
20
struikje, dat geheel alleen staat; op liet veld zoeke men nimmer in graanmijten eene schuilplaats, men blijve ook niet bij een water staan, het beste is, zich plat ter aarde te werpen, en zoo het lean in eene droge gracht. In de open lucht is het gevaarlijk zich bij een paard te plaatsen, als ook daarop naar huis te rijden. Zeisen en andere metalen arbeidsgereed-schappen late men op het veld liggen.
Deze maatregelen der voorzichtigheid zijn zeer raadzaam en doelmatig; zij zijn echter, zoo als reeds bemerkt is, niet in staat, ons geheel en al tegen den bliksem te beveiligen; zij bieden wel eenige, doch geene volkomen bescherming; zij helpen wel dikwijls, maar niet altijd. Zoo onverstandig als het is daarop in de gegeven omstandigheden niet te letten, eveu onverstandig is het ook, daarop al zijn vertrouwen te willen stellen. Waar nu de menschel ijke middelen te kort schieten, daar kan nog alleen God eene zekere bescherming verleenen; de mensch staat hier zóo geheel in Gods hand, als nauwelijks in een ander gevaar \'t geval kan zijn. Zoo God nu toelaat, dat bij een onweer de
21
een door den bliksem wordt getroffen, de ander niet, dat de hage; liet eene veld verwoest en het andere spaart, dan weten wij niet, waarom God dit toelaat; zooveel is echter zelcer, dat zijne rechtsplegingen steeds rechtvaardig zijn en dat Hij bij al zijne toelatingen altijd op het oog heeft zijne eer en het heil der menschen. De raadsbesluiten Gods zijn ondoorgrondelijk; do zondaar dus, die in Gods ongenade leeft, moet vooral bevreesd zijn. want elke bliksemslag bij een onweer kan een einde aan zijn leven maken, daartegen beveiligt hem niets; zelfs geen paleis met alle mogelijke bliksemafleiders; er blijft hem niets anders over dan een oprecht berouw over zijne zonden te verwekken, met het vaste voornemen zoodra mogelijk te biechten. Gedurende een onweder moet ieder God vurig bidden om van eenen plotselijken en onvoorzienen dood gespaard te blijven. Voor het overige moet zich vooral de Christen onvoorwaardelijk overgeven aan Gods heiligen wil en vast vertrouwen op zijne bescherming. Hij moet zich herinneren, dat zonder den wil van den Hemelschen Vader geen haar van zijn hoofd valt. nog
22
veel minder een onvoorziene dood hem zal treffen. Het is immers God „eigen steeds medelijden te hebben en te sparenquot;. Hoe zon dan Hij, die gezegd heeft: „Roep tot Mij op den dag der ellende, Tk wil n redden en gij moet Mij prijzenquot; (Ps. 49, 1G), hoe zou Hij ons dan verlaten in het gevaar van onweer, zoo wij Hem aanroepen met vertrouwen en met een boetvaardig hart? De zalige Joanna van hei. Kruis werd dikwijls door haren Beschermengel vermaand, den Heer te smeeken, haar overal van onweer en hagelslagen verwijderd te houden, waar zij zich ook mocht bevinden. Zoo wij dus gedurende een onweer, zooveel mogelijk tie zekere bescherming voor ons en de velden willen zoeken, dan moeten wij vóór alles die middelen ter hand nemen, welke de Kerk ons aanbiedt.
2. (Todsdionsliijo behocdiuiddelen,
Onder de godsdienstige behoedmiddelen behooren in de eerste plaats de godimw.hiiye gehrmken, welke men gewoonlijk bij ee7i onweer ziet, te onderhouden. Het is op vele plaatsen een gebruik om, zoodra een on-
23
weer nadert, eene gewijde klok te luiden. Bij de wijding der klokken wordt God uitdrukkelijk gebeden, dat door hun geluid het dreigend onweer moge worden verdreven. Het is ook op vele plaatsen eene vrij algemeene gewooute, om eene gewijde kleine schel in het huis rond te dragen, opdat het voor den bliksem gespaard blijve. De heilige Salaberga, die in het begin der 7. eeuw leefde, heeft dit gebruik ingevoerd (Bolland, t. vi. Sept. p. 517). Wij lezen in het leven van den heiligen bisschop Heribert, dat hij eene kleine schel heeft gewijd, wier klank de omstreken voor bliksem bewaarde (Bolland, t. ni., Juni, p. 149). Men zegt, dat in de Grieksche Kerk de gewijde schellen reeds in de 6. eeuw bekend waren (S. Binterin, Den h-unlrd. vu., 1, 45). Ook in het huisje van Lorette worden tot dit doel klokjes gewijd. Men is gewoon, in de woonkamer eene gewijde kaars te ontstoken, die op Maria Lichtmis of op andere tijden daartoe opzettelijk wordt gezegend. De kruiden, die op Maria-Hemelvaart worden gewijd, werpt men gedeeltelijk in het vuur, opdat de rook, die uit den schoorsteen opstijgt.
24
zicli in de luclit moge verspreiden. Al deze gebruiken hebben blijkbaar teu doel, om den zegen der Kerk in de lucht en in de omgeving te verspreiden en daardoor de nadeelige invloeden der booze geesten werkeloos te maken. De zegen wordt aan deze voorwerpen medegedeeld, door over dezelve het heilig kruisteeken te maken en door het aanroepen van den Naam van Jezus, waarvoor de duivels den grootsten afschrik hebben. De heilige Vaders verhalen. dat de eerste Christenen bij een onweer het kruisteeken over zich maakten, zoo b. v. de heilige Stephanus, bisschop van Delphinat, en de heilige Vincentiusi Ferrerius, die meermalen door het heilig kruisteeken verschrikkelijke onweders hebben gestild. In vele diocesen van Duitschland en Zwitserland wordt de zoogenaamde Wetter zeg en (zegen tegen onweer) gegeven, terwijl op de Zondagen in den zomer voor de hoogmis eene processie met liet Allerheiligste om de kerk trekt, en zelfs op de werkdagen na de heilige Mis de zegen met het Allerheiligste wordt gegeven. In Duitschland is het eeu reeds zeer oud gebruik op den „Hagel- of
25
Schauerfreitagquot;, d. i. op den Vrijdag na Christus\' Hemelvaart, bedegangen of processies te houden, om een gunstig weer af te smeeken. De processie op de drie dagen voor de Hemelvaart van Christus en de heilige Mis zijn bestemd tot zegening der veldvruchten en tot afwering van alle onheilen over deze. Bij de processie op den heiligen Sacramentsdag wordt, nadat de vier Evangeliën zijn gezongen, de zegen met het Allerheiligste gegeven naar de vier windstreken en daarbij uitdrukkelijk gebeden, dat (iod, in het heilig Sacrament tegenwoordig, ons moge bewaren voor bliksem en onweer.
Wil men dus, vooral in de zomermaanden , voor bliksem en hagelslag zooveel mogelijk beveiligd blijven, dan onderhoude men getrouw deze gebruiken gedurende het on weder. Vooral is liet zeer aan te bevelen deel te nemen aan de kerkelijke bedegangen ; het gebed immers dringt door de wolken en weert de verdiende straffen van ons af. Men trachte gedurende een onweder vooral zulke gebeden met aandacht te verrichten, die dan het meest geëigend zijn. Vooraleer wij nu deze ge-
26
beden laten volgen, geven wij een beknopt bericht over die Heiligen, welke zich bijzonder bij een onweer als beschermers hebben getoond.
Uit het bovenstaande volgt vooreerst, dat de Engelen over het onweer eene groote macht bezitten. Men vereere dus ijverig zijnen Beschermengel en gedurende een onweer roepe men zijne bescherming met volle vertrouwen aan.
Vervolgens wordt de heilige maagd en martelares Barbara, eene van de 14 Noodhelpers, om hare voorbede aangeroepen; tot deze Heilige neemt men zijnen toevlucht om niet alleen vóór den dood de heilige Sacramenten te ontvangen, maar ook bewaard te blijven voor alle gevaren bij onweer en brand. Wij lezen in het Leven der H. Barbara, dat haar on menschel ij ke Vader haar met eigen hand onthoofdde, waarom hij, zooals men zegt door den bliksem zou getroffen zijn. Daaraan schrijft men dan ook de vereering dezer Heilige bij een onweer toe.
In het jaar 1052 ontstond de vereering van den Heiligen Donatus. (Deze Heilige
27
vereert men vooral als bijzondere Beschermheilige tegen alle onweersgevaren.) Sedert heeft deze vereering zich meer en meer uitgebreid. Het volgende is hiervan hekend: De Rector van het College der Jezuïeten te Münstereifel, in het aartsbisdom Keulen, had zich tot den ordensgeneraal te Rome gewend, met de bede hem eenige reliquieën voor zijne nieuw gebouwde kerk te willen zenden. In het jaar 1646 werden aan deze kerk de reliquieën van den H. Donatus ten geschenke gegeven, welke gevonden waren in de catacomben van de heilige Agnes. Pater Hannos werd belast, deze uit Rome naar de plaats harer bestemming te brengen. Op het laatst van Mei 1652 kwam pater Hannos met het heilig Lichaam te Euskirchen, dat slechts eenige uren van Münstereifel is verwijderd. Gedurende den nacht werden de heilige reliquieën, in eenen verzegelden kast gesloten, in de Martinus-kerk te Euskirchen bewaard. Pater Heerde, van Münstereifel, was reeds daar, om voor den volgenden dag de overbrenging der reliquieën te leiden. In den nacht kwam een hevig onweer op en des morgens woedde zulk een storm, dat iedereen het
28
érgste vreesde. Bliksem en donder, wind en regen verwekten algemeen angst en schrik.
In de S. Martinus-kerk las pater Heerde gedurende het onweer do H. Mis aan het altaar der Moeder Gods, waarbij vele aandachtige geloovigen tegenwoordig waren; onder vreeselijk gekraak sloeg de bliksem in, terwijl de pater den laatsten zegen gaf. In een oogenblik stond het altaar geheel in vuur, sloeg de altaarsteen in tweeën, raakten de altaardoeken en de sluier van het beeld der Moeder Gods in brand. Pater Heerde werd tegen den grond geslagen, het misgewaad, ja al zijne kleederen vatten vuur en hij zelf werd met vreeselijke brandwonden overdekt, fn dezen groQten nood riep hij den heiligen Donatus aan en zie onmiddellijk werd het vuur uitgedoofd en waren al zijne wonden zoo genezen, dat hij de processie met de reliquieën van den heiligen Donatus kon leiden, als ware er niets voorgevallen. De goede God wilde zeer zeker door dit wonder bewijzen, dat Hij den H. Donatus de macht had gegeven over bliksem en onweer, en hem als beschermer tegen deze onheilen had uitverkoren. Zoo-
29
dra tie H. reliquieen to Münstereifel waren aangekoinen, begon het volk dezen Heilige te vereeren en aan te roepen tegen bliksem en onweer. Men plaatste in de Jezuïetenkerk een beeld van den Heilige met dit opschrift: .Heilige martelaar Donatus, bid voor ons, opdat wij mogen bevrijd blijven van bliksem en onweerquot;. De vereering van den heiligen Donatus breidde zich spoedig heinde en verre uit. Vele plaatsen en aanzienlijke personen verzochten eenige reliquieën zijner heilige beenderen. Zoodra de aartsbisschop van Keulen van het wonder te Euskirchen had gehoord, verlangde ook liij eene reliquie van tien H. Donatus; en ter eere van dezen Heilige gaf hij de kerk te Münstereifel een heerlijk geschenk in goud. Nog ontvingen reliquieën: de slotkapel te Clerf 1712, een voornaam heer te Weenen 1714, de keurvorst Friedrich August van Saksen 1718, de Kapucijnen van Arlon 1738, de Jezuïeten in Weenen 1748, de Jezuïeten te Mons 1749, liet keur vorstel ijk slot te Trier 1749, de stad Luxemburg 17G7 en tot in den laatsteu tijd vele kerken en kapellen van het land Luxemburg, Alle plaatsen en personen,
30
die reliquieën van den heiligen Donatus hadden en deze vereerden, werden steeds by zonder beschermd voor bliksem en onweer. Vele parochies, die het geluk niet hadden, zulke reliquieën te bezitten, lieten beelden van den Heilige vervaardigen en deze aan de reliquieën aanstrijken; zij plaatsten die dan in hare kerken en droegen ze jaarlijks rond in eene plechtige processie. Ook werden weldra ter eere van den H. Donatus kerken, kapellen en altaren gebouwd, klokken gewijd, stee-nen kruisen met zijne beeltenis in de velden op hoogten opgericht, heilige Missen gelezen en gefundeerd. Te zijner eere ontstonden broederschappen, die door de Pausen werden goedgekeurd en verrijkt met vele aflaten. Tot zijn feestgetijde, hetwelk van den 2quot; tot den 3quot; Zondag in Juli wordt gevierd, kwamen dan van heinde en verre zoovele processies en afzonderlijke pelgrims naar Münstereifel, dat de stad nauwelijks al de bedevaartgangers kon bevatten. De pelgrims lieten godsdienstige voorwerpen, als: Donatus-briefjes en quot;beeldjes aan zijne reliquieën strijken, om die als een aandenken naar huis mee te nemen
31
en door een godvruchtig gebruik daarvan, op de voorbede van den heiligen Donatus, bewaard te blijven voor bliksem en elk schadelijk onweer. De goede God beloonde dan ook het vertrouwen dier geloovigen; op de voorbede des heiligen Donatus verleende Hij steeds opnieuw eene wondervolle bescherming. Al deze wonderen droegen er niet weinig toe bij om de godsvrucht tot dezen Heilige over Duitschland, Frankrijk eu België uit te breiden.1 Thans nog is het octaaf van den heiligen Donatus voor Münstereifel en omstreken inderdaad een waar volksfeest.
Na deze korte verhandeling ineen ik hier zeer geëigend de vraag te kunnen beantwoorden, waarom de apostelen Jacobus en Joannes zonen des donders genoemd worden en waarom gedurende een onweer het Evangelie van den H.Joannes wordt gelazen. Bij Marcus3-17,lezen wij: „Eu Hij riep tot zich Jacobus, zoon van Zebedeus, en Joannes, den broeder van Jacobus, en gaf\' hun den naam van Boanerges, d. i. zonen
1
En in Nederland. De Vert.
32
des dondersquot;. Dit was een profetisch woord van den Heer, want deze twee Apostelen, ofschoon zachtmoedig en vredelievend van aard, zijn door het vuur van den heiligen Geest in andere menschen veranderd, zij zijn werkelijk ware zonen des donders geworden: de heilige Jacobus door zijne predikatiën, de heilige Joannes door zijn Evangelie. De heilige Jacohus bracht liet Christendom naar Spanje en van daar kwam later het christelijk geloof in Oost-Indie en Amerika; hij nu is juist de apostel, wiens donder den nitgestrektsten eu den meest aanhoudenden weerklank vond bij het preeken van het Christendom in deze werelddeelen. Van den heiligen Joannes weten wij, dat hij de eenige Evangelist is, die ons het eeuwig, liet goddelijk Woord beschrijft, voor dat het vleesch werd, terwijl de andere Evangelisten ons het leven van Gods Zoon verhalen, nadat Hij mensch is geworden. De heilige Joannes leefde nog, toen voor het eerst twee dwaalleeraï.rs de godslastering uitspraken, als zoude Jezus Christus niet werkelijk God zijn. De Christenen wendden zich toen van alle kanten tot den grooten Apostel met de dringendste
33
bede, hij mocht toch iets verhevener over het Woord Gods schrijven, dat in staat zou zijn, de godslasteraars te doen zwijgen en de Christenen in het geloof te versterken. ,lk wit hetquot;, was zijn antwoord, „zoo de geloovigen eenigen tijd boete doen door vasten en gebedenquot;. Terwijl nu geheel de Kerk iu gebeden verzonken lag, verhief zich de in het gebed zoo diep doordrongen teerbeminde leerling in den geest tot het hoogste, liet ongenaakbare licht, naderde zoo dicht mogelijk de majesteit Gods en zag het licht Gods in het licht Gods. De adelaar der Evangelisten staarde met zijne blikken in de zon der gerechtigheid, van haar nam hij eenen onuitsprekelijken straal op, welken hem het Woord onthulde, zoo als het leeft in de diepte van het onbegrijpelijke raadsel zijner eeuwige teling in den schoot zijns Vaders en in al de bekoorlijkheden zijner liefde voor de menschen; en teruggekeerd van den Hemel, teekende hij met vaste hand op (want de heilige Geest leidde haar) die groote, boven alle menschelijke gedachten verhevene, door geene taal der aarde uit te drukken woorden, welke slechts de echo eener hemelsche
u
stem, de verspreiding villi eeuen goddelijkeii Hdemtocht zijn konden; die woorden, welke den Hemel in verbazing, de hel in ontsteltenis bnichten, die de aarde van blijdschap deden sidderen en geheel de schepping schokten, die woorden: „In het begin was het Woord en het Woord was bij God, en God was het Woord. Dit was in het begin bij God. Alle dingen zijn door hetzelve gemaakt, en zonder dat is er niets gemaakt van hetgeen er is gemaakt. In hetzelve was het leven en het leven was het licht der menschenquot;. (Volgens den H. Hieronymus Prooem. in Matth.) Toen op Sinaï het woord: .Ik ben de Heer uw Godquot; onder donder en bliksem weerklonk, zag men ook —gelijk de door Baronhis aangehaalde oude schrijvers ons verhalen — terwijl de heilige Joannes de woorden van zijn Evangelie schreef, welke ons veropenbaren wat de Zoon Gods is, den bliksem de lucht doorklieven en hoorde men om zijne eenvoudige woning den donder rammelen; zoo werd dan in zijne natuurlijke werkelijkheid de profetische naam van tien donderenden, of zoon des donders, vervuld. Wat dan ook zij van deze schoone overlevering, welke niets in zich be-
35
vat dat uiet geloofwaardig is, het is toch eene ontegensprekelijke waarheid, dat het Evangelie van den H. Joannes een onophoudelijke bliksem is, welke van uit den heerlijken hemel der Kerk zijne weerkaatsing werpt over geheel de aarde en ook zal blijven werpen tot in de eeuwige tijden; het is een onbetwistbaar feit, dat deze zoo zachtmoedige en liefdevolle leerling in dit Evangelie als \'t ware in de wereld heeft ingedonderd veel meer dan eenig ander Apostel, dat hij is de ware zoon des donders, doch van eenen donder, welke slechts rammelt om op te wekken, die slechts vonken spat om te verlichten, die slechts ter neerwerpt om op te bouwen, die slechts treft om te heelen, die slechts inslaat om tot een nieuw leven, het leven der genade en waarheic l te doen verrijzen.
Hieruit ziet men, dat wij tijdens een onweer het Evangelie van den H. Joannes lezen, 1. wijl de Heer den heiligen Joannes „zoon des dondersquot; heelt genoemd, 2. wijl dit Evangelie onder donder en bliksem zou zijn geschreven, en 3. wijl daarin getuigenis is afgelegd van de eeuwige macht en god-
36
heid vau Hem, door wien alles is gemaakt, wieu geheel de schepping en alle krachten der natuur onderdanig zijn.
Wijl wij reeds hebben opgemerkt, dat het gebed het krachtigste behoedmiddel tegen de gevaren van het onweer is, laten wij nu de gebeden volgen, welke vooml geëigend zijn om gedurende het onweder te verrichten.
Gebeden gedurende het onweder.
1. Gebeden vooral voor Priesters beste nul.
|
Preces ad repellentlam tempestatem. Pulsantur campanae, et qui ad esse possuut, iu ecclesia convocatis, dicuntur Litauiao ordi-uariae, in quibus bis dicitur : „A fulgure ci. tempestatequot; etc. |
Gebeden om hel onweer te verdrijven. ( Volgens het Rituaal van Runie.J Zoodra geluid word! komt do Priester, ou allen die kuuueu, lor kerk. De Priester bekleedt zicli met su\'per-polliceum eu stool, kuielt voor het hoogaltaar ou begint de gebedeu niet de Litanie van alle Heiligen, waarin do bede : „Van bliksem ou onweerquot; enz. tweemaal wordt uitgesproken. (Ook kan men deze gebeden tehuis verrichten, alleen of met zijne huis-genooten.) |
|
Litaniae, Kyrie, olfison! (\'liriste, eleisoii! Kyrie,quot; eleison! (\'liriste, audi nos ! (\'liriste, exaudi uos! Pater tie coelis Deus, miserere nobis! Fili Redemptor mumli Deus,inise-rere nobis! Spiritus sancte Deus, miserere nobis 1 SauctaTrinitas,unus Deus, miserere nobis ! Sancta Maria, ora pro nobis! Sancta Dei Genitrix1 Sancta Virgo Vir- giiiiun, Sancte Michael, Sancte Gabriel, Sancte Raphael, Omnes sancti Auge-li et Archangeli, * Ora pro nobis ! |
Litanie van alle Heiligen. Heer, onttenn U onzer! Christus, ontferm U onzer! lieer, ontferm U onzer! Christus, hoor ous! Christus,verhoor ons! God, hemelsche Vader, ontferm U onzer! God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer! God, heilige Geest, ontferm U onzer! Heilige Drievuldigheid, een God, ontferm U onzer! Heilige Maria, bid voor ons! Heilige Moeder Gods* Heilige Maagd der maagden. Heilige Michaël, Heilige Gabriël, Heilige Raphael, Alle heilige Engelen en Aartsengelen, |
1
Bid voor ons!
|
Oinnes saucti bea-toruin spirituuni ordines, 1 Sancte Joannes Bap- tista, Sancte Joseph, Omnes sancti Patri-arcliae etProphetae, Sancte Petre, Sancte Panic, Sancte Andrea, Sancte Jacobe, Sancte Joannes, Sancte Thoma, Sancte Jacobe, Sancte Philippe, Sancte Bartholo- mffie, Sancte Mattha^e, Sancte Simon, Sancte Thaddioe, Sancte Mathia, Sancte Barnaba, Sancte Lnca, Sancte Marce, Omnes sancti Apos-toli et Evangelistae, Omnes sancti Disci- pnli Domini, Omnes sancti 1 nno-centes, |
Alle heilige Koren der zalige Geesten, * Heilige Joannes de Dooper, Heilige Jozef, Alle heilige Patriarchen en Profeten, Heilige Petrus, Heilige Panlus, ITeilige Andreas, Heilige Jacobus, Heilige Joannes, Heilige Thomas, Heilige Jacobus, Heilige Phi lippus. Heilige Bartholo- meüs. Heilige Mattheüs, Heilige Simon. Heilige Thadeüs, Heilige Matthias, Heilige Barnabas, Heilige Lucas, Heilige Marcus, Alle heilige Aposte-lenenEvangelisten, Alle heilige Leerlingen desHeeren, Alle heilige onschuldige Kinderen, Bid (bidt) voor ons! |
1
Ora (orate) pro nobis!
|
Sancfce Stephaiie, * Sancte Laurenti, Sancte Vincenti, Sancti Fabiane et Sebastiane, Sancti Joannes et Paule, Sancti Cosnia et Da- iniane, Sancti Gervasi et Protasi, Onmes sancti Mar- tyres, ^ Sancte Silvester, Sancte Gregori, Sancte Ambrosi, Sancte Augustine, Sancte Hieronyme, Sancte Martine, Sancte Nicolae, Onmes sancti Ponti-fices et Confessores, Omnes sancti Doctores, Sancte Antoni, Sancte Benedicte, Sancte Bernarde, Sancte Dominice, ■Sancte Francisce, Omnes sancti Sa-cerdotes et Levitae, |
Heilige Steplianus, * Heilige Laurentius, Heilige Vincentius, Heilige Fabianus en Sebastianus, Heilige Joannes en Paulus, Heilige Cosmas en Damianus, 1 leilige Gervasius en Protasius, Alle heilige Martelaren, Heilige Silvester, Heilige Gregorius, Heilige Anibrosius, Heilige Augustinus, Heilige Hieronimus, Heilige Martinus, Heilige Nicolaus, Allelieilige Bisschoppen en Belijders, Alle heilige Kerkleeraren, Heilige Antonius, Heilige Benedictus, Heilige Bernardus, Heilige Dominicus, Heilige Franciscus, Alle heilige Priesters eu Levieten, |
■ Oia (orate) pro nobis!
* Bid (bidt) voor ons
41
|
Onines HfUicti Mo-nachi et Eremitae,* Sancta Maria Mag- dalena, Sancta Agatha, Sancta Lucia, Sancta Agnes, Sancta Caecilia, Sancta Catliarina, Sancta Anastasia, Om nes sanctae Vir- gines et Viduae, Onines sancti et sanctae Dei, inter-cedite pro nobis! Propitius esto, paree nobis Domino! Propitius esto, exau- di nos Domine! Ab omni malo, libera nos Domine! Ab omni peccato, ** Ab ira tua, Ab subitanea et improvisa morte, Ab insidiis diaboli, Ab ira et odio, et * Ora (orate) pro nobis! ** Libera nos Domine ! |
Alle heilige Monnik-ken en Kluizenaars, * Heilige Maria Mag- dalenn, Heilige Agatha, Heilige Lucia, | Heilige Agnes, Heilige Cecilia, Heilige Cathariua, Heilige Anastasia, Alle heilige Maagden en Weduwen, Alle Gods lieve Heiligen, bidt voor ons! Wees ons genadig, spaar ons. Heer! Wees ons genadig, verhoor ons. Heer! Van alle kwaad, verlos ons. Heer! Van alle zonden, ** Van uwen toorn. Van eenen haastigen en onvoorzienen dood. Van de listen des duivels. Van gramschap, haat j * Bid (bidt) voor ons! I ** Verlos ons, Heer ! |
|
onini mala voluu-tate, 1 A spiritu fornica- tionis, A f u 1 g u r e e t t e m p e s t a t e, A f ii 1 g u r e e t t e in p e s t a t e, A flagello terrae motus, A peste, fame et bello, A morte perpetua, Per niysteriiim sanc-tae iiicarnationis tuae, Per adventum tuum, Per nativitatem tuam Per baptismum et sanctum jejunium tuum, Per cracem et pas- sioiiem tuam, Per mortem et se- imlturam tuam, Per sanctam resur- rectionem tuam, Per admirabileni asceusionem tuam, Per adveutum Spi-en van allen kwaden wil, * Van den geest der |
onkuiscliheid, Vanbliksem en o n w e e r, Vanbliksem en o n w e e r, Van den geesel der aardbeving, Van pest, hongersnood en oorlog. Van den eeuwigen dood, Door liet geheim n-wer heilige mensch-wording. Door uwe komst, Door uwe geboorte. Door uw doopsel en heilig vasten. Door uw kruis en lijden. Door uwen dood en uwe begrafenis. Door uwe heilige verrijzenis. Door uwe wonderbare hemelvaart. Door de komst van |
1
Libera nos Domine!
43
|
ritus sancti Pa-racliti, libera nos Domine! In die judicii, libera nos Domine! Peccatores, te roga-mus, audi nos! Ut nobis parcas, 1 Ut nobis indulgeas, Ut ad veram poeni-tentiam nos per-ducere digneris, Ut ecclesiam tuam sanctam regere et conservare digneris, Ut donmum aposto- | licuni et omnes ecclesiasticos or-dines in sancta religione conservare digneris, Ut inimicos sanctae Ecclesiae humili-are digneris. |
Ut regibus et princi-pibus christianis j ilen H. Geest, den vertrooster, verlos ons. Heer! In den dag des oordeels, verlos ons. Heer! Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons! Dat Gij ons moogt sparen, * Dat Gij ons wilt vergeven. Dat Gij ons tot ware boetvaardigheid moogt brengen. Dat Gij uwe heilige Kerk moogt regee-ren en beschermen. Dat Gij den apostoli-schen opperherder en alle geestelijke Orden in den heiligen godsdienst moogt bewaren. Dat Gij de vijanden der heilige Kerk moogt vernederen. Dat Gij den christenen Koningen • Wij bidden U, verhoor ons! |
1
Te rogamus, audi nos! |
u
|
pacein et verani concordiam dona-re digiieris, 1 Ut cuncto populo Christian o pacem et unitatem largiri digneris, Ut nosmetipsos in tuo sancto servitio contortare et con-servare digneris, Utmentes nostras ad coelestia desideria erigas, Ut omnibus bene-factoribus nostris sempiterna bona retribuas, U t animas nostras, fratrum, propin-quorum et bene-factorum nostro-rum ab aeterna danmatione eri-pias, Ut fructus terrae dare et conservare digneris, Ut omnibus fidelibus * Tc rogamus, audi nos! |
en Vorsten vrede en ware eendracht moogt verleenen, * Dat Gij geheel het christen volk vrede en eenheid moogt schenken, Dat Gij ook ons in uwen heiligen dienst moogt versterken en bewaren. Dat Gij ons hart naar hemelsche verlangens moogt opwekken. Dat Gij aan alle onze weldoeners de eeuwige goederen moogt schenken, Dat Gij onze zielen en de zielen onzer broeders,bloedver-wanten en weldoeners, voor de eeuwige verdoemenis moogt behoeden, Dat Gij de vruchten der aarde moogt geven en bewaren. Dat Gij aan alle |
1
Wij bidden U, ver hoor ons J
45
|
deftmctis requiem ! aeternam, clouare digiieris, te roga-uius, audi uos! Ut uos exaudire digiieris, te roga-mus, audi nos! Fili Dei, te rogamus, audi uos ! Agnus Dei, qui tollis peecata mundi,paree nobis, Domiue! Aguus Dei. etc. exau-di uos, Domiue! Aguus Dei, etc. miserere nobis! Ghriste, audi nos! Christe, exaudi nos! Kyrie, eleison ! Christe, eleison ! Kyrie, eleison ! Pater uostnr, etc. Psalm 147. Lauda Jerusalem, Dominum: lauda Deuni tuum. Sion. Quoniam confortavit |
overledene geloo-vigen de eeuwige rust moogt ver-leeneu, wij bidden U, verhoor ons ! Dat Gij ons moogt verhooren, wij bidden TJ,verhoor ons! Zoon Gods, wij bid-denU, verhoor ous! Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer! Lam Gods, enz. verhoor ons. Heer! Lam Gods, enz. ontferm U onzer! i Christus, boor ons! Christus,verhoor ons! Heer, ontferm U onzer! Christus, ontferm U onzer! Heer, ontferm U onzer! Onze Vader, enz. Psalm 147. Loof den Heer, Jeruzalem : lootSion, uwen God. Waut Hij heeft |
46
|
seras portarum tu- ! arum: benedixit filiis tuis in te. Qui posuit fines tuos paeem: et adipe frumenti satiat te. Qui emittit eloquium suum terrae: ve-lociter eurrit sermo ejus. Qui dat nivem sieut j lanam : nebulam i sieut einerem spar- I git. Mittit crystallum su-am sieut bueeellas: ante faeiein frigoris ejus quis sustine-bit ? Emittet verbum suum, et liquefaciet ea; flabit spiritus ejus, et fluent aquae. Qui annuntiat verbum suum Jacob: justitias et judicia |
de grendels uwer poorten versterkt: Hij heeft uwe kinderen binnen u gezegend. Hij heeft den vrede gevestigd tot aan uwe grenzen: en u met de bloem der tarwe verzadigt. Hij zendt zijn woord uit over de aarde : zijn bevel verspreidt zich spoe-dig. Hij doet de sneeuw als wol vallen : Hij strooit den nevel uit alsasch. Hij zendt zijn ijs als stukken : wie zal voor zijn aanschijn de koude doorstaan ? Hij zal zijn woord uitzenden en alles vloeibaar maken : zijn geest zal waaien en de wateren zullen stroomen. Hij maakt zijn woord bekend aan Jacob: zijne gerechtigheid |
47
en zijne oordeelen aan Israel. Zóo heeft Hij met ieder volk niet gehandeld : en aan allen heeft Hij zijne oordeelen niet geopenbaard. Eere zij den Vader, enz.
j v. Onze hulp is in den naam des Heeren.
r. Die Hemel en aarde heeft gemaakt, v. Toon ons, o Heer, uwe barmhartigheid.
r. En verleen ons
Uw heil.
v. Help ons, o God, onze Zaligmaker. r . En om de eer van uwen naam bevrijd ons, o Heer. v. Dat de vijand niets tegen ons vermoge. r. Eu de zoon der ongerechtigheid moge ons uiet schaden.
! v. Uwe barmhartig-
sua Israel.
Non fecit taliter omni nationi: et judicia sua non manifestavit eis.
Gloria Patri, etc.
v. Adjutorium nostrum in nomine Domini.
r. Qui fecit coelum
et terrain, v. Ostende nobis Domiue misericor-diam tuam. r. Et salutare tuum
da nobis.
v. Adjuva nos, Deus,
salutaris noster. r. Et propter glori-am nominis tui Domine libera nos. v. Nilnl proficiat inimicus in nobis.
r. Et filius iniqui-tatis non apponat nocere nobis.
v. Fiat misericordia ;
|
tua Domine super 11 os. ii. Quemadmodum speravimus in te. v. Salvum fac popu-lum tuum Domine. b. Etbeuedic haere- ditati tuae. v. Non privabis bonis eos, qui ambulant in inno-centia. d. Domine Deus virtutum : beatus liomo, qui sperat in te. v. Domine, exaudi orationem iiieam. e. Et clamor mens ad te veuiat, v. Dominus vobis-c ii m. e. El cum spiritu tuo. Oremus. Deus qui culpa ol-lenderis, poenitentia placaris : preces po-puli tni supplicantis propitius respiee; et flagella tuae iracun-diae, quae pro pec- |
lieid koine over ons, o Heer. ii. Zoo als wij op U hebben gehoopt, v. Bewaar, o Heer, uw volk. r. En zegen uw erfdeel. v. Gij zult hun, die in onschuld wandelen, het goede niet onttrekken. e, Heer, God dei-sterkte : zalig de man, die op U vertrouwt, v. Heer, verboor mijn gebed. r. En mijn geroep kome tot Ü. v. De Heer zij met u. r. En met uwen geest. Laten wij bidden. O God, Gij die door de zonde be-leedigd, doch dooide boetvaardigheid weder wordt verzoend. verhoor genadevol de bedeu |
4\'3
|
catis nostris mere-mur, averte. A domo tua, quae-sumus Domine, spirituales nequitiae repellantur, et aere-arum disceclatmalig-nitas tempestatum. Omnipotens sem-piterne Deus, paree metuentibus, propi-tiare supplicibus: ut post noxios ignes nubium et vim pro-cellamm, in mate-riam transeat laudis eomminatio tempestatum. Domine Jesu, qui imperasti ventis et mari; et facta fait tranquillitas magna: exaudi preeos fami-liae tuae, et praesta, ut hoe signo sanctae Cru f cis onmis dis-cedat saevitia tempestatum. |
van uw smeekend volk en wend de geesels uws toorns af, die wij voor onze zonden verdienen. Wij bidden U, o Heer, verdrijf van uw huis alle dui-velsclie boosheid en weer alle nadeel van het onweer af. Almachtige, eeuwige God, spaar de angstigen, wees den smeekenden genadig, opdat wij uwen lof\' mogen verkondigen, als de gevaarlijke bliksem heeft opgehouden en de hevigheid van het onweer is bedaard. Heer Jezus, Gij geboodt de winden en de zee en er ontstond eene groote kalmte: verhoor nu ook de bede uwer gemeente en verleen, dat door dit teeken van het heilig f kruis het hevig onweer moge bedaren. |
50
|
Oinnipotens et misericors Deus, qui nos et castigando sanas et ignoscendo conservas; praesta supplicibus tuis; ut et tranquillitatibus hujus optatae couso-latiouis laetemur, et dono tuae pietatis semper utamur. Per Domiuum nostrum Jesum Christum Fi-Hum tuum, qui tecum vivit et reguat in imitate Sjiiritus sancti Deus. Per omnia saecula sae-culorum. Amen. Aspergatur aqna Ixv nedicta. (Enkele bladzijden, zijn hie worden bl. 75 enz. andere ge (Diccudae sunt ctiam Litaniae, si noiidiini qiiivit tempestas. — Symh. Qiiicumque vult. salvus esse. — Autipli. |
Almachtige en barmhartige God, die ons door straffen verbetert en door verontschuldigingen bewaart: geef ons, die tot U smeeken, de genade, dat wij ons verheugen over den troost van deze gewenschte rust en wij het geschenk uwer liefde steeds goed gebruiken. Door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in eenheid met God den heiligen Geest. Door alle eeuwen der eeuwen. Amen. Hierna wordt met wijwater gesproeid. r weggelaten ; tot vergoeding beden (*) ingelascht. De Vertale-.) (Houdt liet omveer nog niet op, dan kan men nog bidden: Lita-niën; de GeloofsOelij-denis van den h. Atha- |
51
|
Salve Regiiia etc. Sub tuuin praosidium. — Cant. Benedicite omnia etc. cum v. Gloria Patri iu quolibet versa dicti Cautioi.) Deinde : v. Benedicamus Pa-treni, et Filium cum sanctoSpiritu. k. Laudenras et su-perexaltemus Eum in saecula. v. Ora pro nobis sancta Dei Geni-trix. k. Ut tligni efficia-mur promissioni-bus Christi. v. Exurge Christe adjuva nos. r. Et libera nos propter nomen Tuum. v. Domine exandi orationem meam. r. Et clamor mens ad te veniat. v. Dominns vobis-cum. R. Etcumspiritu tuo. |
nasius; de Autiplioueu Salve llegiuaenz., Onder uwe bescliorming; de Lofzang- dor drie jongelingen in den vuuroven. Na elk vers van dien lofzang herhalo mou; v, Eere zij deu Vader enz.) Vervolgens : v. Laten wij prijzen den Vader, en den Zoon, met deu heiligen Geest. r. Loven en ver-beffen wij Hem in eeuwigheid. v. Bid voor ons, heilige Moeder Gods. e. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus, v. Verhef U, Christus, help ons. r. En bevrijd ons om Uwen naam. v. Heer, verhoor mijn gebed. r. En mijn geroep kome tot U. v. De Heer zij met U. r.En metUwen geest. |
52
|
Oremus. Omnipotens sem-piteme Deus, qui dedisti famulis tuis, in coufessione verae fidei aeternae Trini-tatis gloriam agnos-cere, et in potentia Majestatis adorare unitatem; quaesu-mus, ut ejusdem fidei firmitate ab omnibus semper mu-niamur adversis. Protege Domine famulos tuos subsi-diis pacis; et beatae Mariae semper Vir-ginis patricinio con-fidentes, a eunctis hostibus et periculis redde securos. A domo tua quae-sumus Domine spi-rituales nequitiae re-pellanturetaërearum discedat malignitas tempestatum. |
Laten wij hiddek. Almachtige, eeuwige God, Gij hebt uwen dienaren verleend, in de belijdenis van het waar geloof de heerlijkheid der eeuwige Drieeenheid te erkennen en in de macht van uwe majesteit de eenheid te aanbidden ; gesteund door dit geloof, bidden wij U, ons steeds van alle wederwaardigheden te bevrijden. Kom, o Heer, uwe dienaren met de bescherming van uwen vrede te hulp, en vertrouwende op de voorbede van de H. Maagd Maria, beveilig ons tegen alle vijanden en gevaren. Wij bidden U, o Heer, verdrijf van Uw huis alle dui-velsche boosheid en verwijder de schade van het onweer. |
53
|
Ad te nos Domine claniantes exaudi, et aëri.s serenitatem nobis tribue supplican-tibus, ut qui juste pro peccatis affligi-mur, misericord ia tua praeveniente, cle-mentiam sentianms. Largiri, et fructus terrae conservare dignare, Domine Deus noster, ut tem-poralibus gaudeamus auxiliis, et jirofi-ciamus spiritualibus incrementis. Per Christum Dominum nostrum. (Potest (lici ctiam oratio illius Saucti, in cujus honore coustruetii est ecclesia, et aliorum sauctormn, in quibus ])lus do eoruni adjutorio confidimns, propter spo-cialem dovotionem nos- |
Verhoor ons, o Heer, die tot U roepen en verleen ons smeekenden eene heldere lucht, opdat wij, die met recht voor de zonden worden gestraft, door Uwe voorkomende barmhartigheid , de goedertie-rendheid mogen gevoelen. GewaardigU, onze Heer en God, de vruchten der aarde te geven en te bewaren , opdat wij ons mogen verheugen over tijdelijke liulpmiddelen en wij mogen toenemen aan geestelijken wasch-dom. Door Christus onzen Heer. (M \'en kan ook auderó gebeden ter cere van den patroon der kerk en van die Heiligen verricliten, op wicn men een bijzonder vertrouwen heeft; overigens ook boot-gebeden, waarbij men voort- |
54
|
tram. Possunt quoque dici et aliao rtcvoiao orationes, cum compunc-tione ct cordis coutri-tiono, implorando sompor miserioordiam Dei. Ut si adlmc tempus tempe-stuosum permanserit, po-terunt supradicta pluries repeti.) durend Gods barmhartigheid afsmeekt. Mocht hot omveer nog aanhouden, zoo herhale men liet voorgaande.) |
2. Andere gebeden,
welke voor alle geloovigen zijn bestemd.
Evangelie van den heiligen Joannes.
In liet begin was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was CTod. Dit whs in het begin bij God. Alles is door hetzelve gemaakt en zonder dat is er niets gemaakt van hetgeen er gemaakt is. In hetzelve was het leven, en het leven was het licht der menschen, en het licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet begrepen. Er was een man, van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis van het licht te geven, opdat allen door hem zouden gelooven. Hij was het licht niet, maar hij kwam om getuigenis van het licht te geven. Dit was het waarachtig licht, dat eiken mensch verlicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de
50
wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. Hij kwam onder de zijnen, doch de zijnen namen Hem niet aan. Maar aan allen, die Hem aangenomen hebben, en die in zijnen naam gelooven, heeft Hij de macht gegeven kinderen Gods te worden, en die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des menschen, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond. En wij hebben Zijne glorie gezien, eene glorie als van den eeniggeboren Zoon des Vaders vol van genade en waarheid.
Litanie.
Wees niet gedachtig, o Heer, onze misdaden, noch de misdaden onzer ouders en wreek niet onze zonden.
Heer, ontferm U onzer! Christus, ontferm U onzer! Heer, ontferm U onzer! Christus, hoor ons ! Christus, verhoor ons ! God hemelsche Vader, ontferm U onzer! God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer!
God Heilige Geest, ontferm TJ onzer!
57
Heilige Drievuldigheid, een God, ontferm
ü onzer!
Heilige Maria, bid voor ons!
Alle heilige Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons!
Alle heilige Troonen en Heerschappijen, * Alle heilige Vorstendommen en Machten, Alle heilige krachten des Hemels,
Alle heilige Cherubijnen en Seraphijnen, Alle heilige Patriarchen en Profeten,
Alle heilige Apostelen en Evangelisten, Alle heilige Martelaars en Belijders,
Alle heilige Bisschoppen en Kerkleeraars, Alle heilige Priesters en Levieten,
Alle heilige Monniken en Boetvaardigen, Alle heilige Pelgrims en Kluizenaars,
Alle heilige Maagden en Martelaressen, Alle heilige Weduwen en Echtgenooten, Alle heilige onnoozele Kinderen,
Alle Heiligen en Uitverkorenen Gods, Wees ons genadig, spaar ons. Heer!
Wees ons genadig, verhoor ons, Heer! Van alle kwaad, verlos ons. Heer ! Van alle zoude, verlos ons. Heer!
Van alle gevaren, verlos ons. Heer!
\' Bidt voor ons,
3*
58
Van allen angst, 1
Van alle schade,
Van uwe gramschap,
Van het heer,schend onweer,
A\'an den nadeeligen plasregen.
Van gevaarlijke wolkbreuk.
Van verderf el ij ken hagel.
Van woedenden stormwind,
Van den schrikwekkenden bliksem en
donder.
Van schadelijk inslaan,
Van hevigen brand.
Van de macht der booze vijanden. Van eenen onvoorzienen dood.
Van de eeuwige verdoemenis.
Door uwe ondoorgrondelijke barmaar-
tigheid.
Door uwe teedere goedheid.
Door uwe genadevolle liefde.
Door uwe hoogste almacht,
Door uwe gestrenge gerechtigheid,
Door uwe macht, waarmede Gij de wolken
hebt geschapen.
Door uwe macht, die Gij over al het geschapene hebt,
1
Verlos ons, Heer!
£9
Door uwe macht, waarmede Gij het onweer en de winden hebt bevolen, * Door uwe zegepraal, waarmede Gij den
duivel hebt overwonnen.
Door uwe heerlijkheid, waarmede Gij op
eene wolk ten Hemel zijt gerezen.
Door uwe majesteit, waarmede Gij op den jongsten dag in de wolken des Hemels zult komen.
Door uw heilig kruis, waarmede Gij de
lucht hebt gezuiverd.
Door de voorspraak uwer glorierijke Moeder, Door de macht uwer heilige Apostelen, Door de macht uwer heilige Evangelisten, Door het lijden aller heilige Martelaren, Door deboetewerkeiiallerheilige Belijders, Door de reinheid aller heilige Maagden, Door den ootmoed aller heilige Weduwen, Door de godsvrucht aller heilige Echt-
genooten.
Door de verdiensten aller Heiligen, Bij het laatste oordeel.
Wij zondaars, wij bidden U, verhoor ons! Dat Gij ons moogt sparen, **
Dat Gij ons moogt vergeven,
quot; Verlos ons, Heer!
*• Wij bidden U, verhoor ons!
60
Dat Gij ons moogt barmhartig zijn, 1 Dat Gij ons genade moogt bewijzen. Dat Gij ons moogt bewaren,
Dat (Jij 011« moogt bescliermen,
Dat Gij ons moogt behouden,
Dat Gij ons uit alle gevaren moogt redden. Dat Gij ons van dit onweer moogt bevrijden,
Dat Gij ons voor het inslaan moogt behoeden.
Dat Gij de donkere wolken moogt ver-deelen.
Dat Gij den harden hagel moogt doen smelten.
Dat Gij den storm moogt bedaren. Dat Gij het graan moogt bewaren. Dat Gij de velden en wijnbergen zonder
nadeel moogt behouden.
Dat Gij ons voor eenen ouverwachten dood
moogt beschermen.
Dat Gij uwe rechtvaardige gramschap
moogt tegenhouden.
Heer Jezus Christus,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld, spaar ons, Heer!
1
Wij bidden U, verhoor ons!
61
Lam Gods, enz. verhoor ons, Heer! Lam Gods, enz. ontferm U onzer! Christus, hoor ons ! Christus, verhoor ons!
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
GEBED.
O Heer Jezus Christus, Zoou van den levenden God, verhoor het gebed van uwe dienaren en dienaressen, en laat onze zuchten tot U in den Hemel komen. Beschouw den groeten angst en nood, waarin wij verkeeren, en red ons uit het groot gevaar. Wij bieden U deze Litanie aan met alle verdiensten van uw heilig leven, lijden en sterven, en smeeken U door do voorbede der glorierijkste Maagd Maria en van alle Heiligen, dat Gij dit schadelijk onweer moogt verdrijven en ons en al het onze redden van het gevaar des verderfs. Gij, die leeft en regeert in eeuwigheid. Amen.
Tot de allerheiligste Drieëenheid.
O allerhoogste Drievuldigheid, God de Vader, de Zoon en de heilige Geest, machtige, schrikwekkende en rechtvaardige God,
62
ik aanbid U, eer en verheerlijk U en smeek ü nederig, kom mij te hulp in den tegen woon ligen nood. O hemelsche Vader, ouder versclirikkelijken bliksem en donder zijt Gij nedergedaald op den berg Sinaï, en toch hebt (i ij de menschen en dieren gespaard; ik bid U, maak door uwe goddel ijl ve macht, dat dit onweer noch den mensclien noch den dieren moge schaden. O Christus Jezus, op de zee van Gal ilea varend, hebt Gij den wind en het onweer geboden, gestild en verdreven: ik bid U, gebied ook het tegenwoordig onweer door uwe goddelijke macht, opdat het zich be-dare en stil voorbijtrekke. O heilige Geest, op het Pinksterfeest zijt Gij in groote macht, onder stormwind en vurige vlammen nedergedaald op den berg Sion, en noch huis, noch berg is eenig onheil wedervaren : ik bid U, bewaar door uwe goddelijke goedheid ons huis en onze velden, opdat zij mogen beschermd zijn tegen bliksem, hagel, plasregen, brand en stormwind. O Gij, ondoorgrondelijke en glorie-waardige; God, straf toch ons niet in uwe gramschap en kastijd ons niet in uwen toorn, maar gedenk uwer barmhartigheid
63
en spaar ben. die zicli vernederen voor uwe majesteit en hunne zouden ootmoedig belijden. O God, Gij bebt gezegd: „Roep mij aan op den dag van nood, ik zal u redden en gij zult Mij prijzenquot;, zie, ik roep U aan in dezen nood uit den grond mijns barten eu belijd, dat Gij alleen bet zijt, die ons uit dit gevaar kunt redden. Daarom bid ik U door uwen lieven Zoon, onzen Heer Jezus Gbristus en door de ondoorgrondelijke goedheid van den heiligen Geest, door de rijke verdiensten van de gloriewaardige M igd en aller Heiligen : laat Gij dit onweer voorbijtrekken eu ons verheugen in een helder weer. Amen.
Vertrouwvolle aanbeveling in Gods bescherming.
O allergoedertierenste Heer Jezus Christus, ware beschermer in alle gevaren, tot U vlucht ik in den tegen woord igen groeten nood en beveel mij in uwe machtige, goddelijke bescherming. Ik verberg mij tusschen uwe heilige doornenkroon, opdat zij mij beware, eu mij van boven geen ongeluk overkome. Ik verberg en verschuil mij tusschen de heilige wonde uwer zijde
64
en de heilige lans, opdat deze lans mij bescherme en mij van voren geen vijand moge naderen. Ik verberg en verschuil mij tusschen de wonden uwer heilige handen en voeten, opdat zij mij behoeden en mij noch rechts, noch links eene lichamelijke of geestelijke ramp moge treffen. Ik verberg en verschuil mij tusschen uwen doorwonden rug en uw heilig kruis, opdat uw heilig kruis als schild mij bedekke en mij van achter geen zichtbare of onzichtbare vijand moge genaken. Ik beveel mij krachtens de beteekenis der ondoorgrondelijke woorden van het heilig Evangelie : „In het begin was het Woord en het Woord was bij God en God was het Woord. En het Woord is Vleesch geworden en het heeft onderons gewoondquot;, opdat de macht dezer heilige woorden mij naar ziel en lichaam beware voor alle ongelukken. Ik beveel mij in de bescherming van alle heilige Engelen, opdat zij zich stellen tusschen mij en alle ongelukken, en mij ongeschonden bewaren. Ik beveel mij in de macht en werking van het heilig kruisteeken, opdat het van mij geheel de macht van satan verdrijve.
05
(Men make hier een kruisteeken.) Ziet het kruis des Heeren, vlucht, gij helsche aanvallers, de Leeuw uit het geslacht van Juda heeft overwonnen ! Zaligmaker der wereld, bewaar mij, bescherm mij. Gij hebt mij door uw kruis en bloed verlost. O heilige, eeuwige God, o heilige, machtige God, o heilige, onsterfelijke God, ontferm ü mijner! uw kruis, o Jezus, bescherme mij; uw kruis, o Jezus, behoede mij; uw kruis, o Jezus, beware mij; Jezus van Nazareth, koning dei-Joden, moge mij sparen voor eenen haastigen en onverwachten dood. In den naam des Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geestes. Amen.
Gebed van Paus Urbanus VIII.
Voor uwe oogen, o Heer, belijden wij de zonden, welke wij hebben begaan en vergelijken haar met de straffen, die wij daardoor hebben verdiend. Overdenken wij het onheil, wat wij verdiend hebben, dan zijn de tegenwoordige rampen onvergelijkelijk geringer dan onze misdaden. Wij ontwaren de oude zonden en toch nog leeft in onze harten lust om op
66
nieuw te zondigen. TJ we kastijdingen treffen onze misslagen, doch onze boosheid bemachtigen zij niet. Droefheid vervult ons hart, doch de trotsche neiging tot de zonde vernedert zij niet. Bittere smart knaagt aan ons leven, doch onzen wandel verbetert zij niet. Zoo Gij lankmoedig spaart, dan geven wij hierop geen acht; zoo Gij kastijdt, dan houden wij het niet uit. Bij een ongeluk bekennen wij onze euveldaden, doch ua uwe bezoeking vergeten wij wat wij te voren hebben beweend. Strekt Gij uwe roede naar ons uit, dan beloven wij beterschap; zinkt uw arm, dan doen wij niet wat wij hebben beloofd. Zoo Gij slaat, dan roepen wij tot U: Spaar ous! en zoo Gij ons vergiffenis schenkt, dan zijn wij even nalatig als te voren. Heer! wij zondaars belijden dat wij gezondigd hebben. Wij weten, dat, zoo uwe barmhartigheid ons niet in genade opneemt, wij dan aan uwe gerechtigheid worden overgeleverd. Almachtige Vader! geef ons zonder onze verdiensten, wat wij ü vragen ; ofschoon uit niets gemaakt, kunnen wij toch tot U bidden door Christus onzen Heer. Amen.
67
Psalm 90.
Die leeft in het vertrouwen op des Allerhoogsteii bijstand, woont veilig onder de bescherming van den God des Hemels.
Hij zegt tot den Heer; Gij zijt mijn toevlucht en toeverlaat, mijn God, op U vertrouw ik.
Want Hij redt mij uit de strikken der jagers en van schampere taal.
Met zijne schouders zal Hij u dekken en onder zijne vleugelen zult gij veilig zijn.
Zijne trouw zal u omgeven als met een schild; gij zult niet vreezen voor nachtelijken angst.
Niet voor de pijl welke men des daags tegen u richt, niet voor een ding dat in het donker waart, noch voor den aanval des duivels op den middag.
Aan uwe eene zijde zullen duizenden vallen, tienduizenden aan uwe rechterzijde, u zal echter niets schaden.
Gij zult het slechts met uwe oogen aanschouwen en het loon der zondaren zien.
En daar gij op God hebt gehoopt, hebt gij u een allerhoogst, d. i. een allerveiligst schuiloord voorbehouden.
68
U zal geen kwaad naderen en de geesel uwe woning niet treffen.
Want Hij heelt u zijnen engelen aanbevolen, dat zij ii beschermen op al uwe wegen.
Zij zullen u op de handen dragen, opdat gij aan geen steen uwe voeten stootet.
Over adders en slangen zult gij gaan en leeuwen en draken vertreden.
Omdat hij op Mij heeft vertrouwd, zal Ik hem redden, hem beschermen, opdat hij mijnen naam kent.
Hij zal tot Mij roepen en Ik zal hem verhooren; met hem zal Ik zijn in zijne nooden, Ik zal hem verlossen en hem met eer overladen.
Met een lang leven zal Ik hem verzadigen, en Ik zal hem mijn heil doen zien.
Eere zij den Vader enz.
Gezang der drie jongelingen in den vuuroven.
Daniel 57—73.
Alle werken des Heeren, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
65
Engelen des Heeren, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Hemelen, prijst den Heer: looft en verheft Hein boven alles in eeuwigheid.
Alle wateren boven de hemelen, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Alle krachten des Heeren, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Zon en maan, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Sterren des hemels, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Alle regen en dauw, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Alle winden Gods, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Vuur en hitte, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Koude en warmte, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Dauw en rijp, prijst den Heer: looft
10
en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Vorst eu koude, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Us en sneeuw, prijst den Heer; looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Nachten en dagen, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Licht en duisternis, prijst den Heer: looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Bliksems en wolken, prijst den Heer; looft en verheft Hem boven alles in eeuwigheid.
Eere zij den Vader enz.
Rozenkrans.
(Het is ook zeer uuttig gedurende een onweer deu .Rozenkrans te bidden, men voege daarbij do gewone voor deu tijd passende geheimen.)
Gebeden ter eere van den heiligen Donatus.
1. Barmhartige, eeuwige God ! Gij die alle elementen eu schepselen in uwe macht hebt en alles regelt naar uw welgevallen: wij bidden U, houd terug eu vernietig geheel de helsche macht, en door de
71
voorspraak van den heiligen martelaar Donatus wend de schrikkelijke en na-deelige gevolgen van het onweer van ons at. Zend uwen goddelijken zegen over ons, onze huizen, velden, wijngaarden, weiden, tuinen en hoornen, tegen alle duivelsche hoosheid, opdat wij door de voorspraak van den heiligen Donatus van alle schade bevrijd blijven en uwen heiligen naam mogen loven en prijzen. Door Christus, onzen Heer. Amen.
2. Goede, barmhartige God! liefdevolle, goedertierenste Vader ! Gij die altijd voor het welzijn uwer kinderen zorgt, Gij die niet hunnen ondergang, maar veel meer hun heil zoekt: wij bidden U, spaar ons, onze have en goed door de verdiensten en voorspraak van den h. Donatus. — Zie met medelijdende oogen op ons neer in dit drijgend gevaar, bij dit verschrikkelijk onweer, dat boven ons woedt en raast. Kom ons, o Heer, in dezen nood te hulp. Wij nemen onze toevlucht tot uwe gron-delooze barmhartigheid; strek uwe weldadige hand tot ons uit; spreek slechts een woord en de vertoornde elementen
72
zullen uwe stem gehoorzamen. Verdrijf dit gevaar van ons, van onze ouders, vrienden en vijanden. Verwijder het gevaar van de vruchten der aarde, welke Gij vaderlijk tot ons gebruik hebt geschapen. Behoed ons in dezen tegenwoordigen angst voor het tijdelijke en tevens voor het eeuwige vuur. Ontsteek in ons het vuur uwer goddelijke liefde dat nooit moge uitdooven, maar ons van alle zonden afhouden en ons eeuwig moge gelukkig maken. Deze genade vragen wij U, o goede God, door de voorspraak van uwen getrouwen dienaar en glorierijken martelaar Donatus, dien Gij ons als bijzonderen patroon in de gevaren van het onweer hebt gegeven. Verleen ons de genade, dat wij zijne standvastigheid in het geloof, zijn vast vertrouwen op U en zijne overige groote deugden zóo mogen navolgen, dat wij hier tijdelijk van alle rampen mogen bevrijd zijn oti U eeuwig met hem in den hemel kunnen loven. Door onzen Heer Jezus Christus, uwen Zoon, die met U in de eenheid van den h. Geest leeft en regeert van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
?3
8. O heilige Donatus, glorierijke martelaar en machtige patroon in de gevaren van bliksem en on weder, van uit den hemel ziet Gij dat wij aan het gevaar zijn blootgesteld, ons leven en onze bezittingen te verliezen ; wees Gij voor ons een machtige voorspreker bij den goeden God, die de macht uwer voorspraak tijdens een onweer zoo dikwijls getoond hebt. Wij zuchten tot dien barmhartigen God, tot Hem zenden wij onze nederige bede, onophoudelijk vertrouwen wij op zijne vaderlijke goedheid ; hoe meer het gevaar dreigt, des te grooter wordt ook ons vertrouwen op Zijne goedheid en barmhartigheid. Verdubbel ook gij, heilige Do-natus, uwe voorbede voor ons. Breng gij ons bidden en zuchten bij den almach-tigen God, opdat wij door uwe machtige voorspraak ongedeerd mogen blijven van het vuur des hemels, van alle andere na-deelige toevallen, maar vooral van de doodzonden en het eeuwig vuur der hel. Door de verdiensten van onzen Heer Jezus Christus. Amen.
4. O God des hemels en der aarde,
4
quot; VJ , ï f i
u
groote, machtige en schrikwekkende God! voor wiens majesteit alles beeft, wien de zee en winden gehoorzamen, dien vuur, hagel en haren moeten loven: wij gelooven aan U als de eeuwige Wijsheid en Waarheid, onzen God en Heer, die het kwaad bestraft en het goede beloont, de braven beschermt en de zondaars dikwijls heilzaam verschrikt. Wij hopen op U, als onzen Vader, die de zijnen onder zijne vleugels verzamelt even als eene hen hare kiekens, als onzer, al-machtigen, barmhartigen en oneindig getrouwen God, die alles kan geven, die alles, wat Hij belooft, gaarne wil geven, en aan hen die het verdienen ook zeker geven zult. Wij beminnen U van ganscher harte, niet alleen als onzen grootsten weldoener, maar ook en wel vooral als het hoogste en volmaakste goed, dat alle eer en liefde waardig is. Wij vreezen U als onzen grooten en recht-vaardigen God, in wiens handen ons leven, onze have en goed is; wij hebben berouw en vervloeken met innige droefheid des harten alle tegen U bedrevene zonden, met het vaste voornemen ons te bete-
75
ren, alle gelegenheden tot zondigen ernst el ijk te mijden en voortdurend den weg uwer heilige geboden te bewandelen. God van alle barmhartigheid, wij weten dat het U eigen is U altijd te oiittermeu en te sparen; wij weten dat Gij zelt in uwe Heiligen wordt geëerd: ach, verhoor toch onze bede, wend alle gevaren van ons af, van onze woningen en velden. Daarom smeeken wij ü door de voorspraak van Maria, de maagdelijke Moeder, van den heiligen aartsengel Michael en van den heiligen martelaar Donatus. Door Jezus Christus, uwen Zoon, onzen Heer. Amen.
5.* Eeuwige, almachtige God! onder wiens bevel alle elementen staan; wij werpen ons voor U neder en smeeken, laat toch dit onweder zonder schade voorbij drijven. Bewaar ons voor brand, voor hagelverwoesting en bederfelijke overstroo-mingen. Bescherm ons, uwe kinderen, bescherm onze huizen, bescherm onze velden. Rechtvaardige God! wij bekennen het, wij hebben kwaad gedaan en uwe straffen verdiend. Maar, ach Heer ! sla een genadig oog neder op de tranen, die de droefheid
76
over onze zonden ons afperst, en op het voornemen dat wij maken om voortaan dezelve te vermijden en U getrouw te dienen. Ontferm U onzer, ontferm U onzer. Handel met ons niet volgens onze boosheden, maar om den lof van uwen heiligen naam en om de verdiensten van uwen Zoon Jezus Christus, van de glorierijke Maagd Maria, van den h. Donatus en van alle Heiligen, spaar ous en doe ons barmhartigheid. Amen.
(Uit: Anker onzer Hoop.)
6.* O God! wij beven bij het aanschouwen uwer macht. De donder, o Heer, is uwe stem. De bliksems gehoorzamen uwe bevelen; zij volgen den weg, dien G\\j hun aanwijst en verkondigen uwen luister. Te midden van donder en bliksem gaaft Gij eens uwe geboden op den berg Sinaï. U, Vader, wien nu de geheele natuur zwijgend aanbidt, U verheerlijken wij ook als de Heer, onze God; voor ü buigen alle knieën. Heilige God! heilige, sterke God! heilige, eeuwige God! ontferm U onzer. Amen.
(Uit; Zaad korrelt je.)
7.* Ik beken, dat de Heer groot,, dat
7T
Hij de eenige God is. Hü doet al wat Hij wil, en niets wederstaat Hem in den hemel, op de aarde, in de zee en zelfs tot in de diepste afgronden. Hij is het, die door de almogende macht van zijnen arm, het heelal geschapen heeft en het door pjne wijsheid bestuurt. Hij doet, wanneer het Hem behaagt, de winden loeien, en, wanneer Hij zulks verlangt, doet Hij ze weder bedaren. Hij doet do wolken oprijzen, en geleidt ze, op zijn bevel vliegen zij van het eeno einde der aarde naar het andere over. Nu doet Hij die samen pakken en persen, en doet er de bliksem met een ijselijk gedruiscli uitschieten, dan doet Hij die in zoete en vruchtbare regens overgaan en nedervallen.
O, hoe schittert zijne macht, vooral in storm en onweder! Hij kondigt zijne tegenwoordigheid aan door stormen van vuur, en het gekletter en gerommel des donders is zijne stem, de wolken zijn als het stof, dat zijne voeten in de lucht doen opstuiven. Hij spreekt tot de zee en doet haar uitdrogen; Hij bedreigt de rivieren, en plotseling zijn zij in uitgestrekte en dorre woestijnen veranderd.
78
Red mij, Heer, red mij! De vrees voor uwen toorn, de eerbied, die uwe machten uwe grootheid mij inboezemen, hebben al mijne beenderen doordrongen. Mijne oogen zijn er door verduisterd, en mijne stem is verdoold, maar ik hoop in U. In den grootsten glans uwer Majesteit, te midden van den vreeselijken toestel uwer wraaknemingen zeiven, zijt gij altoos uwer barmhartigheid, indachtig. Gewaardig U dezelve thans te gedenken. Heer ! het is de blik van goedheid, welken ik nu verwacht, die, voor mijne oogen de heldere stralen uwer zoete hoop doet glinsteren, mijne angstige ziel zal gerust stellen, en de kalmte en de vreugde aan al mijne zinnen zal wedergeven.
(Uit: Getrouwe Leerling.)
8.* Antiph. Hij hief zijne handen omhoog tot den Heer, en de donder en hagel hielden op, en er viel geen regen meer op de aarde. Exou. ix., v. 33.
v. Heilige Donatus, martelaar van Christus ! bid voor ons.
e. Opdat wij van alle gevaar en schade des onweders bevrijd mogen worden.
79
Laten wij bidden.
O Heer Jezus Christus, Zoon van den levenden God, verhoor de ootmoedige gebeden van uwe dienaren en dienaressen, en doe onze zuchteii tot uwen hemelschen Vader klimmen. Aanzie met een barmhartig oog de uiterste benauwdheden, waarin wij ons bevinden door het on-weder, dat ons bedreigt, en verlos ons van de gevaren die ons omringen; hiertoe bidden wij U ootmoedig door de verdiensten van uw bitter lijden en uwen smartelijken dood, door de voorspraak van de roemvolle Maagd Maria, van den h. Donatus, en van alle Heiligen, die leeft en heerscht met den Vader, en den h, Geest in alle eeuwen. Amen.
(Uil; Engelbestierder.)
9. Men bidt vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet Maria, ter eere van de vijf wonden en voegt bij ieder: O Jezus!
door de heilige wonde van uwe ......
en door de voorspraak van den heiligen Donatus, ontferm U onzer !
Na het onweer.
Is het onweer gelukkig voorbij dan moeten wij God bedanken voor zijne be-seherming; want het is maar al te waar, dat velen tijdens een onweer slechts uit angst bidden. Bij schoon weer denken zij er zelden aan zich tot den goeden God te wenden; dreigt echter een onweer, dan spoedt men zich tot het gebed. Nauwelijks is het gevaar voorbij, dan houdt ook het bidden op; bij den laatsten donderslag hoort men ook de laatste gebeden. In hetzelfde huis, waar nog zoo even werd gesmeekt, hoort men dan dikwijls weer lichtzinnig schertsen, vloeken, schimpen als te voren, en voor dat de daken geheel droog zijn, zijn ook reeds alle goede gevoelens en voornemens evenals het regenwater weggevloeid. Is dit niet eene godsvrucht in scliijn, welke zich richt naar het weer en uit nood ontstaat? Slechts dan wanneer de Christen na het onweer dankt
81
voor de verleende bescherming, maakt hij zich der bescherming Gods voor toekomstige gevaren waardig.
De Lofzang van den h. Ambrosius.
U, o God, loven wij.
U, o Heer, belijden wij.
U, eeuwige Vader, eert de gansche aarde. U loven alle Engelen, alle hemelen, alle machten.
De Cherubijnen en Seraphijnen roepen
onophoudelijk:
Heilig, heilig, heilig is de Heer, de God
der heerscharen!
Hemel en aarde zijn vol van de heerlijkheid uws naams !
IJ loott het schitterend koor der Apostelen, U prijst de lofwaardige schaar der Profeten, U roemt het luisterrijk heer der Martelaren, U erkent de heilige Kerk over de geheele aarde:
U, Vader van oneindige heerlijkheid, En uwen aanbiddenswaardigen, waren en
eenigen Zoon,
Alsmede den heiligen Geest, den Trooster. Christus, Gij zijt de koning der glorie, Gy zijt de eeuwige Zoon des Vaders,
82
Gij hebt, toen Gij, om denmensch te verlossen, de menschheid zoudt aannemen, den schoot der Maagd niet geschroomd.
Gij hebt, na den prikkel des doods overwonnen te hebben, voor de geloovigen het hemelrijk geopend.
Gij zit aan de rechterhand Gods, in de heerlijkheid des Vaders.
Wij gelooven dat Gij als Rechter zult wederkomen.
Daarom bidden wij U, kom uwe dienaren te hulp, die Gij met uw dierbaar bloed hebt verlost.
Laat hen allen in uwe eeuwige heerlijkheid onder uwe Heiligen geteld worden.
Heer! maak uw volk zalig en zegen uw erfdeel.
Heersch over hen en verhef ze tot in eeuwigheid.
Dagelijks loven wij U.
En wij prijzen uwen naam in eeuwigheid, en in de eeuwen der eeuwen.
Wil ons, o Heer, heden van alle zonden bewaren.
Ontferm U onzer. Heer, ontferm U or.zer.
Laat uwe barmhartigheid over ons komen, o Heer ! gelijk wij op U hebben gehoopt.
33
Op U Heer, heb ik mijn vertrouwen gesteld en in eeuwigheid zal ik niet beschaamd worden.
v. Prijzen wij den Vader, den Zoon en
den heiligen Geest.
E. Laten wij Hem in eeuwigheid loven en verheerlijken.
Laten wij bidden.
O God, wiens barmhartigheid ontelbaar en wiens hulde eindeloos is; wij danken uwe hoogste majesteit voor de ontvangen bescherming en smeeken te gelijk aanhoudend uwe goedheid, dat Gij ons moogt geven wat wij vragen, dat Gij ons niet zult verlaten en ons moogt voorbereiden tot de eeuwige belooning. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Psalm 148.
Looft den Heer van uit de hemelen, looft
Hem in den hooge.
Looft Hem, al zijne Engelen; looft Hem,
al zijne heerkrachten.
Looft Hem, zon en maan; looft Hem, alle
sterren en lichten.
Looft Hem, hemelen der hemelen; en dat
84
alle wateren, die boven de hemelen z\\jn, den naam des Heeren loven.
Want Hij sprak en zij waren gemaakt,
Hij beval en zij waren geschapen.
Hij stelde ze vast voor eeuwig en altijd.
Hij heeft hun wetten gesteld, welke zij altoos zullen nakomeu.
Looft den Heer, gij schepselen der aarde, gij gedrochten en alle afgronden.
Looft God, vuur, hagel, sneeuw, ijs en stormwinden, die alle gehoorzaamt op zijne stem.
Looft Hem, bergen en alle heuvelen, vruchtboomen en alle ceders.
Looft Hem, wild en tam gedierte, slangen en vogels.
Looft Hem, koningen en alle volken der aarde, vorsten en alle rechters der aarde.
Jongelingen en maagden, grijsaards en kinderen, looft allen den naam des Heeren, want hij alleen is hoog verheven.
Zijn lof is boven hemel en aarde; en Hij heeft den hoorn zijns volks verheven.
Een Lofzang voor al zijne heiligen, voor de kinderen Israels, voor het volk, dat Hem nadert.
Eere zü den Vader, den Zoon en den heiligen Geest enz.
85
* Gebed na een onweder.
Wij danken U, o God, dat Gij ons en onze goederen voor alle schade hebt willen bewaren. Op U zullen wij steeds vertrouwen. Gij zijt de lieer onze God, Gij schept uw behagen in ons te redden en te helpen. Mocht de schrik, die wij doorstaan hebben, onzer zielen heilzaam zijn. Zegen de goede voornemens, welke wij in het oogenblik ties gevaars gemaakt hebben. Wij zullen trachten ons leven te beteren, om de gestrengheid van uw oordeel te ontgaan, waarvan dit onweder slechts een zwak afbeeldsel was. Eu mocht er ergens schade zijn toegebracht, vervul dan de harten van allen, die Gij verschoond hebt, met medelijden en milddadigheid. Wij bevelen ons en het weder in uwe bewaring en bescherming. Door Jezus Christus, onzen Heer. Amen.
(Uit; Zaadkorreltje.)
Imprimatur.
P. MANNENS,
S. Theol. Doet. et Prof. Librorum Censor.
raemundae, 6 Junii 1887,
INHOUD.
Bladzijde.
V oorrede............^
I.
Onderrichting over het onweder.
1. Het onweer besclionwil uit ecu natuurlijk siaudpuiit. Onweer.— Bliksem.—Donder. — WccrlieUtcn. — Hot inslium. — Werkingen van den bliksem 5
2. Het omveer kcscliouwd uit ceu goilsdieustig stau ilimnt.
Openbaring van (iods Goedheid. — Macht. — Gerechtigheid. — invloed des duivels — der goede Engelen........\'J
II.
Behoedmiddelen tegen den bliksem en het onweder.
1. Natuurlijke IjelioediimWeleu.
Bliksemafleider. — Voorzorgsiiiaatregeion. . 18
2. Goilsilieustigc lieliociluiiilileleii.
Godvruchtige gebruiken. — De vereering der Heiligen, de heilige Kngoleii, do heilige Barbara, do heilige Donatus, do heiligen Jacobus en Johannes als zonen des donders. — Hot Evangelie van Joannes .... 22
Gebeden.
Gebeden voor Priesters.
Bladzijde.
Preccs ad repellendam tcinpestatoiu. ... \'67
Litaniae omnium Sanctorum......38
Fsalmus 147...........45
Oeljeden voor alle geloovigen.
Evangelie van den heiligen Joannes. ... 55
Litanie.............56
Gebed tot de allerheiligste Drieëenheid. . . 61 Vertrouwvolle aanbeveling in Gods bescherming 63
Gebed van Paus Urbauus VIII..... 65
Psalm 90.............67
Lofzang der drie jongelingen in den vuuroven 68
Kozenkrans............70
Gebeden ter cere van don h. Uonatus . . 70
Na het onweer.
Na het onweer..........80
De lofzang van den h. Ambrosius .... 81
Psalm 148............83
Gebod.............85
-•oOOOo*—
Bij de Uitgeefster dews is mede versoiieiieii:
bb tïf.it.ig k Biecht. Geschenk ann de lieve Umueren van eenen goestclijken Kindervriend. — DerdedrUK. Prijs 8 c. C~~ 25~-èx. 1. 1.75; — 5ö ex. f. \'V2ó; — 100 ex. t,/C}.00.
Die heii.ige Beichte. Cesclienk n. s. r\'n.iquot;f ^: — 25 ex. f. 2.00; — 50 ex. f. 3.75; — 100 ex. f. /.00.
Novene voor Kinderen die zich v aardig tot hunne
eerste H. Co».»mrnic wenschen voor te bereiüèn, door
G II Leus. Zeventiende druk. fiijs 40 c.: — 2o ex. f. 2.25: - 50 ex.\'f. 4.25; - 100 ex. f. 8.00.
De eerste heilige Commtniea Geschenk aan dn lieve Kinderen, die zfoh waardig tqt hunne eerste H. Commmile weaschen voor e bereiden, van eenen geestelijk én Kindervriend. Prijs i\'ï c.; - 25 ex. f. 2.75.quot; - 50 ex. i. 5.25: — 100 ex. f. 10.00.
Het hku-ig Vormsel. Gesciieuk ohz. Iwccde drviï. Prijs ,10 c. — Bij getallen als Novene..
Het Kind van hrt H Hart van Jezus. Tweede druk^ Geschenk enz. Prijs 10c. - Bij getallen aisNovkne.
Mei liedjes op wijzen genomen : it ,,Choix dt; can-^ tiqnes u in sage des de door een •
Oud-Professor. Zevende druk. Prijs 1L •. By ex. . wordt de „muziekgratis gegevf.n.
Het H. Hart van Maria. Handboekje voor .longe-docliters-Oongreganisien van O. L. .Vrouw, door H. Welters. Prijs 00 c.
Vermalen. Voorreelden en Gelijkenissen ten gé-hi-uike bii het onderwijs van den Catechismus ol q-Christenleer, tevens een Handhoek voor C hristehjke huisgezninen. door H. Welters. Met een aardi ijksk. Aanhangsel. Prijs f. 3.00, - Gebonden met den Koermondschen Cateehisinus in een linnen ba na l t.».
Christelijk Mms- en Volksboek. Verklaring van het h. MisollV.r, door M. Von Cqchem, Capucijn. Derde druk. Prijs \\)0 c... in linnen band f. 1.20.