-ocr page 1-
-ocr page 2-

8. oct.

2885

-ocr page 3-

Overgedrukt uit „IRIS.quot;

NEDERLAND

El ÖE VRIJHEID 11GEDICHÏE li EliPA,

gedurende de 17de en de 18de eeuw.

DOOM

HR. ^V\\R. J, j^. jnOF^A ^ICCAMA.

(Antwoord op oono prijsvraag, uitgoschrovon door do Ansocia-tion Littéraire Intornationalo.)

UTRECHT. J. W. LKKKLANG, 1885.

-ocr page 4-

gt;. •*quot; % rr-■\' • •\' igt;.\' ■\':%.

\'■

-

quot;

\' ■ ! -

•A

.

1

■■■ ■ \'

-ocr page 5-

/I fjjfr

ïpj r. i

Nederland en de YrijHeid van gedachte in Europa, gedurende de 17e en de 18° eeuw,

door

ƒhr. J\\/[r, j. ji. jioRA S:

In de dagen die wij beleven, nu de geest van kritiek, welke onze eeuw kenmerkt, niet het minst op liet veld der geschiedkunde, zoo menigen gevestigden naam afbreekt en zoovele lang gekoesterde overleveringen als hersenschimmig verwerpt, is het voor het neder-landsche hart verkwikkend zich te mogen bezighouden met de bestudering eener vraag, wier oplossing niet anders dan aan den roem des Vaderlands kan ten goede komen.

De herinnering aan de vrijheid, die van ouds in Nederland genoten werd, is, zoowel binnen als buiten onze grenzen, levendig. Op het gebied der vrijheid van denken en het gedachte te uiten, van de vrijheid van drukpers in één woord, is echter, ongelukkiger wijze, minder de herinnering overgebleven aan het goede dat daardoor is gesticht, dan aan het misbruik dat , daarvan, vooral in het laatste tijdperk der Republiek, is gemaakt, en het kwaad daardoor teweeggebracht.

\'icc am a.

-ocr page 6-

J. H. HORA SICCAMA,

Bijna spreekwoordelijk is het te gewagen van de on-beschaamdheid der hollandsche dagbladen en pamlletten, van de gewetenloosheid onzer uitgevers. En zeker is niet te ontkennen dat de gemakkelijkheid, waarmede hier te lande slechte boeken in het licht gegeven konden worden, en de winzucht der nederlandsche boekdrukkers — of ook, veelal, van vreemdelingen, die zich als zoodanig in Nederland waren komen vestigen — rechtstreeks hebben medegewerkt tot voorbereiding van de gebeurtenissen, welke Europa op het einde der vorige eeuw hebben ten onderst boven gekeerd, en die ten slotte aan ons Vaderland op het verlies zijner onafhankelijkheid zijn te staan gekomen. En toch was te nauwernood ons volksbestaan herwonnen, of dezelfde vrijheid werd weder ruimschoots verleend, om tot op den huldigen dag, als een der kostbaarste rechten van de nederlandsche natie, door de Grondwet gewaarborgd, in eere te blijven.

Om die schijnbare tegenstrijdigheid te verklaren, moet niet voorbijgezien worden, boe het misbruik \'t welk langzamerhand ontstond, en dat, uit den aard der zaak, wel het meest in het oog moest vallen, slechts een wilde loot geweest is van den echten boom der vrijheid, wiens vruchten niet zoo dadelijk de aandacht der menigte trokken. Raadpleegt men onze geschiedschrijvers, dan wordt meest van de vrijheid van drukpers in Nederland gewag gemaakt als van eene algemeen bekende zaak, maar vraagt men hoe die vrijheid geregeld was, en hoedanig hare uitwerking, dan vindt men doorgaans slechts lange opsommingen van tegen de drukpers gerichte Plakkaten en Resolutien, zoo scherp, dat zij, op het eerste gezicht, ganschelijk niet den indruk geven van voor een vrij Gemeenebest te hebben gediend, terwijl zij dan toch telkens op nieuw blijken in de toepassing tot niets te hebben geleid.

2

-ocr page 7-

NEDERLAND EN DE VRIJHEID VAN GEDACHTE IN EUROPA. 3

Brengt men evenwel (Me verbodsbepalingen in verband met de van elders bekende geschiedkundige gebeurtenissen, en met de eigenaardige toestanden, waarin de oude Republiek heeft geleefd, dan erlangt men aldra de bewustheid dat (Je vrijheid van denken en spreken in Nederland geenszins, zooals wel eens beweerd is, eene denkbeeldige overlevering is, \') maar wel zeer bepaald een historisch feit, \'t welk te meer opmerking verdient, naar dien te gelijker tijd noch in Frankrijk, noch tot op het uiterste einde der 17e eeuw in Engeland, evenmin als in de aan ons land grenzende duitsche Staten 2), oi in de stamverwante zuidelijke Nederlanden \') eenige vrijheid van dien aard bestond.

Ten einde dit te verstaan zal best zijn den draad der geschiedenis eenvoudig te volgen.

In het midden latende ot de boekdrukkunst al dan niet in de Nederlanden is uitgevonden, is het toch ontegenzeggelijk dat, reeds voor het einde der 15dc eeuw die kunst hier te lande op ruime schaal werd beoefend ^), en dat daaraan eene algemeene ontwikkeling was te danken, die, bij de groote mate van vrijheid, door de Privilegiën aan de landzaten verzekerd, hiertelande, niet gelijk elders alleen de bevoorrechte klassen, maar de natie in haar geheel, reeds vroeg deed rijpen voor de hervormingsdenkbeelden, waarvan de aanvang der 16de eeuw zwanger ging. Nauwelijks waren drie jaren verloopen sedert Luther zijne stellingen aan de kerkdeuren te Wittenberg had aangeslagen, of reeds werd in deze landen een keizerlijk Plakkaat uitgevaardigd, tot stuiting van den stroom der nieuwe denkbeelden, die de leuvensche faculteit bereids in 1518 had veroordeeld. Doch van 1521 af, mocht eene reeks van Plakkaten trachten de drukpers te bedwingen, de luthersche geschriften te vernietigen en de spotprenten op Paus en Keizer, waarin de onderdrukte gevoelens zich als \'t ware zichtbaar open-

-ocr page 8-

J. H. HORA SICCAMA,

baarden 5) te verbieden, — geene maatregelen, hoe streng ook, konden baten; ofschoon door de Regeering vervolgd, won de nieuwe leer dagelijks veld, en, als altijd en overal, werd het bloed der martelaren tot zaad der Kerk. Strenger nog en wreeder dan keizer Karei was Filips II, en, in zijn naam, zijn stedehouder, de hertog van Alva. Van dezen ging het Plakkaat uit van 19 Mei 1570, welks oorsprong aan den beruchten Vargas in overleg met Aryas tfgt; Montanus, den vader der Inqui-zitie, wordt toegeschreven, en dat tot op het einde der vorige eeuw voor de zuidelijke Nederlanden de grondslag gebleven is voor eene wetgeving, waarbij de drukpers onder het dubbel toezicht gesteld werd, van de Geestelijkheid en de Inquizitie eenerzijds, en anderzijds van eenen Archi-typographus, 6) wiens taak wel oorspronkelijk werd beperkt tot het «examineren en ap-proberen van de meesters en werklieden der printerij», maar die later in het staatkundige dezelfde bevoegdheid tot censuur schijnt te hebben bezeten, als de bisschoppen in het kerkelijke.

Maar toen dat Plakkaat te Brussel gegeven werd was reeds de opstand uitgebroken, waaruit na tachtigjarige worsteling, de vrije en onafhankelijke Republiek der Vereenigde Provinciën, luisterrijk zou te voorschijn treden. Eene geschiedenis van dien strijd behoort niet tot dit bestek, maar wel dient tot recht verstand van den staat van zaken hiertelande, ook ton opzichte der vrijheid van drukpers, herinnerd te worden, hoe in 1579 de noordelijke gewesten de Unie van Utrecht sloten, en hoe dat verbond, onder den drang der omstandigheden aangegaan, tot 1795 ten grondslag voor do Republiek is blijven strekken; deze bestond alzoo uit zeven, van elkander volkomen onafhankelijke gewesten, die in tijden van gevaar wel altijd trouw verbonden waren, doch in dagen van voorspoed vaak naijverig, bijkans

4

-ocr page 9-

NEDERLAND EN DE VIlIJHEll) VAN GEDACHTE IN EUUOPA. 5

vijandelijk tegenover elkander stonden. 7) aan liet hoofd dier Unie stond, zonder krachtig centraal gezag naar buiten, eene vergadering van afgevaardigden uit de provinciale Staten, welke laatste wederom grootendeels waren samengesteld uit vertegenwoordigers der stedelijke Regeeringen, zoodat ten slotte iedere stad zich tot zekere hoogte als Souverein in den lande beschouwen kon; toch niettegenstaande dien gebrekkigen Staatsvorm heeft, de Republiek stand gehouden, dank zij der veerkracht en don ernstigen wil der natie, om haar eens gewonnen vrijheid tot het uiterste toe te handhavem/^En die vrijheid was niet een hloote leus alleen geschikt om de gemoederen van het algemeen in beweging te brengen; neen, zij was ten onzent van ouds eene der levensbe-\'dingingen van een Staat, die, door handel en nijverheid tot beteekenis gekomen, zonder het behoud der burgerlijke vrijheid, niet kon blijven bestaan. De handelsgeest en de vrijheidszin der Nederlanders zijn dan ook op het nauwst verwant, en van den aanvang aan zag de Regeering in dat, tot bevordering van den bloei dezer landen, de eene onafscheidelijk was van de andere. quot;X Eene elders ongekende vrijheid van denken en spreken was dan ook, van oudsher in Nederland inheemsch 9) en dit verklaart genoegzaam het verschijnsel dat een Staat geboren uit den strijd tegen het Katholicisme, en voortdurend als een der bolwerken van het protestansch geloof erkend, tegelijkertijd het uitgangspunt is kunnen wezen, van waar de meest vrije denkbeelden en zelfs een groot deel der met allen Godsdienst spottende geschriften, over Europa is uitgestort.

Bevorderd werd nog die vrijheid door, ook al in tegenstelling met hetgeen in andere Staten plaats greep, hiertelande ruim toegang te verleenen aan alle vreemdelingen, die, om welke reden ook, zich hier mochten wenschen neder te zetten. Terwijl dezulken elders liefst

-ocr page 10-

J. II. HORA SICCAMA,

worden geweerd, of althans niet met de eigen onderdanen van den Staat werden gelijk gesteld, stonden de Vereenigde Provinciën ruim open voor allen die daar eene wijkplaats mochten zoeken. Vlamen, die de zegevierende wapenen van eenen Parma te ontvluchten hadden; l#) Puriteinen en andere Sectarissen, die zich aan de onverdraagzaamheid der engelsche Staatskerk wenschten te onttrekken; quot;) Joden, uit Spanje en Portugal verdreven, zoowel als uit üuitschland of van de boorden van den Weichsel; \'\'\') .Tezuieten 13) even als Wijsgeeren; \'\'\') Mugenoten uit Frankrijk, 15) engelsche Staatkundigen en Vrijdenkers; \'quot;) Waldenzen uit Pie-mont 17) en Herrnhutters uit Silezië; quot;) geestdrijvers I!l) en avonturiers 2\') allen, zonder onderscheid, vonden deze landen voor hen geopend, en het was Amsterdam inzonderheid dat het voorbeeld van zoo groote gastvrijheid gaf.

Dat door alle die vluchtelingen met gretigheid gebruik werd gemaakt van de hier aangeboden bescherming, en vooral van de gelegenheid om in druk hunne denkbeelden te verdedigen ol hunne lijdensgeschiedenis te verhalen, spreekt wel van zelve VTVlaar, zoo de Hooge Overheid, in het welbegrepen belang van den Staat, de geschetste gedragslijn volgde, moet men daarom niet meenen, dat de Staten-Generaal hun tijd zoo ver vooruit zouden zijn geweest, om voor de vrijheid als afgetrokken begrip te gloeien; integendeel, het beginsel gold in hun oog slechts voor zooveel het Nederland voordeel aanbracht^ in eenig ander land dezelfde vrijheid te bevorderen, zouden zij, ware hun dat mogelijk geweest, eerder getracht hebben te beletten. 21)

Let men nu, na het aangestipte, meer bepaaldelijk op de vrijheid, welke de drukpers in de Republiek ge-\' noot, dan blijkt het dat die, zoo niet rechtens, dan toch feitelijk van den aanvang af heeft bestaan, en in haar beginsel nimmer is prijsgegeven, zoodat dan ook.

6

-ocr page 11-

NEDERLAND EN DE VRIJHEID VAN GEDACHTE IN EUROPA. 7

bij herhaling, op verschillende tijden •-) voorstellen tot invoering eener preventieve censuur voor geschriften van staatkundigen aard, zijn afgewezen; wel bestond die censuur in kerkelijke zaken, doch slechts in zoo verre, dat het den leden der heerschende Kerk niet vrijstond geschriften over theologische onderwerpen in het licht te zenden, zonder voorafgaande goedkeuring der kerkelijke overheid, hetgeen natuurlijk met de ge-heele inrichting van het kerkgenootschap, als Staatskerk samenhangt13); in het staatkundige daarentegen werden alleen, naar gelang zulks voorkwam, of bepaalde soorten van werken verboden, als gevaarlijk voor de gemeene rust, of strijdig met de openbare zedelijkheid, öf wel de verkoop van enkele, bepaald met name genoemde geschriften werd, veelal om redenen van politieker) aard, verhinderd, en daar, gelijk reeds werd aangemerkt, iedere Provincie souverein was, had men dan vaak het zonderling schouwspel, dat een werk, hier als gevaarlijk of zedeloos veroordeeld, in de naaste stad openlijk te koop34) lag, en dat verboden boeken, heimelijk op ruime schaal, van het eene gewest in het andere werden ingevoerd. Voegt men nu daarbij dat het gezag uitgeoefend werd door magistraten, die daarmede slechts voor een tijd waren bekleed, dan verklaart zich hoe nu eens werken verboden wei-den, die reeds sedert jaren in omloop waren, dan weder plotseling het verbod van andere werd ingetrokken, al naarmate zulks het persoonlijk inzicht medebracht van degenen, die op kussen zaten. 25) En daar er geene algemeene strafwet bestond, maar zelfs binnen do grenzen dei- enkele Provinciën dikwijls verschillend recht heorschte, waarvan de toepassing ook al op geheel ongelijke wijze werkte, kan men nagaan hoe gemakkelijk het viel zich te onttrekken aan de werking dor Plakkaten, liet strengst nog waren de bepalingen tegen de dagbladen, deels om

-ocr page 12-

J. H. HORA SICCAMA,

het publiek maken van ambtelijke stukken en staatsgeheimen te voorkomen,26) deels om het verspreiden van verdichte, of aan vreemde Regeeringen min welgevallige tijdingen te beletten; en voornamelijk de meest door vreemdelingen liier te lande geschreven en voor het buitenland bestemde fransche «gazettes» waren onderworpen aan een streng toezicht, dat te sterker treft, naarmate overigens grooter vrijheid, ongebondenheid zelfs heerschte.

Met het algemeen toezicht der Regeering op de gedrukte boeken stond het verleenen van privilegiën door de Staten der Provinciën, of\' ook wel door de Staten-Generaal, slechts in middellijk verband. Terwijl toch elders — in de spaansclie Nederlanden b.v. — het octrooi aan eenig werk verleend ten bewijze strekte dat de inhoud door de «censores» en de «visitatores librorum» was goedgekeurd,57) beoogden de privilegiën hier te lande uitsluitend het verzekeren van het recht van den uitgever, door wien zoodanig privilegie was aangevraagd. 18) Uitdrukkelijk werd, op verschillende tijden verklaard, dat de inhoud van het werk daardoor in geenen deele «geadvoueerd of geauthoriseerd,» n) doch alleen de uitgever tegen nadruk beveiligd werd; maar toch kon zoodanig privilegie hei-roepen worden, en dat juist van wege den inhoud van het werk30), hetgeen zeker evenmin logisch schijnt als praktisch, daar dan juist de verboden en dien tengevolge te meer gezochte boeken, te vrijer konden worden nagedrukt, Doch de Staten sloten liefst de oogen voor dergelijke gevolgen van de door hen genomen maatregelen, even als voor zoovele andere misbruiken uit de vrijheid van drukpers voortvloeiend, en die ter wille van die vrijheid zelve oogluikend werden geduld. Indien toch de talrijkheid der Plakkaten tegen de uitspattingen der pers, de 1 bandeloosheid der schotschriften en der paskwillen en

8

-ocr page 13-

NEDERLAND EN DE VRIJFIEID VAN GEDACHTE IN EUROPA. 9

den overmoed der dagbladschrijvers iets bewijst, dan is het juist dat die zoo vaak herhaalde en telkens verzwaarde bedreigingen al zeer weinig uitwerking schijnen te hebben gehad, en als degenstooten in het water hebben gewerkt. Was liet echter in enkele gevallen, waarin \'s Lands veiligheid op het spel stond, den Staten ernst, dan wisten zij zich te doen eerbiedigen, maar overigens was het dikwerf als een spiegelgevecht tusschen de Regeering en de gilden der uitgevers en boekdrukkers, waarbij deze de openbare meening op hun hand hadden. 31) Dit laatste werd reeds vroeg duidelijk. Nauwelijks twee jaren nadat de Unie van Utrecht gesloten wasquot;) vond de Regeering van Holland geraden den verkoop te verbieden van «ergelijke boekxens, niewsmaren, liedekens, refereinen» enz., en zulks onder bijvoeging dat voortaan niets gedrukt zoude mogen worden, zonder voorafgaand verlof der overheid; doch de magistraat van Leiden, waar destijds reeds rondom de jeugdige Hoogeschool de voornaamste boekdrukkers gevestigd waren,33) weigerde ronduit eene ordonnantie aan te nemen, die zou blijken onuitvoerbaar te wezen, gelijk ook inderdaad het geval was.34) De Staten mochten nog eenigen tijd zoeken dien maatregel door te zetten35), het bleef bij dreigen en bij hernieuwen der Plakkaten; zoo werden in 1608, tijdens de onderhandelingen over het Twaalfjarig Bestand, scherpe bepalingen gemaakt36) tegen de ((libellen)) en de «pasquillen», waarmede hét land als \'t ware overgoten werd, en waarin de binnenlandsche aangelegenheden niet alleen, maar ook de staatkunde der geallieerden en vrienden van don Staat vrijelijk werden beoordeeld, doch, terwijl het Plakkaat in strenge bewoordingen sprak, en de Overheid nogmaals beproefde den onderdanen in te scherpen, dat eigenlijk, buiten hare voorkennis, niets in het licht gegeven mocht worden, bleef toch, zooals de gelijktijdige geschiedschrijvers melden, het on-

-ocr page 14-

T

J. H. HORA. SICCAMA,

derzoek naar de schrijvers en verspreiders der verboden stukken, als strijdig met de vrijheid, achterwege.quot;) Bij de staatkundige en kerkelijke twisten, die den duur van het Bestand kenmerkten, en die op de terechtstelling van Oldenharnevelt uitliepen, steeg dan ook de teugelloosheid ten top. Als uitgelaten spotten de paskwilschrijvers met alle maatregelen, die tegen hen werden genomen,39) niet het minst met de, reeds ten tijde van Karei V ingevoerde bepaling, dat elk gedrukt stuk voorzien moest zijn, van de aanwijzing van drukker of uitgever: «Gedrukt te Vrijburg» of «buiten Amsterdam» noemt zich een pamflet; met «Privilegie der vrijheid,» of «met Niemands Privilege» verschijnt een ander.40)

Maar hoe eigenaardig die pamfletten-litteratuur ook zijn moge en hoe wezenlijk belangrijk voor de kennis van de geschiedenis dier dagen, toch droeg gelukkig de vrijheid in Nederland nog andere vruchten van vrij wat hooger gehalte en meer waardig in gedachtenis te worden gehouden. In de eerste plaats mag wel als rechtstreek-sche vrucht van den nederlandschen vrijheidszin de hooge-school van Leiden vermeld worden, eene belooning, als men weet, voor de manhaftige verdediging der Sleutelstad tegen den Spanjaard. Voor Noord-Nederland was de opening van die eerste gelegenheid om hooger onderwijs te ontvangen van groote beteekenis. Leuven en üouay waren in vijandelijk land en buitendien volbloed katholiek; Geneve en Heidelberg, waar gereformeerde theologie werd onderwezen, Padua, waar rechtsgeleerdheid en geneeskunde bloeiden. Parijs en Orleans, Sedan en Saumur werden wel geregeld bezocht, maar waren toch uit den aard der zaak slechts voor eene bevoorrechte minderheid toegankelijk. In hunne plaats stond van nu aan Leiden te treden. Echter niet uitsluitend voor diegenen onder de nederlandsche jongelingschap, welke in die dagen van wapengekletter nog neiging voor

10

a

-ocr page 15-

NEDERLAND EN DE VRIJHEID VAN GEDACHTE IN EUROPA, 11

de studie bewaarden, was de nieuwe hoogeschool van gewicht. Weldra verkreeg zij eene internationale beteeken is, die haar in Europa als een brandpunt der herlevende geleerdheid deed schitteren. Van heinde en ver werden mannen van naam geroepen om het hoog-leeraarsambt te Leiden te aanvaarden41), geene geldelijke opoffering scheen daarvoor den Staten van Holland te zwaar, en de roem van menigen buitenlandschen geleerde, om slechts een Junius en een Scaliger te noemen, is onalscheidelijk aan dien van Leiden verbonden. Dat was de eerste vrucht, die de verknochtheid onzer vaderen aan hunne staatkundige vrijheid, ten goede deed komen aan de vrijheid van wetenschappelijk onderzoek in geheel Europa.

Dat wetenschappelijk onderzoek zou evenwel weinig hebben gebaat, indien niet daarbij de middelen hadden bestaan, om de uitkomsten der geleerde nasporingen op ruime schaal bekend te maken. Doch, ook die middelen ontbraken niet. Geene drukkerijen waren sedert het einde der 16° eeuw beroemder, dan die van Leiden. Daarheen waren verscheiden boekdrukkers uit Vlaanderen overgekomen, als Silvius, Haestens, de Hackiussen, Raphe-lingen,4 ) die er eene filiaal-inrichting bestuurde van het huis zijns schoonvaders Plantyn te Antwerpen; in Amsterdam. dat aldra met Leiden wedijverde, vond men de Blaeu\'s en de Jansoniussen, maar in beide steden bovenal de Elzeviers, de eerste drukkers van hun tijd, bevriend met al wat in hun dagen in Europa bogen mocht op den naam van geleerdheid, en wier belangrijke geschiedenis onlangs met meesterhand behandeld is, in een werk dat gerekend kan worden, ten hunnen opzichte het laatste woord te hebben gesproken.43) Hier is het de plaats niet om uitteweiden over de typografische verdiensten, waardoor de Elzeviers zich onder hunne tijdgenooten een naam hebben gemaakt; wij

-ocr page 16-

J. H. HORA SICCA MA,

liebben hier alleen te letten op hunne internationale beteekenis.44) Reeds in de eerste jaren der 17= eeuw vindt men Lodewijk Elzevier, den eersten van zijn geslacht, in geregelde betrekking, niet alleen met de boekverkoopers te Frankfort — dat had hij gemeen met alle boekhandelaren van beteekenis uit dien tijd, die geregeld twee malen \'sjaars hunne waren op de frankforter mis gingen slijten — maar ook met Frankrijk en met Engeland, met Italië, zoowel als met het Noorden. Te Kopenhagen had Elzevier een gevestigden winkel, sedert de gebeurtenissen van den dertigjarigen oorlog aldaar den aanvoer v:m boeken uit Duitschland verhinderden; te Venetië, waarmede de Ncderlandsche boekdrukkers reeds van ouds levendige betrekkingen onderhielden,45) hadden ook de Elzeviers een depót; naar Toscane verzonden zij hunne werken, even als naar Parijs en naar Londen; en zoo zij in dien bui-tenlandschen handel de eerste plaats innamen en den meesten roem inoogsten, ook anderen waren met groeten lof in den vreemde bekend, zooals Blaeu,40) de leerling van Tycho Bralie, om zijne kaarten en atlassen, terwijl de Jansoniussen, en hunne opvolgers, de Waesberghen, meer bepaald den boekhandel op Zweden dreven en eene drukkerij te Stockholm bezaten47). Maar onder die allen waren de Elzeviers de eersten, en het zal wel niet alleen de volmaaktheid hunner kunst zijn geweest, die hun zoo grooten naam had verschaft, maar ook bepaaldelijk de innerlijke waarde van verreweg het grootste deel der door hen uitgegeven werken.

Een hunner eerste ondernemingen was de uitgave der oude klassieken in klein formaat, eene nieuwigheid, die destijds voor eene stoutmoedigheid gelden mocht, daar de verbolgenheid der geleerde wereld daarover niet gering was; de klassieken, die totdusver, behalve in eenige geringgeschatte uitgaven voor schoolgebruik.

12

-ocr page 17-

NEDERLAND ÉN DE VUIJIIEID VAN GEDACHTE IN EUROPA. 13

nooit anders dan in folio gezien waren, verschenen nu in duodecimo — \'t werd bijkans eene heiligschennis geoordeeld! maar het publiek gaf zijn bijval — en, herhaaldelijk herdrukt, heeft die handige uitgave zeker meer gedaan voor de verspreiding der oude letterkunde, dan de uitgewerkte commentaren en de onvermoeide opsporing van varianten van zoo menig kamergeleerde. Dit was echter slechts een eerste stap; van de dooden wendden zich de Elzeviers tot de levenden, van de grijze oudheid naar het streven van den geest huns tijds,quot;) Daarvoor leefden zij dan ook in het meest geschikt middelpunt.

Met den dood van prins Maurits van Oranje was, in 1(525, het ijzeren tijdperk der Republiek gesloten; de gouden eeuw ving aan met den nieuwen Stadhouder, prins Fred erik-1 lend rik. Nauwelijks was deze in de waardigheden van zijnen broeder bevestigd, of er doet zich ontspanning gevoelen, na die zekere beklemming, die de laatste jaren van Maurits\' Stadhouderschap kenmerkte. Zoon eener fransche moeder, die, na den dood des Zwijgers, zich de opvoeding van haren eenigen telg ten levenstaak had gesteld, gehuwd met eene schoone en schrandere vorstin, wier eergierige ijver voor den luister van het Oranjehuis tot in laten ouderdom aan haar nakroost is ten goede gekomen, is Frederik-llendrik do eerste geweest onzer prinsen, die een eigentlijk gezegden hofstaat heeft gevoerd. Aan dat hof blonk nevens de prinses van Oranje, de gastvrij ontvangen koningin van Boheme, de geestige en fijnbeschaafde Elisabeth Stuart en hare dochters, waarvan de oudste zich als de groote vriendin van Descartes onderscheiden heeft49), en de jongste door hare trouwe briefwisseling met Leibnitz is bekend gebleven. En al moest nu uit den aard der zaak, in eene vrije Republiek, de onmiddelijke invloed van een hof gering zijn, op

-ocr page 18-

J. H. HORA SICCAMA,

den heerschenden smaak der hoogere standen moet die toch wel degelijk hebben gewerkt; want met\'s Prinsen franschgezinde politiek zal wel nauw hebben samengehangen de toenemende ingenomenheid met Iransche taal en zeden, die van dien tijd af in Nederland merkbaar werd — hetzelfde wat later kon worden waargenomen aan het hof van Berlijn, toen de oudste dochter van Frederik-Hendrik en Amalia van Solms hare hand gereikt had aan Frederik Wilhelm van Brandenburg, den grooten Keurvorst.50) In die nieuwe omgeving bracht de hollandsche prinses de geestbeschaving over der kringen waarin zij was opgevoed, en aan haar invloed is in de eerste plaats het gunstig onthaal te danken, dat in later jaren aan Iransche geleerdheid en letterkunde aan de boorden van de Spree is te beurt gevallen.

Doch in Frederik-Hendriks tijd verkeerde Nederland nog in het schoonste tijdperk zijner nationale ontwikkeling. Bij den voorspoed onzer wapenen te land en ter zee, en bij de ongekende rijkdommen die de handel uit verre gewesten herwaarts deed stroomen, beleefde onze letterkundè het hoogste tijdperk van haar bloei; Vondel, Huygens, Hooft, en hoe velen nevens hen waren in hunne volste kracht, en al kan, bij de weinige bekendheid der Nederlandsche taal over onze grenzen,61) hunne werking naar buiten in de verte niet vergeleken worden met den invloed, dien b. v. de fransche letterkunde op geheel Europa heeft uitgeoefend, zoo heeft die toch, tot zekere hoogte, ook wel degelijk bestaan.55) Dat met name Milton, die het hollandsch machtig was, met Vondels werken bekend moet zijn geweest, en zijn Verloren Paradijs min of meer aan den Lucifer ontleend heeft, schijnt boven allen twijfel verheven.52) En nevens de letterkunde — het behoeft zeker nauwelijks herinnerd te worden — ontsproot in de jeugdige Bepu-bliek eene schilderschool, die, door alle eeuwen heen,

14

-ocr page 19-

NEDERLAND EN DE VRIJHEID VAN GEDACHTE I\\ EUROPA. 15

den trots des Vaderlands mag uitmaken, terwijl de beoefening der wetenschappen op elk gebied tot de meest verschillende uitvindingen leidde. Op de beschrijving der samenstelling van een eersten verrekijker door een nederigen zeeuwschen brillenmaker, werd de groote Galilei tot de vervaardiging van zijn teleskoop gebracht;53) later was het naar Nederland dat de veroordeelde der Inquizitie het oog wendde, om zijne, in zijn vaderland verboden denkbeelden door den druk wereldkundig te maken. Aan de Elzeviers werd door hem die taak toevertrouwd; door hunne zorg vei-scheen in 1635 het «Systema Cosmicum» ;54) een jaar later de reeds in 1616 aan de Groot-Hertogin van Toscane gerichte brief, waarin Galilei betoogde dat zijne natuurkundige ontdekkingen geenszins in strijd waren met het gezag der H. Schrift, en in 1638 de «Discorsi e Di-mostrazioni», opgedragen aan den graaf de Noailles, den ambassadeur van Lodewijk XIII te Florence, door wiens bemiddeling het handschrift naar Leiden was opgezonden, en voorzien van een bericht van den drukker aan den lezer, waarbij het belang van den inhoud werd uiteengezet.

Het lot van Galilei was niet juist aanmoedigend voor hen die denkbeelden koesterden, wier openbaarmaking der Roomsch-Katholieke geestelijkheid aanstoot zou kunnen geven. Dat begreep een andere denker van die dagen, de wijsgeer Descartes, wiens naam boven reeds vermeld werd. Als vrijwilliger de vaandels van prins Maurits volgend,55) had hij Holland leeren kennen; daarheen wendde hij zich, liever dan gehoor te geven aan de aanbiedingen hem in Frankrijk gedaan. Was te voorzien dat zijne filosofie hevigen tegenstand zou verwekken bij de theologen der nederlandsche Staatskerk, eene vervolging van zijn persoon zou hij althans op Neerlands vrijen bodem nimmer te vreezen hebben.

-ocr page 20-

J. H. HORA S1CCAMA,

Twintig jaren bracht hij hier door, in de stilte van het hollandsche landleven, eerst te Egmond, later op Endegeest, buiten Leiden, een verblijf van waar het hem gemakkelijk moet zijn gevallen de uitgave zijner werken te bezorgen, welke, even als die van Galilei, door de persen van Elzevier het licht zagen.56).

Een andere denker van dien tijd, zeker minder schitterend dan Descartes, maar wiens naam niettemin eene blijvende plaats bekleedt in Europa\'s staatkundige geschiedenis, is Thomas Hobbes; ook deze wendde zich met zijne verhandeling «de cive» tot de nederlansche boekdrukkersquot;). Wel was eene eerste uitgave van dat werk in 1642 te Parijs gedrukt, maar er waren slechts weinige exemplaren van in het licht verschenen. Door den schrijver omgewerkt en vermeerderd, werd het betoog van I lobbes, in den vorm waarin het thans nog bekend is, in 1647 bij Lodewijk Elzevier te Amsterdam uitgegeven, en daarna bij herhaling herdrukt, terwijl er ook hiertelande eene fransche vertaling van uitkwam. Twintig jaren later was het alweder te Amsterdam, doch ditmaal bij Johan Blaeu, dat Hobbes zijn «Leviathan» in het licht gaf, waarvoor hij geen verlof had kunnen bekomen in Engeland, waar destijds de censuur nog in volle werking was. Latei- werd het werk ook hiertelande verboden, doch eerst in 1674, op een tijdstip toen, na den vrede van Westminster, staatkundige redenen noopten om met ongewone strengheid toetezien op al hetgeen in Engeland zou kunnen mishagen — hetgeen echter niet belette, dat in 1678 eene hollandsche vertaling van het verboden werk verscheen.

Overigens waren evenwel de re Jeneeringen van Hobbes zoo min geschikt om in den smaak der Regeering of dor burgers van eene vrije Republiek te vallen, als zijn betoog aangaande de onbeperkte gehoorzaamheid

16

-ocr page 21-

neuerland en de vrijheid van gedachte in europa, 17

die de onderdanen aan den Souverein verschuldigd zijn, het hoofd van Karei I van het schavot redden kon. Doch men meene daarom niet dat de omwentelingspartij in Engeland onverdeelden bijval in Nederland zon hebben gevonden. Verre van dien: had niet de provincie Holland uit handelsbelang, zorgvuldig getracht iedere breuk met de nieuwe Zuster-Republiek te voorkomen, dan had wellicht de meerderheid in de Staten-Generaal besloten tot meer afdoende maatregelen, dan een eenvoudig gezantschap, ten gunste van den gevangen koning, wiens zonen intusschen hiertelande eene toevlucht hadden gevonden bij hunne zuster, de gemalin van den jongen prins van Oranje. Gelijktijdig met hen58), was eene aanzienlijke schare Engelscfien en Schotten herwaarts geweken, de eersten van die menigte politieke ballingen van over de zee, voor wie de Nederlanden, gedurende het geheele tijdvak der Stuarts geweest zijn, wat, op liet einde de vorige eeuw, Co-blentz was voor de fransche emigratie. Voor het Parlement was die verzameling van koningsgezinden, zoo nabij de engelsche kust, verre van aangenaam; om hunne ondernemingen te voorkomen werden twee afgevaardigden naar den Haag gezonden, waarvan een, Isaac Doreslaer of Doreslaus, een Hollander van afkomst, nauwelijks alhier aangekomen, verraderlijk werd vermoord. Zoo groot was de beroering door dit voorval teweeg gebracht dat het der Regeering van Amsterdam aanleiding gaf tot hernieuwing van het verbod59) om geschriften uittegeven waarbij «de wettige Regeering getaxeerd, de Kerk geschandaliseerd of de gemeene rnste getroubleerd werd»; sedert de koningin van Engeland toch in 1042 hiertelande do juweelen der kroon was komen verpanden, had het op nieuw «blauwboekjes geregend». Ook de Staten van Holland hernieuwden kort daarop hunne vroegere plakkaten, tegen «libellen,

-ocr page 22-

J. II. HORA SICCAMA,

gedichten en tract a ten60)», en wel vooral om een geschrift te treilen van den beroemtlen leidschen hoogleeraar Salmasius, de, al weder door de Elzeviers gedrukte, «Defensio regia pro Carolo J». Het verbod had echter al even weinig gevolg als vroegere maatregelen van dien aard, want binnen drie jaren werd het werk minstens negen malen gedrukt61); meer uitwerking moet het antwoord gehad hebben dat Milton er twee jaren later op gaf, onder den titel van «Defensio pro populo anglicano»,02) indien het althans waar is dat Salmasius, zich verslagen gevoelend. Leiden verliet en als \'t ware naar Zweden vlood, van waar hij, na een jaar terugkwam, om kort daarop, zijn leven van hartzeer te eindigen03). Milton was destijds nog geheel onbekend, althans buiten Engeland, en ook in zijn vaderland hadden zijne geschriften tot dusverre weinig de aandacht getrokken, getuige zijne, in 1644 verschenen Areopagitica64), \'t welk thans als een meesterstuk van staatkundig betoog geroemd wordt, doch dat, bij zijne verschijning, allerminst het dool trof, dat de schrijver zich voorstelde, nl. de vrijmaking der drukpers in zijn Vaderland te bewerken.

Algemeen geldt Engeland in Europa als de klassieke bakermat van staatkundige en burgerlijke vrijheid. Wij willen dien roem niet betwisten, maar mogen er toch op wijzen hoe. tot in het laatste tiental jaren der 17de eeuw de vrijheid van drukpers daartelande evenmin heeft bestaan, als in eenigen anderen Staat, Nederland uitgezonderd, en herinneren daarbij aan twee historische bizonderheden; vooreerst dat de censuur in Engeland eerst is afgeschaft onder het bestuur van den hollandschen Willem van Oranje, en voorts hoe twee soorten van voortbrengselen der vrije pers, waarin hat Engeland der 19de eeuw uitmunt, de dagbladen en de politieke caricatuur, het eerst uit Holland daarheen zijn

18

-ocr page 23-

NEDERLAND EN-DE VRIJHEID VAN GEDACHTE IN EUROPA. 19

overgebracht. Zulks schijnt te hebben plaats gehad in de eerste helft der J7tle eeuw. De oorsprong der tlag-bladen schuilt min of meer in het duister ; de oudste schijnen in Venetië te zijn gedrukt, met welke stad, gelijk boven reeds werd aangemerkt, ons land een levendig letterkundig verkeer onderhield. Hiertelande zoude men mogen veronderstellen dat de eerste cou-ranten gedrukte blaadjes geweest zijn, bestemd om tijdingen uit liet leger van prins Maurits te geven 65), althans, om rent dien tijd, treft men zekeren Rroer Jansz. aan, als «Courantier van Zijne Excellentie», een vooiiooper alzoo, naar liet schijnt, van de «speciale qprlogs-correspondenten» onzer hedendaagsche bladen. In Engeland verschenen de dagbladen het eerst, in den vorm van met houtsnêegravuren opgeluisterde blaadje, wier inhoud wij thans tot de rubriek der «gemengde berichten» zouden terugbrengen. Een der oudste, van 1619 dagteekenend, draagt ten opschritf\'t «latest news from Holland;»66) uit die losse blaadjes ontstond later het «Weekly News,» het oudste weekblad dat in Engeland regelmatig verscheen. Maar voor eigentlijke staatkundige berichten behielp men zich daar, even als in Frankrijk, met geschreven stukken, die in \'t geheim van hand tot hand gingen, en die in zwang bleven, lang nog nadat in Engeland de «London Gazette,» en in Frankrijk Renaudot\'s «Gazette de France» ontstaan waren.67) Men zoude bijkans • geneigd zijn aan de grove houtsnêefiguren, waarmede de oudste dier vliegende blaadjes heetten versierd te zijn, den oorsprong der politieke caricatuur toeteschrijven, zoo leenen die voorstellingen zich, als van zelve, tot bespotting der personen die zij moeten afbeelden; en toen nu eenmaal de smaak voor spotprenten in Engeland was ontwaakt, werd het daarvan ruim voorzien uit Holland,68) waar ovei lang de neiging voor satire van iederen aard,

-ocr page 24-

J. IF. HORA SICOAMA,

geene palen kende.60) Reeds zagen wij hoe, bereids bij den aanvang der Hervorming door keizer Karei een plakkaat tegen de spotprenten op den Paus en op hem zeiven was uitgevaardigd. Maar de geest der Nederlanders liet zich niet op die wijze bedwingen. Bekend is hoe, hij den aanvang der beroerten, de algemeene ontevredenheid zich lucht gaf in hittere bespotting van den kardinaal de Granveile, hoe zelfs tie naam van «Geuzen» werd aangenomen ten schimp van de raadslieden der Landvoogdes. En hoe, zelfs in de meest benarde tijden, de volksgeest zich minder uitsprak in klachten, dan in bespotting van den vijand, kan ons liet Geuzenliedboek leeren. I?ij zulk eene richting van den volksaard, begrijpt men den bizonderen smaak der Hollanders voor politieke spotprenten. Bij het begin der omwenteling in Engeland, werden zij van uit Nederland derwaarts overgebracht en tot op den tijd van Hogarth aldaar voornamelijk door hollandsche kunstenaars vervaardigd. Maai\' die spotprenten waren toch eigentlijk slechts eene schrale vergoeding voorliet gemis aan vrijheid om zijne denkbeelden openlijk uit te spreken, en die vrijheid, welke de engelsche natie gehoopt had. na de afschaffing der Sterrenkamer te zullen erlangen, werd haai\' niet verleend, zelfs niet op het welsprekend pleidooi van eenen Milton: minder dan ooit, gelijk men kan nagaan, viel daaraan, na het herstel van liet koningschap te denken.70)

Van eenigsints anderen aard waren omtrent dien tijd de betrekkingen der nederlandsche pers met Frankrijk. Het schijnt niet dat gedurende de onlusten der Fronde van hier uit de schimpdichten verspreid zijn, waarmede de vijanden van Mazarin hem zochten te treffen, ofschoon men wel vindt dat sommige Mazarinades hier te lande zijn nagedrukt,71) maar te grooter daarentegen was de ergernis, die Bodewijk XIV, toen hij de tengels van

20

-ocr page 25-

NEDERLAND FA\' DE VRIJHEID VAN GEDACHTE IX EUROPA. 21

het bewind zelf aanvaard had, van de zijde der ne-derlandsche boekdrukkers en pamfletschrijvers ondervond, eene ergenis waarvan zich het aandenken bewaard heeft in do overlevering van den verraderlijk opgelichten, en op den Mont St. Michel in een houten kooi opgesloten hol-landschen dagbladschrijver;72) die overlevering moge vervalscht zijn, een historisch feit is liet niettemin dat de verbolgenheid van bodewijk XIV, wegens de uitspattingen der nederlandsche pers, eene der redenen is geweest waardoor der Republiek een oorlog berokkend is, die haar op den rand des verderfs heeft gebracht. Zien wij eerst in het breede den loop der gebeurtenissen. Spoedig na prins Frederik-Hendrik was de jonge prins Willem II. van Oranje overleden; van dat tijdstip nam de Republiek eone eerste proef van een stadhouderloos bestuur. In buitengewone vergadering vereenigd, poogden de Staten-Generaal verbetering aan te brengen in de bekende leemten van liet Staatsbestuur. Ook de beteugeling der drukpers werd daarbij ter sprake gebracht, naar aanleiding van eene remonstrantie der Synode van de Hervormde kerk, betreffende de gevaren welke zij, bij de heerschende vrijheid, ondervond.73) Hernieuwing der plakkaten tegen de ongodsdienstige en sociniaansche boeken was daarvan het gevolg74) doch toen depredi-kanten daarmede, en wellicht niet ten onrechte, weinig voldaan, eenigen tijd later, op de zaak terugkwamen en het voorstel waagden tot invoering eener censuur, weigerde de Regeering kortaf te hoorei i van een maatregel, omtrent welken zij oordeelde dat «de practijcke van dien binnen dese landen van seer dangereuse gevolgen sonde weezen»,

Toch schijnt daarvan, eenige jaren daarna, op nieuw sprake te zijn geweest, en zelfs op voorstel van den raadpensionaris de Witt te zijn overwogen cm «de Procureurs-Generaal en andere Oflicieren» te machtigen

-ocr page 26-

J. II. HORA SICCAMA,

tot liet bezoeken der drukkerijen, en waar zij «mercke-lijcke suspectie» zouden vinden «de letteren en persen naar zich te nemen». Maar de zaak had geen gevolg, de vrijheid bleef onbelemmerd, en meer dan eene eeuw lang werd van dergelijke dwangmaatregelen in Holland niet meer gerept. Echter werd meer nog dan op theologische werken scherp toegezien op al wat het staatkundig gebied raakte; zoo werden reeds bij plakkaat van 4 Januari 1651 de «schrijvers, drukkers en andere uitgevers» van «Propositien, Verbalen, Rapporten, Resolutiën en andere akten, die volgens de ordre eener goede Regeering geheim behooren te blijven», met stralïen aan den lijve bedreigd. De ontijdige bekendmaking toch van zoodanige bescheiden, bracht niet zelden H. Ooog-Mog. in ongelegenheid, en de vrees voor zcodanige onthullingen deed vreemde Regeeringen vaak schromen belangrijke staatsstukken aan de Staten-Generaal mede te deelen.76) Ook werd op dien grond de uitgave verboden van brieven afkomstig van de secretarissen der Vertegenwoordigers van den Staat in het buitenland, of soms ook van hunnè mindere bedienden, wier geschrijf natuurlijk als «uit goede bron» zal zijn aangekondigd.77) Boven gewaagden wij reeds van den oorsprong der nederlandsChe dagbladen; langzamerhand, bijna onmerkbaar breidden deze zich uit, weinig geacht, schijnt het bij het publiek, noch in tel bij de Regeering,78) maar des te meer belangstelling wekkend in het buitenland, waar hunne berichten weiden nagedrukt,7quot;) of dat al spoedig van hier uit van nieuwstijdingen werd voorzien.80) Voor en na verschenen allerlei bladen, doorgaan8 in het fransch, en bestemd om alom het nieuws te verspreiden dat, niet alleen hier onbelemmerd kon worden gedrukt, maar \'t welk ook, ten gevolge der gebleken eener veelhoofdige Regeering, hier te lande veel

gemakkelijker dan elders kon worden vernomen.80) Maar

t

22

-ocr page 27-

NEDERLAND EN DE VKIJIIEID VAN GEDACHTE IN EUROPA. 23

nog aleer cie rnededeeling van politieke berichten, waar of onwaar, voorziening vereischte, zou dat noodig blijken ten opzichte eener andere soort van, in haren oorsprong eigenaardig fransche letterkunde, den roman namelijk. In den loop van het tijdperk flat wij thans overzien, werd op het gebied der verdichting, de half mythologische half\' «galante» schrijfwijze der Scudéry\'s verlaten, en op het voetspoor van Bussy Rabutin, de versleten ridderroman vervangen door een, in den grond misschien even opgesmukten, maar toch in den vorm vrij wat levendiger verhaaltrant, waarbij de hooge personages van den dag, onder bedekte, maar volkomen doorzichtige benamingen, in hun handel en wandel werden voorgesteld.83) En zelfs aan die verbloeming kwam al ras een einde. Onbeschroomd werden de hoogste personen van het hof overgegeven aan de spotzucht van het algemeen; men denke zich de verbeten woede van den jongen Lodewijk XIV, den «Roi Soleil» in zijn opkomst, voor wien alle vleiers van Versailles geknield lagen, toen hij zich en de zijnen op die wijze gehoond wist. Natuurlijk was er binnen Frankrijks grenzen geene plaats voor het drukken van zoodanige letterkundige producten. Heimelijk werden allerlei handschriften naar het buitenland gezonden, om daar te worden gedrukt, en al spoedig werden in het buitenland zelf allerlei samenraapsels vervaardigd, om er Frankrijk van te voorzien. Als een ware besmetting verspreidde zich daar wat men, in overeenstemming met den hedendaagschen «roman parisien», den roman van Versailles zou kunnen noemen, en ofschoon nu zoowel in de spaansche Nederlanden als in verschillende duit-sche steden een goed deel van die voortbrengselen het licht zag, waren het toch voornamelijk de boekdrukkers van Noord-Nederland, die in \'s Konings oog de schuld zijner ergernis droegen. Blijkbaar toch was de

-ocr page 28-

J. If. HORA SICCAMA,

24

zaak niet anders dan eene vrucht van hun speculatie-geest: hetzij een met schandalen gevuld handschrift, of de reeds ter perse liggende exemplaren, door de handlangers van het fransche hof, voor grof geld, werden opgekocht, hetzij het werk verscheen en door liet lezend publiek verslonden werd — de winst was in elk geval verzekerd. Doch de gevaren van zoodanige handelingen zouden voor onbevooroordeelde oogen niet verborgen blijven, de goede naam van den nederlandschen boekhandel stond ongetwijfeld op het spel, en dat dit inderdaad door de voornaamste onzer drukkers werd ingezien, zelfs al werden zij tot zekere hoogte door den stroom medegesleept, bewijst een hoogst merkwaardige memorie van Daniel Elzevier, die onlangs is openbaar gemaakt.84) Maar de groote menigte was blind en doof voor het gevaar, en toen eindelijk de Staten-Ge-neraal een plakkaat uitvaardigden tegen «obscoene boer lakens, strekkende tot bederf der jeugd en tot aanleiding van alle licentieuse ongebondenheden ))85) was \'s Ko-nings trots reeds te diep gekrenkt, dan dat hij zich daarmede voldaan zou hebben kunnen achten. Buitendien men kende de weinige uitwerking dier plakkaten, ook al bevatte zij somtijds de bedreiging dat de boeten «strik-telijk zouden worden ingevorderd zonder eenige oogluiking of dissimulatie»88). Trouwens, bij den wrok van Lo-dewijk XIV. voegden zich redenen van hoogere staatkunde. Men herinnert zich hoe in 1007, tusschen Engeland en de Republiek te Breda vrede gesloten was, nadat de hollandsche vloot, door den zegevierenden tocht naar Chattam, den schrik tot in het hart van Londen had verspreid; het jaar daarna had het beleid van Jan de Witt, door middel van het drievoudig verbond en den vrede van Aken, Lodewijk XIV. schaakmat gezet. Beide zegepralen, die der wapenen zoowel als die der Staatskunst, waren in Nederland op uitbundige wijze, in

-ocr page 29-

NEDERLAND EN DE VRIJHEID VAN GEDACHTE IN EUROPA. 25

proza en in dicht, dooi\' penseel en graveernaald, honderdvoudig verheerlijkt, \'s Konings ergernis kende geen grenzen, en hij wist er zijn minder gevoeligen broeder op den britschen troon in te doen deelen. Madame, de hertogin van Orleans, die mede ruim haar deel had in de lastertaal der romans van den dag, werd tusschen beide vorsten de bewerkster van liet geheim verbond, dat de vernietiging der overmoedige Republiek beoogden. En inderdaad scheen die vernietiging een oogenblik op handen. Slechts door het beleid van een Willem III. werd Nederland van den ondergang gered. Toen de vrede met Frankrijk te Nijmegen gesloten werd, behoefde niet één voet breed van den vaderlandschen bodem te worden opgéOlïerd. De koning van Engeland had reeds vroeger een afzonderlijken vrede te Westminster getrolïen.

Op beide tractaten volgden strenge maatregelen ter voorkoming van eene herhaling der gevaren die het bestaan van den Staat geloopen had, mede ten gevolge der onbeperkte vrijheid van drukpers. Reeds kort na den vrede van Westminster werd, op niet geringer straf dan verbanning en algemeene verbeurdverklaring van goederen, verboden87)«anders dan met speciaal octrooi of\'permissie inde engelsche of\'schotsche talen» geschriften uitte geven, betrelfendeden koning van Groot-Brittannie, het Parlement van Engeland, Zijner Majesteits Raad, of de engelsche natie -— terwijl van het \'tijdperk na den vrede van Nijmegen, de eerste strenge maatregelen dagteekenen tegen de fransche couranten die hiertelande werden uitgegeven. 8n) Ditmaal schijnen die. maatregelen hunne uitwerking niet te hebben gemist, althans een onverdacht getuige, die, zeker geene verschooning zou hebben gebezigd, de graaf d\'Avaux, de vertegenwoordiger van Lodewijk XIV. begint eerst verscheiden jaren later te klagen over de vrije uitingen der nederlandsche pers, wanneer de ge-

-ocr page 30-

J. H. HORA SICCAMA,

20

moederen hier te lande door de vervolgingen der Hugenoten in Frankrijk en de berichten omtrent de gebeurtenissen in Engeland aan het gisten gebracht zijn.80) Men kent de kuiperijen van d\'Avaux met de Regeering van Amsterdam; eene vrucht daarvan waren de herhaalde keuren van dien magistraat tegen de fransche bladen, een verbod dat door de Staten van Holland weldra tot alle «Gazettes, Gazettes raisonnées, Nouvelles choisies, Lardons» enz. werd uitgestrekt.90) Merkwaardig is dan ook dat d\'Avaux slechts zeldzaam van de dagbladen hiertelande gewaagt, en, wanneer hij dat doet schijnt het nog dat niet de fransche couranten bedoeld worden,91) terwijl toch uit bovenstaande opsomming blijkt hoe de periodieke pers zich destijds reeds in verschillenden vorm had ontwikkeld. Maar het hervatten van den oorlog met Frankrijk maakte spoedig een einde aan de strenge handhaving dier plakkaten, en het is uit het tijdperk na 1688, dat Lodewijk XIV. ongetwijfeld het meest van de aanvallen der dagbladpers in Nederland te verduren had; wel trachtten de Franschen ons met gelijke munt te betalen ;9gt;) en ook moet uit dien tijd de oude fransche spotprent quot;agteekenen, waarbij de «Gazetier de Hollande» wordt voorgesteld, als een belachelijk persoon, die eene soort van ketelmuziek schijnt te maken,quot;4) maar de bijtende taal van dien Gazetier werd niettemin in Frankrijk diepgevoeld; zijne onbescheidenheid was trouwens den Staten-Generaal zeiven tot overlast95) zooals blijken kan uit de reeks van verordeningen, welke van dien tijd af, en de geheele 18° eeuw door, ten opzichte der dagbladen genomen wor den. Men heeft in die maatregelen wel eens het bewijs willen vinden dat de drukpers oudtijds in Nederland geenszins zoo vrij was, als algemeen wordt aangenomen. Doch gelijk boven reeds werd aangemerkt, geheel ten onrechte. Nauwkeurig beschouwd, blijkt de gestrengheid

-ocr page 31-

NEDERLAND EN DE VRIJHEID VAN GEDACHTE IN EUROPA. 27

der Regeering, in de eerste plaats die bladen en geschriften te hebben getroffen, die hiertelande, en wel is waar meest voor rekening van nederlandsche drukkers, maar in vreemde talen, werden uitgegeven en grootendeels, zoo niet uitsluitend, voor het buitenland bestemd waren. En die maatregelen waren te meer noodzakelijk naarmate tegen liet einde der 17e eeuw het gehalte der nederlandsche boekdrukkers merkelijk verminderde98.) Schielijk achter elkander toch verdwenen de Elzeviers, Blaeu, die den brand zijner wei\'eliberoemde drukkerij, geen jaar overleefde, de Steuckers in den Haag, Wolf-gangh, Jansonius en zijn schoonzoon Waesberghe, iets later de laatste der Hackiussen, en zoo nog enkele uitgevers den roem van het voorgeslacht wisten opte-houden, zooals de Wetstein\'s b. v. — toch zonk het algemeene peil bedenkelijk, en werd de waarde dergenen die wegstierven geenszins vergoed door de menigte van hen, die de opengevallen plaatsen innamen. Echter, gelijk van zelve spreekt, zou dat verval zich eerst langzaam, na verloop van tijd openbaren.

Inwendig genoot de Republiek destijds den grootsten voorspoed. Van den schok van 1672 had het land zich spoedig hersteld, en zoo, meer dan te voren, de Ue-geering zorg droeg geen aanstoot aan vreemde mogendheden te geven, bleef toch ook, na het herstel van het stadhouderschap dezelfde vrijheid heerschen als voorheen. Zoo ook op het gebied der drukpers. Wel werden de oude plakkaten bij tijd en wijle hernieuwd, ten einde den overmoed der pamfletschrijvers te beteugelen, of in oogenblikken. van gevaar het toezicht op de dagbladen te verscherpen, maar de oude republikeinsche geest bestond desniettemin ongeschonden ook ten opzichte der vrijheid van denken en spreken. Tot bewijs daarvan kan juist strekken het veelvuldig hernieuwen en verscherpen omstreeks tlezen tijd van de maatre-

-ocr page 32-

28

gelen tegen de verbreiding der sociniaansche leerstellingen97.) Ueeds zagen wij het gezag van censuur der Kerk op het gebied der godgeleerde geschriften, en hoe, op aanwijzing der synoden, menig werk, zij het dan ook vruchteloos verboden werd. liet was dan ook zeker niet hij gebreke aan aandrang van lt;le zijde der Kerk, zoo de Staat geene meer afdoende maatregelen nam om haar te beschermen tegen de gevaren die de zuiverheid der leer liep, door de theorien de]\'filosofen. Bereids noemden wij Descartes; vrij als deze leefde zijn voornaamste leerling Spinoza, flie nooit andere vervolging te verduren had, dan die van de synagoge, eene omstandigheid, welke wellicht heeft bijgedragen om den wijsgeer, bij zijn leven ongemoeid te laten, ook al werden zijne geschriften niet geduld98.) Voornamelijk werden zijne nagelaten werken van Overheidswege verboden hetgeen evenwel de verspreiding van zijn stelsel niet beletten kon. Zoo gingen zijne denkbeelden p. a. over op den amster-damschen predikant Balthazar Bekker, wiens welbekend, en in alle vreemde talen overgezet werk «de betooverde wereld», niet alleen een doodelijken stoot gaf aan het nog heerschend bijgeloof, maar welks gezag buitendien Thomasius bracht tot zijn zegevierenden strijd tegen de heksenprocessen en het gebruik der pijnbank in Duitscliland99.)

Wat het laatste betreft, zoo had Bekker althans in Nederland niet te strijden tegen bet pijnigen en ter dood brengen van heksen en duivelskunstenaars, «lat toch overal elders in Europa nog aan dc orde van den dag was. Iüü) Reeds voor het einde der 16e eeuw had de bekende Dr. Johannes Wyer \'quot;\') daartegen verscheiden werken in liet licht gezonden, die het Hof van Holland aanleiding gaven daaromtrent het advies van verschillende leidsche Hoogleeraren te vragen ; eenstemmig toonden dezen het onzinnige der heksenprocessen

-ocr page 33-

NEDERLAND EN DE VRIJHEID VAN GEDACHTE IN EUROPA. 29

aan, en sedert verdwenen die hier dan ook spoedig voor goed, l02) En niet alleen tegen het afdwingen van bekentenissen aan gewaande heksen door middel van de folterbank, verhiel Wyer zijne stem, maar tegen het afpersen van alle belijdenissen op die wijze, eene meening waarin bij lang alleen bleef staan, tot, in den loop der l?1-- eeuw, mannen als Graevius, Heemskerk en Joncktijs hetzelfde gevoelen begonnen te verdedigen. Maar wat rechtsge-, leerden betoogden, vond niet zoo dadelijk weerklank bij de Kerk, ofschoon gezegd moot worden dat de calvinistische predikanten nooit de beksen-processen in verdediging hebben genomen. In bet werk van Bekker mishaagden echter de daarin uitgesproken rationalistische denkbeelden, en het werd op dien grond verboden.

Maar in het tijdvak dat verloopen was tusschen\' het verbod van Spinoza\'s nagelaten werken (1(578) en bet boek van Bekker (1(592), had eene staatkundige gebeurtenis plaats gegrepen, die van diep ingrijpende beteekenis zou zijn voor de ontwikkeling der vrijheid van denken en schrijven in geheel Europa, de herroeping van bet edikt van Nantes. Deze onstaatkundige maatregel van Frankrijks koning opent een geheel nieuw tijdvak in de geschiedenis der beschaving. Reeds wezen wij op den diepen indruk dien de dragonnades van Lodewijk XI V in Nederland teweegbrachten. Daarheen rolde al spoedig de stroom van verbannen predikanten en vluchtende gemeenteleden. Hun lijden deed alle partijen in de Republiek de handen inéénslaan tegen den tiran van het Protestantisme. Alle vrucht die d\'Avaux zich van zijne kuiperijen beloofd had, ging in een oogwenk verloren.1»\') Het kan niet onze bedoeling zijn hier de staatkundige gevolgen te beschrijven van de verdrijving der Hugenoten uit Frankrijk. Wij bepalen ons bij een blik op den invloed der overbrenging van het fransche ele-i ment op vreemden bodem, allereerst naar Nederland.

i

-ocr page 34-

H. HORA SICCAMA,

30

Men denke zich de uitwerking die de vrije nederland-sche lucht moest uitoefenen op lien, die nauwelijks Frankrijks benauwden dampkring ontkomen waren;104) ook al werd, zoowel om de gevoeligheid van den fran-schen Monarch te sparen, als in het belang der vluchtelingen zelve, streng verboden in de «Gazettes» mei-ding te maken van hun wedervaren op de vlucht uit hun Vaderland,\'06), toch was de lang onderdrukte schrijf-lust kwalijk te bedwingen, en voor velen der Gerefu-gieerden bleef\' geen ander middel over om in hunne behoeften te voorzien, als naar de pen te grijpen.106 Vaak is aan hun invloed de verbastering geweten, die de oud- hollandsche degelijkheid in den loop der 18«= eeuw onderging, en zeker niet geheel ten onrechte, maar reeds merkten wij op hoe, bereids veel vroeger, met de Iransche letterkunde, ook fransche opvoeding en zeden hier te lande in zwang gekomen waren: en zeker zoude de invloed dei\' «réfugiés,» ook nooit verderfelijk op het hollandsche volkskarakter hebben kunnen werken,10\') indien alle Hugenoten in Frankrijk inderdaad alleen ter wille van de zuiverheid der leer waren vervolgd geworden; daaraan echter schijnt wel wat ontbroken te hebben.108) Zeker was onder degenen door wie eene gevaarvolle vlucht boven eene gedwongen bekeering verkozen werd, het overgroote deel streng rechtzinnig, maar toch had ook de tijdgeest niet nagelaten, zijne werking op de Hervormde kerk in Frankrijk te doen gevoelen. Daarvan deed het twistgeschrijf blijken dat al spoedig onder de Gerefugieerden uitbrak.109) Nog vóór de herroeping van het edikt van Nantes, toen de Hoogeschool van Sedan door een willekeurigen maatregel van Lo-dewijk XIV. opgeheven was, geraakte de bekende Pierre Bayle naar Holland. Op tijdgenoot en nakomelingschap heeft zich de invloed doen gelden van dezen geleerde, wiens twijfelzucht de schakel vormt tusschen de spiri-

-ocr page 35-

NEDERLAND EN DE VRIJHEID VAN GEDACHTE IN EUROPA. 31

tualistische wijsbegeerte der 17^ en de openlijke god-loochening der IS0 eeuw. Bayle\'s, «Dictionnaire Histori-que et Critique» «gt;») is als \'t ware het arsenaal van de wijsbegeerte der eeuw geweest, meer onmiddellijk nog werkte hij op zijne tijdgcnooten, door de, sedert 1684 te Rotterdam uitgegeven1quot;) «Nouvelies de la Répu-blique des Lettres,» een kritisch en letterkundig tijdschrift, liet eerste van ilien aard dat hier te lande oorspronkelijk verscheen. Sedert 10(55 kende men de Parijs het «Journal des Savants», dat, naar het schijnt, naarmate het uitkwam, hier te lande werd herdrukt, quot;2) maar Bayle\'s tijdschrilt dat, met beleid bestuurd, zich niet tot een blind werktuig tegen de fransche Hegee-ring gebruiken liet, was toch, juist door die onafhankelijkheid, een veel geschikter voertuig voor de openfiare meening.u;1) Vele waren dan ook spoedig de navolgingen, waaronder de «Histoire des ouvrages des Savants» van Basnage en de verschillende elkander opvolgende «Bibliothèques» van Jean le Clercquot;4) de meeste vermelding verdienen. (Jok in het hollandsch verscheen al spoedig een drom van navolgingen en evenzeer in vK.t buitenland. Thomasius gaf de eerste in Duitschlland,1quot;) maar den grootsten invloed had Bayle\'s schrijf-en denkwijze in Engelandquot;6).

Aldaar waren eindelijk in 1695 de banden der pers geslaakt, wel, schijnt het, niet ten gevolge van een duidelijk inzicht der Regeering in het belang der zaak, of onder den drang der openbare meening, maar eerder, als bij toeval, dooi\' eene botsing tusschen het llooger- en het Lagerhuis over do verbetering der bestaande maatregelen op het toezicht over de pers en de uit den vreemde aangevoerde boeken117) Toch vertoonden zich onverwijld de vruchten der aldus verworven vrijheid. De nieuwstijdingen die, zooals boven gezegd is, in handschrift van hand tot hand gingen, of die, zoo zij in druk ver

-ocr page 36-

32

schenen, zich bepaalden bij de mededeeling van oflici-cele berichten of de behandeling van letterkundige onderwerpen, werden plotseling vervangen door de eerste staatkundige bladen, die hun nieuws, naar liet schijnt, hoofdzakelijk uit Nederland ontvingen.quot;9)

Rij den strijd tusschen de beide Huizen van het Parlement over de afschalFing der censuur, was de doorslag gegeven door eene memorie van het I luis der Gemeenten aan dat Ier Lords, waarbij deze laatsten zich hadden neergelegd, liet vaderschap van die memorie werd bij geruchte toegeschreven aan John Locke. Ook deze filosoof\' had de vrije lucht van Nederland ingeademd, waarheen hij zich met den Engeland ontvliedenden lord Shaftesbury begeven had, en waar zijne eerste geschriften verschenen waren120) Eerst na den val der Stuarts keerde hij terug naai\' zijn vaderland waar hij al spoedig een wezenlijken invloed uitoefende, Zijne twijfelzucht, al sproot die dan ook uit een vroom gemoed, wees met die van den scepticus Bayle de richting aan \\oor de school, uit welke de Bolingbroke\'s, de jongere Shaftesbury, Chesterfield, later de Walpole\'s voortkwamen,121) dezen kenmerkten, zich zoowel door hun rechtstreekschen invloed op de hoogere standen in Frankrijk, tijdens het Regentschap, als door de bescherming, die zij verleenden aan mannen als Pope en Swift, Addison en Steele, welke onder de vleugelen hunner aristocratische patronen, navolgingen uitgaven van de tijdschriften, die op het vaste land in den smaak waren; aan de samenwerking der twee laatstgenoemden inzonderheid, dankt de engelsche letterkunde den «Spectator», die, tot op den huidigen dag bekend is gebleven als de beste type van de soort, waartoe hij behoort.

Tusschen Groot-Brittarm ie en Nederland bleef, ook na den dood van Willem 111, op elk gebied een levendig verkeer bestaan. Werd een aanhanger van de nieuwe

-ocr page 37-

NEDERLAND EN ÜE VKIJHE1D VAN GEÜACI1ÏE IN EUROPA. 38

lilosolisclie richting in Engeland door do Staatskerk, te zeer in hot nauw gebracht, dan stak hij herwaarts over tot do storm had uitgewoed. m) Eerst na don dood der koningin Anna schijnt de grootere vrijheid in Engeland de noodzakelijkheid dier min of moer vrijwillige ballingschappen te hebben doen ophouden. Maar de Republiek der Vereenigde Provinciën hield daarom niet op ten toevluchtsoord te strekken aan allen voor wie, bij gebreke aan vrijheid der gedachte, hun vaderland geene veiligheid aanbood. Daarvan zoude geheel de 18e eeuw getuigen. Roods zagen wij de i\'uime gast-vrijhoid in Nederland aan do gerofugieerden verleend; toen voor dezen langzamerhand alle hoop op terugkeer naar het Vaderland vervloog, werden zij in menigte in het staatsverband dor Republiek opgenomen. \'quot;) Een aantal hunner leefde daar, gelijk reeds boven vermeld werd, van do pon, en zeker is niet alles wat alzoo voortgebracht werd, waardig aan de vergetelheid te worden ontrukt.

Zoo zou het zeker niet dor moeite waard zijn hier te gewagen van de «Quintessence des lettres historiques, critiques, politiques, morales et galantes\'quot;),» die van 1(589 — 1730 in den Haag en te Amsterdam verschoen, en die gedurende eenige jaren geleverd werd door zekere, uit Frankrijk geweken Madame Dunoyer, die hiertelande alles behalve vrijheid van geweten was komen zooken. Maai\' Mevrouw Dunoyer hadeene mooie dochter, in de wandeling «Pimpette» genaamdl15), die op zekeren dag oeno liefdesbetrekking aanknoopte met den negentienjarigen page van den f\'ranschen ambassadeur te \'s Gravenhage; groote verontwaardiging der moeder, die bij een armen page gansch niets hare rekening vond, groote angst van den omzichtigon ambassadeur dat hij in hot schotschrift zijner beloodigde landgenoote aan de kaak zou worden gesteldllfl).

3

-ocr page 38-

J. H. HORA S1CCAMA,

84

Zonder vorm van proces werd dan ook de verliefde jongeling eerst in het gezantschaps-hótel gevangen gehouden en toen in den schoot zijner familie teruggezonden. Die page was Voltaire ; reeds toen hadden zijne spotdichten vvenschelijk gemaakt hem uit Parijs te verwijderen, en daarom had hem zijn beschermer, de abbé de Chateauneuf, bij zijn broeder, den ambassadeur geplaatst. Zijne satiren toch die heimelijk, ook in Holland gedrukt werden, maakten in de parij-sche wereld een opgang, die wellicht minder groot zou geweest zijn, zoo zij openlijk hadden mogen verschijnen; \'quot;) doch, hoe het zij, bij den naam dien Voltaire er mede maakte, haalden zij hem ook menige onaangenaamheid op den hals, en bezorgden hem eindelijk een verblijf in de Bastille; daarop week hij naar Engeland, alwaar hij bekend werd met de wijsbegeerte van Newton, die hem aantrok, en welke hij in een kort begrip zocht te populariseren, een werk dat tevens zou moeten dienen als wapen tegen de Jezuieten. Om het te voltooien begaf hij zich naar Leiden (1736), en geraakte aldaar in betrekking met de twee meest beroemde geleerden, welke Nederland destijds bezat, Boerhaave en \'s Gravesande.128) In 1788 verschenen zijne «Elements de la philosophic de Newton, mis a la portee de tout le monde» te Amsterdam bij Etienne Ledet. Reeds was in 1722 hier te lande de Henriade verschenen en in 1728 eene eerste uitgaaf van Voltaires gezament-lijke werken,129) die tot 1764 herhaaldelijk werden herdrukt. Doch iemand zoo lastig van karakter als Voltaire, en die zich overal zoo vele vijanden wist te maken, was niet de man om lang op goeden voet te blijven met de nederlandsche uitgevers, die in de eerste plaats steeds hun eigen belang in het oog hielden, en tegen wie hij ten slotte zijn wrevel lucht gaf, als be-hoorende tot een volk :

-ocr page 39-

NEJJEULAND EN J)E VIU.I1IEII) VAN GEDACHTE IN EUROPA. 85

Oü, plus d\'un fripon de libraire Débite, ce qu\'il n\'entend pas. . . .

Et i\'ait passer en Germanie Une cargaison do romans Et d\'insipides sentiments Que ton jours la France a fournie.

De aanleiding tot dien bitteren uitval had de Anti-Machiavel van Prederik van Pruisen gegeven.131) Deze, nog kroonprins, had het handschrift er van aan Voltaire toevertrouwd, die zich juist met Mevrouw de Chatelet naar Brussel en Nederland begeven had, maar even nadat het werk, ofschoon zonder den schrijver te noemen, aan den haagschen uitgever van Duren was al-gestaan, had Frederik den troon beklommen en wenschte nu de uitgave te voorkomen van een geschrift, welks betoog hij, als koning, geenszins dacht in praktijk te brengen. Maar de uitgever, die wel begrepen had van wien liet handschrift afkomstig was, weigerde hot terug te geven: hij wist do slimme streken van Voltaire te verijdelen, en den koning van Pruisen te wèer-staan. Eindelijk schoot dezen niets over dan zijn vriend op te dragen, over het drukken van den Anti-Machiavel te \'s Gravenhage ocin wakend oog te gaan houden.

Later had Voltaire nog grooter onaangenaamheden met een nederlandschen drukker en ditmaal niet voor rekening van een derde131). Hot was in 1754, toen hem een boekdeel in handen viel waarin hij, onder den titel van «Abrégé de l\'Histoire Universelle,» tot zijne verbazing, eene reeks geschiedkundige uittreksels herkende, welke hij indertijd voor Mevrouw du Chatelet had vervaardigd, en die, in gering aantal voor zijne bizondere vrienden waren gedrukt. Hevig voer hij uit tegen de onbescheidenheid van den hollandschen uitgever. Was nu inderdaad één dier weinige exemplaren

-ocr page 40-

86

dooi\' liet toeval van den oorlog in een valies van Fre-derik den Groote buitgemaakt, en voor eenige goudstukken verkocht door den onwetenden kamerdienaar van den Vorst wien de buit in handen was gevallen? Of was de uitgave eene lage trouwloosheid van Frederik zeiven, om daarmede een leed te berokkenen aan den voormaligen vriend, dien hij nu een doodelijken haat toedroeg, of eindelijk was de geheele verontwaardiging niets dan eene vertooning van Voltaire, om de verantwoordelijkheid der uitgave van zich af te schuiven en zich den terugkeer in Frankrijk open te houden? De vraag is moeielijk te beantwoorden, maar zeker is, dat de groote wijsgeer, daarenboven ontstemd door de tegen-schriften en de kritieken die in Nederland even vrij tegen hem gedrukt werden, als hij zelf daar zijne werken uitgaf,182) zwoer nooit meer een hollandschen uitgever te zullen gebruiken. Op den duur kon hij het echter met de zwitserscbe drukkers ook niet vinden. In 1764 verscheen nog eene nieuwe uitgave van zijne volledige werken te Amsterdam.

Daarterstede was ook in 1721 het eerste geschrift van Montesquieu, m) de «Lettres Persanes» verschenen, in 1734 gevolgd door de «Considérations sur la grandeur et la décadence des Romains.» Het meest bekende zijner werken evenwel, «l\'Esprit des Lois», zag niet hiertelande het licht, maar te Genève. Ook schijnt Montesquieu, wiens levensloop over \'t geheel vrij wat rustiger was dan die van Voltaire, ons land slechts éénmaal te hebben bezocht, l34) op de doorreis naar Engeland, waar hij, zooals bekend is, geruimen tijd doorbracht. De schitterende opgang van schrijvers als Voltaire en Montesquieu moest wel eene menigte navolgers uitlokken, doch zoolang het ministerie van den kardinaal Fleury duurde, bleef het toezicht op de drukpers in Frankrijk uiterst gestreng; des te vrijer, daarentegen

-ocr page 41-

NEDERLAND EN DE VRMflEID VAN GEDACHTE IN EUftOPA. 37

stonden de persen in Nederland aan vrijdenkers en spotters ten dienste. Zoo gaf de markies d\'Argens te Amsterdam zijne «Lettres Juives» uit, eene nabootsing der «Lettres Persanes», naderhand gevolgd door de Chineesche en de Cabalistische Brieven, van nog minder allooi; eveneens werden in Nederland de geruchtmakende werken van La Mettrie gedrukt138), ook nog nadat deze, evenals d\'Argens, naar Berlijn was geroepen, en al prijkt de naam van Pruisens hoofdstad op het titelblad zijner geschriften1quot;), een voorzorg die wellicht het gevolg geweest is der veroordeeling van zijn «1\' llomme macbine,» welk werk in 1748 openlijk te Leiden werd verbrand. Doch wat kon een enkele maatregel van dien aard beteeke-nen, waar de vrijheid ter wille van de baatzucht werd misbruikt, en hier te lande alles gedrukt werd wat, met name in Frankrijk, niet werd geduld, om dan aldaar op groote schaal van hier te worden binnengesmokkeld. Want, al genoot ook de fransche pers eenigszins groo-tere vrijheid, na den dood van Fleury, zoo was het er toch nog verre af, dat de fransche filosofen de holland-sche uitgevers zouden hebben kunnen ontberen. Zoo was het hier te lande, en niet in zijn vaderland dat de «Burger van Geneve» zijne werken uitgaf, wier invloed zoo beslissend zou zijn voor den geest van de laatste helft der vorige eeuw138). Wij noemen slechts de namen van de «Nouvelle Héloïse», het «Contrat Social», den «Emile», die achtereenvolgens van de pers van den Amsterdamschen boekverkooper Marc Michel Bey verschenen139). Men weet welke beweging door die geschriften werd teweeggebracht. Inzonderheid de «Emile» gaf aanleiding tot een heftigen storm, in Frankrijk eerst, in Genève en Bern daarna, eindelijk ook in Nederland \'quot;). Het privilegie door de Staten van Holland141) voor de uitgave daarvan aan Néaulime verleend, maar dat deze liet gevaar voorziende aan Rey had afgestaan, werd

-ocr page 42-

J, H. HORA SICCAMA,

ingetrokken niet alleen, vermits het werk «godloos, schandaleus, ergerlijk en profaen» was bevonden, maar op den verkoop van het boek werd eene boete gesteld van niet minder dan duizend gulden\'quot;). En toch belette een en ander niet dat in \'t geheim een levendige handel in het verboden boek gedreven werd. waarvan de bladen in andere onschuldige werken werden gevoegd, om ze alzoo in- en uittevoeren. En toen Rousseau in zijne schuilplaats te Neufchatel de pen opnam om de theoriën van den Emile te verdedigen, tegen de «Sor-boime», in zijne «Lettre a Farchevêque de Paris»1quot;) en tegen de Regeering van Genève in zijne «Lettres de la Montagne», was het wederom tot de pers van Rey dat hij de toevlucht nam, voor de openbaarmaking dier verweerschriften1quot;), liet laatstgenoemde echter mishaagde in Nederland mischien nog sterker dan de Emile, dien het heette te vergoelijken: althans het werd niet alleen verboden, maar openlijk verbrand1quot;), eene bejegening die Rousseau zich dermate aantrok, dat hij daarom alleen weigerde eene , schuilplaats aan te nemen in een land, door welks Regeering hij zich zoo diep gekrenkt gevoelde.146)

Die Regeering werd intusschen meer en meer bedacht op maatregelen tot beperking van het misbruik dat van de vrijheid van drukpers werd gemaakt; het Hof van Holland drong met ernst daarop aan. In December 1704 werken de werken van Voltaire openlijk door beulshanden verbrand1quot;), terwijl eenige jaren later de «Bélisaire» van Marmontel aanleiding gaf tot eene hernieuwing dei* oude plakkaten tegen de werken, waarin de christelijke godsdienst werd bestreden of bespot.

Die hernieuwing geschiedde intusschen alleen bij gebreke aan iets beters. Reeds jaren te voren waren voorstellen gedaan tot invoering eener censuur, maar ofschoon de Regeering dat denkbeeld niet dadelijk had

38

-ocr page 43-

NEDERLAND EN DE VRIJHEID VAN GEDACHTE IN EUROPA, 89

afgeslagen, was toch ook niet tot dien maatregel besloten. Het laatst was daarvan ernstig sprake in 1770, maaide vertoogen van den boekhandel noopten de Staten van hun voornemen af te zien. Onder die vertoogen was het meest klemmend dat, \'t welk namens de leidsche boekhandelaren werd ingeleverd doorElie Luzac.1quot;) Deze rechtsgeleerde schrijver en uitgever, was de rechte man om het vaandel der vrijheid van drukpers \'t laatst omhoog te hellen; gesproten int een geslacht van fransche gerefugieerden van nabij met de eischen en belangen der pers vertrouwd, iaren lang medewerker aan de «Gazette de Leyde», dooi\' wie aan den naam van Luzac eene europeesche vermaardheid was geschonken, had hij zich reeds vroeger doen kennen als een krachtig voorstander der vrijheid,150) die, geenszins door de denkbeelden van den dag verblind, de vrijheid liefhad omdat hij van haar de zegepraal der waarheid verwachtte. Maar, zoo zijne verdediging indruk maakte, het treurig verval van den nederlandschen boekhandel zou hij zich niet ontveinzen, ISI) en toen dezelfde Luzac een twaalftal jaren later zijn welbekend werk ((Hollands Rijkdom» schreef, kwam hij openlijk tot de erkentenis dat van alle de voordeden, die de boekhandel eertijds in Nederland had genoten, niets overig was dan «losbandigheid in de plaats van vrijheid».1quot;)

De tijd waarin die woorden geschreven werden, is te droevig om er lang bij te verwijlen. Roemloos, gelijk de geheele Republiek, ging ook de oud-vaderlandsche vrijheid van denken en spreken onder in den maalstroom van pamfletten en schotschriften, die den zoogenaamden patriottentijd kenmerkt. Een pers, die zich tot dergelijke voortbrengselen bepaalde, kon niet meer van belang zijn voor het buitenland; de schets, die wij ondernamen, breken wij dan ook hier af\'; trouwens, de algemeene toestand van Europa was dermate veranderd.

-ocr page 44-

J. II. HORA. SICCAMA.

40

ook in Frankrijk, sedert den dood van Lodewijk XV, dat in \'t algemeen de beteekenis van Nederland als wijkplaats voor de staatkundige vrijheid ophoudt. Slechts eenige woelgeesten, een Mirabeau,153) een Raynal\'quot;4) zoeken daar nog een toevluchtsoord, en brengen het hunne bij om de slooping van het wankelend staatsgebouw te verhaasten. Maar de revolutie ilie zij predikten, bracht Nederland de slavernij, een slavernij waarin, met de nationale onafhankelijkheid, ook de vrijheid van drukpers verloren ging, — niet echter zoo diep of\', toen na ettelijke jaren van vernedering, het jonge koninkrijk der Nederlanden op de puinhoopen der oude Republiek verrees, het onmiddellijk herstel der vrijheid van drukpers werd afgekondigd, als een der schakels die den nieuwen staat van zaken aan de oud-vaderlandsche toestanden moest helpen verbinden.155) De schets, die wij getracht hebben te ontwerpen, is uit haren aard onvolledig. Om ons onderwerp behoorlijk tot een geheel uittewerken, zoude niet alleen meer tijd en grooter ruimte vereischt zijn, dan ons ten dienste stonden, maar bovenal eene oneindig grootere mate van kennis in alle richtingen. Zulks geldt inzonderheid voor de beantwoording der vraag, welken invloed de vrijheid van denken en spreken in Nederland op de ontwikkeling der denkbeelden, in \'t algemeen, heeft uitgeoefend. Om die vraag in geheel haar gewicht te bevatten, zoude men met eiken tak van wetenschap en kunst in \'t bizonder vertrouwd dienen te wezen. Op aller beoelening toch is, onmiskenbaar, de neder-landsche vrijheid van invloed geweest. Uit het hierboven gezegde blijkt voldoende boe, in de 17c en 18e eeuwen, het beschaafd Europa bijkans niet één man van beteekenis heeft opgeleverd, die niet op ééne of andere wijze met Nederland in aanraking is geweest. Ook van Nederlanders die, van hunne zijde, op het buiten-

-ocr page 45-

NEDERLAND EN DE VRIJHEID VAN GEDACHTE JN EUROPA. 41

land hebben gewerkt, werd menig een, als in \'t voorbijgaan, vermeld. Een naam echter werd tot hiertoe niet genoemd, wiens ontbreken wellicht reeds de aandacht getrokken heeft, de naam van Hugo de Groot.

Geen Nederlander is we1 licht in het buitenland meer bekend dan deze echte zoon der nederlandsclie vrijheid, wien toch het lot noodzaakte de beste jaren van zijn leven buiten zijn Vaderland doortebrengen. Aan hem dankt Europa de gronden van het hedendaagsche Volkenrecht,1quot;) dat zeker op geen anderen bodem dan van liet vrije Nederland kon ontkiemen. Zeker zou geen Franschman, het .lus Belli et Pacis, ^een Engelschman ooit het «Mare liberum» hebben opgesteld! En zeker zon ook geene Regeering in Europa, als alleen die der Republiek, gedacht hebben haren diplomatieken invloed te doen gelden, tot vaststelling van het begrip van contrabande, overeenkomstig de denkbeelden van de Groot,157) of\' ter bescherming der belangen van den onzijdigen handel ter zee, volgens beginselen die thans nog algemeen worden gehuldigd.158) Ook voor een ander niet minder gewichtig deel van het Volkenrecht, het Gezantschapsrecht,159) is de grond gelegd door twee Nederlanders, Wiquefort, met zijn werk cd\'Ambassadeur et ses fonctions», en Bijnkershoek, met zijn «Forum Legatorüm,» welke, even als de «Quaestiones .luiis Publici» van laatstgenoemde, nog thans gelden als gezaghebbend voor het internationale recht.

Ook nog op ander gebied heeft de Nederlandsche vrijheidszin zich voor geheel Europa verdienstelijk gemaakt; in de rijke verzameling nl. van in Nederland verschenen geschriften van oeconomischen aard, heeft zich in Engeland de school gevormd, waaruit Gournay en Quesnay hunne theorien hebben geputl00) die vervolgens door Adam Smith tot één geheel verwerkt, den grond hebben gelegd tot de wetenschap der heden-

-ocr page 46-

J. n. HORA S1CCAMA,

daagse he Staathuishoudkunde, welke alzoo, even als het Volkenrecht, geacht kan worden van nederlandschen oorsprong te zijn.

Op het gewicht der Hoogeschool van Leiden werd reeds boven gewezen. Van allo nederlandsche inlichtingen voor Hooger onderwijs had zij ongetwijfeld den meest onmiddelijken invloed O]) liet buitenland, niet alleen door de veelvuldige aanstelling van vreemdelingen tot Hoogleeraren, maar daarenboven door het groot aantal buitenlandsche studenten dut geregeld derwaarts getrokken werd161) en \'t welk eerst verminderde toen

O \'

allengs in de omliggende landen meer en meer gelegenheden werden geopend om Hooger onderwijs te erlangen162). In enkele trekken is nauwelijks wedertegeven, welke voordeelen aan geheel het geleerd Europa uit dat brandpunt van wetenschap zijn te beurt gevallen. Humanisten als de Vossiussen, Heinsius en Hemsterhuis, natuuronderzoekers als Musschenbroek en \'s tiravensande, geneeskundigen als Boerhaave, hebben daar een naam verworven die door het nageslacht niet dan met dankbare vereering\' wordt uitgesproken, en wier enkele herinnering meer dan een woordenrijk betoog zegt wat Nederland in vroeger eeuwen als wijkplaats voor de vrijheid van gedachte en kweekschool der ontwikkeling van geheel Europa is geweest.

42

-ocr page 47-

/^ANTEEKENINGEN.

\') Als b.v. door W. A. C. van Heusde, in zijn geschrift »De vrijheid van drukpers hier te lande uil een historisch oogpunt beschouwd.» Haarlem, van Loghem 1847.

\') Schlosser, Geschichte des 18n «Jahrhunderts IV. p. 216:» in Coin, Trier, Munsterland, Paderborn und Bayern drang nie ein Strahl der neuen Li\'.eratur »

3) Bodel Nijenhuis, Dissertatio historico-juridica «de Juribus Typographorum et Bibliopolarum in Regno Belgico, § 3, Jura Bibl, et Typogr. in Belgii parte meridionali.

\') Vóór het jaar 1500 verschenen hier te lande13 a 14.000 uitgaven; in de jaren 1300—1536 achttien millioen boeken, in 17,500 uitgaven.

r\') Zie J. V o i g t, «Ueber Pasquille, Spottlieder urtd Schmiihschriften aus der ersten Hiilfle des 16 Jahrhunderts,» in het Historisches ïasch-enbuch für 1838, bl. 479.

0) De eerste Archi-Typographus was de beroemde drukker Ghristolfel Plantyn te Antwerpen, in 1570. Zie L. De ge or ge, la Maison Plantin a Anvers, Documents bl. 28 en 50. In 1569 drukte hij den eersten «Librorum prohibitorum index ex mandato Begiae Catholicae Majes-tatis» Ibid. bl. 23

\') Eene proeve van de gezindheid der Provinciën onderling kan daaruit blijken dat de Staten van Friesland (6 Jan 1669) de folio-uitgave van Aitzema\'s «Saecken van Staet en Oorlogh» verboden., wegens de daarbij gevoegde opdracht aan de Staten van Holland, welke die van Friesland als al te groote flatterie en pluimstrijkerij, gelijk als» de Superioriteit over alle hare liondgenooten assumerend niet dulden» konden.

-ocr page 48-

Aanteekeninoen.

\') O. v. Rees, Geschiedenis der Staathuishoudkunde in Nederland, D. I. H, III. Do gevolgen van de omwenteling in de löquot; eeuw.

De la Court, Aanwijsing der lieilsame politike Gronden en Maxi-nen van de Ropublike van Holland en West-Vriesland. Cap. XIV en XV

quot;) M. de Buzanval au Hoi (Henri IV), 4 .lanv. 1599: «Nous sommes parmy un peuple qui ostime une partie de la libertc en la franchise de parler.» Lettres et Négociations de M. de Buzanval. p. 52.

\'quot;) Meest na 1585. Reeds onder Mary Tudor weken 30.000 Engelschen uit, meest naar de Nederlanden, evenzoo eene menigte Duitschers gedurende den 30jarigen oorlog.

quot;) Zoo b v. Brownisten. zie Vondels leven, door v. Lennep. VI hl. 643; en Kwakers, die hier te lande echter weinig opgang maakten. Tegenw. Staat der Ver. Ned. D. XI. bl. 89. in Friesland werden de «Soci-niaansche Quakers» geweerd bij plakkaat van 20 Febr. 1002.

quot;) Koenen, Geschiedenis der Joden in Nederland. Zij genoten hier te lande eene bizondere vrijheid van drukpers. Zie aid. bl. 247. 330, noot I, en 447, alwaar wordt aangehaald: Löwisohn, Vorlesungen über die Geschichte der Juden, Wien 1820, bl, 177.

quot;) Négociations de Gte d\'Avaux, V. 147, 225, VI, 209, vgl. ook van Lennep, Vondels leven V. 550.

quot;) Descartes b. v. en V o 11 a i r e, om slechts de voornaaraston te noemen.

IS) Reeds in 1585, en op nieuw na den val van la Rochelle: gelijk bekend is, na de herroeping van het edikt van Nantes, later gevolgd door Gerelbrmeerden uit de Palts, uit Oranje na don dood van Willem 111, uit Rijsel na den vrede van Utrecht, en nog door andere vluchtelingen in 1752.

I0) Zooals b. v. J o h n L o c k e.

quot;) d\'Avaux, VI 109. Nog in 1733 en quot;34. Wagenaar XIX, bl. 07.

quot;\') ïegenw. Staat, XI, aant. op bl. 91 en XXIIvbl. 338 en vgg. ookEvan-gelischen uit Salzburg, Wagenaar ibid. 07—70.

\'quot;) Zooals Svedenborg. Zie Oosterzee, Em. Swedenborg, de Noordsche Geestenziener, bl. 50.

\'quot;) Zooals Saint Germain en C a g I i o s t r o, ook M i r a b e a u.

quot;) v Rees, Verhandeling over de aanwijzing der Politieke Gronden en Maximen van P. de la Court, bl. 56 en 57.

quot;) In 1654, 1002 en in 1705.

quot;) Hetzelfde schijnt in de R. C. Kerk te hebben bestaan, althans de uitgave van Vondels Altaergeheimenissen is voorzien van een visum van een «bij S. Keurv. Doorl. van Keulen ingestelt keurmeester van boecken.» Maai\' het onderscheid was, dat de Hervormde kerk als Staatskerk de hulp der wereldlijke macht kon inroepen tot onderdrukking

44

-ocr page 49-

Aantkekeninoen.

der geschriften die haar mishaagden. Diezelfde hulp werd bij plakkaat der Staten van Holland van \'29 Sept. 1752 aan de Luthersche kerk toegezegd.

quot;•) Dit geschiedde b.v. met de Apologie van Hugo de Groot, die door de Staten-Generaal in 1022 streng werd verboden doch — schrijft Brandt, in het leven van Huig de Groot, tol. 304. —• gt;(dit plakkaat wordt te dien tijde in meest alle steden met klokkenslag afgekondigt, behalven t\'Amsterdani en gelijk sommige schrijven, te Dordrecht en te Hoorn. t\'Amsterdani hield men de afkondiging slepende, en vorderde den Boekverkoperen den eedt die men hun in andere steden afvergde, niet af, en liet hen blootelijck waarschouwen om op hunne hoede te zijn. Ja de spraek liep dat zeker schout eenige van die boeken hebbende opgehaelt, dezelve aen een boekverkoper verkocht en dat dees daer een geheelen druk op aanlei en vertierde, den schout wijsmakende dat het boeken waeren, die hii van hem gehandelt had.»

Ook Pietc r van Waesberghe te Rotterdam drukte mede het als «fanleus schandaleus en seditieus» veroordeeld stuk- (Ledeboer Het geslacht Waesberghe bl. 77) Een exemplaar daarvan werd heimelijk aan Frederik Hendrik aangeboden. Brandt, Leven van 11. de Groot, f. 302.

quot;) Zoo werd in 1014 de Responsio ad pietatem Hugonis Grotii van Sibrandus Lubbertus, Hoogleeraar te Franeker verboden als zijnde een «fameus libel.» Maar vijf jaren later, toen de vijanden van de Groot gezegevierd hadden, werd het verbod opgeheven. Lettres et Négociations de Dudley Garleton 1 p. 139, 26 Oct. 1010 «je vous envoye une harangue faite par Grotius a Amsterdam, ((ui a été imprimée il y a longtemps en Hollandais, mais qui fut supprimeé par autorité publique, et qui reparait aujourd\'hui en Latin.

,6) Zoo werd de Utrechtsche Courant van zekeren Gerard Lodewijk de Maecht, in Nov. 1005 verboden, op grond der «veelvuldige klachten over diverse rouweendeonbetamelijke stellingen, waarmedeG.L.de Maecht in deszelfs gedruckte couranten verscheyde soo hooge als lage Staatspersonen in haer respect ende goeden naem comt te laederen, welcke insolentien niet behooren te worden geleden» —en een jaar later wordt wederom de Mercurius ofte Courante gedruckt bij Lod. de Maecht op den naem van Antoni Benedetti» verboden, als zijnde «vol onwaer-heyt en door haer de regeeringh in Verscheyden respecten verdacht ende hatelijck gemaeckt». Zie Mr. W. P. Sautyn Kluit «Hollandsche en fran-sche Utrechtsche couranten in de Bijdragen en Mededeelingen van het Historisch Genootschap \'gev. te Utrecht. D I.

In 1000 werd den rotterdamschen courantier Naeranus verboden

•io

-ocr page 50-

Aanteekeningen.

zijne courant verder uittegeven, daar hij, in strijd met de Resolutie van 24 Juni 1600, tijdingen aangaande den staat der vloot en verschillende andere zaken de Regeering en de Politie betreffend had medegedeeld.

Over de couranten van Naeranusvg, Tiele II N\'5342, 5421 en 5508.

Naeranus — van Neer, van der Neer, Naeran — behoorde tot een geslacht van boekdrukkers, dat steeds der Overheid handen vol werks gaf Zoo drukte bij b.v. de verboden «Historie van het Leven en Sterven van Jan van Oldenbarnevelt (vg. Ledeboer. Het geslacht van Waes-berghe bl. 74—78). Later waren drie Naeramissen betrokken in de bekende zaak der uitgave van het «Hollands Venezoen in Engeland gebakken» enz. een schimpdicht tegen Willem III. (Wagenaar, XIV, 221 en 222). Over de Naeranussen zie ook Schotel, kerkel. Dordrecht 1 bl 188 vgg. en 526—28.

quot;) In de zuidelijke Nederlanden werden soms speciale privilegiën gegeven voor enkele werken en voor bepaalden tijd b.v. voor dagbladen; maar overigens bestond aldaar geen letterkundige1 eigendom, zoodat daar een uitgebreide nadruk gevonden werd.

\'quot;) B o d e 1 N ij e n h u i s, 1.1. Cap. I § 1 en 2.

^1) B. v. in het plakkaat der Staten van Holland en Westfr. van 28 Juni 1715.

Zoo werd b v. op klachten der Synode, door de Staten van Holland het privilegie voor Brandts Geschiedenis der Hervorming ingetrokkenen in 1009 dnt voor P. de la Courts. Aanwijzing der heilsame politike gronden en maximen van de Republike van Holland en West-Friesland, hetgeen evenwel niet belette dat in 1671 daarvan eene uitgaaf «Na de copie» verscheen in ietwat kleiner formaat, wellicht om te gemakkelijk «onder den mantel» te kunnen worden verspreid.

De Privilegien werden altijd slechts voor een tijd —15 jaren b. v.— verleend, en niet altijd hernieuwd.

^1) De berichten der vreemde diplomaten deelen eigenaardige staaltjes mede van de wijze waarop de Plakkaten tegen verboden boeken werden uitgevoerd. Zoo meldt b v. d\'Estrades (IV, 305, luni 1006) aan Lodewijk XIV, aangaande een courantier over wien de Koning zich beklaagd had «II seroit nécessaire que j\'eusse quelques unes de ses Gazettes, paree qu\'il ne manquera pas de nier lé fait, amp; il faut que j\'aye de quoi le convaincre en justice, l\'ordre étant qu\'aprós uné plainte le Magistrat ordonne a celui qu\'on accuse de comparoitre dans la Mason deVille; on lui expose la plainte qu\'on fait de lui, et s\'il ne se justitie pas, on le condamne par une sentence. Ge sont les Privilèges des Villos, car les Etats Généraux sur un tel fait ne peuvent qu\' écrire au Magistrat d\'Amsterdam de faire justice d\'un tel sur une telle plainte.»

40

-ocr page 51-

Aanteekeningen.

En d\'Avaux (IV, 245) verhaalt hoe op eene klacht van den engelschen gezant Chudley, over een werk betreffende den dood van Graaf Essex, de haagsche boekverkoopers voor schepenen werden gedagvaard, die echter: les renvoyèrent absous sans leur] demander de faire serment, paree que il n\'y avoit pas assez de preuves i ce qu\'ils disoient pour les y obliger.»

quot;) Ordonnantie der Staten van Holland, 20 December 1581.

33) M. S c h o o c k i i, Belgium F e d e r a t u rn L. VII Gap. XXII «Bibliopolae in omnibus prope urbibus maxime vero Amstelodami et «Leide, ubi Academia est, occurrunt plurimi.»

quot;\') Justificatie der Regeeriug van Leiden, febr. 1382 (Bor II. 115)^ waarbij het verbod wordt vergeleken bij een «batament» of comedie-vertooning. y

3:\') Dat onderzoek werd opgedragen aan Gecommitteerde Raden en toen het voor dezen onmogelijk bleek, werden de stedelijke Regeeringen aangeschreven, «twee geleerde bequame personen uyt den haren te nomineren, om de boecken te visiteren ende voorts op \'t afnemen van den eedt van de druckers in \'t gemeen ordre te stellen.» Doch uok dit leidde tot niets.

M) Plakkaat der Staten Gen. van 27 Augs. 1608.

quot;) Dudley Garleton II passim November 1617. Herhaalde klachten van Garleton bij de Staten Gen. over «de Politieke Weeghschael» waarvan de vervolging met aandrang wordt gevraagd. «Le livre dont je me suis plaint si fort comme d\'un libelle scandaleux contre S. M. et séditieux envers eet Etat est traduit en Frangois : Ton y a ajoulé une préface satyrique enz.

Wagenaar X 182 «\'t Plakkaat waarbij het verbod geschiedde, werd in verscheiden steden niet afgekondigd.»

3quot;) Dudley Garleton II 230: «M. Barnevelt est tombé malade assez dangereusement — 4 cela s\'est joint un autre crève-coeur, parun libelle qu\'on a imprimé contre lui» enz.

Ibid. III. 182 Pour ce qui regarde les impressions faites par des particu-liers de Livres qui déplaisent A S. M, et qui tendent è troubler la paix de ses Royaumes, inconvenient contre lequel j\'avois fait prier les Etats de prendre quelques bonnes mesures, ces mömes Députés me disent qu\'ils en avaient délibéré ce jour lè, et que pour obliger S. M. ils avoient dessein d\'étendre l\'Edit publié dans le temps du Synode contre les impri-meurs de libelles et de livres dófendus, en y insérant des clauses, qui réprimassent toutes sortes d\'imprimeurs, aussi bien dans ce qui regarde les amis et les alliés de eet Etat, que dans ce qui concerne leurs provinces, 247, 251, 20!). :iOÜ «l\'Ambassadeur de France, M. du Maurier

47

-ocr page 52-

Aanteekeninc.en.

a fait de Ires vives plaintes par lettre aux Etats Généraux contre ime brochure publiée en dernier lieu en Francois, contenant les raisons e( les considerations pour lesquelles les Gi-isons ne veulent plus permettre (ju\'il réside aucun Ambassadeur dans leur Pais.... on a supprimé lo livre sur ses plaintes.»

quot;) Plakkaten der Staten Generaal, van 7 Juli 1615, 22 December 1018, 10 Januari 1021.

Bizonder merkwaardig voor do konnis van de nederlandsche drukkerijen, tijdens het Bestand, is eene Ordonnantie van Albertus en Isabella voor de spaansche Nederlanden, van 20 febr. 1010. Daarbij wordt aan drukkers en boekverkoopers verboden boeken te doen drukken in andere landen — vermoedelijk wordt bedoeld in Noord-Nederland— «tenzij zich te voren gewend hebbende tot de drukkers van Antwerpen, Leuven, of Douay, of iemand van dezen het werk zou willen aanvaarden, op gelijken voet, conditiën, en fraaiheid als geschieden zou in andere landen; \'t welk aanvaard zijnde, de drukkers en boekverkoopers aan hen gehouden zijn, al ware het dat het hun 10, 15, ja 20 o/„ meer kostte dan buitenslands.»

Onder andere verbodsbepalingen is ook die van boeken te verkoo, pen, die in de zuidelijke Nederlanden gedrukt en in de V ere enig de Provinciën nagedrukt zijn.

\'») Tiele, Bibliotheek van Nederlandsche pamfletten. D IH.V. §1.

quot;) Siegenbeek Geschiedenis der Leidsche Hoogeschool I bl. 200; vg. in D. II. de biographische lijst der Hoogleeraren.

quot;) Degeorge, la Maison Plantin, documents p. 25 en 45.

Siegenbeek, II, 09 amp; 70. Franciscus Raphelingius, geboren te Lanoy in fransch Vlaanderen in 1539, stierf als Hoogleer,mr in de oostersché talen in 1597.

quot;) Les Elzevier, Histoireet Annales Typographiques par Alphonse Will ems, 1880.

M) Willems V. Les Elzevier a l\'ótranger, l\'Officine de Gopenhague.

quot;) de Jonge, Nederland en Venetie, bl. 337 vgg. In 1476 vindt men Nicolaas Pietersz. van Haarlem, boekdrukker te Padua, later te Vicenza: in 1477 Dirk van Rijnsburg en Reynold van Nijmegen te Venetie, en iets later aldaar Johannes van Rhijn, Hendrik van Haarlem, Frederik van Egmond en Gerart Barrevelt, allen Nederlanders.

In navolging der Aldini werden sints 1501 te Leuven en te Antwerpen enkele grieksche werken gedrukt. Zie A. Firmin-Didot, Aide Manuce et THellénisme a Venise, p. 598 vgl.

^1) B a u d e t. Leven en werken van Willem Janss. Blaeu, Utrecht 1871.

-ocr page 53-

Aanteekeningen.

quot;) W i 11 e m s bl. LXXVIII. Bij den dood van Joh. Jassonius omstreeks \'1056, bleek dat te Amsterdam vijf, en buiten\'s lands zeven huizen met zijne uitgaven vol lagen. Ledeboer, het geslacht van Waesberghe bl. 109.

Men kent de voorliefde van Czaar Peter den Groote voor alwathol-landsch was. Zoo liet hij ook eene drukpers uit Nederland overkomen, en in 1700 gaf hij, bij ukase, aan Joh. ïhesing te Amsterdam het privilegie tot invoering van boeken te Archangel. Thesingoverleed echter reeds in 1701. Later werd nog eene uitgave der H. Schrilt in het Russisch en het Hollandsch bezorgd. Zie Sc hel te ma. Rusland en de Nederlanden III. 30—34, Bijl. I en VIII, en Col lot d\'Escury, Hollands Roem in Kunsten en Wetenschappen. III aant. 145—47. Het boekverkeer moet echter reeds ouder geweest zijn dan Czaar Peters tijd, want in 1677 werd door de Staten Gen. gelast, uit een, met octrooi hunner vergadering uitgegeven werk, «handelende van de Saecken van Muscovien.» alle «zoodanige figuren, perioden en expressien» te lichten als daar te lande aanstoot zouden kunnen geven.

quot;) Vgl. vooral Willems, Seconde partie,Annales typographiques des Elzevier.

quot;) Men zie daarover de artikelen van G. E. Guhrauer «Elisabeth, Pfalzgriifin bei Rhein, aebtissin von Herford,» in het Historisches ïaschenbuch 1850 en 51, en Foucher de Gareil, Descarteset la Princesse Elisabeth.

tc) Over Louise Henriette van Oranje, zie v. Lennep Vondels leven V, 538 en vlg. De Keurvorstin hield zich echter niet uitsluitend met fransche letterkunde bezig, want gelijk bekend is, dichtte zij ook duitsche liederen, waarvan thans nog een drietal bij de Evangelische Kerk in Duitschland in gebruik is. Hoedanig het destijds te Berlijn gesteld was, kan blijken uit de bizonderheid dat het eerste privilegie voor een boekhandel aldaar eerst in 1059 is verleend. Guhrauer 1.1 aant 96.

s\') Van rechtstreekschen invloed is de nederlandsche letterkunde geweest op de ontwikkeling der duitsche. Martin Opitz, de «vader der duitsche dichtkunde,» was in Nederland gevoimd. Zie het opstel «Over den invloed der hollandsche letterkunde op de hoogduitsche, in de zeventiende eeuw» in de Bijdragen tot de Geschiedenis der Wetenschappen en Letteren in Nederland, van J. P van Cappelle, D. I. bl. 109 en vgl., alsmede Collot d\'Escury, Hollands Roem. D. I. A. bl. 26.

Ook schijnt men te mogen aannemen dat dekennis der nederlandsche taal oudtijds in het buitenland meer verspreid was dan thans, aangezien die nederlandsche tooneelspelers, tot in de 18 eeuw, geregeld voorstellingen gingen geven in Noord-Duitschland en de Scandinavische Rijken, inzonderheid te Hamburg, Lübeck, Pantzig, Kiel enz. In 1663 werd zelfs

-ocr page 54-

Aanteekkningen.

te Kopenhagen en in 1607 te Stockholm een noderlandsche schouwburg geopend. Zie F. v. Hellwald Geschichte des hol 1. Theaters, kap. XV. Hollandische Komodianlcn irn Auslande, en de Kronyk v. h. Hist. Gen. D. XV hl. 123.

quot;) V. Lennep kritisch overzicht van den Lucifer in Vondels leven, VI, 202 en aant. hl. 18 quot;) Alexander v. Humboldt, Kosmos, II 35G en 508. quot;) In 1036 bood Galilei aan de Staten-Generaal, als «Domatori e Do-minatori del Oceano» zijne uitvinding aan der bepaling van de geografische lengte uit de verduisteringen der door hem ontdekte trawanten van Jupiter. Zie Kosmos II 358 en 511, en Baudet, leven van Blaeu, bi. 20— 22 en Bijl. VI, waar de memorie van Galilei aan de Stalen-Gen. te vinden is, welke in de uitgave der «Lettere ed Opere» van 1718 slechts onvolledig wordt medegedeeld.

quot;) Men weet hoe het leger van prins Maurits eene oelenschool was voor krijgslieden uit alle landen van Europa.

5») W i 11 e m s CCVIII.

quot;) Magni Philosophi Thomae Hobbes Vita p. 70 en 71.

squot;) Wi que fort, Histoire des Provinces—Unies des Païs-Bas, I, livre 2 p. 153 vgg. 1. 3. p. 253 vgg. Omstreeks dien tijd komt voor Samuel Brown, «libraire Anglois a La Haye» die den «Mercure Anglois» uitgal, behelzende «Nouvelles» uit Engeland die op onregelmatige tijden verschenen. Ook werden destijds, naar het schijnt hier te lande «Nouvelles d\'Angleterre, d\'Escosse et d\'Irlande a Londres» gedrukt. Zie ï i e I e, Nquot;. 3370. Dezelfde lirown gaf in 1653 een weekblad uit getiteld «Noodig continueerlijk acht — dagen Nieuws uyt, Engelandt, Vranckrijck, ende andere Quartieren, Steden of Plaatsen,» dat bij Nquot;. 13 verboden werd T i e I e, Nquot; 4130. Beeds in het begin der eeuw was te Leiden een en-gelscbe boekverkooper Th Basson gevestigd; zie Scheltema, Geschiedenis der Heksenprocessen, hl 270, en later beklaagde zich Dudley Carleton overhel drukken aldaar, van zeker werk «de regimine EcclesiaeScotanae» Lettres et Nég. Hl passim.

s°) Keur van Amsterdam van 8 Maart 1623, hernieuwd in 1640. m) Plakkaten der Staten-Gen. van 3 Oct. 1639, en van 20 Nov. 1646. Plakkaat der Staten van Holland, 17 Jan. 1650.

Lefèvre Portalis Jean De Witt I 185: «Dans les Provinces Unies I\'hostilité contre Cromwell n\'avait pas cessé de se manifester. A Utrecht, on vendait publiquement un pamphlet dans lequel Ie Protecteur était surnommé Ie loup-garou. Pour detourner son ressentiment, la cour de Hollande condarnnait a ramende et a Ifi prison l\'auteur d\'un autre libelle, intitule «Machinations du Protecteur», et défendait de I\'itnpri-mer sons peine de muit. (Mars 1654).

50

-ocr page 55-

A ANTEEKENINGEN.

Over het plakkaat van -IGUO zie Aitzema «Saeken van Staet gt;)n Oorlogh, 16e Book, bl. 204—200, 22e B. bl. 402 en 28e B. bl. 478.

quot;•) W i 11 e m s bl. 285, W i q u e f o r t I, p 250.

M) Dr. Georg Weber, John Miltons prosaische Schriften über Kirche, Slaat, und oeffentliehes Leben seiner Zeit, in het Historisches Taschenbuch. Jaarg, 1852 en 1853 II 461 en vgg.

quot;) Weber 1.1. p. 492.

quot;\') Weber 1.1. 453 en vgg.

Dr. Laz. Teccher schrijft uit Neurenberg 5/15 ApriHG03 «das solches geschrey welches ein Zeiflang hero in der gemeinen Zeittungh der No-vellantes hin und wieder gelauffen, den Grafen zu Nassau, betrelTendt leider mehr als wahrhaftig ist. «Archives do la Maison d\'Orange Nassau. 2 Sér. Ill, 170.

quot;) lets over d e Co nr anten en Dagbladen, in het Tijd-schr. van v. d, Monde j. 1840, waar zij de «Novellen uit het Staten-Leger vim Broer Jansz.» worden genoemd.

Uit het Register van Acten, Commission en Instructien der Staten van Utrecht, op het Prov. Archief aldaar, blijkt dat roods in 11124 couranten to Amsterdam werden uitgegeven.

Hatin bl. 52: «On na connnit d\'ailleurs ce privilege que par la confirmation qui en lut accordóe a Verhoeven en 1020. En prolita-t-il immó-diatement et dans quelle mesure, c\'esl co qu\'on ne saurait dire, les plus anciens numéros des «Nieuwe tijdingen» que possède la liiblio-Ihèque royale de Bruxollos no remontant pas au dela do 1010 »

quot;) Zie «a Sketch of the rise and progress of Pictorial Journalism» in eene reeks artikelen in the Illustrated Londen Nowsj. quot;1879, en Eugene Hatin, Les Gazet tos de Hollando et la Presse Clandestine, au 17quot;quot; et 18m\' siècles. Paris, Pincebourde, 1800, p. 54 «Los premières feuilles vo-lantes, imprimées en Angleterre, étaiont traduites le plus souvent du hollandais; les éditeurs avaiont soin de l\'indiquer sur le titro.»

quot;) II a t i n, p. 58.

•quot;) Thomas Wright. Histoire de la caricature et du grotesque dans la Littérature et l\'Art. Trad. d\'Octavo Sachot, Cb. XXI.

quot;quot;) En niet altijd van do fijnste soort; mon denke b. v. aan de wijze waarop de «puik - poëet» Vondel en do gemoedelijke «Vader» Cats elkander beschimpten. Zie v. Lennep Vondels loven III. bl. 47 en vgg. En dat hot in do ISquot; eeuw niet beter was, kan men loeren uit de bekende verzameling der «Noderlandscho on Latijnsche Kenrdigten.»

Vondol werd twee malen lol boeton veroordeeld, eens wegens zijn «Palamedes» tot /\'300, welke som do schepen, die hom veroordeeld had, hemzelf vergoedde terwijl hol treurspel in weinige jaren dertig druk-

-ocr page 56-

Aanteekeninoen.

ken beleefde, v. Lennep II 523; de tweede maal tot /180, wegens de «Maria Stuarl» welk bedrag hem door don uitgever, Abr. v. Wees, werd vergoed. Ibid. V. 514 en 5,15.

\'quot;) Men herinnert zich de veroordeeling van Algeron Sidney, op grond van geschreven stukken, die nog niet eens ter perse waren.

quot;) W i 11 e m s CXV. 159, 450, 482.

Paquot, Mémoires pour servir a rhistoire littéraire des Pays-Das, I. 352, meldt hoe Abraham de Wiquefort, na 32 jaren Resident van Brandenburg te Parijs te zijn geweest, «tomba dans la disgrace du Cardinal Mazarin, qui I\'accusa d\'avoir ócriten Hollande et ailleurs di-verses choses secrètes sur sa familie, et des historiettes do cour, par-ticulièrement au sujet des amours de Louis XIV. — on lui signifia en 1(558 un ordre de sortir du Royaume. — M Letellier, pour jusli-fier ce traitement écrivit a l\'Electeur de Brandebourg que son Ministre étoit un Nouvelliste aux gages de plusieurs Princes».

„) II a t i n l.l. bl. 68 en vgl. De waarheid is dat een franschraan, Henri Dubourg, in 1745 door de fransche troepen te Frankfort aangehouden, en naar zijn vaderland opgezonden werd.

S a i n t-S i m o n (Mémoires éd. Ghéruel et Regnier 1,263 amp; vgg.) verhaalt hoe Lodewijk XIV op zekeren dag zoo buiten zich zeiven was, over de bespotting van zijnen natuurlijken zoon, den Hertog du Maine, in de hollandsche gazettes, dat hij, zijne gewone zellbeheersching vergetend, zijn rotting aan stukken sloeg op den rug van een lakei.

\'■\') O. a, werd geklaagd over de vrijheid, welke de Joden genoten, om «allerhande oude en nieuwe Ketters-Boecken over te setten en door den Druck uyt te gheven, tot verleydinge van veel eenvoudige, insonderheydt door de Sociniaensche ende nieuwe Ariaensche schriften, die.... nu on-langhs sint do Vrede seer veyl hebben beginnen ghedruckt en verkocht fe worden.» L. v. Aitzema; Herstelde Leeuw, bl. 20Ü.

quot;■) Plakkaat van de Staten van Zeeland 22 Maart 1651, en van Holland 19 Sept. 1653.

,s) Athenaeum, Tijdschrift voor Wetenschap en Kunst, j. 1836. over de Vrijheid der drukpers in de Republiek der Vereenigde Nederlanden, bl. 451.

,0) Lettres, Mémoires et Négociations de M. Ie Gomte d\'Estrades, III. 71, waar Lionne hem meldt dat hij geweigerd heeft zekere stukken aan van Beuningen medetedeelen «comme il est certain qu\'elles seraient mises sous la presse, quatre jours aprés qu\'on lesauroit communiquées» (febr. 1665), en 142: «dés que M. M. les Elats ontsfula conversation que van Beuningen et vous (Lionne) aviez eu sur mon sujflt touchant le voyage d\'Angletorre, les Gazettes de Haerlem et de La Haye Tont débité le lendeniain, sans y oublier un seul mot.»

52

-ocr page 57-

Aanteekeninc.en

quot;) In 1723 werd verboden brieven van Ambassadeurs inde couranten af te drukken, hetgeen nog in 1771 werd herhaald, vg. o. a. Servaas van Rooijen, «Verboden boeken, gedichten, couranten enz. in de \'18e eeuw. bl. 31.

,B) Zoo schrijft Boreel Atnb. te Parijs aan de Witt (Brieven van en aan de Witt, I 291, 14 April 1G56). «\'t is een sleght bewijs eene courante maer ick sende die van IS Maert, t\'Amsterdara ghedruckt — indien de (daarin vermelde) casus niet waerachtig is, soo behoorde de Gourantier voorsichtiger geweest te sijn, om die niet te drukken.»

«D\'Amslerdarasche Couranten stofferen hier veeltijds les Gazettes du Jiouvre.» En van Beumingen schrijft uit Stockholm (5 Sept. 10(38 H. II. 590) dat hij weinig belangrijks te molden heeft, maar dat het ten minste dienen kan «om de couranten te helpen vullen die het dickmaal beter souden sijn, dat met sloffe van die nature, als van hooge importantie werden opgepropt.»

Zeker is in dit opzicht het verschil tusschen de diplomaten der \'17c en die der 19li eeuw opvallend.

\'quot;) In 1728 werd de Gazette d\'Amsterdam te Luik en Genève nage- \' drukt; in 1786 kreeg zekere Grandmesuil te Weenen een privilegie voor het nadrukken der Gazette de Leide. Hat in bl. 58).

quot;quot;) Ilatin, 2J\'! ged. Bibliographie en Sautyn Kluit, over de fransche Amsterdamsche en Leidsche Gouranten, in Nijhoffs Bijdragen N. Reeks IV, lc en 3d\'-\' stuk.

De oudste bekende fransche courant hier te lande uitgegeven, schijnt te zijn de Nouvelles de divers Quartiers van 1639 — De beroemdste en beste was de zoogen. Gazette de Leyde, eigentlijk NouvellesExtraordinaires de divers endroits (1680—1798), opgericht door zekeren de la Fond, voortgezet door diens zoon, en later overgenomen door de Luzacs. Over den geest dier Gourant, zie Vre ede Inleiding tot cene Gesch. der Nederl. Diplomatie He ged. lc st. Bijl. XIX, en Siegenbeek 1.1. I 269.

Wellicht ziet op de la Fond wat vermeld wordt in de «Mémoires du Marquis de Sourches (I. p. 193) Maart 1685 «Ie bruit court que le fa-rneux Gazetier de Hollande, lequel, quoique Franf.ois, avoit. pendant les dernióres guerres, écrit tant de choses insolentes contre la France et contre la personne du Rol, ayant cté assez malavisé pour rentrer dans le royaunie sous un autre nom que le sien avoit été arrêté et mis a la Bastille.» In eene noot voegt de schrijver daar echter bij: «ce n\'étoit pas le grand gazetier qui avoit fait toutes les gazettes pendant la guerre, mais un moine renié qui, s\'étant sauvé de France, s\'étoit mis a écrire certaineS petites gazettes que l\'on appèloit des lardons, lesquelles étoient assez plaisantes, mais remplies de beaucoup d\'insolences.»

Ibid. Ill 330 (15 Nov 1090) Depuis longtemps la Gazette de Hollande

53

-ocr page 58-

54 Aanteekeninc.en

étoit en grande vogue dans l\'Europe, rnais elle n\'étoit pas soupfonnée de dire souvent la vérité».

Wiquefort IV 348 Brief van P. de Groot uil Parijs 11 Dec 1071, «on se plaint toujours de nos gazettes et des discours du vulgaire.»

quot;\') De hollandsche couranten werden tot in het verre Oosten gelezen-(Ha tin 1.1.) Wellicht circuleerde daar eene courant in de italiaansche taal, waarvan sporen voorkomen

quot;\') Gedurende het geheele bestaan der Republiek werd geklaagd over de onmogelijkheid hier te lande iets geheim te houden.

quot;) Wi 11 e m s CGXXXVI. Reeds vroeger had de fransche ambassadeur de Thon geklaagd over «het licentiens drucken hier te lande van ecnige boekjens den Staet van Vrankrijck, ende de koninghlijke Familie naedeelig sijnde, sonder die te exprimeeren: dogh men presumeert dat hetselve versoek sijne relatie heeft op «les amours d\'Alcandre, Ie Divorce Satirique, etc. —daerop de respective Provinciën, bij expresse Brieven versoght zijn, ieder in den sijnen daer tegens behoorlijck te voorzien, volgens \'t Placaet in den jare 1651 gedaen. (Brieven van de Witt-IV, 48 en 49,3 Dec. 1000. Wiquefort III OLodewijk XIV verzocht (1000) que Ton fit exécuter rigoureusement les ordounances contre les auteurs des libelles difl\'amatoires qui se publioient au prejudice de 1\'honneur du Roy. En in 1003 schreef Bodewijk aan d\'Estrades(Lettres II I0\'2 en 03) «La resolution que les Etats ont prise sur Vos plaintes touchant Tabus insupportable des libelles m\'a extrómement plu. II reste que vous veil-liez de prés qu\'elle soit plus exactement observée qu\'elle n a été par le passé, quand ils ont fait de pareilles defenses.»

Lefèvre Pontalis I 228. La correspondance inédite du Cardinal Maza-rin avec 1\'ambassadeur de France a La Have, de Thon donne le menu des exigences du gouvernement franpais: il demandait aux Etats-Généraux de défendre a leurs sujets, sous des peines rigoureuses «d\'imprhner a l\'avenir aucun livre qui regardat la France, sans avoir obtenu l\'auto-risation préalable du ministre du roi.» Les Etats, malgré leur bon vonloir ne pouvaient se soumettre a de telles pretentions.» (nov. 1000.)

Ibid II. 107 «Béja a l\'occasion d\'un libelle intitule la Conversion de Madame de le Vallière, et publié quelques années auparavant, Louis XIV avait témoigné combien il tenait «a obtenir une prompte satisfaction de telles insolences.» Lionne ne cessait de renouveler ces plaintes en dénon-(jant a Pomponne ce qu\'il appelait des licences de harenères» — Pom-ponne avait la sagesse de donner au roi de France le conseil de «supporter ce qu\'il ne pouvait. empêcher» (Juillet 1070) mais cette resignation était intolerable a l\'orgueil de Louis XIV et la dignité royale lui sem-blait intéressée a ne pas laisser de pareilles offenses impunies »

-ocr page 59-

Aantekkeningen.

Holl. Mercurius, jan. 1669, bl. 5. «Men verboot doen in Hollandt de schandaleuse Boeckjes «des amourss des Gaules»,» daervan Partijen werden op-gehaelt en vernielt.»

Medegedeeld bij W i 11 e m s, GGXLVII1 en vgg, volgens do « Archives de la Bastille» van Ravausson.

u5) Plakkaat der Staten-Generaal van 9 Maart 1669.

quot;quot;) Zooals in de keur van Amsterdam van 31 Maart 1661. quot;\') Wiquel\'ort IV, 109 Les Anglois témoignaient un grand ressentiment de quelques tableaux et médailles qu\'on avoit faits a l\'occasion de ce qui s\'estoit passé a Chattam en l\'an 1667, et particulièrement de ce qu\'on faisoit voir pour de l\'argent Ie vaisseau «Charles» qui avait esté pris sur eux en la dernière guerre. — On parloit sui tout d\'un tableau que Ton voyait dans l\'hoslel de ville de Dordrecht qui représentoit la per-sonne de Corneille de Witt avec une inscription insolente et superbe etc. Ibid 115 vgg. 230 «en Hollande on avait tait une médaille avec rinscription: «procul bine mala bestia regnis» la figure qu\'on y représentoit terrasseé, représentoit Ie Roy.

quot;quot;) Plakkaat der Staten van Holland 9 Aug. en 12 Sept. 1674. Daarom kon dan ook twee jaren later in het fransch verschijnen, de satirieke roman van S. Bremont op Karei II. «Hattigé ou les amours du roy de Tamaran.» Willems bl. 512.

quot;) Plakkaat der Staten v. Holland en Weslïr. 19 Sept. 1679 verbiedende het «drukken van eenige franscheCouranten alomme binnen de Provincie,» terwijl den nederlandschen courantiers gelast wordt wel toe te zien niet den minsten aanstoot te geven.

°ü) Négociations de M. Ie comte d\'Avaux en Hollande de 1079 a 1684, Deel V. passim.

quot;quot;) Plakkaat van 21 Februari 1686. d\'Avaux V. bl. 240, \'quot;) d\'Avaux III, 220 (Juni 1684) «On fait mettre dans les Gazettes qu\'on enlevoit dans les Provinces de Poitou et dans quelques autres tons les enfants aux póres et mères Huguenots» IV, 303 (Maart 1685) «On répand ici tant d\'écrits lorsqu\'il s\'agit de quelque affaire importante, on a mème recours aux Gazettes, paree que tout\'le Peuple les lit » V, 210, (Dec. 1685). «On a fait insérer une lettre dans la Gazette Flamande de ce pays ou on a mis toutes les circonstances les plus fortes pour exciter le Peuple a la compassion pour ceux do la Religion ou plutót a la fureur contre les Frangais » V, 212 «dependant les Gazettes étaient toutes pleines de mille choses... V. 231 (lan. 1636) On fit graver en Hollande des tailles douces représentant les difl\'érentes sortes de tourmens que l\'on faisoit souffrir en France aux gens de la R. P. R. avec un Imprimé Franjois et Flamand, qui contient l\'explication de ces tailles douces. VI 44, 253, etc.

55

-ocr page 60-

Aanteekeninc.en.

H a t i n. bl. 194; «Le Gazetier de Rotterdam est devenu si complaisant pour la France, qu\'il supprime presque tout ce qui pourrait dé-plaire a M. d\'Avaux» écrit Bayle,

Torcy spreekt in 1711 van «un Frangais k Rotterdam, nommé des Tournelles, compositeur autrefois de la Gazette.» Journal inédit de J B. Colbert marquis de ïorcy. bl. 3C0.

De spotprent verbeeldende den «Gazetier de Hollande» — waarvan ecne afbeelding te vinden is in het Magasin Pitloresque jaarg. 1645, bl. 104 — schijnt oorspronkelijk ontnomen aan eene teokening van Gornelis Saft-leven, «den smaak» voorstellende, e i behoorende tot eene série «de vijf sinnen.»

o:\') Zekere Eustache he Noble de Fonuelières baron de St.Georges schreef van 1683 — 1700 zijne anti-Lardons, die in Nederland streng verboden waren. Een daarvan «Le Mercure ou la Tabatière des Etats d\'Hollande jouxte la copie imprimée a Hermstat, chez Emerik Hospo-dar», werd in December 1690 openlijk verbrand.

II at in p. 122. Bayle schreef aan Minutoli, 3 Dec. 1691 «Lelibraire qui contrefaisait a Amsterdam les libelles du sieur Le Noble est en prison, et le marchand qui lui en avait fait venir un exemplaire de Paris a etc mis a l\'amende» Ibid. bl. 124.

Reeds vroeger waren ook al eens de rollen omgekeerd. Zoo schrijft d\'Estrades in maart 1663 (II, 130) l\'Electeur de Brandebourg s\'est declare ennemi de M. de Witt, amp; j\'ai pónétré que le sieur de Witt se veut servir de cette occasion pour se venger de certains libelles que ledit Electeur a fait imprimer et distribuer par la Hollande, qui tou-chent la reputation du sieur de Witt enz. vg. Wiquefort II581. «l\'Electeur qui n\'aimoit point te Grand Pensionnaire s\'avisa de faire imprimer et publier une espéce de libelle sous le titre d\'une lettre (8 Juillet 1659).»

quot;•) Den 29 Mei 1693 vermaande de Regeering van Amsterdam de Courantiers zorg te dragen geene verdichte tijdingen te verspreiden^ oprechte berichten te bekomen, niets te vermelden waarmede de vijand zijn voordeel zou kunnen doen; geene aanstootelijke uitdrukkingen te gebruiken jegens den Paus, de kardinalen, de geestelijkheid, gekroonde hoofden enz. de resolution van den Staat, al waren zij binnen \'s lands niet ten eenenmale geheim, niet wereldkundig te maken enz.

»\'•) Willems CCXLVI.

0°) Eerst in verschillende provinciën en later bij plakkaat van 10 Febr. 1656 in de geheele Republiek. Desniettemin werd voortgegaan met het drukken van de «Bibliotheca fratrum Polonorum» onder verbloemde plaatsnamen als: «Eleutheropoli apud Irenaeum Philalethium» ofcdreno-poli,» waartegen mot de bestaande plakkaten niets te doen viel.

Later werd ook de «Historia Reformationis Polonicae» verboden.

50

-ocr page 61-

Aanteekeningen.

0\') Koenen, Geschiedenis der Joden in Nederland, bl. 349 en vgg.

J. Gele rus. Leven vanISpinosa, herdr. bij Nijholl\'te \'s Gra-venhage, 1880. Aldaar wordt bi. 45 vermeld hoe Spinoza\'s Tractatus Theologico - Politicus in 1074 te Amsterdam werd gedrukt, doch met den valschen titel «Hamburg bij Hendrik Koenraad» verscheen. Het werk werd den 19 Juli 1674 verboden. Tie le III b I. 100 No. 7244.

Later verscheen eene fransche vertaling van S. Glain, onder den verbloemden titel «Traité des cérémonies superstitieuses des Juifs».

H a t i n, bl. 153. Spinoz\'as nagelaten werken werden als «pro-faen, atheïstisch en blasphemant» verboden, bij Plakkaat der Staten van Holland, van 25 Juni 1075, volgens Siegenbeek I, 261, op initialief van Curatoren der Leidsche Hoogeschool.

Nog in Mei 1735 werden bij Plakkaat der Staten Generaal eenige Spinozistische geschriften verboden.

°l\') Schlosser III. bl. 574 Bekkers werk «ward bekanntiich in allen Sprachen, auch ins Teutsche übersetzt.»

Schel tem a. Geschiedenis der Heksenprocessen bl. 250 en 300. Ook Newton schijnt de denkbeelden van Dekker te hebben helpen verspreiden, volgens Kok, Vaderl. Woordenboek. Hijvoegselen in v. B. Bekker, bl. \'lt;14.

■Oquot;) Nog in 1657 werd te Home eene nieuwe Instructie «pro for-mandis processibus in causis strigum» vastgesteld. In Frankrijk werd nog in 1604 zekere Jeim Pierre de Orenson en in Zweden in 1670 verscheidene personen wegens tooverij gedood; hetzelfde geschiedde nog in 1769 te Würzburg, in 1750 te Quedlinburg, in 1766 in Oostenrijk, en zelfs in 1782 nog in Zwitserland en in 1783 in Spanje.

De oude wetten tegen de tooverij enz. van Jacobus I voor Engeland en van Maria Stuart voor Schotland, werden eerst in 1730 afgeschaft ; in Zweden bestonden zoodanige wetten tot 1779.

quot;quot;) Geb. te Grave, 1515 gest. 1588.

De laatste veroordeeling wegens tooverij in Nederland schijnj, in 1002 te Zierikzee te hebben plaats gegrepen; sporen van eene beschuldiging wegens tooverij vindt men nog omstreeks 1610, toen eene gewaande heks door Jacob Gats werd vrijgepleit.

quot;=) d\'Avaux, IV, 294 en \'95, V. 144, 153, 185, 191.

quot;quot;) In het spotschrift «Avis aux Réfugiés sur leur prochain retour en France» dat in 1690 uitkwam, werd hun aanbevolen, vóór hun terugkeer een quarantaine te maken, om zich van twee, in Nederland opgedane ziekten te zuiveren, «l\'esprit de satire et certain esprit ré-publicain qui ne va pas moins qu\'a introduire l\'anarchie dans le monde, le plus grand lléau de la societé civile». Weiss. Histoire des réfugiés protestants do France. II. 112.

57

-ocr page 62-

Aanteekeningen.

,0°) d\'Avaux. V. 240 ))Les Etats Généraux ont tait anssi defense sous peine d\'amende, d\'imprimer ni de vendre aucun Livre ou Mé-moire, on il fut parló de ce qu\'ils appellentl lu persecution de France.» Koenen, Geschiedenis van de vestiging en den invloed der fransche vluchtelingen in Nederland, bl. 80.

quot;quot;) S oh loss er, I. Einleitung, § 4. Weiss, 1.1. p. 1\'28 «Si l\'on songe que I\'Academie franfaise fut presque dós son origine une institution toute monarchique, que ses actes étaient trop souvent enta-chés de flatterie, et que la cour de Louis XIV resta véritablement le centra de la littérature du grand siècle, si l\'on songe surtout que les écrivains francais étaient courbés sous la loi d\'une Eglise dominante, devant laquelle s\'inclinaient encore les génies les plus sublimes, on ap-préciera davantage l\'influence vrairaent civilisatrice des réfugiés en Hollande, et la haute portée des services qu\'ils rendirent a cette contrée ei a FEurope entière, en créant des instruments de publicité indépen-dants d\'un pouvoir ombrageux, en popularisant par leur moyen les principes libéraux qu\'ils professaient en politique et en religion, en réalisant ainsi la pensée grande et lumineuse d\'une sorte de république littéraire.»

Verscheiden réfugiés werden correctoren, waaraan groote behoefte bestond, ot boekdrukkers, als Hnguetan, Desbordes, Picart, Luzac; ook papierfabriekanten: d\'Avaux VI. 258 «Jamais on n\'avait songé a faire de Papeteries en Hollande, mais on commenga a y en établir qui réussis-soient parfaitement bien (Sept. i088)en bl. 1)32 «Je sais quedefameux Impriraeurs de ce [ays-ci, qui avoient commencé de grands ouvrages avec du papier de France, amp; qui ne croyaient pas s\'en pouvoir passer pour les achever, en font faire en Hollande möme, oü l\'on établit de nouvelles Papeteries : lorsqu\'une fois cela aura pris son cours, on ne retournera plus en France chercher du papier, quand on seroit dans la meilleure intelligence du monde.»

Volgens den Tegenw. Staat van Gelderland, bl. 428-30, werden de eerste papiermolens in het begin der 17« eeuw door Martijn Orgel op de Veluwe gesticht. Het daar vervaardigd papier werd vooral naar Engeland uitgevoerd. Volgens Luzac, Holl. Rijkdom II. bl. 331, placht men geregeld papier uit te voeren naar de Oostenrijksche Nederlanden, Frankrijk, Spanje en Portugal. —Wiquefort IV, 154,1671 les Etats de Gueldre dirent qu\'ii falloit étendre les défenses jusqu\'au Papier, paree qu\'il s\'en fait quantité dans leur Province, mais on leur dit qu\'il ne s\'y f a i-s o i t pas assez de papier fin, pour se pouvoir passer de celuy de France».

lo\') d\'Avaux, V, 238 Le Ministre Claude lit savoir aux Etats Généraux qu\'il y avoit parmi les Ministres Réfugiés de France des So-ciniens et des Arminiens et demanda qu\'on les examinat..... cela ne

58

-ocr page 63-

Aanteekeningen.

h\'éxecula pas dans 1\'apprésension qn\'on ne trouvat effectivement ce que Ie Ministre Claude avoit dit amp; que cela ne fit du soandale (1\'óvr. 1686.)

Vie de M. Bayle XLIII, «Quelques Ministres Réfugiés, qui étoient alors amp; Londres, pas soient pour ötre quands Folérans, et s\'étoient même rendus surpects de socinianisme».

,M) Weiss 11 bl. 110—il2.

,10) S c h I o s s e r, I, bl. 25 o 11 ai r e. Siècle de L ouisXI . T. V. p. 193 «Ses propriétés reconues ou soup^onnée ont fait naitre enfin Ia vraie philosophie.» Over de vertaling van Bay les Woordenboek in Üuitschland. Schlosser, III, 578-79 587, 602 —Dat Gatharina van Rusland zich in hare jeugd gevormd had door de vlijtige lezing van Bayles Dictionnaire is bekend.

\'quot;) Ha tin, bl. 125, 134 On sait le succós qu\'obtiurent tout d\'abord les Nouvelles de la Repnblique des Lettres, l\'extréme avidité avec la-quelle elles furent recherchées dans tout I\'Europe «en bl. 209» G\'est en Hollande que prit véritablement naissance) la critique périodique et quelle s\'est développée.

m) Will ems, bl. 362 en 363, Ha tin bl\' 179 «La contref\'afon est beaucoup plus intéressante que Toriginal.»

\'quot;) Weiss, 1.1. bl. 126 «Les esprits désiseux d\'indépendance mais forces a étre prudents, s\'estimérent heureux de trouver dans le journal de Bayle un organe commode a leur timidité, et plus d\'un article lui fut envoyé secrèlement de Paris. II lui en vint un de Fontenelle par l\'intermédiaire de Basnage, et qui causa une certaine emotion dans le public instruit» etc.

Vie de M. a y 1 p, XXXI en XXXIII. Les Nouvelles de Ia Répu-blique des Lettres ccquirent a M. Bayle l\'estime non seulement des particuliers mais même de plusieurs Corps illustres: I\'Académio fran-foise et Ia Société Roiale d\'Angleterre.» Schlosser 1 25.

\'quot;) Deze was de schoonzoon van den bekenden veelschrijver Grego-rio Leti, die, na Italië, Frankrijk en Engeland te hebben moeten ruimen, een schuilplaats te Amsterdam gevonden had, en wiens werken in Nederland werden gedrukt. P a q u o t. Mémoires II 371 en W i 1-1 e m s p. 472.

quot;5) Koenen I.I. Schlosser III, 567, 573, Thomasiusschreef in 1692 «Die Freiheit ist es allein was den Holliindern, Englandern, ja den Franzozen selbst (vor der Vertolgüng der Reformirten) so viel ge-lehrte Leütte gegeben, da hingegen der Mangel dieser Freiheit die Scharfsinnigkeit der Italiener i\'md den hohen Geist der Spanier unter-drückt IV bl. 272 «Die Journalistik» in Duitschland nl. ging orst spater von den schonen Wissenschaften zur Politik über.»

59

-ocr page 64-

Aantekkeningen.

110) Vie de M. Bayle XL1X, Sc li losser II Bayle schreef met voorzichtigheid «nm Holliindern nnd Franzozen für die Lehre zu gewinnen, die im i8cquot; Jahrhundert dnrch Engliinder ausgebildet, von den Fransozen aufgenommen nnd allgemein verbreitet ward.»

•quot;) M a c a u I a y. History of England, IV, ch. XXI, p. 542 en vgg. (Cabt. Ed.)

quot;\') Macaulay IV, ch. XX p. 523 en XXI, 603 en vgg.

quot;°) Een der eersten heette «the Packet-Boat from Holland and Flanders» bl. 605, de engelsche bladen hadden gebrek aan stof, wanneer «the Dutch mails we re detained by the West wind.»

quot;quot;) Zijne «Epistola de Tolerantia» werd in 1686 te Gouda gedrukt. Daarna verschenen verschillende opstellen van hem in Le Clercs Bi-bliothèque Universelle.» Zie o. a. Henri Marion, J. Locke, sa vie et son oeuvre, d\'après des documents nouveaux bl. 55, 58, 61. Fransche vertalingen van Locke\'s geschriften verschenen hier te lande. Ibid. Introd. II. Over Lockes memorie omtrent de vrijheid van drukpers, ibid. bl. 118 en vgg. «En Hollande la libre concurrence avait fait de la librairie une des sources principales de la richesse publique, tout en abaissant le prix et en élevant la valeur typographique des livres. Locke pro-posa eet exemple a l\'émulation de l\'Angleterre commerciale en même temps qu\'a l\'admiration de l\'Angleterre cultivée et libérale.»

\'quot;) SchlosserI, 25 en 382.

quot;\') Schlosser II. 400, 402 «Collins llüchtete einige Male nach Holland um den rechtglaubigen Sturm aus zu weichen.»

\'quot;) In 1709. Koenen. 1.1. bl. 106. Eigenaardig is, dat terwijl de fransche Réfugiés in massa genaturaliseerd werden, de Joden tot 1795 eene afzonderlijke «natie» zijn blijven uitmaken.

\'quot;) Ha tin. 181, 188.

\'quot;) Zie Vie de Voltaire parle marquis de Condorcet. Ed 5, bl. 8 amp; Vie de Voltaire par M. M. bl. 30. Jhr. G. A. v. Sypesteyn, Voltaire, Saint Germain, Cagliostro, Mirabeau in Nederland, bl. 31 en vgg. Merkwaardig is dat dezelfde Mile. Dunoyer eenige jaren te voren ten huwelijk was gevraagd door den beroemden Jean Cavalier, den aanvoerder der Camisards, die haar in 1701 in den Haag had leeren kennen, toen hij daar eene schuilplaats vond, alvorens zich naar Engeland te begeven. Het is zeker vrij opmerkelijk dien laatsten der Hugenoten en den voorvechter van het Atheïsme op dezelfde vrouw verliefd te zien.

nu) Later had de Gezant van den Keizer zich te beklagen over de Quintessence, die dientengevolge een tijd lang geschorst schijnt te zijn H a t i n bl. 98.

\'quot;) Schlosser I. bl. 482.

60

-ocr page 65-

Aanteekeninoen.

quot;\') Beiden waren leerlingen van Newton, die weder veel te danken had aan Chr. Huygens. Zie v, Cappelle, Bijdragen tot de Geschiedenis der Wetenschappen en Letteren in Nederland, bl. 275 en vgg.

quot;quot;) Bij Gosse en Néaulrae te \'s Gravenhage; in MOl bij Paupie te \'s Gravenhage, in 1732, 1738, 1741, 1743 en 1704 te Amsterdam.

13°) v. S y p e s t e y n 1 1. bl. 45 en vgg. Voltaire. Lettres V. II. CLXXlil, 18 Oct. 1740. Vie de Voltaire 1700 p. 276 en 314 «van Duren, le plus insigne fripon de son espèce — fripon de profession et banqueroutier par habitude.»

quot;\') Zie in «Le Livre, Revue du Monde Littéraire» van 10 Aug. 18«2 een artikel van Eugéne Muller «Voltaire et le Comte d\'Argenson en in de aflevering \\an 10 Nov. 1882 dat van L. D. Petit «Voltaire et Néaulme, a propos de l\'Abrégé de l\'Histoire Universelle».

Sch losser III, bl. bl. 459. Voltaire Lettres IV. N0. GXV11, CXXU CXXV. «Je cours risque d\'etre bruló, moi qui vous parle, avec la belle histoire de Jean Néaulme. — Néaulme m\'a achevé.» CXXV1 «il faut étre libraire hollandais pour imprimer tant de sottises.» CXXX11, CL 111, V. XIX, XV.

\'quot;) Le Livre 1.1. p. 390 «Voltaire 4 Néaulme, Coltnar, 10 febr. 1755: «Je vous prie au moins d\'empêcher M. Rousset, votre ami de me déchirer davantage dans ses feuilles périodiques et d insulter a mon malheur.... il est douloureux pour moi, que votre ami ne cesse de m\'outrager.» (Rousset— «le typeMu réfugié vindicatif» — redigeerde den «MercureHistorique et Politique» H a t i n. Bibliographie 11, Revues et Pewits Journaux, S a u t y n Kluit, bl. 224 en 25, v. Sypestey n, bl, 69 Voltaire aan M Rigail te Leiden, Berlin 13 Janv. 1758: «Je profile de cette occasion pour vous demandsr une grace,c\'egt d\'en-gager M. Klie Luzac a ne rien imprimer dans les circonstances fu-nestes, ou je suis, qui puisse me regarder le moins de monde».

Onder de geschriften die hier tegen Voltaire uitgegeven werden was ook Isaac de Pinto\'s «Apologie pour la Nation Juive, ou Réilexions sur quelques passages des écrits de M. de Voltaire. Amsterdam 1761^ vg. ook Lettres 11, CCV en CX11 (Saint Hyacinthe).

133) J. Heemskerk Au. Dissertatie de Montesquivio, 1839.

Aan Montesquieu werd ook toegeschreven een in 1727 in Nederland gedrukt geschrift «Considérations sur Ia Monarchie Universelle en Europe.»—

Voor de gezamenlijke werken van Montesquieu, die in 1765 bij Arkstée en Merxens te Amsterdam en Leipzig verschenen, schreel E. Luzac zijne «Remarques philosophiques et politiques d\'un anonyme sur l\'Esprit des Lois.»

Schlosser. 1.1.

6-1

-ocr page 66-

Aanteiikeningen.

quot;s) Sc h losser Lp. 5Ü8. Volgens Hatin was d\'Argens ook medewerker aan de «Nouvelle Bibliothéque» die in den Haag verscheen van 1738-44 (Ilatin bl. 221) en schreef hij daarna de «Mémoires secrets de la Répnbliqne des Lettres, ou le Theatre de la Vérité,par 1\'auteiir des Lettres Juives, Amst. 1744-48 (p. 223). Onder den titel van «His-toire de l\'Esprit hnmain,» werden zij in 1765 te Berlijn herdrukt. In 1731 verscheen ook te Amsterdam de bekende roman van l\'abbé Pré-cort «Manon Lescaut».

quot;quot;) Sc h losser Lp. 525. De uitgave van La Mettrie\'s «I\'Homnie machine» was eene der eerste speculatien van Elie Luzac; deswege aangevallen, schreef hij: d\'Homme plus que machine», ter bestrijding van La Mettrie, zoowel als ter verdediging zijner eigene rechten als boekdrukker. Men zou dat bijna voor eene «réclame» kunnen houden zoo Luzacs edel karakter niet van elders genoegzaam bekend was.

13\') Schlosser I, 520. Noot 84. De amsterdamsche uitgave der gezamenlijke werken van La Mettrie was voor Frankrijk bestemd.

iaquot;) Schlosser II. § 3 en vooral de «Lettres inédites de J. J Rousseau a Marc-Michel Rey publiées par J. Bosscha, 1858.»

Rey gaf uit Rousseau\'s «Discours sur l\'origine el le fondement de I inégalité parmi les hommes, 1755; Lettre a M. d\'Alembert sur les théatres, 1758; Julie ou la Nouvelle Héloïse, 1761; le Contrat social, en Emile ou de l\'Education, 1762, Ljttre a l\'Archevêque de Paris, en Lettres de la Montagne 1763. In 1772 gaf Rey nog eene nieuwe uitgave van Rousseau\'s gezamentlijke werken.

1M) Rousseau a Mad. Bourette 12 Mars 1761 (Oeuvres complètes XII p. 487, éd de 1783) «tous les exemplaires de la «Julie,» qui m\'avoient été envoyés de Hollande par mon libraire, sont donnés ou destinés, amp; je n\'ai nulle espéce de relation avec ceux qui les débitent A Paris.»

quot;\'°) Schlosser II. § 3. bl. 506. Wagenaar, Vad. Historie, Onm. Vervolg D. XX1I1. bl. 217 amp; \'18.

J. Hart,og, «Uit het leven van een Tijdschrift» in de Gids, Juni 1877 bl. 467.

quot;quot;) Rousseau a M. M. 7 Juin 1762 (p. 494) «Je ne sauroisconcevoir k quel titre, moi citoyen de Genève, je puis devoir compte au Parlement de Paris d\'un livve quo j\'ai fait imprimer en Hollande avec Privilege des Etats-Généraux.»

quot;quot;) 30 Juli 1761. Tot groote ergernis van Rousseau liet Néaulme daarop door! Formey een «Emile Chrétien» vervaardigen om ontslagen te worden van de boeten waarin hij vervallen was, zie Bosscha 1.1. p. 182-191 passim.

Rousseau a M. de..... 0 Mars 1773, (p. 506) «J\'ai eu l\'imprudence

G\'2

-ocr page 67-

Aanteekeningen.

de lire le mandement que M. l\'Archevêque de Paris a donné c.ontrc mnn livre, la foiblesse d\'y répondre amp; 1\'étourderie d\'envoyer aussitót cette réponse a Rey. Revenu a raoi, j\'ai voulu la retirer; il n\'étoit plus tems, l\'impression en étoit commencée» etc. Maar weinige dagen later 27 Maart -1703, schrijft hij aan Madame \'** (p. 512) «Ne jugeant pas eet écrit indigne d\'une réponse, j\'en ai fait une qui a été impri-mée en Hollande.» Voltaire au marquis d\'Argence, 22 Avril 1763 «il est fort difficile d\'en avoir des exemplaires.» Bij Rey verscheen ook in 1761 de «Théologie portative» van den baron d\'Holbach, onder het pseudoniem van Bernier. Zie Gh. Henry, Gorrespondance inédite de Condorcet et de Turgot, p. 18.

Ibid p. 207, Condorcet a Turgot. «Je lisais hier un livre imprimé chez Marc. Michel, comme tous les livres raisonnahles.»

\'quot;) Schlosser, D. IV. hl. 32 «Per Druck ward in Holland besorgt, und das Buch plötzlich und unvermuthet in die Welt gevorfen, wirkte, in Frankreich, und in der franzözischen, damals stoltzes Aristokraten unterworfenen Schweiz, auf ahnliche Weise, wie Junius\' Briefe in England» enz. Bosscha hl. 212 «Bey donna deux éditions a la fois des Lettres de la Montagne»

\'quot;) Bosscha bl. 245, Januari 1765. Rousseau A Madame de V 3 Jevr. 1765 (p. 595) «Ee conseil de *** souffle le feu tant ici qu\' en Hollande.»

Rousseau a M. D. 7 Févr. 1765 (p. 597) «Vous savez que mon livre tut hrülé le 22 a La Haye. Rey me mande que l\'Inquisiteur a écrit dans ce pays-la beaucoup de lettres amp; que le Ministre Gh. de Geneve s\'est donné de grands mouvements. Au surplus on laisse Rey fort tranquille Tout cela n\'est-il pas plaisant ? cette affaire s\'est traitée avec beaucoup de secret et de diligence, car le 0« de B. (Bentinck?) qui m\'écrivit peu de jours auparavant n\'en savoit rien» enz.

quot;quot;) Ibid. bl. 265 en \'66, 270 «Je me suis senti une répugnance invincible a passer par un pays oü sans rime ni raison, sans ombre d\'intérét ni do justice, on in\'a de gayelé decoeur traité plus injuste-ment, plus malhonnfitement, plus brutalement fnême que dans les pays oü j\'avais les plus violents ennemis personnels» enz. Naar het schijnt hadden zoowel Rey, als Graaf Bentinck van Rhoon aan Rousseau eene schuilplaats in Nederland aangeboden.

quot;\') Wagenaar D. XX111 bl. 365, en N. Nederl. Jaarboeken 1764, bl. 962. Een ander werk «l\'Evangile de la Raison» werd tegelijkertijd verbrand. In 1765 verboden de Staten van Friesland de vertaling van Voltaire\'s werk «Sur la tolerance en matière de religion.» Hartog De Spectatoriale Geschriften 259 263. Lettres de Voltaire Vlll lettre GGXGV 26 Dec. 1764 a M. Damilaville «Savez-vous que

63

-ocr page 68-

AANTEEKENINfiEN.

Marc-Michel Rey imprimeur de Jean-Jacques a eu rabominable impudence de mettre sous mon nom le Jean Meslier, ouvrageconnu de tout Paris pour être de ce- pauvre prètre, le Levinon, des [cinquante de La Méttrie; TExamen de la religion, attribué a Saint Evremond etc. Tout a éte incendié a la Haie avec le Portatif; voila une bombe ii la quelle on ne s\'attendait pas» En L. CCXCVII Squot;! Déc. 4704 «Jean Jacques a fait imprimer le sermon des cinquante et d\'autres brochures par son libraire d\'Amsterdam, Marc Michel Rey, sous le titre de Collection complóte dos oeuvres de M. de V.»

quot;•quot;) Wagenaar D. XXIV p. 335 en vgg. Hartog, de Spectatoriale Geschriften van 1741-1800, bl. 25,i-258.

Zie het Berigt wegens het leven en de Geschriften van Elie Luzac, «door Prof. Gras, in de «Algem. Konst- en Letterbode» jaargang 1813, Nquot;. 54,—56, in het fransch vertaald door Mr. A. R. Falck in Millins, Magazin Encyclopédique, 1813 IV. 308—333.

Het stuk zelf in N. Nederl. Jaarboeken, voor 1770, bl. 783—800.

\'quot;) Behalve zijne bovenvermelde wederlegging van La Metfrie, gaf Luzac in 1759 uit «Essai sur la liberté de produire ses sentiments, au Pays fibre, pour le Bien Public,1 avec Privilege de tous les vérita-bles philosophes» — Voorts schreef hij tegen Montesquieu «Remarques sur \'Esprit des Lois», tegen het Contrat social «Lettre d\'un Anonyme a M.J.J. Rousseau,» 1700, en eindelijk tegen den Emile «Seconde lettre d\'un Anonyme a M. J. J. Rousseau, contenant un examen, suivi d\'un plan d\'éducation » 1707.

\'quot;) N. Ned. Jaarboeken, 1770. bl. 874.

\'quot;) Hollands Rijkdom (1783) II 328 en vgg. «De hollandsche boekhandel heeft geduurende eene eeuw zig verrijkt mef het drukken van boeken, van welke hun de manuscripten uit Frankrijk gezonden werden, of die zij op de fransche drukken nadrukten: of die voor hen hier te fande bearbeid werden, waartoe de vrijheid van ons land, als eene schuilplaats tegen de onverdraagzaamheid en vervolging, gelegenheid heeft gegeven. De vrijheid van drukpers heeft de boekneering hier te lande, langen tijd doen bloeien boven alle anderen enz. IV, bl. 422 en vgg. «Verscheiden oorzaken hebben onzen hollandschen boekhandel tot dat toppunt gebragt, waarop die geweest is, 1° de menigte van geleerden, welke in Holland gewoond en der geleerde wereld eere toegebragt hebben; 2quot; de goedkoop van \'t papier; 3° de fraaiheid onzer drukletteren; 4quot; onze oplettendheid om fraai te drukken; 5° de matige prijs voor wefken wij onze drukken konden leveren; O\'1 de vrijheid van drukpers. Dit 1 uitsta heeft vooraf veef toegebragt) om den boekhandel in Holland te doen bloeien. Doch van al die opgenoemde voordeelen is ons niets overgebleeven dan losbandigheid in de plaats

04

-ocr page 69-

Aanteekeningen.

van v r ij h e i d, en al hut andere is weg. Men heeft elders zoo goed papier en beter koop ais bij ons; men drukt elders zoo goed en buler koop als bij ons; rnen snijdt elders letters en giet zoogoed en beterkoop als bij ons; en het mag bij ons van prul- e.n schotschrijveren overvloeien, maar onze hollandsche boekhandel lijdt geen last aan overvloed van geleerde werken, ofschcon er zijn, die de eer van onze Natie in dens, dit opzicht nog ophouden.»

Zoo ook Swildens; zie mr. W. B. S. tioeles «de I\'atriut J. 11. rfwil-dens, bl. 23, 91, 197, 199.

Mirabeau kwam in Oct. 177ü met Sophie de Monnier, onder den naam van M. vt Mquot;quot;-\' de Saint-Mathieu Ie Amsterdam aan. Iii Mei 1777 werden beiden uitgeleverd. In 1788 schreef hij zijn «Avis aux tata-ves sur Ie Stathoudérat » Zie het aangehaalde werk van v Sypeseyn.

Onk Diderot schijnt zich in 1773 hier te lande le hebben opgehouden «Lettres de Voltaire a d\'Alembert, 11 \'20Ü

nu) Schlosser IV ij I bl, 19-23.

\'quot;) v. Hogen dorp, Bijdragen tot de Huishouding van Staat, IX. bl. 377.

B u ij s. De Grondwet I p. 56. Bij Besluit van den Souvereinen Vorst van 24 Jan 1814 werd de fransche censuur afgeschaft, als in strijd, met de liberale denkwijze waarop elk rechtgeaard Nederlander den hoogsten prijs stelt, en die steeds hel gouvernement dezer landen heeft gekenschetst.»

\'ju) Wheat on, Histoire des progrès du droit des gens. I, Intr. bl. 53 en vgg

\'quot;) Wheaton 1.1. I. 171 amp; \'72, v Rees, Gesch. dei\' Staath. I, 246 amp; \'47.

Wheaton 1. 165—\'67 v. Bees I, 244 amp; 45.

quot;quot;) Wheaton I, 289, 290 en vgg. S t a r N u m a n, Goi ns. v. Bijnkershoek, zijn leven en zijne Geschriften. 299,-328.

Tot de Nederlanders die voorts tut ontwikkeling van het volkenrecht hebben bijgedragen, behooren Barbeyrac en Luz\'ac met name te worden genoemd.

^0) Schlosser IV, § 3 bl. 50 en 57.

quot;quot;) Siegenbeek, Geschiedenis dor Leidsche Hoogeschool f. 33, 62, 69, 71, 225, 265, 287.

De lessen van J J. Vitrarius lokten vooral een groot aantal aanzienlijke Duitschers naar deze Hoogeschool, welke toevloed ook nog onder zijne beroemde opvolgors Weis en Pestel, vrij aanmerkelijk was. Doch niemand was er, die der Hoogeschool, in de eerste helft der 18^eeuw eene grootere vermaardheid bijzette en dezelve van wijd en zijd, maar

05

-ocr page 70-

m

Aanteekeningen.

bovenal uit Engeland drukker deed bezoeken, dan de Nederlandsche Hippocrates Boerhaave.

Onder Boerhaaves leerilngoti is in de eerste plaats Linnaeus te noemen, en voorts van Swieten, de lijfarts van Maria Theresia, door vvien de invoe,ring der koepokinenting in Oostenrijk krachtig werd bevorderd (A r n e t h, Maria Theresia\'s, letzte Begierungs ze it I, 335 amp; \'36. v. Swieten raadde ook de keizerin menigen vrijzinnigen maatregel op staatkundig gebied, zoo b. v. om Montesquieu\'s «Esprit des Lois» niettegenstaande den tegenstand der Ji zuieten vrij te laten verkoopen. A me tb. Ibid. I. bl. 197.

Bij de viering van het tweede eeuwfeest der leidsche Hooge-school werd dat openlijk erkend. Zie Hartog, «De Spectatoriale Geschriften van 1741 tot 18(10, bl. 154.

1

-ocr page 71-