-ocr page 1-
-ocr page 2-
-ocr page 3-
-ocr page 4-
-ocr page 5-

■ \'1 p ■ f\'

ó

-ocr page 6-

,1 oeëcrd en mn„ , zu

JESUS CHRISTUS

IN HET

ALLERHEILIGSTE SACRAMENT

des Altaars.

-ocr page 7-

EENE MAAND

S, u? f

VOOR

AllE MAMDEJI VM BET JAAR

OF

DE MAAND VAN AANBIDDING

aao hel Allerheiligste Sacramenl des Altaars.

vermeerderd met verscheidene Oefeningen, aanbiddingen, gebeden tot dat H. Sacrament van Liefde en eenige voorbeelden.

Aduro te devote, latens Deitas. ik aanbid ü godvruchtig, verborgene Godheid. (H. Thomas.)

TWKEDE DRUK.

:s-che Verseniging ■m*

f

UITGEVER.

-ocr page 8-

IMPRIMATUR.

Datum BiiEUiE, die 1 Julii 1886.

P. J. «ABRiei.,

Can. Libr.Cens-

Snelpers- Boek en Uuziekdr. Eduard van Wees, Breda.

-ocr page 9-

I3B

MAANE VAN AAMDDM

Eerste Dag. Egg^fg^gKttgtlM!

Komt allen tot Mij, die belast en beladen zijt, en Ik zal 11 verkwikken. (Matth. XI: 28.)

Welk is die zoete stem, die zich in het midden der woestijn van dit leven doet hooren, en die met zooveel liefde de kinderen der aarde uitnoodigt, om hulp in hunne ellende te komen zoeken? Het is de uwe, o mijn goddelijke Jesus! wien ik op dit altaar, voor mijne oogen uitgesteld zie. Ja, Gij zijt het, mijn

-ocr page 10-

6

goddelijke Meester, die uit het diepste uwer tabernakelen onophoudelijk alle menschen toeroept, daar het hulpmiddel hunner rampen te komen zoeken, en die mijne ziel in het bijzonder aanzoekt, daar verlichting te komen ontvangen.

Kom tot Mij, zegt Gij mij met de teederheid eeus vaders... Maar, helaas! o God van heerlijkheid! hoe zal ik voor ü durven verschijnen? Hemel en aarde sidderen van schrik, in uwe tegenwoordigheid. De zuiverste en verhevenste geesten durven zelfs de oogen niet opslaan voor uwe Majesteit: zij vreezen verplet te worden door het gezicht uwer heerlijkheid! En hoe zal ik, ellendig schepsel, dien glans kunnen verdragen ! Hoe zal ik voor mijnen Rechter durven verschijnen , terwijl ik overladen ben met duizende onvolmaaktheden, met duizende ongerechtigheden, en menigwerf teruggehouden wordt door de ketenen mijner misdadige gewoonten! Hoe menigmaal heb ik, verdwaalde stuurman in het midden van het orkaan, vergeten, dat Gij de ster waart van mijn heil! en nogtans roept uw goddelijk woord mij weder en vertroost het mij. Kom, zegt Gij tot mij, kom onbevreesd, en gij

-ocr page 11-

7

zult iu Mij vinden, niet eenen God wiens majesteit hen die tot Hem naderen , van schrik en ijzing doet ver-bleeken, maar eenen God wiens barmhartigheid allen met liefde ontvangt, die hunnen toevlucht tot zijne liefdadigheid nemen. Kom, zegt Gij tot mij, het is uw Vader, die u roept: ach! het is niet zonder reden, dat de profeet Isaïas [XXV; 3, 4], als hij uwe gerechtigheid lof toezwaait, in de vervoeringen zijner liefde uitroept: Een sterk volk zal u loven, en de stad der machtige natiën zal u vreezen : omdat gij de sterkte van den arme, de sterkte van den behoeftige in zijne ellende, de hoop tegen den storm, de verkwikking tegen de hitte geworden zijt. Ook ik, ik loof ü, Heer, terwijl Gij mij een zoo vrijen toegang tot ü vergunt: ik ben behoeftig, wees dus mijne sterkte; ik beu zwak en bedrukt, wees dus mijne vertroosting. Met welk betrouwen werp ik mij voor uwe voeten neder! Gij hebt U van uwe heerlijkheid en van uwen luister ontbloot, om U genaakbaar te maken; Gij hebt U met eenen sluier bedekt, om U naar mijne zwakheid te schikken.... o wonder van liefde!

Kom, zegt Gij eindelijk tot mij, dewijl

-ocr page 12-

8

Ik uw eenig hulpmiddel ben, kom, ik zal uw heil uitmaken, en u ontlasten van het zware gewicht uwer ongerechtigheden.

Ach! daar Gij mij met zooveel goedheid roept, o mijn goddelijke Jesus, kom ik tot U, geheel beschaamd van zoo laag vertoefd te hebben. Ik breek voor altoos af met de vergankelijke vermaken der wereld; ik wil niet meer dan voor U leven, o mijn opperste Meester; Gij zijt voortaan mijn eenigste goed, mijne eenigste hoop, mijn eenigste troost.....

overdenking.

le Punt. De barmhartigheid des Heeren, die zich gewaardigt zelf ons te roepen, even als een teedere vader zijn kind roept, wanneer hij hetzelve aan eenig gevaar blootgesteld ziet.

2e Punt, De goedheid des Heeren, die uit den hemel op het altaar nederdaalt, om met het schepsel om te gaan en het te troosten in de wederwaardigheden des levens.

3e Punt. De liefde des Heeren die ons eene eer toestaat, welke Hij aan tallooze volkeren weigert. Ondanks onze

-ocr page 13-

9

ondankbaarheid, overlaadt Hij ons met zijne genade.

OEFENING.

Zonder vertoeven aan de stem van Jesus, dat is, aan zijne genade, gehoorzamen. Zoo de honger ons kwelt, denken wij, dat Hij het brood des levens is; zoo de dorst ons benauwt, vergeten wij niet, dat Hij de bron van het levende water is, dat alleen kan lesschen. Verootmoedigen wij ons over onze ondankbaarheden , en maken wij het vaste voornemen, ons van onze onvolmaaktheden te ontdoen, die ons beletten, de vrnchten des allerheiligsten Sacraments des Altaars te smaken.

GEBED.

O mijn goddelijke Jesus! verlaat mij niet in mijne ellende. Vergeet mijne dwalingen en mijne onvolmaaktheden. O! wat zou er van mij geworden, zoo Gij mij verliet? Wie zou mij tegen mijne vijanden verdedigen, zoo Gij mij niet beschermdet ? Ach! duizendwerf moet ik vergaan, zoo Gij mij niet redt.

-ocr page 14-

10

Ik werp mij dan in uwe armen en in den schoot der barmhartigheid. Ach! goddelijke Jesus, gedoog niet, dat een onzuivere adem mijne ziel bezoedele. Heb mededoogen met mijne zwakheid, en maak, dat mijne wenschen steeds naar het hetuelsche Vaderland haken. Amen.

Tweede Dag.

Het Lam, dat geslachtofferd is, is waardig de macht, en de Godheid, en de wijsheid en de sterkte, en de eer, en de verheerlijking, en de zegening te ontvangen.

(Veropenbaringen V : 12.)

Lam Gods, hetwelk uwe liefde dage-lijks op onze altaren slachtoffert, ik aanbid ü aldaar, als de bron des levens. Ik hoor het zoetluidende gezang der gelukzalige geesten, die in den hemel zingen, dat Gij waardig zijt de macht, de Godheid, de wijsheid , de sterkte , de eer, de verheerlijking en de zegeningen te ontvangen. Alles in de natuur herhaalt deze hemelsche lofliederen. Maar, helaas !j[de mensch alleen houdt zich in dit geheim met U niet bezig; de wereld

-ocr page 15-

11

stelt U onder het getal der dooden, van welke zij de gedachtenis verloren heeft, en zij durft somtijds uwe wezenlijke tegenwoordigheid in dit aanbiddelijke Sacrament loochenen. Maar ondanks hare vergetelheid, zal ik steeds aan U denken; ondanks hare ongeloovigheid, zal ik gelooven, dat Gij wezenlijk in het midden van ons verblijft; ondanks hare verachting, zal ik U alle mogelijke eer bewijzen, en alom verkondigen, die aan U alleen de macht, de Godheid, de wijsheid, de sterkte, de eer, de verheerlijking en de zegening toekomt.

Ach! waarom heb ik niet eene stem zoo sterk en welluidend als die der Engelen, om uwe verheerlijking, uwe liefde door het wereldrond te verkondigen , en om den menschen te doen begrijpen , dat Gij nimmer hunner aanbiddingen waardiger waart, dan in dezen staat van vernietiging! Och! hoe zeer zou ik wenschen, mijn aanbiddelijke Jesus, dat al de volkeren der aarde U aan den voet van uwen troon, in het allerheiligste Sacrament des Altaars, kwamen hulde bewijzen ! Maar, helaas ! hoe weinig Christenen zijn er, die de bevalligheden der liefde weten te smaken,

-ocr page 16-

12 (

welke Gij hun in dit Sacrament aanbiedt! Ik zelf ben ongelukkig genoeg geweest van er mij onwaardig van te maken; maar ik kom nu mijne fout herstellen. Ik belijd plechtig, voor de engelen en voor de schepselen der aarde,

dat ik uwe Godheid aanbidt; dat ik mijn wezen, en al wat ik bezit, aan uwe liefde toewijd ; dat ik niets wensch , dan uwe verheerlijking; en dat ik beken, al de weldaden , welke ik van den hemel ontvangen heb, aan ü verschuldigd te zijn.

oveuüenking.

le Punt. Jesus Christus is waardig, dat alle schepselen Hem erkennen, uit hoofde der eindelooze uitmuntendheid van zijn persoon, omdat Hij God is,

gelijk zijn Vader, uit wien Hij van alle eeuwigheid is geboren, en de Vader Hem t in zijne geboorte, zijne eigene Godheid,

zijne macht en al zijne volmaaktheden heeft medegedeeld.

2e Punt. Jesus Christus is onze liefde waardig, omdat Hij het einde aller dingen is. God den Vader heeft den mensch slechts het wezen gegeven, opdat hij de heerlijkheid van zijnen heiligen Naam zou loven.

-ocr page 17-

13

OEFENING.

Een levendig geloof voeden in liet geheim van het II. Sacrament des Altaars. Zich doordringen van zijne voortreffelijkheid , opdat het aandenken aan hetzelve alleen ons van eerbied vervulle. Zich nooit in zijne tegenwoordigheid stellen, dan van eene heilige vrees en eene godsdienstige sidderi ng doordrongen.

GEBED.

Ik erken U voor mijnen God, o mijn aanbiddelijke Jesus ! maar doe mij, smeek ik U, de kracht uwer Godheid gevoelen. Verander mij in U, en maak van mijn hart eenen uwer waardigen tempel. Verlicht mij door het licht uwer wijsheid. Ach! gedoog niet, Heer, dat de stormwinden des onweders mij ver van U verwijderen en mij in den afgrond der zonde nederstorten. Ondersteun mijne zwakheid, opdat ik niets beminne, noch aanbidde dan U; doe mij eindelijk de onsterfelijke kroon verdienen, welke Gij mij in den hemel bereidt. Amen.

-ocr page 18-

14

Derde Dag. i^:êlt;EgÜlt;l#%lgt;8ii^

Hij heeft zijne woning in de zon gesteld.

(Ps. XVIII: 6.)

Heerlijke Zon, ik ontwaar ü op den troon uwer majesteit. Gedoog, dat ik heden uwen luister beschouwe, en uw scliitterend en glansrijk licht geniete. Uwe woning is glinsterend van de stralen uwer Godheid. De toevallige wolk, die zou schijnen uw licht te moeten verduisteren , verzwakt er den glans niet van. Mijn geloof vindt ü daar even zoo glansrijk, als Gij het zijt in den hemel, omringd van de hemelsche geesten. Gelijk een heldere dageraad brengt Gij, door de kracht dezer geheimenis. eenen helderen en zuiveren dag in het heelal voort! Door haar licht deelt de aarde voorloopig in het geluk des hemels mede; zij geniet eindelijk eenen dag, die de akelige duisternissen doet verdwijnen en door geenen nacht gevolgd wordt. Uwe tegenwoordigheid op het altaar verzacht de smarten des levens eu maakt eenen eeuwigen dag voor de ziel, die ü aanbidt, dewijl Gij ons nimmer verlaat.

Gy zijt het, goddelijke Zon, welke de hoogste Wijsheid in den schoot der

-ocr page 19-

15

Kerk gelaten hebt, opdat Gij door uw licht en uwe kracht voorzittet hij de verrichting van al onze werken: bewonderenswaardig wonder! De glans, die uit dit geheim ontspringt, werkt in de geestelijke, even als de zon in de gevoelige wereld.

De zon verwarmt het heelal door de brandende hitte barer stralen; zij is als het hart der gansche natuur, dat de warmte en de beweging mededeelt. Zoo ook Gij, goddelijke Jesus, Gij verwarmt alle menschen door den brand uwer liefde. Gij zijt het hart der Kerk, immers Gij geeft aan al hare leden de beweging en het leven.

De zon is, volgens het gevoelen van sommige geleerden, een oceaan van vuur, in welken eeue soort van onophoudelijke koking is, gelijk eene ebbe en vloed van vlammen. Zij stort, zonder ophouden, haar vuur en licht over de andere sterren uit, en deze zenden het haar daarna weder, als om er haar eene hulde en opdracht mede te doen. Ontwaart de ziel, die overweegt wat er in het geheim des Altaars geschiedt, er ook niet een oceaan van goddelijk vuur, dat, om zoo te spreken, altoos kookt, even als eene

-ocr page 20-

16

ebbe en vloed steeds in beweging is, en onophoudelijk zijne vlammen verspreidt over de sterren der Kerk, om die te verlichten, te ontsteken , en zijne kracht mede te deelen ? En deze geheimzinnige sterren zenden aan hetzelve ook haar licht en haar vuur weder, door eene wederkeerige liefde. Ach, hoezeer zijn de schepselen, die ü, te midden van zoo veel licht, niet zien, beklagenswaardig ! Behoed mij van dit ongeluk.

overdenking.

1° Punt. Daar God de waarheid is, zoo is Hij ook het licht, dat onzen geest verlicht. Hij is, in het heilige Sacrament des Altaars, de sterkte van alles en het licht der geestelijke wereld. Hij verlicht tevens de Engelen en de menschen.

2e Punt. Jesus Christus heeft, door de geheimen der menschwording en des Altaars, de duisternissen van den geest doen verdwijnen.

oefening.

Aan Jesus vragen, dat Hij onze zielen verlichte, opdat wij de wellusten

-ocr page 21-

17

van het allerheiligste Sacrament des Altaars beter zouden smaken, en de onmetelijkheid zijner liefde en barmhartigheid zouden begrijpen. Hem bidden, dat Hij, als zijnde de zon der rechtvaardigheid, zijn licht zoude uitstorten over de ongelukkige Christenen, welke de duivel verleid heeft, en die in de duisternissen begraven liggen.

GEBED.

Ach! Heer, laat één vonkje uwer liefde ontsnappen; dat het in mijne ziel door-dringe, die kwijnt als eene jonge plant, die niet besproeid wordt. Vergun mij eene dier sterren van uwe Kerk te worden , opdat ik het geluk moge smaken van uwe stralen weêr te kaatsen. Alsdan zal ik mij haasten , het vuur, hetwelk Gij mij zult hebben medegedeeld, tot U weder te zenden. Het zal weder opstijgen tot zijnen oorsprong, om U te zeggen, dat ik niets dan U zal beminnen. Verhoor mijn gebed, o goddelijke Jesus! en verlicht mij in de wegen der zaligheid. Amen.

-ocr page 22-

18

Vierde Dag.

De Heer is groot en boven allen lof verheven.

(Psalm XXVII; 1.)

Ik kom weder aan den voet van uwen troon, Zon van rechtvaardigheid, mijn Opperpriester, mijn geliefde Jesus! Hoe meer ik de uitwerkselen bespeur, welke de zon in de natuur voorbrengt, des te meer ik vind, dat het aanbiddelijk geheim van uw Lichaam en van uw Bloed denzelfden invloed op ons hart en op onzen geest uitoefenen.

De zon geeft de vruchtbaarheid aan de aarde en aan de zee; zij doet de eene tallooze menigte van heilzame planten en van dieren, en de andere alle soort van visschen voortbrengen; zij bevat, als het ware, de levendmakende kracht van al wat leven bezit; hare stralen deelen deze kracht aan de stof mede, i om er levende lichamen van te maken. En Gij, goddelijke Jesus, ofschoon vernietigd in het Sacrament uwer liefde, scheukt niettemin de vruchtbaarheid aan onze zielen; Gij doet haar heilige daden en levendmakende werken voortbrengen; de levendmakende kracht, die het leven geeft aan al wat wij verrichten, is

-ocr page 23-

19

besloten in uw aanbiddelijk Lichaam en in uw dierbaar Bloed; en Gij stort die in onze harten uit, door de heilige Communie, opdat al onze werken levende werken zouden zijn.

De zon trekt de dampen der aarde op, en verheft die tot de hoogste hemelstreken , alwaar zij die doordringt en door hare stralen versiert. De heilige Schrift vergelijkt \'s menschen leven met een damp, met een rook; maar Gij verheft dien damp, goddelijke Jesus, door de kracht uwer Sacramenten, boven al wat gevoelig is; Gij vervult hem met den glans uwer stralen, en maakt er eene schitterende kroon van.

De zon brengt, door de kracht harer stralen, in de ingewanden der aarde, het goud, het zilver en andere metalen , de diamanten, den robyn en de andere edelgesteenten voort; en Gij, o mijn Jesus! brengt, door de kracht van dit geheim, in onze zielen voort het goud der liefde, het zilver der zuiverheid, den robyn der vurigheid, de diamanten der sterkte, de metalen en edelgesteenten van al de andere deugden

De zon, eindelijk , is de vreugd, de verheerlijking, het leven en het geluk

-ocr page 24-

20

der gansche natuur. Alles verblijdt zich, alles bloeit, alles ademt, wanneer zij verschijnt; maar alles wordt treurig, alles verwelkt, alles sterft, alles gaat te niet, wanneer zij verdwijnt. Bij haar opkomen ontluikt de bloem, om de eerste stralen in haren kelk te ontvangen, maar wanneer zij ondergaat, buigt de bloem droevig neder, als bezwijkende onder het gewicht der verdrukking. Ook Gij, Heer, zijt de vreugd, de roem, het leven en het heil onzer zielen. Het is door zich met U te vereenigen, dat zij leven, dat zij met weldaden overladen en gelukkig worden. Eu het is door zich vau U te verwijderen, dat zij in droefheid , in armoede en in ellende vervallen.

Gelijk de bloem des velds, zal ik den kelk van mijn hart openen, om er de eerste stralen uwer rechtvaardigheid in te ontvangen; en minder kortstondig dan de bloem, zal mijn hart, door uwe genade, zijn geluk langen tijd genieten.

overdenking.

le Punt. Door de heilige Communie wordt de mensch ingelijfd in Jesus Christus ; God vereenigt zich met zijn schepsel. Onuitsprekelijke werking zijner liefde!

-ocr page 25-

21

2e Punt. Het heilig Sacrament des Altaars is de vertroosting en de sterkte der Christeneu. Het is even zeer een krachtig hulpmiddel voor de zieken, als een voedzaam vleesch voor de gezonden; even zeer eene melk voor de kinderen, als een krachtig voedsel voor de sterken.

oefening.

Steeds denken aan de liefde, welke God ons in het allerheiligste Sacrament des Altaars bewijst; zich waardig maken van hetzelve dikwijls te ontvangen.

gebed.

Zie mij hier voor uw tabernakel neder-geworpen, o mijn Jesus; werp, bid ik U, een gunstigen blik op mij. Ik aanzie my als een killen grond, met duisternissen overdekt, die de kracht niet heeft om iets voort te brengen. Ik beschouw mij als een boom, welken een worm in zijnen wortel doorknaagd heeft, en die noch sap, noch kracht bezit om vruchten te dragen. Ik kom mij dan hier aan uwe weldoende stralen blootstellen, o goddelijke Zon! opdat Gij den grond

-ocr page 26-

22

mijner ziel gelieft te verwarmen, en haar de bloemen aller deugden te doen voortbrengen. Bloeit dan in mijn hart en verspreidt eenen aangenamen geur, o bevallige bloemen aller deugden: maakt mij der liefde van Jesus Christus en der vergelding, welke Hij zijn kinderen bereidt, waardig. Amen.

Vijfde Dag.

De liefde van Christus drijft ons

(II Cor. V : 14.)

De liefde, welke Gij mij in het aanbiddelijk geheim des Altaars bewijst, drijft mij, o goddelijke Jesus! Ja, zij dwingt mij, ik kan niet wederstaan aan de kracht dier liefde, en ik kom U blijken geven van de mijne. Kan mijn hart ongevoelig blijven, o mijn teedere Meester! wanneer het uwe eindelooze heiligheid, uwe eindelooze goedheid, uwe eindelooze liefde beschouwt? O neen, ik kan niet begrijpen, o Jesus, ik zal nimmer kunnen begrypen, hoe een God van eindelooze Majesteit met zoo veel vurigheid een zoo gering, zoo verachtelijk schepsel, als ik ben, kan beminnen.

-ocr page 27-

23

Ik ben beschaamd, Heer, wanneer ik de onwaardigheid van den persoon, welken Gij bemint, nadenk. Zoo hij niets had dan de geringheid zijner afkomst, zijne armoede en zijne nietigheid, die hem uwerteedere opzoekingen onwaardig maakten, zou ik over uwen uitersten ijver en aandrang niet zoo verwonderd zijn; maar met hoevele onvolmaaktheden heeft hij zich, in deu loop zijns levens, niet bezoedeld! Hij is een ondankbare, een trouwelooze, een ongelukkige, die zich gewenteld heeft in het slijk der misdaad, die U duizende beleedigingen heeft aangedaan. Helaas! minnelijke Jesus, hoe kunt Gij hem beminnen, die aan zoovele misdaden schuldig is, Gij die, de heiligheid zelve zijnde, een ein-deloozen gruwel van de zonde hebt ? Hoe zult Gij, de gerechtigheid zelve, de ongerechtigheid kunnen verdragen, een onrein schepsel kunnen beminnen ? Gij moet, ongetwijfeld, de beweegredenen uwer liefde in ü zeiven nemen, dewijl Gij niets in ons vindt, dat dezelve kan verdienen.

Wel hoe! Gij werkt eene tallooze hoeveelheid wonderwerken uit, welke de natuur nimmer zag, om alzoo tot

-ocr page 28-

24

mg te komen, ten einde my, in dit droevig ballingschap, te vertroosten. Wel hoe! Gij daalt neder op onze altaren, niet zoo zeer om aldaar aanbeden te worden, dan om mij de behulpzame hand toe te reiken, ten einde mij uit den diepen afgrond van ellende te trekken, waarin de vijand mijner ziel mij onophoudelijk poogt neêr te storten. O Jesus, ik vind geene woorden om mijne bewondering uit te drukken. Deze vermeerdert nog, wanneer ik denk, dat Gij niet komt om ons kortstondige en voorbijgaande bezoeken te geven, noch om slechts eenige dagen op deze wereld, uwer zoo onwaardig, te verblijven, maar om er altoos te blijven, ten einde onophoudelijk met de menschen te zijn. O, welke overmaat van geluk, dat een God, aan wien ik zoo nutteloos ben, en die in zich-zelven het hoogste geluk vindt, mij niet een oogenblik wil verlaten , en dat Hij, terwijl ik zijne tegenwoordigheid vlucht, of mij bij Hem schijn te vervelen, nogtans zijne wellusten en zijn geluk stelt, in met mij te wezen! Ach, dit is nog een geheim, een geheim van liefde, wat het menschelijk verstand nimmer zal begrepen.

-ocr page 29-

25

overdenking.

1° Pünt. De liefde van God voor de menschen is grenzeloos. Het Sacrament des Altaars is er het onderpand van. Het herinnert ons aan zijne barmhartigheid en aan zijne macht.

2e Punt, God vermenigvuldigt zijne tegenwoordigheid in het oneindige in het allerheiligste Sacrament des Altaars, ten einde zich overal tegenwoordig te stellen, waar er menschen zijn, om hun steun en hunne vertroosting te wezen: welke overmaat van goedheid!

oefening.

Gestadig van eene hemelsche vlam branden voor Jesus, in het H. Sacrament zijner liefde verborgen, en eene teedere dankbaarheid koesteren voor de goedheden welke Hij ons bewijst.

gebed.

_ O God van liefde en heiligheid, maak, bid ik ü, dat mijne liefde tot U, al de kenmerken hebbe van die welke Gij mij toedraagt, en dat het eene reine liefde zij, die mij vernietigt, eene liefde

2

-ocr page 30-

26

die mij van de aardsche genegenheden onthecht, eene liefde die mij opwekt om alles te doen, alles te lijden voor uwe verheerlijking. Amen.

Zesde Dag.

Hij wilde onze broeder worden.

tH. Joannes Chrysost.)

Het is uwe liefde voor den mensch. Heer, die ü van uwen troon deed nederdalen , om ü in eene soort van slavernij te stellen Gij hebt U zeiven vernietigd, ten einde U onzen broeder te kunnen noemen, en ons, door uwe vernederingen , tot het toppunt der grootheid te kunnen verheffen. Uwe liefde zou niet voldaan zijn, zoo Gij al uwe schatten aan uw schepsel niet mededeeldet. Ja, Heer Jesus, Gij geeft aan hetzelve, in het algemeen, al wat Gij bezit. Gij geeft het uw Lichaam, uw Bloed, uwe Ziel, uwen aanbiddelijken Persoon, uwe Godheid, uwen arbeid, uwe verdiensten, uw rijk, in één woord, al wat Gij bezit. Ach! hoe verschillend is uwe liefde van de onze, aangezien, wanneer wij aan onze ongelukkige broeders geven, het altoos slechts weinig, dikwijls nutteloos

-ocr page 31-

27

* is) en hetgeen wij zeiven niet meer noodig hebben, en menigwerf zelfs wij er spijt van hebben na het gegeven te hebben! Zoo is het niet in het geheim uwer liefde! Gij geeft ü daar in het oneindige, Gij wederhoudt U daar zelfs

0 niet hetgeen U het dierbaarst is. De behoeftige, de slaaf, een ieder heeft recht en aanspraak op uwe weldaden gekregen; Gij noemt ze allen uwe kinderen , uwe broeders, en overlaadt hen allen, zonder maat en zonder palen, met uwe hemelsche gaven. Welk wonder van liefde en goedheid!

O mijn Jesus! vriend mijner ziel, tot welke overmaat brengt Gij de liefde, welke Gij uw schepsel toedraagt! Ts het mogelijk. Heer, dat Gij zulke wonderen uitwerkt ten voordeele van een zwak en :• ellendig wezen als ik! En wat zoudt Gij meer kunnen doen voor eenen God, zoo het mogelijk ware, dat er een an-Y dere bestond, dan Gij? Zoudt Gij uwe j vernietiging verder kunnen uitstrekken ?

Zoudt Gij ü aan onwaardigere behan-| delingen, aan meer grievende versma-

1 dingen kunnen onderwerpen, dan die l welke Gij toestemt, uit liefde tot mij

te ondergaan ?

-ocr page 32-

28

Wel hoe, mijn God, had Gij niet j, reeds genoeg voor mij gedaan, wanneer Gij, voor mijn nut en heil, den hemel, de aarde, de zee en al de wonderen,

welke zij bevatten, geschapen hadt? 1 Hadt Gij mij geene rijke geschenken genoeg gegeven, wanneer Gij mij alles ! wat hier beneden is, gegeven, mij koning gekroond hadt van de schepping, en uwe Engelen geboden van mij te dienen, van aan mijne zijde te waken en mij overal te vergezellen? Hadt Gij U voor mij niet genoeg vernietigd en ontbloot,

toen Gij vau den hemel afdaaldet en uwe Godheid in het geheim der mensch-wording onder de menschelijke natuur verborgen hieldt ? Hadt Gij, eindelijk,

niet genoeg geleden voor mijne zaligheid , gedurende uwen pijnlijken levensloop, en vooral in uwen dood? Ach! Heer, mijn verstand wordt verbijsterd en verliest zich, wanneer ik uwe grootheden beschouw, en mijne ziel valt in bezwijming voor een zoo groot liefdewonder.

overdenking.

ie punt. God heeft ons tot den dood toe bemind. Niet tevreden met voor

-ocr page 33-

29

onze zondeu gestorven te zijn, wil Hij nog in ons midden verblijven, ten einde dagelijks ons voedsel te worden.

2e Punt. Ongeluk van eene dwaze ziel, die deze weldaden niet naar waarde weet te schatten. Zij sterft zoo als zij geleefd heeft, in de onverschilligheid.

oefening.

Dikwijls het lijden en den dood van onzen Zaligmaker overwegen, ons opwekken tot het berouw over onze fouten, opdat onze ziel, van hare ongerechtigheden gezuiverd, den prijs onzer verlossing diep gevoele, en de bevalligheden der liefde van Jesus smake.

gebed.

Raak mijn hart, goddelijke Jesus, en maak, dat het bereid zij om alles op te offeren, om uwe liefde te verwerven. Ach! Heer, Gij hebt, als het ware, uwe macht uitgeput, om mij tot U te trekken. Och! hoe ondankbaar zou ik zijn, zoo ik de ooren sloot voor uwe teedere stem, die mij roept! Ik kom tot ü. Heer; ik wil niets meer beminnen dan U; maak, dat mijne ziel de uitwerkselen uwer liefde meer en meer gevoele. Amen.

-ocr page 34-

30

i\'

S^^gg^gflgmevende Dag.mmiwm

Mijn zoon, geef mij uw hart.

(Spreuken XXIII. 26.)

Hoe zou ik, o mijn beminnelijke Jesus! ^ aan de pogingen en de hevigheid uwer liefde kunnen weerstaan! hoe zou ik kunnen nalaten, een zoo beminnenswaar- 0 dig voorwerp, als U, te beminnen! Men zou of geen hart moeten hebben, of killiger moeten zijn dan het marmer, harder dan hei diamant, om tot zulke ondankbaarheid te kunnen komen. Ach! zoo datgene wat de geringste der men-schen voor mij gedaan zou hebben, slechts de schaduw kon zijn van hetgene Gij voor mij in uw aanbiddelijk Geheim doet, zou ik mij zekerlijk niet kunnen weerhouden van hem te beminnen. Hoe groot moet dan mijne liefde en mijne erkentenis jegens U wezen, die de Meester ^ der wereld en de Koning der gansche natuur zijt! En zoo Gij, ondanks zijn niet, zijne onwaardigheid en zijn ondankbaarheden, een zwak wezen, dat niets voor U gedaan heeft, met zooveel vurigheid bemint, wat moet het dan voor U niet doen, wanneer Gij het door de banden uwer liefde kluistert? Wat mij ,

-ocr page 35-

31

betreft, Heer, ik bewonder eu aanbid ü uit den grond van mijn hart. Engelen en gelukzaligen des hemels, en gij allen, rechtvaardigen der aarde, helpt mij mijnen teederen Meester beminnen. Leent mij uwe vurigheid, opdat ik Hem meer verheerlijke en beminne. Ja, Heer, ik wijd U al de genegenheden, al de krachten mijner ziel toe. Waarom kan ik mijne liefde niet tot in het eindelooze vermeerderen, om aan de oneindige liefde, welke Jesus mij in het aanbiddelijk Geheim van zijn H. Lichaam en Bloed betoont, te beantwoorden! Mijne ziel, verootmoedigd door hare machteloosheid, o mijn God! biedt U de reine en steeds vlammende liefde aan der Engelen, die ü hier, in dit H. Sacrament, bijstaan, die van uw goddelijk Hart, die van den heiligen Geest, het vuur der liefde zelve, die welke uw Vader U toegedragen

O O ^

heeft en die welke Gij zelf in de eenheid der aanbiddelijke Drievuldigheid hebt. Ach! laat eenige vonken van dat heilig vuur, dat U verslond, afdalen. Er zou slechts een weinig noodig zjjn om het heelal te ontsteken. Laat dan toe. Heer, dat eene enkele straal van liefdevuur in mijn hart schittere; zjj zal toereikend

-ocr page 36-

32

zijn om het te doen ontvlammen. Maar waarom gevoelen de menschen de wonderbare uitwerkselen uwer liefde niet? Helaas! aanbiddelijke Jesus, het is, omdat zij er zich telkens onwaardiger van maken.

oveedknking.

le Punt. God heeft onze liefde niet noodig. Hij is in het allerheiligste Sacrament des Altaars om ons de zyne te bewijzen. Onmetelijke liefde in haar zelve en in hare uitwerkselen; gelukkig de zondaar, die dezelve kan overwegen.

2e. Punt. De mensch is niets uit zich zeiven. Het zijn slechts zijne betrekkingen met God, die hem veredelen. Welk ongeluk voor hem die zijne afhankelijkheid vergeet en die, in zijnen hoogmoed, zijnen Schepper niet gedenkt!

oefening.

Overdenk de barmhartigheid van Jesus Christus, die op de wereld is gekomen om ons de liefde Gods te betuigen, zijne grootheden te openbaren, en ons den weg te toonen, die tot het ware geluk geleidt. Aanbid ootmoedig zijne macht,

-ocr page 37-

33

die, om de aarde met den Hemel te verzoenen, zoo vele wonderen heeft uitgewerkt.

GEBED.

O mijn Jesus! maak dat ik IT met al de vurigheid en al de volmaaktheid beminne, waarvoor ik vatbaar ben; dat al de oogenblikken vaa mijn bestaan toegewijd zijn aan ü te zegenen en te loven. O dierbaar voorwerp mijner ziel! ik bemin ü; maar waarom kan ik ü niet met nog meerdere vurigheid beminnen ! Gewaardig ü, o teedere Meester! in mijn hart een weinig van die liefde te storten, die uw goddelijk Hart verslindt. Amen.

Achtste Dag.mm8^1lt;^

Mijne ziel put zich uit in verlangens en valt in bezwijming, in het voorplein van het heiligdom des Heeren. (Ps.LXXXIII. 1.)

Zie, ik sta thans voor U, o lieve Jesus! ik bied U mijn hart aan, opdat Gij er al de hoeveelheid der liefde in stortet, welke Gij mij, tot erkentenis van de uwe en van al uwe weldaden,

-ocr page 38-

34

vraagt. En waarom, o mijn Zaligmaker! waarom bewijst Gij mij meerder goed, dan ik zou kunnen erkennen? of waarom, zoo Gij milddadig wilt zijn in uwe weldaden , geeft Gij mij geen hart gevoelig, vlammend genoeg om ü al de plichten eener volmaakte en levendige dankbaarheid te betuigen? Ach! ik sterf, minnelijke Meester, door het verlangen van U mijne verschuldigde erkentenis te be-

toonen____ Waarom, ik herhaal het,

wijl het eene behoefte is voor mijn hart, waarom, zeg ik, heb ik geene onmetelijke en eindelooze liefde, ten einde uwe weldaden, die onpeilbaar en eindeloos zijn, waardig te erkennen? Ik gevoel, ia mija binnenste, een zoo vurig verlangen om U te beminnen, dat ik daaraan niet kan voldoen, hoe levendig de vurigheid mijner liefde ook zij. O! hoe menigmaal heb ik vurig gewenscht, dat al de schepselen der wereld in Sera-phynen konden veranderd worden, om (J volmaakter te beminnen! Waarom verstaan de menschen elkander niet onderling, om een groot brandoffer te maken, dat eeuwig in de vlammen der liefde, ter verheerlijking van uwen heiligen Naam, zou verslonden worden?

-ocr page 39-

85

Gij waart, o mijn God! het heilige vuur uwer liefde, door uwe mensch-wording, op de aarde komen brengen; Gij hebt begonnen hetzelve, door uwe woorden, in de harten der menschen te ontsteken, even zeer als door uwe voorbeelden, door uwe weldaden en door uw lijden. Maar ik mag zeggen, dat Gij die lietde, in het Geheim des Altaars, door uwe liefde zelve doet blaken. Gij komt, door de heilige Communie in onze harten, als een verslindend vuur, om die door den heiligen brand uwer liefde te vernietigen. En nogtlians, hoe

O o \'

menigwerf zijn wij aan die heilige tafel komen nederzitten, en zyn wij er van wedergekeerd met een ijskoud hart, terwijl wij van uwe liefde hadden moeten blaken, als bezittende , in ons binnenste, dat heilige vuur, hetwelk, in den Hemel, al de gelukzaligen door den brand uwer liefde ontsteekt! Ach! zoo het anders is, is dit omdat onze harten, wanneer zij U ontvangen, niet genoeg bereid zjjn. Ons geloof is niet levendig genoeg, en wij veronachtzamen, U hetzelve te vragen.

-ocr page 40-

86

overdenking.

Ie Punt. Het Geloof is de heilzame fakkel, die aaa de oogen van den Christen de grootheden en de weldaden des Heeren ontdekt, en hem ook zijnen Schepper doet beminnen.

2e Punt. Het Geloof is eene gave Gods. Het herschept den mensch, geeft hem de noodige sterkte, om den viiand zyner zaligheid te bestrijden. Het is de troost der bedrukten, de hoop der ongelukkigen.

oefening.

Aan God de gaaf des Geloofs vragen; hetzelve beoefenen; bidden voor hen die het verloren hebben, opdat zij tot het licht mogen wederkeeren. Bidden voor deszelfs voortplanting, opdat het moge doordringen bij de volkeren die het geluk nog niet hebben God te kennen. Den Heer vooral bidden, dat Hij het in Europa, en vooral in ons vaderland, gelieve uit te breiden.

gebed,

Verlevendig mijn Geloof, Heer want nimmer zal het levendig genoeg zgn,

-ocr page 41-

37

zoo lang ik liier op aarde zal leven. Vermeerder het, bid ik ü, opdat ik het geluk van U te beminnen en te dienen meer en meer moge smaken. Ontsteek die heilzame fakkel in de harten aller menschen, waarin zij in gevaar is van uitgedoofd te worden; ontsteek ze over het gansche wereldrond, opdat alle volkeren ü leeren kennen en zegenen. A.

Schep in Mij, Heer, een zuiver hart.

(Ps. L. 11.)

Ach, Heer! zoo uwe liefde een geheim is, dan is ook de ondankbaarheid der menschen er een voor mij. Ik kan niet begrijpen, dat het schepsel in uwe tegenwoordigheid verschijnt, aan den voet uwer altaren, zonder zich plotselings door uwe liefde ontstoken te gevoelen. Nieuw Sinaï, uw altaar is gelijk de heilige berg, op welken God in eene wolk, geheel glinsterend van vuur en bliksems, verscheen. Gij maakt aldaar als een brandend fornuis, waaruit aanhoudend vuur en vlammen opstijgen, welke gelukkig diegenen ontsteken en ver-

-ocr page 42-

38

sliadea welke zij daar rondom geschaard vinden. Maar Gij zucht, Heer! weihoe! het is de mensch zelf die palen stelt aan uwe liefde. Hij heeft zijne ziel bezoedeld, en het is daarom dat Gij haar niet meer kunt bezoeken, noch tot haar spreken; daar Gij, zuiver en volmaakt zijnde, geene betrekking noch omgang; met een onrein wezen kunt

c5 O ....

hebben. Heer! reinig mij dan meer en meer; zie, ik bevind mij thans in uwe tegenwoordigheid, o teedere Meester!

O o \'

ik betracht niets dan van uw heilig vuur te blaken en door hetzelve verslonden te worden. Laat dan, smeek ik U, uit het diepste van uw hart een straal van dat heilige vuur ontsnappen, opdat het mij verteere en verslinde. 0 liefde! o liefde die steeds vlamt, nimmer uitgedoofd wordt in de verholenheid van dit Geheim! Wanneer zal ik het geluk genieten van door uw goddelijk vuur te branden? Dit is mijn innig verlangen , en ik wil niets anders wenschen in deze wereld; en waarom laat Gij mij kwijnen en verdorren, in de afwachting van datgene wat ik zoo vurig verlang? Ik sterf van verlangen om een zoo beminnelijk voorwerp vurig te beminnen;

-ocr page 43-

39

zend dan, o mijn Jesus! zend uwen H. Geest in mijn hart, die dat heilige vuur is, hetwelk uit het uwe komt, opdat Hij mij met de volheid zijner liefde vervulle. Ach, waarom kan ik. Heer, niet in uw Hart treden, alwaar de volheid van den goddelijken Geest heerscht, en mij, als het ware, in dat vuur werpen, om daarin levendig verslonden te worden? Ik treed hetzelve, in den geest, binnen, o Jesus! en ik dompel mij daar in, door de wenscheu van mijn hart. Ik wil altoos in dat goddelijk Hart verblijven, en het nimmer meer verlaten.

overdenking.

1® Punt. De barmhartigheid is ongetwijfeld eindeloos, maar zij zal voor de menschen slechts eenen tijd duren. God is nu in het midden van ons, als een lam; Hij richt niets tot ons dan liefdewoorden; maar wellicht is de dag niet ver verwijderd, waarop Hij, als een vreeselijke Rechter, die geen gehoor zal geven, dan aan zijne rechtvaardigheid , tot ons zal spreken.

2e Punt. De genade Gods blijft nooit zonder uitwerking: of zij maakt ons zalig, of zij veroordeelt ons; alzoo klim-

-ocr page 44-

40

men al de genaden, waaraan de Christenen wederstaan, wederom op tot den troon van God, om getuigenis van hunne bedorvenheid te geven.

OEFENING.

Voordeel doen met de dagen van genade, welke God ons vergunt om boetvaardigheid te plegen. Ons geweten zuiveren van de minste vlekken. Getrouw beantwoorden aan de genade, welke God ons verleent, ten einde onze zaligheid te voltrekken, en ons een gunstigen Rechter voor te beschikken.

GEBED.

Maak, Heer, dat het vurigste verlangen mijns harten zij, van mijn leven aan den voet uwer altaren te eindigen, en van aldaar, in uwe tegenwoordigheid , van liefde te sterven. Doe mij de genade, van al de goede bewegingen, welke Gij in mijn hart zult doen ontstaan , krachtdadig te volgen. Lam Gods, ik aanbid ü, wees voor mij een waar zoenoffer. Maak, dat ik, op aarde, volgens den Wil van God leve, opdat ik in Hem eenen gunstigen Rechter vinde voor de eeuwigheid. Amen.

-ocr page 45-

41

Tiende Dag.

Verheugt Ü met Mij, omdat ik het schaap, dat verloren was, wedergevonden heb. (Lucas XV. 6.)

O Herder mijner ziel! die dit arm schaap zoo lang achtervolgd hebt, ik kom mij nog voor uwe voeten neder-werpen. Aanhoor gunstig het geroep mijner ziel. Trek haar, Heer, uit hare dwalingen; laat haar niet over aan de woede der wolven, die haar zoeken te verslinden.

Ongelukkig schaap, hoe menigwerf heb ik mijnen minnelijken Herder verlaten , om elders andere weiden te gaan zoeken! maar helaas! ik heb overal niets gevonden dan distels en doornen, overal droefheid en bitterheid. Ik heb, door mijne ondervinding, geleerd, dat er geen waar geluk bestaat, dan bij Hem. Ook heb ik de vreemde herders verlaten, die mij verleid hadden, om my nimmer meer van Diengene te scheiden die alleen mijn geluk uitmaakt.

Welaan! mijne ziel, verhef u op de vleugelen des gebeds, verhef u tot zijnen troon, zijne goedheid is grenzeloos. Hij zal mijne zwakheid inzien, en mijne vroegere afwijkingen vergeten. Die tee-

-ocr page 46-

42

dere Vader zal mij onder zijne schapen ontvangen; Hij zal mijne wonden lieelen, en mij een duurzaam voedsel geven. Ja, Heer, liet is alzoo, dat Gij uwe barmhartigheid op aarde uitoefent. Gij stelt alle middelen in het werk, om het schepsel tegen de vreeselijke oordeelen uwer rechtvaardigheid te beveiligen. Ontferm U mijner, mijn goddelijke Jesus, en gewaardig U, mij voor die gunstige vierschaar nu te oordeelen, opdat uwe rechtvaardigheid, wanneer haar dag zal gekomen zijn, niets meer te oordeelen vinde. Ach! ik wensch, gelijk de H. Bernardus, reeds geoordeeld te zijn, wanneer ik voor dien rechterstoel zal verschijnen , opdat ik alsdan geen vonnis te wachten hebbe.

Wel! ik ga hier, in uwe wezenlijke tegenwoordigheid, zelf de bediening van beschuldiger, tegen mij zeiven, uitoefenen , om alzoo uwe barmhartigheid gelegenheid te geven, eene gunstige uitspraak te doen. Ik beken, dat ik aan tallooze misdaden, die de hel verdienden, plichtig ben. Mijn geest vleit zich menigmaal in begoochelingen en houdt zich met misdadige gedachten bezig; mijn hart koestert, ondanks uwe

-ocr page 47-

43

genade, schuldige verlangens. Mijne tong wordt dikwijls met woorden bezoedeld, die in staat zijn om schuldelooze en reine zielen te vergiftigen en te besmetten; ik vind schier, in mijn geheel leven, niet één werk, niet één gedacht, niet één woord, dat vrij van zonden is; hoe menigmaal heb ik uwe verlichtingen en uwe inspraken misbruikt, hoe menigwerf aan uwe genade wederstaan, en niet slechts nuttelooze, lichtzinnige, maar zelfs weinig liefderijke woorden gesproken? Ik ben des te misdadiger, daar ik het kwaad, waaraan ik mij overgeef, beter ken. Ach ! ik beken, dat het een oneindig wonder is, dat Gij mij niet duizendmaal in de afgronden der hel hebt nedergestort. Maar, Heer, ik verfoei al mijne zonden, en ik kom die, voor uw verheven en eerbiedwaardig Sacrament, beweenen. Ik ben ziek, geef mij het leven weder, dat mij ontvlucht.

overdenking.

le Punt. De oordeelen Gods zijn verschrikkelijk, dewijl het vonnis, dat er geveld wordt, eeuwig is.

2e Punt. Eene goede biecht stelt ons gerust tegen de oordeelen Gods, en geeft ons tevens den vrede der ziel.

-ocr page 48-

44

OEFENING.

Zich dikwijls opwekkeu tot een waalleed wezen over zijne fouten, en die in de bitterheid zijner ziel overdenken.

GEBED.

Reinig mijn hart en mijne ingewanden , o goddelijke Herder! opdat ik de goddelijke spijs moge smaken, welke Gij mij in het allerheiligste Sacrament des Altaars bereidt. Maak mij dit Sacrament waardig. Dat het voor mij het onderpand mijner eeuwige zaligheid zij. Atnen.

Elfde Dag.

Ziehier het Lam Gods, ziehier Dengene die de zonden der wereld wegneemt.

(Joannes I. 29.)

Mijne ziel, aanbid nog heden hier den Koning der hemelen. Beschouw dien Vader der barmhartigheid. Hij stelt zijnen roem, niet in de misdaden te straffen, maar in ze te vergeven; de zachtmoedigheid en de goedheid zijn zijne eigenaardige kenmerken. De plich-tigste, de grootste zondaar nam nooit.

-ocr page 49-

45

met een oprecht berouw over zijne misdaden, zijnen toevlucht tot U, o mijn God! zonder genade en vergifpenis te verwerven. Ja, het is het Lam Gods, hetwelk ik aanschouw, het is het Lam, dat de zonden der wereld wegneemt. Ach! Gij zijt daar op het Altaar, om er de bediening uit te oefenen van middelaar en priester, om ons te verzoenen met uwen Vader : ik kom mij in de armen uwer barmhartigheid werpen, opdat Gij U gewaardiget, mij geheel in de vriendschap van mijnen God te herstellen; want Gij weet het, mijn Jesus, het is slechts door uwe verdiensten, dat wij van onze misdaden en onvolmaaktheden kunnen gezuiverd worden. Ik kom dan tot U, o mijn Zaligmaker, om U de vergeving mijner voorgaande boosheden te vragen, en om ü te smee-ken, het vonnis van mijn ontslag, van het hoogste van uwen troon, van in uw allerheiligste Sacrament, uit te spreken. Laat my dan de troostvolle woorden hooren, welke Gij eens, gedurende uw sterfelijk leven, in de ooren van eenen lamme deedt klinken: Uwe zonden worden u vergeven [Matth. IX. 2]. Spreek over mij het barmhartige vonnis uit, hetwelk Gij,

-ocr page 50-

46

door den Profeet Isaïas [XL. 2], over Jerusalem , dat is over de boetvaardige ziel, deed uitspreken: Hare misdaad is haar vergeven; of datgene hetwelk Ezechiël [XVni. 22] gelast was over den bekeerden zondaar uit te spreken: Ik zal zijne ongerechtigheden niet meer gedenken.

Opperrechter van het heelal, mijne beenderen worden dor van angst en ijzing, wanneer ik de strengheden uwer rechtvaardigheid overdenk. Treed dan niet, bid ik U , o teedere Meester, treed niet met mij in het oordeel, want ik zou onvermijdelijk door de bliksems uwer gerechtigheid verplet worden; straf mij niet in uwe verbolgenheid, want ik zou zeker vergaan. Ach! vergeef mij, Jesus, Zoon van David, ontferm U mijner; doem mij niet tot den afgrond der hel, want zij die hierin nederdalen, zullen uwen heiligen Naam nimmer loven. En ik, ik verlang, ik wil U gedurende de geheele eeuwigheid zegenen.

ovelldenking.

le Punt. Wij wenschen steeds ons onze zwakheden te ontveinzen; maar wij kunnen die niet ontkennen in de zwakheden van anderen. Wij dragen

-ocr page 51-

47

iu ous zelven al de grondbeginselen hunner zwakheid.

2e Punt. De fouten der grootste verstanden, de val van de minst onvolmaakte zielen, zijn degene die ons meest moeten doen vreezen. Men leert zich van zijne liefde tot het goed mistrouwen , wanneer men zich plichtig gevoelt aan al het kwaad hetwelk men ziet bedrijven.

oeïening.

Onze eigene boosaardigheid verfoeien; zuchten over de menigte en grootheid onzer zonden; aan God met eene levendige en oprechte droefheid vergiffenis van dezelve vragen.

gebed.

Heer, mijn üod, die den dood van den zondaar niet wilt, maar dat hij zich bekeere en leve, ach! ik smeek ü, verwerp mijne bede niet. Laat U door mijne tranen bewegen; ik beween mijne zonden, vergeef mij dezelve, o mijn God! vergeet ze; ik wil er geene meer bedrijven, omdat zij ü mishagen; ik wil voortaan slechts ü alleen beminnen. Amen.

-ocr page 52-

48

Twaalfde Dag.

Een rouwmoedig en vernederd hart zult Gij, o mijn God! niet versmaden. (Ps L. 18)

Mijne tranen vloeien nog, Heer, wanneer ik mijne zonden gedenk. Beschaamd over mijne vorige boosheden, durf ik mijne oogenn iet op het verledene slaan. Welke ondankbaarheid, welke boosheid kon ooit de mijne evenaren! Weent, stort tranen, mijne oogen, om door uwe tranen zoo schandige herinneringen, zoo bezoedelde nagedachtenis uit te wisschen. Wel hoe! ongelukkige als ik ben, ik heb menigmaal, voor een gering en kortstondig vermaak, voor eene ijdele voldoening, mijne ziel aan den duivel overgeleverd, aan het eeuwige rijk der hemelen en aan al de vreugd van het paradijs verzaakt; voor een nietig belang, voor een vergankelijk aardsch genoegen heb ik mij blootgesteld om voor eene eeuwigheid in de verslindendste vlammen gefolterd te worden. O mijn God! kan er iets met zulke verblinding vergeleken worden? Ach! Heer, ik erken eindelijk mijne ellende, en verootmoedig mij daarover in uwe tegenwoordigheid.

Versteend hart, dat, door de tallooze

-ocr page 53-

49

i ongetrouwheden en door de grootste onheilen, welke gij over u getrokken hebt, met ongevoeligheid en onverschilligheid op nvr voorgaande gedrag terug f ziet; hoe lang zult gij in uwe gevoelloosheid volharden? tot wanneer zult j gÜ ongenaakbaar zijn voor de genade? Vergeving, o mijn God! vergeving van al mijne zonden, en meer nog van de schuldige onverschilligheid van mijn hart! sla, Heer, sla, teedere Meester, op die steenrots, verzacht hare hardheid, k en doe er stroomen van tranen uitvloeien. Ik bid ü, dat eene dier stralen, welke U omkransen, in mijn hart afdale; werp slechts één blik op mij, en aldra zal mijne ijskoude ziel verwarmd en veranderd worden. Dat mijne verzuchtingen tot U opstijgen, o mijn Jesus! en uwe gramschap stillen! Levendig en vrucht-gt; baar licht, dat de nieren en harten doordringt, daal neder in de diepste i ( schuilhoeken mijner ziel, en doe haar den gruwel beseffen, welken zij van de zonde moet gevoelen. Ja, ik begrijp nu, dat er geene zedelijke zekerheid is van de zaligheid dan voor die zielen i welke zich, sedert langen tijd, in de gewoonte van een zuiver en schuldeloos

3

I

-ocr page 54-

53

leven gevestigd en versterkt hebben. Helaas! wat is er van dit kostbaar kleed van onschuld geworden, hetwelk Gij mij, Heer, op den eersten dag mijus levens geschonken hadt? ik heb het verloren, maar ik vraag het ü, door mijne tranen, weder.

overdenking.

le Pünt. Wij vinden, in onze zwakheid en broosheid, duizende redenen , om den omgang met de wereld te vluchten; en het is menigmaal door de ondeugden van anderen, dat God ons het verlangen inboezemt van die te vermijden.

2e Pont. Het is schier niet mogelijk, zich van alle gezelschap af te scheiden; maar men vindt altoos oogenblikken om in zich zeiven te treden. Niets moet ons nuttiger en zoeter voorkomen, dan somtijds met ons zeiven alleen te zijn.

oeïening.

Zijne gedachten en zijne verlangens regelen. De wereld vluchten, zoo veel noodzakelijke betrekkingen met haar het ons toelaten. Ons door geene neigingen laten verleiden. Nimmer vergeten, dat het geene plicht kan zijn, van zich aan het verderf bloot te stellen.

-ocr page 55-

51

GEBED.

Heer, mijn God, laat mij de beweegredenen niet uit het oog verliezen, welke Gij mij aanbiedt, om eene liefdevolle inschikkelijkheid te hebben voor de zwakheden van dén evenmensch, door de banden des bloeds en der zamenlevincr. Dat ik in de onderliuge neigingen, plichten en noodwendigheden, die mij in betrekking stellen met alle soorten van geaardheden, steeds aanwezende redenen putte, om allen te verdragen, gelijk zij mij moeten verdragen. Amen.\'

Dertiende Dag. MKEf?lt;ligt;» tg

Mijn God, spaar mij. volgens de menigte uwer barmhartigheden. (II Esdra: XIII. 22.)

De dageraad, door het wederbrengen van den dag, kondigt mij aan, dat Hij die in het hoogste der hemelen woontquot;, zijn zwak schepsel op aarde niet vergeten heeft. Alsdan vereenigen zich alle wezens van het wereldrond, om eenstemmig een lofzang van liefde en dankbaarheid tot den Allerhoogste te zingen ; en gij, mijne ziel, zult gij ongevoelig blijven aan een zoo hartroerend vertoom?

O

-ocr page 56-

52

Neen, mijn God, mijn hart schept te veel behagen in U te loven, om in dit algemeen gevoelen niet te deelen; maar een droevig gedacht drukt mij, en ik kom mijne smart aan uwe voeten uitstorten eu verlichten. De meeste der menschen laten de vurigheid, die hen tot U moest wederbrengen, in hunne ziel uitdooven; zij voeden zich slechts met godslasteringen en ongerechtigheden ; zij beminnen niets dan de duisternissen, en nietige, zondige vermaken. Ach! sta op, Heer, beklim den troon uwer barmhartigheden, want -wij beleven slechte dagen. Eeeds hooren wij, in de verte, het gedruisch van de zamenrottingen der goddeloozen. De bedorvenheid wil de aarde overstroomen, de ongeregeldheid verspreidt zich ten allen kant, en uwe kinderen gaan zich, in hunne zinneloosheid, beneden het redelooze dier verlagen. Reeds beeft de onschuld, de deugd siddert; sta dan op, Heer, kom met de genade, de harten die U beminnen, maar die hunne onschuld in brooze vaten dragen, met eenen koperen muur omringen. Maar wat vraag ik? Ach! Heer Jesus, ik zie U reeds nederzitten op uw Altaar, in

-ocr page 57-

53

liet H. Sacrament uwer liefde. Geplaatst tusschen hemel en aarde, ach! belet, dat de misdaden der menschen uwen Vader genaken om zijne eeuwige gerechtigheid uit te dagen. Ach, zoete Jesus, vriend mijner ziel, wederhoud de kastijdingen, die ons bedreigen; heb medelijden met de blindheid der menschen , die hen belet, uwe liefde te beselfen; heb ook mededoogen met mijne ziel, die de vermaken der wereld, helaas! menigwerf boven U verkozen heeft; nedergeworpen voor uwen troon, waar mijn geloof U aanschouwt, o goddelijke Jesus! gedoog, dat mijne stem de laatste woorden herhale, welke Gij, aan het kruis hangende, deedt hooren, toen Gij den toom, van uwen hemelschen Vader op het punt zaagt van over uwe beulen uit te barsten : Vergeef het hun, o mijn Vader! riept Gij uit, want zij weten niet ivat zij doen [Lucas XXIII. 34]. Ach! mijn God, dat deze vergiffenis over de ,zondaren der aarde, en over mij in het bijzonder, nederkome! Het geloof wordt verduisterd, Heer; verlevendig die weldoende, die troostvolle fakkel, en dat zij eindelijk, even als de glansrijke dageraad. bedrukte harten kome vertroosten.

-ocr page 58-

54

overdenking.

Ie Punt. De Christenen zijn de ware Israëlieten, die eenen geestelijken Sabbatdag moeten vieren, dat is te zeggen, zich van alle booze werken onthouden. Wee den lafhartigen en luien Christen, die den moed niet heeft van de zonde te vluchten en de deugd te beoefenen!

2e Punt. De weg des Heeren is, in waarheid, minder moeielijk, dan die der wereld. Men moet de vermaken vluchten, zich opwekken door het voorbeeld der volmaakten, en zich afschrikken door dat der boozen.

oefening.

Voor de bekeering der goddeloozen bidden. Getrouw zijn aan de genade. Vreezen, dat de zonden ons der genaden zullen onwaardig maken, die ons tot de zaligheid noodig zijn.

gebed.

God van verduldigheid, die de zonden ontveinst van degenen die van uwe wegen afwijken, om hun den tijd te geven, tot U weder te keeren; verleen mij uwen geest, om hen, zelfs in hunne boosheid, en ondanks de smart, welke hunne

-ocr page 59-

55

onvolmaaktheden mij veroorzaken, met goedheid aan te zien. Maar vooral, Heer, verhoor de bede, welke ik voor hen tot U opzend: laat hen niet vergaan in hunne dwaling, maar red hen, maak hen zalig, door hen tot U weder te brengen. Amen.

Veertiende Dag.

Trek mij: wij zullen naar U in den welrie-kenden geur uwer reukwerken ijlen.

(Gezangen I. 3.)

Terwijl ik de dwalingen mijner broeders betreur, o myn God! kom ik mij ook voor uwe hoogste grootheid verootmoedigen. O mijn Jesus! in U is al mijn goed, al mijne liefde. En nog-thans, hoe menigwerf heb ik ü niet vergeten, om mijne zinnen, mijnen hoogmoed en mijne ijdelheid te voldoen? Hoe menigmaal heb ik, verdoold schaap, uwe welige weiden verlaten, om mij met de bittere distels der woestijn te gaan voeden ? Hoe dikwijls ben ik, door ü, o mijn goddelijke Meester, te vergeten , de slaaf geworden van de vermaken dezer wereld, en meer nog van

-ocr page 60-

56

het mensclielijk opzicht? Hoe dikwerf heb ik, in de zwakheid van den H. Petrus deelende, U durven verloochenen ? Eindelijk, aan hoe vele ondankbaarheden heb ik mij jegens U schuldig gemaakt, door de genade, welke Gij my in uwe barmhartigheid verleendet, te misbruiken? Ik beken mijn ongelijk, o teedere Meester, ik kom mijne dwalingen uit den grond mijns harten beweenen, voor dat de stilte van den nacht over de aarde nederdale. Ach! Heer, mijn hart klopt van liefde en hoop, in het aandenken , dat ik mij hier in de tegenwoordigheid bevind van Hem die het geluk des Hemels uitmaakt, ü, mijn God, beschouwende, onder eenvoudige gedaanten verbergen, ondervraag ik mijne zwakke rede niet, die hier al te bekrompen is. Ik wil niet luisteren, dan naar de behoefte mijner ziel en naar de stem mijner liefde. Zij alleen moet tot mijn hart spreken, daar alles in het Geheim des Altaars, dat ü aan mijne oogen onttrekt, ondoordringbaar en ver boven onze menschelijke rede en verstand verheven is. Zij getroost zich nogthans over hare onmacht, denkende dat het gemakkelijker is te gelooven, dat de

-ocr page 61-

57

liefde U wezenlijk onder deze eenvoudige gedaanten doet schuilen, ten einde in het midden uwer kinderen te leven, dan eene wereld, uit niets geschapen, aan te nemen. Men kan echter de schepping der wereld, uit niets voortgebracht, aan uwe Almacht noch loochenen, noch ontkennen; en waarom zou ik dan een wonder willen betwisten, dat mij de liefde van mijnen God bewijst? Wat is er uwer barmhartigheid meer waardig, dan het middel hetwelk Gij hebt verkozen om ü innig te vereenigen met het hart van den mensch, waarvan Gij zoo jaloersch zijt? Ach! gedoog, dat ik, gelijk de bruid der Gezangen [V. 8] uitroepe: Ik bezweer u, o dochters van Jerusalem, zoo gij mijnen Welbeminde aantreft, kondigt Hem, dat ik van liefde kwijn. O mijn goddelijke Jesus! reeds is mijne ziel door het geluid uwer stem ontroerd! Sedert lang zoek ik U; zal ik U dan nimmer vinden? Ik roep U, Heer, ach! antwoord my; mijne ziel is bedroefd, omdat zij zwak is, en zich niet tot U kan verheffen; ach! Jesus, heb medelijden met mijnen toestand.

-ocr page 62-

58

overdenking.

Ie Punt. Wij worden zwak en bezwijken gemakkelijk onder de pogingen der menschen en der duivelen, omdat wij alleen aan ons zeiven gehecht zijn, of omdat wij niet beminnen met die liefde welke uit God voortkomt en die ons tot God trekt.

2e Punt. Menigmaal is, tot ongeluk onzer ziel, het toeval of ons goeddunken het richtsnoer van ons gedrag, eerder

a o 7

dan de godsdienst en de godsvrucht.

oefeninb.

In onze wereldsche betrekkingen en omgang niets zoeken, dan het nut van den naaste. De menschelijke vriendschap zuiveren in het vuur der christelijke liefde.

gebed.

Zuiver, Heer, de banden die mij aan de aarde hechten. Maak, dat al mijne genegenheden Uwer waardig zijn. Naar uw voorbeeld wil ik alle menschen beminnen ; maar ik wil slechts in U en om ü beminnen. Amen.

-ocr page 63-

59

Vijftiende Dag.

Jesus, zoon Tan David, ontferm U mijner.

(Lucas XVIII. 38.)

Heer Jesus, gij gaat de stilte uwer tabernakelen verlaten, om nog op den troon uwer barmhartigheid plaats te nemen. In het allerheiligste Sacrament des Altaars, zoo zeer vermenigvuldigd, als uwe liefde onmetelijk is, geeft Gij U zeiven tot spijs aan al uwe kinderen. Ach! Heer, dewijl Gij zoo barmhartig zijt, zal ik, met mijne broeders, aan de tafel der Engelen komen aanzitten, om er den God der sterken te ontvangen. O goddelijke Jesus! dat het geloof, de liefde my bereiden, om een zoo heerlijk geschenk te genieten! Maar ik word schaamrood en sidder. Hoe zal ik gerust aan het Gastmaal der Heiligen gaan nederzitten, terwijl de Communie niet kan overeen gebracht worden met een lui en nutteloos leven? Heb ik, tot dusverre, zoo als ik daartoe verplicht was, over mijn hart gewaakt? Heb ik er al de bewegingen van geregeld, en al de hartstochten beteugeld? Ben ik, sedert dat ik mij met het Brood der Engelen voed, ootmoediger, liefdadiger,

-ocr page 64-

60

geduldiger en meer Terstorven geworden? Zoo de deugden gewoonlijk de vruchten der Communiën zün\' ^106 zeer moetik dan vreezen, o mijn God, dat ik de zoo noodige gesteltenis niet had medegebracht in het ontvangen van zulk verheven, eerbiedwaardig en aanbiddelijk Sacrament! Het betrouwen nogthans stelt mij gerust, omdat ik het vast en onwrikbaar voornemen gemaakt heb, van alles te doen om ü te behagen. Zoo toch is de aard en de eigenschap, welke Gij aan het Sacrament uwer liefde gegeven hebt, dat het gesteltenissen vordert, welke het zelf volmaakt; dat het deugden vereischt, welke het vermeerdert; dat het ons verplicht, heilig te zijn, om ons nog heiliger te maken. Ach! mijn God, ik hoor U uit het midden uwer tabernakelen ons toeroepen: Komt tot Mij allen die vermoeid en heiaden zijt, en Ik zal u verkwikken. [Matth. XI. 28.] Ik ijl. Heer Jesus, opdat Gij U gewaardigt, mij te verlichten. Maak, bid ik U, dat ik de heilige verlangens , welke de Communie verwekt, steeds in mijn hart beware.

-ocr page 65-

61

overdenking.

I0 Punt. Waar ons hart is, daar is ook onze schat. Wilt gij weten, of gij ware Christenen zijt, onderzoek dan, of uw geest zich met liefde tot het tabernakel wendt, waar Jesus, onze eenige schat, verborgen is.

2e Punt. De heilige Communie behoedt van de zonde, verschaft de geestelijke vreugd, de ontwaking tot een onsterfelijk leven, en alle soort van zegeningen.

oefening.

Al de Communiën, welke men gedurende het leven gedaan heeft, somtijds gedenken, opdat alle te zamen werken, en derzelver herinnering ons tot eene heldhaftigere deugd en eene vurigere liefde opwekke.

gebed.

0 mijn goddelijke Verlosser! wiens liefde ik ongelukkiglijk maar al te dikwerf versmaad, wiens genaden ik zoo menigwerf onder de voeten vertreden, en wiens teederheid ik veracht heb, ik kom, met schaamte overdekt, U mijne

-ocr page 66-

62

innige droefheid betuigen. Ik zal meer tot het Sacrament uwer liefde naderen; maar, Heer, maak mij die groote gunst meer en meer waardig. Amen.

Zestiende Dag. Mglt;lgt;gtllgt;»i=g

Er is geen ander volk zoo machtig, dat goden heeft die tot hetzelve naderen, gelijk onze God. (Denter. IV. 7J

Zoo de mensch ernstiger dacht, dat het God is, die in zijn hart nederdaalt, zoo dikwijls hij de heilige Communie ontvangt, welken ij ver zou hij niet in het werk stellen, om zijne ziel te zuiveren, en de Heiligheid zelve alzoo waardig te ontvangen! Ach! Heer, van welke verbazing zouden die eerste Christenen niet bevangen worden, die zoo zuiver, met zooveel vurigheid, in de eerste eeuwen der Kerk, leefden, zoo zij voor een oogenblik onder ons verschenen! Hoe groot zou hunne verontwaardiging zijn, ziende de schan-dige onverschilligheid der hedendaagsche Christenen! Zou men niet zeggen, dat de menschen zich zeiven willen onterven, verlagen, en met den banvloek beladen? Zij betwisten elkander onderling de

-ocr page 67-

63

goederen der aarde; zou het dan alleen liet H. Licliaam en het H. Bloed van onzen Heer Jesus Christus zijn, hetwelk zij lafhartig verlaten, zonder er deel in te nemen? Zullen zij vreemd en onbekend zijn aan de tafel van onzen algemeenen Vader? Helaas! ik verwijder mij van de heilige Communie uit eerbied, zegt de hedendaagsche Christen; en deze schijn van eerbied is slechts een sluier, waarmede de eigenliefde zich vereerd acht. Ach! dat hij dan veeleer zegge: Ik verwijder mij er van, omdat ik mij niet wil onderwerpen aan de heilige wetten, welke de godsdienst my betrekkelijk die nadering voorschrijft; ik verwijder mij er van, omdat ik in verkwistingen leef, mij met niets bezighoudende, dan met de wereld en met myne vermaken ; ik verwijder mij er van, omdat ik den moed niet heb van iets voor mijne zaligheid te ondernemen. Alzoo schijnen zij, in eene verblinding, welke niemand kan begrijpen, zelve hun vonnis van eeuwige verdoemenis uit te spreken; want het is van dit aanbiddelijk Brood, dat er geschreven is, dat allen die er zich van verwijderen, zullen verloren guan. Ach! Heer, doe mij dan meer

-ocr page 68-

64

en meer begrijpen, dat zich willen zaligmaken en niet tot de Sacramenten, die de bron zijn der genade, willen naderen, iets onmogelijk willen is. Wij zijn allen, wel is waar, alleronwaardigst van dikwijls te communiceeren; maar zoo de onwaardigheid een beletsel was voor dit goddelijk Gastmaal, zouden wij niet alleen slechts zeldzaam tot hetzelve moeten naderen, maar wij zouden de hoop moeten verliezen, van Jesus Christus ooit te ontvangen, dewijl het onmogelijk is, dat wij het ooit waardig zijn. Ach! Heer, ik ben met ellenden overdekt, en nogthans verlangt Gij in mij te komen. Helaas! mijn God, niets kan U meer vereeren, dan eene zoodanige vernedering. Ik zal mij wel wachten van mij van uwe tafel te verwijderen omdat ik onwaardig, ellendig ben; hoe meer ik zulks ben, des te meer zult gij van de Engelen en Heiligen verheerlijkt worden, omdat Gij mij eene zoo groote barmhartigheid bewezen hebt.

oveudknking.

le Punt. Eene der grootste en bil-lijkste redenen van voor onze zaligheid te

-ocr page 69-

65

vreezen , is het gering voordeel, hetwelk wij uit een. zoo heilig Sacrament trekken.

2e Punt. Men trekt uit de heilige Communie al de genaden niet, welke zij kan voortbrengen. Dat is omdat wij tot de heilige Tafel naderen met een hart vol van de wereld en van ons zei ven; Jesus Christus vindt er alsdan geene plaats.

geïening.

Jesus Christus, door de vurigheid onzer verlangens, onophoudelijk uitnoo-digeu o ra bezit van ons hart te komen nemen.

gebed.

Ach! Heer, ik sidder, wanneer ik aan de groote menigte Communiën denk, welke ik ontvangen heb, en aan het weinige voordeel, dat ik er uit getrokken heb. Kom dan, goddelijke Jesus, kom de vurige liefde in mijn hart ontsteken, opdat ik de voortreffelijkheid van uw aanbiddelijk Sacrament beter gevoele. Amen.

-ocr page 70-

66

immlMZeventiende Dag.

De liefde is sterk, als de dood.

(Gezangen VIII. 6.)

0 liefde! moet ik heden met eenen heiligen Kerkleeraar uitroepen, hoe sterk zjin uwe ketenen, dewijl zij in staat zijn, God zeiven te kluisteren en te boeien, en, als het ware, palen te stellen aan zijne onmetelijkheid, wanneer Hg zich met het schepel vereenigt! O ongehoord voorrecht der Christenen! voor den Hemel geschapen, kunnen wij ons, op aarde, met het Vleesch van eenen God voeden! O! met hoeveel recht riep de Prins der Apostelen uit, dat het christen volk een uitverkoren en heilig volk is [I Petri H. 9]. Is het niet aan dat bevoorrechte volk, dat Gij, o goddelijke Jesus, eens zegdet: Zoo gij het Vleesch van den Zoon des menschen niet eet, en zijn Bloed niet drinkt, zult gij het leven in u niet hebben [Joa.VI. 54] ? Alzoo vereenigt Gij het eindige met het eindelooze, en geeft ons te kennen, dat het met het leven der ziel, even als met dat van het lichaam, gelegen is: beide kunnen niet in staat blijven, dan door het herhaalde gebruik van het voedsel, dat hun voorname

-ocr page 71-

67

onderstand is. O mijne ziel! dewijl gij niet kunt leven zonder God, ga dan, even als de duif, zuchtende van liefde, ga Hem aan den voet van zijn tabernakel aanbidden. Het oogenblik nadert, o mijn God! van mij met TJ te vereenigen; ach ! hoe zeer zou ik wenschen, liefde genoeg te bezitten om, met eene uwer getrouwste aanbidsters, te kunnen uitroepen: » Sacrament van mijnen God, Jesus, mijn leven en mijne liefde, hoe gaarne ben ik bij U! hoe noodig zijt Gij aan mijn hart! God van liefde, goddelijk voorwerp van mijn heil op aarde, welken vrede smaak ik bij U! welke zalige verrukking, zelfs in de droefheid en het leedwezen over mijne beleedigingen! Bij U is alles mij niets meer. Mocht ik, ontvlamd van liefde, in tranen van berouw versmolten, aan den voet van uw tabernakel sterven! Kom, o goddelijke Meester, kom bezit nemen van mijne ziel, ten einde haar voor te bereiden om den tijd van boetvaardigheid heilig door te brengen.quot;

overdenking.

le Punt. Al de deugden zijn zoo vele geheimzinnige planten, die wonderbaar

-ocr page 72-

68

groeien, en, door de besproeiing met het Bloed van Jesus Christus, uitmuntende vruchten voortbrengen.

2U Punt. De deugden nemen, door de Communie, in ons eene wondere aangroeiing, en worden vruchtbaar in goede werken. liet ongeluk van degenen die zich van de heilige Communie verwijderen, is uiterst beklagenswaardig.

oefening.

Een goede Communie opdragen, om Jesus te vertroosten over de oneerbiedig--heden, welke Hem in zijn aanbiddelijk Sacrament worden aangedaan.

gebed.

Reinig mijnen geest en mijn hart, o goddelijke Jesus! opdat ik de hemelsche Spijs moge smaken, welke Gij mij heden aanbiedt, en de uitwerkselen genieten, die zij in wel bereide harten voortbrengt. O Spijs van leven en zaligheid, kom in mijn hart, om mij te bezitten, om mij te voeden en te verlevendigen. Amen.

-ocr page 73-

69

Achttiende Dag. gt;§glt;gt;gg«lt;»^

Uit de diepte des afgroods heb ik tot U geroepen, Heer; Heer, verhoor mijne stem.

(Psalm CXXIX. 1.)

Tot wanneer, Heer, tot wanneer zult Gij mij in den diepen afgrond mijner ellende gedompeld laten? tot wanneer zult Gij mij overlaten aan de ongeregelde verlangens van mijn hart, en zult Gij mijne ziel in de duisternissen der zonde laten zuchten? Zie den ongelukkigen

o o

staat, tot welken ik nog gebracht ben, ondanks de pogingen, die ik aanwend om tot ü te komen. De bedorvenheid is tot in het merg mijner beenderen doorgedrongen. Mijn leven wordt geslingerd te midden der ongeregeldheden en der misdaad. Alle ondeugden en alle hartstochten maken zich langzamerhand meester van mijne ziel, en houden haar onder hunne wreede dwingelandij in bet slavenjuk. Do hoogmoed en de afgunst, de zinnelijkheid en de traagheid doen mij beurtelings de uitwerkselen barer woede beproeven. De eigenliefde verspreidt, even als een noodlottige zuurdeesem, hare boosaardigheid in geheel mijn gedrag. Er is schier in al

-ocr page 74-

70

mijne gedachten, in al mijne verlangens en in al mijne werken slechts involging der natuur, onvolmaaktheid en zonde! Ach! Heer, aanhoor, van het hoogste des troons, waarop Gij zijt nedergezeten en waar ik U beschouw, aanhoor mijne verzuchtingen, laat U op het zien mijner uiterste ellende door mededoogen bewegen.

Gij hebt mij, God van barmhartigheid, door het doopsel afgesneden van eene bedorvene wereld en onder het getal uwer bevoorrechte kinderen gesteld, aan welke Gij een hemelsch erfdeel bestemt. Ten einde mij de sterkte te geven om mijnen roep waardig te vervullen, hebt Gij mij met uwe genade verrijkt. Helaas! ondankbare als ik ben, ik heb aan zoo vele weldaden niet beantwoord, dan met de schreeuwendste ondankbaarheid! Ik heb de meeste mijner plichten door onachtzaamheid verzuimd; en, zoo ik er eenige vervul, is het bijna alleen het belang, dikwijls de eigenliefde, die mg doet handelen. In mijne godsvruchts-plichten is niets dan lauwheid, afkeer en verstrooiing van den geest. Help mij dan de bewegingen van mijnen geest en van mijn hart regelen. Ik wil alle

-ocr page 75-

71

moeite aanwenden om tot die gunst, welke het geluk der ziel uitmaakt, te geraken.

overdenking.

le Punt. Het is zeer gemakkelijk, zich omtrent den voortgang welken men in de godsvrucht gedaan heeft, te laten misleiden. Het is nuttig, dat de gelegenheid ons dikwijls waarschuwt, dat wij altoos zwak zijn.

2e Punt. Om ons te verootmoedigen, laat God soms toe, dat wij in zonde vallen. Deze vernedering geleidt, door de ootmoedigheid, tot de deugd weder.

oefening.

Zoo men het ongeluk heeft van in zonde te vallen, er aanstonds uit opstaan, door eene oprechte boetvaardigheid. Dikwijls zijn geweten, als een strengen rechter, onderzoeken.

gebed.

Ach! Heer, laat mij niet vergaan, zoo ik somtijds het ongeluk heb van in den afgrond neder te storten; reik

-ocr page 76-

72

mij aanstonds uwe behulpzame hand toe. Ach! mijn God, al te dikwijls heb ik, in de vervulling mijner plichten, eerder mijne eigene voldoening, dan uwe verheerlijking betracht. Vergeef mij, mijn God, en vergun mij de genade van al mijne werken zuiver en alleenlijk tot U te stieren. Amen.

Negentiende Dag.

Mijne ziel is voor U als een dorre grond.

(Psalm. CXLII. 6.)

Helaas! mijn lieve Jesus, sedert lang zoek ik die reine liefde, waarvan mijne ziel zou moeten blaken. Waar is dat levendig geloof, dat geest en hart met de waarheden der zaligheid vervult, en ons dezelve steeds voor oogen stelt, om onze werken te heiligen ? Waar is dan in mij die vaste en verlichte hoop, die nimmer wankelt, in afwachting van de hulp des Hemels, zelfs dan niet wanneer alles hopeloos schijnt? Waar heerscht die diepe ootmoedigheid, die maakt, dat de mensch zijne nietigheid en ellende kent ? Ach! ik vind in mij geen schijn van dat geduld, die edele zuster

-ocr page 77-

73

der liefde, welk door niets kan geschokt, nocli ontroerd worden. Ik lieb tot nu toe slechts tegen de raadsbesluiten uwer goddelijke Voorzienigheid gemord; ik heb dat volhardend gebed achtergelaten, dat God steeds voor oogen heeft, en zelfs het geringste en eenvoudigste onzer werkea tot Hem doet opstijgen. Mijne ziel is als eene woestijn; ik vind er geene van die christelijke deugden in, welke ik getrouw zou moeten beoefenen en die er het sieraad van zouden moeten zijn. Zoo ik er nog eenige herinnering van behond, helaas! Heer, ik moet voor U bekennen, dat ik van de deugden zelve zoover verwijderd ben, als er afstand is tusschen hemel en aarde. Maar Gij, geliefde Meester, die, helderder dan ik, de diepte mijner ellende ziet, heb deernis met mij. Zijt Gij niet door een teeder medelijden bewogen, wanneer Gij de overmaat mijner rampen en ellenden ziet? Ik bevind mij aan uwe voeten, aanbiddelijke Jesus, om U nederig te smeeken , toch éénen druppel van uw aanbiddelijk Bloed op mijn hart te laten nedervallen: o dan zal mijne ziel aldra genezen zijn. Bekeer mij toch, goddelijke Jesus! Maar ik vraag U

4

-ocr page 78-

74

geene halve bekeering; het is eene geheele en volmaakte bekeering, welke ik U smeek, mij te willen vergunnen. Alsdan, o mijne ziel! zult gij U niet slechts aan geene misdaden meer plichtig maken, maar gij zult steeds alles in het werk stellen, om zelfs tot de minste fouten te vermijden; en door aldus eiken dag zuiverder te worden , zult gij u rasser en met meerder betrouwen tot den troon van uwen Welbeminde verheffen.

overdenking.

le Punt. Het is om den hoogmoedi-gen zondaar te straffen, dat God hem dikwijls van zijne genaden berooft en hem in zijne gebreken laat.

2e Punt. De hoogmoed is, zonder tegenspraak, de bron en de oorsprong aller zonden. Hij was de oorzaak van de zonde onzer eerste ouders. De hoogmoedige ziet het gevaar niet, en stapt blindelings voort.

oefening.

Nooit een vermetel gevoelen hebben van zijn geloof, zich zeiven mistrouwen; immers wij allen dragen de deugd in brooze vaten.

-ocr page 79-

75

GKBED.

Haast U, bid ik U, Heer Jesus, om eene volmaakte bekeering in mij uit te werken. Allerheiligste Maagd, en gij, Engelen, des hemels, bidt voor my bij God, opdat Hij mij de genade verleene van moedig de wegen der volmaaktheid te bewandelen. Ameu.

Twintigste Dag.

Heer, leer ons bidden. (Lucas XI. 1.)

Ik kom mij heden nog voor den troon uwer genade nederwerpen, o mijn goddelijke Zaligmaker! om U mijne ziel te vragen. Ik kom Ü bidden van haar te beschermen, te midden van de gevaren dezer wereld. Ach! Heer, ik sidder, ondanks mij zeiven, en het bloed verstijft mij in de aderen, wanneer ik het gevaar beschouw, waaraan ik onophoudelijk ben blootgesteld. Eén woord, ééne gedachte, één verlangen kan mij voor eeuwig in het verderf storten. Ik zie voor mijne voeten een onmetelijken kolk van zwavel en vuur, van eene verschrikkelijke diepte, dui-

-ocr page 80-

76

zendmaal gloeiender dan gesmolten koper en metaal; het is daarin, dat de rampzalige verdoemden zullen begraven en verslonden worden. Helaas! mijn God, ik sidder, op liet zien vaa die plaats van folteringen, dat verblijf van ellenden en smarten, waar uwe Almacht alle bedenkelijke rampen vereenigd heeft, om dezelve, alle te gelijk, aan die ongelukkige slachtoffers uwer verbolgenheid te doen lijden; ik zie dien afgrond, waar zij hen pijnen doet lijden, welke nooit oog gezien, noch oor gehoord, noch \'s menschen verstand ooit heeft kunnen beseffen. En ik zie mij telkens op het punt van in dien afgrond neer-gedompeld te worden.

Gedwongen om in het midden eener bedorvene en misdadige wereld te leveu, wandel ik steeds op den boord van den afgrond, die mij dreigt in te zwelgen. De paden zgn zoo kronkelig en slibberig , dat het moeielijk is, zich van den eeuwigen dood te bevrijden; bovendien worden de voorbijgangers, door de orkanen en stormwinden, in die afgronden neergestort; de duivelen schuimbekken van woede, werpen hunne prooi daarin neder, zij behagen den mensch om hem

-ocr page 81-

77

in het verderf te storten. Eene menigte verblinde of verleide menschen storten zich met een blijmoedig hart daarin en slepen ons in dezelve mede, zonder dat wij het gewaar worden. Eindelijk, de dikke duisternissen, die ons omringen, zijn oorzaak, dat men zich menigwerf in dien afgrond werpt, wanneer men er het minst aan denkt. En, Heer! waar ben ik nu? Volgt mijne ziel den weg des Hemels, of dwaalt zij in de enge paden van dien verschrikkelijken afgrond? Verlicht haar dan, o mijn God! doe de vreeselijke twijfeling verdwijnen, welke haar teistert, of geef haar, ten minste, den moed om edelmoedig te strijden en den vijand der zaligheid te ontkomen.

overdenking.

le Punt. De dood is zeker; het uur, waarop hij ons zal treffen, is onzeker. Wellicht zal ik den dag van morgen niet zien.

2e Punt. De dood verschrikt den Christen niet die deugdzaam en vroom geleefd heeft. Hij is het begin van zijne zegepraal; maar hij doet den goddelooze sidderen, omdat hij niets gedaan heeft om Gods toorn te bedaren.

-ocr page 82-

78

oefening. \\

Dikwijls aan den dood denken, vooral wanneer men bekoord of verdrukt wordt. Christelijk leven, ten einde denzelven niet te vreezen. !

gebed. ^

O mijn Jesus, zoo er eene genade is,

welke ik U met meerdere vurigheid moet vragen, is het zekerlijk die van eenen goeden dood te sterven. Vergun mij dan, dat ik mijnen laatsten zucht in de gevoelens uwer liefde geve, opdat ik, in dat jongste uur gerust gesteld, het oogenblik van mijnen overgang van het tijdelijke tot het eeuwige moge aanzien als eene gelukkige ontwaking iu de eeuwigheid. Amen.

KMKl^Een en twintigste dag.l^§lt;MKgt;§

De musch vindt eene woning, en de tortel- j dnif heeft haar nest voor haar jongen. Uwe altaren, o God der heerkrachten, znllen mijne schuilplaats zijn. (Ps. LXXXI11. 3, 4.)

O mijn God! het denkbeeld hetwelk ik van uwe eindelooze barmhartigheid heb, spoort mg aan om te gelooven, ,

*

-ocr page 83-

79

dat ik, ondanks mijne onwaardigheid, het voorwerp uwer liefde ben. Maar, helaas! misschien ben ik, tot mijn ongeluk het voorwerp uwer verontwaar-1 diging. En waarlijk, aan hoe vele misdrijven heb ik mij vroeger niet plichtig gemaakt? En wie zal mij verzekeren, dat Gij mij die vergeven hebt? O mijne ziel, doordring u van eene heilzame vrees; gij hebt nog niet genoeg tranen gestort, gij hebt niet genoeg gezucht, geene genoegzame boetvaardigheid ge-■ daan, om te gelooven, dat gij volkomen met uwen God verzoend zijt. Maar zou er, o mijn God! zonder van het ver-ledene te spreken, nog niet eenige haat, eenige geheime ijdelheid, eene al te groote gehechtheid aan de vergankelijke goederen der aarde, aan het leveu of aan de schepselen, in mij bestaan, welke i ik niet ontwaar, en die mij plichtig voor uwe oogeu of ten minste uwer l genade onwaardig zouden maken? De weinige liefde welke ik TJ toedraag, de geringe dankbaarheid voor uwe weldaden , mijne nalatigheid in het vervullen der plichten van mijnen staat, mijn weinige ijver wanneer ik tot de heilige , Geheimen nader, zou dit alles mij niet

-ocr page 84-

80

een kind van gramschap maken? Eindelijk , zou er in mij niet een merkelijk gebrek bestaan, waaromtrent ik mij zou kunnen -verblinden en dat mij van het

cel uk uwer liefde zou kunnen berooven ? • •

Ach! Heer, ik kan dit met weten, want wij zijn hier, op aarde, van duisternissen omgeven. Wanneer zal dan die groote dag aanbreken, waarop het aan uw schepsel zal gegeven zijn, van U onbewolkt te aanschouwen ? O, wanneer zult Gij ons in dat beloofde land doen intreden, alwaar ons geloof in het aanschouwen van hetgeen wij gelooven, onze hoop en verwachting in wezenlijkheid zullen veranderd worden! Reeds verlies ik mij in den voorsmaak van dat hemelsch heil.

ovekdenking.

le Punt. De bekoringen zijn den mensch noodzakelijk: wanneer de Christen er over zegepraalt, vereert hij God, heiligt hij zich zeiven, en vernedert hij den vijand der zaligheid.

2e Punt. Om over dien vijand onzer zaligheid te zegevieren, moeten wij de voetstappen van Jesus Christus getrouw navolgen.

-ocr page 85-

81

OEFENING.

Een levendig geloof hebben in het Geheim des Altaars, en de hoogste achting voor zijne voortreffelijkheid toonen, zoodat het aandenken alleen ons met eerbied vervulle.

GEBED.

Engel des grooten raads en liefderijke geleider van al wie zich tot u wendt, weiger mij het licht niet, dat mij noodig is om mijne schreden in deze wereld te richten. Doe mij kennen wat ik moet doen om veilig en zeker tot U te komen. Amen.

Twee en twintigste Dag. fftgljEjj

God is liefde; en wie in de liefde verblijft, die verblijft in God, en God in hem.

(I Joa. IV. 16.)

O Heer, hoe broos is de deugd der menschen! Zal de ziel, die het geluk heeft, in uwe genade te zijn, tot het einde toe volharden, en zal zij den dood der rechtvaardigen sterven? En wat is er noodig, om haar van den staat

-ocr page 86-

82

van genade in dien van zonden te doen vallen? Heer, ontferm U dan over mij. Wel hoe! eene gedachte die in mijnen geest zal opkomen, eene schim die in mijne verbeelding zal oprijzen, een verlangen dat in mijne ziel zal geboren worden, een hartstocht die in mijn hart zal opstaan, een woord dat mijne lippen onvoorzichtig zal ontglippen , eene onachtzaamheid die mij eene mijner plichten zal doen verzuimen, zijn zij niet in staat, om mij in eenen nood-lottigen val mede te slepen? Wat is er noodig om mij, zwak riet, ter neêr te vellen? Eene bekoring, een weinig geweld, eene beleediging, eene onrechtvaardigheid , eene vriendschap, een dienst, welken een vriend van mij, tegen de wet Gods, zal vragen, zijn deze niet toereikend om mij mijne plichten als Christen te doen vergeten? Ook beu ik, beschaamd over mijne nietigheid, mij aan uwe voeten komen werpen, met het vast vertrouwen, dat Gij mij de noodige middelen zult vergunnen, om een luisterrijke zegepraal te behalen. Ach! Heer, heb medelijden met mijne ellende en laat mij niet vergaan. Gedoog niet, dat myne vijanden mijne ziel wegslepen

-ocr page 87-

83

en zich beroemen, haar verslonden te hebben. Gedenk, dat ik het werk uwer handen, de prijs van uw Bloed en het erfdeel ben, hetwelk uw hetnelsche Vader U gegeven heeft, en dat de heilige Geest mijne ziel tot zijne bruid verkozen heeft. Ach! mijn God, mijn Jesus, vergeet niet, dat Gij zelf mij met uw H. Lichaam en Bloed gevoed, en mij tallooze andere genaden verleend hebt, die alle slechts ter mijner zaligmaking strekken.

overdenking.

ie Punt. Het geloof en het betrouwen op Jesus Christus kunnen ons alleen, te midden der klippen en bekoringen des levens, ondersteunen.

2e Punt. De dagelijksche zonden beroo-ven den Christen van tallooze genaden, en deze berooving stelt hem bloot aan de doodzonde.

oefening.

Zijn geluk en zijnen troost stellen in zich met Jesus Christus te onderhouden in het allerheiligste Sacrament des Altaars.

-ocr page 88-

84

GEBED.

Heer, wiens goedlieid en barmhartigheid grenzeloos zijn, vergeef mij mijne onachtzaamheden, en verleen mij de sterkte, om diegenen te wederstaan die mijne ziel in het verderf willen storten. Geef mij de genade van volharding, die kostbare genade, zonder welke men nimmer den Hemel kan binnen treden. Amen.

KMjKEfK Drie en twintigste

Die zich van U verwijderen, zullen vergaan.

(Psalm LXXII. 27.)

Ik heb ü reeds mijn geheel bestaan toegewijd, o mijn Zaligmaker! Aangedreven door de vurigheid, waarvan mijn hart brandt van geheel aan ü te zijn, kom ik mij heden op nieuw aan U toeheiligen. Voor uwen aanbiddelijken troon ter aarde nederliggende, kom ik U, o mijn Jesus! mijne ziel, mijn leven, mijne zinnen, al wat ik ben, al wat ik heb, aanbieden. Ontvang gunstig het slachtoffer, hetwelk ik U als eene brandofferande opdraag, en verslind het in de vlammen eener brandende liefde. Dat een vonkje van het brandende vuur,

-ocr page 89-

85

dat gestadig in uw goddelijk Hart blaakt, op mijne ziel nederdale, om haar geheel te verslinden. Ja, voortaan behoort U alles toe, zonder eenige uitzondering, tot zelfs de geringste gedachte van mijn hart. Ik zal geen leven, noch wezen meer hebben voor de wereld, en niet meer bestaan, dan voor U, die mijn God en mijn al zijt.

Ik ben dan, van dezen stond af, dood voor n, o bedriegelijke wereld! ik heb geene gedachten, geene verlangens meer voor al wat het voorwerp is van den hoogmoed dergenen die slechts voor de aarde leven, dewijl ik wel weet, dat zij die haar aanhangen, zich van God moeten verwijderen, en dat zij die God verlaten, onvermijdelijk hun eeuwig ongeluk beloopen. Spreek mij niet meer van uwe vreugde en vermaken, de dooden zijn er ongevoelig aan; bied mij uwe schatten en uwe goederen niet meer aan, de dooden kennen nu hunne nietigheid; vlei mij niet meer met uwen roem en uw geluk, de dooden willen naar u niet luisteren. Neen, ik zal geene verlangens, geene neigingen meer hebben, dan voor ü, o miju Zaligmaker! omdat ik slechts voor U leef.

-ocr page 90-

86

overdenking.

le Punt. Wij voeden ons met en ontvangen liet leven in het allerheiligste Sacrament des Altaars; wij maken daarin een eeuwig verbond met hetzelve; maar hy die zich met het leven gevoed heeft, moet niet meer sterven, dat is te zeggen, zondigen.

2e Pijnt. Vele Christenen verzaken dikwijls aan de wereld, en vallen daarna wederom op eene lafhartige wijze in hare strikken. Het is niet genoeg, te verrijzen aan de genade; men moet de gelegenheden der zonde vluchten, en de volharding tot het einde toe verwerven.

oefening.

Aan de vermaken der wereld verzaken; dezelve moedig vluchten, dewijl zij niets dan droefheid, smart en te laat naberouw aanbrengen.

gebed.

Ach! Heer, verleen mij de sterkte, om te beoefenen hetgeen ik geloof, en om getrouw de beloften te volbrengen, die ik daar even heb gedaan; doe mij meer en meer het nietige der wereld beseffen, opdat ik mij meer aan U, mijn opperste Goed, hechte. Amen.

-ocr page 91-

87

J^tf|lt;gt;ült;Yier en twintigste Dag.l^M glt;gt;l

Heer, het is goed, hier te wezen.

(Matth. XVII. 4.)

Ik groet ü in het aanbiddelijke Sacrament des Altaars, o goddelijke Jesus! ja, Gij zijt het middenpunt van alle harten; in U vinden zij hunne rust, hunne vreugd, hun heil. Ik groet U, geheiligde schuilplaats, die het voortreffelijkste werk van den Allerhoogste zijt, waarin zich zijne macht, wijsheid en goedheid schijnen te hebben uitgeput. Ik groet If, o vertoog van wonderen, waarin alleen er meer bevat zijn, dan in het heelal te zamen. Ik bemin U uit al de genegenheid mijner ziel, o eindeloos liefdewaardig Hart! dat het voorwerp van al het welbehagen des hemelschen Vaders en van de liefde van al de hemelsche machten zijt. Ik aanbid U, o eindeloos volmaakt Hart! Ik loof en dank U voor de liefde, waarvan Gij voor mij blaakt. Ik vereenig mij met U en met al uwe goddelijke inspraken, o aanbiddelijk Hart! ik treed in al de liefde en verheerlijking, welke Gij eeuwig aan God bewijst. Ik wijd mij geheel aan God toe, o allerheiligste Hart! om

-ocr page 92-

88

mij geheel tot uwen dienst te besteden en aan uwe meerdere verheerlijking te werken. In U stel ik al mijne hoop, o Hart vol goedheid, omdat Gij steeds bereid zijt, mij onder uwe bescherming te ontvangen, mij in mijnen nood te helpen, en mij met uwe genade te overladen. Ik neem mijne toevlucht tot U, o eindelooze afgrond van volmaaktheden, die de oorsprong, het middenpunt, het voorbeeld aller deugden en volmaaktheden zijt. 0! bezoek mijn hart; stort in hetzelve de liefde, de gehoorzaamheid, de zuiverheid, de verduldigheid en alle andere deugden uit. Dagelijks zal ik bij U, als in eene on uitputbare bron, komen putten, en ik zal U niet verlaten, tot dat ik vervuld ben van uwe liefde.

overdenking.

le Punt. De schatten der Voorzienigheid zijn onuitputbaar. Zij vloeien uit het heilige Hart van Jesus, als uit eene overvloedige bron.

2e Punt. De liefde van Jesus Christus , door zich zeiven tot voedsel te geven, is een mysterie. Men gevoelt er de bevalligheid van, maar men kan ze niet beseffen.

-ocr page 93-

89

OEFENING.

De grootheid der weldaad bewonderen en de overmaat van liefde, die den goddelijken Zaligmaker genoopt heeft om onder ons te verblijven. Aan zijne liefde beantwoorden.

GKBEÜ.

O mijn Jesus! doe mij innig gevoelen, hoe gelukkig het is, U te beminnen. Open mij uw aanbiddelyk Hart; ja, ik wil, dat al mijne gedachten en verlangens in dit middenpunt van al uwe godilelijke eigenschappen besloten zijn. Amen.

Yli f en twintigste dag.

Looft den Heer, omdat Hij goed is: zegent zijnen Naam, omdat Hij vol beminnelijkheid is. (Psalm CXXXIV. 4.)

Aanbiddelijk Hart van Jesus, ik kom nog heden in uwe liefde putten, in die onuitputbare bron van barmhartigheid, die steeds vloeit en nimmer uitdroogt; zoeken, bij ü die eene bron zijt van ik kom, vol ellende, verlichting bij U

-ocr page 94-

90

levend water, geopend voor allen die zich willen komen verzaden, en wier wateren tot het eeuwig leven ontspringen; ik kom tot U om den brandenden dorst, die mij verslindt, te lesschen; zon van heerlijkheid, die alles verlicht, en wier licht nimmer eenige verduistering gedoogt, ik kom tot ü, opdat Gij mijne duisternissen zoudet doen verdwijnen en mij uwe minnelijke aantrekkelijkheden zoudet laten genieten.

Heilig Hart, Gij zijt de schat der wereld, die gelijkelijk menschen en Engelen verrijkt, en waarin het aan een ieder toegelaten is, te putten wat hij wenscht. Gij zijt de tempel des Heeren, die steeds met zijne heerlijkheid vervuld is, en alwaar de menschen zijne einde-looze majesteit komen aanbidden. Gij zijt het geheiligde Altaar, waarop alleen God offeranden ontvangt, en waarop Hij ons gebiedt, de onze neêr te leggen. Gij zijt een paradijs van wellusten, alwaar ^ de reine zielen wonen, en zij onuitsprekelijke genoegens smaken. Gij zijt op deze aarde, een hemel die geopend is aan allen die hem willen binnentreden, en het schepsel willen verlaten, om den Schepper te bezitten. Gij zijt, eindelijk.

-ocr page 95-

91

die heilige stad, alwaar de aanbiddelijke Drievuldigheid en alle Heiligen hunne woning gevestigd hebben. Ik wil er ook de mijne van maken. Ik zal dan met den koninklijken Profeet [Ps. CXXXI. 15] zeggen: Hier zal ik wonen, omdat ik deze woonplaats verkozen heb. Die mij wil vinden, zal mij komen zoeken in het aanbiddelijke Hart van Jesus; immers ik heb besloten, voor altijd in hetzelve te blijven.

overdenking.

le Punt. Het mysterie van het H. Lichaam en Bloed van Jesus Christus verheft ons van de aarde en voert ons in den Hemel. Het geeft ons vleugelen, om in den schoot der Godheid te vliegen.

2e Punt. In het allerheiligste Sacrament des Altaars wasschen wij in het Bloed van het Lam onze ongerechtigheden af; maar hij die het geluk heeft j gehad, zich alzoo te reinigen, moet zich niet meer op nieuw bezoedelen.

oefening.

Dikwijls tot de heilige Communie naderen; want het heilige Sacrament des altaars is het voedsel en het leven

-ocr page 96-

92

der ziel. Het is met de ziel even als met het lichaam gelegen, zoo men haar niet voedt, kwijnt en sterft zij.

gebed.

0 bron van liefde, licht, genade en heiligheid, goddelijke Jesus, zorg, dat ik het mij tot eene plicht make, dikwijls te communiceeren. Regel mijn hart, of liever neemt er bezit van; eindelijk, laat niet toe, dat het ooit van U gescheiden worde. Amen.

Zes en twlntigsta Dag.

Zie, ik sta aan de dear, en klop.

(Openbaringen III. 20.)

Het is de stem van mijnen Welbeminde, welke ik hoor; Hij roept mij, Hij zegt mij, even als aan de Bruid der gezangen [II. 10J: Sta op, haast u, mijne welbeminde, en kom. Hij roept mij toe, zoo als eertijds Petrus [Matïh. IV. 9]: Kom, volg Mij. Kom uwe ziel in de mijne uitstorten. Ik zal U, o goddelijke Jesus, met eenen uwer leerlingen antwoorden [Lucas IX. 57]: »Ik zal U volgen, waarheen Gij ook zult gaan.quot;

-ocr page 97-

93

Zoo is de gesteldheid uwer ware leerlingen, o mijn Jesus! zij volgen U en verlaten U nimmer. Het volk volgde U slechts somtijds, wanneer het mirakelen wilde zien of eenige gunst vragen; maar uwe leerlingen volgen U overal, in uwen arbeid en in uwe yertroostinsen,

o \'

te zee en te land, in den storm en in de kalmte. Ik zal U, naar hun voorbeeld, nimmer verlaten.

De kinderen van den Bruidegom volgen hem overal, zonder hem ooit te verlaten; Gij zyt die Bruidegom, o mijn Jesus! en ik heb het geluk van onder het getal uwer kinderen te zijn. Ook wil ik steeds met ü wezen. Ik zal aan den voet uwer altaren al de stonden toewijden, welke mijne huisselijke bezigheden mij zullen vrij laten. Noch mijne vermaken, noch mijne gemakken, noch de voordeden , welke ik elders zou kunnen hopen, zullen ooit in staat zyn, mij van ü af te scheiden.

Heer, hoe wonderbaar is uw naam over de geheele aarde, omdat uwe heerlijkheid zich boven de hemelen verheft, door de blijken van goedheid, welke Gij in het eerbiedwaardige Sacrament onzer altaren den kinderen der menschen

-ocr page 98-

94

geeft! Gij geeft ü aan den behoeftige, even als aan den rijke, aan den zwakke, even als aan den machtige. Ed zoo onze krachten ons ontbreken, om in uwe tempels te komen, daalt Gij van uwen troon af, om ons in onze woningen te komen bijstaan. Ja, Gij zijt een geheim van liefde en van genaden.

overdenking.

Ie Punt. De goddelijke Bruidegom prijst zijne Bruid in het boek der Gezangen [IV. 7], dat zij geheel schoon is, en er geene vlek in haar te vinden is; de ziel van den Christen, die tot de heilige Goramume wil naderen, moet dezen lof verdienen.

2e Punt. Jesus Christus is op onze altaren, gelijk een rechter op zijnen rechterstoel. Hij velt het vonnis van allen die zich aan de heilige Tafel nederzetten.

oefening.

Zich goed tot de heilige Communie voorbereiden; akte van berouw verwekken.

-ocr page 99-

95

GEBED,

Heer, zoo Gij den mensch niet dan volgens uwe gerechtigheid nordeeldet, zouden wij nimmer zuiver genoeg bevonden worden, om tot den God aller reinheid te naderen. Maar uwe barmhartigheid boezemt ons vertrouwen in. Reinig mij nogthans meer en meer in de heilzame wateren der boetvaardigheid en in het heilzame vuur uwer liefde, opdat Gij, wanneer ik tot de heilige Tafel zal naderen, over mij een gunstig oordeel moget uitspreken. Amen.

Zeven en twintigste Dag.

Daar^ is voor altoos mijne rustplaats, het is daar dat ik zal wooen, omdat ik die plaats verkozen heb. (Psalm CXXXI. 15.)

O mijne ziel! gij bevindt u thans in de tegenwoordigheid van uwen God; zult gij niet van schaamte sterven, dat gij zoo lang in uwe zwakheden en ellenden gedompeld zijt gebleven? Is het alzoo, dat gij eenen God van eindelooze majesteit moest dienen? Is dit wat gij Hem zoo menigwerf beloofd hadt, en waartoe de heiligheid van uw Doopsel u verplichtte?

-ocr page 100-

96

O mijne ziel! gij beeldt u nog in, dat uwe zonden een gering iets zyn, omdat zij u niet doodelijk schijnen; maar, blinde, als gij zijt, weet gij niet, dat, daar de minste dagelijksclie zonde eene ware beleediging tegen de eindelooze Majesteit van uwen God is, zij als het ware, eene eindelooze boosaardigheid in zich besluit? Gij hebt dan, o mijne ziel! nimmer beschouwd wat de dagelyksche zonde is; gij vleit u, dat zij geen groot kwaad is; doch, dit is een uitwerksel uwer verblinding. Ach! zoo gij haar kendet, zoodanig als zij is, zoo gij wist, welke schrikkelijke vlek zij in u veroorzaakt, hoe misvormd de wonden, die zij uwe ziel toebrengt , haar in de oogen van God maken, aan welk gevaar zij uwe zaligheid blootstelt, dan zoudt gij aldra van taal veranderen, en liever duizend levens geven, dan in ééne da-gelijksche zonde toe te stemmen.

Maar het is genoeg, o mijn God! het is genoeg, dat deze zonden, licht in den schijn, ü mishagen en beleedigen, om mij te noodzaken, er eene bittere droefheid over te gevoelen, en al mijne pogingen aan te wenden, om mij er van te beteren.

-ocr page 101-

97

overdenking.

lu Punt. De eigenliefde is altoos de bron van tallooze dagelijksche zonden; wat nog meer is, zij verblindt ons en belet ons dezelve te zien.

2e Punt. De broosheid des levens is eene beweegreden van waakzaamheid. i)e waakzaamheid is eene kostbare deuo-d die ons voor vele vallen behoedt.

oefening.

Geene dagelijksche aangekleefdheid nebben; en, door de wapenen des geheels, onze geringste gebreken dapper bestrijden.

gebed.

O zuiverheid des harten ! die ons aan de hemelsche Geesten gelijk maakt, maak niij de gunsten van mijnen God waardio-. (J liefderijke God, almogende Vader, vernietig in mij alle geneigdheid voor en aangekleefdheid aan de dagelijksche zonde, opdat ik een U welbeha^elijker voorwerp worde. Amen.

-ocr page 102-

98

SOgfrIMgl Acht en twintigste Dag.^MUi^

Heer, ik ben niet waardig, dat Gij onder mijn dak komt; maar spreek slechts één woord, en mijn dienaar zal gezond zijn.

(Matth. VIII. 8.)

O God! wiens majesteit eene heilige vrees aan de Aartsengelen en Serafynen inboezemt, en wiens heiligheid, als het ware, zelfs in de zuiverste geesten vlekken doet ontwaren, hoe zou ik mij heden voor U durven vertoonen, ik die niets dan zwakheid en zonde ben? Hoe kunt Gij, o mijn God! toestemmen, in een hart neder te dalen, zoo verachtelijk als het myne, Gij die de Koning der heerlijkheid zijt? Ja, uwe liefde en uwe barmhartigheid zijn grenzeloos.

God der heerlijkheid, ik sidder van vrees, wanneer ik overdenk, hoe onwaardig ik ben om U te ontvangen; maar dewijl Gij het zelf zijt, die mij gebiedt, zoo stel ik mijn vreesachtig geweten gerust. O! wat plechtige dag voor u, o mijne ziel! daar het heden is, dat gij den Schepper van het heelal, den God der gansche natuur, in u mogt ontvangen! Zoudt gij niet van liefde sterven, op het zien van een zoo groot geluk!

-ocr page 103-

99

Bereid, o mijne ziel! bereid de wegen des Heeren, voor dat Hij tot u kome; maak recht, dat krom is; breek af, dat te hoog is; verhef, dat te laag is; zuiver, dat onrein is; en zaai de bloemen en rozen der deugden onder zijne voetstappen. Ach! kom, Gij gewenschte van mijn hart; kom, o mijn Jesus! het voorwerp van al mijne verlangens en van al mijne betrachtingen; Gij zijt mijn roem en mijn schat, mijn wellust! die mij door uwe heilige Kerk het geluk verschaft, van mij met uw goddelijk Vleesch te voeden, van mij te lesschen aan den kelk van uw dierbaar Bloed.

overdenking.

le Punt. Het is slechts onder de leliën der zuiverheid, dat de goddelijke Bruidegom onzer zielen zijn behagen schept; Hij komt alleenlijk in de be-slotene tuinen, dat is te zeggen, in de harten die voor de vermaken der wereld gesloten zijn.

2e Punt. De mensch heeft slechts de vrucht des levens gegeten, zoo lang hij in de onschuld geleefd heeft. Hij werd van het Paradijs beroofd en uit hetzelve

-ocr page 104-

100

verdreven, zoodra hij misdadig werd. De scliuldelooze zielen alleen zijn waar-dio-, het heilige Sacrament des Altaars, dat\'de vrucht des levens is, te nuttigen.

OEFENING.

Aan de heilige Tafel eene groote zuiverheid des harten, liet leedwezen over zijne fouten en eenen uitersten afschrik van de zonde medebrengen.

GEBED.

Ik weet, o mijn God! dat in U al het goed des levens besloten is, maar dat men zuiver moet wezen om ü te ontvangen. Reinig mij meer en meer, opdat ik U waardiglijk moge ontvangen en de vruchten van uw goddelijk Sacrament smaken. Amen.

-ocr page 105-

101

Negen en twintigste Dag.

Ik zal in vrede mijne rust vinden.

(Psalm IV. 9.)

Daar de goddelijke Jesus zich aan u heeft gegeven, o mijne ziel! zoo geniet vreedzaam zijn bezit; proef, hoe zoet en liefelijk Hij is; hoe gelukkig men is, Hem te bezitten; vervul u van zijnen geest en zijne deugden. Dat ik ü dan bezitte, o goddelijk voorwerp, dat ik U voor altoos in het midden van mijn hart bezitte! Gij verblijft daar tot mijn heil; Gij zijt daar geheel aan mij, als mijn goed, mijne vreugd, mijne kroon. O, hoe gelukkig acht ik mij! ik mag, even als uw Apostel op den berg Thabor, zeggen: Wij zijn hier goed: alwaar ik met mijnen God ben, welken ik het geluk heb van te bezitten. Ik geniet hier in zijnen Persoon hetzelfde voorwerp , dat in den Hemel het heil der gelukzaligen uitmaakt. Ik drink uit dezelfde bron, ik baad mij in denzelfden stroom van wellusten; zoo ik er niet gelijkelijk de zoetheden van smaak, is dit omdat mijn sterfelijk vleesch hinderpalen daar tegen stelt. O, mijn lieve Jesus! die van mijne ziel een paradijs

-ocr page 106-

102

van wellusten maakt, gedoog niet, dat ik voortaan de noodlottige aantrekke-1 ijkheid der zonde en de flauwe vertroostingen der schepselen najage.

Eu welk ander voorwerp is er in de wereld, o mijn geliefde Jesus, dat met ü in schoonheid, in volmaaktheid, in voortreffelijkheid kan vergeleken worden, en dat mij eene liefde toedraagt, die de uwe evenaart? Hoe zou ik U dan mijn hart kunnen ontnemen, om het aan een ander voorwerp te geven?

Vertrekt van mij, nietige schepselen, verwijdert u ver van mij. Laat aan mijnen God het vreedzame bezit van een hart, hetwelk ik Hem zoo dikwerf heb toegewijd. Ook zou het vruchteloos zijn, dat gij zoudt pogen, Hem hetzelve te ontrukken; want Hij zal er voor altoos de eenige bezitter van wezen.

overdenking.

le Punt. De eigenschap van het goede is, tot zich te trekken en ons hart aan te sporen, om naar deszelfs bezit te haken. Hoe voortreffelijker en kostbaarder een goed is, des te meer verdient het, dat men het met vurigheid zoeke.

-ocr page 107-

103

Wat kan men verhevener bedenken, dan het allerheiligste Sacrament des Altaars ?

2« PrNT. Dewijl het heilige Sacrament des Altaars het grootste goed is hetwelk wij op aarde bezitten, behoort ook het eenigste verlangen hetwelk wij moeten hebben, te zijn om hetzelve door de H. Communie te genieten.

OEFENING.

Den Heer onophoudelijk bedanken, dat Hij het voedsel onzer zielen heeft willen worden.

GEBED.

Heer, maak mij waardiger om dikwijls tot de heilige Communie te naderen, en mij dronken te maken in de bron uwer wellusten. Doe mij meer en meer de bevalligheden uwer liefde smaken, die U aanspoort om onder ons te leven, ten einde ons een onderpand der zaligheid te geven. Verlicht mijnen geest, en doe mij al de uitmuntendheid van dit verheven Geheim beseffen. Amen.

-ocr page 108-

104

Dertigste Dag.

Hoe goed is de God van Israël voor hen die rechtschapen van hart zijn!

(Psalm LXXII. 1.)

Gij hebt tot dusverre in de onwetendheid geleefd, o mijne ziel! gij hebt u overgegeven aan de dwaling en aan de leugentaal; maar ziehier eindelijk den Meester der waarheid, die heden uwe 6egoochelingen wil doen verdwijnen eu u in zijne goddelijke leer onderwijzen. Smeek Hem, o mijne ziel! verootmoedigd voor zijne goddelijke Voorzienigheid, dat Hij zelf u alles leere.

Kom, o Koning des Hemels, kom, o Meester der volkeren, kom mij den weg der waarheid en de wetenschap der zaligheid leeren, de eenige welke ik wensch te kennen.

Ik heb den weg der waarheid gekozen, ik wil dien der dwaling en der leugentaal niet meer volgen, welken mijne hartstochten mij hadden aangewezen. Maar kom mij, o eeuwige Waarheid, de wegen des hemels leeren. Gij alleen kunt mij hierin onderwijzen.

Gelukkig is hij, Heer, welken Gij ü gewaardigt te leeren en die uwe wet

-ocr page 109-

105

kent, Ach! doe mij de genade van mij te onderwijzen en mij die te leerei .

Verhef u dan, o mijne ziel! veihef u tot den berg des Heeren, tot liet huis van Jacob, en Hij zal u zijne wegen leeren. Ga naar de godspraken van dien Meester luisteren , die van den hemel afgedaald is , en welken zijn Vader ons gebiedt te aanhooren.

Maar schenk mij, o mijn Jesus! een buigzaam hart, opdat ik uwe leer met eerbied aannerae; geef mij het verstand, opdat ik die begrijpe; geef mij de wijsheid , opdat ik die smake, beminne en volge. Zend mij uwen geest, ten einde mijn hart te bereiden om die te ontvangen.

Het brood des Altaars, o mijne ziel! is een brood van verstand, dat met het licht der hoogste wijsheid degenen vervult die het heiliglijk nuttigen; het is de ware vrucht van den boom der wetenschap, die ons diep geleerd maakt in de wetenschap der Heiligen. Ach! veronachtzaam dan niet, u daarmede te voeden, o mijne ziel! maar vooral, bewandel steeds de weffen der volmaaktheid.

-ocr page 110-

106

overdenking.

le Punt. Het is niet meer eeu Mozes, een Daniël, een Jeremias, die de vergiffenis der zonden van de mensclien afsmeeken; het is God zelf, die zich. aan God opoffert, als de eindelooze prijs der zonde... Diep en verheven denkbeeld!

2e Pont. Jesus Christus is in het Sacrament des Altaars immer bezig met de barmhartigheid van God af te smee-ken, en met de middelaar te zijn voor de misdaden der aarde. Alzoo zijn onze tabernakelen vol leven; God verblijft in dezelve. Ach! hoe ellendig zijn die der protestanten! zij zijn ij del, zij hebben geenen God.

oefening,

Het vast voornemen maken van Jesus Christus, zoo spoedig mogelijk, in het allerheiligste Sacrament des Altaars te eeren, door het bezoek der kerken, het bijwonen van het heilige Misoffer en het ontvangen van dat verheven Sacrament. Dikwijls aan Jesus, in zijn tabernakel tegenwoordig, de genade vragen van

-ocr page 111-

107

Hem als teerspijs en met de noodige gesteltenis in het uur des doods te ontvangen.

GEBED.

Aanbiddelijk Slachtoffer, Offeraar bij u itstekendheid, Jesus, Opperpriester boven de hemelen verheven, Gij hebt ü slechts in het aanbiddelijk en verheven Sacrament onzer altaren vernederd om uwe liefde genaakbaar en treffender te maken. Dat dan uit uw heiligdom een heilig vuur afdale, dat onze harten doordringt; dat het dien eigen wil vernietige, zoo vijandig met den geest van opoffering; en dat het, ons in één slachtoffer ver-eenigende, ons in U doe vinden het onderpand der onsterfelijkheid en des gelukzaligen levens. Amen.

-ocr page 112-

VROME GEDACHTEN

EN

UITBOEZEMINGEN,

031 MET VRUCHT DE H. MIS TE 1I00KEN.

Tracht de uitboezemingen uws harten en een waar gevoel van godsvrucht met deze korte bemerkingen te vereenigen; zij zullen u helpen, om het H. Misoffer met vrucht bij te wonen. Wordt gij door deze of gene gedachte meer bijzonder getroffen, blijf er u bij ophouden, tot dat gij het raadzaam oordeelt, tot eene andere over te gaan; immers, de gevoelens des harten maken als de kern van het gebed uit.

Voor den aanvang der H. Mis.

Ik geloof, o mijn God! dat in het H. Misoffer dezelfde opdracht hernieuwd wordt, welke Christus-Jesus volbracht heeft stervend op het Kruis... Ik geloof,

-ocr page 113-

109

dat deze opdracht zich hernieuwt voor de verheerlijking van uwen goddelijken en aanbiddelijken Naam... voor de heiliging der rechtvaardigen... voor de bekeering der zondaren.

O Vader van barmhartigheid! zuiver mijn hart, dat het deel neme aan de opdracht van het vlekkelooze Lam, dat de zonden der wereld wegneemt...

Verwijder u van mij, aardscbe gedachten ; want ik ga getuige zijn van het verhevenst werk des goddelijken alvermogens. .

Verwerf mij, o gezegende onder de vrouwen! verwerf mij de genade van in deze H. Mis tegenwoordig te zijn met die ingetogenheid, met die aandacht en godsvrucht, waarmede gij zelf het Kruisoffer bijwoondet; opdat ook ik deelachtig worde aan de genaden, welke God de Heer uitstort over degenen die deze heilige Offerande met behoorlijke gesteltenissen komen bijwonen.

Aan het Confiteor.

Zie hier, o mijn God! den zondaar, den verrader, die zoo menigmaal tegen U opstond... Helaas! hoe ondankbaar was ik aan uwe liefde! Ik ken, o Heer!

-ocr page 114-

110

en verfoei mijne zonden; maar ook, ik ken en bewonder uwe goedheid en ontferming...

Wie is grooter, ik in boosheid, of Gij in barmhartigheid?...

Wordt mijne boosheid, wordt aller menschen boosheid door uwe erbarming oneindiglijk overtroffen, o, deze dale op mij neder en schenke mij, uit loutere goedertierenheid, een vermorzeld en verootmoedigd hart.

Aan het Kyrie eleison.

Mijne ellenden, o Heer! richten als \'t ware den troon uwer erbarmingen op... Hoe ellendiger, hoe verachtelijker ik ben, des te meer aanspraak heb ik op uwe ontferming... Ach! Heer, ontferm U mijner; Jesus, wees mij genadig; Christus, ontferm U mijner. Wees goedertierener met die plichtiger is.

Aan het Epistel.

Ik dank ü, o goddelijke Geest, dat gij U verwaardigd hebt, tot mij te spreken door de Profeten en Apostelen... Schenk mij de genade, dat ik voordeel doe met uwe leerlingen, opdat ze my niet tot schande strekken in den vree-selijken oordeelsdag.

-ocr page 115-

Ill

Aan het Evangelie.

Welke verplichting bindt mij niet aan ü, o mijn God, dat ge mij geroepen hebt tot het licht des H. Evangelies!... Waartoe zouden mij alle andere genadegaven dienen, zonder de gave bij uitnemendheid, de gave van het H. Geloof?... 0 aanbiddelijk geloof, in uwen schoot wil ik leven en sterven; konde ik voor u sterven!... Verre van mij, mensche-lijke berekeningen, menschelijke oordeelvellingen! De evangelische onderrichtingen , niet de grondregels noch de verkeerde praktijken der menschen, zullen mijn genoegen en mijnen roem uitmaken, zullen mij alleen tot leiding en gids verstrekken... De bedrogen en bedriegende wereld is mij een afschuw; zij is van Jesus vervloekt. Zij zij vervloekt!

A an het Offertorium.

Ik aanbid U, o mijn God! en draag U met den Priester dit H. Offer op tot uwe verheerlijking, als een betuiging van erkentenis voor zoo vele van ü ontvangene weldaden, tot voldoening van mijne schulden en van de schulden aller zondaren... Ontvang, o Heer, het brandofler uws eengeboren Zoons, die

-ocr page 116-

112

— Offerande en Offeraar — zich zeiven aan U opdraagt... Dat zijn heilrijke verdiensten inzonderheid nederdalen op de behoeftigste; mijne ziel is die ellendige... Doch, mijn hart, troost u; Jesus offert zich voor n!

Aan het Or ate Fratres.

Het schepsel kan den Schepper niets aanbieden, dat Hem waardigis... Nog-tans vereenig ik mij en geheel mij zeiven met Jesus\' Offerande; Hij alleen kan voor mij verdienen... Ik wil niets dan hetgeen hij wil... O God van liefde! ik zoek alleen uwe liefde... Zie genadig neêr op het offer mijns harten, op het offer van geheel mij zeiven, gelijk gij neêrzaagt op Jesus\' Offer, waaraan ik het mijne verbindt.

Aan de Prefatie.

Mijne ziel! gij zijt niet voor de aarde, maar voor den Hemel geschapen... Verhef dan uwe gedachten , uwe gevoelens , uwe neigingen en begeerten. Leer eens voor goed, hemelsch, niet aardsch zijn... Mijn hart verzucht tot ü, o opperst Heil!... Gij alleen zijt voor altgd mijn schat... Gij alleen zijt mij

-ocr page 117-

113

liet eenige, het ware Goed... Buiten ü is alles ijdel, leugenachtig, begoocheling,

■j * \' O \' O O \'

bedrog....

Aan het Sanctus.

0 God! Gij zijt oneindig heilig; ik ben een zondaar, een worm, een niete-ling. Gansch de Hemel en gansch de aarde zijn vol van ü; mijn hart alleen is leclig.

Ach! vervul my met U zei ven, opdat ik volkomen de uwe zij... Gij wilt, dat ik heilig zij; maak mij heilig door uwe goedertierene genade.... Op deze betrouwende, roep ik met een deugdeheld des Christendoms uit: »Ik wil heilig zijn, ik wil een groot heilige, ik wil zonder uitstel heilig wezen!quot;

Aan de gedachtenis der levenden.

Gij, o Heer! Gij zijt de algemeene Vader. Stort dus op al uwe kinderen de volheid uwer genadegaven, de vruchten van deze onbloedige Offerande uit. Verheven zij uwe Bruid, de H. Roomsch-Katholieke Kerk! Verleen uwen steun en krachtigen bijstand aan Christus\' vertegenwoordiger op aarde, aan den Paus van Rome. Verdelg de ketterijen

-ocr page 118-

114

en scheuringen. Schenk eendracht en vrede onder de Christene vorsten, koningen en keizers. Zie genadig neder op onzen Bisschop, op onze priesters, op onzen koning, op mijne bloedverwanten en naastbestaanden, op mijne weldoeners, op mijne lieve vrienden en vijanden, op allen voor wie ik, of uit rechtvaardigheid of uit liefde , verschuldigd ben te bidden.

Aan de H. Consecratie.

Verander, o mijn God! mijne gemoedsgesteltenissen in de uwe, gelijk gij het brood en den wyn verandert in uw heilig Vleesch en Bloed; eu verleen mij de genade van mijne ziel, mijn lichaam en mijn leven geheel en vol-strektelijk tot uwe dienst te besteden.

Aan de opheffing der H. Hostie.

Ik aanbid U, o glorierijke Jesus! die voor my een slachtoffer van verzoening zijt geworden. Ach, maak dat mijn hart in uwe oogen een zuiver, heilig en onbevlekt slachtoffer uwer liefde zij.

Aan de opheffing van den Kelk.

0 lieve Jesus! ik aanbid in dezen kelk uw dierbaar Bloed, dat voor onze

-ocr page 119-

115

zaligmaking aan het Kruis is vergoten geworden. Laat het op mijne schuldige ziel vloeien, om haar te reinigen en te heiligen... Eeuwige Vader, herinner ü, dat Abels bloed wraak riep tegen Ca\'in, den broeder-moorder. Het bloed des nieuwen Abels roept om barmhartigheid en ontferming te onzer gunste... O Bloed, o heilige Wonden van Jesus! wees mij altijd tegenwoordig, opdat ik altijd hope.

Bij de gedachtenis der overledenen.

Gedenk, o Heer, dat de zuiverende zielen, die gij als Rechter straft, uwe bruiden zijn, de beminde dochters uwer eeuwige liefde... Doe haar door het Bloed van Jesus, uwen Zoon, de uitwerksels dezer Offerande ondervinden, inzonderheid haar aan welke ik uit plicht van rechtvaardigheid, van liefde en dankbaarheid meer verschuldigd ben.

Aan het Pater-noster.

Gij zijt dus onze Vader, o eeuwige God!... Vader, omdat Gij ons met zoo veel liefde geschapen hebt... Vader, omdat Gij ons, ten koste van zoo veel bloeds, hebt vrjjgekocht. O! maak, dat wij

-ocr page 120-

116

waardige kinderen zijn van zulten Vader, met alleen onzes Vaders glorie en grootheid te betrachten... Voor ü, o Vader! ben ik geschapen... voor U alleen wil ik leven, in ü en met ü wil ik sterven.

Aan het Domine non sum dignus.

God alleen is waardig. God te ontvangen... Hoe dan zal het eene ziel wezen, eene zondige ziel, gelijk de mijne! Doch gij let slechts op uwe erbarming, o Heer! niet op uwe grootheid, noch op raijue uietwaardigheid... Gij verlangt, ja wilt het, dat ik tot U nadere, gelijk een zieke tot den geneesheer om genezen, gelijk een behoeftige tot den vermogende om verrijkt te worden.... O God van liefde en almacht! zie hier voor uwe voeten het ziekste en armste uwer schepselen... Trek mij tot ü, vereenig mij met ü; en ik zal bovenmate gezond en rijk wezen voor uw goddelijk aanschijn... Wrocht, o wrocht dit wonder uwer liefdevolle almogendheid... Kom in mijn hart... Kom, en bezit mijne ziel... En, ofschoon ik het geluk niet heb, ü werkelijk in mij te ontvangen, kom evenwel in mij met uwe genade, en verlaat mij niet. Maak,

-ocr page 121-

117

dat ik U immer liefhebbe; maak, dat ik sterve in uwe heilige liefde.

Na de Nutting.

Gij hebt nu, o mijn Jesus! eene Offerande voltrokken, in alles gelijk aan hetgeen gij op Golgotha volbracht, om uwen Vader te gehoorzamen... Maak, dat ook ik mij geheel en volkomen aan uw heilige dienst en aan het onderhouden van uw heilig Evangelie wijde. Ik wil voortaan niets dan hetgeen Gij wilt. Geheel gelijkvormig aan uwen heiligen en aanbiddelijken Wil, wil ik leven en sterven.

Op het einde der H. Mis.

Ik dank U, o Heer, dat Gij mij, het onwaardigste schepsel, hebt quot;toegelaten

bij het verhevenst uwer wonderen.....

Vergeef mij goedertierend hetgeen ik, nu zelfs, misdreven heb. Geef, dat ik, door uwe genade en verdiensten geholpen , eens moge ingaan in den tempel van het eeuwig vaderland, om daar het groote Offer van liefde te voltrekken, door hetwelk mijne ziel in mijnen God haar eeuwig bestaan, haar opperste gelukzaligheid vinden zal. Amen.

-ocr page 122-

irebeden voor de ^Biedjt.

VOORBEREIDEND GEBED.

Tot U, Heer Jesus, keer ik smeekend terug, ik die zoo dikwerf door de zonde van U ben afgeweken. Tot wien zal ik anders gaan dan tot U ? Indien Gij mij veroordeelt, van wien zal ik dan nog vergiffenis hopen? Ik had, wel is waar, vroeger vastelijk besloten, uwe geboden te onderhouden en alle zonden te vermijden, en wel voornamelijk dezeN....; doch helaas! ik ben onverstandig geworden , en door de aanlokselen der begeerlijkheid verleid, heb ik U wederom verlaten. Ik heb gezondigd! wat zal ik doen, waarheen zal ik mij wenden, ik ellendige? Tot wien anders dan tot U, tot U in wien mijn heil, mijn leven en mijne verrijzenis is? Ge waardig U dan, o Heere Jesus, mij aan te zien, gelijk Gij Petrus hebt aangezien, en ontferm ü mijner. Ach! mocht ook mij de droefheid over de zonden zoo vele tranen doen storten als hij gestort heeft! Op uwe barmhartigheid, lieve Jesus, die

-ocr page 123-

119

grooter is dan mijne zonden, stel ik al mijn vertrouwen. Gij kunt meer vergeven dan ik kon bedrijven. Verwerp mij dan niet van uw aanschijn; maar spreek tot mijne ziel: »Zie hier mij, ik ben uw heil.quot;

ANDER GEBED.

Wie geeft water aan mijn hoofd en eene bron van tranen aan mijne oogen, opdat ik dag en nacht mijne zonden beweene, waarmede ik U, o allerliefste Jesus, zoo dikwijls tot gramschap heb getart! Ik werp mij met de rouwmoedige Magdalena neêr aan uwe voeten en ik omhels en kus ze in den geest, terwijl ik uwe barmhartigheid smeekend inroep. Spaar, Heer, spaar mijne zonden; ach, mocht ik ze met zulk een stortvloed van tranen uitwisschen, als die boetvaardige zondares deed! Lieve Jesus, vergoed mij dezer gemis met het heilig Bloed, dat Gij zoo overvloedig voor mij vergoten hebt. Ik zal niet heengaan van uwe voeten, ik zal ze blijven omhelzen, als waren zij het anker mijner zaligheid; en ik zal U niet loslaten, tot dat Gij mij zult zegenen en ik dit troost-

-ocr page 124-

120

vol woord van ü mag hooren: «Uwe zonden zijn u vergeven.quot;

GEBED VÓÓll HKÏ GEWETENSONDERZOEK.

Kom, o H. Geest, drijf de duisternissen weg van mijnen geest, verlicht mijn verstand, opdat ik moge weten wat ik misdaan heb met gedachten, begeerten , woorden , werken en verzui-menissen tegen U, tegen mijnen naaste en tegen mij zeiven; beweeg, ontvlam en versterk mijnen wil, opdat ik een oprecht leedwezen daarover gevoele en een ernstig en werkdadig voornemen voor de toekomst moge vormen.

GEBED VAN DEN H. AUGUSTINUS.

Ik heb gezondigd, o God, grootelijks gezondigd, en ik ben mij vele zonden bewust; doch ik wanhoop niet; want waar de zonden overvloedig zijn, daar is ook uwe barmhartigheid overvloedig. Hij die wanhoopt aan de vergifpenis zijner zonden, hij loochent dat Gij, o God, barmhartig zijt. Hij die dus niet vertrouwt op uwe barmhartigheid, pleegt grootelijks onrecht tegen TJ. — üe

-ocr page 125-

121

menigte mijner zonden is niet in staat, mij schrik aan te jagen, indien ik, o Heere Jesus, denk aan uwen dood. De nagelen en de lans roepen mij toe, dat ik verzoend ben geworden metÜ. Immers Longinus heeft voor mij met de lans uwe zijde geopend, en ik treed er binnen en rust er veilig. Daar is waarlijk geen krachtiger opwekking tot vertrouwen en liefde jegens ü, dan de dood, o Jesus, waarmede Gij mij verlost hebt. Gij buigt stervend uw hoofd neder om mij, ofschoon ik een ellendige zondaar beu, den kus der liefde te geven; Gij strekt uwe armen uit aan het kruis. Gij strekt ze uit naar mij, om mij te omhelzen. In uwe armen dan, o Jesus! wensch ik te leven en verlang ik te sterven. Amen.

AKTE VAN BEEOTJW.

O mijn God, mocht ik ü uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel en uit al mijne krachten boven alles beminnen! Mocht ik de liefde der Serafijnen kunnen bezitten en geheel mijn leven lang bewaren! Ach, mijn God, Gij weet dat ik ü ten minste lief wil hebben, dat ik U steeds meer beminnen wil, dat ik

6

-ocr page 126-

122

eerder duizendmaal den dood wil sterven ( dan U ooit door deze zonde N...., te beleedigen. 0 wat smart het mij, dat ik U, het hoogste en opperste Goed, dat ik U, die verdient hoven alles bemind te worden, heh vergramd! Ach, dat ik U nooit meer met de minste zonde zelfs heleedige! Ik neem mij van nu af vastelijk voor, alles te vermijden wat zondig is. Gij toch zijt alle liefde, eer en hulde waardig. Gij mijn God,

wiens allerheiligsten Wil ik voortaan in alles hoop te volbrengen. Amen.

VOORNEMKN.

Vergeef mij , o God; vergeef mij , Gij die den dood des zondaars niet wilt. Ik besluit thans vastelijk, van dezen oogen-blik af, U nimmer meei te zullen beleedigen. Ik neem mij voor, standvas-tiglijk alle vrijwillige zonden en alle gelegenheden van doodzonde te zullen vermijden; met de meeste zorg zal ik waken en op mijne hoede zijn tegen die.... zonden en tegen die.... gelegenheden. Ik zal dan mijne zonden biechten, boetvaardigheid plegen, de gelegenheden vluchten en middelen aanwenden, ik

-ocr page 127-

1 123

\' zal ü, mijn God, voortaan getrouw dienen. Ik van mijne zijde vergeef uit liefde tot U aan allen die iets tegen mij misdeden, en ik smeek allen om vergiffenis die ik ooit beleedigd, bedroefd, veracht, beoordeeld en verergerd heb 1 . en ik zal jegens hen trachten te vergoeden wat ik tegen hen misdeed. En daar dit niet toereikend is ter uitwis-sching mijner schuld, zoo draag ik tot voldoening aan ü op de verdiensten van . Jesus-Christus, van de allerheiligste Maagd en van alle Heiligen, en alle mijne werken en geheel mijn leven. Vergeef dan, o goedertierenste Vader, en neem uwen verloren zoon in genade aan, en geef dat ik uwe liefde nimmer meer verlieze. 0 allerbeminnelijkste Vader! zend mij liever den dood, dan 1 dat ik ooit terugvalle in de zonde. Ik wil liever sterven, dan ooit weer zondigen. Help, o Heer, mijne zwakheid.

-ocr page 128-

124

Weeheden na de ^Biecfyt.

O mijn God, ik smeek U, mijne biecht moge Ü aangenaam en welgevallig zijn, door de verdiensten van de gelukzalige Maagd en Moeder Gods Maria en van alle Heiligen; en wat nu of ooit ontbroken liebbe aan de genoegzaamheid van mijn berouw, aan de oprechtheid en volledigheid mijner belijdenis, moge aangevuld worden door uwe oneindige goedheid en barmhartigheid, en volgens deze moge ik volkomen ontslagen zijn van mijne zonden, door ü in den Hemel, die leeft en heerscht, God in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onmetelijken dank breng ik ü, o Heer, wijl Gij de banden verbroken hebt, waarmede ik in de slavernij des duivels gekluisterd lag, en omdat Gij mijne ziel aan het eeuwig verderf hebt ontrukt en haar met uw onschatbaar Bloed gereinigd en hersteld hebt in uwe genade en liefde.

Tot IJ, o allerminzaamste Jesus, keer ik weder, en ik dank U, dat Gij U gewaardigd hebt, mij te zuiveren van de afschuwelijkste melaatschheid mijner zonden. Uw naam, o Jesus, zij geprezen in eeuwigheid! Gij zijt waarlijk Jesus,

-ocr page 129-

125

dat is Verlosser. Gij die niemand, hoe misdadig ook, van U verstoot, en alle oprecht boetvaardigen in genade aanneemt , en hun eene plaats verleent onder het getal uwer kinderen.

Ik huldig en vereer U, mijn Jesus; ik omhels uwe voeten, mijn Verlosser! en wijd my van nu af geheel en al aan uwe dienst. Ondersteun, bid ik U, mijne zwakheid, opdat ik, nimmer de weldaad vergetende die Gij mij bewezen hebt, door niets meer van al wat mijn hart bekoren en mijne zinnen streelen kan, van ü worde afgetrokken en teruggeworpen in mijne vroegere zonden. Verbind mijn hart en mijne ziel door de banden uwer liefde zoo innig aan U, dat ik zeggen moge met den Apostel: gt;Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus?quot; Rom. VIII. 35.

0 allerliefste Jesus, ik bemin U uit geheel mijn hart en uit geheel mijne ziel, omdat Gij oneindig goed zijt! Het doet mij leed dat ik Ü ooit beleedigd heb, en ik neem mij vastelijk voor, nooit meer te zondigen.

Geef, o Heer, dat ik U voortaan blijve beminnen, en dat ik U diene met standvastigen wil, dat ik uwe genade

-ocr page 130-

126

voortaan beware en liever sterve dan ze ooit weer door de zonde te verliezen.

Geef mij genade, o God, om mijn voornemen te volbrengen, mijn leven ernstig te verbeteren en in uwe liefde tot den dood toe te volharden. Door Christus, onzen Heer. Amen.

O God, Gij die dengenen die U beminnen, alles ten voordeel doet verstrekken ; stort in onze harten de kracht uwer liefde uit, opdat nimmer eenige bekoring, hoe geweldig en langdurig ook, in staat zij, de thans genomene besluiten weer aan het wankelen te brengen. Door Christus, onzen Heer. Amen.

-ocr page 131-

GEBEDEN

VOOR DE

IH:. convnvEXjii^iE.

GBBED VAN DEN H. AMBROSIUS.

Bij de gedachte, dat ik, zondig mensch, tot de tatel vaa uw allerzoetst gastmaal zal naderen, o goedertieren Jesus, niet krachtens eigene verdiensten, maar slechts vertrouwend op uwe barmhartigheid en goedheid, word ik met vreeze en siddering bevangen. Want mijn hart en mijn lichaam zijn met veelvuldige misdaden bezoedeld, en mijne ziel en mijne tong heb ik niet onbesmet bewaard. Ik, ellendige , begeef mij dan, o aanbiddenswaar-dige Godheid, o ontzaggelijke Majesteit, in de vreeze die mij benauwt, tot ü, de bron der barmhartigheid; tot U snel ik om genezing te erlangen, onder uwe bescherming vlucht ik; en dien ik als mynen Rechter ducht, dien verlang ik als mijnen Verlosser te bezitten. Aan U, o Heer, toon ik mijne wonden; voor

-ocr page 132-

128

U leg ik geheel mijne verachtelijkheid bloot. Ik ken de veelheid en de grootte mijner zonden, en zij jagen mij schrik aan. Maar ik hoop op uwe ontfermingen, wier getal onuitsprekelijk is. Zie dan neer op mij met de oogen uwer barmhartigheid, o Heere Jesus Christus, eeuwige Koning, Grod-mensch, gekruist voor den mensch! Verhoor mg, die hoop op U, en heb medeleden met mij, die vervuld ben van alle ellende en zonde; Gij die de bron uwer ontfermingen altijd doet vloeien, neig een gunstig oor tot mijne smeekingen. Wees gegroet, o Slachtoffer des heils, voor mij en geheel het menschelijk geslacht op het Altaar des Kruises geofferd. Wees gegroet, o edel en kostbaar Bloed, dat stroomt uit de wonden van mijnen ge-kruisten Heer Jesus Christus, en afwascht de zonden der gansche wereld. Gedenk, o Heer, uw schepsel, dat Gij hebt vrijgekocht met uw onschatbaar Bloed. O, het smart mij, gezondigd te hebben; ik verlang vurig, alles te herstellen wat ik misdeed. Neem dan weg van mij, allergoedertierenste Vader, alle mijne ongerechtigheden en zonden, opdat ik, gereinigd naar ziel en lichaam, waardig-

-ocr page 133-

129

lijk moge nuttigen het Heilige der Heiligen; en geef dat het genot van uw Lichaam en Bloed, hetwelk ik onwaardige voornemens ben te ontvangen, mij moge verstrekken tot vergiffenis mijner zonden, tot volmaakte zuivering van alle smet, tot verdrijving van alle schandelijke gedachten, tot verwekking van goede gevoelens, tot krachtdadige hulp teloefening van U welgevallige werken, tot onverwinuelijke verdediging van ziel en lichaam tegen al de aanslagen mijner vijanden. Amen.

GEBED VAN DEN H. BERNAIIDUS TOT DE H. MAAGD.

Door u mogen wij geleid worden tot uwen Zoon, door u o Gezegende! die genade gevonden hebt bij God, die het leven hebt gebaard, en de moeder onzes Heils geworden zijt; eet door u neme Hij ons aan, die door u aan ons gegeven is. — Uwe ongeschondenheid wissche uit bij Hem de vlek onzer bedorvenheid; en uwe nederigheid, zoo welgevallig aan God, verkrijge vergiffenis voor onze ijdelheid en hoovaardij. Uwe overvloedige liefde bedekke het groot getal onzer

-ocr page 134-

130

zonden, en uwe roemrijke vruchtbaarheid verschaffe ons vruchtbaarheid aan verdiensten. O onze Meesteresse, onze Voorspreekster, beveel ons aan uwen Zoon, verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. Verwerf, o Gezegende! door de genade die gij gevonden, door de waardigheid die gij verdiend en door de barmhartigheid die gij gebaard hebt, dat Hij die zich ge-waardigd heeft door uwe bemiddeling deelachtig te worden aan onze krankheid en ellende, ons ook door uwe tusschen-komst deelachtig make aan zijne zaligheid en zijne glorie, Jesus Christus, uw Zoon, onze Heer, boven alles verheven en gezegend, God in de eeuwen der eeuweu. Amen.

AKTE VAN GELOOF.

O mijn goddelijkeZaligmaker, ik geloof vastelijk, dat Gij het zelf zijt, dien ik zal ontvangen in het H. Sacrament des Altaars, met uw Lichaam, uwe Ziel en uwe Godheid; Gij zelf, die in een stal te Bethlehem geboren werdt, die voor mij hebt willen sterven aan het Kruis, en die, glorievol troonende in den Hemel,

-ocr page 135-

131

U gewaardigt, door Gen wonder uwer almacht en liefde, onder de nederige gedaante van dit H. Sacrament waarlijk, werkelijk en wezenlijk tegenwoordig te zijn.

Dit geloof ik, o mijn God! en uw woord verzekert mij meer van uwe tegenwoordigheid in dit hoog heilig Geheim, dan wanneer ik ü met eigene pogen ontwaarde. Ja, ik geloof, dat ik, onder den schijn vau brood, zal ontvangen mijnen Zaligmaker, den waren Zoon Gods, den Meester en Heer van het heelal, den Rechter van levenden en dooden. Ik geloof het, o mijn God; en al moest ik duizendmaal den dood ondergaan tot verdediging dezer waarheid, ik zou liever willen sterven dan in dit punt mijne godsdienst en mijn geloof verzaken.

AKTE VAN OOTMOEDIGHEID.

Wie ben ik, o God van glorie en majesteit, wie ben ik, dat Gij U ge-waardigt tot mij ie komen? Hoe! ik zondaar, ik ellendige aardworm, ik verachtelijker dan het niet, mag ik tot een zoo heiligen God naderen, het Brood

-ocr page 136-

132

der Engelen eten, mij spijzen met een goddelijk Vleesch! — Ach! Heer, dit verdien ik niet; neen, nooit kan ik zulk eene eer waardig zijn. Ga van mij , o Heer, omdat ik een zondig mensch ben. — Koning van Hemel en aarde, voor wien ganscli het heelal is alsof het niet ware, hoe waag ik het, tot ü te naderen, plaats te nemen aan uwe Tafel, mij zoo innig met U te vereenigen? Is het niet reeds veel voor mij, het geluk te hebben, U in uwen heiligen tempel te mogen aanbidden en U mjjne wenschen te mogen aanbieden ? Dit toch is al wat Gij aan de Engelen vergunt; en ik, stof en asch, ik verachtelijk en zondig schepsel, zal den God aller majesteit, den onsterfelijken Koning der eeuwen, den oppersten Hechter van levenden en dooden , mogen ontvangen? Ach! hoe zou ik tot U durven naderen, indien Gij zelf het mij niet geboden hadt, en indien uw goddelijke Geest door de stem der H. Kerk mij niet uitnoodigde, dikwerf tot het aanbiddelijk Sacrament van uw dierbaar Vleesch en Bloed mijne toevlucht te nemen?

-ocr page 137-

133

AKTE VAN BEROUW.

Hoe zou het mij mogelijk zijn, o God, bij het aanzien der groote eer, die Gij mij bewijst, en der teedere liefde, die Gij mij betoont in het H. Altaar-Sa-crament, geene oprechte droefheid te gevoelen over de zonden, waarmede ik ü, dien God van goedheid en liefde, gedurende mijn leven zoo dikwijls vergramd heb... Ach! het smart mij, het doet mij leed uit den grond mijns harten, dat ik U, mijn God en mijn Vader, beleedigd heb; ik verzaak en verfoei de zonden die ik ooit bedreef, met al den afkeer waarvoor mijn gemoed vatbaar is, en ik bid U ootmoediglijk om genadige vergiffenis. Vergeef mij de zonden, o mijn Vader, o allergoedertierenste Vader, Gij die uwe liefde jegens mij, ellendige en onwaardige, zoo verre drijft, dat Gij mij heden uitnoodigt om tot ü te komen; ik smeek TJ, vergeef ze mij.

Ik ben reeds, gelijk ik hoop, door het Sacrament van boetvaardigheid van mijne zonden gezuiverd; maar zuiver mij meer en meer, o mijn God; schep in mij een nieuw hart en vernieuw in

-ocr page 138-

134

mij dieti geest van rechtvaardigheid, onschuld en heiligheid, die aan uwe goddelijke Majesteit zoo aangenaam is.

AKTE VAN HOOP.

Gij komt tot mij, o goddelijke Zaligmaker! Wat moet ik niet verwachten van U die ü geheel aan mij geeft!

Tk verschijn dan voor ü, o God! met al het vertrouwen, dat uwe oneindige almacht en goedheid mij inboezemen. Gij kent al mijne noodwendigheden; Gij kunt en wilt er in voorzien, Gij noopt mij, tot U te komen; Gij belooft mij, mij te helpen. Welaan, mijn God, zie mij hier; ik kom op uw woord. Ik verschijn voor ü met al mijne krankheid, met mijne verblindheid en geheel mijne ellende; ik hoop, dat Gij mij zult versterken, dat Gij mij geheel zult vernieuwen. Ik hoop het zonder vrees van in die hoop bedrogen te worden. Want zijt Gij niet mijn God? Zijt Gij niet een God van liefde en goedheid V Zijt Gij niet de meester van mijn hart? En wanneer zal mijn hart meer in uwe macht zijn, dan wanneer Gij in mij zult wezen ?

-ocr page 139-

135

AKTE VAN VERLANGEN.

Is liet daa mogelijk, o God vaii goedheid , dat Gij tot mij komt, en dit met eene oneindige begeerte, om mij met U te vereenigen? Ach kom, Welbeminde mijns harten, kom Lam Gods, aanbid-delyk Vleesch, dierbaar Bloed mijns Zaligmakers, kom en verstrek mijner ziel tot geestelijke spijze. Dat ik U bezitte, o God mijns harten, mijne vreugde, mijn wellust, mijne hoop en mijne liefde, mijn God, mijn Schepper en mijn al!

Wie zal mij vleugelen geven om tot U te vliegen? Gij alleen zijt in staat om onze begeerte te voldoen; verre van U versmacht mijne ziel; gelijk de dorstende haakt naar verkwikkende waterbronnen, alzoo verlang ik naar U, o mijn God, mijn eenig goed, mijn troost en mijne hoop, mijn schat, mijn geluk en mijn leven, mijn God en mijn al.

Kom dan, minnelijke Zaligmaker, kom tot mij, niettegenstaande mijne onwaardigheid en mijne ellende. Sla geen acht op mijne verledene zonden, denk alleen aan uwe liefde. Mijn hart is bereid, goddelijke Jesus; en indien het niet

-ocr page 140-

136

bereid ware, door een enkelen oogopslag kunt Gi] het bereiden, bewegen en ontsteken. Kom, Heer Jesus, kom, vervul mij met uwe liefde. Amen.

GEBJKtJCEN

NA BK

ü. convcivrTJiisriE.

AKTE VAN AANBIDDING.

Het is dan waar, dat ik in dit ©ogenblik in mijn hart bezit Hem dien het heelal niet bevatten kan. Aanbiddeljike Majesteit van mijn God! voor wien al wat groot is in den hemel en op aarde, zich onwaardig acht te verschijnen; wat anders kan ik in dit oogenblik doen, dan mij met eene diepe nederigheid verootmoedigen, bij het aanschouwen van het wonderbaar geheim van almacht en liefde, dat in mij voltrokken is. Ik aanbid U, o God van Majesteit, met al den eerbied waartoe ik in staat ben;

-ocr page 141-

137

en, om mijn onvermogen te vergoeden, draag ik ü de aanbidding op die Gij onophoudelijk ontvangt van de rechtvaardige zielen op aarde en van de Engelen en Heiligen in den hemel. Aan U alleen, o groote God, onsterfelijke i Koning der eeuwen, aan U alleen komt toe alle eer en glorie; eer, heil en zegen aan Hem die komt in den naam des Heeren. Gezegend zij de eeuwige Zoon van den Allerhoogste, die heden tot mij kwam om zich met mij zoo innig te vereenigen en bezit te nemen van een hart, dat zijner geheel onwaardig is.

AKTE VAN LIEFDE.

Ik heb dan eindelijk het geluk, U te bezitten, o God van liefde. Welk eene goedheid! 0 koude ik daaraan beantwoorden! Ware ik geheel hart om U te beminnen, zooveel als Gij beminnelijk zijt, en om ü alleen te beminnen! Mijn Welbeminde behoort mij, ik bezit Jesus, den beminnelijken Jesus. Moeder van mijn God, gelukzalige Engelen, Heiligen des hemels en der aarde, leent mij uwe harten, geeft

-ocr page 142-

138

mij uwe liefde, om Jesus, mijn bemin-uelijken Jesus, te beminnen.

Ja, ik bemin U, o God mijns barten! Ik bemin 11 uit geheel mijne ziel, ik bemin ü uit alle mgne krachten, en met een vast voornemen van nimmer iets te beminnen buiten U. Bevestig Gij zelf mijn voornemen, o mijn God; en laat niet toe, dat ik U ooit een hart ontneme, dat in dit oogenblik geheel het uwe is.

AKTE VAN DANKZEGGING.

Welke dankzegging, o mijn God, zal uwe weldaden kunnen evenaren? Niet tevreden met mij tot den dood toe bemind te hebben, o God van goedheid, gewaardigt Gij U nog, mij met uw bezoek te vereeren, mij te voeden met uw heilig Lichaam, dat voor myne zaligheid aan het Kruis werd geklonken, met uw goddelijk Bloed, dat op Golgotha vergoten werd. 0 mijne ziel, verheerlijk den Heer, uwen God, erken zijne goedheid, verhef zijne heerlijkheid, verkondig zonder ophouden zijne barmhartigheid. O mgn lieve Zaligmaker, ik dank U met een hart vol liefde en

-ocr page 143-

139

erkentelijkheid, voor de onuitsprekelijke genade, die Gij ü gewaardigt mij te bewijzen. Ik ben ongetrouw geweest, maar ondankbaar wil ik niet zijn. In eeuwigheid wil ik gedenken, dat Gij U heden aan mij gegeven hebt; en gedurende het overige mijns levens zal ik toonen, hoezeer ik besef, dat ik verplicht ben, mij geheel aan U te geven.

AKTE VAN VERZOEK.

Gedoog nu, o goddelijke Jesus, dat ik U mijne noodwendigheden blootlegge en tot Ujnijne gebeden richte. Ach, aanzie mijne krankheden en mijne ellenden. Liefdadige Samaritaan, genees de wonden mijner ziel; goede Herder, laat niet toe, dat uw schaap zich nog van den schaapstal verwijdere; Jesus, mijn Zaligmaker, wees mijn Jesus!

Ach! ik viaag Ü hier op aarde noch eer, noch rijkdom , noch genoegens; ik vraag U, o mijn God, uwe vrees en uwe liefde. Maak, o Heer, dat mijne oogen, welke de H. Hostie zoo van nabij gezien hebben, zich nooit op onbetame-J of gevaarlijke voorwerpen vestigen; dat mijne tong, welke U heeft aangeraakt,

-ocr page 144-

uo

niets dan zuivere en stichtende woorden spreke; dat mijn hart, hetwelk Gij zoo aanstonds in bezit genomen hebt, niets dan eerbare en zedelijke begeerten koes-tere. Zuiver mijn lichaam door uw allerheiligst Vleesch, vervul mijne ziel met uwen goddelijken Geest; geef mij de zegepraal over mijne hartstochten; leef in mij, opdat ik leve in U, door U en voor U in eeuwigheid.

O minnelijke Zaligmaker, verleen dezelfde genaden aan hen voor wie ik verplicht ben te bidden. Zoudt Gij mij iets weigeren, na de genade die Gij mij heden doet, van U zeiven aan mi] te geven ?

AKTE VAN OPDRACHT.

Gij vervult mij met uwe gaven, o God van barmhartigheid; en U aan mij gevende, wilt Gij, dat ik slechts leve voor U. Dit is ook mijn grootste begeerte , o mijn God! ik wil ü geheel toebehooren; ik wil, dat alle mijne gedachten, mijne voornemens en al mijn doen overeenkomen met de volmaakte onderwerping, welke ik aan U verschuldigd ben. Ik draag U onherroepelijk

-ocr page 145-

UI

op al wat ik heb, gezondheid, kracht, verstand, begaafdheden en goeden naam. O Koning van mijn hart, onderwerp aan U al de vermogens mijner ziel; heersch volkomen over mijnen wil; ik zal niet gedoogen, dat er iets in mij zij, dat ü niet onherroepelijk en geheel toebehoort.

AKTE VAN GOED VOOUNEMEN.

O teederste en edelmoedigste aller vrienden! wie zou mij voortaan van U kunnen scheiden, nadat Gij mij zulk een treffend bewijs van uwe liefde gegeven hebt? Ach! ik verzaak uit geheel mijn hart al wat mij ooit van U verwijderd heeft; en ik neem het vaste voornemen, met de hulp uwer genade, niet meer te hervallen in de zonden, die zoo menigwerf uw hart bedroefd hebben. Van nu af aan, o mijn God, geene gedachten meer, geene begeerten, geene woorden noch werken strijdig met de zuiverheid of met de liefde, geene ongeduldigheden, geene vloeken, leugens, twist, noch achterklap; geen menschelijk opzicht meer, geen gevaarlijke omgang, geene verzuimenissen mijner

-ocr page 146-

142

christelijke oefeningen, geene schuldige vergetelheid mijner plichten; liever sterven, o mijn God, liever op dit oogenblik den geest geven, dan U ooit mishagen.

Gij zijt in het binnenste van mijn hart, o goddelijke Jesus; in uwe tegenwoordigheid maak ik deze voornemens, opdat Gij ze zoudt bevestigen, en uw aanbiddelijk Sacrament, hetwelk ik zoo even ontvangen beb, er als het zegel van zij, dat ik nooit zal mogen verbreken. Bevestig dan, o God van goedheid, het verlangen wat ik heb, van U alleen toe te behooren, en niet meer te leven dan om U te verheerlijken en U te dienen. Amen.

GEBED TOT DE ALLERHEILIGSTE MAAGD.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods; verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o roemrijke en gezegende Maagd. Onze Oppervorstin, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.

-ocr page 147-

143

GEBED WAARVAN DE H. IGNATIUS ZICH BEDIENDE EN DAT HIJ ANDEREN AANBEVAL.

Ziel van Christus, heilig mij;

Lichaam van Christus, maak mij zalig; Bloed van Christus, maak mij verheugd; Water der zijde van Jesus, waschmij; Lijden van Christus, versterk mij; 0 goede Jesus! verhoor mij;

In uwe wonden verberg mij;

Laat mij niet van U gescheiden worden; Verdedig mij tegen den boozen vijand; Roep mij in de ure van mijnen dood; En beveel mij tot ü te komen, Om U met uwe Heiligen te loven, In alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 148-

LITANIftN

voet\' etfizw t*aq b-c t wecCi.

Voor lt;len Zaadag.

LITANIE

TOT DE ALLK11HEILIGSTE DRIEVULDIGHEID.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, God Heilige Geest,

H. Drievuldigheid, één God, 5*

Heer, die een geest zijt, en in geest g en waarheid wilt aangebeden worden, ^ Heer, aan wien niemand gelijk is, en buiten wien er geen andere Godheid p bestaat, s g

Koning der eeuwen, die alleen vanquot; natuur de onsterfelijkheid bezit,

-ocr page 149-

145

O i\'oote God, uit wien alles voortkomt en door wieu alles behouden wordt,

Heer, in wien wij leven, ons bewegen en zijn,

Heer, die overal zijt en wiens voorzienigheid alles omvat,

Heer, die zoo groot zijt, dat U geen verstand begrijpen kan.

Heer, wien noch geheel het aardrijk, noch de Hemelen kunnen bevatten,

Heer, wien geen mensch gezien heeft, g noch zien kan, S;

Heer, wiens oordeelen ondoorgronde- B lijk, en wiens wegen onnaspeurlijk zijn, cj

Heer, voor wiens Majesteit wij slechts § stof en asch zijn, ®

Heer, die in den Hemel, op de aarde,\' in de zee en in de afgronden alles naar uwen Wil regelt,

Heer, die de harten der menschen in uwe hand hebt, en ze neigt, waar gij wilt.

Heer, die een verterend vuur zijt, en wiens gramschap niemand kan we-derstaan,

Heer, die een ieder naar zijne werken vergeldt,

-ocr page 150-

146

Heer, die alles bepaalt in getal, ge-

wiclit eu maat,

Heer, die onze harten onderzoekt, en

onze nieren doorgrondt.

Heer, die alles wat er is, bemint, en niets haat van al wat () geschapen hebt, 0 Heer, die de zonden der menschen p om hunne boetvaardigheid kwijt-g

scheldt, , ,. 2

Heer, die in uwe woorden waaraclitig ^ en in uwe beloften getrouw zijt , ^ Heer, die niet wilt, dat wi] zullenp vreezen, omdat Gij, onze God eng helper, met ons zijt,

Allerheiligste God, door wiens glorie

seheel de aarde vervuld is.

Heer, wien alle eer en heerliikheid toekomt,

Heer, die zelf het loon uwer dienaars

zijt, v

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van allen hoogmoed en trotschheid des

geestes, verlos, Heer.

Van alle onmatigheid en onzuiverheid,

verlos ons. Heer. . , , m Van alle gramschap, nijd en kwaden wil tegen onze naasten, verlos ons. Heer.

-ocr page 151-

147

Van traagheid en ongeregelde droefheid, Van gierigheid, die de wortel van

alle kwaad is.

Door uwe grenzelooze almogendheid, g Door uwe oneindige wijsheid, ~

Door uwe overvloedige goedheid, ° Door uwe ondoorgrondelijke al\'we- §

tendheid en voorzienigheid,

Door den diepen afgrond van de oor- K deelen uwer rechtvaardigheid, S Door uwe volmaakte en onverander-

lijke gelukzaligheid,

In den dag des oordeels. Wij zondaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat Gij ons de genade wilt verleenen, om U uit geheel onze ziel, uit geheel ons verstand en uit al onze =3 krachten te beminnen, ^

Dat wxj uwen H. Naam nooit licht- U vaardig gebruiken, p-

Dat wjj de zon- en heiligdagen, die ^ U zijn toegewijd, in godsdienstige1^ en andere goede werken mogenquot; doorbrengen en heiligen, 0 oquot; Dat wij aan onze ouders en alle ° overheid eer en gehoorzaamheid om g Uwentwil bewijzen, ?

Dat onze zielen nimmer door onzuivere werken, woorden, begeerten

-ocr page 152-

148

of gedachten besmet worden, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij nooit iemand door onrechtvaardigheid benadeelen, wi) bidden U ,

hoor ons. __

Dat wii onzen mond van valsche getuigenis en alle leugentaal zorgvuldig bewaren, wij bidden U, hoor ons. Dat wii de aardsche goederen niet ongeregeld najagen, wij bidden U, hoor

Dat Gü onze harten tot het onderhouden uwer geboden wilt neigen, wy bidden U, hoor ons.

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

\\f. Prijzen wij den Vader, en den

Zoon, met den H. Geest.

tf. Loven en verheerlijken wij Hem

boven alles in eeuwigheid.

-ocr page 153-

149

LATEN WIJ BIDDEN.

Almachtige en eeuwige God, die uwen dienaars, door de belijdenis van liet ware geloof, de heerlijkheid der einde-looze Drievuldigheid hebt doen kennen, en in de oppermachtige majesteit geleerd hebt één Wezen te aanbidden; wij smee-ken U, dat wij door de standvastigheid van hetzelfde geloof, van allen tegenspoed steeds bevrijd mogen worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Voor den Maandag\'.

LITANIE

TOT DEN HEILIGEN GEEST.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer.

-ocr page 154-

148

of gedachten besmet worden, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij nooit iemand door onrechtvaardigheid benadeelen, wi) bidden U ,

hoor ons. __

Dat wii onzen mond van valsche getuigenis en alle leugentaal zorgvuldig bewaren, wij bidden U, hoor ons. Dat wii de aardsche goederen niet ongeregeld najagen, wij bidden U, hoor

Dat Gü onze harten tot het onderhouden uwer geboden wilt neigen, wy bidden U, hoor ons.

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

\\f. Prijzen wij den Vader, en den

Zoon, met den H. Geest.

tf. Loven en verheerlijken wij Hem

boven alles in eeuwigheid.

-ocr page 155-

149

LATEN WIJ BIDDEN.

Almachtige en eeuwige God, die uwen dienaars, door de belijdenis van liet ware geloof, de heerlijkheid der einde-looze Drievuldigheid hebt doen kennen, en in de oppermachtige majesteit geleerd hebt één Wezen te aanbidden; wij smee-ken U, dat wij door de standvastigheid van hetzelfde geloof, van allen tegenspoed steeds bevrijd mogen worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.

Voor den Maandag\'.

LITANIE

TOT DEN HEILIGEN GEEST.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer.

-ocr page 156-

152

Van onboetvaardigheid en verstoktheid

des gemoeds ,

Van eiken geest die aan U tegenstrijdig is, ^ Door uwe altijddurende voortkomst

van den Vader en den Zoon, g Door uwe wonderbare werking, waar- o door Christus in het lichaam der S zuivere Maagd ontvangen is,

Door uwe nederdaling over Christus g ten tijde zijns Doopsels, r*-

Door uwe nederdaling over de leerlingen van Christus,

In den dag des oordeels. Wij, zondaren, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij nooit de vleeschelijke neigingen involgen, ^ Dat Gij den geest der gerechtigheid-^: in onze harten wilt vernieuwen, ^ Dat Gij nooit ons wilt verlaten, £ Dat Gij ons wilt versterken om moe- P

dig het goede uit te werken, Dat wy U nooit bedroeven of U g\' wederstaan, °

Dat wij altijd arm van geest mogen o wezen, p

Dat Gij ons de christelijke en heilige droefheid wilt leeren,

-ocr page 157-

153

Dat Gij ons hongerig en dorstig naar de rechtvaardigheid wilt maken, wij bidden ü, hoor ons.

Dat Gij ons de zachtmoedigheid en barmhartigheid tot alle menschen wilt instorten, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij den vrede met onzen naaste zóó onderhouden, dat wij kinderen Gods mogen genoemd worden, wij bidden U, hoor ons.

Dat Gij ons zuiver van hart wilt maken, opdat wij God mogen zien, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de vervolging om de rechtvaardigheid als een bijzonder geluk achten, wij bidden ü, hoor ons.

Dat gij ons tot het einde toe in het goede wilt bevestigen, wij bidden U, hoor ons.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

y. De genade van den H. Geest Bf. Verlichte onze zinnen en harten.

-ocr page 158-

152

Van onboetvaardigheid en verstoktheid

des gemoeds ,

Van eiken geest die aan U tegenstrijdig is, ^ Door uwe altijddurende voortkomst

van den Vader en den Zoon, g Door uwe wonderbare werking, waar- o door Christus in het lichaam der S zuivere Maagd ontvangen is,

Door uwe nederdaling over Christus g ten tijde zijns Doopsels, r*-

Door uwe nederdaling over de leerlingen van Christus,

In den dag des oordeels. Wij, zondaren, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij nooit de vleeschelijke neigingen involgen, ^ Dat Gij den geest der gerechtigheid-^: in onze harten wilt vernieuwen, ^ Dat Gij nooit ons wilt verlaten, £ Dat Gij ons wilt versterken om moe- P

dig het goede uit te werken, Dat wy U nooit bedroeven of U g\' wederstaan, °

Dat wij altijd arm van geest mogen o wezen, p

Dat Gij ons de christelijke en heilige droefheid wilt leeren,

-ocr page 159-

153

Dat Gij ons hongerig en dorstig naar de rechtvaardigheid wilt maken, wij bidden ü, hoor ons.

Dat Gij ons de zachtmoedigheid en barmhartigheid tot alle menschen wilt instorten, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij den vrede met onzen naaste zóó onderhouden, dat wij kinderen Gods mogen genoemd worden, wij bidden U, hoor ons.

Dat Gij ons zuiver van hart wilt maken, opdat wij God mogen zien, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de vervolging om de rechtvaardigheid als een bijzonder geluk achten, wij bidden ü, hoor ons.

Dat gij ons tot het einde toe in het goede wilt bevestigen, wij bidden U, hoor ons.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

y. De genade van den H. Geest Bf. Verlichte onze zinnen en harten.

-ocr page 160-

152

Van onboetvaardigheid en verstoktheid

des gemoeds ,

Van eiken geest die aan U tegenstrijdig is, ^ Door uwe altijddurende voortkomst

van den Vader en den Zoon, g Door uwe wonderbare werking, waar- o door Christus in het lichaam der S zuivere Maagd ontvangen is,

Door uwe nederdaling over Christus g ten tijde zijns Doopsels, r*-

Door uwe nederdaling over de leerlingen van Christus,

In den dag des oordeels. Wij, zondaren, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij nooit de vleeschelijke neigingen involgen, ^ Dat Gij den geest der gerechtigheid-^: in onze harten wilt vernieuwen, ^ Dat Gij nooit ons wilt verlaten, £ Dat Gij ons wilt versterken om moe- P

dig het goede uit te werken, Dat wy U nooit bedroeven of U g\' wederstaan, °

Dat wij altijd arm van geest mogen o wezen, p

Dat Gij ons de christelijke en heilige droefheid wilt leeren,

-ocr page 161-

153

Dat Gij ons hongerig en dorstig naar de rechtvaardigheid wilt maken, wij bidden ü, hoor ons.

Dat Gij ons de zachtmoedigheid en barmhartigheid tot alle menschen wilt instorten, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij den vrede met onzen naaste zóó onderhouden, dat wij kinderen Gods mogen genoemd worden, wij bidden U, hoor ons.

Dat Gij ons zuiver van hart wilt maken, opdat wij God mogen zien, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de vervolging om de rechtvaardigheid als een bijzonder geluk achten, wij bidden ü, hoor ons.

Dat gij ons tot het einde toe in het goede wilt bevestigen, wij bidden U, hoor ons.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

y. De genade van den H. Geest Bf. Verlichte onze zinnen en harten.

-ocr page 162-

158

beminnen: omdat Gij nooit uw bestuur onttrekt aan hen die Gij in de hechtheid uwer liefde vestigt. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid van den heiligen Geest, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Voor den Woensdag.

LITANIE

TOT DE HH. ENGELEN.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God heilige Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm

U onzer.

H. Maria, bid voor ons.

-ocr page 163-

159

H. Michael,

H. Gabriel,

H. Raphael,

Alle HH. Engelen en Aartsengelen, Die uwen Schepper altijd met een uitnemende liefde hebt bemind, Die nooit in de minste zonde gevallen

Goddelijke dienaars, die altijd tot den dienst van Gods opperste Majesteit bereid zijt,

Die met allen eerbied in zijne tegenwoordigheid vervuld zijt,

Die in alles zijnen heiligen Wil volbrengt ,

Zuivere geesten, aan wie God onze

bewaring heeft aanbevolen, Die gesteld zijt om de macht des

duivels van ons af te wereu, Die, door het ingeven van goede gedachten , van ons de kwade invallen verdrijft,

Die ons door goede bewegingen de

kwade driften doet overwinnen, Die ons van de gelegenheden tot

zonden verwijdert.

Die ons gedurig door goede ingevingen vermaant.

Die niets dan onze zaligheid zoekt,

-ocr page 164-

160

Die u verheugt, wanneer wij als ware

Christenen leven, bidt voor ons. Die te zatnen met ons om Gods genade bidt, en ons tot hidden opwekt, bidt voor ons.

Die onze gebeden, verstervingen en goede werken aan God opdraagt, bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe HH. Engelen, verlos ons. Heer. Van het misbruik uwer genade, fquot; Van alle gevaar naar ziel en lichaam, | Van alle verleidende gezelschappen, ^ Van alle onkuischheid, ^

Van alle kwade bekoringen, |[

Van alle onwilligheid ten opzichte =

van onze Oversten ,

Van alle onachtzaamheid jegens onze g

minderen,

Van alle traagheid in U te dienen, § Wij zondaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat wij in alles aan de leiding van uwe HH. Engelen onderdanig zijn, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de goede gedachten, welke zij ons ingeven, niet verwaarloozen, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 165-

161

Dat wij altijd hunne inspraken tot de

deugd opvolgen,

Dat wij door onze traagheid en onachtzaamheid hen niet bedroeven en van ons niet vervreemden, Dat wij hen mogen navolgen in ü

te beminnen en onderdanig te zijn, ^ Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne5-quot; onze naasten helpen, ook die g; minder zijn dan wij, g\'

Dat wij de gebreken van andere men- B schen geduldig mogen verdragen, ^ gelijk zij de onze verdragen, ~ Dat wij onze naasten door geene kwade § voorbeelden verergeren, w-

Dat wij hen, zoo veel in ons is, van § alle kwaad bevrijden, quot;

Dat wij door woorden en werken hunne

zaligheid trachten te bevorderen, Dat uwe HH. Engelen ons in ons

sterfuur willen bijstaan,

Dat wij U in eeuwigheid met hen

mogen loven en danken,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

-ocr page 166-

160

Die u verheugt, wanneer wij als ware

Christenen leven, bidt voor ons. Die te zatnen met ons om Gods genade bidt, en ons tot hidden opwekt, bidt voor ons.

Die onze gebeden, verstervingen en goede werken aan God opdraagt, bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe HH. Engelen, verlos ons. Heer. Van het misbruik uwer genade, fquot; Van alle gevaar naar ziel en lichaam, | Van alle verleidende gezelschappen, ^ Van alle onkuischheid, ^

Van alle kwade bekoringen, |[

Van alle onwilligheid ten opzichte =

van onze Oversten ,

Van alle onachtzaamheid jegens onze g

minderen,

Van alle traagheid in U te dienen, § Wij zondaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat wij in alles aan de leiding van uwe HH. Engelen onderdanig zijn, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de goede gedachten, welke zij ons ingeven, niet verwaarloozen, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 167-

161

Dat wij altijd hunne inspraken tot de

deugd opvolgen,

Dat wij door onze traagheid en onachtzaamheid hen niet bedroeven en van ons niet vervreemden, Dat wij hen mogen navolgen in ü

te beminnen en onderdanig te zijn, ^ Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne5-quot; onze naasten helpen, ook die g; minder zijn dan wij, g\'

Dat wij de gebreken van andere men- B schen geduldig mogen verdragen, ^ gelijk zij de onze verdragen, ~ Dat wij onze naasten door geene kwade § voorbeelden verergeren, w-

Dat wij hen, zoo veel in ons is, van § alle kwaad bevrijden, quot;

Dat wij door woorden en werken hunne

zaligheid trachten te bevorderen, Dat uwe HH. Engelen ons in ons

sterfuur willen bijstaan,

Dat wij U in eeuwigheid met hen

mogen loven en danken,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

-ocr page 168-

160

Die u verheugt, wanneer wij als ware

Christenen leven, bidt voor ons. Die te zatnen met ons om Gods genade bidt, en ons tot hidden opwekt, bidt voor ons.

Die onze gebeden, verstervingen en goede werken aan God opdraagt, bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe HH. Engelen, verlos ons. Heer. Van het misbruik uwer genade, fquot; Van alle gevaar naar ziel en lichaam, | Van alle verleidende gezelschappen, ^ Van alle onkuischheid, ^

Van alle kwade bekoringen, |[

Van alle onwilligheid ten opzichte =

van onze Oversten ,

Van alle onachtzaamheid jegens onze g

minderen,

Van alle traagheid in U te dienen, § Wij zondaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat wij in alles aan de leiding van uwe HH. Engelen onderdanig zijn, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de goede gedachten, welke zij ons ingeven, niet verwaarloozen, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 169-

161

Dat wij altijd hunne inspraken tot de

deugd opvolgen,

Dat wij door onze traagheid en onachtzaamheid hen niet bedroeven en van ons niet vervreemden, Dat wij hen mogen navolgen in ü

te beminnen en onderdanig te zijn, ^ Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne5-quot; onze naasten helpen, ook die g; minder zijn dan wij, g\'

Dat wij de gebreken van andere men- B schen geduldig mogen verdragen, ^ gelijk zij de onze verdragen, ~ Dat wij onze naasten door geene kwade § voorbeelden verergeren, w-

Dat wij hen, zoo veel in ons is, van § alle kwaad bevrijden, quot;

Dat wij door woorden en werken hunne

zaligheid trachten te bevorderen, Dat uwe HH. Engelen ons in ons

sterfuur willen bijstaan,

Dat wij U in eeuwigheid met hen

mogen loven en danken,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

-ocr page 170-

160

Die u verheugt, wanneer wij als ware

Christenen leven, bidt voor ons. Die te zatnen met ons om Gods genade bidt, en ons tot hidden opwekt, bidt voor ons.

Die onze gebeden, verstervingen en goede werken aan God opdraagt, bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe HH. Engelen, verlos ons. Heer. Van het misbruik uwer genade, fquot; Van alle gevaar naar ziel en lichaam, | Van alle verleidende gezelschappen, ^ Van alle onkuischheid, ^

Van alle kwade bekoringen, |[

Van alle onwilligheid ten opzichte =

van onze Oversten ,

Van alle onachtzaamheid jegens onze g

minderen,

Van alle traagheid in U te dienen, § Wij zondaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat wij in alles aan de leiding van uwe HH. Engelen onderdanig zijn, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de goede gedachten, welke zij ons ingeven, niet verwaarloozen, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 171-

161

Dat wij altijd hunne inspraken tot de

deugd opvolgen,

Dat wij door onze traagheid en onachtzaamheid hen niet bedroeven en van ons niet vervreemden, Dat wij hen mogen navolgen in ü

te beminnen en onderdanig te zijn, ^ Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne5-quot; onze naasten helpen, ook die g; minder zijn dan wij, g\'

Dat wij de gebreken van andere men- B schen geduldig mogen verdragen, ^ gelijk zij de onze verdragen, ~ Dat wij onze naasten door geene kwade § voorbeelden verergeren, w-

Dat wij hen, zoo veel in ons is, van § alle kwaad bevrijden, quot;

Dat wij door woorden en werken hunne

zaligheid trachten te bevorderen, Dat uwe HH. Engelen ons in ons

sterfuur willen bijstaan,

Dat wij U in eeuwigheid met hen

mogen loven en danken,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

-ocr page 172-

160

Die u verheugt, wanneer wij als ware

Christenen leven, bidt voor ons. Die te zatnen met ons om Gods genade bidt, en ons tot hidden opwekt, bidt voor ons.

Die onze gebeden, verstervingen en goede werken aan God opdraagt, bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe HH. Engelen, verlos ons. Heer. Van het misbruik uwer genade, fquot; Van alle gevaar naar ziel en lichaam, | Van alle verleidende gezelschappen, ^ Van alle onkuischheid, ^

Van alle kwade bekoringen, |[

Van alle onwilligheid ten opzichte =

van onze Oversten ,

Van alle onachtzaamheid jegens onze g

minderen,

Van alle traagheid in U te dienen, § Wij zondaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat wij in alles aan de leiding van uwe HH. Engelen onderdanig zijn, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de goede gedachten, welke zij ons ingeven, niet verwaarloozen, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 173-

161

Dat wij altijd hunne inspraken tot de

deugd opvolgen,

Dat wij door onze traagheid en onachtzaamheid hen niet bedroeven en van ons niet vervreemden, Dat wij hen mogen navolgen in ü

te beminnen en onderdanig te zijn, ^ Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne5-quot; onze naasten helpen, ook die g; minder zijn dan wij, g\'

Dat wij de gebreken van andere men- B schen geduldig mogen verdragen, ^ gelijk zij de onze verdragen, ~ Dat wij onze naasten door geene kwade § voorbeelden verergeren, w-

Dat wij hen, zoo veel in ons is, van § alle kwaad bevrijden, quot;

Dat wij door woorden en werken hunne

zaligheid trachten te bevorderen, Dat uwe HH. Engelen ons in ons

sterfuur willen bijstaan,

Dat wij U in eeuwigheid met hen

mogen loven en danken,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

-ocr page 174-

160

Die u verheugt, wanneer wij als ware

Christenen leven, bidt voor ons. Die te zatnen met ons om Gods genade bidt, en ons tot hidden opwekt, bidt voor ons.

Die onze gebeden, verstervingen en goede werken aan God opdraagt, bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe HH. Engelen, verlos ons. Heer. Van het misbruik uwer genade, fquot; Van alle gevaar naar ziel en lichaam, | Van alle verleidende gezelschappen, ^ Van alle onkuischheid, ^

Van alle kwade bekoringen, |[

Van alle onwilligheid ten opzichte =

van onze Oversten ,

Van alle onachtzaamheid jegens onze g

minderen,

Van alle traagheid in U te dienen, § Wij zondaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat wij in alles aan de leiding van uwe HH. Engelen onderdanig zijn, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de goede gedachten, welke zij ons ingeven, niet verwaarloozen, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 175-

161

Dat wij altijd hunne inspraken tot de

deugd opvolgen,

Dat wij door onze traagheid en onachtzaamheid hen niet bedroeven en van ons niet vervreemden, Dat wij hen mogen navolgen in ü

te beminnen en onderdanig te zijn, ^ Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne5-quot; onze naasten helpen, ook die g; minder zijn dan wij, g\'

Dat wij de gebreken van andere men- B schen geduldig mogen verdragen, ^ gelijk zij de onze verdragen, ~ Dat wij onze naasten door geene kwade § voorbeelden verergeren, w-

Dat wij hen, zoo veel in ons is, van § alle kwaad bevrijden, quot;

Dat wij door woorden en werken hunne

zaligheid trachten te bevorderen, Dat uwe HH. Engelen ons in ons

sterfuur willen bijstaan,

Dat wij U in eeuwigheid met hen

mogen loven en danken,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

-ocr page 176-

160

Die u verheugt, wanneer wij als ware

Christenen leven, bidt voor ons. Die te zatnen met ons om Gods genade bidt, en ons tot hidden opwekt, bidt voor ons.

Die onze gebeden, verstervingen en goede werken aan God opdraagt, bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe HH. Engelen, verlos ons. Heer. Van het misbruik uwer genade, fquot; Van alle gevaar naar ziel en lichaam, | Van alle verleidende gezelschappen, ^ Van alle onkuischheid, ^

Van alle kwade bekoringen, |[

Van alle onwilligheid ten opzichte =

van onze Oversten ,

Van alle onachtzaamheid jegens onze g

minderen,

Van alle traagheid in U te dienen, § Wij zondaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat wij in alles aan de leiding van uwe HH. Engelen onderdanig zijn, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de goede gedachten, welke zij ons ingeven, niet verwaarloozen, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 177-

161

Dat wij altijd hunne inspraken tot de

deugd opvolgen,

Dat wij door onze traagheid en onachtzaamheid hen niet bedroeven en van ons niet vervreemden, Dat wij hen mogen navolgen in ü

te beminnen en onderdanig te zijn, ^ Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne5-quot; onze naasten helpen, ook die g; minder zijn dan wij, g\'

Dat wij de gebreken van andere men- B schen geduldig mogen verdragen, ^ gelijk zij de onze verdragen, ~ Dat wij onze naasten door geene kwade § voorbeelden verergeren, w-

Dat wij hen, zoo veel in ons is, van § alle kwaad bevrijden, quot;

Dat wij door woorden en werken hunne

zaligheid trachten te bevorderen, Dat uwe HH. Engelen ons in ons

sterfuur willen bijstaan,

Dat wij U in eeuwigheid met hen

mogen loven en danken,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

-ocr page 178-

160

Die u verheugt, wanneer wij als ware

Christenen leven, bidt voor ons. Die te zatnen met ons om Gods genade bidt, en ons tot hidden opwekt, bidt voor ons.

Die onze gebeden, verstervingen en goede werken aan God opdraagt, bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe HH. Engelen, verlos ons. Heer. Van het misbruik uwer genade, fquot; Van alle gevaar naar ziel en lichaam, | Van alle verleidende gezelschappen, ^ Van alle onkuischheid, ^

Van alle kwade bekoringen, |[

Van alle onwilligheid ten opzichte =

van onze Oversten ,

Van alle onachtzaamheid jegens onze g

minderen,

Van alle traagheid in U te dienen, § Wij zondaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat wij in alles aan de leiding van uwe HH. Engelen onderdanig zijn, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de goede gedachten, welke zij ons ingeven, niet verwaarloozen, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 179-

161

Dat wij altijd hunne inspraken tot de

deugd opvolgen,

Dat wij door onze traagheid en onachtzaamheid hen niet bedroeven en van ons niet vervreemden, Dat wij hen mogen navolgen in ü

te beminnen en onderdanig te zijn, ^ Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne5-quot; onze naasten helpen, ook die g; minder zijn dan wij, g\'

Dat wij de gebreken van andere men- B schen geduldig mogen verdragen, ^ gelijk zij de onze verdragen, ~ Dat wij onze naasten door geene kwade § voorbeelden verergeren, w-

Dat wij hen, zoo veel in ons is, van § alle kwaad bevrijden, quot;

Dat wij door woorden en werken hunne

zaligheid trachten te bevorderen, Dat uwe HH. Engelen ons in ons

sterfuur willen bijstaan,

Dat wij U in eeuwigheid met hen

mogen loven en danken,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

-ocr page 180-

160

Die u verheugt, wanneer wij als ware

Christenen leven, bidt voor ons. Die te zatnen met ons om Gods genade bidt, en ons tot hidden opwekt, bidt voor ons.

Die onze gebeden, verstervingen en goede werken aan God opdraagt, bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe HH. Engelen, verlos ons. Heer. Van het misbruik uwer genade, fquot; Van alle gevaar naar ziel en lichaam, | Van alle verleidende gezelschappen, ^ Van alle onkuischheid, ^

Van alle kwade bekoringen, |[

Van alle onwilligheid ten opzichte =

van onze Oversten ,

Van alle onachtzaamheid jegens onze g

minderen,

Van alle traagheid in U te dienen, § Wij zondaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat wij in alles aan de leiding van uwe HH. Engelen onderdanig zijn, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de goede gedachten, welke zij ons ingeven, niet verwaarloozen, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 181-

161

Dat wij altijd hunne inspraken tot de

deugd opvolgen,

Dat wij door onze traagheid en onachtzaamheid hen niet bedroeven en van ons niet vervreemden, Dat wij hen mogen navolgen in ü

te beminnen en onderdanig te zijn, ^ Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne5-quot; onze naasten helpen, ook die g; minder zijn dan wij, g\'

Dat wij de gebreken van andere men- B schen geduldig mogen verdragen, ^ gelijk zij de onze verdragen, ~ Dat wij onze naasten door geene kwade § voorbeelden verergeren, w-

Dat wij hen, zoo veel in ons is, van § alle kwaad bevrijden, quot;

Dat wij door woorden en werken hunne

zaligheid trachten te bevorderen, Dat uwe HH. Engelen ons in ons

sterfuur willen bijstaan,

Dat wij U in eeuwigheid met hen

mogen loven en danken,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

-ocr page 182-

160

Die u verheugt, wanneer wij als ware

Christenen leven, bidt voor ons. Die te zatnen met ons om Gods genade bidt, en ons tot hidden opwekt, bidt voor ons.

Die onze gebeden, verstervingen en goede werken aan God opdraagt, bidt voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle gelegenheden tot zonden, door uwe HH. Engelen, verlos ons. Heer. Van het misbruik uwer genade, fquot; Van alle gevaar naar ziel en lichaam, | Van alle verleidende gezelschappen, ^ Van alle onkuischheid, ^

Van alle kwade bekoringen, |[

Van alle onwilligheid ten opzichte =

van onze Oversten ,

Van alle onachtzaamheid jegens onze g

minderen,

Van alle traagheid in U te dienen, § Wij zondaren, wij bidden ü, hoor ons. Dat wij in alles aan de leiding van uwe HH. Engelen onderdanig zijn, wij bidden U, hoor ons.

Dat wij de goede gedachten, welke zij ons ingeven, niet verwaarloozen, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 183-

161

Dat wij altijd hunne inspraken tot de

deugd opvolgen,

Dat wij door onze traagheid en onachtzaamheid hen niet bedroeven en van ons niet vervreemden, Dat wij hen mogen navolgen in ü

te beminnen en onderdanig te zijn, ^ Dat wij, naar hun voorbeeld, gaarne5-quot; onze naasten helpen, ook die g; minder zijn dan wij, g\'

Dat wij de gebreken van andere men- B schen geduldig mogen verdragen, ^ gelijk zij de onze verdragen, ~ Dat wij onze naasten door geene kwade § voorbeelden verergeren, w-

Dat wij hen, zoo veel in ons is, van § alle kwaad bevrijden, quot;

Dat wij door woorden en werken hunne

zaligheid trachten te bevorderen, Dat uwe HH. Engelen ons in ons

sterfuur willen bijstaan,

Dat wij U in eeuwigheid met hen

mogen loven en danken,

Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld

wegneemt, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.

-ocr page 184-

180

Oneindig beminnend en oneindig beminnenswaardig ,

Bron van water springend ten eeuwigen leven,

Voorwerp van welbehagen des Vaders, Verzoening voor onze zonden, Met bitterheid voor ons vervuld. Bedroefd tot den dood in den hof

der Olijven,

Met versmaadheden overladen.

Door liefde gewond,

Met een lans doorstoken, §

Aan het kruis uitgeput van bloed, Om onze zonden van droefheid ver- g brijzeld,

Nu nog door ondankbare menschen beleedigd in het Allerheiligste Sa- § crament uwer liefde, ®

Toevlucht der zondaren.

Sterkte der zwakken,

Troost der bedroefden,

Volharding der rechtvaardigen,

Heil van hen die in U hopen.

Hoop der stervenden,

Zoete steun van al uwe aanbidders. Wellust van alle Heiligen,

Onze hulp in de kwellingen, die in groote mate over ons neêrkotnen.

-ocr page 185-

181

Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, ontferm ü onzer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

ƒ. Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte.

Jf. Maak ons hart gelijkvormig aan het uwe.

GEBED.

Heer Jesus, die door eene nieuwe weldaad U gewaardigt hebt, aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw goddelijk Hart te openen, maak dat wy aan dit aanbiddelijk Hart liefde voor liefde mogen weêrgeven, en door waardige eerbewijzingen den smaad herstellen, waarmede de ondankbaarheid der menschen het overlaadt. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 186-

180

Oneindig beminnend en oneindig beminnenswaardig ,

Bron van water springend ten eeuwigen leven,

Voorwerp van welbehagen des Vaders, Verzoening voor onze zonden, Met bitterheid voor ons vervuld. Bedroefd tot den dood in den hof

der Olijven,

Met versmaadheden overladen.

Door liefde gewond,

Met een lans doorstoken, §

Aan het kruis uitgeput van bloed, Om onze zonden van droefheid ver- g brijzeld,

Nu nog door ondankbare menschen beleedigd in het Allerheiligste Sa- § crament uwer liefde, ®

Toevlucht der zondaren.

Sterkte der zwakken,

Troost der bedroefden,

Volharding der rechtvaardigen,

Heil van hen die in U hopen.

Hoop der stervenden,

Zoete steun van al uwe aanbidders. Wellust van alle Heiligen,

Onze hulp in de kwellingen, die in groote mate over ons neêrkotnen.

-ocr page 187-

181

Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, ontferm ü onzer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

ƒ. Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van harte.

Jf. Maak ons hart gelijkvormig aan het uwe.

GEBED.

Heer Jesus, die door eene nieuwe weldaad U gewaardigt hebt, aan uwe Kerk de onuitsprekelijke rijkdommen van uw goddelijk Hart te openen, maak dat wy aan dit aanbiddelijk Hart liefde voor liefde mogen weêrgeven, en door waardige eerbewijzingen den smaad herstellen, waarmede de ondankbaarheid der menschen het overlaadt. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 188-

184

H. Hieronimus,

H. Martinus,

H. Nicolaas,

Alle HH. Bisschoppen eu Belijders, Alle HH. Leeraars,

H. Antonius,

H. Benedictus,

H. Bernardus, cr

H. Dominicus, ^

H. Franciscus, g

Alle HH. Priesters en Levieten, § Alle HH. Monniken en Kluizenaars, © H. Maria Magdalena, S

H. Agatha,

H. Lucia,

H. Agnes,

H. Cecilia,

H. Catharina,

H. Anastasia,

Alle HH. Maagden en Weduwen,

Alle Gods lieve Heiligen,

Wees genadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer. Van alle zonden, verlos ons. Heer. Van uwe gramschap, verlos ons, Heer. Van een haastigen en onvoorzienen dood,

verlos ons. Heer.

Van alle listen des duivels, verlos ons, Heer.

-ocr page 189-

185

Van gramschap, haat en allen kwaden wil, Van den geest der onkuischheid, Van bliksem en onweder,

Van den geesel der aardbeving. Van pest, hongersnood en oorlog. Van den eeuwigen dood,

Door het geheim uwer H. Mensch- ^ wording, 2-

Door uwe komst, 50

Door uwe geboorte, §

Door uw doopsel en heilig vasten, -m Door uw kruis en lijden, a

Door uwen dood en uwe begrafenis, S Door uwe heilige verrijzenis.

Door uwe wonderbare hemelvaart.

Door de komst van den H. Geest den

Vertrooster,

Ia den dag des oordeels.

Wij zondaren, wij bidden U, hoor ons. Dat gij ons wilt sparen, wij bidden ü, hoor ons.

Dat gij ons onze misdaden kwijtscheldt,

wij bidden U, hoor ons.

Dat gij U gewaardigt, ons tot ware boetvaardigheid te brengen, wij bidden U, hoor ons.

Dat gij U gewaardigt, uwe H. Kerk te besturen en te bewaren, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 190-

184

H. Hieronimus,

H. Martinus,

H. Nicolaas,

Alle HH. Bisschoppen eu Belijders, Alle HH. Leeraars,

H. Antonius,

H. Benedictus,

H. Bernardus, cr

H. Dominicus, ^

H. Franciscus, g

Alle HH. Priesters en Levieten, § Alle HH. Monniken en Kluizenaars, © H. Maria Magdalena, S

H. Agatha,

H. Lucia,

H. Agnes,

H. Cecilia,

H. Catharina,

H. Anastasia,

Alle HH. Maagden en Weduwen,

Alle Gods lieve Heiligen,

Wees genadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer. Van alle zonden, verlos ons. Heer. Van uwe gramschap, verlos ons, Heer. Van een haastigen en onvoorzienen dood,

verlos ons. Heer.

Van alle listen des duivels, verlos ons, Heer.

-ocr page 191-

185

Van gramschap, haat en allen kwaden wil, Van den geest der onkuischheid, Van bliksem en onweder,

Van den geesel der aardbeving. Van pest, hongersnood en oorlog. Van den eeuwigen dood,

Door het geheim uwer H. Mensch- ^ wording, 2-

Door uwe komst, 50

Door uwe geboorte, §

Door uw doopsel en heilig vasten, -m Door uw kruis en lijden, a

Door uwen dood en uwe begrafenis, S Door uwe heilige verrijzenis.

Door uwe wonderbare hemelvaart.

Door de komst van den H. Geest den

Vertrooster,

Ia den dag des oordeels.

Wij zondaren, wij bidden U, hoor ons. Dat gij ons wilt sparen, wij bidden ü, hoor ons.

Dat gij ons onze misdaden kwijtscheldt,

wij bidden U, hoor ons.

Dat gij U gewaardigt, ons tot ware boetvaardigheid te brengen, wij bidden U, hoor ons.

Dat gij U gewaardigt, uwe H. Kerk te besturen en te bewaren, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 192-

184

H. Hieronimus,

H. Martinus,

H. Nicolaas,

Alle HH. Bisschoppen eu Belijders, Alle HH. Leeraars,

H. Antonius,

H. Benedictus,

H. Bernardus, cr

H. Dominicus, ^

H. Franciscus, g

Alle HH. Priesters en Levieten, § Alle HH. Monniken en Kluizenaars, © H. Maria Magdalena, S

H. Agatha,

H. Lucia,

H. Agnes,

H. Cecilia,

H. Catharina,

H. Anastasia,

Alle HH. Maagden en Weduwen,

Alle Gods lieve Heiligen,

Wees genadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer. Van alle zonden, verlos ons. Heer. Van uwe gramschap, verlos ons, Heer. Van een haastigen en onvoorzienen dood,

verlos ons. Heer.

Van alle listen des duivels, verlos ons, Heer.

-ocr page 193-

185

Van gramschap, haat en allen kwaden wil, Van den geest der onkuischheid, Van bliksem en onweder,

Van den geesel der aardbeving. Van pest, hongersnood en oorlog. Van den eeuwigen dood,

Door het geheim uwer H. Mensch- ^ wording, 2-

Door uwe komst, 50

Door uwe geboorte, §

Door uw doopsel en heilig vasten, -m Door uw kruis en lijden, a

Door uwen dood en uwe begrafenis, S Door uwe heilige verrijzenis.

Door uwe wonderbare hemelvaart.

Door de komst van den H. Geest den

Vertrooster,

Ia den dag des oordeels.

Wij zondaren, wij bidden U, hoor ons. Dat gij ons wilt sparen, wij bidden ü, hoor ons.

Dat gij ons onze misdaden kwijtscheldt,

wij bidden U, hoor ons.

Dat gij U gewaardigt, ons tot ware boetvaardigheid te brengen, wij bidden U, hoor ons.

Dat gij U gewaardigt, uwe H. Kerk te besturen en te bewaren, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 194-

184

H. Hieronimus,

H. Martinus,

H. Nicolaas,

Alle HH. Bisschoppen eu Belijders, Alle HH. Leeraars,

H. Antonius,

H. Benedictus,

H. Bernardus, cr

H. Dominicus, ^

H. Franciscus, g

Alle HH. Priesters en Levieten, § Alle HH. Monniken en Kluizenaars, © H. Maria Magdalena, S

H. Agatha,

H. Lucia,

H. Agnes,

H. Cecilia,

H. Catharina,

H. Anastasia,

Alle HH. Maagden en Weduwen,

Alle Gods lieve Heiligen,

Wees genadig, spaar ons, Heer.

Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer. Van alle zonden, verlos ons. Heer. Van uwe gramschap, verlos ons, Heer. Van een haastigen en onvoorzienen dood,

verlos ons. Heer.

Van alle listen des duivels, verlos ons, Heer.

-ocr page 195-

185

Van gramschap, haat en allen kwaden wil, Van den geest der onkuischheid, Van bliksem en onweder,

Van den geesel der aardbeving. Van pest, hongersnood en oorlog. Van den eeuwigen dood,

Door het geheim uwer H. Mensch- ^ wording, 2-

Door uwe komst, 50

Door uwe geboorte, §

Door uw doopsel en heilig vasten, -m Door uw kruis en lijden, a

Door uwen dood en uwe begrafenis, S Door uwe heilige verrijzenis.

Door uwe wonderbare hemelvaart.

Door de komst van den H. Geest den

Vertrooster,

Ia den dag des oordeels.

Wij zondaren, wij bidden U, hoor ons. Dat gij ons wilt sparen, wij bidden ü, hoor ons.

Dat gij ons onze misdaden kwijtscheldt,

wij bidden U, hoor ons.

Dat gij U gewaardigt, ons tot ware boetvaardigheid te brengen, wij bidden U, hoor ons.

Dat gij U gewaardigt, uwe H. Kerk te besturen en te bewaren, wij bidden U, hoor ons.

-ocr page 196-

192

y. Heer, verhoor mijn gebed, Jf. En mijn geroep kome tot U.

De almachtige en barmhartige Heer verhoore ons,

pf. Amen.

En dat de geloovige zielen door Gods barmhartigheid in vrede rusten, Jt\'. Amen.

GEBED TOT ALLE HEILIGEN.

O heilige Aartsvaders en Profeten, ik groet u door het allerdierbaarst Hart van Jesus Christus, en bid u ootmoedig, dat gij voor mij de brandende begeerte aan God wilt opdragen, waarmede gij verzucht hebt naar de menschwording van Jesus Christus. Verkrijgt voor mij, smeek ik u, eene vurige liefde voor dien Goddelijken Heiland.

O heilige Apostelen van Jesus Christus , ik groet u door het allerdierbaarst Hart van uwen goddelijken Meester, en bid u ootmoedig, dat gij voor mij aan God die getrouwheid en standvastigheid wilt opdragen, waarmede gij Christus in zijn lijden getrouw zi)t gebleven, en door uwe prediking een geloovig volk vergaderd hebt. Door uwe getrouwheid

-ocr page 197-

193

verkrijgt voor mij een volkomene onderwerping aan den Wil Gods.

O heilige Martelaren, ik groet u door het allerdierbaarst Hart van Jesus Christus , en bid u ootmoedig, dat gij voor mij aan God uw geduld wilt opdragen, waarmede gij uw bloed uit liefde tot Jesus Christus vergoten hebt. Helpt mij, bid ik u, door uwe tussehenkomst een ware verduldigheid van God te bekomen.

O heilige Belijders, ik groet u door het allerdierbaarst Hart van Jesus Christus, en bid u ootmoedig, dat gij voor mij aan God uwe heiligheid wilt opdragen, waardoor gij in woord en voorbeeld aan anderen den weg des levens getoond hebt. Verwerft mij van God, bid ik u, de heilige deugd van ootmoed.

O heilige Maagden, ik groet u door het allerdierbaarst Hart van uwen god-delijken Bruidegom Jesus Christus, en bid u ootmoedig, dat gij voor mij aan God uwe reinheid en zuiverheid wilt opdragen, waardoor gij verdiend hebt, om in den Hemel zoo innig met Christus vereenigd te wezen. Smeekt, bid ik u, God vurig voor mij, opdat ook ik die engelachtige deugd van zuiverheid moge verkrijgen en bewaren.

9

-ocr page 198-

194

O alle Heiligen en Uitverkorenen, ik groet en vereer u door het allerdierbaarst Hart van Jesus Christus, en dank God voor al de genaden die tot uwe zaligheid uit dit goddelijk Hart zijn voortgevloeid; ik bid u allen en ieder in het bijzonder, dat gij u gewaardigt, aan God voor mij, armen zondaar, die deugden en goede werken op te dragen die u het meest behagelijk hebben gemaakt in de oogen zijner goddelijke Majesteit. Vurig bid en smeek ik u, mij door uwe voorspraak in mijne noodwendigheden te willen bijstaan, en voor mij die deugden te verwerven welke voor mijne zaligheid de noodzakelijkste zijn. Amen.

-ocr page 199-

VerscUtae Oefenpi en Weil

TER EERE VAN

Jesus Clirislus in hel allerh. Sacramenl dcs Allaars.

GEBED TOT JESUS,

EENZAAM IN HET ALLERH. SACRAMENT.

Ik hoor uwe stem, iii het diepste van mijn hart, o goddelijke en onvergelij-kelijke kluizenaar! die mij aan den voet uwer altaren roept, terwijl Gij aldaar verblijft en voor mijne oogen wordt uitgesteld. Ik gevoel, dat Gij mij derwaarts trekt, als tot eene goddelijke en leerzame school van stilzwijgendheid, afzondering, eenzaamheid en liefde, om ray geheel van den omgang met de schepselen af te scheiden, ten einde mij onafscheidelijk met U, door de banden eener oprechte en volmaakte liefde, te vereenigen.

Het ware dan vruchteloos, Heer, dat ik vertoef, mij aan de krachtige aantrekkelijkheid uwer genade, die mij uit-

-ocr page 200-

196

noodigt, over te geven. Ik gehoorzaam aan uwe stem, ik kom in de eenzaamheid, ik wijd U die geheel en gansch toe; ik ga U aanbidden, ü mgne hulde bewijzen, U beminnen, en mij met U, door de geheimvolle en onbegrijpelijke eenzaamheid, vereenigen, welke Gij, uit liefde tot mij, behoudt in het aanbiddelijke Sacrament des Altaars, waarin Gij U dagelijks als eene vrijwillige gevangene opsluit, die geene andere boeien hebt, welke U aldaar houden, dan uwe liefde en eindelooze goedheid.

Gij zijt dan daar, o mijn God! om mijne lofzangen te aanhooren, om mijne hulde en aanbidding te ontvangen, om mijne wenschen te verhooren en tot mijne ziel te spreken; om mijnen geest te verlichten, mijn hart te ontsteken; om mg te onderrichten, te heiligen, mij met uwe genade te overladen en tot de deugd op te wekken; om mijne zwakheid te ondersteunen, mij van de gevoelige dingen te onthechten; om mij nauw met U te vereenigen, mij met uwe eigene zelfstandigheid te voeden; dat is te zeggen, met datzelfde Yleesch, hetwelk, op eene bovennatuurlijke wijze, in den kuischen schoot eener Maagd

-ocr page 201-

197

is ontvangen geworden; met datzelfde Bloed, hetwelk op Calvarië is vergoten geweest; met diezelfde Ziel, welke uw sterfelijk leven heeft ondersteund, en welke Gij, aan het Kruis hangende, in de handen van uwen hemelschen Vader hebt overgegeven; en met diezelfde Godheid , welke de Engelen aanbidden ia den Hemel; eindelijk, Gij verblijft daarin, om tot mij af te dalen, en om my tot U te verheffen.

Ik ga tot U spreken, naar U hooren, ü aanbidden, U beminnen, U mijn hart uitstorten, en U, zoo veel het mij mogelijk is, in uw Altaargeheim en eenzaamheid navolgen. Ik ga, met de hulp uwer genade, trachten, U in mijne eenzaamheid datgene te geven en te bewijzen, wat Gij zelf, in de uwe, aan uwen hemelschen Vader geeft en bewijst; dat is, mijne gedachten, mijne aanbiddingen, mijn stilzwijgen, mijne onderhoudingen en gesprekken, mijne oefeningen van liefde en mijne hulde naar de uwe regelen, naardien Gij zelf mij onderwijst in mijne onwetendheid, mij tot uw Hart wederroept in mijne verstrooingen, mij ondersteunt in mijne uiterste zwakheid, en in mijn ijskoud hart het goddelijke

-ocr page 202-

198

vuur ontsteekt, waarvan het uwe blaakt.

Mijne ziel, eenzaam aan den voet der altaren, alwaar Gij lust, zal dan dezelfde taal voeren, dezelfde stilzwijgendheid onderhouden als de uwe; mijne ziel zal tot U spreken met eenen diepen eerbied, vergezeld van een teeder betrouwen , wanneer zij verzuchtingen tot U zal stieren, welke Gij zelf in mijn hart zult vormen, wanneer zij U gebeden zal aanbieden, die Gij zelf zult ingeven, opdat zy U aangenaam zouden wezen; wanneer zij hare wenschen en verlangens tot U zal opzenden; wanneer zij hare oefeningen van geloof, hoop, liefde en aanbidding zal verwekken; wanneer zij uwe grootheden, uwe wonderen, uwe goedheid en barmhartigheden in uwe tegenwoordigheid zal overwegen.

Zij zal een diep stilzwijgen onderhouden, wanneer Gij tot haar zult spreken ; niet te vrede van eene uitwendige stilzwijgendheid aan haren mond te gebieden, zal zij een inwendig en algemeen stilzwijgen opleggen aan al hare zielsvermogens, aan al hare woelige hartstochten, om U met eene meer ingetogene, innigere en hartelijkere aandacht te aanhooren; zy zal geene van de woorden

-ocr page 203-

199

des levens, die uit het heiligdom uwer goddelijke eenzaamheid zullen komen, laten ontglippen; zij zal in het geheim en met zielevreugde het heilige vuur gevoelen, waardoor Gij haar zult ontsteken, en zich door de goddelijke bewegingen , welke Gij haar zult inboezemen, laten geleiden.

Leer mij dan, aanbiddelijke en goddelijke Kluizenaar, leer mij totU spreken, zoo als het behoort, zoo als Gij het verlangt en verdient; leer mij zwijgen en U aanhooren, wanneer Gij tot mijne ziel zult spreken; leer mij die goddelijke taal, welke Gij zelf tot uwen hemelschen Vader stiert; vorm in mij woorden van vuur, die komen uit een hart, geheel blakende van den brand der liefde, opdat zij met beter gevolg in het uwe aangenomen mogen worden.

Leer mij die inwendige en verhevene stilzwijgendheid, welke Gij zelf in dit tabernakel onderhoudt, waarin ik U nu aanbid en met de oogen des geloofs aanschouw; hervorm al de aardsche gevoelens van mijn hart, versmoor al die onrustige hartstochten, die maar al te dikwerf in mij onstaan, opdat ik tot U spreke en U aanhoore.

-ocr page 204-

200

Stel dan de woorden van uw eenzaana Hart in mijn hart; stel de mijne in het uwe, en vereenig die te zamen door de onverbreekbare banden eener liefde die voor den tijd en voor de eeuwigheid in stand blijft.

Vithoezeming des parten

VOOR HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT.

O wonderbare goedheid! o overgroote liefde van mijnen God en Zaligmaker! Gij zijt, in het hoogste des Hemels, aan de rechterhand van uwen hemelschen Vader gezeten; en van den stond dat de priester, die uw schepsel is, ü roept, doet de liefde U nederdalen, om gemeenzaam om te gaan en in onderhandeling te treden met de zondaars, welke Gij bemint; Gij trekt hen met goedheid; Gij zoekt hen met aandrang, en wanneer zij zwak zijn, geeft Gij hun sterkte, om tot U te komen; Gij gaat hen te gemoet, alsof Gij hen niet kondet ontberen , Gij komt bij hen en spreekt tot hen, hart aan hart; Gij voedt hen als uwe kinderen, en Gij zelf zijt het voedsel dat Gij hun geeft.

-ocr page 205-

201

Uw troon is eeuwig, o mijn God! hij is liemelsch; aldaar schittert Gij als een Oppervorst, als een God van Majesteit; Gg zijt er aanbeden, Gij zijt er bemind, Gij heerscht er; al de Engelen en al de Heiligen omringen dien troon van heerlijkheid, welken Gij bekleedt; zij bieden er ü hunne hulde aan, zij zingen onophoudelijk uwen lof; en op het woord van een sterfelijk en zondig mensch, aan wien Gij uw priesterschap hebt medegedeeld, komt Gij de plaats nemen van het brood, tusschen de handen des priesters en in de harten der geloovigen, die van U hun voedsel maken. O wonderbare verandering van het brood en van den wij a in het Lichaam en Bloed van Jesus Christus! O overgroote en onbesefbare liefde! Wel hoe! een almogende God, voor wien Hemel en aarde niets zijn, een God, Schepper van dit uitgestrekt heelal, wien niets ontbreekt, die alleen aan zich zeiven genoegzaam is, kan Hij, die alles is, een hart hebben zoo vatbaar voor tee-derheid tot een nietig schepsel ? En brengt die teedere liefde, die Hem doet nederdalen en Hem vereenigt met voor-werpen, zoo ver beneden zich, geen

-ocr page 206-

202

nadeel toe aan zijne grootheid? En is deze vereeniging geen oneer voor Hem? Neen, dewijl die Zon van recttvaardig-heid, veel meer dan de natuurlijke, alles met hare straleu doordringt, zonder de minste vlek op zich te trekken.

Ach! ik begrijp nu, beter dan ooit, met den H. Augustinus, dat de liefde het gewicht is der harten, en zoo wel van het hart Gods, als van dat zgner schepselen; en dat die God van Majesteit , die zich gewaardigd heeft een hart van vleesch gelijk het onze aan te nemen, ■/.elf met vurigheid en drift loopt daar waar zyne liefde Hem roept. Hij ijlt naar de voorwerpen welke Hy bemint, ofschoon die voorwerpen, zijne schepselen , onwaardig schijnen, een zoo groot Hart te verteederen, dat, zonder buiten zich zelf te gaan, in zich afgronden van grootheid en eindelooze volmaaktheden vindt, en door de gelukkige noodzakelijkheid van zijn Opperwezen, zijn heil vindt in zich zelve te beminnen, omdat het alleen al zijne liefde waardig is. Doe dan, o mijn God! in mijn hart oen gewicht van liefde ontstaan, die mij

-ocr page 207-

203

steeds tot U stiert, als tot den aanbid-delijken oorsprong, waaruit ik getrokken ben, als tot het kostbare middenpunt, waar ik moet rusten, en tot het laatste einde, waarnaar ik steeds moet haken. Het is door uw goddelijk Sacrament, mits ik het met liefde ontyange, dat ik dit kostbaar gewicht gevoelen ea tot dat gelukzalige einde geraken zal.

O mijn God! wat Gij eens op den Calvarieberg gedaan hebt, hernieuwt Gij nog dagelijks in het allerheiligste Sacrament des Altaars, hetwelk Gij ingesteld hebt als eene gedachtenis en hernieuwing van uw lijden en uwen dood. Hoe glorierijk en onlijdelijk Gij thans ook zijt in den Hemel, schijnt echter diezelfde liefde, welke Gij ons toedraagt, U buiten U zeiven te doen gaan; zij trekt, zij buigt en vernedert uw hart, uw lichaam, uwe ziel en uwe Godheid zelve; uwe onbegrijpelijke liefde doet U uit den Hemel op dit altaar nederdalen; en van dit altaar in mijne borst, in mgn hart komen, om uwe wellusten met mij te komen genieten, om met mij te wonen en om uwe genaden en gunsten in mij uit te storten.

-ocr page 208-

204

Heer, Gij zijt de eenige God, welken ik aanbid, en dien ik in den tijd en in de eeuwigheid wil aanbidden; nogtbans wordt gij mijn voedsel, mijne spijs en mijn brood, en Gij doet dit slechts om mij de overmaat uwer liefde te betoonen, en mij daardoor aan te sporen, om ü alleen te beminnen, even alsof Gij mij niet kunt ontberen. Gij daalt tot mij neder, om mij uit mijn niet te doen opstaan, om mij uit mijne verworpenheid te trekken, om mij onafscheidelijk met U te vereenigen en om mij in ü te veranderen en te hervormen. Wat is dan de oorzaak, dat ik geen nut trek uit die gunst, dewijl het genoeg is U te beminnen en tot U te naderen, om er mij waardig van te maken? Een God mijn brood worden!.... welke over-groote vernedering, of veeleer welk liefdewonder! Van al de bestaande dingen is er geen dat min gemaakt is voor zich zelt, dan het brood, het dient slechts voor anderen; het is slechts eeu afhankelijk ding, dat niet gemaakt is, dan om bijna op hetzelfde oogenblik vernietigd te worden; daar het medewerkt tot het behoud en den onderstand van hen die er zich dagelijks mede voeden,

-ocr page 209-

205

verliest liet alsdan al zijne hoedanigheden en al wat het is. Gij doet dan hier, o mijn God! eene soort van verzaking, niet slechts aan hetgene Gij bezit, om - het mij, in dit Sacrament vau liefde, overvloedig te. geven, maar ook aan hetgene Gij zijt, en aan het beheer van U zelven, om U aan mij te geven, alsof Gij alleen voor mij waart: welke overmaat van goedheid!

Toen Gij al de schepselen gevormd hadt, o mijn God! en nadat zij allen uit uwe almogende hand waren voortgekomen , was het tot uwen roem, dat Gij aan allen te zamen, en aan elk in het bijzonder, kondet zeggen; Gij zijt aan Mij, gij behoort Mij toe, dewijl Ik u gemaakt heb wat gij zijt. Maar nu, dat uwe liefde U de plaats van het brood heeft doen nemen, dat zij U in dit tabernakel opgesloten heeft, en Gij U door de Communie geheel aan mij gegeven hebt, vergeef mij. Heer, deze vervoering, deze uitdrukking van liefde, nu mag ik zeggen: Mijn God, Gij zijt geheel aan mg. Gij zijt mijn God, Gij behoort mij toe, dewijl Gij U aan mij

-ocr page 210-

206

gegeven liebt; Gij zyt mijn brood, mijn voedsel, mijn drank, mijn steun, mijne sterkte, mijn leven, ofschoon Gij mijn Schepper zijt, en ik niet leef noch besta, dan door U. Het schijnt zelfs, dat Gij, van ganscher harte, aan de eeuwige voorrechten verzaakt, welke uw opperen onafhankelijk wezen U geeft, en dat Gij hier minder aan U, dan aan mij, toebehoort, dewijl Gij mijn voedsel en mijn brood zijt; het brood, waarmede ik mij gevoed heb, sedert dat Gij mij het leven hebt gegeven, is thans niets anders, dan mijne eigene zelfstandigheid, en dat brood dat nu mijn vleesch en mijn bloed is, kan niet meer van mij gescheiden worden, omdat het een deel van mijne zelfstandigheid uitmaakt. Hoe gelukkig zou ik zijn, Heer, zoo ik, na U als mijn brood ontvangen te hebben, door liefde steeds onafscheidelijk met U vereenigd bleef!

O mijn God en mijn zelfstandig brood! zoo Gij U zeiven niet in mij verandert, verander mij dan in U; ondersteun mij, voed mij, doe mij aangroeien tot het toppunt der volmaaktheid en volheid

-ocr page 211-

207

van Gods ware kinderen; vereenig mij innig met U, en dat deze vereeniging zoo sterk zij, dat niets in staat is, mij van U at te scheiden; dat ik nimmer andere vurigheid, andere verlangens ge-voele, dan voor U alleen. Maar, o mijne ziel! zoudt gij, na zoo vele gunsten, die u in het aanbiddelijk Sacrament des Altaars aangeboden worden, zoudt gij niet met den H. Augustinus kunnen uitroepen i O onuitsprekelijk Sacrament van godsvrucht en liefde! o wonderbaar teeken van vereeniging en eerbied! o heilige band van liefde! wie zal mij voortaan van U kunnen scheiden? Beminnen wij dan, o mijne ziel! een God, die zoo waardig is, bemind te worden; handelen, ademen wij niet, dan door Hem, dewijl het schijnt, dat Hij, in dit goddelijk Sacrament, niet handelt en niet leeft, dan voor ons. Leven wij van God, in God en voor God, omdat de liefde, en vooral de goddelijke liefde, het leven der harten is; beminnen wij Hem met al de vurigheid, waartoe wij in staat zijn, dan zullen wij in Hem, en Hij zal in ons leven; gij ontvangt een lichaam, wees met Hem ingelijfd; gij ontvangt eene ziel, wees verlevendigd;

-ocr page 212-

208

gij ontvangt eene Godheid, ga dan, door de overmaat uwer liefde en door de almogende zalving van dit goddelijk voedsel, over van de zwakheid en ellende van het schepsel tot de sterkte, de heiligheid en het leven van God.

EEREBOETE.

Aanbiddelijke Jesus, Zoon des eeuwigen Vaders, wezenlijk tegenwoordig op het Altaar, ootmoedig voor U ter aarde nedergeworpen, komen wij U de hulde bewijzen, welke U zoo rechtmatig verschuldigd is. Hoe goed zijt Gij voor den mensch, o liefderijke God! Het was U niet genoeg, hem met zoo veel zorg te hebben geschapen en met eene zoo edelmoedige liefdadigheid vrygekocht te hebben; Gij wildet dagelijks met hem verblijven, Gij wildet U onophoudelijk slachtofferen, ü met hem vereenigen, om hem tot voedsel en steun te verstrekken gedurende zijn rondzwerven op deze aarde van ballingschap. Het is daarom, dat Gij dit Sacrament ingesteld hebt, dat waarlijk het kort begrip van uwe wonderen is, en waarin Gij al de rijkdommen uwer liefde besloten hebt.

-ocr page 213-

209

Heer Jesus, wat zullen wij U, voor zoo vele weldaden, wedergeven?... De liefde kan niet dan door wederliefde beloond worden; wij zullen ü dan beminnen, o zoo teedere Vader! o zoo edelmoedige Vriend! Wij zullen U beminnen, en beminnen U reeds, met al de uitgestrektheid onzer zielen. Waarom kunnen wij, om U onze dankbaarheid te betuigen, alle harten niet aan uwe voeten trekken en met alle in de gestadige oefening uwer liefde leven....

Maar helaas! hoe groot is onze droefheid! Wij beminnen U, o allerbemin-renswaardigste Zaligmaker! wij beminnen U, en voor zoo weinig wij onze oogen rondom ons slaan, zien wij al dadelijk, dat Gij niet bemind wordt. De menschen, voor welke Gij zoo veel hebt gedaan, gevoelen voor U niets dan onverschilligheid , verachting en haat. Het grootste gedeelte denkt niet aan U, en anderen denken er niet aan, dan om U te be-leedigen.... Allerheiligste Maagd, en Gij alle gelukzalige bewoners van het he-melsche Jerusalem, staakt uwe gezangen van lof, roem en zegepraal. Daalt neder tot ons en, voor den troon van het Lam ter aarde neergeworpen, biedt het

-ocr page 214-

210

met ons eene eereboete aan, tot herstelling van zoo veel smaad. Dat onze aanbiddingen aan Jesus de beleedigingen doen vergeten, waarmede Hij overladen wordt; dat onze vurigheid hem schadeloos stelle voor de onverschilligheid en ondankbaarheid van anderen. Vergeving, o Jesus! vergeving voor zoo vele onge-lukkigen! Vergeving voor die godde-loozen die U smaad aandoen, voor die slechte Christenen die U vergeten, voor die ketters die U ontkennen. Vergeef hun, Heer, zij weten niet wat zij doen. Zaligmaker der menschen, Gij die, aan het kruis hangende, voor uwe beulen gebeden hebt, gedenk uwe goedheid, en aanhoor de stem van uw Hart. Het vraagt U genade, dat Hart hetwelk door de onteerders van uw Sacrament zoo wreed gewond is. Aanhoor het, bidden wij U; en daar de almogende Vader al de schatten zijner barmhartigheid in uwe handen gesteld heeft, stort die, van het hoogste uws Altaars, over uwe vijanden uit. Doe de duisternissen van hun verstand verdwijnen, verbrijzel de versteendheid van hun hart, verander, bekeer hen. Hun berouw, hunne tranen zullen U meer verheerlijken, dan hunne straf

-ocr page 215-

211

het zou doen; en wij, die Gij zoo veel liefde toedraagt, van dankbaarheid voor deze nieuwe weldaad doordrongen, wij zullen van de innigste vreugde opsprin-gen, wij zullen onzen iever verdubbelen om U te dienen en te behagen, en, meer dan ooit, zullen wij, in eene heilige verrukking uitroepen: «Geloofd, bemind, aangebeden zij het Woord Gods in het allerheiligste Altaar-Sacrament.quot; Amen.

ANDERE EEEEBOETE.

O Jesus! Koning der heerlijkheiden Vader der toekomende eeuwen, wij komen uwe grootheid verheffen en uwe liefde vieren. Wij gelooven, dat Gij in het allerheiligste Sacrament des Altaars tegenwoordig zijt. Wij aanbidden U daar, als den luister des Vaders, het beeld zijner zelfstandigheid, de heerlijkheid des Hemels en het onderpand van ons eeuwig heil. Onbekwaam om U zoo zeer te beminnen als Gij beminnenswaardig zijt, ontleenen wij den Serafijnen hunne vurigheid, en smeeken hen van ons door de vlammen, die hen verslinden, te verteren. Wij noodigen den Hemel en

-ocr page 216-

212

de aarde uit, zich met ons te vereenigen; wij roepen de Engelen en menschen aan uwe voeten, ora U al de plichten te bewijzen, die U in uw aanbiddelijk Sacrament verschuldigd zijn.

Maar, o Jesus! waarom toch zijn wij allen nedergeworpen voor het aanschijn uwer altaren? Waarom blijven al onze broeders doof voor de stem onzer uit-noodiging? Dit verlangen , dat ons aanspoort, om uwe heerlijkheid te verheffen, is ons uit uw tabernakel gekomen; dit vuur, waardoor wij wenschen, dat alle schepselen zouden verslonden worden, zijt Gij komen brengen, en Gij vraagt niets, dan dat het ontstoken worde. Mijn Zaligmaker, van waar komt het dan toch, dat uwe kinderen zich van U verwijderen, dat zoo weinige door do liefdevlammen ontstoken zijn? - Ach! het is omdat de gansche wereld in het kwaad verzonken ligt; het is omdat de menschen, door hunne hartstochten me-degesleept, alleen gevoelig zijn voor de aardsche nietigheden; het is omdat er te weinig geloof onder ons is.

Heer Jesus, verootmoedigd, vernietigd voor U, zuchten wij, smeeken wij om genade; wij zouden wenschen zoo vele

-ocr page 217-

213

beleedigingen te kunnen herstellen. Maar, lielaas! wij gevoelen onze zwakte en machteloosheid; wij gevoelen, dat wij niets kunnen om voor de ongetrouwheid onzer broeders te boeten. O Opperpriester ! die U het heil en het slacht-oSer der zondaars gemaakt hebt, wij nemen onzen toevlucht tot U; gedoog, dat wij in den schat uwer deugden en verdiensten putten hetgeen noodig is om onze beleedigingen te herstellen. Voor ons hebt Gij, Heer, Gij die boetvaardig, bedroefd en verootmoedigd zijt geweest, voor ons hebt Gij uw Bloed vergoten; en het vraagt nog dagelijks, op het Altaar, als weleer op Calvarië, genade en barmhartigheid. Heilige Drievuldigheid, aanhoor de stem van dat Bloed, dat de zonden der wereld heeft uitge-wischt. Wij zijn zeer plichtig, wel is waar, maar het Offer, hetwelk wij U aanbieden, is zoo heilig! Zoo wij tegenover uwe weldaden niets gesteld hebben, dan onverschilligheid en ondankbaarheid, Jesus heeft zich op het Altaar een brandoffer van liefde gemaakt. Zoo ons eerbied en vurigheid ontbroken hebben in uw huis, Jesus houdt niet op, U daar onafgebrokene aanbiddingen op te

-ocr page 218-

214

dragen. Zoo wij wederspamiig zijn geweest aan uwe inspraken en ontrouw aan onze beloften, Jesus, steeds slaaf van uwe verheerlijking, gaat niet buiten de gehoorzaamheid, welke Hij U beloofd heeft, en, volgens zijn eigen woord, zal Hij met ons zijn tot de voltrekking der eeuwen. Genade dan, o mijn God! Vergeet de ongerechtigheden, die overvloedig hersteld zijn, en zie niets meer dan Jesus, het waardige voorwerp van uw eeuwig welbehagen. Verberg ons in zijn zoo teeder en barmhartig Hart. Dat wij aldaar, eindelijk van ons zei ven ontbloot, ü leeren verheerlijken, zoo als Gij het verdient; dat wij, in dit heilig en vlekkeloos Slachtoffer verloren, U eindelijk, met hetzelve, het zoenoffer voor onze zonden mogen opdragen, en medewerken aan de verlossing der wereld.

Heilige Maagd, o Gij de volmaaktste aller aanbidderesseu, Gij die zoo nauw vereenigd zijt geweest met den Zoon des Eeuwigen, verwerf voor de trouwe aanbidders van het allerheiligste Sacrament al de genade die hun noodig is. Gij kent de liefde van Jesus tot de menschen, en de ondankbaarheid van hen tot Jesus. 0 onze Moeder! Gij

-ocr page 219-

215

die alleen zoo veel liefde zoudt kunnen erkennen, en eene zoo schreeuwende ondankbaarheid herstellen, doe ons aan uwen ie ver deelachtig worden. Verwerf ons de heilige gesteltenissen van uw hart. Wij zijn aan uwe voeten, o Moeder-Maagd! verhoor ons, verhoor de wenschen, die zoo gelijkvormig aan de uwe zijn, en maak, dat Jesus, onze Zaligmaker, zijn welbehagen voortaan in ons moge nemen, gelijk Hij, op Calvarië, zijn welbehagen in u genomen heeft. Amen.

LiT^^riE

^ TOT HET

AUttitste kramt les Altaars.

Zie bladz. 162.

-ocr page 220-

IITAIE VAS EERHEBSTELllS,

tot Jesus in het H. Sacrament.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm ü onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons. _

Vader der barmhartigheid, ontferm U

onzer. ,

Zoon, Middelaar tusschen bod en de

menschen,

Heilige Geest, licht onzer harten, ^ Heilige Hostie, geofferd tot herstel- g_

ling en boeting voor de zondaars, Heilige Hostie, voor ons en door ons g

vernederd, , , i rl, . cl

Heilige Hostie, door de slechte Chris- ^

tenen veracht, . 3

Heilige Hostie, door de lasteringen der g

menschen versmaad en beleedigd, Heilige Hostie, in uwe heiligdommen

veronachtzaamd en verlaten,

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons, Heer.

-ocr page 221-

217

Over het onwaardig ontvangen van uw Lichaam en Bloed , zuchten wij, Heer.

Over de aanhoudende lasteringen der goddeloozen, zuchten wij, Heer.

Over de lichtzinnige en dwaze gesprekken, in uwen heiligen tempel gehouden, zuchten wij, Heer.

Over de oneerbiedigheden der Christenen, zuchten wij, Heer.

Wij zondaren, wij bidden U, hoor ons.

Opdat Gij ons vergevet, wij bidden U, hoor ons.

Opdat Gij ons genade bewijzet, wij bidden U, hoor ons.

Dat Gij het Sacrament uwer liefde gelievet te doen kennen, wij bidden ü, hoor ons.

Dat Gij de herstelling, welke wij U in den geest van ootmoedigheid aanbieden , in dank gelievet aan te nemen, wij bidden U, hoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

10

-ocr page 222-

218

Aanzie, Heer, onzen druk en onze droefheid.

En verheerlijk uwen heiligen Naam.

GEBED.

Heer Jesus, die liever gehad hebt, U aan de versmadingen der goddeloozen bloot te stellen, dan U van uwe H. Kerk te scheiden, verleen ons, dat wij de onteeringen, waarvan Gij het slachtoffer zijt, waardig mogen beweenen, en die, met al den iever waartoe wij in staat zijn, mogen herstellen; die God zijnde, leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.

litanie

TOT JESUS SLACHTOFFER

IN HET H. SACRAMENT.

Heer, ontferm ü onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons.

-ocr page 223-

219

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld,

God heilige Geest,

Heilige Drievuldigheid, één God,

Zoon van den levenden God,

Jesus, Zoon van de Maagd Maria,

Jesus, onze God,

Jesus, onze Schepper,

Jesus, onze Verlosser,

Jesus, onze Zaligmaker,

Jesus, altoosdurend brandoffer, g

Jesus,slachtofFerin deAltaargeheimenis, g;

Jesus, verzoenoffer, g

Jesus, verzoekoffer,

Jesus, opperpriester der nieuwe wet, ^

Jesus, onze middelaar, g

Jesus, ons slachtoffer, §

Jesus, onze koning, ■*

Jesus, ons opperhoofd,

Jesus, onze Meester,

Jesus, onze Herder,

Jesus, onze Vader,

Jesus, onze bruidegom,

Jesus, onze broeder,

Jesus, onze vriend,

Jesus, onze geleider,

Jesus, onze geneesheer,

Jesus, onze gastheer en ons voedsel,

-ocr page 224-

220

Jesus, onze rechter,

Jesus, ouze hoop,

Jesus, onze teerspijs,

Jesus, onze toevlucht,

Jesus, onze schat,

Jesus, ons leven,

Jesus, ons laatste einde,

Jesus, onze glorie,

Jesus, ons heil,

Jesus, onze vrede,

Jesus, ons voorbeeld,

Jesus, onze wijsheid,

Jesus, ons licht,

Jesus, onze sterkte,

Jesus, onze macht,

Jesus, onze goedheid,

Jesus, onze zoetheid,

Jesus, onze zuiverheid,

Jesus, onze deugd,

Jesus, ons al,

Jesus, verootmoedigd,

Jesus, vernietigd,

Jesus, miskend,

Jesus, verlaten,

Jesus, versmaad en beleedigd,

Jesus, verduldig,

Jesus, boetvaardig,

Jesus, stilzwijgend,

Jesus, eenzaam,

-ocr page 225-

221

Jesus, gevangen, g

Jesus, verbannen,

Jesus, behoeftig, g

Jesus, gehoorzaam,

Jesus, zachtmoedig en ootmoedig van

harte, §

Jesus, volmaakt, §

Jesus, onze eenige liefde.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden

der wereld, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons.

Allen die dorstig zijt, komt naar de wateren.

En uw dorst zal volkomen gelescht worden.

GEBED.

O liefderijke God, Gij die niet ophoudt, ons tot het heilige gastmaal van uw Lichaam en Bloed uit te noodigen, maak, smeeken wij U, dat wij steeds tot hetzelve met zoo volmaakte bereiding en gesteltenis mogen naderen, dat wij er de volmaaktheid van alle deugden, waarvan Gij ons het voorbeeld geeft, mogen putten. Amen.

-ocr page 226-

NOVENE.

Jcsus-Chrlstus met de getrouwe ziel, in het H. Sacrament.

I.

Jesus Christus. Ik ben uw koning.

De Ziel. O Jesus! Gij zult voor altoos mijn koning wezen. Ik zweer U eene onschendbare getrouwheid.

Deugd, de ootmoedigheid.

O mijn geliefde Zaligmaker! kan ik mij verheffen, wanneer uw leven slechts eene aaneenschakeling van vernederingen en verootmoedigingen is geweest? Hoe groot moet myne schaamte zijn, in de tegenwoordigheid van dien goddelijken koning! Ik ben niet waardig, de geringste zijner dienaren te zijn; en Hij gewaardigt zich wel, mij met weldaden te overladen. Verootmoedig u diep, o mijne ziel! op het zien van de ondankbaarheid en van den weinigen dienst, welken gij Hem bewijst. Aanschouw uwe ellende; gij zijt zelfs, zonder zijne hulp, niet bekwaam, om een goed gedacht te vormen; verzaak aan uwe eigenliefde, en roem niet, dan in het kruis van onzen Heer Jesus Christus.

-ocr page 227-

223

II.

Jesus Christus. Ik ben uw voedsel, bereid mij uw hart.

De Ziel. Heer, kom mij met uwe heiligheid omgeven, om mijne hartstochten te beteugelen en te overwinnen.

Deugd, de vurigheid.

Welke overmacht van goedheid! Een God wil het voedsel mijner ziel worden! Een God wil zich vernederen tot den onwaardigsten zijner dienaren. Ach! waarom is mijn hart niet geheel liefde, era erkentelijk te zijn voor zulke weldaad! O Jesus! zoo ik de vurigheid van gevoelens niet heb, waardoor uwe Heiligen ontstoken waren, maak, dat ik dit door de vurigheid der werken vergoede en aauvulle; dat is te zeggen, maak, dat mijne getrouwheid in alles wat Gij van mij zult vragen, mij voor eene gestadige en aanhoudende bereiding verstrekke, om U te ontvangen, en mij de vruchten te doen dragen, welke eene goede Communie moet voortbrengen.

-ocr page 228-

224

III.

Jesus Christus. Ik ben uw leven.

De Ziel. Jesus is mijn leven, en voor Hem sterven is mij eene winst.

Deugd, het innerlijk leven.

Het is in de eenzaamheid en in de stilzwijgendheid, dat de getrouwe ziel zich met haren Welbeminde vereenigt; zij verbergt zich in zijne heilige Wonden, gelijk de duif in de holen der steenrots; zij spreekt met Hem hart aan hart, en niets ter wereld schijnt haar waardig bemind te worden, dan haar goddelijke Bruidegom. Zij smaakt geen genoegen, geene vermaken, want zij ziet, dat zij alle ijdel en valsch zijn; zij verzucht onophoudelijk naar het heilige Sion, alwaar zij in het bezit van het dierbare voorwerp barer liefde zal wezen. O inwendig leven! O verborgen leven! hoe kostbaar zijn uwe voordeden, doch hoe weinig zijn zij gekend! Wanneer zal ik getrouw genoeg zijn, om er de ondervinding van te nemen?

-ocr page 229-

225

i-v.

Jesus Christus. Ik ben uwe hoop.

De Ziel. Ik heb in den Heer gehoopt, en nimmer zal ik beschaamd gemaakt worden.

Deugd, het mistrouwen van zich zelven.

Hoe vele beloften hebt gij uwen God niet gedaan, o mijne ziel! en hoe menig-werf zijt gij er niet ontrouw aan geweest! Zoudt gij nog op uwe eigene pogingen, op uwe eigene krachten kunnen steunen? Och! neen, mijn God, ik zal mij op ü alleen betrouwen, mij zelven mistrouwen, en mijnen steun en al mijn betrouwen op U alleen stellen.

quot;V.

Jesus Christus. Ik ben uw Zaligmaker.

De Ziel Heer, red mij, maak mg zalig; zonder U moet ik vergaan.

Deugd, de dankbaarheid.

Hoe zoudt gij, o mijne ziel! kunnen nalaten eene levendige dankbaarheid te koesteren jegens eenen God, die u met zoo veel weldaden overladen heeft, dat Hij zich, ter uwer liefde, aan den dood

-ocr page 230-

226

heeft overgeleverd ? Hij heeft u, ondanks uwe veelvuldige ondankbaarheden, tot de overgroote waardigheid van zijn kind verheven. Hij verdraagt uwen wederstand aan de genade met geduld, en bewijst u onophoudelijk nieuwe gunsten. O mijn God! o God van goedheid! te lang heb ik U mijn hart betwist; ja, het is er mede gedaan, ik wil eindelijk geene palen meer aan myne erkentelijkheid stellen.

quot;VI.

Jesus Christus. Ik ben uw Meester.

De Ziel. Spreek, Heer, uw dienaar luistert.

Deugd, de getkouwheid aan de goede

inspraken.

Och! hoe gelukkig is men, als de heilige Geest ons ingeeft, ons onderwijst en ons bestuurt! maar duizendwerf gelukkiger is men nog, wanneer men getrouw zgne inspraken volgt, zijne onderwijzingen met buigzaamheid aanneemt, en den weg welken Hij aanwijst, volgt. Het is alsdan dat die getrouwheid aan de eerste inspraken, er nieuwe

-ocr page 231-

227

over ons trekt, en ons tot den trap van volmaaktheid doet geraken, welken God van ons vraagt, om deel te hebben in het geluk der Heiligen, in het liefelijk verblijf van het hemelsche Paradijs.

VII.

Jesus Christus. Ik ben uw Verlosser.

De Ziel. Gij hebt mijne banden verbroken, Heer, ik zal U een offer van lof en dankzegging opdragen.

Deugd, de versterving.

Wapen u, o mijne ziel! met een heldhaftigen moed; offer aan uwen God al de voldoeningen der natuur op; verzuim geene gelegenheid van haar te bestrijden en tegen te kanten. Het is noodzakelijk, dat het lichaam lijdt om ons zalig te maken; o mijne ziel! laten wij haren opstand, haar gemor niet aanhooren; laten wij ons zonder eenige uitzondering aan God geven,

VIII.

Jesus Christus. Ik ben uw eenigste hulpmiddel en toevlucht.

De Ziel. Men moet aan alles sterven; ja. Heer, voor altoos.

-ocr page 232-

228

Deugd, de zelfopoiteuing.

Aan alles sterven, om voor God alleen te leven; alles vergeten, om aan Hem alleen te denken; in alles onwetend zijn, om niets dan God te kennen; ziedaar, mijne ziel, wat gij moet doen, om eeneu hechten en bestendigen vrede te vinden. Gij moet, boven al, u zeiven vergeten, en aan alles wat menschelijk is, verzaken, om zuiver en aangenaam in de oogen van God te wezen.

rx.

Jesus Christus. Ik ben uw leidsman.

De Ziel. Leer mij, Heer, in de wegen uver geboden wandelen.

Deugd, de nauwkeurigheid in het

veuvullen zijner plichten.

Volg getrouw, o myne ziel! uwen goddelijken leidsman. Door al de plichten te vervullen welke zijne geboden u opleggen, door alles wat de gehoorzaamheid u gebiedt, na te komen, door alles wat de liefde van u vordert, te doen, zult gij nimmer van den goeden weg afwijken; gij zult aan uwen goddelijken Zaligmaker behagen, en in de haven aankomen, waar Hij u wacht, om uwe onderdanigheid te beloonen.

-ocr page 233-

BEMERKINGEN over de liefde van Jesus Christus

IN HET

ALLERHEILIGSTE SACRAMENT DES ALTAARS.

GEBED.

Verleen mij, o goddelijke Zaligmaker, door de eindelooze liefde, waarmede Gij ons bemint, een zoo levendig geloof in uwe wezenlijke tegenwoordigheid onder de slaclitofferlijke gedaante van brood en wijn, dat mijne dankbaarheid en liefde, zooveel mogelijk, eene zoo onuitsprekelijke en onbegrijpelijke weldaad evenaren. Amen.

DE LIEFDK VAN JESUS VOOR DE MENSCHEN IN HET ALLERHEILIGSTE SACRAMENT DES ALTAARS.

De geheimen van het sterfelijk leven van Jesus, zijne menschwording, zijn lijden, zijn schandige dood aan het kruis, zijn gewis onwederlegbare getuigenissen

-ocr page 234-

230

van de eindelooze liefde, welke Hij ons toedraagt. Zijne liefde nogthans is, als het ware, in al de geheimen, belemmerd en bekrompen geweest. Het is in de Altaargeheimen, zegt de heilige Kerkvergadering van Trente [Sess. XIH c. II de SS. Euch.] , dat Hij zijne schatten en den overvloed zgner liefde vrijelijk heeft uitgestort. Overal beminnenswaardig, overal minnend, is Hij het vooral in het allerheiligs,te Sacrament des Altaars. Trouwens:

In het laatste Avondmaal, hetwelk Jesus met zijne Apostelen nam, bevond zijn Hart zich tusschen twee, gelijkelijk vurige, gelijkelijk levendige en hevige liefden verdeeld, doch wier verlangens tegenstrijdig waren. Zijne liefde tot zijnen Vader roept Hem naar den Hemel terug, zijne liefde tot de menschen wederhoudt Hem op aarde. Hij kan niet toestemmen om langer van zijnen Vader gescheiden te blijven, en Hij kan ook niet toestemmen om de menschen, welke Hij meer dan zijn leven bemint, te verlaten.

Hoe die twee liefden overeenbrengen? Hoe aan beide voldoen? Er behoefde eene eindelooze wijsheid, om er het

-ocr page 235-

231

middel voor te vinden. Er was eene eindelooze macht noodig, om het uit te voeren. Er behoefde eene oneindige liefde, om die wijsheid en die macht in het werk te stellen.

Jesus stelde, in dit laatste Avondmaal, het allerheiligste Sacrament van zijn Lichaam en Bloed in, en hierdoor voldoet Hij aan de beide liefden, die zijn Hart schijnen te verdeelen. Hij is te gelijk met zijnen Vader in den Hemel, en met de menschen op de aarde.

O bewonderenswaardige uitvinding der liefde! zij leert mij, datJesus wezenlijk zijne wellusten vindt in met ons te verblijven, en dat al de heerlijkheid des Hemels zijn Hart niet zou kunnen voldoen, zoo Hij die niet had kunnen genieten, dan met zich van ons af te scheiden. O wonder! o afgrond van liefde!

Maar wellicht zal Jesus, in zijn leven in het allerheiligste Sacrament, zich, even als in zijn sterfelijk leven, zijne tegenwoordigheid bij eene eenige plaats bepalen? Neen, zijne liefde duldt noch deze wederhoudingen, noch deze uitzon -deringen; zijne liefde vermenigvuldigt Hem in al de plaatsen van het wereld-

-ocr page 236-

232

rond, in al de kerken van dezelfde stad en van al de steden, dorpen eu vlekken der aarde, ten einde zijn onmetelijk verlangen, om met ons te zijn, te bevredigen.

Misschien geeft Jesus zich aan de aarde bepaaldelijk voor eenige eeuwen? Ook niet. De liefde, die Jesus, onder de zichtbare gedaanten, opgesloten houdt, zal Hem op onze altaren doen verblijven, zoo lang er menschen op aarde zullen zijn.

Ten minste zullen die menschen, door eene getrouwe wederliefde, aan zoo veel liefde beantwoorden? Helaas! zonder te spreken van zoo vele lasteringen dei-ketters, van zoo veel onwaardige heilig-schendingen der slechte Christenen, ontvangt Jesus, daar Hij in alle plaatsen en tijden wil lijden, schier niets dan ondankbaarheid, onverschilligheid en verachting. Gij hebt, Heer, al de verschrikkelijkheid onzer ondankbaarheid voorzien, en dit gezicht heeft de uitvoering van uw besluit niet verhinderd. Gij hebt slechts gehoor verleend aan de stem uwer liefde, welke liefde des te wonderbaarder en hartroerender is, naar gelang wij die minder waardig waren.

-ocr page 237-

233

Zij is het die U heeft doen besluiten om U zoo innig met ons te vereenigen, dat Gij, eenigerwijze, bij ons en wij in U ingelijfd zijn, bijna even als twee stukken was in elkander smelten en zich te zamen vermengelen.

Zij is het die bij voortduring zoo vele wonderen uitwerkt, die, op het oogenblik der Consecratie te zamen loopen. De zelfstandigheid van het brood en van den wijn is vernietigheid; het lichaam van Jesus Christus is, zonder op te houden van in den hemel te zijn, op de aarde, en te gelijker tijd op duizende verschillende plaatsen; het is in elk zichtbaar gedeelte der H. Hostie besloten.

O! wie een verstand zou hebben om al deze wonderen van liefde te kennen, een hart om ze alle te gevoelen, zou door verrukking van bewondering, dankbaarheid en liefde vervoerd worden; hij zou geene wellusten, geen genoegen vinden, dan aan den voet der altaren; hij zou daar willen leven en sterven, terwijl hij de afgronden van het heilige Hart van Jesus zou beschouwen en overdenken , en zich als een slachtoffer zou opdragen, om den smaad te herstellen,

-ocr page 238-

234

die Jesus, in het Sacrament zijner liefde, in dit Altaargeheim wordt aangedaan.

Is het mogelijk, o mijn Jesus! dat Gij mij met zulke overmaat vau liefde bemint en ik U zoo weinig wederliefde toedraag ? Maak, dat ik voortaan geheel liefde voor U zij; Ik smeek U daarom, door de eindelooze liefde, welke U bewogen heeft om het aanbiddelijke Sacrament des Altaars voor mij in te stellen.

DE ONDANKBAARHEID DEK MENSCHEN JEGENS

JESUS IN HET H. SACRAMENT DES ALTAARS.

De liefde geeft Jesus geheel aan een ieder in het aanbiddelijke Sacrament des Altaars. Het zou billijk en oneindig rechtvaardig zijn, dat de liefde Hem ook elk mensch geheel schonk.

Maar welk onderscheid bestaat er niet tusschen hetgeen men zou moeten doen, en hetgeen met doet, tusschen de handelwijze van Jesus jegens de menschen, en die der menschen jegens Jesus!

Door het geloof onderwezen, weten zij, dat zijn Lichaam hun voedsel, zijn Bloed hun drank is, dat Hij een eindeloos verlangen koestert om hun dagelij ksch

-ocr page 239-

235

brood te zijn; en echter heeft het mee-rendeel der menschen slechts een afkeer, een walg van dat hemelsch, van dat kostbaar Manna. Welke ondankbaarheid! welke smaad, het minnende Hart van Jesus aangedaan!

Wat verwijdert er die kleingeloovigen van? Menigmaal eene tijdelijke zaak van weinig belang, eene beuzeling, een niet. Men weet, dat men, om Jesus te ontvangen, meerdere godsvrucht zou moeten verkrijgen, zich moet bedwingen en meer versterven, en ten dezen prijze wil men de eer, het voordeel niet koopen van God te bezitten. Welke verachting! Moet ik niet vreezen, dat Jesus Christus, na dat ik Hem gedurende myn leven versmaad heb, mij ook na mijnen dood zal versmaden ? Hoe zullen zoo vele Christenen voor Hem durven verschijnen, die Hij wellicht nimmer aan zijne Tafel zou hebben gezien, zoo de wet der Kerk hen daartoe niet noodzaakte ?

Wat zou het zijn, zoo de dagen, bestemd om zich door de biecht en door de godsdienstige oefeningen tot de Bruiloft van den bruidegom te bereiden, overgebracht werden in overspel met

-ocr page 240-

236

den duivel, door de zonde en de losbandigheid? Wat baat het, als Christen te denken en als heiden te leven?

Men ontvangt Jesus Christus, men voedt zich met zijn Vleesch; maar op welke wijze? Zou men het kunnen gelooven, dat men dit doet, even als Judas, in den staat van wel gekende doodzonde, met een gewond, een besmeurd geweten, of met gegronde en wettige twijfelingen, welke men vreest op te helderen ? Op dat oogenblik, dat de hel zelfs van afgrijzen zou moeten sidderen, zouden de Engelen dien heiligschenner verdelgen, zoo de goedheid van Hem die zoo wreedelijk onteerd en beleedigd wordt, hunne wraakneming niet weêrhield.

Wordt de God van liefde, na Hem reeds ontvangen te hebben, gunstiger behandeld? Ach! hoe menigwerf hebt gij u niet aanstonds aan de verstrooiing overgegeven, in stede van rechtmatige en billijke gevoelens van dankbaarheid en liefde te voeden, in stede van aan dien liefderijken Geneesheer de ziekten uwer ziel te openbaren. Nauwelijks denkt gij aan Jesus Christus, die even zoo wezenlijk in u, als in den Hemel

-ocr page 241-

237

tegenwoordig is. Welke onbetamelijkheid! welke goddeloosheid!

Hoe dikwijls heeft misschien uw gedrag geen het minste verschil gemaakt tusschen de dagen van Communie en de andere? Dezelfde weerstand aan de genade, dezelfde lafhartigheid in de godvruchtige oefeningen, dezelfde gemakkelijkheid in het bedrijven der gewone fouten en zonden. Hoe is het mogelijk, dat gij, in uwen boezem een fornuis van liefde dragende, er geene warmte van gevoelt?

Wat zou het wezen, zoo ik, helaas! moest zeggen, dat gij op denzelfden dag, dat Jesus Christus u de eer heeft aangedaan van bij u te komen, Hem er schandelijk wegjaagt, om er den duivel, door de doodzonden, te doen heerschen? Welke afschuwelijkheid!

Welke ondankbaarheid! welke ongetrouwheid van den kant der menschen! welke góedheid! welk geduld van den kant van Jesus Christus! Kon hij de liefde en de barmhartigheid verder drijven? Konden wij den smaad en de misdaad hooger doen stijgen?

Heilige zielen, welker de wereld niet waardig is, trouwe minnaars van Jesus

-ocr page 242-

238

Christus, door zijne liefde, onder de gedaanten van brood en wijn in het allerheiligste Sacrament verborgen, doet door de vurigheid uwer gebeden de bron onzer ongeregeldheden uitdroogen.

Wat mij betreft, verootmoedigd, beschaamd en bedroefd over zoo vele misdaden , welke ik tegen dit goddelijk Altaargeheim bedreven heb, ken ik geene andere droefheid meer, dan die van beroofd te zijn van dat hemelsch voedsel. Al mijne zorgen zal ik aanwenden om de woning van mijn hart voor God te bereiden en om uit zijne tegenwoordigheid nut te trekken. De liefde weder-houdt Hem onder ons, de liefde zal mij bij Hem houden; Hij zal mij aansporen om Hem herhaaldelijk te bezoeken, en ik zal die zoo zeer verlengen, als het mij mogelijk zal wezen. Diezelfde liefde zal mij mijne gedachten en mijn verlangens naar het Tabernakel van den grooten God doen stieren, wanneer ik genoodzaakt zal zijn, mij er van te verwijderen; en zoo ik Jesus Christus niet lichamelijk kan volgen, wanneer Hij door zijne bedienaars, of naar de zieken, of in de processie, gedragen wordt, zal ten minste mijn hart Hem

-ocr page 243-

239

vergezellen. Ik wil aan Jesus liefde voor liefde geven.

GEBED.

O Jesus! schenk mij den waren geest van het broederschap, dat ingesteld is om U dag en nacht te aanbidden, ten einde den smaad te herstellen, die ü in het allerheiligste Sacrament wordt aangedaan. Ik vereenig mij met zoo vele heilige zielen, die U aanbidden en die U, in het vervolg der jaren, op onze altaren in waarheid zullen aanbidden. Ik wensch, door hunnen geest en door hun hart mijne hulde, als het ware, te doen voortduren en te vereeuwigen, tevens met mijne liefde en mijne droefheid van U zoo weinig bemind, of liever, van U zoo menigwerf en zoo zwaar beleedigd te hebben in het wonderbaarste Geheim uwer liefde. Amen.

-ocr page 244-

GEBED TOT ONZEN HEER JESUS,

hetwelk men voor het allerheiligste Sacrament kan lezen, wanneer het uitgesteld is,

Hoe gaarne zie ik U, o mijn aanbiddelijke Zaligmaker! alzoo aan de Christenen ter aanbidding en eerbied-bewijzing uitgesteld, en uit uwe Tabernakelen komen, om gelegenheid te hebben van ons met uwe uitstekende gunsten te overladen! Gelief het dan voor aangenaam te houden, dat ik U, om in de inzichten uwer barmhartigheid te treden, mijne diepste hulde bewijze. Welken eerbied, welke vrees, welke aanbiddingen vraagt de tegenwoordigheid uwer einde-looze Majesteit van mij niet! Maar welke dankbaarheid, welke vlijt, welke liefde, welken iever, welke teederheid vordert van mij deze bewonderenswaardige inschikkelijkheid !

Ook is het uit de geheele uitgestrektheid mijner ziel, dat ik U, plichtshalve, mijn geheel wezen als aan mijnen God toewijd, en ik, genegenheidshalve, al

-ocr page 245-

241

wat ik ben, U opdraag als aan den teedersten, den getrouwsten, den edel-moedigsten vriend, die immer bestond. Neem dan, smeek ik U, bezit van mijne ziel, van al mijne licliamelijke vermogens, van al mijne zinnen, van mijnen wil en van al mijne genegenheden. Dat mijn geheugen niet meer vervuld zij, dan meb de herinnering aan nwe weldaden , dat niets voor mijnen geest tegenwoordig zij, dan het beeld uwer eindelooze volmaaktheden, dat mijn hart slechts bezig zij met de gevoelens uwer liefde. Dat geheel mijn lichaam ter uwer verheerlijking werke en gelukkig aan uwen dienst opgeofferd worde.

O! kon ik hier al de harten der menschen medeslepen! kon ik op eene waardige wijze de beleedigingen en den smaad herstellen, welke ü in dit Sacrament door de ongeloovigheid der ketters, door de oneerbiedigheid der slechte christenen, door de ongevoeligheid der geloovigen wordt aangedaan! kon ik hier mijne woning vestigen, gelijk de Engelen, zonder mijne aanbiddingen ooit te onderbreken! Ach! ik zal, ten minste, mijn paradijs op aarde vinden in U gezelschap te houden,

11

-ocr page 246-

242

gelijk Gij uw wellust vindt in onder ons te verblijven. Ik zal U hier, door het licht des geloofs bijgestaan, aanschouwen ; ik zal U hier menigwerf mijnen eerbied en mijne dankbetuigingen komen bewijzen; ik zal mijn hart hier laten, wanneer uw wil mij elders zal roepen; ik zal mij de uitstekende deugden voorstellen, welke Gij hier oefent; ik zal my in den geest en met de genegenheid vereenigen met die heilige zielen, die, deel makende van het broederschap der Aanbidding van het allerheiligste Sacrament, aan hetzelve dag en nacht eene aanhoudende hulde bewijzen; en terwijl de Engelen gestadig in den Hemel zingen: Heilig, heilig, heilig is de God der heirkrachten; zal ik niet ophouden deze liefderijke woorden te doen weêr-galmen: Geloofd zij altijd het allerheiligste Sacrament des Altaars ! Goddelijke Jesus, minnelijke Zaligmaker, verleen mij de genade van die met al het geloof, met al den eerbied, met al de liefde uit te spreken, waartoe ik in staat ben. Amen.

-ocr page 247-

243

KXJXjJDE

aan de menschheid des allerheilig sten Zaligmakers, wanneer het heilige Sacrament uitgesteld is.

Ik aanbid IJ, o heilige Menschheid mijns Zaligmakers! onder de gedaante van brood en wijn verborgen, gevormd van het zuiverste bloed der gelukzalige Maagd, bezield met de heiligste ziel, die immer bestond, persoonlijk vereenigd met de Godheid, het meesterstuk van den heiligen Geest, de woonplaats van het Woord, de troon des eeuwigen Vaders, de schat der H. Kerk, het middenpunt aller geesten, het wonder der wereld.

Duizendmaal dank ik ü, o heilige Menschheid van mijnen Zaligmaker! in het heilige Sacrament verborgen, de bron van mijne verlossing, van mijne roeping en van mijne heiligmaking, de oorsprong van alle goede gedachten, van alle goede verlangens, van alle goede werken, de bron van al het goed der genade en der verheerlijking.

O heilige Menschheid van mijnen Zaligmaker! in het aanbiddelijk Altaargeheim verborgen, vergeef mij mijne ongetrouwheden, mijne ongodsdienstig-

-ocr page 248-

244

heid, miine onzedigheden mijne oneerbiedigheden , mijne moedeloosheden; vergeef mij mijn ongeduld mxjne wederstreving aan de genade, de vergetenhexd van mijnen God en het verlies van den tijd.

O heilio-e Menschheid van niipen bod, in het aanbiddelijk Sacrament verborgen.

verleen mi] de gaaf van wgsheid, om de eeuwige waarheden te kennen, te beminnen en te smaken; de gaaf van verstand, om uwe geheimen te doordringen; de gaaf van wetenschap om mii zeiven te kennen en de ijdelheden der wereld te verachten; de gaaf van

raad, om mij te geleiden te midden der

duisternissen en de gevaren dezes levens. Schenk mij de gaaf van sterkte, om de bekoringen van den vijand en de moeie-liikheden van de deugd te overwinnen; de gaaf van godsvrucht, om gaarne te bidden en U met blijdschap te dienen; de gaaf van vrees, om met afschrik al datgene te vluchten, wat ü kan mishagen. Geef mij de gaaf van tranen, om miine zonden te beweenen; den geest van boetvaardigheid, om aan de goddelijke rechtvaardigheid te voldoen, de gaaf van volharding, om in de genade te leven en te sterven.

-ocr page 249-

O E BE ID

om den zegen van het allerheiligste Sacrament te vragen.

Goddelijke Zaligmaker onzer zielen, die ons uw dierbaar Bloed in het allerheiligste Sacrament des Altaars hebt willen laten, ik aanbid U in hetzelve met diepen eerbied, ik bedank U ootmoedig voor al de genaden welke Gij ons in hetzelve bewijst; en dewijl Gij in dat Sacrament de bron van alle zegeningen zjjt, zoo smeek ik U, die heden over mij en over allen voor welke ik voornemens ben, U te bidden, te willen uitstorten.

Maar opdat niets den loop dier zegeningen tegenlioude, zoo neem uit mijn hart al wat U mishaagt, o mijn God! vergeef mij mijne zonden; ik verfoei die oprecht ter uwer liefde; reinig mijn hart, heilig mijne ziel; zegen mij, mijn God, met eene zegening gelijk aan die welke Gij uwen leerlingen gaaft, toen Gij hun verliet om ten hemel te klimmen. Zegen mij met eene zegening die mij verandert, die mij geheel en al aan

-ocr page 250-

246

U toeheiligt en met U vereenigi , die mij met uwen geest vervult, en die mij roèds van in dit leven een zeker onderpand zij van de zegening welke Gij uwen uitverkorenen bereidt. Ik vraag U die in den naam des Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geestes.

PLECHTIGE EERBOETE

tot het H. Hart van Jesus.

O heilig Hart van Jesus, onze God en Zaligmaker! ootmoedig voor uwe voeten nederliggende, en vol van geloof in uwe wezenlijke tegenwoordigheid in deze heilige Hostie, doen wij U eene plechtige eereboete voor al den smaad welken de menschen U in het Sacrament uwer liefde aandoen.

Aanbiddelijke Zaligmaker, Gij biedt ons hier dat Hart aan, nog brandende van die liefde en vol van die barmhartige goedertierenheid, die U voor ons geslachtofferd heeft. Ja, wij gelooven het, het is datzelfde Hart, dat onze

-ocr page 251-

247

ellende zoo levendig gevoeld heeft eu dat zoo wreedelijk is bedroefd geweest over onze zonden, dat zoo zeer naar ons heil heeft verzucht. O goddelijke Zaligmaker! hoe duur hebben wij U gekost! Door welken prijs, door welken arbeid, door welke smarten hebt Gij onze zielen vrijgekocht!

Ach! zoo ten minste de menschen dankbaar waren voor eene zoo over-groote liefde! Maar de ondankbare! Zij houden niet op van de afschuwelijkheden te hernieuwen, welke Gij op den Calvarieberg ondergaan hebt. Eiken dag verscheuren zij door nieuwe wonden dat goddelijk Hart, hetwelk Gij in dit aanbiddelijk Sacrament gelaten hebt, om voor altoos onze middelaar, ons voedsel, ons slachtoffer te zijn. Een gedeelte der christene wereld vervalt in de ketterij, loochent uwe wezenlijke tegenwoordigheid in dit verhevene en eerbiedwaardige Geheim. Wie zou, zonder door heiligen afschrik bevangen te worden, zich kunnen herinneren aan de gruwelijke aanslagen, welke die verblinde menschen tegen uw heilig Lichaam begaan hebben! Uwe heiligdommen omver geworpen, uwe altaren verbrijzeld, uwe bedienaars om

-ocr page 252-

248

het leven gebracht; en, o gruwel van verwoesting! de heilige Hostiën zelve onwaardiglijk uit de heilige Tabernakelen gerukt, en misdadig onder de voeten vertreden! Ziedaar de buitensporigheden der ketters tegen het Sacrament uwer liefde.

O Jesus! het is voor ons in het bijzonder, dat Gij dien grooten smaad, die grievende beleedigingen ontvangen hebt. Gij voorzaagt die, toen Gij dit aanbiddelijk Geheim insteldet, en nog-thans hebt Gij er U, uit liefde tot ons, vrijwilliglijk aan willen onderwerpen. Moest Gij ü dan, ten minste van onzen kant, niet aan de gevoelens eener levendige en liefdevolle dankbaarheid verwachten ? Maar helaas! is het niet van onzen kant, dat Gij nog gevoeligere beleedigingen ontvangt ? Ach! uwe kinderen schijnen met uwen vijand eenstemmig zamen te spannen, om de maat hunner gruweldaden en uwer droefheid te vullen.... Oneerbiedigheden in de heilige plaatsen, ongevoeligheid voor de onuitsprekelijkste der weldaden, ontheiliging van het heiligste der Geheimen, waarin onwaardige zielen den aanslag van den eerloozen Judas vernieuwen.

-ocr page 253-

249

en U in hun hart op nieuw kruisigen! ziedaar de euveldaden der Katholieken.

O liefde! liefde versmaad door hen zelfs die zich uwe aanbidders en uwe vrienden noemen! Wat zullen wij kunnen doen om zoo verschrikkelijke onwaardigheden te herstellen? Waarom hebben wij geene bloedige tranen om ze te beweenen! Ontvang ten minste, aanbiddelijke Jesus, met onze verbrijzelde harten, al wat wij voortaan zullen verrichten, als zoo vele werken en oefeningen van herstelling, van boeting, van eerboete en van gestadige opoffering aan uw aanbiddelijk Hart.

Wij zullen U dikwijls bezoeken, om de verlatenheid te herstellen, waarin men U laat; wij zullen voor U niet ver-schijuen, dan in eene diepe vernietiging, om de oneerbiedigheden, het gebrek aan achting te herstellen, waarmede men zoo menigwerf in uwe tegenwoordigheid verschijnt; wij zullen steeds aan uwe voeten zijn met gevoelens van geloof, van ootmoedigheid, van eerbied en van heilige siddering, om de ergernissen en goddeloosheden te herstellen, die in uw heilig Huis bedreven worden; maar, ten einde de misbruiken en afschuwelijke

-ocr page 254-

250

ontheiligingen welke men tegen uw heilig Lichaam en uw dierbaar Bloed begaat, te herstellen en te boeten, zullen wij trachten, onze Communiën altoos heilig, vurig, met het levendigste geloof, de diepste ootmoedigheid en de vurigste liefde bezield, aan uwe Majesteit op te offeren.

Maar, helaas! al wat wij kunnen doen, o aanbiddelijk Hart! al wat wij U kunnen aanbieden, is niets bij hetgeen Gij verdient en wat wij U zouden willen aanbieden. Vereenigt U dan met ons, rechtvaardigen der aarde, Heiligen des Hemels, hemelsche Geesten, en Gij vooral, onbevlekte Maagd Maria, alleen bekwaam om het Hart van uwen goddelijken Zoon op eene waardige wijze te eeren; vereenigt u met ons, om aan dien vergramden God, aan dat beleedigd Hart reine hulde en zijner waardige herstellingen op te dragen.

Ach! Heer, dat op dezen dag, uwe barmhartigheid, door onze tranen bewogen , den wraaknemenden arm uwer gerechtigheid tegenhoude. Aanhoor ons geween, wees gevoelig aan onze rampen en doe dezelve ophouden. Open ons uw Hart, ontvang de onze; wij dragen U

-ocr page 255-

251

die alle op, en wijden ze U toe. 0 goddelijke Middelaar! verzoen ons met uwen Vader, geef ons zijne barmliartig-lieden en zijne liefde weder. Dat allen die zich met ons vereenigen, op eene bijzondere wijze deel hebben in uwe genade en goedertiereuheid. Allen met hart en geest vereenigd, zeggen wij met eene oprechte liefde, en zullen wij onophoudelijk herhalen:

0 heilig Hart van Jesus! wees gekend, geloofd, bemind en aanbeden door alle scbepselen, in het heelal, nu en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 256-

252

ACTE VAN TOEWIJDING

AAN HET

mim mn yam mim,

goedgekeurd bij decree! van de heilige Congregatie der Ritussen van 22 APRIL 1875.

O Jesus, mijn Verlosser en mijn God! niettegenstaande de groote liefde, welke Gij den menschen toedraagt, voor wier verlossing Gij al uw kostbaar bloed vergoten hebt, hoe weinig beantwoorden zij aan deze liefde, en zelfs hoezeer beleedigen en verguizen zij TJ, vooral door de godslastering en door de ontheiliging der feestdagen! Ach! kon ik Uw goddelijk Hart eenige voldoening schenken, kon ik zooveel ondankbaarheid en miskenning herstellen , welke Gij van den kant des grootsten deels der menschen hebt te verduren 1 Ik wilde U kunnen toonen, hoezeer ik verlang te beminnen en te eeren dat aanbiddelijk Hart, zoo vol van teederheid, ten aanschouwe van de geheele wereld, en alzoo uwe glorie vermeerderen. Ik wilde te kunnen verkrijgen de bekeering der zondaren , de onverschilligheid afwerpen van zoovele anderen, die, ofschoon zij \'t geluk hebben tot Uwe Kerk te behooren, de belangen uwer glorie en de Kerk zelve, Uwe Bruid, niet ter harte nemen.

-ocr page 257-

253

Ik wilde nog kunnen verkrijgen, dat die katholieken, welke niet ophouden zich als zoodanig te toonen door vele uiterlijke liefdewerken, maar die, al te zeer aan hunne meeningen gehecht, weigeren zich te onderwerpen aan de uitspraken van den Heiligen Stoel, en gevoelens koesteren die in tegenspraak zijn met haar leerambt, tot zich zeiven komen, door zich te overtuigen, dat hij, die de Kerk niet hoort, God niet hoort, die met Haar is. Om deze zoo heilige doeleinden te verkrijgen, en om daarenboven te verkrijgen de zegepraal en den duurzamen vrede dezer Kerk, Uwe onbevlekte Bruid, het welzijn en den voorspoed van Uwen Stedehouder op aarde, om te verkrijgen, dat Hij zijne heilige meeningen vervuld zie, en ook opdat de gansche geestelijkheid zich meer en meer heilige en ü aangenamer worde, en voor zoovele andere doeleinden, welke Gij weet, O mijn Jesus 1 dat met uw goddelijken Wil overeenkomen en die op eenige wijze tot de bekeering der zondaren en tot de heiliging der regtvaardigen kunnen strekken, opdat wij eens de eeuwige zaligheid onzer zielen bekomen, en eindelijk omdat ik weet, o mijn Jesus! aldus iets aangenaams te doen voor uw allerzoetst Hart; aan Uwe voeten neergeknield, in tegenwoordigheid der allerheiligste Maagd Maria en van \'t geheele Hemelsche Hof, erken ik plegtig

-ocr page 258-

254

dat ik, om alle redenen der rechtvaardigheid en der dankbaarheid, geheel en alleen U toebehoor, o Jesus Christus, mijn Verlosser, eenige bron van alle goed voor mijn geest en mijn ligchaaml en mij vereeni-gende met de meening des Opperpriesters, wijd ik mij zei ven en alles wat mij toebehoort, aan dit allerheiligst Hart, dat ik alleen wesch te beminnen en te dienen uit geheel mijne ziel, uit geheel mijn hart, uit al mijne krachten, door beter Uw wil te doen en al mijne verlangens met de Uwe te vereenigen.

Als openlijk blijk mijner toewijding, verklaar ik plechtig aan ü zei ven, o mijn God! dat ik in de toekomst, ter eere van dit zelfde H. Hart, naar de regels dei-heilige Kerk, de feestdagen van verpligting wil onderhouden en ze doen onderhouden door al de personen over wie ik gezag en invloed zal hebben.

Al deze heilige voornemens en besluiten uit uw heerlijk Hart puttende, zooals uwe genade mij ze ingeeft, heb ik \'t vertrouwen van het te kunnen geven eene schadeloosstelling voor zooveel beleedigingen, welke het van de ondankbare menschen-kinderen ontvangt, en voor mijne ziel en voor de zielen van al mijne nabestaanden, mijne en hunne zaligheid te verwerven in dit en in het andere leven. Amen.

-ocr page 259-

255

IL.OFZA3SrO.

Loof, o Sion, uw\' ontfermer,

Uwen leidsman, uw\' beschermer;

Wees in blijdschap uitgestort! Wat eer gij Hem moogt bewijzen, Welk een loflied Hem moog\' prijzen Hier schiet alle lof te kort.

Had een feest ooit meer verhevens! Heden wordt het Brood des levens,

Dat alleen de Apostelen telt Bij zijne eerste consacreering, Aan de aanbidding en vereering Van heel \'t aardrijk voorgesteld.

Heft dan aan uw vreugdegalmen. Siert zijn weg met zegepalmen,

Gaat Hem juichend te gemoet: Dien zoo liefderijken Koning, Die zoo needrig in de woning Van ons hart zijne intree doet.

Eind\'lijk vliet de schaduw henen; \'t Ware Paaschlam is verschenen,

Al de beelden zijn volend; \'t Helderst licht verdrijft het duister En de nacht wijkt voor den luister Van dit godd\'lijk Sacrament.

-ocr page 260-

256

Jesus, \'s avonds voor zijn lijden, Wijdde \'t brood en sprak, na \'t wijden :

Doet ditzelfde, en denkt aan Mij; En zie, duizende offeraren Doen nu \'t zelfde op onze altaren, En zijn\' dood gedenken zij.

En de Kerk spreekt, als ze ons leeren Dat dan \'t Vleesch en Bloed des Heeren

Waarlijk neerdaalt op dien disch; En wij houden \'t voor waarachtig,

Wijl God, die \'t haar leert, almachtig En zijn\' liefde oneindig is.

Ja, wij houden \'t Godd\'lijk zeker, Dat de wijn in d\' offerbeker.

En het brood op de offerschaal, Na de heil\'ging. Hem bevatten Die zich ons, met al zijn schatten. Wegschenkt in dit liefdemaal.

Brood en wijn zijn dan geweken, \'t Is slechts \'t uiterlijke teeken,

Waarin zich de God-mensch hult; \'t Zy in \'t eene, \'t zij in beiden:

Want Hij kan geen deeling lijden, Na de zuiv\'ring onzer schuld.

1

-ocr page 261-

257

Hjj deelt onverdeeld zich mede,

Zijn wij, scheps\'len, ook tevreden Met dat Godd\'lijk Lam alleen; \'t Wordt genuttigd, niet gehinderd, \'t Wordt gebroken, niet verminderd, \'t Blijft hier steeds geheel en één.

Dit nu is die ziele-spijze,

Die, naar mate van de wijze,

Waarop zich de mensch bereidt, Dubb\'len dood baart aan de kwaden, Maar in \'t reine hart de zaden Weglegt ter onsterflijkheid.

Knielt dan voor dit Brood der Englen, Waarin God ons komt omstrenglen

Met een disch, zoo Godd\'lijk rein. Kom voor \'t strafzwaard u beschutten. Christen, kom uw Paaschlam nutten; Pelgrim, kom u onderstutten Door dit Manna der woestijn.

En Gij, Jesus, hier verborgen, Wil toch voor uw\' schapen zorgen. Die de vijand zoekt te worgen;

Leid ons veilig tot dien morgen,

Waar aan die op hun verstand Min dan op uw\' woorden bouwen,

-ocr page 262-

258

Al uw\' wondren zich ontvouwen, En we in \'t Koor van uw getrouwen Zonder hulsel U aanschouwen

In het hemelsch Vaderland!

GEBEU.

O Jesus! die ons tot aan het einde bemind hebt, Gij hebt, op den avond voor uw lijden, het allerheiligste Sacrament van uw Lichaam en Bloed onder de gedaante van brood en wijn ingesteld, om ons eene blijvende gedachtenis te geven van uwe overgroote liefde tot ons en om ons door dit aanbiddelijk Geheim met U op het nauwste te vereenigen. Gij ^jeft ons hier het voedsel onzer zielen en het onderpand des eeuwigen levens. Zoo dikwijls ik mij in de tegen-woordigheid van hetzelve bevind, zoo dikwijls ik het heilige Misoffer bijwoon of door de heilige Communie tot U nader, wilt Gij, dat ik aan uwe liefde voor mij denken, en de goede voornemens, om aan de liefde met dankbaarheid te beantwoorden, vernieuwen zal. Geef mij uwe genade, om aan deze plicht altijd bereidwillig te voldoen.

-ocr page 263-

259

O liefderijke Verlosser! ik wil voortaan deze groote weldaad hooger schatten en mijne dankbaarheid voor dezelve beter aan den dag leggen.

Ik maak een vast voornemen om, bij de opdracht van dit heilige Offer, steeds de liefde, te overwegen, waarmede Gij U voor mijne zaligheid en den Wil des hemelschen Vaders onderworpen eu uw leven ten beste gegeven hebt.

Ik wil uw getrouwe navolger zyn, en als lid van het huisgezin, waarvan Gij het hoofd zijt, uwe voetstappen volgen door mijnen naaste te beminnen gelijk mij zeiven. In de wederwaardigheden , die mij overkomen, zal ik mijne oogen vestigen op den Hemel quot;tin ook de moeielijkste plichten volbrengen, in de hoop des eeuwigen levens, waarvan Gij mij in dit heilige Sacrament een zoo kostbaar onderpand geeft. O Jesus! kom tot mij, versterk mijne ziel door uwe heilige tegenwoordigheid, en bewaar mij ten eeuwigen leven.

Gelijk de Vader het leven in zich zeiven heeft, zoo hebt Gij ook het leven in U; geef mij dan het ware leven in U, opdat ik voor U alleen leve en buiten U niets beminne, dan omdat Gij

-ocr page 264-

260

het gebiedt. Vervul mg met uwen heiligen Geest, opdat mijn wil aan uwen wil, en mijn leven aan uw leven gelijkvormig worde, Laat niet toe, dat ik ooit door de zonde uwe heilige tegenwoordigheid verlieze, maar laat mij liever met U lijden, opdat ik eens met U en door ü verheerlijkt worde. Amen.

A^ZNTIBIIDIDIlSra-

VAN JESUS CHRISTUS IN HET H. SACRAMENT.

O allerheiligste Sacrament des Altaars, wonderbare Ark des verbonds, waarin geene tafelen der wet, maar de Wetgever zelf, niet het manna der woestijn, maar Jesus Christus, het ware Brood des Hemels, niet de roede van Aaron, maar Christus, de ware Hoogepriester naar de orde van Melchisedech, wezenlijk en waarachtig tegenwoordig is! O kostbaar Heiligdom, waarin de Koning der koningen woont en zijn vermaak vindt om met de kinderen der menschen te zijn! Ik aanbid U, o Jesus! en verootmoedig mij voor uwe goddelijke Majesteit. (jij hebt ons geroepen om heilig

-ocr page 265-

261

en onbevlekt voor uw aanschijn te leven, en door goede werken onzen roep zeker te maken. Ik bid u, verleen mij, volgens uwe onuitputbare goedheid, dat ik door uwen heiligen Geest naar den innerlijken mensch versterkt worde, om door het geloof en de liefde altijd met u vereenigd te blijven. Geef ons uwe genade, om naar uwen Wil te leven in ootmoedigheid, zachtmoedigheid en geduld, opdat wij elkander in liefde verdragen en zorgvuldig de eendracht door den band des vredes bewaren. Immers wij allen die uwe wezenlijke tegenwoordigheid onder ons gelooven, eten van een en hetzelfde brood en zijn door de liefde met u vereenigd; wij allen zijn één lichaam en één geest, wij hebben allen één geloof en ééne roeping. Goddelijke Zaligmaker, heilig ons dan allen in waarheid, opdat wij de oude en zondige lusten van den bedorven mensch afleggen en den nieuwen mensch aantrekken, die naar het beeld van God in heiligheid en gerechtigheid geschapen is. Ondersteun onze zwakheid met uwen krachtigen bijstand, opdat wij u boven alles beminnen, dewijl gij ons bemint en u zeiven voor ons aan

-ocr page 266-

262

uwen hemelschen Vader tot een zoenoffer hebt opgedragen. 0 barmhartige God, verhoor mijne ootmoedige bede, welke ik, met een vast betrouwen op uwe eindelooze liefde, voor den troon uwer genade opdraag! Geef, dat ik alles verachte en verfoeie wat mij van uwe heiligmakende genade berooven kan, en ik alles volbrenge wat uwe heilige wet en uwe liefde van mij vorderen. Amen.

VERZUCHTINGEN

tot Jesus in het Allerheiligste Sacrament.

(Van den Eerw. Lodewijk van Grenada.)

O allerliefste Jesus, heil mijner ziel! wanneer zal ik U dan in alles en door alles behagen, wanneer zal ik, ter uwer liefde, aan mij zeiven en alle schepselen afsterven ? Ontferm ü myner, Heer, en help mij. Ik verschijn voor uwe goddelijke Majesteit, mijn Zaligmaker, en vereer in den geest uwe heilige Wonden. Eeuwige liefde, verberg mij in dezelve, opdat ik daar volkomen gezuiverd en geheiligd worde. Barmhartige Jesus, mijn verlangen, mijne hoop,

-ocr page 267-

263

mijne lafenis, wond mijn hart door uwe liefde! Geef, dat mijne ziel geheel en al ontstoken worde door uwe liefde; wek door dit goddelijk vuur mijne traagheid op, en verander mijne lauwheid in jeenen brandenden iever, om u getrouw \'te dienen.

O Jesus! ik verlang naar U, ik draag mij zeiven geheel en al aan U op. Ik wil niets buiten U, ik wensch niets, dan uwe heilige tegenwoordigheid; want gij alleen kunt mij tevreden stellen; gij zijt mijn Koning, mijn leidsman, mijn Vader; gij zijt alles voor mij. Gij zijt allerbeminnelijkst, barmhartig en getrouw. Gij verstoot niemand die tot U komt; maar Gij gaat allen die ü zoeken, te gemoet, om hen op den rechten weg te geleiden. Ja, waarlijk, gij toont, dat het uw vermaak is, onder de kinderen der menschen te wonen. Ik dank U, o God, voor deze overgroote liefde; want wat zijn wij toch anders, dan zondige en ellendige menschen ? en niet te min wilt gij, tot aan het einde der wereld, bij ons blijven. Het was U niet genoeg, voor ons te sterven, zoo vele heilige Sacramenten in te stellen, en zelfs uwe Engelen met onze bewaring

-ocr page 268-

264

te belasten; Gij zelf, God van eindelooze Majesteit! gij zelf wilt, onder de geringe gedaante van brood en wijn, in ons midden wonen.

O vuur, dat mij ontvlamt, o liefde, die mij doordringt, o liefde, die altijd brandt en nooit verflauwt! Wie kan zich in uwe tegenwoordigheid bevinden, zonder niet iets van die warmte te gevoelen ? wanneer zal ik u toch volmaakt beminnen? wanneer zal ik u met geheel mijne ziel, uit geheel mijn hart, uit al mijn vermogen lief hebben? wanneer zal ik voor U alles verlaten, om ü alléén te beminnen? wanneer zal ik al mijne krachten, al mijne vermogens tot uwen dienst alleen besteden?

O leven mijner ziel, Jesus, die gestorven zijt, opdat ik zoude leven, en die door uw sterven den dood overwonnen hebt, dood in mij alle zondige lusten en zondige verlangens, mijnen eigen wil en alles wat mij hindert om voor U alleen te leven, en wek mij dan op tot een nieuw leven in U, dat door gehoorzaamheid in liefde onderhouden wordt. Geef, dat ik altijd uwe geboden en de geboden van degenen aan welke gij mij onderworpen hebt,

-ocr page 269-

265

getrouw volbrenge, dat ik de zonden, waardoor ik U, mijn hoogste Goed, beleedigd heb, verfoeie, en door boetvaardigheid mij zei ven straffe. Laat mij niets doen, dan om ü te verheerlijken en te behagen! Heilig mijn verstand, mijn geheugen, mijnen wil, al mijne woorden en werken, Amen.

Getal li ijze Tan Litanie

TOT HET

allerheiligste Sacrament des Altaars.

Heer, ontferm ü onzer. Christus, ontferm ü onzer. Heer, ontferm ü onzer.

God, hemelsche Vader, die, ter onzer liefde, uwen eenigen Zoou niet gespaard, maar hem voor allen geslachtofferd hebt, ontferm U mijner, opdat ik dit werk uwer liefde met een dankbaar hart ge-denke, en de gedachtenis van hetzelve in dit heilige Sacrament waardig moge vieren.

God Zoon, Verlosser der wereld. die op de aarde gekomen zijt, om te zoeken en zalig te maken hetgeen verloren was, ontferm ü mijner, opdat uw heilig

12

-ocr page 270-

266

Lichaam en Bloed mij niet tot oordeel en verdoemenis, maar tot eeuwige zaligheid strekken.

God, heilige Geest, die op eene wondervolle wijze, het geheim van de menschwording des goddelijken Woords volbracht, en den schoot der H. Maagd Maria tot eene waardige woonplaats van den Zoon Gods geheiligd hebt, ontferm U mijner, opdat ook mijne ziel een waardig verblijf van mijnen Zaligmaker Jesns Christus worde.

Heilige Drievuldigheid, één God, ééne kracht, ééne wijsheid, ééne liefde, die alles met wijsheid schept en met liefde bestuurt, ontferm U mijner, opdat ik U door geloof, hoop en liefde diene, en door dit H. Sacrament van liefde steeds nauwer met U vereenigd worde.

Goede Jesus, die gezegd hebt: Komt tot mij, allen die belast en beladen zijt, en ik zal u verkwikken: ontferm U mijner, opdat ik ontslagen worde van den last der zonde, en verkwik mijne ziel, die naar U verlangt.

Barmhartige Jesus, die, getroffen door medelijden met het volk, dat bij U bleef en niets te eten had, allen op eene wonderlijke wijze verzadigd hebt, ont-

-ocr page 271-

267

ferm U mijner, opdat ik in dit vreemd en behoeftig land niet van honger om-kome; geef mij altijd dat brood hetwelk \'s menschen hart versterkt, en laat mij door de woestijn des levens tot uwen heiligen berg komen.

Liefderijke Jesus, die ons het Brood der Engelen geeft, dat alle kracht en zoetheid in zich besluit, ontferm U mijner, opdat mijn hart niet verflauwe, en versterk mijne ziel ten eeuwigen leven.

Almachtige Jesus, die ons hebt geboden, deze spijs te nuttigen, zeggende: Mijn Vleesch is waarlijk spijs, en mijn Bloed is waarlijk drank; en: Zoo gij het Vleesch van den Zoon des menschen niet eet, en zijn Bloed niet drinkt, zult gij het leven in u niet hebben: ontferm u mijner, en laat mij altoos waardig tot uwe heilige Tafel naderen.

Goedertierene Jesus, dien Zacheüs met blijdschap in zijn huis ontving, en dien de hoofdman, uit eerbied, niet onder zijn dak durfde noodigen, ontferm U mijner, en doordring mijne ziel met liefde en eerbied, opdat ik U met de vereischte gesteltenis in mijn hart ont-vange.

-ocr page 272-

268

Ootmoedige Jesus, die de tollenaars en zondaars vriendelijk bejegend en U verwaardigd hebt met hen te eten, ontferm U mijner, en verwaardig U, bij my, onwaardiger! zondaar, uw verblijf te nemen, en mij tot uwe heilige Tafel toe te laten, opdat mijne ziel gezond worde.

Jesus, wonderbare Koning, die, om de heerlijkheid van uw rijk te toonen, een groot Gastmaal aangericht en hiertoe al uwe onderdanen liefderijk uitge-noodigd hebt, ontferm U mijner, opdat ik bereidwillig uwe stem volge, maar ook met het bruiloftskleed versierd voor U verschijne.

Jesus, eeuwige liefde, die met groot verlangen dit Paaschlam met uwe leerlingen verlangd hebt te eten, ontferm U mijner, opdat ik, even als een hert, dat dorstig is naar de waterbronnen, naar U in dit heilige Sacrament ver-lange.

Jesus, bron van heiligheid, die voor de instelling van dit H. Sacrament de voeten uwer leerlingen gewasschen hebt, tot een teeken van de zuiverheid, waarmede wij hetzelve moeten ontvangen, ontferm U mijner, en wasch mij meer

-ocr page 273-

269

en meer van mijne ongerechtigheid, zuiver mij van mijne zonden, opdat ik, met een onbevlekt geweten, uw heilig Lichaam en Bloed moge nuttigen.

■lesus, eindelooze goedheid, die dit heilige Sacrament in uwe Kerk, als eenen boom des levens, geplant hebt, tegen alle zwakheden van de ziel en als redmiddel van den eeuwigen dood, ontferm U mijner, en maak mij deelachtig aan die vrucht des levens en der onsterfelijkheid.

Jesus, onze Zaligmaker, die u zeiven geheel en al voor ons ten beste hebt gegeven, geboren als onze broeder, levende om onze spijs te zijn, stervende om ons met uwen Vader te verzoenen, en verheerlijkt om ons woonplaatsen te bereiden, ontferm U mijner, opdat mijne ziel U altijd love voor deze groote weldaden, en alles wat in mij is, uwen heiligen Naam zegene.

Jesus, eeuwige waarheid, die gezegd hebt: Dit is mijn Lichaam, dat voor u gegeven wordt, dit is mijn Bloed, hetwelk voor u vergoten wordt: ontferm ü mijner, opdat ik nimmer wankele in het geloof aan uwe heilige tegenwoordigheid, maar steeds gedenke,

-ocr page 274-

270

dat gij de woorden des eeuwigen levens hebt.

Jesus, onze rijkdom, die dezen rijken sjhat hebt nagelaten, als eene kostbare gedachtenis van uwe grenzelooze liefde, ontferm U mijner, opdat ik uwe einde-looze macht, wijsheid en goedheid, die in dit Sacrament zoo heerlijk schitteren, eerbiedig aanbidde, en uwe liefde nooit vergete.

Zachtmoedige Jesus, die het geknakte riet niet breekt, en de rookende wiek niet uitdooft, ontferm U mijner, en laat niet toe, dat ik ooit door eene onwaardige Communie schuldig worde aan uw heilig Lichaam en Bloed.

Dankbare Jesus, die bij de instelling van dit hoogwaardige Geheim uwen

o O

hemelschen Vader gedankt hebt, ontferm [J mijner, opdat ik mij nooit met een ondankbaar hart van uwe heilige Tafel verwijdere, maar, door de godvruchtige overweging van eene zoo groote weldaad, meer en meer in liefde voor ü ontvlamme.

Jesus, eeuwige Hoogepriester, goede Herder, die U zeiven, op het altaar des kruises, voor mij geslachtofferd en uw leven voor uwe schapen ten beste

-ocr page 275-

271

gegeven hebt, ontferm U mijner, opdat ik de onbloedige vernieuwing van dat Offer altijd godvruchtig bijwone, en breng mij, wanneer ik afdwaal, terug naar de welige weide, waarin gij mij geplaatst hebt!

Genadige Jesus, die als vreemdeling uwe leerlingen, toen zij naar Emmaüs gingen, vergezeldet, en eerst door het breken des Broods hunne oogen opendet om U te kennen, ontferm U mijner, opdat ik U onder de gedaante van brood en wijn erkenne en uwe heilige tegenwoordigheid in dit Sacrament vast ge-loove en aanbidde.

GEBED.

Jesus Christus, mijn hoogste Goed, wat kan ik buiten U op aarde verlangen, en waar zal ik rust vinden, dan door de vereeniging met U in dit heilige Sacrament! verleen mij de genade, om de geneugten van deze wereld, die mijne ziel niet kunnen verzadigen, te verachten, en alleen naar die heilige Spijs, welke gij ons geeft, te verlangen, ten einde ik eens met U voor eeuwig ver-eenigd worde in den Hemel. Amen.

-ocr page 276-

WONDERBAAR MIRAKEL,

hetwelk ons moet opwekken tot eene groote hoogachting voor het allerheiligste Sacrament des Altaars, en eenen gruwel inboezemen tegen de ontheiligingen van een zoo aanbiddelijk Geheim.

Nooit zag men in eenige geschiedenis eene heiligschending, die meer wereldkundig, en door gereclitelijk onderzoek en wettiglijk uitgesproken vonnis, min onbetwistbaar werd, dan die van liet Sacrament van Mirakel te Brussel. Zekere ryke Jood, Jonathas genaamd, wonende te Enghien, in Henegouwen, had lang de gelegenheid gezocht van eenige heilige Hostiën te bekomen, om daarop, met zijne geloofsgenooten, zijne woede uit te werken. Hij wendde zich eindelijk, om zijn doelwit te bereiken, tot zekeren Jan van Leuven, te Brussel wonende, alwaar hij het Jodendom, ofschoon met geene oprechtheid, afgezworen had, welken hij door belofte van geld tot zijn oogmerk overhaalde. Deze ellendeling beloofde, door alle mogelijke middelen te trachten, hem de gevraagde

-ocr page 277-

273

Hostiën te bezorgen, tegen betaling van zestig gouden geldstukken, in dien tijd Moutonnen en ook wel Agnels genaamd, elk ter waarde van ongeveer 8 gulden wisselgeld, te betalen zoodra hij de Hostiën zou bebandigen.

Na gedurende eenigen tijd eene gunstige gelegenheid gezocht te hebben, scheen de kerk van de H. Catharina, te Brussel, hem het best geschikt om zijnen gruwelijken diefstal uit te voeren; en bewerkstelligde hij zijn voornemen wezenlijk in October 1369. Des nachts door inbraak in de Kerk gekomen, stal hij uit het Tabernakel de Ciborie met vijftien kleine en eene groote geconsacreerde Hostiën. Den volgenden dag ontdekte men, met afgrijzen, den gruwelijken diefstal; maar de dader bleef nog onbekend, willende de Voorzienigheid hierdoor het hoogwaardige Sacrament verheerlijken en de boosheid van die heiligschennende Joden meer wereldkundig en hunne straf voorbeeldig maken.

Jan van Leuven was met het aanbreken van den dag uit Brussel vertrokken, om zijnen buit aan Jonathas te brengen. Deze ontving die met blijdschap en telde het beloofde geld aan den dader.

-ocr page 278-

274

Jonathas verhaalde aanstonds aan zijne vrouw, wat hij bekomen had; en na eenige zijner vrienden bijeen geroepen te hebben, vertelde hij hun, dat hij den God der Christenen in zijne macht gekregen had. Hij opende de Ciborie in hunne tegenwoordigheid, en wierp de heilige Hostiën op de tafel. Op dit gezicht bersten alle in duizende lasteringen uit tegen den God-Mensch, welken de Christenen aanbidden, en hunne voorouders ter dood gebracht hadden; zij bepaalden zich nogtans ditmaal bij enkele woorden, stellende de verdere versmadingen, welke zij Jesus in zijn heilig Sacrament wilden aandoen, tot op eenen anderen dag uit.

Ongeveer veertien dagen daarna, wanneer Jonathas met zijnen zoon Abraham in zijnen tuin wandelde, werd hij door moordenaars aangevallen en om het leven gebracht, zonder dat men ooit geweten heeft, of deze aanslag uit wraak- of geldzucht, of door eene bijzondere beschikking der Voorzienigheid heeft plaats gehad. Zijne vrouw, eenen afkeer van hare woonplaats te Enghien gekregen hebbende, vertrok naar Brussel, met zich nemende de HH. Hostiën,

-ocr page 279-

275

welke zij aan eenige Joden harer kennis gaf. Op Goeden Vrijdag daaraanvolgende, kwamen deze Joden in hunne Synagoog bij elkander, alwaar zij de HH. Hostiën, die nog in de Ciborie waren, op eene tafel wierpen; en duizende lasteringen tegen Jesus Christus uitbrakende, begonnen zij die Hostiën met messen en dolken te doorsteken, waaruit aanstonds overvloedig bloed begon te vloeien. Dit wonder verbaasde hen dermate, dat verscheidene hunner van schrik ter aarde vielen, maar zij veranderden daarom niet van gevoelen; hun hart bleef versteend, even als dat hunner voorvaders, die in den hof der Olijven, op de woorden van Jesus, welken zij kwamen gevangen nemen, Ik hen het, ter aarde nederge-slagen werden. Zij bleven dan, ondanks dit mirakel, even boosaardig, en na hunne wandaad, keerden zij even gerust naar huis, als of er niets gebeurd was.

Van de maand October 1369, dat de HH. Hostiën gestolen waren, tot in April des volgenden jaars, dat zij door de Joden doorstoken werden, bleven alle naspeuringen, om den bewerker van dien diefstal te ontdekken, vruchteloos; wanneer eindelijk de Voorzienigheid

-ocr page 280-

276

wilde, dat het middel, hetwelk de Joden gebruikten om hunne wandaad in eene eeuwige vergetelheid te dompelen, in tegendeel zou strekken om die openbaar en bekend te maken.

Toen zij, op Goeden Vrijdag 1370, hunne razernij op de Hostiën, die in hunne handen waren, hadden voldaan, begonnen zij te begrijpen, dat het gevaarlijk was, dezelve nog langer onder zich te behouden. Zij besloten dan, die naar Keulen aan hunne broeders te zenden; en tot dat einde begaven zij zich tot zekere vrouw, Catharina genaamd, die het Jodendom, even als Jan van Leuven, uit lichtzinnigheid of eigenbelang verlaten had om het Christendom te omhelzen. Zij hadden moeite om haar in die gevaarlijke zending te doen bewilligen; maar de zegepralende kracht van het goud op hebzuchtige gemoederen deed haar eindelijk toestemmen om de Ciborie met de Hostiën voor dertig gouden stukken (Moutonnen) naar Keulen te brengen. Maar gedurende den nacht overvielen haar nieuwe angsten; zij vreesde op den weg of te Keulen aangehouden te worden, en zag het gevaar, waaraan zij zich blootstelde met de

-ocr page 281-

277

gestolene Ciborie en Hostiën ouder zich te behouden; en in plaats van naar Keulen te gaan, begaf zij zich bij den Eerw. Heer Pastoor van Onze-Lieve-Vrouw van de Kapel, in wiens handen zij hare afzwering gedaan had en in wiens parochie zij woonde. Zij verhaalde hem de overeenkomst, welke zij met de Joden gemaakt had, en overhandigde hem de Ciborie met de HH. Hostiën in de tegien-wooidigheid van de Eerw. Heeren Plebaan van Sint Gudula en Pastoor van Sint Nicolaas-Kerk. Na rijp onderzoek der zaak werden de Joden, op bevel van den Hertog en Hertogin van Bra-band, in hechtenis genomen; hun proces werd opgemaakt, en zij werden alle veroordeeld.

De feestdag van het Mirakel wordt nog jaarlijks te Brussel gevierd.

De Voorzienigheid doet hier wederom zien, dat de mensch vruchtelooze pogingen aanwendt en voorzorgen neemt, om de wraak van God over het ontheiligen des allerheiligsten Sacraments te ontvluchten, en dat juist hetgeen een redmiddel schijnt in hunne oogen, in hare handen de oorzaak wordt van hun verderf. (Gielemans Loërius, Sauderus, enz.

-ocr page 282-

is/E rustier

OM DEN

ERozeitaiisiiiirachtiiteliieB.

In den Naam des Vaders, en des Zoons, en des heiligen Geest es. Amen.

Ik geloof in God, den Vader almachtig, Schepper des Hemels en der Aarde. En in Jesus Christus, zijnen eenigen Zoon, onzen Heer: Die ontvangen is van den heiligen Geest, geboren uit de Maagd Maria: Die geleden heeft onder Pontius Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven: Die nedergedaald is ter helle, ten derden dage verrezen van den dood: Die opgeklommen is ten Hemel, zit aan de rechterhand van God den Vader almachtig: Die van daar zal komen oordeelen de levenden en de dooden. Ik geloof in den H. Geest: De Heilige Katholieke Kerk: Gemeenschap der Heiligen: Vergiffenis der zonden; Verrijzenis des Vleesch: Het eeuwig leven. Amen.

Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest: gelijk het was iu het

-ocr page 283-

279

begin, eu nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

Onze Vader, die in de Hemelen zijt. Geheiligd zij uw Naam. Ous toekome uw Rijk. Uw wil geschiede op de aarde als in den Hemel. Geef ons heden ons dagelijksch brood. En vergeef ons onze schulden gelijk wij vergeven onzen schuldenaren. En leid ons niet in bekoring. Maar verlos ons van den kwade. Amen.

Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met U; gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams, Jesus: Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons, zondaars, nu en in het uur van onzen dood. Amen.

Ik groet u. Dochter van God den Vader.

Wees gegroet, Maria, enz.

Ik groet u. Moeder van God den Zoon.

Wees gegroet, Maria, enz.

Ik groet u, Bruid van God den H. Geest.

Wees gegroet, Maria , enz.

Glorie zij den Vader, em.

-ocr page 284-

280

-uij\'l \'6\'Cij9i2\'

1« BLIJDE MISTERIE.

De Boodschap van den Engel aan Maria.

BEMERKING.

Maria wordt gegroet van den Engel, en krijgt de boodschap, dat zij den Zoon Gods zal ontvangen. Denk, hoe zuiver van zoude, hoe ootmoedig van hart, hoe vol van liefde zij was, toen God in haar nederdaalde.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, van nu af tot in eeuwigheid.

Onze Vader enz.

1. De H. Drievuldigheid heeft toegestemd in de menschwording van Christus, wees gegroet.

2. Maria is tot Moeder vbu Christus verkozen, w. g.

3. Maria was in de eenheid in haar gebed. w. g.

4. De Engel Gabriël brengt aan Maria de blijde boodschap, w. g.

5. De Engel zeide: Wees gegroet, vol van genade, de Heer is wet u. w. g.

6. Maria was verbaasd toen zij den Engel hoorde, w. g.

-ocr page 285-

281

7. De Engel zeide: Maria, wil niet vreezen, want gij zult ontvangen door den H. Geest. w. g.

8. Maria zeide: Zie de dienstmaagd des Heer en, mij geschiede naar uw woord. w. g.

9. Maria is van den H. Geest overlommerd geworden, w. g.

10. En het Woord is vleesch geworden, en het heeft onder ons gewoond. w. g:

Glorie zij den Vader, ens.

GEBED.

O Moeder der goddelijke genade, verkrijg mij een zuiver, ootmoedig en godvruchtig hart, zoo dat ik Jesus, uwen Zoon en onzen Heer, in mij waardig ontvangen en altijd dragen moge. Amen.

2« BLIJDE MISTERIE.

IJ et hezoek van Maria hij hare nicht Elisabeth.

BEMERKING.

Maria, bevrucht zijnde van Gods Zoon, bezoekt hare nicht Elisabeth; op de stem barer groetenis, wordt het kind Joannes

-ocr page 286-

282

in den schoot zijner moeder geheiligd, en van vreugde opspringende, bekent hetzelve zijns Heeren tegenwoordigheid. Denk, hoe dicht God bij u is in \'t H. Sacrament, en gy leeft als of gij Hem niet kendet.

De namen van Jesus en Maria zijn

gezegend, enz. Ome Vader enz.

1. Maria gaat uit ootmoed hare nicht Elisabeth. bezoeken w. g.

2. Maria wordt bestuurd door den H. Geest. w. g.

3. Maria, met haast opstaande, gaat over het gebergte, w. g.

4. Maria werd met veel liefde van hare nicht Elisabeth ontvangen, w. g.

5. Joannes is gezuiverd en van blijdschap opgesprongen in den schoot zijner moeder, rv. g.

6. Elisabeth zeide: Gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de Vrucht mos lichaams. w. g.

7. Maria heeft uitgeroepen; Mijne ziel verheft den Heer. w. g.

8. Elisabeth zeide: Wat geluk geschiedt mij, dat de Moeder des Heeren tot mij komt. w. g.

-ocr page 287-

283

9. Het huis van Zacharias is door de komst van Jesus en Maria gezegend.

tv. g.

10. Maria heeft hare nicht drie maanden met veel liefde gediend, w. g. Glorie zij den Vader, enz.

GEBED.

H. Maagd en Moeder Gods Maria, wil met uwen Jesus mij dikwijls bezoeken, opdat mijne arme ziel gezuiverd worde van de zonden, en mijn geest zich ver-heuge in God mijnen Zaligmaker. Amen.

3e BLIJDE MISTERIE.

De geboorte van Christus. BEMERKING.

Maria zonder pijn of verlies barer maagdelijke zuiverheid, baart den Zaligmaker der wereld, de blijdschap des hemels, windt Hem in arme doeken, en legt Hem in eene krib. Zie uwen God in een stal geboren, omdat Hij geene plaats vindt in de herbergen.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.

-ocr page 288-

284

1. Maria heeft gebaard, en zij is Maagd gebleven, w. g.

2. Maria heeft Jesus in eenen stal gebaard en in doeken gewonden, w. g.

3. Maria heeft Jesus met veel liefde en verwondering aanschouwd, w. g.

4. Maria heeft Jesus omhelsd, en aan haar hart gedrukt, w. g.

5. Maria heeft Jesus met veel zorg opgevoed, w. g.

ö. Maria heeft Jesus in eene krib gelegd , die Joseph daartoe bereid had. w. g.

7. Jesus lag op hooi en stroo, tusschen os en ezel. w. g.

8. De Engelen hebben gezongen: Glorie zij God in den hooge, en vrede op aarde aan de menschen die van goeden wil zijn. w. g.

9. De Herders zijn het Kind komen bezoeken, w. g.

10. De drie Koningen zijn het Kind komen aanbidden en hebben hunne giften geofferd, w. g.

Glorie zij den Vader, enz.

GEBED.

O Maria! verkrijg mij dit geluk, dat

Jesus wil wonen in mijn hart en daarin

-ocr page 289-

285

wil rusten, opdat mijn hart moge rusten in Hem, die alleen de ware rust is. O allerliefste Jesus! mijn hart is bereid! mijn hart is bereid!

4e BLIJDE MISTER1E.

De opdragt van Christus in den Tempel. BEMERKING.

Maria offert haren Zoon Jesus in den Tempel op; de heilige Simeon ontvangt Hem met blijdschap in zijne armen, en omhelst Hem. Verzoek ook Hem te omhelzen in de volheid uwer liefde.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader enz.

1. Maria gaat om haar H. Kind te offeren, w. g.

2. Jesus en Maria onderwerpen zich aan de Joodsche wet. w. g.

3. Maria gaat door moeielijke wegen naar Jeruzalem, w. g,

4. Maria heeft Jesus op hare armen gedragen, w. g,

5. Maria vervolgt al biddende haren weg. ?lt;j. g.

-ocr page 290-

286

6. Maria heeft Jesus in den Tempel geofferd, w. g.

7. Maria heeft Jesus met vijf penningen herkocht. w. g.

8. Anna was verblijd, dat hare voorzegging was volbracht, w. g.

9. De oude Simeon heeft Jesus omhelsd en op zijne armen genomen, w. g.

10. Simeon zeide: Heer! laat nu uwen dienaar naar uw woord in vrede gaan. w. g.

Glorie zij den Vader, enz.

GEBED.

H. Maagd Maria, wil mij aan Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams, ver-toonen; maak Hem mij genadig, en laat mij niet sterven, zonder eerst mijnen Zaligmaker te omhelzen in de H. Communie , opdat ik Hem moge bezitten in de eeuwigheid. Amen.

5« BLIJDE MISTERIE.

De vinding van het hind Jesus in den Tempel.

BEMERKING.

Maria en Joseph zoeken bet verloren kind Jesus met groote droefheid, en

-ocr page 291-

287

vinden Hem met groote blijdschap in \'t midden der Leeraars in den Tempel. Denk, hoe dikwerf gij Jesus door de zonde verloren hebt; maak een vast voornemen van u te beteren, en Jesus uit gansch uw hart te zoeken.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader enz.

1. Maria heeft haar lief kind verloren. w. g.

2. Maria heeft haren schat vermist, w. g.

3. Maria heeft zich om dit verlies bedroefd. tv. g.

4. Maria heeft Jesus langs alle wegen en straten gezocht, w. g.

5. Maria heeft Jezus na drie dagen gevonden, w. g.

6. Maria vindt Jesus in den Tempel. w. g.

7. Jesus, twaalf jaren oud, leerde de Doctoren, w. g.

8. Maria zeide: Zoon, waarom hebt gij ons bedroefd1? w. g.

9. Jesus is met hen gegaan, en was hun onderdanig, w. g.

10. Maria bewaarde al de woorden in haar hart die Jesus tot haar sprak. w. g.

-ocr page 292-

288

Glorie zij den Vader, enz,

GEBED.

O Maria, allergoedertierenste Moeder! verkrijg aan mijn hart droefheid en aan mijne oogen tranen van berouw, om te beweenen dat ik Jesus, door de zonden, zoo dikwijls heb verloren; gun my, Hem wederom te vinden en altijd te bewaren. Amen.

In den Naam des Vaders, en des Zoons,

en des heiligen Geestes. Amen. Ik geloof in God den Vader almachtig. Glorie zij den Vader, em.

Onze Vader, die in de hemelen zijt. Ik groet u. Dochter van God den Vader.

wees gegroet.

Ik groet u. Moeder van God den Zoon.

wees gegroet.

Ik groet u, Bruid van God den H. Geest.

wees gegroet.

Glorie zij den Vader, enz.

-ocr page 293-

289

®e. dzoeviyz QlZistcticn.

lc DROEVIGE MISTERIE.

De henauiudheid van Christus in den Hof.

BEMERKING.

Jesus, benauwd tot den dood toe, valt ter aarde op Zijn heilig aangezicht, bidt en zweet druppelen bloeds. Stel u voor, o menscli, dat benauwd Hart; en zie, hoe het wordt geperst, zoo door de aanstaande pijnen, als door uwe zonden.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.

1. Jesus gaat naar den hof van Olijven. w. g.

2. Jesus valt plat ter aarde neder. w. g.

3. Jesus volhardt in het gebed. io. g.

4. Jesus is bedroefd tot den dood toe. io. g.

5. Jesus zweet water en bloed. io. g.

6. Jezus stelt zijnen wil in den wil van zijnen hemelschen Vader. w. g.

7. Jesus vermaant zijne Leerlingen om te waken en te bidden, w. g.

8. Jesus wordt van zijnen Apostel door eenen kus overgeleverd, w. g.

13

-ocr page 294-

290

9. Jesus wordt van zijn bemind volk gevangen, w. g.

10. Jesus wordt wreedelijk gebonden en van den eenen Rechter naar den anderen gesleurd, w. g.

Glorie zij den Vader, enz.

GEBED.

Vergeef, o Jesus, door uw bloedig zweet, al onze zonden; zij zijn ons leed uit den grond onzes harten, omdat wij U door dezelve hebben vergramd. Ontferm U onzer. Heer, ontferm IJ onzer.

2® DROEVIGE MISTERIE.

De geeseling van Christus.

BEMERKING.

Jesus, de Verlosser der wereld, wordt gebonden aan eenen pilaar, wordt schromelijk gegeeseld en overdekt met wonden. Denk, o zondaar! of het redelijk is, dat gij nog zult zoeken te voldoen aan uwe kwade lusten, daar de Zoon Gods om uwe zonden aldus met geese-len verscheurd wordt.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.

-ocr page 295-

291

1. Jesus werd overgeleverd om gegee-seld te worden, w. g.

2. Jesus werd valschelijk beschuldigd. w. g.

3. Jesus kleederen werden uitgerukt. w. g.

4. Jesus stond daar geheel ontbloot. w. g.

5. Jesus werd aan eene kolom gebonden. w. g.

6. Jesus werd met zweepen geslagen. ia. g.

7. Jesus werd met roeden gegeeseld. w. g.

8. Jesus vleesch werd met scherpe sporen verscheurd, w. g.

9. Jesus bloed vloeide langs de aarde. w. g.

10. Jesus, ontbonden, kruipt naar zijne

kleederen. w. g.

Glorie zij den Vader, em.

GEBED.

O minnelijke Jesus! blusch uit, door dit vloeiend bloed, het blakend vuur van onze zondige wellusten. H. Maria, Moeder Gods! verkrijg ons van uwen Zoon, dat wij, met de banden zijner

-ocr page 296-

292

liefde gebonden zijnde, de roede van alle tijdelijke strafien voor onze zonden gaarne verdragen. Amen.

3e DROEVIGE MISTERIE.

De kroning van Christus.

bemeukikg.

Jesus wordt gekroond met eene doornen kroon, die met ondragelijke pijn wordt gedrukt in Zijn gezegend hoofd. Zoo groot, o mensch! is uwe duivelsche hoovaardigheid, dat zij met zulken smaad van den Zoon Gods moet genezen worden.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.

1. Jesus werd verwezen om gekroond te worden, w. g.

2. Men heeft Jesus eene doornen kroon bereid, w. g.

3. Men heeft de doornen kroon op Jesus hoofd gedrukt, w. g.

4. Jesus hoofd was langs alle kanten doorwond, w. g.

5. Jesus hoofd was druipende van het bloed. to. g.

-ocr page 297-

293

6. Jesus voorhoofd was met bloed bedekt. w. g.

7. Jesus oogen waren met tranen overgoten. to. g.

8. Jesus lippen waren in doodskleur gekleurd. io. g.

9. Jesus is met eenen purperen mantel bespot, iv. g.

10. Jesus zoo wreedelijk mishandeld:

aanziet den menscb. w. g.

Glorie zij den Vader, enz.

GEBED.

O Jesus, Koning mijner ziel, leer mij door uw voorbeeld de versmading verdragen, de ijdelbeid verachten en de hoovaardigheid verzaken. H. Maria, bid voor mij, dat Jesus, door de verdiensten van Zijne doornen kroon, mij wil geven de kroon der eeuwige glorie. Amen.

4e DROEVIGE MISTERIE.

De Kruisdraging van Christus.

BEMERKING.

Jesus, dragende Zijn kruis naar den berg van Calvarië, ontmoet Zijne gezegende Moeder; denk, hoe zij elkander

-ocr page 298-

294

de harten doorwondden met het zwaard van droefheid, bijzonder terwijl Maria liem zoo dikwijls zag vallen onder Zijn kruis.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.

1. Jesus werd veroordeeld om gekruist te worden, w. g.

2. Jesus heeft zijn kruis met liefde omhelst, w. g.

3. Jesus heeft zijn kruis op zijne doorwonde schouderen gedragen, iv. g.

4. Jesus bezwijkt onder het kruis om onze zonden, w. g.

5. Jesus, geladen met zijn kruis, ontmoet zijne bedroefde Moeder, w. g.

6. Jesus drukt zijn aangezicht in den doek van Veronica, w. g.

7. Jesus zeide: Handelt men zoo met het groene hout, tv at zal er met het dorre gesel deden V w. g.

8. Niemand wilde Jesus helpen in het dragen van zijn kruis. w. g.

9. Jesus valt aan dea berg neder. w. g. 10. Jesus klimt voor ons op den berg

van Calvarië. w. g.

Glorie zy den Vader, enz.

-ocr page 299-

295

GEBED,

O Maria, goedertierenste Moeder! verwerf mij dat ik, mijn kruis gewillig dragende, altijd moge wandelen in de bloedige voetstappen van Jesus Christus, opdat het leven en lijden mijns Zaligmakers in mg moge uitgedrukt en vertoond worden. Amen.

5e DROEVIGE MISTERIE.

De kruisiging van Christus,

BEMERKING.

Jesus van het hoofd tot de voeten doorwond zijnde, wordt genageld aan het kruis, en, hangende tusschen twee moordenaars, sterft den allerschandelijk-sten dood, om u het leven der genade te geven.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.

1. Jesus werd wreedelijk op het kruis uitgerekt, w. g.

2. Jesus handen en voeten werden doornageld. w. g.

-ocr page 300-

296

3. Jesus werd aan het kruis opgericht, en zijne wonden vloeiden van het bloed. to. g.

4. Jesus bidt voor zijne vijanden, iv. g.

5. Jesus belooft het Paradijs aan den goeden moordenaar, w. g.

6. Jesus beveelt ons en den H. Joannes aan zijne Moeder, w. g,

7. Jesus, dorst hebbende, is met gal en azijn gelaafd, w. g.

8. Jesus heeft uitgeroepen: Mijn God, mijn God, ivaarom hebt gij mij verlaten? w. g.

9. Jesns zeide: Het is volbracht, w. g. 10. Jesus heeft zijnen geest gegeven en

zijn H. Hart voor ons laten openen. w. g.

Glorie zij den Vader, enz.

GEBED.

O Jesus, ik bid ü, door al uwe smarten en door uwen bitteren dood, door uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, doorstoken zijde en door al uwe gezegende wonden, ontferm ü mijner, en druk uw H. Lijden zoo diep in mijn hart, dat mij niets behage dan Gij, mijn Jesus, die voor mij gekruist zijt. Amen.

-ocr page 301-

297

In den naam des Vaders, en des Zoons,

en des heiligen Geestes. Amen. Ik geloof in God den Vader almachtig. Glorie zij den Vader, enz.

Onze Vader, die in de Hemelen zijt. Ik groet u, Dochter van God den Vader.

wees gegroet.

Ik groet u. Moeder van God den Zoon.

wees gegroet.

Ik groet u, Bruid van God den H. Geest.

wees gegroet.

Glorie zij den Vader, enz.

S)e vij-| QILiïtamp;zië-n.

le GLORIERIJKE MISTERIE.

De verrijzenis van Christus.

BEMERKING.

Jesus verrijst zegepralend van den dood, en vertoont zich terstond aan Maria; denk, met wat onuitsprekelijke blijdschap deze Moeder is overgoten geweest, ziende haren Zoon nu heerlijk verrezen, dien zij drie dagen te voren zoo schandelijk had zien sterven aan het kruis.

-ocr page 302-

298

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.

1. Jesus is den derden dag opgestaan.

10. g.

2. Jesus heeft dood en hel overwonnen. w. g.

3. Jesus troost en verlost de Oudva-ders. w. g.

4. Jesus is glorierijk verrezen, w. g.

5. Jesus verblijdt zijne heilige Moeder. w. g.

6. Jesus verschijnt als een hovenier aan Maria Magdalena. w. g.

7. Jesus vertoont zich aan Petrus, en heeft hem gezegend, w. g.

8. De Leeringen van Emmaüs zeiden: Waren onze harten niet brandende van liefde als Hij tot ons sprak\'? w. g.

9. Jesus staat in \'t midden van zijne Leerlingen en wenscht hun den vrede. w. g.

10. Jesus toont zijne verheerlijkte wonden aan den H. Thomas, w. g.

Glorie zij den Vader, enz.

GEBED.

O Maria, allergelukkigste Moeder, ik bid u door de blijdschap, die uw

-ocr page 303-

299

moederlijk hart gevoeld lieeft, toen gij uwen beminden Zoon zaagt verrezen van den dood; verkrijg mij, dat mijne ziel met Hem geestelijkerwijze verrijze tot het leven der genade, en nooit meer sterve den dood der zonde. Amen.

2e GLORIERIJKE MISTERIE.

De hemelvaart van Christus. BEMERKING.

Jesus, vergezelschapt van vele zalige zielen, klimt zegepralend ten hemel; denk, hoe Hem Maria met gansch haar hart en met zoete genegenheid nagevolgd is.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.

1. Jesus klimt glorieus ten hemel. w. g.

2. Jesus scheidt van zijne lieve vrienden. w. g.

3. Maria begroet haren lieven Zoon. w. g.

4. Magdalena werpt zich aan de voeten van Jesus. w. g.

5. Jesus klimt op door zijne eigen macht. w. g.

-ocr page 304-

300

6. De Leerlingen hebben Jesus aanschouwd , en Hij heeft hen gezegend. iv. g.

7. Jesus heeft voor ons den hemel geopend. 10. g.

8. Jesus zit aan de rechterhand van zijnen hemelschen Vader. w. g.

9. Jesus toont zijne heilige Wonden voor ons aan zijnen hemelschen Vader. w. g.

10. Jesus is onze middelaar in den

hemel. w. g.

Glorie zij den Vader, enz.

GEBED.

Vergun mij, o goedertierenste Moeder en Maagd Maria, dat ik uwen Zoon Jesus Christus, die nu zegepralend is opgeklommen ten hemel, met geheel mijn havt en met al mijne genegenheid moge navolgen, en dat ik met eene dorstige ziel zonder ophouden naar Hem vuriglijk moge verlangen. Amen.

-ocr page 305-

301

3e GLORIERIJKE MISTERIE.

De zending van den H. Geest.

BEMERKING.

Jesus, zittende aan de rechterhand zijns Vaders, zendt den H. Geest over zijne Leerlingen, die te zamen met Maria volhardend waren in het gebed. Denk, wat zoete brand van liefde die harten vervuld heeft, toen dat goddelijk vuur daar in daalde; en bid, dat het ook in u dale en u ontsteke.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.

1. Jesus heeft den H. Geest beloofd. w. g.

2. Jesus heeft den Trooster gezonden. w. g.

3. Jesus keeft het Liefdevuur op de wereld gezonden. 10. g.

4. De H. Geest heeft de harten met liefde ontstoken, iv. g.

5. De H. Geest heeft de verstanden verlicht, ia. g.

6. De H. Geest heeft de harten versterkt. w. g.

7. De H. Geest heeft verschillende talen doen spreken, w. g.

-ocr page 306-

302

8. De H. Geest heeft zijne gaven uitgedeeld. iv. g.

9. Kom H. Geest! bezoek de harten van uwe geloovigen. w. g.

10. Kom H. Geest! ontsteek in ons het

vuur uwer liefde, w. g.

Glorie zij den Vader, enz,

GEBED.

Kom nu ook, o H. Geest! vervul mijn hart! en ontsteek in my het vuur uwer liefde! opdat ik u oprecht moge kennen, vurig beminnen en behagelijk dienen. Heilige Maria, verkrijg mij deze gaaf. Amen.

4e GLORIERIJKE MISTERIE.

De hemehaart van Maria.

BEMEUKING.

Maria, rustende op haren Beminde, wordt zegepralend opgevoerd ten Hemel en verheven boven alle koren der Engelen. Verblijd u, omdat gij nu inden hemel niet alleen Jesus hebt, als uwen middelaar bij zijnen Vader, maar ook Maria, als uwe middelares bij haren lieven Zoon.

-ocr page 307-

303

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Yader, enz.

1. Maria is opgenomen ten hemel. tv. g.

2. De hemelsche Vader ontvangt zijne dierbare Dochter, w. g.

3. Jesus verwelkomt zijne lieve Moeder. w. g.

4. De H. Geest begroet zijne beminde Bruid. w. g.

5. De Seraphijnen roemen Maria. w. g.

6. De Engelen dienen Maria. to. g.

7. Heel de Hemel is verblijd door Maria. w. g.

8. Maria zit bij haren lieven Zoon. w. g.

9. Maria, onze Moeder, is in den Hemel voor ons bezorgd, w. g.

10. Maria, onze voorspreekster, bidt

voor onze zaligheid, w. g.

Glorie zij den Vader, enz.

GEBED.

O Maria! Moeder der barmhartigheid, wij roepen tot u, ballingen, kinderen van Eva, wij zuchten tot u, weenende en treurende in dit dal der tranen. Welaan dan, onze voorspreekster, keer uwe barmhartige oogen tot ons, en wil uwe moederlijke zorgen voor ons toonen

-ocr page 308-

304

aan God uwen Zoon; opdat wij van Hem mogen verwerven, hier vergiffenis van onze zonden, en hiernamaals Let eeuwig leven. Amen.

5e GLORIERIJKE MISTERIE.

De kroning van Maria.

BEMERKING.

Maria wordt door de heilige Drievuldigheid gekroond tot Koningin des Hemels; denk, met wat blijdschap dei-Zaligen deze kioning is geschied. Tracht ook deze nieuw gekroonde Koningin met eenige gift te vereeren en schenk haar den Rozenkrans dien gij leest.

De namen van Jesus en Maria zijn gezegend, enz. Onze Vader, enz.

1. Maria is glorieus gekroond in den hemel. w. g.

2. Maria is gekroond om hare sera-phijnsche liefde, w. g.

3. Maria is gekroond om hare engelachtige zuiverheid, w. g.

4. Maria is gekroond om hare diepe ootmoedigheid, iv. g.

-ocr page 309-

305

5. Maria is gekroond om hare volmaakte gehoorzaamheid, w. q.

6. Maria is gekroond om hare heilige voorzichtigheid, w. g.

7. Maria is gekroond om hare groote verduldigheid, w. g.

8. Maria is gekroond om hare ijverige dankbaarheid, iv. g.

9. Maria is gekroond om hare volharding in de beoefening aller deugden. w. g.

10. Maria is boven alle Engelen en Heiligen in den hemel gekroond, gelijk dat toekomt aan de Moeder van God. iv. g.

Glorie zij den Vader, enz.

GEBED,

Ik offer u, allerzuiverste Maagd en roemwaardigste Moeder Gods Maria, in de vereeniging van al uwe deugden, verdiensten en volmaaktheden, deze geestelijke kroon van gebeden en groe-tenissen; gewaardig u, dezelve te ontvangen met al de lofzangen, die op de aarde en in den hemel worden opgedragen , en verkrijg mij, en al degenen voor wie ik gehouden ben te bidden, van uwen lieven Zoon, de genade om

-ocr page 310-

306

wel te leven en zalig te sterven. Amen.

Een Onze Vader, tot dankbaarheid dat God ons de gratie gedaan heeft, om den Rozenkrans te lezen. Ome Vader.

Een Wees gegroet, opdat Maria ons verstand opdrage aan den hemelschen Vader, opdat wij in de eeuwigheid zijne barmhartigheid moge gedenken. Wees gegroet.

Een Wees gegroet, opdat Maria ons geheugen opoffere aan haren Zoon, opdat wij gedurig zijn leven en bitter lijden indachtig mogen wezen. Wees gegroet.

Een Wees gegroet, opdat Maria onzen wil toeëigene aan den H. Geest, opdat zijne liefde gedurig in ons moge branden. Wees gegroet.

Het Geloof zullen wij bidden, opdat ons gebed aan God aangenaam zij, dat het strekke tot zijn meerdere eer en glorie, tot bekeeriug der zondaren en afgevallen christenen, tot bloei en uitbreiding der H. Kerk en tot welstand onzer gemeente. Jk geloof in God den Vader almachtig, enz.

De almogendheid desVaders beware ons.

De wijsheid des Zoons onderwijze ons.

De liefde des H. Geestes ontsteke zich in ons. Amen.

-ocr page 311-

GEBEDEN

GEDURENDE HET LOF.

Onder de uitstelling van het Allerheiligste.

Geloofd en gedankt zij ten allen tijde liet allerheiligste en goddelijke Sacrament des Altaars. Zegen mij, o Heer Jesus! met den Vader en den H. Geest; versterk mij door uwe genade, om zoo te leven volgens uwen H. Wil, dat geheel mijn leven tot uwe meerdere eer en glorie strekke. Geef aan de rechtvaardigen volharding, aan de zondaren vergiffenis, en aan de geloovige zielen de eeuwige rust; help ons allen nu en in het uur van onzen dood.

Eerherstelling aan het H. Sacrament des Altaars.

O Jesus, mijn God en Zaligmaker, waarachtig God en mensch, voor het eerbiedwaardig Sacrament des Altaars, waarin Gij uit liefde tot mij verblijft, werp ik mij neder met den diepsten eerbied, welken het geloof mij inboezemt;

-ocr page 312-

308

ik aanbid en bemin U van gauscher harte; ik draag ü mijne aanbidding en eerbewijzing op, tot herstel van al de oneerbiedigheden, versmadingen en heiligschennissen , die ik het ongeluk gehad heb te bedrijven, of welke andere U aangedaan hebben of in het vervolg zullen aandoen. Ja, mijn God, ik aanbid U. Ik aanbid U wel niet zoo als Gij aangebeden moet worden, maar toch zoo goed als ik vermag; en ik wenschte het met die volmaaktheid te doen, waartoe alle redelijke schepselen in staat zijn. Ik wil ü heden en altoos aanbidden, vooral ter bekeering van alle afgedwaalde broeders, zondaars en ongeloovigen.

Mocht Gij, o Jesus, van alle menschen en ten allen tijde in het allerheiligste en goddelijk Sacrament des Altaars worden gekend, aanbeden, bemind en geprezen! Amen.

Aanbidding van hetAllerh. Sacrament.

Wees gegroet, o dierbaar Lichaam en kostbaar Bloed van mijnen Heer Jesus Christus, die hier onder de gedaante van brood waarlijk tegenwoordig zijt. O met welken eerbied, met welke liefde

-ocr page 313-

309

aanbidden en vereeren U de Engelen in dit aanbiddelijk Sacrament. Konde ik U, o mijn Jesus, met denzelfden eerbied, met dezelfde liefde aanbidden!

Neergeworpen in den afgroud mijner nietigheid, belijd ik, o mijn Heer en mijn God, dat Gij hier waarlijk tegenwoordig zijt.

Ik groet U, o goddelijk Lichaam van mijnen Heer Jesus Christus, voor mij eenmaal genageld aan een offerhout. Ik vereenig mij met den eindeloozen eerbied, waarmede uwe heilige Menschheid de Godheid aanbeden heeft; ik vergader in mijn hart de liefde van alle schepselen, om die aan U te geven; en bedank U uit al de kracht mijner ziel, dat Gij tot onze zaligheid uwe dierbare tegenwoordigheid onder een zoo nederig hulsel verborgen hebt.

Ik groet U, dierbare Jesus, Woord des Vaders, luister van zijne glorie, zaligheid der wereld, bron des heils, allerheiligst Offerlam. Ik groet U, o Jesus, gezalfde des Heeren, glans van het eeuwige licht, vorst van vrede, deur des hemels, levend brood, Zoon eener Maagd, heiligdom der H. Drievuldigheid..

Ik geloof met de stelligste zekerheid,

-ocr page 314-

310

dat Gij , o mijn God, hier tegenwoordig zijt, dat Gij, verborgen onder den sluier van uw Sacrament, mij ziet en doordringt tot in de diepte van miju hart. Ik geloof, dat onder die gedaante van brood niet alleen uw aanbiddelijk Vleesch en Bloed maar ook uwe Godheid en Menschheid tegenwoordig zijn. Hoewel dit Geheim mijn verstand te boven gaat, toch geloof en belijd ik het uit geheel mijne ziel, en ben bereid tot getuigenis ervan mijn bloed en mijn leven ten offer te brengen.

Ik werp mij met den diepsten eerbied voor ü neder, o driewerf heilig Sacrament; ik vereenig mij met de Engelen en Aartsengelen, met de Troonen en Machten, met deOherubijnen enSeraphij-nen, met al de Ghoren der zalige Geesten, en zing met hen U het loflied toe; Dat het H. Sacrament des Altaars duizend en duizendmaal geloofd, geprezen zij! O vaderlijk Hart van mijn Jesus! O allerdierbaarst Heiligdom! O Hart van Jesus! dat door de innigste dankbaarheid, de vurigste liefde en den diepsten eerbied met de H. Drievuldigheid vereenigd zijt, ik dank U, dat Gij aan Jesus de gedachte hebt ingegeven, om het aanbid-

-ocr page 315-

311

delijk Altaar-Srcrament in te stellen, waardoor hemel en aarde verzoend en met al de schatten van genade verrijkt zijn geworden. O Jesus! ik loof en verhef de wijsheid en de goedheid van uw alvermogen, ik loof en aanbid de almacht en de goedheid van uwe wijsheid, ik zegen en bedank de wijsheid en de almacht uwer goedertierenheid. Uwe wijsheid heeft dat wonder uitgedacht, uwe goedheid heeft het gewild, uwe almacht heeft het ten uitvoer gelegd.

ü Jesus! mijn Zaligmaker! eenig voorwerp en eenige rede van mijne hoop, ik loof, bemin, vereer en aanbid ü uit het diepst mijner nietigheid; ik smeek U, draag U zeiven op aan uwen hemel-schen Vader tot kwijtschelding van mijne schulden, gelijk Gij U aan het kruis tot kwijtschelding van de schulden der gansche wereld hebt opgedragen. 0 Jesus! o mijne zoete en eenige liefde, werp eenen medelijdenden blik op mijne onwaardigheid; zie, ik werp mij ootmoedig voor uwe voeten neder, en bid ü uit den grond mijns harten om de vergeving der zonden.

0 Jesus, edelste bloem van den wortel van Jesse, ik bid Ü door de onuitspre-

-ocr page 316-

312

kelijke liefde vau uw alleraangenaamst Hart, ontferm ü mijner, geef mij uwe liefde, om de glorie van uwen heiligen Naam.

O liefderijke Vader! zie hier uwen eenigen welbeminden Zoon, ik offer U al zijne verdiensten tot vergiffenis van al onze zonden. Vestig uw oog op het aanschijn van uwen Gezalfde, gedenk de overvloedige voldoening, die Hij voor onze zonden Ü op het kruishout gegeven heeft, en wees ons altijd genadig. Amen.

Hierna kan men hielden de Litanie van het Allerheiligste Sacrament, bladz. 162 en die van het Allerheiligste Hart van Jesus, bladz. 179.

Gebed aan Maria zonder zonde ontvangen

O Maria, onbevlekte Maagd, dat de schitterende stralen, welke uit uwe gezegende handen schieten, op mijne ziel vallen, die afgemat is door de diepe wonden, welke de zonde haar heeft toegebracht; verkrijg voor mij het goddelijk vuur, dat in mijn hart de levendigste gevoelens van geloof, hoop en liefde ontsteekt; verlicht mij door uwe voorspraak aangaande den staat van

-ocr page 317-

313

myu geweten, doordring mij met een heilig berouw over mijne zonden, verwerf mij vooral den waren geest van de beminnelijkste der deugden; lenig de smarten, die liet den Heere behagen zal over mij af te zenden, tref mijne zinnen met eene gestadige vrees voor het oordeel Gods, opdat ik dezelve aanhoudend versterve; maak mij , o vlekke-looze Maagd, door uwe tusschenkomst en uwen bijstand, waarlijk ootmoedig, vurig^ in het gebed, standvastig in het H. Geloof en in het volbrengen der geboden van God en van de H. Kerk, bereidvaardig om het verledene te herstellen , en door eene oprechte boete en waakzaamheid in het toekomende te voorzien. Leer mij, geheel zuivere en schoone Maagd, God beminnen, gelijk hij bemind wil zijn door Jesus Christus, door mijne vereeniging met zijn H. Hart; met Jesus Christus, met den brandenden 0ver, die Hem verslindt; in Jesus Christus, met Hem als mijnen God, mijnen Meester en mijn voorbeeld te aanbidden. Maak mij hartelijk liefdadig jegens mijne naasten, mijne broeders in Jesus Christus , en gelijk ik, de medeërfgenamen van het hemelsch koningrijk; maak, dat

14

-ocr page 318-

314

ik mijne waardigheid als christen boven alle dingen der wereld achte, en dat ik dezelve in eer houde door een gedrag, gelijkvormig aan de voorschriften, die uw goddelijke Zoon en gij ons gegeven hebt, als den eenigen weg die ten hemel leidt. Jesus is mijn Koning, en gij mijne Koningin; Jesus is mijn Middelaar, en gij mijn Middelares; Jesus is mijn heil, en gij voor altijd, naast Hem, mijne hoop: 0 Maria! zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die ome toevlucht tot u nemen!

O allerzuiverste Maagd, zonder zonde ontvangen, geheel schoon en onbevlekt van het eerste oogenblik uwer Ontvangenis af, roemrijke Maria, vol van genade en Moeder van mijnen God, Koningin der Engelen en der menschen: ik vereer u als de Moeder mijns Zaligmakers, die mij door de achting, den eerbied en de onderdanigheid, welke Hij, ofschoon God zijnde, u toonde, heeft willen leeren, welke eerbewijzingen ik u moest geven; gewaardig, bid ik u, diegenen aan te nemen die ik u kom aanbieden. Gij zijt de veiligste en zekerste toevlucht der

-ocr page 319-

315

waarlijk boetdoende zondaren; daarom nader ik tot u; gij zijt de Moeder van barmhartigheid; zoudt gij op het gezicht mijner ellenden niet getroffen en aangedaan worden? Gij zijt, na Christus, uwen goddelijken Zoon, geheel mijne hoop; ach! gewaardig het liefderijk vertrouwen te ontvangen, dat ik in u stel; en maak mij waardig, uw kind genoemd te worden, ten einde ik met nog meerder vertrouwen met de H. Kerk moge zeggen: O Maria, toon dat gij ome Moeder zijt.

-ocr page 320-

DE H. KRUISWEG.

1ste ST-A-TIE-

Jesus wordt tot den dood des kruises veroordeeld.

Wij aanbidden en loven U, Christus,

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe Jesus door Pilatus onrechtvaardig veroordeeld wordt om aan het kruis te sterven.

{Bij deze en lij elke Statie overwege men in. het leort üj zich zeiven, wat Christus uit liefde lot ons geleden heeft)

O Jesus, mijne misdaden hebben het onrechtvaardig doodvonnis tegen ü uitgesproken. Ik zoude van droefheid over mijne zonden moeten sterven.... Geef mij derhalve, liefderijke Zaligmaker, de genade, dat ik niet ophoude dezelve te beweeneu.

Onze Vader, Wees gegroet, enz.

Ontferm U onzer, Heer, ontferm U onzer. God, wees ons zondaren genadig.

-ocr page 321-

317

Sde STATIE.

Jesus neemt het kruis op zijne schouders.

Wij aanbidden en loven U, Christus.

Omdat Gij door uw heilig kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, met wat liefde Jesus het kruis omhelst, en het te zamen met uwe zonden op zijne schouders legt.

O Jesus, die ü gewaardigd hebt, den zwaren boom des kruises op Uwe verscheurde schouders te torschen, verleen mij de genade om met verduldigheid de kruisen te dragen, welke Uwe Voorzienigheid mij overzendt.

Onze Vader, Wees gegroet, enz.

Sde ST-A-TIE.

De eerste val van Jesus onder het kruis.

Wij aanbidden en loven U, Christus, Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe Jesus, reeds door zoo veel bloedvergieten uitgeput, onderden zwaren last des kruises bezwijkt.

-ocr page 322-

318

O Jesus, die, met den zwaren last mijner zonden beladen, vermoeid onder uw kruis ter aarde zijt nedergeval\'len, ach! laat niet toe, bid ik U, dat ik in dezelve nog bervalle.

Onze Vader, Wees gegroet, enz.

4de STATIE.

Jesus ontmoet zijne Moeder.

Wij aanbidden en loven U, Christus,

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe de HH. Harten van Jesus en Maria bij deze ontmoeting door het zwaard van droefheid doorboord worden.

O allerbedrukste Moeder, verwerf mij van uwen lieven Zoon tranen eener ware boetvaardigheid over mijne zonden, die de oorzaak zijn geweest van Zijn en uw lijden.... Sta mij bij in al de ellenden van dit leven.... Verlaat mij niet in het uur des doods.

Onze Vader, Wees gegroet, enz.

-ocr page 323-

319

5de ST-A-TIB.

Simon van Cyrene helpt Jesus het kruis dragen.

Wij aanbidden en loven U, Christus,

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe smartelijk het kruis moet geweest zijn, daar Simon Hem slechts gedwongen het kruis helpt dragen.

O Jesus, geef mij sterkte om het kruis mijns lij deus met liefde op te nemen, en met kloekmoedigheid U na te volgen.... Ik zal mij gelukkig achten, U in iets te gelijken en uwe smarten door mijne smarten te eeren.

Onze Vader, Wees gegroet, enz.

6de ST-A-T IE.

Veronica droogt Jesus aangezicht af.

Wij aanbidden en loven ü, Christus,

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, met wat liefde Veronica het aanschijn van Jesus, dat om uwe zonden geheel bebloed en misvormd is, zuivert.

-ocr page 324-

320

O Jesus, druk de gedachtenis van uw smartvol lijden zoo levend in mijn hart, dat ik hetzelve gedurig overwege, en aangemoedigd worde om uwe bloedige voetstappen na te volgen.

Onze Vader, Wees gegroet, enz.

7de ST-A-TIE.

De tweede val van Jesus onder het kruis.

Wij aanbidden en loven U, Christus,

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe Jesus bij den tweeden val door de beulen wreedaardig geslagen en mishandeld wordt.

O Jesus, mijne hoovaardigheid heeft U nedergeworpen onder den last des kruises.... Ach, leer mij zachtmoedig en ootmoedig van harte zijn. Ik wil alle vernederingen en versmadingen geduldig lijden, opdat ik, U navolgende in uwe vernederingen, met ü deel moge hebben in de glorie.

Onze Vader, Wees gegroet, enz.

-ocr page 325-

321

8ste ST-A-TIE.

Jesus troost de weenende vrouwen.

Wij aanbidden en loven U, Christus,

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg den ellendigen staat van Jesus, waarover de vrouwen van Jerusalem zoo bitter weenen.

O Jesus, geef een bron van tranen aan mijne oogen, opdat ik dag en nacht m^ne zonden beweene... Ach! gewaar-dig U, mij meer en meer van mijne ongerechtigheden te zuiveren en mij van mijne zonden te reinigen.

Onze Vader, Wees gegroet, enz.

9de ST-A-TIE.

De derde val van Jesus onder het kruis.

Wij aanbidden en loven U, Christus, Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe Jesus, nu geheel uitgeput, voor de derde maal onder Zijn kruis bezwijkt.

-ocr page 326-

322

0 Jesus, reik mij eene helpende hand toe, in het midden der gevaren aan welke ik ben blootgesteld, opdat ik in de zonde niet valle; verdedig mij tegen de vijanden mijner zaligheid, opdat ik onder het geweld hunner bekoringen niet bezwijke.

Ome Vader, Wees gegroet, enz.

lOde ST-A-TIE.

Jesus wordt van zijne Meederen beroofd en met gal gelaafd.

Wij aanbidden en loven ü, Christus,

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, met wat wreedheid Jesus de kleederen worden afgerukt, waardoor men Zijne wonden opnieuw openrijt.

0 Jesus, geef dat ik al mijne booze gewoonten aflegge, mijn hart onthechte van al wat aardsch en vergankelijk is, mijn oproerig vleesch kastijde, mijne zinnen versterve en gaarne met ü uit den bitteren kelk des lijdens drinke.

Onze Vader, Wees gegroet, enz.

-ocr page 327-

323

llde ST-A-TIE.

Jesus wordt aan het kruis gehecht.

Wij aanbidden en loven ü, Christus,

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, met wat geweld de handen en voeten van Jesus uitgerekt en aan het kruis worden vastgenageld.

O Jesus, hecht mij met U aan het kruis; ik wil met U, gelijk Gij en om ü lijden, opdat ik, levende, lijdende en stervende in uwe liefde, eeuwig met U en door U moge gelukkig zijn.

Ouze Vader, Wees gegroet, enz.

ISde SX-A.TIE.

Jesus sterft aan het kruis.

Wij aanbidden en loven U, Christus,

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe Jesus, na een hevigen doodstrijd van drie uren, uitgeput door folteringen, den geest geeft.

-ocr page 328-

324

0 Jesus, door de bittere smarten, welke Gij voor mij aan het kruis geleden hebt, bijzonder toen uwe ziel uit uw gezegend lichaam is gescheiden, ontferm U over mijne ziel, als zy deze wereld zal verlaten.

Onze Vader, Wees gegroet, enz.

13de STA.TIE.

Jesus wordt van het kruis genomen en in den schoot zijner moeder gelegd.

Wij aanbidden en loven ü, Christus,

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe het doode lichaam van Jesus in den schoot van Maria wordt nedergelegd, die het met hare tranen besproeit.

O Maria, vergun mij, dat ik tusschen uwe armen mijnen gekruisten Zaligmaker , uwen lieven Zoon, aanbidde, en mijne tranen met de uwe menge. Door uwe machtige voorspraak bewaar mg van het ongeluk van uwen Jesus wederom door mijne zonden te kruisigen en dus met een nieuw zwaard uw moederlijk hart te doorsteken.

Onze Vader, Wees gegroet, enz.

-ocr page 329-

325

14de ST-A.TIE.

Jesus wordt in het graf gelegd.

Wij aanbidden en loven ü, Christus,

Omdat Gij door uw heilig Kruis de wereld verlost hebt.

Overweeg, hoe Jesus, na voorn den schandelijken kruisdood te zijn gestorven, in het grat wordt nedergelegd.

Ik zal eens sterven en begraven worden gelijk Gij, o mijn Zaligmaker; ge waardig Ü, in mijn sterfuur mij door uwen kruisdood te troosten, en mijn lichaam, wanneer Gij het weder zult opwekken, in uwe glorie te verheerlijken.

Onze Vader\', Wees gegroet, enz.

SLÜITGEBED.

Hartelijk dank ik U, lieve Jesus, voor de genaden gedurende deze heilige oefening ontvangen, en vraag U ootmoedig vergiffenis voor de oneerbiedigheden waaraan ik mij mocht hebben schuldig gemaakt.

O Jesus, ik sta beschaamd voor U, ziende dat Gij zoo veel om mijne zonden geleden hebt. Wat zal ik ü vergelden voor alles wat Gij voor mij gedaan

-ocr page 330-

326

hebt. Met een oprecht bekeerd hart wil ik voortaan mijne vroegere ongeregeldheden beweenen, zelfs de kleinste zonden trachten te vermijden en geheel voor ü gaan leven.

O Maria, bid voor mij om mijnen Jesus toch nimmer meer te vergrammen en standvastig in alle gevaren te zijn. Amen.

Bid zesmaal het Onze- Vader en zesmaal het Wees-gegroet met zesmaal het Glorie zij den Vader, enz.

Gebed tot den lijdenden Jesus.

Dierbare Jesus, Verlosser en Zaligmaker van geheel het menschelijk geslacht , met dankbaarheid en wederliefde heriuner ik ü aan de benauwdheid, die Gij, mijn Schepper en Koning, in den hof der Olijven hebt doorgestaan, toen Gij, in doodstrijd vervallen, in de hevigheid van uwe liefde en van uw verlangen naar onze zaligheid, de aarde met uw bloedig zweet bevochtigd hebt. Ik smeek U door al de druppelen van het gezegend bloed, dat Gij vergoten hebt, en die ik U opdraag met al de liefde mijner ziel, dat Gij mij gelieft te zuiveren van alle vlekken der on-

-ocr page 331-

327

gerechtigheid. Ik herinner U aan de boeien, die Gij bij uwe gevangenneming gedragen, aan al de wreedheden en mishandelingen, die Gij ondervonden hebt, toen Gij als een volksverleider naar de rechtbank van Pilatus gesleurd, door Herodes bespot, met Barrabas gelijk gesteld, en onder de godslasteringen en vervloekingen van een goddeloos volk tot den kruisdood veroordeeld werd. Dat alles hebt Gij gedragen met de grootste liefde en met een heldhaftig geduld. Gij hadt door een enkel woord al uwe valsche getuigen verstomd kunnen doen staan, door een enkelen oogslag al uwe vijanden voor eeuwig kunnen verpletten; maar Gij, o geduldige Jesus! hebt dit niet gewild. Gij hebt U als een zachtmoedig schaap naar de slachtbank laten geleiden; Gij hebt uwen mond niet geopend om U te verdedigen tegen al de onrechtvaardige beschuldigingen , die tegen U werden ingebracht; Gij hebt ootmoedig uw hoofd gebogen en met nedergeslageu oogen het doodvonnis ontvangen, dat tegen ü door den rechtvaardigsten aller Rechters werd uitgesproken. Voor al die liefde en al dat geduld bedank ik ü, o mijn Jesus!

-ocr page 332-

328

in naam van alle schepselen, en offer U alles wat Gi] geleden hebt, tot voldoening voor al de oneer die U door mij en door andere menschen ooit werd of zal worden aangedaan.

Ik herinner U ook aan de allerwreedste geeseling, die geen enkel lidmaat spaarde, maar van het hoofd tot de voeten U overdekt heeft met wonden; ik herinner U ook aan de onbeschrijfelijke pijn die Gij geleden hebt, toen de doornen kroon met zoo veel geweld in aw koninklijk hoofd werd gedreven, dat de doornen doordrongen tot in de hersens, op uwe slapen zichtbaar werden, en nw aanminnig aangezicht, dat de engelen wen-schen te aanschouwen, geheel met bloed overdekten. Ach! myn goedertieren Jesus! nog moet ik U herinneren aan de smart, die tot in het merg van uw gebeente doordrong, toen Gij met ijzeren nagels aan het kruis werd vastgeklonken, met het kruis werd omhoog geheven, en door de Joden vervloekt, met gal en azijn gelaafd, als de verwerping van het menschdom geplaatst werdt tusschen twee moordenaars. Nog, o Jesus, God van liefde, herinner ik U, met de levendigste hefde en dankbaarheid, aan alle

-ocr page 333-

329

smarten in het algemeen en aan elke smart in het bijzonder, die Gij in geheel uw allerheiligst Lichaam geleden hebt, aan de smart vooral, die uw Hart doorboorde bij de vreeselijke gedachte, dat uw allerbitterste, allerschandelijkste, alleronschuldigste dood voor zoo velen geheel vruchteloos zijn zoude, en zelfs de verwerping van zoo velen voor de gansche eeuwigheid nog verschrikkelijker zoude maken. Eindelijk, o mijn Jesus! moet ik U nog herinneren aan uw laatsten oogenblik, toen uw goddelijk Hart onder het geweld der pijn en der liefde gebroken werd, en uw gezegende Ziel met eene onbeschrijfelijke smart van haar heilig Lichaam scheidde. In den naam en met de liefde van alle schepselen, door tusschenkomst van uw aanbiddelijk Hart en in de kracht van den H. Geest, bedank ik U uit al mijne krachten voor alle pijnen en folteringen, die Gij gedurende den tijd van uw lijden in uw Lichaam, in uwe Ziel en in uw Hart geleden hebt, en offer ü al uw lijden tot vergiffenis van alle zonden die ik bedreven, tot herstel van al het goed dat ik verzuimd en tot kwijtschelding van alle straffen die ik verdiend heb. Amen.

-ocr page 334-

INHOUD.

Ue Maand van Aanfeidding.

Blz.

Bezoeken voor eiken dag der maand..............................1

Misgebeden............................................................................................108

Gebeden voor de Biecht............................................................118

Gebeden na de Biecht..................................................................124

Gebeden voor de H. Communie..........................................127

Gebeden na de H. Communie........................................136

Xjitanieu voor eiken dag der week.

Zondag tot de Allerh. Drievuldigheid..................144

Maandag tot den H. Geest................................................149

Dinsdag tot den Allerh. Naam Jesus..................154

Woensdag tot de HH. Engelen..........................................158

Donderdag tot Jesus in het Allerh. Sacrament... 162 Vrijdag ter eere van het lijden van onzen

Heer Jesus Christus..............................167

Zaterdag ter eere van de Onbevl. Maagd Maria 173

Litanie ter eere van O. L. Vr. van Lorette............176

„ „ „ „ het H. Hart van Jesus... 179

„ van alle Heiligen......................................................182

Verscheidene Oefeningen en Gebeden ter eere van Jesus Christus in het Allerheiligste

Sacrament des Altaars.

Gebed tot Jesus, eenzaam in het Allerh. Sacrament 195 U itboezeming des harten voor het Allerh.Sacrament 200

Eereboete................................................ 208

Andere eereboete....................................... 211

Litanie van eerherstelling tot Jesus in het H. Sacrament............................................... 216

-ocr page 335-

INHOUD.

Blz.

Litanie tot Jesus, Slachtoffer in het H. Sacrament 218 Novene. Jesus Christus met de getrouwe ziel, in het H. Sacrament.............................. 222

Bemerkingen over de liefde van Jesus Christus in het Allerheiligste Sacrament des Altaars.

Gebed..................................................... 229

De liefde van Jesus voor de menschen in het

Allerheiligste Sacrament des Altaars............ 229

De ondankbaarheid der menschen jegens Jesus

in het H. Sacrament des Altaars............... 234

Gebed.................................................... 239

Geded tot onzen Heer Jesus, hetwelk men voor het Allerheiligste Sacrament kan lezen, wanneer het uitgesteld is.............................. 240

Hulde aan de menscbheid des Allerh. Zaligmakers,

wanneer het H. Sacrament uitgesteld is...... 243

Gebed om den zegen van het Allerh Sacrament

te vragen............................................. 245

Plechtige eereboete tot het H. Hart van Jesus 246 Acte van toewijding aan het II. Hart van Jesus 252

Lofzang................................................... 255

Aanbidding van Jesus Christus in het H. Sacrament 260 Verzuchtingen tot Jesus in het Allerh. Sacrament 262 Gebed bij wijze van Litanie tot het Allerheiligste Sacrament des Altaars........................ 265

Wonderbaar Mirakel.................................. 272

Misteriën van den Eozenkrans..................... 278

Lofgebeden.............................................. 307

Kruisweg................................................ 316

-ocr page 336-
-ocr page 337-

AANBBVOIiEH- WEEKEN.

Handboek der geprofeste Religieuzen......................../ 1.50

In boklecr ƒ2.— ; in chagrin ƒ 2.50.

De Sleutel des Hemels, voor Novicea..................- 0.15

Getijden 3e Orde H. Dominicus, in bokleer... - 1.60

In maroqnin chagrin............................................................- 2.—

Kort onderricht over de 3e orde van den

H. Franciscus............................................................................- 0.03

Per 100 Excmpl....................................................................- 1.60

Handboek der vereerders van de H. Anna............- 0.40

Het heilig jaar der Predikheeren..............................- l.—

In linnen band........................................................................- 1.25

Maria ons voorbeeld. Meimaand ... ..........................- 0.50

In linnen band........................................................................- 0.70

De Meimaand geheiligd............................................................- 0.50

In linnen band........................................................................- 0-70

Quadrupani. Grondregels tot bemoediging............- 0.25

Handboek O. L. Vr. van Goeden Raad..................- 0.25

Lebon. Maria of de Schoonheden........................- 0.25

De Zeven Smarten der Allerheiligste Maagd... - 0.25

De Zeven Woensdagen van den H. Joseph... - 0.15

Vijftig Meditatiën op het lijden..............................- 0.50

In linnen band........................................................................- 0.70

Devotie tot het H. Hart van Jesns........................- 0.10

Engelachtige strijd. Koord v.d.H.Thomas v.Aq. - 0.05

De eerste H. Communie, voorbereiding..................- 0.10

De Religieus op den weg naar Calvariën............- 0.10

De Maand van aanbidding................................................. 0.30

St. Cornelins Boekje..................................................................- 0.05

De Geest der H. Gertruda................................................. 0.35

Nieuw volledig geestelijk Rozelaarken..................- 0.30

De Rozenkrans door een Predikheer........................- 0.15

Leven H. Barbara......................................................................... 0.10

Gebeden van de H. Gertruda........................................... 0.40

Gezangen ter eere van de H. Moeder Gods - 0.10

B. Leonard P. M. Godvr. leid. op den Krnisw, - 0 05

Devotie tot de H. Vijf Wonden....................................- 0.05

Mysteriën van den Levenden Rozenkrans, p. vel. - 0.05

Per 100 vel............................................................. 2.50

-ocr page 338-

Patisz, de liefde van het Godd. Hart van Jesus / 1-25

--In heel linnen stempelband............ - 1.60

--In bokleer.................................. - 1-80

Leve Jesus! Godvr. vereeniging eerewacht... - 0.60

--Klein boekje............................... - 0.135

--Onderrichtingen........................... - 0.15

Bij 100 Exempl. met 40 pCt. korting.

Handboekje H. Familie........................... - 0.20

Handboekje Congregatie O. L. Vr............... - 0 20

Het Ave Maria der Congreganisten............ - 0.20

De gezangen op de Tien Geboden Gods...... - 0.20

Voor de Congregatie bij getallen a ......... - 0.15

Drie bijeen, uitmakende het complete Handboekje der H. Familie of der Congregatie

van O. L. Vr..................................... - 0,60

Voor de Congregatie bij getallen............ - 0.50

Melodiën en Refreinen, Peijen, met aec. van

Fiauo of Orgel.................................... - 1.85

C. Vermeulen. Melodieën op de gezangeu uit

de Tien Geboden................................. - 0.30

Idem uit het Ave Maria........................... - 0.30

Idem uit het Handboekje........................... - 0.30

De drie boekjes bijeen met de Melodieën ingebonden............................................ - 1.50

Gezangen voor R. K. Militairen Vereeniging... - 0.10 Vade Mecum verzameling van de

meest bekende devotiën Vraagt eu gij zult verkrijgen. I inliunen . o.50 De Maand van Aanbidding.

Handboek H. Anna.

Onmisbaar Handb. der Godvr. Zielen.

Idem in leer, verguld op snee..................... - 0.75

De Goudkorrels worden ter verspreiding bij groote getallen met aanzienlijke korting geleverd.

-ocr page 339-

GOUDKOBBELS.

1 Kleine Maand van den H. Joseph........./ 0.10

2 „ „ van Maria..................... - 0.10

3 „ I, van het H. Hart............ - 0.10

4 Leve Maria..................................... - 0.10

5 De bnrger Zouaven........................... - 0.05

6 Geestelijke Leiddraad......................... - 0.05

7 Herinnering aan het Christ. Huisgezin... - 0.05

8 Het Vagevuur en de Hemel op den Kruis

weg overwogen.............................. - 0.10

9 Aan den voet des Altaars.................. - 0,10

10 Oefening van Godsvrucht tot den H. Jozef - 0.05

11 De H. Jozef en hel Kind, dal zich tot de

Eerste H. Communie voorbereidt...... - 0.15

12 De Vriendenstem.............................. - 0,05

13 Kruisweg voor en na de H. Communie... - 0.10

14 De Godsvrucht tot den Engelbewaarder... - 0.10

15 Vergeef ons onze schulden.................. - 0.10

16 Jesns in het Tabernakel..................... - 0-15

17 Bloempjes ter eere van Maria vergaard... - 0.05

18 Laten wij tot het Tabernakel gaan......... - 0.05

19 Een week in het H. Hart van Jesus...... - 0.05

20 Korte bemerkingen op eenige grondwaar

heden van het H, Evangelie............ 0.05

21 Komt allen tot mij 1 het H. Hart van Jesus

wil ons onderrichten en troosten...... - 0.05

22 Maria is uwe Moeder........................ - 0.05

23 Aan de voeten van Maria.................. - 0.05

24 Hebt de waarheid lief........................ - 0.05

25 Vlucht de Ledigheid........................... - 0.05

26 Het Kruisteeken.............................. - 0.10

27 De Bruid van Jesus........................... - 0.10

28 Kleine Maand November, Allerzielen...... - 0.10

29 „ „ December..................... - 0.10

30 „ „ Januari........................ . 0.10

31 Vijftig vaderlijke liefdegiften van den H. An-

tonius van Padna........................... . 0.10

32 Kleine maand Febrnari........................ . 0.10

33 Kruisweg ter eere van het H. Aanschijn... - 0.05

34 Met Jesus in zijn lijden..................... . 0.10

35 Testament van den H. Vader Pranciscus.,. - 0.10

-ocr page 340-

De Galerij der Heiligen

verschijnt in Seriën van 10 deelen.

Elk deel is op zich zelve compleet en bevat een geheel leven

Elke serie kost bij inteekening f 3.50. Afzonderlijke levens kosten 40 Cents Tien Ex. van eenzelfde leven t 3.SO«

De eerste Serie bevat de volgende levens: De H. Vincentins a Paulo. — De H. Franciscns Xaverius. — De H. Benedictus. — De H. Philomena. De H. Catharina van Zweden. — De H. Antonins van Padua — De H. Petrus, Apostel. — De H. Cecilia. De H. Jozef. — De H. Alphonsus Maria de Lignori. In de tweede Serie zijn verschenen: H. Elisabeth van Hongarije. — H. Aloysius van Gonzaga. — H Stanislaus Kostka. — H. Germana. H. Brigitta. — H. Geuoveva. — H. Drie-Koningen. Gz. Margaretha Maria Alacoque. — Gz. Ben. Jos. Labre. — H. Lodewijk, Koning van Frankrijk.

In de derde Serie zijn verschenen: De H. Ursula en hare elfduizend Maagden. — Zuster Maria Bernard. — H. Angela Merici — De H. Augus-tinus, Bisschop van Hippone — H. Johanna Trancisca, Eremiet de Chantal. — H. PhilippusNerius. — H. Clara. In de vierde Serie is verschenen; De Vaders der Woestijnen uit het Oosten.

In de vijfde Serie zijn verschenen : De H. Barbara. — De H. Jozef van Leonissa. — De H. Joannes van Nepomuk. — H. Franciscus van Assisië. — Zuster Rosalia.

In ieder huisgezin i is de

In iedere bibliotheek l GALERIJ DER HEILIGEN

In ieder gesticht ) onmisbaar.

BREDA. Be Uitgever,

EDUARD VAN WEES.

-ocr page 341-
-ocr page 342-
-ocr page 343-
-ocr page 344-