-ocr page 1-

Vak 88

agt;\\X

C

CtL

HANDBOEKJE

VOOR DE LEDEN

VAN 1gt;K

DE HElLKiE EAMILJE

JESUS. MARIA, JOSEPH

K O E R M O N D

*4 H N R I VAN DER MARCK.

/voorheeu Gebr. Lockim.)

410

-ocr page 2-
-ocr page 3-

HANDBOEKJE

quot;-\' 7 \'Ö

VOOR DE LEDEN

VAN DE

AARXSPS.OMDERSCHAP

BE HEILIGE FAMILIE

JESUS, IViAflIA, JOSEPH.

Waar er twee of drie in mijnen naam vergaderd zijn, daar ben Ik in hun midden. Matth. XVIII, 20.

8IBL10TEC A

y, WiiCKENS i

0 R 0. F RAT. MIN. /jf

ROERMOND,

j-lENRI VAK DER yAlARCK, (voorheen Gebr. Lockim.)

-ocr page 4-
-ocr page 5-

VOORREDE.

Te midden der droevige tijdsomstandigheden die wij beleven, heeft God aan Zijne H. Kerk een grooten troost en aan Zijne getrouwe kinderen een krachtig middel ter zaligheid gegeven, in de menigvuldige en alom bloeiende Katholieke vereenigingen.

Een der nuttigste instellingen van onzen tijd is ongetwijfeld de Aartsbroederschap de H. Familie, wier doel is, de H. Familie, bestaande uit Jesus Christus, den menschgeworden Zoon Gods, zijne allerheiligste Moeder Maria en den H. Joseph, zijn voedstervader, te vereeren en aan de Katholieken van beider geslacht, van allen leeftijd en stand, eene heilzame gelegenheid te verschaffen, om met zekerheid den weg van het goede en der deugd te bewandelen.

Even als de meeste door God gewilde instellingen, was ook de Aartsbroederschap de H. Familie klein en gering in haar ontstaan.

Het was een even dapper soldaat als ijverig christen, die in Gods hand het werktuig werd tot deze zegenrijke instelling.

Henricus Hubertus Belletable, (geboren te Venlo, den 8 April 1813, kapitein der genie te Luik, overleden te Hoei) vergaderde eenige werklieden in eene burgerwoning, om aldaar godvruchtige oefe-

-ocr page 6-

IV

ningen te verrichten, en aan hun zielenheil te arbeiden, door zoovelen, helaas! verwaarloosd.

Het kleine zaadje groeide op door Gods machtige hulp, tot een grooten en krachtigen boom, die reeds vele schoone vruchten gedragen heeft.

Paus Pius IX verhief deze vereeniging spoedig tot Aartsbroederschap, en verrijkte haar met menigvuldige aflaten.

Weldra had zij hare vertakkingen in aile landen der wereld; ons Nederland mag zich verheugen, thans ruim 300 afdeelingen, met 80,000 leden te tellen.

\'t Is een verblijdend verschijnsel, in een tijd dat godsdienst en geloof stelselmatig ondermijnd worden, zoovele vereenigingen te zien bloeien, in welke men zijn godsdienst leert kennen en beminnen, zijn plichten als christen, als burger, als huisgenoot leert vervullen, waar men door gebed en gezang, door het ontvangen der H. Sacr. het christelijk leven opwekt en het noodlotlig menschelijk opzicht met voeten treedt.

Mogen deze vereenigingen meer en meer bekend worden, haarledental zien aangroeien en de heilzaamste vruchten voortbrengen voor tijd en eeuwigheid.

-ocr page 7-

VOORWAARDEN

TOT DE

Opneming in de Aartsbroederschap

pE j^EILlGE j^AMILIE.

Opdat eene bijzondere Congregatie of Vereeniging in de Moeder-Congregatie van de H. Familie kunne opgenomen worden, en deel hebbe aan de aflaten en voorrechten, welke Z. H. Pius IX aan de Aartsbroederschap verleend heeft, moet zij het volgende nakomen.

1. De Vereeniging moet door den Bisschop van het Diocees opgericht worden.

2. Moet men bij den algemeenen Bestuurder dei-Aartsbroederschap, te Luik bij de Eerw. Paters Redemptoristen, of dóór waar de zetel der Aartsbroederschap bij goedkeuring van Zijne Heiligheid zou verplaatst worden, de uitdrukkelijke aanvraag doen om in gemelde Aartsbroederschap van de Heilige Familie opgenomen te worden. Op deze twee voorwaarden zendt de algemeene Bestuurder eenen brief van aan- of opneming, die aan de bijzondere Congregatie het recht toekent om de aflaten en andere voorrechten te genieten.

-ocr page 8-

Ter verkrijging der affiliatie aan de Aartsbroederschap, kan men zich wenden tot de ZEerw. Paters Redemptoristen, St. Josephskerk le\'s-IIerlogcnbosch.

PIUS IX, PAUS,

TOT EEUWIG AANDENKEN.

De geestelijke Vereeniging van geloovigen, wier zorgen en werken strekken om do Godsdienst-plichlen ie doen vervullen en de zaligheid van den evennaaste te bezorgen, verdienen onze gunsten en de bijzondere betuigingen van onzen hoogpriesterlijken wil. Daar nu do broeders van eene Vereeniging, opgericht onder den titel van do HEILIGE FAMILIE, in de kerk van Onze Lieve Vrouw van de Onbevlekte Ontvangenis te Luik, in België, welke zich zorgvuldig bezig houdt met de zielen, voornamelijk der arme werklieden, tol de eeuwige zaligheid te brengen, ons ootmoedig gesmeekt hebben de voormelde Brooderschap te verheffen tot den titel en de voorrechten van Aartsbroederschap; lettende op de geestelijke vrucht door dezelve voortgebracht, vrucht die eene getuigenis van groot gewicht ons verzekert zeer overvloedig te zijn, zoo hebben wij gemeend de verlangens en het verzoek van deze broeders te moeten inwilligen. Bij gevolg, willende aan al degenen, in wier belang wij dezen brief afleveren, eene bijzondere betuiging van onze welwillendheid geven, ontslaan wij hen, tot dit einde alleen, en houden ze voor ontslagen van elke uitspraak, welke zij ook zij, van excommunicatie en interdictie en alle andere geestelijke kerkstraffen, uitspraken en straffen, op welke wijze of om welke rede ook van wege ons apostolisch

-ocr page 9-

gezag: uitgesproken, welke zij zouden hebben kunnen inloopen; en verheffen wij door dezen brief de gemelde Vereeniging, opgericht te Luik onder den titel van de Heilige Familie, tot den titel van Aarlsgenoolschnp, en wij verleenen en deelen aan allen en aan ieder mede de rechten en voorrechten, welke de andere Aartsgenootschap-pen gebruiken en genieten. Vervolgens verleenen wij aan dezelve de macht om andere Vereenigingen op te nemen, die denzelfden naam dragen en tot hetzelfde einde zijn opgericht, gelegen nogtans buiten de bovengenoemde stad, en overeenkomstig hetgeen voorgeschreven is in de Constitutie, die dit punt raakt, gegeven door onzen voorganger Clemens VIII, zaliger gedachtenis; en aan de gezegde Vereenigingen mede te deelen allo voorrechten en aflaten waarvan het Aartsbroederschap, door ons opgericht, het genot heeft. Deze gunsten verleenen wij welwillend, niettegenstaande alle constitutiën en apostolische verordeningen, zoo algemcene als bijzondere, niettegenstaande eindelijk alle constitutiën en algemeene of bijzondere verordeningen der algemeene gewestelijke kerkvergaderingen der synoden en alles wat tegenstrijdig zou kunnen zijn.

Gegeven te Rome bij de Heilige Maria de Meerdere, onder den Visscbersring, den XXIII April MDCCCXLVII van ons opperpriesterschap hel eerste jaar.

l. fs. Voor zijne Eminentie den Kardinaal Lambruschini.

A. Picchioni, Substituut.

PIUS IX, PAUS,

TOT EEUWIG AANDENKEN.

Daar er, zoo als wij vernomen hebben, in de kerk van Onze Lieve Vrouw van de Onbevlekte Ontvangenis

-ocr page 10-

- 8 —

te Luik, ecne godvruchtige Broederschap of Vereeniging van beider geslacht bestaat, kerkelijk opgericht onder den titel van de HEILIGE FAMILIE, wier leden zich niet allen mogelijken ijver toeleggen op de werken van Godsvrucht en liefde, en daar zij zeiven ons hebben doen smeeken, om hunne Broederschap te willen verrijken met de geheiligde schatten dor aflaten, hebben wij gemeend goedgunstig in den Heer zulke godvruchtige verlangens te moeten inwilligen. Vertrouwende dan op de barmhartigheid van den almachtigen God, en steunende op het gezag van zijne zalige Apostelen Petrus en Paulus, ver-leenen wij barmhartig in den Heer aan alle geloovigen van beider geslacht, die in de gemelde Broederschap zullen opgenomen zijn, eenen vollen aflaat op den dag van hunne opneming, indien zij waarlijk boetvaardig gebiecht hebbende, het Allerheiligste Sakrament des Altaars ontvangen. Insgelijks vollen aflaat in het uur van sterven aan alle medebroeders en medezusters, die reeds ingeschreven zijn, of die in het vervolg in deze Broederschap zullen ingeschreven worden, indien zij waarlijk boetvaardig gebiecht en gecommuniceerd hebben; of indien zij dit niet kunnen doen, zij ten minste rouwmoedig, zoo het hun mogelijk is, met den mond, of ten minste met het hart, godvruchtig den naam van Jesus aanroepen. Wij verleenen nog barmhartig in den Heer, aan alle medebroeders en medezusters van gemelde Broederschap, zoo aan hen, die dit reeds zijn, als aan hen die dit nog zullen worden, vollen aflaat en vergeving van alle hunne zonden op ieder der feestdagen in de artikels 19, 20 en 21 der regels van de Congregatie vermeld, indien zij waarlijk boetvaardig gebiecht en gecommuniceerd hebbende, dien zelfden dag, te beginnen van de eerste Vespers tot zonsondergang van den dag, de kerk of de kapel of de bidplaats van\'dezelfde Broederschap bezoeken en godvruchtig bidden

-ocr page 11-

voor de eendracht onder de christen vorsten, de uitroeiing der ketterijen en de verheffing van onze Moeder de Heilige Kerk. Daarenboven schelden wij kwijt, volgens den gebruikelijken vorm der kerk, aan allen die reeds medebroeders of medezusters zijn, of nog zullen worden, honderd dagen der straffen, die hun opgelegd, of welke zij op welke manier ook verschuldigd zijn, voor lederen keer dat zij ten minste rouwmoedig de godvruchtige ver-eenigingen van de Congregatie bijwonen, of dat zij eenig ander goed werk, in de Vereeniging in gebruik, doen. Wij staan ook toe in den Heer, dat alle en ieder dezer aflaten, vergevingen der zonden en der straffen, bij wijze van voorbidding kunnen toegevoegd worden aan de zielen der overledenen, die door de liefde met God vereenigd, uit deze wereld gescheiden zijn, niettegenstaande wat ook hieraan zou tegenstrijdig zijn. EchUr is het onze wil dat, indien in hetgeen van te voren gedaan is, eenig ander dergelijk voorrecht gunstig aan de gemelde medebroeders en medezusters gegeven is, of voor altijd of voor eenen tijd die nog niet verloopen is, dat dit ingetrokken zij, gelijk wij dit door ons Apostolisch gezag door de tegenwoordige brieven intrekken, zoodat, indien gemelde Broederschap reeds in eenige Aartsbroederschap was opgenomen, of indien zij dit in het vervolg zoude worden, of wel indien dezelve om eenige andere reden vereenigd was, of wel opgericht onder eenigen vorm, welke het ook zijn moge, de eerste en alle andere Apostolische brieven hun volstrekt tot niets dienen maar van dan af daardoor zelfs van geene waarde zijn.

Gegeven te Rome bij de H. Maria de Meerdere, onder den Visschersring, den XX April MDCCCXLVII, van ons Opperpriesterscha p het eerste jaar.

L. fS. Voor zijne Eminentie den Kardinaal Lambruschini, A. Picchioni, Substituut.

-ocr page 12-

— 10 —

Opdat dan gezegde Broederschap en hare leden, volgens de boven vermelde Constitutie van Paus Clemens VIII, zaliger gedachtenis, alle deze aflaten en geestelijke gunsten, hierboven omschreven, zoude kunnen gebruiken en genieten, is het onze wil, dat men aan dezen onzen brief hetzelfde geloof hechte, dal men zou hechten aan den oorspronkelijken brief, hierboven ingelascht.

Tot bewijs en getuigenis van deze punten, en van ieder in het bijzonder, hebben wij gelast, dat deze brieven zouden uitgevaardigd worden, en dat zij geteekend door den Secretaris van de Aartsvereeniging van de Heilige Familie, afgekondigd, en voorzien zouden worden van het zegel der Aartsbroederschap.

Gegeven te Luik, in het verblijf van ons Aartsbroederschap, het jaar onzes Heeren Jesus Christus MDCCCL1I den eersten Januari.

Jos. Car. van Bueusse, Cong. SS. Redempt., L.fS. Algemeen-Bestuurder van de Aartsbroederschap, P. L\'Hoiit. Cong. SS. Redempt., Secretaris van de Aartsbroederschap.

Indulgentias supra posito diplomate contentas, promul-gari permittimus.

Datum Ruremundae,

Episc. Hirenensis Vic. Apostolicus Limburgensis, L.fS. J. A. Paredis.

De mandate 111quot;1\' ac Rmi Dquot;\' Pracf. F. A. H. Boermans, Secret.

-ocr page 13-

— ii —

§ ii.

REGELS EN VERORDENINGrEN.

Art 1. Het doel der vereeniging is : de H. Familie, bestaande uit Jesus Christus, den mcnsclige-worden Zoon Gods, zijne allerheiligste Moeder Maria en den H. Joseph, zijn Voedstervader, te vereeren, en aan de katholieken van beider geslacht, van allen leeftijd en stand, eene heilzame gelegenheid te verschaffen, om met zekerheid den weg van het goede en der deugd te bewandelen.

Art. 2. De middelen bij de Vereeniging in gebruik, om haar edel en nuttig doel te bereiken, zijn: het gebed, het hooren der prediking van Gods woord en het dikwerf naderen tot de HH. Sakramenten.

Art. 3. De Vereeniging is gesteld onder het gezag en de bescherming van den Bisschop van het Diocees, waar zij opgericht is.

Art. i. De Vereeniging wordt in het algemeen bestuurd door den tijdelijken Pastoor der Parochie, in welke zij is opgericht of eenen door hem daartoe benoemden Priester.

Art. S. Zij wordt verdeeld in afdeelingen van een bepaald getal leden. Iedere afdeeling wordt onder de bescherming gesteld van eenen Heilige. Aan het hoofd van iedere afdeeling slaat een Prefekt, door den Bestuurder gekozen. Den Prefekt wordt de vervulling van eenige plichten van liefde en zorg opgelegd. Hem wordt toegevoegd een Onder-prefekt. Zijn plicht is, den Prefekt bij te staan.

!

1

-ocr page 14-

en hem in geval van afwezigheid te vervangen.

Art. 6. De Bestuurder van de Vereeniging kiest daarenboven uit hare leden één of meer Sekre-tarisscn, alsook de andere beambten, aan welke de Congregatie behoefte mocht hebben. Hij kan hen naar goedvinden door anderen doen vervangen.

Aut. 7. De leden der H. Familie vergaderen eens in de week, op den dag door den Bestuurder bepaald. Deze vergaderingen worden toegewijd aan het gebed, het aanhooren van Gods woord en het zingen van godvruchtige liederen; zij zijn eene aangename afwisseling van het eene en het andere.

Art. 8. Iedere afdeeling neemt in de kerk der Vereeniging de haar aangewezen plaats in, en ieder lid van de Congregatie beware het nummer van de afdeeling waarin hij geplaatst is, althans zoolang de Bestuurder hem geene andere plaats aanwijst.

Art. 9. De leden der Vereeniging overtuigen zich wel, dat zij allen kinderen zijn der Congregatie de Heilige Familie, en bijgevolg Broeders, in wier midden de hartelijkste liefde moet heerschen. Zij moeten dus wel weten, dat er geen onderscheid bestaat tusschen de verschillende afdeelingen, waarin zij geplaatst zijn; de laatsten toch zijn zooveel als de eersten, en de eersten zooveel als de laatsten.

Men hechte aan deze rangschikking veel gewicht, dewijl zij eene noodzakelijke voorwaarde is tot de instandhouding der goede orde in eene talrijke Congregatie, die zonder dit middel aanleiding zou geven tot verwarring.

Art. 10. De oefeningen van godsvrucht, die in

-ocr page 15-

de bijeenkomsten gewoonlijk zullen gehouden worden, zijn: een gedeelte van den Rozenkrans, de aanroeping van den H. Geest, het gebed tot de H. Patronen, de Litanie van de Heilige Familie, het gebed: Gedenk, enz., eene onderrichting, het onderzoek van geweten en de geestelijke Communie. Deze oefeningen worden afgewisseld door gezangen, en eindelijk worden de bijeenkomsten gesloten met den zegen van hel Allerheiligste Sakrament.

Akï. 11. Zonder voorloopige verwittiging van den Prefekt of Ouderprefekt, zal zich niemand aan de bijeenkomst mogen onttrekken.

Art. 12. Ieder Prefekt, vergezeld van zijnen Ouderprefekt, zal ééns in de maand, op den hem bepaalden dag, aan den Bestuurder rekening afleggen van de afdeeling, aan zijne liefderijke zorgen toevertrouwd. Hij moet hem bekend maken, of en hoe dikwijls iemand, zonder reden en zonder voorkennis, van de bijeenkomsten alwezig is geweest. Het wordt vervolgens aan het oordeel van don Bestuurder overgelaten, of men de in gebreke zijnde leden buiten de Vereeniging moet sluiten. De Sekreta-rissen vervoegen zich insgelijks, op eenen bepaalden dag van iedere week, bij den Bestuurder. — Daarenboven vereenigen zich alle beambten dei-Congregatie viermaal in het jaar op een bepaald uur van den Zondag, onmiddellijk volgende op den quatertemper, om gezamenlijk te bidden, en om van den Bestuurder onderrichtingen te ontvangen, geschikt om den ijver van de geheele Congregatie te onderhouden.

-ocr page 16-

en hem in geval van afwezigheid te vervangen.

Art. 6. De Bestuurder van de Vereeniging kiest daarenboven uit hare leden één of meer Sekre-tarissen, alsook de andere beambten, aan welke de Congregatie behoefte mocht hebben. Hij kan hen naar goedvinden door anderen doen vervangen.

Art. 7. De leden der H. Familie vergaderen eens in de week, op den dag door den Bestuurder bepaald. Deze vergaderingen worden toegewijd aan het gebed, het aanhooren van Gods woord en het zingen van godvruchtige liederen; zij zijn eene aangename afwisseling van hel eene en het andere.

Art. 8. Iedere afdeeling neemt in de kerk der Vereeniging de haar aangewezen plaats in, en ieder lid van de Congregatie beware het nummer van de afdeeling waarin hij geplaatst is, althans zoolang de Bestuurder hem geene andere plaats aanwijst.

Art. 9. De leden der Vereeniging overtuigen zich wel, dat zij allen kinderen zijn der Congregatie de Heilige Familie, en bijgevolg Broeders, in wier midden de hartelijkste liefde moet heerschen. Zij moeten dus wel weten, dat er geen onderscheid beslaat tusschen de verschillende afdeelingen, waarin zij geplaatst zijn; de laatstcn toch zijn zooveel als de eersten, en de eersten zooveel als do laatsten.

Men hechte aan deze rangschikking veel gewicht, dewijl zij eene noodzakelijke voorwaarde is tot de instandhouding der goede orde in eene talrijke Congregatie, die zonder dit middel aanleiding zou geven tot verwarring.

Art. 10. De oefeningen van godsvrucht, die in

-ocr page 17-

de bijeenkomsten gewoonlijk zullen gehouden worden, zijn: een gedeelte van den Rozenkrans, de aanroeping van den H. Geest, het gebed tot de H. Patronen, de Litanie van de Heilige Familie, het gebed: Gedenk, enz., eene onderrichting, het onderzoek van geweten en de geestelijke Communie. Deze oefeningen worden afgewisseld door gezangen, en eindelijk worden de bijeenkomsten gesloten met den zegen van het Allerheiligste Sakrament.

Art. 11. Zonder voorloopige verwittiging van den Prefekt of Onderprefekt, zal zich niemand aan de bijeenkomst mogen onttrekken.

Art. 12. Ieder Prefekt, vergezeld van zijnen Onderprefekt, zal ééns in de maand, op den hem bepaalden dag, aan den Bestuurder rekening afleggen van de afdeeling, aan zijne liefderijke zorgen toevertrouwd. Hij moet hem bekend maken, of en hoe dikwijls iemand, zonder reden en zonder voorkennis, van de bijeenkomsten afwezig is geweest. Het wordt vervolgens aan het oordeel van den Bestuurder overgelaten, of men de in gebreke zijnde leden buiten de Vereeniging moet sluiten, üe Sekreta-rissen vervoegen zich insgelijks, op eenen bepaalden dag van iedere week, bij den Bestuurder. — Daarenboven vereenigen zich alle beambten der Congregatie viermaal in het jaar op een bepaald uur van den Zondag, onmiddellijk volgende op den quatertemper, om gezamenlijk te bidden, en om van den Bestuurder onderrichtingen te ontvangen, geschikt om den ijver van de geheele Congregatie te onderhouden.

-ocr page 18-

Art. 13. Die in de Vereeniging met eene bediening is belast, zal, indien hij de uitgestrektheid zijner plichten begrijpt, wel verre van hieruit eene reden te nemen, om zich boven zijne medebroeders te verheffen, zich integendeel meer gedrongen voelen, om hen door een voorbeeldig leven, maar bijzonder door eene stiptere naleving der regels en verordeningen van de Congregatie te stichten.

Art. 14. Die in de Congregatie de Heilige Familie verlangt opgenomen te worden, moet zich door een lid van gezegde Vereeniging, of door een ander aanbevelenswaardig persoon doen voorstellen aan den Bestuurder, die, na zich van zijne zeden, woonplaats en betrekking te hebben verzekerd, hem tot de beproeving zal kunnen toelaten (*)

Art. 15. Na den proeftijd, die onbepaald zal duren en afhangen van het goed gedrag, alsook van den ijver, waarmede hij, die wenscht opgenomen te worden, de bijeenkomsten bijwoont, zal hij zijne plechtige intrede doen in de Broederschap door het ontvangen der HH. Sakramenten, en door de akte van opoffering of opdracht aan Jesus, Maria en Joseph. Daarna wordt hem een Diploom van aanneming tot lid der Broederschap overhandigd. Mede ver-

C) Nieuwe leden in de Broederschap brengen, is zeker een bewijs van liefde en toegenegenheid voor haar: nogtans is het ten sterkste af te raden, iemand voor te dragen, die niet genoegzaam bekend is; het is zelfs lakenswaardig en der Vereeniging zeer schadelijk, iemand tot haar te brengen, van wien ze niets dan oneer en verdriet te wachten heeft.

-ocr page 19-

— 15 —

krijgt hij het recht tot het dragen der medalje, het onderscheidingsteeken der Broederschap.

Art. 16. De verplichtingen, welke de leden der Vereeniging op zich nemen, zijn verplichtingen geheel van liefde. In het algemeen zijn zij gehouden te leven als goede Christenen, als voortreffelijke jonge lieden, als uitmuntende huisvaders. Immer zullen zij vermijden de gevaarlijke speelplaatsen, in één woord, alles wat hen tot zondè zou brengen.

In het bijzonder zullen zij iederen dag, behalve het vervullen der plichten van een goed Christen, nog 1° \'s morgens de werken van den dag aan Jesus, Maria en Joseph opdragen, en deze opdracht door den dag nu en dan vernieuwen; 2° \'s avonds hun geweten onderzoeken en geestelijker wijze com-municeeren.

Art. 17. Als een der leden ziek wordt, zal hij den Bestuurder hiervan laten verwittigen, opdat deze dit ter kennis brenge aan de medebroeders, die allen steeds in elkanders lijden moeten deelnemen, en slechts één hart en ééne ziel uitmaken, gelijk de eerste geloovigen der Kerk. Men moet hen door deze oprecht broederlijke liefde van ande-ren kunnen onderscheiden. En na elkander in het leven bemind te hebben, zullen zij nog na den dood elkander liefde toedragen. Daarom zal de Vereeniging viermaal \'sjaars eene lijkdienst doen verrichten voor de leden, die tot aan den dood in de Congregatie zullen hebben volhard.

Art. 18. De heilige Patronen van het jaar worden aan elk lid, in de bijeenkomst, onmiddellijk den.

T-

-ocr page 20-

— 16 —

eersten Januari voorafgaande, door het lot toegewezen. (1)

Art. 19. Het titelfeest der Heilige Familie, dat ook het Patroonfeest is van de Aartsbroederschap, wordt gevierd op den tweeden Zondag van Juli.

Op dien feestdag heeft gewoonlijk plaats de alge-meene Communie en de plechtige aanneming tot leden van de Broederschap, door akte van opdracht aan Jesus, Maria en Joseph.

. Art. 20. De overige feesten van de Aartsbroederschap zijn; Pinkstermaandag, feest van de oprichting der Congregatie (dezen dag vernieuwen de leden plechtig hunne Doopbeloften) — het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, dag waarop de Vereeniging van de plaats harer opkomst werd overgebracht naaide kerk van Onze Lieve Vrouw Ontbevlekt Ontvangen — Zondag na den 7 April, feest van de kerkelijke oprichting der Vereeniging door Monseigneur Antonius Richardus van Bommel, bisschop van Luik, in het jaar 1845; — de feesten van Kerstmis — H. Driekoningen — der Opdracht van Christus in den tempel — der vlucht naar Egypte, 17 Februari — van Paschen — van O. H. Hemelvaart — van het allerheiligste Sakrament — van het li. Hart, Vrijdags na het octaaf van H. Sakramentsdag — van den allerheiligsten Verlosser, 3dc Zondag van Juli — van Kruisverheffing, 14 September — van Maria\'s

1

Ieder irachte zich de bescherming van zijn Patroonheilige waardig te maken, door dagelijks een Onze \'Vader cn Wees gegroet te zijner eere te bidden, maar vooral door zijne deugden na te volgen.

-ocr page 21-

— 17 —

Geboorte, Hemelvaart en Onze Lieve Vrouw der zeven smarten (Vrijdag na Passie-Zondag en 3lt;le Zondag van September — van den H. Joseph, 19 Maart, en de bescherming van den H. Joseph, 3\'lu Zondag na Paschen — van den H. Michaël, 29 Septemper — van de H. Gabriel, 18 Maart — van de HH. Engelen Bewaarders, 2 October — van de HH. Petrus en Paulus, 29 Juni — van den H. AI-phonsus de Liguori, 2 Augustus — \'van den H. Ca-rolus Borrömeus, 4 November— van de H, Theresia, lö October — van de H. Juliana van Cornillon, 5 April — van Allerheiligen en van Allerzielen.

Ieder lid behoort ook de maand vim Maria ijverig te vieren.

Eindelijk is de dag, aan ieders Patroonheilige toegewijd, voor elk lid In het bijzonder, en die van den Berschermheilige der afdeeling, voor dezer leden in het algemeen, een feestdag.

Art. 21. De leden zullen op de verschillende feestdagen de oefeningen verrichten, bij de Vereeniging in gebruik. Evenwel rust op hen de verplichting niet, hunnen arbeid daarom te verzuimen.

Art. 22. Ieder lid, welks gedrag berispelijk is en dat, niettegenstaande de herhaalde vermaningen van den geestelijken Bestuurder, zich niet wil beleren, wordt buiten de vereeniging gesloten.

Art. 23. Indien in vervolg van lijd de ondervinding zou leeren, dat nog andere regels of verordeningen nuttig of noodzakelijk zijn, zullen deze bij wijze van bijvoegsel in het Handboekje worden opgenomen, evenwel onder voorwaarde, dat zij de

2.

-ocr page 22-

— 18 —

goedkeuring van Zijne Doorl. Hoogwaardigheid wegdragen.

Nota. Alle volle Aflaten kunnen verdiend worden op den aangeduiden dag of op een der zeven eerstvolgende dagen naar verkiezing. (Breve van 25 Juni 1865.)

Regels van den Prefekt.

De verplichtingen, welke een Prefekt bij de aanvaarding zijner bediening op zich neemt, kunnen naar den geest der statuten tot de volgende gebracht worden:

1. De Prefekt wake zorgvuldig op de getrouwe nakoming der regels in zijne afdeeling; hij trachte steeds hare leden daartoe op te wekken door een voorzichtigen en liefdevollen ijver.

2. Hij zorge ook voor de handhaving der eenmaal bepaalde rangschikking en plaatsing van de leden zijner afdeeling. Hij kan zonder uitdrukkelijk verlof van den Bestuurder hierin nimmer eene verandering maken.

3. Den Prefekt is tevens opgedragen eene nauwkeurige aanteekening te houden van de namen, voornamen, beroep en woonplaatsen der leden zijner afdeeling, en den Bestuurder kennis te geven van de verhuizingen, beroepsveranderingen, enz.

4. Mede wordt den Prefekt dringend aanbevolen, met de meeste nauwgezetheid op eene daartoe ingerichte lijst aan te teekenen, wie der leden met of zonder voorkennis, (Art. 11,) de wekelijksche bijeenkomsten niet heeft bijgewoond, alsook wie zonder eenige gegronde redenen bijna altijd de lijkdienst verzuimt.

-ocr page 23-

— 19 —

5. Is de onderlinge liefde den Broeders algemeen voorgeschreven (Art. 9), veel meer is zij het den Prefekt jegens de leden zijner afdeeling; daarom verzuime hij niet hen gedurende het jaar nu en dan te bezoeken, vooral in ziekte of andere omstandigheden.

6. Wil de Prefekt of Onderprefekt op een waardige en voor den hemel verdienstelijke wijze zijn ambt waarnemen, dan geve hij aan de leden zijner afdeeling het voorbeeld van een oprecht christelijk en deugdzaam leven, in het bijzonder dat eener stipte nakoming van de Statuten der Broederschap.

7. Volgens Art. 5 is aan den Onderprefekt opgedragen, zijnen Prefekt bij te staan en in geval van afwezigheid te vervangen.

GOEDKEURING.

Etovenstaande regels worden door ons bij deze goedgekeurd en bekrachtigd, zoo nogtans dat wij ons en onzen opvolgers voorbehouden, daarin die wijzingen of bijvoegingen te verordenen, als ons, naar bevinden van omstandigheden doelmatig zal schijnen om het doel der Broederschap des te beter te bereiken.

De getrouwe naleving dezer regels wordt den leden door ons ten zeerste aanbevolen.

Gegeven te Roermond, den 3 Januari 1832.

De Bisschop van Hirene,

Vicaris Apostoliek van Limburg, t J A. PARED1S.

Op bevel van Z. D. Hoogwaardigheid F. A. H. Boermans, Secret.

-ocr page 24-

— 20 — § in.

AFLATEN

verleend door Zijne Heiligheid Pius IX. aan de Aartsbroederschap de HEILIGE FAMILIE, bij Apostolische Breven van 20 April 1847 en 13 Juli 1850.

Volle aflaten op de volgende dagen. (1)

Het feest van Driekoningen, de dag, waarop de Heilige Familie aan de wereld bekend gemaakt, en door de Wijzen van liet Oosten vereerd werd. (6 Januari),

2. Het feest der opdracht in den tempel van onzen Heer Jesus Christus, de dag, waarop de Heilige Familie door den heiligen ouderling Simeon zoo hoog geprezen werd. (2 Februari).

3. Het feest van den H. Aartsengel Gabriël die met de Heilige Familie in zulke innige betrekking stond. (18 Maart).

i. Het feest van den H. Joseph, het eerbiedwaardig hoofd der Heilige Familie. (19 Maart).

5. Het feest van de H. Juliana van Cornillon. (5 April).

6. Zondag na den 8 April, feest van de kerkelijke oprichting der Broederschap.

1

Zie Nota op bladz. 18.

-ocr page 25-

— 21 —

*7. 23 April, de dag, waarop de vereeniging tot Aartsbroederschap is verheven (1\'.

8. Het feest der vlucht naar Egypte, toen de Heilige Familie vervolgd en naar een vreemd land verbannen werd. (Bij besluit van 12 Juni 1836 vastgesteld op 17 Februari).

9. Op een der dagen van de maand Mei voor het vieren der maand van Maria.

? 10. Het feest der Heilige Apostelen Petrus en

Paulus, (29 Juni).

H. Het feest van de Heilige Familie, vastgesteld op den tweeden Zondag van de maand Juli. (Zie regels en verord. Art. 19 bladz. 16).

12. liet feest des Allerheiligsten Verlossers (derden Zondag van Juli).

13. Het feest van de H. Anna. (26 Juli).

*14. Het feest van den H. Alphonsus de Liguori. (2 Augustus).

13. Het feest dev Hemelvaart van Maria. (13 Augustus).

*16. Het feest van den H. Joachim. (Zondag onder het octaaf van O. L. V. Hemelvaart).

\'17. Hel feest van het Allerheiligste en onbevlekte Hart van Maria (Zondag na het octaaf van O. L. V. Hemelvaart)

1

De aflaten nut een \' toeken aangeduid, zijn bi| eene latere lireve, namelijk van 15 Juli 1830 toegestaan, en kunnen door alle geloovigen verdiend worden, mits zij de kerk of openbare bidplaats bezoeken, waar de Broederschap is opgericht, en de gewone aflaat-gebeden verrichten.

-ocr page 26-

— 22 —

18. Het feest van de Heilige Engelbewaarders.

(Eersten Zondag van September).

19. Het feest der Geboorte van Maria, de verhevene Moeder van de H. Familie (8 September).

20. Kruisverheffing (14 September).

21. Het feest van Onze Lieve Vrouw van de 7 Smarten (derden Zondag van September).

22. Het feest van den H. Aartsengel Michaël, een

der voornaamste patronen van de Aartsbroederschap. 7

(29 September).

*23. Het feest van Allerheiligen (1 November).

24. Allerzielen. (2 November).

*25. Het feest van de Onbevlekte Ontvangenis, de dag, waarop de Broederschap is overgebracht naar de kerk van Onze Lieve Vrouw Onbevlekte Ontvangenis te Luik (8 December.)

*26. Het feest van Kerstmis, de dag, waarop de Heilige Familie door het gezang der Engelen begroet en door arme herders bezocht werd. (25 December).

*27. Het feest van den H. Patroon der plaats,

waar de Broederschap is opgericht.

28. Het feest van den Patroon der afdeeling, voor elk lid der afdeeling.

29. Het feest van den Patroon des jaars.

30. Den dag, waarop de leden de plechtige Opdracht doen en in de Aartsbroederschap ingelijfd worden.

31. In het uur des doods, indien zij den H. Naam van Jezus met den mond, of bij onmogelijkheid hiervan, althans met het hart aanroepen,

*32. Wanneer zij het Allerheiligste Sacrament bij de processie vergezellen.

-ocr page 27-

— 23 -

33. Het feest der Zeven Weeëi] van Maria (Vrijdag na Passiezondag).

34. Het hoogtijd van Paschen.

35. Het feest der Bescherming van den H. Joseph (derden Zondag na Paschen).

36. Het feest der Hemelvaart van Onzen Heer Jezus Christus).

37. Pinkstermaandag, het Instellingsfeest der ? Aartsbroederschap.

38. H. Sacramentsdag (Donderdag na het feest der H. Drievuldigheid).

39. Het feest van het H. Hart van Jezus (Vrijdag na het octaaf van het Allerheiligste Sacrament).

40. Voeg hierbij de volle aflaten der Statiën van Rome, op Witten Donderdag, Paschen, \'s Heeren Hemelvaart en Kerstmis verleend bij Breve van 24 Juli 1850.

Gedeeltelijke Aflaten.

Honderd dagen aflaat voor de leden der Broederschap:

I. Die de wekelijksche vergadering bijwonen.

II. Die het een of ander goed werk, daarbij in gebruik, verrichten.

Deze aflaat kan derhalve verdiend worden:

door alle leden der Broederschap.

1. Met eiken morgen de werken van den dag aan Jezus, Maria, Joseph op te dragen.

-ocr page 28-

— 24 —

2. Met \'s morgens en\'s avonds driemaal het Wees gegroet te bidden, wat do H. Alphonsus zoo zeer aanbeveelt.

3. Met \'s morgens en \'s avonds het On%e Vader en Wees gegroet te bidden, ter eere van den Patroonheilige des jaars.

4. Met geestelijker wijze te communiceeren.

5. Met \'s avonds, alvorens men zich ter ruste begeeft, zijn geweten te onderzoeken.

6. Met op de werkdagen in de H. Mis tegenwoordig te zijn.

7. Met zieken, armen, kranken, gevangenen, hospitalen te bezoeken.

8. Met de lijkdienst, welke de Broederschap voor de overledenen laat verrichten, bij te wonen.

9. Met zich bereid te toonen, om die zich aanbieden voor de Broederschap, te vergezellen.

10. Met de gevaarlijke gezelschappen en vermaken te vluchten, en ook anderen er een afschuw voor in te prenten, alsook met het lezen van kwade boeken en dagbladen, enz. te vermijden.

H. Met vijanden te verzoenen.

12. Met geduldig de vernederingen, de verachting en de beleedigingen te verdragen, enz.

13. Met de lichamen der overledenen ter begraafplaats te vergezellen.

14. Met eenig liefdewerk, hoedanig ook, jegens de Broederschap uit te oefenen.

lö. Met godvruchtig de bijeenkomsten, ter aanleering der lofzangen en geestelijke liederen, bij te wonen.

-ocr page 29-

— as-

ie. Met het Heilig Sacrament te vergezellen, wanneer het aan zieken gebracht of in processie rondgedragen wordt.

17. Met het Allerheiligste Sacrament te bezoeken, bijzonderlijk godurendé het 40 uur-gebed.

18. Met preken, octaven of novenen bij te wonen.

19. Met de godslastering te helpen uitroeien.

20. Met eenen armen zondaar van zijnen dwaalweg terug te brengen.

Voor de Prefekten, Onderprefeltten, Sekrstarlssen en anderen, die eene bediening in de Broederschap waarnemen

1. Met de bijzondere vergaderingen, waarvan de regels Art. 12 bladz. 13 spreken, bij te wonen.

2. Met de liefdeplichten, aan hunne bediening verbonden, te vervullen.

3. Met de zieken hunner afdeeling te bezoeken.

4. Met de leden hunner afdeeling aan te moedigen tot het ontvangen der heilige Sacramenten op de feestdagen van de Broederschap.

Gegeven te Rome, bij de H. Maria de Meerdere, onder den Visschersring, den 20 April 1847.

Voor Zijne Eminentie den Kardinaal Lambruschini,

A. Picchioni, Substituut.

-ocr page 30-

— 26 —

Gedeeltelijke aflaten der Statiën van Rome,

bij breve van 24 Juli 18S0 door Z. E. Pius IX verleend aan de leden der Aartsbroederschap, die op de hieronder bepaalde dagen, (van de eerste Vespers tot zonsondergang van den volgenden dag), met de vereischte gesteltenissen de kerk, kapel of openbare bidplaats der Vereeniging bezoeken en daar eenigen tijd bidden volgens de intentiën Zijner Heiligheid.

1. Op Aschwoensdag en den -i116quot; Zondag van den Vaste, 15 jaren en 15 quadragenen,

2. Op Palmzondag, 24 jaren en 25 (juadragenen.

3. Op Goeden Vrijdag en Zaterdag voor Paschen, 50 jaren en 50 quadragenen.

4. Op de andere nog niet vermelde Zon- en werkdagen van den Vaste, 10 jaren en 10 quadragenen.

5. Alle dagen van Paaschmaandag tol en met Zondag beloken Paschen, 50 jaren en 50 quadragenen.

6. Op de Vigilie van Pinksteren, 10 jaren en 10 quadragenen.

7. Op Pinksterzondag en iederen dag van het octaaf tot en met Zaterdag, 30 jaren en 50 quadragenen.

8. Op den len, 2en en 4™ Zondag van den Advent, 10 jaren en 10 quadragenen.

9. Op den derden Zondag van den Advent, 15 jaren en 15 quadragenen.

10. Op de Vigilie van Kerstmis, Kerstnacht en in de eerste Kerstmis, 1b jaren en 15 quadragenen.

■H. Op de drie dagen die Kerstmis volgen, op de Besnijdenis, Driekoningen, de Zondagen van Septuagesima, Sexagesima en Quinquagesima, 10 jaren en 30 quadragenen.

-ocr page 31-

— 27 —

12. Op de drie dagen van eiken Quatertemper, 10 jaren en 10 quadragenen.

lö. Op den feestdag van den H. Marcus, en op de drie Kruisdagen, 30 jaren en 30 quadragenen.

Geprivilegieerd Altaar van de H. Familie.

Breve: «Volgens verzoek (1) in bijzonder gehoor, heeft «Zijne Heiligheid Pius IX uitdrukkelijk verklaard: dat hij «gaarne de gunst toestond van het allare privilegialum «quotidianum et perpetuum onder den titel van de Eei-viige Familie, zoodat ieder priester, die aan hetzelve de «H. Mis opdraagt voor de zielen der overledenen van de «Verecniging, een vollen aflaat kan verkrijgen.quot;

Gegeven te Rome, in het Secretariaat van de H. Vergadering der aflaten, den 9 Juli 1830.

F. Card. Asquinius, Pref.

Jac. Gallo, Secr.

NOTA. Bij besluit van den 30 Juli 18G3 heeft Z. H. Pius IX aan alle Vereenigingen die gunst verleend, maar tevens bepaald, dat al de Vereenigingen, die na den 30 A Juli 1863 zouden worden opgericht, tot het verkrijgen

dier gunst zich tot den H. Stoel moeten wenden.

1

Van de Oversten der Vergadering van den Ailerhei-ligsten Verlosser in België.

-ocr page 32-

- 28 —

Aanmerkingen.

I. Al deze voile, alsmede de gedeeltelijke aflaten, zijn toepasselijk op de geloovige zielen in het vagevuur.

TI. Om de volle aflaten hierboven vermeld, le kunnen verdienen, wordt er vercischt dat men:

1. Met ware gevoelens van boetvaardigheid zijne zonden biecht\') en communiceere.

2. De kerk, kapel of bidplaats bezoeke, waarin de Aartsbroederschap is opgericht, tusschen de eerste Vespers van de feestdagen en zonsondergang van den dag; en dat men daar godvruchtig bidde voor de eendracht der Christen Vorsten, voor de uiroeiïng der ketterijen en voor de verheffing van onze Moeder do H. Kerk (1).

5. Wanneer de feesten, waaraan een volte aflaat is verbonden, op een werkdag invallen, kan men die aflaten verdienen op den aangeduiden dag of op een der zeven eerstnavolgende dagen naar verkiezing, mits men de twee zoo even gemelde voorwaarden volbrenge. (Art. 21 bladz. 17.)

Indulgentias hoe libello contentas ut authenticas recog-novimus, easque invicariatu noslro promulgari permlltimus

Datum Ruraemundse die 27 Decembris 1851.

Episcopus Hirenensis Vic. Apost. Limburg.

L. f S.) .1. A. PARED1S.

1

Voor hen die om eene slepende ziekte of een blijvend lichamelijk beletsel hun huis met kunnen verlaten en niet in eene Communiteit verblijven, kan de Biechtvader de Communie en het Kerkbezoek in andere godvruchtige oefeningen veranderen. (Besluit 18 Sept. 1803.)

-ocr page 33-

— 29 —

GODVRUCHTIGE OEFENINGEN

voor de

quot;Wekelijksehe bijeenkomst der Broederschap.

I.

Het gebed van den H. Rozenkrans geheel of gedeeltelijk. / gt;•

Na het eerste Onzef Vader en Wees gegroet zegt men, Heilige Franciscus Xaverius. bid voor ons, om te voldoen aan de gebeden van de Vereeniging tot voortplanting des Geloofs, waarvan velen lid zijn.

GEHEIMEN VAN DEN ROZENKRANS. 1. De blijde geheimen.

1. De boodschap van den Engel aan Maria.

2. Het bezoek van Maria aan hare nicht Elisabeth.

3. De geboorte van Jezus in den stal van Beth

lehem.

i. De opdracht van Jezus in den tempel. 3. De vinding van Jezus in den tempel.

II. De droevige geheimen.

1. Het bloed-zweet van Jezus in den hot\' van

Oliveten.

2. De geeseling van Jezus.

3. De doornen kroning van Jezus, i. De kruisdraging van Jezus.

5. De kruisiging van Jezus.

-ocr page 34-

— 30 —

111. DE GLORIEL\'SE GEHEIMEN.

1. De verrijzenis van Jezus.

2. De hemelvaart van Jezus.

3. De nederdaling van den H. Geest over de

Apostelen.

i. De opneming van Maria ten hemel.

5. De kroning van Maria in den hemel.

II. rgt;

Aanroeping van den Heiligen Geest.

Alleen. Kom, Heilige Geest, daal in dit uur In onze harten neêr, ontsteek ze in liefdevuur.

1.

Komt gij onze oogen niet verlichten,

Dan dwalen wij van \'t ware pad.

Geen mensch zoo wijs die niet moet zwichten, (bis.)

Als gij aan zijn verstand uw licht onttrokken had.

Alleen. Kom, Heilige Geest, enz.

2.

De hel alleen kon niet ons hart vermannen;

Zij riep om hulp de list der wereld aan.

En meer dan duizend strikken zijn gespannen.

Ach, God! help ons, opdat wij niet vergaan, (bis.) sgt;

Alleen. Kom, Heilige Geest, enz.

3.

Verlicht ons hart door uwer wijsheid stralen,

Dan missen wij het ware welzijn niet,

Dan nimmer doet de blinde jeugd ons dwalen,

En de oude dag kent geen verdriet, (bis.)

Alleen. Kom, Heilige Geest, enz.

-ocr page 35-

31 —

Voor de Feestdagen.

lofzang: veni, creator, spiritus, etc.

Veni, Creator Spiritus, Mentes luorum visita, Imple superna gratia, Quse tu creasti pectora.

Qui diceris paraclilus, Altissimi donum Dei,

Fons vivus, ignis, charitas. Et spiritalis unciio.

Tu septiformis munere. Digilus paternas dexterae Tu rite promissum Patris, Sermone ditans guttura.

Accende lumen sensibus, Infunde amorem cordibus Infirma nostri corporis, Virtute firmans p\'rpeti.

Hostem repellas longius, Pacemque dones protinus, Ductore sic te praivio, Vitemus omne noxium.

Kom, Schepper-Geest, daal

op ons neer. Bezoek \'t gemoed der Uwen weer;

Vervul met bovenaardsche kracht.

De harten door U voortgebracht. —

Gij, wien men den Vertrooster noemt. Des Allerhoogsten g ave roemt De levensbron, vuur, liefde-gloed.

En zoete zalving voor \'t gemoed.

Gij, zevenvoudig gavenpand. De vinger van Gods rechterhand.

Die \'s Vaders waar Beloofde zijt

En tong met talengaaf verblijdt.

Maak, dat de zinnen \'t licht

bestraal\', Uwliefdeinallerharten daal\'. En Gij ons lichaam \'t allen tijd Een steun in zijne zwakheid zijt.

Drijf ver den vijand van ons heen

Verleen ook Uwen vrêe met een;

Dat, door Uw leiding zöó

behoed. Wij al ontgaan wat schade doet.


-ocr page 36-

— 32 —

Per le sciamus da Patrem, Noscamus atque Filium, Teque utriusque Spirilum Credamus omni lempore.

Beo Patri sil gloria.

Ejus que soli Filio Cum spirilu Paracliio Nunc ct per omne sseculum. Anion.

Ant. Vcni, Sancte Spiritus, reple tuorum corda fi-delium, et tui amoris in eis ignom accende.

y. Emitle spirilum tuum, et creabuntur. (1)

ii,. Et renovabis—faciem terne.

Oremus.

Deus qui corda fldelium Sancti Spiritus illustratione docuisti, da nobis in codem Spiritu recta sapere et de ejus semper consolalione gaudere. Per Christum Do-minum nostrum. Amen.

Dat eik door U den Vader eerquot;. Den Zoon ook door U kennen leer\'. En U, linn beider geest, altijd Onwrikbaar in geloof belijd\'.

Zij God den Vader lof gebóon. En Zijn uit \'t graf verrezen Zoon,

En aan den Trooster, met

hen eén, Door aller eeuwen ecuwen heen. Amen.

| y. Zend uwen geest, en zij zullen geschapen worden.

if En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen.

Laat ons bidden.

O God, die de harten der geloovigen door de verlichting van den H. Geest hebt onderwezen; geef, dat wij in denzelfden Geest wat recht is smaken en ons altijd over zijne vertroosting verheugen. Door Christus onzen Heer. Amen.


1

In den Paaschtijd voege men er bij: Alleluja.

-ocr page 37-

— sa

in.

Gebed tot de Beschermheiligen der Leden en der afdeelingen.

gt;\'• Bidt voor ons, Heilige Patronen van onze Congregatie.

Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

LAAT 0,\\S BIDDEN.

0 God, die ons ieder jaar eenigen uwer Hemel-lingen tot Patronen schenkt, geef genadig, dat wij en al onze naastbestaanden, vrienden en vijanden, door tusschenkomst der Heiligen, welke wij dit jaar van uwe goedertierenheid tot Patronen ontvangen hebben, voor het tegenwoordige den bijstand uwer genade mogen gevoelen, opdat wij, door de hulp van diezelfde genade versterkt, de deugden mogen beoefenen, welke zij ons door hunne voorbeelden geleerd hebben.

Wij smeeken U, o Heer, dat al uwe Heiligen ons overal bijstaan, opdat wij hunne voorbidding mogen gevoelen, terwijl wij hunne verdiensten vereeren. Door Christus, onzen Heer. Amen.

\'}\'■ Heilige Patronen van onze Congregatie.

Bidt voor ons.

-ocr page 38-

— 34 -

IV.

LITANIE

VAN DE

HEILIGE FAMILIE.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God Heilige Geest, ontferm U onzer.

Heilige Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. Jezus, Maria, Joseph, wij nemen allen onze toevlucht tot U. ^

Jezus, Maria, Joseph, waardige voorwerpen van

eeredienst en liefde, §

Jezus, Maria, Joseph, die door de taal aller eeuwen § de Heilige Familie genoemd wordt, . ®

Jezus, Maria, Joseph, voor altijd gezegende namen ^ van den Vader, van de Moeder en van het Kind, ® welke de Heilige Familie uitmaken, |

Jezus, Maria, Joseph, nieuwe Bruidegom, nieuwe Z Bruid, nieuw Kind, die de familie, welke vóór g het Christendom vervallen was, hersteld hebt, g Jezus, Maria, Joseph, afbeeldsel der aanbiddelijke £ Drievuldigheid op aarde, g.

Heilige Familie, wier zuivere verbindtenis voor- c

-ocr page 39-

— 33 —

bereid werd door eene onschuldige en deugdzame jeugd, wij nemen allen onze toevlucht tot U. Heilige Familie, beproefd door de grootste wederwaardigheden,

Heilige Familie, beproefd op uwe reis naar Bethlehem,

Heilige Familie, van iedereen verstoeten, en genoodzaakt in eenen stal te gaan herbergen. Heilige Familie, begroet door het gezang der ^ Engelen, ^

Heilige Familie, bezocht door arme herders, » Heilige Familie, vereerd door de drie Koningen, g Heilige Familie, hooggeprezen door den heiligen § grijsaard Simeon, w

Heilige Familie, vervolgd en naar een vreemd gquot; land verbannen, 0

Heilige Familie, verborgen en onbekend te Nazareth, S Heilige Familie, zeergetrouw aan de wetdesHeeren, Z-Heilige Familie, voorbeeld der christelijke familie, § Heilige Familie, waarin vrede en eendracht cquot; heerschten, §■

Heilige Familie, waarvan het Hoofd is een voor-

beeld van vaderlijke waakzaamheid,

Heilige Familie, waarvan de Bruid is een voorbeeld ^

van moederlijke zorgvuldigheid.

Heilige Familie, waarvan het Kind is een voorbeeld

van gehoorzaamheid en kinderlijke liefde,

Heilige Familie, die een arm, werkzaam en boetvaardig leven hebt geleid.

Heilige Familie, die uw brood hebt gewonnen in het zweet des aanschijns.

-ocr page 40-

— 36 —

Heilige Familie, arm in aardsche, maar rijk in hemel-sche goederen, wij nemen allen onze toevluebt totU. Heilige Familie, versmaad bij de menschen, maar grool in de oogen van God, wij nemen allen onze loevlucht lol U.

Heilige Familie, onze steun gedurende het leven en onze hoop in het uur des doods, wij nemen allen onze toevlucht tot U.

Heilige Familie, die onze vergadering beschermt,

wij nemen allen onze toevlucht tot U.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

spaar ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld,

ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

GEBED.

God van goedheid en barmhartigheid, die U ge-waardigd hebt ons te roepen tot deze godvruchtige Vergadering van de Heilige Familie, verleen ons de genade van Jezus, Maria en Joseph altijd Ie vereeren en na te volgen, opdat wij, na hun aangenaam te zijn geweest op aarde, hunne tegenwoordigheid mogen genieten in den hemel. Door denzelfden Christus onzen Heer. — Amen.

-ocr page 41-

— 37 —

V.

Memorare van de H. Maagd.

Gedenk — o goedertierenste Maagd — dat het nooit gehoord is — dat iemand — die tot ü zijne toevlucht nam — uwen bijstand verzocht — of uwe voorspraak inriep — door U verlaten is. — Bemoedigd dooi\' dit vertrouwen — snel ik tot UTb Maagd der maagden — en zuchtend onder het gewicht mijner zonden — werp ik mij rouwmoedig voor uwe voeten neder; — o Moeder des eeuwigen Woords — versmaad mijne gebeden niet — maar neem die gunstig aan — en gewaardig U, die te verhoeren. — Amen.

Memorare van den H. Joseph.

Herinner u — o beste — beminnelijkste — zoetste en barmhartige Vader — Heilige Joseph — dat de groote Heilige Theresia verzekert — dat zij nooit hare toevlucht tot uwe bescherming genomen heeft — zonder verhoord te zijn geworden. — Aangemoedigd door datzelfde vertrouwen — o mijn zeer beminde Heilige Joseph — kom ik en neem ik tot U mijne toevlucht — en zuchtend onder het zwaar gewicht van mijne menigvuldige zonden — werp ik mij voor uwe voeten neder; — o allermeedoogendste Vader — verwerp mijne arme en zwakke gebeden niet — maar hoor ze gunstig aan, — en gewaardig u, die te ver-hooren. — Amen.

-ocr page 42-

— 38 —

VI.

Een Onze Vader en Wees gegroet voor onze weldoeners.

Een Wees gegroet om de genade te verkrijgen van veel vrucht te trekken uit de Conferentie.

VII.

Gezang van een geestelijk lied, door den Eerw. Bestuurder aan te wijzen.

VIII.

Aankondiging der Patroonheiligen, die in den loop der week gevierd worden, en aan de leden of afdee-lingen der Broederschap ter bijzondere vereering door het lot zijn aangewezen. (Art. 18.) Ook. kunnen hier gevoeglijk die aanmerkingen of verordeningen gemaakt worden, welke de Eerw. Bestuurder voor de Broederschap noodzakelijk of nuttig oordeelt.

IX.

De Conferentie.

Het onderwerp der Conferentiën is: de godsdienst, beschouwd in hare leerstellingen, zedeleer en eeie-dienst; heel het leven, het lijden en al de deugden van den Heer; het leven en de voorbeelden van de Allerheiligste Maagd Maria, van den H. Joseph en van andere Heiligen, enz.

X.

Onderzoek van geweten.

Onderzoeken wij ons geweten om de fouten te

-ocr page 43-

- 39 —

r

kennen, welke wij gedurende deze week bedreven hebben, en vragen wij uit den grond van ons hart aan God vergiffenis over dezelve.

Akt van Berouw.

Mijn Heer en mijn God, mijne zonden zijn mij leed uit den grond mijns harten, niet alleen omdat ik daardoor uwe rechtvaardige staffen verdiend heb,

A maar vooral omdat ik daardoor Uwe goddelijke Majesteit en goedheid, die ik boven al bemin, vergramd heb: ik haat en verzaak die zonden uit liefde tot U: en ik maak het vaste voornemen voortaan nooit meer te zondigen, alle gelegenheid van zonde te schuwen, eene rechtzinnige biecht te spreken, en liever te sterven dan U nog te vergrammen.

XI.

Aanroeping van Jezus, Maria, Joseph.

Jezus, Maria, Joseph — ik geef U mijn hart — mijn geest en mijn leven.

Jezus, Maria, Joseph — staat mij bij in mijnen doodstrijd.

Jezus, Maria, Joseph, — geeft dat ik in uw gezelschap in vrede sterve.

\' (500 dagen aflaat voor iederen keer, en dezen aflaat kan

men aan de geloovige zielen toevoegen. Pius VII, 1807).

XII.

Geestelijke Communie.

Kom — Heere Jezus — ik bemin U — ik verlang naar U — kom in mijn hart — ik verbind mij met ü — ik vereenig mij met U — wil nooit van mij scheiden.

-ocr page 44-

— .40 —

of aldus:

Mijn lieve Jesus — ik geloof — dat Gij in dit Allerheiligste Sakrament tegenwoordig zijt. — Ik bemin U boven al. — Ik wensch U in mijn hart te ontvangen — maar terwijl dit thans niet werkelijk geschieden kan _ kom dan ten minste geestelijker wijze in mij; — ik vereenig mij met U, alsof gij werkelijk in mijne ziel waart gedaald — laat toch niet toe — mijn Jezus — dat ik ooit van U scheide. Amen. {Alphonsus de Liguori).

XIII.

De zegen met het Allerheiligste Sacrament.

Tantum ergo Sacramentum Veneremur cernui, Et antiquum documentum Novo cedat rilui;

Praestet fides supplementum Sensuum defectui.

v. Panem de coelo praesti-tisti eis. (\')

Eeren wij dan diep gebogen

Een zoo heilig Sacrament;

De oude schaduw is vervlogen

En in \'t nieuw Geheim vol-end;

Steun \'t geloof het zinvermogen,

Dat niet zelf dit wonder kent.

Aan den Vader lof en jubel,

Genitori Genitoque Laus et jubilatio;

Salus, honor, virtus, quoque Sit et benediclio;

Procedenti ab utroque Compar sit laudatio. Amen.

r. Omne delectamcnlum in se habentem.

Lof en jubel aan don Zoon; Heil en eer, kracht en glorie. Dankgebed en zegeloon! Hem die voortkomt van hen

beiden,

D\'eigen lofzang aangeboón. v. Gij hebt hun brood van

den hemel gegeven. r. Dat alle verkwikking in zich bevat.


-ocr page 45-

— 41 —

Oremus.

Deus, qui nobis sub Sacramento mirabili, passionis tuae mcmoriam reliquisti; Iribue quaesumus, ita nos corporis et sanguinis tui sacra mysteria vene\'rari, ut redemptionis tuae fructum in nobis jugitor senliamus. Qui vivis et regnas in sae-cula saeculorum, Amen.

Laat ons bidden.

o God, die ons onder dit wonderbare Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, wij bidden u, geef ons, dat wij de heilige geheimen Van uw ligchaam en bloed zoo eerbiedig vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogen gevoelen. Die\'leeft en heerscht door alle eeuwen der eeuwen. Amen.


XIV.

Gezang van een lied door den Eerw, Bestuurder aangewezen.

PSALM CXV1 (*).

Laudate Dominum, om-nes gentes; * laudate eum, omnes populi.

Quoniam conllrmata est super nos misericordia ejus:* et Veritas Domini inanet in aeternum.

Gloria Patri, et Filio, * et Spiritui Sancto.

Sicut erat in principio, et nunc, et semper, * et in sae-cula saeculorum. Amen.

Looft den Heer, alle natiën, looft hem, alle volken.

Want zijne barmhartigheid is over ons bevestigd, en de waarheid des Heeren blijft in eeuwigheid.

Glorie zij den Vader, en den Zoon en den H. Gsest.

Gelijk het was in den beginne, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen.

Amen.


(\') De * beduiden rustteekens, welke men in liet zingen moet in aclit nemen.

-ocr page 46-

— 42 —

LITANIE

VAN DE

ALLERHEILIGSTE MAAGD MARIA.

Kyrie, eleison.

Chrisle, eleison,

Kyrie, eleison.

Chrisle, audi nos.

Chrisle, exaudi nos.

Paler de coelis Deus, miserere nobis.

Fili, Redemplor mundi. Deus

miserere nobis.

Spirilus Sancle, Deus, miserere nobis.

Sancta Trinilas, unus Deus,

miserere nobis.

Sancla Maria, ora pro nobis. Sancta Dei Genilrix,

Sancla Virgo virginum, Maler Christi,

Maler divinse gratiae.

Maler purissima. Maler castissima, Mater inYiolata,

Maler intemerala. Mater amabilis.

Maler admirabilis, Maler Crealoris, Maler Salvaloris, Virgo prudentissima, Virgo veneranda, Virgo praedicanda, Virgo polens,

Virgo elemens,

Virgo fidelis, Speculum justitise,

Heer, ontferm u onzer. Christus onlferm u onzer. Heer, onlferm u onzer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons. God hemelsche Vader, ontferm u onzer.

God Zoon, verlosser der wereld, ontferm u onzer. God H. Geest, ontferm u onzer.

H. Drievuldigheid, één God,

ontferm u onzer. H. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods,

H. Maagd der maagden, Moeder\'van Christus, Moeder der goddelijke

genade.

Allerreinste Moeder, 5 Allerzuiverste Moeder, Ongeschonden Moeder, g Onbevlekte Moeder, ° Beminnelijke Moeder, 0 Wonderlijke Moeder, a Moeder des Scheppers, ■ Moeder des Zaligmakers, Allervoorzigtigste Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd, Goederlieren Maagd, Getrouwe Maagd,

Spiegel der rechtvaardigheid,


-ocr page 47-

— 43 —

Sedes sapientiae, ora pro nobis.

Causa nostrae laetitiae, Vas spirituale, Vas honorabile,

Vas insigne devotionis,

Rosa myslica,

Tunis Davidica,

Turris eburnea,

Domus aurea.

Foederis area,

Jamia coeii. o

Stella maluliea, 3

Salus inflrmorum, ■a

Ri fu^\'iiun peccalorum, o Consolatrix afflictorum, a Auxilium Christianorum, §■ Reyiua Ange\'.orum, S-

Retina Pati-iareharum, Regina Prophetarum,

R giea Apostolorum,

Ri\'L\'iui Marlyrum,

Ri^i\'ia Confessorum,

Rcgma Virginum,

Regina Sanclorutn omnium,

Regina, sine labe con-cepta,

Regina Sanctissimi Rosa rii, .

Agnus Dei, qui toilis pec-cata mundi, parce nobis, Domine.

Agnus Dei, qui toilis pec-cala mundi, exaudi nos, Domine.

Agnus Dei, qui toilis pec-cata mundi, miserere nobis.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Stoel der wijsheid, bid voor ons.

Oorzaak onzer blijdschap, Geestelijk vat,

Eerwaardig val,

Uitmuntend vat van godsvrucht.

Geestelijke Roos,

Toren van David,

Ivoren toren.

Gulden huis,

Arke des verbonds.

Deur des hemels, w

Morgenster, 5;

Behoudenis der kranken, ^ Toevlucht der zondaren, g Troosteres der bedrukten, -• Hulp der Christenen, g Koningin der Engelen, y Koningin der Patriarchen, Koningin der Profeten, Koningin der Apostelen, Koningin der Martelaren, Koningin der Belijders, Koningin der Maagden, Koningin van alle Heiligen,

Koningin, zonder vlek ontvangen.

Koningin van don allerheiligsten Rozenkrans. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.


-ocr page 48-

— 44 —

v. Ora pro nobis, Sancta Dei Genitrix.

r. Ut digni efflciamurpro-missionibus Chrisli.

Oremus.

Defende, quaosumus Do-mine, beala Maria semper Virgine interccdcnle, islam ab omni advcrsilatc famili-am, el toto corde tibi pros-tratam ab bosiium propiiius luêro clementer insidiis; per Christum Dominum nostrum. Amen.

v. Bid voor ons, Heilige Moeder Gods.

r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.

Laat ons bidden.

Wij bidden ü. Heer, door de voorspraak der H. Maagd Maria, behoed deze Heilige Familie van eiken tegenspoed, en gewaardig die te bevrijden van allo hinderlagen harer vijanden. Door Christus onzen Heer Amen.


LITANIE

VAN

ALLE HEILIG EN.

Kyrie, eleison.

Christe, cldson.

Kyrie, eleison.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Pator de coelis. Deus, miserere nobis.

Fili, Rodemptor mundi Deus, miserere nobis.

Spiritus Sancte, Deus, miserere nobis.

Sancta Trinitas, unus Deus, meserere nobis.

Sancta Maria, ora pro nobis.

Sancta Dei, Genitrix, ora pro nobis.

Heer, ontferm n onzer.

Christus, ontferm u onzer.

Heer, ontferm 11 onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm u onzer.

God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm u onzer.

God, H. Geest, ontterm u onzer.

H. Drievuldigheid, één God, ontferm u onzer.

H. Maria, bid voor ons.

H. Moeder Gods, bid voor ons.


-ocr page 49-

— 45 —

Sancta Virgo virginum, ora

pro nobis.

Sanctc Michael, ora pro nobis. Sancte Gabriel, ora pro nobis. Sanclcliaphaol, era pro nobis. Omnes saneti Angeli et Ar-cbangeli, orate pro nobis. Omnes sancli beatorum Spi-riluum Ordines, orate pro nobis.

Sanclo Joannes Baptista, ora

pro nobis.

Sanctc Joseph, ora pro nobis. Omnes sancli Palriarchae et Prophetae, orate pro nobis. Sancte Petre,

Sancte Paule,

Sancte Andrea,

Sanctc Jacobe.

Sancte Joannes, 0

Sancte Thoma, 3

Sanctc Jacobrgt;, ^

Sanctc Philippe, g

Sancte Bartbolomeee,

Sancte Wattlnee, o

Sanctc Simon, ~

Sancte Thadsee,

Sancte Mathia,

Sancte Barnaba,

Sancte Luca,

Sancte Marce,

Omnes saneti Apostoli et Evangelistae, orate pro nobis.

Omnes sancli Discipuli Do-

mini, orale pro nobis. Omnes sancli innocentes,

orate pro nobis.

Sancte Stephane, ora pro nobis.

Sancte Laurenti, ora pro nobis.

H. Maagd der maagden, bid

voor ons.

H. Michael, bid voor ons. H. Gabriël, bid voor ons. H. Raphael, bid voor ons. AUeheiligeengelenen aartsengelen, bidt voor ons. Allo heilige koren der zalige geesten, bidt voor ons.

H. Joannes dc dooper, bid

voor ons.

H. Joseph, bid voor ons. Alle heilige patriarchen cn

profeion, bidt voor ons. H. Petrus,

H. Paulus,

H. Andreas,

H. Jacobus,

H. Joannes,

H. Thomas, S

H Jacobus,

H. Philippus, o

H. Bartliolomeus, °

H. Matlheus, o

H. Simon, S

H. Thadeus,

H. Mathias,

H. Barnabas,

H. Lucas,

H. Marcus,

Alle heilige apostelen en evangelisten, bidt voor ons.

Alle heilige discipelen des

Heeren, bidt voor ons. Alle heilige onnoozele kinderen, bidt voor ons. H. Stephanus, bid voor ons.

H. Laurentius, bid voor ons.


-ocr page 50-

— 46 —

Sancte Vincenti, ora pro nobis.

Sancti Fabiane et Sebastia-

ne, orate pro nobis.

Sancti Joannes et Paule, orate

pro nobis.

Sancti Cosma el Damiane,

orate pro nobis.

Sancti Gervasi et Protasi,

orate pro nobis.

Omnes Sancti Martyres, orale pro nobis.

Sancte Silvester, ora pro nobis. o

Sancte Gregori, 3

Sancte Ambrosi,

Sancte Augustine, g

Sancte Hieronyme, o

Sancte Martine, S

Sancte Nicolae,

Omnes SS. Pontifices et Cqn-fessores, orale pro nobis. Omnes sancti Doctores, orale

pro nobis.

Sancte Antoni, ora pro nobis. Sancte Benedicte, ora pro nobis.

Sancte Bernarde, ora pro nobis.

Sancte Dominice, ora pro nobis.

Sancte Francisce, ora pro nobis.

Omnes sancti Sacerdotes et

Levitae, orale pro nobis. Omnes sancti Monachi el EremilDe, orate pro nobis. Sancta Maria Magdalena, ora

pro nobis.

Sancta Agatha, ora pro nobis. Sancta Lucia, ora pro nobis. Sancta Agnes, ora pro nobis.

H. Vincentius, bid voor ons.

HH. Fabianus en Sebastia-nus, bidt voor ons.

HH. Joannes en Paulus, bidt voor ons.

HH. Cosmas en Damianus, bidt voor ons.

HH. Gervatius en Protasius, bidt voor ons.

Alle heilige Martelaars, bidt voor ons.

H. Silvester, bid voor ons.

C8

H. Gregorius, S

H. Ambrosius, lt;

H. Augustinus, o

H. Hieronimus, 2

H. Martinus, ■=

H. Nicolaiis,

Alle heilige bisschoppen en belijders, bidt voor ons.

Alle heilige leeraars, bidt voor ons.

H. Antonius, bid voor ons.

H. Benedictus, bid voor ons.

H. Bernardus, bid voor ons.

H. Dominicus, bid voor ons.

H. Franciscus, bid voor ons.

Alle heilige priesters en levieten, bidt voor ons.

Alle heilige monniken en kluizenaars, bidt voor ons.

H. Maria Magdalena, bid voor ons.

H. Agatha, bid voor ons.

H, Lucia, bid voor ons.

H. Agnes, bid voor ons.


-ocr page 51-

Sancta Caecilia, ora pro nobis. Sancta Catharina, ora pro nobis.

Sancta Anastasia, ora pro nobis.

Omnes sanctae Virgines et Viduae, orate pro nobis. Omnes Sancli et Sanctse Dei,

intercedite pro nobis. Propitius esto, paree nobis,

Domine.

Propitius esto, exaudi nos,

Domine.

Ab omni malo, libera nos,

Domine.

Ab omni peccato,

Ab ira lua,

A subitanea et inprovisa

morte.

Ab insidiis diaboli,

Ab ira, et odio, et omni

mala voluntate,

A spirilu fornicalionis,

A fulgure et tempestate, r A flagello terrae motus, 5-\'

CD

•-J

A peste, fame et bello, 65

O

A morte perpetua, -fquot;

Per mysterium sanctae 0 Incarnationis tuae, § Per Adventum tuum, g-Per Nativitatem luam, ngt; Per Baptismum et sanctum Jejunium luum. Per Crucem et Passio-

nem tuam.

Per Mortem et Sepultu-

ram tuam.

Per sanctam Resurrectio-nem tuam.

H. Cecilia, bid voor ons. H Catharina, bid voor ons.

H. Anastasia, bid voor ons.

Alle heilige maagden en weduwen, bidt voor ons. Alle Gods lieve heiligen, bidt

voor ons.

Wees genadig, spaar ons. Heer.

Wees genadig, verhoor ons Heer.

Van alle kwaad, verlos ons

Heer.

Van alle zonden,

Van uwe gramschap. Van een haastigen en on-

voorzienen dood,

Van de listen des duivels. Van gramschap, haat en

allen kwaden wil. Van den geest der on-

kuischheid.

Van bliksem en onweder, Van den geesel der aard- £?

beving, o

Van pest, hongersnood quot; en oorlog, §

Van den eeuwigen dood, Door het geheim uwer bj menschwording, g

Door uwe komst, ^

Door uwe geboorte,

Door uw doopsel en heilig vasten.

Door uw kruis en lijden.

Door uwen dood en uwe

begranis.

Door uwe heilige verrijzenis.


-ocr page 52-

Per admirabilem Ascensio- 1 ncm luam, libera nos, Domine.

Per Advenlum Spiritus sancli Paraclili, libera nos, Domine.

In die .ludicii, Libera nos,

Domine.

Peccatores, le rogamus, audi nos.

TJt nobis parcas,

Ut nobis indulgeas,

Ul ad veram poenitenti-am nos perducere dig-neris,

Ut Ecclesiam luam sanc-tam regere et conser-varc digneris.

Ut Domnum Aposlolicum ^ et omncs Ecclesiaslicos quot; Ordines in sancta Rc- 3 ligione conservare dig- ®g iicris 3

Ut inimicos sanctae Ec- g clesiae bumiliare di- quot; gncris, . . .v c

Ut regibus et prmcipibus amp; christian is pacem et B veram concordiam do- o nare digneris, quot;

Ut cuncto populo Chris-tiano pacem clunitatem largiri digneris,

Ut nosmelipsos in tuo sanclo servitio confor-tare et conservare digneris.

Ut mentes nostras ad ccclestia desideria eri-gas.

Door uwe wonderbare hemelvaart, verlos ons. Heer.

Door de komst van den H. Geest, den vertrooster, verlos ons. Heer.

In den dag des oordeels,

verlos ons. Heer. Wij zondaren, wij bidden u,

verboor ons.

Dal gij ons willet sparen. Dat gij ons onze misdaden kwijtscbeldet.

Dal gij u gewaardiget ons tol eene ware boelvaardigheid te geleiden.

Dal gij u gewaardiget uwe H. Kerk te bestieren en te beschermen,

Dat gij u gewaardiget den ^ roomschen Paus en alle ==: geestelijkheid in den o-heiligen godsdienst le g. bewaren, g

Dal gij u gewaardiget de vijanden der H. Kerk S1 te vernederen. lt;

. Dal gij u gewaardiget de g, christen koningen en o vorsten vrede en ware ^ eendracln te geven, o Dal gij u gewaardiget alle g christen volkeren vrede en eendrachi te ver-leenen.

Dat gij u gewaardiget ons 111 uwen heiligen dienst te versterken cn te bewaren.

Dal gij onze gemoederen tot hemelsche begeerten willei opwekken.

-ocr page 53-

— 49 —

Ut omnibus benefactoribus nostris sempiterna bona retribuas, te rogamus , audi nos.

Ut animas nostras, fra-trum, propinquorum, et benefactorum nos- H trorum ab selerna dam- ra natione eripias, 3

Ut fructus terne dare et 3 conservare digneris, ygt;

Ut omnibus fidclibus de- |_ functis requiem aster- — nam donare digneris, g

Ut nos exaudire digne- v ris,

Fiii Dei,

Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, paree nobis, Domino.

Agnus Dei, qui tollis pee-cata miindi, exaudi nos, Domine.

Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, miserere nobis.

Christe, audi nos.

Christe, exaudi nos.

Kyrie, eleison.

Christe, eleison.

Kyrie, eleison.

Pater noster, tic.

v. Et ne nos inducas in

tenlationem;

R. Sed libera nos a ma-

lo.

Dat gij u gewaardiget al onze weldoeners met de eeuwige goederen te vergelden, wij bidden u, verhoor ons. Dat gij u gewaardiget onze zielen en de zielen van ^ onze broeders, vrien-^ den en weldoeners van g; de eeuwige verdoeme- g; nis te behoeden, » Dat gij u gewaardiget de vruchten der aarde te-c geven en te bewaren, ^ Dat gij u gewaardiget alle 3. overledene geloovigen g deeeuwigerusttegeven, ^ Dat gij u gewaardiget ons g gebed te verhooren, » Zoon Gods,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer.

Lam Gods, dal wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons. Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm u onzer. Heer. Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Heer, ontferm u onzer. Christus, ontferm u onzer. Heer, ontferm u onzer.

Onze Vader, enx..

v. En leid ons niet in bekoring;

n. Maar verlos ons van den kwade.


4.

-ocr page 54-

— 50 —

PSALM 69.

Aanroeping van God in de gevaren.

Deus, in adjutorium meum [ intendc: Domino ad adju- j vandum me feslina.

Confundanlur et rcvere-antur, qui qusBrunt animam meam.

Averlanlur relrorsum, et erubcscant, qui voluut mihi mala.

Averlanlur slalim erubes-centes, qui dicunl mihi: Euge, euge. .

Exulteut et Inelenlur in te omnes qui qu?eiunt te, el dicant semper; Magnificelur Dominus, qui diligunt salu-tare tuum.

Ego vero egenus el pauper sum ; Deus, adjuva me.

Adiutor meus et liberator meus es lu: Domine, ne moreris.

Gloria Patri. ctc. v. Salvos fac servos tuos, r. Deus meus, sperantes

in te. . „ •

v. Esto nobis, Domine, turris forlitudinis, r. A facie inimici.

v. Nihil proficiat inimicus

in nobis.

r. El Alius iniquilalis non apponal nocere nobis.

v. Domine, non secundum peccala nostra facias nobis; r. Neque secundum ini-

0 God, zie op lol mijne hulp: Heer, haast u mij te helpen.

Dat zij beschaamd en ter schande worden, die mijne ziel zoeken.

Dal zij terugwijken en zich schamen, die mij kwaad willen.

Dalzij schielijk met schaamte terugkeeren die tot mij zeggen; Ha, zeer wel.

Laat hen allen verheugden blijde zijn in u, dieu zoeken; en dal zij, die uw heil beminnen, altijd zeggen ; De Heer zij grootelijks geprezen.

Daar ik arm en behoeftig ben; o God, kom mij ter hulp.

Gij zijl mijn helper en mijn verlosser; Heer, ver-loef niet.

Glorie zij den Vader, enz. v. Maak uwe dienaars zalig. r. Die in u hopen, o mijn God.

v. Wees ons. Heer, een sterke toren,

r. Tegen de aanvallen des

vijands.

v. Dat de vijand op ons geen voordeel behale,

r. En dat de zoon der ongerechtigheid niet vermo-se ons te beschadigen.

v. Heer, behandel ons niet naar onze zonden, r, En straf ons niet vol-

-ocr page 55-

— SI —

qui tales nostras retribuas nobis.

v. Oremus pro Pontifice nostro (N).

R. Do minus conserveteum, et vivificet eum, beatum facial eum in terra, el non tradal eum in animam ini-micorum ejus.

v. Oremus pro benefac-loribus nostris.

R. Relribuere dignare, Do-mine, omnibus nobis bona facientibus, propter nomen tuum,vilamfeternam. Amen.

v. Oremus pro Fidelibus defunctis.

R. Requiem telernam dona eis, Domine, el lux per-pelua luceat eis.

v. Requiescanl in pace. r. Amen.

v. Pro fratibus nostris absentibus.

r. Salvos fac servos tuos. Deus meus, speranles in te.

v. Mille eis Domine, auxi-lium de sancto.

r. El de Sion luere eos. v. Domine. exaudi orati-onem meam.

r. Et clamor meus ad te venial.

v. Dominus vobiscum. r. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

Deus cui proprium est misereri semper et parcere, suscipe deprecalionem nos-tram; ut nos et omnes fa-gens onze ongerechtigheden.

v. Laat ons bidden voor onzen Paus (N).

r. De Heer beware hem, en behoude hem helleven; en make hem gelukkig op de aarde, eu hij geve hem aan den wil zijner vijanden niet over.

v. Laat ons bidden voor onze weldoeners.

r. Heer, gewaardig u aan allen die ons goed doen, om uwen naam, hel eeuwige leven le verleenen. Amen.

v. Laat ons bidden voor de overledene geloovigen.

r. Heer, geef hun de eeuwige rust, en dat hel altijd durende licht voor hen schijne. v. Dal zij in vrede rusten. r. Amen.

v. Laat ons bidden voor onze broeders, die afwezig zijn.

r. Maak uwe Dienaars zalig, die in u hopen, o mijn God!

v. Heer, zend hun hulp uit uw heiligdom. r. En bescherm hen uit Sion. v. Heer,verhoor mijn gebed.

b. En mijn geroep kome tol u.

v. De Heer zij met u, r. En met uwen geest.

L.aat ons bidden.

O God ! aan wien het eigen is altijd genadig te zijn en te sparen, ontvang ons gebed, opdat uwe goedertierene


-ocr page 56-

— 52 —

mulos tuos, quos deliclorum catena conslringit, miseratio tuse pietatis clementer ab-solvat.

Exaudi, quaesumus, Dorai-ne, supplicum preces, etcon-filentium libi parce pcccatis: ut pariler nobis indulgen-liam tribuas benignus et paccm.

Ineffabilem nobis, Domine, misericordiam tuam clementer ostende; ut simul nos et a pcccatis omnibus exuas, et a pccnis quas pro his mere-mur eripias.

Dous, qui culpa oil\'enderis, ptunitentia placaris, preces popuh tui SLipplicantis pro-pitius respice; et llagella tuiie iracundke, qme pro pcccatis nostris meremur, averte.

Omnipotens sempilerne Deus, miserere famulo tuo Pontifice nostro N., et dirigc cum secundum luam ciemon-tiam, in viam salutis setern®: ut, te donante, tibi placita cupiat, et tota virtuie per-liciat.

Ueus, a quo sancta desi-deria, recta consilia, et justa sunt opera, da servis tuis illam, quam mundus dare non potest pacem ; ut et cor-barmharligheid ons en al uwe dienaars, die met de ketenen der zonden gebonden zijn, genadiglijk ontbinde.

Wij bidden u, Heer, verhoor de gebeden der oot-moedigen, en spaar degenen die u hunne zonden belijden, opdat wij te zamen vergiffenis en vrede van uwe goedertierenheid verwerven.

Toon ons genadiglijk, o Heer! uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, en verlos ons van alle zonden, en te gelijk van de straffen die wij door dezelven verdiend hebben.

O God! die door de zonde vergramd, en door de boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden uws volks, hetwelk zich nederwerpt voor uwe grootheid, en wend van ons af de geesels uwer gramschap, welke wij door onze zonden verdienen.

Almachtige en eeuwige God, ontferm u over uwen dienaar, onzen Paus N., en bestier hem volgens uwe goedertierenheid in den weg des eeuwigen levens, opdat hij door uwe gunst begeere hetgene u behaagt, en hetzelve met alle kracht volbrenge.

O God, van wien de heilige begeerten, de goede voornemens en de rechtvaardige werken voortkomen, geef aan uwe dienaars dien vrede.


-ocr page 57-

— 53

da nostra mandatis tuis de-dita, et hostium sublata for-midine, tempora sint tua protectione tranquilla.

Ure igne saneti Spiritus, renes nostros et cor nostrum, Domine, ut tibi casto cor-pore serviamus, et mundo corde placeamus.

Fidelium Deus omnium Conditor et Redemptor, ani-mabus famulorum famula-rumque tuarum remissionem cunclorum tnbue peccato-rum; ut indulgentiam, quain semper optaverunt piis sup-plicationibus consequantur.

Actiones nostras, quaesu-mus, Domine, aspirando praeveni, et adjuvando pro-sequere; ut cuncta nostra oratio et operatic a te semper incipiat, et per te cccpta fmiatur.

Omnipotens sempiterne Deus, qui vivorum domi-naris simul el mortuorum, omniumque misereris, quos tuos fide et opere futures esse praenoscis: te supplices exoramus; ut pro quibus effundere preces decrevimus, quosque vel praesens sae-culum adhuc in carne retinet.

welken de wereld niet geven kan, opdat onze haricn genegen wezen lot hot volbrengen uwer geboden, en wij, van de vrees der vijanden ontslagen, door uwe bescherming in rust mogen leven.

üntsteek, o Heer! onze nieren en harleu door het vuur van den H. Geest, opdat wij u met een zuiver lichaam dienen, en met een rein hart behagen.

God, Schepper en verlosser van alle geloovigen, verleen aan de zielen uwer dienaars en dienaressen vergiffenis van alle zonden , opdat zij de kwijtschelding, naar welke zij allijd verlangd hebben, door godvruchtige smcekingen mogen verwerven.

Wij bidden u, o Hoer! voorkom onze werken door den invloed uwer genade en voltrek die door uwe medewerking, opdat alle onze gebeden en werken altijd met u beginnen, en alzoo begonnen, door u voltrokken worden.

Almachtige, eeuwige God! die over levenden en dooden beerscht, en u ontfermt over allen, die gij te voren weet welke door het geloof en de werken de uwen zullen wezen; wij bidden u ootmoe-diglijk, dat degenen voor wie wij voorgenomen hebben onze gebeden te storten, het


-ocr page 58-

54 —

vel futurum jam exulos cor-pore suscepit, intercedenli-bus omnibus Sanctis tuis, pietatis tuae dementia omnium delictorum suorum veniam consequantur. Per Dominum nostrum Jesum Christum Filium luum, qui tecum vivit et regnat in uni-tate spiritus Sancti, Deus, per omnia saecula saeculorum. r. Amen.

v. Dominus vobiscum. r. Et cum spiritu luo. v. Exaudial nos omnipo-tens el miscricors Dominus.

r. Amen.

v. Fidelium animae per misericordiam Dei requies-cant in pace.

r. Amen.

zij die nog in deze wereld leven of reeds overleden zijn, op de voorspraak van al uwe heiligen, door uwe genade, vergiffenis van al hunne zonden mogen verkrijgen; door onzen Heer Jezus-Chrislus.

r. Amen.

v. De Heer zij met u. r. En met uwen geest, v. Dal de almachtige en goederlieren God ons ver-iioore.

r. Amen.

v. Dat de zielen der geloo-vigen door de barmhartigheid Gods in vrede rusten. r. Amen.


AKTE VAN OPDRACHT.

O Jezus! Maria! Joseph!

ik......O , ^

in de tegenwoordigheid — van geheel het hemclscn Hof — kies u op dezen dag — vol vertrouwen tot mijne Beschermers ; — ik offer u op — en heilig u plechtig in deze Congregatie toe — mijn lichaam en mijne ziel — alles wat ik heb en alles wat ik ben; — ik maak het vaste besluit als een goed christen te zullen leven — om als een uitverkoiene te kunnen sterven. — Welk een geluk voor mij

(\') Ieder lid noeme hier zijnen naam en voornaam.

-ocr page 59-

— 55 —

eens na een trouw vereerder en navolger — van Jezus, Maria, Joseph — te zijn geweest op aarde — in hun heilig gezelschap — opgenomen te worden in den hemel — en dat voor eene eeuwigheid! — Dit hoop ik. — Amen.

6. Onmiddellijk na deze akte, leest of zingt de Eerw. Bestuurder de volgende formule van aanneming:

Et ego, in nomine Sanc-tissimae Trinitatis, et ex facultate mihi concessa, vosomnes adscribo Archi-sodalitali Sanctae Fami-liae Jesu, Mariae, Joseph, in hac nostra Ecclesia ca-nonice ereclae,vosque par-ticipes declaro omnium gratiarum el Indulgenli-arum quae Archisodalilati ejusdem Sanctae Familiae Leodii, in Ecclesia B. M. V. Imniaculatae, a Sancta Sede Aposlolica similiter erectae, a Summo Ponti-fice Pio IX concessae sunt: Deum ac Dominum nostrum Jesum Christum enixe deprecans, ut vos in sancto Dei servitio confor-tare, in pace mutuaque charitate conservare, et perseverantiam in fide operibusque bonis conce-dere dignetur.

En ik, in naam der allerheiligste Diieëenheid, en door de mij verleende macht, neem u allen aan in de Aartsbroederschap der heilige Familie Jezus, Maria, Joseph, in deze onze kerk wetlig opgericht, en verklaar u deelachtig aan alle gunsten en aflaten, welke dooi\' Zijne Heiligheid Paus Pius IX verleend zijn aan dezelfde Aartsbroederschap der H. Familie te Luik, dooiden heiligen Apostolischen Stoel in de kerk van de heilige en onbevlekte Maagd Maria, insgelijks opgericht; onzen Heer en God Jezus Christus vurig suieekende, dat Hij gelieve u in den heiligen dienst van God te sterken, onderling in vrede en liefde te bewaren, en u de volharding in het geloof en in goede werken te ver-leenen.


-ocr page 60-

— 52 —

mulos tuos, quos delictorum catena constringil, miseratio lute pietatis clementer ab-solvat.

Exaudi, quoesumus, Domi-ne, supplicum preccs, etcon-filenlium tibi parce pcccalis: ut pariler nobis indulgen-liam Iribuas benignus et paccm.

Iiieffabilem nobis, üomine, misericordiam tuam clementer ostende; ul simul nos et a pcccalis omnibus exuas, et a pocnis quas pro his mere-mur eripias.

Dpus, qui culpa offenderis, pccmtentia placaris, preces popuh tui supplicantis pro-pitius rcspice: el flagella tuse iracundiae, qu;e pro pcccalis nostris mcremur, averle.

Omnipotens sempiterne Deus, miserere famulo tuo Ponlificenoslro N., et dirigc cum secundum luam clcmen-tiam, in viam salutis seternse; ut, to donante, tibi placita cupiat, et tola virtme per-flcial.

Deus, a quo sancta dcsi-deria, recta consilia, et justa sunt opera, da servis tuis illam, quam mundus dare non potest pacem ; ut et cor-barmhartigheid ons en al uwe dienaars, die met de ketenen der zonden gebonden zijn, genadiglijk ontbinde.

Wij bidden u. Heer, verhoor de gebeden der oot-moedigen, en spaar degenen die u hunne zonden belijden, opdat wij te zamen vergiffenis en vrede van uwe goedertierenheid verwerven.

Toon ons genadiglijk, o Heer! uwe onuitsprekelijke barmhartigheid, en verlos ons van alle zonden, en te gelijk van de straften die wij door dezelven verdiend hebben.

O God! die door do zonde vergramd, en door de boetvaardigheid verzoend wordt, zie genadig neder op de gebeden uws volks, hetwelk zich nederwerpt voor uwe grootheid, en wend van ons af de geesels uwer gramschap, welke wij door onze zonden verdienen.

Almachtige en eeuwige God, ontferm u over uwen dienaar, onzen Paus N., en beslier hem volgens uwe goedertierenheid in den weg \'des eeuwigen levens, opdat hij door uwe gunst begeere hetgene u behaagt, en hetzelve met alle kracht volbrenge.

O God, van wien de heilige begeerten, degoedevoor-nemens en de rechtvaardige werken voortkomen, geef aan uwe dienaars dien vrede.


-ocr page 61-

— 53 —

da nostra mandatis tuis de-dita, et hostium sublata for-midine, tempora sint tua protectione tranquilla.

Ure igne sancti Spiritus, renes nostros et cor nostrum, Domine, ut tibi casto corpora serviamus, et mundo corde placeamus.

Fidelium Deus omnium Conditor et Redemptor, ani-mabus famulorum famula-rumquetuarum remissionem cunctorum tribue peccato-rum; ut indulgentiam, quam semper optaverunt piis sup-plicationibus consequantur.

Actiones nostras, quaesu-mus, Domine, aspirando praeveni, et adjuvando pro-sequere; ut cuncta nostra oratio et operatic a te semper incipiat, et per te coepta finiatur.

Omnipotens sempiterne Deus, qui vivorum domi-naris simul et mortuorum, omniumque misereris, quos tuos fide et opere futures esse praenoscis: te supplrces exoramus; ut pro quibus effundere preces decrevimus, quosque vel praesens sae-culum adhuc In carne retinet.

welken de wereld niet geven kan, opdat onze harten genegen wezen lot hot volbrengen uwer geboden, en wij, van de vrees der vijanden ontslagen, door uwe bescherming in rust mogen leven.

Ontsteek, o Heer! onze nieren en harten door het vuur van den H. Geest, opdat wij u met een zuiver lichaam dienen, en met een rein hart behagen.

God, Schepper en verlosser van alle geloovigen, verleen aan de zielen uwer dienaars en dienaressen vergiffenis van alle zonden , opdat zij de kwijtschelding, naar welke zij altijd verlangd hebben, door godvruchtige smeekingen mogen verwerven.

Wij bidden u, o Heer! voorkom onze werken door den invloed uwer genade en voltrek die door uwe medewerking, opdat alle onze gebeden en werken altijd met n beginnen, en alzoo begonnen, door u voltrokken worden.

Almachtige, eeuwige God! die over levenden en dooden heerscht, en u ontfermt over allen, die gij te voren weet welke door het geloof en de werken de uwen zullen wezen ; wij bidden u ootmoe-diglijk, dat degenen voor wie wij voorgenomen hebben onze gebeden te storten, het


-ocr page 62-

— 54 —

vel futurum jam exulos cor-pore suscepit, intercedenli-bus omnibus Sanctis luis, pietatis tuae dementia omnium delictorum suorum veniam consequanlur. Per Dominum nostrum Jesum Christum Filium luum, qui tecum vivit et regnat in uni-tate spiritus Sancti, Deus, per omnia saocula saeculorum. r. Amen.

V. Dominus vobiscum. r. Et cum spiritu tuo. v. Exaudiat uos omnipo-tens et misericors Dominus.

r. Amen.

v. Fidelium animae per misericordiam Dei requies-cant in pace.

n. Amen.

zij die nog in deze wereld leven of reeds overleden zijn, op de voorspraak van al uwe heiligen, door uwe genade, vergiffenis van al hunne zonden mogen verkrijgen; door onzen Heer jezus-Christus.

r. Amen.

v. De Heer zij met u. r. En met uwen geest, v. Dat de almachtige en goedertieren God ons ver-hoore.

r. Amen.

v. Dat de zielen der geloo-1 vigen door de barmhartig-j heid Gods in vrede rusten. ! r. Amen.


AKTE VAN OPDRACHT.

O Jezus! Maria! Joseph!

in de tegenwoordigheid — van geheel het hemelsch jj0f — yes u op dezen dag — vol vertrouwen tot mijne Beschermers ; — ik offer u op — en heilig u plechtig in deze Congregatie toe — mijn lichaam en mijne ziel — alles wat ik heb — en alles wat ik beu; — ik maak het vaste besluit — als een goed christen te zullen leven — om als een uitverkorene te kunnen sterven. — Welk een geluk voor mij

-ocr page 63-

— 55 —

eens na een trouw vereerder en navolger — van Jezus, Maria, Joseph — te zijn geweest op aarde — in hun heilig gezelschap — opgenomen te worden in den hemel — en dat voor eene eeuwigheid! — Dit hoop ik. — Amen.

6. Onmiddellijk na deze akte, leest of zingt de Eerw. Bestuurder de volgende formule van aanneming:

Et ego, in nomine Sanc-tissimae Trinitalis, et ex facilitate mihi concessa, vosomnes adscribo Archi-sodalitati Sanctae Fami-liae Jesu, Mariae, Joseph, in hac nostra Ecclesia ca-nonice creclae,vosque par-ticipes declaro omnium gratiarum el Indulgerli-arum quae Archisodalilati ejusdem Sanctae Familiae Leodii, in Ecclesia D. M. V. Immaculalae, a Sancta Sede Apostolica similiter erectae, a Summo Ponti-fice Pio IX concessae sunt: Deum ac Dominum nostrum Jesum Christum enixe deprecans, ut vos in sancto Dei servitio confor-tare, in pace mutuaque charitate conservare, et perseverantiam in fide operibusque bonis conce-dere dignetur.

En ik, in naam der allerheiligste Drieëenheid, en door de mij verleende macht, neem u allen aan in de Aartsbroederschap der heilige Familie Jezus, Maria, Joseph, in deze onze kerk wettig opgericht, en verklaar u deelachtig aan alle gunsten en aflaten, welke door Zijne Heiligheid Paus Pius IX verleend zijn aan dezelfde Aartsbroederschap der H. Familie te Luik, dooiden heiligen Aposlolischen Stoel in de kerk van de heilige en onbevlekte Maagd Maria, insgelijks opgericht; onzen Heer en God Jezus Christus vurig smeekende, dat Hij gelieve u in den heiligen dienst van God te sterken, onderling in vrede en liefde te bewaren, en u de volharding in het geloof en in goede werken te ver-leenen.


-ocr page 64-

— 56 —

Daarna besproeit Zijn Eer zeggende :

In nomine Patris et Fi-lii t et Spiritus sancti. Amen.

7. De zegening en uitc plomen.

Gebed ter

v. Adjutorium nostrum

in nomine Domini. R. Qui fecit coelum et

terram.

v. Dominus vobiscum. r. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

Omnipotens sempiterne Deus, qui Sanctorum imagines sculpi aut pingi non reprobas, ut quoties illas oculis corporis intuemur, totieseorum actus st sanc-titatem ad imitandum, memoriae oculis meditemur; has quaesumus imagines in honorem et memoriam unigeniti Filii tui Domini nostri Jesu Christi, Beatis-simae Virginis Mariae et Beati Josephi adaptatas, bene f dicere et sancti t ficaredigneris, et praesta : ut quicumque coram illis unigenitum Filium tuum.

7. de leden met wijwater,

In den naam des Vaders en des Zoons f en des Heiligen Geestes. Amen. eeling der Medailles en Di-

zegening.

v. Onze hulp is in den

naam des Heeren. r. Die hemel en aarde

gemaakt heeft, v. De Heer zij met u. r. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Almachtige en eeuwige God, die het maken of schilderen van afbeeldingen der Heiligen niet verbiedt, opdat zoo dikwerf wij die met de oogen des lichaams beschouwen, wij de navolging hunner daden en heiligheid met de oogen des geestes zouden overwegen; wij biddenU, gewaardig deze afbeeldingen, ter eere en ter gedachtenis van uwen eenig-geboren Zoon onzen Heer Jezus Christus, van de allerzaligste Maagd Maria en van den heiligen Joseph


-ocr page 65-

— 57 —

vervaardigd, te ze t genen en te heifligen, en verleen; dat allen die vóór dezelve uwen eenigen Zoon, de Allerzaligste Maagd en den heiligen Joseph oot-moediglijk zullen trachten te vereeren, door hunne verdiensten voor het tegenwoordige uwe genade en voorde toekomst de eeuwige verheerl ij king mogen genieten. Door denzelfden Christus onzen Heer. Amen.

De medailles, na met wijwater besproeid te zijn, worden tegelijk met de Diplomen uitgedeeld {\').

8. Solemneel Lof, waaronder Sermoon.

Beatissimam Virginem et gloriosum Josephum sup-pliciter colere, et honorare studuerit, ilorum meritis et obtentu, a te gratiam in praesenti, et aeternam gloriam obtineat in faturo. Pereumdem Christum Do-minum nostrum. Amen.

9. Sluiting der plechtigheid met Te Deum en den zegen van het allerheiligste Sakrament.

(\') Terwijl de nieuw aangenomen leden zich naar het altaar begeven, kan het Koor eenige gezangen aanheffen.

-ocr page 66-

GEZANGEN

in gebruik bij

DE H. FAMILIE.

........Onderhoudt elkander met psalmen, lofzangen

en geestelijke liederen ; zingt en looft den Heer in uwe harten. Ephes. V. 19.

Het magnificat van

Magnificat t anima mca j Dominum

Ex exultavit spiritus me-us t in Deo Salutari meo,

Quia respexit humilita-tem ancillas sute: t ecce enim exhocbeatam me di-cent omnes generationes.

Quia fecit müii magna qui poten s est iquot; et sanctum Nomen ejus.

Et misericordia ejus a progenie in progenies t timentibus eum.

Fecit potentiam in bra-cbio suo: t dispersit superbos mente cordis sui.

de heilige Maagd.

Mijne ziel maakt groot den Heere.

En verheugd heeft zich mijn geest in God, mijnen Zaligmaker!

Omdat Hij nederzagop de geringheid Zijner dienstmaagd ; want zie, van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen.

Dewijl grootedingen aan mij gedaan heeft. Hij, die machtig is; en heilig is Zijn naam!

En zijne barmhartigheid is van geslachte tot geslachte over degenen, die Hem vreezen.

Hij heeft kracht gedaan door zijnen arm: verstrooid heeft Hij die hoogmoedig zijn in den waan huns harten.

rop men in het zingen moei acht geven.

De kruisjes zijn rustteokens, waar

-ocr page 67-

59 —

Deposuit potentes de se-de, t et exaltavit humiles.

Esurientcs implevit bonis, t et divites dimisit inanes.

Suscepit Israël puerum suum f recordatus mise-ricordise sua3.

Sicut locutus est ad patres nostros, f Abraham et semini ejus in saecula.

Gloria Patri, et Filio f, et Spiritui sancto.

Sicut erat in principio et nunc et semper t. et in saecula saeculorum. Amen.

Machtigen heeft Hij van den troon gestort, en geringen verheven.

Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden.

heeft Israël, Zijnen dienstknecht, aangenomen , indachtig Zijner barmhartigheid.

Gelijk Hij aan onze Vaderen heeft toegezegd, aan Abraham en aan zijn kroost in eeuwigheid.

Glorie zij den Vader, en den Zoon-, en den heiligen Geest, gelijk het was in het begin, en nu, en altijd, en in alle eeuwen dereewen. Amen.


PSALM CX1I.

Ghoor. Laudate, pueri, Dominum, t laudate nomen Domini.

Sit nomen Domini be-nedictum, f ex hoc nunc et usque in sasculum.

Ghoor. Laudate, pueri etc.

A solis ortu usque ad occasum, t laudabile nomen Domini.

Ghoor. Laudate, pueri etc.

Excelsus super omnes

Ghoor. Looft den Heer, gij die zijne dienaren zijt, looft den naam des Hee-ren.

Dat de naam des Hee-ren gezegend zij, van nu af en tot in eeuwigheid.

Ghoor. Looft den Heer enz.

Van den opgang tot aan den ondergang der zon, moet de naam des Hee-ren geprezen worden.

Ghoor. Looft den Heer enz.

De Heer is boven alle


-ocr page 68-

— 60 —

gentes Dominus, t et super coelos gloria ejus.

Choor. Laudate, pueriele.

Quis sieut Dominus Deus noster, qui in altis habitat, t et humilia respicit in ccelo et in terra ?

Choor. Laudate, pueri etc.

Suscitans a terra in-opem, i- et de stercore erigens pauperem.

Choor. Laudate, pueri etc.

Ut collocet eum cum principibus, t cum prin-cipibus populi sui.

Choor. Laudate, pueri etc.

Qui habitare facit ste-rilem in domo, t matrem filiorumlsetantem.

Choor. Laudate, pueriele. Gloria Patri, etc.

Sicut erat etc.

volkeren verheven-, en zijne glorie boven de hemelen.

Choor. Looft den Heer enz.

Wie is gelijk aan onzen Heer die in den Al-lerboogste woont, en die op hel laagste walin den hemel en op de aarde is, nederziel?

Choor. Looft den Heer enz.

Die den behoeflige uil hel slof opricht, en den arme uil hel slijk opheft. Choor. Looft den Heer enz.

Om hem le plaatsen met de oversten, met de oversten van zijn volk. Choor. Looft den Heer enz.

Die de onvruchtbare doel wonen in een huisgezin, gelijk een blijde moeder van vele kinderen.

Choor. Looft den Heer enz. Glorie zij den Vader enz. Gelijk het was enz.


-ocr page 69-

— 61 —

DAT JEZUS LEVE!

Wijze : Vive Jesus.

1.

Dat Jezus leev\'!

Dit is de kreet des harten.

t Dat Jezus leevquot;, de leeraar aller deugd. Noemt men zijn naam, en gedenkt men zijn wonden, Dan wordt het hart door de liefde verslonden. Dat Jezus leev\'! (bis.)

2.

Dat Jezus leev\'!

Dit Is de kreet der braven.

Die \'t dapper heer tot zijne vanen roept. Ja bij die vaan willen wij ons begeven. Zege bevechten en strijdende sneven.

Dat Jezus leev\'! (bis.)

3.

Dat Jezus leev\'!

Dit is de kreet van hope Voor \'t schuldig hart, dat zijne misdaad voelt. Die kreet ontwringt aan de bronnen des levens, Steun en gena voor den boeteling tevens.

Dat Jezus leev\'! (bis.)

-ocr page 70-

— 62 —

i.

Dat Jezus leev\'!

Dit is de kreet der sterkte.

Vluctit op die kreet, ver van ons, Satans heer. Jezus, uw naam, uwen tLudTen zoo Mto. Ploft in de hel al de duivelen neder. Dat Jezus leev\'! (bis.)

5.

Dat Jezus leev\'!

Dit is de kreet der liefde,

Jezus ons borst gloei\', adem\', sla voor U, Wil steeds dit hart in uw liefdeband klemmen, o Moog het staag in die zaligheid zwemmen. Dat Jezus leev\'? (bis.)

6.

Dat Jezus leev\'!

Zijn liefste Moeder leve!

Zij die ook wil onz\' goede Moeder zijn.

Onder het kruis werd ze in smart onz® M°e Jezus, haar Zoon werd ons toen ook ten bioede . Dat Jezus leev\'! (bis.)

7.

Dat Jezus leev\'!

Triomf! dat zegepralend Die naam verwin\' al wat ooit ondeugd heet. Doe ons, o Naam! uw troost toch nimmer derven, Neen, neen, voor U laat ons leven en sterven. Dat Jezus leev\'! (bis.)

-ocr page 71-

VOOR JEZUS\' HARTE ZINGE.

Voor Jezus Harte zinge,

Mijn ziel in mingeneugt !

Door alle wolken dringe,

De luide toon der vreugd.

Geëerd ten allen tijde,

Zij Jezus\' heilig Hart!

Dat aller hart zich wijde,

Aan \'t Hart vol liefde en smart,

O Hart, voor mij gebroken. Uit louter liefdepijn,

Om mijne schuld doorstoken. Mocht Gij mijn Redder zijn.

Geëerd ten allen tijde, enz.

Uit breede Hartskwetsure Sprong water, heilig bloed,

Hoe rijk stroomt sinds die ure Ons uw genadevloed.

Geëerd ten allen tijde, enz.

Heer Jezus, ééne bede.

Slechts ééne, gun ze mij;

Ruim mij een zoete stede In uw doorboorde zij.

Geëerd ten allen tijde, enz.

-ocr page 72-

— 64 —

JEZUS HART ONS HEIL.

Wie kan uw hart aanschouwen,

Zoo Godd\'lijk mild en teer.

En roemt niet vol vertrouwen

De liefde van zijn Heer!

Als de uitgestorte regen Stroomt ons uwe liefde tegen,

O Jezus, o Jezus, Jezus zegen ons. (bis.)

Bij d\' aanblik van de zonde

In eigen hart ontsteld,

Spoed ik naar de open Wonde,

Waar \'t godd\'lijk heilbad welt.

Daar in uw purperplassen Zal ik mijn vlekken wasschen, _

O Jezus, o Jezus, Jezus reinig mij. (bis.)

Als de afgejaagde hinde

Versmacht mijn ziel van dorst;

Geef dat ik laafnis vinde

Aan Uw doorstoken borst;

Laat me aan uw boezem zinken En liefde uit liefde drinken.

O Jezus, o Jezus, Jezus laaf gij mij. (bis.)

Bedreigd van alle zijden,

Door satans beir benard.

Zoek ik bij \'t moeizaam strijden Een rustplaats voor mijn hart, Och, dat ik vluchten konde In Jezus\' boezemwonde!

O Jezus, o Jezus, Jezus veilig mij. (bis.)

-ocr page 73-

— 6S —

In Jezus\' Harte wonen

Is \'t hoogst begeerlijk lot;

Mij zij de troon der tronen De liefde van mijn God!

Daar, van uw glans omblonken, Van uwe liefde dronken,

O Jezus, o Jezus, Jezus zalig mij. (bis.)

TOEWIJDING AAN DEN HEER.

Wijze : Aclorons tons.

o Groote God, wat zijn uw tabernakels Voor mijne ziel verrukkelijk en schoon!

Daar openbaart Gij ons uw heil-orakels,

Daar heft geloof, daar liefde zich ten troon, (bis.)

Gelukkig hij, die U daar mag beschouwen. En aan den voet van uwe altaren smacht!

Wat is een eeuw in aardsche praalgebouwen Bij \'t oogenblik, met U hier doorgebracht?

Ik baad als in een\' zee van zaligheden,

En mijne ziel bezit al \'t hemelheil;

o Goede God! hoe voeren zwakke beden Voor mij den stroom van gunsten boven peil!

Ja d\'almacht tart door duizend zegeningen, Die zij mij schenkt, de wenschen mijner ziel!

Ik voel mijn hart van liefdevuur doordringen. Terwijl ik hier in zuchten nederkniel.

s.

-ocr page 74-

— 66 —

Een talloos heer van Engelen die me omringen. Bewondert stil de onmeetb\'re Majesteit.

Benijdt mijn heil en knielt, o Hemelingen, Aanbiddend neêr in Gods aanwezigheid.

En zou een goed, dat vlucht, mijn hart bekoren, Mijn hart, waarin de Godheid zelf verblijft\'.

Neen, neen, mijn God! ik zal U heel behooren. Zoo uwe kracht in nood mijn zwakheid stijft.

Heersch over mij, als Heer van dood en leven, Heersch over mij, vooral door \'t liefderecht;

Wijk, wereld, wijk, die mij geen heil kunt geven. Mijn hart blijft steeds aan Jezus vastgehecht.

MARIA LEVE!

Wijze: Mève da Disu, cjueUe mcignificênce. 1.

Maria leev\'! wat glans en luister meng\'len

Zich in dit hart van alle vlekken vrij!

Maria leev\'! de koningin der eng\'len.

De Moedermaagd, het hoofd der maagdenrij. Maria leve i

Met God haar kind! I

Leve Maria! (

Die ons als Moeder mint. )

-ocr page 75-

— 67 —

2.

Maria leev\'! de dochter van den Vader,

De Moeder Gods, ook Godes heil\'ge bruid,

Maria leev\'! der zielen levensader Naar \'s hemels wil en eeuwig raadsbesluit.

Maria leve! enz.

3.

Maria leev\'! zou ik haar ooit verlaten!

\'k Was liever dood, en lag in \'t duister graf: Wat, zonder haar, zou mij het leven baten!

Neen, God breek\' eer den draad mijns levens af Maria leve! enz.

i.

Maria leev\'! laat me in haar liefde leven.

Met haar vereend, vrees ik noch dood, noch pijn De laatste zucht die op mijn lip zal zweven. Zal liefdezucht voor U, Maria, zijn.

Maria leve! enz.

TER EERE VAN MARIA.

1.

(Eene stem) o Beeld der schoone liefde, Maria ! Josephs bruid! Gij vraagt mij wederliefde. En stort uw gunsten uit.

-ocr page 76-

(Allen) Ik zal u steeds beminnen j

o Hemelkoningin! ( ^

Gegrift in mijne zinnen i

Wees altijd mijn vorstin. )

2.

(Eene stem) o Josephs bruid, mijn\' moeder!

Mijn troost, mijn toevluchtsoord. Uw zoon is mijn Behoeder,

Die u voor mij verhoort.

(Allen) Ik zal u steeds enz.

3.

(Eene stem) o Had ik zooveel monden Als sterren in de lucht.

Ik zou uw lof verkonden Voor geen gevaar beducht.

(Allen) Ik zal u steeds enz.

4.

(Eene stem) o Had ik zooveel zielen,

Als korrels zijn op \'t strand, Als er ooit druppels vielen, \'k Schonk z\' u met milde hand.

(Allen) Ik zal u steeds enz.

5.

(Eene stem) Hoe moet ik mij beklagen, Dat ik, ellendig mensch,

U niet zoo kan behagen.

Gelijk ik dit wel wensch.

(Allen) Ik zal u steeds enz.

T

I

-ocr page 77-

— 69 —

6.

(Eene stem) Ik zal mij alle dagen

Tot uwe vreugd en eer, Godvruchtiger gedragen En dienen mijnen Heer. (Allen) Ik zal u steeds enz.

MARIA SALVE.

Wijze; Maria Salve.

Maria, wees gegroet

Van heel het Christenbioed. — Maria Salve.

Van eiken Cherubijn,

Van eiken Seraph ij n. — M. S.

Van heel het voog\'lenkoor,

Geheel het aardrijk door. — M. S.

Van eiken regendrop,

Van eiken bloemenknop. M. S.

Van heel het sterren heer,

Van ons nog duizend keer — M. S.

Van eiken zonnestraal.

Van ons millioenen maal. — M. S.

Maria, Moeder zoet.

Blijf steeds van ons gegroet. — M. S.

Zoolang ons boezem slaat.

Zoolang de wereld staat. — M. S.

-ocr page 78-

— 70 —

SALVE REGINA.

Wijze: Gegrüsset.

{Eenige st.) Wij groeten U, o Koningin, {allen) o Maria! Gij staat, bij God voor allen in, (allen) o Maria!

(Twee st.) Juicb nu, gij Cherubijn,

Juich nu, gij Seraphijn,

En looft uw Koningin!

(Allen.) Salve, salve, salve Regina!

Wij liggen allon aan uw voet,

Vergeet ons niet, o moeder zoet.

Nooit hebt gij ons versmaad.

Gij onze toeverlaat.

Koningin Maria.

Salve, salve, salve Regina!

Uw naam is als een honig zoet.

En doet aan \'t lijdend hart zoo goed. o Zweeft in stervensstond.

Steeds zacht om onzen mond.

Jezus en Maria.

Salve, salve, salve Regina.

Als onze ziel van de aarde scheidt,

o. Dat gij haar dan binnenleidt In \'s hemels zaal\'ge woon,

Rekom haar \'t eeuwge loon.

Waar Gij heerscht Maria.

Salve, salve, salve Regina!

-ocr page 79-

— 71 —

STER DER ZEE.

Wijze : Geleite.

Geleid vrij door de baren Ons schipje klein en teer; Bescherm het in gevaren, o Moeder van den Heer! (Bis.) En als de stormen loeien,

En onweers schriklijk broeien; Maria, Maria, sta ons immer bij.

Als \'s vijands sluwe listen. Verbeten op ons lot.

Het schip aan ons betwisten. Beveel het dan aan God. En blijf in \'t hachlijk strijden.

Toch steeds aan onze zijden,

Maria, Maria, sta ons immer bij.

Als kapers op ons turen.

Hun list ons bijster maakt.

Door \'t sein van valsche vuren Het schip op klippen raakt; o Wend dan toch den steven En red ons \'t kranke leven.

Maria, Maria, sta ons immer bij.

En is in angst en beven De strijd eens doorgestaan. En lacht het havenleven

-ocr page 80-

Den stuurman vroolijk aan,

Doe \'t schip dan zonder stranden, In \'t eind gelukkig landen.

Maria, Maria, sta ons immer bij.

AAN DE ONBEVLEKTE.

Wijze; Vier ge saus tache.

Vleklooze Maagd, o gij parel der vrouwen. Moeder en Dochter en Bruid van een God, Op uwen bijstand rust steeds ons vertrouwen, In onzen strijd met het vijanden rot.

Aan uwe zijde zal niets ons doen beven. Duivel noch wereld met al haar venijn.

Blijf ons beschermen, zoolang als wij leven. Toon overal, dat we uw kinderen zijn.

Troost der bedrukten, behoud van de kranken. Toevlucht der zondaars, hun voorspraak bij God, Zend hun uw bijstand in \'t radeloos wanken. Zegen meedoogend hun hachelijk lot.

Anker in wanhoop bij \'t drukken der zonden. Als onze ziel voor haar zaligheid beeft.

Giet uwen balsem in de opene wonden, quot;Wie zal haar helpen, als Gij haar begeeft?

Als dan bij \'t laatste lichamelijk lijden. Met hare zeisen de dood ons bedreigt.

En zij den draad van ons leven wil snijden. Houd dan uw oor naar ons smeeken geneigd.

-ocr page 81-

— 73 —

Kom dan, Maria, uw kinderen halen. Sta hun ter zij met uw Engelenheer,

Leid ons dan blij in de hemelsche zalen Bij uwen zoon, onzen Heiland en Heer.

HULDE AAN MARIA.

Wonderschoon, prachtige, Wondergroot machtige.

Lieflijk, vol zaligheid, hemelsche vrouw t Wie \'k mij als teeder kind, Liefdevol toeverbind.

Ja mij met ziel en lichaam toevertrouw r Goed, bloed en leven Wil ik u geven.

Alles ja al wat ik ben van af nu. Geef ik met vreugde, Maria, aan U.

Sterren omglansen U,

Lauwers omkransen U, Troostende ster in de nachtlijke vaart. Voor de betreurende, \'t Menschdom besmeurende Zondesmet heeft u Gods almacht bewaard. Zalige Moeder,

Jezus, onz\' Broeder,

Heiland en redder van Adams geslacht Hebt gij uit Sion op aarde gebracht.

Hemelsche koningin,

\'s Eeuwigen Voedsterin,

-ocr page 82-

— li —

quot;Wonderbaar moeder en Maagd te gelijk! Sterkte der strijdenden,

Zalving der lijdenden.

Levende bron, in vertroostingen rijk. U, o getrouwe,

Machtige Vrouwe,

Schouwen wij hopend en rouwmoedig aan. Moeder, och! voer ons op zekere baan!

Gij zijt èn heil èn troost.

Voor \'t U steeds minnend kroost. Vorstin des Hemels en Moeder van God! Spiegel der zuiverheid,

Bijstand der Christenheid,

Ark des verbonds en geleidster tot God! Werp op mij neder.

Moeder zoo teeder.

Moeder! ja werp toch uwe oogen op mij! Leer mij in ootmoed zoo wand\'len als Gij.

In lijden geoefende Kent Gij bedroevende Rampen en pijnen en innige smart, Niemand verlaat Gij ooit;

Niemand veracht ooit Uw moederlijk hart.

Troost ons in \'t lijden.

Sterk ons in \'t strijden.

Bid ook voor ons uw godd\'lijken Zoon, Als Hij ons roept voor zijn eeuwigen troon.

-ocr page 83-

WEES GEGROET, O ZEESTER

(Ave Maris Stella).

Wees gegroet, o Zeester,

Moeder van den Heere;

Altoos Maagd gebleven.

Hemelpoort vol eere.

Blik uit den hoogen op ons neer;

Wees onze voorspraak bij den Heer,

Lieve Moeder Maria.

De Engel bracht U \'t toe Van den hemel mede.

Keer dien groet, Maria,

Immer ons ten vrede.

Blik uit den hoogen enz.

Toon ü immer Moeder,

Moog door U ons hooren Hij, die ons ter redding Uit U werd geboren.

Blik uit den hoogen enz.

Pronkjuweel der maagden.

Bovenal aanminnig.

Maak ons vrij van zonden.

Zuiver en zachtzinnig.

Blik uit den hoogen enz.

Leer ons vlekloos leven.

Veilig onze gangen.

-ocr page 84-

- 76 —

Om met u bij Jezus De eeuwige vreugd te erlangen. Blik uit den hoogen enz.

Lof zij dan den Vader,

Christus ook den Heere,

En den heiligen Trooster, Den drieééne eere.

Blik uit den hoogen enz.

MARIA, KONINGIN.

Maria, Koningin,

\'k Wijd U met hart en zin,

Mijn gansche leven;

o Moeder teer en zoet.

Diep staat in mijn gemoed Uw naam geschreven.

Door uwe reine deugd

Waart Gij uws Scheppers vreugd

Geheel uw leven;

o Leer ons vroom en blij

U, Moeder, van nabij

Steeds na te streven.

Gij ziet zoo liefderijk.

Zoo zoet, zoo moederlijk

Op mij ter neder;

Doch ook mijn dankbaar hart.

Zoowel in vreugd en smart,

Klopt voor U teeder.

-ocr page 85-

MEIMAAND.

Wijze : C\'est le mois.

O In deze maand van bloemen, In deze maand zoo schoon; Laat ons Maria roemen,

De moeder van Gods Zoon! De velden, bergen, dalen.

Zijn in hun vollen glans, o. Gaat daar bloemen halen. En vlecht ze tot een krans!

(Refrein.) In deze maand van bloemen, In deze maand zoo schoon; Laat ons Maria roemen, De Moeder van Gods Zoon!

Gij zijt zoo goed, zoo teeder,

Maria, Moeder zoet. Zie gunstig op ons neder. Wij liggen aan uw voet. Als satan ons wil vangen

In \'t schandig zondennet, Verhoor ons smeekgezangen, Verhoor ons smeekgebed. In deze enz.

-ocr page 86-

— 78 —

Bij \'t einde van ons leven,

Als God ons voor zich draagt, o, Doe de hel dan beven

Wanneer zij ons belaagt; o, Kom ons dan ook halen.

Bewogen met ons lot,

Breng ons in de eeuw\'ge zalen,

o. Breng ons dan bij God! In deze enz.

GLORIE AAN GOD EN MARIA.

Wijze; Les Anges.

Laat ons blij Maria eeren

In deez\' schoone maand van Mei,

Laat ons haren lof vermeeren,

Zingen met der Englen rei:

Gloria aan God en Maria! {Bis.)

Ze is ons aller teedre Moeder,

Denkt aan ons in ramp en nood. God haar Zoon en Albehoeder

Gaf ons haar bij zijnen dood.

Gloria aan God en Maria!

Mochten rampen ons doen kwijnen. Drukken op \'t bezwaard gemoed. Zij zal \'t lijden doen verdwijnen.

Want haar naam is balsemzoet. Gloria aan God en Maria!

-ocr page 87-

— 79 —

Als bij \'t einde van ons leven

\'t Schriklijk scheidingsuur zal slaan. Zal haar naam de hel doen beven

En zij lachend bij ons staan. Gloria aan God en Maria!

o, Dan voert ze ons naar den Hemel,

Waar God hare kindren loont,

Boven \'t schittrend stergewemel,

Daar waar Jezus met haar woont. Gloria aan God en Maria!

JOSEPH LEVE!

1.

Dat Joseph leve! vader Van Jezus, onzen Heer. Wij treden biddend nader En knielen voor u neer. Gij draagt op Vaderarmen Het god\'lijk Jezus Kind, Wil onzer steeds erbarmen, i o Waarde zielenvriend! \'

2.

Richt, Joseph, onze dagen, En schik ons verder lot Naar Jezus welbehagen En Godes heilgebod.

-ocr page 88-

— 80 —

Wil door uw zorg ons geven, o Zek\'re toeverlaat!

Dat we onzen roep beleven i ^ En heü\'gen onzen staat. )

Leev\' Joseph! Goede Vader,

Patroon van Nederland,

Blijf, blijf uw volk tot Vader. Bewaak uw liefdepand.

Blijf altijd ons behoeder En toevlucht in den nood, Met Jezus en zijn Moeder, i bis_ Van nu tot in den dood. (

H. JOSEPH, ONZE BESCHERMER.

1.

Joseph, zie uit zaal\'ger kringen.

Waar gij jubelt bij den Heer,

Zie op uw beschermelingen.

Op uw dierbre kind\'ren neer.

Toon dat gij zijt goed en machtig Bij uw godd\'lijk Menschenkind.

Blijf ons uwe gunst betoonen, \\ bis o Vergeet uw Neerland niet. \'

2.

Heil\'ge Joseph, ja wij roemen Op dien nauwen, zoeten band;

-ocr page 89-

— 81 —

\'t Is Gods wil, dat wij U noemen Schutspatroon van Nederland.

Allen zijn wij Neerlands zonen; Joseph, hoor ons smeekend lied;

Blijf ons uwe gunst betoonen ) ^ O vergeet uw Neerland niet. \'

3.

Joseph, die zoo trouw bewaarde \'t Goddelijk kind en uwe Bruid, Als patroon der kerk op aarde Roept u vader Pius uit.

\'s Heeren bruid, o groote Heil\'ge,

Is op aarde in zwaren strijd.

Dat uw hulp die bruid beveil\'ge, j .. Toon haar dat gij machtig zijt. i 1S\'

i.

Heil\'ge Joseph, onze broeder,

Is uw dierbaar Voedsterkind, Uwe bruid is onze Moeder,

Die ons als haar kind\'ren mint. Zie, haar zonen treden nader \'t Hart gloeit hun van kindermin. Ook voor u, want gij zijt Vader, i Hoofd van \'t heilig huisgezin. S 1S\'

5.

Gij, Patroon van eiken Christen, Gij, Patroon van Nederland,

6.

-ocr page 90-

Hoed ons tegen \'s vijands listen.

Leid ons veilig aan uw hand.

Blijf de Kerk, Gods Bruid, beschermen.

Blijf de steun van \'t Godsgezin,

Leid ons, onder Gods ontfermen j bis

Saam tot u ten Hemel in. \'

M A R I A-L I E D.

1.

O Maria vol van genade,

Schoonste bloem uit \'s Hemels land, Sla uw blikken op ons neder,

Beik ons uwe Moederhand,

Lof en dank met hart en mond Zij U, Moeder, eiken stond.

Zij U, Moeder, zij U, Moeder,

Zij U, Moeder, eiken stond.

2.

U te minnen, U te dienen,

Naar Uw voorbeeld altijd rein Door het leven voort te wandelen. Zal voortaan ons leven zijn; Sta ons bij in eiken nood In het leven, in den dood,

In het leven, in het leven,

In het leven, in den dood.

-ocr page 91-

— 83 —

3.

Zie, wij leggen aan Uw voeten, Zonder voorbehoud, ons hart; Regel alle zijne driften.

En in vreugde en in smart, Maak door heil\'ge liefde warm Onze harten, koud en arm. Onze harten, onze harten,

Onze harten, koud en arm.

H. JOSEPH.

i.

O Joseph, hoop en vreugd der aarde, Maria\'s zui\'vre Bruidegom,

Wie kan bevatten uwe waarde, O luister van het christendom? _ i\' Wil ons toch beschermen, 2..) O Joseph, en verwerf dat wij 2. j In Jezus en Maria\'s armen )

• f Ook eens ontslapen, zoo als Gij. i

2.

De wijsheid Gods beval uw handen Haar allergrootste schatten aan; Wie zou niet van begeerte branden, Om onder \'t schild van U te staan? Wil ons enz.

-ocr page 92-

— 84 — 3.

\'t Wordt allen Heiligen gegeven Hun God te aanschouwen na den dood; Gij, gij geniet Hem reeds in \'t leven, Ja Gij omhelst Hem op Uw schoot. Wil ons enz.

4.

De stem van Josue vol wonders Sprak tot de zonne; «Zon, blijf staan\' Maar Gij gebiedt den God des donders, Den God van sterren, zon en maan. Wil ons enz.

5.

Mocht Hij ons all\' volharding geven Die God, gehoorzaam, aan uw stem! Hij is \'t nu nog in \'t ander leven, O Joseph lief, gebied aan Hem. Wil ons enz.

DE HEILIGE FAMILIE JEZUS MARIA-JOSEPH.

1.

U, Joseph, wijd ik mijnen zang.

Maria zing ik levenslang,

-ocr page 93-

— 8S —

U, dierb\'re Jezus, is \'t nog meer Dien ik met mijnen zang vereer.

(Allen) o Heilig huisgezin.

Daar eer ik Joseph in.

Ik eer Maria Moeder maagd.

Met het godd\'lijk kind.

Dat ons teeder mint,

En niets van ons dan liefde vraagt.

2.

Was ooit een huisgezin zoo groot? Zuchtt\' ooit een mensch in dieper nood Dan \'t Allerheiligst huisgezin?

Daar vind ik troost bij lijden in.

(Allen) o Heilig enz.

3.

Was ooit een huisgezin op aard\'. Zoo heilig, zooveel achting waard ?-Terneer gebogen in het slof.

Zing ik dit heilig drietal lof.

(Allen) o Heilig enz.

4.

Was ooit op aard een huisgezin Zoo mild, zoo rijk aan menschenmin? Ik werp daarom voor u, o Heer! Mij zelv als dankbaar offer neêr.

(Allen) o Hejlig enz.

-ocr page 94-

— 86 —

VOOR DE H. COMMUNIE.

Wijze: Troupe innocente.

1.

o Bron van leven!

Wat is uw liefde groot:

Gij wilt U geven Aan mij in schijn van brood. Ik kniel aanbiddend neêr.

Gij zijt mijn Opperheer,

Maar door \'t geloof gesteven,

Rijs ik met hope weêr,

o Bron van leven.

2.

o Teedre Vader!

Mijn zonde baart mij smart.

Ik treed U nader Met rouw en leed in \'t hart. Verteer, o Godd\'lijk lam.

Mij door uw liefdevlam.

Strem eer mijn levensader.

Dan dat ik U vergram,

quot; o Teed\'re Vader.

3.

Heil aller menschen!

o Rustpunt mijner ziel!

Ach! of mijn wenschen Uw gunst ten erfdeel viel.

-ocr page 95-

— 87 —

Mijn hart, vol liefdegloed,

Smacht naar U, naar een goed Dat d\'eeuwen niet begrenzen; Ach! nader dan met spoed,

Heil aller menschen!

NA DE H. COMMUNIE.

(DEZELFDE WIJZE.)

1.

Welkom geheeten,

Mijn Jezus, in ons hart!

o Rein geweten!

Gij lenigt druk en smart.

Ja, Jezus, eeuwig goed.

Die met uw vleesch ons voedt. Herhalen wij die kreten:

Wees welkom, Jezus zoet!

Welkom geheeten.

2.

Dan zal ik zingen:

Zijn bloed was mij ten drank.

o Hemelingen!

Zegt gij met mij Hem dank.

Die \'s Hemels oppermacht Een eeuwig loflied bracht,

Gij, Jezus\' zendelingen,

Die op mijn danklied wacht.

Dan zal ik zingen.

-ocr page 96-

— 88 —

3.

Aan Jezus geven Zal ik mijn hart en ziel,

Voor heel mijn leven. Wat mij ten deele viel Is meer dan goud en land, Kan door geen menschenhand Ooit worden neergeschreven, \'k Wil ziel en hart ten pand Aan Jezus geven.

LIED DER H. FAMILIE-VAAN.

1.

Ziet ge. Broeders, daar die Vane, Met heur rijk gestikte bane,

Schittren door heur heilgen zwier? Dierbre beelden, zoete namen Vloeien op het doek te zamen: — Broeders, kent gij die Banier?

KOORREFREIN.

Ja die Vaan is onze Vaan!

Onder haar,

Broedrenschaar,

Sluit u aan!

In haar schaduw strijdt en wint Door \'t gelooven, hoopt en mint,

Leeft en sneeft!!

Onder deze heil\'ge Vaan Moeten wij ten hemel gaan !! !

-ocr page 97-

— 89 —

2.

\'t Is geen Vaandel, opgeheven Om \'t gezag trotsch te weerstreven, Met vernielzucht in de borst: —

Neen, geen oproer, maar wij leeren Onder onzen Standaard eeren \'t Recht van God, van Kerk en Vorst.

Ja die Vaan enz.

3.

Ook geen vlag, van kruiddamp rookend. Bij \'t geluk nog onheil stokend.

Van der Broed\'ren bloed besmet: — Onze Vaan, de Vaan van Vrede,

Deelt ons haren zegen mede Bij den wierook van \'t gebed.

Ja die Vaan enz.

4.

Wappre \'t doek, dat als bevrijer Dekt den rijken koopvaardijer,

Keerend naar het moederstrand : — Wat we in zegen mogen garen.

Zal ook onze Vlag bewaren Op den tocht naar \'t Vaderland.

Ja die Vaan enz.

5.

Lieve Jezus! zoete Moeder !

Kuische Joseph, beider hoeder!

-ocr page 98-

— 90 quot; —

Heilig drietal! hoor ons aan: — Dat we U volgen, dat we U minnen! Voer ons eens den hemel binnen Onder onze heilige quot;Vaan!

Ja die Vaan enz.

DANKLIED.

Heb dank o God van goedheid Voor \'t goed aan ons gedaan ; Sinds d\'ochtend van ons leven Hebt Gij ons overlaan Met gunsten en genaden;

Wij bièn met blij gemoed Onz\' dankbaarheid en zingen: O God, wat zijt Gij goed!

O God, wat zijt Gij goed!

2.

Gij gaaft in \'s levens morgen Het leven aan onz\' ziel; Gij schonkt dat leven weder. Als zij in zonde viel.

Gij geeft tot spijs U zei ven Met Godheid, Vleesch en Bloed. Wal Heer U weergegeven!

O God, wat zijt Gij goed! (Bis.)

-ocr page 99-

— 91 —

3.

Wij hebben ons geofferd Aan uwe Majesteit,

Dat offer U gevallig,

Strekt ons tot zaligheid. Nu stroomt ons Uwe zegen Nog ruimer te gemoet;

Ja Heer, wij blijven zingen 0 God, wat zijt Gij goed! (Bis.)

i.

Ons borstsieraad herinnert. Dat we U zijn toegewijd: De schutspatronen sterken Ons in den aardschen strijd; En worden we eens na quot;t strijden Bekroond voor onzen moed. Dan zullen we eeuwig zingen O God, wat zijt Gij goed! (Bis.)

-ocr page 100-

— 92 —

GEBEDEN

VOOR DE OVERLEDENEN VAN DE AARTSBROEDERSCHAP.

Sancta et salubris est cogitatio pro defunctis exorare ut a peccatis solvantur. (II Machab. XXII. 16.)

Het is eene beilige en beilzame gedachte, voor de overledenen te bidden, opdat zij van bunne zonden verlost worden.

PSALM L. (1)

Miserere-mei-Deus-; secundum magnam-miseri-cordiam tuam.

Etsecundum-mullitudi-nem-miserationum tua-rum-: dele iniquitatem meam.

Atnplius lava me-ab ini-quitate mea-; etapeccato-meo munda me.

Quoniam-iniquitatem me-am-ego cognosco-, et pec-catum meum-contra meest semper.

Tibi soli peccavi-et malum coram tefeci-: utjusti-ficeris-in sermonibus tuis-et vincas cum judicaris.

PSALM L.

Ontferm U mijner, o God! volgens uwe groote barmbartigbeid.

En volgens de menigte uwer barmhartigheden , wisch mijne boosheid uit.

Wascb mij meer en meer van mijne ongerechtigheden, en reinig mij van mijne zonden.

Want ik beken mijne boosheid en mijne zonde is altijd voor mijne oogen.

Voor u alleen heb ik gezondigd; voor uw aanschijn heb ik het kwaad gedaan; Vergeef het mij, opdat gij gerechtvaardigd wordet in uwe woorden, en overwint, als Gij geoordeeld wordt.


1

De streepjes beduiden de rustteekens, welke men in het zingen moet in acht nemen.

-ocr page 101-

— 93 —

Ecce enim-in iniquitati-bus conceptus sum-; et in peccatis concepit me mater mea.

Ecce enim- veritatem dilexisti-; incerta-et oc-culla-sapientias tua3-mani-festasti mihi.

Asperges me hysopo,- et mundabor-; lavabis me-et super nivem dealbabor.

Auditui meo-dabis gau-dium-etlactitiam-: elexul-tabunt-ossa humiliata.

Averte - faciem tuam-a peccatis meis-; et omnes-iniquitates meas dele.

Cor mundum crea-in me, Deus-; et spiritual rectum-innova-ia visceribus meis.

Ne projicias me-a facie tua: et Spiritum sanctum tuum-ne auferas a me.

Redde mihi-tetitiam-sa-lutaris tui-: et spiritu-principali confirma me.

Docebo iniquos - vias

Want zie, in ongerechtigheden ben ik ontvangen, en in zonden heeft mij mijne moeder ontvangen.

Want zie. Gij öebt de waarheid lief; de onbekende en verborgene geheimen uwer wijsheid hebt Gij mij geopenbaard.

Gij zult mij besproeien met hysoop, en ik zal gezuiverd worden: Gij zult mij wasschen en ik zal witter worden dan sneeuw.

Gij zult, door mijne zonden te vergeven, aan mijn gehoor blijdschap en vreugde geven : en mijne vernederde gebeenten zullen van vreugde opspringen.

Keer uw aangezicht af van mijnezonden,en wisch alle mijne ongerechtigheden uit.

Schep in mij, oGod! een zuiver hart, en vernieuw den rechten geest in mijn binnenste.

Verwerp mij niet van uw aanschijn; en neem uwen H. Geest van mij niet weg.

Geef mij de blijdschap weder van uwe zalige hulp; en versterk mij met eenen kloeken geest.

Ik zal den boozen uwe


-ocr page 102-

— 94 —

tuas-: et impii-ad te con-vertentur.

Libera me-de sanguini-bus-Deus-, Deus salutis mese-; et exultabit lingua mea-justitiam tuam.

Domine-; labia mea aperies-: et os meum-annun-tiabit laudem tuam.

Quoniam-si voluisses sa-crificium - dedissem uti-que - bolocaustis-non de-lectaberis.

Sacrificium Deo-spiritus contribulatus-; cor contri-tum-ethumiliatum-, Deus, non despicies.

Benignetac-Domine-, in bona voluntale-tua, Sion; ut ajdificentur-muri Jerusalem.

Tunc acceptabis-sacrifi-cium justitise-, oblationes etholocausta-; tuncimpo-nent super altare tuum vilulos.

Requiem seternam- dona eis Domine.

Et lux perpetua-luceat eis.

PSALM CXXIX.

De profundis-clamavi-ad wegen leeren, en de god-deloozen zullen zich tot U keeren.

Verlos mij van de bloedschuld, God, o God mijner zaligheid ! en mijne tong zal uwe rechtvaardigheid loven.

Heer! Gij zult mijne lippen open doen, en mijn mond zal uwen lof verkondigen.

Want hadtgij offeranden gewild, ik zou U die gaarne opgedragen hebben; in brandoffers zult gij geen behagen vinden.

Een bedrukte geest is eene offerande voor God; een vermorzeld en ootmoedig hart zult Gij, o God, niet versmaden.

Heer! volgens uwe goedertierenheid, handel met Sion, opdat de muren van Jerusalem opgebouwd worden.

Dan zult gij de offerande van rechtvaardigheid, de dank- en brandoffers aannemen ; dan zal men kalveren op uw altaar leggen.

Heer! geef hun de eeuwige rust.

En het eeuwige licht verlichte hen.

PSALM CXXIX.

Uit de diepten mijner


-ocr page 103-

— 95 —

te, Domine-: Domine-, ex-audi vocem meam.

Fiant aures tuffi-inten-dentes-: in vocem-depre-cationis mese.

Si iniquitates-observave-ris, Domine-: Domine-: quis sustinebit?

Quia apud te-piopitiatio est-, et propter-legem tuam -sustinui te Domine.

Sustinuit, anima mea in verbo ejus,-speravitanima mea in Domino.

A custodia matutina-us-que ad noctem; speret Israël in Domino.

Quia apud Dominum mi-sericordia : et copiosa-pud eum redemptio.

Et ipse redimet Israël-, ex omnibus- iniquitatibus ejus.

Requiem-ajternam dona eis, Domine.

Et lux perpetua,-luceat eis.

Na de H. Mis bij de des altaars.

Pater noster, etc.

v. Et ne nos inducas in tentationem.

ellenden heb ik tot u geroepen : o Heer! Heer! verhoor mijne stem.

Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking.

Indien gij. Heer! de ongerechtigheden gadeslaat, Heer! wie zal er beslaan ?

Omdat er bij U ontferming is, en om uwe wet heb ik op U, o Heer! vertrouwd.

Mijne ziel heeft op zijn woord vertrouwd; mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.

Dat Israël op den Heer hope, van den morgenstond tot den nacht toe.

Want bij den Heer is barmhartigheid: en bij hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen uit al zijne ongerechtigheden.

Heer! geef hun de eeuwige rust.

En het eeuwige licht verlichte hen.

ijkbaar of aan den voet

Onze Vader, enz. v. En leid ons niet ia bekoring.


-ocr page 104-

tuas-: et impii-ad te con-vertentur.

Libera me-de sanguini-bus-Deus-, Deus salutis ineaj-: et exultabit lingua mea-justitiam tuam.

Domine-; labia mea aperies-: et os meum-annun-tiabit laudem tuam.

Quoniam-si voluisses sa-crificium - dedissem uti-que - holocaustis-non de-lectaberis.

Sacriflcium Deo-spiritus contribulatus-; cor contri-tum-ethumiliatum-, Deus, non despicies.

Benignefac-Doinine-, in bona voluntate-tua, Sion: ut a3dificentur-muri Jerusalem.

Tunc acceptabis-sacrifi-cium justitiaj-, oblaliones etholocausta-: tuncimpo-nent super altare tuum vitulos.

Requiem a;ternam- dona eis Domine.

Et lux perpetua - luceat eis.

PSALM CXXIX.

De profundis-clamavi-ad wegen leeren, en de god-deloozen zullen zich tot U keeren.

Verlos mij van de bloedschuld, God, o God mijner zaligheid! en mijne tong zal uwe rechtvaardigheid loven.

Heer! Gij zult mijne lippen open doen, en mijn mond zal uwen lof verkondigen.

Want hadtgij offeranden gewild, ik zou U die gaarne opgedragen hebben; in brandoffers zult gij geen behagen vinden.

Een bedrukte geest is eene offerande voor God; een vermorzeld en ootmoedig hart zult Gij, o God, niet versmaden.

Heer! volgens uwe goedertierenheid, handel met Sion, opdat de muren van Jerusalem opgebouwd worden.

Dan zult gij de offerande van rechtvaardigheid, de dank- en brandoffers aannemen; dan zal men kalveren op uw altaar leggen.

Heer! geef hun de eeuwige rust.

En het eeuwige licht verlichte hen.

PSALM GXX1X.

Uit de diepten mijner


-ocr page 105-

te, Domine-; Domine-, ex-audi vocem meam.

Fiant aures tuse-inten-dentes-: in vocetn-depre-cationis meae.

Si iniquitates-observave-ris, Domine-: Domine-: quis suslinebit?

Quia apud te-pi opitialio est-, et propter-legem tuam -sustinui te Domine.

Sustinuit, anima mea in verbo ejus.-speravitanima mea in Domino.

A custodia matutina-us-que ad noctem; speret Israël in Domino.

Quia apud Dominum mi-sericordia : et copiosa-pud cum redemptio.

Et ipse redimet Israël-, ex omnibus- iniquitatibus ejus.

Requiem-a3ternam dona eis, Domine.

Et lux perpetua.-luceat eis.

Na de H. Mis bij de des altaars.

Pater noster, etc.

v. Et ne nos inducas in tentationem.

ellenden heb ik tot u geroepen : o Heer! Heer! verhoor mijne stem.

Laat uwe ooren luisteren naar de stem mijner smeeking.

indien gij. Heer! de ongerechtigheden gadeslaat. Heer! wie zal er beslaan ?

Omdat er bij U ontferming is, en om uwe wet heb ik op U, o Heer! vertrouwd.

Mijne ziel heeft op zijn woord vertrouwd; mijne ziel heeft op den Heer gehoopt.

Dat Israël op den Heer hope, van den morgenstond tot den nacht toe.

Want bij den Heer is barmhartigheid; en bij hem is overvloedige verlossing.

En Hij zal Israël verlossen uit al zijne ongerechtigheden.

Heer! geef hun de eeuwige rust.

En het eeuwige licht verlichte hen.

ijkbaar of aan den voet

Onze Vader, enz. v. En leid ons niet in bekoring.


-ocr page 106-

— 96 —

R. Sed libera nos a malo.

v. A porta inferi. r. Erue, Domine, ani-mas eorum. v. Requiescant in pace. r. Amen.

v. Domine, exandi ora-tionem meam.

r. Et clamor meus- ad te veniat.

v. Dominus vobiscum. r. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

Absolve, quaesumus, Domine, animam famuli tui N. utdefunctus SEeculo tibi vivat, et qua3 per fragilita-tem carnis humana con-versatione commisit, tu venia misericordissim® pietatis absterge.

Deus, venise largitor, et humanaï salutis amator, qusesumus clémentiam tu-am. ut nostrse Congregati-onisfratres, propinquoset benefactores qui ex hoe sseculo transierunt beata Maria semper Virgine intercedente, cum omnibus

r. Maar verlos ons van den kwade.

v. Van de poort der hel. r. Verlos, Heer, hunne zielen.

v. Dat zij in vrede rusten. r. Amen.

v. Heer verhoor mijn gebed.

r. En mijn geroep kome tot u.

v. De Heer zij met U. r. En met uwen geest.

Laat ons bidden.

Ontsla, bidden wij u, o Heer de ziel van uwen dienaar N. van alle banden der zonde, opdat hij, van deze wereld gescheiden, voor u leve, en dat al, wat hij gedurende dit leven door de zwakheid van het vleesch mocht misdaan hebben, worde uitgewischt door de vergeving uwer allerbarmhartigste goedheid.

O God, die den zondaar vergeving schenkt, en de zaligheid dermenschen bemint, wij smeeken uwe goedertierenheid, dat gij de broeders, de naastbe-staanden en weldoeners van onze Congregatie die 1 uit deze wereld gescheiden


-ocr page 107-

sanctis tuis, ad perpeluse beatitudinis consortium pervenire concedas. Per Christum Dominum nostrum. Amen.

v. Requiem seternam dona eis Domine.

r. Et lux perpetua-lu-ceat eis.

v. Requiescant in pace. r. Amen.

zijn, door de voorspraak van de zalige Maria altoos Maagd, en van alle Heiligen. tot de gemeenschap der eeuwige zaligheid wilt doen komen. Door Christus onzen Heer. Amen.

v. Heer, geef hun de eeuwige rust.

r. En het eeuwig licht verlichte hen.

v. Dat zij rusten in vrede. r. Amen.


Opdracht der werkzaamheden van den dag aan God, na het Morgengebed.

Mijn Heer en mijn God, ik offer U op mijne ziel, mijn lichaam, en alles wat ik bezit. Ik draag U op al de werken, die ik dezen dag verrichten zal, en wil die doen tot Uwe meerdere glorie en tot zaligheid mijner ziel.

Ik maak het vast voornemen dezen dag christelijk door te brengen: liever wil ik duizendmaal sterven, dan U vergrammen. Geef mij hiertoe Uwe genade, want zonder haar, o barmhartige Vader, vermag ik niets ter zaligheid.

Dankgebed voor iederen avond na het Avondgebed.

Mijn Heer en mijn God! Gij hebt mij geschapen, Gij hebt mij met het kostbaar bloed van Uwen dierbaren Zoon verlost, en nu hebt gij mij gedurende dezen dag op nieuw bewaard naar ziel en lichaam.

-ocr page 108-

— 98 —

Voor al die weldaden dank ik U uit den grond mijns harten, en draag U uit dankbaarheid de ndClitrust op, die ik nu te Uwer eere ga nemen.

Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, Heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar verlos ons altijd van alle gevaren, o glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouw, onze Middelares, onze voorspreekster; verzoen ons met uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon.

Bid voor ons. Heilige Moeder Gods,

Opdat wij de beloften van Christus waardig worden. Heilige Engelbewaarder, bid voor ons.

Heilige Joseph, en al onze heilige Patronen,

bidt voor ons.

ANTIPHONEN

TER E E It E DER ZALIGE MA A G D M A K 1 A.

I. In Aclventu.

Alma Redemptoris Mater, quse pervia coeli.

Porta manes, et Stella maris, succurre cadenti,

Surgere qui curat populo ; tu quse genuisti,

Natura mirante, tuum sanctum Genitorem,

Virgo prius ac posterius, Gabrielis ab ore.

Sumens illud Ave, pecca-torum miserere.

7. In den Advent.

Genadevolle Moeder des Verlossers, gij open hemeldeur en zeegestarnte, o reik den volke eene opbeurende hand; het wil zich hekeeren lot zijnen Schepper, dien gij, tot verbazing der natuur, gebaard hebt. Maagd blijvende daarna, evenals gij \'t vroeger waart, toen Gabriel\'s groet u tegenklonk; o., ontferm u over ons, arms zondaars.


-ocr page 109-

In Advenlu. v. Angelus Domini nunliavit Mari».

r. Et concepit de Spiritu Sancto.

Oremus.

Gratiamtuam, quaesumus, Domine, mentibus noslris infunde: ut qui, Angelo nuntiante, Christi Filii tui incarnationem cognovimus, per passionem ejus et Cru-cem ad resurrectionis glo-riam perducamur. Per eum-dem Christum Dominum nostrum, u. Amen.

Aj. Vesperis Nativilalis, el deinceps.

v. Post parlum, Virgo in-vioiata permansisti.

r. Dei Genitrix, intercede pro nobis.

Oremus.

Deus, qui salutis tBternre, beatae Ma rise virginitate foe-cunda, humano generi prse-mia prsestitisti; tribue, quaesumus: ut ipsam pro nobis intercedere sentiamus, per quam meruimus Auctorem vitse suscipere, Dominum nostrum Jesum Christuum Filium tuum.

r. Amen.

In den Advent, v. De En-gel des Heeren bracht aan Maria de blijde boodschap.

r. En zij ontving van den heiligen Geest.

Laat ons bidden.

Stort, bidden wij. Heer, uwe genade in onze harten; opdat wij, die, door de boodschap des Engels, de Mensch-wording van Christus, uwen Zoon, gekend hebben, door zijn lijden en kruis tot de glorie der verrijzenis gebracht mogen worden, door denzelfden Christus, onzen Heer. r. Amen.

Van de i*1* Vespersvan Kerstmis, en vervolgens.

v. Na de geboorte zijt gij onbevlekt. Maagd gebleven.

r Heilige Moeder Gods, bid voor ons.

Laat ons bidden.

God, die door den vruchtbaren maagddom derallerhei-ligste Moeder Maria aan de menschheid de belooningen des eeuwigen heils hebt verleend: wij bidden U, geef ons, dat wij de voorbede mogen erlangen van haar, door wie wij den Maker des levens, uwen Zoon, onzen Heer Jezus Christus, hebben mogen ontvangen.

r. Amen.


-ocr page 110-

— 100 —

II.

A Ptirilicalio7ie usque ad Fe-riam quintam in Ccena Domini exclusive.

Ave, Regina coelorum, Ave, Domina Angelorum: Salve, radix, salve, porta, Ex qua mundo lux esl orta.

Gaude, Virgo gloriosa, Super omnes speciosa. Vale, o valde decora, Et pro nobis Christum exora.

v. Dignare me laudare te, Virgo sacrata.

r. Da mihi virlutem contra hostes tuos.

Oremus.

Concede, misericors Deus, fragilitati nostrse prsesidi-um: ut qui sanclse Dei Ge-nitricis memoriam agimus, intercessionis ejus auxilio, a nostris iniquitatibus resur-gamus. Per eumdem Christum Dominum nostrum. r. Amen.

III.

A Complelorio Sabbati sanc-ti usque ad Nonam Sabbati post Pentecosten inclusive.

Regina coeli, Icetare, alleluja.

Quia quem meruisti por-tare, alleluja.

II.

Van Maria Lichtmis tot en met Woensdag in de goede week.

Gegroet o Hemelkoningin, Gegroet der Engelen vorstin; gegroet, gij stam, gegroet, gij poort, waardoor voor de wereld het licht is opgegaan. Verheug u, roemrijke Maagd, schoon boven allen ; kom, o luisterrijk prachtige, en bid Christus voor ons.

v. Sta toe dat ik u prijze, zalige Maagd.

r. Geef mij kracht tegen uwe vijanden.

Laat ons bidden.

Schenk, goedertieren God, onze zwakheid bijstand, opdat wij, de gedachtenis der H. Moedermaagd vereerende, door hare hulprijke voorbede, uit onze zonden oprijzen. Door denzelfden Christus onzen Heer.

r. Amen.

III.

Van goeden Zaterdag, tot Zaterdag 71a Pinksteren.

Koningin des hemels, verblijd u, alleluja.

Want Hij, wien gij hebt mogen baren, alleluja.


-ocr page 111-

— 101 —

Resurrexil sicut dixit, alleluja.

Ora pro nobis Doum, alleluja.

v. Gaude et loetaro, Virgo Maria, alleluja.

R. Quia surrexit Uominus vere, alleluja.

Oremus.

Deus, qui per resurrecli-onem Filii tui Domini nostri Jesu Chrisli mundum laeti-ficare dignatus es: prsesla, quaesumus; ut per ejus Ge-nitricem Virgiaem Mariam perpetuse capianius gaudia vitae. Per eumdem Christum Dominum nostrum.

r. Amen..

IV.

A j. Vesperis Fesli S. S. Tri-nitalis usque ad Nonam Sp.bbati ante Adventum.

Salve Regina, Maler mise-ricordiae, vita, dulcedo et spes nosira, salve. Ad te clamamus exules filii Hevae. Ad te suspiramus gementes et flentes in hac lacrymarum valle. Eja ergo, advocata nostra, illos tuos misericordes oculos ad nos converte. Et Jesum benedictum fructum ventris tui nobis post hoe exilium ostende. O clemens. o pia, o dulcis Virgo Maria.

Is verrezen zooals Hij voorzegd heeft, alleluja.

Bid God voor ons, alleluja.

v. Juich en jubel, Maagd Maria, alleluja.

r. Want de Heer is waarlijk opgestaan, alleluja.

Laat ons bidden.

God, die door de verrijzenis van uwen Zoon, onzen Heer Jezus Christus, de wereld hebt willen verblijden: geef, wij smeeken U, dat wij door de voorbede zijnerMoe-der, de Maagd Maria, de vreugden des eeuwigen levens verwerven mogen. Door denzelfden Christus, onzen Heer.

r. Amen.

IV.

Yan hel feest der heilige

Drievuldigheid lol den Advent.

Wees gegroet, o Koningin, Moeder der barmhartigheid, gij, ons leven, onze wellust en onze hoop, wees gegroet. Tot u roepen wij, ballingen, Eva\'s kroost; tot u zuchten wij treurig en weenend in dit tranendal. O sla gij, onze voorspraak, uwe medelijdende oogen op ons, en toon ons, na deze ballingschap, Jezus, de gezegende vrucht van uwen schoot, o barmhartige, o liefdevolle, o min-lijke Maagd Maria.


-ocr page 112-

v. Ora pro nobis, sancta Dei Genitrix.

r. Ut digni efflciamur pro-missionibus Christi.

Omnipolens, sempiteme Deus, qui glonosae Virginis Matris Manae corpus el ani-mnm, ut dignum filii tui habitaculum efflci mererétur, Spiritu Sancto cooperante, praeparasti; da, ut cujus commemoratione laotamur, ejus pia intercessione, ab instantibus malis, et amorle perpelualiberemur. Percum-\'dem Christum Dominum nostrum.

r. Amen.

v. Bid voor ons, heilige Moeder Gods.

r. Opdat wij de beloften van Christus mogen waardig worden.

Almachtige, eeuwige God, die het lichaam en de ziel der glorierijke Maagd Maria, door de medewerking des H. Geestes, tot eene waardige woning uws Zoons hebt voorbereid : geef dat wij, die ons in hare gedachtenis verblijden, door hare overvloedige voorbede, van alle toekomstig kwaad en van den eeuwigen dood bevrijd mogen worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. r. Amen.


Akte van Geloof.

Ik geloof in éénen God, één in wezen en drievuldig in Personen, God den Vader, God den Zoon en God den Heiligen Geest, looner van het goed en straffer van het kwaad; ik geloof dat Gpd de Zoon, de tweede persoon der allerheiligste Drievuldigheid, voor ons is mensch geworden, gekruist, gestorven en verrezen: deze mysteriën en al hetgeen de heilige Kerk mij voorstelt te gelooven, geloof ik vastelijk, omdat Gij, mijn God, de opperste waarheid en wijsheid zijt, die dit alles zelf geopenbaard heb\';.

In en voor dit Geloof wil ik leven en sterven.

-ocr page 113-

— 103 —

Akte van Hoop.

Mijn Heer en mijn God, ik hoop en vertrouw vastelijk, door het bitter lijden en de verdiensten van Jezus-Christus te bekomen bier in dit leven Uwe genade en vergiffenis van mijne zonden; en hierna U eeuwig te aanschouwen, te beminnen en te bezitten in den hemel; dit hoop ik, omdat Gij, mijn God, oneindig goed zijt tot ons, almachtig en getrouw in Uwe beloften.

In deze hoop wil ik leven en sterven.

Akte van Liefde.

Mijn Heer en mijn God, ik bemin U boven al en uit geheel mijn hart, omdat Gij oneindig goed zijt, en alle lielde waardig; ik bemin mijnen evennaaste gelijk mij zeiven uit liefde tot U; dat U alle men-schen beminnen en dienen, dat U alle schepsels loven in eeuwigheid.

In deze liefde wit ik leven en sterven.

Akte van Berouw.

Mijn Heer en mijn God, mijne zonden zijn mij leed uit den grond mijns harten, niet alleen omdat ik daardoor uwe rechtvaardige straffen verdiend heb; maar vooral omdat ik daardoor Uwe goddelijke Majesteit en goedheid, die ik boven al bemin, vergramd heb; ik haat en verzaak die zonden uit liefde tot U: en ik maak het vaste voornemen voortaan nooit meer te zondigen, alle gelegenheid van zonde te schuwen, eene rechtzinnige biecht te spreken, en liever te sterven dan U nog te vergrammen. Amen,

-ocr page 114-

— 104 —

Gebeden vóór de H. Communie.

Oefening van geloof.

God van Hemel en aarde, Verlosser der wereld! Gij wilt tot mij komen en ik zal het geluk hebben U te ontvangen.

Ik geloof dat Gij in dit Allerheiligste Sakrament waarlijk tegenwoordig zijt met Godheid en mensch-heid, met ziel en lichaam, met vleesch en bloed gelijk Gij nu onsterfelijk en verheerlijkt in den Hemel zijt.

Dit geloof ik, o mijn God! omdat Gij het gezegd hebt; ik belijd dat geloof uit geheel mijn hart, en met vreugde wil ik mijn leven geven voor de belijdenis dezer waarheid.

Oefening van hoop.

Wie ben ik echter, o God van almacht en heerlijkheid! wie ben ik, dat Gij U gewaardigt, tot mij te komen? Van waar het geluk, dat mijn God en mijn Zaligmaker in mijn hart wil nederdalen, in dat hart vol boosheid, vol gebreken, vol zonden?

Op U echter, o Heer! heb ik mijn hoop gesteld; verleen mij Uwe genade, geef dat de barmhartigheid van Uw Heilig Hart mijn hart zuivere en in eene reine woonplaats herscheppe, voor den Koning der engelen.

Oefening van liefde.

O mijn God, mijn beminnelijke God! Gij alieen zijt de ware vriend mijner ziel! Kondet Gij meelquot;

-ocr page 115-

— 105 —

doen om mijne liefde te winnen, dan Gij gedaan hebt?

Voor mij hebt Gij Uw kostbaar bloed vergoten. Gij hebt dit H. Sakrament ingesteld om mij te voeden met der Engelen brood, om mij te sterken met Uw goddelijk vleesch, om mijn hart op het innigst met uw hart te verbinden, om mij aan uwe vaderlijke weldaden deelachtig te maken. O oneindige onbegrijpelijke liefde! Het is dus waar dat Gij mij innig bemint! ik wil ook U beminnen uit geheel mijn hart, uit geheel mijne ziel, uit al mijne krachten. Ik wil U beminnen boven al, U beminnen meer dan mij zeiven, en niets zal mij voortaan van deze liefde kunnen scheiden.

Oefening van berouw.

Heer! ik ben niet waardig, dat Gij komt onder mijn dak, maar spreek slechts een woord en mijne ziel zal genezen worden.

Neen ik ben niet waardig U te ontvangen, ik, die U zoo menigmaal door mijne groote zonden beleedigd heb.

Die zonden zijn mij leed uit den grond mijns harte; ik haat en verzaak dezelve uit liefde tot U.

Reinig mij meer en meer van mijne ongerechtigheid, schep in mij, o Heer! een nieuw hart, dat alleen voor U leeft en vernieuw in mijn binnenste den geest van onschuld, opdat ik U waardig ont-vange, opdat ik U blijve bezitten, nu en altijd en in de eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 116-

— 106 —

Gebeden na de H, Communie.

Ik aanbid U, o mijn Jezus! mijn Verlosser! mijn weldoener! die thans in mijn hart Uw intrek genomen hebt, en ik dank U voor deze grootste der weldaden. Dat al de Engelen, dat al de zalige geesten, dat mijne goede Moeder Maria vooral U loven en danken met mij.

Gij-zijt dus geheel aan mij, omdat Gij mij Uw vleesch en bloed, geheel U zeiven gegeven hebt. Ook ik wil mij geheel en al geven aan U — ik verzaak uit den grond mijns harten al hetgeen mij tot hiertoe van U verwijderd heeft — en ik zal mijn best doen, met den bijstand Uwer genade, om niet meer in mijne voorgaande gebreken te hervallen.

Derhalve, o mijn God! voortaan geene gedachte, geene begeerten, geene woorden of werken meer, die in het minst met de eerbaarheid of met de naastenliefde strijdig zijn; geen onverduldigheid, geen vloeken, geen leugentaal, geen twist en tweedracht meer, geen verzuim mijner plichten, noch lauwheid in Uwen Heiligen dienst.

Maar uit liefde tot U wil ik elke gelegenheid vluchten, alle personen vermijden, die de oorzaak mijner zonden waren.

Uit liefde tot u wil ik alle lijden en tegenspoed met geduld en liefde dragen.

Uit liefde tot U wil ik arbeiden en werken tot onderhoud van mijn leven, tot zaligheid mijner ziel. Amen.

-ocr page 117-

— 107 —

Gebed van den H. Ignatius van Loyola.

Ziel van Christus, heilig mij.

Lichaam van Christus, red mij.

Bloed van Christus, verzadig mij.

Water der zijde van Christus, zuiver mij.

Lijden van Christus, versterk mij.

O goede Jezus! verhoor mij.

Verberg mij in Uwe heilige wonden.

Gedoog niet, dat ik van U gescheiden worde.

Verdedig mij tegen den boozen geest.

Roep mij in het uur des doods.

Beveel, dat ik kome tot U.

Opdat ik U met de uitverkorenen love

Van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

(Eiken keer 500 dagen aflaat. — Na de H. Communie 7 jaren).

O goede en allerzoetste Jezus, zie mij hier neergeknield in uwe allerheiligste tegenwoordigheid, U met de allergrootste vurigheid biddende, dat Gij U gewaardigt in mijn hart te prenten levendige gevoelens van geloof hoop en liefde, een oprecht berouw over mijne zonden, en een standvastigen wil, U nooit meer te vergrammen; terwijl ik in mij zeiven overdenk, en met alle liefde en groot medelijden beschouw Uwe heilige vijf wonden, hebbende voor oogen wat de profeet David van U, o goede Jezus, eertijds uitsprak; zij hebben mijne handen en voeten doorboord en al mijne beenderen geteld.

(Volle aflaat, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, mits men 5 maal het onze vader, wees gegroet en glorie zij den Vader bidde tot intentie van Z. H. den Paus. Deze aflaat is toepasselijk aan de zielen des vagevuurs).

-ocr page 118-

— 108 —

TM ®MWMb

i.

Groote God ! U loven wij;

Onbepaald is uw vermogen,

Voor uwe opperheerschappij Buigt zich \'t aardrijk opgetogen; Gij bestondt voor allen tijd, Blijvende eeuwig wat gij zijt.

2.

Alles heft een loflied aan: Cherubijnen, Serafienen,

Duizende Engelen, die staan Rond uw\' troon, om U te dienen. Alles roept U, nimmer moê.

Heilig, heilig, heilig! toe.

3.

Al wat op uw vruchtbaar woord, Groote God der legerscharen.

Uit het niet sprong dankend voort. Alle scheps\'len, die ooit waren: Hemel, aarde en oceaan.

Alles heft een danklied aan.

4.

Op verrukkelijken toon.

Zingt het heer der uitverkoren, Neergebogen voor uw\' troon. Martelaars, Apostelkoren,

Alles juicht in lofgeschal: Opperkoning van \'t heelal.

-ocr page 119-

— 109 —

5.

Grondkracht, waarop \'t aardrijk draait. Door wiens hand ontelb\'re zonnen,

Zijn door \'t maatloos ruim gezaaid, Hoort Ge uw lof o Onbegonnen,

Een\'ge Vader van \'t bestaan.

Door den Ghrist\'nen citer slaan?

6.

Lof \'t drievuldig in persoon,

\'t Eenig onbesefbaar Wezen,

Lof U, \'s Vaders een\'gen Zoon, Op denzelfden toon geprezen;

Lof U, Geest, die \'t al vervult,

Waart en zijt en wezen zult.

7.

Gij, des Vaders eeuwig Woord,

En te Bethlehem geboren.

Gij, dien eene Maagd bracht voort Door U zelv\' daartoe verkoren. Gij vergoot uw dierbaar Bloed, En verwierf! ons \'t hoogste goed.

8.

Aan des Vaders rechterhand Zijt Ge in heerlijkheid gezeten;

In ontzaggelijken stand.

Zult Gij, Rechter, ons geweten.

Na het laatst trompetgeschal. Openbaren aan \'t heelal.

-ocr page 120-

— no —

9.

Sta dan uwe dienaars bij, Die voor U en met U strijden;

Die Gij met u Bloed kocht vrij, Toen U Golgotha zag lijden: Plaats ons na dit tranendal Onder \'t juichend Eng\'lental.

10.

Zie uw volk genadig aan,

Helpt het; zegen, Heer, uw erve;

Leid ons op de rechte baan, Dat geen vijand ons verderve; Open ons de gloriezaal.

Wij zijn uwe zegepraal.

n.

Alle dagen zullen wij. Uwe wond\'re goedheid prijzen.

Aan uwe opperheerschappij Eindeloozen dank bewijzen;

Help in d\' allerlaatsten strijd. Wie uw\' heil\'gen Naam belijdt.

12.

Zoete Jezus onze Heer,

Spreid meédoogend uwen zegen Op de Christenvolk\'ren neèr; Zie, ons hart klopt onverlegen; Op U, Jezus, hopen wij.

Dat die hoop nooit ijdel zij.

-ocr page 121-

— ill — TE ©MWIL

Te Deum laudamus: * te Dominum confitemur. Te aeternum Palrem * omnis terra veneratur.

Tibi omnes Angeli, tibi coeli, et universae Potestates. Tibi Cherubim et Seraphim: * incessabili voce proclamanU Sanctus, sanctus, sanctus * Dominus Deus Sabaotb. Pleni sunt coeli et terra; * majestatis gloriae tuae. Te gloriosus * Apostoloru m chorus.

Te Prophetarum * laudabilis numerus.

Te Martyrum candidatus \' laudat exercitus.

Te per orbem terrarum, * sancta confltetur Ecclesia. Patrem * immensae majestatis.

Veuerandum tuum verum \' et unicum Filium.

Sanctum quoque * Paraclitum Spiritum.

Tu Bex gloriae, * Christe.

Tu Patris * sempiternus es Filius.

Tu, ad liberandum suscepturus hominem, * non hor-ruisii Virginis uterum.

Tu devicto mortis aculeo : * aperuisti credentibus regna coelorum.

Tu ad dexteram Dei sedes, * in gloria Patris.

Judex crederis * esse venturus.

Te ergo quaesumus, tuis famulis subveni: * qups pre-tioso sanguine redemisti.

jEterna fac cum Sanctis tuis; * in gloria numerari. Salvum fac populum tuum, Domine: * et benedic hae-reditati tuae.

Et rege eos, * et extolle illos usque in aeternum. Per singulos dies * benedicimus te.

Et laudamus nomen tuum in saeculum, * et in saecu-^im saeculi.

Dignare Domine die isto: * sine peccato nos custodire.

-ocr page 122-

— 112 —

Miserere nostri, Domine; * miserere nostri.

Fiat misericordia tua, Donine, super nos: * quemad-modum speravimus in te.

In te, Domine, speravi: quot; non confundar in aeternum. v. Benedicamus Patrem et Filium, cum sancto spiritu. r. Laudemus, et superexaltemus eum in saecula. v. Benedictus es, Domine, in firmamento coeli. r. Et laudabiiis, et gloriobus, et superexaltatus in saecula. v. Domine, exaudi orationem meam.

r. Et clamor meus ad te veniat.

v. Dominus vobiscum.

R. Et cum spiritu tuo.

Oremus.

Deus, cujus misericordiae non est numerus, etbonitatis infinitus est thesaurus: piissimae majestati tuae pro col-latis donis gratias agimus, tuam semper clementiam exorantes; ut qui petentibus postulata concedis, eosdem non deserens, ad praemia futura disponas. Per Christum Dominum nostrum.

R. Amen.

Reïmprimatur.

RUILEMUND/E, 27 Juli 1886.

P. J. H. RUSSEL, Can. et Prof.

Librorum Censor.

-ocr page 123-