-ocr page 1-

De Gemeente en Polder

\'S GRAVELAND,

DOOK

G. P. VAN TROJEN,

Gemeente-Ontvanger.

I. qu.

2U

-ocr page 2-

qu.

Ui

-ocr page 3-

1

cy

Qy ?\'.y lt;■

De Gemeente en Polder

\'S GR AVEL AND,

DOOR

G. P. VAN TROJEN,

Gemeente-Ontvanger.

-ocr page 4-

HnMlRffll SSN

.

BHSi

WéMm

-ocr page 5-

INHOUD.

Plattegrond van \'s Graveland. liklz,

Algemeene beschrijving....................................................................................5

Oorsprong van \'s Graveland..........................................................................7

Octroy tot cultuur van de Goysche vullingen ^enaemt \'sGravelandt. .. 8

Ampliatie van het octroy................................................................................8

Placaat tot confirmatie van het octroy........................................................io

Accoord met Naarden en Gooiland..............................................................11

Kavelconditiën...........................................................................................12

Nadere ampliatie van het octroy................................................................14

\'s Graveland een dorp......................................................................................15

Beurtveren..........................................................................................................15

Bouw van de gereformeerde kerk..................................................................15

Instelling kerkeraad..........................................................................................16

Paardenmarkt...........\'..............................................................................17

Invasie van de Fransche troepen in 1672....................................................17

Afkoop koptienden met Gooiland................................................................18

Overeenkomst tusschen het Gemeentebestuur en Hoofd-Ingelanden .... 18

\'s Graveland onder vreemd bestuur....................\'........................19

Gemeentewapen................................................................................................19

Herstelling van het collegie van Hoofd-Ingelanden en reglement voor

dat collegie....................................................................................................20

Over punten van overeenkomst tusschen het Gemeentebestuur en

Hoofd-Ingelanden..........................................................................................23

Bestraten en begrinden van wegen................................................................24

Proces-verbaal grensregeling.................................................................25

-ocr page 6-

IV

Bldz.

Begraafplaats....................................................................................................25

Pensionnaat van den Heer Baudet..............................................................25

Opheffing heerlijke rechten bij de grondwet van 1848..............................25

Straatverlichting....................................................25

Algemeen en bijzonder reglement voor hét Polderbestuur........................26

Bouw gemeentehuis en onderwijzerswoning..................................................26

Telefoon ............................................................................................................27

Trottoirbestrating..............................................................................................27

Bewaarschool....................................................................................................27

Benoeming gemeente-geneesheer....................................................................27

Publieke-pompen................................................................................................28

Bijzondere school met den bijbel..................................................................28

Middelen van vervoer te land........................................................................28

Politie-verordeningen........................................................................................32

Overzicht van de voornaamste gemeente-mnanciën.

Statistiek van i860 —1887.................................. I—XV.

-ocr page 7-

i m

Anke

D Wesler jS J

\' hlt; JV\\

iS / rnn l iro lt;gt;\'.

i1»

. s Gravolanclschc Trantwev

5 (jj\'jlll VVOquot;\'.

O

-ocr page 8-

.

-

■ ~

■it \'•gt;

-

mi

^8-»«*\' MSjHWffiMi

\0W,ïi

.

W.

.

■0:i

\'

■ ■

jyj-s

-ocr page 9-

\'s GR A VEL AND.

De gemeente is gelegen in het Zuid-Oostelijk deel van de provincie

Noord-Holland, wordt begrensd door de gemeenten Hilversum, Weespcr-

Carspel, Ankeveen en Kortenhoef en beslaat eene oppervlakte van 484 hectaren 4920 aren, verdeeld als volgt:

Hectaren. Aren.

Wateren enz................ 23 4730

Wegen.................... 1 1297

Vaarten, kanalen............ 6 0550

Onbelaste gronden.......... 9 5881

Met gebouwen bezet......... 10 7645

Lustgronden................. 108 2286

Bouwlanden................ 23 1B39

Graslanden................. 260 6981

Tuinen en warmoezerijen .... 14 0717

Boomgaarden............. 4 2460

Bosschen................... 20 3861

Bleekerijen................. 2 Ö673

Geheele uitgestrektheid der gemeente 484 4920 Zij telt 329 woonhuizen, die bijna allen langs de \'s Gravelandsche vaart zijn gelegen \').

De gemeente vormt nagenoeg een rechthoek.

...... •

O LOOP DKR BEVOLKING VAN DE G KM KENT K.

op 31 December 1861 556 mannen 668 vrouwen totaal 1224 personen. /.■ /; 1871 571 n 680 ,■ „ 1251 ,,

h 11 1881 590 „ 668 „ a 1258 1,

n 11 1888 648 „ 728 a „ 1376 11

De meeste inwoners belijden den Ned. I lervormden Godsdienst, ongeveer Y-, deel is Roomsch Katholiek, slechts weinigen andere gezindten.

Met aantal woonhuizen aan den Ra de weg, die langs de westelijken grens van de gemeente loopt, bedraagt onder de gemeente Kortenhoef 79 met 374 inwoners en onder de gemeente Ankeveen 14 met 64 inwoners.

-ocr page 10-

6

Dc weg langs dc woonhuizen en die vaart te eener zijde en de landgoederen te anderer zijde loopt door de gcheele lengte der gemeente en is van af ongeveer het midden, van waar een weg naar Hilversum gaat, die de breedte van de gemeente inneemt en onder \'sGraveland den naam van Leeuwenlaan draagt, bij twee eorporatiën in onderhoud.

De Leeuwenlaan en het gedeelte straatweg naa\'r de Noordersluis is in onderhoud bij de administratie van den Soestdijker straatweg.

Het gedeelte van dien weg van het uiteinde van de Leeuwen laan nabij den Huize „Stadwijkquot; naar de Zuidersluis wordt door het Polderbestuur van \'sGraveland als grintweg onderhouden.

Verder treft men nog onder dc gemeente dc navolgende voor het publiek verkeer toegankelijke rijwegen aan:

1°. Een gedeelte grintweg langs de Gooisehe vaart, waarvan dc onderhoudskosten door de Gemeentebesturen van Hilversum en \'s Graveland benevens den \'sGravelandsehen polder gezamenlijk worden gedragen.

2n. De grintweg, uitmakende een gedeelte van het zoogenaamde Anke-veensehe pad.

3°. Een gedeelte grintweg van \'sGraveland over Bussum, in verbinding met den straatweg van Laren op Naaiden.

De \'s Gravelandsche trekvaart en het jaagpad, alsmede de over die vaart gelegen bruggen zijn in onderhoud bij het Polderbestuur van \'sGraveland.

De buitenverblijven dragen dc namen van Gooilust, Trompenburg, Schoonoord, Land en Bosch, Hilverbeek, Westervelcl, Spanderswoud, Sperwershof, Boekestcijn, Schaep en Burgh en Swaenenburgh.

Dc voornaamste tak van nijverheid is het kleerblceken \'), er wordt cenige landbouw en veeteelt uitgeoefend, terwijl de bevolking verder haar bestaan vindt in winkelnering en de werkzaamheden op dc buitenplaatsen.

De toestand van de behoeftige klasse kan als bevredigend worden aangemerkt.

ï) Het aantal klecrbleekerijen bedroeg volgens de nijverheidsstatistiek in Maart 1889 27, waaronder ééne stoomkleerbleekerij.

liet aantal werklieden in die inrichtingen was op gemeld tijdstip 33 mannelijke en 51 vrouwelijke personen.

Het aantal kleerbleekerijen aan de Rade onder de gemeente Kortenhoef bedraagt 17 waaronder twee stoomkleerbleekerijen met 15 mannelijke en 31 vrouwelijke werklieden.

(Het hoofd van die werkplaatsen daaronder niet begrepen).

-ocr page 11-

7

Vóór do inwerkingtreding van de wet van den 19 Mei 1S19, Staatsblad n0. 30, vormde \'sGraveland een gedeelte van d j grensscheiding tusschen I loliand en bet Sticht.

\'sGraveland is eene verkorting van \'sGravelanden, als behoorende die landstreek oudtijds tot een domein der grafelijkheid. In dien tijd heetten de \'sGravelanden, onlanden, vullingen, verlaten venen, uitgedolven ten deele moerassige plaatsen met biezen, heide, riet en ruigt.

De oorsprong van \'sGraveland moet gezocht worden in omstreeks het midden van de eerste helft der zeventiende eeuw.

Vóór of in het begin van het jaar 1625 werd door de Jleeren Adriaan Pauw, Ridder, Heere van Heemstede, Raad en Pensionaris der stad Amsterdam, en PlETER CüRNELISZ. Hooft, Drost van Muiden en Haljuw van Gooiland, op naam van Meester Jan ingel, Advocaat, en zijne medestanders een rekest ingediend bij de rekenkamer van de grafelijke domeinen, om die landen tegen eenige recognitie te mogen bekomen. De Heeren Ingel en consorten wendden zich later met een dergelijk verzoekschrift tot de Staten van Holland en West-Friesland. Adressanten gaven in dat stuk te kennen,

dat aan de grens van Goyland, aan de zijde van het Sticht en palende aan de eigendommen van Anckeveen, Cortehoef, Loosdrecht en Sint Maertendyck zijn gelegen eenige zandige, ongelijke, onvruchtbare en woeste, ten deele moerassige landen;

dat die gronden des winters ongangbaar zijn en des zomers slechts mosch en biezen van weinig waarde opleveren;

dat zij zich moeite en arbeid wenschen te getroosten om die onlanden tot cultuur te brengen, zonder hinder of beletsel van die van Goyland, in het belang van de grafelijke jurisdictie en tot verbetering van den Hollandschen grond. lt;

Wijders om genoemde landen onder schadeloosstelling aan hen te octroyeeren, met uitzondering van de tienden van alle vee en vruchten, die de landen mochten afwerpen, alsmede van de grafelijke tollen en van de verpondingen, de ioo0, soquot;, 40°, 30° en andere penningen, meer of minder voor den tijd van 40 jaren, en de boomgelden, bezaaide morgens en de middelen van consumptie voor den tijd van 20 jaren, met toekenning aan verzoekers de ambtsheerlijkheid en het dagelijksch

-ocr page 12-

gerecht over de hen af te stane landen, met macht keuren en ordonnantiën te maken over de aan te leggen wegen en wateren.

De ridderschap, edelen en steden van Holland en West-Friesland willigden het verzoekschrift in bij hun octroy tot culture van de Goijsche vullingen, genaemt \'s Gravelandt, gegeven in den Haag den 17 Maart 1625, waarbij een groot gedeelte van die landen aan supplianten werd afgestaan:

i0. onder de voorwaarden en op de limieten, als de bij de vroegere limietkwestie tusschen de Provincie van Holland cn het Sticht van Utrecht benoemde commissarissen Jonker Nicolaas van der bouckiiorst, Heer van Noortvvijk, Nicolaas Woutersz. van der Meer, Burgemeester van Haarlem, genoemden Adriaan Pauw, benevens één uit de rekenkamer en den Advocaat Fiscaal Meester Nicolaas van Kinschot, op hunne inspectie met die van Goyland zouden overeenkomen, en alvorens de cultuur vvierd bewerkstelligd door de ondernemers aan die van Goyland zouden worden gedaan behoorlijk contentement, des noods ter decisie van genoemde commissarissen;

2°. onder gehoudenheid die landstreek binnen 4 jaren in cultuur te brengen, onder schadeloosstelling aan de grafelijkheid van eene jaarlijksche recognitie van 10 schellinghen tot 2 grooten vlaems den scheilingh voor iederen morgen van den aan hen af te stanen grond.

Verder werd vrijdom verleend van de verpondingen, zoo0, 506, 40°, 30quot; en andere penningen, meer of minder, alsmede van de hoorngelden en de bezaaide morgens van die landen, mitsgaders van de tienden, voor den tijd van 15 jaren, ingaande na den tijd van 10 jaren na datum van dit octroy, en dat na afloop van dien termijn de grafelijkheid zou genieten de liquot; schoof van de af te werpen vruchten. Het recht van keuren en ordonnantiën werd gegeven over de aan te leggen wegen en wateren, behoudens dat de schouw en bericht zou staan aan den Baljuw van Goyland of andere daartoe gerechtigde officieren van de grafelijkheid.

Bij ampliatie van het octroy, den 9 October 1626, werd door de Staten van Holland en West-Friesland het navolgende bepaald :

1°. dat aan de ondernemers in eigendom werd toegekend 300 Rhijn-landsche roeden gronds van af de cromme raije tot aan den Holiandschen kamp, te rekenen oostwaarts van af de landscheiding, alwaar zij een wal

-ocr page 13-

9

zouden mogen aanleggen, met weggraving van zand, latende dc corst ten behoeve van die van Goyland;

2°. dat aan Goyland, ten zuiden van den Hollandschen kamp zou verblijven het veld tot aan den Loosdrechtschen weg bij den molen, met toestemming aan de ondernemers om daardoor een weg en vaart, ter breedte van 8 roeden, te mogen aanleggen;

3°. dat aan de geoctroyeerden zou toekomen het geheele land van den Loosdrechtichcn weg bij den molen tot aan den tolakker, tot op ioo roeden van den Utrechtschen wagenweg, zoover de bouwlanden van Hilversum zich uitstrekten en daar, waar die bouwlanden eindigden tot den tolakker, met inachtneming van het octroy aan de kerk van Naarden, den 14 Juli 1620 gegeven;

40. dat die van Goyland binnen de eerste 6 jaren de helft vat: het veen en binnen de volgende 6 jaren het overige veen zouden afgraven van de gronden met bovenveen bezet, gelegen tusschen den Loosdrechtschen weg en den tolakker;

5°. dat de impetranten ten behoeve van die van Naarden en Goyland twee renten op het comptoir van Holland zouden constitueeren, de eene van ƒ 225 \'sjaars vrij geld, ingaande één jaar nadat de gronden door hen zijn aanvaard, en eene gelijke som, ingaande 12 jaren daarna, mits die van Goyland de overige venen zouden hebben afgegraven;

6°. dat de ondernemers in hun gebied te hunnen koste mochten maken alle wegen en bruggen over de aan te leggen vaarten.

Ter behoorlijke nakoming, van de bepalingen bij het octroy verleend en de punten in de ampliatie genoemd, zouden 2 of 3 hiervoor afgevaardigde commissarissen de resolutie naar Naarden en in Goyland overbrengen, met behulp van den Baljuw van Goyland en zoo noodig met die van Naarden en de regeerders van de dorpen van Goyland, mitsgaders de impetranten, haar openen en in overeenstemming van dien de limieten aanwijzen en alle bevelen geven opdat daaromtrent geen misverband zou ontstaan.

Ten slotte wanneer die van Naarden en Goyland zich aan de bepalingen voegden en zich in gehoorzaamheid en stilligheid gedroegen, acte zou gegeven worden, dat in toekomende tijden bij Hun Ed. Mogenden geene notabele uitgiften in Goyland meer zouden gedaan worden, haar preju-

-ocr page 14-

10

dictie cn zonder dat haar, alvorens presentatie of contentement te haarder keuze zou gedaan wezen.

Na liet verkregen octrooi togen de arbeiders van de ondernemers aan liet werk om de landen te ontginnen, doch werden daarin ten zeerste bemoeielijkt door de ingezetenen van Gooiland en in het bijzonder door die van Hilversum, die vreesden door den aanleg van een nieuw dorp benadeeld te worden en schoten zelfs met scherp op de gravers. Verscheidene pas aangevangen werken werden door hen vernield. De gecommitteerde Raden, door de Staten daartoe gemachtigd, vaardigden den 2 Januari 1633 eene resolutie uit, bij insinuatie door een deurwaarder op den 29 Januari d.a.v. tegen Burgemeesters, Schepenen en de gezamenlijke geburen van Hilversum, om de verwoeste werken te doen herstellen. Die van Hilversum verklaarden bij schriftelijke acte de resolutie te erkennen en voortaan de impetranten met rust en vrede te laten, alsmede aan de Hilversumsche ingezetenen niet te verbieden werken van de geoctroyeerden aan te nemen.

Niettegenstaande die beloften konden de gravers niet rustig voort-werken.

Den 12 Maart d.a.v. vertoonden zich eenige vermomde personen met roers gewapend in de scheysloot, gelegen tusschen de geoctroyeerde landen en Gooiland, waarop de daar aanwezige werklieden de vlucht namen, doch werden door die lieden achtervolgd tot aan de cromme Rade achter Ancke-veen, zoodat de arbeiders het handwerk moesten opgeven en door hen tot vijf malen toe schoten werden gehoord. Kort daarop zag men onder de poort van de hofstede van Hknkdictus Sciiaeck, een van de participanten, in het octroy genoemd, ten ongelegen ure een vuur ontstoken, klaarblijkelijk met het voornemen de poort in brand te steken. (Jok werden de glazen eener woning van een der aannemers ingegooid.

Naar aanleiding van de kwaadaardige handelingen en het gepleegde geweld werd door de Staten van Holland en West-Friesland een placaat tot confirmatie van \'t octroy van de Goysche vullingen, den 2 April 1633 uitgevaardigd, door den eersten deurwaarder in de stad Na irden en in de Goysche dorpen afgekondigd en aangeplakt daar ter plaatse waar zulks te doen gebruikelijk was.

1 Iet plakkaat behelsde aan de ingezetenen van Naaiden, die van de

-ocr page 15-

11

Goyschc dorpen en inzonderheid die van Hilversum, nogmaals het bevel om de ondernemers van de geoctroyeerde landen, genaemt\'sGravelandt die gronden voortaan niet rust en vrede te laten genieten, geen zoden of plaggen van daar te halen cn schade of hinder aan de door hen aangevangen werken toe te brengen, op straffe van eene boete van ƒ 50 voor de eerste overtreding, voor de tweede maal ƒ 100 en voor de derde maal ƒ 150 (waarvan \'/.i deel aan den aanbrenger zou toekomen en de overige Va deelen aan den officier met de correctie cn executie belast) onverminderd de arbitrale lijfstraf, mitsgaders vergoeding van geleden schade, in verband met de contraventie, delict of aggressie.

Opdat de daders van de gepleegde misdrijven in handen van de Justitie mochten vallen, ten einde als voorbeeld voor anderen hun straf te ondergaan, zou degene, die de vermomde personen, brandstichters en glazen-smijters mocht aanbrengen eene belooning van ƒ 300.— genieten, alsmede vrijstelling van de op het delict of de delicten gestelde straf, al ware hij aan het feit schuldig geweest.

Indien verder de dienaren, arbeiders en werklieden van de ondernemers, direct of indirect, weer in genoemde moeielijke toestanden geraakten zouden zij gerechtigd zijn zich te verweren, zonder daarover door de officieren van den Lande gestraft te worden.

Zoowel dit plakkaat, als de inkwartiering van een kompagnie ruiters cn voetknechten baatten de ondernemers weinig. Die van Goyland zich beroepende op zekere sententie van Hertog KAREL van Bourgondiën, in dato 19 November 1474, wegens het gebruik der Gooische heide, deed een accoord van den 18 Maart 1634 tusschen Moofd-Ingelanden van \'sGraveland en die van Naarden en Gooiland ontstaan en maakte eerst een einde aan de moeilijkheden. In hoofdzaak werd daarbij bepaald:

10. dat de voorschreven rente zoude vervallen;

2°. dat het geheele gedeelte van den reeds uitgegeven grond van het tegenwoordig Zuidereind van \'sGraveland tot den tolakker gelegen (bekend onder den naam van het tweede blok) ten behoeve van die van Gooiland zoude worden gelaten;

30. dat de stad Naarden zoude mogen beschikken over 12 morgen achter \'sGraveland, sedert het Naarder veld genaamd;

4°. dat de eigenaars, alsook de huurlieden, die tic landen van het

-ocr page 16-

12

eerste blok (de streek gronds liet tegenwoordig \'sGraveland uitmakende) zouden komen te gebruiken, alwaar die ook ingeborenen van Gooiland, buiten wille van die van Gooiland, soolange sij op de geoctroyeerde gronden waren wonende, op de gemeente van Goyland haere beesten niet sullen mogen weyden nochte ook plaggen te slaan, om op de geoctroyeerde landen te brengen.

Eerst na agreatie van dit accoord bij gecommitteerde Raden, den 30quot; Mei d.a.v., kon tot de kaveling van dc akkers worden overgegaan.

Ten overstaan van den notaris Jacob van Zwikten, tc Amsterdam, werden den 7 Juni 1634 de conditiën en voorwaarden door Hoofdingelanden van den \'sGravclandschen polder vastgesteld en door Ingelanden van dien polder aangenomen en goedgekeurd, waarbij de gronden onder de aanleggers werden verdeeld en dc districten bij loting gekaveld zouden worden.

Eenige van dc voornaamste bepalingen in de kavelconditiën waren:

Het gezag over den \'s Gravclandschen polder werd aan 6 Hoofdingelanden voor hun leven opgedragen, ieder hunner in het bezit van 20 morgen gronds in dien polder, onder beding indien een Hoofd ingeland mocht komen te overlijden of geen 20 morgens meer zou bezitten, het collegie een nieuwen Hoofd-Ingeland zou kiezen, die dan in het vereischte grondbezit moest zijn.

Tot Hoofd-Ingelanden werden gekozen de Heeren Dr. Andries Bicker, Burgemeester van de stad Amsterdam, AntiionIUS Oetgens van Wavere, Heer van Wavere enz., oud-Burgemeester van Amsterdam, Kevnier Pauw, Raadsheer in den Hoogen Raad van Holland, Abel Matthijsz burgii, Raad in de vroedschap en koopman te Amsterdam, cürneus van DavklaER, Heer van Petthem enz., en Benedictus Sciiaeck, Heer van Anckevecn.

Al die Heeren lootten voor een geheel district, behalve de Heer Sciiaeck, die met Mr. ingel en consorten voor 50 morgens en de Heeren Jonker Godart van Rede, Heer van Nederhorst, Overmeer enz., en pleter hooft, Drost van Muiden, ieder 20 morgens, allen te zamen 90 morgens, slechts één lot zou trekken;

dat alle resolutiën, naar stand van zaken, ook die bij parate cxécutie en die naar Dijkrechten zouden worden ten uitvoer gelegd door genoemde

-ocr page 17-

13

Hoofd-Ingelanden of door dengene die door hen als Dijkgraaf (doch op de commissie van de Heeren leden van de rekenkamer van Holland) zou worden benoemd, met toevoeging van drie door de Hoofd-Ingelanden benoemde heemraden, welke ieder 10 morgens aandeel in den polder moesten hebben;

dat de Ingelanden zouden genieten al die vrijheden als den impetranten bij octroy en ampiiatic werden gegeven met zoodanige wijzigingen als door overeenkomst tusschen de Hoofd-Ingelanden, Ingelanden, de stad Naarden en de dorpen van Goyland door hunne gecommitteerden benevens de participanten van \'sGraveland werden gemaakt, welke veranderingen de Ingelanden gehouden waren, aan te nemen;

dat te algemeenen laste kwamen al die lasten welke volgens genoemde resolutiën te publieken bate werden of later mochten worden opgelegd;

dat al de schaden aan de publieke werken toegebracht door den polder zouden worden gedragen, behoudens dat de schade aan iemands particulier eigendom overkomen door den eigenaar zou worden bekostigd, met reces op hem, die de schade mocht hebben toegebracht, en dat te algemeenen koste de gepleegde moedwilligheid zou worden vervolgd en de procedure zoo noodig zou worden uitgevoerd;

dat te publieken dienste zouden worden aangelegd en onderhouden al de gemeene rij-trekwegen en vaarten, met uitzondering van de noksloot, alstoen reeds gemaakt, door de eigenaars van de landen, ieder voor zijne breedte zoude onderhouden worden, op zoodanige breedte en diepte als Hoofd-Ingelanden in het vervolg zouden goedvinden.

Behalve eenige verplichtingen opgelegd aan de aanleggers, die bepaalde districten of gedeelten daarvan bij de loting ten deel vielen, en de wijze waarnaar de loting zou plaats hebben, werd tevens verordend:

dat de omslag zou geschieden naar rato van ieders morgental in den polder, door een behoorlijken wal van de Gooische heide afgescheiden, welke polder groot werd bevonden te zijn 556 morgens 28 roeden Rhijnlandsche maat;

dat binnen den tijd van 14 maanden na het teekenen dezer acte, ten minste op iedere 90 morgen twee huizen moesten worden gesteld, uitgezonderd de schuren en stallen voor het vee;

en dat de rekening van de omgeslagen penningen van den polder jaarlijks op den tweeden Dinsdag in Augustus ten overstaan van alle de presente Ingelanden moest worden overgelegd.

3

-ocr page 18-

14

Eindelijk dat tot nakoming der cavelconditiën, te allen tijde zouden verbonden zijn alle de gronden van \'sGraveland met het gebouwen gewas daarop staande en mitsdien alle de cavelingen, die ieder der participanten bij loting zouden te beurt vallen, al ware het dat dezelve door hen in onderdeden verkocht werden, insgelijks daaraan verbonden zouden blijven.

Door Hoofd-Ingelanden van de geoctroyeerde landen werd een verzoekschrift aan de Staten van Holland en West-Friesland ingediend inhoudende, dat zij eindelijk na de bovenomschreven overeenkomst met die van Naar-den en van Gooiland gesloten, in het vreedzaam bezit van de\'sGravelanden geraakten, nadat zij een groot deel van hunne gronden hadden moeten afstaan en door het weghalen van plaggen van de velden, berooven van vruchten, opgraven van wallen en dijken, en strooptochten groot nadeel hadden ondervonden, waardoor tien jaren verliepen, vooraleer zij de cultuur van die landen ter hand konden nemen, met verzoek do exemptie van de in het octrooi omschreven lasten voor den tijd van 15 jaren, ingaande 10 jaren na datum van dat octrooi, eerst te doen ingaan 10 jaren na datum van eene nadere ampliatie en dat de tijd van 15 jaren mocht worden verdubbeld, met uitzondering van do middelen van consumptie en van de grove waren.

De Staten bepaalden bij eene nadere ampliatie van den 20 Maart 1636, aan impetranten het recht te geven met advies van den Baljuw van Gooiland behoorlijke keuren te mogen maken tot welstand over hunne gronden en die te laten berechten door een Schout en schepenen1) door den Baljuw uit de ingezetenen van den lande te benoemen, gelijk in de andere plaatsen van Gooiland geschiedde, blijvende het crimineel ter juridicature van de vierschaar der stad Naai den, de tijd van exemptie van 15 jaren op twintig te brengen, ingaande 10 jaren na datum dezer, en de vrijdom van de impost van de grove waren alsnog voor 4 jaren te verkenen, eindigende ultimo 1639, opdat de supplianten tot spoedige bebouwing van huizen en woningen zouden overgaan om de bevolking van de bedoeld landstreek te bevorderen.

Ter behoorlijke nakoming van de bepalingen dezer nadere ampliatie, zou die door de rekenkamer worden geviseerd en geregistreerd.

5) Het getal der schepenen werd gebracht op vijf.

-ocr page 19-

15

Zoowel door verkoop van sommige cavelingen in kleinere gedeelten, als door de vestiging van een groot getal arbeiders en handwerkslieden, nam de bevolking van den polder meer en meer toe, zoodat men van dien tijd af kan rekenen, dat \'sGraveland een dorp is.

Kr ontstonden buitenverblijven, door de Ingelanden gedurende den zomertijd bewoond, terwijl het bouwen van woonhuizen op hunne gronden langs di vaart langzamerhand toenam.

Nadat reeds in den jare 1644 door Hoofd-Ingelanden een schipper op Amsterdam werd aangesteld, ontstond een geregeld veer- en jaagschuiten-dienst met de hoofdstad.

Den 16 Juli 1722 werd door Burgemeester, schout en schepenen van Amsterdam eene ordonnantie!) vastgesteld voor den commissaris, schippers en bestelier op Hilversum, \'sGraveland, beijde Loosdrechten en Cortehoef\', terwijl de aanstelling van de \'sGravelandsche schippers tegen zekere recognitie ten behoeve der polderkas plaats vond. Een vast veer bestond hier niet, de keuring van de schuiten was te Amsterdam, Binnen-Amstel tusschen de Halvemaansteeg en den Groenenburgwal. Het vertrek van Amsterdam was eiken dag kort na den middag, behalve des Zondags.

Heeren Hoofd ingelanden, gemachtigd tot het aanstellen der schippers en regelen der beurtveren op Amsterdam en Utrecht en van daar terug, stelden den 16 Augustus 1825 eene instructie vast voor de gezamenlijke door HunEd. aangestelde schippers.

Nadat de aanstelling van de schippers in verband met het 4° additioneel artikel der grondwet van 1848 in handen van de gemeentebesturen was gekomen, vervielen de desbetreffende verordeningen bij de inwerkingtreding van de wet van den 23 April 1880, Staatsblad n0. 67.

Nadat men begonnen was in een door den polder gebouwd huis, dat

i

later tot school werd ingericht, den openbaren gereformeerden godsdienst uit te oefenen, werd door 1 loofd-Ingelanden aan de Staten een verzoek ingediend om een jaarlijksch stipendium voor een predikant en eene somme gelds voor den bouw eener gereformeerde kerk uit \'sLands kas te mogen ontvangen. Het eerste gedeelte van het verzoek werd ingewilligd, doch

\'J Gewijzigd den 29 Januari 1723 en den 28 Januari 1724. Vrachtlijst-verordening vastgesteld in iSiS, veranderd in 1820.

-ocr page 20-

1G

wat het tweede aanging werd een geschenk van ƒ1500.—■ gegeven, terwijl de Staten daarbij te kennen gaven dat het bouwen eener kerk eene zaak betrof geheel tot de competentie van de Ingelanden behoorende.

Eenigc Ingelanden waren terstond bereid gezamenlijk een bedrag van ruim ƒ 2971.— af te staan. Aangezien de kosten voor den bouw van do kerk ruim ƒ 13345.— zouden beloopen, werd, op eene in het jaar 1657 in de stads Doelen te Amsterdam gehouden vergadering van Ingelanden, besloten, oen buitengewonen omslag van / 17.— per morgen \'over de eigenaren van de landerijen van ,sGraveland, te heffen, waardoor de nog ontbrekende som van f 9374.—• werd verkregen en tot het bouwen van de kerk kon worden overgegaan. Tevens werd door Ingelanden bepaald, dat zoolang Hoofd ingelanden ot hunne opvolgers niet in staat zouden zijn om uit ccn afzonderlijk toereikend fonds de onkosten dezer kerk te betalen, dezelve mitsgaders pastorie en schoolhuis, evenals de andere gemeene werken en polderhuizen uit de gemeene polderkas zouden onderhouden worden. De grond van de kerk, het kerkhof en de pastorie werd bij den aanleg der kerk afgegeven van de hofstede Hilverbeek. Den 7 Juli 1658 werd op verzoek van Hoofd-Ingelanden van \'sGravcland, door de classis van Amsterdam de nieuwgebouwde kerk geopend, en predikten de gedeputeerden der classissis Menso Johannis, van Amsterdam, des voormiddags over Psalm 93 : 51\', en Johannes van Sanen, van Huizen, des namiddags over Gen. 4 : 26°. De classis Amsterdam, omdat er nog geene gemeente of kerkeraad was, beriep op 22 September 1659 den Amsterdamschen proponent cornelis van MiDLüM\'), die zijne intrede deed den 2 November d.a,v. met 1 Sam. 12 : 23. Den 27 Juli 1660 werd door Ds. van mldlum

]) Na het overlijden van Ds. C. van Midi.um den 26 Mei 1705 werden door den Kerkeraad op bovenomschreven wijze beroepen en hebben alhier gestaan: 2) G. van Midlum 31 Jan. 1706—14 Oct. 1725; 3) A. J. Elzevier 29Jan. 1726— 20 Maart 1746; 4) Antonius van der Os 23001.1746—18 Aug. 1748; 5) Willem Loké 17 Nov. 1748—20 Aug. 1780; 6) Willem Leendert Krieger 4 Sept. 1780— 4 Nov. 1781; 7) Henricus Johannes van Wijck 7 April 17S2—9 April 1786: 8) Nicor.aas Goverd van Blijenuurg ii Juli 1786—13 Nov. 1796; 9) G. J. Bruvn 28 Mei 1797—1816; 10) Dirk Bruins 1817 — 1 Juli 1855; 11) J. D. Holstevn 25 Nov. 1855—15 |unii8Ó2; 12) J. C. K. Nonhebel 28 Dec. 1862 —29 April 1866 ; 13) J. Gann Dun 4 Nov. i860—4 Juli 1869; 14) J. Montagne 23 Jan. 1870— 19 Sept. 1875; 15) J. A. Barüas 10 Sept. 1876—13 April 1884- Tegenwoordige predikant j. G. Klomp, vroeger predikant te Broek op Langendijk, die den 26 October 1884 zijne intrede deed.

-ocr page 21-

17

met twee gedeputeerden der classis, een kerkeraad ingesteld bestaande uit twee ouderlingen en twee diakenen, uit welk getal de kerkeraad nog bestaat. Kik jaar wordt door den predikant en verdere leden des kerkeraads één ouderling en één diaken gekozen, in plaats van twee anderen die aftreden. Ook heeft de kerkeraad de vrije beroeping van een predikant, doch de approbatie geschiedt door eertijds Hoofd-Ingelanden, thans het Polderbestuur.

In het jaar 1669 werd door de Staten van Holland en West-Friesland aan de Hoofd-Ingelanden toegestaan om in het dorp \'sGraveland te mogen aanleggen eene vrije paardenmarkt, onder voorwaarde aan de rekenkamer van de staatsdomeinen eene jaarlijksche recognitie te betalen van 4 ponden van 40 groot het pond. Sedert verscheidene jaren is de datum voor het houden van die markt alhier bepaald op den 20 Juni, of valt die dag op een Zondag, den 21 d.a.v.\')

Het jaar 1672 was allerdroevigst voor het nog jong aangelegd dorp, met hare 14 buitenplaatsen, door de invasie van de Fransche troepen, tijdens hunne krijgsbedrijven in en om Holland bij de belegering van Naarden. De vreemde legerbende, staande onder het opperbevel van den Hertog van Luxemburg, legde aan deze plaats eene vrij aanzienlijke brandschatting op. Verscheidene vermogende Ingelanden verlieten dit dorp met opdracht aan twee hunner met den Franschen Intendant Koiilikï in onderhandeling te treden over de opgelegde brandschatting tot den afkoopprijs van hoogstens ƒ 6000.—•.

Behalve het vernielen van vele boomen, het gedeeltelijk in de asch leggen van de kerk en het verbranden van het gemeenelandshuis aan het noordeinde, waren het vooral de buitenverblijven Trompenburg 2) en Spiegelrust, het eerste verwoest en het tweede verbrand, die veel van den vijand hadden te lijden.

!) De statistiek van het aantal ter markt aangevoerde paarden toont de volgende cijl\'ers aan; In 1855 546, in 1877 672^ in 1879 812, in 1883 843, in 1884 574, in 1887 540, in 1889 303 paarden.

Na den aftocht van de Franschen deed de eigenaar van Trompenburg, Luitenant-Admiraal Corn klis Tromp, daar ter plaatse een nieuw gebouw herrijzen, liet toenmaals aangrenzende Spiegelrust behoorde aan zijne gemalin Baronnes van Raaphorst.

-ocr page 22-

18

Na het vertrek van do vreemde troepen deden de Hoofd-ingelanden bijna a) de keuren en reglementen betrekkelijk de plantagicn en gemeene wegen opnieuw afkondigen en werd door hen zooveel mogelijk het oude hersteld.

In den jare 1712 werd door Ingelanden van sGraveland met de eigenaars van de koptienden over Gooiland een contract gesloten, waardoor alle recht van koptienden op de \'sGravelandsche gronden ten eenenmale voor ƒ 2000.— werd afgekocht.

Ten blijke van de toename der bevolking in het dorp diene, dat alhier in het jaar 1734 volgens de lijst der verpondingen 120 woonhuizen waren. Er begon omstreeks dezen tijd eene verwijdering te komen tusschen Hoofd ingelanden en het Gemeentebestuur door de aanstelling van vreemdelingen, geene Ingelanden zijnde met het schoutsambt, nadat steeds een der voornaamste Ingelanden de betrekking van Schout had bekleed, als de Meeren Bicker, sciiaeok, Luit.-Adm. de la fontaine, latei-

Drost van Mu\'den en Noppen, die allen onder zich hadden een substituut-

Schout met de politie belast.

In den jare 177? wendde het Gemeentebestuur zich per rekest tot de Staten van Holland en West-Friésland, om voor de kosten van bestuur te mogen heffen een omslag over de ingezetenen, waaronder verscheidenen langzamerhand van arbeiders en handwerkslieden, metselaars, timmerlieden

of schildersbazen waren geworden.

Hoewel vele inwoners aan de Staten daartegen hunne bezwaren bij een verzoekschrift inbrachten en het verleende octrooi eenigen tijd buiten werking kwam, kon eene schikking tusschen 1 loofd Ingelanden en het Gemeentebestuur niet uitblijven, waarbij werd bepaald dat Hoofd-Ingelanden, evenals voorheen het civiel bestuur van polder en dorp zouden uitoefenen en de noodige uitgaven uit de polderkas betalen, niet de bepaling dat ten belioev~ van die kas door den penningmeester zouden ontvangen worden eenige percenten op de verpondingen, welke omslag door Schout en Schepenen zouden worden geregeld, welke schikking in den jare 1786 door willige condemnatie voor den 1 loogen Raad en daarop gevolgd nieuw octrooi van de Staten van Holland en West-Friesland werd bekrachtigd.

De administratie van den polder werd zoodanig geregeld dat apart boekhouding ontstond van den polder, de kerk, pastorie, schoolhuis en

-ocr page 23-

19

van het dorp, doch het voordeelig- saïdo der polderkas moest steeds het nadeelig slot der dorps- en kerksrekening dekken.

De omwenteling v;in het jaar 1795 had eene supprimatie van het collegie van Hoofd-Ingelanden ten gevolge. Een dekreet van de representanten van het volek van Holland gelastte dat alle charters, boeken en registers van dat collegie, ook die alleen den polder betreffende, moesten aan de Municipaliteit van \'sGraveland moesten worden overgegeven.

Het beheer over de polderwerken en hare eigendommen in vreemde handen gekomen werkte zoo nadeelig, dat de kerk, pastorie en schoolhuis zichtbaar jaar op jaar meer in verval geraakten. De reglementen over het beplanten van de gemeene wegen werden niet nagekomen en ei-werden jaarlijks omslagen uitgeschreven en ingevorderd, zonder daarover behoorlijke rekening en verantwoording te doen.

Onder dat bestuur dagteekent een octroy van-den 18 April 1797 van de Provinciale Staten van Noord-Holland tot het houden eener voor- en najaars runderen markt.

Bij octroy van den 29 November 1804 van het Departementaal Bestuur van Holland werd aan het Gemeentebestuur van \'sGraveland toestemming verleend tot het oprichten eener bank van leening, onder daarbij gevoegde voorwaarden en bepalingen.

Het laatste proces-verbaal, bevattende de conditiën waarop dc bank van leening te \'sGraveland werd verpacht, is van den 14 December 1825, en wel voor den tijd van 10 achtereenvolgende jaren, ingaande i0. Mei 1826.

Te vergeefs wendden de Ingelanden zich tot het Departementaal Bestuur van Holland, om weder het beheer van den polder in handen te krijgen.

Bij Koninklijk besluit van den 26 juni 1816 werd aan deze gemeente

een wapen verleend, bestaande uit een schild van Keel beladen met een

i

van goud gekroonde trapgans van zilver op een terras van sinopel.

Kor/ na dc omwenteling, die nan ons vaderland de aloude vrijheid teruggaf, en toen het Koninkrijk der Nederlanden 7vas ontstaan, beproefden de grondeigenaars van \'sGraveland het nogmaals, door zich thans tot dat einde per rekest tot Koning Willem I te wenden, om de vereischte toestemming te verkrijgen voor de instelling van een collegie uit hun midden ter behartiging van hunne belangen in den polder. De adressanten slaagden daarin met dit gevolg, dat aan hen werd toegestaan, onder

-ocr page 24-

20

toezicht van Heeren Gedeputeerde Staten, een reglement voor een collegie van Hoofd-Ingelanden te concipieeren. Den 17 Juni 1815 werden door de grondbezitters drie uit hun midden gekozen, die een concept-reglement samenstelden, dat in de algemeene vergadering van Ingelanden de goedkeuring wegdroeg en aan Heeren Gedeputeerde Staten werd ingezonden. Nadat de organisatie van de gemeenten ten plattenlande door een reglement was vastgesteld, zonden de Gedeputeerde Staten het reglement ter nadere approbatie aan den Koning.

Bij Koninklijk besluit van den 20 Juli 1815, n0. 55, 1quot;. F 2, werd dat reglement goedgekeurd, en gunstig beschikt op het rekest van J. hodson en cs. Ingelanden van \'sGraveland, waardoor Hoofd-Ingelanden van den polder wederom in al de voorrechten, octroyen en prerogatieven werden hersteld, in dier voege als die voormaals wettig bestonden en zij die tot den jare 1795 behielden, alles voor zooverre die niet met de grondwet in strijd waren bevonden.

Het reglement voor het collegie van Hoofd-Ingelanden te \'sGraveland luidde als volgt:

Art. i.

Het zal aan de grondeigenaars der gemeente \'sGraveland vrijstaan uithoofde van de vorige gesteldheid en het oorspronkelijk bestaan, van dat dorp een collegie van Hoofd-Ingelanden uit hun midden te verkiezen en in te stellen.

Art. 2.

Het collegie zal bestaan uit vier leden en één secretaris. De leden zullen voor de eerste maal gekozen worden bij volstrekte meerderheid van stemmen, door al de gezamenlijke grondeigenaars uit dezelve onder hen, welke ten minste 20 morgen in den polder te \'sGraveland bezitten. Zij zullen aanblijven hun leven lang, of zoolang zij het radicaal van 20 morgen bezitten.

Bij vacature vult het collegie op voordracht van zijnen president dc opengevallen plaats wederom met eenen grondeigenaar, het gemeld radicaal hebbende. De secretaris wordt altijd door het collegie benoemd.

Art. 3.

Het collegie van Hoofd-Ingelanden zal belast zijn met het bestuur van alle die belangen, welke de gezamenlijke grondeigenaars en hunne bezittingen betreffen.

-ocr page 25-

2!

Art. 4

Voornoemd collegic maakt deswege zoodanige verordeningen, als met de wetten en reglementen op de polderbesturen bestaande of in het vervolg te maken zullen overeenstemmen. Het heeft het opzicht van het onderhoud van wegen, sluizen, bruggen en wateren in den polder gelegen, doet schouwe over dezelve, zorgt dat de gemaakte reglementen ten uitvoer worden gebracht en gedraagt zich overigens te dien opzichte, ingevolge art. 51 van het Reglement van bestuur voor het platteland.

Art. 5.

Voorts regelt het collegie alle omslagen van polderbesturen en van gelden tot betaling der recognitie door den polder aan \'s lands domeinen volgens de eerste uitgifte verschuldigd, alsmede van alle zoodanige kosten, welke hetzelve zal meenen te moeten maken, hetzij tot instandhouding, hetzij tot verbetering der gezamenlijke bezittingen -van alle grondeigenaars.

Art. 6.

Ten einde de oude betrekkingen, welke tusschen het collegie van Hoofd-Ingelanden en het Gemeentebestuur van\'sGraveland hebben bestaan, naar het tegenwoordige te regelen, dienen de volgende bepalingen.

Art. 7.

Er zullen gecne belastingen, hetzij reëele of personeele, in de gemeente geheven worden zonder dat het Gemeentebestuur het collegie van Hoofdingelanden in deszelfs belangen zal hebben gehoord.

Art. 8.

De consideration van het collegie van Hoofd-Ingelanden zullen door

het Gemeentebestuur moeten worden gevoegd bij deszelfs voordracht aan

de Gedebuteerde Staten van Noord-Holland, zoo omtrent de gewone-

belastingen, welke op de jaarlijksche begrootingen worden gebracht, als

é

omtrent alle andere belastingen die zouden kunnen worden voorgedragen.

Art. 9.

Insgelijks zullen alle keuren en reglementen, waarbij de belangen der Ingelanden direct of indirect kunnen betrokken worden, aan het collegie moeten medegedeeld worden, ten einde hetzelve in staat te stellen daartegen des noods vertoogen te doen, hetzij bij het Gemeentebestuur, hetzij bij Gedeputeerde Staten, zullende het Gemeentebestuur gehouden zijn, zich deswege ten opzichte van het collegie van Hoofd-Ingelanden te gedragen.

-ocr page 26-

22

zooals bij art. 50 van het reglement van bestuur voor het platteland, ten aanzien van eigenaars van heerlijkheden bepaald is.

Art. 10.

Het collegie van Hoofd-Ingelanden zal het recht hebben aan het Gemeentebestuur en aan de Gedeputeerde Staten van Noord-Holland zoodanige voordracht te doen, als het deszelfs algemeene belangen overeenkomstig vinden zal.

Art. ir.

Dadelijk na het collegie van Moofd-Ingelanden zal zijn ingesteld, zullen door hetzelve onder goedkeuring der Gedeputeerde Staten van Noord-Holland met het Gemeentebestuur billijke schikkingen aangegaan worden, omtrent de vereffening van zoodanige objecten en goederen, als waaromtrent zulks zal worden bevonden te behooren, zoo uithoofde van hunne betrekkingen, als om de naderhand plaats gehad hebbende omstandigheden.

Art. 12.

Naar aanleiding der bestaan hebbende octroyen en indertijd gemaakte schikkingen tusschen het Gemeentebestuur van \'sGraveland en het toenmalig

collegie van Hoofd-Ingelanden zal dit collegie, behalve de vrije benoeming

■»

van al de ambtenaren, die uitsluitend ten dienste van den polder zijn en uit de polderkas bezoldigd worden, dc voordracht hebben:

a. van den schout der gemeente, op den voet en de wijze als bij art. 2 van het reglement van bestuur voor het platteland bepaald is;

b. van den secretaris der gemeente, ingevolge art. 68 van meergemeld reglement;

c. wijders de benoeming van den schipper als welke van ouds aan het collegie van Hoofd ingelanden recognitie betaalde;

d. ook worden de koster, voorzanger en klokkeiuider door Hoofdingelanden aangesteld.

Art. 13.

De leden van het Gemeentebestuur, de gemeente-ontvanger en de bedieningen in art. 10 en 45 van het reglement van bestuur voor het platteland genoemd en bedoeld, worden zonder eenige tusschenkomst van het collegie van Hoofd-Ingelanden benoemd en aangesteld.

Art. 14.

Bij de beroeping van den predikant der hervormde gemeente zal de

-ocr page 27-

23

kerkeraad, alvorens tot het beroep over te gaan, aan het collegie van Hoofd-Ingelanden verzoeken handopening en de goedkeuring moeten afwachten, voor zooveel dit nog te voren bij dat collegie i.s uitgeoefend geworden.

Geapprobeerd bij Koninklijke resolutie van den 20 jkili 1817.

{tvas geteckend) A. R. FALCK.

Nadat eene beslissing van Meeren Gedeputeerde Staten was genomen in zake eene kwestie over het schoolhuis tusschen het Gemeentebestuur van \'sGraveland en Hoofd-Ingelanden, werden den r6 April 1817 door laatstgenoemden aan dat bestuur ingezonden de voorgedragen punten van verevening, bedoeld in art. 11 van bovenstaand reglement. De eerste drie artikelen, bevattende de voornaamste bepalingen, waren:

Art. i.

Alle de charters, boeken en registers, voormaals aan liet collegie van Hoofd-Ingelanden toebehoorende, volgens besluit van Representanten van liet volck aan de toenmalige Municipaliteit van \'sGraveland afgegeven, door het tegenwoordig Bestuur aan Hoofd-Ingelanden ter hand te stellen, alsmede te zorgen dat de / 600.— kapitaal der werkelijke schuld staande op het Grootboek, ten name van het gemeen \'sGraveland werde overgeboekt, welk capitaal is spruitende uit geconverteerde effecten aan hun ter hand gesteld, den 23 December 1795-

Art. 2.

De kerk alsmede de pastorie door Ingelanden van \'s Graveland gebouwd en altoos aan de directe beheering van Hoofd-Ingelanden gedemandeerd geweest zijnde, vordert recht en billijkheid, dat dezelve nu als van ouds wederom aan Hoofd-Ingelanden word overgegeven, alsook de respectieve rekeninsfen en het saldo der kas.

Art. 3.

Daar het ten volle blijkt dat het schoolhuis een eigendom van Ingelanden is, komt hetzelve volgens het Besluit van Z. M. onder beheering van het collegie van Hoofd-Ingelanden terug. Hoofd-Ingelanden propo-neeren het lokaal waarin het school gehouden wordt ten allen tijde tot hetzelfde einde te zullen vrijwaren en uit de kas van gemeen \'sGraveland te onderhouden, dog voor de annexe wooning thans door den schoolmeester bewoont en teffens moetende verstrekken tot een locaal voor het houden

-ocr page 28-

24

der zittingen van \'t collegie voornoemd en tot vrije wooning van den koster en voorzanger, vermeenen zij zoolang de schoolmeester daarin woont eenige retributie te moeten genieten, daer de lasten en onderhoud van dit gebouw thans wederom uit de kas van gemeen \'sGraveland moet betaalt worden.

Bij Koninklijk besluit, dd. i Juli 1826, n0. 178, werd aan de Heeren J. cörver Hooft, W. van Loon en W. Backer, grondeigenaars te \'s Graveland, B. AndriessEN, Burgemeester van Hilversum, en H. P. schimmel, Burgemeester van \'s Graveland, vergunning verleend tot het doen bestraten van den weg van het noordeinde van \'s Graveland over do Leeuwenlaan tot het einde van Hilversum, en van daar tot een punt van den straatweg van Naaiden naar Amersfoort, even benoorden het lustslot „Soestdijkquot;, waarbij in art. 11 werd bepaald, „dat de gemeentebesturen van Hilversum en \'sGraveland worden gemachtigd om jaarlijks, tot de geheele aflossing der negotiatie toe, ter voorziening in het mogelijk te kort in de opbrengst der tollen, uit de gemeentekassen bijdragen te leveren, waarvan het maximum voor Hilversum wordt bepaald op ƒ 300.—, voor \'sGraveland op / 200.— \'sjaars\').

De Raad besloot in hare vergadering van den 30 October 1848 aan het collegie van Hoofd-Ingelanden een bijdrage van ƒ 1000.—■ te verleenen voor de verbetering van den weg door het zuidereind, waarvoor het collegie eene gelijke som bijdroeg, en het voortdurend onderhoud van dien weg voor zijne rekening zou nemen.

In 1857 besloot de Raad voor het onderhoud van den grintweg van af deze gemeente naar Bussum jaarlijks ƒ 50.— bij te dragen, en in 1882 een bedrag ad ƒ 400.— daarvoor uit te keeren, in twee jaartermijnen te voldoen, met bepaling, dat de tol nabij den logementhouder sjoenls zou worden opgeheven, en de gemeente geene verdere bijdragen in het onderhoud zou verschuldigd zijn.

Nadat de Raad in zijne vergadering van den 13 Februari 1877 had besloten aan den inhoud der missive van HH. Burgemeester en Wethouders van Hilversum van 8 Januari 1877 te voldoen, om ten laste der gemeente ƒ 500.— bij te dragen in de kosten van begrinding van den weg van af

J) Op de gemeente-begrooting van 1890 wordt gelijk aan vorige jaren liet bedrag ad ƒ 200.— als subsidie voor den straatweg van af deze gemeente naar Soestdijk voorgedragen.

-ocr page 29-

25

deze gemeente langs dc Gooische vaart naar Hilversum, en jaarlijks in het \'/a deel van de onderhoudskosten te deelen, werd bij raadsbesluit, dd. 30 April daaraanvolgende, genoegen genomen met het voorstel van Hilversum, om in plaats van Va deel der onderhoudskosten, eene som van ƒ 30.— als maximum in het onderhoud bij te dragen, doch ingeval het onderhoud soms hooger dan ƒ 90.— zal beloopen, alsdan die meerdere kosten met Hilversum te deelen.

In 1878 werd nog door deze gemeente de helft van ƒ 200.—, zijnde het tekortkomende bedrag van de kosten dier begrinding van dien weg, aan Hilversum uitgekeerd, terwijl de Heer Jhr. C. Dedel bereid was, de alsdan nog resteerende som van ƒ 93.voor zijne rekening te nemen.

In het jaar 1883 verleende de gemeente aan den Heer Jhr. C. Dedel eene bijdrage van ƒ1000.— in de kosten voor het begrinden van den weg, genaamd „het Ankeveensche pad.quot;

Het proces-verbaal der tegenwoordige grensbepaling van het grondgebied dezer gemeente dagteekent van den 16 Augustus 1838.

In eene raadsvergadering van April 1830 werd besloten voor de kosten van aankoop, alsmede het verder in orde brengen der nieuwe begraafplaats, waarvoor eene som van ƒ1500.— benoodigd zou zijn, terwijl slechts eene som van ƒ 500.— daarvoor disponibel was, een bedrag ad f 1000,—- te leenen a deposito op te nemen tegen 4V3 °4 en gemelde som in drie gelijke jaartermijnen af te lossen, welke renten en aflossingen uit de gewone inkomsten konden worden voldaan. De assessor D. SljUKRUEN verklaarde zich bereid dat bedrag op bovenstaande voorwaarden voor te schieten.

Ongeveer in het jaar 1838 bloeide alhier ten Huize Stadwijk het jongens-pensionnaat van den Heer Baudet met 170 leerlingen. De voorzitter verklaarde in de raadsvergadering van den 27 Augustus 1840, dat voornamelijk

i

tengevolge van de opheffing van die school, de belasting op het gemaal f 200.— minder had opgebracht dan in het vorig jaar. De opbrengst was ƒ 1100.— tegen eene raming van ƒ 1300.—.

De afschaffing van de heerlijke rechten bij de grondwet van 1848 had ten gevolge, dat Hoofd-Ingelanden voortaan het recht van voordracht verloren van Schout of Burgemeester, van Secretaris der gemeente en, zooals boven reeds gezegd is, van de bediening van veerschipper.

Bij raadsbesluit, dd. 14 October 1853, werd het voorstel van B. en W.

-ocr page 30-

36

aangenomen, om de gemeente door i 2 hanglantaarns of reverbcres te doen verlichten, daarvoor aan te koopen 14 zulke lantaarns, en voor dien aankoop en het onderhoud ecne som van ƒ 450.— op de begrooting te brengen. Van 1873 dateert de verbeterde straatverlichting door middel van 24 stuks lantaarns op gelijke afstanden langs den publieken weg op ijzeren palen, terwijl de termijn van branden werd bepaald gedurende de maanden Januari, Februari, Maart, October, November en December, alles verder geregeld bij contract van publieke aanbesteding voor den tijd van drie achtereenvolgende jaren. Nadat men in 1881 het getal lantaarns op 47 bracht, werd in het laatste contract van 1888 de verlichtingstermijn uitgebreid, en moeten de lantaarns van 15 Augustus tot 15 April branden.\') Nadat door de Staten van Noord-Molland, den 19 Juli 1854 vastgesteld, en bij Koninklijk besluit van 4 Augustus daaraanvolgende, N0. 70 (Prov. blad N0. 80 van 1854) het algemeen reglement van bestuur voor de waterschappen in Noord-Holland werd goedgekeurd, kwam den 16 Juli 1857, goedgekeurd bij Koninklijk besluit, dd. 10 Augustus daaraanvolgende, N0. 30 (Prov. blad N0. 72 van 1857) het bijzonder reglement van den \'s Grave-landschen polder, tot stand. \')

Den 21 October 186S werd tot een feestdag gemaakt door de inwijding van het gemeentehuis en de onderwijzerswoning, waarvoor de kosten van aanbouw de som van ƒ 13066.94ri hebben beloopen. De schooljeugd zong toepasselijke liederen. Er hadden volksspelen plaats. Het feest werd opgeluisterd door de muziek van het 7° Regiment Infanterie, en dien dag werd besloten door het opsteken van een vuurwerk. Het plaatsen van die gebouwen, op grond thans in eigendom toebehoorende aan den Heer F. E. Pi,AAUw, aan wien daarvoor jaarlijks het bedrag van ƒ 2.70 wordt uitgekeerd, geschiedde door den aannemer J. van vugt, terwijl de Heer Kkijzkk, opzichter van den Provincialen Waterstaat, de ontwerper van het bestek was.

\') Voor kosten van verlichting wordt op de gemeente-begrooting van 1890 de som van ƒ 4S0.— uitgetrokken, waaronder de aannemingssom ten bedrage van ƒ 463.— per winterseizoen.

quot;) De jaarwedden van den Secretaris en van den Penningmeester van het Polderbestuur werden herzien bij reglement, door de Staten vastgesteld den 10 Juli i860, goedgekeurd bij Koninklijk besluit dd, 1 Aug. i860, n0, 43 (Prov, blad n\'J, 65 van i860).

T

-ocr page 31-

27

Den 13 Maart 1882 werd het hulpkantoor der posterijen voor den telefoondienst geopend. \')

Nadat de Raad in 1884 het besluit had genomen verbetering te doen aanbrengen in de afleiding van het water langs de huizen, werd in 1S85 een verhoogd voetpad van klinkerbestrating gemaakt met op bepaalde afstanden geplaatste roosters tot afvoer van het overtollige water. Het voetpad werd in den aanvang gelegd over eene lengte van 210 meters en tot heden wordt ieder jaar met het leggen van een gedeelte trottoirbestrating voortgegegaan 1).

De christelijke bewaarschool alhier, sedert 1882 in een speciaal daarvoor ingericht gebouw gevestigd met een gemiddeld aantal leerlingen van 50, staat onder beheer van eene vereeniging tot instandhouding en bevordering van die inrichting. Het schoolgeld bedraagt voor elk kind 10 ets. per week.

Na het overlijden op den 25 Februari 1885 van den Heer J. zelv.elder, die bijna 35 jaren in deze plaats en de aangrenzende gemeenten Korten-hoef en Ankeveen de geneeskundige praktijk had uitgeoefend, werd bij raadsbesluit dd. 27 Mei 1885 op eene jaarwedde van ƒ700.— tot gemeente-dokter alhier benoemd de Heer Dr. H. jonker Jr., arts, onder voorwaarden, dat door hem kosteloos de doodschouw en de driemaandelijksche in- en herinenting zou worden verricht11).

1

Voor kosten der telefooninrichting wordt op de gemeente-begrooting van 1890 de som van ƒ 475.— voorgedragen, als;

jaarwedde kantoorhouder............ƒ 100.—

// besteller telefoonberichten ... ,/ 200.—

huur lokaal telefoondienst............ « 150.—

voor kantooronkosten................ „ 25.—

ƒ 475-—

-ocr page 32-

28

In het jaar 1885 werden van wege de afdeeling der Maatschappij tot Nut van liet Algemeen cn de Gemeente ieder twee Nortonpompen geslagen. De Gemeente belastte zich met het verder onderhoud van die vier pompen, welke niet aan de verwachtingen voldeden, welke men daarvan koesterde. De twee Abyssinische pijpwellen ter diepte van 20 M. kosten aan de Gemeente samen ƒ 350.— Een proef 10 M. dieper ƒ 25.—.\')

In het jaar iSSó werd voor betrekkelijk niet hooge kosten eene goed ingerichte bijzondere school met den bijbel gebouwd, welke door vermeerdering van het aantal schoolgaande kinderen in uitgebreidheid toenam, waardoor in 1888 eene opbouw van die school plaats had

(kosten aanbouw............ — ƒ 4S00gt;

en die van opbouw.......... ± ,, 3500.—

± ƒ 8000.—)

en het onderwijzend personeel werd uitgebreid 1).

Het gemeentebestuur verleende in 1876 aan den logementhouder W. BoESCUOTliN alhier, tot wederopzeggens toe, een jaarlijksche subsidie van ƒ 200.— voor de instandhouding van den omnibusdienst van af deze gemeente naar het station van den Oosterspoorweg te Hilversum, welken dienst bij de in werking treding van den paardentram, den 15 Mei 1887, werd opgeheven.

Nadat reeds in vorige jaren, zoowel van maatschappijen als van particulieren, bij den Gemeenteraad verzoekschriften waren ingekomen om vergunning voor den aanleg van een stoom- of paardentram tusschen deze gemeente en het station van den Oosterspoorweg te Hilversum of Bussum, en zelfs door den Raad bij het tot stand komen van die middelen van

1

De statistiek toont aan dat op 1 Jan. 1886 het aantal schoolgaande kinderen in de openbare school bedroeg 143, 1 Jan. 1887 72, 1 Jan. 1888 68, 1 Jan. 1889 71; terwijl dat aantal op 1 Jan. 1887 in de bijzondere school met den bijbel beliep 66, 1 Jan. 1888 102, 1 Jan. 1889 114.

Het schoolgeld van die bijzondere school bedraagt 15, 20 en 25 cents voor elk kind in de week.

OPENBARE SCTTOOL 1889.

Het Hoofd wordt bijgestaan door één onderwijzer en ééne onderwijzeres.

Op de gemeente-begrooting van 1890, wordt voorgedragen;

-ocr page 33-

29

vervoer subsidiën waren toegezegd, verkreeg men eerst in 1S87 een beter aan de eischen des tijds doeltreffend vervoermiddel, liij raadsbesluit dd. [9 Januari 18H7, goedgekeurd bij belsuit van Heeren Gedeputeerde Staten dd. 2 Februari d.a.v., werd besloten aan de Heeren W. HetjbrüüK Jr. en H. L. Geveke toestemming te geven tot het aanleggen van een paarden-tramweg van het station van den Oosterspoorweg te Hilversum en den Huize Stadwijk alhier, alsmede over de eerste 20 jaren eene jaarlijksche rentegarantic te verieenen van 4 % over een kapitaal groot ƒ 50,000,—, welke rentegarantie bij raadsbesluit, dd. 24 Februari 1887, werd overgedragen aan de Vennootschap ,,de \'sGravelandsche Tramwegmaatschappijquot;, opgericht bij notariëele akte van 9 Februari 1887, na verkregen Koninklijke bewilliging op de ontwerp-statuten bij Kon. besl. dd. 29 Januari 1887. Deze lijn werd den 15 Mei d.a.v. voor het publiek verkeer geopend. Opdat de maatschappij, zoo door vermeerdering van liet aantal ritten als door wijziging harer dienstregeling niet meer gebonden zoude zijn aan de bij de rentegarantie door het Gemeentebestuur vastgestelde voorwaarden, schonk de Raad in hare vergadering van den 30 Augustus 1S88 adhaesie aan haar voorstel, om de rentegarantie te veranderen in eene jaarlijksche subsidie van ƒ 1000.—, gerekend te zijn ingegaan 1 Januari 1888 tot ultimo December 1907, onder de navolgende conditiën :

1°. dat de dienst van dien tram naar het station van den Oosterspoorweg te Hilversum, gedurende den winterdienst van dien spoorweg minstens 6 malen en gedurende den zomerdienst minstens 8 malen per dug gelegenheid zal geven van hier naar, en terug van het station Hilversum te vertrekken ;

20. dat de vrachtprijzen naar en terug van het station te Hilversum niet hooger mogen zijn dan het nu in werking zijnde tarief, als voor een

jaarwedde Hoofd der school......... ƒ 1120.—

n onderwijzer.............. „ 600.—

n onderwijzeres............. „ 500.—

ƒ 2220.—

mjZONDERF, SCHOOL MET DEN IÜJREI, 1889.

In de bijzondere school niet den hijbei, onder het bestuur staande van de ver-eeniging ter bevordering van het christelijk schoolonderwijs te \'s Graveland (rechtspersoonlijkheid verleend hij Koninklijk besluit dd. 29 Juni 1883, No. 47, statuten in de Staatscourant van 10 Augustus 1883, onder No. 186) wordt het hoofd van die school bijgestaan door twee onderwijzers en één kweekeling.

-ocr page 34-

30

enkele reis 25 cents, en bij een retour op denzelfden of daaropvolgenden dag 40 cents, en van hier tot nabij Trompenberg 15 cents, en

30. dat deze subsidie jaarlijks zal worden uitbetaald in ééns, binnen 8 dagen na de ontvangst van de over het afgeloopen dienstjaar goedgekeurde rekening;

en aan die maatschappij vergunning verleend hare lijn van af den Muize Stadwijk tot de Klapbrug te verlengen, onder bepaling:

1°. dat de vrachtprijs voor het gebruik der tram van de geheele of een gedeelte van dien weg, niet hooger gesteld zal worden dan 5 cents per persoon, en

20. dat alle de vaste ritten, welke van hier naar het station te Hilversum en terug ten uitvoer worden gebracht, ook die wagens zullen berijden de gemelde aan te leggen verlengde trambaanweg.

Den 29 Mei 1889 had de feestrid door het verlengde gedeelte plaats. Veie inwoners tusschen de Smids- en Klapbrug toonden door het uitsteken van de nationale driekleur hunne belangstelling in het succes van de T ramonderneming.

-ocr page 35-

^)?tx}(jfe /iet (^emeenteiïeofuui van $ Cjicioe/atit/ oGOiic/utetu/ c/en é/oei van c/e gemeente éevotdeien en tn /ïet oocjt /louc/en /iet wefziju /latei mtoonetó.

e /iel onze gemeente (j^oec/ cjaan, tJiocye sy

zic/i inie//eoiuee/\' en uiateuëe f cnhpi/c/elen, om tteec/ó

»

eene ïpaatc/iye p/aafa te /cunneu innemen onc/ei c/e me/vatenc/e Z^Coou/- Qj/Co//ancioc/ie qemeenten.

$ C^iaoe/anc/, c/en /2 (^oto/et /889.

SclV tij ue^: .

-ocr page 36-

Politieverordeningen.

Aangezien in deze gemeente geene algemeene politieverordening is vastgesteld in verband met het tegenwoordig Wetboek van Strafrecht, zijn thans nog geldend de navolgende verordeningen, tegen welker overtreding straf is bedreigd:

ic. De verordening omtrent het losloopen der honden en het rijden van wagens of voertuigen bespannen met of getrokken door honden in de gemeente \'s Graveland vastgesteld den 7 April 1853, afgekondigd den April 1853.

2°. De verordening tot voorkoming en blussching van brand, vastgesteld den 20 April 1855, afgekondigd den 6 Mei 1855.

3quot;. De verordening omtrent de richtingslijn der boomen, de breedte der stoepen voor huizen of andere panden en van de planting, rooiing en snoeiing der boomen, binnen de gemeente \'s Graveland, vastgesteld den 22 Februari 1856, afgekondigd den 9 Maart 1856.

4°. De verordening wegens de kermis- en paardenmarkt te \'s Graveland, vastgesteld den 23 Mei 1856, afgekondigd den 8 Juni 1856.

5°. De verordening omtrent het sluiten der herbergen en het houden van verlotingen binnen de gemeente \'s Graveland, vastgesteld den 26 Augustus 1856, afgekondigd den 14 September 1856.

6U. De verordening op het houden der nachtwacht in de gemeente \'s Graveland, vastgesteld den 18 October 1856, afgekondigd don 28 October 1856.

70. De verordening houdende wijziging van artikel 3 en 4 der verordening van 22 Februari 1856, aangaande de bepalingen der richtingslijn van de gebouwen, van de breedte der stoepen voor

-ocr page 37-

33

huizen of andere panden en van de planting, rooiing en snoeiing der boomen alhier, vastgesteld den 18 December 1856, afgekondigd den 4 Januari 1857.

8quot;. De verordening betrekkelijk het nummeren der huizen binnen de gemeente \'s Graveland, vastgesteld den 7 October 1859, afgekondigd den 20 October 1859.

90. De verordening betrekkelijk de aschkuilen en mesthoopen te\'s Graveland, vastgesteld den 4 Juli 1861, afgekondigd den 28 Juli 1861.

10°. De verordening betreffende de aangifte bij verhuizing binnen de gemeente \'s Graveland, vastgesteld den 19 April 1862, afgekondigd den 29 April 1862.

li0. De verordening op het gebruik van den grintweg van \'s Graveland over Bussuni in verbinding met den straatweg van Naarden op Laren, vastgesteld te \'s Graveland den 17 Juli 1862, afgekondigd den 6 Augustus 1862.

120. De verordening houdende wijziging van art. 7 der verordening tot voorkoming en blussching van brand van 20 April 1855, vastgesteld den 1 October 1862, afgekondigd den 14 October 1862.

13°. De verordening op het gewicht en den verkoop van het brood, vastgesteld den 1 Juni 1867, afgekondigd den 13 Juni 1867.

14°. De verordening aangaande het plaatsen van voorwerpen op de gronden, die gelegen zijn tusschen den straatweg en noksloot te \'s Graveland, vastgesteld den 29 April 1874, afgekondigd den 9 Augustus 1874.

15°. De verordening omtrent de inrichting der kachels, welke geplaatst zijn in de lokalen van de kleerbleekerijen, alwaar waschgoederen worden gehangen om te droogen, vastgesteld den 20 December 1880, afgekondigd den 9 Januari 1881.

160. De verordening omtrent het gebruik van de bruggen en de voetpaden te \'s Graveland, vastgesteld den 20 December 1880, afgekondigd den 9 Januari 1881.

De verordeningen, waarvan de strafbepalingen in verband zijn gebracht met het tegenwoordig Wetboek van Strafaecht, zijn :

17quot;. De verordening op het vervoeren en begraven van lijken op de

-ocr page 38-

34

burgerlijke begraafplaats der gemeente \'s Graveland, gelegen op het grondgebied der gemeente Hilversum, vastgesteld te \'s Graveland, den i December 1886, afgekondigd den 16 December 1886. De verordening, houdende verbod tot het berijden der trottoirs of tot voetpaden bestemde verhoogde klinkerstraten te \'s Graveland, vastgesteld den 13 Mei 1888, afgekondigd den 8 Juni 1888.

-ocr page 39-

OVERZICHT

van de voornaamste

GEMEENTE-FINANCIÊN

VAN

\'S GRAYELAND.

STATIST IK li van 1S«0—1SS7.

-ocr page 40-
-ocr page 41-

Overzicht der Geldmiddelen volgens de goedgekeurde rekeningen

van de gemeente.

UITGAVEN.

ONTVANGSTEN.

JAREN.

BATIGE SALDO\'S.

1860

ƒ 4509.12quot;

ƒ 3350.36

1861

„ 5703.096

., 5218.74

1862

5396.11

„ 4941.82°

1863

„ 5795.08

„ 5109.58°

1864

„ 6129.885

„ 4996.25

1865

„ 6895.32°

„ 5371.55

1866

„ 6939.49

„ 5216.89°\'

1867

„ 7159.96

„ 5592.93

1868

„ 21158,49

„ 20557.40°

1869

„ 8463.96

„ 7321.36°

1870

„ 6947.95

6586 21°

1871

„ 7448.94

„ 6674.92°

1872

„ 7194.01

„ 6614.37

1873

„ 8135.365

„ 7437.30

1874

„ 7831.06

„ 7212.62

1875

„ 7285 075

„ 6665.17°

1876

„ 7513.80

„ 6868.03

1877

„ 7819.81

„ 7507.48°

1878

8193.02

„ 7374.04°

1879

„ 7313.04°

„ 7223.08

1880

„ 8635.03

„ 7569.03°

1881

„ 9087.97

„ 7317.40

1882

„ 10342.70°

„ 7829.58

1883

„ 9954.47

„ 8242.93°

1884

co\' cc

„ 9951.34°

1885

„ 11042.46

„ 10130.35

1886

„ 10078.71

„ 9490.34

1887

„ 11244.72

8731.96°

f 1158.76quot; 484.3r,5 454.285 085.40\' M33.G3S 1523.776 1723.505 1567.03 601.025 1143.595 361.735 774.01\'

579.64

695.065 619.04 619.90 645.77 312.325 819.575

89.966 1065.996 1770.57 2513. IS\' 1711.535 1437.22 912.11 588.37 2512.75s ft

-ocr page 42-

11

Leeningen der Gemeente.

In 1808 werd cene geldleening ton Laste der gemeente gesloten ter bestrijding van de kosten voor het bouwen van een onderwijzerswoniug en gemeentehuis tot een bedrag van ƒ 13000.— met eene aflossing van ƒ 1000.— per jaar, waardoor die geldleening in het jaar 1880 werd gedelgd.

In 1873 werd eene geldleening ten laste der gemeente gesloten ter bestrijding van de kosten voor de invoering eener verbeterde straatverlichting ten bedrage van ƒ 1000.—, welke som in hetzelfde jaar na de delging van bovenstaande leening, alzoo in 1881 werd afgelost.

-ocr page 43-

Ill

Opcenten op de hoofdsom der belasting op de gebouwde en ongebouwde eigendommen.

ƒ 475.83 477.61 481.10 484 16 483.87 482.75 795.14 799.12

1008.07 1013.78 1021.36 1030.99 1033.89

1018.08 1013.68 1010.95

915.81

917.70 917.95 927.80 929.04 933.— 945.26

907.71 979.35 994.97

1005.47 1063.49 bedragen: ƒ J 013.00s , „ 1037.43 , 527.74

0

Dl

in 1804 „ 1805 5.25 „ 1800 5.25

1032.33 991.14\' 973.14

Deze opcenten hebben bedragen 10 op de ongebouwde en

15 op.de gebouwde eigeudonmien in 1800.......

18G1........

i 1800 5.25 opc.......ƒ1084.01

1861 5.25 „ .....

1802 5.25 .......

1863 5.25 .......

opcenten op de hoofdsom der personeele belasting hebben

1862.

1803.

1804.

1805. 1800.

1807.

1808. 1809.

1870.

1871.

1872.

1873.

1874.

1875. 1870.

1877.

1878.

1879.

1880. 1881. 1882.

1883.

1884.

1885. 1880. 1887.

5.25 opc.

in 1887 20 opc. over 8 maanden ƒ 743.196

-ocr page 44-

IV

Uitkeering van 4j5 gedeelten von de opbrengst van de rijksbelasting op hel personeel in hoofdsom en opcenten.

(Wet van 7 Juli 1865, Staatsblad No. 79.)

in 1877...../ 41310.22

VolLcens du (ieuieeiite-llckeniiisieii is oiitviiiiffen :

in 1800.....ƒ 3040.456

„ 4023.03 „ 4174.80 „ 4081.426 „ 4822.125 „ 5014.21 „ 4109.91 „ 4953.74\' „ 4042.33° „ 4051.74 ,, 4051.74

1807.

1808.

1878. 187!). 1880. 1881. 1882.

1883.

1884.

1885. 1880. 1887.

1871.

1872.

1873.

„ 1874..... „ 4252.98quot;

„ 1875..... „ 4144.75

„ 1870..... „ 4510.026

180!)..... ,, 4389.506

1870..... „ 4031.305

4150.57

4182.096

4131.945

3907.03 4085.40

Bij wijziging van art. 210 der gemeentewet is bepaald, dat de gemeente besturen jaarlijks geheel of gedeeltelijk (knnnen) beschikken, ten laste van het ilijk, over eene som, gelijkstaande met vier vijfde gedeelten van de zuivere opbrengst der hoofdsom en rijksopcenten van de belasting op het personeel, gemiddeld over de belastingjaren 1882/83, 1883/1884 eu 1884/85 in hunne gemeente geheven. (Wet van 20 Juli 1885, Stbl. i\\0. 169.)

De vaste uitkeering waarover de gemeente \'s Gravelaml te beschikken heeft, bedraagt ƒ 4045.50.

ERRATA;

Op bladzijde V van de Statistiek, 5e kolom, regel 4 van o. staat 7, moet zijn 1, en regel 3 v. o. staat —, moet zijn 1.

-ocr page 45-

Plaatselijke Directe Betasting.

JAREN.

BEDRAG DER KOHIEREN.

WERKELIJK ONTVANGEN.

WEGENS VEHTIIEK OF ONVKUMOOEN Al\'ü ESCHKJiVlSN.

JSLKKFTIO VKRII AI.UN A\\N 11 KT EINDE VAN HET JAAR.

1800

/ 1000.—

ƒ 999,335

ƒ 0.6(j£

-

1861

„ 2000.—

„ 1989.—

„ U.-

-

1862

„ 1500.—

„ 1483.—

„ 17—

---

1863

„ 1515.—

„ 1504.—

„ 11 —

1864

„ 1818.—

„ 1817.33\'

„ 0.66quot;

-

1865

„ 1616.—

„ 1612.8 95

„ 3.105

-

1866

1S67

\' (Jeeiie hoofdelijke omslag goliovcn.quot;\'

1868

)

186!)

/ 501).-

f 499.83

ƒ 0.17

-

1870

„ 500.—

„ 499.00

„ 0.40

--

1871

„ 257.50

„ 255.50

9

-

1872

„ 500.—

„ 500.—

-

-

1873

„ 500.......

„ 500.—

-

1874

„ 1000.—

„ 996.—

4.-

1875

„ 500.—

„ 498,75

„ 1.25

1876

„ 500.—

„ 498.08

1.92

n

1S77

„ 1000.—

„ 997 GO5

2.996

--

1878

„ 1000.—

,, 998.16

„ 1.84

187!)

„ 1000.—

,, 1)98.33quot;

„ 1.6 O5

1880

,, 1000.—

„ 998.665

„ 1.33\' i

-

1881

„ 1000.—

,, 986.ü65

„ 133°

/12-

1882

„ 515.—

„ 510.—

„ 5.-

1883

„ 515,—

„ 510.70

,, 4.30

1884

„ 515.—

„ 511.94

,, 3.06

//../-

1885

„ 515.—

„ 514,—

//- /

1886

„ 1000,—

„ 995.33s

,, 4.66\'

1887

„ 1647.90

„ 1637.23\'

„ 6.66\'

4—

-ocr page 46-

VI

Plaatselijke Direcle Belasting.

Met iiigiuig vuil 1 Januari 1850 werd in de gemeente een hoofdelijke omslag gelieven tot een imixhnum van ƒ 1000.—, verordening 25 Augustus 1855, goedgekeurd bij Koninklijk besluit dd. 13 Maart 185(3, n0. 49.

Met ingang van 1801 werd in de gemeente een hoofdelijke omslag geheven tot een maximum van ƒ 2400.—, verordening 20 September 18(30, goedgekeurd bij Koninklijk besluit dd. 10 November 1800, n0. 52.

Met ingang van 1809 werd in de gemeente een hoofdelijke omslag geheven tot een maximum van ƒ 500.— , verordening dd. 28 September 1808, goedgekeurd bij Koninklijk besluit dd. 23 October 1808, nquot;. 51.

Met ingang van 1874 werd in de gemeente een hoofdelijke omslag geheven tot een maximum van ƒ 1000.—■, verordening dd. 15 October 1873, goedgekeurd bij Koninklijk besluit dd. 13 December 1873, n0. 5.

Met ingang van 1887 werd in de gemeente een hoofdelijke omslag geheven tot een maximum van ƒ 2000.— , verordening dd. 29 Maart 1887, goedgekeurd bij Koninklijk besluit dd. 4 Mei 1887, u0. 28.

-ocr page 47-

YII

Begrafenisrechten.

Uitvoering sedert 18G9, volgens tarief vastgesteld bij Raadsbesluit dd. 2G/1G November 18G9, goedgekeurd bij Koninklijk besluit dd. 21 December 18G9, n0. 9.

JAREN.

VERKOOP

VAN

GRAVEN.

HUUR van GRAVEN kn KOSTEN van BEGRAVEN.

TOTALE OPBRENGST.

18G9

/ 72.-

ƒ 101.50

ƒ 173.50

1870 ■

72.-

„ 135.375

„ 207.376

1871

„ 213.G25

„ 213.G25

1872

„ 24.—

„ 133.—

„ 157.—

1873

„ 24.-

„ 125.87r\'

„ 149.875

1874

48.-

„ 150.—

„ 198.—

1875

„ 119.—

„ 119.—

187G

„ 120.375

„ 120.37\'

1877

„ 24.-

„ 111.75

„ 135.75

1878

„ 48.-

„ 112.125

„ IGO.l^6

1879

„ 1G2.25

„ 1G2.25

1880

„ 48.-

„ 14G.25

„ 194.25

1881

„ 192.-

„ 1G4.875

„ 356.87\'

1882

1

00

„ 104.25

„ 152.25

1883

„ 174.G2S

„ 174.G25

1884

„ 110.876

„ 110.87\'

1885

„ 24.-

„ 137.12\'

„ 161.12\'

188G

„ 48.-

Cl

\'

CO 00

„ 131.12\'

1887

72,-

„ 90.69

„ 162.69

Do kosten van eene eigon grafruimte bedraagt / 24.—

(kavels A en B).

-ocr page 48-

Opbrengst van de hondenbelasting.

Do verordening is v.m den \'3d\'m Augustus 1864, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit dd, 3 September 1864, No. 47.

.1 A R E N.

B E 1) R A G.

1865

/ 125.02s

186G

„ 124.—

1807

„ 124.75

1808

„ 120.25

1869

„ 110.—

] 870

„ 122.75

1871

„ 105.—

1872

„ 107.3 7\'

1873

„ 101.25

1874

„ 117.50

1875

„ 116.—

1876

,, 115.—

1877

„ 111.37s

1878

„ 14G.37S

1879

„ 146.25

1880

„ 120.87s

1881

„ 142.37

1882

„ 145.25

1883

„ 131.—

1884

„ 134.12s

1885

„ 145.25

1880

„ 108.02°

1887

„ 169.—

-ocr page 49-

IX

Verkoop van sterken drank.

Volgens Art. 3 der Wet van 28 Juni 1881 (Staatsblad No. 97) mag het aantal vergunningen tot verkoop van sterken drank in het klein voor \'s Gravenland bedragen 1 op 200 inwoners hetgeen voor 1376 inwoners 5 is.

J A R E N.

AANTAL VERGUNNINGEN.

ONTVANGEN VERGUNNINGSRECHT.

1882

11

ƒ 450,—

1883

11

„ 425.—

1884

11

„ 450.—

1885

10

425_

1886

10

„ 418.75

1887

10

„ 400.—

Al do houders van de vergunningen betalen het volle vergunningsrecht.

Bij raadsbesluit dd. 19 October 1881, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit dd. 28 December 1881, No. 18.

Vergunningsrecht ƒ 25.—, ƒ 100.— (huurwaarde of gedeelte daarvan).

Bij raadsbesluit, dd. •\'SO September 1885, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit, dd. 16 November 1885, No. 12.

Vergunningsrecht ƒ 12.50, (ƒ 50.— huurwaarde of gedeelte daarvan) met dien verstande dat voor eéne vergunning tot Ü April 1890 het recht niet lager dan ƒ 15.-gt;- zij.

7

-ocr page 50-

X

Politie.

JAREN.

JAARWEDDEN,

KLEEDING EN WATENING.

Kosïkn van dk nachtwacht en onderhoud van het waqhthuis.

AANTEEKEN1NGEN

18G0

ƒ 208.-

ƒ

94.535

Jaarwedde van den

1861

„ 208,—

69.52\'\'

gemeente-veldwachter

1802

„ 208.—

ïï

91.92

tot en niet 1865/208

1863

„ 208.—

66.—

daarna ƒ 300, liet ove

1864

„ 208.—

66.—

rige bedrag per jaar

1865

„ 269.33

66.—

is uitgegeven voor

1866

„ 358.72\'\'

11

87.135

kleeding en wapening.

1867

„ 341,72\'

11

89.90\'

Jaarwedde van den

1868

CM

co

137.316

visitateur van dcnaclit-

1869

„ 343.72

1 1

83.37

wacht tot en met 1879

1870

„ 343.10

1 1

88.75

ƒ03, daarna gebracht

1871

„ 339.65

1 1

86.86

op ƒ 70.

1872

,, 338.65

1 1

84.19

1873

„ 834.05

ï ï

85.62

1874

„ 338.65

1 1

85.97

1875

„ 389.65

11

83.60

1876

„ 338.65

90.95

1877

„ 838.65

1 1

88.416

1878

„ 838.65

* 1

87.14

1870

„ 340.10

11

88.38

1880

„ 880.85

•gt;1

95.11

1881

„ 838.65

1 1

91.04

1882

„ 354.14

1 )

100.94

1883

„ 346.91

H

93.02

1884

„ 846.40

11

98,56

1885

„ 839.65

,,

97.20

1886

„ 830.65

))

97.76

1887

„ 842.90

gt; 1

104.50

-ocr page 51-

XI

Straatverlichting.

KOSTK.V

.1A UFA1.

18G0 18G1 18(32

1863

1864

1865

1866

1867

1868

1869

1870

1871

1872

1873

1874

1875 1871)

1877

1878

1879 •

1880 1881 1882

1883

1884

1885

1886 1887

113.335 112.425 112.08 91.01 114.i)7i S0.425 78,— 78.— 80.726 72.50 73.— 74.30 79.64 1014.815 326.38 329.— 344.— 441.2!i5 347.11s 345.50 364.94 329.— 576.816 581.85s 588.47 522.40 422.65 427.62

-ocr page 52-

XII

Kosten van onderhoud.

JAREN.

GEMEENTEHUIS.

WEGEN

kn

VOETPADEN

BEGRAAFPLAATS.

BRANDWEREN.

Aankoop hn ondeiuioui) van muuujjlkn

voor 11 kt gh5ieknteiiu1s.

18(30

f

_

ƒ

ƒ 7.35

ƒ

0.45

ƒ

-

18G1

))

f f

ff

3.526

fi

1802

ff

„ 1.10

V

8.075

ff

-

180:5

„ 9.85

ff

9.775

fi

1804

fl

„ 0.75

n

2.40

ff

--

1805

i}

„ 19.975

if

3.50

fi

-

1800

fl

„ 1.75

a

13.80

fi

1807

li

ff

„ 3.05

n

27.25h

fi

1808

ii

If

„ 30,135

4.38

if

357.52

1809

u

37.88

n

f)

f)

8.30

if

0.80

1870

ii

38.90

f f

„ 3.80

fi

13.03

fi

11.45

1871

ii

89.30

f)

„ 50.—

a

119.—

if

20.—

1872

ii

90.025

gt; f

. „ 8.80

ff

0.70

if

1873

ii

114.775

ft

„ 5.026

ff

2,00

a

10.30

1874

ii

59.296

if

„ 70.10

ff

3.55

ff

7.75

1875

ii

80.14®

f*

„ 25.—

\'i

90.45

a

4.35

1870

ii

200.88

ff

„ 2.40

ff

50.25

if

8.80

1877

100.39

v

„ 1.35

if

83.40

a

13.84

1878

ii

103.875

it

„ 24.00

if

3.40

ff

4.80

1879

ii

172.97

n

7!).505

„ 5.375

a

3.25

gt;f

G.—

1880

it

103.05

„ 8.71

a

9.55

ff

5.90

1881

n

149,05

n

35.31

„ 5 15

a

120.05

if

24.84

1882

v

54.77

quot;

43.5 75

„ 7.175

fi

a

40.GO

1883

n

42.49s

i quot;

82.41*

„ 8.54

ff

35.91

fi

23.40

1884

ii

321.71

ii

14.35

„ 3.22

ff

0.00

if

7.G5

1885

ii

0,20

gt;1

0.00

„ 19.08

fi

72.—

if

23.25

1880

ii

101.33

ii

00.025

„ 30.94

quot;

9.28

fi

20.20

1887

\'i

18.145

ii

24.975

„ 2.15

i quot;

115.30

ff

28.50

*) In 18ti8 is hot gomeentehuis gebouwd, zie oiulo

louniugcu der gomcontu

-ocr page 53-

XIII

Lager Onderwijs (Ontvangsten).

JAKEN.

SCHOOLGELD.

RUKSVEUGOEDINd.

1SG1

ƒ 005,05

/ -

18(32

„ 558,—

gt;gt;

18G3

„ 004.70

V

18(31.

„ 550.30

If

1805

„ 557.-

180(3

„ 585.72\'

1807

„ 480.97s

18(5S

,, 509.55

V

1879

„ 409.825

gt;1

1870

„ 501.80

}f

1871

„ 428.20

1873

„ 539.82s

M

1873

„ 008,97s

))

1874

„ 020,27s

V

1875

„ 057.70

)f

1870

„ 004.15

V

1877

,, 0G5i87s

1878

„ 003.90

1)

1879

„ 558.495

11

1880

,, 063.15

„ 133.25

1.881

„ 843.90

„ 807.-

1882

. „ 927.90

„ 1028.04

1883

„ 800.25

„ 953.906

1884

„ 838.80

CO GO

1885

„ 849.15

„ 936.—

1880

,, 877.05

„ 936.—

1887

„ 484.05

lt;„ 936.-t-

De verordening op de heffing van liet schoolgeld is van den 4 September 18(50, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit dd. 19 December 1800, No. 71.

I vcnnogondcu J kitul 55 ets. por maand.

I „ 2 kinderen ieder 50 „ ,, „

Aanvang der heffing 1 Januari 18G1: j „ 3 „ „ 45 „ „ „

| » 1 ii iï \'*0 ,j

)gt; ^ ii *,i 35 „ ,,

Herzien bij verordening dd. 25 October 1880, goedgekeurd bij Koninklijk Besluit dd. I December 1880, No. 14.

Aanvang der heffing I November 1880:

Vermogenden (30 ets, per maand.

Minvermogenden do helft per maand.

-ocr page 54-

XIV

Lager Onderwijs (uitgaven).

JAREN.

JAARWEDDEN

DE 11

ONDERWIJZERS

INSTANDHOUDEN VAN DE SCHOOLLOKALEN EN ONÜE1UV1JZE11SWQN1NG.

SCHOOLBOEKEN, LEERMIDDELEN ENZ.

1800

ƒ 475.-

/ 140.89

ƒ -

18G1

„ 1820.—

„ 250.915

„ 285.90

1802

„ 1820.—

„ 125.94

„ 141.54

1803

„ 1820,—

„ 121.54

„ 95.99

1804

„ 1820.—

„ 148.956

„ 115.435

1805

„ 1820.-

„ 108.15«

„ 110.715

1800

„ 1820.—

„ 177.50

„ 93.30

1807

„ 1820.-

„ 197.726

„ 103.175

1808

„ 1820.-

„ 05.02

,, 08.905

1809

„ 1553.336

„ 87.57

„ 80.526

1870

„ 1420.—

,, 02 40

„ 99.565

1871

„ 1357.08

„ 121.18

„ 94.87

1872

„ 1420.-

„ 99.07

„ 91.416

1873

„ 1420.-

„ 125.106

„ 95.04

1874

„ 1420.-

„ 87.80

„ 93.88

1875

„ 1420.—

„ 150.58

., 72.14

1870

„ 1420.—

„ 150.806

„ 81.40

1877

„ 1420.-

„ !)3.38li

„ 85.48

1878

„ 1020.—

„ 220.08

„ 91.03

1879

„ 171)0.04

„ 141.05

„ 50.90

1880

„ 2342.00

„ 120.43

„ 82.44

1881

„ 2049.17

„ 24.73

„ 9188

1882

2315.83

„ 37.87

„ 123.71

1883

„ 2401.415

. „ 103.136 .

„ 104.55

1884

,, 2886.07

„ 144.75

„ 188.98

1885

„ 3120.—

„ 54.006

„ 08.286

1880

„ 3120.—

„ 115.—

„ 45.83

1887

„ 2340.83

„ 47.99

,, 52.396

-ocr page 55-

ARMWEZEN.

Verpleegkosten van krankzinnigen in geneeskundige gestichten en onderstand aan behoeftigen.

.1 A 11 E N.

VERPLEEGKOSTEN

EN

ONDERSTAND.

1860

/ 385.39

18G1

„ 404.80

18G2

„ 315,175

18G3

„ 387.12

1 864

„ 346.82

] 865

„ 414.27

186G

„ 458.05°

1867

„ 416.07

1868

„ 610.85

1869

„ 502.25

1870

„ 288.66

1871

„ 262.72

1872

„ 195.22

1873

„ 127.95

1874

107.85

1875

„ 57.20

1876

„ 57.70

1877

„ 62.90

1878

„ 62.60

1879

„ 32.70

1880

„ 26.40

1881

„ 141.19

1882

„ 141.82

1883

„ 283.51

1884

„ 284.21

1885

OC cn

1886

„ 312.665

1887

„ 335.52

-ocr page 56-

.

.

\'

-ocr page 57-

Toelichting bij do heffing van cenen Hoofdelijken Omslaquot;; in deze gemeente.

O O

Naar aanleiding van. de in 1887 aande\'s Gravelandsc/tc Tram-wegmaatschappij, door de gemeente toegezegde rentegarantie iverd ter verkrijging van de noodige gelden op eene suppletoir begrooting een bedrag ad ƒ 705.62 aan 20 opcente: o^ de personeele belasting en aan Hoofdelijken Omslag de som van /630.—beide belastingen over acht maanden van dat jaar uitgetrokken, samen uitmakende ongeveer de over die maanden als maximum benoodio\'de

O C5

som aan rentegarantie.

Tengevolge van de in 1888 door de gemeente besloten verandering van de rentegarantie in eene jaarlijksche subsidie ad / iooo. kon het aan hoofdelijken omslag te heffen bedrag over 1889 gebracht worden op f 1200. en is op de gemeente-begrooting van 1890 een gelijk bedrag voorgedragen, zoelke som niet lager kan worden gesteld zoolang 20 opcenten op de personeele belasting zvorden geheven, die blijkens de begrooting van 1890 geraamd worden op eene opbrengst van f 1103.Ó9.

-ocr page 58-

-ocr page 59-

.