MARIA-MAAND.
---♦---
-B LOKAtKB A\'X S
9r Tf J \' --y -^ J-\' Y lt;- quot;r1 - 0 \'
XKK KKltK VAN
DE MOEDER GODS
DOOK
«ii pvicstcï tiet |lr«ili^«wn-^tilt.
Gcwaardig, dut ik U love , o Maria H. Dominicus.
I 1TGKVEK
Ll. C. G. MALMBERG.
-4; NIJMEGEN, e-
X
JLl j b ï\'
é yé
MARIAMAAND.
91 ■;.-\' «S* -f\' -i*
TER EERE VAN
DE MOEDEPt GODS
«n prifiln- iln\' |}vi!ifi(\\f!«wit-^rik.
Gewaardig , dat ik U love, o Maria.
H. Dorainicus.
UITGEVER
L. C. G. MALMBERG.
NIJMEGEN. €gt;-
IMPRIMATUR.
W. H. van GENN1P.
Libr. Cens.
Haaken , 1 April 1886.
IMPR1MI PERMITTTMUS.
Fr. A. van den Eizen o. P.
Prov.
Huissen, 28 Mavtii 188G.
— 3 -
Eerste dag.
IDe !lvCei2nn.a-a.n.d..
Die maand zij voor u do voornaamste der maanden.
Exodus XII, 2.
Overweging1.
1. Uwe bescherming is machtig, o Maria, uwe weldaden zijn ontelbaar, want niemand, o allerheiligste Maagd, wordt zalig tenzij door U, niemand wordt bevrijd yan dc rampen dezer wereld tenzij door U, o allerheiligste Maagd, niemand ontvangt genaden tenzij door U.
H. Germanus.
2. Bemint dan, maar met een zuivere liefde, eert en roept aan met onverpoosden ijver de allerheiligste Moeder van Jezus Christus, die de troosteres en de machtige voorspraak is niet alleen van de volmaakten, maar ook van de onvolmaakter!. Blosius.
3. Wie is hij, die na Maria te hebben aangeroepen niet verhoord is
— 4 —
geworden ? Zij is de Moeder der schoo-ne liefde en der heilige hoop.
Innocentius III.
Besluiten.
1. Ik zal in deze maand ter eere van Maria de plichten van mijn staat getrouw vervullen en iedere vrijwillige zonde vermijden.
2. Ik zal de oefeningen der Meimaand met ijver bijwonen en iederen dag een rozenhoedje bidden.
Voorbeeld.
De H. Philippus Nerius had reeds vele middelen aangewend, om hen, met wier zielzorg hij belast was, voor de strikken te behoeden, die de duivel aan hunne deugd spande; doch al zijne pogingen waren niet in staat geweest om het kwaad uit te roeien. Vol smart klaagde hij tot Jezus en zijne heilige Moeder, smeekte hen zijn gebed te verhooren en hem een middel aan te wijzen tegen een voor de deugd zoo gevaarlijke zonde. En Ma-
riii verkreeg van haren goddelijken Zoon, wat haar groote dienaar zoo vurig wenschte.
Op zekeren dag, dat de Heilige volgens gewoonte voor een Mariabeeld lag neergeknield, werd plotseling zijn bidvertrek vervuld van een hemelsch licht. Met glorie omstraald, verscheen hem de Koningin der Engelen en sprak tot hem: «Philippus, wilt gij de jeugd rein en zuiver bewaren, roep haar tot u en volhardt tot mijn eer een geheele maand in het gebedquot;. Daarna verdween het visioen. Vol vreugde dankte hij haar, die hem het middel had geopenbaard, waarnaar hij sinds lang had gezocht, waarvoor hij had gebeden, gevast en geweend. Aanstonds ging hij aan den arbeid; gaf de jeugd, die met hem de Mariamaand in godvruchtige oefeningen wilde doorbrengen, een regel en deed allen belooven die verplichtingen getrouw na te komen. En waarin bestonden die? O, u allen, die met
— 6 -
zooveel liefde tot Maria de oefeningen volgt, welke in de Meimaand gehouden worden, u zijn ze allen bekend. Die met den H. Philippus Nerius de Mei-mand vierden, offerden zich den vooravond dezer maand aan Maria op en smeekten haren bijstand at in den strijd, dien zij tegen de bekoringen van het vleesch te voeren hadden. Eiken morgen stelden zij zich weder onder hare moederlijke bescherming, woonden het heilig Misoffer bij, bezochten nu en dan de kapel, waar het beeld der Moedermaagd was versierd, naderden meermalen tot de heilige Sacramenten en droegen alle zorg, om ter eere van Maria zoo getrouw mogelijk hunne plichten te vervullen. Als dan de arbeid van den dag was volbracht en de avond gekomen, knielden allen gezamenlijk neder voor het beeld der Hemelkoningin en dan weerklonk daar onder de gewelven van den tempel de lofzang tot Maria, afgewisseld nu eens door het woord
van den Heilige, die hare glorie verkondigde, dan weder doorliet schoone Rozenkransgebed. En als de maand ten einde was, dan werd er een eeuwige trouw gezworen aan den dienst van Maria en verzekerd van haar bescherming ging men gesterkt de toekomst te gemoet.
GEBED.
O Maria, gij bloem des velds en lelie der dalen, verwerf ons de genade deze Meimaand op eene christelijke wijze te vieren.
Tweede Dag.
IKCet leuren. -va,ri. l^dlaria,.
Groote\' dingen heeft Hij, die machtig is, aan mij gedaan. Luc. I, 49.
Overweging:.
i. Maria was nederig van harte, ernstig in hare woorden, voorzichtig in haar oordeel, waakzaam op hare tong, ijverig in liet lezen. Zij ver-
- 8 —
trouwde niet op onzekere rijkdommen, maar op het gebed van den arme. Zij legde zich toe op den arbeid, hinderde niemand, wenschte het welzijn van allen en beminde de deugd.
H. Ambrosius.
2. Alle daden en begeerten van Maria waren tot God gericht.
H. Antoninus.
3. De Heiligen hebben uitgemunt, ieder in een bijzondere deugd; de eene was nederig, de andere kuisch, de andere barmhartig; daarom stellen wij hen tot voorbeeld in die deugden, welke zij volmaakter beoefend hebben. Maria echter prijzen wij als het toonbeeld van alle deugden, want zij is een volmaakt toonbeeld van ootmoedigheid : zie de dienstmaagd des Hee-ren; van zuiverheid : daar ik geen man beken; en aldus van de overige deugden. H. Thomas van Aquino.
Besluiten.
i. Ik zal de deugden en de voor-
rechten van Maria aandachtig overwegen.
2. Ik zal ten minste nu en dan een geestelijk boek over het leven en de deugden van Maria lezen.
Voorbeeld.
Op den Zaterdag, waarop gezongen wordt: «Wees gegroet, heilige Moeder , die gebaard hebt den Koning, welke aarde en hemel regeert in eeuwigheid der eeuwigheden!quot; sprak de H. Mechthildis tot de Maagd Maria : »Ja, kon ik U slechts, o allerzoetste Koningin der hemelen, groeten met een groet, dien een menschelijk hart nog niet bedacht heeft!quot;
En dadelijk verscheen haar de roemwaardige Maagd Maria en droeg op hare borst met gouden letters geschreven den Engelengroet.
Zij sprak : «Boven dezen groet is nooit een mensch gekomen. Ook kan mij geen mensch zoeter groeten, dan
— 10 -
hij, die mij groet met den eerbied , waarmede mij God de Vader gegroet heeft door het woord Ave !, terwijl Hij mij door Zijne almacht uitkoos en bevestigde, dat ik vrij van alle wee der schuld en straf zijn zou. Ook heelt mij de ééngeboren Zoon Gods met Zijne goddelijke wijsheid zoo verlicht, dat ik een helder schitterende ster ben, door welke hemel en aarde bestraalt worden; dit is aangeduid dooiden naam Maria, dat is «Ster dei-Zeequot;. — De H. Geest heeft mij met Zijne goddelijke zoetheid doordrongen en mij met Zijne zegeningen zoo verrijkt, dat ieder genade vindt, die haar door mij zoekt; dit sluit het woord »vol van genadequot; in zich. In de woorden »de Heer is met U!quot; word ik aan de onuitsprekelijke vereeniging Gods herinnerd en aan het geheim, dat in mij de heilige Drievuldigheid volbracht heeft, doordien in mijnen schoot de Zoon van God mensch geworden is. Welke blijdschap en
_ 11 _
zaligheid ik in dat uur ondervonden heb, kan geen mensch gevoelen. Dooide woorden : «Gij zijt gebenedijd onder de vrouwen !quot; erkent en betuigt ieder schepsel met bewondering, dat ik gezegend en verhoogd ben boven alle schepselen, boven hemelsche en aard-sche. Door de woorden: «Gebenedijd is de Vrucht uws lichaams!quot; wordt de hoogheerlijke Vrucht mijns lichaams, geprezen en verheven die levend maakt, heiligt en in eeuwigheid alle schepselen zegent.quot;
G E B E 1).
Ü Maria, volmaakt toonbeeld van Christus, uwen Zoon, mogen wij uw leven steeds voor oogen houden.
- 12 —
Derde dag.
n.arvolg-in.gr -van ^vlaria,.
Weest mijne navolgers, gelijk ook ik het van Christus ben. I Cor. jV, 10.
Overweging\'.
1. Zoodanig was Maria, dat haar leven alleen de leerschool is voor allen. Indien wij haar dan beminnen, laat ons ook hare werken liefhebben, opdat, wie haar kroon begeert te bezitten , haar voorbeeld navolge.
H. Ambrosius.
2. De allerheiligste Maagd was gedurende haar leven een toonbeeld van sterkte, van goedheid, van zachtmoedigheid, van onderwerping; daarom verdient zij, na de allerheiligste Drievuldigheid, onzen eerbied en onze liefde. H. Bonaventura.
3- O, Maria, door de heerlijke voorbeelden, die gij ons geeft in uw leven, dringt gij ons uwe deugden na te volgen. Wie uwe voetstappen
— 13 —
drukt, wandelt niet in de duisternis , maar heeft het licht des levens.
H. Bernardus.
Besluiten.
1. Ik zal in mijnen stand de deugden van Maria trachten na te volgen.
2. In liet bijzonder zal ik hare plichtsvervulling, hare ootmoedigheid, hare zelfverloochening beoefenen.
V oorbeeld.
Op zekeren dag verscheen de H. Maagd aan de H. Elisabeth en sprak tot haar : »Mijne dochter wilt gij mijne leerlinge worden, dan zal ik uw meesteres zijnquot;. Vol vreugde en dankbaarheid legde de prinses vertrouwelijk hare handen in die van Maria en antwoordde : «Handel met mij , o Maria , naar uw wil, ik ben uwe dienstmaagdquot;.
Daarop begon de allerheiligste Maagd hare dienares te onderwijzen in de leer der volmaaktheid. »In den tempelquot; , zoo sprak zij, «begaf ik mij
— 14 —
iederen nacht tot het gebed en smeekte de genade des hemels af. Vooral vroeg ik de gunst te mogen leven met de bevoorrechte Maagd, die de Moeder van het menschgeworden Woord moest zijn, opdat ik haar mijne diensten zou kunnen aanbieden. Ik was de vrouwen, die den tempel bewoonden in alles behulpzaam en gaarne zou ik mij aan alle schepselen onderworpen hebbenquot;. Toen de H. Elisabeth hierover hare verwondering te kennen gaf, hernam de H. Maagd: «Wees verzekerd, dat ik zoowel mijne geringheid gevoelde als gij op dit oogenblik ; daarom vroeg ik den Heer om genade. Als God in eene ziel binnentreedt, schenkt Hij haar de genade, waardoor zij de herinnering verliest van al hare goede werken , zoodat zij niets meer in zich vindt, wat achting verdient. Wat moet zij dan doen ? Zich dankbaar toonen voor de ontvangen weldaden ; immers die nederige dankbaarheid zal nog
— 15 —
rijkere gunsten over haar doen neerdalen. Zoo handelde God met mij na de boodschap van den aartsengel Gabriel. Omdat ik mij verootmoedigd had, schonk Hij mij zijn gaven en genaden.
Al deze geheimen openbaar ik u, mijne welbeminde dochter, opdat gij door mijn voorbeeld moogt leeren, met nederigheid en vertrouwen de deugden te vragen, die u ontbreken.quot;
Na dit onderhoud zag Elisabeth plotseling een praalgraf met bloemen versierd, waaruit de allerheiligste Maagd zich verhief tot voor den troon van haren goddelijken Zoon. Een engel kwam haar dit gezicht der Hemelvaart verklaren: het was een voorteeken van de glorie, die haar deel zou worden, indien zij getrouw bleef aan de lessen, die zij van Maria had ontvangen.
G E B E 1).
O Maria, gij Ster der zee, schitte-
- 16 —
rend door uwe verdiensten, lichtend door uwe voorbeelden, leid onze schreden op den weg naar ons he-melsch vaderland.
Vierde Dag.
^vdiaria-, lvd:oed.er Grod-S.
De Heer is mot U.
Luc. I: 28.
Overweging1.
1. Ik groet U, levende tempel der Godheid, haar waardigste woonstede in den hemel en op aarde; ik groet U, Moeder van Hem, wien de onmetelijkheid des heelals niet kan bevatten. H. Augustinus.
2. Gegroet, o Maria, Moeder Gods, Maagd en Moeder, morgenster, vlekkeloos vat. Gegroet, o Maria, heilige tempel, waarin God ontvangen is. Gegroet, o Maria , kuische en reine duif. Gegroet, o Maria, onuitblusch-baar licht, uit U is de Zon der Ge-
rechtigheid voortgekomen. O, wie kan U naar waarde prijzen, o aller-luisterrijkste Maagd Maria!
H. Cyrillus.
3. Maria is zoo groot om hare waardigheid van Moeder Gods, dat God zelf haar niet hooger kon verheffen. H. Bonaventura.
Besluiten.
1. Altijd zal ik een grooten eerbied koesteren voor Maria, de Moeder Gods.
2. Steeds zal ik met vertrouwen tot haar mijn toevlucht nemen.
Voorbeeld.
Wij vinden in de annalen der orde van den H. Dominicus opgeteekend, dat een leekebroeder, Leonardus genaamd, zoo grooten eerbied had voor de Moeder Gods, dat hij bij alles, wat hij verrichtte, Maria toesprak met de woorden des Hngels: »Wees gegroet Maria!quot; Toen deze vurige vereerder der H. Maagd eindelijk ziek werd en zijn
— 18 —
einde nabij was, zag hij een won-derschoone Vrouw vol liefde en majesteit zijne arme legerstede naderen. Met innige liefde en moederlijke tee-derheid groette zij hem: «Ave Leo-narde, fili mi!quot; «Wees gegroet, Leo-nardus, mijn zoon!quot;
Ontsteld en verwonderd over deze verschijning vroeg hij: )gt;Wie zijt gij , o verheven Vrouw en waarom groet gij mij zoo vriendelijk en zoo teeder ?quot;
»Ik benquot;, zoo antwoordde zij, »de Koningin des Hemels, de Moeder van barmhartigheid, die gij zoo dikwijls gegroet en die gij zoo getrouw gediend hebt; zie ik ben gekomen om u in het rijk mijns Zoons op te nemen en u te geleiden in de armen van mijn Jezus, de gezegende Vrucht mijns lichaams. Wilt gij mij volgen ?quot;
Het gelaat van den zieke straalde van vreugde; vol eerbied boog hij het hoofd en antwoordde: «O ja , ik volg U.quot; Na deze woorden ontsliep hij in vrede en werd zonder twijfel
— 19 —
door Maria den hemel binnengevoerd.
GEB E D.
O Maria, Moeder Gods en ook onze Moeder, neem ons onder uwe moederlijke bescherming.
Vijfde dag.
^Earia,, Trol -rrarn. g\'eziaca.e.
De hongerigen hoeft liij met goederen verzadigd. Luo. I, 53.
Overweging-.
1. De heilige Maagd Maria ontving zulk een volheid van genade, daar zij het naaste was bij de Bron der genade, bijaldien zij Hem, die vol is van iedere genade, in zich ontving en de genade door Hem ter wereld te brengen, op zekere wijze over allen uitstortte.
H. Thomas van Aquino.
2. Welke heiligheid, welke rechtvaardigheid, welke godsdienst kan aan
- 20 —
deze weergalooze Maagd ontbreken, die vervuld werd met al de zegeningen der goddelijke genade? Zoo immers mocht zij hooren van den Engel, toen deze haar groette: Weesgegroet, gij vol van genade, de Heer is met U. Welke ondeugd kon een plaats verwerven in de ziel of het lichaam van haar, die evenals de hemel het heiligdom mocht zijn van de volheid der geheele godheid ?
H. Petrus Damianus.
3. Ja, allen deeien in den overvloed van hare genaden, de gevangene erlangt van haar zijn vrijheid, de blinde het licht, de zieke genezing, de droeve troost, de zondaar vergiffenis, de rechtvaardige menigvuldige gunsten. H. Bernardus.
Besluiteii.
1. In alle noodwendigheden zal ik Maria om haren bijstand aanroepen.
2. Met Maria zal ik dankbaar aan de goddelijke genaden beantwoorden.
— 21 -
Voorbeeld.
Zeker jongeling van adelijke geboorte , aan vele zondige gewoonten verslaafd , hoorde eens te Rome eene preek van Pater Zucchi; hierdoor uit zijn rampzalige rust gewekt, ging hij naar den priester en openbaarde hem den treurigen toestand zijner ziel. Ofschoon hij van leven wenschte te veranderen, had hij evenwel den moed niet zijn kluisters te verbreken. «Dit zal het werk van Gods genade moeten zijn,quot; aldus troostte hem de Pater, kom maar iederen keer bij mij terug, wanneer gij hervalt, ik zal u telkens behulpzaam zijn.quot;
Door die goedheid aangemoedigd, kwam de jongeling telkens terug en naderde getrouw tot de H. Sacramenten, maar de verbetering bleef zeer gering. Toen hij op zekeren dag weder dezelfde zonden beleden had, zeide de Pater tot hem: «Mijn vriend, ik raad u aan de allerheiligste Maagd tot Koningin en Moeder te kiezen.
— 22 —
Doet gij dit en toont gij inderdaad haar kind en dienaar te zijn, dan zal zij u zeker de kracht schenken het juk der zonden af te werpen. Ziehier wat ik daartoe van u vraag: bid \'s morgens bij het ontwaken en \'s avonds voor gij u ter rust begeeft, één. Wees gegroet ter eere van de zuiverheid van Maria en voeg er dit gebed bij: »0 mijne Koningin, o mijne Moeder, ik offer mij geheel aan U op en om U te toonen, dat ik mij aan uwen dienst verbind, wijd ik U heden mijne oogen, mijne ooren, mijnen mond, mijn hart, geheel mij zeiven. Dewijl ik U toebehoor, o mijne goede Moeder , bewaar mij, verdedig mij als uw eigendom en uwe bezitting.quot; En indien bij dag of bij nacht de duivel u bekoort, zeg aanstonds: «O mijne Koningin, mijne Moeder, gedenk, dat ik U toebehoor; bewaar mij, verdedig mij als uw eigendom en uwe bezittingquot;.
Volgaarne wilde de jongeling dit
- 23 -
gemakkelijk middel aanwenden en reeds dien avond begon hij er mede.
Eenige dagen daarna moest hij met zijne familie Rome verlaten. Alvorens te vertrekken kwam hij bij Pater Zucchi den zegen vragen en beloofde nogmaals zijne belotte getrouw te zullen vervullen.
Vier jaar later kwam hij in Rome terug; terstond ging hij Pater Zucchi bezoeken, om hem den staat van zijn geweten te openbaren. Groot was de verandering; van de zondige gewoonten was hij geheel bevrijd.
Toen de Pater hem daarover zijn blijdschap te kennen gaf, zei de hij : «Mijne bekeering ben ik verschuldigd aan het gebed, dat gij mij geleerd hebt. Steeds heb ik het \'s morgens en \'s avonds getrouw herhaald en in den tijd der bekoring heb ik Maria aangeroepen; geen enkele maal ben ik voor de bekoring bezweken.quot;
e
_ 24 —
G E B E I).
O Maria, Moeder der goddelijke genade, stort uwe hemelsche zegeningen over ons uit nu en in het uur van onzen dood.
Zesde dag.
IMIaxia. cnloe^rlel^t crxt-
Gij zijt golifol sclioon en geen vlek is in U.
Hooglied IV, 7.
Overweging-,
i. Ter eere van de allerheiligste en ondeelbare Drievuldigheid, tot verheffing van de heilige Maagd , Moeder van God en tot luister van het katholieke geloof, op gezag van onzen Heer Jezus Christus, verklaren wij en stellen wij vast, als geopenbaard door God, de leer, die behelst, dat de allerzaligste Maagd Maria in het eerste oogenblik harer ontvangenis, om wille
- 25 -
der verdiensten van onzen Heer Jezus Christus, Verlosser des mensch-doms, van alle vlek der erfzonde ongeschonden is bewaard gebleven.
Pius IX.
2. Wij erkennen en belijden, o Maria, dat gij van het eerste begin uwer ontvangenis door den H. Geest werd verordend. Dit was uw voorrecht , o beminnelijke Koningin , wij juichen er over. Neen, gij kondt geen oogenblik met den vlek der onreinheid bezoedeld zijn, gij, bestemd tot zoo groot eene verhevenheid, tot de zeldzame waardigheid van Moeder des Allerhoogsten, gij, die met uwen
i Zoon den schepter der heerschappij ; moest voeren over al wat is, geweest is en zijn zal. H. Anselmus.
3. De genade der allerheiligste Maagd Maria is onmetelijk. Wees gegroet, gij, vol van genade, gouden
: vat, waarin het hemelsch manna rust.
H. Epiphanius.
- 26 -
Besluiten.
1. Ik zal een kinderlijken eerbied koesteren voor de vlekkelooze Maagd Maria.
2. Ik zal naar haar voorbeeld de zuiverheid van mijn staat bewaren.
Voorbeeld.
In het begin van het jaar 1858 sprak geheel Frankrijk over een he-melsche verschijning, die een meisje, Bernadette geheeten, moest gehad hebben, in de nabijheid van Lourdes, daar waar de Massabielles rotsen zich verheffen langs de oevers der rivier de Gave. Wie was die geheimzinnige Vrouw, welke uit de harde rots eene bron had doen opwellen? Iedereen vroeg dit zich zeiven af, toen het uur der openbaring ging aanbreken.
Het was den 25en Maart van bovengenoemd jaar, het feest van Maria-Boodschap. ]3ernadette gevoelt zich inwendig aangedreven, nogmaals de wonderbare grot te gaan bezoeken,
— 27 —
want zij is er zeker van, heden zal zij Je hemelsche verschijning wederzien. Vergezeld van inwoners uit Lourdes, kwam zij aan de rots, knielt neder en begint den Rozenkrans te bidden. Plotseling wordt zij dooreen diepe ontroering overmeesterd ; haar oog is onbewegelijk gericht naar eene holte in de rots: zij ziet weder de verschijning in al hare schoonheid, in al haren luister. Langen tijd bleei Bernadette de liefelijke verschijning aanstaren; eindelijk sprak zij: »o Vrouwe, ik bid U, zeg mij wie gij zijt en hoe gij heet!quot;
De verschijning glimlachte, doch antwoordde niet. Tot viermaal deed Bernadette hetzellde verzoek; toen liet de verschijning haren glinsterenden rozenkrans over haren arm glijden, strekte de handen naar beneden uit, als om de aarde te zegenen, verhiel ze weder ten hemel, vouwde ze biddend tezamen en sprak met innig gevoel van dankbaarheid :
- 28 —
»Ik ben de Onbevlekte Ontvangenisquot;. Hierop verdween zij.
G E B E D.
O Maria, zonder zonde ontvangen, bid voor ons, die tot U onzen toevlucht nemen.
Zevende dag.
I^Earia, Trrij TT-aai iecLere d.a,d.elijlse zoiicie.
Een spiegel zonder vlek van do goddelijke Majesteit.
Bock der Wijsheid VII, 20.
Overweging.
1. De Allerzaligste Maagd Maria was krachtens een bijzondere bescherming der goddelijke genade gedurende haar geheele leven van iedere persoonlijke, niet alleen doodelijke, maar ook dage-lijksche zonde vrij.
H. Thomas van Aquino.
2. Is er spraak van de H. Maagd, dan mag eerbiedshalve van hoege-
— 29 -
naamd geen zonde gerept worden; wij weten immers, dat zij, die waardig gehouden werd te ontvangen en te baren dengene, wien geen zonde kan toegeschreven worden, uit dien hoofde een overvloed van genade bekwam om de zonde in alle opzichten te overwinnen. H. Augustinus.
3. Om drie redenen behoorde de allerheiligste Maagd Maria onbevlekt te zijn : om den duivel te beschamen,, tot glorie van God, voor het heil van het menschelijk geslacht.
H. Bernardinus.
Besluiten.
1. Iedere doodzonde en zoo mogelijk iedere dagelijksche zonde zal ik trachten te vermijden.
2. Wanneer ik in eene zonde gevallen ben, zal ik nederige en oprechte boetvaardigheid doen.
Voorbeeld.
De H. Edmundus, aldus verhaalt een geestelijk schrijver, had een zeer
- 30 -
godsdienstige opvoeding genoten. Hij legde zich op de studiën toe in Parijs, waar hij van groote gevaren tot zonde omringd was. Dikwijls ontving hij echter van zijne godvruchtige moeder raadgevingen, om vooral door de godsvrucht tot Maria te trachten zijne zuiverheid te bewaren. Edmundus volgde die vermaningen getrouw op, vereerde de H. Maagd met eene tee-dere liefde en deed voor haar beeld zelfs de belofte van zuiverheid. Tot teeken daarvan stak hij een gouden ring, waarop \'t Wees gegroet gegraveerd was, aan een vinger van \'t Maria-beeld. Van toen al tot zijn dood had hij nooit onreine gedachten, en de ring, dien hij Maria had geschonken, werd op wonderbare wijze na zijn dood bij hem wedergevonden. Later werd deze ring door velen aangeraakt tot verkrijging der heilige deugd van zuiverheid en tot genezing van vele ziekten.
Een zekere Carcerius, zoo verhaalt
-Sl
ons de H. Joannes Climacus, was een groot vereerder van de H. Maagd Maria. Hij had een bijzondere godsvrucht voor \'t Wees gegroet en zoo dikwijls hij dit bad, bleef hij vol vreugde de woorden overdenken : «Wees gegroet Maria, gij zijt vol van genade!quot; Deze ijverige dienaar van Maria werd op eens zoo ziek, dat hij in doodstrijd geraakte. Nu verscheen hem Maria en zegde : »Ik wil niet, dat iemand, die mij zoo zeer bemint en vereert, nog verder lijde; ik genees u; ga slechts voort met mij te beminnen en te vereeren.quot; Nog eenige jaren bleef Carcerius leven en stierf in geur van heiligheid.
G B B E D.
O Maria, allerreinste Moeder , wij smeeken U uit den grond des harten, verkrijg voor ons allen een diepen afschuw tegen iedere zonde.
- 32 —
Achtste day.
^v^Iaria,, altij d. Xvdla.a/g\'ca..
Zie, de Maagd zal ontvangen en een Zoon baren.
Isaias VII, 14.
Overweg-ing-.
1. Als maagd heeft Maria ontvangen en gebaard, maagd is zij gebleven ook na de geboorte van haren goddelijken Zoon.
H. Thomas van Aquino
2. Daar Maria maagd is, bemint zij de maagdelijkheid, daar zij zuiver is bij uitstek, bemint zij de zuivere harten. H. Johannes Damascenus.
3. Onbevlekt, ongeschonden en kuisch zijt gij, o Maria, gij, die de schitterende poort des hemels zijt geworden. O minnelijke Moeder, zoo dierbaar aan Christus, ontvang onze vrome lofprijzingen.
Besluiten..
1. Ik zal eene groote hoogachting
- 33 -
hebben voor de allerheiligste Maagd Maria.
2. Ik zal die hoogachting toonen door haar na te volgen in hare zuiverheid , wanneer God mij roept tot den maagdelijken staat.
Voorbeeld.
Als de Kerk Maria\'s ongeschonden maagdelijkheid vierde op het feest van Maria Lichtmis, dan wist de zalige Dominicaan Henricus Suso in zijn vindingrijke liefde voor de Moedermaagd op een kinderlijke wijze hare maagdelijkheid te vereeren. Hij overwoog hoe Maria\'s nederigheid haaide genade der maagdelijkheid waardig maakte en als het begin was dier verheven deugd, hoe die deugd hare bekrooning vond in het goddelijk Moederschap, daarom ontstak hij gedurende drie dagen voor haar feest een waskaars met drie armen, als zinnebeeld van Maria\'s nederigheid, maagdelijkheid en van haar maagdelijk
- 34 -
Moederschap, terwijl hij driemaal het Magnificat bad. — üp den morgen van den feestdag begaf hij zich reeds vroeg, vóór er nog iemand in de kerk was, naar het hoogaltaar , knielde daar neder en overwoog Maria\'s geluk, toen zij zich op weg begaf naar den tempel, om haren Jezus aan den he-melschen Vader te offeren en zich vernederde om evenals iedere Joodsche moeder de zuivering door het gebed des priesters te ondergaan, zij, de onbevlekte Moedermaagd. Dan stelde hij zich voor, dat Maria met haar goddelijk Kind aan de kerkdeur naderde, stond op, riep in den geest alle vrienden Gods tezamen, om hem te vergezellen en met hem de maagdelijke\' Moeder zijn opwachting te maken. Aan den ingang der kerk staande, verbeeldde hij zich Maria te zien naderen; hij wierp zich op de knieën en verzocht haar nederig een oogenblik naar hem en al degenen, die haar liefhadden te luisteren; dan
- 35 —
zong zijne gelukkige ziel: »Onbevlekt, ongeschonden en zuiver zijt gij o Maria. Gij zijt voor ons geworden de schitterende Deur der hemels; neem goedgunstig onzen lofzang aan, o Goedertierene, die alleen onbevlekt gebleven zijt.quot; Dan boog hij zijn hoofd, smeekte Maria medelijden te hebben met hem, armen zondaar, en volgde met zijn drievoudige waskaars ih den geest Maria naar het hoogaltaar. Daar nam hij evenals de grijze Simeon liet goddelijke Wicht uit de armen dei-Moedermaagd en smeekte Jezus om de genade, Maria te mogen volgen in hare maagdelijke zuiverheid om alzoo zijne liefkozingen waardig te worden.
G E B E 1).
Na uwe baring zijt gij onbevlekt gebleven, o Maagd en Moeder Gods, bid voor ons.
- 36 —
Negende Dag.
XDe -wa,a,rc3.ig-li.eica. -van.
HVlaria,.
De koningin vertoont zieli aan mve rechterhand in gouden plechtgewaad.
Ps. XLIV, 10.
Overweging\'.
1. De Moeder Gods was verheven boven de engelen met betrekking tot de waardigheid, waartoe zij van Godswege werd uitverkoren; daar zij echter niet tot de gelijkheid met God is opgeklommen, blijft er nog een oneindige afstand tusschen haar en den Schepper. H. Thomas van Aquino.
2. God alleen vermag Maria overeenkomstig hare waardigheid te loven.
H. Am\'orosius.
3. Wat zoekt gij nog verder, wat wilt gij nog meer dan het goddelijk Moederschap ? Welke schoonheid, welken praal, welken luister, welke volmaaktheid zult gij uitdenken, die aan Gods Moeder ontbreekt ? Laat uwe
verbeelding alle mogelijke volmaaktheden bijeenbrengen , vorm in uwen geest het beeld eener maagd zoo zuiver, zoo schoon, zoo zachtaardig, zoo minzaam, zoo buitengewoon heilig, zoo uitstekend in deugden, zoo onuitsprekelijk bemind door God als slechts mogelijk is te veronderstellen ; vergroot, verdubbel honderdvoudig die volmaaktheden ; o de heilige Maagd is nog verhevener, de heilige Maagd is nog voortreffelijker) de heilige is en blijft volmaakter dan al wat uwe verbeelding zich kan voorstellen. H. Thomas a Villanova.
Besluiten.
1. Dikwijls zal ik mijn liefde en hoogachting voor Maria verlevendigen.
2. Dikwijls zal ik God om die liefde en hoogachting voor Maria bidden.
Voorbeeld.
Geen groetenis voorwaar behaagt
— 38 -
meer aan Maria dan die waarmede God zelt haar groette, het Ave Maria. Wilt gij nu op waardige wijze Maria met den engel des Heeren groeten, dan moet gij , zegt kardinaal Hugo, zelf een engel zijn. — En tot een engel maakt u de nederigheid en de reinheid. Dit ondervond een jongeling, die door de loffelijke gewoonte van dagelijks 15 maal de H. Maagd te groeten met een Ave Maria, reeds vele gunsten verworven had. Eens trof hem het ongeluk de blankheid zijner ziel te besmeuren en in eene zware zonde tegen de heilige deugd te vervallen. Kort hierop moest hij eene reis ondernemen. Hij verdwaalde in een bosch en kreeg gebrek. Daar herinnert hij zich zijne oude gewoonte en bidt met groote vurigheid het Ave Maria. Maar hoe hij ook dwaalt en zoekt en bidt, hij vindt geen uitkomst. Ten einde raad en als wanhopend roept iiij tot Maria : »Of gij zijt veranderd, óf mijn gebed walgt U.
— 39 -
Nauwelijks ontvloden deze woorden aan zijne lippen, of de Toevlucht der zondaren, de barmhartige Hemelkoningin, zond hem een engel, die hem op de volgende wijze aantoonde, waarom zijn gebed onverhoord was gebleven. De engel droeg de schoonste vruchten, maar in een zeer onrein vat, en sprak tot den jongeling: «Neem en eet, wat u de heilige Moeder Gods zendt.quot; Verwonderd antwoordde de jongeling: «De vruchten lachen mij toe, maar het onreine vat, waarin zij liggen, walgt mij.quot; Toen zeide de engel: «Zie, evenzoo behaagt ook aan de Moeder Gods wel uwe godsvrucht; maar wijl uwe ziel door een doodzonde verontreinigd is, daarom mishaagt haar uw gebed en zijt gij niet verhoord.quot; De jongeling deed boete en ondervond wederom de kracht van het Ave Maria.
G E 1) E D.
Bid voor ons, o Maria, Moeder
— 40 —
Gods, heiliger dan Cherubijnen en Seraphijnen.
Tiende dag.
HvCaria,, !!bv4!oed.er -vs/aa sn^-arten.
Uwe droeflioid is golijk aan eon strandelooze zee. Jerem. II, 13.
Overweg-ing1.
1. Dc smarten van Maria waren grooter dan alle, die men op deze wereld lijden kan.
H. Thomas van Aquino.
2. O Maria, hoe hebt gij den aandrang der schrikkelijke smarten kunnen verduren ? Voorzeker werd daartoe de kracht der goddelijke tus-schenkomst gevorderd. H. Anselmus.
3. De Zoon was in het lichaam gekruisigd, de Moeder in de ziel.
H. Laurentius Justinianus. Besluiten.
i. Een zoet genot zal het voor mij
— 41 —
zijn de smarten van Jezus en Maria te overwegen.
2. Die overweging zal mij aansporen tot een oprechte liefde voor Jezus en Maria.
Voorbeeld.
\'t Was op het feest van de Geboorte der allerheiligste Maagd in het jaar 1233, dat zeven voorname patriciërs de prachtvolle stad Florence verlieten, om zich in het onaanzienlijke dorp Camarzia te vestigen. Daar namen zij hun intrek in een geringe hut, richtten een altaar op met het beeld der Moeder Gods, kleedden zich in een aschgrauw gewaad en pleegden strenge boete. Nog voldeed dit leven van ontbering niet aan hun verlangen naar lijden en versterving. Negen maanden later verlieten zij het stille dorp, om in nog dieper eenzaamheid op den berg Senari onbekend hun leven in volkomen zelfverloochening door te brengen. Wat ontvoerde hen met
~ 42 —
zulk een onweerstaanbare kracht aan de wereld, aan hun vrienden, aan hun familiebetrekkingen, aan zich zeiven ? Zij hadden het voorbeeld begrepen van Maria, toen zij, de Moeder van smarten, onder het kruis stond van haar goddelijken Zoon. Daar bevond zich Maria, verlaten van allen, slechts smarten aanschouwend, slechts smarten gevoelend in haar zevenvoudig doorstoken Moederhart. Zouden zij dan de wereld nog kunnen beminnen, nog aan iets denken, tenzij aan de smarten van Jezus en Maria? Op den goeden Vrijdag van het jaar 1239 waren allen in den geest op den Calvarieberg met Maria onder Jezus\' Kruis tegenwoordig. Eensklaps omgeeft hun een schitterend licht: Maria verschijnt hun, door engelen omstuwd. Eenigen dragen de werktuigen van het lijden des Heeren, anderen hebben zwarte kleederen in hunne handen ; één echter houdt een boek geopend met den regel van den H. Augustinus, terwijl
— 43 —
een andere in de rechterhand den titel draagt: «Dienaars van Mariaquot;, met de linkerhand een groenen palmtak zwaaiend. Nu nadert Maria hare vrome kinderen en reikt hun het zwarte scapulier toe zeggende: »Ik ben gekomen, mijne uitverkoren dienaars, om aan uwe verzuchtingen te voldoen. Ziehier de kleeding, die gij voortaan dragen zult; haar rouwkleur herinnere u steeds aan de smarten, die ik op dezen dag onder het Kruis mijns ééngeboren Zoons geleden heb. De regel van Augustinus zij uw richtsnoer in het godsdienstig leven en deze palmtak verkondige u de heerlijkheid, die u in den hemel wacht, na op aarde als mijne trouwe en oprechte dienaars te hebben geleefd.quot;
Aldus leggen de jaarboeken der Servieten of Dienaars van Maria evenals de instelling zelve hunner Orde getuigenis af, hoe aangenaam het is aan God en Maria, haar te vereeren als de Moeder der smarten.
— 44 —
GEBED.
Schenk ons de genade, o Moeder van smarten , met U ons kruis geduldig te dragen.
Elfde dag.
3gt;vlt;Ea.rxa.\'s ^rerto-eerlijl^i^gquot; in. d-en. iLeïM-el.
In de vollieid der heiligen is mijn verblijf. Eccies. XSIV, 1«.
Overweging\'.
i. Het ware niet betamelijk , dat zulk een goddelijk heiligdom in den duisteren afgrond der aarde bleef begraven. Neen, daar het heilig lichaam , hetwelk God uit de zelfstandigheid van Maria aannam , ten dci-den dage is verrezen, zoo moet ook het lichaam zijner Moeder aan het graf onttrokken worden; het voorrecht, waardoor de maagdelijkheid van dat zuiver lichaam ongeschonden bleef, moet door een nieuw voor-
recht worden bekroond. Zij , wier oogen haren Zoon aan het Kruis zagen sterven, moet hem ook aan de rechterhand zijns Vaders zien heerschen.
H. Johannes Damascenus.
2. Indien liet onbetwistbaar is, dat God naar verdiensten beloont, gelijk de Apostel verklaart, dan ook moet Maria , wier verdiensten die van alle Engelen en Heiligen onbeschrijfelijk overtreffen, boven al de hemelorden zijn verheven. H. Alphonsus.
3. Maria gevoelt, geniet en bezit de heerlijkheid der allerheiligste Drievuldigheid volmaakter dan al de hemel ingen tezamen. De verheven Se-raphijnen zeiven begrijpen niet, met welk een geluk de Moedermaagd in het bezit van haren God is verslonden.
H. Bernardinus.
Besluiten.
1. Dikwijls zal ik opzien naar de glorie , aan Maria in den hemel geschonken.
- 46 —
2. Die overweging zal mij troosten bij al de wederwaardigheden van dit leven.
Voorbeeld.
Toen de H. Bernardus zich te Dy-on in de abdij van St. Benignus bevond, alwaar hij gaarne verbleef, wijl zijne moeder daar in het graf rustte, ging hij op zekeren avond geheel alleen neerknielen voor het altaar der allerheiligste Maagd. Eensklaps hoort hij de tonen eener heerlijke muziek en het geluid van liefelijke stemmen, die de Salve Regina zongen. In vervoering luistert hij en meenend, dat de kloosterlingen hem deze verrassing hadden bereid, bedankte hij den volgenden morgen den abt en prees ten zeerste het schoone gezang zijner monniken. Deze echter verklaarde, dat noch hij, noch zijne broeders die lofprijzing verdienden. Toen bleek het, dat de stichter van Clairvaux het voorrecht had genoten tegenwoordig
- 47 -
te zijn geweest bij een loflied, dooide Engelen Maria ter eere gezongen.
G E B E1).
Uwe heerlijkheid, Maria, is boven alle hemelen verheven; wij gaan dan met betrouwen tot U, den troon der genade, opdat ook wij genade mogen ontvangen.
Twaalfde dag.
XDe IbT a-am -van. IMZarist,
Eu do naam der Maagd was Maria. Lne. I, 27.
Overweging-.
1. De naam van Maria is vreugde en verrukking voor het hart, honigzoetheid voor den mond en een welluidend gezang voor het oor.
H. Antonius van Padua.
2. Noch de hemel, noch de aarde, o heilige Maagd en Moeder Gods, kennen een naam na dien van uwen dier-
- 48 -
baren Zoon, waardoor de geloovigen meer genaden ontvangen, meer sterkte en zoetheid dan door den uwen.
H. Franciscus.
3. Wat is uw Naam glorierijk, o volheerlijke Moeder Gods. Zij, die hem aanroepen met vertrouwen, vreezen niets, zelfs niet in het uur van den dood. H. Bonaventura.
Besluiten.
1. Ik zal den Naam van Maria altijd met liefde en eerbied uitspreken.
2. Ik zal den Naam van Maria in alle bekoringen met liefde en vertrouwen aanroepen.
Voorbeeld.
Den li. Naam van Maria heeft men ten allen tijde een grooten eerbied toegedragen, daarin vond men kracht om de bekoringen des duivels te overwinnen, daarin vond men den zoetsten troost. Surius verhaalt, dat de gelukzalige Hermanns bij het uitspreken
- 49 —
van dien heiligen Naam de zoetste uitwerking er van ondervond. Zoo dikwijls hij zich alleen door niemand bespied zag, riep hij, zich ter aarde nederwerpend onophoudelijk uit: «Maria, Maria!quot; Het gebeurde eens, dat een zijner vrienden hem in deze houding verraste. «Wat doet gij!quot; vroeg hij hem. «Tot mijn onuitsprekelijken troost pluk ik, antwoordde de zalige, de vruchten van den zoeten Naam Maria. Wanneer ik dien uitspreek, dan schijnt het mij, als ot de lucht wordt vervuld met den zuiversten bloemengeur, dan is het alsof door een onbeschrijfbare kracht de reinste vreugde in mijne ziel wordt gestort. De beslommeringen des levens dan vergetend, vind ik de beste verkwikking. O, dat mijn tong immer Maria\'s Naam mocht uitspreken, mocht ik immer aldus nederliggend uitroepen : «Maria, Maria !quot;
De levensgeschiedenis van den gelukzaligen Alanus de Rupe is rijk aan treffende gebeurtenissen.
3
— 50 -
Vóór zijn intrede in de orde van den H. Dominicus was hij eens door talrijke vijanden in het heetst van een gevecht omringd. Zijn dood scheen onvermijdelijk. Hij roept Maria aan; zie, ongedeerd voert haar beschermende hand hem door de vijandelijke gelederen heen in veiligheid.
Een ander maal ontrukte dezelfde Beschermster hem aan een wissen dood, toen hij in gevaar was te verdrinken. — Dankbaar voor de vele gunsten, van Maria ontvangen, stelde iiij zich voor altijd vol vertrouwen onder hare machtige bescherming.
G E B E I).
O zoete Naam van Maria, wees mijn troost en mijn sterkte in iederen strijd.
— 51 —
Dertiende dag.
EEet g-eloof Hivdlaria,.
Zalig zijt gij, die geloofd hebt.
Lnc. I, 45.
C ) ver wegin g1.
1. Het geloof van Maria opende den hemel, toen zij in de Menschwor-ding van liet goddelijk Woord hare toestemming gaf. Zij was gelukkiger omdat zij in Christus geloofde, dan omdat zij Hem in haren schoot ontving. H. Augustinus.
2. Maria zag haren Zoon in den stal van Bethlehem en geloofde nochthans, dat Hij de Schepper was van hemel en aarde; zij zag Hem vluchten voor Herodes en toch twijfelde zij niet, dat Hij de Koning der Koningen was; zij zag, hoe Hij geboren was en toch geloofde zij, dat Hij van eeuwigheid voortkwam; zij zag Hem arm, hongerig en dorstig en echter hield zij Hem voor den Heer des heelals; zij zag Hem
- 52 —
op stroo liggen cn zij aanbad Hem niettemin als den almachtigen God; zij zag, dat Hij niet konde spreken en toch eerde zij Hem als de oneindige Wijsheid; zij hoorde Hem weenen en toch geloofde zij, dat Hij de vreugde des hemels was ; zij zag, hoe Hij versmaad aan het kruis stierf en ofschoon het geloof der overigen wankelde , bleef Maria vast overtuigd, dat Hij, die daar hing. God was.
H. Alphonsus.
3. Zoo leefde Maria en daardoor onderscheidt zij zich van hen, die niet doen, wat zij gelooven en wier geloof volgens den H. Jacobus dood is; »Het geloof zonder de werken is doodquot;.
H. Alphonsus.
Besluiten.
1. Met Maria zal ik vast gelooven alles wat God geopenbaard heeft en daarnaar mijn gedrag regelen.
2. Nimmer zal in liet lijden mijn geloof aan de goddelijke Voorzienigheid wankelen.
— 53 -
Voorbeeld.
De Rozenkrans is voor ieder, die hem in de vereischte gesteltenis bidt, een overvloedige bron van geloof en licht.. Niemand was hiervan meer overtuigd dan de eerbiedwaardige dienaar Gods Clemens Maria Hofbauer. »Die schoone krans, zeide hij, is mij eene bibliotheek.quot; Maar niet alleen dit, hij was ook zijn zwaard, zijn schild, zijn bekeeringsmiddel. Dikwijls herhaalde hij, dat het gebed van den Rozenkrans hem alles had doen verkrijgen, wat hij van God had gevraagd. Als hij in den biechtstoel zat, hield hij altijd den rozenkrans in de hand, hem door Pius VII geschonken, zelfs liet hij hem niet los, wanneer hij in het klooster van de eene plaats naar de andere ging, ot als hij de drukste straten der stad doorliep. Werd hem geboodschapt, dat een zondaar weigerde zich met God te verzoenen, dan haastte hij zich hem op te zoeken, voorzien van zijn wapen om dendui-
- 54 —
vel te bestrijden en te verjagen.
«Wanneer men mij bij een verstokten zondaar roept,quot; zeide hij, «en ik heb den tijd nog om een rozenhoedje te bidden, dan ben ik reeds tevoren verzekerd van den goeden uitslag. Ik herinner mij niet, dat in zulk geval ooit een zieke zonder zich bekeerd te hebben gestorven isquot;. — «Hoe grooter de afstand isquot;, zoo sprak hij, «zooveel te zekerder hen ik van te zullen slagen; want dan heb ik beter den tijd om mijn rozenkrans te bidden.quot; Wanneer hij terugkwam, riep hij uit: «God heeft mij wederom een ziel geschonken voor een rozenhoedjequot;, of ook : «Deze bekeering dank ik alleen aan de^ voorspraak van de H. Maagd Mariaquot;.
Zijnen leerlingen wees hij voortdurend op de kracht van het Rozenkransgebed : hij gaf hun een rozenhoedje om dit te gebruiken onder het gaan en tevens als een wapen tegen de bekoring en een middel tot onder-
— 55 —
houd met • God, zonder hierin door anderen te worden gestoord. Eens sprak hij van den kansel zijne toehoorders aldus aan:
«Dierbare broeders in Jezus Christus, zijn er onder u, die het geloot hebben verloren of wankelen in die deugd, ik ken een krachtdadig middel, om u weder in het bezit te stellen dier hemelsche gave of u daarin te bevestigen ; dat zij dagelijks, neergeknield met een godvruchtig en nederig hart, al is het slechts één enkel Wees gegroetquot; bidden. Onze verhevene Moeder, de gelukzalige Maagd Maria, zal aan hun ziel de rust hergeven.
GEBED.
Vermeerder, o minnelijke Moeder Maria, door uwe voorbede ons geloof, opdat het door de liefde werke.
— 56 -
Veertiende dag.
ZDe l-ioop quot;va-n H^iTaria,.
Mij is het goed God aan te hangen en op God den Heer mijne hoop te stellen.
Ps. LXXII, 28.
Overweging\'.
1. Daar de hoop een zekere verwachting is van de toekomstige zaligheid door de genade en verdiensten, was Maria zeker vol van genade te zijn, zeker van haar eeuwig geluk, dat zij de allerheiligste Maagd verbeidde ; om hare volmaakte en overvloedige hoop is er van haar gezegd : Ik ben de Moeder der heilige hoop.
H. Antoninus.
2. O mijne allerheiligste Koningin, de H. Kerk leert mij, dat gij de hoop zelve zijt: Wees gegroet, mijne hoop. Zou ik dan nog een andere hoop zoeken buiten U? Neen, na Jezus, zijt gij al mijne hoop.
3. Daar Maria de deugd des ge-
loofs in een uitstekend hoogen graad bezat, had zij ook in even hoogen graad de deugd der hoop.
H. Alphonsus.
Besluiten.
1. Met Maria voor oogen zal ik steeds vast vertrouwen van God genade en het eeuwig leven te bekomen.
2. Die genade zal ik van God afsmeeken door de voorspraak van Maria.
Voorbeeld.
De volgende gebeurtenis wordt ons in het leven der heilige Magdelena verhaald.
In geestvervoering eenmaal opgenomen , aanschouwde zij te midden der woedende golven een bootje, waarin alle dienaren der Moeder Gods een toevlucht gezocht hadden. Maria zelve stuurde het scheepje de haven binnen van het eeuwige vaderland. Door dit visioen, zegt ons de li. Liguori,
- 58 -
begreep Magdelena terecht, dat zij, die zich in de gevaren des levens onder de bescherming stellen van Maria, nooit zullen bedolven worden in den maalstroom der zonde, wijl de Ster der zee hen leidt. Dragen wij dus zorg ons onder de hoede van Maria te stellen, zoo zullen wij ongetwijfeld de haven der eeuwige gelukzaligheid bereiken.
G E B E I).
Maria, op U stel ik mijn vertrouwen, laat mij nooit beschaamd worden.
Vijftiende dag.
IDe liefd.e -van.
tot O-od..
Ik beu do Moeder dor schoono liefde. Eceles. XXIV, 24.
Overweg-ing-.
i. Het hart van Maria was ontvlamd met het vuur eener dubbele liefde. Het was tot God gericht door
- 59 —
een zuivere meening, tot den naaste door de oefening der goede werken.
H. Petrus Damianus.
2. De liefde der H. Maagd voor haar goddelijken Zoon overtrof alle liefde der schepselen.
H. Anselmus.
De allerheiligste Maagd Maria regelde al hare gedachten, woorden en werken overeenkomstig het goddelijk welbehagen en was altijd bereid den goddelijken Wil te volbrengen.
H. Bernardinus.
Besluiten.
1. Ik zal trachten de plichten van mijn staat getrouw te volbrengen.
2. Al mijn werken zal ik met een zuivere meening tot meerdere glorie van God verrichten.
Voorbeeld.
»Eens heb ik, zoo verhaalt de beroemde bisschop Mgr. Dupanloup, op •schitterende wijze de kracht van het Ave Maria hooren roemen. Het was
— 60 —
bij het sterfbed eener jeugdige vrouw, die ik zelf tot de eerste H. Communie had aangenomen. Dan was ik gewoon mijne kinderen dit eenvoudige en krachtige gebed, het Weesgegroet, aan te bevelen. Deze vrouw had mijne raadgeving getrouw opgevolgd, en zelts — dit was een andere aanbeveling — bad zij iederen dag eenige tientjes van den rozenkrans, en sedert de laatste vier jaren dagelijks een rozenhoedje. Dochter van een der beroemdste veldmaarschalken, aangebeden door een vader, eene moeder en een echtgenoot, moeder van een aanminnig kind , werd zij door een ziekte aangetast, die onvermijdelijk den dood ten gevolge zou hebben. Men belastte mij haar die droevige tijding mee te deelen.
Hare woning binnentredend vond ik hare moeder troosteloos, haren echtgenoot wanhopend, haren vader door smart verpletterd.
»Ik wist niet, hoe ik de zieke zou
aanspreken. Doch bij haar genaderd, zag ik tot mijne groote verwondering een zachten glimlach om hare lippen spelen.
«Mijn kind, zoo zeide ik, welkeen droeve slag!quot; Doch met een kinderlijk gevoel van vroomheid sprak zij : «Gelooft gij dan niet, dat ik naar den hemel ga?quot; «Mijn kind, hernam ik, dat hoop, dat vertrouw ik vast.quot; »En ik, ik ben er zeker van, antwoordde zij.quot; «Wat geeft u dan die troostvolle zekerheid ?quot;
«Wel de raad, dien ik bij mijn eerste H. Communie van u ontvangen heb, om dagelijks het Wees gegroet met een kinderlijk vertrouwen te bidden. Ik heb hem trouw opgevolgd en aan deze godvruchtige gewoonte heb ik nu te danken, dat ik sterf met de verzekering van voor eeuwig gelukkig te zullen zijn.quot;
Het oogenblik van haren dood voelde zij meer en meer naderen.
O, welk een indrukwekkend
- 62 —
schouwspel greep er toen plaats en wat deed het mij goed aan het hart, daarbij tegenwoordig te zijn. Met een onverstoorbare kalmte en een stem vol aandoening en liefde nam zij afscheid van hare teeder beminde betrekkingen. Stervende troostte zij nog hare bedroefde ouders, zegende haar dierbaar kind, terwijl zij haren echtgenoot door woorden van moed en onderwerping opbeurde. Toen zag zij naar den hemel op, slaakte een zucht van verlangen naar het geluk, dat haar wachtte en gaf met een zoeten glimlach op het gelaat haren geest den Schepper weer.quot;
Aldus sterft het kind van Maria, dat gedurende dit leven de voorspraak dier machtige en goedertieren Moeder heeft ingeroepen, haar smee-kend: bid voor ons nu en in het uur van onzen dood.
G E B E D.
O reinste Moeder, in wier hart de
- 63 -
liefde Gods door den H. Geest was uitgestort, verwerf ons de genade Gods geboden als bewijs onzer liefde stipt te onderhouden.
Zestiende dag.
jDe liefcle TT-stix HVEstria, tot d-em. naaste.
Ziedaar uwe Moeder.
Joh. XIX, 27.
O ver weg-in o-.
1. Maria is zoo vol barmhartigheid, dat zij niet alleen barmhartig, maar de barmhartigheid zelve verdient genoemd te worden. H. Leo.
2. Was de barmhartigheid van Maria groot voor de ongelukkigen, toen zij nog op de aarde vertoefde, sedert zij in den hemel heerscht, is die barmhartigheid tot nog hooger volmaaktheid gestegen. Nu ziet zij duidelijker de tallooze ellenden des menschdoms en brengt zij de uitge-
strektheid en den overvloed harer weldaden in evenredigheid met onze ellende. Hoor daaromtrent het gevoelen -van den H. Bernardus: «Gelijk de zon opgaat over allen, over goeden en kwaden, zoo ook toont zich Maria medelijdend en goedgunstig jegens allen.quot; H. Bonaventura.
3. Van uit den hemel wendt zij naar ons die barmhartige oogen, welke alom verkwikking en vreugde verspreiden. Zoo machtig als verheven, weert zij alle kwaad van ons at en bedeelt ons met alle mogelijk goed.
H. Amedeus.
Besluiten.
1. Ik zal den naaste beminnen met een oprechte en belanglooze liefde om God.
2. Die liefde zal ik toonen door hem weldaden te bewijzen, door haat, nijd, vijandschappen of iedere lieide-loosheid te verafschuwen.
Voorbeeld,
Het leven van den H. Vincentius
— 65 —
Ferrerius uit de orde der Dominika-nen levert ons talrijke bekeeringsver-halen. Op zekeren dag bezocht hij een zieke, die tot wanhoop vervallen was; zelfs het krachtige woord des heiligen, dat den kranke wees op Gods oneindige barmhartigheid, maakte op dezen niet den minsten indruk. De wanhoop bleef hem slechts de groot-heid zijner zonden voorstellen zoo zelfs, dat hij reeds alle hoop op vergiffenis had opgegeven. Ten laatste zeide Vincentius op een toon van tee-dere liefde en innig medelijden: «Mijn lieve broeder, weet gij dan niet, dat de goede Jezus voor u aan een kruis gestorven is ? Hoe kunt gij, hiervan overtuigd, nu nog aan zijne goedheid en eindelooze barmhartigheid twijfelen ?quot; Maar hij beet den Heilige toe; «Juist daarom, tot spijt van Jezus Christus, wil ik verdoemd worden.quot;
Vol vertrouwen op Gods barmhartigheid, wendde de heilige zich nogmaals tot den zieke met deze woor-
— 66 —
den; «Welnu, tegen uw wil in zal ik u redden.quot; Op dit oogenblik werpen de omstanders zich op de knieën en beginnen met gebroken stem den rozenkrans te bidden. Vol erbarming ziet de Hemelkoningin op hunne smeekingen neer. Op hare armen het Goddelijk Kind dragend, dat met wonden overdekt is, daalt zij van haren heraelschen troon af. Zij nadert den ongelnkkigen kranke, en plotseling verandert de toestand zijner wanhopende ziel In den vrede des gelooft; hersteld, belijdt hij thans vol vertrouwen, onder het storten van tranen van berouw, zijne zonden en smeekt nederig om vergiffenis voor de godslasteringen, die hij zoo even heeft uitgesproken. Toen ontving hij met de diepste godsvrucht en bereidvaardigheid de H. Teerspijze en ontsliep daarna zacht in den Heer.
GEBED.
Maria , Moeder der schoone liefde en der heilige hoop, bid voor ons.
- 67 —
Zeventiende dag.
XDe ootiüoe(a.ig-lj.eic3. -van.
^Xdlaria,.
Hij heelt clc nedcrigen verheven. Lucas I, 52.
Overweging1.
1. Dc Moeder Gods was gegrondvest in een diepe nederigheid, daarom is zij zoo hoog verheven. Maar omdat wij den luister en de glorie harer heerlijkheid niet kunnen doordringen, laat ons ten minste somwijlen uit de schatten van haar ootmoed putten om door hare verdiensten tot de verheerlijking harer voorrechten te geraken , want de nederigheid is de bewaakster der overige deugden.
H. Ildephonsus.
2. Nooit zoudt gij, o Maria, vol glorie gestegen zijn boven alle engelen, /oo gij u niet eerst vol ootmoed vernederd hadt onder alle menschen.
H. Bernardus.
— 68 —
3- Volgt de nederigheid van Maria na, zoo gij haar maagdelijkheid niet kunt navolgen. De maagdelijkheid is prijzenswaardig, doch de ootmoedigheid meer. Gene wordt aangeraden, deze geboden. Was Maria welgevallig door haar maagdelijkheid, zij ontving door haar nederigheid.
H. Bernardus.
Besluiten.
1. Met Maria zal ik alle weldaden van God aan zijn barmhartige liefde toeschrijven.
2. Met Maria zal ik Gods oneindige volmaaktheid en mijn eigen nietigheid erkennen.
Voorbeeld.
Wij lezen in de openbaring der H. Brigitta: Ik zag Maria, de Hemelkoningin, de Moeder van God. Zij droeg op haar hoofd een kostbare kroon ; hare lokken vielen wonderlijk schoon over hare schouders af. Zij was in
- 69 -
goud van een onuitsprekelijken glans gekleed en droeg een mantel van azuur, eenen helderen hemel gelijk.
Terwijl ik mij over die verhevene verschijning verwonderde en als in bewondering verzonken lag, verscheen mij de H. Joannes de Dooper en zeide ; »Luister oplettend wat dit beteekent. De kroon duidt aan, dat Maria Koningin is en Heerscheres, de Moeder van den Koning der engelen : het golvend haar, dat zij de reine en onbevlekte Maagd is, de hemelsblauwe mantel, dat voor haar al het tijdelijke als dood was, het gouden gewaad de goddelijke liefde, waarvan zij in- en uitwendig brandde.
Haar Zoon heeft in Maria\'s kroon zeven leliën gezet en tusschea deze leliën zeven steenen. De eerste lelie is de nederigheid; de tweede de vrees; de derde de gehoorzaamheid; de vierde het geduld ; de vijfde de standvastigheid ; de zesde de mildheid, want mild is zij jegens allen, die haar
- 70 -
smeeken; de zevende barmhartigheid in alle noodwendigheden, want in wat nood dequot; mensch zich ook bevinde, roept hij haar aan uit geheel zijn hart, dan wordt hij gered.
Tusschen de leliën plaatste haar Zoon zeven steenen. De eerste steen beteekent hare bijzondere deugd, die op het volmaaktst aan haar toekomt; de tweede steen is hare volkomen reinheid, zij is waarlijk geheel rein geweest; dc derde steen is hare schoonheid, want om de schoonheid der Moeder wordt God door alle Heiligen tezamen geprezen ; de vierde steen is de wijsheid, zij werd vervuld door God met de verhevenste wijsheid en door haar wordt alle wijsheid volkomen; de vijfde steen is de sterkte, want hare voorspraak bij God is allerkrachtigst; de zesde steen is de klaarheid zoo schitterend, dat de engelen, wier oogen het lichtinglans overtreffen, door haar werden verlicht en de duivelen bevreesd zijn
— 71 —
hare helderheid te aanschouwen; de zevende steen is de volheid aller blijdschap en zaligheld, die in haar zoo volkomen is, dat er geen blijdschap bestaat, die niet door haar wordt verhoogd; geen voldoening, die niet door haren aanblik wordt vermeerderd en volmaakt, zij toch is boven alle Heiligen vol van genaden. Vereer en loof dus Maria van ganscher harte, want zij is allen lof en alle eer waardig.
G E B E D.
O Maria, op uwe nederigheid heeft God neergezien, bid voor ons, opdat wij ootmoedig van harte worden.
- 72 -
Achttiende dag.
3De g-eiioorza-am-lxeica- -van. ^vCaria.
Zie do dienstmaagd des Hoeren , mij geschiede naar uw* woord. Lucas I, 38.
Overweging-.
1. Een heilige nederigheid is het begin van de gehoorzaamheid.
H. Johannes Climacus.
2. Mijn hart is bereid, o God, zoo roept Maria uit, alle menschen door haar voorbeeld ter navolging aanwakkerend, bereid voor den voorspoed, bereid voor den tegenspoed, bereid voor het nederige, bereid voor het ! verhevene, bereid tot alles, wat gij zult gebieden. H. Bernardus.
3. Maria had haren wil volkomen geregeld naar den goddelijke, daar zij zeide: Zie de dienstmaagd des Hee-ren, mij geschiede naar uw woord.
H. Augustinus.
— 73 —
Beslviiten.
1. Maria\'s gehoorzaamheid leert mij in alles den wil Gods te volbrengen en zijn geboden te onderhouden.
2. Maria\'s gehoorzaamheid leert mij onderdanig te zijn aan mijn wettige oversten.
Voorbeeld.
Drie monniken, zoo vinden wij beschreven , hadden een groote godsvrucht tot de H. Maagd. Eens bespraken zij, hoe zij Maria op eene bijzondere wijze zouden vereeren. Zij wilden haar namelijk versieren met een geestelijken mantel, door dagelijks gedurende een jaar 100 keeren het Wees gegroet te bidden. Zij begonnen dan Maria op die wijze te vereeren , gelijk zij overeen waren gekomen. Maar een van hen bad met zeer groote godsvrucht en innigheid; ook de tweede bad godvruchtig, maar niet zoo vurig als de eerste; de derde echter zeer achteloos. Toen het jaar
i
verloopen was, verscheen de H. Maagd aan ieder dezer drie monniken. Het eerst kwam zij tot dengene, die \'t meest godvruchtig had gebeden; zij toonde hem een prachtigen mantel en zegde vriendelijk ; «Mijn uitverkoren vriend, ziedaar den schoonen mantel, dien gij mij door uwe gebeden vervaardigd hebt. De broeder was echter zeer beschroomd en durfde zijne oogen niet opslaan. Toen beurde de Moeder Gods zijn hootd op , opdat hij haar zou beschouwen, zag hem vriendelijk aan en verdween. Vervolgens ging zij tot den tweeden broeder , die ofschoon goed, toch niet zoo vurig had gebeden, toonde ook hem een schoonen mantel, bedankte hem vriendelijk en ging tot den derde, die haar slechts traag had gediend ; zij vertoonde zich met een bevlekten mantel als dien eener bedelares en zegde : «Zie, mijn goede broeder, dit is het kleed, wat gij mij gemaakt hebt, zie, hoe ik er mede gesierd
ben ; ik dank u echter, dat gij mij toch iets tegen de koude hebt geschonken. »De broeder, het schamel kleed bespeurende, waarmede de H. Maagd omhangen was, durfde niet opzien en boog zijn hoofd vol schaamte ter neder. Toen de Moeder Gods verdwenen was, had de broeder groot berouw over zijne traagheid in de vereering der M. Maagd. Hij verhaalde aan zijn twee metgezellen, wat hem wedervaren was en zij besloten nogmaals gedurende een jaar, iederen dag het Wees gegroet te bidden. Toen dit jaar verloopen was, verscheen de H. Maagd aan allen met een rijken mantel bekleed en bedankte hen vol goedheid. Zij verwierf voor die broeders de volharding in de deugd en
O ~
voerde hen na eenigen tijd bij haren goddelijken Zoon in den hemel.
G E B E D.
Leer mij, o Maria , onderwerping aan de goddelijke Voorzienigheid,
_ 76 -
onderdanigheid aan mijne oversten.
Negentiende dag.
IDe a,xiïioe^.e ^7-a,rL Ixlt;ra.xia,.
Hij zag neder op de geringheid zijner dienstmaagd.
Lucas I, 48.
Overweg-ing-.
1. De armoede van Jezus en Maria [ verschaft aan hem, die arm is, voldoende vertroostingen. ;
H. Bonaventura. t
2. Maria en Joseph bewaarden van I de rijkdommen niets dan hetgeen noo- i dig was voor het onderhoud van hun i leven tot eer van God. H. Brigitta. 1
3. De niet geringe schatten gouds, door de Wijzen Maria aangeboden overeenkomstig hunne koninklijke waardigheid, behield zij niet voor zich, maar verdeelde ze door Joseph onder de armen. H. Antoninus.
— 77 -
Besluiten.
1. Ik zal mét Maria mij onthechten aan de vergankelijke goederen dezer wereld.
2. Ik zal van mijn overvloed met bereidvaardige liefde aan de armen uitdeden.
Voorbeeld.
In haar jeugd deelde de H. Elisabeth het weinige geld, dat zij ontving aan de armen uit, op voorwaarde, dat ieder een Wees gegroet bidden zou ter eere der glorierijke Maagd Maria. Hierdoor wilde zij te kennen geven nooit haar hart te kunnen bevredigen, nooit genoeg volgens de wenschen baars harten Maria te kunnen vereeren. Daarom wendde zij zich tot alle schepselen om voor de beminde Moedermaagd aller harten te winnen.
Dat men mij, aldus verzuchtte een groot dienaar van Maria, dat men mij de harten kon schenken van alle men-
— 78 —
schen die bestaan, van allen, die reeds gestorven zijn of nog zullen geboren worden, opdat ik de Hemelkoningin met een grenzenlooze liefde beminnen kon.
Een heilig kloosterling uit de orde van den heiligen Dominicus beschouwde het ais zijn grootst en reinst genoegen ter eere van Maria zich alle ontberingen, al schenen zij ook boven zijne krachten, op te leggen. Wanneer het feest van Maria\'s ten Hemelopneming naderde, dan waren ook de dagen nabij, waarop hij meer dan ooit de Moeder Gods welgevallig wilde zijn, opdat ook hij eenmaal in den schoonen hemel zou worden opgenomen. Tien dagen voor het feest nam hij slechts een weinig water en brood en beoefende de grootste boet-plegingen, terwijl hij dikwijls uitriep : «Ziedaar mijn hoogst genot, dit alles te doen uit liefde tot mijn goede Moeder.quot;
— 79 -
GEBED.
Verwerf ons, o goedertieren Moeder, de ware armoede van geest.
Twintigste Dag.
IDs z-u-i-v-erlieid. -vaii
Ik ben de bloem des velds en de lelie der dalen. Hooglied II. 1.
Overweging\'.
1. Stel u de allerzaligste Maagd Maria voor, die zoo groot een zuiverheid bezat, dat zij verdiende Moeder Gods te worden. H. Hieronymus.
2. Gij zijt schoon, o Maria, door uw onschuld en uw nederigheid. De eeuwige Koning iieeft naar U begeerd, omdat gij in U den ootmoed aan de onschuld en de maagdelijkheid gepaard hebt. H. Bernardus.
3. Gij allen, die maagd zijt, vlucht tot de Moeder des Heeren. Zij zal u dat schoone, dat kostelijke, dat onbe-
— 80 -
derfelijke kleinood door hare bescherming bewaren.
H. Johannes Chrysostomus.
IBesluiten.
1. Ik zal trachten de zuiverheid van mijnen staat ongeschonden te bewaren.
2. Daarom zal ik mijne zinnelijke neigingen en driften versterven.
Voorbeeld.
Van kindsbeen af droeg de H. Vin-centius Ferrerius de grootste liefde aan Maria, de Koningin der Maagden toe. Niets beter wist hij om aan haar welgevallig te zijn dan hare deugden na te volgen en te waken over de zuiverheid zijns harten. De duivel voorzag reeds, hoevele zielen deze vurige Maria-vereerder voor den hemel winnen zou. Geen wonder dat door den vijand van ons eeuwig heil alle middelen beproefd werden om hem in zonde te doen vallen. Maar wat vermocht iedere aanval op hem, die
onder de bescherming van Maria zich stelde? Op zekeren dag las de H. Vincentius in zijn stille kloostercel de verhandeling, die de H. Hieronynuis over de eeuwige zuiverheid van Maria geschreven heeft. Van lielde voor deze engelachtige deugd ontvlamd, werpt hij zich op de knieën en smeekt de allerzuiverste Maagd nooit te dulden , dat de zuiverheid zijns harten besmet werd. Nog was zijn gebed niet geëindigd of hij hoorde de volgende woorden; »De maagdelijkheid is een zeldzame deugd, aan weinige personen slechts wordt zij verleend , vlei u niet tot hun getal tebehooren, want al zijt gij tot nu toe niet bezweken , toch zal ik niet dulden, dat gij langer op deze eer u kunt beroemen.quot; Hevig was de ontsteltenis des Heiligen; hij kon immers moeilijk veronderstellen , dat de Moeder der zuiverheid hare bescherming zou weigeren aan hen, die deze deugd door hare voorspraak aan God vragen. Met meer
vuur nog zet hij zijn gebed voort en zie, plotseling verscheen hem Maria, omstraald van een hemelschen glans. »Vrees niet, dus sprak zij, hetgeen gij zoo even gehoord hebt was de taal van den vader der logen, die u zoekt te verschrikken en te ontmoedigen. Volhard, en gij zult verkrijgen, hetgeen gij vraagtquot;.
(I E Ji E D.
O Maria, allerkuischte Maagd en Moeder des Heeren, schenk ons, wij bidden U ootmoedig, de deugd van zuiverheid.
Een en twintigste dag.
Hlet g\'ed.-u.ld. I^Haoria,.
Naast hot kruis van Jozusquot; stond zijne Mooder.
Johannos XIX, 2.1.
Overwegin g1.
i. Indien de overige martelaren zeer geduldig waren door hun licha-
8$ -
mclijk martelaarschap, hoeveel te meel\' is Maria dan martelares om haar geestelijk lijden ? H. Bonaventura.
2. Kiets wat verschrikkelijk of streng is, wordt in de allerzaligste Maagd gevonden; in haar is alles zachtmoedigheid , goedheid en onderwerping.
H. Bernardus.
3. Maria was zeer zachtmoedig om hare zachtaardigheid en zeer geduldig in iederen tegenspoed.
H. Bonaventura.
Besluiten.
1. Geduldig zal ik even als Maria, de Moeder der smarten, alle wederwaardigheden dragen.
2. Daarom zal ik mij in elk lijden het geduld van Jezus en Maria voor oogen stellen.
V\' oorbeeld.
Wij lezen bij een beroemd fransch schrijver, dat er zich in het hospitaal der ongeneeslijken te Antwerpen een grijze soldaat bevond, in wiens hart
— 84 -
de godsdienstige gevoelens diepen wortel hadden geschoten. Op zekeren dag leerde hij den Rozenkrans kennen, toen de priester, die hem bezocht, daarover sprak. Na dit gebed in weinige dagen dikwijls gebeden te hebben, beklaagde de grijsaard zich en zeide: «Hadde ik dit verheven en troostrijk gebed toch eerder gekend, iederen dag zoude ik het dan gebeden hebbenquot;. Hij maakte nu het voornemen te herstellen, wat hij had nagelaten; daarom vroeg hij zijnen makkers, hoeveel dagen er in zestig jaren waren ? Het antwoord luidde : een en twintig duizend negen honderd. Toen hij nu gehoord had, dat hij dagelijks dertig rozenhoedjes moest bidden, wilde hij in twee jaren volbrengen, wat hij in zijne zestig afgelegde jaren had kunnen verrichten, nam hij vol vreugde deze taak op zich. De tijd, die hij noodig achtte, om deze te volvoeren, verstreek en na twee jaren waren een en twintig duizend rozen-
— 85 -
hoedjes door hem gebeden. De belooning wachtte den godvruchtigen, den trouwen dienaar van Maria; toen het laatste Wees gegroet zijn hart was ontstegen , had zijn laatste levensuur reeds geslagen. Zij, die het voorwerp zijner bijzondere vereering geweest was in den ouderdom, voerde hem den schoonen hemel binnen, waar hij het eeuwig lied met de engelenkoren juicht: «Wees gegroet Mariaquot;.
G E B E D.
Verkrijg ons de genade geduldig ons kruis na Jezus te dragen, o medelijdende , o zoete Maagd Maria.
Twee en twintigste dag.
EEet g-etoecL Tra-n.
Maria bewaarde al deze woorden en overwoog ze in haar hart.
Lucas II, r.1.
Overweging-.
i. De allerzaligste Maagd Maria
— 86 —
legde zich voortdurend op de beschouwing toe. Zij las die gedeelten der H. Schrift, welke betrekking hebben op het onuitsprekelijk geheim der Menschwording; zij overwoog de voorspellingen, die de komst van haren goddelijken Zoon aankondigden.
H. Ildephonsus.
2. Door zoo te bidden heeft de allerheiligste Maagd ons een voorbeeld willen geven, dat wij moeten navolgen. Zij, onze Moeder bad niet alleen met den mond, maar ook met het hart. Zonder ophouden hield zij haren geest bezig met de overweging, hare tong met het gebed, hare handen met goede werken. H. Bonaventura.
3. Indien Maria met zooveel godsvrucht bad , toen zij op deze aarde was met de Apostelen en de geloo-vigen der eerste Kerk, met hoeveel te meer teederheid zal zij dan voor ons bidden in den Hemel.
H. Bonaventura.
— 87 —
IBesluiten.
i- Naar het voorbeeld van Maria zal ik dikwijls bidden met de vereischte gesteltenissen van geloot, ootmoed cn vertrouwen.
2. Met de goddelijke genade zal ik medewerken door getrouw mijne plichten te vervullen.
| Voorbeeld.
De H. Bernardinus was een zeer groot vereerder van de H. Maagd;
1 leeds als knaap gaf hij daarvan menig blijk. Men verhaalt, dat hij liet zich toen reeds tot plicht gesteld had lederen Zaterdag te barer eere te vasten, wat hij gedurende geheel zijn volgend lc\\ en nooit verzuimde. Als jongeling had het de aandacht van eenigen zijner vrienden getrokken, dat hij iederen morgen naar het veld ging en na eenigen tijd eerst wederkeerde. Men ging hem heimelijk na en vond hem in innige godsvrucht neergeknield voor een beeld der H. Maagd. leeds als knaap gaf hij daarvan menig blijk. Men verhaalt, dat hij liet zich toen reeds tot plicht gesteld had lederen Zaterdag te barer eere te vasten, wat hij gedurende geheel zijn volgend lc\\ en nooit verzuimde. Als jongeling had het de aandacht van eenigen zijner vrienden getrokken, dat hij iederen morgen naar het veld ging en na eenigen tijd eerst wederkeerde. Men ging hem heimelijk na en vond hem in innige godsvrucht neergeknield voor een beeld der H. Maagd.
- 88 -
Zijn levensbeschrijver verhaalt ons, dat hij hem zeiven op het feest van Maria\'s Geboorte aldus heeft hooren prediken.
»Ik heb de Moeder Gods steeds vurig bemind, want op haren Geboortedag ben ik geboren en gedoopt; op dienzelfden dag heb ik mijn ordekleed ontvangen, op dien dag heb ik ook mijn beloften afgelegd en mijne eerste H. Mis aan God opgedragen. Op dien dag hoop ik ook te sterven.quot;
Een innige vereerder van de H. Maagd was ook de H. Carolus Borro-maeus; met de teederste godsvrucht bad hij dagelijks de getijden der Moeder Gods en vastte op iedere vigilie voor hare feesten op water en brood; erd de Engel des Heeren geluid, dan wierp hij zich oogenblikkelijk op de knieën, waar hij zich ook bevond; hij beval ook, dat het beeld der H. Maagd voor alle kerkdeuren zou geplaatst worden om de geloovigen te herinneren , dat gelijk de Zoon Gods door
— 89 —
de H. Maagd Maria tot ons is gekomen, wij ook door haar tot Hem moeten gaan.
GEBED.
Leer ons, o Maria, goed te bidden en deugdzaam te leven.
Drie en twintigste dag.
oxise It^iclcLelares.
Die mij gevonden bccl\'t, zal het leven vinden en zaligheid bekomen van den Heer. Spreulc VIII, 35.
Overweging-,
i. O onze Meesteres, onze Middelares, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, stel ons voor aan uwen Zoon. Bewerk, dat uw goddelijke Zoon ons door uwe tus-schenkomst deelachtig make aan Zijne glorie. Hij, die zich gewaardigdheeft door uwe tusschenkomst deelachtig te worden aan onze ellende.
H. Augustinus.
— 90 —
2. Wanneer ik U aanschouw, zie ik niets dan barmhartigheid, want voor ons ongelukkigen zijt gij moeder Gods geworden, de barmhartigheid hebt gij daarenboven ter wereld gebracht; ja, U is de bediening der barmhartigheid toevertrouwd. Maria is onze middelares, door haar stroomt ons uwe barmhartigheid toe, o Heer.
H. Barnardus.
3. In welk gevaar gij u ook bevindt, redding kunt gij verwachten van de bescherming der glorierijke Maagd Maria.
PI. Thomas van Aquino.
Besluiten.
1. Maria zal ik in\' alle noodwendigheden om haren krachtigen bijstand aanroepen.
2. Alle genaden zal ik van God vragen door de tusschenkomst van Maria.
Voorbeeld.
De bisschop van Verdun verhaalt.
— 91 —
dat hij op eene reis naar Rome getuige was van een zeer groot vertrouwen tot de H. Maagd Maria. Twee mannen waren in een zeer hevigen twist gewikkeld, zoo heftig, dat een hunner met een mes zich op zijn vijand wierp. Deze sloeg echter op de vlucht, maar werd vervolgd Toen hij bijkans achterhaald was, stelde hij zich onder een Maria-beeld, dat aan den weg ter vereering geplaatst was, en riep\'zijn woedenden tegenstander toe: «Zoudt gij den moed hebben, mij onder de oogen onzer Moeder te vermoorden?quot;
Op dat woord viel den woedende t mes uit de handen, zijn toorn was bedaard.
Beiden vielen voor het Maria-beeld op hunne knieën en dankten Maria, dat zij dooi\' hare tusschenkomst den eenen \'tleven had gespaard, den andere van \'t volvoeren eener groote misdaad had teruggehouden.
0 E B E T). O allergoedertierendste Moeder,
- 92 —
onder uwe bescherming stellen wij ons vol vertrouwen, verlaat ons niet nu en in het uur van onzen dood.
Vier en twintigste dag.
IDe quot;Vereerin.g- -vaoa ^Earia,,
Van nu af zullen alle geslachten mij zalig noemen.
Lucas 1, 4\'J.
Overweg-ing-,
1. Door God zeiven werd de allerheiligste Maagd geëerd als zijn waardige dienstmaagd en Moeder.
H. Epiphanius.
2. Bemint Maria, die gij vereert. Gij zult haar in waarheid eeren en beminnen, zoo gij haar weet na te volgen. H. Hieronymus.
3. De allerheiligste Maagd Maria is genadig voor allen, die haar aanroepen , vooral voor hen, die hare zuiverheid en nederigheid navolgen. Wordt gij dan rondgeslingerd dooide stormen dezer wereld, wendt uw
- 93 —
blikken dan tot die schitterende ster, indien gij aan den schipbreuk wilt ontkomen. Wanneer de wind der bekoringen , wanneer de beproeving des lijdens over u heengaat, zie op tot die ster, bidt tot Maria. Ingevaren, in angsten, in twijfelachtige en hachelijke omstandigheden , bidt tot Maria.
Bewaart dien naam zonder ophouden in uw hart, hebt hem immer op de lippen en om nog zekerder te zijn van Maria\'s bijstand, volgt hare voorbeelden na. H. Bernardus.
Besluiten.
I • Ik zal Maria vereeren door hare deugden te beoefenen , haar te beminnen, tot haar te bidden.
2. Zooveel in mijn vermogen is, zal ik de vereering van Maria door mijn voorbeeld, door mijn gebed, door mijn werken bevorderen.
Voorbeeld.
Reeds in de vroegste eeuwen des Christendoms zien wij de Maria-ver-
— 9-1 -
eering door de grootste heiligen bevorderd. Hunne lofspraken zijn talrijk, want de liefde is rijk in het uiten harer gevoelens. De H. Irenaeus noemt Maria onze voorspraak; de H. Basiüus wilde, dat de diaken, die den bisschop voorafgaat, met luider stem het volk zou toeroepen : «Denkt toch aan de allerheiligste en allerzuiverste maagd Maria, aan de Moeder Gods, aan onze Hemelkoninginquot;. De H. Augustinus stelt haar als de beste der Moeders aan alle Christenen voor, op wie ieder moet vertrouwen, die ieder beminnen en vereeren moet. Want, dus kunnen wij met den H. Basilius zeggen, hare verhevene eigenschappen en deugden gaan die van alle menschen verre te boven, en het zou, volgens den H. Johannes Da-mascenus, eene beleediging wezen, Gods zoon aangedaan, zoo wij Zijne H. Moeder niet vereerden. Hn wie onzer heeft niet meermalen de lof-sprekingen van den H. Bernardus ge-
lezen, die volgens zijn eigen getuigenis geen meester meer van zich zeiven was, zoo dikwijls hij de Moedermaagd prees? Alle Heiligen hebben het voorbeeld van deze oprechte kinderen van Maria gevolgd en vereerden haar ten allen tijde door de verkondiging harer heerlijkheid en de navolging harer deugden.
G E B E1).
Dat alle menschen U beminnen, U dienen, o Maria, met een kinderlijke godsvrucht, met een levendig geloof.
Vijf en twintigste dag.
EEet -vertroia-wen. op :£v£a,ria.
Bij mij is alle genade des wandels en der waarheid, bij mij alle hoop des levens en der deugd. Ecel. XXIV, 25.
Overweging-, i. Niemand wordt gered zonder U , o allerheiligste Maagd ; niemand ontvangt een gunst, tenzij door U, o allerzuiverste Maagd. H. Germanus.
— 96 —
2. Allerzaligste Maagd Maria, verwerf ons de verhooring onzer gebeden ; gij kunt het, want gij bezit bij uwen goddelijken Zoon den invloed eener Moeder, die nooit een weigering ondervindt. Niets weerstaat aan uwe macht, alles wijkt voor uw gezag , alles gehoorzaamt aan uw bevel, want Hij, die uit U geboren is, heeft U verheven boven alle schepselen en Hij schijnt een schuld te voldoen , wanneer Hij uw gebeden verhoort.
H. Gregorius.
3. De eigenschap van middelares, welke wij aan Maria toeschrijven, is geen verlossing, maar voorbede. Onze Heer Jezus Christus alleen is Verlosser, doch de tusschenkomst van Maria is, in vergelijking met die der overige heiligen, veel verhevener en krachtiger. H. Thomas van Aquino.
Besluiten.
i. Met een onwankelbaar vertrouwen zal ik op Maria hopen.
- 97 —
2. Dat vertrouwen zal ik versterken door de overweging van Maria\'s ij macht en liefde.
Voorbeeld.
Een groot bewijs van Maria\'s voorspraak vinden wij opgeteekend in
Ide openbaringen der H. Brigitta.de openbaringen der H. Brigitta.
Brigitta had eene bijzondere godsvrucht tot de H. Maagd, waarin zij 11 ook haren zoon opvoedde. Toen \' Jeze zich in den krijgsdienst had be-• | geven, verloor hij echter spoedig de
I goede beginselen, die hij van zijne godvreezende moeder geleerd had; hij verloor evenwel nooit geheel en al de godsvrucht tot de H. Maagd. goede beginselen, die hij van zijne godvreezende moeder geleerd had; hij verloor evenwel nooit geheel en al de godsvrucht tot de H. Maagd.
Na eenigen tijd stierf deze jongeling en zijne moeder maakte zich zeer oiv ■ geiust over het lot zijner ziel. In haren bitteren angst ontving de moeder een | visioen en zag Jezus op zijn troon om haren zoon te oordeelen, terwijl Maria zich aan de rechterzijde van Jezus bevond en de duivel ter linkerzijde. De laatste somde al het kwaad op, waar-
- 98 -
aan de jongeling zich had schuldig gemaakt. Maria nam hem echter onder hare bescherming en verjoeg den boo-zen geest. Wat nu was daarvan de oorzaak ? Maria zeide den jongeling, dat zijne vereering haar immer zeer aangenaam was geweest en dat zij hem ter belooning in \'t uur van zijnen dood in hare bescherming had genomen. Vol blijdschap begreep de H. Brigitta, dat de vereering tot Maria haren zoon gered had.
GEBED.
O teeder beminde Moeder Gods, nooit is het gehoord, dat iemand ver-stooten werd, die tot U zijn toevlucht nam.
Zes en twintigste dag.
lEIet TT^ees g-egrroet.
Wees gegroet, gij, vol van genade , de Heer is met n , gezegend zjjt gij onder de vrouwen. Lneas I. 28.
Overweging1.
i. Die hemelgroet is een lusthof
— 99 -
met de schoonste bloemen en de aangenaamste balsemgeuren vervuld, een stroom van oneindige zoetheid , een volledige wapenrusting, bestemd om de aanvallen der geestelijke vijanden te bestrijden. H. Basilius.
2. Zoodra ik de allerzaligste Maagd Maria met de woorden van den engel aanspreek en zeg: «Weesgegroet Mariaquot;, dan juicht de hemel, de gansche aarde verstomt, de duivel trekt zich terug, de hel siddert, de treurigheid wijkt, eene nieuwe vreugde komt, de dorheid verdwijnt, het hart smelt weg van liefde, de godsvrucht doorgloeit het, de vermorseling wordt vermeerderd , de hoop versterkt en ik gevoel in mij zulk een troost, dat ik dien niet verklaren kan.
Thomas a Kempis.
3. Groet de allerheiligste Maagd telkens met een Ave Maria, zoo dikwijls de klok slaat, zoo dikwijls gij in uw kamer treedt ot die verlaat, zoo dikwijls gij haar beeltenis voor-
— 100 —
bij gaat; legt er u op toe bij het begin of liet einde van iedere tijdelijke of geestelijke handeling de allerreinste Maagd met de groetenis des engels te vereeren ; gezegend zijn die bezigheden , welke tusschen twee Ave Maria\'s ingesloten worden.
H. Alphonsus.
Besluiten.
1. Het Wees gegroet zal voortaan mijn geliefkoosd gebed zijn, daarmede zal ik ieder werk beginnen en eindigen.
2. Met grooten eerbied en vurige liefde zal ik het Wees gegroet uitspreken.
Voorbeeld.
Op zekeren dag klopte een krijgsman aan de poort van een Cistersienser klooster; binnen gelaten gaf hij aan den H. Bernardus, den abt, zijn verlangen te kennen om zich aan God toe te wijden; tot nu toe had hij slechts zijn aardschen koning gediend, maar voortaan wilde hij enkel aan den
- 101 -
Koning der koningen toebehooren.
Dc H. Bernardus nam hem liefderijk op en schonk hem het kleed der leeke-brocders. Nu werd hem opgelegd zich in het koorgebed te oefenen; maar wat moeite hij ook deed, niets kon hij onthouden dan de woorden; Wees gegroet, Maria. Voortdurend had hij deze schoone woorden op zijn lippen; slechts de slaap kon zijn gebed onderbreken.
Dc abt, gesticht door den vromen eenvoud en het heilig leven van den ouden krijgsman, wees hem niettegenstaande zijn onwetendheid eene plaats onder de koormonniken aan.
Hier gaf hij allen het schoonste voorbeeld door zijn vurige godsvrucht voor de allerheiligste Maagd en zijn ijver in het herhalen van de groetenis des engels.
Eindelijk ontrukte de dood hem aan zijn broeders; God gaf zijn getrouwen dienaar het loon, dat hem toekwam.
Na eenige dagen zag men uit het
— 102 —
graf van den- vromen vereerder van Maria een schoone lelie opschieten, in wier kelk de woorden geschreven stonden ; Wees gegroet, Maria. De abt, over dit wonder verbaasd, wilde weten, waar die schoone lelie haar wortels mocht hebben geschoten. Voorzichtig liet hij den grond uitgraven en nu zagen de aanwezigen tot hunne groote verwondering de lelie haren oorsprong nemen in den mond van den gestorven monnik. Maria had door een wonder die kloosterlingen willen leeren , hoe aangenaam haar is het herhalen van het Wees gegroet.
G E 13 E D.
Wees gegroet, Maria, vol van genade, de Heer is met u, gezegend zijt gij onder de vrouwen. Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons.
- 103 —
Zeven en twintigste dag.
XDe IKoseaalsra-zis.
Zoozeer heeft men uwen naam verheerlijkt, dat nw lof nimmer van de lippen der menschen zul wijken. Judith. XIII, 25.
Overweg-ins-.
1. De Rozenkrans is een zekere heilige wijze van God te bidden ter eere der allerzaligste Maagd Maria, waarbij wij in vijftien tientjes van het Wees gegroet, telkens met tusschcn-voeging van een Onze Vader, de vijftien voornaamste geheimen dei-Verlossing van den mensch door godvruchtige overwegingen beschouwen.
Kerkelijke getijden.
2. Laten wij dan de allerheiligste Moeder Gods en Koningin des hemels, de voorspraak der zondaren, op deze heilrijke wijze vereeren en zoo groote weldaden, door haren Zoon in den allerheiligsten Rozenkrans vol mildheid aan ons geschonken, met
- 104 -
dankbaarheid herdenken, opdat wij eenmaal zijn overvloedige vruchten in liet hemelsch vaderland eeuwig plukken. Kerkelijke getijden.
3. Men weet, hoeveel goeds de wereld aan deze edele godsvrucht te danken heeft. Hoe velen zijn door dit middel van hunne zonden verlost! Hoe velen daardoor tot een heilig leven gebracht! Hoe velen hebben daardoor een goeden dood gehad! Men doet wel den Rozenkrans op de knieën en voor een beeld der Moeder Gods te bidden, met in het begin eenige akten van liefde tot Jezus en Maria te verwekken en om de een of andere bepaalde genade te bidden.
H. Alphonsus.
IBeslviiten.
1. Ik zal, zoo niet iederen dag, ten minste zoo dikwijls mijne bezigheden het toelaten , den heiligen Rozenkrans bidden.
2. De mondgebeden zal ik met
- 105 —
godvrucht verrichten en daarbij de geheimen onzer Verlossing overwegen.
Voorbeeld.
Vele heiligen, onder anderen de M Carolus Borromaeus, de H. Vinccn-tius a Paulo, Franciscns Xaverius en een menigte anderen, die de Kerk door hunne deugden hebben geëerd, lieten geen dag voorbijgaan zonder met groote godsvrucht den rozenkrans te bidden. Er waren zelfs niet weinigen, die zich door belofte hiertoe verbonden hadden. Franciscus van Sales zou nooit het rozenkransgebed uitstellen, wat ook zijne bezigheden mochten zijn. Toen hij na middernacht eenmaal zijn rozenkrans Maria begon aan te bieden, trachtte iemand hem tot uitstel over te halen. De heilige antwoordde hem ; «Stel nooit tot den volgenden dag uit, hetgeen gij oogen-blikkelijk doen kunt.quot; De gelukzalige Johannes Berchmans was zoozeer overtuigd van de verhevenheid des rozen-
- 106 —
kransgebeds, dat hij voor zijn middagmaal te gebruiken eerbiedig zijn rozenkrans kuste en hem om zijn hals en somtijds om zijn arm hing, opdat hij toch nooit hem uit het oog verliezen zou. Als een kostbare relikwie droeg hij hem bij zich en zeide, dat iiij met de schatten, die hij bezat, namelijk met zijn kruis , met zijn regelboek en met zijn rozenkrans gerust wilde sterven.
G E B E D.
Schenk ons, o Maria, dat wij, de geheimen van den rozenkrans overwegende, navolgen, wat zij behelzen en verkrijgen, wat zij beloven.
Acht en twintigste dag.
X3:et Scap-u-lier.
Mijn ziel vcrblydt zich in mijn God, omdat Hij mij getooid heeft met hot kleed des lieils. Isaias TA1, 10.
Overweging\'.
i. Gelijk de menschen het voor een eer houden, dat sommige perso-
hen liüh livrei dragen, zoo is het ook aan Maria zeer aangenaam, dat hare vereerders liet scapulier dragen, ten teeken, dat zij zich aan haren dienst hebben toegewijd en onder de dienaren der Moeder Gods behooren.
H. Alphonsus.
2. De H. Maagd heeft een zaligen dood beloofd aan wie godvruchtig haar scapulier tot het einde zal dragen.
Benedictus XIV.
3. Het is een godvruchtig gevoelen, dat de allerzaligste Maagd Maria ook in de andere wereld hare zonen, in de Broederschap van het Scapulier ingeschreven, die een geringe versterving en de weinige gebeden hun voorgeschreven onderhouden en overeenkomstig hun staat de zuiverheid bewaard hebben, met moederlijke tee-derheid troost, terwijl zij door de vlammen des vagevuurs gereinigd worden en door haar voorbede zoo spoedig mogelijk naar het hemelsch vaderland overbrengt. Kerkelijke getijden.
— 108 -
Besluiten.
1. Met eerbied zal ik tot aan mijn dood het scapulier als een eerekleed van Maria dragen.
2. Zoover mijn staat het gedoogt, zal ik de verplichting van de Broederschap des Scapuliers stipt volbrengen. —
Voorbeeld.
De volgende stichtende gebeurtenis greep plaats op een college der Eerwaarde Paters van de Societeit van [ezus. Op zekeren avond zag een Pater, die de orde op de slaapzaal bewaarde, dat een kleine jongen voor zijn legerstede geknield lag. «Waarom, vroeg hem de geestelijke, waarom , beste jongen, zijt gij nog niet gaan slapen ?quot; — »Ik durf niet, was liet antwoord; mijn scapulier, dat ik den broeder portier gegeven heb om het te herstellen, heb ik nog niet terug ontvangen; ach, ik vrees zonder mijn scapulier dezen nacht te sterven.quot; De
- 109 -
Pater trachtte hem gerust te stellen en beloofde hem den volgenden morgen het scapulier te bezorgen. Maar nogmaals gat de knaap zijn vrees te kennen en begon bitter te weenen. Getroffen door zulk een godsvrucht en zulk een groot vertrouwen , ging dc Pater aanstonds het scapulier halen. De knaap kustte het, hing het om en begaf zich geheel voldaan ter rust. Toen het teeken om op te staan den volgenden morgen reeds gegeven was, bemerkte de Pater tot zijn schrik, dat het jongske niet het minste blijk van leven meer gaf. Nog hield het zijn scapulier omkneld en was, met het | kleed van Maria\'s kinderen omhangen, den hemel binnengegaan.
G E B E D.
Neem ons onder uwe moederlijke bescherming, o H. Maagd Maria, en verlaat ons niet in het uur van onzen dood.
— iio -
Negen en twintigste dag.
IDe Coiig-reg-atiem. ezi Eroe-d-ersciLappeii T7-a,rL ItvdZa.ria.
Zalig de mensch, die Mij hoort en die aan mijn deuren waakt dag aan dag. Spreuken VIII, 34.
Overweging\'.
1. In de Congregatie van Maria leeft men zuiverder, zondigt men zeldzamer, doet men gemakkelijker boetvaardigheid , geniet men meerderen vrede, ontvangt men immer overvloediger gunsten des hemels, sterft men met meer vertrouwen, ontgaat men eerder het vagevuur, wordt men luisterrijker gekroond in den hemel.
H. Bernardinus.
2. Ter onzer zaligheid is het zeer voordeelig de Moeder Gods te vereeren ; wat nu doen de leden der Broederschappen anders ? Hoeveel lof ontvangt Maria in de Broederschappen ? Hoeveel gebeden worden haar opgedragen ? Daar wijdt men zich
— Ill —
aan haren dienst toe door haar op eene bijzondere wijze tot Moeder en Meesteres te kiezen. H. Alphonsus.
3. Wanneer gij Maria volgt, wijkt gij niet ai; wanneer gij aan Maria denkt, dwaalt gij niet; wanneer gij Maria bidt, wanhoopt gij niet; wanneer Maria u ondersteunt, valt gij niet; wanneer Maria u beschermt, vreest gij niet; wanneer Maria u bijstaat, komt gij tot de haven der eeuwige zaligheid. H. Bernardus.
Beslniten..
1. Met geen ander doel zal ik mij in een Broederschap van Maria laten opnemen dan om God en Maria ijveriger te dienen.
2. De vergaderingen der Broederschap zal ik getrouw bijwonen en de verplichtingen nauwkeurig volbrengen.
Voorbeeld.
De heilige Alphonsus de Liguori deelt ons het volgend verhaal mede.
- 112 —
dat hij ontleent aan een geestelijk schrijver.
In het jaar i486 lag een jongeling op het ziekbed en scheen den dood reeds nabij. Toen men meende, dat hij reeds gestorven was, ontwaakte hij plotseling als uit een diepen slaap. »Mijn vader, dus sprak hij zijnen biechtvader aan, mijn vader, aan een groot gevaar ben ik ontkomen, daar Mai •ia mij beschermd heeft. Reeds maakten de duivelen zich gereed mij in de diepte der hel neder te storten, als plotseling de heilige Maagd mij ter hulpe kwam en sprak : «Waarheen voert gij dezen jongeling ? Gij hebt geen recht op hen, die gedurende hun leven mij in mijne Congregatie gediend hebben.quot; — Nauwelijks had mijne lieve Moeder deze woorden gesproken, of in aller ijl gingen de duivelen op de vlucht.
Nog verhaalt ons dezelfde schrijver, dat een congreganist een zwaren strijd
op zijn sterfbed te voeren had. Wel waren de bekoringen hevig, waarmede de duivel hem aanviel, maar door Maria\'s bijstand overwon hij. Zijn laatste woord was een lofprijzing van Maria: »0, hoe gelukkig is hij, die altijd trouw Maria in haar Congregatie gediend heeft.quot;
GEB E D.
Leer ons, o Maria, den wil van God in onzen staat kennen en dien met volharding vervullen.
Dertigste dag.
XDe IBed.e-va-a.rtezï. tot
Komt mij bezoeken, gij allen, die mij lief hebt. Eccles. XXIV, \'20.
Overweging-.
i. Als wij Maria\'s eerbiedwekkende heelden vereeren, dan richt zich onze hulde tot haren goddelijken Zoon. Ter wille van Hem, die uit Maria een
— 114 —
lichaam aannam, vereeren wij het beeld der Moeder door cene haar toekomende hulde. H. Tarisius.
2. Maria\'s beelden zijn toevluchtsoorden , waar wij hulp vinden tegen de bekoringen en tegen de straffen, die wij voor onze zonden verdiend hebben. H. Johannes Damascenus.
3. Bezoekt dikwijls een beeltenis der allerheiligste Moeder Gods, waarvoor gij een grootere godsvrucht koestert, en bidt haar dan om de heilige barmhartigheid en om de liefde tot Jezus Christus. H. Alphonsus.
IBesluiten.
1. Ik zal ten minste nu en dan een bedevaart doen naar een beeld van Maria.
2. Ik zal mij beijveren zooveel in mijn vermogen is bij te dragen tot versiering van Maria\'s beeltenis in de kerken en in mijn eigen woning.
Voorbeeld.
Ieder land heeft zijn bedevaarts-
- 115 —
plaats, waar de geloovigen steeds niet groote godsvrucht heentrekken, om de genade des hemels voor zich af te smeeken. Ieder Katholiek kan getuigen, welk een troost zijn hart er ontving, hocvele zegeningen daar over hem zijn neergedaald. Spoort dus het eigen voordeel ons reeds aan de plaatsen te bezoeken, waar de goddelijke genade zoo mild stroomt, ook Maria heeft haar goedkeuring gehecht aan dit schoon en heilig gebruik der bedevaarten. Wij roepen slechts één gebeurtenis in ons geheugen terug:
Toen de onbevlekte Moedermaagd in Lourdes aan de vrome Bernadette verscheen , gaf zij als haar wensch te kennen, dat er een tempel zou gebouwd worden, waar men ter bedevaart komen zou. Tallooze wonderen heeft Maria te Lourdes gewrocht, en aldus toont zij de trouw, waarmede hare wenschen zijn verhoord.
- 116 —
G B B E D.
Heilige Maria, Moeder der goddelijke genade, bid voor ons.
Een en dertigste dag.
IDa beesten. Tran ILvdlaria,.
Wie mij eert, dien zal ik oereu.
I Koning. II, 30.
Overweging1.
1. Leert uw gedragingen inrichten naar de voorbeelden van deugd en heiligheid in het leven der gelukzalige Maagd Maria. H. Ambrosius.
2. Volgt de Maagd Maria na en alle heiligen, die gij viert; want uwe lofprijzingen zijn minder eervol voor hen dan hunne navolging nuttig is voor u. De ware lof bestaat in de navolging hunner werken.
H. Ildephonsus.
3. O goederticrendste Moeder, laat mij U aanbevolen zijn; tot U, de eeuwige hoop der ongelukkigen, vlucht
- 117 —
ik heden vol vertrouwen, wil mij dan niet verwerpen, o barmhartige Moeder uit de liefde tot Hem, die uit liefde tot mij naakt en verscheurd vóór U aan het kruis hing. H. Bernardus.
Besluiten.
1. Ik zal de feesten van Maria op christelijke wijze vieren door het waardig ontvangen der H. Sacramenten.
2. Dan zal ik de voorbeelden van Maria overwegen en haren bijstand afsmeeken
Voorbeeld.
De christenen hebben altijd wel begrepen , dat de vereering van Maria de grootste zegeningen hun verwierf. Met ijver hebben zij de dagen, aan de Moeder Gods gewijd, gevierd. Op de plaatsen, die getuigen geweest zijn van Maria\'s lijden en smart, verrezen in de eerste eeuwen van het christendom reeds passende bidplaatsen, waar het geloovig hart in de overweging zich kon sterken en uit de vereering
— 118 —
van Maria overvloedige genade kon vergaderen. Over geheel de wereld spreidde de vereering van de Hemelkoningin zich, uit; met een opgetogenheid , die meer en meer nog toeneemt, viert de Katholiek elk feest zijner innig beminde Moeder. Op die dagen gingen in vroegere eeuwen de grieksche maagden gesluierd hunne bloemkransen neerleggen aan den voet van Maria\'s beeltenis; op die dagen trekken in onzen tijd de geloovigen naar den tempel, om ook hun bloemenkrans uit het Ave Maria gestrengeld, voor de Moedermaagd neder te leggen. De kerk zag vol vreugde, met welk een vertrouwen hare kinderen Gods lieve Moeder vereerden en wees verschillende tijden aan, waarop Maria meer nog behoorde verheerlijkt te worden. Dankbaar herdenkt zij liet feest van Maria\'s Geboorte\', van de Opdracht in den tempel en vol vreugde herinnert zij ons aan de Boodschap des Engels,
- 119 -
aan haar glorievolle Opneming ten Hemel. Alle oprecht Katholieken juichen dan als om strijd, om Maria\'s troon vereenigd, haar de schoonste lofprijzingen toe , sieren hare beelden met bloemen en aanhooren in stille bewondering het woord des priesters, dat den lof verkondigt van Maria.
G E B E I).
Verwerf ons de genade, o Maria, dat wij door het vieren van uwe feesten waardig worden aan liet eeuwig bruiloftsfeest des hemels deel te nemen.
o-iBreiEnDiEiiisr
GEDURENDE
HET H. MISOFFER.
Voorbereidingsgebed.
Deze heilige Mis wil ik bijwonen tot meerdere eer en glorie van God, van al de Engelen en Heiligen des hemels, bijzonder van de allerheiligste Maagd en Moeder Gods Maria, tot dankzegging voor alle weldaden, die ik van God heb ontvangen , tot nut van mijzelven en van de geheele strijdende Kerk, voor allen, die zich in mijne gebeden hebben aanbevolen in \'t algemeen of in \'t bijzonder. Voornamelijk offer ik deze heilige Mis op tot deze bepaalde meening. Schenk mij, o God, mijn leven te verbeteren, boetvaardigheid te doen voor mijne zonden, den vrede en de blijdschap
— 121 —
van een goed geweten in het vervullen uwer geboden en der plichten van mijn staat, de genade en de vertroosting van den H. Geest, de volharding tot het einde en een zaligen dood.
Gedenk, o allergoedertierenste Maagd Maria, hoe het nooit gehoord is, dat iemand tot U zijn toevlucht nam en door U is verlaten geworden.
Door dat vertrouwen aangemoedigd, kom ik tot U, o Maria, mijne Moeder; wil dan mijne nederige gebeden niet versmaden, maar verhoor ze genadig. Amen.
Bij den Confiteor en den Kyrie Eleyson.
Voor uw aanschijn, o God, belijd ik in ootmoed des harten alle zonden, die ik bedreven heb door gedachten, woorden, werken of verzuimenissen. Verleen mij, o almachtige en barmhartige God, vergiffenis van al mijne misdrijven, verlos mij van alle kwaad en bevestig mij in het goede. O allerzuiverste Maagd Maria , alle Engelen
G
- 122 -
en Heiligen Gods, bidt voor mij, opdat ik de zonde hate en aan mijn goede voornemens getrouw moge blijven.
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer.
Bij den Gloria in Excelsis.
Eere zij God in den hooge en vrede op aarde den menschen van goeden wil! Wij loven U, wij prijzen U, wij aanbidden U, wij verheerlijken U, wij danken U om uwe groote heerlijkheid ! Heer God, He-melsche Koning , God , almachtige Vader! Eeniggeboren Zoon, Jezus Christus, Heer God, Lam Gods^ Zoon des Vaders, Gij, die wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons smee-ken ! Gij, die zit aan de rechterhand des Vaders, ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt heilig. Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jezus Christus, met den H. Geest, in de heerlijkheid des Vaders. Amen.
— 123 -
Bij de Gebeden.
Almachtige, eeuwige God, die aan uwe dienaren verleend in de bekentenis van het ware geloof de glorie van de eeuwige Drievuldigheid te belijden , wij smeeken U, dat wij door de vastheid van dit geloof altijd voor alle tegenheden mogen bewaard worden.
O God, die ons in het wonderbare Sacrament de gedachtenis aan uw lijden hebt achtergelaten, geef ons, bidden wij U, de geheimenissen van uw Lichaam en Bloed zoo te vieren, dat wij de vruchten uwer Verlossing altijd in ons ondervinden.
O God, wij bidden U, bevrijd ons van alle gevaren naar ziel en lichaam en door de voorbede der allerzaligste en glorierijke Maagd en Moeder Gods Maria, van den H. Joseph, van uwe heilige Apostelen Petrus en Paulus, van den Patroon onzer kerk en van alle Heiligen , schenk ons barmhartig heil
— 124 —
en vrede, opdat alle wederwaardigheden en dwalingen onderdrukt worden en uwe Kerk U in ongestoorde vrijheid dienen moge. Door Christus onzen Heer. Amen.
Bij den Epistel.
O diepte des rijkdoms der wijsheid en der wetenschap Gods! Hoe ondoorgrondelijk zijn Zijne oordeelen, en hoe onnaspoorlijk Zijne wegen.
Want wie heeft den zin des Heeren gekend? Of wie is Zijn raadsman geweest? Of wie heeft Hem te voren gegeven, en dien het wederom zal vergolden worden? Want uit Hem, en door Hem, en in Hem is alles, Hem zij de heerlijkheid in eeuwigheid! Amen.
Bij het Evangelie.
In dien tijde zeide Jezus tot zijne leerlingen : Mij is alle macht gegeven in den hemel en op aarde. Gaat derhalve, en leert alle volken, en
— 125 —
doopt hen in den naam dos Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes, en leert hen onderhouden, al hetgeen ik u bevolen heb. En ziet, ik ben met u alle de dagen , tot de voleinding der wereld.
Credo.
Ik geloof in éénen God, almach-tigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen; en in éénen Heer Jezus Christus, eeniggchoren Zoon Gods , uit den Vader geboren voor alle eeuwen : God van God, Licht van Licht, waarachtig God van den waarachtigen God; geboren en niet gemaakt, me-dezelfstandig met den Vader, door Wien alles gemaakt is. Die neergedaald is uit den hemel om ons men-schen en ter wille onzer zaligheid ; die door de kracht des H. Geestes ons vleesch heelt aangenomen uit de H. Maagd Maria, en is mensch geworden. Die voor ons gekruisigd is
— 126 —
onder Pontius Pilatus, die geleden heeft en begraven is, en die ten derden dage verrezen is gelijk geschreven stond; die ten hemel is opgeklommen en daar gezeteld is aan de rechterhand zijns Vaders. En die andermaal met heerlijkheid komen zal om de levenden en dooden te oordeelen; Wiens rijk geen einde hebben zal. En ik geloot in den H. Geest, den Heer die levend maakt, die uit den Vader en den Zoon voortkomt. Die met den Vader en den Zoon te zamen aanbeden en verheerlijkt wordt; die gesproken hee(t door den mond der Profeten. En ik geloof in ééne. Heilige, Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd één Doopsel tot vergeving der zonden, en ik verwacht de opstanding der dooden, en het leven der toekomende eeuwen. Amen.
Bij de Offerande.
Neem, o allerheiligste Drievuldigheid , deze offerande aan, welke ik
- 127 —
U in vereeniging met Jezus Christus en met den priester opdraag voor alle mijn zonden en verzuimenissen , voor alle aanwezenden, voor alle Christenen, zoowel levenden als doo-den, en geef dat zij U behage en mij en hun allen tot eeuwig heil verstrekke. Amen.
In den geest van ootmoed en met een vermorseld hart mogen wij door U worden opgenomen, o Heer, en moge ons offer heden zoo voor uw aanschijn worden opgedragen, dat het U welgevalle, o Heer, onze God.
Kom , o Heiligmaker, almachtige , eeuwige God en zegen dit offer, dat Uwen Naam bereid is.
Bij de stille Gebeden.
Neem, o allerheiligste Drievuldigheid , deze offerande aan , die w ij U aanbieden ter gedachtenis aan het lijden, de Verrijzenis en de Hemelvaart van onzen Heer Jezus Christus, tot eer van de allerzuiverste Maagd Maria en van
- 128 —
alle Heiligen, opdat het hun tot glorie, maar ons tot heil verstrekke, en zij voor ons bidden in den hemel, wier gedachtenis wij vieren op aarde. Door Christus onzen Heer. Amen.
Bij de Prefatie.
Niets is billijker, niets is meer voor-deelig dan ons te vereenigen met Jezus Christus, om U in vereeniging met Hem onophoudelijk te kunnen aanbidden ; want alle gelukzalige geesten brengen uwer goddelijke Majesteit hunne hulde door Hem; door Hem vereenigen zich alle Krachten des Hemels , om in eerbiedige vrees U te verheerlijken. Duld dan, o Heer, dat wij onze zwakke lofzangen voegen bij die der hemelsche geesten en dat wij, in vereeniging met hen, in ware vreugde des harten en vol bewondering U toezingen :
San ct tis.
Heilig, heilig, heilig is de Heer, de
— 129 —
God der heerscharen ! Geheel liet aardrijk is vol van zijne glorie. Hem loven en prijzen de gelukzaligen des hemels! Gezegend Hij die neerdaalt op aarde, God en Heer gelijk Hij, die Hem ons afzendt uit den Hooge.
Bij den Canon.
Wij bidden en smeeken U, o oneindig barmhartige Vader, in naam van Jezus Ghristus, uwen Zoon onzen Heer, de offerande, welke wij u aanbieden, goedgunstig aan te nemen en te zegenen, opdat het u behage uwe Heilige Katholieke Kerk met al hare ledematen, alsook onzen H. Vader, den Paus van Rome. en in \'t algemeen allen, die uw heilig geloof belijden, te bewaren, te beschermen en te bestieren.
Gedachtenis der levenden.
Wij bevelen U in \'t bijzonder aan, o Heer, al degenen voor wie wij verplicht zijn te bidden uit rechtvaardigheid, uit
— 130 —
erkentelijkheid of uit liefje; al degenen die bij dit aanbiddelijk offer tegenwoordig zijn en bijzonder N.N. En opdat U, o groote God, ons huldebetoon behage, vereenigen wij ons met de roemwaardige en allerzaligste Maagd Maria, de Moeder van onzen Heer en Zaligmaker Jezus Christus, met al uwe Apostelen, met alle gelukzalige Martelaren en met al uwe Heiligen, die met ons ééne en dezelfde Kerk uitmaken. Wij bidden U, o Heer, neem dit offer genadig aan, hetwelk wij en geheel uw gemeente U opdragen; schenk ons uwen vrede en eenmaal de eeuwige vreugde des hemels. Amen.
Bij de Opheffing.
Menschgeworden Woord, goddelijke Jezus, waarachtig God en waarachtig Mensch tevens, ik geloof dat gij hier tegenwoordig zijt; ik aanbid U hier met den diepsten ootmoed; ik bemin U uit geheel mijn hart en ik wijd mij geheel aan U toe,, omdat
— 131 -
gij uit liefde tot mij hier op dit altaar zijt neergedaald.
Ik aanbid uw kostbaar Bloed, dat gij voor alle menschen vergoten hebt en ik hoop en vertrouw, o mijn God, dat het voor mij niet te vergeefs gestort zij. Geef mij de genade, dat ik aan de verdiensten van dit kostbaar Bloed moge deel hebben.
Vervolg van den Canon.
Verborgen Godheid, zie, \'k aanbid U
[neergebogen. Die onder broods- en wijnsgedaante
[schuilt voor de oogen. Ik leg geheel mijn hart voor Uwe
[grootheid nêer \'t Gevoelt, als \'t U beschouwt, geheel
[zijn onmacht. Heer. Ik zie als Thomas niet de teek\'nen
[ uwer wonden, Toch zal ik immer U als mijnen God
[verkonden ; O, schenk mij meer geloof, versterk
jde hoop in mij Hn dat de liefde. Heer, tot U steeds [grooter zij
- 132 —
Op dit oogenblik offeren wij U, oein-delooze Majesteit, door uwe genade in waarheid op het zuivere, lieilige en vlekkelooze offer, waarvan de slachtof-feranden der Oude Wet slechts voorafbeeldingen geweest zijn. Ja, wij durven het gerust te zeggen, groote God, hier op het altaar is meer dan alle offeranden van Abel, van Abraham en Melchise-dech ; hier is het slachtoffer, dat alleen waardig is op uw altaar te worden neergelegd, onze Heer Jezus Christus uw Zoon , het eenig voorwerp van uw eeuwig welbehagen.
Mogen allen, die hier met hart oi mond deelnemen aan dit hoogheilig offer, met de volheid uwer zegeningen overladen worden.
Gedachtenis der Overledenen.
Dat deze zegening zich ook uitstorte, o mijn God, over de zielen der ge-loovigen, die in den vrede der Kerk gestorven zijn en bijzonder over de ziel van N. . . en N. . . Verleen haar,
o Heer, uit kracht dezer heilige offerande de volkomen kwijtschelding harer straffen. Wil ook ons, o eindeloos goede Vader, eenmaal deze zelfde genade bewijzen, en laat ons binnengaan in het gezelschap van uwe H. Apostelen , Martelaren en alle andere Heiligen , opdat wij Ü met hen mogen beminnen en verheerlijken in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Paler Nosier.
Onze Vader, die in de hemelen zijt, geheiligd zij uw Naam, laat ons toekomen uw Rijk, uw wil geschiede op aarde als in den Hemel. Geel ons heden ons dagelijksch brood en vergeef ons onze schulden, gelijk wij vergeven onze schuldenaren, en leid ons niet in bekoring, maar verlos ons van den kwade. Amen.
Wij smeeken U, o Heer, verlos ons van alle verledene, tegenwoordige en toekomstige gevaren en door de voorbede der allerzuiverste en glorie-
rijke Maagd en Moeder Gods Marin en van alle Heiligen, schenk ons goedertieren den vrede in onze dagen, opdat wij door uwen banr.hartigen bijstand steeds van alle zonden en gevaren mogen bevrijd worden. Door Christus onzen Heer.
Bij de Communie
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der w.ereld, — ontferm u onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, — ontferm u onzer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, — Schenk ons den vrede.
O Heer, ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts één woord en mijne ziel wordt gezond.
O Heer Jezus Christus, die aan uwe Apostelen gezegd hebt: Den vrede laat ik u, zie niet op mijne zonden, maar op het geloof uwer Kerk en verleen haar volgens uw welgevallen vrede en eenheid.
— 135 -
Bij de. laatste Gebeden.
Heer, onze God, geef ons, dat het ontvangen uwer Sacramenten en de belijdenis der allerheiligste Drievuldigheid ons tot heil naar ziel en lichaam strekken moge.
Wij smeeken U, o Heer, dat wij ons eeuwig in het aanschouwen uwer Godheid mogen verheugen, hetgeen door het ontvangen van uw Lichaam en Bloed wordt afgebeeld.
Wij smeeken U, o Heer, dat dit Offer onp reinige en bescherme en door de voorspraak der allerheiligste Maagd Maria en van alle Heiligen ons van alle verkeerde neigingen zuivere en van alle wederwaardigheden bevrijde. Door Ghristus onzen Heer. Amen.
Bij den Zegen.
Moge U, o allerheiligste Drievuldigheid, deze bekentenis onzer onderwerping behagen en geef, dat het Offer, dat wij onwaardig aan U heb-
- 136 —
ben opgedragen, mij en allen met de zegeningen uwer genade overstroome. Door Christus onzen Heer. Amen.
Dankgebed.
Neem, o allerheiligste Drievuldigheid, deze offerande aan, in vereeni-ging met het Offer, dat Jezus Christus, onze Verlosser, aan het kruis gebracht heeft. Vergeef mij alle fouten, welke ik daarbij bedreven heb en maak mij en allen, voor wie ik mij voorgenomen heb te bidden, overvloedig aan de vruchten daarvan deelachtig.
Laat ons door U toegang vinden tot uwen Zoon, o Maria, Moeder der goddelijke genade, opdat door U ons moge opnemen Hij, die door U aan ons is geschonken geworden. Onze Middelares, onze Voorsprekeres, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon. O gezegende Maagd, door de genade die gij verworven, door de Barmhartigheid, die gij gebaard hebt, bewerk, dat Mij, die zich
137 —
jiewaardigd heelt door uwe tusschen-komst aan onze zwakheid en armoede deel te nemen, ons ook door uwe voorspraak deelachtig make aan zijn eeuwige glorie. Amen.
IL, I rr ItT X E
VAN DE
,1^. IBRctaigït ÏTJlcirta.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons. God, Hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld,
ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U-onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Heilige Maria, ~
Heilige Moeder Gods, lt;
Heilige Maagd der Maagden, § Moeder van Christus,
Moeder der goddelijke genade, p,
— 139 —
Allerreinste Moeder, Allerzuiverste Moeder, Ongeschonden Moeder, Onbevlekte Moeder, Minnelijke Moeder, Wonderbare Moeder,
Moeder des Scheppers, Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd,
Machtige Maagd, Goedertieren Maagd, Getrouwe Maagd,
Spiegel der rechtvaardigheid, Zetel der wijsheid,
Oorzaak onzer blijdschap. Geestelijk vat.
Eerwaardig vat,
Schoon vat van godsvrucht, Verborgen roos,
Toren van David,
Ivoren toren ,
Gulden huis,
Ark des Verbonds,
- 140 -
Deur des Hemels,
Morgenster,
Behoudenis der zieken,
Toevlucht der zondaren,
Troosteres der bedrukten,
Bijstand der Christenen, cr
Koningin der Engelen, cl
Koningin der Aartsvaders, lt;.
Koningin der Profeten, o
Koningin der Apostelen , °
Koningin der Martelaren,,
Koningin der Belijders, 3
Koningin der Maagden,
Koningin van alle Heiligen,
Koningin zonder erfzonde ontvangen ,
Koningin van den allerheiligsten
Rozenkrans,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden
der wereld, — spaar ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, - verhoor ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, — ontferm U onzer.
- 141 -
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
v. Bid voor ons, Heilige Moeder Gods.
r. Opdat wij waardig mogen worden de beloften van Christus.
Laten wij bidden.
Wij bidden U, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de Menschwording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn Lijden en Kruis mogen gebracht worden tot de heerlijkheid der verrijzenis. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Bed-e a,an
Van den H. Ephraim.
Onbevlekte en allerreinste Maagd Maria, Koningin der wereld, aller-goedertierenste Meesteres, gij zijt verheven boven alle heiligen , gij zijt de vreugde der zaligen. Door U zijn
- 142 —
wij met God verzoend. Gij zijl de eenige Voorspraak der zondaars. Gij zijt een veilige haven voor hen , die schipbreuk hebben geleden. De troost der wereld zijt gij, \'t losgeld der gevangenen, de hulp der zieken, de vreugd der bedrukten, de toevlucht van alle stervelingen. Maria, gij, die vol van genade zijt, verlicht mijn verstand, ontboei mijne tong, opdat ik uw lof verkondige. Ik groet U, die het grootste wonder zijt, dat ooit op deze aarde werd aanschouwd. Gij, o Hemel van zaligheid, o bron van genade, bedek mij met de vleugelen uwer barmhartigheid. Erbarm U over mij. Laat niet toe, smeek ik U, dat de booze vijand mij ter helle sleepe!
Wees gegroet. Moeder van onzen Heer Jezus Christus, gij, Middelares tusschen God en de menschen! Here en lof zij U met den Zoon, den Vader en den H. Geest! Amen.
- 14.^ -
Groetenis aan de H. Maagd.
Duizend en duizendmaal prijs en groet ik U, Moeder van zaligheid, in uwe geheimzinnige vereeniging, waarin gij boven alle schepselen met God het naast verbonden zijt. Tot vermeerdering van alle uwe vreugden offer ik U \'t alleredelste Hart van lezus op met al de liefde en trouw, die het U op aarde bewezen heeft en nu zonder einde in den hemel bewijst. Amen.
Geted om den machtigen loijstand en voorbede van Maria te verwerven.
Van den E. Alph. M. de Liguori.
Heilige, onbevlekte Maagd , mijne geliefde Moeder Maria; de Moeder zijt gij van mijn Heiland en Heer, de Koningin der wereld, de voorspraak, de hoop en toevlucht der zondaren ; tot U neem ik mijn toevlucht, ik de nietigste, de ellendigste der stervelingen. Voor uwe voeten , o groote Koningin, leg ik met verplichten eer-
- 144 -
bied mijne ootmoedige hulde neer en dank U voor de onschatbare gunsten en genaden, die gij mij door uwe machtige voorspraak tot nu toe hebt verworven. Immers zonder uwetus-schcnkomst ware ik misschien reeds sinds lang aan de eeuwige straffen der hel prijs gegeven, die ik zoo menigmaal door mijne tallooze zonden verdiend heb. U, o liefderijke Moeder van mijn Heer en God, bemin\'ik tee-der; uit liefde tot U maak ik liet onwrikbaar besluit U altijd getrouw te dienen en ook anderen tot uwen dienst op te wekken. Op U stel ik, na Jezus, uwen Goddelijken Zoon, al mijne hoop in het zoet en krachtig vertrouwen, dat mij door U het eeuwig heil mijner ziel zal geworden.
Neem mij dan tot uwen dienaar aan, o Koningin des hemels, Moeder van barmhartigheid ; bewaar mij , bescherm mij tegen al wat mij van uwen dienst zou kunnen aftrekken. In liet besef, dat gij alles vermoogt
- 145 —
op het hart van Uw goddelijk Kind, smeek ik U om bevrijding van de bekoringen, ot zoo dit God niet be-hage, verwerf mij dan ten minste de toereikende kracht, om tot aan mijnen dood daarover te kunnen zegepralen. Verkrijg mij tevens een ware liefde tot uwen beminden Jezus. Door uwe hulp bijgestaan, hoop ik eenmaal zalig te sterven.
O liefdevolle Moeder, sta mij bij door uwe liefde tot God in het laatste en beslissende oogenblik mijns levens. Verlaat mij toch niet, zoolang gij mij nog niet onder de zaligen in den hemel aanschouwt; want daar hoop ik eenmaal uwe onbegrensde barmhartigheid voor eeuwig te loven en te prijzen. Amen.
Gebed van den H. Aloysius tot de H. Moedermaagd.
Heilige Maagd Maria, mijne Leidsvrouw en Koningin, zie, ik wend mij tot uw liefderijk hart en stel van nu
- 14G —
af aan mijn lichaam, mijne ziel, al het mijne onder uwe hoede en bijzondere bescherming. Ik schenk aan U mijn vertrouwen en in uwe handen beveel ik al mijn hoop en troost, al mijne benauwdheden en mijn lijden, opdat door uwe voorbede en verdiensten al mijne werken volgens uwen wil geschieden en met het doel aan uw goddelijl een Zoon te behagen. Amen.
Groetenis tot Maria.
Wees gegroet, Maria, gij, die tot de verhevenste waardigheid door God den Vader werd uitverkoren bij de groetenis des Engels en zoo zeer door Zijne almacht daarin bevestigd zijt, dat gij van alle schuld zijt vrijgebleven. Gegroet zijt gij, Maria, gij, die met zooveel liefde door Gods Zoon zijt bejegend , toen hij zijn Engel met de blijde Boodschap tot U zond en U door het licht zijner Wijsheid zoozeer bestraalde, dat gij een glanzende ster zijt geworden, die hemel en aarde
— 147 -
beschijnt! Gegroet zijt gij, Maria, die met zulk een wonderlijke zoetheid door den H. Geest in de groetenis des Engels zijt verwelkomd, die door zijne goddelijke liefde met zooveel macht en invloed zijt bedeeld, dat een ieder de genade ontvangt, die hij door U vraagt.
Ik herinner U, Maria, aan de onuitsprekelijke vereeniging die de H. Drievuldigheid in U heeft volbracht. Op dat oogenblik werd gij deelachtig aan zulk eene vreugde, als nimmer eenig schepsel heeft gesmaakt. Daarom belijden alle schepselen met bewondering en geestdrift, dat gij boven allen gezegend zijt.
Met hen verhef ik dan ook mijne stem en roep U toe uit den grond van mijn hart: Gezegend zijt gij onder alle vrouwen en gezegend is de Vrucht uws lichaams Jezus. Amen.
— 148 -
Geted van den gelukzaligen Henricus Suzo tot de allerheiligste Maagd.
O Marin; eenige, bewonderenswaardige, overmoeibare troosteres der zondaars , de oneindige goedheid Gods heeft U allen ongelukkigen dierbaar gemaakt; omdat uw welwillend medelijden geen bedroefde zonder troost kan laten. Hoe groot is mijne vreugde, o allerzoetste Moeder, wanneer ik uwe teedere lielde overweeg, en hoezeer gevoel ik mij dan aangemoedigd, versterkt en vervuld met hoop ! Uw Naam stort vreugde in mijn hart, o Maria, verhevene Meesteres, Koningin van hemel en aarde, altijd geopende deur der barmhartigheid ; want eerder zou het\' gansch heelal vergaan, dan dat gij uwen bijstand zoudt weigeren aan dengene, die hem uit den grond des harten afsmeekt.
Daarom ook zijt gij des morgens bij mijn ontwaken en des avonds, ais ik mij ter ruste begeef, de eerste, tot wie mijne ziel verzucht, omdat ik
- 149 —
weet, dat alles wat uwe allerzuiverste handen aan God aanbieden. Hem aangenaam en dierbaar wordt, ofschoon liet in zich zeiven niets is. Neem dan mijne werken , mijne gedachten , mijne genegenheden , mijn lichaam, mijne ziel, geheel mijn leven ; vertoon dit alles aan God als uw eigendom en ik zal gelukkig wezen. O Maria, vat van het zuiverste goud, versierd met paarlen en edelgesteenten, gevuld met genaden en deugden en dierbaarder in de oogen der eeuwige Wijsheid dan eenig ander schepsel; o bekoorlijke struik van rozen en leliën, die de zoetste en kostbaarste geuren uitwasemen, met welk eene vreugde beschouwt God uwe maagdelijkheid; uwe nederigheid, uwe liefde en de voortreffelijkheid uwer andere deugden! Zijt gij het niet, o Maria, die den helschen draak hebt overwonnen ? Zijt gij het niet, die den Koning der Koningen door uwe schoonheid in verrukking hebt gebracht?
— 150 —
Ontvangt gij van Hem niet meer weldaden en genaden, dan Esther van Assuerus ?
Uwe schoonheid is onvergelijkelijk en het schitterendste, dat er is onder het geschapene, verliest al zijn glans in uwe tegenwoordigheid. Wie geniet gunsten van God als gij en wie kan met U uitroepen : «Mijn welbeminde mij en ik aan Hem ?quot; God is alles voor U en gij zijt alles voor God en geen schepsel kan de liefde, die U vereenigt, verstoren. O eeuwige Wijsheid, o zoete Zaligmaker, luister naar uwe welbeminde Moeder , beschouw haar, die heilig en goed is en die ik aan uwen hemelschen Vader durf aanbieden. Amen.
Geted. van den H. Augustinus, — om den
Wjstand Maria\'s voor alle mensohen.
O allerzaligste Maagd Maria, wie zoude U op waardige wijze de verdiende dankzeggingen en lofprijzingen daarvoor kunnen aanbieden, dat gij
Cf
— 151 —
in de woorden van den aartsengel Gabriel hebt toegestemd en hierdoor de verloren menschheid te hulp zijt gekomen ? Met welke lofspreuken moet de zwakke en ellendige mensch u verheffen , daar gij ons door uwe bemiddeling den weg naar de verzoening met God geopend hebt? Neem dus, o Maria, onze dankzeggingen aan, al zijn zij ook gering en evenaren zij niet uwe verdiensten ; en terwijl gij ze aanneemt, verkrijg ons door uwe voorbede bij God vergeving onzer zonden. Draag ons gebed op in liet heiligdom der verhooring en breng ons terug het geneesmiddel der verzoening. Door uwe tusschenkomst moge God genadig aannemen, wat wij door u voor Zijn troon brengen; door uwe voorbede moge Hij vol erbarming verleenen, wat wij met levendig vertrouwen vragen. Neem aan, wat wij u aanbieden; breng ons terug, wat wij begeeren; verwerf ons vergiffenis der zonden, die ons be-
— 152 —
angstigen, want gij zijt de eenige hoop der zondaars. Door u hopen wij kwijtschelding van onze misslagen, en op u rust de blijde verwachting van onze belooning. O heilige Maria, help de bedrukten, sterk de klein-moedigen, vertroost de treurigen, bid voor het volk, wees een voorspre-keres voor de priesterschap, een middelares voor de godvruchtige vrouwen; leert allen uwen bijstand ondervinden, die uw heilig aandenken in eere houden. Ondersteun bereidwillig de gebeden der smeekenden, en breng allen de gewenschte verhooring. Gewaar-dig u zonder ophouden te bidden voor het volk Gods, o gezegende Maagd, die waardig zijt geacht den Verlosser der wereld te dragen, die leeft en heerscht van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
— 153 -
Schietgebeden tot de Moeder Gods.
Moeder Gods, herinner U mijner.
(H. Franc. Xaverius.)
Heilige Maagd en Moeder, maak , dat ik altijd aan U denk. Heilige Maagd Maria, bid Jezus voor mij.
(H. Philippus Nerius.)
O Maria, moge mijn hart nooit ophouden U te beminnen noch mijn tong U te loven. (H. Bonaventura.)
O mijne Geleidster, bewerk, dat Jezus mij niet van zich stoot. Amen.
(H. Ephraim.)
O Maria, heilige Moeder Maria, maak, dat ik de wereld afsterve en trek mij tot U, opdat ik Hem alleen beminne, die alleen verdient bemind te worden. (H. Alphonsus.)
Gewaardig, dat ik U love, o heilige Maagd, geef mij kracht tegen uwe vijanden. (H. Dominicus.)
Overeenkomstig de dekreten van Paus Urbant^s YIII en van de H. Congregatie verklaart de Eerw. schrijver aan bovenvermelde verschijningen geen ander gezag toe te kennen, dan wat de H. Kerk daaraan toekent.
|
X^THOXJID- | ||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
— 156 —
| ||||||||||||||||||||||||||||||||||||
|
Gebeden gedurende het H. Misoffer „ 120 Litanie van de H. Maagd Maria . „ 138 Gebed aan Maria van den H. Ephraini „ 141 |
Groetenis aan de H. Maagd. . . „ ]43 Gebed om den bijstand en de voorbede van Maria van den H. Alph. Maria
de Liguori......... 143
Gebed van den H. Aloysius tot de
H. Moedermaagd........ 145
Groetenis tot Maria....... 140
Gebed van den gelukzaligen Henri-cus Suzo tot de allerheiligste
Maagd........... 148
Gebed van den H. Angustinus om den bijstand Maria\'s voor alle
menschen.......... 150
Schietgebeden tot de Moeder Gods „ ] 53
Typ. Langendam amp; Cu., Nijmlgkx.