Mn
é\'/X
ÜEBEDEN EN ÜEZANGEN
TEN DIENSTE
DER
CONGREGATIE
VAN
fljiria iitïifttWii iniuangcn
EN VAX DEN IN DE
KERK VAN DEN H. IGNATIUS VAN LOYOLA.
GODVRUCHTIGE OEFENINGEN
DER
CONGREGATIËN VAN DE H. MAAGD.
I. DAGELIJKSCHE OEFENINGEN VOLOENS DEN VIdequot; DEE ALGEJIEENE EEOELEN.
1. Des morgens.
t In den naam des Vaders, on des Zoons en des Heilig-en Geestes, Amen (*).
Aide ran geloof. Mijn Heer en mijn God, ik geloof vastelijk alles wat Gij geopenbaard hebt en mij door de H. Kerk wordt voorgesteld te gelooven; omdat Gij het geopenbaard hebt, die de eeuwige waarheid en wijsheid zijt, die niet kunt bedriegen of bedrogen worden. In en voor dit geloof wil ik leven en sterven. Heer vermeerder mijn geloof.
(*}_ Zoo dikwerf men het kruisteeken maakt en de H. Drievuldigheid aam-oept kau men een aflaat van 50 dagen verdienen, welke ook aan de geloovige zielen kan worden toegevoegd. Pius IX 28 Juli 1863.
Aide van hoop. Mijn Heer en mijn God, ik hoop met een vast vertrouwen, door de verdien-Kten van Jesus Christus, van U te zullen verkrijgen de eeuwige zaligheid en alles wat mij daartoe noodig is, omdat Gij dit beloofd hebt, die oneindig machtig, goed en getrouw in uwe beloften zijt. In deze hoop wil ik leven en sterven. Heer vermeerder mijne hoop.
Akte van liefde. Mijn Heer en mijn God, ik bemin U boven alles, en uit geheel mijn hart, omdat Gij boven alles goed en oneindig volmaakt zijt: ik bemin mijn evennaaste gelijk mij zeiven uit liefde tot U. \'in deze liefde wil ik leven en sterven. Heer vermeerder mijne liefde.
Vervolgens zegt men driemaal het Onze Vader en Wees (je\'/roet ter eere der Allerheiligste Drievuldigheid, het: Ik
geloof in God den Vader en de Salve Regina, zoo als volgt:
|
Saké, Regina, Mater misericordiae. Vita, dul-cedo et spes nostra, salve. Ad te clamamus, exules iilii Evae. Ad te suspira-inus, gementes et fientes in hac lacrymarum valle. Eja ergo Advocata nostra, illos tuos misericor-des oculos ad nos con verte. Et Jesum, benedictum fructum ventris tui, nobis post hoe exilium ostende. O clemens! o pia! O dnlcis Virgo Maria 1 |
Zijt (jcxjroet o Koningin, Moeder der barmhartigheid. Ons leven, onze wellust, onze hoop, zijt gegroet. Tot U roepen wij ballingen, Eva\'s kroost. Tot U zuchten wij, treurende enweenen-de in dit tranendal. Sla Gij dan, onze Voorspreekster, uwe zoo meedoo-gende oogen op ons neder. En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht van uwen schoot. 0 barmhartige ! o liefdevolle ! O minnelijke Maagd Maria! |
2. Des avonds.
Onderzoek van geweten. Op de volgende wijze :
1. Zich stellen in de goddelijke tegenwoordigheid en God bedanken voor al zijne weldaden.
2. De verlichting van den H. Geest vragen.
3. Onderzoeken wat men dien dag misdaan heeft, door gedachten, woorden en werken, tegen God, tegen zich zeiven en tegen den evenmensch, overdenkende de plaatsen waar men geweest is, de personen met wie men gehandeld, de zaken die men verricht heeft, enz. — Onderzoek u ook over uw heerschenden drift, of over eene deugd die u vooral noodig is, en wier oefening gij u bijzonderlijk hebt voorgenomen.
4. Een oprecht berouw verwekken.
5. Zijne goede voornemens vernieuwen en de genade vragen, door de voorspraak van Maria, om ze getrouw te volbrengen.
Akte van berouw. Mijn Heer en mijn God, het is mij leed uit den grond van mijn hart, dat ik tegen U gezondigd heb, omdat Gij het hoogste goed en bovenal beminnelijk zijt, en Gij, o God, de zonde oneindig verfoeit. Ik bid ü ootmoedig om vergiffenis door de verdiensten van Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, en neem mij vastelijk voor, met de hulp uwer genade, boetvaardigheid te doen en U, o God nooit meer te vergrammen. Amen.
Daarna bidt men ten minste eenmaal het Onze Vader en IVees gegroet en eens den psalm De profundis zoo als hier volgt:
Be \'Profundis clamavi JJit de diepte heb ik ad te, Domine ! Domine geroepan tot U, o Heer ! exaudi vocem meam. Heer verhoor mijne stem.
— 6 —
|
Fiant aures tuae inten-dente.s iu vocem dei^reca -tiunis meae. ►Si iniquitates obser-vaveri-s, Domine, Domiue (juis suatmebit ? Quia apud te propitia-tio est, et propter legem tuaiu siiatiuui te Domiue. Sust in uit anima mea in verbo ejus, speravit iinima mea in Domino. A custodia matutina usque ad noctem, speret Israël iu Domino. Quia apud Dominum misericordia. et copiosa apud eum redemptio. Et ipse redimet Israël, ex omnibus iniquitatibus ejus. Reqn iem a eternam dona eis Domine : et lux per-petua luceat eis. JRequiescant in pace. Amen. |
Wend goedgunstig uwe ooren tot de stem mijner smeeking. Zoo G-ij onze zonden wilt gedenken Heer, wie zal dan voor U bestaan ? Maar bij U is ontferming, en om uwe beloften verlaat ik mij op U, o Heer. Mijne ziel verlaat zich op zijn woord, mijne ziel hoopt op den Heer. Van den ochtendstond tot aan den nacht zal Israël op den Heer hopen. Want bij den Heer is barmhartigheid en biquot; hem ispvervloedige verlossing. En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden. Heer, geef hun de eeuwige rust. En het eeuwig licht verlichte hen. Dat zij rusten in vrede. Amen. |
3. Gebeden voor de Overledenen.
I \'oor vader en moeder. O God, die ons geboden hebt vader en moeder te eeren, ontferm U genadig over de zielen van mijnen vader en mijne moeder, vergeef hun hunne zonden, em maak dat ik hen in de vreugde van het eeuwige leven aanschouwen mag. Door Christus onzen Heer. Amen.
Voor vrienden en weldoeners. O God, schenker der vergeving en minnaar van \'s menschen heil, wij bidden uwe goedheid, dat G-ij de broeders, aanverwanten en weldoeners van deze vereeniging, die uit deze wereld zijn gescheiden, door de voorbede der allerheiligste Maria, altijd Maagd en van alle Heiligen, aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid deelachtig wilt maken. Door Christus onzen Heer. Amen.
Voor alle gelooviye zielen. O God, Schepper en Verlosser aller geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van alle hunne zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en regeert. God van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
4. Gebeden voor Zieken.
Voor één of meer zxehen. Almachtige, eeuwige God, altijddurende zaligheid der geloovigen, wij smeeken U om den bijstand uwer barmhartigheid voor uwen dienaar (dienares, dienaren, dienaressen) die ziek is (zijn), verhoor onze gebeden; opdat hij (zij) in gezondheid hersteld, U, in de H. Kerk zijne (hare, hunne) dankbaarheid bewijze (bewijzen). Door Christus onzen Heer. Amen.
Voor eene zieke die op het uiterste ligt. Almachtige en barmhartige God, die aan het menschelijke geslacht de middelen van zaligheid en de gaven van het eeuwige leven geschonken hebt, wend uwe genadige oogen naar uwen dienaar (dienares), die
met ziekte overvallen ligt, en verkwik wederom eene ziel, die Gij geschapen hebt, opdat zij in de ure des doods verdiene zonder smet van zonden, aan U, haren Schepper, door de handen der Engelen te worden voorgesteld. Door Christus onzen Heer. Amen.
II. GEBEDEN DIE IN DE GEWONE VEEGADEEINGEN GESCHIEDEN.
1. Voor de onderrichting.
Na voorafgaande lezing zegt de Prefect aldus:
In den naam des Vaders, en des Zoons, en des H. Geestes. Amen.
Hij begint vervolgens den lofzang: Veni Sancle spiritus of den \\\'lt;:ni Creator zoo als volgt.
YENI SANCTE SPIEIIUS.
|
P. Veni Sancte Spiritus, Et emitte coelitus, Lucis tuae radium. A. Veni Pater paupe-rum, Veni dator munerum, Veni lumen cordium. P. Consolator optime, Didcis hospes animae, Dulce refrigerium. A. In labore requies, In aestu temperies, In fletu solatium. |
P. Kom, o kom, Gij Heil\'ge Geest. — Zend vanuitdenhemeltrans, — Stralen van uw god\'lijk licht. A. Kom, o Vader in den nood, — Kom, o aller gaven bron. —Kom, o hartverkwikkend licht. P. Beste Trooster in verdriet. — Onzer zielen zoete gast, — Zoete zalving in het leed. A. Als wij zwoegen geeft Gij rust, — Gij verkwikt bij heeten strijd. — Gij vertroost bij droef geween. |
|
P. O lux beatissima, Reple cordis intima, Tuorum fidelium. A. Sine tuo uumine, Nihil est in homine, Nihil est innoxium. P. Lava quod est sor-dinura. iRiga quod est aridum: Sana quod est saucium. A. Flecte quod est rigi-duni: Fove quod est frigidum: Rege quod est devium. P. Da tuis fidelibus, In te confideutibus, Sacrum Septenarium. A. Da virtutis meritum Da salutis exitum. Da perenne gaudium. Amen. |
P. O volzalig hemellicht, — Dring tot in de harten door, — Van die U zijn toegedaan. A. Zonder uwe tus-schenkomst. — O vermag de sterv\'ling niets, — Is in hem niets zonder vlek. P. Wat besmeurd is, wasch het rein, — Laaf het dorre met uw dauw, — Geef voor wonden artsenij. A. Maak den warschen wil gedwee. — Geef \'t verkleumde hart uw gloed : — Voer terug wat is verdwaald. P. Stort in elk geloovig hart, — Dat zijn lot aan U vertrouwt, — Uwe zeven gaven uit. A. Schenk aan ons der deugden schat; - Schenk een zalig stervensuur, — Schenk ons eeuw\'ge hemelvreugd. Amen. |
VENI CREATOR.
|
P Veni Creator Spiritus, Mentes tuorum visita, Imple superna gratia. Quae tu creasti pectora. |
P. Kom Schepper, kom o Heil\'ge Geest. — Bezoek dei\' uwen hart en ziel, —Vervul met boven-aardsche kracht — De zielen, door U voortgebracht. |
|
A. Qui diceris Paracli-tus, Altissimi donum Dei, Fons vivus, ignis, cha- ritas, Et spiritalis unotio. P. Tu septifoiTni« mu-nere, Digitus paternae dex-terae, Tu rite promissum Patris, Sermone ditans guttura. A. Accende lumen sen- sibus, Infunde amorem cor-dibus, Infirma nostri corporis, Virtute firmans perpeti. P. Hostem repellas longius, Pacemque donesprotinus, Ductore sic te praevio, Vitemus omne noxium. A. Per te sciamus da Patrem, Noscamus atque Filium, Teque utriusque Spiri-tum, Credamus omni tempore. P. Deo Patri sit gloria Et Filio qui a mortuis Surrexit, ac Paraclito In saeculorum saecula. |
A. Kom G-ij, die elk zijn trooster noemt, — Een gaaf des Allerhoog-sten Gods, — Een levend water, liefdevuur, En ware zalving van den geest. P. Gij in Uw gaven zevenvoud, — Gij zijt de vinger van Gods hand; Gij \'s Vaders lang beloofd geschenk, — Geef aan de tong der talen gaaf. A. Ontsteek in onze borst uw licht, — En stort Uwe liefde in onze ziel, — Versterk de zwakte van ons vleesch, — Met hemelkracht die nimmer faalt. P. Verdrijf den vijand verre weg. — En geef ons voortaan zoeten vree. — O, dat wij aan uw leiding\' trouw — Vermijden al wat schaden kan. A. Maak Gij den Vader ons bekend. — Door U ook kennen wij den Zoon — En dat wij U als beider Geest - Belijden mogen zonder eind. P. Aan God den Vader zij steeds eer. — En aan den Zoon, die uit den dood — Is opgestaan, |
— 11 —
|
A. Amen. P. VeniSancte Spiritus, reple tuorum cor da Meli-um, et tui amoris in eis ignem accende. Emitte SpL uni tuum et creabunter. (Alleluia). A. Et renovabis faciem terrae. (Alleluia). P. Oremus. Deus qui corda fidelium Sancti Spiritus illustrati-one docuisti: da nobis in eodem Spiritu recta sa-pere, et de ejus semper consolatione gaudere: Defende, quaesumus Domine, beata Maria sem -per virgine intercedente istam ab omni adversitate familiam, et toto corde tibi prostratam ab hos-tium propitius tuere cle-menter insidiis. |
Actiones nostras quae-den Trooster ook — In-aller eeuwen eeuwigheid. A. Amen. P. Kom o Heilige Geest, vervul de harten uwer geloovigen en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Zend uwen Geest uit, en zij zullen herschapen worden. (Alleluia). A. En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen. (Alleluia). P. Laat ons bidden. O God, die de harten der geloovigen, door de verlichting des H. Gees-tes onderwezen hebt, geef ons, dat wij in dien zelfden Geest de ware wijsheid erlangen en ons gedurig door zijne vertroosting verblijden: Bescherm, bidden wij LT, o Heer, door de voorspraak der Allerzaligste Maagd Maria, deze schaar van allen tegenspoed : en terwijl zij zich met het volste vertrouwen voor U neder werpt, wil haar goedertierenlijk tegen alle lagen des vijands beveiligen. Wij bidden U, o Heergt; |
|
A. Qui diceris Paracli-tus, Altissimi donum Dei, Fons vivus, ignis, cha- ritas, Et spiritalis unotio. P. Tu septifoiTni« mu-nere, Digitus paternae dex-terae, Tu rite promissum Patris, Sermone ditans guttura. A. Accende lumen sen- sibus, Infunde amorem cor-dibus, Infirma nostri corporis, Virtute firmans perpeti. P. Hostem repellas longius, Pacemque donesprotinus, Ductore sic te praevio, Vitemus omne noxium. A. Per te sciamus da Patrem, Noscamus atque Filium, Teque utriusque Spiri-tum, Credamus omni tempore. P. Deo Patri sit gloria Et Filio qui a mortuis Surrexit, ac Paraclito In saeculorum saecula. |
A. Kom G-ij, die elk zijn trooster noemt, — Een gaaf des Allerhoog-sten Gods, — Een levend water, liefdevuur, En ware zalving van den geest. P. Gij in Uw gaven zevenvoud, — Gij zijt de vinger van Gods hand; Gij \'s Vaders lang beloofd geschenk, — Geef aan de tong der talen gaaf. A. Ontsteek in onze borst uw licht, — En stort Uwe liefde in onze ziel, — Versterk de zwakte van ons vleesch, — Met hemelkracht die nimmer faalt. P. Verdrijf den vijand verre weg. — En geef ons voortaan zoeten vree. — O, dat wij aan uw leiding\' trouw — Vermijden al wat schaden kan. A. Maak Gij den Vader ons bekend. — Door U ook kennen wij den Zoon — En dat wij U als beider Geest - Belijden mogen zonder eind. P. Aan God den Vader zij steeds eer. — En aan den Zoon, die uit den dood — Is opgestaan, |
— 11 —
|
A. Amen. P. VeniSancte Spiritus, reple tuorum cor da Meli-um, et tui amoris in eis ignem accende. Emitte SpL uni tuum et creabunter. (Alleluia). A. Et renovabis faciem terrae. (Alleluia). P. Oremus. Deus qui corda fidelium Sancti Spiritus illustrati-one docuisti: da nobis in eodem Spiritu recta sa-pere, et de ejus semper consolatione gaudere: Defende, quaesumus Domine, beata Maria sem -per virgine intercedente istam ab omni adversitate familiam, et toto corde tibi prostratam ab hos-tium propitius tuere cle-menter insidiis. |
Actiones nostras quae-den Trooster ook — In-aller eeuwen eeuwigheid. A. Amen. P. Kom o Heilige Geest, vervul de harten uwer geloovigen en ontsteek in hen het vuur uwer liefde. Zend uwen Geest uit, en zij zullen herschapen worden. (Alleluia). A. En gij zult het aanschijn der aarde vernieuwen. (Alleluia). P. Laat ons bidden. O God, die de harten der geloovigen, door de verlichting des H. Gees-tes onderwezen hebt, geef ons, dat wij in dien zelfden Geest de ware wijsheid erlangen en ons gedurig door zijne vertroosting verblijden: Bescherm, bidden wij LT, o Heer, door de voorspraak der Allerzaligste Maagd Maria, deze schaar van allen tegenspoed : en terwijl zij zich met het volste vertrouwen voor U neder werpt, wil haar goedertierenlijk tegen alle lagen des vijands beveiligen. Wij bidden U, o Heergt; |
|
praemia praestitisti, tri-bue quaesumus, ut ipsam pro nobis intercede sen-tiaraus, per quam merui-mus Auetorem vitae susoi-pere, Dominura nostrum Jesum Christum Filium tuum. A. Amen. |
aan het mensohelijk geslacht den prijs voor het eeuwige heil hebt verleend : wij bidden U, geef ons, dat wij de voorbede mogen erlangen vanhaar, door wie wij den oorsprong des levens hebben mogen ontvangen, onzen Heer Jesus Christus, uwen Zoon. A. Amen. |
VAN MAHIA LICHTMIS TOT OP PAASOHAVOND.
|
P. Ave Regina eoelo-rum ave Domina ange-loram. A. Salve radix, salve porta ex qua mundo lux est orta. P. Gaude Virgo glorio-sa super omnes speciosa. A. Vale, ovaldedecora, et pro nobis Christum exora. P. Dignare me laudare te Virgo sacrata. A. Da mihi virtutem contra hostes tuos. P. Oremus. Concede misericors Deus fragili- |
P. G-egroet gij Koningin des Hemels, gegroet gij der Engelen Vorstin. A. Gegroet gij heilige stam, gij hemeldeur, van waar der wereld het heillicht gewerd. P. VerblijdTJ, o glorierijke Maagd die allen in schoonheid overtreft. A. Gegroet, o wonder-schoone, en smeek tot Christus voor ons. P. Vergun mij, o Heilige Maagd uwen lof te verkondigen. A. Geef mij kracht tegen uwe vijanden. P. Laat ons bidden. Schenk goedertieren God, |
|
tati nostrae praesidium, ut qui Sanctae Dei Geni-tricis memoriam agimus, intercessionis ejus auxilio a nostris iniquitatibus resurgamus. Per eumdem Christum Dominum nostrum. A. Amen. VAN PASCHEN TOT AAN H. P. Pegina coeli laetare Alleluia, A. Quia quem meruisti portare. Alleluia. P. Pesurrexit sicut dixit. Alleluia. A. Ora pro nobis Deum. Alleluia. P. Gaude et laetare Virgo Maria. Alleluia. A. Quia surrexitDomi-nus vere. Alleluia. P. Oremus. Deus, qui per resurrectionem Filii tui Domini nostri Jesu Christi mimdum laetifi-care dignatus es, praesta quaesumus, ut per ejus Genitricem Virginem Ma-riam perpetuae capiamus gaudia vitae. Per eumdem onze zwakheid bijstand, opdat wij, de gedachtenis der Heilige Moedermaagd vereerende, door hare hulprijke voorbede van onze zonden mogen opstaan. Door denzelfden Christus onzen Heer. A. Amen. |
DEIEVULDIGHEIDS - ZONDAG. P. Koningin des Hemels verheugU. Alleluia. A. quot;Want dien gij gedragen hebt. Alleluia. P. Is verrezen gelijk Hij gezegd heeft. Alleluia. A. Bid God voor ons. Alleluia. P. Verheug en verblijd IJ, o Maagd Maria. Alleluia. A. Want de Heer is waarlijk verrezen. Alleluia. P. Laat ons bidden. O God, die IJ gewaar-digd hebt door de verrijzenis van Jesus Christus, uwen Zoon, onzen Heer, de wereld te verblijden, geef bidden wij U, dat wij door zijne Moeder, de Heilige Maagd, de vreugd |
Christum Domimim nos- van het eeuwige leven trum. A. Amen. mogen erlangen. Door
denzelfden Christus onzen Heer. A. Amen.
VAN H. DRIEVULDIGHEIDS-ZONDAG TOT DEN ADVENT.
|
P. Salve, Regina, Mater Misericordiae. A. Vita, dulcedo et spes nostra, salve. P. Ad te clamamus exules, filii Evae. A. Ad te suspiramus gementes et flentes in hac lacrymarum valle. P. Eja ergo, advocata nostra, illos tuos miseri-cordes oculos ad nos con-verte. A. Et Jesum benedic-tum fructum ventris tui, nobis post hoe exilium ostende. P. O clemens, o pia, A. O dulcisVirgoMaria. P. Ora pro nobis Sancta Dei Genitrix; A. Ut digni efficiamur promissionibus Christi. |
P. Zijt gegroet o Koningin, Moeder der Barmhartigheid. A. Ons leven, onze wellust, onze hoop zijt gegroet. P. Tot U roepen wij ballingen. Eva\'s kroost. A. Tot U zuchten wij, treurende en weenende in dit tranendal. P. Sla gij dan, onze Voorspreekster, Uwe zoo meedoogende oogen op ons neder. A. En toon ons, na deze ballingschap, Jesus, de gezegende vrucht van uwen schoot. P. O barmhartige, o liefdevolle, A. O minnelijke Maagd Maria. P. Bid voor ons. Heilige Moeder Gods ; A. Opdat wij waardig worden de beloften var. Christus. |
|
P. Oremus. Omnipo-tens sempiterae Deus, qui gloriosae Virginis Matris Mariae corpus etanimam, ut dignum Filii tui habi-taculum effici mereretur, Spiritu Sancto coöperan-te, praeparasti; da ut cu-jus commemoratione lae-tamur, ejus pia interces-sione ab instantibus malis et a morte perpetua libe-remur. Per eumdem Christum Dominum nostrum. A. Amen. |
P. Laat ons bidden. Almachtige eeuwige God, die het lichaam en de ziel der glorierijke Moedermaagd Maria, door de medewerking desH. Gees-tes, tot eene waardige woning uws Zoons hebt voorbereid ; geef dat wij, die ons in hare gedachtenis verblijden, door hare liefderijke voorbede van alle toekomstig kwaad en van den eeuwigen dood mogen bevrijd worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. A. Amen. |
NU VOLGT DE ONDERRICHTING.
2. Na de Onderrichting.
|
P. Confirma hoe, Deus, quod operatus es in nobis; A. A templo sancto tuo quod est in Jerusalem. P. Oremus. Praesta nobis, quaesu-mus Domine, auxilium gratiae tuae, ut quae te auctore facienda cogno- |
P. Sterk, o God ! wat Gij gewrocht hebt in ons; A. Van uitu rt\'en II. tempel te Jerusalem. P. Laa\'; ons bidden. Verleen ons, o Heer, den bijstanduwergenade, opdat «ij met uwe hulp mogen volbrengen, wat 2* |
— 18 —
|
vimus, te adjuvante im-pleamus. Per Christum Dominum nostrum. A. Amen. |
wij door uwe verlichting als onzen plicht leerden kennen. Door Christus onzen Heer. A. Amen. |
LITANIE VAN ONZE LIEVE VROUWE. *)
Heer ontferm U onzer. Christus ontferm U onzer. Heer ontferm IJ onzer. Christus hoor ons. Christus verhoor ons. God, hemelsche Vader,
ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld,ontferm U onzer. God, Heilige Geest, ontferm U onzer.
Heilige Drievuldigheid, een God, ontferm Ü onzer.
Heilige Maria, bid voor ons.
Heilige Moeder Gods, H. Maagd der Maagden,
Moeder van Christus, Moeder der goddelijke
genade,
Allerzuiverste Moeder, Allerreinste Moeder, Onbevlekte Moeder, Ongeschondene Moe-__1 der,
*) 300 dagen aflaat telkens (Pius VII. 30 Sept. 1817J; en verscheidene volle aflaten voor die de Litanie alle dagen bidden.
Kyrie eleïson.
Christe eleïson.
Kyrie eleison.
Christe audi nos.
Christe exaudi nos.
Pater de coelis, Deus, miserere nobis.
Fili, Redemptor mundi, Deus, miserere nobis.
Spiritus Sancte, Deus, miserere nobis.
Sancta Triuitas, unus Deus, miserere nobis.
Sancta Maria, ora
nobis.
Sancta Dei Genitrix, Sancta Virgo virginum,
Mater Christi,
Mater divinae gratiae,
Mater purissima, Mater castissima. Mater inviolata. Mater intemerata.
pro
— 19 —
|
Mater amabilis, Mater admirabilis, Mater Creatoris, Mater Salvatoris, Virgo prudentissima, Virgo veneranda, Virgo praedicanda, Virgo po tens, Virgo clemens, Virgo fidelis, Speculum justitiae, Sedes sapientiae, Causa nostrae laeti- tiae, Vas spirituale, Vas honorabile, Vas insigne devotionis, Hosa mystica, Turris Davidica, Turrus eburnea, Domus aurea. Foederis area, Janua coeli, Stella matutina, Salus infirmorum. Bef ugium peccatorum, Consolatrix afflicto-rum, |
Minnelijke Moeder, Verwonderlijke Moeder, Moeder des Scheppers, Moeder des Zaligmakers, Allervoorzichtigste Maagd, Eerwaardige Maagd, Lofwaardige Maagd, Machtige Maagd. Goedertierene Maagd, Getrouwe Maagd, Spiegel der rechtvaardigheid. Zetel der wijsheid. Oorzaak onzer blijdschap, Geestelijk vat, Eerbiedwaardig vat, Uitstekend vat van godsvrucht, Geheimzinnige roos, Toren van David, Ivoren toren. Gulden huis. Ark des Verbonds, Deur des Hemels, Morgenster, Behoudenis der kran-ken, Toevlucht der zondaren. Troosteres der bedrukten, |
— 20 —
|
Auxilium Christiano-riun, Hegina Angelorum, ReginaPatiiarcharum, Regina Prophetarum, Regina Apostolomm, Regina Martynun, Regina Confessomm, Regina Virginum, Regina Sanctorum omnium, Regina sine labe con-cepta, ora pro nobis. Regina sacratissimi Ro-sarii. Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, paree nobis Domine. Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, exaudi nos Domine, Agnus Dei, qui tollis pec-cata mundi, miserere nobis. Christe, audi nos. Christe, exaudi nos. Kyrie eleïson. Christe eleïson. Kyrie eleïson. |
Hulp der Christenen, i Koningin der Engelen, Koningin der Patriarchen, bd Koningin der Profeten, £ Koningin der Aposte- lt;j len, o Koningin der Marte- ^ laren, p Koningin der Belijde- quot; ren. Koningin derMaagden, Koningin van alle Heiligen, Koningin zonder vlek ontvangen. Koningin van den H. Rozenkrans. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Christus hoor ons. Christus verhoor ons. Heer ontferm U onzer. Christus ontferm U onzer. Heer ontferm U onzer. |
Onze Vader.
P. En leid ons niet in bekoring.
A. Maar verlos ons van den kwade.
P. Onder uwe bescherming nemen wij onze toevlucht, Heilige Moeder Gods, verstoot onze gebeden niet in onzen nood, maar bevrijd ons altijd van alle gevaren, glorierijke en gezegende Maagd, onze Vrouwe, onze Middelares, onze Voorspreekster, verzoen ons met uwen Zoon, beveel ons aan uwen Zoon, vertoon ons aan uwen Zoon.
P. Bid voor ons, o Hoilige Moeder Gods.
A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
P. Laat ons bidden. Wij bidden TJ, o Heer, stort uwe genade uit in onze harten, opdat wij, die door de Boodschap des Engels de menschwording van Christus uwen Zoon gekend hebben, door zijn Kruis en Lijden tot de glorie der Verrijzenis mogen gebracht worden. Door denzelfden Christus onzen Heer. A. Amen.
P. Bid voor ons, Heilige Joseph,
A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
P. Laat ons bidden. Wij bidden TT, o Heer, dat wij door de verdiensten van den Bruidegom uwer allerheiligste Moeder mogen geholpen worden; opdat wij door zijne voorspraak verkrijgen hetgene wij door ons zeiven niet kunnen bekomen. Die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen.
A. Amen.
P. Bid voor ons. Heilige Aloysius,
A. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus.
P. Laat ons bidden. O God uitdeeler de?: hemelsche gaven, die in den engelachtigen\'jongeling Aloysius eene wonderbare onschuld des levens met even grooten ijver in de boetedoening vereenigd hebt, geef door zijne verdiensten en voorbede, dat wij die hem in zijne onschuld niet gevolgd hebben hem
— 22 —
ten minste in de boetpleging mogen navolgen. Door Christus onzen Heer. A. Amen.
P. Wees uwe vergadering indachtig.
A. Die gij van den beginne af bezeten hebt.
P. Bidden wij voor onzen Paus N.
A. De Heer spare hem, behoude hem in het leven, make hem gelukkig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.
P. Bidden wij voor onze weldoeners.
A. Heer, gewaardig U, allen die ons, om uwen H. Naam goed doen, met het eeuwig leven te vergelden. Amen.
P. Bidden wij voor de geloovigen die overleden zijn.
A, Heer geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen.
P. Dat zij rusten in vrede.
A. Amen.
P. Bidden wij voor onze afwezige medebroeders.
A. Mijn God, maak uwe dienaren zalig die op U hopen.
P. Zend hun hulp, o Heer uit de heilige plaats.
A. En uit Sion bescherm hen.
P. Heer verhoor mijn gebed.
A. En mijn geroep kome tot U.
P. Laat ons bidden. O G-od, wij smeeken U, verbreek door uwe goedertierenheid, de banden onzer zonden, en bewaar ons uwe dienaren, onze weldoeners en medeburgers, door de voorspraak der gelukzalige Maagd Maria en van alle Heiligen, in deugd en heiligheid; zuiver van ongerechtigheden, versier met deugden onze bloedverwanten, nabestaanden en vrienden; geef vrede en heil; beteugel onze zichtbare en onzichtbare vijanden ; drijf verre van ons alle begeerten des vleesches; verleen ons gunstige weersgesteldheid en vruchtbaarheid der akkers; schenk liefde aan onze
— 23 —
vrienden; en bewaar deze stad met alle hare inwoners tegen besmettelijke ziekten en andere onheilen : en verschaf den geloovigen hier op aarde een gelukkig leven, en den overledenen de zalige rust. Behoed onzen Heiligen Vader den Paus N., onzen Bisschop N., den Koning, alle onze Overheden en geheel het Christenvolk tegen alle onheil. En uwe zegen zij altijd met ons. Door Christus onzen Heer.
A. Amen.
P. Hart van Jesus brandende van liefde voor ons.
A. Ontsteek in ons eene brandende liefde voor U.
P. Laat ons bidden.
Almachtige God, wij bidden U, verleen ons, dat wij, die in het allerheiligste Hart uws geliefden Zoons al onzen roem stellen, en daaraan de voornaamste weldaden van zijne liefde danken ook in de werking en vruchten daarvan ons mogen verblijden. Door denzelfden Christus onzen Heer.
A. Amen.
De ziel van een overleden Lid der Congregatie wordt met de volgende gebeden Gode aanbevolen.
P. Laat ons bidden voor onzen broeder N. die overleden is:
P. Heer geef hem de eeuwige rust,
A. En het eeuwige licht verlichte hem.
P. Uit de diepte riep ik tot U, o Heer! Heer verhoor mijne stem.
A. Wend goedgunstig uwe oor en tot de stem mijner smeeking.
P. Zoo Gij onze zonden aanziet, o Heer! Heer wie zal dan voor U bestaan\'r
A. Maar bij U is ontferming en om uwe beloften verlaat ik mij op U, o Heer!
— 22 —
ten minste in de boetpleging mogen navolgen. Door Christus onzen Heer. A. Amen.
P. Wees uwe vergadering indachtig.
A. Die gij van den beginne af bezeten hebt.
P. Bidden wij voor onzen Paus N.
A. De Heer spare hem, behoude hem in het leven, make hem gelukkig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.
P. Bidden wij voor onze weldoeners.
A. Heer, gewaardig U, allen die ons, om uwen H. Naam goed doen, met het eeuwig leven te vergelden. Amen.
P. Bidden wij voor de geloovigen die overleden zijn.
A, Heer geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen.
P. Dat zij rusten in vrede.
A. Amen.
P. Bidden wij voor onze afwezige medebroeders.
A. Mijn God, maak uwe dienaren zalig die op U hopen.
P. Zend hun hulp, o Heer uit de heilige plaats.
A. En uit Sion bescherm hen.
P. Heer verhoor mijn gebed.
A. En mijn geroep kome tot U.
P. Laat ons bidden. O G-od, wij smeeken U, verbreek door uwe goedertierenheid, de banden onzer zonden, en bewaar ons uwe dienaren, onze weldoeners en medeburgers, door de voorspraak der gelukzalige Maagd Maria en van alle Heiligen, in deugd en heiligheid; zuiver van ongerechtigheden, versier met deugden onze bloedverwanten, nabestaanden en vrienden; geef vrede en heil; beteugel onze zichtbare en onzichtbare vijanden ; drijf verre van ons alle begeerten des vleesches; verleen ons gunstige weersgesteldheid en vruchtbaarheid der akkers; schenk liefde aan onze
— 23 —
vrienden; en bewaar deze stad met alle hare inwoners tegen besmettelijke ziekten en andere onheilen : en verschaf den geloovigen hier op aarde een gelukkig leven, en den overledenen de zalige rust. Behoed onzen Heiligen Vader den Paus N., onzen Bisschop N., den Koning, alle onze Overheden en geheel het Christenvolk tegen alle onheil. En uwe zegen zij altijd met ons. Door Christus onzen Heer.
A. Amen.
P. Hart van Jesus brandende van liefde voor ons.
A. Ontsteek in ons eene brandende liefde voor U.
P. Laat ons bidden.
Almachtige God, wij bidden U, verleen ons, dat wij, die in het allerheiligste Hart uws geliefden Zoons al onzen roem stellen, en daaraan de voornaamste weldaden van zijne liefde danken ook in de werking en vruchten daarvan ons mogen verblijden. Door denzelfden Christus onzen Heer.
A. Amen.
De ziel van een overleden Lid der Congregatie wordt met de volgende gebeden Gode aanbevolen.
P. Laat ons bidden voor onzen broeder N. die overleden is:
P. Heer geef hem de eeuwige rust,
A. En het eeuwige licht verlichte hem.
P. Uit de diepte riep ik tot U, o Heer! Heer verhoor mijne stem.
A. Wend goedgunstig uwe oor en tot de stem mijner smeeking.
P. Zoo Gij onze zonden aanziet, o Heer! Heer wie zal dan voor U bestaan\'r
A. Maar bij U is ontferming en om uwe beloften verlaat ik mij op U, o Heer!
— 22 —
ten minste in de boetpleging mogen navolgen. Door Christus onzen Heer. A. Amen.
P. Wees uwe vergadering indachtig.
A. Die gij van den beginne af bezeten hebt.
P. Bidden wij voor onzen Paus N.
A. De Heer spare hem, behoude hem in het leven, make hem gelukkig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.
P. Bidden wij voor onze weldoeners.
A. Heer, gewaardig U, allen die ons, om uwen H. Naam goed doen, met het eeuwig leven te vergelden. Amen.
P. Bidden wij voor de geloovigen die overleden zijn.
A, Heer geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen.
P. Dat zij rusten in vrede.
A. Amen.
P. Bidden wij voor onze afwezige medebroeders.
A. Mijn God, maak uwe dienaren zalig die op U hopen.
P. Zend hun hulp, o Heer uit de heilige plaats.
A. En uit Sion bescherm hen.
P. Heer verhoor mijn gebed.
A. En mijn geroep kome tot U.
P. Laat ons bidden. O G-od, wij smeeken U, verbreek door uwe goedertierenheid, de banden onzer zonden, en bewaar ons uwe dienaren, onze weldoeners en medeburgers, door de voorspraak der gelukzalige Maagd Maria en van alle Heiligen, in deugd en heiligheid; zuiver van ongerechtigheden, versier met deugden onze bloedverwanten, nabestaanden en vrienden; geef vrede en heil; beteugel onze zichtbare en onzichtbare vijanden ; drijf verre van ons alle begeerten des vleesches; verleen ons gunstige weersgesteldheid en vruchtbaarheid der akkers; schenk liefde aan onze
— 23 —
vrienden; en bewaar deze stad met alle hare inwoners tegen besmettelijke ziekten en andere onheilen : en verschaf den geloovigen hier op aarde een gelukkig leven, en den overledenen de zalige rust. Behoed onzen Heiligen Vader den Paus N., onzen Bisschop N., den Koning, alle onze Overheden en geheel het Christenvolk tegen alle onheil. En uwe zegen zij altijd met ons. Door Christus onzen Heer.
A. Amen.
P. Hart van Jesus brandende van liefde voor ons.
A. Ontsteek in ons eene brandende liefde voor U.
P. Laat ons bidden.
Almachtige God, wij bidden U, verleen ons, dat wij, die in het allerheiligste Hart uws geliefden Zoons al onzen roem stellen, en daaraan de voornaamste weldaden van zijne liefde danken ook in de werking en vruchten daarvan ons mogen verblijden. Door denzelfden Christus onzen Heer.
A. Amen.
De ziel van een overleden Lid der Congregatie wordt met de volgende gebeden Gode aanbevolen.
P. Laat ons bidden voor onzen broeder N. die overleden is:
P. Heer geef hem de eeuwige rust,
A. En het eeuwige licht verlichte hem.
P. Uit de diepte riep ik tot U, o Heer! Heer verhoor mijne stem.
A. Wend goedgunstig uwe oor en tot de stem mijner smeeking.
P. Zoo Gij onze zonden aanziet, o Heer! Heer wie zal dan voor U bestaan\'r
A. Maar bij U is ontferming en om uwe beloften verlaat ik mij op U, o Heer!
— 22 —
ten minste in de boetpleging mogen navolgen. Door Christus onzen Heer. A. Amen.
P. Wees uwe vergadering indachtig.
A. Die gij van den beginne af bezeten hebt.
P. Bidden wij voor onzen Paus N.
A. De Heer spare hem, behoude hem in het leven, make hem gelukkig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.
P. Bidden wij voor onze weldoeners.
A. Heer, gewaardig U, allen die ons, om uwen H. Naam goed doen, met het eeuwig leven te vergelden. Amen.
P. Bidden wij voor de geloovigen die overleden zijn.
A, Heer geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen.
P. Dat zij rusten in vrede.
A. Amen.
P. Bidden wij voor onze afwezige medebroeders.
A. Mijn God, maak uwe dienaren zalig die op U hopen.
P. Zend hun hulp, o Heer uit de heilige plaats.
A. En uit Sion bescherm hen.
P. Heer verhoor mijn gebed.
A. En mijn geroep kome tot U.
P. Laat ons bidden. O G-od, wij smeeken U, verbreek door uwe goedertierenheid, de banden onzer zonden, en bewaar ons uwe dienaren, onze weldoeners en medeburgers, door de voorspraak der gelukzalige Maagd Maria en van alle Heiligen, in deugd en heiligheid; zuiver van ongerechtigheden, versier met deugden onze bloedverwanten, nabestaanden en vrienden; geef vrede en heil; beteugel onze zichtbare en onzichtbare vijanden ; drijf verre van ons alle begeerten des vleesches; verleen ons gunstige weersgesteldheid en vruchtbaarheid der akkers; schenk liefde aan onze
— 23 —
vrienden; en bewaar deze stad met alle hare inwoners tegen besmettelijke ziekten en andere onheilen : en verschaf den geloovigen hier op aarde een gelukkig leven, en den overledenen de zalige rust. Behoed onzen Heiligen Vader den Paus N., onzen Bisschop N., den Koning, alle onze Overheden en geheel het Christenvolk tegen alle onheil. En uwe zegen zij altijd met ons. Door Christus onzen Heer.
A. Amen.
P. Hart van Jesus brandende van liefde voor ons.
A. Ontsteek in ons eene brandende liefde voor U.
P. Laat ons bidden.
Almachtige God, wij bidden U, verleen ons, dat wij, die in het allerheiligste Hart uws geliefden Zoons al onzen roem stellen, en daaraan de voornaamste weldaden van zijne liefde danken ook in de werking en vruchten daarvan ons mogen verblijden. Door denzelfden Christus onzen Heer.
A. Amen.
De ziel van een overleden Lid der Congregatie wordt met de volgende gebeden Gode aanbevolen.
P. Laat ons bidden voor onzen broeder N. die overleden is:
P. Heer geef hem de eeuwige rust,
A. En het eeuwige licht verlichte hem.
P. Uit de diepte riep ik tot U, o Heer! Heer verhoor mijne stem.
A. Wend goedgunstig uwe oor en tot de stem mijner smeeking.
P. Zoo Gij onze zonden aanziet, o Heer! Heer wie zal dan voor U bestaan\'r
A. Maar bij U is ontferming en om uwe beloften verlaat ik mij op U, o Heer!
— 22 —
ten minste in de boetpleging mogen navolgen. Door Christus onzen Heer. A. Amen.
P. Wees uwe vergadering indachtig.
A. Die gij van den beginne af bezeten hebt.
P. Bidden wij voor onzen Paus N.
A. De Heer spare hem, behoude hem in het leven, make hem gelukkig op aarde, en levere hem niet over aan den wil zijner vijanden.
P. Bidden wij voor onze weldoeners.
A. Heer, gewaardig U, allen die ons, om uwen H. Naam goed doen, met het eeuwig leven te vergelden. Amen.
P. Bidden wij voor de geloovigen die overleden zijn.
A, Heer geef hun de eeuwige rust en het eeuwig licht verlichte hen.
P. Dat zij rusten in vrede.
A. Amen.
P. Bidden wij voor onze afwezige medebroeders.
A. Mijn God, maak uwe dienaren zalig die op U hopen.
P. Zend hun hulp, o Heer uit de heilige plaats.
A. En uit Sion bescherm hen.
P. Heer verhoor mijn gebed.
A. En mijn geroep kome tot U.
P. Laat ons bidden. O G-od, wij smeeken U, verbreek door uwe goedertierenheid, de banden onzer zonden, en bewaar ons uwe dienaren, onze weldoeners en medeburgers, door de voorspraak der gelukzalige Maagd Maria en van alle Heiligen, in deugd en heiligheid; zuiver van ongerechtigheden, versier met deugden onze bloedverwanten, nabestaanden en vrienden; geef vrede en heil; beteugel onze zichtbare en onzichtbare vijanden ; drijf verre van ons alle begeerten des vleesches; verleen ons gunstige weersgesteldheid en vruchtbaarheid der akkers; schenk liefde aan onze
— 23 —
vrienden; en bewaar deze stad met alle hare inwoners tegen besmettelijke ziekten en andere onheilen : en verschaf den geloovigen hier op aarde een gelukkig leven, en den overledenen de zalige rust. Behoed onzen Heiligen Vader den Paus N., onzen Bisschop N., den Koning, alle onze Overheden en geheel het Christenvolk tegen alle onheil. En uwe zegen zij altijd met ons. Door Christus onzen Heer.
A. Amen.
P. Hart van Jesus brandende van liefde voor ons.
A. Ontsteek in ons eene brandende liefde voor U.
P. Laat ons bidden.
Almachtige God, wij bidden U, verleen ons, dat wij, die in het allerheiligste Hart uws geliefden Zoons al onzen roem stellen, en daaraan de voornaamste weldaden van zijne liefde danken ook in de werking en vruchten daarvan ons mogen verblijden. Door denzelfden Christus onzen Heer.
A. Amen.
De ziel van een overleden Lid der Congregatie wordt met de volgende gebeden Gode aanbevolen.
P. Laat ons bidden voor onzen broeder N. die overleden is:
P. Heer geef hem de eeuwige rust,
A. En het eeuwige licht verlichte hem.
P. Uit de diepte riep ik tot U, o Heer! Heer verhoor mijne stem.
A. Wend goedgunstig uwe oor en tot de stem mijner smeeking.
P. Zoo Gij onze zonden aanziet, o Heer! Heer wie zal dan voor U bestaan\'r
A. Maar bij U is ontferming en om uwe beloften verlaat ik mij op U, o Heer!
steeds ondervinden, en door dezelfde genade ondersteund, die deugd beoefenen mogen, welke hij ons lt;loor zijn voorbeeld heeft geleerd. Door Christus onzen Heer. A. Amen.
Soms geeft het maandbriefje de feestviering van een Geheim te lezen in plaats van een Heilige; men kan alsdan het volgend gebed bezigen :
Almachtige, eeuwige God, schenk ons door het
Geheim..... vermeerdering van geloof, hoop
en liefde ; en doe ons beminnen wat Gij gebiedt, opdat wij waardig worden te verkrijgen wat Gij belooft. Door onzen Heer Jesus Christus enz.
LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
|
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontf ermllonzer. God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods, H. Maagd der Maagden, H. Michael, H. Gabriël, H. Raphael, |
Alle H. Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons. Alle H. Koren der zalige geesten, bidt voor ons. H. Joannes de Dooper, bid voor ons. H. Joseph, bid voor ons. Alle H. Patriarchen en Profeten, bidt voor ons. H. Petrus, H. Paulus, H. Andreas, H. Jacobus, H. Joannes, H. Thomas, H. Jacobus, H. Philippus, H. Bartholomaeus, H. Matthaeus, H. Simon, |
|
H. Thaddaeus, S H. Matthias, J H. Barnabas, H. Lucas, H. Marcus, j S Alle H. Apostelen en Evangelisten, bidt voor ons. Alle H. Discipelen des Heer en, bidt voor ons. H. Stephanus, bid voor ons. H. Laurentius, bid voor ons. H. Vincentius, bid voor ons. H. Fabianus en Sebastia - nus, bidt voor ons. 11. Joannes en Paulus, bidt voor ons. H. Cosmas en Damianus, bidt voor ons. H. Grérvasius en Prota- sius, bidt voor ons. Alle H. Martelaren bidt voonons. H. Silvester, bid voor ons. H. Gregorius, g H. Ambrosius, ^ H. Augustinus, g H. Hieronymus, 2 H. Martinus, o H. Nicolaüs, » Alle H. Bisschoppen en Belijders, bidt voor ons. |
Alle H. Leeraren voor ons. H. Antonius, H. Benedictus, H. Bernardus, H. Dominicus, H. Franciscus, ; » Alle H. Priesters cn Levieten, bidt voor ons. Alle H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor ons. H. Maria Magdalena, H. Agatha, H. Lucia, H. Agnes, H. Caecilia, H. Catharina, II. Anastasia. Alle H. Maagden Weduwen, bidt ons. Alle Gods lieve Heiligen, bidt voor ons. quot;Wees genadig, spaar ons, Heer. quot;Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer. ^ Van alle zonden, Van uwe gramschap, g* Van een haastigen en 2 onvoorzienen dood, Van de lagen des dui- ^ veis, ^ bidt Cd cd en voor |
steeds ondervinden, en door dezelfde genade ondersteund, die deugd beoefenen mogen, welke hij ons lt;loor zijn voorbeeld heeft geleerd. Door Christus onzen Heer. A. Amen.
Soms geeft het maandbriefje de feestviering van een Geheim te lezen in plaats van een Heilige; men kan alsdan het volgend gebed bezigen :
Almachtige, eeuwige God, schenk ons door het
Geheim..... vermeerdering van geloof, hoop
en liefde ; en doe ons beminnen wat Gij gebiedt, opdat wij waardig worden te verkrijgen wat Gij belooft. Door onzen Heer Jesus Christus enz.
LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
|
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontf ermllonzer. God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods, H. Maagd der Maagden, H. Michael, H. Gabriël, H. Raphael, |
Alle H. Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons. Alle H. Koren der zalige geesten, bidt voor ons. H. Joannes de Dooper, bid voor ons. H. Joseph, bid voor ons. Alle H. Patriarchen en Profeten, bidt voor ons. H. Petrus, H. Paulus, H. Andreas, H. Jacobus, H. Joannes, H. Thomas, H. Jacobus, H. Philippus, H. Bartholomaeus, H. Matthaeus, H. Simon, |
|
H. Thaddaeus, S H. Matthias, J H. Barnabas, H. Lucas, H. Marcus, j S Alle H. Apostelen en Evangelisten, bidt voor ons. Alle H. Discipelen des Heer en, bidt voor ons. H. Stephanus, bid voor ons. H. Laurentius, bid voor ons. H. Vincentius, bid voor ons. H. Fabianus en Sebastia - nus, bidt voor ons. 11. Joannes en Paulus, bidt voor ons. H. Cosmas en Damianus, bidt voor ons. H. Grérvasius en Prota- sius, bidt voor ons. Alle H. Martelaren bidt voonons. H. Silvester, bid voor ons. H. Gregorius, g H. Ambrosius, ^ H. Augustinus, g H. Hieronymus, 2 H. Martinus, o H. Nicolaüs, » Alle H. Bisschoppen en Belijders, bidt voor ons. |
Alle H. Leeraren voor ons. H. Antonius, H. Benedictus, H. Bernardus, H. Dominicus, H. Franciscus, ; » Alle H. Priesters cn Levieten, bidt voor ons. Alle H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor ons. H. Maria Magdalena, H. Agatha, H. Lucia, H. Agnes, H. Caecilia, H. Catharina, II. Anastasia. Alle H. Maagden Weduwen, bidt ons. Alle Gods lieve Heiligen, bidt voor ons. quot;Wees genadig, spaar ons, Heer. quot;Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer. ^ Van alle zonden, Van uwe gramschap, g* Van een haastigen en 2 onvoorzienen dood, Van de lagen des dui- ^ veis, ^ bidt Cd cd en voor |
steeds ondervinden, en door dezelfde genade ondersteund, die deugd beoefenen mogen, welke hij ons lt;loor zijn voorbeeld heeft geleerd. Door Christus onzen Heer. A. Amen.
Soms geeft het maandbriefje de feestviering van een Geheim te lezen in plaats van een Heilige; men kan alsdan het volgend gebed bezigen :
Almachtige, eeuwige God, schenk ons door het
Geheim..... vermeerdering van geloof, hoop
en liefde ; en doe ons beminnen wat Gij gebiedt, opdat wij waardig worden te verkrijgen wat Gij belooft. Door onzen Heer Jesus Christus enz.
LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
|
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontf ermllonzer. God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods, H. Maagd der Maagden, H. Michael, H. Gabriël, H. Raphael, |
Alle H. Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons. Alle H. Koren der zalige geesten, bidt voor ons. H. Joannes de Dooper, bid voor ons. H. Joseph, bid voor ons. Alle H. Patriarchen en Profeten, bidt voor ons. H. Petrus, H. Paulus, H. Andreas, H. Jacobus, H. Joannes, H. Thomas, H. Jacobus, H. Philippus, H. Bartholomaeus, H. Matthaeus, H. Simon, |
|
H. Thaddaeus, S H. Matthias, J H. Barnabas, H. Lucas, H. Marcus, j S Alle H. Apostelen en Evangelisten, bidt voor ons. Alle H. Discipelen des Heer en, bidt voor ons. H. Stephanus, bid voor ons. H. Laurentius, bid voor ons. H. Vincentius, bid voor ons. H. Fabianus en Sebastia - nus, bidt voor ons. 11. Joannes en Paulus, bidt voor ons. H. Cosmas en Damianus, bidt voor ons. H. Grérvasius en Prota- sius, bidt voor ons. Alle H. Martelaren bidt voonons. H. Silvester, bid voor ons. H. Gregorius, g H. Ambrosius, ^ H. Augustinus, g H. Hieronymus, 2 H. Martinus, o H. Nicolaüs, » Alle H. Bisschoppen en Belijders, bidt voor ons. |
Alle H. Leeraren voor ons. H. Antonius, H. Benedictus, H. Bernardus, H. Dominicus, H. Franciscus, ; » Alle H. Priesters cn Levieten, bidt voor ons. Alle H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor ons. H. Maria Magdalena, H. Agatha, H. Lucia, H. Agnes, H. Caecilia, H. Catharina, II. Anastasia. Alle H. Maagden Weduwen, bidt ons. Alle Gods lieve Heiligen, bidt voor ons. quot;Wees genadig, spaar ons, Heer. quot;Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer. ^ Van alle zonden, Van uwe gramschap, g* Van een haastigen en 2 onvoorzienen dood, Van de lagen des dui- ^ veis, ^ bidt Cd cd en voor |
steeds ondervinden, en door dezelfde genade ondersteund, die deugd beoefenen mogen, welke hij ons lt;loor zijn voorbeeld heeft geleerd. Door Christus onzen Heer. A. Amen.
Soms geeft het maandbriefje de feestviering van een Geheim te lezen in plaats van een Heilige; men kan alsdan het volgend gebed bezigen :
Almachtige, eeuwige God, schenk ons door het
Geheim..... vermeerdering van geloof, hoop
en liefde ; en doe ons beminnen wat Gij gebiedt, opdat wij waardig worden te verkrijgen wat Gij belooft. Door onzen Heer Jesus Christus enz.
LITANIE VAN ALLE HEILIGEN.
|
Heer, ontferm U onzer. Christus, ontferm U onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontf ermllonzer. God H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer. H. Maria, bid voor ons. H. Moeder Gods, H. Maagd der Maagden, H. Michael, H. Gabriël, H. Raphael, |
Alle H. Engelen en Aartsengelen, bidt voor ons. Alle H. Koren der zalige geesten, bidt voor ons. H. Joannes de Dooper, bid voor ons. H. Joseph, bid voor ons. Alle H. Patriarchen en Profeten, bidt voor ons. H. Petrus, H. Paulus, H. Andreas, H. Jacobus, H. Joannes, H. Thomas, H. Jacobus, H. Philippus, H. Bartholomaeus, H. Matthaeus, H. Simon, |
|
H. Thaddaeus, S H. Matthias, J H. Barnabas, H. Lucas, H. Marcus, j S Alle H. Apostelen en Evangelisten, bidt voor ons. Alle H. Discipelen des Heer en, bidt voor ons. H. Stephanus, bid voor ons. H. Laurentius, bid voor ons. H. Vincentius, bid voor ons. H. Fabianus en Sebastia - nus, bidt voor ons. 11. Joannes en Paulus, bidt voor ons. H. Cosmas en Damianus, bidt voor ons. H. Grérvasius en Prota- sius, bidt voor ons. Alle H. Martelaren bidt voonons. H. Silvester, bid voor ons. H. Gregorius, g H. Ambrosius, ^ H. Augustinus, g H. Hieronymus, 2 H. Martinus, o H. Nicolaüs, » Alle H. Bisschoppen en Belijders, bidt voor ons. |
Alle H. Leeraren voor ons. H. Antonius, H. Benedictus, H. Bernardus, H. Dominicus, H. Franciscus, ; » Alle H. Priesters cn Levieten, bidt voor ons. Alle H. Monniken en Kluizenaars, bidt voor ons. H. Maria Magdalena, H. Agatha, H. Lucia, H. Agnes, H. Caecilia, H. Catharina, II. Anastasia. Alle H. Maagden Weduwen, bidt ons. Alle Gods lieve Heiligen, bidt voor ons. quot;Wees genadig, spaar ons, Heer. quot;Wees genadig, verhoor ons, Heer. Van alle kwaad, verlos ons, Heer. ^ Van alle zonden, Van uwe gramschap, g* Van een haastigen en 2 onvoorzienen dood, Van de lagen des dui- ^ veis, ^ bidt Cd cd en voor |
MEMORARE gt;)
Gebed van den H. Bernardus tot de H. Maagd.
|
Memorare, o Piissima Virgo Maria, non esse auditum a saeculo, quem-quam, ad tua eurrentem praesidia, tua imploran-tem auxilia, tua petentem suffragia, essederelictum. Ego tali animatus confi-dontia, ad te, Virgo Vir-ginum. Mater, curro, ad te venio, coram te gemeus peccator assisto; noli Mater Verbi, verba mea despioere, sed audi pro-pitia et exaudi Amen. |
Gedenk, ogoedertieren-ste Maagd Maria, dat men nimmer gehoord heeft, dat iemand die zijn toevlucht nam tot uwe bescherming, die uwe hulp inriep, en om uwe voorspraak bad, verlaten is geworden. Van zuil; een vertrouwen bezield, snel ik tot u, o Maagd der Maagden, o Moeder! Tot u kom ik, voor u sta ik, zuchtende over mijne zonden; wil o Moeder des Woords, mijne woorden niet versmaden, tnaar hoor ze genadiglijk en verhoor mij. Amen. |
Gebeden van beproefde kracht in bekoringen tegen de H. deugd van zuiverheid.
Z. H. Kus IX heeft (5 Aug. 1851) op verzoek Tan deu Hoog-Eerw. Pater Generaal der Societeit van Jesus, aaa allen, die het volgend gebed \'s morgens en \'s avonds na 3e Groetenis des Engels met godsvrucht en rouwmoedigheid bidden, lederen dag een aflaat van 100 dagen, en aan hen, die zulks dagelijks doen, e.lke maand één vollen afiaat verleend, te verdienen op een dag naar verkiezing behoudens de gewone voorwaarden.
1) Telkens 300 dagen aflaat. Pius IX.
|
O Domina mea ! o Mater mea ! Tibi me to-tum offero, atque ut me tibi probem devotum, consecro tibi hodie oculos meos, aures meas, os meum, cor meum, plane me totum ! Quoniam ita-que tuus sum o bona Mater, serva me, defende me, ut rem ac possessionem tuam. |
0 mijne Koningin, o mijne Moeder ! Ik draag mij geheel en al aan u op, en om te toonen dat ik u toebehoor, wijd ik u heden mijne oogen, mijne ooren, mijnen mond, mijn hart, ja geheel mijn bestaan. Daar ik dan de uwe ben, o goede Moeder, zoo bewaar mij, bescherm mij als uw eigendom en uwe bezitting. |
Z. H. heeft bovendien aan allen, die het volgend kort gebed rouwmoedig in eene bekoring uitspreken, telkens een aflaat van 40 dagen verleend.
O Domina mea! o O mijne Koningin! o Mater mea ! memento me mijne Moeder! Gedenk esse tuum; serva me, dat ik u toebehoor! Bedelende me, ut rem ac waar mij, verdedig mij possessionem tuam. als uw eigendom en uwe
bezitting!
Deze aflaten zijn ook toevoegbaar aan de overledenen.
GEBEDEN TER EEEE DER H. iamp;AAOD.
KLEINE GETIJDEN DER ONBEVLEKTE ONTVANGENIS.
TER METTEN.
Uwe Ontvangenis, o H. Maagd, Moeder Gods, heeft geheel de wereld verblijd.
42 —
Verkondigt, mijn\' lippen, den lof van de Maagd. A. Uit wie voor deez\' aard eeuwig heil is gedaagd. Wees, Vrouwe, mijne hulp altijd.
A. Eu schutte uw arm mij in den strijd.
Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest, A. G-elijk het was in den beginne, en nu, en altijd, en in alle eeuwen der eeuwen. Amen, Alleluia.
(Van Septuagesima tot Paschen zegt men, in plaats van Alleluia;
Lof zij XT, o Heer, Koning der eeuwige glorie.)
Lofzang.
U, Beheerscheres der aarde.
Die den Vorst des vredes baarde,
Maagd der Maagden, morgengloed,
Brengen wij den eerbiedgroet.
Vol genade en liefde tevens.
Glansde uit u het licht des levens Heel de menschheid schittrend aan.
Moeder, ach, wees toch begaan Met het lot der stervelingen,
Die uw glorietroon omringen.
En daar smeekend voor u staan.
Vóór nog zon- of maanlicht rezen,
Lang vóór de aard nog was gegrond, Had u de Eeuwige uitgelezen,
Om de Moeder Gods te wezen,
Arke van zijn Nieuw Verbond;
U, wie de erfelijke zonde,
\'t Gif der slang niet smetten konde.
Antiphoon. De Allerhoogste heeft zijne woontente geheiligd; God is in het midden van haar, en zij zal niet wankelen; want God zal haar helpen in het aanbreken van den morgenstond.
Ps. XLV, 5, 6.
— 43 —
Hoe schoon zijt gij, mijne Vriendin, hoe schoon zijt gij.
A. Uwe oogen zijn als die eener duive, behalve nog hetgene inwendig in IJ verborgen is.
Hoogl. IV, 1.
Gebed.
Heilige Maria, Koninginne des Hemels, Moeder onzes Heereu Jesus Christus en meesteresse der wereld, die niemand verlaat en niemand versmaadt; o zie genadig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik hier op aarde, uwe heilige Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig vereerende, eenmaal het loon der eeuwige zaligheid erlange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien Gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht, in de volmaakte Drieeenheid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
O, Vrouwe, bescherm mijn gebed,
A. En doe mijne roepstem tot God doordringen.
Laat ons den Heer loven,
A. En Gode dank zeggen.
Dat de zielen der geloovigen door Gods barmhartigheid rusten in vrede.
A. Amen.
TER PEIltEN.
Uwe Ontvangenis, o H. Maagd en Moeder Gods, heeft geheel de wereld verblijd.
Wees, Vrouwe mijne hulp altijd, A. En schutte uw arm mij in den strijd.
Eere zij den Vader, en den Zoon en den H. Geest. A. Gelijk het was, enz. Alleluia.
— 44 —
Lofzang.
U, o Maagd, u wijsheids-ader,
Huis, den Heere toegewijd,
Treden wij in ootmoed nader,
U, die onze Moeder zijt!
Tempel Gods op zeven zuilen,
Waar de Hemeldisch in praalt!
Keeds door liooger licht bestraald. Als uw dag nog lag te schuilen Onder heilige Anna\'s hart;
Die de bltt\'re barenssmart Voor de hoogste vreugd mocht ruilen. Toen ze in U de Dochter zag Waar Gods raadsbesluit op lag; Uit wier kuischen schoot Hij \'t leven Adams kroost zou wedergeven.
U, de star uit Jacobs stam,
IJ, der Eng\'len Koninginne, U, de zaal\'ge Eijksvorstinne !
IJ, de reinste liefdevlam,
tl, die \'t hart den hemel opent. Dat geloovig, biddend, hopend,
U zich tot beschermster nam.
O Gij, Moeder-Maagd, die krachtig, In der Christ\'nen aardschen strijd, Hun tot steun en toevlucht zijt,
Maak ons steeds uw gunst deelachtig, En verhoor ons te aller tijd.
Antiphoon. Wie is zij die daar optreedt als het rijzend morgenlicht, schoon als de maan, zuiver als ■ de zon, verschrikkelijk als een leger in slagorde?
Hoogl. VI, 10. Gij zijt geheel schoon mijne vriendin.
A. En er is geen smet in U. Hoogl. IV, 7.
— 45 —
Gebed.
Heilige Maria, Koninginne des Hemels, Moeder onzes Heeren Jesus Christus en Meesteresse der wereld; die niemand verlaat en niemand versmaadt; o, zie^ genadig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig vereerende eenmaal het loon der eeuwige zaligheid erlange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht, in de volmaakte Drieëenheid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
TER TEETIEN.
Uwe ontvangenis, o H. Maagd, Moeder Gods, heeft geheel de wereld verblijd.
Wees, Vrouwe, mijne hulp altijd.
A. En schutte uw arm mij in den strijd.
Eere zij den Vader, en den Zoon en den H. Geest, A. Gelijk het was in den beginne enz. Alleluia.
Lofzang.
Heil\'ge Bondsark der verzoening,
Troon, door Salomo beduid,
Aarons staf in eeuw\'ge groening,
Deur, die \'t Hemelrijk ontsluit, Vredeboog aan \'s hemels zalen,
Horebs doom ontvlammend vuur, Dauw, dien in het morgenuur,
Gideon op \'t vlies zag dalen ;
— 46 —
Samsons raadsel-honigraat Neen, het erfelijke kwaad Kon, voorzeker, u niet smetten,
U, die \'t monster zou verpletten,
Dat eens Eva bracht ten val;
Noen de Schepper van \'t heelal quot;Wilde, naar zijn hoogere orden,
Uit een\' Maagd geboren worden,
Rein en vlekloos als het licht Voor zijn God\'lijk aangezicht.
Antiphoon. In de zon heeft hij zijne woontente gevestigd, en hij treedt daaruit te voorschijn als een bruidegom uit zijne binnenkameren.
Ps. XVIII, G.
In het hoogste der Hemelen woon ik, A. En mijn troon is in een wolkkolom.
Eccl. XXIV, 7.
Gebed.
Heilige Maria, Koninginne des Hemels, Moeder onzes Heeren Jesus Christus en Meesteresse der wereld, die niemand verlaat en niemand versmaadt; o, zie genadig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig vereerende eemnaal het loon der eeuwige zaligheid erlange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den heiligen Geest leeft en heerscht, in de volmaakte Driecenheid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
— 47 —
TEE SEXTEN.
Uwe Ontvangenis, o H. Maagd, Moeder Gods, heeft geheel de wereld verblijd.
\'Wees, Vrouwe, mijn hulp altijd, A. En schutte uw arm mij in den strijd,
Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest. A. Gelijk het was in den beginne, enz. Alleluia.
Lofzang.
Maagd en Moeder, die wij groeten Neergebogen in het stof;
Eng\'lenvreugde in \'s hemelshof.
Zie, wij knielen aan uw\' voeten ; Kuischheids bronwel, tempel Gods,
Hecht gebouwd op de eeuwge rots Der Drieeenheid; vreugde-kweekster, Teed\'re hemellicht-cntsteekster,
Palm van vrede en van geduld; Lustwarand, die Adams schuld En zijn Eden doet vergeten;
Stad des Heeren, vredepoort.
Heilig, driewerf heilig oord!
Gij wie alleu zalig heeten.
Gij, die vorst\'lijk van geslacht. De opperpriesterlijke Macht,
\'t Eeuwig Woord, hebt voortgebracht ; Gij, Maria, vol genade.
Kom ons met uw gunst te stade.
Antiphoon. Zijne grondveste is op den heiligen berg; de Heer bemint de poorten Sions boven al de tabernakelen Jacobs. Ps. LXXXVI, 1 en 2. Heerlijke dingen zijn er gezegd van u, o stad Gods! A. De Allerhoogste heeft haar zelf gegrondvest.
Dezelfde Ps. vs. 3 en 5.
— 46 —
Samsons raadsel-honigraat Neen, het erfelijke kwaad Kon, voorzeker, u niet smetten,
U, die \'t monster zou verpletten,
Dat eens Eva bracht ten val;
Noen de Schepper van \'t heelal quot;Wilde, naar zijn hoogere orden,
Uit een\' Maagd geboren worden,
Rein en vlekloos als het licht Voor zijn God\'lijk aangezicht.
Antiphoon. In de zon heeft hij zijne woontente gevestigd, en hij treedt daaruit te voorschijn als een bruidegom uit zijne binnenkameren.
Ps. XVIII, G.
In het hoogste der Hemelen woon ik, A. En mijn troon is in een wolkkolom.
Eccl. XXIV, 7.
Gebed.
Heilige Maria, Koninginne des Hemels, Moeder onzes Heeren Jesus Christus en Meesteresse der wereld, die niemand verlaat en niemand versmaadt; o, zie genadig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig vereerende eemnaal het loon der eeuwige zaligheid erlange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den heiligen Geest leeft en heerscht, in de volmaakte Driecenheid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
— 47 —
TEE SEXTEN.
Uwe Ontvangenis, o H. Maagd, Moeder Gods, heeft geheel de wereld verblijd.
\'Wees, Vrouwe, mijn hulp altijd, A. En schutte uw arm mij in den strijd,
Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest. A. Gelijk het was in den beginne, enz. Alleluia.
Lofzang.
Maagd en Moeder, die wij groeten Neergebogen in het stof;
Eng\'lenvreugde in \'s hemelshof.
Zie, wij knielen aan uw\' voeten ; Kuischheids bronwel, tempel Gods,
Hecht gebouwd op de eeuwge rots Der Drieeenheid; vreugde-kweekster, Teed\'re hemellicht-cntsteekster,
Palm van vrede en van geduld; Lustwarand, die Adams schuld En zijn Eden doet vergeten;
Stad des Heeren, vredepoort.
Heilig, driewerf heilig oord!
Gij wie alleu zalig heeten.
Gij, die vorst\'lijk van geslacht. De opperpriesterlijke Macht,
\'t Eeuwig Woord, hebt voortgebracht ; Gij, Maria, vol genade.
Kom ons met uw gunst te stade.
Antiphoon. Zijne grondveste is op den heiligen berg; de Heer bemint de poorten Sions boven al de tabernakelen Jacobs. Ps. LXXXVI, 1 en 2. Heerlijke dingen zijn er gezegd van u, o stad Gods! A. De Allerhoogste heeft haar zelf gegrondvest.
Dezelfde Ps. vs. 3 en 5.
— 46 —
Samsons raadsel-honigraat Neen, het erfelijke kwaad Kon, voorzeker, u niet smetten,
U, die \'t monster zou verpletten,
Dat eens Eva bracht ten val;
Noen de Schepper van \'t heelal quot;Wilde, naar zijn hoogere orden,
Uit een\' Maagd geboren worden,
Rein en vlekloos als het licht Voor zijn God\'lijk aangezicht.
Antiphoon. In de zon heeft hij zijne woontente gevestigd, en hij treedt daaruit te voorschijn als een bruidegom uit zijne binnenkameren.
Ps. XVIII, G.
In het hoogste der Hemelen woon ik, A. En mijn troon is in een wolkkolom.
Eccl. XXIV, 7.
Gebed.
Heilige Maria, Koninginne des Hemels, Moeder onzes Heeren Jesus Christus en Meesteresse der wereld, die niemand verlaat en niemand versmaadt; o, zie genadig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig vereerende eemnaal het loon der eeuwige zaligheid erlange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den heiligen Geest leeft en heerscht, in de volmaakte Driecenheid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
— 47 —
TEE SEXTEN.
Uwe Ontvangenis, o H. Maagd, Moeder Gods, heeft geheel de wereld verblijd.
\'Wees, Vrouwe, mijn hulp altijd, A. En schutte uw arm mij in den strijd,
Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest. A. Gelijk het was in den beginne, enz. Alleluia.
Lofzang.
Maagd en Moeder, die wij groeten Neergebogen in het stof;
Eng\'lenvreugde in \'s hemelshof.
Zie, wij knielen aan uw\' voeten ; Kuischheids bronwel, tempel Gods,
Hecht gebouwd op de eeuwge rots Der Drieeenheid; vreugde-kweekster, Teed\'re hemellicht-cntsteekster,
Palm van vrede en van geduld; Lustwarand, die Adams schuld En zijn Eden doet vergeten;
Stad des Heeren, vredepoort.
Heilig, driewerf heilig oord!
Gij wie alleu zalig heeten.
Gij, die vorst\'lijk van geslacht. De opperpriesterlijke Macht,
\'t Eeuwig Woord, hebt voortgebracht ; Gij, Maria, vol genade.
Kom ons met uw gunst te stade.
Antiphoon. Zijne grondveste is op den heiligen berg; de Heer bemint de poorten Sions boven al de tabernakelen Jacobs. Ps. LXXXVI, 1 en 2. Heerlijke dingen zijn er gezegd van u, o stad Gods! A. De Allerhoogste heeft haar zelf gegrondvest.
Dezelfde Ps. vs. 3 en 5.
o zie genacTig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige en Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig vereerende, eenmaal het loon der eeuwige zaligheid erlange. Door onzen lieer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den H. G-eest leeft en heerscht in de volmaakte Drieeenheid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
TEK COMPLETEN.
Uwe ontvangenis, o H. Maagd, Moeder Gods, heeft geheel de wereld verblijd.
Dat wij door uwe voorbidding, o H. Maagd, met uwen (ïoddelijken Zoon verzoend en tot Hem bekeerd worden;
A. En wend zijn gramschap af van ons.
Wees, Vrouwe, mijne hulp altijd, A. En schutte uw arm mij in den strijd.
Eere zij den Vader, en den Zoon, en den H. Geest. A. Gelijk het was in den beginne enz. Alleluia.
Lofzang.
quot;Wees gegroet, o reinste Moeder,
Spruit van Jesse, hemelschoon I Hoedster van den Albehoeder,
Neergezeten naast zijn troon,
Schittrend boven de Englenscharen,
In een gouden glansgewaad;
Poolstar op de onzeekre baren.
Waar uw oog de doodsgevaren.
Die rondom den scheepling waren,
Heil aanbrengend gade slaat;
Hoop der zondaars, zwakheids-sterkster. Hemeldeur, genabewerkster,
Krankenhulp en toeverlaat;
O verleen ons, door uw voorspraak,
Lieve Moeder van Gods Zoon,
Hier op aard reeds \'s Hemels voorsmaak, En daarboven \'t eeuwig loon.
Antiphoon. Ik ben de moeder der schoone liefde, ■der vreeze, der kennisse en der heilige verwachting; in mij is alle hope des levens en der deugd.
Eccl. XXIV, 24—26.
Treedt allen tot mij, die naar mij verlangt, A. En verzadigt u aan mijne vruchten, (t. a. p.)
Gebed.
Heilige Maria, Koninginne des Hemels, Moeder onzes Heeren Jesus Christus en Meesteresse der wereld die niemand verlaat en niemand versmaadt; o, zie genadig met de oogen uwer barmhartigheid op mij neder, en verwerf mij bij uwen geliefden Zoon de vergiffenis van al mijne zonden, opdat ik, hier op aarde, uwe heilige en Onbevlekte Ontvangenis ootmoedig en aandachtig verkerende, eenmaal het loon der eeuwige zaligheid erlange. Door onzen Heer Jesus Christus, dien gij als Maagd hebt gebaard, en die met den Vader en den H. Geest leeft en heerscht in de volmaakte Drieëenheid, God, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.
— 04 —
TOEWIJDING.
Vnl van ootmoed, Moeder-maagd, Zij deoz\' bede u opgedragen;
Laat de hulde u welbehagen.
Die ons hart u tegendraagt.
A. En wanneer, na \'t aardsche zwerven, Onze ziel naar ruste smacht.
Doe ons dan een plaats verworven.
Waar uw blik ons tegenlacht.
Opdracht aan den H. Aloysius.
Heilige Aloysius, ik N. kies U heden tot mijnen bijzonderen Beschermer en Voorspreker bij God. Ik neem u tot mijnen getrouwen Gids in de beoefening der mij noodzakelijkste deugden, voornamelijk van Gehoorzaamheid, Zuiverheid en Godsvrucht. Ik stel mij volkomen in uwe handen, wat mijne roeping en voortgang in de deugd en in de wetenschap betreft. Eindelijk, ik geef de geheele leiding mijns levens en mijne eeuwige zaligheid aan uwe zorg over. Leer mij Maria beminnen en eeren als mijne Moeder; sta mij bij in alle mijne noodwendigheden en verlaat mij niet in de ure van mijnen dood. Amen.
LITANIE VAN DEN H. ALOYSIUS.
|
Kyrie, eleïson. Christo, oleïson. Kyrie, eleïson. Christe, audi nos. Ohriste, exaudi nos. |
Heer, ontferm U onzer. Chri8tus,ontfermtJ onzer. Heer, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. |
|
Pater de coelis Deus, miserere nobis. rili Redemptor mundi. Deus, miserere nobis. Spiritus sancte, Deus, miserere nobis. Sancta Trinitas, unus Deus, miserere nobis. Sancta Maria, Aloysii Mater et Patrona, ora pro nobis. Sancte Aloysi, Sancte Aloysi, Dei benedictionibus do-tate, S. Aloysi, Spiritu Sane-to replete, S. Aloysi, Chi-istiConfessor dignissime. S. Aloysi, Eucharistiae adorator devotis- ■S. Aloysi, Beatae Vir-ginis cliens arden-tissime, S. Aloysi, deliciarum mundi generose con-temptor, S. Aloysi, exemplar humilitatis, |
God, hemelsclie Vader, ontferm U onzer. God, Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer. God Heilige Geest, ontferm U onzer. Heilige Drievuldigheid, een God, ontferm U onzer. H. Maria, Moeder en Beschermster van den H. Aloysius, bid voor ons. H. Aloysius, H. Aloysius, verrijkt door de zegeningen des Heeren, H. Aloysius, vervuld met den H. Geest, H. Aloysius, zeer waardige Belijder van Jesus Christus, H. Aloysius, zeer godvruchtige aanbidder van het allerheiligste Sacrament des Altaars, H. Aloysius, zeer vurige dienaar der H. Maagd, H. Aloysius, edelmoedige verachter van de wellusten der wereld, H. Aloysius, voorbeeld van ootmoedigheid. |
— 56 —
|
S. Aloysi, paupertatisl amator, S. Aloysi, in obedien-i tia consummate, S. Aloysi, patientia admirabilis, S. Aloysi, incoelispo- tentissime, S. Aloysi, fuga tor dae- monum, S. Aloysi, honor et gloria juventutis, S. Aloysi, patron e scholasticorum, ri S. Aloysi, vitae evange- ^ licae imitator, § S. Aloysi, speculum, virginum, i £• -S. Aloysi, consolator quot; aftiictorum dulcis-sime, S. Aloysi, salus infir-morum certissima, S. Aloysi, Sociëtatis, Jesu decus et oma-j mentum, S. Aloysi, praeclarum ecclesiae lumen, S. Aloysi, plurimis in-signite miraculis. |
H. Aloysius, minnaar der armoede, H. Aloysius, volmaakt in gehoorzaamheid, H. Aloysius, wonderbaar in verduldigheid, H. Aloysius, zeer machtig in den hemel, II. Aloysius, verdrijver der helsche geesten, H. Aloysius, eer en luister der jeugd, H. Aloysius,bescherm-heilige der stu-deerende jeugd, W H. Aloysius, navolger, ^ van het evangelische o leven, § H. Aloysius, spiegel g der maagden, » H. Aloysius, zeer zoet-aardige vertrooster der bedrukten, H. Aloysius, zeer zekere genezing der kr anken, H. Aloysius, luister en sieraad der Sociëteit van Jesus, H. Aloysius, klaar-blinkend licht der H. Kerk, H. Aloysius, vermaard door menigvuldige; wonderen, |
|
Agnus Dei qui tollis peccata mundi, parce nobis Domine. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, exaudi nos Domine. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi,miserere nobis. Christe audi nos. Christe exaudi nos. v. Ora pro nobis, Sancte Aloysi. e. Ut digni efficiamur promissionibus Christi. oremus. Coelestium donorum distributor, Deus, qui in angelico juvene Aloysio miram vitae innocentiam pari cum poenitentia sociasti, ejus precibus et meritis concede, ut inno-centem non secuti poeni-tentem imitemur. Per Dominum, etc. |
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons. Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer. Christus, hoor ons. Christus, verhoor ons. v. Bid voor ons H. Aloy-sius. r. Opdat wij waardig worden de beloften van Christus. laat ons biddex. God, uitdeeler der he-melsche gaven, die in den en gelach tigen jongeling Aloysius eene wonderbare onschuld des levens met eene gelijke boetvaardigheid gepaard hebt, verleen ons door zijne gebeden en verdiensten, dat wij, die hem in zijne onschuld niet gevolgd hebben, hem ten minste in zijne boetvaardigheid mogen navolgen. Door onzen Heer, enz. |
ander gebed.
Oremus. Tu Domine, Laat om hidden. Ver-■exaudi preces nostras et hoor, o Heer onze gebeden
— 58 —
|
per intercessionem S. Aloy sii famuli tui concede, ut, quod vocatio nostra desiderat, impleamus, et de virtute ad virtutem progredientes, regni coe-lestis participes fieri mereamur. Per Christum Dominum nostrum. Amen. |
en verleen ons door de voorspraak van den H. Aloysius, uwen Dienaar, dat wij al datgene wat onze roep van ons eischt, getrouw mogen volbrengen en van deugd tot deugd voortgaande, het Hemelrijk mogen verwerven. Door Christus onzen Heer. Amen. |
GEBEDEN VOOR DE ZES ZONDAGEN VAN DEN H. ALOYSIUS.
I.
Heilige Aloysius! gij werdt door den Heer geheiligd reeds voor dat gij het levenslicht aan-schouwdet; en terstond bij het eerste ontwaken uwer rede zijt gij begonnen God te beminnen en hem te dienen. Verwerf mij de genade dat ik nu ten minste beginne met mij geheel aan den Heer mijnen God toe te wijden, Hem ijverig te dienen en allerhartelijkst \'lief te hebben. Amen. — Onze Vader. — Wees O eg roet. — Eere zij den Vader.
II.
Heilige Aloysius! gij hebt uwe engelachtige onschuld en uwe maagdelijke zuiverheid ten einde toe ongeschonden bewaard. Verwerf mij de genade dat ik nooit het allerminste tegen deze onschatbare •deugd doe of toelate, dat ik aan alle vijanden dezer teedere deugd immer krachtigen weestand biede en
— 59 —
door de nauwlettendste bewaking mijner zintuigen aan alles, wat haar schade zou kunnen veroorzaken, den toegang tot mijn hart belette. Amen. — Onze Vader, — Wees gegroet. — Eere zij den Vader.
III.
Heilige Aloysius I Gij hebt de zonde altijd meer geschuwd, dan eene vergiftige slang ; de schaduw der zonde reeds vervulde uwe reine ziel met afgrijzen en vreeze ; ook hebt gij de weinige en geringe misslagen die gij in uwe kindschheid bedreeft, uw geheel leven lang met overvloedige tranen beweend en met allerstrengste lichaams-kastijdingen geboet. Verwerf mij de genade, dat ik mijne talrijke en zware zonden van ganscher harte beweenc en boete, en in het vervolg de zonde boven alles hate en ver-afschuwe ! Amen. — Onze Vader. — Wees gegroet.— Eere zij den Vader.
IV.
Heilige Aloysius ! Gij hebt van uwe eerste levensjaren af uw genoegen gezocht en uw zoetst genot gevonden in het gebed; vooral wanneer gij in de kerk met den grootsten eerbied en de diepste ingetogenheid uwe oefeningen van godsvrucht verrichtet, dan scheent gij een Engel in menschelijke gestalte ! Verwerf mij de genade, dat ik niet slechts uitwendig met grooten eerbied, maar ook inwendig met vurige godsvrucht en heilige vreugde het gebed beoefene. Amen. — Onze Vader. — 7Vees gegroet. — Eere zij den Vader.
— GO —
V.
Heilige Aloysius ! Gij hebt, om steeds meer en meer in de genade bevestigd en versterkt te worden, de H. Sacramenten der Biecht en der H. Cummunïe altijd met de meeste vurigheid en slechts na langdurige en zorgvuldige voorbereiding ontvangen. Verwerf mij de genade, dat ik mij immer tot het ontvangen dier H. Geheimen zorgvuldig voorbereide en ze dikwerf en zoo godvruchtig\' mogelijk ontvange, opdat zij mij niet ten verderve, maar ter eeuwige zaligheid verstrekken. Amen. — Onze Vader. — Weesgegroet. — Evrc zij den Vader.
VI.
Heilige Aloysius ! Gij hebt gedurende uw geheel leven Jesus en Maria op de teederste wijze lief gehad : daarom ook viel u het geluk te beurt van te mogen sterven in de brandendste liefde tot Jesus en Maria en in de innigste vereeniging met beiden. Verwerf mij de genade, dat ik nimmer ophoude mijnen lieven Jesus van ganscher harte boven alles te beminnen en Maria mijne lieve Moeder met kinderlijk vertrouwen te vereeren : opdat ook ik eenmaal in de genade van Jesus Christus, mijnen Verlosser en in do omhelzing van Maria, mijne Moeder uit dit leven moge scheiden. Amen. — Onze Vader. — Wees gegroet. — Eere zij den Vader.
ISTE CONFESSOR.
Iste Confessor Domini, Viert,o Christ\'nen/tfeest
colentes van deez\' Belijder.
Quem pie laudant populi Alle volken zingen zijn
per orbem ; verdiensten ;
— 61 —
|
1) Hac die laetus meruit beatas Scandere sedes, 2) Hac die laetus meruit supremos Laudis honores. 2, |
1) Heden steeg hij blij ten gloriezetel, In der heem\'len zaal. 2) Heden mocht hij lof bij lof ontvangen, Blijde in des hemels woon. |
Qui pins, prudens, humi- Vroom en vol beleid, oot-
lis, pudicus, moedig, vlekloos,
Sobriam duxit sine labe Leidde hij een leven, rijk
vitam, aan deugden,
Donec humanos anima vit Zoolang als de lucht-
aurae stroom in zijn aad\'ren.
Spiritus artus. Hem bezielen mocht.
3.
Cu jus ob praestans meri- Door de wonderkracht
tum frequenter, van zijne bede,
Aegra quae passim jacue- Werd zoo vaak in de af-
re membra, gematte leden
Viribus morbi domitis, Ziekte en kwaal getemd
saluti en de gezondheid
Kestituimtur. Weder ingestort.
4.
Noster hinc illi chorus Daarom zinge ons choor
obsequentem te zijner eere
Concinitlaudem,celebres- Jub\'lend lof- en dank- en
que palmas ; zegelied\'ren,
1) Op den dag van het afsterven eens Belijders.
2) Als het zijn sterfdag- niet is.
6
— 62 —
|
Ut piis ejus precibus ju- vemur Omne per aevum. 5. Sit salus illi, decus atque vdrtus, Qui super coeli solio co- ruscans, Totius mundi seriem g\'u- bemat, Triuus et unus. Amen |
Dat zijn voorspraak immer ons versterke Op deez\' pelgrimstocht. Heil zij hem, en eer en kracht en glorie, Die op \'s Hemels eeuw\'- gen lichttroon zetelt, En des werelds loop zoo wijs verordent, Hem drieëenig God. Amen. |
Akte van toewijding aan het Allerheiligste Hart van Jesus.
O aanbidlijk Hart van mijn Jesus ! het teederste. het beminlijkste en het edelmoedigste van alle harten, doordrongen van dankbaarheid bij de overdenking uwer weldaden, kom ik mij geheel en voor altijd aan U toewijden. Ik wil alle mijne krachten inspannen om uwe vereering uit te breiden en om, zoo zulks mogelijk is, alle harten voor U te winnen. O Jesus, ontvang heden mijn hart, of liever neem Gij het zelf, verander het, zuiver het, om het Uwer meer en meer waardig te doen worden, en maak mijn hart gelijk aan het Uwe: ootmoedig, zachtzinnig, geduldig, vol van heilige en van edelmoedige liefde. Verberg mijn hart met al de harten die U beminnen in het Uwe, en laat nimmer toe dat ik het terugneme. Ja, ik wil liever sterven, dan ooit Uw beminlijk Hart bedroeven. O Hart van Jesus I het verlangen mijns harten is, U altijd te beminnen, U altijd te eeren, Ualtijd te dienen, U altijd toe te behooren, inleven, en in dood, en in alle eeuwigheid. Amen.
— 63 —
Litanie van den Allerheiligsten Naam Jesus.
Eénige door Z. H. den Paus goedgekeurde Litanie van den Zoeten Naam.
|
Kyrie eleïson. Christe eleïson. Kyrie eleïson. Jesu, audi nos. Jesu, exaudi nos. Pater de coelis Deus, miserere nobis. Fili, Redemptor mundi Deus, Spiritus Sancte Deus, Sancta Trinitas unus Deus, Jesu, Fili Dei vivi, Jesu, splendor Patris, Jesu, candor lucis aeternae, Jesu, Rex gloriae, Jesu, sol justitiae. Jesu, fili Mariae Virginia, Jesu amabilis, Jesu admirabilis, Jesu, Deus fortis. |
Heer, ontferm U onzer. Christus, on tfermU onzer. Heer, ontferm U onzer. Jesus, hoor ons. Jesus, verhoor ons. God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God, Zoon Verlosser der wereld. God, Heilige Geest, Heilige Drievuldigheid, één God, Jesus, Zoon van den levenden God, O Jesus, glans des Va- ders, 22 Jesus, klaarheid des B eeuwigen lichts, Jesus, Koning der o glorie, n Jesus, zon der gerech- T1- tigheid, Jesus, zoon der Maagd Maria, Beminlijke Jesus, Verwonderlijke Jesus, Jesus, sterke God, |
64
|
Jesu, pater futuri sae-culi, Jesu, magni Consilii angele, Jesu potentissime, Jesu patientissime, Jesu obedientissime. Jesu, mitis et liumilis corde, Jesus, amator oasti-tatis, Jesu, amator noster, Jesu, Deus pacis, Jesu, auctor vitae, Jesu, exemplar virtu turn, Jesu, zelator anima-rum, Jesu, Deus noster, Jesu, refugium nos trum, Jesu, pater pauperum, Jesu, thesaurus tide- lium, J esu, bone pastor, Jesu, lux vera, J esu, sapientia aeterna, Jesu, bonitas infinita, J esu, via et vita nostra, Jesu, gaudium ange-lorum, |
Jesus, Vader der toekomstige eeuw, Jesus, Engel des hoo- gen E-aads, Allermachtigste Jesus, Allergeduldigste J esus Allergehoorzaamste Jesus, Jesus, zachtmoedig en nederig van harte, Jesus, minnaar der zuiverheid, Jesus, onze minnaar, Jesus, God des vredes, Jesus, oorsprong des levens, Jesus, toonbeeld der deugden, Jesus, ij ver aar der zielen, Jesus, onze God, Jesus, onze toevlucht, Jesus, vader der armen, Jesus, schat der geloo vigen, Jesus, goede herder, Jesus, waarachtig* licht, Jesus, eeuwige wijs heid, Jesus, oneindige goedheid, Jesus, onze weg en ons leven, Jesus, vreugde der Engelen, |
— 65 —
|
Jesu, Rex Patriarcha-rum, Jesu, Magister Aposto-lorum, Jesu, Doctor Evange-listarum, Jesu, fortitude Marty-rum, Jesu, lumen Confesso-rum, Jesu, puritas Virgi-num, Jesu, corona Sanctorum omnium, miserere nobis. Propitius esto, paree nobis, Jesu. Propitius esto, exaudi nos, Jesu. Ab omni malo, libera nos, Jesu. Ab omni peccato, Ab ira tua, Ab insidiis diaboli, A spiritu fornicationis. A morte perpetua, A neglectu inspiratie- num tuarum, Per mysterium sanc-tae Incaraationis tuae. Per nativitatem tuam, Per infantiam tuam, |
Jesus, Koning der Patriarchen, Jesus, Meester der O Apostelen, S- Jesus, Leeraar der « Evangelisten, £ Jesus, sterkte der Mar- d telaren, | o Jesus, licht der Belij- § ders, Jesus, zuiverheid derl Maagden, Jesus, ki\'oon van alle Heiligen, ontferm U onzer. Wees genadig, spaar ons, Jesus. Wees genadig, verhoor ons, Jesus. Van alle kwaad, verlos ons Jesus. Van alle zonde. Van uwen toorn. Van de lagen des duivels. Van den geest van onzuiverheid, Van den eeuwigen dood. Van de verwaarloozing uwer ingevingen, Door het geheim uwer Heilige Menschwor-ding, Door uwe geboorte. Door uwe kindsheid, |
6*
— 66 —
|
Per divinissimam vitara tuam. Per labores tuos, Per agoniam et passio- nem tuam, Per crucem et derelic- tionem tuam, Per languores tuos. Per mortem et sepultu- ram tuam. Per resurrectionem tuam. Per ascensionem tuam. Per gaudia tua. Per gloriam tuam, Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, paree nobis, Jesu. Agnus Dei, qui tollis peeeata mundi, exaudi nos, Jesu. Agnus Dei, qui tollis peccata mundi, miserere nobis, Jesu. Jesu, audi nos. Jesu, exaudi nos. OREMUS. Domine Jesu Christe, qui dixiste: Petite et accipietis, quaerite, et invenietis, pulsate et aperietur vobis; quaesu-mus, da nobis petentibus divinissimi tui amoris affectum, ut Te toto corde, ore et opere diligamus |
Door uw allergodde- lijkst leven. Door uwen arbeid. Door uw doodstrijd en lijden. Door uw kruis en verlatenheid. Door uwe krankheden, Door uw dood en begrafenis. Door uwe verrijzenis. Door uwe hemelvaart. Door uwe vreugden, Door uwe glorie, Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jesus. Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Jesus. Lam Gods, dat weg\'neemt de zonden der • wereld ontf ermUonzer, o J esus. Jesus, hoor ons. Jesus, verhoor ons. LAAT ONS BIDDEN. Heer Jesus Christus, die gezegd hebt: Vraagt en gij zult verkrijgen, zoekt en gij zult vinden, klox^t en u zal geopend worden; wij bidden U, geef ons dat wij, die de waarachtige genegenheid uwer goddelijke liefde |
67 —
|
et a tua nunquam laude cessemus. Sancti Nominis tiii Do-mine, timorem pariter et amorem fas nos habere perpetuum: quia nunquam tua gubernatione destituis, quos in solidi-tate tuae dilectionis in-stituis. Per Dominum nostrum J esum Christum, rilium tuum, qui tecum vivit et regnat in imitate Spiritus Sancti, Deus, per omnia saecula saeculo-rum. Amen. |
vragen, U van ganscher harte met woorden en met werken mogen beminnen, en nimmer mogen ophouden van U te loven. Maak, o Heer, dat wij altijd uwen heiligen Naam mogen vreezen en tevens beminnen : want nimmer onttrekt Gij dengenen uwe leiding, die G-ij bevestigt in bestendige liefde jegens U. Door onzenHeer J esus Christus uwen Zoon, die met U leeft en heerscht in de eenheid des H. Geestes, God, in alle eeuwen der eeuwen. Amen. |
GEBED
VOLLEN AFLAAT.
Pius VII, (10 Apiil 1821) heeft aau allen, die dit gebed godvruchtig en met een rouwmoedig hart bidden, geknield voor een afbeeldsel, hoedanig ook, van den gekruisigden Zaligmaker, telkens onder de gewone voorwaarden, — dat is na gebiecht en gecommuniceerd en eenige gebeden gestort te hebben volgens de intentie der H. Kerk, — een vollen aflaat verleend; dien Leo XII (d. 17 April 1825) ook toepasselijk heeft gemaakt op de geloovige zielen; en die laatstelijk door Pius IX (d. 31 Juli 1858,) is bekrachtigd geworden.
— 68 —
En ego, o bone et dul- Zie mij hier, o goede en eissime Jesu, ante con- zoetste Jesus, voor uw spectum tuum genibus me aanschijn op mijne knieën provolvo, ac maximo ani- neergebogen; met de mi ardore Te oro atqne grootste vurigheid bid .obtestor ut meum in en smeek ik U, dat cor vividos fidei, spel et Gij U gewaardigt levendige gevoelens van geloof, hoop, en liefde met een waai* berouw over mijne zonden, en een vasten wil om die te verbeteren, in mijn hart te drukken, terwijl ik met groote ontroering en droefenis des ge-moeds uwe vijf
mente contemplor, illud wonden bij mij zeiven prae oculis habens, quod overweeg en in den geest jam in ore ponebat suo aanschouw, mij herinne-David propheta de Te, o rende de woorden welke bone Jesu: Foderunt manus de profeet David reeds meas et pedes meos ; dimt- omtrent U, o goede Jesus, .meraverunt omnia ossamea. zich in den mond legde : (Ps. 21: 17, 18) Zij hebben mijne handen
en mijne voeten doorboord ; zij hebben alle mijne beenderen geteld.
Bid daarna: 5 Onze Vaders en 5 Wees gegroelen, en: Eire .zij den Vader, enz. volgens de intentie van Z. H. den Paus.
charitatis sen-sus atqne ve-ram peccato-rum meorem poenitentiam, eaque emen-dandi firmissi-main volunta-tem velis im-primere, dum magno animi effectu et do-lore tua quin-que vulnera mecum ipse considero ac
Getijden der overledenen.
TER VESPER.
Ant. Placebo Domino. Ant. Ik zal behagen aan den Heer.
Psalm 114.
|
1. A. Dilexi, quordam exaudiet Dominns* vocem orationis meae. Quia inclinavit aurem suam mihi : * et in diebus meis invocabo. Circumdedérunt me do -lores mortis : * et pericula inferni invenérunt me. Tribulation em et dolo-rem invóni: * et nomen Domini invocavi. O Domine, libera ani-mam meam : * misericors Dominus et j ustus; et Deus noster miseretur. Custodiens parvulos Dominus: humiliatussum et libera vit me. Convertere, anima mea, in requiem tuam : * quia Dominus benefecit tibi. |
1. A. Ik heb lief, omdat de Heer zal verhooren de stem mijner smeeking. Want Hij neigt zijn oor tot mij, daarom zal ik Hem aanroepen in mijne dagen. De smarten des doods hebben mij omgeven ; en de angsten der hel hebben mi] getroffen. Ik vond benauwdheid en droefenis, en ik heb aangeroepen den naam des Heeren. O Heer, bevrijd mijne ziel I Genadig en rechtvaardig is de Heer; en ontfermend is onze God. De Heer bewaart de eenvoudigen : ik was vernederd en Hij heeft mij verlost. Mijne ziel keer weder tot uwe rust, want de Heer heeft u welaredaan. |
— 70 —
|
Quia eripuit animam ^ie morte, * oculos meos a lacrymis, pedes meos a lapsu. Placebo Domino * in regione vivorum. Requiem aeternam * dona eis, Domine. Et lux perpetua * lu-ceat eis. Ani. Placebo Domino in regione vivorum. Ant Hei mihi, Domine. |
Want hij heeft mijne ziel gered van den dood ; mijne oogen van tranen, mijnen voet van aanstoot. Ik zal behagen aan den Heer in het land dei-levenden. Heer, geef hun de eeuwige rust. En het eeuwige licht verlichte hen. Ant. Ik zal behagen aan den Heer in het land der levenden. Ant. Wee mij, o Heer. |
Psalm 119.
|
2. A. AdDominumcum tribularer clamavi: * et exaudivit me. Domine libera animam meam a labiis iniquis * et •a lingua dolosa. Quid detur tibi aut quid apponatur tibi * ad linguam dolosam ? Sagittae potentis acu-tae, * cum carbonibus •desolatoriis. Heu mihi ! quia incola-tus meus prolongatus est: habitavi cum habitanti- |
2. A. Toen ik in verdrukking was, heb ik tot den Heer geroepen, en Hij heeft mij verhoord. Heer, verlos mijne ziel van de booze lippen, en van de bedriegelijke tong. Wat zal u gegeven, of wat zal u worden toegevoegd van wege de valsche tong ? Scherpe pijlen eens machtigen, met verwoestende kolen. Wee mij, daar mijne ballingschap verlengd is: ik heb onder de inwoners |
71 --
|
bus Cedar, * multum in-cola fuit anima mea. Cum his qui oderunt pacem, eram pacificus : * cum loquebar illis, im-pugnabant me gratis. Requiem aeteraam, etc. Ant. HeimihijDomine, quia incolatus meus prolongatus est! Ant. Dominus custo-dit te. |
van Cedar mijn verblijf gehouden ; sedert lang was mijne ziel in balling- Ik was vreedzaam met degenen, die den vrede haatten, als ik hen aansprak, bestreden zij mij zonder reden. Heer, geef hun de eeuwige rust, enz. Ant. Wee mij, o Heer, daar mijne ballingschap-verlengd is. Ant. De Heer bewaart ii. |
Psalm 120.
|
1. A. Levavi oculos meos in mout es, * unde veniet auxilium mihi. Auxilium meum a Domino, * qui fecit coelum et terram. Non det in commotio-nem pedem tuum; *neque dormitet qui custodit te. Ecce non dormitabit, neque dormiet, * qui custodit Israël. Dominus custodit te, Dominus protectie tua, * super manum dexteram tuam. |
1. A. Ik hief mijne oogen op naar de bergen, van waar mij hulp komen zal. Mijne hulp komt van den Heer. die hemel en aarde gemaakt heeft. Hij zal uwen voet niet laten wankelen, en Hij die u bewaakt zal niet sluimeren. Zie, Hij die Israël bewaakt, zal niet sluimeren noch slapen. De Heer bewaakt u, do Heer is uw beschermer,. Hij is aan uwe rechterhand. |
— 72 —
|
Per diem sol non uret te * neque luna per noc-tem. Dominus custodit te ab omni malo * custodiat animam tuam Dominus. Dominus custodiat in-troïtum tuum et exitum tuum, * ex hoc, nunc, et usque in saeculum. Requiem aeternam, etc. Ant. Dominus custodit te ab omni malo: custodiat animam tuam Dominus. Ant. Si iniquitates. |
De zon zal u des daags niet steken, noch de maan des nachts. De Heer bewaart u van alle kwaad, de Heer beware uwe ziel. De Heer beware uwen ingang en uwen uitgang, van stonden aan nu en tot in eeuwigheid. Heer, geef hun de eeuwige rust, enz. Ant. De Heer bewaart u van alle kwaad: de Heer beware uwe ziel. Ant. Indien Gij, o Heer. |
Psalm 129.
|
2. A. Deprofundiscla-mavi ad te Domine: * Domine, exaudi vocem meam. Fiant aures tuae in ten-dentes * in vocem depre-cationis meae. Si iniquitates obser-vaveris Domine, * Domine, quis sustinébit ? Quia apud te propitia-tio est; * et propter legem tuam sustinui te Domine. Sustinuit anima mea |
2. A. Uit de diepte heb ik tot U geroepen, o Heer, Heer, verhoor mijn gebed. Wend goedgunstig uwe ooren tot de stem mijner smeeking. Indien Gij, o Heer, de ongerechtigheden gadeslaat, Heer, wie zal bestaan ? Maar bij U is ontferming, en om uwe wet, verlaat ik mij op U, o Heer. Mijne ziel verlaat zich |
73 —
|
in verbo ejus, * speravit anima mea in Domino. A custodia matutina, usque ad noctem, * speret Israel in Domino. Quia apud Dominum misericordia, * et copiosa apud eum redemptio. Et ipse redimet Israël* ex omnibus iniquitatibus ejus. Requiem aetemam, etc. Ant. Si iniquitates ob-servaveris, Domine, Do-mine, quis sustinebit ? Ant. Opera. |
op zijn woord, mijne ziel hoopt op den Heer. Van den ochtendstond tot aan den nacht, zal Israël op den Heer hopen. Want bij den Heer is barmhartigheid, en bij Hem is overvloedige verlossing. En Hij zal Israël verlossen van al zijne ongerechtigheden. Heer, geef, enz. Indien Gij,o Heer, de ongerechtigheden gadeslaat, Heer, wie zal er bestaan ? Ant. Heer, Versmaad. |
Psalm 137.
|
1. A. Confitébor tibi, Domine, in toto corde meo ; * quoniam audisti verba oris mei. In conspectu Angelo-rum psallam tibi ; * ado-rabo ad templum sanctum tuum, et confitébor nomini tuo. Super misericordia tua etveritate tua ; * quoniam magnificasti super omne, nomen sanctum tuum. |
1. A. Ik zalUuit geheel mijn hart loven, o Heer ; omdat Gij de woorden mijner lippen verhoord hebt. Ik zal uwen lof zingen in de tegenwoordigheid der Engelen, ik zal mij aanbiddend heenbuigen naar uwen heiligen tempel en ik zal uw en naam loven. Om nwe barmhartigheid en uwe waarheid; want Gij hebt uwen heiligen naam grootgemaakt boven alles. |
|
In quacumque die in-vocavero te, exaudi me; * multiplicabis in anima mea virtutem, Confiteantnr tibi, Do-mine, omnesRegesterrae: * quia audierunt omnia verba oris tui Et can tent in viis Domini ; * quoniam magna est gloria Domini. Quoniam excelsus Do-minus et humilia respicit; *et alta a longe cognoscit. Si ambulavero in medio tribulationis, vivificabis me : * et super iram ini-micorum meorum exten-disti manum tuam, et salvum me fecit dextera tua. Dominus retribuet pro me; * Domine, misericor-diatuain saeculum; opera manuum tuarum ne des-picias. Requiem aetemam * dona eis, etc. Ant. Opera manuum tuarum, Domine, ne despicias. Vs. Audivi vocem de coelo, dicentem milii. |
Verhoor mij, ten dage dat ik U zal aanroepen ; Gij zult de kracht van mijne ziel vermeerderen. Dat al de koningen der aarde U loven; want zij hebben al de woorden van uwen mond gehoord. En dat zij zingen op de wegen des Heer en, want de heerlijkheid van den Heer is groot. quot;Want de Heer is hoog, nochtans ziet Hij de nede-rigen aan; en de trotschen kent Hij van verre. Al wandel ik in het midden der verdrukking, nog behoudt Gij mij in het leven : uwe hand strekt Gij uit tegen den toorn mijner vijanden en uwe rechterhand bewaart mij. De Heer zal voor mij wraak nemen; Heer, uwe barmhartigheid is in eeuwigheid ; versmaad de werken uwer handen niet. Heer, geef hun de eeuwige rust, enz. Ant. Heer, versmaad de werken uwer handen niet. Vs. Ik hoorde eene stem uit den hemel, die tot mij zeide: |
- / O -
A.. Beati mortui qui in A. Zalig zijn de dooden Domino moriuntur. die in den Heer sterven.
Ant. Omne. Ant. Al wat de Vader
mij geeft.
MAGNIFICAT.
|
P. Magnificat * anima mea Dominum. Et exnltavit spiritus meus * in Deo salutari meo. Quia respexit humili-tatem ancillae suae: * ecce enim ex hoe beatam me dicent omnes genera-tiones. Quia fecit mihi magna qui potens est, * et sanctum nomen ejus. Et misericordia ejus a progenie in progenies, * timentibus eum. Eecit potentiam in bra-chio suo : * dispersit superbos mente cordis sui. Deposuit potentes de sede * et exaltavit hu-miles. Esurientes implevit bonis, * et divites dimisit inanes. |
P. Mijne ziel maakt groot den Heer. En verheugd heeft zich mijn geest in God, mijnen zaligmaker ! Omdat Hij nederzag op de geringheid zijner dienstmaagd: want zie van nu af zullen alle geslachten mij zalig prijzen. Dewijl groote dingen aan mij gedaan heeft Hij die machtig is : en heilig is zijn naam. En zijne barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over degenen die Hem vreezen. Hij heeft kracht gedaan door zijnen arm; verstrooid heeft Hij die hoogmoedig zijn in den waan huns harten. Machtigen heeft hij van den troon gestort, en geringen verheven. Hongerigen heeft Hij met goederen vervuld, en rijken ledig weggezonden. |
— 76 —
|
Suscepit Israël puerum snum, * recordatus mise-ricordiae suae. Sicut locutes est ad patres nostros * Abraham, et semini ejus in saecula. Requiem, etc. Ant. Omne quod dat mihi Pater ad me veniet: et eum qui venit ad me, non ejiciam foras. NB. Onder de volgende P. Pater noster eet., in stilte. P. Et ne nos inducas in tentationem. A. Sed libera nos a malo. |
Hij heeft Israël zijnen dienstknecht aangeno -men, zijner barmhartigheid indachtig. Gelijk Hij aan onze Vaderen heeft toegezegd, aan Abraham en zijn zaad in eeuwigheid, Heer, geef hun de eeuwige rust, enz. Ant. Al wat de Vader mij geeft zal tot mij komen, en dengene die tot mij komt zal ik niet verwerpen. gebeden is men geknield. P. Onze Vader enz., in stilte. P. En leid ons niet in bekoring. A. Maar verlos ons van den kwade. Amen. |
Psalm 145.
NB. Deze Psalm wordt weggelaten op Allerzielendag en ter gelegenheid eener Uitvaart.
P. Lauda, anima mea P. O mijne ziel prijs
Dominum, laudabo Do- denHeer.Ikzalden Heer
minum in vita mea ; * prijzen in mijn leven ; ik
psallam Deo meo quam- zal mijnen God psalm-
diu fuero, zingen zoo lang ik ben.
Nolite confidere in prin- Vertrouwt niet op Vor-
cipibus : * in filiis homi- sten, op der menschen
num, in quibus non est kinderen bij wie geen
salus. heil is.
|
■ Exibit spiritus ejus, et revertetur in terram suam ; * in illa die peri-bunt omnes cogitationes eorum. Eeatus cujus Deus Jacob adjutor ejus, spesejus in Domino Deo ipsius ;* qui fecit coelum et terram, mare et omnia, que in eis simt. Qui custodit veritatem in saeculum, facit judicium injuriam patientibus; * dat escam esurientibus. Dommus solvit compe- ditos ; * Dom in us illumi-nat caecos. Dominus erigit elisos; * Dominus diligit justos. Dominus custodit adve-nas, pupiilum et viduam suscipiet; * et vias pecca-torum disperdet. Regnabit Dominus in saecula. Deus tuus Sion ; * in generationem et ge-nerationem. Requiem, etc. |
Hun geest gaat uit, zij keeren weer tot hunne aarde, en op dienzelfden dag vergaan al hunne aanslagen. Welgelukzalig is hij die den God Jacobs tot zijn Helper heeft, wiens verwachting is op den Heer zijnen God ; die den Hemel en aarde gemaakt heeft, de zee en al wat daarin is Die trouwe houdt in eeuwigheid, die den verdrukten recht doet :die den hongerigen spijze geeft. De Heer maakt de gevangenen los; de Heer hergeeft den blinden het licht der oogen. De Heer richt de gebo-genen op ; de Heer heeft de rechtvaardigen lief. De Heer bewaart de vreemdelingen. Hij neemt den wees en de weduwe op, maar de wegen der goddeloozen richt hij ten verder ve. De Heer zal heerschen in eeuwigheid, uw God o Sion; Hij is van geslacht tot geslacht. Heer geef hun de eeuwige rust, enz. |
|
P. A porte inferi. A. Erue, Domine, ani-mas eorum. P. Requiescant in pace. A. Amen. P. Domine exaudi ora-tionem meam. A. Et clamor mens ad te veniat. P. Oremus. 1. DOOR Dens veniae largitor, et humanae salutis ama-tor: quaesumus clemen-tiam tuam ; ut nostrae congregationis fratres, propinquos et benefac-tores, qui ex hoc saeculo transierunt, beata Maria semper Virgine intercedente cum omnibus Sanctis tuis, ad perpetuae beatitudinis consortium pervenire concedas. Fidelium, Dens, omnium Conditor et Redemp-tor, animabus famulorum famularumque tuarum remissionem cunctorum tribue peccatorum, ut in- |
P. Van de poorte der hel. A. Verlos o Heer hunne zielen. P. Dat zij rusten in vrede. A. Amen. P. Heer verhoor mijn gebed, A. En mijn geroep kome tot U. P. Laat ons bidden. HET JAAR. God schenker der ver giffenis en minnaar van \'s menschen heil, wij bidden uwe goedheid, dat Gij de broeders, aanverwanten en weldoeners van deze vereeniging, die uit deze wereld zijn gescheiden, door de voorbede der Allerheiligste Maria, altijd Maagd en van alle Heiligen aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid deelachtig wüt maken. O God! Schepper en V erlosser aller geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en diena -ressen vergiffenis van alle hunne zonden, opdat zij |
— 79 —
|
dulgentiam quam semper optavemnt, piis supplica-tionibus consequantur. Qui vivis et regnas in saecula saeculorum. A. Amen. P. Requiem aeternam dona eis Domine. A. Et lux perpetua luceat eis. P. Requiescant in pace. A. Amen. |
de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven. Gij die leeft en heerscht in de eeuwen der eeuwen A. Amen. P. Heer, geef hun de eeuwige rust. A. En het eeuwig licht verlichte hen. P. Dat zij rusten in vrede. A. Amen. |
2 GEBED OP ALLERZIELENDAG. (1)
|
Fidelium, Deus, omnium Conditor et Re-demptor animabus fa-mulorum famularumque tuarum remissionem cunc-torum tribue peccatorum, ut indulgentiam quam semper optaverunt; piis süpplicationibus consequantur. Qui vivis et regnas cum Deo Patri, in unitate Spiritus Sancti Deus, per omnia saecula saeculorum. A. Amen. P. Requiem aeternam ^tc. |
O God, Schepper enVer-losser aller geloovigen, schenk aan de zielen uwer dienaren en dienaressen vergiffenis van al hunne zonden, opdat zij de genadige kwijtschelding, waarnaar zij altijd verlangd hebben, door onze godvruchtige gebeden mogen verwerven, Gij die leeft en heerscht met God den Vader in de eenheid des H. Geestes, God in alle eeuwen der eeuwen. A. Amen. P. Heer, geef him de eeuwige rust, enz. |
(1) Op Allerzielendag wordt dit gebed alleen gelezen.
3. OP DEN DAG DES OVEELIJDENS, DER BEGRAFENIS OF UITVAART.
|
Absolve quaesumus, Domine animam famuli tui N., utdefunctus sae-culo, tibi vivat: et quae per fragilitatem carnis human a conversatione commisit, tu venia mise-ricordissimae pietatis cle-menter absterge. Per Do-minum nostrum, etc. |
Wij bidden U, o Heer, ontsla de ziel van uwen dienaar N., opdat hij voor de wereld gestorven bij IJ moge leven : en neem genadiglijk weg van hem, door de vergiffenis uwer allerbarmhartigste goedheid, al hetgene hij door de broosheid des vleesches in zijnen tijdelijken wandel heeft misdreven. |
BIJ EEN JAAEGERIJ VOOR VELEN.
|
Deus indulgentiarem Domine, da animabus fa-mulorum famularumque tuarum, quorum anniver-sarium depositionis diem commemoramus, refrige-rii sedem, quietis beatitu-dinem, et luminis clari-tatem. Per Dominum nostrum etc. |
O Heer, God, aan wien. het eigen is, kwijt te schelden en te vergeven, verleen aan de zielen van uwe dienaren en dienaressen wier jaargetijde wij heden houden, de plaats van verkwikking, de zalige rust en de klaarheid des eeuwigen lichts. Door onzen Heer enz. |
VOOR EEN CONGREGANIST.
|
Inclina, Domine, aurem tuam ad preces nostras, «quibus misericordiam tu-am supplices deprecamur; |
Neig. Heer, uw oor tot onze gebeden, waarmeds wij uwe barmhartigheid ootmoedig smeeken, opdat |
|
ut an imam famuli tui N. quam de hoe saeculo mi-grare jussisti, in pacis ac lucis regione constituas, et Sanctorum tuorum ju-beas esse consortem. Per Dominum etc. |
Gij de ziel van uwen dienaar N., die Gij uit deze wereld geroepen hebt, in het Eijk des vredes en des lichts moogt plaatsen en de gemeenschap uwer Heiligen doen genieten. Door onzen Heer, enz. |
VOOR DE AFGESTORVENEN CONGEEGANISTEN.
|
Deus veniae largitor, et humanae salutis ama-tor, quaesumus elemen-tiam tuam ut nostrae congregationis fratrss, propinquos et benefac-tores, qui ex hoe saeculo transierunt, beata Maria semper Virgine intercedente cum omnibus Sanctis tuis ; ad perpetuae beatitudinis consortium pervenire concedas. Per Dominum nostrum etc. |
O God, schenker der vergiffenis en minnaar van \'s menschen heil, wij bidden uwe goedheid, dat Gij de broeders, aanverwanten en weldoeners van deze vereeniging, die uit deze wereld zijn gescheiden, door de voorbede der Allerheiligste Maria altijd Maagd en van alle Heiligen aan de gemeenschap der eeuwige zaligheid deelachtig wilt maken. Door onzen Heer, enz. |
VOOR ZIJNE OUDERS.
|
Deus, qui nos patrem et matrem honor are prae-cepisti; miserere clemen-ter animabus patris ac matris meae, eorumque peccata dimitte, meque eos in aetemae claritatis |
O God, die ons geboden hebt vader en moeder te eeren, ontferm U genadiglijk over de zielen van mijnen vader en van mijne moeder, vergeef hun de zonden, en verleen mij dat |
gaiidio fac videre. Per ik heu in de vreugde Dominum nostrum etc. der eeuwige heerlijkheid moge wederzien. Door onzen Heer, enz.
VOOR VADER OF MOEDER.
|
Deus, qui nos patrem et matrem honorare prae-cepisti, miserere clemen-ter animae (patris mei of matris meae), ejusque peccata dimitte, meque (eum of eam) in aeternae claritatis gaudio fac videre. Per Dominum nostrum, etc. P. Requiem aeternam dona eis Domine. A. Et lux perpetua lu-ceat eis. P. Requiescantinpace. A. Amen. |
O God, die ons geboden hebt vader en moeder te eeren, ontferm IJ genadiglijk over de ziel (van mijnen vader, of mijne moeder) en vergeef (hem of haar) de zonden en verleen mij dat ik (hem q/haar) in de vreugde der eeuwige heerlijkheid moge wederzien. Door onzen Heer Jesus Christus, enz. P. Heer, geef hun de eeuwige rust. A. En het eeuwige licht, verlichte hen. P. Dat zij rusten in vrede. A. Amen. |
JESU SALVATOR.
Jesu, Salvator mundi, exaudi preces supplicum.
Miseremini mei, miseremini mei, saltem vos amici mei, quia manus Domini, tetigit me.
Noctem verterunt in diem, et rursum post tenebras spero lucem. Jesu etc.
Pelli meae, consumptis camibus, adhaesit os meum. Miseremini etc.
— 83 —
Quare persequimini me, sicut Deus, et carnibus meis saturamini. Jesu etc.
Requiem aeteraam dona eis Domine, et lux pev-petua luceat eis. Miseremini etc.
ROE ATE.
SMEEK- EX KLAAGLIED DER OUDVADEES.
|
Rorate, coeli, desuper, et nubes plu an t justum, Ne irascaris, Domine, na ultra memineris iniqui-tatis ; ecce civitas Sancti facta est deserta; Sion deserta facta est, Jerusalem desolata est. Domus sanctificationis tuae et gloriae tuae, ubi lauda verunt Te patres nostri. Rorate coeli etc. Peccavimus et facti su-mus tamquam immundi nos, et cecidimus quasi folium universi, et iniqui-tates nostrae quasi ventus abstulerunt nos; abscon-disti faciem tuam a nobis, |
Dauwt gij hemelen van boven ; en dat de wolken nederregenen den Rechtvaardige ! Wees niet langer toornig o Heer, en gedenk verder niet der ongerechtigheid. Zie de stad des Heiligdoms is eene woestijn geworden, Sion is in woestenij gekeerd, Jerusalem ligt in rouw gedompeld: Jerusalem, de woonstee uwer heiligheid en uwer glorie, alwaar onze vaderen U plachten te loven ! Antw. Dauwt gij enz. Wij hebben gezondigd! en wij zijn geworden als onreine heidenen ; en afgevallen zijn wij allen, als verdorde bladeren; en onze misdaden hebben ons weggevoerd als een storm-- |
— 84 —
|
et allisisti nos in manu iniquitatis nostrae. Rorate, coeli, etc. Vide, Domine, afflicti-onem populi tui, etmitte, quem missurus es; emitte Agnum, Dominatorem terrae, de petra, deserti ad montem filiae Sion/ut auferat Ipse jugrimcapti-vitatis nostrae. Rorate coeli, etc. Consolamini, Consola-mini, popule meus; Cito veniet salus tua, quare moerore consumeris ? Quare innovavit te]dolor? Salvabo te, noli timere ; ego enim sum Dominus Deustuus, Sanctus Israel, Redemptor tuus. Rorate, coeli, etc. |
wind. G-ij hebt uw aangezicht verborgen voor ons ; en verbrijzeld hebt Gij ons door de kracht van onze eigene zonden. Antxv. Dauwt gij enz. Aanschouw, o Heer, de verdrukking van uw volk en zend toch Dien Gij zenden zult; zend het Lam, den Beheerscher der wereld van de rots der woestijn tot den berg der dochter Sion\'s, opdat Hij zelf van ons wegnemehet juk der gevangenschap. Antw. Dauwt gij erfz. Troost u, troost u, mijn volk ! weldra zal komen uw Heil; waarom kwijnt gij weg van verdriet ? waarom heeft zich uwe smart vernieuwd? Ik zal u redden, wil niet vree-zen; Ik toch, Ik ben de Heer uw God, de Heilige Israels, uw Verlosser 1 Antw. Dauwt gij enz. |
PAN GE LINGUA.
Pange, lingua, gloriosi Zingt, o lippen van \'t
Corporis mysterium, verheerlijkt Lichaam \'t
Sanguinisque pretiosi, wondervol geheim ; —
— 85 —
|
Quern in mundi pretium, Fructus ventris generosi, Rex effudit gentium. |
Zingt ook van het Bloed zoo kostbaar, — Dat voor \'s werelds zielenheil, —-De eed\'le Zoon dereed\'le Moeder, — Hij, der volken Vorst, vergooi. |
Nobis datus, nobis natus, Ons beschoren, ons ge-Ex inutacta Virgine, boren — Uit den reinen Et in mundo oonversatus, maagdensohoot,—Kwam Sparso verbi seraine, Hij met ons samenleven, Sui moras incolatus •— Hier verspreiden \'t
Miro clausit ordine. zaad des woords. — En besloot zijn pelgrimsleven — Met een wondere ordening.
3.
In supremaonocte coenae, Aan den diseh des joug-Reeumbens cum fratri- sten nachtmaals, — Zit-tus, tend in den Broeder-
Observata lege plene kring, — Volgt Hij stipt Cibis in legalibus, eerst de oude paaschwet,
Cibum. turbae duodenae, —Nut de voorgeschreven Se dat suis manibus. spij8)—Geeft daarop aan elk der twaalve — Zich tot spijs met eigen hand.
4.
Verbum caro, panem ve- \'t Vleesch geworden rum Woord maakt waarlijk —
Verbo camem efficit, Door zijn machtwoord
8
— 86 —
|
Pitqiie sanguis Christi memm ; Et si sensus deficit, Ad firmandum cor sinoe- rum, Sola fides sufficit. |
brood tot Vleesch, — Christus\' bloed wordt ons tot laafnis — En of de aardsche zin hier zwicht, — Om \'t rechtschapen hart te staven, — Geeft \'t geloof genoegzaam kracht. |
o.
Tantum ergo sacramen- Zulkeenheilig wonder-
tum teeken — Zij van ons dan
Veneremur cernui ; diep vereerd ; — Dat nu
Et antiquum documen- de oude beeldspraak wijke
tuin — Voor deez\' nieuwe
Novo cedat ritui : plechtigheid: — Het ge-
Praestet fides supplemen- loof strekke ons ten waar-
tum borg — Daar, waar \'t
Sensuum defectui. stofiijk zintuig zwicht.
6.
|
Genitori Genitoque, Laus et jubilatio : Salus honor virtus quo-que, Sit et benedictio: Procedenti ab ntroque, Compar sit, laudatio. Amen. |
Aan den Vader, aan den Zone, — Zij een lof-en jubelzang; — Hun zij heil en kracht en eere, — Hun zij alle zegening, — Hem ook, die uit beiden voorkomt, — Zij gelijke lof gewijd. Amen. |
— 87 —
AD OR O TE.
1.
|
Adoro Te devote latens Deitas, Quae sub his figuris vere latitas, Tibi se oor meum totiuu subjicit; Quia Te contemplans to-tum deficit. Ave, Jesu Pastor fide-lium, Adauge fidem omnium in Te credentium. Visus, tactus, gustus, in Te fallitur: Sed auditu solo tuto cre-ditur. Credo quidquid dixit Dei Films, Nil hoc veritatis verbo verius. Ave, Jesu, etc. |
Ik aanbid U need\'rig, o verborgen God, Die hier onder dezen broodschijn waarlijk schuilt. Voor U zwicht geheel en al mijn hart en geest; Als ik IJ aanschouw dan zijg ik zwijmend neer. Gegroet, o Jesus, onze Herder zoet. Vermeerder steeds de hoop en trouw van uw geloovigen. Ja, gezicht, gevoel en smaak bezwijken hier: Op \'t gehoor alleen wordt veilig hier gebouwd. Ik geloof wat Godes Zoon ons heeft gezegd. Niets is zoo onfeilbaar als dit waarheidswoord. Gegroet, enz. |
3.
|
In cruce latebat sola Dei-tas; At hic latet simul et hu-manitas: |
Aan het kruis verborg de Godheid zich alleen; Hier is tevens ook de menschheid mee omhuld : |
— 88 —
|
Ambo tarnen credens at- que confitens, Peto cjuod petivit latro poenitens. Ave, Jesu, etc. Plagas, sicut Thomas, non intueor, Deum tamen meum Te confiteor, Fac me Tibi semper magis credere, In Te spem habere. Te diügere. Ave, Jesu, etc. O memoriale mortis Do-mini! Panis vivus, vitam prae-stans homini, Praesta meae menti de Te vivere. Et Te illi semper dulce sapere. Ave, Jesu, etc. |
Beiden breng ik toch de hulde mijns geloofs, Beiden smeek ik als de moorder om gena. Gegroet enz. 4. Niet als Thomas mag ik uwe wonden zien: Ik erken TT evenwel als God en Heer : Geef dat mijn geloof in IJ steeds sterker wordt. Dat ik meer op U betrouw, U minnenmoog. Gegroet, enz. 5. O gedachtenis van\'s Hee- ren offerdood! Levend Brood dat ons een godlijk leven schenkt. Geef steeds dat mijn ziel daar immer leven put. Geef dat zij daar \'t immer zoete manna vindt. Gegroet, enz. 6. |
0 piePelicane, Jesu Do- Liefderijke Pelikaan,©
mine, Jesus, Heer,
Me immundum munda Reinig mij, besmeurde
Tuo sanguine, met uw kostelijk bloed;
— 89 —
|
Cu jus una stilla salvum facere, To turn mundum quit ab omui scelere. Ave, Jesu, enz. J esu, quern vela turn nunc aspicio, Oro, fiat illud quod tam sitio, Ut, Te revelata cernens facie, Visu sim beatus tuae glo-riae. Ave, Jesu, etc. Amen. |
Eene drup daarvan is rijkelijk genoeg Om de wereld rein te was- schen van haar smet. Gegroet, enz. Jesus, dien ik o versluierd hier aanschouw, Mij ge worde, bid ik, waar ik zoo naar dorst, Dat ik eenmaal U onthuld aanschouwen moog. En in \'t zien van uwe glorie zalig zij. G-egroet, enz. Amen. |
O SALUTAEIS.
|
O salutaris hostia, Quae coeli pandis ostium, Bella premunt hostilia, Da robur, fer auxiliiun. Uni Trinoque Domino. Sit sempiterna gloria Qui vitam sine termino Nobis donet in patria, Amen. |
O ! Heilig offer ons ten heil, Dat \'s hemels deuren ons ontsluit! Zie hoe des vijands woede ons praamt. Geef kracht en kom ons steeds te hulp. Aan U, o Heer, Drieëenig God, Zij eeuwige eer en heerlijkheid, Die ons een leven zonder eind Wilt schenken in het vaderland. Amen. |
8*
AVE VERUM.
|
Ave verum corpus^atum Do Maria Virgine ! Vere passum, immolatum In cruce pro homine ! Cujus latus perforatum, Vere fluxi sanguine. Esto nobis praegustatum, Mortis in examine. O clemens ! O pie ! O Fili Mariae\' |
Wees gegroet o Heilig lichaam, Vrucht der reine Moedermaagd ! Waarlijk leedt Gij, werdt Ge een otter Aan het kruis voor\'smen- schenheil! Uw voor ons doorboorde zijde, Gaf ons waar verzoenings-bloed. O wees eenmaal onze teerspijs, In het bange doodsgevaar. Barmhartig, Genadig God, Zoon van Maria ! |
O SACRUM.
|
O sacrum convivium. In quo Christus sumitur, Recolitur memoria pas-sionis ejus; mens impletur gratia, etfuturaegloriae, nobis pignus datur. Alleluia. |
O Heilig gastmaal, waarin Christus ontvangen, de gedachtenis zijns lijdens gevierd, het ge-moedmetgenade vervuld, en ons een onderpand der toekomstige glorie gegeven wordt. Alleluia |
— 91 —
O QUAM SUA VIS.
|
O quam sua vis est Do-mine, Spiritus tuus I Qui, ut clulcedinem tuam in filios demonstrares, Pane suavissimode coelo prae-stito, esurientes reples bonis, fastidiosos divites dimittens inanes. v.Panem de coelo praes-titisti eis. e. Omne delectamen-tum in se habentem. |
O Heer, hoe zoet is uw Geest 1 Om uwe zoetmin-lijkheid jegens uwe kinderen te toonen, hebt Gij het verkwikkende Brood uit den Hemel doen nederdalen; den hongerigen geeft Gij alle goed; maar hen die zich verzadigd en rijk wanen, wijst Gij on-begiftigd af. v. Hemelsch Brood hebt Gij hun geschonken. e. Een Brood dat alle verkwikking in zichbevat. |
AVE MARIS STELLA.
1.
|
Ave maris stella, Dei mater alma. Atque semper virgo, Pellx coeli porta. Sumens illud Ave, Gabriólis ore; Eunda nos in pace, Mutans Evae nomen. |
Wees gegroet o ster der zee, — Eed\'le moeder van mijn God, —Altijd maagd — En lelierein, — Ons een zaal\'ge hemeldeur. Neem den groet genadig aan, —U door Gabriël gebracht; —Vestig ons in hemelvree—En verander Eva\'s naam. |
AVE VERUM.
|
Ave verum corpus^atum Do Maria Virgine ! Vere passum, immolatum In cruce pro homine ! Cujus latus perforatum, Vere fluxi sanguine. Esto nobis praegustatum, Mortis in examine. O clemens ! O pie ! O Fili Mariae\' |
Wees gegroet o Heilig lichaam, Vrucht der reine Moedermaagd ! Waarlijk leedt Gij, werdt Ge een otter Aan het kruis voor\'smen- schenheil! Uw voor ons doorboorde zijde, Gaf ons waar verzoenings-bloed. O wees eenmaal onze teerspijs, In het bange doodsgevaar. Barmhartig, Genadig God, Zoon van Maria ! |
O SACRUM.
|
O sacrum convivium. In quo Christus sumitur, Recolitur memoria pas-sionis ejus; mens impletur gratia, etfuturaegloriae, nobis pignus datur. Alleluia. |
O Heilig gastmaal, waarin Christus ontvangen, de gedachtenis zijns lijdens gevierd, het ge-moedmetgenade vervuld, en ons een onderpand der toekomstige glorie gegeven wordt. Alleluia |
— 91 —
O QUAM SUA VIS.
|
O quam sua vis est Do-mine, Spiritus tuus I Qui, ut clulcedinem tuam in filios demonstrares, Pane suavissimode coelo prae-stito, esurientes reples bonis, fastidiosos divites dimittens inanes. v.Panem de coelo praes-titisti eis. e. Omne delectamen-tum in se habentem. |
O Heer, hoe zoet is uw Geest 1 Om uwe zoetmin-lijkheid jegens uwe kinderen te toonen, hebt Gij het verkwikkende Brood uit den Hemel doen nederdalen; den hongerigen geeft Gij alle goed; maar hen die zich verzadigd en rijk wanen, wijst Gij on-begiftigd af. v. Hemelsch Brood hebt Gij hun geschonken. e. Een Brood dat alle verkwikking in zichbevat. |
AVE MARIS STELLA.
1.
|
Ave maris stella, Dei mater alma. Atque semper virgo, Pellx coeli porta. Sumens illud Ave, Gabriólis ore; Eunda nos in pace, Mutans Evae nomen. |
Wees gegroet o ster der zee, — Eed\'le moeder van mijn God, —Altijd maagd — En lelierein, — Ons een zaal\'ge hemeldeur. Neem den groet genadig aan, —U door Gabriël gebracht; —Vestig ons in hemelvree—En verander Eva\'s naam. |
— 94 —
6.
|
Quis nou posset contris-tari Christi Matrem contem-plari Dolentem cum Filio f Pro peccatis suae gentis Vidit Jesum in tormentis Et flagellis subditum. |
Wie zou niet meewarig worden — Bij het zien der lieve Moeder — Die daar met haar Zone lijdt? Voor de zonden van de zijnen — Zag zij Jesus in de pijnen — Zag zij hem den geesels prijs. |
8.
|
Vidit suum doleem Na-tum Morientem, desolatum Duin emisit spiritum. |
Zag zij haar geliefden Zone — Bij zijn sterven gansch verlaten — Toen Hij gaf den laatsten snik. |
9.
|
Eia, Mater, f ons amoris! Me sentire vim doloris JTao, ut tecum lugeam. |
Geef dan, Moeder, bron der liefde ! — Dat ik al uw smarten voele,— G-eef mij dat ik met u ween. |
10.
|
Fac ut ardeat oor meum In amando Christum Deum Ut sibi complaceam. |
Geef mij, dat mijn harte blake — In \'t beminnen van mijn Jesus — Opdatik aanHem behaag. |
— 95 —
11.
|
Sancta Mater! istud agas; Crucifixi fige plagas Cordi meo valide. |
HeiTge Moeder, o verhoor mij; — Druk de wonden des Gekruisten—Diep en dieper in mijn hart. |
12.
|
Tui Nati vulnerati Tam dignati pro me pati Poenas mecum divide. |
quot;VV at uwZoon,de gansch doorwonde, — Zoo vol min voor mij wou lijden, — Deel die pijnen aan mij mee. |
13.
|
Fac me tecum pie fiere, Crucifixo condolere, Donec ego vixero. Juxta crucem tecum stare, Et me tibi sociare, In planctu desidero. |
Geef dat ik met u moog weenen, — Des Gekruisten smarten voelen—Zoo lang als ik leven zal. Naast den kruisboom met u staande —quot;Willig in uw lot te deelen — in uw jammer, is mijn wensch. |
15.
|
Virgo Virginum prae-clara, Mihi jam non sis amara, Fac me tecum plangere. |
Maagd der Maagden nooit volprezen — Wil voor mij niet bitter wezen, — Geef dat ik steeds met u klaag. |
— 96 —
16.
|
Fac ut portem Christi mortem, Passionis fac consortem; Et plagas recolere. |
Laat mij Christus\'kruisdood dragen, — Laat mij deelen in zijn lijden. — Grif zijn wonden in mijn geest. |
17.
|
Fac me plagis viünerari, Fac me cruce inebriari Et cruore Filii. |
Laat die wouden mij verscheuren,— Make \'t kruis mij vreugdedronken — En het zoenbloed van uw Zoon. |
18.
|
Flammis ne urar succen- 8U8 Per te, Virgo, sim de- fensus In die judicii. |
Dat mij \'t hellevuur nooit blake, — Wees, o Maagd, mij eens ten voorspraak — op den schrik-bren oordeelsdag. |
19.
Christe, quum sit hinc Christusl als ik hier moet exire, scheiden — Doe mij door
Da per Matrem me venire uw Moeder komen — Tot Ad palmam victoriae. der overwinning kroon.
20.
|
Quando corpus morietur, Fac ut animae donetur Paradisi gloria. Amen. |
Als dit lichaam eens zal sterven — Geef dan dat mijn ziel erlange —\'sHemels glorierijke vreugd. Amen. |
GEZANGÜEN.
No. 1.
JESUS HART, ONS HEIL.
Wie kan uw Hart aanschouwen,
Zoo godlijk mild en teer,
En roemt niet vol vertrouwen
De liefde van zijn Heer ?
Als de uitgestorte regen Stroomt ons uw liefde tegen.
O Jesus, o Jesus, Jesus zegen mij. (iis.)
Bij d\' aanblik van de zonde —
In eigen hart ontsteld.
Spoed ik naar de open Wonde,
Waar \'t godlijk heilbad welt.
Daar in Uw purperplassen Zal ik mijn vlekken wasschen.
O Jesus, o Jesus, Jesus reinig mij.
Als d\' afgejaagde hinde.
Versmacht mijn ziel van dorst;
Geef dat ik laafnis vinde
Aan uw doorstoken borst.
Laat me aan uw boezem zinken En liefde uit liefde drinken.
O Jesus, o Jesus, Jesus laaf gij mij. (bis.)
Bedreigd van alle zijden,
Door satans heir benard,
Zoek ik bij \'t moeizaam strijden
Een rustplaats voor mijn hart, Och, dat ik vluchten konde In Jesus boezemwonde!
O Jesus, o Jesus, Jesus veilig mij. {bis.)
— 100 —
In Jesus Harte wonen
Is\'t hoogst begeerlijk lot;
Mij zij de troon der tronen,
De liefde van mijn God!
Daar, van uw glans omblonken. Van uwe vreugde dronken,
O Jesus, o Jesus, Jesus zalig mij. {bis.)
No. 2.
BEDEZANG.
Voor Jesus harte zinge Mijn ziel in miugeneugt;
Door allo wolken dringe De luide toon der vreugd.
Refrein : Geëerd ten allen tijde
Zij Jesus\' heilig Hart;
Dat aller hart zich wijde ( ^
Aan \'tHart vol liefde en smart. I
O Hart voor mij gebroken Uit louter liefdepijn.
Om mijne schuld doorstoken.
Mocht gij mijn\' Redder zijn. liefr
Uit breede hartskwetsure Sprong water, heilig bloed.
Hoe rijk stroomt sinds die ure Ons uw genadevloed! Refr.
— 101 —
No. 3.
AAN JESUS\' H. HART.
Wees gekend, geloofd, aanbeden, Heilig Hart, zoo vlek\'loos schoon, Bron der reinste en hoogste liefde, Ons getoond door \'s Vaders Zoon. Mocht heel d\' aarde \'t loflied zingen, \'t Dankend lied, verruk\'lijk zoet: Wees geprezen, Hart van Jesus ! Hart van Jesus, wees gegroet!
Met uw kruis in liefdevlammen. Met uw wonden, diep en breed. Met uw krans van wreede doornen, Meldt gij wat mijn Jesus leed,
Blijft gij klagend ons herhalen : ,,Hoe zijn Hart den mensch bemint, ,,En voor al zijn liefdegaven ,,Nergens wederliefde vindt.quot;
\'t Heilig kruis, in vlammen stralend, Spreekt van lijden, naam\'loos groot. Zegt ons, hoe de Bron des levens Door zijn dood ons \'t leven bood: Leer mij dan het kruis beminnen, Minlijk hart van mijnen God, Om U lijden zii mijn vreugde. Om U sterven \'t hoogst genot.
Doornen, om het Hart gestrengeld, Dat uit breede wonden bloedt, o ! Doorwondt ook onze harten En ontsteekt ze in liefdegloed ;
— 102 —
Hecht ons vaster steeds aan Jesus, Doe ons deelen in zijn smart, Dan zal niets ons kunucn scheiden Van de liefde van zijn Hart.
Laat ons schuilen in de wonden Van uw minnend Hart, o God! Dan trotseeren wij de wereld. Hellemacht en zingenot.
Smeekend hebt Gij ons gebeden: „Geef, o kind, uw Hart aan Mij !quot; \'t Wordt U blijde weggeschonken, XT alleen beminnen wij.
Niet tot ons zij dan gesproken: „Zie het Hart, dat u bemint, „En voor al zijn liefdegaven „Nergens wederliefde vindtquot;; Wij, wij zullen XJ beminnen, God\'lijk Hart, zoo maat\'loos zoet; Wij herhalen alle dagen :
Hart van Jesus, wees gegroet !
No. 4.
M A R I A\'S NAAM.
O Naam! zoo zoet in de ooren
Van wie Maria mint; O naam ! zoo innig dierbaar
Aan \'t harte van haar kind. Geef dat Uw Naam, Maria, Steeds in mijne ziele leef, En stervend op mijn lippen Uw Naam, o Moeder zweef.
— 103 —
O Naam ! die de Onbevlekte In al haar grootheid prijst;
O Naam ! die op de Moeder Der zeven Smarten wijst.
Geef, dat, enz.
O Naam ! die ons de liefde Der Lieve Vrouwe noemt;
O Naam ! die \'t alvermogen Der Koninginne roemt.
Geef, dat, enz.
O Naam! een milde balsem, Voor ied\'re zielskwetsuur;
En telkens nieuwe voeding Voor \'t blakend liefdevuur.
Geef, dat, enz.
O Krijgsleus in het strijden, O Hulpkreet in den nood ;
O Onderpand der zege In leven en in dood!
Geef, dat, enz.
No. 5.
MARIA ONZE HOOP.
Wie zou kleinmoedig wezen
Voor wien Maria leeft?
Of wat heeft hij te vreezen.
Die zulk een Moeder heeft ? O zaligste aller vrouwen.
Op U wil ik betrouwen.
lt;0 Moeder, o Moeder, Moeder bid voor ons.
1
— 104 —
Al klopt mij \'t zwoegend harte —
Bij \'t strijden van de ziel, Ik weet, wie satan tartte
En voor wier voet hij viel. Maria, wil ook heden Zijn slangenkop vertreden. O Moeder, enz.
Ja, mocht ik ooit bezwijken____
Is ieder mensch niet broos ?____
Nog zou haar liefde blijken, Nooit word ik moedeloos. Zij zou door mijne tranen Mij weer den heilweg banen. O Moeder, enz.
No. 6.
O. L. V. VAN HET HEILIG HAET.
Zaligst verkorene — Heiligst geborene,
Vleklooze Moeder van \'t goddelijk Hart!
Leidster der zwervenden. Hope der stervenden,
Toevlucht en Redster in allerlei smart!
Hoor onze beden — Ginds in Gods Eden,
Hef er uw oogen voor ons naar Gods troon ) ^
Toon er uw Hart aan het Hart van uw Zoon /
Opperst weldadige — Altoos genadige,
Vleklooze Moeder van \'t goddelijk Hart! Wondervol krachtige — door den Almachtige, Die ons door U tot een broeder eens werd !
Hoor onze zangen — Zie ons verlangen.
\'t Harte Gods te erven tot eeuwig genot, \\ ^ \'t Harte te geven aan \'t Harte van God. j 6
— 10.5 —
Liefdevol gloeiende — Zegenrijk bloeiende Vleklooze Moeder van \'t goddelijk Hart! Hemelzoet minnende, — Alles verwinnende Wat ooit vijandig uw kinderen tart!
Hoor, hoe we geven — Goed, bloed en leven, Moedig en zalig met U in den strijd, ) .
\'t Harte van Jesus voor eeuwig gewijd. ƒ
Hemelsch verhevene — Vlekloos geblevene, Machtige Moeder van \'t goddelijk Hart!
Toevlucht der lijdenden — Sterkte der strijdenden, Troost der bedrukten dour Satan gesard I Leenig de smarten — Roof onze harten.
Voer ze ten hemel in onschuld en deugd, i ,. U en uw1 Jesus tot eeuwige vreugd. j l\'
No. 7.
H. HART VAN MARIA.
Maria, bij uw glorie troon
Moge onze feestzang rijzen. En \'t kinderhart, op blijden toon.
Het Hart der Moeder prijzen. Maria\'s kiiid\'ren, jubelt vrij. Dat Moederharte klopt voor mij ! Maria bidt voor mij {bis.) En nu en t\' allen tij.
Het Hart van \'s Hemels Koningin
Is \'t hart van mijne Moeder; Het smeekt voor mij in moedermin
Bij Jesus onzen Broeder.
Maria\'s kind\'ren, enz.
— 106 —
Dat Moederhart, zoo mild, zoo zoet En rijk aan zegeningen.
Het stroomt van Jesus\' overvloed Voor zijn beschermelingen.
Maria\'s kind\'ren, enz.
De zondaar, voor Gods wraak beducht, Durft nauw vergeving hopen ;
Maar wie er tot dat Harte vlucht. Vindt steeds die schuilplaats open.
Maria\'s kind\'ren, enz.
De vijand hebbe op Jesus\' kerk Den haat gericht der boozen ;
Wij zijn in ons vertrouwen sterk, o Hoop der hopeloozen !
Maria\'s kind\'ren, enz.
No. 8.
MARIA!
Maria, bron van vreugden, O maak ons blij van zin : Maria, bron van deugden,
Stort ons uw deugden in : Zoodra wij troostloos kwijnen,
Maria, o Maria !
Moge ons uw licht beschijnen, Maria !
Gij, Palm der schoonste zege.
Gij, Balsem sterk en zoet. Gij, Roos van Godes wege In Jericho gevoed;
Wie kan g* e n o e g U roemen,
Maria, o Maria!
En al uw deugden noemen ;
Maria!
o Ed\'le spruit van Jezze,
o Lusthof goed bewaakt, o Ceder, o Cipresse,
Die nooit uw wasdom staakt. Geef schaduw en frissche geuren
Maria, o Maria !
Den planten, die hier treuren ;
Maria !
o Koningin van smarten.
Die naast het kruishout stondt Genees zoo vele harten,
Door Satan\'s list gewond ; Ons allen zult Gij heelen,
Maria, o Maria !
In uw geluk doen deelen ;
Maria !
o Moeder ! hoog verheven,
Hoe heerlijk is uw kroon !____
Gij glans van \'t eeuwig leven.
Zoo machtig bij uw Zoon, Wil opwaarts ons doen streven,
Maria, o Maria !
Ons \'t eeuwig leven geven ;
Maria !
— 108 —
No. 9.
MEMOE-AEE.
Moedermaagd, o wees gedachtig-,
Dat nog nooit een smeekend woord, Met geloof tot U gesproken,
Door U niet werd aangehoord.
Refrein: Neen, o Moeder, wijd en zijd,
Klinkt het uit uw kind\'ren midden. Dat Maria ooit ons bidden.
Ooit ons bidden Niet verhoord,
Is nooit gehoord, [bis.)
Nooit gehoord ten allen tijd. {bis.)
Hebt gij. Moeder, uwen kindren Ooit uw bijstand niet verleend?
Heeft ooit iemand zijne tranen
Te vergeefs bij U geweend ? Refr.
Zie mij, zondaar, vol vertrouwen, Moeder, schreiend aan uw voet. Zal ik, arme, zonder hulpe,
Van U gaan met droef gemoed ? Refr.
— 109 —
No. 10.
Wijze: HET 008TENRIJKSCHE VOLKSLIED
EX ELKE
„TANTUM ERGO.quot;
Blijde jub\'leud, dankbaar biddend
Heffen wij Maria\'s vaan,
Waar wij onder moedig strijden
Onbezweken pal bij staan
\'t Vaan, dat steeds Maria\'s kind\'ren i ,.
Ter overwinning voor zal gaan. j
Spot de wereld, woedt de booze.
Wij, wij vreezen smaad noch dood,
Wij, met wie de God der sterken
\'t Heilverbond der liefde sloot.
Wij, die \'t godd\'lijk Hart behooren, .)
Waar de bron der kracht uitsproot, ƒ 1gt;S\'
Van dat Harte liefde leerend.
Die en smaad en dood verwint.
Zullen wij Hem wederminnen.
Die ons \'t eerste heeft bemind.
Vreugdevol het lijden deelen \\ .. Van Maria\'s godd\'lijk kind. ) ls\'
Hoopvol vliegen wij ten strijde.
Ook waar \'t moedigst hart versaagt *
Want ons vaandel voert de beeldt\'nis Van de nooit bevlekte Maagd,
Zij, in wie de kracht des Heeren ) , . In haar vollen luister daagt. j IS\'
10
— no —
Ziet! om \'t hoofd der onbevlekte Straalt de reine sterrengloed,
En haar onverwonnen vijand Ligt geketend aan Haar voet:
Broeders ! dat \'s de kracht des Heeren, ) Die in ons ook wond\'ren doet. I quot;
Heffen wij dan hoog Haar vaandel Immer luider klink\' de toon,
Waar wij, Hare trouwe kind\'ren,
Jub\'lend knielen voor Haar troon.
Waar wij lijden, waar wij strijden | Voor Maria\'s lieven Zoon ! )
Sterk in Jesus\' G-odd\'lijk Harte,
Door Maria\'s vaan geleid.
Gaan wij blij de kroon verwerven,
Die don overwinnaar beidt,
Jesus\' en Maria\'s liefde ) ^
Danken in alle eeuwigheid, ƒ
No. 11.
MARIA LEVE.
Maria leev\'! Wat glans en luister meng\'1 en
Zich in dit Hart van alle vlekken vrij ?
Maria lèev\'! de Koningin der Eng\'len,
De Moedermaagd aan\'t hoofd der Maagdenrij. Maria leve!
Met \'t Godlij k kiud!
Leve Maria!
Die ons als Moeder mint!
— Ill —
Maria leev\'! Komt laat ons voor haar knielen, De Dochter Gods, Gods Moeder, Godes Bruid! Maria leev\'! Zij \'t heilverbond der zielen !
Door hare hand stort God zijn gunsten uit. Maria leve, enz.
Maria leev\'! Zou \'k immer haar verlaten?
Eer sleep\' de dood mij heen naar \'t somber graf! Want zonder haar, wat zou mij \'t leven baten ? Neen, God I breek eer den draad mijns levens af! Maria leve, enz.
Maria leev\'! Laat me in haar liefde leven.
Met haar vereend vrees ik noch dood, noch pijn. De laatste zucht die op mijn lippen zweve, Moog\' liefdezucht tot u, Maria zijn.
Maria leve, enz.
No. 12.
ROZENKRANS-LIED.
Strooit ook de aard\' haar eelste rozen
Voor Maria\'s voeten neer,
Schenkt natuur haar ganschen rijkdom
Aan de Moeder van den Heer: Schooner zijn de hemelbloemen. Die in zachten, reinen glans U ter eer, Maria, bloeien In uw heil\'gen Rozenkrans.
Prijst u de Engel vol genade,
Spoedt gij naar uw Nicht u voort, Knielt ge als moeder bij de kribbe Van het vleeschgeworden Woord,
— 110 —
Ziet! om \'t hoofd der onbevlekte
Straalt de reine sterrengloed,
En haar onverwonnen vijand
Ligt geketend aan Haar voet:
Broeders ! dat \'s de kracht des Heeren, ) ^ .
Die in ons ook wond\'ren doet. ) quot;
Heffen wij dan hoog Haar vaandel Immer luider klink\' de toon,
Waar wij, Hare trouwe kind\'ren,
Jub\'lend knielen voor Haar troon.
Waar wij lijden, waar wij strijden | ^. Voor Maria\'a lieven Zoon ! | \'
Sterk in Jesus\' Godd\'lijk Harte,
Door Maria\'s vaan geleid,
Gaan wij blij de kroon verwerven,
Die den overwinnaar beidt,
Jesus\' en Maria\'s liefde ) ,
Danken in alle eeuwigheid, ƒ ls\'
No. 11.
MARIA LEVE.
Maria leev\'! Wat glans en luister meng\'len
Zich in dit Hart van alle vlekken vrij ?
Maria lèev\'! de Koningin der Eng\'len,
De Moedermaagd aan\'t hoofd der Maagdenrij. Maria leve!
Met \'t Godlijk kind!
Leve Maria!
Die ons als Moeder mint!
— Ill —
Maria leev\'! Komt laat ons voor haar knielen, De Dochter Gods, Gods Moeder, Godes Bruid! Maria leev\'! Zij \'t heilverbond der zielen !
Door hare hand stort God zijn gunsten uit. Maria leve, enz.
Maria leev\'! Zou \'k immer haar verlaten?
Eer sleep\' de dood mij heen naar \'t somber graf! Want zonder haar, wat zou mij \'t leven baten? Neen, God I breek eer den draad mijns levens af! Maria leve, enz,
Maria leev\'! Laat me in haar liefde leven.
Met haar vereend vrees ik noch dood, noch pijn. De laatste zucht die op mijn lippen zweve, Moog\' liefdezucht tot u, Maria zijn.
Maria leve, enz.
No. 12.
ROZENKRANS-LIED.
Strooit ook de aard\' haar eelste rozen
Voor Maria\'s voeten neer.
Schenkt natuur haar ganschen rijkdom
Aan de Moeder van den Heer: Schooner zijn de hemelbloemen, Die in zachten, reinen glans U ter eer, Maria, bloeien In uw heil\'gen Rozenkrans.
Prijst u de Engel vol genade,
Spoedt gij naar uw Nicht u voort, Knielt ge als moeder bij de kribbe Van het vleeschgeworden Woord,
— 112 —
Moogt ge uw Kind den Vader off\'ren,
Vindt gij Hem, verloren, weer: \'t Blijde hart schenkt vreugderozen, U, o Moedermaagd, ter eer.
Zien wij in den hof des lijdens,
\'t Drupp\'lend bloedzweet van uw Zoon, Draagt Hij, ons ten heil geslagen,
Doornen als zijn koningskroon.
Moot Hij macht\'loos \'t kruishout torschen,
Sterven onder smaad en pijn:
Onze rozen dragen tranen.
Die u \'t blijk der liefde zijn.
Maar herrijst ten derden dage
Christus uit het macht\'loos graf,
Zien wij Hem ten hemel varen.
Zendt Hij u den Trooster af,
Moogt gij Jesus\' glorie deelen.
Kroont Gods hand u koningin ; Dan siert onze krans van rozen U als Moeder en Vorstin.
O, aanvaard de teed\'re hulde,
Die ons minnend hart u biedt, En versmaad den krans van rozen
■Uwer trouwe kind\'ren niet.
Dan ter liefde Zijner moeder,
Om de glorie haar geboón,
Schenkt ons Jesus in zijn vreugde De onverwelkb\'re hemelkroon.
No. 13.
SMEEKBEDE AA^T DEN H. ALOYSIUS.
Wijze : Tempel Gods Hemelrein, enz:
Gonzaga, Schutspatroon!
Gij der maagden glorie En der jongelingen trots ;
Engel waart gij, Dienaar Gods!
Daarom kroont victorie.
Uwer deugden rots!
Engel, ja, waart gij reeds
In uw sterflijk leven;
Toen Gods liefde uw\' geest bescheen, Koost gij haar, en haar alléén,
Doelwit van uw streven.
Poolstar bij uw schreèn.
Christenheld, deernisvol
Zaagt ge op \'a werelds slaven.
Daar gij \'t uitverkoren Vat Waart van Gods genadeschat.
Dat een\' gloed van gaven Vonkend om zich spat.
Engel waart ge in het vleesch,
Onbevlekt van zeden;
De ondeugd heeft nooit duisterheid Op uw rein gewaad gespreid :
Des is U in \'t Eden De englenkroon bereid.
10*
— 114 —
Leliebloem, vlekkeloos
Voor Gods oog ontloken ;
Boete tooide uw\' bloeitijd ganach Met nog rijker geur en glans,
Vlocht u, zonder kroken,
In Gods gloriekrans!
Gonzaga I vraag voor ons,
Die u zalig groeten, —
Zijn we ook niet zoo rein als gij, — Dat we u volgen van nabij.
Onze feilen boeten, —
Juublen eeuwig blij I
H. J. H.
No. 14.
CONGREGATIE -L-IED
TEE EERE VAN DEN H. ALOYSIUS.
(21 Junij.)
XJ, eedle spruit van eedlen stam,
o Leliekelk met gulden vlam,
o Lievlingsbloem van \'t Godlijk Lam,
Die Jesus heden tot zich nam,
U klinke ons lied door \'s hemels sfeer | ^
XT, Aloysius, ter eer. ) \' »v
Wat zijt gij in uwe onschuld schoon!
Wat siert ze u rijk in de Englenwoon
Die lichtkleedij, waar u Gods Zoon
Mee tooide, uwe Englendeugd ten loon I
o Aloysius blik neer, i
Verwerf ons de onschuld van den Heer. j Jl \' j
r
— 115 —
WVtt schiet ze een liellen stralengloed, Die aardsche glanzen tanen doet, De liefdevlam van uw gemoed, Ontvonkend wat haar straal begroet! o Aloysius blik neer,
Ontvonk, ontvlam ons immer meer.
Wat is de geur, dien gij verspreidt.
Waardoor gij trekt, waardoor gij leidt,
Een milde bron van zaligheid.
Hier en hiernamaals ons bereid !
o Aloysius blik neer,
Trek in uw geur ons tot den Heer.
Reeds danken u in \'t vol geneugt Van \'t aanschijn Gods, dat hen verheugt. Die zaalgen, die uw bede en deugd Gevoerd heeft tot de hemelvreugd, o Aloysius blik neer, quot; )
Voer, voer ons tot dat glorieheir. ƒ
TT, die ons licht en sterkte zijt
Op \'s levens baan, bij \'s levens strijd,
XJ zij voortaan ten allen tijd
Ons vurig minnend hart gewijd.
o Aloysius blik neer,
Wij minnen u, o min ons weer.
T. Stokvis, s. j.
— 116 —
No. 15.
LOFZANG TER EERE VAN DEN H. ALOYSIUS.
Pronkjuweel der Hemelingen,
Sieraad van liet Engelenhof,
Gun dat we u ter eero zingen, En vermelden uwen lof.
Duld ons zwak, maar liefd\'rijk pogen. Hoor ons nedrig, kunstloos lied,
Smeek vgor ons Gods alvermogen. En versmaad ons offer niet.
Vlekloos waart ge altoos op aarde. Vlekloos van uw eerste jeugd.
Niets bezat voor u meer waarde Dan de reine Christendeugd.
God met hart en ziel en zinnen Lief te hebben, Hem alleen,
Boven alles God te minnen.
Was uw wellust hier beneên.
Wat u \'t leven aan kon bieden.
Wat heel de aarde als vreugd u bood;
Schijngeluk bleeft gij ontvlieden, Trouw aan God tot in den dood,
Jesus en Maria\'s namen
Vloeiden \'t eerst uit uwen mond.
En gij droegt ze in \'t hart te zamen, Tot uw laatsten levensstond.
— 117 —
Ootmoed, kuisohlieid, trouw en liefde Sierden uw verheven stand;
Wat u lokte, wat u griefde.
Gij bleeft aan Gods dienst verpand.
Al de wellust van uw leven Al uw roem en eer was God;
En tot loon werd u gegeven Dat gij deelt der Englen lot.
Ja, gij roem der deugd-minnaren, Voorbeeld van de reinste deugd.
Smaak nu bij Gods Englenscliaren Ongestoorde hemelvreugd.
O ! wij smeeken om .uw leven,
Om uw trouw aan Jesus leer,
Gij, beschermer ons gegeven Bid voor ons bij onzen Heer.
-cgt;CAe)X{»xgt;o-
INHOUD.
I. Dagelijksche oefeningen volgens den
VI\'\'™ der algemeene regelen. Bldz
1. Dos morgens...........J
2. Des avonds.............
3. Gebeden voor de Overledenen.....(
4. G-ebeden voor Zieken........7
II. Gebeden die in de gewone ver
gaderingen geschieden.
1. Voor de onderrichting ....
Veni Sancte Spiritus........8
Veni Creator...........9
Antiphonen der H. Maagd......12
2. Nu de Onderrichting........17
Gebeden bij de Verkiezingen.
1. Vóór de Verkiezing.........2G
2. Na de Verkiezing.........26
De Lofzang Te Deum........26
Gebed tot den Heilige, dien men tot Patroon
heeft verkregen..........30
Wijze van uitdeeliug der Maandpatronen. . . 31
Litanie van alle Heiligen........32
Akte van toewijding.........38
Magnificat.............39
Memorare...............
Gebed van Pater Zucchi........40
Kleine getijden der Onbevlekte ontvangenis. . 41
Opdracht aan den H. Aloysius......ö4
Litanie van den H. Aloysius.......54
Gebeden voor de zes Zondagen van den H. AInvsius......
— 120 —
Bid/.
Iste Confessor........... . * * ^
Akte van toewijding aan het Allerheiligste Hart van Jesus . . . • ......62
litanie van den Allerheilig\'pten Naam Jesns . 63
Gebed met vollen Aflaat ........^
Getijden der Overledenen ........69
Jesu Salvator............82
Hora te..............83
Pange lingua............84
Adoro Te.............87
O salutaris.............89
Ave verum.............90
O sacrum.............90
O quam suavis ...........91
Ave maris stella ...........91
Stabat Mater............93
Gezangen.
1. Jesus Hart ons heil ........99
2. Bedezang............100
3. Aan Jesus\' H. Hart ........191
4. Maria\'s Naam .........
5. Maria onze hoop . ........193
6. O. L. V. van het H. Hfl^t......194
7. H. Hart van Maria ........19^
8. Maria.............196
9. Memorare ....••••••• 197
10. quot;Wijze: Het Oostenrijksol16 volkslied en elke
,,Tamtum Ergo.quot; ........199
11. Maria leve ...........119
12. Kozenkrans-lied . . • ......Hl
13. Smeekbede aan den H. Aloysius . . . .113
14. Congregatie-lied . . • • • • . • • • ^
15. Lofzang ter eere van d(?n H. Aloysius . .116