\\ \' i by
GEBEDEN en GEZANGEN
üljamp;onc\'cz lew dicwsic 2cz (edew
van de
Pro ces sie-Eroe ders clmp
van
OME LIEVE VROUW VAN HET II. HART
te
NEDERHORST DEN BERG.
i
A. KUS TER S,
H—Wwq j9iuu.inu6|0A .i-Hü5b\'JLn quot;-\'op: .cisjjsy ButdjusajeLjosi6Jm - -i
i
l
„Allen moeten er zich ijceriy op toe-„legyin in dezen tijd dcor een, „hijzonderen dienst en vereering de „ffund der verheven MOEDER
„GODS te winnen.....Daarenboven
„vermanen wij allen om Godcruch-„tige Bedevaarten te deen naar de „Heiligdommen der Heiligen.
(Paus L UO XIII ill tie Jubilc-Encyclick van 12 Maart 1S81).
\'D
ro^v-0\'
JSX .^l
3^-d
De
De
Moeder v. Jesus en onze
Onbevlekt Ont vangen
DE
LIEYE YROUW
VAN HET
HEILIG HART
ZIJ
dit Boekje
eerbiedig en
nederig
opgedragen
DOOR
HET BESTUUR
DER
PE0CESSIE-EE03DERSCHAP
VAN
L. VROUW VAN HET H. HART TE
NEDERHORST-DEN-BERG.
Aan de Godvruchtige Pelgrims.
Bij het aanbieden van dit nieuw Pelgrimsboekje, dat bepaaldelijk voor de Bedevaartgangers van O. L. Vrouw van \'t H. Kart gemaakt is, kunnen wij niet nalaten U, godvruchtige Pelgrims, eenige toelichtingen te geven.
De processie naar O. L. Vrouw van \'t H. Hart, is eene driedaagscho oefening; een Programma, dat aan de Pelgrims tijdig wordt ter\'hand gesteld, geeft de regeling der godsdienstoefeningen aau.
De Algemeene Intentie der Bedevaart is altijd nvoor de helceerivg der nngeloovigen in ons Vaderland en het welslagen der bnitenlandsche Missiën.quot;
De processie vertrekt jaarlijks op Dinsdag onder het Octaaf van het 11. Sacraracnt (Dinsdag na 11. Sacramentsdag) en keert Donderdags terug.
üp de heenreis wordt de Zoete lieve Vrouw van \'s-Bosch, in de St. Janskerk, bezocht om den zegen over de Bedevaart te vragen; op de teiugreis O. L. Vrouw van \'t Zand te Boerraond, om God te bedanken voor de verkregen gunsten en de genade van volharding in onze goede voornemens af te smeeken.
In Sittard, waar wij verblijven van Dinsdag na den middag tot Donderdag morgen, wordt den tijd zoo,eel mogelijk in gebed en godsdienstoefeningen da u-gebracht.
Wij zijn Ier Beevaart, wij zijn gegaan om te bidden, om veel te vragen, laat ons dan dit voor-
nemen rolbrengen, alle aardsche zorgen op zijde zet.teii, en den korten tijd zoo goed mogelijk voor onze ziel, en de zielen die ons dierbaar zijn, besteden.
Voor de goede orde worden de Pelgrims verzoelit, zieh te onderwerpen aan de Broedermsesters, die met, het opzicht belast zijn. Mocht iemand te klagen hebben, die wende zich ook tot een der Broeder-meesters.
Bij aankomst te \'s-Biseh gaan de Bedevaartgangers zoo stiehtend mogelijk naar de St. Janskerk.
Bij aankomst te Sittard en lioermond moeten do pelgrims zieh in processie in twee rijen scharen, de vrouwen gaan voor, do mannen volgen.
Een ieder moet zich zoo stichtend mogelijk gedragen, steeds gedachtig dat wij ter Beevaart zijn, en dat ons gedrag, ons voorbeeld oorzaak kan zijn van het eeuwig geluk of ongeluk van andersdenkenden.
Het stichtende gedrag en de levenswandel der eerste Christenen deed vaak Heidenen en Joüeii de waarheid en voortreffelijkheid van Christus\' leer inzien en met Gods hulp, de dwaling afzweren.
Mocht ook ons gedrag, onze levenswandel, zóó zijn dat andersdenkenden en flauwe Katholieken tot betere gedachten komen, dan zal Gods zegen ons niet ontbreken.
P. B. V.
Pk.
KORT ONDERRICHT
OVER DE
yEREERING VAN JA A B. I A
onder den titel van
O. L. VROUW VAN KET H. HAHT.
--
Voor vijf jaren was Zijne Eminentie Kardinaal Dechamps te Rome. Hij stelde veel belang in de wederopbomving der kerk van Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, moedigde de eerw. paters tot dit groote werk aan en sprak bij die gelegenheid deze woorden tot de Communiteit; gt; God heeft U eene schitterende toekomst verzekerd, want aan U heeft Hij het wachtwoord van onzen tijd gegeven.quot;
Wat wilde de groote Kardinaal daardoor zeggen?
Een wachtwoord, dat is een woord, een kreet, waarin voor \'t oogenblik aller meening, aller gevoel is uitgedrukt, en waardoor de gc.noederen worden bewogen en meegesleept.
Wachtwoorden kan men ook noemen, die schoonklinkende en bedriegelijke gezegden,
8
sedert eene eeuw door het ongeloof uitgedacht en verspreid •, woorden, die geen zin hebben, maar liet volk verleiden en van het pad der deugd doen afwijken.
Vrijheid, gelijkheid en Broederschap moeten luide worden uitgesproken, zoo zegt de vrijmetselaar Mazzini, men moet er mede dweepen, maar nooit uitleggen . . . anders begrijpt het volk de bedriegelijkheid die in die woorden ligt. — Geen Kerk is meer voor de vrijheid dan de Katholieke Kerk. Vraagt echter voortdurend om meer vrijheid, dan komt er een punt, waarin de Katholieke Kerk niet kan toegeven, en zoo kunt ge het bedrogen volk tegen de Kerk opzetten. \')
Een wachtwoordhehhen dus de goddeloozen, maar mogen nu de godsdienstigen, de braven geen wachtwoord hebben ? en zou een wachtwoord niet ons aller geloof opwekken, onzen ijver vermeerderen?
Gewis de braven moeten tegen over de goddeloozen een wachtwoord hebben, maar dat woord moet ons door den Hemel worden ingegeven. — Door den Hemel verlicht, spraken onze vaderen in de middeleeuwen: r God wil
\') Aldus iu Slazzuii\'s brieven aan het jonge Italië.
9
hetquot; en allen beantwoordden dien roep en begaven zich naar het Oosten, naar het graf van God onzen Zaligmaker. Als door den Hemel verlicht, sprak dan ook voor vijfjaren de doorluchtige Kardinaal Dechamps; Kinderen der Heilige Kerk, ziet kier uw wachtwoord, het wachtwoord van onzen tijd: »Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, bid voor ons.quot;
Wat kan de reden zijn van dat gezegde van Kardinaal Dechamps ? Wij meenen deze. In onze dagen zijn er twee zaken, die al de anderen beheerschen, de devotie (vereering) tot de Onbevlekte Maagd, en de aanbidding van het Goddelijk Hart van Jesus. — Het is waar, de kortzichtigen, staatkundigen en geleerden denken er niet aan, en zeker niet de ongeloovigen, maar God, die alle dingen wikt en weegt, niet naar het oordeel der menschen, maar naar Zijn oordeel, weet, dat, zoo de maatschappij voor de toekomst nog eenige hoop kan voeden, die hoop uit het bovennatuurlijke ontspruit. God, die dat weet, en ons gaarne helpt, heeft dan ook in Zijne barmhartigheid, in onze tijden de glorie der Maagd voltooid, en door Pius IX, zaliger gedachtenis, de Onbevlekte Ontvangenis der Maagd tot dogma (Kerkleer) verheven, en daardoor ons geroe-
10
pen tot meerdere vereering der Moedermaagd.
Voor twee eeuwen reeds, heeft Christus, onze Heer en Zaligmaker, de aanbidding van Zijn Hart gevraagd, maar voor onzen tijd is als het ware die algemeene aanbidding weggelegd. Een vuur is als het ware ontstoken, en sinds Pius IX heeft gesproken; »Wij hebben geen hoop, dan op het Goddelijk Hart van Jesus, dat Hart zal de wereld reddenquot;... is er bijna geen priester meer te vinden, die niet ijvert voor de aanbidding van dat Goddelijk Hart.
Inderdaad, door de aanbidding van dat Goddelijk Hart, en door de vereering der Onbevlekte is het liefdevuur in de harten der geloovigen ontstoken. Welnu, de onbevlekte Maagd is niet alleen Maagd, zij is ook Moeder, zij is de maagdelijke Moeder van Jesus, van haren en onzen Heer; uit haar heeft Jesus Zijne menschelijke natuur aangenomen. Zijn Hart is een deel van haar Hart en Maria dien ten gevolge Moeder van dat Goddelijk Hart, en wordt door ons alzoo te recht onder den titel van O. L. Vrouw van het H. Hart aangeroepen. Die devotie tot Onze Lieve Vrouw van het H. Hart vereenigt de vereering van de Onbevlekte en de aanbidding van het
11
Goddelijk Hart van Jesus, en toont al de bevalligheid en al de macht van beiden aan ; al de bevalligheid om de harten tot zich te trekken, al de macht om aller harten te heiligen.
Wat liggen er vele waarheden opgesloten in den eenvoudigen titel: gt; Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.\'quot; Hij is niet alleen een glorierijke lofzang tot Maria, maar ook eene hulde voor het Hart van haren Zoon, een krachtig gebed, eene verheven leering.
Herhalen wij in het kort deze hoofdpunten.
Deze titel is vooreerst een glorierijke lofzang tot Maria. Inderdaad, is er iets aangenamer dan de herinnering aan een luisterrijken oorsprong ? Welnu, onze hemelsche Moeder heeft de titels van haar onvergelijkelijke!! adeldom geput in de bijzondere barmhartigheid van haren en onzen Verlosser. Zij is Onbevlekt, Maagd der maagden, Moeder van God ; en al die gunsten is zij verschuldigd aan het Hart van Jesus; daarom is het een groote lof het haar te herinneren, met haar s Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hartquot; te noemen.
Maar wij zeggen bijzonder; »Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hartquot; omdat het Hart van Jesus eenigermate het goddelijk gebied, het verkozene aandeel zijner moeder is. Het
_ j
I scl
is inderdaad waar, en gansch de overlevering ï de laat er ons niet aan twijfelen, dat Jesus gewild | aa en zelfs besloten heeft dat de gebeden van ,1 we Maria een krachtigen invloed zouden hebben M; om zijne rechtvaardigheid te bewegen, dat zij ; va door een zacht geweld den goddelijken tegenstand zouden dwingen, zelfs wanneer de ver- Zij eenigde pogingen der heiligen en der engelen wij vruchteloos zouden wezen: dat zijn Hart ten ste hoogste gevoelig en bijna gehoorzaam zou zijn gel aan de moederlijke smeekingen, dat zij er te eene onuitsprekelijke macht van liefde op zoude I zor uitoefenen; in een woord, dat zij de ■gt;Lieve uiti Vrouwquot; zou zijn van Hem, den Koning der ; zijr koningen, den Heer der hecren. : wij Die titel is ook nog eene hulde aan het : gel: Heilig Hart van Jesus. En hoe ware het anders | het mogelijk ?
De Heer verheerlijkt zich zeiven, wanneer I pin
wij de schoonheden der natuur en der genade mai
beschouwen en alzoo terugkeeren tot Hem, i ver
het begin en het zinnebeel 1 van alle aardsche 1
schoonheid, om zijne almacht en zijne goed- inn
heid te loven. bar
Welnu, wat doen wij in de vereering tot beu
Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart ? Na war Maria, het meesterstuk van Gods hand, be-
13
schouwd te hebben, wenden wij ons onmiddellijk tot haren Schepper: met denzelfden aanblik, om zoo te zeggen, bereiken wij het werk en den Maker, en onze geest, door Maria\'s voorspraak, schept behagen in het Hart van Jesus.
Niets is aangenamer aan den Heer, dan Zijne barmhartigheid te loven! En kunnen wij ons eene grootere barmhartigheid voorstellen dan die, welke God voor Zijne Moeder gehad heeft, met haar boven alle schepselen te verheffen, dan die, welke Hij voor ons, zondaren gehad heeft, met in hare handen de uitdeeling te stellen van de vergiffenis, van zijn bloed, van zijne genaden : dit alles drukken wij, met een overgroot genoegen, uit in onze geliefde aanroeping: » Onze Lieve Vrouw van het H. Hart^ bid voor o/is.quot;
Wij hebben er bijgevoegd, dat die aanroeping eene bijzondere kracht heeft. Welnu, de macht van het gebed beantwoordt aan het vertrouwen, welke het bezielt.
Wanneer wij die woorden overwegen, herinneren wij ons de teederheid van Maria, de barmhartigheid van Jesus en de macht van beiden. Zouden wij dan kunnen twijfelen, wanneer wij met zulke gevoelens bezield zijn ?
i-é:
Wij weten ook, door hoevele wonderdaden Maria zich gevoelig getoond heeft voor die schoone aanroeping. Wanneer wij haar O. L. Vrouw van het H. Hart noemen, voegen wij er in kinderlijk vertrouwen dan ook bij: ïHoop der hopeloozen.quot;
Eindelijk, die gezegende naam vereenigt in zich de verhevenste en de werkdadigste leering. Zeker, de vereering van O. L. Vrouw van het H. Hart is niet boven het bereik der een-voudigen, doch daarom is zij nog niel zonder zin of oppervlakkig. Zij is niet tevreden met een uitroep die de lippen ontvalt of slechts door een bewogen hart uitgeroepen wordt. Verre van daar: Wij beminnen deze devotie, omdat zij leerstellig is, zei Kardinaal Manning, een vroom dienaar van O. L. Vrouw van het H. Hart. Dat wil zeggen, dat men die devotie moet overwegen en doorgronden. Naarmate men in hare beteekenis cn haren geest doordringt, leert men er de waarde van kennen. Men is overtuigd, dat O. L. Vrouw, die al hare voorrechten bekomt door het H. Hart van Jesus, ook allen naar dit Hart wil leiden. Haar doel is ons het H. Hart te doen beminnen en die liefde steeds te versterken. Men weet, dat al wat geen betrekking heeft op de
15
deugd en de liefde tot God, niets is dan tijdverdrijf en zinsbedrog. Helaas! hoeveel zielen verliezen alzoo hun tijd met uitwendige blijken van devotie te geven, zonder er den geest van te bezitten.
De devotie tot O. L. Vrouw van het H. Hart geeft dit voordeel dat zij zulk zinsbedrog moeilijk maakt. Zij toont ons het H. Hart met zijn kruis, zijne vurige liefde en zijne doornen ; hare oefeningen, hare zinnebeelden, haar naam zelfs, alles doet het Hart van Jesus uitschijnen, 1 alles leidt er naar toe.
De gedachte aan Maria, de liefde tot Maria, den christen zoo eigen en gemeenzaam, leiden | de godvruchtige ziel tot de liefde van het H. Hart, tot die innige aanbidding, die als de j ziel zelve van den godsdienst is.
Het is onbetwistbaar, dat de hoop der Kerk j bovenal berust in het H. Hart van Jesus.
Heeft de Heer aan de gelukzalige maagd van ? Paray niet aangekondigd dat zijn Hart zou | heerschen ondanks zijne vijanden ?
In waarheid, wij voorspellen slechts de ver-\' lieffing van dit goddelijk rijk, want de dienst jvan het H. Hart is nog niet genoeg verspreid |onder de Christenen. Wie kent beter het Hart van haren Zoon en bezit een grooter vermo-
16
gen om er ons den toegang van te vergemakkelijken dan Maria ? De ondervinding leert liet: er is geen zekerder en gemakkelijker weg om tot vurige liefde en navolging van het H. Hart van Jesus te geraken dan de devotie van O. L. Vrouw van het H. Hart.
O ellende onzer arme zielen! De uitgestrektheid der liefde, zich openbarende door de uitgestrektheid der opoffering, doet ons verschrikken in plaats van ontbranden in liefde. Wij vreezen dat men zal terugvragen, wat wij billijkkerwijze verplicht zouden zijn terug te geven. IJdele en zwakke schepselen als wij zijn, willen wij door een lokaas verlokt worden, ons hart wil verleid worden om zich te laten beheerschen. God stemt toe in hetgeen wij eischen; Hij toont ons de vereering van O. L. Vrouw van het H. Hait in al hare aantrekkelijkheid ; de godsdienstzin der christenen kan er niet aan weerstaan. Door hare bekoorlijkheden verlokt, vergeet de ziel, als onbewust, de aarde, wordt afkeerig van de ijdele vermaken, verheft zich tot den hemel, tot God. Voor al degenen, die eenmaal de devotie tot O. L. V. van het H. Hart begrepen en gesmaakt hebben, wordt zij aangenaam en gemakkelijk, en de dienst van het H. Hart wordt eene drin-
17
gende behoefte ; de deugd en de volmaaktheid der liefde zullen altijd het doel, de ziel, het sieraad wezen van een leven geheiligd dooide getrouwheid aan de genade, ondersteund door de zegeningen des Hemels, versterkt door de zoetste hoop.
Pelgrims, overweegt dit, vraagt den Hemel om licht en volgt het licht der genade.
Vraagt en gij zult verkrijgen. Ja, bijzonder te Sittard, waar gij gesteund wordt door de voorspraak van O. L. V. van het H. Hart; te Sittard, de beêvaartplaats door God zelf uitverkoren als de genadeplaats, waar Hij kwistig is met de uitdeeling zijner gunsten.
Reeds in de i7l,e eeuw kwamen er vele beêvaartgangers naar Sittard en het oude Miraculeuze Maria-beeldje \') wordt er ook thans nog in de parochie-kerk vereerd. Doch de fransche revolutie deed de beevaarten verminderen en ophouden, tot dat God door een nieuw wonder de devotie tot Maria opwekte en de beêvaarten herstelde onder den titel
^ Do geschiedenis van Hot Oude Wondcrbeeldc van O. L. Vrouw van Sittard, beschreven door den TToogEervr. lieer .f. C. Linders, Kanunnik van het Kapittel der Kathedrale Kerk \\au Hoennond, Deken en Pastoor van Sittard, is verkrijgbaar bij J, K. Alberts, Boekhandelaar te Sittard.
2
18
waardoor Jesus\' liefde het duidelijkst spreekt. Komt dan allen die belast en beladen zijt en God zal u verkwikken. Laat u niet wijs maken; Ik ben niet waard dat God mij verhoort. Dit zegt de duivel en hij heeft gelijk; want niemand onzer kan zeggen dat hij het waardig is. Maar God heeft niet gezegd ; »vraagt, en als gij het waardig zijt, zal ik het u geven,quot; maar alleen; »vraagt en gij zult verkrijgen.quot; Het is Gods goedheid en Gods belofte, waarop wij vertrouwen en dit vertrouwen wordt door God beloond.
Bidt dus en gij zult verkrijgen.
Het Opstaan.
Zoodra gij ontwaakt, richt uwe eerste gedachten tot God, maak ter aanbidding van den drieëenigen God liet teeken des H. Kruis; maak vervolgens drie kleine kruisjes op voorhoofd, mond en borst, zeggende u zei ven teekenende met een t op het voorhoofd: „Heer, geef dat ik vandaag aan U mag denkenquot;; met een f op den mond: „Heer, geef dat ik vandaag over U mag sprekenquot;; met een t op de borst: „Heer, geef dat ik vandaag Uwe geboden mag onderhoudenquot;, of liever als een echt Christen kind: „Heer, geef dat ik vandaag braaf op mag passen.quot; — Offer U zei ven op aan Maria, Moeder van Jesus en onze Moeder, zeggende: „Onze lieve Vrouw van \'t H. Hart, bid voor mij, help mij dezen dag goed te beleven, alsof het de laatste dag mijns levens was.
Gekleed zijnde, doe als een waar kind van Jesus en Maria uw morgengebed.
20
Bemerkingen op het Morgengebed.
Het morgengebed is een plicht, waardoor wij de eerstelingen van den dag aan God opdragen; van een goed morgengebed hangt veel af, wij heiligen onze werken en krijgen daardoor vele verdiensten voor den hemel.
Onthouden wij wat de H. Thomas van Aquinen zegt: „Vele genaden worden ons gegeven zonder dat wij die vragen, maar nog veel meer genade wordt ons niet geschonken omdat wij er niet om weten te vragen.quot;
Maken wij ons morgengebed kort, maar doen wij het trouw en met den meesten eerbied.
Bïorgeng-ebetT.
In den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes. Amen.
Stellen wij ons in de tegenwoordigheid Gods en aanbidden wij Hem.
Mijn Heer en mijn God, ik aanbid Uw Opperste Majesteit. Ik bedank U, o Heer, voor. alle weldaden, en bijzonder dat Gij mij dezen nacht bewaard hebt.
21
Ik offer U op mijne ziel, mijn lichaam I en al wat ik bezit; ik draag U op al de | goede werken, die ik dezen dag zal verrichten. Ik wil die doen tot Uwe eer en | glorie, tot zaligheid mijner ziel, en om \' de aflaten te verdienen, die daaraan zijn | toegevoegd.
Ik maak een vast voornemen om dezen ^ dag christelijk door te brengen, ik wil ? liever duizendmaal sterven dan U ver-I grammen. — Goddelijk Hart van Jesus, ik ;; bid U, geef mij de genade om dit voor-; nemen wel te volbrengen. H. Maria, Moeder jGods, O. L. Vrouw van\'t Heilig Hart van Jesus, bid voor ons. — H. Joseph, vriend \'1 van \'t H. Hart van Jesus, bid voor ons. —
II. Engelbewaarder, bid voor ons. — H.....
Imijn Patroon (mijne Patrones) bid voor ions. — Alle Engelen en Gods lieve Hei-jligen, bidt voor ons.
Het Onze Vader.
1. Onze Vader, die in de Hemelen zijt!
2. Geheiligd zij uw Naam!
3. Laat toekomen uw Rijk!
4. Uvv wil geschiede op aarde als in den Hemel 1
22
5. G-eef ons heden ons dagelijksch brood!
6. En vergeef ons onze schulden, gelijk wij ook vergeven onzen schuldenaren!
7. En leid ons niet in bekoring!
8. Maar verlos ons van den kwade! Amen.
Het Wees gegroet of de groetenis des Engels.
Wees gegroet, Maria, vol van genade! i) De Heer is met U! Gezegend zijt gij boven alle vrouwen! En gezegend is de vrucht uws lichaams, Jesus! ] Leilige Maria, Moe- ; der Gods, bid voor ons, zondaren, nu en in het uur van onzen dood. Amen.
Het symtaolum der Apostelen of de twaalf artikelen des geloofs.
1. Ik geloof in God, den Yader Almachtig, Schepper des hemels en der aarde;
2. En in Jesus Christus, zijnen éénigen Zoon, onzen Heer;
3. Die ontvangen is van den Heiligen Geest, geboren uit de Maagd Maria;
4. Die geleden heeft onier Pontius Pilatus, is gekruist, gestorven en begraven;
5. Die nedergedaald is eer helle, ten derden dage verrezen van den dood;
I
23
6. Die opgeklommen is ten hemel, en zit ter rechterhand Gods zijns Vader Almachtig ;
7. Van daar zal Hij komen oordeelen levenden en dooden.
8. Ik geloof in den Heiligen Geest;
9. Een Heilige Katholieke Kerk, Gemeenschap der Heiligen;
10. Vergiffenis der zonden;
11. Verrijzenis des Vleesches;
12. En het eeuwig leven. Amen.
Dat de Heer ons gelieve te zegenen en tegen alle kwaad te beschermen, en tot het eeuwig leven te geleiden; en dat de zielen der geloovigen door Gods barmhartigheid in vrede rusten. Amen.
j- i t a n i e
van den
(flffeslu\'i fu]Mcu ÊT-aam otaui.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesüs, verhoor ons.
24:
God, liemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld. God, Heilige Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Jesus, Zoon van den levenden God,
Jesuö, glans des Vaders, O
Jesus, klaarheid van het eeuwig licht, amp; Jesus, Koning der glorie, g
Jesus, zon van rechtvaardigheid, 3
Jesus, Zoon der Maagd Maria, d
Beminnelijke Jesus, o
Wonderlijke Jesus, n
Jesus, sterke God, ®
Jesus, vader der toekomende eeuwen, Jesus, Engel van den grooten raad, Allermachtigste Jesus,
Allerverduldigste Jesus, Allergehoorzaamste Jesus,
Jesus, zachtmoedig en nederig van harte, Jesus, minnaar der kuischheid,
Jesus, onze minnaar,
Jesus, God des vredes,
Jesus, oorsprong des levens,
Jesus, voorbeeld van alle deugden,
Jesus, ij veraar voor de zielen,
Jesus, onze God,
Jesus, onze toevlucht,
25
Jesus, Vader der armen, ontferm U onzer.
Jesüs, schat der geloovigen,
Jesüs, goede Herder,
Jesus, waarachtig licht,
Jesüs, eeuwige wijsheid,
Jesüs, oneindige goedheid,
Jesüs, onze weg en ons leven,
Jesüs, vreugd der Engelen, §
Jesüs, Koning der Patriarchen, g;
Jesüs, Meester der Apostelen, 3
Jesüs, Leeraar der Evangelisten,
Jesüs, sterkte der Martelaren, ^
Jesüs, licht der Belijders, g
Jesüs, zuiverheid der Maagden,
Jesüs, kroon van alle Heiligen, ^
Wees genadig, spaar ons, Jesüs,
AVees genadig, verhoor ons, Jesus, Van alle kwaad, verlos ous, Jesus, Van alle zonden, ^
Van uwe gramschap, ®
Van de lagen des duivels, o
Van den geost der ontucht, ^
Van den eeuwigen dood, g
Van het veronachtzamen uwer inspraken, ~ Door het geheim uwer heilige Mensch- w wording, g
Door uwe geboorte,
26
Door uwe kindsheid, verlos ons, Jesus. Door uw allergoddelijkst leven, ^
Door uwe vermoeienissen, ®
Door uwen doodstrijd en uw lijden, o Door uw kruis en uwe verlatenheid, 0 Door uwe uitputtingen, gj
Door uwen dood en uwe begrafenis.
Door uwe verrijzenis, w
Door uwe hemelvaart, gj
Door uwe vreugden,
Door uwe glorie.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Jesus.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Jesus, hoor ons.
Jesus, verhoor ons.
LAAT OXS BIDDEN.
Heer, Jesus Christus, die gezegd hebt\': vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klopt en u zal worden opengedaan; geef ons, die er om vragen, de gevoelens uwer goddelijke liefde, opdat wij U uit geheel ons hart, met mond en werken
27
beminnen, en nimmer ophouden U te loven.
Geef ons, o Heer, dat wij altijd uwen H. Naam te gelijk vreezen en beminnen, daar Gij nooit uwe leiding onthoudt aan hen, die Gij in uwe liefde hebt gegrondvest. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Het Apostolaat des Gebeds.
Het Apostolaat des gebeds is eene ver-eeniging om ons Christenhart tot ijver op te wekken, en heeft ten doel ons Christenen er toe te brengen onze gebeden te vereenigen met de smeekingen, welke het Goddelijk Hart van Jesus voortdurend aan God Zijn hemelschen Vader opdraagt voor de zaligheid der zielen en de overwinning der Kerk. Dat was het Apostelambt van Maria.
Maria heeft door die inwendige handeling, door dat bidden in vereeniging met het Goddelijk Hart van haren Zoon, meer ter verdediging der Kerk en de zaligheid der menschen gedaan, dan alle geleerden Idoor hunne geschriften en alle predikers door hunne welsprekendheid.
Gekroond in den hemel, oefent Onze
28
Lieve Yrouw nog altijd datzelfde Apostelambt uit, terwijl zij hare machtige bemiddeling vereenigt met de altijddmeiide smeekingen van bet Goddelijk Hart van Jesus in het allerheiligst Sacrament des Altaars. — Volgen wij dat zoo schoone voorbeeld na: en laten wij ons in die Broederschap inschrij ven.
Batreliiksclis ondraoht aan \'t Goddelijk
5 Hart van Jesus.
Goddelijk Hart van Jesus, ik offer U, door het onbevlekte Hart van Maria, al de gebeden, al liet werk en al het lijden van dezen dag, in vereeniging met al de intenties, waarmede Gij zelf U onophoudelijk opoffert op het altaar. Ik offer U die op in het bijzonder voor die intenties, welke deze maand aan de gebeden dei-leden zijn aanbevolen. Amen.
Een Onze VcidsT, een WeGSCjacji oct, ^ de 12 Artikelen des Geloofs en het Schiet-göbed: O Zoot Ilcirt Vein Josus, gocf dcit fk U meer en meer beminne. Amen.
Eereboete aan het H. Hart.
Lieve Jesus, tot voldoening voor alle
29
oneerbiedigheden, U aangedaan in het H. Sacrament, offer ik mijn hart aan U op; neem het op in Uw H. Hart en geef, dat het daar brande en verteere. ü Jesns, voor U wil ik leven, lijden en sterven. Amen.
Lofzang.
Hart, van zoetheid overvloeiend, Als de schoonste lelie bloeiend Van het hemelsch paradijs;
Stort vertroosting in mijn harte.
Stil de bittre zielesmarte.
Voed mij met der eng\'len spijs.
Gebed van den H. Alphonsus Maria de Iiigxiori.
O Jesus, die mijn\' liefde zijt,
Ik wil U en anders niet,
Ik beveel m\' aan Uwe Oppermajesteit,
Opdat, o God, Uw wil
Geheel mijn wil gebiedt.
Het Memorare van Onze Lieve Vrouw van \'t H. Hart van Jesus,
Gedenk, Onze Lieve Vrouw van \'t H. Hart, de onuitsprekelijke macht, die Uw Goddelijke Zoon U op Zijn aanbiddelijk
30
Hart gegeven heeft. Yol vertrouwen op Uwe verdiensten komen wij Uwe bescherming afsmeeken. O Hemelsche _ Schat-meesteros van Jesus\' li art, van dit Hart, hetwelk de onuitputbare bron van alle genaden is, en dat Gij naar welgevallen kunt openen, om er over het menschdom te doen uitstroomen al de schatten van liefde en barmhartigheid, van licht en zaligheid, die er in zijn opgesloten, verleen ons, wij smeeken het U, de gunsten, die wij verzoeken. ... Neen, wij kunnen niet alge wezen worden; en omdat Gij onze Moeder zijt, o Onze Lieve Vrouw van \'t H. Hart, neem onze gebeden gunstig aan en gelief ze te verhoeren. Amen.
(Pias IX, 13 Juni 1870. 100 dagen aflaat voor de
leden, van de Aartsbroederschap).
Gebed van Pater Zucchi, waardoor hij zijn onschuld bewaard heeft.
Wees gegroet Maria, vol van genade, de Heer is met U, gezegend zijt gij boven alle vrouwen, en gezegend is de vrucht uws lichaams Jesus, Heilige Maria, Moeder Gods, bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onzen dood. Amen.
31
O mijne Meesteres, o mijne Moeder, ik draag mij geheel aan U op; en om U te bewijzen dat ik U ben toegedaan, wijd ik U heden toe mijne oogen, mijne ooren, mijn mond, mijnhart, ja geheel mij zeiven. Daar ik alzoo de uwe ben, o goede Moeder, bewaar mij, verdedig mij als uw goed en uw eigendom.
Verzuchting in de bekoringen.
O mijne Meesteres, o mijne Moeder, gedenk dat ik de uwe ben. Bewaar mij, verdedig mij als uw goed en uw eigendom.
Aflaten.
By dekreet van den 5 Augustus 1851 hseft Z. H. Pius IX verleend:
1°. Eenen aflaat van 100 dagen eens op iederen dag te verdienen, icanneer men Ivi gebed van Pater Zucchi met het Wees gegroet \'s morgens en \'s avonds godvruchtig bidt.
2°. Eens in de maand vollen aflaat, wanneer men het gedurende de geheele maand dagelijks bidt. De verdere voorwaarden daartoe zijn: biechten, communi-ceeren, eene kerk of openbare kapel bezoe-
32
ken, en daar bidden volgens intentie van Zt TT clcjis Paus.
3n. Eenen aflaat van 40 dagen, telkens wanneer men in de bekoringen, dquot; vorenstaande Verzuchting godvruchtig en met een rouwmoedig hart bidt.
Al deze aflaten zijn toepasselijk op de geloovige zielen.
Gebed tot de Onbevlekte Maagd.
0 Onbevlekte Maagd, gewaardig aan den eeuwigen Vader het dierbaar Bloed, van uwen lieven Zoon Jesus Christus op te offeren; opdat Hij gedurende dit uur, dezen dag of dezen nacht, ergens in de wereld eene doodzonde belette.
(Zulk eene vraag aan de Onbevlekte Maagd gedaan, kan niet onverhoord blijven. — Indien wij dit gebed dagelijks bidden zullen wij op het einde des jaars 365 doodzonden belet hebben; bidden wij het eiken morgen en avond dan beletten wij er 730; indien wij het alle uren doen, hoevele doodzonden zouden wij dan niet m een jaar belet hebben? Welke glorie voor Jesus Christus, onzen Heer en God, en welk gewicht om tegen onze eigen fouten op te wegen, indien ■wij dit geheel ons leven onderhouden).
33
Gebed
tot O. L. Vrouw van Lourdes.
0 Onbevlekte Maagd, Moeder van barm-1 hartigheid, Gezondheid der zieken, Toe-| vlucht der zondaren. Troosteres der be-| drukten. Gij kent mijne behoeften, mijne 1 pijnen, mijne smarten; gewaardig een gun-f stigen blik op mij te werpen. Gij hebt met I in deze grot te verschijnen, gewild, dat := zij eene bevoorrechte plaats zoude worden, ; van waar Gij uwe gunsten zoudt kunnen : verspreiden, en reeds hebben vele onge-; lukkigen er het hulpmiddel voor hunne | geestelijke en lichamelijke krankheden ge-• i vonden, vol vertrouwen kom ik uwe moe-, derlijke toegenegenheid afsmeeken; verhoor So teedere Maria, mijn ootmoedig gebed, en - met uwe weldaden overladen, zal ik uwe ■ deugden trachten na te volgen, om eens | aan uwe glorie deelachtig te worden. Amen.
i 40 dagen aflaat, zoo dikwijls men dit gebed godsvruchtig leest. -j- B. S. Bissehop van Tarbes.
Sohietgebedan om dagelijks dikwijls te herhalen.
I Moge het Heilig Hart van Jesus alom Jbemind worden. (100 dagen afl.)
3
34
Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart,
bid voor ons. (100 dagen afl.)
Allerzoetst Hart van Jesus, maak dat ik U meer en meer moge beminnen.
Zoet Hart van Maria, wees mijn heil. (300 dagen afl.)
O Maria geef ons eene plaats bij U in het H. Hart van Jesus.
Bemind zij alom Jesus\' H. Hart.
(100 dagen afl.) Onbevlekt Hart van Maria, bid voor ons.
(100 dagen afl.) H. Joseph, vriend van \'t H. Hart, bid voor ons. (100 dagen afl.) Leve Jesus, mijne liefde En Maria, mijne hoop ! (H. Alph.) Engel Gods, mijn bewaarder, verlicht, bewaar, geleid en bestuur mij, die door Gods liefde aan uwe zorg ben toevertrouwd. Amen.
100 dagen aflaat telkens als men bovenstaand gebed met een rouwmoedig hart bidt. Pias VI. Breve van 2 Oetober 179\').
Een vollen aflaat in het uur des doods. Pias VIT. 11 Jani 1790.
Een vollen aflaat eens in do maand. Pias VII. 15 Mei 1S21.
85
Oefening:.
Wanneer gij het allerheiligste Sacrament des Altaars bezoekt, bid clan altijd het H. Hart van Jesus, onder de voorspraak van Ü. L. Vrouw van \'tH. Hart, dat de lauwe zielen de ware godsvrucht bekomen.
Avondgebed.
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen.
Mijn Heer en mijn God, ik aanbid uwe opperste Majesteit. Ik bedank U vooralle weldaden, bijzonderlijk dat Gij mij dezen dag bewaard hebt.
Kom, o Heilige Geest, verlicht mijn verstand om mijne zonden te kennen en geef mij de genade van een oprecht berouw over dezelve.
Overde?ik hier, hoe gij dezen dag hebt doorgebracht, om ie zien of gij gezondigd hebt en zeg daarna:
Acte van Geloof.
Ik geloof, o mijn God, dat Gij één zijt iu wezen en drievuldig in personen; dat de tweede persoon der Heilige Drievuldigheid voor ons is mensch geworden, en dat
86
Gij het goede loont en het kwade straft; dit en alies wat Gij ons door de Heilige Kerk te gelooven voorstelt, geloof ik vas-telijk, omdat Gij de eeuwige waarheid zijt, die dit alles geopenbaard hebt. In en voor dit geloof wil ik leven en sterven.
Acte van Hoop.
O barmhartige God, ik hoop met een vast vertrouwen door de verdiensten van Jesus Christus van U te zullen verkrijgen het eeuwig leven en alles wat ons daartoe helpen kan; dit hoop ik omdat Gij oneindig goed jegens ons, almachtig en getrouw in uwe beloften zijt. In deze hoop wil ik leven en sterven.
Acto van Liefde.
O mijn God, ik bemin U boven al uit geheel mijn hart, omdat Gij het opperste goed in U zeiven en alle liefde waardig zijt; ik bemin mijne evennaasten gelijk mij zeiven om U, en wensch dat alle menschen U beminnen. In deze liefde wil ik leven en sterven.
Acte van Berouw.
Mijn Heer en mijn God, mijne zonden zijn mij leed uit den grond van mijn hart,
37
niet alleen omdat ik daardoor den Hemel verloren en de hel verdiend heb, maar ook omdat ik daardoor U, die mijn opperste goed en alle liefde waardig zijt, heb vergramd ; ik haat en verzaak de zonden uit liefde tot U, en ik neem mij vast voor, met de hulp uwer genade mijne zonden te biechten, mijn leven te beteren, en liever te sterven dan U ooit met eenige doodzonde te vergrammen.
Het Onze Vader, ziebladz. 21. I-Iet Wees gegroet en Ik geloof in God, den Vader Almachtig, zie bladz. 22.
De tien geboden Goda.
1. Boven al bemin één God.
2. IJdel zweer noch spot.
3. Vier den heiligen dag des Heeren.
4. Vader en moeder zult gij eeren.
5. Met wil of met werken sla niemand dood.
6. Doe geen overspel of onkuischheid snood.
7. Wacht u voor stelen en onrechtvaardig leven.
8. Gij zult geen getuigenis der valschheid geven.
9. Begeer ook niemands echtgenoot,
10. Noch iemands goed, \'t zij klein of groot. Amen.
38
De vijf geboden der H. Kerk.
1. De geboden heilige dagen zult gij vieren;
2. Dan ook Mis hooren met goede manieren.
3. Geen geboden vastendagen zultgij breken.
4. Gij zult uwen Priester ten minste eens \'sjaars uwe Biecht spreken;
5. En nuttigen omtrent Paschen het lichaam des Heeren.
Dat de Heer ons gelieve te zegenen en tegen alle kwaad te beschermen, en tot het eeuwig leven te geleiden, en dat de zielen der geloovigen door Gods barmhartigheid in vrede rusten. Amen.
LITANIE
VAN DE
(flffeamp;ftcificptc- 91c.aag? 91^atia.
|
Kyrie, ettison. Christe, eléison. Kyrie, eléison. Christe, audi nos. Chrisfe, exaudi nos. Pater de ccclis Deus, miserére nobis. |
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. God Hemelsche Vader, ontferm U onzer. |
39
|
Fili R(démptor tnunrli Deus, miserére nobis. Spiritus Sancte Deus, miserére nobis. Sancta Trinitas, unus Deus, miserére nobis. Sancta Maria, ora pro nobis, Sancta Dei génitrix, Sancta Virgo Virgin urn, O Mater Christi, r M(iterdivina;gratia, ^ Mater purissima, ^ S Mater castissima, p,-Mater invioldta, Mater intemerdta. Mater amdbilis. Mater admirdbilis. Mater Creator is. Mater Salvatóris, Virgo prudenttssima, |
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons, H. Moeder Gods, H. Maagd der Maagden, MoedervanChristus, H Moeder der godde- ^ lijke genade. g Allerreinste Moeder, ^ Allerzuiverste Moe- § der, Ongeschondene Moeder, Onbevlekte Moeder, Beminnelijke Moeder, Wonderbare Moeder, Moeder des Scheppers, Moederdes Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, |
40
|
Virgo venerdnda, ora pro nobis, Virgo prcedicdnda^ Virgo potens, Virgo demcns^ Virgo fidélis^ Spéculum justiticE, Sedes sapiéntice, Causa nostra Icetitia, Vas spiritudle, Vas honordbile^ Vas insigne devo- tiótüs, Rosa mystic a, Turris davidica, Turris ebürnea, Domus aürea, Foederis area, Jdnua «£■//, Stella matutina, Salus infirmóruin, Refügium peccató-runtj Consoldtrix afflictorum^ O •t STquot; «O* |
Eerwaardige Maagd, bid voor ons, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, Goedertierene Maagd, Getrouwe Maagd, Spiegel der rechtvaardigheid, Zetel der wijsheid, Oorzaak onzer blijdschap, ö Geestelijk Vat, ^ Eerwaardig Vat, o Uitmuntend Vat van ° godsvrucht, § Geheimzinnige roos, quot; Toren van David, Ivoren toren. Gulden huis, Arke des verbonds, Deur des Hemels, Morgenster, Behoudenis der kranken, Toevlucht der zondaren, Troosteres d.bedrukten, |
41
|
AuxUhim christia-nórutn. or a pro nobis Reglna Angelórum, Reglna Patriarchdrum, Regina Prophetd-rutn, Regina Apostoló- o rum, amp; Regina Mdrtyrum, ^ Regina Confessó- 5 rum, p.- Regina Virgin tun, Regina sanctorum Ommum, Regina sine labe concépta, Regina sacratissimi Rosarii. Agnus Dei, qui tollis peccdta inundi, puree nobis Dómine. Agnus Dei, qui tollis |
Hulp derChristenen, bid voor ons, Koningin der Engelen, Koningin der Patriarchen, Koningin der Profeten, Koningin der Apostelen, Koningin der Mar- ^ telaren, § Koningin der Be- ^ lijders, g Koningin der Maagden, Koningin van alle Heiligen, Koningin, zonder vlek ontvangen. Koningin van den allerheiligsten Rozenkrans, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Heer. Lam Gods, dat weg- td |
42
|
peccdta tnundi, exdv.dl nos, Dómine. Agnus Dei^ qui tol/is feccata mundi^ miserére nobis. Christe, audi nas. Christe, exaudi nos. Pater nosfer, etc. v. Et ne nos indiicas i?i tentatiónem. r. Sed libera nos a mala. Sub tuum prasidium confiigimus, sancta Dei Génitrix, nostras depre-eatiónes ne despicias in necessitdtibus nostris; sed a penculis cunctis libera nos semper, Virgo gloriósa et be-nedicta, Dómina nostra, Mediatrix nostra, Ad-vocdta nostra, tuo Filio neemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer. |
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,ontfermU onzer. Christus, hoor ons. Christus,verhoor ons. Onze Vader, enz. En leid ons niet in bekoring. Maar verlos ons van den kwade. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, o heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood; maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Meesteres, onze Middelares, onze Voorspreek- |
43
|
ttos ree one ilia, fun Filio nos cotnvtéada^ tuo Filio nos repreeséntu. v. O ra pro nobis saneta Déi Génitrix. R. Ut eiigni efficid-mur promissiónibus Christi. Orémus. Grdtiam tuam^ quee-sumus^ Dómine, inén-tihus nostris infünde: ut qui, Angela nunti-dnte, Christi Filit tui inearnatiónem eognóvi-mus^ per passiónem ejus et erucem ad re-surreetiónis glóriam per duedmur. Per eumdem Christum Dótninum nostrum. Amen. |
Divinum auxilium ster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon. Bid voor ons heilige Moeder Gods, Opdat wij waardig worden de beloften van Christus. LAAT ONS BIDDEN. Wij bidden U, Heer, stort uwe genade in onze harten, opdat wij, die door de boodschap des Engels de mensch-wording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de heerlijkheid der verrijzenis gebracht worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen. De hulp van God |
44
|
maneatsemper noMscum. Amen. Fidélium dnimce per misericórdiam Dei re-quiéscant in pace. Amen. |
blijve altijd met ons. Amen. Dat de zielen der ge-loovigen door de barmhartigheid van God rusten in vrede. Amen. |
Schietgebedeu.
0, Goddelijk Hart van Jesus, ik aanbid U, ik bemin TJ, ik prijs U, sta mij bij al de dagen mijns levens, maar vooral in liet uur van mijnen dood.
O Maria, verwerf ons een groot vertrouwen op het H. Hart van Jesus.
O medelijdend Hart van Jesus, wees ons toonbeeld in ons leven, onze toevlucht in den dood, en in de eeuwigheid ons loon.
O Maria, mocht ik het H. Hart van Jesus beminnen, gelijk uw Hart het heeft lief gehad!
Och zoete Jesus, wil niet mijn rechter, maar veeleer mijn helper, mijn Verlosser zijn.
Mijn Jesus, barmhartigheid. (300 dagen afl.)
Onze Lieve Vrouw van \'t Heilig Hart, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen.
45
Jesus, Maria, Joseph, staat mij bij in Imijnen doodstrijd. (100 dagen afl.)
Jesus, Maria, Joseph, moge ik in uw heilig «gezelschap zalig sterven. (100 dagen afl.) • 1 11. Joseph, lelie van zuiverheid, bescherm Jons in de gevaren des levens.
|v. Bid voor ons, gelukzalige Rosa van Lima. Ia. Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
Acte van Eereboete tot het H. Hart van Jesus.
Voor ieilercu avond.
Aanbiddelijk Hart van Jesus, hoe dikwijls hebben U vandaag de zondaars | wederom doorstoken! Hoevele steken heb ik zelf U toegebracht! in het uur van mijnen dood zal ik dit aanbiddelijk Hart zien, dat ik zooveel smart heb aangedaan, ü kon ik het, met dezelfde droefheid, bij i het eindigen van dezen dag aanschouwen. Ik draag ü op, o goddelijk Hart, de rust die ik ga nemen, en vereenig dezelve met ï Uwe rust in het graf.
De slaap is het afbeeldsel des doods. Wanneer ik sterven zal, is mij onbekend, maar van dit oogenblik af, smeek ik U,
I
46
mijnen dood eu de opoffering van mijn leven te willen aannemen, om te herstellen en te boeten alle versmadingen, die U zijn aangedaan en die ik in het bijzonder vandaag het ongeluk gehad heb tegen Uwe aanbiddelijke Majesteit te bedrijven.
Verzuchtingen tot het Goddelijk Hart van Jesus.
O mijn beminnelijke Verlosser, ik verlang IJ mijne erkentelijkheid te betuigen en mijne ontrouw te herstellen; ik geef U mijn hart: ik wijd mij geheel aan Ü toe, en ik neem mij voor nimmer meer te zondigen. (100 dagen afl. Pius VIL)
O H. Hart van Jesus, stort Uwe zegeningen uit over de H. Kerk, hare bedienaren en al hare kinderen. Versterk de rechtvaardigen , bekeer de zondaars, sta de stervenden bij, verlos de zielen desVage-vuurs, en breid, in alle harten het zoete rijk uwer liefde uit. Amen. Onze Vader, Wees gegroet. Glorie zij den Vader, den Zoon en den H. Geest, gelijk het was in den beginne, nu, en altij l en in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
.
47
Alph. Maria de Liguori. „O Jesus, leer aan 1de menschen het goddelijk recht kennen, ■ dat Gij hebt op hunne liefde.quot;
O Maria, Lieve Vrouwe van \'t H. Hart f van Jesus, leer ons dat Goddelyk, dat van | liefde brandend Hart kennen en navolgen.
O Maria, Moeder van God en ook onze : Moeder, wij bieden U het Goddelijk Hart . van Jesus aan! Wij kunnen U niets aan-, genamers aanbieden dan het liefdevolle : Hart van uwen Goddelijken Zoon, gelijk gij zelve het aan de H. Gertrudis verklaard hebt. Neem het dan aan, o teedere Moeder, te gelijk met de harten van al uwe Kinderen, wier leuze immer zijn zal:
Geheel aan het Hart van Jesus, door U, Lieve Vrouwe van het H. Hart. Amen.
Gebed tot het heilig aanschljii van Jesus.
Ik groet U, ik aanbid U en ik bemin U, , o aanbiddelijk aanschijn van Jesus, mijn Welbeminde, edel kenmerk der Godheid: ik bind mij aan U, uit al de krachten mijner ziel, en ik bid U allerootmoedigst, in ons allen de trekken uwer Goddelijke gelijkenis te prenten. Amen.
48
Vereer de Wonden van de Schouders van uwen Zaligmaker.
(De H. Beniardus vroeg eens aan Christus, nïvelke meest onbekende pijn Hij geleden had. »De Zaligmaker gaf hem ten antwoord: de spijn die aan de menschen het minst bekend is, »is de pijn, die de vreeselijke wonden door de
* zwaarte van het kruis op mijne schouders ■» veroorzaakt. Mij hebben aangedaan en veel t doen lijden. Vereer dan die Wonden, en alles vwat gij Mij door de kracht van die JVonden *zult vragen, zal Ik u geven. Aan allen,
* welke die Wonden zullen vereeren, zal Ik de »dagelijksche zonden vergeven en hunne doode-■»lijke zonden niet meer gedenkenquot;)
Gebed.
O liefderijke Jesus, allerzachtmoedigst Lam, ik ellendige zondaar, groet en vereer de heilige Wonden, die de zwaarte van Uw kruis, dat Gij zelf hebt willen dragen, op Uwe Schouders veroorzaakt hebben, en die U, mijn Jesus, meer dan uwe andere Wonden hebben doen lijden. Ik aanbid U, lijdende Jesus, en uit den grond mijns harten loof, zegen, vereer en dank ik U, voor die allerheiligste en allerpijnlijkste
49
Wonden; U ootmoedig biddend, dat Gij, uit de kracht van de pijn, die de verpletterende zwaarte van uw kruis U veroorzaakt heeft, mij al mijne doodelijke endagelijk-sche zonden vergeven, en langs den be-bloeden kruisweg, mij tot de hemelsche glorie geleiden wilt. Amen.
O Jesus, door Uw\' AVonden Vergeef ons onze zonden.
Gebed
wat bij het Allerheiligste Sacrament in de St. Janslcerlc te \'s Bosch geleden wordt.
Heere Jesus Christus, Die, om de liefde, welke Gij den menschen toedraagt, dag en nacht onder de gedaante van brood op onze altaren rust, terwijl Gij daar vol goedheid ons afwacht, en met liefde allen ontvangt, die komen om IJ in het allerheiligste Sacrament te bezoeken, ik geloof, dat Gij daar wezenlijk tegenwoordig zijt; ik aanbid U uit den afgrond van mijn niet, en bedank U, voor al de genaden, die Gij mij bewezen hebt, maar voornamelijk hiervoor, dat Gij mij U zei ven in dit heilig geheim geschonken, _uwe allerheiligste Moeder Ma-
4
50
ria tot eene Voorspreekster gegeven en mij geroepen hebt om U in deze Kerk te bezoeken. .. Ik groet dan in dit oogenbiik uw liefdevol Hart, en doe dit om 11 te bedanken voor de groote weldaad der instelling van dit H. Sacrament, en om U eenige vergoeding te geven voor den hoon, dien Gij van uwe vijanden in dit heilig geheim te dulden hebt. Ik wil ook, lieve Jesus, door U hier te bezoeken, U aanbidden op al die plaatsen van de wereld, waar G-ij in uw H. Sacrament niet genoeg vereerd wordt, of het meest verlaten zijt. Ik bemin U, lieve Jesus, uit geheel mijn hart. Het doet mij leed, dat ik uwe oneindige goedheid voorheen zoo dikwijls vergramd heb. Onder inroeping van uwen bijstand maak ik thans het vaste voornemen U nooit meer te beleedigen; en van dit oogenbiik af wijd ik mij, hoe ellendig ik dan ook ben, geheel en al aan U toe; ik maak U meester van mijnen wil, van mijne neigingen, van mijne verlangens, van alles wat mij toebehoort; doe met mij wat Gij wilt; ik smeek U alleen om uwe heilige liefde, om de volharding in het goede ten einde toe, en om
51
eene volmaakte gelioorzanmheid aan uwen heiligen wil. Ontferm U over de zielen van het Vagevuur, en voornamelijk over de zielen dergenen, die tijdens hunnen levensloop hier op aarde, de meeste godsvrucht hadden tot het Allerheiligste Sacrament en tot de H. Moeder Gods Maria. Ook de ongelukkige zondairs beveel ik U aan, lieve Jesus! Ik vereenig, o mijn dierbare Verlosser, al de gevoelens van mijn hart met die van uw liefdevol Hart, en zoo vereenigd offer ik die op aan uwen he-melschen Vader; en in uwen Naam smeek ik Hem, die uit liefde tot U aan te nemen en mijne gebeden te verhooren. Amen.
O Liefde, die niet bemind wordt!
O Liefde, die niet gekend zijt!
Maria Macdalena de Pazzi.
A\'a dit gebed wordt aanstonds de Tantum e^go gezongen.
52
tantum enao.
Tantum ergo Sacramentum, Veneremur cernuï,
Et antiquum documentum Novo cedat ritui.
Prsestet üdes supplementum Sensuum defectui.
Genitori, Genitoque Laus et jubilatio;
Salus, honor, virtus quoque, Sit et benedictio:
Precedenti ab utroque Compar sit laudatio. Amen. v. Panem de ccelo prsestitisti eis. Alleluia. r. Omne delectamentum in se habentem. Alleluja.
Daarna zingt de priester aan het altaar de Oratie en geeft den Zegen.
Dadelijk na den Zegen wordt het lied ; Acte voor de H. Communie, gezongen.
Jesus! Menschgeworden God.
G E B E D E H
ONDER DE
HEILIÖE OFFEBANBEN DER MIS.
Die, w.aunecr het hem mogelijk is, de II. Mis niet dagelijks bij .voor.t, of zeer veronachtzaamt, geeft te kennen, dat hij de oneindige waarde van de H. Oll\'iT.uule, die aan quot;t altaar opgedragen wordt, van lii t, lichaam en bloed van Jesus Christus niet kent. i\'eze OJferande, in den grond dezelfde als die van het Kruis, behelst niet alleen de allerwaardigste daad van godsdienstigheid; maar bevat nog den allerkostelijksten schat van godvruchtigheid. Wat al geestelijke rijkdommen, wat al tijdelijke zegeningen, wat al uitmuntende voordeelen naar ziel en lichaam, voor het tegenwoordige en het eeuwige leven! Wat al bijzondere genaden worden daar overvloedig uitgedeeld aai de godvruchtige zielen, die de geheimen van het H. lijden dagelijks komen eeren en aan hunnen goddclijken Zaligmaker open-
54
bare getuigenis geven van hunne eerbiedige dankbaarheid.
In de H. Offerande der Mis tegenwoordig zijn zonder godsvrucht, zonder .■i.andaeht of oneerbiedig, wat is dat anders dan, zooveel als het in ons is, vernieuwen de versmading die Jesus Christus, onze Heer en God, op denquot; Calvarieberg ondergaan heeft en de bron van zalü lieid in eene bron van vervloeking en verwerping veranderen ?
God behoede ons voor zoo eoue groote oudank-baarheid! Eu om des te gidvruchtiger de ïï. Mis bij te wonen, vragen wij O. L. Vr. van \'t Hart, dat zij met ons en voor ons bidde tot het Goddelijk Hart van haren lieven Zo n, opdat dat van liefde brandend Hart van Jesus, ons Hart in liefde ont-steke en tot innige godsvrucht stemme.
GELIJK HE PRIESTER DIE DOOR liET JAAR AAN HET ALTAAR LEEST.
De Priester aan deü voet des Altaars.
Pk. In den naam des Vaders, en des Zoons, en des Heiligen Geestes. Amen. Ik zal ingaan tot het altaar Gods.
De Dienaar in naam des volks; Tot God, die mijne jeugd verblijdt.
Pr. Oordeel mij. God, en onderscheid mijne zaak van het onheilige volk; verlos mij van den ongerechtigen en bedriege-lijken mensch.
Dk. Want Gij, o God, zijt mijne sterkte : waarom hebt Gij mij verstoeten? en waarom treed ik droevig voort, terwijl de vijand mij verdrukt?
Pr. Zend nw licht en uwe waarheid uit; zij hebben mij geleid en voortgcleid naar uwen heiligen berg, en naar uwe woontenten.
Dr. En ik zal ingaan tot het altaar Gods; tot God, die mijne jeugd verblijdt.
56
Pe. Ik zal ü op de citer loven, God, mijn God: waarom zijt gij bedroefd, mijne ziel? en waarom ontstelt gij mij?
Dr. Hoop op God, want ik zal Hem nog lofprijzen, het heil van mijn aanschijn, en mijn God.
Pe. Glorie zij den Vader, en denZoon, en den H Geest.
De. Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Am.
Pe. Ik zal ingaan tot het altaar Gods.
De. Tot God, die mijne jeugd verblijdt.
Pe. Onze hulp is in den naam des Heeren.
De. Die hemel en aarde gemaakt heeft.
Pe. Ik belijde voor den almachtigen God, voor de zalige Maria altijd Maagd, voor den zaligen Michael Aartsengel, voor den zaligen Joannes den Dooper, voor de heilige Apostelen Petrus en Paulus, voor alle Heiligen en voor u, broeders: dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken; door mijne schuld, mijne schuld, mijne allergrootste schuld. Daarom bid ik de zalige Maria altijd Maagd, den zaligen Michael Aartsengel, den zaligen Joannes den Dooper, de heilige Apostelen Petrus en Paulus, alle Heiligen en u, broeders,
57
tot den Heer onzen God voor mij te bidden.
De. De almogende God ontferme zich over u, vergeve n uwe zonden, en geleide n ten eeuwigen leven.
Pk. Amen.
Db. Ik belijd enz.; maar voor: broeders, zegt hyj: Vader.
Pr. De almogende God ontferme zich over u, vergeve u uwe zonden en geleide u ten eeuwigen leven.
De. Amen.
Pu. Kwijtschelding, ontbinding en vergiffenis van onze zonden, verleene ons de almachtige en barmhartige Heer.
De. Amen.
Pr. Wend U tot ons, o God, en Gij zult ons levend maken.
De. En uw volk zal zich in U verblijden.
Pe. Toon ons. Heer, uwe barmhartigheid.
De. En geef ons uw heil.
Pe. Heer, verhoor mijn gebed.
De. En mijn geroep kome tot U.
Pe. De Heer zij met u.
De. En met uwen geest.
Dj Priester bij het opgaan naar liet Altaar.
Neem, Heer, bidden wij U, onze onge-
58
rschtigheden van ons weg: opdat wij met zuivere harten tot het heilige der heiligen mogen ingaan. Door Christus, onzen lieer. Amen.
De Priester buigt zich in liet midden des Altaars en zegt:
Wij bidden U, Heer, door de verdiensten van uwe Heiligen, wier overblijfselen hier rusten, en van alle Heiligen, dat Gij mij al mijne zonden wilt vergeven. Amen.
De Priester aan dc Epistelzijde.
Hij heeft hen gespijsd met het merg der tarwe: en uit de steenrots heeft Hij hen met honig verzaad. Juicht voor Gcd onzen helper: jubelt voor den God van Jacob.
Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.
Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Hij heeft hen gespijsd met het merg der tarwe: en uit de steenrots heeft Hij hen met honig verzaad.
De Priester in het midden des Altaars.
Pe. Heer, ontferm U onzer.
De. Heer, ontferm U onzer.
59
Pb. Heer, ontferm U onzer.
De. Christus, ontferm U onzer.
Pb. Christus, oiitferm u onzer.
Db. Christus, outferm U onzer.
Pb. Heer, ontferm U onzer.
Db. Heer, ontferm U onzer.
Pb. Heer, ontferm U onzer.
Gloria.
Glorie aan God in den allerhoogste, en vrede op aarde den menschen van goeden wil. Wij loven U; wij zegenen U; wij aanbidden U; w7ij verheerlijken U; wij danken U voor uwe groote glorie. Heer God, hemelsche Koning. God, almachtige Vader. Heer Jesus Christus, ééniggeboren Zoon. Heer God, Lam Gods, Zoon des Vaders. Die de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer. Die de zonden der wereld wegneemt, neem onze smeeking aan. Die aan de rechterhand des Vaders gezeten zijt, ontferm U onzer. Want Gij alleen zijt de Heilige, Gij alleen de Heer, Gij alleen de Allerhoogste, Jesus Christus, met den H. Geest in de glorie van God den Vader. Amen.
Pb. De Heer zij met u.
Db. En met uwen geest.
60
Laat ons bidden.
God, die ons onder liet wonderbare Sacrament de gedaciiteais van ugt;v lijden hebt nagelaten: verleen ons, bilden wij U, de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zóó te vereeren, dat wij de vrncht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die leeft en regeert met G-od den Va Ier in de eenheid des H. G-eestes, God, door alle eenwen der eeuwen. Amen.
Les uit don Eersten Brief van den H. Apostel Paulus aan de Corinthiërs.
Broeders, ik heb het immers van den Heer ontvangen, wat ik u ook heb overgeleverd, dat de Heer Jesus in den nacht waarin Hij geleverd werd, brood nam, en dankende, het brak, en zeide: Neemt, en eet: dit is mijn lichaam, dat voor u zal geleverd worden, doet dit tot mijne gedachtenis. Desgelijks ook den kelk, nadat Hij net avondmaal gehouden had, zeggende : Deze kelk is het Nieuwe Testament in mijn bloed: doet dit, zoo dikwerf gij dien zult drinken, tot mijne gedachtenis. Want zoo dikwerf gij dit brood zult eten, en den kelk; drinken: zult gij den dood
61
des Heeren verkondigen, totdat Hij kome. Derhalve, al wie onwaardig dit brood zal gegeten, of den kelk des Heeren gedronken hebben: hij zal schuldig zijn aan het lichaam en het bloed des Heeren. Doch de mensch beproeve zich zei ven: en zóó ete hij van dat brood, en drinke hij van den kelk. quot;Want die onwaardig eet en drinkt, eet en drinkt zich het oordeel, omdat hij het lichaam des Heeren niet onderscheidt.
De. God zij dank.
Pr. Aller oogen hopen op U, Heer: en Gij geeft hun spijs ten bekwamen tijde.
V. Gij opent uwe hand, en vervult alle schepsel met zegening. Alleluja, alleluja.
V. Mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank: die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij, en Ik in hem. Alleluja.
Na Squot;ptuci(j(\'sima laat men Alleluja en het volgende vers weg en zegt men:
Van den opgang der zon tot haren ondergang is mijn naam groot onder de heidenen.
V. En op alle plaats wordt eeue offerande gebracht, en een zuiver offer opgedragen
62
aan mijn naam: want groot is mijn naam onder de heidenen.
V. Komt, eet mijn brood: en drinkt den wijn, dien Ik u gemengd heb.
In den Paaschtyd Jaat men: Aller o o g e n hopen enz. iceg, en zecjt men aldus:
Alleluja, alleluja. V. De leerlingen kenden den Heer Jesus in het breken des broods. Alleluja.
V. Mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank: die mijn vleesch eet en mijn bloed drinkt, blijft in Mij, en Ik in hem. Alleluja.
Pr. De Heer zij met u.
Db. En met uwen geest.
Pr. Vervolg van het LI. Evangelie naar Joannes. 11. VI.
In dien tijde, zeide Jesus tot de scharen der Joden: Mijn vleesch is waarlijk spijs, en mijn bloed is waarlijk drank. Die mijn vleesch eet, en mijn bloed drinkt, blijft in Mij, en Ik in hem. Gelijk de levende Vader mij gezonden heeft en Ik leef om den Vader: zoo zal ook hij die Mij eet om Mij leven. Dit is het brood, dat uit den hemel is nedergedaald. Niet gelijk uwe vaderen
63
het manna gegeten hebben, en gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven.
Db. Lof zij U, Christus.
Credo (als het gelezen wordt).
Ik geloof in één God, den almachtigen Vader, Schepper van hemel en aarde, van alle zichtbare en onzichtbare dingen. En in één lieer Jesus Christus, Gods éénig-geboren Zoon, en uit den Vader vooralle eeuwen geboren; God van God, licht van licht, waarachtig God van waarachtig God; voortgebracht, niet gemaakt, medezelfstandig met den Vader: door wien alles gemaakt is. Die om ons menschen, en om onze zaligheid is nedergedaald van de hemelen. En is vleesch getcorden door den II- Geest uit de Maagd Maria, en is mcnsch geworden. Hij is ook gekruist voor ons; onder Pontius Pilatus heeft Hij geleden, en is begraven; en Hij is ten derden dage, volgens de Schriften, verrezen. En Hij is opgeklommen ten hemel, zit aan de rechterhand des Vaders. Eu weder zal Hij komen in glorie, om te oordeelen de levenden en de dooden; aan wiens rijk geen
64
einde zal zijn. En in den H. Geest, den Heer en levendmakende, die uit den Vader en den Zoon voortkomt; die met den Vader en den Zoon te zamen aangebeden en mede verheerlijkt wordt; die door de Profeten gesproken heeft. En in ééne Heilige Katholieke en Apostolische Kerk. Ik belijd één doopsel tot vergeving der zonden. En ik verwacht de verrijzenis der dooden, en het leven der toekomende eeuw. Amen.
De Offerande.
Pr. De Heer zij met u.
Dr. En met uwen geest.
Pr. Laat ons bidden.
De priesters des Heeren dragen aan God wierook en brood op: en daarom zullen zij heilig zijn voor hun God, en zijnen naam niet bezoedelen.
Bij het offeren van het, brood.
Neem, Heilige Vader, almachtige eeuwige God, dit onbevlekte offer aan, hetwelk ik, uw onwaardige dienaar, U, mijn levenden en waarachtigen God, opdraag voor mijne ontelbare zonden en beleedigingen en nalatigheden; en voor alle omstanders; maar
65
ook voor alle Christen geloovigen, levenden en overledenen, opdat het mij en hun tot heil verst rekke ten eeuwigen leven. Amen.
Bij het vermengen van het water met den wijn.
God, die de waardigheid der mensche-lijke natuur wonderbaar geschapen, en nog wonderbaarder vernieuwd hebt: geef ons door het geheim dezes waters en wijns, deelgenoot te worden in de godheid van Hem, die zich verwaardigd heeft, in onze menschheid te deelen, Jesus Christus, uw Zoon, onze Heer, die met U leeft en regeert in de eenheid des Heiligen Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Bij het olfcreu van den kelk.
Wij offeren U, Heer, den kelk des heils en smeeken uwe goedertierenheid, dat dit offer voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit tot ons heil en het heil der gansche wereld met een geur van zoetheid opstijge. Amen.
(Met gebogen hoofd) Gelief, Heer, ons die in een geest van ootmoedigheid en met een verbrijzeld hart tot U komen, aan te nemen: en zóó worde heden ons offer voor
5
uw aanschijn gebracht, dab het U behage, Heer God! Kom, heiligmakende, almachtige, eeuwige God, en zegen dit offer, aan uwen heiligen naam bereid.
Bij liet wasschen dei\' handen.
Ik zal onder de onschuldigen mijne handen wasschen, en uw altaar omgeven. Heer.
Opdat ik de stem van lof\' hoore, en al uwe;wonderheden verbale.
■ Heer, ik heb den luister van uw huis bemind, en de woonplaats uwer glorie.
Verderf, o God, mijne ziel niet met de goddeloozen, noch mijn leven met de mannen des bloeds.
In wier handen ongerechtigheden zijn, wier rechterhand vervuld is van giften.
Doch ik wandelde in mijne onschuld: verlos mij, en ontferm U mijner.
Mijn voet bleef op den rechten weg staan: in de vergaderingen wil ik U zegenen, Heer.
..Glorie zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest.
Gelijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Do Priester in het mijden des Altaars.
Neem, H. Drievuldigheid, dit offer aan, hetwelk wij U, opdragen ter gelachtenis van het lijden, de verrijzenis en de hemelvaart onzes Heeren Jesns Christus: en ter eere van de zalige Maria altijd Maagd, en van den zaligen Joannes den Dooper, en de heilige Apostelen Petrus en Paulus, en van deze, en van alle Heiligen: opdat het hun strekke tot eer en ons tot heil, en zij in den hemel voor ons gelieven te bidden, wier gedachtenis wij houden op aarde. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
De Priester wondt zich tot het volk en zegt;
Bidt, broeders, opdat mijne en uwe offerande welgevallig zij aan God den al-machtigen Vader.
Dk. De Heer neme de offerande uit uwe handen aan tot lof en glorie van zijn naam, alsook tot nut van ons en van zijne gan-sche H. Kerk.
Pb. Amen.
De stille gebeden.
Verleen, bidden wij U, Heer, aan uwe Kerk genadig de gaven van eenheid en
68
vrede, die door deze offerande geestelijker wijze beteekend worden. Door onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. G-eestes, God door alle eeuwen der eeuwen.
Dr. Amen.
Pr. De Heer zij met u.
Dr. En met uwen geest.
Pr. Harten omboog.
Dr. Wij bebben ze tot den Heer.
Pr. Danken wij den Heer onzen God.
Dr. Dat is waardig en rechtvaardig.
Pr. Waarlijk, bet is waardig en rechtvaardig, billijk en heilrijk, dat wij U altijd en overal danken; Heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God. Wijl door het geheim van het vleeschgeworden Woord een nieuw licht uwer heerlijkheid de oogen onzes geestes heeft beschenen: opdat wij, terwijl wij God op zichtbare wijze kennen, door Hem tot de liefde van het onzichtbare vervoerd worden. En daarom is het, dat wij met de Engelen en Aartsengelen, met de Troonen en Heerschappijen, en met geheel de bemelsche Heerschare, den lofzang uwer glorie zingen en zonder einde zeggen:
69
Heilig, Heilig, Heilig is de Heer God der heerscharen. Vol zijn de hemelen en de aarde van uwe glorie. Hosanna in den hooge. Gezegend liij die komt in den naam des Heeren, Hosanna in den hoogo.
U dan, goedertierenste Vader, bidden en smeeken wij ootmoedig door Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer: dat Gij deze gaven, deze geschenken, deze heilige, onbevlekte offeranden goedgunstig wilt aannemen en zegenen; inzonderiieid die welke wij U opdragen voor uwe heilige Katholieke Kerk; gelief haar over den ganschen aardbodem in vrede te bewaren, te behoeden, tever-eenUen en te besturen, te zamen met uwen dienaar onzen Paus . .., en onzen Bisschop ..., en alle rechtgeloovigen, en vereerders van hei Katholieke en Apostolische geloof.
Gedactiteuis der levenden.
Gedenk, Heer, uwe dienaren en dienaressen ... en alle (mstanders, wier geloof U bekend en wier godsvrucht U niet verborgen is: voor wie wij, of die U deze offerande van lof opdragen voor zich en
70
al de hunnen, tot verlossing hunner zielen, tot hoop van hun heil en behoud, en die hunne geloften brengen aan IJ, den eeuwigen, levenden en waarachtigen God.
Gedachtenis der Heiligen.
[En dit doen wij] in gemeenschap en de gedachtenis vierende, inzonderheid van de glorierijke Maria, altijd Maagd, de Moeder van onzen God en Heer Jesus Christus; maar ook van uwe gelukzalige Apostelen en Martelaren, Petrus en Paulus, Andreas, Jacobus, Joannes, Thomas, Jacobus, Phi-lippus, Bartholomaeus, Matthaeus, Simon en Thaddaeus: Linus, Cletus, Clemens, Xystus, Cornelius, Cyprianus, Laurentius, Chrysogonus, Joannes en Paulus, Cosmas en Damianus en van al uwe Heiligen: wil om hunne verdiensten en voorbeden verleenen, dat wij in alles door de hulp uwer bescherming beveiligd worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Vóór do Consecratie.
Neem dan, bidden wij J, Heer, dit offer der dienstbaarheid van ons, maar ook van uw gansch gezin, in genade aan, en beschik
71
onze dagen in uwen vrede, en laat ons aan de eeuwige verwerping ontrukt en onder de schare uwer uitverkorenen geteld worden. Door Christus, onzen Heer. Amen.
Gelief Gij, bidden wij U, o God, dit offer in alles gezegend, aangenomen, bekrachtigd, redelijk en welbehagélijk te maken.: opdat het voor ons het Lichaam en Bloed worde van uwen allergeliefdsten Zoon, onzen Heer Jesus Christus.
Gebed bij de oplieffing der II. Hostie.
Heer, Gij zijt de Christus, de Zoon van den levenden God. Gij zelf zijt hier waarachtig tegenwoordig. Ik aanbid U met den diepsten eerbied en in alle ootmoedigheid. Gij, mijne toevlucht, mijne hoop, mijne liefde! Gij zijt mijn God en mijn Al! Aan II draag ik mijn hart op; moge ik van nu af geheel voor ü leven. Amen.
Bij de opheffing van den kelk.
O waarachtig en levend Bloed van Jesus Christus! Ik aanbid U met alle Engelen en Heiligen. Gij werdt tot mijn heil en tot verzoening vergoten. Wasch de menigte mijner zonden af, reinig en versterk mijne ziel tot het eeuwige leven. Amen.
72
Na dc Consecratie.
Daarom dan ook, Heer, zijn wij, uwe dienaren, alsmede uw heilig volk, het zalig lijden, en de verrijzenis uit het graf en de glorierijke tenhemelopklimming van denzelfden Christus, uwen Zoon, onzen Heer, gedachtig, en brengen aan uwe verhevene Majesteit van uwe gaven en geschenken een zuiver offer, een heilig offer, een onbevlekt offer, het heilig brood des eeuwigen levens en den kelk van het altijddurend heil.
Wil op dit offer met een genadig en gunstig aanschijn nederzien, en laat het U welgevallig zijn, gelijk Gij eenmaal welgevallen wildet nemen in de geschenken van uwen rechtvaardigen dienaar Abel, en in de heilige offerande, het onbevlekte offer, door uwen hoogepriester Melchise-dech aan U opgedragen.
Ootmoedig smeeken wij U, almachtige God, laat dit offer door de handen van uwen heiligen Engel op uw verheven altaar, voor het aanschijn uwer goddelijke Majesteit worden gebracht: opdat zoovelen wij, door deze deelneming aan het altaar, het hoogheilig Lichaam en Bloed van uwen
73
Zoon zullen ontvangen, met alle hemelsche zegening en genade mogen vervuld worden. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Gedaelitenis der Overledenen.
Gedenk ook. Heer, uwe dienaren en •| dienaressen ..., welke ons met het teeken | des geloofs zijn voorgegaan, en in den slaap des vredes rusten. Verleen hun en allen die in Christus rusten, de plaats der verkwikking, des lichts en des vredes. Door denzelfden Christus, onzen Heer. Amen.
Ook ons, zondaars, uwen dienaren, die op de menigte uwer ontfermingen hopen, wil ook ons eenig deel en gezelschap schenken met uwe heilige Apostelen en Martelaren: met Joannes, Stephanus, Ma-thias, Barnabas, Ignatius, Alexander, Mar-cellinus, Petrus, Felicitas, Perpetua, Agatha, Lucia, Agnes, Caecilia, Anastasia, en al uwe Heiligen. Neem ons, bidden wij U, in hunne gemeenschap op, niet met onze verdiensten te schatten, maar met kwijtschelding te verleenen. Door Christus, onzen Heer. Door wien Gij dit alles. Heer, altijd voor ons goed schept, heiligt, levend maakt, zegent, en aan ons verleent. Door
74
Hem, en met Hem en in Hem, is U, God, den Almachtigen Vader, in de eenheid des H. Geestes, alle eer en glorie. Door alle eeuwen der eeuwen.
De. Amen.
Pb. Laat ons bidden. Door heilrijke voorschriften vermaand, en door goddelijke onderrichting geleerd, durven wij zeggen;
Onze Vader, enz.
En leid ons niet in bekoring.
Dr. Maar verlos ons van den kwade.
Pk. Amen.
Verlos ons, bidden wij U, Heer, van alle verleden, tegenwoordig en toekomstig kwaad; en geef ons, op de voorspraak van de gelukzalige en glorierijke Moeder Gods Maria, altijd Maagd, en van uwe gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus, en Andreas, en van alle Heiligen, genadiglijk vrede in onze dagen: opdat wij door uwe barmhartigheid geholpen, altijd vrij mogen zijn van zonde en veilig voor alle ontsteltenis. Door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer, uwen Zoon, die met U leeft en regeert in de eenheid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen.
De. Amen.
75
Pk. De vrede des Heeren zij altijd met u. ! Dr. En met uwen geest.
De Priester laat een ge,deelte der H. Hostie in den kelk vallen en zegt:
Deze vermenging en tenofferwijding van het Lichaam en Bloed onzes Heeren Jesus Christus worde ons bij het ontvangen ten eeuwigen leven. Amen.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld Aveg-
neemt, ontferm U onzer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, geef ons vrede.
Vóór do II. Communie.
Heer Jesus Christus, die tot uwe Apostelen gezegd hebt: Ik laat u den vrede,
mijnen vrede geef Ik u: zie niet op mijne :
zonden, maar op het geloof uwer Kerk, en gelief haar volgens uwen wil vrede en eenheid te geven. Die leeft en regeert, God,
door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Heer Jesus Christus, Zoon van den levenden God, die naar den wil uws Vaders met medewerking des Heiligen Geestes,
ürp
76
door uwen dood de wereld hebt levend gemaakt: verlos mij, door dit uw Hoogheilig Lichaam en Bloed, van al mijne ongerechtigheden en van alle kwaad; en doe mij altijd uwe geboden naleven, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Die met denzehden God den Vader en den H. Geest leeit en regeert. God, in alle eeuwen der eeuwei . Amen.
Laat, Heer Jesus Christ us, het ontvangen van uw Lichaam, hetwelk ik onwaardige mij vermeet te nuttigen, mij niet tot veroordeeling en verwerping wezen; maar naar uwe goedertierenheid, diene het mij tot beveiliging van ziel en lichaam en tot middel van heil. Die leeft en regeert met God den Vader in de een! eid des H. Geestes, God, door alle eeuwen der eeuwen. Amen.
Commuuie.
Ik zal het hemelsei: brood ontvangen en den naam des Heeren aanroepen.
De Priester zegt drieraalen:
Heer, ik ben niet waardig, dat Gij ingaat onder mijn dak, m var spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden.
i
77
1C] Het Lichaam onzes Heeren Jesus Christus y. 1 bewaremijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Wat zal ik den Heer wedergeven voor al hetgeen Hij mij bewezen heeft? Ik zal j den kelk des heils nemen, en den naam des Heeren aanroepen. Lofprijzend zal ik 1 den Heei aanroepen, en ik zal van mijne vijanden verlost zijn.
Het Bloed onzes Heeren Jesus Christus beware mijne ziel ten eeuwigen leven. Amen.
Na de II. Coramimie.
Laat ons. Heer, wat wij met den mond nuttigden met een rein hart bewaren, en van eene tijdelijke gave worde het ons een altijddurend middel van heil.
Uw Lichaam, Heer, dat ik genuttigd heb, en uw Bloed, dat ik gedronken heb, blijve in mijn binnenste; en geef, dat in mij, nu ik met de zuivere en heilige Sacramenten verkwikt ben, geen vlek van misdaden overblijve. Die leeft en regeert in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Zoo dikwerf gij dit brood zult eten, en den kelk drinken, zult gij den dood des
Heeren verkondigen, totdat Hij kome: derhalve, alwie onwaardig dit brood zal gegeten, of den kelk des Heeren gedronken hebben, hij zal schuldig zijn aan het Lichaam en Bloed des Heeren.
Pr. De Heer zij met u.
Db. En met uwen geest.
Laat ons bidden.
, Geef, bidden wij U, Heer, dat wij door het altijddurend genot van uwe Godheid vervuld worden, gelijk het door het tijdelijk ontvangen van uw kostbaar Lichaam en Bloed wordt afgebeeld. Die leeft en regeert met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God door alle eeuwen der eeuwen,
Dr. Amen.
Pr. De Heer zij met u.
Dr. En met uwen geest.
Pr. Gaat, het offer is volbracht.
Dr. Gode zij dank.
Pr. Laat U, H. Drievuldigheid, de hulde mijner dienstbaarheid behagen, en verleen, dat het offer, hetwelk ik, onwaardige, voor de oogen uwer Majesteit heb opgedragen.
U welgevallig en mij en allen, voor wie ik het opgedragen hel», door uwe erbar-ming, tot verzoening zij. Door Christus, onzen Heer. Amen.
De zegen.
Pr. Zegene u de almachtige God, de Vader, en de Zoon, en de H. Geest.
Dr. Amen.
Pr. De Heer zij met u.
Dr. En met uwen geest.
Pr. Begin van het H. Evangelie naar Joannes.
Dr. Glorie zij U, Heer.
Pr. In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God. Alles is door het Woord gemaakt; en zonder Hem is niets gemaakt, wat gemaakt is ; in Hem was het leven, en het leven was het licht der menschen: en liet licht schijnt in de duisternissen, en de duisternissen hebben het niet aangenomen. Er was een mensch van God gezonden, wiens naam was Joannes. Deze kwam tot getuigenis, om getuigenis te geven van het licht, opdat allen door hem
80
gelooven zouden. Hij was het licht niet, maar om getuigenis te geven van het licht. Het ware licht was dat allen mensch vellicht, die in deze wereld komt. Hij was in de wereld, en de wereld is door Hem gemaakt, en de wereld heeft Hem niet gekend. In zijn eigendom kwam Hij, en de zijnen namen Hem niet aan. Doch zoovelen Hem aannamen, hun gaf Hij macht om kinderen Gods te worden, hun die in zijnen naam gelooven, die niet uit den bloede, noch uit den wil des vleesches, noch uit den wil des mans, maar uit God geboren zijn. En het Woord is vleesch geworden, en Het heeft onder ons gewoond, en wij hebben zijne glorie gezien, eeue glorie als des Eéniggeborenen van den Vader, vol genade en waarheid.
Dr. God zij dank.
81
Gebeden na de H. Mis.
Volgens Pauselijk Decreet vnn f) Junuari 188-1- na iedevc
gelezens H. Mis geknield te verrichten en waaraan Z. H. de Paus een aflaat van 300 dagen verleend heeft.
—o—
Driemaal het Wees gegroet.
Wees gegroet, o Koningin, Moeder van barmhartigheid;
Ons leven, onze zoetheid en onze hoop, wees gegroet.
Tot U roepen wij, ballingen, kinderen van Eva.
Tot U smeeken wij, zuchtend en wee-nend in dit dal van tranen.
Daarom dan, onze Voorspreekster, ach sla op ons uwe zoo barmhartige oogen.
Eu toon ons na deze ballingschap Jesus, de gezegende vrucht uws lichaams.
O goedertierene, o meacloogende, o zoete Maagd Maria.
Bid voor ons, H. Moeder Gods.
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
LAAT ONS BIDDENquot;.
O, God, onze toevlucht en onze kiacht, verhoor de godvruchtige gebeden uwer Kerk, en geef dat wij door de voorspraak
ti
82
der glorierijke en onbevlekte Maagd en Moeder Gods Maria, van den Heiligen Joseph, van uwe gelukzalige Apostelen Petrus en Paulus en alle Heiligen, datgene met der daad mogen verwerven, wat wij in de tegenwoordige behoeften ootmoedig vragen. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.
Korte Biechtgebeden.
Maak eerbiedig het teeken des H. Kruizes. Stel U in de tegenwoordigheid Gods en aanbid Hem.
Dank God dat Hij u niet alleen niet in uwe zonden heeft laten sterven, maar daarenboven u deze gelegenheid heeft geschonken, om uwe zonden te biechten en een bijzonder goed voornemen te maken.
Vraag aan God, den Heiligen Geest, den Geest van licht en waarheid, om de genade dit Hij uw verstand verlichte om uwe zonden te kennen en kracht geve om ze naar waarheid te belijden.
Onderzoek uw geweten en ga daarvoor na:
De tien geboden Gods.
1. Ik ben de Heer uw God. Gij zultgeene vreemde goden voor mijne oogen heb-
83
ben. Gij zult u geen gesneden beeld of gelijkenis maken. Gij zult die niet aanbidden of gods.lienst aandoen.
2. Gij zult den naam des l leeren niet ijdel gebruiken.
3. Wees indachtig dat gij den Sabbathdag heilig maakt.
4. Eer uw vader en moeder, opdat gij lang moogt leven op aarde.
5. Gij zult niet doodslaan.
6. Gij zult geen overspel bedrijven.
7. Gij zult niet stelen.
8. Gij zult geen valsche getuigenis geven.
9. Gij zult uws naasten huisvrouw niet begeeren.
10. Gij zult \'zijn huis niet begeeren, noch zijn land, noch zijnen dienstknecht, noch zijne dienstmaagd, noch zijnen os, noch zijnen ezel, noch iets van alles wat hem toebehoort.
De vijf gobodan dor H. Kerk.
1. De geboden heilige dagen zult gij vieren;
2. Dan ook Mis hooren met goede manieren.
3. Geengebodenvastendagenzultgij breken;
4. Gij zult uwen Priester ten minste eens, \'sjaars uwe Biecht spreken;
84
5. En nuttigen omtrent Paschen het lichaam des Heeren.
De zeven hoofdzouden.
1. Hoovaardigheid, 2. Gierigheid, 8, On-kuischheid, 4. Nijd, 5. Gulzigheid, 6. Gramschap, 7. Traagheid.
De negen vreemde zonden.
1. Eaadgeven, 2. Feschermen, 3. Gebieden, 4. Prij/.en, 5. Mededeelen, 6. Behagen nemen, 7. Niet bestraffen, 8. Niet beletten, 9 Niet aandienen.
Onderzoek wat gij bedreven hebt jegens de plichten van uwen staat.
Verwek een acte van berouw; eu wijl het berouw niet uit een maar uit twee dingen bestaat, namelijk uit eene droefheid des harten over de bedreven zonden en uit een voorneme n voor de toekomst, wil dan op beiden letten. Zoo een van beiden ontbreekt, is geen berouw mogelijk. Denk verder aan hetgeen gij in uwe jeugd geleerd hebt: „een goed berouw is eene gave Gods.quot; Sla uwe oogen op een kruis-
85
beeld, aanschouw de wonden van Jesus, en zeg, dat is voor mij geschied, dat hebt gij, Jesus, voor mij geleden; zie naar de wonde van Jesus\' Hart en herinner U wat U zoo dikwijls gepredikt is.
Die wonde van Jesus\' H.Hart is eene eenvoudige, maar dringende en aanhoudende
Ipre lildng, om U aan te sporen tot liefde en vertrouwen jegens uwen God, die U het allereerst en zoo zeer bemind heeft. Zeg dan uit geheel uw hart:pre lildng, om U aan te sporen tot liefde en vertrouwen jegens uwen God, die U het allereerst en zoo zeer bemind heeft. Zeg dan uit geheel uw hart:
Mijn Jesus, barmhartigheid. O Goddelijk HartvanJesus,nooithebik ü genoeg gekend, nooit genoeg bemind, geef dan dat ik uwe liefde nooit meer moge vergeten, geef dat ik U meer en meer moge beminnen. Vergeving, hemelsche Vader, Die mij | geschapen heeft, vergeving, menschgewor-den Zoon, Die mij verlost heeft, vergeving. Heilige Geest, Geest van liefde, Die mij heeft heilig gemaakt.
Vergeving, drieëenige God Vader, Zoon en Heilige Geest, vergeving, God vol liefde en barmhartigheid. Ik haat en verzaak | mijne zonden uit liefde tot U, ik wil voortaan niet meer zondigen, ik ga mijne zonden biechten en wil mijn leven beteren,
86
neen nooit wil ik U meer vergrammen. O God, geef mij hiertoe uwe genade. Amen.
Opdat uw voornemen niet vaag en onvolkomen zij, zie elan eens wat gij moet doen, of liever gezegd, wat gij moet laten, om niet meer in verzoeking te komen en uwen Heer en God te vergrammen.
Een voornemen is een vast besluit om niet meer te zondigen, en dat besluit zegt: mijn God, ik wil die personen, die gezelschappen, die plaatsen en die gelegenheden schuwen, waardoor ik gezondigd heb.
Verder: Ik wil het onrechtvaardig goed wat ik bezit teruggeven, ik wil dengene, dien ik in zijn eer of goed beschadigd heb, zoo spoedig mogelijk in zijn eer herstellen en de schade vergoede i, ik wil mij met mijne vijanden verzoen ai. — Denk daarover na, en maak uw voornemen of besluit.
Is er nog tijd, smeek dan O. L. Vrouw van \'t H. Hart dat zj voor u bidde en wek u zeiven meer en meer op om in eene goede stemming uwe zonden te biechten.
Biecht uwe zonden, na de voorbiecht gezegd te hebben, met een kinderlijke oprechtheid, let op derzelver getal en op de noodzakelijke omstandigheden.
187
Gebiecht hebbende, zeg de nabiecht en let op hetgeen uw biechtvader u zeggen zal, let op uwe penitentie en volbreng die op den tijd, dien uw biechtvader bepaald heeft, en anders zoo spoedig mogelijk,
Voorbiecht.
Ik belijd mijne schuld voor Grod almachtig, voor de H. Maria, altijd Maagd, voor alle Heiligen en voor u, eerwaarde Vader, dat ik zeer gezondigd heb met gedachten, woorden en werken, door mijn schuld, door mijn schuld, door mijn allergrootste schuld, mijne laatste biecht is geweest.....
Nabiecht.
Van deze en al mijne andere zonden, die ik niet indachtig ben, spreek ik ootmoedig mijne schuld, en bid God om vergiftenis door het dierbaar bloed van Jesus Christus, en vraag, u, Vader, eene zalige penitentie en eene heilige Absolutie, indien ik het waardig ben.
88
Na de Biecht.
Uit de biechtstoel komende, ga met ingetogenheid naar uwe plaats om God te danken, en u nog eenige oogenblikken met het Goddelijk Hart van uwen Jesus te onderhouden. Stel u onder de bijzondere hoede van uwen Engelbewaarder en bid om de voorspraak der Heiligen. Wijd u zeiven aan de glorierijke Moeder van Jesus, Maria altijd Maagd, en smeek haar, dat zij u onder hare bescherming neme, opdat gij haren en uwen Jesus nooit meer verlaten moogt.
Hiertoe kan het volgende tot leidraad dienen:
O, mijn God! wat ben ik weer een gelukkig kind, Gij hebt mij vergeven wat ik tegen U misdeed; ach! geef mij de genade, dat ik voortaan een dankbaar kind moge zijn en niet meer zondigen.
Mijn hemelsche Vader! Gij hebt mij weder als Uw kind aangenomen en mij met het klead Uwer Goddelijke genade gekleed; geef dat ik voortaan dat kleed rein moge houden en steeds Uwe barm-nartigheid gedenken.
89
O minnend Hart van mijnen Jesus, in Uwe liefde hebt Gij dat H. Sacrament der biecht voor mij ingesteld, opdat ik niet zou verloren gaan maar leven, leven ja! in Eeuwigheid.
Geef, lieve Jesus, dat ik steeds de liefde van Uw Goddelijk Hart moge gedenken, en mij zeiven gewennen voortaan te bidden: „Mijn Jesus barmhartigheid.quot; Geef, o zoet Hart van mijnen Jesus! dat ik leve uit liefde tot Uw minnend Hart, en dat ik door Uw, mij minnend. Hart gesterkt moge worden in de ure des doods. Ja, Jesus, dat hoop, dat wensch ik. Amen.
Opdracht van Christus\' H. leven en lijden.
Allerbeminnelijkste Vader, tot voldoening voor mijne zonden en tot verbetering mijns levens, draag ik U het volmaakte leven op van Uwen ééngeboren Zoon, en al wat Hij voor mij, ondankbaar schepsel, verduurd heeft van het eerste oogenblik Zijner Menschwording af, tot het oogenblik dat Hij aan het Kruis, met luid gen iep en gebogen hoofd, U Zjnen Geest overgaf; en ik smeek U, om Zijne oneindige verdiensten, dat Gij al mijne zonden uitdelgt,
90
en mij de genade verleent van liever duizendmaal te sterven, dan U, mijn opperste God, mijn allerbeminnelijkste Vader opnieuw te beleedigen. Geef dat ik van nu af U alleen beminne, aan U alleen zoeke te behagen, Die alleen alle liefde van alle ■ schepselen verdient. Amen.
Mijn Engelbewaarder, ach! bid voor mij, dat ik mijn Jesus niet meer beleedige, trek mij steeds van het kwaad af, en hou niet op mij het goede voor oogen te stellen, opdat ik het leven eens rechtvaardigen moge leven. Amen.
Gij, Martelaren van Gorkum, die voor uwen martelaarsdood dit 11. Sacrament met zooveel godsvrucht ontvangen hebt; bidt voor mij, opdat ik voortaan sterk moge zijn te midden van de gevaren des levens. Amen.
O, gij Heiligen Gods, die weet wat God voor de rechtvaardigen heeft weggelegd, ach! bidt allen voor mij, opdat ik rechtvaardig voortaan moge leven, en als een rechtvaardige moge sterven. Amen.
En Gij Maria, Moeder van Jesus, Lieve Vrouwe van dat M. Hart, neem wij weêr aan als Uw kind, bescherm mij, bid voor
91
mij tot liet Goddelijk Hart van Uwen lieven Zoon; hoü niet op voor mij te smeeken. Smeek bij Uwe smarten en Uwe liefde, opdat ik verkrijge „de voornemens te volbrengen, die ik heb gemaaktquot; en dat ik na volbrachten levenstijd het aanschijn van Jesns, mijne.! en Uwen Koning, moge aanschouwen en jeuwig gelukkig zijn.
Amen.
Volbreng nu rst uwe poenitentie als gij Inent, en hebt ge nog tijd, bid dan het volgend versje ter eere van Maria:
Lofdicht tot Mapvia.
O Maagd en Moeder Gods!
Maria, kroon der menschen!
O Anker van mijn hoop!
O Hoop van al mijn wenschen! O Zon van mijn gemoed !
O Licht van mijn verstand!
O Aas van m\'jne liefd\'!
C) Vonk van mijnen brand!
O Rust van mijnen geest!
O Steunsel van mijn krachten! O Sleutel van mijn hart!
92
O Slot van mijn gedachten ! O Rad van mijn geluk!
O Snnren van mijn vreugd! O Lust van mijn gepeins!
O Blijdschap van mijn jeugd ! O Oorsprong van mijn vrede!
O Wortel van mijn rust! O Bloem van mijn vtr.naak!
O Lof van mijn wellust! O Troost in mijnen weg!
O Schild in al mijn strijden! O Hulp in al mijn nood!
O Toevlucht in mijn lijden! O Have van mijn ziel!
O Maat van al mijn goed! Van mij, uw arme slaaf,
Wees eeuwiglijk gegroet!
93
KOETE COMMUNIE-OïFENü\'GEN.
Vóór de H. Communie.
De mensch beproeve zich zeiven, eer hij van dit Hemelsch brood eet; want hij die onwaardig daarvan eet, eet zijn oordeel, omdat hij niet ondersc\'leidt het Lichaam des Heeren. (I Cor. II).
Acte van Geloof.
Mijn lieve Jesus, ik geloof dat Gij wezenlijk en waarachtig onder de nederige gedaante van brood tegenwoordig zijt; ik aanbid U als mijnen i eer en mijneii Uod. O dat alle mensk ien mat mij iu Ut aller-heili ste Sacrament U zoo eerden, beminden en aanbaden op de aarde, gelijk de Heiligen TT in den Hemsl erkennen.
Acte van Hoop.
Mijn lieve Je jus, ik hoop U op eene waardige wijze te ontvangen. Lieiste Jesus! eenig geluk, eenige troost mijner ziel! Gij hebt aan hen, die U waardig ontvangen, het eeuwig leven beloofd, zeggende: Die dit brood eet zal eeuwig leven! U,o Jesus! ontbreekt noch de macht, noch de goed-
94
heid om uwe belofte te vervullen. Gij zijt getrouw iu uwe beloften. Hemel en aarde zullen vergaan, maar uwe woorden zullen niet vergaan: daarom hoop ik dit allerheiligste Sacrament waardig te ontvangen en daardoor te verkrijgen het eeuwige leven en alles wat mij daartoe helpen kan. Och, lieve Jesus, vergeef mij mijne zonden, opdat ik waardig zij U te ontvangen, en U ontvangen hebbende schenk mij de genade om in de deugd te volharden.
Acte van liiefde.
Omdat Gij mij bemin let, o liefste Jesus! hebt gij dit allerheiligste Sacrament ingesteld. ült liefde tot mij wilt gij langs dien weg bezit van mijn hart nemen, U met mij vereenigen. Welk eene liefde! Te laat heb ik U bemind, te laat, o Heer! voortaan zal ik ü beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten.
Kom, mijn allerliefste Jesus, naar wien ik zoo vurig heb ve: langd; kom nu mijne goddelijke Bruidegom, in mijn hart; kom Heer en neem bezit van mijne ziel, die
95
naar U verzucht en meer en meer met U wenscht vereenigd te worden door altijd hooger en inniger liefde. Heilig lichaam en bloed van mijn Zaligmaker, mijn Heer en God, wees nu het voedsel mijner ziel; beminnelijke Jesus, kom en vervul mijne begeerten, kom tot mij en vertoef niet langer, opdat ik U bezitte en altijd leve door U.
Onze Lieve Vrouw van het, mij beminnend, Hart van Jesus, bid voor mij om vermeerdering van Geloof, [loop en Liefde, opdat ik mijn Jesus waardig ontvangen en nooit meer verlaten moge.
Acte van Berouw.
Waardig wil ik U ontvangen, mijn Jesus! maar ik kan dat niet zonder uwe genade. Ik hoop dat Gij mij mijne zonden vergeven hebt, maar daarom ben ik nog niet waardig U te ontvangen. Ik vraag U daarom nogmaals om vergeving over al mijne zonden. Ach, Jesus, ik heb U zoo zwaar beleedigd! Vergeving, oHeer! Ook vraag ik vergeving over mijne veelvuldige dagelijksche zonden. Wasch mij, o Heer,
96
en ik znl wit worden als sneeuw, en waardig ü in mijn hart te ontvangen.
Mijn allerliefste Jesus, neen nooit wil ik Ü meer beleedigen, nooit meer zondigen, U altijd beminnen, och geef mij hiertoe uwe genade. Amen.
Onbevlekte Maagd, Moeder van Jesus en mijne Moeder, bid voor mij tot het Goddelijk Hart van uwen lieven Zoon, op lat ilc waardig mijnen Jesus moge ontvangen en Hem nooit meer verlaten.
Heer ik ben niet waardig dat gij onder mijn dak komt, maar spreek slechts een woord en mijne ziel zal gezond worden.
Mijn Jesus, ik geloof in XJ. Mijn Jesus, ik hoop op U. Mijn Jesus, ik bemin U. Mijn Jesus, barmhartigheid; mijn leven, mijn heil, mijn zaligheid.
Maria, Moeder van Jesus, bid voor mij.
Aanmerking. Ga tot de Communie-bank met de grootste zedigheid de handen te zawen, de oogen neergeslagen.
De H. Hostie ontvangen hebbende, zeg met
97
het hart: YlHet lichaam van onzen Heer Jesus Christus beware mijne ziel tot het eeuwige leven.quot;
Na de H. Communie.
Verlaat de Communie-bank met dezelfde ingetogenheid en verlaat niet te spoedig de Kerk. Een kwartier uurs bidden is toch uw Jesus wel waard.
Stort gansch uw hart voor uwen Jesus uit, betvonder zijne goedheid, aanbid Hem, dank Hein, klaag Hem uwen nood, verzoek Zijne genade, offer u geheel aan Hem op. Hiertoe kan het volgende u tot leidraad dienen.
Jesus! mijn Zaligmaker, mijn Verlosser! mijn God! mijn Al! Jesus, voor U wil ik leven! Jesus, aan U wil ik in leven en dood toebehooren.
0 Jesus! Eeuwige Waarheid! ik geloof in U. O Jesus! oneindige barmhartigheid! ik hoop op U! 0 Jesus, opperste goed, ik bemin U uit geheel mijn hart.
O Jesus! vanwaar komt mij dit geluk, dat Gij, mijn God, ü gewaardigt tot mij
7
9S
te komen? O Jesus! ik aanbid U als mijnen lieer en God, mijn Verlosser en Zaligmaker. ü mijn Jesns! ik dank U, dat Gij U gewaardigd hebt tot mij te komen.
O mijn Jesus! ik draag U op mijne ziel en lichaam, al wat ik ben en al wat ik heb, tot Uw heiligen dienst.
O mijn Jesus! blijf bij mij door Uwe genade; versterk mij door de kracht van dit Allerheiligste Sacrament, nu en in het uur van mijnen dood. Amen.
Ziel van Christus, heilig mij.
Lichaam van Christus! maak mij zalig. Bloed van Christus! verheug mij.
Water der Zijde van Christus! wasch mij. Lijden van Christus! versterk mij. O goede Jesus! verhoor mij.
In Uwe II. wonden verberg mij!
Laat niet toe dat ik vanU gescheiden worde! Tegen den boozen vijand bescherm mij! In het uur des doods roep mij ;
Eu gebied dat ik kome tot U;
Opdat ik met Uwe Heiligen U in eeuwigheid love! Amen.
99
Verzuchtingen uit de H. Schrift.
Loof, mijne ziel! den Heer, en vergeet toch al zijne weldaden niet. \')
Mijn beminde behoort mij, en ik behoor Hem toe. 2)
Heer! Zeg aan mijne ziel, ik ben Uwe Zaligheid. 3)
Wie zal ons scheiden van de liefde van Christus. 4)
Mijn Geest verheugt zich in God, mijnen Zaligmaker. ■■)
Wat zal ik den Heer wedergeven, voor alles, wat Hij mij verleend heeft, c)
Heer! leer mij Uwen wil doen, want Gij zijt mijn God. 7)
Heer! spreek, want Uw dienaar luistert.8) Heer, wat wilt Gij dat ik doen zal? 9) Heer! maak mij kenbaar den weg,dien ik moet bewandelen. 10)
Gebed om den zegen.
Laat nu, o Heer! Uwen dienaar in vrede gaan. Maar eerst bid ik U aller ootmoedigst om vergiftenis voor al hetgeen,
gt;) Psalm 103. -) Hooglied 3. ») ps:llm 34.4) Rom 8. ) Lucas 1. 6) Psalm 115. \') Psalm 142. 8) 1 Kon 3. 9) Hand. 9. 10) Psalm 124.
J 00
waarin ik, in het naderen tot uw heilig Sacrament te kort gebleven ben. Verleen mij de genade, dat ik de volgende Communie met meer ijver, liefde en eerbiedigheid ontvangen moge. _
Geef mij uwen heiligen Zegen voor ik de Kerk verlaat. Zegen mij gelijk Gij uwe lieve leerlingen gezegend hebt, voor dat Gij van hen gescheiden en ten hemel opgeklommen zijt.
Zegen, oJesus, mijne ziel en mijn lichaam; mijn geheugen, verstand, en wil; mijne gedachten, woorden en werken. Zegen geheel den overigen tijd mijns levens, opdat ik in Uw heiligen dienst tot het einde toe volharden moge.
Zegen mij in mijn leven, opdat ik niets zegge, niets denke, niets doe dat U, mijn lieve Jesus, mishaagt. Zegen mij in mijn uur des doods, opdat ik onderworpen aan uwen heiligen wil, in uwe genade en vriendschap sterve.
Bewaar mij voor eenen haastigen, on-voorzienen, onzaligen dood. Laat mij niet sterven, voordat ik waardig de laatste H. Sacramenten ontvangen heb.
Bescherm mij in het uur des doods te-
101
gen alle bekoringen van den duivel, versterk mij in de smarten en angsten des gemoeds en neem mijnen geest op in uwe handen, opdat ik, met uwe 11. Engelen en Heiligen, U in alle eeuwigheid love en danke. Amen.
Verzuchtingen.
If. Maria, Lieve Vrouw van \'t Allerheiligst Hart, bid Uwen lieven Zoon, Uwen en mijnen Heer en God, dat Hij in mij en ik in Hem blijve; dat Hij mij vergeve, waarin ik in deze H. Communie te kort geschoten ben; en verleene al hetgeen ik van Zijne goedheid ootmoedig gevraagd heb.
Bid voor mij, opdat ik in mijne goede voornemens moge volharden. Amen.
H. Engelbewaarder, mijne beschermheiligen, bidt voor mij, opdat ik door dit 11. Sacrament versterkt, voortaan zoo moge leven, dat ik eens daar kome, waar ik met IJ eeuwig loven en beminnen kan mijn lieven Jesus, dien ik nu, onder de gedaante van brood verborgen, ontvangen heb. Alle Heiligen Gods, bidt voor mij. Am.
102
Leve Jesus, mijne liefde en Maria mijne hoop. Amen.
G-eloofd zij altijd het Allerheiligste Sacrament. Amen.
Gebeden ouder het Lof of de Vespers.
In den naam des Vaders en des Zoons en des Heiligen Geestes.
1.
Jesus leert ons, dat, waar iemand meent zijn schat te hebben, daar ook het voorwerp is te vinden van zijne liefde. O, nu begrijp ik, hoe de heiligen, die buiten Jesus Christus niets achtten en niets anders beminden dan Hem, ook geheel hun Hart in het allerheiligste Sacrament des Altaars als besloten hielden.
Lieve Jesus, laat ik voortaan geheel de uwe zijn, en wees C4ij geheel de mijne.
2.
Mijne oogen en mijn Hart zuilen dadr wezen te allen tijde, zegt de Heer. \')
i) 3 Kon. 9.
103
Die schoone belofte verwezenlijkt Jesus in het Heilig Sacrament, alwaar J Jij, onder de gedaante van brood, dag en nacht onder ons zijn verblijf houdt.
3.
Overal waar een lichaam is, daar zxillen de arenden vergaderen. \') Door dat lichaam verstaan de heiligen gewoonlijk het lichaam van Jesus Christus, onzen Heer, onder de gedaante van brood in het allerheiligste Sacrament tegenwoordig. De arenden zijn zij, die, los van de wereld, zich boven het aardsche verheffen en hunne vlucht ten hemel nemen, werwaarts zij altijd hunne gedachten en verzuchtingen richten, en waar zij, om zoo te spreken, gedurig hun verblijf houden. Op aarde is hun hemel, daar, waar Jesus Christus rust in het H. Sacrament des Altaars, en nooit schijnen zij genoeg te hebben of verzadigd te\'zijn van zijne tegenwoordigheid. Och, lieve Jesus, geef dat ik ook gaarne in uwe tegenwoordigheid verwijl, mij gaarne met U onderhoud.
\') Luc. 17.
104
4.
Eene hemelsche fontein is Jesus Christus in het allerheiligste Sacrament des Altaars, en daarom zochten de heiligen in dit tranendal, als dorstende herten, gedurig hunnen dorst aan die hemelsche bron te lesschen. Geef, lieve Jesus, dat ik in alle omstandigheden des levens zoo doen moge!
5.
Waarlijk, Gij zijt een verborgen God. 0 In geen werk der goddelijke liefde komt de waarheid dezer woorden van Isaias zoo zeer uit als in het aanbiddelijk geheim des Altaars, waar God zich geheel en al verbergt. Het eeuwig woord des Vaders, de menschelijke natuur aannemende, verborg zijne Godheid, en wandelde als mensch rond op deze aarde: maar in het heilig Altaargeheim verbergt Jesus nog daarenboven Zijne menschheid, en onder den schijn van brood is Hij bij ons, daardoor te kennen gevende met hoeveel teederheid Hij ons bemint.
Och! lieve Jesus, geef dat ik uwe liefde
\') Isaias 15.
105
in uwe verborgenheid meer en meer moge kennen, en die liefde kennende, ook geheel de uwe zijn moge!
6,
Juicht en prijst, gij inwoners van Sion: want groot is in uw midden de Heilige van Israel. ^ O, welke groote vreugde moesten wij, menschen, gevoelen en hoe vol vertrouwen en liefde zijn bij deze gedachte: in ons vaderland, in onze kerken, niet verre van onze huizen, daar woont en leeft de Heilige der heiligen, onze groote God in het allerheiligste Sacrament des Altaars! Daar woont Hij, die door
I Zijne tegenwoordigheid in den Hemel het geluk der gelukzaligen uitmaakt. Hij, die de liefde zelve is! Want het H. Sacrament des Altaars is niet alleen een Sacrament van liefde, het is de liefde zelve; het bevat God, Die, om de groote liefde, welke Hij Zijne schepselen toedraagt, zich de liefde zelve noemt en ook waarlijk is. „God is liefde.quot; zegt de II. Joannes, Jesus\' geliefde Apostel.
\') Isaias 13.
106
Lieve Jesus, ik heb van mijne prilste jeugd geleerd: „God is liefdequot;, en, ik schaam mij het te zeggen, ik heb het vergeten; geef, lieve Jesus, dat ik het niet alleen nooit meer vergeten moge, maar dat ik ook dikwerf bij mij zeiven herhale: „God is liefdequot;, om in mijn hart meer en meer mijne liefde tot U op te wekken.
Lieve Jesus, wees voortaan mijne sterkte, en het voorwerp mijner liefde, gedurende mijn leven en in het uur van mijnen dood, wanneer gij als reisspijze tot mij zult komen, en mij geleiden in uw hemelsch Koninkrijk. Amen. Amen: Zoo hoop ik, zoo moge het geschieden.
Jesus\' Hart, mijn geluk.
Mijn eenig goed — is Jesus zoet;
Wien zou ik meer beminnen?
Zijn Godd\'lijk Hart — leed zooveel smart Om mijne ziel te winnen.
Wat zalig lot! -— Wat zoet genot! Uw trouwe knecht te wezen 1 En \'k nimmer meer — gestrenge Heer Uw komst behoef te vreezen.
107
Want toen ik lag — in zonden; ach! Toen leed ik angst en smarte.
\'k Dacht in dien nood: —„Ach, Jesus, stoot Mij uit zijn Godd\'lijk Harte.quot;
Neen! vol genaê — liep Het mij na In verve woestenijen,
Zijn Harte zocht —• en Het vermocht Van rouwe mij doen schreien.
Ik was gered! Zie, niets belet — De werkende genade ;
En Jesus\' Hart — had dra ontward, Wat over was van \'t kwade.
Ik dank U, Heer! Dat Gij zoozeer,
Mijn ziel hebt aangetrokken:
Want zonder ü — lag \'k zeker nu Reeds in de hel te wrokken.
Gezegd — gedaan! — Ik ga voortaan Een heilig leven leiden.
Helpt mij uw kracht — zal geene macht Mij ooit weer van U scheiden.
108
Overwegingen en gezegden van Heiligen over de devotie tot het Goddelijk Hart van Jesus.
1.
Het voonverp dezer devotie is het aanbiddelijk Hart van Jesus en de onmetelijke liefde, waarvan het voor ons brandde. — Het doel is, Jesus liefde voor liefde te geven, Hem te bedanken voor zijne weldaden, en de beleedigingen goed te maken, die Hem nog altijd worden aangedaan.
Die devotie werd in de laatste tijden geopenbaard, om in de harten der Christenen het geloof, dat wankelde, te versterken, en de liefde die verflauwde op te wekken.
O, H. Hart van Jesus, moge ons vaderland zich geheel aan U toewijden, dan zal er het heilig geloof en uwe liefde toenemen en bloeien. O, Maria, leer ons \'t Hart van Jesus kennen.
2.
De kortste weg tot een braaf, ja, heilig leven is de vereering, de aanbidding van het Heilig Hart van Jesus; en de kortste weg om tot de ware vereering, tot de
109
ware aanbidding van dat H. Hart te komen is de vereering van Maria, onder den titel van Onze Lieve Vrouw van \'t H. Hart van Jesus. Wij moeten den weg bewandelen dien Christus ons heeft aangewezen; door Maria is Jesus tot ons gekomen, wij moeten langs dien zelfden weg tot Jesus gaan, door Maria moeten wij alle zegen en genade van onzen Zaligmaker trachten te verkrijgen.
Uit het Onbevlekte Hart der Maagd heeft Jesus Zijn Hart gevormd, wil Jesus nu dat wij Zijn H. Hart vereeren en aanbidden, dan kunnen wij niet beter doen, dan Onze Lieve Vrouw van dat H. Hart vragen om tot de ware vereering, de ware aanbidding van Jesus Hart te komen.
3. ■
Die devotie tot het H. Hart van Jesus is niet voor enkelen, neen voor allen. — Alle menschen zijn het voorwerp van Jesus\' liefde; alle zijn afgewasschen in Zijn bloed, alle hebben dat aanbiddelijk Hart gewond door hunne zonden. —- Het is dan ook de plicht van allen aan het Hart van Jesus, den tol van liefde, dankbaarheid en her-
no
stelling te betalen. Onze Verlosser heeft dan ook gewild, dat die devotie overal verkondigd en verspreid zon worden.
In die overtuiging riep de H. Liguori uit: „O, Jesus, leer aan de menschen liet goddelijk recht kennen, dat Gij hebt op hunne liefde.quot;
4.
Op hoogen prijs wordt de Devotie tot het H. Hart in de Katholieke Kerk gesteld, en terecht, want Jesus zelf heeft gevraagd die devotie in te stellen en overal te verbreiden: wat wil men meer.... De voornaamste oefeningen heeft de Heer zelf aangegeven en aan allen die zich aan die devotie zouden wijden heeft Hij beloofd: ,,eensgezindheid in de familie, ijver in den dienst van God, troost in lijden, voorspoed bij de ondernemingen en eene zaligende gerustheid in de ure des doods.
5.
Jesus Christus wordt niet gekend. Zijne liefde niet genoeg begrepen. Men weet, ja, dat Hij God is, dat Hij voor ons is gestorven; dat Hij tegenwoordig is in het
Ill
H. Sacrament des Altaars, maar men kent Hem niet op die wijze, gelijk het kind zijn veel geliefden vader; men kent Hem niet, om het in één woord te zeggen, met die kennis des harten, waaruit het innige verkeer en het vertrouwen voortspruit. De Devotie nu tot het 11. llavt zal onsJesus op die wijze leeren kennen en beminnen, door voor ons oog te ontsluieren de geheimen zijner barmhartigheid, de zoete werkingen zijner liefde en de moederlijke zorgen zijner Voorzienigheid.
6.
Het 11. Hart van Jesus is voor ons gevormd geworden; voor ons heeft het geklopt, voor ons gebedén en geleden; dat Hart heeft het H. Evangelie verkondigd, de H. Sacramenten ingesteld; uit de ge-heimnisvolle wonde van dat Hart is de H. Kerk voortgekomen, gelijk de H. Vaders het leeren; dit Hart steunt en leidt en beschermt en troost den Christen van uit zijn heilig Tabernakel; dit Hart verwekt in ons de gevoelens van heldhaftige toewijding, heiligt alle smarten en kweekt alle deugden; dit Hart schenkt ons ver-
112
giffenis in het H. Sacrament van boetvaardigheid en doet ons in ons binnenste de stem der genade hooren; dit Hart eindelij !c gaf ons Maria tot Moeder en liet ons het H. Altaar-Sacrament na tot eene spijze onzer ziel en onze troost in ballingschap.
Vraag de onbevlekte Maagd, de Moeder van Jesus en onze Moeder, de lieve Vrouw van het li. Hart, dat gij dat Hart van Jesus moogt beminnen zooals Zij het heeft liefgehad.
7.
Onze Zaligmaker heeft zelf geopenbaard, dat Hij verlangde Zijne eindelooze liefde vereerd te zien onder de voorstelling van zijn Hart, geopend door de wonde en omgeven van de kenteekenen van zijn lijden. Hij heeft beloofd dat overal, waar die afbeelding gevonden werd, Zijn hemelsche zegen overvloedig zou nederdalen. En wat kan de lieve Jesus ook anders doen dan liefhebben, zegenen en troosten? Die afbeelding van het H. Hart is eene eenvoudige, maar dringende en aanhoudende prediking, om ons aan te sporen tot liefde en vertrouwen jegens één God, die ons
113
zoo zeer bemind heeft. Maak dat gij een afbeelding van Jesus\' Hart in uw huis hebt en vestig uwe oogen dikwerf op dat groote toonbeeld van gehoorzaamheid, op de af- • beelding van dien Goddelijken Vertrooster. Bid dikwerf; Onze Lieve Vrouw van hot H. Hart, geef mij eene plaats bij U in het H. Hart van mijnen lieven Jesus.
8.
De H. Augustinus vergelijkt het Hart van Jesus bij de ark van Nbë, waar allen, die er binnentreden, uit den Zondvloed gered worden.
De H. Cyprianus zegt: „Aan dat geopend Hart ontwelt de bron\', die springt ten eeuwigen leven.quot;
De IJ. Barnardus-. „Het Hart van Jesus is de oven der hevige brandende liefde, die geheel de wereld in vlam moet zetten. 0, hoe goed en aangenaam is het te wonen in dit Hart.quot;
De H. Petrus Bamianus noemt dit Hart de schatplaats van wijsheid en kennis.
De H. Franciscus van. Sales noemt dit Hart de bron van alle genaden.
De H. Bonaventura zegt: Dit Hart is de
f
8
114
schatkamer van alle goed. De H. Francis-cus van Assisië, de H. Clara, de H. Aloy-sius van Gonzaga riepen dat Hart zonder ophouden aan als het brandpunt der Goddelijke liefde. Dit Hart werd aan de H. Mechtildis gegeven als eene plaats van toevlucht in het leven, en een onderpand van den zoetsten troost in de ure des doods.
Volg de heiligen na, vereer, aanbid Jesus\' Hart en herhaal dikwijls dit schietgebed:
„Goddelijk Hart van Jesus, geef dat ik U meer en meer kenne, meer en meer beminne.
0. L. Vrouw van het II. Hart, bid voor mij, opdat ik die genade verwerven moge:\'
115
DEVOTIE TOT HET STERVENDE HART VAN JESUS.
DAGELIJKSCH GEBED
VOOK DE STERVENDEN VAN DEN DAG.
Dat is te zeggen:
Voor al degenen die binnen de vier-en-twintig uren moeten sterven.
O Clementissime Jesu^ O barmhartige Jesus, amator animarum, ob- Gij, die van eene zoo secro te per agoniam vurige liefde voor de Cordis tui sanctissimi, et zielen brandt, ik smeek per dolores Matris tua\' U bij den doodstrijd Immaculatae^ lava in van uw zoo Heilig Hart Sanguine tuopecccatores en bij de smarten van to tins mundi, nunc po- uwe Onbevlekte Moe-sitos in agonia hodie der, zuiver in uw Bloed morituros. Amen, al de zondaars der aarde die thans liggen te zieltogen en die vandaag nog moeten sterven. Amen.
Cor Jesu, m agonia Stervend Hart van factum miserere mo- Jesus, ontferm U oyer rientium. de stervenden.
116
Oefening.
Offer met dit gebed aan het stervende Hart van Jesus eenige uwer handelingen van den dag op, voor degenen die van daag op hun uiterste liggen.
Uitlegging dezer Devotie.
Deze Devotie wordt genoemd: Devotie tot het stervend Hart van Jesus en heeft tot doel 1°. om het Heilig Hart van Jesus te vereeren, dat gedurenie geheel Zijn loven, maar vooral ten tijde van Zijn lijden, groote inwendige smarten geleden heeft voorde zaligheid der zielen. 2quot;. Om door de verdiensten van dien langen doodstrijd, een zaligen dood te verkrijgen voor het groote getal menschen, dat iederen dag op de wereld sterft.
Overweegt.
Volgens de berekeningen die men gemaakt heeft, sterven er dagelijks tachtig duizend menschen. Overweegt bij u zeiven: vandaag sterven zoovele duizenden! Zij moeten voor den vreeselijken rechterstoel verschijnen-- Zij beginnen een eeuwigheid van geluk, of een eeuwigheid van lijden!
m
Helaas! hoeveel duizenden zijn er misschien onder dit groote getal, die sterven in staat van doodzonde.
Bidt.
Medelijdende Christenen! het Heilig Hart van Jesus, dat Hart, dat n zoo zeer bemint , dat zoo veel voor u en voor die arme zielen geleden heeft, smeekt n: Bidt vooral voor de zondaars, die op hun uiterste liggen. Om de hel te vermijden, hebben zij slechts eene goeds Biecht of een acte van volmaakt berouw noodig.
Vraagt aan het stervend Hart van Jesus, dat Hij hun een dezer beide genaden ver-leene. Vraagt het spoedig, de tijd is kort! morgen is het te laat.
Bidt voor de stervenden; het zijn uwe broeders in Jesus Christus, misschien uwe bloedverwanten, uwe vrienden of weldoeners.
Bidt voor de stervenden; en gij zult doen wat Jesus Christus gedaan heeft, gQ zult zielen redden. Welk een heerlijke zending.
Bidt voor de stervenden. De heilige Jacobus heeft gezegd: „Al wie zijn broeder
118
zal helpen, om van zijne kwade wegen terug te komen, zal zijne ziel redden, en de menigte zijner zonden bedekken.quot;
Bidt voor cis stervenden; eens zal men voor u bidden, wanneer gij op uw sterfbed zult liggen; welk een troost in dien laatsten en verschrikkelijken strijd.
Leert anderen, die niet bekend zijn met de devotie tot het stervende Hart van Jesus, dezelve kennen, leert haar aan uw huisgezin, aan uwe parochianen, en dat H. Hart zal u zegenen.
Indien gij door uwe godvruchtige gebeden dagelijks ééne ziel redt, welk een groot getal zal dit na verloop van een, van tien jaren, van uw leven zijn.
Welk een oogst voor den hemel, welke kroon voor de eeuwigheid!
OPDRACHT
AAN HET
Allerheiligste Hart van Jesus.
O Heilig Hart van Jesus, brandend van liefde voor de menschen, dat het mij, on-waardigen en ellendigen zondaar, toegelaten
119
zij, U heden gansch mija huisgezin toe te wijden.
Laat niet toe, o goede Jesus, dat ons arm hart ooit van uw goddelijk Hart gescheiden worde!
Wees, bid ik U, onze eenige woning, onze eenige schuilplaats, onze eenige hoop en zaligheid !
Dat het vuur uwer liefde onze harten ontvlamme! dat uwe wijsheid ons verlichte! dat uwe sterkte ons trooste en ons nieuwe kracht geve, om naar uw voorbeeld, ons kruis van lijden met vreugde op te nemen!
O Allerheiligst Hart van Jesus, mocht de onverbreekbare band van liefde ons hart aan het uwe vasthechten! mochten wij, als getrouwe leerlingen en ijverige navolgers van uw heilig Hart hier op aarde leven, om alzoo te verdienen ééns in het hemelsch Vaderland met U vereenigd te worden en, in het blijde gezelschap der Heiligen, eeuwig U te mogen loven en danken. Amen.
Geloofd zij Jesus Christus !
120
BELOFTEN VAN JESUS
AAN DE
GELCmilGE MM.\\RETI1A MARIA ALACOQUE,
ten voordeele van hen, die de Devotie, tot zijn H. Hart beoefenen.
1. Ik zal hun alle genaden geven, die zij in hunnen staat noodig hebben. 2. Ik zal den vrede in hunne huisgezinnen brengen. 3. Ik zal hen vertroosten in hunne droefheden. 4. Ik zal hun toevlucht zijn gedurende het leven en bijzonder in het uur des doods. 5. Ik zal overvloedige zegeningen schenken aan al hunne ondernemingen. 6. De zondaren zullen in mijn Hart den oorsprong en den oneindigen oceaan der barmhartigheid vinden. 7. De lauwe zielen zullen vurig worden. 8. De vurige zielen zullen spoediger vooruitgang maken in de volmaaktheid. 9. Ik zal de huizen zegenen, waar het beeld van mijn Hart zal geplaatst en in eere zijn. 10. Ik zal den priesters de gave schenken van de versteendste harten te treffen. 11. Al de personen, die deze devotie zullen ver-
121
spreiden, zullen hunnen naam in mijn Hart geschreven hebben, en hij zal er nooit uitgewisci it worden.
Na deze heerlijke beloften vernomen te hebben, kunnen wij te recht met den H. Bernardus aldus ons hart tot Jesus verheffen : „Uw Hart, o Jesus, is een goede schat, eene schoone parel, wie zou deze parel van zich afwerpen.quot;
L I T A N I E
TEIl EKliE VAX
f\\ct Sa c ja ment 61C taats.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm ü onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm
U onzer.
God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm Uonzer.
122
Levend Brood, dat uit den Hemel zijt
neergedaald, ontferm U onzer. Verborgen God en Zaligmaker onder de zichtbare gedaanten van brood en wijn, Tarwe der uitverkorenen,
quot;Wijn, die maagden voortbrengt. Voedzaam brood en vermaak der koningen,
Altijddurende offerande,
Zuivere opdracht, 0
Vlekkeloos Lam, a
Allerheiligste Maaltijd, S3
Spijs der Engelen, §
Verborgen hemelsch Brood, ^
Gedachtenis van Gods wonderen. Bovennatuurlijk Brood, ö
Vleesch geworden Woord onder ons ® wonende.
Heilig slachtoffer voor onze zonden.
Kelk van zegening.
Geheim des geloofs,
Hoogwaardig en uitmuntend Sacrament, Allerheiligste offerande,
Zoenoffer voor levenden en dooden, Hemelsch behoedmiddel tegen de aanvallen der zonden,
Wonder der goddelijke liefde,
123
Kostbare gedachtenis van het lijden des
Heeren, ontferm U onzer.
Geschenk dat alle volheid te boven gaat, Voortreffelijk blijk der liefde van onzen God, Overvloedige bron van Gods milddadigheid,
Verhevensten eerbiedwaardigst Geheim, Troostvol onderpand onzer onsterfelijkheid.
Sacrament vreeselijk voor de hel en dat
onze zielen verlevendigt.
Brood door de macht van liet Vleesch-geworden Woord ziju eigen Yleesch § geworden, g;
Onbloedige offerande, g
Spijs des levens, aangeboden door het
leven zelf, ^
Verheven maaltijd, waarbij de Engelen g tegenwoordig zijn en dienen, g
Sacrament en band van liefde, ^
Opdracht van een geslachtofferden God,
die zich zeiven opdraagt,
Geestelijke zoetigheid, die in haren eigen
oorsprong wordt gesmaakt, Verkwikking der heilige zielen,
Teerspijs dergenen, die in den Heer sterven,
124
Onderpand der eeuwige zaligheid, ontferm ü onzer.
Wees genadig, spaar ons, Heer.
quot;Wees genadig, verhoor ons. Heer. Van het ongeluk van uw Lichaam en Bloed onwaardig te ontvangen, verlos ons. Heer.
Yan de begeerlijkheid des vleesches, lt;1 Van de begeerlijkheid der oogen, ^ Van de hoovaardij des levens, S
Van alle gelegenheid om U te beleedigen, 2 Om de groote begeerte, welke Gij gehad hebt, van dit Paaschlam met uwe y leerlingen te eten, ®
Om den diepen ootmoed waarmee Gij de voeten uwer leerlingen gewas-schen hebt,
Om uw dierbaar Bloed, dat Gij ons in de offerande des Altaars hebt nagelaten. Om de vijf wouden, welke Gij in uw allerheiligst Lichaam uit liefde tot ons ontvangen hebt.
Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat het U behage, den eerbied en de liefde voor dit wonderbaar Sacrament in ons te bewaren en te vermeerderen, wij bidden U verhoor ons.
1
125
Dat het U behage, ons door eene nede- «
rige en oprechte belijdenis onzer zonden, tot het dikwijls nuttigen van deze heilige spijs voor te bereiden, wij ^
bidden U, verhoor ons. jSi
Dat het U behage, ons voor nlle ketterij, ^ ongetrouwheid en verblinding des har- E;
ten te bewaren, amp;
| Dat het U behage, ons aan de vruchten deelachtig te maken, welke dit Sa-crament voortbrengt in welbereide lt;
harten, g.
Dat het U behage, ons door de kracht g van deze hemelsche teerspijs te on- ^
dersteunen en te versterken bij het g naderen van den dood, ^
Dat het U behage, den overledenen de eeuwige rust te verleenen,
; Eenige Zoon van den waren God,
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons, Heer.
Lam Clods, dat wegneemt de zonden der
in
I ii
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
126
Heer, ontferm U onzer.
Om\'; Vader, enz.
v. Gij hebt hun het hemelsei) Brood gegeven,
r. Dat alle genoegens in zich bevat.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die ons onder dit wonderbaar Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, wij bidden U, geef ons, dat wij de heilige geheimen van uw Lichaam en Bloed zoo eerbiedig vereeren, dat wij de vruchten uwer verlossing voortdurend in ons mogen gevoelen; die met den Vader en den -H. Geest leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
L I T A N I E
TOT HET
(St ffctfici ficplc Jfaamp;t ucm c\'c-iiuv
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm IJ onzer. God Zoon, Verlosser der wereld,
God H. Geest,
H. Drievuldigheid, één God,
Hart van Jesus, Zoon van den eeuwigen Vader,
Hart van Jesus, Zoon van de Maagd Maria,
Hart van Jesus, eigene en waardige 0 woonplaats van den H. Geest, g. Hart van Jesus, schatkamer van de m-allerheiligste Drievuldigheid, g
Hart van Jesus, glorie en vreugd der ^ Engelen, o
Hart van Jesus, oneindig in Majesteit, g Hart van Jesus, voorwerp van alle liefde, is Allerootmoedigst Hart van Jesus, Allerzuiverst Hart van Jesus, Allerbeminnelijkst Hart van Jesus,
Hart van Jesus, vol zegen en genade. Hart van Jesus, wellust van hemel en aarde,
Hart van Jesus, licht van geheel de wereld,
Hart van Jesus, onver winn el ijk schild tegen onze vijanden.
128
Hart van Jesus, fontein van alle rechtvaardigheid, ontferm U onzer.
Hart van Jesus, oorsprong van alle
goedheid en barmhartigheid,
Hart van Jesus, vol medelijden entee-derheid.
Hart van Jesus, woonstede aller deugden, Hart van Jesus, alle eer en lof waardig, Hart van Jesus, aan wien alle aanbidding toekomt, 0 Hart van Jesus, onuitputbare bron van g, alle hemelsche gaven, S2 Hart van Jesus, zaligheid dergenen die g in U hopen, ^ Hart van Jesus, fontein der springende
wateren tot het eeuwige leven, a Hart van Jesus, verzoening onzer zonden, ® Hart van Jesus, troost van alle bedrukte harten.
Hart van Jesus, hoop van hen, die in
IJ sterven,
Hart van Jesus, ons leven en onze
verrijzenis.
Hart van Jesus, toevlucht van alle zondaren.
Hart van Jesus, met bitterheid voor ons vervuld,
129
Hart van Jesus, met versmaadheden
overladen, ontferm U onzer. q
Hart van Jesus, om onze boosheden a, doorwond, o5
Hart van Jesus, om onze zaligheid ge- g storven aan het kruis, ^
Hart van Jesus, met eene lans doorstoken, Hart van Jesus, levende, heilige en Gode B behagende offerande, ®
Hart van Jesus, altaar waarop al de quot;
Heiligen geofferd worden.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
GEBED.
Heer Jesus Christus, die U gewaardigd hebt, aan uwe Kerk kenbaar te maken
9
ISO
de onuitsprekelijke rijkdommen van uw goddelijk Hart; maak dat wij waardig worden aan de liefde van dit allerheiligste Hart te beantwoorden, en de versmading, Het door de ondankbaarheid der menschen aangedaan, door waardige eerbewijzen te vergoeden. Dit vragen wij U, die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
DE GEESTELIJKE COMMUNIE.
De geestelijke communie bestaat in eene vurige begeerte om Jesus te ontvangen en in een dankbaar gevoel des harten alsof men Hem werkelijk ontvangen had. Zij bestaat dus in een acte van begeerte en van liefde.
De geestelijke communie is derhalve zeer gemakkelijk te doen, zelfs te midden der gewone bezigheden, zegt een godvruchtig schrijver. Men kan ze vellichten, zonder dat iemand het merkt, ook over dag, zelfs na den maaltijd, en zoo dikwijls men er tijd toe heeft, leert de H. Alphonsus.
131
Dezelfde Heilige voegt er bij, dat alle personen, die waarlijk godvruchtig zijn, zich eene gewoonte maken van dikwijls op geestelijke wijze te commnniceeren. De H. Kerkvergadering van Trente, zegt hij, heeft deze gewoonte zeer geprezen.
Genoemde Heilige brengt tot bewijs van de hooge waarde der geestelijke communie twee voorbeelden in \'t midden. Jesus toonde eens aan de stichteres van het klooster der H. Catharina van Senen te Napels, twee kostbare vazen; de eene was van goud, de andere van zilver. „In de gouden vaas, sprak de lieer, bewaar ik uwe sacramenteele, in de zilveren vaas uwe geestelijke communiën.quot; En tot de Z. Joanna van het Kruis zeide de Heer: „dat zij bij elke geestelijke communie eene genade ontving die eenigermate gelijk was aan die, welke zij zou ontvangen hebben als zij werkelijk Jesus\' lichaam had ontvangen.quot; Ik wil hier niets bijvoegen, dan de schoone wijze om geestelijk te commnniceeren, door denzelfden H. Alphonsus ons voorgesteld.
OEFENING
VOOR DE GEESTELIJKE COMMUNIE.
Aanbiddelijke Jesus, ik geloof vastelijk, dat gij waarachtig tegenwoordig zijt in het H. Sacrament. Ik aanbid U, ik bemin U boven ailes, en ik begeer met al de vurigheid mijner ziel U te ontvangen. Daar ik U echter voor dit oogenblik niet op sacra-menteele wijze ontvangen kan, kom ten minste geestelijker wijze in mijn hart. Ik vereenig mij met Ü, alsof Gij er reeds werkelijk in gekomen waart, en ik wijd mij geheel aan U toe; laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. (Vis. a. S. S.)
Zijt gij gewoon de geestelijke communie dikwijls te doe/i, dan is het zeer dienstig, nu en dan den gewonen Act een weinig te veranderen. Veel woorden zijn niet noodig; een groot hart is genoeg. Gij kunt dan b. v. de Acten van geloof, hoop en liefde bilden, — u voorstellen, of gij het goddelijk Kind uit de handen der II. Maagd ontvingt, — u vereenigen met de H. Engelen, die Jesus omringen, — u wenden
133
naar eene plaats, waar Jesus in het Tabernakel rust, — en zoo wijders. De hoofdzaak is, dat gij vurig begeert, en veel bemint. — Wees dan niet bevreesd. Tel zelfs uwe geestelijke communiën niet angstig. De H. Liguori wenscht dat gij tot driemaal toe de geestelijke communie doet bij elk Bezoek.
Acte van toewijding aan het Heilig Hart van Jesus.
O aanbiddelijk Hart van Jesus, het teederste, het grootmoedigste van alle harten, doordrongen van dankbaarheid bij het aanschouwen uwer weldaden, kom ik mij, zonder voorbehoud voor immer aan Ü toewijden. Ik wil mijn persoon en al mijne krachten en vermogens aanwenden, om uwe vereering voort te planten en zóó mogelijk alle harten voor U te winnen. Ontvang heden mijn hart, o mijn Jesus, of\' neem het liever zelf, verander en zuiver het, opdat het U aangenamer en uwer waardiger zij; maak het ootmoedig, zachtmoedig, geduldig, getrouw en edelmoedig als het uwe, door al het vuur uwer liefde
134
er in te ontsteken. Verberg het in uw Goddelijk Hart, met al die harten, die U beminnen en U zijn toegewijd, en gedoog niet, dat ik het ooit terugneem. Ach! liever sterven, dan ooit uw aanbiddelijk Hart te bedroeven. Ja, Hart van Jesus, U altoos beminnen, U altoos eeren, U altoos dienen, altoos geheel aan U toebehoor en, dat is de wensch mijns harten bij leven en dood en in alle eeuwigheid. Amen.
Opdracht van zich zeiven aan het Hart van Jesns.
O mijn beminnelijke Jesus, ik N. N., geef U, om U mijne dankbaarheid te betuigen en mijne tekortkomingen en ongetrouwheden te herstellen, mijn hart; ik wijd mij geheel aan U toe, en ik maak het vaste voornemen om met behulp uwer genade nooit meer te zondigen.
Eenmaal daags Jtonderd dagen aflaat; eens in de maand een volle aflaat.
NB. Dit gebed moet voor een af beeldsel van het H. Hart gebeden worden. De aflaat kan aan de afgestorvenen worden toegevoegd.
135
BEÏ (liüSüliPJl
God! hoe zalig zou ik wezen,
Mocht na dezen Waar dit lampje vóór IJ schijn\', Ook mijn hart zoo\'n lampje zijn! ■—■ Lampje, — dat zoo lief mag lonken,
Met zijn vonken.
Op de Godheid, die hier schuilt. En met mij van harten ruilt! — Lampje, dat zoo warm mag gloeien
Vóór de boeien.
Waar zich hier mijn God in knelt, Wen zijn Hart van liefde zwelt! —
Lampje, dat zoo zacht mag lichten.
Om te stichten Wie hier smaakt het zoet genot Van den diep verborgen God! — Lampje, dat mag eeuwig branden,
Voor de panden Van een Liefde zonder end Schuilend in haar Sacrament! —
Lampje, dat mag Godslamp heeten Ja, mag weten.
136
Dag en nacht en immer voort, Wie hier \'t Harte Gods bekoort! — God! hoe zalig zou ik wezen,
Mocht na dezen.
Waar dit lampje voor U schijn\'. Ook mijn hart zulk lampje zijn!
LITANIE
TOT
Ooze Lieve Vrouw van het l Hart.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, bid voor ons.
O. L. V. van het H.Hart, Koningin des vredes en der goedertierenheid, bid voor ons.
137
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, Uitdeelster van Gods gaven,
bid voor ons.
Veroveraarster der harten,
Moeder der barmhartigheid,
Moeder der Goddelijke genade,
, Zoet geschenk des Hemels,
Opperste Weldoenster, M Onvergelijkelijke Schatmeesteres, ^ Doorluchtige Middelares,
^ Zekere hulp in alle gevaren, W
g Hoop en bijstand der hopeloozen, ^ ~ Moeder der weezen en veriatenen, o rt Gij, die de geslachten zegenen, ° ^ Gij, wier liefelijkheid de zoetheid van g § honig ver overtreft, v
S Gij, wier gebeden bij den Almachtige ^ alles vermogen,
^ Gezegende aarde, die de Vrucht des levens hebt voortgebracht. Onbevlekte lelie, welker geuren het
heelal vervullen.
Geheimzinnige bron,
Veilige schuilplaats tegen de gevaren
der wereld.
Zuiverste en beminnelijkste der schepselen,
138
Dat het U behage, onze lofzangen te aanvaarden en onze smeekingen tever-hooren, O. L. Vrouw van het H. Hart. Dat de Hemel U eere,
Dat de aarde uwe weldaden verkondige, Dat de jeugd onder uw maagdelijken
mantel schuile, O
Dat de moeders U hare familie toever- g trouwen,
Dat de grijsaards U aanroepen en ze- ^ genen, lt;
Verkrijg de bekeering der verstoktste
lt;1 t-S
O
zondaars.
Vraag voor ons een vennorseld hart, g Verwerf ons tranen van berouw,
Wees onze wapenrusting, als satan ons ^ belaagt, 3
Wees ons in \'t heiligen van ons leed if behulpzaam, ^
Dat het U behage onze werkzaamheden F*
te zegenen en vruchtbaar te maken, Dat het U behage ons overal onder uwe % bescherming te bewaren, ^
Dat het U behage, Gods zegen over onze
werkzaamheden af te smeeken.
Laat U bewegen door onze wonden, gevaren en kwalen.
139
Dat uwe liefde ons uwe armen ten toevluchtsoord moge openen, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart.
Dat uw mededoogen ons helpe onze
fouten te verbeteren,
Dat uwe teederheid ons nimmer moge verlaten,
Dat uwe nederigheid over onzen hoog- a moed moge zegepralen, cd
Dat uwe liefde ons tot het Hart van tr1 Jesus moge geleiden, ®
Dat uw gebed ons in ons laatste uur ® moge bijstaan, -lt;
Dat uwe verdediging ons voor Gods rech- 3 terstoel moge beschermen, §
Bewaar door uwe tusschenkomst den ^ Paus-Koning, g
Verkrijg, dat het ware geloof in ons ^ Vaderland steeds bloeie, gL
Verkrijg, dat de Bisschoppen en de Gees- m telijkheid op den weg der heiligheid quot; bestierd worden, S
Bescherm de wereld tegen de pogingen
der goddeloosheid.
Breng door uwe voorspraak de ketters en scheurmakers terug tot de Kerk van Christus,
140
Verwerf, dat het licht van \'t Evangelie
schittere voor de oogen der ongeloovigen, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart. Lam G ods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
v. Bid voor ons. Onze Lieve Vrouw van het H. Hart.
r. Opdat wij door U, verhevene Hoop der hopeloozen, de beloften van Jesus Christus, uwen Zoon, mogen waardig worden.
LAAT ONS BIDDEN.
O God, die, om de zegepraal uwer barm-hartigheid en het heil onzer ziel, aan Maria, de Onbevlekte Maagd, den grootsten invloed op het Hart van Jesus hebt willen geven; verleen ons, door hare gebeden en
UI
tusschenkomst, de genade iu uwe heilige liefde te leven en te sterven. Dit vragen wij U, door denzelfden Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
LITANIE
TER EERE VAN
0. L. VROUW van LOURDES.
lieer, ontferm U onzer.
Chrislus, ontferm U onzer.
ileer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons-Christus, verhoor ons.
Cod Hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
Cod Heilige Geest, ontferm U onzer. IIcili-e Drievuldigheid, één God, ontferm
O C 7 1
U onzer.
Maria, allerheiligste en allerverhevenste
Moeder Gods, bid voor ons.
Maria, minzame Koningin, wier glinsterende troon op de vleugelen der Sera-
142
phienen, aan de rechterhand van den Koning der koningen rust, bid voor ons. Maria, machtige Koningin die heerscht over legioenen engelen, die eerbiedig uwe bevelen afwachten om uwe getrouwe dienaars ter hulp te snellen, Maria, bewonderenswaardige Koningin, die van het hoogste uwer uitmuntende grootheden, U gewaardigd hebt neder te zien op eene woeste plaats der aarde, om er een arm kind te zoeken,
Maria, die, schitterend van luister en ^ hemelsche goedheid, verscheiden ma- g: len verschenen zijt, in de grot van lt; Loi irdes, aan eene jonge dochter § des velds,
Maria, die tusschen uwe handen een =
Ui
rozenkrans houdende, en het teeken • desll. Kruizes makende, het verbaasde kind hebt aangezet om den H. Rozenkrans te bidden,
Maria, die, mot bedrukten blik, aan de kleine herderin bevolen hebt veel te bidden voor de zondaren,
Maria, die het eenvoudig kind lot de Priesters gezonden hebt, om te zeggen: dat flij wildot dat men U eene
143
kapel zou bouwen, op de rotsen, waar Gij verschenen waart, bid voor ons. Maria, die aan het nederig kind gezegd hebt: dat Gij verlangdet dat men U in de spelonk van Lourdes bezoeke, en ei\' in processie kome,
Maria, die eene bron van helder water hebt doen ontspringen uit de rots, op welke uwe gezegende voeten hadden gerust,
Maria, die, onder alle verhevene Namen en glorierijke eeretitels, dien uwer ^ OxrtEvi.rktk Ontvangenis verkozen hebt om te Lourdes geëerd te worden, ^ Maria, die, al do pogingen der wereldsche 8 wijsheid, welke den stroom uwer goed- ~ heid en gunsten wilde tegenhouden, § in de grot van Lourdes, verstomd en ^ verijdeld hebt, door uw alverbazend vermogen,
Maria, Oceaan van genaden, weldaden en zegeningen, die gedurig de wonderbare bron van Lourdes onderhoudt en voedt.
Onbevlekte Maagd, uitnemende Bron van glorie, vreugd en zaligheid voor de gelukkige hemellingen,
144
Onbevlekte Maagd, heraelsche Bron van zoetigheid, vrede en volharding voor de rechtvaardige zielen, bid voor ons. Onbevlekte Maagd, onuitputtelijke bron van medelijden, barmhartigheid en vergiffenis voor de arme zondaars, Onbevlekte Maagd, levende Bron van vertroosting, opbeuring en steun voor de bedrukte harten.
Onbevlekte Maagd, overvloedige Bron van bijstand, kracbt en genezing voor de zieken en kranken.
Onbevlekte Maagd, zalige Bron van hulp, S o-enade en hoop voor de stervenden, ^ Onbevlekte Maagd, weldadige Bron van d verzachting, licht en verlossing vooi i de lijdende zielen des vagevuurs, o Onbevlekte Maagd, vermaarde Bron van « heil, bescherming en welzijn \\ooi het menscheiijk geslacht.
Onbevlekte Maagd, die aan de blinden het gezicht, aan de stommen do spraak, aan de dooven bet gehoor en aan de verlamden het gebruik
Uii au.ii. 1 Pf
hunner ledematen versctialt, Onbevlekte Maagd, wier ontelbare wonderen en schitterende weldaden in
145
alle gewesten der aarde verkondigd eu bewonderd zijn, bid voor ons. Onbevlekte Maagd, wier Jleiiig Hart overstroomt van teederheid en goed- j_, beid voor ons, £
Onbevlekte Maagd, wier liefde tot ons lt;-ik; liefde aller moeders voor bare § kinderen overtreft.
Onbevlekte Maagd, wie nooit iemand s heeft aangeroepen zonder verhoord te zijn,
Van uit den schoot dor goddelijke glorie die U in den Hemel omringt, bewaak ons, Maria.
In de onderhouding der geboden Clods en der I ieilige Kerk, moedig ons aan, Maria.
I Op den engen weg des Hemels, ondersteun
ons, Maria.
| In den strijd van Satan, de wereld en het vleesch, beschut ons, Maria.
In de ware en standvastige godsvrucht.
bevestig ons, Maria.
In ziekten, krankheden en smarten, vertroost ons, Maria.
In fle uur onzes doods, bescherm ons, Maria. Als wij, bevend, voor onzen rechtvaardigen Rechter zullen staan, bid voor ons, Maria.
10
146
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer, Heer. Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vad\'jr, enz. Wees (jajroet, enz.
Bid voor ons, o heilige en onbevlekte
Moeder Gods.
Opdat wij waardig worden der belet len
van Christus.
O Jesus, God van oneindige goedheid, die Maria uwe onbevlekte Moeder hebt aangesteld tot Uitdeelster van dien schat van genade en barmhartigheid, waar uw goddelijk Hart het begin en de eeuwige bron van is, en welke het die wonderlijke Maagd behaagt op zulke verbazende wijze uit te storten over de gezegende rotsen van Lourdes, wij bidden U nederig, dooi\' hare verdiensten en gebeden, geef ons toch al wat ons heilzaam is, de gezondheid der ziel en des lichaams, maar bo-
147
venal de onschatbare genade van U altijd meer en meer te kennen en te beminnen, opdat wij, na U op aarde getrouwelijk gediend te hebben, ons eens in den Hemel, voor uwen troon mogen bevinden, aan de voeten van Maria, onze goede Moeder en vereenigd met de kooren dei\' Engelen en der Heiligen, U met hen loven, danken en beminnen in alle eeuwigheid. Amen.
Gebed van den Pastoor van Ars.
De Pastoor van Ars, de heilige en vurige Maria-vereerder, heeft in zijne gemeente weten in te voeren, van telkens als de klok sloeg een Wees yegroet te bidden met het volgende gebed:
„Gezegend zij de allerheiligste en onbevlekte Ontvangenis van de Maagd en Moeder Gods Maria! ü, Maria, dat alle volken U verheerlijken, en de gehecle aarde uw onbevlekt Hart zegene.quot;
148
LITANIE
TER EKBE
VAN DEN H. JOZEF.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
God, Hemelsche W.der, ontferm U onzer.
God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God, H. Geest, ontferm IJ onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.
H. Maria, bruid van den H. .Jozef, bid voor ons.
H. Jozef, zoon van David,
H. Jozef, man naar Gods hart, ^
H. Jozef, eer der bruidegoms, ?
H. Jozef, versierd met den titel van ^ vader van Jesus Christus, S
H. Jozef, voedstervader van het Kindje ^ Jesus, s
Jï. Jozef, vereerd met de tegenwoordig- •\' beid van het menschgewoi\'den Woord,
149
II. Jozef, Bruidegom van de Moedermaagd,
bid voor ons.
II. Jozef, geleider van de II. Familie, II. Jozef, navolger van Jesus en Maria, II. Jozef, begunstigd met de gaven van
den II. Geest,
II. Jozef, nastrever van de zuiverheid
der Engelen,
II. Jozef, voorbeeld van ootmoed en geduld,
II. Jozef, volmaakt beeld van liet geestelijk leven, ^ II. Jozef verkoren uitvoerder van den ^ wil des Allerhoogsten, ^ II. Jozef, die den Zoon van den eeuwi- §
gen (iod in uwe armen draagt, 11. Jozef, die de beschermer waart van § de zuiverste der maagden, quot;
11. Jozef, die de ballingschap van Jesus
in Egypte deeldet,
II. Jozef, die de vreugd smaaktet van Jesus in den tempel weder te vinden, II. Jozef, aan wien de Koning dor heerlijkheid en de Koningin des Hemels wilden onderdanig zijn,
II. Jozef, die toegelaten werdt, om het verborgen der goddelijke raadsbe-
150
sluiten te beschouwen, bid voor ons. li. Jozef, die bet geluk hadt uwen geest te geven in de armen van Jesus en Maria, ^
H. Jozef\', die ons van den Allerhoogste 5: de voorlreiï\'elijkste genaden verwerft, ^ II. Jozef, machtige steun der Kerk van B Jesus Christus, ^
H. Jozef, beschermer van hen, die U §
met betrouwen aanroepen,
H. Jozef, onze beschermer in het leven
en onze verdediger in den dood, Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
v. Bid voor ons, H. Jozef,
r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
LAAT ONS BIUDEX.
AVij bidden. U, o Heer, dat wij doordc verdiensten van den Bruidegom uwer aller-
151
heiligste Moeder geholpen mogen worden, opdat wij door zijne voorspraak mogen verkrijgen, wat wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen. Amen.
Lees, overweeg en handel.
De H. Ambrosias zegt: Alles wat wij uit liefde voor de overledenen opofferen, wordt in verdienste voor ons veranderd.
LITANIE
TOT LAFENIS DER AFGESTORVENEN.
Heer, ontferm U over de zielen in het vagevuur.
Christus, ontferm U over de zielen in het vagevuur.
Heer, ontferm U over de zielen in het vagevuur.
God, Zoon, die haar verlost hebt, ontferm
ü over haar.
God, heilige Geest, die haar geheiligd hebt, ontferm U over haar.
152
H. Drievuldigheid, één God, in wien zij
geloofd hebben, ontferm ü over haar, Jesus, die de oneindige barmhartigheid zijt, op wien zij gehoopt hebben, ontferm IJ over haar.
Heilige Maria, bid voor haar.
H. Moeder Gods, bid voor haar. g Alle HEL Engelen en Aartsengelen, S Alle HH. Aartsvaders en Profeten, c Alle HH. Apostelen en Evangelisten, 8 Alle HH. Martelaars en Belijders, ^ Alle HH Maagden en Weduwen,
Alle HH. Boetelingen, ^
Alle Heiligen Gods,
Wees genadig, spaar haar. Heer.
Wees genadig, verlos haar. Lieer. Van alle kwaad, verlos haar. Heer. Van de smartelijke verwijdering van uw
aanschijn, verlos haar. Heer.
Van het pijnlijk verlangen naar d. hemel, ^ Door de verdiensten van uwe H Mensch- §■ wording.
Door uw doopsel en heilig vasten, gï Door uw bloedig zweet aan den Olijfberg, ^ Door uwe smartelijke geeseling en kroo- ^ ning, ro
Door uwe zware kruisdraging,
153
Door uwen smaadvollen kruisdood, verlos
haar, Heer.
Door uwe H. verrijzenis, verlos haar. Heer. Door uwe glorievolle hemelvaart, verlos haar, Heer. ^
I Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. ^
■ Dat Gij de zielen der afgestorvenen hare
straffen wilt kwijtschelden, P\'
|Dat Gij hare reiniging wilt voleinden, Jp! iDat Gij haar met uw heilig aanschijn lt; wilt verheugen, g-
■ Dat Gij haar lijden in eene eeuwige ó
rust wilt doen verkeer en, S
■Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar haar, Heer.
■Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons, Heer.
■Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, ontferm U over haar.
■Christus, hoor ons.
IChristus, verhoor ons.
Onze Vader, enz.
Vs. Heer, geef haar de eeuwige rust. Rs. En het eeuwige licht verlichte haar. Vs. Dat zij in vrede rusten.
Rs. Amen.
154
GEBED.
God, Schepper eu Verlosser van alle geloovigen, verleen aan de zielen van uwe dienaren en dienaressen vergeving van al hare zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, waarop zij altijd gehoopt hebben, door godvruchtige smeekingen mogen verwerven.
Ontvang genadig, o God! dit gebed der liefde voor de overledene geloovigen, en schenk mij kracht en sterkte tot verbetering van mijn leven, opdat ik meer en meer zuiver van zonden en door ware godsvrucht uwe liefde waardig worde, om eenmaal met de zielen uit het vagevuur en alle Heiligen U te aanschouwen, te beminnen, te loven en te aanbidden, door Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, die met U en den H. Geest leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.
155
LITANIE
VAN DE
H. R02A DE LIMA,
Patrones tegon Aamborstigheid.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, hoor ons.
Christus, verboor ons.
God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.
God PI. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontfermU onzer.
H. Maria, geheimzinnige Roos, bid voor ons.
H. Roza, bloeiende van liefde tot uwen Bruidegom, bid voor ons.
II. Roza, wier aangezicht in de wieg op eene Roos gelijkend bevonden en daarom Roza genoemd werd, bid voor ons.
11. Roza, door O. L. Vrouw genaamd, Roza van de H. Maria, bid voor ons.
H. Roza, die van uw vijfde jaar u opgedragen hebt aan Christus Jesus, bid voor ons.
156
H. Roza, die door de ingevingen Gods, het kleed van den H. Vader Dominicus aanvaard hebt, bid voor ons.
H. Roza, die gewoon waart uwe spijze te mengen met alsem of gal der dieren, H. Roza, die zeer streng in uwe boetvaardigheid waart, \'s Vrijdags gal drinkende ter gedachtenis aan de gal, die Christus gedronken heeft,
H. Roza, die door God met vele ziekten, benauwdheden des harten, keelgezwellen en aamborstigheid zijt bezocht geworden, ^
H. Roza, die van Jesus, uwen Engel- ^ bewaarder, de H. Catharina van Senen o en de H. Maagd Maria dikwijls zijt ° bezocht geworden, g
H. Roza, die van Jesus zei ven hebt S mogen hoor en: Roza! zij mij eene bruid mijns harten,
H. Roza, die door uwe boetvaardigheid en door het dragen van een scherpe kroon de straffe Gods van de stad Lima hebt afgekeerd,
H. Roza, aan wie Jesus zelf voorzegd heeft van hier verschrikkelijk te moeten lijden,
157
H. Roza, die ten hemel gevlogen zijt, om voor eeuwig de omhelzingen van uwen Bruidegom te genieten, bid voor ons.
H. Roza, eerste en allerschoonste bloem van Amerika, bid voor ons.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz.
v. Bid voor ons H. Roza de Lima.
I b. Opdat wij waardig worden der beloften van Christus.
GEBED.
Almachtige God, uitdeeler van alle goed | en gaven, die de H. Roza, door den hemel-jschen dauw der genade voorkomen, aan 1 die van Indië hebt laten bloeien, geef ons,
luwe dienaren, dat wij, in haren zoeten | geur levende, de goede geur van Christus
mogen worden. Die met U leeft en regeert,
in de eenheid des Heiligen Geestes, in alle
eeuwen der eeuwen- Amen.
■ tiff
I::!
158
LITANIE
TKR FF.RK
VAN DE HEILIGE PHILOMENA, Maagd en Martelares.
Heer, ontferm U onzer.
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm TJ onzer.
Jesus Christus, hoor ons.
Jesus Christus, verhoor ons.
God, Vader in den Hemel, ontferm U onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, ontf. U onzer.
God H. Geest, ontferm U onzer.
H. Drievuldigheid, één God, ontferm IJ onzer.
H. Maria, Beschermster van de H. Philo-mena, bid voor ons.
H. Philomena,
H. Philomena, Maagd en Martelares,
H. Philomena, uit koninklijk bloed voort- S gekomen, J
11. Philomena, die op uw elfde jaar de 6 zuiverheid aan God beloofdet, ^
H. Philomena, die op uw dertiende jaar g het huwelijk met Keizer Diocletiaan ? weigerdet,
H. Philomena, die daarom van hem in de gevangenis geworpen zijt,
159
11. Philomem, die op eene wreede wijze
gegeeseld zijt, bid voor ons. H. Philomena, wier wonden de Engelen
genezen hebben,
H. Philomena, die met een anker aan den
hals in den Tiber zijt geworpen, H. Philomena, die met pijlen zijt doorschoten,
1!. Philomena, aan wie de heilige Moeder Gods met het Kind Jesus in de gevangenis verschenen zijt, II. Philomena, die door geene kwellingen of pijnen in liet geloof of in de trouw aan uwen hemelschen Bruidegom aan het wankelen zijt gebracht, 11. Philomena, die eindelijk onthoofd, de kroon der Maagdelijke zuiverheid, en van het Martelaarschap in den Hemel hebt ontvangen,
II. Philomena, die in onze dagen uwe
machtige voorspraak doet blijken, II. Philomena, wier naam de Heer door ontelbare wonderwerken verheerlijkt, H. Philomena, die de troost en hulp der
ongelukkigen zijt,
H. Philomena, Beschermheilige der Broederschap van den levenden Rozenkrans,
160
Zijt genadig, spaar ons, Heer.
Zijt genadig, verhoor ons. Heer.
Van alle kwaad, verlos ons Heer. Van alle zonden.
Van den geest van onzuiverheid.
Van de begeerlijkheid der oogen,
Van de hoovaardigheid des levens, Van ongeduld of ontevredenheid in te- ® genspoed, o
Door uwe Menschwording,
Door uwen aanbiddelijken en allerzoet- = sten naam, ^
Door uw lijden en kruis.
Door uwen allerheerlijksten dood.
Door de onbevlekte ontvangenis uwer \'
H. Moeder Maagd Maria,
Door de voorspraak der H. Maagd en
Martelares Philomena,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wei
neemt, spaar ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wej
neemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld weg
neemt, ontferm U onzer.
Jesus Christus, hoor ons.
Jesus Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
161
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Bid voor ons, H. Philomena.
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
GEBED.
O God, wij bidden U, dat wij door de verdiensten van de H. Philomena, Maagd in Martelares, mogen beschermd worden, )pdat wij door hare voorspraak verkrijgen, letgeen wij met vertrouwen van U verzoeken, door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Gebed tot de H. Philomena.
Groote Heilige, wij smeeken U: wil op )ns een blik van liefde vestigen. Gewaardig J, door een blik uwer goedheid ons te ;oonen, dat onze nietige vereering Uaan-;enaam is, en verkrijg voor ons de gunsten, lie wij voor onze zaligheid verwachten en ü diegene, welke gij weet, datonsnoodig üijn, om behoed te worden voor den eeuwigen dood, dien wij, helaas! zoo dikwerf verdienden; verkrijg voor ons ook de gunst, waarvoor wij U deze gebeden hebben toe
1 1
160
Zijt genadig, spaar ons, Heer.
Zijt genadig, verhoor ons. Heer.
Van alle kwaad, verlos ons Heer. Van alle zonden,
Van den geest van onzuiverheid,
Van de begeerlijkheid der oogen.
Van de hoovaardigheid des levens, , Van ongeduld of ontevredenheid in te- g genspoed, S\'
Door uwe Menschwording, ;
Door uwen aanbiddelijken en allerzoet- =
sten naam.
Door uw lijden en kruis.
Door uwen allerheerlijkst en dood,
Door de onbevlekte ontvangenis uwer quot;
H. Moeder Maagd Maria,
Door de voorspraak der H. Maagd en
Martelares Philomena,
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, spaar ons. Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, verhoor ons, Heer.
Lam Gods, dat de zonden der wereld wegneemt, ontferm ü onzer.
Jesus Christus, hoor ons.
Jesus Christus, verhoor ons.
Heer, ontferm U onzer.
161
Christus, ontferm U onzer.
Heer, ontferm U onzer.
Onze Vader, enz. Wees gegroet, enz. Bid voor ons, H. Philomena.
Opdat wij de beloften van Christus waardig worden.
GEBED.
O God, wij bidden U, dat wij door de verdiensten van de H. Philomena, Maagd en Martelares, mogen beschermd worden, opdat wij door hare voorspraak verkrijgen, hetgeen wij met vertrouwen van U verzoeken, door Jesus Christus, onzen Heer. Amen.
Gebed tot de H. Philomena.
Groote Heilige, wij sraeeken U: wil op ons een blik van liefde vestigen. Gewaardig U, door een blik uwer goedheid ons te toonen, dat onze nietige vereering U aangenaam is, en verkrijg voor ons de gunsten, die wij voor onze zaligheid verwachten en al diegene, welke gij weet, datonsnoodig zijn, om behoed te worden voor den eeuwigen dood, dien wij, helaas! zoo dikwerf verdienden; verkrijg voor ons ook de gunst, waarvoor wij U deze gebeden hebben toé
1 1
102
gewijd, namelijk.. . (Hier legge men dezelve bloot op eene eenvoudige wijze, maar vol vertrouwen). Geef ons, dat wij in deze hoop verkwikt worden in onze kwellingen, dat is, dat uwe zoete liefde ons beziele en vertrooste. Wij loven uit ganscher harte en met den diepsten eerbied de Allerheiligste en Hoogwaardigste Drieöenigheid, die U op aarde met zoovele zegeningen voorkwam, die U met zooveel zuiverheid, geloof en moed versierde, die U tot zulk eene hooge heiligheid verhief; U te midden uwer vijanden en vreeselijke pijnigingen ondersteunde en U in zegepraal tot de eeuwige heerlijkheid opvoerde. Wij danken ook de Allerzuiverste H. Moeder Maagd Maria, de Moeder van God, Koningin dei-Bloedgetuigen, die U als eene teedere Moeder, te midden uwer kwellingen, met hare vermogende bescherming ondersteunde. 11. Martelares! wij hopen dat gij zelve ons nu beschermen zult, terwijl wij uwe verdiensten en heerlijke zegepraal vereeren. Amen.
Onze Vader en Wees gegroet, voor den Paus.
163
LITANIE
VAN HET
Heilig Aanschijn
TOT
Herstelling der Oodslasteriugeu
I EX OM AAN GOD, 1)3011 HEI AANSCHIJN VAN ZIJNEN AANIilDDELIJKEN ZOON, DE BEKEEKING DEK GODSLASTERAARS, ÏE VRAGEN.
j Heer, ontferm U onzer.
i Christus, ontferm U onzer.
i | Heer, ontferm U onzer.
i 1 Christus, hoor ons.
1 Christus, verhoor ons.
r | Heilige Maagd Maria, bid voor ons.
O aanbiddelijk Aanschijn, dat met diepen 3 ? eerbied aanbeden werd door Maria en • | Joseph, wanneer zij U voor de eerste i j maal aanschouwden, ontferm IT onzer.
O aanbiddelijk Aanschijn, dat de Engelen, de herders en de Wijzen, in het stalleke van Bethlehem, van vreugde verrukt hebt, ontferm U onzer.
|0 aanbiddelijk Aanschijn, dat den heiligen ouderling Simeon en de profetes Anna
164
ia den tempel van liefde ontstoken hebt, ontferm U onzer.
O aanbiddelijk Aanschijn, overgoten van
tranen in uw heilige Kindschheid, O aanbiddelijk Aanschijn, dat de wetgeleerden verbaasd hebt, als gij twaalf jaren oud zijnde, in den tempel ver-scheent,
O aanbiddelijk Aanschijn, wit van zuiverheid, blozend van liefde, O aanbiddelijk Aanschijn, schooner dan de zon, lieflijker dan de maan, glans- » rijker dan de sterren, §
O aanbiddelijk Aanschijn, frisscher dan g de lenterozen, .
O aanbiddelijk Aanschijn, kostbaarder
dan het goud, het zilver en het diamant, § O aanbiddelijk Aanschijn, wiens aan- S trekkelijkheid en wiens bevalligheden, * verrukkend waren,
O aanbiddelijk Aanschijn, wiens edele verhevenheid alle uwe wezenstrekken kenmerkte,
O aanbiddelijk Aanschijn, beschouwd
door de Engelen,
O aanbiddelijk Aanschijn, zoete wellust der heiligen,
165
O aanbiddelijk Aanschijn, meesterstuk van den H. Geest, in hetwelk de eeuwige Vader zijn welbehagen neemt, ontferm U onzer.
O aanbiddelijk Aanschijn, wellust van
Maria en Joseph,
O aanbiddelijk Aanschijn, onuitsprekelijke spiegel der goddelijke volmaaktheden,
O aanbiddelijk Aanschijn, wiens schoonheid altijd oud en altijd nieuw is, O aanbiddelijk Aanschijn, dat de gramschap Gods verzacht, § O aanbiddelijk Aanschijn, dat de dui- §£ velen doet beven, g O aanbiddelijk Aanschijn, schat van ge-
naden en zegeningen, ^
O aanbiddelijk Aanschijn, in de woestijn § blootgesteld aan de guurheid van het § weder, ^
- O aanbiddelijk Aanschijn, dat op uwe reizen door de hitte der zon verbrand en met uw zweet geweekt was, O aanbiddelijk Aanschijn, wiens uitdrukking gansch goddelijk was, O aanbiddelijk Aanschijn, wiens zedigheid en zachtaardigheid de rechtvaar-
166
digen eu zondaars tot zich trok, ontferm U onzer.
O aanbiddelijk Aanschijn, dat aan de kinderkens een heilige kus gaaft na ze gezegend te hebben,
O aanbiddelijk Aanschijn, ontroerd en weenende op het graf van Lazarus, O aanbiddelijk Aanschijn, glanzend als de zon, en schitterend van glorie, op den berg Thabor,
O aanbiddelijk Aanschijn, bedroefd bij het aanschouwen van Jerusalem, en 3\' tranen stortende over die ondankbare stad, p
O aanbiddelijk Aanschijn, in den hof van Olijven ter aarde nedergedrukt, onder het gewicht onzer zonden, §
O aanbiddelijk Aanschijn, dat met een |
bloedig zweet bedekt werd, O aanbiddelijk Aanschijn, dat door den
trouwloozen Judas gekust werd, O aanbiddelijk Aanschijn, wiens heiligheid en majesteit de soldaten met schrik beving, en ze achterover wierp, O aanbiddelijk Aanschijn, door een on-beschoften dienstknecht geslagen, bedekt met eenen schandelijken dek-
167
mantel en onteerd door de heiligschen-nende handen uwer vijanden, ontferm ü onzer.
0 aanbiddelijk Aanschijn, door bespuwingen bezoedeld en gekneusd door zoovele kaakslagen en mishandelingen 0 aanbiddelijk Aanschijn, wiens goddelijke blikken bet hart van den H. Petrus met droefheid en liefde vervulden,
0 aanbiddelijk Aanschijn, vernederd voor
ons in de gerechtshoven van Jerusalem, o 0 aanbiddelijk Aanschijn, dat uwe hel- S-derheid behield toen Pilatus het nood-lottig vonnis uitsprak, B
0 aanbiddelijk Aanschijn, bedekt met d zweet en bloed in het modder neder- o vallende onder den zwaren last des § kruises, ^
0 aanbiddelijk Aanschijn, dat al onzen eerbied, onze hulde en onze aanbidding verdient,
0 aanbiddelijk Aanschijn, met een doek afgedroogd, door eene godvruchtige vrouw op den weg van Calvarië, 0 aanbiddelijk Aanschijn, verheven op het werktuig der schandelijkste straf,
168
O aanbiddelijk Aanschijn, wiens voorhoofd met doornen gekroond werd, ontferm U onzer.
O aanbiddelijk Aanschijn, wiens oogen met tranen van bloed vervuld waren, O aanbiddelijk Aanschijn, wiens goddelijke mond met gal en edik gelaafd werd,
O aanbiddelijk Aanschijn, wiens haren en baard door de beulen uitgerukt werden,
O aanbiddelijk Aanschijn, dat gelijk was o aan dat van eenen melaatsche, amp; O aanbiddelijk Aanschijn, wiens onverge- sf La lijkelijke schoonheid verduisterd werd B door de afgrijselijke wolk van de zon- ^ den der wereld, o
O aanbiddelijk Aanschijn, bedekt met de § droevige schaduwe des doods, ^
O aanbiddelijk Aanschijn, gewasschen en gebalsemd door Maria en de heilige vrouwen, onbedekt met eenen lijkdoek, ] O aanbiddelijk Aanschijn, opgesloten in |u, het graf, , nie
O aanbiddelijk Aanschijn, gansch glin- ik sterend van schoonheid en van glorie Ma; op den dag der verrijzenis, en
O
O O
O O
La Lai
169
O aanbiddelijk Aanschijn, schitterend van licht op het oogenblik der Hemelvaart, ontferm U onzer.
O aanbiddelijk Aanschijn, verborgen in
het H. Sacrament des Altaars, o O aanbiddelijk Aanschijn, dat op het 5-einde der wereld in de lucht zal ver- g schijnen met groote macht en majesteit, B O aanbiddelijk Aanschijn, dat de zon- cj daars zal doen sidderen, o
0 aanbiddelijk Aanschijn, dat de recht- S vaardigen met vreugde zal vervullen, gedurende de gansche eeuwigheid, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, vergeef ons. Heer.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
d
o wereld, verhoor ons. Heer.
n Lam Gods, dat wegneemt de zonden der ^ I wereld, ontferm U onzer.
GEBED.
Ik groet U, ik aanbid U, en ik bemin U, o Jesus, mijn Zaligmaker, bedekt, met nieuwen smaad door de godslasteraars; en ik offer ü, in het Hart van de Heilige Maagd Maria, de eerbe wij zingen der Engelen en der Heiligen, als een wierook en een
170
reukwerk van een aangenamen geur, U ootmoedig smeekende, door de kracht van uw heilig Aanschijn, in mij, en alle men-schen, te herstellen en te vernieuwen uw afbeeldsel, dat door de zonde mismaakt is geworden. Amen.
ANDEE GEBED.
Ik groet U, ik aanbid ü, en ik bemin U, o aanbiddelijk aanschijn van Jesus, mijnen Welbeminde, edel kenmerk der godheid; ik bind mij aan U, uit al de krachten mijner ziel, en ik bid U zeer ootmoedig in ons allen, de trekken uwer goddelijke gelijkenis te prenten. Amen.
Ct E B E D.
Eeuwige Vader, uw welbeminde Zoon, Jesus, heeft gedurende zijn sterfelijk leven, gezegd dat Gij ons zoudt verleenen al wat wij U vragen, in Zijnen naam. Door dit woord der Eeuwige Waarheid aangemoedigd, bid en verzoek ik U, door de verdiensten van zijn bitter Lijden en, vooral, door de beleedigingen welke Hij op zijn aanbiddelijk Aanschijn heeft ontvangen, medelijden te hebben met mij en met al
171
degenen voor wie ik uwe goedheid en uwe genaden afsmeek, bijzonderlijk voor ...
(Men noemt deze personen, hetzij levend of afgestorven). Amen.
ACTE VAN EERHERSTEL,
GENAAMD
GULDEN SCHICHT,
I moryesclirevm door Onzen Heer aan Zuster Maria van Sint-Pieter, Carmelitesse te Tours.
Dat de allerheiligste, alleraanbiddelijkste te weinig gekende, en onuitsprekelijke jNaam van God, ten allen tijde geloofd, gezegend, bemind, aanbeden en verheerlijkt zij, in den hemel, op de aarde, en in de hel, door al de schepselen uit Gods handen gekomen, en door het H. Hart van onzen Heer Jesus Christus in het H. Sacrament ides Altaars. Amen.
(40 dagen aflaat).
CAROLU8, Aartsbisschop van Tours.
172
VERHAAL
getrokken uit de schriften der Zuster.
„Onzo Heer heeft mij zijn H. Hart geopend, en ik heb deze woorden gehoord: Mi/jn \'Heilige Naam wordt alom gelasterd; zelfs spreken de kinderen godslasteringen uit. Alsdan heeft Hij mij doen hegrijpen hoe zeer die afschuwelijke zonde meer dan alle andere, zijn goddelijk Hart pijnlijk kwetst. Door de godslastering vervloekt Hem de zondaar in het aanschijn, randt Hem openlijk aan, vernietigt het werk der verlossing en spreekt zijne eigene veroordeeling uit. — De godslastering is als een vergiftigde schicht waardoor gedurig Zijn H. Hart gekwetst wordt; en Hij zeide mij dat Hij mij een gulden schicht wilde geven om Zijn H. Hart door liefde te treffen, en de wonden te balsemen die Hem door de boosheid der zondaars zijn toegebracht.
Ziehier de lofbetuiging welke Hij mij voorschreef, niettegenstaande mijne groote onwaardigheid, tot herstelling der lasteringen tegen zijnen Heiligen Naam. Hij gaf mij dit voorschrift als een gulden schicht, mij verzekerende dat elke maal als ik het
173
zeggen zou, zijn H. Hart met eene wonde van liefde zoude geopend worden.
Hij voegde er bij: ,.Let wel op deze gunst, want ik zal u er rekenschap van vragen.quot; Op dat oogenblik scheen er uit het H. Hart van Jesus, door die gulden schicht gekwetst, eene bron van genade te spruiten n voor de bekeering der zondaars.
n (Zie la Vie de la Sceur de Saint-Pierre, k ; publiés avec autorisation de Mgr. Colet, :t i Archevèque de Tours, p. 95).
It . _______
\'k 11
r- De ijverige zielen worden verzocht zoo veel ]s mogelijk dezen acte van lof te verspreiden. — ig Mr. Dupont, de Heilige Man van Tours, had ie I ; eene groote godvrucht voor het gulden schicht, Je en aanschouwde hetzelve als de grondslag der ü, werken van herstelling. (Zie la Vie de Mr. or\'j Dupont^ par 1\' abbé Janvier, t. I. p. 143). lt.1 m
1 —— O- I \'----- o--
\'A
:itJ
letl
I
174
MANIER
OM DEN
H. Rozenkrans te bidden.
Tn \'len naam des Vaders, enz. Ik geloof iu God den Vader, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
Onze Vader, enz.
Ik groet u, Doc)iter van God den Vader,
wees gegroet, enz.
Ik groet u. Moedeiquot; van God den Zoon,
wees gegroet, enz.
Ik groet u. Bruid van God den H. Geest,
wees gegroet, enz.
Glorie zij den Vader, enz.
DE VIJF BLIJDE GEHEIMEN.
I. De boodschap des Engels.
De namen van Jesus en Maria moeien zijn gezegend, van nu af tot in eeuwigheid. Onze Vader, enz.
I.De H. Drievuldigheid heeft toegestemd in de menschwording van Christus, wees gegroet, enz.
175
2. Maria is lot moeder van Christus verkoren. wees gegroet, enz.
3. De Engel Gabriël brengt Maria de blijde boodschap,
4. Maria was in de eenzaamheid van haar gebed,
5. De Engel zeide: Wees gegroet vol van genade, de Heer is met u,
6. Maria was verbaasd, toen zij den ro Engel hoorde, S
7. De Engel zeide: Maria, wil nietig vreezen, want gij zult ontvangend van den H. Geest, g
8. Maria zeide: Zie de dienstmaagd des Heeren; mij geschiede naar uw 2 woord, F
9. Maria is van den H. Geest overlommerd geworden,
10. En het Woord is vleescb geworden, en Het heeft onder ons gewoond,
Glorie zij den Vader, enz.
XI. De bezoeking: van Maria bij hare nicht Elisabeth.
De namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1 Maria gaat uit ootmoedigheid hare nicht
176
3.
Elisabeth bezoeken, wees gegroet, enz.
\'2. Maria, bestuurd door den H. Geest,
3. Maria, met haast opstaande, gaat over het gebergte,
4. Maria werd met veel liefde door hare nicht Elisabeth ontvangen,
5. Joannes is gezuiverd en van blijdschap opgesprongen in den schoot ^ zijner Moedei-, g
6. Elisabeth zeide; gezegend is de ^ i q vrucht uws lichaams, ^
7. Maria heeft uitgeroepen: Mijne ziel 03 maak groot den Heer! § I ^
8. Elisabeth zeide: Wat geluk geschiedt quot; mij, dat de Moeder des Heeren tot § mij komt,
9. Het huis van Zacharias is door de 9 komst van Jesus en Maria gezegend,
10. Maria heeft hare nicht drie maanden met veel liefde gediend,
Glorie zij den Vader, enz.
III. De geboorte van Christus.
De namen van Jesus en Maria, enz Onze Vader, enz.
1. Maria heeft gebaard en zij is Maagd gebleven, wees gegroet, enz.
4.
5.
6. 7.
( (
10. i
r
ilor IV.
E O
177
2. Maria 1 iccft Jcsus in cencn slal gebaard cn in doeken gewonden, wees gegroet, enz.
3. Mar ia heeft Jesus met liefde en verwondering aanschouwd,
4. Maria heeft Jesus omhelsd en aan haar hart gedrukt,
5. Maria heeft Jesus met hare heilige borsten gevoed,
6. Maria heeft Jesus in eene krib gelegd, ^
7. Jesus lag op hooi en stroo tussciien ^ os en ezel,
8. De Engelen hebben gezongen: Glorie a? zij aan God in den Hoogen, en op 3 de aarde vrede aan de menschen, r-die van goeden wil zijn, os
9. De herders hebben liet Kind komen S bezoeken,
10. De drie Koningen zijn het Kind komen aanbidden en hebben hunne giften geofferd,
jlorie zij den Vader, enz.
IV. De opdracht van Christus ia don Tempel.
De namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
agd
12
ITS
1. Maria gaat om haar heilig Kind te oileren, wees gegroet, enz.
2. Jesus en Maria onderwerpen zich aan de wet van Mozes,
3. Maria gaat langs moeielijke wegen naar Jerusalem,
4. Maria heeft Jesus op hare armen gedragen,
5. Mariaquot; vervolgt al biddende haren -gt; weg, g
O.Maria heelt Jesus in den Tempel v geolTerd, ^
7. Maria heeft aan de wel veldaan met0\' de olïergift der arme menschen, g
8. Anna, de profetes, loofde God voor de verlossing van Israël, S
9. De oude Simeon heeft Jesus omhelsd r* en op zijne armen genomen,
10. Simeon zeide: lieer, Iaat nu uwen dienaar in vrede gaan, naar uw woord.
Glorie zij den Vader, enz.
V. De vinding van het verloren Kind Jesus.
De namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
170
J.Maria heeft haar Goddelijk Kind verloren, wees gegroet, enz.
2. Maria heeft haren schat gemist, 15. Maria heeft Hem met veel droefheid gezocht,
4 Maria heeft Jesus langs alle wegen
en straten gaan zoeken,
5. Maria heeft Jesus na drie dagen
gevonden, 1 ^
O. Maria vindt Jesus in den Tempel, o 7. Jesus, twaalf jaren oud, onderwees^ de wetgeleerden, ®
S.Maria zeide: Zoon, waarom hebt g Gij ons bedroefd? 2-
| 0. Jesus is met hen naar huis gegaan ^ en was hun onderdanig, jEj
lt; 10. Maria bewaarde in haar hart, aide woorden, die Jesus lot haar sprak, I Glorie zij den Vader, enz.
LAAT ONS BIDDEN.
O Maria, allergoedertierenste Moeder, I verkrijg droefheid voor mijn hart en tranen | van berouw voor mijne oojen om te be-I weenen, dat ik Jesus door de zonden zoo B dikwijls heb verloren; vergun mij Hem we-H der te vinden en altijd te behouden. Amen.
180
DE VIJF DROEVIGE GEHEIMEN.
1. De benauwdheid van Christus in het hofje.
Dc namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, onz.
1. Jesus gaat naar hel hofje van Olijven, wees gegroet, enz,
2. Jesus valt plat ter aarde,
3. Jesus volhardt in het gebed,
4. Jesus bedroefd tot den dood loe,
5. Jesus zweet water en bloed, ^ 0. Jesus stelt zijnen wil in den wil ro\'
van zijnen hemelschen Vader, S
7. Jesus vermaant zijne leerlingen om cp te waken en te bidden, \'S
8. Jesus wordt van zijnen Apostel door § eenen kns geleverd,
9. Jesus wordt van zijn bemind volk g gevangen, ^
10. Jesus wordt vreeselijk gebonden en gesleurd van den eenen rechter tot den anderen,
Hoe lief heeft God den raensch gehad, dat Hij zijnen eenigen Zoon niet gespaard maar overgeleverd heeft tot den dood, ja tot den dood des kruizes.
181
II. De geeseling van Christas.
De namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Jesus wordt door de Joden aan de Heidenen overgeleverd, wees gegroet, enz.
2. Jesus wordt bij Pilatus valsch beschuldigd,
3. Jesus wordt door zijn volk aebter Rarabbas gesteld, lt;
4. Jesus, hoewel onscliuldig verklaard, S werd geleverd om gegeeseld te^ worden,
5. Jesus kleederen werden uitgerukt, 3
6. Jesus stond daar naakt en bloot, 2.
7. Jesus aan eenc kolom gebonden, ^
8. Jesus wordt wreed gegeeseld, g
9. Jesus bloed vloeit langs de aarde, \' 10. Jesus is gewond om onze zonden, Hoe lief heeft God den mensch, enz.
XII. De Kroning van Christus.
De namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. De soldaten hebben Jesus eone doornen kroon bereid, woes gegroet, enz.
2. Zij hebben de doornen kroon in Jesus hoofd gedrukt, wees gegroet, enz.
182
3. Jesus hoofd langs alle kanten doorwond, wees gegroet, enz.
4. Jesus hoofd, druipende van bloed.
5. Jesus, met een\' purperen mantel bespot,
G. Zij hebben Jesus een riet voor scep-ter in de hand gegeven,
7. Zij hebben met oen riet op hel ge-kroonde hoofd van Jesus geslagen,,»
8. Zij hebben in Jesus\' gezegend aan- g gezicht gespuwd,
9. Jesus overladen met versmaadheden, 0 10. Pilatus heeft Jesus aan liet volk ver- s
toond, zeggende: Ziet chn mensch! \' Hoe hef heeft God den mensch, enz.
IV. Da kruisdraging van Christus.
De namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Jesus werd veroordeeld om gekruisigd te worden, wees gegroet, enz.
2. Jesus heeft zijn kruis met liefde omhelsd, wees gegroet, enz.
3. Jesus heeft zijn kruis op zijue doorwonde schouderen gedragen, wees gegroet, enz.
183
4. Jesus werd tussclien twee moordenaars geleid, wees gegroet, enz.
5. Jesus bezwijkt onder het kruis om onze zonden,
G. Jesus, beladen met zijn kruis, ont- ^ moet zijne bedroefde Moeder, nT - 7. Jesus wordt beweend door de god- « vruchtige vrouwen van Jerusalem,^ : H.Jesus zeidebaar: Handelt men zoo,^ met het groene hout, wat zal er g dan met het dorre geschieden? quot;
9. Niemand wilde Jesus zijn kruis hel- 2 pen dragen, ^
10. Jesus klimt voor ons op den berg van Calvarië.
Hoe lief lieeft God den mensch, enz.
V. Se kruisiging van Christus.
De namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Jesus werd wreedelijk op het kruis uitgerekt, wees gegroet, enz.
2. Jesus handen en voeten zijn doorna-geld, wees gegroet, enz.
3. Jesus wordt met het kruis opgeheven, en zijne wonden vloeien van het bloed, wees gegroet, enz.
184
4. Jesus bidt voor zijne vijanden, wees gegroet, enz.
5. Jesus belooft den moordenaar het Paradijs,
6. Jesus beveelt den II. Joannes aan lt;1 zijne Moeder. o
7. Jesus, dorst hebbende, is met gal a.\' en edik gelaafd, quot; a|
8. Jesus heeft uitgeroepen; mijn God! g mijn God! waarom hebt gij mij 2-verlaten ? ^
9. Jesus zeide: alles is volbracht, g 10. Jesus heeft zijnen geest gegeven, en
zijn hart voor ons laten openen, Hoe lief heeft God den mensch, enz.
LAAT ONS BIDDEN.
O Jesus, ik bid U door al uwe smarten en uw bitteren dood, door uwe doornagelde handen, doorboorde voeten, door-stokene zijde en al uwe gezegende wonden, ontferm Ü mijner en druk\' uw H. Lijden zoo diej) in mijn hart, dat mij niets anders behage dan Gij, mijn Jesus, die voor mij gekruisigd zijt. Amen.
tHi\'
I
185
DE VIJF GLORIERIJKE GEHEIMEN. 1. De verrijzenis van Christus.
De namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Jesus is den derden dag glorierijk verrezen, wees gegroet, enz.
2. Jesus heeft dood en hel overwonnen,
3. Jesus heeft de Ondvaders getroost en verlost,
4. Jesus verblijdt zijne II. Moeder,
5. Jesus als een hovenier, verschijnt aan Maria Magdalena, 5^
0. Jesus vertoont zich aan Petrus, agt;
7. De leerlingen van Emmaus zeiden; ^ „was ons hart niet van liefde bran--gj dende, als hij tot ons sprak?quot; g
8. Jesus staat in het midden zijner leer- JS-lingen en wenscht hun allen den vrede, g
9. Jesus toont zijne glorierijke wonden aan den H. Thomas,
10. Thomas roept uit: O mijn Heer en
mijn God !
Geloofd en gedankt zij ten allen tijde bet allerheiligste en goddelijke Sacrament.
186
II. De hemelvaart van Christas.
De namen van Jesua en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1.Jesus vaart glorierijk ten Hemel, wees gegroet, enz.
2. Jesus klimt op door zijne eigene macht,
3. Jesns scheidt van zijne lieve vrien-den,
4. Jesus belooft met hen te blijven tot het einde der wereld, ^
5. Jesus belooft hun den II. Geest, gquot; 0. De leerlingen hebben Jesus aan- \'
schouwd, en hij heeft hen allen ^ gezegend, ï
7. Jesus beeft voor ons den hemel § geopend,
8. jesus zit aan de rechterhand van 2 zijnen hemelschen Vader,
9. Jesus toont zijne II. Wonden voor ons aan zijnen hemelschen Vader,
10. Jesus is onze Middelaar in don hemel,
Geloofd en gedankt, enz.
187
III. De zending; van den H. Geest.
De namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Jesus heeft den H. (leest gezonden, wees gegroet, enz.
2. Jesus heeft den Trooster gezonden,
3. Jesus heeft het vuur op de wereld gezonden,
4. De II. Geest heeft de harten met liefde ontstoken,
5. De H. Geest heeft de verstanden verlicht, ^
G. De II. Geest heeft de harten ver- S sterkt, oq
7. De 11. Geest heeft verscheidene talen al
O
doen spreken.
8. De II. Geest heeft zijne gaven uit gedeeld, \' g
9. Kom, 11. Geest! ontsteek in ons het vuur uwer liefde.
Geloofd en gedankt, enz.
IV. Ds hemelvaart van Maria.
De namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
I. Maria is opgenomen ten hemel, wees gegroet, enz.
188
2. De hemelsche Vader ontvangt zijne beminde Dochter, wees gegroet, enz.
3. Jesus omhelst zijne lieve Moeder,
4. De II. Geest verwelkomt zijne lieve Bruid,
5. De Serafijnen groeten Maria, o
6. De Engelen dienen Maria, ^
7. Geheel de Hemel is verblijd door ^ Maria, ^
S.Maria zit het naast Lij Jesus, §
9. Maria is onze moeder en middelares -in den hemel, 2
10. Maria is onze voorspraak bij haren ^
lieven Zoon,
Gelooid en gedankt, enz.
V. De kroning: van Maria.
De namen van Jesus en Maria, enz. Onze Vader, enz.
1. Maria is glorierijk gekroond in den hemel, wees gegroet, enz.
2. Maria gekroond om hare serafijnsche liefde, wees gegroet, enz.
3. Maria, gekroond om hare engelachtige zuiverheid, wees gegroet, enz.
4. Maria, gekroond om hare groote ootmoedigheid, wees gegroet, enz.
189
1 5. Mafia, gekroond om hare volmaakte gehoorzaamheid, wees gegroet, enz. 0. Maria, gekroond om hare heilige voorzichtigheid,
| 7, Maria, gekroond om hare groote ^ verduldigheid, gf
| S.Maria, gekroond om hare ijverige quot; dankbaarheid, \'{i
| 9. Maria, gekroond om hare volharding^ in alle deugden, ra
■ k C O 7 fr~r-
10. Maria, boven alle Engelen en Meili- ^ gen in den Hemel gekroond, gelijk = der Moeder Gods toekomt,
Geloofd en gedankt, enz.
LAAT 0.\\S BIDDEN.
Ik offer u, allerzuiverste Maagd en aller-kiisterrijkste Moeder Gods Maria, in de I vereenimncc van al uwe deunden, ver-
■ 1. Co O \'
nienstcn en volmaaktheid, deze geestelijke kroon van gebeden en groetenissen; ge-waardig u ilie te ontvangen mei al de lofzangen, die op de aarde en in den Hemel I gedaan worden; en verkrijg voor mij en voor hen, voor welke ik gehouden ben te | bidden, van uwen lieven Zoon de genade om wel te leven en zalig te sterven. Amen.
190
Een onze Vader, tot dankbaarheid dat God ons de genade gedaan heeft van den llozekrans te bidden. Onze Vader, enz.
Een wees gegroet, opdat Maria ons verstand opdrage aan den hemelschen Vader, en wij in eeuwigheid zijne barmhartigheid mogen gedenken. Wees ger/roet, enz.
Een wees gegroet, opdat Maria ons geheugen opolTere aan haren Zoon; en wij gedurig zijn leven en bitter lijden indachtig moge wezen. JVees gegroet, enz.
Een wees gegroet, opdat Maria onzen wil tocëigene aan den H. Geest, en Hij gedurig in ons van liefde moge branden. Wees gegroet, enz.
Het geloof zullen wij hidden, opdat ons gebed aan God moge aangenaam zijn, dat \'het moge strekken tot zijn meerdere eer en glorie, tot welstand der II. Kerk, tot bekeering tier zondaren en afgevallene Christenen en tot welstand der gemeenten.
Ik geloof in God den Vader almachtig, enz.
De almogendheid des Vaders beware ons.
13e wijsheid des Zoons onderwijze ons.
Do Helde des H. Geestes ontsteke ons.
191
Acte van toewijding aan het Heilig Hart van Jesus.
Goedgekeurd bij besluit van de H. Congregatie der Riten van 22 April 1S75, en door Z. H. Pi us IX verrijkt met een vollen aflaat, toovoegclijk aan do zielen in liet vagevuur, voor alle geioovigen, die deze Acte van toewijding zullen doen op deu IC) Juni 1875, mits ze, na waardig gebiecht en gecommuniceerd te hebben, eene kerk of openbare bidplaats bezoeken en daar oenigen lijd bidden tot intentie van Z. 11. den Paus.
O Jesus, mijn Verlosser en mijn God, ondanks de groote liefde, die Gij den men-schen toedraagt, voor wier verlossing Gij ai uw kostbaar bloed vergoten hebt, ontvangt Gij toch van hen zoo weinig wederliefde maar integendeel zooveel beleediging en smaad, vooral door de godslasteringen en ontheiliging der feestdagen. Ach, konde ik uw Goddelijk Hait eenige voldoening schenken, konde ik zoo groote ondankbaarheid en miskenning vergoeden die Gij van het grootste gedeelte der mensclien ondervindt! Konde ik ü toonen hoezeer ik verlang uw aanbiddelijk en liefdevol Hart, ten aanschouwe van alle mensclien, mijne
192
wederliefde en vereering aan te brengen en daardoor uwe glorie meer en meer te bevorderen. Konde ik op die wijze de bekeering der zondaars verwerven en zoo vele anderen uit hunne onverschilligheid opwekken, die wel is waar het geluk hebben tot uwe Kerk te behooren, maar toch de belangen uwer glorie en van de H. Kerk, uwe Bruid, niet ter harte nemen. Kondeik zóó nog verwerven dat ook zulke Katholieken, die wel niet in gebreke blijven zich door vele uiterlijke werken van liefdadigheid Katholiek te toonen, maar door te groote gehechtheid aan eigene opvattingen zich aan de beslissingen van den H. Stoel weigeren te onderwerpen of gevoelens koesteren die van Zijne leer afwijken, — tot inkeer komen en overtuiging erlangen dat, al wie niet in alles de Kerk hoort, ook God niet hoort die met haar is. Om dan al die heilige doeleinden te bereiken en bovendien de zegepraal en den duur-zamen vrede van uwe onbevlekte Bruid, het welzijn en den voorspoed van uwen Stedehouder op aarde te verkrijgen en zijne heilige intention vervuld te zien, en tevens opdat geheel de geestelijkheid meer
193
en meer zich heilige en U welgevalliger worde, en voor zooveel andere doeleinden nog, die Gij, o mijn Jesus, beoogt als overeenkomstig met uwen Goddelijken wil en die op eenigerlei wijze strekken tot bekeering der zondaars en heiliging dei-rechtvaardigen, opdat wij allen daardoor eenmaal de eeuwige zaligheid onzer zielen deelachtig worden; en eindelijk, omdat ik weet, o mijn Jesus, dat ik iets doe wat aan uw allerzoetst Hart welgevallig is, daarom werp ik mij aan uwe voeten neder en erken ik plechtig, in tegenwoordigheid der Allerheiligste Maagd Maria en van geheel het Hemelsch Hof, dat ik op alle titels van rechtvaardigheid en dankbaarheid geheel en uitsluitend toebehoor aan U, mijn Verlosser Jesus Christus, eenige bron van al mijn geluk naar ziel en lichaam; en mij vereenigend met de intentie van den Paus, wijd ik mij zeiven en al het mijne toe aan uw Allerheiligst Hart; dat Hart alleen verlang ik te beminnen uit geheel mijne ziel, uit geheel mijn hart, uit al mijne krachten, met uwen wil tot den mijnen te maken en al mijne begeerten met de uwe te vereenigen.
13
194
Eindelijk tot openbaar blijk van deze mijne toewijding verklaar ik plechtig aan U, mijn God, dat ik voortaan ter eere van datzelfde Allerheiligst Hart de geboden Feestdagen, naar de voorschriften der H. Kerk wil onderhouden en ze doen onderhonden door allen, bij wie ik invloed of gezag heb.
Al deze heilige verlangens en voornemens leg ik, zooals uwe genade ze mij ingeeft, gezamenlijk in uw beminnelijk Hart neder en vertrouw Het daarmede eene voldoening te kunnen geven voor zoovele be-leedigingen, die Het van de ondankbare kinderen der menschen ontvangt, en voor mijne ziel en die van al mijne naasten, mijn eigen en aller geluk te kunnen verkrijgen in dit en in het andere leven. Amen.
Acte van Eerherstel aan het Heilig Hart van Jesns.
O aanbiddelijk Hart van Jesus! Bron van genade en licht, o brandoven van liefde, die alle zaligen des hemels doorgloeit! mocht ik nederdalen in uwe diepte, door uwen gloed gekoesterd, door uwe vlammen
195
worden verteerd! Goddelijk Hart, wat gaf ik tot hiertoe, mij weinig moeite, om U te leeren kennen, U te beminnen, U na te volgen. Mocht ik nu ten minste, doordrongen van den diepsten eerbied, van de levendigste droefheid, en van de vurigste ; liefde mij neder werpen voor uw aanschijn, i en U vergiffenis vragen, voor de beleedi-; gingen, door de menschen en door mij niet het allerminste, U aangedaan in het Sacrament uwer liefde vooral! Ja minnelijk Hart, eerherstel bied ik U, voor alle on-| geloovigen die U niet kennen, voor alle | ketters die U lasteren, voor alle slechte Christenen die U vergeten. Eerherstel bied i ik U ook, voor al mijne ondankbaarheden 1 jegens ü, voor mijne traagheid in mijne ! bezoeken aan uw H. Sacrament, voor \' mijne lauwheid in mijne Communiën, voor : mijne oneerbiedigheid in uwe kerken! O ; Hart, dat zoo gaarne vergeeft, maak ons uw vergeving waardig! Ons rest geen ; andere toevlucht tegen de rechtvaardigheid uws Vaders, dan juist dat Hart dat zoo | mishandeld wordt, en na de bloedigste mishandeling zelfs, zoo gereedelijk vergeeft.
O medelijdend Hart van Jesus wees ons
196
toonbeeld in ons leven, onze toevlucht in den dood, en in de eeuwigheid ons loon. Amen.
GEBED
bij het Wonderbaar Christusbeeld TE WIJCK -MAASTRICHT.
Beminnelijke Jesus, die voor ons op het Kruis gestorven zijt en daar zelfs uw goddelijk Hart met eene lans hebt doen openen; wij aanbidden en danken U voor die overmaat uwer liefde. Gedenk, o allerdierbaarste Jesus, hoe vele gunsten Gij aan de vereerders van uw H. Kruis geschonken hebt; gedenk, hoe Gij, reeds eeuwen lang, ook in deze heilige afbeelding van uw gekruist lichaam door duizenden zijt vereerd en over al die vereerders de genadestroomen van uw goddelijk Hart hebt uitgestort. Aangemoedigd door al die gunsten, gevoelen ook wij ons gelukkig voor deze H. afbeelding onzen toevlucht tot U te nemen en de liefde van uw aanbiddelijk Hart te herdenken: open U, o H. Hart van onzen gekruisten Jesus, ont-
197
vang ons in uwe H. Wonden, ontvlam ons door het vuur uwer liefde, hecht ons aan uw H. Kruis, kluister ons vast in uwe H. Doornen en verleen ons ten bewijze der groote kracht van uw H. Kruis, de bijzondere genade ...., die wij heden van U afsmeeken. Wij vragen U die ook, door de voorspraak uwer smartvolle Moeder, die Gij op het kruis aan ons allen tot Moeder geschonken hebt. Amen.
Acte van toewijding aan Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart.
In den naam des Vaders en des Zoons en des H. Geestes. Amen.
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, Moeder van Jesus en ook mijne Moeder, Moeder van barmhartigheid. Moeder der schoone liefde, ik kom mij heden vertrouw-vol voor uwen genadetroon neerwerpen, om mij geheel en onverdeeld aan uwen heiligen dienst toe te wijden. — Sluit, o genadige Moeder, mij en allen die mij dierbaar zijn, in Jesus\' liefdevol,- nooit volprezen Hart, en verkrijg ons de onschatbare genade dat wij ons nimmer door
198
de zonde uit dit brandpunt der Goddelijke liefde laten verdrijven! — Ik zal, onder nederig opzien tot uwen Jesus, mij beijveren, om U, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, overal te doen kennen en te beminnen. Ook neem ik het vaste voornemen, mij steeds te spiegelen aan het voorbeeld van U en van uwen kuischen Bruidegom, en om mij door een recht christelijk gedrag waardig te maken, in de zegenrijke en glorievolle Broederschap, welke door U, o Maria, wordt aangevoerd, te leven en te sterven. Zegen dit voornemen, o liefderijke sleuteldraagster van Jesus\' aanbiddelijk Hart, ondersteun mijne zwakheid, bescherm- mij en de mijnen gedurende dit kortstondige leven, en verwerf ons door uwe alvermogende bede de kostbare gunst, dat onze laatste woorden op het sterfbed mogen zijn: Leve Onze Lieve Vrouw van het H. Hart. — Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, bid voor ons!
199
TER EEEE VAN
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart.
Dat gewijde kransje met 33 koralen herinnert ons aan de 33 jaren van onzen Heiland en Verlosser. Aan de raedalje wordt het verdienstelijk schietgebed gestort: „Moge het H. Hart van Jesusalom bemind worden!quot; Aan de groote koralen wordt gebeden: „Zoet Hart van Jesus, ontferm U over ons/quot;; bij de kleine: „ Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, bid voor ons!quot;
Met het bidden van elk dezer schietgebeden is een aflaat van 100 dagen te verdienen.
200
OEFEMMX GEDURENDE DE ÏÏEEK
TER EERE VAN
Onze Lieve Vfoow van het Heilig M,
quot;Deze oefeningen zijn. bestemd voor raensclien, die niet, veel tijd aan het gebed kunnen wijden. De Negendaagsolio oefening ter cere van Otize Lieve Vrouw van het Heilig Hart, die meer uitgebreide gebeden bevat, is afzonderlijk uitgegeven.
Zondag. Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, ik aanbid in vereeniging met U den Vader van alle licht, en zijn Zoon Jesns Christus, het waarachtig licht dat iedereen in deze wereld verlicht, en den Heiligen Geest, die tegelijk licht en liefde is.
Ik zeg dank aan de aanbiddelijke Drieeenheid voor de onwaardeerbare gunsten, waarmede Zij U verrijkt heeft; ik wijd mijnen dank in bet bijzonder aan God den Zoon, wijl Hij U, door U tot moeder aan te nemen, alle macht over zijn Hart gegeven heeft.
Onzo Lieve Vrouw van het H. Hart, vraag voor mij aan de drie Goddelijke Personen het licht, ten einde Hen en ook
201
; U te kennen; vraag voor mij wederliefde 1 voor zoo veel weldaden.
Jesus, Maria, Jozef, ik geef U mijn hart, mijn geest en mijn leven. (100 dagen aflaat.) ^ Jesus, Maria, Jozef, staat mij bij in mij-\' nen doodstrijd. (100 dagen aflaat.)
Jesus, Maria, Jozef, moge ik in uw heilig gezelschap zalig sterven. (100 dagen aflaat.)
Lieve Jesus, wees mij barmhartig! (100 : dagen aflaat.)
Zoet Hart van Maria, wees mij tot heil! (100 dagen aflaat.)
Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, bid voor ons, die onze toevlucht tot U nemen.
Maandag. Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, van daag aanbid ik, in vereeni-ging met ü, in het bijzonder den Heiligen Geest, Hij God als de Vader en de Zoon, van beide voortkomende. Verwerf voor mij van dien Goddelijken Geest, wiens Bruid Gij zijt, en van het Hart van Jesus, waarvan Gij Koningin zijt, het licht en de genade, die ik behoef om den arbeid van deze week te heiligen, de lasten daarvan j te kunnen dragen en alles te verrichten tot de eer van God, tot uwe eer, tot
202
stichting van den naaste en tot mijne eigene heiliging.
Wil, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, de zielen in het vagevuur gedachtig zijn.
Jesus, Maria, Jozef\', enz. (Als op Zondag.)
Dinsdag. Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, ik groet U heden als de Koningin der Engelen; ik verzoek den Aartsengel Lie Gabriël en alle Hemelkoren, inzonderheid % ver mijn Bewaarengel, dat zij U voor mij J groeten, beminnen en aanroepen, opdat de | volmaking van hunne hulde, de ijver van i 1 hunne gebeden en het vuur van hunne H liefde bewerken, dat ik een engel van toe deugd op aarde worde, en alzoo verdiene ste in eeuwigheid met het geheele Hemelhof : Jes het vermogen en de goedheid van Onze hec Lieve Vrouw van het Heilig Hart te loven j Ha en te prijzen. Lie
Jesus, Maria, Jozef, enz. (Als op Zondag.) all(
Woensdag. Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, ik groet U op dezen dag als echtgenoote van den Heiligen Jozef; dien roemwaardigen Aartsvader zeg ik dank voor de eerbiedige zorg, die hij voor ü en uw Goddelijk Kind gedragen heeft.
ff
Hoi Ha: zoo doo ik har ma alzi
dit
U
oni
de
del
203
Hoopvol wend ik mij tot het zoo getrouwe Hart van den H. Jozef: hij toch vermag zooveel op U, zuiver Hart van Maria, en door U, op het Heilige Hart van Jesus; ik smeek Hem, dat hij mij helpe, mijn hart steeds meer en meer gelijkvormig te maken aan die drie schoone voorbeelden, en alzoo uwe vermogende bescherming, Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, voor mij verwerve!
Jesus, Maria, Jozef, enz. (Als op Zondag.)
Donderdag. Onze Lieve Vrouw van het H. Hart deze dag is U in het bijzonder toegewijd, wijl het U gegeven is ons te stemmen om morgen het Heilig Hart van Jesus te vereeren; wij bedanken reeds van heden af, in vereeniging met U, dat Heilig Hart voor de instelling van het Goddelijk Liefdemaal, dat ons in het bezit stelt van alle schatten van zijn Hart. Mogen wij, dit is onze bede, mogen wij Hem, door ü geholpen, altijd op eene waardige wijze ontvangen, en in onzen handel en wandel de heilzaamste uitwerkingen van die Goddelijke spijs doen blijken.
Jesus, Maria. Jozef, enz. (Als op Zondag.)
204
Vrijdag. Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, heden herinneren wij ons uwe groote smarten, maar heden denken wij er ook aan, dat Gij door het alleredelst offer den nieuwen titel hebt verworven, waaronder wij U met evenveel liefde als vertrouwen aanroepen. Hoe meer wij deelen in de smarten, die U dat offer heeft gekost, des te meer vertrouwen wij er de heilzaamste uitwerkingen van te ontwaren. Verkrijg ons van het Goddelijk Hart, met hetwelk Gij zooveel hebt geleden, de genade, dat wij het met U tot den Calvarieberg moedig mogen volgen, om eens in den Hemel met U vereenigd te zijn.
Jesus, Maria, Jozef, enz. (Als op Zondag.)
Zaterdag. Onze Lieve Vrouw van het H. Hart, deze dag was U reeds sinds eeuwen en eeuwen toegewijd; Gij zijt vereerd geworden onder verschillende titels, allen even roemvol voor ü als heilzaam voor de wereld; wij willen die te zamen vereenigen in den titel, dien de Kerk ü heeft toegekend; deze is de zoetste voor ons hart en het meest geschikt ons een onwankelbaar vertrouwen, zelfs bij de
Ï05
zwaarste beproevingen, in te boezemen. Wij groeten U dan op den laatsten dag van de week, Onze Lieve Vrouw van het j H. Hart, als de Hoop van die geen hoop j hebben. Help ons deze week goed te ein-I digen, help ons vooral onzen pelgrimstocht | van dit leven zoo te voltooien, dat wij U in eeuwigheid in den Hemel lof zingen. Amen.
Jesus, Maria, Jozef, enz. (Als op Zondag).
G-eted van den H. Bernardus tot de H. Maria.
Gedenk, o goedertieren ste Maagd Maria, dat het nooit is gehoord, dat iemand, die tot U zijne toevlucht nam, uwen bijstand of uwe voorspraak inriep, door U is verlaten geworden. Door dit vertrouwen aangemoedigd, vlucht ik tot U, Maagd der maagden, en werp mij onder den last mijner zonden zuchtende voor uwe moederlijke voeten neder. O Moeder desWoords! versmaad mijne gebeden niet, maar neem die genadig aan en gewaardig ze te verhoeren. Amen.
206
Latijiische Gezangen.
-r- \'_--\'K 35^quot;^2--i-quot;!--
1. Pange Lingua.
1. Pan ge, lingua, gloriosi
Corporis mysterium, Sanguinisque pretiosi,
Quem in mundi pretium Fructus ventris generosi, Rex effudit gentium.
2. Nobis datus, nobis natus
Ex intacta Virgine,
Et in mundo conversatus,
Sparso verbi semine, Sni moras incolatüs Miro clausit ordine.
3. In supremse nocte coeme ,
Recumbens cum fratribus, Observata lege plene Cibis in legalibus,
Cibum turbse duodense Se dat suis manibus.
207
Verbum cai*o, panem verum
Verbo carnem efficit,
Fitque sanguis Christi merum,
Et si sensus deficit, Ad flrmandum cor sincerum Sola tides sufficit.
Tantum ergo Sacramentum
Veneremur cernui, Et antiquum documentum
Novo cedat ritui;
Praastet fides supplementum Sensuum defectui.
Genitori, Genitoque Laus, et jubilatio,
Salus, honor, virtus quoque
Sit et benedictio, Procederiti ab utroque Compar sit laudatio.
208
2. Rhythmus S. Thomas ad SS. Eucharistiam.
Adoro te devote, latens Déitas,
Qiue sub his flgüris vere latitas:
Tibi se cor meum totum sübjicit, Quia te contémplans totum déficit. Ave Jesu! Pastor fidelium,
Adauge fidem omnium in te credentium. Visus, tactus, gustus in te fallitur, Sad auditu solo tuto créditur.
Credo quidquid dixit Dei Filius: Nil hoc verbo ventatis vérius. Ave Jesu, enz.
In cruce latébat sola Déitas;
At hie latet simul et humanitas: Ambo tarnen credens atque cónfitens, Peto quod petivit latro poenitens. Ave Jesu, enz.
Plagas, sicut Thomas, non intüeor, Deum tamen meum te confiteor: Fac me tibi semper magis crédere, In te spem habere, te diligere. Ave Jesu, enz.
O memoriale mortis Domini,
Panis vivus, vitam prsestans hómini: Prcesta mese menti de te vivere,
I
209
Et te illi semper dulce sapere. Ave Jesu, enz.
O pie pelicane, Jesu Dó mine, Me hnraündum munda tuo sanguine: Cujus una stilla salvum facere Totum mundum quit ab omni scélere. Ave Jesu, enz.
Jesu, quem velatum nunc aspicio, Oro fiat illud, quod tam sitio.
Ut te revelata cernens facie,
Visu sim beatus tuce glórise. Amen. Ave Jesu, enz.
3. Stabat Mater.
1. Stabat Mater dolorosa Juxta crucem lacrymosa,
Dn in pendebat Filius;
2. Cujus animam gementem Contristatam et dolentem
Pertransivit gladius.
3. O quam tristis et afflicta Fuit illa benedicta
Mater XJnigeniti;
1-i
210
I. STATIE.
Jesus tee dood veroordeend. Wij aanbidden U Christus en loven U, Omdat gij door uw H. Kruis de werelc hebt verlost.
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm ü onzer, Heer! ontferm U on::or. God, wees ons zondaars genadig.
4. Quae moerebat, et dolebat. Et tremebat, cum videbat
Nati poenas inclvti.
II. STATIE.
Jesüs neemt het kruis op zijne schouders. Wij aanbidden U Christus en loven U, Omdat gij door uw H Kruis de wereld hebt verlost.
0)ize Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer. God, wees ons zondaars genadig.
5. Quis est homo, qui non fleret, Christi Matrem si videret
In tanto supplicio?
III. STATIE.
Jesus valt onder \'t kruis.
Wij aanbidden U Christus en loven U,
211
Omdat gij door uw H. Kruis de wereld hebt verlost.
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer. Clod, wees ons zondaars genadig.
r-| 6. Quis non posset contristari,
Christ! Matrem contemplari Dolentem cum Filio?
IV. STATIE.
Jesus ontmoet zijne Moeder. Wij aanbidden U Christus en loven U, Omdat gij door uw H. Kruis de wereld • j hebt verlost.
gt; | Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer. God, wees ons zondaars genadig.
7. Pro peccatis suae gentis Vidit Jesum in tormentis Et üagellis subditum.
V. STATIE.
slmon van cybenen helpt jesüs het kruis dragen.
Wij aanbidden U Christus en loven [J, Omdat gij door uw H. Kruis de wereld, hebt verlost.
212
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm TJ onzer, Heer! ontfermU onzer.
God, wees ons zondaars genadig.
8. Vidit suum dulcem Natuin Morientem desolatum,
Dum emisit spiritum. VI. STATIE.
Veronica droogt het aangezicht van Jesxjs af.
AVij aanbidden U Christus en loven U, Omdat gij door uw H. Kruis de wereld hebt verlost.
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
God, wees ons zondaars genadig.
9. Eja Mater, fons amoris,
Me sentire vim doloris
Fac, ut tecum lugeam. VIL STATTE.
Jesus valt ten tweede maal onder
het kruis.
Wij aanbidden U Christus en loven U, Omdat gij door uw H. Kruis de wereld hebt verlost.
Onze Vader, Wees gegroet.
213
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer. God, wees ons zondaars genadig.
10. Fac ut ardeat cor meum In amando Christum Deum,
Ut sibi complciceam.
11. Sancta Mater, istud agas,
Cruciflxi fige plagas
Cordi meo valide;
VIII. STATIE.
Jeöus troost de weenende vrouwen. AVij aanbidden U Christus en loven ü, Omdat gij door uw H. Kruis de wereld hebt verlost.
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer. God, wees ons zondaars genadig.
12. Tui Nati vulnerati.
Tam dignati pro me pati
Poenas mecum divide.
IX. STATIE.
Derde val van Jesus onder \'t kruis. Wij aanbidden U Christus en loven U, Omdat gij door uw H. Kruis de wereld hebt verlost.
214
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
God, wees ons zondaars genadig.
13. Fac me tecum pie fiere,
Crucifixo condolere,
Donec ego vixero.
X. STATIE.
Jesus wordt van zijne kleederen \'beroofd
en mer edik en gal gelaafd.
Wij aanbidden U Christus en loven U, Omdat gij door uw H. Kruis de wereld hebt verlost.
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
God, wees ons zondaars genadig.
14. Juxta crucem tecum stare.
Et me tibi sociare
In planctu desidero.
XI. STATIE.
Jesus wordt aan \'t kruis genageld. Wij aanbidden U Christus en loven U, Omdat gij door uw H. Kruis de wereld hebt verlost.
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer.
God, wees ons zondaars genadig.
215
115. Virgo Virginum praeclara, i\'- 1 Mihi jam non sis amara,
Fac me tecum plangere.
XII. STATIE.
Jesus sterft aan \'t kkuis.
Wij aanbidden U Christus en loven U, Omdat gij door uw H. Kruis de wereld ü hebt verlost.
Onze Vader, Wees gegroet. , Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer. 1 God, wees ons zondaars genadig.
16. Fac ut portem Christi mortem, Passionis fac consortem.
Et plagas recolere.
XIII. STATIE.
:Jesus wokdt van \'t kruis afgenomen en
in den schoot zijner moeder gelegd.
Wij aanbidden U Christus en loven U, Omdat gij door uw H. Kruis de wereld hebt verlost.
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer. Heer! ontferm U onzer. God, wees ons zondaars genadig.
I 17. Fac me plagis vulnerari,
Fac me cruce inebriari.
Et cruore Filii.
216
Quia ec 01 Qui£
Sc
Et
n;
Feci s1
18. Flammis ne urar succensus. Dep Per te, Arirgo, sim defensus h
In die judicii. Esu
11
19. Christe, quum sit hinc exire, Sus Da per Matrem me venire r Ad palmam victoriae. l Sici
20. Quando corpus morietur, , Glo Fac ut animae donetur \\l Sic
Paradisi gloria. Amen. f
4. Magnificat.
Magnificat * anima mea Dominum. Et exultavit spiritus mens * in Deo salu-tari meo.
XIV. STATIE.
Jesus wordt in \'t graf gelegd. Wij aanbidden ü Christus en loven U, Omdat gij door uw H. Kruis de wereld hebt verlost.
Onze Vader, Wees gegroet.
Ontferm U onzer, Heer! ontferm U onzer.
God, wees ons zondaars genadig.
217
Quia respexit humilitatem ancilloe suas: * ecce enim ex hoc beatam me dicent U, omnes generationes.
Id Quia fecit mihi magna qui potens est, * et sanctum nomen ejus.
i Et misericordia ejus a progenie in proge-r.j nies, * timentibus eum.
Fecit potentiam in brachio suo; * dispersit
superbos mente cordis sui.
j Deposuit potentes de sede, * et exaltavit humiles.
Esurientes implevit bonis, * et divites di-misit inanes.
Suscepit Israël puerum suum, * recordatus
misericordise sute.
I Sicut locutus est ad patres nostros, * Abraham, et semini ejus in ssecula.
Gloria Patri, et Filio, et Spiritui sancto. I Sicut erat in principio, et nunc, et semper, et in ssecula sseculorum. Amen.
5. Salve Regina.
1. Salve Regina, Mater misericordia?, vita, dulcedo, et spes nostra, salve.
218
2. Ad te clamamus exules, fllii Evae. Ad
te suspiramus, gementes et flentes in hac lacrymarum valle.
3. Eja ergo, advocata nostra, illos tuos
misericordes oculos ad nos converte.
4. Et Jesum, benedictum fructum ventris
tui, nobis post hoe exilium ostende.
5. O ciemens, o pia, o dnlcis Virgo Maria.
6. Angelus.
Angelus Domini nuntiavit Marias.
Et concepit de Spiritu Sancto.
Ave Maria, gratia plena, Do minus tecum, benedicta tu in mulieribus, et benedictus fructus ventris tui, Jesus.
Ecce ancilia Domini;
Fiat mihi secundum verbum tuüm.
Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum, benedicta tu in mulieribus, et benedictus fructus ventris tui, Jesus.
Et Verbum caro factum est;
Et habitavit in nobis.
Ave Maria, gratia plena, Dominus tecum, benedicta tu in mulieribus, et benedictus fructus ventris tui, Jesus.
219
Sancta Maria, Mater Dei, ora pro nobis, \' 3eccatoribus, nunc et in hora mortis nos-tno. Amen.
; v. Ora pro nobis, Sancta Dei Genitrix, r. Ut digni efficiamur promissionibus Christi.
OEEilUS.
■ Gratiam tuam, qusesumus, üomine, men-ftibus nostrls infuode, ut qui Angelo nun-Hiante, Christi Filii tui incarnationem cog-fnovitnus, per passionem ejus et cruoem, ad resurrectionis gloriam perducamur. Per leumdem Christum Dominum nostrum. Am.
7. O Sauctissima.
O sauctissima, o piissima, dulcis Virgo | Maria.
Mater amata, intemerata, ora, ora pro nobis.
220
8. Psalm CXXIZ.
Voor de Overledenen.
De profundis clamavi ad te, Domino:* Domine, exaudi vocem meam.
Fiant aures tu^ intendentes :* in vocem deprecationis mete.
Si iniquitates observaveris, Domino:* Domine, qnis sustinebit.
Quia apud te propitiatio est;* et propter legem tuam sustinui te Domine.
Sustinuit anima mea in verbo ejus :* speravit anima mea in Domino.
A custodia matutina usque ad noctem* speret Israël in Domino.
Quia apud Dominum misericordia:* et copiosa apud eum reiemptio.
Et ipse redimet Israël :* ex omnibus ini-quitatibus ejus.
Requiem Eeternam* dona eis, Domine!
Et lux perpotua* luceat ois.
v. A porta inferi.
r. Erue, Domino, animas eorum.
v. Requioscant in pace.
r. Amen.
v. Domine, exaudi orationem meam.
e. Et clamor meus ad te veniat. v. Dominus vobiscmn.
b. Et cum spiritu tuo.
oremus.
Deus, qui inter Apostolicos sacerdotes, fa-mulos tuos Pontiflcali, seu sacerdotali fecisti dignitate vigére: prasta qutesumus: uteo-rum quoque perpetuo aggregentur consortio.
Deus, venise largitor, et human® salutis amator: qusesumus clementiam tuam, ut nosti ae Oongregationis fratres, propinquos et benefactores, qui ex hoe steculo transierunt, beata Maria semper Virgine intercedente cum omnibus sanctis tuis, ad perpetuse beatitudinis consortium pervenire concedas.
Fidelium Deus omnium conditor et Re-demptor, animabus famulorum famularum-que tnarum remissionem cunctorum tribue peccatorum: ut indulgentiam, qua ra semper optaverunt, piis supplicationibus consequ-antur. Qui vivis et regnas in saecuia ste-culorura.
r. Amen.
v. Requiem aeternam dona eis, Domine! E. Et lux perpetua luceat eis. r. Amen.
222
Hollandsche Gezangen.
9. Aanroeping van den H. Geest.
Wijze, o. a,, als Stubat Matar.
Heil\'ge Geest! kom laat uw stralen Uit den hemel op ons dalen,
Die der armen Vader zijt:
Kom, o Gever aller gaven!
Kom de droeve harten laven,
Dat uw heillicht hen verblijd\'.
Zoete Gastvriend onzer zielen! Levensbalsem voor wie vielen,
Rust bij \'t zwoegen van den dag; Kom, o Laafbron! \'t heete woelen Der ontgloeide drift verkoelen,
Troost in alle weegeklag!
Zalig Licht! o doe uw stralen In het diepst des harten dalen Van \'t geloof in U vervuld;
Komt uw kracht ons niet doordringen. Niets dan in ons, stervelingen.
Niets is zonder schade of schuld.
223
AVil in ons \'t onreine wisschen, Wil \'t verdorde in ons verfrisschen,
Heelen wat er wond ontving; quot;Wil wat stug is in ons breken, \'t Koude weêr in gloed ontsteken, Richten wat het spoor ontging.
Geef wie trouw in U gelooven \'t Zevengavental van boven,
Dat hen sterke in alle deugd;
Geef hun haar vergelding te erven, Geef, o geef een zalig sterven,
Geef hun de eeuw\'ge hemelvreugd.
10. Kom Heilige Geest.
Kom Heiige Geest daal in dit uur, (bis.) In onze harten neêr; onsteek ze in liefdevuur.
Komt Gij onze oogen niet verlichten,
Dan dwalen wij van \'t ware pad.
Geen mensch zoo wijs die niet moet
[zwichten (bis) Als Gij aan zijn verstand uw licht
[onttrokken hadt.
Kom, Heiige Geest! enz.
224
De hel alleen kon niet ons hart vermannen, Zij riep om hulp de list der wereld aan; En meer dan duizend strikken zijn gelspannen, Ach, God! help ons, opdat wij niet
[vergaan, (bis)
Kom, Heiige Geest! enz.
Verlicht ons hart door uwer wijsheid stralen, Dan missen wij het ware welzijn niet. Dan nimmer doet de blindejeugd ons dwalen. En de oude dag kent geen verdriet.
Kom, Heiige Geest! enz.
11. Lofzang van het H. Sacrament.
(Pange Lingua.)
WirzE: als elke Benedictie.
Wil, mijn tong! \'t Geheim des Heeren,
\'t Lichaam, allen roem te groot, \'t Kostbaar Bloed met lofzang eeren,
Dat de Vrucht uit ed\'len schoot. Dat de Heer van wie regeeren Ten rantsoen der aard\' vergoot.
225
Ons gegeven, ons geboren,
Uit een maagdelijke Bruid,
Heeft Hij de aard\' ten woon verkoren, Strooit het zaad des woords er uit. Tot Hij \'t leven, Hem beschoren, Met een wondere orde sluit.
\'t Laatst, dien avond van zijn leven. Met zijn broed\'ren aan den disch, Heeft Hij, als het voorgeschreven Paaschmaal trouw gehouden is,
Zelf zich hun ten spijs gegeven In dit nieuw Geheimenis.
\'t Woord, in \'t vleeschtot ons gekomen. Maakte brood zijn vleesch door \'t woord, Wijn zijn bloed, dat uit ging stroomen;
Zoo geen zin \'t Q-eheim doorboort, \'t Is genoeg voor \'t hart der vromen. Dat hij hier \'t geloof slechts hoort.
Eeren wij dan, diep gebogen.
Een zoo Heilig Sacrament;
De oude schaduw is vervlogen,
In dit nieuw Geheim volend; Wat de zinnen niet vermogen: \'t Worde door \'t geloof gekend.
226
Lof den Yader, Ongeboren, En zijn Ééngeboren Zoon; Lot\' van alle jubelkoren
Zij met dank en zegen toon, Beider Geest, als Hun, beschoren Op hun éénen glorietroon.
12. Acten vóór de H. Commimie.
Wijze: Lieve Moeder van den Heer!
Jesus! Menschgeworden God,
Die niet in uw woord kunt falen,
Gij rust hier in \'t Sacrament; Kan \'t mijn geest niet achterhalen. God der waarheid 1 \'k tuig het nu, I , • Jesus! ik geloof in U. )
God van almacht, liefde en trouw! \'k Ben beschaamd om al mijn zonden, Maar Gij, Heer! hebt ze uitgewischt In het bloed van zóóveel wonden; Vol betrouwen kom ik nu, I , • Goede Jesus! \'k hoop op LT. j
G H
r
I 1
227
God van liefde en Opperst Goed! Gij quot;wilt spijzen ons en drenken, In \'t geheim der hoogste min Heel U zeiven aan ons schenken; Liefste Jesns! kom, kom nu, ( , Ach mijn ziel verzucht naar U. i ts\'
\'k Ben niet waardig, groote God ! Dat Gij ingaat in mijn harte:
Spreek, Heer! spreek een enkel woord. En, doorwond van liefdesmarte.
Schrei ik: Jesns! kom toch nu, | ,. Kom, o kom! ik smacht naar U. i ls\'
\'k Zal dan aan den heil\'gen Disch U, mijn Jesus! gaan ontvangen,
U, mijn\' God, mijn\' grooten God, Aan mijn zalig harte prangen,
Goede Jesus! kom toch nu, { 7. Kom, o kom! ik snel tot U. i iS\'
13. Acteu na de H. Communie.
VROUWEN.
Nu heeft mijn lieve Jesus dan Zich mij tot spijs gegeven.
Die mijn verkwikte ziel bewaar In \'t eindelooze leven;
ALLEN.
Ach, goede God! U smeeken wij;
Blijf ons, blijf ons nu eeuwig bij.
VBOÜWEN.
Zoo is dan waarlijk \'s Vaders Zoon Tot mijne ziel gekomen,
En heeft zijn zetel in mijn hart,
Mijn zondig hart genomen;
ALLEN.
Ach God! ach God! U smeeken wij: Blijf ons, blijf ons nu eeuwig bij.
VEOUWEN.
O dat ik al de stemmen had, Die opgaan van deze aarde.
En \'t nimmer-zwijgend hemelkoor Zich aan mijn loflied paarde!
ALLEN.
U, God! U, God! aanbidden wij, Blijf ons, blijf ons nu eeuwig bij.
VBOÜWEN,.
\'k Aanbid, ik loof, ik dank U, God!
229
Ach, zie mijn tranen beven; Wat zal ik, goede Jesns! IJ Voor zóóveel liefde geven?
ALLEN.
U, God! U, God! U danken wij, Blijf ons, blijf ons nu eeuwig bij.
VEOTJWEN.
Ik wil, mijn Jesus! wat ik ben,
Mijn hart, mijn vreugd en lijden, Mijn leven en mijn stervensuur Ten offerand U wijden;
ALLEN.
U, God! U, God! U danken wij. Blijf ons, blijf ons nu eeuwig bij.
VROUWEN.
Maar zwak is onze ziel, o Heer!
Als \'t lichtbewogen riet; Almachtig God! wij smeeken U; Verlaat, verlaat ons niet;
ALLEN.
Nog eens, nog eens dan smeeken wij Blijf ons, blijf ons toch eeuwig bij
230
14. Bij het Allerheiligrste.
Wijze : Maria leev\'
IJ, Jesus! eer, om ons zoo diep verborgen In \'t Sacrament van uwe onpeilbre min; Hier waakt Ge altijd; van d\' avond tot
[den morgen, En trekt om ons uw gloriestralen in. Mijn God en Koning!
Mijn Opperheer!
U, in uw woning,
U, Jesus! dank en eer.
U dank en eer! van alle tong en talen.
Van wat op aarde en in den hemel leoft; Ten boete blijv\' heel \'t wereldkoor herhalen: Aan Jesus eer! die ons zich zelf hier geeft. Mijn God en Koning! enz. enz.
U dank en eer! maar ach, die zwakke klanken. Zij kunnen U, die in ons midden troont. Voor zulk een gunst, zoo eindloos groot,
[niet danken.
Veel minder nog, als Ge in ons binnenst
[woont.
Mijn God en Koning! enz. enz.
231
O geven wij voor liefde liefde weder:
Zij trekke ons hier naar Jesus\' tempelkoor; Daar werpen we ons ten dankbaar offer neder, Dat onverdeeld en eeuwig Hem behoor\'. Mijn God en Koning!
Dan vieren wij,
In \'s hemels woning,
Uw eindloos lofgetij.
15. Bij het H. Sacrament van Mirakel.
Wijze: Lieve Moeder van den lieer.
Kom, gij uitverkoren schaar! Troonwacht bij Gods Heil\'ge Stede,
Kom vereend om zijn altaar Met uw lof, uw dank en bede: Amstel\'s Gild, weèr ópgewaakt, Tuig\', hoe \'t oud geloof nog blaakt.
Verre, tot aan \'s werelds end\'.
Droeg de faam wat God hier werkte
In \'t Hoogwaardig Sacrament; En zoo menig wonder sterkte \'t Zielsvertrouwen op de beê,
Hier gestort ter Heil\'ge Steè.
232
Luid dan rij ze uw dank omhoog Voor al \'t heil, van God verkregen;
Vrij ook smeeke uw hart en oog Om genade en nieuwen zegen;
Maar vooral, breng eerboete aan Voor den smaad, Hem aangedaan.
Hier is voor zijn Vleesch en Bloed Door de aloude Gilde-Leden,
Hier met onverschrokken moed In uw Amstelstad gestreden:
Toon\', voor hemel en voor aard\', \'t Nakroost zich zijn vad\'ren waard
Zóó, met onbezweken kracht,
Blijv\' voor Amstel\'s hoog Mirakel Hulde aan onzen God gebracht In zijn heilig tabernakel;
En \'t gebed ook zwijg\' niet meer; „Kniel\' wie doolt, hier mét ons neer!\'
16. \'t Mirakel van Amsterdam.
Heft een blijden jubeltoon,
Laat een dankbaar loflied schallen; Prijst het Wonder, dat Gods Zoon
233
Eenmaal wrochtte in onze wallen, \'t Wonder, dat èn roem èn macht Aan onze Amstel-boorden bracht.
Hier bleef Christus\' Vleesch en Bloed Door een vlammenkring omgeven In het blaak\'ren van den gloed Ongedeerd en smet\'loos zweven; Glorievol getuigenis,
Dat Gods woord waarachtig is.
Ziet hier \'t Wonder-Sacrament,
Eeuw aan eeuw geëerd, aanbeden. Stroomen pelgrims zonder end Biddend naar deez\' veste treden; Vorsten, door \'t geloof bezield,
Hier voor Jesus\' troon geknield.
Hier wordt elke beé verhoord,
Lenigt Jesus alle smarten,
Hier, in \'t veilig toevluchtsoord. Busten\' de afgejaagde harten.
Wie riep hier ooit Jesus aan.
En is troostloos heengegaan\'?
Amstelstad wat zijt gij groot In den glans der gloriestralen.
Die aan \'t wondervuur ontschoot!
234
Wie, wie kan uw grootheid malen! \'t Wonder gaat van mond tot mond, Over \'t gansche wereldrond.
Juich dan, jubel, Amstelstad,
Om die kost\'bre zegeningen;
Hier bezit ge uw grootsten schat; Blijf dien met uwe liefde omringen. Om den roem dien \'t Wonder bood: Amstelstad, wat zij gij groot!
17. Het Cnze Vader.
IJ, God! ons aller Vader,
Die in den Hemel zijt,
U loven wij te gader,
In Uwen lof verblijd.
Geheiligd moet steeds wezen Bij ons Uw heiige Naam;
Hij zij door ons geprezen: \'
Maak ons daartoe bekwaam.
Laat ons, o God! toekomen Uw rijk, het loon der deugd.
Alwaar Gij aan de vromen
Zult schenken de eeuwge vreugd.
235
Uw wil geschiede op aarde Als bij U, onverlet;
Men honde dien in waarde Als een onbreekbre wet.
Wil heden ons vergunnen,
O, God! ons daaglijksch brood,
Opdat we U dienen kunnen, Bevrijd van hongersnood.
Vergeef nu, in dit leven.
Al wat wij schuldig staan,
Gelijk we een elk vergeven Wat aan ons is misdaan.
Leid ons niet in bekoring,
Maar weer van ons het kwaad;
Keer alle deugdverstoring,
Opdat zij ons niet schaad\'.
18. Danklied na de H. Mis.
Wijze; Creator alma siderum, en andere kerkzangen; of O Moeder Gods, o reinste Mangd!
Zoo is dan \'t offer van het Kruis Hier weêr gebracht in \'s Heeren huis,
236
Het Lam, dat op Cal var ie stierf,
Ous \'t leven door zijn dood verwierf.
\'t Was Jesus, onze Middelaar,
Die Offer zelf en Offeraar,
Zich onder schijn van wijn en brood, Voor ons den eeuwgen Vader bood.
Hij bracht aan \'s levens Opperheer In onzen naam oneindige eer,
Den dank aan aller gaven Bron,
Zooals geen schepsel brengen kon.
Hij vroeg aan God, door ons vergramd, Op ons te recht in toorn ontvlamd, Vergeving door zijn offerbloed.
En heeft ons, zondaars, weer behoed.
Hij bad met heel de Ghristenschaar, Thans neêrgeknield voor \'t smeekaltaar. Bij zijn verzoenden Vader mee, En vroeg verhooring onzer beê.
O godlijk Lam, voor ons geslacht! TJ dan zij onze dank gebracht; Wij smeeken door uw dierbaar Bloed, Dat Ge ons voor alle kwaad behoedt.
237
19. Aan \'t Allerheiligste Hart van Jesus.
Wijze; Fitié mon Dieu.
O God van liefde, hoor het biddend smeeken Van \'t harte voor uw troon in \'t stof
[geknield!
Voor mij liet Gij uw Hart aan \'t kruis
[doorsteken,
Voor mij werdt Gij doorwond, voor mij
[ontzield!
God van genaden,
Ontferming, Heer !
Met gunsten overladen.
Bedroef ik U nooit weer.
Uw minlijk Hart, van liefdegloed omgeven. Zegt door dat vuur hoezeer Gij mij bemint: Gij roept en vraagt verlangend; „voor
[mijn leven Geef mij, geef aan uw God uw hart,
[mijn kind!quot;
God van genaden,
Ontferming, Heer!
Met gunsten overladen,
Bedroef ik U nooit weer.
238
Uw Harte meteen doornenkrans omwonden. Zegt mij, wat Ge in uw liefde voor mij
[leedt:
En \'t kruis, waaraan Gij stierft voor
[mijne zonden Vraagt, dat ik nooit uw bittren dood
[vergeet\'.
God van genaden.
Ontferming, Heer!
Met gunsten overladen,
Bedroef ik U nooit weer.
20. Liefdegroet aan de Wcmde van Jesus\' H. Hart.
Wijze; O vijf werelds klare lichten!
Wees gegroet, doorstoken borstel Harte wond! waar ik naar dorste; Gij, o teed\'re Pelikaan!
Biedt uw bloed ter laving aan. t Heer! ontferm U onzer.
O Maria, Koninginne!
Moeder Gods en Kruisheldinne! Gij, die, met uw Zoon gewond. Onder \'t bloedig kiuishout stondt, Eid voor ons. Maria!
239
Open zij\'! voor mij doorstooten, Waaruit bloed en water vloten, \'k Ying reeds zoeten drop bij drop Uit uw heil\'ge bronwel op.
t Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
\'k Liet soms over de open lippen D\' ademtocht niet henen glippen, \'t Was, als ik dan stille zweeg, Of een zucht uw hart ontsteeg; t Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
\'t Was, of bij \'t eerbiedig luist\'ren Ik een stemme hoorde Huist\'ren, Naamloos zoet dan vraagde zij: Kind! mijn kind! bemint gij Mij? t Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
En gij, zondaar! dorst het wagen, In die zijde een speer te jagen, \'t Harte door, dat niet meer leeft; En uw band heeft niet gebeefd?... t Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
Ach, doorwond uw hart van binnen, Om alleen uw God te minnen.
Dat het Hem ten ofierand Van ondoofb\'re liefde brand\'.
•j- Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
240
Lof zij God in drie Personen,
Lof zij Hem wien doornen kronen, Die liet Vijftal Wonden draagt, Lof zijn Moeder, altijd Maagd! t Heer! ontferm U onzer. O Maria, enz.
i
21. Hulde aan het Heilig Hart van Jesns.
Wijze; Maria leeo\'.
O Heilig Hart van \'t vuur der liefde gloeiend, Dat voor het heil van \'t zondig mensch-
[dom blaakt; Genadebron, van Hemelzegen vloeiend, Die \'t hart verkwikt dat U met liefde naakt. Harte van Jesus,
Ons hoogste goed.
Aanvaard de hulde Van \'t kinderlijk gemoed.
Neen, Jesus! neen, geen Engel kan \'tons
[malen
Hoe graag ge Uw Hart aan \'t hart des
[menschen bindt. Geen schetst de kracht, den gloed der
[liefdestralen,
Die g\' overstort in \'t hart dat U bemint. Harte van Jesns, enz.
Geen menschentong kan U naar waarde
[schatten,
O Heilig Hart! geheim der liefde Gods; Geen menschengeest kan dat geheim
[bevatten,
O, nedrig Hart! versmaad door sterv\'lings
[trots.
Harte van Jesus, enz.
O, Heilig Hart! wat vuur moestü verslinden. Toen g\' aan den Heer als liefdesoöer vroegt Dat Hij zich zelv\' op \'t nauwst aan ons
[zou binden
Wijl dra voor Hem het uur van scheiden
[sloeg.
Harte van Jesus, enz.
0, Heilig Hart! wie kan uw vreugd
[verkonden, Als Gij Uw wensch tot waarheid zaagt
[gemaakt
En voor de ziel een spijze wordt gevonden In \'t Sacrament, als zelfs geen Engel smaakt? Harte van Jesus, enz.
Wees dan geloofd, o Jesus\'Godlijk Harte!
242
Nooit worde \'t vuur der liefde in ons
[gebluscht;
Blijf onze lust zoowel in vreugd alssmarte, Tot eens ons hart met U en in U rust.
Harte van Jesus, enz.
0 Je E\'
22. Ter eere van \'t H. Hart. lOchl
M
Ik
O Godd\'lijk Hart! o Bron van rijksten zegen, Van waar geluk, van liefde, rust en vreugd, Gij schept vermaak langs der genade wegen Ons harte te verov\'ren voor de deugd.
Refrein. O Hart verheven Van Jesus zoet!
Troost, lust en leven Voor ons bedrukt gemoed ! \\Vro
Voortdurend troont Ge op onze zoenaltaren,
Uit liefde dagelijks hervoortgebracht; En blijft Ge aanhoudend vol van liefde staren Op \'t door Uws Harten Bloed, verlost
[geslacht.
O Hart, enz.
O liefdeschat, mijn toevlucht, mijn betrouwen,
Mij
Och! Bij
248
Mijn lustwarande, leven, steun en hoop! Dch! laat mij Uwe heerlijkheid aanschouwen Bij\' t sluiten van mijn aardschen levensloop. O Hart, enz.
0 Jesus! mocht het hart van alle stervelingen Een outer voor U zijn, van vlekken vrij; Och! mochten we allen eens Uw Hart
[bezingen
Met engelreine, zoete melodij.
O Hart, enz.
23. Hulde aan de H. Familie.
1.
Vrouwen. U, Jozef, wijd ik mijnen zang, Maria zing ik levenslang,
U dierbre Jesus is \'t nog meer, Wien ik met mijnen zang vereer. Uien. O Heilig huisgezin,
Daar eer ik Jozef in.
Ik eer Maria, Moedermaagd, Met heur godlijk Kind,
Dat ons feeder mint.
En niets van ons dan liefde vraagt.
244
Vrouwen. AVas ooit een huisgezin zoo groot, En tegelijk in dieper nood,
Dan \'t allerheiligst huisgezin? Dit boezemt troost bij \'t lijden in Allen. O Heilig, enz.
Vrouwen. Was ooit een huisgezin op aard Zoo heilig, zoo onze achting waard? Het hoofd gebogen in het stof, Zing ik dit heilig Drietal lof.
Allen. O Heilig, enz.
4.
Vrouwen. quot;Was ooit op aard een huisgezin Zoo mild, zoo rijk aan menschenmin? Ik werp daarom voor U, o Heer, Mij zelf als dankbaar offer neer. Allen. O Heilig, enz.
245
24. Stabat Mater Dolorosa.
1.
Naast liet kruis, met schreiende oogen, Stond de Moeder, diep bewogen.
Waar de Zoon doornageld hing;
Toen door ziel en zuchtend harte, Overstelpt van wee en smarte, Een doorborend slagzwaard ging.
Hoe bedrukt, hoe neergeslagen,
Moest die teedre Moeder klagen
Om G-ods eenig Kind, haar Zoon! Ach 1 hoe streed zij; ach! hoe kreet zij, En wat boezempijnen leed zij, \'t Roemrijkst Kind aan \'t kruis ten toon.
3.
Wie kan tranen wederhouên,
Jesus\' Moeder zoo aanschouwen
Door zoo grievend leed verscheurd? Wie kan, zonder diep erbarmen,
Jesus\' Moeder hooren kermen.
Daar zij haren Zoon betreurt?
246
4.
Voor de zonden van de zijnen Zag zij Jesns zóó in pijnen,
Door de felle geeselstraf; \'t Dierbaar Klad zag zij bier lijden, Gansch verlaten doodlijk strijden. Eer de geest Hem nog begaf.
5.
Geef, o Moeder, bron van liefde. Dat ik \'t leed, dat U zoo griefde.
Met U voele, met U klaag\'; Dat zijn gloed mijn harte winne. Dat ik Jesus, Godmsnscb, minne. Dat ik ook aan Hem behaag\'.
6.
Heiige Moeder, wil mij geven Wonden, diep in \'t hart gedreven: Jesus\' kruis zij steeds mijn doel. Dat ik schuilende in zijn wonden, Dus gefolterd, om mijn zonden, Deelend zijne smart gevoel.
247
7.
Mocht ik klagen al mijn dagen,
Waarlijk al die smarten dragen,
Tot mij \'t sterfuur overviel!
Mij bij \'t kruis met U vereenen.
Met Ü sterven, met U weenen,
\'t Is de wensch van mijne ziel.
8.
Maagcl, der maagden roem en zegen! AVees, ach, wees mijn zucht niet tegen.
Gun mij, dat ik met U klaag. Doe mij strijden, doe mij lijden Christus\' striemen langs de zijden: Dat ik steeds daarvan gewaag!
9.
Doe mij door die slagen wonden, Dronken van dit kruis, verkonden
Wat de liefde uws Zoons vermag: \'k Ben ontvlamd, in liefde ontsteken; Wil toch zelve voor mij spreken In den jongsten oordeelsdag.
248
10.
Doe mij door het kruis bewaren; Jesus\' kruisdood moet mij sparen,
Wiens genade mij verheugt. Als mijn lichaam komt te sterven, Geef dat mijne ziel mag erven \'s Hemels glorierijke vreugd.
25. Aan mijne onbevlekte Moeder.
1.
Wij prijzen vol vreugde de zuiverste Maagd,
Wij prijzen Ze in vroolijke zangen; Haar schoonheid heeft eeuwig haar Schep-
[per behaagd, Zij werd zonder zonden ontvangen. O reinste der maagden, Uprijze mijn liecl! Versmaad, ach, versmaad mijne zangen
[toch niet.
2.
Van \'t hoogste des Hemels zag God op
[ü neer,
Zijn oog sloeg U liefderijk gade;
249
Reeds vóór uw geboorte werdt Gij door
[den Heer Vervuld met de grootste genade; Gij bleeft steeds van iedere zonde bevrijd, En eeuwig uw Heer en uw Schepper gewijd.
3.
Gelijk onder doornen de lelie bekoort,
Zoo zijt Gij het sieraad der vrouwen; Ach, mocht ik, o Moeder van \'t eeuwige
[Woord,
Toch al uwe schoonheid aanschouwen! 0 vleklooze Moeder, wat zijt Gij toch schoon! Gij deelt indeschoonheid van Jesus, uw Zoon.
4.
Nu leeft Gij daarboven in eindlooze vreugd, Waar de Englen U juichend omringen; De Hemel wordt thans door uw schoonheid
[verheugd. Die Cherubs en Serafs bezingen. 0 luister des Hemels! Gij glinstert van licht. God zelf heeft uw troon naast den zijnen
[gesticht.
5.
0 maagdlijke Moeder, o vleklooze Maagd, Tot boven de sterren verheven,
250
Bekom ons die deugd, welke \'t meesfc U
[behaagt.
En leid ons tot \'t eeuwige leven.
Daar zingen wij eeuwig rondom uwen troon: O reinste der maagden, wat zijt Gij toch
[schoon!
26. Ave Maria van Lourdes.
Wij brengen, als de Engel, U, Moeder zoo zoet.
Met teedere liefde Den dierbaren groet; Ave, ave, ave, Maria, (his.)
Zoodra in het oosten Het morgenlicht daagt.
Looft \'t kleppen der Aug\'lus U Moeder en Maagd:
Ave, ave, ave Maria, (his.)
Weer klinkt op den middag Die bede zoo zoet,
Zendt de aarde aan Maria Den minlijken groet:
Ave, ave, ave Maria, (his.)
251
En daalt weêr de scheem\'ring Van \'t avonduur neêr,
Door \'t duister nog ruischt het Gods Moeder ter eer:
Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Door dalen en wouden,
Langs bergen en vliet.
Klinkt de eer van Maria In \'t hemelsche lied: Ave, ave, ave Maria, (bis.)
De talen der volken Verheften haar naam;
Zij smelten in \'t ave Maria te zaam:
Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Aanvaard dan de hulde, O Moeder, zoo goed,
De hulde uwer kind\'ren, Aanhoor onzen groet:
Ave, ave, ave Maria, (bis.)
Zoo blijft, o Maria,
In vreugd en in smart,
In leven en sterven De kreet van ons hart: Ave, ave, ave Maria, (bis.)
252
Die groet zij de laatste
Door \'t hart noch geuit, Wanneer in het sterfuur De mond zich reeds sluit: Ave, ave, ave Maria, (his.)
Maar dan door Maria
Geleid tot haar Zoon, Herhalen wij eeuwig
Geschaard om haar troon; Ave, ave, ave Maria, (bis.)
27. Jubellied aan Maria, Onbevlekt Ontvangen.
Wijzen\' ; Wees gegroet op ïcinlo\'toon.
Lieve Moeder van den Heer!
Laat ons om uw zetel dringen,
Laat uw kind\'ren u ter eer \'t Zielverrukkend feestlied zingen, \'t Moet weêrklinken luid en blij: ) ^ Moeder, Onbevlekt zijt gij! ) quot;
\'t Heeft reeds \'t wijde wereldrond En herscheppend overklonken,
\'t Woord, door Fins\' mond verkond
253
En uw kiud\'ren vreugdedronken,
Jub\'len op uw feestgetij: ),., Moeder, Onbevlekt zljt gij! ) quot;\'squot;
Neen, dat loflied zwijgt niet meer; Tot aan \'s werelds verste palen Zullen met het hemelsch heer Al uw kind\'ren \'t luid herhalen, \'t quot;Woord van \'t zalig jubeltij: Moeder, Onbevlekt zijt gij! )
Zonnezuiv\'re Moedermaagd!
Om de glorie u gegeven.
Hoor ook wat ons hart u vraagt; Dat we na een schuldloos leven Eeuwig jub\'len aan uw zij\': ),. _ Moeder, Onbevlekt zijt gij! )
28. Naar L o it r tl e s.
wi v/.k : O Moeder Gods.
Kom, pelgrim, kom Naar \'t heiligdom Waar eens Maria daalde.
En jaar op jaar Der vrome schaar Heur macht en liefde straalde, (his.)
254
Nog klinkt haar woord Door \'t zalig oord:
,.\'kBen de Onbevlekte Vrouwequot;, Nog biedt de wel Der grotkapel De blijken van haar trouwe, (bis.)
Daar knielen zij In breede rij,
De pelgrims aller oorden, — En prijzen saam Maria\'s naam In luide lofaccoorden. (bis.)
En op hun beè Daalt heil en vree Op alle stranden neder, — En \'t wondernat.
Der bron ontspat,
Heelt lijf en zielen weder, (bis.)
Hoor, Moeder, hoor Ook \'t j abelkoor Van Neerlands trouwe zonen:
Stort meer en meer Uw zegen neer Op \'t land dat wij bewonen! (bis.)
255
29. De allerzuiverste Moeder.
w ii/.e: Aau U, o Koning dor \'Eeuwen.
0 roem en kracht der Maagden,
Des Heeren reine Bruid,
Die \'s Hemels zoete vreugd zijt,
En \'s Hemels poort ontsluit! Gij lelie onder doornen,
Gij duive hagelwit.
Gij bloem, die in haar blad\'ren ) Des levens vrucht bezit. )
O flonkerster van Jakob,
O heldre dageraad,
Voor wien de glans der sterren
Verbleekt en ondergaat! In blanke bruiloftskleedren
Prijst ü het Hemelhof, En \'t lied der maagdenreien ) Zingt eeuwig. Maagd, U lof. )
Zij strooien witte rozen
En leliën voor uw voet Maar leliewit moet tanen
Voor uwer reinheid gloed. Het zwakke lied der aarde Klink\' met het Englenkoor,
256
En dring U, Maagd, ter eere ) ^ De hemelsferen door. ) \' \'
O ster, ons op de baren Der wereldzee zoo blij,
Verspreid in held re stralen En licht ons scheepje bij.
Verdrijf de donkre wolken,
Stuur door de wilde zee,
Door klippen en door stormen Ons schip ter hemelreê. )
30. Lied ter eere van O. L. Vrouw van het H. Hart.
Wijze: Pitié mon Dien.
1.
Hoor ons, oGod! Hoor, Vader! onze beden!
Ter neer geknield met harten vol van rouw; Barmhartig Gotll Verstoot ons niet op heden! Wij zweren U van nu af eeuwig trouw, o Lieve Vrouwe Van \'t Heilig Hart!
Op U rust ons vertrouwen, I ^ In voorspoed en in smart. i
257
2.
Naast U, o Heer! gaan wij tot onze Moeder, Door U geplaatst op glorievollen troon, Met macht bedeeld door U, o Albehoeder! Draagt zij èn staf èn Koninginne-Kroon. o Lieve Vrouwe, enz.
3.
o Rijksvorstin! als legerscharen machtig. Die elk verwint, wie tegen U genaakt; Nooit was een held, een vorst, als Gij,
[zoo krachtig,
Die met uw voet den draak onmachtig
[maakt!
o Lieve Vrouwe, enz.
4.
Denk aan die macht in deez\' benarde tijden. Waarin de vorst der duisternis regeert; Denk aan den strijd, aan het verscheurend
[lijden.
Waarin de Kerk, de Bruid uws Zoons,
[verkeert.
o Lieve Vrouwe, enz.
17
258
H
o Moedermaagd! kunt gij het nog gedoogen,
Kunt Gij \'t nog zien, dat lijden, zoo
[geducht?
Draal langer niet! Aanhoor ons in den hoogen.
Hoor onze beè, der kind\'ren harte zncht.
o Lieve Vrouwe, enz. , ^
6- \'Nee Onstuimig zijn de hooggezweepte golven, lt; U
En dreigen ons met een gewissen dood, o Ster der zee! als reeds in \'t graf bedolven,
Zien wij met troost uw licht in onzen nood.
o Lieve Vrouwe, enz. We
, A
7- Wij Spreek slechts, o Vrouw! Beveel aan Jesus\'; M
[Harte, |
U is het recht. Gij hebt Het voortgebracht, j Zeg aan uw Kind: Gedoog niet meer de smarte, | Red uwe Kerk, verdelg der duiv\'len macht, o Lieve Vrouwe, enz.
Maa
E) Laa Ik
8.
Doch Moederlief! o Koningin verbeven!
Denk ook aan mij, die U als Moeder mint. \'k Ben ook uw kind, door Jesus U gegeven,
En
259
Hoor nog zijn stem: o Vrouw, ziedaar
[uw kind!
o Lieve Vrouwe, enz.
9.
lEn zoudt Gij dan de stem van \'t kind
[versmaden,
Dat tot U bidt, aan U het harte biedt! Neem aan dat hart, dat toonen zal door daden, Dat liet in U zijn lieve Moeder ziet. o Lieve Vrouwe, enz.
10.
Wees welkom dan! Wil in ons midden leven!
Aanvaard den troon, neem uwen zetel in! Wij wenschten U een gouden troon te geven. Maar geven toch d\' onwrikbre harte-min. o Lieve Vrouwe, enz.
11.
Maak van deez\' plaats een kweekschool
[voor hier boven, En laat niet toe, dat iemand hier verga! Laat ons met U het Hart van Jesus loven, In \'t eeuwig blij, in \'t zoet Halleluja! o Lieve Vrouwe, enz.\'
260
31. Bedevaartslied voor de Pelgrims naar O. L. Vrouw van het Heilig: Hart te Slttard.
w ijze : Vader Pius.
Lieve Vrouw van Jesus\' Harte, Smeekende Almacht bij Gods troon; Heil in ziels- en lichaamssmarte, Spreek voor ons bij uwen Zoon!
Komt, Maria\'s teerbeminden, j Nader, vrome pelgrimsdrom! \' rpfvAiin Hier is altijd troost te vinden, l Hier in Sittards Heiligdom.
Komt naar Ursuls gezellinnen.
Gij die \'t wee der zorgen draagt, U verkwikken hart en zinnen.
Om den troon der Moedermaagd! Komt, Maria\'s, enz.
Vallen ziels- of lichaamskwalen Drukkend op \'t bezwaard gemoed; Wil geen troost in \'t harte dalen.
Valt Maria dan te voet!
Komt, Maria\'s, ènz.
Loert de hel op onze zielen.
Spant zij al haar krachten in;
261
Wie zal dan haar macht vernielen? Gij, Maria, Koningin!
Komt, Maria\'s, enz.
Wil de satan met zijn listen, O Maria, Moeder zoet.
Aan uw Zoon ons hart betwisten. Plet hem dan met uwen voet! Komt, Maria\'s, enz.
Wekt de wellust ons tot zonden, Is onze onschuld in gevaar;
Zend dan, Maget ongeschonden. Ons ter hulp een Eng\'lenschaar! Komt, Maria\'s, enz.
Randt de wereld in haar woede Paus of Kerk van Jesus aan;
O dan zult gij met Gods roede Heel dat rot uiteen doen gaan ! Komt, Maria\'s, enz.
Doe ons scheepje veilig varen. Gij, Maria, ster der zee!
Doe het trots de woeste baren Landen aan de zaal\'ge ree !
Komt, Maria\'s teerbeminden, enz.
262
32. Pelgrimslied.
Wijze: Nate Beo.
Zie, Maria! Hollands broederleden; \'t Hart vol vreugde, tot Uw zetel treden, Met een vast en kinderlijk vertrouwen Komen wij U ons belang ontvouwen. Moeder Gods verheven.
Troosteres in alle smart!
Laat ons smeeken |
hls.
ïot U spreken,
Lieve Vrouw van \'t Heilig Hart.
!
Ja, door innig liefdevuur gedreven. Komen wij U eer en hulde geven, Knielen voor uw schoone beeltnis neder En ons hart verzucht en smeekt U teeder, Moeder Gods verheven, enz.
O Maria! sla uw moederoogen Op den grijsaard onder \'t leed gebogen. Die Gods Kerk op aarde moet bestieren, Laat Hem spoedig d\' overwinning vieren. Moeder Gods verheven, enz.
Wil de slagen van Gods Kerke weren, Doe den vrede voor haar wederkeeren,
lil
263
Schenk uw dienaars, die vervolging lijden, Moed en kracht om harent wil te strijden. Moeder Gods verheven, enz.
Wil ons voor de snoode wetten hoeden, Die zoo menig Christ!ijk hart doen bloeden; Wil de prinsen van Gods Kerk gedenken, En Haar priesters zielenijver schenken. Moeder Gods verheven, enz.
In de smarten van dit aardsche leven, Wil ons. Moeder! kracht en sterkte geven; Blijf ons aan het Godlijk Hart bevelen. Opdat wij in al zijn schatten deelen. Moeder Gods verheven, enz.
Geef dat allen, \'t U ter eer, verkonden. Die uw hulp en bijstand ondervonden. Opdat zij die onder \'t lijden zuchten. Met vertrouwen tot U mogen vluchten. Moeder Gods verheven, enz.
Leid ons op den pelgrimstocht des levens. Moeder Gods! en onze moeder tevens. Wil ons aan het Godlijk Harte binden. Opdat wij een veil\'ge haven vinden. Moeder Gods verheven, enz.
264
33. Lof- en smeeklied ter eere van Onze Lieve Vrouw van \'t Heilig1 Hart.
Wijze: ^Loeder vol van teederheid.
Lieve Vrouw van \'t Heilig Hart,
Nooit in Satans strik verward, Wij komen hier tot U \\
Verhoor en help ons nu. i
Zie uw Godlijk Kind daar staan, \'t Noodigt ons tot U te gaan,
En zegt, met stom gebaar: / ,. ^ „Komt, kind\'ren, vlucht tot Haar!quot; ) n\'s\'
Ja, wij vluchten tot uw troon,
Lieve Moeder van Gods Zoon!
En knielen biddend neêr / 7. ^
Bij \'t loflied U ter eer. i ns\'
Ja, wij zingen uwen lof Koningin van \'t Hemelhof!
En melden als om strijd, ) ,.
Hoe groot en goed Gij zijt. ) s\'
Moeder van het Godlijk Kind,
Die het Heilig Hart bemint,
Des vredes Koningin ! ,.
Toon ons uw moedermin. i
265
Gij, zoo vol barmhartigheid Die Gods gaven mild verspreidt, Die alle harten wint,
Toon dat Gij \'t onze mint.
| bis
bis
bis
bis.
Zek\'re hulp in elk gevaar,
Hoop der hopelooze schaar. Der weezen steun en troost, 1 ,. Bid voor uw schuldig kroost! !
Zuivere aarde uit wier schoot Eens de Vrucht des levens sproot, AVees ons een veil\'ge ree. Op \'s werelds woeste zee.
Reine lelie uit het dal,
Geurend door het gansch heelal, Geheimnisvolle bron,
Wees onze levenszon.
Ach, versmaad den lofzang niet.
Dien het kinderhart U biedt.
En toon dat Gij altijd Een goede moeder zijt.
Sta ons bij in druk en smart, En ontsluit ons Jesus\' Hart,
Zoo vol van liefdevuur,
Vooral in \'t stervensuur.
bis
260
Leid ons dan aan uwe hand Naar het Hemelsch Vaderland, En voer ons tot den troon Van Jesns uwen Zoon.
34. Het wees gegroet.
Wl7ZE; Wees gegroet op kindertoon.
Wees gegroet, Maria, Maagd!
Tot Gods Moeder uitverkoren;
Die het Heilig Hart behaagt,
AVil uw kinderen verhoeren.
Vrouw van \'t Heilig Hart zoo zoet, ) ^ Lieve Moeder, AVees gegroet! ) \' \'
Gij die vol genade zijt,
AVil voor ons gena bekomen,
Doe het Heilig Hart altijd
Voor uw kind\'ren overstroomen.
Van genade en overvloe d; \\ub.
Lieve Moeder, AVees gegroet! )
Zie de Heer is steeds met U,
En gij gansch ia Hem verslonden; Ach, verhoor ons smeeken nu
267
In dit dal van smart en zonden, Kom uw kind\'ren te gemoet, ),. Lieve Moeder, Wees gegroet! ) n\'s\'
Vrouwe, die gezegend zijt Boven alle andere vrouwen,
U, zij steeds ons lied gewijd,
U, die we onzen nood vertrouwen. Daarom klinkt het welgemoed : ),. Lieve Moeder, Wees gegroet! ) lft\'
Hooggezegend is de Vrucht Van uw lichaam, Jesus; Moeder!
AVie er immer tot U vlucht,
\'t Hart van Jesus zij zijn hoeder,
Leid hem tot die bron van \'t goed;) 7 •. Lieve Moeder, Wees gegroet! ) quot;\'b\'
O, Maria, Moeder Gods!
Wil voor ons, schoon zondaars, smeeken
Als natuur en kunst ten trots,
\'t Doodsuur voor ons aan gaat breken,
Zuchte dan nog \'tzwak gemoed: )..
Lieve Moeder, Wees gegroet! ) ns\'
Ja, Maria! Wees gegroet!
Wees gegroet van ons en allen;
268
Laat ons eens met cl\' Eng\'len stoet, \'t Driewerf heilig, heilig schallen, Samensmeltend met het zoet: ),. Lieve Moeder, Wees gegroet! ) quot;
35. Lofzang en opdracht aan het Hart van Maria.
O Maagd, o schoonheid, nooit volprezen, O Moeder van \'t Oneindig Wezen,
Wat luister schittert van uw troon! De Seraf, aan zich zelv\' onttogen.
Juicht voor uw grootheid neergebogen: O Koningin, wat zijt Gij schoon! (bis.)
Al mist, Maria, \'t aardsche duister, Het schouwspel van uw grootschen luister,
Ons koestert toch uw liefdegloed. Ja, de Engel roeme uw heerlijkheden, Wij juichen, jublen hier beneden:
O Moedermaagd, wat zijt gij goed! (bis.)
Dank, dank voor zooveel liefdedaden, Voor zooveel duizenden genaden.
Gevloeid door uwe liefdehand!
Ontvang, voor al die zegeningen,
260
Maria, van uw lievelingen Hun hart tot eeuwig onderpand, (bis.)
0 Moeder, altoos even teeder,
0 zie met welgevallen neder
Op \'t offer van uw dierbaar kroost! Schrijf in uw hand ons aller namen. Neem in uw hart ons hart te zamen! Dan, Moederlief, zijn wij getroost, (bis.)
Dan mogen vrij de winden tieren, De bliksems door het luchtruim zwieren,
En monsters jagen door de zee; Vergeefsch hun razen, hunne woede;
AVij zeilen onder uwe hoede Beveiligd naar de Hemelree. (bis.)
Daar zal geen vrees ons hart meer klemmen, ri paar zingen wij met blijder stemmen, Geschaard om uwen zegetroon. Uw naam tot lof en God ter eere:
Maria, Moeder van den Heere, ■) Wat zijt Gij goed! wat zijt Gij schoon! (bis)
270
36. Maria Leve!
Maria leev\'! Wat glans en luister menglen Zich in dit hart, van alle vlekken vrij! Maria leev\'! de Koningin der Englen, De Moedermaagd, aan het hoofd der
[maagdenrij. Maria Leve, met God, haar Kind!
Leve Maria! die ons als Moeder mint!
Maria leev\'! Komt laat ons voor haar knielen, Ze is dochter Gods, Gods moeder, Godes
[Bruid;
Maria leev\'! Ze is \'t heilverbond der zielen, Door hare hand stort God zijn gunsten uit. Maria leve, enz.
Maria leev\'! Zou \'k immer Haar verlaten?
\'k Was liever dood en lag in \'t duister graf. Wat, zonder Haar, wat zon mij \'t leven baten? Neen, God breke eer den draad mijns
[levens af.
Maria leve, enz.
Maria- leev\'! Laat me in Haar liefde leven : Met Haar vereend, vrees ik noch dood
[noch pijn;
271
De laatste zucht, die op mijn lip zal zweven, Zal liefdezucht voor U, Maria! zijn. Maria leve, enz.
37. Maria troost ons.
Moeder des Heeren! \'k Wil U vereeren, o Troost voor \'t hart, In smart.
Beste der moedren,
Schenk me alle goedren; Wat zijt Gij goed ) En zoet! )
bis.
Gij schenkt troost aan \'t bedroefd geweten.
Gij komt tot ons in angst en nood. Gij slaakt des zondaars ijzren keten. En redt hem dus van d\' eeuwgen dood. Moeder des Heeren, enz.
Uw zoete hand droogt onze tranen,
Uw naam zoo zoet geneest ons wee, Ja zelfs Uw ijvrige onderdanen Doen blij op \'t kerkhof hunne beê. Moeder des Heeren, enz.
272
Uw teedre ziel kan \'t geenszins lijden,
Dat iemand ooit ellendig zij,
Gij komt met ons in \'t sterfuur strijden. En voert tot God ons naast Uw zij. Moeder des Heeren, enz.
U wijd ik dus wat me ooit moog kwellen,
U draag ik al mijn kruisen op; \'k Weet dat mij niets dan kan ontstellen, Wijl \'k zoo de bron van weemoed stop. Moeder des Heeren, enz.
38. O. L. Vrouw van het H. Hart.
Wijze; Wonderschoon prachtige.
Eeuwig verkorene,
Vlekloos geborene,
Lieflijke Vrouwe van \'t goddelijk Hart! Leidster der zwervenden,
Hope der stervenden.
Toevlucht en Redster in kwelling en smart; Hoor onze beden.
Ginds in Gods Eden,
Hef er uwe oogen voor ons naar Gods troon. Moeder! beveel ons aan\' t Hart van uw Zoon.
Opperst weldadige,
Altoos genadige,
Lieflijke Vrouwe van \'t goddelijk Hart! Wonderbaar machtige, A\\quot;ondervol krachtige,
Smeekende almogende, noemt U Bernard! Hoor onze zangen,
Zie ons verlangen:
Ons hart te geven aan \'t Hart van uw Zoon, Zijn Hart te winnen, o Moeder tot loon.
Liefdevol gloeiende.
Zegenrijk bloeiende.
Lieflijke Vrouwe van \'t goddelijk Hart! Hemelzoet minnende.
Alles verwinnende,
Hoe ook én duivel én wereld ons tart. Goed, bloed en leven Wil ik U geven;
\'kHoop te volharden door Uin den strijd; Mijn hart blijv\' \'t Harte van Jesus gewijd!
Hemelsch verhevene.
Maagdlij k geblevene.
Lieflijke Vrouwe van \'t goddelijk Hart! Zalving der lijdenden,
Sterkte der strijdenden,
18
274
Hulp dor bekoorden door Satan gesard; Gij, o getrouwe;
Machtige Vrouwe!
Leid ons ten hemel in onschuld en deugd \'t Harte van Jesus tot eeuwige vreugd!
39. Ave Maria.
Wees gegroet op kindertoon,
Wees gegroet Maria, Moeder Van Gods een\'geboren Zoon,
Onzen Heiland en behoeder.
U, die onze Moeder zijt, ) ^
U zij ook mijn lied gewijd. ) \'\'\'
Vol van gratie noemde U God, Vol van gunsten en genaden; O waar\' dit ook hier mijn lot,
Op de smalle levenspaden.
Moeder Gods! o bid voor mij,
Dat ik die steeds waardig zij. ) quot;
God is met U, welk een eer!
Wie zal U dan tegenstreven; O mocht ik ook God den Heer, Als gij, recht ter eere leven.
275
Bid. Maria, bid voor mij, ).
Dat Gods eer mijn streven zij. )
Heerlijk blonk reeds in uw jeugd,
Uw volstandig Gods vertrouwen; God beloonde uw\' stille deugd
Zeeg\'nend boven alle vrouwen. Bid, Maria, bid voor mij, ),
Dat ook ik gezegend zij. )
Ook uw goddelijke Zoon,
Onze Heer, zij mij ten zegen, Stroom\' zijn liefde en gunstbetoon
Op uw smeekgebed mij tegen. Moeder Gods! o bid voor mij, ), Dat, uw Zoon mijn Heiland zij. ) \'\'
Lieve Moeder, o mijn vreugd!
Bid voor mij, o bid voor allen. Die door Godsdienst, reine deugd.
Streven naar uw welgevallen. Bid voor ons in allen nood, ). Tot in \'t uur van onzen dood. ) quot;
276
40. Loflied aan de Moeder van barmhartigheid.
Salve Regina.
AVees gegroet, o Koninginne! Moeder, gij vol teed\'re minne. Gij ons leven, hoop, zoo zoet. Wees, Maria! wees gegroet; Bid voor ons, Maria!
\'. ■! m
.71a
Zij Haa [Is c Is O
A cl Wij
Gij,
Oij Mai-
Hoi Nee Heb Oij
En
\'t Is tot ü dan, dat wij vluchter,,
IOnder tranen en veel zuchten;Onder tranen en veel zuchten;
Tot u rijst ons klaaggeschal In dit aardsche tranendal; | j Bid voor ons, Maria!
Moeder wil nu voor ons spreken, \'t Goedig oog slaan op ons smeeken. Gij, die altoos voor ons pleit, Moeder van barmhartigheid! Bid voor ons, Maria!
En na dit ons ballingsleven.
Toon ons Jesus, hoogverheven, Heil\'ge vrucht van uwen schoot; Toon Hem ons bij onzen dood; Bid voor ons, Maria!
ÜL
G-oede Moeder vol ontferming!
Toon ons, kind\'ren, uw bescherming, O gij Maagd! zoo vroom, zoo zoet, Wees, Maria! wees gegroet; Bid voor ons, Maria!
41. Lied op den Naam van Maria.
Wijze : o Moeder Gods, o reinste Maagd!
jlTIaria\'s naam, die \'t hart verblijdt. Zij dit ons dankbaar lied gewijd ;
Haar moedernaam zoo zoet, zoo groot, lis ons een troost in allen nood,
jls ons een kracht tot in den dood.
Ach! bij uw moedernaam zoo zoet, Wij bidden U, dat ge ons behoedt; pij, die de helslang hebt verplet, 9ij zijt het, die door uw gebed,
Maria! uwe kind\'ren redt.
Roep ik tot U in zielsverdriet,
Neen, Moeder! gij verstoot mij niet; Hebt gij van ons uw naam verstaan, Grij ziet ons uit den Hemel aan. En ongetroost laat ge ons niet gaan.
278
In allen nood, tot in den dood, Weerklinkt uw naam, zoo zoet, zoo groot Wie weet niet, dat gij \'t kind aanschouwt Dat op uw moedernaam vertrouwt. Naast G-od op U zijn hope bouwt.
Ach zegen dan deez\' pelgrimschaar,
Hier biddend bij uw feestaltaar:
Aan U, die aller Moeder zijt.
Wier zoete naam ons hart verblijdt, Zij dit ons dankbaar lied gewijd.
42. Ter eere van fllaria.
Wijze : o Beeld der schoone liefde.
O beeld van \'t reinste leven,
Maria, Jozefs Bruid! Zoo wij ons hart u geven,
Gij deelt uw gunsten uit. Ach, dat ik u beminne,
In blijdschap en in smart; Druk diep, mijn Koninginne ! Uw beelt\'nis in mijn hart.
O Jozefs Bruid, mijn Moeder ! Mijn trouwe toeverlaat!
Werd niet uw Zoon mijn Broeder, Die nooit uw beê versmaadt?
Ach, dat ik u beminne, enz.
Ach, was ik rein van zonden, O vlekkelooze Maagd!
Ik zou uw lof verkonden.
Gelijk het u behaagt.
Ach, dat ik u beminne, enz.
\'k Zou met uw trouwe scharen, En \'t juichend hemelheer.
Mijn dankbaar loflied paren. En jub\'len u ter eer.
Ach, dat ik u beminne, enz.
Helaas! hoe moet ik klagen. Dat ik onwaardig mensch,
U zóó niet kan behagen.
Gelijk ik \'t vurig wensch.
Ach, dat ik u beminne, enz.
Maar \'k wil mij alle dagen,
Mijn Moeder! u ter eer,
Godvruchtiger gedragen,
En dienen mijnen Heer.
Ach, dat ik u beminne, enz.
280
43. Smeeklied tot Maria voor de Overledenen.
Wijze; O vijf wereld Hare lichten!
Uit de diepe boetekolken
Dringt de weeklacht naar de wolken, Al der dooden, die dit uur Lijden in het lout\'rend vuur: t Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade!
Sla hun smart\'lijk zuchten gade. Ach, wil hun ten toevlucht zijn, In hun onuitspreekb\'re pijn : Bid voor hen, Maria!
Zij daar in hun onvermogen.
Klagen ons met smeekende oogen: „Wist gij, die op aarde zijt,
„Wist gij, wat een ziel hier lijdt!quot; t Heer! ontferm U hunner.
En gij. Moeder der genade! enz.
Zij, ach! die zoo droevig klagen,
\'t Zijn onze ouders, kind\'ren, magen, \'t Is een ziel, — ach wat verwijt! — Die door ons die smarten lijdt!... t Heer! ontferm U hunner!
En gij. Moeder der genade! enz.
281
Wil, genadig God! vergeven
Wat zij tegen U misdreven,
Eindig, eindig hunne straf,
Wisch hun laatste smetten af; t Heer! ontferm TJ hunner.
En gij. Moeder der genade! enz.
Laat hen, die toch U beminden,
Laat hen nu ontferming vinden: Om het lijden van uw Zoon,
Geef hun \'t langverbeide loon; t Heer! ontferm U hunner.
En gij. Moeder der genade! enz.
Geef hun, die in kerkernachten
Naar uw Vaderblik versmachten.
Geef hun in uw aangezicht De eeuw\'ge rust en \'t eeuwig licht: t Heer! ontferm U hunner.
En gij. Moeder der genade! enz.
Nóg eens, voor U neergebogen,
Smeeken we U: Heb mededoogen! Voer hen uit den langen nacht In de glorie die hen wacht:
t Heer! ontferm U hunner.
En gij, Moeder der genade! enz.
282
44. Laat ons Maria prijzen.
Komt, spoedt u! komt Maria prijzen:
Zij is zoo groot;
Met snaar en stem haar eer bewijzen, Tot aan den dood.
Broeders, zusters! zwijgt nu niet. Zwijgt Maria\'s grootheid niet;
Maar verheft haar in uw lied,
AVees gegroet, wees gegroet, wees ge-
[groet, Maria!
Lokt uit uw speeltuig zoete klanken!
Zij is zoo goed;
En laat uw stem haar zingend danken.
Met blij gemoed.
Broeders, zusters! enz.
Vlecht, maagden! om Maria te eeren
Een leliekrans;
Eens moge uw leliewit verkeeren
In hemelglans.
Broeders, zusters! enz.
o Moeders! reeds uw zuigelingen
Aan Haar gewijd ;
Gij moogt Maria\'s zorg bezingen;
Zij waakt altijd.
Broeders, zusters! enz.
283
Gij, vaders, moede van het zwoegen, Zingt Haar ter eer;
\'t Wordt offerand en zielsgenoegen; Wat wilt gij meer?
Broeders, zusters! enz.
o Jong\'ling! wijd uw schoonste jaren Aan deze Maagd:
Zij redt uw onschuld uit gevaren, Zoo gij het vraagt.
Broeders, zusters! enz.
Wanneer de schapen veilig grazen In klaverwei,
Dan moet de herder loflied blazen Op zijn schalmei.
Broeders, zusters! enz.
En, scheepling! komt na \'t stormgeklater De kalmte weêr,
Bezing dan vrij, voor lucht en water, Maria\'s eer.
Broeders, zusters! enz.
Wanneer de dagtoorts met haar stralen In \'t Oosten glimt,
Zij hoore, hoe tot Haar driemalen Het Ave klimt.
Broeders, zusters! enz.
284
En spreidt de zon in \'t heete Zuiden Haar glans en gloed,
Dan moet de bedeklok weer luiden Ten Eng\'lengroet.
Broeders, zusters! enz.
Maar zinkt het licht naar de avondlanden, En daalt de nacht,
Heft dan tot Haar uw hart en handen: Groot is haar macht.
Broeders, zusters! enz.
Wij op deez\' aarde vreemdelingen, Gaan bevend voort;
Zij leidt ons, die haar liefde zingen, Naar \'t Vaderoord.
Broeders, zusters! enz.
45. Marialied.
Wij groeten U, o Leliebloem!
Maria, bid voor ons. Zij onze wellust, onze roem, Maria, bid voor ons.
Geheel de Hemel was v(
Maria, bid voor ons.
Toen gij uit stof geboren zijt Maria, bid voor ons.
De Vader schonk IJ reine deugd
Maria, bid voor ons. De Zoon de stille hemelvreugd
Maria, bid voor ons.
De Heilige Geest, uw Bruidegom,
Maria, bid voor ons. Omstraalde U met zijn gunst alom Maria, bid voor ons.
46. Slaria, hulp in allen nood.
Wijze: O, vijf werelds klare lichten!
(Vrouwen.)
Wie kan \'s werelds wee ontvluchten, Wie moet niet in smarten zuchten? Ja, \'t is hier een tranendal.
Waar men immer weenen zal: Wie zal ons beschermen?
286
(Allen.)
Pelgrim! laat, laat af van klagen,
Ga Maria hulpe vragen En vertrouw! want haar gebed Heelt zoo menigeen gered!
Zij zal u beschermen.
Waar ik wende mijne schreden,
Naar de velden, naar de steden,
Overal is ramp en druk,
Overal is ongeluk:
Wie zal ons beschermen?
Pelgrim! enz. als boven.
Ginds zijn kreup\'len, lammen, blinden,
Hier is ziekte en pijn te vinden: Werwaarts ik mijne oogeu wend, Overal zie ik ellend\'.
Wie zal ons beschermen?
Pelgrim! laat, laat af van klagen, enz.
Doet de dood geen tranen vloeien
En een tal van jamm\'rèn groeien, Schoon hij ook de grenspaal is Van des levens droefenis:
Wie zal ons beschermen?
Pelgrim! ensj,
2S7
Had ik rampen slechts te vreezen, o \'t Zou nog te dragen wezen:
Maar de duivel briescht ook rond ; Dreigt mijn ziel op ellcen stond; A\\7ie zal ons beschermen?
Pelgrim! enz.
Hier door \'t zondig vleesch geprikkeld, Daar in oogenlust gewikkeld,
Dan weer door de hoovaardij, Nimmer van bekoring vrij:
Wie zal ons beschermen?
Pelgrim! zwijg, enz.
Wat, wat stem gebiedt mij \'t zwijgen ? Zou ik ook nog hulp verkrijgen Als ik \'t aan Maria vraag,
Vurig bid en niet meer klaag? Zal zij mij beschermen ?
Ja, gij kunt met vol vertrouwen,
Zeker op haar voorspraak bouwen Want haar moederlijk gebed Heeft reeds menigeen gered :
Zij zal u beschermen.
288
47. Pelgrlmsgroet aan Slttard.
Wijze: Tantum Ergo.
Wees gegroet, o uitverkozen
Sittard, door den Heer gekroond, Schoon als met een kroon van rozen,
Die ons Jesns\' liefde toont,
Nu de Hoop der hopeloozen Zeegnend in ons midden woont.
quot;Wees gegroet, o Stad vol zegen
Door de Moeder van den Heer, Die uit U ons allerwegen
Jesus\' godlijk Hart ter eer.
Zijn genade, als lenteregen.
Toe doet stroomen, immer meer.
Wees gegroet, benijdbre Stede,
In ons Vaderland de troon Van de liefde, van den vrede
Door de Moeder bij den Zoon.
Jubel met de pelgrims mede, \'t Pelgrimslied mint jubeltoon.
Wees gegroet, die door den Heere \'t Heiligdom der kindren werd. Door de Moeder, \'t Kind ter eere,
289
Nadrend tot zijn godlijk Hart, Dat ons vrede en liefde leere,
Vrede in vreugde, liefde in smart.
Sittard, hoor die jubeltoonen,
En aanvaard dien pelgrimsgroet Van de ver gekomen zonen
Naar uw Glorie heengespoed.
Zalig, zoo Zij \'t lied wil kroonen, Ivroonen, als een Moeder doet.
48. Iiled te Sittard. vóór het offeren der Kaars.
Weest welkom. Broeder leden !
In Sittards heiligdom;
Stort lofzang en gebeden,
Toont dat uw liefde klom. o Moeder zonder smet!
o Heilig Eng\'lenkoor!
Dringe uw en ons gebed Vereend tot Jesus door.
Hoe zoet is \'t, hier te midden
Aran broed\'ren zonder tal. Hem openlijk te aanbidden,
■
- ■ A
19
290
Die Heer is van \'t Heelal! o Moeder zonder smet! enz.
Hoe zoet is \'t zonder schromen
Voor smaad of spotternij, Lofzingond saam te komen, In lange pelgrimsrij! o Moeder zonder smet! enz.
Hetzij we in dichte scharen
Bij loflied en gebeên, Of zwijgend saam vergaren; Ons aller doel is één.
o Moeder zonder smet! enz.
Gods Moeder zalig spreken,
Tot glorie van haar Zoon;
Haar vragen, dat ze ons smeeken Hem aanbiede op zijn troon, o Moeder zonder smet! enz.
Wordt straks door maagdenhanden
Ons offer aangebracht, Ei
\'t Zal haar ter eere branden.
Bij dag en ook bij nacht. Ja
o Moeder zonder smet! enz. De
291
o Dat het haar behage, Het offer onzer min; Wij roepen telken dage Haar hooge voorspraak in. o Moeder zonder smet! enz.
Weest welkom, Broederleden!
In Sittard\'s heiligdom;
Stort lofzang en gebeden, Toont dat uw liefde klom. o Moeder zonder smet! enz.
49. Afscheidslied te Sittard.
Vaarwel, vaarwel wij scheiden,
o Dierbaar heiligdom !
Kon hij hier langer beiden
Nog bleef de pelgrimsdrom.
Maar, Moeder Gods! blijf gij ),. De U trouwe pelgrims bij. ) 18\'
Doch schoon wij huiswaarts keeren,
Wij laten \'t haite hier:
En wat ons ook moog deeren
Trouw schut ons uw banier. Ja, Moeder Gods ! blijf gij ). .
De U trouwe pelgrims bij. ) IS\'
292
o Mocht hij, wie vermeten
Durft spotten met ons lied, o Mochte hij eens weten. Wat hier de ziel geniet, o Moeder G-ods! bid gij Voor spotters zoo als zij.
Wij zullen \'t luid verkonden,
Als wij zijn weergekeerd, Hoe hier uit duizend monden Gods Moeder wordt vereerd. Maar, Moeder Gods! blijft gij. De U trouwe pelgrims bij.
Door onze vaderdreven
Weerklinke \'t pelgrimslied ; En neen, zoo lang wij leven,
Zwijgt onze lofzang niet! Maar, Moeder Gods! blijf gij De U trouwe pelgrims bij.
Moge, aller hart ontgloeien,
Maria! in uw min. De godsvrucht tot u bloeien, In \'t Christlijk huisgezin! o Moeder Gods! blijf gij, De U trouwe pelgrims bij.
293
Vaarwel, vaarwel, wij scheiden
Van Sittards heiligdom;
Moog God ons hier weer leiden.
Met nog veel grooter drom ! Dan, Moeder Gods! zijn wij, ), . Uw trouwe pelgrims, blij. ) IS\'
50. O Moeder Gods.
O, Moeder Gods! O, reinste Maagd! Naar \'t voorbeeld onzer vaadren
Vertrouwen wij nooit vruchteloos U smeekende te naadren.
Wij bidden U, o Koningin,
Wend minzaam toch uwe oogen
Van \'t glorielicht, waarin Gij troont, Op ons, in \'t stof gebogen.
Wij zuchten in dit tranendal Van noodgevaar omgeven.
En moeten vaak in druk en smart En bange zorgen leven.
Maar Gij, o troost, o hulp in nood, Wil onzer U erbarmen,
294
En klem ons, voor \'t gevaar beschut, In uwe moeder-armen !
De duivel zoekt, ons ten verderf.
Zijn strikken uit te zetten.
Maar Gij, o kom, wil met uw voet Zijn helschen kop verpletten.
De wereld tracht door schijngeluk Ons aan de deugd te onttrekken;
Maar geef dat wij nooit onze ziel Door \'t aardsche slijk bevlekken.
Het vleesch is zwak en steeds geneigd Geneugten na te jagen.
Maar bid dat wij als \'t hoogst geluk God zoeken te behagen.
Maria, bid, bid uwen Zoon,
Dat wij, hoezeer omgeven
Van zonde en kwaad, toch immer rein, quot;Voor Godes aanschijn leven.
O bid dat wij, aan \'s levens eind, In Jesus\' liefde sterven;
En na den dood, met U vereend. Het rijk des Hemels erven.
295
51. Se kindereu van Karia.
Wij allen zijn Maria\'s kindren,
Onder \'t kruis nam Zij ons aan;
Zijn wij bij Haar, niets kan ons hindren, En onz1 harten zijn voldaan!
Maria,
Allen zijn we uw kindren;
Maria
Lacht ons als Moeder aan.
We aanschouwen U, met de armen open, De hand omstraald met \'tnoodig gratie-licht: Wat mag uw kind van U niet hopen? God heeft uw troon naast zijnen troon
[gesticht.
Wij allen zijn Maria\'s kindren, enz.
Een sterrenkrans blinkt om uw schedel, Uw glans verdooft den felsten zonnegloed,
Gij trapt de maan, zoo lief, zoo edel: De helsche draak ligt plassend in zijn bload. Wij allen zijn Maria\'s kindren, er-
Komt schrik ons teeder hart bespringen Op \'t zien van satans list en boos geweld.. Wie kan ons uit uw armen wringen?
296
Uw liefde, uw macht is tnsschen ons gesteld.
Wij allen zijn Maria\'s kindren, enz.
De wereld toont haar broze goedren, Roemt \'t schijngeluk, dat hare minnaars
[streelt,
Terwijl Gij, Moeder aller moedren. Het ware goed aan uwe kindren deelt.
Wij allen zijn Maria\'s kindren, enz.
Weg, ver van hier, gij schandvermaken. Die lach en dans met zucht en tranen paart.
Men kan uw dooden gift niet naken, Waar Jesus\' liefde ons ware vreugde gaart.
Wij allen zijn Maria\'s kindren, enz.
Trek steeds tot U ons hart en zinnen, O Koningin van \'t zalig Hemelhof,
Dat wij, naast Jesus, ü beminnen. En eeuwig meer verheffen uwen lof.
Wij allen zij a Maria\'s kindren, enz.
52. Toewijding aan Maria.
Moeder vol van teederheid. Vol van zoete Majesteit,
297
Ons leven, hoop en vreugd, U wijden we onze jeugd.
Onze gansche levenstijd. Moeder, zij U toegewijd ; Dan wachten wij voor loon Een onverwelkbre kroon.
Die zijn leven IJ maar schenkt Door den ouderdom gekrenkt. Schenkt een verwelkte roos. Beroofd van geur en bloos.
Ook van uwe teedre jeugd Bloeidet Gij in reine deugd; Dit noemt men niet in schijn, Maar echte kindren zijn.
Geef, o lieve Moeder, geef, Dat in ons uw liefde leev\'. Getrouw in vreugd en nood, Getrouw, ja, tot den dood.
298
53, Vreugd der kinderen van Maria onder hare bescherming.
allen.
Kindren van Maria,
Zwaait de zegevaan;
Zingt het alleluja,
Nooit kunt gij vergaan!
vrouwen.
Uit haar open handen Vloeit een zegenstroom;
Maar op zielsvijanden Slingren zij den schroom.
(Allen) Kindren van Maria, enz.
Leger in slagorde, Vol ontzaglijkheid,
O! verplet de horde,
Die ten afgrond leidt.
Kindren van Maria, enz.
Voorbodin der zonne,
Schoone dageraad,
Die \'k mijn harte gonne, Met een blij gelaat.
Kindren van Maria, enz.
299
Licht in duisternissen,
Schoon en lieflijk licht, Kan men \'t voetpad missen,
\'t Oog op U gericht? Kindren van Maria, enz.
Mild in zegenstralen,
Zonne der natuur;
Moeder, kom ons halen
In ons stervensuur. Kindren van Maria, enz.
54. Kind\'reu van Maria.
(Allen.)
Kind\'ren van Maria!
Op uw pelgrimsbaan, Zingt het Alleluja,
Heft het loflied aan.
vrouwen.
Op haar moederbede
Tot haar Zoon en Heer, Daalt Zijn liefde en vrede In de harten neêr. (Allen) Kind\'ren van Maria! enz.
300
\'s Vijands legerscharen Vlieden vol van schrik;
Ons blijft zij bewaren Met haar moederblik
Kind\'ren van Maria! enz.
Haar zijn wij gegeven,
Toen haar Jesus stierf,
En ons \'t eeuwig leven Door zijn dood verwierf.
Kind\'ren van Maria! enz.
Roept op al uw wegen,
Roept uw Moeder in:
Nooit, neen, zonder zegen Laat zij haar gezin.
Kind\'ren van Maria! enz.
Moeder! blijf ons leiden Naar de hemelwoon;
Breng ons, bij \'t verscheiden. Tot uw God en Zoon.
Kind\'ren van Maria! enz.
301
55. De Sleimaand.
EEPREIN.
Kindren van Maria.
Zingt haar lof om strijd; \'t Is de maand, uw Moeder Liefdevol gewijd.
Ziet, haar vlekloos Harte Gloeit van moedermin Alles wil ze u schenken, Vraagt met kinderzin. Kindren van Maria, enz. (refrein)
Uit haar open handen Stroomt een zegenvloed. Dauwt de zoetste balsem In \'t bedrukt gemoed. Kindren van Maria, enz. (refrein)
Vraagt; gij zult verkrijgen Want de Moedermaagd, Weigert in de Meimaand Niets wat gij Haar vraagt. Kindren van Maria, enz. (refrein).
302
56. Maria beminnen is een geluk.
o Ja ik min Maria veel en teder,
Ook zij mint mij; mijn hart is van haar vol.
Ze is rein en schoon gelijk het schoonste
[weder.
Ach dat mijn borst steeds meer van
[liefde zwol! o Moeder onzes Heeren,
Gelukkig die U eeren!
Gelukkig hij, die U zijn harte wijdt,
Hij is voortaan van smart en leed bevrijd!
\'k Veracht en smaad de dwaze wereldlingen, \'k Benijd hun geld en hun vermaken niet, Maria\'s Hart heeft reiner zegeningen.
Gelukkig hij, die hare gunst geniet! o Moeder, enz.
Gelukkig uur, wanneer \'t mij werd gegeven Om
Het teeder Hart Maria\'s ga te slaan, i
Alsdan ontving mijn hart een beter leven, Ma?
\'tKan in haar dienst onmooglijk kwalijk z
[gaan. Bij
o Moeder, enz. : Wa;
E L(
Nc
303
Wanneer ik zucht wijl eenig kruis mij
[hindert,
Dan spreek ik ras Maria\'s heilnaam uit, En aanstonds wijkt mijn droefheid of
[vermindert,
o Zoete naam, die al mijn tranen stuit! o Moeder, enz.
Leent aan mijn beê Maria gunstig de ooren. Dan zal mijn ziel voortaan aan niemand
[meer,
Na Jesus, dan Maria toebehooren.
Tot dat ik eens haar in den Hemel eer. o Moeder, enz.
57. O. L. Vrouw in \'t Zand.
Wijze: Lieve Moeder van den lieer.
Onze Lieve Vrouw in \'t Zand,
Hulp der Christnen, heil der kranken. Maagd, geroemd door heel het land,
Zingend komen wij U danken.
Bij uw heerlijk wonderbeeld, ), . Waar Gij zooveel gunsten deelt. ) quot;
304
Door dat Beeld, hier in de wel
Door een herder eens gevonden, Stichttet Gij uw bidkapel,
Waar de wondren luid verkonden Dat G-ij, Maagd, ten allen tijd, Uit genade almachtig zijt.
Blijf dan. Hemelkoningin,
Hier uw blijde gunsten schenken Blijf, gekroonde Rijksvorstin,
Hier uw kinderen gedenken;
Toon ons steeds uw milde hand. Onze Lieve Vrouw in \'t Zand.
58. Avondgroet tot Maria.
Maria\'s beeld, te midden
Van vroolijk schittrend licht, Noodt ons te komen bidden Bij \'t altaar haar gesticht. Komt, laat ons tot Haar ijlen. Een kleine poos daar wijlen. Maria, Maria, Moeder, zegen ons.
305
Wij vallen aan uw voeten,
Neem ons genadig aan ; Ontvang nog onze groeten
Voor dat wij huiswaarts gaan. Dan gaan wij blij te moede, Vertrouwend op uw hoede.
Maria, Maria, Moeder, zegen ons.
U wijden we onze harten
Voor \'t goede, dat ge ons doet, In blijdschap en in smarten,
In voor- en tegenspoed,
Steeds willen we IJ vereeren. En uwen roem vermeeren.
Maria, Maria, Moeder, zegen ons.
Stort, met uw moederhanden.
Uw zegen op ons neêr; Verbreek des zondaars banden
En breng tot God hem weèr. Dan ziet Ge ons morgen weder, O Moeder, goed en teeder !
Maria, Maria, Moeder, zegen ons.
-
^0
306
59. Maria! woes gegroet.
EENIGEN.
Maria! wees gegroet.
Maria! wees gegroet.
Kom nog een tweede maal,
Kom, nog een honderdmaal!
Maria! wees gegroet.
Allen. Maria! wees gegroet.
Welaan nog duizendmaal,
Neen, zonder eind of paal: (\') Van eiken serafijn, ^
Van eiken cherubijn; s:
Van gansch het Englenkoor, s\' \'t Klink\' heel den hemel door: amp; Van ieder steen hoe klein, % : Van ieder korengrein : S\':
Van \'t bloempje langs den stroom, \'J Van \'t blaadjen op den boom: c Van \'t kleinste spiertje gras,
Van \'t diertje uit \'t kleinste ras: Van heel het voglenheer,
Van \'t kleinste vischje in \'t meer : Kortom! van al wat leeft,
(\') Na elk vers herhalen; Maria! wees gegroet, i
307
Van alles wat er zweeft: Van ieder aardsche vrucht, Van water, vuur en lucht: \'k Laat U ook kiezen vrij Wat U behaagt in mij: Dan hoop ik na mijn dood Te zingen in uw schoot.
60. Maria\'s Naam.
O Naam! zoo zoet in de ooren
Van wie Maria mint, O Naam! zoo innig dierbaar.
Aan \'t harte van uw kind... Geef dat uw Naam, Maria,
Steeds in mijne ziele leef. En stervend op mijn lippen Uw Naam, o Moeder zweef.
0 Naam! die de Onbevlekte In al haar grootheid prijst, 0 Naam! die op de Moeder Der zeven smarten wijst.
G-eef dat, enz.
3(i8
O Naam! die ons de liefde
Der Lieve Vrouwe noemt; O Naam! die \'t alvermogen
Der Koninginne roemt. Geef dat, enz.
O Krijgsleus in liet strijden O Hulpkreet in den nood; O Onderpand der zege
In leven en in dood!
Geef dat, enz.
61. Aan Maria.
Wat spreiden die lichten
Een heerlijken glans; AVat vormen die bloemen
Een lieflijken krans; Wat wordt er epn pracht
En een luister ontplooid. Ter eere der Vrouwe Met zonlicht getooid!
Er klinkt over de aarde
Een juichtoon, een lied: J-Iet stijgt door de wolken
309
In \'t starrengebied; Het dringt tot de koren
Der hemelen door ; De zaligen zingen Ons feestlied in koor.
„Gegroet Gij, o reine, O vleklooze Maagd, Die eenig volkomen
Aan God hebt behaagd. Gegroet Gij, o lelie.
Van doornen omringd,quot; Zoo jubelt het hart dat Zijn Moeder bezingt.
Tot God stijgt die juichtoon
Van lof en van dank ; Om Jesus, om Hem is
Die lelie zoo blank. Ons lied moge klinken
Maria ter eer :
Ons loflied verheerlijkt Haar Zoon; onzen Heer.
310
62. Angelus.
Wijze: Ave van Lounles.
EENIGKK.
Gezant tuin Maria
is de Engel geweest; En zij heeft ontvangen
van den Heil\'gen Geest.
ALLEN.
Gegroet, gegroet,
Maria! gegroet; Gegroet, gegroet,
Maria! gegroet.
EENIGEN.
Zij sprak: „Zie de dienstmaagd
des Heeren, zij hoort; „Het moge geschieden
aan mij naar uw woord.quot;
Allen, als hoven.
EENIGEN.
En vleesch is geworden
het Woord, God de Zoon,
311
En nam in ons midden
zijn blijvende woon.
Allen, als hoven.
EENIGEN.
Wil gij voor ons bidden,
die God hebt gebaard, Zoo worden wij Christus\'
beloften eens waard.
ALLEN.
Gegroet, gegroet, enz.
63. laoflied ter eere van den H. Jozef.
Wijze : Lieve Moeder van den Heer.
AVees gegroet op blijden toon,
Heiige Jozef, trouwe Hoeder Van Gods menschgeworden Zoon, Van Maria, zijne Moeder;
Heiige Jozef, bid voor mij, )^s Dat ik uw beschermling zij. ) \'
God zag op uw eenvoud ueer.
Schonk U immer meer genaden. Ja, met U was steeis de Heer
312
Op uw harde levenspaden :
Heiige Jozef, Md voor mij, ) ^ Dat met mij ook Jesus zij. )
Jozef, o wat heeft \'CJ God Hoog gezegend, hoog verheven!
Neen, zoo zegenrijk een lot Werd geen man hier ooit gegeven! Heiige Jozef, Md voor mij, )^.g
Dat ook ik gezegend zij. ) \'
Voedstervader van Gods Zoon, Wil mij toch gen i verwerven; Bid voor mij steeds voor Gods troon Nu en in het uur van sterven :
Heiige Jozef, Md voor mij, ),. Dat ik sterve zoo als Gij. ) 1 \'
64. Smeekgebed aan den H. Jozef.
Wijze; Vader Pius.
Heil\'ge Jozef! trouwe Hoeder
Van uw Godlijk Voedsterkind, Die uw Jesus heel uw leven Onuitspreeklijk hebt bemind: Heil\'ge Jozef! vraag dat wij \\ j. Hem beminnen zoo als gij. i 1
Heil\'ge Jozef! die uw\' Jesus
In uw stulpje met ü hadt,
Vaak van d\' arbeid tot Hem opziend, Stil en innig Hem aanbadt: Heil\'ge Jozef! vraag dat wij |
Jesus dienen zoo als gij. ]
Heil\'ge Jozef! door Gods Zone In uw ned\'rig werk verlicht,
Daar Maria, \'t oog vol liefde Op baar Kind en Bruigom richt: Vraag dat in hun aanschijn wij / , Ons verblijden, zoo als gij. )
Heil\'ge Jozef! die in d\' armen
Van uw Bruid en Pleegkind stierft, En voor uw getrouwe liefde \'t Loon der eeuwigheid verwierft: Heil\'ge Jozef! vraag dat wij / ,. Zalig sterven, zoo als gij. j IS\'
65. Lied tot den H. Jozef.
Wijze : Vader Pins.
Heiige Jozef, vol betrouwen Brengen we U ons nedrig lied;
314
Want van aangenomen kindren
Smaadt gij \'t dringend smeeken niet, Waker van den kleinen Jesus,
Hoed ook ons in teedre jeugd; Dan gewis voor God en menschen Groeien we op in eer en deugd.
Mogen wo altoos Jesus volgen
Van de wieg tot aan het graf, Die van ootmoed en van liefde
Ons het schoonste voorbeeld gaf! Waker, enz.
Ach, bescherm ons heel het leven,
Sta ons bij in ramp en smart.
Toon ons altijd, beste leidsman.
Toon ons steeds uw vaderhart! Waker, enz.
66. Smeeklied tot de H. Rosa van Lima.
Wijze; Marias beeld.
Na \'s werelds strijd en lijden, Met Jesus\' hulp volbracht,
Geniet Gij Zijn verblijden
315
En deelt Zijn glorie-macht.
O dat nu, goede Heilige, Uw voorspraak ons beveilige,
O Pi,osa van Lima, bid, o bid voor ons.
Wij nog bij \'s levens plagen, Wij zijn in zielsgevaar;
Wij klagen niet, wij vragen,
Dat ons uw hulp bewaar\'.
O dat nu, goede Heilige, enz.
Komt Satan ons bekoren.
Lokt vleesch of wereld aan: Wil onze smeekstem hooren, Ach help! of wij vergaan.
O dat nu, goede Heilige, enz.
God kroonde uw heilig leven Met glorierijken dood:
Mocht op uw beê Hij geven.
Dat ik zalig d\' oogen sloot.
O dat nu, goede Heilige, enz.
O waar Ge in d\' eeuw quot;gen vrede Thans Jesus\' aanschijn ziet,
Verwerf mij door uw bede.
Dat ik uw heil geniet\'.
O dat nu, goede Heilige, enz.
31ö
67. Feestzang aan de HH. Apostelen Petrus en Paulus.
Het heerlijk licht der eeuwigheid Heeft zijn welzalig vuur verbreid En mild den gulden dag bespreid, Die beide Apostelvorsten kroont, Der schuld den open heilweg toont.
Gij, groote Leeraar dezer aard\'!
En gij, die \'s hemels poort bewaart! Die, Vaders, \'t nieuwe Rome sticht. En, Rechters, voor uw aangezicht De volken van uw zetels richt.
Waar d\' een door \'t zwaard zijn leven geeft. En d\' ander door den kruisdood sneeft, Yerwinnen beiden door den dood. Die hun de gloriepal men bood. En \'s levens Vorstenraad ontsloot.
O zalig Rome, als gij zijt!
Door zulk een kostb\'ren vloed gewijd; Twee Vorsten sierden door hun bloed U met zóó schoon een purpergloed, Dat g\' alle schoon hier zwichten doet.
317
Zij glorie U, Drievuldigheid! Eu zonder einde toebereid; Eer, macht en jubel U alleen, Die \'t Al regeert, van wezen één. Door al der eeuwen eeuwen heen.
68. Smeeklied aan den H. Willibrordus,
APOSTEL EN PATROON VAN NEDERLAND.
Wijze : Creator alme siderum.
O Willibrord! die van omhoog Ons gaslaat met beschermend oog,
Hoor \'t nageslacht der vad\'ren aan, Met wie gij zelf hebt omgegaan.
Zie Neerland aan, uw roem en kroon. Gij, onze Apostel en Patroon !
Hier hebt gij, moedig Godsgezant!
Hier Jesus\' heilbanier geplant.
Hier half een eeuw zijn naam verbreid. Zijn Bruid een\' zetel toebereid;
Hier door uw ijver en gebed Mijn vad\'ren uit den dood gered.
318
Ach! elfmaal ging een eeuwkring rond, Sinds gij hier Satans rijk verwent, En nu! ach meer dan \'t half geslacht, Het zonk terug in \'svijands macht.
Geliefde Vader en Patroon! Zie Neerland aan, uw roem en kroon: Bid, Willibrord! bid bij den Heer, Dat al wie doolt eens wederkeer\'.
Ach, voer hen met uw trouw gezin. Ach, voer ook hén uw glorie in:
O gii, die \'t kruis hier hebt geplant, Bid voor uw dierbaar Nederland!
69. Jubellied aan de HH. XIX Martelaren van Gorkum.
W iize: Creator ulme sidernm.
Tot U, o Grorkums Heldental! Weerklinke luid mijn lofgeschal; Tot U, door wie mijn ziel ontgloeit, Van dankb\'ren jubel overvloeit.
Gedenk ik, hoe g\' op onzen grond Uwe ooverwelkb\'re kroonen wont,
319
Dan juich ik bij uw heldenmoed: Ook ik ben van uw Neêrlandsch bloed!
Ik juich, als g\' in den dood niet buigt, Maar trouw voor \'t Hoofd der Kerk getuigt. Dat Pius die U heilig roemt.
Ook ons zijn dierbïe kind\'ren noemt.
Ik juich, als gij zoo onversaagd Maria Moeder prijst en Maagd,
En onze en \'sHemels Koningin: Verrukt stemt heel mijn ziel het in!
Maar sterft gij voor \'t Geheimenis Waar Jesus zelf ons voedsel is: Dan naamloos is mijn ziel verblijd, Dat ik het ook met U belijd.
Dat ik met U één God, één Heer, Eén Geest, één lichaam, doop en leer In de ééne Moederkerk beken, En onverdiend haar kind ook ben.
Drie eeuwen vloden sedert heen, En ons en uw geloof is één:
O voer\' het, bij één hoop, één min, Ook ons uw Kerk der glorie in!
320
70. Eereboete-Lied, in vereeniging met onze HH Martelaren van Gorkum.
Wijze: Vees gegroet op kindertoon.
Jesus! Offer van \'t altaar,
U, door \'t ongeloof bestreden,
U, door Gorkums Heldenschaar Tot hun jongsten snik beleden;
Jesus! U zij lof bereid,
Nu en tot in eeuwigheid. ) \'\'
U, in \'t Heilig Sacrament Ons ten gastvriend spijs en leven,
U, door \'t ongeloof miskend.
Door uw Mart\'laars hoog verheven: Jesus! U zij lof bereid, )^ Nu en tot in eeuwigheid. )
\'s Vaders en Maria\'s Zoon!
Ach! wat al ondankb\'ren steken
Zoon en Moeder naar de kroon? Wij dan met uw Mart\'laars spreken: U en haar zij lof bereid, ) ^ Nu en tot in eeuwigheid. )
Hemelkoning! ook gehoond In d\' uw dierb\'re vriendenkringen,
321
Die Gij met uw glorie kroont; Hoor ons met uw Mart\'laars zingen U en hun zij lof bereid, ). . Nu en tot in eeuwigheid. ) quot;
U, gesmaad in \'t Heilig Hoofd Der vereende Christenscharen,
U, in hem door \'t bloed geloofd Onzer trouwe Martelaren;
U en hem zij lof bereid,
Nu en tot in eeuwigheid. ) \'
Jesus! in uw Kerk bespot, Met haar macht, haar leer en leven,
U, haar Bruidegom en God!
Door uw Mart\'laars luid verheven, U en haar zij lof bereid,
Nu en tot in eeuwigheid. )
IT, voor wien zich alle knie Over \'t gansch heelal moet buigen,
Dat het U dan hulde biê Met uw Heil\'ge Bloedgetuigen :
ü zij aller lof bereid, ),.
Nu en tot in eeuwigheid. )
21
322
71. Pius-Lied.
Vader Pius, die op aarde
Ons tot steun waart in den strijd, Die, bij al wat zorgen baarde
Door Uw glimlach hebt verblijd. Steun ons nu ook door uw voorspraak.
Red ons uit des vijands macht; Schenk ons hier een zoeten voorsmaak Van hetgeen Gods strijders wacht.
Aller oogen zoeken Rome
Waar Paus Leo U vervangt,
Ieder denkt, wat zal er komen,
Doch geen vrees uw kroost bevangt. Neen, langs aarde en hemelbanen
Klinkt een lied van lof en dank. Weg met vreeze, weg met tranen, Hier bazuin en harpeklank.
Vader Pius won de glorie,
Aran een onvergangbre kroon En juicht blij om zijn victorie
In den glans der hemelwoon.
Jesus, die hem hier zag strijden
Voor het volk hem toevertrouwd, Schonk hem daar voor alle tijden. Voor die doornen \'t hemelgoud.
323
Vader Pius leid de schreden Van uw zonen op het pad Steeds zoo trouw door U betreden,
_Hoe gij ook te kampen hadt. Bid, dat wij steeds zonder vreezen, Immer trouw aan God en plicht, Doen wat gij ons hebt gewezen. Zonder dat ons hart ooit zwicht!
72. Smeeklied voor onzen Heiligen Vader den Paus.
Wijze : O, beeld van \'l reinste leven. vrouwen.
U, Moeder! nooit volprezen,
U zij ons pelgrimslied.
Nu nog één gunst bewezen: Gij smaadt deez\' bede niet.
ALLEN\'.
t Wij smeeken U te gader, Zooveel ons hart vermag:
Geef Leo, onzen Vader,
Een blijden zege-dag.
vrouwen.
Gij schonkt in \'t beêvaart-vieren Ons reine zielevreugd:
324
Zoo blijve uw gunst ons sieren Met vlekkelooze deugd.
allen.
Wij smeeken U te gader, enz.
vbouwen.
Maar ach, maar ach! wij vreezen, Zoo zwak toch is uw kind;
Wil onze Moeder wezen,
Beminnend en bemind, t Allen.
Al de eer, deez\' beêvaarttijden U door Gods Kerk gedaan.
Wij komen \'t zaam ü wijden. En bieden \'t heden aan. t
Wil \'t oord en beeld gedenken, Dat uw triomfen meldt.
Der Kerk de zege schenken. Die ons uw liefde spelt, t
U, Moeder! nooit volprezen,
U zij dit beêvaartlied;
Nu nog één gunst bewezen: Gij smaadt deez\' bede niet. t
i:
,
325
73. Gulden levensregelen.
Wijze: o Moeder Gods.
Welzalig die op God vertrouwt,
En op geen hulp van menscben bouwt; Onmooglijk toch breekt God zijn woord Van menschen is dit wel gehoord.
Bewaar uwe eer, hoed u voor schand\': Eer is voorwaar een kostbaar pand; Zoudt ge op verkeerde wegen gaan. Dan is het met uwe eer gedaan.
Verleent u God soms overvloed.
Verhef u niet_ op \'t aardsche goed;
Niet daarom is \'t u toevertrouwd,
Maar dat ge er Hém mee dienen zoudt.
Laat vroomheid, meer dan goud of goed Gevallig zijn aan uw gemoed;
Want als u \'t aardsche goed ontschiet, Verlaat u nog de vroomheid niet.
Gedenk den arme t\' allen tijd.
Als gij van God gezegend z\'ijt;
Opdat niet ü zij weggelegd. Wat Christus van den Rijkaard zegt.
326
Heeft iemand u iets goeds gedaan, Zoo denk er altijd dankbaar aan, En ziet ge uw broeder in \'t verdriet, Onthoud hem uw vertroosting niet.
Werk in de dagen uwer jeugd Met onvermoeide vlijt en vreugd; Want is de stroeve grijsheid daar. Dan valt u de arbeid al te zwaar.
Verlaat u soms het wuft geluk, O dat het niet te zeer u drukk\': Begin en eind\' zijn niet gelijk,
Doch allereerst: Zoek \'t hemelrijk!
Zie toe, dat u geen drift ontvlamm\'. Noch alle beuzeling vergramm\'; De drift verblindt, en onderscheidt Geen recht van ongerechtigheid.
Vlucht alle praal en hoovaardij. Opdat het niet uw onheil zij ; Zoo menig had niet diep gezucht. Was praal en hoovaardij gevlucht.
Beraad u wél: de tijd is boos. De wereld valsch en goddeloos;
327
Hangt ge onbedacht der wereld aan, Het wordt niet ongestraft gedaan.
Doe steeds wat recht is voor Gods oog Dat op u neerziet van omhoog;
Trek u geen blaam van menschen aan Want wie heeft allen ooit voldaan?
Zorg altijd, dat ge n wél bezint, En \'t einde ziet eer gij begint ;
Want eerst gedaan en dati bedacht. Heeft velen in veel leed gebracht.
De dwaze steunt op tijd\'lijk goed. Dat als een schaduw henenspoedt; De wijze zoekt wat niet vergaat. En kiest zijn God ten toeverlaat.
Roep God in al uw nooden aan, Die, naar zijn woord, u bij zal staan; Gewis! Hij redt uit nood en dood Wie trouw volbrengt wat Hij gebood.
Imprimatur.
Amsielodami, F. T. H. v.vx Oamp;Tiior,
die 31 Maji 1880. Lihr. Censor.
INHOUD.
Mladz
Opdracht aan Maria...... 3
Aan de godvruchtige Pelgrims . .
Kort onderricht over de devotie tot Ü. L. Vrouw van het H. Hart
Het opstaan........
Morgengebed.........
Litanie van den Allerh. Naam Jesus Het Apostolaat des Gebeds . . Dagelijksche opdracht aan \'t Godde
lijk Hart van Jesus .... Eereboete aan het H. Hart . .
Lofzang.........
Gebed van den H. Alphonsus Maria
de Liguori........
Het Memorare van O. L. Vr. van H. Hart van Jesus ....
Gebed van Pater Zucchi . . .
Gebed tot de Onbevlekte Maagd.
Gebed tot O. L. Vr. van Lourdes Schietgebeden door den dag . . 33
Avondgebed.............35
Litan ie van Maria (Latijn en Hollands) 38 Schietgebeden voor den avond . . 44
INHOUD.
Bladz.
Acte van Eereboete tot het H. Hart
van Jesus voor iederen avond. . 45 Verzuchtingen tot het Goddelijk Hart
van Jesus.........46
Gebed tot het heilig aanschijn van
Jesus..........47
Vereering der Wonden van de Schouders van Christus......48
Gebed, bij het Allerh. Sacrament in
de St. Janskerk te \'s Bosch , . 49 Tantum ergo ........ 52
Gebeden onder de H. Mis .... 53
Gebed na de H. Mis, volgens Leo XIII. 81
Biechtgebeden........82
Lofdicht tot Maria......
Communie-Oefeningen.....93
Na de H. Communie......97
Gebeden onder het Lof of de Vespers. 102 Jesus\' Hart, mijn geluk. . . . . 106 Overwegingen en gezegden van Heiligen over de devotie tot het Goddelijk Hart van Jesus .... 108 Devotie tot het stervende Hart van
Jesus..........1 i;quot;gt;
Opdracht aan het Allerheiligst Hart van Jesus.............118
330
INHOUD.
Wad/..
Beloften van Jesus aan de Gelukzalige Margaretha Maria Alacoqne . 120 Litanie ter eere van het Allerheiligste
Sacrament des Altaars . . . . 121 Litanie tot het Allerheiligste Hart
van Jesus.........126
De geestelijke Communie .... 130 Acte van toewijding aan het Heilig
Hart van Jesus.......138
Opdracht van zich zeiven aan het
Hart van Jesus.......134
Het Godslampje.......135
Litanie tot Onze Lieve Vrouw van
het 1-1. Hart........136
Litanie ter eere van O. L. Vrouw
van Lourdes........141
Gebed van den Pastoor van Ars . 147 Litanie ter eere van den 11. Jozef . 148 Litanie tot lafenis der afgestorvenen. 151 Litanie van de H. llosa de Lima . 155 Litanie ter eere van de H. Philomena. 158 Gebed tot de H. Philomena . . . 161 Litanie van het Heilig Aanschijn tot
herstelling der Godslasteringen . 163 Acte van Eerherstel, genaamd Gulden Schicht........171
331
isirouL).
Bladz.
De H. Rozenkrans......174
Acte van toewijding aan het Heilig
Hart van Jesus.......191
Acte van Eerherstel aan het Heilig
Hart van Jesus.......194
Gebed bij het wonderbaar Christusbeeld te Wijck-Maastricht . . . 196 Acte van toewijding aan Onze Lieve
Vrouw van het Heilig Hart . . 197 De kleine Rozenkrans ter eere van
O. L. Vrouw van het H. Hart . 199 Oefeningen gedurende de week ter eere van Onze Lieve Vrouw van
het Heilig Hart.......200
Gebed van den H Bernardus tot de Heilige Maria.......205
LAT1JNSCHE GEZANGEN.
1 Pange Lingua.......206
2 Adoro té.........208
3 Stabat Mater (met de Statie\'s
van den Kruisweg).....209
4 Magnificat........216
5 Salve Regina .......217
6 Angelus.........218
7 O Sanctissima.......219
332
INHOUD.
Bladz.
8 De Profundis.......220
HÜLLAND3CHE GEZANGEN.
9 Aanroeping van den H. Geest . 222
10 Kom Heilige Gieest.....223
11 Lofzang van het II. Sacrament. 224
12 Acten vóór de H. Communie . 226
13 Acten na de H. Communie . . 227
14 Bij het Allerheiligste .... 230
15 Bij het H. Sacrament van Mirakel. 231
16 \'t Mirakel van Amsterdam . . 232
17 Het Onze Vader......234
18 Danklied na de H. Mis. . . . 235
19 Aan \'t Allerh. Hart van Jesus . 237
20 Liefdegroet aan de Wonde van Jesus\' H. Hart.......238
21 Hulde aan het H. Hart van Jesus. 240
22 Ter eere van \'t Heilig Hart . . 242
23 Hulde aan de H. Familie. . . 243
24 Naast het Kruis met schreiende oogen..........245
25 Aan mijne onbevlekte Moeder . 248
26 Ave Maria van Lourdes . . . 250
27 Jubellied aan Maria, Onbevlekt Ontvangen........252
28 Naar Lourdes.......253
333
IN-HOUD.
Bladn.
29 De allerzuiverste Moeder . . . 255
30 Lied ter eere van O. L. Vrouw
van het H. Hart......256
31 Bedevaartslied voor de Pelgrims naar O. L. Vrouw van het H. Hart
te Sittard.........260
32 Pelgrimslied........262
33 Lof- en smeeklied ter eere van
O. L. Vrouw van \'t H. Hart . 264
34 Het wees gegroet.....266
35 Lofzang en opdracht aan het Hart
van Maria.........268
36 Maria Leve !.......27Ü
37 Maria troost ons......271
38 O. L. Vrouw van het H. Hart . 272
39 Wees gegroet op kindertoon. . 274
40 Loflied aan de Moeder van barmhartigheid.........276
41 Lied op den Kaam van Maria . 277
42 Ter eere van Maria.....278
43 Smeeklied tot Maria voor de Overledenen. . -.......280
44 Laat ons Maria prijzen. . . . 282
45 Marialied.........284
46 Maria, hulp in allen nood. . . 285
47 Pelgrimsgroet aan Sittard. . . 288
334:
IN\'HOUD. 335 BI adz.
48 Lied te Sittard vóór het offeren
der kaars.........289
49 Afscheidslied te Sittard. . . . 291
50 O Moeder Gods......293
51 De kinderen van Maria. . . . 295
52 Toewijding aan Maria .... 296
53 Vreugd der kinderen van Maria onder hare bescherming .... 298
54 Kind\'ren van Maria.....299
55 De Meimaand . .......301
5ö Maria beminnen is een geluk . 302
57 O. L. Vrouw in \'t Zand . . . 303
58 Avondgroet tot Maria .... 304
59 Maria! wees gegroet.....306
60 Maria\'s Naam.......307
61 Aan Maria........308
62 De groetenis des Engels . . . 310
63 Loflied ter eere van den H. Jozef. 311
64 Smeekgebed aan den H. Jozef . 312
65 Lied tot den H. Jozef . . . . 313
66 Smeeklied tot de H. Rosa van Lima..........314
67 Feestzang aan de HH. Apostelen Petrus en Paulus......316
68 Smeeklied aan den Heiligen AVilli-brordus.........317
336 INHOUD.
Bladz.
69 Jubellied aan de HH. XIX Martelaren van Gorkmn.....318
70 Eereboete-Lied, in vereenigingmet onze HH. Martelaren van Gorkmn. 320
71 Pius-Lied........322
72 Smeeklied voor onzen Heiligen Vader den Paus......323
73 Gulden levensregelen .... 325