Vak 87
cn
voor
de veertigdaagsche vasten.
Door
A. B. Leijser, Pastoor. Ten voordeele der missies.
Imprimatur et in lucem edatur.
Jiuyaeimindae, II. Februarii 18S5.
P. J. H. Russel, Can. et Prof.
ad hoc delegatus.
iÜ^llerheiligste en hoogwaardigste Drievuldigheid, één God in drie Personen, ik geloof, dat Gij hier tegenwoordig zijt; ik aanbid U met de gevoelens van den diepsten ootmoed, en ik bewijs U uit ganscher harte den eerbied, dien inen aan üwe Oppermajesteit verschuldigd is.
Ik dank Ü, mildrijke God, uit den grond mijns harten voor al de genaden, die ik ooit van U ontvangen heb. üwe goedheid heeft mij tot dezen dag- bewaard , ik wil dien ook enkel besteden tot Uwen II. dienst: al mijne gedachten, woorden en werken draag ik 11 op. Zegen ze, o lieer, opdat zij allen door Uwe liefde bezield, tot Uwe meerdere eer mogen dienen.
Liefderijke Jezus, goddelijk voorbeeld der volmaaktheid, waarnaar wij moeten streven, met de hulp Uwer genade wil ik mijn best doen, om U in alles , zooveel mogelijk, gelijk te worden : zacht-
Morgengebeden.
moedig, ootmoedig, kuisch, ijverig, vei\'-duldig, liefdadig en gewillig gelijk gij geweest zijt. Bijzonderlijk wil ik met alle vlijt mij hoeden voor die zonden, welke ik zoo dikwijls bega, en waarvan ik oprecht verlang mij te beteren. —
U, o God, is mijne krankheid bekend, ik kan en vermag niets, tot mijne Zaligheid, zonder de hulp Uwer genade. Weiger mij deze niet, o mijn God! geef mij de noodige sterkte, om al het kwaad, dat Gij verbiedt te vermijden, om al het goed, dat Gij van mij verlangt, te oefenen en om al het lijden, dat Uwe Goddelijke Voorzienigheid mij heden zal overzenden geduldig te verdragen.
Onze Vader , enz. Wees gegroet, enz. Ik geloof in God, den Vader, enz.
Allerheiligste Maagd, Moeder van Jezus en mijne machtigste voorspreekster! ik stel mij onder uwe moederlijke bescherming en verberg mij vol betrouwen in den schoot uwer mildrijke barmhartigheid. O gocdertierenste Moeder! wees mijne toevlucht in allen nood, mijn troost in allen tegenspoed, en mijne mid-
6
Morgengebeden. 7
r- delares bij uwou zoon, heden en al de
fij dagen mijns levens, maar vooral in het
et uur van mijnen dood.
n, Heilige engelbewaarder, mijn getrouwe
m en liefdadige leidsman, verwerf mij de genade, uwe heilzame inspraken altijd te
d, volgen, en mijne voetstappen zoo te a- richten, dat ik van den weg der geboden
e. Gods niet afwijke.
ef Groote Heilige, wiens naam ik het d, geluk heb te dragen, H. Patronen et van dit bisdom en van deze parochie, m glorierijke H. Jozef, waardige Bruidegom i- van Maria, en gij bijzonderlijk wier feestal dag men heden viert, beschermt mij, bidt voor mij, opdat ik God diene, gelijk gij Ik Hem op aarde gediend hebt, en hem met u in den Hemel eeuwig love en is danke. Amen. k -
ss ipk aanbid U, o mijn God! met al den n eerbied, dien mij Uwe tegenwoordigheid 1- inboezemt; ik verootmoedig en verneder
1
Morgengebeden.
moedig, ootmoedig, kuisch, ijverig, vei\'-duldig, liefdadig en gewillig gelijk gij geweest zijt. Bijzonderlijk wil ik met alle vlijt mij hoeden voor die zonden, welke ik zoo dikwijls bega, en waarvan ik oprecht verlang mij te beteren. —
U, o God, is mijne krankheid bekend, ik kan en vermag niets, tot mijne Zaligheid, zonder de hulp Uwer genade. Weiger mij deze niet, o mijn God! geef mij de noodige sterkte, om al het kwaad, dat Gij verbiedt te vermijden, om al het goed, dat Gij van mij verlangt, te oefenen en om al het lijden, dat Uwe Goddelijke Voorzienigheid mij heden zal overzenden geduldig te verdragen.
Onze Vader , enz. Wees gegroet, enz. Ik geloof in God, den Vader, enz.
Allerheiligste Maagd, Moeder van Jezus en mijne machtigste voorspreekster! ik stel mij onder uwe moederlijke bescherming en verberg mij vol betrouwen in den schoot uwer mildrijke barmhartigheid. O gocdertierenste Moeder! wees mijne toevlucht in allen nood, mijn troost in allen tegenspoed, en mijne mid-
6
Morgengebeden. 7
r- delares bij uwou zoon, heden en al de
fij dagen mijns levens, maar vooral in het
et uur van mijnen dood.
n, Heilige engelbewaarder, mijn getrouwe
m en liefdadige leidsman, verwerf mij de genade, uwe heilzame inspraken altijd te
d, volgen, en mijne voetstappen zoo te a- richten, dat ik van den weg der geboden
e. Gods niet afwijke.
ef Groote Heilige, wiens naam ik het d, geluk heb te dragen, H. Patronen et van dit bisdom en van deze parochie, m glorierijke H. Jozef, waardige Bruidegom i- van Maria, en gij bijzonderlijk wier feestal dag men heden viert, beschermt mij, bidt voor mij, opdat ik God diene, gelijk gij Ik Hem op aarde gediend hebt, en hem met u in den Hemel eeuwig love en is danke. Amen. k -
ss ipk aanbid U, o mijn God! met al den n eerbied, dien mij Uwe tegenwoordigheid 1- inboezemt; ik verootmoedig en verneder
1
Avondgebeden.
van nu af tot aan mijn dood oprechte boetvaardigheid er over te doen.
Ach! had ik U, liefderijkste Vader,
toch nooit vergramd: maar dewijl ik zoo ongelukkig ben geweest TJ te mis-hagen, zoo wil ik U voortaan des te getrouwer dienen, en door eene gansch andere levenswijze toonen, hoe zeer mijne bedreven zonden mij leed zijn. Van nu af verzaak ik aan alle zonden en aan alle gelegenheden tot zonde. Met de Isa hulp Uwer goddelijke genade, die ik mlt; ootmoediglijk vraag en met betrouwen ba van U verwacht, wil ik mijn best doen, om U in alles te behagen en T7, o op- bi perste Groed! door geene zonden meer S\' te vergrammen. ^
Onze Vader, enz. Wees geriroet. enz. U- geloof , in God, den Vader, enz. v
„Zoet Hart van Jezus! maak dat ik U v immer meer en meer heminne.quot; 0
v
t i
10
hte
lis- ter eere van het bitter Lijden en Sterven
van
ne nu
an ^ PÜ l)ft brein ïgt;Ef S. |ttiö.
de i«»lniaclitige, eeuwige God en Vader! ik met diepen ootmoed en een rouwmoedig ;n hart willen wij thans het H. Sacrificie ii, der Mis bijwonen, ter eere van het p- hitter Lijden en Sterven van üw eenig--;r geboren Zoon. Wij gelooven en belijden , dat het H. Sacrificie der Ills , niets anders is dan het offer aan het kruis, en dat Jezus Zijn lijden en dood -r op eene onbloedige wijze op het altaar vernieuwt. Wij dragen het U daarom op, ter eere van liet allerheiligste Hart van Jezus, voornamelijk ter gedachtenis en ter verheerlijking van Zijn bitter Lijden en Sterven, tot voldoening voor onze menigvuldige zonden en schulden, tot
er, ik
te ch
Avondgebeden.
van nu af tot aan mijn dood oprechte boetvaardigheid er over te doen.
Ach! had ik U, liefderijkste Vader,
toch nooit vergramd: maar dewijl ik zoo ongelukkig ben geweest TJ te mis-hagen, zoo wil ik U voortaan des te getrouwer dienen, en door eene gansch andere levenswijze toonen, hoe zeer mijne bedreven zonden mij leed zijn. Van nu af verzaak ik aan alle zonden en aan alle gelegenheden tot zonde. Met de Isa hulp Uwer goddelijke genade, die ik mlt; ootmoediglijk vraag en met betrouwen ba van U verwacht, wil ik mijn best doen, om U in alles te behagen en T7, o op- bi perste Groed! door geene zonden meer S\' te vergrammen. ^
Onze Vader, enz. Wees geriroet. enz. U- geloof , in God, den Vader, enz. v
„Zoet Hart van Jezus! maak dat ik U v immer meer en meer heminne.quot; 0
v
t i
10
hte
lis- ter eere van het bitter Lijden en Sterven
van
ne nu
an ^ PÜ l)ft brein ïgt;Ef S. |ttiö.
de i«»lniaclitige, eeuwige God en Vader! ik met diepen ootmoed en een rouwmoedig ;n hart willen wij thans het H. Sacrificie ii, der Mis bijwonen, ter eere van het p- hitter Lijden en Sterven van üw eenig--;r geboren Zoon. Wij gelooven en belijden , dat het H. Sacrificie der Ills , niets anders is dan het offer aan het kruis, en dat Jezus Zijn lijden en dood -r op eene onbloedige wijze op het altaar vernieuwt. Wij dragen het U daarom op, ter eere van liet allerheiligste Hart van Jezus, voornamelijk ter gedachtenis en ter verheerlijking van Zijn bitter Lijden en Sterven, tot voldoening voor onze menigvuldige zonden en schulden, tot
er, ik
te ch
Avondgebeden.
van nu af tot aan mijn dood oprechte boetvaardigheid er over te doen.
Ach! had ik U, liefderijkste Vader,
toch nooit vergramd: maar dewijl ik zoo ongelukkig ben geweest TJ te mis-hagen, zoo wil ik U voortaan des te getrouwer dienen, en door eene gansch andere levenswijze toonen, hoe zeer mijne bedreven zonden mij leed zijn. Van nu af verzaak ik aan alle zonden en aan alle gelegenheden tot zonde. Met de Isa hulp Uwer goddelijke genade, die ik mlt; ootmoediglijk vraag en met betrouwen ba van U verwacht, wil ik mijn best doen, om U in alles te behagen en T7, o op- bi perste Groed! door geene zonden meer S\' te vergrammen. ^
Onze Vader, enz. Wees geriroet. enz. U- geloof , in God, den Vader, enz. v
„Zoet Hart van Jezus! maak dat ik U v immer meer en meer heminne.quot; 0
v
t i
10
hte
lis- ter eere van het bitter Lijden en Sterven
van
ne nu
an ^ PÜ l)ft brein ïgt;Ef S. |ttiö.
de i«»lniaclitige, eeuwige God en Vader! ik met diepen ootmoed en een rouwmoedig ;n hart willen wij thans het H. Sacrificie ii, der Mis bijwonen, ter eere van het p- hitter Lijden en Sterven van üw eenig--;r geboren Zoon. Wij gelooven en belijden , dat het H. Sacrificie der Ills , niets anders is dan het offer aan het kruis, en dat Jezus Zijn lijden en dood -r op eene onbloedige wijze op het altaar vernieuwt. Wij dragen het U daarom op, ter eere van liet allerheiligste Hart van Jezus, voornamelijk ter gedachtenis en ter verheerlijking van Zijn bitter Lijden en Sterven, tot voldoening voor onze menigvuldige zonden en schulden, tot
er, ik
te ch
Avondgebeden.
van nu af tot aan mijn dood oprechte boetvaardigheid er over te doen.
Ach! had ik U, liefderijkste Vader,
toch nooit vergramd: maar dewijl ik zoo ongelukkig ben geweest TJ te mis-hagen, zoo wil ik U voortaan des te getrouwer dienen, en door eene gansch andere levenswijze toonen, hoe zeer mijne bedreven zonden mij leed zijn. Van nu af verzaak ik aan alle zonden en aan alle gelegenheden tot zonde. Met de Isa hulp Uwer goddelijke genade, die ik mlt; ootmoediglijk vraag en met betrouwen ba van U verwacht, wil ik mijn best doen, om U in alles te behagen en T7, o op- bi perste Groed! door geene zonden meer S\' te vergrammen. ^
Onze Vader, enz. Wees geriroet. enz. U- geloof , in God, den Vader, enz. v
„Zoet Hart van Jezus! maak dat ik U v immer meer en meer heminne.quot; 0
v
t i
10
hte
lis- ter eere van het bitter Lijden en Sterven
van
ne nu
an ^ PÜ l)ft brein ïgt;Ef S. |ttiö.
de i«»lniaclitige, eeuwige God en Vader! ik met diepen ootmoed en een rouwmoedig ;n hart willen wij thans het H. Sacrificie ii, der Mis bijwonen, ter eere van het p- hitter Lijden en Sterven van üw eenig--;r geboren Zoon. Wij gelooven en belijden , dat het H. Sacrificie der Ills , niets anders is dan het offer aan het kruis, en dat Jezus Zijn lijden en dood -r op eene onbloedige wijze op het altaar vernieuwt. Wij dragen het U daarom op, ter eere van liet allerheiligste Hart van Jezus, voornamelijk ter gedachtenis en ter verheerlijking van Zijn bitter Lijden en Sterven, tot voldoening voor onze menigvuldige zonden en schulden, tot
er, ik
te ch
18 Misgebeden.
Heilig, heilig, heilig zijt Gij, Heer will
God, Sabaoth, hemel en aarde zijn vol bidc
Gezegend Hij, die komt in den naam ^
zul
Canon. Uv
Jezus Christus, onze Heer en God, vo\'
die weldra hier op het altaar als otter zoi
tegenwoordig zult zijn. Wij aanbidden Dc
de heilige wonde Uwer rechter hand ou
en danken U, dat Gij voor ons zoo eu hevige smarten en met zoo groote liefde hebt willen lijden.. Door deze Uwe heilige
wonde bidden wij U, ons vergiffenis on- di
zer zonden te verleenen, welke wij uit di
geheel ons hart verfoeien. j w
Jezus Christus, onze Heer en God, e
die weldra hier op het altaar als olfer li
tegenwoordig zult zijn! Wij aanbidden v
de heilige wonde Uwer linkerhand en t
danken U, dat Gij voor ons zoo hevige l smarten en met zoo groote liefde hebt
Alisgebeden. 19
willen lijden. Door deze heilige wonde bidden wij U ons kracht te verleenen, om nimmermeer in doodzonde te vallen, maar in Uwe genade te volharden.
Wij bidden U, verhoor ons!
Jezus Christus, onze Heer en God, die weldra hier op het altaar tegenwoordig zult zijn! Wij aanbidden de wonde van Uwen rechtervoet en danken U, dat Gij voor ons zoo hevige smarten en met zoo groote liefde hebt willen lijden. Door deze heilige wonde bidden wij U, ons van de eeuwige straffen te bevrijden en ons voor de hel te behoeden.
Wii bidden U, verhoor ons!
Jezus Christus, onze Heer en God; die weldra hier op het altaar tegenwoordig zult zijn! Wij aanbidden de heilige wonde van Uwen linkervoet en danken U, dat Gij voor ons zoo hevige smarten en met zoo groote liefde hebt willen lijden. Door deze heilige wonde bidden wij U, ons de heerlijkheid des hemels te verleenen, waar wij U eeuwig zullen loven en prijzen
Wij bidden U, verhoor ons!
2*
18 Misgebeden.
Heilig, heilig, heilig zijt Gij, Heer will
God, Sabaoth, hemel en aarde zijn vol bidc
Gezegend Hij, die komt in den naam ^
zul
Canon. Uv
Jezus Christus, onze Heer en God, vo\'
die weldra hier op het altaar als otter zoi
tegenwoordig zult zijn. Wij aanbidden Dc
de heilige wonde Uwer rechter hand ou
en danken U, dat Gij voor ons zoo eu hevige smarten en met zoo groote liefde hebt willen lijden.. Door deze Uwe heilige
wonde bidden wij U, ons vergiffenis on- di
zer zonden te verleenen, welke wij uit di
geheel ons hart verfoeien. j w
Jezus Christus, onze Heer en God, e
die weldra hier op het altaar als olfer li
tegenwoordig zult zijn! Wij aanbidden v
de heilige wonde Uwer linkerhand en t
danken U, dat Gij voor ons zoo hevige l smarten en met zoo groote liefde hebt
Alisgebeden. 19
willen lijden. Door deze heilige wonde bidden wij U ons kracht te verleenen, om nimmermeer in doodzonde te vallen, maar in Uwe genade te volharden.
Wij bidden U, verhoor ons!
Jezus Christus, onze Heer en God, die weldra hier op het altaar tegenwoordig zult zijn! Wij aanbidden de wonde van Uwen rechtervoet en danken U, dat Gij voor ons zoo hevige smarten en met zoo groote liefde hebt willen lijden. Door deze heilige wonde bidden wij U, ons van de eeuwige straffen te bevrijden en ons voor de hel te behoeden.
Wii bidden U, verhoor ons!
Jezus Christus, onze Heer en God; die weldra hier op het altaar tegenwoordig zult zijn! Wij aanbidden de heilige wonde van Uwen linkervoet en danken U, dat Gij voor ons zoo hevige smarten en met zoo groote liefde hebt willen lijden. Door deze heilige wonde bidden wij U, ons de heerlijkheid des hemels te verleenen, waar wij U eeuwig zullen loven en prijzen
Wij bidden U, verhoor ons!
2*
Misgebeden.
ten vorsten en voor het welzijn der ge-heele Christenheid. Amen.
Wees gegroet, enz.
Hemelsohe Vader! Wij offeren U op het kostbaar bloed van Uw welbeminden Zoon, onzen lieer en Zaligmaker Jezus Christus, hetwelk Hij bij Zijne doornenkroning vergoten heeft, voor de bekeering der ongeloovigen en voor denj terugkeer van alle afgedwaalden en zondaars. Amen.
Wees gegroet, enz.
Hemelsohe Vader! Wij offeren U op het kostbaar bloed van Uw welbeminden Zoon, onzen Heer en Zaligmaker, Jezus Christus, hetwelk Hij bij Zijne smartvolle kruisdraging vergoten heeft, voor onze vrienden en vijanden, voor allen, die in onze gebeden aanbevolen zijn, of voor wie wij bijzonder verplicht zijn te bidden. Amen.
Wees gegroet, enz.
Hemelsohe Vader! wij offeren U op het kostbaar bloed van Uw welbeminden Zoon, onzen Heer en Zaligmaker, Jezus Christus, hetwelk bij Zijne kruisiging
22
Misgebeden.
uit Zijne doorboorde handen cn voeten \\ loeide, om Uwe hulp en Uwen troost af te smeeken in al onze geestelijke en lichamelijke aangelegenheden, bijzonder in het uur van onzen dood. Amen.
Wees gegroet, enz.
nemelsche Vader! Wij offeren U op het kostbaar bloed van Uw welbeminden Zoon, onzen Heer en Zaligmaker, Jezus Christus, hetwelk na Zijn dood bij het openen Zijner heilige Zijde uit Zijn doorboord hart vloeide, tot troost en spoedige verlossing der arme zielen in het vagevuur. Amen.
\\\\Tees gegroet, enz.
Heer, geef hun de eeuwige rust. En het eeuwige licht moge hen verlichten.
Dat zij mogen rusten in vrede! Amen.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer!
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer!
23
Mispcbcden.
Zoete Jezus! uit oneindige liefde tot ons en tor gedachtenis van Uw bitteren kruisdood hebt Gij op den vooravond van Uw lijden het heilig Sacrament des Altaars ingesteld. Daarin hebt Grij ons Uw vleesch en bloed tot voedsel voor onze zielen nagelaten. O! mocht ik toch waardig voorbereid zijn, om aan dit hemelsch maal deel te nemen.
Daar ik echter niet waardig ben, U thans in bet heilig Sacrament te ontvangen, zoo kom ten minste geestelijker wijze in mijn hart, dat naar U verlangt. Ik bemin Ü, o Jezus! boven alles en verlang eeuwig met U vereenigd te zijn.
Verlos mij door dit Uw allerheiligst lichaam en Woed van al mijne zonden en misdaden. Geef, dat ik altijd Uwe geboden opvolge, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Gij, die leeft en regeert met God den Vader en den heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
De ziel van Christus heilige mij,
Het lichaam van Christus make mij zalig.
24
Misgebeden.
ITet bloed van Christus drenlce mij, liet lijden van Christus sterke mij, O goedertieren Jezus, verhoor mij, In Uw heilige wonden verberg mij. Laat nimmer van U scheiden mij. Voor den boozen vijand behoed mij, In mijn doodsangst roep mij.
Tot Ü te komen, beveel mij, Om U met Uwe heiligen in Uw rijk eeuwig te loven. Amen.
Eeuwige Vader! Wij offeren U op het kostbaar bloed van Jezus Christus, hetwelk uit overgroote liefde tot ons en onder zoo groote smarten uit de heilige wonde Zijner rechterhand vloeide. Dooide verdiensten en de kracht van tlit bloed, bidden wij U, ons Uwen heiligen zegen te verleenen, opdat wij door Zijne kracht tegen alle vijanden beschermd en voor alle ongelukken bevrijd mogen zijn, met ootmoed zeggende; De zegen van den almachtigen God, den Vader en den Zoon en den heiligen Geest kome over ons en blijve met ons. Amen.
25
Mispcbcden.
Zoete Jezus! uit oneindige liefde tot ons en tor gedachtenis van Uw bitteren kruisdood hebt Gij op den vooravond van Uw lijden het heilig Sacrament des Altaars ingesteld. Daarin hebt Grij ons Uw vleesch en bloed tot voedsel voor onze zielen nagelaten. O! mocht ik toch waardig voorbereid zijn, om aan dit hemelsch maal deel te nemen.
Daar ik echter niet waardig ben, U thans in bet heilig Sacrament te ontvangen, zoo kom ten minste geestelijker wijze in mijn hart, dat naar U verlangt. Ik bemin Ü, o Jezus! boven alles en verlang eeuwig met U vereenigd te zijn.
Verlos mij door dit Uw allerheiligst lichaam en Woed van al mijne zonden en misdaden. Geef, dat ik altijd Uwe geboden opvolge, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Gij, die leeft en regeert met God den Vader en den heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
De ziel van Christus heilige mij,
Het lichaam van Christus make mij zalig.
24
Misgebeden.
ITet bloed van Christus drenlce mij, liet lijden van Christus sterke mij, O goedertieren Jezus, verhoor mij, In Uw heilige wonden verberg mij. Laat nimmer van U scheiden mij. Voor den boozen vijand behoed mij, In mijn doodsangst roep mij.
Tot Ü te komen, beveel mij, Om U met Uwe heiligen in Uw rijk eeuwig te loven. Amen.
Eeuwige Vader! Wij offeren U op het kostbaar bloed van Jezus Christus, hetwelk uit overgroote liefde tot ons en onder zoo groote smarten uit de heilige wonde Zijner rechterhand vloeide. Dooide verdiensten en de kracht van tlit bloed, bidden wij U, ons Uwen heiligen zegen te verleenen, opdat wij door Zijne kracht tegen alle vijanden beschermd en voor alle ongelukken bevrijd mogen zijn, met ootmoed zeggende; De zegen van den almachtigen God, den Vader en den Zoon en den heiligen Geest kome over ons en blijve met ons. Amen.
25
Mispcbcden.
Zoete Jezus! uit oneindige liefde tot ons en tor gedachtenis van Uw bitteren kruisdood hebt Gij op den vooravond van Uw lijden het heilig Sacrament des Altaars ingesteld. Daarin hebt Grij ons Uw vleesch en bloed tot voedsel voor onze zielen nagelaten. O! mocht ik toch waardig voorbereid zijn, om aan dit hemelsch maal deel te nemen.
Daar ik echter niet waardig ben, U thans in bet heilig Sacrament te ontvangen, zoo kom ten minste geestelijker wijze in mijn hart, dat naar U verlangt. Ik bemin Ü, o Jezus! boven alles en verlang eeuwig met U vereenigd te zijn.
Verlos mij door dit Uw allerheiligst lichaam en Woed van al mijne zonden en misdaden. Geef, dat ik altijd Uwe geboden opvolge, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Gij, die leeft en regeert met God den Vader en den heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
De ziel van Christus heilige mij,
Het lichaam van Christus make mij zalig.
24
Misgebeden.
ITet bloed van Christus drenlce mij, liet lijden van Christus sterke mij, O goedertieren Jezus, verhoor mij, In Uw heilige wonden verberg mij. Laat nimmer van U scheiden mij. Voor den boozen vijand behoed mij, In mijn doodsangst roep mij.
Tot Ü te komen, beveel mij, Om U met Uwe heiligen in Uw rijk eeuwig te loven. Amen.
Eeuwige Vader! Wij offeren U op het kostbaar bloed van Jezus Christus, hetwelk uit overgroote liefde tot ons en onder zoo groote smarten uit de heilige wonde Zijner rechterhand vloeide. Dooide verdiensten en de kracht van tlit bloed, bidden wij U, ons Uwen heiligen zegen te verleenen, opdat wij door Zijne kracht tegen alle vijanden beschermd en voor alle ongelukken bevrijd mogen zijn, met ootmoed zeggende; De zegen van den almachtigen God, den Vader en den Zoon en den heiligen Geest kome over ons en blijve met ons. Amen.
25
Mispcbcden.
Zoete Jezus! uit oneindige liefde tot ons en tor gedachtenis van Uw bitteren kruisdood hebt Gij op den vooravond van Uw lijden het heilig Sacrament des Altaars ingesteld. Daarin hebt Grij ons Uw vleesch en bloed tot voedsel voor onze zielen nagelaten. O! mocht ik toch waardig voorbereid zijn, om aan dit hemelsch maal deel te nemen.
Daar ik echter niet waardig ben, U thans in bet heilig Sacrament te ontvangen, zoo kom ten minste geestelijker wijze in mijn hart, dat naar U verlangt. Ik bemin Ü, o Jezus! boven alles en verlang eeuwig met U vereenigd te zijn.
Verlos mij door dit Uw allerheiligst lichaam en Woed van al mijne zonden en misdaden. Geef, dat ik altijd Uwe geboden opvolge, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Gij, die leeft en regeert met God den Vader en den heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
De ziel van Christus heilige mij,
Het lichaam van Christus make mij zalig.
24
Misgebeden.
ITet bloed van Christus drenlce mij, liet lijden van Christus sterke mij, O goedertieren Jezus, verhoor mij, In Uw heilige wonden verberg mij. Laat nimmer van U scheiden mij. Voor den boozen vijand behoed mij, In mijn doodsangst roep mij.
Tot Ü te komen, beveel mij, Om U met Uwe heiligen in Uw rijk eeuwig te loven. Amen.
Eeuwige Vader! Wij offeren U op het kostbaar bloed van Jezus Christus, hetwelk uit overgroote liefde tot ons en onder zoo groote smarten uit de heilige wonde Zijner rechterhand vloeide. Dooide verdiensten en de kracht van tlit bloed, bidden wij U, ons Uwen heiligen zegen te verleenen, opdat wij door Zijne kracht tegen alle vijanden beschermd en voor alle ongelukken bevrijd mogen zijn, met ootmoed zeggende; De zegen van den almachtigen God, den Vader en den Zoon en den heiligen Geest kome over ons en blijve met ons. Amen.
25
Mispcbcden.
Zoete Jezus! uit oneindige liefde tot ons en tor gedachtenis van Uw bitteren kruisdood hebt Gij op den vooravond van Uw lijden het heilig Sacrament des Altaars ingesteld. Daarin hebt Grij ons Uw vleesch en bloed tot voedsel voor onze zielen nagelaten. O! mocht ik toch waardig voorbereid zijn, om aan dit hemelsch maal deel te nemen.
Daar ik echter niet waardig ben, U thans in bet heilig Sacrament te ontvangen, zoo kom ten minste geestelijker wijze in mijn hart, dat naar U verlangt. Ik bemin Ü, o Jezus! boven alles en verlang eeuwig met U vereenigd te zijn.
Verlos mij door dit Uw allerheiligst lichaam en Woed van al mijne zonden en misdaden. Geef, dat ik altijd Uwe geboden opvolge, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Gij, die leeft en regeert met God den Vader en den heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
De ziel van Christus heilige mij,
Het lichaam van Christus make mij zalig.
24
Misgebeden.
ITet bloed van Christus drenlce mij, liet lijden van Christus sterke mij, O goedertieren Jezus, verhoor mij, In Uw heilige wonden verberg mij. Laat nimmer van U scheiden mij. Voor den boozen vijand behoed mij, In mijn doodsangst roep mij.
Tot Ü te komen, beveel mij, Om U met Uwe heiligen in Uw rijk eeuwig te loven. Amen.
Eeuwige Vader! Wij offeren U op het kostbaar bloed van Jezus Christus, hetwelk uit overgroote liefde tot ons en onder zoo groote smarten uit de heilige wonde Zijner rechterhand vloeide. Dooide verdiensten en de kracht van tlit bloed, bidden wij U, ons Uwen heiligen zegen te verleenen, opdat wij door Zijne kracht tegen alle vijanden beschermd en voor alle ongelukken bevrijd mogen zijn, met ootmoed zeggende; De zegen van den almachtigen God, den Vader en den Zoon en den heiligen Geest kome over ons en blijve met ons. Amen.
25
Mispcbcden.
Zoete Jezus! uit oneindige liefde tot ons en tor gedachtenis van Uw bitteren kruisdood hebt Gij op den vooravond van Uw lijden het heilig Sacrament des Altaars ingesteld. Daarin hebt Grij ons Uw vleesch en bloed tot voedsel voor onze zielen nagelaten. O! mocht ik toch waardig voorbereid zijn, om aan dit hemelsch maal deel te nemen.
Daar ik echter niet waardig ben, U thans in bet heilig Sacrament te ontvangen, zoo kom ten minste geestelijker wijze in mijn hart, dat naar U verlangt. Ik bemin Ü, o Jezus! boven alles en verlang eeuwig met U vereenigd te zijn.
Verlos mij door dit Uw allerheiligst lichaam en Woed van al mijne zonden en misdaden. Geef, dat ik altijd Uwe geboden opvolge, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Gij, die leeft en regeert met God den Vader en den heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
De ziel van Christus heilige mij,
Het lichaam van Christus make mij zalig.
24
Misgebeden.
ITet bloed van Christus drenlce mij, liet lijden van Christus sterke mij, O goedertieren Jezus, verhoor mij, In Uw heilige wonden verberg mij. Laat nimmer van U scheiden mij. Voor den boozen vijand behoed mij, In mijn doodsangst roep mij.
Tot Ü te komen, beveel mij, Om U met Uwe heiligen in Uw rijk eeuwig te loven. Amen.
Eeuwige Vader! Wij offeren U op het kostbaar bloed van Jezus Christus, hetwelk uit overgroote liefde tot ons en onder zoo groote smarten uit de heilige wonde Zijner rechterhand vloeide. Dooide verdiensten en de kracht van tlit bloed, bidden wij U, ons Uwen heiligen zegen te verleenen, opdat wij door Zijne kracht tegen alle vijanden beschermd en voor alle ongelukken bevrijd mogen zijn, met ootmoed zeggende; De zegen van den almachtigen God, den Vader en den Zoon en den heiligen Geest kome over ons en blijve met ons. Amen.
25
Mispcbcden.
Zoete Jezus! uit oneindige liefde tot ons en tor gedachtenis van Uw bitteren kruisdood hebt Gij op den vooravond van Uw lijden het heilig Sacrament des Altaars ingesteld. Daarin hebt Grij ons Uw vleesch en bloed tot voedsel voor onze zielen nagelaten. O! mocht ik toch waardig voorbereid zijn, om aan dit hemelsch maal deel te nemen.
Daar ik echter niet waardig ben, U thans in bet heilig Sacrament te ontvangen, zoo kom ten minste geestelijker wijze in mijn hart, dat naar U verlangt. Ik bemin Ü, o Jezus! boven alles en verlang eeuwig met U vereenigd te zijn.
Verlos mij door dit Uw allerheiligst lichaam en Woed van al mijne zonden en misdaden. Geef, dat ik altijd Uwe geboden opvolge, en laat niet toe, dat ik ooit van U gescheiden worde. Gij, die leeft en regeert met God den Vader en den heiligen Geest, in alle eeuwen der eeuwen. Amen.
De ziel van Christus heilige mij,
Het lichaam van Christus make mij zalig.
24
Misgebeden.
ITet bloed van Christus drenlce mij, liet lijden van Christus sterke mij, O goedertieren Jezus, verhoor mij, In Uw heilige wonden verberg mij. Laat nimmer van U scheiden mij. Voor den boozen vijand behoed mij, In mijn doodsangst roep mij.
Tot Ü te komen, beveel mij, Om U met Uwe heiligen in Uw rijk eeuwig te loven. Amen.
Eeuwige Vader! Wij offeren U op het kostbaar bloed van Jezus Christus, hetwelk uit overgroote liefde tot ons en onder zoo groote smarten uit de heilige wonde Zijner rechterhand vloeide. Dooide verdiensten en de kracht van tlit bloed, bidden wij U, ons Uwen heiligen zegen te verleenen, opdat wij door Zijne kracht tegen alle vijanden beschermd en voor alle ongelukken bevrijd mogen zijn, met ootmoed zeggende; De zegen van den almachtigen God, den Vader en den Zoon en den heiligen Geest kome over ons en blijve met ons. Amen.
25
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Biechtgebeden.
van U verstoeten te worden. Nochtans zoo
hoop ik door de kracht van liet H. ste
Sacrament van boetvaardigheid de ver- als
giffenis mijner zonden te verkrijgen. Ik bei
hoop, door de verdiensten van mijnen p,
Zaligmaker, de eeuwige zaligheid, tot ^
welke Gij mij geschapen hebt. Ik hoop |ie
van IJ alles, wat mij noodig of voor- in-
deelig is, om haar te bekomen, omdat ^
Gij, die almachtig, barmhartig en getrouw ^ in uwe beloften zijt, mij dit alles gena-
diglijk beloofd hebt. Op U hoop ik, o \'
Heer! en in eeuwigheid zal ik niet be- ^,( schaamd worden.
^.kte uan liefbc. Mijn Heer en mijn Ood! i.( ik bemin U uit geheel mijn hart, dewijl Gij mij van eeuwigheid af bemind hebt.
Ik bemin U uit geheel mijne ziel, dewijl 11
Gij mij naar Uw eigen beeld geschapen, v
door een zoo kostbaren prijs vrijgekocht v
en met ontelbare genaden overladen hebt. 1
Ik bemin en verlang U te beminnen uit ^
al mijne krachten en boven alles, omdat 1 Gij het Opperste Goed zijt, dat om zich zeiven waardig is, boven alles bemind te worden. Ach! had ik U toch immer
38
Biechtgebeden.
ms zoo bemind, ach! konde ik ü, ten rain-ir. ste van nu af, zon vuriglijk beminnen, er- als Gij waardig zijt van alle schepsels Ik bemind te worden.
en
.ot ^ktnian lifroum. Mijn Heer en mijn God, \' mijn God en mijn Al! hot is mij leed, het berouwt mij van harte , dat ik U, ^ mijn Opperste Goed, ooit vergramd heb!
Ach! ware ik liever gestorven, alvorens i U te beleedigen! Liever sterven voortaan, dan ü nog eens vrijwillig te vergrammen! Geene zonde meer, o God! geene zonden meer! Verleen mij hier-r toe Uwe genade en laat mij niet verlo-lquot; ren gaan.
Met Uwe genade, o Jezus! wil ik mijne zonden oprechtelijk biechten. Gij weet, dat zij mij van harte leed zijn; wijl ik U van harte bemin, en meer eu meer verlang te beminnen: ik hoop vas-telijk, dat Gij mij door de kracht van het II. Sacrament der biecht zoodanig zult versterken, dat ik ü voortaan niet meer vergramme.
39
i
Meditaties in den vastentijd.
vijand overlevert, aan Jezus gekost heeft! . . . O, mijn Jezus, mijn beminnelijke Zaligmaker! ik erken en belijd mijne diepe bedorvenheid, ik betreur en verfoei mijne gepleegde trjuwe-loosheid. Gij hebt mij eene ziel gegeven, gij hebt ze met Uwe genade versierd, gij hebt ze ult door TI w bloed geheiligd, met Uwe verdiensten! je; verrijkt; door Uwen dood hebt gij ze van de i hel bevrijd. En ik, ondankbare die ik ben, ongevoelig voor zulk ecne liefde, heb ze U ontrukt, om ze duizenden malen aan den duivel over te leveren! O, ik smeek ü, ontvang opnieuw deze berouwhebbende zie), die tot U wil wederkeeren, en maak, dat zij de g\'eheele eeuwigheid aan U zij en nimmer meer het ongeluk hebbe, zich van U te scheiden! Amen.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Zater(lafi vi do 1. rastenweek.)
Jezus door Judas overgeleverd.
Hehed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Waarom heeft Judas Jezus verkocht? Wie heeft dien trouwloozeu apostel aangespoord, de rol eens verraders te spelen en zijn aanbidde-
Zaterdag- in de 1 vastenwcak.
05
lijken Meester te verkoupeu ? Niemaud! ... Jlij zelf, uit vollen eu vrijen wil, biedt zich voor zulk een schandelijken aanslag aan. Wat is de boosheid en bedorvenheid van het menschelijk hart toch groot! ... Is hij misschien tot dit uiterste gedreven uit haat en wraak tegen Jezus? . . . Maar, hoe kan men dit veronderstellen, daar deze zachtmoedige en goede Meester zijn leerling in alle omstandigheden tallooze bewijzen van Zijne welwillendheid, treffende blijken van Zijne liefde gaf. Hoe dit te veronderstellen? daar Hij, niet tevreden niet hem tot Zijnen leerling aan te nemen en tot de waardigheid van apostel te verheffen, nog daarenboven alles aan hem b\'.Mvees, wat de liefde slechts kan uitvinden! Welke slechte behandeling had Judas van ziju aanbiddelijken Meester te lijden, die hem tot zoo eene snoode wraak kon verleiden? Geene! Zijn eeuig doel is slechts aan een lagen hartstocht te voldoen, een hartstocht, waarvan zijn hart reeds lang de slaaf is, en die hem eindelijk hard en ongevoelig maakt voor alle genaden en voor alle gewetenswroegingen. Hij verkoopt Hem voor een onbeduidend gewin, voor weinige geldstukken, om zijne gierigheid te bevredigen.
5
Meditaties in den vastentijd.
vijand overlevert, aan Jezus gekost heeft! . . . O, mijn Jezus, mijn beminnelijke Zaligmaker! ik erken en belijd mijne diepe bedorvenheid, ik betreur en verfoei mijne gepleegde trjuwe-loosheid. Gij hebt mij eene ziel gegeven, gij hebt ze met Uwe genade versierd, gij hebt ze ult door TI w bloed geheiligd, met Uwe verdiensten! je; verrijkt; door Uwen dood hebt gij ze van de i hel bevrijd. En ik, ondankbare die ik ben, ongevoelig voor zulk ecne liefde, heb ze U ontrukt, om ze duizenden malen aan den duivel over te leveren! O, ik smeek ü, ontvang opnieuw deze berouwhebbende zie), die tot U wil wederkeeren, en maak, dat zij de g\'eheele eeuwigheid aan U zij en nimmer meer het ongeluk hebbe, zich van U te scheiden! Amen.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Zater(lafi vi do 1. rastenweek.)
Jezus door Judas overgeleverd.
Hehed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Waarom heeft Judas Jezus verkocht? Wie heeft dien trouwloozeu apostel aangespoord, de rol eens verraders te spelen en zijn aanbidde-
Zaterdag- in de 1 vastenwcak.
05
lijken Meester te verkoupeu ? Niemaud! ... Jlij zelf, uit vollen eu vrijen wil, biedt zich voor zulk een schandelijken aanslag aan. Wat is de boosheid en bedorvenheid van het menschelijk hart toch groot! ... Is hij misschien tot dit uiterste gedreven uit haat en wraak tegen Jezus? . . . Maar, hoe kan men dit veronderstellen, daar deze zachtmoedige en goede Meester zijn leerling in alle omstandigheden tallooze bewijzen van Zijne welwillendheid, treffende blijken van Zijne liefde gaf. Hoe dit te veronderstellen? daar Hij, niet tevreden niet hem tot Zijnen leerling aan te nemen en tot de waardigheid van apostel te verheffen, nog daarenboven alles aan hem b\'.Mvees, wat de liefde slechts kan uitvinden! Welke slechte behandeling had Judas van ziju aanbiddelijken Meester te lijden, die hem tot zoo eene snoode wraak kon verleiden? Geene! Zijn eeuig doel is slechts aan een lagen hartstocht te voldoen, een hartstocht, waarvan zijn hart reeds lang de slaaf is, en die hem eindelijk hard en ongevoelig maakt voor alle genaden en voor alle gewetenswroegingen. Hij verkoopt Hem voor een onbeduidend gewin, voor weinige geldstukken, om zijne gierigheid te bevredigen.
5
Meditaties in den vastentijd.
vijand overlevert, aan Jezus gekost heeft! . . . O, mijn Jezus, mijn beminnelijke Zaligmaker! ik erken en belijd mijne diepe bedorvenheid, ik betreur en verfoei mijne gepleegde trjuwe-loosheid. Gij hebt mij eene ziel gegeven, gij hebt ze met Uwe genade versierd, gij hebt ze ult door TI w bloed geheiligd, met Uwe verdiensten! je; verrijkt; door Uwen dood hebt gij ze van de i hel bevrijd. En ik, ondankbare die ik ben, ongevoelig voor zulk ecne liefde, heb ze U ontrukt, om ze duizenden malen aan den duivel over te leveren! O, ik smeek ü, ontvang opnieuw deze berouwhebbende zie), die tot U wil wederkeeren, en maak, dat zij de g\'eheele eeuwigheid aan U zij en nimmer meer het ongeluk hebbe, zich van U te scheiden! Amen.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Zater(lafi vi do 1. rastenweek.)
Jezus door Judas overgeleverd.
Hehed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Waarom heeft Judas Jezus verkocht? Wie heeft dien trouwloozeu apostel aangespoord, de rol eens verraders te spelen en zijn aanbidde-
Zaterdag- in de 1 vastenwcak.
05
lijken Meester te verkoupeu ? Niemaud! ... Jlij zelf, uit vollen eu vrijen wil, biedt zich voor zulk een schandelijken aanslag aan. Wat is de boosheid en bedorvenheid van het menschelijk hart toch groot! ... Is hij misschien tot dit uiterste gedreven uit haat en wraak tegen Jezus? . . . Maar, hoe kan men dit veronderstellen, daar deze zachtmoedige en goede Meester zijn leerling in alle omstandigheden tallooze bewijzen van Zijne welwillendheid, treffende blijken van Zijne liefde gaf. Hoe dit te veronderstellen? daar Hij, niet tevreden niet hem tot Zijnen leerling aan te nemen en tot de waardigheid van apostel te verheffen, nog daarenboven alles aan hem b\'.Mvees, wat de liefde slechts kan uitvinden! Welke slechte behandeling had Judas van ziju aanbiddelijken Meester te lijden, die hem tot zoo eene snoode wraak kon verleiden? Geene! Zijn eeuig doel is slechts aan een lagen hartstocht te voldoen, een hartstocht, waarvan zijn hart reeds lang de slaaf is, en die hem eindelijk hard en ongevoelig maakt voor alle genaden en voor alle gewetenswroegingen. Hij verkoopt Hem voor een onbeduidend gewin, voor weinige geldstukken, om zijne gierigheid te bevredigen.
5
Meditaties in den vastentijd.
vijand overlevert, aan Jezus gekost heeft! . . . O, mijn Jezus, mijn beminnelijke Zaligmaker! ik erken en belijd mijne diepe bedorvenheid, ik betreur en verfoei mijne gepleegde trjuwe-loosheid. Gij hebt mij eene ziel gegeven, gij hebt ze met Uwe genade versierd, gij hebt ze ult door TI w bloed geheiligd, met Uwe verdiensten! je; verrijkt; door Uwen dood hebt gij ze van de i hel bevrijd. En ik, ondankbare die ik ben, ongevoelig voor zulk ecne liefde, heb ze U ontrukt, om ze duizenden malen aan den duivel over te leveren! O, ik smeek ü, ontvang opnieuw deze berouwhebbende zie), die tot U wil wederkeeren, en maak, dat zij de g\'eheele eeuwigheid aan U zij en nimmer meer het ongeluk hebbe, zich van U te scheiden! Amen.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Zater(lafi vi do 1. rastenweek.)
Jezus door Judas overgeleverd.
Hehed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Waarom heeft Judas Jezus verkocht? Wie heeft dien trouwloozeu apostel aangespoord, de rol eens verraders te spelen en zijn aanbidde-
Zaterdag- in de 1 vastenwcak.
05
lijken Meester te verkoupeu ? Niemaud! ... Jlij zelf, uit vollen eu vrijen wil, biedt zich voor zulk een schandelijken aanslag aan. Wat is de boosheid en bedorvenheid van het menschelijk hart toch groot! ... Is hij misschien tot dit uiterste gedreven uit haat en wraak tegen Jezus? . . . Maar, hoe kan men dit veronderstellen, daar deze zachtmoedige en goede Meester zijn leerling in alle omstandigheden tallooze bewijzen van Zijne welwillendheid, treffende blijken van Zijne liefde gaf. Hoe dit te veronderstellen? daar Hij, niet tevreden niet hem tot Zijnen leerling aan te nemen en tot de waardigheid van apostel te verheffen, nog daarenboven alles aan hem b\'.Mvees, wat de liefde slechts kan uitvinden! Welke slechte behandeling had Judas van ziju aanbiddelijken Meester te lijden, die hem tot zoo eene snoode wraak kon verleiden? Geene! Zijn eeuig doel is slechts aan een lagen hartstocht te voldoen, een hartstocht, waarvan zijn hart reeds lang de slaaf is, en die hem eindelijk hard en ongevoelig maakt voor alle genaden en voor alle gewetenswroegingen. Hij verkoopt Hem voor een onbeduidend gewin, voor weinige geldstukken, om zijne gierigheid te bevredigen.
5
Meditaties in den vastentijd.
bij. Zie, wat lipt Jezus gekost heeft, om u te redden! Schijnt het n nog te zwaar, iets voor het heil uwer ziel te lijden, nn gij .Tezns in zulke benauwdheden hebt gezien? . . .
lt; \'lt; ( bed na de Meditatie, zie bladz. 57.
fr)inS(la(j igt;i de 2. pasten week.)
Jezus zweet Rloed in den Hof van Olijven.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 5-2.
Nauwelijks had een engel Jezus den bitteren kelk Zijns lijdens aangeboden, of de dood vertoont zich in al zijne verschrikkelijkheid voor Zijne oogen. Duidelijk ziet Jezus, dat Hij weldra als een schuldige gebonden, als een misdadiger gegeeseld en als een openbare boosdoener zal gekruisigd worden. Hij kent den prijs van Zijn leven, en ziet dat het aan de willekeur Zijner vijanden zal overgelaten worden, die her, Hem op het schandelijk kruishout zullen Oiitnemen. Hij ziet, dat Hij zal sterven voor misdaden, welke niet de Zijne zijn, en de gedachte aan Zijn vlekkeloos leven vermeerdert de vrees voor den dood zoo, dat Zijne
72
Dinsdag; in de 2. vastenweek.
73
smart de grootste aller smarten wordt. Maar wat het meest het hart van den bemiimelijken Jezus verscheurt, is te zien, dat niemand deelneemt in Zijne droefheid ... O, kondet gij eenen blik in het hart van Jezus werpen, dan zondt gij het zien, in een oceaan van droefheid eu bitterheid gedompeld, in een toestand, waarin wij de stervenden zien! Ziedaar, mijne ziel hoe Jezus u bemint. Hij verkiest uw heil boven Vj\\]n leven; Hij geeft Zijn leven om u te redden! Hoe groot moet uwe liefde, uwe dankbaarheid jegens den lijdenden Jezus niet zijn? Jezus gevoelt zich in de uiterste verlatenheid. Zijn hart is aan schrik en ontsteltenis ten prooi gegeven. De natuur zou zich aan zooveel lijden willen onttrekken; de genade wil echter aan God gehoorzamen en het lijden en den dood aannemen. In dezen verschrikkelijken strijd, door de geweldige pogingen, die Hij doet, om den weerzin der natuur te overwinnen, verbleekt Jezus, Hij verzwakt, wankelt en valt, terwijl een bloe.Jig zweet uit alle poriën van Zijn aanbiddelijk lichaam dringt. Ziedaar, o mijne ziel! uw Verlosser, plat ter aarde, badende in Zijn bloed. Welke gevoelens bezielen n bij dit droevig schouwspel? . . Pit bloed stroomt niet door
Meditaties in den vastentijd.
bij. Zie, wat lipt Jezus gekost heeft, om u te redden! Schijnt het n nog te zwaar, iets voor het heil uwer ziel te lijden, nn gij .Tezns in zulke benauwdheden hebt gezien? . . .
lt; \'lt; ( bed na de Meditatie, zie bladz. 57.
fr)inS(la(j igt;i de 2. pasten week.)
Jezus zweet Rloed in den Hof van Olijven.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 5-2.
Nauwelijks had een engel Jezus den bitteren kelk Zijns lijdens aangeboden, of de dood vertoont zich in al zijne verschrikkelijkheid voor Zijne oogen. Duidelijk ziet Jezus, dat Hij weldra als een schuldige gebonden, als een misdadiger gegeeseld en als een openbare boosdoener zal gekruisigd worden. Hij kent den prijs van Zijn leven, en ziet dat het aan de willekeur Zijner vijanden zal overgelaten worden, die her, Hem op het schandelijk kruishout zullen Oiitnemen. Hij ziet, dat Hij zal sterven voor misdaden, welke niet de Zijne zijn, en de gedachte aan Zijn vlekkeloos leven vermeerdert de vrees voor den dood zoo, dat Zijne
72
Dinsdag; in de 2. vastenweek.
73
smart de grootste aller smarten wordt. Maar wat het meest het hart van den bemiimelijken Jezus verscheurt, is te zien, dat niemand deelneemt in Zijne droefheid ... O, kondet gij eenen blik in het hart van Jezus werpen, dan zondt gij het zien, in een oceaan van droefheid eu bitterheid gedompeld, in een toestand, waarin wij de stervenden zien! Ziedaar, mijne ziel hoe Jezus u bemint. Hij verkiest uw heil boven Vj\\]n leven; Hij geeft Zijn leven om u te redden! Hoe groot moet uwe liefde, uwe dankbaarheid jegens den lijdenden Jezus niet zijn? Jezus gevoelt zich in de uiterste verlatenheid. Zijn hart is aan schrik en ontsteltenis ten prooi gegeven. De natuur zou zich aan zooveel lijden willen onttrekken; de genade wil echter aan God gehoorzamen en het lijden en den dood aannemen. In dezen verschrikkelijken strijd, door de geweldige pogingen, die Hij doet, om den weerzin der natuur te overwinnen, verbleekt Jezus, Hij verzwakt, wankelt en valt, terwijl een bloe.Jig zweet uit alle poriën van Zijn aanbiddelijk lichaam dringt. Ziedaar, o mijne ziel! uw Verlosser, plat ter aarde, badende in Zijn bloed. Welke gevoelens bezielen n bij dit droevig schouwspel? . . Pit bloed stroomt niet door
Meditaties in den vastentijd.
bij. Zie, wat lipt Jezus gekost heeft, om u te redden! Schijnt het n nog te zwaar, iets voor het heil uwer ziel te lijden, nn gij .Tezns in zulke benauwdheden hebt gezien? . . .
lt; \'lt; ( bed na de Meditatie, zie bladz. 57.
fr)inS(la(j igt;i de 2. pasten week.)
Jezus zweet Rloed in den Hof van Olijven.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 5-2.
Nauwelijks had een engel Jezus den bitteren kelk Zijns lijdens aangeboden, of de dood vertoont zich in al zijne verschrikkelijkheid voor Zijne oogen. Duidelijk ziet Jezus, dat Hij weldra als een schuldige gebonden, als een misdadiger gegeeseld en als een openbare boosdoener zal gekruisigd worden. Hij kent den prijs van Zijn leven, en ziet dat het aan de willekeur Zijner vijanden zal overgelaten worden, die her, Hem op het schandelijk kruishout zullen Oiitnemen. Hij ziet, dat Hij zal sterven voor misdaden, welke niet de Zijne zijn, en de gedachte aan Zijn vlekkeloos leven vermeerdert de vrees voor den dood zoo, dat Zijne
72
Dinsdag; in de 2. vastenweek.
73
smart de grootste aller smarten wordt. Maar wat het meest het hart van den bemiimelijken Jezus verscheurt, is te zien, dat niemand deelneemt in Zijne droefheid ... O, kondet gij eenen blik in het hart van Jezus werpen, dan zondt gij het zien, in een oceaan van droefheid eu bitterheid gedompeld, in een toestand, waarin wij de stervenden zien! Ziedaar, mijne ziel hoe Jezus u bemint. Hij verkiest uw heil boven Vj\\]n leven; Hij geeft Zijn leven om u te redden! Hoe groot moet uwe liefde, uwe dankbaarheid jegens den lijdenden Jezus niet zijn? Jezus gevoelt zich in de uiterste verlatenheid. Zijn hart is aan schrik en ontsteltenis ten prooi gegeven. De natuur zou zich aan zooveel lijden willen onttrekken; de genade wil echter aan God gehoorzamen en het lijden en den dood aannemen. In dezen verschrikkelijken strijd, door de geweldige pogingen, die Hij doet, om den weerzin der natuur te overwinnen, verbleekt Jezus, Hij verzwakt, wankelt en valt, terwijl een bloe.Jig zweet uit alle poriën van Zijn aanbiddelijk lichaam dringt. Ziedaar, o mijne ziel! uw Verlosser, plat ter aarde, badende in Zijn bloed. Welke gevoelens bezielen n bij dit droevig schouwspel? . . Pit bloed stroomt niet door
Meditaties in den vastentijd.
bij. Zie, wat lipt Jezus gekost heeft, om u te redden! Schijnt het n nog te zwaar, iets voor het heil uwer ziel te lijden, nn gij .Tezns in zulke benauwdheden hebt gezien? . . .
lt; \'lt; ( bed na de Meditatie, zie bladz. 57.
fr)inS(la(j igt;i de 2. pasten week.)
Jezus zweet Rloed in den Hof van Olijven.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 5-2.
Nauwelijks had een engel Jezus den bitteren kelk Zijns lijdens aangeboden, of de dood vertoont zich in al zijne verschrikkelijkheid voor Zijne oogen. Duidelijk ziet Jezus, dat Hij weldra als een schuldige gebonden, als een misdadiger gegeeseld en als een openbare boosdoener zal gekruisigd worden. Hij kent den prijs van Zijn leven, en ziet dat het aan de willekeur Zijner vijanden zal overgelaten worden, die her, Hem op het schandelijk kruishout zullen Oiitnemen. Hij ziet, dat Hij zal sterven voor misdaden, welke niet de Zijne zijn, en de gedachte aan Zijn vlekkeloos leven vermeerdert de vrees voor den dood zoo, dat Zijne
72
Dinsdag; in de 2. vastenweek.
73
smart de grootste aller smarten wordt. Maar wat het meest het hart van den bemiimelijken Jezus verscheurt, is te zien, dat niemand deelneemt in Zijne droefheid ... O, kondet gij eenen blik in het hart van Jezus werpen, dan zondt gij het zien, in een oceaan van droefheid eu bitterheid gedompeld, in een toestand, waarin wij de stervenden zien! Ziedaar, mijne ziel hoe Jezus u bemint. Hij verkiest uw heil boven Vj\\]n leven; Hij geeft Zijn leven om u te redden! Hoe groot moet uwe liefde, uwe dankbaarheid jegens den lijdenden Jezus niet zijn? Jezus gevoelt zich in de uiterste verlatenheid. Zijn hart is aan schrik en ontsteltenis ten prooi gegeven. De natuur zou zich aan zooveel lijden willen onttrekken; de genade wil echter aan God gehoorzamen en het lijden en den dood aannemen. In dezen verschrikkelijken strijd, door de geweldige pogingen, die Hij doet, om den weerzin der natuur te overwinnen, verbleekt Jezus, Hij verzwakt, wankelt en valt, terwijl een bloe.Jig zweet uit alle poriën van Zijn aanbiddelijk lichaam dringt. Ziedaar, o mijne ziel! uw Verlosser, plat ter aarde, badende in Zijn bloed. Welke gevoelens bezielen n bij dit droevig schouwspel? . . Pit bloed stroomt niet door
Meditaties in den vastentijd.
bij. Zie, wat lipt Jezus gekost heeft, om u te redden! Schijnt het n nog te zwaar, iets voor het heil uwer ziel te lijden, nn gij .Tezns in zulke benauwdheden hebt gezien? . . .
lt; \'lt; ( bed na de Meditatie, zie bladz. 57.
fr)inS(la(j igt;i de 2. pasten week.)
Jezus zweet Rloed in den Hof van Olijven.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 5-2.
Nauwelijks had een engel Jezus den bitteren kelk Zijns lijdens aangeboden, of de dood vertoont zich in al zijne verschrikkelijkheid voor Zijne oogen. Duidelijk ziet Jezus, dat Hij weldra als een schuldige gebonden, als een misdadiger gegeeseld en als een openbare boosdoener zal gekruisigd worden. Hij kent den prijs van Zijn leven, en ziet dat het aan de willekeur Zijner vijanden zal overgelaten worden, die her, Hem op het schandelijk kruishout zullen Oiitnemen. Hij ziet, dat Hij zal sterven voor misdaden, welke niet de Zijne zijn, en de gedachte aan Zijn vlekkeloos leven vermeerdert de vrees voor den dood zoo, dat Zijne
72
Dinsdag; in de 2. vastenweek.
73
smart de grootste aller smarten wordt. Maar wat het meest het hart van den bemiimelijken Jezus verscheurt, is te zien, dat niemand deelneemt in Zijne droefheid ... O, kondet gij eenen blik in het hart van Jezus werpen, dan zondt gij het zien, in een oceaan van droefheid eu bitterheid gedompeld, in een toestand, waarin wij de stervenden zien! Ziedaar, mijne ziel hoe Jezus u bemint. Hij verkiest uw heil boven Vj\\]n leven; Hij geeft Zijn leven om u te redden! Hoe groot moet uwe liefde, uwe dankbaarheid jegens den lijdenden Jezus niet zijn? Jezus gevoelt zich in de uiterste verlatenheid. Zijn hart is aan schrik en ontsteltenis ten prooi gegeven. De natuur zou zich aan zooveel lijden willen onttrekken; de genade wil echter aan God gehoorzamen en het lijden en den dood aannemen. In dezen verschrikkelijken strijd, door de geweldige pogingen, die Hij doet, om den weerzin der natuur te overwinnen, verbleekt Jezus, Hij verzwakt, wankelt en valt, terwijl een bloe.Jig zweet uit alle poriën van Zijn aanbiddelijk lichaam dringt. Ziedaar, o mijne ziel! uw Verlosser, plat ter aarde, badende in Zijn bloed. Welke gevoelens bezielen n bij dit droevig schouwspel? . . Pit bloed stroomt niet door
Meditaties in den vastentijd.
bij. Zie, wat lipt Jezus gekost heeft, om u te redden! Schijnt het n nog te zwaar, iets voor het heil uwer ziel te lijden, nn gij .Tezns in zulke benauwdheden hebt gezien? . . .
lt; \'lt; ( bed na de Meditatie, zie bladz. 57.
fr)inS(la(j igt;i de 2. pasten week.)
Jezus zweet Rloed in den Hof van Olijven.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 5-2.
Nauwelijks had een engel Jezus den bitteren kelk Zijns lijdens aangeboden, of de dood vertoont zich in al zijne verschrikkelijkheid voor Zijne oogen. Duidelijk ziet Jezus, dat Hij weldra als een schuldige gebonden, als een misdadiger gegeeseld en als een openbare boosdoener zal gekruisigd worden. Hij kent den prijs van Zijn leven, en ziet dat het aan de willekeur Zijner vijanden zal overgelaten worden, die her, Hem op het schandelijk kruishout zullen Oiitnemen. Hij ziet, dat Hij zal sterven voor misdaden, welke niet de Zijne zijn, en de gedachte aan Zijn vlekkeloos leven vermeerdert de vrees voor den dood zoo, dat Zijne
72
Dinsdag; in de 2. vastenweek.
73
smart de grootste aller smarten wordt. Maar wat het meest het hart van den bemiimelijken Jezus verscheurt, is te zien, dat niemand deelneemt in Zijne droefheid ... O, kondet gij eenen blik in het hart van Jezus werpen, dan zondt gij het zien, in een oceaan van droefheid eu bitterheid gedompeld, in een toestand, waarin wij de stervenden zien! Ziedaar, mijne ziel hoe Jezus u bemint. Hij verkiest uw heil boven Vj\\]n leven; Hij geeft Zijn leven om u te redden! Hoe groot moet uwe liefde, uwe dankbaarheid jegens den lijdenden Jezus niet zijn? Jezus gevoelt zich in de uiterste verlatenheid. Zijn hart is aan schrik en ontsteltenis ten prooi gegeven. De natuur zou zich aan zooveel lijden willen onttrekken; de genade wil echter aan God gehoorzamen en het lijden en den dood aannemen. In dezen verschrikkelijken strijd, door de geweldige pogingen, die Hij doet, om den weerzin der natuur te overwinnen, verbleekt Jezus, Hij verzwakt, wankelt en valt, terwijl een bloe.Jig zweet uit alle poriën van Zijn aanbiddelijk lichaam dringt. Ziedaar, o mijne ziel! uw Verlosser, plat ter aarde, badende in Zijn bloed. Welke gevoelens bezielen n bij dit droevig schouwspel? . . Pit bloed stroomt niet door
Meditaties in den vastentijd.
bij. Zie, wat lipt Jezus gekost heeft, om u te redden! Schijnt het n nog te zwaar, iets voor het heil uwer ziel te lijden, nn gij .Tezns in zulke benauwdheden hebt gezien? . . .
lt; \'lt; ( bed na de Meditatie, zie bladz. 57.
fr)inS(la(j igt;i de 2. pasten week.)
Jezus zweet Rloed in den Hof van Olijven.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 5-2.
Nauwelijks had een engel Jezus den bitteren kelk Zijns lijdens aangeboden, of de dood vertoont zich in al zijne verschrikkelijkheid voor Zijne oogen. Duidelijk ziet Jezus, dat Hij weldra als een schuldige gebonden, als een misdadiger gegeeseld en als een openbare boosdoener zal gekruisigd worden. Hij kent den prijs van Zijn leven, en ziet dat het aan de willekeur Zijner vijanden zal overgelaten worden, die her, Hem op het schandelijk kruishout zullen Oiitnemen. Hij ziet, dat Hij zal sterven voor misdaden, welke niet de Zijne zijn, en de gedachte aan Zijn vlekkeloos leven vermeerdert de vrees voor den dood zoo, dat Zijne
72
Dinsdag; in de 2. vastenweek.
73
smart de grootste aller smarten wordt. Maar wat het meest het hart van den bemiimelijken Jezus verscheurt, is te zien, dat niemand deelneemt in Zijne droefheid ... O, kondet gij eenen blik in het hart van Jezus werpen, dan zondt gij het zien, in een oceaan van droefheid eu bitterheid gedompeld, in een toestand, waarin wij de stervenden zien! Ziedaar, mijne ziel hoe Jezus u bemint. Hij verkiest uw heil boven Vj\\]n leven; Hij geeft Zijn leven om u te redden! Hoe groot moet uwe liefde, uwe dankbaarheid jegens den lijdenden Jezus niet zijn? Jezus gevoelt zich in de uiterste verlatenheid. Zijn hart is aan schrik en ontsteltenis ten prooi gegeven. De natuur zou zich aan zooveel lijden willen onttrekken; de genade wil echter aan God gehoorzamen en het lijden en den dood aannemen. In dezen verschrikkelijken strijd, door de geweldige pogingen, die Hij doet, om den weerzin der natuur te overwinnen, verbleekt Jezus, Hij verzwakt, wankelt en valt, terwijl een bloe.Jig zweet uit alle poriën van Zijn aanbiddelijk lichaam dringt. Ziedaar, o mijne ziel! uw Verlosser, plat ter aarde, badende in Zijn bloed. Welke gevoelens bezielen n bij dit droevig schouwspel? . . Pit bloed stroomt niet door
Meditaties in den vastentijd.
bij. Zie, wat lipt Jezus gekost heeft, om u te redden! Schijnt het n nog te zwaar, iets voor het heil uwer ziel te lijden, nn gij .Tezns in zulke benauwdheden hebt gezien? . . .
lt; \'lt; ( bed na de Meditatie, zie bladz. 57.
fr)inS(la(j igt;i de 2. pasten week.)
Jezus zweet Rloed in den Hof van Olijven.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 5-2.
Nauwelijks had een engel Jezus den bitteren kelk Zijns lijdens aangeboden, of de dood vertoont zich in al zijne verschrikkelijkheid voor Zijne oogen. Duidelijk ziet Jezus, dat Hij weldra als een schuldige gebonden, als een misdadiger gegeeseld en als een openbare boosdoener zal gekruisigd worden. Hij kent den prijs van Zijn leven, en ziet dat het aan de willekeur Zijner vijanden zal overgelaten worden, die her, Hem op het schandelijk kruishout zullen Oiitnemen. Hij ziet, dat Hij zal sterven voor misdaden, welke niet de Zijne zijn, en de gedachte aan Zijn vlekkeloos leven vermeerdert de vrees voor den dood zoo, dat Zijne
72
Dinsdag; in de 2. vastenweek.
73
smart de grootste aller smarten wordt. Maar wat het meest het hart van den bemiimelijken Jezus verscheurt, is te zien, dat niemand deelneemt in Zijne droefheid ... O, kondet gij eenen blik in het hart van Jezus werpen, dan zondt gij het zien, in een oceaan van droefheid eu bitterheid gedompeld, in een toestand, waarin wij de stervenden zien! Ziedaar, mijne ziel hoe Jezus u bemint. Hij verkiest uw heil boven Vj\\]n leven; Hij geeft Zijn leven om u te redden! Hoe groot moet uwe liefde, uwe dankbaarheid jegens den lijdenden Jezus niet zijn? Jezus gevoelt zich in de uiterste verlatenheid. Zijn hart is aan schrik en ontsteltenis ten prooi gegeven. De natuur zou zich aan zooveel lijden willen onttrekken; de genade wil echter aan God gehoorzamen en het lijden en den dood aannemen. In dezen verschrikkelijken strijd, door de geweldige pogingen, die Hij doet, om den weerzin der natuur te overwinnen, verbleekt Jezus, Hij verzwakt, wankelt en valt, terwijl een bloe.Jig zweet uit alle poriën van Zijn aanbiddelijk lichaam dringt. Ziedaar, o mijne ziel! uw Verlosser, plat ter aarde, badende in Zijn bloed. Welke gevoelens bezielen n bij dit droevig schouwspel? . . Pit bloed stroomt niet door
Meditaties in den vastentijd.
bij. Zie, wat lipt Jezus gekost heeft, om u te redden! Schijnt het n nog te zwaar, iets voor het heil uwer ziel te lijden, nn gij .Tezns in zulke benauwdheden hebt gezien? . . .
lt; \'lt; ( bed na de Meditatie, zie bladz. 57.
fr)inS(la(j igt;i de 2. pasten week.)
Jezus zweet Rloed in den Hof van Olijven.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 5-2.
Nauwelijks had een engel Jezus den bitteren kelk Zijns lijdens aangeboden, of de dood vertoont zich in al zijne verschrikkelijkheid voor Zijne oogen. Duidelijk ziet Jezus, dat Hij weldra als een schuldige gebonden, als een misdadiger gegeeseld en als een openbare boosdoener zal gekruisigd worden. Hij kent den prijs van Zijn leven, en ziet dat het aan de willekeur Zijner vijanden zal overgelaten worden, die her, Hem op het schandelijk kruishout zullen Oiitnemen. Hij ziet, dat Hij zal sterven voor misdaden, welke niet de Zijne zijn, en de gedachte aan Zijn vlekkeloos leven vermeerdert de vrees voor den dood zoo, dat Zijne
72
Dinsdag; in de 2. vastenweek.
73
smart de grootste aller smarten wordt. Maar wat het meest het hart van den bemiimelijken Jezus verscheurt, is te zien, dat niemand deelneemt in Zijne droefheid ... O, kondet gij eenen blik in het hart van Jezus werpen, dan zondt gij het zien, in een oceaan van droefheid eu bitterheid gedompeld, in een toestand, waarin wij de stervenden zien! Ziedaar, mijne ziel hoe Jezus u bemint. Hij verkiest uw heil boven Vj\\]n leven; Hij geeft Zijn leven om u te redden! Hoe groot moet uwe liefde, uwe dankbaarheid jegens den lijdenden Jezus niet zijn? Jezus gevoelt zich in de uiterste verlatenheid. Zijn hart is aan schrik en ontsteltenis ten prooi gegeven. De natuur zou zich aan zooveel lijden willen onttrekken; de genade wil echter aan God gehoorzamen en het lijden en den dood aannemen. In dezen verschrikkelijken strijd, door de geweldige pogingen, die Hij doet, om den weerzin der natuur te overwinnen, verbleekt Jezus, Hij verzwakt, wankelt en valt, terwijl een bloe.Jig zweet uit alle poriën van Zijn aanbiddelijk lichaam dringt. Ziedaar, o mijne ziel! uw Verlosser, plat ter aarde, badende in Zijn bloed. Welke gevoelens bezielen n bij dit droevig schouwspel? . . Pit bloed stroomt niet door
Meditaties in den vastentijd.
bij. Zie, wat lipt Jezus gekost heeft, om u te redden! Schijnt het n nog te zwaar, iets voor het heil uwer ziel te lijden, nn gij .Tezns in zulke benauwdheden hebt gezien? . . .
lt; \'lt; ( bed na de Meditatie, zie bladz. 57.
fr)inS(la(j igt;i de 2. pasten week.)
Jezus zweet Rloed in den Hof van Olijven.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 5-2.
Nauwelijks had een engel Jezus den bitteren kelk Zijns lijdens aangeboden, of de dood vertoont zich in al zijne verschrikkelijkheid voor Zijne oogen. Duidelijk ziet Jezus, dat Hij weldra als een schuldige gebonden, als een misdadiger gegeeseld en als een openbare boosdoener zal gekruisigd worden. Hij kent den prijs van Zijn leven, en ziet dat het aan de willekeur Zijner vijanden zal overgelaten worden, die her, Hem op het schandelijk kruishout zullen Oiitnemen. Hij ziet, dat Hij zal sterven voor misdaden, welke niet de Zijne zijn, en de gedachte aan Zijn vlekkeloos leven vermeerdert de vrees voor den dood zoo, dat Zijne
72
Dinsdag; in de 2. vastenweek.
73
smart de grootste aller smarten wordt. Maar wat het meest het hart van den bemiimelijken Jezus verscheurt, is te zien, dat niemand deelneemt in Zijne droefheid ... O, kondet gij eenen blik in het hart van Jezus werpen, dan zondt gij het zien, in een oceaan van droefheid eu bitterheid gedompeld, in een toestand, waarin wij de stervenden zien! Ziedaar, mijne ziel hoe Jezus u bemint. Hij verkiest uw heil boven Vj\\]n leven; Hij geeft Zijn leven om u te redden! Hoe groot moet uwe liefde, uwe dankbaarheid jegens den lijdenden Jezus niet zijn? Jezus gevoelt zich in de uiterste verlatenheid. Zijn hart is aan schrik en ontsteltenis ten prooi gegeven. De natuur zou zich aan zooveel lijden willen onttrekken; de genade wil echter aan God gehoorzamen en het lijden en den dood aannemen. In dezen verschrikkelijken strijd, door de geweldige pogingen, die Hij doet, om den weerzin der natuur te overwinnen, verbleekt Jezus, Hij verzwakt, wankelt en valt, terwijl een bloe.Jig zweet uit alle poriën van Zijn aanbiddelijk lichaam dringt. Ziedaar, o mijne ziel! uw Verlosser, plat ter aarde, badende in Zijn bloed. Welke gevoelens bezielen n bij dit droevig schouwspel? . . Pit bloed stroomt niet door
92 Meditaties in den vastentijd.
doordrongen te worden? O, ware het mij ge-hoo geven, het Hart van den minnelijken Jezus bin- de nen te treden! Welk eer.e liefde droeg het henij mo-niet toe, die Jezus dezen kaakslag gaf? Jej Maar ook, hoe duidelijk spreekt het niet van om Zijne liefde tot mij; ook voor mij immers leed oln Hij het, ja nog oneindig meer! O, zachtmoe- ge digste Jezus! hoe ver beu ik er nog van ver- ne wijderd, U na te volgen! Ik kan geen bits woord verdragen, ik kan zelfs de meestverdieudo berisping niet lijden en gevoel een afkeer vooi ja hem, dieu ik deswege beminnen moest. O ve God, ik smeek U, maak dat Uw bewonderings- z€ waardig voorbeeld van Uw geduld diep in mijn ^ getst en in mijn hart geprent worde ! Amen. -y Gehed na de Meditatie, zie bladz. 57. z
ti
(Maandrif) in de 3. vnstemveck.) ë
Jezus wordt naar de Rechtbank van Caiphas t verwezen. t
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
ü
Wijl Annas geeue grondige beschuldiging tegen Jezus kon inbrengen en Hem toch gaarn gt; veroordeeld zag, zoo zond hij Hem tot den
Maandag In de 3. vastenweek. 93
^e- hoogepriester Caiphas. Beschouw uw Jezus, voor \',i,|jde tweedemaal ter rechtbank geleid en als een \'lei11 moordenaar gebonden; zie, hoe de aanbiddelijke Jezus door Jeruzalem\'s straten gevoerd wordt, vai1 omringd van eene bende soldaten, die Hem als ee\'\' om strijd mishandelen, en Hem aan alles prijs-\'0\':quot; geven, wat woede en verachting slechts kun-erquot; nen uitdenken.
^ Hij is omgeven van eene razende menigte, quot;\'l!: die Hem met verwenschingen en vloeken over-301 laadt en over Zijne versmading juicht. Jezus \'\' vervolgt blootvoets zijnen weg; Hij is reeds fsquot; zeer verzwakt door het lijden, dat Hij onder-\'Jquot; gaan heeft, en Hij offert aan Zijn hemelschen Vader Zijne schande en smarten op, voor de zaligheid mijner ziel. De soldaten trachten Hem te beschamen, door het volk toe te roepen, naar den beroemden gevangene te zien, en Jezus gaat met ingetogen gelaat en neergeslagen oogen tusschen hen, ons daardoor leerende , hoe wij ons moeten gedragen tegenover de verachting en de eer der wereld en de toejuichingen der menschen.
? [, Nog slechts weinige dagen geleden ging Jezns \' ; door dezellde straten, toegejuicht door alle in-ii woners der stad Jeruzalem, die Hem begroet-
92 Meditaties in den vastentijd.
doordrongen te worden? O, ware het mij ge-hoo geven, het Hart van den minnelijken Jezus bin- de nen te treden! Welk eer.e liefde droeg het henij mo-niet toe, die Jezus dezen kaakslag gaf? Jej Maar ook, hoe duidelijk spreekt het niet van om Zijne liefde tot mij; ook voor mij immers leed oln Hij het, ja nog oneindig meer! O, zachtmoe- ge digste Jezus! hoe ver beu ik er nog van ver- ne wijderd, U na te volgen! Ik kan geen bits woord verdragen, ik kan zelfs de meestverdieudo berisping niet lijden en gevoel een afkeer vooi ja hem, dieu ik deswege beminnen moest. O ve God, ik smeek U, maak dat Uw bewonderings- z€ waardig voorbeeld van Uw geduld diep in mijn ^ getst en in mijn hart geprent worde ! Amen. -y Gehed na de Meditatie, zie bladz. 57. z
ti
(Maandrif) in de 3. vnstemveck.) ë
Jezus wordt naar de Rechtbank van Caiphas t verwezen. t
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
ü
Wijl Annas geeue grondige beschuldiging tegen Jezus kon inbrengen en Hem toch gaarn gt; veroordeeld zag, zoo zond hij Hem tot den
Maandag In de 3. vastenweek. 93
^e- hoogepriester Caiphas. Beschouw uw Jezus, voor \',i,|jde tweedemaal ter rechtbank geleid en als een \'lei11 moordenaar gebonden; zie, hoe de aanbiddelijke Jezus door Jeruzalem\'s straten gevoerd wordt, vai1 omringd van eene bende soldaten, die Hem als ee\'\' om strijd mishandelen, en Hem aan alles prijs-\'0\':quot; geven, wat woede en verachting slechts kun-erquot; nen uitdenken.
^ Hij is omgeven van eene razende menigte, quot;\'l!: die Hem met verwenschingen en vloeken over-301 laadt en over Zijne versmading juicht. Jezus \'\' vervolgt blootvoets zijnen weg; Hij is reeds fsquot; zeer verzwakt door het lijden, dat Hij onder-\'Jquot; gaan heeft, en Hij offert aan Zijn hemelschen Vader Zijne schande en smarten op, voor de zaligheid mijner ziel. De soldaten trachten Hem te beschamen, door het volk toe te roepen, naar den beroemden gevangene te zien, en Jezus gaat met ingetogen gelaat en neergeslagen oogen tusschen hen, ons daardoor leerende , hoe wij ons moeten gedragen tegenover de verachting en de eer der wereld en de toejuichingen der menschen.
? [, Nog slechts weinige dagen geleden ging Jezns \' ; door dezellde straten, toegejuicht door alle in-ii woners der stad Jeruzalem, die Hem begroet-
Meditaties in den vastentyd.
van Jezus Cliristus, ontdoet de goddelooze lioo-gepriester zich van de teekenen zijner waardigheid, als om zijn afgrijzen uit te drukken over de godslastering, welke hij zooeven gehoord heeft. Met volleerde huichelarij verklaart hij openlijk, dat Jezus Christns als godslasteraar des doods schuldig is. De gansche raad bekrachtigt dit goddeloos vonnis, en de ge-heele vergadering tiert en schreeuwt als om strijd, dat Jezus den dood verdiend heeft. Heb medelijden met, de droefheid, welke de Verlosser door deze behandeling ondervindt. Hij ziet zich gedwongen te spreken, wanneer Hij het stilzwijgen zou willen bewaren; opent Hij den raond om te antwoorden, dan geeft men aan Zijne woorden eene valsche uitlegging, en op deze valsche uitlegging grondt men Zijn doodvonnis. Te allen tijde hebben de boozen den goeden door lastertaal het leven trachten te benemen, maar sedert het lijden van Jezus Christns, vinden de goeden in het voorbeeld des Zaligmakers een voorwerp van overvl oedigen troost te midden hunner beproevingen. Jezus, als lasteraar behandeld, lijdt in alle nederigheid en zachtmoedigheid de Hem aangedane beleediging. Hadt gij altijd dit treffend voorbeeld voor oo-
Maandag in de 3. vastenweek.
gen, dan zou het u niet moeielijk vallen, geduldig zelfs den onteerendsten laster te verdragen.
Bedwing met de grootste zorg uwe neiging, tot uwe rechtvaardiging te spreken, en breng aan Jezus het offer van uw stilzwijgen. Amen.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 07.
(Dinsdag in de 3. vastenweek.)
Jezus werdt door Petrus verloochend.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Tot driemalen verloochent Petrus zijn god-delijken Meester. Overwegen wij de oorzaken dezer driedubbele verloochening, welke zoo vernederend voor Jezus, voor Zijn bedroefd hart zoo gevoelig was.
Hij verloochende zijn Meester, omdat hij op eigene krachten steunde. Dit gebeurt gewoonlijk zoo: alvorens iemand in zonden valt, wordt hij inwendig hoovaardig. Petrus kende zijne eigene zwakheid niet, hij achtte zich sterker dan anderen; hij had te veel vertrouwen op zijne eigene krachten, en alsof hij niet kon zondigen, zeide hij, dat niets hem van Jezus zou
97
Meditaties in deu vastentijd.
98
kunnen scheiden. Hij gelooft zelfs zijn Meester niet, die Hem verzekert, dat hij Hem driemaal zal verloochenen. Door op zich zeiven te vertrouwen, verzuimt hij bij God hulp te zoeken door het gebed, en God laat hein vallen, tot straf voor zijn hoogmoed en om hem van zijn zelfvertrouwen te genezen. Niets is gevaarlijker, dan op eigen krachten te steunen, en zijn vertrouwen te stellen op een ijver, die niet in God alleen zijne sterkte zoekt. Wij zijn vol bedorvenheid en tot elke ongeregeldheid in staat, als God ons niet met Zijne sterke hand bijstaat. Wie zou zich nog durven verhoovaar-digen? Wij hebben heiligen, wij hebben Petrus zien vallen, deu ijverigsten van alle apostelen, en hij is gevallen, na driejaren lang tal van lessen en onderrichtingen uit den mond van Jezus Christus te hebben ontvangen, na met zooveel onderscheiding en gunsten vereerd te zijn geweest, na zoo dikwijls betuigd te hebben, dat hij liever zijn leven zou opofferen, dan zijn goddelijken Meester verloochenen. . . . Petrus verzekert, dat hij Jezus niet kent; hij bevestigt zulks met een eed, vergezeld van de verschrikkelijkste verwenschingen . .. Rechtvaardige hemel! Welk een diepe val na zooveel betuigingen van liefde
Dinsdag in de 3. vastonweek.
en trouw! Vrees immer voor u zelveu, wantrouw uwe zwakheid en smeek standvastig den bijstand der goddelijke genade af.
Petrus verloochent Jezus, wijl hij zich vrijwillig aan de zonde blootstelt. Hij mengt zich onder de soldaten, die over het algemeen van ongeregelde en losbandige zeden zijn. Hij wordt gemeenzaam met hen, zoo zelfs, dat hij zien bij hetzelfde vuur verwarmt. — Slechte gezelschappen voeren noodzakelijk tot zonde, vlucht gij de boozen niet, dan wordt gij boos gelijk zij. De H. Petrus, verschrokken door de stem van een eenvoudigen dienaar, verloochent Jezus en valt in zijne eerste zonde , en toch vlucht hij de gelegenheid niet, noch de plaats, noch het gezelschap, welke voor hem zoo noodlottig waren. Dat was dan ook de oorzaak, dat hij niet eenmaal, maar driemaal viel, en hij zou n og niet in zich zeiven gekeerd zijn en het gezelschap niet verlaten hebben, indien Jezus geen blik van barmhartigheid op hem geworpen had, om hem de oogen te openen en hem op te richten. Telkens, als gij eene doodzonde bedreeft, hadt gij de trouweloosheid, Jezus Christus te verloochenen. Telkens als gij u in gelegenheid van zonde steldet, ver-klaardet gij door uw gedrag, dat gij Jezus niet
99
Meditaties in den vastentijd.
kendet, die u beval het gevaar te vluchten.
Ach! om de liefde tot uwe ziel, vermijd toch, u nogmaals in dezelfde gevaren te begeven, waarin gij zoo dikwijls bezweken zijt, vrees en vlucht, indien gij God niet meer beleedigen wilt! Petrus stelde zijne bekeering en zijne boetvaardigheid geen oogenblik uit. En hoe lang roept God u niet, en noodigt u uit tot boetvaardigheid? Neem van nu af het besluit u te bekeeren, wacht niet tot morgen; gij zoudt daartoe den tijd niet meer kunnen hebben!
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Woensdag in de 3. vastenweek.)
Jozus wordt bespot en op de schandelijkste wijze in het huis van Caiphas behandeld.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Nadat Caiphas zijn onrechtvaardig vonnis tegen Jezus uitgesproken had, bleef de Zaligmaker geheel den nacht aan de willekeur Zijner vijanden overgelaten, die Hem de smadelijkste behandelingen deden ondergaan. Overweeg, hoeveel Jezus in dien schrikkelijken nacht te lijden had.
100
Woensdag in de 3. vastenweek.
101
Hij leed in Zijn lichaam. De eerste beleedi-ging, den zoeten Zaligmaker aangedaan, was, Hem in het aangezicht te spuwen. Er is geene grootere beleediging en geen kennelijker blijk van verachting, indien men iemand wil honen. Doch niet alleen spuwt men Jezus, den eenigen Zoon Gods, in het aangezicht, maar die onbeschaamde bende van soldaten en knechten wedijveren in behendigheid en geschiktheid Hem nieuwe beleedigingen toe te voegen. Welk een schandelijke hoon! welk eene onbeschrijfelijke vernedering voor den allergednldigsten Jezus! En toch blijft Hij onbeweeglijk: Hij wendt het gelaat niet af! Hij lijdt en zwijgt! Zie, hoe diepe vernederingen onze hoovaardij aan Jezus gekost heeft.\' . . . Doch zie, nog andere beleedigingen doet men Jezus aan; men schopt Hem, men slaat Hem met vuisten op de schandelijkste wijze. Beschouw hier den goeden Zaligmaker aan de willekeur Zijner beulen overgelaten, die er eene eer in stellen, hunne woede aan Hem te koelen. Bemerk, hoe zij in weinige oogen-blikken door eene hagelbui van slagen, het gelaat, het hoofd, de schouders en Zijn aan-biddelijk lichaam geheel gekwetst en misvormd hebben. Ach! welk hevige smarten, welk eene ver-
102 Meditaties in don vastentijd.
smading verdraagt Jezus voor u, ondankbaar schepsel! Kan uw hart nog langer ongevoelig gt; blijven, bij het gezicht van zulk eene onmen-sohelijke handelwijze? Hebt gij geen medelijden met Jezus? O! tracht Hem, zij het dan ook slechts van verre, in Zijn geduld, in Zijn ootmoed en stilzwijgen na te volgen!. . .
Jezus lijdt in Zijne eer. Het geduld van Jezus, Zijne onveranderlijke zachtmoedigheid doen nog des te meer de woede Zijner vijanden ontsteken, : die in hunne boosheid telkens nieuwe middelen vinden, om Hem te kwellen. Onder allerlei beschimpingen en spotternijen, dienen zij Hem de vreeselijkste slagen toe, en schelden Hem uit voor een valschen profeet. Zij blinddoeken Hem, om Hem des te vrijer te kunnen mishandelen, en Hem des te onbeschaamder hunne be-leedigingen toe te kunnen voegen; zij honen en vervloeken Hem, en braken duizenden godslasteringen tegen Hem uit. Tot zulk eene hoogte hebben de zondaars Jezus gehoond! Maar zie tevens tot welk eene hoogte Jezus Zijn heldhaftig geduld gevoerd heeft! Hij is de God dequot; wijsheid, de Meester der profeten, de doorgronder der harten en toch laat Hij toe, dat men Hem als een dwaas en zinnelooze onteert. Hij laat to?.
Woensdag: in de 3. vastenweek.
ilat men Hem tot spot der meuschen, ja, van liet uitvaagsel des volks make. In een oogwenk kon Hij zich wreken op Zijne heleedigers; maar Hij wilde u leeren, niet meer zoo gevoelig te zijn, als er sprake is van uw goeden naam, van uwe eer, om uit liefde tot Hem pene geringe beleediging te verdragen, liet mensche-lijk opzicht te overwinnen, de begeerte op te offeren, welke u zoo beheerscht om geëerd en geacht te worden.
Jezus lijdt in Zijne ziel. Onmogelijk is het alles te zeggen wat Jezus te lijden had gedurende dien zoo wreeden nacht. Hij gevoelde volkomen al de snoodheid der beleedigingen, Hem aangedaan, Hij immers kende al de heiligheid van den beleedigden persoon, en de laagheid en schaamtelooze vermetelheid van hen, ilie Hem hoonden. Hij zag de goddelijke Majesteit de bloedigste beschimping\'en ontvangen en wel van den kant van hen, die Hij niet opgehouden had met gunsten te overladen. Welk een wreed hartzeer alzoo voor Hem! Hij hoorde de zedeloosheid, de godslasteringen dezer onbeschaamde soldatenbende, die als zoovele giftige pijlen waren, waarmede Zijn allerheiligst Hart onophoudelijk doorboord werd.
103
104 Meditaties in den vastentijd.
Hij, de God van glorie en majesteit, werd m(
inindei\' dan een menseh geacht, bespuwd, ge- di(
hoond, met schande overladen. Te midden ech- do
ter van al die inwendige smarten, verheugt Gf
zich Jezns vernedering- en oneer te verdnren, Zo
om daardoor voor mijne tallooze zonden te boe- he
ten, en Hij houdt niet op, al dat leed voor mijne al
zaligheid op te dragen. Bewonder Jezus\' on- st
metelijke liefde! Bedank Hem onophoudelijk m
voor zooveel smarten en beleedigingen, welke d.
Hij voor u heeft willen ondergaan. Amen. zi
Gehed na de Meditatie, zie bladz. 57. \'I\'
sl
(Vonderdag in de 3. vr/Menweek) u
Jezus wordt voor Pilatus gebracht. (-
i
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52. (j
Toen het dag- werd, kwamen de hoogepriesters i
en voornaamsten des volks opnieuw bijeen, en t
namen het besluit, den Zaligmaker aan de (
wereldlijke macht, aan Pilatns, over te leveren, \'
die, hoewel een heiden, stadhouder van Judea 1
was. Beschouw op dezen derden tocht uw Zalig- (
maker en uw God. Opnieuw is Hij belade-i | :
Donderdag; in de B. vastenweek.
lU5
met koordeu en boeien, opilat Pilatus, Hem in dien staat ziende, zoude gelooven, dat Hij den dood, en niet het minste mededoogen verdiende. Geweldig dooi\' de boeien gekneld, wordt de zoete Jezus door de woestelingen, onder de hevigste verwijtingen, voor Pilatus gebracht, ais ware Hij de verfoeielijkste misdadiger. De straten zijn vol volk, en van alle kanten ziet men nieuwsgierigen toesnellen, die belust zijn den doorluchtigen Gevangene te zien. Alleu zijn buiten zich zelve van vreugde; alleu zouden door de smadelijks te spotternijen den toestand van Jezus nog ondragelijker willen maken. En onder die menigte volks, welke Hem aangaapt en bespot, vindt Hij niemand, die medelijden met Hem toont. Beschouw, mijne ziel, den God-Mensch, door zooveel banden gekluisterd, het aangezieht loodkleurig en bespuwd, het hoofd door slagen gewond, bij elke schrede de grofste beleedigingen ontvangende Bewonder Zijne zedigheid, Zijn ernst, Ziju geduld, dat door niets geschokt wordt, de zoete ziels-vrede, die op Zijn voorhoofd straalt. Niet het minste bewijs van verdriet of verontwaardiging bemerkt men in geheel Zijn persoon. Zijne krachten ziju uitgeput. Hij is ten uiterste
Meditaties in den vastentijd.
verzwakt, en toch gaat Hij met vreugde, met een mei kalm gelaat voorwaarts, om aan Pilatus overge- smi levenl te worden, die Hein zal doen sterven, toi Welk eene liefde! Welk eene barmhartigheid! we Welk eene goedheid! ... En dat alles voor vu mij! Maar ook welke verhevene lessen geeft te Hij mij niet door geheel Zijne houding! m(
Betracht het innerlijke van Jezus! Hij kent zeer goed het doel Zijner vijanden, die Hem als een openbaar boosdoener willen doen sterven.
Welk eene bitterheid, welk eene droefheid voor Zijn hart! Maar zonder verontrust te worden, bewaart Hij in Zijne ziel den vrede, als een zachtmoedig lam, dat ter slachtbank wordt gevoerd. Hij ziet dat allen tegen Hem samenzweeren; dat de haat Zijner vijanden met alle menschelijkheid spot; dat niemand zich voor Hem verklaart, en ieder vreest te Zijnen gunste te spreken. En de beminnelijke Verlosser, de Onschuld zelve, vernedert Zich te midden Zijner tallooze smarten, als ware Hij werkelijk schuldig. Hij hoort de smadelijkste gesprekken, de snoodste spotternijen en lasteringen, tegen Zijn goddelijker, persoon; en Zijne brandende liefde, offert alles voor de boeting mijner zonden aan Zijn godde-lijken Vader op. Hij wil dat Zijne heilige
106
Donderdag in de 3. vastenweck.
menschheid al de bitterheid Zijuer smarten smake; maar tegelijkertijd is Zijne ziel ten toppunt van vreugde, eindelijk den dag te zien, welken Hij gedurende drie en dertig jaren zoo vurig verbeidde, om bet werk mijner verlossing te kunnen voltooien. Vergelijk uw binnenste met dat van Jezus. Welk een verscbil! welk eene tegenstelling! Gij kunt niets met een goed hart verdragen! Gij bedroeft u, gij klaagt, en hebt zelfs den moed niet, uwe geringste moeie-lijkheden aan Jezus op te offeren, die zooveel voor u geleden heeft. Wanneer zult gij u eindelijk de voorbeelden van Jezus ten nutte maken?
Overweeg de verschijning van Jezus voor Pilatus. De Joden dorsten als tijgers naar Jezus\' bloed, hij wil Hem weldoen sterven, maar onschuldig schijnen aan Zijn dood. Zij willen, dat Jezns sterve, maar zij willen niet, dat deze onrechtvaardige moord hun kan worden toegerekend. Daarom brengen zij Hem naar Pilatus, en voor zijn paleis schreeuwen zij om Ziju doodvonnis. Pilatus ziet van verre den godde-lijken Zaligmaker, wiens uiterlijk slechts goedheid en liefde verraadt, hij voelt, dat Jezus onschuldig moet zijn. De Joden weten, dat Jezus
107
Meditaties in don vastentijd.
onschuldig is, en toch eischen zij Zijn dood met eene woede, die aan uitzinnigheid grenst Duizenden bewijzen Zijner onuitputtelijke goedheid hebben zij ontvangen; duizenden malen hebben zij de t uitwerkselen Zijner weldadigheid ondervonden, ^ en thans eischen zij, dat Hij als de afschuwelijkste der boosdoeners starve. Word niet verbitterd tegen de Joden. Wend al uwe ver- \'\'\' ontwaardiging tegen u zei ven: meer nog st dan de Joden, hebt gij den minnelijken Jezus, uw Weldoener, uw Vader, uw God mishandeld, z( toen gij zondigdet! — Dat wist gij, dat ge- te loofdet gij en — toch deedt gij het! Intusschen bewaart Jezus het stilzwijgen in tegenwoordig- 11 heid van Pilatus, te midden Zijner vijanden, ^ die niet ophouden tegen Hem te razen en te tie-ren; Jezus kan Zich rechtvaardigen, en toch ^ doet Hij het niet. Hoe welsprekend is Zijn \'\' stilzwijgen voor mij! Amen.
O eind na de Meditatie, zie bladz. 57. ^
108
quot;Vrijdag in de 3. vastenweek, 1^9
(Vrijdag in de S. rast en week,)
Jezus wordt door Pilatus ondervraagd.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Daar Pilatns de bedorvenheid der Joden kende, die den Zaligmaker slechts trachtten te doen sterven, om hunnen haat en hunne jaloerschheid bot te vieren, vraagt hij hun, om zijn onderzoek te beginnen, welke beschuldigingen zij tegen Jezus in te brengen hebben?
Overweeg hier de valschheid der tegen Jezus ingestelde beschuldigingen. Men beschuldigt Hem, dat Hij een opruier des volks is, en iu-tusschen heeft niemand met zooveel ijver als Hij ondergeschiktheid, gehoorzaamheid en nederigheid gepredikt. Niemand heeft met meer klem vrede, zachtmoedigheid en liefde tot de vijanden den menschen ingeprent dan Hij. Men beschuldigt Hem, het volk aangespoord te hebben, den keizer de schatting te weigeren. Welke bedorvenheid toont zich niet in dien laster, Jezus\' vijanden toch weten zeer goed, dat Hij vroeger voor Zich en voor den H. Petrus schatting betaald heeft. Troost u, gij, die een leerling van
Meditaties in don vastentijd.
onschuldig is, en toch eischen zij Zijn dood met eene woede, die aan uitzinnigheid grenst Duizenden bewijzen Zijner onuitputtelijke goedheid hebben zij ontvangen; duizenden malen hebben zij de t uitwerkselen Zijner weldadigheid ondervonden, ^ en thans eischen zij, dat Hij als de afschuwelijkste der boosdoeners starve. Word niet verbitterd tegen de Joden. Wend al uwe ver- \'\'\' ontwaardiging tegen u zei ven: meer nog st dan de Joden, hebt gij den minnelijken Jezus, uw Weldoener, uw Vader, uw God mishandeld, z( toen gij zondigdet! — Dat wist gij, dat ge- te loofdet gij en — toch deedt gij het! Intusschen bewaart Jezus het stilzwijgen in tegenwoordig- 11 heid van Pilatus, te midden Zijner vijanden, ^ die niet ophouden tegen Hem te razen en te tie-ren; Jezus kan Zich rechtvaardigen, en toch ^ doet Hij het niet. Hoe welsprekend is Zijn \'\' stilzwijgen voor mij! Amen.
O eind na de Meditatie, zie bladz. 57. ^
108
quot;Vrijdag in de 3. vastenweek, 1^9
(Vrijdag in de S. rast en week,)
Jezus wordt door Pilatus ondervraagd.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Daar Pilatns de bedorvenheid der Joden kende, die den Zaligmaker slechts trachtten te doen sterven, om hunnen haat en hunne jaloerschheid bot te vieren, vraagt hij hun, om zijn onderzoek te beginnen, welke beschuldigingen zij tegen Jezus in te brengen hebben?
Overweeg hier de valschheid der tegen Jezus ingestelde beschuldigingen. Men beschuldigt Hem, dat Hij een opruier des volks is, en iu-tusschen heeft niemand met zooveel ijver als Hij ondergeschiktheid, gehoorzaamheid en nederigheid gepredikt. Niemand heeft met meer klem vrede, zachtmoedigheid en liefde tot de vijanden den menschen ingeprent dan Hij. Men beschuldigt Hem, het volk aangespoord te hebben, den keizer de schatting te weigeren. Welke bedorvenheid toont zich niet in dien laster, Jezus\' vijanden toch weten zeer goed, dat Hij vroeger voor Zich en voor den H. Petrus schatting betaald heeft. Troost u, gij, die een leerling van
Meditaties in den vastentijd.
woede opgehitst, en verdubbelen hunne lasteringen. Pilatns spoort Hem zonder ophouden aan, j vei
zich te rechtvaardigen; de rechtvaardigheid de
schijnt het Hem tot plicht te miken zich te me
verdedigen, niets ware Hem gemakkelijker ge- mi,
weest. dan Zijne onschuld te betuigen en Zijne he
beschuldigers te doen verstommen. Maar Jezus ge
zwijgt. Hij zwijgt, om ons door Zijn voorbeeld mi
nederigheid en stilzwijgendheid in allen tegen- o
spoed te leeren. Hij zwijgt, omdat Hij niet do
bevrijd wil zijn, en vurig verlangt den dood te da
ondergaan. O liefde van Jezus! kan ik ü ooit U\' genoeg loven en naar waarde danken ?
Overweeg, hoe de onschuld van Jezus open- ^
lijk door Zijn rechter wordt uitgesproken. Na- zquot;
dat Pilatns Jezus\' zaak onderzocht had, erkende \' 01
hij Zijne onschuld en verklaarde openlijk, niets : O:
berispelijks in Hem te kunnen vinden. De I al
zachtmoedige Jezus is reeds voor drie recht- b(
banken verschenen, en overal werd Zijne on- i g schuld erkend. Toch behandelt men Hem overal
als een schuldige. Jezus is door het vonnis ^ der rechters onschuldig verklaard, Jezus heeft niets dan goed gedaan, en toch wil Hij zich aan de straf onderwerpen, als ware Hij de grootste der misdadigers. En ik, die aan zoo-
IV!
Vrijdag id de 3. vastenweek, 113
vele zonden schuldig ben, ontvlucht een kleine vernedering, eene geringe moeielijkheid, welke de goddelijke Voorzienigheid door mijne mede-te luenschen mij oplegt! Zoo dikwijls heb ik door e- mijne tallooze zonden de hel verdiend, ik weet het, en toch kan ik niet het geringste verdragen, van hetgeen de Heer mij ter voldoening mijner beleedigingen oplegt! Hoe verschillend, o Jezus, is mijn gedrag van het Uwe! Gij boet it door de onuitsprekelijkste smarten voor de mis-■e daden, die niet de Uwe zijn, en te midden it Uwer smirten sta ik U aanhoudend voor den geest, en ik — ik kan er niet toe komen, in mij i- zeiven mijne eigene zonden te straffen, die U zooveel smart en vernedering gekost hebben, p ; omdat ik U nimmer in mijne gedachten heb. Offer, tot boeting voor uwe zonden, aan God alle moeielijkheden des levens op, en betuig Hem, bereid te zijn, alles uit Zijne hand te ontvangen ! Amen.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
8
114 Meditaties in den vastentijd.
(Zaterdag in de 3. vastetuveelc.)
Jezus wordt aan Herodes voorgesteld.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
l\'ilatus vernomen hebbende, dat Jezus uit üalilea was, eene provincie, die tot het gebied eu van Herodes behoorde, en dat deze zich op dit quot;it oogenblik te Jeruzalem bevond, zond om zich van dit vonnis te ontlasten, den Zaligmaker is naar hem, opdat deze met Jezus naar welgevallen zou handelen.
Overweeg, boe Herodes den Zaligmaker ontvangt. De Joden beijveren zich om den godde-lijken Meester naar het paleis van Herodes te voeren, hopende, dat deze zedelooze koning Hem eindelijk ter dood zal veroordeelen. Nieuwe middelen worden beraamd, om Hem op dezen vierden tocht zooveel mogelijk te kwellen. Heb medelijden bij het zien der grofheden en der beleedigingen, welke Gods Zoon opnieuw in Jeruzalems straten ontvangt. Pas heeft Herodes vernomen, dat Jezus Christus hem zal voorgesteld worden, of bij verkeert in de uiterste blijdschap; niet wijl hij er aan denkt, uit
de
dee
dat
en
rig
aai
het
te op sp wi gt mi
ge w k( kf D di h di li
Zaterdag in do 3. vastenweek.
de tegenwoordigheid van Jezus Olmstus, voordeel voor zijne zaligheid te trekken ; maar om-f dat hij nu den wonderdoener zal kunnen zien,
Ien gelegenheid hebben, aan zijne nieuwsgierigheid te voldoen. Dit alleen drijft hem aan, daarom blijft hij in zijne zonde. — Verheng u, als God u bezoekt en bij de meditatie en het gebed tot u spreekt; doch vergeet niet, uit deze bezoeken des Heeren voordeel te trekken voor uwe ziel. Het verlangen van Herodes is onvruchtbaar. Steeds haakte hij er naar Jezus te zien, en niettemin trachtte hij nimmer Hem op te sporen. Hij had van de wonderen hooren spreken, welke de Zaligmaker verrichtte; hij wist, dat iedereen Hem naliep, en toch had hij gteiie er.kele schrede gedaan, om den Zaligmaker te hooren en Zijne leer te volgen. Hoevelen gelijken niet in dit opzicht aan Herodes! Zij willen boete doen en zich bekeeren; maar zij komen er nimmer toe, en zij sterven, zonder bet werk hunner bekeering te hebben begonnen. De hoop van Herodes is goddeloos. Hij hoopt, dat de Zaligmaker een wonder zal verrichten; hij hoopt Zijne welsprekendheid en Zijne wondervolle lessen te hooren, niet tot zijn geestelijk voordeel, manr uit ijdele nieuwsgierigheid.en gelegenheid hebben, aan zijne nieuwsgierigheid te voldoen. Dit alleen drijft hem aan, daarom blijft hij in zijne zonde. — Verheng u, als God u bezoekt en bij de meditatie en het gebed tot u spreekt; doch vergeet niet, uit deze bezoeken des Heeren voordeel te trekken voor uwe ziel. Het verlangen van Herodes is onvruchtbaar. Steeds haakte hij er naar Jezus te zien, en niettemin trachtte hij nimmer Hem op te sporen. Hij had van de wonderen hooren spreken, welke de Zaligmaker verrichtte; hij wist, dat iedereen Hem naliep, en toch had hij gteiie er.kele schrede gedaan, om den Zaligmaker te hooren en Zijne leer te volgen. Hoevelen gelijken niet in dit opzicht aan Herodes! Zij willen boete doen en zich bekeeren; maar zij komen er nimmer toe, en zij sterven, zonder bet werk hunner bekeering te hebben begonnen. De hoop van Herodes is goddeloos. Hij hoopt, dat de Zaligmaker een wonder zal verrichten; hij hoopt Zijne welsprekendheid en Zijne wondervolle lessen te hooren, niet tot zijn geestelijk voordeel, manr uit ijdele nieuwsgierigheid.
115
Meditaties in den vastentijd.
Daarom wordt hij in zijne verwachting te leur gesteld: Jezus verwaardigt Zich niet een enkel woord tot hem te richten. Wacht gij ook op een wonder, om er toe te besluiten God te beminnen en te dienen? Doet gij dit, zoo loopt gij het grootste gevaar, in uwe zonden te sterven.
Overweeg, hoe Jezus Christus Zich tegenover Herodes gedraagt. Herodes doet al hei mogelijke, om van Jezus een antwoord te krijgen. Hij doet Hem tal van vragen, hij noopt Hem, wekt Hem op de dringendste wijze tot spreken op, doch Jezus bewaart het stilzwijgen, en hoewel Hij weet, dat Hij door te zwijgen, als een onwetende en zimielooze zal behandeld worden, terwijl Hij door te antwoorden den vorst behagen en den naam van een wijze verkrijgen kan, opent Hij toch den mond niet; Hij hoort, dat de priesters en schriftgeleerden voortgaan S\' Hem met woede te beschuldigen, en toch volhardt Hij in Zijn stilzwijgen. O, wat is dat stilzwijgen van mijn Jezus bewonderenswaardig, doch leerrijk tevens! Herodes was een eerlooze en een trotschaard; en God schept er slechts behagen in, met eenvoudige en nederige zielen te verkeeren. Herodes was een ontuch-
116
tl! ho W ne in nu he re Zi di V!
is V( h( ii i ii te sl
Zaterdag in de 3. vastenweek.
tige en echtbreker, en God laat Zijne stem niet hooren aan zielen, bezoedeld met onzuiverheid ... Wilt gij de stem van uw God hooren? Wees nederig, en neem eene onschendbare zuiverheid in acht.— Herodes heeft zich nooit de minste moeite gegeven om Jezus te hooren, terwijl het hem zeer gemakkelijk was: thans is het ■ij. rechtvaardig, dat de Zaligmaker weigert, hem ej I Zijne stem te doen hooren. Dat overkomt hem, nlt; die de hemelsche genade veracht; als eene recht-!rl) vaardige straf wordt zij hem geweigerd. Wat eu is dat stilzwijgen van God verschrikkelijk ie. voor eene ziel! Wat is een hart te beklagen, eu hoe ongelukkig is hij, tot wien de Zaligmaker u niet meer door Zijne ingevingen spreekt. Wacht u wel, ii eene dergelijke kastijding op den hais te luien, door het oor voor \'s Heeren stern te sluiten, en u aan uwe hartstochten over te geven.
Jezus wordt aan het hof van Herodes bespor. Herodes wordt vertoornd over het zwijgen van Jezus, hij is verontwaardigd zich in zijne verwachting bedrogen te zien. Door haat gedreven, begint hij Hem nu te bespotten en belachelijk te maken, als een onnoozele of waanzinnige. Zie, mijne ziel! tot welk een staat
117
e-
311 t, ,U 1-it r-fii sr :e 1-
Meditaties in den vastentijd.
118
vim verlaging de Zoon van God, de oneindige Majesteit gebracht is, daar Hij behandeld wordt als een mensch, die zijn verstand verloren heeft. Begrijp toch, hoe gevaarlijk uw hoogmoed is, aangezien een God Zich daarom op eene zoo buitengewone wijze heeft moeten vernederen. Op het voorbeeld van Herodes wedijveren volk, soldaten en priesters, om Jezus Christus door bitteren spot verachtelijk te maken. Ook hier zwijgt de Zaligmaker, in droefheid verzonken, zonder eene enkele klacht te uiten. Is dit niet een wonder van gednld! Hoeveel dergelijke wonderen heeft God niet voor u verricht, door u met oneindige barmhartigheid te verdragen, toen gij Hem door uwe schandelijke zonden Leleedigdet? Herodes, die eerst zoo begeerig was lezns te zien, veracht Hem thans, en niet meer wetende, wat vnet Hem te doen, beveelt hij, Hem als een uitzinnige met een wit kleed te omhangen, om daardoor den spotlust der menigte op te wekken. Zoo zond hij Hem aan Pilatus terug. Volg, met een van medelijden en liefde doordrongen hart, in den geest den verlaten Jezus, die opnieuw door de drukbe-zuchte straten der stad Jeruzalem gevoerd wordt. Van alle kanten beleedigt men Hem; niemand
Maandag in de 4. vastenwpek.
is er, die Ilom verdedigt of Hem hulp verleent, te midden vau zooveel smaad en vervolging. Hij, de Oorsprong van alle wijsheid, verheugt zich als een dwaas behandeld te worden, om mij te leeren, dat de ware wijsheid bestaat in het verachten van de oordeelen der wereld , en in het navolgen van Zijn verheven voorbeeld.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Maandag in lt;lc 4. rastenweek.)
Jezus wordt achter Barrabas gesteld.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Pilatus, die ten volle van de onschuld des Ziligmakers overtuigd was, en Hem aan de woede Zijner vijanden wilde onttrekken, stelt Hem naast Barrabas, een man, algemeen om zijne misdaden verfoeid, vast gelooveude, dat, bij de kens tnsschen beiden, allen de vrijheid van Jezus zullen vragen.
Overweeg de beleedigende vergelijking door Piktus, tusschen Jezus en Barrabas. Wie is Jezus? — Wie is Barrabas? — Jezus is de Zoon Gods, de Koning des hemels, de God van majesteit, de Schepper van hemel en aarde, do
119
Meditaties in den vastentijd.
Heilige der heiligen. Het zon reeds eene smadelijke beleodiging geweest zijn, Jezus met den heiligsten der engelen te willen vergelijken; wat is het dan niet, Hem naast Barrabas gesteld te zien. Een oproerling, een dief, een moordenaar, een mensch aan eerloosheid overgegeven, wegens zijne misdaden berucht in het geheele land. Is er gevoeliirer droefheid mogelijk voor Jezus\' hart? Welke bittere smart voor Hem, Pilatus aan het volk te hooren vragen: „Wien van de twee verkiest gij? Wion heht gij liever, Jezus of Barrabas? — Jezus lijdt deze wreede beleediging met groote vreugde. Ach! hoe dikwijls hebt gij deze honende vergelijking vernieuwd! Telken male, als de duivel u de eene of andere zinnelijke voldoening voorstelde: telken male, als de wereld n tot wraak aanhitste, en gij, te traag waart, om u tegen de bekoring te verzetten, waart gij onzinnig genoeg. God, het opperste en oneindige Goed, te vergelijken met een laag vermaak, een ellendig genoegen. Hoe onrechtvaardig zijt gij geweest tegen üod! Hoe hobt gij Zijne Majesteit gehoond! Bloos over uwe vermetelheid: heb berouw over uwe zonden.
Overweeg, hoe de Joden aan Barrabas de
120
Maandag in de 4. vastenweek.
121
voorkeur geven. Nauwelijks hebben de Joden het voorstel van den stadhouder gehoord, of zij ontsteken in woede, en schreeuwen eenparig: „Wij willen Jezus niet! laat Barrabas los!quot; i Zij kennen Jezus\' onschuld; zij zijn getuige geweest van Zijn heilig leven; van Hem Lebben t zij ontelbare weldaden ontvangen, en hoevelen zijn er niet onder deze menigte, die wonderdadig door den Zaligmaker genezen zijn. Niettemin, door eene weergalooze onrechtvaardigheid, is er niemand ouder dat ondankbaar volk, die genade vraagt voor Jezus, hun weldoener! Allen hebben, op deze of gene wijze, de uitwerkselen Zijner liefde, ondervonden, en allen verwerpen Hem, om een afschuwelijken booswicht boven Hem te verkiezen! Jezus, de groote en heilige God, wordt zelfs geen blik waardig gekeurd, nu Hij met een dief, een ellendigen moordenaar vergeleken wordt! Ach! met welk eene wreede smart voelt Jezus Zijn hart doorboord, ziende, dat het door Hem zoo teeder beminde volk, zich aan eene zoo schreeuwende onrechtvaardigheid jegens Hem schuldig maakt! Heb medelijden met deze smartelijke vernedering des Zaligmakers; maar verzuim ook niet een blik op u zeiven te slaan. Zonder twijfel,
Meditaties in den vastentijd.
ile Joden zijn zeer schuldig, wijl zij Barrabas boven Jezns verkozen, maar deze ontzettende misdaad hebben zij slechts eenmaal begaan: en g-ij, — hoe dikwijls hebt gij, door toe te stemmen in de zonde, niet uitgeroepen: „Ik wil Giod niet dienen, ik wil den duivel meer dan Jezus Christus gehoorzamen door dien vuilen wellust, door dit laag eigenbelang, door die wraakneming-. Gij hebt den duivel boven Jezus Christus gesteld; gij hebt satan tot meester verkozen, door den dienst van Jezus Christus vaarwel te zeggen; zeer goed wist gij, dat Jezus uw Koning was, gij geloofdet dit, gij aanbadt Hera als uw Zaligmaker, en ondanks dat alles hebt gij de trouweloosheid gehad, Zijnen zoeten dienst te verlaten voor een schandelijk vermaak. Is er schreeuwende!\' onrechtvaardigheid mogelijk? — Verfoei uwe boosheid, bedwing uw bedorven wil, en maak het besluit, den dienst Gods steeds boven elk aarJsch goed te verkiezen.
Nadat de Joden de vrijheid van Barrabas verkregen hadden, eischten zij, dat Jezus veroordeeld en gekruisigd zou worden. Wie zou ooit gedacht hebben, dat die ondankbare Joden zoo ver zouden kunnen komen, Jezus Christus
122
Muundag in de 4. vastenweek.
123
am een kruis te willen hechten; hun Koning, hun Messias, den Bevrijder, dien zij reeds zoo lang verwachtten, naar wien zij met zooveel vnur hadden gezucht, en dien zij eenige dagen te voren voor den Zoon Gods hadden verklaard? Wie echter zou kunnen gelooven, dat een Christen, niet weldaden overladen, met zooveel teeder-heid door Jezus bemind, in staat zou zijn, dezelfde afschuwelijke misdaad te begaan en te loepen: „Hij sterve, Jezus sterve!quot; Onder-tusscben doet gij dat, zoo dikwijls gij in doodzonde valt! Dan zegt gij, zoo niet door woor den, dan toch met daden: „Leve de zonde, dood aan Jezus! Gaarne verzaak ik aan God, als ik dat lage vermaak maar niet verlies! DatJezus gekruisigd worde, doch de zonde heersche in mijne ziel!-\' Is er grooter ondankbaarheid en goddeloosheid denkbaar? Pilatus vraagt den woedenden Joden: „Welk kwaad heelt Jezus dan toch gedaan ? dat gij Hem wilt doen sterven ? Welk kwaad heeft Jezus u gedaan, dat gij Hem wilt beleedigen? vroeg uw geweten, of liever, welk goed heeft Hij u niet bewezen?quot; Maar in uwe hardnekkigheid hebt gij de zonde gewild; gij hebt Jezus\' dood geëischt! D.! eenige misdaad van Jezus is, dat Hij u te zeel
Meditaties in den vastentijd.
heeft bemind. Zijne liefde voor n ging zelfs zoo ver, dat Hij Zich aan den dood onderwierp en n met gednld verdroeg, na zoo vele smadelijke beleedigingen Hem aangedaan te hebben. Bemin derhalve een God zoo vol van teederheid, dank dien zoo liefderijken God; beloof nimmermeer aan een zoo algoeden God te mishagen.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Dinsdag in de 4. vnstenweek.)
Jezus wordt aan de Kolom gebonden en gegeeseld.
(Jehed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Pilatns ziende, dat het volk voortgaat de kruisiging van Jezus te elsohen, neemt het onrechtvaardige besluit. Hem te doen geeselen, en levert daarna den Zaligmaker aan de soldaten over, opdat zij dat vonnis zouden uitvoeren.
Beschouw Jezus vóór de geeseling. Zoodra de soldaten het bevel ontvangen hebben, Jezus Christus te geeselen, werpen zij zich met eene razende woede op Hem, en voeren Hem naar eene openbare plaats, waar men gewoon was, de schandelijkste misdadigers te folteren.
124
Dinsdag in de 4. vastenweek. 125
De Joden juichen, daar zij den zoo gehaten Zaligmaker eindelijk tot eene zoo wreede straf veroordeeld zien, maar Jezus is nog gelukkiger, wijl eindelijk dit door Hem zoozeer verlangde oogenblik gekomen is, waarop Hij ouder wreede geeselslagen Zijn bloed voor mij zal kunnen ten beste geven. Hij brandt van begeerte, om voor mij te lijden, daarom laat Hij Zich, naar de willekeur Zijner beulen, heen en weer voeren, zonder den minsten weerstand te bieden. Leer met geduld de kastijdingen aannemen, welke God u ter voldoening uwer zonden overzendt. Zoodra Jezus op de aangewezen plaats gekomen is, werpen zich Zijne vijanden als woedende tijgers op Hem, rukken Zijne boelen los, ontdoen Hem van Zijne kleederen, binden Hem aan eene zuil en stellen Hem, in een toestand der diepste vernedering, aan de blikken en spotternijen eener onbeschaamde menigte bloot. Welk eene schande, welk eene vernedering voor Jezus, Zijne maagdelijke zuiverheid blootgesteld te zien aan de bespotting en den hoon eener schaamtelooze menigte! Intusschen lijdt Hij alles in stilte, en met eene oneindige liefde offert Hij alles Zijnen hemelschen Vader op, ter voldoening voor mijne zonden, voor mijn hoog-
Meditaties in den vastentijd.
moed, voor mijne onzedigheid. Alleen de kracht van Zijne liefde tot mij kluistert Hem aan die zuil, terwijl Hij al Zijne ledematen ter geese-ling aanbiedt, en bereid is, al Zijn bloed te storten. O eeniggeboren Zoon Gods, voorwerp : van al mijne liefde, ik dank ü voor Uwe onmetelijke liefde!
Beschouw Jezus gedurende de geeseling. De beulen hebben alle mogelijke folter werktuigen in gereedheid gebracht, en dienen u:t alle krachten het maagdelijke vleesch des Zaligmakers verschrikkelijke slagen toe. Op hetzelfde oogen-blik wordt dit aanbiddelijk lichaam van alle zijden gegeeseld, van de voetzolen tot aan het hoofd is Hij slechts êéne wonde, en Zijn vleesch is dermate van elkander gescheurd, dat men al Zijne beenderen zou kunnen tellen. Niemand onder de getuigen van dat verschrikkelijk schouwspel neemt eenig deel in Jezus\' onuitsprekelijke smarten. Gij zondt wel hardvochtig zijn, indien niet eenig gevoel van medelijden voor uw Zaligmaker in uw hart opkwam. De beulen gaan voort met woede te slaan en elkander tot gruwzaamheid aan te hitsen, weldra is Jezus\' lichaam slechts ééne wonde. De geesels dringen L; Zijne teedere ledematen, openen eu
12B
Dinsdag? in de 4. vastenweek.
verscheuren Zijn lichaam,Zijne heilige Menschheid ! op de wreedste wijze folterende. Het bloed vloeit bij stroomen; het overdekt den Zaligmaker van het hoofd tot de voeten, het kleurt de zuil, het besproeit de aarde, doch het gezicht van zooveel vergoten bloed treft die tijgerharten niet. . . . Eindelijk is hunne wreedheid uitgeput, doch Jezus\' geduld is znlks niet. Zijne smarten zijn onuitsprekelijk, elke nieuwe slag is voldoende, om Hem den dood toe te brengen; maar Hij verheugt Zich zooveel bloed te vergieten en zooveel lijden te doorstaan, om ons de onmetelijkheid Zijner liefde te toonen, en ons de snoodheid onzer zonden te doen inzien. Jezus wordt gegeeseld, niet om zonden, welke Hij zelf begaan heeft, maar om in Zijn onschuldig vleesch, voor de zonden van onzuiverheid te boeten, waarmede gij zoo dikwijls uw lichaam bezoedeld hebt. Betracht den zachtmoedigen Jezus aan den voet der zuil, met wonden en bloed overdekt, en leer daaruit, wat uwe onzuiverheid aan Jezus gekost heeft. Bid Hem, dat Hij al de vlekken uwer ziel in Zijn goddelijk bloed uitwassche.
Beschouw Jezus na de geeseling. De vermoeide beulen maken eindelijk den minnelijken
127
Meditaties in den vastentijd.
128
Zaliamaker van de zuil los; Hij kan Zich ten gevolge Zijner smarten en Zijner uitputting niet meer staande houden en stort ter aarde, badende in Zijn bloed. Wie zou niet bewogen zijn, op het gezicht van zulk een schouwspel ? De Joden alleen, kennen geen medelijden ? . . . Beschouw, o, mijne ziel, uw aanbiddelijken Verlosser, ter aarde uitgestrekt, niet in staat zich te bewegen, en erken in Zijne heilige Wonden het werk uwer zonden en de overgroote liefde van Jezus, die u daarin nieuwe bronnen van genade geopend heeft. Heb medelijden met het lot uws Verlossers, die zooveel vonr uwe verlossing heelt geleden; bemin Hem, die u zoo zeer bemind heeft. Nader tot Jezns, dien gij in onmacht ziet, zonder dat er iemand aan denkt. Hem de hand te reiken en Hpin te helpen. \' Tracht door uwe liefde eenige verlichting te brengen in de uiterste bedroefdheid Zijns harten. Bemerk wel, met welk geduld, met welke zachtmoedigheid Hij lijdt, hoe Hij in Zijn toestand van schande en smart bespot en veracht wordt. Betuig aan Jezus, dat gij Hem oneindig veel verplicht zijt, wijl Hij door Zijn bloed u een heilzaam bad bereid heeft, tot genezing uwer ingekankerde wonden, en u door eene zco
Woensdag in de 4. vastenweek. 129
overvloedige Verlossing, van de eeuwige verwerping bevrijd heeft, welke gij door uwe zonden verdiend hadt.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Woensdag in de 4. vastenweek.)
Jezus wordt met doornen gekroond.
dched voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Niet zoodra hebben de soldaten Jezus gegee-seld, of zij verzinnen, door een duivelsohen haat gedreven, een nieuw middel, om den Zaligmaker te doen lijden. Zij nemen lange en scherpe doornen, maken daarvan eene soort van kroon, en plaatsen die op Zijn hoofd, tevens met Zijne koninklijke waardigheid den spot drijvende.
Overweeg de wreedheid van deze pijniging, Welk eene smart moet niet eene enkele doorn veroorzaken, die in het hoofd dringt? Doch het is eene geheele kroon van scherpe en harde doornen, die Jezus\' hoofd omringen en van alle kanten daarin dringen. Welk eene pijniging! Dat hebben aan Jezus uwe onbetamelijke ge-
Meditaties in dun vastentijd.
130
dachten, uwe schuldige vermaken, uwe misdadige begeerten gekost! Door znlke smarten heeft Jezus voor uwe eerzuchtige plannen, voor uwe ijdellieid, voor uwetrotschheidgeboet! Voor zulk een prijs heeft Hij voor u de genade verkregen van ootmoed, geduld en verachting der wereld! . . . De beulen, die vindingrijk in hunne wreedheid ziju, drukken met geweid de kroon op het hoofd des Verlossers, zoodat ontelb.ire doornen diep in dit aanbiddelijk hoofd dringen. Beschouw, o, mijne ziel, dezen Koning van smarten, en zie, hoe het bloed het minnelijk gelaat van Jezus overdekt, zoodat het geheel onkenbaar wordt. O, zondaar! hoeveel bloed hebt gij aan Jezus gekost! Heb medelijden met dat schrikkelijk lijden uws Verlossers en erken in die doornen, in die wonden, in dat bloed de gevolgen uwer zonden. Telkens, als gij u met zondige gedachten hebt opgehouden, hebt gij Jezus\' geheiligd hoofd met wreede doornen doorboord. Hoe kunt gij er nog behagen in vinden, u met onzuivere of goddeloo-ze gedachten bezig te houd en, de ijdelhedeu en grootheden der wereld te begeeren, als gij met. ernst aan den met doornen gekroonden Jezus deukt?
Woensdag: in de 4. vastenweek.
131
Overweeg de schande dezer foltering. De vijanden van Jezus scheppeii er behagen in, Hem het voorkomen van een tooneelkoning te geven; zij verlustigen zich in Zijn lijden, bespotten en honen Hem op alle wijzen. Met een geweld, met eene razende woede ontrukken zij Hem Zijne kleederen, en bedekken Zijne schouders met een ouden purperen mantel. Deze nieuwe smaad was een der smartelijkste, omdat de beulen. Hem ontblootende, alle wonden, door de geeseling toegebracht, weder openden en het bloed op nieuw deden stroomen. Hoe duur heeft Jezus onze weekheid, de zorgen, welke wij voor ons lichaam hebben, de zinnelijkheid van ons bedorven vleesch, de weelde en ijdelheid in onze kleederen betaald! — De soldaten geven Hem een riet als schepter in de hand, om Hem geheel en al het uiterlijke van een spotkoning te geven. Jezus weigert \'tniet, integendeel Hij neemt het aan, en houdt het in Zijne hand, om voor u de genade te verdienen, minder zwak en standvastiger in het goede te zijn, en om voor u een eeuwig koninkrijk voor den prijs van zulke vernederingen te verwerven . .. In dezen vernederenden toestand, schijnt de ininnelijke Jezus aan deze onbeschaamde sol-
9*
Meditaties in den vastentijd.
132
(latenbeiide werkelijk een voorwerp van smaad en verachting te zijn, en zij scheppen er vermaak in, Hem al Zijne vernedering te doen gevoelen. Allen trekken achtereenvolgens Hera voorbij, om Hem als koning der Joden te begroeten; zij vermaken zich met Hem als met een ellendigen dwaas, en bij allerlei spotternijen voegen zij duizenden nieuwe beleedigingen. Zij spuwen Hem in Zijn aangezicht, geven Hem kaakslagen, met den rietstok, welken zij Hem uit de hand nemen, slaan zij op de doornenkroon, om haar dieper in Zijn hoofd te doen dringen, en voegen daarbij nog tallooze andere pijnigingen. Zij wedijveren, om elkander in boosheid te overtreffen. De uitgezochtste onmeuschelijk-heid plegen zij, om Jezus te pijnigen! ... En toch verheugt Hij Zich, in het offer, dat Hij brengt aan Zijn hemelschen Vader, ter vergeving der beleedigingen, welke wij door onze zonden Zijne oneindige Majesteit aangedaan hebben. Aanbid dien goddelijken Koning uwer ziel, bedank Hem voor de overgroote liefde jegens u, e]i beloof Hem, dat gij slechts Hem wilt beminnen in alle omstandigheden uws levens.
quot;Woensdag in de 4. vastenweek. 13^
Beschouw Jezus\' geduld. In het hevigste Zijner smarten, ten toppunt Zijner schande, opent Hij niet eens den mond om te klagen. Eene verschrikkelijke doornenkroon dringt van alle kanten in Zijn hoofd, die Hem eene ondragelijke pijn veroorzaakt, en toch toont Hij niet het minste misnoegen. Wat zegt gij hij het gezicüt van dit voorbeeld van goddelijk geduld, gij, die zoo dorst naar vermaken en wereldsche genoegens, en die den kleinsten doorn, de geringste moeilijkheid, het kleinste lijden vreest? Zeker gij zoudt moeten blozen omringd te zijn met bloemen en geneugten, terwijl gij het hoofd van uw Schepper, uw God | en Verlosser omringt ziet met eene kroon van smarten en schande. Zoudt gij misschien den hemel willen binnengaan zonder doornen van boetvaardigheid, van lijden of versterving ? Jezus is verlaten van iedereen, Hij is de speelbal Zijner wreede vijanden, wordt op de schandelijkste wijze mishandeld, bespuwd en geslagen, en toch bewaart Hij eene onveranderlijke ziels-kalmte en eene zoete gerustheid in Zijne gelaatstrekken; geen enkel teeken van ongeduld of wraaklust toont Hij. — Eu gij ellendige aardworm, ongelukkige zondaar! tot hiertoe hebt
Meditaties in den vastentijd.
gij nog niet geleerd in stilte een ongelijk, eene beleediging, een minder passend woord te verdragen! Zoudt gij, bij den aanblik van een God, met zooveel smarten overladen, en tocb zoo geduldig en zoo nederig, niet kunnen beginnen , u in bet geduld en in de nederigheid te oefenen? Volgt gij het voorbeeld van den lijdenden Jezus niet na, dan zult gij ook geen deel aan Zijna glorie hebben!
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Donderdag in de 4. vastenweelc)
Jezus wordt door Pilatus aan het volk vertoond.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Pilatus den betreurenswaardigen toestand, waarin de Verlosser door Zijne beulen gebracht was, ziende, oordeelde, dat, als hij Hein aan het volk vertoonde, dit schouwspel alle harten dooi\' medelijden zou treffen; daarom liet hij Hem op het terras van zijn paleis brengen en toonde Hein aan de samengestroomde menigte, zeggende: „Ecce homo!quot; Zie den mensch!
134
Donderdag: in do 4. vastenweok.
Overweeg in welken toestand Jezus aan het volk vertoond wordt. Hij is zoodanig misvormd van het hoofd tot aan de voeten, dat Hij nauwelijks meer het voorkomen van eeu mensch heeft. Zijn gelaat is loodkleurig, opgezwollen en overdekt met speeksel. Zijn hoofd kan zich niet meer bewegen door het lijden, dat Hem de wreede doornen veroorzaken. Geheel Zijn lichaam is verscheurd, Zijn bloed vloeit van alle kanten uit Zijne wonden, terwijl een oude soldaten-mantel Zijne verscheurde schouders bedekt. Zijne smarten zijn onbeschrijflijk. In dien toestand vertoont Pilatus don Zoon Gods aan het volk, onder het uiten dezer woorden: „Zie den mensch!1\' Als wilde hij zeggen: „Zieden ellendigen toestand, waartoe deze mensch gebracht is, dien gij beschuldigt, als zou Hij naar het oppergezag streven! Betracht Hem, en oordeel, of Hij niet veeleer tranen van medelijden verdient dan haat!. , Beschouw Hem, mijne ziel, beschouw dien God-Mensch, den Koning van hemel en aarde, in een zoo vernederenden toestand, blootgesteld aan de woede eener bloedgierige menigte. Hij, dien men eenige dagen geleden, bewonderde, als zijnde de schoonste der menschenkinderen, is op dit oogenblik de afschuw van Zijn eigen
Meditaties in den vastentijd.
volk geworden. Hij zelf heeft die onwaardige behandeling verkozen, om Zijn heraelschen Vader door medelijden te treffen, en voor ons barmhartigheid te verwerven, door ons van de eeuwige straffen te bevrijden, welke wij door onze zonden verdiend hadden. Zijne liefde tot onze zielen, de begeerte naar onze zaligheid hebben Hem in dien betreurenswaardigen toestand gebracht. Maar wat doet gij zelf voor uwe ziel, die zooveel aan Jezus Christus gekost heeft? Welken ijver stelt gij in het werk, om haar zuiver te houden, om haar te redden?
Wilt gij dan, om u eene geringe moeite te besparen, dien schoonen hemel verliezen, welken Jezus Christus voor u, ten koste van zooveel e lijden en smaad, heeft verdiend?! z
Overweeg, welken indruk het gezicht van n Jezus op het volk maakte. He toestand, waarin { de Verlosser door Zijne beulen gebracht was, J was in staat de ongevoeligste harten te vennur- s wen; een zoo treffend schouwspel had den Joden t gevoelens van medelijden en barmhartigheid ( jegens den bedroefden Verlosser moeten inboezemen. Uoch nauwelijks hebben zij Hem gezien, of ontbloot van alle gevoel van menschelijkheid, ^n wreeder dan wilde dieren volharden zij in
136
Donderdag in de 4. vastenweek.
•137
hunnen eisch; zij verlangen Zijnen dood; gedreven door eene onmenschelijkheid zonder weerga, rusten zij niet, alvorens de laatste levensvonk in Hem uitgedoofd is. De helsche haat, de onverzoenlijke toorn tegen den minnelijlien Zaligmaker, drijft hen er toe, eenparig te schreeuwen : Kruisigt Hem !quot; Ziedaar, waartoe een hartstocht voert, wanneer hij zich meester gemaakt heeft van een hart! Er is niets, waartoe een mensch, door hartstocht verblind, niet in staat is. Elke booze neiging voert ten ondergang, daarom moet gij ze in het opkomen fnuiken. Pilatus echter kende Jezus\' onschuld en wilde niet toegeven aan de onrechtvaardige eischen der Joden. Doch huilend antwoorden zij, dat hij volgens hunne wet moet sterven, omdat Hij zich heeft uitgegeven voor den Zoon Gods: de menschelijke wetten veroordeelen Jezus om te sterven. Alle wereldlingen, die slechts leven om hunne ongeregelde hartstochten te bevredigen, schreeuwen door den mond der Joden: Jezus moet sterven, Jezns moet gekruisigd worden, en zulken kreten schenkt gij bijval ? Volgt gij de grondbeginsels der wereld, zoo verlaat gij Jezns en doet Hem een nieuwen dood ondergaan. . . . Jezus ziet al de woede
Meditaties in aen vastentijd.
Zijner vijanden, Hij hoort hun woedend getier, en ofschoon hot Hem diep smart, zoo verheugt ^ Hij zich toch, dat men Hem aan een kruis gaat hechten, waaraan Hij uit liefde tot mij zal sterven. ... En ik, ik beet, enkel op het hooren van kruis en lijden! Verwerp die gevoelens, zoo tegenstrijdig aan die van Jezns I Overweeg, welke gevoelens het gezicht van Jezns Christus in ons moet opwekken; stellen wij ons voor, dat Zijn hemelsche Vader Hem ons vertoont in den toestand, waarin die wree-de geeseling Hem gebracht heeft, om in onze ziel liefde, eerbied en het verlangen op te wekken naar Zijn voorbeeld te lijden. Verbeelden wij ons, uit den mond des eeuwigen Vaders dezelfde woorden te vernemen, welke Pilatns tot het volk richtte : „Zie den Mensch! . . . Hij is uw Koning, een Koning van oneindige wijsheid, een minnelijke, heilige Koning, maar tevens een Koning van schande en smarten. Voorden prijs van vernedering en lijden heeft Hij Zijn koninkrijk gewonnen. Voor den prijs Zijner wonden en van Zijn bloed heeft Hij het gekocht. Voor n heeft Hij Zich van Zijne grootheid ontdaan en zich laten mishandelen en pijnigen. Aanbid dien Koning, onderwerp n aan Hein, er.
Donderdag: in do 4. vastenweek. \'
wilt gij Zijn eeuwig gelukzalig koninkrijk binnentreden, volg Hein dan op den weg van kruis en lijden. Hij wil heerschen in uw hart, en Hij heeft daarop heilige rechten, door den smartelijksten dood gekocht. Wijd Hem derhalve al uwe genegenheden en gedachten . . .
Zie den Mensch! ... Hij is uw Vader, de zachtmoedigste, de minnelijkste, de teederste aller Vaders. E^n Vader, die uit liefde tot Zijne kinderen. Zijn dierbaar leven aan een kruis heeft opgeofferd, om hun het leven terug te geven, dat zij door de zonden verloren hadden! . . . Niettegenstaande dat alles, wordt de zoo goede Vader slechts veracht en gehaat. Bemin een zoo goeden Vader, gehoorzaam aan Zijne bevelen, doe Zijn Hart, zoo vol teederheid tot u, nimmer het minste verdriet aan . . . Zie den Mensch! ... Hij is uw Meester, uw voorbeeld . . . Sla uw oogquot; op de verheven deugden, welke Hij in dit lijden beoefent; zulk eene groote zachtmoed igheid, onder eene zoo groo-te verachting; een diep stilzwijgen,bij zooveel vernedering; eene zachte lieftalligheid, bij zooveel smaad; een onoverwinnelijk geduld bij zooveel lijden. Bewonder Hem en tracht Hem na te volgen Nimmer zult gij aan Hem gelijk zijn in
140 Meditaties In den vastentijd.
de heerlijkheid des hemels, nimmer zult gij met Hem deel nemen aan Zijne glorie, indien gij Hem niet tracht te gelijken in Zijne deugden. Neem, met de hulp Zijner genade, het besluit dit te doen.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Vrijdafi in de 4. vastenweék.)
Jezus wordt tot den Kruisdood veroordeeld.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Zoodra Pilatus ziet, dat zijne pogingen, om Jezus Christus te bevrijden, mislukken, en het volk, opgehitst door de hoofden der priesters, nog luider roept om Hem te kruisigen, besluit hij eindelijk het vonnis uit te spreken en den Verlosser tot den kruisdood te veroordeeleh.
Het volk wil, dat Jezus sterve. Niet genoeg is het den Joden, dat Jezus gegeeseld, dat Hij met doornen gekroond, dat Hij met schande overladen is, zij willen Zijn dood tot eiken prijs, en zij eischeu opnieuw van Pilatus Zijne kruisiging. Ook gij hebt de Joden nagevolgd en Zijn dood geëischt, toen gij zomligdet tegen
Vrijdag in de 4. vaatenweek.
141
uw Vader, nw Heiland en mv God. Gij hebt geroepen: Kruisigt Hem! o ondankbaarheid, o onmenschelijkheid! ... De Joden hadden Jezus tot koning willen maken, zij hadden buitengewone weldaden naar ziel en lichaam ontvangen. En door eene voorbeeldelooze ondankbaarheid , willen zij Hem nu als een eerlooze, aan een kruis doen sterven; zij haten Hem dermate, dat zij Zijn aanblik niet meer kunnen verdragen. Dat is juist het drijven der godde-loozen: Weigeren God te erkennen, de blikken niet willen vestigen op Zijne oneindige volmaaktheden, verstokt blijven en Zijne weldaden, Zijne goedheid. Zijne liefde versmaden! Het zien van Jezus herinnerde de Joden aan Zijne wonderen en weldaden, en verweet hun de schrikkelijke onrechtvaardigheid en de snoode ondankbaarheid, waaraan zij zich schuldig maakten, door Hem te doen sterven, daarom konden zij zelfs Zijn aanblik niet meer verdragen. Gij beleedigt, gij hoont uw God, wijl gij nimmer overdenkt, hoe Jezus u bemint, hoeveel Hij voor u geleden heeft. Gij leeft voort in uwe vermetelheid zonder God te willen erkennen, gij leeft door duizend zorgen en bezigheden omringd, verzonken in ijdelheid, niet kennende
Meditaties in den vastentijd.
uw minnelijken Weldoener, uw opperste Goed, en gij schroomt niet door uwe zonden te roepen; „Kruisigt Hem! Laat Hem sterven!quot; Helaas! verdient Jezus, zoo door u behandeld te worden?
Pilatus veroordeelt Jezus, Pilatns zou Jezus willen bevrijden, doch daartoe heeft hij den moed niet. Hij vreest Hem te veroordeelen, wijl Zijne onschuld te luid spreekt. Zoodra hij echter de stem des volks hoort, die Hem met de ongenade des keizers bedreigt, handelt hij tegen zijn geweten, en levert den rechtvaardige bij uitnemendheid, den Heilige der heiligen aan den dood, in de handen Zijner vijanden over. O vervloekt menschelijk opzicht! Hoe dikwijls hebt gij den Zoon Gods niet doen sterven, door uit menschelijk opzicht te zondigen! Om niet te mishagen aan een vriend, om een persoon, die u aangenaam is, niet tegen te werken, om eene ijdele en voorbijgaande eer niet te verliezen, om u niet te berooven vau een ellendig genoegen, doet gij het grootste kwaad, en be-leedigt uw God. En gij wist wel, dat God uw opperste Heer is, dat Hij recht heeft op uwe gehoorzaamheid, en vorderen kan boveu alles gesteld te worden! Gij wist zeer goed, dat Hij U beval, alles aan Zijne vriendschap, aan Ziju
142
Vrijdag in den 4. vastenweek.
welbehagen, am Zijne geboden op te offeren ! Hoe hebt gij meer een schepsel, dau God kunnen dienen? Hoe hebt gij uit menschelijk opzicht, uit ellendige vrees, de vriendschap van uw goddelijken Meester kunnen vaarwel zeggen en ophouden Zijn kind zijn? Hoe hebt gij de menschen kunnen ontzien, om door de zonde de Mnjesteit van een oneindig Wezen te beleedigen ? Betreur uwe misdaad, verfoei uw ellendig menschelijk opzicht en al de zonden, die gij daardoor begaan hebt. Pilatus is van schrik bevangen, en aarzelt het doodvonnis tegen den God des levens uit te spreken. Doch alle kennis, alle wroegingen zijns gewetens, alle duidelijke bewijzen van Jezus\' onschuld zijn niet in staat, hem terug te houden; hij teekent en beveelt den verschrikkelijksten godsmoord! Word niet verontwaardigd tegen Pilatus, erger u liever over u zelven, omdat, ondanks al het licht des geloofs, alle hulp der genade en alle wroegingen uws gewetens, gij Jezus ter dood hebt veroordeeld telkens, als gij doodzonde bedreeft. Zon de eenvoudige herinnering daarvan u niet van smart moeten doen sterven?
Jezus Christus neemt den dood aan. Jezus staat voor Pilatus in de houding van een schul-
143
Meditaties in öen vastentijd.
144
(lige, terwijl men Zijn doodvonnis voorleost. Hij hoort dit schandelijk besluit aan, waardoor li ij tot den kruisdood veroordeeld wordt, als de grootste hoosdoener; Hij buigt eerbiedig Zijn goddelijk hoofd, op het vernemen van dit besluit, en onderwerpt Zich zonder den minsten tegenstand. Hij bedroeft Zich niet over het Hem aangedane ongelijk. Hij zegt zelfs geen woord tot den rechter, die Hem aan Zijne vijanden overlevert, Hij klaagt niet over de onrechtvaardigheid van dit vonnis, Hij komt niet daartegen op, maar Hij onderwerpt Zich gaarne, en neemt het aan tot de glorie Zijns Vaders en uit liefde tot ons. Waar is uwe gehoorzaamheid, uwe onderwerping aan de bevelen der Voorzienigheid, aan de inzichten van God? Wat God van u vraagt, is niets in vergelijking met de bitterheid en schande van het doodvonnis van Jezus. Toch neemt Jezus het van f^anscher harte uit medelijden met uwe ziel aan, om u aan den eeuwigen dood te onttrekken. En gij zoudt ter liefde van Jezus niet eene geringe smart, eene voorbijgaande vernedering, welke uwe eigenliefde en uw hoogmoed kwetst, willen aannemen? Hoe groot is uwe ondankbaarheid jegens Hem, die u zoozeer bemind
Vrijdag in de 4. vaslcmveek.
heeft! Jezus hoort Zijne vijanden, die zich aan epne onmenschelijke en duivelsche vreugde overgeven, en over Zijne veroordeeling jubelen; en ofschoon Zijn h?rt bedroefd is over hun boosaardig verraad, zoo verheugt Hij Zich toch, dat eindelijk het oogenblik gekomen is, waarop Hij Zijn leven voor onze zaligheid zal kunnen up-
ofteren..... Eeuwigen dank zijt gij den
bemiunelijken Heiland verschuldigd! Hoezeer moet gij Hem beminnen, wijl Hij uit louter liefde tot u aan een kruis gaat sterven. Ü, goede Jezus! voortaan wil ik enkel voor U leven, en liefde met wederliefde vergelden!
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Zaterdag in de i. vastenweek.)
Jezus wordt met Zijn Kruis beladen en gaat naar den Calvarieberg.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Nauwelijks is Jezus Christus ter dood veroordeeld , of Hij wordt aan de Joden overgeleverd, om gekruisigd te worden. In allerijl maakt men een kruis gereed, en Jezus neemt
10
145
146 Sledi taties in den vastentijd.
hut op Zijne schouders. De minnelijke Heiland gaat, met het vloekhout beladen, door Jeruzalem naar den Calvarieberg.
Overweeg, hoe Jezus Zijn kruis omhelst. Alvorens den Heiland met Zijn kruis te beladen, rukken de soldaten Hem den ouden purperen man tel van de schouders, waarmede Hij tot op dit oogenblik bekleed was, en trekken Hem Zijne eigene kleederen weder aan, opdat Hij beter door iedereen herkend worde. Zoo opent men voor de tweede maal met onbeschrijfelijke wreedheid Zijne wonden eu vernieuwt Zijne smarten, eu dit te meer, wijl die oude mantel aan Zijne wonden kleefde . . . Kan men dit overwegen, zonder bewogen te worden door de wreede smarten des Verlossers, die alles met bewonderenswaardig geduld lijdt ? . . . Om Hem nog meer te doen lijden, laat men de doornenkroon op Zijn hoofd. Deze kroon veroorzaakt Jezus de felste pijnen. Bij iedere beweging, bij elke schrede voelt Hij de wreede doornen in Zijn geheiligd hoofd dringen. Doch Jezus klaagt niet, en draagt die kroon tot Zijn laatsten ademtocht. — Bloos over uwe gevoeligheid, over uw geringen moed, als het er op aan komt, eene kleine smart te verduren. Niet
Zaterdag* in de 4. vastenweek. J 47
zoodra heeft Jezus Zijn ouderkleed aangetrokken, of men geeft Hein het lange en zware kruis, waaraan Hij weldra zal genageld worden. Jezus beschouwt het kruis, het voorwerp Zijner vurigste verlangens, Hij omhelst het met liefde en drukt het met warmte aan Zijn hart. Ofschoon in de grootste droefheid gedompeld, krachteloos, uitgeput door bloedverlies en meer dood dan levend, neemt Hij het op Zijne doorwonde schouders... Leer daaruit, mijne ziel, hoe gij behoort aan te nemen, wat God u overzendt of beveelt. Misschien is het kruis wel zwaar, doch het komt van God. Nimmer zal het zoo zwaar zijn als dat van Jezus. Zonder kruis gaat gij nimmer de hemelsche glorie binnen.
Met smaad overladen, verlaat Jezus het gerechtshof. De Joden, wier blinde haat geene grenzen kent, doen Hem iu gezelschap van boosdoeners naar de strafplaats gaan, opdat iedereen overtuigd zij, dat Hij schuldig is. Daarom Imlen zij twee reeds veroordeelde misdadigers uit de gevangenis, plaatsen Jezus tusschen beiden, en voerjn Hem naar den Calvarieberg. Op de vreugdekreten en het geraas der bende, stroomt het volk van alle kanten toe, om van dit schan-
10»
Meditaties in den vastentijd.
148
delijk schouwspel getuige te zijn. Jezus treedt tusschen twee moordenaars uit het gerechtshof, geboeid, het gelaat vol bloed en speeksel, du doornenkroon op het hoofd, gebukt onder den zwaren last van Zijn kruis, dat Hij niet dan niet groote moeite op Zijne schouders houdt. Welk eene vernedering voor Jezus, in zulk een toestand voor de oogen van eene zoo groote menigte te verschijnen. Welk eene foltering voor Zijn hart, dat de zonde zoozeer verfoeit, verplicht te zijn te verschijnen voor geheel Jeruzalem, als een schuldige, die de straf voor zijne misdaden moet ondergaan! Hij draagt echter Zijn kruis en lijdt Zijne schande met zooveel geduld en onderwerping, met zooveel goedheid en zachtmoedigheid, dat Hij steenen harten tranen van medelijden zou afpersen . . . Jezus heeft, doorZijn kruis te dragen, al onze zouden op Zich genomen, en om daarvoor te boeten, onderwerpt Hij Zich aan zoovele vernederingen, ja neemt gaarne den zvvaren last des kruises op Zich . . . Uwe tallooze zonden hebben Jezus\' kruis zoo zwaar gemaakt en Hern zoo bitter doen zuchten. Is het dan niet billijk, dat gij van nu aan met nederigheid bet kruis van boetvaardigheid en het zoete juk Zijner
Zaterdag in de 4. vastenweek.
geboden draagt ? . . . Alle straten van Jeruzalem . waardoor Jezus gaat, zijn vol lieden, die Hem willen zien en zich verlustigen met Hem nog meer te bespotten. Men hoont, men ver-wenscht, men overlaadt Hem met vloeken, niemand heeft medelijden met Zijn lijden, niemand troost Hem. Nader, mijne ziel, uwen bedroefden Heiland en herken met de oogen des geloofs in dien mensch, welke de spot der wereld geworden is, uw Vader, uw Zaligmaker, uw God, die zelf de straffen draagt, door uwe zonden verdiend; werp u neder voor Zijne voeten, om tranen van berouw te storten, en wacht u wel, in het vervolg Zijn kruis te verzwaren en nieuwe smarten aan Zijn goddelijk hart te veroorzaken, door het hervallen in de zonde.
Met welke smarten vervolgt Hij Zijnen weg. Jezus, door bloedverlies aanmerkelijk verzwakt, kan nauwelijks Zijn zwaar kruis dragen, en elke stap is Hem eene nieuwe foltering. Nu moet Hij den berg bestijgen. Hij is hijgende van vermoeienis, buiten adem, uitgeput . . . Hij lijdt onzeggelijk! En niemand schenkt Hem eenige verkwikking . . . Immer verder gaat Hij met dat zware hout, dat al Zijne wonden weder opent; het bloed stroomt op den weg en tee-
149
Meditaties in den vastentijd.
150
kent Zijne voetstappen. Welk eene straf voor den goddelijken Jezus! Dat zijn uwe schandelijke vermaken, dat zijn de stappen, welke gij op den weg der zonde gezet hebt, en welke zooveel leed aan den Verlosser veroorzaakt hebben! ... De beulen, door eene onmensohe-lijku woede bezield, duwen Hem vooruit, slaan Hem, en wanneer Hij dreigt van vermoeienis neer te zinken, dwingen zij Hem door schoppen verder te gaan. Eindelijk bezwijkt Jezus van smart en vermoeienis ouder Zijnen last . . . . O, mijne ziel, beschouw aandachtig uw onder het kruis gevallen Zaligmaker, en erken de zwaarte uwer zonden. Om ze te dragen, is een God-Mensch noodig: en Hij zelf bezwijüt nog onder kaar gewicht. Hadt gij niet gezondigd, dan zou Jezus nu niet zooveel te lijden hebben Het is de last uwer beleedigiugen, veel meer dan die van Zijn kruis, die Hem terneer-drukt. Wees dan door medelijden getroffen met uw Jezus, die, wegens uwe zonden, in die zee van smarten is gedompeld. Jezus staat met groote moeite op. Hij is uitgeput van vermoeidheid. En toch moet Hij den Calvarieberg beklimmen. Zijne liefde tot ons, het vurige verlangen, dat Hij heeft, om voor onze zaligheid
Maandag in deü. vastenwcek»
te sterven, geeft Hem nieuwe kracht. Hij verhing t naar het einde van den weg, om Zich op te offeren voor de eer van Zijn hemelschen Vader en de zaligheid Zijner broeders. O, Jezus» brandende van liefde! . . . Ziedaar, hoezeer Gij mij bemind hebt! Eu ik, ondankbare, ik bleef ongevoelig\' voor die overgroote liefde! . . .
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
Jezus ontmoet Zijne bedroefde Moeder.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
De Verlosser, naar den Calvarieberg gaande, beladen met Zijn kruis, ontmoette Zijne allerheiligste Moeder, die Hem met eenige andere vrouwen volgde.
Overweeg- de smart van Jezus op het zien van Maria. Hij ziet haar droevig, het aangezicht badende in tranen, het hart vervuld van wee en smart. Jezus\' oogen vestigen zich op Zijne Moeder; welk eene schrikkelijke pijniging voor Zijn zoo teeder hart! Jezus beminde tee-derlijk Zijne Moeder Maria. Jezus, de beste
151
Meditaties in den vastentijd.
152
der zonen, droeg Maria, de minnelijkste der moeders, eene onuitsprekelijke liefde toe. Welk eene wreede smart voor Hem, Zijne Moeder, die Zijne vreugde was, gedompeld te zien in eene zee van droefenis! O, hoe ongevoelii;■ is het hart, hetwelk zich niet van medelijden bewogen gevoelt, bij die nieuwe smart! . . . Zonder twijfel is het krnis voor Jezus zeer zwaar, de doornenkroon dringt smartelijk in Zijn hoofd ; de wonden, die Ziju lichaam overdekken, veroorzaken Hem de levendigste smart; de overmaat Zijner pijnen heeft Hem geheel verzwakt ; doch de felste aller smarten ondervindt Hij door den aanblik van Maria, ziende hoe Zij tegelijk met Hem Zijne wonden, Zijne doornen, Zijn kruis en Zijne benauwdheden draagt. Wie zou de onmetelijke droefheid kunnen beseffen, die dit gezicht in Jezus\' hart opwekt? Hij zou aanZijne bedroefde Moeder een blijk Zijner teederheid willen geven; Hij zou haar een laatst vaarwel willen zeggen, maar de Joden beletten het Hem, door Hem te dwingen verder te gaan. Doch is het onmogelijk voor die twee zielen, mondeling tot elkander te spreken, zoo spreken Zij toch door hunne blikken, en deelen zoo elkander hunne gevoelens mede. Bid Jezus,
Maandag in de 5« vastenweetc.
u deelgenoot te maken van /\'ijn lijden, en uw hart te vermurwen, opdat het doordrongen zij van medelijden met Hem, en van berouw over uwe zonden.
Overweeg de smart van Maria bij het zie:i van Jezus. O, hoe beminde zij Jezus! Deze liefde deed haar uit Jeruzalem gaan, oin haar dierbaren Zoon tot op den Calvarieberg te vergezellen, om Zijne smartelijke opoffering bij te wonen. Hebt gij eene ware liefde tot Jezus, dan moet gij Hem ook naar den Calvarieberg volgen, door uit liefde tot Hem, uw kruis, dat wil zeggen uwen tegenspoed en uwe moeielijk-heden te dragen. Groot, onbegrijpelijk groot is de liefde, die zij voor Jezus, haar teedereu Zoon en haar God gevoelt; onbegrijpelijk is de droefheid harer ziel, op het gezicht van Jezus iu zulk een schrikkelijk lijden. Jezus gevoelt al de smart van Maria, en Maria, die van Jezus, en al het lijden, al de bedroefdheid van haar welbeminden Zoon zijn even zooveel zwaarden, die haar maagdelijk hart doorboren. Doch wie teekent hare smart, toen hare blikken die van Jezus ontmoetten, die Zich omkeerde, om het woord te richten tot de vrouwen van Jeruzalem. O, welk een zwaard
153
Meditaties in den vastentijd.
154
van droefheid doorstak haar moederhart! ... Waarom wordt uw hart niet van medelijden geroerd, bij het overwegen eener zoo harlver-schenrende ontmoeting? Maria ziet haar zoeten Jezus, krachteloos, bloedend, het hoofd met doornen doorboord, het aangezicht onkenbaar, het lichaam met wonden overdekt, geheel uitgeput, en dermate gebukt onder het gewicht des kruises, dat Hij ieder oogenblik dreigt neder te storten. Niettemin wordt Hij door het volk met verwenschingen en beleedigingen overladen en door de soldaten mishandeld; daarenboven wordt Hij nog dieper gewond door het gezicht Zijner bedroefde Moeder. „O, mijn Zoon, zoo hoor ik Maria uitroepen, o mijn welbeminde Zoon!\'\' Doch de hevigheid harer smart maakt haar het spreken onmogelijk. Zij zon naar Jezus willen gaan, Hem eenige verkwikking willen brengen, en Hem voor de laatste maal omhelzen; doch niets van dat alles wordt haar toegestaan: geen anderen troost heeft zij, om hare onbegrijpelijke smarten te verzachten, dan tranen en snikken! ... O, mijne ziel, beschouw die moeder van smarten en bedenk wel, dat baar wreed verdriet het werk uwer boosheid is, wijl gij den zoeten Jezus op zoo onmensche-
Maandag in de 5. vastenweek.
lijke wijze behandeld bebt. Wilt gij Zijne smarten verminderen? Wilt gij Hem in Zijn onuitsprekelijk lijden verkwikken? Betreur dan nwe zouden, en beleedig haar goeden Jezus nooit meer. Neem innig deel in hare smart, en bemin haar steeds als nwe Moeder.
Overweeg de smart van Jezus en Maria, op het zien van de zonden der menschen. De hartverscheurende ontmoeting van Jezus en Maria heeft Moeder en Zoon met de levendigste smart vervuld. Doch meer zijn Zij bedroefd over de zonden der menschen, dan over al hun verschrikkelijk lijden, op het zien van de hardvochtigheid van dat volk, dat koelbloedig het lijden van den Zoon en van de Moeder aanziet, zonder het minste medelijden te gevoelen. Jezus en Maria zien den ondank van zooveel Christenen — en ook den uwen — die den lijdenden Heiland en Zijne heilige Moeder zelfs geen medelijden waardig keuren ... In de beleedi-gingen, de spotternijen, de verwijtigen, welke Jezus van den kant Zijner vijanden ontvangt, zien Zij de bedorvenheid der zoudaars, die door hnnne misdaden tegen Jezus met gelijke gruwzaamheid te werk gaan. O, wreede pijniging voor die twee zoo zuivere harten. In de woede
155
156 Meditaties itl den vastentijd.
der Joden zien Zij, in den geest, die ontelbare menigte van menschen, die in hun hart den dood des Zaligmakers hernieuwen, zoo dikwijls zij in de doodzonde toestemmen. Helaas! maar al te waar is het, dat Jezus ook mij daar zag, mij, die door mijne zonden Hem kruisigde! Ook Maria zag mij daar; en hoe bedroefde niet mijn gezicht het hart van die teedere Moeder? Ach, wees niet zoo onmensohelijk, om door uwe beleedigingen het zoo smartelijk lijden voor het hart van Jezus en Maria te vernieuwen!
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Dinsdag in de 5. vastenweek.)
De Vrouwen van Jeruzalem weenen over Jezus.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
De Zaligmaker werd op Zijn smartelijken weg door eene groote menigte volks gevolgd, onder welke ook vrouwen, die van medelijden bewogen waren, op het zien van zulk een lijden. Jezus wendt Zich tot haar en richt tot haar vermaningen vol teederheid en liefde.
Dinsdag in de 5. vastenweek.
Beschouw den moed dier vrouwen. Eeue menigte volks vergezelde Jezus op Zijn wegnaar den Calvarieberg; eenigen volgden Hem, om zich in Zijne smarten te verlustigen, anderen om het onmenschelijk genot te smaken, Hem op het kruis te zien sterven. Onder deze menigte vijanden is slechts een klein getal geloovige eu vrome zielen, die openlijk door hare droefheid en tranen getuigenis afleggen van de tee-dere genegenheid en den diepen eerbied, welke zij voor den lijdenden Heiland hebben. Niettegenstaande den haat, waarvaii de Joden tegen Jezus vervuld zijn; ondanks hunne woede, welke er behagen in schept. Hem te kwellen, ontzien zij zich niet, zich voor Hein te verklaren en Hem haar mededoogen te betuigen. Zijt gij een van hen, die vol godsdienst en geloof, niet aarzelen zich Christenen te toonen, daar waar men God beleedigt en Zijne heilige wet niet voeten treedt? Of wel schaart gij u, uit ijdele vrees, bij de vijanden des Zaligmakers, om met de godsvrucht te spotten, de onschuld te vervolgen en den Heer te honen? Op den dag des oordeels zal Jezus Christus u niet als een der Zijnen erkennen, als gij u hier schaamt, U voor Hem te verklaren! ... De vrome vrouwen
Meditaties in den vastentijd.
braveeren elk ineuschelijk opzicht, en alle hinderpalen overwinnende, gaan zij naar den Calvarieberg\', cm daar Jezus te volgen en Hem i;i; laatste blijken van medelijden te geven. Op het zien Zijner gruwelijke mishandeling, waardoor het bloed uit al Zijne wonden vliet, wee-nen zij van aandoening en rekenen zicli oneindig gelukkig, den lijdenden Jezus hare tranen te kunnen geven, tot vergoeding voor het bloed, dat Hij zoo overvloedig voor haar stort. Vereenig u in den geest met die heilige vrouwen, en laat uw hart bewogen worden, op het gezicht van den met wonden overdekten Jezus, die naar de strafplaats gevoerd wordt, en weldra op het kruis den geest zal geven. Wat is het zoet en vertroostend met het lijden des Verlossers te weenen! Beproef het, en gij zult het ondervinden!
Overweeg de vreugde van Jezus, op het zien dezer vrouwen. Jezus, het teeder medelijden ziende, hetwelk die vrouwen met Hem hebben en de tranen, welke zij over Zijn lijden storten, betuigt haar daarover Zijne dankbaarheid. Leer daaruit, hoe aangenaam ons medelijden met den lijdenden Jezus Hem is, en hoe gevoelig daarentegen Zijn goddelijk Hart is voor de
158
Dinsdag1 in de 5. vasienweek.
m
ondankbaarheid en onverseliilligheid van hem, die geen enkelen traan van medelijden over heeft voor de benauwdheden van Zijn gekruisigden God. Hoewel Jezus naar lichaam en ziel door ondragelijke pijnen gekweld wordt; hoewel Hij bij elke schrede Zijne krachten voelt verminderen, toch is Hij, als het ware, ongevoelig\' voor Zijne eigene smarten, en vergeet Zich zelf geheel en al. Hij denkt er alleen aan, de dochters van Jeruzalem te troosten eu te onderrichten, Hij ziet hare tranen, eu Hij wil die beloonen door in haar hart berouw en liefde op te wekken. Hij wendt Zich tot haar met \' een blik vol teederheid; Hij spreekt tot haar op den zachtmoedigsten toon en op hetzelfde oogenblik, dat Hij haar leert, die tranen vruchtbaar te maken, stort Hij in hare zielen geheime ingevingen en bijzondere genaden. Zoo is Jezus voor ons: altijd goed, altijd beminnelijk, altijd met onze dierbaarste belangen bezig. O, welke genaden zou Hij n verleenen, indien gij slechts Zijn heilig lijden wildet overwegen! Hoeveel tranen hebt gij niet reeds gestort over een klein verdriet, over een lichamelijk lijden, om den dood van een bloedverwant, van een vriend! En voor Jezus, die zoo veel voor u geleden heeft?
Meditaties in den vastentijd.
Misschien nog geen enkelen tra an! Wees er bedroefd over, zoo ondankbaar te zijn, zoo weinig liefde te hebben, en doe voortaan nw best, om aan het hart van Jezns te behagen, die u met zooveel vuur bemint, en met zoo groote dankbaarheid de tranen aanneemt, welke eene van medelijden bewogen ziel over Zijn lijden stort.
Overweeg de woorden, welke Jezns tot de vrouwen richt. Jezns zoekt en wacht iemand, die deernis hebbe met Zijne overgroote smarten, maar Hij wil ook, dat deze deernis uit hetzelfde gevoel voortkome, waarvan Hij in Zijn lijden zoo doordrongen is. Hij lijdt om onze zonden, en Hij wil, dat het de herinnering dierzelfde zonden zij, die ons met Zijn lot doet begaan zijn. Daarom wendt Hij Zich tot de vrouwen van Jeruzalem met deze woorden: „Weent niet over Mij, als of ik voor Mij zeiven ging sterven; maar weent over de zonde, die oorzaak is van Mijn lijden en dood; weent over u en uwe kindereu, voor wie Ik ga sterven, om door Mijn wreedeu dood uwe boosheden en de hunne uit te wisschen.quot; Als wilde Hij zeggen, „Ik prijs de liefde, die gij voor Mij hebt, Ik neem de tranen gunstig aan, die uw medelijden u doet storten; maar als gij uwe zonden niet door tra-
160
Dinsdag in de 5. vastenweek.
uen van oprechte boetvaardigheid uitwischt, dan zal u Miju lijden en dood van geen nut zijn.quot; „Beschouw Mij welquot;, zegt Jezus Christus, „en keer in u zeiven; waut wanneer Ik zulke wreede pijnen lijd om zonden, niet door Mij begaan, welke straf moet dan hij van de goddelijke gerechtigheid niet duchten, die zijne eigene zonden niet door tranen van waar berouw uitwischt?quot;
De eenige en ware manier om met vrucht het lijden van Jezus Christus te overwegen is, tranen van berouw en boetvaardigheid te storten over zijne eigene zonden, die van den Zoon Gods een Man van smarten gemaakt hebben. Gelukzalige tranen! die met Jezus\' bloed vermengd, een heilzaam bad vormen, dat de vlekken uwer ziel zuivert.
161
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
li
McJit.itio.s in den vastentijd.
(Woensdag in de 5. vastenioeek.)
Simon van Cyrene helpt Jezus Zijn Kruis dragen.
Gebed voor de Meditatie, zift bladz. 52.
De hoofilen der priesters, die vreesden, dat Jezus voor de aankomst op den Calvarieberg zou sterven, dwongen een zeker man, Simon vai. Cyrene genaamd, die juist voorbij kwam. Hem bet kruis te helpen dragen.
Overweeg, waarom Jezus wilde, dat men Hem Zijn krnis hielp dragen. De Zaligmaker kon wel door een wonder, nieuwe krachten verkrijgen, meer dan voldoende, om alleen dat zou vurig verlangde en beminde kruis tot op den Calvarieberg te dragen. Hij had immers reeds andere wonderen gedaan, om Zijne heilige Menschheid te steunen, zonder welke Hij reeds onder de geeseling en in Zijn doodsangst zekerlijk zon bezweken zijn ; het was Hem gemakkelijk dit nog daarbij te voegen, doch Hij wilde zulks niet. Jezus wil deelgenooteu in hat dragen van Zijn kruis; Hij wil Zijn kruis o.ik op de schouders van anderen laten drukken.
Woensdag in de 5. vasten week.
D.inrora bozwijkt Hij, vol verlangen naar een helper, geenszins wijl Hij vermoeid was van hef, dragen, maar om ons te leeren, dat al Zijne uitverkorenen aan Zijn lijden moeten deelnemen.
En met welke volhardino- draagt gij uw krnis? Hoe is uwe volharding in het goede, door u ondernomen ? Hoe is uwe standvastigheid in uwe besluiten, welke gij maakt om den lijdenden Jezus na te volgen, om met en voor Hem te lijden? Hoe dikwijls is eene geringe bekoring, een enkel woord niet genoeg geweest, om u terug te doen wijken? Herinner u, dat Hij, die Jezus niet volgt en zijn kruis niet draagt. Zijner niet waardig is; dat hij, die geen deelgenoot in Zijn lijden is geweest, het ook niet in Zijne glorie zal zijn. Jezu? tracht vurig ons tot deelgenooten van Zijn eeuwig geluk te maken, en daarom wil Hij, dat wij, in den persoon van Simon van Cyrene, Hem Zijn kruis helpen dragen. Ook de wreedheid bracht de Joden er toe, den Zaligmaker van Zijn kruis te ontlasten, wijl zij Hem wilden kruisigen; doch Jezus wilde er alleen van ontlast worden uit liefde tot u, door het verlangen naar uwe zaligheid, door de vurige begeerte, u deelgenoot
li\'
163
Meditaties in don vastentijd.
van Zijn lijden en zoo deelgenoot van Zijne hemelsohe glorie te maken.
Overweeg het geluk van Simon, die Jezus helpt in het dragen van Zijn kruis. Onder zooveel personen, die Jezus volgen op Zijn smar-telijken weg naar Calvarië, is er geen, die Hem helpen wil. Ieder heeft er een afschuw van. Onder zooveel leerlingen, onder zooveel vrienden des Verlossers biedt zich niemaml aan, om den lijdenden Jezus van dien zwaren last te ontheffen, waaronder Hij meer en meer gebukt gaat. O, hoevelen in de wereld belijden leerlingen van Jezus Christus te zijn, die, als het er op aan komt, iets voor Hem te lijden, de vlucht nemen, allerlei voorwendsels zoeken en zoo zich vijanden van Zijn kruis toonen! — Behoort gij tot dat getal? Herinner u, dat het niet alleen een raad is, zijn kruis met Jezus te dragen, maar eene noodzakelijke voorwaarde om zalig te worden. De Joden iemand zoekende, om hem met het kruis van Jezus te belasten, ontmoeten bij toeval een vreemdeling uit de stad Cyrene, en dwingen hem, het krnis te he\'.pen dragen. Hij is het, die uitverkoren is door de Voorzienigheid, om met Jezus\' krnis vereerd te worden! Welk een zalig lot voor dien
164
Woensdag- in de 5. vasten week.
165
man, den Verlosser te mogen helpen in hetdragen van Zijn kruis. Welk geluk, met Hem deu Calvarieberg te mogen beklimmen, om deel aan Zijn lijden, aan Zijne schande, aan Zijne vermoeidheid te mogen nemen! Welk eene eer, datzelfde kruis te dragen, hetwelk Jezus met zooveel liefde omhelsd, dat Hij met Zijn bloed besproeid heelt! Zeg mij, mijce ziel, als gij in Simon\'s plaats waart geweest, en de oneindige grootheid van Jezus gekend hadt, zooals gij haar thans kent, zoudt gij Hem dau niet gaarne geholpen hebben in het dragen van Zijn kruis; zoudt gij het niet voor het hoogste geluk hebben gerekend, dien zwaren last op uwe schouders te nemen, tot verlichting van Gods Zoon? Ja, zeker! Welnu! Als gij uwe rampen met geduld draagt, als gij grootmoedig tegen nwe bekoringen strijdt, dan hebt gij dezelfde eer als Simon. Alle rampen, die ons overkomen, zijn even zooveel aandeelen in Jezus\' kruis. Hij zelf heeft al de smarten gevoeld, welke u kwellen, eu al de rampen verdragen, welke gij ondervindt. In dezelfde mate, als gij lijdt en uw kruis gaarne en uit liefde tot Hem draagt, vermindert gij het gewicht, dat lezus terneer-drukt, en verzoet gij Zijne smarten. Beloof Jezus, dat gij dit voortaan zult doen.
Meditaties in den vastentijd.
166
Overweeg, hoe een Christen zijn kruis moet dragen. Alhoewel Simon van Cyrene aanviin-kelijk eenigen tegenzin gevoelde, om Jezus het kruis te helpen dragen, nam hij het toch zonder morren en klagen op zich. Tracht dat voorbeeld altijd na te volgen. De kruisen, welke wij zeiven uitkiezen, zijn zonder twijfel goed, maar die, welke ons de goddelijke Voorzienigheid overzendt, zijn oneindig heilzamer, op welke wijze zij ons ook geworden. Ze stilzwijgend aannemen, zonder klagen ze omhelzen , ze met geduid dragen, dat maakt ons verdienstelijk, dat maakt ons tot ware dienaars en leerlingen van Jezus Christus. . . . Simon draagt zijn kruis, eu volgt de voetstappen van Jezus Christus, dien hij aanhoudend voor oo-gen heeft. O, wat lijdt men volgaarne, als men de oogen op Jezus en Zijn lijden vestigt! Met welken moed draagt men zijn kruis, weerstaat men aau zijne ongeregelde hartstochten, en vlucht men de zonde, als men Jezus beschouwt, bedekt met bloed, met zooveel gestrengheid i-i zijn eigen persoon misdaden boetende, die wij begaan hebben! Alle kruisen worden licht, al.e lijden is gemakkelijk te dragen, als men het doet in vereeniging met deu lijdenden Jezus.
Woensdag in de 5. vasten week. Ui /
Laten wij ons in onze rampen niinnier van Jezus verwijderen. Simon eindelijk draagt Jezus\' kruis, om Hem te helpen en te verlichten, en wel tot op Galvarië. Hoevelen, die eon kruis dragen, gevoelen er al de zwaarte van, zelfs tot bezwijkens toe, maar zonder het minste voordeel voor hunne ziel, omdat zij het niet uit liefde tot Jezus dragen. Men lijdt, maar vooir de wereld, men lijdt, om zich zeiven voldoening te geven. Men brengt de zwaarste offers, doch niet om aan Jezus te behagen. Gij zult nimmer op eene verdienstelijke wijze lijden, als gij het niet ter wille van Jezus doet. Uw lijden zal nimmer bekroond worden, als gij niet volhardt, met alles voor Jezus te lijden. Men moet Jezus volgen en wel tot op den Calvarieberg dat is, met volharding, tot aan den dood.
Gehcd nu de Meditatie, zie bladz. 57.
Meditaties in den vasten lijd.
(Donderdag in de 5. vastenweek.)
De toebereidselen tot de Kruisiging.
Clebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Na een langen en smartelijken weg komt Jezns eindelijk op den Calvarieberg aan. De Joden, zonder Hem een oogenblik te laten adem scheppen, beginnen Hem terstond met de grootste onmeusohelijkheid te kruisigen.
Op den Calvarieberg is de Heiland aan het einde van Zijn weg, maar niet aan het einde van Zijn lijden: hier moet Hij nog oneindig meer lijden. Zijne vijanden scharen zich om Hem, en ieder veroorlooft zich. Hem te honen en te venvenschen, als een misdadiger, die de welverdiende straf voor zijne misdaden ondergaat. De goddelijke Zaligmaker bewaart geduldig het stilzwijgen; met de oogen en den geest op het kruis gevestigd, beschouwt Hij dat hout, waarop Hij weldra den geest zal geven, en wijdt Zich, met eene onuitsprekelijke vreugde, voor de raenschen aan den dood toe.
Jezus lijdt ontzettende smarten door het ge-heele lichaam. Hij wil, dat Zijne tong, die tot
108
Donderdag In de 5. vastenweek.
169
dusverre verschoond werd, niet vrij van kwellingen zij. Naar oud gebruik gaf men den veroordeelden, alvorens zij hunne straf ondergingen, een drank, om hunne krachten op te wekken. Jezus is op het punt, den wreedsten dood te ondergaan. Hij is afgemat van vermoeienis, doch Zijne beulen reiken Hem dien verkwikkenden drank niet; maar uit louter wreedheid geeft men Hem wijn met bittere gal vermengd. Gij hebt insgelijks Jezus dien bitteren drank aangeboden, door uwe zondige gewoonten, door uwe lauwheid, door uwe zinnelijke vermaken! Met die gal hebt gij zoo dikwijls uw Heiland gelaafd, die u de heerlijkste zoetheden Zijner goedheid en liefde had doen smaken. Offer, ten minste van nu aan, den lijdenden Jezus de verfrissching uwer tranen op, tranen van een oprecht berouw, van de teederste aandoening. Zöodra Jezus van dien bitteren en walgelijken drank geproefd heeft, berooven Zijne beulen Hem met ruw geweld van Zijne kleederen. O, mijne ziel, beschouw hier uw Heiland, en word getroffen door deze nieuwe foltering. Door het overvloedige bloed, dat uit Zijne tallooze wonden vloeit, kleven Zijne kleederen opnieuw aan Zijn vleesch, en terwijl
170 Mcditati os in den vastentijd.
Zijne benlen die van Zijn lichaam rukken, worden al Zijne wonden met onbegrijpelijke smart weder geopend, en vliet het bloed weer overvloedig;. En gij, in ruil voor zooveel bloed, hetwelk uw Heiland voor u stort, voor zooveel lijden, hetwelk die Man van smarten voorn ondergaat, gij stort zelfs niet een traan? Gij zucht niet? Zijt gij dan voor .Tezus alleen ongevoellir?
Gehcd na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Vrijdart in de 5. vasteiuoeelc.)
Jezus wordt aan het Kruis geiiageld.
Gehed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Het kruis is reeds op den grond gelegd, het altaar, waarop het hemelsch slachtoffer zal opgeofferd worden. De benlen gelasten Jezus, Zich op het kruis uit te strekken; op het eerste bevel, om Zijn hemelschen Vader te gehoorzamen, valt Hij op de knieën, buigt eerbiedig het hoofd, en terwijl Hij gehoorzaam wil zijn tot den schandelijksten dood toe, slrekt Hij Zich op het wreede hout van smarten en schande uit. Zoodanig is de verhevene gehoorzaamheid,
Vrijdag in de 5. vastenweek, 1 \' I
welke .Tezns benefent, ton einde de ontelbare onn\'fihoorzaainheden te herstellen, waardoor wij de wet des Heeren geschonden hebben! O, mijne ziel, zie, hoever Jezus er van verwijderd is, weerzin te tooneu voor zulk een wreed bevel. Geen geweld is er noodisr, om het Hem te doen volgen. Uit geheel Zijn hart, uit. de volheid der liefde strekt Hij Zich op het krnis uit, biedt Zijne handen en voeten aan, om er aan geklonken te worden, en niet de oogen hemelwaarts, offert Hij Zich aan zijn hemelschen Vader op voor de zaligheid der geheele wereld en voor de mijne in het bijzonder, en met groote liefde vraagt Hij genade voor onze zonden, tot loon voor Zijne gehoorzaamheid. Wat zegt gij, op dit schouwspel, gij, die n aan de eischen der wereld en des vleesches, aan uwe hartstochten onderwerpt, terwijl gij zoo weerspannig zijt, als gij God moet gehoorzamen? Welke verontschuldigingen, welke moeilijkheden, welke voorwendsels vindt gij niet, om Zijne heilige wet te ontduiken ? Maar zijt gij dan geen zwak schepsel meer? Waarom dan geweigerd, u aan uwen Schepper te onderwerpen? Zijt gij dan geen dienaar? Waarom veracht gij dan de bevelen uws Meesters? . . . Om ons al het ge-
^lctlilalius in den vastentijd.
wiolit van de deugd der gehoorzaamheid te doen begrijpen, heeft Jezus zich tot de schande des kruises vernederd. Zal het u ooit zooveel kosten, aan God te gehoorzamen, als het Jezus gekost heeft, om uwe ziel te redden?
Zoodra Jezus Zijne armen op het kruis uitgestrekt heeft, als om de zondaars te omvatten en hen met Zijn hemelschen Vader te verzoenen, hechten de beulen Hem met zware nagels aan het kruis. Men doorboort Zijne goddelijke handen en voeten, verscheurt, Zijn lichaam, Zijne zenuwen, spieren en pderen, hetgeen den minnelijken Jezus ontzettende pijnen veroorzaakt. Uit de wreed doorboorde handen des Zaligmakers vloeien stroomen bloeds, die Hij voor mij aan Zijn hemelschen Vader opdraagt. Waarlijk uw hart is harder dan een rots, wanneer zulk een treffend schouwspel u niet tot tranen van berouw en medelijden beweegt. Ga tot Jezus, en vraag Hem met eerbied van waar Zijne talrijke wonden komen, en hij zal u antwoorden, dat zij het werk zijn uwer zonden, en bewijzen Zijner liefde. Hij zal u zeggen, dat Hij, om uwe misdadige handelingen, toegelaten heeft, dat men Zijne aanbiddelijke handen door-boonle Aanschouw dan in die heilige wonden
172
Vi-ydag- in de 5. Taslemveek.
lin e goddelouoslieid eu verfoei ze. Leer daarin Zijne liefde tot u en wees Hem dankbaar. . . . Nadat de handen vastgenageld zijn, doet men eveneens met de voeten van deu lijdenden Verlosser. Het geweld, waarmede de beulen Zijn lichaam uitrekken, de wreedheid, waarmede zij Zijne beide voeten doorboren, veroorzaken Jezus de grootste pijnen. Tot eenigen troost, verwacht Hij van u slechts één traan van medelijden, een teederen zucht . . . Kunt gij die weigeren aan deu lijdenden Jezus, die ze u vrangt vanaf het kruis, waaraan Hij gehecht is? Bewonder het onoverwinnelijk geduld, de onvergelijkelijke zachtmoedigheid, het nederig en gelaten stilzwijgen, waarmede Hij die schrikkelijke pijnen lijdt, zonder te klagen, noch over de nagels, die Hem zoo wreed pijnigen, noch over Zijne beulen, die Hem als den slechtsten der menschen behandelen. Zoo is de Meester, op wien gij gelijken moet, als gij zalig wilt worden. En welke gelijkenis hebt gij met Jezus, gij, die leeft in weelde in zinnelijkheid? Gij, die over eene nietigheid u ontstelt eu niet de minste wederwaardigheid weet te verduren? Ach, allerzoetste Jezus! ik aanbid Uwe heilige wonden, en door de verdiensten dierzelfde wonden, vraag ik de genade U na te volgen.
Gebed na de Meditatie, /.ie bladz. 57.
173
.Meditaties in den vustentijii.
(Zaterdag in de 5. vastenweek.)
Jezus wordt opgeheven met het Kruis.
(Jcbtxl voor de Meditatie, zie bhulz. 52.
Nli Jezus aau hut kruis te heljbau geuageM, tillen ile beulen het van de aarde op, eu planten het, ten aauschouwe van al het volk, tusscheu die der beide moordenaars.
Houd hier even stil, om deu stervenden Zaligmaker in dien wreeden toestand te beschouwen, en vestig met aandoening uwe blikken op Zijn lichaam, dat de uiterste smarten lijdt. De menigvuldige schokken, welke de Zaligmaker bij de oprichting van het kruis ontvangt, veroorzaken Hem, wijl zij alle wonden weder openen, de verschrikkelijkste smarten, die alleen in staat zijn, den dood te geven. Opgeheven met het kruis, en hangende aau drie spijkers, heeft Jezus geen anderen steun, dan de wonden Zijner handen en voeten, die door de zwaarte van Zijn lichaam steeds grooter worden, en Hem de geweldigste pijnen veroorzaken. In dien toestand, waarvan de gedachte alleen van schrik duet verstijven, brengt Jezus de laatste drie
174
Zaterdag in du ó. vastiiinveek. 1 t *
iii-eu Zijns levens door. Welk een angst, welk een onuitsprekelijk lijden doorstaat Jezns in dien deerniswaardiyen toestandniet!
Zou die overweging\' niet eene vurige liefde in u moeten ontsteken voor Zijne goedheid en liefde, die Hem aan dit hout klonken, om al uwe zonden weder goed te maken en u van de hel te bevrijden? Hoe groot is uwe gevoelloosheid, indien dit gezicht uiet de minste aandoening teweegbrengt? Van het hoofd tot de voeten is Jezus met wonden overdekt, geen enkel lichaamsdeel, dat gezond of zonder pijn is. Zijn hoofd is met doornen gekroond, en Hij weet niet waarop het te laten leunen; Zijn aangezicht is vol bloed en met de bleekheid des doods o vertogen, Zijne oogen zijn gebroken. Zijn vleesch is geheel verdoofd, Zijne ingewanden branden, Zijne handen en voeten zijn doorboord, al Zijne ledematen zijn verscheurd en druipen van bloed. Dat zijn die aanbiddelijke wonden, welke gij zoo menigmaal door uwe zonden weder hebt opengereten! Zie, tot welk een toestand Gods Zoon, uw Zaligmaker en God, gebracht is; zie, aan welke straften Hij Zich voor u onderworpen heeft, om voor uwe beleedigingen te voldoen! Begrijp dan eindelijk, hoe Hij u bemind heeft,
i70 Aleditatles in den vastentijd.
en hoe gij Hein op uwe beurt moet beminnen.
Beschouw Hem , ten uiterste vernederd. De hoon, waarmede Jezus overladen is, de belec-digingen, welke Hij ontvangt, evenaren de simir-ten, welke Hij in Zijn lichaam ondervindt, en Hij sterft niet, dan mdat Hij daarvan verzadigd is. Wijl de Joden twee moordenaars tegelijk met Jezus gekruisigd Lebben, stellen zij den Verlosser tusschen beiden, ten aanschouwe van allen, opdat men geloove, dat Hij deschuldigsteis. Welk eene vernedering voor Gods Zoon, de heiligheid zeiven, op zulk eene schandelijke wijze voor de oogen van alle menscheu onteerd te -worden! En toch verdraagt de goddelijke Verlosser dat alles met bewouderenswaanlig geduld, met voorbeeldelooze zachtmoedigheid! Zooveel hebben uwe trotschheid eu uw hoogmoed aan Jezus gekost! Zulke wreede vernederingen heeft Hij moeten ondergaan, om daarvoor te boeten en u daarvan te genezen!
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
Maandagquot; in de G. vastenweek.
CMifntdori in de. 6\'. vnstemveek.)
debed voor de Meditatie, zie bladz, 52.
De vijanden van Jezus, alle gevoel van men-schelijkheid smorende, lachen om Zijne smarten, bespotten Hem, overladen Hem met verwen-schingen en g\'odslasterimren en dagen Hem met honende spotternij uit, van Zijn kruis te komen. Allen drijven den spot met Hem, overladen Hem met smaad en beijveren zich, als om strijd. Hem de grootste vernederingen aan te doen. Welk eene pijn voor het hart des Verlossers, zulke beleedigingen te moeten ondergaan! Hij ziet voor Zijne oogen Zijne bitterste vijanden, die door woeste vreugde vervoerd, over Zijn toestand juichen. Hij zou hen in een oogenblik kunnen verpletteren, hun Zijne almacht doen gevoelen en hen kunnen overtuigen, dat Hij slechts lijdt en sterft, omdat Hij het wil. Maar de allerzoetste Zaligmaker verdraagt deze schande zonder de minste klacht te uiten: Hij antwoordt hun zelfs niet.
1T7
i?
Meditaties in den vastentijd.
Leer uit dit helilhiiftig voorbeeld, u niet te bedroeven o\\rer het n aangedane kwaad, niet te klagen over de ontvangen beleedigingen, niet vertoornd te worden over het u aangedaan ongelijk. Zijt gij een Christen, indien gij weigert de voorbeelden te volgen ons door Jezus Christus aan het kruis gegeven?
De onverzoenlijke haat Zijner vijanden was\'t, die den goddelijken Verlosser dit lichamelijk lijden berokkende; de smarten en bitterheden Zijner ziel kwamen voort uit Zijne overgroote liefde tot ons. Die inwendige smarten ware\'.i zoo groot, dat, ondanks Zijne tallooze andere folteringen, deze de eenig-e waren, waarover de Zaligmaker Zich bij Zijn hemelschen Vader met luider stemme beklaagde. Jezus kou ook gemakkelijk Zijn lijden verzachten, gelijk Hij het later bij zooveel martelaars deed, zelfs zoo, dat Hij hen ongevoelig maakte; maar Hij wil den zoo bitteren kelk Zijns lijdens tot op den bodem ledigen, zonder verkwikking of troost; Hij wil sterven in een oceaan van droefheid en benauwdheden. En indien Hij van Zijne Godheid eenige sterktê ontvangt, die Hem in zulk een wreed lijden ondersteunt, dan is het, om nog meer te kunnen lijden. Begrijp dan
178
Maandag in de 6. vastenweek. 179
toch eindelijk, wat esne dooilzoude is; om daarvoor te boeten is het noodig dat een God-Mensch onder de ontzettendste smarten sterve. De toestand van naaktheid, waarin Zijn allerheilicst lichaam aan de oog-en eener ontelbare menigte blootgesteld is, veroorzaakt Zijn hart eene pijniging-, door geene menschelijke pen te beschrijven. De gedachte alleen, geplaatst te zijn tnsschen twee moordenaars, de gedachte aan de vernederingen en schande, waarmede Hij overladen is, doorboort Zijne allerheiligste ziel met duizenden zwaarden. De haat, de ondankbaarheid, de ongevoeligheid van dit Hem zoo dierbaar volk, bedroeft Hem bovenmate. Uwe ongevoeligheid, uwe vergetelheid, uwe geringe dankbaarheid voor de overmatige liefde, die Hij n toedraagt, het misbruik, dat gij van Zijn goddelijk bloed hebt gemaakt, vervult Hein met de bitterste droefheid. Ach, wat eene bitterheid moet dat niet in Jezus binnenste teweegbrengen ! Toch lijdt Jezus volgaarne al het smartelijke van Zijn bitter lijden en draagt het, op het altaar des kruises, als een offer voor de zaligheid aller menschen, aan Zijn hemelscheu Vader op. En gij zondt tot het heil uwer ziel, uit dankbaarheid jegens den lijdenden Jezus,
12*
Meditaties in den vastentijd.
dien hartstocht, die opvliegendheid, dat slechte gezelschap niet kunnen opofferen? Zoudt uij n uit liefde tot Jezus, die de zoo wreede scheiding van Zijne ziel en vau Zijn lichaam aanneemt, niet geheel, en voor altijd kunnen scheiden van die gelegenheid, van dat schepsel, aan hetwelk gij de liefde bewijst, welke gij aan uw minnelijken Verlosser verschuldigd zijt? Dat zou zeer ondankbaar zijn jegens Hem, die zooveel voor u geleden heeft 1
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Dinsdag in de 6. rastenweek.)
Jezus bidt aan het Kruis voor Zijne vijanden.
Gebed, voor de Meditatie, zie bladz. 52. Terwijl Jezns ten aanschouwe van al het volk hangende aan het kruis, de spotternijen, godslasteringen en beleedigingen Zijner vijanden verdraagt, wendt zich de goddelijke Verlosser tot Zijn eeuwigen Vader, om voor hen vergiffenis te smeeken
Beschouw met hoeveel liefde Jezus bidt. Na een lang en diep stilzwijgen, opent de stervende
180
Dingdag in de 6. vastenweek.
181
Jezus eindelijk den mond, om van Zijn kruis, als van een kansel, de verhevenste lessen Zijner liefde te geven. Voor de eerste maal spreekt dn Verlosser, sedert Hij gekruisigd is, eu die eerste woorden worden gesproken, om vergiffenis voor Zijne vijanden of te sizieeken, op het zelfde oogenblik, waarop «leze Hera onbarmbar-tiglijk ter dood brengen. Zijne eigene smarten vergeet Hij, om slechts te denken aan de kwalen van hen, die Hein doen sterven. De verwerping Zijner vijanden is oneindig smartelijker voor den Zaligmaker, dan al de schrikkelijke fo\'te-ringen, welke Hij ondergaat. Hij onderzoekt niet, wie Zijne beulen zijn, maar wel wie zij zijn, voor wie Hij lijdt, en door Zijn dood wil Hij het leven geven zelfs aan hen, die Hem aan het kruis gehecht hebben. Jezus haat de zonde en sterft om ze te verdelgen; de zondaars echter bemint Hij , en sterft om hen te redden. Stervende wil Hij Zijnen woedenden vijanden de innigste blijken Zijner bewonderenswaardige liefde geven. Daarom wendt Hij Zich tot Zijn hemelsohen Vader, en zegt met eene stervende stem: „O Vader! dit bloed, deze wonden, dit kruis offer ik U op, opdat Gij Mijne vijanden moogt vergeven, die Mij op zulk eene
Meditaties in don vastentijd.
ivreede wijze doen sterven!quot; . . . Jezus lijdt meer wegens den geestelijken ondergang Zijner vijanden, dan door al de verschrikldngen Zijns lijdens. Te midden van duizenden folteringen sterft Hij, en stervende vraagt Hij genade voor de onmenschen, die Hem het leven benemen. Kan men vuriger liefde uitdenken? Jezus geeft u hier een voorbeeld, dat gij op uwe beurt moet beoefenen jegens eenieder, die u beleedigt, wie het ook zij. Hoe zou men nog aan wraak kunnen denken , terwijl Jezns, met het teederste niededoogen, slechts aan vergiffenis en zaligheid denkt voor die menschen, welke Hein gegee-seld en gekruisigd hebben ? Verdient Hij, dien beleedigt, uit zich zelf geene vergiffenis; de gekruisigde Jezns verdient het echter voor hem, Zijn bloed en Zijne wonden vragen u daarom. Elke haat tegen den naaste wondt het zoo teedere Hart van Jezus, en belet n, vergeving voor uwe eigene beleedigingen te verkrijgen.
Overweeg, voor wie Jezus bidt; Jezus bidt niet alleen voor hen, die Hem kruisigden en stervende aan \'t kruis bespot\'ten, maar ook voor alle zondaars, en in het bijzonder voor hen, welke tot Zijn dood medegewerkt hebben. En welke zondaar, hoe verstokt hij ook zijn
182
Dinsdag1 in de 6. vastenweek.
18.3
moge, zon niet vennnrwd worden, op het hoo-ren van dit verheven ffobed des Zaligmakers aan het krnis? Het gebed van Jezus omvat niet alleen Zijne benlen, Zijne beschuldigers, Zijne rechters, het joodsche volk, dat met zooveel drift Zijn dood eisohte; neen, in Zijn gebed omvat Jezus alle zondaars, zonder ook maar een enkelen nit te zonderen, wijl allen door hnnne zonden de oorzaak van Zijn dood geweest zijn. Ja, mijne ziel, zoo dikwijls gij gezondigd hebt, even zoo vaak hebt gij den dood van Gods Zoon vernieuwd; opnieuw hebt gij tot Zijne kruisiging medegewerkt en zijt aan Zijn schandelijken dood schuldig geworden. Ziet gij al het afschuwelijke kwaad van de zonde niet in, voor welke Jezus den dood gestorven is? Wat moet die Jezus dan niet goed en liefderijk zijn, die voor mij bidt, terwijl ik Zijn dood verlang! ,.Ja, mijn Jezus, onder zooveel schrikkelijke smarten, zelfs in Uw wreeden doodsangst, denkt (rij aan de ongelukkige zondaars! Gij gedenkt mijner?quot; Mijne ondankbaarheid en mijne snoodheid zijn dus niet in staat, mij uit Uw Hart te sluiten? Ik sta voor Uwen geest, beladen met al mijne zonden, op het oogenblik, waarop Gij om die zonden gaat sterven, en op dat oo-
y-^ifaties In den vastenijd.
Sfenblik smeekt Gij nog1 0111 vergeving voor mij 1 En door Uw gebed, wordt die dood —het gevolg mijner zonden — mijne hoop, mijne zaligheid! . . Zijt gij een zondaar? wat hebt arij nog te vreezen, nn gij Jezus zelf, de middelaar bij uitnemendheid , tot Voorspreker hebt, die voor u bidt, en van af de hoogte van Zijn kruis genade en vergiffenis voor u aan Zijn hemelschen Vader vraagt? Sta dan op, en ga met een vertrouw vol hart tot Jezus, werp u voor Zijne voeten neder, besproei ze met nwe tranen, en met, een oprecht berouw over nwe zonden kunt gij zeker zijn van uwe vergeving. Maar volhardt gij in de zonde, dan zal tot uwe verdoemenis Jezus\' bloed op u nederkomen.
Overweeg de liefde van Jezus jegens Zijne vijanden. De Verlosser kon de schitterendste wraak over hen nemen en hen in een oogenblik verdelgen, maar Hij wil liever de God van vrede en barmhartigheid zijn; om Zijn hemel-schen Vader tot medelijden te bewegen jegens lien, die Hem bespotten en Hem gekruisigd hebben, vermindert Hij de grootte hunner misdaad, zeggende: „Zij weten niet irnt zij doen f Zijne vijanden hebben Hem gelasterd en tot overmaat van onrechtvaardigheid gekruisigd
184
Dinsdag in de 6. vastenweek.
185
Niettemin heeft Jezus in Zijne groate liefde medelijden niet hen, Hij verontschuldigt hnuiie zonde, en oefent voor hen, bij de goddelijke barmhartigheid, den dienst van Middelaar en Voorspreker uit; Hij bedekt hunne boosheid met Zijn bloed en bidt Ziju hemelsohen Vader, hunne hoewel schuldige onwetendheid in aanmerking te nemen, om gemakkelijker vergeving te verkrijgen voor hunne boosheid. Welk eeue goedheid, welk eene goedertierenheid! Welk eeue barmhartigheid van den Zaligmaker! . . . Zie, mijne ziel, wat de stervende Verlosser u door Ziju voorbeeld leert! Niet alleer. moet gij vergeven aan hem, die u beleedigt heeft, maar ook moet gij hein zooveel goed doen, als gij kunt; gij moet voor hem bidden, u over hem ontfermen, hem verontschuldigen eu hem de zaligheid toewenschen. Hoe zou het thans met mij gesteld zijn, indien Jezus met mij gehandeld had, zooals ik met mijn evennaaste gehandeld heb? Om bet geringste verdriet, mij aangedaan, om de minste beleediging gloei ik van toorn, dreig ik met wraak, en al mijne gedachten zijn slechts op haat en wraak gevestigd. ... O, minnelijke Jezus! ontsteek in mij eene ware liefde, die mij gelijkvormig aan u maakt eu
Meditaties in den vastentijd.
mij de kracht verleent, hem te beminnen, die mij beleedigt, en hem goed te doen. Uit liefde tut U bemin ik mijn evennaaste, uit geheel mijn hart vergeef ik hem, die mij beleedigd heeft, en ik bid U, o, Vader van barmhartigheid! hem al zijne zonden te vergeven, en den overvloed Uwer genade over hein uit te storten. Gebed fn, de Meditatie, zie bladz. 57.
(Woensdag in de G. vasteniveelc.)
Jezus, blikkende op Joannes, zeide tot Maria: Vrouw, ziedaar uw Zoon.
Gebed voor de Meditatie, zie bkdz. 52, Jezus heeft nog slechts ongeveer een uur te leven. Onder Zijn kruis bespeurt Hij Zijne teedere Moeder, in tranen badende en in de diepste droefheid gedompeld. Zij wijkt uiet van Zijne zijde, en wil getuige zijn van den kruisdood baars goddelijken Zoons. Voor de laatste maal richt Jezus het woord tot haar. Zijn hoofd tot haar neigende, vestigt Hij Zijne gebroken oogen op haar, en zegt met eene zoete en teedere stem, op den welbeminden leerling\'
186
Woensdag in de 6. Tastenweek. 187
den heiligen Joannes duidende: „Vrome, zie-daar uw Zoon!\'-\' Met deze woorden, geeft Hij Maria, in den persoon van den heiligen Joannes, allo geloovigen tot hare kinderen.
Ongetwijfeld is het een groote troost voor Maria, de teedere zorg te zien, welke Jezns nog in Zijne laatste oogenblikken aan haar besteedt; maar ook welk eene nieuwe foltering voor haar zoo gevoelig hart, te vernemen, dat wij, arme en ellendige zondaars, aangewezen worden, om de plaats te vervullen van kinderen, ter vervanging- van haren Jezus, die haar God, baar alles is. In den persoon van Jezns, verliest zij haren eenigen Zoon, verliest zij den heiligsten, den beminnelijkstenonder de kinderen der menschen, en in ruil ontvangt zij ondankbare en verdorven menschen, die door hunne zonden, de vrucht van haren schoot gekruisigd hebben! — Wat eene bittere smart voor hare zoo zuivere ziel!
Maar op dat oogenblik opent zich ook haar moederhart, en met de teederste liefde neemt zij, in den persoon van den welbeminden leerling, alle levende geloovigen, of die nog zullen geboren worden, tot kinderen aan; te/.elfder rijde zegt opnieuw eene geheime stem tot haar:
Meditaties in don vastentijd.
„Vrouw, dat zijn zij, ilio in liet vervolo- mijne plaats als kind bij U zullen vervangen! . . Op Letzelfde oogenblik ziet zij ze allen geheel misvormd door de zonde, zij ziet hen als vijanden van God en aan Zijn toorn onderworpen; toch verstoot zij hen niet, integendeel, met de innigste teederheid neemt zij ze aan. O, onmetelijk medelijden van Maria! die deze armzalige erfenis aanneemt met eene .zoo groote liefde en een zoo greet medelijden. Marial welk een ondankbare zondaar ik ook zij, ik hen U tot zoon gegeven! en — gij hebt mij als zoodanig aangenomen! Hoe kan mijn hart U ooit naar waarde danken ? Wat kan ik doen, om aan Uwe overgroote goedheid te beantwoorden? Gelukkige zondaars! neemt het u gegevene moederschap wel ter harte! . . . Uwe Jloeder is Maria; zij, die tevens Moeder van God is, de Moeder vol van genade, een spiegel van zuiverheid en heiligheid.
Wilt gij waardige kinderen van Maria zijn? Bedroeft dan haar Hart niet meer door de zonde, die zij boven alles haat en verfoeit!
Gebed nu de Meditatie, zie bladz. 57.
188
Donderdag in de 6. vaslcnwoek
CD onder dag in de 6. vastenweek)
Jezus zei do, tot Joannes: Zoon ziedaar uwe Moeder,
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Jezus, zich tot den heiligen Joannes wendende, zeide op den liefderijksten toon: „Ziedaar uwe Mneder!\'-\' als wilde Hij zeggen: „Mijn dood ontrukt u nw Vader; doch, ik laat u Mijne Moeder na in Mijne plaats, en in uw persoon geef Ik haar ook aan alle geloovigen, opdat zij haar als hunne Moeder beschouwen.quot; Het is Jezus niet genoeg, tot Maria te zelt;rgen: „Vrouw, ziedaar uw Zoon;quot; maar Hij voegt nog daarbij. Zich tot Joannes richtende: „Zoon, ziedaar uwe Moeder!quot; Welk eene kostbare erfenis laat ons Jezus door die uiterste en plechtige wilsbeschikking niet na! De Zaligmaker bezat niets meer; niets kon Hij hier meer schenken dan Zijne allerheiligste Moeder. Zijn lichaam was in do macht Zijner vijanden , Zijn bloed had Hij voor de verlossing der wereld vergoten, Zijne kleederen hadden de soldaten onder elkander verdeeld, Zijne Moeder maakte geheel
189
Mccliiitiies in den vastentijd
Zijne nalatenschap nit, en Hij laat haar na aan ilea heiligen Joannes, en in den persoon van tien heiligen Joannes, aan alle Christenen, die ooit up aarde zullen bestaan. — Hij geeft haar ons op liet oogenblik, waarop het hart dier goddelijke Moedor door een wreed zevenvoudig zwaard doorboord wordt, hetgeen hare ziel verdeelt tusschen de smart, veroorzaakt door den dood haars Zoons en tusschen de liefde, die zij voelt voor de zaligheid der mensohen. O, beminnelijke Verlosser, welk een kostbaar erfdeel laat Gij ons in die laatste oogenblikken Uws levens na! Terwijl Gij, gedompeld in eene zee van smart en schande, den geest in de handen Uws bemelschen Vaders geeft, verkrijgen wij de genade, U tot onzen Vader en Broeder, en Maria, tot onze Moeder te ontvangen! Mijn Heer en mijn God, ik smeek TJ, wijl ik het onvergelijkelijke geluk heb, TI tot Vader en Maria tot Moeder te bezitten, verleen mij de genade in allen nood mijne toevlucht tot TJ te nemen, U te dienen en geheel mijn leven, zooveel in mijn vermogen is, U te beminnen, gelijk het een dankbaren zoon betaamt!
„Troost u, Christen ziel, en hef uwe oogeu tot den stervenden Jezus op, leen uw oor ^an
190
Donderdag in de fi. vastenweek
Zijne stem, hoor boe Hij ook tot u zegt: „Zoon, zieilaar uwe Moeder.quot; Beschouw die hemelsche Moeder met de teederste en kinderlijkste g\'ene-genheid, wetende, dat Jezus voor uwe zaligheid, alle schatten Zijner barmhartigheid in haar hart heeft verborgen. Niemand wordt zalig, tenzij door Maria\'s tusscheukomst, niemand verkrijgt genade, tenzij door bemiddeling van Maria. Erken met dankbaarheid Jezus\' liefdegift, neem met vertrouwen uwe toevlucht tot Maria en gedraag u altijd jegens haar als een dankbare zoon.
Rijk door den kostbaren schat, dien Jezus hem stervende had nagelaten, neemt de heilig\'e Joannes de allerheiligste Maagd, nadat hij haar in naam aller geloovigen tot Moeder aangenomen had, en nadat Jezus gestorven en begraven was, met zich mede; hij dnagt voor haar de grootste zorg, en gelijk de liefderijkste zoon bemint, eerbiedigt, gehoorzaamt hij haar, en bewijst haar alle mogelijke diensten. Dat zijn de kinderlijke plichten, welke gij jegens Maria moet vervullen Gij moet voor haar een diepen eerbied koesteren, eene teedere liefde en een kinderlijk vertrouwen. Zij toch is de Moeder der zuiverheid en de Koningin der maagden; door
191
Meditaties in den vastentijd
zuiverheid van hart en gedrag moet gij haar trachten te behagen. Geheel haar leven ademde niets dan heiligheid, onschuld en zuiverheid; leidt gij, naar haar voorbeeld, een zuiver en onschuldig leven, dan zal zij altijd met u zijn, zij zal door hare bijzondere bescherming, bestendig toonen, voor u alle gevoelens eener tee-dere Moeder te hebben. Zij zal u de zoete vruchten harer moederlijke liefde doen smaken, indien gij altijd jegens haar een gehoorzaam en eerbiedig kind zijt. —
Overweeg hare onmetelijke smart, veroorzaakt door de zonden van hen, die haren Jezus gekruisigd hebben, en ween over de wreede pijnen, waarmede zij haar moederlijk hart getroffen hebben; betuig haar, nimmermeer door nieuwe beleedigingen haar welbeminden Zoon andermaal den dood toe te brengen, en haar daardoor tot de bedroefdste der moeders te makeu. O, goede Moeder 1 door de onbeschrijfelijke smart, welke ik U aan den voet des kruises veroorzaakt heb, maak dat ik mij altijd jegens U als een ware zoon toone; maak, dat ik nimmermeer door de zonde tegen uw minnelijken Jezus opsta, maar dat ik U met eene voortdurende liefde beminne, met edelmoedige getrouwheid diene, dat
19.\'
Vrijdag1 in do C. vastenweek.
ik U eere eu eerbiedige door alle middelen, die in mijn vermogen staan, en dat ik door de onbegrijpelijke smarten, welke gij zelve geleden hebt, verkrijge, LT voor eeuwig te loven eu te beminnen iu Let Paradijs.
Gebed nu de Meditatie, zie bladz. 57.
(Vrijdag in de (gt;. vastenweek.)
Jezus klaagt aan het Kruis over Zi|ne Verlatenheid.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Omstreeks bet negende uur, na drie uren aan het kruis te hebbeu gehangen , zeide de stervende Jezus met een diepen zucht: „Mijn God, mijn God, waarom hebt Gij Mij verlaten ?quot;
Overvveeg, wat Jezus ons wil te verstaan geven door dien noodkreet. Onder de verschrikkelijkste folteringen van geheel Zijn lijden, heeft Jezus niet de minste klacht doen hooren, maar in de laatste oogenblikken Zijns levens, klaagt Hij, om ons te doen begrijpen, dat op dit oogenblik Zijne lichamelijke smarten eu zijn zielelijden teu top gstegen zijn. Wiens hart
13
193
Meditaties in den vastentijd.
zou zoo ongevoelig zijn, niet vermurwd te worden door de onuitsprekelijke smarten van den stervenden Zaligmaker? Over geeue enkele Zijner doorgestane smarten heeft Hij geklaagd, en nu, op kot punt van te sterven, opent Hij Zijne stervende lippen, om bij Zijn hemelschen Vader over Zijne verlatenheid te klagen; om ons te kennen te geven, hoe zwaar de smart is, welke Hij door Zijne verlatenheid aan het kruis gevoelt, en om de geheele wereld de onbegrijpelijke smarten te doen kenneu, welke onze zielen Hem gekost hebben. O, hoeveel zijn wij aan de teedere en brandende liefde van Jezus verschuldigd ? Hij klaagt niet, als hadde Zijn heinelsehe Vader Hem verlaten; maar Hij klaagt als mensch, Zich overgevende aan de indrukken Zijner menschelijke natuur, welke zucht, wijl zij zonder troost en hulp is, opdat wij daardoor zouden begrijpen, hoe schrikkelijk de gestrengheid der goddelijke rechtvaardigheid is, wijl zij eischt van Jezus, dat Hij zich aan al de woede Zijner vijanden, aan de folteringen, de beleedigingen, en ten slotte aan den wreedsteu dood overgeve.
Deze zoo pijnlijke verlatenheid, waarover Gods Zoon zucht, is een beeld der pijnen, weike de
194
Vrijdag- in de 6. vastenweek.
verdoemden in de hel ondervinden, die, in de verschrikkelijkste folteringen begraven, van God, hun Vader, gehaat en verlaten en voor eeuwig Zijne bitterste vijanden geworden zijn. Smeek Jezus, u nimmer in deze wereld te verlaten, door het onttrekken Zijner genade, opdat gij niet in deze eeuwige schrikkelijke verlatenheid moogt vallen.
God verleent gewoonlijk den martelaars groote verlichting in hun lijden, en overlaadt hunne ziel met den zoetsten troost; daarom waren zij bij de schrikkelijkste folteringen vervuld vau vreugde, en, opgetogen van blijdschap, gingen zij den wreedsten dood te gemoet. Jezus echter ontvangt bij zooveel benauwdheden niet den minsten troost, om de bitterheden Zijner smarten te verzachten. Jezus is aan al de gestrengheid van het martelaarschap overgegeven, zonder de geringste schaduw van verkwikking. Gedurende die verlatenheid wordt Jezus gedwongen, den kelk Zijns lijdens te ledigen, zonder zelfs eën droppel troost of verzachting; wat meer is, bij alle uitwendige smarten in geheel Zijn persoon, in Zijn lichaam, Zijn hoofd, Zijne handen en voeten, komen nog de inwendige folteringen van Zijn doodsangst:
13\'
195
Meditaties in uen vastentijd.
196
droefheid, neerslachtigheid, teleurstelling, schrik, troosteloosheid, — folteringen, die zonder een oogenblik van Zijn smartelijk lijden iets van hunne kracht verloren te hebben, 011 den Calvarieberg ten toppunt geklommen zijn. Dat heeft don lijdenden Jezus tot den Man van smarten, tot den Koning der martelaars gemaakt. O, mijne ziel! kunt gij die overmaat van smarten nws Verlossers overwegen, zonder de uiterste teederheid voor Zijne liefde te gevoelen, waardoor Hij dat alles voor u wilde lijden? Wordt gij niet tot schreiens toe bewogen bij de gedachte, dat gij door uwe zonden zooveel hebt toegebracht om Zijn allerteederst en minnelijkst Hart te folteren? Weel gij wel, wat Jezus aan Zijn kruis het meest bedroeft? — Uij ziet, dat Zijn lijden. Zijn bloed en dood slechts voor eeu klein getal ter zaligheid dienen zal; dat er zoo weinigen zullen zijn, die het door Hein vergoten bloed ten goede zullen aanwenden. Dat smart en foltert het minnelijk hart van Jezus het hevigst! „O, goddelijke Verlosser! gedoog niet, dat ik onder het getal dier verworpelingen zijn zal, voor wie, door eigene schuld. Uw lijden en dood vruchteloos zullen zijn. Geef, o zoete Jezus, dat ik mij nimmer door do zonde
Zaterdag in de 6. vastenweek.
van ü scheiile, en dat ik eeus in den hemel, dien Gij voor mij verdiend hebt, de vruchten van Uwen dood moge genieten!quot;
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
CZntmJag in de 6. vastenweek.)
Jezus zeide; „Heer, in Uwe handen beveel Ik Mijnen Geest.quot;
Gélted voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Hoewel Jezus Christus duidelijk ziet, dat Zijn Vader Hem aan de willekeur Zijner woedende vijanden, aan al de onmenschelijkheid hunner folteringen en aan den smadelijksten dood overlaat, werpt Hij Zich toch geheel in de armen van Zijn welbeminden Vader. Hij heeft ons geleerd hoe te leven; in dit oogen-blik leert Hij ons hoe te sterven. In den gan-schen loop Zijns levens was Zijne ziel altijd met God vereenigd, en geheel aan de besluiten Zijns hemelschen Vaders onderdanig geweest. Nu sterft Hij en geelt Zijn geest in de handen van God, die Hem geschapen heeft, nadat Hij Zich aan Zijn welbeminden Vader heeft aan-
197
Meditaties in den vastentijd.
bevolen. Volg Jezus na in Zijn leven en in Zijn dood. Leef zoo, dat gij bij uw sterven vol vertrouwen kunt zeggen; „Heer, in Uwe handen beveel ik mijnen geest.quot;
Gewen u, van nu af, dikwijls uwe ziel, uw lichaam en al wat u aangaat aan God te bevelen. God is onze Vader, Hij is de beste der vaders, onmogelijk kan Hij ons ooit verlaten. Onze namen zijn in Zijn hart gegrift; Hij kan ons niet vergeten. Zijne handen hebben ons lichaam gevormd; van Hem hebben wij onze ziel— Zijn evenbeeld — ontvangen; Hij kan ons niets weigeren, die God, die ons Zijn eenigen Zoon gegeven, en Hem uit liefde tot ons aan den dood heeft overgeleverd.
Herinner u dikwijls, hoeveel uwe ziel aan Jezus gekost heeft, en bid Hem haar zalig te maken. Beveel haar aan Zijn hart, dat door eene speer geopend werd, en smeek Hem, voor haar te zorgen, haar niet te verlaten, en vooral, haar voor alle zonde te bewaren en met Zijne heilige liefde te vervullen.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
198
Maandag- in de 7. vastenweek.
(Mnandng in de 7. vastenweek.)
Dorst van Jezus aan het Kruis.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
De stervende Zaligmaker, die op het punt is den geest te geven, Jezus die voelt, dat een brandend vuur Zijne ingewanden verteert, eu Ziju gehemelte en Zijne keel verdroogd zijn, roept uit; ,Jk heh dorst!quot; In dien zon wreeden dorst, zoolang en met zooveel geduld geleden, dien Hij nu kenbaar maakt, door op smeekenden toon eenige verfrissching te vragen, is er niemand, die Hem ook maar één droppel water geeft, om eenigszins het vuur te lessohen, dat Hem verteert. Hij, die de stroomen schiep en de groote zeeën met water vervulde, die wonderdadig de kinderen Israels in de woestijn drenkte, vindt op dat oogeublik voor Zich zelf geen enkelen droppel water, om Zijne brandende lippen vochtig te maken . . . Zoo straft de goddelijke Verlosser, in Zijn eigen persoon, onze gulzigheid, onze dronkenschap! . . . Zoo draagt Hij zelf de straf der zonden, welke wij begaan, door onmatig eten en drinken! . . . Om bij den
199
Meditaties in den vastenijd.
hevigen dorst des Zaligmakers eone nieuwe foltering te voegen, drukt een soldaat eeue spons, in bitteren edik gedoopt, op Zijne lippen. Jezus neemt dien walgelijken drank aan.
Zag men ooit eene zoo onraenschelijke wreedheid plegen, zelfs aan den schuldigsten misdadiger? En men peegt die aan den Zoon Gods, de onschuld zelf, op het hevigst Zijner folteringen. O, mijne ziel, wek u op tot medelijden met Jezus, in de nieuwe pijniging, welke Hij ondergaat . . . Wat vraagt Jezus in Zijn dorst ? . . . Een weinig water. Nooit is iemand zoo hardvochtig, dit zelfs aan een dier te weigeren, en men weigert het aan Jezus. God vraagt u zeer weinig, om Zijn Vaderhart te bevredigen, en — gij weigert het Hem? Wanneer vraagt Jezus te drinken? Als Hij, op het punt den geest te geven, in eene zee van lijden gedompeld is; als Hij op het punt is het grootste der offers te volbrengen. — Wanneer weigert gij God, wat Hij u vraagt? Als Hij u op het edelmoedigst met Zijne onmetelijke weldaden overlaadt. O, ondankbaarheid! Van af de hoogte van Zijn kruis, waaraan Hij reeds drie uren hangt, vraagt Hij u te drinken, en gij weigert zulks? — Kunt gij, op het gezicht van een God voor u
200
Dinsdag in de 7. vastenwcek.
gekruisigd, die van af Zijn kruis boete voor uwe zonden, de verwijdering van dien vriend, het vluchten van die gelegenheid aan u vraagt, kunt gij dan zeggen, dat gij niet wilt? Kunt gij Hem dien troost weigeren? Bedenk u wel, voor gij die weigering uitspreekt, welke Hem zoo zeer doet lijden
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Dinsdag in de 7. vastenwcek.)
Vervolg.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Behalve zijn lichamelijken dorst, heeft Jezus nog eeu anderen, eeu geestelijken dorst, die niet zoo gemakkelijk te lesschen is: Jezus dorst naar onze eeuwige zaligheid, naar onze zielen. Over dien dorst klaagt Hij meer, veel meer dan door den anderen wordt Hij daardoor verteerd. Jezus verlangt, dat Zijn bloed allen mensehen voordeelig zij, dat het hen voor de hel behoede, terwijl Hij tevens een groot getal zielen ziet, die met verachting van Zijne liefde en Zijn lijden, zich eeuwig in het ongeluk storten. O, hoe verslindt de dorst naar zielen het teedere
201
Meditaties in den vastentijd.
202
hart van Jezus; deze dorst beneemt Hem het weinige leven, dat Hem nog rest! Onderzoek, mijne ziel, uwe begeerten, waarnaar gij dorst. Ach! dorst gij wellicht naar de dingen dezer wereld, naar vermaken, eer, gemak ? Geen dorst hebt gij, om zalig te worden; geen ijver, om n den hemel te verzekeren, dat onvergankelijk en eeuwige goed, dat Jezus voor u tegen den prijs van zooveel lijden heeft verworven. Aan het kruis dorstte Jezus naar uwe zaligheid, naar uw behoud en uw voortgang in de liefde Gods. Waart gij op den Calvarieberg geweest; hadt gij den Verlosser over Zijn dorst hooren klagen, zoudt gij dan niet volgaarne getracht hebben, dien met een weinig water te lessohen ? Welnu, weet dan, dat gij, nog op dit oogen-blik, aan Zijn verlangen kunt voldoen. Van af Zijn kruis zegt Hij tot u; „Mijn zoon! ik dorst naar uwe ziel.quot; Wilt gij dien dorst uws Verlossers lessohen? Wijd Hem dan al uwe gedachten, door dikwijls Zijne goedheid. Zijn lijden en sterven te overwegen. Geef Hem uw hart met al zijne neigingen, en betuig Hem dikwijls, dat gij Hem boven alles bemint. Geef Hem uwe ziel met al hare vermogens, en herhaal dikwijls, dat gij tot eiken prijs uwe zaligheid
Dinsdag in de 7. vastenweek. 203
wilt bewerken, en ze door de verdiensten Zijns lijdens hoopt te verkrijgen. Op die wijze zal Jezus bij u over Zijn dorst niet meer klagen.
Overweeg een derden dorst des Zaligmakers, welke daarin bestond, nog meer voor de glorie Zijns hemelschen Vaders, en uit liefde tot ons te willen lijden. Bewonder de brandende liefde des Verlossers, die zulk een liefdevollen dorst in Zijn Hart ontstak, en bedank Hem voor de bovenmatige goedheid, waarvan Hij blijk gaf, door Zijne vurige begeerte nog meer voor u te willen lijden. Zonder twijfel zou Hij Zijn schrikkelijk lijden nog verlengd hebben, indien de wil Zijns hemelschen Vaders het niet anders beschikt had; zooveel liefde droeg Hij onze ziel toe! Dorst gij naar lijden en smarten uit liefde tot Jezus? dorst gij ook naar lijden, om uwe ziel zalig te maken? Misschien is uw dorst slechts een vleeschelijke, aardsche en wereldsche, een ongeregelde dorst, een dorst, die het hart van Jezus deerlijk verwondt! . . . Jezus beminde ten hoogste Zijn eeuwigen Vader, en wijl Hem alleen eer en glorie toekomt, verheugde Hij zich, dat Zijn lichaam in smarten verteerd werd, en Zijne ziel den bitteren kelk van Zijn lijden en sterven ledigde.
Meditaties in den Vastentijd.
Hij verheugde zich te zien, dat, ter eere Zijns hemelschen Vaders, Zijn wreed offer verlengd werd, en Zijn leven onder duizenden pijnen en benaauwdheden eindigen zon, wijl Zijne gehoorzaamheid aan den goddelijken wil daardoor langer duurde, en zoo Zijn hemelschen Vader er meer door verheerlijkt werd. Christenziel! werp een blik op u zelf. Gevoelt gij ook vreugde in het dragen der smarten, welke u treffen? Hoe is uwe liefde tot God, te midden der pijnigingen ? Kust gij de hand, die u kastijdt? Hoe is mv verlangen, om den Heer uwen God te verheerlijken door het offer van uw geduld ? Hoe is uw dorst, om God te eeren, en Hein door anderen geëerd te zien? Hoe is uw dorst naar goede werken en deugdzame hande-linger., die alleen aan God behagen en Zijn Hart vertroosten?! . . Onderzoek u nauwkeurig, en maak een vast voornemen u te beteren. Vat een vurigen en standvastigen ijver voor de zaligheid uwer ziel, en wek in u op een grooten dorst naar de bron van het eeuwig leven, die u in den hemel wacht.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
204
Woensdag iu de 7. vastenweek.
(Womsduy in de 7. vastanveek.)
Gebed voor de Meditatie, zie bl adz. 52.
Na Zijue ziel aan Zijn hemelscheu Vader bevolen en onder lichamelijke smarten en inwendige droefheid drie uren aan liet, kruis doorgebracht te hebben, buigt Jezus Zijn hoofd eu sterft. Bedenk; wie is Hij, die sterft? . . . Het is de Zoon Gods, de eenige Zoon des Allerhoogsten, onmetelijk en oneindig in Zijne volmaaktheden! Hij is de God van hemel en aarde, de oneindig liefderijke, oneindig heilige God, de oorsprong van alle goed, eu Hij sterft voor u, — het laagste, het booste der schepselen, de bron aller ondeugden, vol bederf en ellende, een monster van ondankbaarheid. Ja, zoover is het gekomen! ... De schepper sterft voor het schepsel, de opperste Heer voor een slaaf, eu — gij zijt niet van heilige vrees bevangen, bij de gedachte, dat een God voor u gestorven is, en dat het alleen Zijne liefde tot u is, die Hem doet sterven. En gij beeft niet? — Gij zijt niet bewogen, zelfs uiet verwonderd over
205
Meditaties in den vastentijd.
206
zooveel liefde en goedheid? God sterft voor een mensch! ziedaar de zoetste en hoopvolste gedachte , de glorie en vreugde aller heiligen •\' Ziedaar de machtigste beweegreden, om ons tot wederliefde aan te sporen. . . . Een God sterft voor den mensch! Ziedaar het voorwerp van schande, schaamte en wanhoop voor alle verworpelingen. „God is voor mij gestorven, zegt de verdoemde, en ik brand en ben in wanhoop in het midden der vlammen! Ik kan niet twijfelen aan de liefde, welke Hij voor mij heeft gedragen, want Hij heeft, om mij zalig te maken, Zijn leven aan het kruis opgeofferd. Ben ik dus verdoemd, dan ben ik het alleen wegens mijne zonden.quot; Ja, hij verdient wel in de hel te branden, die ondankbare, die opstaat tegen een God, gekruisigd en gestorven voor de zaligheid der menschen. En gij zoudt liever in de eeuwige vlammen der hel branden, dan hierbeneden God te dienen, die voor u aan het kruis gestorven is? Is het mogelijk, dat gij, na een God uit liefde tot u te hebben zien sterven, niet opnouden wilt Hein te beleedigen. Hem te mishandelen en Zijne aanbiddelijke liefde te versmaden? O, mijne ziel! werp u neder aan den voet van het kruis, waaraan gij het koude
Woensdag in de 7. vastenweek.
en bleekc lichaam van uw gekruisigden Jezus ontwaart, en verwek een oprecht berouw over uwe vroegere ondankbaarheid, bedank Hem, dat Hij uit liefde tot u heeft willen lijden en sterven, om u van de eeuwige pijnen te verlossen. Stel uwe hoop op Zijne wouden , op Zijn bloed, eu beloof Hem, u nimmermeer van Zijne liefde te scheiden,
Hoe sterft Jezus? Hij sterft, na onder de schrikkelijkste verdrukkingen al Zijn bloed vergoten te hebben. Hij sterft, overladen met hoon, smaad en schande. Hij sterft, gedompeld in eene zee van onuitsprekelijke smarten; Hij sterft, verteerd, niet minder door het geweld Zijner smarten, dan door het vuur Zijner brandende liefde. Eu wie onder ons, zou nog weigeren zijn leven aan Jezus\'liefde te wijden? Wie van ons, die iets te lijden heeft, zou dat weigeren, wanneer het Jezus behaagt? Wie onzer, zou nog ooit zoo vermetel zijn, Jezus\' dood door de zonde te vernieuwen! . . .
Beschouw dikwijls het heilig kruisbeeld niet de teederste genegenheid, zeggende: „O, mijn God, die uit liefde tot mij aan het kruis
207
Meditaties in den vastentijd.
geleden hebt eu gestorven zijt!quot; Omvat dikwijls Zijne heilige voeten, terwijl gij ze met tranen van een waar berouw besproeit. Kus Zijne heilige wonden, en prent ze diep in uw hart.
Gebi\'d na de Meditatie, zie bladz 57.
(Donderday in de 7. vastenweek)
Jezus is gehoorzaam tot in den Dood.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Jezus sterft, terwijl Hij Ziju hoofd buigt, ten teeken Zijner onderwerping en Zijner gehoorzaamheid aan de beschikkingen Zijns hemelschen Vaders. Naar welgevallen kon Hij Zijn leven verlengen; maar Hij wil sterven, om te gehoorzamen tot in den dood. Die gehoorzaamheid herstelt de ongehoorzaamheid onzer eerste ouders. Door deze gehoorzaamheid, geeft Jezus der beleedigde goddelijke Majesteit de Haar ontrukte eer terug, en herstelt den mensch in zijn recht op de eeuwige erfenis, (lat onze eerste ouders in het Paradijs door de zoude van ongehoorzaamheid hadden verloren. De gehoorzaamheid, welke God van u vraagt, zal u het
208
Donderdag- in de 7. vastenweek.
leven niet kosten, en toch, hoeveel weerstand biedt «jij niet, wanneer gij Hem moet gehoorzamen! Misschien kost \'t u eenige zelfverloochening de goddelijke geboden na te leven; maar wilt gij dan in niets aan God gehoorzamen, uw Heer en Zaligmaker, gij, die slechts een ellendig schepsel zijt, die weet, dat .Tezus gehoorzaam was tot den dood toe? Jezus sterft, terwijl Hij Zijn hoofd buigt, om n te kennen te geven, dat Hij u roept, en uit-noodigt, tot hem te komen en de zonde te verlaten. En wie is het, die zich de moeite geeft, aan eene zoo teedere en liefderijke uit-noodiging te beantwoorden? Hoe dikwijls heeft Hij u geroepen, om u te vergeven ? Bn gij stelt nog uit, tot Hem te gaan, die u met zooveel liefde zoekt? Om aan een snooden hartstocht te voldoen, draalt gij nog tot Jezus terug te kee-ren, die n van af Zijn kruis roept: Kom! geen uitstel meer\' Besluit eindelijk Jezus te volgen!
Jezus sterft aan het kruis tusschen twee moordenaars, Hij sterft met wonden en smaad overdekt, in tegenwoordigheid van eene spottende menigte volks. Ziedaar de overmaat van liefde van een God tot de menschen. Ben enkele traan van Jezus, een enkele zucht ware
1!
209
Meditaties in den Tasientijd.
210
voldoende geweest tot verlossing der wereld; doch dat was niet genoeg voor Zijne liefde: Zijne liefde vraagt den dood — den dood des kruises. O, mijne ziel! vestig uwe blikken op het aanbiddelijk lichaam van Jezus, uw Verlosser, die gestorven eu nog aan het kruis gehecht is. Beschouw dat bleek en loodkleurig gelaat, met bloed bevlekt, dat hoofd met doornen doorwoud, die handen en voeten met zware spijkers doorboord, die ontwrichte ledematen, die gapende wonden; dit alles heeft Zijne liefde tot de inenschen gedaan.... Bij dit schouwspel verduistert de hemel, de aarde beeft, en alle schepselen geven blijken van droefheid en rouw. En uw hart? Welke smart en welk medelijden gevoelt het voor een zoo goeden God, voor een zoo teederen Vader, die uit louter liefde tot u gestorven is? Alle wonden van Zijn allerheiligst lichaam zijn even zooveel monden, die Zijne liefde verkondigen. Kunt gij nog langer twijfelen, of Jezus u bemint? Maar ook, kunt gij nog verder leven, zonder Hem op uwe beurt te beminnen? Mijne ziel, gij zijt zoo veel waard, als het leven van een God! Maar gij zijt uw geheele leven verschuldigd aan den Zoon Gods, die het Zijne voor u aan het kruis heeft opge-
Donderdag in de 7. vastenweek.
offerd. Aan welk eene schreeuwende onrechtvaardigheid zoudt gij u niet schuldig maken, als gij voortgingt, Jezus uwe liefde te weigeren, om deze der wereld, het vleesch, den duivel, uwen en Zijnen wreeden vijanden toe te wijden. O, minnelijke Jezus, ik behoor niet meer aan mij zeiven, ik wil slechts aan TJ zijn; ik wil geheel en voor alle eeuwigheid aan U toebehooren, die voor mij gestorven zijt! Mijne ziel behoort U; zij heeft U zooveel gekost! Geef, dat ik haar naar waarde wete te schatten, en haar nimmermeer aan den duivel en de zonde over-geve. Geef, dat ik het overige mijns levens bestede, om U te dienen, en U uit geheel mijn hart te beminnen!
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
(Vrijdag in de 7. vastenweek.)
De Zijde van Jezus wordt met eene Lans doorstoken,
Gehed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Nauwelijks was de Verlosser gestorven, of een soldaat, nog wreeder en goddeloozer dsn de anderen, doorstak Hem met eene lans.
14»
2U
212 Meditaties in don vastentijd.
Overweeg de wreedheid door dien lanssteek aan Jezns gepleegd. Gelijk wreede tijgers en niet tevreden op duizenden wijzen Imnne woede aan Jezus gedurende Zijn leven gekoeld te hebben, oefenen zij, nog wreeder dan de dood zelf, hunne verwoedheid tot op het levenlooze lichaam des Verlossers uit. Hoe boos en bedorven ook een mensch zijn mag, wanneer hij eenmaal zijn leven tot boeting zijner euveldaden gegeven heeft, dan boezemt hij na zijn dood toch medelijden in. Voor Jezus hebben de beleedigingen geene grenzen, de folteringen geen einde. Jezus is nu dood, waarom de zijde dan nog met eene lans geopend? Is de haat der Joden tegen Hem dan nog niet uitgedoofd? Waarom is hunne woede nog niet gekoeld, nadat zij reeds zooveel wreedheden op den onschuldigen Zaligmaker gepleegd hebben? Zie, hoe de wreede lans de zijde van Jezus opent en Hem Zijn Hart doorboort! O, onmenschelijk schouwspel! O, meer dan barbaarsche wreedheid!. . . Maar hoe dikwijls hebt gij zelf, niet tevreden met Jezus den dood te doen ondergaan, niet gepoogd, Zijn aanbiddelijk Hart door immer nieuwe slagen te wonden en te verscheuren? Hoe dikwijls hebt gij tegen uw minnelijken Verlosser diezelfde bar-
Vrijdag1 in de 7. vastenweek.
baarscheengtxlileloozfi wreedheid niet vernieuwd, en de wonde van Zijn Hart weder geopend? Verfoei uwe boosheid, heb een groot beronw over nwe ondankbaarheid, en wasch de vlekken uwer ziel uit in het bloed en het water, hetwelk uit de geopende zijde des Verlossers vloeit. Jezus gevoelde in werkelijkheid dien steek niet, maar Hij gevoelde hem geheel Zijn leven, wijl Hij hem in de toekomst voor oogen zag; uit liefde tot ons nam Hij volgaarne dien hoon en die smart aan. — Jezus heeft Zich in niets gespaard, om u zalig te maken en u Zijne liefde te bewijzen; en welk voorbehoud maakt gij altoos niet te Zijnen opzichte? Neen, zoo moet men niet beantwoorden aan de zoo edelmoedige liefde van Jezus, van Hem, die zoo veel voor ons geleden heeft. Vlucht in al uwe wederwaardigheden, bij al uwe bekoringen in de geopende zijde des Zaligmakers, en verwek in u akten van de vurigste liefde tot Zijn aanbiddelijk Hart.
Gebed na de Meditatie, zie bladz. 57.
213
Meditaties in den vastentijd.
(Zaterdag in de 7. vastemveek.)
Over de Liefde onzes Heeren Jezus Christus.
Gebed voor de Meditatie, zie bladz. 52.
Het was den Zoon Gods niet genoeg, ons Zijne liefde te bewijzen gedurende den loop Zijns levens, Hij wilde die ook nog toonen na Zijn dood. Hij wilde ons doen begrijpen, dat Zijne liefde met Zijn leven niet had opgehouden. Daarom liet Hij toe, dat men na Zijn dood, Zijne allerheiligste zijde opende, opdat wij daarin te allen tijde een veilig toevluchtsoord zouden :iilen in de stormen en bekoringen van dit leven. De folteringen hebben Jezus het leven kunnen benemen; Hij wilde dat; maar zij hebben Hem niet Zijne liefde kunnen ontrooven, die in evenredigheid met Zijn lijden immer aangroeide. Om mijn hart van liefde tot Jezus te ontvlammen, zou het mij genoeg moeten zijn, de oogen op den Verlosser te werpen, die voor mij gestorven is, en Zijn verscheurd lichaam te beschouwen, uitgeput door bloedverlies en voor mijne zaligheid van het leven beroofd. Die wonden zeggen ons luide,
214
Zaterdag- in de 7. vastenweek.
215
hoe groot en onmetelijk de liefde van een God voor ons is, wijl zij Hem, om onze zaligheid, in zulk een medelijdenswaardigen toestand gebracht heeft. . . . Maar waarom nog nene nieuwe wonde toegebracht aan dat reeds zoo mishandelde lichaam, dat bovendien reeds heeft opgehouden te leven? O, wat is die aanbiddelijke wonde kostbaar, wijl de liefde van een God haar veroorzaakte, die vurig begeert, zelfs na Zijn dood ons nog blijken Zijner liefde te geven! Zijn Hart was een vuuroven van liefde, en alle wateren zijn niet in staat dien gloed uit te dooven. En zal er dan nog iemand gevonden worden, in staat dat minnend en gewonde Hart te beschouwen, zonder den drang in zich te gevoelen, liefde met wederliefde te vergelden? Treed, o, mijne ziel! in het Hart van Jezus, brandende van liefde tot u: treed er dikwijls in gedachten binnen, en gij zult uwe koudheid en ongevoeligheid verliezen. Gij zult er ver-teederd worden en ontstoken door eene heilige liefde tot God. Beschouw daar, dien laatsten druppel bloed, welke uit dat Hart vloeit. De geeseling, de doornen en de nagels hadden Hem al Zijn bloed nog niet ontnomen, doch thans vloeit de laatste droppel uit Zijne heilige zijde-
Meditaties in den vastentijd.
wonde, verlangend als Hij was, al Zijn bloed uit liefde n te vergieten. O, eenige, o, onmetelijke liefde van Jezus, die zelfs den laatsten druppel b.oed uit Zijn Hart opoffert, tot zaligheid van hem, die het gewond heeft! En gij meent te veel aan Jezus te geven, door Hem uwe liefde te wijden, die gij zonder blozen aan de beuzelachtigste voorwerpen schenkt! Beminnelijke Jezus! ik kus uwe geopende Zijde; duld, dat ik uw goddelijk Hart binnendringe; verteer al mijne boosheid in de vlammen Uwer heilige liefde. Herschep mij geheel in U, ver-\' vul mij geheel met uwe vurige liefde.
God zond over Adam een diepen slaap, gedurende welken Hij eene zijner ribben nam en daarvan Eva vormde, de moeder aller levenden : dat was een voorbeeld van den dood van Jezus. De dood des Verlossers is niets anders dan do slaap van den tweeden Adam, den hersteller der schade, door den eersten aan de wereld toegebracht. Terwijl Hij aldus aan het kruis den doodslaap slaapt, wordt door eene lans Zijne Zijde geopend, opdat uit Zijn Hart de Kerk geboren worde, Zijne welbeminde Bruid eu de Moeder aller geloovigen. Bedenk, dat gij door de goedheid (ïods het geluk hebt, een kind
21G
Zaterdag in de 7. vastenweek.
217
te zijn onzer aller Moeder, derH. Eoomsoh-Katlin-lieke Kerk! Zij heeft haar oorsprong in het allerzuiverste Hart van Jezus! En wijl gij uw oorsprong hebt in het brandend Hart van Jezus, wat kunt gij dan beter doeu, dan dikwijls in dat aanbiddelijk Hart terug te keereu, het te beschouwen als de heerlijkste verblijfplaats voor u op deze aarde? Uit dat doorboorde Hart vloeide ook het water, dat u in uw doopsel geheiligd, en n zoo dikwijls in de biecht van uwe zonden gezuiverd heeft. Wie is in staat te begrijpen, de waarde, de waardigheid en de verdiensten van bet heilig doopsel, de voortreffelijkheid der verhevene hoedanigheid van Christen, welke dit sacrament mededeelt. Door dit sacrament wordt gij herboren tot het leven der genade, gij wordt deelgenoot van het kostbare erfgoed der kinderen Gods; gij krijgt recht op den hemel, gij behoort tot het volk Gods, gij zijt een broeder en medeërfenaam van Jezus Christus, en ledemaat van Zijn geheimzinnig lichaam, de H. Kerk! Zulke groote genaden, zulke edele voorrechten zijn uit Jezus\' geopende zijde u toegevloeid. Welke gevoelens van dankbaarheid hebt gij jegens den goddelijken Verlosser voor zoovele en zoo groote weldaden? Met welke erkente-
Meditaties in den vastentijd.
lijkheid betracht gij thans dat alles? Hoe dikwijls hebt gij Jezus Christus voor zulk eene bovenmatige goedheid bedankt? ... \'t Is vreemd! Dikwijls leeft eu sterft een Christen, zonder misschien ooit God voor de uitstekende weldaad bedankt te hebben, een kind van de ware Kerk van Jezus Christus te zijn; zonder wellicht ooit de genade van Christen te zijn als eene uitstekende gunst aangezien te hebben! Waardeer toch eindelijk dat geluk, en wees Jezus daarvoor dankbaar, die het voor u door de wonde van Zijn H. Hart heeft verkregen.
Gebed na tie Meditatie, zie bladz. 57.
218
219
Misgebeden ter eere van het bitter Lijden en Sterven van Jezus Christus. 11 Litanie van het Lijden onzes Heeren Jezus
Gebeden voor de H. Communie. . - 42 Meditaties in den Vastentijd.
1. Dag. Jezus neemt afscheid van Zijne allerheiligste Moeder. ... 52
2. „ Onderwerping van Jezus en Maria
aan den Goddelijken Wil. . . 58
3. „ Verraad van Judas. ... 60
4. „ Jezus door Judas overgeleverd. . 64
5. „ Jezus bidt in den Hof van Olijven. 67
6. „ Jezus zweet Bloed in den Hof van Olijven. ......72
7 „ Judas groet Jezus en kust Hem. 75 8. „ Jezus wordt gevangen genomen en
Inhoud.
door de soldaten gebonden. . . 80 9. „ Jezus wordt voor den hoogepriester
Annas gebracht. .... 84
10. „ Jezus ontvangt een Kaakslag. . 88
11. „ Jezus wordt naar de Rechtbank
van Caipbas verwezen. . . .92
12. „ Jezuswordt door Petrus verloochend. 97
13. „ Jezus wordt bespot en op de schandelijkste wijze in het buis van Caipbas behandeld.....100
14. „ Jezus wordt voor Pilatns gebracht..... . . 104
15. „ Jezus wordt door Pilatus ondervraagd. ...... 109
16. „ Jezus wordt aan Herodes voorgesteld.......114
17. „ Jezus wordt achter Barrabas gesteld.......119
18. „ Jezus wordt aan de Kolom gebonden en gegeeseld. . . . .124
19. „ Jezus wordt met doornen gekroond. 129
20. „ Jezus wordt door Pilatus aan bef,
volk vertoond. . . . .134
21. „ Jezus wordt tot den Kruisdood veroordeeld. . . . .110
22. „ Jezus wordt met Zijn kruis bela-
lt;
den en gaat naar den Calvarieberg. 145 L\' „ Jezus ontmoet Zijne bedroefde
\'J4. „ De Vrouwen van Jeruzalem vvee-
nen over Jezus. .... 156
25. „ Simon van Cyrene helpt Jezus Zijn kruis dragen......IG2
26. „ De toebereidselen tot de Kruisiging. 168
27. „ Jezus wordt aan het Kruis genageld .......170
28. „ Jezus wordt opgeheven met het Kruis.......174
\'29. „ Jezus hangt aan het Kruis. . 177
30. „ Jezus bidt aan het Kruis voor Zijne vijanden.......180
31. „ Jezus, blikkende op Joannes, zeide
tot Maria: Vrouw, ziedaar uw Zoon. 186
32. „ Jezus zeide tot Joannes: Zoon, ziedaar uwe Moeder.....180
33. „ Jezus klaagt aan het Kruis over Zijne verlatenheid.....193
34. „ Jezus zeide: „Heer, inUvve handen beveel Ik Mijnen geest.quot; . . . 197
35. „ Dorst van Jezus aan het Kruis. . 199
37. „ Jezus sterft aan het Kruis. . , 205
Inhoud.
38. „ Jezus is gehoorzaam tot in den
Dood........208
39. „ De Zijde van Jezus wordt met eene Lans doorstoken. . . .211
40. „ Over de Liefde onzesHeeren Jezus Christus.......214
222