1—
IVquot; n 1 v ju ^ ; i
■ ■
,v li
•\'-.\' / ^ /\' ■ •\' ■ / ,, .
, V ■ quot;■■
,1-
):. .-v \'\\ . ^ , )•/ \' . - V^quot; 7
......
V gt; •/:. \' v
-v-y \' .i ■ \' o ■ :
1 ■
f
r\':ï:
■JM , gt;
\'n r\'
■\'^X\'
. a
\') h f J \' 1\'- \' - - v, a •* lt;-\' ^ \\y-,i
■\\
■ \'M
\' \\.gt; n\'.\'/v\'; v -i
■
, ■
/ \' • ! t i- t ; \' ; 1 \'\' v. -
. .V/ -v^. ■ i. . \' ^ gt; ; \'
gt;4 \'J
)\'li
I,( \'
/ V \' y
\' / ■ t v
\' r?r: / p
-v t-\'
quot; \\ \' ; r ,1gt;
T ■ V A
7 •
.\'1
P \' / I
, ;
^1: -.«f K\\i
l [ I ■ - /
„A:j
Ï (I
■ 1 -.X\'
. ■
t\\\', \'■; l
l: 24 gt;• i-r-. \' . . \\ - •■;
. A.,gt; . v
v,, ■ M\',- ■ ^ Wi ■■ \\\'! •■••■•\' ■ ~y\\
^ \' r • ■ - V;- ..\'
■ (C■\'r \' ^ / : i quot; f\' ^ ■■ \'
?:
JP \'■
17 ^
VI
■gt;
■A
■ v „
r
rgt; \' ■ -
\'\' ] \'\' \'J -
■
gt;gt;gt;■.*■-■ C\' - - ■ \' r ■ \'
• , ! \'X . ; V \' ■ ~-
.
■
v ; V v, n r i
O
■
3;\': ,
\':r-— \' / • \'
f-
\'\' I
\'x - ■\'f\'; v\'
■ \\
..( ::\'
1. \'/ ; A A 1
\' -
\'/ ■ T\' ^ \' \'
.
l\' quot;■• •■ \'r / f- r\'
1 \' c-
:1) Ni; 1\' r
-v\' ^
.
5
r:,
■ ■ ^-.r
quot;S
e \'v ■- ~ , .y *, ■__\'I_
Ai^nltr
MEIMAAND
TER EERE VAN
0. L. Vrouw van Altijddurenden Bijstand.
I
S.MARIA DE PERPETUOSUCCURSU.
VETUS IMAGO /fw^MIRACULIS GLARA VENERATAROMAE1N l®|j/ ECCL.S. ALPHONSI.
m B Kühlen,Typogr.Apo8t._ M. Gtadöach.
A Ammgt; yfa
MEI
TER EERE
ONZE LIEVE VROUW
VAN ALTIJDDURENDEN BIJSTAND.
.5.^.
DOOR DEN
Ejerw. 3?ater eJg i d i u $.6Vo gel s,
van de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers.
■ Bi
KiJ lt;-.•
der gt;• ■ reiT
T
COLL. THOMAASSe |
roermond.
yv\\, ATERREUS,
1887. /V-
Z.ö.Z.
Imprimatur.
Rur^mund.®, 4 Martii 1887.
P. Russel, Can. et Prof.,
Librorum Censor.
Imprimatur
Servatis Servandis
Amstelodami Mc 15 Martii 1887.
P. Oomen, sup. Prov.
C, s. S. R.
BIBLIOTHEEK UNIVERSITEIT U|j|j|||T 2942 745 1
MvTieMIg iasdeakga
aan zaliger den WelEerw. Pater EGIDIUS VOGELS, priester van de Congregatie des AUerheiligste?i Verlossers; overleden te Amsterdam den \'jde7i October i8i7\\
Hij werd den 20sten Juli 1804 te Nuenen (provincie Noord-Brabant) uit echt christelijke ouders geboren, die hem in de vreeze des Heeren opleidden en de grondslagen legden van eene meer dan gewone deugd. Door God tot het heilig priesterschap geroepen en door een uitstekenden levenswandel daartoe voorbereid, ontving hij den Isten Maart 1828 te Munster de heilige priesterwijding. De twee eerste jaren van zijne priesterlijke loopbaan wijdde hij aan de opleiding vaii eenige jeugdige kweekelingen des heiligdoms, voor welke destijds de toegang tot het Seminarie gesloten was. Daarna was hij dertien achtereenvolgende jaren Kapelaan te Tilburg in de parochie van \'t Goirke, waar hij ze-
1.
2 GODVRUCHTIG AANDENKEN.
genrijk werkte aan het heil der zielen, zonder zijne eigene volmaking uit het oog te verliezen. God had echter nog hoogere plannen over hem. Door een buitengewoon teeken des hemels tot de Congregatie des Allerheiligsten Verlossers geroepen, trad hij in 1843 in het klooster te St. Truiden en deed, na een ijverig noviciaat, den 16 Juli 1844, op den feestdag van O. L. V. van den berg Karmel, zijne professie. Hoe volmaakt hij zijne regels naleefde, daarvan zijn al zijne medebroeders, die ooit met hem in welk klooster ook geleefd hebben, de eenstemmige getuigen. Strenge versterving, onophoudelijk gebed, vurige liefde tot het H. Sakrament en den lijdenden Verlosser, kinderlijke godsvrucht tot de H. Maagd Maria, kenschetsten heel zijn leven, dat hij, rijk aan deugden en verdiensten, op den feestdag van den H. Rozenkrans door een zachten dood besloot.
Zijne nagedachtenis blijft in zegening.
OORSPRONG en HERLEVING
DER DEVOTIE VAN
0. L. V. van Altijddurenden Bijstand.
Onder den titel van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand is bekend eene schilderij, welke nu 400 jaren geleden, uit Griekenland naar Rome overgebracht, gedurende drie eeuwen in de kerk van den H. Mattheus aldaar, door het geloovig volk op geheel bijzondere wijze vereerd werd. Deze bijzondere vereering vond haren grond in de vele en hoogst wonderdadige gunsten, welke het den al-machtigen God behaagde bij de aanroeping van O. L. V. van Altijddurenden Bijstand te verleenen.
Na de verwoesting der kerk van den H. Mattheus, tijdens de Fransche bezetting (1809—1813), lag de weleer zoo eenig beroemde schilderij op eene afgelegene bidplaats in de groote stad Rome onbekend en vergeten.
Maar het was de heilige wil van God, dat de devotie tot O. L. V. van Altijddurenden Bijstand herleven zou; want toen, door eene reeks van allermerkwaar-
oorsprong
digste en zonder bijzondere tusschenkomst der Goddelijke Voorzienigheid niet te verklaren omstandigheden, de plaats waar het onwaardeerbaar kleinood verborgen lag ter kennis gekomen was van den Pater Generaal der Redemptoristen, behaagde het aan Z. H. Pius IX aartstonds te bevelen, dat de wonderdadige schilderij op nieuw en wel in de kerk van den H. Al-phonsus te Rome ter vereering voor de geloovigen zou uitgesteld worden.
De plechtigheid van de verheffing der wonderdadige schilderij had plaats op den 26sten April 1866; weinige dagen later, den 5den Mei, bracht Z. H. Pius IX als Paus zijn eerste bezoek aan O. L-. V. van al-tijddurenden Bijstand, die hij als knaap zoo herhaaldelijk in het gezelschap zijner ouders zijne vereering gebracht had.
En zoo menigvuldig, zoo groot en buitengewoon waren al wederom en van het eerste oogenblik af, de geestelijke en tijdelijke gunsten, welke door de voorspraak van O. L. V. van Altijddurenden Bijstand, zoo te Rome zelf als overal elders, waar de vereering van de H. Moeder Gods onder dien titel ingevoerd werd, dat, op verzoek van de parochiale geestelijkheid der stadswijk, waarin de kerk van den
4
en herleving.
H. Alphonsus gelegen is, het Kapittel van St. Pieter er toe - overging om op den 23sten Juni 1867 de mirakuleuze schilderij te kronen; eene eer en onderscheiding, welke alleen aan die beelden en schilderijen te beurt valt, welke om hare oudheid en wonderdadigheid de hoogste beroemdheid verworven hebben.
De devotie tot O. L. V. van Altijd-durenden Bijstand is niet alleen te Rome, maar in alle landen van Europa, ja zelfs in Amerika zeer verspreid. Ook hier te lande wordt de H. Maagd Maria, vrij algemeen, onder dien schoonen titel aangeroepen en vereerd; zoodat wij niet twijfelen of dit werkje zal den vereerders van
Maria zeer aangenaam wezen.
--------
5
OPDRACHT AAN JEZUS.
Dierbare Jezus, daar de vereering van Maria, uwe Moeder, U zoo aangenaam is, gevoel ik mij aangespoord om ter harer eer eenige overwegingen te schrijven, geschikt om gedurende de gezegende Meimaand gebruikt te worden, ten einde de geloovi-
6 TOEWIJDING AAN MARIA.
gen op te wekken, in alle noodwendigheden, zoo naar het lichaam, als vooral naar de ziel, met een groot vertrouwen tot haar hunne toevlucht te nemen. Ik zal ze schrijven onder den titel van; Overwegingen ter eere van Onze Lieve Vrouw van Altijddurenden Bijstand.
Zeker kan ik deze overweging aan niemand beter opdragen dan aan U, dierbare Jezus, wijl niemand de eer uwer Moeder meer ter harte neemt dan Gij zelf. Ofschoon zij niet waardig zijn in aanmerking te komen, waag ik het toch ze U aan te bieden, met de ootmoedige bede, die te willen zegenen, opdat ze vruchten van zaligheid voortbrengen in de harten van allen, die er gebruik van zullen maken.
Tot belooning van dezen mijnen garingen arbeid vraag ik voor mij niets anders dan eene vurige liefde jegens de Allerheiligste Maagd Maria, uwe en mijne Moeder, alsmede een groot vertrouwen op haren veelvermogenden bijstand; liefde en vertrouwen, die ik tevens vraag voor alle menschen en vooral voor hen die deze overwegingen zullen lezen of hooren lezen.
TOEWIJDING AAN MARIA. 7
TOEWIJDING AAN MARIA.
Dierbare moeder Maria, gij weet dat ik u bemin en vurig verlang, dat alle menschen u beminnen. Gaarne zou ik daarvoor mijn leven ten offer brengen; doch, daar die genade mij niet vergund wordt, wil ik er toch iets voor doen, door deze overwegingen te schrijven, met het vaste vertrouwen dat gij ze, hoe onbeduidend ook, goedgunstig zult aannemen en zegenen.
Ik bid u derhalve, dierbare Moeder, ten l81quot; mijne pen in het schrijven volgens uwen en Gods wil te bestieren.
Ten 2^ uwen zegen er over te geven, ten einde ze vruchtbaar te maken; want noch hij die zaait, noch hij die .besproeit is iets, maar God die den wasdom geeft.
Ten S\'1quot; mij de genade te verwerven, om u steeds vuriger en met zuiverder liefde te beminnen, en met een meer kinderlijk vertrouwen tot u mijne toevlucht te nemen.
Zoo hoop ik; —• zoo zij het. Amen.
Uw zeer beminnende hoewel zeer onwaardige dienaar,
E. VOGELS,
2 Februari i8ji. c- s- s- R-
VOORBERICHT.
I. De beweegredenen om de Meimaand plechtig te vieren zijn: ten lsquot;!, omdat Maria, hoewel goedgunstig ten allen tijde, het evenwel bijzonder is gedurende deze maand. Gelijk eene aardsche vorstin, hoewel goedgunstig ten allen tijde, evenwel eenige tijden of feestdagen uitkiest, op welke zij buitengewone blijken harer goedheid wil geven, zoo heeft Maria de Meimaand verkozen, om bijzondere blijken van hare milddadigheid en van haar groot vermogen te geven. Dit moet ons niet verwonderen; want de geloovigen, over geheel den aardbol verspreid, beijveren zich gedurende deze maand Maria dagelijks te vereeren. In den geest vereenigd, komen zij dagelijks voor haren troon neerknielen, om haar te eeren door heilige gezangen, godvruchtige gebeden en vurige overwegingen, en om haar te bidden hen in al onze noodwendigheden, zoo naar de ziel als naar het lichaam, bij te staan.
Ten 2d\',, omdat Maria, ofschoon zij
VOORBERICHT.
goed is en barmhartig jegens allen, het toch bijzonder is voor hen, die haar met een groot vertrouwen en met eene kinderlijke toegenegenheid vereeren. De H. Bernar-dus zegt. »De gelukzalige Maagd is dicht »bij hen die haar in waarheid aanroe-»pen; bijzonder als zij ziet dat ze aan »haar gelijkvormig zijn, na Jezus geheel sgt;hun vertrouwen op haar stellen en haar »zoeken uit geheel hun hart.quot;
Ten 3de, omdat aan het godvruchtig vieren der Meimaand vele geestelijke voor-deelen verbonden zijn.
II. Geestelijke Voordeelen.
9
Het eerste voordeel is, inwendig te herleven en onzen geest voor God te vernieuwen. Ofschoon de mensch met ijver begint, is hij evenwel gewoon langzamerhand te verflauwen; daarom moet hij van tijd tot tijd den eersten ijver in zich opwekken en zijnen geest vernieuwen, om te volharden en zalig te worden. Hiertoe wekte de Apostel Paulus de geloovigen op, als hij schrijft: -nwordt vernieuwd, in den geest uws harten en trekt den nieuwen mensch aan.quot; 1) Gelijk het onkruid gestadig toe-
i) Eph. IV. 33.
VOORBERICHT.
neemt, tenzij men het gedurig uitroeie, en daarenboven de aarde van tijd tot tijd geheel omspitte, ten einde ook de wortels van het onkruid uit te rukken; zoo vermenigvuldigen ook steeds onze fouten en gebreken, tenzij wij die voortdurend besnoeien en bovendien van tijd tot tijd tot het binnenste van ons hart doordringen, om ook de wortels en oorzaken onzer fouten weg te nemen. — Nu, de godvruchtige oefeningen gedurende de Meimaand zijn een zeer geschikt middel om dat doel te bereiken.
Het tweede voordeel is: hei afweren van straffen, zoo tijdelijke als geestelijke, die wij door onze zonden verdiend hebben. Maria toch, zoo spreekt de H. Bo-naventura, wederhoudt haren Zoon, opdat Hij de zondaars niet straffe: nDetinet Fi-lium ne peccatores percutiat.quot;
Het derde voordeel is: het verdienen van aflaten. — Pius VII verleent een aflaat van 300 dagen, dagelijks te verdienen door hen, die gedurende de Meimaand, in het openbaar of in het bijzonder, gezamenlijk of afzonderlijk, eenige godvruchtige oefeningen ter eere van Maria verrichten; en daarenboven een vollen aflaat, eens in de maand te verdienen, op een dag
10
■ VOORBERICHT.
naar verkiezen, mits zij, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, bidden tot intentie van Zijne Heiligheid.
III. Middelen ter verkrijging dezer voordeelen.
1quot;. Dagelijks de godvruchtige oefeningen bijwonen. 2°. Dagelijks den rozenkrans, ten minste het rozenhoedje (vijf tientjes) bidden. 3°. Dagelijks een beeltenis van Maria bezoeken en de H. Mis of het Lof bijwonen. 4°. Dagelijks zich toeleggen om zijne hoofdfout uit te roeien; dat is, die fout met kracht bestrijden, waartoe men het meest genegen is en die de oorzaak is, dat men zoo dikwijls God beleedigt en in zonde valt... . Hierom moet men eiken morgen zijn voornemen vernieuwen en denken: »Ik zal van «daag goed zorgen, om die fout.... of •adie kwade gewoonte te bestrijden... (B. v. de ongehoorzaamheid, de onverstorven-heid, de nieuwsgierigheid, de lichtzinnigheid, het ongeduld, de liefdeloosheid, de hoogmoed, de onzuiverheid, de zucht tot liegen, tot kwaadspreken, tot uitspanningen enz.) «Gedurende den dag zal »ik er bijzonder op letten om die fout
11
VOORBERICHT.
»te vermijden en de opkomende gevoelens »oogenblikkelijk te bedwingen; en zou ik »het ongeluk hebben er in te vallen, dan »zal ik ze dadelijk verfoeien, er een be-»romv over verwekken, het voornemen ^vernieuwen om waakzamer te zijn, en God »vurig bidden dat hij mij door zijne ge-»nade gelieve te versterken.quot;
5°. Dagelijks zich beijveren om die deugd bijzonder te beoefenen, waaraan wij de grootste behoefte hebben; vooral die deugd, welke strijdig is met de hoofdfout ; — daarom de gelegenheden tot het beoefenen dier deugd met zorg waarnemen ; b. v. van gehoorzaamheid, van vernedering, van geduld, van dienstvaardigheid, van versterving, van zelfverloochening enz.
6°. Ten minste eens de H. Sacramenten met bijzonderen eerbied ontvangen: ik zeg: ten minste éénmaal; immers Maria verlangt, dat wij het dikwijls doen. Zij zelve, nog op aarde zijnde, was gewoon dagelijks met de geloovigen te communi-ceeren; en nu nog verlangt zij, dat wij, ofschoon het ons niet vergund zij dagelijks te communiceeren, toch dagelijks geestelijker wijze zouden communiceeren.
7°. Zich dagelijks in den geest vereenigen met Jezus en Maria om alles te
12
VOORBERICHT.
doen op die manier en met die meening gelijk zij het gedaan hebben.
Hierom zal men dagelijks zich verbeelden Maria te zien, verheven op een heerlijken en luisterrijken troon in den hemel, geplaatst naast den troon van Jezus, haren goddelijken Zoon, omgeven van millioenen engelen en heiligen, die haar vereeren als de koningin van hemel en aarde. Ten tweede zal men zich dagelijks Maria verbeelden op de aarde, (in de kerken, of in de huizen) zetelende op heerlijke tronen, versierd met licht en bloemen en oir^ . en van hare kinderen en getrouwe vereerders, die haar bidden en bewijzen van hunne kinderlijke genegenheid geven.
13
Eindelijk zal men zich nog verbeelden, dat Maria van haren troon ons uitnoo-digt, om tot haar te komen. De H. Kerk legt haar deze woorden in den mond: si quis est parvulus, venial ad me. Indieti iemand kiein is, hij kome tot mij. 1) alsmede: komt allen tot mij die be-geerig naar mij zijt en wordt met mijtic vruchten vervuld. Transite ad me omnes qui concupiscitis me, et a generationibus mets implemini. 2)
i) Prov. IX. 4. 2) Eccl. 24. 26.
voorbericht.
8°. Zich levendig doordringen van. de gedachte, dat Maria deze en oneindig meer andere godvruchtige oefeningen verdient. — De H. Augustinus zegt, dat de tongen van alle menschen niet bekwaam zijn haar naar verdiensten te loven en te verheerlijken; 1) en de H. Benardus roept allen vereerders van Maria toe: »Laten wij Maria beminnen!... Laten wij »haar beminnen uit geheel ons hart en »met al de kracht onzer liefde 1quot;
9°. Het voornemen maken om Maria te beminnen zoo veel ons mogelijk is, en hierom dikwijls zeggen met den gelukzaligen Joannes Berchmans: ik wil Maria beminnen!.. ik wil Maria beminnen!.. en met den H. Anselmus: Altijd brande mijn hart voor u; altijd kwijne mijne ziel van liefde tot u.quot;
Bemerking.
Het plan dezer overwegingen is uit een te zetten;
I. De Gronden, waarop de Altijddurende Bijstand van Maria steunt; met andere woorden: waarom wij gelooven
i) Apud Dion. Cart.
14
voorbericht.
dat Maria zoo machtig en zoo genegen is ons bij te staan.
II. De Uitgebreidheid van haren Bijstand, die zich uitstrekt tot alle noodwendigheden, waarin wij ons zouden kunnen bevinden.
III. De Voorwaarden ; onder welke wij aanspraak op haren bijstand kunnen maken.
Het doel dezer overwegingen is, ons op te wekken tot groot vertrouwen op Maria\'s altijddurenden Bijstand, en dus ons aan te moedigen om in alle noodwendigheden tot haar onze toevlucht te nemen en meer en meer in liefde tot haar te ontvlammen.
15
istc Dag.
Is\'quot; OVERWEGING.
Maria\'s altijddurende bijstand steunt vooreerst op hare waardigheid van Moeder Gods. l)
I. De voorspraak van Maria is alvermogend, zoo zegt de H. Kerkleeraar Alphonsus, (loc. cit.) ortidat zij is de Moeder van God.
Jezus, God van eeuwigheid, is uit haar geboren; zij is moeder van Jezus, dus ook van God. De H. Kerk stelt deze waarheid voor als een punt van ons heilig Geloof en wil dat wij bidden: Heiligt Maria, Moeder Gods, bid voor ons .... Hieruit moeten wij met den H. Alphonsus besluiten dat haar gebed alvermogend is. — De H. Antonius zegt daarom; »Het »gebed.der moeder Gods heeft de kracht »van een gebod, zoodat het onmogelijk «onverhoord kan blijven.quot; 2) Richardus van den H. Laurentins bevestigt dit, zeggende : »Zij is alvermogend, naardien het »billijk is, dat de moeder deelt in de smacht van haren Zoon, en zoo heeft haar »Zoon, (Jezus) die alvermogend is, ook »zijne moeder alvermogend gemaakt.quot; 3)
i) St. Alphonsus. Eeuwige waarheden 32 overweging. 2)
p. 4. ut. 15. c. 17. § 4. 3) Lib- 4- dc laud- Vire-
1ste OVERWEGING.
17
Nemen wij derhalve met groot vertrouwen tot haar onze toevlucht. Laten wij ons niet afschrikken, noch door onze onwaardigheid, ondankbaarheid, trouweloosheden en zonden, noch door onze veelvuldige noodwendigheden en behoeften; want zij vermag alles bij Jezus, haren goddelijken Zoon, die haar niets zal weigeren. Eens hoorde de H. Birgitta in eene geestvervoering, dat Jezus tot Maria zeide: »Vraag van mij alles, wat gij wilt, »want uw verzoek kan niet vruchteloos zijn... xGij hebt mij op aarde niets geweigerd ; »daarom zal ik u ook niets weigeren, nu »gij bij mij in den hemel zijt.quot; 1)
Dierbare koningin, moeder van God en mijne moeder, ik neem met een groot vertrouwen tot u mijne toevlucht. Gij zijt alvermogend bij God ; \'t is in uwe macht om alle, ook de versteendste zondaren te bekeeren ; indien gij voor mij bidt, dan zal ik zeker zalig worden. Ik ben, wel is waar, een zondaar en uwen bijstand onwaardig, maar ik wil mij beteren ; bid dan voor mij opdat ik mij oprecht bekeere ; sta mij bij in al mijne bekoringen en noodwendigheden en verwerf mij de ge-\'
i) Revel, lib. I. C. 24. — lib. VI. C. 23.
lste OVERWEGING.
18
nade, om altijd mijne toevlucht tot u te nemen, ten einde altijd uwen bijstand te erlangen. Amen.
II. Groote dankbaarheid zijn we aan God yerschuldigd, omdat Hij ons zijne moeder, die alvermogend is, tot voorspreekster gegeven heeft. De H. Alphon-sus zegt: 1) «Zondaren, mijne broeders, »indien wij ons schuldig bevinden jegens »de goddelijke rechtvaardigheid en om sonze zonden reeds ter helle veroordeeld »zijn, moeten wij daarom niet wanhoepen. Laten wij dan onze toevlucht ne-»men tot die goddelijke moeder en onder »haren mantel schuilen, dan zal zij ons »redden ; maar zij wil dat wij een goed «voornemen hebben om ons leven te sbeteren.quot; — »Dus,quot; zoo gaat Alphonsus voort, »een goed voornemen en een »groot vertrouwen op Maria; en zoo »zullen wij zalig worden.quot; \'t Is een groot voorrecht dat Maria bij haren Zoon alvermogend is ; maar dat voorrecht is ten onzen voordeele, zoodat wij daarvoor groote dankbaarheid aan God verschuldigd zijn. De Zoon is alvermogend va?i ?iatuur; \'Maria is alvermogend door de genade.
i) Eeuw. waarh. 32 overw. 1. Punt.
lste OVÈRWEGING.
Jezus zegt ! Mij is alle macht gegeven in den hemel en op de aarde. Deze macht deelt Hij met zijne moeder, zoodat ook zij alvermogend is bij hem, en wij door haar alles van Jezus kunnen verkrijgen.
Welaan, laten wij ons verheugen, wijl wij eene zoo machtige moeder hebben; laten wij in alle noodwendigheden met een groot vertrouwen tot haar onze toevlucht nemen en haren bijstand met vertrouwen en volharding vragen.
O moeder van altijddurenden bijstand, ik kom tot u, gelijk een arme bedelaar, die zich verstout voor het aanschijn eener groote vorstin te verschijnen; ik bid u, uwe medelijdende oogen tot mij te wenden en mij in al mijne noodwendigheden, zoo naar de ziel als naar het lichaam, bij te staan en te helpen. Ik stel mij geheel onder uwe bescherming en zeg met den H. Bonaventura: »0 mijne koningin, »ik wil mij geheel aan uwe heerschappij »onderwerpen. Heersch over mij en laat »mij niet aan mij zeiven over. Ik houd »het voor een grooter geluk uw dienaar te »zijn, dan de geheele wereld te bezitten. »lk wil niet meer aan mij zeiven toebe-»hooren, maar aan u; ik wil u voortaan »met alle vurigheid beminnen en eeren. Dit
19
2de overweging.
»beleof ik u en hoop het door uwen altijddu-srenden bijstand te volbrengen.quot; 1) Amen.
Voornemen. In alle noodwendigheden, gevaren en bekoringen Maria\'s bijstand -inroepen, zeggende: Maria, help mij! Maria, sta mij bij!
2de Dag.
2A° OVERWEGING.
Maria, Moeder van altijddurenden bijstand, als koningin van hemel en aarde. 2)
20
I. Jezus is Koning van hemel en van aarde; dus is Maria, de moeder van Jezus, hunne koningin ; daarom vereert de Kerk haar met den glorierijken titel van koningin van hemel en van aarde. Hieruit besluit de H. Alphonsus met den H. Bernardinus van Siena, dat alle schepselen die God dienen, ook Maria moeten dienen ; en, daar de engelen en de menschen en al het geschapene in den hemel en op de aarde, aan God onderworpen zijn, zoo zijn zij ook onderworpen aan de allerheiligste Maagd Maria. 3)
i) St. Alph. Heerl. van Ma. i deel. i cap. i §. 2) Zie Alph. Heerl. van Maria 1 Deel. 1 cap. 1 §. 3) Bern. van Siena. pro Festis V. M. S. 5. c. 6.
2de OVERWEGING. 21
Mariaquot; is koningin, en, gelijk de H. Al-phonsus zegt, zij is eene koningin vol zachtmoedigheid en milddadigheid, altijd genegen om wel te doen, zij is eene koningin van barmhartigheid, altijd gereed om allen, die zich haar aanbevelen, te hulp te komen.
Nemen wij dan met groot vertrouwen tot haar onze toevlucht, en smeeken wij met vurigheid haren bijstand af, niet alleen voor ons zeiven, maar ook voor geheel de H. Kerk, voor Zijne Heiligheid den Paus van Rome, voor de Kardinalen, Prelaten, Bisschoppen en Priesters der geheele wereld; alsmede voor alle Religieuzen en Missionarissen; voor alle wereldlijken, zondaren en rechtvaardigen; zelfs, en wel bijzonder, voor onze vijanden en vervolgers, eindelijk voor de arme zielen in het vagevuur. Zeggen wij haar met den abt Guericus: 1) »Ga voort, fMarial de goederen van uwen Zoon te ^besturen; handel onbevreesd als konin-»gin; gij immers zijt de moeder en de »bruid des Konings, u behoort het rijk »en de macht.quot;
O Maria, moeder van altijddurenden
i) In assumpt § 3.
2de OVERWEGING.
22
bijstand, koningin van hemel en aarde, en mijne koningin! Ik bid u mij als uwen onderdaan te behandelen en bij te staan. Ik geef mij geheel aan uwe beschikking over; heersch over mij en verlaat mij niet. Doe met mij wat u behaagt; straf mij, indien ik u ongehoorzaam ben; want voortaan wil ik n geheel toebehoo-ren en u met ijver dienen. O Maria, verstoot mij niet; bewaar mij, geleid mij en maak mij zalig. Dit hoop ik, dit smeek ik. Amen.
II. De profeet David zegt; 1) Ik heb twee dingen gehoord, dat de t/iacht aan God toebehoort, en aan U, Heer, de bar?n-hartigheid. De geleerde Joannes Gerson maakt hierop deze bemerking: God heeft zijn rijk, bestaande in macht en barmhartigheid, verdeeld; de macht heeft Hij voor zich behouden, het rijk van barmhartigheid aan zijne moeder afgestaan. 2) Hij wilde, gelijk de H. Alphonsus er bijvoegt, dat alle genaden, welke de menschen ontvangen, door de handen van Maria zouden gaan, om volgens haar verlangen uitgedeeld te worden. — De H. Thomas zegt: 3) toen Maria
i) Ps. Ci. 12. 2) Slip Magn. tr. 4. 3) Praefatio in-Epist. Can.
2dc OVERWEGING.
den Zoon Gods in haren schoot ontving en daarna ter wereld bracht, heeft zij de helft van Gods rijk ontvangen, zoodat zij de koningin van barmhartigheid werd, terwijl haar Zoon de Koning van rechtvaardigheid bleef. — Dus is hare bediening, barvihariig zijn; aan deze bediening is zij nooit te kort gebleven, noch zal zij ooit te kort blijven.
Laten wij God bedanken, dat Hij Maria zoo goed en zoo barmhartig gemaakt heeft, en troosten wij ons in al onze kruisen en wederwaardigheden door de gedachte, dat wij in den hemel eene zoo verhevene koningin hebben, vol van den balsem der barmhartigheid en van de olie der goedheid, plena uhetione misericordice, plena oleo pietatis. 1)
23
Gaan wij gerust tot Maria en zeggen wij met den H. Alphonsus: »Denk niet, o j-groote vorstin, dat God u enkel voor uw »welzijn tot koningin der wereld aange-^steld heeft. Hij heeft u zoo hoog willen ^verheffen, om des te beter medelijden »met onze ellenden te kunnen hebben en »des te geschikter te zijn, om ons te hel-»pen.quot; — Wanneer wij zoo met vertrouwen
i) S. Bonaventura. Spec. R. V. lect. 7.
2de OVERWEGING.
tot haar gaan, zal zij ons zeggen, wat zij aan de H. Birgitta zeide: 1) »Ik ben »de koningin des hemels, de moeder van ^barmhartigheid; er leeft geen zondaar gt;op aarde, zoo diep gevallen, dat hij geen »deel hebbe aan mijne barmhartigheid.quot; En op eene andere plaats zegt zij nog: 2) ^Niemand is zoo ver van God verwijderd, »tenzij hij geheel verworpen zij, die, als »hij mij aanroept, niet tot God zal terug-ïkeeren en barmhartigheid verwerven.quot;
O Maria, moeder van altijddurenden bijstand, mijne zonden zouden mij doen wanhopen, maar Gods goedheid, die u het rijk van barmhartigheid en een medelijdend hart jegens de arme zondaars heeft gegeven, beurt mij op en boezemt mij vertrouwen in. O Maria, mijne koningin, ik onderwerp mij aan uwe heerschappij, gewaardig u mij te besturen. Neem mij aan tot uwen dienaar; voortaan zal ik u getrouw dienen, ik wil niet dat er iemand zij, die u meer bemint dan ik. Ziedaar mijn verlangen; ziedaar mijn voornemen; sta mij bij om het ten uitvoer te brengen.
24
Voornemen. In alle noodwendigheden zich wenden tot Maria, zeggende: »Ge-
i) Revel. 1. VI. C. 10. 2) Revel. 1. II. C. 23.
3de OVERWEGING.
»nade, genade! barmhartigheid, barmhar-»tigheid! .. Maria, koningin van barmhartigheid, sta mij bij, en maak mij zalig.quot;
3de Dag.
3\'1\'\' OVERWEGING.
Maria is Moeder van altijddurendcn bijstand, als zijnde de Moeder van Je/us.
I. Maria is moeder van Jezus. Als moeder had zij gezag over Hem en gebood Hem, en Jezus, zich vrijwillig vernederende, was haar gehoorzaam; de Evangelist Lucas getuigt het met deze eenvoudige woorden, in welke de gehcele geschiedenis van Jezus, van zijn twaalfde tot zijn dertigste jaar, vervat is; Er at subditus illis. »Hij was hun onderdanig.quot; 1) Ook nu Hij in den hemel is, wil Hij zijne moeder eeren, die Hem op aarde zoozeer geëerd heeft. De H. Petrus Damianus zegt: »De Zoon eert u, door u niets te weigeren.quot; Filius nihil ticgans te honorat. 2)
Eens hoorde de H. Birgitta in eene geestverrukking, dat Jezus tot Maria zeide: »Vraag van mij alles wat ge wilt; want uw »verzoek kan niet ijdel zijn.quot; Verder gaf
25
2.
1
Luc. II. 2) In Nat. B. V. s. i.
3de OVERAVEGING.
Hij er deze schoone reden-van: »omdat gij »op de aarde Mij niets geweigerd hebt, zal jlk u ook niets weigeren in den hemel.quot;
Hieruit moeten wij het besluit maken: ten eerste van Jezus te bedanken, omdat Hij thans nog zijne moeder zoozeer vereert, en bereid is haar alles te geven wat zij vraagt; ten tweede in alle onze noodwendigheden met groot vertrouwen onze toevlucht tot haar te nemen; want altijd zullen wij haar gereed vinden, om naar ons te luisteren, Jezus onze belangen aan te bevelen, en onfeilbaar zal Jezus haar verzoek inwilligen.
»0 machtige moeder Gods!quot; roep ik u toe met den H. Bernardus, «spreek, »mijne koningin; want uw Zoon luistert gt;naar u en is bereid te geven, wat gij ^vraagt. Spreek dan, o Maria, onze voor-»spreekster; spreek voor ons ellendigen, gt;wij zijn uwe dienaren, en willen u op »eene bijzondere wijze dienen.quot; Dagelijks zullen wij onze toevlucht tot u nemen en ons aan u, moeder van altijddurenden bijstand, aanbevelen door het bidden van drie IVees gegroeten, zoowel \'s morgens als \'s avonds, om altijd, bij dag en bij nacht door u beschermd te worden. Amen.
II. Maria is moeder van Jezus. — Als
26
3de OVERWEGING.
moeder heeft zij altijd met de grootste liefde en teederheid voor Hem gezorgd. O met wat zorg en liefde heeft zij Hem gevoed, gekleed, verwarmd en gedragen 1 Zij verzorgde Hem in den stal van Bethlehem, op de reis naar en gedurende het verblijf in Egypte, zij waakte over Hem dertig jaren lang in het huisje van Nazareth. Wie zou kunnen zeggen, met wat lietde en bereidvaardigheid zij haren goddelij-ken Zoon in al zijne noodwendigheden heeft bijgestaan en geholpen? Jezus zal haar, nu zij in den hemel is, dankbaarheid betoonen met haar niets te weigeren. Diezelfde teederheid, met welke zij op aarde bezield was, bezielt haar nog, nu zij in den hemel is, en doet haar medelijden met ons hebben.
Laten wij ons verheugen bij de gedachte, dat wij eene zoo goede en zoo machtige moeder hebben, die niets zoozeer beoogt dan ons geluk en ons welzijn, en die alles bij haren goddelijken Zoon vermag. Laten wij altijd met een kinderlijk vertrouwen tot haar onze toevlucht nemen, wij zullen haar altijd bereid vinden, om ons bijstand te verleenen.
Begroeten wij haar met de woorden van den H. Bernardus :
27
28 4de OVERWEGING.
»0 machtige Voorspreekster, gij behoeft »maar te willen en alles zal geschieden: 1) AVilt gij den grootsten zondaar, aan wien »men het meeste wanhoopt, tot een hoo-»gen trap van heiligheid opvoeren, het »hangt van u af. Want, zegt de H. An-sselmus : 2) »als gij onze zaligheid maar »wilt, dan is het niet mogelijk, dat wij »niet zalig worden.quot; Wij bidden u dan, volgens de vermaning van Albertus den Grooten, van ons zalig te willen maken ; want als gij het wilt, zal het noodzakelijk geschieden. Roganda est /// velit; quia si vult, necesse est fieri. 3)
Voornemen. Dagelijks, \'s morgens en \'s avonds, geknield drie Wees gegroeten bidden ter eere der Onbevlekte Ontvangenis van Maria.
4d(-\' Dag. 41« OVERWEGING.
Maria is moeder van altijddurenden bijstand, om hare deelneming in het lijden van haren Zoon en in het werk der verlossing. 4)
I. Gedurende geheel zijn leven heeft Jezus zeer veel geleden. Maria nam deel
1) Velis tu tt omnia fient. 2) De Eccel. V. C. 22. 3) De Laud. B. M. L. 2. C. 1. 4) S. Alphonsus. Serra. de Sept. Dolor. B. M. V.
4de OVERWEGING.
in al zijn lijden, zonder Hem ooit te verlaten. Zij deelde in zijn lijden in den stal van Bethlehem, in het lijden zijner Besnijdenis, zijner vlucht naar Egypte, alsmede in het lijden zijner armoede, ontberingen en vermoeienissen, zijner vervolgingen, lasteringen en mishandelingen, zijner geeseling, kroning met doornen en kruisiging. Hare smarten waren groot naarmate hare liefde groot was, en gingen die van alle martelaren te boven. De H. Bonaventura zegt: »geene smart »was bitterder, omdat geen kind dierbaar-sgt;der was.quot; Nullus dolor amarior, quia fiulla proles carior. 1)
Door deze hare deelneming in het lijden van Jezus, heeft zij eene bijzondere genade en macht ontvangen, om ons bij te staan in al onze wederwaardigheden, ontberingen en kruisen. Als moeder van barmhartigheid is zij altijd gereed, van deze macht gebruik te maken, indien wij tot haar onze toevlucht nemen ; bijzonder als wij daarbij hare smarten en het lijden van Jezus met een medelijdend hart overwegen.
29
Laten wij dikwijls aan hare smarten
i) Off. de Corap. B. M.
4de OVERWEGING.
denken, opdat de klachten, welke zij deed aan de H. Birgitta, op ons niet van toepassing zijn ; »Ik zie rond of er misschien »zijn, die medelijden met mij hebben en »mijne smarten herdenken ; doch ik vind »er weinigen ; daarom mijne dochter, al »word ik door velen vergeten, wil gij »mij toch niet vergeten.quot; 1)
Neen, Maria, zeker zullen wij uwe smarten niet vergeten. Wij zullen er dikwijls aan denken, en met u zullen wij deelnemen in het lijden van Jezus, uwen goddelijken Zoon. Wij bidden u vurig, uwe smarten en de wonden van Jezus onuitwischbaar in ons geheugen te prenten, opdat onze harten in liefde ontvlammen en wij alles met geduld lijden.
Schietgebed.
Geef, o moeder, bron van liefde, Dat ik voele, wat u griefde,
Dat ik met u medeklaag.
30
II. Jezus heeft ons verlost door zijn bitter lijden en schandelijken kruisdood ; daarom heeft God Hem het oppergebied over alles gegeven, Maria nam
i) Revel. 1. 2. C. 24.
4de OVERWEGING.
31
deel aan zijn lijden en aan het werk der verlossing, omdat zij met de grootste bereidvaardigheid haren goddelijken Zoon gegeven heeft, om geslachtofferd te worden. Hare liefde tot ons en haar verlangen om ons te verlossen, was zoo groot, dat zij zelve haren Zoon zou hebben willen slachtofferen, indien de beulen het niet gedaan hadden. Leeren wij hieruit de grootheid barer liefde tot ons en hare bereidvaardigheid om ons te helpen. De smart van Maria ter oorzake van Jezus lijden, was geëvenredigd aan de grootheid harer liefde; nu, deze liefde gaat alle beschrijving te boven. De H. Alphonsus twijfelt niet met Wilhelmus van Parijs te zeggen, dat zij Jezus zoozeer beminde, als dit voor eenig schepsel mogelijk is. Hieruit besluit Richardus van St. Victor, dat er nooit eene smart geweest is, gelijk aan die van Maria. Ook moeten wij hieruit afleiden, dat nooit iemand zoo groote liefde voor het gevallen menschdom heeft gehad als Maria ; want, zoo zegt de Gelukz. Alber-tus de Groote, al dat lijden heeft zij vrijwillig voor onze zaligheid willen verduren. Ofschoon hare liefde tot Jezus allervurigst was, dacht zij te midden harer
5de OVERWEGING.
32
smarten nog meer aan onze zaligheid, dan aan het lijden van Jezus. In het officie der zeven Weeën van Maria 1) lezen wij : Pits, o Virgo, spectns Bum oath\'s, contcmplans in Eo, non tarn vulnernm li-vorem, quam mundi salutem. »Gij, o ^ »Maagd, ziet Hem aan, met medelijdende »oogen, in Hem beschouwende niet zoo-»zeer het pijnlijke der wonden, als de xzaligheid der wereld.quot; Haar eenige troost, gedurende het lijden van haren goddelijken Zoon, was, gelijk de H. Al-phonsus zegt, de kennis, die zij had, dat door zijn dood de verloren wereld verlost en God met de menschen verzoend zou worden.
Daar Maria ons zeer bemint en voor ons haren beminden Zoon geslachtofferd heeft, kunnen wij van haren altijdduren-den bijstand verzekerd zijn. Nooit zal zij dien aan iemand weigeren, die met vertrouwen tot haar zijne toevlucht neemt. Om ons haren bijstand waardig te maken, moeten wij dankbaar zijn voor de over-groote liefde, die ze ons in het offeren van haren goddelijken Zoon getoond heeft. o Die dankbaarheid moeten wij toonen door
i) I Responsorium,
5de OVERWEGING.
dikwijls aan haar lijden te denken, en hetzelve te vereeren door dagelijks zeven maal het Wees gegroet ter eere harer zeven Weeën te bidden, ten einde voortaan geduldig te zijn in alle kruisen en wederwaardigheden, en de genade te verwerven een zaligen dood te sterven.
Voornemen. Dagelijks zeven Wees ge-groeten bidden ter eere der zeven Weeën van Maria.
5de Dag.
5\'1l\' OVERWEGING.
Maria is de moeder van altijddurenden bijstand om hare persoonlijke deugd cn heiligheid, i)
33
I. Veel vermogen de heiligen bij God: dat vermogen wordt grooter naarmate hunne heiligheid toeneemt. Op hun verzoek gaf God den blinden het gezicht, den dooven het gehoor, den stommen de spraak, den kreupelen den gang, den melaatschen de gezondheid, den doo-den het leven, den bezetenen de verlossing. Mozes bad, en het manna viel gedurende 40 jaren dagelijks uit den hemel om het volk te spijzen. Josuë bad, en de
i) Zie H. Alphonsus. Preek op den feestdag van Maria\'s geboorte.
5de OVERWEGING.
34
zon stond stil. Judas Machabëus bad, en God zond vijf engelen uit den hemel, twee om hem te beschermen en drie om vurige pijlen op den vijand af te schieten. Indien de heiligen reeds zooveel bij God vermogen, wat dan zal Maria geweigerd worden, wijl zij in heiligheid alle heiligen verre overtreft? Tot de hooge waardigheid van moeder Gods en tot de bediening van middelares aller menschen bestemd, heeft zij zulke groote genaden van heiligheid ontvangen als noodig was, om eene zoo hooge waardigheid en zoo verhevene bediening waardig te kunnen bekleeden ; eene heiligheid bijgevolg, welke die van alle engelen en heiligen verre overtreft. Andere heiligen hebben de genade slechts bij mate ontvangen, doch Maria in volheid.
De H. Bonaventura doet haar zeggen: »Ik bezit alles in de volheid, wat anderen »ten deele bezitten.quot; Totum teneo inplc-nitudine, qtwd alii sancti tcncnt in parte. 1) De H. Vincentius Ferrerius over hare geboorte sprekende zegt: Virgofuit sanc-tificata stiper otnnes sanctos et angelos. »De Maagd is geheiligd boven alle hei-
i) De B. v. S. 3.
OVERWEGING.
35
ligen en engelen.quot; 1) Daar Maria van liet begin af zoo heilig was en zij altijd m heiligheid toenam, ja dezelve altijd verdubbelde door getrouw en volkomen aan de genade te beantwoorden, is zij tot een zoo hoogen trap van heiligheid opgeklommen als dit voor een enkel schepsel mogelijk is: daarom zegt de H. Petrus Damianus, dat, gelijk denzon alle sterren in glans en luister zoover overtreft, dat deze, bij het opkomen der zon, zijn alsof ze niet waren, zoo overtreft Maria de verdiensten van eiken heilige in het bijzonder en van allen te zamen. Sic Virgo merit a singulorum ct omnium titulos cintecedit. 2) Daar Maria ze allen in heiligheid en verdiensten overtreft, is haar vermogen bij God ook grooter dan dat van allen te zamen. De Kerkleeraar Alphonsus bevestigt het gezegde van Pater Justinus Michovius: unicum suspi-num ab ea oblatum superat omnium sanctorum pre ces. Eene enkele verzuchting van Maria overtreft de gebeden van alle heiligen. 3)
Laten wij dan vertrouwen op de machtige voorspraak en den altijddurenden
I) De Nat. B. M. S. i. 2) In Ass. 3) Super Litan S. 270.
5de overweging.
bijstand van onze goede moeder Maria. Allen toch ontvangen uit hare volheid. 1) De H. Anselmus bevestigt dit door te verzekeren, dat er nooit iemand in de wereld gevonden wordt, voor wien Maria niet goed is, of tot wien haar medelijden zich niet uitstrekt. Quis umqnamreperitur cui Virgo prop ilia non sit? — Quis, ad quern ejus misericordza non se extendatP
O Maria, in verdiensten en heiligheid boven alle engelen en heiligen verheven, heb medelijden met mij, armen zondaar. Ik beken volgaarne, dat ik om mijne ondankbaarheden en trouweloosheden geene barmhartigheid verdien; maar alle heiligen verzekeren mij, en ik geloof het, dat uwe barmhartigheid grooter is dan al mijne trouweloosheden, en gij ze nooit weigeit aan hem, die zich met vertrouwen u aan beveelt; zelfs dat gij vermaak schept in uwe macht ten gunste der arme zondaais te gebruiken, en dat God u zoozeei bemint, dat Hij u niets weigert. O Maria, bid dan voor mij, opdat ik van zondaar een heilige worde en voortaan van liefde tot God brande. Amen. )
36
Voornemen. In alle gevaren Manas
i) Th. 4 Villa Nova. de Ann. Cone. 3.
5de OVERWEGING.
37
bijstand inroepen, zeggende: O Maria, help mijl O Moeder, sla mij bij!—•
II. 1) De H. Augustinus zegt, dat, om den bijstand der heiligen zekerder en overvloediger te verkrijgen, wij hen moeten navolgen. Willen wij ons van Maria\'s bijstand verzekeren, dan moeten wij trachten haar na te volgen; zij roept ons allen toe: Nu kinderen! hoort mij: zalig zijn zij, die mijne wegen bewaren. 2) Hierom vermaant de H. Bernardus de kinderen van Maria, hun best te doen om het voorbeeld hunner moeder na te volgen, indien zij hare gunst verlangen ; wijl zij niet in gebreke zal blijven als hare geliefde kinderen te behandelen, die haar als hunne moeder eeren. Hieruit moeten wij besluiten, haar tot Levensregel te nemen om te zien, wat in ons te verbeteren is, wat te vermijden en wat te bewaren. 3) — De H. Thomas zegt: 4) »Andere heiligen «hebben bijzondere werken verricht en »deugden beoefend: de een was ootmoe-»dig, de andere kuisch, een derde barm-»hartig, doch de H. Maagd Maria wordt »tot voorbeeld gegeven van alle deugden.quot;
i) Zie H. Alphonsus over de deugden van Maria. 2) Prov. 8. 32. 3) H. Ambrosius. De Virgin. 1. 2. 4) Expos, in Sal. Ang.
5de OVERWEGING.
De H. Ambrosius, hare overgroote heiligheid beschouwende, is als buiten zich zelven, en roept met verwondering uit: »Hoeveel soorten van deugden munten »uit in ééne Maagd!quot; Verder bewondert hij hare zedigheid, kuischheid, matigheid dienstvaardigheid, ingetogenheid en versterving, daar zij niets dan het volstrekt noodzakelijke aan haar lichaam gaf. 1)
Willen wij dan aanspraak maken op haren altijddurenden bijstand, zoo moeten wij haar voorbeeld navolgen. De H. Hie-ronymus zegt: »Eert haar, welke gij be-»mint; want dan bemint gij ze oprecht, »als gij haar tracht na te volgen, welke »gij prijst.quot; Colitc, quam ainatis; quia tunc vere amatis, si imitari velitis, quam laudatis. \'t Is dan niet genoeg, hare heiligheid te bewonderen en te prijzen, wij moeten ook trachten haar na te volgen in hare zedigheid, kuischheid, ingetogenheid, dienstvaardigheid, zachtmoedigheid, geduld, gelatenheid, matigheid, versterving, ootmoedigheid en vooral in hare liefde.
38
O Maria, zuiverste der maagden, sta mij bij in alle gevaren, bekoringen, wederwaardigheden en beproevingen, opdat
i) De Virgin. I. 2.
6de overweging.
ik volharde. Ik bemin u, en omdat ik ii bemin, zal ik mijn best doen om uw v ooi beeld na te volgen. Bid voor mij, opdat ik naar uw voorbeeld getrouw zij in het beantwoorden aan Gods genade en zoo dagelijks toeneme in heiligheid en volmaaktheid. Amen.
Voornemen. Mij dikwijls spiegelen in het voorbeeld van Maria, om te zien wat m mij te verbeteren is, wat te vermijden en wat te behouden.
6c,e Dag.
6quot;u OVER W E G I N G.
Maria is moeder van allijddurenden bijstand door de grootheid barer liefde tot God. i)
39
I. Hoe aangenamer iemand aan God is, des te meer kan hij van God verkrijgen ; welnu geen schepsel was ooit zoo aangenaam aan God als Maria, omdat er nooit iemand geweest is, die haar in liefde evenaarde. De H. Alphonsus zegt dat zij God meer beminde dan alle menschen en engelen te zamen ; daarom noemt de H. Franciscus van Sales haar te recht: Koningin der liefde. Hare liefde ontsproot uit hare volmaakte zui-
i) Zie H. Alphonsus over Maria\'s lieide tot God.
6tle OVERWEGING.
40
verheid des harten en geheele onthechting van alles. De H. Ahselmus zegt: »waar meer zuiverheid is, daar is meer »liefde.quot; Ubi major puritas, ibi major charitas. Daar nu Maria volmaakt zuiver was en ontdaan van haar zelve, gelijk de H. Alphonsus zegt, was zij geheel vervuld met liefde. De H. Bernar-dus verklaart, 1) dat de goddelijke liefde haar hart zoozeer gewond had, dat er geene plaats meer overbleef om te ontvlammen, maar dat zij beminde uit geheel haar hart, uit geheel hare ziel, uit al hare krachten. De H. Ildephonsus gaat nog verder en zegt: 2) »Gelijk vuur het ijzer, »zoo heeft de H. Geest dit hart gloeiend «gemaakt, zoodat men daarin niets ont-»waarde, dan het vuur der goddelijke »liefde.quot;
In evenredigheid harer liefde is haar vermogen groot bij God en kan zij alles van Hem verkrijgen. Wij moeten dan steeds met een groot vertrouwen tot haar onze toevlucht nemen, en haar vooral bidden om God te beminnen met een groote, vurige en zuivere liefde. Hoe meer wij God beminnen, des te meer
i) In Cant. S. 29. 2) De Ass. S, r.
6de overweging. 41
zullen wij haar behagen en den invloed van haren altijddurenden bijstand ondervinden ; vooral moeten wij bezorgd zijn, om, gelijk Maria, blijken onzer liefde te geven ; ten eerste door alles te vermijden wat eenigszins aan God zou kunnen mishagen ; ten tweede door alles te doen, wat wij weten Hem aangenaam te zijn; ten derde door alle liefde, die niet voor Hem is, uit ons hart te verwijderen en het van alle vergankelijke dingen te onthechten ; eindelijk, door alles uit liefde tot God geduldig en zelfs blijmoedig te lijden.
Maria, o koningin der liefde, o allerbeminnelijkste en meest beminnende van alle schepselen 1 Ach, gewaardig u; mij een vonkje van dat liefdevuur mede te deelen, \'t welk uw hart verteerde, opdat ik voortaan mijnen God beminne uit geheel mijn hart, alles vermijde wat eenigszins aan zijne oogen zou mishagen, alles met ijver verrichte wat Hij van mij vordert, en alle kruisen met geduld en liefde aanvaarde, als komende van zijne vader-e lijke voorzienigheid.
Voornemen. Het hart zuiveren van alle aardsche genegenheden, opdat het vervuld worde door liefde tot God, en
6de OVERWEGING.
42
steeds de kracht van Maria\'s altijddu-renden bijstand ontware.
II. Hoe meer iemand Jezus bemint, des te meer kan hij van Hem verkrijgen ; daar nu Maria\'s liefde tot Jezus grooter was dan die van alle engelen en heiligen te zamen, kan zij ook meer van Hem verkrijgen, \'t Is niet mogelijk de grootheid en vurigheid harer liefde tot Jezus te beschrijven. De H. Alphonsus vraagt: 1) »wie zal ooit de liefde van Maria kunnen »afineten ?quot; De H. Amedeus merkt aan, dat er twee soorten van liefde voor Jezus in Maria\'s hart vereenigd waren; te weten ecnc bovennatuurlijke, Hem beminnende als God, en ecnc natuurlijke Hem beminnende als haren Zoon, en deze twee liefden maakten slechts eene enkele uit; maar, zooals de H. Alphonsus zegt, eene liefde zoo groot, als dit voor eenig schepsel mogelijk is. Hoe beter zij zijne oneindige volmaaktheden kende, en hoe meer zij zijne zoetigheden geproefd had, des te grooter en vuriger was ook hare liefde. Zij erkende Hem als den schoonste der menschenkinderen, 2) en
i) Serm. Dolor. 13. V. 2) Speciosus forma prae filiis ho-minum. Ps. 44. 3.
6de OVERWEGING.
als den beminnelijkste der bruidegoms, uitgelezen onder duizenden 1). Zij was door de liefde zoo innig met Hem ver-eenigd, dat zij als het ware, maar e\'én hart met Hem had, gelijk zij zelve aan de H. Birgitta geopenbaard heeft, zeggende : »Zijne smart was mijne smart, «omdat zijn hart mijn hart was.quot; 2)
Maria gaf blijken harer liefde : Fen eerste: door God altijd getrouw te blijven, zelfs in de hardste beproevingen, diepste vernederingen en moeielijkste omstandigheden. De H. Alphonsus zegt: 3) »ofschoon de dood van Jezus haar bittere »smart veroorzaakte, wilde zij Hem toch »niet verlaten. De Zoon gaat met het »kruis vooruit, en de Moeder, ook haar »kruis dragende, volgt Hem om met Hem «gekruist te worden.quot;
43
Ten tweede: door de grootheid harer droefheid, toen zij Hem verloren had, en door haren onvermoeiden ijver in Hem te zoeken. Zuchtend en weenend zocht zij Hem langs straten en wegen en gaf zich geene rust, voordat ze Hem weder vond.
i) Electus ex raillibus. Cant. V. 10. 2) Quia cor ejus erat cor meum. Revel. 1 I. C. 10. 3) Serm. Dol. B. V.
6de OVERWEGING.
Ten derde: door hare deelneming in zijn lijden. Alles wat Jezus leed in zijn lichaam, leed Maria in hare ziel. De H. Hieronymus zegt: »zooveel wonden , »als er in het lichaam van Jezus waren, »zooveel waren er ook in het hart der »moeder.quot; 1)
Ten vierde: door altijd aan zijn lijden te denken. Zij zelve heeft dit veropenbaard aan de H. Birgitta, zeggende; »al »den tijd, dien ik na de hemelvaart mijns »Zoons geleefd heb, was zijn lijden zoo »diep in mijn hart gegrift, dat, hetzij ik at, »hetzij ik werkte, het altijd levendig voor «mijnen geest stond.quot; 2)
Ten vijfde: door dikwijls de plaatsen te bezoeken, waar Jezus geleden had. Cornelius a Lapide zegt: 3) »De H. Maagd «bezocht dikwijls en godvruchtig het graf »van Christus... Ook bezocht zij meermalen s-den Calvarieberg, alsmede de overige «plaatsen, waar Christus geleden had, zoo-»dat zij er scheen te wonen.quot;
44
Ten zesde: door alles uit liefde tot Jezus te lijden, zich verheugende aan Hem gelijkvormig te zijn. Pater Nouet zegt: 4)
i) De ass. B. V. 2) Revel. 1. VI. C. 61. 3) In Cant. II. 14. 4) In Exercit. Spirit.
6de OVERWEGING.
sgt;De liefde is het zwaard, waardoor de »ziel der zalige Maagd doorboord werd. »Zij leed omdat zij beminde; ook leed zij »kloekmoedig, omdat zij beminde; de »liefde tot Christus schaamt zich voor den »naam van moeite.quot;
Laten wij Jezus vurig beminnen gelijk Maria gedaan heeft, dan mogen wij alles van haar verwachten en zullen wij alles door haren altijddurenden bijstand verkrijgen. Laten wij ook blijken onzer liefde geven:
Door altijd in alle wederwaardigheden getrouw te blijven.
Door Jezus zorgvuldig te bewaren, of, zoo wij het ongeluk hadden, Hem door de zonde te verliezen, Hem met droefheid te zoeken.
Door dikwijls aan zijn lijden te denken.
Door dikwijls de oefening van den kruisweg te verrichten.
Door alles met geduld te lijden in ver-eeniging van Jezus\' lijden en Maria\'s droefheden.
O Maria, door de vurige liefde, waarmede gij uwen goddelijken Zoon bemind hebt, bid ik u, van ook mij de genade eener vurige liefde te verwerven. O Maria, gebruik uwen alvermogenden invloed bij
45
7de overweging.
Jezus uwen Zoon, om in mijn hart een groot liefdevuur te ontsteken, opdat het in liefde ontvlamme, en ik voortaan alles met geduld lijde uit liefde voor Jezus, getrouw zij in al mijne plichten, dagelijks toeneme in heiligheid en volmaaktheid en eindelijk in en door liefde tot Jezus sterve. Amen.
Voornemen. 1quot;. Blijken van liefde geven door geduldig te zijn in het lijden, in de vernederingen en beproevingen. 2quot;. Door dikwijls en godvruchtig den kruisweg te doen.
7dc Dag.
V1\'- OVERWEGING.
Maria is moeder van altijddurenden bijstand om hare liefde en barmhartigheid jegens ons.
I. Wij moeten vertrouwen op den altijddurenden bijstand van Maria, omdat zij ons bemint. Zij is onze moeder; wij zijn hare kinderen. Gelijk eene moeder haar kind niet kan vergeten, zoo, zegt de H. Alphonsus, kan Maria ons ook niet vergeten. Ja, al zou het gebeuren, dat eene moeder haar kind vergat, Maria zal ons toch nooit vergeten, omdat hare liefde
46
1
Zie H. Alph. Heerh. van Ma. I.D. I.C. 3.
7de OVERWEGING.
grooter is dan die van alle moeders te zamen. »Welke natuurlijke moeder, (roept »de H. Bonaventura. tot Maria sprekende, suit): welke natuurlijke moeder bemint »hare kinderen zoozeer, en is er zoozeer »voor bezorgd, als gij, o allerzoetste ko-»ningin, ons bemint en voor ons welzijn »zorg draagt?quot;!) Hare liefde tot ons is groot, omdat hare liefde tot God groot is; want de liefde tot God en de liefde tot den naaste zijn e\'én; hoe meer de eene aangroeit, des te meer ook neemt de andere toe. Alle heiligen, die God veel beminden en veel uit liefde tot God deden, hebben ook den naaste veel bemind en veel voor diens welzijn gedaan. Daar Maria\'s liefde tot God, die van alle engelen en heiligen te boven gaat, moeten wij daaruit met de godvruchtige schrijvers besluiten, dat hare liefde tot ons ook grooter is en zij meer zorg voor ons heeft, dan alle engelen en heiligen zouden kunnen hebben.
Laten wij dan als kinderen van Maria met een groot vertrouwen tot haar onze toevlucht nemen en haren bijstand afsmee-ken; zij zal als eene teerhartige moeder
i) Stim. div. am. P. 3. C. 19.
47
7dc OVERWEGING.
zorg voor ons dragen en ons haren al-vermogenden bijstand verleenen, bijzonder als wij, naar haar voorbeeld, God vurig beminnen, alles vermijden wat God mishaagt, en doen wat Hem aangenaam en behagelijk is.
O Maria, mijne moeder, die door de vurigheid uwer liefde en door de veelvuldigheid uwer weldaden, welke gij uwen dienaren bewijst, hunne harten rooft, neem ook bezit van mijn hart en maak dat het van liefde brande. O Maria, ik wil u beminnen; ik wil u veel beminnen en zal niet rusten, voordat ik verzekerd ben, u vurig te beminnen. Amen.
II. Wij zijn dierbaar in de oogen van Maria, omdat Jezus ons vrijgekocht heeft voor een grooten prijs, voor den prijs van zijn dierbaar bloed; een prijs van oneindige waarde. Daar Jezus ons zóó bemind, en zulken prijs voor ons betaald heeft, moet ook Maria ons veel beminnen. De H. Alphonsus zegt: indien zij ons weinig beminde, zou zij toonen, weinig waarde te hechten aan het bloed van haren Zoon, den losprijs onzer zaligheid. Daar alle menschen door Jezus zijn vrijgekocht, worden zij allen door Maria bemind en begunstigd. De H. Joannes zag Marii
48
7de OVERWEGING.
49
bekleed met de zon, omdat, volgens den H. Alphonsus, niemand zich aan hare hitte kan onttrekken; want gelijk niemand op aarde zich aan den invloed der zon kan onttrekken, zoo is er ook geen mensch op aarde verstoken van Maria\'s liefde. Daarom zegt de H. Antoninus; »wie »zou kunnen begrijpen, wat zorg de lief-»devolle moeder ons allen toedraagt ? »Zij opent voor allen den schoot harer «barmhartigheid.quot; Oh, quanta est cura Virgini Matri de nobis! Omnibus aperit sinum misericordice suce. 1) Hare liefde tot ons is zoo groot, dat zij voor ons haren goddelijken Zoon geslachtofferd heeft. De H. Joannes zegt: »zoo liefheeft »God de wereld gehad, dat Hij zijn eenig-»geboren Zoon gaf.quot; 2) Dit kunnen wij, volgens de aanmerking van den H. Bo-naventura, ook van Maria zeggen ; »Zoo »lief heeft Maria ons gehad, dat zij haren »6eniggeboren Zoon gaf.quot; Sic Maria di-lexit nos, ut Filium suum unigenitum dar et. Zouden wij dan nog aan Maria\'s bijstand kunnen twijfelen ? Zouden wij nog bevreesd zijn, ons lot in hare handen te stellen ?
2) P. 4. t. 15. c. 2. 2) Joan. 3. 16.
3.
8ste OVERWEGING.
Neen, Maria 1 Ik ben overtuigd, dat gij mij niet zult verlaten, en dat mijn lot in uwe handen geheel veilig is: indien ik maar het ongeluk niet heb, u te verlaten, en mij aan uwe moederlijke zorg te onttrekken, zult gij mij ook niet verlaten. Ach, ik bid u ; bewaar mij voor zulk onheil ; bind mij door de liefdebanden onafscheidbaar aan u, en verkrijg voor mij die genade, welke gij weet, het aangenaamste aan Jezus, en mij het voordee-ligste te zijn. Amen.
Voornemen. Dikwijls Maria bidden, dat zij die genade aan God vrage, welke zij weet, ons het voordeeligste te zijn.
8ste Dag.
gsie OVERWEGING.
Maria\'s altijddurende bijstand steunt op hare verheffing in den hemel, i)
50
I. De H. Alphonsus, en met hem alle geloovigen en heiligen, zegt, dat Maria in den hemel verheven is boven alle engelen en heiligen. De H. Kerk zingt in het officie van Maria\'s Hemelvaart
i) Zie H. Alph. 2de preek over Maria\'s Hemelvaart.
8st0 OVERWEGING.
51
Exaltata est sancla Dei Genitrix suf er choros angelorum ad coelcstia regna. »De 2gt;Moeder Gods is verheven boven de »koren der engelen tot de hemelsche »rijken.quot; »Zij is zoo hoog verheven, zegt »de abtGuerricus I), dat zij niets boven zich »ziet, dan haren Zoon alleen.quot; Ut nihil contei}ipletiir supra se Mater, nisi Filium solum. Zij is zoo hoog verheven, ten eerste, omdat zij altijd vrij is gebleven van alle zonden, zelfs van de minste onvolmaaktheid; ten tweede, omdat zij meer genade ontvangen heeft dan alle andere heiligen, en daaraan altijd volkomen heeft beantwoord; ten derde, omdat zij in verdiensten alle heiligen verre overtreft; derhalve is het noodzakelijk, dat zij in de glorie ook boven alle verheven is; immers de Apostel zegt: God zal ieder vergelden volgens zijne werken, of verdiensten. Rcddet unicuique secundum opera ejus. 2)
Laten wij ons dan verheugen over de verheerlijking van Maria. Zij is toch onze moeder, en dus moeten wij ons als kinderen, over hare verheerlijking verblijden; maar ook over ons geluk, omdat wij in Maria eene
i) S. I. in Assumpt. 2) Rora. II. 6.
8ste OVERWEGING.
zoo krachtige voorspraak hebben. Hoe hooger zij in den hemel verheven, en hoe nauwer zij met God vereenigd is, des te beter kent zij onze quot; ellenden, en is zij in staat om ons te helpen. De H. Bo-naventura zegt: »Maria\'s barmhartigheid »jegens de ellendigen was groot, toen »zij nog als balling op de wereld rond-»zwierf; maar deze is veel grooter, nu zij »heerscht in den hemel.quot; Magna erga mise-rosfuit miscricordia Marioe exulantis in mtin-do, sed muito major est regnantis in coelo. 1) o Maria, koningin van hemel en aarde, laat toe dat ik met u den H, Petrus Da-mianus toeroepe; »Zoudt gij, omdat gij »nu verheerlijkt en tot naast den troon »van God verheven .zijt, ons ellendigen »vergeten hebben ?... Neen, Maria, verre »zij van ons zulk eene gedachte! \'t Is niet «mogelijk, dat een zoo goed hart geen «medelijde hebbe met eene zoo groote ellende, als de onze is.quot; Numquid quia ita detjicata es, ideo nosirce. humanitatis
oblita es? — Nequaquam Donüna! —--
non enini convenit\' tanta miserr kor dice tan-tam \'miseriam oblivisci. 2)
52
Voornemen: Dikwijls onze oogen ten
i) Spec. B. V. lect. 10. s) Spec. B. V. lecl. 10.
8ste OVERWEGING.
i hemel verheffen zeggende; IVij zuchten ioi u al schreiend en weenend in dit tranendal. Ad te suspirami/s gementes et flentes in hac lacrymaruni valïe.
II. Maria\'s verheerlijking in den hemel is eene volmaakte verheerlijking. \' Zij alleen kan zeggen, zoo schrijft de H. Al-phonsus;
»0 mijn God, indien ik U niet zoozeer sbemind heb, als Gij verdient bemind te »worden, toch heb ik U zoozeer bemind »als in mijn vermogen was, omdat, zoo »gaat de H. Alphonsus voort, zij de genade »van God niet alleen nooit verloren, noch »in het minste heeft doen verkoelen, maar »altijd en elk oogenblik heeft doen aan-»groeien. Nooit verrichtte zij een werk, »dat niet verdienstelijk was; nooit sprak »zij een woord, noch had zij eene gedachte, »noch slaakte zij eene zucht, welke niet »was tot meerdere glorie van God; nooit «verflauwde haar ijver, nooit ging er een »oogenblik voorbij, zonder dat zij zich vinniger met God vereenigde, zoodat zij »ten allen tijde uit al hare krachten vol-»komen aan de genade beantwoordde, en »God zoozeer beminde, als zij Hem besminnen kon.quot; Maria is dan in den hemel boven allen verheven, omdat zij allen in
53
8ste OVERWEGING.
54
heiligheid en volmaaktheid te boven gaat. Daarom zegt de H. Schriftuur van haar : »De Koningin staat aan uwe rechterhand »in een veelkleurig gouden gewaad.quot; Astitit Re gin a a dextris tuis in vesfttu deaurato circumdata varietate, 1) dat is: alle genaden, gaven en verdiensten van alle heiligen zijn vereenigd in Maria.
Laten wij dan met een onbepaald vertrouwen ons onder hare bescherming stellen, daar zij de Moeder van Altijddu-renden Bijstand is. Ofschoon zij in de glorie alle Heiligen te boven gaat, is zij toch altijd bereid ons te helpen; daarom wordt van haar gezegd, dat zij staat aan de rechterhand des Konings. De H. Augus-tinus zegt: »Staan is eigen aan iemand »die helpt, en beteékent de bediening »van voorspreker.quot; Stare auxiliantis est et advocati officium designat. 2) Maria staat dan aan de rechterhand van haren goddelijken Zoon, bereid om ons te helpen en voor ons ten beste te spreken. Laten wij ons dan geheel aan haren dienst toewijden en haar beminnen zooveel wij kunnen, zeggende met den H. Alphonsus : »0 moeder van barmhartigheid, zoo nabij
i) Ps. io. 2) St. August, in Ps. 44.
Qde OVERWEGING.
»God, en als Koningin der wereld geze-»ten op een zoo verheven troon, ver-»heug u in de glorie van Jezus, en deel »uwcn dienaren den overvloed mede van »uw geluk.
0, ja, Maria, wij vragen barmhartigheid, vergiffenis der zonden, liefde tot God, volharding en een zaligen dood. Amen.
Voornemens. 1quot; Gelijk Maria, getrouw zijn aan onze voornemens en aan de inspraken van Gods genade. 2° Ieder oogenblik goed gebruiken.
9de Dag.
9quot;c OVERWEGING.
Maria\'s altijddurende bijstand is algemeen, i)
55
1. De gelukzalige Raymundus Jordanus zeide : »Maria bemint die haar beminnen; »ja, zij dient, die haar dienen, en zijn ze »zondaars, dan verzoent zij hen met haren »vergramden Zoon door hare alvermo-»gende tusschenkomst. Hare meedoogend-»heid is zoo groot, dat niemand, hoe «hopeloos zijne zaak ook zijn moge,
i) Zie H. Alphons. in Salve Regina. Heerlijkh. C. VI. § II.
Qde OVERWEGING.
56
»moet vreezen tot haar- zijne toevlucht te »nemen; zij verstoot niemand. Zij zelve »biedt God de gebeden harer dienaren »aan; zij is de voorspreekster bij den »Zoon, gelijk de Zoon bij den Vader «voorspreker is, zij houdt niet op, de zaak sonzer zaligheid, zoowel bij den Vader, »als bij den Zoon te bepleiten en de »genade, die wij vragen, voor ons te «verwerven.quot; 1) De H. Bonaventura, ons moed inboezemende, zegt: »Mijne dier-»baren, houden wij ons verzekerd en laten »we er steeds dankbaar voor zijn, dat »Maria, gelijk zij machtiger is bij God, »dan alle Heiligen, zij ook naar die mate »voor ons allen meer bezorgd is. Chans-tsimi, sciamus indubitanter et pro hoe ngratias agamus incessanter, quia sicut »ipsa a pud Deutn omnibus san dis est itpotentior, ita pro nobis omnibus est sol-•silicitior. 2)
De H. Germanus schrijft deze bemoedigende woorden: »0 moeder van barm-»hartigheid, wie is na uwen Zoon zóó «voor het menschdom bezorgd, gelijk gij ? »Wie beschermt ons zóó in onze kwellin-«gen? Wie strijdt zóó voor de zondaars ?
1) Conc. de B. M. in prol. 2) Spec. B. V. Lect. 6.
Qde OVERWEGING.
«Zeker, uwe bescherming is grooter dan »men zou kunnen begrijpen.quot; 1) Wij moeten dan altijd onbevreesd tot haar onze toevlucht nemen, wijl zij altijd gereed is , om ons te ontvangen en ons te helpen. De gelukzalige Amadeus zegt: »De allerzaligste Maagd staat voor het aan-»schijn der goddelijke Majesteit, door »hare alvermogende gebeden altijd voor »ons ten beste sprekende; zij immers ziet »onze gevaren, ellenden en behoeften, en »met haar moederhart vol teederheid is »zij er op uit, om ons te helpen.quot; 2)
O Maria, ik kom dan met groot vertrouwen tot u, en zal het altijd blijven doen, omdat ik weet, dat gij meer dan alle heiligen voor de heilige Kerk bezorgd ,zijt. Tc so lam, o Maria! pro sancta Ecclesia sollicitam pree omnibus Sanctis scimus. 3) Ja uw zucht om ons te beschermen is onverzaadbaar. Non est sa-tietas defensionis ejus. 4)
57
O Maria, neem mij onder uwe bescherming en maak mij zalig. Amen. Voornemen. In alle noodwendigheden
i) De Zona Deip. 2) De Laud. V. Hom. 8. 3) S. Au-gustinus. Ap. S. Bonav. Spec. B. V. 1. 6. 4) S. Gcrmanus. De Zona Deiparai.
58 9de OVERWEGING.
tot Maria, de moeder van altijddurenden bijstand, zijne toevlucht nemen.
II. De altijddurende bijstand van Maria is algemeen en strekt zich uit tot alle personen, tot alle tijden en tot alle plaatsen. Hieruit maakt de H. Alphonsus de gevolgtrekking, dat ons vertrouwen op Maria zeer groot moet zijn, zeggende: »Hoe groot moet dus ons vertrouwen op »deze koningin zijn, daar wij weten, dat zij »bij God zoo machtig en voor ons zoo barm-ïhartig is, dat er niemand op de aarde »leeft, die er de uitwerkselen niet van »ontwaart en geen deel aan hare gunster.. »heeft.quot; 1) De H. Maagd zelve heeft dit veropenbaard aan de H. Birgitta, zeggende: .»Ik ben de koningin der hemels, »de moeder van barmhartigheid: ik ben »de vreugde der rechtvaardigen en de »deur, door welke de zondaars tot God »naderen. Niemand is zoo diep gezon-»ken, of hij heeft nog deel aan mijne «barmhartigheid, daar ik zal zorgen, dat »hij ten minste, minder door den duivel »zal bekoord worden. Ik word door »allen moeder van barmhartigheid ge-«noemd, en terecht; de barmhartigheid
i) In Salve Regina. C. I. § I.
9de OVERWEGING.
»mijns Zoons heeft mij barmhartig ge-»niaakt. Derhalve zal diegene ellendig »zijn, die, terwijl hij dit vermocht zijne, «toevlucht tot mijne barmhartigheid niet ïnam.quot; Ego iwcor ab omnibus Mater misericordicje: ct vere; misericordia Filii mei fecit me miser icordem : ideo miser er it, qui ad misericordiam, cum possit, non accedit. 1)
Welaan, nemen wij altijd met het grootste vertrouwen onze toevlucht tot deze allerzoetste koningin. Als het gezicht onzer zonden ons verschrikt en moedeloos maakt, gedenken we dan, zegt de H. Al-phonsus, dat Maria tot koningin van barmhartigheid is aangesteld, om door haren bijstand de grootste en meest hopelooze zondaars, die zich haar aanbevelen, zalig te maken. De godvruchtige Thomas a Kempis zegt; 2) »Er is geen veiliger schuil-»plaats dan de schoot van Maria; hier sheeft de arme eene woonplaats.; hier »vindt de zieke het geneesmiddel; hier i»ontvangt de bedroefde troost; hier be-»komt de radelooze raad; hier verkrijgt de «verlatene ondersteuning.quot;
Maria, moeder van barmhartigheid en
i) Revel. L. 6. C. 10. et L. 2. C. 23. 2) Ad Novit. S. 24
59
10de OVERWEGING.
mijne moeder, ik kom met een groot vertrouwen tot u, gelijk- de verloren zoon tot zijnen vader. Ik heb gezondigd tegen den hemel en tegen u; ik ben niet waardig uw kind genoemd te worden ; maar neem mij -aan voor uwen dienaar. Zie medelijdend op mij neder, en laat mij niet weggaan, voordat gij mij van zondaar in een heiige hebt veranderd. Dit hoop ik. Zoo zij het. Amen.
Voornemen. In navolging v:m den gelukzaligen Joannes Berchmans dikwijls zeggen : Ik wil Maria beminnen! Ik wil Maria beminnen!
iode Dag.
10ile OVERWEGING.
Maria is altijd bereid haren bijstand le verleenen. i)
60
I. De H. Kerk past pp Maria toe de woorden van het Boek der Spreuken: zalig is de man, die mij hoort en dagelijks aan mijne deur waakt. Beatus homo, qui audit me et qui vigilat ad fores meas quotidie. 2) En waarom is die man zalig ? Omdat hij
i) H. Alphonsus in Salve Regina C. IV. § I. 2) Prov. 8. 34.
IOde OVERWEGING.
61
Maria altijd gereed zal vinden, om hem te ontvangen en te helpen; zij immers verlangt ons goed te doen en let op ons, om te zien of wij tot haar onze toevlucht nemen, ten einde ons te kunnen helpen. De H. Bonaventura zegt, dat Maria afgebeeld wordt door Ruth, wier naam be-teekent: ziende en zich haastende. Videns et festinans, omdat, zoo gaat de heilige voort, zoodra zij onze ellenden ziet, zij spoed maakt om ons bij te staan. Hieruit begrijpt men, zoo vervolgt de H. Alphon-sus, wie de vrouw is, van wie in het Boek der Veropenbaring gezegd wordt, dat haar twee groote arendsvleugelen gegeven zijn om in de woestijn te vliegen. 1) Die vleugelen, zegt de gelukzalige Ama-deus, beteekenen de snelheid van Maria, welke die der Seraphijnen te boven gaat, ten einde rond te vliegen en als moeder hare lijdende kinderen overal bij te staan. 2) Laten wij dan altijd met een kinderlijk vertrouwen tot haar onze toevlucht nemen. Zij verlangt het, haar wensch om u goed te doen, zegt Bernardinus de Bustis, is grooter dan uwe begeerte om gunsten te ontvangen. 3) Daarom, zoo zegt de H.
i) Apoc. 12.14. 2) De Laud. B;V. hom. 8. 3) Marial. p. 2. § 5.
10de OVERWEGING.
62
Alphonsus, leest men in het Evangelie van den H. Lucas, dat Maria, toen zij Elisabeth ging bezoeken, om die geheele familie met genaden te overladen, niet langzaam ging, maar den geheelen weg met grooten haast aflegde. nMaria op-■fsiaande ging met haast over het gebergte:\' 1) O Maria, zaligheid van die u aanroepen; O Salus te invocantiuml 2) ik kom met een groot vertrouwen tot u ; gij toch zult mij niet verstooten. Innocentius III vraagt: »wi\'e heeft haar ooit aangeroepen, zonder ïdoor haar verhoord te zijn geworden ?quot; quis invocavit earn et non est exauditus algt; ipsa?.... Ik zeg u dan met den H. Alphonsus: glorierijke Maagd, wie »heeft zich ooit tot uwen machtigen bij-»stand gewend, machtig genoeg om alle »ongelukkigen te troosten en de meest »hopelooze zondaars te redden, zonder er »door verhoord te zijn ? Neen ! zulks is »nooit gebeurd en zal nooit gebeuren.quot; 3) O, Maria, ik ben dan verzekerd, dat gij mij, ofschoon onwaardig, niet zult verstooten. Vergeef het mij, als ik met den H. Alphonsus zeg, dat ik de eerste niet
i) Lucas i 39. 2) S. Bonaventura. Cant. p. Psalt. 3) ita B. Eutichianus in vita S. Theoph. ap. Sur. 4 Febr.
10de OVERWEGING.
wil zijn, die, na mijne toevlucht tot u genomen te hebben, het ongeluk zou hebben, door u verlaten te worden. Amen.
Voornemen. Dikwijls zeggen: »O zalig-•ithcid van die u aanroepen, maak mij zaligt
63
II. De goedheid van Maria is zoo groot, dat zij zelfs onze begeerten voorkomt, ten einde ons tot zich te trekken. Daarom past de H. Anselmus deze woorden van den Wijzen Man op haar toe : praoccupat, qui se conaipiscunt, ut illis. se prior os/en dat. 1) Zij voorkomt degenen, die haren bijstand verlangen, om zich het eerst aan hen te vertrouwen, dat is, gelijk de H. Alphonsus zegt, dat zij vele genade voor ons verkrijgt, voordat wij er om vragen. Hiervan gaf zij reeds blijken, toen zij nog op de aarde leefde. Op de bruiloft te Cana de verlegenheid dei-jonggehuwden ziende, wijl dezen gebrek aan wijn hadden, wachtte zij niet, totdat hare voorspraak ingeroepen werd, maar uit medelijden wendde zij zich tot haren Zoon, zeggende : uzij hebben geenen wijn.quot; Dit was genoeg om Jezus te bewegen het water in wijn te veranderen. Hoe troostend is deze gedachte voor ons ! Indien
i) Sap. VI.
10de OVERWEGING.
64
Maria zoo vaardig is, om ongevraagd te helpen, wat zal zij dan niet doen voor die haren bijstand vurig en met vertrouwen afsmeeken ? Si tam prompta ad auxilium currit non quasita, quid requi-sita prcestitura est? 1) Welaan, verbergen wij ons altijd onder den mantel van Maria, welken zij steeds uitgespreid heeft, om allen te ontvangen, die hunne toevlucht tot haar nemen. Zoo vertoonde zij zich eens aan de H. Gertrudis. Deze heilige zag de H. Maagd met een v/ijd uitgespreiden mantel, om allen die tot haar hunne toevlucht namen, onder den-zelven te verbergen ; tevens vernam zij, dat de Engelen zeer bezorgd zijn, om de vereerders hunner koningin tegen de aanvechtingen des duivels te beschermen. Nader dan met vertrouwen tot Maria en zeg haar: »Gedenk, o goedertierendste »Maagd Maria, dat het van eeuwigheid »niet gehoord is, dat iemand, die .tot u »zijne toevlucht nam, uwen bijstand inriep »en uwe voorspraak verzocht, door u verslaten is geworden. Door dit vertrouwen »aangemoedigd, neem ik mijne toevlucht »tot u, maagd der maagden ; ik kom tot
i) Novarinus. Umbra virg. exc. 72.
lldc overweging.
»u ; ik zondaar stel mij weenend voor u. »Moeder van het eeuwig Woord, wil mijne «woorden niet versmaden, maar hoör mij «genadiglijk en verhoor mij. Amen.quot; 1)
Voornemen. Dit gebed van den H. Bernardus dikwijls en minstens dagelijks eenmaal godvruchtig bidden.
iide Dag. 1 ldquot; OVERWEGING.
Voorafbeelding van Maria\'s bijstand in de vrouwen van het Oude Verbond. 2)
65
I. De H. Bonaventura zegt: Maria plc7ia unciione misericordice, plena olco pietatis. Maria is vol barmhartigheid, vol goedheid en meedoogendheid. 3)- Door haar kunnen wij alles van God verkrijgen; ook is zij zeer bereidvaardig in het ver-leenen van haren bijstand. De gelukzalige Albertus de Groote verklaart dit door de geschiedenis der koningin Esther. Het doodvonnis was uitgesproken tegen
i) Pius IX. ii Dec. 1846. verleent iederen kt er een aflaat van 300 dagen en maandelijks een vellen aflaat, aan allen, die dit gebed dagelijks verrichten. 2) H. Alph. in Salve Regina C. I. § 1 etc. 9. 3) S. Bon. Spec. B. V. lect. 7.
llde OVERWEGING.
66
het joodsche volk; de koningin Esther begeeft zich met gevaar van haar leven tot den koning, om genade voor haar volk te -vragen. Zoo haast de koning haar zag, vroeg hij : quae est pctitto tua ? Welk is uw verzoek, uw verlangen ? Zij antwoordde : sJndien ik genade gevonden »heb in uwe oogen, o koning, geef mij »dan mijn volk, voor hetwelk ik smeek.quot; Assuerus verhoorde haar, en deed terstond het uitgesproken doodvonnis herroepen. Hierop zegt de H. Alphonsus: «Indien »Assuerus aan Esther het leven der joden »schonk, omdat hij haar beminde, hoe »zou God dan Maria, welke Hij oneindig »meer bemint, onverhoord kunnen laten, »als zij voor de zondaars bidt, die hare «voorspraak inroepen ? Is het dan wel «mogelijk, dat God haar niet verhoort ?quot; Neen, dat is niet mogelijk.
Wij gelooven, zegt de H. Bernardus, dat zij den afgrond der goddelijke barmhartigheid opent voor wien zij wil, wanneer zij wil, en gelijk zij wil, zoodat geen zondaar, hoe groot\'zijne misdaden ook zijn, verloren gaat, indien Maria hem bijstaat. 1) Zij immers is alvermogend. De
i) S. Bern, in Salve Regina S. i.
llde overweging.
H. Kerk noemt haar terecht: Virgo po-tens, magtige Maagd. Zij is de vrouw der belofte, welke den kop van het helsch serpent moest verpletten. Ipsa conteret caput üium. Zij zal uwen kop verpletten. 1) Zij is de sterke vrouw, die, naar het zeggen van den Wijzen Man, verdient gezocht te worden tot aan de uiterste grenzen der aarde. Muiierem fortem quis inveniet? Procul et de ultimis finibus pretium ejus.T) Zij is de weergalooze vrouw, die in Salomon\'s Hooglied gezegd wordt, vreeselijk te zijn gelijk een leger, dat in slagorde gerangschikt is. 3)
O Maria, machtige koningin, neem mij onder uwe bescherming en sta mij bij in alle gevaren. Gedoog niet, dat ik bezwijke, noch dat satan mijne ziel roove. Sta mij altijd bij en versterk mij, opdat ik over alle vijanden zegeviere en in den hemel eeuwig met God heersche. Amen.
Voornemen. In alle bekoringen tot Maria verzuchten, en zich onder haren beschermenden quot;mantel verbergen.
67
II. Richardus van St. Laurentius zegt: 4) »Maria\'s milddadigheid is gelijk aan
i) Gen. 3. 15. 2) Prov. 31. 10. 3) Cant VI. 9. 4) de Laud. B. V. 1. 4.
llde OVERWEGING.
68
»de milddadigheid van haren Zoon, die smeer geeft, dan men vraagt;quot; zoodat de Aposte^Paulus Hem daarom noemt: rijk voor allen, die Hem aanroepen. Dires in omnes qui iin\'oeant ilium. 1)
Deze goedgunstige en onbeperkte milddadigheid van Maria jegens hare dienaars zien wij afgebeeld in Rebecca, waarvan in het boek Genesis gesproken wordt. 2) Toen Abraham\'s dienstknecht aan Rebecca een weinig water vroeg om te drinken, antwoordde zij, dat ze hem niet alleen maar ook zijne kameelen te drinken zou geven ; zeggende ; Ook voor. uwe kameelen zal ik water putten, totdat ze allen zullen gedrofikcn hebben. Bij dit \'/er-haal roept de H. Be.rnardus, Maria aansprekende, in verrukking uit; »0 koningin! »gcef niet alleen aan Abrahams dienaar fmaar ook aan zijne kameelen uit uwe «overvloedige waterkruik te drinken,quot; 3) als wilde hij zeggen, zoo merkt de H. Al-phonsus op, »o Maria, gij zijt vol goedheid »en milddadiger dan Rebecca; daarom »ook zijt gij niet tevreden met uwe wel-»daden uit te storten over den dienaar »van Abraham, door wien de getrouwe
1) Roin. 40. i2, *2) Cap. SI, li). 3) lu Sign. Magn.
llde OVERWEGING.
»dienaars van God afgebeeld worden, maar xook deelt gij ze mede aan de kameelen, die »het afbeeldsel der zondaars zijn.i\' En ge-»lijk Rebecca meer gaf dan gevraagd werd, »zoo ook geeft Maria meer dan men vraagt.
Laten wij haaf dan ons zeiven en al onze belangen met een groot vertrouwen aanbevelen, en met Wilhelmus van Parijs haar bidden: »Allerheiligste Maagd, geswaardig u voor mij te bidden; want gij »zult God met meer ijver om genade bid-»deri, dan ik zou kunnen doen, en gij »zult meer van God verkrijgen, dan ik »zou durven vragen.quot;
69
Laten wij dan, hoe onwaardig ook, met een groot vertrouwen tot haar gaan: — vreezen wij niet, ook al zoii er niets goeds in ons zijn; want, zegt de H. Bernardus, deze koningin is zoo barmhartig en zoo goed, dut, als een zondaar zich haar aanbeveelt en haren bijstand inroept, zij niet begint met onderzoek te doen naar zijne verdiensten, om te zien of hij waardig of onwaardig is om verhoord te worden, maar dat zij allen verhoort en helpt, die zich haar aanbevelen. Non discuiit merita, sed omnibus sese exorabilem prccbet. 1)
1) In Sign. Mugn.
llde OVERWEGING.
Gebed van den H. Alphonsus.
O Maria, daar gij zoo goéd zijt en zoo vurig verlangt, om ellendigen, gelijk wij zijn, wel te doen en alles te geven wat wij vragen; zoo neem ik, de ellendigste van allen, tot u mijne toevlucht. Laat anderen vragen wat zij willen, gezondheid, rijkdom, aardsche voordeelen; ik, Maria, bid a om niets anders, dan om datgene, wat gij zelve wenscht in mij te vinden, en aan uw allerheiligste hart het welgevalligst is. — Gij waart zoo ootmoedig, verwerf mij dan de ootmoedigheid en de liefde tot verachting ; — gij waart zoo geduldig in het lijden, verwerf mij het geduld in tegenspoed ; — gij waart zoo vol liefde tot God, verkrijg voor mij de gaaf eener heilige en zuivere liefde; — gij waart geheel liefde tot den naaste, verwerf mij een edelmoedige liefde jegens allen en bijzonder jegens hen, die mij vijandig, zijn ; — uw wil was altijd met Gods wil vereenigd, verwerf mij ook eene volkomene gelijkvormigheid met Gods wil in alles, wat Hij over mij beschikken zal; — met één woord, gij waart het heiligste onder alle schepselen, maak mij ook heilig. Dit hoop ik. Dit zij zoo. Amen.
70
■f
12lt;1e; overweging. 71
Voornemen. Maria dagelijks bezoeken in een harer beelden, en haar die genade vragen, welke zij weet het aangenaamste aan Jezus en het voordeeligste ^ voor ons te zijn.
i2de Dag. 12\'h\' OVERWEGING.
Maria\'s altijddurende bijstand door ons Jezus te geven als een Slachtoffer, i)
Maria noodigt allen uit, om tot haar te komen, ten einde deelachtig te worden aan hare vruchten. De H. Kerk legt haar deze woorden in den mond: Acw/ alle}i iot mij, die begeerig naar mij zijt en verzadigt u van mijne vruchten. 2) Die vrucht is Jezus, dien zij gebaard, opgedragen en geslachtofferd heeft. — Gelijk God niet wilde, zegt de H. Alphonsus, dat Jezus de Zoon van Maria werd, vóór dat zij hare toestemming zou hebben gegeven, zoo wilde Hij ook niet, dat Jezus zijn leven lt;gt; zou opofferen, vóór diezelfde toestemming te hebben ontvangen, opdat met het leven
1) H. Alphonsus i\'n ek on \'l luosl van Maria\'s zuiverinir. 2) Eccl. 21, ïli.
T
12de OVERWEGING.
72
van den Zoon tevens het hart der moeder zou geslachtofferd worden. Ofschoon zij hare toestemming tot Jezus\' dood reeds gegeven had, door in te willigen in het goddelijk moederschap, wilde God evenwel, zegt de H. Alphonsus, dat zij op den dag harer zuivering een plechtig offer van haar zelve deed door Hem haren Zoon op te dragen; want, volgens de bemerking van den H. Alphonsus, droeg Maria haren Zoon op eene geheel andere wijze op, dan andere moeders; immers deze wisten, dat die opdracht eene loutere plechtigheid der wet was en dat ze hun zoon terug ontvingen, door hem af te koopen, zonder te vreezen, dat hij ter dood zou worden geleverd ; doch Maria droeg haren Zoon op om te sterven, met de volstrekte zekerheid, dat het offer zijns levens eenmaal zou voltrokken worden op het altaar des kruises. — Ofschoon dit offer haar groote smart veroorzaakte, stemde zij er evenwel in toe, en dat met eene standvastigheid, zoo zegt de H. Alphonsus, welke de engelen zeiven deed verbaasd staan. Zij zelve sprak het doodvonnis tegen haren Zoon uit, zeggende: -»Eeuwige Vader! »daar Gij het zoo wilt, wil ik het ook. ■hNiet mijn wil, maar uw wil geschiede. —
12dt: OVERWEGING.
»Ik offer U mijnen beminden Zoon. Ik »stem er in toe, dat Hij sterve voor uwe »eer en voor de zaligheid der menschen. »Met Hem offer ik U ook mijn hart; door-»boor het met zoo vele zwaarden als het »U zal behagen : \'t is mij genoeg, o mijn »God! dat Gij er door verheerlijkt en vol-»daan wordt. Niet mijn wil maar uw wil ngeschiedelquot;
Ziedaar, zoo gaat de H. Alphonsus voort, de reden, waarom Maria zweeg bij het lijden van Jezus, toen Hij onrechtvaardig beschuldigd werd; — ziedaar, waarom zij niets zeide tot Pilatus, die, de onschuld van Jezus kennende,, geneigd was Hem los te laten. Zij vertoonde zich niet in het openbaar, tenzij om tegenwoordig te zijn bij het groote offer, dat op Calvarië moest voltrokken worden. Zij volgde Hem op den kruisweg tot op Golgotha, en bleef bij Hem totdat Hij gestorven en begraven was. Zoo heeft Maria der wereld haren bijstand getoond met haren Zoon te slachtofferen, en nu nog gaat zij voort met voor ons dienzelfden Zoon te offeren, telkens als een priester de H. Mis leest, zoodat de H. Epiphanius haar den titel van priester geeft. Virginern apello velut sacerdotem. Ik noem de Maagd als fries-
73
4.
12de OVERWEGING.
ter, 1) De Eerwaarde Pater Grasset zegt: »Als Jezus zich voor ons opdraagt als een ^slachtoffer op het altaar, stemt Maria gt;daarin toe, en draagt Hem door den »priester op.quot; 2)
Maria heeft dus niet alleen tijdens ■ haar leven haren Zoon voor ons geofferd, maar doet het nog dagelijks, en zal het blijven doen tot het einde dei-wereld. Zoo zal dan Maria\'s bijstand duurzaam zijn, en zullen wij aan deszelfs heilzame werking deelachtig worden, zoo dikwijls wij het Misoffer godvruchtig opdragen of eerbiedig bijwonen.
O Maria, ik dank u duizendmaal voor het groot offer, dat gij tijdens uw sterfelijk leven van uwen zoo teer beminden Zoon gebracht hebt, met Hem voor onze zaligheid aan den schandelijken dood des kruises over te leveren; alsmede voor de goedheid, die u thans nog bezielt om dienzelfden Zoon dagelijks voor onze zaligheid te offeren door de handen der priesters, wanneer zij het H. Misoffer opdragen, O Maria, verkrijg mij de genade, dagelijks het H. Misoffer godvruchtig bij te wonen.
i) Hom. in laud. B. V. 2) Medit. Zaterd. onder het octaaf van het H. Sacram.
74
12de OVERWEGING.
75
II. Maria is moeder van altijdduren-den bijstand door ons in de H. Communie het vleesch en bloed van Jezus, haren goddelijken Zoon, dat tevens haar vleesch en bloed is, te geven. De H. Augustinus zegt: sHet vleesch van Jezus is het Vleesch van Maria.quot; Hij immers heeft het aangenomen uit hare zelfstandigheid, en zij heeft het met hare zelfstandigheid gevoed. Die zelfstandigheid is Hem bijgebleven tijdens zijn sterfelijk leven op aarde, en zal Hem eeuwig bijblijven in den hemel. Derhalve, zoo spreekt de Eerwaarde Pater Grasset; »als gij het vleesch »van Jezus ontvangt, ontvangt gij ook »het vleesch van Maria.quot; — Indien dit H. Sacrament het leven uwer ziel bewaart, zoo bewaart de H. Maagd uw leven , wanneer gij te Communie gaat, omdat, zoo dikwijls Jezus zich voor n slachtoffert op het altaar, en zich aan u geeft in de H. Communie, Maria in dat slachtoffer en in die gave toestemt. Zij geeft u Jezus door den priester, niet enkel om Hem op uwe armen te nemen, gelijk de oude Simeon gedaan heeft, maar om Hem in uw hart te bewaren en door Hem eeuwig te leven. De Eerw. Pater Crasset zegt, dat deze bemerkingen eene groote
8ste OVERWEGING.
devotie in het hart van vele heiligen voortbrachten, en zij daarin eene oorzaak vonden, waarom dit H. Sacrament een der krachtigste geneesmiddelen is tegen de bekoringen van onzuiverheid. Als wij dit maagdelijk en heilig vleesch ontvangen, deelt ons vleesch in deszeifs reinheid, en als dat goddelijk bloed in onze aderen vloeit, wordt het bederf van \'het onze weggenomen, en wordt het genezen.
Wat moeten wij hieruit leéren?
1 1 Dankbaar zijn jegens Maria voor dat verheven offer en dat goddelijk voedsel hetwelk zij ons gegeven heeft. 2quot; Ons opwekken tot godsvrucht door de gedachren, dat wij in de H. Communie ontvangen, niet eenige overblijfselen van Maria\'s kleederen, maar haar eigen vleesch en bloed. De groote Kardinaal Petrus Da-mianus vond daarin een grootcn troost, zeggende: »Ik bid u, mijne broeders, te »willen gedenken, welke verplichting wij ^jegens de allerzaligste moeder Gods heb-jgt;ben, en welke dankbaarheid wij ha-ar, na »haren Zoon, verschuldigd zijn, omdat wij »in het H. Sacrament des Altaars hetzelfde lichaam ontvangen, hetwelk de H. »maagd in haren schoot gedragen, gebaard, »en in doeken gewonden heeft, en omdat
76
12de overweging.
»wij in dit H. Sacrament onzer verlossing »haar bloed drinken.quot;
Verzuchtingen. Ik Jbedank u, moeder van altijddurenden bijstand, dat gij mij het dierbaar vleesch van uwen Zoon, hetwelk het uwe is, zoo dikwijls tot voedsel gegeven hebt. O welk eene zuiverheid zou ik moeten hebben! — De H. Kerk staat verbaasd bij de gedachte, dat de Zoon Gods niet geschroomd heeft in uwen allerzuiversten schoot neer te dalen, hoeveel te meer moet zij dan niet verbaasd staan, bij de ■ overweging, dat de God-mensch in mijn hart komt, een hart, zoo boos en zoo bedorven! ü moeder van altijddurenden bijstand, gewaardig u mij dikwijls met uwen goddelijken Zoon en mijnen Zaligmaker te bezoeken, en met Hem in mijne ziel te komen, zoo dikwijls ik zal communiceeren. Ik vertrouw dat gij mij, hoewel onwaardig, deze gunst niet zult weigeren, aangezien gij u wel gewaardigd hebt. Hem in eene kribbe te leggen. Ik zal u daarvoor danken al de dagen mijns levens, en in alle eeuwigheid de barmhartigheid loven van den Zoon en van de moeder. Amen.
Voornkmen. Dikwijls en met de grootst mogelijke godsvrucht ter eere van Maria dq H. communie ontvangen.
77
13d* OVERWEGING.
13de Dag.
13quot;« OVERWEGING.
Maria\'s bijstand is altijddurend voor d^ H. kerk, en voor de geloovigen. 1)
I. De H. Augustinus zegt: »0 Maria, wij »weten, dat gij alleen meer dan alle hei-sligen voor de H. kerk bezorgd zijl.quot; Te solum, o Maria, pro sanc/a ecclesia sollicitam pree omnibus sanctis scimus. 2) De H. Alphonsus legt deze woorden aldus uit: 3) »\'t is waar, o mijne koningin, dat salie heiligen onze zaligheid willen, en voor sons bidden, maar de liefde en teerhartigsheid, die gij ons, van uit het hoogste des shemels betoont, door zoo vele genaden sen weldaden voor ons te verwerven, zijn szoo groot, dat ze ons verplichten te beslijden, dat wij in den hemel slechts ééne svoorspreekster hebben, welke geene an-sdere is dan gij zelve.quot;
78
Maria is moeder van alle geloovigen, en daarom strekt hare zorg zich uit tot allen; zij heeft voor allen eene meer
1) Zie H. Alph. in Salve Reg. C. 3. § 1. 2) Ap. S. Bonav. Spec. B. V. 1. b. 3) In Salve Reg. C. 6. § II.
13de OVERWEGING.
79
dan moederlijke bezorgdheid: daarom wil de H. Kerk, dat alle priesters en alle religieuzen haar dagelijks aanroepen en begroeten met den zoo zoeten naam van; Onze hoop. Et spes nostra salve! onze hoop, wees gegroet! En waarom ? Niet als konde zij uit haar zelve ons helpen, maar omdat zij het kan door God. God wil ons alles geven door Maria. De H. Alphonsus bevestigt dit door deze woorden van een godvruchtigen schrijver. Per ipsam ha bet mundus et ha-biturus est om/ie bonum. »Door haar heeft »de wereld en zal zij altijd alle goed bevitten.quot;
Wij moeten dan altijd tot haar onze toevlucht nemen, en naast God geheel ons vertrouwen op haar stellen; zij zal ons bijstaan in alle noodwendigheden, zoo naar de ziel, als naar het lichaam. Zeggen wij haar dan met den H. Germanus: 1) »0 mijne koningin! gij »alleen zijt de troost, welken God mij »geeft; de geleidster op mijne reis ; »de sterkte in mijne zwakheid; de rijk-ïdom in mijne armoede; het genees-ïgt;middel mijner wonden; de opbeuring
i) Encora. in S. Dcip.
13de OVERWEGING.
«mijner smarten; de hoop,mijner zaligsheid : verhoor bid ik u, mijne smeekin-»gen, en ontferm u over mijne verzüch-stingen; gij mijne vorstin, mijne toevlucht, »mijn leven, mijne hulp, mijne hoop en »mijne sterkte.quot;
Ook zullen wij door Maria alle deugden verkrijgen. De H. Alphonsus roept in de verrukking zijns geestes uit: »Hoe vele »hoovaardigen hebben de ootmoedigheid »gevonden in de .godsvrucht tot Maria; »hoe vele gramstorigen de zachtmoedigheid »hoe vele blinden het licht; hoe vele »\\vanhopigen het vertrouwen; hoe vele «verlorenen de zaligheid 1
»0 ja! zegt de H. Bernardus: alle ge-»slachten zullen u zalig noemen, wijl gij »aan allen het leven en de glorie gegeven »hebt. In u vinden de rechtvaardigen de »genade der volharding, de zondaars de »vergiffenis.quot; In te justi gratiam, pecca-tores veniam inveniunt in aetcrnum. 1)
80
Verzuchtingen. O allergenadigste moeder, zie neder op uwe dienaren, want op ii hebben w.ij al onze hoop gevestigd. Respice, o mater misericordissima! respice servos trios; zgt;2 te enim omnem spem nos-
i) In Pent. s, 2.
13de OVERWEGING.
tram collocavijnus\' 1) Gij weet, dat Jezus, uw Zoon, niet tevreden zelf onze voorspreker bij den Vader te zijn, ook gewild heeft, dat gij u tot Hem zoudet wenden, om voor ons de goddelijke barmhartigheid te veikrijgen. Hij heeft gewild, dat uwe gebeden ons zouden helpen, om ons zalig te maken, en heeft er zulke kracht aan gegeven dat ze altijd verhoord worden. Wij, ellendige zondaars, wij wenden ons derhalve tot u, die de hoop der ellendigen zijt; wij hopen door de verdiensten van Jezus Christus en uwe tus-schenkomst zalig te worden. Amen. Dit hopen wij. Dit zij zoo. Amen.
Voornemen. Dagelijks het Sa/ve rc-gina bidden. 2)
81
II. De H. Alphonsus zegt, dat Maria met recht genoemd wordt: de schat, de schatkamer, de uitdeelster der genaden. Zoo wordt zij genoemd door den H. Petrus Damianus, door den gelukzaligen Albertus den Grooten, door den H. Bernardinus en meer anderen. Richardus van Sint-Lau-rentius zegt: »Maria is de schat, omdat »de Heer in haar, als in een schatkamer,
i) Euthimius. ap. Sur. 31 Aug. 2) Zie H. Alph. preek op het feest der Bezoeking.
13de OVERWEGING.
82
»alle gaven van genaden geplaatst heeft, »en \'t is uit die schatkamer, dat Hij alles »neemt, wat Hij aan zijne en trouwe »dienaren overvloedig uitdeelt.quot; — God geeft geene genade tenzij door Maria. Willen wij dan genade ontvangen, dan moeten wij tot haar gaan; want, zegt de H.quot; Bernardus: »\'t is Gods wil, dat wij alles, niets tiitgezondcrd, door Maria zouden hebben.quot; Maria is aliijd bereid allen, die tot haar komen, met genaden te verrijken. De H. Joannes Da-mascenus legt haar deze woorden in den mond: *Ik ben de vrijstad voor allen die shunne toevlucht tot mij nemen. Komt »en put de genadegaven zoo overvloedig »als gij begeert.quot; Ego civitas refugii, üs, qui ad me confugiunt. Accedite et grati-arum dona affluentisfime haurite. 1) En de godvruchtige Thomas a Kempis dcet haar zeggen: »Ik noodig alle menschen ïgt;uit; ik wacht ze allen af; ik verlang dat »ze allen komen; ik verstoot niemand, hoe sgroot zondaar hij ook zoude wezen.quot; O nines invito ; o tunes expecto ; omnes venire desidero; nullum peccatorem despicio. 2) Wij moeten derhalve met vertrouwen en
i) De Dorm. B. M. S. 2. 2) Solil. an. C, 24.
13de OVERWEGING.
met een onbeperkt vertrouwen tot die allermilddadigste uitdeelster der genaden onze toevlucht nemen; door haar verkrijgen wij alles; want het is onmogelijk, dat ze niet verhoord wordt. Impossibile est cam non cxat/diri. 1)
Doch zorgen wij, dat ons niet overkome, hetgeen zuster Villam in een visioen getoond werd. Zij zag namelijk de moeder Gods onder het zinnebeeld eener groote fontein, waaraan eene ontelbare menigte een overvloed van genade kwam putten; doch met welk gevolg? Zij die goede kruiken medebrachten, bewaarden de genade, welke zij ontvangen hadden; integendeel zij die gebarste kruiken hadden, dat is, wier zielen met zonden bezwaard waren, ontvingen wel genaden, maar verloren dezelve aanstonds. 2)
83
Verzuchtingen. O moeder van altijd-durenden bijstand, uitdeelster aller genaden en onze hoop, wij bedanken u voor de veelvuldige genaden, die wij door u ontvangen hebben, en vragen u tevens vergiffenis, dat wij er zoo weinig voordeel mede gedaan, ja somtijds misbruik
i) S. Antoninus, p. 4. tit. 15. C. 17. 2) S. Alph. scrmo in festo Visit. B. M.
14de overweging.
van hebben gemaakt. Helaas, hoe vele genaden hebben wij door onze zorgeloosheid en zonden verwaarloosd 1 — O Maria bid voor ons, uwe ondankbare kinderen ; verstoot ons niet. Zie, wij gaan ons be-keeren, en zullen voortaan een goed gebruik maken van de genaden, die gij ons zult gelieven te verwerven. Dit hopen wij; hierom smeeken wij. Amen.
Voornemen. 1quot;. In alle noodwendigheden, gevaren en bekoringen zijne toevlucht nemen tot Maria. -—• 2C. Zorgvuldig medewerken met de genade.
I4dlt;: Dag.
14d= OVERWEGING.
Maria\'s altijddurende bijstand op de pelgrims-reize van ons leven.
I. 1\'. Wij zijn op de aarde als vreemdelingen, verwijderd van ons hemelsch vaderland. Maria is onze moeder en houdt ons gezelschap, opdat wij niet afwijken van den rechten weg; als gij haar volgt, zult ge niet afdwalen; ipsani sequens non devias. — 2Ü. Wij zijn hier als pelgrims,
84
14de OVERWEGING.
85
reizende naar het huis der eeuwigheid. Maria is onze geleidster, opdat wij niet vallen, en niet in den afgrond storten; als zij u vasthoudt valt gij niet. Ipsa tenente non corruis. 3°. Wij zijn hier als zeelieden, varende op de onstuimige zee dezer wereld. Maria is de zeester, door haar zullen wij de klippen vermijden, en ongehinderd in de haven der eeuwige zaligheid aanlanden. De H. Kerk groet haar met den titel van zeester: Ave maris stella; omdat, zoo spreekt de H. Thomas : 1) »gelijk de zeelieden door de zeester naar »de haven geleid worden, de christenen »ook door Maria geleid worden tot »de glorie,quot; en de H. Bernardus zegt: 2) »de naam der maagd was Maria, die zeester beteekent; zij is die glanzende »en lichtende ster, boven de groote en »uitgestrekte zee\' der wereld verheven, sschitterend door verdiensten en voorlich-»tend door voorbeelden.quot; Gelijk de zeester de zeelieden op de zee geleidt, om de klippen te vermijden, en gelukkig aan te landen, zoo, zegt de H. Bonaventura, 3) geleidt Maria ons op de zee dezer wereld.
i) Exp. in Sal. Reg. 2) Hom. 2. sup. Missus. 3) In Spec. B. V.
14dc OVERWEGING.
in het schip der onschuld of der boetvaardigheid, naar de haven van het hemelsch vaderland.
Eens zag de H. Maria Magdalena de Pazzi in het midden der zee een scheepje, tot hetwelk alle dienaren van Maria hunne toevlucht namen, en de allerzaligste Maagd zelve aan het roer zittende, bracht hen veilig in de haven. Daaruit begreep zij, dat .diegenen, welke onder de bescherming van Maria leven, door haar in het midden der gevaren dezer wereld, voor de schipbreuk der zonden en der verdoemenis bewaard worden, en veilig worden binnengevoerd in de haven der zaligheid. 1)
Jacobus een monnik, bekend onder de grieksche Vaders, zegt, dat God Maria gesteld heeft als cene brug, om de golven dezer wereld over te trekken, en gelukkig de haven der zaligheid .binnen te gaan.
86
Derhalve moeten wij ons door Maria laten geleiden, als zijnde onze zeester, ons scheepje en onze brug op de zee dezer onstuimige wereld. De H. Bonaventura roept allen toe: »0 volkeren luistert! s-O volkeren, die het rijk Gods wilt binnen-»gaan, eert de maagd Maria, en gij zult
i) S. Alph. in Salve Reg. C. 8. § 3.
14de OVERWEGING.
gt;/het leven en de eeuwige zaligheid vin* »den.quot; 1)
Verzuchtingen. O Maria, geef, dat wij onze oogen altijd gevestigd houden op uwe schitterende voorbeelden, waardoor gij ons, als eene glanzende- zeester, voorlicht te midden der onstuimige golven, welke ons op de zee dezer wereld gedurig bedreigen; geef dat wij u steeds volgen op den weg der deugden, als zijnde voor ons eene veilige brug ter zaligheid, en eindelijk dat wij ons met een kinderlijk vertrouwen aan uwe leiding overgeven, wijl gij met ons in V scheepje zijt, en zelve het roer bestiert. Amen.
Voornemen. Zijne toevluchtquot; nemen tot het scheepje van Maria en zich volkomen aan hare bestiering overgeven. 2)
87
II. Maria draagt ons, als een liefdevolle moeder, steeds in haren schoot. 3) — Zij bemint ons meer, en is meer voor ons bezorgd, dan eene natuurlijke moeder hare kinderen zou kunnen beminnen, en voor hen bezorgd zijn. Gelijk de walvisch zijnen mond opent, en zijne jongen in zijnen schoot verbergt.
i) Psal. B. V. Ps. 48. 2) Zie H. Alph. in Salve Reg. C. i § 2. 3) S. Bernardinus van Siena, pro Fest, V. M. S. 8. a. 2. C. 2.
14de OVERWEGING.
wanneer hij ziet dat ze in gevaar zijn; eveneens doet Maria, onze liefderijke moeder; zij opent haren schoot en beschermt ons, wanneer wij in gevaar verkeeren.
Groot is de bezorgdheid eener moeder voor haar kind. Zij denkt er altijd aan; altijd heeft zij er het oog op gevestigd; zij voorziet in alle zijne behoeften; zij verzorgt het in ziekte; zij is er op bedacht, het in staat te stellen tot het verkrijgen der noodige bekwaamheden en middelen, opdat het gelukkige dagen op de wereld beleve. Is eene natuurlijke moeder zoo bezorgd;\'Maria, onze geestelijke moeder is duizendmaal meer bezorgd. Zij vergeet ons nooit; zij let altijd op ons, en, wanneer wij in gevaar zijn, snelt zij aanstonds toe om ons te helpen. Zij is onze troost in onze noodwendigheden, onze steun in de bekoringen, onze toevlucht in de gevaren, onze sterkte in onze zwakheden. Welk een geluk voor ons, eene zoo goede moeder tot leidsvrouw te hebben op de gevaarlijke pelgrimsreize van dit leven !...
Maken wij dan het besluit. 1° Altijd met een groot vertrouwen onze toevlucht te nemen tot de allerheiligste Maagd Maria; want, al zijn wij het niet waardig om onze zonden en ondankbaarheden zij
88
14de OVERWEGING.
89
is toch altijd bereid, om ons te helpen. Zij zelve heeft veropenbaard aan de H. Brigitta, dat, gelijk eene moeder, die haren zpon onder het zwaard zijner vijanden ziende, alles doet wat mogelijk is om hem te redden; zij ook zoo alles doet, en altijd doen zal voor hare kinderen, hoe groot hunne zonden ook zouden wezen, indien zij hare barmhartigheid afsmeeken. Ita facio et faciam ego omnibus peccatoribus, misericordiam meavi pete7itibvs. 1)
2\'\'. Ons zeiven te mistrouwen, aangezien wij zeer zwak en onstandvastig zijn. Maria wil, dat wij als kinderen klein worden in onze eigene oogen ; daarom zegt zij: ■sgt;indien iemand klein is, hij home tot mij.quot; 2) 3°. In alle gevaren ons te werpen in hare armen, zeggende: moeder! moeder! Kleine kinderen hebben den naam hunner moeder altijd in den mond, en wanneer zij in gevaar zijn, of met schrik bevangen worden, roepen zij terstond: moeder I moeder! Zoo moeten ook wij doen. Zijn wij in gevaar, bekoring, twijfel, dorheid, moedeloosheid, angst of benauwdheid; dan moeten wij aanstonds tot Maria gaan; en haren bijstand afsmeeken, zeg-
t) Revel. 1. 4. \'C. 138. 2) Sap. XI. 4.
15de OVERWEGING.
gende: moeder! moeder, help mij, sta mij bij!
Voornemen. 1\'. Ons zeiven als zwakke kinderen mistrouwen; 2quot; de gevaren zorgvuldig vermijden; S1\' ons met vertrouwen overgeven aan de leiding van Maria.
i5de Dag.
15\'1quot; OVERWEGING.
Maria, als ino:der van altijddurenden bij-# stand, bewaart het geloof harer vereerders, i)
I. Het geloof is eene onverdiende gaaf van God; \'t is het begin, de grondslag en de wortel aller heiligmaking. 2) Het is de kostbaarste aller schatten, zonder welke wij God niet kunnen behagen. 3) Het is een schild tegen de aanvechtigen des duivels 4), waaraan wij door het geloof wederstand moeten bieden. 5) Eindelijk het geloof is de zegepraal in den strijd. 6)
90
Wij moeten derhalve bezorgd zijn het geloof levendig in ons te bewaren, dagelijks meer aan te kweeken, en vruchtbaar-
i) Zie H. Alph. over het geloof van Maria. 2) Frid. Sf 6. c. 8. 3) Hebr. XI. 6. 4) Eph. VI 16. 5) L Petr. V. 6) I. Joan. V. 4.
I5de OVERWEGING.
der te maken. Hierom moeten wij Maria, de moeder van altijddurenden bijstand vereeren. Door haar zullen wij het geloof bewaren, en de genade ontvangen om uit hetzelve te leven. Haar voorbeeld zal ons aanmoedigen, en haar bijstand ons versterken.
De H. Irenaeus noemt haar de Moeder van het geloof. 1) Zij zelve zegt: tik ben de moeder der schoone liefde, der vrees, des geloof s en der heilige hoopT Ty—Haar geloof was grooter dan dat van alle engelen en heiligen te zamen. 3) •
Q1
»Zij zag haren Zoon in den stal van »Bethlehem, en toch geloofde zij, dat Hij «schepper van hemel en aarde was; zij »zag Hem vluchten voor Herodes, en toch «twijfelde zij niet, of Hij de koning der «koningen was; zij zag Hem geboren «worden, en evenwel geloofde zij, dat Hij «van eeuwigheid was ; zij zag Hem arm «en ontbloot van alles, liggende op stroo, «en echter erkende zij Hem voor den «meester van het heelal, voor den almach-»tigen God; zij zag, dat Hij niet sprak, »en toch geloofde zij, dat Hij de wijsheid
l) Adv. Har. !. 3. c. 33. 3) Eccl. 24. 24. 3) R. P. Sua-rez. et Alphonsus.
15de OVERWEGING.
»zelve was; zij hoorde Hem schreien, en »toch geloofde zij, dat Hij de vreugde van »het paradijs was; eindelijk zij zag Hem «versmaad aan het kruis sterven, en of-»schoon het geloof der anderen wankelde, «bleef zij onwrikbaar, en geloofde vaste-»lijk dat Hij God was.quot;
Door dat groot geloof heeft zij verdiend de fakkel der geloovigen, fiddinm fax, 1) en de koningin van \'t ware geloof te worden. 2) Ook schrijft de H. Kerk de de uitroeiing der ketterijen aan haar groot geloof toe, zeggende ; «verheug u, o maagd «Maria, gij alleen hebt alle ketterijen in «de geheele wereld uitgeroeid.quot; Gaude, Maria Virgo; cüncias hcereses sola iuiere-misti in universo mundo. 3)
Toepassingen. God bedanken, dat Hij ons door Maria, de gaaf van \'t ware geloof gegeven heeft; Hem door Maria bidden, dit geloof in ons te bewaren, te vermeerderen, en de genade te verleenen, om steeds uit en volgens dat geloof te leven.
92
Verzuchtingen. O God, wij gelooven met den H. Bernardus, dat Gij ons alle genaden geeft door Maria, en bijgevolg
i) S. Methodius de Sim. et Anna. 2) Sceptrura orthocoxae fidei. 3) Off. B. V. in Sabb. Noct. 3.
15de OVERWEGING.
ook de genade van \'t ware geloof; wij danken U daarvoor, en bidden Ü, ons door Maria in het geloof te willen versterken, en de genade te ved\'eenen, om altijd uit en volgens het geloof te leven, steeds in hetzelfde te volharden, in weerwil van alle bekoringen, beproevingen en onderdrukkingen. Amen.
Voornemen. Dikwijls met de Apostelen zeggen: Domine, adauge in nobis fidem. »Heer, vermeerder in ons het geloof.quot; 1)
93
II. Door haar groot, levend en werkdadig\' geloof heeft Maria verdiend, diegenen in \'t geloof te versterken, welke hunne toevlucht tot haar nemen, en hun de genade te verwerven, om uit en -col-geus het geloof te leven. De H. Grego-rius zegt; »Hij gelooft waarlijk, die in ^beoefening brengt hetgene hij gelooft.quot; Ille veré credit, qui exercet op er an do, qtwd credit. 2) De H. Augustinus zegt: Gij zegt: ik geloof. Doe wal ge zegt, dan is het een geloof. 3) Zoo deed de H. maagd Maria. 4) Verlicht door het geloof zag zij de nietigheid der aardsche goederen, welke zij als slijk versmaadde, om
i) Luc. 17, 5. 2) In Evang. Hom. 26. 3) Serra. 49. E. B. 4) S. Alph. honsus.
15de OVERWEGING.
God alleen te beminnen, en niets dan het
eeuwige te verlangen. Versterkt door het geloof, bleef zij altijd, zelfs in de hardste beproevingen, standvastig, verheugd in de bitterste smarten, en zegevierend in de hevigste aanvechtingen. Bezield door het geloof, had zij God altijd voor oogen, wandelde zij altijd in zijne tegenwoordigheid, dacht zij altijd aan zijn heilig lijden, vermeed zij alles wat eenigszins aan zijne alziende oogen kon mishagen, en deed zij alles met het zuiverste inzicht, alleen om Hem te behagen. —■ Vol van geloof, naderde zij steeds met den grootsten eerbied en de diepste ootmoedigheid tot God om te bidden, en ontving zij Hem in de H. Communie met eene allervurigste liefde. Zoo leefde zij altijd uit en door het geloof! Justus mens ex Jide vivit. 1)
Toepassingen. 1quot;. Maria bidden, dat ze voor ons de genade verwerve van een groot en levend geloof; 2°. voortaan uit en door het geloof leven; want het geloof zonder de werken is een dood geloof. 2) 3quot;. altijd, en over alles oordeelen en handelen volgens het geloof. —
94
Het geloof leert de nietigheid van al
i) Hebr. X. 38. 2) Jac. 2. 26.
1 f
15lt;le overweging. Q5
het aardsche en de waarde van het eeuwige; de boosheid der zonden en kostbaarheid der kruisen, de oneindige volmaaktheid van God, en de verhevenheid van het allerheiligste Sacrament des Altaars: dientengevolge moeten wij het aardsche verachten, en het eeuwige zoeken ; de zonden vermijden en de kruisen omhelzen, ons voor God vernederen, en met eerbied voor het H. Sacrament verschijnen.
Verzuchtingen. O Maria, koningin van het ware geloof, fakkel der geloovigen, uitroeister der ketterijen, wij bidden u, door de verdiensten van uw geloof, ons een groot en levend geloof te verwerven, ten einde ons verstand aan alle Waarheden van het geloof te onderwerpen, en altijd te leven uit en volgens het geloof. Amen.
Voornemen. Dikwijls bidden in navolging van den H. Alphonsus: Domina, a dan ge in nolns fidem, O Maria, mijne koningin, vermeerder in mij het geloof.
i
16de OVERWEGING.
i6de Dag.
16\'k\' OVERWEGING.
Maria, als moeder van altijddurenden bijstand, bevestigt de hoop harer vereerders, i)
96
I. Maria\'s hoop en vertrouwen waren bovenmate groot. — Verlicht door het geloof, kende zij, op eene verhevene wijze, Gods oneindige goedheid en volmaaktheid, en had een allervurigst verlangen om Hem te bezitten. Zij kon met meer waarheid zeggen dan de profeet David: V is mij goed Gode aan te kleven, en op God den Heer mijne hoop te stellen. 2) Onthecht van alles, gingen al hare verzuchtingen en verlangens recht naar den hemel, en vond zij daarin al haar genoegen. Niet steunende op de wereld of liare goederen, noch op hare verdiensten of krachten, steunde zij alléén op de verdiensten van Jezus Christus en op den bijstand zijner genade. Daarom was zij een verrukkend schouwspel voor de engelen, die met verwondering vroegen: » IVie is deze, die oprijst uit de woestijn, leunend op hare Beminde rquot;
i) Zie H. Alphonsus over de hoop van Maria. 2) Ps. 72. 28.
16de overweging.
Dikwijls gaf zij de schitterendste blijken van haar vertrouwen op Gods alwijze voorzienigheid; immers toen de H. Jozef, die het geheim der menschwording niet kende, het besluit maakte haar te verlaten, liet zij die zaak geheel aan Gods beschikking over, zonder er iets van te zeggen. Toen zij, verstooten door allen, haar goddelijk Kind op hooi en stroo moest leggen, aanbad zij met gelatenheid Gods beschikking. Toen zij moest vluchten naar Egypte zonder eenigen voorraad, berustte zij op God, die haar geleidde. Toen Jezus op de bruiloft te Cana haar verzoek scheen af te slaan, zeide zij evenwel met het volste vertrouwen; dod wat Hij u zeggen-zal. Toen zij Jezus aan het Kruis zag sterven te midden van twee moordenaars, verlaten van God en van de menschen, bleef zij daar vol vertrouwen. Vertrouwend stond zij onder het kruis, hoewel de geheele natuur ontroerd was; onwankelbaar stond zij, gelijk een Cypresboom op Sion, terwijl het vertrouwen van anderen wankelde.
Toepassing. 1quot;. De oogen vestigen op het voorbeeld van Maria, om zoo in ons het vertrouwen op te wekken en te versterken. 2°. Gelijk Maria niet steunen,
97
5.
16dc OVERWEGING.
noch op de wereld of hare goederen, noch op ons zeiven, noch op onze krachten of verdiensten, maar alleen op God en op de verdiensten van Jezus Christus. 3°. Deze genade vragen door de voorspraak van Maria, die ze ons zeker zal verwerven.
Verzuchtingen. O Maria, moeder van altijddurenden bijstand, met den H. Ber-nardus 1) bid ik u, mij deelachtig te maken aan de genade, welke gij bij God gevonden hebt, en te zorgen, dat Jezus Christus, uw Zoon en onze Heer, die zich verwaardigd heeft door uwe tusschenkomst aan ons, ellendigen, gelijk te worden, zich ook verwaardige, ons door uwe tusschenkomst, deelachtig te maken aan zijne glorie en heerlijkheid. Amen.
Voornemen. 1°. Zich zeiven mistrouwen 2quot;. In alle beproevingen alleen op God betrouwen. 3°. Den tijd van genade geduldig afwachten.
98
II. Verbeeld u in den hemel te zijn, en die duizenden van heiligen te zien, die er zonder Maria nooit zouden gekomen zijn. 2) Vele zondaren verkregen
i) Serm. 4 de Advent. 2) S. Alphonsus. in Salve Reg. C 8. §. 3.
16de OVERWEGING. 99
de genade van boetvaardigheid; vele zwakken de genade van sterkte, om alle moeielijkheden te overwinnen; vele on-volmaakten en tragen de genade om met ijver en vurigheid op het pad der heiligheid te wandelen; vele heiligen de genade om te volharden en steeds heiliger te worden.
Toepassing. Maria altijd aanroepen; door haar zullen wij alle genaden verwerven ; namelijk de genade van boetvaardigheid, van sterkte, van ijver, van voortgang en volharding. Maria vermag alles bij God, die haar met de hoogste macht bekleed heeft; want zij zelve zegt; tin Jerusalem potestas mea.quot; 1) Mijne macht is in Jerusalem, zoowel in het aardsch als hemelsch Jerusalem. De H. Bonaventura zegt: »Om-»dat de allermachtigste God met u is, »zijt gij ook de allermachtigste met Hem \'; »de allermachtigste door Hem; de aller-ïgt;machtigste bij Hem; daarom kondet gij ïterecht zeggen: mijne macht is in Teru-»salem.quot; 2)
»0 mijne allerheiligste koningin ! De wijze man noemt u: Moeder der heilige hoop, en de H. Kerk groet u als de hoop
i) Eccl. 24. 15. 2) In Spec. B. V. Cap. 8.
17de OVERWEGING.
zelve: tonze hoop,wees gegroetquot; Spes nostra, salve. Welke andere hoop zou ik dan nog gaan zoeken? Na Jezus zijt gij al mijne hoop. De H Bernardus noemt u; ïecnige oorzaak mijner hoop.quot; Tota ratio spei 7necE; ook ik wil u zoo noemen en stéeds met den H. Bonaventura zeggen ; »0 zaligheid van die u aanroepen, maak mij zalig!quot; —
Voornemen. Dikwijls dit schietgebed van den H. Bonaventura herhalen: »0 zaligheid van die u aanroepen, maak. mij zalig!quot;
i7d,; Dag. 17de OVERWEGING.
Maria, als moeder van altijddurenden bijstand versterkt de liefde harer vereerders. 1)
I. Verbeeld u het hart van Maria als een gloeiend fornuis, van liefde brandend, bekwaam om de harten, niet alleen der menschen maar ook der engelen in liefde te ontsteken.
100
Hare liefde was grooter dan die van
1) Zie H. Alph. Liefde van Maria tot God.
17de OVERWEGING.
101
alle schepselen. Sup er at omnium creatu-rarwn amores in Filium suum. 1)
Hare liefde was zuiver van alle onvolmaaktheid, van alle eigenliefde en gehechtheid, van alle begeerte, genegenheid of verlangen, die niet voor God waren. Zuiver van alles, was zij geheel vervuld van liefde tot God, volgens de bemerking van den gelukzaligen Albertus den Groo-ten : Ubi major furifas, ibi major chari-ias. «Waar meer zuiverheid is, daar is meer liefde.quot; 2) Zij was zoo vol van liefde, dat zij het gebod van te beminnen uit geheel zijn hart, uit geheel zijne ziel en uit al zijne krachten volmaakt volbracht heeft. Nooit heeft een mensch op deze aarde dit volmaakt volbracht, tenzij Maria. De H. Bernardus zegt: »De liefde »van Christus heeft hare ziel niet alleen «doorboord, maar zoo gewond, dat er «geen enkel deeltje zonder liefde bleef, »en zij God beminde uit geheel haar hart, »uit geheel hare ziel en uit al hare krach-»tcn.quot; 3) De H. Hieronymus zegt; »De «goddelijke liefde had haar geheel ont-«stoken, zoodat er niets we/eldsch in haar
I) S. Bernardinus van Siena, pro Fest. M. V. S. i. a. i C. i. 2) Super Missus. 9. 46. 3) In Cant. S. 39.
17dc OVERWEGING.
jgt;was, dat hare liefde zou bezoede-»len kunnen; zij immers was een altijd-»durende gloed en eene volheid van ^uitgestorte liefde.quot; lotam cam incenderat divinus arnor, ita ut in cd nihil esset mun-danum, quod ejus violaret affecius, sed ardor continuus et ebrietas profusi amoris. 1)
Toepassing. 1°. Van Maria leeren God te beminnen uit geheel ons hart, zonder het te verdeelen. 2quot;. Haar bidden, om gelijk zij, de beletselen der liefde uit ons hart weg te ruimen; namelijk de zonden, de eigenliefde en de gehechtheden aan de zinnen, aan aardsche goederen, bezittingen, naastbestaanden, bedieningen of aan iets anders, wat het ook zijn moge; want elke gehechtheid is een beletsel voor de volmaakte liefde.
102
Verzuchtingen. O beminnelijke moeder, moeder van altijddurenden bijstand, veel, zeer veel ben ik u verschuldigd voor de menigvuldige gunsten en genaden, die ik door u verkregen heb. Ik kan u niet beter bedanken, dan door God en uwen goddelijken Zoon met eene geheel zuivere liefde te beminnen. Verkrijg mij dan de genade eener volmaakte liefde.
i) De Assumpt,
17de overweging.
en maak dat ik zoo nauw met God ver-eenigd worde, dat er niets in staat zij, mij van Hem te scheiden. Ik begeer noch goederen, noch rijkdommen, noch vermaken, noch eer, noch gezondheid, maar liefde tot God. -— O ja, Maria, liefde en niets anders dan liefde vraag ik u. Als ik het geluk heb. God te beminnen met eene zuivere liefde, gelijk gij Hem bemind hebt, dan ben ik rijk genoeg. Bid, bid voor mij, Maria, en houd niet op voor mij te bidden, totdat gij mij in den hemel ziet, en ik zeker ben met u God te zullen beminnen in alle eeuwigheid. Amen.
Voornemen. Het hart zuiveren van dezb;. .. fout, van deze. ... gehechtheid, opdat het vervuld worde met eene zuivere liefde tot God.
II. Maria verlangt niets zoozeer, dan dat hare dienaren God beminnen met eene zuiver volmaakte liefde, uit geheel hun hart, uit geheel hunne ziel en uit al hunne krachten ; zij biedt voortdurend haren bijstand aan, opdat ze het inderdaad zouden doen. Meermalen heeft zij dat verlangen aan hen bekend gemaakt. Eens zeide zij aan de H. Angela de Foligno, toen deze de H. Communie had ontvan-
103
17d(t overweging.
104
gen: »Angela wees gezegend door mijnen gt;Zoon en tracht hem te beminnen zoo-gt;veel gij kunt.quot; 1) Ook zeide zij aan de H. Brigitta; »Mijne dochter, wilt gij mij smet u verbinden, bemin dan mijnen Zoon.quot; Si vis me tecum devincire, am a Filium nieum. j Gewond door de liefde, szegt Novarinus, 2) wil zij ook onze harten swonden door de schichten van liefde; «daarom zegt zij: ik kwijn van liefde. »Quia amore langueo.quot;
■Toepassingen. 1°. Aandachtig hare liefde overwegen, om ook in liefde ontstoken te worden. De H. Bonaventura zegt: ïdaar zij geheel gloeiend was, ont-gt;steekt zij allen, die haar beminnen en »tot haar naderen.quot; 3) De H. Catharina van Siena noemt haar, portatrix ignis, Vtiurdraagster. 4) 2°. Tot haar onze toevlucht nemen door onze gebeden en verzuchtingen, om ook ontstoken te worden door dat heilig liefdevuur. 5)
i) Boll. 4 Jan. Vit. C. 7. 2) Uubra Virg. exc. 28. 3) De B. v. M. S. 1. 4) Or. in Annunt. 5) S. Alphonsus.
17de overweging.
Gebeden en verzuchtingen van den H. Alphonsus.
»0 koningin der liefde, Maria, mijne »teerhartige moeder, gij het beminnens-»waardigste, het meest beminde en het »meest beminnende van alle schepselen, »gelijk de H. Franciscus van Salis u noemt, sgij, die altijd geheel ontstoken waart »door liefde tot God, ach! gewaardig u, »mij ten minste een vonkje van dat liefdesvuur mede te deelen. Gij hebt uwen »Zoon gebeden voorde echtgenooten van »het Evangelie, die geen wijn hadden. » Vinum non habent; zij hebben geencn ■ttwijn. 1) Zoudt gij dan voor ons ook »niet bidden; voor ons, die gebrek hebben »aan liefde tot God, dien wij zoo zeer »verplicht zijn te beminnen? Zeg Hem ernaar: Vinum (amorem), non habent. Zij ithebben geenen wijn (geene liefde). Hij »zal het u niet weigeren. Verkrijg ons, »wat ons ontbreekt; wij bidden u om »geene andere genade. O lieve moeder! »om uwe groote liefde tot Jezus, verhoor »ons en bid voor ons. Amen.quot;
105
Voornemen. Dikwijls dit schietgebed
/
l) Joan. 2. 3.
18de OVERWEGING.
herhalen: fac ut ardeat cor meam, — iti am an do christian Deum, ■— ut sibi com-placeani!
Dat mij \'t hart ontgloei van binnen,
In mijn God en Heer te minnen, Dat ik Hem alleen behaag\'!
i8de Dag. 18quot;e OVERWEGING.
Maria, als moeder van altijddurenden bijstand, is altijd bereid ons bij te staan in strijd en bekoringen, i)
I. De man Job zegt; ■»\'smenschsn leven is een strijd op de aarde.quot; Militia est vita hominis super terrain. 2) Wij zijn zwak; onze vijanden zijn sterk en menigvuldig. De bekoringen en aanvechtingen zijn altijddurend; dus ons leven is een voortdurende strijd.
Die strijd is in ons door de begeerlijkheden des vleesches. Tgt;Het vleesch begeert tegen den geest en de geest tegen hetvleesch.quot; 3)
106
Die strijd is buiten ons, door alles wat ons omgeeft; immers wij moeten strijden
i) Zie S. Alphonsus in Salve Reg. C. 2. § 2. 2) Job. VII. 1. 3) Gal. V. 17.
18de OVERWEGING.
107
tegen de wereld, hare vermaken en bekoorlijkheden, die ons van God verwijderen ; tegen de helsche geesten, die ons nimmer in rust laten; wij ondervinden hetgeen de Apostel schrijft aan de geloo-vigen van Ephese: vonze strijd is niet tegen vleesch en bloed, (dat is, tegen zwakke menschen) maar tegen de overheden en machten, tegen de beheersehers dezer duisternissen, tegen de booze geesten in den luchthemelquot;
Ofschoon wij zeer zwak zijn, en onze vijanden zeer machtig en behendig, moeten wij evenwel een groot vertrouwen hebben ; God laat nooit toe, dat wij boven onze krachten bekoord worden, indien wij door het gebed onze toevlucht tot Hem nemen en Maria\'s bijstand inroepen. Door haar zijn wij sterk, en zegevieren wij over alle vijanden. Uit ons zeiven zijn wij zwak gelijk kleine kinderen, en zouden elk oogenblik vallen, maar Maria houdt ons staande door den leiband harer bescherming, gelijk eene moeder haar struikelend kind; daarom zegt de wijze man: \'diare banden zijn heilzame banden.quot; Vincula illius alligatura salutaris. 1) Ri-
i) Eccl. VI. 31.
18de OVERWEGING.
108
chardus van den H. Laurentius zegt, dat Maria hare dienaren bindt door hare voorbeelden en haren bijstand, opdat zij den weg der ondeugd niet zouden inslaan. 1) Willen wij dan volharden; willen wij zegevieren over alle bekoringen, dan moeten wij altijd onze toevlucht tot Maria nemen. De H. Alphonsus roept bi] deze beschouwing in verrukking uit: »o, indien alle men-»schen deze goedertierene en liefdevolle »koningin beminden, en in alle bekorin-»gen aanstonds hunne toevlucht tot haar »namen, zou men dan wel een enkelen »zien verloren gaan?quot; »Neen! hij alleen »valt en gaat verloren die zijne toevlucht »niet neemt tot Maria.quot;
De H. Thomas van Villanova zegt, dat, als wij bekoord worden, wij de kiekens moeten navolgen, die bij het zien van een roofvogel, zich aanstonds verbergen onder de vleugelen hunner moeder. Evenzoo moeten wij in alle bekoringen aanstonds vluchten onder den mantel van Maria, en zij zal ons bewaren. »Gij, jgt;onze koningin en onze moeder, (zoo «vervolgt diezelfde heilige) gij moet «ons verdedigen; want na God hebben
i) De Laud. B. M. I. 2. p. r.
18de OVERWEGING.
1
109
»wij geene andere .toevlucht dan u, die »onze eenige hoop en beschermster zijt, »op wie wij ons vertrouwen stellen.quot; 1) Verzuchtingen. O Maria, wij nemen vol vertrouwen tot u onze toevlucht en * vragen u de genade, van altijd, in alle bekoringen,1 dadelijk tot u te verzuchten, uwen bijstand in te roepen, en ons u aan te bevelen. Ziedaar, Maria, de genade, welke wij thans dringend vragen. Wij beloven u, nooit te zullen verzuimen tot u te gaan, als wij bekoord worden, zeggende: »Maria ! Maria, help mijl — Sta mij bij!quot; Amen.
II. Zoolang wij leven is er voor ons geen staat, geene plaats, geen betrekking zoo heilig, dat wij er veilig, en vrij van gevaren en bekoringen zouden zijn. De engelen vielen in den hemel; Adam in het aardsparadijs ; Judas in het gezelschap en onder de leiding van Jezus; velen ook zijn er gevallen in de eenzaamheid en de afzondering van het klooster. Wij moeten derhalve altijd vreezen, altijd waken, altijd op onze hoede zijn. Wij ^ moeten ons houden aan den raad van
den H. Bernardus, zeggende: »o mensch,
-
i) De Nat. B. V. s. 3.
18de OVERWEGING.
«wie gij ook zijt, gij hebt ongetwijfeld »door de ondervinding reeds geleerd, dat »gij in dit leven veeleer door de stormen »geslingerd wordt, dan voortgaat op vasten »grond. Wilt gij niet door de golven sverzwolgen worden, wend dan uwe oogen \'* sniet af van deze lichtende en heilzame »ster. Aanschouw de ster; roep Maria »aan ! Respice stellam; Voca Mariam. In «gevaren, in moeielijke omstandigheden, »in twijfelachtigheden, denk aan Maria,
»roep Maria aan, Mariam cogita; Mariam gt;imgt;oca. Haar naam wijke nimmer van »uwe lippen; hij ga nooit uit uw hart.quot; Non reccdat ab ore; non rccedat a cordc. Hiervan geeft de heilige Alphonsus de volgende verklaring : haar veelvermogende naam moet altijd in uw hart zijn door het vertrouwen, en op uwe lippen door de standvastigheid in hem aan te roepen. —• »Haar volgende, zegt verder de H. Ber-»nardus, zult gij niet afdwalen ; haar bid-»dende zult gij met mistrouwen; door »haar gesteund, zult gij niet vallen ; door shaar beschermd, hebt gij niets te vreezen; »door haar geleid, wordt gij niet vermoeid, »wordt gij zonder moeite zalig.quot; Ipsa duce non fatigaris. In één woord, »als »zij u genadig is, komt gij zeker tot het
110
lt;1
ISquot;16 OVERWEGING.
»rijk der gelukzaligen.quot; Ipsa propitia, pervmis.
Wat troost voor ons, te midden der bekoringen een zoo machtige beschermster te hebben ! Somtijds schijnt het ons onmogelijk de bekoringen te overwinnen, en te lastig om zoo voortdurend te moeten strijden ; doch troosten wij ons door de gedachte, dat zij ons niet zal verlaten als wij onze toevlucht tot haar nemen, en wij door haren alvermogenden en altijddu-renden bijstand zeker zijn van de overwinning.
Als bewijs diene ons het voorbeeld van Maria van Egypte. Door Maria werd zij bekeerd. Getroffen bij het zien. van een beeld der allerzaligste Maagd, zeide zij, onder het storten van vele tranen: »o Moeder »Gods 1 ontferm u over eene arme zon-xdares : ik zie wel, dat ik om mijne zonden »niet verdien door u te worden aangezien; »maar gij zijt de toevlucht der zondaren ; »help mij dan om de liefde van Jezus uwen Zoon.quot; Door Maria werd zij naar de woestijn gebracht om boetvaardigheid te doen, door Maria bleef zij standvastig te midden der hevigste bekoringen. Gedurende zeventien jaren had zij hevig te strijden ; doch zij hield niet op zich
Ill
18de overweging.
voortdurend Maria aan te bevelen en haren bijstand af te smeeken. Door Maria werd zij gedurende al dien tijd versterkt, en behaalde zij eindelijk de overwinning. Hierna hielden de bekoringen op, zij leefde rustig, en stierf als een heilige.
Verzuchtingen. O moeder van altijd-durenden bijstand, ik bid u, medelijden met mij te hebben; ik ben nog in de wereld, in het midden van duizende gevaren; ik ben omgeven van vijanden, die mij overal strikken spannen om mij te vangen; ik ben zwak, mijne vijanden zijn machtig en daarenboven listig, behendig en onvermoeid; ik vind niets in mij, waarop ik zou kunnen vertrouwen; daarom is mijne hoop op u gevestigd, en ik stel mij geheel onder uwe bescherming. Van nu af maak ik het vaste voornemen, van mij dagelijks, \'s morgens en \'s avonds, onder uwe bescherming te stellen, door driemaal lifet IVees gegroet té bidden. Ook maak ik het voornemen mij telkens in alle bekoringen u aan te bevelen en uwen bijstand in te roepen. O Maria, sta mij bij om dit voornemen ten uitvoer te brengen.
Voornemens. 1°. Nooit moedeloos worden, al zouden de bekoringen nog zoo hevig en zoo langdurig zijn. 2°. Bij elke
112
19de OVERWEGING.
bekoring Maria\'s bijstand met vertrouwen en vurigheid inroepen. 3quot;. Dagelijks, \'s morgens en \'s avonds, zich onder Maria\'s bescherming stellen, door het bidden van drie Wees gegroeten.
i9dlt;: Dag. 19de OVERWEGING.
Maria is in droefheid en lijden onze troost door haren altijddurenden bijstand, i)
I. Ons lot, in dit leven is lijden. De Zaligmaker zeide het in het laatste Avondmaal: Voorwaar, voorwaar, ik zeg u; gij zult weeklagen en wccncn, doch de wereld zal zich verheugen; gij zult bedroefd zijn, maar uwe droefheid zal in vreugde veranderd worden. 2)
Dagelijks zien wij deze voorzegging vervuld worden. Brave, deugdzame en heilige personen zijn dikwijls aan allerlei kruisen en moeielijkheden onderworpen. Alles gaat hun tegen; inwendig, verdriet, dorheid, verlatenheid; uitwendig, miskend,
i) Zie H. Alphonsqs in Salve Reg. C. IX. § i. 2) Joan. XVI. 20,
113
lQde OVERWEGING.
veracht, gelasterd, blootgesteld aan vele ontberingen en noodwendigheden.
In deze smarten is Maria onze troost. De H. Bernardus noemt haar de bron van genade en barmhartigheid, uit welke niets opwelt, tenzij genade en barmhartigheid. Quid de foute pietatis procederet, nisi pie-tas? 1) In de H. schrift wordt zij vergeleken bij eenen olijfboom in het veld. Quasi oliva spcciosa in campis. Gelijk een sehoone olijfboom in kei veld. 2) De olijfboom is het zinnebeeld van genade en barmhartigheid. Die olijfboom is geplant in het open veld, opdat hij door allen zou kunnen gezien worden, en voor allen genaakbaar zijn. De godvruchtige Thomas a Kempis zegt; «Er is geen veiliger schuil-»plaats dan de schoot van Maria. Daar »vindt de arme een onderkomen;.de zieke »een geneesmiddel; de weemoedige troost; »de verwarde raad; de verlatene hulp.quot; 3)
114
Misschien zegt gij: »ik ga tot Maria »en bid, maar geene hulp, geen troost, sgt;geene verlichting.quot; Zoo spreekt de duivel, zoo spreekt de bedorven mensch, maar de ware dienaar van Maria spreekt anders,
i) Dom. I. p. Epiph. S. I. 2) Eccl. 24. 14. 3) AdNovit. S. 24.
IQde OVERWEGING.
omdat Maria hem moed geeft en troost, niet door de kruisen weg te nemen, maar door hem een verkwikkenden balsem te geven; want 1° zij leert hem dat de kruisen heilzaam, voordeelig ja noodzakelijk zijn; 2° zij verkrijgt voor hem sterkte, om de kruisen met liefde te aanvaarden, en met geduld te dragen ; zij troost hem, te wijzen op den schoonen hemel, waar de heiligen die het meest geleden hebben, nu het meest verheven zijn.
Laten wij dan te midden der kruisen geduldig zijn, en met vertrouwen onze toevlucht tot Maria nemen, zeggende met den H. Bernardus: o clemens, o f ia, o dn/cis virgo Maria! »o barmhartige, o goeder-»tierene, o zoete maagd Maria 1quot; barm-thartig voor de noodlijdenden; goeder-stieren voor de biddenden, en zoet voor ïdie beminnen 1 — barmhartig jegens de »boetvaarcligen ; goedertieren jegens die «vooruitgaan en zoet jegens volmaak-»ten 1 —- barmhartig door ons van straf te «bevrijden; goedertieren door ons der «genade deelachtig te maken ; zoet door »u mede te deelen, aan die u zoeken.quot; 1)
115
II. Homo natus de muiiere, brevi vivens
i) Medit. in Salve Reg.
19de OVERWEGING.
116
tempore, repletur multis miseriis. »De »mensch uit eene vrouw geboren, leeft »korten tijd en wordt vervuld met vele «kwellingen.quot; 1) Dit gezegde van Job wordt door de dagelijksche ondervinding bevestigd. — Niemand is vrij van kwellingen. Kwellingen in het lichaam door ziekten, pijnen, ongemakken, honger, dorst, koude, hitte, enz. Kwellingen in de ziel door bekoringen, droefgeestigheden, angstvalligheden, dorheid, verlatenheid en duisternissen, Kwellingen in eer en faam, door vernederingen, versmadingen, tegenspraak, laster, beschimping, en bespotting. Kwellingen in tijdelijke goederc7i, door tegenspoed, ongelukken, armoede, gebrek en onderdrukking. Er is veel geduld noodig om in al die kwellingen lijdzaam en standvastig te blijven, evenwel dit wordt gevorderd om tot de glorie des hemels te komen; daarom schrijft de Apostel in zijn briet aan de Hebreeuwen: »Het geduld is u noodig, opdat gij den »wil Gods volbrengende, aan de beloften «deelachtig wordt. 2)
Niet uit u zeiven, maar door Gods genade, kunt gij geduldig lijden; die genade
i) Job. 14. i, 2) Hebr. 10, 36.
19de OVERWEGING.
117
zult gij verkrijgen door Maria, want God heeft haar alle genaden in handen gesteld, om ze uit te deelen aan allen, die tot haar hunne toevlucht nemen. Zij is altijd bereid, om ons te ontvangen en te troosten. De H. Epiphanius noemt haar eene veeloogige, multocula. 1) Dat is, zegt de H. Alphonsus, die geheel oog is, om de ellendigen hier op de aarde te zoeken en bij te staan. 2) Haar grootste verlangen is barmhartigheid te bewijzen. In een openbaring hoorde de H. Birgitta, dat Jezus aan zijne moeder zeide : »Moeder, »vraag wat gij wilt.quot; Zij antwoordde : »ik vraag barmhartigheid voor de ellendigen.quot; Mater, peie quod vis. — Misericordiam peto miser is. 3)
En welke genade vraagt zij voor de ellendigen? Verlichting in hun lijden, of genade om het geduldig en gelaten te verdragen, en dit laatste is de grootste genade. — Deze genade heeft zij bijzonder verkregen voor hare grootste lievelingen. Jezus, Maria, de Apostelen, de Martelaren, met een woord, alle heiligen hehben veel geleden, en nu verblijden zij zich, en dan-
i) Hora. in Laud. S. M. 2) In Salve Reg. C. VII. 3) Revel. 1. i. C. 50.
IQde OVERWEGING.
ken God zooveel geleden te hebben, \'t Is derhalve een groot geluk, hier veel te mogen lijden.
Toepassing. Wij moeten Maria bidden, dat zij ons verlichte om te kennen hoe heilzaam het lijden voor ons is, en ons de genade verkrijge om niet alleen met geduld, maar zelfs met blijdschap te lijden. Zeggen wij haar dikwijls met een kinderlijk vertrouwen : Eia ergo advocata nostra ! illos tnos misericordes oculos ad nos converte. »Welaan dan onze voorspreekster, »wend deze uwe barmhartige oogen tot »ons.quot; Wanneer wij dit godvruchtig bidden, kan zij niet nalaten naar onze gebeden te luisteren, gelijk zij zelve veropenbaarde aan de H. Gertrudis. 1)
118
Verzuchi\'ingen. Welaan Maria, onze voorspreekster, wend deze uwe barmhartige oogen tot ons ; heb medelijden met ons ellendigen, en verkrijg ons de genade om alles met geduld te lijden. Uw lijden o Maria, was duizendmaal grooter, en toch waart gij altijd tevreden. Bid, bid voor mij, opdat ik ook altijd tevreden zij, en alle kruisen, welke die ook mogen zijn, met
i) Insin. 1. 4. C. 53.
20quot;® OVERWEGING.
liefde aanvaarde. Dit hoop ik. Dit zij zoo. Amen.
Voornemen. In alle noodwendigheden zijne toevlucht tot Maria nemen, zeggende: Welaan, Maria, wend uwe barmhartige oogen tot ons en heb medelijden met ons.
205te Dag. 20ste OVERWEGING.
Maria helpt ons door haren altijddurenden bijstand om alles met geduld te lijden, i)
I. De aarde, de plaats van verdiensten, wordt terecht een tra?ie7idal genoemd, dewijl wij er geplaatst zijn om te lijden, en door de oefening van het geduld de zaligheid onzer zielen fe verzekeren, volgens het woord des Heeren. »In uwe ^lijdzaamheid zult gij uwe zielen behou-»den.quot; In patientia zestra possidebitis animas vest ras. 1)
Onze wegen zijn bezet met distelen en doornen; overal vinden wij kruisen. De H. Gregorius zegt: »de wegen der uit-
1) Zie H. Alphonsus, over het geduld van Maria.
2) Lucas. 21. 19.
119
20ste OVERWEGING.
120
»verkorenen worden met doornen om-sheind.quot; Spines elector urn vice sepiumtur. 1) God had dit eertijds verklaard door den mond van den profeet Oseë: »Ik zal uwen weg met doornen omheinen.quot; 2) Gelijk men den wijngaard met eene doornenhaag omheint om hem te bewaren, zoo omgeeft God zijne dienaren met kwellingen, opdat ze zich niet zonden hechten aan de aarde; daaruit besluit de H. Cyprian us, dat het gèduld ons bevrijdt van de zonden en van de hel. 3)
Maria, de koningin der martelaren, is gelijk de roos opgegroeid tusschen de doornen. Dit verklaarde de engel, aan de H. Birgitta met deze woorden: «gelijk »de roos groeit tusschen de doornen, zoo MS deze eerbiedwaardige maagd in de sgt;wereld opgegroeid tusschen de kwellingen.quot; Sicut rosa crescere solet inter spinas, ita haec venerabilis Virgo in hoe mundo crevit inter tribulationes. 4) Levende te midden der doornen, was zij toch altijd geduldig, zonder eenige klacht te uiten: nofi habens in ore suo redargutiones. 5) Jozef, haar bruidegoml het geheim harer
i) Mor. I. 34. C. i. i.) Oseë 2. 6. 3) De Bono patient. 4) Sem. Ang. C. 19. 5) Ps. 37- I5.
20te OVERWEGING.
moederschap niet begrijpende, wilde haar in stilte verlaten, doch Maria zweeg, en gaf zich aan Gods voorzienigheid over. Te Bethlehem werd zij door allen verstoeten, en moest met haar goddelijk kind in eenen stal verblijven, doch stilzwijgend leed zij die miskenning en verachting. Simeon voorzeide haar een wreed zwaard; Herodes zocht het kind ter dood; zij moest vluchten naar Egypte en daar zeven jaren blijven, doch dit alles leed zij met geduld en gelatenheid, in alles Gods wil en beschikking erkennende. De H. Joannes de Dooper werd onschuldig ter dood gebracht; de H. Jozef stierf tusschen hare armen;Jezus haar goddelijk kind ontving ter. vergelding zijner weldaden en mirakelen niets dan lasteringen, versmadingen en vervolgingen; maar bij dit alles zweeg Maria, en bleef zij geduldig en gelaten.
Jezus zeide haar het laatste vaarwel; in den hof van Olijven zweette hij water en bloed; Judas leverde Hem over aan zijne vijanden door een verraderlijken kus ; Hij werd geboeid en door de beek Ce-dron gesleurd; Hij werd bij Caiphas als een Godslasteraar ter dood veroordeeld, en den geheelen nacht op de schandelijkste wijze mishandeld; Hij werd door
121
6.
20ste OVERWEGING.
122
Herodes bespot als een zinnelooze, door Pilatus gegeeseld, door moedwillige soldaten met doornen gekroond, aan den wil des volks overgeleverd om gekruist te worden, zelf moest Hij het kruis dragen, aan hetwelk Hij met handen en voeten vastgenageld werd en stierf; na zijn dood werd zijne zijde met een lans geopend, zijn lichaam van het kruis gedaan, en op den schoot van Maria gelegd. O wat smart voor eene moeder, vooral voor eene zoo teerhartige moeder gelijk Maria was; doch geene klacht, geen ongeduld, geen wraakzucht, geene verbittering, geene onvriendelijkheid; maar zij bad, gelijk de H. Bonaventura zegt, niet haren Zoon voor hare en zijne vijanden, zeggende: Pater, dimüte illis. Vader, vergeef het hun. 1) Zoo was het leven van Maria een leven van lijden, maar tevens van geduld, minzaamheid en liefde.
Verzuchtingen. O Maria, troosteres der bedrukten. Wij bidden u, medelijden met ons te hebben; wij zijn zeer zwak, en kunnen zoo weinig verdragen; daarom bidden wij u, verkrijg voor ons-de genade, om voortaan alles met geduld te lijden
i) S. Bonav. in Vila Chr.
»
20te OVERWEGING. 123
en zonder te klagen, ons volkomen aan Gods beschikking over te geven. Hij weet beter dan wij, wat ons dienstig is. Daarom, zijn wil geschiede l ■—- zijn wil geschiede! , II. Regina Marlyrum. Koningin der Martelaren. De martelaren hebben zeer veel geleden. Het verhaal hunner smarten is voldoende om ons te doen sidderen. Maria is de koningin der martelaren; ten lste om dat zij alléén meer geleden heeft dan alle martelaren te zamen. De H. Anselmus zegt: sAlle wreedheid, welke »men den martelaren heeft aangedaan, »is licht, of liever niets in vergelijking van »uw lijden.quot; 1) Ten 2de omdat zij langer geleden heeft: immers de martelaren leden alleen op het oogenblik dat zij gefolterd werden; doch Maria heeft altijd geleden. Zij zelve heeft aan de H. Birgitta veropenbaard, dat zij geen enkel uur zonder droefheid des harten op aarde heeft doorgebracht. 2) Het lijden van haren Zoon was altijd, hetzij zij at of werkte, levendig in haar geheugen. 3) Ten 3dt: omdat zij gt; met meer geduld, gelatenheid en liefde heeft geleden. Ofschoon het geduld dèr
i) De Excell. Virg. 2) Revel. 1. 6. C. 9. 3) Revel. 1. 1. C. 17.
20sle OVERWEGING.
martelaren groot was, heeft Maria ze allen in volmaaktheid overtroffen. Niet alleen leed zij met geduld, maar zelfs met blijdschap. De godvruchtige Blosius zegt, dat zij alles leed met een vurig verlangen en eene groote vreugde: 1) De H. Bernar-dus beweert, dat zij altijd met Gods wil tevreden was, en bereid alles volgens zijnen wil te lijden. Ziehier zijne woorden:
»Mijn hart is bereid o God, (roept Maria, salie menschen door haar voorbeeld tot ^navolging uitnoodigende) het is bereid gt;tot tegen- zoowel als tot voorspoed; be-»reid tot het nederige, zoowel als tot ihet verhevene; bereid tot alles wat gij szult beschikken: dat alles geschiede, dat »alles geschiede, wat aan uwe goddelijke «Majesteit zal behagen.quot;
Maria was zoo volmaakt met Gods beschikking tevreden, dat de godvruchtige Theophilactus haar hart vergelijkt bij een doek, waarop een schilder alles kan schilderen wat hij wil; nooit zegt het iets tegen. 2)
124
Als wij iets te lijden hebben, of als wij in druk, armoede, vernedering of droefheid zijn, dan moeten wij tot Maria gaan, en
i) Spir inst. app. I. C. 2. n. 5. 2) Theoph. in Luc. D. I.
20,te OVERWEGING. . 125
ons in haar -voorbeeld spiegelen. Wij moeten haar bidden, dat zij ons de genade verwerve, om, gelijk zij, altijd en in alles volkomen met Gods wil tevreden te zijn,
O Maria, koningin der martelaren, uw voorbeeld geeft mij moed, en versterkt mij om alles met geduld te lijden; doch ik ben zwak; daarom bid ik u, mij bij te staan, opdat ik altijd in waarheid moge zeggen: »mijn hart is bereid, o God; het »is bereid tot alles! beschik er over vol-»gens uw welbehagen.quot;
Voornemen. In alle kruisen en wederwaardigheden {het oog gevestigd houden op Jezus en Maria, om steeds geduldig en tevreden te zijn.
2iste Dag. 21** OVERWEGING.
Door Maria\'s altijddurenden bijstand zullen wij in al onze noodwendigheden, armoede en ontberingen getroost worden, i)
I. Consolatrix afflictorum. Troosteres der bedrukten. De H. Kerk noemt Maria:
i) Zie H. Alphonsus, over de armoede van Maria.
21sle OVERWEGING.
Troosteres der bedrukten, omdat, gelijk de H. Barnardus zegt, haar medelijdend hart voor de barmhartigheid open staat, en allen uit hare volheid ontvangen. 1)
Uit vrije verkiezing leefde Maria arm. Ziende dat Jezus de armoede voor deel gekozen had, wilde zij het ook doen. Uit de veropenbaringen van de H. Birgitta blijkt, dat zij van het begin af belofte van armoede gedaan had: A principio vovi in corde mco nihil umquam possidere in mundo. 2) Haar erfgoed, alsmede de rijke geschenken, welke de wijzen uit het Oosten geofferd hadden, gaf zij aan ce armen. Slechts behield zij voor zich hetgeen noodig was tot een karig voedsel en arme kleeding. 3)
126
Hare armoede was zoo groot, dat ze somtijds niet in staat was haren kleinen Jezus een stuk brood te geven. De godvruchtige Ludolphus zegt: »Ook gebeurde het som-»tijds, dat de Zoon honger hebbende, gt;brood vroeg, en dat de moeder niets shad om het Hem te geven. Zou Maria »in deze en soortgelijke omstandigheden »niet geheel ontroerd zijn geworden.quot; 4)
i) Dom. infr. Oct. Ass. B. V. 2) Revel. 1. 1. C. io. 3) S. Birg. Revel. 1. 1. C, 10. 2) De Vita Chr. p. I. C 13.
21ste OVERWEGING.
Maria was inderdaad arm; zij ontwaarde de gevolgen der armoede; doch beminde dezelve in al hare uitgestrektheid; zoodat zij de rijkdommen en de aardsche goederen als slijk beschouwde, volgens de openbaring van den Engel aan de H. Birgitta: Mtmdance divitice velut lutuin sibi vilescebant. »Wereldsche rijkdommen waren haar gering als slijk.quot; 1) Maria kent dus door eigene ondervinding, hoe bitter het is armoede en ontberingen te moeten lijden, en heeft geleerd, medelijden met ons te hebben, als wij ons in dien staat bevinden — Als eene teerhartige moeder is zij altijd bereid, de noodlijdenden te troosten, en de bitterheid hunner armoede te lenigen, indien zij tot haar hunne toevlucht nemen.
Maar hoe zal Maria hen troosten? Door hen op de eene of andere wijze te helpen, indien hun dit zalig is; (duizende voorbeelden kunnen dit bevestigen) of wel, door hen inwendig te troosten en aan te moedigen, om hunne armoede met geduld en liefde te verdragen.
127
Toepassing. Als de armoede ons drukt moeten wij onze toevlucht nemen tot
i) Serm. Ang. C 13.
21ste overweging.
Maria, en ons troosten door de gedachte, dat Jezus en Maria arm geweest zijn gelijk wij. De H. Bonaventura zegt: »Een »arme kan zich veel troost verschaffen »door de gedachte aan de armoede van »Maria en Jezus.quot;
Verzuchtingen. O Maria, gij hadt wel recht te verklaren, dat uwe vreugde in God was. Exultavit spiritus vieus in Deo salutari nieo. »Mijn geest heeft zich ver-»heugd in God mijnen Zaligmaker.quot; Gij bemindet in deze wereld niets dan God alleen. O Maria! trek mij tot u en onthecht mij van de wereld, om God alleen te beminnen. God alleen! God alleen! Dit hoop ik. Dit vraag ik. God alleen!.. Amen.
II. Consolatrix afflictorum. Troosteres der bedrukten .... Waarom zijt gij bedroefd en weent gij? —- Ga tot Maria; zij is de Troosteres der bedrukten. Overal, op alle plaatsen der katholieke wereld vindt Inen bewijzen harer goedheid en liefde. Hoe vele kerken, kapellen, altaren, beelden en andere gedenkteekenen vindt men uit dankbaarheid, Maria ter eere, opgericht door hen, die bij haar troost in hunne smarten verkregen! De godvruchtige Thomas è, Kempis zegt; »wilt gij troost in al »uwe kwellingen ontvangen? Gaat dan
128
21ste OVERWEGING. 129
»tot Maria, de moeder van Jezus, en alle »uwe bitterheden zullen spoedig verdwij-»nen of verlicht worden. Kiest deze aller-steederste moeder van Jesus boven alje «ouders en vrienden tot uwe moe-»der. Groet haar dikwijls met de groe-»tenis des engels; want dien groet hoort szij gaarne. Maria zal uit medelijden voor »u bidden, en Jezus zal zijne moeder om »hare eerwaardigheid verhooren.quot;
Verzuchtingen en siiEEKiNGEN. O Maria, onze moeder en troosteres, wij naderen met een groot vertrouwen tot u, en smeeken u voor ons te willen bidden. — Tot wien zouden wij in onze smarten en wederwaardigheden onze toevlucht nemen, tenzij tot u? Troost en versterk ons door de gedachte, dat Jezus uw goddelijke Zoon, gij zijne lieve moeder, en alle heiligen door vele kwellingen en wederwaardigheden de glorie zijn ingegaan. Hoe gelukkig zijt gij nu, en alle heiligen met u, in den schoonen hemel! — uw lijden is in verblijden, uwe vernedering in glorie, en uwe armoede in overvloed veranderd. O Maria! prent deze gedachte diep in ons geheugen, en troost er ons mede, wanneer wij iets te lijden hebben, opdat wij niet alleen met geduld,
21stc overweging.
maar zelfs met vreugde alles verdragen O zoete verwachting! ... Een kortstondig lijden geeft een eeuwig verblijden!
Voornemen. De gedachte van ongeduld in armoede, vernedering of lijden aanstonds tegengaan door een Ifees gegroet te bidden. Alle moeielijkheden met blijdschap lijden, door aan den hemel te denken. Zoo deden de heiligen: »Zij aanschouwden de toekomstige vergelding.quot; 1)
22ste Dag.
22ste OVERWEGING.
Maria\'s bijstand is altijddurend voor de zondaars. 2)
I. Refugium peceatorum. Toevlucht der zondaren.
130
Een mensch in armoede en gebrek, in oneer en vernedering, in pijn en ziekte, in droefheid en moedeloosheid, in verlatenheid en duisternis, in kerker en ballingschap is ongelukkig, en verdient medelijden; doch een mensch in zonde is duizendmaal ongelukkiger, en verdient
1) ad Hebr. XI. 2) Zie H.^Alphonsus in Salve Reg. C. 1. § I.
22ste OVERWEGING.
131
duizendmaal meer medelijden. Eigenlijk is er niets in de wereld, dat ons ongelukkig maakt dan de zonde ; omdat alle ligcha-melijke smarten ons dienen tot zaligheid, indien wij ze met gelatenheid uit de hand Gods aannemen, en ze met geduld lijden ; doch de zonde maakt ons vijanden van God, en slaven van den duivel; zij sluit voor ons den hemel, en opent de hel; zij berooft ons van alle onze verdiensten, en maakt ons onbekwaam om iets voor den hemel te verdienen. Maria kent het ongeluk eens zondaars, en heeft er medelijden mede. Hoe onwaardig en ondankbaar een zondaar ook zijn moge, zij is en blijft altijd moeder van bar7nhartig-hetd, en altijd is zij bereid hem met eene moederlijke teerhartigheid te ontvangen. Zondaar; wie gij ook zijt, ga gerust tot Maria, vrees niet, zij zal u niet verstoeten. Zeg haar met den H. Alphonsus en met den H. Bernardus: »o Maria! hoe zoudt »gij kunnen weigeren de .ellendigen te »hulp te komen, daar gij de koningin van nbarmhartighezd zijt? wie zijn de onder-»danen der barmhartigheid tenzij de ellendigen? — Gij zijt de koningin van »barmhartigheid, en ik ben de ellendigste »aller zondaren; ik ben dus de eerste
22ste OVERWEGING.
132
»uwer onderdanen; derhalve moet gij smeer zorg dragen voor mij dan voor »alle anderen.quot; 1)
O Maria! misschien zult gij mij zeggen, dat ik onwaardig ben door u beschermd te worden; doch mijne onwaardigheid, ondankbaarheid, trouweloosheid en boosheid kunnen u niet ontslaan van de plicht om de ellendigen te helpen. Gij immers zijt 7noeder van barmhar/igheid; maar eene teerhartige moeder heeft medelijden met haar trouwloos kind, en hoe trouweloozer dat kind wordt, en hoe dieper het zich in het ongeluk stort, des te meer is zij er over bekommerd, des te meer doet zij haar best om het te redden. Ik voeg er nog bij met den H. Gregorius van Nicomedië: »o heilige »maagd! zeg niet dat gij wegens de me-»nigte onzer zonden, niet machtig genoeg jzijt om ons te helpen; want uwe macht »en goedheid zijn zoo groot, dat geen »getal onzer zonden, hoe groot dan ook, »dezelve kan overtreffen.quot; 2) Daarenboven, gij zelve, o Maria, zeidet in eene veropenbaring aan de H. Birgitta, dat er geen zondaar, hoe ver ook van God verwij-
i) Paciucch. in Salve Reg. Exc. 2. 2) or. de ingr. B. V.
22ste overweging.
derd, (tenzij ten eenemale vervloekt, en als onherroepelijk veroordeeld) op de aarde leeft, die, als hij u zal aangeroepen hebben, niet tot God terugkeert, en barmhartigheid verwerft. 1) 5gt;Allen noemen mij, zoo «vervolgt Maria, moeder van barmhartig-■nheid; en inderdaad, de barmhartigheid »van mijnen Zoon Jieeft mij barmhartig «gemaakt. Hij alleen is dus ellendig, die »daar hij kon, zijne toevlucht niet neemt »tot mijne barmhartigheid.quot; 2)
Verzuchtingen. O Maria, moeder van barmhartigheid, ziehier aan uwe voeten een groote zondaar. Ik verdien geene barmhartigheid, en toch kom ik tot u met een groot vertrouwen, omdat gij de moeder van barmhartigheid en de toevlucht der zondareii zijt. Laat mij niet gaan, voordat gij mij van een zondaar in een rechtvaardige, ja heilige zult veranderd hebben. Dit hoop ik. Dit zij zoo. Amen.
Voornemen. Dikwijls met vertrouwen zeggen: Refugium peccatorum, or a. pro nobis. Toevlucht der zondaren, bid voor ons. Amen.
133
II. 2) Refugium peccatorum. Toevlucht
i) Revel. 1. 6 c. 10. 2) Revel. I. 2. c. 23. 3) Zie H. Alphonsus in Salve Reg. C. 3. § 2.
22ste OVERWEGING.
der zondaren. De kardinaal Hugo zegt; nde zon is het zinnebeeld van Jezus Chris-»tus, wiens licht alle rechtvaardigen ge-mieten ; de maan is het zinnebeeld van »Maria, waardoor de zondaars in den «nacht der zonden worden verlicht.quot; Wat moet dan de zondaar doen? Innocentius III zegt: ïdaar de zon voor hem verdwe-»nen is, moet hij zich keeren tot de maan, »en Maria bidden;quot; want, zegt de H. Methodius, door de gebeden van Maria bekeeren zich ontelbare zondaren.
Eertijds waren er vrijsteden, doch slechts voor eenige booswichten en bepaalde misdaden. Maria nu is de éénige vrijstad, en zij is het voor alle misdaden, zonder uitzondering. Derhalve zondaars, wie gij ook zijt, vlucht naar deze vrijstad; bij haar zijt gij veilig; zij zelve zegt ons door den mond van den H. Joannes Damas-cenus; Ego civitas refugii omnium ad me confugientium. »Ikben de vrijstad van allen »die tot mij vluchten.quot; 1)
134
Maria is een gasthuis. In hetzelve worden alle ongelukkige, arme en verlatene zondaars opgenomen. Derhalve, zegt de H. Alphonsus, kan hij die het armst is,
i) Dc Dorra. B. V. or. 2.
22ste OVERWEGING.
en het meest overladen met zielskwalen, dat is, met zonden, tot Maria zeggen: »0 smijne vorstin! gij zijt de toevlucht der arme »zieken, verstoot mij niet; want, daar ik »aimer en zieker ben dan anderen, heb »ik meer aanspraak op uwen bijstand.quot; De H. Alphonsus den zondaar tot vertrouwen willende opwekken, zegt verder met den H. Basilius van Seleucië: »o zon-»daar, verlies uw vertrouwen niet; wend »u in alle omstandigheden tot Maria, »en roep haar aan: gij zult haar altijd ge-»reed vinden om u te helpen, want het MS Gods wil, dat zij ons helpt in al onze «behoeften.quot;
Hoe troostvol zijn ook voor de arme zondaars deze woorden, met welke de H. Bernardus de moeder Gods aanspreekt: «doorluchtige vorstin! gij verstoot geenen «zondaar, die zich tot u wendt, hoe be-»smeurd en afschuwelijk hij ook moge zijn, »van af het oogenblik, dat hij uwe hulp «inroept, weigert gij niet, hem eene barm-«hartige hand toe te reiken, om hem uit «den afgrond der wanhoop te redden.quot; 1)
135
«O allerbeminnelijkste tnaagd Maria! «God zij in eeuwigheid geloofd en gedankt,
i) Depr. ad. B, V.
22ste overweging.
136
»dat Hij u zoo minzaam en zoo goed gesmaakt heeft, zelfs jegens de ellendigste «zondaars! — Rampzalig hij die u niet »bemint, en die, terwijl hij zijne toevlucht »tot u kan nemen, geen vertrouwen op »u stelt. Hij, die zijne toevlucht niet »neemt tot Maria, gaat verloren; maar »wie is er ooit verloren gegaan, na op »haar zijn vertrouwen te hebben gesteld.quot; 1) O Maria, ik, ongelukkige zondaar, ik nader tot u met een hart vol zonden en ongerechtigheid. Ofschoon onwaardig, vertrouw ik toch op uwe moederlijke liefde; ik vraag u geene aardsche goederen, rijkdommen of vermaken; maar een waar berouw over mijne zonden, eene vurige liefde tot Jezus en de groote genade van volharding! Dit hoop ik, dit vraag ik u. Amen.
Voornemen. Met vertrouwen dikwijls zeggen: Toevlucht der zondaren, bid voor ons. Amen.
i) S. Alphonsus.
23ste OVERWEGING.
23ste Dag. 23** OVERWEGING.
Maria\'s altijddurende bijstand voor de berouwhebbende zondaars, i)
137
I. Refugium peccatorum. Toevlucht der zond are?!. Maria is de toevlucht der zondaren, doch niet voor de onboet-vaardigen; niet voor hen, die in zonden blijven voortleven. Hoe zou iemand aanspraak op haren bijstand durven maken, indien hij de zonden niet wilde verlaten ? Door de zonden onteert hij Jezus, en bedroeft hij het hart van Maria; hoe zou dan iemand, die geen wil noch verlangen heeft om de zonden te verlaten, op Maria\'s bijstand durven hopen? Neen, zoo iemand wordt door God zeiven vervloekt : maledictus a Deo, qui cxasperat matrem. Vervloekt door God, die zijne moeder bedroeft. Deze moeder, zegt de H. Alphonsus, met Richard us, is Maria: 2) zondaar, wilt gij Maria\'s bijstand erlangen? Heb dan ten minste den wil of het verlangen om uit de zonden op te
i) Zie H. Alph. in Salve Reg. C. I. § 4. 2) Eccl. 3. 18.
23ste OVERWEGING.
138
staan, Misschien zijt gij nog te zwak, nog te zeer ingewikkeld in de gewoonte of gelegenheid van zonden, nog te zeer gehecht aan zekere persoon, de oorzaak uwer zonden; misschien kunt gij het besluit nog niet maken om het onrechtvaardig goed terug te geven, den haat af te leggen, of de zonden openhartig te biechten: als gij evenwel den wil of het verlangen hebt om het te doen, ga dan gerust tot Maria; bid en blijf bidden, opdat ze u de noodige genade verkrijge. Dan verzeker ik u met den H. Alphonsus, dat gij li door Maria\'s machtigen bijstand zult bekeeren. De H. Gregorius VII schreef aan de gravin Mathilda: »maak een einde »aan den wil van te zondigen, en, ik be-»loof het u, gij zult Maria meer bereid »vinden om u te beminnen, dan uwe lichamelijke moeder.quot; 1) Maria heeft dit zelf aan de H. Birgitta geopenbaard, zeggende: 5gt;ik ben de moeder van alle zon-»daren die zich willen bekeeren.quot; 2)
Welaan, zondaar, schep moed; ga met vertrouwen tot Maria; zij zal u redden, indien gij een oprecht verlangen hebt om u te bekeeren en u geweld aan te doen;
i) Lib. I. cp. 47. 2) Rev. 1. 4. c. 138
23ste overweging.
want zonder moeite geene bekeering. Ofschoon gij de kracht nog niet hebt om de moeielijkheden te overwinnen, blijf evenwel met vertrouwen bidden Is het gebed eens zondaars niet verdienstvol voor den hemel, het is toch dienstig om de genade van berouw en eener ware bekeering te verkrijgen. Bid met vertrouwen, bid met volharding, bid door de verdiensten van Jezus Christus en door de voorspraak van Maria, en zeker zult gij de genade eener ware bekeering ontvangen. Ofschoon de duivel u zegt: »uw gebed zal u niet helpen; gij kunt de zonden toch niet verlaten; dien band niet verbreken; dien drift, die kwade geneigdheid niet overwinnen;quot; word daarom niet moedeloos; indien gij met vertrouwen blijft bidden, dan zult gij door den al-tijddurenden bijstand van Maria zeker de genade krijgen; gij zult versterkt worden, om de banden der zonden te breken, uwe driften te overwinnen en oprecht te bekeeren.
Opwekking en Verzuchtingen. De H. Bernardus zegt: «Welaan werpen wij »ons aan de voeten van deze goede moe-»der neder, houden wij haar vast en laten »wij haar niet los, voordat zij ons geze-
139
235te overweging.
»gend en voor hare kinderen aangenomen sheeft.quot; Zeggen wij haar met den H. Al-phonsus; »0 mijne koningin en mijne «moeder! om mijne zonden heb ik ver-sdiend door u verstooten en gestraft te »worden; maar, al zoudt gij mij verstookten, ja al zoudt gij mij dooden, dan nog »zal ik niet ophouden op u te vertrouwen, »op u stel ik al mijne hoop ; zoo ik slechts ïhet geluk heb, voor een uwer beelden »te sterven, terwijl ik mij u aanbeveel, ïdan ben ik zeker, niet verloren te gaan, »maar uwen lof te zingen in den hemel, »in het gezelschap van zoo velen uwer jdienaren, die op het oogenblik van stersven uwen bijstand inriepen, en door uwe «machtige voorspraak zalig zijn gewomen.quot;
Voornemen. Zich in alle bekoringen, gevaren, moeielijkheden en twijfelachtigheden Maria aanbevelen, zeggende; gt;Maria, Maria, sta mij bij; help mij; verlicht mij!quot;
II. »Ik ben de moeder van alle zon-gt;daren, die zich willen bekeeren.quot; 1)
140
Zich bekeeren is moeielijk, het gaat onze natuurlijke krachten te boven; God moet ons daarin helpen door zijne genade; een zondaar is onwaardig, om die genade
i) Revel. S. Birg. 1. 4. c. 138.
23ste OVERWEGING.
141
te ontvangen; zijne gebeden zijn gebeden van eenen zondaar, dat is, van eenen vijand van God. Door deze en soortgelijke gedachten bedriegt de duivel vele zondaars, en beneemt hij hun alle vertrouwen, denkende: het kan toch niet helpen.quot; Die gedachte is eene bekoring ; een list des duivels, \'t Is wel waar dat niemand in staat van zonde eene genade verdienen kan; ook is het waar, dat hij vijand is van God, en verdient door alle schepselen gehaat en verstooten te worden, zoodat zelfs de levenlooze wezens: het vuur, de lucht en de-aarde zich over hem zouden willen wreken, ten einde de eer van hunnen Schepper te verdedigen ; het is eindelijk nog waar, dat de bekeering zijne krachten te boven gaat; maar, o zondaar, heb moed en vertrouw, niettegenstaande dit alles. Bid en blijf maar bidden met den wil of het verlangen u te bekeeren, dan zult gij er zeker toe geraken. Eens hoorde de H. Birgitta dat Jezus tot zijne moeder zeide: »Gij versieent bijstand aan hem, die tracht zich »tot God te bekeeren, en niemand laat »gij zonder uwe vertroosting.quot; 1) Daarom
i) Rev. 1. 4. c. 19.
142 23sle overweging.
zeide de H. Bonaventura: »0 Maria 1 gij »ontvangt met eene moederlijke liefde sden door de geheele wereld verachten »zondaar, en gij verlaat dien ellendige »niet, voordat gij hem met zijnen Rechter »hebt verzoend.quot; 1)
Hierom roept de H. Alphonsus niet zonder reden uit: »Gave God, dat alle »zondaren tot deze teedere moeder hunne »toevlucht namen, zij zouden allen ver-»giffenis verkrijgen.quot;
Verzuchtingen en Gebeden. O Maria mijne beminde moeder! daar ik zoo ellendig en zoo zeer met zonde besmeurd ben, zou ik mij moeten schamen tot u te naderen, en u mijne moeder te noemen; doch de boosheid en menigte mijner zonden kunnen uwe liefde niet verminderen; gij zijt en blijft eene beminnende moeder, en verstoot niemand, hoe boos en trouweloos hij ook zij, wanneer hij met vertrouwen zijne toevlucht tot u neemt. Zie, ik kom tot u; red mij; verzoen mij met Jezus en maak dat ik voortaan een uwer getrouwste dienaren zij. Amen.
Voornemen. Dagelijks, \'s morgens en \'s avonds, zich stellen onder de bescher-
i) Spec. B. M. lect. 5.
24ste OVERWEGING.
ming van Maria door driemaal het wees gegroet te bidden.
24ste Dag.
24ste OVERWEGING,
Maria\'s altijddurende bijstand in het uur des doods, i)
I. Bid voor ons zondaars, nu en in het uur van onzen doods. Amen.
143
Sterven is vreeselijk ! Bittere pijnen en drukkende benauwdheden staan ons te wachten. Daarbij de knaging van het geweten, de schrik voor het oordeel, het onzekere onzer zaligheid en de bekoringen van den duivel, die alles zal aanwenden om onze ziel in het eeuwig ongeluk te storten. Doch troosten wij ons, ofschoon allen ons verlaten, toch zal Maria ons niet verlaten. De H. Alphonsus zegt: »Deze goede moeder zou hare trouwe idienaren in hun lijden niet kunnen verslaten, vooral niet in de doodsangsten, »welke de vreeselijkste van allen zijn. »Op den dag, waarop zij het geluk en stevens de smart had tegenwoordig te
i) Zie H. Alphonsus in Salve Reg. C. 2. § 3.
144 24ste OVERWEGING.
ïzijn bij den dood van Jezus Christus, ïharen aanbiddelijken Zoon, het hoofd »van hen die tot de zaligheid zijn voorbe-»schikt, verkreeg zij het voorrecht om alle ^uitverkorenen in hun doodstrijd bij te »staan: daarom wil de H. Kerk, dat wij »haar bidden, ons altijd maar bijzonder gt;m het uur des doods te helpen, zeg-»gende : fitW voor ons zondaars, nu en in nhet uur van onzen dood.quot; De H. Bonaven-tura zegt, dat, terwijl Lucifer met een leger van duivelen komt, om ons te bekoren, de H. Maagd Maria den aartsengel Michaël afzendt, vergezeld van een leger engelen om de zielen der stervenden, die niet opgehouden hebben zich haar aan te bevelen, te beschermen en te ontvangen. 1) Wat zouden wij dan te vreezen hebben, als Maria ons onder hare bescherming neemt ? De H. Alphonsus met Richardus van den H. Laurentius verzekert ons, dat, zoo onze ziel door Maria beschermd wordt, de duivels het niet wagen haar te beschuldigen, wel wetende, dat de goddelijke Rechter nooit eene ziel veroordeeld heeft, noch veroordeelen zal, welke Maria onder hare bescherming
i) Spec. B. V. lect. 3.
24sle OVERWEGING.
neemt. O, hoe velen harer vereerders hebben dit op hun sterf bed ondervonden. Getuigen een H. Andreas Avellinus, een H. Alphonsus, een Karei, de zoon der H. Birgitta en duizenden anderen, die in hun uiterste den heilzamen invloed van Maria\'s altijddurenden bijstand ontwaarden; zij immers, zoo spreekt de H. Petrus Da-mianus, zij is die. machtige roede, door den profeet Isaïas voorzegd, 1) door wie de aanvallen der helsche geesten afgeweerd worden. 2)
Verzuchtingen. O Maria! hoe zal mijn dood zijn, van mij, zulk een grooten zondaar ? Denkende aan dat beslissend oogenblik, sidder en vrees ik voor mijne zaligheid. Helaas ! door mijne zonden en boosheden heb ik mijn doemvonnis zoo menigwerf onderteekend. O Maria, het bloed van Jezus en uwe voorspraak zijn mijne hoop. Dierbare moeder, troosteres der bedrukten, troost eenen rouwmoedigen zondaar, die zich u aanbeveelt. Sta mij bij, nu en altijd en vooral in het uur van mijnen dood. Amen.
Voornemen. Met bijzondere aandacht bidden: heilige Maria, moeder Gods, bid
i) Is. ii. i. 2) s. Petrus Damianns. s. de Assurapt.
7.
145
24ste OVERWEGING.
voor ons zondaars, nu en in het uur van onzen dood.
II. »De heilige Maagd ontvangt de zielen der stervenden.quot; 1)
Maria heeft eene bijzondere liefde voor die haar beminnen, en in al hunne noodwendigheden tot haar hunne toevlucht nemen. Deze liefde toont zij altijd, maar bijzonder op het oogenblik van sterven ; wijl van dat oogenblik de gansche eeuwigheid afhangt. Eeuwig gelukkig, of eeuwig ongelukkig !
146
»Deze liefdevolle koningin, zegt de »H. Alphonsus, ontvangt die zielen on-»der haren mantel en brengt ze zelve ^bij den Rechter, haren Zoon. Met haar »op deze wijze bij te staan, verkrijgen ze »onfeilbaar de genade der zaligheid.quot; Wat troost voor ons, te mogen denken, dat Maria zelve ons zal tegemoet komen 1 Door deze gedachte troostte de H. Hiero-nymus de H. Eutachia, zeggende; qualis er it ilia dies, cum tibi Maria, Mater Domini char is occur ret com it at a virgineis. »Hoe »zal die dag zijn, als Maria, de moeder »des Heeren, vergezeld van maagden-»koren, u zal tegemoet komen ?quot; 2) Maria
i) S. Vincentius Ferrerius. 2) De Cust. Virg.
24ste OVERWEGING.
zelf heeft dit verzekerd aan de H. Bir-
gitta, zeggende: 2gt;Ik, hunne teergeliefde »koningin en moeder, zal hen (te weten •imijne dienaren) in hun sterven tegemoet s-komen, om ze in den dood zeiven te stroosten en te verkwikken.quot; 1)
Duizenden geloovigen hebben dit bij het naderen van den dood ondervonden. De eerwaarde Pater Suarez, een vurige minnaar van Maria, smaakte op het oogenblik van sterven zulken troost, dat hij zeide : »Ik dacht niet, dat sterven zoo zoet was.quot; Non putabam, tam dulce esse mori.
147
Godvruchtige lezer, ik zeg u met den H. Alphonsus, dat gij dienzelfden troost, diezelfde tevredenheid op uw sterfbed zult ontwaren, als ge u zeiven het overtuigend bewijs kunt geven, deze goede moeder oprecht te hebben bemind, en getrouw te zijn geweest in hare vereering, door het bezoeken harer beelden, door hare scapulier te dragen, door het bidden van den rozenkrans, door ter harer eer te vasten, alsmede door haar steeds te loven en te danken, en u zeiven hare bescherming aan te bevelen. Zelfs zult gij van dezen troost niet beroofd zijn,
i) Rev. 1. i. C. 29.
24ste OVERWEGING.
148
al zoudt gij eenigen tijd in zonden geleefd hebben, indien gij van nu af aan uw zondig leven verzaakt, en voortaan getrouw zijt in deze zoo meedoogende en edelmoedige koningin met ware, kinderlijke oprechtheid te dienen en te beminnen. Gij zult ondervinden, hetgeen zekere broeder met naam Adolf, van de orde der Franciscanen, op zijn sterfbed ondervond. Zijn zondig leven, dat hij in de wereld geleid had, beschouwende, werd hij beangstigd ; doch Maria troostte hem, zeggende ; »mijn teergeliefde Adolf, waarom xvreest gij te sterven aangezien gij mij «toebehoort.quot; Door deze woorden was hij getroost en stierf gerust. 1)
Verzuchtingen en Gebeden. Maria, troosteres der bedrukten, troost een bedrukte, die zich u aanbeveelt. Het gezicht mijner zonden verschrikt mij; ik zie in al mijne werken niets dan onvolmaaktheden en gebreken; de duivel is daar om mij te beschuldigen, en Gods rechtvaardigheid moet voldaan worden. O Moeder ! wat zal dan van mij geworden? Indien gij mij niet te hulp komt. ben ik verloren. Welaan Maria, tróóst mij, ver-
\'i) Auriemma Aff. Schamb. p. z. C. 8.
25ste OVERWEGING.
krijg mij een waar berouw over mijne zonden, en sterkte om mijn leven te beteren, de bekoringen te overwinnen, en getrouw te blijven tot het laatste oogenblik. O Maria, vergeef mij mijne stoutmoedigheid, komt gij zelve tot mij op mijn sterfbed en troost mij door uwe tegenwoordigheid. — Gij hebt die genade aan zoo velen uwer dienaren verleend, ik vraag ze ook voor mij. Indien mijne vermetelheid groot is, uwe goedheid is nog veel grooter ; daarom vertrouw ik ; ik verwacht u; weiger mij dezen troost niet. Dit hoop ik, dit zij zoo. Amen.
Voornemen. Steeds met bijzondere aandacht bidden : heilige Maria, Moeder Gods, bid voer ons zondaars, nu en in hei uur van onzen dood. Amen.
25ste Dag.
25s\'e OVERWEGING. \'
Maria\'s altijddurende bijstand in hare vereerders van de hel te,.bevrijden, i)
149
I. »0 Maagd, het is onmogelijk, dat een
I) S. Alph. inquot;Salve Reg. C. VIII. § i.
25ste OVERWEGING.
150
»zondaar zalig wordt, zonder uwe hulp »en bijstand.quot; 1)
Niets is vreeselijker dan de gedachte om voor eeuwig door God verworpen te worden, voor eeuwig te moeten branden. Wie zou er niet voor vreezen? Wie zou niet zijn best doen om zulk onheil te ontvluchten? God, oneindig in barmhartigheden, heeft ons daartoe een zeer geschikt en tevens een zeer gemakkelijk middel gegeven, namelijk, de tusschenkomst van Maria. Als zij voor ons bidt, hebben wij niets te vreezen; want, zegt de H. Anto-nius: impossibile est Deiparam non exau-diri. »Het is onmogelijk dat de moeder Gods niet verhoord worde.quot; 2) Dus moeten wij ons best doen, om ons van hare voorspraak te verzekeren: dit kunnen wij door haar oprecht te vereeren. De H. Alphonsus zegt: Een waar vereerder va)i Maria gaat niet verloren. Door een waren vereerder van Maria verstaat de H. Alphonsus niet dengene, die haar vereert om vrijer te zondigen, maar hem, die met een oprecht verlangen om zich te bekee-ren, volhardt in haar te dienen en aan te
i) S. Ignatius Mart. Ap. Sgr. Tris. Mar. I. 2. m. 45. 2) P. 4. 1. IS. C. 17. § 4.
25ste OVERWEGING.
151
roepen. Zulk een vereerder van Maria gaat niet verloren. De H. Anselmus zegt: gt;0 allerzaligste Maagd 1 gelijk het noodzakelijk sis, dat al wie van u is afgekeerd en door »u versmaad wordt, verloren gaat, zoo is »het onmogelijk, dat diegene verloren »gaat, die zich tot u keert en door u wordt «aangezien.quot; 2) Gelukkig derhalve de ware vereerders van Maria 1 Geen wonder, dat de heiligen zich zoo bijzonder hebben toegelegd, om haar oprecht te vereeren, overtuigd, dat ze hierdoor van hunne zaligheid verzekerd waren: geen wonder ook, dat de duivel er steeds op uit is, om in ons de devotie tot Maria te doen verflauwen; hij is woedend op hen, die haar vereeren en plaagt ze somtijds met zware bekoringen tegen de zui-verheid. Eens werd Pater Alvarez, een vurige vereerder van Maria, met zware bekoringen overvallen, terwijl de duivel hem zeide: »houd op, Maria te vereeren en ik zal ophouden u te bekoren.quot; Doch in plaats van op te houden, Maria te vereeren, deed hij noch meer zijn best, om haar alle bewijzen van liefde en hoogachting te schenken, en zich
i) Orat. 51.
25sIe OVERWEGING.
zóó van haren bijstand te verzekeren.
Kunt gij vertrouwen een waar vereerder van Maria te zijn? Neemt gij dikwijls tot haar uwe toevlucht ? Doet gij dit met een waar verlangen, om uwe onvolmaaktheden te verbeteren, in de beproevingen standvastig te blijven, en steeds toe te nemen in de liefde tot God?
O Maria, neem mij aan als een uwer vurigste vereerders. Zie, ik wijd mij geheel aan u toe, en stel mij met een kinderlijk vertrouwen onder uwe moederlijke bescherming.
152
II. Zoolang wij leven zijn wij in gevaar. De heiligen sidderden bij deze gedachte: »ik kan zondigen: — ik kan mijnen God beleedigen: •—• ik kan eeuwig verloren gaan.quot; Indien de heiligen vreesden, hoeveel te meer moeten wij vreezen, omdat wij veel zwakker zijn en meer tot zonden overhellen. Eene zaak moet ons troosten: God heeft ons in zijne barmhartigheid eene goede moeder gegeven, die den wil en de macht heeft, om ons te helpen, indien wij op haar vertrouwen. De H. Bernardus zegt: 1) ^noch machl noch wil kan haar ontbreken;quot; want zegt
i) In ass. S. i.
25ste OVERWEGING.
153
hij elders: »wat ze zoekt, vindt ze en zij •»kan niet te leur gesteld worden.quot; 1) Ook kan haar de wil niet ontbreken, omdat zij, volgens den H. Alphonsus, onze moeder is en onze zaligheid vuriger verlangt, dan wij het zouden kunnen doen. »Hoe zou dus, vraagt dezelfde heilige, een waar vereerder van Maria verloren kunnen gaan ?quot; \' Maar, zult ge zeggen, hij is zulk een groot zondaar. Hierop antwoordt de H. Alphonsus: »als hij met volhardingen «verlangen naar bekeering, zich deze goede »moeder aanbeveelt, zal zij wel zorgen »dat hij het noodige licht krijge, om uit szijnen ellendigen staat te geraken, een »waar berouw over zijne zonden, de volharding in het goede en een zaligen »dood.quot;
Aanmoediging. Wij moeten er dus op uit zijn, ware vereerders van Maria te zijn en te blijven; om geen reden moeten wij ons van hare vereering laten aftrekken ; noch om vermoeienissen, tegenzin, menschelijk opzicht of eenige andere redenen aan onze gewone godvruchtige oefeningen te kort blijven. Hoe velen zijn er voor eeuwig verloren, omdat zij hunne
i) De Aquaed.
25ste overweging.
godvruchtige oefeningen ter eere van Maria verwaarloosd hebben. Integendeel, zegt de H. Alphonsus met den godvruchtigen Thomas k Kempis, velen zouden verdoemd of hardnekkig in hunne zonden gebleven zijn, indien de allergenadigste maagd Maria niet voor hen bij haren Zoon gesproken had! 1)
De H. Alphonsus getuigde met den gelukzaligen Henri Suson, dat hij zijne ziel in de handen van Maria had neergelegd, en dat, indien de Rechter hem zou willen verdoemen, het vonnis eerst door de handen van Maria zou gaan, en aldus deszelfs uitvoering zou verhinderd worden.
154
Verzuchtingen en Gebeden. O Maria, ook ik stel mijne ziel in uwe handen ; ik vertrouw mij zeiven niet, wijl ik zwak en aan duizenden gevaren ben blootgesteld. Bewaar mij, geleid mij en maak mij zalig. Laat niet toe dat ik in de hel u zou moeten vervloeken. Ik bemin u, ik wil u altijd beminnen, en zal steeds uw oprechte vereerder zijn. Zie, Maria 1 Dagelijks zal ik u vereeren. In alle gevaren en moeilijkheden zal ik mij u aanbevelen; in alle
i) Ad Novit. s. 33.
26fe\'e overweging.
bekoringen ep twijfelachtigheden zal ik tot u mijne toevlucht nemen. Ik hoop en vertrouw dat gij mij zult bewaren en versterken, en dat ik door u versterkt, over alle vijanden zal zegevieren en zalig worden. Amen.
Voornemen. -1\' Zich voortdurend Maria aanbevelen, met een vurig verlangen zich van alle onvolmaaktheden te beteren. {Denk welke fout of fouten voornamelijk in u heerschen, om ie uit te roeien.) 2° In weerwil van allen tegenzin en elke bekoring, getrouw blijven aan alle godvruchtige oefeningen ter eere van Maria.
26ste Dag. 26^ OVERWEGING.
Maria\'s a\'tijddurende bijstand door hare vereer-ders in het vagevuur te troosten, hunne pijnen te verzachten en ze spoedig ten hemel op te voeren, i)
I. De H. Maagd heeft het oppergebied in V rijk des vagevuurs. 2)
1) Zie H. Alphonsus in Salve Reg. C. VIII. §. II.
2) S. Bernardinus van Siëna. Profest, v. M. S. 3. a. 2. c. 3.
155
26ste OVERWEGING.
156
Volgens den H. Thomas zijn de pijnen des vagevuurs grooter dan alle pijnen der wereld. De H. Augustinus zegt: »de zie-sgt;len lijden daar in een vuur van denzelf-j-den aard als dat der hel, uitgenomen de «eeuwigheid.quot; Zij kunnen zichzell niet helpen, omdat de tijd van verdienen of voldoen voor haar voorbij is. Het zal dus voor die arme zielen een groot geluk zijn, iemand te vinden, die medelijden met haar heeft, en iets kan bijbrengen om hare pijnen te verlichten. Dit is Maria. Zij is moeder; die lijdende zielen zijn hare kinderen; zij heeft er medelijden mede, en is er op uit hare pijnen te verzachten. Maria heeft dit zelf geopenbaard aan de H. Birgitta, zeggende; s-Ik »ben de moeder van allen die in het va-»gevuur zijn ; omdat alle pijnen, welke zij »tot uitboeting hunner zonden moeten »lijden, voortdurend door mijne gebeden »op de eene of andere wijze verzacht wor-sden.quot; 1) Als moeder is zij vol medelijden jegens die arme zielen, en is zij er steeds op uit, om ze te troosten. Eens hoorde de H. Birgitta, dat Jezus tot Maria z ide: , Tu es mater me a; tu mater miser icordiae ;
i) Revel. 1. 4. c. 138.
Ogste OVERWEGING.
157
tu consolatrix eorum qtii sunt in purgatorio. »Gij zijt mijne moeder; gij zijt moeder »van barmhartigheid; gij zijt de troosteres »van hen die in het vagevuur zijn.quot; 1) De H. maagd zeide eens aan diezelfde 4 heilige; »al die in het vagevuur zijn, verheugen zich op het hoeren van mijnen »naam, gelijk een zieke, wien men een «troostend woordje toespreekt.quot; 2) Indien Maria zoo goed is voor alle zielen, die lijden in het vagevuur, hoe veel te meer zal zij het zijn jegens diegene, die haar in dit leven vereerd hebben. De acht-en-dertigjarige lamme bij het schaapsbad te Jerusalem beklaagde zich, geenen man te hebben, om hem in het bad te brengen als het water door den engel geroerd was. Hoe vele zielen zuchten in het vagevuur, omdat er niemand, zelfs niet van hare vrienden, gevonden wordt om haatte helpen?.. Doch de zielen, die getrouw zijn geweest in Maria te vereeren, kunnen zich troosten. Maria zal ze helpen, gelijk zij zelve aan de H. Birgitha geopenbaard heeft, zeggende: gt;iEr is geene pijn in het , vagevuur, welke om mijner wille niet lichter zal worden en gemakkelijker om te
i) Revel. 1. i. c. 16. 2) ib. c. 9.
26ste overweging.
verdragen dan ze anders zonder mij zoude geweest zijn. 1)
Wat moeten wij hieruit besluiten r
1° Jezus bedanken dat Hij ons eene zoo goede moeder gegeven heeft. 2° Met vertrouwen haar de zielen des vagevuurs aanbevelen. 3quot; Er op uit zijn ons harer voorspraak waardig te quot;maken door haar dagelijks te vereeren.
Verzuchtingen en Gebeden. Dank, Iteve Jezus, duizendmaal dank, dat gij mij eene zoo goede en machtige voorspreekster gegeven hebt, die mijn geluk meer ter harte neemt dan ik zou kunnen doen. O Maria ! thans neem ik met eën groot vertrouwen mijne toevlucht tot u, en bid u om genade voor die arme en lijdende zielen, opdat zij verlicht worden en getroost. Eindelijk beloof ik u, lieve moeder, u voortaan op eene bijzondere wijze te eeren, mij dagelijks, \'s morgens en \'s avonds, u aan te bevelen door driemaal het IVees gegroet te bidden en al mijne werken aan u op te dragen. O Maria, sta mij bij om deze voornemens ten uitvoer te brengen. Amen.
158
II. Het verlangen der lijdende zielen
i) Rev. I. 8. c. io.
26stc OVERWEGING.
159
om uit het vagevuur verlost en in het bezit van God gesteld te worden is zeer groot en gaat alle beschrijving te boven, zoodat elk oogenblik haar eene eeuwigheid schijnt te zijn. Wat geluk moet het dan voor haar niet zijn, iemand te vinden die den tijd van haar lijden verkorten, en haar spoedig in het bezit van God kan stellen ? Zeker is daartoe niemand zoo machtig als Maria ; en omdat ze zoo goed is, zal ze niet nalaten, van hare macht gebruik te maken, om de pijnen harer vereerders te verlichten en te verkorten, en ze spoedig ten hemel op te voeren. De H. Alphonsus zegt: »De moeder des Verlossers bepaalt zich niet, met de zielen harer dienaren, die in het vagevuur lijden, te troosten en te verlichten, maar zij verlost ze zélfs door hare tusschenkomst.quot; De H. Alphonsus met den H. Petrus Damianus, Dionysius den karthuizer en Novarinus zijn van gevoelen, dat de allerheiligste maagd Maria jaarlijks op de feestdagen van Kerstmis en Paschen, alsmede op hare voornaamste feestdagen, vergezeld van eene groote menigte engelen in het vagevuur nederdaalt, en vele zielen met zich ten hemel opvoert. Ofschoon de goedheid van Maria zich uitstrekt tot
160 26s,e overweging.
allen, doet zij derzelver uitwerkselen bijzonder gevoelen aan hare vereerders. De H. Bernardinus van Siëna zegt: »van »deze pijnen verlost de zalige Maagd «vooral hare vereerders.quot; 1)
En dan, wat hebben zij niet te wachten, die ter harer eer het scapulier van den berg Karmel gedragen hebben en er mede gestorven zijn, bijzonder als zij de zuiverheid volgens hunnen staat bewaard, de kerkelijke vasten onderhouden en \'s Woensdags zich van vleesch onthouden, of het kerkelijk officie zullen gebeden hebben. Verschillende pausen hebben verklaard, dat men, ingevolge eener openbaring van Maria aan den H. Simon Stock, godvruchtig kan gelooven, dat zij door hare voorspraak, verdiensten en bescherming, zulke zielen zal bijstaan, bijzonder op den Zaterdag na den dood, en dat zij haar ten spoedigste naar het hemelsch vaderland zal opvoeren.
Verzuchtingen en Gebeden, o Maria 1 ik verlang vurig uw trouwe dienaar te zijn, en u te beminnen met die liefde, waarmede de H. Alphonsus, de H. Ber-nardus, de H. Jozef u bemind hebben.
i) pro Fest. V. M. S. 3. a. 2. c. 3.
27ste overweging.
Het is mij een waar genoegen uw scapulier te dragen, en ik hoop het geluk te hebben er mede te sterven, zeggende: Maria, ik bemin u ! Moeder ik bemin u vurig. Amen.
Voornemens. 1° \'s Morgens en \'s avonds geknield driemaal het II eesgegroet hidden ter eere van Maria\'s zuiverheid. 2° Getrouw zijn in het dragen van het scapulier.
27ste Dag.
27sic OVERWEGING.
Maria\'s altijddurende bijstand in hare vereerders ten hemel te leiden en zalig te maken, i)
I. »De deur des hemels zal geopend »worden voor hem, die op haar zal ver-xtrouwd hebben.quot; 2)
161
Het; geluk des hemels gaat alle beschrijving te boven. Niets van al wat schoon, kostbaar, of aangenaam op aarde bestaat, kan er mede vergeleken worden. De Apostel Paulus, die opgeheven was tot den derden hemel, zegt; »fwc/i oog heeft -iigezien, noch oor gehoord, noch ooit is in •h s menschen hart opgekomen, wat God bereid
i) Zie H. Alphonsus in Salve Reg. c. VIII. § III. 2) S. Bonaventura. Psalt. B. V. Ps. 90.
27sle OVERWEGING.
162
»heeft voor die Hem beminnen.quot; Maar het is moeielijk den hemel te winnen; immers »hc/ rijk der hemelen lijdt geweld, cn de ge-»weldigen nemen het in.quot; Daarom vermaant ons Jezus: gt;Doet uw best om door de enge npoort in te gaan ; want ik zeg u : velen Dzullen zoeken in te gaan en niet kunnen.quot; 1) Ook verzekert Jezus ons, dat er velen geroepen, maar weinig uitverkoren zijn. Het is dan niet zonder reden, dat de Apostel ons opwekt, om met angst cn vrees onze zaligheid te bewerken. Niettegenstaande dit alles kan een waar vereerder van Maria gerust zijn. De H. Alphonsus verzekert ons, flat de godsvrucht tot Maria een zeker teeken van voorbeschikking :s. De H. Bonaventura zegt: »De poort des »hemels zal geopend worden voor hem, »die op haar zal vertrouwd hebben.quot; De H. Ephrem noemt de godsvrucht tot Maria: kDc ontsluiting van het hcmelsch Jerusalem.quot; Reser amentum ccelestis Jerusalem. 2)\'Volgens het zeggen van den H. Ambrosius heeft z\\yde sleutel des hemels, en de H. Kerk noemt haar de deur, de poort des hemels. Gelukkig zij die Maria kennen en vereeren 1 De H. Bonaventura, tot Maria sprekende,
i) Lucas 13, 24. 2) de Laud. Dei Gen.
27stc OVERWEGING.
zegt: U te kennen is de oorsprong der «onsterfelijkheid, en uwe deugden te ver-»kondigcn is de weg der zaligheid.quot; 1)
Aanmoediging. Stellen wij dus onze zaligheid in de handen van Maria; in hare handen is zij veiliger dan in de onze; doch laten wij het doen, niet als zorge-looze dienstknechten, maar als ware kinderen, door haar dagelijks te vereeren, de zonden te vermijden, met geduld alles te lijden en haar steeds op den kruisweg te vergezellen, teneinde het geluk te hebben bij onzen dood haar te volgen in de glorie. Zeggen wij intusschen dikwijls met den H. Ambrosius ; »o Maagd! open ons »den hemel, waarvan gij de sleutels hebt.quot;
163
II. De H. Kerk legt deze woorden van den Wijzen man in den mond der allerh. Maagd : Ego feci in ccelis, ut oriretur lumen iudeficiens. 2) »Ik heb gemaakt, »dat er in den hemel een onvergankelijk »licht opging.quot; Hierop zegt de H. Alphon-sus met den kardinaal Hugo ; »Hoe vele «heiligen zouden nooit in den hemel ge-»komen zijn, indien Maria door haar «alvermogende tusschenkomst hen er niet «binnengevoerd had.quot;
i) Psalt. B. v. Ps. 85. 2) Eccl. 24. 6.
27ste OVERWEGING.
De wereld is gelijk aan eene onstuimige zee. Zoolang wij leven zijn wij in gevaar schipbreuk te lijden. De H. Alphonsus zegt met den heiligen monnik Jacobus, dat God Maria heeft aangesteld als ecnc brug van zaligheid, door welke wij de onstuimige zee dezer wereld veilig kunnen overtrekken, en\' in de haven der gelukzalige eeuwigheid aanlanden. 1)
Hoe troostvol voor de ware dienaars van Maria !
Wilt gij den hemel dus ingaan? Luister dan naar de woorden van den H. Bona-ventura : »Dient, eert Maria, en zij zai u szeker het eeuwig leven verkrijgen.quot; Al waart gij vol zonden, gij moogt niet wanhopen ; als gij met volharding Maria eert, zal ze u zalig maken. De H. Germanus verklaart dit, zeggende: ïO Maria, door u hebben de zondaars God gezocht, en zijn zij zalig geworden.quot; 2)
164
Laten wij Maria eeren door dikwijls het wees gegroet godvruchtig te bidden; b. v. zoo dikwijls de klok slaat. Alsmede door dagelijks het rozenhoedje te bidden. Dit zijn immers teekenen van zaligheid, van voorbeschikking. 3)
x) Orat in Nat. Dei Gen. 2) in Dorm. v. M. S. 2. 3) S. Alph.
28ste OVERWEGING.
Verzuchtingen en Gebeden. O Maria, hadde ik het geluk uw ware dienaar te zijn ! Maar, helaas, ik ben een zondaar; ik ben die gunst niet waardig. Ofschoon onwaardig, vertrouw ik toch op uwe goedheid, wijl gij niemand verstoot, die zich u aanbeveelt. Dagelijks zal ik u eeren, door dikwijls het Wees gegroet te bidden; door minstens dagelijks een rozenhoedje te bidden en voortdurend het scapulier te dragen. Zoo hoop ik als een waar kind onder uwe bescherming te leven en te sterven. Amen.
Voornemen. 1quot;. Zich zelve en zijne zaligheid dagelijks Maria aanbevelen. 2°. Haar bidden ons te helpen, om dagelijks ons zeiven geweld aan te doen en zoo den hemel in te nemen.
28sl:e Dag. 28ste OVERWEGING.
üm ons van Maria\'s altijddurenden bijstand te verzekeren, moeten wij hare voorbeelden navolgen, i)
165
I. Maria een voorbeeld vati ootmoedigheid. Om ons van Maria\'s bijstand te
i) s. Alph. over de voorb. v. Maria.
28ste OVERWEGING.
verzekeren, moeten wij hare voorbeelden
zooveel mogelijk, navolgen. Zij zelve noemt zalig diegenen welke hare voorbeelden volgen. Nunc ergo filii, auditc ine: bcati qui custodiunt vias ?ncas. 1) »Nu •ndan, kinderen, hoort mij: zalig zij, die nmijne wegen bewaren.quot; De H. Hieronymus zegt; 2) »Eert haar, die gij bemint; want »gij bemint oprecht, als gij haar, die gij »eert, wilt navolgen.quot; Maria is het voorbeeld aller deugden. De H. Ambrosius zegt: »Bij haar kunt gij leeren, hetgeen »gij moet verbeteren, hetgeen gij moet «vluchten of behouden.quot; 3)
Leeren wij van haar ten lste de Ootmoedigheid. Deze deugd is volgens den H. Bernardus, de grondslag en bewaarster van alle deugden. 4)
166
Maria was nederig «Jn hare gedachten, woorden en handelingen. Ofschoon zij wist, geheel zuiver te zijn van alle zonden en meer bevoorrecht dan alle heiligen te zamen, had ze evenwel eene allergeringste gedachte van zich zelve. Doordrongen van Gods oneindige volmaaktheden, beschouwde zij zichzelve als een niet. Bij het overwegen van Gods oneindige groot-
i) Prov. VIII. 32. 2) s. de assumpt. 3) de Virgin. I. 2. 4) in Nat. Dni. s. I.
28ste OVERWEGING.
heden, bij welke hemel en aarde zijn als een druppel van den morgendauw, zonk zij weg in den afgrond van haar niet.
Ook was zij nederig in hare gesprekken^ nooit sprak zij van hare grootheden; integendeel als men haar prees, wendde zij dien lof van zich af, om dien geheel aan God te geven, zeggende: Mijne ziel maakt groot den Heer. Hij die machtig is heeft groote dingen aan mij gedaan en zijn naam is heilig.
167
Ook was zij nederig in hare handelingen. Zij vond vermaak in dienstbaar te zijn, de laatste plaats te hebben, minachting te verduren en ee\'rbewijzingen te vluchten; daarom vertoonde zij zich niet, toen Jezus zegevierend Jerusalem binnéntrok, maar wel toen Hij als boosdoener zijn kruis dragende naar Calvarië gebracht werd. Eens zeide Maria tot de H. Birgitta: »wat is er verachtelijker dan een dwaze «genoemd te worden, aan alles gebrek te »hebben, te gelooven de minste van allen te zijn ? O dochter, zoodanig was mijne »ootmoedigheid ; dat was mijne vreugde, »wijl ik geene andere gedachte had, dan »mijn Zoon te behagen.quot; 1)
i) Revel. I. 2. c. 23.
168 28ste OVERWEGING.
De H. Bernardus zegt: »kunt gij de «zuiverheid van deze ootmoedige Maagd »niet navolgen, volg dan ten minste de «nederigheid dezer kuische Maagd na.\'\' 1) Maria zelf noodigt er ons toe uit, zeggende : »Indien iemand klein is, hij kome tot mijquot; 2)
Toepassing. Leer hieruit; 1° nederig zijn in uwe gedachten ; gij immers zijt een nietwoor God, ja, wat erger is, een zondaar. 2° In uwe woorden ; spreek nooit met lof van u zelve, maar geef van alles de eer aan God. 3quot; in uwe handelingen; wees eenvoudig en minzaam in den omgang, in alles en jegens allen inschikkelijk, ge-voegzaam en lijdzaam.
II. Maria een voorbeeld van zuiverheid. Als een ware vereerder van Maria, moet ge vooral trachten hare zuiverheid na te volgen ; zij is immers de moeder der zuiverheid ; zij bemint de zuiverheid, en heeft afkeer van hen die zich aan onzuiverheid overgeven. De H. Joannes Damascenus zegt; uzij is ki/isch en bemint de kiuschheid.quot; 3) Zij acht die deugd zoo hoog, dat, om dezelve te bewaren, zij bereid zou geweest
i) De Laud. v. M. hom i. 2) Prov. IX. 4. 3) in dorra. B, M. Hora. 2.
28ste OVERWEGING.
zijn aan het goddelijk moederschap vaarwel te zeggen. I)
Toepassing. Leer hieruit ; 1° de zuiverheid hoogschatten en beminnen. Zij is de hoogste schat eener godminnende ziel.\' De H. Ambrosius zegt: »die de «zuiverheid bewaart, is een engel; die ze »verloren heeft, een duivel.quot; 2) De Zaligmaker zegt: F. runt sicut Angeli Dei. vZij Dzullen zijn gelijk de engelen van God.quot; 3) 2Ü Gelijk Maria de middelen gebruiken, die noodzakelijk zijn om de zuiverheid te\' bewaren, te weten, de versterving, de vlucht der gelegenheden en het gebed.
169
Ten eerste de versterving, vooral der oogen en der tong. Maria hield, volgens den H. Alphonsus, den H. Epiphanius, den H. Joannes Damascenus, hare oogen altijd neergeslagen, en volgens den H. Gregorius van Tours,-onderhield zij een altijddurende vaste. Nooit was Maria zonder te vasten. 4) Hoeveel te meer moeten wij onze oogen bewaren en onze tong versterven 1 Ten tweede de vlucht. Maria had geen kwade driften gelijk wij, en toch vermeed zij met groote zorg alle gevaren en bleef zij.
i) S. Gregorius de Nyssa. Hom. de Nat. D. 2) De Virg. 1. 1. 3) Matt. 22. 30. 4) Novar. umbra Virg. exc. 38.
8.
28ste OVERWEGING.
zooveel mogelijk, in de afzondering en de eenzaamheid. Moest zij somtijds in het openbaar verschijnen, dan deed zij dit zoo kort mogelijk; daarom ging zij met haast over het gebergte om hare nicht Elisabeth te bezoeken, en vertrok zij voordat de H. Joannes de Dooper geboren was, ten einde zich te onttrekken aan de bezoeken, die bij deze gelegenheid zouden plaats hebben.
Hoeveel te meer moeten wij vluchten en ons van de gevaren verwijderen; daar onze natuur zoo bedorven en zoo tot het kwaad geneigd is?
Ten derde het gebed. Maria was vol genade, en God was met haar; evenwel bad zij voortdurend, ten einde toe te ne- ■ men in alle deugden en de zuiverheid te bewaren; zonder het gebed kan men in die deugd niet volharden. De wijze man zegt: ^daar ik wist, dat ik niet zui-■»ver kon zijn, tenzij God het geve, begaf ik »mij tot den Heer e?i bad Hemquot; 1)
170
Overtuigd, dat wij zonder het gebed de zuiverheid niet kunnen bewaren, moeten wij er dagelijks om bidden, vooral moeten wij op het oogenblik der beko-
i) Sap. VIII. 2i.
28s,e OVERWEGING.
ring onze toevlucht nemen tot Jezus, Maria, Jozef, en die heilige namen met vertrouwen en vurigheid aanroepen.
O Maria, moeder der zuiverheid, sta mij bij, om in alle bekoringen aanstonds mijne toevlucht tot u te nemen, zeggende: »Maria, Maria, sta mij bij 1quot; Amen.
Oefeningen. 1quot;. Nederig zijn in zijne gedachten, woorden en werken. 2°. Met zorg de zuiverheid bewaren door zich te versterven, de gevaren te vluchten en met volharding te bidden.
29ste Dag.
29ste OVERWEGING.
Het geduld van Maria, i)
171 »
I. Maria, een voorbeeld van geduld. Als wij Maria oprecht beminnen, moeten wij gelijk zij, geduldig zijn. De H. Al-phonsus zegt: »die bemint is gelijk of »tracht gelijk te worden aan dengene, dien »hij bemint, volgens het bekende spreek-.»woord: »De liefde vindt of maakt eens-»gezinden.quot; Zoolang wij leven zullen
i) Zie h. Alphonsus over de deugden van Maria.
IQstc OVERWEGING.
172
wij moeten lijden ; daarom wordt de aarde een tranendal genoemd. In den hemel zullen de tranen van de oogen afgedroogd worden, en daar zal geene droefheid, geene pijn, geene smart meer zijn ; doch in deze wereld zullen wij altijd iets te lijden hebben.
Doch lijden is niet genoeg, om aanspraak op den hemel en op Maria\'s bijstand te hebben, moet men lijden met geduld, gelijk zij zelve gedaan heeft. — Maria heeft veel, zeer veel geleden, maar altijd leed zij met geduld, met gelatenheid en overgeving aan Gods H. wil. De godvruchtige Blosius zegt: »Alles wat te lijden «■voorkwam, leed zij met een vurige begeerte. »en overgroote blijdschap. 1) De H. Jozef had angstvallige vermoedens wegens haren gezegenden staat, welks geheim hij niet kende, en nam het besluit haar in stilte le verlaten ; doch Maria zweeg en verdroeg die vernedering stilzwijgend en gelaten. Te Bethlehem werd zij door allen, zelfs door hare naastbestaanden verstooten, en moest met haar goddelijk Kind haar verblijf in een beestenstal zoeken; dezen smaad verdroeg zij met geduld, uit liefde
i) Spirit, inst. app. i. G. 2. n. 5.
20ste overweging.
tot God. Herodes zocht haar goddelijk Kind te dooden, daarom moest zij vluchten naar Egypte en vele smarten verduren, zoowel gedurende de reis, als gedurende haar zevenjarig verblijf in Egypte; te midden van al die moeielijkheden en kruisen was zij altijd geduldig en verdroeg zij alles met liefde. Zij was arm, dikwijls moest zij en haar goddelijk Kind gebrek lijden, en waren zij onderworpen aan vele onaangenaamheden en versmadingen; doch in alle omstandigheden was Maria geduldig en tevreden, en aanbad zij Gods heiligen wil.
Toepassing. Wilt gij u van Maria\'s bijstand verzekeren, tracht dan, gelijk zij, altijd geduldig te zijn, bijzonder als men u verongelijkt, miskent, verstoot of mishandelt ; — als men u in uwe armoede, ontberingen en gebrek onbarmhartig afwijst of verstoot.
Oefeningen. Ik zal trachten alles met geduld te lijden ; zelfs de beleedigingen, die mij door kennissen, vrienden of onderdanen zouden aangedaan worden.
II. Maria volhardt in het geduld. Groot was het lijden van Maria. — De H. Kerk past op haar toe de woorden van den profeet Jeremias; -itiwe bitterheid is groot
173
JQste OVERWEGING.
174
als de zee.quot; Groot als de zee is veel gezegd, en toch was zij nooit ongeduldig. De H. Bernardinus van Siena zegt; salie «rivieren ontlasten zich in de zee, dat is, »in Maria; en toch vloeit die zee nooit sover door ongeduld.quot; 1) Groot was hare smart, toen zij haren Jezus verloren had, maar geen ongeduld. De H. Jozef dien zij zoo vurig beminde, stierf tusschen hare armen; groot was hare droefheid, maar Gods wil aanbiddende, was zij geduldig en tevreden. Zij zag haren god-delijken Zoon overal miskend ; zij hoorde de lasteringen die men tegen haar uitbraakte ; zij zag Hem geheel verscheurd door de geeseling, gekroond met doornen, beladen met het kruis, genageld aan dat schandhout, en stervend tusschen twee moordenaars, verlaten van God en van de menschen ; zij was als in eene zee van lijden en toch bleef zij geduldig; nimmer kwam er een klacht op hare lippen.
Toepassing. Alle vernederingen, be-leedigingen, lasteringen, mishandelingen, gèduldig, stilzwijgend en gelaten verdragen, in alles Gods H. wil erkennende en aanbiddende.
i) torn. III f. 2. a. 3. c. 4.
SO5\'6 OVERWEGING.
O Maria, bid voor mij, opdat ik naar uw voorbeeld, niet alleen met geduld, maar zelfs met blijdschap alles lijde. Amen.
Oefening. Bij de beleedigingen en verongelijkingen, gelijk David, zijn als een doove die niet hoort, en als een stomme die niet spreekt.
30ste Dag.
30ste OVERWEGING.
De versterving en matigheid van Maria, i)
I. Maria leidde een verstorven leven.
Om een waar kind van Maria te zijn, moet men zijn best doen hare voorbeelden zooveel mogelijk na te volgen. Richardus van den H. Laurentius zegt: »kinderen »van Maria zijn hare navolgers.quot; 2)
175
Alle heiligen hebben een verstorven leven geleid; doch Maria heeft ze allen overtroffen. De H. Bonaventura 3) zegt, dat Maria uit liefde der versterving de mirre bewaarde, welke de drie koningen ten offer gebracht hadden, terwijl zij het
i) Zie H. Alphons. over de deugden van Maria. 2) de laud. B. M. 1. 2. p. 5. 3) in vita Chr.
30ste OVERWEGING.
176
goud uitdeelde aan de armen, en de wierook bestemde voor den dienst des tempels. Bestraald door een hemelsch licht wist Maria, dat haar leven en dat van Jezus eene aaneenschakeling van smarten zou wezen. Zij bewaarde die mirre tot een aandenken. Cornelius h Lapide de woorden van het boek der spreuken uitleggende:-zij heeft het brood niet in ledigheid gegeten. 1) zegt: »Het leven der gelukzalige maagd »was streng en bitter, in vasten, gebeden, »tranen, vervolgingen, smarten en pijnen.quot; De H. Brigitta spreekt in denzelfden zin, 2) zeggende: »Gelijk de roos groeit tusschen »de doornen, zoo is de gelukzalige maagd »in deze wereld opgegroeid tusschen kwel-»lingen, en, gelijk bij het groeien der roos, »ook de doornen grooter worden; zoo »ging het ook met Maria, die uitgelezene »roos: hoe meer zij toenam in jaren, des ste grooter werden hare kruisen, en -werd »zij des te meer gestoken door de door-»nen van wederwaardigheden en kwellin-»gen.quot;
Hare verstervingen zijn des te verhevener en te prijzenswaardiger, omdat zij geene schulden had om te boeten, noch
i) Prov. 31. 27. 2) Serra. Angel. 3. t6.
30te OVERWEGING.
driften om te beteugelen, gelijk wij hebben.
Toepassing. Naar Maria\'s voorbeeld ons versterven, teneinde de schulden te boeten en de driften te beteugelen, alsmede om voortgang te maken op den weg der volmaaktheid. Eens zeide Maria aan de H. Elisabeth, zoo verhaalt ons de H. Bonaventura : 1) ymijne dochter, ik zeg »u, dat ik geene genade, geene weldaad, »noch deugd van God verkregen heb zon-»der groote moeite, aanhoudend gebed, »vurig verlangen, innige godsvrucht en »vele kwellingen.quot;
177
Toepassing. De versterving is dus noodzakelijk. Eertijds werd Jerusalem door een ijzeren poort gesloten. 2gt;De ijzeren »poort, zegt de eerwaarde Beda, die naar »het hemelsch Jerusalem geleidt, is het kruis, »de versterving, de kwelling en de mar-»telie.quot; 2) Toen Jacob onder den blooten hemel sliep, de aarde voor rustplaats en eenen steen voor hoofdkussen had, verscheen hem God en maakte hem zijnen wil bekend. 3) Hierop zegt de H. Am-brosius. 4) »Den hovelingen des hemels «betaamt een hard bed, eene harde le-
i) Med. vita Chr. c. 3. 2) Acta Ap. C. 12. 10. 3) Gen. 38. 11. 4) lib. 2 de Jacob.
30ste overweging.
»venswijze, ja hun betaamt alles wat hard »en bitter is.quot;
Verzuchtingen. Helaas, hoe onverstorven ben ik nog! onverstorven in mijne oogen, in mijne gesprekken, in mijnen smaak, in mijne houding, zittende, knielende, liggende, gaande of staande. Geen wonder dat ik op den weg der volmaaktheid geene vorderingen maak: immers, zegt Thomas è, Kempis, »men maakt voort-»gang, naarmate men zich geweld aandoet.quot;
O Maria, bid voor mij, opdat ik naar uw voorbeeld alle gelegenheden tot versterving met liefde en zelfs met blijdschap waarneme.
II. Maria was een voorbeeld van matigheid.
De Apostel Petrus zegt: i/Broeders, weest vmatig e7i waakt; want de duivel loopt rond nals een brieschende leeuw, zoekende wien thij zal verslindenquot; Ingevolge dezer vermaning hebben alle heiligen zich er op toe gelegd, om de matigheid te beoefenen ; doch Maria heeft ze allen overtroffen. Nooit heeft zij de minste onvolmaaktheid in \'t beoefenen der matigheid bedreven.
1°. Zij was zoo sober in het nemen van spijs en drank, dat de H, Ambrcsius,
178
30stc OVERWEGING.
van hare deugden sprekende, met verwondering uitriep: swat zal ik van hare «matigheid zeggen?\'zij immers gebruikte »zoo weinig voedsel, dat het onbegrijpe-»lijk scheen, hoe de natuur kon blijven ïbestaan.quot; 1) De H. Bonaventura schrijft het aan hare matigheid toe, dat zij zoo overvloedig met genade verrijkt werd; want, zegt hij, de genade en de gulzigheid kunnen met elkander niet gepaard gaan.
2° Haar voedsel was zeer gering. Zij zelve heeft veropenbaard aan de H. Bir-gitta, dat zij al haar goed aan de armen gegeven had, voor zich niets bewarende dan hetgeen noodig was tot een gering onderhoud. De H, Ambrosius zegt, 2) dat zij slechts zeer gewone spijzen gebruikte, geschikt om den dood te weren, niet om den smaak te voldoen.
179
3° Zij at enkel uit noodzakelijkheid, nooit uit zinnelijkheid; ook zou zij gewenscht hebben van die noodzakelijkheid verlost te zijn. Indien Job , voordat hij spijs nam van droefheid zuchtte: antequam com-medam suspiro. 3) Indien het eten een kruis was voor den H. Bernardiis, veel meer kunnen wij dit zeggen van Maria.
i) Brev. Rom. 21 Nov. 2) loco cit. 3) Job. 3. 24.
30ste overweging.
Toepassing. Betreur uwe onverstor-venheid, uwe zinnelijkheid, begeerlijkheid en onmatigheid, en leer, voortaan matig zijn in het nemen van spijs en drank, zonder ooit over dezelven te klagen; integendeel, bezorgd zijn om ten minste van tijd tot tijd u het een of ander te ontzeggen.
Verzuchtingen. O lieve Jezus, hoe onverstorven ben ik tot hiertoe geweest! Ik betreur rouwmoedig die menigvuldige fouten, waaraan ik mij schuldig gemaakt heb, door zinnelijkheid, begeerlijkheid, onverstorvenheid en onmatigheid. Ontferm U mijner, lieve Jezus, en geef dat ik mij dagelijks meermalen in iets versterve, door iets aan mijne zinnelijkheid of begeerlijkheid te onttrekken.
O Maria, moeder van altijddurenden bijstand, bid voor mij, opdat ik aan dit voornemen getrouw blijve. Amen.
Oefeningen. 1° Tevreden zijn j met hetgene wordt voorgediend. 2quot; Niet uit zinnelijkheid, maar enkel uit noodzakelijkheid het voedsel gebruiken.
180
31ste OVERWEGING.
3iste Dag.
31ste OVERWEGING.
Maria een voorbeeld van gebed, i)
1. Maria bad met aandacht, eerbied en volharding.
Niemand heeft deze vermaning van-den wijzen man, zoo volmaakt als Maria onderhouden: bereid uw hart tot het gebed. T) Zij was altijd tot het gebed voorbereid, omdat zij altijd ingetogen en met God vereenigd was. Zij bad zonder de minste verstrooing. 3) Om die aandacht te bewaren, vluchtte zij, zooveel mogelijk, het gezelschap der menschen. Hare aandacht was altijd tot God gericht; zelfs in den slaap was zij innig met Hem vereenigd. Als ik slaaf, waakt mijn hart.
181
2. Maria bad altijd met den meest mogelijken eerbied. Doordrongen van Gods oneindige volmaaktheden, zonk zij voor Hem weg in den afgrond van haar niet, zich niet waardig erkennende, om voor zijn aanschijn te komen; maar vertrouwende op Gods oneindige goed-
i) Zie H. Alphons. Het gebed van Ma. 2) Eccl. 18. 23. 3) S. Alphonsus.
31stc overweging.
heid, zeide zij met Abraham: iik zal tot -den Heer spreken, daar ik stof e7i asch ben.quot;
3. Maria bad met volharding. Nooit heeft iemand op aarde het gebod van altijd te bidden, oportet semper orare, zoo volmaakt volbracht als Maria. 1) Zij was gewoon \'s nachts op te staan, en zich naar het altaar te begeven om te bidden. 2) In geheel haren handel en wandel was zij biddend en met God vereenigd. Geeae verstrooing noch uitwendige bezigheid kon haar hart van het licht der beschouwing aftrekken. 3) Door haar voorbee\'d aangemoedigd waren de geloovigen volhardend in het gebed, ten einde zich voor te bereiden tot de komst van den H. Geest. 4)
182
Toepassing. 1°. Gelijk Maria bidden met aandacht, en daarom zich tot het gebed voorbereiden. 2°. Met eerbied en daarom zich doordringen van Gods oneindige volmaaktheden. 3°. Met volharding, en daarom bidden op gestelde tijden, bij de ontmoeting quot;quot;van moeielijkheden, kruisen, vernederingen, bekoringen, twijfelachtigheden. Verder als men eenige oogen-
i) s. Alphonsus. 2) s. Bonaventura. 3) Dionys. de Karthuizer. s. Alphonsus. 4) Acta Ap. I. 14.
31ste OVERWEGING.
blikken tijds heeft, ook gaande, staande of werkende.
Verzuchtingen. O God, hoe gelukkig zou ik dan zijn! dan zou de duivel mij nooit kunnen overrompelen. Groote schatten zou ik dan voor den hemel vergaderen.
O Maria, moeder van altijddurenden bijstand, daar gij mij het voorbeeld gegeven hebt, verkrijg mij ook nog de genade om het na te volgen. Amen.
II. Maria bad steeds mei eetie vurige liefde.
183
Hare vurigheid in het gebed was zoo groot dat zij daarom genoemd wordt: Het gouden wierookvat en het reukaltaar. omdat in het hart van Maria, evenals op Jiet reukaltaar, het hemelsch vuur, het vuur der goddelijke liefde, altoos brandde en uit hetzelve, evenals uit het gouden wierookvat, de zoete geuren van heilige verzuchtingen en smeekingen steeds opstegen tot God. De H. Ildephonsus aarzelt niet te zeggen, dat haar hart geheel vuur was: sGelijk het ijzer door de «hevigheid van \'t vuur gloeiend wordt, »zoo was haar hart geheel ontstoken door 2 de liefde tot God en scheen geheel vuur »te zijn.quot; 1)
i) T. Serra. de Ass.
184 31ste overweging.
Wanneer zij de overgroote liefde van Jezus beschouwde, die voor ons leed en stierf en zich tot spijs onzer zielen gaf, was zij als buiten haar zelve geheel voor God, en brandend van liefde voor Jezus. »Ge-»heel met God vereenigd; geheel aan Jezus «toegewijd.quot; 1)
Toepassing. Het vuur der goddelijke liefde voortdurend aankweeken door vurige verzuchtingen en schietgebeden ; zich voortdurend ten hemel verheffen, gelijk de wierook; door de genegenheden en verlangens, als het ware, in den hemel wonen, volgens de vermaning van den Apostel; conversatio autem nostra in coelis est, maar onze omgang is in den hemel. 2) , Tracht hierom de vermaning van den H. Bernardus in beoefening te brengen: ijezus zij altijd in uw hart, en het beeld »des gekruisten verwijdere zich nimmer »uit uwen geest. Hij zij uwe spijs en uw sdrank; uwe zoetigheid en vertroosting; »uw leven, uw dood en uwe verrijzenis.quot; 3)
Verzuchtingen en gebeden. Helaas, hoe flauw is mijne liefde; mijn geest, mijn hart en mijne genegenheden worden voort-
i) Justinus Michovius O. p. Disc. 302. in Lit. B. M. V. 2) Phil. III. 20. 3) s. Bernardus, citatus ab Ant. Ginther. Mat. ara. et dol. consid. 58. n. 2.
31ste overweging.
durend van God afgetrokken en houden zich bezig met nietigheden! wanneer zal ik eens geheel voor God zijn?...
O Maria, moeder van altijddurenden bijstand, ik geef u mijn hart; maak dat het geheel voor God zij en ik voortaan altijd aan Hem denke, steeds met aandacht bidde, en Hem alleen beminne. Amen.
Oefeningen. 1°. Zich doordringen van Gods oneindige volmaaktheden en van zijn eigen 7iiet. 2°. Zich door veelvuldige en vurige schietgebeden innig met God vereenigen.
185
LITANIE
0. L. Vr. van Altijddurenden Bijstand.
{Getrokken uit de schriften der Kerkvaders.quot;)
Heer, ontferm u onzer.
Christus, ontferm u onzer.
Heer, ontferm u onzer.
Christus hoor ons.
Christus verhoor ons.
God, hemelsche Vader, die Maria tot uwe Dochter hebt\' aangenomen, ontferm u onzer.
God Zoon, Verlosser der wereld, die Maria tot uwe Moeder hebt uitverkoren, ontferm u onzer.
God, heilige Geest, die Maria als uwe Bruid bemind hebt, ontferm u onzer.
Heilige Maria, Moeder Gods, verleen mij uwen altijddurenden Bijstand.
Heilige Maria, Begin onzer zaligheid en van alle goed, verleen mij uwen altijddurenden Bijstand.
LITANIE.
Oorzaak onzer verzoening met God
en onzer hoop.
Eenige oorzaak onzer zaligheid naast God.
Bron van genade en rechtvaardigheid. Hemelsche wolk vol van den regen
der genade. 5.
Heiligdom van barmhartigheid en ^ heil der gansche wereld. 3
Uitdeelster aller genaden. 3
Middelares tusschen God en de „j- menschen. |
\'g Koninklijke weg om tot God te gaan. g Jgi Machtige vrouwe door wie wij gered ^ lt;u zijn-
.ifi Glanzend licht door God ontstoken, \'3 Schitterende ster ons in onze duis- c W ternissen verlichtend. g
Wortel aller zegeningen. o-
Aalmoezeniester van God. 3
Beschermster der gansche Kerk. td Onze steun in onze zwakheden en quot;S;
onze machtige beschermster. Overwinnares der oude slang. cl
Schrik der duivelen.
Liefderijke Vrouwe vol onuitsprekelijke goedertierenheid.
Moeder aller vertroosting en erbarming.
187
LITANIE.
Allermachtigste middelares en zoetste beschermster.
Onze verdediging in dit en in het
andere leven.
Minnares der zielen.
Vreugde der rechtvaardigen en der •lt; gansche wereld. 5,
Koningin aller vreugde, aller genade ^ en aller deugden. 3
Toonbeeld en spiegel der kuischheid. 3 Ondoordringbaar schild ter onzerv:=:\' ^ bescherming. ^
\'g Veilige haven der schipbreukelingen, g g Heil der dwalenden en der zondaren. p ^ Zalig toevluchtsoord in alle gevaren £r. .SP Kracht der kwijnenden en der strij- ^ denden. . c
Hoop der gevallenen en der wan- g hopenden. a.
Troost der schuldigen en ellen- 3 digen. td
Toevlucht en behoud der zondaren. V Verkwikking in al onze smarten. g Vertroosting en blijdschap der be- o.
droefden.
Ijveraarster voor onze zaligheid.
Onze getrouwe en machtige patrones. Die ons de verlossing heeft aangebracht.
188
LITANIE.
Die ons het leven bezorgd hebt. Die aan de vervloeking een einde lt;i hebt gemaakt. ü
Die de Heilige Kerk hebt uitgebreid, n Die de wereld geheiligd en aller 2 loven hersteld hebt. J5.
, Die aanhoudend voor het heil der g •2 wereld smeekt. re
jg Die aller zaligheid bewerkt.
^ Die de volheid der macht bezit. ff Die ons den vrede bezorgt. quot;BI
S Die vol barmhartigheid zijt jegens c\' |x; de zondaren. o
Die Gods toorn en verborgenheid a, tot bedaren brengt. 3
Die de verdwaalden tot God terug- a voert. quot;S1
Die de moeder zijt onzer hoop. g Die ons de ingangdeur zijt tot het P\' paradijs en de zaligheid.
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, spaar ons, Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden der
wereld, verhoor ons Heer !
Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-
wereld, erbarm u onzer, Heer !• Christus hoor ons;
Christus, verhoor ons.
189
litanie.
190
Antiphoon. Heilige Maria, sta de ellendigen bij, help de kleinmoedigen, troost de treurenden, bid voor het volk, bid voor de geestelijkheid, bid voor het godvruchtige vrouwengeslacht, dat allen die uwe heilige hulp inroepen, uwen bijstand gevoelen. (Rom. Brevier.)
Bid voor ons, o Moeder van altijddu-
renden Bijstand.
Opdat wij waardig worden der beloften
van Christus.
GEBED.
O allerbeminnelijkste Koningin, die zoo vurig wenscht ons bij te staan, sta mij krachtdadig bij, sta mij spoedig bij .• uwe voorspraak is alvermogend bij uwen Zoon, die leeft en heerscht in de eeuwen dei-eeuwen. Amen. (Gebed van den H. Alphonsus.)
GEBEDEN
TKR GBRE VAN
0. L. Vr. van Altijddurenden Bijstand.
Zijne Heiligheid de Paus PIUS IX verleende bij Rescript van 17 Mei 1866, aan ieder der drie volgende gebeden een aflaat van 100 dagen, eenmaal daags te verdienen, ook toevoegelijk aan de zielen des vagevuurs.
EERSTE GEBED.
O moeder van altijddurenden Bijstand, zie hier aan uwe voeten een armen zondaar, die tot u zijne toevlucht neemt, op u zijn vertrouwen stelt. Heb medelijden met mij, o moeder van barmhartigheid! ik hoor immers hoe allen u de toevlucht en hoop der zondaren noemen ; wees dan ook mijne toevlucht en mijne hoop. Help mij om de liefde van Jezus Christus; reik de hand aan een armen zondaar, die zich u aanbeveelt en zich voor immer aan uwen dienst toewijdt. Ik loof God en ik dank Hem, dat Hij, in zijne barmhartigheid, mij zulk vertrouwen op u gegeven heeft; want dit is mij een waarborg dat ik een-
GEBEDEN.
maal zalig worden zal. Waarom toch ben ik, ellendige, in het verledene maar al te dikwerf gevallen, tenzij omdat ik niet tot u mijne toevlucht genomen heb ? Met uwe hulp, ik weet het, zal ik altoos zegevieren, maar ook dit weet ik, dat uwe hulp mij niet ontbreken zal, indien ik mij u aanbeveel. Wat heb ik dan te vreezen ? dit alleen, dat ik in de gelegenheden van zonden nalaten zal u aan te roepen; want dan zou ik verloren zijn. Daarom bid en smeek ik u zoo dringend mogelijk, mij de genade te willen verleenen van altoos bij alle aanvechtingen der hel tot u mijne toevlucht te nemen en te zeggen; Maria help mij; moeder van aliijddurendcn Bijstand, wil toch niet toelaten dat ik mijnen God verlieze!
Vijfmaal het Wees gegroet.
Bid voor ons Heilige Moeder Gods,
Opdat wij waardig worden door de beloften van Christus.
LAAT ONS BIDDEN.
Almachtige en goedertieren God, die om het menschelijk geslacht te hulp te komen, gewild hebt, dat de zalige Maagd Maria de Moeder uws eeniggeboren Zoons
192
GEBEDEN.
wezen zoude; geef ons, smeeken wij U, door hare voorspraak, de besmettingen des duivels te vlieden en U met een oprecht hart te dienen. Door denzelfden Christus onzen Heer. AMEN.
TWEEDE GEBED.
O moeder van altijddurenden Bijstand, schenk mij toch deze gunst, dat ik uwen machtigen naam altoos moge aanroepen 1 Uw naam is immers de hulp der levenden en het heil der stervenden. O allerzuiverste maagd 1 allerzoetste moeder Maria, moge toch uw naam, van heden af altoos de ademhaling zijn mijner ziel! Toef niet, o koningin, mij te hulp te komen, zoo ik u aanroep; want in al de bekoringen, waardoor ik zal aangevochten worden, in alle voorkomende noodwendigheden, zal ik niet nalaten tot u te roepen, en te herhalen: Maria! Maria! Wat eene kracht, wat eene verteedering ontwaar ik niet in mijn binnenste, reeds dan, wanneer ik slechts aan u denke ! Ik dank mijnen Heer en God, dat Hij u, om mijnent wille, een zoo zoeten, beminnelijken en machtigen naam gegeven heeft. Maar uwen naam alleenlijk uit te spreken, is niet genoeg; uit
193
9.
GEBEDEN.
[
f
194
liefde\' wil ik hem uitspreken; de liefde moet er mij aan doen denken u zonder ophouden te begroeten als moeder van altijddurenden Bijstand.
Vijfmaal het Wees gegroet, enz., als hiervoor.
DERDE GEBED.
O moeder van altijddurenden Bijstand, gij zijt de uitdeelster van al de genaden, die ons ellendigen van God geschonken worden; en daarom heeft Hij u zoo machtig, zoo rijk en zoo goedertieren gemaakt, opdat ge ons zoudt helpen in onze ellenden. Gij zijt de voorspreekster van de diepst ellendige en meest verlatene zondaren, die tot u hunne toevlucht nemen; kom dan ook mij te hulpe, nu ik mij u aanbeveel. In uwe handen beveel ik mijne eeuwige zaligheid, u vertrouw ik mijne ziel toe. Neem mij op onder het getal uwer geheel bijzondere dienaren; neem mij ook onder uwe bescherming, en zie, dat is mij genoeg; indien toch gij mij helpt, heb ik niets te vreezen. Niets wegens mijne zonden ; want gij zult er mij de vergiffenis van verwerven; niets van
4\'
GEBEDEN.
de zijde des duivels; want gij zijt machtiger dan de gansche hel; niets zelfs van de zijde mijns rechters Jezus Christus; want een enkel uwer gebeden is voldoende om Hem te verzoenen. Dit alleen heb ik alzoo te vreezen, dat ik verzuim mij u aan te bevelen; want dan ben ik verloren. Verwerf mij, o mijne Koningin, verwerf mij de vergiffenis mijner zonden, de liefde tot Jezus, de volharding tot het einde toe en de genade van altoos mijne toevlucht te nemen tot u, o moeder van altijddu-renden Bijstand.
Vijfmaal het Wees gegroet, enz., als hiervoor.
195
INHOUD.
BI adz.
Korte levenschets van den schrijver . . . . i Oorsprong en herleving der devotie tot O. L. Vrouw
Van altijddurenden bijstand......3
Opdracht aan Jezus........5
Toewijding aan Maria ....... 6
Voorbericht.........8
I. De beweegredenen tot het vieren der Meimaand . 8
II. Geestelijke voordeden......9
III. Middelen ter verkrijging dezer voordeelen . .11 Bemerkingen . . .......14
OVERWEGINGEN VOOR ELKEN DAG DER MEIMAAND.
ie Dag. ie Overweging. — Maria\'s altijddurende bijstand steunt vooreerst op hare waardigheid van
Moeder Gods........16
2e Dag, 2e Overweging, — Maria, moeder van altijddurenden bijstand als koningin van hemel en asrde. 20 3t Dag. se Overweging. — Maria is moeder van altijddurenden bijstand als zijnde de moeder van Jezus 25 4e Dag. 4e Overweging. — Maria is moeder van altijddurenden bijstand om hare deelneming in het lijden van haren Zoon en in het werk der verlossing . . 28 je Dag. Je Overweging. — Maria is de moeder van altijddurenden bijstand om hare persoonlijke deugd en heiligheid. 33
INHOUD. 197
Bladz.
be Dag. be Overweging. — Maria is moeder van al-tijddurenden bijstand door de grootheid harer liefde tot God 39
Je Dag. 7e Overweging. — Maria is moeder van altijd-durenden bijstand om hare liefde en barmhartigheid
jegens ons............46
8e Dag. Se Overweging. — Maria\'s altijddurende bijstand steunt op hare verheffing in den hemel , 50 ge Dag. ge Overweging* — Maria\'s altijddurende bijstand is algemeen 55 10e Dag. 10e Overweging. — Maria is altijd bereid
haren bijstand te verleenen. ... . . 60 lie Dag. 11e Overweging. — Voorafbeelding van Maria\'s bijstand in de vrouwen van het Oude Verbond 65 12e Dag. 12e Overweging. — Maria\'s altijddurende bijstand door ons Jezus te geven als een Slachtoffbr 71 13e Dag. 13e Overweging. — Maria\'s bijstand is altijd
durend voor de H. kerk en voor de geloovigen . 78 14e Dag. 14e Overweging. — Maria\'s altijddurende
bijstand op de pelgrimsreize van ons leven . . 84 15e Dag. ije Overweging. — Maria, als moeder van altijddurenden bijstand, bewaart het geloof harer vereerders ......... 90
ibe Dag. ibe Overweging. — Maria, als moeder van altijddurenden bijstand, bevestigt de hoop harer
vereerders . ........96
17e Dag. 17e Overweging. — Maria, als moeder van altijddurenden bijstand, versterkt de liefde harer vereerders ......... xoo
j8e Dag. 18e Overweging. — Maria, als moeder van altijddurenden bijstand, is altijd bereid ons bij te staan in strijd en bekoringen r , , . . 10$
INHOUD.
Bladz.,
ige Dag. iqe Overweging. — Maria is in droefheid en
lijden onze troost door haren altijddurenden bijstand 113 20e Dag. 20e Overweging. — Maria helpt ons door haren altijddurenden bijstand om alles met geduld
te lijden . . .......119
2ze Dag. 21e Overweging. — Door Maria\'s altijddurenden bijstand zullen wij in al onze noodwendigheden, armoede en ontberingen getroost worden . . .125 22e Dag. 22e Overweging. — Maria\'s bijstand is altijddurend voor de zondaars ..... 130
23e Dag. 23e Overweging. — Maria\'s altijddurende
bijstand voor de berouwhebbende zondaars . . 137 24e Dag. 24e Overweging. — Maria\'s altijddurende
bijstand in het uur des doods . . . . .143 2je Dag. 2je Overweging. •— Maria\'s altijddurende
bijstand in hare vereerders van de hel te bevrijden 149 2be Dag. 2be Overweging. — Maria\'s altijddurende bijstand door hare vereerders in het vagevuur te troosten, hunne pijnen te verzachten en ze spoedig ten hemel op te voeren ...... 155
27e Dag. 27e Overweging. — Maria\'s altijddurende bijstand in hare vereerders ten hemel te leiden en zalig te maken ........ 161
28e Dag. 28e Overweging. — Om ons van Maria\'s altijddurenden bijstand te verzekeren, moeten wij hare voorbeelden navolgen ....... 165
2ge Dag. 2qe Overweging. — Het geduld van Maria 171 30e Dag. 30e Overweging. — versterving en matigheid van Maria........175
31e Dag. 31e Overweging. — Maria een voorbeeld van gebed.........181
198
INHOUD. 199
LITANIE EN GEBEDEN.
Bladz.
Litanie ter ecre van O. L. Vrouw van altijddurenden
Bijstand.............
Gebeden ter eere van O. L. Vrouw van altijddurenden Bijstand.............
---lt;gt;.lt;gt;---
Errata;
Pag. 1, regel 6 van boven staat: 1887; lees 1877.
.....hH.....
- , ... . -p - - . •• — . ;• ; quot; ■ Cv--: \' -■-•-■r O
; r - , - ,-VVa
vquot; r • • gt;;\'o \'V\'
1,5
. -3
v i
v - s,til: ■ r-y y;
t\'
i H , gt; \'T\'\' -; -,
\' K ; ■ HÉft
ntv^-V•-•■■*• gt;i ; V \';v!„v :flA.r
\' ■
■\\
■
v -; quot;
IrP\'t J
•j ^iie i J
\'
i;y VP : I -
- ■ -f r •\' M mi v^r : ^ 3 :L:
!. . / \\ . quot; r\' \\ (• quot;T/-, •
■ (f • J\' • ■ • ; \',.i r V , V \' \' / ; —~ \'
quot; , - ■ ,/ v.
■j c? W\'- \' ( i / ■ r j j ; o \\ \' 1 \' \'
-
j :l
\'■vt/ /\'
: \\ C
- , ; H t. Jfe.
v- , ■\' ;v\'^M . ■
\' I : ln
\\ ■ gt;
\' . iWquot;\'quot;, lt;\'•••
v,
V iiil
^ ) Si/ \\ - \\ , V-, \' \\ vx
\'
. i_i_
:
-Vv \'; :)■; .\'V j\\ w