-ocr page 1-

:

ïiK \' i

♦ \'i\'i^a)

Vak 88 nRAKEL

VAN HET

A\'PÏI 1

l-li H ï I | Iy lil I i H I ï

ixxjxjjjiu Ju-jij u ij u i

to l;ikgt;xi»ilt;i.\'o;r:

zijn Geséiedenis, Beleckenis cn zijne \\ruchlen.

Met ïriianicen cn «ielbcben.

een K. K. Priester-

UllEDA,

Do Prins-CaWinaal, 1). .li. T /V T^-r-. -v-AIST WEES 3

rGi;\\\'Eii.

«-® -■3)K

-ocr page 2-
-ocr page 3-

fET MIRAKEL y -

VAN HET

fflIIIG BIOEB

te Boxmeer;

zijne Gcscliicdeois, Beleekenis cd zijne IVuciHen.

MeJ iifanieèn en Gele^n.

DOOll

L^en E. K. Priester.

«S^SUNIVERSITEIT TE UTRFrMT

2201 4272

IJ \'Jy \' x

B^ÉDA,

Tr,^Jle F™-Cardinaal, D, ai EXgt;UAR]D

üitgevek. Es\'

-ocr page 4-

IlVtPRI2Vr-A.TXJIl.

Datum in Seminaria Yfklaar,

hue 4ft Maii 1889.

J. J. HOPSTAKEN,

Iteg. Sem. Lib, Cans.

BIBLIOTHEEK DER RIJKSUNIVERSITEIT

UTRECHT

OpLL. TH0MAA53E

-ocr page 5-

VEZRiKZL^iRinsra-.

V

Om te gehoorzamen aan het besluit van Paus ürbanus VIII, verklaren ivij aan de wonderbare feiten en gunsten en aan alles, to ai in dit Handboekje voorkomt, slechts een geheel menschelijk gezag toe te kennen, behoudens hetgeen reeds door den II. Stoel en de Roornsch-j Katholieke Kerk is bekrachtigd.

I ; V Dk ScilllUVKR.

-ocr page 6-

Aai ta piracltp teer.

»Het is u niet onbekend, hoe er zich »in dezen tijd eenigen hebben opge-» daan, die door satans geest gedreven en gt;aangehitst, tot zulk een graad van »goddeloosheid zijn gekomen, dat zij

gt; niet schromen onzen Heer en Heerscher »Jezus Christus te loochenen en met

gt; snoodaardigen moedwil zijne Godheid »te bestrijden.quot; (1)

Niettegenstaande alle ondankbaarheid en alle boosheid der menschen gaat onze lieve Zaligmaker nochtans altijd voort met ons de rijkdommen zijner barmhartigheid te toonen en de oneindige schatten zijns Harten te openen. Moeten wij dan niet branden van liefde, om zooveel mogelijk de oneer te herstellen, welke Hem wordt aangedaan en eereboete te geven voor de verachting, waaraan HijDdagelyks blootstaat, vooral in het H. Sacrament zijner liefde ?

De eerherstelling, welke Hem het welgevalligste is, bestaat zonder twijfel

(1) Pius IX Encycl. Quanta cura, 8 Dec. 1864.

-ocr page 7-

5

in Hem te eeren en hulde te brengen op de wijze, zooals Hij liet zelfgewild en geopenbaard heeft. Welnu, aan de zal. Margareta Maria Alacoquf: beval Hij, dat men Hem vooral zou vereeren in het H. Sacrament des Altaars, dat men Hem vergoeding zou schenken voor de

O # O ^ gt;

oneerbiedigheid, lauwneid, versmading en heiligschennis, welke Hij in dit H. Sacrament te verdragen heeft.

Dezelfde wijze van vereering openbaarde onze goddelijke Verlosser op daadwerkelijke wijze door zoovele wonderen in het H Liefdegeheim gewrocht, om daardoor de lauwe en onverschillige harten der menschen wakker te schudden en op te wekken, ten einde Hem in die blijvende gedenkteekenen zijner goedheid eene bijzondere en opofferende hulde te brengen.

Zulk een wonder beeft Hij op de schitterendste wijze te Boxmeer verricht en met innige vreugde des harten kunnen wij getuigen, dat de God-mensch Jezus Christus in die plaats en de omstreken en zelfs in ver verwijderde streken zeer vele en warme liefde en eereboete heeft ontvangen in de kostbare Relikwie van het H. Bloed.

-ocr page 8-

6

Oiii ook auderen tot die godsvrucht op te wekken, welke vooral in onzen tijd, (waarop de godsvrucht van het H. Hart van Jezus zoozeer bloeit dooide geheele wereld,) een geschikt, krachtdadig en heilzaam middel is tot versterking en beoefening dezer schoone devotie, daarom bieden wij u dit handboekje aan.

Moge het strekken tot verlevendiging uwer godsvrucht tot het H. Bloed, waardoor wij allen zijn vrijgekocht van den eeuwigen dood; tot opwekking om dankbare eereboete te brengen aan het goddelijk Hart van Jezus, waarin dit H. Bloed gestroomd heeft en hetwelk het heeft doen kloppen vau liefde tot ons; en tot warme erkentelijkheid voor de onschatbare en nooit genoeg begrepen weldaad van het H. Sacrament des Altaars.

-ocr page 9-

7

HOOFDSTUK I.

Eenige wonderen van het II. Sacrament en verhand daarvan met de tijdsomstandigheden.

Wanneer God in zijne almacht wonderen wrocht, doet Hg dit altijd met een vooruitbepaald doel. Nu eens is het om de waarheid van een of ander geloofspunt op zichtbare wijze te staven; dan weder om ons aan te moedigen Hem op eenige bevoorrechte plaatsen eene bijzondere hulde te brengen, eerherstelling te geven voor den smaad Hem aangedaan en daar met een onwrikbaar vertrouwen tot Hem te naderen; eindelijk om ons de heiligheid van personen en plaatsen op schitterende wijze aan te toonen.

Hieruit blijkt van zelf, dat God bij voorkeur de kracht van zijn alvermogen zal ten toon spreiden ten opzichte van bijzondere waarheden van onzen heiligen godsdienst, wanneer deze het mikpunt zijn van de godslasterlijke schimpscheuten der trawanten van satan. Dit zien wij bewaarheid met betrekking tot de wonderen op Maria\'s voorbede gewerkt; hiervan getuigen ook de wonderen in

-ocr page 10-

8

het hoogheilig en aanbiddelijk Sacrament des Altaars geschied.

Gedurende tien volle eeuwen had niemand het durven bestaan, de wezenlijke tegenwoordigheid van Christus in het H. Altaar-geheim te ontkennen. Ook hadden er toen slechts enkele wonderen daarin plaats, om de verflauwde devotie der Christenen nu en dan weder op te wekken. Toen echter Berengarius, later de Petrobrusianen, Albigenzen, Tan-chelianen in Belgie en ons Vaderland, en eindelijk in 1382 de Wiccleffiéten het in hun goddeloozen overmoed waagden, de waarheid of het gebruik van dit kostbaar genademiddel aan te randen of te bevitten, toen toonde God ten duidelijkste, hoe dierbaar Hem dit geheim zijner Liefde is, en hoezeer Hij verlangt, dat de brave christenen Hem op eenige uitverkoren plaatsen vergoeding schenken voor de oneer en verguizing, zijn heilig Hart in het Sacrament der liefde aangedaan.

In het jaar 1192 had er te Exford in Thuringen, zooals ook de beroemde geschiedschrijver Baronius (1) verhaalt.

(1) Annales ad annum 1192.

-ocr page 11-

9

liet volgende wonder plaats. Zeker priester diende aan eene zieke vrouw de H. Teerspijze toe. Zonder dat men liet bemerkte, viel er een gedeelte der H. Hostie in het water, daarbij benoodigd voor de afwassching der vingers. Doch zie! aanstonds veranderde al het water in bloed en het gedeelte der H. Hostie in bloedig vleesch. Groot was de ontsteltenis des priesters en der aanwezigen. De aartsbisschop van Munchen en andere prelaten hierheen ontboden, schreven openbare gebeden en boetoefeningen uit, en na vele smeekingen en tranen keerde eindelijk alles tot den eersten toestand terug.

Omstreeks 1250 ten tijde van den H. Koning Lodewijk IX verkeerde geheel Parijs in opschudding, daar dikwijls onder het heilig Offer der Mis de H. Hostie na de Consecratie veranderde ia de gedaante van een klein, liefelijk Kind.

Zeker priester met name Eligius van den Aecker (de Aecker,) rector van het altaar van den H. Geest in de kerk van Esch, had in het jaar 1280, terwijl hij in de parochiekerk van Boxtel aan het altaar der Driekoningen de heilige Mis opdroeg, het ongeluk den kelk om te

-ocr page 12-

10

stooten, zoodat liet heilig Bloed over den corporaal eu altaardwaal vloeide, die aanstonds roodver wig kleurde, hoewel bij de offerande witte miswijn was gebruikt. Geheel ontsteld op het zien van dit wonder, tracht hij zijne wellicht onvoorzichtige handeling te verbergen, neemt het roodkleurig lijnwaad in stilte met zich naar huis en wendt alle moeite aan om de sporen van het heilig Bloed daaruit door wasschen en bleeken weg te nemen. Toen dit mislukte stopte hij de geheiligde doeken met zorg weg en hield het geheim verborgen. Eindelijk bij het naderen van den dood ontwaakte zijn bang geweten en wees hij de plaats aan, waar de heilige schat bewaard lag, tevens smeekende, dat de doeken in het tabernakel mochten bewaard worden. Met eerbied brachten de priesters den kostbaren schat naar de kerk over en voldeden aan den geuiten wensch van den boetvaardigen priester.

In 1650 werd de relikwie overgebracht naar de kerk van de H. Catharina te Hoogstraten. (1)

In het jaar 1290 had te Parijs een

(1) Schutjes, Kerk.-Gesch, III, bi. 353.

-ocr page 13-

11

jood door middel eener vrouw, die in den Paasehtijd tot de H. Tafel naderde, eene H. Hostie iu handen gekregen. Hij stortte deze in kokend water, en daar zij ongeschonden bleef, doorstak haar de snoodaard herhaaldelijk met een mes. Doch, o wonder! terstond vloeide er bloed uit, dat al het water rood kleurde. Door Gods beschikking werd de zaak spoedig ontdekt en de H. Hostie ter vereering naar eene kerk gebracht. Later werd deze met een daaraan-grenzend klooster aan de Carmelieten gegeven. Het huis van den jood, waarin het mirakel geschied was, werd eveneens in eene kerk veranderd. (1)

In het jaar 1345 (2) bleef te Amsterdam eene H. Hostie den geheelen nacht ongedeerd te midden van een vreese-lijken vuurgloed.

In het jaar 1369 vloeide te Brussel overvloedig bloed uit de HH. Hostiën, welke de joden doorstoken hadden.

In het jaar 1381 (3) begaf zich te Norlinga in Duitschland een priester

(1) Spondanus, Annales ad annum 1290. \'2) Johannes de Leijdis, Carm. lib. 28 cap. 10 en Spondanus.

(3) Lezana, Annales Carmelilarum.

-ocr page 14-

12

met de Ciborie naar een zieke, om hem de laatste HH. Sacramenten toe te dienen. De kamer, waarin deze lag, was boven een gewelf opgetrokken. Toen de priester daar met anderen binnen gegaan was,

stortte het gewelf ineen en vielen er eenige HH. Hostiën op den grond. Alle f geestelijken der stad vereenigden zicli om deze weder in de Ciborie te verzamelen. Doch wat zij ook zochten,

ééne H. Hostie konden zij niet vinden. Zij verbranden dan alles tot asch en nogmaals zoekende, vonden zij de H. Hostie nog geheel ongeschonden.

Spoedig was deze gebeurtenis zoo goed als vergeten. Doch een herder, die op deze plaats zijne schapen hoedde, bemerkte dat de schapen dien plek nooit wilden naderen, veel minder daarop grazen. Daarom hield men die plaats langzamerhand voor wonderbaar en , bouwde men er een klein kapelletje op. God werkte daar zoovele wonderen, dat die kapel te klein werd. Men bouwde er dus eene kerk en een klooster, waarmede men de Carmelieten begiftisde.

rt o

In het jaar 139G had er te Londen t in Engeland het volgende plaats, wat ons een ooggetuige, de zal. Thomas

-ocr page 15-

13

Waldensis, Carmeliet, een der grootste bestrijders der Wiccleffieten , aldus verhaalt : (l) »Ik verhaal hier iets, zegt hij, wat ik zelf met mijn eigen oogen gezien heb.quot; De aartsbisschop en de andere bisschoppen deden in de kathedraal van Londen een gerechtelijk onderzoek naar het geloof van zekeren kleermaker, die verdacht werd te twijfelen aan de wezenlijke tegenwoordigheid van Jezus Christus in het 11. Sacrament des Altaars. Zij konden hem niet tot inkeer brengen, integendeel, toen zij hem bevalen eerbied te bewijzen aan het H. Sacrament, braakte hij deze godslasteringen uit: ik zou liever een spin vereeren. Doch zie! op hetzelfde oogen-blik daalde er eene afschuwelijke en buitengewoon groote spin van het gewelf der kerk recht op den mond van den godslasteraar af. Nauwelijks konden de vele handen van hen, die tegenwoordig waren , verhinderen , dat zy «ivt binnendrong in zijnen mond, terwijl hy sprak. De hardnekkige werd daardoor echter niet bewogen; tot straf en ten voorbeeld voor anderen werd hij levend

(1) Doutrioalü fldei. Tom. 2 Cap. 50.

-ocr page 16-

14

verbrand. Allen die het zagen of liosrden werden daardoor in hun geloof bevestigd.

In het jaar 1329 (1) wrocht God te Tosnau in Polen het volgende mirakel, waardoor die stad eene beroemde bedevaartplaats en het tooneel van vele wonderen werd.

De joodsche rabijnen hadden eene arme vrouw omgekocht, om hun drie HH. Hostiën te bezorgen. In eene groote vergadering wilden zij den God der christenen, hun grootsten vijand, honen en beleedigen. Een van hen doorstak ééne H. Specie met een mes; doch zie, er vloeide bloed uit, dat het aangezicht van den snoodaard bevlekte en er zoo vast ingeprent zat, dat het er nooit kon afgewasschen worden. Evenzoo handelden de anderen met de twee overigen Hostiën.

Eene joodsche vrouw, blind van hare geboorte, hoorde wat er gebeurd was. Zij werd getroffen door Gods barmhartigheid , riep den God der christenen aan en werd op hetzelfde oogenblik genezen. Nog vele andere genezingen hadden er plaats en de joden verborgen

(1) Ex opere Treterum, lirunsbergaï 1609.

-ocr page 17-

15

de HH. Hostiën in eenen kuil. Toen men dit vernomen liad, bouwde men er eene kerk op. Later liet de koning Uladislaus daar een klooster optrekken, begiftigde liet met rijke goederen en schonk het aan de Carmelieten. Meer t dan 350 wonderen staan er opgeteekend als daar ter plaatse geschied.

Bijzonder merkwaardig echter is het wonder omtrent denzelfden tijd te Boxmeer geschied, waarover in het volgende hoofdstuk.

HOOFDSTUK II.

Het H. Bloed te Boxmeer.

Het was in het jaar 1400, toen het Hertogdom Brabant bestuurd werd door Joanna, weduwe van Wenceslaus, en het Hertogdom Bourgondie te gelyk met het Graafschap Vlaanderen door Philips den Stoute werd overmeesterd, toen Ridder Hubertus van Kuilenburg Heer van Boxmeer en de ZeerEerw. Heer Groen aldaar Pastoor was, dat er in de Parochiekerk dezer Heerlijkheid een groot wonder plaats had.

ii

-ocr page 18-

16

1

Zeker priester, wiens naam de geschiedenis niet vermeldt, (]) las aldaar de H. Mis. Toen hij tot de Consecratie gekomen was, deed hij door zijne priesterlijke woorden den God-mensch op het altaar nederdalen. Doch hij kon zich niet overtuigen dat Jezus Christus i werkelijk tusschen zijne gezalfde vingeren was afgedaald.... Ja, satan had hem in zijne netten gevangen; hij twijfelde in werkelijkheid.

God had echter in zijne eindelooze barmhartigheid medelijden met zijn zwakken en jammerlijk gevallen dienaar. Zie, zoo hij Zijn woord niet geloofde, dat Hij in de H. Schrift en door den mond Zijner onfeilbare Kerk tot hem sprak,

wilde Hij hem overtuigen door zijne veel meer aan dwaling onderhevige zintuigen.

De gedaante van wijn in den Kelk veranderde eensklaps in de gedaante van (.

bloed----dit bruiste op en een gedeelte

vloeide over den Corporaal. (2)

-ocr page 19-

17

Nu werd de priester verschrikt en beanstigd. Hij deinst van eerbiedige vrees achteruit en al het volk, dat er in de H. Mis tegenwoordig was, staat verbaasd en nadert tot het altaar, om het groote wonder beter te kunnen aanschouwen.

! De genade Gods treft den rouwmoe-

digen dienaar des Heeren; met gebroken hart smeekt hij om vergiffenis voor zijne vreeselijke zonde en al het volk bidt met hem. En in zyne oneindige barmhartigheid verstoot God het gebed niet van den terugkeerenden verloren zoon. Neen, nauwelijks had de priester zijne schuld beleden, of tot geruststelling van zijn bang geweten en tot teeken van vergiffenis veranderde de gedaante van bloed, welke nog in den kelk was, weder in de gedaante van wijn, zoodat het H. Offer kon worden voortgezet.

,■ Doch dat gedeelte hetwelk op den Corporaal gestort was, bleef niet alleen over den Corporaal verspreid en van eene heldere roode kleur, maar stolde ook gedeeltelijk te zamen ter grootte van een muskaatnoot.

Tot op den huidigen dag is het aldus blijven bestaan tot eene voortdurende bevestiging van het geloof der Christenen

-ocr page 20-

18

aan de wezenlijke tegenwoordigheid van Jezus in het H. Sacrament, tot een gedenkteeken van de overgroote barmhartigheid des Heeren; en tevens opdat de oprechte Katholieken daar voortdurend aan de goddelijke Majesteit eerherstelling zouden geven voor den smaad en de verachting, Hem in het aanbiddelijk Geheim zijner liefde en daardoor in zijn liefdevol Hart aangedaan.

HOOFDSTUK IH.

De godsvrucht tot het H. Bloed.

De eerste vereerders van het H. Bloed waren voorzeker de priester en de ge-loovigen, die getuigen waren van het mirakel. Met diepen eerbied en heilige verbazing aanbaden zij het kostbaar Bloed des Heeren en met een groot vertrouwen smeekten zij het om alle gunsten en genaden, welke zij voor ziel en lichaam noodig hadden. En zie, dadelijk had er reeds een groot wonder plaats. De priester ontving de genade eener oprechte bekeering; en de gedaante van Bloed, welke nog in den Kelk was,

-ocr page 21-

19

keerde tot de gedaante van wijn terug, terwijl het andere gedeelte, dat over den Corporaal verspreid lag, de gedaante van bloed bleef behouden.

Deze eerste vereerders, konden natuurlijk deze wondervolle gebeurtenis niet verborgen houden; aanstonds verkondigden zij deze in de Vryheerlijkheid en de omstreken. Met de heerlijke tijding stortten zij ook hunne warme gevoelens van godsvrucht over in de harten hunner vrienden en kennissen, en weldra werden de H. Overblijfselen van het onschatbaar Bloed het voorwerp der levendigste godsvrucht van de inwoners van Boxmeer en der naburige plaatsen. Ja spoedig strekte zij zich uit over geheel Braband, Gelderland, Cleve, Holland en andere streken , die onder de heerschappy der ketters waren. (1)

Uit eerbied werd dan ook deze groote schat in het tabernakel bewaard. (2)

Er werden ook spoedig authentieke stukken opgesteld om de waarheid van het mirakel voor de nakomelingen te waarborgen. Zij waren zakelijk en goed

(1) Zie Vinea Carmeli; alsmede Duljé. Geschiedenis der Vrijheerlijkheid Boxmeer en van vele plaatsen uit het land van Kuik.

(2; Vinea Carmeli en Duljé.

-ocr page 22-

20

omschreven; docli deze origineele bewijzen zijn ten tijde der troebelen in de tweede helft der 16dn eeuw zoekgeraakt of vernietigd geworden. (1)

De juistheid hiervan wordt ook treffend gestaafd door de volgende aanteekening : »De tijdsomstandigheden waren in 1582 ook voor Boxmeer van dien aard, dat men beducht voor nog grooter onheil met het kerkegoed naar Gennip vluchtte, alwaar het twaalf jaren gebleven is. Juist in tijds was deze voorzorg genomen, want in 1583 sloeg Karei van Mansveld van Eindhoven, gedurende twee weken het beleg voor het kasteel, stroopte den voorhof af, deed in en bij het dorp vele huizen verwoesten of in brand steken, liet de sacristij doorhakken, roofde in de kerk wat hij nog vinden kon, plunderde vele inwoners uit en vernielde de kom der schepenen. — Toen ook zijn belangrijke stukken over het mirakel van het heilig Bloed te loor gegaan.quot; (2)

De gedachtenis aan het wonderbaar feit bleef nochtans altijd levendig in Boxmeer, en aldus kon men later, toen

(1) Schutjes. Kerk. Geschied, v. \'s Bosch.

(2) Duljé. Zie mede: Archief\'s Heerenberg.

-ocr page 23-

21

de onrust verdwenen was, weder gerechtelijke bewijzen opmaken. Zoo berust in het Parochiaal archief van Boxmeer het volgende ehartel, van het zegel des schependoms voorzien :

»Wij Hendrik van Mehr Scholtis, ï Jan Arts ende Abraham van Daell »Schepenen, en vorts wij Gemeijne Scheepenen der frijheerlickheit Boxmer, »attesteren in cracht deses openen Cer-»tificatives brijeff, dat voor ons in propre »persoonen gecompareert zijn, Johan » Verhaegh, onzen mitschepen, ende Jaep gt;ten moren, als wesende van dije altste » van Boxmer voors. dije welcken hebben »verclaert ter instantien en uijts gerich-»telicken versueck des Eerwerdigen Heer »Mesters Joannis Francisci, pastoor, »Joncker Godert van Erp ende Mester »Johan van der Paz, in der tijt kerk-»mesters tott Boxmer voors. bij voor-»gestaende eede waarachtich the zijn, »\'t ghene hijer nae is volgende; irstelick, »Jan Verhaegh alt wesende tusschen »dije twe ende drij ende suwentich jaeren, » alhier tott Boxmer geboren, opgevodet »ende altijt, gelijck oock sijn vooralders »daer gewoont, oock den schepenstoel » van Boxmer inde dar tich jaeren bezeten,

-ocr page 24-

22

«affirmeert warachtig bhe siiu, dat hij »duck ende diversche reijsen sijneu »besten vader Wijntgeu Verhaegli, we-»sende in zijn leven alt ongevaerlick »sess oft suwen ende tnegentich jaeren, gt; hefft hooren seggen, onder melir andere »woorden, dije sij hadden van het »heilich bloet, dat hijer tott Boxmer is »berustendequot; (enz. hier verhaalt hij in \'t kort het wonder, zooals wij het in het vorige hoofdstuk vermeld hebben. Daarna) »attesteert ende verclaert als-»noch den voors. deponent, datt er noch »mehr andere personen sijn, die \'t xselvigli der tijtt sijnen besten vader »voors. hebben hooren seggen. Jaep ten »moren, alt insgelijcke tusschen dije »tvve ende drij ende suwentich jaer, oock »tott Boxmer geboren ende opgevodet, »attesteert insgelijcken dat haer vader »saliger ende haer aide moije, haer mo-» ders moije een vrouwe hart bij de hondert »jaer alt wesend, mett Huijgers genampt, »te samen spracken, ende reden hadden »van het Heiligh bloeth, ende dat sij »liaer aide moije hoorden der tijt seggen, »\'t selvigh gelijck Jan Verhaegh voors. »sijnen besten vader hadde hooren »seggen, in fueghen gelijck hijer voor

-ocr page 25-

»iiide depositu van Jan Verbaegli voors. »breder verliaelt is. Ende verclaert Jaep »deponente noch soo veel mehr, datt »haer aide moije voors. en haer vader »aldus met malcandereu pratend, liur »vader als er tijlt kerckmester der skercken van Boxmer wesend, spraeck, »mij geeft wonder, datter gheen be-ïscheijdt aft en is, waarop haer aide »moije der tijt antwoorde, datter goede »segel en brij ven aft ware geweest, »maar datt se durcli versuijmens der skerckmesters gelijck mehr andere segel »ende brijven vercommen waren, hij er »met haer depositu endende.

» Want het is dan godlick ende billick, »der waerheijt getuijgens the geven, »bijzonder in alle oprechte ende war-»achtige saecke, ende als men met »recht daertho gerequireert wordt soo »hebben wij schepenen voors. dese atte-»statiën met onsen gemeijnen schepen-»domssegel bevesticht, ende onderaen gt;desen openen certificatives brijeff doen »hanghen, XIII daghen in de maendt »Junij het jaer ons Heeren duijsent sess shondert en achthijen.quot;

O. Luibrechts sec.

-ocr page 26-

24

Doch al blijft het te betreuren, dat de eerste bewijsstukken van dit wondervolle feit verloren zijn , dit gemis wordt behalve door de later opgemaakte en overtuigende bescheiden, nog vergoed door de waarlyk belangrijke bescheiden in stoffe en schrift, welke het tijdstip der gebeurtenis zeer nabij komen.

De onschatbare lielikwie bevindt zich in een keurig bewerkt zilveren schrijn, eene rol ter lengte van een palm ongeveer, bij een halve palm diameter. Nagenoeg een derde gedeelte van den wand is glas, waardoor het verdroogd bloedige bolletjen op een stuk bijna vergaan lijnwaad van den Corporaal duidelijk zichtbaar is.

Een oude kronijk, sjjrekende over gilden en scbutterijen, geeft op, dat omstreeks 1450 te Boxmeer werden opgericht: eene gilde van Sint Peter (die als Patroon der Parochie hoog vereerd werd) en eene van het H. Bloed, welke laatste nog bestond in 1751 , dewijl Johan, graaf van den Berg, bijgenaamd de dolle graaf, in dit jaar als heur keizer genoemd wordt. (1) Het

lt;1J Duljé, bl. 132.

-ocr page 27-

25

behoeft dus geen betoog, dat reeds in 1450 de vereering der H. Relikwie algemeen in zwang was en bloeide, daar men een Patroon of titel voor een gilde , niet verkoos, slechts om een naam te hebben, maar wel degelijk om gegronde redenen en na rijp overleg.

Hoe vurig en offervaardig de godsvrucht tot het H. Bloed te Boxmeer en in zijne omstreken was, blijkt ook duidelijk uit de vele giften ter eere van het H. Bloed geschonken.

Het bovenvermelde reliekschrijn wordt nog heden ten dage bewaard in een verguld metalen kistjen van groote kunstwaarde, en voor de oudheid daarvan pleit dit zyn opschrift :

»D. Gerardus de Meer, Canonicus »Zutphanieusis me fieri fecit et dedit »anno 1482.quot; d. i. De Heer Gerardus van Meer, kanunnik van Zutphen heeft mij laten maken en ten geschenke gegeven in het jaar 1482.

Ter eere van het Mirakuleus H. Bloed werden ook veie legaten vermaakt aan de broederschap of gilde, welke het wonderbaar overblijfsel als Patroon vereerde , zooals blijkt uit de Litterae Scabinales (schepensbrieven of dorpsregisters.)

2

-ocr page 28-

r

2G

In 1499 werd zij door Petrus Blitter-vick, Drossaard op liet kasteel Halendonk te Sambeek, begiftigd met een half\' nialder tarwe jaarlijks, en het gedeelte van zijn goed, dat den Stalenberck heet.

In 1504 legateerde Henricus van Hommersum aan haar: vier malder tarwe, jaarlijks, voor eene wekelijksche heilige Dienst.

In 1508 schonk jonckvrouwe Barbara van Asselt van Gennip aan gemelde broederschap : twaalf morgen (jugera) gronds.

Wanneer in 1522 de Kerk vergroot was met een koor naar het noorden,

werd daar een altaar gebouwd, dat door den Hoogw. Heere Georgius Silvius, Suffragant van Luik is ingewijd ter eere van het Mirakuleus Bloed. Later, in 1556, onderging de Kerk wederom eene vergrooting door het bouwen van een koor in het zuiden. Daarin liet Pastoor Peelen (1) in 1633 een nieuw altaar oprichten ter eere vanjhet H. Bloed. De schat werd naar een expresselijk vervaardigd tabernakel boven dit altaar overgebracht en voortaan bewaard, waar-

(1 Zie aanteekening A.

-ocr page 29-

27

om liet van toen af den naam draagt van het H. Bloeds-altaar. Het werd geconsacreerd door den Hoogeerw. Heere Jacobus a Castro, bisschop van Roermond, die twee jaren vroeger het navolgende stuk (1) in het archief der Parochie nederlegde.

»Den 26s,en November 1631 heeft gt; Jacobus a Castro gegeven dit authentiek »stuk van zijne hand, en met zijn wettig »zegel bekrachtigd; waarbij hij verklaart, »dat, uit het geloofwaardig verhaal zoo » van vele kerkelijke als wereldlijke perso-»nen, hij zekerheid heeft van de heerlijke »overlevering van het Mirakuleus Bloed, »in de Parochiale Kerk van Boxmeer »hetwelk eenmaal wonderbaar uit den sgeconsacreerden kelk gevloeid is, en »op den Corporaal, waarop, behalve »verspreide bloedvlekken eene gestolde »massa ter grootte van een hazelnoot »overbleef, godvruchtig wordt bewaard. »Dat ter gedachtenis aan dit voorval is «ingesteld eene jaarlijksche publieke processie, Zondag onder het octaaf van «Sacramentsdag, waarbij gewoonlijk eene «talrijke menigte uit naburige plaatsen «tegenwoordig is.quot;

(1) Schutjes rosumeert dit, bl. 331,

-ocr page 30-

28

De jaarliiksche processie van het Mirakuleus H. Bloed blijkt dan ook hieruit toen wél bekend en druk bezocht geweest te ziju; geen wonder dan, dat de Graaf en de Gravin van den Berg (1) wederom tot mildheid werden aangedreven , om eene, zulk een kostbaren last zoo waardig mogelijke draagkist te scheuken. Nu wordt nog in deze zorgvuldig gesloten kist de H. Relikwie ter vereering uitgesteld, gedurende het het geheele feestoctaaf; terwijl zij alsdan, in de drie processies nog steeds beantwoordt aan het haar gestelde doel. Voor ons treedt deze area tevens op als eene nieuwe getuige.

Aan de voorzijde van het dekstuk namelijk leest men: »Anno 1656,quot; terwijl de achterzijde te zien geeft het volgende :

Gln-onic. Duplex.

Tessera fidei Comitis Alberti et

Magdalenae Conjugis.

Dit is : » getuigenis des geloofs van Graaf

(1) Zie aauteekeniug .1.

-ocr page 31-

29

Albertus en Magdalena, zij116 gemalin.quot; De bovenrand, rond de vier zijden, bevat eindelijk nog, eveneens in het Latijn, de volgende inscriptie: » De doorluchtige, zeer machtige, uitnemende Heer Albertus, Graaf van den Berg, Markgraaf van Bergen-op-Zoom enz. en Magdalena, zij echtelingen toonen door de schenking dezer kist, hunne vrome genegenheid voor het Mirakuleus H. Bloed bij de Carmelieten te Boxmeer.quot;

Als naar de uitspraak van een geroemd schrijver. Penseel en Dichtlier spreken, dan hoor ik in de gangen van het klooster

DO

de gebeurtenis, welke ons bezig houdt, wederom luide verhalen. Er bevindt zich daar eene schilderij, juist wel geen Rubens, maar treffend door de levendigheid, waarmede het wonderbaar feit is afgemaald. En, mist dit doek een jaartal, het draagt de duidelgkste sporen van oudheid, terwijl het bij den eersten oogopslag trekt tot aandachtige beschouwing.

Schooner van uitvoering is eene heerlijke glasschildering, die wij onder meerderen in dezen gang opmerken. Evenals het doek, geeft zij : een priester, die de H. Mis lezende, met teekenen van schrik en verbazing bloed uit den kelk

-ocr page 32-

30

ziet bruisen en vloeien op den Corporaal. Eenige menschen groepeeren zich om dit tafereel en schijnen in \'s priesters verwondering te deelen. Bij een verklarend onderschrift in Latijnsche verzen, draagt deze schilderij het jaartal 1684. Doch vooral tegenwoordig staat men, wanneer men de Parochiekerk van Boxmeer bezoekt, onwillekeurig verbaasd over den nieuwen luister, aan de godsvrucht tot het H. Bloed bijgezet. Het mees t koud en ongevoelig hart zal noodzakelijk van warme liefde kloppen bij het zien van het meesterlijk uitgevoerde altaar en de schoone polychromie.

Het altaar is, wat de beeldengroep in het midden aangaat, treffend van vorm , rijk van opvatting en vol gevoel. Het beeld des sidderenden priesters, vol eerbiedige ontsteltenis, is hartroerend en geeft u den zielstoestand van den berouw hebbenden dienaar Gods duidelijk te kennen.

De Kapel zelve is rijk en uiterst smaakvol gepolychromeerd. De zijmuren en het gewelf zijn met kunstenaarshand beschilderd, zoodanig dat over het geheei, over Kapel en Altaar, als het ware een gulden waas ligt, een mengeling van

-ocr page 33-

31

licht ea bruin. In dien arbeid ligt die stempel van sierlijkheid, die adel van vorm, die rijkdom van kleur, tint en vorm, die het oog goed doet en door den kenner gewaardeerd wordt. De schilder H. Scheen doet hier zien, dat hij stijl en kleur, ornament en vorm meesterlijk weet te paren.

Verschillende Pausen hebben van den beginne af het bezoeken dezer H. Relikwie ten zeerste bevorderd door het verleenen van vele aflaten en de Almachtige God heeft op deze plaats talrijke wonderdadige genezingen laten geschieden, en vele gunsten, zoowel geestelijke als lichamelijke , bewezen aan de godvruchtige vereerders vau het H. Bloed.

Daarom is het, dat sedert onheuglijke tijden zoovele duizenden vrome pelgrims, zoowel in processie als afzonderlijk, van heinde en ver naar Boxmeer optrekken , om daar God in dat wonder Zijner Almacht te aanbidden, om in hunne noodwendigheden geholpen, iu hunne sebeden verhoord en van hunne kwalen genezen te worden.

Het Solemneel Octaaf van het H. Bloed begint jaarlijks Zaterdag voor den 2dün Zondag na Pinksteren met de plechtige

-ocr page 34-

32

Vespers ten 2 ure, en het wordt den 3\'ien Zondag na Pinksteren met een Te Deum gesloten. Om deze devotie uit te breiden, verleende Z. H. Paus Clemens XI alsook Benediktus XIV een vollen aflaat, die gedurende dat Octaaf éénmaal kan verdiend worden door alle geloovigen, die na gebiecht en gecommuniceerd te hebben, in de parochie-kerk van Boxmeer eenigen tijd bidden ter intentie van Zijne Heiligheid. Daarna heeft Z. H. Paus Pius IX bij Breve van 12 Mei 1854 dezen vollen aflaat uitgebreid, om bovendien nog verdiend te kunnen ■worden éénmaal in iedere maand en wel op eiken derden Donderdag onder de gewone voorwaarden. Eindelijk nog heeft Z. H. LeoXIII, den 27 April 1888, door welwillende tusschenkomst van Z. 1). H. A. Godschalk, bisschop van \'s Bosch, een vollen aflaat verleend, onder de gewone voorwaarden aan een ieder, die gedurende het (teheele jaar deze onschatbare overblijfselen eenmaal komt vereeren. Z. H. bevordert de godsvrucht tot het H. Hart op alle manieren; hoe kan het dan anders, of Hij moest ook de daarmede zoo nauw verwante godsvrucht tot het H. Bloed op deze wijze aanmoedigen en

-ocr page 35-

33

de vele geloovigen, die het gelieele jaar door, deze kostbare Relikwie bezoeken , ook deelaclilig maken aan de ouuitputte-lijke schatten der H. Kerk. Deze aflaten kunnen ook aan de overledenen worden toegevoecfd.

-I-*

De feestdag van het H. Bloed wordt jaarlijks plechtig gevierd op den lsten Zondag van Juli, waarop men ook een vollen aflaat kan verdienen. De groote plechtige processies, waarbij de Relikwie van het H. Bloed met den meesten luister door Boxmeer wordt rondgedragen, hebben plaats op den lslen Zondag onder het Octaaf, Dinsdag ouder het Octaaf, beide na de solemneele Hoogmis, terwijl op den 3\'ien Zondag na Pinksteren bij de sluiting na de solemneele Vespers en Completen eene plechtige Processie rondom de Kerk aldaar gehouden wordt.

Gedurende het Octaaf wordt iederen dag de solemneele Hoogdienst ten 10 ure

O O

gezongen, waaronder eene predikatie over het Allerheiligste gehouden wordt, uitgenomen op die dagen waarop \'s morgens de Processie rondtrekt, nl. op den ls,erl Zondag onder het Octaaf en den volgenden Dinsdag, dan heeft de predikatie onmiddellijk na de Hoogmis,

-ocr page 36-

34

Jat is vóór de processie, plaats. ledereu dag van het Octaaf worden de Vespers om 2 uur gehouden, behalve als het \'s morgens processie is geweest. Op den laatsten Zondag worden de Vespers en Completen om 3 uur gezongen. Op de andere dagen hebben de plechtige Oompleten om 5 uur plaats.

lederen dag onder het Octaaf bestaat er onmiddellijk na de Vespers gelegenheid om de H. Relikwie te vereeren.

HOOFDSTUK IV.

1Vonderhare, Genezingen.

Zooals wij in het eerste hoofdstuk gezegd hebben, is altijd het een of ander mirakuleuze feit de oorzaak van het ontstaan eener Bedevaartsplaats, en zijn tevens menigvuldige wonderen de aanleiding van het verspreiden dier godsvrucht en van de vermaardheid dier plaats. Met zekerheid moet men aannemen, dat op eene veelvuldig bezochte Bedevaartsplaats ook vele mirakelen hebben plaats gehad en nog plaats hebben. Immers waarom zouden de oreloovigeu

O O

-ocr page 37-

35

dat oord anders zoo talrijk en met zoo groote vurigheid van geest en opgewektheid van harte bezoeken ? Indien zy niet ten volle overtuigd waren daar hulp en troost te zullen vinden in hunne behoeften naar ziel en lichaam, in hunne ziekten en pijnen, en die ook werkelijk niet dikwijls daar ter plaatse vonden, dan zouden zij spoedig die plaats vaarwel zeggen en zich niet zoo groote opotfe-rinsen getroosten om daarheen zoo dik-

O O

wijls terug te keeren.

Hieruit alleen zou reeds op overtuigende wijze blijken, dat er ook te Boxmeer bij de kostbare overblijfselen van het H. Bloed onzes Heeren vele wonderen hebben plaats gehad. Immers van onheugelijke tijden, zegt reeds Z. D. Hoogw. Jacobus a Castro in een authentiek stuk (l) van 1631, stroomen hier de geloovigen in groote getallen samen ter vereering van deze wonderbare Relikwie.

Zooals wij reeds gezegd hebben zijn de eerste bescheiden over het Mirakel zelve en de wonderen daarbij gewrocht ten tijde der troebelen in da tweede

(l) Archief der Parochie. Schutjes resumeert dit bl. 331.

-ocr page 38-

36

helft der IG116 eeuw verloren gegaan.

O o

Doch te gelijker tijd met de later opgemaakte gezaghebbende stukkeu over het wonder zelve, zijn er ook vele, mirakuleuze genezingen opgeteekend en door gezaghebbende personen onderzocht en goedgekeurd. Deze nu zijn overvloedig voldoende tot degelijke staving van de godsvrucht der geloovigen; daarom heeft men er in latere tijden niet zooveel meer opgeteekend, vooral ook omdat de vereerders van het H. Bloed dikwijls zeiven die wonderbare uitwerkselen ondervinden of van hunne naburen vernemen.

Hier zullen wij eenige wonderbare genezingen laten volgen, waarvan de stukken in het Archief der Parochie Boxmeer berusten:

1°. In het jaar 1683 werd de dochter van eene edele vrouw uit Gennip plotseling van eene ongeneeslijke wonde genezen, toen zij het H. Bloed vereerde. (1)

2°. In het jaar 1636 bekende Anthonis Gerits, Schepen van Velp, voor de getuigen Jan Gisbers van \'t Rickevort en Jan Gieben van Mil, dat zijn zoontjen,

(1) Memoriaal van Pastoor Pcelen.

-ocr page 39-

37

Jantgen genaamd, een breuk had gehad van af zijn vierde jaar. Daar hij geen hulp vond bij de geneesheeren deed hij de belofte eene bedevaart te zullen doen naar het H. Bloed van Boxmeer. Eu zie! aanstonds was zijn zoontjen genezen en binnen drie weken kon het den band voor altijd afleggen.

3quot;. Opmerkenswaardig is ook, hetgeen in 1639 met zekere in godsvrucht uitstekende vrouw te Gemert gebeurd is: gedurende vele jaren werd zij door eene zoo hevige tandpijn geplaagd, dat zij somwijlen zich zeiven niet meester en als razend was, en er des nachts eenige meisjes bij haar moesten waken, opdat zij zich zeiven geen leed zoude toebrengen.

Middelerwijl liet zij zich eenige tanden uittrekken en gebruikte zij allerlei ge-geueesmiddelen, maar te vergeefs. — Toen nu in genoemd jaar de pijnen eene geheele maand lang, zonder ophouden, heviger en ondragelijker werden, werd zij op Zaterdag na H. Sacramentsdag bewogen tot godsvrucht jegens het H. Bloed te Boxmeer en deed zij de belofte, jaarlijks bij die bijzondere feestviering eene bedevaart derwaarts te

-ocr page 40-

38

doen : — Op dienzelfden dag liet zij eene kar gereed maken. Nauwelijks was zij daarop gestegen en was men begonnen te rijden, of op hetzelfde oogenblik verdween alle pijn uit hare tanden. Met dankbetuiging heeft zij hare bedevaart volbracht en alle jaren herhaald. De notarieele akte, in 1655 te Mechelen opgemaakt, getuigt dat zij nooit meer eenige smart gevoeld heeft. De akte is in 1655 onder eede, in tegenwoordigheid van getuigen bevestigd geworden. (1)

4quot;. In hetzelfde jaar 1639 gebeurde het volgende met een man te Hussia. Deze had een groot gezwel onder de kin en kon daarvan door geene geneesheeren bevrijd worden. Op aanraden van godvruchtige katholieken deed hij eene belofte aan het H. Bloed van Boxmeer, om door Gods genade genezen te worden van eene kwaal, waarbij alle mensche-lijke wetenschap te kort schoot. Nauwelijks had hij die belofte gedaan, of hij was terstond genezen. Basilius a Linden, aldaar pastoor, heeft dit met zy n hand-teekeuing getuigd en pastoor Peelen,

(1) Vinea Carmcli en Dulj»\'*.

-ocr page 41-

30

zelf een bekwaam geneesheer, heeft dien man daags na de vaart in 1637 ondervraagd en zelf ook het wonderbare feit onderteekend.

5°. In 1642 begaven zich Margriet Pels, huisvrouw van Hendrik Jordeus, en Meritgen Veinders, huisvrouw van Lambertus ter Vort, beiden burgeressen van Nijmegen, met een kind van voornoemde Meritgen naar Boxmeer op den Zondag na het feest van het II. Sacrament. Dit kind was Bi jaar oud, leed sinds drie maanden aan de vallende ziekte en was lam en stom. Met het kind offerden zij aan het H. Bloed een offerande in was en geld en zij stortten vurige gebeden tot Gfod ter zyner genezing. Zij waren nog in de kerk, toen het kind reeds begon te spreken en te gaan, en 8 dagen later was het volkomen gezond. De waarheid hiervan is verklaard voor Jacob Pels , openbaren Notaris van het gerechtshof des vorsten-doms Gelder en des graafschaps Zutfen.

6°. De burgemeester, schepenen en de raad der stad Gelder getuigen met een verzegelden brief het volgende wonder.

Het zoontjen van den heer Hopman Jozef Potu leed sedert vele jaren aan

-ocr page 42-

40

bloedstorting. De geneesheeren van Gelder en Stralen hadden uiets kunnen verrichten, om de ziekte eenigermate te doen bedaren. De vader en de moeder van het kind verklaarden by de zaligheid hunner ziel, dat zij bij alle menschelijke hulp geen baat gevonden en dat zij daarom hunne toevlucht genomen hadden tot het H. Bloed van Boxmeer. In het jaar 1644 hielden zij in de Vaartweek met hun zoontjen daarheen eene bedevaart. Toen de tuoeder met haar kind in de processie rondtrok, werd het eensklaps beter, en sedert dien tijd is het volkomen hersteld en gezond geweest.

7°. Een man, Jan Deijnd, van Vortum onder de Parochie van Sarabeek, leed sedert eenigen tijd aan eene oogziekte, die ten laatste ongeneeslijk werd. De pijn die hij ondervond was zoo aanhoudend en onverdragelijk, dat hij somtijds uitriep; ik moet de pijnen verdragen en kan ze niet verdragen. Als hij zich des avonds ter ruste wilde begeven, zeide hij al zuchtende tot zijne huisvrouw : hoe zal ik den nacht doorkomen ? Op zekeren avond antwoordde zijae echtgenoote hierop : laten wij de belofte

-ocr page 43-

41

doen om iets te offeren aan het H. Bloed. Nauwelijks had de man dit aangenomen en de belofde gedaan, of alle pijnen waren verdwenen en hij kon gerust slapen. Hij begaf zich met zijne echtgenoote naar Boxmeer, volbracht zijne belofte, liet daarenboven eene H. Mis lezen ter eere van het H. Bloed, en ondervond nooit meer eenige pijn aan zijne oogen. Dat dit alles de zuivere waarheid is, heeft voornoemde man onder eed verklaard voor het gerecht van Sambeek. Dit wonder had plaats ia het jaar 1693 en in 1703 is hiervan eene gerechtelijke akte overhandigd aan Z. Doorl. Hoogw. Angelus, bisschop van Roermond.

8°. Een jongetje onder de Parochie van Sambeek, kreeg zes weken na zijne sreboorte een breuk. Alle middelen der geneesheeren waren vruchteloos; integendeel het kind leed ten laatste zulke hevige pijnen, dat het dag en nacht weende. De bedroefde moeder had innig medelijden met den ellendigen toestand van haren lieveling. Niet wetende wat te doen riep zij op zekeren dag, toen haar man afwezig was, uit: hemelsche Vader! Kan ik bij U geen hulp vindenV Ik heb den raad der menschen zoo

-ocr page 44-

42

langen tijd opgevolgd, maar helaas zonder troost te vinden. Ik beloof zooveel rogge te offeren ter eere van het H. Bloed, als het kind zwaar is. Daarna legde zij het kind te bed en dit sliep aanstonds in. Na ongeveer twee uur kwam de vader te huis en vraagde naar den toestand van het zieke wicht. De vrouw verhaalt hem wat zij gedaan heeft, haalt hun zoontje uit het bed, ziet naar de j breuk, doch o geluk! zij vindt geen breuk, zelfs geen litteeken meer. Zij volbrachten met dankbaarheid hunne b-\'lofte aan het H. Bloed te Boxmeer ea hun lieveling was volkomen gezond. De waarheid hiervan heeft de moeder (de vader was toen overleden) onder eed getuigd voor het gerecht van Sambeek en in 1703 is hiervan ook eene gerechtelijke akte overhandigd aan Z. D. H. Angelus, bisschop van Roermond.

9°. Een man te Sambeek leed aan bloedloop, en was na eenigen tijd zoo uitgeput van krachten dat hij bedlegerig werd. Zijne echtgenoote, die voor vele kinderen moest zorgen , kon niet slapen om het gevaar van haren man. Op zekeren keer een oogenblik sluimerende,

-ocr page 45-

43

scheen het haar toe alsof iemand haar zeide: beloof een pond was ter eere het H. Bloed en uw man zal gezond worden. Zij doet deze belofte en verhaalt het aan haren man. Deze stemt daarin toe en zijne echtgenoote gaat den volgenden morgen naar Boxmeer

o o

en volbrengt hare belofte. Op denzelfden tijd was de man gezond, stond ran het bed op en ging zelfs denzelfden dag aan het werk met den ploeg. De waarheid hiervan hebben beiden voor het gerecht van Sambeek met eed bevestigd, en in 1703 is hiervan eene gerechtelijke akte overhandigd aan Z. D. H. Angelus, bisschop van Roermond.

10°. Een meisje, ongeveer 20 jaar oud, onder de Parochie van Sambeek had drie wonden in de borst. Alle middelen der kunst baatten niet, daarom beproefde zij andere middelen en deed zy met hare moeder de belofte een wassen mensch ter eere van het H. Bloed te zullen offeren. Gedurende de Vaart deden zij eene bedevaart naar Boxmeer en gingen al biddende rondom de Relikwie van het H. Bloed, die in de Kerk uitgesteld was. Nadat zij driemaal daaromheen gegaan waren, gevoelde de dochter

-ocr page 46-

44

zoo hevige pijnen aan de wonden dat zij naar huis terugkeerden. Voor zij hunne woning bereikt hadden, hield de pijn geheel op en in huis gekomen zagen zij dat de wonden volkomen genezen waren en er slechts een litteeken van overgebleven was. De waarheid hiervan hebben de moeder en de dochter tot glorie van God en zijn H. Bloed met eed bevestigd voor het gerecht van

O O

Sambeek. Dit wonder had plaats in 1699 en in 1703 is ook hiervan eene gerechtelijke akte overhandigd aan Z. D. H. den bisschop van Roermond.

11°. Een jongetje van 7 jaar onder Vortum onder de Parochie Sambeek was in het jaar 1699 blind geworden ten gevolge van de mazelen. Zijn aangezicht was geheel mismaakt. Zijne moeder had innig medelijden met het arme wicht en beloofde zooveel rogge ter eere van het H. Bloed te zullen offeren als het kind zwaar was en tevens dezelfde hoeveelheid ter eere van de H. Balbina, welke alsdan in de Kerk van Boxmeer ook vereerd werd. Nog geen half uur na deze belofte, stond het kind op en opende de oogen en spoedig was het geheel genezen. Ook hiervan is ia 1703

O O

-ocr page 47-

45

eene gerechtelijke akte overhandigd aan Z. Doorl. Hoogw. Angelus, bisschop van Roermond.

Ziehier, godvruchtige lezer, eenige wonderbare genezingen, welke om de verdiensten van het goddelyk H. Bloed te Boxmeer hebben plaats gehad. O, konden allen, die hier hulp en troost in hun lijden hebben gevonden, spreken, konden allen hier verhalen, welke vruchten zij bij het H. Bloed hebben ingezameld, konden wij hier alle gunsten vermelden, welke de godvruchtige vereerders van het H. Bloed nog telken jare ontvangen; hoevele bladzyden zou dan dit boekje niet moeten beslaan! Hoevelen ook hebben hier niet hunne bekeering te danken, hoevelen zyn hier opgestaan uit het graf hunner zonden en hebben hier het leven der genade ontvangen ! Hoevelen hebben hier de banden hunner slechte gewoonten gebroken , en hebben voortaan gewandeld in de ware vrijheid der kinderen Gods?

Hoevelen hebben hier met goed gevolg zegen en voorspoed afgesmeekt voor hunne ondernemingen ! In één woord, onnoemelijk is het getal dergenen, die hier bij de onschatbare Relikwie van

-ocr page 48-

46

van het II. Bloed schatten hebben verzameld voor ziel en lichaam, voor bun tijdelijk en eeuwig leven. Willen ook wij deel hebben in hun geluk; laten wij hen dan ook navolgen in eene ware en oprechte vereering van deze heilige overblijfselen.

HOOFDSTUK V.

Het 11. Bloed en het II. Hart.

De godsvrucht tot het H. Hart van Jezus is de hoofd-devotie van onzen tijd. Van het noorden tot het zuiden eu van het westen tot het oosten beeft dit goddelijk Hart de genegenheid aller harten tot zich getrokken, en ontvangt het dagelijks de warmste en meest dankbare hulde aller godvruchtige christenen. En geen wonder, Jezus immers verlangde bij de openbaring der oneindige schatten van zijn liefdevol Hart, dat deze vereering zich over de geheele aarde zou uitbreiden. Hij wilde, zeide Hij, nog eene laatste poging doen, om den mensch al Zijne liefde op het krachtigst te herinneren, en om in deze laatste tijden ,

-ocr page 49-

47

nu de godsvrucht en het geloof van zoovelen verflauwd y.ijn, het vuur, dat Hij van den hemel is komen brengen, met nieuwe kracht te doen branden. Daarom ook heeft Hij zoovele gunsten en genaden aan deze godsvrucht verbonden.

De devotie nu tot het H. Hart van onzen goddelijken Verlosser is ten nauwste verwant aan de godsvrucht tot het H. Sacrament des Altaars. Jezus zelf toonde dit in Zijne voornaamste verschijning aan de zal. Maria Margareta Alacoque.

1°. Hij verscheen aan haar op den dag van het Octaaf van \'t H. Sacrament, en wel boven het Altaar of het Tabernakel , om aanstonds dit innig verband aan te toonen, dat er tusscheu deze devotie en het H. Sacrament gevonden wordt.

2°. Nog duidelijker toonde Hij dit door de woorden, welke Hij sprak. O allerzoetst en hartroerend klonk het in de ooren der gelukzalige: »ziedaar het Hart, dat de menschen zoozeer bemind heeft, dat het niets heeft gespaard, ja, zich zelf als uitgeput en verteerd heeft, om hun Zijne liefde te bewijzen. En toch, in plaats van dank.

-ocr page 50-

48

ontvang ik van de meeste menschen slechts ondankbaarheid, door hunne verachting, oneerbiedigheden, heiligschennissen en koudheid jegens Mij in het Sacrament mijner liefde. — Dit, ging Hij weldra voort, veroorzaakt Mij meer smart, dan alles wat ik in mijn lijden verduurd heb. Want, wilden de menschen mijne liefde met wederliefde beantwoorden , dan zou ik alles, wat ik voor hen gedaan heb als weinig rekenen en gaarne, zoo het mogelijk ware, nog meer voor hen lijden.quot;

3°. Daarom wilde hij ook, dat men zijn goddelijk Hart vooral eerherstelling zou geven voor de beleedigingen Hem aangedaan, door eene vurige godsvrucht tot het H. Sacrament. Hij verlangde, dat men het feest van het H. Hart zou vieren daags na het Octaaf van het PI. Sacrament, dat men Hem vergoeding zou scheuken door dikwijls het H. Sacrament te bezoeken, de H. Mis godvruchtig bij te wonen, dikwijls de geestelijke Communie te doen en vooral zooveel mogelijk de wezenlijke of sacra-menteele Communie met ware godsvrucht te ontvangen.

Dit verband tusscheu de godsvrucht

-ocr page 51-

49

van het H. Hart en die van het IF. Sacrament komt vooral schitterend uit met betrekking op liet kostbaar Bloed van onzen goddelijken Verlosser.

Tot voeding en opwekking van andere devoties maakt men gebruik van verschillende zaken, die in verband staan met het voorwerp zijner godsvrucht. Zoo gaat men, om zich te versterken in zijne devotie tot het lijden, de plaatsen bezoeken en vereeren, waar Jezus geleden heeft en gestorven is. Met warme godsvrucht vereert en kust men de werktuigen zijner wreede marteling. Tot vereering der heiligen bezoekt men de plaatsen, waar zij geleefd hebben of gestorvan zyn, en de grafstede, waarin hun stoffelijk overblijfsel rust. Hoevelen bezoeken jaarlijks niet het huisje van Nazareth te Loretten, het graf van den H. apostel Jacobus te Compostella, het graf van den H. Petrus, den prins dei-apostelen , van de HH. Martelaren van Gorcura, enz. enz.

Wat nu is in nauwer verband met onzen beminnenswaardigen Jezus, dan zijn H. Bloed ? »Het Bloed, dat in den »Kelk is, komt voort uit het levend »Ilart van Jezus. Het werd vergoten

3

-ocr page 52-

50

»iu het lijden, alvorens het in den » Kelk werd vergoten. Het had langen stijd geleefd in Jezus\' Harte alvorens »het vergoten werd; en Jezus had »het met Zijn vlekkeloos Vleesch eerst »genomen uit het onbevlekte Hart van » Maria.quot; (1)

Ja, beminde Christenen en vurige vereerders van Jezus\' Hart, in waarheid en met het volste recht moet men zeggen , dat de kostbare Relikwie van het H. Bloed , dat eens op wonderbare wijze uit den Kelk vloeide, dat dit onschatbaar overblijfsel werkelijk en zonder de minste dubbelzinnigheid eene llelikwie is van Jezus\' Hart. Immers dit goddelijk Bloed, dat door Gods almacht tot deze roode gedaante samenstolde, heeft werkelijk gevloeid in het aanbiddelijk Hart van den menschgeworden God Jezus Christus. Door ditzelfde Bloed klopte het Hart van Jezus uit liefde tot ons. Ditzelfde Bloed is vergoten tot afwassching onzer besmeurde zielen.

Geen wonder dan ook, dat in de laatste jaren, waarin de godsvrucht tot bet H. Hart van Jezus zoozeer is toe-

(l) Faber. Het Sacrament des altaars, vertaald door Tsehierschke, bl. 17i.

-ocr page 53-

51

genomen, over de gelieele Christenwereld en niet het minst iu ons dierbaar Vaderland, dat ook nu de wonderwerkende Relikwie van het H. Bloed, vooral op den feestdag van het H. Hart, zoo druis: bezocht en met zoo bijzondere devotie vereerd wordt.

De geloovigen immers gevoelen zeiven liet nauwe verband tusschen die twee devoties. Zij houden zich overtuigd, dat zij het goddelijk Hart niet beter kunnen vereereu, dan door Jezus te vereeren, hulde te bewijzen, eereboete en eerherstelling te geven in het wonderbare H. Bloed, dat in zijn goddelijk Hart uit liefde tot ons heeft gestroomd.

Bij deze H. Relikwie worden zij levendig opgewekt en vurig ontvlamd, om Hem hunne liefde en hunnen eerbied te bewijzen in het H. Sacrament; en dit is toch het hoofddoel van de godsvrucht tot het H. Hart. Daar worden zij aangespoord, om met ijver te beantwoorden aan de ovemroote liefde,

o quot;

welke Jezus hun bewees door de instelling van het H. Altaargeheim. Daar bidden zij met het volste vertrouwen om licht en kracht op den moeielijken en duisteren weg hunner zaligheid en

-ocr page 54-

52

volmaaktheid. Daar vertrouwen 7,ij vas-telijk, door Jezus bijgestaan te zullen worden in hunne geesteljike en tijdelijke behoeften, daar hopen zij troost te vinden te midden der kruisen en wederwaardigheden des levens; daar verwachten zij genezing in hunne ziekten en pijnen, zoo dit hun zalig is, of ten minste kracht en sterkte te ontvangen, om die tot Gods meerdere eer en glorie geduldig te verdragen, om daarvoor na dit leven

O \'

bovenmate beloond te worden niet de eeuwige vreugde des hemels.

En niet zonder reden. Immers hoe vele bewijzen liggen er niet voor de hand, en hoevelen hebben het zelf niet ondervonden, welke vruchten men kan trekken uit de godvruchtige vereering van deze kostbare Relikwie! Doch wat wij in het vorige hoofdstuk gezegd hebben, zij voldoende tot opwekking en aanmoediging dezer schoone devotie. Laten wij nu nog in het kort zien, op welke to ij se men deze H. Overblijfselen moet vereeren.

-ocr page 55-

53

HOOFDSTUK VI.

Oefeningen van qodsvrucht tot het 11. Bloed.

Wij hebben in de vorige hoofdstukken gezien, hoe vereerenswaardig de wonderbare overblijfselen van het H. Bloed zijn, en hoe voordeelig die godsvrucht is voor onze ziel en ons lichaam. Hier zullen wij nagaan, door welke oefeningen wij het H. Bloed vooral moeten vereeren.

Deze oefeningen kunnen wij gemakshalve verdeelen in inwendige en nitiven-diye, naar gelang die alleen aan de ziel of den geest eigen zijn, of dat het lichaam en de zinnen daaraan deel hebben.

Inwendig vereert men het kostbaar

Bloed door met het verstand dit groote

geheim te overwegen. met den wil daar-

11

over gevoelens van godsvrucht, b. v. van dankbaarheid, liefde, vertrouwen , enz. op te wekken, en het met \'t geheugen gestadig voor den geest te hebben.

De uitwendige vereering volgt onmiddellijk uit de inwendige; immers waar liefde in het hart is, daar vertoont zij zich aanstonds naar buiten, en deze uitwendige vertooning der inwendige liefde is juist de uitwendige vereering.

-ocr page 56-

54

De uifAvendi/je vcrcering kau men weder onderscheiden in bijzondere oefeningen, die aan een bepaalden tijd verbonden zijn, en in algemeene oefeningen, die altijd door allen kunnen verricht worden.

I. Bijzondere Oefeningen.

Tot deze soort kunnen de volgende gerekend worden :

A. Het godvruchtig vieren der Box-meersche Vaart. Deze begint \'s Zaterdags na H. Sacramentsdag, \'s middags om 2 uur, en wordt den derden Zondag na Pinksteren plechtig gesloten. Dezen tijd heeft men van onheugelijke tijden bijzonder aan de vereering van het H. Bloed gewijd. Laten wij dan ook, als goedgeaarde kinderen, dit vrome gebruik ouzer voorouders getrouw behartigen, om ook aan hunne verdiensten deelachtig te worden. }

Gedurende dien tijd mag men niet nalaten tot de H. Tafel te naderen, om Jezus eereboete te schenken voor allen smaad, waaraan Hij in zijn H. Bloed is blootgesteld. Dan moeten wij onze zielen door eene oprechte en rouwmoedige biecht zuiveren van alle zouden en

-ocr page 57-

55

vlekken, en liaar wasschen in zijn kostbaar Bloed, dat voor ons op het hout des kruises vergoten is. Dan moeten wij ook door onze werken toonen, dat dit H. Bloed niet vruchteloos voor ons gestort is.

Dagelijks moeten wij dan ook eenige gebedenquot; storten, die meer bijzonder betrekking hebben op dit Liefdegeheim; dagelijks ook de H. Mis bijwonen, waarin dit H. Bloed onder de gedaante van wijn wezenlijk en waarachtig tegenwoordig is, tot afwassching onzer zouden en schulden. Wij moeten dan bidden voor ons zeiven, onze bloedverwanten en vrienden, om door de oneindige verdiensten van dit goddelijk Bloed alle genaden en weldaden te verkrijgen, welke wij noodig hebben voor ziel en lichaam. En dit met een onwrikbaar vertrouwen, waartoe de menigvuldige wonderen, hier geschied, ons krachtdadig opwekken.

Doch dit is nog niet genoeg, want iedere maand moeten wij één dag bijzonder toewijden aan de devotie tot liet H. Bloed en wel

B. Den derden donderdag van iedere maand. Dit is ook de wensch van Zijne Heiligheid den Paus. Immers, om do

-ocr page 58-

5G

Christenen daartoe op te wekken, verleende Pius IX, bij breve van 12 Mei 1854, ouder de gewone voorwaarden, een vollen Aflaat, ook toepasselijk aan de geloovige zielen des Vagevuurs, aan alleu, die op dien dag de paroeliie-kerk van Boxmeer bezoeken, alwaar dit kostbaar onderpand ter vereering dau ook is uitgesteld. Dien dag kan men dezelfde oefeningen verrichten, als gedurende de Vaart, nl.: eene vurige H. Communie, de H. Mis bijwonen, tegenwoordig zijn in het Lof en eenige toepasselijke gebeden storten om Jezus eerherstelling te geven

O o

voor de onteeringen, waaraan Hij in bet H. Sacrament blootstaat.

C. Ditzelfde geldt ook eenigermate voor eiken donderdag van het geheele jaar. Deze dag toch is bijzonder toegewijd aan het H. Sacrament. Wij moeten dan ook, als getrouwe kinderen, deze aanwijzing van onze Moeder de H. Kerk opvolgen. Vooral te Boxmeer kunnen wij dit gemakkelijk doen, daar er die dagen altyd eene gezongen H. Mis met uitstelling van het Allerheiligste en \'s avouds een Lof gehouden wordt.

Doch de vurige minnaars van Jezus zullen zeker geen enkelen dag laten

-ocr page 59-

57

voorbijgaan, zonder zich te hebben aanbevolen aan Jezus\' kostbaar Bloed en het eene of andere gebed ter zijner eere te storten.

II. Algemeene Oefeningen.

Tot de algemeene oefeningen behooren diegenen, welke betrekking hebben op het 11. Sacrament en het hitter Lijden des Heer en.

De volgende vier behooren tot het H. Sacrament:

Ir,. Het bezoek van het H. Sacrament. Daarbij moet men vooral acht slaan op het wonder van het H. Bloed en op de nalatigheid van zoovelen, die Jezus\' liefde in dit Geheim zoo weinig vereeren, en helaas! zoo trouweloos versmaden.

2quot;. Het hijwonen der II. Mis. Daarbij kan men zich voorstellen tegenwoordig te zijn op Golgotha en de kostbare druppels op te vangen van het H. Bloed, daar voor onze zaligheid vergoten.

30. De geestelijke Communie. Deze bestaat in eene vurige begeerte om Jezus werkelijk te ontvangen en eene voorstelling, alsof Hij werkelijk in ons kwam, om onze ziel in zijn 11. Bloed te was-

-ocr page 60-

58

schen, met eene daarbij passende aan-biddinyr en vereeriusx.

o o

4quot;. De loezenlijke of Sacrainenteele Communie. Hierbij kan men denken aan de instelling van liet H. Sacrament, waardoor Jezus ons zijn H. Bloed heeft aangeboden tot drank voor onze dorre zielen, of aan het H. Bloed, dat er uit Jezus\' Harte vloeide, toen het na zijn dood door een krijgsknecht geopend werd.

De volgende oefeningen hebben betrek-Mng op het Lijden van Jezus.

10. De dankbare overweging van de bittere smarten, welke Jezus in geheel zijn lichaam geleden heeft uit liefde tct ons. Hierdoor zullen wij ons opwekken, om de deugden na te volgen, waarvan Jezus ons in zijn H. Lijden het voorbeeld heeft gegeven; en dit is de beste ver-er ving.

2°. De godsvrucht tot den stervenden en met den dood strijdenden Jezus.

Het doel dezer godsvrucht is: a. Het H. Hart van Jezus te vereeren in zijne overgroote smarten, die het gedurende zijn geheel leven en inzonderheid op den laatsen dag zijns levens voor het heil der zielen verduurd heeft. h. Door

-ocr page 61-

59

de verdiensten van Jezus* laatsten strijd, een zaligen dood te verwerven voor zoovele duizenden, die eiken dag in de geheele wereld sterven.

Tot dit einde kan men liet volgende gebed storten:

»O allerbarmhartigste Jezus, beraiu-»naar der zielen, ik smeek U door den »doodstrijd van uw allerheiligst Hart »en door de smarten uwer onbevlekte »Moeder, reinig in uw H. Bloed de «zondaren der geheele wereld, die nu »in doodstrijd zijn en heden nog zullen «sterven. Amen.quot;

» O Hart van Jezus, in doodstrijd gekomen, ontferm U over de stervenden.quot;

Hieraan zijn verleend 100 dagen Aflaat, telkens als men dit rouwmoedig bidt, en een Volle Aflaat eens in de maand voor hen, die het driemaal daags op verschillende tijden bidden , onder de gewone voorwaarden. (Pius IX, 2 Febr. 1850.)

Deze devotie is zeer aan te bevelen en algemeen verspreid.

-ocr page 62-

60

HOOFDSTUK VIL

De processie met het II. Bloed.

(Volks-almanak v. A. Tiiijm 1884, door Ferdinand)

Als men Zaterdags na H. Sacraments-dag zou vragen, waartoe die bedrij viglieid lieerscht in het anders zoo vreedzame plaatsjen; waarom zoovele menschen, blijkbaar vreemdelingen in \'t dorp , hier zijn saamgekomen, dan geeft omstreeks twee uur in den namiddag, een statig klokgelui ons ten antwoord: het jaar-lijksch feest van het Boxmeersche Mirakel is aangevangen! Eene talrijke menigte stroomt op die roepstem de grijze kloosterkerk binnen; en zie, twee volle uren verdringt men zich om slechts de lippen te mogen drukken op de relikwie van het H. Bloed van Christus ! Den geheelen namiddag, tot \'s avonds laat, worden zeven of acht biechtstoelen als het ware belegerd door pelgrims, die zich voor den volgenden dag bereiden, tot het waardig ontvangen van het aanbiddelijk Altaar-Sacrament. Middelerwijl liggen velen in smeekende houdino- neergeknield voor het wonderbaar onderpand van hnn geloof; terwijl anderen zich in teedere godsvrucht voortbewegen rondom de

-ocr page 63-

61

estrade, welke het voorwerp hunner vrome vereering draagt. De heilige geestdrift is algemeen, en wordt, dank de uitnemende leiding der E. E. P. P. Carraelieten, zorgvuldig gevoed door buitengewone godsdienstoefeningen en verkondiging van Gods woord. Iedere dag der week voert nieuwe pelgrims in de gewijde plaats

Ouden van dagen rusten hier in stil gebed met tal vau jongelingen en maagden, en herinneren zich, hoe /.ij in jeugdige jaren met hunne ouderlingen nederknielden op deuzelfden grond, voor dezelfde wondervolle Gods-gave. Honderden van verschillenden stand en leeftijd lelt;TOcen getuigenis af. dat het oud geloof

OO O O 7 O

nog leeft en krachtig opwekt tot deugd en godsdienstzin. Deze hoedanigheden, althans de laatsten, spreken ook duidelijk uit de ijverige deelneming in de drie processies, deze week te houden, en van welke wij die op den eersten Zondag, als de oudste en meest luisterrijke, willen bijwonen.

Nadat van af des morgens vier uur, onder tal van H. Missen, eene schier ontelbare menigte heeft aangezeten aan den geheiumisvollen disch des Nieuwen

-ocr page 64-

G2

Verbouds, en aan den Hemelschen Gastheer hare dankbare hulde gebracht heeft, in het wonderbare teeken van Zijn Goddelijk Banket, wordt ten tien uur eene plechtige H. Mis gecelebreerd. Het kerkgebouw blijkt te klein, om slechts eene standplaats te verleenen aan ieder, die de onmiddellijk daarop volgende feestrede wil hooren.

Toch heeft dit zijne goede zijde; want daarbuiten zgn vele handen en hoofden noodig, om alles te regelen voor de processie, die ter eere van het Miraku-leus Bloed, zoo aanstonds zal uittrekken. De predikatie is ten einde, en, in de vrije lucht gekomen, worden wij aangenaam verrast door een zielverkwikkend schouwspel.

Zoo ver het oog reikt, is de weg met frisch loof en geurige bloemen als bezaaid. Van het heerenhuis tot de arbeiderswoning toe, wappert de vaderlandsche driekleur; terwijl kaarsen tusschen schoone bloemen in de vensters branden. De volle klokketoonen klinken en dreunen, blijder en plechtiger dan gewoon! Het bont gewoel, waarin wij ons bevinden, neemt allengs bepaalde vormen aan, en zet zich in beweging tot één langen

-ocr page 65-

63

stoet. Achter een onafzienbare rij van overluid biddende eu zingende kinderen, maagden en vrouwen, met de schoone banieren der H. Kindschlieid, der Onbevlekte Maagd der maagden en dei-Moeder Gods, wordt liet glanspunt der processie geopend door de vaan van liet H. Bloed. (Op roode zijde zijn afgebeeld twee Engelen, geknield voor een over-vloeienden kelk.)

Deze wordt gevolgd door liet Harmonie-korps , uit eenige gemeentenaren saam-gesteld. Dit moge al geene muziek des Haagsclien Stafs of der Brusselsche Guides ten beste geven; de gloeiende godsvrucht lokt toouen uit de instrumenten, welke, min tot streeling dan tot stichting voortgebracht , niemand onvoldaan laten. Twee jongelingen met waschlicht in fraaie zilveren lantaarnen, begeleiden het teeken onzer verlossing, het H. Kruis, dat hoog opgeheven ons voorbijtrekt.

En zie, een groep kleinen, op het keurigst uitgedoscht, dragen symbolen van Geloof, Hoop en Liefde, of strooien uit de welgevulde mandjes bloemen over den weg. Ontsticht liet u, dat die omkranste kopjes u lachend aanzien? Och, zou het engelen-gelaat eene ernstige

-ocr page 66-

04

uitdrukking kennen, vooral in den tri-umphtocht van den Heer?

In het witte overhabijt naderen nu de leden van liet Boxmeersche Convent, als de eerewacht voor den grooten Koning in zijn aanbiddelijk Sacrament. Door zijn dienstknecht, den priester, onder een schoon baldakijn gedragen, wordt Hij omstuwd door diaken en subdiaken, (in albe en dalmatiek) koorknapen en fakkeldragers, onder welke mannen van aanzien in de eerste rijen worden opgemerkt. Nadat wij deemoedig gebogen, den God onzer tabernakelen lieten voorbijgaan , zien wij Hem gevolgd door een achttal knapen, die in een .smaakvol versierde langwerpige mand de reusachtige offer-kaars voor het H. Bloed dragen. In het midden der nu volgende mannen, door de prachtige banier der H. Familie voorafgegaan, merken wij op vier Paters Carmelieten, als de vorigen in den witten mantel gehuld, doch dezen met roode stool omhangen — zij dragen een kostbaren last. De H. Relikwie van het Mirakuleus Bloed rust op hunne schouderen. Eindelijk wordt de indrukwekkende stoet door nog eenige honderden gesloten.

-ocr page 67-

De processie is voorbij, slaan wij dus een binnenweg in, welke ons leidt naar een tamelijk groot grasperk, door enkele zware boomen overschaduwd. In \'t midden, aan den voet eener kolossale linde, is een klein altaar opgericht, smaakvol met bloemen getooid. Het tapijt, te klein om den geheel en grond te bedekken, is vernuftig van pas gemaakt, door liet te kort met keurige bloemen aan te vullen; men schroomt om ze te vertreden! Oogenblikken van nieuwe stichting wachten ons hier! Langzaam nadert de processie, en in voorbeeldige orde splitsen zich de rijen en scharen zich voor en bezijden het altaar, om eenige stonden in aanbidding neer te knielen voor tien Koning, die op den bloementroon plaats neemt, en VVien deze geheel vorstelijke hulde geldt. Het zangkoor heft het »Tantum ergoquot; aan, door de Harmonie zachtkens begeleid. De liefelijke wierook-golfjes vermengen zich met de geuren van bloemen en loover, als een beeld, hoe de geestelijke geuren van gebed en zang vereenigd ten Hemel stijgen, wanneer de zegen met het hoogheiliix

O _ a

Sacrament de godvruchtige schaar als overstort.

-ocr page 68-

6G

Zoodra de Benedictie gegeven is,

O O quot;

vervolgt in dezelfde goede orde als ieder hier zijn plaats vond, de processie haar weg. Nog een half uur heeft zij af te leggen, alvorens de kerk weder te bereiken ; vrij willen ons dit ten nutte maken , om door een binnenweg gaande

. . ..... O o

nog juist bij tijds in de dorpsstraat te zijn, opdat wij haar nog eenmaal zien.

Mijn God, wat een indruk maakt dit alles! De geheele weg, waarlangs de stoet zijn terugtocht neemt, is omzoomd door eene knielende menigte van allen stand eu leeftijd. Wat men aanschouwt is stille godsvrucht, heilige vreugde; wat men hoort is statig klokgelui, liefelijke muziek, heerlijke gezangen en treffend bidden. Het goddelijk » Te Deumquot; is door de religieuzen aangeheven; doch nabij het kerkgebouw gekomen, onderbroken door de harmonie, als vroeg deze voor zich de eer, ons toe te roepen: »Wij zullen ingaan in het huis des Heeren.quot; Meen echter niet, dat hier voor allen plaats is, minstens zooveleu moeten buiten blijven, als daar binnentreden. De aloude Hymnus wordt nu ten eind\' gezongen en de plechtigheid door een laatste Benedictie gesloten.

-ocr page 69-

67

Met weinig minder luister wordt deze processie Dinsdag herhaald en den daar-opvolgenden Zondag voor de laatste maal cceliouden. Iedere dag dezer week

o o

schenkt daarenboven een waar zielsgenot aan de honderden pelgrims, die alsdan Boxmeer bezoeken.

HOOFDSTUK VUL

I)c Aartsbroederschap van \'t II. Bloed.

Ter eere van het H. Bloed is eene nieuwe Broederschap opgericht (ter vervanging van het oude Broederschapsgilde) waaraan vele Aflaten en geestelijke voor-deelen verbonden zijn. Deze is verbonden met de Aartsbroederschap van het heilig Bloed, opgericht te Rome, in de vermaarde Diaconie van den H. Nicolaas in den kerker.

-ocr page 70-

G8

Verzameling der Aflaten, den 19 Januari 1850 door Z. H. Pius IX aan de ingeschreven leden vergund, met inbegrip van die, welke reeds verleend waren door Z. H. Pius VII bij breve van den 22 Sept. 1815.

Yolle Aflaten.

Op den dag der inschrijving, omler de gewone voorwaarden: d. i. biecht, II. Communie en een gebed tot meening van Z. H. den Paus.

In de ure des doods, na gebiecht en gecommuniceerd te hebben : zoo men hiertoe niet in staat is is het genoeg, rouwmoedig met den mond en, dit niet vermogende met het hart, den zoeten naam van Jezus aan te roepen (1)

Eiken dag, voor een ieder, die, behalve de gewone voorwaarden, een uur mondgebed of overweging, of deels mondgebed en deels overweging verricht, tot herinnering aan het lijden van O. II. J. C. en de smarten der allerheiligste Maagd.

Andere volle Aflaten,

waarvoor, behalve de gewone voorwaarden, het bezoeken eener kerk is opgelegd, hetgeen de biechtvader evenwel, om eeue gegronde, reden, in eeu ander goed werk kan veranderen.

(1) 1)(! ingeschreven leden kunnen ( »ok den zeger in het uur des doods mot vollon aflaat ontvangen, welke gegeven wordt door den President van het Aartsbroederschap, de Missionarissen der Congregatie van \'t H. Bloed, door de Rectoren der daarmede verhonden Broederschappen en Vereenigingen, eindelijk door de inschrijvende Priesters, welke daartoe de magt ontvangen hebben.

-ocr page 71-

69

Op den eersten ZonJag van Jnli, feestdag van het H. Bloed, op dea dag van O. II. Geboorte, Drie-Koningen, Paschen, Maria Onbevlekt Ontvangenis, O. L. V. Lichtmis, O. L. V. Opneming ten Hemel, O. L. V. Rozenkrans, Petrus en Paulns en Allerzielendag. (1)

Op den dag van de Besnijdenis O. H., op alle Vrijdagen van Waart, den 28 Maart feestdag van het H. Bloed in de kerk van S. Maria in Vado te Ferrara, op Witten Donderdag, op den dag der Krnisvinding, Hemelvaartsdag, Pinksteren, 11. Sacramentsdag, op het feest der Kruisverhefiing en van den Allerheiligste Verlosser (23 October).

Op O. L. V. Boodschap, O. L V. der Zeven Weeën (Vrijdag voor de goede Week), O. L. V. van den berg Carmel (1G Juli), O. L. V. Geboorte, op het feest der Zeven Weeën (derde Zondag van Sept.), O. L. V. Opdracht (21 Novemb.) Op \'t feest van den H. Jozef, 11. Joannes den Dooper, Allerheiligen, H. ïraneiscus Xaverius en 11. Nikolaas van Bari.

Eens in de maand, op een dag naar verkiezing, (2)

(1) Deze aflaten kunnen ook verdiend worden op een dag onder het Octaaf der genoemde feesten.

(2) De biecht en de H. Communie, om de vermelde Aflaten deelachtig te worden, kan men daags te voren doen, uitgezonderd op de Vrijdagen van Maart en AVitten-Donderdag, maar het kerkbezoek kan alleen gedaan worden na den aanvang der eerste Vespers. Die de godvruchtige gewoonte heeft, eens in de week op een dag naar goedvinden, te biechten (althans zoo hij niet wettig verhinderd is), behoeft, wanneer hij zich niet bewust is in staat van doodzonde te zijn, niet op nieuw te biechten, om de boven aangegeven aflaten te verdienen, maar de II. Communie en kerkbezoek moeten geschieden, gelijk boven is voorgeschreven.

-ocr page 72-

70

Gedeeltelijke Aflaten.

10 jaren en 10 quadragenen, zoo dikwijls men berouw hebbende over zijne zonden, eene kerk bezoekt en daar bidt, gelijk boven, op al de feesten van O. H. en O. L. V., die boven niet zijn uitgedrukt, alsmede op de feesten der HM. Apostelen en Evangelisten, der Hiï. Engelen en Aartsengelen, van den H. Joachim, H. Anna, H. Laurentius, H. Stephanas, H. Philippus Nerius, H. Franciscus van Paula, H. Franeiseus van Assisic, H. Cecilia, H. Agnes, H, Lucia, H. Catharina Maagd en Mart. en op den Zondag onder het octaaf van den H. Gregorius den Wonderdoener.

7 jaren en 7 quadragenen, zoo dikwijls men iu eene kerk het Allerheiligste Sacrament, een kruisbeeld of een beeld der Moeder Gods bezoekt; zoo dikwijls men bij eene H. Mis, processie, of andere plegtigheid van het Aartsbroederschap, van de Congregatie der Missie van het H. Bloed, of van andere daarmee verbonden Broederschappen en Vereenigingen tegenwoordig is en met een rouwmoedig hart bidt, gelijk te voren.

Een jaar, zoo dikwijls men de vergadering van het Aartsbroederschap of daarmee verbonden Broederschappen en Vereenigingen bijwoont, of op eene andere wijze de godsvrucht tot het H. Bloed helpt bevorderm.

100 dagen telkens, zoo dikwijls men iemand in de geheimen van \'t Geloof onderricht, het H. Sacrament in de processiën, of wanneer het naar de zieken gebragt wordt, vergezelt, of dit niet kunneude bij

-ocr page 73-

71

het teeken der schel, een Onze Vader en Wees gegroet bidt: zoo dikwijls men den vrede onder vijanden herstelt, of doet herstellen, de armen herbergt, vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet bidt voor de zielen der afgestorven broeders en zusters, of pogen zal een afgedwaalde op den weg der zaligheid terug te brengen, een lijk naar het graf begeleidt, ter eer van het H. Bloed zevenmaal het ;;Eer zij den Vaderquot; enz. zegt, of eindelijk een godvruchtig of liefdadig werk verricht.

De Priesters, gemagtigd, om de gcloovigen in het Aartsbroederschap of de daarmede verbondene Broederschappen en Vereenigingen in te schrijven, genieten eens in de week het persoonlijk voorrecht van het geprivilegieerd altaar.

De in het Aartsbroederschap enz. ingeschreven leden, deelen in al de goede en afboetende werken van de Missionarissen der Congregatie van het H. Bloed, der Reguliere kanunnikken van de Congregatie des Allerheiligsten Zaligmakers, der PP. Capucijnen, der geschoeide en ongeschoeide Eremieten van den II. Augustinus, der Conventuele Minderbroeders, der Carmelieten, der Predikheeren, der Camaldulenzer kluizenaars, der PP. Minderbroeders Observanten, der PP. van den derden regel van den H. Pranciscus, en der PP. Servieten, als blijkt uit de oorkonden, berustende in het archief van genoemd Aartsbroederschap^

-ocr page 74-

70

Gedeeltelijke Aflaten.

10 jaren en 10 quadragenen, zoo dikwijls men berouw hebbende over zijne zonden, eene kerk bezoekt en daar bidt, gelijk boven, op al de feesten van O. H. en O. L. V., die boven niet zijn uitgedrukt, alsmede op de feesten der HM. Apostelen en Evangelisten, der Hiï. Engelen en Aartsengelen, van den H. Joachim, H. Anna, H. Laurentius, H. Stephanas, H. Philippus Nerius, H. Franciscus van Paula, H. Franeiseus van Assisic, H. Cecilia, H. Agnes, H, Lucia, H. Catharina Maagd en Mart. en op den Zondag onder het octaaf van den H. Gregorius den Wonderdoener.

7 jaren en 7 quadragenen, zoo dikwijls men iu eene kerk het Allerheiligste Sacrament, een kruisbeeld of een beeld der Moeder Gods bezoekt; zoo dikwijls men bij eene H. Mis, processie, of andere plegtigheid van het Aartsbroederschap, van de Congregatie der Missie van het H. Bloed, of van andere daarmee verbonden Broederschappen en Vereenigingen tegenwoordig is en met een rouwmoedig hart bidt, gelijk te voren.

Een jaar, zoo dikwijls men de vergadering van het Aartsbroederschap of daarmee verbonden Broederschappen en Vereenigingen bijwoont, of op eene andere wijze de godsvrucht tot het H. Bloed helpt bevorderm.

100 dagen telkens, zoo dikwijls men iemand in de geheimen van \'t Geloof onderricht, het H. Sacrament in de processiën, of wanneer het naar de zieken gebragt wordt, vergezelt, of dit niet kunneude bij

-ocr page 75-

71

het teeken der schel, een Onze Vader en Wees gegroet bidt: zoo dikwijls men den vrede onder vijanden herstelt, of doet herstellen, de armen herbergt, vijfmaal het Onze Vader en Wees gegroet bidt voor de zielen der afgestorven broeders en zusters, of pogen zal een afgedwaalde op den weg der zaligheid terug te brengen, een lijk naar het graf begeleidt, ter eer van het H. Bloed zevenmaal het ;;Eer zij den Vaderquot; enz. zegt, of eindelijk een godvruchtig of liefdadig werk verricht.

De Priesters, gemagtigd, om de gcloovigen in het Aartsbroederschap of de daarmede verbondene Broederschappen en Vereenigingen in te schrijven, genieten eens in de week het persoonlijk voorrecht van het geprivilegieerd altaar.

De in het Aartsbroederschap enz. ingeschreven leden, deelen in al de goede en afboetende werken van de Missionarissen der Congregatie van het H. Bloed, der Reguliere kanunnikken van de Congregatie des Allerheiligsten Zaligmakers, der PP. Capucijnen, der geschoeide en ongeschoeide Eremieten van den II. Augustinus, der Conventuele Minderbroeders, der Carmelieten, der Predikheeren, der Camaldulenzer kluizenaars, der PP. Minderbroeders Observanten, der PP. van den derden regel van den H. Pranciscus, en der PP. Servieten, als blijkt uit de oorkonden, berustende in het archief van genoemd Aartsbroederschap^

-ocr page 76-

74

vond in een, in den zwaren muur uitgehouwen ruimte, achter een ijzeren deur, waarvan de sleutel bij den pastoor berustte. Vandaar ook dat liet thans zich bevindt in het soliede tabernakel van het nieuwe altaar van het II. Bloed.

■^OO^OOOquot;

IL.IT^.lsriE

VAN HET

Bieitar BW ra Jbzis Cirifc

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Jezus Christus, hoor ons.

Jezus Christus, verhoor ons.

Eeuwige, almachtige God, geef ons het geloof.

God de Zoon, Verlosser der wereld,

wees onze hoop.

Geest Gods, eeuwige liefde, ontvlam ons. Heilige en aanbiddelijke Drievuldigheid,

ontferm U onzer.

Jezus, onbevlekt Lam, van het begin der wereld geofferd , ontferm U onzer .

-ocr page 77-

75

Jezus, die verlangd hebt uw Bloed voor de zaligheid der mensclien te vergieten, ontferm U onzer.

Jezus, die, om de menschen te verlossen, al uw Bloed, aan het kruis hebt vergoten , ontferm U onzer.

Dierbaar Bloed, dat overvloedig uit de geheiligde wonden van Jezus vloeit, stroom over ons.

Dierbaar Bloed, dat uit de aanbiddelijke door eene lans geopende zijde van Jezus vloeit, besproei ons.

Dierbaar Bloed, toespijs van eene oneindige waarde, ontferm U onzer.

Dierbaar Bloed, heilzaam bad, dat altijd gereed is om onze zondige zielen te ontvangen, ontferm U onzer.

Dierbaar Bloed, altijd springende fontein van genade en zegening, oiitf. ü onzer.

Dierbaar Bloed van het nieuwe en eeuwige Verbond, ontferm U onzer.

Dierbaar Bloed, welks stem zj^bvtot den hemel verheft en bannhrtitigheid vraagt, ontferm U onzer.f , 1quot;

Dierbaar Bloed, kracht en sterkte dér ^ kwijnende zielen, ontferm ü onzer.

Dierbaar Bloed, \'t welk die onmetelijke zee der goddelijke barmhartigheid zijt, ontferm U onzer.

-ocr page 78-

7(3

Dierbaar Bloed, hemelsche verkwikking en goddeliike drank der heilige zielen, ontferm ü onzer.

Dierbaar Bloed, hetwelk nog op onze altaren vloeit voor onze zaligheid, ontferm U onzer.

Door uw dierbaar Bloed, verhoor ons, Jezus.

Van alle zonden, door uw dierbaar Bloed, verlos ons, Jezus.

Van den geest der dwaling en van ongeloof, door uw dierbaar Bloed, verlos ons, Jezus.

Van het verachten der heilige zaken, door uw dierbaar Bloed, bewaar ons, Jezus.

Van het onwaardig nuttigen van uw H. Lichaam en aanbiddelijk Bloed, door uw dierbaar Bloed, behoed ons, Jezus.

Van de eeuwige verdoemenis, door uw dierbaar Bloed, behoed ons, Jezus.

Door het bloedig zweet, hetwelk uit al uwe leden vloeide gedurende uwen doodstrijd in den hof der Olijven, verhoor ons, Jezus.

Door uw dierbaar Bloed, hetwelk uit uw aanbiddelijk Lichaam vloeide gedurende uw geeseling, verhoor ons, Jezus.

Door het dierbaar Bloed, dat Gij hebt gestort, dragende uw kruis naar den

-ocr page 79-

77

berg van Calvurie, verhoor ons, Jezus.

Door uw dierbaar Bloed, hetwelk uit uwe gezegende handen en voeten vloeide, toen Gij aan het kruis werdt gehecht, verhoor ons, Jezus.

Door het dierbaar Bloed en gezegend water, hetwelk na uwen dood, uit uwe doorboorde zijde vloeide, verhoor ons, Jezus.

Gewaardig ü uwe bruid, de heilige Kerk, die gij U door uw Bloed verdiend hebt, te bewaren en te regeeren,

Gewaardig U ons de volharding tot het einde toe te verleenen , welke gij voor ons hebt verworven door het storten van uw dierbaar Bloed.

Gewaardig U, aan de zielen der overledene geloovigen de eeuwige heerlijkheid te verleenen, welke gij ten kobte van uw dierbaar Bloed verworven hebt.

Lam Gods, hetwelk de zonden der wereld wegneemt, door uw dierbaar Bloed, vergeef ons, Jezus.

Lam Gods, hetwelk de zonden der wereld wegneemt, door uw dierbaar Bloed,

O 7

verhoor ons, Jezus.

Lam Gods, hetwelk de zonden der wereld wegneemt, door uw dierbaar Bloed, ontferm U onzer.

-ocr page 80-

78

Jezus, verhoor ons.

Jezus Christus, verhoor ons.

De fonteinen van den grooten afgrond hebben zich overvloedig verspreid uit de ingewanden van Jezus, en de deuren des hemels hebben zich geopend. ƒ. Haast u , zondige ziel. B\'. En wasch u zevenmaal in dat bad van Bloed.

GEBED,

O Jezus, aanbiddelijke Zaligmaker! die U gewaardigd hebt, uit liefde voor de menschen uw Bloed te vergieten,

O quot;

om voor ons vergiffenis der zonden te verwerven, gewaardig ü ons die vergeving toe te staan, welke wij niet verdienen, slechts uwe barmhartigheid en uwe oneindige liefde gedenkende.

ei o o

otort over ons den overvloed uwer genade uit, opdat wij in den hemel mogen komen, om uwe heerlijkheid gedurende alle eeuwigheid te genieten; Gij, die leeft en heerscht, met den Vader en den H. Geest, van eeuwigheid tot eeuwigheid. Amen.

-ocr page 81-

79

Gebod lol hel II. Bloed van J™ Cbrislus.

O allerkostbaarst Bloed, bron van het eeuwig leven, prijs en losgeld van het heelal, geheiligd bad, heilige drank onzer zielen, Gij die zonder ophouden de zaak der raenschen bii den troon der opperste barmhartigheid verdedigt, ik aanbid U met diepen eerbied; ik wilde als het mogelijk ware, den smaad en de beleedigingen herstellen, die Gij onophoudelijk ontvangt van den kant der sebepselen, en vooral van diegenen, die U durven lasteren. Wie zou in staat zijn dit Bloed niet te zegenen, hetwelk van eene oneindige waarde is? Wie zou niet van liefde ontvlammen tot Jezus, die het vergoten heeftV Wat zou ik zijn, als ik niet door dit goddelijk Bloed was vrijgekocht, hetwelk met liefde tot den laatsten druppel uit tie aderen van mijnen Verlosser heeft gevloeid ? O eindelooze liefde , die ons dezen heilzame balsem gegeven heeft ? O onwaardeerbare balsem, die uit eene bron van oneindige liefde voortvloeit! Maak, smeek ik ü, dat aller harten en tongen U loven, zegenen en danken , nu, altijd en in alle eeuwigheid. Amen.

-ocr page 82-

80

ƒ. Gij hebt ons, o Heer, dooi- uw

kostbaar Bloed vrijgekocht. }t\'. Eu ous rijk iu God bevestigd.

LAAT ONS BIDDEN.

Almachtige, eeuwige God, die uwen eenigen Zoon tot Verlosser der wereld gesteld hebt, en door zijn Bloed hebt willen bevredigd worden, geef ous, smeekeu wij U, dat wij zoo den prijs onzer zaligheid eeren, en door deszelfs k racht op de aarde van alle kwaad des tegeu-woordigeu levens beschut worden, dat wij ons eeuwig iu den Hemel over deszelfs uitwerking mogen verheugen. Die met TJ leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.

Pi us VII verleent 300 dagen Aflaat, aan hen die het bovei staande Gebed, o allerkostelijkst Dlocd enz.quot; zullen lezen.

-

-ocr page 83-

81

nLiT-A-isriE

TOT

Jezus iü M Allerl. Unmt

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld.

God, H. Geest,

H. Drievuldigheid, één God,

Levend brood, dat uit den hemel

gedaald zijt.

Verborgen God en Zaligmaker, 0 Tarwe der uitverkorenen , g.

Wijn, die maagden voortbrengt, j? Voedzaam brood en vermaak der 3 Koningen, d

Altijddurende Offerande, 0

Zuivere opdracht, §

Vlekkeloos Lam, *

Allerzuiverste maaltijd.

Spijs der Engelen,

Verborgen hemelsch manna, Gedachtenis van Gods wonderen , Bovennatuurlijk brood.

-ocr page 84-

80

ƒ. Gij hebt ons, o Heer, dooi- uw

kostbaar Bloed vrijgekocht. }t\'. Eu ous rijk iu God bevestigd.

LAAT ONS BIDDEN.

Almachtige, eeuwige God, die uwen eenigen Zoon tot Verlosser der wereld gesteld hebt, en door zijn Bloed hebt willen bevredigd worden, geef ous, smeekeu wij U, dat wij zoo den prijs onzer zaligheid eeren, en door deszelfs k racht op de aarde van alle kwaad des tegeu-woordigeu levens beschut worden, dat wij ons eeuwig iu den Hemel over deszelfs uitwerking mogen verheugen. Die met TJ leeft en heerscht in alle eeuwigheid. Amen.

Pi us VII verleent 300 dagen Aflaat, aan hen die het bovei staande Gebed, o allerkostelijkst Dlocd enz.quot; zullen lezen.

-

-ocr page 85-

81

nLiT-A-isriE

TOT

Jezus iü M Allerl. Unmt

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm ü onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer.

God Zoon, Verlosser der wereld.

God, H. Geest,

H. Drievuldigheid, één God,

Levend brood, dat uit den hemel

gedaald zijt.

Verborgen God en Zaligmaker, 0 Tarwe der uitverkorenen , g.

Wijn, die maagden voortbrengt, j? Voedzaam brood en vermaak der 3 Koningen, d

Altijddurende Offerande, 0

Zuivere opdracht, §

Vlekkeloos Lam, *

Allerzuiverste maaltijd.

Spijs der Engelen,

Verborgen hemelsch manna, Gedachtenis van Gods wonderen , Bovennatuurlijk brood.

-ocr page 86-

84

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat liet ü believe het geloof, den eerbied en de begeerte tot dit wonderbare Sacrament in ons te vermeerderen en te. bewaren,

Dat het U believe ons door eene 3 ware belijdenis onzer zonden totquot;quot; het dikwijls nuttigen dezer geeste- p; lijke spijs te bereiden,

Dat Gij ons van alle ketterij, ongeloo- 3 vigheid en verblindheid des harten5^ wilt bevrijden, lt;1

Dat het U believe ons aan de kos-telijke en hemelsche vruchten van g dit heiliyr Sacrament deelachtig: te ^

O O

maken, 2

Dat het U believe ons in het uur des quot; doods met deze hemelsche spijs te versterken en te beschermen,

Zoon Gods,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons, lieer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld , verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld , ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor oua.

-ocr page 87-

85

G li U E t),

10 God, die ons onder dit wonderbare Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, wy bidden ü, geef dat wij de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zoo eerbiedig vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogtii gevoelen. Die leeft en heerscht in alle eeuwen. Amen.0 God, die ons onder dit wonderbare Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, wy bidden ü, geef dat wij de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zoo eerbiedig vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogtii gevoelen. Die leeft en heerscht in alle eeuwen. Amen.

XjIT-A-TSTIB

TOT HET

Mill Hart Tan Jezüs.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

\'j Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

-ocr page 88-

84

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons. Dat liet ü believe het geloof, den eerbied en de begeerte tot dit wonderbare Sacrament in ons te vermeerderen en te. bewaren,

Dat het U believe ons door eene 3 ware belijdenis onzer zonden totquot;quot; het dikwijls nuttigen dezer geeste- p; lijke spijs te bereiden,

Dat Gij ons van alle ketterij, ongeloo- 3 vigheid en verblindheid des harten5^ wilt bevrijden, lt;1

Dat het U believe ons aan de kos-telijke en hemelsche vruchten van g dit heiliyr Sacrament deelachtig: te ^

O O

maken, 2

Dat het U believe ons in het uur des quot; doods met deze hemelsche spijs te versterken en te beschermen,

Zoon Gods,

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld, spaar ons, lieer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der

wereld , verhoor ons, Heer. Lam Gods, dat wegneemt de zonden dei-wereld , ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor oua.

-ocr page 89-

85

G li U E t),

10 God, die ons onder dit wonderbare Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, wy bidden ü, geef dat wij de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zoo eerbiedig vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogtii gevoelen. Die leeft en heerscht in alle eeuwen. Amen.0 God, die ons onder dit wonderbare Sacrament de gedachtenis van uw lijden hebt nagelaten, wy bidden ü, geef dat wij de heilige geheimen van uw lichaam en bloed zoo eerbiedig vereeren, dat wij de vrucht uwer verlossing gedurig in ons mogtii gevoelen. Die leeft en heerscht in alle eeuwen. Amen.

XjIT-A-TSTIB

TOT HET

Mill Hart Tan Jezüs.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

\'j Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, hemelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

-ocr page 90-

88

Hart van Jezus, met eene lp us doorstoken, ontferm U onzer.

Hart van Jezus, levende. Heilige en Gode behagende Offerande, ontferm U onzer.

Hart van Jezus, altaar, waarop al de Heiligen geofferd worden, ontferm U onzer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, spaar ons, Jezus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons , Jezus.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

O Koning der glorie, Gij zult nooit versmaden.

Een boetvaardig en vernederd hart.

GEBED.

Heer Jezus, die U gewaardigd hebt de onuitsprekelijke rijkdommen van uw allerheiligst Hart aan uwe Kerk te openbaren, verleen ons dat wij aan de liefde van dit Allerheiligste Hart mogen beantwoorden en dat wij door waardige dienstbewijzen de verongelijkingen vergoeden , die datzelfde bedrukte Hart van de ondankbare menschen worden aangedaan. Die leeft en heerscht in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

-ocr page 91-

89

I

Litanie m Eeretoett.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, ontferm U onzer.

Heer, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

God, heraelsche Vader, ontferm U onzer. God Zoon, Verlosser der wereld, ontferm U onzer.

God, H. Geest, ontferm U onzer. H. Drievuldigheid, één God, ontferm U onzer.

H. Sacrament, waar Jezus zelf tegenwoordig is, wij aanbidden U.

waar Jezus alle schatten zijner liefde

mededeelt,

zoenoffer voor onze zonden, ,onderpand onzer zaligheid, ^

quot;3 wondervol scedenkteekeu van Jezus\'^

CD 0

S liefde, i

■2 onze troost en onze sterkte, ^ aanbiddelijk geheim , £-

. zoo schaamteloos geloochend, g S zoo schandelijk verguisd , ^

zoo diep vernederd, \'

zoo dikwerf onteerd,

zoo smartelijk bejegend.

-ocr page 92-

90

H. Sacrament, zoo gruwelijk ontheiligd, wij aanbidden IJ.

H. Sacrament, zoo ondankbaar versmaad, wij aanbidden U.

O God, wees ons genadig, spaar ons, o Heer.

ü God, wees ons genadia;, verhoor ons, o Heer.

\\ oor de onteering van een zoo heilig Sacrament, vergeving, o Heer.

Voor zoo vele slechte Communiën,

Voor zoo vele oneerbiedigheden in de Kerk,

Voor de ontheiliging van uwe Tabernakelen ,

T7quot; •

Voor de gruwelijke heiligschennissennq aan de H. Hostiën gepleegd, lt;.

Voor de lastertaal der goddeloozen , 3?

Voor het ongeloof der dwalenden,

\\ oor de koelheid en onverschilligheid 0 der Katholieken, ^

Voor de vergetelheid, waarin men 2 U laat,

\\ oor den smaad, waarmede men U bejegent,

Voor de verstrooidheid onder de H. Diensten,

A7oor de weinige godsvrucht jegens uw H. Sacrament,

-ocr page 93-

91

Voor de nalatigheid in het bijwonen der

H. Mis, vergeving, o Heer.

Voor hen die hunnen paaschplicht verzuimen , vergeving, o Heer.

Voor de vervolgers der H. Kerk, vergeving, o Heer.

Wij zondaren, wij bidden U, verhoor ons.

I Dat het ü behage in ons het geloof en den eerbied voor dit Sacrament te vermeerderen,

Dat onze liefde tot U den haat uwer

vijanden immer moge overtreffen , ^ Dat Gij onze eerbetuigingen tot her---t:: stelling van alle oneer gelieft te cr aanvaarden, g;

Dat uw kostbaar bloed niet om wrake 2 maar om genade en vergeving ^ smeeke, ^

Dat door de verdiensten van uw ^ H. Hart alle rampen van ons mogen 2-worden afgeweerd, §

Dat Gij de vereeniging ter eere van ^ het H. Hart onder uwe bescherming § gelieft te nemen,

Dat Gij haar alom gelieft te verspreiden ,

Dat Gij al de weldoeners daarvan met hemelsche zegeningen gelieft te vergelden,

-ocr page 94-

92

I

Dat Gij in ons immer den ijver wilt verlevendigen, zegenen en ondersteunen, om de vereering van uw liefde-Sacrament meer en meer uit te breiden, wij bidden U, verhoor ons.

Dat Gij gelieft de vijanden der Kerk te vernederen, wij bidden U, verboor ons.

Dat Gij Z. H. den Paus onder uwe bescherming gelieft te nemen, wij bidden U, verhoor ons.

Zoon Gods, wij bidden U, verhoor ons.

Lam Gods, dat wegneemt de zouden der wereld, spaar ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, verhoor ons, Heer.

Lam Gods, dat wegneemt de zonden der wereld, ontferm U onzer.

Christus, hoor ons.

Christus, verhoor ons.

Onze Vader.

Sla, o Heer, onze droefheid gade.

I/. En geef den luister weder aan uwen Naam.

Heer, verhoor mijn gebed.

En mijn geroep kome tot U.

GEBED.

Liefderijke Jezus, die in uwe oneindige liefde tot ons liever de versmadingen

-ocr page 95-

93

der zondaren liebt willen ondergaan dan ons uw goddelijk Sacrament onttrekken , geef ons, bidden wij U, de genade, dat wij al de verguizingen en lieiligschen-nissen, welke ü zijn aangedaan, met ware droefheid des harten heweenen, met heiligen ijver vergoeden, en met vurige vereering herstellen. Die leeft en heerscht met den Vader en den H. Geest, God in alle eeuwen der eeuwen. Amen.

Toewijding aan \'t H. Hart.

0 aller aanbidding en liefde waardigst Hart van mijn beminnelyksten Jezus, Gij brandt van liefde voor de menschen, ofschoon Gij slechts onverschilligheid en versmading van hen ontvangt; Gy bemint — eu men toont ü geen wederliefde; men kent niet eens die liefde, ja! men versmaadt ze, dewijl met de liefde-bewyzen er van niet wil aannemen. — Om deze vele verkeerdheden , die tegen U begaan worden, wederom goed te maken en om mij, zooveel ik in staat ben, voor een gelijk ongeluk te bewaren, offer ik ü, o Jezus, mijn hart op eu

-ocr page 96-

04

wijd U alle zijne neigingen toe. Van nn af aau — en dat verklaar ik U plechtig — verlang ik van harte mij zei ven en alles wat my betreft, geheel te vergeten , om alzoo iederen hinderpaal uit den weg te ruimen, die mij van de vereenigitig met ü terughouden kan. — Gij hebt U gevvaardigd mij uw hart te openen en ik heb een groot verlangen hetzelve binnen te gaan, om daar met uw trouwste vereerders, geheel brandend van uwe liefde, te leven en te sterven. Ik offer aan dit uw goddelijk Hart alles op, dat ik door uwe genade ben en alles wat ik met behulp van haar, ooit in mijn leven zijn zal, en ik bid U, over mij, geheel en al, volgens uw welbehagen, te beschikken.

Leer mij, o heiligst Hart van Jezus den weg, dien ik moet inslaan, om mij zelvea geheel te vergeten en tot die zuiverheid van liefde te geraken, naar welke Gij mij zulk een groot verlangen hebt ingeprent. Ik heb wel is waar, het vurigst verlangen U te behagen, maar ik gevoel ook, dat ik zonder uwe genade, die Gij alleen mij geven kunt, niet in staat ben, dit mijn verlangen uit te voeren. Voltooi derhalve, o aller-

-ocr page 97-

95

heiligst Hart, wat U aangenaam eti volgens uwen wil is; Gij alleen hebt de macht alles te geven en te voltooien; ten einde ü alleen, als ik tot de volmaaktheid geraak, de eer er van toe-kome; want ik wil in \'t vervolg om geen andere reden naar de heiligheid

O .. ^

streven, dan opdat Gij alleen geloofd eu verheerlijkt zoudt worden. Amen.

Eozenkrais Ier eere van \'t H. Bloei

Deze Rozenkrans bestaat uit zeven geheimen, ter eere van de zeven omstandigheden, waarbij Jezus zijn Bloed voor ons vergoten heeft. Bij ieder geheim bidt men 5 Onze Vaders en een Glorie zij den Vader enz., om zoo het getal 33 uit te maken, ter gedachtenis aan de 33 jaren, welke Onze Heer geleefd heeft en gedurende welke zijn kostbaar Bloed in zijne aderen stroomde, voordat Hij het tot den laatsten druppel toe vergoot voor het heil der wereld.

y. God, kom mij ter hulp.

K\'. Heer, haast U mij te helpen.

Glorie zij den Vader, enz.

-ocr page 98-

90

EERSTE GEHEIM.

Onze beminnelijke Verlosser vergoot zyti kostbaar Bloed voor de eerste maal den achtsten dag na zijne geboorte, toen Hij, om de wet van Mozes te vervullen, de besnijdenis ontving. Laten wij ons, bij de gedachte dat het Kind Jezus zich slechts aan deze wet onderwierp , om aan de goddelijke Rechtvaardigheid voldoening te schenken voor onze afwijkingen, opwekken tot eene oprechte droefheid over deze zonden en laten wij Hem beloven in het vervolg met de hulp zijner genaden zuiver van ziel en lichaam te zullen zijn. Amen.

5 Onze Vaders en een Glorie zijn den Vader enz.

O Jezus, kom uwe dienaren te hulp, die Gij door uw kostbaar Bloed verlost hebt.

TWEEDE GEHEIM.

Jezus stortte zijn Bloed voor de tweede maal in den hof van Olijven en zoo overvloedig, dat de aarde rondom Hem er geheel van doortrokken was, Het zien der ondankbaarheden, war.rmede de menschen zijne liefde zouden ver-

-ocr page 99-

y?

gelden, dit deed zijn Bloed in zoo groote mate vloeien. Ach! laten wij er dus berouw over hebben, dat wij voorheen zoo slecht beantwoord hebben aan de onmetelijke weldaden des Heereu en laten wij het voornemen maken een heilig gebruik te maken van zijne genaden en ingevingen. Amen.

o n

5 Ome Vaders, 1 Glorie zij enz.

O Jezus, kom enz.

DERDE GEHEIM.

Onze Heer stortte zijn Bloed voor de derde maal in zijne wreede geeseling, toen zijn verscheurd lichaam en gewond vleesch stroomen van zijn kostbaar Bloed uitstortte, dat Hij aan God zijn Vader opofferde, om onze ongeduldigheid en onze gevoeligheid uit te boeten. Waarom zullen wij dan onzen toorn en onze eigenliefde niet bedwingen? Ach! laten wij trachten in het vervolg geduldiger in onze kwellingen, meer onthecht aan ons zeiven te zijn en met bedaardheid het onrecht te ondergaan, dat men ons kan aandoen.

5 Onze Vaders, 1 Glorie zij enz.

0 Jezus, kom enz.

-ocr page 100-

08

VIERDE GEHEIM.

Het bloed droop af van het lieilig Hoofd van Jezus, toen Hij met doornen gekroond werd, tot straf voor onzen hoogmoed en onze slechte gedachten. En wij zullen dan voortgaan ons te voeden met ijdele gedachten, onzedige beelden en slechte voorstellingen ? Ach! laten wij in het vervolg altijd onze nietigheid voor oogen houden, onze ellende, onze broosheid, en laten wij edelmoedig weerstand bieden aan alle trouwelooze inblazingen des duivels.

5 Onze Vaders, 1 Glorie zij enz.

O Jezus, kom enz.

VIJFDE GEHEIM.

O, hoeveel bloed vergoot onze beminnelijke Jezus niet op den smartelijken weg, die Hem naar den berg van Cal-varië voerde, beladen met den zvvaren last van zijn kruis: de straten van Jeruzalem en de plaatsen, welke Hij doortrok, waren geheel besproeid met dit kostbaar Bloed. Hij heeft het vergoten tot voldoening voor de ergernissen en slechte voorbeelden, waardoor de eene niensoh den andere naar den weg des verderfs

-ocr page 101-

99

nip.desleept. Ach, wie weet, of wij niet onder het sjetal van die ongelukkiffen

O o o

behooren ? Wie weet, hoevele onge-lukkigen ons slecht voorbeeld niet in de hel begraven heeft? En talmen wij dan nog dit te herstellen ? Ach, laten wij in het vervolg trachten het heil der zielen te bevorderen door wijze raadgevingen , stichtende voorbeelden en door den naaste het toonbeeld van alle soorten van goede werken voor te stellen.

5 Onze Vaders, 1 Glorie zij enz.

0 Jezus, kom enz.

ZESDE GEHEIM.

Het was vooral in de wreede martelino; • • ...

van zijne kruisiging, dat onze goddelijke

Verlosser zijn bloed vergoot, toen deze heilzame balsem van het eeuwige leven uit de verscheurde en geopende aderen van zijne voeten en handen bij stroomen drong, om de zonden en de ongerechtigheden der geheele wereld uit te boeten. En zou er dan nog iemand zijn, die de zonde durfde bedrijven en aldus de smarten der kruisiging van den Zoon Gods durfde vernieuwen? Ach, laten wij bitter weenen over onze zonden,

-ocr page 102-

100

laten we ze verzaken aan Je voeten van den biechtvader, laten wij onze zeden verbeteren, laten wij van dit oogenblik af aan een christelijk leven beginnen en laten wij nooit vergeten, hoeveel bloed ons eeuwig heil aan Jezus gekost heeft.

5 Onze Vaders, 1 Glorie zij enz.

O Jezus, kom enz.

ZEVENDE GEHEIM.

Eindelijk vergoot Jezus zijn bloed ua zijnen dood, toen de lans zijne zijde opende en zijn Hart wondde. Hij wilde dat deze wonde, waaruit de laatste druppels van zijn bloed, met water vermengd, vloeiden , ons zou aantoonen, dat Hij het geheel en al vergoten had voor onze zaligheid. O oneindige goedheid van onzen Verlosser! Wie zou Ü niet kunnen beminnen! Wie zal niet van liefde verteerd worden voor U, die zooveel scedaan hebt voor onze verloss\'ng?

O lt;p

Ach, omdat wij daarvoor geene uitdrukkingen kunnen vinden, zullen wij alle schepselen der aarde, al de engelen en alle heiligen des hemels, en vooral Maria, onze teedere Moeder, uituoodi-

-ocr page 103-

101

gen , om uw kostbaar Bloed te zegenen, te prijzen en te verheffen. Ja, leve het Bloed van Jezus! Leve het Bloed van Jezus, nu en altijd en iu de eeuwen der eeuwen. Amen.

Drie Onze Vaders, 1 Glorie enz.

O Jezus, kom enz.

G E B K Dquot;.

O allerkostelijkst Bloed, enz (Zie bl. 79.)

Te verdienen : 1quot; iederen dag éénmaal een Aflaat van 7 jaren en 7 quadragenen.

2° ééns in de maand een Volle Aflaat onder de gewone voorvvaai\'den, voor hen die dit Rozenhoedje dagelijks bidden.

3quot; 300 dagen Aflaat ééns per dag voor hen, die alleen het gebed: o allerkostelijkst Bloed enz. bidden. Toepasselijk ook aan de geloovige zielen. (Pius VII, 18, 15.)

4o zij, die het overwegende gebed niet kennen, kunnen alle aflaten van dit Rozenhoedje verdienen, door 3o maal het »Onse Vaderquot; te bidden.

-ocr page 104-

100

laten we ze verzaken aan Je voeten van den biechtvader, laten wij onze zeden verbeteren, laten wij van dit oogenblik af aan een christelijk leven beginnen en laten wij nooit vergeten, hoeveel bloed ons eeuwig heil aan Jezus gekost heeft.

5 Onze Vaders, 1 Glorie zij enz.

O Jezus, kom enz.

ZEVENDE GEHEIM.

Eindelijk vergoot Jezus zijn bloed ua zijnen dood, toen de lans zijne zijde opende en zijn Hart wondde. Hij wilde dat deze wonde, waaruit de laatste druppels van zijn bloed, met water vermengd, vloeiden , ons zou aantoonen, dat Hij het geheel en al vergoten had voor onze zaligheid. O oneindige goedheid van onzen Verlosser! Wie zou Ü niet kunnen beminnen! Wie zal niet van liefde verteerd worden voor U, die zooveel scedaan hebt voor onze verloss\'ng?

O lt;p

Ach, omdat wij daarvoor geene uitdrukkingen kunnen vinden, zullen wij alle schepselen der aarde, al de engelen en alle heiligen des hemels, en vooral Maria, onze teedere Moeder, uituoodi-

-ocr page 105-

101

gen , om uw kostbaar Bloed te zegenen, te prijzen en te verheffen. Ja, leve het Bloed van Jezus! Leve het Bloed van Jezus, nu en altijd en iu de eeuwen der eeuwen. Amen.

Drie Onze Vaders, 1 Glorie enz.

O Jezus, kom enz.

G E B K Dquot;.

O allerkostelijkst Bloed, enz (Zie bl. 79.)

Te verdienen : 1quot; iederen dag éénmaal een Aflaat van 7 jaren en 7 quadragenen.

2° ééns in de maand een Volle Aflaat onder de gewone voorvvaai\'den, voor hen die dit Rozenhoedje dagelijks bidden.

3quot; 300 dagen Aflaat ééns per dag voor hen, die alleen het gebed: o allerkostelijkst Bloed enz. bidden. Toepasselijk ook aan de geloovige zielen. (Pius VII, 18, 15.)

4o zij, die het overwegende gebed niet kennen, kunnen alle aflaten van dit Rozenhoedje verdienen, door 3o maal het »Onse Vaderquot; te bidden.

-ocr page 106-

100

laten we ze verzaken aan Je voeten van den biechtvader, laten wij onze zeden verbeteren, laten wij van dit oogenblik af aan een christelijk leven beginnen en laten wij nooit vergeten, hoeveel bloed ons eeuwig heil aan Jezus gekost heeft.

5 Onze Vaders, 1 Glorie zij enz.

O Jezus, kom enz.

ZEVENDE GEHEIM.

Eindelijk vergoot Jezus zijn bloed ua zijnen dood, toen de lans zijne zijde opende en zijn Hart wondde. Hij wilde dat deze wonde, waaruit de laatste druppels van zijn bloed, met water vermengd, vloeiden , ons zou aantoonen, dat Hij het geheel en al vergoten had voor onze zaligheid. O oneindige goedheid van onzen Verlosser! Wie zou Ü niet kunnen beminnen! Wie zal niet van liefde verteerd worden voor U, die zooveel scedaan hebt voor onze verloss\'ng?

O lt;p

Ach, omdat wij daarvoor geene uitdrukkingen kunnen vinden, zullen wij alle schepselen der aarde, al de engelen en alle heiligen des hemels, en vooral Maria, onze teedere Moeder, uituoodi-

-ocr page 107-

101

gen , om uw kostbaar Bloed te zegenen, te prijzen en te verheffen. Ja, leve het Bloed van Jezus! Leve het Bloed van Jezus, nu en altijd en iu de eeuwen der eeuwen. Amen.

Drie Onze Vaders, 1 Glorie enz.

O Jezus, kom enz.

G E B K Dquot;.

O allerkostelijkst Bloed, enz (Zie bl. 79.)

Te verdienen : 1quot; iederen dag éénmaal een Aflaat van 7 jaren en 7 quadragenen.

2° ééns in de maand een Volle Aflaat onder de gewone voorvvaai\'den, voor hen die dit Rozenhoedje dagelijks bidden.

3quot; 300 dagen Aflaat ééns per dag voor hen, die alleen het gebed: o allerkostelijkst Bloed enz. bidden. Toepasselijk ook aan de geloovige zielen. (Pius VII, 18, 15.)

4o zij, die het overwegende gebed niet kennen, kunnen alle aflaten van dit Rozenhoedje verdienen, door 3o maal het »Onse Vaderquot; te bidden.

-ocr page 108-

wm—

lOG

Bloed hunne toevlucht nemen, vooi* al diegenen , die zich met mij vereenigen om het te vereeren, en eindelijk voor diegenen, welke medewerken om deze godsvrucht te verspreiden.

Eere zij den Vader, enz.

Geloofd en gedankt zij ten allen tijde Jezus, die ons door zijn Bloed verlost heeft!

VII. Eeuwige Vader, ik offer ü de verdiensten van het dierbaar Bloed van Jezns, uw welbeminden Zoon en mijn goddelijken Verlosser, voor al mijne geestelijke en lichamelijke behoeften, voor de verlossing der zielen in het Vagevuur, en voornamelijk voor diegenen , die de meeste godsvrucht voor den prijs van uwe verlossing hebben betoond, en voor de smarten en de moeielijkheden, die onze geliefde Moeder, de H. Maagd Maria, heeft verduurd. Eere zij den Vader, enz.

Geloofd en gedankt zij ten allen tijde Jezus, die ons doorzijn Bloed verlost heeft!

SCHIETGEBED.

Eeuwige Vader, ik offer U het Bloed van Jezus Christus op, tot uitwissching mijner zonden en voor de behoeften der heilige Kerk. (IIX) (lagen Aflaat eiken keer.)

d

-ocr page 109-

107

Verzuchtingen tot het dierbaar Bloed,

Leve, leve Jezus, die voor ons al zijn Bloed vergiet! Het Bloed van Jezus is mijn leven geworden ; dat zijne oneindige goedheid geloofd zij; dat dit Bloed geloofd zij gedurende alle eeuwigheid; dat het Bloed eeuwig geprezen worde, hetwelk ons van de hel heeft verlost! het Bloed is onze drank en het bad onzer zielen. Het Bloed van Jezus stilt de gramschap des Vaders en geleidt ons ten hemel. Het Bloed van Abel riep wraak, dat van Jezus vraagt onze vergeving. Indien onze ziel door dit Bloed wordt besproeid, wijkt de gramschap Gods van ons. Indien het Bloed van Jezus wordt geloofd, verheugt zich de hemel, de hel siddert en wordt ontmoedigd.

Laten wij dus gezamenlijk uitroepen:

»Geloofd zij het Bloed van Jezus!quot;

(100 dagen Aflaat.)

korte offerande.

Eeuwige Vader, wij offeren ü het dierbaar Bloed op, dat voor ons uit de wonde der rechterhand van Jezus vloeide, en wij smeeken uwe goddelijke Majesteit. door de verdieusten en de kracht

-ocr page 110-

108

van dat dierbaar Bloed, van ons zijn heiligen zegen te verleenen, opdat wij daardoor tegen onze vijanden beschermd, en van alle kwaad mogen verlost worden; dat de zegen van den almogenden God den Vader, den Zoon en den heiligen Geest over ons nederdale en altijd met ons blijve. Amen.

(100 dagen Aflaat eiken keer, volle Aflaat op een der laatste dagen van elke maand voor hen, die \'t dagelijks bidden.)

Opoffering van het kost ba ah Bloed van Jezus Christus.

Eeuwige Vader, wij offeren U het dierbaar Bloed op, dat Jezus Christus met zooveel liefde en zulke hevige smarten voor ons uit de wonde zijner barmhartigheid heeft vergoten , en smeeken uwe goddelijke Majesteit, door de verdiensten en de kracht van datzelfde Bloed, ons uw heiligen zegen te schenken, opdat wij krachtens denzelve over al onze vijanden zegevieren en van alle onheilen bevrijd mogen blijven, zoo dikwijls wij zeggen: De zegen van den alinachtigen God van den Vader, van den Zoon en van den H. Geest kome over ons en blijve altijd met ons Amen.

Onze Vader, Wees gegroet; Eere zij den Vader enz. (IfXI dagen Aflaat, Leo XII, 1823.)

-ocr page 111-

109

OefempiwreyaieH.Commiiie,

Voor de H. Communie.

GkBEÜ VAM DEN H. AjIBllOSIÜS.

Op het, oogenblik, dat ik nietige zondaar tot de tafel van uw allerzoetst gastmaal nader, liefderijke Jezus — niet vertrouwend op mijn eigene verdiensten, maar op uwe goedheid en barmhartigheid — vrees en sidder ik over geheel mijn lichaam. Want mijne ziel en mijn lichaam zijn met vele misdaden bezoedeld en mijn hart en mijne tong heb ik niet zonder vlek bewaard.

Daarom , o liefjevolle God , o onzag-wekkende Majesteit, begeef ik ellendige mij, in den angst, die mijn hart beklemt, toi U, de bron der barmhartigheid; tot U snel ik, om genezen te worden; ik vlucht onder uwe bescherming en ü, dien ik als mijn Rechter vrees, verlang ik nu als mijn Verlosser te ontvangen. Aan U, Heer, toon ik mijne wonden, aan U leg ik mijne ellende bloot. Mijne vele en groote zonden jagen mij schrik aan, doch ik weet, dat uwe barmhartig-

-ocr page 112-

108

van dat dierbaar Bloed, van ons zijn heiligen zegen te verleenen, opdat wij daardoor tegen onze vijanden beschermd, en van alle kwaad mogen verlost worden; dat de zegen van den almogenden God den Vader, den Zoon en den heiligen Geest over ons nederdale en altijd met ons blijve. Amen.

(100 dagen Aflaat eiken keer, volle Aflaat op een der laatste dagen van elke maand voor hen, die \'t dagelijks bidden.)

Opoffering van het kost ba ah Bloed van Jezus Christus.

Eeuwige Vader, wij offeren U het dierbaar Bloed op, dat Jezus Christus met zooveel liefde en zulke hevige smarten voor ons uit de wonde zijner barmhartigheid heeft vergoten , en smeeken uwe goddelijke Majesteit, door de verdiensten en de kracht van datzelfde Bloed, ons uw heiligen zegen te schenken, opdat wij krachtens denzelve over al onze vijanden zegevieren en van alle onheilen bevrijd mogen blijven, zoo dikwijls wij zeggen: De zegen van den alinachtigen God van den Vader, van den Zoon en van den H. Geest kome over ons en blijve altijd met ons Amen.

Onze Vader, Wees gegroet; Eere zij den Vader enz. (IfXI dagen Aflaat, Leo XII, 1823.)

-ocr page 113-

109

OefempiwreyaieH.Commiiie,

Voor de H. Communie.

GkBEÜ VAM DEN H. AjIBllOSIÜS.

Op het, oogenblik, dat ik nietige zondaar tot de tafel van uw allerzoetst gastmaal nader, liefderijke Jezus — niet vertrouwend op mijn eigene verdiensten, maar op uwe goedheid en barmhartigheid — vrees en sidder ik over geheel mijn lichaam. Want mijne ziel en mijn lichaam zijn met vele misdaden bezoedeld en mijn hart en mijne tong heb ik niet zonder vlek bewaard.

Daarom , o liefjevolle God , o onzag-wekkende Majesteit, begeef ik ellendige mij, in den angst, die mijn hart beklemt, toi U, de bron der barmhartigheid; tot U snel ik, om genezen te worden; ik vlucht onder uwe bescherming en ü, dien ik als mijn Rechter vrees, verlang ik nu als mijn Verlosser te ontvangen. Aan U, Heer, toon ik mijne wonden, aan U leg ik mijne ellende bloot. Mijne vele en groote zonden jagen mij schrik aan, doch ik weet, dat uwe barmhartig-

-ocr page 114-

112

Lichaam van uweenigeii Zoon onzen tleer Jezus Christus, hetwelk Hij aangenomen heeft uit de H. Maagd Maria, zoo moge ontvangen, dat ik verdiene in Zijn geheimzinnig lichaam ingelijfd en onder Zijne ledematen geteld te worden. Liefdevolle Vader, maak, dat ik uw beminden Zoon, dien ik nu ouder schijn verborgen wil ontvangen, eens van aanschijn tot aanschijn voor alle eeuwigheid moge aanschouwen. Amen.

Diue verzuchtingen van liefde tot Jezus.

Iquot;. Lieve Jezus ! ontsteek het vuur uwer liefde in mjjn hart, hetwelk ik U als een offer opdraag, en doof alle vlammen van eene aardsche liefde daarin uit, zoodat niets buiten ü mij op aarde meer behage. In uwe liefde wil ik leven en sterven.

2quot;. Lieve Jezus! Gij roept ons toe: Kom tot Mij allen, die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken. Gij wacht mij af met uitgestrekte armen. Zie, lieve Jezus, ik kom, neem mij aan, bid ik U, opdat ik in de omhelzing uwer liefde voor eeuwig met ü verbonden blijve.

-ocr page 115-

113

3°. Gij beveelt mij, niet ledig voor uw aangezicht te verschijnen. Doch wat zal ik ü geven, lieve Jezus ? Ontvang de gaven uwer goedheid, de vermogens mijner ziel. Ik offer ze op tot uwen dienst. Ontvang mijn geheugen, mijn verstand, mijn wil. 0 mocht ik aan U alleen denken, niets kennen dan U, niets beminnen dan U, en in geen enkele zaak mijnen wil, maar altijd den Uwen volbrengen !

Na de H. Communie.

Gebed van den H. Thomas.

Ik dank U, heilige Heer, almachtige Vader, eeuwige God! dat Gij in uwe barmhartigheid gewaarJigd hebt, mij, armen zondaar, uw onwaardigen dienaar , zonder eenige verdiensten van mijn kant, te voeden met het kostbaar Lichaam en Bloed van uwen Zoon onzen Heer Jezus Christus. Ik smeek U, laat deze H. Communie voor mij niet eene oorzaak van straf, maar eene heilzame voorspraak tot vergeving zijn. Zij strekke mij tot een wapen des geloofs, tot een

-ocr page 116-

114

schild van goeden wil. Zij roeie mijne gebreken uit, onderdrukke mijne kwade lusten en begeerten , termeerdere mijne liefde, mijn geduld, mijne nederigheid en gehoorzaamheid. Zij bescherme mij tegen alle hinderlagen mijner zichtbare en onzichtbare vijanden; zij brenge mijne vleeschelijke en geestelijke bewegingen tot volkomen rust; zij verbinde mij innig met Ü, mijn eenigen en waren God, en brenge mij tot een gelukkig einde. Ook bid ik U, mij armen zonder eens tot dat onbegrijpelijke gastmaal toe te laten, waar Grij met uwen Zoon en den H. Geest het ware licht, de volkomene verzadiging, de eeuwige vreugde, het eenig genot en het volmaakte geluk voor uwe heiligen zijt. Amen.

Gebkd van den H. Bo.vaventura.

Allerzoetste Heer Jezus, doorwond de ingewanden mijner ziel met de schichten eener zoete en heilzame liefde en ware en krachtdadige genegenheid voor ü, opdat mijne ziel altijd kwijne van verlangen naar U. Maak , dat zij U alleen begeere en door die begeerte verzuchte naar uwe voorhoven, dat zij wensche

-ocr page 117-

115

ontbonden te worden en met U te zijn. Geef, dat mijne ziel naar ü hongere, die liet Brood der engelen, de verkwikking der heilige zielen , ons dage-lijksch brood zijt, dat alle zoetheid en smaak en alle genoegen in zich bevat. Verleen, dat mijn hart altijd naar U verlange en U, dien de engelen wenschen te aanschouwen, altijd geniete; dat mijn binnenste vervuld zij met de zoetheid van uwen smaak. O mocht mijne ziel steeds dorsten naar U, de bron des levens, de br»n der wijsheid en kennis, de bron van het eeuwig licht, den stroom van alle genot, den overvloed van het huis Gods; mocht zij naar ü verzuchten, U zoeken, U vinden, naar U streven, tot U komen, U overwegen, van ü spreken, en alles doen tot lof en glorie van uwen naam, met nederigheid en bescheidenheid, met liefde en genoegen, met gemak en ijver, met volharding tot het einde. Wees Gij alleen mijne hoop, mijn vertrouwen, mijn rijkdom, mijn vermaak, mijne vreugde, mijn genot, mijne rust en kalmte, mijn vrede, mijne zoetheid, mijne spijze, mijn maaltijd, mijne toevlucht, mijne hulp, mijne wijsheid, mijn erfdeel, mijn bezit en

-ocr page 118-

lit)

mijti scliat, zoodat mijne ziel en mijn hart steeds vast en onwrikbaar in U bevestigd blijven. Amen.

Gebed toï Jezus Christus.

Heere Jezus Christus, nederig smeek ik uwe grenzelooze barmhartigheid, mij de genade te verleenen, dat dit heilig Sacrament, hetwelk ik onwaardige ontvangen heb, mij strekke tot zuivering mijner gebreken, tot steun in mijne zwakheid, tot sterkte in de gevaren der wereld, tot vergifienis mijner zonden, tot bevestiging in uwe genade, tot geneesmiddel des levens, tot gedachtenis aan uw lijden, tot opwekking in lauwheid, tot teerspijze op mijne ballingsreis. Het geleide mij op mijn weg, wijze mij te recht als ik dwaal, ontvange mij als ik terugkeer; het steune mij als ik wankel, heffe mij op als ik val, en voere mij de eeuwige glorie binnen als ik volhard. 0 allerhoogste God, de zaligende tegenwoordigheid van uw Lichaam en Bloed verandere den smaak van mijn hart, zoodat ik nooit meer eenige voldoening geniete buiten ü, geene schoonheid meer beminne, geeue

-ocr page 119-

117

onsreoorloofde liefde zoeke, geene ver-11 • ~ i , troosting verlange, geen genot aannenie,

geene eer najage, geene wreedheid meer

vreeze. Die leeft en heersclit in de

eeuwen der eeuwen. Amen.

Verzuchting tot Jkzus.

Ik heb Hem gevonden, dien mijne 0 ziel bemint. Ik houd Hem vast en zal Hem niet meer loslaten. Ik omhels U,

[y ...

3 o Jezus ! U, de vreugde mijner liefde, heb ik ontvangen. Laat, bid ik U, mijne ziel de kracht uwer tegenwoordig-\' heid gevoelen; laat haar smaken, Heer, g hoe zoet Gij zijt, opdat zij, voor uwe liefde gewonnen, niets buiten U zoeke, niets beminne tenzij om U. Gy zijt ■ mijn Koning, vergeet mijne armoede en ^ mijne kwellingen niet. Gij zijt mijn Rechter, vergeef mij mijne zonden en V( heb medelijden met mij. Gij zijt mijn Geneesheer, genees al mijne zwakheden. Gij zijt de Buidegom mijner ziel, ver-^ loof U met mij voor alle eeuwigheid, { Gy zijt mijn Aanvoerder en Beschermer, ^ blijf aan mijne zijde — dan moge iedereen tegen mij strijden. Gij zijt een slacht-\' offer voor mij geworden — en ik zal ü

-ocr page 120-

118

een offer van lof opdragen. Gij zijt mijn Verlosser, verlos mijne ziel uit de handen des doods en maak mij zalig. Want wat iieb ik in den liemel, en wat wensch ik op aarde buiten U, o God mijns harten en mijn erfdeel in eeuwigheid V

VKUZUCHTINGEN VAN DliiN H. AUGUSTINÜS.

Heer Jezus, moge ik U kennen en mij

[zeiven kennen, En niets verlangen dan U alleen. Moge ik mij zelven hateii en U beminnen.

En altijd handelen om U alleen. Moge ik mij zelven vernederen en U

[verheffen. En slechts denken aan U alleen. Moge ik aan mij zelven sterven en

[in U leven, En alles van U gewillig aannemen.

_ , O O

Moge ik mij zelven ontvluchten en tot

[ü vluchten Opdat ik verdiene door Ü beschermd

[te worden. Moge ik vreezen voor mij zelven en ü

[vreezen, Opdat ik onder uwe iiitverkoreiien

[beuoore.

-ocr page 121-

no

t Moge ik mij zeiven wantrouwen , op U fc [vertrouwen

j En steeds bereidwillig om U ge-

, [hoorzameu.

, Moge ik aau niets gehecht zijn , dan i [aan ü alleen ,

En om U steeds in armoede leven, Aanzie mij, opdat ik U beminne.

Hoep mij opdat ik U aanschouwe En U in alle eeuwigheid geniete. Amen.

Gebed van den H. Ignatius.

Ontvang, lieer, mijne geheele vrijheid; ontvang mijn geheugen, mijn verstand en geheel mijnen wil. Alles wat ik heb of bezit, hebt Gij mij gegeven. Ik stel dit geheel in uwe handen en geef het geheel en al tot vrije beschikking aan uwen Wil over. Geef mij slechts liefde tot ü met uwe genade, dan ben ik rijk genoeg en vraag U niets anders meer. Amen.

-ocr page 122-

INHOUD.

Bladz.

Verklaring................3

Aan den ^odvrucliligeu lezer........4

HOOFDSTUK I. Eenige wonderen van liet H. Sacrament en verband daarvan met de tijdsomstandigheden ...............7

HOOFDSTUK II. Het H. Bloed te Boxmeer. . . 15 HOOFDSTUK III. De godsvrucht tot het H. Bloed. 18 HOOFDSTUK IV. Wonderbare Genezingen. . . 34 HOOFDSTUK V. Het H. Bloed en het H. Hart. . 46 HOOFDSTUK VI. Oefeningen van godsvrucht tot het H. Bloed.............53

I. Bijzondere Oefeningen.........5\'t

II. Algemeene Oefeningen.........57

HOOFDSTUK VII. De processie met H. Bloed. . 60 HOOFDSTUK VIII. De Aartsbroederschap van \'t

H. Boed...........; ... 67

Verzameling der Aflaten, Volle Aflaten, Andere

volle Aflaten .............68

Gedeeltelijke Aflaten............ 7Ü

Aanteekening A.............72

Aanteekening B.............73

Litanie van het dierbaar Bloed van Jezus Christus. 74 Gebed tot het H. Bloed van Jezus Christus ... 79 Litanie tot Jezus in het Allerh. Sacrament ... 81

Litanie tot het H. Hart van Jezus......85

Litanie van Kereboete...........89

Toewijding aan \'t H. Hart.........93

Rozenkrans tar «ere van H. Bloed......95

OpolTening van het Bloed van Jezus aan de H. Drievuldigheid ..............102

Zeven Offeranden van het Bloed van Jezus aan

den eeuwigen Vader...........103

Schietgebed...............106

Verzuchtingen tot het dierbaar Bloed.....107\'

Korte Offerande.............107

Opoffering van het kostbaar Bloed van J. C. . . 108 Voor de H. Communie. Gebed van den H. Ambrosius. 109

Gebed van den H. Thomas.........111

Drie verzuchtingen van liefde tot Jezus .... 112 Na de H. Communie. Gebed van den H. Thumas. . 113

Gebed van den H. Bonaventura.......114

Gebed tot Jezus Christus..........116

Verzuchting lot Jezus...........117

Verzuchtingen van den H. Augustinus.....118

Gebed van den H. Ignatius.........119

-ocr page 123-